Planstudie Versterken Omringkade Marken
|
|
|
- Evelien Vermeiren
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Planstudie Versterken Omringkade Marken Zaaknummer Variantenafweging Rijkswaterstaat Noord-Holland februari 2011 Concept
2
3 Planstudie Versterken Omringkade Marken Zaaknummer DHV Interne controle Naam: R. Koning (projectleider) Paraaf Rijkswaterstaat Noord-Holland Geaccepteerd Naam: J. v Grondelle (contractmanager) Paraaf Datum Vrijgegeven Naam: T. Louters (projectmanager) Paraaf Datum Datum Variantenafweging dossier : C registratienummer : versie : 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland februari 2011 Concept DHV B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001.
4
5 INHOUD BLAD 1 Op weg naar een veilige en passende Omringkade Van Startnotitie m.e.r. tot Nota variantenafweging Het planproces: Nota variantenafweging, DO, MER en DVP Risico gestuurde aanpak Leeswijzer 8 2 De bagage: variabelen, randvoorwaarden en uitgangspunten Algemene uitgangspunten Het vertrekpunt: randvoorwaarden voor een veilige dijk Het gereedschap: uitgangspunten vanuit het gebied 12 3 Werkwijze: de trechtering Systematiek van het trechteren In deze nota De multi criteria analyse (MCA) 21 4 Van oplossingsrichtingen naar voorkeursvariant: de beoordeling Van oplossingsrichtingen naar realistische varianten: belangrijke keuzes Beschrijving realistische varianten Beoordeling realistische varianten (MCA) Nader detaillering van de voorkeursvarianten 51 5 Het vervolg 53 6 Colofon 55 Bijlage 1 Risicotabel Bijlage 2 Kaarten ruimtelijke kwaliteit Bijlage 3 Multi criteria analyse: beoordeling secties 1 en 3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
6
7 1 OP WEG NAAR EEN VEILIGE EN PASSENDE OMRINGKADE Rijkswaterstaat Noord-Holland heeft het voornemen een dijkversterking uit te voeren aan de primaire waterkering op Marken in de gemeente Waterland (dijkring 13b volgens de Waterwet). Tijdens de 2de toetsronde in 2005 in het kader van de toenmalige Wet op de Waterkering is gebleken dat delen van de primaire waterkering Omringkade Marken niet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. De Omringkade is dus niet veilig genoeg en dient dan ook versterkt te worden. Het project is in 2007 opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), dat ondergebracht is bij de Waterdienst van Rijkswaterstaat. Voor de versterking van de Omringkade komen diverse oplossingen in aanmerking afhankelijk van de problematiek die ter plaatse speelt, de locatie waar de ingreep plaatsvindt, de technische haalbaarheid en kosten. In deze nota variantenafweging worden beargumenteerd oplossingen met elkaar afgewogen en wordt uiteindelijk een Voorkeursalternatief gepresenteerd. Om te beginnen wordt in dit eerste hoofdstuk toegelicht hoe de Nota Variantenafweging gezien moet worden in het gehele planproces dat zal leiden tot een Dijkversterkingsplan. 1.1 Van Startnotitie m.e.r. tot Nota variantenafweging Voor het versterken van de Omringkade op Marken dient een Dijkversterkingsplan (DVP) opgesteld te worden, dat voor de uitvoering goedgekeurd dient te zijn door het bevoegd gezag voor de Waterwet, de provincie Noord-Holland. Gezien de belangrijke landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden van het eiland Marken, is in overleg met het bevoegd gezag en het HWBP besloten om een (vrijwillige) Milieu-effectrapportage (MER) op te stellen ter onderbouwing van de besluitvorming over het dijkversterkingsplan. De eerste stap in de m.e.r. procedure is het opstellen van de Startnotitie MER. In 2008 is de Startnotitie opgesteld waarin de dijkversterking formeel is aangekondigd en is aangegeven welke oplossingsrichtingen de problematiek zouden kunnen oplossen. Ook is een eerste aanzet gedaan tot het beschrijven van de gebiedskenmerken en kwaliteiten. Volgend op de Startnotitie zijn de richtlijnen voor het MER opgesteld en begin 2009 vastgesteld door de provincie. De provincie heeft daarvoor gebruik gemaakt van inspraakreacties van belanghebbenden. Voor het opstellen van die richtlijnen heeft de provincie advies gekregen van de onafhankelijke commissie m.e.r. Sinds de totstandkoming van de Startnotitie en de richtlijnen is er nader onderzoek gedaan naar de verschillende oplossingsrichtingen en naar de gebiedskwaliteiten. En ook zijn er diverse onderzoeken gedaan: Geotechnische beschouwing (in de vingers krijgen) waarbij de varianten verder zijn uitgewerkt/gedetailleerd ten behoeve van werksessies waarin de effecten zijn beoordeeld; Nader bureau onderzoek omgevingskwaliteiten; Nadere analyse consequenties zettingsprognose voor integraal versterken; Beeldkwaliteitsplan (in nauw overleg met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de provincie Noord Holland); Historische zettingsanalyse d.m.v. radarsatelietmetingen ( Hansje Brinker ); Cultuurhistorisch en Archeologisch bureauonderzoek (door Vestigia); Verder overleg gevoerd met belangenpartijen; Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
8 Doel Nota variantenafweging De voor u liggende nota variantenafweging is een tussenstap in het planproces tussen de Startnotitie en MER/ Dijkversterkingsplan. Het doel is om het trechteringsproces (om van oplossingsrichtingen tot een voorkeursvariant te komen) inzichtelijk te maken en duidelijk te maken hoe de genoemde onderzoeken daar een rol bij hebben gespeeld. In deze nota worden de varianten beschreven op zo n detailniveau dat een gedegen keuze gemaakt kan worden voor een voorkeursvariant per dijksectie. De keuzes en afwegingen die gemaakt worden om tot een voorkeursvariant te komen worden beargumenteerd beschreven. De nota variantenafweging komt voor een belangrijk deel terug in het MER, ook daar zal immers beschreven worden hoe tot een voorkeursvariant per sectie is gekomen. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de plek van de nota variantenafweging in het gehele planproces. 1.2 Het planproces: Nota variantenafweging, DO, MER en DVP Zoals vermeld in paragraaf 1.1 beschrijft de Nota variantenafweging het trechteringsproces van oplossingsrichtingen naar een voorkeursvariant per dijksectie. Het is een stap tussen Startnotitie en MER. Naast deze documenten is er nog een tweetal andere belangrijke documenten dat daarmee in nauw verband staat: het Definitief Ontwerp (DO) en het Dijkversterkingsplan (DVP). In figuur 1.1 is het gehele planproces en de plek van de Nota variantenafweging en het MER weergegeven. Daarna wordt beschreven hoe de stappen samenhangen februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
9 Figuur 1.1 Het planproces Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
10 Beschrijving op hoofdlijnen Ter onderbouwing van de besluitvorming over het Dijkversterkingsplan door het bevoegd gezag (Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland) wordt een m.e.r.-procedure doorlopen, waarbij een Milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld. De procedure bestaat uit het opstellen van een startnotitie, het vaststellen van de richtlijnen die in het MER moeten worden gebruikt en vervolgens het opstellen van het MER. Het MER zorgt ervoor dat de milieuaspecten een volwaardige plaats krijgen in het besluitvormingsproces over het Dijkversterkingsplan. In het MER wordt onderscheid gemaakt in de milieueffecten tijdens de aanleg en na realisatie van de dijkversterking. De verschillende alternatieven en varianten worden daarin besschreven en beoordeeld en kunnen worden vergeleken. Het MER wordt, zodra het gereed is ter inzage gelegd samen met het ontwerp Dijkversterkingsplan. Deze Nota variantenafweging kan voor een belangrijk deel gezien worden als een voorloper van het uiteindelijke MER. In deze Nota variantenafweging wordt het proces tot aan het Voorkeursalternatief beschreven en de keuzes die hierbij zijn gemaakt. Beschrijving per stap Stap 1 Startnotitie (juni 2008 ) In de Startnotitie wordt het voornemen van RWS voor het dijkversterkingsplan beschreven. Het is de formele start van de m.e.r. procedure. De dijkversterking wordt primair aangelegd voor een verbetering van de veiligheid van het achterland. RWS wil dat hierbij zoveel mogelijk het huidige tracé van de dijk wordt gevolgd. De landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied zijn van groot belang en zijn sturend voor de visievorming en de inpassing van de nieuwe dijkversterking. Het is vanuit technisch oogpunt mogelijk om op verschillende manieren aan de randvoorwaarden voor een veilige dijk te voldoen. Voor verschillende oplossingsrichtingen (buitenwaarts, binnenwaarts en constructief) zijn diverse variaties denkbaar. Theoretisch denkbare oplossingsrichtingen zijn, uitgaande van integraal versterken, in de startnotitie benoemd en zijn in algemene zin beschreven. In de startnotitie is het gehele traject ingedeeld in dijksecties. Binnen een sectie heeft de dijk veelal dezelfde kenmerken en hebben de dijk en de omgeving veelal dezelfde (landschappelijke en ruimtelijke) kwaliteiten. Over het algemeen zijn er binnen een dijksectie gelijksoortige faalmechanismen 1 vastgesteld. De Startnotitie beschrijft tot slot ook beknopt de plek waar de ingreep plaatsvindt. Er is ingegaan op verschillende thema s als Natuur, Landschap, Cultuurhistorie, Recreatie, Wonen en Werken, Verkeer enz Vanuit de beschrijving van deze thema s is een aanzet gegeven voor een beoordelingskader voor het MER. Dat beoordelingskader komt terug in de multicriteria analyse in deze nota variantenafweging. De Startnotitie is ter inzage gelegd zodat eenieder daarop kon inspreken. Stap 2 Richtlijnen, Commissie voor de m.e.r. en inspraakreacties (augustus 2009) De Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben de richtlijnen vastgesteld die gehanteerd dienen te worden voor het MER. Bij het vaststellen van de richtlijnen voor het MER hebben de Gedeputeerde Staten rekening gehouden met de startnotitie, de daarop volgende inspraakreacties en het advies van de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. 1 Faalmechanisme: een van de veiligheidsaspecten waarop de dijk wordt beoordeeld zoals hoogte en stabiliteit februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
11 Stap 3 Variantenafweging (voorliggend document) De variantenafweging beschrijft de trechtering na de Startnotitie van oplossingsrichtingen via varianten naar een voorkeursvariant per dijksectie. Een uitgebreide beschrijving van de systematiek van deze stap volgt in hoofdstuk 3. Stap 4 DO Na de afronding van de Nota Variantenafweging, en zodra bekend is wat het VKA is, wordt het Definitief Ontwerp gemaakt. Het DO is een nadere, technische, uitwerking van het VKA dat is gebaseerd op de vigerende (ontwerp)leidraden. Het DO beschrijft daarbij meer in detail wat de afmetingen en opbouw van de versterkte waterkering zijn en hoe deze gerealiseerd moeten worden. Uitkomsten van diverse onderzoeken en studies t.b.v. de dijkversterking worden daarbij meegenomen om het ontwerp zo goed mogelijk in te passen en aan te laten sluiten bij de uitkomst van de variantenafweging. Het DO dient als basis voor het Dijkversterkingsplan. Het DO levert tevens informatie voor de kwantitatieve effectbeoordeling in het MER. In het MER zal gedetailleerder dan in de nota variantenafweging worden beschreven wat effecten zijn op de milieuthema s voor de voorkeursvariant. Stap 5 Milieueffectrapportage (MER) en Ontwerp dijkversterkingsplan De volgende stap is het opstellen van het MER parrallel aan het Ontwerp dijkversterkingsplan (zie hierna). Het MER beschrijft: Waarom de dijkversterking nodig is; De waarden van het gebied waar de ingreep plaatsvindt (Marken, de dijk en de directe omgeving daarvan); Het voornemen / de ingreep (de dijkversterking) ; Alternatieven en varianten die daartoe zijn onderzocht; De effecten van de ingreep in de omgeving; Het voorkeursalternatief en het Meest Milieuvriendelijke Alternatief. Het MER maakt onderscheid in milieueffecten tijdens de aanleg, het gebruik en het beheer van de dijkversterking. Op deze wijze worden de milieuaspecten volwaardig meegewogen in het besluitvormingsproces op weg naar het definitieve dijkversterkingsplan. Gedeputeerde Staten gebruikt de objectieve milieu-informatie (het MER) bij het goedkeuren van het Dijkversterkingsplan. Het MER maakt voor een belangrijk deel gebruik van gegevens uit de nota variantenafweging. De trechtering van oplossingsrichtingen naar een voorkeursvariant per dijksectie wordt ook in het MER beschreven. Daarnaast volgt in het MER een beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling van de verschillende milieuthema s. Zo wordt er bijvoorbeeld ingegaan op de belangrijke natuurwaarden (o.a. EHS, Natura2000), de recreatieve waarde van het eiland en de dijk als fiets en wandel route, de belangrijke cultuurhistorische waarden enz. Stap 6 Dijkversterkingsplan Het Dijkversterkingsplan komt in twee stappen tot stand. Het ontwerp dijkversterkingsplan dat gezamenlijk met het MER ter inzage wordt gelegd in het kader van de m.e.r. procedure. En het definitief Dijkversterkingsplan dat opgesteld wordt nadat de procedure voor het MER is doorlopen. Allereerst wordt parallel aan het MER het ontwerp Dijkversterkingsplan opgesteld. Het Ontwerp Dijkversterkingsplan beschrijft hoe de dijk eruit komt te zien na de versterking en hoe het beheer van de dijk na realisatie is. Het ontwerp Dijkversterkingsplan maakt voor een belangrijk deel gebruik van de gegevens uit het DO. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
12 Tenslotte wordt na de m.e.r. procedure het definitieve dijkversterkingsplan vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Hierin zijn alle zienswijzen meegenomen die op het MER en Ontwerp dijkversterkingsplan zijn ingediend. 1.3 Risico gestuurde aanpak Voor het project is een aantal risico s geformuleerd, deze zijn te vinden in de risicotabel (zie bijlage 1). De belangrijkste risico s of toprisico s zoals die bij de start van het project zijn geformuleerd zijn: Omgeving Aantasting van beschermd stads-/dorpsgezicht Technisch ontwerp conflicteert met lokale belangen Veiligheid(-sbeleid) De robuustheid van het uitgewerkt ontwerp is niet gewaarborgd [HHNK] Beheer/Financiën Het uitgewerkte ontwerp in het OVDP voldoet niet aan de vereiste planperiode van 50 jaar Huidig gereserveerde budget binnen HWBP is niet toereikend Tijd Planning Planstudie niet haalbaar (1 juli vastgesteld DVP) HWBP onder druk; Realisatie wordt uitgesteld Planning wordt niet gehaald, door Bestuurlijk Traject De manier waarop wordt toegewerkt naar een voorkeursalternatief dat als basis dient voor het Dijkversterkingsplan is er op gericht met passende beheersmaatregelen de kans van optreden van deze risico s tot een minimum te beperken. Gedurende de variantenafweging is risicobeheersing dan ook steeds aan de orde geweest: In het RWS-DHV kernteam, waarin ook HHNK participeert In de overleggen met projectgroep en klankbordgroep; Als aanleiding voor aanvullende onderzoeken (onderzoeken bieden meer inzicht en reduceren daarmee onzekerheid); Verweven in de multicriteria analyse (de varianten worden gescoord op het oplossen/ beperken van risico s); Door voortschrijdend inzicht zijn risico s aangevuld en bijgesteld. Meer hierover in paragraaf Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk is de achtergrond beschreven en is ingegaan op het proces dat leidt tot een dijkversterkingplan, de nota variantenafweging is daarin een belangrijke stap. In hoofdstuk 2 wordt de uitgangspositie beschreven, er wordt daar ingegaan op de inhoud. Er wordt ingegaan op de randvoorwaarden voor een veilige dijk en daarna op de uitgangspunten vanuit het (unieke) gebied waar de ingreep plaatsvindt. In hoofdstuk 3 wordt het proces van variantenafweging, ook wel trechteringsproces, beschreven. Daar wordt duidelijk welke methodiek er gehanteerd is om tot een voorkeursvariant per dijksectie te komen. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens die trechtering, het gaat daarop inhoudelijk in. Dit is de beoordeling. Het laatste hoofdstuk 5 beschrijft kort het vervolg van het dijkversterkingsproject februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
13 2 DE BAGAGE: VARIABELEN, RANDVOORWAARDEN EN UITGANGSPUNTEN In dit hoofdstuk worden de algemene en de inhoudelijke randvoorwaarden en uitgangspunten voor de variantenafweging besproken, of te wel de bagage waarmee de voorkeursvariant uiteindelijk tot stand kan komen. Het gaat om randvoorwaarden voor een veilige dijk en uitgangspunten vanuit het gebied. 2.1 Algemene uitgangspunten Bij de totstandkoming van het Dijkversterkingsplan en dus ook bij de afweging van varianten geldt een aantal algemene uitgangspunten. Deze komen onder andere voort uit de Startnotitie, de daaropvolgende onderzoeken en gesprekken met belangenorganisaties en bewoners. De inhoudelijke uitgangspunten worden in de overige paragrafen van dit hoofdstuk beschreven. Hieronder volgt een opsomming van de algemeen geldende uitgangspunten. Bij de start van het project geformuleerd: Het project is in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) opgenomen. Hierbij dient binnen het gereserveerde budget de veiligheid van de waterkering op een sobere en doelmatige wijze verbeterd te worden; Er wordt gestreefd naar een brede onderzoek-insteek, die ruimte biedt voor optimale benutting van de markt mede voor het vinden van de optimale oplossing (o.a. kosteneffectief, integraal en duurzaam), waarin win-win combinaties met andere partijen mogelijk zijn; Draagvlak bij meerdere omgevingspartijen is van belang voor goede en snelle besluitvorming; Het eiland Marken is een beschermd dorpsgezicht (nationaal monument); de richtlijnen zijn hiervoor door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap danwel de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) vastgesteld; ook dient er rekening te worden gehouden met de ijsbrekers ter bescherming van de Rozewerf als provinciaal monument zijnde; Om de omvang van de versterking mogelijk te kunnen beperken (i.v.m. de zettingsgevoelige ondergrond) moeten verschillende scenario s ten aanzien van de planperiode en het overslagdebiet beschouwd worden. Gedurende het project zijn door voortschrijdend inzicht diverse uitgangspunten en risico s aangevuld en bijgesteld. De Rozewerf dient vanwege de nabijheid tot op de dijk en de unieke cultuurhistorische waarde als aparte dijksectie te worden behandeld; De hoge verwachtte kruindaling conform de Startnotitie gaf aanleiding om in de variantenstudie ook een niet-integrale dijkversterking 2 te onderzoeken. In eerste instantie (o.b.v. info Startnotitie) bood dit alleen realistische kansen voor de Rozewerf. Na uitvoeren van aanvullende deformatieen zettingsanalyses bleek dat een niet-integrale versterking voor de hand ligt voor de Rozewerf (50 jaar veilig) en een optie zou kunnen zijn voor de Westkade (ca. 20 jaar veilig, uit het oogpunt van kruinhoogte). Vereiste planperiode van 50 jaar of 25 jaar. De uitkomst van aanvullende deformatie-analyses wijzen uit dat het uitgangspunt voor de verwachte kruindaling vanuit de Startnotitie zodanig bijgesteld moet worden (meer dan gehalveerd) dat versterken voor 50 of 25 jaar weer een realistische orde grootte krijgt. 2 Onder niet-integrale versterking verstaan wij een versterking waarbij slechts de elementen waarvoor in de tweede toetsronde een tekortkoming is geconstateerd worden aangepakt. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
