Statistisch vademecum van de banksector

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Statistisch vademecum van de banksector"

Transcriptie

1 Statistisch vademecum van de banksector 20 0 Belgische Federatie van de financiële sector

2

3 Voorwoord Wie statistieken zoekt met betrekking tot de in België gevestigde banken, zal zijn gading vinden in dit vademecum. De meeste van de gebruikte gegevens werden ontleend aan de publicaties van de Nationale Bank van België (NBB) en de Financial Services & Markets Authority (FSMA) of aan de individuele verslagen van de banken. Sommige gegevens waren bij Febelfin de Federatie van de Belgische financiële sector zelf beschikbaar (o.a. als resultaat van bevragingen bij de bankenleden). Vele gegevens werden bewerkt door de Federatie. Het vademecum is uitsluitend elektronisch beschikbaar op de Febelfin-website. Eenmaal per jaar wordt een jaarversie opgemaakt met alle dertien hoofdstukken samengebundeld in één publicatie (pdf formaat). De individuele hoofdstukken worden bovendien doorlopend aangepast en eveneens op de website ter beschikking gesteld (excel formaat). Deze zevenentwintigste editie bevat vooral bijwerkingen voor In de tabellen met gegevens die verband houden met de Europese Unie (EU) en het eurogebied (EMU), dient onder EU en EMU te worden verstaan : i EU 15 landen voor gegevens t.e.m (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) 25 landen voor gegevens van 2004 t.e.m (15 landen plus Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) 27 landen voor gegevens vanaf 2007 (25 landen plus Bulgarije en Roemenië) EMU 11 landen voor gegevens t.e.m (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje) 12 landen voor gegevens van 2001 t.e.m (11 landen plus Griekenland) 13 landen voor gegevens over 2007 (12 landen plus Slovenië) 15 landen voor gegevens over 2008 (13 landen plus Cyprus en Malta) 16 landen 1 voor gegevens over 2009 en 2010 (15 landen plus Slowakije) 1 Estland is op 1 januari 2011 toegetreden tot de EMU.

4 HOOFDSTUK 1 : KENCIJFERS VAN HET BELGISCHE BANKWEZEN Tabel 1.1. Tabel 1.2. Tabel 1.3. Structuur van de banksector De bankbedrijvigheid (in miljarden EUR) Resultaten van de banken (in miljarden EUR) HOOFDSTUK 2 : DE BANKEN IN DE ECONOMIE De tertiaire sector en de banken binnen de economie Tabel 2.1. Aandeel van de tertiaire en de financiële sector in de Belgische economie Tabel 2.2. De monetaire financiële instellingen (MFI's) in Europa - aantal en aard Tabel 2.3. Belang van de banksector in de Belgische economie Tabel 2.4. Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie Tabel 2.5. Verloop van de totale tewerkstelling in de Belgische financiële sector Het sparen binnen de economie Tabel 2.6. Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen Tabel 2.7. Financiële activa van niet-financiële sectoren in het eurogebied Tabel 2.8. Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren, en financiële spaarquote Tabel 2.9. Samenstelling van het financieel sparen gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren Tabel Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm Tabel Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm De kredietverlening binnen de economie Tabel Financiële verplichtingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied Tabel Beroep van de Belgische niet-financiële vennootschappen op externe financiering Tabel Beroep van de Belgische gezinnen op krediet Tabel Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld Het financieel vermogen van economische sectoren Tabel Rekening van financieel vermogen voor België

5 HOOFDSTUK 3 : STRUCTUUR VAN DE BANKSECTOR Tabel 3.1. Tabel 3.2. Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel 3.6. Tabel Tabel Tabel 3.8. Verloop van het aantal banken Belang van de groepen van banken Aantal contactpunten met de cliënteel Geografische verdeling van de contactpunten met de cliënteel Variaties in het kantorenbestand van de banken Kantoren van de banken volgens statuut van de medewerkers Opsplitsing van banken naar omvang van hun kantorennet Internationale vergelijking van het aantal bankkantoren Aantal gevolmachtigde agenten en hun plaats in het distributienet van de banken Opsplitsing van banken naar omvang van hun agentennet Diversificatie in het net van contactpunten met de cliënteel : self-banking eenheden Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal Voornaamste banken naar Belgisch recht volgens het totaal eigen vermogen Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector HOOFDSTUK 4 : HUMAN RESOURCES Tabel Tabel Tabel 4.2. Tabel Tabel Tabel Tabel Aantal personen tewerkgesteld in de banksector, per categorie Opsplitsing van het uitvoerend personeel, tewerkgesteld in de banksector, naar categorie Opsplitsing van de banken naar personeelsbestand Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur Opsplitsing van het bankpersoneel naar diploma Opsplitsing van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, naar diploma HOOFDSTUK 5 : INVESTERINGEN Tabel 5.1. Bruto-investeringen in vaste activa van vennootschappen in België : verloop bij financiële instellingen en niet-financiële vennootschappen Tabel 5.2. Bruto-investeringen in vaste activa : spreiding in de Belgische financiële sector

6 HOOFDSTUK 6 : WERKMIDDELEN Tabel 6.1. Tabel 6.2. Tabel 6.3. Tabel 6.4. Tabel 6.5. Tabel 6.6. Tabel 6.7. De gezamenlijke werkmiddelen van de banken Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar vorm Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar munt en geografisch Opsplitsing van in België ingezamelde cliëntendeposito's naar deposanten Evolutie en belang van de interbankverrichtingen Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar munt en geografisch HOOFDSTUK 7 : KREDIETEN Algemeen verloop van de kredieten Tabel 7.1. Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken Tabel 7.2. Opsplitsing van de totale bankkredieten, naar munt en geografisch Tabel 7.3. Opsplitsing van de totale bankkredieten naar vorm Tabel 7.4. Opsplitsing van de totale bankkredieten naar begunstigden Kredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland Tabel 7.5. Vormen van bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland Tabel 7.6. Opsplitsing van bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland, naar begunstigden Tabel 7.7. Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische vennootschappen Tabel 7.8. Bankkredieten aan de Belgische vennootschappen volgens bedrijfsgrootte Tabel Evolutie van het consumentenkrediet bij alle kredietverstrekkers Tabel Consumentenkrediet, naar kredietverstrekkers Tabel 7.10 Kredietverlening voor huisvesting, naar kredietverstrekkers Tabel Evolutie van de totale leasingproductie Kredieten aan de Belgische overheid Tabel Opsplitsing van de bankkredieten aan de Belgische overheid, naar vorm en munt Tabel Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector in enkele landen Kredieten aan België Tabel Opsplitsing van de bankkredieten aan België tussen privésector en overheidssector Verbinteniskredieten Tabel Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten Effectenportefeuille Tabel Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken

7 HOOFDSTUK 8 : ACTIVITEITEN BUITEN BALANSTELLING Tabel 8.1. Tabel 8.2. Tabel 8.3. Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten HOOFDSTUK 9 : INTERNATIONALISATIE Open karakter van de bankactiviteit Tabel 9.1. Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt Tabel 9.2. Nettokapitaalsaldo van de in België gevestigde banken t.a.v. het buitenland Tabel 9.3. Omvang van de internationale verrichtingen in de activiteiten van de in België gevestigde banken Tabel 9.4. Graad van openheid tegenover het buitenland van de banksector in de EMU-landen Tabel 9.5. Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland Internationale aanwezigheid Tabel Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen Tabel Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen Tabel Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking Tabel 9.7. Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken Tabel 9.8. Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens de nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders Tabel 9.9. Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België Tabel Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Tabel Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen Activiteit op de financiële markten in euro Tabel 9.12 Bruto-uitgiften van effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied Tabel 9.13 Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en netto-uitgiften HOOFDSTUK 10 : BETALINGSVERKEER Betaalinstrumenten Tabel Nationale overschrijvingen via automatische weg, indeling naar aard Tabel Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Tabel Betaalterminals en betalingen Banksys/Atos Worldline netwerk

8 Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Proton-verrichtingen - aantal kaarten Proton-verrichtingen - aantal betaalterminals Proton-verrichtingen - aantal laadbeurten Geldafhalingen aan bankautomaten Transactionele websites (internetbankieren) Girale betalingsverrichtingen Raming van het gebruik van betaalinstrumenten in België Verrichtingen door Belgen in het buitenland Grensoverschrijdende betalingen in EUR en in deviezen Gebruik van betaalinstrumenten - Internationale vergelijking Interbancaire verrekening Tabel Aantal verrichtingen Tabel Elektronisch debet Tabel Elektronisch credit Tabel Invorderingen via DOM'80 Tabel CEMUC-systeem Tabel ELLIPS : cliënten- en interbancaire transfers Tabel ELLIPS : evolutie van de nationale en internationale verrichtingen Tabel TARGET : daggemiddelden van de betalingen van België Tabel Betalingen via TARGET : relatief aandeel van de Europese landen Tabel TARGET : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen. S.W.I.F.T. Tabel Verloop van het aantal uitgewisselde berichten en belang van de verschillende types berichten HOOFDSTUK 11 : BANCARISATIE Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Evolutie van het totaal aantal rekeningen bij de banken Aantal rekeningen bij de banken - Overzicht volgens het type van bankrekening Gemiddeld bedrag per bankrekening Belang van de grote banken in het totaal aantal bankrekeningen Opsplitsing van de bankrekeningen naar munt en geografisch Opsplitsing van de bankrekeningen van ingezetenen naar economische sectoren Samenstelling van de totale geldvoorraad in het eurogebied Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied

9 HOOFDSTUK 12 : RENDABILITEIT, SOLVABILITEIT, PRODUCTIVITEIT Rendabiliteit Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Resultaten van de banken Oorsprong van de ontvangsten van de banken Aanwending van de ontvangsten van de banken Fiscale en parafiscale lasten van de banken Rendabiliteitsratio's van de banken Rendabiliteitsspreiding in de banksector Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie Internationale vergelijking van de oorsprong van de bankontvangsten Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten Internationale vergelijking van het resultaat van de banken Solvabiliteit Tabel Tabel Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit Productiviteit Tabel Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht

10 HOOFDSTUK 13 : ANDERE FINANCIËLE ACTIVITEITEN EN ONDERNEMINGEN Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Tabel Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden verdeeld Tabel Netto-inbreng bij de in België openbaar verdeelde ICB's naar Belgisch recht Tabel In België verdeeld nettoactiva van de ICB's naar Belgisch en buitenlands recht Tabel Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging Beleggingsondernemingen Tabel Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Tabel Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken Pensioensparen Tabel Evolutie van het pensioensparen en de pensioenverzekeringen TERMINOLOGIE BRONNEN

11 HOOFDSTUK 1 : KENCIJFERS VAN HET BELGISCHE BANKWEZEN Tabel 1.1. Tabel 1.2. Tabel 1.3. Structuur van de banksector De bankbedrijvigheid Resultaten van de banken

12 1.1. Structuur van de banksector Aantal banken naar Belgisch recht (1) uit België uit overige EU-landen uit niet-eu-landen naar buitenlands recht uit EU-landen uit niet-eu-landen Totaal aantal in België gevestigde banken Vertegenwoordigingskantoren Banken aangemeld onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Personeelsleden (2) Kantoren (3) wv. kantoren van de bank wv. kantoren van de gevolmachtigde agenten Contactpunten uitgerust met self-banking (4) Biljettenverdelers (5) Betaalterminals (6) Rekeningen (7) (in duizenden) Zichtrekeningen Termijnrekeningen Gereglementeerde spaarrekeningen Totaal Betalingsverkeer (aantallen) POS-verrichtingen (in duizenden) (8) n.b Proton-betalingen (in duizenden) n.b Geldafhalingen (9) (in miljoenen) 113,6 201,2 252,6 282,7 287,4 Uitgevoerde overschrijvingen (in miljoenen) 383,3 619,4 688,5 799,0 846,3 Kredietkaarten (in duizenden) (10) Debetkaarten (in duizenden) (10) Bron : Febelfin en Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking december (1) De banken naar Belgisch recht zijn verder onderverdeeld volgens nationaliteit van de meerderheid of sterkste participatie binnen het aandeelhouderschap (zie ook tabel 9.8.). (2) Raming voor alle banken (Febelfin-enquête bij de leden, aangevuld met gegevens uit de gepubliceerde rekeningen). (3) De cijfers m.b.t. kantoren van banken en van gevolmachtigde agenten zijn afkomstig uit een Febelfin-enquête bij de leden. (4) Self-banking in kantoren van de banken en in kantoren van de gevolmachtigde agenten. Aantal autonome selfbanking eenheden (2010 : 91) is niet in dit cijfer inbegrepen. (5) ATM's van Banksys/Atos Worldline, alsook privatieve ATM's. (6) Atos Worldline (Bancontact/Mister Cash). (7) Ramingen. (8) Vanaf 2000 : opladen van SIM-kaarten via Automated Teller machines (ATM) en GSM inbegrepen. (9) Geldafhalingen aan biljettenverdelers/atm's. (10) Vanaf 2007 : cijfers op basis van een Febelfin-enquête bij de leden.

13 1.2. De bankbedrijvigheid (1) (in miljarden EUR) Einde periode VOORNAAMSTE BALANSRUBRIEKEN Balanstotaal 562,9 778, , , ,1 Kredieten : Cliëntenkredieten (2) 193,0 301,3 411,2 450,6 405,4 (3) - aan België 162,9 216,2 245,3 271,2 272,2 - aan het buitenland 30,1 85,1 165,9 179,4 133,1 Kredieten a/d Belgische overheid (4) 108,2 95,0 65,2 52,5 57,3 Interbankvorderingen 183,0 178,1 310,3 284,3 299,7 Effectenportefeuille 52,3 151,2 235,5 270,5 243,3 Deposito's : Cliëntendeposito's 283,8 375,1 473,7 597,9 596,9 - zichtdeposito's 33,7 74,8 116,2 158,4 161,7 - termijndeposito's 95,8 108,2 131,6 143,0 135,0 - gereglementeerde spaardeposito's 48,5 94,1 158,8 188,7 214,8 - depositocertificaten 3,3 28,3 26,2 33,9 24,6 - kasbons en obligaties 96,3 64,2 33,2 58,7 46,5 - overige 6,2 5,5 7,8 15,1 14,3 Interbankschulden 223,7 261,5 412,1 295,8 258,8 Aansprakelijk vermogen (5) 22,3 55,1 57,7 83,4 85,9 - eigen vermogen (5) 15,4 32,1 34,5 51,9 54,6 - achtergestelde schulden 6,9 23,0 23,3 31,5 31,3 VOORNAAMSTE POSTEN BUITEN BALANSTELLING Toevertrouwde waarden en vorderingen 2.741, , , , ,3 waarvan : open bewaargevingen 1.458, , , , ,1 Termijnverrichtingen 902, , , , ,2 Waarborgen 416, , , , ,9 Betekende kredietlijnen 172,6 304,4 348,0 443,1 327,8 Contantverrichtingen in uitvoering 73,3 65,6 96,6 92,7 79,4 Opgenomen verbinteniskredieten 29,5 82,4 97,6 129,2 119,8 Overige rechten en verplichtingen 21,4 46,8 67,2 68,0 69,5 Vooraf gedekte opbrengsten en kosten 4,3 3,1 6,8 0,5 0,5 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking december (1) Betreft gegevens op vennootschappelijke basis. (2) Inclusief de vorderingen op de Belgische overheid in de vorm van directe kredietverlening. (3) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. (4) Krediet aan de Belgische overheid in de vorm van obligaties en schatkistcertificaten, alsook het bij de centrale bank herfinancierbaar overheidspapier. (5) Fonds voor algemene bankrisico's inbegrepen.

14 1.3. Resultaten van de banken (1) Opbouw van de inkomsten (in miljarden EUR) Renteresultaat 6,9 8,1 8,6 10,7 10,1 Diverse inkomsten 4,0 8,9 7,1 9,0 10,7 Totaal (bankproduct) 10,9 17,0 15,7 19,7 20,8 Aanwending bankproduct en uitzonderlijk resultaat (2) (in miljarden EUR) Bedrijfskosten 7,7 11,9 11,4 15,0 14,3 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (3) 1,4 1,0-0,3 5,5-0,6 Belastingen op het resultaat 0,6 1,3 0,7 0,5 0,5 Resultaat van het boekjaar 1,4 4,4 4,9-3,0 4,8 Rendabiliteits- en solvabiliteitsratio's Rentemarge (4) 1,29% 1,05% 0,84% 0,87% 0,87% Winstmarge (5) 0,26% 0,54% 0,46% -0,23% 0,39% Rendabiliteit eigen vermogen (6) 8,70% 12,94% 13,71% -5,95% 9,05% Solvabiliteitscoëfficiënt (7) 11,00% 11,90% 11,50% 17,30% 19,30% Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking december (1) De analyse van de resultaten van de banken is gebaseerd op de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten op vennootschappelijke basis en heeft betrekking op kalenderjaren. (2) Uitzonderlijk resultaat : 203 mio. in 1993; mio in 2000; mio in 2005; -1,746 mio in 2009 en -1,780 mio in (3) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en -effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's. (4) Renteresultaat in verhouding tot de werkmiddelen van derden. (5) Resultaat van het boekjaar in verhouding tot de ingezette werkmiddelen. (6) Alleen banken naar Belgisch recht. (7) Gewogen risicocoëfficiënt; alleen banken naar Belgisch recht, op geconsolideerde basis (bron : NBB).

15 HOOFDSTUK 2 : DE BANKEN IN DE ECONOMIE De tertiaire sector en de banken binnen de economie Tabel 2.1. Tabel 2.2. Tabel 2.3. Tabel 2.4. Aandeel van de tertiaire en de financiële sector in de Belgische economie De monetaire financiële instellingen (MFI's) in Europa - aantal en aard Belang van de banksector in de Belgische economie n.u. Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie Het sparen binnen de economie Tabel 2.6. Tabel 2.7. Tabel 2.8. Tabel 2.9. Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen Financiële activa van niet-financiële sectoren in het eurogebied Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren, en financiële spaarquote (gegevens 2008) Samenstelling van het financieel sparen gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren Tabel Tabel Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm De kredietverlening binnen de economie Tabel Tabel Tabel Tabel Financiële verplichtingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied Beroep van de Belgische niet-financiële vennootschappen op externe financiering Beroep van de Belgische gezinnen op krediet Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld Het financieel vermogen van economische sectoren Tabel Rekening van financieel vermogen voor België n.u. not updated

16 2.1. Aandeel van de tertiaire en de financiële sector (1) in de Belgische economie (in %) Jaar Bruto toegevoegde waarde (3) Werkgelegenheid (4) Beloning werknemers (5) Bruto-investeringen in vaste activa (6) A. Aandeel van de tertiaire sector (1) in de Belgische economie ,1 71,8 69,2 75, ,7 74,0 71,5 75, ,7 76,2 74,3 80, ,9 77,4 76,2 77, ,6 78,0 76,4 78,0 B. Aandeel van de verhandelbare diensten (1) in de Belgische economie ,5 40,8 37,5 64, ,3 42,7 39,8 64, ,4 43,2 40,2 70, ,3 44,1 41,1 67, ,1 44,4 40,9 67,5 C. Aandeel van de financiële sector (2) in de Belgische economie ,9 3,7 6,7 4, ,5 3,5 6,5 4, ,3 3,3 5,9 4, ,5 3,1 5,5 3, ,8 3,0 5,3 3,5 D. Aandeel van de financiële sector (2) in de verhandelbare diensten ,5 9,1 18,0 6, ,4 8,3 16,2 7, ,5 7,6 14,6 6, ,6 6,9 13,4 5, ,3 6,8 13,0 5,2 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens van het INR (gedetailleerde nationale rekeningen). Laatste bijwerking maart (1) Tertiaire sector : omvat het geheel van de verhandelbare en de niet-verhandelbare diensten. Bedrijfstakken die tot de verhandelbare diensten behoren : groot- en detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen; vervoer en opslag; verschaffen van accommodatie en maaltijden; uitgeverijen, audiovisuele diensten en uitzendingen; telecommunicatie; informaticadiensten en dienstverlenende activiteiten op gebied van informatie; financiële activiteiten en verzekeringen; exploitatie van en handel in onroerend goed; rechtskundige en boekhoudkundige dienstverlening, hoofdkantoren, adviesbureaus, architecten en ingenieurs; technische testen en toetsen; speur- en ontwikkelingswerk op wetenschappelijk gebied; reclamewezen en marktonderzoek; overige gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten; administratieve en ondersteunende diensten. Bedrijfstakken die tot de nietverhandelbare diensten behoren : openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen; onderwijs; menselijke gezondheidszorg; maatschappelijke dienstverlening; kunst, amusement en recreatie; overige diensten; huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik. (2) (3) (4) (5) Het betreft de branche financiële activiteiten en verzekeringen. Op basis van de gegevens over de bruto toegevoegde waarde per institutionele sector en bedrijstak, ramingen tegen lopende prijzen. Op basis van de gegevens over het aantal 'werkzame personen' per institutionele sector en bedrijfstak. Onder 'werkzame personen' wordt verstaan het geheel van de werknemers in loondienst en van de zelfstandigen. Op basis van de gegevens over de beloning van werknemers in loondienst per institutionele sector en bedrijfstak, ramingen tegen lopende prijzen. (6) Op basis van de gegevens over de bruto-investeringen in vaste activa per institutionele sector en bedrijfstak, ramingen tegen lopende prijzen.

17 2.2 De monetaire financiële instellingen (MFI's) in Europa - aantal en aard Einde 2010 Totaal aantal MFI's Centrale bank Indeling naar aard Kredietinstellingen Geldmarktfondsen Overige België Cyprus Duitsland Finland Frankrijk Griekenland Ierland Italië Luxemburg Malta Nederland Oostenrijk Portugal Slovenië Slowakije Spanje EU (1) Totaal landen in Eurozone Bulgarije Denemarken Estland Hongarije Letland Litouwen Polen Roemenië Tsjechië Verenigd Koninkrijk Zweden Totaal andere EU-landen (2) Totaal Bron : ECB. Laatste bijwerking november (1) ECB en European Investment Bank. (2) Europese Unie (EU) van 27 landen.

18 2.3. Belang van de banksector in de Belgische economie Jaar BBP (1) (in miljarden EUR) Totale balans van de Belgische banksector in miljarden EUR in % t.a.v. het BBP Belgische balans van de banksector (2) in miljarden EUR in % t.a.v. het BBP ,9 616,1 296,3 362,7 174, ,5 778,4 308,3 401,2 158, , ,4 370,3 476,4 157, , ,8 357,8 633,4 186, , ,1 328,2 616,3 173,9 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Tegen marktprijzen. (2) Gemiddelde van de activa en passiva op België, in EUR en deviezen. Tot 1995, BEF en deviezen.

19 2.4. Internationale vergelijking van het belang van de banksector in de economie (1) (totale activa in % van het BBP, einde 2009) Luxemburg Cyprus 823 Ierland 810 Malta 720 Verenigd Koninkrijk 603 Zwitserland 498 Denemarken 496 Nederland 389 Oostenrijk 378 Frankrijk 375 België 343 EMU-16 (1) 334 Spanje 327 Zweden 319 Portugal 310 Duitsland 308 Italië 243 Finland 226 Griekenland 206 Slovenië 153 Slovakije 86 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB, Banque Nationale Suisse (voor Zwitserland) en de NBB (wisselkoers CHF). Laatste bijwerking december (1) Gewogen gemiddelde 16 lidstaten behorend tot de EMU.

20 2.6. Internationale vergelijking van de spaarquote van de gezinnen (1) (in %) Duitsland 16,3 15,1 16,3 17,1 17,1 België 18,6 16,8 15,1 18,4 16,2 Slovenië 13,1 14,6 17,1 15,0 15,7 Frankrijk 14,6 14,1 14,4 16,2 15,6 Oostenrijk 14,3 14,1 14,5 15,7 13,5 Zweden 8,5 6,9 8,3 15,6 13,4 Ierland n.b. n.b. 9,6 14,7 13,4 Noorwegen 7,7 9,2 14,5 12,4 12,4 Italië 22,7 14,2 15,8 13,4 12,1 Finland 7,9 8,1 8,5 11,9 11,3 Nederland 17,4 12,1 12,3 13,0 10,9 Spanje n.b. 11,1 11,3 18,1 n.b. Denemarken 7,3 4,3 3,7 7,7 n.b. Verenigd Koninkrijk 9,4 4,7 4,0 6,0 n.b. Zwitserland 16,2 16,9 15,4 17,1 n.b. Bron : Eurostat. Laatste bijwerking november (1) Brutosparen van de gezinnen uitgedrukt in percentage t.a.v. hun beschikbaar inkomen. Voor Griekenland en Luxemburg zijn geen gegevens beschikbaar.

