1. Bekijk de titel, tussenkopjes en de foto. Wat is het hoofdonderwerp van deze tekst? Wat heb je in het nieuws gezien/gelezen/gehoord over dit onderwerp? 2. Bedenk voordat je gaat lezen 10 vragen, waarvan je verwacht het antwoord te kunnen vinden in de tekst. Nummer je vragen. Let op: je maakt Opdracht 1 Met hulp óf Opdracht 1 Zonder hulp Met hulp: vragen stellen 1. Lees nu de tekst actief. Wanneer je in de tekst het antwoord op je vraag tegenkomt, zet dan in de kantlijn het nummer van de vraag. Wanneer er tijdens het lezen nieuwe vragen in je opkomen, zet je een vraagteken in de kantlijn. Noteer ook de vraag. 2. Lees de uitleg vóórdat je verder gaat met de opdrachten. Wanneer je een tekst goed en kritisch wilt lezen, stel je jezelf steeds vragen bij de tekst. Vragen stellen doe je vóór het lezen, tijdens het lezen en na het lezen. Vragen die je jezelf kunt stellen vóór het lezen zijn meestal oriënterende vragen. - Wat wil ik weten over het onderwerp? - Met welk doel lees ik dit artikel? (Heb je bijvoorbeeld de informatie uit het artikel ergens voor nodig? - Wat is de bron, of wat zijn de bronnen van deze tekst? Zijn deze betrouwbaar? - Met welk doel is deze tekst geschreven? (En in hoeverre komt dit overeen met jouw doel als lezer?) Tijdens het lezen stel je jezelf vooral begripsvragen. - Wat bedoelen ze precies met dit woord, deze regel, dit stukje? - Wat wordt er in dit deel over het onderwerp gezegd? (Begrijp ik de inhoud?) - Hoe hangen dit deel samen met wat ik tot nu toe gelezen heb. (Begrijp ik de samenhang?) Na het lezen stel je vaak evaluerende vragen, of kritische vragen. Evaluerende vragen zijn bijvoorbeeld: - in hoeverre was deze informatie voor mij relevant? - wat weet, of begrijp ik nog niet? - wat vind ik het belangrijkste? Kritische vragen zijn bijvoorbeeld: - klopt de argumentatie? - is de informatie juist? CED-Groep www.nieuwsbegrip.nl Pagina 1 van 5
3. Werk samen met een klasgenoot. Vergelijk de vragen die jullie hebben bedacht en probeer ze te classificeren in het schema hieronder: Soort vraag Oriënterende vragen. de inhoud. de samenhang. Evaluerende vragen. Kritische vragen. 4. Welk soort vragen hadden jullie vooral gesteld? Waren er ook soorten vragen die ontbraken? Als dat het geval was, hoe kun je verklaren dat je die vragen niet had bedacht? 5. Bespreek nu samen wat de antwoorden op jullie vragen zijn. Op welk soort vragen hebben jullie de antwoorden gevonden in de tekst? Waar? Op welk soort vragen hebben jullie op een andere manier het antwoord gevonden? Hoe? Welke vragen zijn nog onbeantwoord gebleven? Wat moet je doen om tot het antwoord te komen? 6. Stel, je moet een kort artikel schrijven over het mogelijke gevaar van de processierups in jouw gemeente. Welke vragen zou jij jezelf dan stellen bij de tekst? Bedenk bij elke vraagsoort uit het schema hierboven een vraag. CED-Groep www.nieuwsbegrip.nl Pagina 2 van 5
Zonder hulp: en samenvatten 1. Lees de tekst actief. Wanneer je in de tekst het antwoord op je vraag tegenkomt, zet dan in de kantlijn het nummer van de vraag. Wanneer er tijdens het lezen nieuwe vragen in je opkomen, zet je een vraagteken in de kantlijn. Noteer ook de vraag. 2. Werk samen met een klasgenoot. Bespreek nu wat de antwoorden op jullie vragen zijn. Op welk soort vragen hebben jullie de antwoorden gevonden in de tekst? Waar? Op welk soort vragen hebben jullie op een andere manier het antwoord gevonden? Hoe? Welke vragen zijn nog onbeantwoord gebleven? Wat moet je doen om tot het antwoord te komen? 3. Stel, je moet een kort artikel schrijven over het mogelijke gevaar van de processierups in jouw gemeente. Welke vragen zou jij jezelf dan stellen bij de tekst? Bedenk bij elke vraagsoort in onderstaand schema minstens een vraag. Soort vraag Oriënterende vragen de inhoud de samenhang Evaluerende vragen Kritische vragen 4. Hebben jullie nog aanvullende informatie nodig om de vragen die je hebt bedacht te beantwoorden? Zo ja: waar zou je die informatie kunnen vinden? CED-Groep www.nieuwsbegrip.nl Pagina 3 van 5
