1 PLOTHANDLEIDING 1.1



Vergelijkbare documenten
Een les met WOW - Luchtdruk

Een les met WOW - Temperatuur

NOTEN: 1.* De sectie in deze vorm wordt alleen door automaten gebruikt 2.** Deze groepen worden niet gebruikt door automaten

Een les met WOW - Temperatuur

FM 18-XII BUOY - Rapport van een waarneming van een boei. Codenaam:

WOW-NL in de klas. Les 2 Aan de slag met WOW-NL. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 2 1

Een les met WOW - Luchtdruk

Werkblad:weersverwachtingen

FM 12-X SYNOP - synoptisch weerrapport van een vast landstation

Manieren om een weersverwachting te maken Een weersverwachting kun je op verschillende manieren maken. Hieronder staan drie voorbeelden.

Deel A Vraag Versie BB Versie SB Punten 1 D A 2 Zie Kaart 1, symbool IQ130.4

Maandoverzicht van het weer in Nederland. november 2014

Het weer: docentenblad

Bestemd voor lossingsverantwoordelijken afdeling Zeeland 96

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Tweemaal daags de lucht in. Bovenluchtwaarnemingen

De KNMI-weerballon Bovenluchtwaarnemingen

oppervlakte grondvlak hoogte

Toelichting maandoverzicht van het weer in Nederland

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Een les met WOW - Wind

REKENTECHNIEKEN - OPLOSSINGEN

Leren voor de biologietoets. Groep 8 Hoofdstuk 5

Inzet Schiphol- Oostbaan

Eindexamen havo wiskunde B pilot II

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3

PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Maandoverzicht van het weer in Nederland. december 2015

Beknopt Stormrapport 17 juli 2004

THEMA 4 - WEERSVOORSPELLING

HFDST 6. HET WEER IN ONZE STREKEN

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

Maandoverzicht van het weer in Nederland. juli 2008

Verticale bewegingen ABC ABC

Vakoverstijgend project ONTDEKKINGSREIZEN. Eva Barendregt & Isabelle Blankendaal Lerarenopleiding Wiskunde Docent: Marieke Collins

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

Taxibedrijf RIJKLAAR berekent voor elke taxirit een begintarief van 2,50 en per gereden kilometer 0,90.

groep 7 blok 12 antwoorden Malmberg s-hertogenbosch

Een les met WOW - Wind

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Naam: klas:1 nr: Datum: Lesuur:

Infoplaza BouwSupport

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 21 juni 13:30-15:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

H4 weer totaal.notebook. December 13, dec 4 20:10. dec 12 10:50. dec 12 11:03. dec 15 15:01. Luchtdruk. Het Weer (hoofdstuk 4)

BOUW JE EIGEN WEERSTATION

Data retrieval D.B.R.A. Fokkema. Werkbladen. HiSPARC. 1 Inleiding. 2 Datasets downloaden en bekijken

Meteorologie. Cirrus, cirrocumulus en cirrostratus zijn; A lage bewolking B middenbewolking C hoge bewolking. 1) Altocumulus en altostratus zijn ;

Zorg en Hoop 0.8. Nickerie 0.0 Hoogste waarde Kustgebied: Albina 18.0 Hoogste waarde Binnenland: Laduani 19.6

Maandoverzicht van het weer in Nederland. augustus 2008

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond.

Inhoud 1. Wat voor weer wordt het? 3 2. Het weerbericht 4 3. Temperatuur 5 4. Wind 5. Neerslag 6. Bewolking Filmpje Pluskaarten Bronnen 17

b) Teken op de bijlage welke lampjes van het klokje branden om 19:45:52. Schrijf eronder hoe je dit bepaald/berekend hebt. (3p)

wiskunde CSE GL en TL

Maandoverzicht van het weer in Nederland. februari 2008

Maandoverzicht van het weer in Nederland. september 2008

Advies kennispunt geluid. Gegevens bevoegd gezag: Opsteller/datum: Collegiale toets(indien van toepassing):

Vermogen snelheid van de NXT

Examen HAVO. wiskunde B1,2

Examen Beperkt stuurbrevet

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Voorbeeldexamen Wiskunde B Havo

Richtingen, coördinaten en oriënteren

Het klimaat is het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere tijdsperiode. Meestal wordt hiervoor 30 jaar gebruikt.

