Microscoop practicum



Vergelijkbare documenten
INSECTEN. werkboekje

watervlooien onder de microscoop watervlooien Watervlooien zijn kleine zoetwaterkreetjes die voorkomen in sloten, plassen en vijvers.

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:...

L I EDBIJLAGE. Liedbijlage Insecten

De traditionele microscopen onderscheiden we de gewone of biologische microscoop en de stereo microscope.

Lesmateriaal bovenbouw

Presentatie Biologie cellen ordenen onder een microscoop

De kleine beestjesclub

Samenvatting Biologie Planten en cellen

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

blz. houd Inleiding 1. Hoe werkt een microscoop? 2. De kop van de mug 3. De sneeuwvlok 4. De brandnetel 5. De aardbei 6. Het klittenband 7.

Aftekenlijst. Naam:

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 6-7-8

inhoud blz. Vlinders 3 1. Insecten 4 2. De kop 5 3. De vleugels 6 4. Van ei tot vlinder 7 5. Dag en nachtvlinders 8 6. Voedsel 9 7. Vijanden 10 8.

De Techniek en de praktijk

Bi B o i l o og o ie i Inlage

Schematisch en natuurgetrouw

Werkboekje Boerderijles Groep 5/6. Naam..

Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij

Van eitje tot vlinder

Rupsje nooit genoeg. Instructievel Traktaties maken Jumpin

Kaartenset ongewervelde dieren

inhoud blz. 1. Soorten 3 2. Zo herken je een insect 4 3. Insecten en hun jong 6 4. Vijanden Meer insecten Filmpjes 15 Pluskaarten 16

Sinterklaas knutselen

Samenvatting Biologie H3 Organen en cellen

Knuffelkussen Hondje Droppie

Knutselen thema herfst

Lessuggesties voor groep 1 & 2

Hand-out Portrettekenen verhoudingen

NoNiksie kijkt in de spiegel

VOEL! KLEUTERS. Vlinderen. --> in zijvak hand

Vers fruit als ijsje. Vlinder

Ik vind je lief. Annita Wilschut Kittie Markus. De Vier Windstreken. Wilschut - Markus Ik v ind je lief De Vier Windstreken

Tutorial jongensblazer

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus..

Lessuggesties voor groep 3 & 4

Uit LandIdee nr (juni-juli) Zelf maken Tafeldecoraties van vilt Decoratieve doppen pagina 120

MENU. Tekenevenement Tussen de lijnen = GROEI! 1. Help de boom - groep 1 t/m 4 (hoofdopdracht)

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7

Patroon Een bijzonder mooie tas

Een les cardboards maken in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

Werkblad slootdiertjes

pantoffeldiertje onder de microscoop

groep 7-8 planten beter bekeken Planten kunnen iets wat wij niet kunnen. Van water, zonlicht en CO 2 bospeen alle spullen klaar? Dan kun je verder.

Schaapje. Benodigdheden: Zwaar-geweven witte wollen stof, 60 x 60 cm. Markeerstift. Badstof velours in witte wol, 25 x 25 cm

Papier recyclen. Inlage

Spinnen. Inleiding. 1. Paren van spinnen. 2. Babyspinnen

Nachtvlinders. Glasvleugelpijlstaart. De sint-jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

INSECTEN EN SPINACHTIGEN

Verzwaringsknuffel: hond. Brenda de Vliegher

Noach. moest een ark gaan bouwen Ans Heij - de Boer /

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

Doel: De kinderen kunnen de verschillende kleine beestjes benoemen en kunnen aangeven hoe deze dieren leven.

Een vlinder wordt niet geboren als vlinder. Het leven van de vlinder bestaat uit vier fases: Het eitje, de larve, de pop en de vlinder.

Lesbrief Beestjes tekenen naar waarneming

Happy Bunny. Veel plezier met haken. Dit patroon niet verkopen a.u.b. Wat hebben we nodig:

Opdrachtenfiche mijn orkest

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag.

Zonder zintuigen weet je niet wat er om je heen gebeurt. Daarom gebruik je oren, je ogen, je neus, je huid en je tong.

Bronnen. Meer info. Naam: Co-wetenschapp(st)er: Klas:

Hier zien jullie alweer de zesde uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw.

Klein prinsesje. Patroon van Jacqueline v.d.bent-bekker/made by J, Copyright, Pagina 1

Informatie: zoetwaterdiertjes

Een. hoort erbij! Over dieren uit een ei. groepen 3-5

> Lees Niels heeft een bril.

De romp bestaat uit een borstholte en een buikholte, gescheiden door het middenrif.