21 2.7. Financiële activa van niet-financiële sectoren in het eurogebied (uitstaande bedragen, in miljarden EUR) Einde periode Totale financiële activa overheden 3.415, ,0 Chartaal geld en deposito's 655,7 700,0 Schuldtitels 382,8 544,0 wv. korte termijn 31,8 51,0 lange termijn 351,0 493,0 Leningen 453,4 521,0 wv. korte termijn 85,5 81,0 lange termijn 367,9 440,0 Aandelen 1.281, ,0 wv. genoteerde aandelen 287,8 262,0 niet-genoteerde aandelen 846,5 879,0 aandelen van beleggingsinstellingen 147,1 209,0 Verzekeringstechnische reserves 3,2 4,0 Overige tegoeden en financiële derivaten 638,8 657,0 Totale financiële activa niet-financiële ondernemingen , ,0 Chartaal geld en deposito's 1.784, ,0 Schuldtitels 344,9 401,0 wv. korte termijn 137,9 79,0 lange termijn 207,0 322,0 Leningen 2.941, ,0 wv. korte termijn 1.323, ,0 lange termijn 1.618, ,0 Aandelen 7.381, ,0 wv. genoteerde aandelen 1.310, ,0 niet-genoteerde aandelen 5.700, ,0 aandelen van beleggingsinstellingen 370,5 357,0 Verzekeringstechnische reserves 144,7 175,0 Overige tegoeden en financiële derivaten 3.413, ,0 Totale financiële activa gezinnen , ,0 Chartaal geld en deposito's 6.417, ,0 Schuldtitels 1.441, ,0 wv. korte termijn 11,5 33,0 lange termijn 1.430, ,0 Leningen 75,0 71,0 wv. korte termijn 17,6 19,0 lange termijn 57,4 52,0 Aandelen 4.174, ,0 wv. genoteerde aandelen 731,3 811,0 niet-genoteerde aandelen 2.054, ,0 aandelen van beleggingsinstellingen 1.388, ,0 Verzekeringstechnische reserves 5.478, ,0 Overige tegoeden en financiële derivaten 486,3 523,0 Bron : Febelfin-berekeningen en -voorstelling op basis van gegevens ECB. Laatste bijwerking november 2011.

22 2.8. Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen (1) en particulieren (2), en financiële spaarquote Jaar Totaal volume van het financieel sparen gevormd tijdens het jaar (veranderingen in miljoenen EUR) Financiële spaarquote (3) (%) Financieel sparen gevormd bij de in België gevestigde kredietinstellingen (veranderingen in miljoenen EUR) Intermediatiegraad (4) (%) , , , , , , , , , ,4 Bron : Febelfin-berekeningen op basis van gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Niet-financiële en financiële ondernemingen in België gevestigd met uitzondering van de monetaire overheden, de kredietinstellingen, de instellingen voor collectieve belegging, de verzekeringsondernemingen, de pensioenfondsen, de Financiële Post, het Rentenfonds en het Interventiefonds voor deposito's en financiële instrumenten. (2) De gezinnen en de instellingen zonder winstoogmerk ten dienste van de gezinnen. (3) Groei van de financiële activa van de Belgische vennootschappen en particulieren (inclusief chartaal geld), in % van het BBP. (4) Financieel sparen gevormd bij de in België gevestigde kredietinstellingen in verhouding tot het totaal volume van het financieel sparen gevormd tijdens het jaar.

23 2.9. Samenstelling van het financieel sparen (1) gevormd door de Belgische vennootschappen en particulieren (Aandeel van iedere vorm van activa, in % van de activa gevormd tijdens het jaar) Jaar Uitsplitsing naar munt (2) Uitsplitsing naar categorie van spaarders in EUR in deviezen Vennootschappen Particulieren 1993 n.b. n.b. 21,4 78, n.b. n.b. 38,4 61, ,8 10,2 97,5 2, ,0 6,0 132,9-32, ,1 5,9 96,3 3, ,5 0,5 93,1 6,9 Bron : Febelfin-berekeningen op basis van gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Inclusief chartaal geld. Zie ook tabel 2.8. (2) Berekeningen voor de uitsplitsbare activa.

24 2.10. Financiële activa gevormd door de Belgische vennootschappen, naar vorm (in miljoenen EUR) Jaar 2000 aangroei 2005 aangroei 2009 aangroei 2010 aangroei 2000 uitstaand bedrag 2010 uitstaand bedrag Deposito's (1) Vastrentende effecten Aandelen en deelnemingen Verleende kredieten (2) Overige (3) Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op basis van gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Inclusief chartaal geld. Zie ook tabel 2.8. (2) Het betreft kredieten die de Belgische vennootschappen verlenen aan andere ondernemingen (die veelal tot dezelfde groep behoren). (3) Diverse en statistische aanpassingen.

25 2.11. Financiële activa gevormd door de Belgische particulieren, naar vorm (in miljoenen EUR) Jaar 2000 aangroei 2005 aangroei 2009 aangroei 2010 aangroei 2000 uitstaand bedrag 2010 uitstaand bedrag Deposito's (1) Vastrentende effecten (2) Aandelen en deelnemingen Instellingen voor collectieve belegging Verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen (3) Overige (4) Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op basis van gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Inclusief chartaal geld (zie ook tabel 2.8.), inclusief verzekeringsrekeningen. (2) Inclusief verzekeringsbons (3) Verzekeringstechnische voorzieningen, m.a.w. de rechten die de particulieren hebben op verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen ingevolge levensverzekeringen (inclusief tak 21- en tak 23-producten die niet als verzekeringsrekeningen of verzekeringsbons kunnen worden beschouwd) en niet-levensverzekeringen die ze bij die instellingen hebben afgesloten. (4) Diverse en statistische aanpassingen.

26 2.12. Financiële verplichtingen van de niet-financiële sectoren in het eurogebied (uitstaande bedragen, in miljarden EUR) Einde periode Totaal overheden 8.219, ,0 Schuldtitels 6.174, ,0 wv. korte termijn 1.008,1 703,0 lange termijn 5.166, ,0 Leningen 1.349, ,0 wv. korte termijn 184,7 360,0 lange termijn 1.165, ,0 Aandelen 6,4 7,0 wv. genoteerde aandelen 0,0 0,0 niet-genoteerde aandelen 6,4 7,0 Overige verplichtingen (1) 687,9 727,0 Totaal niet-financiële ondernemingen , ,0 Schuldtitels 821,1 879,0 wv. korte termijn 304,1 70,0 lange termijn 517,0 809,0 Leningen 8.312, ,0 wv. korte termijn 2.384, ,0 lange termijn 5.928, ,0 Aandelen , ,0 wv. genoteerde aandelen 3.429, ,0 niet-genoteerde aandelen 8.733, ,0 Overige verplichtingen (1) 3.452, ,0 Totaal gezinnen 6.494, ,0 Leningen 5.804, ,0 wv. korte termijn 357,8 360,0 lange termijn 5.447, ,0 Overige verplichtingen (1) 690,1 578,0 Bron : Febelfin-berekeningen en -voorstelling op basis van gegevens ECB. Laatste bijwerking november (1) Het gaat onder meer over verplichtingen in geld en deposito's, verplichtingen in verzekeringstechnische reserves, overige betaalbare rekeningen, verplichtingen in financiële derivaten, enz.

27 2.13. Beroep van Belgische niet-financiële vennootschappen op externe financiering (bedragen in miljoenen EUR) Jaar Verplichtingen voor ten hoogste één jaar - Door de kredietinstellingen toegekende kredieten 2000 aangroei 2005 aangroei 2009 aangroei 2010 aangroei 2000 uitstaand bedrag 2010 uitstaand bedrag Overige kredieten (1) Vastrentende effecten Verplichtingen voor meer dan één jaar - Door de kredietinstellingen toegekende kredieten Overige kredieten (1) Aandelen en overige participaties wv. Beursgenoteerde aandelen wv. Niet-beursgenoteerd Vastrentende effecten Overige verplichtingen (2) Totale nettobeweging Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Het gaat o.m. om gekruiste financiële transacties gesloten tussen entiteiten van multinationale ondernemingen. (2) Instrumenten waarvan de looptijd niet gekend is. Eveneens de statistische en diverse aanpassingen.

28 2.14. Beroep van de Belgische gezinnen (1) op krediet (bedragen in miljoenen EUR) Jaar 2000 aangroei 2005 aangroei 2009 aangroei 2010 aangroei 2000 uitstaand bedrag 2010 uitstaand bedrag Verplichtingen voor ten hoogste één jaar Verplichtingen voor meer dan één jaar wv. hypothecair krediet wv. consumentenkrediet wv. diversen (2) Totale nettobeweging Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) De sector 'gezinnen' omvat de eenmanszaken en de particulieren. (2) O.a. termijnvoorschotten, handelskrediet, bankaccepten, leasing en huur-verkoop.

29 2.15. Gewicht van de banken in de financiering van de Belgische overheidsschuld (bedragen in miljarden EUR) Einde jaar Belgische overheidsschuld (1) Dekking door de banken (1) EUR Deviezen Totaal EUR Deviezen Totaal ,3 10,4 246,7 133,1 0,8 133, ,5 8,6 251,1 119,2 0,3 119, ,1 7,1 257,2 110,3 0,1 110, ,3 5,5 262,8 100,9 0,1 101, ,3 3,7 263,0 95,5 0,1 95, ,1 2,4 265,5 90,3 0,1 90, ,5 1,7 269,2 90,3 0,1 90, ,8 0,6 321,4 72,8 0,0 72, ,1 0,1 341,2 77,3 0,0 77,3 Bron : Febelfin-berekeningen op eigen gegevens en gegevens FOD Financiën voor de overheidsschuld. Laatste bijwerking november (1) Onder meer wegens de verschillen in boekingsmethodes, in de wijze waarop met koersschommelingen rekening wordt gehouden, enz. is omzichtigheid geboden bij de vergelijking van beide reeksen.

30 2.16. Rekening van financieel vermogen voor België (uitstaande bedragen, in miljoenen EUR) Einde periode Totaal financiële activa (6) Totaal financiële passiva (7) Netto financieel vermogen Sectoren - houders van financieel vermogen Gezinnen (1) Vennootschappen (2) Overheid Buitenland Intermediërende sectoren MFI's (3) Verzekeringsondernemingen en pensioenfondsen (4) Overige financiële ondernemingen (5) Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens INR, NBB. Laatste bijwerking november (1) De sector gezinnen omvat de eenmanszaken en de particulieren, alsook instellingen zonder winstoogmerk ten dienste van gezinnen. (2) De sector vennootschappen omvat de niet-financiële ondernemingen. (3) MFI's staat voor monetaire financiële instellingen. (4) Inclusief het Interventiefonds voor deposito's en financiële instrumenten. (5) Vnl. collectieve beleggingsinstellingen die geen geldmarktfondsen zijn en beleggingsondernemingen. (6) Zie ook tabellen en (totaal uitstaand bedrag). (7) Zie ook tabellen en (totaal uitstaand bedrag).

31 HOOFDSTUK 3 : STRUCTUUR VAN DE BANKSECTOR Tabel 3.1. Tabel 3.2. Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel 3.6. Tabel Tabel Tabel 3.8. Verloop van het aantal banken Belang van de groepen van banken Aantal kantoren Geografische verdeling van de kantoren Variaties in het kantorenbestand van de banken Aantal kantoren van de banken volgens statuut van de medewerkers Opsplitsing van banken naar omvang van hun kantorennet Internationale vergelijking van het aantal bankkantoren Aantal gevolmachtigde agenten en hun plaats in het distributienet van de banken Opsplitsing van banken naar omvang van hun agentennet Diversificatie in het net van contactpunten met de cliënteel : self-banking eenheden Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal Voornaamste banken naar Belgisch recht volgens het totaal eigen vermogen Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector

32 3.1. Verloop van het aantal banken Einde jaar Totaal Banken naar Belgisch recht Banken naar buitenlands recht Totaal EER (2) niet-eer n.b. n.b (1) Oprichtingen Fusies en opslorpingen Verdwijningen (1) Oprichtingen Verdwijningen (1) Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens CBFA. Laatste bijwerking september (1) Exclusief instellingen voor elektronisch geld (aantal : 2). (2) De Europese Economische Ruimte (EER) omvat naast de 27 EU-landen ook IJsland, Liechtenstein, Monaco en Noorwegen.

33 3.2. Belang van de groepen van banken Einde 2009 Einde 2010 Totaal Banken naar Belgisch recht Grotebanken (5) Overige banken Banken naar buitenlands recht Aantal banken Balans 1.217,8 920,8 209,2 87,8 (in miljarden EUR) 1.163,1 841,5 228,0 93,6 Cliëntendeposito's (1) 597,9 431,4 123,1 43,4 (in miljarden EUR) 596,9 420,3 129,7 46,9 Cliëntenkredieten (2) 450,6 343,1 80,1 27,4 (in miljarden EUR) 405,4 292,7 83,8 28,9 Aantal kantoren van banken (3) Aantal kantoren van gevolmachtigde agenten (3) Aantal personeelsleden (4) Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens CBFA, NBB. Laatste bijwerking september (1) Inclusief depositocertificaten, kasbons en obligaties. (2) Inclusief de directe kredietverlening aan de Belgische overheid. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. (3) De cijfers m.b.t. kantoren van banken en van gevolmachtigde agenten zijn afkomstig uit een Febelfin-enquête bij de leden. (4) Ramingen voor alle banken (Febelfin-enquête bij de banken-leden, aangevuld met gegevens uit de gepubliceerde rekeningen). (5) Conform de statistische publicaties van de NBB. BNP Paribas Fortis, KBC Bank, Dexia Bank België en ING België.

34 Aantal kantoren (1) Einde jaar Aantal kantoren van de banken (2) Aantal kantoren van de gevolmachtigde agenten (3) Totaal aantal kantoren Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Het betreft het net van de bemande kantoren dat deel uitmaakt van de commerciële distributienetten van de banken. (2) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd. (3) Kantoren die eigendom zijn van de gevolmachtigde agenten, of die door hen worden gehuurd.

35 3.3.2 Geografische verdeling van de kantoren (1) (einde 2010) Provincie Aantal kantoren van de banken (2) Aantal kantoren van de gevolmachtigde agenten (3) Totaal aantal kantoren Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaams Gewest - Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Waals Gewest - Henegouwen Luik Luxemburg Namen Waals-Brabant Totaal Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Het betreft het net van bemande kantoren dat deel uitmaakt van de commerciële distributienetten van de banken. (2) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd. (3) Kantoren die eigendom zijn van de gevolmachtigde agenten, of die door hen worden gehuurd.

36 Variaties in het kantorenbestand van de banken (1) Aantal kantoren bij begin van de periode Nettokantoorverloop tijdens de periode Aantal kantoren bij einde van de periode Periode (2) Periode Periode (2) Periode (3) Periode Periode (3) (3) (3) (3) (3) Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd. (2) Raming : van einde 1983 t/m einde 1992 hebben de cijfers betrekking op de hele sector. (3) Vanaf einde 1993, cijfers voor de banken-leden van Febelfin (ruim 95% van het balanstotaal van de sector). Door wijzigingen in het deelnemersveld sluiten sommige jaargangen niet steeds volledig op elkaar aan.

37 3.4.2 Aantal kantoren van de banken volgens statuut van de medewerkers (1) Einde jaar Aantal kantoren met bankpersoneel in loondienst Aantal kantoren met gevolmachtigde agenten en/of hun personeel in loondienst Aantal kantoren van de banken Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd.

38 Opsplitsing van banken naar omvang van hun kantorennet (1) (einde 2010) Omvang van het kantorennet (1) Aantal banken Gezamenlijk aantal kantoren (1) 1 tot tot tot tot meer dan Totaal Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd.

39 Internationale vergelijking van het aantal bankkantoren (aantal bankkantoren per miljoen inwoners) Jaar Polen Luxemburg Spanje Italië Portugal Hongarije Frankrijk Oostenrijk Letland Slowakije Tsjechië Litouwen België (1) Duitsland Ierland Estland Verenigd Koninkrijk Griekenland Slovenië Malta Denemarken Finland Zweden Nederland Bulgarije Cyprus Roemenië EU-gemiddelde (2) Bron : ECB. Laatste bijwerking september (1) Met inbegrip van de kantoren van de centrale bank en de postkantoren. Wanneer men enkel rekening houdt met de eigenlijke bankkantoren bedroeg hun aantal per miljoen inwoners in België in 2005, 2009 en 2010 respectievelijk 461, 389 en 379. (2) Europese Unie (EU) van 27 landen.

40 Aantal gevolmachtigde agenten en hun plaats in het distributienet van de banken Einde jaar Gevolmachtigde agenten in de kantoren van de banken (1) Gevolmachtigde agenten in eigen kantoren (2) Totaal aantal gevolmachtigde agenten Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Gevolmachtigde agenten die actief zijn in de kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door deze laatste worden gehuurd. (2) Gevolmachtigde agenten die actief zijn in kantoren waarvan zij zelf eigenaar zijn, of die zij zelf huren.

41 Opslitsing van banken naar omvang van hun agentennet (einde 2010) Omvang van het agentennet Aantal banken In kantoren van de banken (1) Aantal gevolmachtigde agenten In eigen kantoren (2) Totaal 1 tot tot tot tot meer dan Totaal Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd. (2) Kantoren die eigendom zijn van de gevolmachtigde agenten, of die door hen worden gehuurd.

42 3.6. Diversificatie in het net van contactpunten met de cliënteel : self-banking-eenheden Einde jaar (8) 2010 Aantal banken met self-banking eenheden Self-banking in kantoren van de banken (1) wv : aantal kantoren met self-banking (2) (20,2) (74,4) (81,0) (88,3) (87,2) wv : aantal self-banking automaten wv : aantal automaten met functie geldopvraging Self-banking in kantoren van de gevolmachtigde agenten (3) wv : aantal kantoren met self-banking (4) n.b. n.b. 336 (8,3) 757 (20,0) 912 (25,5) wv : aantal self-banking automaten n.b. n.b wv : aantal automaten met functie geldopvraging n.b. n.b 'Autonome' self-banking eenheden (5) wv : aantal dergelijke eenheden n.b. n.b wv : aantal automaten in 'autonome' self-banking eenheden n.b. n.b wv : aantal automaten met functie geldopvraging n.b. n.b ATM's off-premise (6) ATM's - andere (7) n.b. n.b Totaal aantal self-banking eenheden Totaal aantal self-banking automaten Totaal aantal automaten met functie geldopvraging Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Kantoren die eigendom zijn van de banken, of die door hen worden gehuurd. (2) Tussen haakjes, het aandeel van deze kantoren met self-banking in het totaal aantal kantoren van de banken (in %). (3) Kantoren die eigendom zijn van de gevolmachtigde agenten, of die door hen worden gehuurd. (4) Tussen haakjes, het aandeel van deze kantoren met self-banking in het totaal aantal kantoren van de gevolmachtigde agenten (in %). (5) Self-banking eenheden die los staan van kantoren met personeel (werknemers of gevolmachtigde agenten), en die geen deel uitmaken van het vroegere ATM-netwerk van Banksys. (6) Onder ATM s off premise wordt verstaan : ATM s die niet staan opgesteld in een bankkantoor of (al dan niet autonome) self banking eenheid en die geen deel uitmaken van het oude Banksys netwerk. Zij staan dus volledig geïsoleerd en bevinden zich in de regel op plaatsen waar veel publiek aanwezig is zoals bv. winkelcentra, stations en ziekenhuizen. Deze cijfers werden voor het eerst opgevraagd per eind (7) Het gaat om ATM's die niet behoren tot één van de voorgaande categorieën (onder meer de ATM's die vroeger behoorden tot het Banksys-net, deze werden medio 2005 overgedragen aan de banken, alsook ATM's in kantoorgevels, enz.. (8) Sommige gegevens voor 2009 zijn gecorrigeerd na rechtzettingen ontvangen door de banken-leden.

43 Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal (1) - boekjaar 2009 Plaats Type (2) Naam Bedrag (in miljoenen EUR) (3) 1 DO BNP Paribas Fortis c 2 BE KBC Bank c 3 BE Dexia Bank België c 4 DO ING België c 5 DO The Bank of New York Mellon BE Argenta Spaarbank c 7 DO AXA Bank Europe c 8 KN SMBC - Brussels Branch (31/03/2010) (4) KN The Bank of New York Mellon NV DO RECORD BE Puilaetco Dewaay Private Bankers c 12 DO Deutsche Bank N.V BE CENTEA DO Landbouwkrediet c 15 BE CBC Banque DO Euroclear Bank c 17 DO Santander Benelux KE J.P. Morgan International Bank DO Bank van De Post KE Banco Bilbao Vizcaya Argentaria DO Delta Lloyd Bank c 22 KE The Royal Bank of Scotland (5) KE BNP Paribas KE Rabobank Nederland BE Bank Degroof (30/09/2009) (6) c 26 DO BKCP (7) DO Beroepskrediet (BKCP) c 28 DO Citibank Belgium BE Bank J. Van Breda & C c 30 BE VDK Spaarbank KN JPMorgan Chase bank, NA KE Deutsche Bank AG DO Van Lanschot Bankiers België BE Banque CPH c 35 BE Ethias Bank DO Keytrade Bank c, 37 KN State Bank of India (31/03/2010) DO Banca Monte Paschi Belgio BE Antwerpse Diamantbank BE Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) c

44 Voornaamste in België gevestigde banken volgens het balanstotaal (1) - boekjaar 2009 (vervolg) Plaats Type (2) Naam Bedrag (in miljoenen EUR) (3) 41 BE Onderling Beroepskrediet (BKCP) KN Bank of Baroda (31/03/2010) KE Commerzbank AG KE Société Générale - Brussels Branch DO Europabank 913 c, 46 KE Triodosbank KN The Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ Ltd (31/03/2010) DO Société Générale Private Banking DO Byblos Bank Europe BE Antwerps Beroepskrediet (BKCP) 524 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen van de banken. Laatste bijwerking september (1) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2009 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen moet iedere kredietinstelling die een moederonderneming is een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. De vermelde gegevens op geconsolideerde basis zijn meteen ook IFRS-conform. (2) BE : bank naar Belgisch recht. KE : bijkantoor, bank naar buitenlands recht waarvan de moederonderneming in een EU lidstaat is gevestigd. KN : bijkantoor, bank naar buitenlands recht waarvan de moederonderneming niet in een EU-lidstaat is gevestigd. (3) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens die IFRS-conform zijn. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet-geconsolideerde gegevens (die conform de 'traditionele' Belgische boekhoudregels - Belgian GAAP zijn). : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijbehorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (4) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (5) Voordien ABN AMRO Bank NV (24/02/2010). Niet te verwarren met de huidige ABN AMRO Bank NV die in België is opgericht op 23/02/2010. (6) Degroof Securities NV (vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies) is gefusioneerd met het moederhuis Bank Degroof per 1/09/2009. (7) Op 1 januari 2009 zijn BKCP Noord, BKCP Wallonie, Federale Kas voor het Beroepskrediet en West-Vlaamse Bank geïntegreerd bij BKCP Brabant en de naam werd in mei 2009 gewijzigd in "BKCP".

