Statistisch vademecum van de banksector 2002

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Statistisch vademecum van de banksector 2002"

Transcriptie

1 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 2002 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 218 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 135

2 134 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

3 Statistisch vademecum van de banksector 2002 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 131

4 Aanhalingen zijn toegelaten mits de bron wordt vermeld. BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN, Ravensteinstraat Brussel Telefoon : Telefax : [email protected] B.T.W. BE Nr. Bankrekening ISSN juli BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

5 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 2002 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 218 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 3

6 4 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

7 Voorwoord Wie statistieken zoekt met betrekking tot de in België gevestigde banken, zal zijn gading vinden in dit vademecum. De meeste van de gebruikte gegevens werden ontleend aan de publicaties van de Nationale Bank van België (NBB) en de Commissie voor het Banken Financiewezen (CBF), of aan de individuele verslagen van de banken. Sommige waren bij de Belgische Vereniging van Banken zelf beschikbaar. Vele gegevens werden bewerkt door de Vereniging, die voor haar berekeningen uiteraard verantwoordelijk is. Het jaarverslag van de Belgische Vereniging van Banken en diverse brochures in de reeks Aspecten en Documenten 1 bevatten statistieken over deelaspecten van de banksector. Het vademecum is meer gericht op een structurele benadering. In 2003 werd Febelfin, de Belgische Federatie van het Financiewezen, opgericht. Naast de Belgische Vereniging van Banken (BVB) maken nog vijf andere Verenigingen deel uit van deze Federatie,: zie Reeds in de vorige editie van het Vademecum werden een aantal tabellen toegevoegd betreffende het belang van de instellingen voor collectieve beleggingen (ICB s) en de beleggingsondernemingen (hoofdstuk 8). In deze negentiende uitgave werd ook een tabel opgenomen m.b.t. de evolutie van de leasingproductie (hoofdstuk 7). Gezien het toenemend belang van e-banking, werd ook een tabel met meer gedetailleerde informatie over het PC-bankieren toegevoegd (hoofdstuk 3). Wat de jaargangen betreft, bevat deze negentiende editie vooral bijwerkingen voor Met ingang van het jaar 2001 maakt Griekenland deel uit van het eurogebied. In cijferreeksen met een geografische indeling (België overige EMU-landen overige landen) hoort Griekenland sindsdien dus bij de overige EMU-landen en niet langer bij de overige landen. Cijferreeksen met een indeling naar de munt (euro-deviezen) zijn vanaf die datum overeenkomstig aangepast. Het effect ervan op de cijfers van de Belgische banksector is echter beperkt gebleken. 1 Zie onder meer De resultaten van de banken in 2001 (nr. 216) en De banken in Individuele gegevens (nr. 217). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 5

8 6 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

9 Inhoud Woord vooraf Terminologie Bronnen & Conventionele tekens Tabellen 1. Kencijfers van het Belgische bankwezen Structuur van de banksector De bankbedrijvigheid Resultaten van de banken 2. De banken in de economie De tertiaire sector en de banken binnen de economie Aandeel van de tertiaire sector in de Belgische economie De monetaire financiële instellingen in Europa - aantal en aard Belang van de banksector in de Belgische economie Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie Verloop van de totale tewerkstelling in de Belgische financiële sector in 2001 Het sparen binnen de economie Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen Beleggingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren, en financiële spaarquote Samenstelling van het financieel sparen gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm De kredietverlening binnen de economie Financiering van de niet-financiële sectoren in het eurogebied Beroep van de Belgische vennootschappen op externe financiering Beroep van de Belgische gezinnen op bankkrediet Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld Het financieel vermogen van economische sectoren Rekening van financieel vermogen voor België 3. Structuur van de banksector Verloop van het aantal banken Belang van de groepen van banken Aantal contactpunten met de cliënteel Variaties in het kantorenbestand van de banken Diversificatie in het kantorennet : self-banking eenheden Geografische verdeling van de bankkantoren en verkooppunten - einde 2002 Verdeling van de banken naar omvang van hun kantorennet en agentennet - einde 2002 Diversificatie in de distributiekanalen : transactionele websites Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal - boekjaar 2001 Voornaamste in België gevestigde banken volgens de cliëntendeposito's in ruime zin - boekjaar 2001 Voornaamste in België gevestigde banken volgens het totaal van de kredieten, met inbegrip van de schuldtitels - boekjaar 2001 Voornaamste banken naar Belgisch recht volgens het totaal eigen vermogen - boekjaar 2001 Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 7

10 4. Human Resources Aantal personen tewerkgesteld in de banksector, per categorie Verdeling van het uitvoerend personeel, tewerkgesteld in de banksector, naar categorie Verdeling van de banken volgens het personeelsbestand Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur Verdeling van het bankpersoneel volgens diploma (einde 2002) Verdeling van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, volgens diploma (einde 2002) Verloop van de personeelskosten in de banksector 5. Investeringen Evolutie van de investeringsuitgaven in de banksector - indeling naar aard Bestemming van de investeringsuitgaven in de banksector Uitsplitsing van de investeringsuitgaven voor informatica-uitrusting in de banksector Evolutie van de informaticakosten in de banksector 6. Werkmiddelen De gezamenlijke werkmiddelen van de banken Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar de vorm Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar de munt en naar de geografische oorsprong Verdeling van in België ingezamelde cliëntendeposito's volgens deposanten Evolutie en belang van de interbankverrichtingen Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar de munt en geografisch 7. Kredieten Algemeen verloop van de kredieten Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken Verdeling van de totale bankkredieten, naar de munt en geografisch Verdeling van de totale bankkredieten naar de vorm Verdeling van de totale bankkredieten naar hun begunstigden Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Vormen van kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Verdeling van kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland, volgens de begunstigden Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische ondernemingen Evolutie van het consumentenkrediet Consumentenkrediet naar kredietverstrekkers De kredietverlening voor de huisvesting, naar kredietverstrekkers Evolutie van de totale leasingproductie Kredieten aan de Belgische overheid Verdeling van de kredieten aan de Belgische overheid, naar de vorm en de munt Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector in enkele landen, einde 2002 Kredieten aan België Verdeling van de kredieten aan België tussen privé-sector en openbare sector Verbinteniskredieten Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten Effectenportefeuille Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken 8. Overige diensten Activiteiten buiten balanstelling Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

11 Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden aangeboden Nettokapitalen ingezameld door de in België openbaar aangeboden ICB's Netto-actiefwaarde van de in België openbaar aangeboden ICB s naar Belgisch en buitenlands recht Evolutie van de cliëntendeposito s, de in België verspreide ICB s en de tak 21- en tak 23-producten Beleggingsondernemingen Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken Pensioensparen Pensioensparen en pensioenverzekeringen 9. Internationalisatie Open karakter van de bankactiviteit Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt Nettokapitaalsaldo t.a.v. het buitenland van de in België gevestigde banken Omvang van de internationale verrichtingen in de activiteiten van de in België gevestigde banken Graad van openheid tegenover het buitenland van de banksector in de EMU-landen Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland Internationale aanwezigheid Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen (in 2001) Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2001) Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking (in 2001) Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken (einde 2002) Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens de nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen Activiteit op de financiële markten in euro Bruto-uitgiften van effecten in euro, volgens de emittent Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en netto-uitgiften 10. Betalingsverkeer Betaalinstrumenten Overschrijvingen via automatische weg, indeling naar aard Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Betaalterminals Banksys Biljettenverdelers Banksys Proton-verrichtingen aantal kaarten Proton-verrichtingen aantal betaalterminals Proton-verrichtingen aantal laadbeurten Geldafhalingen aan bankautomaten Klassieke betalingsverrichtingen in Raming van het gebruik van betaalinstrumenten in België Verrichtingen door Belgen in het buitenland Gebruik van betaalinstrumenten Internationale vergelijking voor 2001 Interbancaire verrekening Aantal verrichtingen Elektronisch debet Elektronisch credit Invorderingen via DOM 80 CEMUC-systeem ELLIPS ELLIPS : vergelijking 1999/2000/2001/2002 TARGET : daggemiddelden van de betalingen van België aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 9

12 TARGET : relatief aandeel van de Europese landen TARGET : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen. S.W.I.F.T. Verloop van het aantal uitgewisselde berichten 11. Bancarisatie Evolutie van het totaal aantal rekeningen bij de banken Aantal rekeningen bij de banken - Overzicht volgens het type van bankrekening Gemiddelde bedrag per bankrekening Belang van de grote banken in het totaal aantal bankrekeningen Verdeling van de bankrekeningen naar munt en geografische oorsprong Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in EUR Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in deviezen Samenstelling van de totale geldvoorraad in het eurogebied Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied 12. Rendabiliteit, solvabiliteit, productiviteit Rendabiliteit Resultaten van de banken Oorsprong van de ontvangsten van de banken Aanwending van de ontvangsten van de banken Fiscale en parafiscale lasten van de banken Rendabiliteitsratio's van de banken Rendabiliteitsspreiding van de banken in 2001 Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie Internationale vergelijking van de bankresultaten Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten Internationale vergelijking van het resultaat van de banken Solvabiliteit Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit Productiviteit Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de bankproductiviteit BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

13 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 11

14 Terminologie Bank Deze term wordt gebruikt in de zin van de tweede Europese bankenrichtlijn, d.w.z. een onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van deposito s of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening. Die richtlijn werd in het Belgische recht omgezet bij de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. Met deze wet werden tevens de verschillende statuten van de vroegere groepen van kredietinstellingen (banken, spaarbanken en OKI s) geüniformeerd. Financiële instelling Ook deze term wordt gebruikt in de zin van de tweede Europese bankenrichtlijn, d.w.z. een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdwerkzaamheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of in het uitoefenen van een of meer van de werkzaamheden, opgenomen in de lijst van activiteiten die volgens de tweede bankenrichtlijn onder de wederzijdse erkenning vallen. Deze lijst van activiteiten omvat: leningen; leasing; betalingsverrichtingen; uitgifte en beheer van betaalmiddelen; verlenen van garanties en stellen van borgtochten; transacties met betrekking tot geldmarktinstrumenten, valuta s, financiële futures en opties, swaps en soortgelijke financieringsinstrumenten, effecten; vermogensbeheer en -advisering; deelneming aan effectenemissies, enz. Overige financiële instellingen Deze term wordt gebruikt ter aanduiding van instellingen die geen banken noch financiële instellingen zijn zoals boven omschreven. Telkens als deze term wordt gebruikt, wordt in de mate van het mogelijke aangegeven om welke instellingen het gaat. Banksector Deze term omvat alle banken die onder de toepassing van de wet van 22 maart 1993 vallen. Voor de periode vóór de invoegetreding van de wet van 22 maart 1993 spreekt men ook wel van banken in enge zin wanneer het enkel de banken betreft die ressorteerden onder het oude bankstatuut, en van banken in ruime zin wanneer naast de banken onder het oude bankstatuut, ook de OKI s en de spaarbanken worden bedoeld. Financiële sector Deze term omvat de banken, de financiële instellingen en de overige financiële instellingen. EUR deviezen In de bankboekhoudrapportering luidt de indeling naar de munt voortaan euro versus deviezen (vroeger Belgische frank versus deviezen). Met deviezen worden voortaan de munten bedoeld van de landen die niet behoren tot de Europese muntunie. 12 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

15 België overige EMU-landen overige landen Waar de vroegere geografische indeling eenvoudigweg België versus het buitenland was, wordt nu in twee stappen gewerkt. België wordt, als onderdeel van de Europese Muntunie, gerelateerd tot de overige EMU-landen. Daarnaast worden dan nog de overige landen geplaatst, m.a.w. alle landen die niet behoren tot de Europese muntunie. De huidige twaalf EMU-landen zijn: België (BE), Duitsland (DE), Finland (FI), Frankrijk (FR), Griekenland (GR) (sinds 1 januari 2001), Ierland (IE), Italië (IT), Luxemburg (LU), Nederland (NL), Oostenrijk (AT), Portugal (PT) en Spanje (ES). EU-landen Van de vijftien landen die momenteel tot de Europese Unie behoren, zijn er twaalf reeds toegetreden tot de Europese muntunie (zie hoger). De drie andere landen zijn: Denemarken (DK), het Verenigd Koninkrijk (GB) en Zweden (SE). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 13

16 Bronnen BIB BLV BVB BVICB BVVO CBF CDV ECB Eurostat IMF INR NBB NIS OESO Postcheque RSZ RSVZ UCV Bank voor Internationale Betalingen Belgische Leasingvereniging Belgische Vereniging van Banken Belgische Vereniging van de Instellingen voor Collectieve Belegging Beroepsvereniging van de Verzekeringsondernemingen Commissie voor het Bank- en Financiewezen Controledienst van de Verzekeringen Europese Centrale Bank Bureau voor Statistiek van de Europese Gemeenschap Internationaal Monetair Fonds Instituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België Nationaal Instituut voor de Statistiek Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling De Financiële Post (onderdeel van De Post) Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen Uitwisselingscentrum en Verrekening Conventionele tekens - het gegeven bestaat niet of is zinloos. n.b. niet beschikbaar 14 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

17 1. Kencijfers van het Belgische bankwezen 1.1. Structuur van de banksector 1.2. De bankbedrijvigheid (in miljarden EUR) 1.3. Resultaten van de banken (in miljarden EUR) aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 15

18 Kencijfers van het Belgische bankwezen 1.1. Structuur van de banksector Aantal banken naar Belgisch recht (1) uit België uit overige EU-landen uit niet-eu-landen naar buitenlands recht uit EU-landen uit niet-eu-landen Totaal aantal in België gevestigde banken Vertegenwoordigingskantoren Banken aangemeld onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Personeelsleden (2) Contactpunten (3) Kantoren Kantoren uitgerust met self-banking Gevolmachtigde agenten Gevolmachtigde agenten werkzaam in kantoren van de bank Biljettenverdelers (4) Betaalterminals (5) Investeringen (6) (in miljoenen EUR) Roerende investeringen 321,5 385,6 360,3 n.b. - Informatica-uitrusting 261,7 304,6 308,4 n.b. Onroerende investeringen 248,5 399,5 354,7 n.b. Totaal 570,0 785,1 715,0 n.b. Rekeningen (7) (in duizenden) Zichtrekeningen n.b. Termijnrekeningen n.b. Gereglementeerde spaarrekeningen n.b. Totaal n.b. Betalingsverkeer Uitgewisselde cheques (8) (in miljoenen) 78,8 32,7 25,9 12,0 Kredietkaarten (in duizenden) Bancontact/Mister Cash (9) (in duizenden) Bron : BVB. (1) De banken naar Belgisch recht zijn verder onderverdeeld volgens nationaliteit van de meerderheid of sterkste participatie binnen het aandeelhouderschap (zie ook tabel 9.8.). (2) Raming voor alle banken (BVB-enquête bij de leden, aangevuld met gegevens uit de gepubliceerde rekeningen). (3) De cijfers m.b.t. kantoren en gevolmachtigde agenten zijn afkomstig uit een BVB-enquête bij de leden. (4) ATM's van Bancontact/Mister Cash, alsook privatieve automaten met geldafhaling bij de banken. Vanaf 1995 ook Postomat inbegrepen. (5) Banksys. (6) De cijfers m.b.t. de investeringen zijn afkomstig uit een BVB-enquête bij de leden. (7) Ramingen en herziening cijfers 2000 op basis van een vollediger staal. (8) UCV-cijfers m.b.t. het interbancaire verkeer, genormaliseerde cheques. (9) Debetkaarten. 16 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

19 Kencijfers van het Belgische bankwezen 1.2. De bankbedrijvigheid (in miljarden EUR) Einde periode VOORNAAMSTE BALANSRUBRIEKEN Balanstotaal 562,9 778,4 846,3 830,5 Kredieten : Cliëntenkredieten (1) 193,0 301,3 302,7 311,7 - op België 162,9 216,2 220,1 218,8 - op het buitenland 30,1 85,1 82,6 92,9 Kredieten a/d Belgische overheid (2) 108,2 95,0 86,1 78,7 Interbankvorderingen 183,0 178,1 201,0 197,2 Effectenportefeuille 52,3 151,2 184,0 176,4 Deposito's : Cliëntendeposito's 283,8 375,1 397,9 395,1 - zichtdeposito's 33,7 74,8 79,2 80,5 - termijndeposito's 95,8 108,2 129,3 115,7 - gereglementeerde spaardeposito's 48,5 94,1 100,4 113,6 - depositocertificaten 3,3 28,3 23,1 23,9 - kasbons en obligaties 96,3 64,2 59,7 55,2 - overige 6,2 5,5 6,2 6,3 Interbankschulden 223,7 261,5 269,1 246,9 Aansprakelijk vermogen (3) 22,3 55,1 59,1 58,2 - eigen vermogen (3) 15,4 32,1 33,3 34,3 - achtergestelde schulden 6,9 23,0 25,8 23,9 VOORNAAMSTE POSTEN BUITEN BALANSTELLING Toevertrouwde waarden en vorderingen 2.741, , , ,8 waarvan : open bewaargevingen 1.458, , , ,0 Termijnverrichtingen 902, , , ,5 Waarborgen 416, , , ,3 Betekende kredietlijnen 172,6 304,4 284,3 261,9 Contantverrichtingen in uitvoering 73,3 65,6 63,9 82,0 Opgenomen verbinteniskredieten 29,5 82,4 83,5 79,5 Overige rechten en verplichtingen 21,4 46,8 66,2 87,6 Vooraf gedekte opbrengsten en kosten 4,3 3,1 3,9 3,2 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Inclusief de vorderingen op de Belgische overheid in de vorm van directe kredietverlening. (2) Krediet aan de Belgische overheid in de vorm van obligaties en schatkistcertificaten, alsook het bij de centrale bank herfinancierbaar overheidspapier. (3) Fonds voor algemene bankrisico's inbegrepen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 17

20 Kencijfers van het Belgische bankwezen 1.3. Resultaten van de banken (1) Opbouw van de inkomsten (in miljarden EUR) Renteresultaat 6,9 8,1 8,2 8,3 Diverse inkomsten 4,0 8,9 8,5 7,2 Totaal (bankproduct) 10,9 17,0 16,7 15,6 Aanwending bankproduct en uitzonderlijk resultaat (2) (in miljarden EUR) Bedrijfskosten 7,7 11,9 11,8 11,4 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (3) 1,4 1,0 1,2 1,0 Belastingen op het resultaat 0,6 1,3 0,9 1,0 Resultaat van het boekjaar 1,4 4,4 3,9 2,6 Rendabiliteits- en solvabiliteitsratio's Rentemarge (4) 1,29% 1,05% 1,04% 1,02% Winstmarge (5) 0,26% 0,54% 0,47% 0,30% Rendabiliteit eigen vermogen (6) 8,70% 12,94% 11,70% 7,69% Solvabiliteitscoëfficiënt (7) 11,00% 11,90% 12,90% 13,10% Bron : BVB. (1) De analyse van de resultaten van de banken is gebaseerd op de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten en heeft betrekking op kalenderjaren. (2) Uitzonderlijk resultaat : 203 mio. in 1993; mio in 2000; mio. in 2001 en 411 mio. in (3) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en -effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's. (4) Renteresultaat in verhouding tot de werkmiddelen van derden. (5) Resultaat van het boekjaar in verhouding tot de ingezette werkmiddelen. (6) Alleen banken naar Belgisch recht. (7) Gewogen risicocoëfficiënt; alleen banken naar Belgisch recht, op geconsolideerde basis (bron : CBF). 18 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

21 2. De banken in de economie De tertiaire sector en de banken binnen de economie 2.1. Aandeel van de tertiaire sector in de Belgische economie 2.2. De monetaire financiële instellingen in Europa aantal en aard 2.3. Belang van de banksector in de Belgische economie 2.4. Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie 2.5. Verloop van de totale tewerkstelling in de Belgische financiële sector in Het sparen binnen de economie 2.6. Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen 2.7. Beleggingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied 2.8. Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren, en financiële spaarquote 2.9. Samenstelling van het financieel sparen gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm De kredietverlening binnen de economie Financiering van de niet-financiële sectoren in het eurogebied Beroep van de Belgische vennootschappen op externe financiering Beroep van de Belgische gezinnen op bankkrediet Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld Het financieel vermogen van economische sectoren Rekening van financieel vermogen voor België 29 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 19

22 De tertiaire sector en de banken binnen de economie 2.1. Aandeel van de tertiaire sector (1) in de Belgische economie (evolutie (2), in %) Jaar Werkgelegenheid in loondienst (4) Bezoldiging van loontrekkenden Bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen (3)(5) A. Aandeel van de tertiaire sector in de Belgische economie Brutovorming van vast kapitaal ,7 52,0 53,3 63, ,1 61,6 61,8 75, ,3 65,9 66,5 64, ,7 69,4 70,3 74, ,2 69,8 70,7 73, ,9 70,1 70,5 72, ,4 70,7 71,3 73, ,6 71,2 72,0 75, ,5 71,9 71,8 75, ,9 72,2 72,5 75,9 B. Aandeel van de banken en de verzekeringsmaatschappijen in de Belgische economie ,1 4,0 2,9 2, ,7 5,5 4,6 2, ,4 6,5 4,9 2, ,0 6,7 6,2 3, ,0 6,7 6,6 4, ,1 6,6 6,5 4, ,1 6,4 6,7 4, ,0 6,4 6,5 4, ,9 6,3 5,9 3, ,9 6,2 5,4 3,7 C. Aandeel van de banken en de verzekeringsmaatschappijen in de Belgische tertiaire sector ,8 7,6 5,4 3, ,8 9,0 7,4 3, ,4 9,8 7,4 4, ,5 9,6 8,8 4, ,5 9,7 9,4 5, ,6 9,4 9,2 6, ,6 9,1 9,5 5, ,2 8,9 9,1 5, ,2 8,8 8,2 4, ,2 8,5 7,5 4,8 Bron : BVB-berekeningen op gegevens Eurostat, INR. (1) Zie 'De tertiaire sector - Rijke mogelijkheden maar onvoldoende benut', Aspecten en Documenten, nr. 56. (2) Vanaf 1990 gebaseerd op gegevens INR. Vanaf 1995 heeft het INR een belangrijke methodologische verbetering in de nationale rekeningen doorgevoerd waardoor o.m. de dienstensectoren beter in het bruto binnenlands product vertegenwoordigd zijn. (3) Tot 1990 werd deze reeks in marktprijzen gewaardeerd. Vanaf 1995 worden basisprijzen toegepast. Basisprijzen sluiten productgebonden belastingen uit (BTW, accijnzen, ); ze omvatten wel productgebonden subsidies. (4) De reeks omtrent de werkgelegenheid in loondienst (aantallen) werd door het INR voor de periode retro-actief herwerkt n.a.v. het introduceren van nieuwe berekeningsmethodes. De herwerking van de reeks m.b.t. de totale werkgelegenheid (inclusief zelfstandigen) is nog in voorbereiding bij het INR. (5) Voor de bedrijfstak "verzekeringen" werden de cijfers van de toegevoegde waarde voor retro-actief herzien door het INR. 20 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

23 De tertiaire sector en de banken binnen de economie 2.2. De monetaire financiële instellingen in Europa - aantal en aard Einde 2002 Totaal aantal MFI's Centrale bank Indeling naar aard Kredietinstellingen Geldmarktfondsen Overige België Duitsland Finland Frankrijk Griekenland Ierland Italië Luxemburg Nederland Oostenrijk Portugal Spanje EU (1) Totaal landen in Eurozone Denemarken Verenigd Koninkrijk Zweden Totaal andere EU-landen Totaal Bron : ECB. (1) Enkel de ECB zelf Belang van de banksector in de Belgische economie Jaar BNP (1) (in miljarden EUR) Totale balans van de Belgische banksector (2) in miljarden EUR in % t.a.v. het BNP Belgische balans van de banksector (3) in miljarden EUR in % t.a.v. het BNP ,7 37,0 116,7 n.b. n.b ,2 162,7 184,5 n.b. n.b ,6 465,9 284,8 n.b. n.b ,3 616,1 298,6 362,7 175, ,1 670,9 317,8 395,1 187, ,5 724,0 326,9 399,4 180, ,0 727,5 316,3 410,1 178, ,3 770,8 320,8 421,0 175, ,6 778,4 308,2 401,2 158, ,9 846,3 326,9 421,6 162, ,8 830,5 311,3 407,0 152,5 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Tegen marktprijzen. (2) Banksector in ruime zin. De verhouding van het balanstotaal tot het BNP is niet meer dan een partiële benadering van het belang van de bankactiviteit. (3) Gemiddelde van de activa en passiva op België, in BEF en deviezen. Vanaf 1999, EUR en deviezen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 21