Happy Easter. Happy Easter Ca. 28 x 35 cm. Ellie s Quiltplace

KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN

Handleiding Optiekset met bank

SPEURTOCHT THEMA BUSH. voor groep 8 / brugklas VO

Patroon Papegaaitje Pico

vlinders infoblad Meer informatie van de afdeling NME (Natuur en Milieu Educatie) van Carmabi is te vinden op:

Lente. groep 3, 4 en 5

Gallen. Er is een nieuwe druk verschenen van Het Gallenboek. Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met Gallen.

Microscoop vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

inhoud 1. Kom jij uit een ei? 2. Dieren uit een ei. 3. Vogels 4. Vissen 5. Insecten 6. Spinnen 7. Reptielen 8. Kikkers en padden 9.

Auditieve oefeningen bij het thema: Kriebelbeestjes

Vlinder maken met een koffiefilter

Opdrachtkaarten Lente

ACHTERVLEUGEL VAN DE RACECARROSSERIE

KRIEBELENDE KRUIPERTJES

KRIEBELENDE KRUIPERTJES

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

PRACTICUM: CYTOLOGIE. LeerlingenHANDLEIDING CYTOLOGIE Versie 1.0 6/10/2017 Datum 6 oktober 2017 Auteur Bart J. van Zweeden

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster,

inhoud 1. De mier 2. De teek 3. De regenworm 4. De pissebed 5. De hoofdluis 6. De vlieg 7. De mug 8. De vlo 9. Filmpje Pluskaarten Colofon

Traktatieboek. Peuterspeelzalen Stichting Netwerk

Luizeninformatie! INFORMATIE HOOFDLUIS

een eigen lamp op veel manieren*

Amfibieën. Les 1 Kenmerken amfibieën en de kikker. 1. De leerkracht vertelt dat de les gaat over hoe je amfibieën kunt herkennen.

Vrolijke muis. Nodig:

Ordening. Bacteriën Schimmels Planten Dieren

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.

Voorbereiding post 2. Veren maken de vogel Groep 6-7-8

De kiemplantjes worden misschien niet langer, doordat er al voldoende reservevoedsel in de zaadlobben aanwezig is.

S C I E N C E C E N T E R

Lees eerst de hele beschrijving door zodat je geen verrassingen tegenkomt en daardoor teleurstellingen.

WATER EN VUUR, EEN POP-POP-BOOTJE

Transcriptie:

Microscoop practicum De microscoop Een microscoop is een instrument waarmee je kunt vergroten. Met een vergrootglas kun je ook vergroten maar niet zo veel als met een microscoop. Een vergrootglas bestaat uit één lens. Deze is bol geslepen en daardoor zie je het voorwerp waarnaar je kijkt, groter dan met het blote oog. Een vergrootglas kan bijvoorbeeld 5 keer, 10 keer, 12 keer, of 15 keer vergroten. In principe bestaat een microscoop uit twee lenzen. Eén dicht bij je oog (oculair) (1) en één dicht bij het voorwerp waarnaar je kijkt (objectief) (2). De totale vergroting is de vergroting van de bovenste lens, vermenigvuldigd met de vergroting van de onderste lens. De microscoop waar jullie op het practicum mee gaan werken vergroot bovenin 10 keer en onderin 2 keer of 4 keer (dit kun je instellen). In het totaal vergroot deze microscoop dus 10 x 2 = 20 keer of 10 x 4 = 40 keer. De microscoop heeft ook ingebouwde verlichting. Er is een knop waar power bij staat (3). Hiermee kun je de lamp aan of uit zetten. En er is een knop waar lamp bij staat (4). Hiermee kun je kiezen tussen licht dat van boven komt (opvallend licht) en licht dat van onderen komt en dus door het voorwerp heen schijnt (doorvallend licht). In de tussenstand staat het licht uit. Aan de microscoop zitten twee ronde knoppen (instelschroeven) (5). Door heel langzaam aan de knoppen te draaien, verandert de afstand tussen de onderste lens en het voorwerp dat je bekijkt Hierdoor kun je scherpstellen op de plek die je wilt bestuderen. Er zit nog een andere knop (6). Deze mag je niet gebruiken. 1 6 5 3 2 4