45 Voornaamste banken naar Belgisch recht (1) volgens het totaal eigen vermogen (2) (3) - boekjaar 2009 Plaats Naam Bedrag in miljoenen EUR (4) 1 BNP Paribas Fortis c 2 KBC Bank c 3 ING België c 4 Dexia Bank België c 5 Euroclear Bank c 6 Puilaetco Dewaay Private Bankers 998 c 7 Santander Benelux Argenta Spaarbank 888 c 9 AXA Bank Europe 854 c 10 Landbouwkrediet (groep) 632 c 11 Bank Degroof (30/09/2009) (5)(6) 548 c 12 CENTEA CBC Banque Record Bank Deutsche Bank N.V Delta Lloyd Bank 307 c 17 Beroepskrediet (BKCP) 281 c 18 Citibank Belgium Van Lanschot Bankiers België Bank J. Van Breda & C 244 c 21 BKCP (7) Antwerps Beroepskrediet (BKCP) VDK Spaarbank Bank van De Post Bank Delen & de Schaetzen (DDS Bank) 182 c 26 Banque CPH 166 c 27 Antwerpse Diamantbank Europabank 102 c, 29 Banca Monte Paschi Belgio Ethias Bank Société Générale Private Banking Keytrade Bank 69 c, 33 Banque Eni Byblos Bank Europe Onderling Beroepskrediet (BKCP) Dierickx, Leys & Cie Effectenbank 33 c 37 Shizuoka Bank (Europe) (31/03/2010) Banque Transatlantique Belgium Caisse d'épargne de la Ville de Tournai United Taiwan Bank 20

46 Voornaamste banken naar Belgisch recht (1) volgens het totaal eigen vermogen (2) (3) - boekjaar 2009 (vervolg) Plaats Naam Bedrag in miljoenen EUR (4) 41 UBS Belgium van de Put & C, Effectenbank-Banque de titres Centrale Kredietverlening Lombard Odier Darier Hentsch & Cie (België) Goffin Bank 8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens uit de gepubliceerde jaarrekeningen van de banken. Noten bij tabel Laatste bijwerking september (1) De bijkantoren van banken naar buitenlands recht publiceren slechts een beperkt aantal gegevens. Het is dan ook niet mogelijk ze in deze rangschikking op te nemen. (2) De gegevens zijn ontleend aan de geconsolideerde en niet-geconsolideerde balansen afgesloten tussen 1 juli 2009 en 30 juni Volgens het K.B. van 23 september 1992 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen moet iedere kredietinstelling die een moederonderneming is een geconsolideerde jaarrekening opstellen indien zij, alleen of gezamenlijk, één of meer dochterondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht controleert. De vermelde gegevens op geconsolideerde basis zijn meteen ook IFRS-conform. (3) Eigen vermogen na winstverdeling : eigen kapitaal (kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves, overgebrachte winst) en fondsen voor algemene bankrisico's. (4) c : de bank is opgenomen met geconsolideerde gegevens die IFRS-conform zijn. Banken waar deze 'c' niet wordt vermeld publiceren geen geconsolideerde jaarrekeningen en worden bijgevolg in de rangschikkingen opgenomen met niet-geconsolideerde gegevens (die conform de 'traditionele' Belgische boekhoudregels - Belgian GAAP zijn). : dochtermaatschappij van een andere in België gevestigde bank. De bijbehorende moedermaatschappij is eveneens opgenomen in de rangschikkingen. (5) Voor banken waarvan het boekjaar niet op 31 december eindigt, wordt de afsluitingsdatum van het boekjaar tussen haakjes vermeld. (6) Degroof Securities NV (vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies) is gefusioneerd met het moederhuis Bank Degroof per 1/09/2009. (7) Op 1 januari 2009 zijn BKCP Noord, BKCP Wallonie, Federale Kas voor het Beroepskrediet en West-Vlaamse Bank geïntegreerd bij BKCP Brabant en de naam werd in mei 2009 gewijzigd in "BKCP".

47 3.8. Belang van de voornaamste instellingen binnen de banksector (in %, op basis van niet-geconsolideerde gegevens) Jaar Top 3 Top 5 Top 10 Balanstotaal ,8 59,5 74, ,0 48,1 66, ,4 47,2 65, ,4 53,2 70, ,9 77,0 83, ,0 86,1 91, ,6 81,9 89, ,9 80,3 88,0 Cliëntendeposito's (1) ,2 67,3 85, ,9 63,8 81, ,1 63,9 81, ,3 60,9 78, ,8 75,0 85, ,7 81,9 89, ,6 78,5 87, ,5 79,0 88,1 Totaal van de kredieten (2) ,0 78,0 86, ,8 85,8 92, ,6 83,6 91, ,4 82,2 91,2 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking september (1) In ruime zin. Omvat : 'Schulden tegenover cliënten' (zichtdeposito's, deposito's op termijn of met opzegging, gereglementeerde spaardeposito's, deposito's van bijzondere aard, depositobeschermingsregeling, overige crediteuren) + 'In schuldbewijzen belichaamde schulden' (voornamelijk kasbons, obligatieleningen en depositocertificaten). (2) Met inbegrip van de schuldtitels.

48

49 HOOFDSTUK 4 : HUMAN RESOURCES (*) Tabel Tabel Tabel 4.2. Tabel Tabel Tabel Tabel Aantal werknemers in de banksector, per categorie Opsplitsing van het uitvoerend personeel in de banksector, naar categorie Opsplitsing van de banken naar personeelsbestand Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur Opsplitsing van het bankpersoneel naar diploma Opsplitsing van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, naar diploma (*) Het Statistisch Vademecum behandelt de banksector vanuit de invalshoek van het bankstatuut, volgens de wet van Tot 1990 verwijzen de cijfers in hoofdstuk 4 uitsluitend naar de banken die deel uitmaken van het Paritair Comité 310. Vanaf 1994 slaan de gegevens op de banksector volgens de wet van , weliswaar beperkt tot de banken-leden van Febelfin die deelnemen aan de enquête, en omvatten ze bijgevolg banken die onder verscheidene Paritaire Comités ressorteren (vnl. 310, 308, 309).

50 Aantal werknemers in de banksector, per categorie Einde jaar A. In eenheden Directie Kaderpersoneel Uitvoerend personeel Banken die ressorteren onder het Paritair Comité 310 Arbeiders SBO (2) Algemeen totaal (3) (3) (3) Banken-leden van Febelfin (1) (3) (3) (3) B. In % van het totaal Banken die ressorteren onder het Paritair Comité ,8 18,3 72,7 6, ,3 25,7 65,2 4,3 1, ,2 29,9 61,9 1,8 2, ,9 33,7 58,3 2,3 1, ,3 34,2 58,0 0,8 2, ,4 39,2 56,1 0, ,5 47,5 46,8 0, ,6 49,9 44,3 0,2-100 Banken-leden van Febelfin (1) ,4 29,5 61,5 3,5 2, ,2 33,5 58,7 0,9 2, ,3 38,8 56,6 0, ,3 46,8 47,7 0, ,4 49,2 45,2 0,2-100 Bron : Febelfin-enquête bij de banken-leden. Laatste bijwerking september (1) De banken-leden van Febelfin (die ressorteren onder het Paritair Comité 310, 308, 309 en diverse) die deelnemen aan de enquête, maken ongeveer 99,6 % uit van de werkgelegenheid in de banksector. (2) Startbaanovereenkomsten (ex-rva-stagiairs) afgekort tot SBO. Vanaf 2002 wordt het aantal SBO's in de overige werkgelegenheidscijfers opgenomen. (3) De algemene daling van de werkgelegenheid bij de banken die lid zijn van het Paritair Comité, betekent niet noodzakelijk dat er effectief banen verloren gaan. In verscheidene banken ligt de verklaring in het soms grote aantal medewerkers van de bank die overgaan naar de groep of naar een andere entiteit binnen de groep.

51 Opsplitsing van het uitvoerend personeel in de banksector, naar categorie (1) Einde jaar Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Totaal A. In eenheden Banken die ressorteren onder het Paritair Comité (3) Banken-leden van Febelfin (2) (3) B. In % van het totaal Banken die ressorteren onder het Paritair Comité ,0 19,4 37,4 37, ,4 6,1 28,5 64, ,6 3,8 23,9 71, ,3 3,6 22,5 73, ,3 2,0 15,8 81, ,5 2,7 14,8 82, ,6 3,2 16,6 79, ,3 3,7 17,6 77,4 100 Banken-leden van Febelfin/ BVB (2) ,0 4,9 23,1 71, ,8 3,9 18,1 77, ,7 3,2 15,8 80, ,9 3,6 17,0 78, ,3 4,0 17,9 76,8 100 Bron : Febelfin-enquête bij de banken-leden. Laatste bijwerking september (1) Deze nog steeds gebruikelijke indeling in categorieën is georiënteerd op een sectorakkoord waarbij de functies werden gerangschikt naar taakinhoud. Er valt bijgevolg geen eenduidig verband met de scholingsgraad of de anciënniteit uit af te leiden. De functies uit de vierde categorie vereisen van het uitvoerend personeel de hoogste bekwaamheid. (2) De banken-leden van Febelfin (die ressorteren onder het Paritair Comité 310, 308, 309 en diverse) en die deelnemen aan de enquête, maken ongeveer 99,6 % uit van de werkgelegenheid in de banksector. (3) Vanaf 2002 wordt het aantal SBO's in de overige werkgelegenheidscijfers opgenomen.

52 4.2. Opsplitsing van de banken naar personeelsbestand (1) (einde 2010) Personeelsbestand Aantal banken (2) Aandeel in % in het totale personeelsbestand van de banksector per categorie samengeteld 1 tot ,2 0,2 11 tot ,2 1,4 51 tot ,0 2,4 101 tot ,6 8,9 501 tot ,9 16, tot ,9 49,7 Meer dan ,3 100,0 Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Met inbegrip van de SBO (ex-rva-stagiairs). (2) Gegevens uit een Febelfin-enquête bij de banken-leden (de deelnemende banken maken ongeveer 99,6 % van de werkgelegenheid in de banksector uit).

53 Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens leeftijd, anciënniteit en geslacht (in % van het totaal) (1) Einde jaar (2) A. Leeftijd Minder dan 21 jaar 1,2 0,2 0,2 0,1 0,0 0, ,4 22,7 19,6 16,1 13,9 14, ,3 32,2 28,3 25,6 26,8 26, ,8 32,6 31,7 30,7 29,5 29, ,4 11,8 20,0 27,2 28,7 28,9 meer dan 60 jaar 0,9 0,5 0,2 0,4 1,1 1,0 B. Anciënniteit (jaren) ,1 22,3 25,2 23,1 23,5 24, ,2 10,5 8,2 13,7 14,3 12, ,2 10,8 15,7 7,4 11,5 13, ,3 18,6 10,0 14,9 8,0 6, ,1 30,6 25,8 20,4 23,2 23,3 meer dan 30 8,1 7,2 15,1 20,5 19,5 19,4 C. Geslacht Mannen 65,6 61,3 56,0 53,9 51,3 50,8 Vrouwen 34,4 38,7 44,0 46,1 48,7 49,2 Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Deze cijfers hebben voor 1980 enkel betrekking op banken-leden van Febelfin met een ondernemingsraad; voor 1990 op de banksector in enge zin. Vanaf 1995, banksector in ruime zin. Tot 2002, SBO (ex-rva-stagiairs) niet inbegrepen. (2) Behalve in In dat jaar gegevens per 1 juli.

54 Structuur van de werkgelegenheid in de banken volgens gewest, nationaliteit en individuele prestatieduur (in % van het totaal) (1) Einde jaar A. Werkgelegenheid per gewest Brussel 44,3 45,9 49,1 49,5 50,8 51,1 Vlaanderen 38,5 39,0 38,9 37,0 36,5 36,2 Wallonië 17,2 15,1 12,0 13,5 12,7 12,8 B. Nationaliteit (2) Belgen 97,3 97,5 97,4 97,2 95,8 95,6 EU-landen 2,2 2,0 2,2 2,4 3,2 3,3 Andere nationaliteiten 0,5 0,5 0,4 0,4 1,0 1,1 C. Individuele prestatieduur (2) (3) 100% 89,2 89,0 83,2 74,3 71,9 72, % 6,6 6,4 10,0 14,9 17,4 18, % 4,1 4,5 6,7 10,3 10,3 9,5 minder dan 50% 0,1 0,1 0,2 0,5 0,4 0,4 Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Voor 1985 en 1990, banksector in enge zin. Vanaf 1995, banksector in ruime zin. (2) SBO (ex-rva-stagiairs) tot 2002 niet inbegrepen. (3) Arbeiders tot 2002 niet inbegrepen.

55 Opsplitsing van het bankpersoneel naar diploma (einde 2010, in %) Studies Universitair (Master of doctoraat) HOBU (Bachelor) Hoger secundair Overige diploma's Directie 77,3 14,7 7,2 0,8 Kaderpersoneel 40,3 39,7 18,1 1,8 Bedienden 10,7 47,1 36,5 5,8 Arbeiders - 4,4 24,6 71,1 Totaal 28,8 41,6 25,8 3,7 Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september 2011.

56 Opsplitsing van de nieuw aangeworven medewerkers in de banksector, naar diploma (in de loop van 2010, in %) Studies Universitair (Master of doctoraat) HOBU (Bachelor) Hoger secundair Overige diploma's Directie 70,0 22,9 4,7 2,4 Kaderpersoneel 66,0 26,5 4,9 2,6 Bedienden 31,4 50,9 15,3 2,4 Arbeiders (1) 0,0 Totaal 45,3 41,1 11,1 2,5 Bron : Febelfin (enkel banken-leden). Laatste bijwerking september (1) Het aantal aanwervingen voor deze categorie is uiterst gering.

57 HOOFDSTUK 5 : INVESTERINGEN Tabel 5.1. Tabel 5.2. Bruto-investeringen in vaste activa van vennootschappen in België : verloop bij financiële instellingen en niet-financiële vennootschappen Bruto-investeringen in vaste activa : spreiding in de Belgische financiële sector

58 5.1 Bruto-investeringen in vaste activa van vennootschappen in België : verloop bij financiële instellingen (1) en niet-financiële vennootschappen (in lopende prijzen) Financiële instellingen Niet-financiële vennootschappen Jaar in miljoenen EUR index 2000 = 100 in miljoenen EUR index 2000 = ,6 100, ,3 100, ,6 150, ,7 103, ,1 127, ,3 98, ,5 94, ,0 101, ,1 121, ,7 117, ,8 107, ,0 130, ,2 117, ,7 136, ,6 120, ,3 146, ,2 143, ,3 155, ,5 108, ,5 142, ,0 100, ,4 144,4 Bron : Gegevens van het INR (gedetailleerde nationale rekeningen) en Febelfin berekeningen op die basis. Laatste bijwerking maart (1) Het betreft de branche financiële activiteiten en verzekeringen.

59 5.2 Bruto-investeringen in vaste activa : spreiding in de Belgische financiële sector (in % van totaal) Periode Monetaire financiële instellingen (MFI) (1) 30,7 29,4 27,6 36,8 Overige financiële intermediairs (2) 52,1 54,0 46,5 41,3 Financiële hulpbedrijven 6,3 6,2 4,9 5,0 Verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen 10,9 10,4 21,0 16,9 Totaal financiële instellingen 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin berekeningen op gegevens van het INR (gedetailleerde nationale rekeningen). Laatste bijwerking maart (1) Met inbegrip van de centrale bank. (2) Met uitzondering van de verzekeringsinstellingen en de pensioenfondsen.

60

61 HOOFDSTUK 6 : WERKMIDDELEN (*) Tabel 6.1. Tabel 6.2. Tabel 6.3. Tabel 6.4. Tabel 6.5. Tabel 6.6. Tabel 6.7. De gezamenlijke werkmiddelen van de banken Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar vorm Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar munt en geografisch Opsplitsing van in België ingezamelde cliëntendeposito's naar deposanten Evolutie en belang van de interbankverrichtingen Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar munt en geografisch (*) De tabellen zijn opgemaakt op vennootschappelijke basis (traditionele niet-ifrs rapporteringsschema s), tenzij anders vermeld. Wanneer een tabel is opgemaakt op vennootschappelijke basis, wordt de bedrijvigheid van de Belgische en buitenlandse kantoren van de banken naar Belgisch recht opgenomen. Wanneer een tabel is opgemaakt op territoriale basis, betekent dit dat enkel de bedrijvigheid van de Belgische kantoren van de banken naar Belgisch recht werd opgenomen. Voor de bijkantoren van de banken naar buitenlands recht die in België zijn gevestigd, gaat het steeds enkel om de bedrijvigheid in België.

62 6.1. De gezamenlijke werkmiddelen van de banken Einde jaar A. In miljarden EUR Vreemde middelen 540,6 723, , , ,2 Cliëntendeposito's (1) 283,8 375,1 473,7 597,9 596,9 Interbankschulden 223,7 261,5 412,1 295,8 258,8 Overige (2) 33,1 86,7 179,9 240,7 221,5 Aansprakelijk vermogen (3) 22,3 55,1 57,7 83,4 85,9 Eigen vermogen (3) 15,4 32,1 34,5 51,9 54,6 Achtergestelde schulden 6,9 23,0 23,2 31,5 31,3 Totaal 562,9 778, , , ,1 B. In % van het totaal Vreemde middelen 96,0 92,9 94,9 93,2 92,6 Cliëntendeposito's (1) 50,4 48,2 42,2 49,1 51,3 Interbankschulden 39,7 33,6 36,7 24,3 22,3 Overige (2) 5,9 11,1 16,0 19,8 19,0 Aansprakelijk vermogen (3) 4,0 7,1 5,2 6,8 7,4 Eigen vermogen (3) 2,7 4,1 3,1 4,3 4,7 Achtergestelde schulden 1,2 3,0 2,1 2,6 2,7 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten). (2) Hoofdzakelijk : overige crediteuren; overige passiva; overlopende rekeningen; waardeverminderingen, voorzieningen en uitgestelde belastingen. (3) Incl. fonds voor algemene bankrisico's.

63 6.2. Structurele evolutie van de werkmiddelen en van de cliëntendeposito's van de banken Einde jaar Totale werkmiddelen (in miljarden EUR) Cliëntendeposito's (1) (in miljarden EUR) Relatief aandeel van de cliëntendeposito's in de totale werkmiddelen (%) ,0 25,5 68, ,7 90,6 55, ,4 148,4 46, ,9 222,1 47, ,1 299,1 48, ,4 375,1 48, ,4 473,7 42, ,8 597,9 49, ,1 596,9 51,3 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten).

64 6.3. Samenstelling van de cliëntendeposito's (1) van de banken naar vorm Einde jaar A. In miljarden EUR Zichtdeposito's 33,7 74,8 116,1 158,4 161,7 Termijndeposito's 95,8 108,2 131,6 143,0 135,0 Gereglementeerde spaardeposito's 48,5 94,1 158,8 188,7 214,8 Kasbons en obligaties 96,3 64,2 33,2 58,7 46,5 Depositocertificaten 3,3 28,3 26,2 33,9 24,6 Overige (2) 6,2 5,5 7,8 15,2 14,3 Totaal 283,8 375,1 473,7 597,9 596,9 B. In % van het totaal Zichtdeposito's 11,9 19,9 24,5 26,5 27,1 Termijndeposito's 33,8 28,9 27,8 23,9 22,6 Gereglementeerde spaardeposito's 17,1 25,1 33,5 31,6 36,0 Kasbons en obligaties 33,9 17,1 7,0 9,8 7,8 Depositocertificaten 1,1 7,5 5,5 5,7 4,1 Overige (2) 2,2 1,5 1,6 2,5 2,4 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten). (2) O.a. deposito's van bijzondere aard en deposito's gekoppeld aan hypothecaire leningen.

65 6.4. Samenstelling van de cliëntendeposito's van de banken naar munt en geografisch (1) Einde jaar EUR Deviezen Totaal België Totaal Buitenland Overige EMU-landen Overige landen A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) ,6 71,5 375,1 275,3 99,8 35,2 64, ,3 86,4 473,7 340,3 133,4 56,3 77, ,0 90,9 597,9 413,8 184,1 91,8 92, ,6 83,3 596,9 426,6 170,4 81,9 88,5 B. In % van het totaal ,9 19,1 100,0 73,4 26,6 9,4 17, ,8 18,2 100,0 71,8 28,2 11,9 16, ,8 15,2 100,0 69,2 30,8 15,4 15, ,0 14,0 100,0 71,5 28,5 13,7 14,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Incl. in schuldbewijzen belichaamde schulden (kasbons, obligaties, depositocertificaten).

66 6.5. Opsplitsing, naar deposanten, van bij Belgische cliënten ingezamelde deposito's (1) (in miljoenen EUR) Einde jaar Zichtdeposito's Termijndeposito's Gereglementeerde spaardeposito's Overige deposito's (2) Totaal Particulieren en zelfstandigen (3) Niet-financiële ondernemingen Financiële ondernemingen Openbare besturen In België ingezamelde cliëntendeposito's (1) Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) In schuldbewijzen belichaamde schulden niet inbegrepen. Op territoriale basis. (2) O.a. deposito's van bijzondere aard en deposito's gekoppeld aan hypothecaire leningen. (3) Inclusief instellingen zonder winstoogmerk.

67 6.6. Evolutie en belang van de interbankverrichtingen Einde jaar Interbankschulden (1) Bedrag (miljarden EUR) Aandeel in het totaal passief (%) Interbankvorderingen (1) Bedrag (miljarden EUR) Aandeel in het totaal actief (%) Bedrag (miljarden EUR) Nettoberoep op bankiers Aandeel in de totale deposito's (2)(%) ,7 39,0 163,5 31,6 38,2 12, ,7 40,7 202,1 32,8 48,6 14, ,5 33,6 178,1 22,9 83,4 18, ,1 36,7 310,3 27,6 101,8 17, ,8 24,3 284,3 23,3 11,5 1, ,8 22,3 299,7 25,8-40,9-7,4 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Daggeldleningen en -ontleningen inbegrepen. (2) Cliëntendeposito's en nettoberoep op bankiers.

68 6.7. Samenstelling van de interbankverrichtingen, naar munt en geografisch (in miljarden EUR) Einde 2010 EUR Deviezen Totaal België Totaal Buitenland Overige EMU-landen Overige landen Interbankschulden (1) 153, ,8 48,9 209,9 96,4 113,5 Interbankvorderingen (1) 200,9 98,8 299,7 48,9 250,8 146,0 104,8 Nettoberoep op bankiers (2) -47,1 6,2-40,9 0,0-40,9-49,6 8,7 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Daggeldleningen en -ontleningen inbegrepen. (2) Een positief bedrag betekent dat de banksector netto-ontlener is op de markt. Een negatief bedrag betekent dat de banksector netto-uitlener is op de markt.

69 HOOFDSTUK 7 : KREDIETEN (*) Algemeen verloop van de kredieten Tabel 7.1. Tabel 7.2. Tabel 7.3. Tabel 7.4. Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken Opsplitsing van de totale bankkredieten, naar munt en geografisch Opsplitsing van de totale bankkredieten naar vorm Opsplitsing van de totale bankkredieten naar begunstigden Kredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland Tabel 7.5. Tabel 7.6. Tabel 7.7. Tabel 7.8. Tabel Tabel Tabel Tabel Vormen van bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland Opsplitsing van bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland, naar begunstigden Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische niet-financiële vennootschappen Bankkredieten aan de Belgische niet-financiële vennootschappen volgens bedrijfsgrootte Evolutie van het consumentenkrediet bij alle kredietverstrekkers Consumentenkrediet, naar kredietverstrekkers Kredietverlening voor huisvesting, naar kredietverstrekkers Evolutie van de totale leasingproductie Kredieten aan de Belgische overheid Tabel Tabel Kredieten aan België Tabel Verbinteniskredieten Tabel Effectenportefeuille Tabel Opsplitsing van de bankkredieten aan de Belgische overheid, naar vorm en munt Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector in enkele landen Opsplitsing van de bankkredieten aan België tussen privésector en overheidssector Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken (*) De tabellen zijn opgemaakt op vennootschappelijke basis (traditionele niet-ifrs - rapporteringsschema's), tenzij anders vermeld. Wanneer een tabel is opgemaakt op vennootschappelijke basis, wordt de bedrijvigheid van de Belgische en buitenlandse kantoren van de banken naar Belgisch recht opgenomen. Wanneer een tabel is opgemaakt op territoriale basis, betekent dit dat enkel de bedrijvigheid van de Belgische kantoren van de banken naar Belgisch recht werd opgenomen. Voor de bijkantoren van de banken naar buitenlands recht die in België zijn gevestigd, gaat het steeds enkel om de bedrijvigheid in België. Ook inhoudelijk kunnen sommige rubrieken licht verschillen in de tabellen op territoriale basis en op vennootschappelijke basis. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact.

70 7.1. Algemeen overzicht van de kredietverlening door de banken (uitstaande bedragen, in miljarden EUR) Einde jaar Totale kredieten (1) 301,2 396,3 476,3 503,0 462,6 Opgenomen verbinteniskredieten (2) 29,5 82,4 97,6 129,2 119,9 Schuldtitels (3) 44,9 126,5 204,2 228,1 207,2 Totaal 375,6 605,2 778,1 860,3 789,7 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. (2) Voornamelijk borgtochten, documentaire kredieten (posten buiten balanstelling). (3) Voornamelijk obligaties van Belgische en buitenlandse privé-emittenten en van buitenlandse overheden; met uitsluiting van Belgische overheidseffecten.

