INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES
|
|
|
- Gustaaf Bos
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pagina 2 INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES STAGEGIDS JAAR 4 AUGUSTUS 2013 APPEARANCE HEALTH FOOD LIVING LEISURE HUMAN MOVEMENT
2 Pagina Stagegids 3 INHOUDSOPGAVE Pagina 04 Pagina 05 Pagina 06 Pagina 07 Pagina 07 Pagina 08 Pagina 09 Pagina 10 Pagina 10 Pagina 13 Pagina 14 Pagina 15 Pagina 15 Pagina 16 Pagina 16 Pagina 17 Pagina 17 Pagina 18 Pagina 18 Pagina 18 Pagina 20 Pagina 20 Pagina 20 Pagina 22 Pagina 23 Pagina 24 Pagina 24 Pagina 24 Pagina 26 Pagina 27 Pagina 31 Pagina 36 Pagina 40 Pagina 45 1 Ter oriëntatie Inleiding Doel van de Afstudeerstage Stageplaatsen De periodes Stageduur Eisen die aan de afstudeerplaats gesteld worden Eisen die aan het afstudeeropdracht gesteld worden 2 De Afstudeerstage als leerproces Het leerproces Competenties 3 Het verslag Afstudeerstage Eisen die aan het verslag Afstudeerstage gesteld worden Vertrouwelijke verslagen 4 Praktische zaken Stageovereenkomst Stagevergoeding Verzekering Belasting Werktijden Ziekmelding 5 Voorafgaand aan de Afstudeerstage Toelating Stagevoorlichting Afstudeerstage zoeken Solliciteren Stageopdracht Voorbereidend gesprek met je stagedocent 6 Stagebegeleiding Stagebegeleiding vanuit school Inlevering verslag Afstudeerstage 7 Afronding van de stage Beoordeling van de Afstudeerstage Studiepunten Herkansingen 8 Adressen BIJLAGE 1 Procedure Afstudeerstage 2 Stageovereenkomst ILS 3 Evaluatie Afstudeerstage ILS 4 Beoordelingsformulier Afstudeerstage ILS 5 Competentieprofiel Bachelor Lifestyle
3 Pagina 4 1 TER ORIENTATIE INLEIDING Stages zijn een belangrijk onderdeel van elke HBO-opleiding. Het zijn de momenten in je studie dat je voor een langere periode werkzaam bent bij een organisatie in de Lifestyle-sector, waar je onder begeleiding werkzaamheden uitvoert. Tijdens de stage pas je kennis en vaardigheden toe die je op school geleerd hebt. Voor jou als student is een stage dan ook de proef op de som; dan blijkt of je het geleerde ook daadwerkelijk in de praktijk kunt brengen. In de vierjarige opleiding International Lifestyle Studies zijn twee stageperioden opgenomen. Beide stages duren rond de 18 weken, afhankelijk van het jaarrooster. De opleiding adviseert om één van de twee stages in het buitenland te doen, bij voorkeur de Afstudeerstage. Bij International Lifestyle Studies krijg je te maken met twee typen stages: Meewerkstage Tijdens een Meewerkstage werk je bij een organisatie/bedrijf in het domein Lifestyle. Je werkt er mee aan trendonderzoek en/of de ontwikkeling van een Lifestyle-concept. Gedurende deze periode is het de bedoeling dat je de kennis die je op de opleiding hebt geleerd onder begeleiding in de praktijk brengt. Zo krijg je meer werkervaring en is het een interessante toevoeging op je cv. De opgedane kennis kan je weer gebruiken voor de laatste fase van je studie. Afstudeerstage Je sluit je studie Lifestyle af met een Afstudeerstage. Gedurende deze periode is het de bedoeling dat je de kennis die je op de opleiding hebt geleerd deels zelfstandig in de praktijk brengt. Concreet houdt dat in dat je een (trend) onderzoek uitvoert voor het betreffende stagebedrijf en dat je op basis van dit trendonderzoek een nieuw Lifestyle-concept ontwikkelt. Deze opdracht (je Meesterproef) wordt na afloop van de Afstudeerstage beoordeeld. Tijdens het eindassessment is deze Meesterproef een verplicht onderdeel van je showdossier. De stages zijn belangrijke onderdelen van je curriculum en zijn gepland op die momenten waarop je de diverse fases van de opleiding afsluit. Je kunt dus niet zelf plannen wanneer de stages plaatsvinden. De eerste stage, je Meewerkstage, viel aan het begin van het derde studiejaar. Onderdeel van dat stageverslag was een beschrijving van de opdracht/taken ten behoeve van het trendrapport en/of Lifestyle-concept waaraan je tijdens je stage hebt meegewerkt. De tweede stage, je Afstudeerstage, valt aan het einde van je vierde studiejaar en is alleen toegankelijk voor studenten die alle EC van de fase Vakmanschap hebben behaald en die het specialisatie-programma in de richting van hun sectorkeuze hebben doorlopen en een minor hebben gevolgd. Deze Afstudeerstage sluit je af met een verslag Afstudeerstage inclusief je Meesterproef. Dat is een door jou (mede) uitgevoerd trendonderzoek en een op basis daarvan door jou ontwikkeld Lifestyle-concept in opdracht van de stageverlener.
4 Pagina 5 Veel organisaties en instellingen bieden stageplaatsen aan. De beroepspraktijk onderkent daarmee het belang van goed beroepsonderwijs en wil er via stages zelf een bijdrage aan leveren. Als opleiding hebben wij contact met ruim honderd stageverlenende bedrijven en organisaties. Deels zijn dat bedrijven en organisaties die al eerder stagiaires van onze opleiding hebben gehad. Die stellen geregeld vacatures op voor stagiairs. De stagecoördinator maakt potentiële stagiairs via n@tschool geregeld attent op deze vacatures. De stagecoördinator kan ook bemiddelen voor stageplaatsen bij andere organisaties waarmee de opleiding contacten onderhoudt. Daarnaast ben je als student ook in de gelegenheid om je eigen stageplaats te zoeken. Die stageplaats en de stageopdracht (de Meesterproef) moeten wel voldoen aan bepaalde eisen; die eisen vind je in deze stagegids. Ook hebben wij als opleiding afspraken gemaakt over de organisatie van de stages. In deze gids staan de voornaamste regels die daarbij worden gehanteerd. GEHANTEERDE TERMEN Stagecoördinator: via de stagecoordinator loopt de aanvraag voor de stageopdracht afstudeerfase. Deze kan je helpen aan potentiële stageplaatsen en verzorgt de communicatie over de stages met de stagedocenten, stagebeoordelaars en met het werkveld. Via de stagecoördinator loopt ook de communicatie over de vacatures voor stageplaatsen via n@tschool. Praktijkbureau: die zorgt voor de ondertekening van de stageovereenkomsten en voor de administratieve verwerking ervan. Stagiair: een student die op basis van een stageovereenkomst werkzaamheden verricht in opdracht voor de stageverlener en onder begeleiding van de praktijkbegeleider. Stageverlener: de organisatie waar de stagiair stage loopt Praktijkbegeleider: de persoon die op de stageplaats de dagelijkse begeleiding van de stagiair op zich neemt en die aan het aan het einde van de stage adviseert omtrent de beoordeling. Stagedocent: de docent die de stagiair voor en tijdens de Afstudeerstage vanuit ILS begeleidt. De stagedocent in afstudeerfase beoordeelt ook de stageopdracht voorafgaande aan de Afstudeerstage. Stagebeoordelaar: de docent die vanuit de opleiding de stage en het stageverslag formeel beoordeelt. Stageopdracht: je Meesterproef waarin je op basis van trendonderzoek en andere onderzoeken een nieuw Lifestyle-concept ontwikkeld inclusief het daarbij behorende realisatieplan plus aanbevelingen ten behoeve van de implementatie van het concept. DOEL VAN DE AFSTUDEERSTAGE De Afstudeerstage heeft als doel je een opdracht te laten uitvoeren bij een bedrijf/organisatie in de sector(en) van jouw keuze. Je werkt bij een bureau of op de afdeling van een bedrijf of organisatie die zich bezig houdt met één van de (kern) taken van een Lifestyle Professional. Als stagiair werk je aan een (toegepast) trendonderzoek en ontwikkel je op basis van dit trendonderzoek
5 Pagina 6 een nieuw Lifestyle-concept inclusief het daarbij behorende realisatieplan plus aanbevelingen ten behoeve van de implementatie van het concept. De basisvaardigheden die je op school hebt geleerd, moet je nu beheersen en deels zelfstandig kunnen toepassen tijdens je werkzaamheden. Het gaat er bij deze Afstudeerstage om dat je laat zien ook in de specifieke sectoren van je keuze te kunnen functioneren. ONDERWIJS Net zoals bij de Meewerkstage sta je dus met beide benen in de praktijk. Dat betekent dat je volledige werkweken maakt, vaak met lange werkdagen. De kennis en vaardigheden die je op school hebt geleerd, pas je nu toe tijdens de werkzaamheden die je op je stageplaats verricht. Toch ben je geen gewone arbeidskracht. De Afstudeerstage maakt deel uit van het onderwijs. Uiteraard lever je prestaties ten behoeve van de organisatie waarin je terechtkomt, en kan die organisatie je opdrachten geven en eisen aan je stellen. Tegelijkertijd echter weet de stageverlener dat je komt om te leren. Kortom: je laat zien wat je al kunt en leert er een boel bij. STAGEPLAATSEN Je sectorkeuze bepaalt bij wat voor soort stageplaatsen je de Afstudeerstage kunt gaan lopen. Heb je bijvoorbeeld voor de sector Appearance/Living gekozen, dan kom je terecht bij een bedrijf (of organisatie) dat de beide sectoren vertegenwoordigt (één sector mag uiteraard het hoofdaccent vormen). Bij de Afstudeerstage moet je aan je Meesterproef kunnen werken en is het van belang dat je de hele cyclus, van trends naar concepten, kunt doorlopen. Met andere woorden: dat je zowel de competenties die te maken hebben met de kerntaak Trendanalyse als met Concepting tijdens je Afstudeerstage verder kunt ontwikkelen. Daarnaast werk je tijdens deze stage ook aan de taken Realiseren en Adviseren, omdat je in het kader van je Meesterproef naast een door jou ontwikkeld concept ook een realisatieplan plus aanbevelingen ten behoeve van de implementatie van het concept moet opleveren. Zo kun je de daarbij behorende competenties tijdens deze stage ook verder ontwikkelen. Aan het eind van je Afstudeerstage maak je een stageverslag (inclusief Meesterproef) en presenteer je je concept aan je stagebegeleider en praktijkbegeleider. Zowel het verslag als de presentatie doe je in het Engels. Mocht het bedrijf dat vereisen, dan lever je het verslag ook in het Nederlands aan. Daarna word je door de stagebeoordelaar (die daarbij wordt geadviseerd door de input van de praktijkbegeleider) beoordeeld op je competentiebeheersing. Je Meesterproef is ook een verplicht onderdeel van je showdossier en vormt als zodanig ook een onderdeel van het daaropvolgende assessment.
6 Pagina 7 STAGE IN HET BUITENLAND Loop je je Afstudeerstage in het buitenland, dan zul je niet altijd in de gelegenheid zijn aan alle bovenstaande vereisten te voldoen. Raadpleeg daarom vooraf naast je SLB-er ook de opleidingscoördinator Internationaal en maak daarmee maatwerkafspraken. Maak een verslagje van die afspraken en laat dat ondertekenen door je SLB-er en de opleidingscoördinator Internationaal. Deze afspraken zijn bindend. Hulp bij het vinden van buitenlandse stageplaatsen en advies bij het afsluiten van verzekeringen, studiebeurzen e.d. krijg je bij de opleidingscoördinator Internationaal. DE PERIODES De Afstudeerstage (inclusief Meesterproef) heeft een studielast van 700 uur en staat voor 25 EC s. Deze studielast spreid je over zo n weken afhankelijk van het Fontys jaarrooster. De stages zijn gepland op die momenten in het curriculum waarop je de diverse fases van de opleiding afsluit. Je kunt dus niet zelf plannen wanneer de stages plaatsvinden.de Afstudeerstage valt aan het einde van de vierde studiejaar en start vanaf februari. Als student krijg je stagebegeleiding van de opleiding (via de stagedocent) gedurende de weken die volgens de opleiding onder de stageperiode vallen. Je hebt geen aanspraak op begeleiding in weken die volgens de Fontys-jaaragenda onderwijsvrij zijn. Het verslag ter afronding van de Afstudeerstage lever je in bij de stagedocent en bij de stagebeoordelaar twee weken voorafgaand aan het einde van je stage. Na het eindgesprek lever je nog je verslag eindgesprek in bij stagebeoordelaar. Dit verslag is ondertekend door je stagedocent. Afwijkingen van bovenstaande normen zijn onderwerp van gesprek tussen de stagiair en de stagecoördinator. Wil een stagebedrijf bijvoorbeeld eerder starten met de stage of langer doorgaan, dan beslist de stagecoördinator of en hoe dat kan. STAGEDUUR Stages duren rond de weken (afhankelijk van het Fontys jaarrooster), waarin je fulltime inzetbaar bent. Je hebt geen recht op vrije dagen die volgens de Fontys-jaaragenda onderwijsvrij zijn. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Dit gebeurt dan in overleg tussen de stagecoördinator en de stageverlener. Een uitzondering vormen de Lifestyleweken; tijdens die week organiseert de opleiding terugkomactiviteiten. Je krijgt van je stageverlener ruimte en gelegenheid om daarbij aanwezig te zijn.
7 Pagina 8 STAGETERUGKOMACTIVITEITEN De opleiding organiseert terugkomactiviteiten tijdens de Lifestyleweken, die voor stagiairs dus tevens terugkomweken zijn. Tijdens die activiteiten wisselen studenten met elkaar en onder begeleiding van de stagedocenten ervaringen uit. Je leert te expliciteren wat je geleerd hebt en wat je nog meer zou willen leren tijdens de resterende stageweken. Loop je stage in het buitenland, dan heb je in die week uitgebreid per mail of skype contact met je stagedocent en met een aantal medestudenten. EISEN DIE AAN DE AFSTUDEERPLAATS GESTELD WORDEN Aan het stageverlenende bedrijf stelt de opleiding de volgende eisen: Het bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of is op an dere wijze een erkende, geregistreerde organisatie. Het bedrijf of de betreffende afdeling is gerelateerd aan tenminste één van de zes Lifestyle-sectoren die de opleiding onderscheidt; Health, Leisure, Appearance, Living, Food of Human Movement. Er werken één of meer mensen met ervaring in de (kern)taken trendonder zoek en concepting die de stagiair het vak kunnen leren. Er is een praktijkbegeleider aangewezen voor de begeleiding. Het bedrijf kan de stagiair op hbo-niveau begeleiding bieden (afhankelijk van vooropleiding / ervaring praktijkbegeleider, actueel kennisniveau, beschikbare tijd en aandacht). De stageverlener biedt de stagiair ruimte (in termen van tijd en faci liteit) om het proces van trends onderzoeken en/of conceptontwikkeling te doorgronden. De stagiair krijgt de kans om werkzaamheden te verrichten waarin hij kan aantonen zijn basiscompetenties te beheersen. Gedurende de stageperiode is er mogelijkheid de student in te zetten voor activiteiten die los staan van de Meesterproef. Stageverlener zet student maximaal 1 dag per week in voor activiteiten die los van deze Meesterproef staan. Het bedrijf biedt de stagiair een adequate werkplek op de eigen locatie. Het bedrijf biedt de stagiair voldoende contactmogelijkheden met diverse professionals binnen en buiten de organisatie. Er is een aanspreekpunt in geval van seksuele intimidatie. De stagiair krijgt een vergoeding. Deze eisen worden gecheckt bij indiening van de stageopdracht. De stagedocent controleert bij bezoek of de feitelijke situatie overeenkomt met de verstrekte informatie. BEGELEIDING Op de stageplek vormt één persoon, de praktijkbegeleider, het officiële aanspreekpunt voor de student. Bij de opleiding is het de stagedocent die op afstand contact onderhoudt met de stagiair en met de praktijkbegeleider. Regelmatig contact tussen stagiair en stagedocent is belangrijk. Aan de gevolgde werkwijze wordt verderop in deze gids nader aandacht besteed.
8 Pagina 9 EISEN DIE AAN HET AFSTUDEEROPDRACHT GESTELD WORDEN Aan de stageopdracht stelt de opleiding de volgende algemene eisen: Als stagiair werk je aan een (toegepast) trendonderzoek en ontwikkel je op basis van dit trendonderzoek een nieuw Lifestyle-concept inclusief het daarbij behorende realisatieplan plus aanbevelingen ten behoeve van de implementatie van het concept. De opdracht heeft voldoende complexiteit en omvang om als hbo-niveau gekenmerkt te worden. Als richtlijn hierbij dienen de generieke hbo-kwalificaties / Dublin-descriptoren (zie Bijlage 3). De opdracht biedt de stagiair de mogelijkheid te werken aan de opleid ingscompetenties (zie Bijlage 5). De opdracht biedt de stagiair de mogelijkheid te werken aan kenmerkende beroepsproducten en in kenmerkende beroepssituaties. De opdracht inclusief het samenstellen van stageverslag vindt plaats binnen de totale studielast van 700 SBU, De stageopdracht mag gecombineerd worden met andere stagewerkzaamheden, maar 80% van de tijd blijft beschikbaar voor de stageopdracht annex Meesterproef. Dat betekent dus dat de stagiair maximaal één dag in de week voor andere stagewerkzaamheden dan de Meesterproef ingezet kan worden.
9 Pagina 10 2 DE AFSTUDEERSTAGE ALS LEERPROCES HET LEERPROCES In de inleiding heb je kunnen lezen dat de stages vooral gezien moet worden als een leerproces. Je hebt al een deel van je opleiding achter de rug, maar je hebt nog een stuk te gaan voor je je echt een beginnend Lifestyle Professional kunt noemen. In werkelijkheid zul je vaak dezelfde werkzaamheden verrichten als de meer ervaren trendonderzoekers en conceptontwikkelaars, zodat je wel eens uit het oog kunt verliezen dat je er bent om te leren. Door goed te observeren hoe Lifestyle Professionals hun werk doen, door hen om raad te vragen als je niet goed weet hoe je iets moet aanpakken, en vooral door de soms talrijke, soms ingewikkelde opdrachten die in een stageperiode op je af komen, leer je snel bij. In je Afstudeerstage mag ervan worden uitgegaan dat je de basisvaardigheden beheerst die je op school hebt geleerd. En dat je op basis daarvan deels zelfstandig kunt opereren. In het onderwijs heb je veel dingen los van elkaar geleerd. Je hebt bijvoorbeeld de basale vaardigheden onder de knie om trends te kunnen onderzoeken. Ook beheers je diverse creatieve technieken met behulp waarvan je nieuwe ideeën voor diensten en producten kunt ontwikkelen. Bovendien heb je algemene kennis van alle zes de sectoren van de opleiding. Daarnaast heb je je algemene ontwikkeling vergroot, beeldend leren kijken, je communicatieve vaardigheden verbeterd en in teams leren werken. Soms zijn die dingen los van elkaar getoetst, al worden ze in beroepsproducten veelal geïntegreerd. Tijdens de stage gaat het er vooral om dat je je verworven kennis, je vaardigheden en je attitude in samenhang etaleert en doe je dat ook nog eens in de samenhang van de sectoren waarvoor jij gekozen hebt. Je laat dan zien dat je competent bent als Lifestyle Professional in minimaal twee van de zes sectoren: Health, Leisure, Appearance, Living, Food en Human Movement. Dat competent zijn toon je in je gedrag. Je gebruikt alles wat je geleerd hebt zonder de studieboeken erop na te slaan. Het zit allemaal in je en bij iedere nieuwe opdracht haal je datgene uit je kast wat voor die opdracht nodig is. Je wordt niet getoetst op een of meer specifieke leerdoelen, maar op je totale gedrag als Lifestyle Professional en je vermogen om goed onderzoek uit te voeren om tot een economisch en of maatschappelijk haalbaar Lifestyle-concept te komen dat bijdraagt aan kwaliteit van leven. COMPETENTIES In Bijlage 5 zie je wat de competenties en de bijbehorende prestatie-indicatoren van de Afstudeerstage is. In grote lijnen kun je zeggen dat je tijdens je stages wordt getoetst op de volgende competenties: 1. Signaleren > Je kunt (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life voor diverse mentaliteitsgroepen
10 Pagina 11 en voor diverse lifestyle-sectoren. > Je kunt de achterliggende actuele waarden opsporen voor diverse mentaliteitsgroepen en voor diverse lifestyle-sectoren. 2. Analyseren > Je kunt op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek. > Je kunt Lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyser en op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid. 3. Creëren/ontwerpen > Je kunt op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ont werpen voor diensten/producten voor diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van diverse mentaliteitsgroepen en die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn. 4. Resultaatgericht handelen > Je kunt trendonderzoek plannen en organiseren. > Je kunt creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten. > Je kunt de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken. > Je kunt ten behoeve van de realisatie van Lifestyle-concepten draagvlak creëren bij betrokken partijen en relevante partners organiseren. > Je kunt een opdrachtgever adviseren bij de realisatie van een Lifestyle-concept. > Je kunt een organisatie ondersteunen bij het bewaken van de grondbegin selen van het Lifestyle-concept. 5. Innoveren > Je kunt op een creatieve manier bestaande onderzoeksmethodieken toepas sen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends voor diverse mentaliteitsgroepen en voor diverse lifestyle-sectoren. > Je kunt op een creatieve manier bestaande ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het ontwikkelen van concepten voor dien sten/producten voor diverse mentaliteitsgroepen en voor diverse life style-sectoren. 6. Communiceren > Je kunt mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten/producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uitwisselen met diverse mentaliteitsgroepen in verschillende contexten.
