JAARVERSLAG 2015 JAARPROGRAMMA 2016

Vergelijkbare documenten
JAARVERSLAG 2016 JAARPROGRAMMA 2017

JAARVERSLAG 2017 JAARPROGRAMMA 2018

DICHTER WONEN, RUIMER LEVEN

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING LOKAAL WOONBELEID CLUSTER IZEGEM (Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Oostrozebeke)

AR-TUR is het centrum voor architectuur, stedelijkheid en landschap in de Kempen.

Warmer wonen. Werkgroep premies. 20 juni 2013

Vier geslaagde praktijkvoorbeelden lokaal woonbeleid. Regionaal woonoverleg 19 maart Leiedal

Doorlooptijden van investeringsprojecten inzake sociale woningbouw Wat kan een overheid doen?

Activiteitenverslag negende werkingsjaar Wonen in de stadsregio!

Infovergadering adviesraden WOONBELEIDSPLAN WOONPLUS LWW. Wetteren 16 mei 2017

ondersteunt uw gemeentelijk detailhandelsbeleid

Persbericht Vlaams volksvertegenwoordiger / Schepen Maldegem Valerie Taeldeman

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten

Visie sociaal wonen. 25 juni 2019

Woonbeleidsplan Bertem samenwerking

Grond- en pandendecreet gereedschapskist voor betaalbaar wonen

Zorgeloos verhuren Infoavond 20 maart 2018

Hoofdstuk 1. Overheden

Inhoudstafel INLEIDING...2

SVK NOORDERKEMPEN VZW

Doenja Lefebure. Wat voorafging

Provinciaal beleid woningdelen

VERSLAG VERGADERING COMMISSIE 4 van dinsdag 28 april 2015om 19:30 uur

Case 1 - BSO-toets: past volgend project binnen het BSO?

Startnotitie Omgevingsvisie Nijmegen

VR DOC.0775/3

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit

Omzendbrief W/2014/01

Good practices: ondersteunend werken bij woonproblemen

Gebiedsgerichte Werking

Het bindend sociaal objectief halen na de arresten van het Grondwettelijk Hof kansen en knelpunten. Jeroen Schreurs Tom Nulens Jeroen Van Pottelberge

Module Grond- en pandenbeleid

Het erkenningsbesluit sociale huisvesting: stimulans voor bewonersparticipatie

Functiebeschrijving: deskundige (m/v)

BIJLAGE 2 WEDERZIJDSE AFSPRAKEN TUSSEN LOGO ANTWERPEN GEMEENTE IN HET KADER VAN GEZONDE GEMEENTE

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

AGENDA u 14.45u Resultaten van de Strategische Verkenning Jan Verheyen, Rebel Group

Verslag aan de Provincieraad

Steunpunt Wonen : van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact

Woningkwaliteit op de private huurmarkt verhogen. Woondag 6 december 2018

Naar een ruimer aanbod van betaalbare private huurwoningen

Opdracht. Hoe? Agentschap Ondernemen bondig voorgesteld. Voorbereiden en uitvoeren van economie- en ondernemingsbeleid:

WONEN VLAAMS-BRABANT Raadscommissie 22 mei 2018 Evaluatie 2017

Beleidsnota Sociale Economie 08/01/2015

Functiebeschrijving: deskundige (m/v)

Actieplan hulp- en dienstverlening aan gedetineerden PI Beveren

RUP Stedelijk Wonen versterkt woonbeleid Stad Gent

Lokaal toewijzingsreglement sociale huurwoningen voor 65-plussers

Verdere informatie is te vinden in de statuten van de vzw, zoals gepubliceerd in het staatsblad van 22/03/2007.

Projectvereniging Kempens Karakter - Statuten

TOEWIJZINGSREGLEMENT VOOR SOCIALE HUURWONINGEN. Standaardregime en eigen gemeentelijk toewijzingsreglement Standaardregime

Stad Gent ondersteunt eerste CLT-project in Vlaanderen op Meulestede

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING

VR DOC.1230/1TER

GEMEENTE LENDELEDE VERSLAG ZITTING RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN 14 FEBRUARI 2019

LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT VOOR OUDEREN STAD ROESELARE

Transitie circulaire economie en stad in een ruimtelijke/stedenbouwkundige context

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit

De gemeente Wingene wil een voldoende en betaalbaar aanbod voor iedereen realiseren.

VISIE Bij tijdelijk gebruik is de eerste vraag hoe een specifieke dynamiek op gang gebracht kan worden Geen definitief eindresultaat voor ogen

1 Algemene inleiding bij de gecoördineerde versie van 2016

SVK Pro. Wonen-Vlaanderen Infosessies voor lokale besturen november & december /12/2018 1

De Vlaamse regering heeft op 25 juni 2010 een besluit goedgekeurd betreffende de beleids- en beheerscyclus (BBC)van de provincies, de gemeenten en de

GEMEENTE KALMTHOUT. Toewijzingsreglement voor sociale huurwoningen. Goedgekeurd door de minister op 14 november 2012

Het Sociaal Verhuurkantoor professioneel partner in het Woonbeleid. Presentatie door. Yannick Claes Sociaal Verhuurkantoor Waasland

Strategisch Project Health Sciences Campus Gasthuisberg. Work shop RWO subsidie RSV 06/09/2011

DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering

achtergrond hoofdstuk 1 Structuurvisie 2020 keuzes van visie naar uitvoering inbreng samenleving achtergrond ruimtelijk en sociaal kader bijlagen

PROCESNOTA RUP BEKINA PROVINCIE: OOST-VLAANDEREN GEMEENTE: KLUISBERGEN. Dossier nr RUP BEKINA DE ONTWERPERS:

Omgevingsvisie Giessenlanden. Plan van aanpak V1.3. Inleiding

10 jaar kernenbeleid Nijlen

Lokaal woonbeleid binnenmilieubesluit

Strategische nota meerjarenplanning

Collectieve Renovatie - het model werkt

TOELICHTENDE NOTA. Vergadering van de gemeenteraad van 22 maart Goedkeuring notulen van de vorige vergadering

Ruimtelijk-economische agenda

Woonbeleid Vlaams-Brabant

Openbaar onderzoek RUP 153 deel B Antwerpsesteenweg-Orchideestraat

(Energetische) renovaties en financiering

Omgevingsvergunning. Actieplan flankerende maatregelen voor lokale besturen. Startschot voor de Vlaamse omgevingsvergunning

ADVIES WIJZIGING BVR SUBSIDIËRING TERREINEN WOONWAGENBEWONERS

De werking van de Beleids-en beheerscyclus

Eén gezin één plan. Meer capaciteit en samenwerking in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ASSENEDE. ONTWERP GRS Bindend deel

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit

college van burgemeester en schepenen Zitting van 19 februari 2016

FUNCTIEBESCHRIJVING. Het afdelingshoofd Technische Zaken staat in voor de algemene leiding van de afdeling technische zaken.

LOKALE UITDAGINGEN Wonen anno 2015

WERKGROEP GEZONDHEID REGIONAAL ZORGSTRATEGISCH PLAN

Visienota CO NOTA CBS EN, 19/6/2013

Kwaliteitsplanning 2014

ACTIVITEITENVERSLAG CNL vzw

Nota Veegplannen 2014 gemeente Valkenswaard

Veerkrachtige dorpen De dorpen van de toekomst?

Word een participatie-expert!

Notitie projecten impulsbudget Samenwerking

Commissie Grondgebonden Zaken 28 juni 2017 Bijlage 2 Nota sociaal wonen

Lerend Netwerk Arbeidsmarktkrapte

Strategische nota meerjarenplanning

DURF2020 ACHTERGRONDINFO

Transcriptie:

JAARVERSLAG 2015 JAARPROGRAMMA 2016

INHOUD 1. Inleiding-------------------------------------------------------- 3 2. De projecten ------------------------------------------------- 4 3. De acties------------------------------------------------------- 25 4. De dossiers---------------------------------------------------- 30 5. De dienstverlening------------------------------------------- 32 6. Bestuursorganen.. 42 2

1 INLEIDING 2015 is het derde jaar in de zesjarige cyclus van het meerjarenplan 2014-2019. Het jaarplan 2016 geeft aan welke initiatieven we vanuit de projectvereniging zullen ondernemen om de ambities van het meerjarenplan (verder) te realiseren. Vermits niet alle initiatieven van eenzelfde orde zijn, maken we een onderscheid tussen projecten, acties, dossiers en dienstverlening. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de projecten die we in 2015 opstarten en/of verderzetten. Projecten zijn gedefinieerd als in de tijd afgebakende processen die omwille van hun complexiteit, schaalgrootte, gefaseerd en resultaatgericht ontwikkeld moeten worden. Verschillende projecten zijn nog in de ontwerpfase, waardoor de concrete resultaten nog niet voldoende afgestemd konden worden. Dat maakt deel uit van de verder te zetten stappen. De resultaten van projecten zijn vaak producten die een meerwaarde moeten leveren voor de betrokken besturen. Hoofdstuk 3 staat stil bij de acties die we volgend jaar willen ondernemen. Acties zijn opgevat als éénmalige initiatieven die een bijdrage leveren aan doelstellingen uit het meerjarenplan. Omwille van hun beperkte aard dienen acties dan ook op een heel andere manier aangepakt en uitgewerkt te worden dan projecten. In hoofdstuk 4 ligt de focus op de dossiers die we vanuit de projectvereniging op de voet volgen en/of zelf zullen uitwerken. Veelal gaat het om (bovenlokale) ontwikkelingen die we nauwgezet opvolgen maar waarbij we de touwtjes niet zelf in handen hebben. Hoofdstuk 5 tenslotte beschrijft beknopt het concrete aanbod aan dienstverlening dat we in samenwerking met de lokale besturen concreet aanbieden aan de inwoners van de stadsregio. 3