24 De tertiaire sector en de banken binnen de economie 2.4. Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie (1) (Einde 2002) (2) Luxemburg Zwitserland 538 Verenigd Koninkrijk 353 Ierland 341 België 317 Duitsland 306 Portugal 243 Frankrijk 235 Spanje 194 Nederland 178 Griekenland 151 Zweden 142 Italië 134 Denemarken 133 Finland 101 Bron : BVB-berekeningen op grond van diverse nationale en internationale bronnen. (1) Globale balans van de banksector (in de zin van de tweede Europese bankenrichtlijn) in verhouding tot het nationaal product. Dit is slechts een partiële benadering van het belang van de bankactiviteit. (2) Of laatste beschikbare gegevens Verloop van de totale tewerkstelling in de Belgische financiële sector in 2001 (1) A. Financiële instellingen [65] Banken [65.12] (2) NBB [65.11] Leasing- en financieringsmaatschappijen [ ] Overige financiële instellingen [65.23] Zelfstandigen (3) B. Verzekeringswezen en pensioenfondsen [66] (4) Levensverzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen [ ] Overige verzekeringsmaatschappijen [66.03] Zelfstandigen (3) C. Ondersteunende activiteiten i.v.m. financiële instellingen en verzekeringswezen [67] (5) Beheer van financiële beurzen [67.11] Commissionairs in effecten [67.12] Overige ondersteunende activiteiten i.v.m. financiële instellingen [67.13] Ondersteunende activiteiten van het verzekeringswezen [67.20] D. Totaal financiële sector (A + B + C) Bron : BVB-berekeningen op gegevens RSZ en RSVZ. (1) De voorstelling volgt vanaf 1993 de NACE-Rev.1-indeling, waarvan de code tussen vierkante haakjes staat aangegeven. (2) Eveneens inbegrepen zijn een aantal leasingmaatschappijen die niet konden worden afgezonderd. (3) Uitsluitend hoofdactiviteit en helpers. (4) Exclusief verplichte sociale verzekeringen. (5) Uitsluitend loontrekkenden; de gegevens m.b.t. de zelfstandigen kunnen niet worden uitgesplitst volgens die categorieën. 22 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

25 Het sparen binnen de economie 2.6. Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen (1) (in %) (4) Italië (2) 23,4 28,8 25,9 20,0 12,3 13,2 15,8 België (2) 18,3 15,9 18,0 18,8 13,4 13,0 14,5 Nederland (3) 1,8 5,6 11,6 14,9 6,7 11,2 13,1 Frankrijk (2) 17,6 9,0 7,8 11,2 10,8 11,4 11,9 Duitsland 12,8 12,1 13,9 11,2 9,8 10,1 10,4 Japan 17,9 18,5 13,4 11,9 10,3 10,7 9,9 Zwitserland 0,5 2,8 8,7 9,4 8,3 8,7 8,9 Zweden 6,7 2,8-0,3 8,6 2,3 4,9 8,0 Oostenrijk 11,5 10,3 13,8 11,5 6,7 5,5 6,2 Verenigd Koninkrijk (2) 13,4 9,8 8,0 10,0 4,2 6,1 5,1 Verenigde Staten 8,8 9,2 7,8 5,6 2,8 2,3 3,7 Bron : OESO. (1) Nettogezinssparen uitgedrukt in percentage t.a.v. hun beschikbaar inkomen, d.w.z. brutospaartegoeden min het verbruik van vast kapitaal (o.a. afschrijvingen van woningen). (2) Brutogezinssparen. (3) Het sparen in verplichte kapitalisatiestelsels voor pensioenvorming is in Nederland sterk ontwikkeld. Vandaar dat het (aanvullende) individuele sparen blijkens de tabel in vergelijking tot andere landen relatief laag is. (4) Schattingen en vooruitzichten Beleggingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied (1) (uitstaand bedrag, in % van het totaal) Einde periode Chartale geldomloop, deposito's bij MFI's en kortlopende effecten (2) 36,2 36,0 38,3 41,6 Chartale geldomloop en deposito's 33,5 33,1 35,1 37,7 Kortlopende effecten (3) 1,2 1,5 1,5 1,8 Aandelen in geldmarktfondsen 1,5 1,4 1,7 2,1 Langlopende effecten en verzekeringstechnische reserves 63,8 64,0 61,7 58,4 Langlopende effecten (3) 9,9 10,4 11,4 12,5 Genoteerde aandelen 21,4 20,5 17,2 12,2 Aandelen in beleggingsinstellingen (4) 11,5 11,3 10,5 9,6 Verzekeringstechnische reserves 21,0 21,8 22,6 24,1 Totale beleggingen 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens ECB. (1) De niet-financiële sectoren omvatten de overheid, niet-financiële ondernemingen en huishoudens met inbegrip van instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Het eurogebied omvat de lidstaten van de EU waar de euro als gemeenschappelijke munteenheid werd aangenomen. (2) Deposito's van de centrale overheid bij de MFI's (monetaire financiële instellingen) zijn niet inbegrepen. (3) Met uitzondering van aandelen. (4) Met uitzondering van geldmarktfondsen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 23

26 Het sparen binnen de economie 2.8. Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen (1) en particulieren (2), en financiële spaarquote Jaar Totaal volume van het financieel sparen gevormd tijdens het jaar (veranderingen in miljoenen EUR) Financiële spaarquote (3) (%) Financieel sparen gevormd bij de nationale kredietinstellingen (veranderingen in miljoenen EUR) Intermediatiegraad (4) (%) , , , , , , , ,2 IX n.b ,2 IX n.b ,6 Bron : BVB-berekeningen op basis van gegevens NBB. (1) Niet-financiële en financiële ondernemingen in België gevestigd met uitzondering van de monetaire overheden, de kredietinstellingen, de instellingen voor collectieve belegging, de verzekeringsondernemingen, de pensioenfondsen, de Postcheque, het Rentenfonds en het Interventiefonds voor deposito's en financiële instrumenten. (2) De gezinnen en de instellingen zonder winstoogmerk ten dienste van de gezinnen. (3) Groei van de financiële activa van de Belgische vennootschappen en particulieren (inclusief chartaal geld), in % van het BNP. (4) Financieel sparen gevormd bij de nationale kredietinstellingen in verhouding tot het totaal volume van het financieel sparen gevormd tijdens het jaar Samenstelling van het financieel sparen (1) gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren (Aandeel van iedere vorm van activa, in % van de activa gevormd tijdens het jaar ) Jaar Uitsplitsing volgens de munt (2) Uitsplitsing volgens categorie van spaarders in EUR in deviezen Vennootschappen Particulieren 1993 n.b. n.b. 21,4 78, n.b. n.b. 38,4 61, ,6 33,1 63,2 36, ,3 37,7 61,3 38,7 IX ,8 53,2 64,2 35,9 IX ,8 6,2 43,4 56,6 Bron : BVB-berekeningen op basis van gegevens NBB. (1) Inclusief chartaal geld. Zie ook tabel 2.8. (2) Berekeningen voor de uitsplitsbare activa. 24 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

27 Het sparen binnen de economie Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm (veranderingen in miljoenen EUR) Jaar 1993 aangroei 1995 aangroei 2000 aangroei 2001 aangroei IX.2001 aangroei IX.2002 aangroei IX.2002 uitstaand bedrag Deposito's (1) Vastrentende effecten Aandelen en deelnemingen Verleende kredieten (2) Overige (3) Totaal Bron : BVB-berekeningen op basis van gegevens NBB. (1) Inclusief chartaal geld. Zie ook tabel 2.8. (2) Het betreft kredieten die de Belgische vennootschappen verlenen aan andere ondernemingen (die veelal tot dezelfde groep behoren). (3) Met inbegrip van de vergissingen en weglatingen Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm (veranderingen in miljoenen EUR) Jaar 1993 aangroei 1995 aangroei 2000 aangroei 2001 aangroei IX.2001 aangroei IX.2002 aangroei IX.2002 uitstaand bedrag Deposito's (1) Vastrentende effecten (2) Aandelen en deelnemingen Instellingen voor collectieve belegging Verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen (3) Overige (4) Totaal Bron : BVB-berekeningen op basis van gegevens NBB. (1) Inclusief chartaal geld (zie ook tabel 2.8.), inclusief verzekeringsrekeningen. (2) Inclusief verzekeringsbons (3) Verzekeringstechnische voorzieningen, m.a.w. de rechten die de particulieren hebben op verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen ingevolge levensverzekeringen (inclusief tak 21- en tak 23-producten die niet als verzekeringsrekeningen of verzekeringsbons kunnen worden beschouwd) en niet-levensverzekeringen die ze bij die instellingen hebben afgesloten. (4) Met inbegrip van de vergissingen en weglatingen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 25

28 De kredietverlening binnen de economie Financiering van de niet-financiële sectoren in het eurogebied (1) (uitstaand bedrag, in % van het totaal) Einde periode Overheidsfinanciering 30,3 29,7 30,7 33,4 Leningen bij MFI's en overige financiële ondernemingen (2) 5,9 5,6 5,6 5,7 Uitgegeven effecten (3) 23,4 23,1 24,1 26,5 Depositoverplichtingen van de centrale overheid 1,0 1,0 1,0 1,2 Financiering van niet-financiële ondernemingen 50,1 50,1 48,3 43,6 Leningen bij MFI's en overige financiële ondernemingen (2) 18,5 20,2 21,6 23,2 Uitgegeven effecten (3) 2,4 2,6 3,2 3,4 Genoteerde aandelen 27,7 25,8 22,0 15,4 Pensioenfondsreserves van niet-financiële ondernemingen 1,5 1,5 1,5 1,6 Financiering van de huishoudens 19,6 20,2 21,0 23,0 Leningen bij MFI's en overige financiële ondernemingen (2)(4) 19,6 20,2 21,0 23,0 Totale financiering 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens ECB. (1) De niet-financiële sectoren omvatten de overheid, niet-financiële ondernemingen en huishoudens met inbegrip van instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Het eurogebied omvat de lidstaten van de EU waar de euro als gemeenschappelijke munteenheid werd aangenomen. (2) MFI's staat voor monetaire financiële instellingen. (3) Met uitzondering van aandelen. (4) Het overgrote deel van de schuld van de huishoudens bestaat uit langlopende leningen, vooral hypotheken. 26 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

29 De kredietverlening binnen de economie Beroep van de Belgische vennootschappen (1) op externe financiering (bedragen in miljoenen EUR) Jaar 1995 aangroei 2000 aangroei 2001 aangroei IX-2002 aangroei IX-2002 uitstaand bedrag Verplichtingen voor ten hoogste één jaar Door de kredietinstellingen toegekende kredieten - Overige kredieten (2) Vastrentende effecten Verplichtingen voor meer dan één jaar Door de kredietinstellingen toegekende kredieten - Overige kredieten (2) Aandelen en overige participaties wv. Beursgenoteerde aandelen wv. Niet-beursgenoteerd Vastrentende effecten Overige verplichtingen (3) Totale nettobeweging Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Volgens het transparantiebeginsel worden de kredietinstellingen en de institutionele beleggers weggelaten uit de sector van de vennootschappen. Zij worden immers beschouwd als zuiver financiële bemiddelaars. Deze presentatie van de financiële rekeningen wijst financiële activa/passiva rechtstreeks toe aan de sector van eindbestemming. (2) Het gaat o.m. om gekruiste financiële transacties gesloten tussen entiteiten van multinationale ondernemingen. (3) Instrumenten waarvan de looptijd niet gekend is. Eveneens de statistische aanpassingen, weglatingen en vergissingen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 27

30 De kredietverlening binnen de economie Beroep van de Belgische gezinnen (1) op bankkrediet (bedrag in miljoenen EUR) Jaar 1995 aangroei 2000 aangroei 2001 aangroei IX-2002 aangroei IX-2002 uitstaand bedrag Verplichtingen voor ten hoogste één jaar Verplichtingen voor meer dan één jaar wv. hypothecair krediet wv. consumentenkrediet wv. diversen (2) Totale nettobeweging Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) De sector 'gezinnen' omvat de eenmanszaken en de particulieren. De presentatie volgt de benadering van de financiële rekeningen, d.i. met toepassing van het transparantiebeginsel (zie ook noot (1) in tabel 2.13.). (2) O.a. termijnvoorschotten, handelskrediet, bankaccepten, leasing en huur-verkoop Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld (bedragen in miljarden EUR) Einde jaar Belgische overheidsschuld (1) Dekking door de banken (1) EUR Deviezen Totaal EUR Deviezen Totaal ,3 10,4 246,7 132,9 0,8 133, ,5 8,6 251,1 118,9 0,4 119, ,1 7,1 257,2 110,2 0,1 110, ,3 5,5 262,8 100,8 0,1 100,9 Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens Ministerie van Financiën voor de overheidsschuld. (1) Onder meer wegens de verschillen in boekingsmethodes, in de wijze waarop met koersschommelingen rekening wordt gehouden, enz. is omzichtigheid geboden bij de vergelijking van beide reeksen. 28 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

31 Het financieel vermogen van economische sectoren Rekening van financieel vermogen voor België (uitstaande bedragen, in miljoenen EUR) Einde periode Totaal financiële activa (6) Totaal financiële passiva (7) Netto financieel vermogen Sectoren van eindbestemming van financieel vermogen Gezinnen (1) IX Vennootschappen (2) IX Overheid IX Buitenland IX Sectoren die m.b.t. het financieel vermogen een intermediatierol spelen MFI's (3) IX Verzekeringsondernemingen en pensioenfondsen (4) IX Overige financiële ondernemingen (5) IX Totaal IX Bron : BVB-berekeningen op gegevens INR, NBB. (1) De sector gezinnen omvat de eenmanszaken en de particulieren, alsook instellingen zonder winstoogmerk ten dienste van gezinnen. (2) De sector vennootschappen omvat de niet-financiële ondernemingen alsook financiële holdings en financiële hulpbedrijven. (3) MFI's staat voor monetaire financiële instellingen. (4) Inclusief het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten. (5) Vnl. collectieve beleggingsinstellingen die geen geldmarktfondsen zijn, alsook het rentenfonds. (6) Zie ook tabellen en (totaal uitstaand bedrag). (7) Zie ook tabellen en (totaal uitstaand bedrag). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 29

32 30 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

33 3. Structuur van de banksector 3.1. Verloop van het aantal banken 3.2. Belang van de groepen van banken 3.3. Aantal contactpunten met de cliënteel 3.4. Variaties in het kantorenbestand van de banken 3.5. Diversificatie in het kantorennet : self-banking eenheden 3.6. Geografische verdeling van de bankkantoren en verkooppunten - einde Verdeling van de banken naar omvang van hun kantorennet en agentennet - einde Diversificatie in de distributiekanalen : transactionele websites Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal - boekjaar Voornaamste in België gevestigde banken volgens de cliëntendeposito's in ruime zin - boekjaar Voornaamste in België gevestigde banken volgens het totaal van de kredieten, met inbegrip van de schuldtitels - boekjaar Voornaamste banken naar Belgisch recht volgens het totaal eigen vermogen - boekjaar Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 31

34 Structuur van de banksector 3.1. Verloop van het aantal banken Einde jaar Totaal Banken naar Banken naar buitenlands recht Belgisch recht Totaal EU niet-eu n.b. n.b Oprichtingen Fusies en opslorpingen Verdwijningen Bron : BVB-berekeningen op gegevens CBF Belang van de groepen van banken Einde 2001 Totaal Banken naar Belgisch recht Banken naar Einde 2002 Grootbanken (5) banken Overige buitenlands recht Aantal banken Balans 846,3 672,1 131,2 43,0 (in miljarden EUR) 830,5 673,9 118,4 38,2 Cliëntendeposito's (1) 397,9 293,1 86,2 18,6 (in miljarden EUR) 395,1 297,1 79,8 18,2 Cliëntenkredieten (2) 302,7 238,1 50,0 14,6 (in miljarden EUR) 311,7 252,7 45,9 13,1 Aantal kantoren (3) Aantal gevolmachtigde agenten (3) (wv. werkzaam in (878) (844) (34) (0) kantoren van de bank) (778) (737) (41) (0) Aantal personeels leden (4) Bron : BVB-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens CBF, NBB. (1) Inclusief depositocertificaten, kasbons en obligaties. (2) Inclusief de directe kredietverlening aan de Belgische overheid. (3) Op basis van een enquête bij de BVB-leden. (4) Ramingen voor alle banken (BVB-enquête bij de leden, aangevuld met gegevens uit de gepubliceerde rekeningen). (5) Conform de gedetailleerde boekhoudstaten. Voor 2001 : Artesia Bank (Bacob Bank niet inbegrepen), ING België (voorheen BBL), Fortis Bank, Dexia Bank België, KBC Bank. Bij de groep Artesia Banking Corporation zijn de gegevens van de (nieuwe) Bacob Bank opgenomen bij de "overige banken". Voor 2002 : ING België, Fortis Bank, KBC Bank en Dexia Bank België. 32 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

35 Structuur van de banksector 3.3. Aantal contactpunten met de cliënteel Einde jaar Aantal bankkantoren Aantal gevolmachtigde agenten totaal wv. werkzaam in kantoren van de bank Aantal verkooppunten (1) (2) (2) Bron : BVB (enkel leden). (1) Totaal van kantoren en gevolmachtigde agenten. Voor zover deze agenten in zelf-ingerichte kantoren werken, worden ze beschouwd als bijkomende verkooppunten, naast de bankkantoren. (2) Reeks werd aangepast vanaf 1999 (herziening van de cijfers bij een bank) Variaties in het kantorenbestand van de banken Aantal kantoren bij begin van de periode Nettokantoorverloop tijdens de periode Aantal kantoren bij einde van de periode Periode (1) Periode Periode (1) Periode (2) (3) (2)(3) (2) (2) Bron : BVB (enkel leden). (1) Raming : van einde 1983 t/m einde 1992 hebben de cijfers betrekking op de hele sector. (2) Vanaf einde 1993, cijfers voor de BVB-leden (ruim 95% van het balanstotaal van de sector). Door uitbreiding van het deelnemersveld sluiten de latere jaargangen niet steeds volledig op elkaar aan. (3) Reeks werd aangepast vanaf 1999 (herziening van de cijfers bij een bank). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 33

36 Structuur van de banksector 3.5. Diversificatie in het kantorennet : self-banking eenheden Einde jaar Aantal banken die in deze diversificatie investeren Aantal kantoren uitgerust met self-banking Procentueel aandeel in het kantorennet (1) Aantal automaten (2) opgesteld in de self-banking eenheden waarvan automaten met de functie geldopvraging ,2% 81,9% 86,5% 94,2% Bron : BVB (enkel leden). (1) Voor de banken die self-banking eenheden hebben geïnstalleerd. (2) Mogelijke types zijn o.a. drukkers van rekeninguittreksels (gevelprinters niet inbegrepen); stortingsloketten; automaten waar men menugestuurd allerlei verrichtingen kan doen en informatie opvragen Geografische verdeling van de bankkantoren en verkooppunten - einde 2002 Provincie Aantal kantoren Aantal verkooppunten (1) Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaams Gewest - Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Waals Gewest - Henegouwen Luik Luxemburg Namen Waals-Brabant Totaal Bron : BVB (enkel leden). (1) Totaal van kantoren en gevolmachtigde agenten. Voor zover deze agenten in zelf-ingerichte kantoren werken, worden ze beschouwd als bijkomende verkooppunten, naast de bankkantoren. 34 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

37 Structuur van de banksector 3.7. Verdeling van de banken naar omvang van hun kantorennet en agentennet - einde 2002 Omvang van het kantorennet Aantal banken Kantoren Gezamenlijk aantal kantoren 1 tot tot tot tot meer dan Totaal (1) Omvang van het agentennet Aantal banken Gevolmachtigde agenten Gezamenlijk aantal agenten (wv. werkzaam in kantoren van de bank) 1 tot (5) 11 tot (36) 51 tot (0) 101 tot (315) meer dan (422) Totaal (1) (778) Bron : BVB (enkel leden). (1) Van de 102 banken die deelnemen aan de BVB-enquête werken er dus 33 samen met gevolmachtigde agenten. Voor zover deze agenten in zelf-ingerichte kantoren werken, worden ze beschouwd als bijkomende verkooppunten, naast de bankkantoren Diversificatie in de distributiekanalen : transactionele websites (1) Jaar Aantal banken met transactionele websites (in eenheden) Aantal cliënten (in duizenden)(2) wv. : particulieren (in %) n.b bedrijven en zelfstandigen (in %) n.b Aantal verrichtingen (in duizenden)(3) Gemiddeld aantal verrichtingen per cliënt en per jaar (in eenheden) Bron : BVB (enkel leden). (1) Via een transactionele website kan de cliënt opdrachten geven die worden uitgevoerd door de bank. (2) Heeft betrekking op 17, 20 en 32 banken die respectievelijk in 2000, 2001 en 2002 dit gegeven hebben medegedeeld. (3) Heeft betrekking op 17, 20 en 28 banken die respectievelijk in 2000, 2001 en 2002 dit gegeven hebben medegedeeld. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 35

38 Structuur van de banksector Noten bij tabel (1) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2001 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 moet iedere bank die een moederonderneming is, een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. Voor het boekjaar 2001 hebben 27 banken geconsolideerde jaarrekeningen opgesteld. (2) BE : bank naar Belgisch recht. KE : bijkantoor wv. de moederonderneming in een EU-lidstaat is gevestigd. KN : bijkantoor wv. de moederonderneming niet in een EU-lidstaat is gevestigd. (3) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet-geconsolideerde gegevens. : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijbehorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (4) Dexia Bank België heeft, wat de voorstelling van de jaarrekening aangaat, een derogatie bekomen vanwege de CBF. Hierdoor kon Dexia Bank België haar jaarrekening opstellen overeenkomstig de structuur van de gecombineerde jaarrekening van de groep Dexia. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit de gepubliceerde "pro forma" geconsolideerde balans per einde 2001 van Dexia Bank België (met inbegrip van Artesia Banking Corporation). (5) Op 3 juli 2001 nam de groep Dexia de aandelen van de groep Artesia Banking Corporation over van de holding Arcofin. De fusie-operatie tussen de drie bankdochters nl. Artesia Bank, Bacob Bank en Dexia Bank België, is juridisch ingegaan op 1 april (6) Voorheen Bank Brussel Lambert waarvan de naam op 22 april 2003 werd gewijzigd in ING België. (7) De Groep Landbouwkrediet vormt een federatie van kredietinstellingen met zijn voormalige 'aangesloten kassen', met name Agricaisse en Lanbokas. Deze groep publiceert enkel geconsolideerde rekeningen voor de federatie van kredietinstellingen, de regionale coöperatieve verenigingen en de dochtermaatschappij Reagra in hun geheel. (8) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (9) Fusie van Bankunie en Bank van Limburg tot Delta Lloyd Bank in mei Deze nieuwe Delta Lloyd Bank heeft vervolgens Bank Nagelmakers 1747 overgenomen in november (10) Fusie van SEFB-Record Bank, DIPO en De Vaderlandsche Spaarbank tot de nieuwe bank RECORD in januari (11) Fusie van The Sumitomo Bank en The Sakura Bank tot SMBC (Brussels Branch) in april (12) Na overdracht van activiteiten aan de ING Belgë werd de Private Kas Bank begin 2003 van de lijst CBF geschrapt. (13) Voorheen De Laet, Poswick & C, Bankiers-Banquiers. (14) In april 2003 werd Westkrediet opgeslorpt door RECORD. 36 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

39 Structuur van de banksector Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal (1) - boekjaar 2001 Plaats Type (2) Naam Bedrag (in miljoenen EUR) (3) 1 BE Fortis Bank c 2 BE Dexia Bank België (4)(5) c 3 BE KBC Bank c 4 BE ING België (6) c 5 BE Artesia Banking Corporation (Artesia Bank) (5) BE Bacob Bank (5) BE AXA Bank Belgium c 8 BE Argenta Spaarbank c 9 BE Euroclear Bank c 10 BE CENTEA c, 11 KN The Bank of New York BE CBC Banque BE Landbouwkrediet (groep) (7) c, 14 KE Deutsche Bank A.G KE ABN-AMRO Bank BE Bank van De Post BE Fortis Bank Asia HK (Wa Pei Fu Tong Yin Hang) c, 18 KE BNP Paribas BE Deutsche Bank N.V c 20 BE Europese Bank voor Latijns-Amerika c 21 KE J.P. Morgan International Bank Ltd BE Mercator Bank BE Bank Degroof (30/9/2001) (8) c 24 BE Citibank Belgium BE Eural KE Lloyds TSB Bank BE Beroepskrediet (BKPC) c 28 BE Bank Belgolaise c, 29 KE Commerzbank BE Bank Nagelmackers 1747 (9) c 31 KE Crédit Commercial de France BE RECORD (10)(14) c, 33 BE Bank J. Van Breda & C c 34 BE Antwerpse Diamantbank c, 35 BE VDK Spaarbank BE Parfibank BE Banca Monte Paschi Belgio BE Santander Central Hispano Benelux KN SMBC - Brussels Branch (31/3/2002) (11) BE Private Kas Bank (12) KE Banco Bilbao Vizcaya Argentaria BE CPH/Crédit Professionnel du Hainaut BE Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) 973 c 44 BE AGF Belgium Bank BE Delta Lloyd Bank (9) 966 c 46 KN The Bank of Tokyo-Mitsubishi Ltd (31/3/2002) KE Société Générale (Brussels Branch) BE Puilaetco (13) 682 c 49 KE Citibank International plc KE FCE Bank PLC 588 Bron : BVB-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 37