71 7.2. Opsplitsing van de totale bankkredieten, naar munt en geografisch Opsplitsing naar munt Geografische Opslitsing Einde jaar Totale kredieten (1) EUR Deviezen België Totaal Buitenland Overige EMUlanden Overige landen A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) ,3 331,7 64,6 311,2 85,1 21,9 63, ,3 352,6 123,7 310,4 165,9 42,0 123, ,0 397,7 105,3 323,7 179,4 72,8 106, ,6 397,6 65,0 329,5 133,1 57,6 75,5 B. In % van het totaal ,0 83,7 16,3 78,5 21,5 5,5 16, ,0 74,0 26,0 65,2 34,8 8,8 26, ,0 79,1 20,9 64,4 35,7 14,5 21, ,0 85,9 14,1 71,2 28,8 12,5 16,3 Bron: Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact.

72 7.3. Opsplitsing van de totale bankkredieten naar vorm (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Cliëntenkredieten (1) 193,0 301,3 411,2 450,5 405,4 Leningen op termijn 119,9 174,6 269,0 313,6 267,2 wv. : op termijn <= 1 jaar 36,8 68,5 151,3 168,0 149,3 wv. : op termijn > 1 jaar 83,0 106,1 117,7 145,6 117,9 Hypothecaire leningen 35,3 57,6 96,1 84,2 91,4 Voorschotten in rekening-courant 18,3 22,8 20,7 23,5 22,5 Niet-hypothecaire leningen op afbetaling 8,5 12,0 11,5 13,3 12,1 Handelswissels en accepten 3,3 4,0 2,2 0,8 0,7 Leasing en soortgelijke vorderingen 0,9 1,1 1,5 1,2 1,1 Andere kredieten 6,9 29,2 10,2 13,9 10,4 Kredieten aan de Belgische overheid in de vorm van effecten 108,2 95,0 65,1 52,5 57,3 Obligaties 82,3 83,9 61,3 46,7 55,3 Certificaten 25,9 11,1 3,8 5,8 2,0 Totale kredieten (2) 301,2 396,3 476,3 503,0 462,7 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Inclusief de vorderingen op de Belgische overheid in de vorm van directe kredietverlening. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. (2) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid.

73 7.4. Opsplitsing van de totale bankkredieten naar begunstigden Einde jaar Totale kredieten (1) (2) Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland Belgische privé-sector Totaal Buitenland Overige EMUlanden Overige landen Totaal (2) Kredieten aan de Belgische overheid A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) ,5 129,6 20, ,1 134, ,3 135,2 25, ,1 154, ,8 184,3 38,2 14,1 24,1 222,5 119, ,9 214,6 120,3 25,9 94,4 334,9 90, ,4 245,9 103,9 47,9 56,0 349,8 72, ,0 248,2 92,6 40,7 51,9 340,8 77,3 B. In % van het totaal ,0 45,6 7, ,8 47, ,0 43,0 7, ,0 49, ,0 53,9 11,2 4,1 7,1 65,1 34, ,0 50,5 28,3 6,1 22,2 78,8 21, ,0 58,2 24,6 11,3 13,3 82,8 17, ,0 59,4 22,2 9,7 12,4 81,5 18,5 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector, aan het buitenland en aan de Belgische overheid; deze tabel is opgemaakt op territoriale basis. (2) De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact.

74 7.5. Vormen van bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland (1) (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Leningen op termijn 87,3 129,2 210,4 239,6 222,1 wv. : op termijn <= 1 jaar 27,7 54,3 128,4 119,9 102,9 op termijn > 1 jaar 59,6 74,9 82,0 119,7 119,2 wv. : België 72,5 98,4 102,0 145,7 138,9 buitenland 14,8 30,8 108,4 93,9 83,2 Hypothecaire leningen 34,8 56,5 95,7 80,0 87,1 Voorschotten in rekening-courant 14,4 18,9 14,9 15,6 17,7 Niet-hypothecaire leningen op afbetaling 8,4 11,9 11,5 13,3 12,1 Handelswissels en accepten 2,9 2,1 1,4 0,4 0,7 Leasing en soortgelijke vorderingen 0,6 0,2 0,3 0,3 0,3 Andere kredieten 1,7 3,7 0,7 0,7 0,8 Totaal (2) 150,1 222,5 334,9 349,8 340,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland, op territoriale basis. (2) De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact.

75 7.6. Opsplitsing van de bankkredieten aan de Belgische privésector en aan het buitenland (1), naar begunstigden (uitstaand bedrag in miljarden EUR) Einde periode Kredieten aan de Belgische privé-sector (2) 184,3 214,6 245,9 248,2 Particulieren en zelfstandigen (3) 82,6 113,1 97,6 103,2 wv. - hypothecaire leningen 54,0 86,7 72,8 78,5 - niet-hypothecaire leningen op afbetaling 8,7 8,4 8,8 8,7 - leningen op termijn 14,9 14,5 12,5 12,5 wv. op termijn <= 1 jaar 1,8 1,2 1,5 1,4 wv. op termijn > 1 jaar 12,9 13,3 11,0 11,1 Niet-financiële ondernemingen 88,3 80,9 98,5 99,3 wv. - leningen op termijn 72,4 68,6 86,6 85,4 wv. op termijn <= 1 jaar 26,7 23,0 26,6 26,6 wv. op termijn > 1 jaar 45,7 45,7 60,0 58,8 - voorschotten in rekening-courant 9,8 7,4 6,2 7,8 - handelswissels en accepten 0,9 0,4 0,1 0,1 Financiële ondernemingen 13,4 20,7 49,8 45,7 wv. - leningen op termijn 11,3 18,8 46,6 41,0 wv. op termijn <= 1 jaar 5,7 5,5 26,1 19,0 wv. op termijn > 1 jaar 5,6 13,3 20,5 22,0 - voorschotten in rekening-courant 1,5 1,2 2,5 3,9 Kredieten aan het buitenland 38,2 120,3 103,8 92,6 wv. - leningen op termijn 30,8 108,4 93,9 83,2 wv. op termijn <= 1 jaar 20,1 98,7 65,6 55,9 wv. op termijn > 1 jaar 10,7 9,7 28,3 27,3 - voorschotten in rekening-courant 2,8 3,1 3,4 2,6 Totale kredieten aan de Belgische privé-sector en aan het buitenland 222,5 334,9 349,8 340,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Op territoriale basis. (2) De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. (3) Inclusief instellingen zonder winstoogmerk.

76 7.7. Evolutie van de bankkredieten aan de Belgische niet-financiële vennootschappen (1) Einde jaar Uitstaand bedrag (miljarden EUR) (2) Index (1992=100) , , , , , ,6 162 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens Observatorium voor krediet aan vennootschappen bij de NBB. Laatste bijwerking augustus (1) De basisgegevens zijn afgeleid van de gedetailleerde boekhoudstaten van de banken (het 'Schema A'). (2) Voor de jongste jaren (2009 en 2010) zijn de gegevens inclusief het volume van de geëffectiseerde kredieten.

77 7.8. Bankkredieten aan de Belgische niet-financiële vennootschappen volgens bedrijfsgrootte (1) Einde jaar Kleine vennootschappen Uitstaande bedragen van de opgenomen kredieten (in miljarden EUR) Middelgrote vennootschappen Grote vennootschappen Kleine vennootschappen Aanwendingsgraad van de geopende kredieten (2) (in %) Middelgrote vennootschappen Grote vennootschappen ,2 13,0 29,1 78,3 62,4 45, ,8 14,7 30,9 79,4 67,5 50, ,4 13,5 26,0 82,8 66,2 54, ,8 17,3 27,1 87,0 70,7 54, ,6 18,2 27,7 87,7 72,3 54,1 Bron : Observatorium voor krediet aan vennootschappen bij de NBB. Laatste bijwerking augustus (1) De basisgegevens zijn afgeleid van de Centrale voor kredieten aan ondernemingen (CKO). De definities gebruikt in deze bron verschillen op sommige punten van die in de gedetailleerde boekhoudrapportering van de banken. (2) Verhouding, in %, van het uitstaande volume opgenomen kredieten t.a.v. het uitstaande volume geopende kredieten.

78 Evolutie van het consumentenkrediet bij alle kredietverstrekkers (1) Einde periode A. Uitstaand bedrag Totaal uitstaand bedrag In miljoenen EUR Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Financieringshuur Kredietopeningen (2) In % van het totaal uitstaand bedrag ,0 72,0 9,0 0,2 18, ,0 71,0 8,8 0,2 20, ,0 70,2 10,9 0,2 18, ,0 71,6 9,5 0,2 18, ,0 72,2 8,5 0,2 19,0 B. Aantal lopende contracten In duizenden In % van het totaal aantal ,0 32,0 12,5 1,5 54, ,0 31,3 11,3 0,9 56, ,0 21,4 10,0 0,2 68, ,0 23,3 11,3 0,2 65, ,0 23,9 11,2 0,2 64,6 Bron : Febelfin-berekeningen op ADSEI-gegevens. Laatste bijwerking maart (1) Overeenkomsten waarop de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet van toepassing is (enkel het consumentenkrediet aan particulieren); overeenkomsten gesloten bij alle kredietverstrekkers. (2) Uitstaande bedragen opgenomen op de toegekende kredietopeningen in rekening-courant. Aantal kredietopeningen in rekening-courant waarvan daadwerkelijk gebruik werd gemaakt.

79 Consumentenkrediet, naar kredietverstrekkers (1) (Uitstaand bedrag per kredietvorm, in miljoenen EUR) Einde periode Banken Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Kredietopeningen Totaal (2) (87,7) (84,7) (80,4) (60,8) (59,6) Overige financiële instellingen (3) Leningen op afbetaling Verkopen op afbetaling Financieringshuur Kredietopeningen Totaal (2) (11,6) (14,8) (19,4) (39,0) (40,2) Verkopers Verkopen op afbetaling Kredietopeningen Financieringshuur Totaal (2) (0,7) (0,5) (0,2) (0,2) (0,2) Bron : Febelfin-berekeningen op ADSEI-gegevens. Laatste bijwerking maart (1) Overeenkomsten waarop de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet van toepassing is (enkel het consumentenkrediet aan particulieren); overeenkomsten gesloten bij alle kredietverstrekkers. (2) Tussen haakjes, belang van elke groep van kredietverstrekkers in het totaal uitstaand bedrag aan consumentenkrediet (in %). (3) Andere instellingen dan banken en verkopers, meer bepaald krediet-, financierings- en leasingmaatschappijen.

80 7.10. Kredietverlening voor huisvesting, naar kredietverstrekkers (1) Einde periode A. Uitstaand bedrag (in miljarden EUR) Banken (2) 38,3 58,2 88,9 75,3 82,9 Verzekeringsmaatschappijen (3) 5,5 4,5 4,2 4,3 4,9 Hypotheekmaatschappijen 4,6 3,7 1,4 0,5 0,4 Huisvestingsmaatschappijen en sociale zekerheid Instellingen voor beleggingen in schuldvorderingen (4) 3,4 3,6 4,8 7,1 7,1-1,5 0,3 58,7 65,7 Totaal 51,8 71,5 99,6 145,9 161,0 B. Belang van de kredietverstrekkers (in %) Banken (2) 73,9 81,4 89,3 51,6 51,5 Verzekeringsmaatschappijen (3) 10,6 6,3 4,2 3,0 3,0 Hypotheekmaatschappijen 8,9 5,2 1,4 0,3 0,3 Huisvestingsmaatschappijen en sociale zekerheid Instellingen voor beleggingen in schuldvorderingen (4) 6,6 5,0 4,8 4,9 4,4-2,2 0,3 40,2 40,8 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Verbintenissen aangegaan door particulieren en door zelfstandigen voor privé-doeleinden. Voor de 'banken' zijn de hypothecaire kredieten door zelfstandigen aangegaan voor commerciële doeleinden eveneens inbegrepen. (2) Inclusief de hypothecaire leningen die een kredietinstelling via de erkende vennootschappen voor sociale woningbouw verstrekt. De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact. Zie ook voetnoot 4. (3) Inclusief pensioenfondsen. (4) De sterke stijging van de jongste jaren is te wijten aan effectiseringsoperaties die (in omvang) in aanzienlijke mate toenamen. Het betreft voornamelijk effectisering van hypothecaire leningen.

81 7.11. Evolutie van de leasingproductie (1) (in miljoenen EUR) Roerende leasing 2.245, , , , ,8 wv. - financiële leasing 1.525, , , , ,5 - operationele leasing 720,7 962, , , ,3 wv. - industriële machines en uitrustingen 497,1 780,3 994, , ,3 - computers en bureelmaterieel 654,5 600,4 695,8 757,6 646,7 - bedrijfsvoertuigen 379,4 464,9 627,1 447,6 449,6 - personenwagens 544,0 657,7 770,6 904, ,7 - boten, vliegtuigen, rollend spoorwegmaterieel 26,2 14,3 16,2 11,5 24,3 - andere 144,6 211,4 96,7 117,1 247,2 Onroerende leasing 309,2 351,9 644,0 390,6 414,7 Totaal 2.555, , , , ,5 Bron : Febelfin-berekeningen op BLV-gegevens. Laatste bijwerking augustus (1) Enkel BLV-leden. De productie heeft betrekking op de contracten die in de loop van de periode worden gesloten.

82 7.12. Opsplitsing van de bankkredieten aan de Belgische overheid, naar vorm en munt Einde jaar Obligaties Vorm Certificaten Andere kredieten (1) Totale kredieten aan de Belgische overheid EUR Munt Deviezen A. Uitstaand bedrag in miljarden EUR ,2 13,4 23,3 133,9 133,1 0, ,9 11,1 24,5 119,5 119,2 0, ,3 3,9 25,2 90,4 90,3 0, ,7 5,8 20,3 72,8 72,8 0, ,3 2,0 20,1 77,4 77,4 0,0 B. In % van het totaal ,6 10,0 17,4 100,0 99,4 0, ,2 9,3 20,5 100,0 99,7 0, ,8 4,3 27,9 100,0 99,9 0, ,1 8,0 27,9 100,0 100,0 0, ,4 2,6 26,0 100,0 100,0 0,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Uitbetalingskredieten toegestaan aan de Belgische overheid; op territoriale basis.

83 7.13. Omvang van de bankkredieten aan de overheidssector (1) in enkele landen, einde 2010 (2) (in % van de totale bankkredieten aan de gezamelijke ingezeten overheidssector en privésector) Japan (3) 41,2 Duitsland 19,2 België 18,7 Frankrijk 14,3 Verenigde Staten 12,2 Oostenrijk 11,3 Zwitserland 7,4 Nederland 6,5 Verenigd Koninkrijk (3) 2,7 Denemarken 1,2 Bron : Febelfin-berekeningen op basis van cijfers gepubliceerd door het IMF. Laatste bijwerking maart (1) Schuldvorderingen op de centrale en lokale overheden. (2) Of laatste beschikbare gegevens. (3) Vorderingen op de overheidssector, na aftrek van de verbintenissen van de banksector ten aanzien van de overheidssector.

84 7.14. Opsplitsing van de bankkredieten aan België tussen privésector en overheidssector (1) Einde periode Kredieten aan de Belgische privé-sector (2) Kredieten aan de Belgische overheid Totale kredieten aan België (2) A. In miljarden EUR ,6 134,4 264, ,2 154,1 289, ,3 119,3 303, ,6 90,0 304, ,9 72,7 318, ,2 77,3 325,5 B. In % van de totale kredieten aan België ,1 50,9 100, ,7 53,3 100, ,7 39,3 100, ,5 29,5 100, ,2 22,8 100, ,3 23,7 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Op territoriale basis. (2) De cijfers met betrekking tot de uitstaande bedragen van kredieten zijn in in de jongste jaren negatief beïnvloed door bepaalde effectiseringsoperaties, o.a. voor hypothecaire leningen en kredieten aan ondernemingen. Sommige van deze operaties hadden betrekking op aanzienlijke bedragen. Ofschoon effectisering een negatieve weerslag heeft op de boekhoudkundige kredietcijfers, blijft de betrokken kredietfinanciering vanuit economisch oogpunt wel volledig intact.

85 7.15. Verloop van de opgenomen verbinteniskredieten (in miljarden EUR) Totale opgenomen verbinteniskredieten (1) ,5 82,4 97,5 129,2 119,8 wv. waarborgen 26,6 77,7 87,8 113,2 105,9 documentaire kredieten 2,7 4,6 8,9 15,5 13,4 wv. EUR n.b. 38,3 63,2 88,6 85,3 deviezen n.b. 44,1 34,3 40,6 34,5 wv. België 14,0 24,5 32,0 30,5 24,2 buitenland 15,5 57,9 65,5 98,7 95,6 overige EMU-landen n.b. 19,8 28,2 49,7 57,5 overige landen n.b. 38,1 37,3 49,0 38,1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Handtekeningkredieten : door de banken t.a.v. derden aangegane verbintenissen voor rekening van hun cliënten (posten buiten balanstelling).

86 7.16. Samenstelling van de effectenportefeuille van de banken (1) (in miljarden EUR) Totaal EUR Deviezen SCHULDTITELS 44,9 204,2 228,1 207,2 188,4 18,8 Obligaties en andere vastrentende effecten wv. - buitenlandse openbare emittenten 15,0 99,6 66,0 51,2 49,5 1,7 - leningen van bedrijven 29,9 104,6 162,1 156,0 138,9 17,1 AANDELEN EN DEELNEMINGEN 7,4 31,3 42,4 36,0 28,4 7,6 Aandelen en andere niet-vastrentende effecten 2,9 5,4 1,5 1,6 1,2 0,4 wv. - te beleggen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 - te realiseren 0,1 3,2 0,8 1,1 0,7 0,4 - als belegging 2,3 0,9 0,2 0,2 0,2 0,0 - overige 0,5 1,3 0,5 0,4 0,4 0,0 Deelnemingen 4,5 25,8 40,9 34,4 27,2 7,2 wv. - in banken 1,5 15,5 13,7 13,9 7,8 6,1 - in andere financiële instellingen 2,5 9,2 25,7 19,2 18,3 0,9 - in andere ondernemingen 0,5 1,1 1,5 1,3 1,1 0,2 Globale effectenportefeuille van de banken 52,3 235,4 270,5 243,2 216,8 26,4 Aandeel in de totale activa (in %) 9,3 21,0 22,2 20,9 23,1 11,9 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) Alle effecten en deelnemingen, uitgezonderd de Belgische overheidseffecten.

87 HOOFDSTUK 8 : ACTIVITEITEN BUITEN BALANSTELLING Tabel 8.1. Tabel 8.2. Tabel 8.3. Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten

88 8.1. Evolutie van de belangrijkste rubrieken in de buiten balanstelling van de banken (in miljarden EUR) Contantverrichtingen in uitvoering 73,3 65,6 96,6 92,7 79,4 Termijnverrichtingen op rente en op vreemde valuta's (1) 902, , , , ,2 wv. : op rente 425, , , , ,6 wv. : op vreemde valuta's 477,2 300,4 491,3 432,5 426,6 Vooraf gedekte opbrengsten en kosten 4,3 3,1 6,8 0,5 0,5 Opgenomen verbinteniskredieten 29,5 82,4 97,6 129,2 119,8 Betekende kredietlijnen 172,6 304,4 348,0 443,1 327,8 wv. : aan de cliënteel toegezegde lijnen voor uitbetalingskredieten 131,0 238,0 271,5 333,3 259,0 Waarborgen 416, , , , ,9 Toevertrouwde waarden en vorderingen 2.741, , , , ,3 wv. : deposito's in open bewaarneming 1.458, , , , ,1 wv. - bij Euroclear 1.084, , , , ,3 wv. - bij de overige banken 374, , , , ,8 wv. : aan derden toevertrouwde waarden en vorderingen 1.275, , , , ,1 Overige rechten en verplichtingen 21,4 46,8 67,2 68,0 69,5 Totaal buiten balanstelling (2) 5.107, , , , ,7 Totaal buiten balanstelling, zonder de deposito's in open bewaarneming bij Euroclear 4.022, , , , ,4 In % van de balans van de banksector 714, , , , ,5 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) De termijnverrichtingen die een dubbele boeking vereisen (b.v. swaps), worden voor het volume van deze verrichtingen slechts eenmaal geteld. (2) Totaal van alle boekhoudkundige rubrieken van de buiten balanstelling.

89 8.2. Evolutie van de voornaamste financiële instrumenten op rente en op vreemde valuta's van de banken (1) (in miljarden EUR) Termijnverrichtingen op rente 425, , , , ,6 waarvan Renteswaps 241, , , , ,2 Rentecontracten (FRA) 100,7 127,6 150,3 763,7 445,6 Interest futures 47,5 147,8 94,2 68,2 90,2 Opties op rente 28,5 373, , , ,0 Depositocontracten op termijn 7,1 3,0 6,5 0,1 0,5 Termijnverrichtingen op vreemde valuta's waarvan 477,2 300,4 491,3 432,5 426,6 Termijnwisselverrichtingen 420,0 226,8 322,8 228,1 224,4 Valuta- en renteswaps 45,4 48,3 84,6 154,3 153,8 Opties op valuta's 11,7 23,8 77,8 46,3 42,9 Overige (2) 0,2 1,5 6,1 3,8 5,4 Totaal 902, , , , ,2 in % van de balans van de banksector 160,3 309,9 470,8 635,7 565,7 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking augustus (1) De termijnverrichtingen die een dubbele boeking vereisen (b.v. swaps), worden voor het volume van deze verrichtingen slechts eenmaal geteld. (2) Futures op valuta's en contracten op termijnwisselkoersen.

90 8.3. Wereldmarkten van de voornaamste afgeleide financiële instrumenten (uitstaand bedrag van de notionele hoofdsom op het einde van het jaar, in miljarden USD) Op de georganiseerde markten Termijncontracten en opties op rente Termijncontracten en opties op valuta's Termijncontracten en opties op beursindexen Onderhands (1) n.b Valutacontracten n.b Rentecontracten n.b Aan aandelen gebonden contracten n.b Overige contracten n.b Alle afgeleide markten n.b Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens BIB. Laatste bijwerking augustus (1) Deze gegevens zijn pas vanaf 1998 beschikbaar.

91 HOOFDSTUK 9 INTERNATIONALISATIE Open karakter van de bankactiviteit Tabel 9.1. Tabel 9.2. Tabel 9.3. Tabel 9.4. Tabel 9.5. Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt Nettokapitaalsaldo van de in België gevestigde banken t.a.v. het buitenland Omvang van de internationale verrichtingen in de activiteiten van de in België gevestigde banken Graad van openheid tegenover het buitenland van de banksector in de EMU-landen Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland Internationale aanwezigheid Tabel Tabel Tabel Tabel 9.7. Tabel 9.8. Tabel 9.9. Tabel Tabel Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens de nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen Activiteit op de financiële markten in euro Tabel 9.12 Tabel 9.13 Bruto-uitgiften van effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en netto-uitgiften

92 9.1. Algemene balans van de in België gevestigde banken : geografisch en naar de munt (1) (in %) Verrichtingen in EUR met Verrichtingen in deviezen met Einde jaar België totaal buitenland overige EMUlanden overige landen België totaal buitenland overige EMUlanden overige landen ,8 25,0 15,5 9,5 2,8 20,4 3,9 16, ,7 24,9 15,4 9,5 2,8 23,6 4,1 19, ,3 32,8 23,4 9,4 2,1 24,8 4,5 20, ,5 30,6 21,4 9,1 3,5 17,4 3,2 14, ,7 31,1 20,9 10,2 3,3 15,9 3,3 12,6 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Gemiddelde van activa en passiva.