2 PROJECTEN 4

2.1. Stadsregionale verdeelsleutel sociale huur- en koopwoningen Kader Dit project kadert binnen het strategisch plan van Stadsregio Turnhout. Strategische doelstelling Beschrijven van de uitdaging We ontwerpen een stadsregionaal monitoringsysteem voor gegevens inzake sociale huisvesting en ontwikkelen een stadsregionale verdeelsleutel inzake sociale huur- en koopwoningen. De gemeentebesturen krijgen in de Vlaamse Wooncode een belangrijke rol toegemeten. De gemeente is - als regisseur van het lokaal woonbeleid - verantwoordelijk voor het uitwerken van haar woonbeleid waarbij onder andere aandacht dient uit te gaan naar het stimuleren van sociale woonprojecten. We stellen echter vast dat de gemeenten vaak onvoldoende of onvoldoende gestructureerde gegevens ter beschikking hebben om deze functie op zich te kunnen nemen. Daarom werken we een stadsregionaal monitoringssysteem uit. Daarnaast voorziet het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid in tal van maatregelen van invloed op de grond- en pandenmarkt. Eén van die maatregelen voorziet in een bindend sociaal objectief per gemeente. Dit objectief legt een aantal te realiseren sociale woningen op per gemeente voor de periode 2009-2020/2025. Een meer optimale spreiding tussen de gemeenten kan mee gerealiseerd worden door een verdeelsleutel uit te werken die gehanteerd kan worden als toetsingskader voor het bindend sociaal objectief. Resultaten We hebben een stadsregionale verdeelsleutel, opgesteld in overleg met en onderschreven door de verschillende gemeentebesturen, die richting geven aan het stadsregionaal beleid inzake sociale huur- en koopwoningen (aanbod en locatie). In 2014 hebben we datagegevens van kandidaat-huurders verzameld en verwerkt in een statistisch programma. Deze datagegevens zijn afkomstig van de sociale huisvestingsmaatschappijen, het sociaal verhuurkantoor, de gemeenten en de kruispuntbank sociale zekerheid. Met deze gegevens hebben wij een eerste keer analyses uitgevoerd. Deze werden door de werkgroep monitoring sociale huisvesting in oktober 2014 kritisch bestudeerd. Er werd nagedacht over de indicatoren en de onderzoeksvragen. De leden van deze werkgroep zijn: Viviane Cornelissen (beleidsmedewerker armoede, OCMW Beerse); Peggy De Wit (Diensthoofd ruimtelijke ordening, Oud-Turnhout); Veerle Claes (GIS-coördinator Turnhout); Bart Huysmans (Huisvestingsambtenaar Turnhout); Tom Bosmans (sociale dienst OCMW Vosselaar); Peter Vanommeslaeghe (Directeur DE ARK) Jan Van Hoeymissen (Directeur bouwmaatschappij De Noorderkempen) Sara Vallers (coördinator sociaal verhuurkantoor Noorderkempen); Joeri Laureys (Wonen Vlaanderen); Marc Boeckx (Stadsregio Turnhout); Hanne Jacobs (Stadsregio Turnhout). Het Kenniscentrum Vlaamse Steden organiseerde in samenwerking met stad Gent en stad Antwerpen op 4 december 2014 een workshop waarin onze case Monitoring sociale huisvesting besproken werd. Tijdens deze bespreking werden een aantal tools aangereikt om in eerste instantie van een beleidsvraag tot een goede onderzoeksvraag te komen en daarnaast te leren omgaan met privacygevoelige data. Deze tools hebben we voorgelegd op een tweede werkgroep die doorging in december 2014. Hierin besloten we om een convenant op te maken met de huisvestingsmaatschappijen om op korte termijn aan de slag te gaan met de analyses. Daarnaast lopen we een traject door bij de Vlaamse toezichtcommissie en de kruispuntbank sociale zekerheid om op lange termijn verder te werken. Tijdens dit overleg besloten we verder om de onderzoeksvraag en de indicatoren nog scherper te stellen zodat de doelstelling en de beleidsvraag duidelijker wordt. Tot slot lopen we een traject door om een datamanagementsysteem te realiseren. Dit gaat verder dan de verdeelsleutel sociale huisvesting en vraagt om een investering vanuit de stadsregio zodat het beleid gevoerd kan worden op basis van de correcte data-informatie. Omwille van de complexiteit van privacy rond gegevens is het niet vanzelfsprekend om meteen resultaten te boeken. Door de opmaak van de convenant en de twee aanvragen kunnen we in de toekomst weloverwogen verder werken met cijfergegevens. In onze beleidsvraag staat opgenomen dat we een prognose willen uitwerken op basis van de gegevens die we verwerven. Die prognose leek ons van belang zodat we tijdig kunnen inspelen op de behoeften en noden met betrekking tot sociale huisvesting. Tijdens de workshop van het Vlaamse kenniscentrum bleek echter dat een prognose opmaken een hele uitdaging zou zijn. Daarom besloten we om de beleidsvraag concreter te maken zodanig dat er minder accent ligt op de prognose. Deze beleidsvraag plaatsen we in een goede onderzoeksvraag waarin duidelijk wordt welke doelstelling we willen behalen. De werkgroep is intussen twee keer samen gekomen en geeft mee input aan het onderzoek. In deze werkgroep zijn 5

al de partijen vertegenwoordigd die op de hoogte moeten zijn van de stappen die we nemen. 1. De werkgroep monitoring sociale huisvesting zal op regelmatige basis samen komen om het onderzoek inhoudelijk mee op te volgen. 2. De convenant wordt ondertekend door de sociale huisvestingsmaatschappijen DE ARK en Bouwmaatschappij De Noorderkempen en door Sociaal Verhuurkantoor (SVK) Noorderkempen. 3. We maken twee aanvragen op om in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. 4. Het datamanagementsysteem, SWING, zal verder vorm krijgen. De convenanten zijn ondertekend waardoor gegevensuitwisseling met DE ARK, De Noorderkempen en SVK Noorderkempen in de toekomst vlot kan verlopen. Tweejaarlijks zullen we een overzicht verkrijgen van anonieme gegevens van kandidaathuurders. Op die manier kunnen we een profiel van kandidaten opmaken om bijvoorbeeld te toetsen welke typologieën van woningen er nodig zijn. Dit kan ingezet worden als toetsingskader op het lokaal woonoverleg waar al de nieuwe woonprojecten van deze drie partners worden besproken. De werkgroep monitoring heeft in 2015 nog tweemaal vergaderd (18 maart 2015 en 10 juni 2015). Doorheen deze vergaderingen hebben we vooral gekeken naar de profielen van kandidaat-huurders en huurders. Deze informatie is zinvol om te toetsen aan typologieën van woningen, maar geeft nog geen helder kader om een effectieve verdeelsleutel uit te werken. Er zijn geen aanvragen ingediend bij de Vlaamse toezichtcommissie en de Kruispuntbank Sociale Zekerheid omdat deze tot op heden geen meerwaarde kunnen betekenen aan de opmaak van een verdeelsleutel. Eind 2015 heeft de Raad van Bestuur de aankoop van een datamonitoringssysteem goedgekeurd. Veerle Claes en Katleen Bols zijn aangesteld als beheerders van het web-gebaseerd systeem. In verschillende projecten, acties en dossiers wordt de behoefte aan gemeentelijke gegevens kenbaar gemaakt. Dit systeem moet een antwoord kunnen bieden op deze vragen. Het datamonitoringssysteem is aangekocht maar het systeem moet nog gevuld worden met data en ook visueel toegankelijk gemaakt worden (aan de hand van presentaties, rapporten). 1. De werkgroep monitoring wordt samengeroepen. 2. Veerle Claes en Katleen Bols volgen de nodige opleiding om het datamonitoringssysteem te kunnen voeden. 3. We zorgen ervoor dat er in elke gemeente een contactpersoon/aanspreekpunt is om enerzijds vragen inzake datainformatie aan ons door te geven en anderzijds om informatie vanuit de organisatie gemeentelijk te kunnen verspreiden. 4. We maken een plan van aanpak op zodat het systeem operationeel en toegankelijk wordt. 2.2. Kader omgaan met verdichting Kader Dit project kadert binnen het project Wonen in de stadsregio! en binnen het strategisch project ruimtelijke ordening. Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging We hebben een visie over hoe we omgaan met verdichting Katleen Bols Verdichting in residentiële woonomgevingen is een gekende problematiek. Er is een dringende nood aan een toetsingskader voor deze gebieden en de rest van het gemeentelijk grondgebied. Resultaten - We hebben een kader om met verdichting om te gaan die past in de vernieuwde visie op woonbeleid. - We geven de activeringsheffing een plaats in de visie van woonreservegebieden. In 2014 hebben we in dit kader een samenwerking opgestart met de faculteit ontwerpwetenschappen van universiteit Antwerpen. Studenten gaan hun masterproef uitwerken op verschillende locaties in de stadsregio. De locaties zijn: Beerse: site gesitueerd aan de Peerdekensstraat Heilaarstraat (onder andere aan de oude gemeentelijke magazijnen) Oud-Turnhout: site gesitueerd aan De Dreven Turnhout: drie sites gesitueerd aan Blijkhoef, Nieuwstad en t Stokt Vosselaar: site gesitueerd aan de N12 Antwerpsesteenweg, Bergstraat, Astridlaan en Dennendreef 6

De studenten werken ontwerpen uit waarin de nieuwe woonconcepten centraal staan. Deze zijn nieuwe woonvormen, levenslang wonen en verdichting. Dit kan dienen als een eerste toetsingskader. In actie 3.1 gaan we verder aan de slag rond slimme vormen van verdichting alsook nieuwe woonvormen. Deze doelstelling past in het kader van actie 3.1. De faculteit ontwerpwetenschappen van de universiteit Antwerpen heeft in de stadsregio enkele sites toegewezen gekregen waarrond studenten van het laatste jaar hun thesis uitwerken. In de opdracht voor de studenten staat dat zij op deze sites moeten werken met nieuwe vormen van verdichting, nieuwe woonvormen en levenslang wonen. Intussen heeft er op 28 november 2014 een eerste tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Bij deze evaluatie was het de bedoeling dat studenten een eerste analyse en een mental map opmaakten van de site die zij bestuderen. Uit deze analyses blijkt dat de studenten de lat hoog hebben gelegd. 1. De Universiteit van Antwerpen werkt ontwerpen uit die we gebruiken om verder een kader te ontwikkelen rond verdichting. 2. Volgende tussentijdse evaluatie staat gepland op 27 maart 2015. Op deze evaluatie is het de bedoeling om de eerste ontwerpen van de studenten te bekijken. 3. We gaan na welke instrumenten een gemeente ter beschikking heeft en kan inzetten om haar beleid omtrent verdichting in de praktijk om te zetten. We ondersteunen de gemeenten bij het uitwerken van deze instrumenten. Op 27 maart 2015 was de tussentijdse evaluatie. De studenten hebben hun ontwerpen voorgesteld aan de jury en aan de stedenbouwkundigen van de vier gemeenten. Met de feedback konden de studenten tot 17 juni hun ontwerp herwerken tot een definitief voorstel. Op 17 juni is de eindevaluatie doorgegaan. De ontwerpen werken zeer inspirerend. We hebben deze uitgewerkt in de tentoonstelling DICHTER WONEN, RUIMER LEVEN die kadert in het project WoonLabo (zie actie 3.1). Er is een eerste aanzet opgemaakt van een instrument gebaseerd op de ontwerpen van de universiteit Antwerpen. Dit instrument biedt ondersteuning aan de stedenbouwkundigen om in gesprek met eigenaars en/of ontwikkelaars van een project te inspireren. Dit instrument is besproken op het Conceptteam Ruimtelijke Ordening maar is nog onvoldoende uitgewerkt om in te zetten in de praktijk. Het wordt verder verwerkt tot een inzetbaar instrument. De inhoud is tot op heden vooral gebaseerd op het ontwerpend onderzoek maar zal in de toekomst verruimd worden met inspirerende inhoud aangeleverd vanuit het WoonLabo (zie actie 3.1). Het instrument wordt verder uitgewerkt en besproken op het Conceptteam Ruimtelijke Ordening De visie op verdichting wordt verder uitgewerkt in het WoonLabo door middel van een draaiboek over gebiedsgerichte ontwikkelingen 7