40 Structuur van de banksector Noten bij tabel (1) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2001 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 moet iedere bank die een moederonderneming is, een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. Voor het boekjaar 2001 hebben 27 banken geconsolideerde jaarrekeningen opgesteld. (2) In ruime zin. Omvat : 'Schulden tegenover cliënten' (zichtdeposito's, deposito's op termijn of met opzegging, gereglementeerde spaardeposito's, deposito's van bijzondere aard, depositobeschermingsregeling, overige crediteuren) + 'In schuldbewijzen belichaamde schulden' (voornamelijk kasbons, obligatieleningen en depositocertificaten). (3) BE : bank naar Belgisch recht. KE : bijkantoor wv. de moederonderneming in een EU-lidstaat is gevestigd. KN : bijkantoor wv. de moederonderneming niet in een EU-lidstaat is gevestigd. (4) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet-geconsolideerde gegevens. : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijbehorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (5) Dexia Bank België heeft, wat de voorstelling van de jaarrekening aangaat, een derogatie bekomen vanwege de CBF. Hierdoor kon Dexia Bank België haar jaarrekening opstellen overeenkomstig de structuur van de gecombineerde jaarrekening van de groep Dexia. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit de gepubliceerde "pro forma" geconsolideerde balans per einde 2001 van Dexia Bank België (met inbegrip van Artesia Banking Corporation). (6) Op 3 juli 2001 nam de groep Dexia de aandelen van de groep Artesia Banking Corporation over van de holding Arcofin. De fusie-operatie tussen de drie bankdochters nl. Artesia Bank, Bacob Bank en Dexia Bank België, is juridisch ingegaan op 1 april (7) Voorheen Bank Brussel Lambert waarvan de naam op 22 april 2003 werd gewijzigd in ING België. (8) De Groep Landbouwkrediet vormt een federatie van kredietinstellingen met zijn voormalige 'aangesloten kassen', met name Agricaisse en Lanbokas. Deze groep publiceert enkel geconsolideerde rekeningen voor de federatie van kredietinstellingen, de regionale coöperatieve verenigingen en de dochtermaatschappij Reagra in hun geheel. (9) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (10) Fusie van Bankunie en Bank van Limburg tot Delta Lloyd Bank in mei Deze nieuwe Delta Lloyd Bank heeft vervolgens Bank Nagelmakers 1747 overgenomen in november (11) Fusie van SEFB-Record Bank, DIPO en De Vaderlandsche Spaarbank tot de nieuwe bank RECORD in januari (12) Fusie van The Sumitomo Bank en The Sakura Bank tot SMBC (Brussels Branch) in april (13) Na overdracht van activiteiten aan de ING Belgë werd de Private Kas Bank begin 2003 van de lijst CBF geschrapt. (14) Voorheen De Laet, Poswick & C, Bankiers-Banquiers. (15) In april 2003 werd Westkrediet opgeslorpt door RECORD. 38 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

41 Structuur van de banksector Voornaamste in België gevestigde banken volgens de cliëntendeposito's in ruime zin (1) (2) - boekjaar 2001 Plaats Type (3) Naam Bedrag (in miljoenen EUR) (4) 1 BE Fortis Bank c 2 BE Dexia Bank België (5)(6) c 3 BE KBC Bank c 4 BE ING België (7) c 5 BE Artesia Banking Corporation (Artesia Bank) (6) BE Argenta Spaarbank c 7 BE Bacob Bank (6) BE AXA Bank Belgium c 9 BE CENTEA c, 10 BE CBC Banque KN The Bank of New York BE Bank van De Post BE Landbouwkrediet (groep) (8) c, 14 BE Fortis Bank Asia HK (Wa Pei Fu Tong Yin Hang) c, 15 BE Deutsche Bank N.V c 16 KE ABN-AMRO Bank BE Mercator Bank BE Eural BE Bank Degroof (30/9/2001) (9) c 20 KE Deutsche Bank A.G BE Bank Nagelmackers 1747 (10) c 22 KE J.P. Morgan International Bank Ltd BE Euroclear Bank c 24 BE Citibank Belgium BE Bank Belgolaise c, 26 BE Bank J. Van Breda & C c 27 BE VDK Spaarbank BE Beroepskrediet (BKPC) c 29 BE RECORD (11)(15) c, 30 KE Banco Bilbao Vizcaya Argentaria BE CPH/Crédit Professionnel du Hainaut BE Private Kas Bank (13) BE Parfibank BE Delta Lloyd Bank (10) 878 c 35 KE Commerzbank BE AGF Belgium Bank BE Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) 861 c 38 BE Banca Monte Paschi Belgio BE Europese Bank voor Latijns-Amerika 795 c 40 KE Société Générale (Brussels Branch) KE Lloyds TSB Bank BE Puilaetco (14) 578 c 43 BE Antwerpse Diamantbank 506 c, 44 KE BNP Paribas BE Westkrediet (15) 491 c 46 BE Europabank 478 c 47 KN The Bank of Tokyo-Mitsubishi Ltd (31/3/2002) BE Santander Central Hispano Benelux KE Rabobank Nederland KE Demir Halk-Bank Nedl., Brussels Branch (DHB Bank) 311 Bron : BVB-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 39

42 Structuur van de banksector Noten bij tabel (1) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2001 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 moet iedere bank die een moederonderneming is, een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. Voor het boekjaar 2001 hebben 27 banken geconsolideerde jaarrekeningen opgesteld. (2) Het 'totaal van de kredieten, met inbegrip van de schuldtitels' is de optelsom van de 'cliëntenkredieten, met inbegrip van de schuldtitels van privé-emittenten' enerzijds en de 'schuldtitels van Belgische en buitenlandse overheidsemittenten' anderzijds. De cliëntenkredieten omvatten zowel de 'vorderingen op cliënten' (binnenland én buitenland, inclusief ook de directe overheidsfinanciering) als het deel van de portefeuille schuldtitels (inclusief andere vastrentende effecten) uitgegeven door de Belgische en buitenlandse privé-emittenten. De 'schuldtitels van Belgische en buitenlandse overheidsemittenten' omvatten zowel het bij de centrale bank herfinancierbaar overheidspapier als het deel van de portefeuille schuldtitels (inclusief andere vastrentende effecten) uitgegeven door Belgische en buitenlandse publiekrechtelijke emittenten. (3) BE : bank naar Belgisch recht. KE : bijkantoor wv. de moederonderneming in een EU-lidstaat is gevestigd. KN : bijkantoor wv. de moederonderneming niet in een EU-lidstaat is gevestigd. (4) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet-geconsolideerde gegevens. : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijbehorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (5) Dexia Bank België heeft, wat de voorstelling van de jaarrekening aangaat, een derogatie bekomen vanwege de CBF. Hierdoor kon Dexia Bank België haar jaarrekening opstellen overeenkomstig de structuur van de gecombineerde jaarrekening van de groep Dexia. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit de gepubliceerde "pro forma" geconsolideerde balans per einde 2001 van Dexia Bank België (met inbegrip van Artesia Banking Corporation). (6) Op 3 juli 2001 nam de groep Dexia de aandelen van de groep Artesia Banking Corporation over van de holding Arcofin. De fusie-operatie tussen de drie bankdochters nl. Artesia Bank, Bacob Bank en Dexia Bank België, is juridisch ingegaan op 1 april (7) Voorheen Bank Brussel Lambert waarvan de naam op 22 april 2003 werd gewijzigd in ING België. (8) De Groep Landbouwkrediet vormt een federatie van kredietinstellingen met zijn voormalige 'aangesloten kassen', met name Agricaisse en Lanbokas. Deze groep publiceert enkel geconsolideerde rekeningen voor de federatie van kredietinstellingen, de regionale coöperatieve verenigingen en de dochtermaatschappij Reagra in hun geheel. (9) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (10) Fusie van Bankunie en Bank van Limburg tot Delta Lloyd Bank in mei Deze nieuwe Delta Lloyd Bank heeft vervolgens Bank Nagelmakers 1747 overgenomen in november (11) Fusie van SEFB-Record Bank, DIPO en De Vaderlandsche Spaarbank tot de nieuwe bank RECORD in januari (12) Fusie van The Sumitomo Bank en The Sakura Bank tot SMBC (Brussels Branch) in april (13) Na overdracht van activiteiten aan de ING Belgë werd de Private Kas Bank begin 2003 van de lijst CBF geschrapt. (14) Voorheen De Laet, Poswick & C, Bankiers-Banquiers. (15) In april 2003 werd Westkrediet opgeslorpt door RECORD. 40 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

43 Structuur van de banksector Voornaamste in België gevestigde banken volgens het totaal van de kredieten, met inbegrip van de schuldtitels (1) (2) - boekjaar 2001 Plaats Type (3) Naam Bedrag (in miljoenen EUR) (4) 1 BE Fortis Bank c 2 BE KBC Bank c 3 BE Dexia Bank België (5)(6) c 4 BE ING België (7) c 5 BE Artesia Banking Corporation (Artesia Bank) (6) BE Bacob Bank (6) BE AXA Bank Belgium c 8 BE Argenta Spaarbank c 9 BE CENTEA c, 10 BE CBC Banque BE Landbouwkrediet (groep) (8) c, 12 BE Fortis Bank Asia HK (Wa Pei Fu Tong Yin Hang) c, 13 BE Bank van De Post KE ABN-AMRO Bank BE Mercator Bank BE Europese Bank voor Latijns-Amerika c 17 KE Deutsche Bank A.G BE Citibank Belgium BE RECORD (11)(15) c, 20 BE Euroclear Bank c 21 BE Bank J. Van Breda & C c 22 BE Eural BE Bank Belgolaise c, 24 BE VDK Spaarbank BE Antwerpse Diamantbank c, 26 BE Parfibank BE Bank Nagelmackers 1747 (10) c 28 KE J.P. Morgan International Bank Ltd BE Beroepskrediet (BKPC) c 30 BE Bank Degroof (30/9/2001) (9) c 31 KE Lloyds TSB Bank KE Commerzbank BE Banca Monte Paschi Belgio KE BNP Paribas KN SMBC - Brussels Branch (31/3/2002) (12) BE CPH/Crédit Professionnel du Hainaut BE AGF Belgium Bank BE Delta Lloyd Bank (10) 847 c 39 BE Private Kas Bank (13) KE Crédit Commercial de France BE Santander Central Hispano Benelux BE Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) 564 c 43 KE FCE Bank PLC BE Westkrediet (15) 505 c 45 KN The Bank of New York BE Onderling Beroepskrediet (BKCP) BE Shizuoka Bank (Europe) (31/3/2002) BE Europabank 436 c 49 BE Banque de Crédit Professionnel (C.P. Banque) (BKCP) BE Deutsche Bank N.V. 424 c Bron : BVB-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 41

44 Structuur van de banksector Noten bij tabel (1) De bijkantoren van banken naar buitenlands recht publiceren voortaan slechts een beperkt aantal gegevens. Het is dan ook niet meer mogelijk ze in alle rangschikkingen op te nemen. (2) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2001 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 moet iedere bank die een moederonderneming is, een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. Voor het boekjaar 2001 hebben 27 banken geconsolideerde jaarrekeningen opgesteld. (3) Eigen vermogen na winstverdeling : eigen kapitaal (kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves, overgebrachte winst) en fondsen voor algemene bankrisico's. Aansprakelijk vermogen : eigen vermogen, vermeerderd met de achtergestelde schulden. Deze achtergestelde schulden kunnen volgens de eigen-middelenreglementering in zekere mate en onder bepaalde voorwaarden in aanmerking worden genomen om aan de opgelegde solvabiliteitsnormen te voldoen. De hier gebruikte voorstelling van het aansprakelijk vermogen volgens de gepubliceerde jaarrekening kan in bepaalde gevallen een overschatting inhouden van het reglementaire eigen vermogen. (4) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet- geconsolideerde gegevens. : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijhorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (5) Dexia Bank België heeft, wat de voorstelling van de jaarrekening aangaat, een derogatie bekomen vanwege de CBF. Hierdoor kon Dexia Bank België haar jaarrekening opstellen overeenkomstig de structuur van de gecombineerde jaarrekening van de groep Dexia. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit de gepubliceerde "pro forma" geconsolideerde balans per einde 2001 van Dexia Bank België (met inbegrip van Artesia Banking Corporation). (6) Op 3 juli 2001 nam de groep Dexia de aandelen van de groep Artesia Banking Corporation over van de holding Arcofin. De fusie-operatie tussen de drie bankdochters nl. Artesia Bank, Bacob Bank en Dexia Bank België, is juridisch ingegaan op 1 april (7) Voorheen Bank Brussel Lambert waarvan de naam op 22 april 2003 werd gewijzigd in ING België. (8) De Groep Landbouwkrediet vormt een federatie van kredietinstellingen met zijn voormalige 'aangesloten kassen', met name Agricaisse en Lanbokas. Deze groep publiceert enkel geconsolideerde rekeningen voor de federatie van kredietinstellingen, de regionale coöperatieve verenigingen en de dochtermaatschappij Reagra in hun geheel. (9) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (10) Fusie van Bankunie en Bank van Limburg tot Delta Lloyd Bank in mei Deze nieuwe Delta Lloyd Bank heeft vervolgens Bank Nagelmakers 1747 overgenomen in november (11) Fusie van SEFB-Record Bank, DIPO en De Vaderlandsche Spaarbank tot de nieuwe bank RECORD in januari (12) Fusie van The Sumitomo Bank en The Sakura Bank tot SMBC (Brussels Branch) in april (13) Na overdracht van activiteiten aan de ING Belgë werd de Private Kas Bank begin 2003 van de lijst CBF geschrapt. (14) Voorheen De Laet, Poswick & C, Bankiers-Banquiers. (15) In april 2003 werd Westkrediet opgeslorpt door RECORD. 42 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

45 Structuur van de banksector Voornaamste banken naar Belgisch recht (1) volgens het totaal eigen vermogen (2) (3) - boekjaar 2001 Plaats Naam Bedrag in miljoenen EUR Eigen vermogen Aansprakelijk vermogen 1 Fortis Bank c 2 KBC Bank c 3 Dexia Bank België (5)(6) c 4 ING België (7) c 5 Artesia Banking Corporation (Artesia Bank) (6) Euroclear Bank c 7 CENTEA c, 8 AXA Bank Belgium c 9 CBC Banque Landbouwkrediet (groep) (8) c, 11 Bacob Bank (6) Argenta Spaarbank c 13 Europese Bank voor Latijns-Amerika c 14 RECORD (11)(15) c, 15 Fortis Bank Asia HK (Wa Pei Fu Tong Yin Hang) c, 16 Deutsche Bank N.V c 17 Citibank Belgium Bank van De Post Antwerps Beroepskrediet (BKCP) Bank Degroof (30/9/2001) (9) c 21 Parfibank Antwerpse Diamantbank c, 23 Bank J. Van Breda & C c 24 Commerzbank Belgium Mercator Bank VDK Spaarbank Bank Belgolaise c, 28 Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) c 29 CPH/Crédit Professionnel du Hainaut Bank Nagelmackers 1747 (10) c 31 AGF Belgium Bank Brabants Beroepskrediet - Bank (BKCP) Banca Monte Paschi Belgio Eural Banque de Crédit Professionnel (C.P. Banque) (BKCP) Puilaetco (14) c 37 Delta Lloyd Bank (10) c 38 Santander Central Hispano Benelux Europabank c 40 Beroepskrediet (BKPC) c 41 United Taiwan Bank Dewaay Bank (30/9/2001) Onderling Beroepskrediet (BKCP) West-Vlaamse Bank (WVB) (BKCP) Private Kas Bank (13) Oostvlaams Beroepskrediet (BKCP) Shizuoka Bank (Europe) (31/3/2002) F. van Lanschot Bankiers België Byblos Bank Europe SG Bank De Maertelaere (4) Bron : BVB-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 43

46 Structuur van de banksector Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector (in %, op basis van niet-geconsolideerde gegevens) Jaar Top 3 Top 5 Top 10 Balanstotaal ,8 59,5 74, ,0 48,1 66, ,4 47,2 65, ,4 53,2 70, ,5 77,2 83, ,9 77,0 83, ,2 79,7 86,7 Cliëntendeposito's (1) ,2 67,3 85, ,9 63,8 81, ,1 63,9 81, ,3 60,9 78, ,9 74,5 84, ,8 75,0 85, ,0 76,4 86,2 Totaal van de kredieten (2) ,9 77,4 85, ,0 78,0 86, ,9 79,3 88,3 Bron : BVB. (1) In ruime zin. (2) Met inbegrip van de schuldtitels. 44 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

47 4. Human Resources (*) Aantal personen tewerkgesteld in de banksector, per categorie Verdeling van het uitvoerend personeel, tewerkgesteld in de banksector, naar categorie 4.2. Verdeling van de banken volgens het personeelsbestand Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur Verdeling van het bankpersoneel volgens diploma (einde 2002) Verdeling van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, volgens diploma (einde 2002) 4.5. Verloop van de personeelskosten in de banksector (*) Het Statistisch Vademecum behandelt de banksector in het verruimd perspectief van het nieuw bankstatuut, (wet van ). Tot 1990 verwijzen de cijfers in hoofdstuk 4 uitsluitend naar de banken die deel uitmaken van het paritair comité 310. Vanaf 1994 slaan de gegevens op de banksector in ruime zin (weliswaar beperkt tot de BVB-leden die deelnemen aan de enquête) en omvatten ze bijgevolg banken die onder verscheidene paritaire comités ressorteren (vnl. 310, 308, 309 en 325). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 45

48 Human Resources Aantal personen tewerkgesteld in de banksector, per categorie (1) Einde jaar (2) A. In eenheden Directie Kaderpersoneel Uitvoerend personeel Arbeiders SBO (3) Algemeen totaal a (4) 1995 b a (4) 1999 b a b a b a (5)(6) 2002 b (5) B. In % van het totaal ,8 18,3 72,7 6, ,3 25,7 65,2 4,3 1, ,2 29,9 61,9 1,8 2, a 3,9 33,7 58,3 2,3 1, b 3,4 29,5 61,5 3,5 2, a 3,6 33,9 58,4 1,6 2, b 3,5 33,2 59,1 1,6 2, a 4,3 34,2 58,0 0,8 2, b 4,2 33,5 58,7 0,9 2, a 4,4 35,3 57,1 0,4 2, b 4,2 34,6 57,9 0,4 2, a 4,4 35,9 59,4 0, b 4,3 35,6 59,7 0,3-100 Bron : BVB (enkel leden). (1) Zie ook 'Het menselijk kapitaal in de banksector', Aspecten en Documenten, nr. 99, voor een meer uitgebreide beschrijving. (2) De reeks 1995-a tot en met 2002-a betreft de banken die ressorteren onder het Paritair Comité 310. De reeks 1995-b tot en met 2002-b geeft de banksector volgens nieuw statuut (beperkt tot BVB-leden die deelnemen aan de enquête; die maken ongeveer 99,3 % uit van de werkgelegenheid). (3) Startbaanovereenkomsten (ex-rva-stagiairs) afgekort tot SBO. (4) De trend van deze reeks wordt in recente jaren vertekend door de verruiming van het Paritair Comité 310. Zo waren er o.m. de toetreding van CERA Bank en BACOB Bank in 1993, enkele fusiebewegingen tussen banken en voormalige spaarbanken, alsook de toetreding van vroegere beursvennootschappen in latere jaren en recenter in 1999 de integratie van ASLK en Anhyp in het PC 310. (5) Vanaf 2002 wordt het aantal SBO's niet meer apart vermeld omdat zij in de overige tewerkstellingscijfers zijn opgenomen. (6) Verhoging van de tewerkstellingscijfers ingevolge toevoeging van de groep Dexia aan het Paritair Comité 310. Bovendien hebben bepaalde instellingen hun tewerkstellingsstatistieken verfijnd door niet-actieve medewerkers mee te rekenen in de tewerkstellingscijfers wat zij in de andere jaren niet hebben gedaan. 46 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

49 Human Resources Verdeling van het uitvoerend personeel, tewerkgesteld in de banksector, naar categorie (1) Einde jaar (2) Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Totaal A. In eenheden a (3) 1995 b a (3) 1999 b a b a b a (4)(5) 2002 b (4) B. In % van het totaal ,0 19,4 37,4 37, ,4 6,1 28,5 64, ,6 3,8 23,9 71, a 0,3 3,6 22,5 73, b 1,0 4,9 23,1 71, a 0,4 2,6 16,3 80, b 0,9 4,7 18,6 75, a 0,3 2,0 15,8 81, b 0,8 3,9 18,1 77, a 0,3 2,0 15,3 82, b 0,8 3,8 17,6 77, a 2,7 4,4 15,5 77, b 2,8 4,9 16,4 75,9 100 Bron : BVB (enkel leden). (1) Deze nog steeds gebruikelijke indeling in categorieën is georiënteerd op een sectorakkoord waarbij de functies werden gerangschikt naar taakinhoud. Er is bijgevolg geen eenduidig verband met de scholingsgraad of de anciënniteit uit af te leiden. De functies uit de vierde categorie vereisen van het uitvoerend personeel de hoogste bekwaamheid. (2) De reeks 1995-a tot en met 2002-a betreft de banken die ressorteren onder het Paritair Comité 310. De reeks 1995-b tot en met 2002-b geeft de banksector volgens nieuw statuut (beperkt tot BVB-leden die deelnemen aan de enquête; die maken ongeveer 99,3 % uit van de werkgelegenheid). (3) De trend van deze reeks wordt in recente jaren vertekend door de verruiming van het Paritair Comité 310. Zo waren er o.m. de toetreding van CERA Bank en BACOB Bank in 1993, enkele fusiebewegingen tussen banken en voormalige spaarbanken, alsook de toetreding van vroegere beursvennootschappen in latere jaren en recenter in 1999 de integratie van ASLK en Anhyp in het PC 310. (4) Vanaf 2002 zijn de SBO's inbegrepen. (5) Verhoging van de tewerkstellingscijfers ingevolge toevoeging van de groep Dexia aan het Paritair Comité 310. Bovendien hebben bepaalde instellingen hun tewerkstellingsstatistieken verfijnd door niet-actieve medewerkers mee te rekenen in de tewerkstellingscijfers wat zij in de andere jaren niet hebben gedaan. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 47

50 Human Resources 4.2. Verdeling van de banken volgens het personeelsbestand (1) (einde 2002) Personeels- Aantal Aandeel in % in het totale personeelsbestand van de banksector bestand banken (2) per categorie samengeteld 1 tot ,1 0,1 11 tot ,1 1,2 51 tot ,7 2,9 101 tot ,5 9,4 501 tot ,8 15, tot ,0 33,2 Meer dan ,8 100,0 Bron : BVB (enkel leden). (1) Met inbegrip van de SBO (ex-rva-stagiairs). (2) Gegevens uit een BVB-enquête bij de leden (de antwoorden maken ongeveer 99,3 % van de werkgelegenheid in de banksector uit) Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht (in % van het totaal) (1) A. Leeftijd Einde jaar (2) Minder dan 21 jaar 1,2 0,2 0,2 0,2 0, ,4 22,7 19,6 19,7 19, ,3 32,2 28,3 27,8 26, ,8 32,6 31,7 30,7 29, ,4 11,8 20,0 21,4 24,3 meer dan 60 jaar 0,9 0,5 0,2 0,2 0,3 B. Anciënniteit (jaren) C. Geslacht ,1 22,3 25,2 22,4 26, ,2 10,5 8,2 6,8 9, ,2 10,8 15,7 14,8 12, ,3 18,6 10,0 11,9 11, ,1 30,6 25,8 24,5 21,9 meer dan 30 8,1 7,2 15,1 19,6 18,6 Mannen 65,6 61,3 56,0 55,4 54,5 Vrouwen 34,4 38,7 44,0 44,6 45,5 Bron : BVB (enkel leden). (1) Deze cijfers hebben voor 1980 enkel betrekking op leden van de Belgische Vereniging van Banken met een ondernemingsraad; voor 1990 op de banksector in enge zin. Vanaf 1995, banksector in ruime zin. SBO (ex-rva-stagiairs) niet inbegrepen en vanaf 2002 inbegrepen. (2) Behalve in In dat jaar gegevens per 1 juli. 48 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