Inleiding tot de natuurkunde

Groep 7/8. 0 Hoofstuk. Groep 7/8

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

1 Coördinaten in het vlak

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Noordhoff Uitgevers bv

Transcriptie:

Plothandleiding 1.1 1 PLOTHANDLEIDING 1.1 Inleiding Het goed kunnen lezen van meteorologische berichten ligt aan de basis van alle oefeningen van het weerkamerpracticum en is dan ook onontbeerlijk. Meteorologische berichten worden in het algemeen wereldwijd verzonden en moeten dan ook over de gehele wereld leesbaar zijn. Uit technische overwegingen is het begrijpelijk dat de berichten in een codevorm verzonden worden. Die codes zijn internationaal afgesproken. Er bestaan diverse codetypen in de meteorologie, om allerhande soorten berichten wereldwijd te kunnen verzenden. Zo zijn er codes voor de uurlijkse waarnemingen, zoals die wereldwijd op waarneemstations gedaan worden, te verzenden, codes om de gegevens van de hogere luchtlagen, verkregen uit ballonoplatingen, te verzenden, codes voor de luchtvaart, codes om gehele weerkaarten te verzenden, etc. Elk codebericht moet dus herkenbaar zijn, zodat verwarring uitgesloten is. Bij het weerkamerpracticum maken we gebruik van maar een paar codeberichten, namelijk die van de grondwaarnemingen zoals die door landstations en door schepen gedaan worden. De basiscodevorm hiervan is de zogeheten SYNOP (van synoptisch, dat wil zeggen grondwaarneming). Het bericht staat uitvoerig beschreven in het codeboekje dat in de map zit. Een goede methode om de berichten snel te leren decoderen en te begrijpen, is aan de hand van dergelijke berichten zelf een weerkaart te maken en te analyseren. De grote hoeveelheid berichten in codevorm is onoverzichtelijk, reden waarom de berichten in een kaart 'geplot' worden, dat wil zeggen elk bericht wordt 'geplot' op de plaats van het station waar het van afkomstig is. In zo'n plotje worden allerlei gegevens als temperatuur, luchtdruk, weer, bewolking, dauwpuntstemperatuur, etc. weergegeven, zodat een overzicht ontstaat van het weer op het moment van waarneming (dat moment is steeds voor alle stations gelijk). Door de gegevens in zo'n geplotte weerkaart te analyseren, ontstaat een overzichtelijk geheel, zodat we op grond daarvan uitspraken kunnen doen over het heersende en mogelijk te verwachten weer. In deze handleiding wordt beschreven hoe de gegevens, volgens internationale afspraken, 'geplot' worden in een kaart. We behandelen achtereenvolgens de synop van een landstation en van een schip. 1.2 Synop van een landstation De basisvorm van het SYNOP codebericht voor een landstation is: AAXX YYGGi w IIiii irixhvv Nddff 1snTTT 2snTdTdT d 4PPPP 5appp 6RRRt R 7wwW1W 2 8NhCLCMCH

De regengroep (6RRRt R) wordt niet geplot. De andere groepen worden geplot volgens het plotmodel in figuur 1.1 (linker figuur). 1.2 Figuur 1.1 Plotmodellen: het officiële WMO plotmodel (links) en het door Meteo Consult gehanteerde plotmodel (rechts). Bij het plotten worden de volgende groepen in rood geplot: - temperatuur TT (in hele graden, afgerond), met eventuele minteken (s n=1) - dauwpuntstemperatuur TdT d (idem), met eventueel minteken (s n=1) - de druktendensgroep a en pp als de druk daalt, dus als a >= 5. - het verleden weer, gegeven door W 1. De groep W 2 wordt niet geplot. De plotsymbolen voor C, C, C, ww, a en W staan op bijgevoegde symbolentabel. h m l 1 NB: - Temperaturen bij het plotten afronden op hele graden. - De luchtdruk wordt op tienden van mbar geplot, met weglating van het duizendtal of negenhonderdtal. 1.3 Synop van een schip De SYNOP van een schip is uitgebreider, die bevat nog informatie over de richting en vaart van het schip en eventueel zeewatertemperatuur en golfwaarnemingen. Codevorm: BBXX DDDD YYGGi w 99LaLaL a QcLoLoLoL o irixhvv Nddff 1snTTT 2snTdTdT d 4PPPP 5appp 6RRRt R 7wwW1W 2 8NhCLCMCH 222Dsv s (0snTwTwT w) (1PwPwHwH w) (2PwPwHwH w) Het plotmodel ziet er dan uit als gegeven in figuur 1.2 (volgende bladzijde).