2.3. WoonLabo Kader/situering Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging Dit project kadert in de ambitie om de troeven van de stadsregio in de kijker te zetten en veelzijdig wonen te promoten. We zetten in op de troeven van de stadsregio om het veelzijdig, betaalbaar en duurzaam wonen uit te bouwen en te promoten. Marc Boeckx Uit de bevolkingsprognoses blijkt dat het aantal inwoners in de stadsregio zal stijgen waardoor slimme vormen van verdichting en nieuwe woonvormen een actuele plaats krijgen op de agenda. Onder de titel WoonLabo Stadsregio Turnhout maken we een activiteitenprogramma op waarin doelpublieken gestimuleerd worden om te experimenteren rond nieuwe woon- en leefconcepten. De doelpublieken die we aanspreken zijn beleidsmakers, burgers en stakeholders. Resultaten - We maken een gezamenlijk handelingskader op die richting en ondersteuning biedt aan initiatieven rond nieuwe woonconcepten - (potentiële) inwoners staan stil bij de eigen wooncarrière en de huidige wooncultuur en krijgen interesse om deel te nemen aan en te investeren in een leven in de stadsregio - Het lerend netwerk inspireert stakeholders om creatief om te gaan met nieuwe vormen van verdichting en woonconcepten. In 2014 hebben we aan de hand van gesprekken met ambtenaren en mandatarissen in de stadsregio, een visietekst ontwikkeld om het woonbeleid een nieuwe richting te geven. Deze visietekst richt zich op het doelpubliek (her)-starters en jonge gezinnen. Voor dit doelpubliek willen we de troeven van de stadsregio in de kijker zetten en gaan we activiteiten organiseren zodanig dat zij gaan nadenken over hun eigen wooncarrière en de huidige wooncultuur. Deze visietekst werd besproken tijdens een extra stuurgroep wonen georganiseerd op 24 oktober 2014. Vanuit deze stuurgroep werd duidelijk dat de ambitie niet enkel ligt op het wonen in de stadsregio, maar meer op het leven in de stadsregio. Op de stuurgroep werd dit concreet benoemd als regiobranding. Om hier mee aan de slag te gaan concludeerde de stuurgroep dat het van belang is om voldoende middelen ter beschikking te stellen om hier daadwerkelijk mee aan de slag te kunnen gaan. De afspraak werd gemaakt dat Stadsregio Turnhout op zoek zou gaan naar mogelijkheden ter financiering van deze ambitie. Intussen startte de universiteit van Antwerpen het ontwerpend onderzoek op. De uiteindelijke doelstelling is dat we de resultaten uitwerken tot een kwalitatieve tentoonstelling. Hiervoor zochten we ook een manier tot financiering. Daarnaast eindigde het traject van gewoontebreker te Beerse waar men vond dat het traject nog niet volledig afgerond kon zijn. Dat kwam doordat op beleidsmatig niveau en bij stakeholders te weinig weerslag gevonden werd. Om financiering te vinden voor (1) regiobranding, (2) de tentoonstelling en (3) verderzetting traject gewoontebreker op groter schaalniveau, gingen we in een overleg met de provincie Antwerpen. Daar werd duidelijk dat we deze activiteiten samen kunnen nemen om een aanvraag in te dienen bij de provincie voor een impulssubsidie verspreid over drie jaar. Het project dat we uitschrijven heeft tot doelstelling een gezamenlijk handelingskader te ontwikkelen rond slimme vormen van verdichting en nieuwe woonconcepten. Dit willen we ontwikkelen door een traject af te leggen met de administraties, (potentiële) inwoners en stakeholders. Het projectdossier wordt opgemaakt door Stadsregio Turnhout in samenwerking met AR-TUR en Universiteit Antwerpen. Het voorstel is dat dit project loopt over drie jaar startend vanaf 1 mei 2015 tot 30 april 2018. 1. De projectaanvraag leggen we voor aan het dagelijks bestuur, de raad van bestuur en de gemeenteraden. 2. Bij goedkeuring versturen we de aanvraag ten laatste op 28 februari 2015 naar provincie Antwerpen 3. Na goedkeuring starten we het project op vanaf 1 mei 2015. Financieel: Het project WoonLabo is in 2015 goedgekeurd door de provincie met een subsidiebedrag van 35.000 geldig tot december 2015. In 2015 is er een nieuwe aanvraag ingediend voor de periode van januari 2016 tot december 2016. Die aanvraag werd eveneens goedgekeurd ( 30.000). Deze ondersteuning is slechts tijdelijk. Daarom werd er vanaf de start van het project intensief gewerkt naar andere financiële ondersteuners. Op Europees niveau is er een dossier ingediend in samenwerking met partners vanuit Nederland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België. De samenwerking is gecoördineerd en gefaciliteerd door zowel een Belgisch als Nederlands consultancybureau. 8

Deze samenwerking verliep niet vlot. De doelstelling en inhoud van het dossier zijn in de laatste week nog volledig aangepast. Het dossier is in februari 2016 negatief geëvalueerd. Gezien de moeizame samenwerking zal dit wellicht geen vervolgverhaal krijgen. Bij OVAM is er een specifiek projectidee ingediend over kleinschalig bouwen. Dat is in december 2015 positief bevonden. We werken dit verder uit naar een definitief voorstel in december 2016. Deze subsidieverlener zal niet de volledige kosten van het WoonLabo dekken. Inhoudelijk: Op 8 april 2015 is het WoonLabo officieel opgestart met de partners AR-TUR en Kamp C. Maandelijks komt de kerngroep van het WoonLabo samen om inhoudelijk een programma uit te werken. De kerngroep wordt vertegenwoordigd door Stadsregio Turnhout, AR-TUR, Kamp C en provincie Antwerpen. Door de onzekere financiële ondersteuning werkt het WoonLabo ad hoc activiteiten uit samen met partners zoals universiteit Antwerpen en universiteit Hasselt. Ad hoc wil zeggen dat er geen lange termijnprogramma uitgewerkt wordt en dat we inspelen op vragen vanuit onze partners of andere organisaties. Voor 2015 bestond het programma uit volgende activiteiten en initiatieven: - 16 juni 2015: Voorstelling gewoontebreker en WoonLabo op Provinciale milieudag te Ekeren - 17 juni 2015: Eindevaluatie onderzoek Universiteit Antwerpen: studenten architectuur ronden hun onderzoek rond verdichting, nieuwe woonvormen en levenslang wonen in de stadsregio af. De resultaten zijn inspirerend en worden in de zomerperiode 2015 verwerkt tot een tentoonstelling. - 31 augustus en 5 september 2015: Wijk voor één dag in samenwerking met universiteit Hasselt o 31 augustus: Gecoro-workshop: Welke types van verkavelen kunnen we toepassen op een geselecteerd o binnengebied in Beerse? 5 september: Wijk voor één dag: We bouwen het type verkaveling dat op 5 september gekozen wordt, op ware schaalgrootte uit met bamboestokken. - 7 oktober 2015: Voorstelling WoonLabo tijdens symposium rond wonen georganiseerd door provincie Antwerpen in het Zellienpand te Turnhout. - Tentoonstelling DICHTER WONEN, RUIMER LEVEN o o Locatie Zellienpand (Patersstraat, Turnhout): 11 oktober 2015: tentoonstelling geopend op dag van de architectuur 31 oktober en 1 november: extra opening tentoonstelling Locatie Sint-Jozefkerk (Vosselaar): 12 november 2015: Officiële opening tentoonstelling DICHTER WONEN, RUIMER LEVEN Extra openingen mét uitgewerkte rondleiding voorzien op 16 december, 20 januari en 31 januari - 20 oktober 2015: Opening tentoonstelling Verkavelingsverhalen van de universiteit Hasselt. De activiteit Wijk voor één dag is één van de vijf cases die tijdens deze tentoonstelling wordt voorgesteld. - 27 oktober 2015: Trefdag Stadsregio Turnhout: Over wonen in een specifieke woonomgeving - November - december: Uitwerking spel WoonSalon met centrale vraag: Wonen in de toekomst, wat betekent dat voor mij? - 17 november 2015: Voorstelling WoonLabo tijdens netwerkmoment AR-TUR - 19 november 2015: Toelichting project WoonLabo bij OVAM De doelstelling van het WoonLabo is draagvlak creëren voor nieuwe woonvormen, slim ruimtegebruik en een hoogwaardige leefomgeving. In het stadsregionaal WoonLabo werken we actief met denkoefeningen die leiden tot verbeelding van toekomstige woonconcepten rond wonen in de toekomst. Via een co-creatieve aanpak versterken we het draagvlak bij een breed publiek ((nieuwe) inwoners, beleidsmakers en professionals). Steeds meer mensen vinden de weg naar het WoonLabo met vragen over wonen in de toekomst, onze activiteiten kenden reeds een 700-tal deelnemers. Zowel het effect op beleid als op het maatschappelijk denken is op dit moment nog beperkt. De conceptuele oefeningen werken meer inspirerend dan initiërend. WoonLabo wil daarom meer ondersteuning bieden in de effectieve realisatie van vernieuwende leef- en woonconcepten. Met het WoonLabo is er een directe link tussen het beleid en de professionele sector. Zaken zoals vergunningen, regelgeving en financiering worden kwalitatief uitgewerkt en bieden een kader voor nieuwe woonvormen voor de stedenbouwkundigen van de gemeenten in de stadsregio. Deze ambitie vraagt een netwerk waarin expertise, over de verschillende thema s heen en over de grenzen van de vier gemeenten heen, uitgewisseld en gebundeld worden. De overgang naar deze ambitie en doelstelling van het WoonLabo heeft een constante financiële input nodig om op lange termijn kwalitatief werk te leveren. We werken een beleidsnota uit met de ambitie van het WoonLabo die meer ondersteuning kan bieden in het realiseren van (ver)nieuwe(nde) woon- en leefprojecten. Deze nota zal in het najaar 2016 ter goedkeuring voorgelegd worden aan het dagelijks bestuur, de raad van bestuur en vervolgens de 4 gemeenteraden. In dit kader wordt er tegen september 2016 een begroting uitgewerkt. De projectaanvraag kleinschalig bouwen bij OVAM wordt verder uitgewerkt. Dit zal verlopen in overleg met de bevoegde schepenen van wonen en ruimtelijke ordening. Het wordt in oktober en november ter goedkeuring voorgelegd aan het 9

