RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN"

Transcriptie

1 RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN Toelichting met onderzoek tot m.e.r. Gemeentebestuur Ruiselede Markt Ruiselede Grontmij Vlaanderen Gent, mei 2010

2

3 Verantwoording Titel : RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN Subtitel : Toelichting met onderzoek tot m.e.r. Projectnummer : Referentienummer : Revisie : 1 Datum : mei 2010 Auteur(s) : LCR, KVA adres : [email protected] Gecontroleerd door : KVA Paraaf gecontroleerd : Goedgekeurd door : EMA Paraaf goedgekeurd : Contact : Meersstraat 138A B-9000 Gent T F [email protected] Pagina 2 van 45

4

5 Inhoudsopgave 1 INLEIDING Aanleiding van de opdracht Definitie van een zonevreemde woning PLANNINGSCONTEXT Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West-Vlaanderen Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Ruiselede Zonevreemde woningen (p ) Gewenste structuur per deelruimte INVENTARIS EN CATEGORISERING ZONEVREEMDE WONINGEN Inventarisatie zonevreemde woningen Opbouw inventaris Overzicht zonevreemde woningen Categorisering van de zonevreemde woningen Woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied Woningen in agrarisch gebied Woningen in kwetsbare gebieden Overzicht van de categorisering van zonevreemde woningen TOELICHTING BIJ DE OPMAAK VAN HET RUP Algemeen Concrete uitwerking MOGELIJKHEDEN VOLGENS DE VIGERENDE WETGEVING Zonevreemde woningen buiten kwetsbare gebieden Zonevreemde woningen in kwetsbare gebieden Afwerkingsregel Inventaris bouwkundig erfgoed TOELICHTING BIJ DE ONTWIKKELINGSPERSPECTIEVEN Woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven Woningen in agrarisch gebied Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in het open agrarische landschap Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in het bosrijke landschap Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in andere dan agrarische gebieden Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor zonevreemde woningen in kwetsbare gebieden...23 Pagina 3 van 45

6 7 ONDERZOEK TOT M.E.R Inhoud Aard van het plan Grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten Alternatieven Het nulalternatief Locatiealternatieven Ruimere of strengere ontwikkelingsperspectieven Conclusie Aftoetsing plan-mer-plicht van rechtswege Plan-m.e.r.-plicht Noodzaak tot passende beoordeling Conclusie Beschrijving en beoordeling van mogelijke milieueffecten Inleiding Discipline bodem en water Beschrijving en analyse plangebied Beoordeling Conclusie Discipline Fauna & Flora Beschrijving en analyse plangebied Beoordeling Conclusie Discipline landschap, bouwkundig erfgoed & archeologie Beschrijving en analyse plangebied Beoordeling Conclusie Discipline mens-socio-organisatorische aspecten Beschrijving en analyse plangebied Beoordeling Conclusie Conclusie scoping milieueffecten Externe mensveiligheid Eindconclusie BIJLAGE Bijlage 1: lijst van aangeschreven instanties Bijlage 2: lijst van aangeschreven instanties Bijlage 3: aanvullingen op basis van de adviezen...44 Lijst kaarten Kaart 1: ligging van de zonevreemde woningen op de topokaart...10 Kaart 2: ligging van de zonevreemde woningen op het gewestplan...10 Kaart 3: bodemkaart - bodemtypes...31 Kaart 4: bodemkaart drainageklassen...31 Kaart 5: grondwaterkwetsbaarheid...31 Kaart 6: water- en oppervlaktewaterwingebieden...31 Kaart 7: watertoetskaart mbt overstromingsgevoelige gebieden...31 Kaart 8: infiltratiegevoeligheid...31 Kaart 9: biologische waarderingskaart...33 Kaart 10: VEN-gebieden...33 Kaart 11: ecologische gebieden volgens gewestplan...33 Kaart 12: ecosysteemkwetsbaarheid...33 Kaart 13: beschermde monumenten, landschappen en dorpsgezichten...35 Kaart 14: landschapsatlas...35 Kaart 15: inventaris bouwkundig erfgoed...35 Kaart 16: landbouwwaarderingskaart...37 Kaart 17: herbevestigd agrarisch gebied...37 Pagina 4 van 45

7 1 INLEIDING 1.2 Definitie van een zonevreemde woning Bij de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan zonevreemde woningen is een sluitende en éénduidige definitie van een zonevreemde woning noodzakelijk: 1.1 Aanleiding van de opdracht De gemeenteraad van Ruiselede heeft beslist tot de opmaak van het RUP zonevreemde woningen. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (BD, meer bepaald de actie uit het bindend gedeelte: opmaken van een ruimtelijk uitvoeringsplan dat een oplossing biedt aan de problematiek van zonevreemde woningen. De gemeente wenst daarbij te vertrekken van de mogelijkheden volgens de gewestelijke regelgeving. Dit RUP heeft enkel de bedoeling deze mogelijkheden gebiedsgericht te nuanceren en te verfijnen rekening houdend met de deelruimte waarin de zonevreemde woning zich bevindt. Een woning is momenteel zonevreemd als en alleen als ze gelegen is: én buiten gebieden die in de geldende gewestplannen omschreven zijn als woongebied, als woongebied met landelijk karakter of als woonpark; én buiten gebieden waarbinnen de geldende gemeentelijke plannen van aanleg het wonen toestaan; én buiten goedgekeurde, niet-vervallen verkavelingen. Woningen kunnen zonevreemd zijn geworden als het gaat om: woningen gebouwd vooraleer de gewestplannen werden goedgekeurd; woningen die vergund zijn krachten afwijkingsregels in de wetgeving; gebouwen die voor een andere functie dan wonen werden gebouwd maar die via een functiewijziging een woonfunctie hebben gekregen; woningen in vervallen verkavelingen. Pagina 5 van 45

8

9 2 PLANNINGSCONTEXT aangeduid als ankerplaatsen binnen de gave landschappen van de Oude Veldgebieden en de omgeving Mevrouwmolen en Artemeersmolen Kanegem. Het zuiden van de gemeente behoort tot een nieuw landschap met en intensief gedifferentieerde agrarische structuur. Het noorden van Ruiselede behoort tot het landelijk toeristisch-recreatief netwerk. Op grondgebied Ruiselede werden geen secundaire wegen geselecteerd. 2.1 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen De gemeente Ruiselede situeert zich volledig in het buitengebied, dit is het gebied waar de open ruimte overweegt. Elementen van bebouwing en infrastructuur die in functionele samenhang zijn met de niet-bebouwde ruimte maken er deel van uit en kunnen plaatselijk overwegen. Binnen de gemeente Ruiselede is de N37 geselecteerd als primaire weg II. 2.2 Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West- Vlaanderen Ruiselede maakt deel uit van het bundelingsgebied. Dit is een gebied met een intense dichtheid aan kernen, linten en verspreide bebouwing. Het strikter bundelen van wonen en werken naar een selectief aantal kernen volgens een gelijkmatig verspreid patroon van hoofddorpen en woonkernen moet deze zone beter structureren. Ruiselede werd geselecteerd als structuurondersteunend hoofddorp. Op grondgebied van de gemeente zijn de Klaphullebeek, de Kapellebeek- Vlaagtbeek en de Poekebeek geselecteerd als natuurverbindingsgebieden. De Poekebeek is eveneens geselecteerd als structurerend lineair element. Daarnaast zijn Sint-Pietersveld en Schoonberg-Vorte Bossen 2.3 Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Ruiselede Zonevreemde woningen (p ) Om de open ruimte te vrijwaren, moet het bestaande woningpatrimonium maximaal benut worden, indien ruimtelijk verantwoord. De gemeente wenst een maximale rechtszekerheid voor deze woningen maar ook eenvoudig hanteerbare regels. De problematiek van zonevreemde woningen wordt grotendeels opgelost in de vigerende wetgeving. Deze wordt door het gemeentebestuur als voorlopige oplossing aanvaard voor het gehele grondgebied. Onderstaande nuanceringen dienen verder te worden uitgewerkt en verfijnd in een ruimtelijk uitvoeringsplan. In dit RUP kunnen enkel de bestaande (effectieve en potentiële) zonevreemde wooneenheden opgenomen worden. Er kunnen met name geen bijkomende woonmogelijkheden gecreëerd worden. Nieuwe woningen of nieuwe verkavelingen in de open ruimte zijn niet toegelaten buiten de wettelijke mogelijkheden. Pagina 6 van 45

10 PLANNINGSCONTEXT ALGEMEEN Voor alle bestaande niet-verkrotte woningen die hoofdzakelijk vergund zijn of geacht worden vergund te zijn, kunnen onderhouds- en instandhoudingswerken, die al dan niet betrekking hebben op de stabiliteit, worden uitgevoerd. Tevens kunnen werken worden uitgevoerd die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning. In geval van overmacht is ook herbouw mogelijk, met uitzondering van de zonevreemde woningen gelegen in gebieden waar de regelgeving een bevoegdheid is van hogere overheden (bv. VEN-gebieden) 1. Landbouwbedrijfswoningen kunnen na stopzetting van de activiteit in alle zones de bestemming particuliere woning krijgen zodat het behoud ervan gegarandeerd kan worden. De voorwaarden voor zonevreemde woningen worden dan van toepassing. SPECIFIEK Er wordt verder een onderscheid gemaakt tussen de volgende gevallen: Behoorlijk vergunde woningen waarvan het perceel gelegen is net naast en direct aansluitend bij een (landelijk) woongebied volgens een plan van aanleg; Behoorlijk vergunde woningen in alle agrarische gebieden; Behoorlijk vergunde woningen gelegen in andere dan agrarische gebieden. Zonevreemde woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied volgens een plan van aanleg Deze woningen betekenen slechts een geringe aantasting van de open ruimte. Morfologisch vormen ze één geheel met het woongebied 2. Deze woningen krijgen daarom gelijkaardige ontwikkelingsmogelijkheden als het woongebied 3. Ze kunnen met andere woorden verbouwd, herbouwd en uitgebreid worden. Omvorming tot meergezinswoning is niet mogelijk, gezien op die manier bijkomende (zonevreemde) woongelegenheden worden gecreëerd. Bijkomend kunnen bepalingen worden opgenomen inzake de afwerking van het woongebied en inpassing in de omgeving (bv. opleggen van groene perceelsafsluitingen, groenvoorzieningen afstemmen op de directe omgeving, creëren van een uniforme achterkavelgrens met kleine houtkant). Zonevreemde woningen in alle agrarische gebieden De gemeente wenst een uniforme aanpak waarbij het open landschap maximaal gevrijwaard wordt. De zonevreemde woningen kunnen verbouwd en herbouwd worden. De woningen krijgen dezelfde uitbreidingsmogelijkheden als een landbouwerswoning, namelijk maximaal 1000 m³ brutovolume. Herbouw op 75% van de huidige bebouwde oppervlakte is vereist, tenzij de goede ruimtelijke ordening anders vereist bv. te dicht bij de beek, te dicht bij straat, Het is ook toegelaten bijgebouwen op te richten in de onmiddellijke omgeving van het woongebouw in functie van het wonen (hobbyserre, kippenhok, berghok, ) of bestaande bijgebouwen te herbouwen/verbouwen of uit te breiden. De bijgebouwen moeten in verhouding staan tot het hoofd- 1 De gemeente meent dat er momenteel geen woningen in dergelijke gebieden aanwezig zijn. 2 Een geïsoleerde woning aan de overkant van een weg, waarbij de weg een duidelijke aflijning voorziet tussen de woningen en de open ruimte vormt geen morfologisch geheel met het woongebied. 3 Ze kunnen geen bijkomende beperkingen voor de landbouw betekenen inzake afstands- en andere wetgevingsregels. Pagina 7 van 45

11 PLANNINGSCONTEXT gebouw en de perceelsgrootte. De mogelijkheden voor bijgebouwen kunnen gebiedsgericht verfijnd worden. Bijkomend kunnen in het open agrarische landschap bepaling worden opgenomen inzake een optimale landschappelijke inpassing en het maximaal vrijwaren van de open ruimte voor de beroepslandbouw (bv. vertuining van het landschap vermijden door beperkingen op te leggen ten aanzien van de diepte van het perceel dat als tuin kan ingericht worden, dan wel een agrarisch gebruik of natuurfunctie moet kennen, gebruik van inheemse groenvoorzieningen, gebruik van een landelijke woontypologie). Bijkomend kunnen binnen het bosrijke gebied bepalingen worden opgenomen inzake een optimale landschappelijke inpassing en het maximaal behoud en eventueel verdere uitbouw van de kleine landschapselementen in het gebied (bv. perceelsafsluitingen afgestemd op de natuurlijke en landschappelijke omgeving, respecteren van het rasterpatroon en versterken drevenstructuur) Behoorlijk vergunde woningen gelegen in andere dan agrarische gebieden Het beleid voor de woningen gelegen in deze ruimtelijk kwetsbare gebieden van bovenlokaal niveau wordt bepaald door de hogere overheid (Vlaams Gewest en provincie). Het gaat om woningen gelegen in grote eenheden natuur, grote eenheden natuur in ontwikkeling, verwevingsgebieden en natuurverbindingsgebieden. Indien de hogere overheid de woningen buiten de kwetsbare gebieden van bovenlokaal niveau situeert, stelt de gemeente volgend beleid voorop. De woningen kunnen verbouwd worden en beperkt uitgebreid, tot een maximum van 700 m³, met inbegrip van de bestaande bijgebouwen die behouden blijven en eventueel kunnen verbouwd worden zonder volumeuitbreiding. Een nieuw bijgebouw is toegestaan indien nog geen bijgebouwen aanwezig zijn, nevenfuncties en uitbreiding van de tuin buiten het bestaande perceel zijn niet toegelaten. GEBOUWEN MET BIJZONDERE, HISTORISCHE, LANDSCHAPPELIJ- KE EN/OF ARCHITECTONISCHE WAARDE De gemeente stelt volgende elementen voor 4 : beschermde monumenten: gemeentehuis, PLC en GBJ, O.-L.-Vr.-Kerk, St.-Caroluskerk, Hostensmolen, Knokmolen; merkwaardige gebouwen: Hoeve Poelvoorde, Goed ter Vlaagt, Hoeve Groot Kraaienbroek, Eendekooihoeve, Gallatashoeve, Axpoele school, Kasteel de Roo, Kasteel Reed Poel en de zomerwoning met koetshuis en boswachterswoning in de Gallatasbossen. Bij de evaluatie en uitwerking van ontwikkelingsperspectieven voor zonevreemde gebouwen moet rekening gehouden worden met de cultuurhistorische waarde ervan. De patrimoniumwaarde al dan niet beschermd- van sommige gebouwen moet erkend worden en de ontwikkelingsperspectieven moeten hierop afgestemd worden. Er wordt in de eerste plaats gestreefd naar het behoud van waardevolle gebouwen. De eventuele verbouwingen en functiewijzigingen moeten de erfgoedwaarde en het architectonische karakter van het gebouwen ongeschonden laten of versterken. Een functiewijziging van deze gebouwen is mogelijk indien de verderzetting van de vroegere functie onmogelijk blijkt of een duurzame leefbaarheid van het gebouw niet meer kan garanderen. Bovendien moet de nieuwe functie verenigbaar zijn met de omgeving en mag de draagkracht van het ruimtelijke geheel niet overschreden worden. Naast de woonfunctie kunnen ook toeristisch recreatieve of openbare nutsfuncties (bv. museum, kunstgalerij, ) onderzocht worden. Met betrekking tot toeristisch recreatieve activiteiten en (functionele) verbouwingen verwijzen we naar het specifieke beleidskader voor bescherm- 4 Het gaat hier om een voorlopige lijst die in het kader van de opmaak van het RUP zonevreemde woningen verder zal worden verfijnd en aangevuld door o.a. een aftoetsing aan de inventaris bouwkundig erfgoed. Pagina 8 van 45

12 PLANNINGSCONTEXT de en merkwaardige gebouwen, opgenomen in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West-Vlaanderen (pp ). In een Ruimtelijk Uitvoeringsplan zullen de mogelijkheden gebouw per gebouw vastgelegd worden Gewenste structuur per deelruimte RUISELEDE-CENTRUM, DOOMKERKE EN KRUISKERKE, DE KLAP- HULLE EN OUD HAANTJE Bestaande, vergunde woningen en tuinstroken, aansluitend bij het dorp, kunnen gelijkaardige mogelijkheden krijgen als het (landelijk) woongebied. Dit zal geen aanleiding geven tot het creëren van bijkomende woongelegenheden. De bebouwingsranden worden landschappelijk afgewerkt. DEELRUIMTEN In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan worden drie deelruimten onderscheiden: Het open agrarische landschap Het gebied ten zuiden van de Wantebeekvallei: halfopen tot open agrarisch landschap doorsneden met beken. Door recente ingrepen zijn de traditionele, bestaande structuren grotendeels uitgewist. Kenmerkend zijn het bekenstelsel en het open agrarische landschap dat op bepaalde plaatsen sterk versnipperd is door bebouwing en wegenis. In het gebied ligt de bebouwing van rurale woonconcentraties De Klaphulle en Oud Haantje en de lintbebouwing van de Bruggesteenweg. Het beleid is gericht op het structureren van het nieuwe landschap en het versterken van het structurerende bekenstelsel. Ruiselede-centrum met omringende open ruimte; Gesloten, bosrijke landschap Het gebied ten noorden van de Wantebeekvallei: gesloten, bosrijk landschap met talrijke dreefstructuren. Het gebied wordt gekenmerkt door boscomplexen, die deel uit maken van het groter geheel van de oude veldgebieden. Een dambordvormig patroon van dreven en open landbouwakkers typeren het gebied. Binnen deze deelruimte zijn de landelijke parochies Doomkerke en Kruiskerke gelegen. Het beleid is gericht op het behoud van het historisch gegroeid rasterpatroon van dreven, bossen en open akkers en het behoud van de open ruimte van Sint-Pietersveld. Pagina 9 van 45

