AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM OUDEREN OP DE ARBEIDSMARKT Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren, STZ advies & onderzoek, Eindhoven Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies Universiteit van Amsterdam Plantage Muidergracht 4, 1018 TV Amsterdam tel. 020 525 4199, aias@fee.uva.nl www.uva.nl/aias 3 oktober 2003 Van dit onderzoeksrapport verschijnt een deel als artikel in Zeggenschap, jrg. 14, nr. 3, p. 52
1 DE POLITIEK Ouderen moeten langer blijven werken, zo is afgesproken op de EU-top van Lissabon in 2001. Ook de Nederlandse overheid heeft dit tot haar beleid verklaard. In augustus lekten kabinetsplannen uit om vervroegd uittreden tegen te gaan met een flinke voorheffing van de inkomstenbelasting. Er stak een storm van protest op en van de plannen werd niets meer gehoord. Tegelijkertijd vindt het kabinet Balkenende II dat het moet bezuinigen op overheidspersoneel, en wat doet Minister Remkes? Juist, ouderen bij de overheid eerder in aanmerking laten komen voor afvloeiing. Ouderen langer laten doorwerken blijkt een moeizame materie. Ook in CAO s zijn nauwelijks afspraken terug te vinden die dat doel dichterbij brengen. Het gaat eerder om allerlei maatregelen die ouderen korter laten werken, meestal in de vorm van extra vakantiedagen. Het loonwijzer-project bestaat uit een website www.loonwijzer.nl met een salarischeck voor de lonen van ruim 130 beroepen toegespitst op de situatie van de bezoeker, beschrijvingen van beroepen, een doorlopende enquête en nog veel andere informatie. De auteurs zijn betrokken bij de analyse van de enquête. In de loonwijzer-enquête zijn jongeren en vrouwen wat oververtegenwoordigd, maar de gegevens zijn gewogen zodat ze een betere afspiegeling vormen van de Nederlandse beroepsbevolking. Kea Tijdens is onderzoekscoördinator bij AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren is senior onderzoeker/consultant bij STZ advies & onderzoek, Eindhoven Van dit onderzoeksrapport zal een deel als artikel verschijnen in Zeggenschap, jrg. 14, nr. 3
2 AMBITIES EN TOEKOMSTVERWACHTINGEN Wat willen ouderen zelf? Met behulp van de Loonwijzer-data kunnen we daar wel wat uitspraken over doen. Vergelijken we ouderen en jongeren in hun verwachtingen en aspiraties, dan zijn de uitkomsten niet verrassend. Jongeren hebben vaak ambities, ouderen meestal niet (meer). Ouderen zijn, anders dan vaak gedacht wordt, niet minder geschoold dan jongeren. 55+ers kunnen hun werk wel iets vaker op routine doen dan alle anderen. Ook vinden 55+ers hun baan niet meer zo interessant in tegenstelling tot de anderen. Uit de grafiek blijkt dat ouderen veel vaker dan jongeren verwachten dat ze het komende jaar in hun huidige baan en bij hun huidige werkgever zullen werken. Vrouwen verwachten dit iets vaker dan mannen. Grafiek 1 Wil carrière maken en werkt volgend jaar nog bij huidige werkgever in huidige baan, uitgesplitst naar leeftijdsgroep en geslacht. Bron: Loonwijzer 100% 80% 60% 40% 20% V volgend jaar bij zelfde werkgever M volgend jaar bij zelfde werkgever V wil carriere maken M wil carriere maken 0%