93 9.2 Nettokapitaalsaldo van de in België gevestigde banken t.a.v. het buitenland (in miljarden EUR) Einde jaar A. Verrichtingen met het buitenland (1) 1. Middelen uitgezet in het buitenland 218,1 383,7 695,6 638,7 585,7 2. Middelen opgenomen in het buitenland 236,3 370,5 598,3 530,0 507,8 3. Saldo -18,2 13,2 97,3 108,7 77,9 B. Verrichtingen met België (2) 1. Middelen uitgezet in België 344,8 394,6 427,8 579,1 577,4 2. Middelen opgenomen in België 326,6 407,8 525,1 687,8 655,3 3. Saldo 18,2-13,2-97,3-108,7-77,9 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Daaronder worden verstaan de verrichtingen van de banken met buitenlandse bedrijven en particulieren, met buitenlandse overheden en met in het buitenland gevestigde banken. (2) Daaronder worden verstaan de verrichtingen van de banken met de Belgische bedrijven en particulieren, met de Belgische overheid en met de in België gevestigde banken.

94 9.3 Omvang van de internationale verrichtingen (1) in de activiteiten van de in België gevestigde banken (in %) Einde jaar In het balanstotaal (2) 47,0 51,3 59,7 51,5 50,3 2. In de totale cliëntendeposito's 21,1 29,4 30,5 33,0 30,3 3. In de totale cliëntenkredieten 23,2 31,9 41,6 42,3 34,8 4. In de effectenportefeuille (3) 56,8 53,3 73,8 55,8 51,2 5. In de interbankenverrichtingen 84,7 84,0 88,1 81,2 88,1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Tot 1998: verrichtingen in BEF met het buitenland en verrichtingen in deviezen; vanaf 1999 : verrichtingen in EUR met het buitenland en verrichtingen in deviezen. (2) Gemiddelde van activa en passiva. (3) Alle effecten en deelnemingen, uitgezonderd de Belgische overheidseffecten.

95 9.4. Graad van openheid tegenover het buitenland (1) van de banksector in de EMU-landen (in %, einde periode) Landen Luxemburg 96,3 95,2 94,5 91,4 90,9 Malta ,8 78,3 Ierland 60,4 67,2 72,1 70,4 69,3 Cyprus ,9 55,0 België 45,7 46,2 64,6 56,5 54,5 Oostenrijk 30,2 33,0 43,1 45,2 43,3 Frankrijk 34,2 33,8 44,7 42,6 42,6 Finland 22,7 27,7 32,6 36,7 40,1 Duitsland 22,7 25,3 36,8 40,0 37,3 Nederland 33,2 33,0 38,0 32,5 34,7 Griekenland ,7 38,7 28,1 Portugal 25,1 25,0 26,2 25,4 24,0 Slovenië ,7 17,4 Spanje 16,8 17,4 18,8 14,7 13,1 Italië 15,1 15,0 15,7 12,3 11,1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens IMF. Laatste bijwerking maart (1) Verhouding tussen de brutovorderingen van de banksector van die landen op het buitenland en het geheel van hun vorderingen.

96 9.5. Aandeel van de voornaamste landen in het totale volume van de bankvorderingen op het buitenland (in %) Landen (1) Verenigd Koninkrijk 16,1 19,4 19,5 18,1 18,3 Off-shore centra (2) 22,7 18,8 15,4 14,9 15,5 Verenigde Staten 8,3 8,8 9,1 10,5 11,9 Japan 14,1 11,1 8,4 8,2 9,4 Duitsland 6,8 9,0 10,1 10,4 8,9 Frankrijk 8,0 5,9 9,1 8,6 8,3 Nederland 2,7 2,8 3,5 3,5 3,7 Zwitserland 5,5 6,9 4,6 3,0 2,7 Luxemburg 4,9 4,7 3,6 3,0 2,5 België 3,2 2,6 3,5 2,8 2,5 Ierland 0,4 1,6 2,8 3,0 2,3 Canada 0,6 0,9 0,8 1,4 1,5 Andere Europese landen (3) 6,5 6,0 7,4 9,5 9,2 Overige niet - Europese landen(4) 0,1 1,4 2,1 3,2 3,5 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens BIB. Laatste bijwerking maart (1) Landen die deelnemen aan de BIB-statistieken. (2) Bahama's, Bahrein, Cayman-eilanden, Hongkong, Singapore, Guernsey en Jersey. (3) Denemarken, Finland, Griekenland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden. (4) Onder andere Australië, China, India, Taiwan en Turkije.

97 Aanwezigheid van België en van andere Europese landen in de wereldrangschikking van de voornaamste banken volgens het eigen vermogen (1) (in 2010) Grote EU-landen Top 50 Top 100 Top 200 Top 500 Top 1000 Duitsland Spanje Italië Verenigd Koninkrijk Frankrijk Overige EU-landen Oostenrijk Denemarken Nederland Griekenland Portugal Zweden België (2) Ierland Slovenië Cyprus Finland Luxemburg Polen Hongarije Letland Malta Roemenië Estland Litouwen Slowakije Tsjechië Totaal EU-landen Andere Europese landen Zwitserland Noorwegen Bron : 'The Banker', juli Laatste bijwerking september (1) Tier one capital. (2) Zie ook tabel

98 Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2010) Europa Plaats Wereld Naam Land (1) Eigen vermogen (2) (in miljoenen USD) 1 3 HSBC Holdings GB Royal Bank of Scotland GB BNP Paribas (3) FR Barclays Bank GB Banco Santander ES Crédit Agricole Groupe FR Lloyds Banking Group GB UniCredit IT Deutsche Bank DE Groupe BPCE FR ING Bank (4) NL Société Générale FR Rabobank Group NL Banco Bilbao Vizcaya Argentaria ES Commerzbank DE Intesa San Paolo IT Credit Suisse Group CH UBS CH Crédit Mutuel FR Standard Chartered GB Nordea Group SE Dexia BE Banco Financiero y de Ahorros Group (5) ES KBC Groep BE Danske Bank DK Caja de Ahorross y Pen. de Barcelona - la Caixa SE ABN Amro Group NL Bayerische Landesbank DE Landesbank Baden-Württemberg DE DnB NOR Group NO Bron en noten, zie volgende blz.

99 (vervolg) Rangschikking van de grootste Europese banken volgens het eigen vermogen (in 2010) Europa Plaats Wereld Naam Land (1) Eigen vermogen (2) (in miljoenen USD) Erste Group AT Skandinaviska Enskilda Banken Group SE Svenska Handelsbanken SE DZ Bank Deutsche Zentral-Genossenschaftsbank DE Raiffeisen Bank International AT Swedbank SE Banca Monte dei Paschi di Siena IT Banco Popular Espanol ES National Bank of Greece GR Nationwide Building Society GB Türkiye Is Bankasi AS TR Nykredit Bank A/S DK Nord/LB Norddeutsche Landesbank DE Akbank TR Bank of Ireland IE Schweizer Verband der Raiffeisenbanken CH Hypo Real Estate Holding DE UBI Banca IT Caixa Geral de Depositos PT Banco Populare IT Bron : 'The Banker', juli Laatste bijwerking september (1) Volgens ISO-codes : AT (Oostenrijk), BE (België), CH (Zwitserland), DE (Duitsland), DK (Denemarken), ES (Spanje), FR (Frankrijk), GB (Verenigd Koninkrijk), GR (Griekenland), IE (Ierland), IT (Italië), NL (Nederland), NO (Noorwegen), PT (Portugal), SE (Zweden), TR(Turkije). (2) Tier one capital. Boekjaar 2010, geconsolideerde gegevens. (3) Internationale groep BNP Paribas, waartoe BNP Paribas Fortis (met eigen vermogen van miljoen USD) behoort. (4) Internationale groep ING waartoe ING België (met eigen vermogen van miljoen USD) behoort. (5) Caja de Ahorros y Monte de Piedad de Madrid (plaats 64 in 2009) en Grupo Bancaja (plaats 116 in 2009) maken nu deel uit van Banco Financiero y de Ahorros Group.

100 Plaats van de Belgische banken in de wereldrangschikking (1) (in 2010) Banken Eigen vermogen (3) Geconsolideerd balanstotaal Dexia KBC Groep AXA Bank Europe Landbouwkrediet (Groep) Bron : 'The Banker', juli Laatste bijwerking september (1) Geconsolideerde cijfers. De BNP Paribas-groep, met de Franse nationaliteit, waartoe BNP Paribas Fortis België behoort, staat op de 11de plaats in (2) Geconsolideerde cijfers. De ING-groep, met de Nederlandse nationaliteit, waartoe ING België behoort, staat op de 24ste plaats in (3) Tier one capital.

101 9.7. Geografische verdeling van de buitenlandse vestigingen van de Belgische banken (einde 2010) in een bank in een financiële instelling Europa EU Andere Noord- Amerika Aantal landen per zone Aantal Belgische banken per zone Vertegenwoordigingskantoren Bijkantoren Bancaire dochters (1) Financiële dochters (2) Aantal vestigingen Deelnemingen (3) Totaal Latijns- Amerika Afrika Azië Oceanië Totaal Bron : Febelfin. Laatste bijwerking september (1) Een bankdochter kan verscheidene kantoren hebben in een zelfde land. (2) Dochter die niet het statuut van bank bezit, maar financiële verrichtingen uitvoert (b.v. financieringsmaatschappijen, leasingondernemingen, beursvennootschappen). (3) Alleen gekwalificeerde deelnemingen (d.w.z. meer dan 10 % van het kapitaal of van de stemrechten) in buitenlandse financiële instellingen of banken.

102 9.8. Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders (september 2011) Land Bijkantoren Dochterondernemingen (1) Totaal Vertegenwoordigingskantoren EU-landen Duitsland Frankrijk Hongarije Ierland Italië Letland Litouwen Luxemburg Nederland Oostenrijk Portugal Spanje Verenigd Koninkrijk Zweden Plurinationaal Europees Andere Europese landen Zwitserland Niet-Europese landen Congo India Japan Libanon Pakistan Taïwan Verenigde Staten Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. Laatste bijwerking december (1) Met een sterke buitenlandse participatie of meerderheid.

103 9.8. Aanwezigheid van buitenlandse banken in België, volgens nationaliteit van de moederbank of van de buitenlandse aandeelhouders (einde 2010) Land Bijkantoren Dochterondernemingen (1) Totaal Vertegenwoordigingskantoren EU-landen Duitsland Frankrijk Hongarije Ierland Italië Letland Litouwen Luxemburg Nederland Oostenrijk Portugal Spanje Verenigd Koninkrijk Zweden Plurinationaal Europees Andere Europese landen Zwitserland Niet-Europese landen Congo India Japan Libanon Pakistan Taïwan Verenigde Staten Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op eigen gegevens en gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Met een sterke buitenlandse participatie of meerderheid.

104 9.9. Belang van de buitenlandse banken in de bankbedrijvigheid in België (einde 2010) Dochterondernemingen (1) Bijkantoren Totaal buitenlandse banken Aantal banken In % van het totaal aantal banken 26,2 % 54,2 % 80,4 % Aandeel in de balans 51,3 % 8,3 % 59,6 % Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB en ECB. Laatste bijwerking maart (1) Banken naar Belgisch recht met buitenlandse meerderheid.

105 9.10 Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening (VVD) (einde 2010) A. Belgische banken aangemeld in een ander EER-land Land van VVD Aantal Belgische banken waarvan voor depositowerving (1) Totaal voor EER (2) Spreiding per land Frankrijk Nederland Luxemburg Duitsland 15 8 Verenigd Koninkrijk 15 9 Italië 13 8 Spanje 10 5 Portugal 9 3 Ierland 7 3 Denemarken 6 3 Oostenrijk 6 3 Finland 5 3 Griekenland 5 3 Zweden 5 3 Liechtenstein 3 1 IJsland 3 2 Noorwegen 3 2 Polen 3 2 Malta 2 2 Cyprus 2 2 Hongarije 2 2 Letland 2 1 Litouwen 2 1 Roemenië 2 1 Slovenië 2 2 Slowakije 2 2 Tsjechië 2 2 Estland 1 1 Bulgarije 1 1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Deposito's of andere terugbetaalbare fondsen. (2) De Europese Economische Ruimte (EER) omvat naast de 27 EU-landen ook IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Belgische banken die zich in twee of meer EER-landen hebben aangemeld, zijn in dit totaal slechts eenmaal opgenomen.

106 9.10 (vervolg) Aanmeldingen van banken, onder het Europees stelsel van vrije dienstverlening (VVD) (einde 2010) B. Europese banken aangemeld in België Land van oorsprong Aantal Europese banken waarvan voor depositowerving (1) Totaal 602 (3) 413 wv. Verenigd Koninkrijk Frankrijk Nederland (4) Duitsland Luxemburg Ierland Overige EER-landen Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking september (1) Deposito's of andere terugbetaalbare fondsen. (2) De Europese Economische Ruimte (EER) omvat naast de 27 EU-landen ook IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Belgische banken die zich in twee of meer EER-landen hebben aangemeld, zijn in dit totaal slechts eenmaal opgenomen. (3) Einde 1994 : 145; einde 1995 : 168; einde 1996 : 205; einde 1997 : 245; einde 1998 : 273; einde 1999 : 304; einde 2000 : 345; einde 2001 : 388; einde 2002 : 420; einde 2003 : 443; einde 2004 : 479; einde 2005 : 495; einde 2006 : 502; einde 2007 : 529; einde 2008 : 559; einde 2009 : 574. (4) De kredietinstellingen die aangesloten zijn bij de Nederlandse Rabobank en die het VVD in België hebben aangevraagd, worden elk afzonderlijk geteld.

107 9.11. Aantal buitenlandse banken gevestigd in enkele Europese landen (1) (einde 2010) Landen Aantal buitenlandse banken Totaal aantal banken Deel van de buitenlandse banken in het totaal (%) Luxemburg ,2 België ,1 Verenigd Koninkrijk ,4 Griekenland ,2 Spanje ,6 Frankrijk ,7 Portugal ,4 Denemarken ,5 Nederland ,7 Zweden ,3 Ierland ,5 Italië ,0 Finland ,9 Duitsland ,8 Oostenrijk ,3 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB. Laatste bijwerking december (1) Voor elk land het aantal dochterondernemingen en bankbijkantoren van buitenlandse oorsprong. Banken in de zin van de tweede Europese bankenrichtlijn.

108 9.12 Bruto-uitgiften van effecten (1) uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied (in 2010) (in miljarden EUR) Verdeling naar economische sector Verdeling naar munt Kortlopende effecten Langlopende effecten Totale uitgiften Monetaire financiële instellingen Andere financiële ondernemingen Nietfinanciële ondernemingen Overheden Totaal EUR Deviezen 6.402,0 368,4 716, , , ,8 877, ,0 547,2 141, , , ,8 345, ,0 915,6 858, , , , ,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB. Laatste bijwerking september (1) Met uitzondering van aandelen.

109 9.13. Internationale schuldtitels : uitstaande bedragen en netto-uitgiften (1) Uitstaande bedragen einde 2010 Netto-uitgiften in 2010 In miljarden EUR In % van het totaal uitstaand bedrag In miljarden EUR In % van de totale uitgiften A. Geldmarktinstrumenten In euro 283,0 41,3-24,8-245,5 In US dollar 254,9 37,2 15,5 153,0 In overige munten 147,4 21,5 19,5 192,5 Totaal 685,4 100,0 10,1 100,0 B. Obligaties en andere schuldtitels op méér dan één jaar In euro 8.826,8 44,0 246,4 21,8 In US dollar 7.860,6 39,2 811,4 71,8 In overige munten 3.350,9 16,7 72,9 6,5 Totaal ,3 100, ,7 100,0 C. Totaal In euro 9.109,9 44,0 221,5 19,4 In US dollar 8.115,5 39,2 826,9 72,5 In overige munten 3.498,4 16,9 92,4 8,1 Totaal ,7 100, ,8 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op BIB-gegevens. Laatste bijwerking maart (1) De gegevens werden omgezet van USD naar EUR op basis van de wisselkoers EUR/USD einde 2010 voor de uitstaande bedragen en op basis van de gemiddelde wisselkoers EUR/USD in 2010 voor de netto-uitgiften.

110

111 HOOFDSTUK 10 : BETALINGSVERKEER Betaalinstrumenten Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Interbancaire verrekening Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel S.W.I.F.T. Tabel Nationale overschrijvingen via automatische weg, indeling naar aard Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Betaalterminals en betalingen Banksys/Atos Worldline netwerk Proton : aantal kaarten en verrichtingen Proton : aantal betaalterminals en verrichtingen Proton : aantal laadterminals en laadbeurten Geldafhalingen aan bankautomaten Transactionele websites (internetbankieren) Girale betalingsverrichtingen Raming van het gebruik van betaalinstrumenten in België Verrichtingen door Belgen in het buitenland Grensoverschrijdende betalingen in EUR en in deviezen Gebruik van betaalinstrumenten - Internationale vergelijking Aantal verrichtingen Elektronisch debet Elektronisch credit Invorderingen via DOM'80 TARGET2 : cliënten- en interbancaire transfers van de Belgische banken TARGET2 : evolutie van de nationale en internationale verrichtingen van de Belgische banken TARGET2 : grensoverschrijdende betalingen (België) Betalingen via TARGET2 : relatief aandeel van de Europese landen TARGET2 : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen Verloop van het aantal uitgewisselde berichten en belang van de verschillende types berichten

112 10.1. Nationale overschrijvingen (1) via automatische weg, indeling naar aard (2) Totaal aantal (in miljoenen) Phone-banking 7,1 8,7 7,2 7,9 Self-banking 93,1 85,7 82,2 78,3 PC-banking 151,9 332,2 343,6 403,0 Isabel (3) 177,2 205,2 194,5 187,2 Bron : Febelfin-berekeningen op enquêtegegevens bij de leden. Laatste bijwerking december (1) Inter- en intrabancaire overschrijvingen. (2) Globalisatie van de resultaten van de deelnemers (niet geëxtrapoleerd naar sectorniveau). In 2009 hebben 55 banken en 2010, 61 banken deelgenomen aan de enquête, die 93,4 % en 91,2 % van het balanstotaal van de sector vertegenwoordigden. (3) Via Isabel bieden de aangesloten banken aan de ondernemingen tal van e-banking functies aan, waaronder het regelen van binnen- en buitenlandse betalingen. In deze lijn van de tabel betreft het uitsluitend de binnenlandse overschrijvingen. Inclusief de buitenlandse overschrijvingen, bedroeg het aantal overschrijvingen (in miljoenen) 212,6 in 2008, 202,1 in 2009 en 195,0 in 2010.

113 10.2. Aantal betaalkaarten in omloop, onderscheid naar functie Aantal betaalkaarten (1) (in duizenden) Bancontact/Mister Cash (2) Maestro (2)(3) Proton (4) Kredietkaarten (5) Bron : Febelfin. Laatste bijwerking december (1) Een zelfde kaart kan verscheidene functies hebben en kan dan ook in verscheidene rubrieken voorkomen. Tot 2005 : gegevens Atos Worldline, Europay Belgium, Visa Belgium en Febelfin; vanaf 2007 : enquêtegegevens bij de banken-leden. Globalisatie van de resultaten van de deelnemers (niet geëxtrapoleerd naar sectorniveau). In 2009 en 2010 hebben respektievelijk 62 en 64 banken deelgenomen aan de enquête, die 87,2 % en 94,2% van het totaal bedrag op zichtrekeningen van de sector vertegenwoordigden. (2) Debetkaarten. (3) Kaarten met activeerbare Maestro-functie. (4) Sedert 1998 zijn de meeste Bancontact/Mister Cash-kaarten uitgerust met de activeerbare Proton-functie. Inclusief de kaarten met Proton-functie waarvan de Proton-toepassing nooit is gebruikt. (5) Visa, Eurocard/MasterCard, en vanaf 2007, eveneens Amex-, Affinity- en Diners Club-kaarten inbegrepen.

114 10.3 Betaalterminals (1) en betalingen Atos Worldline netwerk (Bancontact/Mister Cash) Einde jaar Aantal verkooppunten (eenheden) Verrichtingen Omzet (2) Aantal verrichtingen per Aantal (x 1000) % totaal POS Bedrag (miljoen EUR) % totaal POS verkooppunt en per dag (eenheden) Gemiddeld bedrag per verrichting (EUR) A. Pompstations ,0 n.b. n.b. 5,0 n.b , ,6 39,6 22, (3) , ,0 85,0 32, (3) , ,9 105,1 37, (3) , ,8 108,1 34, (3) , ,6 85,8 38,69 B. Warenhuizen , ,5 66,5 55, (4) , ,7 144,5 52, (4) , ,0 155,1 49, (4) , ,4 214,9 48, (4) , ,2 225,5 48,30 C. Kleinhandel , ,9 2,1 68, , ,3 4,8 64, , ,3 6,4 64, , ,4 9,3 57, , ,8 9,5 56,78 D. Andere (5) E. Totaal ,4 32 0,2-20, , ,7-17, , ,4-9, , ,4-9, ,0 n.b. n.b. 5,0 n.b , ,0 9,2 38, , ,0 17,0 50, , ,0 22,0 50, , ,0 23,8 49, , ,0 23,9 49,24 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens Atos Worldline. Laatste bijwerking december (1) Betaalterminals (ook POS : Point of Sale terminals genoemd) waar men terecht kan met Bancontact/Mister Cash-kaarten, het systeem waaraan (nagenoeg) alle banken (in ruime zin) deelnemen, zonder de betaalterminals die enkel kredietkaarten aanvaarden. (2) Totaal bedrag gedebiteerd via verkooppuntterminals. (3) Aantal tankstations, wat overeenkomt met transactiepunten in 2010; transactiepunten in 2009, transactiepunten in 2005 en transactiepunten in (4) Voor 2010, toegeruste warenhuizen, wat overeenkomt met kassa's. In 2009 waren die cijfers resp en kassa's. In 2005 waren die cijfers resp en en in 2000 resp en kassa's. (5) Opladen van SIM-kaarten via Automated Teller machines (ATM), GSM en E-commerce.

115 Proton : aantal kaarten en verrichtingen (1) Einde jaar Aantal kaarten Aantal betalingen per jaar Aantal betalingen per kaart per jaar , , , , ,8 Bron : Febelfin-berekeningen op enquêtegegevens en gegevens Atos Worldline. Laatste bijwerking december (1) Voor 1996, enkel de "proton enabled" kaarten. Vanaf 1998 betreft het de Bancontact/Mister Cash - debetkaarten met de effectief gebruikte Proton-functie Proton : aantal betaalterminals en verrichtingen Einde jaar Aantal betaalterminals Aantal betalingen Totaal bedrag betalingen ( x 1000 EUR) Gemiddeld bedrag per betaling (EUR) , , , , ,35 Bron : Atos Worldline. Laatste bijwerking december Proton : aantal laadterminals en laadbeurten (1) Einde jaar Aantal laadterminals Aantal laadbeurten Totaal opgeladen bedrag ( x 1000 EUR) Gemiddeld bedrag per laadbeurt (EUR) , , (2) , , ,01 Bron : Febelfin-berekeningen op enquêtegegevens en gegevens Atos Worldline. Laatste bijwerking december (1) De cijfers slaan op het net Atos Worldline, maar ook op laadbeurten via self-banking, telefoon, internet. (2) Tot 2004 inclusief +/ C-Zam/PC (mogelijkheid tot heroplading Proton via Internet en C-Zam/PC, door middel van een kaartlezer).

116 10.5. Geldafhalingen aan bankautomaten (1) (2) Einde jaar Aantal toestellen Aantal geldafhalingen (in miljoenen) Totaal opgenomen bedrag (miljoenen EUR) , , , , , , , , , , , ,9 Bron : Atos Worldline, De Post en Febelfin. Laatste bijwerking december (1) Tot 2005 : gegevens Atos Worldline, De Post en Febelfin; vanaf 2007 : Febelfin-berekeningen op enquêtegegevens bij de banken-leden. Totaal automaten : automaten in selfbanking eenheden en vroegere Banksys (Atos Worldline netwerk) automaten. Sinds juli 2005 zijn de Banksystoestellen eigendom van de banken. (2) Vanaf 2003 inclusief de automaten opgesteld in de door de gevolgmachtigde agenten zelf-ingerichte kantoren.

117 10.6. Transactionele websites (internetbankieren) Aantal (in duizenden) Abonnementen waarvan gebruikte (in %) (1) 71% 73% Geregistreerde sessies Geregistreerde sessies per gebruikt abonnement (2) Ingevoerde binnenlandse overschrijvingen Ingevoerde buitenlandse overschrijvingen Ingevoerde doorlopende opdrachten Ingevoerde beursorders Bron : Febelfin-berekeningen op enquêtegegevens bij de leden. Laatste bijwerking december (1) Onder gebruikt abonnement wordt verstaan een abonnement dat gedurende het jaar aanleiding heeft gegeven tot effectieve gebruikssessies, van raadplegingen tot uitvoeren van verrichtingen door de cliënt. (2) Uitgedrukt in eenheden.