13 3 INVENTARIS EN CATEGORISE- RING ZONEVREEMDE WONIN- GEN gebouwen. Op basis van deze informatie zijn de gebouwen ingedeeld volgens twee groepen: De effectief zonevreemde woningen voldoen aan de begripsomschrijving zoals weergegeven in bovenstaande definitie; De potentieel zonevreemde woningen betreffen bedrijfswoningen of woningen horende bij een agrarisch bedrijf. Deze woningen zijn niet opgenomen in de inventaris Overzicht zonevreemde woningen 3.1 Inventarisatie zonevreemde woningen Opbouw inventaris Op basis van de kadasterkaart is een eerste inventaris van zonevreemde gebouwen gemaakt. Volgens de definitie uit voorgaande paragraaf zijn in de inventaris die gebouwen opgenomen die: Volgens het geldende gewestplan niet gelegen zijn in woongebied, woongebied met landelijk karakter of woonpark 5 ; Volgends de geldende gemeentelijke plannen van aanleg niet gelegen zijn in zones bestemd voor wonen; Niet gelegen zijn in goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen. Vervolgens is de inventaris op basis van terreinbezoek verder verfijnd. Op deze manier is inzicht verworven over de eigenlijke functie en aard van de Op kaart 1 en 2 worden de zonevreemde woningen gesitueerd. Het betreft in totaal bijna 500 woningen waarvan het grootste deel in landschappelijk waardevol agrarisch gebied is gelegen. De zonevreemde woningen liggen enorm gespreid over het grondgebied van de gemeente. Er liggen wel nogal wat zonevreemde woningen in de omgeving van de Zandstraat, de Tieltstraat, t Rozeke, nabij Poeke, langs de Parkstraat en rond De Kruisebergen. Code Bestemming Effectief Potentieel Aantal 0701 Natuurgebied Natuurreservaat of natuurgebied met wetenschappelijke waarde Agrarische gebieden Landschappelijk waardevol agrarisch gebied Agrarisch gebied met ecologisch belang 0 Totaal 491 Kaart 1: ligging van de zonevreemde woningen op de topokaart Kaart 2: ligging van de zonevreemde woningen op het gewestplan 5 Woningen die gelegen zijn in een niet-uitgerust woonuitbreidingsgebied zijn niet in de inventaris opgenomen. Pagina 10 van 45

14 3.2 Categorisering van de zonevreemde woningen In het GRS wordt een onderscheid gemaakt tussen: Zonevreemde woningen; Gebouwen met bijzondere, historische, landschappelijke en/of architectonische waarde. Aangaande de zonevreemde woningen worden drie categorieën van zonevreemde woningen aangeduid: Behoorlijk vergunde woningen waarvan het perceel gelegen is net naast en direct aansluitend bij een (landelijk) woongebied volgens een plan van aanleg; Behoorlijk vergunde woningen in alle agrarische gebieden; Behoorlijk vergunde woningen gelegen in andere dan agrarische gebieden Woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied Onder woningen die aansluiten bij (landelijk) woongebied volgens een plan van aanleg worden die zonevreemde woningen verstaan die ruimtelijk één geheel vormen met de grotere woonconcentraties in de gemeente meer bepaald Ruiselede-centrum, Doomkerke en Kruiskerke, De Klaphulle en Oud Haantje en de Bruggesteenweg. Er wordt in het structuurplan duidelijk gesteld dat het perceel van de zonevreemde woning moet gelegen zijn net naast en direct aansluitend bij het woongebied. Een geïsoleerde woning aan de overkant van een weg, waarbij de weg een duidelijke aflijning voorziet tussen de woningen en de open ruimte vormt geen morfologisch geheel met het woongebied Woningen in agrarisch gebied De zonevreemde woningen die niet worden weerhouden als woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied, worden gecategoriseerd als woningen in agrarisch gebied, met uitzondering voor die woningen die in kwetsbare gebieden zijn gelegen. De ontwikkelingsperspectieven van de betreffende zonevreemde woningen worden afgestemd op de gewenste invulling van de deelruimte waarin ze gelegen zijn, meer bepaald het open agrarische landschap of het gesloten bosrijke landschap Woningen in kwetsbare gebieden Het gaat om woningen gelegen in grote eenheden natuur, grote eenheden natuur in ontwikkeling, verwevingsgebieden en natuurverbindingsgebieden Overzicht van de categorisering van zonevreemde woningen Categorie Effectief Potentieel Aantal 1 Woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied 20 2 Woningen in agrarisch gebied Woningen in het open agrarische landschap Woningen in het gesloten bosrijke landschap Woningen in kwetsbare gebieden 6 Totaal 491 (deze indeling kan mogelijks nog licht wijzigen) Pagina 11 van 45

15 4 TOELICHTING BIJ DE OPMAAK VAN HET RUP 4.2 Concrete uitwerking Detailplannen per woning aansluitend bij (landelijk) woongebied; Contourplannen per deelgebied voor de zonevreemde woningen in agrarisch gebied; (nog te verfijnen) 4.1 Algemeen In het RUP zullen de woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied (categorie 1) analoge mogelijkheden krijgen aan het woongebied. Dit houdt in dat er vrij ruime mogelijkheden zijn, met uitzondering van het creëren van een meergezinswoning. Deze woningen krijgen een specifieke overdruk die wordt gedetailleerd per woning. De woningen in agrarisch gebied (categorie 2) worden niet herbestemd en behouden de bestemming van het gewestplan. Er zullen wel extra specifieke voorschriften worden gekoppeld aan deze woningen aanvullend op de voorschriften van het gewestplan - door middel van contourenplannen per deelruimte. De aanvullende voorschriften gelden enkel voor de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte zonevreemde woningen binnen de contour. Van zodra er een verlaten landbouwbedrijf binnen de contour wordt omgezet in eengezinswoning, zijn bijgevolg pas vanaf dan de voorschriften van dit RUP van toepassing. Pagina 12 van 45

16

17 5 MOGELIJKHEDEN VOLGENS DE VIGERENDE WETGEVING De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (MB 27 maart 2009, van kracht op 1 september 2009) legt enkele basisrechten vast voor bestaande hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte en niet verkrotte zonevreemde woningen. Zonder de opmaak van een RUP gelden deze basisrechten voor zonevreemde woningen. Een RUP kan de basisrechten aanvullen en uitbreiden. Een RUP kan evenwel ook strengere voorwaarden bepalen op het vlak van de maximaal toegelaten volumes bij herbouw. Hieronder volgt een samenvatting van deze basisrechten, aangevuld met bepalingen opgenomen in relevante uitvoeringsbesluiten en hoe men met deze regelgeving binnen het vergunningenbeleid omgaat: 5.1 Zonevreemde woningen buiten kwetsbare gebieden Hoofdgebouw In andere dan kwetsbare gebieden mag men de woning verbouwen, herbouwen en maximaal tot 1000 m³ uitbreiden. Bij herbouw moet 75% van de nieuwe woning de plaatsing van de oorspronkelijke overlappen (tenzij getroffen door bv. een rooilijn of achteruitbouwzone) en het karakter en de verschijningsvorm van de oorspronkelijke woning moet gerespecteerd worden. Het aantal woongelegenheden blijft, zowel bij verbouwen, herbouwen als uitbreiden, beperkt tot het bestaande aantal. Bijgebouwen Bestaande bijgebouwen (garage, voormalige stallen) kunnen verbouwd worden en herbouwd binnen het bestaande bouwvolume. Uitbreiden van bijgebouwen of het plaatsen van nieuwe bijgebouwen groter dan de van vergunning vrijgestelde 10m² is niet mogelijk. Tuinaccommodatie Volgende handelingen, gezien ze vrijgesteld zijn van stedenbouwkundige vergunning: De aanleg van terrassen niet in de voortuinstrook tot maximum 50 m²; De plaatsing van afsluitingen met een maximumhoogte van 2 m, bestaande uit palen en draad of draadgaas, uit één betonplaat met een maximumhoogte van 40 cm en draad of draadgaas (eventueel met zeildoek, gevlochten kunststofstrips, rieten matten, ); Afsluitingen bestaande uit palen met prikkel- of schrikdraad; Voortuinafsluitingen tot 50 cm hoogte; Poorten met een maximale hoogte van 2,50 m; Houten panelen met een maximale hoogte van 2 m (niet in voortuin en met een maximale lengte van 10 m per zijdelingse en achterste perceelsgrens); Voortuinafsluitingen (incl. muurtjes) tot 50 cm hoogte; Pagina 13 van 45

18 Mogelijkheden volgens de vigerende wetgeving De plaatsing van maximaal één houten tuinhuisje ofwel één houten hok voor dieren ofwel één houten duiventil (niet in voortuin). De oppervlakte bedraagt maximaal 10 m², kroonlijsthoogte is beperkt tot 2,5 m en nokhoogte tot 3 m; De plaatsing van één volière of één serre van maximaal 10 m²; kroonlijst 2,5 m en nokhoogte 3 m; De plaatsing van siervijvers van maximaal 30 m²; rotstuintjes, pergola s, tuinmuurtjes met een maximumhoogte van 1,2m, niet als afsluiting, barbecues, speeltoestellen, tuinornamenten, brievenbussen; De plaatsing van openluchtzwembaden of jacuzzi s van maximum 30 m². De gezamenlijke oppervlakte van alle gemelde 6 of van stedenbouwkundige vergunning vrijgestelde hokken voor dieren, duiventillen, volières, tuinhuisjes, bergplaatsen, garages, carports, serres, veranda s en overdekte terrassen, bedraagt nooit meer dan 20% van de totale oppervlakte van de huiskavel waarop zij zijn ingericht. Deze werken zijn enkel vrijgesteld van een vergunning als ze niet in strijd zijn met een RUP. Dit houdt in dat een RUP eventueel strengere bepalingen kan opnemen. Mogelijke nevenfuncties of functiewijzigingen De codex ruimtelijke ordening bepaalt dat de vergunningverlenende overheid mag afwijken van de bestemmingsvoorschriften 7 voor stedenbouwkundige vergunningen die betrekking hebben op vergunningsplichtige functiewijzigingen onder bepaalde voorwaarden (niet gelegen in kwetsbaar gebied of recreatiegebied). Het gaat enkel over volgende functiewijzi- gingen: (een weigering van een afwijking geeft nooit aanleiding tot planschadevergoeding) 1. Er kan een vergunning worden verleend voor het gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een zonevreemde woning, met inbegrip van de woningbijgebouwen die er fysisch een geheel mee vormen, in kantoor- of dienstenfunctie, zoals kantoor, vrij beroep of dienstverlening. Daarbij mag de complementaire functie niet meer beslaan dan 100 m² en beslaat de woonfunctie de grootste oppervlakte. 2. Er kan een vergunning worden verleend voor het gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een zonevreemde woning, met inbegrip van de woningbijgebouwen die er fysisch een geheel mee vormen, in het gebruik als een toeristische logies als het maximaal 8 tijdelijke verblijfsgelegenheden betreft, met uitsluiting van elke vorm van restaurant of café. 3. Er kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex van de hoofdfunctie "landbouw" in de ruime zin, voor zover aan al de volgende voorwaarden voldaan is: het gebouw of gebouwencomplex is gelegen in een agrarisch gebied in de ruime zin; het gebouw of gebouwencomplex maakt deel uit van een gebouwengroep; de nieuwe functie heeft louter betrekking op de opslag van allerhande materialen of materieel. 4. Er kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex van de hoofdfunctie "landbouw in de ruime zin", voor zover aan al de volgende voorwaarden voldaan is: 6 Meldingsplicht voor bijgebouwen geldt enkel voor woongebied in de ruime zin. Voor zonevreemde woningen is dit bijgevolg niet van toepassing. 7 Na de goedkeuring van dit RUP zonevreemde woningen bestaat bijgevolg nog een afwijkingsmogelijkheid voor de opgesomde bestemmingen. Pagina 14 van 45

19 Mogelijkheden volgens de vigerende wetgeving het gebouw of gebouwencomplex is gelegen in een agrarisch gebied in de ruime zin; de nieuwe functie heeft betrekking op volgende activiteiten of combinaties daarvan: een paardenhouderij, een manege, een dierenasiel, een dierenpension, een dierenartsenpraktijk, jeugdlogies, een tuinaanlegbedrijf, een kinderboerderij, een centrum voor dierentherapie (animal assisted therapy) een instelling waar personen al dan niet tijdelijk verblijven en bij wijze van therapie, onderwijs, opleiding of voorbereiding op de reguliere arbeidsmarkt ondermeer landbouwactiviteiten of aan de landbouw verwante activiteiten uitoefenen, telkens met inbegrip van de gedeelten van het gebouw of gebouwencomplex die worden aangewend voor ondergeschikte functies (handel, horeca, kantoorfunctie of diensten) die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hoofdfunctie. Voor deze functies geldt dat de volledige vloeroppervlakte die door eventuele ondergeschikte functies (zowel binnen het hoofdgebouw als binnen de bijgebouwen) in beslag genomen wordt, ten hoogste gelijk is aan 100 vierkante meter. Bovendien worden er enkele voorwaarden gekoppeld aan de functiewijzigingen van 2 tot en met 4: De functiewijzigingen kunnen enkel worden toegestaan als het gebouw of het gebouwencomplex gelegen is aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat. De functiewijzigingen kunnen enkel worden toegestaan als het gebouw of gebouwencomplex bouwfysisch geschikt is voor de nieuwe functie. Een gebouw of gebouwencomplex is bouwfysisch geschikt voor een nieuwe functie als aan het gebouw of gebouwencomplex uit financieel of bouwtechnisch oogpunt geen ingrijpende werken uitgevoerd hoeven te worden voor de nieuwe functie. Daarmee wordt bedoeld dat de functie gerealiseerd kan worden als de bestaande structuur van het gebouw grotendeels wordt benut en gevaloriseerd, waarbij het gebouw aangepast kan worden aan hedendaagse comfort-, energie- of milieueisen. 5.2 Zonevreemde woningen in kwetsbare gebieden Hoofd- en bijgebouwen In de kwetsbare gebieden is enkel verbouwen van zonevreemde woningen en hun bijgebouwen mogelijk en kan het gewest op termijn de woning aankopen. Kleinschalige tuinaccommodatie Volgende handelingen zijn mogelijk bij zonevreemde woningen in kwetsbaar gebied (uitgezonderd parkgebied), gezien ze vrijgesteld zijn van stedenbouwkundige vergunning: de strikt noodzakelijke toegangen en opritten naar het gebouw en de gebouwen; tuinpaden in de zij- en achtertuinstrook; De aanleg van terrassen niet in de voortuinstrook tot max. 50 m²; afsluitingen bestaande uit palen met prikkel- of schrikdraad; rotstuintjes, pergola s, tuinmuurtjes met een maximumhoogte van 1,2m, niet als afsluiting, barbecues, speeltoestellen, tuinornamenten, brievenbussen; Nevenfuncties of functiewijzigingen zijn niet mogelijk in kwetsbare gebieden. Pagina 15 van 45

20 Mogelijkheden volgens de vigerende wetgeving 5.3 Afwerkingsregel Voor een perceel dat niet voor woningbouw bestemd is, kan desalniettemin een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning worden afgegeven, indien voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden: de nieuwe woning is van: hetzij het driegeveltype, in welk geval zij aangebouwd wordt bij een wachtmuur van een bestaande woning op een belendend perceel, hetzij het gesloten bouwtype, in welk geval zij gebouwd wordt op een perceel dat gelegen is tussen twee wachtmuren; het perceel waarop de nieuwe woning opgericht wordt, heeft een oppervlakte van ten hoogste 650 m²; het bouwvolume van de nieuwe woning bedraagt ten hoogste m³; de aanpalende bestaande woning of woningen is of zijn per 1 september 2009 op het ogenblik van de vergunningsaanvraag voor de nieuwe woning hoofdzakelijk vergund en niet verkrot. Deze mogelijkheden gelden niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden. Zij gelden evenmin in het geval waarin een aanbouw bij de bestaande woning of woningen uitdrukkelijk verboden wordt door een specifiek ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg betreffende zonevreemde constructies. Onder wachtmuur wordt verstaan: een wand die op 1 september 2009 deel uitmaakt van een dubbele wand, opgetrokken op de perceelsgrens; een enkele wand die reeds op 1 september 2009 is opgetrokken tot tegen de perceelsgrens, en die beschermd is door een tijdelijke waterafstotende bekleding. 5.4 Inventaris bouwkundig erfgoed Op 14 september 2009 stelde de administrateur-generaal van het VIOE de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed voor Vlaanderen vast. Hierdoor is er voor het eerst een eenduidige lijst van het in Vlaanderen gebouwde patrimonium met erfgoedwaarde. De vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 14 september 2009 zorgt ervoor dat er voor het eerst een éénduidige en overzichtelijke lijst van het gebouwd patrimonium in Vlaanderen bepaald is. Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. Deze vrijwaring verschilt echter sterk van een bescherming als monument. Voor beschermde monumenten gelden immers alle juridische bepalingen uit het monumentendecreet. Door de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 14 september 2009 treden een aantal andere wettelijke bepalingen in de Vlaamse decreet- en regelgeving in werking. Er gelden binnen het onroerend erfgoedbeleid, stedenbouwkundig, woon- en energieprestatiebeleid een aantal uitzonderingsmaatregelen ten gunste van gebouwen uit de vastgestelde inventaris, met als doel die zoveel mogelijk te vrijwaren. Voor de gemeente Ruiselede zijn heel wat woningen opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed. Deze woningen zijn mee opgenomen in het RUP en krijgen een specifieke aanduiding. Pagina 16 van 45