3 BEDRIJVEN EN WERKGEVERS Ouderen werken bij andere bedrijven dan jongeren. Bedrijven die groeien werven veel nieuwe medewerkers en dat zijn vrijwel altijd jongeren. Toen ze jong waren zijn de ouderen vrijwel steeds begonnen te werken bij een groeiend bedrijf. Nu, na dertig of veertig jaar, zit zo n bedrijf meestal niet meer in de groeifase. Niet alleen de werknemers zijn ouder geworden, ook de bedrijven waar ze werken. Jongeren werken daarom in andere bedrijven dan ouderen. Jongeren werken vaker in de detailhandel en zakelijke dienstverlening. Ouderen werken vaker in de industrie, in de metaalindustrie en nijverheid, bij de banken, bij de overheid, het onderwijs en ziekenhuizen. Ouderen werken vaker bij grote bedrijven: 28% van de 25 - ers tegenover 49% van de 45+ers werkt bij een bedrijf met meer dan 100 werknemers. Bijgevolg maken de ouderen in hun bedrijf vaker reorganisaties mee. Oudere mannen werken veel vaker in een bedrijf waar de werkgelegenheid niet groeit. Oudere vrouwen werken wel vaker in een groeiend bedrijf, omdat ze zijn heringetreden. Ouderen, mannen even vaak als vrouwen, verwachten vaker dan jongeren dat hun baan zal komen te vervallen komend jaar, maar ze ervaren wel voldoende werkzekerheid (80% van de 55+ mannen en 83% van de 55+ vrouwen). Grafiek 2 Werkt in bedrijf met reorganisaties en werkt in groeiend bedrijf, uitgesplitst naar leeftijdsgroep en geslacht. Bron: Loonwijzer 100% 80% 60% 40% M in groeiend bedrijf V in groeiend bedrijf 20% M in bedrijf met reorganisaties V in bedrijf met reorganisaties 0%
4 LONEN EN ANDERE ARBEIDSVOORWAARDEN Ouderen verdienen gemiddeld meer dan jongeren, en oudere mannen verdienen meer dan oudere vrouwen. In de grafiek is te zien wat elke leeftijdsgroep gemiddeld bruto lonen per uur verdient. 1 Onder de 25 jaar lopen de bruto uurlonen van vrouwen en mannen nauwelijks uiteen: 9.28 tegenover 9.32. Daarna begint het verschil tussen de geslachten te groeien. Boven de 55 jaar verschillen vrouwen en mannen behoorlijk: 18.65 tegenover 15.10 voor de vrouwen. Ouderen en jongeren verschillen enigszins wat betreft hun secundaire arbeidsvoorwaarden. Ouderen krijgen vaker van hun werkgever een bijdrage aan hun ziektekostenverzekering. Ze hebben minder vaak een variabel deel in hun inkomen en ze hebben maar dat ligt voor de hand veel vaker het eind van hun loonschaal bereikt (9% van de 25-34 jarigen tegen 68% van de 55+ers). Ouderen zijn ook veel vaker tevreden met hun loon dan jongeren: 37% van de 25- jarigen tegen 60% van de 55+ers is daarmee tevreden. Grafiek 3 Werkt in bedrijf met reorganisaties en werkt in groeiend bedrijf, uitgesplitst naar leeftijdsgroep en geslacht. Bron: Loonwijzer 20 16 12 8 mannen 4 vrouwen 0 **** 1 Dit zijn bedragen voor 2002.