14 De planstudie voor de versterking van de Omringkade wordt uitgevoerd door de huidige beheerder; Rijkswaterstaat Noord-Holland. Na afronding van de planstudie, maar voor de start van de uitvoeringswerkzaamheden zal de Omringkade Marken worden overgedragen naar het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Integraal versterken versus alleen de geconstateerde tekortkomingen aanpakken Het vertrekpunt: randvoorwaarden voor een veilige dijk De eerste randvoorwaarde en de aanleiding voor de dijkversterking (zie paragraaf 1.1) is het maken van een dijk die voldoet aan de veiligheidseisen. Om deze veiligheidseisen te kunnen inwilligen zijn technische uitgangspunten opgesteld. Deze worden hieronder besproken. Het dijkontwerp moet uiteindelijk aan al deze uitgangspunten voldoen om de projectdoelstelling, het maken van een veilige dijk, te kunnen behalen. Deze oplossingen staan globaal beschreven in de startnotitie (Arcadis, juni 2008) en zijn het vertrekpunt van de variantenafweging (Hoofdstuk 4). Het probleem: omringkade voldoet niet aan veiligheidseisen Uit de tweede toetsronde is gebleken dat de west- en zuidzijde van de primaire waterkering rond Marken op meerdere plaatsen niet voldoet aan de wettelijke norm. Globaal kan gesteld worden dat bijna overal de steenbekleding op het buitentalud een probleem vormt (afgekeurd dan wel gedeformeerd). Daarnaast is er een drietal plaatsen waar sprake is van stabiliteitsproblemen aan de binnenzijde van het talud of een probleem met de kruinhoogte. Figuur 2.1 Dijk voldoet niet aan veiligheidseisen februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
15 Hieronder is per dijksectie het specifieke veiligheidsprobleem beschreven: Dijkdeel Dijksectie van dp tot dp veiligheidstekort Westkade 8a 75,0 78,0 Steenbekleding (onvoldoende) 1a 1,0 9,0 Steenbekleding (lokaal onvoldoende) 1b 9,0 12,0 Steenbekleding (lokaal onvoldoende) en macrostabiliteit binnenwaarts Zuidkade 2a 12,0 13,0 Steenbekleding (onvoldoende) 2b 13,0 16,0 Steenbekleding (onvoldoende) 2c 16,0 20,5 Steenbekleding (gedeformeerd) 3 20,5 27,0 Steenbekleding (gedeformeerd) en macrostabiliteit binnenwaarts 4a 27,5 34,0 Steenbekleding (gedeformeerd) 4b 34,0 38,0 Steenbekleding (onvoldoende) en kruinhoogte 4c 38,0 41,0 Steenbekleding (onvoldoende) 4d 41,0 42,0 Steenbekleding (onvoldoende) 4e 42,0 46,0 Steenbekleding (lokaal (onvoldoende)) De technische variabelen en de uitgangspunten De belangrijkste randvoorwaarde voor de dijkversterking is dat een dijk wordt gerealiseerd die voor langere tijd veilig is en daarom voldoet aan de huidige vigerende leidraden. Om tot een uniforme aanpak en interpretatie van de leidraden en technische rapporten te komen, hanteert Rijkswaterstaat voor de dijkversterking van Marken de nota Uitgangspunten Markermeerdijken van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier die zij gebruiken voor hun dijkversterkingen rond het Markermeer. De te hanteren planperiode (en daarmee samenhangend de zettingen) en het overslagdebiet zijn bepalend voor de vorm en omvang van dijkversterking. De planperiode en het overslagdebiet bepalen bijvoorbeeld hoe hoog de dijk moet worden en hoe flauw de taluds moeten worden. De keuze voor een bepaalde planperiode, voor een bepaald overslagdebiet en voor een bepaalde mate van zettingen is dus ook van invloed op de beoordeling en de afweging van de varianten. Dit zijn dan ook de eerste variabelen waarvoor bepaalde varianten worden beoordeeld (zie hoofdstuk 4 paragraaf 4.1, 1 e beoordeling). De ingreep Het binnenwaarts versterken, buitenwaarts versterken en vierkant versterken 3 zijn het vertrekpunt voor de variantenafweging. Deze drie oplossingsrichtingen komen deels voort uit de Startnotitie (ARCADIS, 2008) en deels uit de eerder uitgevoerde variantenafwegingen voor versterking Omringkade Marken. Aan de hand van de eerste beoordeling worden de oplossingsrichtingen verder uitgewerkt tot varianten. In paragraaf 4.2 wordt beschreven hoe de oplossingen er per sectie uitzien en wat de ingreep precies behelst. In paragraaf 4.3 worden deze oplossingsrichtingen met elkaar vergeleken en afgewogen (1 e kwalitatieve beoordeling). Bij de versterking wordt, conform de startnotitie, in principe uitgegaan van het integraal versterken van de dijk. Dit betekent dat de dijk, die op één of meer faalmechanismen is afgekeurd, bij versterking zodanig wordt verbeterd dat de dijk voor de gehele planperiode op alle faalmechanismen veilig is. Dit kan 3 Vierkant versterken betekent dat de kruin van de dijk op dezelfde plek blijft als in de huidige situatie. De dijk wordt hierbij zowel naar buiten als naar binnen in grond versterkt. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
16 betekenen dat bijvoorbeeld delen wel worden opgehoogd terwijl uit de veiligheidstoets geen kruinhoogtetekort was geconstateerd. Dit aangehaalde voorbeeld speelt op Marken een belangrijke rol in de dijkversterking. Uit de veiligheidstoets is gebleken dat er op dit moment slechts op één locatie een kruinhoogtetekort is geconstateerd. Het is echter zo dat de dijk voor een langere planperiode van 50 of 25 jaar versterkt moet worden. Dit betekent dat de kruinhoogte van de versterkte dijk ook aan het eind van deze planperiode nog moet voldoen aan de norm. Aangezien de ondergrond van Marken zettingsgevoelig is kent de huidige dijk jaarlijks al zekere autonome kruindaling. Voor het ontwerp betekent dit dat in de nieuwe ontwerphoogte deze jaarlijkse zetting al verdisconteerd moet worden. In de praktijk betekent dit dat de dijk op nagenoeg alle secties, naast het aanpakken van het geconstateerde veiligheidstekort, ook opgehoogd zal moeten worden als een planperiode van 50 of 25 jaar in ogenschouw wordt genomen. Als een kortere periode van ca. 20 jaar of minder wordt bekeken zou een belangrijk deel van de Westkade niet opgehoogd hoeven te worden. 2.3 Het gereedschap: uitgangspunten vanuit het gebied De dijkversterking Marken wordt in een zeer karakteristiek en waardevolle plek in Nederland. De provincie, als bevoegd gezag en het RCE stellen eisen aan die versterking uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn in het Beeldkwaliteitsplan nader uitgewerkt. De samenhang tussen verschillende bijzondere eigenschappen, zoals bijvoorbeeld de werven met de karakteristieke bebouwing, de open weidegebieden met weidevogels, de smalle, kronkelende dijk en het contrast met het open water, maakt het eiland tot een uniek esemble in Nederland. De karakteristieke eigenschappen van het eiland en de functie van het eiland in de regio kunnen de uiterlijke verschijningsvormen van het dijkontwerp beïnvloeden en vice versa. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat belangrijke natuurwaarden behouden blijven en dat de dijkversterking deze niet vernietigd. Naast technische uitgangspunten (paragraaf 2.1) worden daarom hieronder uitgangspunten vanuit het projectgebied geformuleerd. Allereerst worden hiervoor kort de eigenschappen van het gebied per thema besproken. De huidige situatie is ook beschreven in de Startnotitie (Arcadis, 19 maart 2008) en zal later uitgebreid aan bod komen in het MER. De thema s die hieronder worden beschreven vormen ook (samen met andere thema s zoals kosten) de criteria voor de multicritria analyse (zie 3.2) en het beoordelingskader in het MER. Het Beeldkwaliteitsplan beschrijft de landschappelijke en cultuurhistorische waarden waarmee bij de dijkversterking rekening moet worden gehouden (DHV, januari 2011). In het Beeldkwaliteitsplan vindt een verdiepingslag en/of uitwerkingslag plaats met betrekking tot de landschappelijke en de cultuurhistorische waarden. Aan de hand van een grondige analyse worden de uitgangspunten verder verfijnd en concreet gemaakt in ontwerpprincipes. Er wordt uiteindelijk op het niveau van het dijkprofiel aangegeven hoe de dijk vanuit ruimtelijke kwaliteit eruit zou moeten zien. Zo kunnen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden sturing gaan geven aan het dijkontwerp. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen in overleg met vertegenwoordigers van de provincie en het RCE. De resultaten en conclusies uit het Beeldkwaliteitsplan worden meegenomen bij de afweging van de varianten (hoofdstuk 4). De karakteristieke eigenschappen van de dijk en het eiland De Omringkade van Marken is de begrenzing van een karakteristiek stukje Nederland. De fysiek ruimtelijke kenmerken van het eiland en de dijk geven de plek een bijzonder karakter. Omdat de karakteristieke eigenschappen zo goed zichtbaar en beleefbaar zijn, is ook het verhaal achter de plek (de ontstaansgeschiedenis en de strijd tegen het water) voelbaar. Het eiland lijkt een plek waar de tijd even stil heeft gestaan en waar de bewoners de geschiedenis levend houden: de bewoners dragen nog klederdrachten en de huizen hebben nog hun authentieke vormen en kleuren. Wanneer men van de dijk af februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
17 gaat, het eiland op, belandt men in een andere wereld. Een sprookjesachtig decor waar tegelijkertijd het leven van alledag plaatsvindt. De dijk is de begrenzing van dit bijzondere ensemble. In het Beeldkwaliteitsplan voor Marken zijn onderstaande kernkwaliteiten van het eiland benoemd. Het zijn de kwaliteiten van het eiland die in de directe omgeving van de dijk zijn gelegen en die dus beïnvloed kunnen worden door de dijkversterking. Onder andere aan de hand van onderstaande kwaliteiten wordt de MCA uitgevoerd. Kernkwaliteiten cultuurhistorie Verhaal van de strijd tegen het water nog zichtbaar Rijke cultuurhistorie: beschermd dorpsgezicht. Historische en archeologische waarden/elementen in relatie tot de dijk: de Rozewerf en de ijsbrekers, de onbewoonde werven en Reynseswerf, de Heuvel en de Noorderwerf, de verdronken werven buitendijks, de karakteristieke blokverkaveling en de vuurtoren van Marken. Kernkwaliteiten landschap Kleinschalige dijk om kleinschalig landschap Dijk en dijksloot als begrenzing van aparte belevingswereld: openheid, lage kom met karakteristieke opvallende elementen, natuur. Beleving van dijk én water vanaf het eiland Rozewerf als onderdeel van de dijk Continuïteit dijkprofiel Steil binnentalud Kernkwaliteiten gebruik Aan beide zijden van de dijk ligt waardevolle natuur Winterverblijfplaatsen ringslang in de omringkade Belangrijk gebied voor vogels: weidevogels (zomer), watervogels en doortrekkende steltlopers langs dijk (herfst), ganzen (winter) Vismigratie in dijksloot binnendijks, beschermde vissoorten buitendijks Wandel- en fietspad op de dijk: het rondje rond Marken. De dijk om op te recreëren (zonnebaden, zwemmen, surfen etc.) Zwemsteigers en strandjes naast de dijk Dijk niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer Woningen naast/op de dijk. Bovenstaande waarden van het eiland Marken zijn tevens weergegeven in figuur 2.2 en 2.3 en in bijlage 2. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
18 Figuur 2.2 Landschap en cultuurhistorie februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
19 Figuur 2.3 Ruimtelijke kwaliteit Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
20 De uitgangspunten en visie Zoals eerder beschreven is Marken een uniek stukje Nederland met een wettelijke bescherming. Bovengenoemde kwaliteiten van het eiland en de dijk moeten daarom zoveel mogelijk behouden blijven. In het Beeldkwaliteitsplan zijn hiervoor bouwstenen geformuleerd. Dit zijn de verschillende onderdelen van de dijk die samen het totale uiterlijk van de dijk vormen. Deze zogenaamde bouwstenen bepalen samen de karakteristieke eigenschappen zoals maat en schaal en de verhoudingen met het landschap en/of de bebouwing. Dit zijn eveneens de variabelen die door de technisch ontwerpers moeten worden ingevuld bij het maken van het dijkontwerp. Voor elke bouwsteen is een uitgangspunt geformuleerd. Dit zijn de zogenaamde ontwerpprincipes. De ontwerpprincipes zijn weergegeven in het principeprofiel in figuur 2.4. De ontwerpprincipes (de totstandkoming ervan) zijn nader toegelicht in het Beeldkwaliteitsplan. Ze moeten in het kader van deze variantenafweging gezien worden als een wens vanuit het Beeldkwaliteitsplan. Het Beeldkwaliteitsplan is opgesteld in nauw overleg met de provincie Noord Holland en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. In welke mate de wensen overeind blijven hangt af van de technische haalbaarheid en de wensen vanuit beheer. Bouwstenen: 1. Kruinhoogte: maximaal + 0,5 m 2. Kruinbreedte: maximaal 4,0 m 3. Taludhelling binnenwaarts: zo steil mogelijk, maximaal 1: 2 4. Taludhelling buitenwaarts: zo steil mogelijk, maximaal 3 x binnen 5. Positie van de sloot: maximaal 1x breedte binnentalud 6. Bekleding: gras binnenwaarts, basalt buitenwaarts 7. Voorland: op maximaal 2 plekken mogelijk 8. Positie gebruiker/gebruik: op de dijk, meer ruimte gewenst dan momenteel beschikbaar Figuur 2.4 Het principeprofiel (Bron: Beeldkwaliteitsplan, DHV januari 2011) februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
21 3 WERKWIJZE: DE TRECHTERING Het proces dat wordt doorlopen om tot een voorkeursalternatief (VKA) te komen noemen we ook wel het trechteringsproces. Dat trechteringsproces volgt een systeem waarbij varianten onderling worden afgewogen en waarbij wordt gewerkt van grof naar fijn (verschijningsvorm) en van groot naar klein (schaalniveau). In dit hoofdstuk wordt deze systematiek beschreven. 3.1 Systematiek van het trechteren Gedurende het proces krijgen mogelijke oplossingen voor de dijkversterking in een nieuwe fase een andere vorm en een ander detailniveau (1): er wordt gewerkt van oplossingsrichtingen in de Startnotitie, via varianten naar het Voorkeursalternatief in de Nota Variantenafweging en het MER, naar een ontwerp in het Dijkversterkingsplan. Gedurende het proces worden mogelijk oplossingen in een nieuwe fase onderzocht en toegepast binnen een ander omgeving en op een ander detailniveau (2): er wordt gewerkt van dijktracé en dijksecties in de Startnotitie, naar dijkprofielen in de Nota variantenafweging, naar bouwstenen in het in het DO. Om te komen tot een goed onderbouwd en weldoordacht dijkontwerp passeren alle mogelijke oplossingen de revu en worden in elke fase de beste oplossingen geselecteerd en verder meegenomen in het proces. We doen dat steeds op een dusdanig detailniveau passend bij de fase waarin het project verkeert en de bijbehorende schaalniveaus van de ontwerpen. Zo hebben we het allereerst bijvoorbeeld over binnenwaarts versus buitenwaarts voordat we het hebben over het type bekleding. Na elk selectie-/keuzemoment worden de gekozen oplossingen verder uitgewerkt aan de hand van analyses en onderzoeksresultaten zodat in een volgende fase steeds specifiekere, realistischere en representatievere oplossingen ontstaan. Voor oplossingen die in een bepaalde fase afvallen wordt de argumentatie opgeschreven. Het trechteringsproces is schematisch weergegeven in figuur 3.1. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
22 Figuur 3.1 Het terchteringsproces Van grof naar fijn: Oplossingsrichting: principeoplossing voor veiligheidsprobleem (toepasbaar op hele dijktracé) Variant: oplossing voor veiligheidsprobleem voor specifieke plek (dijksectie) Voorkeursalternatief: een aaneenschakeling van (best passende) voorkeursvarianten Definitief Ontwerp: uitgewerkt en op maat gemaakt Voorkeursalternatief met bijbehorende maatregelen op een specifieke plek Van groot naar klein: Dijktracé: alle delen van de dijk die versterkt moeten worden Dijksectie: deel van het dijktracé met (locatie) specifieke ruimtelijk samenhang en herkenbaarheid (en daardoor specifieke oplossingen) Dijkprofiel: dwarsdoorsnede/zijaanzicht van de dijk Bouwstenen: onderdelen van de dijk die variabel zijn en die het uiterlijk en de verschijningsvorm van de dijk bepalen februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
23 3.2 In deze nota Het trechteren van oplossingsrichtingen naar een vookeursalternatief gebeurd in deze nota in 3 stappen. Hierna beschrijven we hoe we die stappen inzetten, in hoofdstuk 4 worden ze inhoudelijk beschreven. De stappen zijn tevens in figuur 3.2 schematisch weergegeven. Figuur 3.2 De drie stappen van het beoordelingsproces Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