11 Pagina Professioneel handelen > Je kunt reflecteren op je eigen positie, je creatief proces, je handelen en je kwaliteiten. > Je kunt werken aan de eigen ontwikkeling. Het gaat hier om de algemene competenties van de startbekwame Lifestyle Professional. Tijdens de leerarrangementen heb je ook al gericht aan deze competenties gewerkt en ben je erop beoordeeld. Tijdens de beide stages doe je dit opnieuw en word je ook weer op deze competenties beoordeeld na afloop van de stages. Het verschil in beoordeling van de beide stages ligt vooral in het niveau dat we van je verwachten. Tijdens de Meewerkstage liet je zien dat je het basisniveau beheerst en dat je de kennis en vaardigheden onder begeleiding in de praktijk kunt brengen. Tijdens de Afstudeerstage moet je het basisniveau beheersen, de sectorspecifieke kennis en vaardigheden moet je nu deels zelfstandig in de praktijk gaan toepassen. In het opleidingscompetentieprofiel (zie Bijlage 5) zijn de prestatieindicatoren op drie niveaus van competentiebeheersing uitgewerkt. De niveau-indicatoren hebben betrekking op: > Het aantal mentaliteitsgroepen en de combinatie van mentaliteitsgroepen > Het aantal sectoren en de combinatie van sectoren > De mate van zelfstandigheid van professioneel handelen Bij de Afstudeerstage gaat het om niveau 3, het niveau van de startbekwame student. Omdat je nog steeds bezig bent je competenties verder te ontwikkelen, hoef je ook tijdens een Afstudeerstage nog niet alles zelfstandig te kunnen. De praktijkbegeleider geeft aanwijzingen en tips, waar je dan mee aan de slag gaat. Geleidelijk aan heb je dat steeds minder nodig, word je competenter. Iedere geslaagde stage vertoont een groeiproces op het punt van de competenties. Bij de beoordeling aan het eind speelt de mate van vertoonde vooruitgang dan ook een belangrijke rol. Veel van de opdrachten in de projecten zijn erop gericht geweest om je goed voorbereid op stage te kunnen laten gaan. Als deze kwalificaties van toepassing zijn op je persoon, is het niet moeilijk om de competenties te etaleren en de leerdoelen van de stage te realiseren. De stagebeoordelaar beoordeelt je aan het einde van de stage op je competentiebeheersing. Daartoe gebruikt hij een beoordelingsformulier (zie Bijlage 4) waarop de bovengenoemde competenties gescoord worden en waar daar aanleiding toe is van commentaar voorzien. Zijn belangrijkste informant is de praktijkbegeleider, die na afloop van de stage eveneens het evaluatieformulier invult op basis van de competenties met nog extra aanvullingen. Bovendien geeft die feedback tijdens een afrondend gesprek, waarbij jij als stagiair, de praktijkbegeleider en de stagedocent aanwezig zijn. De feedback van je praktijkbegeleider en van je stagedocent verwerk je in een verslag van je eindgesprek, dat je stagedocent moet ondertekenen. Uiteindelijk stelt de stagebeoordelaar het cijfer vast. Een voldoende afgeronde stage levert je 25 studiepunten op.
12 Pagina 13 3 HET STAGEVERSLAG Eisen die aan de stageverslagen gesteld worden. Aan de stageverslagen stelt de opleiding de volgende algemene eisen: Elk verslag vermeldt op de titelpagina volledige gegevens van stagebedrijf en student inclusief studentnummer en de correcte toetscode van de stage. Deel 1: De Meesterproef. Het rapport van het trendonderzoek dat je (mede) hebt uitgevoerd en een beschrijving en uitwerking van het op basis van trendonderzoek en andere onderzoeken door jou ontwikkelde Lifestyle-concept, inclusief realisatieplan en aanbevelingen ten behoeve van de implementatie van het concept. Als bijlage in de Meesterproef neem je je onderzoeksplan op Deel 2: Een compacte beschrijving van het eigen functioneren van de stagiair in de stageverlenende organisatie/afdeling (o.a. wat deed je daar precies, begeleid of zelfstandig? Tot welke producten/resultaten heeft dat geleid? Wat waren de hoogte- en dieptepunten in de Afstudeerstage en wat was daar de oorzaak van? Hoe beoordeel je je werkzaamheden en hoe is jouw werk door de stageverlener beoordeeld? Was het een goede stageplaats? Hoe was de stagebegeleiding ter plekke en vanuit je stagedocent van school?). Het verslag (deel 2) bevat een hoofdstuk reflectie waarin de stagiair het eigen leerproces evalueert (in elk geval: de vergelijking van je doelstelling in je stageplan vooraf en de resultaten achteraf en een kritische zelfreflectie op je beroepshouding en je persoonlijke ontwikkeling gerelateerd aan de generieke hbo-kwalificaties. En o.a. een evaluatie van wat je op het gebied van vaardigheden mbt trendanalyse en/of conceptontwikkeling hebt geleerd? En wat heb je over het vak van Lifestyle Professional geleerd en over de specifieke vaardigheden die behoren bij de Lifestyle-sector(en) waarin je hebt gewerkt?). NB Deel 1 en deel 2 van het stageverslag lever je apart aan tbv plaatsing op n@ tschool ter informatie voor eventuele stagiaires na jou. Na je eindgesprek stuur je de door de praktijkbegeleider ingevulde evaluatieformulier naar de Stagebeoordelaar. Dit doe je via N@tschool Na je eindgesprek stuur je het door de stagedocent ondertekende verslag van het eindgesprek naar je stagebeoordelaar (via N@tschool). Het verslag ter afronding van de Afstudeerstage lever je in bij de stagedocent en bij de stagebeoordelaar twee weken voorafgaande aan je stage. Na het eindgesprek lever je nog je verslag eindgesprek in bij stagebeoordelaar. Dit verslag is ondertekend door je stagedocent. De Meesterproef moet in het Engels worden aangeleverd en als de stageverlener dat vereist, ook in het Nederlands. Het verslag wordt los van inhoud ook beoordeeld op feitelijkheid, volledigheid, diepgang en eigen visie. En het moet in orde zijn wat betreft taal en stijl.
13 Pagina 14 VERTROUWELIJKE VERSLAGEN De stagecoördinator kan vooraf vaststellen dat het verslag dat de stagiair gaat samenstellen een vertrouwelijk karakter heeft (n.a.v. verzoek in de stageopdracht). In dat geval vermeldt het verslag de aanduiding VERTROUWELIJK in hoofdletters op de omslag en op elke pagina als koptekst of voettekst. Vertrouwelijke verslagen worden niet opgenomen in het digitale archief van de opleiding. Na het behalen van het assessment verwijdert de student het verslag uit het showdossier op
14 Pagina 15 4 PRAKTISCHE ZAKEN STAGEOVEREENKOMST De afspraken die je maakt met de stageverlener leg je vast in een stageovereenkomst. De stageovereenkomst kan gezien worden als een arbeidsovereenkomst tussen het stagebedrijf en jou, waarin de volgende zaken doorgaans vermeld worden: > Werkzaamheden > Gezagsverhouding > Stagevergoeding > Opzegtermijn > Werktijden > Geheimhouding > Ontbindende voorwaarden > Uitbetaling Stel samen met het stagebedrijf de overeenkomst op (zie Bijlage 2). Laat de overeenkomst ondertekenen door het stagebedrijf en stuur het vervolgens naar het Praktijkbureau ter ondertekening namens de opleiding. Als het akkoord is, ontvang je de overeenkomst binnen twintig werkdagen ondertekend terug. Onvolledige overeenkomsten worden niet in behandeling genomen. STAGEVERGOEDING Het is gebruikelijk dat stageverleners stagiairs een vergoeding betalen, gemiddeld zo n 500 euro per maand bij een volledige werkweek. De hoogte van de stagevergoeding wordt bepaald door verschillende factoren zoals studieniveau, studierichting, stageduur, soort stage, inhoud van de stage en relevante werkervaring. Maar er zijn ook ideële en/of gesubsidieerde organisaties, die geen of nauwelijks stagevergoedingen kunnen betalen. Minimaal zullen alle in werktijd gemaakte kosten moeten worden vergoed. Bewaar alle bonnetjes dus goed! Als je geen (behoorlijke) stagevergoeding ontvangt en ook niet over een OV-jaarkaart kunt beschikken, dan is een reiskostenvergoeding billijk. De stagevergoeding is doorgaans mede gebaseerd op het feit dat veel studenten tijdelijk een tweede kamer moeten huren. Vakantiegeld Een stagiair heeft gedurende de stage geen recht op vakantie of vakantiegeld. Meestal is er wel recht op compensatie van het aantal uren dat boven het vastgestelde maximum is gewerkt. Bijverdiengrens In 2013 mag je als student naast de studiefinanciering ,90 bruto verdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor je studiefinanciering. Deze bijverdiengrens geldt voor iedereen die recht heeft op studiefinanciering. Als je meer bijverdient moet je de studiefinanciering stopzetten en de OV-kaart inleveren. Voor meer informatie kijk op Hoeveel mag je bijverdienen?
15 Pagina 16 VERZEKERING Studenten die in Nederland stage lopen zijn over het algemeen verzekerd voor alle sociale verzekeringswetten. Stagiairs die als werknemer zijn ingeschreven, zijn bijvoorbeeld ook verzekerd voor de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO). Zij vallen echter niet onder de Werkloosheidswet (WW). De belangrijkste voorwaarde hiervoor is dat je een geldelijke beloning ontvangt. Onder een dergelijke beloning wordt niet verstaan een vergoeding van de reiskosten. Er moet dus echt sprake zijn van loon. Om die reden is het van belang dat voor aanvang van je stage een overeenkomst wordt opgemaakt, waarin o.m. de geldelijke beloning (= bruto stagevergoeding) is opgenomen. Vanaf januari 2006 is iedereen in Nederland, met enkele uitzonderingen, verplicht zich te verzekeren. Wanneer je als student studiefinanciering ontvangt, mag je niet langer met je ouders meeverzekerd zijn, ook niet voor zorg- of WA-verzekering. Verzekeringen hebben daarom speciale studentverzekeringen die goedkoper zijn dan normale verzekeringen. Als stagiair moet je voor aanvang van je stage zelf een Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren hebben afgesloten. De Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven van Fontys Hogescholen geeft een secundaire dekking en kan in sommige gevallen als vangnet gelden als de verzekering van zowel de stageverlener als van de stagiair geen dekking biedt. Stageverzekering buitenland Tijdens een buitenlandse stage (inclusief België!) heb je meestal een aanvullende verzekering nodig. Het beste kun je eerst kijken welke onkosten in het buitenland je eigen verzekering dekt. Aanvullende (stage)verzekeringen worden door verschillende maatschappijen aangeboden en de tarieven en voorwaarden kunnen onderling erg verschillen. Wat een stageverzekering in ieder geval moet dekken zijn de kosten voor een medische behandeling in het stageland en de eventuele kosten voor terugkeer naar Nederland, bij voorbeeld als je ernstig ziek wordt. Dat heeft te maken met de vaak gebrekkige medische voorzieningen in het buitenland. BELASTING Iedereen die een stagevergoeding ontvangt moet loonbelasting betalen. Het stagebedrijf houdt deze belasting in op het brutoloon. Deze loonbelasting gaat naar de Belastingdienst toe. De loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Wat er daarna overblijft, is het nettoloon. Die loonheffing kun je laten verrekenen via het formulier Opgaaf gegevens voor de ingehouden loonheffingen, van de Belastingdienst. Je hoeft dan minder loonheffing te betalen en je nettosalaris is dus hoger. Voor scholieren en studenten bestaat er een speciale voordelige regeling voor de inhouding van loonbelasting; de Scholieren- en Studentenregeling. Dit kies je dan ipv de loonheffingskorting. Ontvang je studiefinanciering of kinderbijslag, dan kan deze regeling zeer interessant voor je zijn.
16 Pagina 17 Belastingteruggave Als een student loon ontvangt, moet de werkgever loonbelasting inhouden. Eventueel kan je als student te veel betaalde belasting via het P formulier (sinds 1 januari 2011 de opvolger van het TJ-biljet) terugvragen. Je kunt het formulier downloaden via de website van de Belastingdienst. WERKTIJDEN Stages duren ongeveer 18 weken, waarin je fulltime inzetbaar bent. De werktijden worden in overleg met de praktijkbegeleider bepaald. Je hebt geen recht op vrije dagen die volgens de Fontys-jaaragenda onderwijsvrij zijn. En in principe kan je als stagiair geen vrije dagen opnemen. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Dit gebeurt dan in overleg tussen de stagecoördinator en de stageverlener. Een uitzondering vormen de Lifestyleweken; tijdens die week organiseert de opleiding terugkomactiviteiten voor stagiairs. Je krijgt van je stageverlener ruimte en gelegenheid om daarbij te zijn. Niet gewerkte dagen hoeven niet doorbetaald te worden. ZIEKMELDING Informeer bij je stagebedrijf hoe het in zijn werk gaat, als je ziek wordt. Bij wie moet je je ziek melden? Geef ook alle belangrijke dingen door aan je collega s, mochten er afspraken gemaakt zijn of moet er iets doorgegeven worden aan klanten.
17 Pagina 18 5 VOORAFGAAND AAN DE STAGE TOELATING Om tot de Afstudeerstage te worden toegelaten moet je in het bezit zijn van het propedeusediploma en moet je alle EC van de fase Vakmanschap hebben behaald. Bovendien moet je het specialisatie-programma in de richting van je keuze hebben doorlopen en een minor hebben gevolgd. Neem ruim voorafgaand aan de startdatum contact op met je SLB-er en check met hem/haar of je aan de toelatingsvoorwaarden voor de betreffende stage voldoet of nog kunt voldoen. Is dat niet het geval, dan wordt de stage niet op het geplande tijdstip uitgevoerd en bespreek je met je SLB-er een eventuele routewijziging. STAGEVOORLICHTING Het is verstandig om ruim van tevoren te gaan zoeken naar een stageplaats en om je tijdig op je Afstudeerstage te oriënteren. Woon de stagevoorlichting van de stagecoördinator bij voor handige adviezen. Je ontvangt daarvoor een uitnodiging. Kijk geregeld op n@tschool voor vacatures voor stageplaatsen. Raadpleeg de stagecoördinator als je gebruik wilt maken van het stage-netwerk van de opleiding. Raadpleeg de coördinator Internationaal als je in het buitenland stage wilt gaan lopen. Stagevoorbereiding Je hebt al een keer eerder het traject doorlopen van een stage en weet hoe je jezelf goed kan voorbereiden. De specialisatiefase is ook ter voorbereiding van de inhoudelijke eisen aan de stage bedoeld. Wacht niet te lang met het zoeken van een stageplaats en neem bij problemen contact op met je SLB er of de stage coördinator. AFSTUDEERSTAGE ZOEKEN Vindplaatsen Begin op tijd met het zoeken van de perfecte Afstudeerstage. Het beste is om ruim van tevoren een Afstudeerstage te zoeken. Het is niet overdreven om al in oktober of zelfs eerder te beginnen met het zoeken naar een stageplaats als je stage in februari begint. Loop dus niet je droomstage mis, omdat je te laat bent begonnen met het zoeken. Er zijn verschillende manieren om naar een geschikte stage te zoeken. Natuurlijk kun je aan vrienden en familie vragen of ze iemand bij een bedrijf kennen die een stagiair nodig heeft. Maar meestal zul je toch zelf op zoek moeten gaan. Je Meester is een goed startpunt; wellicht is er bij zijn/ haar organisatie een stageplaats of kent je Meester mogelijkheden daarvoor in zijn/haar netwerk. Een optie is om binnen de eigen opleiding te informeren. Als opleiding hebben wij contact met ruim honderd stageverlenende bedrijven en organisaties. Die stellen geregeld vacatures voor stagiairs. Interessant zijn de bedrijven die al eerder met stagiaires van ILS hebben gewerkt. Die stellen meestal jaarlijks stageplaatsen ter beschikking. Check op n@tschool welke bedrijven dat zijn. Je kunt bij de stagecoördinator terecht voor relevante stageplaatsen. Die houdt je ook op de hoogte via vacatures op n@tschool.
18 Pagina 19 Ook via het Internet is het stageaanbod groot. Tevens zijn er volop stagebemiddelingsbureaus en websites waar je je (vaak gratis) kunt inschrijven en op zoek kunt gaan naar een stage. Oriëntatie Voordat je bedrijven daadwerkelijk gaat benaderen, moet je je eerst afvragen wat je precies wilt bereiken. Waar wil je stage lopen? Wat wil je leren en naar wat voor soort opdracht ben je op zoek? Ga actief op zoek naar informatie over organisatie, functie en de selectiecriteria A. De organisatie > Wat is de missie en visie van het bedrijf? > Wat zijn de doelstellingen van het bedrijf? > Welke producten en diensten levert het bedrijf? > Hoe groot is de organisatie? Hoeveel mensen werken er? Hoeveel vestigingen heeft het bedrijf? > Hoe groot is de afdeling waarop je komt te werken? > Hoe ziet de organisatiestructuur eruit? Hoe zijn de rollen binnen de organi satie verdeeld? > Hoe ziet de bedrijfscultuur eruit? Is er sprake van een formele of informele bedrijfscultuur? B. De functie > Welke werkzaamheden moet je gaan uitvoeren? > Ligt er een concrete vraag ten aanzien van het ontwikkelen van een Lifestyle-concept op basis van trends > Welke verantwoordelijkheden krijg je? > Werk je individueel of in teamverband? > Op welke plaats kom je te werken? > Zijn eventuele promotie en doorgroeimogelijkheden mogelijk? C. De eisen en wensen van het stagebedrijf (selectiecriteria) - Van welk opleidingsniveau zoekt het bedrijf een stagiair? - Moet de stagiair ervaring hebben of niet? - Welke leeftijd moet de stagiair hebben? - Moet de stagiair een rijbewijs hebben? Voor bovenstaande informatie kan je gebruik maken van de volgende informatiebronnen: > Via school (docenten, Praktijkbureau ACI, stagecoördinator en medestudenten) > Websites van bedrijven > Brochures en folders > Tijdschriften, kranten en vakbladen > Vrienden en kennissen > Stagebemiddelingsbureaus
19 Pagina 20 SOLLICITEREN Sollicitatiebrief Bij het solliciteren is het van belang dat je jezelf kunt verkopen. Hierbij gaat het vooral om je ervaringen en je capaciteiten. Die moeten terugkomen in de sollicitatiebrief en in je c.v. Om te worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek moet de brief zich positief onderscheiden van de rest. Door een goede brief weet het bedrijf: > wie jij bent (zelfkennis, houding, karaktereigenschappen, persoonlijkheidskenmerken). > wat jij wilt leren (kennis). > wat jij kunt (vaardigheden, capaciteiten, competenties). > wat jij eerder hebt gedaan (opleiding, werkervaring). > wat jij wilt doen tijdens je stage (eigen wensen en eisen van de opleiding in verband met de gerichte selectie van vacatures). > jouw motivatie Sollicitatiegesprek In je brief heb je al aangekondigd dat je zelf contact opneemt voor een sollicitatiegesprek. In dit gesprek moeten een aantal zaken aan de orde komen b.v. je persoonsgegevens, je motivatie voor de stageplaats, de stage-opdracht waaraan je kunt gaan werken, de werktijden, de stagevergoeding, wie je praktijkbegeleider wordt en waar je je bij aanvang van de stage moet melden, wanneer en hoe laat. Natuurlijk maak jij ook jouw wensen ten aanzien van de stage kenbaar. Een stageverlener kan een aspirant-stagiair weigeren. De weigering moet dan beargumenteerd en bij voorkeur schriftelijk aan de student én aan de opleiding (als het een opleidingscontact is) worden meegedeeld. STAGEOPDRACHT Als je bent aangenomen bij je stageplaats, formuleer je de stageopdracht en eventuele werkzaamheden die je verder nog gaat uitvoeren. Die bespreek je eerst met je toegewezen stagedocent, die je opdracht eerst voorlopig moet goedkeuren. Pas daarna stuur je de opdracht per mail naar de stagecoördinator (ACI-stage- Binnen tien werkdagen ontvang je per officieel bericht dat je opdracht akkoord is. STAGEOVEREENKOMST Stel met je stagebedrijf een overeenkomst op en laat die overeenkomst ondertekenen door de stageverlener. Vervolgens biedt je de overeenkomst ter ondertekening vanuit de opleiding aan bij het Praktijkbureau. Stagevoorbereidend gesprek met je stagedocent Een paar weken voor aanvang van je stage, maak je een afspraak voor een stagevoorbereidend gesprek met je stagedocent. Bij de Afstudeerstage lever je 2 weken voorafgaande aan je stage je onderzoeksplan aan. Hiervoor ontvang je een go en no-go. Bij een onderzoeksplan dat onvoldoende is kan je stagevoortgang geweigerd worden. Ook maak je afspraken over hoe jullie contact gaan onderhouden tijdens de stage en hoe de begeleiding vorm krijgt.