5 BIJLAGE Tabel 1 Kenmerken van de werknemer en de werkplek naar leeftijdsgroep voor mannen totaal % met conflicten op het werk 24% 27% 30% 33% 35% 30% % werkzaam in groeiend bedrijf 63% 58% 51% 48% 42% 52% % werkzaam bij bedrijf met meer vestigingen 56% 65% 66% 68% 68% 65% % met reorganisaties vorig jaar 39% 47% 51% 59% 64% 52% % in bedrijf met minder dan 50 werknemers 58% 45% 38% 34% 33% 41% % met baan beneden opleidingsniveau 33% 24% 21% 21% 17% 23% % met voldoende energie om werk te doen 93% 90% 88% 88% 83% 89% % in baan die vorig jaar interessanter werd 71% 70% 62% 59% 55% 64% % met baan die komend jaar zal vervallen 8% 5% 5% 10% 16% 8% % in baan met goede carriere vooruitzichten 64% 59% 47% 42% 48% 51% % dat promotie heeft gehad bij huidige werkgever 32% 47% 53% 53% 57% 49% % dat regelmatig taken van collega's overneemt 74% 71% 70% 66% 60% 69% % dat baan meestal op routine kan doen 54% 43% 48% 50% 59% 49% % met voldoende werkzekerheid 83% 85% 84% 82% 80% 83% % met training bij werkgever 58% 72% 77% 83% 80% 75% % dat graag cariere wil maken 92% 88% 74% 56% 38% 73% % met leidinggevende taken 25% 40% 49% 49% 43% 43% % dat aan de top van de salarisschaal zit 3% 9% 31% 59% 71% 34% % met deel van het salaris variabel 28% 24% 22% 21% 18% 22% Bron Loonwijzerdata 2000/2001/2002, aanzienlijke verschillen tussen leeftijdsgroepen is dikgedrukt Tabel 2 Kenmerken van de werknemer en de werkplek naar leeftijdsgroep voor vrouwen totaal % met conflicten op het werk 31% 29% 29% 31% 30% 30% % werkzaam in groeiend bedrijf 60% 61% 58% 58% 57% 59% % werkzaam bij bedrijf met meer vestigingen 64% 66% 66% 66% 63% 66% % met reorganisaties vorig jaar 41% 52% 56% 60% 64% 55% % in bedrijf met minder dan 50 werknemers 57% 45% 43% 44% 43% 46% % met baan beneden opleidingsniveau 36% 25% 24% 25% 23% 26% % met voldoende energie om werk te doen 90% 87% 89% 89% 88% 88% % in baan die vorig jaar interessanter werd 67% 68% 65% 63% 53% 64% % met baan die komend jaar zal vervallen 9% 7% 9% 10% 16% 9% % in baan met goede carriere vooruitzichten 55% 50% 38% 30% 22% 39% % dat promotie heeft gehad bij huidige werkgever 28% 37% 40% 41% 39% 38% % dat regelmatig taken van collega's overneemt 73% 68% 62% 63% 66% 66% % dat baan meestal op routine kan doen 61% 45% 47% 46% 51% 48% % met voldoende werkzekerheid 80% 83% 82% 84% 83% 82% % met training bij werkgever 51% 67% 67% 75% 72% 66% % dat graag cariere wil maken 80% 71% 63% 57% 43% 66% % met leidinggevende taken 18% 26% 28% 28% 28% 26% % dat aan de top van de salarisschaal zit 3% 9% 25% 42% 61% 23% % met deel van het salaris variabel 24% 17% 16% 15% 10% 17% Bron Loonwijzerdata 2000/2001/2002, aanzienlijke verschillen tussen leeftijdsgroepen is dikgedrukt
6 Tabel 3 Toekomstverwachting over een jaar naar leeftijdsgroep voor mannen werkzaam bij dezelfde werkgever in dezelfde baan 46% 55% 63% 71% 78% werkzaam bij dezelfde werkgever in een andere baan 13% 13% 9% 7% 4% werkzaam bij een andere werkgever 9% 10% 7% 4% 1% niet werkzaam vanwege zorg voor kinderen/thuis 0% 0% 0% 0% 0% niet werkzaam vanwege pensionering/vervroegde uittreding 0% 0% 0% 0% 6% niet werkzaam vanwege eigen bedrijf 1% 1% 1% 0% 0% niet werkzaam vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid 0% 