24 Stap 1: 1 e trechtering: van oplossingsrichtingen uit de Startnotitie naar realistische varianten per dijksectie, belangrijke keuzes! In de eerste stap is een afweging gemaakt tussen de oplossingsrichtingen uit de Startnotitie. Deze beoordeling is tweedelig: 1) Welke oplossingsrichtingen zijn realistisch? En vervolgens 2) Welke keuzes maken we binnen die oplossingsrichtingen die dan overblijven en worden meegenomen als variant?. Het gaat in deze eerste stap om een beargumenteerde selectie uit de oplossingsrichtingen en nog niet om een nadere verdieping ervan. De realistische varianten zijn tot stand gekomen door middel van het beoordelen van meerdere oplossingsrichtingen uit de Startnotitie op basis van een aantal belangrijke keuzes. Het is in de trechtering naar een voorkeursalternatief belangrijk eerst deze belangrijke keuzes te maken alvorens verder te gaan. Deze keuzes zijn namelijk van grote invloed op de maatvoering van het dijkontwerp en dus op de effecten die dat heeft op de omgeving. Het gaat om: De keuze tussen 1,0 l/m/s versus 0,1 l/m/s overslagdebiet De keuze tussen een planperiode van 50 jaar versus een planperiode van 25 jaar De keuze voor realistische varianten. In het licht van bovenstaande keuzes en een eerste idee van de maatvoering vallen bepaalde varianten af. Bij het maken van een keuze voor bovengenoemde punten speelt een aantal criteria een rol. Deze criteria zijn behandeld op een passend (abstract) niveau om een keuze te kunnen maken, het gaat dan om: Maatvoering; Wat is het verschil in maatvoering tussen de keuzes. Kosten; Wat is het verschil in kosten voor de aanleg en beheer in de keuzes en wat vinden de belangrijkste partijen daarvan. Beheersbaarheid, uitvoerbaarheid, uitbreidbaarheid, technische toepasbaarheid. Risico s; wat is het verschil in de mate van beheersbaarheid van risico s. Kwalitatieve milieueffecten, de belangrijke keuzes hebben een effect op diverse milieuthema s vooral vanwege het verschil in ruimtebeslag. Deze spelen een rol bij het maken van de keuze. Nadat de belangrijke keuzes gemaakt zijn is het mogelijk de realistische varianten voor de dijkversterking te presenteren. De keuzes en de realistische varianten worden beschreven in paragraaf 4.1, daar komen dus ook de criteria aan bod. Stap 2: 2 e trechtering van varianten naar een voorkeursvariant per dijksectie (effectbeoordeling via MCA) Het doel van deze fase is om vanuit de realistische varianten uit de eerste stap te komen tot een voorkeursvariant per dijksectie. De afweging van deze varianten is gedaan met behulp van een Multicriteriaanalyse (zie ook hierna). Dit houdt in dat de varianten per dijksectie zijn beoordeeld op de effecten die ze hebben op verschillende milieuthema s. De beoordeling vond plaats in een ontwerpsessie en de daarop volgende uitwerking van de resultaten door specialisten (ecoloog, landschapsarchitect, adviseur geotechniek enz..). Bij de beoordeling van de varianten is gebruik gemaakt van diverse gegevens: De Startnotitie voor de m.e.r. waarin een beoordelingskader is gegeven en waarin de eerste beschrijving is gegeven van de waarden in het gebied. De richtlijnen voor het MER van het Bevoegd Gezag de provincie Noord Holland. Omgevingsanalyse in het kader van de Startnotitie. Onderzoek naar de zettingsproblematiek (o.a. Hansje Brinker) Het Beeldkwaliteitsplan met daarin een beschouwing over de ruimtelijke kwaliteit van de dijk en de directe omgeving. Er is met name ingegaan op landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek door bureau Vestigia. Overleggen met Projectgroep en Klankbordgroep februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
25 Ervaring uit andere dijkversterkingen en specifiek de dijkversterking tussen Edam en Amsterdam De uitkomsten van deze beoordeling per variant zijn vervolgens met elkaar vergeleken. Uit de vergelijking is een voorkeur voor een variant per dijksectie gekomen, de variant die de minste negatieve effecten heeft/ de meeste positieve effecten heeft. De beschrijving van de effecten per variant en de keuze voor de voorkeursvariant wordt gegeven in hoofdstuk 4. Stap 3: Van voorkeursvariant per dijksectie naar Voorkeursalternatief Om te komen tot een Voorkeursalternatief dat kan dienen als basis voor het DO en MER is een laatste slag nodig. In deze stap worden de voorkeursvarianten per dijksectie met oog voor het geheel als het ware aan elkaar geknoopt. Uit de MCA is duidelijk geworden wat de effecten zijn, daarom worden in deze stap ook uitgangspunten geformuleerd ten behoeve van het DO. De aaneenschakeling van voorkeursvarianten met de lijst aan uitgangspunten voor het ontwerp vormen het vertrekpunt voor het DO. 3.3 De multi criteria analyse (MCA) De Multi Criteria Analyse (MCA) is een methode om varianten met elkaar af te wegen en het trechteringsproces te doorlopen. (In MER terminologie wordt gesproken over effectbeoordeling op basis van een beoordelingskader). Oplossingsrichtingen en Varianten worden aan de hand van diverse criteria beoordeeld en gescoord. Het gaat daarbij om criteria die zijn opgesteld vanuit allerlei disciplines (zie hierna). De MCA zal in dit project op verschillende momenten en in verschillende detailniveaus worden ingezet. Hoe eerder in het traject van variantenafweging hoe abstracter en kwalitatiever de MCA (ten tijde van de start van de nota variantenafweging), hoe later in het proces hoe gedetailleerder en kwantitatiever (in het MER). Gevoeligheid van de criteria Door het toepassen van de MCA kunnen keuzes worden gemaakt voor bepaalde varianten en uiteindelijk het VKA aan de hand van de gevoeligheid die men toekend aan een criterium. Deze gevoeligheid is een waarde die wordt toegekend aan het criterium zodat de score van het criterium voor die bepaalde variant meer of minder kan worden meegewogen in de totale beoordeling. Deze waarde/gevoeligheid van een criterium is altijd onderwerp van discussie. Het gaat er om dat bij de afweging van varianten verschillende criteria toch met elkaar kunnen worden gewogen. Hoe vergelijken we de landschappelijke impact aan de ene kant van de dijk met de impact op natuur aan de andere kant? Dat is niet in getallen weer te geven. De gevoeligheid van de criteria komt in dit project tot uiting in de beschrijving van de effecten en variantenafweging (zie hoofdstuk 4). In die beschrijving zijn de nuances gegeven. De gevoeligheid van een bepaalde keuze wordt bepaald door: Wet- en regelgeving Beleid (rijks, provinciaal, en gemeentelijk) Gesprekken met belanghebbenden Gesprekken met projectgroep en klankbordgroep Onderzoeken Bureaustudie naar beleidsdocumenten Expert judgement; Uitgangspunten en risico s die in het project zijn geformuleerd Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
26 Beoordelingscriteria De MCA gebeurd zoals aangegeven aan de hand van beoordelingscriteria. Deze komen voort uit: 1. Startnotitie en daarop volgende Richtlijnen; Formeel is dit de belangrijkste input omdat de provincie (het Bevoegd Gezag) het uiteindelijke MER beoordeeld en daarbij gebruik maakt van de startnotitie, de richtlijnen en het advies van de commissie m.e.r. 2. Inbreng van de Projectgroep en Klankbordgroep: In het projectgroepoverleg van 19 mei 2010 is met de projectgroepleden besproken welke criteria meegewogen moeten worden; hetzelfde is op 17 mei gebeurd met de klankbordgroep. 3. Inbreng onderzoek/inventarisatie belangrijke waarden: zie paragraaf 2.2 en Beeldkwaliteitsplan, archeologische onderzoek (Vestigia). De criteria voor de MCA (en voor het beoordelingskader in het MER) zijn ingedeeld per milieuthema. Dat is de gebruikelijke indeling om te komen tot een voorkeursalternatief in milieueffectrapportages: Landschap o Landschapsbeleving o Landschapsidentiteit o Elementen, patronen en structuren Cultuurhistorie o Historische geografie o Historische bouwkunde o Archeologie Natuur o Natura 2000 o EHS o Flora- en Faunawet o Overige natuur Woon/werk/leefmilieu o Hinder (door geluid en stof) o Huizen en bedrijven (bedrijfsvoering) o Verkeer (langzaam verkeer, bereikbaarheid) Recreatie Bodem en water o Bodemkwaliteit/verontreiniging o Bodemverzet o Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) o Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Beheer en onderhoud Kosten o Aanleg o Beheer en onderhoud o Verwerving Risico s, beheersbaarheid, uitvoerbaarheid, uitbreidbaarheid en technische toepasbaarheid Naast bovengenoemde lijst betrekken wij ook de risico s in de beoordeling. De risico s op aantasting van het beschermd dorpsgezicht en de unieke waarde van het eiland zijn geborgd via de thema s landschap en cultuurhistorie. De criteria beheersbaarheid, uitvoerbaarheid, uitbreidbaarheid en technische toepasbaarheid komen zoals gezegd vooral aan de orde in stap 1 van het trechteringsproces, in stap 2 zijn ze minder onderscheidend. Deze criteria zijn van een andere orde, ze hebben meer te maken met het doelbereik van het project. Het februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
27 zijn dus niet de formele milieucriteria maar ze zijn uiteraard wel belangrijk bij de beoordeling van varianten. Het criterium uitvoerbaarheid is meegenomen in de afweging binnenwaarts/buitenwaarts waarbij overigens voor beide alternatieven geldt dat het de voorkeur heeft om de werkzaamheden vanaf de waterzijde uit te voeren. De criteria technische toepasbaarheid en beschikbaarheid van materialen hebben meegespeeld in de afweging voor constructieve oplossingen en zijn overigens bij het bepalen van het voorkeursalternatief niet onderscheidend c.q. relevant. Genoemde criteria zijn belangrijk bij de verdere detaillering van het VKA in het DO. De betekenis van de variantenafweging voor de beheersing van de toprisico s van het project kan als volgt worden beschreven: Omgeving Aantasting van beschermd stads-/dorpsgezicht De nieuwe inzichten over de te verwachten zetting leiden tot een relatief bescheiden ingreep voor de dijkversterking. Daarmee is de kans van optreden van dit risico aanmerkelijk beperkt. Verdere fine-tuning vindt plaats door het hanteren van de eisen en aanbevelingen uit het Beeldkwaliteitsplan, -opgesteld in samenspraak met Provincie en RCE- en het bureauonderzoek van Vestigia naar de archeologische en cultuurhistorische waarden. Technisch ontwerp conflicteert met lokale belangen Vanaf mei 2010 zijn de belanghebbenden, inclusief de bewoners van de Rozewerf, verenigd in de Klankbordgroep meegenomen in het proces. Het concept VKA wordt ook met deze groep besproken. De kade ter plaatse van de Rozewerf is volgens de huidge inzichten voor de komende 50 jaar nog op orde. Overigens lijkt de omvang van de ingreep niet tot ontwerptechnisch onoplosbare conflicten te leiden. Bij de criteria woon/werk/leefmilieu en recreatie worden deze kwesties beschouwd. Veiligheid(-sbeleid) De robuustheid van het uitgewerkt ontwerp is niet gewaarborgd [HHNK] Met de nieuwe inzichten over de te verwachten zetting wordt een ontwerpperiode van 50 jaar weer realistisch. De vigerende ontewrprichtlijnen worden gehanteerd. Daarmee is de kans van optreden van dit risico beperkt geworden. Beheer/Financiën Het uitgewerkte ontwerp in het OVDP voldoet niet aan de vereiste planperiode van 50 jaar Zie hierboven bij veiligeheid. Huidig gereserveerde budget binnen HWBP is niet toereikend Rijkswaterstaat Noord-Holland, opdrachtgever en huidige beheerder, is in gesprek met het HWBP over de te verwachten kosten voor de dijkversterking. Daarbij wordt de in juli 2011 door DHV geactualiseerde SSK raming gehanteerd. De beschikbaarheid van middelen voor de dijkversterking wordt daarmee niet meer als een toprisico voor de realisatie van het projcet beschouwd. Tijd Oorspronkelijke planning Planstudie niet haalbaar (1 juli vastgesteld DVP) Het verkrijgen van een betrouwbaar beter beeld van de te verwachten zetting en van de beeldkwaliteitseisen heeft een aantal extra maanden gekost. Dat levert per saldo een Voorkeursalternatief op dat op alle andere toprisico s aanmerkelijk beter scoort dan verwacht aan de hand van de Startnotitie. Het betekent wel dat het definitief dijkversterkingplan naar verwachting niet eerder dan in het voorjaar 2012 beschikbaar zal zijn. HWBP onder druk; Realisatie wordt uitgesteld [PM/ in te vullen op basis van actuele informatie van RWS/NH] Planning wordt niet gehaald, door Bestuurlijk Traject Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
28 Naar verwachting zal de bestuurlijke besluitvorming over het dijkversterkingsplan bij de bescheiden ingreep die in dit Voorkeursalteratief besloten ligt niet tot vertraging leiden. Wijze van scoren van effecten Om een goede beoordeling van, en keuze tussen de verschillende realistische varianten te kunnen maken wordt elke variant gescoord op de genoemde criteria. De score wordt gegeven ten opzichte van de huidige situatie (de situatie waarin geen dijkversterking plaatsvindt). Tevens wordt er een onderscheid gemaakt tussen effecten tijdens de aanleg (bijvoorbeeld hinder van werkzaamheden voor bewoners) en permanente effecten. De scoring gebeurd aan de hand van een beoordeling op een 7-puntschaal die er als volgt uit ziet: /- 0 0/ = groot negatief effect - = negatief effect 0/- = beperkt negatief effect 0 = geen effect 0/+ = beperkt positief effect + = positief effect ++ = groot positief effect Het resultaat is een overzicht van de effecten per variant, per dijksectie. Als dat overzicht bekend is kan vervolgens worden gekozen voor een voorkeursvariant per dijksectie. (zie hiervoor paragraaf 4.3 en 4.4) Scores in perpectief Zoals wordt toegelicht in paragraaf 4.1 gaat het bij de dijkversterking op Marken om een relatief (ten opzichte van andere dijkversterkingen) geringe ingreep. De maatvoering van de verschillende varianten is zodanig dat effecten op de beoordeelde waarden klein zijn. Die relatief geringe impact is nog van groter betekenis als we vooral inzichtelijk willen maken wat de verschillen zijn tussen de varianten. Denk bijvoorbeeld aan het effect op het Natura 2000 gebied of het effect op recreatie. Figuur 3.3 maakt dit duidelijk. Toch wordt de MCA gebruikt om de (kleine) verschillen tussen de varianten weer te geven. Vervolgens zal een keuze worden gemaakt voor een voorkeursvariant (per sectie). Figuur 3.3 Het silhouet van Marken: een kleine dijk met een kleine ingreep februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
29 Voor een aantal thema s is hieronder een definitie van de begrippen gegeven om te kunnen begrijpen wat en hoe er precies wordt beoordeeld. Voor diverse thema s gelden bovendien randvoorwaarden en/of aandachtspunten. Landschap: landschapsbeleving gaat over de manier waarop gebruikers het landschap (de dijk en de directe omgeving) ervaren. De beleving heeft te maken met een waardeoordeel van de gebruiker. Termen die met de beleving te maken hebben zijn bijvoorbeeld stilte/drukte, mooi/lelijk, vol/leeg. De beleving heeft dus ook te maken met de (mogelijkheid tot) interactie met overige gebruikers. Landschapsidentiteit heeft te maken met de beleving van de fysiek ruimtelijke kenmerken van de dijk en de directe omgeving. Termen die hier een rol spelen zijn: grootschaligheid/kleinschaligheid, wijdsheid, de mate waarin het uiterlijk van de dijk aansluit bij het landschap (en andersom), uitzicht van de gebruiker. Elementen structuren en patronen: meer kwantitatieve aspect van landschap. Verdwijnen er kenmerkende landschappelijke lijnen en of objecten? Natuur: De scores voor natuur zijn gegeven onder de volgende randvoorwaarden: de dijkversterking vindt plaats buiten het stormseizoen (als je buitendijks wat doet), dus in het voortplantingseizoen, groeiseizoen. Dat is de meest ongunstige tijd om in de natuur zonder schade te werken. alle ingrepen vinden vanaf de buitenzijde van de dijk plaats. Een aandachtspunt bij het scoren van de effecten op natuur is dat men feitelijk slechts een zeer klein deel van de totale natuur beoordeelt en niet de natuur (alle soorten en hun leefgebied) als geheel. De effecten worden namelijk beoordeeld op de natuurwetgeving en de beschermde soorten en habitats, met de aan te vragen vergunningen in het achterhoofd. Verreweg de meeste soorten (en hun leefgebied) vallen zodoende buiten beschouwing omdat deze niet volgens de wet zijn beschermd, of niet als wezenlijke kenmerken of waarden worden meegenomen in de effectbeoordelingen. Voor deze categorie wordt een score toegekend onder de kop overige natuur. Hierbij moet ook in acht worden genomen dat de score voor N2000 gebieden zwaarder weegt dan de score voor de EHS. De Flora- en faunawet kent haar eigen, eenvoudig te beoordelen verbodsbepalingen. Voor natuur is het belangrijk om onderscheid te maken tussen tijdelijke effecten en permanente effecten. Werkzaamheden ten behoeve van de dijkversterking (de tijdelijke effecten) kunnen namelijk grote tijdelijke effecten hebben op diverse soorten (bijvoorbeeld verstoring tijdens voortplantingseizoen), maar op termijn kan de situatie weer neutraal worden. Het is ook mogelijk dat de tijdelijke effecten gering zijn (bijvoorbeeld verstoring van ringslangen), maar de nieuw ontstane, permanent blijvende situatie desastreus is (vernietiging winterverblijfplaatsen ringslangen in dijklichamen). Cultuurhistorie: Cultuurhistorie is de verzamelnaam voor alle sporen (in het landschap) uit het verleden die verwijzen naar menselijke activiteit. Cultuurhistorie is te verdelen in drie onderdelen: Historisch geografische en landschappelijke waarden. Dit zijn zichtbare elementen in het landschap zoals deze in de loop van vele eeuwen door mensen zijn gevormd. Denk hier aan dijken, terpen, kavelpatronen, nederzettingsvormen, wegen en de opbouw van dorpen en steden. Archeologische waarden. Hieronder vallen de sporen uit het verleden die zich onder de grond bevinden, zoals potscherven, vuursteentjes, sieraden, resten van nederzettingen. Resten met Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
30 een hoge/zeer hoge waarde kunnen worden benoemd tot archeologische monument en vallen dan onder de Monumentenwet. Historisch bouwkundige waarden. Dit zijn oude gebouwen zoals, molens, kerken, bunkers, forten, burchten, kastelen, sluizen, etc. Hieronder vallen ook gebouwen met een monumentale status (Rijks- of gemeentelijk monument). De Rijksmonumenten vallen onder de Monumentenwet. Woon-, werk-, leefmilieu De scores voor dit thema zijn gegeven onder de aanname dat de werkzaamheden plaatsvinden vanaf de buitenzijde van de dijk. Recreatie Bij het thema recreatie gaat het om de effecten van de dijkversterking op de recreatieve waarde van de dijk en de directe omgeving. Er is gekeken naar de effecten op routes (de dijk is een belangrijke recreatieve (wandel- en fietsroute) en op de effecten op recreatieve voorzieningen. Ook is gekeken naar de recreatieve beleving. Dat laatste aspect hangt sterk samen met het thema landschap. Bodem en Water Bij dit thema gaat het in de MCA met name om de effecten van de varianten op mogelijke bodemverontreiningingen (als die er zijn), het aantasten van oppervlaktewater zoals sloten, kanalen of ander openwater en de vraag of de varianten daarin onderscheidend zijn. Ook wordt er bij dit thema aandacht besteed aan grondwaterstromen. Dat kan relevant zijn voor funderingen van gebouwen of in andere gevallen bijvoorbeeld voor kwel. Ook hier gaat het er weer om of de varianten op dit punt onderscheidend zijn. In de beoordeling in hoofdstuk 4 zal blijken dat dat nauwelijks het geval is. De effecten op de grondwaterstand- en stroming zijn voor de beschouwde varianten niet onderscheidend. Zowel de permanente effecten van de dijkversterking op het grondwater als de tijdelijke effecten tijdens de uitvoering, zijn vanwege de beperkte omvang van de ingreep naar verwachting verwaarloosbaar, in aanmerking genomen dat constructieve oplossingen als damwanden waarschijnlijk niet zullen worden toegepast Kabels en Leidingen Er kunnen zich effecten voordoen op de ligging van Kabels en leidingen door een dijkversterking. Dat is bijvoorbeeld duidelijk het geval bij de dijkversterking tussen Edam en Amsterdam waar op korte afstand van de dijk dorpen zijn gelegen. In dat geval kunnen ook de varianten daar onderscheidend op scoren. In het geval van de dijkversterking Marken gaat het slechts om een paar locaties waar leidingen de dijk kruisen. De effecten op kabels en leidingen zijn daardoor ten eerste voor deze fase van het project te verwaarlozen en ten tweede gezien de marginale ingreep niet onderscheidend. Het thema kabels en leidingen is in deze nota dan ook verder niet meegenomen. Bij de uitwerking van het DVP zal aandacht worden besteed aan de effecten op kabels en leidingen die door het plan eventueel moeten worden verplaatst. Beheer en Onderhoud Ook bij dit thema gaat het vooral om de mate waarin de varianten onderscheidend zijn op de manier waarop ze beheerd kunnen worden. Voor een binnenwaartse en buitenwaartse variant is dat weinig onderscheidend. Wel is er bij constructieve oplossingen een effect te verwachten, omdat constructies minder goed te onderhouden zijn februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