21 Mogelijkheden volgens de vigerende wetgeving Pagina 17 van 45

22

23 6 TOELICHTING BIJ DE ONT- WIKKELINGSPERSPECTIEVEN Begrippenlijst Hieronder worden een aantal termen verduidelijkt zoals deze geïnterpreteerd worden bij het uitzetten van de ontwikkelingsperspectieven van de zonevreemde woningen. Hoofdgebouw: gebouw dat als woning wordt gebruikt met inbegrip van de woningbijgebouwen die er fysisch één geheel mee vormen (zoals garages, veranda s, oranjeries, ). Bijgebouwen: afzonderlijke gebouwen op een huiskavel (losstaand van de woning) zoals een autostalplaats (garage of carport), voormalige stallen of loodsen, tuinberging, tuinhuis, saunahuisje, dierenhokken, duiventillen, volières en serres. Tuinaccommodatie: alle tuininrichting geen gebouwen zijnde zoals tuinpaden, opritten, parkeerplaatsen, terrassen, private sportinfrastructuur (zwembaden, jacuzzi s, sportveld) en kleine bouwwerken. Leeratelier: plaats waar bepaalde vaardigheden kunnen aangeleerd worden die geen hinder veroorzaken voor de omgeving zoals bloemschikken, pottenbakken, kookatelier, Uniform bruto-bouwvolume voor zonevreemde woningen in alle agrarische gebieden De gemeente is van oordeel dat alle zonevreemde woningen in de gemeente in se dezelfde bouwmogelijkheden moeten krijgen. Ze wenst een uniforme aanpak waarbij de open ruimte maximaal gevrijwaard wordt. Anderzijds wordt de gemeente geconfronteerd met de vraag naar een fatsoenlijk bijgebouw. De meeste landelijke woningen hebben een deftige tuin waardoor zij nood hebben aan een fatsoenlijk bijgebouw voor het bergen van tuingerei. De gemeente is er anderzijds van overtuigd dat ongebreidelde uitbreiding van bebouwing in de open ruimte helemaal niet wenselijk is. Ze gaat uit van een maximum bouwvolume per huiskavel, waarbinnen zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen dienen te worden ingepast. Op die manier heeft de gemeente een eenvoudig hanteerbare richtlijn die toch een flexibele invulling door de bewoners toelaat. Wie opteert voor een ruime woning (1000 m³), kan slechts een klein bijgebouw plaatsen. Een ruime woning laat toe garage(s) en bergruimte in de woning te integreren. Anderen zullen opteren voor een kleinere woning met een apart bijgebouw voor garage(s) en tuinberging. De gemeente vindt dat aparte bijgebouwen in de directe omgeving van de woning moeten mogelijk zijn omdat de perceelsconfiguratie het dikwijls onmogelijk maakt bijgebouwen aansluitend bij het hoofdgebouw op te richten. Op die manier wordt ook verhinderd dat iedereen een woning van 1000 m³ bouwt omdat de oppervlakte van een bijgebouw beperkt is tot bv. 25 m². Dergelijke omvangrijke woningen zijn niet altijd een voorbeeld van een landelijke woontypologie. De flexibiliteit kan ingevuld worden binnen een aantal randvoorwaarden die ervoor moeten zorgen dat een goede ruimtelijke ordening wordt gerespecteerd. Algemeen principe: maximum 1100 m³ brutovolume per huiskavel, tenzij het bestaande volume al groter is. Pagina 18 van 45

24 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven Het volume van het hoofdgebouw bedraagt minimum 700 m³ en maximum 1000 m³. Er kunnen maximum twee losstaande bijgebouwen worden opgericht. De oppervlakte van een bijgebouw is maximum 60 m². De oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen bedraagt max. 30% van de oppervlakte van de huiskavel. Bij wijze van voorbeeld worden enkele mogelijkheden uitgewerkt: Volume hoofdgebouw Volume bijgebouw(en) Oppervlakte bijgebouw(en) Voorbeeld 1 Voorbeeld 2 Voorbeeld 3 Voorbeeld m³ 950 m³ 850 m³ 750 m³ 100 m³ 150 m³ 250 m³ 350 m³ 20 à 30 m² 30 à 50 m² 55 à 80 m² 75 à 100 m² Door de mogelijkheid te bieden een groter bijgebouw te plaatsen, zullen mensen minder geneigd zijn allerlei koterij bij de woning op te richten. Dit RUP biedt de gemeente ook de mogelijkheid aan te sturen op kwalitatieve bijgebouwen. Er gaat daarom extra aandacht naar materiaalgebruik, vormgeving en plaatsing van de bijgebouwen. Gebiedsgerichte differentiatie In het structuurplan wordt onderscheid gemaakt tussen het open agrarisch landschap ten zuiden van de Wantebeek en het bosrijke landschap ten noorden van de Wantebeek. De twee deelruimte vertonen verschillende kenmerken. bekenstelsel drager van ecologische elementen. Kenmerken van het gesloten, bosrijke landschap boscomplexen, die deel uit maken van het groter geheel van de oude veldgebieden en behoren tot het VEN en habitatrichtlijngebieden; dambordvormig patroon van dreven en weidegebieden; kenmerkende open ruimte van Sint-Pietersveld; aangeduid als relictzone en grote delen zijn ook ankerplaats. behoort tot het landelijk toeristisch-recreatief netwerk. Een gebiedsgerichte differentiatie van de mogelijkheden is daarom wenselijk. Er worden een aantal nuances aangebracht aangaande de plaatsing van de bijgebouwen, de mogelijkheden voor tuinaccommodatie, de groenvoorzieningen,... De mogelijkheden zijn in het bosrijke landschap strikter dan deze voor het open agrarische landschap dit met de bedoeling de impact van bebouwing op het waardevolle landschap zoveel mogelijk te beperken en de landschappelijke inpassing te optimaliseren. In het bosrijke landschap zijn wel een aantal bijkomende nevenfuncties mogelijk. Gezien deze deelruimte onderdeel vormt van het landelijk toeristisch-recreatief netwerk Brugse streek zijn een aantal bijkomende nevenfuncties mogelijk kaderend binnen plattelandstoerisme afgestemd op de mogelijkheden van leegstaande hoeves en niet-actieve hoeves uit het provinciaal beleidskader voor kleinschalige toeristisch-recreatieve plattelandsactiviteiten. Kenmerken van het open agrarische landschap halfopen tot open agrarisch landschap doorsneden met beken; traditionele structuren grotendeels uitgewist, nieuw landschap; bepaalde plaatsen sterk versnipperd door bebouwing en wegenis; concentratie van niet-grondgebonden landbouw; Pagina 19 van 45

25 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven 6.1 Woningen aansluitend bij (landelijk) woongebied Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan Deze woningen betekenen slechts een geringe aantasting van de open ruimte. Morfologisch vormen ze één geheel met het woongebied. Deze woningen krijgen daarom gelijkaardige ontwikkelingsmogelijkheden als het woongebied. Ze kunnen met andere woorden verbouwd, herbouwd en uitgebreid worden. Omvorming tot meergezinswoning is niet mogelijk, gezien op die manier bijkomende (zonevreemde) woongelegenheden worden gecreëerd. Bijkomend kunnen bepalingen worden opgenomen inzake de afwerking van het woongebied en inpassing in de omgeving (bv. opleggen van groene perceelsafsluitingen, groenvoorzieningen afstemmen op de directe omgeving, creëren van een uniforme achterkavelgrens met kleine houtkant) Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven Hoofdgebouw Hoofdgebouwen kunnen verbouwd, herbouwd en uitgebreid worden. Specifieke volumebeperkingen worden niet opgelegd voor deze woningen. Bij de plaatsing van het hoofdgebouw, bij de kroonlijsthoogte en nokhoogte dient rekening gehouden met een harmonische inpassing in het straatbeeld. Vormgeving en materiaalgebruik voor deze woningen is een stuk vrijer dan de andere zonevreemde woningen. De vormgeving en het materiaal dienen wel kwalitatief te zijn. Naast het wonen kunnen er ook nevenfuncties worden toegelaten, naar analogie met het woongebied. Kantoor- en dienstenfuncties zijn mogelijk zoals kantoren, dienstverlening en vrije beroepen. Ook grotere praktijken zoals associaties zijn toegestaan. De nevenfuncties kunnen maximaal 300 m² beslaan, waarbij de woonfunctie wel de hoofdfunctie moet blijven. Bijgebouwen Bestaande bijgebouwen kunnen verbouwd en herbouwd worden binnen hetzelfde volume. Bestaande bijgebouwen kunnen uitgebreid worden tot maximaal 60 m². Er kunnen ook nieuwe bijgebouwen opgericht worden van maximaal 60 m² binnen een straal van 30 m van het woongebouw waarbij de totale bebouwde oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de huiskavel mag bedragen. Eventuele grotere bestaande bijgebouwen kunnen gebruikt worden voor opslag van materialen of om beperkt een ambachtelijke activiteit uit te oefenen. Tuinaccommodatie De volledige niet-bebouwde oppervlakte van het perceel kan ingericht worden als tuin. Maximaal 30% van de niet-bebouwde ruimte mag verhard worden in functie van terrassen, opritten, parkeerplaatsen, tuinpaden, sportinfrastructuur voor persoonlijk gebruik en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Pagina 20 van 45

26 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven 6.2 Woningen in agrarisch gebied Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan In het structuurplan wordt een uniforme aanpak voorgesteld voor alle woningen in de open ruimte. De mogelijkheden voor bijgebouwen kunnen wel gebiedsgericht verfijnd worden, alsook de bepalingen inzake landschappelijk inpassing en groenvoorzieningen Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in het open agrarische landschap Hoofdgebouw Hoofdgebouwen kunnen verbouwd en herbouwd worden binnen het bestaande volume. Herbouw op 75% van de huidige bebouwde oppervlakte wordt nagestreefd. In functie van de goede ruimtelijke ordening bv. te dicht bij de beek, te dicht bij straat, zijn afwijkingen mogelijk. Vormgeving en materiaalgebruik worden afgestemd op de landschappelijke context en de landelijke woontypologie. Naast het wonen kunnen er ook nevenfuncties worden toegelaten. Kantoor- en dienstenfuncties zonder loketfunctie zijn mogelijk zoals kantoren, dienstverlening en vrije beroepen. Grotere praktijken zoals associaties zijn niet toegestaan. De nevenfuncties kunnen maximaal 100 m² beslaan, waarbij de woonfunctie wel de hoofdfunctie moet blijven. Bijgebouwen Bestaande bijgebouwen kunnen verbouwd en herbouwd worden binnen hetzelfde volume. Eventuele bestaande grotere bijgebouwen van voormalige landbouwbedrijfszetels kunnen gebruikt worden voor opslag van materialen, als paardenhouderij, manège, dierenasiel, dierenpension, dierenartsenpraktijk, jeugdlogies, 8 toeristische logies, tuinaanlegbedrijf of kinderboerderij of om leerateliers in te richten. Uitbreiden hoofd- en bijgebouw(en), oprichten nieuwe bijgebouwen Indien het totale bouwvolume minder dan 1100 m³ bedraagt dan kunnen binnen een bruto-bouwvolume van maximaal 1100 m³ het hoofdgebouw uitgebreid worden, kunnen nieuwe bijgebouwen opgericht worden en/of bestaande bijgebouwen uitgebreid of samengevoegd worden en dit binnen een aantal randvoorwaarden. Hoofdgebouwen kunnen slechts uitgebreid worden tot maximaal 1000 m³ brutovolume. Bijgebouwen kunnen maximaal 60 m² groot zijn en worden opgericht binnen een straal van 30 m van het woongebouw waarbij de totale bebouwde oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de huiskavel mag bedragen. Tuinaccommodatie Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het woongebonden gedeelte van het perceel (binnen een straal van 50 m afstand rondom de uiterste grenzen van het hoofdgebouw, max. 50 m diep vanaf rooilijn) en het overige gedeelte. Het woongebonden gedeelte van het perceel kan ingericht worden als tuin. Maximaal 30% van de niet-bebouwde ruimte mag verhard worden in functie van terrassen, opritten, parkeerplaatsen, tuinpaden, sportinfrastructuur voor persoonlijk gebruik en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In het overige gedeelte zijn enkel hobbylandbouw, boomgaard of streekeigen groenvoorzieningen toegestaan en afsluitingen bestaande uit prikkelof schrikdraad, hetzij palen en draad of grofmazige draadgaas (gaasbreedte minstens 10X15) van maximum 1,2 m hoog. Pagina 21 van 45

27 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in het bosrijke landschap Hoofdgebouw Hoofdgebouwen kunnen verbouwd, herbouwd worden binnen het bestaande volume. Herbouw op 75% van de huidige bebouwde oppervlakte wordt nagestreefd. In functie van de goede ruimtelijke ordening bv. te dicht bij de beek, te dicht bij straat, zijn afwijkingen mogelijk. Vormgeving en materiaalgebruik worden afgestemd op de landschappelijke context en de landelijke woontypologie. Naast het wonen kunnen er ook nevenfuncties worden toegelaten. Kantoor en dienstenfuncties zonder loketfunctie zijn mogelijk zoals kantoren, dienstverlening en vrije beroepen. Grotere praktijken zoals associaties zijn niet toegestaan. De nevenfuncties kunnen maximaal 100 m² beslaan, waarbij de woonfunctie wel de hoofdfunctie moet blijven. Bijgebouwen Bestaande bijgebouwen kunnen verbouwd en herbouwd worden binnen hetzelfde volume. Eventuele grotere bestaande bijgebouwen van voormalige landbouwbedrijfszetels kunnen gebruikt worden voor opslag van materialen, als paardenhouderij, manège, dierenasiel, dierenpension, dierenartsenpraktijk, jeugdlogies, toeristische logies, huurvakantiewoning, laagdynamisch toeristisch attractiepunt, fietsverhuurpunt, tuinaanlegbedrijf of kinderboerderij of om leerateliers in te richten. Gezien deze deelruimte onderdeel vormt van het landelijk toeristischrecreatief netwerk Brugse streek zijn een aantal bijkomende nevenfuncties mogelijk kaderend binnen plattelandstoerisme afgestemd op de mogelijkheden van leegstaande hoeves en niet-actieve hoeves uit het provinciaal beleidskader voor kleinschalige toeristisch-recreatieve plattelandsactiviteiten. Uitbreiden hoofd- en bijgebouw(en), oprichten nieuwe bijgebouwen Indien het totale bouwvolume minder dan 1100 m³ bedraagt dan kunnen binnen een bruto-bouwvolume van maximaal 1100 m³ het hoofdgebouw uitgebreid worden, kunnen nieuwe bijgebouwen opgericht worden en/of bestaande bijgebouwen uitgebreid of samengevoegd worden, dit binnen een aantal randvoorwaarden. Hoofdgebouwen kunnen slechts uitgebreid worden tot maximaal 1000 m³ brutovolume. Bijgebouwen kunnen maximaal 60 m² groot zijn en worden opgericht binnen een straal van 15 m van het woongebouw waarbij de totale bebouwde oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de huiskavel mag bedragen. Tuinaccommodatie Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het woongebonden gedeelte van het perceel (binnen een straal van 50 m afstand rondom de uiterste grenzen van het hoofdgebouw, max. 50 m diep vanaf rooilijn) en het overige gedeelte. Het woongebonden gedeelte van het perceel kan ingericht worden als tuin. Maximaal 20% van de niet-bebouwde ruimte mag verhard worden in functie van terrassen, opritten, parkeerplaatsen, tuinpaden, sportinfrastructuur voor persoonlijk gebruik en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Binnen dit gedeelte dienen de afsluitingen op de zijkavelgrenzen minstens te bestaan uit een levende haag. In het overige gedeelte zijn enkel hobbylandbouw, boomgaard of streekeigen groenvoorzieningen toegestaan. Binnen dit gedeelte dienen afsluitingen bestaande uit prikkel- of schrikdraad, hetzij palen en draad of grofmazige draadgaas (gaasbreedte minstens 10X15) van maximum 1,20 m hoog, minstens vergezeld te zijn van hoogstammige bomen of een houtkant. Gezien de landschappelijke context wordt hier meer de nadruk gelegd op de integratie van de huiskavel in de bosrijke omgeving door het voorzien van bomenrijen, houtkanten en hagen. Pagina 22 van 45