51 Human Resources Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur (in % van het totaal) (1) Einde jaar A. Werkgelegenheid per gewest Brussel 44,3 45,9 49,1 49,4 49,4 Vlaanderen 38,5 39,0 38,9 38,4 38,5 Wallonië 17,2 15,1 12,0 12,2 12,1 B. Nationaliteit (2) Belgen 97,3 97,5 97,4 97,3 97,4 EU-landen 2,2 2,0 2,2 2,1 2,2 Andere nationaliteiten 0,5 0,5 0,4 0,6 0,4 C. Individuele prestatieduur (2) (3) 100% 89,2 89,0 83,2 82,7 80, % 6,6 6,4 10,0 10,3 11, % 4,1 4,5 6,7 6,9 8,2 minder dan 50% 0,1 0,1 0,2 0,1 0,5 Bron : BVB (enkel leden). (1) Voor 1985 en 1990, banksector in enge zin. Vanaf 1995, banksector in ruime zin. (2) SBO (ex-rva-stagiairs) niet inbegrepen en vanaf 2002 inbegrepen. (3) Arbeiders niet inbegrepen en vanaf 2002 inbegrepen Verdeling van het bankpersoneel volgens diploma (einde 2002, in %) Studie Universitair HOBU Hoger secundair Overige diploma's Directie 78,3 11,5 8,4 1,8 Kaderpersoneel 36,1 33,7 25,6 4,6 Bedienden 8,8 39,9 39,9 11,5 Arbeiders - 2,8 20,1 77,1 Totaal 21,5 36,4 33,3 8,8 Bron : BVB (enkel leden) Verdeling van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, volgens diploma (in de loop van 2002, in %) Studie Universitair HOBU Hoger secundair Overige diploma's Directie 73,7 5,9 2,6 17,8 Kaderpersoneel 60,1 24,9 9,4 5,6 Bedienden 16,3 40,9 32,5 10,3 Arbeiders - 33,3-66,7 Totaal 23,4 37,9 28,7 10,0 Bron : BVB (enkel leden). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 49

52 Human Resources 4.5. Verloop van de personeelskosten in de banksector (1)(2) Jaar Personeelskosten per VTE (in EUR) Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. (1) Ramingen van het aantal VTE's (voltijds equivalenten) voor alle banken (BVB-enquête bij de leden, aangevuld met gegevens uit de gepubliceerde rekeningen). (2) De personeelskosten omvatten bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen, andere toelagen ten behoeve van het personeel. 50 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

53 5. Investeringen 5.1. Evolutie van de investeringsuitgaven in de banksector - indeling naar aard 5.2. Bestemming van de investeringsuitgaven in de banksector 5.3. Uitsplitsing van de investeringsuitgaven voor informatica-uitrusting in de banksector 5.4. Evolutie van de informaticakosten in de banksector aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 51

54 Investeringen 5.1. Evolutie van de investeringsuitgaven in de banksector (1) (2) - indeling naar aard (bedragen in miljoenen EUR) Boekjaar Antwoordgraad (% van balans) Onroerende investeringen Roerende investeringen wv. informaticauitrusting (3) Totale investeringen % 248,5 321,5 261,7 570, % 258,2 318,1 250,4 576, % 294,0 306,4 243,1 600, % 266,5 388,7 317,6 655, % 330,4 373,6 307,9 704, % 324,3 379,8 337,2 704, % 336,3 360,8 309,7 697, % 399,5 385,6 304,6 785, % 354,7 360,3 308,4 715,0 Bron : BVB. (1) Resultaten van een jaarlijkse BVB-enquête bij de banken i.s.m. de NBB. (2) Het betreft investeringen in macro-economische betekenis, nl. aankopen of leasen van vaste kapitaalgoederen bij de andere sectoren van de economie. Het volledige bedrag van de investeringsuitgaven wordt vermeld in het jaar van aanschaf. (3) Hardware-, software- en netwerkinfrastructuur alsook toepassingssoftware, die werd aangekocht of geleast Bestemming van de investeringsuitgaven in de banksector (1) Boekjaar (2) (3) A. In miljoenen EUR Onroerende investeringen waarvan : Nieuwbouw Aankopen Verbouwingen Roerende investeringen waarvan : Informatica-uitrusting Andere voorzieningen en materieel Totale investeringen B. In % Onroerende investeringen waarvan (4) : Nieuwbouw Aankopen Verbouwingen Roerende investeringen waarvan : Informatica-uitrusting Andere voorzieningen en materieel Totale investeringen Bron : BVB (enkel leden). (1) Resultaten van een jaarlijkse BVB-enquête bij de banken, i.s.m. NBB. Investeringen in macro-economische betekenis. (2) Globalisatie van de gegevens voor het boekjaar begrepen tussen 1 juli van het vermelde jaar en 30 juni van het volgende jaar. (3) Resultaten die 94 % van het balanstotaal van de sector vertegenwoordigen. (4) Voorlopig cijfer voor BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

55 Investeringen 5.3. Uitsplitsing van de investeringsuitgaven voor informatica-uitrusting in de banksector, in % (1) Boekjaar (antwoordgraad, % balanstotaal v/d sector) 1998 (81%) 2000 (77%) 2001 (76%) Hardware-, software- en netwerkinfrastructuur waarvan : - centrale zetel, hoofdkantoor kantoren directe verbinding met de cliënteel diversen (o.a. netwerk) Aangeschafte toepassingssoftware (2) Totale investeringsuitgaven voor informatica-uitrusting Bron : BVB-berekeningen op enquêtegegevens. (1) Resultaten van een jaarlijkse BVB-enquête bij de banken i.s.m. de NBB. Investeringen in macro-economische betekenis. (2) Aangeschafte of geleaste software, specifiek voor bancaire toepassingen Evolutie van de informaticakosten in de banksector (1) (2) Ratio 1995 (3) Informaticakosten t.o.v. algemene kosten (in %) Informaticakosten t.o.v. bankproduct (in %) Aandeel bezoldiging EDP-personeel in de informaticakosten (in %) Aantal werknemers informatica in het totale personeelsbestand (in %) 12,6 14,2 15,8 15,1 14,6-8,1 10,3 9,9 9,2 33,6 51,9 52,3 56,9 53,7 6,1 9,8 10,2 11,5 11,2 Bron : BVB. (1) Resultaten van een jaarlijkse BVB-enquête bij de grootbanken. (2) De informaticakosten betreffen de werkelijke kosten (zowel interne kosten als echte uitgaven) van de informatieverwerking in een bank. (3) Voor sommige uitrustingsgoederen werd de jaarlijkse afschrijvingslast opgenomen i.p.v. het oorspronkelijke investeringsbedrag. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 53

56 54 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

57 6. Werkmiddelen (*) 6.1. De gezamenlijke werkmiddelen van de banken 6.2. Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken 6.3. Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar de vorm 6.4. Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar de munt en naar de geografische oorsprong 6.5. Verdeling van in België ingezamelde cliëntendeposito's volgens deposanten 6.6. Evolutie en belang van de interbankverrichtingen 6.7. Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar de munt en geografisch (*) De tabellen zijn opgemaakt op vennootschappelijke basis, tenzij anders vermeld. Wanneer een tabel is opgemaakt op vennootschappelijke basis, wordt de bedrijvigheid van de Belgische en buitenlandse kantoren van de banken naar Belgisch recht opgenomen. Wanneer een tabel is opgemaakt op territoriale basis, betekent dit dat enkel de bedrijvigheid van de Belgische kantoren van de banken naar Belgisch recht werd opgenomen. Voor de bijkantoren van de banken naar buitenlands recht die in België zijn gevestigd, gaat het steeds enkel om de bedrijvigheid in België. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 55

58 Werkmiddelen 6.1. De gezamenlijke werkmiddelen van de banken Einde jaar A. In miljarden EUR Vreemde middelen 540,6 723,3 787,2 772,3 Cliëntendeposito's (1) 283,8 375,1 397,9 395,1 Interbankschulden 223,7 261,5 269,1 246,9 Overige (2) 33,1 86,7 120,2 130,3 Aansprakelijk vermogen (3) 22,3 55,1 59,1 58,2 Eigen vermogen (3) 15,4 32,1 33,3 34,3 Achtergestelde schulden 6,9 23,0 25,8 23,9 Totaal 562,9 778,4 846,3 830,5 B. In % van het totaal Vreemde middelen 96,0 92,9 93,0 93,0 Cliëntendeposito's (1) 50,4 48,2 47,0 47,6 Interbankschulden 39,7 33,6 31,8 29,7 Overige (2) 5,9 11,1 14,2 15,7 Aansprakelijk vermogen (3) 4,0 7,1 7,0 7,0 Eigen vermogen (3) 2,7 4,1 3,9 4,1 Achtergestelde schulden 1,2 3,0 3,0 2,9 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten). (2) Hoofdzakelijk : overige crediteuren; overige passiva; overlopende rekeningen; waardeverminderingen, voorzieningen en uitgestelde belastingen. (3) Incl. fonds voor algemene bankrisico's. 56 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

59 Werkmiddelen 6.2. Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken (1) Einde jaar Totale werkmiddelen (in miljarden EUR) Cliëntendeposito's (2) (in miljarden EUR) Relatief aandeel van de cliëntendeposito's in de totale werkmiddelen (%) ,0 25,5 68, ,7 90,6 55, ,4 148,4 46, ,9 222,1 47, ,1 299,1 48, ,9 319,2 47, ,0 336,3 46, ,5 348,2 47, ,8 364,5 47, ,4 375,1 48, ,3 397,9 47, ,5 395,1 47,6 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB, CBF en jaarverslagen van banken. (1) Banken in ruime zin. (2) Incl. kasbons, obligaties, depositocertificaten. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 57

60 Werkmiddelen 6.3. Samenstelling van de cliëntendeposito's (1) van de banken naar de vorm A. In miljarden EUR Einde jaar Zichtdeposito's 33,7 74,8 79,2 80,5 Termijndeposito's 95,8 108,2 129,3 115,7 Gereglementeerde spaardeposito's 48,5 94,1 100,4 113,6 Kasbons en obligaties 96,3 64,2 59,7 55,2 Depositocertificaten 3,3 28,3 23,1 23,9 Overige (2) 6,2 5,5 6,2 6,2 Totaal 283,8 375,1 397,9 395,1 B. In % van het totaal Zichtdeposito's 11,9 19,9 19,9 20,4 Termijndeposito's 33,8 28,9 32,5 29,3 Gereglementeerde spaardeposito's 17,1 25,1 25,2 28,8 Kasbons en obligaties 33,9 17,1 15,0 14,0 Depositocertificaten 1,1 7,5 5,8 6,0 Overige (2) 2,2 1,5 1,6 1,6 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten). (2) Deposito's van bijzondere aard, deposito's gekoppeld aan hypothecaire leningen en vanaf 1998 ook bijdragen van de banken op eigen rekening in het kader van de vroegere depositobeschermingsregeling Samenstelling van de cliëntendeposito's (1) van de banken naar de munt en naar de geografische oorsprong Einde EUR Deviezen Totaal België Buitenland jaar Overige Totaal EMU-landen Overige landen A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) ,1 58,4 364,5 278,6 85,9 31,8 54, ,6 71,5 375,1 275,3 99,8 35,2 64, ,0 79,9 397,9 285,0 112,9 36,4 76, ,7 68,4 395,1 294,4 100,7 38,6 62,1 B. In % van het totaal ,0 16,0 100,0 76,4 23,6 8,7 14, ,9 19,1 100,0 73,4 26,6 9,4 17, ,9 20,1 100,0 71,6 28,4 9,1 19, ,7 17,3 100,0 74,5 25,5 9,8 15,7 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten). 58 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

61 Werkmiddelen 6.5. Verdeling van in België ingezamelde cliëntendeposito's (1) volgens deposanten (2) (in miljoenen EUR) Einde jaar Zichtdeposito's Termijndeposito's Gereglementeerde spaardeposito's Overige deposito's (3) Totaal Particulieren en zelfstandigen (4) Niet-financiële ondernemingen Financiële ondernemingen Openbare besturen In België ingezamelde cliëntendeposito's (1)(2) Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) In schuldbewijzen belichaamde schulden niet inbegrepen. (2) Op territoriale basis. (3) Deposito's van bijzondere aard, deposito's gekoppeld aan hypothecaire leningen en bijdragen van de banken op eigen rekening in het kader van de vroegere depositobeschermingsregeling. (4) Inclusief instellingen zonder winstoogmerk. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 59

62 Werkmiddelen 6.6. Evolutie en belang van de interbankverrichtingen Einde jaar Interbankschulden (1) Bedrag (miljarden EUR) Aandeel in het totaal passief (%) Interbankvorderingen (1) Bedrag (miljarden EUR) Aandeel in het totaal actief (%) Bedrag (miljarden EUR) Nettoberoep op bankiers Aandeel in de totale deposito's (2)(%) ,7 39,0 163,5 31,6 38,2 12, ,7 39,7 183,0 32,5 40,7 12, ,7 38,9 183,8 31,7 41,9 12, ,7 40,7 202,1 32,8 48,6 14, ,4 41,2 220,4 32,9 56,0 14, ,5 40,8 231,4 32,0 64,1 16, ,7 38,6 218,8 30,1 61,8 15, ,7 37,6 210,1 27,3 79,6 17, ,5 33,6 178,1 22,9 83,4 18, ,1 31,8 201,0 23,8 68,1 14, ,9 29,7 197,2 23,7 49,7 11,2 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Daggeldleningen en -ontleningen inbegrepen. (2) Cliëntendeposito's en nettoberoep op bankiers Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar de munt en geografisch (in miljarden EUR) Einde EUR Deviezen Totaal België Buitenland 2002 Overige Totaal EMU-landen Overige landen Interbankschulden (1) Interbankvorderingen (1) Nettoberoep op bankiers (2) 146,4 100,5 246,9 33,8 213,1 82,2 130,9 120,0 77,2 197,2 27,7 169,5 90,6 78,9 26,4 23,3 49,7 6,1 43,6-8,4 52,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Daggeldleningen en -ontleningen inbegrepen. (2) Een positief bedrag betekent dat de banksector netto-ontlener is op de markt. 60 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

63 7. Kredieten (*) Algemeen verloop van de kredieten 7.1. Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken 7.2. Verdeling van de totale bankkredieten, naar de munt en geografisch 7.3. Verdeling van de totale bankkredieten naar de vorm 7.4. Verdeling van de totale bankkredieten naar hun begunstigden Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 7.5. Vormen van kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 7.6. Verdeling van kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland, volgens de begunstigden 7.7 Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische ondernemingen Evolutie van het consumentenkrediet Consumentenkrediet naar kredietverstrekkers 7.9. De kredietverlening voor de huisvesting, naar kredietverstrekkers Evolutie van de totale leasingproductie Kredieten aan de Belgische overheid Verdeling van de kredieten aan de Belgische overheid, naar de vorm en de munt Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector in enkele landen, einde Kredieten aan België Verdeling van de kredieten aan België tussen privé-sector en openbare sector 71 Verbinteniskredieten Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten 72 Effectenportefeuille Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken 73 (*) De tabellen zijn opgemaakt op vennootschappelijke basis, tenzij anders vermeld. Wanneer een tabel is opgemaakt op vennootschappelijke basis, wordt de bedrijvigheid van de Belgische en buitenlandse kantoren van de banken naar Belgisch recht opgenomen. Wanneer een tabel is opgemaakt op territoriale basis, betekent dit dat enkel de bedrijvigheid van de Belgische kantoren van de banken naar Belgisch recht werd opgenomen. Voor de bijkantoren van de banken naar buitenlands recht die in België zijn gevestigd, gaat het steeds enkel om de bedrijvigheid in België. Ook inhoudelijk kunnen sommige rubrieken licht verschillen in de tabellen op territoriale basis en op vennootschappelijke basis. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 61

64 Algemeen verloop van de kredieten 7.1. Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken (in miljarden EUR) Einde jaar Totale kredieten (1) 301,2 396,3 388,8 390,4 Opgenomen verbinteniskredieten (2) 29,5 82,4 83,5 79,5 Schuldtitels (3) 44,9 126,5 156,0 147,5 Totaal 375,6 605,2 628,3 617,4 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. (2) Voornamelijk borgtochten, documentaire kredieten (posten buiten balanstelling). (3) Voornamelijk obligaties van Belgische en buitenlandse privé-emittenten en van buitenlandse overheden; met uitsluiting van Belgische overheidseffecten Verdeling van de totale bankkredieten, naar de munt en geografisch Verdeling naar de munt Geografische verdeling Einde Totale EUR Deviezen België Buitenland jaar kredieten (1) Overige EMUlanden Totaal Overige landen A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) ,9 328,4 47,5 316,9 59,0 22,3 36, ,3 331,7 64,6 311,2 85,1 21,9 63, ,8 327,2 61,6 306,2 82,6 22,5 60, ,4 332,9 57,5 297,5 92,9 22,5 70,4 B. In % van het totaal ,0 87,4 12,6 84,3 15,7 5,9 9, ,0 83,7 16,3 78,5 21,5 5,5 16, ,0 84,2 15,8 78,8 21,2 5,8 15, ,0 85,3 14,7 76,2 23,8 5,8 18,0 Bron: BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. 62 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

65 Algemeen verloop van de kredieten 7.3. Verdeling van de totale bankkredieten naar de vorm (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Cliëntenkredieten (1) 193,0 301,3 302,7 311,7 Leningen op termijn 119,9 174,6 188,3 198,2 wv. : op termijn > 1 jaar 83,0 106,1 109,6 107,7 op termijn <= 1 jaar 36,8 68,5 78,6 90,5 Hypothecaire leningen 35,3 57,6 60,8 65,9 Voorschotten in rekening-courant 18,3 22,8 23,2 20,7 Niet-hypothecaire leningen op afbetaling 8,5 12,0 12,1 12,5 Handelswissels en accepten 3,3 4,0 3,7 2,4 Leasing en soortgelijke vorderingen 0,9 1,1 1,3 1,4 Andere kredieten 6,9 29,2 13,4 10,6 Kredieten aan de Belgische overheid in de vorm van effecten 108,2 95,0 86,1 78,7 Obligaties 82,3 83,9 75,2 67,9 Certificaten 25,9 11,1 10,9 10,8 Totale kredieten (2) 301,2 396,3 388,8 390,4 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Inclusief de vorderingen op de Belgische overheid in de vorm van directe kredietverlening. (2) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 63

66 Algemeen verloop van de kredieten 7.4. Verdeling van de totale bankkredieten naar hun begunstigden Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Kredieten Einde Totale Belgische Buitenland Totaal aan de jaar kredieten privé-sector Overige EMUlanden landen Overige Belgische (1) Totaal overheid A. In miljarden EUR ,5 129,6 20, ,1 134, ,3 135,2 25, ,1 154, ,7 143,6 26, ,6 156, ,4 151,8 27, ,2 147, ,2 161,2 25, ,8 149, ,3 177,1 30,5 15,1 15,4 207,6 133, ,8 184,3 38,2 14,1 24,1 222,5 119, ,5 186,8 50,3 14,1 36,2 237,1 110, ,8 189,8 65,1 14,1 51,0 254,9 100,9 B. In % van het totaal ,0 45,6 7, ,8 47, ,0 43,0 7, ,0 49, ,0 44,1 8, ,1 47, ,0 46,5 8, ,9 45, ,0 48,0 7, ,6 44, ,0 51,9 8,9 4,4 4,5 60,8 39, ,0 53,9 11,2 4,1 7,1 65,1 34, ,0 53,8 14,5 4,1 10,4 68,2 31, ,0 53,3 18,3 4,0 14,3 71,6 28,4 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid; deze tabel is opgemaakt op territoriale basis Vormen van kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland (1) (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Leningen op termijn 87,3 129,2 142,5 157,8 wv. : op termijn <= 1 jaar 27,7 54,3 65,6 79,9 op termijn > 1 jaar 59,6 74,9 76,9 77,9 wv. : België 72,5 98,4 99,4 99,4 buitenland 14,8 30,8 43,1 58,4 Hypothecaire leningen 34,8 56,5 59,9 65,0 Voorschotten in rekening-courant 14,4 18,9 18,0 16,2 Niet-hypothecaire leningen op 8,4 11,9 12,0 12,5 Handelswissels en accepten 2,9 2,1 2,3 1,9 Leasing en soortgelijke vorderingen 0,6 0,2 0,2 0,2 Andere kredieten 1,7 3,7 2,3 1,3 Totaal 150,1 222,5 237,2 254,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland, op territoriale basis. 64 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

67 Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 7.6. Verdeling van de kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland (1), volgens de begunstigden (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Kredieten aan de Belgische privé-sector 177,1 184,3 186,8 189,8 Particulieren en zelfstandigen (2) 80,7 82,6 81,8 85,0 wv. - hypothecaire leningen 50,1 54,0 55,4 59,9 - niet-hypothecaire leningen op afbetaling 8,6 8,7 8,3 8,5 - leningen op termijn 16,7 14,9 13,4 12,3 wv. op termijn <= 1 jaar 2,4 1,8 1,4 1,0 wv. op termijn > 1 jaar 14,3 12,9 12,0 11,3 Niet-financiële ondernemingen 83,6 88,3 87,0 84,6 wv. - leningen op termijn 68,5 72,4 70,1 69,0 wv. op termijn <= 1 jaar 25,7 26,7 24,9 23,0 wv. op termijn > 1 jaar 42,8 45,7 45,2 46,0 - voorschotten in rekening-courant 9,5 9,8 9,6 8,3 - handelswissels en accepten 0,9 0,9 0,9 0,8 Financiële ondernemingen 12,8 13,4 18,0 20,3 wv. - leningen op termijn 10,3 11,3 16,0 18,2 wv. op termijn <= 1 jaar 5,1 5,7 6,2 6,6 wv. op termijn > 1 jaar 5,2 5,6 9,8 11,5 - voorschotten in rekening-courant 1,7 1,5 1,3 1,8 Kredieten aan het buitenland 30,5 38,2 50,4 65,1 wv. - leningen op termijn 25,2 30,8 43,1 58,4 wv. op termijn > 1 jaar 15,7 20,1 33,2 49,3 wv. op termijn <= 1 jaar 9,5 10,7 9,9 9,1 - voorschotten in rekening-courant 2,1 2,8 2,9 2,1 Totale kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 207,6 222,5 237,2 254,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Op territoriale basis. (2) Inclusief instellingen zonder winstoogmerk Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische ondernemingen (1) (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Niet-financiële ondernemingen Financiële ondernemingen Totaal ,6 5,8 68, ,4 9,0 73, ,6 12,8 96, ,3 13,4 101, ,0 18,0 105, ,6 20,3 104,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Op territoriale basis. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 65

68 Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Evolutie van het consumentenkrediet (1) A. Uitstaand bedrag Einde periode Totaal uitstaand bedrag Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Financieringshuur Kredietopeningen (2) In miljoenen EUR In % van het totaal uitstaand bedrag ,0 72,0 9,0 0,2 18, ,0 70,6 9,0 0,1 20, ,0 71,8 8,5 0,1 19, ,0 72,2 8,6 0,2 19, ,0 72,2 8,9 0,2 18, ,0 71,0 8,8 0,2 20, ,0 72,0 8,7 0,2 19, ,0 70,6 9,8 0,3 19,3 B. Aantal lopende contracten Einde periode In duizenden Totaal aantal Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Financieringshuur Kredietopeningen (2) In % van het totaal aantal ,0 32,0 12,5 1,5 54, ,0 31,1 11,8 1,4 55, ,0 30,7 11,9 1,4 56, ,0 29,8 11,0 1,4 57, ,0 31,8 11,4 1,7 55, ,0 31,3 11,3 0,9 56, ,0 31,1 10,8 0,3 57, ,0 28,7 10,0 0,3 61,0 Bron : BVB-berekeningen op NIS-gegevens. (1) Overeenkomsten waarop de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet van toepassing is (enkel het consumentenkrediet aan particulieren); overeenkomsten gesloten bij alle kredietverstrekkers. (2) Bedragen opgenomen op de toegekende kredietopeningen in rekening-courant. 66 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

69 Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Consumentenkrediet naar kredietverstrekkers (1) (Uitstaand bedrag per kredietvorm, in miljoenen EUR) Einde periode Banken Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Kredietopeningen Totaal (2) (87,7) (84,7) (84,8) (83,0) Overige financiële instellingen (3) Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Financieringshuur Kredietopeningen Totaal (2) (11,6) (14,8) (15,1) (16,9) Verkopers Verkopen op afbetaling Kredietopeningen Financieringshuur Totaal (2) (0,7) (0,5) (0,1) (0,1) Bron : BVB-berekeningen op NIS-gegevens. (1) Overeenkomsten waarop de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet van toepassing is (enkel consumentenkrediet aan particulieren); overeenkomsten gesloten bij alle kredietverstrekkers. (2) Tussen haakjes, belang van elke groep van kredietverstrekkers in het totaal uitstaand bedrag aan consumentenkrediet (in %). (3) Andere instellingen dan banken en verkopers, meer bepaald krediet-, financierings- en leasingmaatschappijen. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 67