31 Kosten De kosten voor de verschillende varianten zijn in deze nota ingeschat op basis van expert judgement. Er zijn geen kostenberekeningen per variant uitgevoerd. Dat is op dit punt in het planproces ook nog niet relevant en onderscheidend het gaat nu om de grote verschillen. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
32 4 VAN OPLOSSINGSRICHTINGEN NAAR VOORKEURSVARIANT: DE BEOORDELING Om van de oplossingsrichtingen uit de startnotitie tot een voorkeursalternatief (VKA) te komen zijn achtereenvolgens de oplossingsrichtingen, de varianten en de maatwerkoplossingen beoordeeld en aangescherpt (zie vorige hoofdstuk voor werkwijze). In dit hoofdstuk wordt de beoordeling per fase beschreven. Zo wordt inzichtelijk hoe van grof naar fijn is gewerkt en welke overwegingen ten grondslag liggen aan de voorkeursvariant en uiteindlijk aan het voorkeursalternatief. 4.1 Van oplossingsrichtingen naar realistische varianten: belangrijke keuzes In de Startnotitie is per dijksectie (zie figuur 4.1) een aantal oplossingsrichtingen beschreven voor de versterking van de Omringkade Marken. Hieruit is in de variantenafweging in eerste instantie een selectie gemaakt van realistische oplossingsrichtingen die een adequaat antwoord geven op het versterkingsvraagstuk. Naast de oplossingsrichtingen die in de Startnotitie zijn aangereikt, is vanuit Rijkswaterstaat nog een aantal aanvullende randvoorwaarden meegegeven voor de variantenafweging. Allereerst is als reactie op de hoge waarde van de prognose kruindaling gevraagd om naast de reguliere planperiode van 50 jaar ook kritisch te kijken naar de mogelijkheid om de planperiode te verkorten tot 25 jaar. Hiermee zou de omvang van de onderhavige dijkversterking door de gereduceerde kruinhoogte beperkt kunnen worden. Om deze twee planperioden tegen elkaar te kunnen afwegen is dan vanzelfsprekend de vraag aan de orde wat de keuze voor 25 jaar betekent voor de periode van 25 jaar die daarop volgt. Daarnaast is gevraagd om een afweging te maken van welk golfoverslag criterium (1,0 l/m/s of 0,1 l/m/s) bij de dijkversterking uitgegaan zou moeten worden. Een overslagdebiet van 1,0 l/m/s is veelal gebruikelijk bij dijkversterkingen en is subsidiabel door het HWBP. Een overslagdebiet van 0,1 l/m/s kan interessant zijn vanuit het oogpunt van beheer omdat dan weinig eisen aan de kruin en het binnentalud gesteld worden. Om de overslag te beperken moet de dijk echter wel hoger worden aangelegd waardoor de omvang van de versterking aanzienlijk toeneemt. Door de weinig draagkrachtige ondergrond werkt een verhoging van de dijk namelijk ook door in de stabiliteit van de rest van het grondlichaam. Deze uitgangspunten leiden tot drie belangrijke typen keuzes in de eerste trechtering: 1. keuze te hanteren overslagdebiet 2. keuze te hanteren planperiode en integraal/niet integraal versterken 3. keuze realistische en adequate oplossingsrichtingen (max. 3 per sectie) februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
33 Figuur 4.1 Overzicht indeling dijksecties Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
34 Keuze 1: overslagdebiet Het overslagdebiet is een maat om aan te geven hoeveel water er, ten tijde van maatgevende omstandigheden, per strekkende meter dijk over de dijk heen mag slaan. Het toelaatbaar overslagdebiet heeft daarmee een directe relatie met de kruinhoogte van de dijk: hoe minder water mag overslaan des te hoger moet de dijk zijn. Wordt meer overslag geaccepteerd, dan mag de dijk dus ook lager zijn. Een overslag debiet van bijvoorbeeld 1,0 l/s/m betekent dat er gemiddeld over tijd, per meter dijk, 1,0 liter water per seconde over de dijk heen mag slaan. Dit is het uitgangspunt dat het HWBP hanteert voor dijkversterkingen. Het toelaatbaar overslagdebiet is naast een criterium voor de hoogte tevens een criterium waaraan de sterkte en stabiliteit van de bekleding van het binnentalud en het binnentalud zelf van de dijk getoetst moet worden. Bij een overslagdebiet van 0.1 l/s/m worden er weinig eisen gesteld aan de binnendijkse bekleding, bij hogere overslagdebieten worden er conform de vigerende leidraden eisen gesteld aan de stabiliteit van het binnentalud en aan (het beheer van) de bekleding van dit talud om binnenwaartse erosie van de dijk te voorkomen. In een eerste variantenstudie is de mogelijkheid van een hoger overslagdebiet beschouwd (5 l/s/m); de beperkte- reductie van de ontwerpkruinhoogte die hiermee te bereiken is, was voor RWS geen reden om af te wijken van de gebruikelijke en geaccepteerde norm van 1,0 l/s/m/. Bij de versterking van de Omringkade speelt de mate van ophoging van de dijk een belangrijke rol. Door de zettingsgevoelige ondergrond van Marken (veen- en kleilagen) introduceert elke ophoging ten opzichte van de huidige situatie extra zakking en mogelijk vervorming van de dijk. Een grotere ophoging van de dijk levert meer zakking van het geheel die vervolgens weer met een extra ophoging moet worden gecompenseerd. Het is daarom zaak om de mate van ophoging zo veel mogelijk te beperken en zo dicht mogelijk bij de huidige dijk te blijven. Ook vanuit landschappelijk oogpunt is het gewenst om de omvang van de versterking zo veel mogelijk te beperken en zo dicht mogelijk bij de huidige dijk en zijn afmetingen te blijven. Inpasbaarheid en komen tot een geaccepteerd plan is immers een van de toprisico s van het project. Dit pleit er voor om uit te gaan van een regulier overslagdebiet van 1,0 l/m/s en niet te kiezen voor een lager debiet wat resulteert in een hogere benodigde kruinhoogte. Een nog hoger overslagdebiet toestaan, wat ook wel voorkomt, zal naar verwachting leiden tot een zeer flauw binnentalud wat vanuit landschappelijk oogpunt minder gewenst is. Kanttekening hierbij is dat vanuit lopende landelijke onderzoeken er indicaties zijn dat dijktaluds over het algemeen meer overslag kunnen weerstaan dan tot nu toe gedacht. Omdat dit nog niet definitief is wordt hier in de dijkversterking nog geen rekening mee gehouden. Een tweede argument om uit te gaan van 1,0 l/m/s is dat het dit het reguliere uitgangspunt voor dijkversterkingen is die door het HWBP worden gefinancierd. Vanuit dit uitgangspunt kunnen realistische versterkingen worden ontworpen volgens het uitgangspunt van een sober en doelmatig. Het toestaan van minder overslag en het aanleggen van hogere dijken is technisch gezien niet strikt noodzakelijk maar kan uit oogpunt van beheer en onderhoud gekozen worden. In dat geval zal de beheerder de meerkosten van dat deel van de versterking moeten financieren. Keuze voor overslagdebiet van 1,0 l/m/s Om de bovengenoemde redenen, het beperken van de omvang van de versterking en uit oogpunt van het realiseren van een sober en doelmatig ontwerp, heeft Rijkswaterstaat er daarom in 2010 voor gekozen om binnen het reguliere kader te blijven en voor de dijkversterking uit te gaan van een overslagdebiet van 1,0 l/m/s februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
35 Keuze 2: planperiode en integraal/niet integraal versterken De planperiode beslaat de periode waarover het nieuwe dijkontwerp moet voldoen aan de gestelde eisen. Het HWBP hanteert over het algemeen een planperiode van 50 jaar en bij hoge uitzondering en goede onderbouwing een planperiode van 25 jaar. Het doel van het uitgangspunt van 50 jaar is om daarmee voor een langere periode een veilige waterkering te hebben, (planstudie)kosten te beperken en te voorkomen dat binnen afzienbare tijd opnieuw overlast wordt veroorzaakt. Het streven is om maximaal 1x per generatie een dijkversterking uit te hoeven voeren. Het feit dat voor deze versterking gevraagd is om naast de reguliere planperiode van 50 jaar voor een versterking in grond ook een periode van 25 jaar mee te nemen, hangt samen met de bij aanvang van het project vanuit de Startnotitie beschikbare prognose voor de kruindaling gedurende de planperiode. Deze prognose ging uit van een jaarlijkse daling voor de Zuid- en Westkade van 20 mm respectievelijk 25 mm per jaar. Bij deze forse jaarlijkse daling betekent halvering van de planperiode ook een beperking van de benodigde kruinhoogte met ca. 50 tot 60 cm. Bij het hanteren van deze jaarlijkse daling bleek bovendien dat de dijk nagenoeg overal fors opgehoogd zou moeten worden als gevolg van compensatie van de daling gedurende de planperiode. Dit terwijl er op dit moment helemaal geen kruinhoogtetekort is. Deze constatering heeft in de loop van het project geleid tot het besluit om ook na te gaan in hoeverre een versterking die alleen gebaseerd is op het aanpakken van de actuele veiligheidsproblemen een haalbaar alternatief zou kunnen zijn. In overleg met de omgeving, de Provincie, HHNK en HWBP is besloten om deze zogenaamde niet integrale oplossingsrichting mee te nemen in het trechteringsproces. Deze oplossingsrichting is in de startnotitie niet aan de orde geweest. De niet integrale oplossingsrichting kijkt slechts naar het aanpakken van de geconstateerde tekortkomingen. Dit betekent dat daar waar bijvoorbeeld de steenbekleding van de dijk onvoldoende is, alleen de steenbekleding wordt aangepakt. De dijk wordt dan niet integraal versterkt en verhoogd voor een planperiode van 25 tot 50 jaar, zoals dat gebruikelijk is in overige dijkversterkingprojecten binnen het HBWP. De omvang van de huidige dijk verandert hiermee niet of nauwelijks. De niet integraal oplossingsrichting is echter alleen een realistische oplossing indien de huidige kruinhoogte gedurende een bepaalde tijdsduur voldoende hoog is om de autonome zettingen op te vangen. Wanneer de dijk namelijk niet lang genoeg na versterking van enkele onderdelen voldoet is het mogelijk dat de dijk in het uiterste geval al binnen een paar jaar niet meer voldoet terwijl de uitvoering van deze dijkversterking nog bezig is of kort na de afronding. Op alle trajecten (exclusief de Rozewerf) zou de kruinhoogte, afhankelijk van de locatie, binnen enkele jaren tot ca. tien jaar niet meer voldoen aan de toetshoogte volgens het VTV. Uit deze analyse van de relatie ontwerpkruinhoogte prognose kruindaling met de bijbehorende benodigde ophoging van de huidige kade werd steeds meer duidelijk dat de beschikbaar gestelde prognose kruindaling een cruciale rol speelde in de beheersing van een van de belangrijkste toprisico s van het project, de (landschappelijke) inpassing van de versterking in het beschermde dorpsgezicht van Marken en het realiseren van een door de omgeving geaccepteerd plan. Uit nadere analyse door DHV bleek dat de aangeleverde basisgegevens onvoldoende zekerheid gaven om de aangeleverde prognose te reproduceren en bovendien gaven nieuw gevraagde inmetingen een ander, lager, beeld van de kruindaling. Om de actuele kruindaling beter in beeld te krijgen is een deformatie-onderzoek uitgevoerd waarna DHV een analyse heeft uitgevoerd op deze en andere later beschikbaar gekomen data. Deze analyse onderschrijft het eerdere vermoeden dat de prognose uit de Startnotitie te conservatief is en waarschijnlijk is gebaseerd op een periode direct na de laatste dijkversterking. De nieuwe prognose van de kruindaling varieert tussen de 3 mm en 7 mm per jaar. Hiervan uitgaande spreken we bij Marken niet meer over een Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
36 zeer omvangrijke kruinverhoging bij een planperiode van 50 jaar. Mocht deze informatie bij de start van het project of al bij de Startnotitie bekend zijn geweest dan was een afweging tussen 50 of 25 jaar waarschijnlijk niet zo prominent meegegeven. Versterking voor een planperiode van 25 jaar geeft een ophoging van de kruin van slechts 10 tot 45 cm tegenover 40 tot 75 cm voor 50 jaar. In dat licht wordt het aanpassen van een dijk en het ophogen van de kruin voor slechts 10 cm in het geval van de Westkade over het algemeen niet als efficiënt en doelmatig gezien. Dan kan beter meteen voor de volle planperiode van 50 jaar 45 cm worden opgehoogd. Wordt nu naast deze twee planperiodes de niet-integraal variant gezet dan blijkt dat voor de Westkade de kruindaling dusdanig laag is dat de dijk, uitgaande van de huidige hoogte, nog zeker 20 jaar voldoet aan de toetsnorm conform het VTV. Voor de Zuidkade geldt dit niet, daar zakt de kruinhoogte al binnen enkele jaren onder de toetsnorm hoogte. Uitzondering hierop vormt de Rozewerf, daar voldoet de kruinhoogte nog meer dan 50 jaar aan de toetshoogte conform het VTV. Ophogen is hier daarom niet noodzakelijk. Voor de Westkade zou de dijk nog zeker 20 jaar vooruit kunnen zonder kruinophoging terwijl uitgaande van een planperiode van 25 jaar er voor de ontwerphoogte maar 10 cm opgehoogd zou moeten worden. Voor een beperkte extra kruinhoogte en winnen van slechts een paar jaar zou in verhouding veel aanpassing aan de dijk noodzakelijk zijn. Daarom zou niet integraal versterken voor de Westkade eventueel een optie kunnen zijn naast de reguliere planperiode van 50 jaar. Versterken voor een planperiode van 25 jaar levert weinig extra veiligheid op maar kost in verhouding veel meer. Om die reden is 25 jaar voor de Westkade geen realistische optie. Bij de niet-integraal oplossingsrichting moet wel gerealiseerd worden dat de dijk binnen een aanzienlijk kortere periode dan de reguliere planperiode van 50 jaar weer versterkt moet worden. Gezien het feit dat overal de steenbekleding de aanleiding voor de versterking is zal er in elk geval een nieuwe harde bekleding op het buitentalud aangebracht moeten worden. De aanleg hiervan beperkt direct de speelruimte rond de versterkingsmogelijkheden van de volgende versterking. Onder andere om die reden zal bij het versterken voor de niet-integraal variant vanuit de beheerder ook al gevraagd worden om de versterking toekomstbestendig/uitbreidbaar te maken. In de praktijk betekent dit dat de basis van de dijk al gereed gemaakt moet worden voor de eerstvolgende kruinverhoging. Voor de Westkade zou dit inhouden dat de dijk bij de niet-integraal oplossing dan wel niet opgehoogd zou moeten worden, maar dat toch aan de basis van de dijk het nodige grondwerk verzet moet worden terwijl dan nog steeds binnen enkele tientallen jaren een versterking nodig is. Gezien de slechts beperkte ophoging om direct voor een planperiode van 50 jaar de dijk in 1x te versterken is niet-integraal versterken met een tweede versterking binnen 20 jaar niet efficiënt. Om die reden wordt voor de Westkade gekozen voor een integrale versterking voor een planperiode van 50 jaar en wordt een niet-integraal oplossing niet verder meegenomen. Voor de Zuidkade is niet-integraal versterken geen optie maar valt integraal versterken voor een planperiode van 50 jaar binnen de normale omvang van dijkversterken. Eventueel kan gekeken worden naar het hanteren van een planperiode van 25 jaar, maar dit levert slechts een kleine beperking van de ophoging op terwijl al wel geanticipeerd moet worden op de volgende dijkversterking over 25 jaar. Keuze voor planperiode van 50 jaar Door het onderbouwd kunnen reduceren van de prognose van de kruindaling aan de hand van actuele data en analyses blijkt het versterken voor een reguliere planperiode van 50 jaar een realistische omvang krijgt. Omdat deze omvang voor het toprisico van het project beperkt is beschouwen wij deze planperiode als doelmatig en adequaat. Een kortere planperiode van 25 jaar levert een beperkte reductie van de ophoging op terwijl wel de gehele dijk aangepakt moet worden. Bovendien moet al geanticipeerd worden op de volgende versterking binnen één generatie wat ook weer de nodige plankosten en overlast met zich meebrengt februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
37 Keuze 3: oplossingsrichtingen uit de Startnotitie In de Startnotitie is uit een breed scala aan mogelijke oplossingsrichtingen voor dijkversterking een eerste selectie gemaakt van in dat stadium reëel geachte oplossingrichtingen. In de voorliggende variantenafweging is uit deze eerste selectie, na nadere beschouwing van de aard en omvang van het probleem, een definitieve selectie gemaakt van hooguit drie realistische en adequate oplossingsrichtingen om de dijk op een sober en doelmatige wijze te versterken. Bij het maken van deze tweede selectie is sterk gekeken hoe de te nemen maatregel zich verhoudt tot het geconstateerde probleem. Door de in de aanloop naar de variantenstudie uitgevoerde aanvullende onderzoeken is hiervoor nieuwe informatie met nieuwe inzichten beschikbaar gekomen. Een belangrijke constatering is dat de benodigde verhoging van de dijk, variërend van ca. 0,4 m tot 0,75 m voor 50 jaar niet tot buitensporige proporties van de dijk zal leiden wat mogelijk om bijzondere oplossingsrichtingen zou vragen. Hieronder zijn kort de oplossingsrichtingen uit de startnotitie behandeld waarbij is beschreven om welke reden deze al dan niet in de verdere variantenafweging is meegenomen. De oplossingsrichtingen zijn ook schematisch weergegeven in figuur 4.2. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