118 10.7. Girale betalingsverrichtingen, binnen België (1) A. Totaal aantal (in miljoenen en in %) Uitgevoerde overschrijvingen, totaal 619,4 688,5 799,0 846,3 - waarvan op een andere drager dan papier (61 %) (81,5 %) (88,2%) (89,3%) Binnenlandse overschrijvingen in Belgisch formaat 619,4 688,5 735,5 638,2 - waarvan op een andere drager dan papier (61 %) (81,5 %) (89,2%) (92,5%) Binnenlandse overschrijvingen in SEPA-formaat (2) ,5 208,1 - waarvan op een andere drager dan papier - - (76,1%) (79,5%) Debiteringen via DOM'80 op grond van een domiciliëringsopdracht 178,4 218,9 229,6 245,6 Gedebiteerde gewone cheques (3) 59,4 11,4 5,5 5,0 B. Gemiddeld bedrag per verrichting (in EUR) Uitgevoerde overschrijvingen, totaal , waarvan op een andere drager dan papier (1.721) (2.610) (2.730) (2.717) Binnenlandse overschrijvingen in Belgisch formaat , waarvan op een andere drager dan papier (1.721) (2.610) (2.843) (3.092) Binnenlandse overschrijvingen in SEPA-formaat (2) waarvan op een andere drager dan papier Debiteringen via DOM'80 op grond van een domiciliëringsopdracht , Gedebiteerde gewone cheques (3) , Bron : Resultaten van een Febelfin-enquête bij de leden. Laatste bijwerking december (1) Zowel inter- als intrabancair betalingsverkeer vanuit cliëntenrekeningen. De cliënten-rekeninghouders zijn vnl. particulieren, zelfstandigen en niet-financiële ondernemingen. (2) Een overschrijving in SEPA-formaat is een overschrijving in EUR binnen SEPA (de 27 lidstaten van de EU plus Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Monaco en Zwitserland). SEPA-overschrijvingen kunnen ook binnen België worden gebruikt. Bij een SEPA-overschrijving heeft het rekeningnummer van de opdrachtgever en de begunstigde een IBAN-formaat en ook de BIC-code van de begunstigde moet worden ingevuld. (3) In 2000 : Eurocheques en andere cheques; nadien enkel andere cheques (de Eurocheques zijn afgeschaft per 1 januari 2002).

119 10.8. Raming van het gebruik van betaalinstrumenten (1) in België (2) Relatief aandeel in 2010 (in %) A. Aantal verrichtingen (in miljoenen) Overschrijvingen ,1 Domiciliëringen ,3 Debetkaarten, kredietkaarten en privatieve kaarten (3) ,7 Electronic money ,5 Cheques en gelijkgestelde (4) ,3 Andere (5) ,0 Totaal ,0 B. Bedragen (in miljarden EUR) Overschrijvingen 4.878, , , ,2 95,9 Domiciliëringen 51,0 50,9 63,1 55,3 1,4 Debet-, kredietkaarten en privatieve kaarten (3) 25,8 41,4 54,7 58,7 1,5 Electronic money 0,2 0,5 0,3 0,3 0,0 Cheques en gelijkgestelde (4) 86,8 68,8 43,3 40,9 1,1 Andere 5,4 3,1 1,8 1,5 0,0 Totaal 5.047, , , ,9 100,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB. Laatste bijwerking december (1) Alle gebruikers samen. Sommige instrumenten (contanten, handelspapier, ATM-afhalingen) worden buiten beschouwing gelaten. (2) De cijfers zijn gebaseerd op gegevens uit het Blue Book van de ECB. (3) Bancontact/Mister Cash-kaarten (uitsluitend POS-verrichtingen), retail-kaarten die zijn uitgegeven in samenwerking met een kredietinstelling en kredietkaarten : Eurocard/MasterCard, Visa, American Express en Diners Club. (4) Cheques en postassignaties. (5) Cijfer na afronding. Aantal verrichtingen in miljoenen 2005 : 0,36; 2009 : 0,18 en 0,16 in 2010.

120 10.9. Verrichtingen door Belgen in het buitenland Jaar Elektronische geldafhalingen (1) Betalingen met kredietkaarten (2) Betalingen met Maestro (3) A. Aantal verrichtingen (in duizenden en in % van het totaal) ,2% ,9% ,9% ,4% ,7% ,9% ,3% ,1% ,6% ,3% ,8% ,9% B. Bedragen (in miljoenen EUR en in % van het totaal) ,1 29,3% 2.274,9 63,7% 248,9 7,0% ,2 28,2% 2.739,9 59,1% 590,2 12,7% ,1 25,3% 4.159,7 56,5% 1.344,9 18,3% ,3 24,3% 4.647,6 56,0% 1.639,8 19,7% Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB, Europay Belgium en Visa Belgium. Laatste bijwerking december (1) Bepaalde kredietkaarten en kaarten met activeerbare Maestro-functie. (2) Visa, Mastercard, American Express en Diners Club; vanaf 2000 enkel betalingen met Visa en Mastercard. (3) Kaarten met activeerbare Maestro-functie beschikbaar vanaf 1999.

121 Grensoverschrijdende betalingen in EUR en in deviezen Totaal aantal (in duizenden) A. Betalingen vanuit het buitenland naar België Europese overschrijvingen (in SEPA formaat) (1) Andere overschrijvingen Overschrijvingen, totaal Cheques betaalbaar in het buitenland (2), totaal EUR deviezen B. Betalingen vanuit België naar het buitenland Europese overschrijvingen (in SEPA formaat) (1) Andere overschrijvingen Overschrijvingen, totaal Cheques betaalbaar in België (3), totaal EUR deviezen 13 8 Bron : Resultaten van een Febelfin-enquête bij de leden. Laatste bijwerking december (1) Een overschrijving in SEPA-formaat is een overschrijving in EUR binnen SEPA (de 27 lidstaten van de EU plus Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Monaco, Zwitserland), waarbij de rekeningnummers van de opdrachtgever en de begunstigde een IBAN-formaat moeten hebben en waarbij ook de BIC van de begunstigde moet worden ingevuld. Het is tevens verplicht om de naam van de begunstigde te vermelden. Dergelijke overschrijvingen zijn mogelijk vanaf 28/01/2008. (2) Cheques ter inning aangeboden in het buitenland : debitering van een buitenlandse rekening en creditering van een rekening bij een Belgische bank. (3) Cheques ter inning aangeboden bij een Belgische bank : debitering van een rekening bij een Belgische bank en creditering van een buitenlandse rekening.

122 Gebruik van betaalinstrumenten (1) - Europese vergelijking voor 2010 (2) (in % van het totaal aantal transacties) Land Overschrijvingen en gelijkgestelde (3) Domiciliëringen Debet-, kredieten privatieve kaarten Elektronische portemonnee Cheques en gelijkgestelde België 42,1 10,3 44,7 2,5 0,3 - Duitsland 33,9 50,2 15,5 0,2 0,3 - Frankrijk 17,5 20,0 43,3 0,2 18,3 0,6 Nederland 29,6 24,4 42,7 3,3 - - Verenigd Koninkrijk 20,5 19,5 53,2-6,7 - Andere Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB. Laatste bijwerking december (1) Sommige instrumenten (contanten, handelspapier, ATM-afhalingen) worden buiten beschouwing gelaten. (2) De cijfers zijn gebaseerd op gegevens uit het Blue Book van de ECB. (3) Elektronische overschrijvingen (per magnetische drager of via telecommunicatie) en overschrijvingen op papier.

123 Verrekening (1) : aantal verrichtingen (in miljoenen) A. Via het UCV verrekende verrichtingen (2) Jaar Elektronisch debet (3) Elektronisch credit (4) (7) DOM'80 (5) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (6) Effecten Niet-financiële berichten (8) Financiële berichten (8) Totaal UCV ,7 0, , ,4 79,0 1,8 0, , ,0 185,3 22,6 0, , ,1 304,9 44,1 0,5 0, , ,7 417,2 69,4 0,6 1, , ,9 534,9 98,9 1,1 3,7 1,2 1,5 885, ,9 697,4 105,2 1,7 4,5 0,5 0,8 952, ,9 857,0 116,5 1,6 5,3 0,3 0, , ,5 881,6 121,9 1,6 6,1 0,2 0, ,2 B. Totaal verrekende stukken Jaar Totaal UCV % UCV t.o.v. totaal verrekende stukken Totaal verrekende stukken ,3 12,0 144, ,2 64,0 249, ,1 87,0 410, ,3 95,6 638, ,2 98,3 840, ,2 99,5 889, ,2 99,7 955, ,9 99, , ,2 99, ,3 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens UCV en Verrekenkamer TARGET2. Laatste bijwerking december (1) Banken in ruime zin en Financiële Post. (2) UitwisselingsCentrum en Verrekening : automatisch verwerkte stukken. (3) ATM/POS-afhalingen (incl. Proton-laadbeurten), in België uitgegeven cheques, maar ook cheques in deviezen, factuurcheques. (4) Voornamelijk overschrijvingen, maar ook doorlopende en halfdoorlopende opdrachten, overschrijvingen met gestructureerde mededeling, aanvragen voor postassignaties, stortingen. (5) Sedert 1980, automatische verwerking van domiciliëringen via het UCV. (6) Toepassing 'onbetaalde domiciliëringen' sedert september (7) Sinds 1990, incl. de verrichtingen via de toepassing 'Belangrijke overschrijvingen'. (8) Toepassing actief sedert 1997.

124 Verrekening (1) : elektronisch debet (2) A. Algemeen verloop Jaar Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) , , , , , (4) , , , Jaar Aantal toegetreden instellingen B. Aard van de verrekende verrichtingen : procentuele verdeling van het aantal verrichtingen ATM/POSdebiteringen (3) Genormaliseerde cheques Aantal verrichtingen (in miljoenen) (3) Eurocheques in deviezen Varia ,8 85,4 2,8 3, ,1 63,9 1,6 2, ,8 41,1 1,0 2, ,3 20,0 0,5 3, ,6 14,3 0,3 3, ,2 5,3 (5) - 4, ,8 2,7-4, ,9 2,1-3,9 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens UCV. Laatste bijwerking december (1) Banken in ruime zin en Financiële Post. (2) ATM/POS-afhalingen (incl. Proton-laadbeurten), in België uitgegeven cheques, cheques in deviezen, factuurcheques. Onbetaalde cheques niet inbegrepen. (3) Vanaf 1996, incl. Proton-laadbeurten. (4) De forse daling van het aantal verrichtingen is te verklaren door de afname van de via het UCV uitgewisselde cheques (-14,1% t.a.v. 2000) en de opmars van de rechtstreekse verwerking van ATM/POS-verrichtingen buiten het UCV om. (5) Sterke daling van de cheques door de afschaffing van de Eurochequegarantie per 1/01/2002.

125 Verrekening (1) : elektronisch credit (2) A. Algemeen verloop Jaar , , , , (3) , (3) , (3) , (3) , Jaar Aantal toegetreden instellingen Papieren overschrijvingen (5) Elektronisch ontvangen opdrachten (5) (6) Aantal verrichtingen (in miljoenen) ATM/POScrediteringen (7) (Half)doorlopende opdrachten (5) Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) B. Aard van de verrekende verrichtingen : procentuele verdeling van het aantal verrichtingen (4) Stortingen (5) Europese (SEPA) overschrijvingen Overige (8) ,3 15,8 5,3 13, , ,1 20,8 1,0 9,4 2,4-4, ,1 24,8 5,5 7,5 6,6-1, ,0 27,3 13,7 6,7 4,7-0, ,6 32,8 22,7 5,1 3,1-0, ,0 37,5 30,5 4,8 1,1-0, ,1 34,7 35,8 4,1 0,6 5,7 0, ,9 30,6 37,2 3,8 0,3 15,2 0,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens UCV. Laatste bijwerking december (1) Banken in ruime zin en Financiële Post. (2) Voornamelijk overschrijvingen, maar ook doorlopende en halfdoorlopende opdrachten, overschrijvingen met gestructureerde mededeling, aanvragen voor postassignaties, stortingen. Zowel UCV-toepassing 'Overschrijvingen' als 'Dringende of belangrijke overschrijvingen'. (3) In 2010 waren er 'belangrijke overschrijvingen' voor een bedrag van 85,8 miljard EUR. (In 2009 waren er 'belangrijke overschrijvingen' voor een bedrag van 86,6 miljard EUR. In 2005, 'belangrijke overschrijvingen' voor een bedrag van 82,0 miljard EUR en in 2000, 'belangrijke overschrijvingen' voor een bedrag van 93,6 miljard EUR). (4) Enkel UCV-toepassing 'Overschrijvingen'. (5) Zowel OGM als OVM (overschrijvingen met gestructureerde mededeling en overschrijvingen met vrije mededeling). (6) Opdrachten die de bank op elektronische wijze van haar cliënt-opdrachtgever ontvangt. (7) Vanaf 1996, incl. Proton-betalingen. (8) Incl. interbancaire overschrijvingen en betalingen met een buitenlands karakter (binnenlands en grensoverschrijdend).

126 Verrekening : invorderingen via DOM'80 (1) Jaar (2) Aantal toegetreden instellingen Aantal schuldeisers (3) Aantal verrekende verrichtingen (in duizenden) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (4) Verrekende bedragen (in miljoenen EUR) Invorderingen Terugbetalingen Onbetaald (4) n.b ,4 17, ,5 42, ,8 104,1 171, ,8 148,7 381, ,6 343,2 756, ,6 346,9 807, ,5 354, , ,1 403, ,5 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens UCV. Laatste bijwerking december (1) Banken in ruime zin en Financiële Post. DOM'80 : automatisch incasso van gedomicilieerde facturen. (2) Met de toepassing DOM'80 werd gestart op 15 september (3) Aantal schuldeisers die de inning van hun schuldvorderingen domiciliëren bij een financiële instelling. (4) Toepassing (onbetaalde domiciliëringen) sedert september 1988.

127 TARGET2 (1) : cliënten- en interbancaire transfers van de Belgische banken (daggemiddelden) Jaar Cliëntentransfers Interbancaire transfers Totaal Aantal % Aantal % Aantal , , , , , , , , , , Bedrag mln EUR % Bedrag mln EUR % Bedrag mln EUR ,1 12, ,4 87, , ,5 7, ,9 92, , ,0 8, ,0 91, , ,2 7, ,8 92, , ,2 6, ,4 93, ,7 Bron : NBB. Laatste bijwerking december (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer. Op 18 februari 2008 stapte de Belgische gemeenschap over van het (nationale) ELLIPS-systeem (Electronic Large Interbank Payment System) naar het (Europese) TARGET2-platform. Target2 wordt gebruikt voor de vereffening van centralebankoperaties, voor grote interbancaire transfers in euro en ook voor andere overschrijvingen in euro. TARGET2 vloeit voort uit TARGET dat in 1999 in werking trad. Het platform omvat zowel binnenlandse als grensoverschrijdende betalingen.

128 TARGET2 (1) : evolutie van de nationale en internationale verrichtingen van de Belgische banken (daggemiddelden) Nationaal Grensoverschrijdend Totaal Aantal in eenheden Bedragen in miljarden EUR Aantal in eenheden Bedragen in miljarden EUR Aantal in eenheden Bedragen in miljarden EUR , , , , , , , , , , , , , , , , ,41 Evolutie Evolutie ,5 % -26,63 % -7,85 % -21,63 % -9,63 % -22,05 % 5,07 % -1,17 % 5,22 % -4,34 % 5,19 % -4,09 % Bron : NBB. Laatste bijwerking december (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer. Op 18 februari 2008 stapte de Belgische gemeenschap over van het (nationale) ELLIPS-systeem (Electronic Large Interbank Payment System naar het (Europese) TARGET2-platform. Target2 wordt gebruikt voor de vereffening van centralebankoperaties, voor grote interbancaire transfers in euro en ook voor andere overschrijvingen in euro. TARGET2 vloeit voort uit TARGET dat in 1999 in werking trad. Het platform omvat zowel binnenlandse als grensoverschrijdende betalingen.

129 TARGET2 (1) : grensoverschrijdende betalingen (België) (daggemiddelden) Jaar A. Aantal (in eenheden) Betalingen uit België Betalingen naar België B. Bedrag (in miljarden EUR) ,6 30, ,6 35, ,9 52, ,4 70, ,4 67,1 Bron : NBB, ECB. Laatste bijwerking december (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer. Target2 wordt gebruikt voor de vereffening van centralebankoperaties, voor grote interbancaire transfers in euro en ook voor andere overschrijvingen in euro. TARGET2 vloeit voort uit TARGET dat in 1999 in werking trad. Het platform omvat zowel binnenlandse als grensoverschrijdende betalingen. In deze tabel zijn enkel de cijfers m.b.t. grensoverschrijdende betalingen van en naar België opgenomen.

130 Betalingen via TARGET2 (1) : relatief aandeel van de Europese landen 2010 Aantal % Bedragen (in miljarden EUR) België ,75% ,15% Cyprus ,14% 455 0,08% Denemarken ,21% ,58% Duitsland ,49% ,13% Estland ,04% 84 0,01% Finland ,46% ,34% Frankrijk ,28% ,89% Griekenland ,72% ,21% Ierland ,45% ,29% Italië ,81% ,61% Letland ,32% 200 0,03% Litouwen ,05% 97 0,02% Luxemburg ,88% ,73% Malta ,02% 77 0,01% Nederland ,71% ,09% Oostenrijk ,54% ,18% Polen ,24% 181 0,03% Portugal ,23% ,87% Slovakije ,17% 682 0,12% Slovenië ,88% 582 0,10% Spanje ,51% ,92% EPM (2) ,10% ,61% Totaal ,00% ,00% % Bron : NBB, ECB. Laatste bijwerking december (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer. Target2 wordt gebruikt voor de vereffening van centralebankoperaties, voor grote interbancaire transfers in euro en ook voor andere overschrijvingen in euro. TARGET2 vloeit voort uit TARGET dat in 1999 in werking trad. Het platform omvat zowel binnenlandse als grensoverschrijdende betalingen. In deze tabel zijn enkel de cijfers m.b.t. grensoverschrijdende betalingen van en naar België genomen. (2) ECB Payments Mechanism. Eigen betalingen van de ECB.

131 TARGET2 (1) : uitsplitsingen van de betalingen van België met andere Europese landen 2010 Betalingen van België naar het buitenland Betalingen van het buitenland naar België Aantal Bedragen Aantal Bedragen Cyprus 0,52% 0,08% 0,13% 0,08% Duitsland 41,21% 42,69% 53,08% 46,30% Estland 0,20% 0,02% 0,05% 0,00% Finland 0,74% 2,11% 0,68% 1,89% Frankrijk 12,64% 18,20% 15,44% 17,58% Griekenland 0,81% 0,14% 0,73% 0,22% Ierland 1,16% 1,03% 1,86% 0,85% Italië 7,38% 2,48% 4,60% 3,26% Luxemburg 2,68% 8,03% 2,37% 8,16% Malta 0,17% 0,13% 0,28% 0,13% Nederland 13,15% 17,27% 13,21% 15,05% Oostenrijk 5,83% 1,13% 1,46% 1,08% Portugal 1,18% 0,76% 0,62% 0,74% Slovakije 1,25% 0,19% 0,32% 0,21% Slovenië 0,31% 0,02% 0,26% 0,02% Spanje 8,09% 3,91% 3,19% 2,85% EPM (2) 0,10% 0,93% 0,07% 1,06% Totaal landen in Eurozone 97,42% 99,11% 98,35% 99,49% Bulgarije 0,50% 0,81% 0,38% 0,41% Denemarken 0,34% 0,01% 0,47% 0,02% Letland 0,42% 0,00% 0,05% 0,02% Litouwen 0,91% 0,02% 0,63% 0,03% Polen 0,41% 0,04% 0,13% 0,04% Totaal landen "out" Eurozone 2,58% 0,89% 1,65% 0,51% Totaal 100,00% 100,00% 100,00% 100,00% Bron : NBB, ECB. Laatste bijwerking december (1) TARGET staat voor Trans-European Automated Real-Time Gross Settlement Express Transfer. Target2 wordt gebruikt voor de vereffening van centralebankoperaties, voor grote interbancaire transfers in euro en ook voor andere overschrijvingen in euro. TARGET2 vloeit voort uit TARGET dat in 1999 in werking trad. Het systeem betreft zowel binnenlandse als grensoverschrijdende betalingen. In deze tabel zijn enkel de cijfers m.b.t. grensoverschrijdende betalingen van en naar België genomen. (2) ECB Payments Mechanism. Eigen betalingen van de ECB.

132 S.W.I.F.T. (1) : verloop van het aantal uitgewisselde berichten en belang van de verschillende types berichten Jaar Aantal uitgewisselde berichten (in eenheden) Gemiddelde/dag voor België (2)(3) Gemiddelde/dag voor heel het net (4) Belang van elk type bericht voor heel het net (in %) Betalingen Effecten Thesaurie Handelsfinanciering ,2 21,0 9,1 3, ,8 27,0 7,9 3, ,3 34,1 6,3 1, ,0 43,9 5,6 1, ,4 43,4 5,8 1,1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens S.W.I.F.T. Laatste bijwerking december (1) Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication : internationaal net voor het verzenden van financiële gegevens tussen banken. (2) Aantal verzonden berichten. (3) 109 actieve Belgische gebruikers (einde juni 2011). (4) actieve gebruikers uit 209 landen (einde juni 2011).

133 HOOFDSTUK 11 : BANCARISATIE Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Evolutie van het totaal aantal rekeningen bij de banken Aantal rekeningen bij de banken - Overzicht volgens het type van bankrekening Gemiddeld bedrag per bankrekening Belang van de grote banken in het totaal aantal bankrekeningen Opsplitsing van de bankrekeningen naar munt en geografisch Opsplitsing van de bankrekeningen van ingezetenen naar economische sectoren Samenstelling van de totale geldvoorraad in het eurogebied Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied

134 11.1. Evolutie van het totaal aantal rekeningen (1) bij de banken (2) (in duizenden) Einde jaar Aantal Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens NBB. Laatst bijgewerkt november (1) Het betreft enkel de cliëntenrekeningen, m.a.w. de rekeningen van particulieren, zelfstandigen, ondernemingen en openbare besturen. (2) Ramingen (op territoriale basis). Zie tabel 11.2 voor een indeling volgens type bankrekening

135 11.2. Aantal rekeningen bij de banken - overzicht volgens het type van bankrekening (1) (in duizenden) Einde 2010 EUR Deviezen Totaal Zichtrekeningen (2) wv. met creditsaldo wv. met debetsaldo Termijnrekeningen (2) Gereglementeerde spaarrekeningen Totaal Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens NBB. Laatst bijgewerkt november (1) Ramingen. (2) Hierin zijn eveneens inbegrepen de niet-gereglementeerde spaarrekeningen die, al naar gelang hun kenmerken, als zichtrekeningen of termijnrekeningen worden beschouwd.

136 11.3. Gemiddeld bedrag per bankrekening (in duizenden EUR) Einde 2010 Grote banken (2) Andere banken naar Belgisch recht Banken naar buitenlands recht Alle banken Zichtrekening (1) met creditsaldo EUR Deviezen Termijnrekening (1) EUR Deviezen Gereglementeerde spaarrekening EUR Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens NBB. Laatst bijgewerkt november (1) Hierin zijn eveneens inbegrepen de niet-gereglementeerde spaarrekeningen die, al naar gelang hun kenmerken, als zichtrekeningen of termijnrekeningen worden beschouwd. (2) Conform de statistische publicaties van de NBB : BNP Paribas Fortis, Dexia Bank België, KBC Bank en ING België.

137 11.4. Belang van de grote banken (1) in het totaal aantal bankrekeningen (2) Einde 2010 in % Zichtrekeningen met creditsaldo 66,3 Zichtrekeningen met debetsaldo 80,2 Termijnrekeningen 62,4 Gereglementeerde spaarrekeningen 66,4 Totaal aantal rekeningen 67,4 Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens en gegevens NBB. Laatst bijgewerkt november (1) Ramingen. Conform de statistische publicaties van de NBB : BNP Paribas Fortis, Dexia Bank België, KBC Bank en ING België. (2) Ramingen.

