Dierengezondheidszorg Vlaanderen Autovaccin: wondermiddel of fabeltje? Varkensacademie 30/11/18
Inhoud 1. Wat is een vaccin en hoe werkt het? 2. Autovaccin: wat moet ik hierover weten? 2
Waarom vaccineren? Bescherming dier zelf Klinische symptomen Beperken vermeerdering kiem Daling infectiedruk op bedrijf Bescherming nakomelingen Overdracht in de baarmoeder verhinderen Minder kiemoverdracht naar de biggen Meer antistoffen in colostrum en melk (maternale immuniteit ) 3
Antigenen Waaruit bestaat een vaccin? Antigenen van de kiem waartegen wordt gevaccineerd Oplosmiddel (adjuvans) Stimuleert de immuunrespons Presentatie van het antigen aan het lichaam Langzame vrijstelling van antigen Verschillende soorten (afhankelijk van de firma) 4
Contact met antigen bij infectie Opbouw ANTISTOFFEN - Lokaal - Algemeen: circuleren in het bloed Antistof bindt aan antigen verwijderen antigen uit lichaam Ander antigen = ander antistof Eenmaal antistof aangemaakt blijft die langere tijd aanwezig, ook na verwijdering uit het lichaam 5
Hoe werkt vaccinatie? Zoals een infectie = productie antistoffen Antigen door contact met Productie van antistoffen vaccinatie 6
Dag1 Hoe werkt vaccinatie? Maternale immuniteit Vaccinatie Maternale antistoffen Vaccinatie
Soorten vaccins Levend/verzwakt Vermeerderen in het dier Lokale en algemene immuniteit Lagere dosis antigen nodig Dood/geïnactiveerd Kan niet meer vermeerderen Enkel algemene immuniteit Hogere dosis antigen nodig Beperkte houdbaarheid Uitscheiding vaccinvirus mogelijk Langere houdbaarheid Uitscheiding vaccinvirus onmogeliijk 8
Inhoud 1. Wat is een vaccin en hoe werkt het? 2. Autovaccin: wat moet ik hierover weten? 9
Wat is een autovaccin? Vaccin, bereid met ziektekiemen geïsoleerd uit 1 of meerdere dieren Bedoeld om dezelfde dieren of dieren op dezelfde veehouderij ter plaatse te vaccineren ENKEL: Als er geen commercieel vaccin voor handen is of werkzaam is Geïnactiveerde (dode) vaccins! Steeds onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de dierenarts! 10
Hoe starten met een autovaccin? Bacteriën en virussen Ziektekiemen isoleren uit 1 of meerdere dieren Adjuvans of niet Factor tijd 11
Bacterie versus virus Klein Zeer klein (100 kleiner dan een bacterie) Kan zichzelf voorplanten Heeft levende cellen nodig om te vermeerderen Er zijn ook nuttige bacteriën Geen nuttige virussen aangetoond Kan behandeld worden met antibiotica Antibiotica heeft geen effect 12
Ziektekiemen isoleren Is elk dier geschikt voor isolatie kiem? NEE!! Alles begint bij het juiste dier of staal! Behandeld met antibiotica Oorzakelijke kiem reeds verdwenen Veel secundaire problemen Bij de beginfase van de ziekte Niet behandeld Vers aanleveren Geschikte staal/orgaan 13
Ziektekiemen isoleren Is 1 dier voldoende? NEE!! Meerdere dieren nodig Geen toevalsbevinding Kiem isoleren uit het juiste orgaan (geen streptokok uit de long!) Verschillende stammen zoeken juiste kiem(en) 14
Adjuvans of niet Toevoeging van een hulpstof om afweersysteem te ondersteunen DGZ: geen adjuvans, enkel afgedode kiemen Autovaccinproducenten: meestal gebruik van adjuvantia 15
Factor tijd Aanleveren geschikte dieren Opkweek kiemen 1 tot 3 weken Doorsturen kiemen naar labo Productie vaccin 4 tot 6 weken Start vaccinatie en afwachten effect 16
Eind goed, al goed? Autovaccin: Geen controle op werkzaamheid Nevenwerkingen.. Blijf bedrijf opvolgen! Werkzaamheid? Opduiken van nieuwe stammen? - Inzenden van stalen/dieren bij sterfte! 17
Dierengezondheidszorg Vlaanderen Deel 2: praktijk Contactgegevens: tel. 078 05 05 23 e-mail: helpdesk@dgz.be www.dgz.be
Autovaccinatie in de praktijk
Inleiding AUTO-vaccin = STAL-vaccin = BEDRIJFSEIGEN vaccin Bedrijfseigen kiemen Bedrijfseigen situatie Resultaten: bedrijfsspecifiek! Verwachtingen: vaak zeer hoog Een aantal factoren spelen een rol in het succes van stalvaccins aan de hand van bedrijfssituaties
Inhoud Mogelijkheden inzake kiemen Wat is ons doel: welke immuniteit willen we bekomen? Aandachtspunten bij productie en gebruik van autovaccins
Mogelijkheden inzake kiemen Kiemen Streptococcus (oa suis) Actinobacillus pleuropneumoniae ( APP ) Haemophilus parasuis ( Glässer ) Staphylococcus hyicus ( Roet ) Mycoplasma hyosynoviae / hyorrhinis Pasteurella Clostridium perfringens / difficile Brachyspira (oa hyodysentariae ( Dysenterie ) Escherichia coli Rota A Combinaties