dagelijks bestuur en de raad van bestuur om vervolgens op 1 december in te dienen bij OVAM. We werken een programma uit voor 2016 in Oud-Turnhout. Dit programma heet MIJN WIJK. In dit programma organiseren we denkoefeningen over een bestaande klassieke verkaveling en hoe deze volgens de bewoners aangepast kan worden aan de noden in de toekomst. De tentoonstelling DICHTER WONEN, RUIMER LEVEN zal een plaats krijgen in het stadhuis in Turnhout. We werken hiervoor een programma uit met specifieke aandacht voor activiteiten gericht naar beleidsmakers. Het WoonLabo gaat het spel WoonSalon verder uitwerken in samenwerking met vakleerkrachten aardrijkskunde op maat van de 3 e graad in het secundair onderwijs. 2.4. Kader omgaan woonreservegebieden Kader Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging Dit project kadert binnen het project Wonen in de stadsregio! en binnen het strategisch project ruimtelijke ordening. We hebben een visie over de woonreservegebieden met duidelijke criteria over de eventuele aansnijding en invulling van deze gebieden. Katleen Bols De vier gemeenten hebben onderling afgesproken om de woonreservegebieden tot 2015 niet aan te snijden aangezien er nog voldoende binnengebieden beschikbaar zijn. Tegen eind 2015 moeten er nieuwe criteria komen die aangeven of er al nood is aan het aansnijden van deze woonreservegebieden. Het ter beschikking krijgen van accurate gegevens zoals het register onbebouwde percelen (ROP) via de gemeenten is cruciaal om goede criteria te kunnen opstellen. Resultaten - We beschikken over een geactualiseerde nota. - We beschikken over een gedeelde langetermijnvisie op de ontwikkeling van het stedelijk gebied in het kader van wonen. In 2014 werd aan de gemeenten gevraagd om het register van onbebouwde percelen (ROP) op te maken of te actualiseren. In Beerse en Turnhout is het ROP volledig opgemaakt. In Vosselaar zal het ROP afgewerkt zijn in het voorjaar van 2015 en in Oud- Turnhout zit de opmaak nog in een startfase. Ondertussen is het ook duidelijk dat drie gemeenten de visie hebben om de woonreservegebieden niet aan te snijden. De gemeente Beerse is een andere mening toegedaan. Belangrijk is om nu gezamenlijk beleid te voeren en stadsregionaal een langetermijnvisie uit te schrijven. 1. Er ontbreekt nog data (ROP) om de nota woonreservegebieden te kunnen actualiseren. 2. Hoe we kunnen omgaan met de woonreservegebieden gaat verder dan een louter wiskundige oefening. Er is nood aan een langetermijnvisie op wonen en op de woonreservegebieden in kader van een gezamenlijk beleid. Dit vereist dat we stadsregionaal denken over de ontwikkeling van het stedelijk gebied in het kader van wonen. 1. We verzamelen de nodige data, nodig om de nota te actualiseren: a. ROP: In Vosselaar wordt het ROP goedgekeurd (maart 2015), in Oud-Turnhout wordt het ROP opgemaakt en goedgekeurd (zomer 2015). b. De toekomstige woonbehoefte. 2. We werken een langetermijnvisie op de ontwikkeling van het stedelijk gebied in het kader van wonen, die verduidelijkt wanneer woonreservegebieden aangesneden kunnen worden en welke invulling van wonen ze zouden kunnen krijgen. Begin 2015 zijn we gestart met het verzamelen van de nodige data. Het doel is om een nota op te maken die de centrale vraag beantwoord: kan er een behoefte aangetoond worden om de reservegebieden voor stedelijk wonen aan te snijden? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, hebben we gegevens gebruikt om enerzijds een schatting te maken voor de vraag naar het aantal wooneenheden en anderzijds een schatting voor het aanbod aan wooneenheden. We maken een analyse voor de periode 2015-2024. We maken een schatting voor het te verwachten minimale aanbod aan wooneenheden op basis van gegevens over: Het aantal onbebouwde percelen gelegen aan uitgeruste weg gelegen in het regionaalstedelijk gebied Turnhout; Het overzicht van projectgebieden voor woonprojecten gelegen in het regionaalstedelijk gebied Turnhout (oppervlakte, 10

fasering ). We maken een schatting voor de te verwachten maximale vraag naar wooneenheden op basis van gegevens over: Het aantal uitgekeerde stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwe woongelegenheden in de gemeenten van het regionaalstedelijk gebied in de periode 2005 tot en met 2014; Toename van het aantal huishoudens op het grondgebied van de vier leden van het regionaalstedelijk gebied in de periode 2005-2014; Prognose van het aantal huishoudens op het grondgebied van de vier leden van het regionaalstedelijk gebied in de periode 2015-2024. Er is enerzijds een schatting gemaakt van het minimale aanbod aan gronden voor nieuwe woongelegenheden, zijnde 4.934. Anderzijds is er een schatting gemaakt van de maximale vraag naar gronden voor nieuwe woongelegenheden, zijnde 3.283. Wanneer we het minimale aanbod vergelijken met de maximale vraag op het niveau van het regionaalstedelijk gebied Turnhout, blijkt dat er nog voldoende aanbod is om aan de vraag te voldoen gedurende de periode 2015-2024. De nota woonreservegebieden 2015: advies bij aanvragen tot het ontwikkelen van de reservegebieden voor stedelijk wonen is voorbereid door het conceptteam Ruimtelijke Ordening en uitgewerkt in nauwe samenwerking met de stedenbouwkundig ambtenaren van de gemeenten van de stadsregio. Op 18 september 2015 heeft de stuurgroep wonen de nota goedgekeurd. In november is de nota positief geadviseerd door het Dagelijks Bestuur en de Raad van Bestuur van Stadsregio Turnhout. De nota is begin 2016 klaar om goedgekeurd te worden door de gemeenteraden van Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar. Omdat er nog voldoende beschikbare gronden zijn in het regionaal stedelijk gebied Turnhout, is er geen nood om de woonreservegebieden aan te snijden op korte en middellange termijn. Anderzijds blijkt dat op het niveau van de gemeente Beerse op middellange termijn een tekort aan gronden kan ontstaan binnen het regionaalstedelijk gebied. De vraag is echter geschat voor het gehele grondgebied, en niet enkel voor het regionaalstedelijk gebied. Toch is dit een indicatie dat de voorgaande analyse op regelmatige tijdstippen moet herhaald worden zodat er een aanbodbeleid kan gevoerd worden. De toegevoegde alinea met betrekking tot situatie in Beerse wordt verfijnd. De nota wordt geagendeerd ter goedkeuring op de gemeenteraden van Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar. 2.5. Integrale benadering versterking zwakke huurder Kader Dit project kadert binnen het project Wonen in de stadsregio!. Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging Resultaten We werken een integrale benadering uit met als doel het verbeteren van de positie van de zwakke huurder en de discriminatie op de privé-huurmarkt wordt tegengegaan. Katleen Bols In het projectdossier Wonen in de stadsregio! hebben de gemeenten ervoor geopteerd om te werken rond de activiteit: het verbeteren van de positie van de zwakke huurder. Zo is er een actie ingeschreven om de verplichte affichering van huurprijzen afdwingbaar te maken. We voeren acties uit die kaderen binnen de integrale benadering om de positie van de zwakke huurder te versterken. 11

Op basis van een literatuurstudie stelden we een SWOT-analyse op met de medewerkers van de loketdiensten, de beleidsmedewerkers en de medewerkers leegstand en woningkwaliteit. Deze SWOT-analyse werd teruggekoppeld op de stuurgroep wonen waaruit de doelstelling kwam om met verschillende actoren uit de welzijnssector aan tafel te gaan zitten. Huurderbond organiseerde in het najaar een eerste overleg met verschillende partners uit het werkveld. Dit overleg gaat verder dan woningkwaliteit en is een kans om meer te werken rond de zwakke huurder in samenwerking met het werkveld. We gaan deze uitdaging niet uit de weg maar we stellen vast dat deze uitdaging bestaat uit verschillende facetten waarop we niet altijd veel impact hebben. 1. We volgen het overleg met de huurdersbond en de lokale actoren verder op. 2. We stellen vast dat er een gebrek is aan gegevens om de integrale benadering adequaat uit te werken. Daarom zullen we de nodige gegevens stadsregionaal trachten te monitoren. We maken hier onder andere een koppeling met de verdeelsleutel en de monitoring sociale huisvesting. 3. We selecteren acties uit de SWOT-analyse en toetsen die af op wenselijkheid en haalbaarheid en we gaan hiermee aan de slag. 4. Afhankelijk van deze studie stellen we een stappenplan op. In 2015 is er geen vervolg geweest op het overleg met de Huurdersbond. Er zijn wel concrete stappen gezet om data stadsregionaal te monitoren (zie 2.1 realisaties 2015). De SWOT-analyse is integraal teruggekoppeld op de stuurgroep wonen in 2014. Er zijn enkele concrete acties benoemd waarop we willen inzetten: We wensen meer cijfers op gemeentelijk niveau en bijgevolg zetten we in op monitoring. Dit kunnen we concreet maken door het aangekochte datamonitoringssysteem SWING (zie 2.1). We werken het leegstandsbeleid uit waarbij we een heffing toepassen voor leegstaande woningen/gebouwen en tweede verblijven, waarbij we onder andere een leegstandsbrochure opmaken, met aandacht voor verhuren via het SVK. We promoten de werking van het SVK. We ondersteunen de sociale huisvestingsmaatschappijen bij het uitwerken van projecten bescheiden wonen. We promoten de Energielening en het sociaal dakisolatieproject. We stimuleren de kwaliteit van de woningen door onze dienstverleningen (premies, Energielening, huursubsidie ). We nemen deel aan het proefproject herhuisvesting. We onderzoeken de voor- en nadelen van het verplicht maken van het conformiteitsattest. We werken een brochure uit over de rechten en plichten van huurders en verhuurders. Een integraal stappenplan is momenteel nog niet uitgewerkt. Doch zijn er concrete acties benoemd om verder op in te zetten. We zetten in op onze dienstverlening (premies, Energielening, huursubsidie, huurpremie ) en zorgen ervoor dat deze is afgestemd op de dienstverlening van externe partners, zoals SVK Noorderkempen, de sociale huisvestingsmaatschappijen, OCMW. We promoten het SVK. We zetten in op instrumenten die een mogelijks (in)direct effect hebben op de private huurmarkt (heffing op leegstaande woningen en gebouwen, heffing op tweede verblijven, conformiteitsattest ). We inventariseren de private huurmarkt. 2.6. Synergie Wooninfopunt en loket huisvesting Kader Dit project kadert binnen het project Wonen in de stadsregio!. Strategische doelstelling Contactpersoon We ontwikkelen een model voor meer synergie zodat de werking van het Wooninfopunt en het loket huisvesting nog beter op de gemeentelijke dienstverlening afgestemd kan worden. Katleen Bols 12