38 Vierkant versterken in grond Binnenwaarts versterken in grond Buitenwaarts versterken in grond Voorland Constructie Figuur 4.2 Oplossingsrichtingen (Bron: Startnotitie, Arcadis juni 2008) februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
39 Versterken in grond (kruinverhoging/vierkant buitenwaarts versterken binnenwaarts versterken) Oplossingen in grond direct op of aan de dijk hebben zich in de loop der tijd bewezen als effectieve versterkingsmaatregelen. Ze versterken de dijk daar waar het probleem zich voordoet. Bovendien is grond over het algemeen een goedkope bouwstof die het uitbreiden van de dijk in de toekomst eenvoudig mogelijk maakt. Deze drie verschillende versterkingsoplossingsrichtingen in grond zijn allemaal in de verdere variantenafweging meegenomen. Voorland/vooroever/paralleldijk Aangezien de dijk ook een hoogteprobleem kent (nu al of binnen de planperiode) is als alternatieve oplossing het toepassen van golfreducerende maatregelen zoals een hoog voorland, een paralleldijk vóór de daadwerkelijke kade of een ondiepe vooroever voorgesteld. Door het beperken van de golfhoogte kan eventueel ook de kruinhoogte gereduceerd worden omdat golven minder hoog tegen de dijk oplopen. In de Startnotitie is hierbij echter meteen opgemerkt dat dit alleen gezien kan worden als aanvullende maatregel en niet als oplossing die het hoogteprobleem kan oplossen. Het moet gezien worden als een reducerende maatregel. Ter voorbereiding op de variantenontwikkeling zijn diverse berekeningen voor de benodigde kruinhoogte gemaakt. Hierin zijn ook de ontwikkelingen op het gebied van de verwachte kruindaling meegenomen. Een van de belangrijke uitkomsten is de niet extreem grote benodigde kruinverhoging (0,4 m tot 0,75 m). Daarnaast is gekeken naar de invloed van golven op de kruinhoogte. Deze speelt zondermeer een rol, maar daarnaast is de maatgevende hoogwaterstand met alle toeslagen ook sterk van invloed. Het reduceren van de golven levert hierdoor maar een beperkte reductie van de benodigde kruinhoogte op. Het is inderdaad zoals in de startnotitie beschreven niet een alleenstaande oplossing, er zal altijd nog een kruinverhoging plaats moeten vinden. Daarbij zijn de kosten voor de aanleg van een golfreducerende maatregel zoals een voorland in verhouding hoog. Om een goed functionerend voorland te krijgen moet het voldoende lang zijn en voldoende ondiepte creëren. Het aanbrengen van zo n omvangrijk grondlichaam op de niet voorbelaste slappe ondergrond voor de dijk zal gepaard gaan met grote zettingen die in de aanleg gecompenseerd moeten worden met extra volume. Om te voorkomen dat het voorland erodeert waardoor het niet meer kan functioneren zal het waarschijnlijk ook verdedigd moeten worden door een steenbestorting die ook onderhouden moet worden. Wanneer de inspanning en de kosten die voor het aanleggen van een goed functionerend voorland nodig zijn worden afgezet tegen de slechts geringe reductie van de benodigde kruinverhoging blijkt dit geen doelmatige oplossing te zijn. Het is eenvoudiger en goedkoper om de gehele verhoging in grond ter plaatse van de dijk uit te voeren. Daarnaast is vanuit ruimtelijke kwaliteit ook naar het toepassen van voorland constructies gekeken. De conclusie vanuit het Beeldkwaliteitsplan is dat een vooroever op veel plaatsen niet gewenst is omdat deze de beleving van dijk in contrast met het weidse open water teveel aantast. Op slechts twee locaties zou het vanuit landschappelijk oogpunt een gewenste oplossing kunnen zijn. Omdat er meerdere andere en meer adequate oplossingsrichtingen zijn is de voorland oplossingsrichting niet verder in de variantenafweging meegenomen. Constructief Het toepassen van constructieve maatregelen in de dijk is in de startnotitie voor slechts twee secties gesuggereerd als mogelijke oplossingsrichting. Dit betreffen de twee secties waar er een probleem bestaat met de binnenwaartse stabiliteit van het dijklichaam. Constructies zoals het toepassen van een damwand Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
40 of INSIDE oplossingen zoals Dijkvernageling of Dijkdeuvels kunnen dit stabiliteitsprobleem oplossen. De overige veiligheidsaspecten waarop de dijk moet worden aangepakt, zoals hoogte en bekleding, moeten op een andere manier worden opgelost. Om die reden is in de Startnotitie ook al aangegeven dat het toepassen van een constructie niet een losstaande oplossingsrichting is, maar altijd in combinatie met andere oplossingsrichtingen moet worden bezien zoals versterking en verhoging in grond. Het uitgangspunt bij de versterking is dat deze sober en doelmatig wordt uitgevoerd. Daarom zal in eerste instantie geprobeerd worden de dijk in grond te versterken op alle geotechnische faalmechanismen. Als de dijk integraal wordt versterkt en ook moet worden opgehoogd kan een stabiliteitsprobleem in het binnentalud eenvoudig worden opgelost in grond. In de Omringkade van Marken zijn er geen locaties waar bijvoorbeeld bebouwing dicht op het binnentalud vraagt om constructieve maatregelen omdat versterken in grond te ingrijpend is. Wel kan er vanuit landschappelijk oogpunt de wens zijn om de helling van het binnentalud zo steil mogelijk te houden. Het toepassen van een constructie is daarom alleen een realistische oplossing als deze wezenlijk iets kan veranderen/reduceren aan de steilheid van het binnentalud. Het steile binnentalud is in het Beeldkwaliteitsplan als een belangrijke kwaliteit van de dijk benoemd. In dit verband is een constructieve maatregel daarom een maatregel die in volgende fases in het achterhoofd kan worden gehouden. Omdat de versterking met een constructie geen aparte op zichzelf staande oplossingsrichting is en omdat er mogelijkheden zijn om de dijk ook zonder constructies te versterken is deze niet verder apart in deze fase, de variantenafweging meegenomen. 4.2 Beschrijving realistische varianten Voorgaande paragraaf heeft ertoe geleid dat er voor de versterking van de Omringkade Marken drie realistische varianten overblijven. De varianten zijn: Binnenwaarts versterken in grond voor 50 jaar, overslagdebiet 1,0 l/m/s Buitenwaarts versterken in grond voor 50 jaar, overslagdebiet 1,0 l/m/s Vierkant versterken in grond voor 50 jaar, overslagdebiet 1,0 l/m/s Hieronder worden deze drie realistische varianten beschreven. Er wordt per sectie beschreven hoe de variant eruit ziet. In de figuren 4.3, 4.4 en 4.5 wordt weergegeven hoe de varianten eruit zien. Binnenwaarts versterken De oplossingsrichting binnenwaarts versterken betekent dat de versterking uitgevoerd wordt aan de binnenzijde van de huidige dijk. Dit kan door het verhogen van de dijk in binnendijkse richting, het aanbrengen van een verzwaarde berm, het verhogen van het achterland of het verflauwen van het binnentalud. In tegenstelling tot de buitendijkse versterking neemt de binnenwaartse versterking extra ruimte op het eiland in beslag. Dit kan negatief zijn vanuit het perspectief van landschap, cultuurhistorie en natuur. Omdat de dijk integraal versterkt wordt, moet de dijk ook verhoogd worden voor 50 jaar. Daarnaast geldt dat overal de bestaande steenbekleding op het buitentalud afgekeurd is (onvoldoende veilig of gedeformeerd) zodat bij een binnenwaartse versterking niettemin ook de bekleding van het buitentalud aangepakt moet worden. Per sectie wordt kort beschreven hoe dit eruit ziet februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
41 Figuur 4.3 Binnenwaarts versterken Bij sectie 1 zijn de volgende tekortkomingen geconstateerd: de steenbekleding is onvoldoende (twee delen van 1A en heel 1B) en de binnenwaartse stabiliteit is onvoldoende (1B). Om tijdens de gehele planperiode (50 jaar) te voldoen zal de dijk ook opgehoogd moeten worden. De dijk zal in binnenwaartse richting verhoogd worden en het talud zal verflauwd worden i.v.m. de stabiliteitsproblemen. De binnenwaartse verhoging is echter niet mogelijk voor een deel van sectie 1A vanwege binnenwaartse bebouwing. De verflauwing van het binnentalud kan voor sectie 1B ervoor zorgen dat de binnenwaartse stabiliteit voldoende wordt. Omdat het talud van de dijk in sectie 1B steiler is dan in 1A zal hier meer grond aangebracht moeten. Dit gaat niet op als voor sectie 1B gekozen wordt voor een constructieve oplossing. Naast de kruinverhoging wordt ook de steenbekleding op het buitentalud van de gehele sectie vervangen. Een constructie om een steiler talud te kunnen handhaven en daarmee het gedeeltelijk- verleggen van de ecologisch waardevolle bermsloot te voorkomen wordt niet in beschouwing genomen, omdat het verleggen van de sloot slechts een tijdelijke verstoring van het slootleven oplevert. Dat rechtvaardigt niet de meerkosten van de aanleg en het onderhoud van de constructie. Bij sectie 2 is de steenbekleding onvoldoende bevonden. Om tijdens de gehele planperiode te voldoen zal de dijk ook opgehoogd moeten worden. De keuze voor een binnenwaartse versterking i.c. verhoging van de dijk betekent daarom dat deze moet worden gecombineerd met het vervangen van de steenbekleding op het buitentalud. Bij sectie 3 is de steenbekleding gedeformeerd en is er sprake van onvoldoende binnenwaartse stabiliteit. Om tijdens de gehele planperiode te voldoen zal de dijk ook opgehoogd moeten worden. Een binnenwaartse verhoging en verflauwing van het binnentalud van de dijk in combinatie met het herzetten van de steenbekleding / vervangen van de steenbekleding is noodzakelijk. Eventueel kan de taludverflauwing beperkt worden door het toepassen van constructieve voorzieningen. Bij sectie 4 is voor een deel de kruinhoogte onvoldoende hoog bevonden en de steenbekleding op het buitentalud deels gedeformeerd en deels onvoldoende getoetst. Om tijdens de gehele planperiode te voldoen zal de dijk, met uitzondering van de Rozewerf, ook opgehoogd moeten worden. De dijk wordt binnenwaarts verhoogd, de teen wordt binnenwaarts verschoven en de steenbekleding wordt vervangen. De Rozewerf vormt hierop de uitzondering omdat binnenwaarts huizen staan, binnenwaartse verschuiving van de kruin is niet mogelijk. Aangezien ophoging voor de planperiode van 50 jaar niet aan de orde is, is binnen- of buitenwaarst verschuiven ook niet aan de orde. Wel zal de bekleding van het buitentalud vervangen moeten worden. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
42 Bij sectie 8 is de steenbekleding op het buitentalud onvoldoende bevonden. Om tijdens de gehele planperiode te voldoen zal de dijk ook opgehoogd moeten worden. De dijk wordt binnenwaarts verhoogd en de steenbekleding wordt vervangen. Buitenwaarts versterken De oplossingsrichting buitenwaarts versterken lijkt in veel opzichten op het binnenwaarts versterken behalve dat de versterking buitenwaarts plaatsvindt zodat de versterking gecombineerd kan worden met de vervanging van de steenbekleding. Om tijdens de gehele planperiode te voldoen zal de dijk ook opgehoogd moeten worden waarbij het buitentalud buitenwaarts verschuift. Daarnaast zal op dit nieuwe buitentalud een nieuwe steenbekleding aangebracht worden. De buitenwaartse verhoging gaat waarschijnlijk gepaard met een verflauwing van het binnentalud omdat de huidige steile taluds technisch gezien naar verwachting niet te handhaven zijn vanuit het oogpunt van stabiliteit. Uitgangspunt bij buitenwaarts verschuiven is dat de binnenteenlijn gehandhaafd blijft. Ook dit leidt tot verschuiving buitenwaarts. Voor de secties waar de binnenwaartse stabiliteit al een probleem was lost de buitenwaartse verhoging en verschuiving dit gelijk op. In de beschouwde oplossingsrichting is op dit moment uitgegaan van het behoud van de helling van het huidige buitentalud van ca. 1:3 omdat gebleken is dat het verflauwen van het buitentalud maar beperkte invloed heeft op de benodigde kruinhoogte van de dijk. Voor de Westkade geldt namelijk dat de hoogte bij verflauwen binnen een landschappelijk en kostentechnisch acceptabele bandbreedte direct bepaald wordt door de maatgevende waterstand met toeslagen en niet door reductie van de taludhelling. Voor de Zuidkade betekent verflauwen van 1:3 naar een zeer flauw talud van 1:6 een reductie van ca 35 cm voor zover het de golfoploop betreft. Daarbij moet worden aangetekend dat 1:6 ver buiten de in het Beeldkwaliteitsplan geaccepteerde streefwaarde ligt. In de nadere uitwerking van het VKA kan nog kritisch naar de gewenste taludhelling worden gekeken. Figuur 4.4 Buitenwaarts versterken Sectie 1 kan in zijn geheel buitenwaarts worden verhoogd. Hierdoor vindt binnendijks geen verschuiving van de teen van de dijk richting de binnendijkse bebouwing. Wel wordt het binnentalud verflauwd. Sectie 2 kan in zijn geheel buitenwaarts verhoogd en versterkt worden. Door de buitenwaartse verschuiving wordt ook het binnentalud verflauwd waarmee het stabiliteitsprobleem aan de binnenzijde wordt opgelost. Een alternatief is het toepassen van constructieve maatregelen in het binnentalud. Sectie 3 kan in zijn geheel buitenwaarts verhoogd en versterkt worden. Gedeformeerde bekleding wordt vervangen De binnenwaartse stabiliteit wordt gegarandeerd door het verflauwde talud februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
43 Sectie 4 (excl. Rozewerf) kan in zijn geheel buitenwaarts verhoogd en versterkt worden. Gedeformeerde bekleding wordt vervangen. Ter plaatse van de Rozewerf is voor de planperiode geen sprake van een hoogtetekort. Hier zal enkel de steenbekleding vervangen dienen te worden. Sectie 8 kan buitenwaarts verhoogd en versterkt worden. Vierkant versterken De oplossingsrichting vierkant versteken betekent dat bij versterking de as-lijn van de dijk gelijk blijft en dat een kruinverhoging zowel in het binnen- als buitentalud wordt verwerkt. Hierbij wordt optimaal gebruik gemaakt van het bestaande dijklichaam zodat grote grondophogingen beperkt blijven. Bovendien bouwt het nieuwe kadeprofiel zoveel mogelijk voort op de reeds voorbelaste ondergrond ter plaatse van de dijk. Dit beperkt de zettingen als gevolg van de versterking van de kade. Het extra ruimtebeslag wordt verdeeld over beide zijden van de dijk. Figuur 4.5 Vierkant versterken Sectie 1 kan vierkant worden versterkt. Binnendijks vindt als gevolg van de beperkte kruinverhoging een beperkte verschuiving van de binnenteen plaats richting de binnendijkse bebouwing. Sectie 2 kan in zijn geheel vierkant verhoogd en versterkt worden. In de binnendijkse taludaanpassing wordt het stabiliteitsprobleem aan de binnenzijde opgelost. Sectie 3 kan in zijn geheel vierkant verhoogd en versterkt worden. De binnenwaartse stabiliteit wordt gegarandeerd door het verflauwde talud. Sectie 4 (excl. Rozewerf) kan in zijn geheel vierkant verhoogd en versterkt worden. Gedeformeerde bekleding wordt vervangen. Ter plaatse van de Rozewerf is voor de planperiode geen sprake van een hoogtetekort. Hier zal enkel de steenbekleding vervangen dienen te worden. Sectie 8 kan geheel vierkant verhoogd en versterkt worden. 4.3 Beoordeling realistische varianten (MCA) Uit de eerste trechtering (zie vorige twee paragrafen) komen drie realistische varianten naar voren: buitenwaarts versterken in grond (50 jaar) binnenwaarts versterken in grond (50 jaar) Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
44 vierkant (combinatie van bovenste twee, 50 jaar) Deze varianten zijn voor elke sectie per thema beoordeeld. Hieronder worden de samenvattingen van de beoordelingen en de conclusies beschreven. Voor een compleet overzicht van de scores en beoordelingen wordt verwezen naar de overzichtstabellen (per sectie) en naar bijlage 3. Beoordeling sectie 1 In de gehele beoordeling van sectie 1 komen weinig grote negatieve effecten naar voren. Dit komt voort uit het feit dat de ingreep in verhouding tot de huidige dijk niet heel fors is. Het maximale extra ruimtebeslag is bijvoorbeeld maar 3 meter en de ophoging is maximaal 45 centimeter. Ook komen de geringe negatieve effecten voort uit het feit dat zich in de nabije omgeving van de dijk geen uitzonderlijke situaties en/of bijzondere kwaliteiten voorkomen. Uitzonderingen hierop zijn de aanwezigheid van het N2000 gebied, de aanwezigheid van woningen binnenwaarts (sectie 1A) en het strandje buitenwaarts (sectie 1A). De effecten zijn binnen deze sectie bovendien weinig onderscheidend: er is geen variant die er in positieve of negatieve zin uitspringt. Dit is te danken aan het feit dat de varianten zelf ook niet erg onderscheidend zijn. Zo is bijvoorbeeld bij een buitenwaartse variant ook het binnentalud aan veranderingen onderhevig, evenals bij de binnenwaartse variant zelf en bij de vierkante variant. Voor landschap en cultuurhistorie zijn de effecten van de verschillende varianten weinig onderscheidend. Zowel bij een buitenwaartse, als bij een binnenwaartse, als bij een vierkante versterking verandert namelijk het binnentalud en zal het ruimtebeslag dus ongeveer het zelfde zijn. De impact op het landschap is gering negatief. De aanwezigheid van het Goudriaankanaal (een karakteristieke historisch geografische structuur) zorgt voor een gering negatief effect op cultuurhistorie. Vanwege het N2000 gebied buitenwaarts (Gouwzee, elders Markermeer), is de impact door buitenwaartse versterking voor de natuur (Natura2000) het meest negatief. Omdat tijdens het voortplantingseizoen (broedseizoen) gewerkt wordt, is er ook altijd verstoring van broedende vogels, waaronder (veel kritische) weidevogels in de EHS-weidevogelgebieden. Er dient (Flora- en faunawet) in alle varianten rekening gehouden te worden met overwinteringsplaats(en) van de ringslang. Ook de overige effecten zijn weinig onderscheidend. Binnen sectie 1A bevinden zich huizen binnenwaarts. Voor de thema s wonen, werken en leefmilieu komt de binnenwaartse variant daarom het meest negatief naar voren. Voor het thema recreatie is de buitenwaartse variant het meest negatief omdat er buitenwaarts een recreatieve voorziening is gelegen (strandje). De verschillen tussen de effecten op beheer en onderhoud zijn ook praktisch nihil en daarom weinig onderscheidend. Voor het thema kosten komen wel onderscheidende effecten naar voren. De buitenwaartse variant is het duurste (ivm hoge aanlegkosten). Sectie 1B Om de stabiliteit van het dijklichaam te herstellen is een reconstructie in grond en een verflauwing van het binnentalud noodzakelijk. Bij de uitwerking van het definitief ontwerp wordt er op basis van landschappelijke en/of kostenoverwegingen bepaald of een kostenconstructie alsnog aantrekkelijker blijkt te zijn dan het verflauwen van het talud. De effecten op de natuur (evt tijdelijke verstoring van de bermsloot) zijn ten opzichte hiervan niet onderscheidend. De effecten op de omgeving van de voorkeursvarianten binnenwaarts en vierkant ontlopen elkaar niet veel. Buitenwaarts scoort relatief iets lager. Vierkante versterking geeft de grootste kans op een beperkte en gelijkmatige zetting, al tijdens de uitvoering, en verdient daarom een lichte voorkeur februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