20 Pagina 21 Afspraken maken Afspraken over de begeleiding behelzen in elk geval afspraken over > je stage-opdracht en plan van aanpak > stagebezoeken gebruikelijk: stagebezoek binnen 3 weken na aanvang van de stage en een eindgesprek twee weken voor het einde van de stage (zonodig meer en/of anders) > tussentijds contact (gebruikelijk: maandelijks contact via telefoon of , een telefonisch gesprek halverwege de stage aan de hand van het tussentijds stageoverleg met je praktijkbegeleider en aan het eind om een afspraak te maken voor het eindgesprek; zonodig meer en/of anders) > stageterugkomactiviteiten (tijdens de Lifestyleweken) > contact stagedocent praktijkbegeleider (gebruikelijk: stagebezoek binnen 3 weken na aanvang van de stage, een telefonisch gesprek halver wege de stage, eindgesprek twee weken voor het einde van de stage; en verder wanneer de omstandigheden dat vereisen) > eindgesprek (gebruikelijk: met praktijkbegeleider, stagedocent en stagiair, twee weken voor het einde van de stage, aan de hand van de presentatie van de student, de evaluatie door de praktijkbegeleider en zijn/haar oordeel over de realisering van de stage-opdracht) > afronding van de stage (gebruikelijk: d.m.v. inlevering stageverslag, verslag eindgesprek, eindbeoordeling door de stagebeoordelaar via beoor delingsformulier) > het stageverslag > hoe om te gaan met calamiteiten > wederzijdse bereikbaarheid
21 Pagina 22 6 STAGEBEGELEIDING STAGEBEGELEIDING VANUIT SCHOOL Tijdens de Afstudeerstage krijg je een vakdocent als stagedocent toegewezen. De stagedocent is de contactpersoon met school gedurende de stage. Hij/zij begeleidt de stagiair tijdens de voorbereiding op de stage, o.a. bij het stage/ onderzoeksplan en stageopdracht, bespreekt met de student de voortgang tijdens de stage. De stagedocent onderhoudt maandelijks telefonisch of -contact met de stagiair en bezoekt hem minimaal twee keer op het stageadres; de eerste keer binnen 3 weken na aanvang van de stage en nog een keer aan het eind van de stage. Bovendien spreek je je stagedocent bij de terugkomactiviteiten tijdens de Lifestyleweken. Als zich tijdens de stage problemen voordoen, mag je verwachten dat de stagedocent ook tussentijds op bezoek komt. Zowel de student, de praktijkbegeleider als de stagedocent kan het initiatief nemen tot contact. De student doet dat als zijn ervaringen op de stageplek daar aanleiding toe geven. De praktijkbegeleider als hij/zij twijfelt over de goede afloop van de stage. De stagedocent als hij/zij naar zijn/haar gevoel te weinig zicht heeft op de voortgang. De stagebegeleiding vanuit school is begeleiding op afstand; de docenten hebben slechts beperkt tijd voor de stagebegeleiding beschikbaar. Het initiatief tot dit contact ligt bij jou, bij de stagiair. EERSTE GESPREK Het is de bedoeling dat je stagedocent in de eerste drie weken van je stage het stagebedrijf bezoekt en een bespreking heeft met jou en je praktijkbegeleider. Naast kennismaking gaat het in dit gesprek over je stageopdracht en je onderzoeksplan om die opdracht te kunnen realiseren. Stagedocenten zijn altijd bevoegd de stage te beëindigen indien zij situaties aantreffen die niet voldoen aan de opleidingseisen. Bij de Afstudeerstage ligt voorafgaande aan de start een onderzoeksplan voor om de opdracht voor de Meesterproef te kunnen uitvoeren. Tijdens de eerste weken op je stage verfijn je dit plan en lever je het onderzoeksplan uiterlijk week 3 in bij je stagedocent. Het onderzoeksplan komt als bijlage in je Meesterproef. TUSSENBALANS / FEEDBACK Na ongeveer tien weken stage maak je met je praktijkbegeleider een afspraak voor een tussentijds gesprek. Dan bespreek je de gang van zaken aan de hand van je onderzoeksplan. Vraag je praktijkbegeleider om tijdens dat gesprek duidelijk aan te geven op welke punten hij/zij jou nog niet sterk vindt en maak afspraken over activiteiten die je kan / moet ontplooien om op die punten vooruitgang te boeken. Je maakt een verslag van dit tussentijds stagegesprek en je mailt dat aan je stagedocent. Daarna heb je met je stagedocent een telefonisch gesprek over dat verslag.
22 Pagina 23 EINDGESPREK Twee weken voor de afloop van de stage bezoekt de stagedocent het stageadres om het resultaat te bespreken. Tijdens dit gesprek zijn zowel jij, de stagiair, als de praktijkbegeleider aanwezig. Eerst verzorg jij je presentatie in het Engels over je Meesterproef. Vervolgens stelt de praktijkbegeleider vast of jij als stagiair de stagewerkzaamheden naar behoren hebt uitgevoerd. De praktijkbegeleider heeft daartoe vooraf het evaluatieformulier (Bijlage 3) ingevuld. Jij schrijft een verslag van het eindgesprek en stuurt dat ter ondertekening naar je stagedocent. INLEVERING STAGEVERSLAGEN Het verslag ter afronding van de Afstudeerstage lever je twee weken voor het einde van je stage in bij de stagedocent en stagebeoordelaar. Na het eindgesprek, twee weken voor afronding van de stage maak je een verslag van het gesprek en laat dit ondertekenen door je stagedocent. Dit stuur je vervolgens naar de stagebeoordelaar. Het verslag moet in het Engels worden aangeleverd en als de stageverlener dat vereist, ook in het Nederlands. Inleveren gaat digitaal via (en Ephorus) voor de stagedocent en voor de stagebeoordelaar. Zie voor de wijze van inleveren. Zowel je stagedocent als je praktijkbegeleider krijgen ook een versie van je verslag in hard copy.
23 Pagina 24 7 AFRONDING VAN DE STAGE BEOORDELING VAN DE STAGE De stagebeoordelaar stelt het eindcijfer voor de Afstudeerstage vast. Hij/zij beoordeelt de Afstudeerstage op basis van het eindgesprekken opgemaakte verslag, rekening houdende met: > de door de stagiair geleverde (en door de stagedocent ondertekende) ver slag van het eindgesprek > de evaluatie van de praktijkbegeleider > het stageverslag inclusief Meesterproef van de student > zijn/haar eigen oordeel over de mate waarin de stagiair zijn competenties heeft ontwikkeld De student krijgt een beoordelingsformulier van de stagebeoordelaar (zie Bijlage 3 en 4) en een cijfer. Het cijfer voor de stage wordt door het bedrijfsbureau ingevoerd in Progress. Indien de student bezwaar aantekent tegen de door de stagebeoordelaar gegeven beoordeling, kan de student de zaak voorleggen aan de Examencommissie. STUDIEPUNTEN De studiebelasting van de beide stages bedraagt 700 SBU en dat komt overeen met 25 EC. Voor de Afstudeerstage geldt dat de opleiding 25 EC daarvan toekent aan de stage. Hiervan is 5 EC toegekend aan onderzoeksplan en 20 EC aan de uitwerking van het stageverslag inclusief Meesterproef. De opleiding kent 5 EC toe op het eindassessment van de bachelor als bewijs van o.a. de tijdens de stage opgedane competentieverwerving in de vorm van de Meesterproef. HERKANSINGEN De afronding van een stage is een tentamen in de zin van de wet. Hier geldt net als bij alle tentamens: een kans en één herkansing per studiejaar. Bij het niet of onvolledig inleveren van het stageverslag op de voorgeschreven datum wordt het cijfer 1 toegekend. Haalt de student een onvoldoende bij de eerste kans, dan is er één herkansingsmogelijkheid in hetzelfde studiejaar. Raadpleeg de jaaragenda Lifestyle op n@tschool voor data herkansingen en voor de inleverdata. Behaalt een student bij de herkansing alsnog een onvoldoende, dan wordt de casus voorgelegd aan de examencommissie. De examencommissie kan twee besluiten nemen. A. Blijkbaar geeft de gevolgde stage ook na herkansing onvoldoende input voor het samenstellen van een adequaat stageverslag. De student loopt opnieuw stage en krijgt daarvoor een (eventueel nieuwe) begeleider toegewezen. B. Blijkend uit o.a. het verslag van het eindgesprek, het evaluatieformulier en de bevindingen van de stagedocent schort het niet aan de kwaliteit van de gevolgde stage, maar aan het vermogen van de student een adequaat verslag samen te stellen. De student loopt geen nieuwe stage, krijgt wel een (eventueel nieuwe) begeleider toegewezen voor het herschrijven van het verslag. De examencommissie stelt de inleverdatum vast.
24 Pagina 25 BIJLAGE 1 ADRESSEN Beleid van de examencommissie van Fontys ACI is dat de voorkeur uitgaat naar optie A., tenzij er dwingende redenen zijn voor B. te kiezen. N.B. Komen in het eindgesprek stagedocent en praktijkbegeleider tot de conclusie dat de stagewerkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd, dan levert de student alsnog een verslag in op de voorgeschreven inleverdatum. De stagebeoordelaar stelt op basis van alle informatie (presentatie, stageverslag, evaluatieformulier, gespreksverslag) een eindcijfer vast. Indien dat onvoldoende is, heeft de student een gesprek met zijn stagedocent om samen te bepalen wat de vervolgstap is: verslag verbeteren of afzien van herkansing en een andere stage beginnen.
25 Pagina 26 ADRESSEN Fontys Academy for Creative Industries Prof. Goossenslaan 1-04 Postbus GL Tilburg Praktijkbureau overige bereikbaarheidsgegevens via Stagecoördinator Natascha van den Meijdenberg bereikbaarheidsgegevens via Coördinator Internationaal Margot Sprenkels bereikbaarheidsgegevens via Jouw stagedocent bereikbaarheidsgegevens via
26 Pagina 27 BIJLAGE 1 PROCEDURE STAGES A. CHECK OF JE TOELAATBAAR BENT Om tot de Afstudeerstage te worden toegelaten moet je in het bezit zijn van het propedeusediploma en moet je het assessment van de hoofdfase (fase Vakmanschap) hebben behaald. Bovendien moet je het specialisatie-programma in de richting van je keuze hebben doorlopen en je minor hebben gevolgd. Neem ruim voorafgaand aan de startdatum contact op met je SLB-er en check met hem/haar of je aan de toelatingsvoorwaarden voldoet of nog kunt voldoen. Is dat niet het geval, dan wordt de stage niet op het geplande tijdstip uitgevoerd en bespreek je met je studiecoach een routewijziging. B. STEL JE STAGEPLAN OP Om je na te laten denken over wat je wilt leren tijdens je stage en over een passende stageplaats, is het goed een stageplan op te stellen. Wanneer je hierop vastloop neem dan contact op met je SLB er. C. ZOEK JE STAGEPLAATS Het is verstandig om een jaar tevoren te gaan zoeken naar een stageplaats. Woon de algemene stagevoorlichting bij voor handige adviezen. Raadpleeg de coördinator Internationaal als je in het buitenland stage wilt lopen en woon ook de voorlichtingen bij die de coördinator Internationaal organiseert. D. SOLLICITEER BIJ JE STAGEPLAATS Heb je bedrijf of organisatie gevonden waar je graag stage zou willen lopen? Schrijf een sollicitatiebrief waarin je je motivatie voor je stage overtuigend verwoordt. Neem vervolgens contact op met een beoogde stageplaats voor een sollicitatiegesprek. In dit gesprek bespreek je onder andere de stageopdracht waaraan je kunt gaan werken en allerlei praktische zaken zoals, de werktijden, de stagevergoeding en wie je praktijkbegeleider wordt. E. DIEN JE STAGE-OPDRACHT IN Ben je aangenomen bij de stageplaats? Bespreek dat plan eerst met je stagedocent ter goedkeuring. Stuur je stageopdracht pas na goedkeuring per naar de stagecoördinator ([email protected]). Binnen tien werkdagen ontvang je per bericht of je opdracht akkoord is. Voor de Afstudeerstage dien je voorafgaande aan de start van je stage een onderzoeksplan in te leveren bij je stagedocent. Hiervoor ontvang je een go en no-go. F. HAAL JE ASSESSMENT Stages zijn alleen toegankelijk als je het assessment van de fase Vakmanschap hebt behaald. Daarnaast dien je om op stage te kunnen gaan alle EC uit de fase Vakmanschap te hebben behaald, de specialisatie te hebben doorlopen én je minor te hebben gedaan. Voor het assessment geldt een toelatingsdrempel. Check die in de Onderwijs- en Examenregeling OER. G. DIEN JE STAGEOVEREENKOMST IN Stel met je stagebedrijf een overeenkomst op (zie Bijlage 2). Laat de overeenkomst ondertekenen. Scan het contract en stuur het via je Fontysmail naar het Praktijkbureau ([email protected]). Als de overeenkomst overeenkomt met de geaccordeerde opdracht en als je het vereiste assessment behaald hebt,
27 Pagina 28 BIJLAGE 1 PROCEDURE STAGES ontvang je de overeenkomst binnen twintig werkdagen ondertekend terug. Je stage kan beginnen. Onvolledige overeenkomsten worden niet in behandeling genomen. H. VOER EEN VOORBEREIDEND GESPREK MET JE STAGEDOCENT In de weken voorafgaand aan je stage, maak je een afspraak met je stagedocent. Je legt je stageplan en je stage-opdracht voor en je maakt afspraken over hoe jullie contact gaan onderhouden tijdens de stage en hoe je de begeleiding gaat vorm geven. I. NODIG JE STAGEDOCENT UIT Je nodigt je stagedocent meteen uit voor een stagegesprek. Het is de bedoeling dat je stagedocent binnen één maand het stagebedrijf bezoekt en een bespreking heeft met jou en je praktijkbegeleider. Stagedocenten zijn altijd bevoegd de stage te beëindigen indien zij situaties aantreffen die niet voldoen aan de opleidingseisen. J. MAAK JE ONDERZOEKSPLAN DEFINITIEF Maak je onderzoeksplan definitief en stuur dat binnen drie weken na aanvang van de stage aan de stagedocent conform de afspraken die je hebt gemaakt tijdens de uitnodiging. K. LEID JE STAGEGESPREK Stel vooraf een agenda op, ontvang je stagedocent bij je stagebedrijf, zit het stagegesprek voor met stagedocent en praktijkbegeleider. Leg de datum van je eindgesprek vast. Leg alle andere termijnen vast die op de stagevoortgang van toepassing zijn. Schrijf een verslag van het stagegesprek en stuur dat binnen tien werkdagen naar je stagedocent. L. INFORMEER JE STAGEDOCENT TUSSENTIJDS Informeer je stagedocent tenminste maandelijks (per mail of telefonisch) over de voortgang van je stage conform de afspraken die je in het stagegesprek hebt gemaakt. M. ORGANISEER EEN TUSSENTIJDS GESPREK Na ongeveer tien weken stage maak je met je praktijkbegeleider een afspraak voor een tussentijds gesprek. Dan bespreek je de gang van zaken aan de hand van je plan van aanpak. Vraag je praktijkbegeleider om tijdens dat gesprek duidelijk aan te geven op welke punten hij/zij jou nog niet sterk vindt en maak afspraken over activiteiten die je kan / moet ontplooien om op die punten vooruitgang te boeken. Schrijf een verslag van dit tussentijdse stagegesprek en mail dat aan je stagedocent. Daarna heb je met je stagedocent een telefonisch gesprek over dat verslag. N. BEZOEK DE STAGETERUGKOMACTIVITEITEN De opleiding organiseert terugkomactiviteiten tijdens de Lifestyleweken. Tijdens die activiteiten wissel je ervaringen uit met andere studenten onder begeleiding van de stagedocenten. Je leert te expliciteren wat je geleerd hebt en wat je nog meer zou willen leren tijdens de resterende stageweken.
28 Pagina 29 BIJLAGE 1 PROCEDURE STAGES O. SCHRIJF JE STAGEVERSLAG Tijdens je stage schrijf je een stageverslag conform de eisen die in deze gids staan. Op basis van het verslag maak je een presentatie voor je eindgesprek. P. VOER JE EINDGESPREK Het eindgesprek voer je bij voorkeur op je stagebedrijf en heeft de vorm van een presentatie. Voor de Afstudeerstage geldt dat de presentatie in het Engels is. Hierbij zijn de stagedocent en praktijkbegeleider aanwezig. Tijdens het eindgesprek stelt de praktijkbegeleider vast of de stagiair de stagewerkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. De praktijkbegeleider heeft daartoe vooraf het evaluatieformulier (Bijlage 3) ingevuld. Schrijf een verslag van het eindgesprek en stuur dat ter ondertekening naar je stagedocent. Het eindgesprek van de beide stages voer je twee weken voor de afloop van de stage. Q. LEVER JE VERSLAG IN Het verslag ter afronding van de van de Afstudeerstage lever je twee weken voorafgaande aan je stage in bij je stagebeoordelaar en stagedocent. Na het eindgesprek lever je een ondertekend verslag in bij je stagebeoordelaar en stagedocent. Inleveren gaat digitaal via n@tschool (en Ephorus) voor de stagedocent en de stagebeoordelaar. Zowel je stagedocent als je praktijkbegeleider krijgen ook een versie in hard copy. Bij het niet of onvolledig inleveren van het stageverslag op de voorgeschreven datum wordt het cijfer 1 toegekend. Er is een herkansing in de eerstvolgende intervalweek. R. WACHT JE CIJFER AF Binnen tien werkdagen na inlevering van je verslag op de voorgeschreven dag, ontvang je de beoordeling van je verslag via je stagebeoordelaar per . Bewaar deze in je portfolio. S. MAAK JE PORTFOLIO COMPLEET Neem je stageverslag en het beoordelingsformulier op in je portfolio. Maak onder het kopje Meewerkstage of Afstudeerstage een nieuwe map aan in je showdossier. Stel het showdossier ter beschikking van je beide assessoren. T. DOE JE ASSESSMENT Tijdens je assessment houd je een presentatie waarin ook je stage terugkomt. Twee onafhankelijke docenten fungeren dan als je assessor. Zij geven een cijfer voor je assessment op basis van een competentiebeoordelingsformulier. U. CHECK JE STUDIEPUNTEN De studiebelasting van de beide stages bedraagt 700 SBU en dat komt overeen met 25 EC. Voor de Afstudeerstage geldt dat de opleiding 25 EC daarvan toekent aan de stage. 5 EC hiervan is toegekend aan het onderzoeksplan en 20 EC aan de uitvoering daarvan (als bewijs van de verrichte werkzaamheden). De opleiding kent 5 EC toe op het eindassessment van de bachelor als bewijs van o.a. de tijdens de stage opgedane competentieverwerving in de vorm van de Meesterproef.