Inhoud Mogelijkheden inzake kiemen Wat is ons doel: welke immuniteit willen we bekomen? Aandachtspunten bij productie en gebruik van autovaccins
Doel? Immuniteit! BESCHERMING ZEUG Vaccinatie zeug Actieve Immuniteit BESCHERMING BIG Vaccinatie big Actieve Immuniteit Vaccinatie zeug Uitscheiding naar big Passieve immuniteit big Lactogeen Colostraal
Bescherming Big Bescherming Big Passief Colostraal Passief Lactogeen Actief
Welke Immuniteit? Bedrijfssituatie 1 Bedrijfsschets: Gesloten bedrijf, 550 zeugen, 4 wekensysteem Sinds 2 rondes frequenter diarree in eerste levensweek Vooral en startend bij biggen verlegd naar jonge zeugen Sinds enkele maanden beperkte roetproblemen begin batterijperiode Vaccinatieschema zeugen ikv diarree Conventioneel E. coli Conventioneel Clostridium perfringens type C
Welke Immuniteit? Bedrijfssituatie 1 Tijdslijn (weeknummer) Gebeurtenis -8 vaststelling diarree (beperkt) -4 vaststelling diarree (erger dan vorige keer) diagnostiek: Clostridium difficile & Rota A aanpassen verlegstrategie 0 opnieuw diarree (opnieuw ernstiger) beslissing isolatie voor stalvaccin 4 herstaalname 5 resultaat en beslissing productie stalvaccin 10 aanleveren en vaccinatie dracht week 10+13 14 biggen 1 week oud - evaluatie stalvaccin
Bescherming Big Bescherming Big Passief Passief Colostraal Colostraal Passief Passief Lactogeen Lactogeen Actief ROET DIARREE
Welke Immuniteit? Bedrijfssituatie 2 Bedrijfsschets: Gesloten bedrijf, 400 zeugen, 3 wekensysteem Sinds november 2016: Aanhoudende 8 à 10 % uitval in vleesvarkens Autopsie op het bedrijf & slachtlijncontrole: beeld APP-achtige letsels Diagnostiek: Actinobacillus pleuropneumoniae type 9 Complicerende factoren: enkel klimaatproblemen weerhouden
Welke Immuniteit? Bedrijfssituatie 2 1. Zeugenenting + biggenenting (beiden conventioneel vaccin) 2. Enkel biggenenting (conventioneel vaccin 2-shot) 3. Overgeschakeld op biggenvaccinatie (1-shot autovaccin) Bescherming Big Passief Colostraal Passief Colostraal Passief Lactogeen Actief Actief VACCINATIE ZEUG VACCINATIE BIG
Inhoud Mogelijkheden inzake kiemen Wat is ons doel: welke immuniteit willen we bekomen? Aandachtspunten bij productie en gebruik van autovaccins
Aandachtspunten Bedrijfseigen kiem(en) verschillende type(s)! Correctheid isolaties! Evolutie in de tijd selectieve druk! Complicerende factoren Kiemafhankelijke groei Moeilijkheid isolatie (vb. Mycoplasma/Glasser) Snelheid groei na isolatie bestelduur stalvaccin (vb. Brachyspira) Combinaties Basisenting (ook bij update)
Bedrijfseigen kiem(en) type(s) Streptococcus suis Verschillende serotypes (±35), binnen de stereotypes een veelvoud aan stammen met genetische verschillen Vaak meerdere types/stammen op één bedrijf!
Stalvaccin Streptokok Voorbeeld 1 Periode Isolatie Leeftijd December 2016 Serotype 1/14 en 2 4 weken Januari 2017 Serotype 1/14 en 2 6 weken Juli 2017 heropflakkering Productie stalvaccin Serotype 16 Update stalvaccin 2.5 weken November 2017 Serotype 1/14 3 weken + Haemophilus parasuis serotype 5/12 3 weken Update stalvaccin
Stalvaccin Streptokok Voorbeeld 1 Dendrogram Serotype 1/14 WIJZIGEN IN DE TIJD!
Stalvaccin Streptokok Voorbeeld 1 Problematiek einde kraamstal Verwachting? Verwachting hoog Problematiek einde batterij Verwachting? Minder direct effect zichtbaar Daling omgevingsdruk Bescherming Big Passief Colostraal Passief Passief Colostraal Lactogeen Actief
Stalvaccin Streptokok Voorbeeld 1 Problematiek einde kraamstal Verwachting? Verwachting hoog Daling omgevingsdruk Problematiek einde batterij Verwachting? Minder direct effect zichtbaar Daling omgevingsdruk Indien: - Correcte stam(men)! - Goed biestmanagement Alternatief: biggenvaccinatie - Kostprijs - Arbeid (dubbel)
Stalvaccin Streptokok Voorbeeld 2 Bedrijf: sinds 18 maand 7 isolaties op batterij: steeds type 9 Inzetten stalvaccin zeugen Subklinische slingerziekte vastgesteld Stalvaccin zeugen + Biggenvaccinatie slinger Stalvaccin gestopt Weinig verbetering Enorme reductie streptokokken problemen! Terug erge streptokokkenproblematiek Huidig: Stalvaccin Streptococcus (zeug) + Slingervaccinatie (big) Meetbare verbetering: Amoxy: 35 naar 4 behandeldagen Uitval: gemiddeld 4.5% naar 1.5% (Gewicht & VC: niet bijgehouden) COMPLICERENDE FACTOREN!
Take Home Message Elk autovaccin is anders Elke situatie waarin het autovaccin ingezet wordt, is anders Geen wondermiddel, wel een hulpmiddel! Verwachtingen moeten steeds gekaderd worden Spreek er gerust over met uw bedrijfsdierenarts!