70 Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 7.9. De kredietverlening voor de huisvesting, naar kredietverstrekkers (1) Einde periode Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) Banken (3) 38,3 58,1 58,7 62,8 Verzekeringsmaatschappijen (4) 5,5 4,4 4,1 4,4 Hypotheekmaatschappijen 0,3 1,2 1,2 1,4 Huisvestingsmaatschappijen en sociale zekerheid (5) 7,7 7,0 6,8 6,6 Instellingen voor beleggingen in schuldvorderingen - 1,5 1,4 1,6 Totaal 51,8 72,2 72,2 76,8 Belang van de kredietverstrekkers (in %) Banken (3) 74,0 80,4 81,3 81,7 Verzekeringsmaatschappijen (4) 10,6 6,1 5,7 5,7 Hypotheekmaatschappijen 0,6 1,7 1,7 1,8 Huisvestingsmaatschappijen en sociale zekerheid (5) 14,9 9,7 9,4 8,6 Instellingen voor beleggingen in schuldvorderingen - 2,1 2,0 2,1 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Verbintenissen aangegaan door particulieren en door zelfstandigen voor privé-doeleinden. Voor de 'banken' zijn de hypothecaire kredieten door zelfstandigen aangegaan voor commerciële doeleinden eveneens inbegrepen. (2) Ramingen, uitgezonderd voor de banken. (3) Inclusief de hypothecaire leningen die een kredietinstelling via de erkende vennootschappen voor sociale woningbouw verstrekt. (4) Inclusief pensioenfondsen. (5) Inclusief Credibe en hypothecaire leningen verstrekt via de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie. 68 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

71 Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Evolutie van de totale leasingproductie (1) (in miljoenen EUR) Roerende leasing 2.245, , , , ,9 wv. - financiële leasing 1.525, , , , ,0 - operationele leasing 720,7 972,5 962,7 955, ,9 wv. - industriële machines 497,1 506,9 780,3 684,4 803,1 en uitrustingen - computers en bureelmaterieel 654,5 712,2 600,4 821,9 577,7 - bedrijfsvoertuigen 379,4 408,8 464,9 472,7 433,3 - personenwagens 544,0 687,9 657,7 684,7 720,1 - boten, vliegtuigen, rollend 26,2 31,0 14,3 35,0 12,6 spoorwegmaterieel - andere 144,6 190,6 211,4 194,8 179,1 Onroerende leasing 309,2 297,1 351,9 325,4 672,9 Totaal 2.555, , , , ,8 Bron : BVB-berekeningen op BLV-gegevens. (1) Enkel BLV-leden. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 69

72 Kredieten aan de Belgische overheid Verdeling van de kredieten aan de Belgische overheid, naar de vorm en de munt Einde jaar Obligaties Vorm Certificaten Andere kredieten (1) Totale kredieten aan de Belgische overheid EUR Munt Deviezen A. Uitstaand bedrag in miljarden EUR ,0 13,4 23,3 133,7 132,9 0, ,7 11,1 24,5 119,3 118,9 0, ,1 10,8 24,4 110,3 110,2 0, ,7 10,8 22,4 100,9 100,8 0,1 B. In % van het totaal ,6 10,0 17,4 100,0 99,4 0, ,2 9,3 20,5 100,0 99,7 0, ,1 9,8 22,1 100,0 99,9 0, ,1 10,7 22,2 100,0 99,9 0,1 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Uitbetalingskredieten toegestaan aan de Belgische overheid; op territoriale basis Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector (1) in enkele landen, einde 2002 (2) (in % van de totale bankkredieten op de ingezeten overheidssector en privé-sector) België 34,0 Japan (3) 21,5 Duitsland 18,9 Frankrijk 17,3 Oostenrijk 15,4 Zwitserland 8,5 Nederland 7,9 Verenigde Staten 5,7 Verenigd Koninkrijk (3) 0,9 Denemarken n.b. Zweden n.b. Bron : BVB-berekeningen op basis van cijfers gepubliceerd door het IMF. (1) Schuldvorderingen op de centrale en lokale overheden. (2) Of laatste beschikbare gegevens. (3) Vorderingen op de overheidssector, na aftrek van de verbintenissen van de banksector ten aanzien van de overheidssector. 70 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

73 Kredieten aan België Verdeling van de kredieten aan België tussen privé-sector en openbare sector (1) Einde periode Kredieten aan de Belgische privé-sector Kredieten aan de Belgische overheid Totale kredieten aan België A. In miljarden EUR ,6 134,4 264, ,5 152,2 286, ,2 154,1 289, ,6 156,0 299, ,8 147,2 298, ,2 149,4 310, ,1 133,7 310, ,3 119,3 303, ,8 110,3 297, ,8 100,9 290,7 B. In % van de totale kredieten aan België ,1 50,9 100, ,9 53,1 100, ,7 53,3 100, ,9 52,1 100, ,8 49,2 100, ,9 48,1 100, ,0 43,0 100, ,7 39,3 100, ,9 37,1 100, ,3 34,7 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Op territoriale basis. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 71

74 Verbinteniskredieten Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten (in miljarden EUR) Totale opgenomen verbinteniskredieten (1) 29,5 82,4 83,5 79,5 waarvan waarborgen 26,6 77,7 78,5 74,1 documentaire kredieten 2,7 4,6 4,7 5,1 waarvan EUR n.b. 38,3 41,9 43,3 deviezen n.b. 44,1 41,6 36,2 waarvan België 14,0 24,5 27,2 23,7 buitenland 15,5 57,9 56,3 55,8 overige EMU-landen n.b. 19,8 17,6 21,1 overige landen n.b. 38,1 38,7 34,7 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Handtekeningkredieten : door de banken t.a.v. derden aangegane verbintenissen voor rekening van hun cliënten (posten buiten balanstelling). 72 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

75 Effectenportefeuille Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken (1) (in miljarden EUR) Totaal EUR Deviezen SCHULDTITELS 44,9 156,0 147,5 110,0 37,5 Obligaties en andere vastrentende effecten wv. - buitenlandse openbare emittenten 15,0 80,7 70,4 65,3 5,1 - leningen van bedrijven 29,9 75,3 77,1 44,7 32,4 AANDELEN EN DEELNEMINGEN 7,4 28,0 28,9 22,8 6,1 Aandelen en andere nietvastrentende effecten 2,9 4,9 4,3 3,7 0,6 wv. - te beleggen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 - te realiseren 0,1 1,5 1,2 1,0 0,2 - als belegging 2,3 2,9 2,3 1,9 0,4 - overige 0,5 0,5 0,8 0,8 0,0 Deelnemingen 4,5 23,1 24,6 19,1 5,5 wv. - in banken 1,5 13,3 13,7 10,8 2,9 - in andere financiële instellingen 2,5 8,5 9,7 7,2 2,5 - in andere ondernemingen 0,5 1,3 1,2 1,1 0,1 Globale effectenportefeuille van de banken 52,3 184,0 176,4 132,8 43,6 Aandeel in de balans (in %) 9,3 21,7 21,2 20,8 22,8 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Alle effecten en deelnemingen, uitgezonderd de Belgische overheidseffecten. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 73

76 74 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

77 8. Overige diensten Activiteiten buiten balanstelling 8.1. Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken 8.2. Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken 8.3. Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden aangeboden Nettokapitalen ingezameld door de in België openbaar aangeboden ICB's Netto-actiefwaarde van de in België openbaar aangeboden ICB's naar Belgisch en buitenlands recht Evolutie van de cliëntendeposito s, de in België verspreide ICB s en de tak 21- en tak 23-producten Beleggingsondernemingen Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken Pensioensparen 8.6. Pensioensparen en pensioenverzekeringen 82 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 75

78 Activiteiten buiten balanstelling 8.1. Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken (in miljarden EUR) Contantverrichtingen in uitvoering 73,3 65,6 63,9 82,0 Termijnverrichtingen op rente en op vreemde valuta's (1) 902, , , ,5 waarvan : op rente 425, , , ,6 op vreemde valuta's 477,2 300,4 311,4 373,9 Vooraf gedekte opbrengsten en kosten 4,3 3,1 3,9 3,2 Opgenomen verbinteniskredieten 29,5 82,4 83,5 79,5 Betekende kredietlijnen 172,6 304,4 284,3 261,9 waarvan : aan de cliënteel toegezegde lijnen voor uitbetalingskredieten 131,0 238,0 225,1 195,8 Waarborgen 416, , , ,3 Toevertrouwde waarden en vorderingen 2.741, , , ,8 wv. : deposito's in open bewaarneming 1.458, , , ,0 waarvan - bij de banken 374, , , ,9 - bij Euroclear 1.084, , , ,1 wv. : aan derden toevertrouwde waarden en vorderingen 1.275, , , ,6 Overige rechten en verplichtingen 21,4 46,8 66,3 87,6 Totaal buiten balanstelling (2) 5.107, , , ,0 Totaal buiten balanstelling, zonder de deposito's in open bewaarneming bij Euroclear 4.022, , , ,9 In % van de balans van de banksector 714, , , ,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) De termijnverrichtingen die een dubbele boeking vereisen (b.v. swaps), worden voor het volume van deze verrichtingen slechts eenmaal geteld. (2) Totaal van alle boekhoudkundige rubrieken van de buiten balanstelling. 76 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

79 Activiteiten buiten balanstelling 8.2. Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken (1) (in miljarden EUR) Termijnverrichtingen op rente 425, , , ,6 waarvan Renteswaps 241, , , ,2 Rentecontracten (FRA) 100,7 127,6 120,4 258,4 Interest futures 47,5 147,8 65,3 77,4 Opties op rente 28,5 373,1 552,3 742,1 Depositocontracten op termijn 7,1 3,0 5,5 1,5 Termijnverrichtingen op vreemde valuta's 477,2 300,4 311,4 373,9 waarvan Termijnwisselverrichtingen 420,0 226,8 219,3 254,2 Valuta- en renteswaps 45,4 48,3 54,0 56,6 Opties op valuta's 11,7 23,8 35,3 61,0 Overige (2) 0,2 1,5 2,8 2,1 Totaal 902, , , ,5 in % van de balans van de banksector 160,3 309,9 336,6 461,3 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) De termijnverrichtingen die een dubbele boeking vereisen (b.v. swaps), worden voor het volume van deze verrichtingen slechts eenmaal geteld. (2) Futures op valuta's en contracten op termijnwisselkoersen Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten (uitstaand bedrag van de notionele hoofdsom op het einde van het jaar, in miljarden USD) Op de georganiseerde markten Termijncontracten en opties op rente Termijncontracten en opties op valuta's Termijncontracten en opties op beursindexen Onderhands (1) n.b n.b. Valutacontracten n.b n.b. Rentecontracten n.b n.b. Aan aandelen gebonden contracten n.b n.b. Overige contracten n.b n.b. Alle afgeleide markten n.b n.b. Bron : BVB-berekeningen op gegevens BIB. (1) Deze gegevens zijn pas vanaf 1998 beschikbaar, gezien ze afkomstig zijn uit een nieuwe BIB-statistiek. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 77

80 Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden aangeboden Einde jaar ICB's naar Belgisch recht wv. : Belgische bevek's (1) pensioenspaarfondsen (2) gewone beleggingsfondsen Belgische vastgoedbevek's (3) instellingen voor belegging in schuldvorderingen (4) Belgische privaks (5) ICB's naar buitenlands recht wv. : buitenlandse sicav's buitenlandse fondsen Totaal aantal in België openbaar aangeboden ICB's Bron : BVICB en CBF. (1) Ingesteld bij de wet van 4 december 1990; in 1991 werden de meeste gewone Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen omgevormd tot bevek. (2) Erkend in het kader van het K.B. van 22 december (3) Beleggingsvennootschappen die beleggen in vastgoed en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 10 april (4) Erkend in het kader van het K.B. van 29 november (5) Beleggingsvennootschappen die beleggen in hoogrisicodragend kapitaal en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 18 april BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

81 Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Nettokapitalen (1) ingezameld door de in België openbaar aangeboden ICB's (tijdens het jaar, in miljoenen EUR) Einde jaar Door ICB's naar Belgisch recht (2)(3) wv. : Belgische bevek's (4) pensioenspaarfondsen (5) gewone beleggingsfondsen Door ICB's naar buitenlands recht (6) wv. : buitenlandse sicav's buitenlandse fondsen Nettokapitalen ingezameld door alle in België openbaar aangeboden ICB's (2) Bron : BVB-berekeningen op gegevens CBF. (1) D.w.z. inschrijvingen min terugbetalingen. (2) Exclusief de beleggingsvennootschappen die beleggen in vastgoed en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 10 april 1995, de instellingen voor belegging in schuldvorderingen die erkend zijn in het kader van het K.B. van 29 november 1993 en de instelling die belegt in hoogrisicodragend kapitaal die erkend is in het kader van het K.B. van 18 april (3) Nettokapitalen ingezameld in België en in het buitenland. (4) Ingesteld bij de wet van 4 december 1990; in 1991 werden de meeste gewone Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen omgevormd tot bevek. (5) Erkend in het kader van het K.B. van 22 december (6) Enkel nettokapitalen ingezameld in België Netto-actiefwaarde van de in België openbaar aangeboden ICB s naar Belgisch en buitenlands recht (in miljarden EUR) Einde jaar Obligatie-ICB's 21,8 22,5 29,9 32,8 32,1 ICB's met middellange looptijd 5,2 2,5 1,0 1,5 1,8 Monetaire ICB's 9,7 8,7 3,8 5,0 6,3 Aandelen ICB's 4,7 5,3 40,3 37,4 24,2 Index-ICB's met kapitaalbescherming 0,3 1,0 27,6 29,2 30,8 Gemengde ICB's 2,4 3,9 24,7 27,0 22,5 Pensioenspaarfondsen 3,1 3,8 7,7 7,4 6,4 Overige (1) 0,3 0,4 3,2 3,4 3,5 Totaal 47,6 48,3 138,2 143,7 127,6 wv. : dakfondsen 0,3 1,1 9,7 10,6 6,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens BVICB. (1) Voornamelijk vastgoed-icb's en PRIVAK's. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 79

82 Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Evolutie van de cliëntendeposito s, de in België verspreide ICB s en de tak 21- en tak 23-producten (in miljarden EUR) Cliëntendeposito's van ingezetenen bij de banken In België verspreide ICB's Tak 21- producten (1) Tak 23- producten (2) Uitstaand bedrag Aangroei Nettoactiefwaarde Nettoinbreng Incasso Incasso ,6 5,2 45,4 1,0 n.b. n.b ,3 2,7 48,3-0,5 n.b. n.b ,6 11,3 55,9 1,8 2,2 0, ,3 3,7 20,2 6,8 3,2 0, ,9 7,6 98,0 14,9 4,0 1, ,6 12,8 124,1 16,8 3,3 4, ,3-3,4 138,2 11,7 3,3 6, ,0 9,8 143,7 15,0 4,6 5, ,4 9,4 127,6 3,5 7,4 3,8 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB, BVICB en BVVO. (1) Levensverzekeringen met gewaarborgde rentevoet (enkel individuele). (2) Levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (enkel individuele) Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Einde jaar Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht Beursvennootschappen Vennootschappen voor vermogensbeheer Vennootschappen voor makelarij in financiële instrumenten Vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht Totaal aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Bron : BVB-berekeningen op gegevens CBF. 80 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

83 Beleggingsondernemingen Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken (in miljoenen EUR) Jaar Beursvennootschappen Totaal van de posities in roerende waarden 7.606, , ,6 In bewaring ontvangen effecten , , ,9 Eigen vermogen (1) 447,3 701,0 804,7 Bedrijfsopbrengsten 500,0 504,2 282,3 Resultaat van het boekjaar 275,1 229,8 23,3 Risk assets ratio (in %) 20,8 31,4 22,0 Vennootschappen voor vermogensbeheer Beheerde fondsen , , ,6 Eigen vermogen (1) 250,1 400,8 414,9 Bedrijfsopbrengsten 197,4 496,1 553,1 Resultaat van het boekjaar 53,9 120,2 130,7 Vennootschappen voor makelarij in financiële instrumenten Eigen vermogen (1) 2,8 1,3 1,3 Bedrijfsopbrengsten 9,0 6,2 6,0 Resultaat van het boekjaar -2,1-0,1 0,5 Vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten Eigen vermogen (1) n.b. 1,0 1,5 Bedrijfsopbrengsten n.b. 1,2 1,0 Resultaat van het boekjaar n.b. 0,3-0,2 Bron : BVB-berekeningen op gegevens CBF. (1) Kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves en overgedragen resultaat. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 81

84 Pensioensparen 8.6. Pensioensparen en pensioenverzekeringen (1) Gestorte bedragen (in miljoenen EUR) Jaar (3) 2001 (3) 2002 (3) Hoofdzakelijk door banken beheerde pensioenspaarfondsen 290,0 334,7 384,5 420,8 410,0 Verzekeringsmaatschappijen (2) 96,7 81,8 240,1 291,4 321,2 Totaal 386,7 416,5 624,6 712,2 731,2 Bron : BVB-berekeningen op gegevens BVB en BVVO. (1) Ramingen. (2) In 1986, gegevens voor de verzekeringssector in zijn geheel. Vanaf 1990, gegevens voor de belangrijkste verzekeringsmaatschappijen. (3) Exclusief Argenta pensioenspaarfonds, dat in 2000 werd opgericht. 82 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

85 9. Internationalisatie Open karakter van de bankactiviteit 9.1. Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt 9.2. Nettokapitaalsaldo t.a.v. het buitenland van de in België gevestigde banken 9.3. Omvang van de internationale verrichtingen in de activiteiten van de in België gevestigde banken 9.4. Graad van openheid tegenover het buitenland van de banksector in de EMU-landen 9.5. Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland Internationale aanwezigheid Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen (in 2001) Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2001) Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking (in 2001) 9.7. Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken 9.8. Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens de nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders 9.9. Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen Activiteit op de financiële markten in euro 9.12 Bruto-uitgiften van effecten in euro, volgens de emittent 9.13 Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en netto-uitgiften aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 83

86 Open karakter van de bankactiviteit 9.1. Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt (1) (in %) Einde jaar Verrichtingen in EUR met Verrichtingen in deviezen met België buitenland België buitenland totaal overige EMUlanden overige landen totaal overige EMUlanden overige landen ,8 25,0 15,5 9,5 2,8 20,4 3,9 16, ,7 24,9 15,4 9,5 2,8 23,6 4,1 19, ,2 27,6 17,7 9,9 2,6 22,6 4,3 18, ,9 30,0 19,7 10,3 2,1 21,0 3,5 17,5 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Gemiddelde van activa en passiva Nettokapitaalsaldo t.a.v. het buitenland van de in België gevestigde banken (in miljarden EUR) Einde jaar A. Verrichtingen met het buitenland (1) 1. Middelen uitgezet in het buitenland 218,1 383,7 435,5 449,3 2. Middelen opgenomen in het buitenland 236,3 370,5 413,9 397,8 3. Overschot, ten belope van de kapitaalinvoer 18,2 13,2 21,6 51,5 B. Verrichtingen met België (2) 1. Middelen uitgezet in België 344,8 394,6 410,9 381,2 2. Middelen opgenomen in België 326,6 407,8 432,4 432,7 3. Tekort, gefinancierd door kapitaalinvoer 18,2-13,2-21,5-51,5 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Daaronder worden verstaan de verrichtingen van de banken met buitenlandse bedrijven en particulieren, met buitenlandse overheden en met in het buitenland gevestigde banken. (2) Daaronder worden verstaan de verrichtingen van de banken met de Belgische bedrijven en particulieren, met de Belgische overheid en met de in België gevestigde banken Omvang van de internationale verrichtingen (1) in de activiteiten van de in België gevestigde banken (in %) Einde jaar In het balanstotaal (2) 47,0 51,3 52,8 53,1 2. In de totale cliëntendeposito's 21,1 29,4 31,0 28,4 3. In de totale cliëntenkredieten 23,2 31,9 30,7 32,5 4. In de effectenportefeuille (3) 56,8 53,3 61,0 62,4 5. In de interbankenverrichtingen 84,7 84,0 85,4 88,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB. (1) Tot 1998: verrichtingen in BEF met het buitenland en verrichtingen in deviezen; vanaf 1999 : verrichtingen in EUR met het buitenland en verrichtingen in deviezen. (2) Gemiddelde van activa en passiva. (3) Alle effecten en deelnemingen, uitgezonderd de Belgische overheidseffecten. 84 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

87 Open karakter van de bankactiviteit 9.4. Graad van openheid tegenover het buitenland (1) van de banksector in de EMU-landen (in %, einde periode) Landen Luxemburg 96,3 95,2 94,7 95,5 Ierland 60,4 67,4 68,8 70,8 België 45,7 46,2 51,7 54,3 Nederland 33,2 33,0 36,6 36,0 Frankrijk 34,2 33,8 34,5 35,8 Oostenrijk 30,2 33,0 35,4 35,5 Finland 22,7 27,7 33,5 32,3 Duitsland 22,7 25,3 28,4 29,8 Portugal 25,1 24,5 23,8 22,6 Griekenland (2) ,5 19,6 Spanje 16,8 17,9 18,8 18,8 Italie 15,1 15,0 13,2 14,8 Bron : BVB-berekeningen op gegevens IMF. (1) Verhouding tussen de brutovorderingen van de banksector van die landen op het buitenland en het geheel van hun vorderingen. (2) Griekenland werd op 1 januari 2001 lid van de EMU Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland (1) (in %) Landen (2) IX.2002 Off-shore centra (3) 22,8 18,8 19,9 19,7 Verenigd Koninkrijk 16,1 19,4 19,1 18,8 Duitsland 6,8 9,0 9,4 10,2 Japan 14,1 11,1 10,0 9,2 Verenigde Staten 8,3 8,8 9,6 9,1 Andere Europese landen (4) 6,9 7,6 7,1 7,8 Zwitserland 5,5 6,9 6,1 6,0 Frankrijk 8,0 5,9 5,8 5,9 Luxemburg 4,9 4,7 4,5 4,7 Nederland 2,7 2,8 3,1 3,2 België 3,2 2,6 2,8 3,1 Overige (5) 0,0 1,4 1,5 1,4 Canada 0,6 0,9 1,0 0,9 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op gegevens BIB. (1) Wijst op het gewicht van die landen als internationale financiële centra. (2) Landen die deelnemen aan de BIB-statistieken. (3) Bahama's, Bahrein, Cayman-eilanden, Hongkong, Singapore, Guernsey en Jersey. (4) Denemarken, Finland, Ierland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden. (5) Onder andere Australië, China, India, Taiwan en Turkije. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 85

88 Internationale aanwezigheid Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen (1) (in 2001) Top 50 Top 100 Top 200 Top 500 Top 1000 Grote EU-landen Duitsland Frankrijk Verenigd Koninkrijk Italië Spanje Kleine EU-landen Nederland België (2) Luxemburg Ierland Denemarken Griekenland Portugal Zweden Oostenrijk Finland Totaal EU-landen Andere Europese landen Zwitserland Noorwegen Bron : 'The Banker', juli (1) Tier one capital. (2) Zie ook tabel BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

89 Internationale aanwezigheid Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2001) Plaats Naam Land Eigen vermogen (2) Europa Wereld (1) (in miljoenen USD) 1 5 HSBC Holdings GB Crédit Agricole Indosuez FR Deutsche Bank DE Royal Bank of Scotland GB BNP Paribas FR HypoVereinsbank DE HBOS (3) GB Barclays GB UBS CH ABN-AMRO Bank NL Santander Central Hispano ES ING Bank (4) NL Rabobank NL Société Générale FR Lloyds TSB Group GB Banco Bilbao Vizcaya ES IntesaBci IT CREDIT SUISSE Neue Aargauer Bank CH Fortis Bank (5) BE, NL Crédit Mutuel Confédération Nationale FR Commerzbank DE Abbey National GB Dresdner Bank DE Gr. des Caisses d'épargne & de Prévoyance FR Nordea Group SE,DK,FI,NO Unicredito Italiano IT Dexia (6) BE, FR Groupe des Banques Populaires FR Westdeutsche Landesbank Girozentrale DE Bayerische Landesbank DE Bron en noten, zie volgende blz. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 87

90 Internationale aanwezigheid Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2001) (vervolg) Plaats Naam Land Eigen vermogen (2) Europa Wereld (1) (in miljoenen USD) KBC Bank BE Crédit Lyonnais FR Landesbank Baden-Wûrttemberg DE San Paolo IMI IT Den Danske Bank DK Standard Chartered GB Caja de Ahorross y Pensiones de Barcelona ES Deutsche Genossenschaftsbank DE Bankgesellschaft Berlin DE Banca di Roma IT Norddeutsche Landesbank Girozentrale DE Monte dei Paschi di Siena IT Allied Irish Banks IE Nykredit Group DK Landesbank Schleswig-Holstein DE FöreningsSparbanken (Swedbank) SE Skandinaviska Enskilda Banken SE Turkiye is Bankasi TR Bank of Ireland IE Svenska Handelsbanken SE Bron : 'The Banker', juli (1) Volgens ISO-codes : BE (België), CH (Zwitserland), DE (Duitsland), DK (Denemarken), ES (Spanje), FI (Finland), FR (Frankrijk), GB (Verenigd Koninkrijk), IE Ierland, IT (Italië), NL (Nederland), NO (Noorwegen), SE (Zweden), TR (Turkije). (2) Tier one capital. Boekjaar 2001, geconsolideerde gegevens. (3) Holding maatschappij die Halifax en Bank of Scotland groepeert. (4) Internationale groep ING waartoe ING België (voorheen BBL) behoort. (5) Internationale groep Fortis. (6) Alliantie tussen Dexia Bank België en Dexia Public Finance Bank (voorheen het Franse CLF). Tot deze groep behoort sinds 2001 ook Artesia Banking Corporation. 88 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