Werkwijze Om je te leren wat je allemaal door een microscoop kunt zien, hebben we een aantal voorwerpen meegenomen. Zo n voorwerp ziet er in het begin onherkenbaar uit als het 20 of 40 keer vergroot is. Je ziet details die je met het blote oog niet kon zien. Daarom laten we je het voorwerp soms tekenen. Om je te helpen, hebben we het al een beetje getekend, zodat je alleen de details hoeft in te vullen. 1. Stukjes stof Je krijgt een lapje stof. Op het eerste gezicht lijkt het gewone stof. Pas onder de microscoop zie je hoe het gemaakt is. Volg maar eens een draad. Die loopt afwisselend over een andere draad heen en dan er weer onder door. Dit heet geweven. Spijkerbroeken en rokken zijn vaak gemaakt van geweven stof, evenals theedoeken. Bekijk het lapje met opvallend licht en doorvallend licht. Nu een ander lapje. Met het blote oog zie je weinig verschil met het eerste. Maar onder de microscoop zie je dat het helemaal anders gemaakt is. De draden zitten met lussen in elkaar. Dit heet gebreid of ook wel tricot. De meeste truien en T-shirts zijn gemaakt van gebreide stof. Bekijk het stukje stof met opvallend en doorvallend licht. Je krijgt nog een ander stukje stof. Is dit gebreid of geweven? Leg je mouw onder de microscoop. Is de stof gebreid of geweven? 2. Stukjes bedrukt papier Je krijgt stukjes papier die op een verschillende manier bedrukt zijn zoals krantenpapier en tijdschriftenpapier. Verschuif het stukje papier zodat je telkens naar een andere plek kijkt. Zoek een gekleurde foto. Zoek een plek die met het blote oog één kleur lijkt te hebben Hoeveel verschillende kleuren puntjes (pixels) zie je door de microscoop? Kijk naar het verschil tussen de pixels van krantenpapier en van tijdschriftenpapier. Op sommige plekken zie je meer van de ene kleur en op andere plekken meer van een andere kleur. Sommige kleuren staan in rijen. Kijk naar de afgescheurde rand van het papier. Je ziet rafels Dit komt omdat papier uit vezels bestaat. Als je goed kijkt met opvallend licht, kun je de vezels overal zien.

3. Veer van een vogel Een veer bestaat uit een soort pen (de schacht) met loodrecht daarop zijpennetjes (baarden). Soms zijn de baarden dun en fijn vertakt. Dat noemt men dons. Deze zijn voor isolatie. Soms zijn de baarden stevig en hebben ze zijtakken (baardjes) waaraan weerhaakjes zitten. De weerhaakjes maken de veer stevig. Deze veren noemt men slagpennen. Hiermee kan de vogel vliegen. Kijk door de microscoop naar de dikke schacht, de dunnere zijpennen en de zijtakken en zoek de weerhaakjes door de zijtakjes wat uit elkaar te strijken. Kijk naar het donsveertje. Hier ontbreken de weerhaakjes. Teken een baard, baardje en weerhaakjes.

4. Vlinder De vlinder die je gaat bekijken is een koolwitje. Kijk naar de kop. Gebruik de stelschroef om de kop op verschillende hoogtes scherp te krijgen. Zoek de opgerolde tong. Als de vlinder deze uitrolt, kan hij hem diep in een bloem steken op zoek naar nectar. Zoek het oog van de vlinder. Dit oog bestaat uit een heleboel kleine oogjes. Kijk of je die kunt vinden en teken een deel van het oog. Zoek de antennes en kijk of je aan het uiteinde een verdikt knotsje ziet. Als de antenne afgebroken is, kun je dit niet zien. Oog Tong Antenne Op de vleugels zitten schubben. Dit zijn een soort holle tasjes, gevuld met kleurstof. Ze liggen net als dakpannen iets over elkaar. Op de schubben zit een waslaagje waardoor de vleugel waterdicht is. Op sommige plekken zijn de schubben er afgevallen. Hier is de vleugel kaal. Als je klaar bent met de vlinder, zie je dat er een beetje poeder achterblijft. Dit zijn afgevallen schubben. 5. Preparaat van vlindervleugel Zet de onderste lens op 4x en gebruik doorvallend licht. Hier zie je de schubben heel duidelijk. Je ziet ook een soort holle buizen. Dit zijn aders die de vleugel voeden en stevigheid geven. Teken een paar schubben. Een voorbeeld is al getekend.

6. Preparaat van watervlo Watervlooien zijn kleine kreeftachtige beestjes die in het water leven. Ze heten vlooien omdat ze met kleine sprongetjes door het water bewegen. Zoek eerst het oog. Dit is een klein zwart rondje. Nu weet je waar de kop zit. Teken het oog in de schets van de watervlo hieronder. Draai eventueel het preparaat zodat het net zo ligt als op onderstaande tekening. Zoek een bruine, kronkelige buis. Hierin zitten de eieren. Maak deze donker in de schets. Zoek twee grote, witachtige bollen. Dit zijn embryo s, jonge watervlooien. Ze zitten in een soort broedzak op de rug van de watervlo. Nu weet je waar zijn rug zit. Teken de eieren in de broedzak. Achterop de rug van de watervlo zit een stekel. Teken dit erbij. Een watervlo heeft een paar hele lange, vertakte antennes met aan het uiteinde lange haren. Hiermee slaat hij door het water om zich voort te bewegen. Zoek deze antennes, ze liggen langs en op het lichaam dus je moet de instelschroef gebruiken om ze scherp te krijgen. Ze bestaan uit kleinere, korte stukjes (leden). Teken de lange haren aan het uiteinde van de antennes. Een watervlo heeft ook poten. Deze zijn moeilijk te zien. Ze zijn bladachtig en liggen in het groenige deel onder de streng met bruine eieren.