28 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven 6.3 Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen in andere dan agrarische gebieden Ontwikkelingsperspectieven volgens het gemeentelijk structuurplan Indien de hogere overheid de woningen buiten de kwetsbare gebieden van bovenlokaal niveau situeert, stelt de gemeente volgend beleid voorop. De woningen kunnen verbouwd worden en beperkt uitgebreid, tot een maximum van 700 m³, met inbegrip van de bestaande bijgebouwen die behouden blijven en eventueel kunnen verbouwd worden zonder volumeuitbreiding. Een nieuw bijgebouw is toegestaan indien nog geen bijgebouwen aanwezig zijn, nevenfuncties en uitbreiding van de tuin buiten het bestaande perceel zijn niet toegelaten Uitwerken van de ontwikkelingsperspectieven voor zonevreemde woningen in kwetsbare gebieden Hoofdgebouw Hoofdgebouwen kunnen verbouwd, herbouwd en uitgebreid worden tot maximaal 700 m³ brutovolume. Herbouw op 75% van de huidige bebouwde oppervlakte is vereist, tenzij de goede ruimtelijke ordening anders vereist bv. te dicht bij de beek, te dicht bij straat, Vormgeving en materiaalgebruik worden afgestemd op de landschappelijke context en de landelijke woontypologie. Naast het wonen kunnen er beperkt nevenfuncties worden toegelaten. Kantoor en dienstenfuncties zonder loketfunctie zijn mogelijk zoals kantoren, dienstverlening en vrije beroepen. Grotere praktijken zoals associaties zijn niet toegestaan. De nevenfuncties kunnen maximaal 100 m² beslaan, waarbij de woonfunctie wel de hoofdfunctie moet blijven. Bijgebouwen Bestaande bijgebouwen kunnen verbouwd en herbouwd worden binnen hetzelfde volume. Indien nog geen bijgebouw aanwezig is, kan een nieuw bijgebouw opgericht worden van maximaal 25 m² binnen een straal van 15 m van het woongebouw waarbij de totale bebouwde oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de huiskavel mag bedragen. Er zijn geen nevenfuncties toegelaten in de bijgebouwen. Tuinaccommodatie Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het woongebonden gedeelte van het perceel (binnen een straal van 50 m afstand rondom de uiterste grenzen van het hoofdgebouw, max. 50 m diep vanaf rooilijn) en het overige gedeelte. Het woongebonden gedeelte van het perceel kan ingericht worden als tuin. Maximaal 20% van de niet-bebouwde ruimte mag verhard worden in functie van terrassen, opritten, parkeerplaatsen, tuinpaden, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Sportinfrastructuur voor persoonlijk gebruik (zwembaden, sportvelden, jacuzzi) is niet toegestaan. Binnen dit gedeelte dienen de afsluitingen op de kavelgrenzen minstens te bestaan uit een levende haag of houtkant. Houten panelen zijn niet toegelaten. In het overige gedeelte zijn enkel hobbylandbouw, boomgaard of streekeigen groenvoorzieningen toegestaan. Binnen dit gedeelte dienen afsluitingen bestaande uit prikkel- of schrikdraad, hetzij palen en draad of grofmazige draadgaas (gaasbreedte minstens 10X15) van maximum 1,20 m hoog, minstens vergezeld te zijn van hoogstammige bomen of een houtkant. Gezien de landschappelijke context wordt hier meer de nadruk gelegd op de integratie van de huiskavel in de bosrijke omgeving door het voorzien van bomenrijen, houtkanten en hagen. Pagina 23 van 45

29 Hoofdgebouw Aansluitend met woongebied Verbouwen Herbouwen Uitbreiden Woningen in open agrarisch gebied Verbouwen Herbouwen Uitbreiden tot max m³ Woningen in het bosrijke landschap Verbouwen Herbouwen Uitbreiden tot max m³ Woningen in andere dan agrarische gebieden Verbouwen Herbouwen Uitbreiden tot max. 700 m³ Inpassing in straatbeeld Afstemming op landschappelijke context en landelijke woontypologie Afstemming op landschappelijke context en landelijke woontypologie Afstemming op landschappelijke context en landelijke woontypologie Nevenfuncties Kerngebonden wonen Wonen in dorpscentra Landelijk wonen 300 m² Kantoren, diensten en vrije beroepen 100 m² Kantoren, diensten en vrije beroepen zonder loketfunctie 100 m² Kantoren, diensten en vrije beroepen zonder loketfunctie Bijgebouwen Verbouwen Herbouwen Bestaande bijgebouwen uitbreiden tot max. 60 m² Nieuwe bijgebouwen van max. 60 m² binnen 30 m Opp. hoofd- en bijgebouwen max. 30% van opp. huiskavel Verbouwen Herbouwen Uitbreiden en/of samenvoegen van bestaande bijgebouwen en/of oprichten van nieuwe bijgebouwen is toegestaan binnen een totaal brutovolume van 1100m³ voor hoofd- en bijgebouwen, binnen 30 m rond het hoofdgebouw en binnen een aantal randvoorwaarden. Verbouwen Herbouwen Uitbreiden en/of samenvoegen van bestaande bijgebouwen en/of oprichten van nieuwe bijgebouwen is toegestaan binnen een totaal brutovolume van 1100m³ voor hoofd- en bijgebouwen, binnen 15 m rond het hoofdgebouw en binnen een aantal randvoorwaarden. Verbouwen Herbouwen Eén nieuw bijgebouw van max. 25 m² binnen 15 m Opp. hoofd- en bijgebouwen max. 30% van opp. huiskavel Nevenfuncties Opslag materialen en beperkte ambachtelijke activiteit Opslag materialen, paardenhouderij, manege, dierenasiel, dierenpension, dierenartsenpraktijk, jeugdlogies, 8 toeristische logies, tuinaanlegbedrijf, kinderboerderij of leerateliers. Opslag materialen, paardenhouderij, manege, dierenasiel, dierenpension, dierenartsenpraktijk, jeugdlogies, toeristische logies, huurvakantiewoning, laagdynamisch toeristisch attractiepunt, Geen Pagina 24 van 45

30 Toelichting bij de ontwikkelingsperspectieven fietsverhuurpunt, tuinaanlegbedrijf, kinderboerderij of leerateliers. Tuinaccommodatie Volledige niet-bebouwde opp. 30% verharding Binnen 50 m Tuin 30% verharding Verder dan 50 m Hobbylandbouw, boomgaard, streekeigen groen Afsluitingen bestaan uit levende hagen Binnen 50 m Tuin 20% verharding Verder dan 50 m Hobbylandbouw, boomgaard, streekeigen groen Afsluitingen bestaan uit levende hagen Binnen 50 m Tuin 20% verharding, geen sportinfrastructuur Verder dan 50 m Hobbylandbouw, boomgaard, streekeigen groen Afsluitingen bestaan uit levende hagen Pagina 25 van 45

31 7 ONDERZOEK TOT M.E.R. 7.2 Aard van het plan Met dit plan wil de gemeente vergunde zonevreemde woningen planologisch regulariseren. De woningen zijn in het verleden gebouwd met een stedenbouwkundige vergunning. Hierbij worden in hoofdzaak de bestemming agrarisch gebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied via een overdruk in hun huidige bestemming gelaten, waarbij de zonevreemde woonbebouwing er planologisch toch wordt toegelaten. 7.1 Inhoud Door de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 11 april 2008 dient in het planproces van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) formeel rekening gehouden te worden met het onderzoek van milieueffecten die de realisatie van de bestemmingen in dit RUP kunnen teweegbrengen. In de praktijk betekent dit dat voor elk RUP minimaal een onderzoek tot m.e.r (milieueffectrapportage) dient uitgevoerd te worden. Hierbij gaat men na of het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben t.o.v. de bestaande situatie voor mens en milieu. De resultaten van het onderzoek tot m.e.r. geven aan of de opmaak van een plan-mer al dan niet noodzakelijk is. Bijkomend worden de resultaten aangewend om de ruimtelijke keuzes die in het RUP gemaakt worden inhoudelijk te versterken en te onderbouwen. De screening voor een RUP zonevreemde woningen gebeurt aan de hand van verschillende overzichtskaarten opgemaakt voor de hele gemeente. Indien relevant wordt meer ingezoomd op bepaalde gebieden. Deze zoomkaartjes bevinden zich tussen de tekst. Het betreft de bestendiging van bestaande ruimtelijke situaties. Via de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP zullen, afhankelijk van de categorie, bepaalde bouwvolumes en nevenactiviteiten naast wonen mogelijk worden gemaakt. Concreet betekent dit dat voor bepaalde percelen: Meer of minder bouwvolume mogelijk zal zijn tov. van de bestaande toestand. De maximale bouwvolumes zijn sowieso afgetopt via de Codex ruimtelijke ordening. Meer of minder nevenactiviteiten naast wonen mogelijk zullen zijn tov. de bestaande toestand. De hoofdbestemming blijft voor alle duidelijkheid wonen. Gezien de beperkingen inzake bouwvolume en de hoofdzakelijke woonbestemming, is de bestaande mobiliteitsproductie van deze zonevreemde woningen zeer beperkt en zal deze in de toekomst niet of verwaarloosbaar toenemen. 7.3 Grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten Gezien de aard van het plan, met name het bestendigen en het bieden van beperkte uitbreidingsmogelijkheden aan bestaande zonevreemde woningen, worden geen grensoverschrijdende of gewestgrensoverschrijdende effecten verwacht. De impact van het plan is niet van die aard dat er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Pagina 26 van 45

32 ONDERZOEK TOT M.E.R. 7.4 Alternatieven Het nulalternatief Het nulalternatief geeft de situatie weer wanneer het voorgenomen plan niet doorgaat. Er wordt geen planinitiatief genomen. Dit betekent dat de zonevreemde woningen onder de gewestelijke regelgeving vallen, beschreven in de Codex ruimtelijke ordening. Kort samengevat komt deze regelgeving op het volgende neer: uitbreidingsmogelijkheden voor het hoofdgebouw eveneens beperkt tot 1000 m³. Over de buitenruimte en bijgebouwen wordt niets vermeld. in de kwetsbare gebieden is enkel verbouwen van zonevreemde woningen mogelijk, herbouw is niet mogelijk. Voor functiewijzigingen geldt het uitvoeringsbesluit omtrent functiewijzigingen. De Codex bepaalt quasi geen inrichtingsvoorschriften. Ook zijn de voorschriften niet gebiedsgericht gedifferentieerd Locatiealternatieven Gezien de aard van het plan, met name het bestendigen van bestaande zonevreemde woningen, zijn locatiealternatieven niet relevant voor dit plan. Herlocalisatie van woningen is geen optie. Het zijn immers allemaal hoofdzakelijk (geacht) vergunde woningen Ruimere of strengere ontwikkelingsperspectieven Het beschreven beleidskader zonevreemde woningen vertrekt vanuit de decretale mogelijkheden. Veel ruimere ontwikkelingsperspectieven zijn vanuit de beleidsdocumenten Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, Provinciaal ruimtelijk structuurplan en het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan niet mogelijk. Sommige ontwikkelingsperspectieven zijn iets soepeler, andere zijn iets beperkender dan de decretale bepalingen, omdat we bij de opmaak van het RUP de mogelijkheid hebben om de specifieke situatie van de gemeente te bekijken en een gebiedsgerichte verfijning door te voeren. Een uitdoofbeleid van zonevreemde woningen is niet realistisch. Het gaat over woningen die legaal tot stand zijn gekomen. Vele daarvan zijn historisch gegroeid en maken deel uit van de nederzettingsstructuur van Vlaanderen. Het voorstellen van een uitdoofbeleid zou absoluut geen draagvlak vinden bij de bevolking en het bestuur. De woningen hebben nu trouwens decretaal al ontwikkelingsperspectieven toegekend gekregen Conclusie De voorgestelde ontwikkelingsperspectieven houden meer rekening met de kwaliteiten van de omgeving en de specifieke situatie van de gemeente dan het nulalternatief. De voorgestelde ontwikkelingsperspectieven zijn bovendien het resultaat van een uitgebreid gebiedsgericht onderzoek, waarbij weloverwogen keuzes werden gemaakt. Bijgevolg bieden de voorgestelde ontwikkelingsperspectieven meer garantie voor kwaliteit. Pagina 27 van 45

33 ONDERZOEK TOT M.E.R. 7.5 Aftoetsing plan-mer-plicht van rechtswege Plan-m.e.r.-plicht De plan-m.e.r.-plicht wordt afgetoetst op basis van het besluit van de Vlaamse regering houdende de vaststelling van de categorieën onderworpen aan milieueffectenrapportage, meerbepaald bijlagen 1 en 2 van het uitvoeringsbesluit van 10 december 2004 (B.S. 17/02/2005). De activiteiten die binnen het planologisch kader van het RUP zullen gerealiseerd worden vallen hier niet onder. Uit nazicht van bijlage 2 punt 10 blijkt dat de activiteiten die binnen het planologisch kader van het RUP zonevreemde woningen zullen kunnen gerealiseerd worden, hier geen betrekking op hebben Noodzaak tot passende beoordeling a) Situering speciale beschermingszones (SBZ) Er zijn geen vogelrichtlijngebieden in of in de nabijheid van het plangebied gelegen. In het noorden van de gemeente Ruiselede, meer bepaald rond de Wantebeek is wel een habitatrichtlijngebied gelegen, Bossen, heiden en valleigebieden van zandig Vlaanderen, westelijk deel. Er liggen een 15-tal zonevreemde woningen aansluitend op dit habitatrichtlijngebied. Er zijn slechts twee zonevreemde woningen binnen dit gebied gelegen. De woningen zijn reeds jaren aanwezig in het bos. Ze zijn opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed en dateren van ca Figuur 1: SBZ-H b) Aard van het plan Het RUP zonevreemde woningen bestendigt enkel bestaande zonevreemde woningen, zonder dat deze woningen veel nieuwe ontwikkelingskansen krijgen. Gezien hun ligging in habitatgebied worden deze woningen in het RUP zonevreemde woningen ondergebracht in de categorie met de meest beperkende ontwikkelingsperspectieven. Nevenfuncties naast het wonen zijn er niet toegelaten. De woningen aansluitend op deze natuuraandachtszone hebben dezelfde ontwikkelingsperspectieven als de overige woningen in agrarisch gebied. Er zijn beperkte uitbreidingsmogelijkheden tot 1000 m³ voor het hoofdgebouw. Uitbreiden van de tuin buiten de woonkavel is nooit toegestaan. Pagina 28 van 45

34 ONDERZOEK TOT M.E.R. Verstorend effect De zonevreemde woningen hebben geen verstorend effect op de speciale beschermingszone. De woningen zijn er al jaren aanwezig en de uitbreidingsmogelijkheden en nevenfuncties die het RUP toelaat zijn heel beperkt tot onbestaande voor de woningen die in de beschermingszone zijn gelegen en beperkt voor de woningen aangrenzend. Versnipperend effect De meeste woningen liggen aan de rand van de speciale beschermingszone en hebben daardoor geen versnipperend effect. Er zijn slechts twee woningen in de beschermingszone gelegen. In verhouding tot de omvang van het habitatgebied is het mogelijk versnipperend effect van de zonevreemde woningen zeer beperkt tot onbestaande. Daar er geen impact verwacht wordt op SBZ is de opmaak van een passende beoordeling niet relevant Conclusie De opmaak van een plan-mer van rechtswege wordt niet noodzakelijk geacht gezien het plan geen kader vormt voor een project van bijlage 1 of 2 van het uitvoeringsbesluit en gezien de opmaak van een passende beoordeling niet nodig is. 7.6 Beschrijving en beoordeling van mogelijke milieueffecten Inleiding In een eerste stap wordt het voorkomen van bijzonder beschermde gebieden en bijzonder kwetsbare gebieden nagegaan aan de hand van beschikbaar kaartmateriaal. Dit geeft een goede indicatie van de gevoeligheid van het plangebied voor het mogelijk optreden van milieueffecten. De bijzonder beschermde gebieden zijn: De speciale beschermingszones overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; Een gebied aangeduid overeenkomstig de Conventie van Ramsar inzake watergebieden van internationale betekenis; Een beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied zoals aangegeven ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen. Natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en de ermee vergelijkbare gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening; Bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, overstromingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde en ermee vergelijkbare gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening; Een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht, monument of archeologische zone; De waterwingebieden en bijhorende beschermingszones type I en II vastgesteld ter uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer; Pagina 29 van 45

35 ONDERZOEK TOT M.E.R. Het Vlaams Ecologisch Netwerk overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (zie kaart 10); Bijzonder kwetsbare gebieden zijn: Gebieden met slechte drainage (drainageklasse f, g of i) Gevoelige bodems (veengronden, kleigronden) Recent overstroomde gebieden Gevoelige gebieden volgens de watertoetskaarten Waardevolle en zeer waardevolle gebieden op de biologische waarderingskaart Stiltegebieden Erfgoedlandschappen volgens BPA of RUP Gebieden aangeduid op de landschapsatlas Bouwkundig erfgoed Archeologische site Landbouwgronden met hoge of zeer hoge waardering volgens de landbouwtyperingskaart Landbouwgronden gelegen binnen herbevestigd agrarisch gebied (HAG) Het verkeersgenererend karakter kan een invloed hebben op de disciplines mobiliteit, geluid, lucht, mens en fauna & flora Externe mensveiligheid zal als een afzonderlijk hoofdstuk behandeld worden. Bodem en water Waterwingebied type I of II Bodemkaart Drainagekaart Overstromingsgevoelige gebieden (ROG of volgens watertoetskaart) Infiltratiegevoelig Grondwaterstromingsgevoelig Fauna/flora Natura 2000 Ramsar-gebied Beschermd duingebied VEN Natuurgebied, natuurgebied met wetenschappelijke waarde of ermee vergelijkbare gebieden Bosgebieden, valleigebieden, brongebieden,. (Zeer) waardevolle gebieden volgens de BWK Stiltegebieden Landschap, onroerend erfgoed en archeologie Beschermde monumenten, landschappen en dorpsgezichten Bouwkundig erfgoed Archeologische site Landschapsatlas Mens socio organisatorische aspecten Landbouwgronden met (zeer) hoge waarde volgens landbouwtyperingskaart HAG Mobiliteit (verkeersgenererend karakter) Externe mensveiligheid De bespreking gebeurt aan de hand van de verschillende milieudisciplines: oppervlaktewater, bodem en grondwater, fauna & flora, landschap, bouwkundig erfgoed & archeologie, mens-socio-organisatorische aspecten (met inbegrip van mens zelf, landbouw, verkeer geluid, lucht, ),. Pagina 30 van 45