91 Internationale aanwezigheid Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking (1) (in 2001) Banken Eigen vermogen (2) Geconsolideerd balanstotaal Fortis Bank Dexia (3) KBC Bank Euroclear AXA Bank Belgium Landbouwkrediet (groep) Bron : 'The Banker', juli (1) Geconsolideerde cijfers. De ING-groep, van de Nederlandse nationaliteit, waartoe ING België (voorheen BBL) behoort, staat op de 25e plaats in (2) Tier one capital. (3) Alliantie tussen Dexia Bank België en Dexia Public Finance Bank (voorheen het Franse CLF). Tot deze groep behoort sinds 2001 ook Artesia Banking Corporation Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken (einde 2002) ciële dochters (2) in een financiële instelling Aantal Aantal Aantal vestigingen landen Belgische Bij- Bancaire Finan- Vertegen- Deelnemingen (3) Totaal per zone banken per zone kantoren dochters (1) in een bank woordigingskantoren Europa EU Andere Noord- Amerika Latijns- Amerika Afrika Azië Oceanië Totaal Bron : BVB. (1) Een bankdochter kan verscheidene kantoren hebben in een zelfde land. (2) Dochter die niet het statuut van bank bezit, maar financiële verrichtingen uitvoert (b.v. financieringsmaatschappijen, leasing, beursvennootschappen). (3) Alleen gekwalificeerde deelnemingen (d.w.z. meer dan 10 % van het kapitaal of van de stemrechten) in buitenlandse financiële instellingen of banken. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 89

92 Internationale aanwezigheid 9.8. Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders (einde 2002) Land Bijkantoren Dochtermaatschappijen (1) Totaal Vertegenwoordigingskantoren EU-landen Denemarken Duitsland Frankrijk Griekenland Italië Luxemburg Nederland Oostenrijk Spanje Verenigd Koninkrijk Plurinationaal Europees Andere Europese landen Hongarije Rusland Turkije Zwitserland Niet-Europese landen India Israël Japan Libanon Marokko Pakistan Taïwan Verenigde Staten Totaal Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens CBF. (1) Met een sterke buitenlandse participatie of meerderheid Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België 2002 Dochterondernemingen (1) Bijkantoren Totaal buitenlandse banken Aantal banken In % van het totaal aantal banken 26 % 41 % 67 % Aandeel in de balans 16 % 4 % 20 % Aandeel in de cliëntendeposito's 15 % 3 % 18 % Aandeel in de cliëntenvorderingen 17 % 3 % 20 % Bron : CBF. (1) Banken naar Belgisch recht met buitenlandse meerderheid. 90 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

93 Internationale aanwezigheid Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening A. Belgische banken aangemeld in een ander EER-land, einde 2002 Land van VVD Aantal Belgische banken waarvan met depositowerving (1) Totaal voor EER (2) Spreiding per land Frankrijk Nederland Luxemburg 15 8 Duitsland 14 9 Verenigd Koninkrijk 8 5 Italië 7 6 Spanje 6 3 Ierland 5 2 Denemarken 4 3 Portugal 4 2 Finland 3 2 Griekenland 3 2 Oostenrijk 3 2 Zweden 3 2 IJsland 1 1 Liechtenstein 1 1 Noorwegen 1 1 B. Europese banken aangemeld in België, einde 2002 Land van oorsprong Aantal Europese banken waarvan met depositowerving (1) Totaal 420 (3) 285 wv. Verenigd Koninkrijk Frankrijk Nederland (4) Luxemburg Duitsland Ierland Overige EER-landen Bron : BVB-berekeningen op gegevens CBF. (1) Deposito's of andere terugbetaalbare fondsen. (2) De Europese Economische Ruimte (EER) omvat naast de 15 EU-landen ook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Belgische banken die zich in twee of meer EER-landen hebben aangemeld, zijn in dit totaal slechts eenmaal opgenomen. (3) Einde 1994 : 145; einde 1995 : 168; einde 1996 : 205; einde 1997 : 245; einde 1998 : 273; einde 1999 : 304; einde 2000 : 345; einde 2001 : 388. (4) De kredietinstellingen die aangesloten zijn bij de Rabobank en die het VVD in België hebben aangevraagd, worden elk afzonderlijk geteld. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 91

94 Internationale aanwezigheid Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen (1) (einde 2002) (2) Landen Aantal buitenlandse banken Totaal aantal banken Deel van de buitenlandse banken in het totaal (%) Verenigd Koninkrijk Frankrijk Luxemburg Zwitserland Duitsland Italië Spanje België Nederland Ierland Zweden Griekenland Portugal Denemarken Finland Bron : BVB-berekeningen op gegevens uit verscheidene landelijke en internationale publicaties. (1) Voor elk land het aantal dochtermaatschappijen en bankbijkantoren van buitenlandse oorsprong. Banken in de zin van de tweede Europese bankenrichtlijn. (2) Of laatste beschikbare gegevens. 92 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

95 Activiteit op de financiële markten in euro Bruto-uitgiften van effecten (1) in euro, volgens de emittent (in miljarden EUR) Verdeling naar economische sector Geografische verdeling Jaar Monetaire financiële instellingen Overheden (2) Totaal Ingezetenen eurogebied Andere financiële ondernemingen Nietfinanciële ondernemingen Nietingezetenen eurogebied A. Kortlopende effecten ,6 73,8 438,1 516, , ,6 111, ,6 98,3 634,4 455, , ,3 176, ,0 111,1 837,6 519, , ,6 176, ,9 137,9 734,3 655, , ,0 207,2 B. Langlopende effecten ,1 191,1 79,4 651, , ,9 206, ,7 191,5 96,6 557, , ,6 216, ,6 277,4 141,8 604, , ,4 272, ,5 274,0 83,0 702, , ,2 231,5 C. Totale uitgiften ,7 264,9 517, , , ,5 318, ,3 289,8 731, , , ,9 392, ,6 388,5 979, , , ,0 448, ,4 411,9 817, , , ,2 438,7 Bron : BVB-berekeningen op gegevens ECB. (1) Met uitzondering van aandelen. (2) Inclusief internationale organisaties. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 93

96 Activiteit op de financiële markten in euro Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en nettouitgiften (1) Uitstaande bedragen einde 2002 In miljarden EUR In % van het totaal uitstaand bedrag In miljarden EUR Netto-uitgiften in 2002 In % van de totale uitgiften A. Geldmarktinstrumenten In euro 170,6 40,8 29,9 - In US dollar 138,4 33,1-18,3 - In overige munten 108,7 26,0-9,9 - Totaal 417,7 100,0 1,7 - B. Obligaties en andere schuldtitels op méér dan één jaar In euro 3.132,5 37,4 524,1 48,5 In US dollar 3.872,0 46,2 472,8 43,7 In overige munten 1.368,5 16,3 84,4 7,8 Totaal 8.373,0 100, ,3 100,0 C. Totaal In euro 3.303,1 37,6 554,0 51,2 In US dollar 4.010,4 45,6 454,5 42,0 In overige munten 1.477,2 16,8 74,5 6,9 Totaal 8.790,7 100, ,0 100,0 Bron : BVB-berekeningen op BIB-gegevens. (1) De gegevens werden omgezet van USD naar EUR op basis van de wisselkoers EUR/USD einde 2002 voor de uitstaande bedragen en op basis van de gemiddelde wisselkoers EUR/USD in 2002 voor de netto-uitgiften. 94 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

97 10. Betalingsverkeer Betaalinstrumenten Overschrijvingen via automatische weg, indeling naar aard Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Betaalterminals Banksys Biljettenverdelers Banksys Proton-verrichtingen - aantal kaarten Proton-verrichtingen - aantal betaalterminals Proton-verrichtingen - aantal laadbeurten Geldafhalingen aan bankautomaten Klassieke betalingsverrichtingen in Raming van het gebruik van betaalinstrumenten in België Verrichtingen door Belgen in het buitenland Gebruik van betaalinstrumenten - Internationale vergelijking voor Interbancaire verrekening Aantal verrichtingen Elektronisch debet Elektronisch credit Invorderingen via DOM' CEMUC-systeem ELLIPS ELLIPS : vergelijking 1999/2000/2001/ TARGET : daggemiddelden van de betalingen van België TARGET : relatief aandeel van de Europese landen TARGET : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen S.W.I.F.T Verloop van het aantal uitgewisselde berichten 109 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 95

98 Betaalinstrumenten Overschrijvingen via automatische weg, indeling naar aard Betalingsverrichtingen Totaal aantal (in miljoenen) In % van het totaal Gemiddeld bedrag per verrichting (1) (in EUR) Overschrijvingen overwegend gebruikt door particulieren 84,8 102,2 32,7% 37,5% - via phone-banking 16,7 (2) 17,3 (2) 6,4% 6,3% via self-banking 41,2 48,5 15,9% 17,8% via PC-banking en/of Internet 26,9 36,5 10,4% 13,4% Overschrijvingen overwegend gebruikt door bedrijven 174,5 170,3 67,3% 62,5% - via magnetische drager 81,0 (3) 79,8 31,2% 29,3% via Telecom rechtstreeks 23,8 (3) 25,0 9,2% 9,2% via Telecom via Isabel 69,6 (3) 65,5 26,8% 24,0% n.b. Algemeen totaal overschrijvingen via automatische weg 259,3 272,5 100,0% 100,0% (3) n.b. Bron : Resultaten van een BVB-enquête bij de leden. (1) Berekend op het aantal banken die zowel aantal als bedrag ingevuld hebben. (2) BVB-enquête bij de leden aangevuld met gegevens uit een andere enquête over phone-banking. (3) Gebaseerd op de beschikbare antwoorden. Sommige banken konden niet alle onderdelen van de enquête invullen Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Aantal betaalkaarten (1) (in duizenden) Eurochequegarantiekaart (6) - (6) Bancontact/Mister Cash (2) Kredietkaarten (3) Proton (4) Maestro (5) Bron : BVB-berekeningen op gegevens Banksys, Europay Belgium, Visa Belgium. (1) Een zelfde kaart kan verscheidene functies hebben en kan dan ook in verscheidene rubrieken voorkomen. (2) Debetkaarten. (3) Visa, Eurocard/MasterCard. Voor 1995, Amex- en Diners Club-kaarten inbegrepen. (4) Sedert 1998 zijn de meeste Bancontact/Mister Cash-kaarten uitgerust met de Proton-functie. (5) Kaarten met Maestro-functie. (6) Afschaffing van de eurochequegarantie op 31 december Met het oog op deze afschaffing zijn de garantiekaarten in de loop van 2001 geleidelijk uit omloop genomen. 96 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

99 Betaalinstrumenten Betaalterminals Banksys (1) - betalingen Bancontact - Mister Cash Einde jaar Aantal verkooppunten (eenheden) Verrichtingen Omzet (2) Aantal (x 1000) % totaal POS Bedrag (miljoen EUR) % totaal POS Aantal verrichtingen per verkooppunt en per dag (eenheden) Gemiddeld bedrag per verrichting (EUR) A. Pompstations ,0 n.b. n.b. 0,5 n.b , ,6 24,2 23, , ,6 39,6 22, (3) , ,6 58,3 25, (3) , ,0 85,0 32, (3) , ,5 90,4 31, (3) , ,0 98,9 30,71 B. Warenhuizen n.b , ,2 n.b. 51, , ,5 66,5 55, (4) , ,8 74,8 59, (4) , ,7 144,5 52, (4) , ,8 118,7 51, (4) , ,1 130,3 49,16 C. Kleinhandel n.b ,8 13 3,2 n.b. 104, (5) , ,9 2,1 68, (5) , ,6 2,5 77, (5) , ,3 4,8 64, (5) , ,7 4,9 64, (5) , ,9 5,5 65,04 D. Totaal ,0 n.b. n.b. 5,0 n.b , ,0 11,0 26, , ,0 9,2 38, , ,0 11,4 49, , ,0 17,0 50, , ,0 17,1 49, , ,0 19,0 49,09 Bron : BVB-berekeningen op gegevens Banksys en UCV. (1) Betaalterminals (ook POS : Point of Sale terminals genoemd) tot medio 1989 van de Mister Cash- en Bancontactnetten, later Banksys, waaraan haast alle banken (in ruime zin) deelnemen. (2) Totaal bedrag gedebiteerd via verkooppuntterminals. (3) Aantal tankstations, wat overeenkomt met transactiepunten in 2002, transactiepunten in 2001, transactiepunten in 2000 en transactiepunten in (4) Voor 2002, toegeruste warenhuizen, wat overeenkomt met kassa's. In 2001 waren die cijfers resp en kassa's, in 2000 resp en kassa's (in 1995 resp en kassa's). (5) Niet inbegrepen betaalterminals alleen voor kredietkaarten. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 97

100 Betaalinstrumenten Biljettenverdelers Banksys (1) Einde jaar Aantal toestellen (eenheden) Aantal opnemingen (x 1000) Totaal opgenomen bedrag (miljoenen EUR) Gemiddeld bedrag per opneming (EUR) Gemiddeld aantal opnemingen per toestel en per dag (eenheden) ,42 46, ,08 136, ,11 237, ,85 236, (2) ,10 199, (2) ,77 207, (2) ,50 219,1 Bron : BVB-berekeningen op gegevens Banksys. (1) Automated Teller Machines (ATM), tot medio 1989 behorend tot de Mister Cash- en Bancontact-netten, later Banksys, waaraan haast alle banken (in ruime zin) deelnemen. (2) Alle Postomat-terminals zijn in de loop van het jaar 2000 opgenomen in het Banksys-netwerk. 98 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

101 Proton-verrichtingen - aantal kaarten (1) Einde jaar Aantal kaarten Aantal betalingen per jaar Aantal betalingen per kaart , , , , (2) , (2) , ,6 Bron : BVB-berekeningen op enquêtegegevens; gegevens Banksys en De Post. (1) Voor 1996 en 1997, enkel de (afzonderlijke) actieve kaarten. Vanaf 1998 werden de meeste Bancontact/Mister Cash - debetkaarten voorzien van de Proton-functie. (2) Herziening van de cijfers vanaf Proton-verrichtingen - aantal betaalterminals Einde jaar Aantal betaalterminals Aantal betalingen Totaal bedrag betalingen ( x 1000 EUR) Gemiddeld bedrag per betaling (EUR) , , , , , , ,54 Bron : Banksys Proton-verrichtingen - aantal laadbeurten (1) Einde jaar Aantal laadterminals Aantal laadbeurten Totaal opgeladen bedrag ( x 1000 EUR) Gemiddeld bedrag per laadbeurt (EUR) , , , , , , ,80 Bron : BVB-berekeningen op enquêtegegevens; gegevens Banksys. (1) De cijfers slaan op het net Bancontact / Mister Cash, maar ook op laadbeurten via self-banking, telefoon, internet. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 99

102 Betaalinstrumenten Geldafhalingen aan bankautomaten Einde jaar Aantal toestellen Aantal geldafhalingen (in miljoenen) Totaal opgenomen bedrag (miljoenen EUR) Banksys , , , , (1) , , (1) , , , ,0 Self-banking units , ,5 (privatieve ATM's) , , , , , , n.b. n.b. Postomat (1) ,1 421, ,8 622,0 Totaal , , , , , , , , n.b. n.b. Bron : BVB-berekeningen op enquêtegegevens; gegevens Banksys en De Post. (1) Postomat : alle Postomat-terminals zijn in de loop van het jaar 2000 opgenomen in het Banksys-netwerk Klassieke betalingsverrichtingen (1) in Totaal aantal (in miljoenen en in %) (2) Gemiddeld bedrag per verrichting (in EUR) (3) Gedebiteerde gewone cheques 59,4 48, waarvan eurocheques in BEF of in EUR (uitgegeven in België) (60 %) (52 %) (1.289) (1.950) - waarvan cheques in BEF of in EUR, andere dan eurocheques (38 %) (47 %) (1.386) (1.887) (uitgegeven in België) - waarvan eurocheques (uitgegeven in het buitenland) (2 %) (1 %) (175) (202) Uitgevoerde overschrijvingen 619,4 622, n.b. - waarvan op een andere drager dan papier (61 %) (61 %) (1.721) (n.b.) Debiteringen via DOM'80 op grond van een domiciliëringsopdracht 176,4 176, Bron : Resultaten van een BVB-enquête bij de leden. (1) Zowel inter- als intrabancair betalingsverkeer vanuit cliëntenrekeningen. De cliënten-rekeninghouders zijn vnl. particulieren, zelfstandigen en niet-financiële ondernemingen. (2) Extrapolatie voor België, op basis van een BVB-enquête bij de leden (de antwoorden vertegenwoordigen in 2000 tussen 87,4 en 90,0 % en in 2001 tussen 88,3 en 92,9 % van het UCV-verkeer). (3) Gebaseerd op de beschikbare antwoorden. Sommige banken konden niet alle onderdelen van de enquête invullen. 100 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

103 Betaalinstrumenten Raming van het gebruik van betaalinstrumenten (1) in België Relatief aandeel in 2001 (in %) A. Aantal verrichtingen (in miljoenen) Overschrijvingen (2) - op papier 5,2 0,0 0,0 0,0 - elektronisch (3) 506,6 656,8 752,4 47,8 Cheques en gelijkgestelde (4) 193,8 70,7 60,0 3,8 Domiciliëringen 73,2 166,2 176,8 11,2 Debetkaarten, kredietkaarten en privatieve kaarten (5) 119,3 462,0 523,4 33,3 Electronic money - 51,3 60,5 3,9 Totaal 898, , ,1 100,0 B. Bedragen (in miljoenen EUR) Overschrijvingen (2) - op papier ,0 - elektronisch (3) ,9 Cheques en gelijkgestelde (4) ,6 Domiciliëringen ,3 Debet-, kredietkaarten en privatieve kaarten (5) ,2 Electronic money ,0 Totaal ,0 Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens UCV, NBB, BIB. (1) Alle gebruikers (particulieren, bedrijven) samen. Sommige instrumenten (contanten, handelswissels, ATM-afhalingen) worden buiten beschouwing gelaten. Relatief aandeel van contanten in de geldvoorraad : 10,3% ('01) versus 16,7% ('00). Banken in ruime zin, Postcheque. (2) Overschrijvingen en gelijkgestelde, inclusief Postcheque-stortingen. Het onderscheid papier/elektronisch heeft betrekking op de wijze waarop de overschrijvingen op interbancair niveau worden uitgewisseld. Voor de wijze waarop de overschrijvingen worden afgegeven door de cliënt, zie tabel B. (3) Per magnetische drager of via telecommunicatie. (4) Cheques en postassignaties. (5) Bancontact- en Mister Cash-kaarten (uitsluitend POS-verrichtingen) en privatieve kaarten (distributiesector, alsook bij Banksys en Eurocard/MasterCard 'geaffilieerde' bedrijven). Kredietkaarten : Eurocard/MasterCard, Visa, American Express en Diners Club (inclusief ten dele gegevens m.b.t. het Groothertogdom Luxemburg). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 101

104 Betaalinstrumenten Verrichtingen door Belgen in het buitenland Jaar Betalingen met Eurocheques Elektronische geldafhalingen (1) A. Aantal verrichtingen (in duizenden en in % van het totaal) Betalingen met kredietkaarten (2) Betalingen met Maestro (4) ,1% 63 1,0% ,9% ,8% 116 1,6% ,6% ,4% 342 3,0% ,6% ,2% ,3% ,5% ,7% ,8% (3) 74,5% 985 3,0% ,5% ,6% (3) 72,6% ,3% (5) ,2% (3) 68,9% ,9% B. Bedragen (in miljoenen EUR en in % van het totaal) ,1 n.b. n.b. n.b. 404,1 n.b ,7 45,2% 14,9 (2) 1,5% 523,1 53,3% ,9 32,8% 37,2 (2) 2,9% 830,4 64,3% ,0 14,1% 208,2 9,8% 1.613,8 76,1% ,8 4,9% 795,0 25,5% 2.098,7 (3) 67,4% 67,6 2,2% ,3 3,0% 899,0 26,9% 2.218,4 (3) 66,3% 125,2 3,8% (5) 1.047,1 29,3% 2.274,9 (3) 63,7% 248,9 7,0% Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB, Europay Belgium en Visa Belgium. (1) Geldafhalingen met Eurochequegarantiekaart en met bepaalde kredietkaarten. (2) Visa, Eurocard, American Express en Diners Club. (3) Uitsluitend betalingen met Visa en Eurocard/MasterCard. (4) Kaarten met Maestro-functie beschikbaar vanaf (5) Afschaffing van de eurochequegarantie op 31 december Gebruik van betaalinstrumenten (1) - Internationale vergelijking voor 2001 (in % van het totaal aantal transacties) Land Overschrijvingen en gelijkgestelde (2) Cheques en gelijkgestelde (3) Domiciliëringen Debet-, krediet- en privatieve kaarten Elektronische portemonnee België 47,8 3,8 11,2 33,3 3,8 Duitsland 49,8 2,3 36,4 11,3 0,2 Frankrijk 17,8 35,4 16,8 30,0 n.b. Nederland 38,2 0,2 28,2 32,4 1,0 Verenigd Koninkrijk 17,7 23,5 19,7 39,0 n.b. Verenigde Staten 5,0 53,5 3,1 38,2 n.b. Bron : BVB-berekeningen op gegevens BIB, ECB en NBB. (1) Sommige instrumenten (contanten, handelswissels, ATM-afhalingen) worden buiten beschouwing gelaten. (2) Elektronische overschrijvingen (per magnetische drager of via telecommunicatie) en overschrijvingen op papier. (3) Inclusief postcheques voor Frankrijk en België; inclusief 'traveler's checks' en 'government checks' voor de Verenigde Staten. 102 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

105 Interbancaire verrekening Verrekening (1) : aantal verrichtingen (in miljoenen) A. Via het UCV verrekende verrichtingen (2) Jaar DOM'80 (5) Elektronisch debet (3) Elektronisch credit (4) (7) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (6) Nietfinanciële berichten (8) Effecten Financiële berichten (9) Totaal UCV ,7 0, , ,0 185,3 22,6 0, , ,7 417,2 69,4 0,6 1, , ,9 534,9 98,9 1,1 3,7 1,2 1,5 885, ,6 572,2 102,0 1,0 3,9 1,0 1,3 919, ,4 611,4 99,1 1,4 4,1 0,9 1,2 985,4 B. Totaal verrekende stukken Jaar Totaal UCV % UCV t.o.v. totaal verrekende stukken Totaal verrekende stukken ,3 12,0 144, ,1 87,0 410, ,2 98,3 840, ,2 99,5 889, ,0 99,6 922, ,4 99,8 987,2 Bron : BVB-berekeningen op gegevens UCV en Verrekenkamer. (1) Banken in ruime zin, Postcheque. (2) UitwisselingsCentrum en Verrekening : automatisch verwerkte stukken. (3) In België uitgegeven cheques, maar ook cheques in deviezen, ATM/POS-afhalingen (incl. Proton-laadbeurten), factuurcheques. (4) Voornamelijk overschrijvingen, maar ook doorlopende en halfdoorlopende opdrachten, overschrijvingen met gestructureerde mededeling, aanvragen voor postassignaties, stortingen. (5) Sedert 1980, automatische verwerking van domiciliëringen via het UCV. (6) Toepassing 'onbetaalde domiciliëringen' sedert september (7) Sinds 1990, incl. de verrichtingen via de toepassing 'Belangrijke overschrijvingen'. (8) Toepassing actief sedert 2 juni (9) Toepassingen actief sedert 17 september aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 103

106 Interbancaire verrekening Verrekening (1) : elektronisch debet (2) A. Algemeen verloop Jaar Aantal toegetreden instellingen Aantal verrichtingen (in miljoenen) (5) Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) 1975 (3) 9 16, , , , , (6) , (7) , , B. Aard van de verrekende verrichtingen : procentuele verdeling van het aantal verrichtingen Jaar Genormaliseerde cheques (in BEF of in EUR) Eurocheques in deviezen ATM/POSdebiteringen (5) Varia 1978 (4) 97,3 1,9 0,5 0, ,4 2,8 8,8 3, ,9 1,6 32,1 2, ,1 1,0 55,8 2, ,0 0,5 76,3 3, ,3 0,3 81,6 3, ,7 0,2 82,2 5, ,9 (8) 0,0 87,5 7,6 Bron : BVB-berekeningen op gegevens UCV. (1) Banken in ruime zin, Postcheque. (2) In België uitgegeven cheques, cheques in deviezen, ATM/POS-afhalingen (incl. Protonlaadbeurten), factuurcheques. Onbetaalde cheques niet inbegrepen. (3) Sedert december (4) Niet beschikbaar vóór (5) Vanaf 1996, incl. Proton-laadbeurten. (6) De forse daling van het aantal verrichtingen is te verklaren door de afname van de via het UCV uitgewisselde cheques (-14,1%) en de opmars van de rechtstreekse verwerking van ATM/POSverrichtingen buiten het UCV om. (7) Daling van de via het UCV uitgewisselde checques : -19% tussen 2000 en (8) Sterke daling van de cheques door de afschaffing van de eurochequegarantie. 104 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