45 Sectie 1 (Westkade, dp 1 dp 12) Binnenwaarts Buitenwaarts Vierkant Landschap Landschapsbeleving 0/- 0/- 0/- Elementen, patronen en structuren 0/- 0/- 0/- Landschapsidentiteit 0/- 0/- 0/- Totaal score Landschap: 0/- 0/- 0/- Natuur Natura / EHS Flora- en faunawet Overige Natuur 0/- - - Totaal score Natuur 0/- - - Cultuurhistorie Historische geografie 0/- 0/- 0/- Historische bouwkunde Archeologie Totaal score Cultuurhistorie 0/- 0/- 0/- Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie Hinder (door geluid & stof) - 0/- 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering - (-) 0/- 0 Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) Recreatie (voorzieningen en activiteiten) (-) Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie - - 0/- Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging Bodem verzet Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Totaal score Bodem en water Beheer en onderhoud Totaal score Beheer & onderhoud + 0/+ 0/+ Kosten Aanleg /- Beheer en onderhoud Verwerving - 0/- - Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
46 Sectie 1 (Westkade, dp 1 dp 12) Totaal score Kosten - - (-) 0/- Voorkeur X Beoordeling sectie 2 De effecten binnen sectie 2 zijn te vergelijken met de effecten in sectie 1. Echter, in deze sectie is de toegangsweg naar het eiland gelegen en bovendien ligt deze sectie langs het waardevolle weidegebied en aan het Markermeer en niet aan de Gouwzee. Uitzonderingen zijn daarom: Landschap: Wanneer de dijk hoger komt te liggen zal het uitzicht op deze bijzondere plek (zie BKP) beter worden: men kan het eiland nog beter overzien, de beleving verandert positief. Met het verleggen van de weg ontstaan kansen om een nog mooiere uitkijkplek met betere voorzieningen te maken (landschapsbeleving dus 0/+) Natuur: qua Natura2000 treden dezelfde negatieve effecten op (nl impact qua oppervlaktevernietiging van open water). Er treedt minder verstoring van niet-broedvogels (watervogels) in het open water op, maar er treedt meer verstoring op van (bijzondere en hoge aantallen broedende) weidevogels binnendijks (EHS weidevogels); Wonen, werken, leefmilieu, recreatie: Er zal veel hinder optreden tijdens de uitvoering omdat de toegangsweg tijdens de werkzaamheden tijdelijk moeilijker begaanbaar zal zijn. Het rondje Marken wordt tijdelijk onderbroken. Kosten: omdat de weg opnieuw zal moeten aangelegd na de werkzaamheden zullen de kosten hoger zijn dan in de overige secties. Ook binnen deze sectie zijn de effecten weinig onderscheidend. Zowel bij een binnenwaartse, als een buitenwaartse, als vierkante versterking zijn de effecten (gering) negatief. De vierkante variant heeft hierbij de voorkeur Omdat binnen deze sectie de toegangsweg de dijk kruist zijn de effecten voor wonen, werken, leefmilieu en kosten negatiever dan in sectie 1 (meer hinder voor verkeer en bedrijvigheid en hogere kosten voor aanleg). De effecten voor landschap en recreatie vallen positiever uit dan in sectie 1. Er ontstaan namelijk kansen om de plek waar de toegangsweg de dijk kruist aantrekkelijker te maken voor de gebruiker. De landschapsbeleving kan (nog) beter worden als de dijk wordt opgehoogd en er ontstaan kansen om meer voorzieningen voor de recreant te maken. De effecten op de omgeving van de voorkeursvarianten binnenwaarts en vierkant ontlopen elkaar niet veel. Buitenwaarts scoort relatief iets lager. Vierkante versterking geeft de grootste kans op een beperkte en gelijkmatige zetting, al tijdens de uitvoering, en verdient daarom een lichte voorkeur. Sectie 2 (Westkade en Zuidkade, dp 12 dp 21) Binnenwaarts Buitenwaarts Vierkant Landschap Landschapsbeleving 0/+ 0/+ 0/+ Elementen, patronen en structuren Landschapsidentiteit februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
47 Sectie 2 (Westkade en Zuidkade, dp 12 dp 21) Totaal score Landschap: 0/+ 0/+ 0/+ Natuur Natura / EHS Flora- en faunawet 0/- - - Overige Natuur 0/- - - Totaal score Natuur 0/- - - Cultuurhistorie Historische geografie Historische bouwkunde Archeologie Totaal score Cultuurhistorie Woon-/werk-/leefmilieu Hinder (door geluid & stof) - 0/- 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) Recreatie Voorzieningen 0/+ 0/+ 0/+ Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie - - 0/- Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging Bodem verzet Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Totaal score Grondwater Beheer en onderhoud Totaal score Beheer & onderhoud + 0/+ 0/+ Kosten Aanleg Beheer en onderhoud Verwerving - 0/- - Totaal score Kosten - - (-) 0/- Voorkeur X Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
48 Beoordeling sectie 3 De effecten voor de secties aan de zuidkade (sectie 3 en 4) zijn negatiever dan de effecten voor de secties aan de westkade (sectie 1, en 8). Dit is te danken aan het feit dat de maatvoering van de varianten binnen deze sectie groter is dan de maatvoering van de varianten aan de westkade. Het ruimte beslag is langs de zuidkade twee keer zo groot (nl maximaal 6m ipv 3m) en de kruin moet meer worden opgehoogd (nl maximaal 75cm ipv 45 cm). Ook is dit te danken aan het feit dat er binnen deze sectie plekken zijn waar bijzondere situaties in/om de dijk voorkomen. Zo zijn er bijvoorbeeld diverse plekken met archeologische verwachtingswaarden. Ondanks de grotere omvang van de dijkversterking binnen deze sectie zijn uit de gehele beoordeling van sectie 3 niet veel grote negatieve effecten naar voren gekomen. De reden is dat de ingreep in verhouding met de huidige dijk nog steeds niet heel fors is. Ook komen de geringe negatieve effecten voort uit het feit dat zich in de nabije omgeving van de dijk geen uitzonderlijke situaties voordoen. Uitzonderingen hierop zijn de aanwezigheid van waardevol weidevogelgrasland (EHS) binnendijks en de aanwezigheid van een overwinteringsplaats van ringslangen (in de dijk). Ook de archeologische verwachtingswaarden zijn hier hoger. De effecten zijn ook in sectie 3 weinig onderscheidend: er is geen variant die er in positieve of negatieve zin uitspringt. Dit is te danken aan het feit dat de varianten zelf ook niet erg onderscheidend zijn. Zo is bijvoorbeeld bij een buitenwaartse variant ook het binnentalud aan veranderingen onderhevig, evenals bij de binnenwaartse variant zelf en bij de vierkante variant. Voor landschap en cultuurhistorie zijn de effecten van de verschillende varianten niet onderscheidend. Zowel bij een buitenwaartse, als bij een binnenwaartse, als bij een vierkante versterking verandert namelijk het binnentalud en zal het ruimtebeslag dus ongeveer hetzelfde zijn. De verkaveling (sloten) zullen verstoord en verlegd worden en het karakteristieke steile binnentalud wordt flauwer. De scores vallen negatiever uit (voor landschapsbeleving en identiteit) dan in sectie 1 en 8 omdat de dijk binnen deze sectie een grotere omvang heeft. Wel zijn er op diverse plekken archeologische hoge verwachtingswaarden in de directe omgeving van de dijk te vinden. Hierdoor scoort archeologie negatief (voor alle varianten). Voor natuur zijn de effecten ook weinig onderscheidend. Er treedt verstoring op van het Natura 2000 gebied en er is blijvende vernietiging (buitenwaartse verhoging en versterking). Het hier ter plekke uiterst waardevolle weidevogelgebied (EHS) wordt tijdelijk verstoord en er treedt vernietiging (binnendijkse verhoging en verflauwing binnentalud) op. Natuur scoort dus zeer negatief als het gaat om de EHS omdat het weidevogelgebied moeilijk te compenseren is. Binnen deze sectie bevindt zich een winterverblijfplaats van ringslangen. In de dijksloot vindt trek van vissoorten plaats (via sluis, in het voorjaar van buiten naar binnen, in najaar van binnen naar buiten). Ook is de sloot een paaiplaats en foerageergebied, zowel van vissen als amfibieën. Bij het verleggen van de sloot treedt tijdelijke verstoring op. Tijdens werkzaamheden treedt er ook verstoring op voor de recreant. Tijdelijk zullen bepaalde plekken niet bereikbaar zijn (tijdens uitvoering). Door de uitvoering ontstaan er wellicht kansen om recreatieve voorzieningen te verbeteren of nieuwe voorzieningen aan te leggen. Afhankelijk van ontwerp ontstaan er dus kansen voor de recreatie. Afhankelijk van de manier waarop de uitvoering plaatsvindt scoort de vierkante variant iets minder negatief. Het is mogelijk dat de aanleg van de vierkante variante minder tijd in beslag neemt (minder voorbelasting) en dus minder hinder veroorzaakt. De effecten op de omgeving van de voorkeursvarianten binnenwaarts en buitenwaarts ontlopen elkaar niet veel. De vierkante variant komt het meest positief naar voren. Een vierkante versterking geeft bovendien februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
49 de grootste kans op een beperkte en gelijkmatige zetting, al tijdens de uitvoering, en verdient daarom een lichte voorkeur. Sectie 3 (Zuidkade, dp 21 dp 26) Binnenwaarts Buitenwaarts Vierkant Landschap Landschapsbeleving 0/- 0/- 0/- Elementen, patronen en structuren - 0 0/- Landschapsidentiteit Totaal score Landschap: - 0/- 0/- Natuur Natura /- - - EHS Flora- en faunawet Overige natuur Totaal score Natuur Cultuurhistorie Historische geografie 0/- 0/- 0/- Historische bouwkunde Archeologie Totaal score Cultuurhistorie 0/- 0/- 0/- Woon-/werk-/leefmilieu Hinder (door geluid & stof) 0/- 0/- 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering 0/- 0/- 0 Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) Recreatie Voorzieningen Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie 0/- 0/- 0/- Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging 0 0 0/- Bodem verzet Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Totaal score Grondwater Beheer en onderhoud Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
50 Sectie 3 (Zuidkade, dp 21 dp 26) Totaal score Beheer & onderhoud Kosten Aanleg /- Beheer en onderhoud Verwerving -- 0/- - Totaal score Kosten Voorkeur X Beoordeling sectie 4 (exclusief Rozewerf) De effecten binnen sectie 4 zijn te vergelijken met de effecten in sectie 3. Uitzonderingen zijn: Natuur: qua natuur (Natura2000 Markermeer, EHS-weidevogelgebied, verleggen dijksloot en aanwezigheid ringslangenwinterverblijfplaats) is segment 4 zeer vergelijkbaar met segment 3. In de buitendijkse variant vindt er wat meer vernietiging van het Markermeer plaats (groter beslag); het aangrenzende EHS-weidevogelgebied is echter net zo waardevol (als het weidevogelgebied ter plekke van segment 3. Cultuurhistorie: Er is een terrein met zeer grote archeologische waarden gelegen naast de Rozewerf (de Heuvel). Bij ingrepen aan de binnenzijde van de dijk (dus bij alledrie de varianten) vindt verstoring van dit terrein plaats. Ook zijn er, evenals in sectie 3 diverse archeologische verwachtingswaarden aanwezig. Aan de buitenzijde van de dijk is een terrein met hoge archeologische waarde aanwezig (verzonken werven). Bij een buitenwaartse verschuiving wordt dit terrein verstoord. Door bovenstaande punten scoort archeologie zeer negatief. Evenals in sectie 3 zijn de effecten weinig onderscheidend. De effecten op de omgeving van de voorkeursvarianten binnenwaarts en buitenwaarts ontlopen elkaar niet veel. De vierkante variant komt het meest positief naar voren. Een vierkante versterking geeft bovendien de grootste kans op een beperkte en gelijkmatige zetting, al tijdens de uitvoering, en verdient daarom een lichte voorkeur. Sectie 4 (Zuidkade, dp 26 dp 46) Binnenwaarts Buitenwaarts Vierkant Landschap Landschapsbeleving 0/- 0/- 0/- Elementen, patronen en structuren - 0 0/- Landschapsidentiteit Totaal score Landschap: - 0/- 0/- Natuur Natura /- - - EHS februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
51 Sectie 4 (Zuidkade, dp 26 dp 46) Flora- en faunawet Overige natuur Totaal score Natuur Cultuurhistorie Historische geografie 0/- 0/- 0/- Historische bouwkunde Archeologie Totaal score Cultuurhistorie Woon-/werk-/leefmilieu Hinder (door geluid & stof) 0/- 0/- 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering 0/- 0/- 0 Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) Recreatie Voorzieningen Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie 0/- 0/- 0/- Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging Bodem verzet Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Totaal score Grondwater Beheer en onderhoud Totaal score Beheer & onderhoud Kosten Aanleg /- Beheer en onderhoud Verwerving -- 0/- - Totaal score Kosten Voorkeur X Beoordeling sectie 8 De effecten binnen sectie 8 zijn te vergelijken met de effecten in sectie 1. Uitzonderingen zijn: Natuur: Op het gebied van de Flora- en faunawet: ten westen van de Bukdijk ligt een opslagplaats van stenen met een aanzienlijke overwinteringsplek voor ringslangen. Daarom scoort het thema Flora- en faunawet hier negatiever dan in sectie 1. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
52 Wonen, werken, leefmilieu, recreatie: er zijn geen woningen aanwezig binnen deze sectie daarom scoort dit thema positiever dan in sectie 1. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat in de oostelijke vooroever in de oksel van de omringdijk en de Bukdijk ook een grotere overwinteringplaats van ringslangen is vastgesteld, en dat niet is uit te sluiten dat op/in deze vooroever waterspitsmuizen en noordse woelmuizen nog aanwezig zijn en ringslangen zich voortplanten (in aangespoeld rottend plantaardig materiaal). De effecten op de omgeving van de voorkeursvarianten binnenwaarts en vierkant zijn nagenoeg even positief/negatief. De buitenwaartse variant scoort het meest negatief. Een vierkante versterking geeft de grootste kans op een beperkte en gelijkmatige zetting, al tijdens de uitvoering, en verdient daarom een lichte voorkeur. Sectie 8 (Westkade, dp 75 dp 78) Binnenwaarts Buitenwaarts Vierkant Landschap Landschapsbeleving 0/- 0/- 0/- Elementen, patronen en structuren 0/- 0/- 0/- Landschapsidentiteit 0/- 0/- 0/- Totaal score Landschap: 0/- 0/- 0/- Natuur Natura / EHS Flora- en faunawet Overige Natuur 0/- - - Totaal score Natuur 0/ Cultuurhistorie Historische geografie 0/- 0/- 0/- Historische bouwkunde Archeologie Totaal score Cultuurhistorie 0/- 0/- 0/- Woon-/werk-/leefmilieu Hinder (door geluid & stof) 0/- 0/- 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering 0/- 0/- 0 Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) 0/- 0 0 Recreatie Voorzieningen - - -(-) Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie - - 0/ februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
53 Sectie 8 (Westkade, dp 75 dp 78) Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging Bodem verzet Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) Totaal score Grondwater Beheer en onderhoud Totaal score Beheer & onderhoud + 0/+ 0/+ Kosten Aanleg /- Beheer en onderhoud Verwerving - 0/- - Totaal score Kosten - - (-) 0/- Voorkeur X Beoordeling Rozewerf De dijk hoeft ter hoogte van de Rozewerf niet te worden opgehoogd. Ter hoogte van de Rozewerf hoeft alleen de steenbekleding te worden aangepakt. Voor de meeste thema s heeft dit geen of geen negatieve effecten tot gevolg. Een aandachtspunt zijn de ijsbrekers (monument) aan de buitenzijde van de dijk. De werkzaamheden moeten zo worden uitgevoerd dat het monument niet beschadigd of vernietigd wordt. In dat geval is de score voor cultuurhistorie (0). Voor de bewoners van de Rozewerf zal tijdens de werkzaamheden een geringe hinder optreden. De vervanging van de steenbekleding bij de Rozewerf heeft een gering effect op de natuur. Er zal enige verstoring op rustende en foeragerende watervogels op het Markermeer plaatsvinden (werken vanaf het water) en eveneens enige verstoring van weidevogels rondom de Rozewerf (werken in voortplantingseizoen). Er worden geen ringslangen, noch vissen verstoord. Sectie Rozewerf Buitenwaarts (steenbekleding) Landschap Landschapsbeleving 0 Elementen, patronen en structuren 0 Landschapsidentiteit 0 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
54 Sectie Rozewerf Totaal score Landschap: 0 Natuur Natura / - EHS 0 / - Flora- en faunawet 0 Overige Natuur 0/- Totaal score Natuur 0 / - Cultuurhistorie Historische geografie 0 Historische bouwkunde 0 Archeologie 0 Totaal score Cultuurhistorie 0 Woon-/werk-/leefmilieu Hinder (door geluid & stof) 0/- Huizen en bedrijven/ bedrijfsvoering 0 Verkeer (langzaam, bereikbaarheid) 0 Buitenwaarts (steenbekleding) Recreatie Voorzieningen 0 Totaal score Woon-/werk-/leefmilieu/recreatie 0/- Bodem en water Bodemkwaliteit/verontreiniging 0 Bodem verzet 0 Oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) 0 Grondwater (kwaliteit en kwantiteit) 0 Totaal score Grondwater 0 Beheer en onderhoud Totaal score Beheer & onderhoud + Kosten Aanleg 0/- Beheer en onderhoud 0 Verwerving 0 Totaal score Kosten 0/ februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