0% 0% 1% 1% niet werkzaam vanwege studie of opleiding 4% 0% 0% 0% 0% niet werkzaam vanwege ontslag 1% 1% 1% 1% 1% niet werkzaam vanwege andere reden 3% 2% 2% 1% 1% weet situatie over een jaar niet 23% 20% 18% 14% 8% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron Loonwijzerdata 2000/2001/2002 Tabel 4 Toekomstverwachting over een jaar naar leeftijdsgroep voor vrouwen werkzaam bij dezelfde werkgever in dezelfde baan 37% 49% 57% 64% 74% werkzaam bij dezelfde werkgever in een andere baan 12% 11% 8% 7% 8% werkzaam bij een andere werkgever 12% 12% 8% 6% 0% niet werkzaam vanwege zorg voor kinderen/thuis 0% 1% 0% 0% 0% niet werkzaam vanwege pensionering/vervroegde uittreding 0% 0% 0% 0% 4% niet werkzaam vanwege eigen bedrijf 0% 1% 0% 1% 0% niet werkzaam vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid 0% 0% 1% 1% 3% niet werkzaam vanwege studie of opleiding 5% 0% 0% 0% 0% niet werkzaam vanwege ontslag 1% 1% 1% 1% 0% niet werkzaam vanwege andere reden 5% 3% 2% 2% 0% weet situatie over een jaar niet 27% 22% 23% 19% 11% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Bron Loonwijzerdata 2000/2001/2002
7 Tabel 5 Toeslagen en bonussen naar leeftijdsgroep voor mannen totaal jaarlijkse bonus (13e of 14e maand) 12% 16% 16% 13% 15% 14% bonus, toeslag 3% 5% 4% 2% 5% 4% lease auto 11% 21% 18% 12% 15% 16% reiskostenvergoeding 23% 27% 30% 32% 32% 29% bijdrage aan kinderopvang 0% 3% 4% 1% 0% 2% onkostenvergoeding 8% 15% 15% 13% 18% 14% vaste bonus 4% 6% 6% 5% 8% 6% goederen of diensten in natura 2% 2% 2% 1% 2% 2% groepsprestatie bonus 0% 0% 0% 0% 0% 0% vakantietoeslag 62% 75% 77% 76% 77% 75% ongemakkentoeslag 1% 2% 2% 4% 2% 3% arbeidsmarkttoeslag 0% 0% 1% 0% 0% 0% bijdrage aan ziektekostenverzekering 13% 26% 34% 36% 42% 31% bijdrage aan pensioenfonds 8% 28% 25% 24% 31% 24% prestatiebeoordelingstoeslag 3% 4% 3% 3% 2% 3% persoonlijke toeslag 2% 5% 5% 6% 7% 5% winstdeling 10% 16% 17% 15% 14% 15% bijdrage aan premium savings scheme 10% 25% 27% 27% 30% 25% aandelen, opties 2% 5% 4% 2% 6% 4% ploegendienst toeslag 6% 7% 13% 13% 12% 10% fooien 3% 1% 0% 1% 1% 1% eindejaars bonus 14% 22% 25% 31% 32% 25% Tabel 6 Toeslagen en bonussen naar leeftijdsgroep voor vrouwen totaal jaarlijkse bonus (13e of 14e maand) 14% 17% 13% 10% 9% 13% bonus, incentive 3% 4% 2% 2% 1% 2% lease auto 4% 9% 5% 3% 2% 5% reiskostenvergoeding 33% 40% 36% 35% 32% 36% bijdrage aan kinderopvang 1% 6% 6% 1% 1% 3% onkostenvergoeding 6% 12% 9% 7% 6% 8% vaste bonus 4% 5% 4% 4% 3% 4% goederen of diensten in natura 1% 1% 1% 1% 1% 1% groepsprestatie bonus 0% 0% 0% 0% 0% 0% vakantietoeslag 71% 82% 82% 84% 83% 82% ongemakkentoeslag 1% 1% 1% 1% 1% 1% arbeidsmarkttoeslag 0% 0% 0% 1% 0% 0% bijdrage aan ziektekostenverzekering 15% 28% 27% 30% 34% 28% bijdrage aan pensioenfonds 10% 31% 26% 24% 29% 25% prestatiebeoordelingstoeslag 2% 2% 1% 1% 1% 1% persoonlijke toeslag 2% 3% 3% 3% 4% 3% winstdeling 10% 15% 12% 8% 8% 11% bijdrage aan premium savings scheme 17% 33% 32% 35% 35% 32% aandelen, opties 1% 4% 4% 2% 2% 3% ploegendienst toeslag 9% 8% 10% 12% 8% 10% fooien 2% 0% 0% 0% 1% 1% eindejaars bonus 16% 25% 28% 30% 27% 27% Bron Loonwijzerdata 2000/2001/2002, aanzienlijke verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn dikgedrukt