107 Interbancaire verrekening Verrekening (1) : elektronisch credit A. Algemeen verloop (2) Jaar Aantal toegetreden instellingen Aantal verrichtingen (in miljoenen) Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) 1975 (3) 10 9, , , , (4) , (4) , (8) 2001 (4) , (8) 2002 (4) , (8) B. Aard van de verrekende verrichtingen : procentuele verdeling van het aantal verrichtingen (5) Jaar Papieren overschrijvingen (6) (Half)doorlopende opdrachten (6) Stortingen (6) Elektronisch ontvangen opdrachten (6) (7) ATM/POScrediteringen (9) Overige (10) ,3 13,0-15,8 5,3 1, ,1 9,4 2,4 20,8 1,0 4, ,1 7,5 6,6 24,8 5,5 1, ,0 6,7 4,7 27,3 13,7 0, ,6 5,1 3,1 32,8 22,7 0, ,4 5,0 2,1 33,7 24,1 0, ,1 4,9 1,5 34,0 27,1 0,4 Bron : BVB-berekeningen op gegevens UCV. (1) Banken in ruime zin, Postcheque. (2) Voornamelijk overschrijvingen, maar ook doorlopende en halfdoorlopende opdrachten, overschrijvingen met gestructureerde mededeling, aanvragen voor postassignaties, stortingen. Zowel UCV-toepassing Overschrijvingen' als 'Dringende of belangrijke overschrijvingen'. (3) Sedert oktober (4) In 2002 waren er 'belangrijke overschrijvingen' voor een bedrag van 83,1 miljard EUR (in 2001, 'belangrijke overschrijvingen' voor 89,6 miljard EUR en, in 1995, 'belangrijke overschrijvingen' voor 345 miljard EUR). (5) Enkel UCV-toepassing 'Overschrijvingen'. (6) Zowel OGM als OVM. (7) Opdrachten die de bank op elektronische wijze van haar cliënt-opdrachtgever ontvangt. (8) Deze vermindering is te verklaren doordat op 24 september 1996 het ELLIPS-systeem van start ging (zie tabel 10.15). (9) Vanaf 1996, incl. Proton-betalingen. (10) Incl. interbancaire overschrijvingen en betalingen met een buitenlands karakter (binnenlands en grensoverschrijdend). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 105

108 Interbancaire verrekening Verrekening : invorderingen via DOM'80 (1) Aantal Jaar toege- (2) treden instellingen Aantal schuldeisers (3) Aantal verrekende verrichtingen (in duizenden) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (4) Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (4) n.b ,4 17, ,5 42, ,8 104,1 171, ,8 148,7 381, ,6 343,2 756, ,4 360,6 883, (5) ,2 363,8 847,5 Bron : BVB-berekeningen op gegevens UCV. (1) Banken in ruime zin, Postcheque. DOM'80 : automatisch incasso van gedomicilieerde facturen. (2) Met de toepassing DOM'80 werd gestart op 15 september (3) Aantal schuldeisers die de inning van hun schuldvorderingen domiciliëren bij een financiële instelling. (4) Toepassing (onbetaalde domiciliëringen) sedert september (5) Situatie per 15/4/ CEMUC-systeem (1) (daggemiddelden) Jaar (Diverse) creditverrichtingen Cheques en diverse debiteringen Postassignaties en -wissels Onbetaald (cheques/ domiciliëringen) Totaal A. Aantal verrichtingen 1997 (2) (3) B. Bedrag (in miljoenen EUR) 1997 (2) 2,5 505,7 7,4 2,5 518, ,5 468,5 5,0 2,5 476, ,2 440,4 4,9 3,7 449, ,2 417,7 4,1 1,5 423, ,4 353,8 3,9 1,8 359, ,3 301,5 - (3) 1,4 303,2 Bron : NBB, UCV. (1) CEMUC staat voor Centre d'echange Manuel/Manueel UitwisselingsCentrum, een in het kader van de Verrekenkamer georganiseerd postbussysteem waarin verrichtingen worden uitgewisseld die niet zijn geautomatiseerd (UCV of ELLIPS). Het CEMUC ging van start in juni In het manuele circuit blijft nog maar een beperkt aantal verrichtingen over, vnl. cheques voor een bedrag van meer dan EUR (vanaf 1/1/ EUR) en postassignaties. (2) Periode van 1/6/97 tot 31/12/97. (3) Afschaffing van de interbancaire verwerking van postassignaties. 106 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

109 Interbancaire verrekening ELLIPS (1) (daggemiddelden) Jaar Cliëntentransfers (aantal) Cliëntentransfers (%) Interbancaire transfers (aantal) Interbancaire transfers (%) Totaal (aantal) , , , , , , , , , , , , , , Jaar Cliëntentransfers (bedrag mln EUR) Cliëntentransfers (%) Interbancaire transfers (bedrag mln EUR) Interbancaire transfers (%) Totaal (bedrag mln EUR) ,1 12, ,4 87, , ,7 13, ,7 86, , ,0 13, ,2 86, , ,3 7, ,3 92, , ,5 7, ,9 92, , ,8 9, ,0 90, , ,4 9, ,6 90, ,0 Bron : NBB. (1) Het ELLIPS-systeem (Electronic Large Interbank Payment System) ging van start op 24 september ELLIPS : vergelijking 1999/2000/2001/2002 Daggemiddelden Jaar Nationaal Internationaal Totaal Aantal Bedragen (1) Aantal Bedragen (1) Aantal Bedragen (1) , , , , , , , , , , , , , ,51 Evolutie ,14 % -10,31 % 42,31 % 20,16 % 22,31 % 13,76 % Evolutie ,06 % 15,60 % 12,62 % 12,57 % 5,53 % 13,06 % Evolutie ,15 % -7,52 % 2,50 % -7,19 % -0,26 % -7,24 % Bron : NBB. (1) In miljarden EUR. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 107

110 Interbancaire verrekening TARGET : daggemiddelden van de betalingen van België (1) Jaar Betalingen uit België % van België in totaal Totaal Target Betalingen naar België % in België in totaal A. Aantal , , , , , , , ,59 B. Bedrag (in miljarden EUR) ,6 8,47 361,4 30,5 8, ,6 8,25 431,5 35,6 8, ,1 7,92 506,3 40,1 7, ,2 7,67 485,2 37,2 7,67 Bron : NBB, ECB. (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer TARGET : relatief aandeel van de Europese landen 2002 Aantal % Bedragen (in miljarden EUR) % België , ,67 Denemarken , ,51 Duitsland , ,65 Finland , ,02 Frankrijk , ,21 Griekenland , ,02 Ierland , ,45 Italië , ,11 Luxemburg , ,58 Nederland , ,28 Oostenrijk , ,99 Portugal , ,85 Spanje , ,67 Verenigd Koninkrijk , ,50 Zweden , ,12 EU (1) , ,37 Totaal , ,00 Bron : NBB, ECB. (1) Europese Unie (EU) van 15 landen. Eigen betalingen van de ECB. 108 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

111 Interbancaire verrekening / S.W.I.F.T TARGET : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen 2002 Betalingen uit België naar het buitenland Betalingen uit het buitenland naar België Aantal Bedragen Aantal Bedragen Duitsland 31,87% 29,35% 36,51% 38,31% Finland 0,47% 0,61% 0,46% 0,53% Frankrijk 13,89% 17,47% 16,40% 17,26% Griekenland 1,04% 1,00% 1,82% 1,15% Ierland 1,26% 1,03% 1,37% 1,01% Italië 9,48% 6,81% 8,54% 7,26% Luxemburg 5,89% 4,35% 3,68% 3,96% Nederland 12,16% 11,92% 7,52% 11,00% Oostenrijk 3,67% 1,40% 2,11% 1,33% Portugal 1,73% 0,86% 1,35% 0,82% Spanje 4,41% 3,59% 2,62% 3,51% EU (1) 0,15% 2,21% 0,22% 1,53% Totaal landen in Eurozone 86,03% 80,62% 82,60% 87,67% Denemarken 0,75% 1,37% 0,51% 1,15% Verenigd Koninkrijk 12,61% 17,56% 16,68% 10,89% Zweden 0,61% 0,45% 0,21% 0,29% Totaal andere EU-landen 13,97% 19,38% 17,40% 12,33% Totaal 100,00% 100,00% 100,00% 100,00% Bron : NBB, ECB. (1) Europese Unie (EU) van 15 landen. Eigen betalingen van de ECB S.W.I.F.T. (1) : verloop van het aantal uitgewisselde berichten Einde jaar Gemiddelde/dag voor België (2) (3) Gemiddelde/dag voor heel het net (4) Bron : BVB-berekeningen op gegevens S.W.I.F.T. (1) Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication : internationaal net voor het verzenden van financiële gegevens tussen banken. (2) Aantal verzonden berichten. (3) 87 Belgische gebruikers (maart 2003). (4) actieve gebruikers uit 199 landen (maart 2003). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 109

112 110 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

113 11. Bancarisatie Evolutie van het totaal aantal rekeningen bij de banken Aantal rekeningen bij de banken - Overzicht volgens het type van bankrekening Gemiddelde bedrag per bankrekening Belang van de grote banken in het totaal aantal bankrekeningen Verdeling van de bankrekeningen naar munt en geografische oorsprong Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in EUR Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in deviezen Samenstelling van de totale geldvoorraad in het eurogebied Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 111

114 Bancarisatie Evolutie van het totaal aantal rekeningen bij de banken (1) (in duizenden) Einde jaar Aantal (2) (2) (2) Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. (1) Ramingen (op territoriale basis). Zie tabel voor een indeling volgens type bankrekening. (2) Herziening van de vroeger gepubliceerde cijfers op basis van een vollediger staal Aantal rekeningen bij de banken - overzicht volgens het type van bankrekening (1) (in duizenden) Einde 2001 EUR DEV Totaal Zichtrekeningen (2) wv. met creditsaldo wv. met debetsaldo Termijnrekeningen (2) Gereglementeerde spaarrekeningen Totaal Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. (1) Ramingen. (2) Hierin zijn eveneens inbegrepen de niet-gereglementeerde spaarrekeningen die, al naar gelang hun kenmerken, als zichtrekeningen of termijnrekeningen worden beschouwd Gemiddelde bedrag per bankrekening (in duizenden EUR) Einde 2001 vork (3) : van - tot Zichtrekening (1) (2) met creditsaldo EUR 5 7 DEV Termijnrekening (1) EUR DEV Gereglementeerde spaarrekening EUR 5 8 Bron : BVB-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. (1) Zie noot (2), tabel (2) Dit gemiddelde bedrag is echter niet representatief voor het gemiddeld uitstaand bedrag op de zichtrekening van de doorsnee consument (mogelijke invloed onder meer van de rekeningen van zelfstandigen en uitoefenaars van vrije beroepen, van de rekeningen van niet-ingezetenen; bovendien gaat het niet om een gemiddeld uitstaand bedrag, maar om een gemiddeld bedrag dat wordt opgemaakt op het einde van de maand en zelfs op het einde van het jaar). (3) De uitersten van de vork geven het gemiddeld bedrag aan dat bekomen wordt door respectievelijk enerzijds met inbegrip van en anderzijds zonder de grootbanken te rekenen. 112 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

115 Bancarisatie Belang van de grote banken (1) in het totaal aantal bankrekeningen Einde 2001 in % Zichtrekeningen met creditsaldo 68,9 Zichtrekeningen met debetsaldo 77,8 Termijnrekeningen 84,8 Gereglementeerde spaarrekeningen 73,3 Totaal aantal rekeningen 72,8 Bron : BVB-berekeningen. (1) Conform aan de gedetailleerde boekhoudstaten : Artesia Bank (Bacob Bank niet inbegrepen), ING België (voorheen BBL), Dexia Bank België, Fortis Bank en KBC Bank Verdeling van de bankrekeningen naar munt en geografische oorsprong (1) (aandeel in %) Aantal rekeningen Munt Geografische oorsprong einde 2001 EUR DEV Ingezetenen Niet-ingezetenen Zichtrekeningen 97,4 2,6 96,0 4,0 wv. met creditsaldo 98,2 1,8 96,0 4,0 wv. met debetsaldo 93,9 6,1 95,6 4,4 Termijnrekeningen 95,4 4,6 85,9 14,1 Gereglementeerde spaarrekeningen 100,0 0,0 98,2 1,8 Totaal 98,8 1,2 96,7 3,3 Bron: BVB (enkel leden). (1) Resultaten op basis van 73 banken die tussen de 88,2 en 96,1 % uitmaken van de sector volgens het volume aan cliëntendeposito's. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 113

116 Bancarisatie Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in EUR (1) (aandeel in %) Aantal rekeningen einde 2001 Openbare besturen Financiële ondernemingen Niet-financiële ondernemingen Huishoudens Totaal Zichtrekeningen 0,5 3,6 8,6 87,3 100 wv. met creditsaldo 0,5 4,3 5,9 89,3 100 wv. met debetsaldo 0,4 0,4 21,8 77,4 100 Termijnrekeningen 0,4 0,5 6,9 92,3 100 Gereglementeerde spaarrekeningen 0,1 0,1 4,3 95,5 100 Totaal 0,2 1,5 6,1 92,2 100 Bron : BVB (enkel leden). (1) Resultaten op basis van 73 banken die tussen de 88,2 en 96,1 % uitmaken van de sector volgens het volume aan cliëntendeposito's Verdeling van de bankrekeningen naar economische sectoren : ingezetenen in deviezen (1) (aandeel in %) Aantal rekeningen einde 2001 Openbare besturen Financiële ondernemingen Niet-financiële ondernemingen Huishoudens Totaal Zichtrekeningen 0,0 1,7 8,3 90,0 100 wv. met creditsaldo 0,1 2,8 12,2 85,0 100 wv. met debetsaldo 0,0 0,4 3,7 95,9 100 Termijnrekeningen 0,1 2,6 8,2 89,1 100 Totaal 0,1 1,7 7,9 90,4 100 Bron : BVB-berekeningen (enkel leden). (1) Resultaten op basis van 73 banken die tussen de 88,2 en 96,1 % uitmaken van de sector volgens het volume aan cliëntendeposito's. 114 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

117 Bancarisatie Samenstelling van de totale geldvoorraad (1) in het eurogebied (2) Einde jaar Chartale geldomloop (in miljarden EUR) Girale deposito's (in miljarden EUR) Totale geldvoorraad (in miljarden EUR) Girale deposito's in de totale geldvoorraad (in %) , , ,3 80, , , ,7 81, , , ,4 82, , , ,1 83, , , ,1 89, , , ,1 85,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens ECB. (1) De geldvoorraad wordt gedefinieerd als het (enge) monetaire aggregaat M1, d.i. de chartale geldomloop plus de door ingezetenen bij de gelduitgevende instellingen aangehouden girale deposito's. De referentiewaarde voor de monetaire groei die de ECB o.m. regelmatig in de pers ter sprake brengt, betreft het ruimere monetaire aggregaat M3. (2) Het eurogebied omvat de lidstaten waar de euro als gemeenschappelijke munteenheid werd aangenomen en waar, onder de verantwoordelijkheid van de ECB, een gemeenschappelijk monetair beleid wordt gevoerd Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied (1) (girale deposito s in % van de totale geldvoorraad (2), einde 2002 (3)) Verenigd Koninkrijk 94,0 Eurogebied 85,9 Canada 84,7 Japan 79,5 Zwitserland 78,1 Verenigde Staten 62,5 Bron : BVB-berekeningen op gegevens IMF; behalve voor het eurogebied : ECB, en voor het Verenigd Koninkrijk : Bank of England. (1) Zie tabel 11.7, noot (2). (2) Zie tabel 11.7, noot (1). (3) Of laatste beschikbare gegevens. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 115

118 116 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

119 12. Rendabiliteit, solvabiliteit, productiviteit (*) Rendabiliteit Resultaten van de banken Oorsprong van de ontvangsten van de banken Aanwending van de ontvangsten van de banken Fiscale en parafiscale lasten van de banken Rendabiliteitsratio's van de banken Rendabiliteitsspreiding van de banken in Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie Internationale vergelijking van de bankresultaten Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten Internationale vergelijking van het resultaat van de banken Solvabiliteit Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit Productiviteit Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de bankproductiviteit (*) De analyse van de resultaten van de banken is voortaan gebaseerd op de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten en heeft betrekking op de kalenderjaren. In het 'Statistisch vademecum van de banksector ', Aspecten en Documenten, nr. 179, werd een historisch overzicht gepubliceerd met de resultaten van de banken. Zie ook 'De resultaten van de banken in 2001, Aspecten en Documenten, nr. 216, voor een commentaar bij de jongste ontwikkelingen inzake rendabiliteit voor de banksector. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 117

120 Rendabiliteit Resultaten van de banken (1) (in miljoenen EUR) Alle banken Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Banken naar Belgisch recht Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Banken naar buitenlands recht Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Bron : BVB. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's. 118 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

121 Rendabiliteit Oorsprong van de ontvangsten van de banken (1) Alle banken in mio. EUR in % in mio. EUR in % in mio. EUR in % Renteresultaat , , ,6 Diverse inkomsten , , ,4 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 179 1, , ,7 Opbrengsten uit financiële vaste activa 274 2, , ,3 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten 678 6, , ,8 Financiële resultaten uit het wisselbedrijf 660 6, , ,5 Financiële resultaten uit trading 319 2, ,6 61 0,4 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,3 Overige bedrijfsopbrengsten 523 4, , ,3 Bankproduct , , ,0 Banken naar Belgisch recht Renteresultaat , , ,0 Diverse inkomsten , , ,0 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 176 1, , ,8 Opbrengsten uit financiële vaste activa 273 2, , ,6 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten 619 6, , ,2 Financiële resultaten uit het wisselbedrijf 461 4, , ,7 Financiële resultaten uit trading 281 2, ,8 62 0,4 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,0 Overige bedrijfsopbrengsten 304 3, , ,3 Bankproduct , , ,0 Banken naar buitenlands recht Renteresultaat , , ,0 Diverse inkomsten , , ,0 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 3 0,3 1 0,1 2 0,3 Opbrengsten uit financiële vaste activa 2 0,2 8 1,1 9 1,2 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten 59 6,2 5 0,6-2 -0,3 Financiële resultaten uit het wisselbedrijf ,8 37 4, ,0 Financiële resultaten uit trading 38 3,9-1 -0,1-1 -0,2 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,3 Overige bedrijfsopbrengsten ,0 39 4,9 46 6,6 Bankproduct , , ,0 Bron : BVB. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 119

122 Rendabiliteit Aanwending van de ontvangsten van de banken (1) Alle banken in mio. EUR in % in mio. EUR in % in mio. EUR in % Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,3 Personeelskosten , , ,4 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten 720 6, , ,7 Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en 533 4, , ,4 materiële vaste activa Overige bedrijfskosten , , ,8 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) , , ,2 Belastingen op het resultaat 588 5, , ,4 Resultaat van het boekjaar , , ,1 Banken naar Belgisch recht Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,6 Personeelskosten , , ,6 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten 678 6, , ,7 Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en 511 5, , ,4 materiële vaste activa Overige bedrijfskosten , , ,9 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) , , ,8 Belastingen op het resultaat 478 4, , ,5 Resultaat van het boekjaar , , ,2 Banken naar buitenlands recht Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,4 Personeelskosten , , ,4 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten 42 4,4 69 8, ,2 Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en 22 2,3 26 3,3 23 3,4 materiële vaste activa Overige bedrijfskosten , , ,4 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) 47 5, , ,8 Belastingen op het resultaat , ,0 40 5,7 Resultaat van het boekjaar ,0 25 3, ,9 Bron : BVB. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en -effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's. 120 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

123 Rendabiliteit Fiscale en parafiscale lasten van de banken (1) In miljoenen EUR Fiscale lasten Belastingen op het resultaat (2) (29,1) (22,7) (18,4) (28,6) Bedrijfsbelastingen (3) Parafiscale lasten Patronale SZ-bijdragen Patronale bijdragen voor bovenwettelijke verzekeringen Totale fiscale en parafiscale lasten In % van het totaal Fiscale lasten 40,1 56,1 48,0 50,2 Belastingen op het resultaat 31,1 41,8 33,4 36,9 Bedrijfsbelastingen (3) 9,1 14,4 14,7 13,3 Parafiscale lasten 59,9 43,9 52,0 49,8 Patronale SZ-bijdragen 47,2 36,0 42,4 37,2 Patronale bijdragen voor bovenwettelijke verzekeringen 12,6 7,9 9,5 12,7 Totale fiscale en parafiscale lasten 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : BVB. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Tussen haakjes belastingvoet : belastingen op het resultaat in verhouding tot het resultaat van het boekjaar vóór belastingen (in %). (3) Belastingen die als bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals het gedeelte van de onroerende voorheffing dat niet effectief verrekenbaar is met de winstbelasting, de niet-recupereerbare BTW, belastingen op voertuigen, drijfkracht, personeel, belastingen opgelegd door ondergeschikte besturen, belastingen op geldautomaten, enz. De bedrijfsbelastingen zijn mogelijk licht onderschat, aangezien de EU-bijkantoren die belastingen niet moeten rapporteren. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 121

124 Rendabiliteit Rendabiliteitsratio's van de banken (1) (in %) Alle banken Renteresultaat (2) 1,29 1,05 1,04 1,02 Cash flow (3) / ingezette werkmiddelen 0,47 0,47 0,48 0,37 Winstmarge (4) 0,26 0,54 0,47 0,30 Rendabiliteit van het eigen vermogen (5) 9,47 14,17 11,49 7,38 Banken naar Belgisch recht Renteresultaat (2) 1,53 1,05 1,05 1,03 Cash flow (3) / ingezette werkmiddelen 0,53 0,50 0,49 0,38 Winstmarge (4) 0,28 0,52 0,50 0,32 Rendabiliteit van het eigen vermogen (5) 8,70 12,94 11,70 7,69 Banken naar buitenlands recht Renteresultaat (2) 0,28 1,00 0,83 0,79 Cash flow (3) / ingezette werkmiddelen 0,21 0,16 0,31 0,14 Winstmarge (4) 0,17 0,71 0,06-0,12 Bron : BVB. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Renteresultaat ten opzichte van de werkmiddelen van derden. (3) Bruto-bedrijfsresultaat na belastingen. (4) Resultaat van het boekjaar in verhouding tot de ingezette werkmiddelen. (5) Resultaat van het boekjaar in % van het eigen vermogen (incl. fonds voor algemene bankrisico's); voor de banken naar buitenlands recht is deze ratio niet relevant Rendabiliteitsspreiding van de banken in 2001 (1) Gemiddelde rendabiliteit van het eigen vermogen (2) van de banken naar Belgisch recht : 12,21% Aantal banken In % van het balanstotaal In % van het personeelsbestand (4) Banken waarvan de rendabiliteit van het eigen vermogen : meer dan 15 % bedraagt 14 17,6 19,9 tussen 10 % en 15 % bedraagt 10 5,5 8,4 tussen 5 % en 10 % bedraagt 10 64,5 63,7 tussen 0 % en 5 % bedraagt 25 9,9 3,7 negatief is 6 2,5 4,3 Banken waarvan de rendabiliteit van het eigen vermogen : meer dan 5,07 % bedraagt (3) 33 87,3 91,5 minder dan 5,07 % bedraagt (3) 32 12,7 8,5 Bron : BVB. (1) Op basis van de niet-geconsolideerde jaarrekeningen. (2) Resultaat van het boekjaar in % van het gemiddeld eigen vermogen (incl. fonds voor algemene bankrisico's) van het huidig en vorig boekjaar. Groep van 65 banken die ongeveer 99,6% van het balanstotaal van de banken naar Belgisch recht vertegenwoordigen. (3) Gemiddeld rendement in 2001 van de lineaire obligaties met resterende looptijd van 10 jaar. (4) Ramingen. 122 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