Beschrijven van de uitdaging Het project Wonen in de stadsregio! zit in de tweede subsidieperiode, namelijk de periode 2012-2015. De projectsubsidie bestaat momenteel uit een subsidie voor 60 % van de personeelskosten. Nadien is nog eenmaal een verlenging mogelijk voor de periode 2015-2018, zij het voor de helft van het gesubsidieerde bedrag, namelijk 30 % van de personeelskosten. In 2018 loopt het project ten einde. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, zoeken we synergiën zodat de werking van het Wooninfopunt en het loket huisvesting nog beter op de gemeentelijke dienstverlening afgestemd kunnen worden. Resultaten Onder de vorm van een geïntegreerde dienst wonen hebben we een efficiënter Wooninfopunt en loket huisvesting, dat beter is afgestemd op de andere gemeentelijke dienstverlening. In 2014 hebben we 2.048 unieke klanten verder geholpen, waarvan 1.207 in Turnhout wonen, 232 in Beerse, 228 in Oud- Turnhout en 184 in Vosselaar. Dit resulteerde in 5.752 klantencontacten en 7.365 acties. Meer cijfers zijn beschikbaar in de werkingsverslag van vijfde werkingsjaar van het project Wonen in de Stadsregio. De cijfers over de ECO-lening komen verder nog terug. Het plannen van de bouwadviezen van Kamp C loopt moeizaam. In 2014 is het slechts 2 keer doorgegaan en werden er 5 bouwadviezen gegeven, terwijl er 84 afspraken gemaakt konden worden. We onderzoeken op welke manier we deze dienstverlening opnieuw leven kunnen inblazen. De nieuwsbrief Wonen in de Stadsregio, gericht aan doorverwijzers en intermediairen, werd twee keer verzonden naar 228 abonnees. In totaal kwamen 12 items aan bod. We organiseerden één infoavond op 24 januari gericht naar verhuurders (60 aanwezigen). We gaven informatie over verhuren via een sociaal verhuurkantoor en over dakisolatie. We promoten de dienstverlening rond wonen en de ECOlening in het bijzonder op de markt van Beerse op 30 april en op de jaarlijkse bloemenmarkt in Turnhout op 18 mei. Daarnaast ontvingen we twee keer een groep langdurig werklozen in het kader van een trajectbegeleiding van vzw Web. Aan de deelnemers gaven we een overzicht van de gehele dienstverlening rond wonen. Het Wooninfopunt is in vijf jaar uitgegroeid tot een vaste waarde en wordt in elke gemeente (door ambtenaren en mandatarissen) gezien als een meerwaarde en een noodzakelijke aanvulling op de andere gemeentelijke dienstverlening. We continueren onze dienstverlening en zetten in op de acties die zijn opgenomen in het subsidiedossier Wonen in de stadsregio!. Ondertussen streven we naar een structuur voor een geïntegreerde woondienst (cf. project 2.4). In 2015 werd een team loket opgericht met alle loketmedewerkers aangevuld met de projectcoördinator wonen. Het team komt maandelijks samen om de loketmomenten in te vullen en intervisie te houden. Ook is dit een moment waarop we inhoudelijk kunnen stilstaan bij wijzigende wetgeving die van belang is voor de loketwerking. In aanvulling van het vaste verdeelschema van de loketuren kunnen de medewerkers op elke locatie voor elkaar inspringen. Met DE ARK, Sociaal Verhuurkantoor Noorderkempen, OCMW Turnhout en de loketmedewerkers werd een periodiek overleg gestart, wat resulteerde in een gezamenlijk inschrijvingsformulier voor sociale huisvesting. Operationeel hebben we 2.150 unieke klanten verder geholpen, waarvan er 1.258 in Turnhout wonen, 255 in Beerse, 248 in Oud-Turnhout en 194 in Vosselaar. Dit resulteerde in 5.424 klantencontacten en 6.804 acties. Meer cijfers zijn beschikbaar in de werkingsverslag van zesde werkingsjaar van het project Wonen in de Stadsregio. De cijfers over de Energielening komen verder nog terug. Bouwadvies door Kamp C werd stopgezet wegens te weinig succes. Er wordt naar een oplossing gezocht om via een andere formule deze dienstverlening aan te bieden. Een idee was om het bouwadvies op een zaterdag te organiseren. De voorbereidingen omtrent het organiseren van een beurs worden genomen. We plannen een beurs in het voorjaar van 2016 en richten ons naar bouwers en verbouwers. Hier kunnen we zelf aanwezig zijn vanuit onze loketwerking (premies) en de Energielening. Ook Kamp C zou bouwadvies kunnen verlenen en enkele infosessies organiseren. Anderzijds denken we er ook aan om bedrijven en organisaties erbij te betrekken. De nieuwsbrief Wonen in de Stadsregio, gericht aan doorverwijzers en intermediairs, werd twee keer verzonden naar respectievelijk 228 en 222 abonnees. In totaal kwamen 11 items aan bod. We organiseerden twee infoavonden. Eentje in het kader van de inventarisatie leegstand op 1 oktober (+/- 30 aanwezigen) 13

en een infoavond over de nieuwe renovatiepremie op 17 november met ongeveer 130 aanwezigen. We gaven op die avond eveneens informatie over verhuren via een sociaal verhuurkantoor en over dakisolatie. Ondanks een identieke dienstverlening en de inzetbaarheid van de loketmedewerkers op de verschillende locaties, dekken nog steeds twee vlaggen dezelfde lading: Wooninfopunt versus het loket huisvesting. Medewerkers die dezelfde taak uitvoeren, worden tewerkgesteld in twee aparte organisaties en bijgevolg ook anders geëvalueerd en opgevolgd. Organiseren van een (ver)bouwbeurs alles over energiezuinig wonen. Continuering van de dienstverlening rond wonen. Verdere synergie van de woondienst, uitdenken van een gemeenschappelijke naam en bekijken binnen welke kaders en structuren de dienst het best kan ingebed worden (zie project 2.4) 2.7. Samenwerking omgevingsvergunning Kader Het project kadert in het strategisch plan 2014-2019 van Stadsregio Turnhout en de nieuwe regelgeving m.b.t. de omgevingsvergunning. Contactpersoon Beschrijven de uitdaging van Marc Boeckx Naar aanleiding van de nieuwe regelgeving m.b.t. de omgevingsvergunning en op basis van de analyses van het strategisch project ruimtelijke ordening werd de nood gesignaleerd om de krachten meer te bundelen op het vlak van de samenwerking tussen de diensten ruimtelijke ordening en milieu (hefboom 6). Centrale doelstelling is de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners bestendigen en versterken. Om het project te faciliteren werd beroep gedaan op de diensten van het consultancybureau Möbius. De opdracht was om binnen het nieuwe wettelijke kader van de omgevingsvergunning na te gaan welke taken, functies en rollen stadsregionaal best ingepast worden in een uit te tekenen structuur en welke communicatielijnen er moeten zijn met de taken, functies en rollen in de gemeenten. Het traject o.l.v. Möbius werd eind 2015 stopgezet en niet succesvol afgerond. Redenen : - De aanpak (proces) was onvoldoende sterk om alle betrokkenen op één lijn te krijgen; - Voor een aantal leden uit het projectteam was het onduidelijk welk mandaat er was afgesproken, waardoor de bal opnieuw in het kamp van de colleges en het dagelijks bestuur werd gelegd; - Op basis van een discussietekst die Möbius had opgesteld, werd ook de breuklijn tussen de gemeenten duidelijker, waarbij Vosselaar zich distantieerde van het proces; Vervolgens werd het proces met de drie andere gemeenten op een andere leest geschoeid. Om de samenwerking vlot te trekken, werd eerst afgesproken dat een aantal principes gedeeld moesten zijn. Eerst en vooral moet het mogelijk woden om plaats-en tijdsonafhankelijk te werken, moet taakherverdeling mogelijk zijn en moet het georganiseerd gebeuren, wat een stadsregionale coördinatie impliceert. Met die principes zijn de diensten RO en milieu opnieuw aan de slag gegaan. De projectvereniging faciliteert het proces. Voor Vosselaar blijft het steeds mogelijk indien de gemeente dat wenst opnieuw in te stappen in het processen en/of de producten van de samenwerking te gebruiken. - De werkgroep zal maandelijks bijeenkomen en een werkagenda opstellen. - De bijeenkomsten zetten in op : Kennis-en ervaringsuitwisseling Afstemmen van de werking via standaardiseren van documenten, sjablonen Uitwerken van gedeelde visies (omgaan met reclame in openbare ruimte, ) 14

Project 2.8. Stadsregionaal gezamenlijk duurzaam aankoopbeleid voeren Kader Dit project kadert binnen het strategisch plan van Stadsregio Turnhout. Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging We willen een gezamenlijk aankoopbeleid ontwikkelen, dat gestoeld is op de principes van duurzaam ondernemen. Magali Decloedt Elke lokaal bestuur voert een eigen aankoopbeleid, al dan niet met een eigen aankoopdienst. Door samen aan te kopen kunnen 1) de kosten gedrukt worden en 2) hierdoor ruimte gecreëerd worden om duurzame criteria op te nemen in overheidsopdrachten en andere aankopen. In 2014 zijn de eerste stappen gezet om aankopen gezamenlijk aan te pakken. In eerste instantie zijn we op zoek gegaan naar goede voorbeelden van gezamenlijke aankopen. We nodigden Achtkant, het samenwerkingsverband van 12 gemeenten met Heist-op-den-Berg als trekker, en IOK uit tijdens een samenkomst van de werkgroep. De leden van deze werkgroep zijn: - Wouter Cools (aankoper, gemeente Beerse) - Stef Vanherck (gemeente Oud-Turnhout), - Jan Claes (aankoper, stad Turnhout) - Luc Debondt (schepen, stad Turnhout) - Marc Crommen (aankoper, OCMW Turnhout) - Bert Joppen (secretaris, gemeente Vosselaar) - Marc Boeckx (algemeen coördinator, Stadsregio Turnhout) - Magali Decloedt (coordinator sociale economie, Stadsregio Turnhout) - Tin Doms (administratief medewerker, Stadsregio Turnhout) - Inge Van Goubergen (schepen, gemeente Vosselaar) - Marc Smans (burgemeester, gemeente Beerse) We leerden uit de valkuilen en succesverhalen van Achtkant. We gingen verder mosterd halen bij VVSG (regio-overleg). Volgende pistes werden verder onderzocht: - Gezamenlijke aankoop van drukwerk en kopieerpapier In het bestek van stad Turnhout zijn de drie andere gemeenten van Stadsregio vrijblijvend opgenomen. Zij kunnen intekenen wanneer zij dit wensen. Resultaat: Beerse (OCMW en gemeente) maakt gebruik van het bestek voor kopieerpapier. Dit levert een besparing van 108 euro per pallet. In totaal gaat het om een besparing van 2.500 euro (schatting). - Gezamenlijke aankoop van maaltijdcheques De gezamenlijke aankoop van (digitale) maaltijdcheques werd als tweede proefproject naar voren geschoven. Resultaat: Dit idee is verder uitgewerkt door IOK. Eind oktober werd de prijs bekend gemaakt en konden de gemeenten (en via gemeenten de OCMW s) intekenen op de nieuwe voorwaarden om vanaf 1 januari van start te gaan. - Gezamenlijke aankoop van Verkeersborden Zowel in Beerse, Turnhout als in Vosselaar staat de aankoop van nieuwe verkeersborden op de agenda. Verkeersborden lijken eenvoudig om gezamenlijk aan te kopen, aangezien de behoeften zeer gelijkaardig zijn. Resultaat: niet uitgevoerd, doordat er geen reactie kwam vanuit de andere gemeenten op de draft van een technische beschrijving van stad Turnhout. - Gezamenlijke aankoop van wegenzout Resultaat: Stad Turnhout maakte met info vanuit Beerse, een bestek op. In het bestek is ook de clausule opgenomen dat stadsregio Turnhout en de aangesloten gemeenten vrijblijvend gebruik kunnen maken van het bestek. Het bestek kwam op 23 oktober op het college van Turnhout. Beerse heeft ook ingetekend. s Er zijn verschillende actoren actief op vlak van gezamenlijke aankopen (o.a. Vlaamse overheid, IOK, EANDIS/Infrax). We gaan op zoek naar die aankopen waarvoor de schaalgrootte van de vier gemeenten en OCMW s ideaal is. Zo wordt een gezamenlijke aankoop van maaltijdcheques beter opgenomen door een groter samenwerkingsverband, zoals IOK. Zowel stad en OCMW Turnhout als gemeente en OCMW Beerse hebben een ambtenaar in dienst die verantwoordelijk is voor de aankopen. De samenwerking tussen de aankopers resulteert in concrete resultaten. In Oud-Turnhout en Vosselaar worden aankopen niet centraal gecoördineerd. 15