Plothandleiding 1.3 In dit bericht wordt de positie weergegeven door de groepen: - 99LaLaL a, die de geografische breedte geeft in tienden van graden en Figuur 1.2 Plotmodel van een schip. - QcLoLoLoL o, die de geografische lengte geeft in tienden van graden. De Letter Q geeft het aardkwadrant als volgt aan: c Cijfer Breedte Lengte 1 noord oost 2 zuid oost 3 zuid west 4 noord west - De doelvaart wordt gegeven door de groep 222D v : s s Ds richting vs snelheid (knopen) 0 stilliggend 0 stilliggend 1 noordoost 1 1-5 2 oost 2 6-10 3 zuidoost 3 11-15 4 zuid 4 16-20 5 zuidwest 5 21-25 6 west 6 26-30 7 noordwest 7 31-35 8 noord 8 36-40 9 onbekend 9 > 40 1.4 Het plotje AAXX YYGGi w IIiii ----------------------- Dit is de herkenningsgroep voor een landstation met datumtijd en stationsnummer. Deze groepen worden niet geplot. Wel wordt in de kaart linksonder de datumtijdgroep aangegeven (we willen ook later nog weten van welk tijdstip de berichten zijn! Vergeet dit dus niet.) De plotjes worden gewoon op de plaats van het station geplot. w a a a c o o o o BBXX DDDD YYGGi 99L L L Q L L L L ---------------------------------------- Herkenningsgroep voor schepen. Voor schepen geldt dat het plotje op de positie van het schip (zie de positiegroepen) geplot wordt. Ook worden de roepletters (elk schip heeft vier internationale roepletters, gegeven in de groep DDDD).

Nddff (windgroep) ----------------- N Elk plotje begint met het inzetten van de (totale) bedekkingsgraad. Deze wordt geplot (1) als cijfer midden op de positie van het station, of (2) als een symbool (zie Figuur 1.3). Bij N=9 is de bedekkingsgraad niet vast te stellen (bv. door mist). dd Windrichting in tientallen graden. De windrichting is ten opzichte van het ware noorden, dus lokaal oriënteren aan de meridianen, die de richting van het ware noorden aangeven. Schat de richting en teken een lijntje voor het windvaantje. ff windsnelheid in knopen. Elk groter dwarsstreepje komt overeen met 10 knopen, een half dwarsstreepje met 5 knopen. Bij grote windsnelheden (50 knopen of meer) geven we de 50-tallen aan door middel van een gevuld driehoekje. Let op hoe de windsnelheid is opgegeven. Oosteuropese stations geven de wind in meters per seconde en niet in knopen (een knoop is een halve meter per seconde). We plotten echter in knopen, dus vermenigvuldigen met een factor twee. Hoe gemeten wordt, staat in de windindicator i uit de eerste groep. w 1.4 Figuur 1.3 Symbolen voor het plotten van de bedekkingsgraad N. NB: - Als het windstil is, ddff=0000 dan alleen een cirkeltje rond de bedekkingsgraad plotten. - Bij weinig wind (ff <= 2 knopen) en wel een richting, dan alleen een windschacht plotten. - Als snelheid ontbreekt, een kruisje zetten ipv ff, bij zwakke veranderlijke wind (ddff=9903) dan een vaantje met half dwarsstreepje plus kruisje plotten. 1snTTT (temperatuur) -------------------- De temperatuur wordt opgegeven in tienden van graden, waarbij s n aangeeft of de temperatuur boven nul (s n=0) of beneden nul (s n=1) is. We plotten voor de overzichtelijkheid de temperatuur in hele graden, met eventueel minteken. Temperatuur wordt in rood geplot. 2snTdTdT d (dauwpuntstemperatuur) -------------------------------- Wordt op dezelfde wijze geplot als de luchttemperatuur, ook in hele graden en in rood. 4PPPP (luchtdruk) ----------------- De luchtdruk wordt in tienden van millibaren opgegeven, waarbij de honderdtallen (dus de 9 of de 10) worden weggelaten (PPPP=0134 betekent 1013.4 millibar of officieel nu hectopascal). We plotten de luchtdruk wel in tienden van millibaren. Juist die tienden zijn belangrijk. In het voorbeeld hierboven plotten we dan 134.