125 Rendabiliteit Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie (1) (gemiddelde , in %) Sectoren Brutorendabiliteit (2) van het eigen vermogen Nettorendabiliteit van het eigen vermogen Agro en voeding 23,1 6,8 Banken 12,1 8,7 Bouw 25,1 10,2 Chemie 21,2 7,9 Diensten 9,0 8,7 Energie 19,8 11,8 Handel 17,7 4,4 Hout en papier 30,6 18,1 Metaalverwerking 28,0 6,2 Metallurgie 13,2 3,8 Textiel 23,4 8,6 Vervoer 16,6 0,3 Verzekeringen n.b. 16,9 Bron : BVB-berekeningen op gegevens KBC Bank (meeste sectoren), BVB (banksector) en BVVO (verzekeringssector). (1) Steekproeven samengesteld uit de voornaamste ondernemingen per sector; voor de banksector en de verzekeringssector betreft het de volledige sector. (2) Na belastingen Internationale vergelijking van de bankresultaten (1) (resultaten in % van het balanstotaal - boekjaar 2001) Bankproduct (2) Brutoresultaat vóór belastingen Cash flow (3) Resultaat van het boekjaar België 2,23 0,86 0,71 0,40 Denemarken 1,78 0,78 0,62 0,52 Duitsland (4) 1,66 0,49 0,46 0,07 Finland 2,73 1,33 0,99 0,76 Frankrijk 2,51 0,87 0,65 0,40 Griekenland 3,90 2,02 1,57 0,90 Italië 3,52 1,41 1,26 0,32 Luxemburg 2,35 0,96 0,76 0,58 Nederland 2,60 0,84 0,70 0,44 Oostenrijk 2,54 0,95 0,89 0,34 Portugal 3,47 1,79 1,61 0,81 Spanje 4,24 1,91 1,72 0,99 Verenigd Koninkrijk 3,46 1,73 1,42 0,82 Zweden 2,29 0,99 0,80 0,60 Zwitserland 3,28 0,82 0,74 0,28 Europees gemiddelde (5) 2,96 1,23 1,04 0,55 Bron : BVB. (1) Samengesteld uit de geconsolideerde jaarrekeningen van de belangrijkste banken per land. Om de vergelijking met andere tabellen te vergemakkelijken, is ervoor geopteerd de gebruikelijke 'Belgische' terminologie aan te houden. (2) Totaal van de netto-inkomsten. (3) Brutoresultaat na belastingen maar vóór waardecorrecties. (4) Een grote bank niet inbegrepen wegens overschakeling op US GAAP. (5) Zonder Luxemburg en Denemarken. aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 123

126 Rendabiliteit Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten (1) (resultaten in % van het bankproduct (2) - boekjaar 2001) Bedrijfskosten (3) Personeel Andere Resultaat Waarde- Belas- van het correcties tingen boekjaar België 35,1 26,6 14,8 6,4 18,0 Denemarken 33,0 23,3 9,7 9,2 29,3 Duitsland (4) 39,8 30,7 23,3 1,8 4,1 Finland 25,4 26,0 8,4 12,5 27,7 Frankrijk 39,4 25,8 9,5 8,8 15,8 Griekenland 33,8 14,4 19,4 11,5 23,0 Italië 36,2 23,8 33,2 4,2 9,1 Luxemburg 31,8 27,1 7,4 8,9 24,5 Nederland 42,0 25,8 12,0 5,2 17,1 Oostenrijk 33,1 29,4 20,9 2,6 13,5 Portugal 27,7 20,8 20,6 5,2 23,3 Spanje 33,6 21,3 30,3 4,5 23,3 Verenigd Koninkrijk 28,8 21,1 17,7 9,1 23,8 Zweden 33,0 23,6 9,7 8,5 26,1 Zwitserland 54,1 21,1 13,9 2,4 8,6 Europees gemiddelde (5) 37,5 23,8 17,4 6,1 16,8 Bron : BVB. (1) Samengesteld uit de geconsolideerde jaarrekeningen van de belangrijkste banken per land. Om de vergelijking met andere tabellen te vergemakkelijken, is ervoor geopteerd de gebruikelijke 'Belgische' terminologie aan te houden. (2) Totaal van de netto-inkomsten. (3) Met uitsluiting van de waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa. (4) Een grote bank niet inbegrepen wegens overschakeling op US GAAP. (5) Zonder Luxemburg en Denemarken. 124 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

127 Rendabiliteit Internationale vergelijking van het resultaat van de banken (1) (jaargemiddelden, in %) Resultaat vóór belastingen t.a.v. de ingezette werkmiddelen Resultaat vóór belastingen t.a.v. het eigen vermogen België (2) 0,39 0,45 0,64 14,4 13,4 16,2 (0,44) (0,45) (0,62) (14,4) (12,4) (15,1) Denemarken 0,89 0,81 0,61 17,0 16,6 14,0 Duitsland 0,36 0,43 0,29 12,3 15,9 11,2 Finland 0,84 1,29 1,85 19,5 22,1 23,5 Frankrijk 0,47 0,64 0,69 12,0 16,8 18,0 Griekenland 0,85 2,26 1,51 17,2 29,3 21,1 Italië 0,17 0,87 0,95 3,8 19,9 22,5 Luxemburg 0,55 0,57 0,51 19,5 17,9 16,7 Nederland 0,67 0,63 0,60 14,6 15,6 15,4 Oostenrijk 0,40 0,41 0,42 10,7 11,5 12,7 Portugal 0,95 1,04 1,09 20,9 19,8 21,9 Spanje 0,85 1,16 1,23 17,2 20,5 24,1 Verenigd Koninkrijk 1,29 1,35 1,27 28,6 28,2 29,2 Zweden 1,00 0,96 0,90 26,7 27,3 24,3 Zwitserland 0,28 0,66 0,60 8,7 18,1 20,8 Europees 0,66 0,93 0,93 15,9 19,9 20,1 gemiddelde (2) (3) (0,66) (0,93) (0,92) (15,9) (19,8) (20,0) Japan -0,33-0,28 0,01-10,2-6,4 0,3 Verenigde Staten 1,63 1,76 1,60 26,4 27,6 26,6 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB en gegevens gepubliceerd in 'The Banker'. (1) Het betreft hier geconsolideerde cijfers voor de vijf best gerangschikte banken per land. Enkel voor België slaan de vermelde cijfers op de totale banksector. Om de vergelijking met andere tabellen te vergemakkelijken, is ervoor geopteerd de gebruikelijke 'Belgische' terminologie aan te houden. (2) Tussen haakjes het cijfer met voor België alleen de banken naar Belgisch recht. (3) Zonder Luxemburg en Denemarken (wegens specifieke boekhoudkundige praktijken). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 125

128 Solvabiliteit Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Samenstelling van het aansprakelijk vermogen (1) (in miljarden EUR) Eigen vermogen 14,6 31,0 32,5 33,6 Achtergestelde schulden 6,9 23,0 25,8 23,9 Aansprakelijk vermogen 21,5 54,0 58,3 57,4 (in % van het totaal) Eigen vermogen 67,7 57,4 55,7 58,4 Achtergestelde schulden 32,3 42,6 44,3 41,6 Aansprakelijk vermogen 100,0 100,0 100,0 100,0 Risk assets ratio (2) (geconsolideerde basis) 11,0 11,9 12,9 13,1 Bron : BVB-berekeningen op gegevens NBB en gegevens gepubliceerd door CBF. (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten; inclusief fonds voor algemene bankrisico's. (2) Verhouding tussen het reglementaire eigen vermogen van de banken en het gewogen risicovolume. Op geconsolideerde basis, behalve voor banken die niet verplicht zijn geconsolideerde rekeningen te publiceren Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit (jaargemiddelden, in %) Risk assets ratio (1) België 12,7 14,2 Denemarken 10,5 10,5 Duitsland 10,9 11,1 Finland 12,8 14,4 Frankrijk 10,8 11,5 Griekenland 13,6 12,6 Ierland 11,5 11,0 Italië 8,8 9,4 Luxemburg 12,5 12,8 Nederland 11,5 11,4 Oostenrijk 10,8 10,9 Portugal 10,0 10,1 Spanje 11,4 12,7 Verenigd Koninkrijk 12,0 11,7 Zweden 10,0 10,0 Zwitserland 16,4 15,0 Europees gemiddelde 11,6 11,7 Japan 10,9 10,6 Verenigde Staten 11,2 11,7 Bron : BVB-berekeningen op gegevens gepubliceerd in 'The Banker'. (1) De risk assets ratio geeft de verhouding weer tussen het reglementaire eigen vermogen van de banken en het gewogen risicovolume. Het betreft voorts geconsolideerde cijfers voor de voornaamste banken per land. 126 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

129 Productiviteit Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht (1) Productiviteit van het personeel (2) Aantal rekeningen (3) per personeelslid (eenheden) Cliëntendeposito's per personeelslid (miljoenen EUR) Bankproduct per personeelslid (duizend EUR) Toegevoegde waarde (4) per personeelslid (duizenden EUR) Resultaat van het boekjaar per personeelslid (duizenden EUR) 359,8 434,0 430,9 n.b. 3,8 5,3 5,9 6,1 135,6 210,3 217,1 205,6 94,2 129,1 132,4 125,3 17,0 52,3 52,7 36,3 Productiviteit van de kantoren (2) Cliëntendeposito's per kantoor (miljoenen EUR) 35,6 60,3 71,2 80,5 Bankproduct per kantoor (duizend EUR) 1.271, , , ,0 Toegevoegde waarde (4) per kantoor (duizenden EUR) 883, , , ,8 Resultaat van het boekjaar per kantoor (duizenden EUR) 159,8 590,5 631,4 477,0 Kostenefficiëntie Bedrijfskosten t.a.v. het bankproduct (%) 71,6 70,1 70,8 72,6 Personeelskosten t.a.v. de bedrijfskosten (%) 57,4 44,9 44,9 46,1 Bron : BVB. (1) BVB-berekeningen op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten en op eigen gegevens. (2) Ramingen. (3) Rekeningen van de niet-bancaire cliënteel (openbare besturen, ondernemingen, zelfstandigen en particulieren). (4) Benadering van de toegevoegde waarde (bankproduct - bedrijfskosten + personeelskosten). aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 127

130 Productiviteit Internationale vergelijking van de bankproductiviteit (1) (boekjaar 2001) Personeelskosten per personeelslid (in EUR) Bankproduct (2) na aftrek van personeelskosten per personeelslid (in EUR) Bedrijfskosten (3) t.a.v. het bankproduct (2) (in %) Personeelskosten t.a.v. de bedrijfskosten (3) (in %) België ,6 56,9 Denemarken ,3 58,6 Duitsland (4) ,5 56,4 Finland ,4 49,4 Frankrijk ,9 59,2 Griekenland ,2 70,1 Italië ,1 60,3 Luxemburg ,9 54,0 Nederland ,8 62,0 Oostenrijk ,5 53,0 Portugal ,6 57,1 Spanje ,9 61,2 Verenigd Koninkrijk ,9 57,8 Zweden ,5 58,3 Zwitserland ,3 72,0 Europees gemiddelde (5) ,4 59,5 Bron : BVB. (1) Samengesteld uit de geconsolideerde jaarrekeningen van de belangrijkste banken per land. Om de vergelijking met andere tabellen te vergemakkelijken, is ervoor geopteerd de gebruikelijke 'Belgische' terminologie aan te houden. (2) Totaal van de netto-inkomsten. (3) Bedrijfskosten met uitsluiting van belastingen en waardecorrecties. (4) Een grote bank niet inbegrepen wegens overschakeling op US GAAP. (5) Zonder Luxemburg en Denemarken. 128 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN aspecten en documenten 218

131 De Belgische Vereniging van Banken (BVB) is de beroepsvereniging van de in België gevestigde banken. Zij vormt een essentiële schakel tussen de banken en de overheid, meer bepaald de autoriteiten belast met het toezicht en de controle. De BVB werd gesticht in De statuten en het mission statement van de Vereniging voorzien in 4 hoofdtaken : de belangen van de sector verdedigen, zijn imago promoten, een bezinningsforum vormen en diensten verlenen aan de leden. De BVB is lid van het Verbond van Belgische Ondernemingen en van de Bankfederatie van de EU. Zij vertegenwoordigt de banken ook in diverse advies- en beleidsorganen op regionaal, op landelijk en op internationaal vlak. De BVB wil het statuut, de structuur, de bedrijvigheid, de diensten en de bekommernissen van de banksector beter doen kennen aan al wie belang stelt in de banken en in de financiële problematiek in het algemeen. Elk jaar publiceert de Vereniging in haar reeks 'Aspecten en Documenten' een 'Statistisch vademecum van de banksector', en ook brochures waarin de resultaten en individuele gegevens van de banken zijn opgenomen. Andere onderwerpen worden op punctuele wijze aangesneden. Het jaarverslag van de BVB, onder de titel 'De bank in de samenleving', verschijnt elk jaar in december. De meest recente publicaties zijn : Dit is de bank (december 1997) De banken en de KMO s (februari 2000) Achter de schermen van de betaalindustrie (2003) De wet betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de toepassing ervan op de kredietinstellingen, Aspecten en Documenten, nr. 214 De beleggingsinstrumenten, Aspecten en Documenten, nr. 215 De resultaten van de banken in 2001, Aspecten en Documenten, nr. 216 De banken in Individuele gegevens, Aspecten en Documenten, nr. 217 Statistisch vademecum van de banksector (19e editie, 2002), Aspecten en Documenten, nr. 218 Inlichtingen en bestellingen: tel [email protected] Op de website van de BVB prijkt sedert 1999 ook een educatieve site, onder de algemene titel 'Een kijk op de bank'. Twee pedagogische fiches zijn vnl. gericht op een publiek van leraars/leraressen en leerlingen economische wetenschappen. De reeks wordt nog uitgebreid. Ruimere informatie over de BVB en de banksector is eveneens via die website beschikbaar: Er kan gesurft worden naar sites van de banken-leden en naar andere interessante sites. Verantwoordelijke uitgever: Guido Ravoet, Ravensteinstraat 36, 1000 Brussel D/2003/1298/09 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 129

Statistisch vademecum van de banksector

Statistisch vademecum van de banksector Statistisch vademecum van de banksector 20 0 Belgische Federatie van de financiële sector Voorwoord Wie statistieken zoekt met betrekking tot de in België gevestigde banken, zal zijn gading vinden in

Nadere informatie

Statistisch vademecum van de banksector 2003

Statistisch vademecum van de banksector 2003 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 2003 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 221 De BVB is lid van de Belgische Federatie van het Financiewezen aspecten en documenten 221 BELGISCHE

Nadere informatie

205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN

205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 1999 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 29 Statistisch vademecum van de banksector

Nadere informatie

Statistisch vademecum van de banksector

Statistisch vademecum van de banksector Statistisch vademecum van de banksector 20 0 Belgische Federatie van de financiële sector Voorwoord Wie statistieken zoekt met betrekking tot de in België gevestigde banken, zal zijn gading vinden in

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

FINANCIËLE STATISTIEKEN

FINANCIËLE STATISTIEKEN FINANCIËLE STATISTIEKEN 1 INHOUD De financiële statistieken over institutionele sectoren en financiële markten bieden sectorgebonden informatie en inlichtingen over marktontwikkelingen. Bij de aanvang

Nadere informatie

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Integrale versie 3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Om tegemoet te komen aan de voorschriften van het ESR 1995, werd de op de verzekeringsinstellingen

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Enkelvoudige jaarrekening

Enkelvoudige jaarrekening De hierna opgenomen verkorte jaarrekening is de jaarrekening van Bank Degroof Petercam nv waarvan de maatschappelijke zetel in de Nijverheidsstraat 44 te 1040 Brussel gevestigd is. Deze jaarrekening werd

Nadere informatie

I. Dekkingswaarden van het desbetreffende afzonderlijk beheer

I. Dekkingswaarden van het desbetreffende afzonderlijk beheer blad 1 Bijlage 2 bij de verordening nr. 12 van de Controledienst voor de Verzekeringen, gewijzigd door verordening nr. 13 van 4 november 2002. Benaming van de onderneming : Administratief codenummer: SAMENVATTENDE

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie RICHTSNOEREN

Publicatieblad van de Europese Unie RICHTSNOEREN 6.9.2014 L 267/9 RICHTSNOEREN RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 3 juni 2014 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2013/23 inzake statistieken betreffende overheidsfinanciën (ECB/2014/21) (2014/647/EU)

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen

Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 57/34 27.2.2002 RECTIFICATIES Rectificatie van Verording (EG) nr. 2423/2001 van de Europese Ctrale Bank van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire instelling

Nadere informatie

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2003 De statistieken van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben als belangrijkste doel de ondersteuning van het monetaire beleid van de ECB en andere

Nadere informatie

Europese feestdagen 2019

Europese feestdagen 2019 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-01 02-01 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 01-02

Nadere informatie

Europese feestdagen 2018

Europese feestdagen 2018 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-01 02-01 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 03-03

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Uitdagingen voor een financiële sector ten dienste van mens en economie. Financial Forum Gent, 29 mei 1

Uitdagingen voor een financiële sector ten dienste van mens en economie. Financial Forum Gent, 29 mei 1 Uitdagingen voor een financiële sector ten dienste van mens en economie Financial Forum Gent, 29 mei 1 Agenda 19.00u. Welkomstwoord 19.15u. Presentatie door Michel Vermaerke, Gedelegeerd Bestuurder Febelfin

Nadere informatie

Kas en stukken met geldwaarde

Kas en stukken met geldwaarde KLASSE 3 FINANCIELE REKENINGEN Deze klasse bevat de rubrieken en de rekeningen van de geldwaarden, de deposito's op zicht en op termijn, de leningen en voorschotten op één jaar en minder, alsook de effectenportefeuilles.

Nadere informatie

facts & figures 2011-2012

facts & figures 2011-2012 De Belgische bancaire en financiële sector facts & figures -2012» Febelfin, de Belgische Federatie van de financiële sector, opgericht in, bestaat uit vijf financiële beroepsfederaties : de Belgische Vereniging

Nadere informatie

Fund Oxylife Opportunity 6

Fund Oxylife Opportunity 6 - Jaarverslag 31.12.2018-1 / 5 Jaarverslag 31.12.2018 Inhoudsopgave 1. Omschrijving... 2 2. Beleggingsbeleid van... 2 3. Samenstelling van in bedragen en in percentages op 31 december 2018... 3 4. Beheerders...

Nadere informatie

Europese feestdagen 2017

Europese feestdagen 2017 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 03-03 Denemarken

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2013 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

Tabel 1: Economische indicatoren (1)

Tabel 1: Economische indicatoren (1) Tabel 1: Economische indicatoren (1) Grootte van de Openheid van de Netto internationale Saldo op de lopende rekening (% economie (in economie (Export + BBP per hoofd, nominaal (EUR) BBP per hoofd, nominaal,

Nadere informatie

TOELICHTING BIJ DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING

TOELICHTING BIJ DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING RESULTAATVERWERKING (in duizenden EUR) Boekjaar Vorig A. Te bestemmen winstsaldo 8.211 12.282 Te verwerken verliessaldo (-) 1. Te bestemmen winst van het -3.578 9.842 Te verwerken verlies van het (-) 2.

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen 1 maart 2017

Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen 1 maart 2017 Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen 1 maart 2017 1. Orderuitvoeringen op de beurs Euronext (Brussel, Amsterdam, Parijs, Lissabon)... 2 Andere beurzen... 3 2. Orderuitvoeringen buiten beurs

Nadere informatie

Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen

Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen Aard van de waarden A. REGLEMENTAIRE ACTIVA 3 Code Boekwaarde 1 Affectatiewaarde 2 EURO EURO 1. Obligaties en andere schuldinstrumenten

Nadere informatie

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN?

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? 2/09/2008-22/10/2008 Er zijn 329 antwoorden op 329 die voldoen aan uw criteria DEELNAME Land DE - Duitsland 55 (16.7%) PL - Polen 41 (12.5%) DK - Denemarken 20

Nadere informatie

Centrale voor kredieten aan ondernemingen

Centrale voor kredieten aan ondernemingen Centrale voor kredieten aan ondernemingen Brussel, woensdag 16 oktober 2013 Rudy TROGH Inleiding Kredieten zijn belangrijk en zelfs noodzakelijk voor de economie... maar houden een risico in van niet-betaling

Nadere informatie

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 14 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees

Nadere informatie

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Jan Smets 29ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, Gent, 19 november 2010 DS.10.09.340 Het Europees

Nadere informatie

Inhoudsopgave BOEKDEEL I: HET BANKWEZEN 1

Inhoudsopgave BOEKDEEL I: HET BANKWEZEN 1 Inhoudsopgave TEN GELEIDE BOEKDEEL I: HET BANKWEZEN 1 DEEL I: DE KREDIETINSTELLINGEN Hoofdstuk 1: Situering van het begrip kredietinstelling 5 1.1. Wat is een bank? 5 1.2. De activiteiten van een kredietinstelling

Nadere informatie

DEXIA LONG SHORT CREDIT

DEXIA LONG SHORT CREDIT DEXIA LONG SHORT CREDIT PERIODIEK INFORMATIEDOCUMENT OVER HET HALFJAAR per 28 juni 2012 Gemeenschappelijk Beleggingsfonds (GBF) naar Frans recht Beheersmaatschappij: DEXIA ASSET MANAGEMENT - 40 rue Washington

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 15 juli 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat er

Nadere informatie

Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen

Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen BALANS ACTIVA huidig jaar vorig jaar VASTE ACTIVA 32.724.128 32.734.686 Immateriële vaste activa (+) 1.103.982 1.150.385 Materiële vaste activa 27.209.152 25.293.956

Nadere informatie

Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn

Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn BALANS ACTIVA huidig jaar vorig jaar VASTE ACTIVA 1.300.921.490 1.252.025.212 Oprichtingskosten (+) 0 931.131 Immateriële vaste activa (+) 3.178.727 753.035 Materiële

Nadere informatie

Activa die als tegenwaarde dienen van de solvabiliteitsmarge

Activa die als tegenwaarde dienen van de solvabiliteitsmarge Bijlage Circulaire FSMA_2016_01-1 dd. 26/01/2016 Activa die als tegenwaarde dienen van de solvabiliteitsmarge Toepassingsveld: Instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening Aard van de waarden A. REGLEMENTAIRE

Nadere informatie

Stichting Administratiekantoor Winkelfonds Duitsland 8. Flight Forum DD EINDHOVEN. Jaarverslag 2016

Stichting Administratiekantoor Winkelfonds Duitsland 8. Flight Forum DD EINDHOVEN. Jaarverslag 2016 Stichting Administratiekantoor Winkelfonds Duitsland 8 Flight Forum 154 5657 DD EINDHOVEN Jaarverslag 2016 Stichting Administratiekantoor Winkelfonds Duitsland 8 Jaarverslag 2016 INHOUDSOPGAVE Pagina 1.

Nadere informatie

Basis Tarificatie. Tarieven geldig vanaf 01/10/2015 voor alle nieuwe cliënten 1 VERRICHTINGEN OP EFFECTEN

Basis Tarificatie. Tarieven geldig vanaf 01/10/2015 voor alle nieuwe cliënten 1 VERRICHTINGEN OP EFFECTEN Basis Tarificatie Tarieven geldig vanaf 01/10/2015 voor alle nieuwe cliënten 1 Interne transfer Ontvangst van effecten Externe transfer van effecten Omwisseling en regularisatie van effecten Conversie

Nadere informatie

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE 13.12.2013 Publicatieblad van de Europese Unie L 334/37 UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 11 december 2013 tot wijziging van Besluit 2012/226/EU betreffende de tweede reeks gemeenschappelijke veiligheidsdoelen

Nadere informatie

De geld- en kapitaalmarkt

De geld- en kapitaalmarkt De geld- en kapitaalmarkt Omschrijf het begrip kapitaal. - geldkapitaal: - goederenkapitaal: De financiële markt - 1 op 6 DE FINANCIËLE MARKT Situeer de financiële markt in de economische kringloop. Bedrijven

Nadere informatie

Nr CONSO CONCESSIES, OCTROOIEN, LICENTIES, KNOWHOW, MERKEN EN SOORTGELIJKE RECHTEN. Codes Boekjaar Vorig boekjaar

Nr CONSO CONCESSIES, OCTROOIEN, LICENTIES, KNOWHOW, MERKEN EN SOORTGELIJKE RECHTEN. Codes Boekjaar Vorig boekjaar Nr. 0440.653.281 CONSO 4.8.2 CONCESSIES, OCTROOIEN, LICENTIES, KNOWHOW, MERKEN EN SOORTGELIJKE RECHTEN Aanschaffingswaarde per einde van het boekjaar... 8052P Aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde

Nadere informatie

Marktevoluties van de hypothecaire markt in België

Marktevoluties van de hypothecaire markt in België Marktevoluties van de hypothecaire markt in België Where is the money? Ivo Van Bulck, Secretaris-generaal BVK 16 de Isolatiedag 29 september 2015 Agenda: 1. Febelfin en BVK in een notendop 2. Krediet aan

Nadere informatie

Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen

Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen Tarieven van de voornaamste effectenverrichtingen 1 januari 2015 Orders Euronext... 2 Buitenlandse beurs... 3 Euro-obligaties... 4 KBC-Beleggingsfondsen... 4 KBC-Beleggingsproducten uitgegeven door KBC

Nadere informatie

Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen

Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Ruben Schoonackers Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën Structuur van

Nadere informatie