29 Pagina 30 BIJLAGE 1 PROCEDURE STAGES V. REGEL JE EVENTUELE HERKANSING Heb je een onvoldoende voor je stageverslag, dan is er een herkansing in de eerstvolgende intervalweek. Check de jaaragenda Lifestyle op n@tschool voor inleverdata en data voor herkansingen. Behaal je bij de herkansing alsnog een onvoldoende, dan wordt de casus voorgelegd aan de examencommissie. Die kan besluiten dat je opnieuw stage moet lopen of dat je je verslag kunt herschrijven.
30 Pagina 31 BIJLAGE 2 STAGEVEREENKOMST INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES (ILS) De ondergetekenden A Fontys Academy for Creative Industries ressorterend onder het bevoegd gezag van de Stichting Fontys, vertegenwoordigd door een medewerker van het Praktijkbureau (hierna te noemen Fontys Academy for Creative Industries) Prof. Goossenslaan 1-04 Postadres Building P3 Postbus Tel GL Tilburg adres : [email protected] Website : Naam studiecoach : Naam beoordelaar : B Stagiair (hierna te noemen stagiair) Naam : Studentnummer : Studiejaar : Adres : Postcode en woonplaats : Telefoonnummer : Mobiel telefoonnummer : C De stageplaats biedende organisatie (hierna te noemen de stageplaats) Naam organisatie : Bezoekadres : Postcode en plaats : Postadres : Postcode en plaats : Telefoonnummer : Website : adres (algemeen) : Vertegenwoordigd door de praktijkbegeleider van de stagiair (hierna te noemen praktijkbegeleider) Naam : Man/vrouw : Functie : Telefoonnummer : Mobiel telefoonnummer : adres : verklaren, in aanmerking nemende dat de stagiair volgens de richtlijnen van de opleiding dient te voldoen aan de stagecomponent zoals door Fontys Academy for Creative Industries wordt vereist, het volgende te zijn overeengekomen.
31 Pagina 32 BIJLAGE 2 STAGEVEREENKOMST ILS Artikel 1 Contractperiode en werktijden De stageperiode gaat in op (datum) / / tot en met (datum) / /. De praktijkbegeleider en de stagiair maken samen afspraken over de werktijden. De werktijden zijn van maandag t/m vrijdag zaterdag/zondag. Gedurende de stageperiode heeft de stagiair recht op dag / dagen verlof per maand. Indien door onvoorziene omstandigheden binnen de vastgestelde taken/opdrachten de stagiair niet aan zijn competentie-ontwikkeling kan werken wordt in overleg een andere of c.q. een aanvullende periode overeengekomen. Artikel 2 Stageopdracht Op basis van de geformuleerde stage-opdracht(en) stelt de stagiair in overleg met de praktijkbegeleider leerdoelen op. De stageovereenkomst wordt ondertekend door stagiair en praktijkbegeleider. Binnen drie weken na ingang van de contractperiode heeft de stagiair het plan van aanpak gereed en levert dit in bij zijn stagedocent. De bijlage stageactiviteiten en stageopdracht wordt toegevoegd aan deze stageovereenkomst en maakt daar onderdeel van uit. Artikel 3 Contact- en evaluatiemomenten Stagiair maakt na elk bezoek vanuit de opleiding een verslag en levert dit in bij zijn/haar stagedocent; aan het eind van de contractperiode vult de praktijkbegeleider het evaluatieformulier stage in. De stagiair levert dit formulier en zijn stageverslag in bij zijn/haar stagedocent; de stagedocent van Fontys Academy for Creative Industries heeft tenmin ste tweemaal gedurende de stage op de werkplek met de praktijkbegeleider een gesprek over het functioneren van de stagiair. Artikel 4 Vergoeding en faciliteiten De stagiair ontvangt een stagevergoeding van : Eventuele onkostenvergoeding : De stagiair heeft de beschikking over een werkplek ja / nee Op deze vergoeding zullen de heffingen inzake de loonbelasting, de PVV en de premies ingevolge de sociale verzekeringswetten ingehouden worden, voor zover vereist. Artikel 5 Verplichtingen Stageplaats De stageplaats geeft de stagiair ruimte te voldoen aan terugkomverplichtingen, het verplichte onderwijs te volgen en tentamens en/of toetsen af te leggen, aanwezig te zijn op door Fontys of de opleiding georganiseerde activiteiten, die direct met het onderwijs verbonden zijn. De opleiding streeft ernaar zoveel als mogelijk rekening te houden met verplichtingen uit de stageovereenkomst; voor de stagiair gelden de regelingen van de Stichting Fontys of zijn vergelijkbare regelingen van toepassing betreffende de privacy en de ongewenste omgangsvormen. Blijkt dat in voorkomende gevallen niet mo
32 Pagina 33 BIJLAGE 2 STAGEVEREENKOMST ILS gelijk, dan verklaart de stageplaats zich op voorhand akkoord met toepassing van de binnen de Stichting Fontys gehanteerde regelingen; de stageplaats staat er voor in dat voldaan wordt aan de eisen die wet telijk gesteld worden in het kader van onder meer de sociale wetgeving en de loonbelasting; de stageplaats verplicht zich de opleiding en de stagiair te vrijwaren voor door de stagiair toegebrachte schade in het kader van de beroep saansprakelijkheid en/of het bedrijfsrisico (zogenaamde vermogenss chade); de stageplaats biedt de stagiair alle benodigde faciliteiten aan die nodig zijn om zijn werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren; praktijkbegeleider dient minimaal een opleiding op HBO-niveau te bezit ten (bij uitzondering kan hiervan door het Praktijkbureau afgeweken worden); bij problemen rondom het functioneren van de stagiair op de stageplaats neemt de praktijkbegeleider contact op met de stagedocent. Fontys Academy for Creative Industries De begeleiding van de stagiair door de stagedocent van Fontys Academy for Creative Industries; de benodigde informatie voor het functioneren van de stagiair; dat de stagedocent van Fontys Academy for Creative Industries tenminste tweemaal gedurende de stage op de werkplek een gesprek heeft over het functioneren van de stagiair en dat de stagedocent van Fontys Academy for Creative Industries bemiddelt en eventueel oplossingen aandraagt bij problemen; dat de eindbeoordeling van de stage, die valt onder de eindverant woordelijkheid van de opleiding, plaatsvindt na de beoordeling vanuit het stagebedrijf. Stagiair De stagiair is verplicht de overeengekomen leertaak in het kader van de stage zorgvuldig uit te voeren en daarbij de aanwijzingen van de stagep laats te volgen; de stagiair zal de, in het belang van de orde en veiligheid gegevens ge dragsregels, voorschriften en aanwijzingen, zoals deze voor het personeel van het stagebedrijf van toepassing zijn, in acht nemen en overigens elke onveilige handeling vermijden. Artikel 6 Geheimhouding Partijen zijn zowel tijdens als na afloop van de overeenkomst wederkerig tot geheimhouding verplicht van al hetgeen waarvan zij uit hoofde van de overeenkomst kennis (hebben kunnen) nemen en/of waarvan het vertrouwelijke karakter evident is.
33 Pagina 34 BIJLAGE 2 STAGEVEREENKOMST ILS Artikel 7 Aansprakelijkheidsverzekering De stagiair dient vóór aanvang van de werkzaamheden, zelf een Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren te hebben afgesloten. De Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven van Fontys Hogescholen geeft een secundaire dekking, dat wil zeggen dat: De stageplaats is verzekerd tegen het risico van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad en wanprestatie van ondergeschikten, waar onder begrepen stagiaires; in eerste instantie de stageplaats volgens het Burgerlijk Wetboek, boek 6, art. 170 aansprakelijk is voor zijn ondergeschikten, dus ook voor de stagiair; wanneer de Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven van de werk gever, geen of onvoldoende dekking biedt, de stagiair eerst de eigen verzekering moet aanspreken; wanneer de verzekering van zowel de werkgever als van de stagiair geen dekking biedt, de WA-bedrijfsverzekering van Fontys Hogescholen als van gnet kan gelden. Schade als gevolg van opzet, oproer e.d. worden gebruikelijk van dekking uitgezonderd, evenals schade aan motorvoertuigen en vermogenschade. Artikel 8 Arbo De stageplaats draagt er zorg voor dat de vereisten van de Arbo-wetgeving ook voor de stagiair volledig in acht worden genomen. De stagiair dient zich te houden aan de dienaangaande door de stageverlener gestelde instructies. Artikel 9 Beëindiging overeenkomst Deze overeenkomst eindigt: 1. Door afloop van de overeengekomen periode zoals vermeld in artikel 1; 2. door beëindiging van de opleiding door de stagiair; 3. op initiatief van de stagiair na overleg met en na instemming van de stagedocent van Fontys Academy for Creative Industries; 4. op initiatief van Fontys Academy for Creative Industries na overleg met de stagiair en de stageplaats; 5. op initiatief van de stageplaats na overleg met de stagiair en de stage docent van Fontys Academy for Creative Industries; 6. om andere dringende redenen, op grond waarvan noch van de stageplaats, noch van de stagiair, noch van Fontys Academy for Creative Industries verwacht kan worden dat de overeenkomst wordt voortgezet, een en ander na overleg tussen partijen. Artikel 10 Toepasselijk recht Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Artikel 11 Naamgeving artikelen Geen van de partijen kan zich beroepen op de titels van de artikelen. Deze zijn slechts opgenomen voor de leesbaarheid.
34 Pagina 35 BIJLAGE 2 STAGEVEREENKOMST ILS Aldus opgemaakt en in drievoud ondertekend: Op : / / (datum) Namens de stageplaats Namens de Fontys Namens de stagiair (naam) Academy for Creative Industries (naam) (naam) Handtekening: Handtekening: Handtekening: Deze overeenkomst is van kracht vanaf het moment dat de drie betrokken partijen hun handtekening hebben geplaatst. De stagiair levert de stageovereenkomst getekend door stagiair en stageplaats vóór aanvang van de stage in bij het Praktijkbureau [email protected] BIJLAGE Omschrijving stageopdracht en stageactiviteiten Organisatie: Geef hier een globale omschrijving van de organisatie Ingeschreven bij Kamer van Koophandel: o ja o nee KvK-nummer : Werknemers in dienst (geef hieronder het aantal weer) vast dienstverband : freelance : Werkplek Waar bevindt zich de werkplek: Welke faciliteiten staan de student persoonlijk ter beschikking: Praktijkbegeleider Opleiding : Aantal jaren bedrijfservaring: Stageopdracht Onderwerp stageopdracht voor Meesterproef : Omschrijving stageopdracht: Geef hier een omschrijving van het onderwerp van de stageopdracht/meesterproef
35 Pagina 36 BIJLAGE 3 EVALUATIE AFSTUDEERSTAGE ILS Stageactiviteiten De stageactiviteiten dienen in overeenstemming te zijn met de doelstelling van de opleiding. De moeilijkheidsgraad dient op HBO-niveau te liggen en de taken dienen voldoende gevarieerd te zijn. Stage-activiteiten mogen niet meer dan 20% van de stagetijd in beslag nemen. Overige tijd gaat naar het uitvoeren van de stageopdracht. Geef hier een omschrijving van de stageactiviteiten zodat duidelijk wordt in hoeverre aan bovenstaande eisen kan worden voldaan. Tijdsplanning Geef hier een beknopte tijdsplanning (verantwoording 700 SBU Begeleiding Welke afspraken zijn er gemaakt over de begeleiding door de praktijkbegeleider Voor akkoord: Namens de stageplaats Namens de Fontys Namens de stagiair (naam) Academy for Creative Industries (naam) (naam) Handtekening: Handtekening: Handtekening:
36 Pagina 37 BIJLAGE 3 EVALUATIE AFSTUDEERSTAGE ILS S.v.p. in te vullen door de praktijkbegeleider voorafgaand aan het eindgesprek bij het stagebedrijf. De stagiair vraagt de praktijkbegeleider tijdig het formulier in te vullen en te ondertekenen. Het formulier is een leidraad bij het eindgesprek. Het ondertekende formulier vormt een bijlage van het stageverslag. Naam student: Stageperiode: 1. Signaleren De startbekwame student kan (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life plus de achterliggende actuele waarden voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Onvoldoende Goed o o o o o 2. Analyseren De startbekwame student kan op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek en kan Lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid. Onvoldoende Goed o o o o o 3. Ontwerpen / Creëren De startbekwame student kan zelfstandig op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch, technologisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn. Onvoldoende Goed o o o o o 4. Resultaatgericht handelen De startbekwame student kan zelfstandig trendonderzoek plannen en organiseren, creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten en kan de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken. Ten behoeve van de realisatie van Lifestyle-concepten kan hij draagvlak creëren bij betrokken partijen en kan hij relevante partners organiseren. Onvoldoende Goed o o o o o
37 Pagina 38 BIJLAGE 3 EVALUATIE AFSTUDEERSTAGE ILS 5. Innoveren De startbekwame student kan op een creatieve manier bestaande onderzoeks- en ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends en het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Onvoldoende Goed o o o o o 6. Communiceren De startbekwame student is in staat om mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten of producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uit te wisselen met diverse mentaliteitsgroepen in verschillende contexten. Onvoldoende Goed o o o o o 7. Professioneel handelen De startbekwame student kan reflecteren op zijn eigen positie, zijn creatief proces, zijn handelen en zijn kwaliteiten en kan werken aan de eigen ontwikkeling. Onvoldoende Goed o o o o o Toelichting bij de bovenstaande beoordeling: Suggesties aan / commentaren voor de opleiding:
38 Pagina 39 BIJLAGE 3 EVALUATIE AFSTUDEERSTAGE ILS Overige opmerkingen: Zijn de stagewerkzaamheden in het algemeen naar tevredenheid afgerond? Ja / Nee Naam praktijkbegeleider : Functie : Bedrijf / organisatie : Plaats / datum : Handtekening :
39 Pagina 40 BIJLAGE 4 BEOORDELINGSFORMULIER AFSTUDEERSTAGE ILS S.v.p. in te vullen door de stagebeoodelaar binnen tien dagen na inlevering van het stageverslag inclusief bijlage. Naam student : Studentnummer : Het verslag inclusief bijlagen leidt tot de volgende beoordeling van de prestatie van de student. 1. Signaleren De startbekwame student kan (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life plus de achterliggende actuele waarden voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren De student: Kan (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends signaleren die van belang zijn voor de quality of life voor ( ) Kan opsporen op welke quality of life-beleving bepaalde (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends een beroep doen voor ( ) Kan opsporen welke technologische mogelijkheden relevant zijn voor de quality of life van ( ) Kan opsporen welke actuele ethische, economische en sociale waarden er ten grondslag liggen aan de beleving van quality of life voor ( ) Kan opsporen welke partijen er betrokken moeten worden om een Life style-concept voor ( ) te realiseren, vanuit de ethische, economische en/of sociale waarden die zij en het concept vertegenwoordigen 2. Analyseren De startbekwame student kan op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek en kan Lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren
40 Pagina 41 BIJLAGE 4 BEOORDELINGSFORMULIER AFSTUDEERSTAGE ILS De student: Kan informatiebronnen voor trendanalytisch onderzoek opsporen en analyseren (verbanden leggen) voor ( ) Kan ten behoeve van een door de praktijk gegeven probleemstelling op het gebied van trendanalyse onderzoeksvragen formuleren voor ( ) en kan een onderzoeksopzet maken en een relevante onderzoeksmethodiek hanteren Kan Lifestyle-concepten ten aanzien van quality of life voor ( ) analyseren en relateren aan relevante (inter)nationale trends en aan toekomstige maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelin gen. Kan de relevante factoren voor conceptontwikkeling voor ( ) in samenhang met elkaar analyseren: o De waarden van meerdere mentaliteitsgroepen o De kernwaarden/identiteit van een organisatie o Het netwerk van een organisatie o De technologische ontwikkelingen binnen de desbetreffende life style-sectoren Kan zelfstandig binnen een organisatie de actoren en de processen trac eren die van belang zijn voor de realisatie van Lifestyle-concepten Kan zelfstandig een Lifestyle-concept dat ontworpen is voor ( ) analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaar heid Kan zelfstandig analyseren wat de sterkten en zwakten zijn binnen een organisatie, die een rol kunnen spelen bij de realisatie van een Life style-concept 3. Ontwerpen / Creëren De startbekwame student kan zelfstandig op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch, technologisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren. De student: Kan voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren concepten voor di ensten/producten vernieuwen en versterken die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen Kan concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van lifestyle-sectoren, die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn
41 Pagina 42 BIJLAGE 4 BEOORDELINGSFORMULIER AFSTUDEERSTAGE ILS Kan concepten ontwikkelen voor diensten/producten voor combinaties van lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen door consumentenbehoeften en technologische mogeli jkheden binnen een concept op een creatieve wijze met elkaar te verbind en Kan co-creëren binnen meerdere mentaliteitsgroepen Kan een conceptstatement voor een concept voor ( ) formuleren 4. Resultaatgericht handelen De startbekwame student kan zelfstandig trendonderzoek plannen en organiseren, creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten en kan de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken. Ten behoeve van de realisatie van Lifestyle-concepten kan hij draagvlak creëren bij betrokken partijen en kan hij relevante partners organiseren. De startbekwame student kan een opdrachtgever adviseren bij de realisatie van een Lifestyle-concept en een organisatie ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren De student: Kan de werkzaamheden voor trendonderzoek logisch, gestructureerd en haalbaar plannen en realiseren n.a.v. een zelf geformuleerd doel, dead line en kwaliteitsniveau Kan creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten op het gebied van lifestyle Kan de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-con cept uitwerken Kan een Lifestyle-concept duiden als onderdeel van strategisch beleid van een organisatie Kan bij betrokken partijen draagvlak creëren ten behoeve van de realisa tie van een Lifestyle-concept. Kan relevante partners organiseren ten behoeve van de uitvoering van een Lifestyle-concept Kan een organisatie adviseren bij het realiseren van een Lifestyle-con cept Kan een organisatie tijdens het implementatieproces ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept
42 Pagina 43 BIJLAGE 4 BEOORDELINGSFORMULIER AFSTUDEERSTAGE ILS 5. Innoveren De startbekwame student kan op een creatieve manier bestaande onderzoeks- en ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends en het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren De student: Kan door bestaande onderzoeksmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een trend voor ( ) analyser en Kan door bestaande ontwerpmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een concept ontwikkelen voor ( ) 6. Communiceren De startbekwame student is in staat om mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten of producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uit te wisselen met diverse mentaliteitsgroepen in verschillende contexten. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren De student: Kan informatie over (inter)nationale trends en de resultaten van tren donderzoek mondeling toegankelijk maken voor meerdere mentaliteitsgroep en, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen Kan efficiënt communiceren door creatief gebruik te maken van de technol ogische mogelijkheden van de diverse communicatiemiddelen (zoals inter net/ict) voor meerdere mentaliteitsgroepen Kan netwerken binnen meerdere mentaliteitsgroepen en met potentiële op drachtgevers binnen alle lifestyle-sectoren Kan op creatieve wijze mondeling en schriftelijk communiceren in het Nederlands en Engels Kan een concept voor een nieuwe product of dienst op lifestyle-gebied aan een opdrachtgever op een inspirerende en overtuigende manier monde