7. Preparaat van jonge spin Gebruik een vergroting van 40 keer (onderin 4x) en doorvallend licht. Spinnen zijn geen insecten. Ze hebben een voorlijf en een achterlijf met daartussen een sterke insnoering. Meestal is het achterlijf veel groter dan het voorlijf maar bij deze jonge spin is dat nog niet zo. Kijk naar het achterlijf en het voorlijf en maak het achterlijf donkerder en teken de donkere dwarsstrepen erin. Op de kop zitten acht ogen. Vier aan de rechterkant en vier aan de linkerkant. Zoek deze op en teken ze in de onderstaande tekening. Waar zitten de poten vast? Aan het voorlijf of aan het achterlijf?.. Draai het preparaat om, om de onderkant beter te kunnen zien. Behalve acht poten, zitten er ook nog twee tasters, Kijk waar deze zitten en maak ze donkerder op de tekening. Kijk of de spin behaard is en teken de haren.

8. Preparaat van bladluis Gebruik een vergroting van 40 keer (onderin 4 x) en doorvallend licht. Bladluizen zijn kleine insecten die leven van plantensappen. Op de kop staan twee antennes. Deze bestaan uit korte stukjes. Kijk naar de antennes. Uit hoeveel stukjes bestaan ze? De diertjes hebben zes poten. Kijk of je haren of stekels of weerhaakjes aan de poten ziet en teken die erbij in de tekening hieronder. Draai het preparaat om en kijk hoe de poten aan de onderkant van het lijf vastzitten. Aan de bovenkant zitten op de rug twee stekels. Sommige bladluizen in het preparaat hebben twee paar vleugels. Als je deze ziet, kun je ze erbij tekenen. In het lijf van de bladluis zie je eieren of jonge bladluizen of buisjes. Teken deze erbij. Bladluizen zuigen plantensappen met een lange zuigsnuit. Zoek de zuigsnuit. Deze zit aan de kop aan de onderkant. Draai zo nodig het preparaat om. Zoek de ogen en teken deze erbij. Als je goed kijkt, zie je kleine zwarte puntjes in de ogen. Elk puntje is het eigenlijke oog, insecten hebben facetogen

9. Preparaat van een hondenvlo Een hondenvlo is een insect. Deze leeft tussen de haren van de hond en zuigt bloed. Zoek het zwarte oog en teken dit erbij in de tekening hieronder. Bij de mond en in de nek zitten dikke zwarte haren waarmee de vlo zich vast kan zetten. Maak deze zwart in de tekening. Aan het uiteinde van de zes poten zitten lange, kromme haakjes. Teken deze erbij aan de poten. Kijk goed naar de vorm, het zijn twee haakjes. Aan het lijf en aan de poten zitten stevige, lange haren. Ook hiermee zit hij goed vast. Teken de haren aan de poten en aan het lijf op de tekening.

10. Preparaat van een hoofdluis Een hoofdluis is een insect. Hoofdluizen leven op hoofden van mensen tussen de haren. Ze zitten het liefst op donkere, warme, vochtige plekjes zoals achter de oren. Een paar keer per dag prikken ze met hun steeksnuit in de hoofdhuid en zuigen wat bloed. Zoek waar de ogen zitten en teken deze in onderstaande tekening. Kijk naar de achterkant en maak onderstaande tekening hier af. Kijk naar het uiteinde van de pootjes en teken dit. Kijk naar het lichaam en maak de tekening af.

11. Preparaat van plantencellen Op de preparaten van de dieren heb je geen cellen kunnen zien. Daarvoor was de vergroting niet sterk genoeg. Plantencellen kunnen veel groter zijn en zijn dan met onze microscoop wel goed te zien. Plantencellen zijn veel steviger dan cellen van dieren. Plantencellen hebben een stevige, vaak verdikte wand. In het preparaat zie je duidelijk de cellen. Ze vormen een stukje van een varen. Teken de cellen en laat de dikke celwanden goed zien. Je ziet ook kleine groene bolletjes. Dit zijn de voortplantingscellen van de varen. Ook zie je lange cellen. Deze vormen een soort wortels. Er is ook een preparaat van kurk. Hier zie je hele dikke celwanden.