138 11.5. Opsplitsing van de bankrekeningen naar munt en geografisch (1) (aandeel in %) Aantal rekeningen einde 2010 Munt Geografische oorsprong EUR Deviezen Ingezetenen Niet-ingezetenen Zichtrekeningen 95,5 4,5 97,0 3,0 wv. met creditsaldo 96,3 3,7 96,9 3,1 wv. met debetsaldo 92,0 8,0 97,0 3,0 Termijnrekeningen 97,1 2,9 97,2 2,8 Gereglementeerde spaarrekeningen 100,0 0,0 98,6 1,4 Totaal 97,9 2,1 97,8 2,2 Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens. Laatst bijgewerkt november (1) Resultaten op basis van de gegevens van 57 banken die 91,2% uitmaken van de sector volgens het uitstaande bedrag van de cliëntendeposito's.

139 11.6. Opsplitsing van de bankrekeningen van ingezetenen naar economische sectoren (1) (aandeel in %) Aantal rekeningen einde 2010 Openbare besturen Financiële ondernemingen Niet-financiële ondernemingen Huishoudens Totaal In EUR Zichtrekeningen 0,3 0,8 7,4 91,5 100 wv. met creditsaldo 0,1 0,8 7,3 91,8 100 wv. met debetsaldo 0,3 0,8 7,4 91,5 100 Termijnrekeningen 0,3 1,6 3,7 94,4 100 Gereglementeerde spaarrekeningen 0,0 0,1 2,4 97,5 100 Totaal 0,1 0,4 4,6 94,8 100 In deviezen Zichtrekeningen 0,1 2,0 10,7 87,1 100 wv. met creditsaldo 0,1 0,2 9,2 90,5 100 wv. met debetsaldo 0,1 1,4 10,2 88,3 100 Termijnrekeningen 0,3 1,1 8,2 90,4 100 Totaal 0,1 1,4 10,1 88,4 100 Bron : Febelfin-berekeningen op enquête-gegevens. Laatst bijgewerkt november (1) Resultaten op basis van de gegevens van 57 banken die 91,2% uitmaken van de sector volgens het uitstaande bedrag van de cliëntendeposito's.

140 11.7. Samenstelling van de totale geldvoorraad (1) in het eurogebied Einde jaar Chartale geldomloop (in miljarden EUR)(2) Girale deposito's (in miljarden EUR)(2) Totale geldvoorraad (in miljarden EUR) Girale deposito's in de totale geldvoorraad (in %) , , ,2 80, , , ,6 83, , , ,3 84, , , ,1 83, , , ,0 83,1 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens ECB. Laatst bijgewerkt november (1) De geldvoorraad wordt gedefinieerd als het (enge) monetaire aggregaat M1, d.i. de chartale geldomloop plus de door ingezetenen bij de gelduitgevende instellingen aangehouden girale zichtdeposito's. De referentiewaarde voor de monetaire groei die de ECB o.m. regelmatig in de pers ter sprake brengt, betreft het ruimere monetaire aggregaat M3. (2) ECB-terminologie: currency in circulation (chartale geldomloop); overnight deposits (girale deposito's).

141 11.8. Ontwikkeling van het giraal geld in de voornaamste industrielanden en in het eurogebied (girale deposito's in % van de totale geldvoorraad (1), einde 2010 (2)) Verenigd Koninkrijk 95,3 Canada 91,3 Zwitserland 88,3 Japan 83,4 Eurogebied 83,1 Verenigde Staten 47,0 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens IMF; behalve voor het eurogebied : ECB, en voor het Verenigd Koninkrijk : Bank of England. Laatst bijgewerkt op maart (1) De geldvoorraad wordt gedefinieerd als het (enge) monetaire aggregaat M1, d.i. de chartale geldomloop plus de door ingezetenen bij de gelduitgevende instellingen aangehouden girale zichtdeposito's. De referentiewaarde voor de monetaire groei die de ECB o.m. regelmatig in de pers ter sprake brengt, betreft het ruimere monetaire aggregaat M3. (2) Of laatste beschikbare gegevens.

142

143 HOOFDSTUK 12 : RENDABILITEIT, SOLVABILITEIT, PRODUCTIVITEIT (*) Rendabiliteit Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel Resultaten van de banken Oorsprong van de ontvangsten van de banken Aanwending van de ontvangsten van de banken Fiscale en parafiscale lasten van de banken Rendabiliteitsratio's van de banken Rendabiliteitsspreiding in de banksector Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie Internationale vergelijking van de oorsprong van de bankontvangsten Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten Internationale vergelijking van het resultaat van de banken Solvabiliteit Tabel Tabel Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit Productiviteit Tabel Tabel Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht Internationale vergelijking van de bankproductiviteit (*) De analyse van de resultaten van de banken is gebaseerd op de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten op vennootschappelijke basis ('Belgian GAAP', niet-ifrs) en heeft betrekking op de kalenderjaren.

144 12.1. Resultaten van de banken (1) (in miljoenen EUR) Alle banken Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Banken naar Belgisch recht Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Banken naar buitenlands recht Renteresultaat Diverse inkomsten Bankproduct Bedrijfskosten Bruto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) Netto-bedrijfsresultaat vóór belastingen Uitzonderlijk resultaat Resultaat v/h boekjaar vóór belastingen Belastingen op het resultaat Resultaat van het boekjaar Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's.

145 12.2. Oorsprong van de ontvangsten van de banken (1) in mio. EUR in % in mio. EUR in % in mio. EUR in % Alle banken Renteresultaat , , ,6 Diverse inkomsten , , ,4 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 179 1,6 77 0,4 92 0,4 Opbrengsten uit financiële vaste activa 274 2, , ,0 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten Financiële resultaten uit het wisselbedrijf 678 6, , , , , ,4 Financiële resultaten uit trading 319 2, , ,1 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,3 Overige bedrijfsopbrengsten 523 4, , ,2 Bankproduct , , ,0 Banken naar Belgisch recht Renteresultaat , , ,6 Diverse inkomsten , , ,4 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 176 1,8 76 0,4 91 0,5 Opbrengsten uit financiële vaste activa 273 2, , ,8 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten Financiële resultaten uit het wisselbedrijf 619 6, , , ,6 56 0, ,3 Financiële resultaten uit trading 281 2, , ,2 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,8 Overige bedrijfsopbrengsten 304 3, , ,9 Bankproduct , , ,0 Banken naar buitenlands recht Renteresultaat , , ,4 Diverse inkomsten , , ,6 Inkomsten van aandelen en andere niet-vastrentende effecten 3 0,3 1 0,1 1 0,1 Opbrengsten uit financiële vaste activa 2 0,2 10 0,7 0 0,0 Resultaat uit realisatie van beleggingspapier en -effecten Financiële resultaten uit het wisselbedrijf 59 6, ,5-9 -0, ,8 74 5,5 53 4,0 Financiële resultaten uit trading 38 3,9 0 0,0 13 1,0 Inkomsten uit provisies en bankdiensten , , ,1 Overige bedrijfsopbrengsten ,0 68 5, ,1 Bankproduct , , ,0 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten.

146 12.3. Aanwending van de ontvangsten van de banken (1) in mio. EUR in % in mio. EUR in % in mio. EUR in % Alle banken Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,3 Personeelskosten , , ,6 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa 720 6, , , , , ,2 Overige bedrijfskosten , , ,2 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) , , ,2 Belastingen op het resultaat 588 5, , ,6 Resultaat van het boekjaar , , ,2 Banken naar Belgisch recht Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,6 Personeelskosten , , ,8 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa 678 6, , , , , ,3 Overige bedrijfskosten , , ,7 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) , , ,7 Belastingen op het resultaat 478 4, , ,0 Resultaat van het boekjaar , , ,0 Banken naar buitenlands recht Bankproduct + uitzonderlijk resultaat , , ,0 Bedrijfskosten , , ,4 Personeelskosten , , ,5 Betaalde provisies wegens betrokken financiële diensten Waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa 42 4, , ,0 22 2,3 24 1,8 23 1,8 Overige bedrijfskosten , , ,2 Waardecorrecties m.b.t. de normale bankactiviteit (2) 47 5, , ,0 Belastingen op het resultaat , , ,4 Resultaat van het boekjaar ,0 48 3,6 16 1,2 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Waardeverminderingen op kredieten, op beleggingspapier en -effecten, voorzieningen voor andere risico's en kosten en toevoeging aan de voorzorgfondsen voor risico's.

147 12.4. Fiscale en parafiscale lasten van de banken (1) In miljoenen EUR Fiscale lasten Belastingen op het resultaat Bedrijfsbelastingen (2) Parafiscale lasten Patronale SZ-bijdragen Patronale bijdragen voor bovenwettelijke verzekeringen Totale fiscale en parafiscale lasten In % van het totaal Fiscale lasten 40,1 56,1 46,8 39,5 45,8 Belastingen op het resultaat 31,1 41,8 30,9 20,1 20,6 Bedrijfsbelastingen (2) 9,1 14,4 15,9 19,3 25,2 Parafiscale lasten 59,9 43,9 53,2 60,5 54,2 Patronale SZ-bijdragen 47,2 36,0 39,7 43,4 40,2 Patronale bijdragen voor bovenwettelijke verzekeringen 12,6 7,9 13,5 17,1 14,0 Totale fiscale en parafiscale lasten 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Belastingen die als bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals het gedeelte van de onroerende voorheffing dat niet effectief verrekenbaar is met de winstbelasting, de niet-recupereerbare BTW, belastingen op voertuigen, drijfkracht, personeel, belastingen opgelegd door ondergeschikte besturen, belastingen op geldautomaten, enz. De bedrijfsbelastingen zijn mogelijk licht onderschat, aangezien de EU-bijkantoren die belastingen niet moeten rapporteren.

148 12.5. Rendabiliteitsratio's van de banken (1) (in %) Alle banken Renteresultaat (2) 1,29 1,05 0,84 0,87 0,87 Cash flow (3) 0,47 0,47 0,33 0,33 0,49 Winstmarge (4) 0,26 0,54 0,46-0,23 0,39 Banken naar Belgisch recht Renteresultaat (2) 1,53 1,05 0,84 0,88 0,88 Cash flow (3) 0,53 0,50 0,32 0,33 0,51 Winstmarge (4) 0,28 0,52 0,46-0,26 0,42 Rendabiliteit van het eigen vermogen (5) 8,70 12,94 13,71-5,95 9,05 Banken naar buitenlands recht Renteresultaat (2) 0,28 1,00 0,78 0,74 0,71 Cash flow (3) 0,21 0,16 0,40 0,35 0,24 Winstmarge (4) 0,17 0,71 0,41 0,05 0,02 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten. (2) Renteresultaat ten opzichte van de werkmiddelen van derden. (3) Bruto-bedrijfsresultaat na belastingen in verhouding tot de ingezette werkmiddelen. (4) Resultaat van het boekjaar in verhouding tot de ingezette werkmiddelen. (5) Resultaat van het boekjaar in % van het eigen vermogen (incl. fonds voor algemene bankrisico's); voor de banken naar buitenlands recht is deze ratio niet relevant.

149 12.6. Rendabiliteitsspreiding in de banksector (1) ( in 2010) Gemiddelde rendabiliteit van het eigen vermogen (2) van de banken naar Belgisch recht : 9,05% Aantal banken Banken waarvan de rendabiliteit van het eigen vermogen : In % van het aantal banken In % van het balanstotaal In % van het personeelsbestand (4) meer dan 15 % bedraagt 6 13,0 0,5 1,3 tussen 10 % en 15 % bedraagt 9 19,6 34,0 39,3 tussen 5 % en 10 % bedraagt 16 34,8 60,6 53,2 tussen 0 % en 5 % bedraagt 8 17,4 0,8 1,0 negatief is 7 15,2 4,2 5,2 Banken waarvan de rendabiliteit van het eigen vermogen : meer dan 3,47 % bedraagt (3) 35 76,1 95,4 94,5 minder dan 3,47 % bedraagt (3) 11 23,9 4,6 5,5 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de niet-geconsolideerde jaarrekeningen. Groep van 46 banken die ongeveer 99,8% van het balanstotaal van de banken naar Belgisch recht vertegenwoordigen. (2) Resultaat van het boekjaar in % van het gemiddeld eigen vermogen (incl. fonds voor algemene bankrisico's) van het huidig en vorig boekjaar. (3) Gemiddeld rendement in 2010 van de lineaire obligaties met resterende looptijd van 10 jaar. (4) Ramingen.

150 12.7. Rendabiliteit van de banken vergeleken met die in andere sectoren van de Belgische economie (1) (gemiddelde , in %) Sectoren Brutorendabiliteit (2) van het eigen vermogen Nettorendabiliteit van het eigen vermogen Agro en voeding 29,0 17,6 Banken -2,0-12,3 Bouw 27,3 17,8 Chemie 19,6 12,1 Diensten 7,4 4,6 Energie 10,9 6,5 Handel 19,2 13,0 Hout en papier 50,6 32,5 Metaalverwerking 18,6 9,0 Metallurgie 23,1 14,6 Textiel 15,3 2,7 Vervoer 22,6 11,4 Verzekeringen 23,0 22,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens KBC (meeste sectoren), Febelfin (banksector). Laatste bijwerking november (1) Steekproeven samengesteld uit de voornaamste ondernemingen per sector; voor de banksector en (2) Na belastingen.

151 12.8. Internationale vergelijking van de oorsprong van de bankontvangsten (jaargemiddelden, in %) Rentemarge (1) Diverse inkomsten t.a.v. het bankproduct (2) België (5) 0,80 0,73 48,46 52,90 (5) Denemarken 1,33 1,22 50,71 40,64 Duitsland 1,43 1,36 33,33 21,00 Finland 1,48 1,46 33,78 28,39 Frankrijk 0,62 0,43 68,40 63,45 Griekenland 1,48 n.b. n.b. n.b. Ierland 1,01 1,03 36,44 22,19 Italië 2,01 1,89 36,11 30,56 Luxemburg 0,59 0,78 54,15 36,52 Nederland 1,17 1,00 47,89 31,25 Oostenrijk 1,03 0,92 56,08 59,07 Portugal n.b. n.b. n.b. n.b. Spanje 1,77 1,75 35,14 34,29 Verenigd Koninkrijk n.b. n.b. n.b. n.b. Zweden 0,92 1,01 64,34 56,03 Zwitserland 1,01 0,85 63,12 54,79 Europees gemiddelde 1,19 (3) 1,11 (4) 48,30 (4) 40,85 (4) Verenigde Staten 3,33 3,07 41,15 35,02 Bron : Febelfin-berekeningen op OESO-gegevens. Laatste bijwerking november (1) Renteresultaat ten opzichte van de werkmiddelen van derden. (2) Totaal van de netto-inkomsten. (3) Europees gemiddelde zonder Portugal en Verenigd Koninkrijk. (4) Europees gemiddelde zonder Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk. (5) Volgens Febelfin-berekeningen.

152 12.9. Internationale vergelijking van de aanwending van de bankontvangsten (resultaten in % van het bankproduct (1) - gemiddelden ) Bedrijfskosten (2) Personeel Andere Waardecorrecties Belastingen Resultaat van het boekjaar België (5) 30,1 45,2 29,5 3,1-40,2 Denemarken 33,8 22,7 24,4 4,0 15,1 Duitsland 39,1 33,2 27,6 2,9-2,7 Finland 21,5 22,7 4,8 10,4 40,6 Frankrijk n.b. n.b. 12,3-1,4 6,9 Griekenland n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. Ierland ,1 5,6 20,5 Italië 33,0 28,3 12,5 5,8 20,5 Luxemburg 23,7 17,6 35,4 5,2 18,1 Nederland 43,6 36,3 23,4-2,2-1,1 Oostenrijk 29,3 27,9 31,5 1,3 9,9 Portugal n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. Spanje 25,8 16,3 21,7 4,4 31,7 Verenigd Koninkrijk n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. Zweden 29,6 29,0 4,5 5,0 32,0 Zwitserland 45,3 26,9 51,3 2,4-25,8 Europees gemiddelde 31,8 (3) 27,3 (3) 23,5 (4) 3,6 (4) 9,7 (4) Verenigde Staten 29,3 38,5 23,0 4,2 8,0 Bron : Febelfin-berekeningen op OESO-gegevens. Laatste bijwerking november (1) Totaal van de netto-inkomsten. (2) Met uitsluiting van de waardecorrecties op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa. (3) Europees gemiddelde zonder Frankrijk, Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk. (4) Europees gemiddelde zonder Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk. (5) Volgens Febelfin-berekeningen.

153 Internationale vergelijking van het resultaat van de banken (jaargemiddelden, in %) Resultaat t.a.v. de ingezette werkmiddelen (ROA) Resultaat t.a.v. het eigen vermogen (ROE) België 0,59-0,64 19,2-15,7 Denemarken 1,01 0,36 17,1 5,8 Duitsland 0,34 0,00 8,2 0,2 Finland 0,90 0,81 9,7 10,3 Frankrijk 0,61 0,13 14,7 3,3 Griekenland 0,44 n.b. 8,2 n.b. Ierland 0,63 0,29 14,8 6,8 Italië 0,72 0,53 10,3 7,0 Luxemburg 0,59 0,22 15,1 5,8 Nederland 0,51 0,14 16,9 3,7 Oostenrijk 0,68 0,21 12,7 3,5 Portugal n.b. n.b. n.b. n.b. Spanje 0,79 0,79 10,2 11,0 Verenigd Koninkrijk n.b. n.b. n.b. n.b. Zweden 1,10 0,70 18,5 12,7 Zwitserland 0,79-0,34 15,1-6,9 Europees gemiddelde 0,69 (1) 0,25 (2) 13,6 (1) 3,7 (2) Verenigde Staten 1,24 0,38 12,3 3,7 Bron : Febelfin-berekeningen op OESO-gegevens. Laatste bijwerking november (1) Europees gemiddelde zonder Portugal en Verenigd Koninkrijk. (2) Europees gemiddelde zonder Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk.

154 Solvabiliteit van de banken naar Belgisch recht Samenstelling van het aansprakelijk vermogen (1) (in miljarden EUR) Eigen vermogen 14,6 31,0 33,5 50,6 53,0 Achtergestelde schulden 6,9 23,0 23,3 31,5 31,2 Aansprakelijk vermogen 21,5 54,0 56,7 82,0 84,2 (in % van het totaal) Eigen vermogen 67,7 57,4 59,0 61,6 62,9 Achtergestelde schulden 32,3 42,6 41,0 38,4 37,1 Aansprakelijk vermogen 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Risk assets ratio (2) (geconsolideerde basis) 11,0 11,9 11,5 17,3 19,3 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens NBB. Laatste bijwerking november (1) Op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten; inclusief fonds voor algemene bankrisico's. (2) Verhouding tussen het reglementaire eigen vermogen van de banken en het gewogen risicovolume. Op geconsolideerde basis, behalve voor banken die niet verplicht zijn geconsolideerde rekeningen te publiceren.

155 Internationale vergelijking van de banksolvabiliteit (gemiddelde voor de betrokken instellingen, in %) Risk assets ratio (1) Zwitserland 19,5 20,1 Denemarken 18,0 18,6 Japan 12,0 17,5 Oostenrijk 14,0 17,2 Verenigde Staten 15,0 16,1 Nederland 14,5 15,9 België 14,5 15,8 Verenigd Koninkrijk 14,9 15,5 Europees gemiddelde 14,0 14,5 Duitsland 14,2 14,3 Griekenland 12,7 13,8 Zweden 14,0 13,8 Portugal 13,8 13,4 Luxemburg 13,9 13,2 Finland 12,8 13,0 Spanje 13,0 12,7 Frankrijk 12,2 12,6 Italië 12,2 12,6 Ierland 12,4 10,8 Bron : Febelfin-berekeningen op gegevens gepubliceerd in 'The Banker'. Laatste bijwerking november (1) De risk assets ratio geeft de verhouding weer tussen het reglementaire eigen vermogen van de banken en het gewogen risicovolume. Het betreft voorts cijfers op geconsolideerde basis voor de voornaamste banken per land.

156 Productiviteitsratio's van de banken naar Belgisch recht (1) Productiviteit van het personeel (2) Aantal rekeningen (3) per personeelslid (eenheden) 359,8 434,0 468,1 563,5 577,8 Cliëntendeposito's per personeelslid (miljoenen EUR) Bankproduct per personeelslid (duizend EUR) Toegevoegde waarde (4) per personeelslid (duizenden EUR) Resultaat van het boekjaar per personeelslid (duizenden EUR) Productiviteit van de kantoren (2) Cliëntendeposito's per kantoor (miljoenen EUR) 3,7 4,9 6,8 9,3 9,3 135,6 210,3 223,7 305,6 330,0 94,2 129,1 132,7 158,1 189,8 17,0 52,3 70,8-50,5 81,0 34,6 54,8 99,3 133,3 134,9 Bankproduct per kantoor (duizend EUR) 1.271, , , , ,8 Toegevoegde waarde (4) per kantoor (duizenden EUR) Resultaat van het boekjaar per kantoor (duizenden EUR) Kostenefficiëntie 883, , , , ,0 159,8 590, ,2-727, ,1 Bedrijfskosten t.a.v. het bankproduct (%) 71,6 70,1 73,1 77,1 68,6 Bron : Febelfin. Laatste bijwerking november (1) Febelfin-berekeningen op basis van de globalisaties van de gedetailleerde boekhoudstaten en op eigen gegevens. (2) Ramingen. Het betreft hier de eigenlijke bankkantoren (kantoren die eigendom zijn van de banken of door hen worden gehuurd). (3) Rekeningen van de niet-bancaire cliënteel (openbare besturen, ondernemingen, zelfstandigen en particulieren). (4) Benadering van de toegevoegde waarde (bankproduct - bedrijfskosten + personeelskosten).

157 Internationale vergelijking van de bankproductiviteit (gemiddelden ) Personeelskosten per personeelslid (in EUR) Bankproduct (1) na aftrek van personeelskosten, per personeelslid (in EUR) Bedrijfskosten (2) t.a.v. het bankproduct (1) (in %) Personeelskosten t.a.v. de bedrijfskosten (2) (in %) België (5) ,0 49,6 Denemarken ,5 60,0 Duitsland ,2 54,2 Finland ,2 48,6 Frankrijk n.b. n.b. 82,1 n.b. Griekenland n.b. n.b. n.b. n.b. Ierland ,8 55,3 Italië ,2 53,9 Luxemburg ,3 57,4 Nederland ,9 53,8 Oostenrijk ,2 51,2 Portugal n.b. n.b. n.b. n.b. Spanje ,1 61,3 Verenigd Koninkrijk n.b. n.b. n.b. n.b. Zweden ,5 50,5 Zwitserland ,2 63,1 Europees gemiddelde (3) (3) 60,8 (4) 54,1 (3) Verenigde Staten ,8 43,3 Bron : Febelfin-berekeningen op OESO-gegevens. Laatste bijwerking november (1) Totaal van de netto-inkomsten. (2) Bedrijfskosten met uitsluiting van belastingen en waardecorrecties. (3) Europees gemiddelde zonder Frankrijk, Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk. (4) Europees gemiddelde zonder Griekenland, Portugal en Verenigd Koninkrijk. (5) Volgens Febelfin-berekeningen wat de eerste drie criteria betreft.

158

159 HOOFDSTUK 13 : ANDERE FINANCIËLE ACTIVITEITEN EN ONDERNEMINGEN Instellingen voor collectieve belegging (ICB) Tabel Tabel Tabel Tabel Beleggingsondernemingen Tabel Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden verdeeld Netto-inbreng bij de in België openbaar verdeelde ICB's naar Belgisch recht In België verdeelde nettoactiva van de ICB's naar Belgisch en buitenlands recht Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Tabel Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken Pensioensparen Tabel Evolutie van het pensioensparen en de pensioenverzekeringen

160 Aantal instellingen voor collectieve belegging die in België openbaar worden verdeeld Einde jaar ICB's naar Belgisch recht wv. : beveks (1) vastgoedbevaks (2) instellingen voor belegging in schuldvorderingen (3) privaks (4) pensioenspaarfondsen (5) gewone beleggingsfondsen ICB's naar buitenlands recht wv. : beleggingsvennootschappen beleggingsfondsen Totaal aantal in België openbaar aangeboden ICB's Bron : FSMA (voorheen CBFA). Laatste bijwerking november (1) Ingesteld bij de wet van 4 december 1990; in 1991 werden de meeste gewone Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen omgevormd tot bevek. (2) Beleggingsvennootschappen die beleggen in vastgoed en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 10 april (3) Erkend in het kader van het K.B. van 29 november (4) Beleggingsvennootschappen die beleggen in hoogrisicodragend kapitaal en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 18 april (5) Erkend in het kader van het K.B. van 22 december 1986.