43 Pagina 44 BIJLAGE 4 BEOORDELINGSFORMULIER AFSTUDEERSTAGE ILS ling presenteren, gebruik makend van moderne presentatie- en communi catiemiddelen Kan zijn showdossier zelfstandig op een creatieve en transparante manier vormgeven Kan een interview uitvoeren om te achterhalen wat quality of life in houdt voor respondenten van meerdere mentaliteitsgroepen Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken wat het Lifestyle-concept bi jdraagt aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen Kan zelfstandig tijdig en met behulp van verschillende communicatiemid delen partijen betrekken ten behoeve van het creëren van draagvlak voor Lifestyle-concepten Kan aan zelfstandig een opdrachtgever duidelijk maken waarom het Life style-concept maatschappelijk relevant en/of economisch mogelijk is Kan zelfstandig een goed voorbereid adviesgesprek voeren in relatie tot de realisatie van een Lifestyle-concept 7. Professioneel handelen De startbekwame student kan reflecteren op zijn eigen positie, zijn creatief proces, zijn handelen en zijn kwaliteiten en kan werken aan de eigen ontwikkeling. Onvoldoende Goed o o o o o Prestatie-indicatoren: ( ) betekent voor meerdere mentaliteitsgroepen en combinaties van diverse lifestyle-sectoren De student : Kan het potentiële spanningsveld tussen de onafhankelijke onderzoeker en conceptontwikkelaar enerzijds en de opdrachtgever anderzijds profes sioneel hanteren Kan zelfstandig de eigen activiteit evalueren en bijsturen door middel van verbeteracties Kan continue inspiratiebronnen aanboren voor het onderzoeken en ontwik kelen van Lifestyle-concepten Kan een eigen visie op lifestyle en/of op quality of life (her)formuler en aan de hand van nieuwe inzichten/ontwikkelingen en kan de gevolgen hiervan integreren in de eigen werkzaamheden Kan de ontwikkeling van het eigen creatieve proces sturen
44 Pagina 45 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE BEROEPSPROFIEL EN COMPETENTIEPROFIEL VAN DE OPLEIDING De Lifestyle Professional De Lifestyle Professional is in de basis een generalist. Hij heeft kennis van én ervaring in alle onderscheiden sectoren van lifestyle, maar heeft enkele sectoren als specialisme. Zijn kern taken zijn het analyseren van maatschappelijke trends in relatie tot lifestyle en het op basis daar van ontwikkelen van concepten voor nieuwe diensten/producten. Door de kennis in de ge noemde sectoren te verbinden en zodanig in te zetten kunnen er nieuwe en vernieuwende dien sten/producten op het gebied van lifestyle ontstaan. De opleiding HBO Lifestyle leidt een beroepskracht op, die op verschillende momenten, ver schillende taken in samenhang kan vervullen. De opleiding leidt op voor twee kerntaken; het analyseren van maatschappelijke trends in relatie tot lifestyle en, in het verlengde daarvan, het ont wikkelen van concepten voor nieuwe diensten/producten op het gebied van lifestyle. Daar naast zijn er de taken die betrekking hebben op het realiseren van concepten en op het begeleiden en adviseren van bedrijven/organisaties bij het implementeren van diensten/ producten op het gebied van lifestyle. HET BEROEPSPROFIEL Het beroepsprofiel van de Lifestyle Professional wordt omschreven aan de hand van vier kerntaken: Trends analyseren De Lifestyle Professional kent diverse methoden en technieken van onderzoek. Hij kan onder zoeksrapporten analyseren en weet diverse onderzoeksresultaten met elkaar te verbinden. Ook ver zamelt hij zelf aanvullende informatie ondermeer via de media en zijn netwerk. Op basis daarvan is hij in staat maatschappelijke trends te analyseren en te vertalen naar de diverse life style-sectoren. Die gebruikt hij als input voor mogelijk te ontwikkelen concepten voor lifestyle-diensten of -producten. Concepten ontwerpen Bij deze kerntaak gaat het om de essentie van het beroep: elke Lifestyle Professional is een ont wikkelaar van concepten voor nieuwe diensten en/of producten die economisch en/of maat schap pelijk haalbaar zijn. Hij is op de hoogte van relevante trends en technologische ontwikkelingen en past zijn concepten daar op aan. Hij is in staat de concepten inhoudelijk te vertalen naar de behoeftes van diverse men ta li teits groep(en). De conceptontwikkelaar weet het concept ook tot in detail uit te werken. Concepten realiseren / implementeren De Lifestyle Professional kan een concept toetsen op economische en/of maatschappelijke haalbaarheid. Hij creërt draagvlak voor het realiseren van het concept en kan de relevante partners organiseren. Adviseren / begeleiden bij concept-realisatie In deze taak adviseert de Lifestyle Professional een organisatie/bedrijf bij het re a li se ren van een Lifestyle-concept. Daartoe brengt hij in beeld welke
45 Pagina 46 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE partijen betrokken moeten zijn om het concept te realiseren. Bovendien ondersteunt hij een organisatie/bedrijf bij het bewaken van het concept tijdens de implementatie. PROFIEL VAN DE LIFESTYLE PROFESSIONAL De Lifestyle Professional selecteert relevant on derzoek, verzamelt aanvullende ge ge vens, analyseert en interpreteert de resultaten en vertaalt huidige en toe kom stige trends naar be drijven, organisaties en/of bran ches op het ge bied van lifestyle. Dit gebeurt zowel in op dracht als op eigen initiatief (pro-actief). Hij vertaalt crea tieve ideeën in con cepten voor nieuwe dien sten en pro ducten. Hij creëert in houd en vorm van nieuwe of vernieu wende lifestyle-producten en -diensten, waarbij de beleving van de con su ment centraal staat. De Lifestyle Professional kan daarnaast als ad vi seur betrokken zijn bij de realisatie van (ver)nieuwende dien sten of pro duc ten op het gebied van lifestyle. Kerntaak 1: Analyseert en interpreteert relevante marktontwikkelingen in relatie tot nieuw te ontwikkelen concepten op het gebied van lifestyle - Selecteert relevant (markt- en trend)onderzoek op het gebied van maatschappelijke trends, levens kwaliteit en lifestyle. - Verzamelt zelf aanvullende informatie via media zijn netwerk, op straat en door te luisteren naar eigen in tuïtie. - Analyseert en interpreteert de resultaten. - Signaleert nieuwe ontwikkelingen op het terrein van lifestyle. - Brengt in kaart hoe belangrijke trends zich de komen de jaren verder gaan ont wik kelen. - Vertaalt informatie over trends naar bedrijven, orga nisaties of branch es op het gebied van life style. - Geeft input voor nieuwe concepten voor life style-dien sten of -pro ducten die tegemoetkomen aan de be hoef ten van de mentaliteitsgroep. Kerntaak 2: Ontwikkelt en creëert concepten voor nieuwe diensten en producten op het gebied van lifestyle - Onderhoudt contacten (d.m.v. netwerken) met po ten tiële opdrachtgevers in de lifestyle-branche. - Volgt wat er speelt in de samenleving en speci fiek op het gebied van lifestyle. - Houdt voeling met de markt (marktontwikkelingen, con sumentengedrag en technologische ontwikke lin gen). - Analyseert de vraag/het probleem van een (po ten tië le) opdrachtgever (bedrijf, organisatie c.q. branche). - Onderzoekt onderliggende waarden van mentaliteits groep. - Achterhaalt identiteit, kernwaarde en netwerk van de organisatie. - Genereert inspiratie vanuit kennis en verbeel dings kracht. - Kan kennis, creatief denken, verbeelding en in tuïtie ver talen naar kansen en mogelijkheden voor het ont wikke len van nieuwe ideeën of concepten. - Zet het idee om in een nieuw concept voor dien sten of producten.
46 Pagina 47 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE - Opereert in een netwerk van partners, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, en brengt binnen het crea tieproces daar waar noodzakelijk mensen/klant groepen (co-creatie) samen. - Presenteert het concept. - Werkt het concept creatief uit. - Werkt het concept organisatorisch, juridisch en be drijfs economisch uit. Kerntaak 3: Realiseert en implementeert nieuwe diensten en producten op het ge bied van lifestyle - Analyseert het concept op economische en maatschap pe lijke haalbaar heid. - Creëert draagvlak voor het realiseren van het concept bij betrokken partijen. - Organiseert relevante partners voor de uitvoering van het concept. Kerntaak 4: Adviseert en begeleidt bij het realiseren en implementeren van het concept - Brengt in beeld welke partijen betrokken moeten zijn om een concept te realiseren. - Adviseert de opdrachtgever over de realisatie van de dienst/product. - Ondersteunt de organisatie bij het bewaken van het con cept tijdens de implementatie.
47 Pagina 48 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Competentieprofiel Competenties 1 3 niveaus Signaleren De startbekwame student kan (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life plus de achterliggende actuele waarden voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestylesectoren 2 3 niveaus Analyseren De startbekwame student kan op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek en kan Lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid 3 3 niveaus Ontwerpen / creëren De startbekwame student kan op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ontwerpen voor diensten/producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch, technologisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn. 4 3 niveaus Resultaatgericht handelen De startbekwame student kan trendonderzoek plannen en organiseren, creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten en kan de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken. Ten behoeve van de realisatie van Lifestyle-concepten kan hij draagvlak creëren bij betrokken partijen en kan hij relevante partners organiseren. De startbekwame student kan een opdrachtgever adviseren bij de realisatie van een Lifestyle-concept en een organisatie ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept. 5 2 niveaus (2 en 3) Innoveren De startbekwame student kan op een creatieve manier bestaande onderzoeks- en ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends en het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren. 6 3 niveaus Communiceren De startbekwame student is in staat om mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten of producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uit te wisselen met diverse mentaliteitsgroepen in verschillende contexten 7 3 niveaus Professioneel handelen De startbekwame student kan reflecteren op zijn eigen positie, zijn creatief proces, zijn handelen en zijn kwaliteiten en kan werken aan de eigen ontwikkeling Pagina 41
48 Pagina 49 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Competentiekaarten Toelichting: T = Kerntaak Trendanalyse C = Kerntaak Conceptontwikkeling R = Kerntaak Realiseren van concepten A = Kerntaak Adviseren bij implementatie van concepten Signaleren: De startbekwame student kan (inter)nationale maatschappelijke trends opsporen die van betekenis kunnen zijn voor quality of life plus de achterliggende actuele waarden voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A S 1.1 Kan (inter)nationale X maatschappelijke, economische en technologische trends signaleren die van belang zijn voor de quality of life van de eigen mentaliteitsgroep binnen één lifestyle-sector X S 1.2 Kan (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends signaleren die van belang kunnen zijn voor de quality of life van een specifieke mentaliteitsgroep en voor verschillende afzonderlijke lifestylesectoren X S 1.3 Kan (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends signaleren die van belang zijn voor de quality of life voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestylesectoren S 2.1 Kan opsporen op welke quality of life-beleving, bepaalde (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends een beroep doen m.b.t. de eigen mentaliteitsgroep en voor één lifestyle-sector X X S 2.2 Kan opsporen op welke quality of life-beleving, bepaalde (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends een beroep doen m.b.t. een specifieke mentaliteitsgroep en verschillende afzonderlijke lifestylesectoren X X S 2.3 Kan opsporen op welke quality of life-beleving bepaalde (inter)nationale maatschappelijke, economische en technologische trends een beroep doen voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren X X S 3.1 Kan opsporen welke actuele ethische, economische en sociale waarden er ten grondslag liggen aan de beleving van quality of life voor de eigen mentaliteitsgroep en voor één lifestyle-sector X X S 3.2 Kan opsporen welke actuele ethische, economische en sociale waarden er ten grondslag liggen aan de beleving van quality of life voor een specifieke mentaliteitsgroep en voor verschillende afzonderlijke lifestyle-sectoren X X S 3.3 Kan opsporen welke actuele ethische, economische en sociale waarden er ten grondslag liggen aan de beleving van quality of life voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren X X Pagina 42
49 Pagina 50 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE S 4.1 Kan opsporen welke technologische mogelijkheden relevant zijn voor de quality of life van de eigen mentaliteitsgroep binnen één lifestyle-sector X X S 4.2 Kan opsporen welke technologische mogelijkheden relevant zijn voor de quality of life van een specifieke mentaliteitsgroep binnen verschillende afzonderlijke lifestyle- sectoren X X S 4.3 Kan opsporen welke technologische mogelijkheden relevant zijn voor de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van meerdere lifestyle-sectoren X X S 5.1 Kan opsporen welke partijen er betrokken moeten worden om een lifstyle-concept voor de eigen mentaliteitsgroep en voor één lifestyle-sector te realiseren X X S 5.2 Kan opsporen welke partijen er betrokken moeten worden om een Lifestyle-concept voor een specifieke mentaliteitsgroep voor verschillende afzonderlijke lifestyle-sectoren te realiseren, vanuit de ethische, economische en/of sociale waarden die zij vertegenwoordigen X X S 5.3 Kan opsporen welke partijen er betrokken moeten worden om een Lifestyle-concept voor meerdere mentaliteitsgroepen voor combinaties van diverse lifestylesectoren te realiseren, vanuit de ethische, economische en/of sociale waarden die zij en het concept vertegenwoordigen X X Analyseren: De startbekwame student kan op gestructureerde wijze informatiebronnen raadplegen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek en kan Lifestyle-concepten die zijn ontworpen voor meerdere mentaliteitsgroepen binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, maatschappelijke en technologische haalbaarheid Niveau 1 T C O A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A A 1.1 Kan informatiebronnen X voor trendanalytisch onderzoek opsporen en analyseren (verbanden leggen) voor de eigen mentaliteitsgroep en binnen één lifestyle-sector X A 1.2 Kan informatiebronnen voor trendanalytisch onderzoek opsporen en analyseren (verbanden leggen) voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren X A 1.3 Kan informatiebronnen voor trendanalytisch onderzoek opsporen en analyseren (verbanden leggen) voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren A 2.1 Kan ten behoeve van een door de praktijk gegeven probleemstelling op het gebied van trendanalyse onderzoeksvragen formuleren voor de eigen mentaliteitsgroep en binnen één lifestyle-sector en kan onderzoeksopzet maken en een relevante onderzoeksmethodiek hanteren X A 2.2 Kan ten behoeve van een door de praktijk gegeven probleemstelling op het gebied van trendanalyse onderzoeksvragen formuleren voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren en kan een onderzoeksopzet maken en een relevante onderzoeksmethodiek hanteren X A 2.3 Kan ten behoeve van een door de praktijk gegeven probleemstelling op het gebied van trendanalyse onderzoeksvragen formuleren voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren en kan een onderzoeksopzet maken en een relevante onderzoeksmethodiek hanteren X Pagina 43
50 Pagina 51 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE A 3.1 Kan Lifestyle-concepten ten aanzien van quality of life voor de eigen mentaliteitsgroep en voor één lifestyle-sector analyseren en relateren aan relevante (inter)nationale trends en aan toekomstige maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen A 4.1 Kan de relevante factoren voor conceptontwikkeling voor de eigen mentaliteitsgroep en één lifestyle-sector in samenhang met elkaar analyseren - De waarden van de eigen mentaliteitsgroep -De kernwaarden/identiteit van een organisatie -Het netwerk van een organisatie -De technologische ontwikkelingen binnen één lifestyle-sector A 5.1 Kan onder begeleiding binnen een organisatie de actoren en de processen traceren die van belang zijn voor de realisatie van Lifestyleconcepten X X A 3.2 Kan Lifestyle-concepten ten aanzien van quality of life voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren analyseren en relateren aan relevante (inter)nationale trends en aan toekomstige maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen X A 4.2 Kan de relevante factoren voor conceptontwikkeling voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren in samenhang met elkaar analyseren: - De waarden van de specifieke mentaliteitsgroep -De kernwaarden/identiteit van een organisatie -Het netwerk van een organisatie -De technologische ontwikkelingen binnen de betreffende lifestylesectoren X A 5.2 Kan onder beperkte begeleiding binnen een organisatie de actoren en de processen traceren die van belang zijn voor de realisatie van Lifestyle-concepten X X A 3.3 Kan Lifestyle-concepten ten aanzien van quality of life voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren en relateren aan relevante (inter)nationale trends en aan toekomstige maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen X X X A 4.3 Kan de relevante factoren voor conceptontwikkeling voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren in samenhang met elkaar analyseren - de waarden van meerdere mentaliteitsgroepen -De kernwaarden/identiteit van een organisatie -Het netwerk van een organisatie -De technologische ontwikkelingen binnen de betreffende lifestylesectoren X X A 5.3 Kan zelfstandig binnen een organisatie de actoren en de processen traceren die van belang zijn voor de realisatie van Lifestyleconcepten X Pagina 44
51 Pagina 52 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE A 6.1 Kan onder begeleiding een Lifestyle-concept dat ontworpen is voor de eigen mentaliteitsgroep en binnen één lifestyle-sector analyseren op economische, technologische en maatschappelijke haalbaarheid A 7.1 Kan onder begeleiding analyseren wat de sterkten en zwakten zijn binnen een organisatie, die een rol kunnen spelen bij de realisatie van een Lifestyle-concept X A 6.2 Kan onder beperkte begeleiding een Lifestyle-concept dat ontworpen is voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren analyseren op economische, technologische en maatschappelijke haalbaarheid X A 7.2 Kan onder beperkte begeleiding analyseren wat de sterkten en zwakten zijn binnen een organisatie, die een rol kunnen spelen bij de realisatie van een Lifestyleconcept X A 6.3 Kan zelfstandig een Lifestyle-concept dat ontworpen is voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestyle-sectoren analyseren op economische, technologische en maatschappelijke haalbaarheid X A 7.3 Kan zelfstandig analyseren wat de sterkten en zwakten zijn binnen een organisatie, die een rol kunnen spelen bij de realisatie van een Lifestyle-concept X X Ontwerpen: De startbekwame student kan op basis van beschikbare informatie innovatieve concepten ontwerpen voor diensten /producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch, technologisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A O 1.1 Kan onder begeleiding X binnen één lifestyle-sector concepten voor diensten of producten vernieuwen en versterken die bijdragen aan de quality of life van de eigen mentaliteitsgroep X O 1.2 Kan onder beperkte begeleiding binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren concepten voor diensten of producten vernieuwen en versterken die bijdragen aan de quality of life van een specifieke mentaliteitsgroep X O 1.3 Kan zelfstandig voor combinaties van diverse lifestylesectoren concepten voor diensten of producten vernieuwen en versterken die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen O 2.1 Kan onder begeleiding concepten ontwerpen voor diensten of producten binnen één lifestyle-sector die bijdragen aan de quality of life van de eigen mentaliteitsgroep en die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn X O 2.2 Kan onder beperkte begeleiding concepten ontwerpen voor diensten of producten binnen meerdere afzonderlijke lifestylesectoren die bijdragen aan de quality of life van een specifieke mentaliteitsgroep die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn X O 2.3 Kan zelfstandig concepten ontwerpen voor diensten of producten voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren, die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen en die economisch en/of maatschappelijk haalbaar zijn X Pagina 45
