Voortplanting Hoofdstuk 6
Leerdoelen Je kunt de delen van een baarmoeder met embryo kunnen noemen met hun functies en kenmerken Je kunt beschrijven hoe de geboorte van een kind plaatsvindt
Bevruchting Bevruchting: het versmelten van de kern van de zaadcel met de kern van een eicel. Vindt plaats in de eileider. Is mogelijk wanneer geslachtsgemeenschap plaatsvindt in de vruchtbare periode. Eicel kan slechts door 1 zaadcel worden bevrucht.
Na de bevruchting De bevruchte eicel gaat zich delen. Het klompje cellen dat ontstaat wordt naar de baarmoeder vervoerd. Innesteling: het klompje cellen zet zich vast in het baarmoederslijmvlies.
Het baarmoederslijmvlies Zorgt in de eerste weken voor voeding. Het klompje cellen groeit uit tot een embryo. Embryo: het kind dat zich in de baarmoeder ontwikkelt. Daarna ontstaat in de baarmoederwand de placenta. Tijdens de zwangerschap geen menstruatie!
Placenta Placenta: Moederkoek. Deel van de baarmoederwand waar bloed in bloedvaten van het embryo vlak langs bloed van de moeder stroomt. Bloed van moeder en bloed van kind blijven gescheiden. Voedingsstoffen van het bloed van de moeder naar het bloed van de kind. Afvalstoffen van het bloed van het embryo naar het bloed van de moeder.
Navelstreng De navelstreng verbindt het embryo met de placenta. Door bloedvaten stroomt bloed van het embryo naar de placenta en terug.
Vruchtvliezen en vruchtwater Beschermen het embryo tegen stoten, uitdroging en temperatuurswisseling. In het vruchtwater kan het kind zich makkelijk bewegen.
De geboorte Begint met weeën: samentrekkingen van de spieren in de baarmoederwand.
De geboorte Ontsluiting: het onderste deel van de baarmoeder wordt wijder. - De vruchtvliezen breken en het vruchtwater vloeit weg.
De geboorte Uitdrijving: het kind komt naar buiten door persweeën. Meestal eerst het hoofdje. Bij stuitligging komt eerst het kontje of voetjes
De geboorte Nageboorte: placenta, resten van navelstreng en vruchtvliezen komen eruit.
De fases..
Pijn? Doet het pijn?
6.8 Seksueel overdraagbare Leerdoelen aandoening Je kunt beschrijven wat er aan de hand is bij chlamydia en bij aids
6.8 Seksueel overdraagbare Seksueel Overdraagbare Aandoeningen Geslachtsziekten of SOA s aandoening Ziekten die je alleen kunt krijgen via intiem lichamelijk contact met een besmette persoon. Hoeft niet alleen door geslachtsgemeenschap te komen: - contact tussen geslachtsorganen, mond of anus - ook overdraagbaar via bloed
6.8 Seksueel overdraagbare aandoening Komt vaker voor dan je denkt Jaarlijks in Nederland zo n 100000 nieuwe besmettingen.
6.8 Seksueel overdraagbare Chlamydia De meest voorkomende soa in Nederland Door een bacterie Ziekteverschijnselen: - vaak niets van te merken - soms (waterige) afscheiding uit urinebuis of vagina - soms pijn bij plassen - soms bloedverlies uit de vagina Onbehandeld kan het leiden tot onvruchtbaarheid. Genezing door antibiotica. aandoening
AIDS 6.8 Seksueel overdraagbare De meeste bekende SOA aandoening Wordt veroorzaakt door het HIV virus Tast het afweersysteem aan. Hierdoor wordt hij/zij vatbaar voor allerlei infecties. Geen specifieke ziekteverschijnselen. Besmetting via bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht of moedermelk. - Niet door niezen, zoenen, wc-bril, enz. Seropositief: besmet met het aidsvirus, maar nog niet ziek. Behandeling: aidsremmers. - Ziekte kan worden vertraagd, maar niet genezen.
6.8 Seksueel overdraagbare Voorkomen Niet alle soa s hebben duidelijke verschijnselen - Soms merk je het niet, of te laat. - Jij of je partner kunnen besmet zijn zonder het te weten. - Hoe weet je zeker of jouw partner te vertrouwen is? Vrij altijd veilig aandoening Vaste relatie? Laat je allebei testen voordat je het condoom wegdoet. Testen: - Anoniem: thuistest of bij GGD - Huisarts
Woordenlijst maken 6.7 Zwangerschap en geboorte Innesteling Embryo Placenta Moederkoek Navelstreng Vruchtvliezen Vruchtwater Melkklieren Bevalling Weeën Ontsluiting Uitdrijving Persweeën Stuitligging Navel Nageboorte 6.8 Seksueel overdraagbare aandoening SOA s Geslachtsziekten Chlamydia Aids Hiv Seropositief Aidsremmers
Opdrachten maken Maken opdracht 22 t/m 27 Blz. 57 t/m 61 WB Blz. 64 t/m 69 TB Maken opdracht 28 en 29 Blz.62 t/m 65 WB Blz. 70 t/m 74 TB Heb je de leerdoelen behaald? Je kunt de delen van een baarmoeder met embryo kunnen noemen met hun functies en kenmerken Je kunt beschrijven hoe de geboorte van een kind plaatsvindt Je kunt beschrijven wat er aan de hand is bij chlamydia en bij aids