36 ONDERZOEK TOT M.E.R Discipline bodem en water Beschrijving en analyse plangebied Kaart 3: bodemkaart - bodemtypes Kaart 4: bodemkaart drainageklassen Kaart 5: grondwaterkwetsbaarheid Kaart 6: water- en oppervlaktewaterwingebieden Kaart 7: watertoetskaart mbt overstromingsgevoelige gebieden Kaart 8: infiltratiegevoeligheid Pachtebeek-Wantebeek, Klaphullebeek, Kapellebeek-Vlaagtbeek, Poekebeek en Bundingsbeek-Reigersbeek. De beken monden allemaal uit in de Poekebeek die zijn weg vervolgt richting Poeke. De waterkwaliteitsdoelstelling van de waterlopen is drinkwaterproductie. Enkel het uiterste noorden van de gemeente (puntvormige uitloper) behoort tot het bekken van de Brugse Polder. Het oosten hiervan stroomt af naar het kanaal Gent-Oostende. Het westelijk deel behoort tot het stroomgebied van de Rivierbeek. In het oostelijk deel zijn geen zonevreemde woningen gelegen. Bodem en drainage De bodem bestaat hoofdzakelijk uit vochtig zand en vochtig zandleem. Er komen geen poelgronden of veenbodems voor. Op bepaalde plaatsen zijn wel een aantal natte bodems aanwezig. De meest gevoelige bodems zijn diegene met drainageklassen f, g, h of i. Deze bodemsoorten zijn echter schaars binnen de gemeente. Een aantal liggen langs de Wantebeek. Er komen quasi geen zonevreemde woningen voor op deze bodems. Grondwaterkwetsbaarheid Volgens de grondwaterkwetsbaarheidskaart is vooral het noorden van de gemeente en een strook in de omgeving van de Poekebeek zeer kwetsbaar. De watervoerende laag is voor deze zones zand. Waterwingebieden Het grootste deel van de gemeente maakt deel uit van een oppervlaktewaterwingebied Kluizen (zone A: verscherpte uitrijdregeling). Het uiterste noorden van de gemeente maakt deel uit van beschermingszone III. Er zijn geen woningen in deze zone gelegen. Oppervlaktewater Het plangebied behoort praktisch volledig tot het bekken van de Gentse kanalen en het stroomgebied van de Poekebeek. De belangrijkste waterlopen lopen van west naar oost door de gemeente en zijn: Figuur 2: stroomgebied van de Poekebeek (VHA) Overstromingsgevoeligheid De overstromingsgevoelige gebieden zijn gelegen langs de Wantebeek- Klaphullebeek, ten zuiden en oosten van Kruiskerke en langs de Poekebeek. De meeste woningen zijn niet gelegen in mogelijks of effectief overstromingsgevoelige gebieden. Pagina 31 van 45

37 ONDERZOEK TOT M.E.R. Infiltratiegevoeligheid Met uitzondering van de stroken langs de waterlopen is het grondgebied van Ruiselede infiltratiegevoelig. Dit houdt in dat het zinvol is om infiltratievoorzieningen te installeren bij de woningen Beoordeling De meest gevoelige bodems zijn diegenen met drainageklassen f, g, h of i. Er komen quasi geen zonevreemde woningen voor op deze bodems, waardoor er geen aanzienlijke problemen verwacht worden door dit RUP. De meeste zonevreemde woningen zijn gelegen in een gebied waar riolering aanwezig is (okerkleurige arcering) of waar gepland is om een riolering aan te leggen (groene arcering). De meest geïsoleerd gelegen zonevreemde woningen zullen nooit aangesloten worden op het rioleringsnet. Deze kregen op de kaart een rode aanduiding. Deze woningen moeten zelf instaan voor de optimalisatie van hun afvalwaterzuivering via een IBA. Rekening houdend met bovenstaand gegeven kunnen we stellen dat het RUP geen invloed zal hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit en het grondwater. Voor alle zonevreemde woningen wordt in het zoneringsplan een oplossing voorgesteld naar lozing en zuivering van het afvalwater. Op het moment van een vergunningsaanvraag voor een zonevreemde woning wordt op het zoneringsplan gekeken hoe het afvalwater voor het betreffende perceel moet worden gezuiverd. Er zijn bijgevolg geen extra maatregelen nodig die moeten opgenomen worden in het RUP. Maneges kunnen bij het aanleggen van paddocks een grotere invloed hebben op de grondwaterhuishouding. Bij een vergunningsaanvraag voor een manege moet de waterhuishouding meer in detail bekeken worden. In het RUP zal worden opgenomen dat maneges enkel zijn toegelaten op basis van een gunstig advies van de waterbeheerder. Op basis van het advies van de waterbeheerder kunnen dan extra maatregelen opgelegd worden. Voor de meeste zonevreemde woningen zal het RUP weinig bijkomende bebouwing en verharding betekenen, waardoor het effect op de waterhuishouding minimaal zal zijn. Bijkomende verhardingen moeten maximaal beperkt worden en gebeuren in waterdoorlatende materialen. Verhardingen worden sowieso beperkt tot 20 of 30% van een zone van 50m rond het hoofdgebouw. Dit streven wordt opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP. Figuur 3: zoneringsplan Ruiselede Daarnaast dient ook voldaan te worden aan de principes van het integraal waterbeleid en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Het uitgangsprincipe is dat Pagina 32 van 45

38 ONDERZOEK TOT M.E.R. hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt, vervolgens geïnfiltreerd of gebufferd en in laatste instantie vertraagd afgevoerd wordt. Woningen gelegen in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied, dienen te voldoen aan de watertoets. Uitbreiding is enkel mogelijk als voldaan wordt aan de watertoets en de gewestelijke verordening inzake hemelwater. Volgende maatregelen kunnen voorgesteld worden om vermindering van infiltratie en vermindering van ruimte voor het watersysteem te vermijden of te herstellen: Mogelijkheid voorzien voor groendaken; Zeer sterk vertragen van de waterafvoer door hergebruik, infiltratie en berging; Advies van de waterbeheerder voor eventueel strengere lozingsnorm en buffercapaciteit Conclusie Op basis van voorgaande bespreking kan gesteld worden dat de impact van het plan heel beperkt zal zijn en dat bijkomend randvoorwaarden gesteld worden om de impact tot een minimum te beperken. Deze maatregelen worden geïntegreerd in het RUP Discipline Fauna & Flora Beschrijving en analyse plangebied Kaart 9: biologische waarderingskaart Kaart 10: VEN-gebieden Kaart 11: ecologische gebieden volgens gewestplan Kaart 12: ecosysteemkwetsbaarheid Biologische waardering Wanneer we de biologische waarderingskaart bekijken, valt op dat quasi geen percelen met zonevreemde woningen zijn ingekleurd als biologisch waardevol. Reden daarvoor is dat de meeste huizen er al jaren aanwezig zijn, waardoor de biologische waarde van de huiskavel normaliter nihil is. Ramsar- en Duingebieden Er zijn geen Ramsargebieden of Beschermde Duingebieden in of in de nabijheid van het plangebied gelegen. Natura 2000 Werd besproken onder punt VEN-gebieden In het noorden van de gemeente zijn de bossen aangeduid als VENgebied. Er zijn echter geen zonevreemde woningen in deze gebieden gelegen. Een aantal woningen ligt wel op de grens. Ecologische gebieden volgens bestemmingsplannen De ecologische gebieden volgens het gewestplan in Ruiselede zijn vooral in het noorden van de gemeente gesitueerd. Het gaat hoofdzakelijk om natuurgebieden. De Vorte Bossen zijn aangeduid als natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat. Een stukje van de Poekebeek in het zuiden van de gemeente is eveneens bestemd als natuurgebied. Deze gebieden komen voor grote delen overeen met de VEN- Pagina 33 van 45

39 ONDERZOEK TOT M.E.R. gebieden. De kleinere natuurgebieden rond Kruisbergen en het natuurgebied langs de Poekebeek zijn niet in het VEN opgenomen. Er zijn 6 woningen in deze gebieden gelegen. Ecosysteemkaarten Het grootste deel van de gemeente is weinig tot niet kwetsbaar. Vooral de bosgebieden zijn meer kwetsbaar. Er zijn echter weinig tot geen woningen in deze bosgebieden gelegen Beoordeling De VEN-gebieden, ecologische gebieden en de biologisch meest waardevolle gebieden situeren zich hoofdzakelijk in het noorden van de gemeente. De woningen die gelegen zijn in ecologische gebieden worden in een aparte categorie ondergebracht. Deze categorie krijgt de meest beperkende ontwikkelingsperspectieven. De woningen kunnen er slechts uitbreiden tot maximaal 700 m³. Nevenfuncties zijn er niet mogelijk, met uitzondering voor kantoren, vrije beroepen en diensten, zonder loketfunctie. Dergelijke functies brengen dus geen mobiliteitsverhoging teweeg. De woningen in de omgeving van de waardevolle gebieden kunnen uitbreiden tot maximaal 1000 m³ zoals nu ook voor de meeste gevallen mogelijk is volgens de Codex Ruimtelijke Ordening. Voorgaande categorieën van zonevreemde woningen krijgen strengere randvoorwaarden opgelegd dan de woningen in het zuiden van de gemeente waar de ecologische waarden veel beperkter zijn. De randvoorwaarden die zijn ingeschreven in het RUP bewerkstelligen de integratie van de huiskavel in een waardevolle omgeving. De bijgebouwen moeten geconcentreerd worden binnen de 15 m rond het hoofdgebouw, tuinafsluitingen moeten bestaan uit streekeigen groen, verhardingen worden beperkt tot 20% van de oppervlakte en de tuin wordt beperkt tot een zone van 50 m rond het woongebouw. De rest van het perceel dient ingericht te worden als boomgaard, weide,. Afsluitingen in dit tweede gedeelte moeten grofmazig zijn of bestaan enkel uit palen met draad en moeten vergezeld zijn van streekeigen hoogstammig groen of een houtkant. De randvoorwaarden hebben de bedoeling de vertuining van de omgeving te beperken, kleine landschapselementen te versterken en de migratie van fauna en flora zoveel mogelijk te vrijwaren. Gezien de aard van het plan, met name het bevestigen van bestaande zonevreemde woningen en de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden zal de impact van het plan heel beperkt zijn. Toch worden een aantal randvoorwaarden ingeschreven voor de woningen gelegen in de waardevolle gebieden of in de omgeving van deze waardevolle gebieden met de bedoeling de impact van de woningen tot een minimum te beperken en de integratie van de huiskavel te bewerkstelligen. Compensatiemaatregelen zijn niet nodig, gezien er enkel met overdrukken wordt gewerkt. Er is bijgevolg geen natuurgebied dat wordt herbestemd tot woongebied. De voorschriften voor de enkele woningen binnen de ecologisch waardevolle gebieden bieden mogelijkheden die overeenkomen met wat nu ook decretaal mogelijk is Conclusie Op basis van voorgaande bespreking kan gesteld worden dat de impact van het plan heel beperkt zal zijn en dat bijkomend randvoorwaarden gesteld worden om de impact tot een minimum te beperken. Deze maatregelen worden geïntegreerd in de voorschriften van het RUP. Pagina 34 van 45

40 ONDERZOEK TOT M.E.R Discipline landschap, bouwkundig erfgoed & archeologie Beschrijving en analyse plangebied Kaart 13: beschermde monumenten, landschappen en dorpsgezichten Kaart 14: landschapsatlas Kaart 15: inventaris bouwkundig erfgoed Beschermde landschappen, stads- en dorpsgezichten, monumenten Het Rijksopvoedingsgestich en omgeving, Schoonberg of Slangenbossen en de omgeving kasteel van Poeke zijn beschermd als landschap. Het centrum van Ruiselede is beschermd als dorpsgezicht. Er zijn geen zonevreemde woningen aangeduid als beschermd monument. Landschapsatlas Uit de landschapsatlas blijkt dat binnen het plangebied volgende ankerplaatsen of relictzones voorkomen: Bulskampveld-Sint-Pietersveld, Schoonbergbos, Vorte Bossen- Wantebeek, Vallei van de Poekebeek met domein van Poeke en Hoogveld zijn aangeduid als ankerplaatsen. Als knelpunten voor deze ankerplaatsen wordt gesteld dat de toenemende bebouwing in het gebied een bedreiging vormt voor het landelijke karakter en het goed bewaarde landschap. De oprukkende lintbebouwing vanuit o.a. Kruiskerke en Doomkerke bedreigen het landelijk karakter van de ankerplaats en dreigen ze te versnijden. De niet-grondgebonden landbouwbedrijven en recente grote landbouwbedrijven zijn zeer storend door hun niet passend karakter binnen het landschap en de historisch lage bebouwingsdichtheid van het gebied. Het RUP doet echter geen uitspraken over landbouwbedrijven. Met uitzondering van 1 ankerplaats zijn alle ankerplaatsen geconcentreerd in het noorden van de gemeente en behoren ze allemaal tot de relictzone van de Oude Veldgebieden: Bulskampveld, Blekkerbos, Hoogveld. De beleidswenselijkheid van deze relictzone is het behoud van het dambordvormig landschappelijk patroon van bossen en landbouwland met bijzondere aandacht voor het behoud van de dreven. Het RUP doet echter geen uitspraken over deze aspecten en druist daarmee niet in tegen de wenselijkheden voor de relictzone. In het uiterste zuiden van de gemeente ligt een heel klein stukje van de relictzone Mevrouwmolen en Artemeersmolen Kanegem. Er liggen echter geen zonevreemde woningen in deze relictzone. Er zijn geen zonevreemde woningen opgenomen als puntrelict. Inventaris bouwkundig erfgoed Binnen de contour van het plangebied zijn er heel wat zonevreemde woningen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen. De woningen liggen verspreid over gans de gemeente. Archeologisch erfgoed In de omgeving van de Klaphulle zijn een tweetal sites aangeduid als archeologisch erfgoed. Het gaat om een plaats met vondsten van bewoning uit de Late Middeleeuwen en ter hoogte van de Klaphullestraat- Meulestraat om infrastructuur uit de Late Middeleeuwen. Figuur 4: centraal archeologische inventaris Pagina 35 van 45

41 ONDERZOEK TOT M.E.R Beoordeling Gezien de aard van het plan, met name het bevestigen van bestaande zonevreemde woningen en de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden zal de impact van het plan op het landschap heel beperkt zijn. Toenemende bebouwing zal vanuit de zonevreemde woningen steeds beperkt zijn. Het uitbreiden van de tuin op aanpalende percelen is niet mogelijk. Bijkomende woningen zijn sowieso niet mogelijk. Een verdere verlinting vanuit Doomkerke of Kruiskerke is dus niet mogelijk. Aldus vormt het plan geen verdere aantasting van de bestaande landschapsstructuur. De impact van het RUP ligt vooral op de landschapsbeleving. Daarom verfijnt het RUP de algemene voorschriften die in het decreet werden opgenomen door gebiedsgericht verschillende ontwikkelingsperspectieven uit te werken. Het RUP wordt aangegrepen om de waarden van de relictzones en ankerplaatsen zoveel mogelijk te vrijwaren en de landschappelijke kwaliteit van de huiskavels te versterken. Gezien de talrijke landschappelijke waarden zich in het noorden van de gemeente concentreren, wordt een onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde woningen in het noorden van de gemeente en de zonevreemde woningen in het zuiden van de gemeente. De woningen in de landschappelijk waardevolle gebieden kunnen wel uitbreiden tot maximaal 1000 m³ zoals nu ook voor de meeste gevallen mogelijk is volgens de Codex Ruimtelijke Ordening (behalve deze in kwetsbare gebieden). De woningen krijgen wel strengere randvoorwaarden opgelegd dan de woningen in het zuiden van de gemeente met de bedoeling de landschappelijke waarden van de omgeving te vrijwaren. draad en moeten vergezeld zijn van streekeigen hoogstammig groen of een houtkant. De randvoorwaarden hebben de bedoeling de vertuining van de omgeving te beperken en aldus het landelijke karakter te vrijwaren, kleine landschapselementen te versterken en de visuele impact op de omgeving tot een minimum te beperken of met andere woorden de landschappelijke integratie van de huiskavel te optimaliseren. Betreffende het bouwkundig erfgoed is het de bedoeling van het RUP om de waardevolle gebouwen aan te duiden en specifieke stedenbouwkundige voorschriften op te stellen afgestemd op de geldende wettelijke bepalingen. Verbouwingen en uitbreidingen zullen steeds met respect voor de erfgoedwaarde moeten gebeuren en functiewijzigingen zullen vlotter mogelijk zijn. Gezien het belang om oog te hebben voor het archeologisch erfgoed, zal in het RUP aangegeven worden dat bij geplande grondwerken in het plangebied voorafgaand overleg is aangewezen met de bevoegde archeologische diensten zodat een archeologisch vooronderzoek kan voorzien worden. Bij waardevolle archeologische sporen biedt de vigerende wetgeving een decretaal kader Conclusie Op basis van voorgaande bespreking kan gesteld worden dat de impact van het plan heel beperkt zal zijn en dat bijkomend randvoorwaarden gesteld worden om de impact tot een minimum te beperken. Deze maatregelen worden geïntegreerd in de voorschriften van het RUP. De randvoorwaarden die zijn ingeschreven in het RUP bewerkstelligen de integratie van de huiskavel in een waardevolle omgeving. De bijgebouwen moeten geconcentreerd worden binnen de 15 m rond het hoofdgebouw, tuinafsluitingen moeten bestaan uit streekeigen groen en de tuin wordt beperkt tot een zone van 50 m rond het woongebouw. De rest van het perceel dient ingericht te worden als boomgaard, weide,. Afsluitingen in dit tweede gedeelte moeten grofmazig zijn of bestaan enkel uit palen met Pagina 36 van 45