Plothandleiding 1.5 5appp (luchtdrukverandering) ---------------------------- ppp Deze groep geeft de luchtdrukverandering weer in tienden van millibaren (ppp). We plotten dit in tienden van millibaren. Juist de kleine verschillen in luchtdrukverandering zijn van groot belang. Daarom geheel plotten (behalve de nullen bij bc. ppp = 005). a De a geeft het karakter van de verandering weer (dalend, sterk dalend, stijgend, etc.) Hiervoor plotten we een symbool. De symbolen staan in de symbolentabel in Bijlage 6 van het gele codeboekje van het KNMI. In het geval dat de luchtdruk daalt (a >= 5) plotten we zowel a als ppp in rood. 7wwW1W 2 (aktueel en verleden weer) ---------------------------------- Deze groep geeft een indruk van het algehele weerbeeld, door middel van cijfers. ww Het actuele weer (soms samen met het weer van het afgelopen uur) wordt gegeven door ww. Dit is een cijfer van 00 tot en met 99. Voor de betekenis zie het gele codeboekje. Elk weercijfer wordt in de vorm van een symbool geplot. Zie hiervoor de symbolentabel (gele codeboekje). De ww cijfers 00 t/m 03 plotten we niet. W1 Dit getal geeft, net als W 2, het weer over een aantal voorafgaande uren (aantal uren hangt af van het tijdstip). Deze cijfers worden zo gekozen dat de totale combinatie van deze groep een zo goed mogelijk beeld geeft van het weerbeeld zoals dat zich in die uren heeft ontwikkeld en nu is. Wij plotten alleen het cijfer W 1. Zie hiervoor weer de symbolentabel. NB. er geldt altijd: W >W. 1 2 VV (zicht) ----------- Het zicht (eerste groep) plotten we naast het weer (ww) en geven gewoon het codecijfer. 8NhCLCMC H (bewolking) ---------------------- Bewolking is een belangrijk weerselement. In de berichten worden wolken dan ook uitgebreid opgegeven door een algemene groep, die nog nader gespecificeerd kan worden. Zie het code- H. Voor elke groep plotten we het overeenkomstige symbool en tenslotte onderaan nog de boekje. Wij plotten alleen de eerste wolkengroep 8NhCLCMC combinatie van de bedekkingsgraad van de lage (en middelbare) bewolking, samen met de wolkenbasis (h) uit de eerste groep. Hieronder enkele voorbeelden: NOG ENKELE OPMERKINGEN VOOR HET PLOTTEN - Het gaat er in het weerkamerpracticum om de codes te leren kennen. het plotten is daarbij een hulpmiddel, geen doel op zichzelf. - Meestal moeten andere mensen op jouw werk voortbouwen. Als je slordig bent is het voor anderen moeilijk leesbaar en worden misverstanden in de hand gewerkt. Werk daarom netjes en nauwkeurig. - Zorg dat de plotjes duidelijk leesbaar zijn, maar ook niet te groot uitvallen (dan kunnen er te weinig stations geplot worden). Hanteer als regel dat het plotje ongeveer zo groot moet zijn als een kwartje.

1.5 Voorbeeld Hieronder is (vergroot) een voorbeeld gegeven van een meteorologische waarneming in code van een willekeurig station in Nederland. Van deze waarneming is een plotje gemaakt Waarneming 06260 41575 12224 10107 20072 40147 55007 78065 83524 Plotje 1.6 Figuur 1.4 Voorbeeld van een plotje. Figuur 1.5 Stations in Nederland