1. We ondersteunen actief het netwerk van ambtenaren betrokken bij de aankopen in de verschillende gemeenten en OCMW s. 2. We winnen informatie in over mogelijke modellen om duurzaam aan te kopen. We zoeken hiervoor mosterd bij andere lokale besturen in Vlaanderen 3. We bewaken dat de gemaakte afspraken opgevolgd worden. Op 30 maart organiseerden we voor alle ambtenaren en schepenen betrokken bij duurzame ontwikkeling en/of aankopen een infomoment Strategisch aankopen. Mieke Pieters, toenmalig experte van Stad Gent, gaf een inspirerende toelichting over hoe aankopen strategisch ingezet kunnen worden om beleidsdoelstellingen op vlak van duurzaamheid (bv. klimaat, opleiding en sociale tewerkstelling, ) te realiseren. Vanuit de stadsregio nemen we deel aan het traject sociaal aanbesteden van Stad Antwerpen waarbij een juridisch expert bestaande en toekomstige bestekken analyseert. De aankopers van Turnhout en Beerse worden ook uitgenodigd om concreet bestekken voor te leggen, met als doelstelling om meer expertise op te bouwen om sociale criteria op te nemen in bestekken. 1. We ondersteunen actief het netwerk van ambtenaren betrokken bij de aankopen in de verschillende gemeenten en OCMW s. 2. Deelname aan traject stad Antwerpen 3. Opstart traject stadsregio Turnhout 16

Project 2.9. Stadsregionaal inspanningen leveren om ondernemers aan te trekken en in te zetten op de troeven van de regio. Kader Het project kadert in het strategisch plan 2014-2019 van Stadsregio Turnhout, m.n. in de doelstelling om stadsregionaal inspanningen te leveren om ondernemers aan te trekken en tewerkstelling in de bestaande (reguliere) economie te ondersteunen. Strategische doelstelling Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging We willen de reguliere economie versterken, door gericht ondernemers uit bepaalde sectoren aan te trekken en in te zetten op (één van) de troeven van de regio. Magali Decloedt Stadsregio Turnhout werkt vanuit verschillende invalshoeken aan regiobranding. We dragen bij aan de ambitie van de lokale besturen om bijkomende jobs te creëren via een ondernemers- en bedrijfsvriendelijke beleid. In 2014 zijn in dit kader volgende initiatieven opgestart: - Innovatiecoach voor de horeca in Stadsregio Turnhout In 2014 dienden we een projectvoorstel in bij het Agentschap Ondernemen. Het project heeft als hoofddoelstelling de overlevingsgraad van horecazaken te verhogen en de opstart van horecazaken te stimuleren om uiteindelijk meer lokale werkgelegenheid in deze sector te vrijwaren en te creëren. Dit doel wordt nagestreefd door drie subdoelstellingen: de professionele ondersteuning en begeleiding van startende zelfstandigen in de horecasector, het verweven van de toeristische en citymarketing troeven (streekidentiteit en streekproducten) in de uitbating van de horecazaak en de uitbouw van toeristische arrangementen. Er werd een draaiboek opgemaakt voor de opstart van de coach. Leden van de stuurgroep vanuit de gemeenten: o Jos Van Troy (schepen, gemeente Oud-Turnhout) o Luc Hermans (schepen, stad Turnhout) o Melanie Ryckaert (adviseur lokale economie, stad Turnhout) o Frans Van Reusel (lokale economie, gemeente Vosselaar) o Astrid Wittebolle (schepen, stad Turnhout) o Bea Geudens (toerisme, gemeente Oud-Turnhout) o Kristien Sysmans (toerisme, stad Turnhout) o Kurt Deveughele (lokale economie, gemeente Beerse) o Ingrid Van Genechten (schepen, gemeente Beerse in 2014) o Marc Woestenborghs (schepen, gemeente Vosselaar) Resultaat: Het projectvoorstel werd goedgekeurd. Het project startte in januari 2015 op. De coach zal 50 horecazaken begeleiden, verdeeld over de stadsregio a rato van het aantal horecazaken in de gemeenten (30 in Turnhout, 10 in Beerse, 6 in Oud-Turnhout en 4 in Vosselaar). - Versterken van detailhandel in Stadsregio Turnhout Begin 2014 stelde de gemeente Beerse de vraag of stadsregionale samenwerking mogelijk was om gebruikmakend van het aanbod van Provincie Antwerpen - een gezamenlijk stadsregionaal commercieel plan uit te werken op basis van de feitenfiches, die per gemeente een analyse levert van: o Het aanbod van detailhandel: winkels, winkelvloeroppervlakte, branches, leegstaande handelspanden; o De consumenten: demografische gegevens; koopstromen: herkomst en bestemming van de consumenten naar soort goederen. Stadsregio organiseerde vervolgens met bevoegde schepenen en ambtenaren overleg op basis van de beschikbare analyses. De betrokkenen bij de Provincie werden uitgenodigd om een toelichting te geven over hun aanbod. Na dit overleg werd aan Stadsregio gevraagd om een voorstel van collegebesluit op te maken om in te tekenen op het provinciale aanbod. In november en december werd vervolgens een toelichting op de colleges van Beerse, Oud-Turnhout en Vosselaar gegeven. Voor Turnhout volstond overleg met de bevoegde schepen en ambtenaar. - Bijdrage aan opstart Ondernemend Turnhout Eind december vond de opstartvergadering plaats van Ondernemend Turnhout, een werkgroep van ondernemers, stad Turnhout, IOK en VOKA. Vanuit de projectvereniging gaven we deze activiteit, samen met de dienst lokale economie en de dienst onderwijs, mee vorm. s We startten in 2014 ambitieus met de doelstelling om de reguliere economie te versterken, door gericht ondernemers uit bepaalde sectoren aan te trekken en in te zetten op (één van) de troeven van de regio. We onderzochten welke rol we als 17

projectvereniging op dit vlak konden opnemen en vertaalden dit in 2014 voornamelijk in concrete projecten die getrokken worden door één of meerdere lokale besturen van de stadsregio. - Innovatiecoach voor de horeca in Stadsregio Turnhout Begeleiding bij de opstart en stadsregionale opvolging van het project Innovatiecoach Horeca. - Versterken van de detailhandel in Stadsregio Turnhout We onderzoeken in 2015 of er draagvlak is om samen (met twee of meer gemeenten) een visie op te bouwen om het beleid inzake detailhandel te sturen, om van daaruit te kiezen welke instrumenten best ingezet worden en hoe dit in praktijk gebracht wordt. We stellen daarbij voor om in te tekenen op het aanbod van Provincie Antwerpen om een detailhandelscoach in te zetten. - Bijdrage aan opstart Ondernemend Turnhout We ondersteunen de initiatieven van stad Turnhout naar bedrijven toe. In 2015 zullen we daartoe: o o Actief bijdragen aan de opstart van Ondernemend Turnhout Actief bijdragen aan de opstart van een werkgroep Ondernemen-Onderwijs, getrokken door VOKA Kempen Wat het Innovatietraject voor de horeca betreft, werd vooral tijd geïnvesteerd in de realisatie van een netwerk met de gemeenten en vooral de horecazaken. Ambitie is om een 50-tal horeca-uitbaters te motiveren om mee in een individueel ondersteuningstraject te stappen en om gezamenlijke acties te ondernemen. We namen deel aan de initiatieven van Ondernemend Turnhout en leveren inhoud en thema s aan. Inzake het versterken van de detailhandel kwam de stuurgroep in 2015 driemaal bijeen om een globale SWOT-analyse van de detailhandel in de stadsregio én in de gemeenten op te maken. Het traject volgde in dat opzicht een dubbel spoor: enerzijds werd er per gemeente een lokale analyse gemaakt en anderzijds werd ook het vogelperspectief voor de ganse regio gehanteerd. De doelstelling van dit traject is om tot een gemeenschappelijk Strategisch Commercieel Plan te komen voor de detailhandel in de stadsregio. Om dit uit te werken wordt er vertrokken vanuit de situatie vandaag en de recente evoluties in de regio (analyse). Op basis daarvan zal vanaf 2016 een gemeenschappelijke visie worden uitgewerkt, die zal worden vertaald in maatregelen, acties en initiatieven, zowel op stadsregionaal als op gemeentelijk niveau. Het traject is feitelijk gestart na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst door alle partijen. Ben Op de Beeck (detailhandelscoach) heeft in de zomer een eerste analyse gemaakt van de detailhandel in de stadsregio als geheel. Aangezien de stad en drie gemeenten hun eigen situatie al bestudeerd en bediscussieerd hebben op basis van de provinciale feitenfiches heeft hij zich geconcentreerd op de interactie tussen de verschillende winkelgebieden in de stadsregio. Op gemeentelijk niveau werden SWOT-analyses gemaakt met de betrokken stakeholders (bestuur, administratie en handelaars + eventueel externe specialisten). Deze oefening wordt ook op stadsregionaal niveau gemaakt. Deze subjectieve analyses zullen naast de objectieve (cijfer)analyse mee de basis vormen voor de visie. De voorbije decennia zijn er enorm veel m² handelsoppervlakte bijgekomen, vooral door ketens in de periferie. De laatste jaren blijkt ook de leegstand sterk te groeien, vooral in de handelscentra. Tegelijkertijd blijkt het totale bestedingspotentieel van de Vlamingen niet te zijn toegenomen, ondanks de bevolkingsgroei. Dat betekent dat mensen gemiddeld zelfs iets minder uitgeven in de detailhandel (winkels, horeca, particuliere diensten). Hun uitgavenpatroon is gewijzigd: ze geven meer uit aan b.v. smartphones, maar ze besparen op iets anders. De totale omzet stijgt dus niet. En aangezien die over veel meer handelsoppervlakte moet verdeeld worden zakt logischerwijze de winstmarge per m². Dat overaanbod vertaalt zich helaas in faillissementen, in de eerste plaats bij de meer kwetsbare kleine zelfstandigen. En die bevinden zich vaak in de handelskernen. Detailhandel blijft dus in beweging maar de vraag naar bijkomende handelsoppervlakte daalt. Globaal gezien is er immers een overschot dat weggewerkt moet worden. Voor elke bijkomende m² is er een halve m² komen leegstaan de voorbije jaren. Ook op provinciaal niveau speelt dat overaanbod aan handelsoppervlakte. Detailhandel blijft immers een lokale markt. De overgrote meerderheid koopt alle productgroepen hoofdzakelijk in onze eigen provincie: - meer dan 92% van onze inwoners shopt er, - ruim 94% doet er uitzonderlijke aankopen, - meer dan 95% bezoekt er onze eigen horeca, - bijna 97% doet er zijn dagelijkse inkopen. Dat betekent dan ook dat nieuwe ontwikkelingen binnen de provincie bijna uitsluitend in onze eigen provincie voelbaar zijn. Momenteel is er in onze provincie een overschot van 600.000 m², waarvan nu ongeveer de helft leeg staat. Als we niets doen komt de andere helft op termijn ook leeg staan. De opkomst van e-commerce zal de nood aan handelsoppervlakte zelfs nog verkleinen. Jonge ondernemers investeren immers niet meer prioritair in m², wel in een webwinkel. Ze kiezen voor tijdelijke of gedeelde winkelconcepten of ze werken met afhaalpunten. De vraag naar fysieke handelspanden in de traditionele vorm daalt. De vastgoedsector blijkt zich daar nog niet van bewust te zijn. In verhouding blijven de prijzen per m² hoog, terwijl ook de nood aan opslagruimte niet noodzakelijk groeit. Recente tendensen wijzen 18