42 ONDERZOEK TOT M.E.R Discipline mens-socio-organisatorische aspecten Beschrijving en analyse plangebied Kaart 16: landbouwwaarderingskaart Kaart 17: herbevestigd agrarisch gebied Landbouwwaarderingskaart De landbouwgrond in Ruiselede heeft over het algemeen een hoge tot zeer hoge waardering. De zonevreemde woningen liggen bijgevolg binnen deze zones. Herbevestigd agrarisch gebied (HAG) In uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) stelt de Vlaamse overheid een ruimtelijke visie op voor landbouw, natuur en bos. Doelstelling is te komen tot een afbakening van de agrarische, natuurlijke en bosstructuur van het buitengebied. Dit planningsproces resulteerde in het verleden al in een gedeeltelijke afbakening van de VEN-gebieden. In de tweede fase wil de Vlaamse overheid duidelijkheid geven over de percelen die zeker opgenomen worden in de agrarische structuur en die nu ook reeds gelegen zijn in een agrarische bestemming, de zogenaamde herbevestigde agrarische gebieden. Vooral het gebied ten zuiden van de Wantebeek is herbevestigd als agrarisch gebied. Er zijn dus heel wat zonevreemde woningen in deze herbevestigde agrarische gebieden gelegen. Stiltegebieden Ruiselede maakt geen onderdeel uit van een stiltegebied. Er kan dus besloten worden dat het RUP geen invloed zal hebben op ongeschonden gebieden inzake geluid. Mobiliteit In de gemeente zijn geen spoorwegen aanwezig. De gemeente wordt bediend door één buslijn en de belbuszone Tielt Noord-Oost en Beernem-Wingene. De ruimtelijke bedieningsgraad beantwoord aan het decreet basismobiliteit. De gemeente ligt op korte afstand tot het hoofdwegenroutenet (E40) die te bereiken is via een primaire weg II (N37) op grondgebied van de gemeente. Binnen de gemeente gebeurde ook een selectie van lokale wegen I en II Beoordeling In het structuurplan heeft de gemeente al duidelijk aangegeven dat ze de intentie had een RUP op te maken voor de zonevreemde woningen. Voor planopties die reeds waren voorzien in het structuurplan van de gemeente, bestaat de mogelijkheid om gemeentelijke RUP s op te maken binnen de herbevestigde agrarische gebieden. De huiskavels van de zonevreemde woningen zijn al jaren in gebruik als woonkavel. Heel wat zonevreemde woningen zijn ook voormalige landbouwbedrijfszetels en maken dus intrinsiek deel uit van het landbouwgebied. Bij de bevestiging van de bestaande, (geacht) vergunde zonevreemde woningen wordt het landbouwgebied dus ruimtelijk niet verder aangetast. In het RUP worden geen herbestemmingen naar woongebied doorgevoerd. Voor alle woningen wordt gewerkt met overdrukken.er gebeurt dus geen verdere aansnijding van het open agrarisch gebied. De woningen bestaan al. Het RUP is ook niet te beschouwen als een regularisatie, gezien in de decretale wetgeving al een regularisatie werd doorgevoerd en bevestigd in de nieuwe Codex. Bijkomende zonevreemde woningen zijn niet mogelijk 8. Er worden dus geen grote aaneengesloten landbouwgebieden aangesneden. 8 Beperkt aantal uitzonderingen mogelijk via afwerkingsregel. Pagina 37 van 45

43 ONDERZOEK TOT M.E.R. De onderliggende bestemming blijft agrarisch gebied. Er kan steeds teruggekeerd worden naar de onderliggende landbouwbestemming van het gewestplan. Op die manier kunnen de zonevreemde woningen ook geen bijkomende beperkingen voor de landbouw betekenen inzake afstand- en wetgevingsregels. Nabestemmingen van zonevreemde woningen zullen bijgevolg steeds in overeenstemming moeten zijn met de onderliggende gewestplanbestemming. Gezien het plan voornamelijk een bevestiging inhoudt van wat er op vandaag is, zijn er geen bijkomende effecten te verwachten op de gezondheid en veiligheid van de mens. De toegelaten nevenfuncties/functiewijzigingen zijn niet van die aard dat er aanzienlijke effecten te verwachten zijn op de gezondheid en veiligheid van de mens. De mogelijkheden zijn trouwens weinig anders dan de huidige decretale mogelijkheden van het uitvoeringsbesluit rond functiewijzigingen en het beleidskader uit het PRS-WV. Aanzienlijke wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie zijn er dus niet te verwachten. Voor alle zonevreemde woningen wordt voldaan aan de basismobiliteit Conclusie Gezien de doelstellingen van het RUP en de aard van de voorziene activiteiten zijn er geen aanzienlijke effecten te verwachten Conclusie scoping milieueffecten Bodem en water Er komen quasi geen zonevreemde woningen voor op de meest gevoelige bodems, waardoor er geen aanzienlijke problemen verwacht worden door dit RUP. Voor alle zonevreemde woningen wordt via het zoneringsplan een oplossing voorgesteld naar lozing en zuivering van het afvalwater, waardoor de oppervlaktewaterkwaliteit en grondwaterkwaliteit op termijn enkel kan verbeteren. Gezien het RUP geen bijkomende woningen toelaat, zullen er geen nieuwe problemen ontstaan. Voor de meeste zonevreemde woningen zal het RUP weinig bijkomende bebouwing en verharding betekenen, waardoor het effect op de waterhuishouding minimaal zal zijn. Bijkomende verhardingen moeten maximaal beperkt worden en gebeuren in waterdoorlatende materialen. Woningen gelegen in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied, dienen te voldoen aan de watertoets. Uitbreiding is enkel mogelijk als voldaan wordt aan de watertoets en de gewestelijke verordening inzake hemelwater. Het kan aangewezen zijn advies van de waterbeheerder te vragen voor eventueel strengere lozingsnorm en buffercapaciteit. Fauna en Flora, Landschap Gezien de aard van het plan, met name het bevestigen van bestaande zonevreemde woningen en de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden zal de impact van het plan op natuur en landschap heel beperkt zijn. Toenemende bebouwing zal vanuit de zonevreemde woningen steeds beperkt zijn. Het uitbreiden van de tuin op aanpalende percelen is niet mogelijk. Bijkomende woningen zijn sowieso niet mogelijk. Een beperkt aantal woningen zijn in ecologische gebieden gelegen en worden in een aparte categorie ondergebracht. Deze categorie krijgt de meest beperkende ontwikkelingsperspectieven. De woningen kunnen er slechts uitbreiden tot maximaal 700 m³. Nevenfuncties zijn er niet mogelijk. De voorschriften voor de enkele woningen binnen de ecologisch waarde- Pagina 38 van 45

44 ONDERZOEK TOT M.E.R. volle gebieden bieden mogelijkheden die overeenkomen met wat nu ook decretaal mogelijk is. Gezien de talrijke natuurlijke en landschappelijke waarden zich in het noorden van de gemeente concentreren, wordt een onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde woningen in het noorden van de gemeente en de zonevreemde woningen in het zuiden van de gemeente. De woningen krijgen strengere randvoorwaarden opgelegd dan de woningen in het zuiden van de gemeente met de bedoeling de waarden van de omgeving te vrijwaren. Mens socio-organisatorische aspecten Bij de bevestiging van de bestaande, (geacht) vergunde zonevreemde woningen wordt het landbouwgebied ruimtelijk niet verder aangetast. Er worden geen nieuwe landbouwgebieden aangesneden. Gezien het plan voornamelijk een bevestiging inhoudt van wat er op vandaag is, zijn er geen bijkomende effecten te verwachten op de gezondheid en veiligheid van de mens. Aanzienlijke wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie zijn er dus niet te verwachten. De randvoorwaarden hebben de bedoeling de vertuining van de omgeving te beperken en aldus het landelijke karakter te vrijwaren, kleine landschapselementen te versterken, de migratie van fauna en flora zoveel mogelijk te vrijwaren en de visuele impact op de omgeving tot een minimum te beperken of met andere woorden de landschappelijke integratie van de huiskavel te optimaliseren. Het RUP wordt dus aangegrepen om de natuurwaarden en de relictzones en ankerplaatsen zoveel mogelijk te vrijwaren en de landschappelijke kwaliteit van de huiskavels te versterken. Bouwkundig en archeologisch erfgoed Betreffende het bouwkundig erfgoed is het de bedoeling van het RUP om de waardevolle gebouwen aan te duiden en specifieke stedenbouwkundige voorschriften op te stellen afgestemd op de geldende wettelijke bepalingen. Verbouwingen en uitbreidingen zullen steeds met respect voor de erfgoedwaarde moeten gebeuren en functiewijzigingen zullen vlotter mogelijk zijn. Gezien het belang om oog te hebben voor het archeologisch erfgoed, zal in het RUP aangegeven worden dat bij geplande grondwerken in het plangebied voorafgaand overleg is aangewezen met de bevoegde archeologische diensten zodat een archeologisch vooronderzoek kan voorzien worden. Bij waardevolle archeologische sporen biedt de vigerende wetgeving een decretaal kader. Pagina 39 van 45

45 ONDERZOEK TOT M.E.R. 7.7 Externe mensveiligheid In de gemeente (= plangebied) zijn geen Seveso-inrchtingen aanwezig. Zonevreemde woningen vormen op zich geen aandachtsgebieden die bijzondere aandacht genieten in het kader van de risico s van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Woongebieden wel, maar hoewel ze in het plangebied gelegen zijn, vormen zij niet het onderwerp van dit plan. Er zijn daarenboven geen Seveso-inrichtingen binnen en straal van 2 km rond de gemeente gelegen zodat het risico bij zware ongevallen heel beperkt tot onbestaande is. Pagina 40 van 45

46 ONDERZOEK TOT M.E.R. 7.8 Eindconclusie De opmaak van een plan-mer wordt niet noodzakelijk geacht vanuit de project-m.e.r. plicht of de noodzaak tot passende beoordeling. Uit de scoping van de milieueffecten besluiten we dat er enkele woningen gelegen zijn binnen ecologisch waardevolle gebieden. Deze woningen worden in een aparte categorie ondergebracht en krijgen de strengste voorschriften. Uit de scoping blijkt verder dat de waardevolle gebieden zich vooral in het noorden van de gemeente concentreren. Deze woningen worden eveneens in een aparte categorie ondergebracht en krijgen strengere randvoorwaarden dan de woningen in het zuiden van de gemeente. Het RUP bevestigt bestaande, (geacht) vergunde zonevreemde woning en betekent aldus slechts kleine wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn dan ook geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten want: De mogelijkheden die met dit planologisch kader worden gerealiseerd zijn van die aard en omvang dat het slechts een beperkte potentiële impact kan hebben op de milieudisciplines. Binnen het plangebied zijn een aantal speciale beschermingszones aanwezig. Deze zullen echter geen verstorend of versnipperend effect van dit RUP ervaren, gezien de beperkte mogelijkheden die met dit RUP gecreëerd worden en gezien het gaat om bestaande woningen. De opmaak van het RUP laat toe om een differentiatie in de ontwikkelingsperspectieven van de zonevreemde woningen door te voeren, waardoor de mogelijkheden beter worden afgestemd op de directe omgeving. Op die manier kan beter ingespeeld worden op de waardevolle omgeving in het noorden van de gemeente en betekent het RUP aldus een meerwaarde ten opzichte van de huidige wetgeving. Er zijn geen bijzonder kwetsbaarheden die de te verwachten milieuimpact zwaarder doen doorwegen mits rekening wordt gehouden met een aantal aandachtspunten bij de verdere uitwerking van het RUP. Beperken van verhardingen tot wat noodzakelijk is, alsook maximaal werken met waterdoorlatende materialen; Woningen gelegen in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied, dienen te voldoen aan de watertoets. Uitbreiding is enkel mogelijk als voldaan wordt aan de watertoets en de gewestelijke verordening inzake hemelwater. Gebruik van streekeigen en standplaatsgebonden groenelementen die bijdragen tot het versterken van de typische begroeiing in de omgeving. Verhardingen enkel toegelaten binnen de 50m rond het hoofdgebouw, tot max. 50 m vanaf de rooilijn. Extra aandacht voor een maximale integratie van de huiskavel in de waardevolle omgeving in het noorden van de gemeente. Bij geplande grondwerken in het plangebied is voorafgaand overleg aangewezen met de bevoegde archeologische diensten zodat een archeologisch vooronderzoek kan voorzien worden. Aandacht voor waardevolle gebouwen. Er dient bijgevolg geen planmer opgemaakt te worden voor het RUP zonevreemde woningen Ruiselede. Pagina 41 van 45

47 8 BIJLAGE Bijlage 1: lijst van aangeschreven instanties 8.1 Bijlage 1: lijst van aangeschreven instanties Nr. Naam Adres Gemeente 1 Provinciehuis Boeverbos Provinciebestuur West-Vlaanderen Koning Leopold III-laan Dienst Ruimtelijke Planning Sint-Andries 2 Agentschap Ruimte en Erfgoed Ruimtelijke Ordening West-Vlaanderen Werkhuisstraat Brugge 3 Agentschap Ruimte en Erfgoed Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen Werkhuisstraat Brugge 4 Agentschap Wonen-Vlaanderen Koning Albert II-laan 20 Afdeling Wonen bus Brussel 5 ANB - West-Vlaanderen Zandstraat Brugge Departement Landbouw en Visserij 6 Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Baron Ruzettelaan Brugge West-Vlaanderen 7 Graaf de Ferrarisgebouw VMM Koning Albert II-laan 20 Afdeling Operationeel Waterbeheer bus Brussel Pagina 42 van 45

48 Bijlage 8.2 Bijlage 2: lijst van aangeschreven instanties Nr. Naam Datum Advies 1 Provinciebestuur West-Vlaanderen Dienst Ruimtelijke Planning 18 februari 2010 Volgende elementen komen onvoldoende aan bod: - natuurverbindingsgebieden: Poekebeek, Klaphullebeek en de Kapellebeek. - structurerende lineaire elementen: Poekebeek - ankerplaatsen: Sint-Pietersveld, Schoonbergbos-Vorte Bossen 2 Agentschap Ruimte en Erfgoed Ruimtelijke Ordening West- Vlaanderen 18 maart 2010 De screening maakt een voldoende inschatting van de milieueffecten voor de ruimtelijke ordening. Volgende opmerkingen worden meegegeven: - de impact ten opzichte van de erfgoedwaarden bijkomend onderzoeken; - bijkomende argumentatie betreffende de mogelijkheden aanvullend op de VCRO en het GRS. 3 Agentschap Ruimte en Erfgoed 12 februari 2010 Gunstig Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen 4 Agentschap Wonen-Vlaanderen 17 februari 2010 Gunstig Afdeling Wonen 5 ANB - West-Vlaanderen 18 februari 2010 Gunstig 6 Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling West-Vlaanderen 1 maart 2010 Gunstig. Impact van het herbouwen of uitbreiden van de woningen op de bodem- en grondwaterkwetsbaarheid. De maatregelen die 7 VMM Afdeling Operationeel Waterbeheer binnen de screening aangehaald worden dienen op een degelijke en dwingende manier vertaald te worden in de voorschriften van het RUP. 5 maart 2010 Voorwaardelijk gunstig: - impact op het gewijzigde overstromingsregime moet bekeken worden; - de woningen in effectief overstromingsgebied moeten in detail bekeken worden. - er moeten bijkomende maatregelen opgenomen worden voor deze woningen waarbij rekening gehouden wordt met het watersysteem. - de plannen voor de manege moeten verduidelijkt worden en de impact hiervan dient eveneens bepaald te worden. Pagina 43 van 45