Woordenschat De woorden in het schema komen uit de tekst. Geef van elk woord een omschrijving. Achterhaal zo nodig samen de betekenis van woorden uit de context, of zoek ze op in een woordenboek. Zijn er nog meer onbekende woorden? Zet ze erbij in het schema. Woord Kende ik wel/niet Betekenis de oksel (r.15) karakteristiek (r.18) de processie (r.18) sporadisch (r.22) tenietdoen, tenietgedaan ( r.30) - minnend, warmteminnend (r. 31) in groten getale (r.47) schetsen, geschetst (r.72) de malaise (r.90) indirect, indirecte (r. 91) De diepte in 1. Met welk doel is deze tekst geschreven? 2. Leg uit hoe de eikenprocessierups aan zijn naam komt. 3. Hoe komt het dat de eikenprocessierups nu een groter probleem vormt dan in 1987? Noem twee redenen. 4. Verklaar waarom men in bossen minder last heeft van eikenprocessierupsen dan in steden, dorpen of landgoederen. 5. Waarnaar verwijst het woordje hier in regel 46? 6. In regel 69 e.v. staat: Op plaatsen waar dus in voorafgaande jaren eikenprocessierupsen aanwezig waren en waar deze nu niet meer voorkomen, kunnen de brandharen echter nog steeds voor ongemak zorgen. Leg uit hoe dat komt. CED-Groep www.nieuwsbegrip.nl Pagina 4 van 5
7. In regel 91-92 staat: Ten slotte is er een aantal indirecte gevolgen merkbaar, zoals vermindering van het woon- of recreatiegenot; mensen kunnen beperkt worden in hun bewegingsvrijheid. Leg met een of meer voorbeelden uit wat hier wordt bedoeld. 8. In hoeverre is er bij jullie in de buurt overlast van de eikenprocessierups? Worden er specifieke maatregelen genomen? Vergelijk je antwoorden op de vragen van opdracht 3 met die van iemand anders. Komen ze overeen? Kunnen jullie elkaar uitleggen hoe je aan het antwoord bent gekomen? Hoe hielp het vragen stellen in opdracht 1 van de tekst om grip te krijgen op de tekst? In hoeverre kwamen jullie vragen overeen met de vragen van opdracht 3? Waar zit de eikenprocessierups?(extra opdracht) Is de eikenprocessierups bij jou in de buurt aanwezig? In deze opdracht gaan jullie onderzoeken waar in jullie omgeving de eikenprocessierups zich voordoet. Ga als volgt te werk: - Ga naar de website www.jeukrups.nl. - Lees de introductietekst en klik op de groene knop Ga verder. - Vul in het zoekscherm nu een straatnaam. Dit kan de straatnaam van je school zijn, of je huis, of - Klik een van de opties (met huisnummer) aan die wordt getoond. Dit hoeft niet het exacte huisnummer te zijn. - Zoom nu steeds verder uit. Dit kan met het - knopje, of met het wieltje van je muis. - Zoom net zo ver uit tot je ergens een melding op de kaart ziet. Die melding ziet er zo uit: - Zit de eikenprocessierups dichtbij? Of juist ver weg? Weet je zelf een plek waar de eikenprocessierups zit, maar staat die plek nog niet op de kaart? Dan kun je die plek eventueel ook melden. Dit werkt als volgt: - Zoom in naar de plek waar de rupsen zitten en klik met je muis op die plek. - Klik nu op de groene knop melden. Als je je gegevens niet wilt achterlaten, kun je het hokje bij Anoniem melden? aanvinken. CED-Groep www.nieuwsbegrip.nl Pagina 5 van 5