er immers op dat dankzij e-commerce de fysieke winkels steeds meer showrooms, afhaalpunten en tijdelijke opslagplaatsen worden. Aanbod, klantenbereik en attractie van detailhandel in de stadsregio / provincie: Geografisch is duidelijk dat de vier centra één handelsgeheel vormen. Enkel Vlimmeren ligt dichter bij Oostmalle, maar de centra van Beerse en Vosselaar lopen bijna in elkaar over, ook dat van Oud-Turnhout ligt dicht bij het centrum van Turnhout. Van de perifere winkelgebieden is de Steenweg op Gierle de grootste, met baanwinkels en aanliggende retailcentra. Opvallend is de verlinting tussen de verschillende winkelgebieden door winkels langs de verbindingswegen en de bijhorende versnippering in de hele stadsregio. In hoeverre zijn de verschillende winkelgebieden complementair dan wel concurrerend? Het aanbod van dagelijkse goederen is verspreid over verschillende winkelgebieden: kleinere zaken met een lokaal aanbod geconcentreerd in de centra en buurten, supermarkten met een bovenlokaal aanbod vooral in de periferie (banen, retailparken). Verkoop van periodiek goederen (fashion, luxe, vrije tijdsartikelen, kleine huishoudapparaten) situeert zich vooral in Turnhout: in het centrum en op de Steenweg op Gierle, beide met een bovenlokaal aanbod. De kleine kernen hebben een beperkt lokaal periodiek aanbod. Uitzonderlijke goederen worden vooral langs de banen aangeboden, maar ook in mindere mate in de centra, weliswaar in kleinere winkels. In de dorpen is er meer sprake van een mix van de verschillende productgroepen. De horeca is verspreid over de hele stadsregio met concentraties in de centra. Kopen inwoners van de stad en drie gemeenten (nog) veel in de stadsregio zelf? De koopbinding blijkt zeer sterk: - 95% van de inwoners doet zijn dagelijkse inkopen in de stadsregio; - 80% shopt er (periodieke aankopen); - 85% koopt er zijn uitzonderlijke goederen; - 80% bezoekt de eigen horeca binnen de stadsregio; - 90% blijft er voor cultuur. En hoeveel klanten trekken weg uit de stadsregio naar de aangrenzende (kleine) winkelgebieden in buurgemeenten? Wellicht zullen individuele zaken (net) buiten de stadsregio klanten aanzuigen, maar globaal gezien is die koopvlucht zeer beperkt. Enkel de stad Antwerpen springt er enigszins uit voor periodieke goederen en cultuur. De rest is verwaarloosbaar op stadsregionaal niveau. Conclusie: Ook binnen de stadsregio kunnen we spreken van een lokale markt. Nieuwe ontwikkelingen genereren dus veruit de grootste effecten op het grondgebied van de vier gemeenten zelf. Turnhout vormt als centrumstad een belangrijke aantrekkingspool voor het noordoosten van de provincie. Die positie versterkt de attractie van de hele stadsregio op de omliggende gemeenten: - 1 op 5 klanten voor dagelijkse goederen komt van buiten de stadsregio; - Voor shopping (periodieke goederen) geldt dat zelfs voor de helft van de klandizie; - Voor uitzonderlijke goederen is er dat ruim 1 op 3; - Een kwart van de horecabezoekers komt van buiten de stadsregio; - Voor cultuur is dat zelfs meer dan de helft. Die klanten komen vooral uit buurgemeenten Ravels, Merksplas, Kasterlee, Lille, Retie en Arendonk en iets minder uit Rijkevorsel, Hoogstraten, Malle en Dessel. Conclusie: De ligging van de stadsregio tussen vooral plattelandsgemeenten versterkt de attractie, maar het groeiperspectief blijft beperkt gezien de nabijheid van andere handelscentra zoals Geel, Mol en Herentals en sterke invloed van de stad Antwerpen in het westen van de provincie. Klantenstromen binnen en buiten de stadsregio, concurrentie tussen winkelgebieden: De dorpen zijn vooral op eigen inwoners en behoeften gericht. De stad heeft een bovenlokale uitstraling die uiteraard zijn effect heeft op de drie gemeenten van de stadsregio. Vooral Oud-Turnhout en Vosselaar zijn sterk op Turnhout gericht. Beerse iets minder, maar daar is de interactie met Vosselaar groter. Deelgemeente Vlimmeren is dan weer sterker op Malle gericht. Turnhout fungeert als shopping- en uitgaanscentrum. Concreet betekent dat het volgende binnen de stadsregio: - 1 op 7 inwoners van Vosselaar en Beerse doen hun dagelijkse inkopen in Turnhout, voor Oud-Turnhout is dat maar 1 op 15. - 2 op 3 inwoners van alle drie de dorpen shoppen in Turnhout. - 4 op 5 inwoners van Vosselaar doen er hun uitzonderlijke aankopen, in Oud-Turnhout zijn er dat 2 op 3, in 19

Beerse de helft. - De helft van inwoners van Oud-Turnhout gaat in Turnhout op café en restaurant, voor Vosselaar is dat 1 op 3, voor Beerse slechts 1 op 5 (blijven opvallend meer in eigen dorp). - Voor cultuur trekken 2 op 3 inwoners van Oud-Turnhout en Vosselaar en de helft van die uit Beerse naar de stad. De attractie van de stad is dus hoog voor bepaalde branches. Welke winkelgebieden genereren de sterkste attractie: de centrale of de perifere? Welke verschuivingen van koopstromen zijn recent vast te stellen binnen de stadsregio? Het dagelijks aanbod is in de stadsregio verdeeld over de verschillende handelscentra, met eerder kleine winkels, en in de periferie, met vooral supermarkten. Uitbreiding van dat grootschalig dagelijks aanbod genereert extra concurrentie, enerzijds tussen de supermarkten, anderzijds met de kleinere handelszaken. Het effect is dus vooral voelbaar in de nabijgelegen handelscentra. Het aanzuigeffect uit gemeenten buiten de stadsregio (of van passanten) blijft doorgaans zeer beperkt en komt enkel ten goede van de nieuwe handelsvestiging. Het periodiek aanbod is vooral te vinden in het centrum van Turnhout en op de Steenweg op Gierle. Het aanbod aan de Nieuwe Kaai is veel beperkter en in de dorpen beperkt geconcentreerd in de centra of verspreid. Het aanbod in die eerste twee winkelgebieden is cruciaal. Nieuwe ontwikkelingen daar verscherpen de concurrentie tussen beide maar genereren ook een voelbaar effect op de dorpskernen. De voorbije drie jaar zou het aantal m² met periodiek aanbod op de Steenweg op Gierle meer dan verdrievoudigd zijn. Een eerste berekening geeft aan dat het klantenpotentieel voor die goederen sterk gegroeid is maar wel voor ¾ uit de stadsregio zelf komt. En meer dan de helft daarvan komt zelfs uit het centrum van Turnhout. Dat betekent dat het stadscentrum bijna 1/8 van zijn klandizie verloren heeft. Veel minder van die klanten komen uit de drie gemeenten. Maar gezien hun veel beperkter aanbod in periodieke goederen hebben de kleine dorpscentra procentueel wel veel meer klandizie verloren: 1/5 tot zelfs 1/3 (voor Vosselaar). Synthese vanuit ruimtelijk-economische invalshoek: Detailhandel in de stadsregio is een lokale markt van fysieke winkels, diensten en horeca. DUS genereert de impact van nieuwe ontwikkelingen in de stadsregio effect op handel in de stadsregio zelf (en vaak meer in de eigen gemeente), voor dagelijkse goederen zelfs in handelskernen in de directe omgeving. De stadsregio heeft met de stad Turnhout een bovenlokale uitstraling voor een specifiek aanbod, vooral in centrum Turnhout op de Steenweg op Gierle. MAAR er zijn ook beperkingen op het groeiperspectief van het totale handelsapparaat: geografisch omdat de nabijheid van andere handelscentra de koopstromen bepaalt, economisch/conjunctureel: omdat extra handelsoppervlakte geen extra vraag genereert, maar wel leegstand in stadsregio zelf en eventueel in de grensgemeenten. CONCLUSIE: Om de toename van de leegstand te voorkomen, zowel op lokaal als stadsregionaal niveau, moet de situatie evolueren naar minder concurrerende en meer complementaire winkelgebieden en moet er een leegstandsbeleid op maat van elk winkelgebied worden gevoerd. - Innovatiecoach voor de horeca in Stadsregio Turnhout Stadsregionale opvolging van het project Innovatiecoach Horeca. - Versterken van de detailhandel in Stadsregio Turnhout De analyses moeten de basis leggen om in 2016 tot een gedeelde visie te komen om het beleid inzake detailhandel te sturen, om van daaruit te kiezen welke instrumenten best ingezet worden en hoe dit in praktijk gebracht wordt. - Ondersteunen Ondernemend Turnhout 20