52 Pagina 53 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE O 3.1 Kan onder begeleiding concepten ontwerpen voor diensten/producten binnen één lifestylesector die bijdragen aan QoL van de eigen mentaliteitsgroep door consumentenbehoeften en technologische mogelijkheden binnen een concept op een creatieve wijze met elkaar te verbinden O 4.1 Kan onder begeleiding co-creëren binnen de eigen mentaliteitsgroep X O 3.2 Kan onder beperkte begeleiding concepten ontwerpen voor diensten/producten binnen meerdere afzonderlijke lifestylesectoren die bijdragen aan QoL van een specifieke mentaliteitsgroep door consumentenbehoeften en technologische mogelijkheden binnen een concept op een creatieve wijze met elkaar te verbinden X O 4.2 Kan onder beperkte begeleiding co-creëren binnen een specifieke mentaliteitsgroep X O 3.3 Kan zelfstandig concepten ontwikkelen voor diensten/producten voor combinaties van lifestyle-sectoren die bijdragen aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen door consumentenbehoeften en technologische mogelijkheden binnen een concept op een creatieve wijze met elkaar te verbinden X O 4.3 Kan zelfstandig co-creëren binnen meerdere mentaliteitsgroepen X X O 5.1 Kan onder begeleiding een conceptstatement voor een concept voor de eigen mentaliteitsgroep en binnen één lifestyle-sector formuleren X O 5.2 Kan onder beperkte begeleiding een conceptstatement voor een concept voor een specifieke mentaliteitsgroep en binnen meerdere afzonderlijke lifestyle-sectoren formuleren X O 5.3 Kan zelfstandig een conceptstatement voor een concept voor meerdere mentaliteitsgroepen en binnen combinaties van diverse lifestylesectoren formuleren X Resultaatgericht handelen: De startbekwame student kan trendonderzoek plannen en organiseren, creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten en kan de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken. Ten behoeve van de realisatie van Lifestyle-concepten kan hij draagvlak creëren bij betrokken partijen en kan hij relevante partners organiseren. De startbekwame student kan een opdrachtgever adviseren bij de realisatie van een Lifestyle-concept en een organisatie ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept. Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A R 1.1 Kan onder begeleiding X de werkzaamheden voor een trendonderzoek logisch, gestructureerd en haalbaar plannen en realiseren n.a.v. een gegeven doel, deadline en kwaliteitsniveau X R 1.2 Kan onder beperkte begeleiding de werkzaamheden bij een trendonderzoek logisch, gestructureerd en haalbaar plannen en realiseren n.a.v. een gegeven doel, deadline en kwaliteitsniveau X R 1.3 Kan zelfstandig de werkzaamheden bij een tendonderzoek logisch, gestructureerd en haalbaar plannen en realiseren n.a.v een zelf geformuleerd doel, deadline en kwaliteitsniveau Pagina 46
53 Pagina 54 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE R 2.1 Kan onder begeleiding creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten voor diensten of producten op het gebied van lifestyle R 3.1 Kan onder begeleiding een opdrachtgever adviseren bij het realiseren van een Lifestyleconcept R 4.1 Kan onder begeleiding de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken R 5.1 Kan onder begeleiding een Lifestyle-concept duiden als onderdeel van strategisch beleid van een organisatie R 6.1 Kan onder begeleiding bij betrokken partijen draagvlak creëren ten behoeve van de realisatie van een Lifestyle-concept R 7.1 Kan onder begeleiding relevante partners organiseren ten behoeve van de uitvoering van een Lifestyle-concept R 8.1 Kan onder begeleiding een organisatie tijdens het implementatieproces ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept X R 2.2. Kan onder beperkte begeleiding creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten voor diensten of producten producten op het gebied van lifestyle X R 3.2 Kan onder beperkte begeleiding een opdrachtgever adviseren bij het realiseren van een Lifestyle-concept X R 4.2 Kan onder beperkte begeleiding de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken X R 5.2 Kan onder beperkte begeleiding een Lifestyle-concept duiden als onderdeel van strategisch beleid van een organisatie X R 6.2 Kan onder beperkte begeleiding bij betrokken partijen draagvlak creëren ten behoeve van de realisatie van een Lifestyleconcept X R 7.2 Kan onder beperkte begeleiding relevante partners organiseren ten behoeve van de uitvoering van een Lifestyleconcept X R 8.2 Kan onder beperkte begeleiding een organisatie tijdens het implementatieproces ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het Lifestyle-concept X R 2.3. Kan zelfstandig creatieve technieken toepassen tijdens het ontwikkelen van concepten voor diensten of producten producten op het gebied van lifestyle X X R 3.3 Kan zelfstandig een opdrachtgever adviseren bij het realiseren van een Lifestyleconcept X X R 4.3 Kan zelfstandig de economische en organisatorische aspecten van een Lifestyle-concept uitwerken X X R 5.3 Kan zelfstandig een Lifestyle-concept duiden als onderdeel van strategisch beleid van een organisatie X X R 6.3 Kan zelfstandig draagvlak creëren bij betrokken partijen ten behoeve van de realisatie van een Lifestyle-concept X X R 7.3 Kan zelfstandig relevante partners organiseren ten behoeve van de uitvoering van een Lifestyle-concept X X R 8.3 Kan zelfstandig een organisatie tijdens het implementatieproces ondersteunen bij het bewaken van de grondbeginselen van het lifestyle- concept X Pagina 47
54 Pagina 55 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Innoveren: De startbekwame student kan op een creatieve manier bestaande onderzoeks- en ontwerpmethodieken toepassen en combineren ten behoeve van het analyseren van trends en het ontwikkelen van concepten voor diensten/producten voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestylesectoren. Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A I 1.2 Kan door bestaande X onderzoeksmethodieken op een creatieve manier in te zetten op een nieuwe wijze een trend voor een specifieke mentaliteitsgroep en voor meerdere afzonderlijke lifestylesectoren analyseren I 2.2 Kan door bestaande ontwerpmethodieken op een creatieve manier in te zetten op een nieuwe wijze een concept ontwikkelen voor een specifieke mentaliteitsgroep en voor meerdere afzonderlijke lifestylesectoren X I 1.3 Kan door bestaande onderzoeksmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een trend voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestylesectoren analyseren X I 2.3 Kan door bestaande ontwerpmethodieken op een creatieve manier toe te passen en te combineren op een nieuwe wijze een concept ontwikkelen voor meerdere mentaliteitsgroepen en voor combinaties van diverse lifestyle-sectoren ontwikkelen X Communiceren: De startbekwame student is in staat om mondeling en schriftelijk in het Nederlands en Engels informatie, ideeën, adviezen en oplossingen in relatie tot innovatieve concepten voor diensten of producten op het gebied van lifestyle effectief en op een creatieve manier uit te wisselen met diverse mentaliteitsgroepen in verschillende contexten Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A C 1.1 Kan informatie over X (inter)nationale trends en de resultaten van trendonderzoek mondeling toegankelijk maken voor de eigen mentaliteitsgroep gebruik makend van moderne presentatie- en communicatie X C 1.2 Kan informatie over (inter)nationale trends en de resultaten van trendonderzoek mondeling toegankelijk maken voor een specifieke mentaliteitsgroep gebruik makend van moderne presentatie- en communicatie middelen X C 1.3 Kan informatie over (inter)nationale trends en de resultaten van trendonderzoek mondeling toegankelijk maken voor meerdere mentaliteitsgroepen gebruik makend van moderne presentatie- en communicatie Pagina 48
55 Pagina 56 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE middelen middelen C 2.1 Kan een concept voor een nieuw product of dienst op lifestyle-gebied aan een opdrachtgever op een creatieve manier mondeling presenteren, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen X C 2.2 Kan een concept voor een nieuw product of dienst op lifestyle-gebied aan een opdrachtgever op een creatieve en beeldende manier mondeling presenteren, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen X C 2.3 Kan een concept voor een nieuw product of dienst op lifestyle-gebied aan een opdrachtgever op een inspirerende en overtuigende manier mondeling presenteren, gebruik makend van moderne presentatie- en communicatiemiddelen X C 3.1 Kan zijn showdossier onder begeleiding op een creatieve en transparantemanier vormgeven X C 3.2 Kan zijn showdossier onder beperkte begeleiding op een creatieve en transparante manier vormgeven X C 3.3 Kan zijn showdossier zelfstandig op een creatieve en transparante manier vormgeven X C 4.1 Kan een interview uitvoeren om te achterhalen wat quality of life inhoudt voor respondenten uit de eigen mentaliteitsgroep X C 4.2 Kan een interview uitvoeren om te achterhalen wat quality of life inhoudt voor respondenten van een specifieke mentaliteitsgroep X C 4.3 Kan een interview uitvoeren om te achterhalen wat quality of life inhoudt voor respondenten van meerdere mentaliteitsgroepen X C 5.1 Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken wat het Lifestyleconcept bijdraagt aan de quality of life van de eigen mentaliteitsgroep X C 5.2 Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken wat het Lifestyleconcept bijdraagt aan de quality of life van een specifieke mentaliteitsgroep X C 5.3 Kan aan een opdrachtgever duidelijk maken wat het Lifestyle-concept bijdraagt aan de quality of life van meerdere mentaliteitsgroepen X C 6.1 Kan onder begeleiding aan een opdrachtgever duidelijk maken waarom het Lifestyle-concept maatschappelijk relevant en/of economisch mogelijk is C 7.1 Kan onder begeleiding tijdig en met behulp van verschillende X C 6.2 Kan onder berperkte begeleiding aan een opdrachtgever duidelijk maken waarom het Lifestyle-concept maatschappelijk relevant en/of economisch mogelijk is X C 7.2 Kan onder beperkte begeleiding tijdig en met behulp van verschillende X C 6.3 Kan zelfstandig aan een opdrachtgever duidelijk maken waarom het Lifestyle-concept Lifestyle-concept maatschappelijk relevant en/of economisch mogelijk is X C 7.3 Kan zelfstandig tijdig en met behulp van verschillende communicatiemiddelen partijen X X Pagina 49
56 Pagina 57 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE communicatiemiddelen partijen betrekken ten behoeve van het creëren van draagvlak voor Lifestyleconcepten communicatiemiddelen partijen betrekken ten behoeve van het creëren van draagvlak bij de realisatie van Lifestyle-concepten betrekken ten behoeve van het creëren van draagvlak bij de realisatie van Lifestyle-concepten C 8.1 Kan onder begeleiding een goed voorbereid adviesgesprek voeren in relatie tot de realisatie van een Lifestyle-concept X C 8.2 Kan onder beperkte begeleiding een goed voorbereid adviesgesprek voeren in relatie tot de realisatie van een Lifestyleconcept X C 8.3 Kan zelfstandig een goed voorbereid adviesgesprek voeren in relatie tot de realisatie van een Lifestyle-concept X C 9.1 Kan netwerken binnen de eigen mentaliteitsgroep en met potentiële opdrachtgevers binnen één lifestyle-sector X X X X C 9.2 Kan netwerken binnen een specifieke mentaliteitsgroep en met potentiële opdrachtgevers binnen meerdere lifestyle-sectoren X X X X C 9.3 Kan netwerken binnen meerdere mentaliteitsgroepen met potentiële opdrachtgevers binnen alle lifestyle-sectoren X X X X C 10.1 Kan op creatieve wijze mondeling en schriftelijk communiceren in het Nederlands X X X X C 10.2 Kan op creatieve wijze schriftelijk communiceren in het Nederlands en Engels en mondeling in het Nederlands X X X X C 10.3 Kan op creatieve wijze mondeling en schriftelijk communiceren in het Nederlands en Engels X X X X C 11.1 Kan efficiënt communiceren door creatief gebruik te maken van de technologische mogelijkheden van de diverse communicatiemiddelen (zoals internet/ ICT) voor de eigen mentaliteitsgroep X X X X C 11.2 Kan efficiënt communiceren door creatief gebruik te maken van de technologische mogelijkheden van de diverse communicatiemiddelen(zoals internet/ ICT) voor een specifieke mentaliteitsgroep X X X X C 11.3 Kan efficiënt communiceren door creatief gebruik te maken van de technologische mogelijkheden van de diverse communicatiemiddelen (zoals internet/ ICT) voor meerdere mentaliteitsgroepen X X X X Professioneel handelen: De startbekwame student kan reflecteren op zijn eigen positie, zijn creatief proces, zijn handelen en zijn kwaliteiten en kan werken aan de eigen ontwikkeling Niveau 1 T C R A Niveau 2 T C R A Niveau 3 T C R A P 1.1 Kan het potentiële X X spanningsveld herkennen en benoemen tussen de X X P 1.2 Kan beredeneerd keuzes aangeven ten aanzien van het potentiële spanningsveld tussen de X X P 1.3 Kan het potentiële spanningsveld tussen de onafhankelijke onderzoeker en Pagina 50
57 Pagina 58 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE onafhankelijke onderzoeker en conceptontwikkelaar enerzijds en de opdrachtgever anderzijds P 2.1 Kan de ontwikkeling van het eigen creatieve proces herkennen en benoemen P 3.1 Kan onder begeleiding eigen activiteiten evalueren en kan herkennen en benoemen hoe hij kan bijsturen door middel van verbeteracties P 4.1 Kan de juiste inspiratiebronnen herkennen en benoemen voor het onderzoeken en ontwikkelen van Lifestyle-concepten P 5.1 Kan een visie formuleren op lifestyle en op quality of life en kan de gevolgen hiervan voor de eigen werkzaamheden herkennen en benoemen onafhankelijke onderzoeker en conceptontwikkelaar enerzijds en de opdrachtgever anderzijds X P 2.2 Kan beredeneerd acties ondernemen ten aanzien van de ontwikkeling van het eigen creatieve proces X X X X P 3.2 Kan onder beperkte begeleiding eigen activiteiten evalueren en bijsturen door middel van beredeneerde verbeteracties X X X X P 4.2 Kan beredeneerd actie ondernemen om de juiste inspiratiebronnen aan te boren voor het onderzoeken en ontwikkelen van Lifestyle-concepten X X X X P 5.2 Kan een eigen visie op lifestyle en op quality of life formuleren en kan beredeneerd keuzes aangeven ten aanzien van de gevolgen hiervan voor de eigen werkzaamheden conceptontwikkelaar enerzijds en de opdrachtgever anderzijds professioneel hanteren X P 2.3 Kan de ontwikkeling van het eigen creatieve proces sturen X X X X X P 3.3 Kan zelfstandig de eigen activiteiten evalueren en bijsturen door middel van verbeteracties X X X X X X X X P 4.3 Kan continue inspiratiebronnen aanboren voor het onderzoeken en ontwikkelen van Lifestyle-concepten X X X X X X X X P 5.3 Kan een eigen visie op lifestyle en/of op quality of life (her)formuleren aan de hand van nieuwe inzichten/ontwikkelingen en kan de gevolgen hiervan integreren in de eigen werkzaamheden X X X X Pagina 51
58 Pagina 59 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE AFSTUDEERPROFIELEN EN OPBOUW VAN DE BACHELOROPLEIDING De opleiding HBO Lifestyle van Fontys Hogescholen is een vierjarige, voltijd bacheloropleiding voor studenten met een afgeronde vooropleiding havo, vwo of mbo. De bacheloropleiding be staat uit een major en uit een vrije minor. In om vang staat de opleiding in totaal voor 240 ec s (één ec staat gelijk aan 28 studiebelastinguren). Dat betekent dat voor de opleiding in totaal 240 x 28 = uur staat. De gemiddelde studie belasting is ongeveer 40 uur per week. In de opleiding is gekozen voor een combinatie van een brede basis van 2,5 jaar waarin de stu dent zich bekwaamt in alle sectoren en in alle taken. De laatste 1,5 jaar kan de student zich verder inhoudelijk specialiseren in minimaal twee sectoren en legt hij zich toe op een combinatie van de twee kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen. Opzet curriculum Aantal ec s 3e assessment Meesterschapproef 90 Meesterschap (afstudeerfase): specialisatie in beide kerntaken trends analyseren én concepten ontwikkelen verdere verdieping op taken realiseren/implementeren en adviseren/ begeleiden vrije minor en stage 2 specialisatie in minimaal 2 sectoren 2e assessment Vakmanschapproef 90 Vakmanschap (hoofdfase) verdieping kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen verdieping op taken realiseren/implementeren en adviseren/ begeleiden stage 1 verdieping in alle sectoren 1e assessment Ambachtproef 60 Ambacht (propedeuse) oriëntatie kerntaken trends analyseren en concepten ontwikkelen oriëntatie op taken realiseren/implementeren en adviseren/begeleiden oriëntatie op alle sectoren De opleiding Lifestyle Professional is opgebouwd uit leerarrangementen, waarin kennis, vaardigheden en houding worden geïntegreerd en die zijn gericht op het ontwikkelen van de volgende, op het niveau van de beginnende beroepsbeoefenaar gedefinieerde, competenties: Signaleren, analyseren, ontwerpen/creëren, resultaatgericht handelen, innoveren, communiceren en professioneel handelen. De opleiding onderscheidt drie niveaus, die worden afgesloten met een competentie-examen: Ambacht, Vakmanschap en Meesterschap. Of de student de competenties op het betreffende niveau heeft bereikt, wordt beoordeeld aan de hand van reële en relevante producten, zoals trendoverzichten en voorstellen voor concepten.
59 Pagina 60 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Ambacht (60 ec) / propedeuse Tijdens de propedeuse gaat het vooral om oriënteren, verkennen en selecteren. Tijdens de leerarrangementen maakt de student achtereenvolgens kennis met alle lifestyle-sectoren die de opleiding heeft gedefinieerd in relatie tot kwaliteit van leven: sport/bewegen, gezondheid, voeding, vrije tijd, uiterlijk en wonen/ leefomgeving. De leerarrangementen zijn zo ingericht dat de student zich oriënteert op en bekwaamt in de diverse (kerm)taken die het beroep typeren. Vakmanschap (90 ec) / hoofdfase Tijdens deze fase doorloopt de student in grote lijnen dezelfde cyclus als in het eerste jaar, maar nu staan verdiepen en toepassen van kennis en vaardigheden binnen de vier kerntaken centraal. De opleiding biedt de student ruim de gelegenheid om de (kern)taken zich binnen beroeps(gerelateerde) leeromgevingen eigen te maken. Zo richt de stage van 20 weken zich op de verdieping in de kerntaken 1 (trendanalyse) en 2 (conceptontwikkeling), terwijl ook de praktijk-leeromgeving binnen (Lifestyle Factory) daartoe gelegenheid biedt. Het runnen van een parktijk-leeromgeving daagt daarnaast uit tot het oefenen in de kerntaken 3 en 4 (realiseren, adviseren en begeleiden bij de ontwikkelde concepten). Na de stage formuleert een student de beide lifestyle-sectoren waarop hij tijdens de verdere studie wil gaan richten. Meesterschap (90 ec) / afstudeerfase Tijdens de laatste fase van de opleiding draait het om specialisatie en integratie van kennis en vaardigheden. De student specialiseert zich in de kerntaken 1 én 2 (trendanalyse en conceptontwikkeling) en legt zich inhoudelijk toe op minimaal twee sectoren. Door middel van de Afstudeerstage (20 weken) en de afstudeeropdracht (de Meesterproef), bij voorkeur in het buitenland, geeft de student gestalte aan het profiel van Lifestyle Professional. Dat kan hij nog verder inkleuren aan de hand van een vrije minor. Daarnaast ontwikkelt de student zich ook nog verder in de kerntaken 3 en 4, waarvoor de Lifestyle Factory de aangewezen omgeving is.