161 Netto-inbreng (1) bij de in België openbaar verdeelde ICB's naar Belgisch recht (tijdens het jaar, in miljoenen EUR) Jaar ICB's naar Belgisch recht (2)(3) wv. : beveks (4) pensioenspaarfondsen (5) gewone beleggingsfondsen Bron : Febelfin berekeningen op gegevens FSMA (voorheen CBFA). Laatste bijwerking november (1) D.w.z. inschrijvingen min terugbetalingen. (2) Exclusief de beleggingsvennootschappen die beleggen in vastgoed en die erkend zijn in het kader van het K.B. van 10 april 1995, de instellingen voor belegging in schuldvorderingen die erkend zijn in het kader van het K.B. van 29 november 1993 en de instellingen die beleggen in hoogrisicodragend kapitaal die erkend is in het kader van het K.B. van 18 april (3) Netto-inbreng in België en in het buitenland. (4) Ingesteld bij de wet van 4 december 1990; in 1991 werden de meeste gewone Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen omgevormd tot bevek. (5) Erkend in het kader van het K.B. van 22 december 1986.

162 In België verdeelde nettoactiva van de ICB's naar Belgisch en buitenlands recht (in miljarden EUR) Einde jaar Obligatie-ICB's 21,81 22,53 29,77 43,05 28,25 27,61 ICB's met middellange looptijd 5,22 2,54 1,04 1,47 0,67 0,88 Monetaire ICB's 9,69 8,74 3,80 5,84 1,92 2,04 Subtotaal vastrentende ICB's 36,72 33,81 34,61 50,36 30,84 30,53 Aandelen ICB's 4,71 5,29 40,26 39,16 28,45 32,04 ICB's met kapitaalbescherming 0,34 1,04 27,62 41,70 29,39 23,16 wv. : gekoppeld aan aandelen 0,34 n.b. n.b. 29,65 22,50 18,21 gekoppeld aan interestvoeten, kredieten en deviezen - n.b. n.b. 12,05 6,89 4,95 Gemengde ICB's 2,13 2,84 15,12 19,18 18,47 17,52 Pensioenspaarfondsen 3,11 3,77 7,68 10,32 11,12 12,04 Vastgoed - ICB's 0,27 0,44 3,05 5,59 5,77 6,24 PRIVAKs - - 0,13 0,14 0,05 0,06 Overige - - 0,11 0,47 0,18 0,31 Subtotaal niet-vastrentende ICB's 10,56 13,38 93,97 116,56 93,43 91,37 TOTAAL 47,28 47,19 128,57 166,91 124,27 121,90 dakfondsen 0,32 1,10 9,66 16,89 17,15 16,99 Bron: Febelfin/BEAMA. Laatste bijwerking november 2011.

163 Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging (1) (in miljoenen EUR) Einde jaar Eigen vermogen (2) 391,1 363,8 Bedrijfsopbrengsten 941,0 943,5 Resultaat van het boekjaar 188,5 163,2 Aantal vennootschappen (in eenheden) 7 7 Bron : Febelfin berekeningen op gegevens FSMA (voorheen CBFA). Laatste bijwerking november (1) In maart 2005 werd de omzetting van de Europese UCITS III-Richtlijnen in de Belgische wetgeving afgerond, waarmee onder meer een Europees statuut voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging werd ingevoerd. Een beheervennootschap is een vennootschap die hoofdzakelijk is gespecialiseerd in het beheer van ICB s en die hiervoor specifiek door de ICB wordt aangesteld. (2) Kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves en overgedragen resultaat.

164 Aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Einde jaar Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht Beursvennootschappen Vennootschappen voor vermogensbeheer Vennootschappen voor makelarij in financiële instrumenten Vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht (1) Totaal aantal in België gevestigde beleggingsondernemingen Bron : Febelfin berekeningen op gegevens FSMA (voorheen CBFA). Laatste bijwerking november (1) In België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de EER.

165 Bedrijvigheid en resultaten van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht : enkele hoofdkenmerken (in miljoenen EUR) Jaar Beursvennootschappen Totaal van de posities in roerende waarden 7.606, ,6 249,8 393,7 85,9 In bewaring ontvangen effecten , , , , ,8 Eigen vermogen (1) 447,3 701,0 345,9 722,3 716,6 Bedrijfsopbrengsten 500,0 504,2 274,2 285,4 284,8 Resultaat van het boekjaar 275,1 229,8 84,0 58,0-6,6 Risk assets ratio (in %) 20,8 31,4 58,2 44,3 53,0 Vennootschappen voor vermogensbeheer Beheerde fondsen , , , , ,0 Eigen vermogen (1) 250,1 400,8 51,1 63,0 59,0 Bedrijfsopbrengsten 197,4 496,1 65,3 54,0 65,0 Resultaat van het boekjaar 53,9 120,2 20,0 6,6 14,8 Bron : Febelfin berekeningen op gegevens FSMA (voorheen CBFA). Laatste bijwerking november (1) Kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves en overgedragen resultaat.

166 13.3. Evolutie van het pensioensparen en de pensioenverzekeringen (1) (2) Gestorte bedragen (in miljoenen EUR) Jaar Hoofdzakelijk door banken beheerde pensioenspaarfondsen 290,0 334,7 384,5 599,5 799,9 838,2 Verzekeringsmaatschappijen (3) 96,7 81,8 240,1 457,4 656,5 689,2 Totaal 386,7 416,5 624, , , ,4 Bron : Febelfin berekeningen op enquête-gegevens en gegevens Assuralia. Laatste bijwerking november (1) Ramingen. (2) Het betreft de bedragen die ingevolge art. 145, 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor belastingvermindering. (3) In 1986, gegevens voor de verzekeringssector in zijn geheel. Vanaf 1990, gegevens voor de belangrijkste verzekeringsmaatschappijen.

167 Terminologie Bank of kredietinstelling Deze term wordt gebruikt in de zin van de basis EU-regelgeving inzake de banken (1), d.w.z. een onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van deposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening. In België wordt deze materie geregeld bij de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die in overeenstemming is met de Europese regelgeving. Financiële instelling Ook deze term wordt gebruikt in de zin van de bancaire EU-regelgeving, d.w.z. een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdwerkzaamheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of in het uitoefenen van een of meer van de volgende werkzaamheden : Verstrekken van leningen, waaronder consumptieve kredieten, hypotheekleningen, factoring, financiering van commerciële transacties Leasing Betalingsverrichtingen Uitgifte en beheer van betaalmiddelen Verlenen van garanties en het stellen van borgtochten Handelingen voor eigen rekening van de instelling of voor rekening van de cliënten, met betrekking tot: - geldmarktinstrumenten, - valuta's, - financiële futures en opties, - swaps en soortgelijke financieringsinstrumenten, of - effecten Deelneming aan effectenemissies en dienstverrichting in verband daarmee Advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichtingen op het gebied van fusie en overname van ondernemingen Bemiddeling op interbankmarkten Vermogensbeheer en -advisering Bewaarneming en beheer van effecten Overige financiële instellingen Deze term wordt gebruikt ter aanduiding van instellingen die banken noch financiële instellingen zijn zoals hierboven omschreven. Telkens wanneer die term wordt gebruikt, wordt in de mate van het mogelijke aangegeven om welke instellingen het gaat. ( 1) Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen.

168 Banksector Deze term omvat alle banken (kredietinstellingen) die onder de toepassing van de wet van 22 maart 1993 vallen. Voor de periode vóór de inwerkingtreding van de wet van 22 maart 1993 spreekt men ook wel van 'banken in enge zin' wanneer het enkel de banken betreft die ressorteerden onder het oude bankstatuut, en van 'banken in ruime zin' wanneer naast de banken onder het oude bankstatuut, ook de OKI's (openbare kredietinstellingen) en de spaarbanken worden bedoeld. Financiële sector Deze term omvat de banken, de financiële instellingen en de overige financiële instellingen. EUR - deviezen In de bankboekhoudrapportering luidt de indeling naar de munt euro versus deviezen (vroeger, vóór de invoering van de euro in 1999, Belgische frank versus deviezen). Met deviezen worden de munten bedoeld van de landen die niet behoren tot de Europese Muntunie (EMU of eurozone). In de tabellen met gegevens die verband houden met de Europese Unie (EU) en het eurogebied (EMU), dient onder 'EU' en 'EMU' te worden verstaan : EU 15 landen voor gegevens t.e.m (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) 25 landen voor gegevens 2004 t.e.m (15 landen plus Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) 27 landen voor gegevens vanaf 2007 (25 landen plus Bulgarije en Roemenië) EMU 11 landen voor gegevens t.e.m (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje) 12 landen voor gegevens 2001 t.e.m (11 landen plus Griekenland) 13 landen voor gegevens 2007 (12 landen plus Slovenië) 15 landen voor gegevens 2008 (13 landen plus Cyprus en Malta) 16 landen 1 voor gegevens 2009 en 2010 (15 landen plus Slowakije) (1) Estland is op 1 januari 2011 toegetreden tot de EMU.

169 Bronnen ADSEI Assuralia BEAMA BIB BLV BVB BVK CBFA ECB Eurostat Febelfin FOD IMF INR NBB OESO RSZ RSVZ UCV FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie /Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Beroepsvereniging van de Verzekeringsondernemingen Belgische Vereniging van Asset Managers Bank voor Internationale Betalingen Belgische Leasingvereniging Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen Beroepsvereniging van het Krediet Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen Europese Centrale Bank Bureau voor Statistiek van de Europese Gemeenschap Belgische Federatie van de financiële sector Federale Overheidsdienst Internationaal Monetair Fonds Instituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen Uitwisselingscentrum en Verrekening Conventionele tekens - het gegeven bestaat niet, is zinloos of verwaarloosbaar n.b. niet beschikbaar

170 Belgische Federatie van de financiële sector Aarlenstraat Brussel T F

Statistisch vademecum van de banksector 2002

Statistisch vademecum van de banksector 2002 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 2002 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 218 aspecten en documenten 218 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 135 134 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN

Nadere informatie

Statistisch vademecum van de banksector

Statistisch vademecum van de banksector Statistisch vademecum van de banksector 20 0 Belgische Federatie van de financiële sector Voorwoord Wie statistieken zoekt met betrekking tot de in België gevestigde banken, zal zijn gading vinden in

Nadere informatie

Statistisch vademecum van de banksector 2003

Statistisch vademecum van de banksector 2003 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 2003 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 221 De BVB is lid van de Belgische Federatie van het Financiewezen aspecten en documenten 221 BELGISCHE

Nadere informatie

Volume: 0-49 zendingen per jaar Europa 0 2 kg 2-10 kg kg kg

Volume: 0-49 zendingen per jaar Europa 0 2 kg 2-10 kg kg kg Wanneer u op basis van uw daadwerkelijkaantal zendingen boven de 49 zendingen per jaar uitkomt, dan kunt u ons contacteren voor verbeterde tarieven. Wij passen uw prijzen dan direct aan. Volume: 0-49 zendingen

Nadere informatie

Tabel 1: Economische indicatoren (1)

Tabel 1: Economische indicatoren (1) Tabel 1: Economische indicatoren (1) Grootte van de Openheid van de Netto internationale Saldo op de lopende rekening (% economie (in economie (Export + BBP per hoofd, nominaal (EUR) BBP per hoofd, nominaal,

Nadere informatie

205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN

205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN Statistisch vademecum van de banksector 1999 ASPECTEN EN DOCUMENTEN 205 aspecten en documenten 201 BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN 29 Statistisch vademecum van de banksector

Nadere informatie

Tarieven Europa: staffel 1

Tarieven Europa: staffel 1 Tarieven Europa: staffel 1 Wanneer u op basis van uw daadwerkelijkaantal zendingen boven de 49 zendingen per jaar uitkomt, dan kunt u ons contacteren voor verbeterde tarieven. Wij passen uw prijzen dan

Nadere informatie

ANNEX BIJLAGE. bij VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

ANNEX BIJLAGE. bij VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 21.9.2018 COM(2018) 651 final ANNEX BIJLAGE bij VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de werking van Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing

Nadere informatie

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt Freek Bucx Inhoud Tabel B4.1... 3 Tabel B4.2... 4 Tabel B4.3... 5 Tabel B4.4... 6 Tabel B4.5... 7 Tabel B4.6... 8 Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt

Nadere informatie

Tarieven Europa: staffel 1

Tarieven Europa: staffel 1 Tarieven Europa: staffel 1 Wanneer u op basis van uw daadwerkelijkaantal zendingen boven de 49 zendingen per jaar uitkomt, dan kunt u ons contacteren voor verbeterde tarieven. Wij passen uw prijzen dan

Nadere informatie

Arbeidsmarkt allochtonen

Arbeidsmarkt allochtonen Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt allochtonen Samenvatting 1.176 werkzoekende allochtone Kempenaren (2012) vaak man meestal

Nadere informatie

Bijlage B4. Werken aan de start. Freek Bucx

Bijlage B4. Werken aan de start. Freek Bucx Bijlage B4 Werken aan de start Freek Bucx Inhoud Tabel B4.1... 3 Tabel B4.2... 5 Tabel B4.3... 6 Tabel B4.4... 7 Tabel B4.5... 8 Tabel B4.6... 9 Tabel B4.7... 10 Tabel B4.8... 11 Tabel B4.9... 12 Tabel

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 15 juli 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat er

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij:

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 9. ENERGIE 1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 31973 D 0045: Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart

Nadere informatie

Hotels en gelijkgestelde inrichtingen

Hotels en gelijkgestelde inrichtingen Hotels en gelijkgestelde inrichtingen Hotels en gelijkgestelde inrichtingen HET AANBOD IN 2006 Aantal inrichtingen Gemiddelde grootte Dagcapaciteit Bezettingsgraden 2006 1.900 64 121.662 34,8% Januari

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie?

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? MEMO/11/406 Brussel, 16 juni 2011 Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? Vakantie verwacht het onverwachte. Gaat u binnenkort op reis in de EU of naar IJsland, Liechtenstein,

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2015 tijdvak 2 economie CSE GL en TL GT-0233-a-15-2-b Zelfstandig of niet informatiebron 1 Cijfers Kamer van Koophandel over 2013 Starters 113.823 Bedrijfsbeëindigingen 136.640 informatiebron

Nadere informatie

RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut

RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut RIZIV-statuut - Arts / Tandarts / Apotheker / Kinesitherapeut Offerte ter attentie van De heer Student Jaar 2014 U Naam : De heer Student Jaar 2014 Adres :, Geboortedatum : 01/01/1989 Leeftijd bij onderschrijving

Nadere informatie

Europese feestdagen 2019

Europese feestdagen 2019 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-01 02-01 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 01-02

Nadere informatie

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN?

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? 2/09/2008-22/10/2008 Er zijn 329 antwoorden op 329 die voldoen aan uw criteria DEELNAME Land DE - Duitsland 55 (16.7%) PL - Polen 41 (12.5%) DK - Denemarken 20

Nadere informatie

Europese feestdagen 2018

Europese feestdagen 2018 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-01 02-01 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 03-03

Nadere informatie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie Raad van de Europese Unie Brussel, 23 mei 2017 (OR. en) 9601/17 ADD 4 JAI 537 ASIM 57 CO EUR-PREP 27 BEGELEIDENDE NOTA van: ingekomen: 17 mei 2017 aan: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

FINANCIËLE STATISTIEKEN

FINANCIËLE STATISTIEKEN FINANCIËLE STATISTIEKEN 1 INHOUD De financiële statistieken over institutionele sectoren en financiële markten bieden sectorgebonden informatie en inlichtingen over marktontwikkelingen. Bij de aanvang

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Roeselare Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Europese feestdagen 2017

Europese feestdagen 2017 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 03-03 Denemarken

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK Arrondissement Diksmuide HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Kortrijk Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen

3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Integrale versie 3. Herziening van de methodologie met betrekking tot de sector van de verzekeringsinstellingen Om tegemoet te komen aan de voorschriften van het ESR 1995, werd de op de verzekeringsinstellingen

Nadere informatie

facts & figures 2011-2012

facts & figures 2011-2012 De Belgische bancaire en financiële sector facts & figures -2012» Febelfin, de Belgische Federatie van de financiële sector, opgericht in, bestaat uit vijf financiële beroepsfederaties : de Belgische Vereniging

Nadere informatie

Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU

Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU Openbare raadpleging over de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU Velden met een zijn verplicht. I. Gezinsuitkeringen CONTEXT: Gezinsuitkeringen worden over het algemeen uit de belastingen gefinancierd

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Oostende Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

nr. 571 van LYDIA PEETERS datum: 18 april 2017 aan JOKE SCHAUVLIEGE Appel- en perenteelt - Interventievergoedingen

nr. 571 van LYDIA PEETERS datum: 18 april 2017 aan JOKE SCHAUVLIEGE Appel- en perenteelt - Interventievergoedingen SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 571 van LYDIA PEETERS datum: 18 april 2017 aan JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW Appel- en perenteelt - Interventievergoedingen Ten gevolge van de

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2013-I

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2013-I nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2013- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 België in de Europese informatiemaatschappij Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 Bezit en gebruik van ICT en Internet 1 Luxemburg 2 Litouwen 3

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Betalingsachterstand bij handelstransacties

Betalingsachterstand bij handelstransacties Betalingsachterstand bij handelstransacties 13/05/2008-20/06/2008 408 antwoorden 0. Uw gegevens Land DE - Duitsland 48 (11,8%) PL - Polen 44 (10,8%) NL - Nederland 33 (8,1%) UK - Verenigd Koninkrijk 29

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE Arrondissement Brugge HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Thema 2 Om ons heen. Samenvatting. Meander Samenvatting groep 7. Landschappen. Klimaten. Samenwerking. de regering. Onder de loep.

Thema 2 Om ons heen. Samenvatting. Meander Samenvatting groep 7. Landschappen. Klimaten. Samenwerking. de regering. Onder de loep. Meander Samenvatting groep 7 Thema 2 Om ons heen Samenvatting Landschappen Landschappen in Europa zijn heel verschillend. Nederland is een heel vlak land. Frankrijk is een land met heuvels en bergen. Zweden

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2014- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

SBI-indeling, omzetniveau en internationale handel in goederen van de leden van de FME en aangesloten brancheverenigingen

SBI-indeling, omzetniveau en internationale handel in goederen van de leden van de FME en aangesloten brancheverenigingen SBI-indeling, omzetniveau en internationale handel in goederen van de leden van de FME en aangesloten brancheverenigingen CBS April 2019 Inhoud Werkblad Inhoud Toelichting Toelichting bij de tabellen Tabel

Nadere informatie

nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland

nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 811 van TOM VAN GRIEKEN datum: 10 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Kinderen die worden opgevoed in het buitenland

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie L 165 I. Wetgeving. Niet-wetgevingshandelingen. 61e jaargang. Uitgave in de Nederlandse taal. 2 juli 2018.

Publicatieblad van de Europese Unie L 165 I. Wetgeving. Niet-wetgevingshandelingen. 61e jaargang. Uitgave in de Nederlandse taal. 2 juli 2018. Publicatieblad van de Europese Unie L 165 I Uitgave in de Nederlandse taal Wetgeving 61e jaargang 2 juli 2018 Inhoud II Niet-wetgevingshandelingen BESLUITEN Besluit (EU) 2018/937 van de Europese Raad van

Nadere informatie

De invloed van de btw op uw werkkapitaal

De invloed van de btw op uw werkkapitaal Fred Vervaet Agenda LyondellBasell Industries NV Trapped refunds; Crediteuren Debiteuren LyondellBasell Industries NV Omzet wereldwijd: ongeveer $51 miljard; Productie chemische en petrochemische producten;

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Meer doden onder fietsers, minder onder motorrijders. Meeste verkeersdoden onder twintigers

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Meer doden onder fietsers, minder onder motorrijders. Meeste verkeersdoden onder twintigers Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB07-031 23 april 2007 10.00 uur Sterke stijging verkeersdoden onder fietsers In 2006 kwamen 811 mensen in het Nederlandse verkeer om. Dit zijn er 6 minder

Nadere informatie

ECONOMIE. Begrippenlijst H7 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn

ECONOMIE. Begrippenlijst H7 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn ECONOMIE VMBO-T2 Begrippenlijst H7 PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw Bewerkt door D.R. Hendriks Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn Versie 1 2013-2014 Hoofdstuk 7 Europese grenzen? Paragraaf 7.1 Wat

Nadere informatie

Onderzoek gunstige prijsligging.

Onderzoek gunstige prijsligging. Onderzoek gunstige prijsligging. BMW 3 Serie Model 320D. 22 Eu-Lidstaten. Jordy Reijers Marketing/Onderzoek P van. Prijs 1 Inhoud Opgave Onderzoek informatie over Eu landen Welke landen hanteren de euro?

Nadere informatie

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2003 De statistieken van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben als belangrijkste doel de ondersteuning van het monetaire beleid van de ECB en andere

Nadere informatie

De nationale rekeningen en het ESR 2010

De nationale rekeningen en het ESR 2010 7 de Seminarie voor leerkrachten van het secundair onderwijs 8 oktober 2014 Hans De Dyn (NBB) ESR 2010: structuur van de uiteenzetting Inleiding De wijzigingen in de cijfers 2 / 41 ESR 2010: een belangrijke

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Barometer. het vrouwelijk. ondernemerschap. voor. in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Barometer. het vrouwelijk. ondernemerschap. voor. in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2 0 1 7 Barometer voor het vrouwelijk ondernemerschap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest TEWERKSTELLING Vergelijking van de tewerkstellingsgraad voor vrouwen met de andere gewesten De tewerkstellingsgraad

Nadere informatie

PGI 2. Europese Raad Brussel, 19 juni 2018 (OR. en) EUCO 7/1/18 REV 1

PGI 2. Europese Raad Brussel, 19 juni 2018 (OR. en) EUCO 7/1/18 REV 1 Europese Raad Brussel, 19 juni 2018 (OR. en) Interinstitutionele dossiers: 2017/0900 (E) 2013/0900 (E) EUCO 7/1/18 REV 1 INST 92 POLGEN 23 CO EUR 8 RECHTSHANDELINGEN Betreft: BESLUIT VAN DE EUROPESE RAAD

Nadere informatie

Wonen (en werken) in Nederland voor EU-burgers

Wonen (en werken) in Nederland voor EU-burgers Wonen (en werken) in Nederland voor EU-burgers Wilt u wonen (en werken) in Nederland? EU-burgers hebben in de meeste gevallen geen verblijfsdocument of tewerkstellingsvergunning nodig. In deze publicatie

Nadere informatie

Sparen en beleggen in de Europese Unie: de Europese Spaarrichtlijn voor niet-residenten

Sparen en beleggen in de Europese Unie: de Europese Spaarrichtlijn voor niet-residenten Sparen en beleggen in de Europese Unie: de Europese Spaarrichtlijn voor niet-residenten Inhoud 3 DE EUROPESE SPAARRICHTLIJN: EEN NIEUWE CONTEXT VOOR BUITENLANDS SPAARGELD 3 DE EUROPESE SPAARRICHTLIJN IN

Nadere informatie

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

AEG deel 3 Naam:. Klas:. AEG deel 3 Naam:. Klas:. 1-Video Grensverleggend Europa; Het moet van Brussel. a-in welke Europese stad staat Jan Jaap v.d. Wal? b-beschrijf in het kort waarom een betere Europese samenwerking nodig was.

Nadere informatie

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Wanneer gebruiken? Deze instructie is alleen van nut indien u een aanvraag wilt indienen voor een jongere die langer dan 3 maanden in Nederland

Nadere informatie

Tariefplan: Kruidvat Mobiel voor 1 juli Nationaal

Tariefplan: Kruidvat Mobiel voor 1 juli Nationaal Tariefplan: Kruidvat Mobiel voor 1 juli 2013 Je kan niet meer naar dit tariefplan overstappen. Nationaal Bellen in Nederland Prijs in Euro Duur * Vaste net Kruidvat Mobiel 0,05 Per minuut mobiel van andere

Nadere informatie