49 Bijlage 8.3 Bijlage 3: aanvullingen op basis van de adviezen Op basis van de adviezen worden volgende aanvullingen toegevoegd aan het document ten aanzien van de versie die doorgestuurd werd voor de adviesverlening: Aanvullingen in de nota Invoegen op p32 onder punt Beoordeling Maneges kunnen bij het aanleggen van paddocks een grotere invloed hebben op de (grond) waterhuishouding. Bij een paddock in open lucht is, door het intensief gebruik door de paarden, infiltratie niet langer mogelijk. Het water kan echter afstromen naar de omliggende niet-verharde delen waardoor de invloed op de (grond)-waterhuishouding beperkt zal zijn. Bij een binnenpiste dient de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afval- en hemelwater gerespecteerd worden. Bij een vergunningsaanvraag voor een manege moet de waterhuishouding meer in detail bekeken worden. In het RUP zal worden opgenomen dat maneges enkel zijn toegelaten op basis van een gunstig advies van de waterbeheerder. Op basis van het advies van de waterbeheerder kunnen dan extra maatregelen opgelegd worden. Momenteel zijn nog geen specifieke locaties of zoekzones voor manèges gekend. Manèges zijn als mogelijke nevenfunctie ingeschreven voor de woningen in het open agrarisch gebied en in het bosrijke landschap. Dit is het overgrote deel van de zonevreemde woningen. Indien deze nevenfunctie effectief zou gerealiseerd worden, dienen de mogelijke effecten ondervangen te worden met de gewestelijke stedenbouwkundige verordening om de impact tot een minimum te beperken. Invoegen op p33 onder punt Beoordeling Woningen in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied: Volgende maatregelen kunnen voorgesteld worden om vermindering van infiltratie en vermindering van ruimte voor het watersysteem te vermijden of te herstellen: Mogelijkheid voorzien voor groendaken; Zeer sterk vertragen van de waterafvoer door hergebruik, infiltratie en berging; Advies van de waterbeheerder voor eventueel strengere lozingsnormen en buffercapaciteit; Verbod op reliëfophogingen in de tuinzone; Woningen in effectief overstromingsgevoelig gebied: Volgende maatregelen kunnen aanvullend voorgesteld worden om vermindering van infiltratie en vermindering van ruimte voor het watersysteem te vermijden of te herstellen: Verbod op ondergrondse constructies; Maximaal 20% van de niet-bebouwde oppervlakte mag verhard worden, ongeacht de ligging van de woning. Overwegen om het toegelaten bijkomend volume te beperken; Aandacht voor het bouwen met een veilig vloerpeil. Invoegen op p38 onder punt Conclusie scoping milieueffecten, na de tweede alinea en op p 41 onder punt 7.8 Eindconclusie, na het tweede bolletje in de tweede kolom Volgende maatregelen kunnen voorgesteld worden om vermindering van infiltratie en vermindering van ruimte voor het watersysteem te vermijden of te herstellen: Mogelijkheid voorzien voor groendaken; Zeer sterk vertragen van de waterafvoer door hergebruik, infiltratie en berging; Advies van de waterbeheerder voor eventueel strengere lozingsnormen en buffercapaciteit; Verbod op reliëfophogingen in de tuinzone; Pagina 44 van 45

50 Bijlage Voor woningen in effectief overstromingsgevoelig gebied kunnen volgende maatregelen aanvullend voorgesteld worden om vermindering van infiltratie en vermindering van ruimte voor het watersysteem te vermijden of te herstellen: Verbod op ondergrondse constructies; Maximaal 20% van de niet-bebouwde oppervlakte mag verhard worden, ongeacht de ligging van de woning. Overwegen om het toegelaten bijkomend volume te beperken; Aandacht voor het bouwen met een veilig vloerpeil. Alle woningen gelegen in de ankerplaatsen zijn gelegen in het bosrijke landschap. Deze woningen krijgen strengere randvoowaarden opgelegd dan de woningen in het zuiden van de gemeente met de bedoeling de landschappelijke waarden van de omgeving te vrijwaren en te versterken. We verwijzen hier ook naar p 36. Gezien er nog geen precieze afbakening is gebeurd van de natuurverbindingsgebieden, is het niet evident om er mee rekening te houden. Woningen nabij de waterlopen zijn echter ook dikwijls in mogelijks en effectief overstromingsgevoelige gebieden gelegen. Op die manier worden al een aantal voorwaarden aan deze woningen gekoppeld. In de voorschriften wordt het gebruik van streekeigen en standplaatsgebonden groen sowieso opgenomen. Bijkomend kan voor deze woningen opgenomen worden dat het uitbreiden van de tuin buiten het bestaande perceel niet is toegelaten. We verwijzen naar p 34. Indien wenselijk kan de provincie bij de opmaak van provinciale uitvoeringsplannen voor de natuurverbindingsgebieden aanvullende voorwaarden koppelen aan de woningen die dan effectief binnen de natuurverbindingsgebieden vallen. Gezien Onroerend Erfgoed stelt dat de aspecten met betrekking tot de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie in het dossier voldoende zijn opgenomen, lijkt een bijkomend onderzoek over de mogelijke impact ten opzichte van de erfgoedwaarden weinig meerwaarde te bieden in het kader van het onderzoek tot mer. Bij de opmaak van het RUP zal een coherente visie op het behouden en versterken van de erfgoedwaarden uitgewerkt worden. In het verder planproces zal de bijkomende argumentatie betreffende de mogelijkheden aanvullend op de VCRO en het GRS gegeven worden of zullen de nodige bijsturingen van de voorgestelde visie doorgevoerd worden. Pagina 45 van 45

51

52

53

54

55

56

57

58

59

60

MOGELIJKE NIEUWE FUNCTIES VOOR BOERDERIJEN IN AGRARISCH GEBIED

MOGELIJKE NIEUWE FUNCTIES VOOR BOERDERIJEN IN AGRARISCH GEBIED stad brugge dienst ruimtelijke ordening MOGELIJKE NIEUWE FUNCTIES VOOR BOERDERIJEN IN AGRARISCH GEBIED Voorwoord door schepen van ruimtelijke ordening en huisvesting Mercedes Van Volcem Steeds meer boerderijen

Nadere informatie

7 ARTIKEL 7: CLUSTER S GRAVENWEZEL

7 ARTIKEL 7: CLUSTER S GRAVENWEZEL 7 ARTIKEL 7: CLUSTER S GRAVENWEZEL ART.7.0. BASISRECHTEN Deze cluster situeert zich binnen de perimeter noordelijke en oostelijke open ruimte. De zonevreemde woningen zijn gelegen in ruimtelijk kwetsbaar

Nadere informatie

RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN

RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN RUISELEDE RUP ZONEVREEMDE WONINGEN Toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften Ontwerp voor voorlopige vaststelling Gemeentebestuur Ruiselede Markt 1 8755 Ruiselede Grontmij Vlaanderen Gent, januari

Nadere informatie

ART. 7 OVERDRUK ZONEVREEMDE WONINGEN AANSLUITEND OP GEREALISEERD WOONLINT B Categorisering van gebiedsaanduiding 4: landbouw

ART. 7 OVERDRUK ZONEVREEMDE WONINGEN AANSLUITEND OP GEREALISEERD WOONLINT B Categorisering van gebiedsaanduiding 4: landbouw ART. 7 OVERDRUK ZONEVREEMDE WONINGEN AANSLUITEND OP GEREALISEERD WOONLINT B Categorisering van gebiedsaanduiding 4: landbouw Toelichting m.b.t. geldende bepalingen opgenomen in de Vlaamse Codex RO en Verordenende

Nadere informatie

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur regio Haspengouw-Voeren Natuur- en landbouwgebieden Vallei van de Herk en Mombeek van Alken

Nadere informatie

RUP zonevreemde woningen

RUP zonevreemde woningen RUP zonevreemde woningen Gemeente Sint-Gillis-Waas Informatievergadering 18 oktober 2010 1 Doel van de toelichting Voorlopige vaststelling 2 september 2010 Reeds enkele jaren bezig met opmaak RUP Openbaar

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSWIJZIGING VAN EEN GOEDGEKEURDE, NIET-VERVALLEN VERKAVELING DD. 24/01/1964 NOOT: 1. De voorschriften van de oorspronkelijke verkaveling

Nadere informatie

EEN STAPPENPLAN: DOORLOOP ALLE STAPPEN EN ONTDEK IN WELKE ZONE HET LOKAAL LIGT stap 1: BUI TEN Ruimtelijk

EEN STAPPENPLAN: DOORLOOP ALLE STAPPEN EN ONTDEK IN WELKE ZONE HET LOKAAL LIGT stap 1: BUI TEN Ruimtelijk EEN STAPPENPLAN: DOORLOOP ALLE STAPPEN EN ONTDEK IN WELKE ZONE HET LOKAAL LIGT stap 1: Controleer het Gewestplan Kan je nakijken via het geoloket: http://geovlaanderen.agiv.be/ geo-vlaanderen/grb/ Het

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN RUP 13/a WOONKORRELS OLSENE GROT & GROENEWEG/BAUTERSTRAAT. Verordenende voorschriften toelichting

VOORSCHRIFTEN RUP 13/a WOONKORRELS OLSENE GROT & GROENEWEG/BAUTERSTRAAT. Verordenende voorschriften toelichting VOORSCHRIFTEN RUP 13/a WOONKORRELS OLSENE GROT & GROENEWEG/BAUTERSTRAAT Verordenende voorschriften toelichting 1. ALGEMENE BEPALINGEN 1.1. Opgave van de voorschriften die strijdig zijn met het RUP en die

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1.1. BESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) 1.1.A. HOOFDBESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) Er zijn meer dan voldoende

Nadere informatie

Bestaand regionaal bedrijf

Bestaand regionaal bedrijf Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bestaand regionaal bedrijf N.V. Wijckmans te Ham Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Nadere informatie

ZONEVREEMDE CONSTRUCTIES. (meer info vindt u op

ZONEVREEMDE CONSTRUCTIES. (meer info vindt u op ZONEVREEMDE CONSTRUCTIES (meer info vindt u op www.ruimtelijkeordening.be) VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING HOOFDSTUK IV. Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften AFDELING 2. Basisrechten voor

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET VERKAVELEN VAN GRONDEN 1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1.1. BESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) 1.1.A. HOOFDBESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN)

Nadere informatie

PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING

PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING TOELICHTING BIJ DE VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING EN DE UITVOERINGSBESLUITEN Veerle Strosse en Tom Van Rensbergen Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend

Nadere informatie

RUP Hernieuwenburg Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015

RUP Hernieuwenburg Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015 RUP Hernieuwenburg Wielsbeke Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015 Inhoud Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Situering van het plangebied Aanleiding aan te pakken ruimtelijke vraagstukken

Nadere informatie

3. STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING

3. STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 3. STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 1 ZONE VOOR BEBOUWING (open) 1.1 HOOFDBESTEMMING Er wordt geopteerd voor open bebouwing met een logische ruimtelijke inplanting.

Nadere informatie

GOEDGEKEURDE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Volgens vergunning nr. V/LE38/1 dd. 09/11/2016 Inclusief opmerkingen technische dienst

GOEDGEKEURDE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Volgens vergunning nr. V/LE38/1 dd. 09/11/2016 Inclusief opmerkingen technische dienst GOEDGEKEURDE Volgens vergunning nr. V/LE38/1 dd. 09/11/2016 Inclusief opmerkingen technische dienst 1. VOORSCHRIFTEN EN BESTEMMING HOOFDGEBOUW 1.1. Bestemming hoofdgebouw 1.1.1. Hoofdbestemming Autostelplaats:

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN VERKAVELINGSVERGUNNING V0647 d.d. 26.09.2014 1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1.1. BESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) 1.1.A. HOOFDBESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) Voorzieningen voor een inwonende

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING 1. ALGEMEEN Alle werken en handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, en in onderstaande voorschriften

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN 1.VOORSCHRIFTEN EN BESTEMMING HOOFDGEBOUW. 1.1 Bestemming hoofdgebouw

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN 1.VOORSCHRIFTEN EN BESTEMMING HOOFDGEBOUW. 1.1 Bestemming hoofdgebouw Eigendom Vennootschap MAFAR, Louizalaan 149/24, 1050 Brussel. gevolmachtigde : NV. Select Bouw, Iepersestraat 181-185, 8800 Roeselare. BPA nr 1- Dorpskom, gedeeltelijke wijziging E. VK plan dd. 30. 10.

Nadere informatie

RUP Quintyn gebroeders bvba Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017

RUP Quintyn gebroeders bvba Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017 RUP Quintyn gebroeders bvba Gemeente Zulte Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017 Gemeentelijk RUP 'Quintyn Gebroeders bvba' te Zulte Verordenend grafisch plan 267V2 269Z 271S2

Nadere informatie

Samenhang tussen stedenbouwkundige voorschriften en decretale bepalingen bij een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Samenhang tussen stedenbouwkundige voorschriften en decretale bepalingen bij een ruimtelijk uitvoeringsplan. Samenhang tussen stedenbouwkundige voorschriften en decretale bepalingen bij een ruimtelijk uitvoeringsplan. De Vlaamse Codex RO (VCRO) geeft ondermeer aan welke de decretale mogelijkheden zijn rond vergunbaarheid.

Nadere informatie

meldings- en vergunningsplicht

meldings- en vergunningsplicht meldings- en vergunningsplicht gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de panne juni 2014 definitief ontwerp 2 Verwijderd: maart Inhoud Doel van deze verordening... - 3 - Leeswijzer... - 4 - DEEL I

Nadere informatie

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ter bevordering van het kwaliteitsvol wonen

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ter bevordering van het kwaliteitsvol wonen Gemeente Moorslede Dienst ruimtelijke ordening Marktplaats 1 8890 Moorslede Tel.: 051/788 914 Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ter bevordering van het kwaliteitsvol wonen Principiële goedkeuring

Nadere informatie

Stad Menen Ruimtelijk Uitvoeringsplan 9-1 Woonstrategie buitengebied

Stad Menen Ruimtelijk Uitvoeringsplan 9-1 Woonstrategie buitengebied Bijgaand bij het besluit van deputatie van de Provincie West-Vlaanderen houdende de gedeeltelijke goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Woonstrategie buitengebied 009- Menen Goedkeuringsbeslissing

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ AANVRAAG VAN EEN VERKAVELINGSVERGUNNING voor kavel 1 van het voorgelegd ontwerp Gemeente 2290 VORSELAAR, Sectie G, nrs.: 16/K, 16/L, 16/P2 Hildering 1 Keizershofstraat

Nadere informatie

stedenbouwkundige voorschriften

stedenbouwkundige voorschriften stedenbouwkundige voorschriften Algemene voorschriften VERORDENEND 1. Algemeen Openbaar nut en gemeenschapsvoorzieningen kleine inrichtingen van openbaar nut zoals infrastructuur in verband met openbare

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN HORENDE BIJ DE AANVRAAG VOOR DE VERKAVELINGSVERGUNNING 1. ALGEMEEN Alle werken en handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, en in onderstaande voorschriften

Nadere informatie

Addendum B28b Specifieke verkavelingsvoorschriften

Addendum B28b Specifieke verkavelingsvoorschriften Addendum B28b Specifieke verkavelingsvoorschriften 1 Vul dit addendum zo veel keer in als u verschillende groepen van voorschriften wil opmaken. 2 Vul in op welke kavels deze specifieke voorschriften van

Nadere informatie

MOTIVATIENOTA BETREFFENDE DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING HASSELT 16 e AFDELING SECTIE B nr. 162V

MOTIVATIENOTA BETREFFENDE DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING HASSELT 16 e AFDELING SECTIE B nr. 162V MOTIVATIENOTA BETREFFENDE DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING HASSELT 16 e AFDELING SECTIE B nr. 162V A. VOORWERP VAN DE AANVRAAG Verkavelingsaanvraag voor 2 nieuwe bouwkavels in half-open bebouwing

Nadere informatie

VERKAVELINGSVOORSCHRIFTEN

VERKAVELINGSVOORSCHRIFTEN VERKAVELINGSVOORSCHRIFTEN Verkaveling 010/070 (3b) Provincie ANTWERPEN Gemeente BERLAAR Ligging Smidstraat - Hemelshoek Kad. Afd. 1 Sectie D nrs. 548/b&c 544/n 545/c 546/d Verkaveling 010/070 (3b) Dossier

Nadere informatie

Ruimtelijk rendement op het platteland: creatief binnen de grenzen. Inspiratiemoment Herbestemmen op het platteland - 2 december 2016

Ruimtelijk rendement op het platteland: creatief binnen de grenzen. Inspiratiemoment Herbestemmen op het platteland - 2 december 2016 Ruimtelijk rendement op het platteland: creatief binnen de grenzen Inspiratiemoment Herbestemmen op het platteland - 2 december 2016 Inhoud Ruimtelijk rendement Zonevreemd Ruimtelijk beleid Agrarische

Nadere informatie

RUP Zonevreemde woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied Stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Sint-Laureins Oktober 2011

RUP Zonevreemde woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied Stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Sint-Laureins Oktober 2011 RUP Zonevreemde woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied Stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Sint-Laureins Oktober 2011 GEZIEN EN VOORLOPIG AANGENOMEN DOOR DE GEMEENTERAAD IN ZITTING VAN OP BEVEL:...