60 Pagina 61 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE KENNISBASIS VOOR DE KERNTAKEN Algemene kennisbasis gerelateerd aan de (kern)taken op het niveau startbekwaam* Trendanalyse Algemene kenmerken van trends (S1.3, A3.3) Voorbeelden van nationale en internationale maatschappelijke, economische en technologische trends (S1.3, S2.3, A3.3) Kenmerken en voorbeelden van Lifestyle-concepten (A3.3) Kenmerken van culturen van verschillende organisaties (P1.3) Functie en kenmerken van netwerken binnen verschillende mentaliteits groepen (C9.3) Informatiebronnen ten behoeve van trendanalytisch onderzoek (S1.3, A1.3) Inspiratiebronnen voor trendonderzoek (P4.3) Kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden ten behoeve van tren danalyse (A2.3, R1.3, I1.3) Begrip ethiek, gangbare modellen en methodieken binnen de ethiek (S3.3, A3.3) Basisbegrippen uit de economie, modellen om economische haalbaarheid te bepalen (S3.3, A3.3) Begrip sociologie en methodieken binnen de sociologie in relatie tot QoL (S3.3, A3.3) Begrip psychologie en methodieken binnen de psychologie in relatie tot QoL (A3.3) Begrip technologie, kenmerken en mogelijkheden van informatietechnolo gie, biotechnologie, materiaaltechnologie en milieutechnologie (S4.3, A3.3) Begrip informatie- en communicatietechnologie, kenmerken en mogelijk heden van informatie- en communicatie-technologie (C11.3) Begrip lifestyle en kenmerken lifestyle (P5.3) Begrip en kenmerken QoL (P5.3) Moderne presentatie- en communicatie middelen (C1.3) Web 2.0 (C1.3) Engels; lees- en luistervaardigheid (S1.3, S2.3) Engels; schrijf- en spreekvaardigheid (C10.3) Creatieve technieken (C10.3) Evaluatiemethodieken (P3.3) PDCA-cyclus (P3.3) * Tussen haakjes staat letter van de competentie met bijbehorende prestatie-in dicator
61 Pagina 62 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Conceptontwikkeling Informatiebronnen ten behoeve van conceptontwikkeling (S1.3) Voorbeelden van nationale en internationale maatschappelijke, economische en technologische trends (S2.3, A3.3) Inspiratiebronnen voor trendonderzoek (P4.3) Algemene kenmerken van trends (A3.3) Kenmerken en voorbeelden van Lifestyle-concepten (A3.3, O1.3, O2.3) Kenmerken van organisaties i.c. kernwaarden, netwerken (A4.3) Algemene kenmerken van mentaliteitsgroepen, (A4.3), Technologische ontwikkelingen (A4.3); zie specifieke kennisbasis sector en) Kenmerken van culturen van verschillende organisaties (P1.3) Functie en kenmerken van netwerken binnen verschillende mentaliteits groepen (C9.3) Begrip ethiek, gangbare modellen en methodieken binnen de ethiek (S3.3, A3.3) Basisbegrippen uit de economie, modellen om economische haalbaarheid te bepalen (S3.3, A3.3) Begrip sociologie en methodieken binnen de sociologie in relatie tot QoL (S3.3, A3.3) Begrip psychologie en methodieken binnen de psychologie in relatie tot QoL (A3.3, O3.3) Begrip technologie, kenmerken en mogelijkheden van informatietechnolo gie, biotechnologie, materiaaltechnologie en milieutechnologie (S4.3, A 3.3, O3.3, I2.3) Begrip informatie- en communicatietechnologie, kenmerken en mogelijk heden van informatie- en communicatie-technologie (C11.3) Begrip en kenmerken van diensten en producten (O1.3) Begrip en kenmerken QoL (O2.3) Begrip en kenmerken van co-creëren (O4.3) Begrip en kenmerken van conceptstatement (O5.3) Begrip lifestyle en kenmerken lifestyle (P5.3) Begrip en kenmerken QoL (P5.3) Creatieve technieken (R2.3, C3.3, C10.3) Engels; schrijf- en spreekvaardigheid (C10.3) Moderne presentatie- en communicatie middelen (C1.3) Mondelinge presentatiemethodieken (C2.3) Interviewtechnieken (C4.3) Overtuigingstechnieken (C5.3) Methodieken conceptontwikkeling (I2.3) Reflectiemethoden (P2.3) Evaluatiemethodieken (P3.3) PDCA-cyclus (P3.3) * Tussen haakjes staat letter van de competentie met bijbehorende prestatie-indicator
62 Pagina 63 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Adviseren Begrip ethiek, gangbare modellen en methodieken binnen de ethiek (S5.3) Basisbegrippen uit de economie, modellen om economische haalbaarheid te bepalen (S5.3) Begrip sociologie en methodieken binnen de sociologie in relatie tot QoL (S5.3) Begrip informatie- en communicatietechnologie, kenmerken en mogelijk heden van informatie- en communicatie-technologie (C11.3) Begrip en kenmerken QoL (P5.3) Begrip lifestyle en kenmerken lifestyle (P5.3) Betrokken partijen bij implementatie van Lifestyle-concepten (zie speci fieke kennisbasis domeinen) (S5.3) Functie en kenmerken van netwerken binnen verschillende mentaliteits groepen (C9.3) Inzicht in veranderprocessen (08.3) Communicatiemiddelen (C7.3) Methodieken van begeleiding (R8.3) Methodieken t.b.v. conceptbewaking (R8.3) Adviesmethodieken (R3.3, C8.3) Engels schrijf- en spreekvaardigheid (C10.3) Creatieve technieken (C10.3) Evaluatiemethodieken (P3.3) PDCA-cyclus (P3.3) Inspiratiebronnen voor trendonderzoek (P4.3) * Tussen haakjes staat letter van de competentie met bijbehorende prestatie-indicator
63 Pagina 64 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Realiseren Begrip ethiek, gangbare modellen en methodieken binnen de ethiek (S5.3) Basisbegrippen uit de economie, modellen om economische haalbaarheid te bepalen (S5.3, R4.3) Basisbegrippen uit de bedrijfseconomie, bedrijfseconomische modellen om de haalbaarheid te bepalen (A6.3, R4.3) Begrip sociologie en methodieken binnen de sociologie in relatie tot QoL (S5.3) Begrip informatie- en communicatietechnologie, kenmerken en mogelijk heden van informatie- en communicatie-technologie (C11.3) Begrip technologie, kenmerken en mogelijkheden van informatietechnolo gie, biotechnologie, materiaaltechnologie en milieutechnologie (S4.3, A3.3) Modellen om de technologische haalbaarheid te bepalen (A6.3) Modellen om de maatschappelijke haalbaarheid te bepalen (A6.3) Begrip en kenmerken QoL (P5.3) Begrip lifestyle en kenmerken lifestyle (P5.3) Betrokken partijen bij implementatie van Lifestyle-concepten (zie speci fieke kennisbasis sectoren) (S5.3) Functie en kenmerken van netwerken binnen verschillende mentaliteits groepen (C9.3) Begrip management en organisatie, inleiding financiën, budgettering (A5.3, R4.3) Kenmerken van organisatiemodellen en organisatiestructuren (A5.3, R4.3) Inrichting van een organisatie (A5.3, R4.3) Marketingprocessen, tactisch operationele marketing, marktonderzoek (A5.3) Strategisch beleid (R5.3) Communicatievormen (R6.3, R7.3, C7.3, C6.3) Communicatiemiddelen (C7.3, C6.3) Engelse spreek- en schrijfvaardigheid (C10.3) Creatieve technieken (C10.3) Evaluatiemethodieken (P3.3) PDCA-cyclus (P3.3) Inspiratiebronnen voor trendonderzoek (P4.3) * Tussen haakjes staat letter van de competentie met bijbehorende prestatie-indicator
64 Pagina 65 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis KENNISBASIS VOOR voor DE de SECTOREN sectoren Kennisbasis Appearance Aan Aan het het eind eind van de van opleiding de opleiding beheerst de beheerst student de de kennis student die staat de benoemd kennis in die de kennisbasis. staat benoemd Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis Realiseren Appearance (L RA 1). die staat genoemd in het leerarrangement Realiseren Appearance (L RA 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot beleving Kennis en inzicht Veranderingen in identiteitsbesef. Ontwikkelingen op het gebied van mode en uiterlijke verschijningsvormen. Belangrijke (sub)culturen in relatie tot identiteit. De maatschappelijke relevantie van mode. Kennis en inzicht Spelers in de sector en hun rol daarbinnen. Branche-organisaties, detailhandel, kledingindustrie (haute couture, pret a porter), schoonheidsindustrie (cosmetische industrie, plastisch chirurgie, afslankindustrie). Kennis en inzicht Doel en opbouw warenwet. Onderwerpen van de warenwetbesluiten cosmetica. Kennis en inzicht Beleid innovatie op gebied van duurzame/milieuvriendelijke materialen en producten. Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van product- en dienstenontwikkeling (materialen, cosmetica, cosmetische behandelingen). Kennis en inzicht Ethische dilemma s op het terrein van appearance Verschijningsvorm in relatie tot identiteit, imago en status Mode als persoonlijkheidsexpressie Uiterlijk als middel om positief zelfbeeld te krijgen Bio-, materiaal- en milieutechnologie in relatie tot appearance en beleving
65 Pagina 66 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis Food Aan het eind van de opleiding beheerst de student de kennis die staat benoemd in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement Trendanalyse Food (L TF 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot beleving Kennis en inzicht Ontstaan huidige voedingspatroon. Veranderingen in eetcultuur en producten. Kennis en inzicht Spelers in de sector en hun rol daarbinnen. In ieder geval Gezondheidsraad, Voedingscentrum, consumentenbond, goede doelenorganisaties, productschappen, voedingsmiddelenindustrie, retail en wetenschappers. Kennis en inzicht Doel en opbouw warenwet, onderwerpen van de warenwetbesluiten: etikettering van levensmiddelen,, voedingswaarde-informatie levensmiddelen en regelgeving over toegevoegde stoffen, consequenties van claims en Europese wetgeving. Kennis en inzicht Beleid innovatie op gebied van nieuwe voedingsproducten en - diensten Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van productontwikkeling. Kennis en inzicht Gezonde voeding in relatie tot diverse doelgroepen Afslankdiëten Voedingsmiddelen en dranken als onderdeel van de lifestyle Sociaal en psychologische functies van voeding Voeding in relatie tot welvaartsziekten Bewaren van voedsel in relatie tot beleving Verpakkingen in relatie tot beleving Bereidingstechnieken in relatie tot beleving Bio- en milieutechnologie in relatie tot voeding en beleving Ethische dilemma s in de voedingswereld Voeding en religie Voeding en milieu
66 Pagina 67 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis Health Aan het eind van de opleiding beheerst de student de kennis die staat benoemd in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement Trendanalyse Health (L TH 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot Beleving Kennis en inzicht Ontstaan van de gezondheidszorg in de afgelopen decennia, met nadruk op recente en actuele ontwikkelingen, zowel nationaal als internationaal. Kennis en inzicht De beroepen en organisaties in de publieke en private zorg, met hun taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De relaties tussen organisaties in de publieke en private zorg en de wijze waarop wordt ingespeeld op verwachtingen voor de toekomst. De cultuur binnen de gezondheidszorg. Kennis en inzicht Doel en opbouw van de wet in de zorg en zorggerelateerde terreinen, zoals de zorgverzekeringswet, de AWBZ, WMO, Arbowet. Kennis en inzicht Beleid en innovatie op het gebied van de gezondheidszorg (bijv. ketenzorg). Marktwerking en privatisering in de zorg in relatie tot de rol van de overheid. Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van product- en dienstenontwikkeling (b.v. ICT, medische diagnostische hulpmiddelen). Kennis en inzicht Factoren die invloed hebben op de gezondheid BRAVO (Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding en Veilig Vrijen, Ontspanning). HRQoL (Health Related Quality of Life): externe factoren die invloed hebben op de gezondheid (omgeving, werk, milieu etc) Aantal chronische aandoeningen (EHBO taal), bijvoorbeeld Diabetes Mellitus, COPD en Hart- en Vaataandoeningen Gezondheidsmanagement binnen bedrijfsleven Gedragsverandering, gerelateerd aan HRQoL Bio- en materiaaltechnologie in relatie tot health en beleving Ethische dilemma s binnen de gezondheid(szorg)
67 Pagina 68 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis Human Movement Aan het eind van de opleiding beheerst de student de kennis die staat benoemd in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement Conceptontwikkeling Human Movement (L CH 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot beleving Kennis en inzicht Ontstaan huidige sport- en beweegaanbod. Veranderingen in sport- en beweegcultuur en de daarbij ontwikkelde diensten en producten. Kennis en inzicht Spelers in de sector en hun rol daarbinnen. In ieder geval Ministerie van VWS, NISB, NIGZ, NebasNsg, NOC*NSF en sportbonden, TNO Bewegen en Gezondheid, Vereniging Sport en Gemeenten, Alliantie School en Sport, W J H Mulier Instituut, commerciële sport- en beweegindustrie (Fitvak, Bond voor werkers in de Sport, RECRON). Kennis en inzicht Wet- en regelgeving is gebaseerd op kaderwetten, zoals de Welzijnswet (1994), de Algemene wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG), de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) (waarvan de BOSregeling is afgeleid), de Wet op de Jeugdzorg, Arbowet, de Warenwet en de Natuurbeschermingswet. Kennis en inzicht Beleid innovatie op gebied van nieuwe sport- en beweegproducten en - diensten. Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van productontwikkeling voor sport en bewegen. Kennis en inzicht Gezond bewegen in relatie tot diverse doelgroepen (Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) Het testen en meten van fitheid van verschillende doelgroepen (Fitheidsnormen Fitkit) Organisatie van de campagnes en uitvoering van bewegingsactiviteiten en evenementen op meso- en macroniveau Sport- en bewegen als onderdeel van lifestyle Sociale en psychologische functies van sport en bewegen Sport en bewegen in relatie tot welvaartsziekten, pathologie en revalidatie (i.c.m. domeinen Food en Health) Materiaaltechnologie in relatie tot beweging en beleving Ethische dilemma s in de sport- en beweegwereld (doping)
68 Pagina 69 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis Leisure Aan het eind van de opleiding beheerst de student de kennis die staat benoemd in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement Conceptontwikkeling Leisure (L CL 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot beleving Kennis en inzicht Ontstaan huidige vrijetijdsbesteding. Veranderingen in vrijetijdsaanbod en producten. Tijdsbesteding v.s. vrije tijd. Kennis en inzicht Spelers in de sector en hun rol daarbinnen. In ieder geval brancheverengingen als Recron, ANVR, ANWB, NBTC, overheid, commerciële spelers op de markt. Kennis en inzicht Wetgeving met betrekking tot vrijetijdsbesteding. Vergunningen evenementen. Doel en opbouw wet ruimtelijk ordening. Functie van de wet- en regelgeving op provinciaal en lokaal niveau (bestemmingsplannen, verordeningen). Subsidiemogelijkheden. Kennis en inzicht Beleid en innovatie op gebied van vrije tijdsbesteding en beleving. Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van product- en dienstenontwikkeling. Kennis en inzicht Vrijetijdsbesteding en vrijetijdsbeleving in relatie tot diverse doelgroepen Vrije tijd als onderdeel van de lifestyle Sociaal en psychologische functies van vrije tijd Ethische dilemma s in vrijetijdsbesteding Duurzame ontwikkeling in relatie tot vrije tijd Informatie- en milieutechnologie in relatie tot leisure en beleving
69 Pagina 70 BIJLAGE 5 OPLEIDINGSCOMPETENTIEPROFIEL BACHELOR LIFESTYLE Kennisbasis Living Aan het eind van de opleiding beheerst de student de kennis die staat benoemd in de kennisbasis. Tijdens de propedeuse (niveau 1) verwerft de student kennis die staat genoemd in het leerarrangement Trendanalyse, Conceptontwikkeling en Realiseren Living (L TCRL 1). Onderwerpen Startbekwaam Ontwikkelingen gedurende de laatste 50 jaar Organisatie van de sector Wetgeving binnen de sector Innovatie / ontwikkelingen Overheid Techniek Quality of life in relatie tot beleving Kennis en inzicht Ontwikkelingen op het gebied van wonen en interieur. Ontwikkelingen op het gebied van architectuur in relatie tot de directe woon- en leefomgeving. Ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu in relatie tot de openbare ruimte. Kennis en inzicht Spelers in de sector en hun rol daarbinnen. Branche-organisaties (CbW, VTB), detailhandel, woon-industrie (producenten, architecten, designers, interieuradviseurs), groene sector, milieu- en natuurorganisaties, stedenbouwkundigen (incl. planologen, landschapsarchitecten) en de woningbouw (projectontwikkelaars, makelaars). Kennis en inzicht Doel en opbouw Woonwet. Onderwerpen van de wet ruimtelijke ordening.onderwerpen van de hinderwet en milieuwet. Kennis en inzicht Beleid innovatie op gebied van duurzame/milieuvriendelijke materialen en producten. Technologische vernieuwingen en verbeteringen op het gebied van product- en dienstenontwikkeling (materialen, technieken, processen), domotica en techniek geïntegreerd in interieur. Kennis en inzicht Woonstijlen; interieur als persoonlijkheidsexpressie Wonen in relatie tot geborgenheid (cocooning), veiligheid, ontspanning Materiaal- en milieutechnologie in relatie tot living en beleving De esthetiek van wonen (toenemende impact van design)
70 Pagina 71 ILS WENST JE VEEL QUALITY OF LIFE INSPIRATIE! INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES
International lifestyle studies STAGEGIDS INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES. www.fontysaci.nl
International lifestyle studies STAGEGIDS INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES www.fontysaci.nl STAGEGIDS INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES Versie november 2012 Fontys Academy for Creative Industries 1. Inhoudsopgaven
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES. Meewerkstage Jaar 3 2015-2016
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES Meewerkstage Jaar 3 2015-2016 HEALTH LEISURE APPEARANCE FOOD HUMAN MOVEMENT LIVING Pagina Stagegids 3 Voorwoord Eindelijk, het moment is daar! Je bent toe aan een meewerkstage
Stagegids CE/CO IEMES
Stagegids CE/CO IEMES Versie 22 november 2012 Fontys Academy for Creative Industries INHOUDSOPGAVE 01. Wie wat waar? 02. Stageperioden 03. Procedure 04. Studiepunten 05. Eisen aan het stagebedrijf 06.
International Lifestyle Studies. Afstudeer stagegids Jaar 4 2015
International Lifestyle Studies Afstudeer stagegids Jaar 4 2015 health leisure appearance food human movement living Pagina Stagegids 3 Voorwoord Beste student, Gefeliciteerd! Jij begint aan de laatste
Stagewijzer. Stagiairs
Stagewijzer Stagiairs Stagewijzer voor stagiairs De gemeente Emmen vindt het belangrijk om te investeren in toekomstige jonge professionals. We besteden daarom veel zorg aan de werving en begeleiding van
Stagegids CE/CO IEMES
Stagegids CE/CO IEMES Versie 3 december 2013 Fontys Academy for Creative Industries INHOUDSOPGAVE 01. Wie wat waar? 02. Stageperioden 03. Procedure 04. Eisen aan de stageverlenende organisatie 05. Eisen
Stagegids DPS. Versie 1, januari 2014.
Stagegids DPS Versie 1, januari 2014. Beste student, Voor je ligt de stagegids voor CE Digital Publishing Studies van de Academy for Creative industries van Fontys. In deze gids krijg je uitleg over het
Faculteit der Geesteswetenschappen. Stagereglement masteropleidingen
Faculteit der Geesteswetenschappen Stagereglement masteropleidingen Inhoud Inleiding...3 Verantwoordelijkheid en taakverdeling...3 Aantal studiepunten...3 Plaats in de opleiding...3 Leerdoelen...3 Soort
Goed voorbeeld van een stageovereenkomst
Goed voorbeeld van een stageovereenkomst Vaak kun je de stageovereenkomst van de opleiding gebruiken. Is die niet voorhanden, gebruik dan deze overeenkomst als uitgangspunt. 1. De onderwijsinstelling Naam
Stagewijzer. Stagebegeleiders en leidinggevenden
Stagewijzer Stagebegeleiders en leidinggevenden Stagewijzer stagebegeleiders en leidinggevenden In 2012 heeft de gemeente Emmen besloten een proactief stagebeleid te gaan voeren. Het actief aanbieden van
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES. Studiegids LSW 1 DROMEN Jaar 1
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES Studiegids LSW 1 DROMEN Jaar 1 HEALTH LEISURE APPEARANCE FOOD HUMAN MOVEMENT LIVING Pagina Stagegids 3 INHOUDSOPGAVE Pagina 4 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 10 Pagina 11 1 INLEIDING
Stagehandleiding. bedoeld voor studenten en docenten bachelor- en masteropleiding Rechtsgeleerdheid, Ondernemingsrecht en Fiscaal Recht
Stagehandleiding bedoeld voor studenten en docenten bachelor- en masteropleiding Rechtsgeleerdheid, Ondernemingsrecht en Fiscaal Recht herziene druk mei 2013 1 1. Gang van zaken rond de stage Een stage
Instructiedocument studenten Stageregeling. Bedrijfskunde. [email protected]
Instructiedocument studenten Stageregeling Bedrijfskunde [email protected] Introductie Als student Bedrijfskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen is het mogelijk om studiepunten toegekend te
Stage 1. Klaar voor de start...
Stage 1. Klaar voor de start... Jouw stage bij de gemeente Schijndel Welkom bij de gemeente Schijndel waar jouw stage gaat beginnen! Een stage bij de gemeente Schijndel geeft je de kans een kijkje te nemen
BPV GIDS ICT Opleidingen
Versie 1.1 januari 2019 BPV GIDS ICT Opleidingen Stageperiode 2019 2 ICT-Beheerder / Netwerkbeheerder / Applicatieontwikkelaar Regio College Zaandam Inhoudsopgave Inleiding 3 Belangrijke data tijdens de
Modulebeschrijving FINSLC0108
pagina 1 van 5 Modulebeschrijving FINSLC0108 Naam module FINSLC0108 Vakgebied(en) Studieloopbaancoaching Studiepunten 1 EC Voorkennis De vereiste voorkennis van deze module zijn de stagevoorbereidingsactiviteiten
Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan 24 3703 GL Zeist Telefoon: 030-692 3054 mail: [email protected]
STAGE-INFORMATIEBOEK Klas 10 2014/2015 Stageboekje van : Klas : Stagebegeleider : Stageplaats bij Naam instelling : Straat : Plaats : Telefoonnummer : Stagebegeleider : Stichtse Vrije School Voortgezet
Instructiedocument studenten
Instructiedocument studenten Bedrijfskunde Informatiepunt Stages (BIS) Cursuscode: MAN-BCU340-2016-3-V Collegejaar: 2016-2017 Contact: [email protected] Introductie Als student Bedrijfskunde aan de Radboud
Handleiding Stageminor LET 2019/2020
Handleiding Stageminor LET 2019/2020 change perspective Stappenplan om stage te lopen Positie Stageminor Sinds 2014/2015 is een minorruimte van 30 EC onderdeel van het curriculum van alle bacheloropleidingen
Modulebeschrijving FINSLC0106
Modulebeschrijving FINSLC0106 Naam module FINSLC0106 (onderdeel van stagenorm jaar 3 voor de BE-studenten) Vakgebied(en) Studieloopbaancoaching Studiepunten 1 EC (wordt in blok 4 uitgekeerd voor de AC-,
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3 VOORWOORD Als stageteam zijn wij zeer verheugd dat uw instelling onze student(en) een stageplaats biedt en zo participeert in het opleiden van studenten tot professionals.
Stageprotocol FLOT. Bacheloropleidingen. Fontys Lerarenopleiding. Versie: februari 10 1/7
Stageprotocol FLOT Bacheloropleidingen Fontys Lerarenopleiding Versie: februari 10 1/7 Stageprotocol Bacheloropleidingen Inleiding Om de stage zo soepel mogelijk te laten verlopen voor jou en je begeleiders,
Instructiedocument. Bedrijfskunde Informatiepunt Stages (BIS) Contact:
Instructiedocument Bedrijfskunde Informatiepunt Stages (BIS) Contact: [email protected] 2 Introductie Als student Bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit is het mogelijk om studiepunten toegekend te krijgen
Competentie 1 Ondernemerschap Initiëren en/of creëren van producten en/of diensten, zelfstandig en ondernemend.