55 4.4 Nadere detaillering van de voorkeursvarianten Voorafgaand aan de keuze voor een voorkeursvariant moet worden benadrukt dat de feitelijke voorkeur al op een hoger abstractieniveau is gemaakt (zie paragraaf 4.1). Daar blijkt dat de benodigde ingreep dusdanig klein is dat de hoofdkeus is dat de dijkversterking zo dicht mogelijk bij de huidige dijk blijft. Daarbinnen resteert dan feitelijk een minimaal, doch voor de Markense omstandigheden robuust dijkversterkingsprofiel. Uit bovenstaande beoordelingen komt naar voren dat de varianten in de secties langs de Zuidkade (secties 1,2 8) negatiever zijn beoordeeld dan die in de secties langs de Westkade (secties 2, 3 en 4). Dit komt door het feit dat door de geringere ophoging het versterkingsprofiel van de dijk binnen de varianten voor de Westkade een kleinere omvang hebben dan het versterkingsprofiel van de dijk binnen de varianten aan de Zuidkade. Voor alle secties zijn de effecten voor de verschillende varianten weinig onderscheidend. Men kan zeggen dat de vierkante variant over het algemeen, in elke sectie, iets positiever is beoordeeld dan de buitenwaartse en de binnenwaartse variant en dus de voorkeur heeft. Los van de beoordeling (aan de hand van de milieu thema s) kan men ook aan de hand van de technische randvoorwaarden en uitvoerbaarheid (zie ook paragraaf 3.3) zeggen dat de vierkante variant het meest voordelig is. De dijk blijft binnen deze variant namelijk dicht bij de huidige vorm en omvang van de dijk: de dijk hoeft niet verschoven te worden en het extra ruimtebeslag is naar binnen en naar buiten toe minimaal. Daarnaast sluit de vierkante variant ook het beste aan bij de uitgangspunten/ ontwerpprincipes in het Beeldkwaliteitsplan. Men kan vooral ook concluderen dat de keuze waar men in een volgende fase voor staat niet gaat over het kiezen tussen verschillende varianten. De varianten zijn immers weinig onderscheidend met een voorkeur voor vierkant versterken. De keuzes die gemaakt moeten worden in een volgende fase zullen gaan over het optimaliseren van de vorm en omvang van de bouwstenen (zie paragraaf 2.3) binnen een bepaalde variant en niet meer over de variant zelf. Dat betekent dat aanwijzingen voor het detailontwerp meegegeven kunnen worden, waarvan nu feitelijk wordt gezegd dat ze de waardering van het voorkeursalternatief niet meer beïnvloeden. Aan de hand van de beoordeling (MCA), de technische uitvoerbaarheid en aan de hand van het Beeldkwaliteitsplan kunnen nu al randvoorwaarden voor een volgende fase worden meegegeven: hoe flauwer het buitentalud, hoe lager de dijk kan blijven, hoe lager de dijk, hoe steiler het binnentalud kan blijven. hoe steiler de taluds, hoe dichter op voorbelaste grond gebleven kan worden Dit zijn criteria die in de bouwstenen zoals genoemd in het Beeldkwaliteitsplan, verder zijn toegelicht. Vooruitblik op MMA, mitigerende maatregelen Naast het VKA wordt in het later op te stellen MER ook het meestmilieuvriendelijke alternatief (MMA) behandeld. Het MMA is bedoeld om de mogelijkheden in beeld te brengen om de negatieve effecten op het milieu (in de breedste zin des woords) te verzachten. Het MMA is een realistisch alternatief. In dit project bestaat het MMA uit het VKA met daarbij een set aan maatregelen om die effecten te verzachten. Het gaat om maatregelen die dus niet in het VKA zitten. Hieronder worden kort maatregelen beschreven die sommige negatieve effecten kunnen reduceren of teniet kunnen doen. Een deel van de maatregelen komt nog terug bij de detaillering van het DO. (Het kan dus zijn dat die dan nog onderdeel gaan uitmaken van het VKA). Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
56 Schadebeperkende maatregelen kunnen zijn: - alles-op-alles zetten dat buiten het voortplantingseizoen gewerkt mag worden (het betreft per slot van rekening geen zeewerende dijk) - nieuwe dijksloot vooraf in juiste seizoen (augustus september) al graven, voordat oude dijksloot (leeggevist en) gedempt wordt MMA: maatregel natuurinclusief ontwerp: - ruimten in dijk en in dijkvoet uitsparen voor ringslangen (hoog bovengronds) en rivierdonderpadden en jonge vissen (in steenbekleding dijkteen) - nieuwe dijksloten met onderwaterterras en natuurvriendelijke oever uitrusten, geschikt voor paaiende vissen, amfibieën, foeragerende ringslangen, weidevogels (grutto s en tureluurs, zeldzame eenden, zilverreigers en lepelaars) Mogelijke compensatie plek: hoek bij Bukdijk: boombegroeiing verwijderen en buitendijkse moerasvegetaties bevorderen; eventueel hier de vooroever substantieel verbreden, vergroten. Areaal verlies (N2000 en EHS-weidevogels) kan niet gecompenseerd worden. Kan alleen kwalitatief worden gecompenseerd en niet kwantitatief. Dan moet de kwalitatieve compensatie niet tijdelijk zijn (het positieve resultaat mag niet wegebben), maar substantieel, duurzaam positief blijven. Een aandachtspunt (voor DO en MMA) vanuit ecologisch oogpunt ten aanzien van het materiaalgebruik: basaltonstenen (kalk- en kalksteenhoudende materialen) komen over het algemeen vanuit niet beschermde maar zeer waardevolle natuurgebieden (orchideeënrijke kalkhellingen!) elders in Europa. Het gebruik van deze stenen is dus direct slecht voor de natuur in het algemeen. Dit aandachtspunt is vanuit ecologisch oogpunt belangrijk om te noemen, het ligt echter niet binnen de scope van het dijkversterkingsproject Marken om hierover al dan niet andere keuzes te maken. Het toepassen van een constructie voor het binnentalud bij sectie 1A ten zuiden van de haven, om de inbreuk op het gebruik van de plaatselijke bebouwing te voorkomen c.q. te beperken februari 2011, versie 0.3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
57 5 HET VERVOLG De nota variantenafweging heeft geresulteerd in een voorkeursvariant per dijksectie en een voorstel voor de samenstelling van een VKA dat als basis zal dienen voor het Definitief Ontwerp (DO). Dat voorkeursalternatief bestaat uit de zogenaamde vierkante versterking in grond over de volle lengte van zowel de west- als zuidkade, met uitzondering van de Rozewerf. Tevens zijn uitgangspunten voor de uitwerking van het definitief ontwerp geformuleerd. Daarbij zullen per dijksectie de volgende ontwerpvariabelen nader worden bepaald: Bij de totstandkoming van de nota is een aantal partijen geconsulteerd. Het voorkeursalternatief zoals dat in deze nota is gepresenteerd is besproken met de Projectgroep en Klankbordgroep. Er zijn vanuit deze twee belangengroepen de volgende opmerkingen gemaakt die zijn verwerkt: PM UITKOMST NA 7 MAART De vervolgstappen na de totstandkoming van deze nota zijn beschreven in hoofdstuk 1, het gaat kortweg om: Acceptatie nota variantenafweging door RWS. DO: op basis van de voorkeursvariant per dijksectie wordt het DO verder uitgewerkt. Het DO dient als basis voor het DVP. MER: parallel aan het DO wordt het MER opgesteld waarin de milieueffecten van het VKA en MMA worden beoordeeld. De nota variantenafweging komt voor een belangrijk deel terug in het MER omdat ook daar de afweging van varianten beschreven moet worden. DVP: Na het DO en MER (en deels al parallel) wordt het ontwerp DVP opgesteld. Ter inzage en goedkeuring: het MER en ontwerp DVP worden gezamenlijk ter inzage gelegd door het bevoegd gezag (de provincie). Na inspraak en advisering over het MER en het ontwerp dijkversterkingsplan wordt het definitief plan opgesteld en ingediend bij Gedeputeerde Staten voor goedkeuring De eerstvolgende stap is dus het DO. Het DO is een nadere, technische, uitwerking van het VKA dat is gebaseerd op de vigerende (ontwerp)leidraden. Het DO beschrijft daarbij meer in detail wat de afmetingen en opbouw van de versterkte waterkering zijn en hoe deze gerealiseerd moeten worden. Uitkomsten van diverse onderzoeken en studies t.b.v. de dijkversterking worden daarbij meegenomen om het ontwerp zo goed mogelijk in te passen en aan te laten sluiten bij de uitkomst van de variantenafweging. Het DO dient als basis voor het Dijkversterkingsplan. Het DO levert tevens informatie voor de kwantitatieve effectbeoordeling in het MER. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
58
59 6 COLOFON Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 0.3 Opdrachtgever : Rijkswaterstaat Noord-Holland Project : Planstudie Versterken Omringkade Marken Dossier : C Omvang rapport : 55 pagina's Auteur : Arjen van der Linde, Hanneke Busscher, Jan Cirkel Bijdragen : Ilco van Woersem, Reinout Koning Projectleider : Reinout Koning Projectmanager : Teunis Louters Datum : 28 februari 2011 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken 28 februari 2011, versie
60 Laan 1914 nr EX Amersfoort Postbus BC Amersfoort T (033) F (033) E [email protected]
61 BIJLAGE 1 RISICOTABEL Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken bijlage
62 Planstudie/Versterken Omringkade Marken / Zaaknummer Risicotabel v 13 juli 2010 (zie verwijzing naar optreden van risico's in geactualiseerde Planning) Gevolg voor Geld: 1 = zeer klein (< euro) 2 = klein ( euro) 3 = reëel ( euro) 4 = groot (> euro) Ongewenste top gebeurtenis: "Het ODVP krijgt in 2010 geen goedkeuring van het bevoegd ID Onzekerheid/Risico Beheersmaatregel Opmerkingen Beheersmaatregel DHV / link met scenario benadering Strategisch / tactisch / operationeel risico keuze maart maatregel p*(t+g) 25 ODVP doet geen recht aan status van beschermd stads/dorpsgezicht Overleg met BG en RACM; Provincie heeft toegezegd in de organisatie van het ingenieursburo deel te nemen; RACM voor klankbordgroep vragen? Bij de eerste stap van de variantenafweging een analyse te Strategisch Top risico maken van de oplossingsrichtingen, type ontwerpvarianten, dijkvakindeling en aanpassing van uitgangspunten die tezamen zicht bieden op haalbare en aanvaardbare oplossingen; en met de opdrachtgever bespreken welke processtappen moeten worden genomen om de betrokken instanties in deze benadering mee te krijgen.(zie PvA) besluit van OG om ihkv de variantenafweging ook voor bepaalde dijkvakken de mogelijkheid te onderzoeken om slechts de geconstateerde tekortkomingen aan te pakken De robuustheid (bewezen technologie t.a.v. de 1. Toekomstige beheerder mee laten lopen met de planperiode van 50 jaar) van het uitgewerkt ontwerp in planstudie, waardoor robuustheid van het ontwerp tijdig kan het ODVP is niet gewaarborgd volgens HHNK worden beoordeeld en de inspraaktijd voldoende is 2. Bestuurlijk afspraak maken over planningsafspraken, variantkeuzenota, MER en ODVP Volgens PM te laag (was 9), is gewijzigd tijdens het PT dd Technisch ontwerp conflicteert met lokale belangen Tijdig overleg met omgeving (BG, RACM, gemeente) in aansluiting op 2: omgeving tijdens de variantenafweging betrekken :Ruimer opzetten van communicatietraject en meedoen van omgeving in de planvorming. Heldere projectorganisatie opzetten, waarin alle belangrijke partijen een plek krijgen. Stappenplan voor Variantenafweging heroverwegen en meer participatie in eerste trechtering oplossingsruimte zoeken door een kortere lanperiode in combinatie met aanvullend grondonderzoek tbv onzekerheidsreductie en slimme duurzame oplossingen uit proefprojecten en innovatie door inschakeling van de markt Strategisch Top risico idem 16 Strategisch Top risico idem 9 1 Het uitgewerkt ontwerp in het ODVP voldoet niet aan de vereiste planperiode van 50 jaar Tijdig overleg met - en budget reserveren bij HWBP voor aanpassen van uitgewerkt ontwerp Regelmatig overleg met HWBP en BG over problematiek de 50 jaar als criterium "loslaten" in goed overleg met HWBP, HHNK en BG en consultatie van Cie MER; dit vereist een zorgvuldige en gedegen onderbouwing om veiligheid te borgen (in relatie tot de toetsingen voor de komende decennia) en financierbaarheid, uitvoerbaarheid aan te tonen en beheer en onderhoud met investeringen financieel, beheermatig en bestuurlijk te verzoenen. Strategisch Top risico Huidig gereserveerde budget binnen HWBP is niet toereikend SSK-raming actualiseren en risico's integreren; overleg met HWBP Afstemmen met HWBP hoe om te gaan met de spagaat planning / oplossingsrichtingen (extra onderzoek) / geld: voorstel om investeringen te spreiden en niet onnodig onzekerheden naar voren te halen; aanvullend grondonderzoek tbv onzekerheidsreductie (en hopelijk kostenreductie) en inschakeling van de markt (proefprojecten en innovatie) om kostenbesparende maatwerkoplossingen te genereren. Kostenoptimalisatie ten aanzien van investeringen en beheer en onderhoud maken. Strategisch Top risico 24 DHV VKA niet haalbaar t.a.v. gewenste kwaliteit, (beschermd eilandgezicht en uiterst slim ontwerp) en draagvlak binnen geldende planning. Meer planstudietijd inruimen voor scenario benadering en inzet van grondonderzoek en inschakeling van de markt voor slimme oplossingen. Strategisch Top Risico idem 8 Het profiel van de dijk (gekozen variant) is niet wenselijk i.v.m. de LNC-waarden 12 Financiering Ruimtelijke Kwaliteit, Recreatie en natuurontwikkeling slaagt niet Overleg met BG, RACM, LNV, directe omgeving Tijdig overleg met partijen, die verantwoordelijk zijn voor genoemde aspecten (Provincie - Recreatie, RWS IJG - natuurontwikkeling, etc.) Zie ook risico 25. Mate van onderzoek (zowel lnc als geotechnisch) is van invloed op keuzemogelijkheden maar heeft wel gevolgen voor planning en kosten. Waarden duidelijk in beeld brengen en ontwerpcriteria formuleren en een plek geven. Los spoor inzetten voor LNC / RK. Ja of nee (bijvoorbeeld beeldkwaliteitsplan of Nota schetsontwerp) Tijdig de consequenties inzichtelijk maken zodat het niet als een verassing komt. Zo concreet mogelijk maken van de keuzes met bijbehorende kosten. Zoeken naar maximale RK binnen gestelde (financiele) kaders. Tactisch Tactisch, door zo concreet mogelijk te maken wat kosten zijn. kan discussie over kosten goed gevoerd worden. De vorm waarin los spoor voor RK / LNC wordt ingestoken bespreken. Ambitie en mate van risicobeheersing idem 12 8
63 21 Besluitvorming over variantkeuze is onduidelijk, BG en HHNK nauw betrekken bij variantkeuze bepaling; BG en HHNK in projectteam van ingenieursburo. Heroverwegen van de totstandkoming van varianten. Nieuwe aanpak kiezen waarbij de keuzemomenten breder worden gecommuniceerd. Tevens meer keuzemogelijkheid introduceren. (is extra onderzoek technisch en RK) Tactisch, idem 4 19 De 3de toetsronde is wel van invloed op deze planstudie; het kan hierbij gaan om Noordkade of de goedgekeurde gedeeltes van de zuid- en westkade Uitleg geven aan de omgeving; na overleg met HWBP alsnog toevoegen aan huidige scope? Uitleg aan omgeving, Constant waken voor invloed op planproces. Operartioneel 24 5 Toestand van de dijk leidt tot verplichte scope vergroting (zuid en westkant) Nagaan huidige beschikbare informatie; Nulsituatie van dijk vastleggen; nagaan of Legger voldoende is (ter informatie/inzage in juni 2009) 20 4 Marktpartij krijgt onvoldoende prikkel om te komen tot optimale oplossing voor het zettingsprobleem Gebruik van SCB, waarbij getoetst wordt op procesnivo Volgens PM te laag (was 9), is gewijzigd tijdens het PT dd Heeft impact over de realisatie OG of projectgroep spreekt uit dat ze willen zoeken naar optimale oplossingen voor zettingsprobleem. Eerste stap: inschatting maken uit eigen markt-kennis en ervaring; 2de stap (eventueel) waar we concrete kansen zien voor kostenreductie en inpassingsoplossingen gaan we opties op papier uitwerken (rekenen/tekenen) of nader onderzoek in het veld of zelfs proeven doen Operationeel evt voorstel voor rekenen/ tekenen 18 6 Planstudie Tijdig samenwerking met andere partijen aan gaan Heldere projectorganisatie opzetten, waarin alle belangrijke partijen een plek krijgen. Stappen plan voor Variantenafweging heroverwegen en meer participatie in eerste trechtering 15 Bezwaren tegen MER en ODVP worden gegrond verklaard 1. Overleg met omgeving om wensen en aandachtspunten te inventariseren 2. Wensen en aandachtspunten van omgeving tijdig meenemen en noodzaak bepalen. 34 Planning besluitvorming ODVP door BG onzeker BG nauw betrekken bij project, concepten en keuzes, die gemaakt worden (BG wordt oa. lid van het projectteam Ingenieursburo) 10 MER wordt afgekeurd door Cie MER BG betrekken bij opstellen van de MER; deelname aan projectteam Ingenieursburo. 36 Aanwezigheid van munitie Nagaan of onderzoeken aanwezig zijn; vooronderzoek in de planstudiefase uitvoeren Besluitvorming ODVP helder projectorganisatie opzetten partijen mee laten doen/ mede ontwerper maken, omgeving laten mee-ontwerpen, keuzemogelijkheid bieden bij variantenafweging. Variantenafweging heroverwegen en anders inzetten. Informatieavonden organiseren enz Provincie nauw betrekken bij planproces, Ruimte plannen voor beslismomenten door BG. Op een juiste manier omgaan met de richtlijnen voor het MER. Tussentijds cie mer nog eens uitnodigen Uitvoeren van explosieven onderzoek en mee nemen in MER - Fase. Operationeel desgewenst vorm waarin Variantenafwegin g breder opgezet kan worden en omgeving betrokken kan worden. 12 Operationeel 12 Taktisch (zie toprisico's> maatregelen 9 "loslaten" van 50 jr) verder uitwerken Operationeel, 9 28 Peilverlaging op het eiland Marken invloed op sterkte/stabiliteit van de dijk wordt onderschat Mogelijke financiele consequenties in toekomst zijn voor HHNK; Volgens mening van HHNK: voldoende afstand vanaf de dijk te bewaren;, aangezien rapport van BCC heeft uitgewezen dat de minimaal benodigde afstand vanaf de teen van de dijk, een negatief effect op de dijk voorkomen wordt. In vroeg stadium afkaarten van welk peil we nu uitgaan bij onze stabiliteitsberekeningen Operationeel, zo snel mogelijk uitgangspunt formuleren 8 20 De vergunningen worden niet tijdig aangevraagd. Inventarisatie vergunningen met termijn in planstudie uitvoeren en zonodig in aanvraag gecoordineerd in gang zetten. 17 Raamcontract-bureau heeft niet voldoende kennis en capaciteit voor MER en ODVP 37 Onderzoeksseizoen Natuur loopt uit de pas met projectplanning 31 Aan- en afvoer materiaal/materieel over Marken > 5 t niet mogelijk 1. Gebruik maken van nieuw raamcontract met 8 bureaus; 2. voldoende tijd geven om opdracht te kunnen uitvoeren 3. EMVI methodiek gebruiken voor waarborgen van de kwaliteit, kennis en ervaring van medewerkers van ingehuurde buro's Onderzoeken tijdig in gang zetten; veel onderzoeken (ringslang, muizen) zijn reeds gedaan en zijn naar verwachting voor MER voldoende. kosten Versterken vanaf het water en aanvoer bouwmaterialen via water vergelijken nagaan 42 Kabels en leidingen niet bekend Op basis van inventarisatie de te nemen maatregelen met tijdcomponent beoordelen en tijdig (zonodig tijdens de planstudiefase) in gang zetten Helder vergunningen-traject opzetten. Goed verwerken in de planning. Onderwerp van gesprek maken in projectgroepoverleg.0 Operationeel 6 Wij hebben voldoende kennis Operationeel 5 risico - gevolg? Operationeel 4 Text aanpassen (project wordt duurder ) De aanlegfase nadrukkelijk meenemen in het planproces / MER. Aan en afvoer over water bestuderen. Operationeel 3 Vroegtijdig kabels en leidingen onderzoeken operationeel 3 43 Planning niet gehaald door ongunstige overlegmomenten bestuurders PPI planning opstellen en overlegdata CHI meenemen Vroegtijdig momenten inplannen en pas later de agenda bepalen Operationeel 3