Nadere informatie

RUP Kanaalzone West Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016

RUP Kanaalzone West Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016 RUP Kanaalzone West Wielsbeke Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016 Inhoud Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Welke plannen worden vervangen? Situering van het plangebied Hoger beleidskader

Nadere informatie

Gemeentelijk RUP Den Huilaert Gemeente Kortemark. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Maart 2011

Gemeentelijk RUP Den Huilaert Gemeente Kortemark. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Maart 2011 Gemeentelijk RUP Den Huilaert Gemeente Kortemark Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Maart 2011 GEZIEN EN VOORLOPIG AANGENOMEN DOOR DE GEMEENTERAAD IN ZITTING VAN OP BEVEL:... DE VOORZITTER

Nadere informatie

Tijdelijk ruimtegebruik in de Vlaamse wetgeving en reglementering ruimtelijke ordening. Studienamiddag tijdelijk ruimtegebruik 23 februari 2016

Tijdelijk ruimtegebruik in de Vlaamse wetgeving en reglementering ruimtelijke ordening. Studienamiddag tijdelijk ruimtegebruik 23 februari 2016 Tijdelijk ruimtegebruik in de Vlaamse wetgeving en reglementering ruimtelijke ordening Studienamiddag tijdelijk ruimtegebruik 23 februari 2016 1 Inhoud 1. Wetgeving en reglementering ruimtelijke ordening

Nadere informatie

Gemeente Oud-Heverlee Reigersstraat ZN 5e afdeling - Sectie A Nummer 243G/deel & 237L/deel

Gemeente Oud-Heverlee Reigersstraat ZN 5e afdeling - Sectie A Nummer 243G/deel & 237L/deel VERKAVELINGSAANVRAAG: Gemeente Oud-Heverlee Reigersstraat ZN 5e afdeling - Sectie A Nummer 243G/deel & 237L/deel Het voorstel voorziet in het bouwen van 4 ééngezinswoningen, bestemd voor halfopen bebouwing

Nadere informatie

Stedenbouwkundige. voorschriften

Stedenbouwkundige. voorschriften Stedenbouwkundige voorschriften 1. Algemene bepalingen 1. Algemene bepalingen De bij de voorschriften (kolom 2) dient samen met de stedenbouwkundige voorschriften als richtinggevende interpretatie van

Nadere informatie

AFDELING 2. Basisrechten voor zonevreemde constructies. Onderafdeling 1. Toepassingsgebied, draagwijdte en algemene bepalingen

AFDELING 2. Basisrechten voor zonevreemde constructies. Onderafdeling 1. Toepassingsgebied, draagwijdte en algemene bepalingen AFDELING 2. Basisrechten voor zonevreemde constructies Onderafdeling 1. Toepassingsgebied, draagwijdte en algemene bepalingen Art. 4.4.10. 1. Deze afdeling is van toepassing op vergunningsaanvragen die

Nadere informatie

Aanpak problematiek van de weekendverblijven. Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) Leugenboombos

Aanpak problematiek van de weekendverblijven. Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) Leugenboombos Inleiding Aanpak problematiek van de weekendverblijven Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) Leugenboombos Verdere stappen Vragen? 6 mei 2009 dienst ruimtelijke planning - PRUP Leugenboombos 1

Nadere informatie

GEMEENTE SCHILDE RUP Zonevreemde woningen

GEMEENTE SCHILDE RUP Zonevreemde woningen GEMEENTE SCHILDE RUP Zonevreemde woningen Gemeente Schilde Brasschaatsebaan 30 2970 SCHILDE Grontmij Belgium Mechelen, 4 juli 2012 Gezien en voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering

Nadere informatie

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING

1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING VIJVERSTRAAT (1-3) TE MECHELEN. 1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1.1. BESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) 1.1.A. HOOFDBESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN)

Nadere informatie

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf t Kriekske te Halle Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf t Kriekske te Halle Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf t Kriekske te Halle Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf t

Nadere informatie

COLOFON. Opdracht: RUP Le Lis. Opdrachtgever: Gemeentebestuur Hamme Marktplein 1 B-9220 Hamme. Opdrachthouder: SORESMA nv Britselei Antwerpen

COLOFON. Opdracht: RUP Le Lis. Opdrachtgever: Gemeentebestuur Hamme Marktplein 1 B-9220 Hamme. Opdrachthouder: SORESMA nv Britselei Antwerpen RUP Le Lis Verordenend deel Stedenbouwkundige voorschriften GEMEENTE HAMME COLOFON Opdracht: RUP Le Lis Opdrachtgever: Gemeentebestuur Hamme Marktplein 1 B-9220 Hamme Opdrachthouder: SORESMA nv Britselei

Nadere informatie

Veurne - Westkust. 1. Toeristisch recreatiepark (KB 6/12/76)

Veurne - Westkust. 1. Toeristisch recreatiepark (KB 6/12/76) Veurne - Westkust 1. Toeristisch recreatiepark (KB 6/12/76) 0410 De gebieden voor toeristische recreatieparken die op de kaarten welke de bestemmingsgebieden omschrijven, in oranje gekleurd en met de letters

Nadere informatie

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur regio Schelde-Dender gebieden van het geactualiseerd Sigmaplan Polder van Vlassenbroek, Grote

Nadere informatie

Provinciaal RUP Weekendverblijven, campings en residentiële woonwagenterreinen deel 2 gemeente Rotselaar

Provinciaal RUP Weekendverblijven, campings en residentiële woonwagenterreinen deel 2 gemeente Rotselaar PROVINCIE VLAAMS-BRABANT Directie infrastructuur Dienst ruimtelijke ordening Vragen naar Els Van Loon/Shary Heuninckx Telefoon - fax 016/26.75.07 016/26.75.85 E-mail [email protected]

Nadere informatie

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST DEFINITIEVE VASTSTELLING SEPTEMBER 2011 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Inhoudstafel

Nadere informatie

zonevreemde woningen en gebouwen: Regularisatiemogelijkheden voor overtredingen

zonevreemde woningen en gebouwen: Regularisatiemogelijkheden voor overtredingen zonevreemde woningen en gebouwen: Regularisatiemogelijkheden voor overtredingen De wetgever geeft zonevreemde woningen en gebouwen ruime mogelijkheden voor onderhoud, verbouwen, en herbouwen. Cruciale

Nadere informatie

RUP Cardiff nv Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017

RUP Cardiff nv Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017 RUP Cardiff nv Gemeente Zulte Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017 Gemeentelijk RUP 'Cardiff nv' te Zulte Verordenend grafisch plan 1121B3 Legende Perimeter RUP art. 1: Zone

Nadere informatie

Provincie West-Vlaanderen Gemeente Jabbeke. De ontwerper. Gemeentebestuur Jabbeke Dorpsstraat Jabbeke Tel. 0580/ Fax.

Provincie West-Vlaanderen Gemeente Jabbeke. De ontwerper. Gemeentebestuur Jabbeke Dorpsstraat Jabbeke Tel. 0580/ Fax. Recreatiezone Woonkorrel Elfhoek Provincie West-Vlaanderen Gemeente Jabbeke 2 Stedenbouwkundige voorschriften De ontwerper Gemeentebestuur Jabbeke Dorpsstraat 3 8490 Jabbeke Tel. 0580/81 01 20 Fax. 050/81

Nadere informatie

RUP Budingen Dorp Zoutleeuw. Aanzet tot stedenbouwkundige voorschriften en verordenend grafisch plan

RUP Budingen Dorp Zoutleeuw. Aanzet tot stedenbouwkundige voorschriften en verordenend grafisch plan RUP Budingen Dorp Zoutleeuw Aanzet tot stedenbouwkundige voorschriften en verordenend grafisch plan 1 bijsturing referentieontwerp na overleg 2 juli 2009 2 Opbouw RUP 1 toelichtingsnota 2 deelrup s - herbestemming

Nadere informatie

stedenbouwkundige voorschriften

stedenbouwkundige voorschriften stedenbouwkundige voorschriften Algemene bepalingen...35 Artikel 1: Zone voor wonen en jeugdverblijf...38 Artikel 2: Recreatief parkgebied...42 Artikel 0: Algemene bepalingen 0.1. Ruimtelijke kwaliteit

Nadere informatie

Stedenbouwkundige voorschriften

Stedenbouwkundige voorschriften Stedenbouwkundige voorschriften Lot 1-2 Toelichting bij stedenbouwkundig voorschrift Verordenend stedenbouwkundig voorschrift Strook voor de gebouwen Inplanting zoals aangeduid op het verkavelingsontwerp.

Nadere informatie

Oostende - Middenkust

Oostende - Middenkust Oostende - Middenkust 1. Toeristisch recreatiepark (KB 26/01/76) 0410 De gebieden voor toeristische recreatieparken die op de kaarten welke de bestemmingsgebieden omschrijven en oranje gekleurd en met

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VAN EEN' VERKAVELING voor kavels 1 en 2

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VAN EEN' VERKAVELING voor kavels 1 en 2 Gehecht aan de akte verleden voor notaris Marie-Ghislaine Brosens te Beerse op.ali.~, 1 Repertoriumnummer 9_611-5-)5- STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VAN EEN' VERKAVELING voor kavels 1

Nadere informatie

1.1. TERMINOLOGIE 1.2. INTERPRETATIE VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN 1.3. AFWIJKING VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

1.1. TERMINOLOGIE 1.2. INTERPRETATIE VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN 1.3. AFWIJKING VAN DE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN ARTIKEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN 1.1. TERMINOLOGIE Voor de toepassing van de onderhavige voorschriften wordt verstaan onder: 1. Halfopen bebouwing: bebouwingswijze waarbij het hoofdgebouw slechts één gemene

Nadere informatie

Bestaand regionaal bedrijf

Bestaand regionaal bedrijf gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bestaand regionaal bedrijf Makro te Antwerpen Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Nadere informatie

Stedenbouwkundige verordening. inzake parkeren en stallen van auto s en fietsen

Stedenbouwkundige verordening. inzake parkeren en stallen van auto s en fietsen Stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto s en fietsen Versie 2.1 22 december 2016 Pagina 2 van 7 Artikel 1. DEFINITIES Voor de toepassing van deze stedenbouwkundige verordening

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 1. VOORSCHRIFTEN BESTEMMING 1.1. BESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) 1.1.A. HOOFDBESTEMMING HOOFDGEBOUW(EN) Er zijn meer dan voldoende

Nadere informatie

GOEDGEKEURDE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN volgens vergunning nr. V/W036/1 goedgekeurd op 22/05/2017

GOEDGEKEURDE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN volgens vergunning nr. V/W036/1 goedgekeurd op 22/05/2017 GOEDGEKEURDE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN volgens vergunning nr. V/W036/1 goedgekeurd op 22/05/2017 1. Bestemmingsvoorschriften 1.1. Hoofdbestemming Bouwen van ééngezinswoningen 1.2. Nevenbestemming

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 1 / 7

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING 1 / 7 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN BIJ DE AANVRAAG VOOR EEN VERKAVELINGSVERGUNNING Provincie Arrondissement Gemeente/Stad Verkaveling VLAAMS-BRABANT HALLE-VILVOORDE GRIMBERGEN MEERSTRAAT 1 / 7 1. Voorschriften

Nadere informatie

Provincieraadsbesluit

Provincieraadsbesluit directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning dossiernummer: 1505496 Provincieraadsbesluit betreft verslaggever Stekene en Sint-Gillis-Waas - PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene en Sint-Gillis-Waas

Nadere informatie

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage II stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Nadere informatie

Stedenbouwkundige voorschriften

Stedenbouwkundige voorschriften Stedenbouwkundige voorschriften 23 Leeswijzer voor tabel: De grafische plannen en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften (kolom 1 weergegeven op een grijze ondergrond) hebben verordenende kracht.

Nadere informatie

MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER. Beroep: Datum van aanvraag:

MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER. Beroep: Datum van aanvraag: 1 MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE Voorliggend formulier is slechts een model dat aangepast kan worden aan de specifieke wensen en noden van de gemeente vak in te vullen door de aanvrager

Nadere informatie

RUP Steven Pleysier. STUDIEBUREAU IR. JONCKHEERE bvba PROVINCIE WEST-VLAANDEREN GEMEENTE KOEKELARE. Koningin Astridlaan 134/ BRUGGE 050/

RUP Steven Pleysier. STUDIEBUREAU IR. JONCKHEERE bvba PROVINCIE WEST-VLAANDEREN GEMEENTE KOEKELARE. Koningin Astridlaan 134/ BRUGGE 050/ 16 PROVINCIE WEST-VLAANDEREN GEMEENTE KOEKELARE RUP Steven Pleysier STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN STUDIEBUREAU IR. JONCKHEERE bvba Koningin Astridlaan 134/5 8200 BRUGGE 050/40 40 80 email : [email protected]

Nadere informatie

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage II stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Nadere informatie

GOEDGEKEURDE VERKAVELINGVERGUNNING: NR. V 2013/05 VAN 03/09/2013

GOEDGEKEURDE VERKAVELINGVERGUNNING: NR. V 2013/05 VAN 03/09/2013 Pagina 1 van 6 Van den Vonder Marcel BVBA Landmeter-Expert LAN 04 1075 Erkend Vastgoedmakelaar B.I.V.206045 Kantoor: 2235 Hulshout Grote Baan 134 Kantoor: 2220 Heist-op-den-Berg 21 mei 2013 Leopoldlei

Nadere informatie

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan De Pinte Bindende Bepalingen

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan De Pinte Bindende Bepalingen Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan De Pinte Bindende Bepalingen Technum Afdeling Ruimtelijke Planning Leiepark 18 9051 Gent T 09 240 09 11 F 09 240 09 00 INHOUD 1 OPVOLGING, OVERLEG EN SAMENWERKING...

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Dit RUP vervangt de bestemming van het gewestplan Gentse en Kanaalzone (K.B. 14.09.1977). De voorschriften opgenomen in dit RUP vervangen de algemene voorschriften van het

Nadere informatie

Stedenbouwkundige. voorschriften

Stedenbouwkundige. voorschriften Stedenbouwkundige voorschriften Algemene voorschriften voorkomen Alle materialen en kleuren die worden gebruikt binnen dit plangebied moeten afgestemd worden op de aard, het karakter en de uitstraling

Nadere informatie

stedenbouwkundige voorschriften

stedenbouwkundige voorschriften stedenbouwkundige voorschriften RUP meergezinswoningen gemeente Boechout december 2012 DEFINITIEF ONTWERP colofon project: RUP meergezinswoningen opdrachtgever: GEMEENTE BOECHOUT opdrachtnemer: OMGEVING

Nadere informatie

BESTEMMING HOOFDGEBOUW, BIJGEBOUW, NIET-BEBOUWD GEDEELTE. eengezinswoningen, met inbegrip van zorgwoningen worden toegelaten.

BESTEMMING HOOFDGEBOUW, BIJGEBOUW, NIET-BEBOUWD GEDEELTE. eengezinswoningen, met inbegrip van zorgwoningen worden toegelaten. STEDENBOUWKUNDIGE EN (DOOR DE GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR AANGEPASTE VERSIE) OMGEVINGSVERGUNNING 201800250 VERKAVELEN VAN GRONDEN VAN ZAND LIGGING AANVRAAG: ELSSCHOT 12 (LOT 1 ) en ELSSCHOT 14 (LOT

Nadere informatie

RUP Zonevreemde woningen en functies stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Oostkamp September 2016

RUP Zonevreemde woningen en functies stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Oostkamp September 2016 RUP Zonevreemde woningen en functies stedenbouwkundige voorschriften Gemeente Oostkamp September 2016 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Dit RUP vervangt de bestemming of vult de bestemmingen aan van het

Nadere informatie

GEMEENTE OPWIJK RUP WIJZIGEN VAN HET AANTAL WOONLAGEN IN KERNWOONGEBIEDEN. Verordenend deel / Stedenbouwkundige voorschriften

GEMEENTE OPWIJK RUP WIJZIGEN VAN HET AANTAL WOONLAGEN IN KERNWOONGEBIEDEN. Verordenend deel / Stedenbouwkundige voorschriften GEMEENTE OPWIJK RUP WIJZIGEN VAN HET AANTAL WOONLAGEN IN KERNWOONGEBIEDEN Verordenend deel / Stedenbouwkundige voorschriften Gezien en voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 24 september

Nadere informatie

Provincieraadsbesluit

Provincieraadsbesluit directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning dossiernummer: 1602849 Provincieraadsbesluit betreft verslaggever Sint-Gillis-Waas - PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Sint-Gillis-Waas fase 1' Definitieve

Nadere informatie

stedenbouwkundige voorschriften

stedenbouwkundige voorschriften verloop stedenbouwkundige voorschriften datum verloop 27/02/2014 beslissing opmaak 01/04/2014 plenaire vergadering 03/07/2014 voorlopige vaststelling 25/08/2014-24/10/2014 openbaar onderzoek 26/02/2015

Nadere informatie

Oudenaarde. 1. Vallei of brongebieden (KB 24/02/77)

Oudenaarde. 1. Vallei of brongebieden (KB 24/02/77) Oudenaarde 1. Vallei of brongebieden (KB 24/02/77) 0912 De agrarische gebieden met landschappelijke waarde, die op de kaart welke de bestemmingsgebieden omschrijven overdrukt zijn met de letters V of B,

Nadere informatie

VERKAVELINGSVERGUNNING - STEDELIJK WOONGEBIED DREEF

VERKAVELINGSVERGUNNING - STEDELIJK WOONGEBIED DREEF STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN TYPE 3 1. Bouwzone type 3 kavels 1 t/m 31 Behoudens de verplichte toegangen / opritten tot de kavels zijn geen andere rechtstreekse toegangen voor autoverkeer naar de openbare

Nadere informatie