Naam student: Studentnummer: Evaluatieformulier meewerkstage CE In te vullen door de bedrijfsbegeleider van de stage biedende organisatie voorafgaand aan het eindgesprek met de stagedocent. De stagiair
BPV Styling Design 3e jaars cohort 2009 2010
BPV Styling Design 3 e jaars cohort 2009 2010 BPV STYLING DESIGN 3 e jaar 2011-2012 Voor je ligt het werkboek voor de BPV-periode van het 3 e jaar, deze stage beslaat 20 weken. Deze periode loopt van 12-09-11
4 HAVO, 4 VWO EN 5 VWO
STELLA MARIS COLLEGE 4 HAVO, 4 VWO EN 5 VWO 2013-2014 BEROEPSSTAGE NAAM: KLAS: MENTOR SCHOOL: EXTERN BEGELEIDER: Dit stage rapport wordt digitaal bewerkt en aangeleverd. Algemene informatie voor de leerlingen
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3 VOORWOORD Als stageteam Toegepaste Psychologie zijn wij zeer verheugd dat uw instelling onze student(en) een stageplaats biedt en zo participeert in het opleiden
Ik heb een stageplaats gevonden wat nu? Zie volgende pagina van de handleiding.
Ik zoek een stageplaats, praktische handleiding van de Studenten Loopbaan Service Geesteswetenschappen 1 tot ½ jaar van te voren: bezoek stagevoorlichting (zie agenda Loopbaan Service), lees de regeling
[STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding en examinering.
2014/2015 ROC van Amsterdam studieloopbaanbergeleiding en examinering leerjaar 3 Schooljaar 2014/2015 Annika Morrice, Ali el Amraoui [STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding
Stagehandleiding. Faculteit der Sociale Wetenschappen
Stagehandleiding Faculteit der Sociale Wetenschappen INHOUDSOPGAVE Pagina Inleiding en procedure 3 Doel van de stage en eisen stageplek 4 Introductie en huisregels 5 Begeleiding en kwaliteit 5 Voorzieningen,
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES. Studiegids lifestyle week 1 Jaar 1
INTERNATIONAL LIFESTYLE STUDIES Studiegids lifestyle week 1 Jaar 1 Studiejaar 2013-2014 Coördinator LSW 1 jaar 1 Contactgegevens: Rudy van Belkom [email protected] +316 3019 3653 Lifestyle week gids
Maatschappelijke Stages
Maatschappelijke Stages Inhoudsopgave 3 4 4 6 7 8 11 12 13 15 Inleiding Wat is een Maatschappelijke Stage? De stage Overzicht belangrijke data Hulp bij het zoeken naar stageplekken De eindopdracht en de
Stagehandleiding Master Letterkunde
Stagehandleiding Master Letterkunde Studenten van de master Letterkunde kunnen een onderzoeksstage volgen als onderdeel van hun opleiding. Voor studenten van de masterprogramma s Literair Bedrijf en Europese
Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan 24 3703 GL Zeist Telefoon: 030-692 3054 mail: [email protected]
STAGE-INOFRMATIEBOEK Klas 11 2013/2014 Stageboekje van : Klas : Stagebegeleider : Stageplaats bij Naam instelling : Straat : Plaats : Telefoonnummer : Stagebegeleider : Stichtse Vrije School Voortgezet
BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3
Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende
BPV werkboek. Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: BPV-werkboek 25262/versie sept.
BPV werkboek Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: 25262 Naam student: BPV-werkboek 25262/versie sept. 16 1 Inhoudsopgave 1 Algemeen...3 1.1 Begin en
Stagecoördinator. Doel. Context
Stagecoördinator Doel (Mede)opstellen van het stagebeleid en na goedkeuring zorgdragen voor de uitvoering hiervan, in lijn met het onderwijsbeleid en het studenten(loopbaan)-beleid, teneinde te komen tot
Leerarrangement Trendanalyse Health
Leerarrangement Trendanalyse Health Inleiding Gezondheid is voor iedereen een meer of minder belangrijk onderdeel van zijn leven. Bepaalde keuzes die je maakt, heeft te maken met gezondheid. Keuzes op
Handboek maatschappelijke stage MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN!
Naam: Heerbeeck college Best Schooljaar 2014-2015 MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN! -handen ineen -elkaar helpen -samenwerken -iets voor een ander doen -sociaal Stage coördinator: mevr. A. Luteyn
Stage handleiding ACW Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC)
Stage handleiding ACW Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) Academisch jaar: 2015-2016 Course code: CC2020 Bachelor Algemene Cultuurwetenschappen Inhoudsopgave 1. Introductie p.
PRAKTIJK EN STAGE JAAR 2 EN 3
PRAKTIJK EN STAGE JAAR 2 EN 3 VAKOMSCHRIJVING Onderwijsvorm: Deeltijdonderwijs Studiejaar: 2018-2019 Vakgroep: Opleiding Missionair Werk Locatie: Amersfoort Docent: Haije Bergstra MA Studiepunten: 6 EC
Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Beroepsvoorbereiding. Stage Formulieren. en Stagecontract.
Koninklijke Stage Formulieren Deel A Stageplan Stageafspraken en Stagecontract Evaluaties Deel A Eindbeoordeling door stagebegeleider stageadres Gegevens student Voornaam Roepnaam Achternaam E-mail adres
MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN!
Naam: Klas: Handboek Maatschappelijke Stage (MaS) Heerbeeck College Best Schooljaar 2018-2019 MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN! Sociaal MaS Extra Handen Samenwerken Vrijwillig Inzet Bijdrage Maatschappij
BACHELOR RECHTSGELEERDHEID AFSTUDEERRICHTING JURIDISCHE BESTUURSKUNDE. Bestuurskundig onderzoeksproject
Rijksuniversiteit Groningen Vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde BACHELOR RECHTSGELEERDHEID AFSTUDEERRICHTING JURIDISCHE BESTUURSKUNDE Bestuurskundig onderzoeksproject Versie september
Protocol Werkplekleren Student ESoE. Minor Educatie & Communicatie Variant II
Protocol Werkplekleren Student ESoE Minor Educatie & Communicatie Variant II Versie juli 2011 1 Protocol Werkplekleren Minor Educatie & Communicatie Variant I Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk
Praktijk oriëntatie. Maatschappelijke zorg. Niveau 3 + 4
Praktijk oriëntatie Maatschappelijke zorg Niveau 3 + 4 Reader voor studenten Schooljaar 2018-2019 Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave 2 Inleiding 3 1.Inhoud Praktijk oriëntatie Voor wie is Praktijk oriëntatie?
Protocol Werkplekleren Student ESoE. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC)
Protocol Werkplekleren Student ESoE Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Versie nov. 2009 Protocol Werkplekleren Master SEC Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk te laten
Inhoudsopgave. Stages. Het zoeken van een stageplaats Stappenplan
Stageverslag klas 9 Parcival College 2013 Inhoudsopgave Stages Het zoeken van een stageplaats Stappenplan Tijdens je stage Doel van de stage Stageprogramma Voorbereiding en afsluiting Waar moet je op letten
Stageovereenkomst. Faculteit Bètawetenschappen. Artikel 1
Faculteit Bètawetenschappen Universiteit Utrecht, hierna te noemen stagevrager, hier vertegenwoordigd door de hieronder vermelde stagedocent, en Naam bedrijf/instelling: Hierbij vertegenwoordigd door:
Handleiding Assessment Startbekwaamheid
Handleiding Assessment Startbekwaamheid Hoofdfase 3, ALO Opleiding Academie voor Lichamelijke Opvoeding Bachelor of Sport and Physical Education Domein Bewegen, Sport en Voeding Februari 2013 Inhoud Introductie
Inleiding maatschappelijke stage
Inleiding maatschappelijke stage Algemeen Met maatschappelijke stage doe je iets voor iemand anders zonder daar geld voor te krijgen. Nederland kan niet zonder vrijwilligers, zoals trainers bij sportclubs.
ASSESSMENTS VAN DE BACHELOR LGL en GPW
ASSESSMENTS VAN DE BACHELOR LGL en GPW FHTL, UTRECHT 2017-2018 Inhoudsopgave INLEIDING 3 PROPEDEUSE- ASSESSMENT 4 TOELATINGSEISEN VOOR HET ASSESSMENT: 4 INHOUD VAN HET PORTFOLIO 4 OPMERKINGEN 5 HOOFDFASE-
GEMEENTEBLAD. Nr Regeling stages gemeente Den Helder
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Den Helder. Nr. 97978 19 juli 2016 Regeling stages gemeente Den Helder Regeling stages gemeente Den Helder Het college van burgemeester en wethouders van de
Inleiding... 2. 1 Het beroepsgericht examen... 3. 1.1 Het uitvoeren van kwalificerende beroepsprestaties... 3
1 Het beroepsgericht examen Handleiding voor de student Inhoud Inleiding... 2 1 Het beroepsgericht examen... 3 1.1 Het uitvoeren van kwalificerende beroepsprestaties... 3 1.2 Het maken van een verantwoordingsverslag...
Opbouw sollicitatiegesprek
Opbouw sollicitatiegesprek Voorbereiding Bespreek vooraf met collega( s) waarmee u de selectie doet welke punten beslist aan de orde moeten komen. Maak vooraf afspraken met de collega( s) waarmee u de
MAATSCHAPPELIJKE STAGE, WAT IS DAT?
MAATSCHAPPELIJKE STAGE, WAT IS DAT? JE KUNT VEEL MEER DAN JE DENKT Formulieren Maatschappelijke Stage Schooljaar 2012-2013 Naam leerling : School: klas 1 EIGEN VACATURE-FORMULIER Stel dat je al voetbaltrainer
STAGEVERSLAG VMBO LEERLING INSTRUCTIE
STAGEVERSLAG VMBO LEERLING INSTRUCTIE Naam: Klas: Bedrijf: Stageperiode: Maak een inhoudsopgave zoals hieronder is afgebeeld. Indien nodig je eigen onderdelen tussen voegen en uiteindelijk de inhoudsopgave
Protocol Beroepspraktijkvorming mbo 4 Fotovakschool Richtlijnen en procedures voor studenten, docenten en coördinatoren
Protocol Beroepspraktijkvorming mbo 4 Fotovakschool Richtlijnen en procedures voor studenten, docenten en coördinatoren Cohort 2012 Apeldoorn, januari 2014 Beroepspraktijkvorming Fotovakschool (BPV) Overzicht
MAATSCHAPPELIJKE STAGE, WAT IS DAT?
MAATSCHAPPELIJKE STAGE, WAT IS DAT? JE KUNT VEEL MEER DAN JE DENKT Leerlinggids Maatschappelijke Stage Deze gids is van: School: klas WAAR STAAT WAT? pagina 1 Maatschappelijke Stage, wat is dat? 3 1.1
MODEL STAGEOVEREENKOMST
MODEL STAGEOVEREENKOMST Toelichting: Dit model gaat er vanuit dat de stage een verplichte of keuzestage betreft binnen het curriculum. Daar is vanuit TiU een stagedocent bij betrokken. Namens Tilburg University
Stageovereenkomst. Ondergetekenden. Hogeschool Rotterdam, Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn. 1. Naam school en opleiding
Stageovereenkomst Ondergetekenden 1. Naam school en opleiding Gevestigd te Vertegenwoordigd door In de functie van Hogeschool Rotterdam, Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn Rotterdam Mevr. K. Buijs
Kinderopvang Heyendael
Hoofdstuk: 5.5 (Personeel) Titel: Werkwijze en beleid tav stagiaires Procesbewaker: Praktijkopleider Bladzijden: 1 t/m 4 Kinderopvang Heyendael Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Soorten stageplekken 3. Organisatie
Opleiding Bestuurskunde - Universiteit Leiden. Informatiepakket stage-organisatie
Opleiding Bestuurskunde - Universiteit Leiden Informatiepakket stage-organisatie Instituut Bestuurskunde Universiteit Leiden Faculteit Governance and Global Affairs Schouwburgstraat 2 2511 VA, Den Haag
Stagereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid
Stagereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid Artikel 1 Toepassingsbereik lid 1 Dit stagereglement is van toepassing op: a. een externe stage in de zin van: - een stage, aansluitend bij de bachelor- en masteropleidingen
VOORWOORD. Beste student,
ONDERZOEKSTAGEGIDS CE/CO IEMES 2015-2016 VOORWOORD Beste student, Voor je ligt de Onderzoekstagegids CE/CO IEMES 2015-2016. In deze gids vind je praktische informatie om je door je onderzoekstage heen
BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent
BPV-praktijkboek Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent Crebocode 90440, dossier 2013-2014 Bedrijfsnaam :. Naam Student : Cohort :.. Wat is een BPV werkboek Dit BPV werkboek maakt onderdeel uit van de Opleiding
Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor
Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor De opleiding interior design & Styling - hbo bachelor Mensen zien hun omgeving steeds meer als een verlengstuk van hun persoonlijkheid.
Stage map. Keuzevak: Recreatieve Activiteiten Docent: Marc Hollander. Leerjaar: 3
Stage map Keuzevak: Recreatieve Activiteiten Docent: Marc Hollander Leerjaar: 3 INLEIDING Beroeps Praktijk Vorming, ofwel stage, is een belangrijk onderdeel van de opleiding Sport en Bewegen (SB). Tijdens
Humanitas, Landelijk Bureau - P & O. Stagebeleid Humanitas 1
Humanitas, Landelijk Bureau - P & O Geschreven door Dolly Leemans Amsterdam, oktober 2011 Stagebeleid Humanitas 1 Visie Humanitas is een vrijwilligersorganisatie, waarin ook scholieren en studenten ingezet
Netwerk Open Hogeschool Informatica learning for professionals
Studentbrochure stage tweede fase Netwerk Open Hogeschool Informatica learning for professionals Versie januari 2014 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Begrippenlijst... 3 1. Inleiding... 4 2. Contactgegevens......
Stagefolder 2014-2015 Laurentius Praktijkschool
1 Stageorganisatie Laurentius Praktijkschool De stages zijn een belangrijk onderdeel van het schoolprogramma in VO 3, 4 /5 groep. De school heeft al vele jaren contacten met stagebedrijven en instellingen
Maatschappelijke Stage Boekje voor leerlingen en organisaties
DE NIEUWE VESTE, LOCATIE HARDENBERG Maatschappelijke Stage Boekje voor leerlingen en organisaties 2011 D E N I E U W E V E S T E, P I E T H E I N S T R A A T 1, 7772 ZJ H A R D E N B E R G. T EL. 0523-262170
Maatschappelijke stage Farel College havo 4 / vwo 4 2014/2015 1
Maatschappelijke stage Farel College havo 4 / vwo 4 2014/2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Informatie stage 3. Begeleiding a. Mail b. 2 contactpersonen op school Benodigdheden: (bijlagen) - Beoordelingsformulier
Opleiding Verpleegkunde Leerondersteuning Stage (LOS)
Opleiding Verpleegkunde Leerondersteuning Stage (LOS) Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Inleiding Tijdens de stage zijn er zeven leerondersteuningsbijeenkomsten (LOS-bijeenkomsten). Het onderwijs
Maatschappelijke Stages Hoogezand-Sappemeer
Maatschappelijke Stages Hoogezand-Sappemeer Informatie voor leerlingen van dr. Aletta Jacobs College. Schooljaar 2012-2013 1 Welkom bij de Maatschappelijke Stage! Dit schooljaar ga jij mee doen aan de
Stappenplan om een stageplaats te vinden
Stappenplan om een stageplaats te vinden Versie 24 september 2015 12 stappen die je helpen om zelf een geschikte stageplaats te vinden Stap 1: Stages op niveau 3 en stages op niveau 4 Je bent aan het begin
Handleiding stage, September Handleiding stage
Handleiding stage 1. Inleiding 2. Leerdoelen en eindtermen van de stage 3. Stappenplan 4. Stagevoorstel 5. Stage-overeenkomst 6. Stageverslag 7. Verloop van de stage 8. Inventarisatie stagemogelijkheden
Maatschappelijke stage op het Trias 1. Verschil tussen maatschappelijke stage en beroepsoriënterende stage 2. Tips voor ouders 3
Inhoudsopgave Maatschappelijke stage op het Trias 1 Verschil tussen maatschappelijke stage en beroepsoriënterende stage 2 Tips voor ouders 3 Stageboekje (deze gebruiken de leerlingen) 4 Maatschappelijke
Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F
Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F Inhoudsopgave Informatie voor alle betrokkenen... 2 Examenboekje voor de kandidaat... 4 Bijlage 1. Input voor Student 1... 7 Bijlage 2. Input
LIO en Stageregeling Aloysius Stichting
LIO en Stageregeling Aloysius Stichting Begripsbepalingen LIO Leraar in opleiding; d.w.z. een student op een lerarenopleiding of de Pabo. Stagiair Degene die aan een school is verbonden en met wie de LD
BPV Styling Design 1e jaars 2009 2010
BPV Styling Design 1 e jaars 2009 2010 BPV STYLING DESIGN 2009-2010 Voor je ligt het werkboek voor de eerste BPV-periode van het eerste jaar. De volgende afspraken gelden voor deze stage: Per week loop
STAGES A&O PSYCHOLOGIE
STAGES A&O PSYCHOLOGIE INFOSESSIE 20/10/2017 Prof. dr. Joeri Hofmans & Prof. dr. Sara De Gieter STAGE A&O PSYCHOLOGIE ALGEMEEN Doel: 1e praktijkervaring als A&O-psycholoog 30 SP en 875 uren stagetijd:
Maatschappelijke Stages
Maatschappelijke Stages Gerrit van der Veen College Inhoudsopgave Inleiding 3 Wat is een Maatschappelijke Stage? 4 De stage 4 Overzicht belangrijke data 6 Hulp bij het zoeken naar stageplekken 7 De eindopdracht
Taal, Media en Communicatie
BrVTTaalMediaCommdef 29-09-2011 12:39 Pagina 1 Handleiding voor bedrijfsmentoren Beroepenveld Taal, Media en Communicatie Begeleiden van ICT-studenten Opleidingen Afstuderen / stage Journalistiek Communicatie
STAGEHANDLEIDING Master Sociologie
1 STAGEHANDLEIDING Master Sociologie Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen Graduate School of Social Sciences Opleiding Sociologie Bezoekadres: Nieuwe Achtergracht
KABK Beroepsvoorbereiding
KABK Beroepsvoorbereiding Stageformulieren Deel A: Stageplan Deel B: Stageafspraken en Stagecontract Deel C: Evaluaties Deel A Gegevens student Voornamen Roepnaam Achternaam E-mail adres Telefoonnummer
Praktijkleerovereenkomst opleidingen in deeltijdse inrichtingsvorm die deelnemen aan de pilot flexibilisering
Praktijkleerovereenkomst opleidingen in deeltijdse inrichtingsvorm die deelnemen aan de pilot flexibilisering Opleiding Studiejaar 2017-2018 Ondergetekenden: 1. (naam organisatie of instelling), gevestigd
Aan het einde van je stageperiode is het de bedoeling dat je het onderstaande eindverslag invult.
Stageverslag Aan het einde van je stageperiode is het de bedoeling dat je het onderstaande eindverslag invult. Tijdens je stage heb je nieuwe dingen geleerd en ervaring opgedaan. Noem er tenminste vijf:
BEN IK EIGENLIJK WEL ZZP ER? Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst.
Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst. www.damd.nl Arbeidsovereenkomst en opdrachtovereenkomst Arbeid kun je op verschillende manieren verrichten: in loondienst (arbeidsovereenkomst),
BPV handboek 2017 Informatie Beroepspraktijkvorming BPV HANDBOEK ALGEMEEN
BPV handboek 2017 Informatie Beroepspraktijkvorming BPV HANDBOEK ALGEMEEN - 2017 1 Inhoud Voorwoord.............................................................................. 3 Algemene informatie..............................................................
Handboek maatschappelijke stage MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN!
Naam: Klas: Handboek maatschappelijke stage Heerbeeck college Best Schooljaar 2018-2019 MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN! Sociaal MaS Samenwerken Extra Handen Vrijwillig Inzet Competenties Bijdrage
Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Stagehandleiding voor studenten en docenten
Faculteit der Rechtsgeleerdheid Stagehandleiding voor studenten en docenten 1 Inhoud INLEIDING 3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPPEN EN DEFINITIES 5 1.1 Definities... 5 1.2 Doelen van de stage... 5 1.3. De toelatingseisen...