Project 2.10: Stadsregionaal strategisch plan zorg Kader/situering Het project kadert in het strategisch plan 2014-2019 onder punt 3.5 Andere beleidsdomeinen. Beschrijving We worden met zijn allen ouder, ook in de stadsregio. Naarmate de leeftijd verhoogt neemt de kans op kwetsbaarheid toe. Dit moeten we als samenleving aanvaarden en het daagt ons uit om ons hierop te organiseren. Welzijn en gezondheid zijn de sleutels voor levenskwaliteit. Autonomie en verbondenheid zijn hierbij de centrale uitgangspunten. Om welzijn en goede gezondheid te bewerkstelligen, te behouden en te verbeteren moeten we werk maken van een kwaliteitsvol woonzorg-, hulp- en ondersteuningsaanbod ingebed in de samenleving. De veranderende maatschappelijke, demografisch, financieel-economische, wetenschappelijke en technologische realiteiten dagen ons echter uit om hierbij creatief te zoeken naar nieuwe wegen die de kwaliteit, continuïteit en betaalbaarheid van huisvesting, zorg en ondersteuning van (kwetsbare) ouderen behouden en bevorderen. Het voeren van een inclusief en integraal beleid, dringt zich op. In het kader van behoud van zelfstandigheid, integratie in de samenleving en de vermaatschappelijking van de zorg, is de ruimtelijke (stedenbouwkundige) planning van welzijnsen zorgvoorzieningen en de inplanting van gebouwen en (zorg)woongelegenheden van cruciaal belang. Huidige beleid / acties De opmaak van een stadsregionaal strategisch plan zorg verloopt in twee grote fasen: 1. Bovenstaande uitgangspunten maken het mogelijk om een ruimtelijk afwegingskader te maken voor de inplanting van woonzorgvoorzieningen voor senioren. Het vormt de grondslag waarop de inplanting ervan zal worden afgewogen en bepaalt welke wijken levensloopbestendig zijn, welke wijken prioritair en het meest aangewezen zijn om te investeren in woonzorgvoorzieningen. Er wordt ook een handleiding (handelingskader) uitgewerkt voor het bouwen van woonzorgvoorzieningen waarin naast de ruimtelijke afwegingen ook de kwaliteit en betaalbaarheid van het aspect zorg zal worden bekeken. 2. In samenwerking met de randgemeenten, zullen we een Stadsregionaal strategisch beleidsplan opmaken met een visie en strategie op zorg voor senioren met aandacht voor kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit. Hierbij wordt nagegaan op welke manier op stadsregionaal niveau, de (keten)regie ten aanzien van alle zorgactoren best kan opgenomen worden om (preventief) te anticiperen op de wensen van de (toekomstige) senioren enerzijds en de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen anderzijds. Finaal willen we komen tot een afgestemd, toegankelijk, kwaliteitsvol en betaalbaar aanbod voor het toenemend aantal zorgbehoevenden in stadsregio Turnhout. Naast de optimale inzet van het bestaande welzijn- en zorgaanbod streven we ernaar sterke regionale partnerschappen te stimuleren en regionale innovatieve zorgprojecten te ontwikkelen. Op langere termijn willen we de doelgroep van het strategisch plan verruimen en dus niet enkel mikken op senioren. Het stadsregionaal Huis van het Kind, dat in volle voorbereiding is, biedt hiervoor een uitgelezen kans. In de loop van 2014 bevestigden de OCMW-voorzitters en-secretarissen de nood aan de uitwerking van een langetermijnvisie en plan om de uitdagingen in het kader van de vergrijzing en verzilvering gezamenlijk het hoofd te bieden. Die intentie werd bevestigd door alle colleges, na samenspraak op stadsregionaal niveau (december 2014 en maart 2015). In die context beslisten de colleges, op vraag van Turnhout, om een oproep te doen aan ontwikkelaars van zorg-gerelateerde vastgoedprojecten om in dialoog te treden met de lokale besturen en hun projectideeën af te toetsen aan de planologische visie. Het groot maatschappelijk belang wordt erkend door de verschillende partners. Maar: veel (verschillende) belangen veel (onduidelijke) rollen, veel (verschillende) snelheden inhoudelijk complex (verschillende wettelijke kaders) en vele diverse invalshoeken (thematisch doelgroep gebiedsgericht) Vlaams beleid bereidt revolutie voor in de organisatie en financiering van het zorgaanbod. 21

Een werkgroep oprichten, bestaande uit Luc Op de Beeck, Koen Vander Borght, Peter Anaf, Tania Huybrechts en Marc Boeckx met als opdracht een aanpak voor te bereiden. De diensten ruimtelijke ordening bij het project betrekken. Opmaken van een kwalitatieve en kwantitatieve omgevingsanalyse. Opmaak visienota ruimtelijke vertaling Strategisch plan zorg en deze voorleggen aan alle Colleges. Organiseren van focusgroepen met de diverse doelgroepen zoals senioren, mantelzorgers, professionele hulpverleners en zorgaanbieders, als input voor het strategisch plan. Onderzoek opportuniteiten en methodieken uitvoeren studie ruimte voor ouderen De opmaak van een kwantitatieve en kwalitatieve omgevingsanalyse werd afgerond De visienota werd aan alle CBS stadsregio voorgelegd en door hen aanvaard als startnota. Omwille van verschillende redenen ging er ging slechts 1 focusgroep door, namelijk deze met de senioren zelf en hun mantelzorgers. In juni werd contact gelegd met VITO om na te gaan of zij het planningsproces verder zouden kunnen/willen trekken, maar deze afspraak ging uiteindelijk niet door wegens afwezigheid van VITO. Ter ondersteuning van het proces wordt een validatiegroep en werkgroepen visie en data opgericht Validatiegroep: secretarissen, voorzitters, Burgemeesters en Schepenen van de diverse gemeenten van de stadsregio De werkgroepen visie en data afgevaardigden /experten van de diverse lokale besturen De werkgroepen hebben de opdracht om in samenwerking met de diensten ruimtelijke ordening een studie ruimte voor ouderen uit te voeren Afronden studie ruimte voor ouderen basiskaarten zijn klaar. Studie zal 2 jaarlijks geüpdatet worden Definiëren levensloopbestendige gebieden. Bepalen van de prioritaire wijken. Een ruimtelijk afwegingskader wordt opgemaakt en voorgelegd aan alle Colleges van de stadsregio. Een handleiding die houvast geeft voor iedereen die woonprojecten voor ouderen wil realiseren, adviseren en beoordelen wordt opgemaakt. Deze handleiding bestaat uit een overzicht van vragen en criteria die het mogelijk maken een duidelijk gemotiveerd dossier samen te stellen en te beoordelen. De handleiding bevat zorg-, toegankelijkheids- en stedenbouwkundige aspecten. 2.11. Ontwikkeling van een Huis van het Kind Kader Het project kadert in het strategisch plan 2014-2019 van Stadsregio Turnhout en het nakende Vlaamse decreet op de preventieve gezinsondersteuning. Contactpersoon Beschrijven van de uitdaging Marc Boeckx Naar aanleiding van het nakende decreet houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning willen de vier lokale besturen van stadsregio Turnhout (Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar) gezamenlijk werk maken van de mogelijkheden die het decreet biedt inzake preventieve gezinsondersteuning. In de schoot van het stadsregionaal overleg opvoedingsondersteuning werd in juni ll. samen met Kind en Gezin en andere partners kennis gemaakt van de inhoudelijke lijnen van het decreet. In een ambtelijk overleg (4/09) en een overleg met alle betrokken schepenen en ambtenaren (10/09) werden hierover de eerste afspraken gemaakt. Gelet op zowel de maatschappelijke noodzaak om de krachten meer te bundelen inzake het bestrijden van kinderarmoede als de mogelijkheden die er zijn om dit te doen op het niveau van het zorggebied van stadsregio Turnhout, werd aan de projectvereniging Stadsregio Turnhout gevraagd om dit proces van samenwerking te trekken. Een stadsregionale visie is inmiddels voorbereid. 22

Afgelopen jaar werd met de kerngroep en de stuurgroep het erkenningsdossier inhoudelijk verder uitgewerkt. Vermits het decreet op de Huizen van het Kind verbiedt dat intergemeentelijke samenwerkingsverbanden de erkenning aanvragen werd die taak toebedeeld aan het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW), die reeds de opvoedingswinkel beheert. Eind oktober werd de erkenning door de Vlaamse overheid toegekend. De erkenning is van onbepaalde duur en gaat gepaard met een subsidie van ca. 33.000 /jaar. We hebben nu 2 jaar tijd om het Huis van het Kind te operationaliseren. De erkenning is een feit, maar de realisatie op het terrein is geen evidentie. Vermits de decreetgever het onmogelijk maakt dat een IGS de promotor is, werd die rol toebedeeld aan het CAW (opvoedingswinkel), maar zij heeft geen ervaring in het begeleiden van complexe organisatieprocessen in een netwerk. De kerngroep zal het dossier van zeer nabij opvolgen en als blijkt dat de ambities in het gedrang komen, zullen we voorstellen om een andere promotor aan te duiden. We wachten op het eerste voorstel van het CAW. Eerste bijeenkomst is gepland op 19 februari. In de loop van 2015 kwam de kerngroep een 7-tal en de stuurgroep tweemaal bij elkaar. Er werd hard gewerkt aan de conceptualisering van het huis van het kind, maar het proces verliep moeizaam. Gesprekken op het terrein met betrokken organisaties werden niet gerealiseerd. De trekkersrol van het CAW kwam daardoor erg onder druk. Het bleek voor CAW heel moeilijk om tegelijk trekker van het Huis van het Kind te zijn én uitvoerder van de opvoedingswinkel. Dit leidde eind 2015 tot de beslissing om die twee rollen uit elkaar trekken : het CAW zal zich in 2016 volledig toeleggen op een vernieuwd pedagogische aanpak ter vervanging van de opvoedingswinkel binnen een stadsregionaal Huis van het Kind, waarvan de regie door de projectvereniging zal opgenomen worden. - Convenant opmaken met CAW voor de inulling van de nieuwe opdracht - Aanwerving procesbegeleider Huis van het Kind door de projectvereniging - Operationalisering van het Huis van het Kind. 23