64 9 Wensen/eisen/randvoorwaarden t.a.v. een primaire waterkering van HHNK als toekomstig beheerder niet bekend (verschillende werkwijze tussen HHNK en RWS) (niet gewenste oplossingen als beweegbare damwand) 16 Intern: capaciteit en kennis om PvE op te stellen niet voldoende ; Contractvoorbereiding Planstudie lang en lastig (inhoudelijk, BIO-aspecten) 1. Kaders van HHNK vragen, waarbinnen Rijk mag opereren 2. HHNK deel laten nemen in intern Projectteam 3. Belangrijke beslismomenten door Bestuur laten goedkeuren Aandacht aanvragen; caplan ingevuld houden; goed ingenieursburo, die ervaring heeft met versterken Ijsselmeerdijken (EMVI ook bij Planstudie-fase toepassen) zie risico nr. 2, text aanpassen. Vervallen VERVALLEN Hydraulische randvoorwaarden wijzigen tijdens Planstudiefase aangepast Hanteren van Hydraulische randvoorwaarden 2006; meegedeeld door HWBP (Cie Veerman nog niet van invloed).. VERVALLEN 0 22 Onvoldoende zicht op ontwikkelingen in Markermeer Overleg met RWS IJG en provincie NH (Toekomstagenda Markermeer-IJmeer (TMIJ) VERVALLEN (integraal beheer) 0 23 Planning Planstudie niet haalbaar Manager Projectbeheersing aanstellen; PPI-planning toepassen (van deterministisch naar probablistisch); risicodossier is belangrijk onderdeel in projectteam overleg VERVALLEN De gevolgen van het (moeten) halen van de strakke planning bespreken. De bestuurders de keuze voorleggen: wat zijn consequenties van strakke planning? 0 24 Weerstand omgeving; onvoldoende betrokkenheid omgeving (omwonenden, gemeente, VBIJ, RACM, etc) De omgeving voldoende betrekken bij opstellen MER en ODVP (vooroverleg + deelname projectteam Ingenieursburo) 26 Schade woningen Rozewerf bij uitvoering 1. Nulsituatie bebouwing vastleggen in Planstudie-fase; 2. Grondmechanisch onderzoek naar staat van ondergrond 29 Te veel andere functies en beleidsdoelstellingen, die In de Planstudie fase goede afweging maken van aan het eiland Marken en dus de versterking nevenfuncties en -beleidsdoelen; uitvoeren Marktscan voor gekoppeld worden toetsen haalbaarheid; overleg met omgeving en overheden 32 Onvoldoende prioriteit bij RWS (NH, SDG, DI) Aandacht aanvragen; caplan ingevuld houden; goed ingenieursburo, die ervaring heeft met versterken Ijsselmeerdijken (EMVI ook bij Planstudie-fase toepassen) VERVALLEN strategisch en tactisch 0 hoort bij risico 13 0 VERVALLEN 0 VERVALLEN 0 39 Zetting groter dan gedacht Uitvoerig grondmechanisch onderzoek doen; ervaring VERVALLEN 0 uitwisselen met projectleiders HHNK (versterkingsprojecten Enkhuizen - Hoorn - Edam) 40 Optimale marktbenadering niet benut Marktscan uitvoeren; afweging maken binnen projectteam, VERVALLEN (zie risico 4) 0 hoe markt benaderd wordt; ervaring Versterken Molwerk in afweging meenemen 41 Veel bezwaren tegen sobere variant Overleg met HWBP; consequenties inzichtelijk maken VERVALLEN 0 44 Vervangen steenbekleding in bepaalde dijkvakken, waarvoor de verwachting geldt dat binnen de planperiode de kruinhoogte niet voldoet 46 Gedeelte van versterkingswerkzaamheden wordt door HWBP als achterstallig onderhoud bestempeld Gesprek met HWBP om mogelijkheden na te gaan voor de tussenliggende gedeeltes, die voor stabiliteit en kruinhoogte wel goedgekeurd zijn; maatschappelijk verantwoorde discussie met HWBP voeren Aanmelden als Achterstallig onderhoud (AOV, Paul Overtoom) Vervallen 0 VERVALLEN (zie risico 33) 0
65 BIJLAGE 2 KAARTEN RUIMTELIJKE KWALITEIT Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken bijlage
66 Gebruik Legenda Ecologie Winterverblijfplaatsen ringslang in dijk Belangrijk gebied voor weidevogels binnendijks Belangrijk gebied voor watervogels buitendijks Beschermde visssoorten buitendijks Vismigratie in dijksloot binnendijks Recreatie Wandel- en fietspad op de dijk: het rondje rond Marken Waterrecreatie Zwemstrandjes en/of steigers naast de dijk Toeristische trekpleister Museum Vuurtoren van Marken Infrastructuur Fietspad/voetpad Autoweg Haven P Parkeren voor bezoekers P Wonen en werken Bebouwing Rozewerf m
67 Cultuurhistorie Legenda Bouwkundige waarden Beschermd stads- /dorpsgezicht Rijksmonument (beschermd) Meerdere rijksmonumenten (beschermd) IJsbrekers (beschermd monument) Archeologische waarden Terrein van grote waarde Terrein van zeer grote waarde (beschermd monument) Historisch geografische waarden Onregelmatige blokverkaveling Noorderwerf Restanten Goudriaankanaal Kerkbuurt Vuurtoren van Marken Zeedijk van Marken Bestaande werf Voormalige werf Verdronken werf Altena Moeniswerf Kraaienwerf Houtemanswerf Archeologische verwachingszones Buurt 1-3 Kets Grotewerf Thamiswerf Verdwenen haven/sluis (middelhoge verwachting) Wittewerf de Heuvel Verdwenen werven (hoge/ zeer hoge verwachting) Rozewerf Remmitswerf Grote Kloosterwerf m
68 Landschap Legenda Structuren en elementen Omringdijk Goudriaankanaal Werven Kavelstructuur Beleving Opgaande elementen (besloten landschap) Oriëntatiepunten Belangrijke zichtlijnen Noorderwerf Zicht op water en Almere Kerkbuurt Vuurtoren van Marken Kerk Altena Kets Moeniswerf Buurt I, II, III Wittewerf Grotewerf de Heuvel Rozewerf Remmitswerf m
69 BIJLAGE 3 MULTI CRITERIA ANALYSE: BEOORDELING SECTIES 1 EN 3 Bron: Verslag van werksessie 26 januari 2011 Beoordeling sectie 1 (representatief voor sectie 8) Landschap Binnenwaarts Score (o/-). Alleen aan de binnenzijde van de dijk zal meer ruimtebeslag zijn. Hierdoor worden structuren en patronen aan de binnenzijde van de dijk verstoord (dijksloot en verkavelingspatronen). Ook wordt hierdoor de beleving van de dijk en het landschap anders en verandert de landschapsidentiteit (geen sprake meer van een kleinschalige dijk naast een kleinschalig landschap). De ingreep binnen deze sectie, aan de westkade, heeft een minder negatief effect tot gevolg dan binnen de secties aan de zuidkade (secties 3 en 4) omdat het ruimtebeslag aan de westkade kleiner is. Een aandachtspunt is dat de structuur van het Goudriaanlanaal kan worden aangetast wanneer het ruimtebeslag te groot wordt (zie ook cultuurhistorie). Buitenwaarts Score (0/-). Het ruimtebeslag van een buitenwaartse versterking is ongeveer 3 meter. Dit levert een geringe verandering van de landschapsbeleving en de landschapsidentiteit op. Omdat het binnentalud ook flauwer wordt, worden patronen en structuren aan de binnenzijde van de dijk (de sloot en de verkavelingpatronen) verstoord. Vierkant : zie binnenwaarts en buitenwaarst. Geringe effecten aan zowel de binnenzijde van de dijk als de buitenzijde. Natuur Binnenwaarts N2000:score (0/-): wel verstoring geen blijvende vernietiging. EHS (ook bij herijking opnieuw benoemd tot EHS): score (-). Verstoring en vernietiging van weidevogelgebied. Omdat de ingreep binnen deze sectie minder groot is dan binnen secties aan de zuidkade (secties 3 en 4) is het effect op de EHS hier kleiner dan bij de zuidkade. Het weidevogelgebied is moeilijk te compenseren. Flora en fauna: Score (0/-). Geen ringslangen en geen winterverblijfplaatsen aanwezig. Overig: score (0/-) niet veel overige waarden aanwezig dus een gering effect. In dijksloot komt de trek van vissoorten (via sluis) van binnendijks naar buitendijks voor. Ook is de dijksloot een paaiplaats en een voerageerplaats. Bij het verplaatsen van de dijksloot zal een tijdelijke verstoring optreden. Buitenwaarts N2000: Score (--). Buitenwaarts is de Gouwzee gelegen. Hier treedt een groot effect op, op onderwater vegetatie en op de duikeenden. Er treed verstoring en vernietiging op van wettelijk aangewezen areaal. Het effect op de N2000 is binnen deze sectie het grootst vanwege de hoogwaardige onderwatervegetatie. EHS: Score (-). Het matig diepe water is hier ook EHS gebied. Er treedt geen verstoring en/of vernietiging op, op weidevogels/weidevogelgebied. Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken bijlage
70 Flora en fauna: score (-). Er zijn binnen deze sectie geen ringslangen en winterverblijfplaatsen te vinden. Wel wordt hier de Rivierdonderpad verstoord. Overig: Score (-). Het open water van de Gouwzee is waardevoller dan het open water van het Markermeer. De score voor de overige natuur is binnen deze sectie dus het meest negatief. Vierkant: N2000: Score (-) EHS: score (-) Flora en fauna: score (-) Overig: score (-) De scores zijn een combinatie van de binnenwaartse en de buitenwaartse variant. Conclusie: Niet integraal versterken in sectie 1A levert de meest positieve effecten op voor de natuur. Cultuurhistorie Binnenwaarts Historische geografische waarden: Score (0/-). Aandachtspunt Goudriaankanaal. Archeologische waarden: Score (0). Er zijn geen archeologische vindplaatsen en /of monumenten aanwezig. Hitorisch bouwkundige waarden: Score (0). Er zijn geen historisch bouwkundige waarden aanwezig. Buitenwaarts Zie binnenwaarts. Vierkant Zie binnenwaarts en buitenwaarts Woon/werk/leefmilieu Binnenwaarts Hinder: 1A. score (-). 1B score (0/-). Tijdens aanleg hinder voor omwonenden (sectie 1A). Tijdens aanleg hinder voor gebruikers (sectie 1A en 1B). Huizen en bedrijven: 1A score (0). 1B score (0). In sectie 1A is het mogelijk dat de tuinen van de omwonenden worden verstoord tijdens de uitvoering (score tijdens uitvoering in sectie 1A -). Scores verder afhankelijk van aanwezigheid van agrariers. Huizen en bedrijven gaan niet weg daarom geen effect na de uitvoering (score 0). Verkeer: score (0). Binnen sectie A en B minder bereikbaarheid tijdens uitvoering (score tijdens uitvoering (-). Daarna is de situatie ongewijzigd. Buitenwaarts Zie binnenwaarts (1B). Hinder: (0/-) Huizen en bedrijven/bedrijfsvoering: Score (0). Huizen en bedrijven zijn niet aanwezig. Tijdens de uitvoering kan de bedrijfsvoering van de vissers worden verstoord door vertroebeling van het water (score tijdens uitvoering (0/-). bijlage 3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
71 Verkeer: score (0). de huizen en bedrijven worden niet ontsloten via de dijk. Er vindt alleen recreatief gebruik van de dijk plaats (zie score recreatie). Er is daarom een gering negatief effect tijdens de uitvoering (score 0/-) Vierkant Zie buitenwaarts en binnenwaarts Recreatie Score tijdens de werkzaamheden (-). De scores voor recreatie zijn niet onderscheidend per sectie. Tijdens de werkzaamheden zal er overal verstoring optreden. Tijdelijk zullen plekken niet bereikbaar zijn. Op locaties waar belangrijke recreatieve trekpleisters zijn gelegen langs de dijk zal de score negatiever uitpakken (sectie 1A en Rozewerf --). Na de uitvoering van de werkzaamheden zal de score (0/+) en/of (+) zijn afhankelijk van ontwerp en de kansen die ontstaan voor nieuwe recreatieve voorzieningen. Binnenwaarts Score (-). Tijdens de werkzaamheden kunnen recreanten geen gebruik maken van de dijk en van het strandje aan de buitenzijde van de dijk. Buitenwaarts Score (--). Het strandje aan de buitenzijde van de dijk (sectie 1a) wordt tijdens de werkzaamheden verstoord. Bij een buitenwaartse versterking zal het strandje kleiner worden of verdwijnen. Vierkant: Score (-). Zie Buitenwaarst. Aandachtspunt: voor deze variant geldt eenkortere aanlegperiode dus over het algemeen tijdens uitvoering minder negatieve score (niet binnen deze sectie ivm strandje) Bodem en water Binnenwaarts Buitenwaarts Aandachtspunt: Verontreiniging: Tijdelijk effect: verstoring waterkwaliteit (opwoeling). Hier extra erg ivm natuur waarden (kranswieren en fontijnkruiden). Vierkant Beheer en onderhoud Het beheer wordt makkelijker bij flauwere taluds. Voor alle secties geldt dat beheer hierdoor een positieve score krijgt (score +, niet onderscheidend). Er zullen alleen verschillen optreden tussen de secties als er verschillende zettingen optreden (bekleding gaat dan verzakken). Hoe steiler een taludhelling hoe moeilijker beheerbaar. Een talud steiler dan 1:3 is moeilijk beheerbaar. Het verschil in score tussen binnenwaarts en buitenwaarts wordt dus groter naarmate een van de taluds steiler blijft. In de huidige situatie ligt er geen onderhoudspad onderaan de dijk. De scores voor beheer en onderhoud hangen af van al dan niet aanleggen van een berm in combinatie met het aanleggen van een onderhoudspad. Binnenwaarts Score (+) Buitenwaarts Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken bijlage
72 Score (0/+) Vierkant Score (0/+) Kosten In totaal zullen de kosten voor de versterkingen aan de westkade (secties 1 en 8) minder zijn dan voor de zuidkade (secties 3 en 4). De dijkversterking aan de westkade behoeft namelijk minder grond en minder werkzaamheden. De kosten voor aanleg zullen over het algemeen afhankelijk zijn van de uitvoering en het ontwerp. Binnenwaarts Aanleg: score (-). Het is hierbij de vraag of de aanleg in 1 keer of gefaseerd moet worden uitgevoerd? Ook is het de vraag of men gebruik kan maken van huidige filterlaag. Beheer en onderhoud: score (0). De kosten voor beheer en onderhoud zijn niet onderscheidend (voor alle secties hetzelfde). Verwerving: Score (--). De kosten ivm verwerving zullen aan de binnenzijde altijd hoger zijn dan aan de buitenzijde. Buitenwaarts Aanleg: score (--) een buitenwaartse variant is het duurste qua aanleg. Beheer en onderhoud: score (0). Zie binnenwaarts. Verwerving: score (0/-) Vierkant Aanleg: Score (0/-): veel meer grond verzet om de oude filterlaag eruit moet worden gehaald. Beheer en onderhoud: score (0) verwerving score (-). Beoordeling sectie 3 (representatief voor sectie 4) Landschap Binnenwaarts Score (-) alleen binnenkant ingreep en niet buitenwaarts Buitenwaarts Score (0/-) want veel ingrepen veel ruimte beslag, veranderde beleving vierkant zie binnenwaarts Natuur Binnenwaarts N2000: wel verstoring geen blijvende vernietiging. 0/- bijlage 3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
73 EHS (ook bij herijking opnieuw benoemd tot EHS): weidevogelgebied Verstoring en vernietiging (--) negatief omdat moeilijk te compenseren. Flora en fauna: (-) Overig: In dijksloot trek van vissoorten (via sluis) van binnendijks naar buitendijks. Ook paaiplaats en voerageer plaats. Bij verplaatsen tijdelijke verstoring. Score (0/-). Buitenwaarts N2000: Verstoring en vernietiging (wettelijk aangewezen areel gaat verloren). Er gaat stuk gebied verloren. (-) Geen twee omdat in verhouding tot hele Markermeer/ijmeer niet veel areaal verloren. EHS: Score (-) EHS water, geen weidevogels. Flora en fauna: ringslagen en rivierdonderpad. (-) Overig: open water Markermeer niet heel waardevol. Kwaliteit niet heel hoog dus (0/-). Vierkant: Score (-) Cultuurhistorie Binnenwaarts Zie buiten. Aandachtspunt zijn de te verwachte archeologische waarden (extra onderzoek noodzakelijk). Buitenwaarts Historische geografie (0/-) omdat binnentalud verandert. Geldt ook voor binnenwaarts en vierkant. Verder geen waarden aanwezig (0) Vierkant Woon/werk/leefmilieu Randvoorwaarde: vanaf buiten vertsterken Binnenwaarts Hinder: tijdens aanleg (0/-) Huizen en bedrijven: afhankelijk van aanwezigheid van agrariers 0/-. Huizen en bedrijven niet aanwezig (0). Verkeer: 0 zie buiten Buitenwaarts Hinder: (0/-) Huizen en bedrijven/bedrijfsvoering: Huizen en bedrijven nvt. 0/- voor verstoring bedrijfsvoering vissers. Verkeer: bereikbaarheid: 0 geen ontsluiting via dijk. Alleen recreatief. Zie recreatie Vierkant Recreatie Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken bijlage
74 Voor alle secties (niet onderscheidend): Tijdens werkzaamheden verstoring: andere beleving en tijdelijk bepaalde plekken niet bereikbaar; tijdens uitvoering --. Na uitvoering 0/+ en of + afhankelijk van ontwerp en kansen voor recreatie. Vierkant: Aandachtspunt: (--) voor uit voering recreatie afhankelijk van uitvoering minder erg/negatief nl kortere aanlegperiode. Bodem en water Binnenwaarts Randvoorwaarde: werken met reguliere materialen. Verontreiniging: (0) alle secties. Aandachtspunt: Aan dijkvoet plekken met puin? (voor alle secties belangrijk, niet onderscheidend) Bodem verzet: alle secties, niet onderscheidend (0). Bodem als kapitaalgoed. Oppervlakte water: kwantiteit (0). Hoerveelheid bestaand water moet altijd weer terug worden gebracht. Sloot wordt verplaatst en verdwijnt dus niet. Kwaliteit verandert niet. score(0). Niet onderscheidend. Grondwater: geen effect en niet onderscheidend. Buitenwaarts Vierkant; Beheer en onderhoud Buitenwaarts Binnenwaarts (voorkeur) Vierkant Kosten Binnenwaarts Kosten ivm verwerving hoger (--) Beheer en onderhoud niet onderscheidend en overal (0) Aanleg: (-) kan het in 1 keer of gefaseerd? Kan je gebruik maken van huidige filterlaag? Buitenwaarts verwerving: score (0/-) Beheer en onderhoud niet onderscheidend en overal (0) Duurste qua aanleg: (--) Vierkant verwerving score (-) Aanleg (0/-): veel meer grond verzet om oude filterlaag eruit te halen. Aanleg algemeen: aandachtspunt: afhankelijk van uitvoering en ontwerp. bijlage 3 Rijkswaterstaat Noord-Holland/Planstudie Versterken Omringkade Marken
Dijkversterking Omringkade Marken
Dijkversterking Omringkade Marken Het ontwerp Projectgroep/klankbordgroep 19 juni 2012 Welkom! Doel van deze bijeenkomst: Toelichting geven op ontwerp dijkversterking Gedachten wisselen over dilemma s
: zaaknummer ; Versterken Omringkade Marken. : toelichting en consultatie concept Voorkeursalternatief
NoLogo VERSLAG DHV B.V. Vergadering : Klankbordgroepoverleg Datum vergadering : 7 maart 2011, 19.30 21.30 Plaats : Dorpshuis Het Trefpunt, Marken Opdrachtgever : RWS-NH Project : zaaknummer 31024771; Versterken
Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk
Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk Bewonersbijeenkomst 05-07-2016 Sterke dijken, veilige toekomst In 2006 is in totaal circa 33 kilometer van de Markermeerdijken van
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem 5 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken project Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Alternatieven
Toelichting keuze principe oplossing versterking Durgerdam
Toelichting keuze principe oplossing versterking Durgerdam Inleiding In december 2016 heeft de Alliantie Markermeerdijken een keuze gemaakt voor een principe oplossing voor de versterking van de Markermeerdijk
De heer F. van der Lee Norbertusplein EE Vlijmen. Geachte heer Van der Lee,
De heer F. van der Lee Norbertusplein 2 5251 EE Vlijmen ONS KENMERK: 00503647 UW KENMERK: HT2017011 UW BRIEF VAN: 7 maart 2017 Lucien Kuijsters ONDERWERP: Artikel 61 vragen GOL 2 (waarvan 1 vertrouwelijk
Dijkversterking Waddenzeedijk Texel
Dijkversterking Waddenzeedijk Texel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 juli 2015 / rapportnummer 2313-75 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak
Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak Van Projectmanager Klaas Sloots Aan Directieteam en Dagelijks Bestuur van waterschap Brabantse Delta Document Memo met bestuurlijke samenvatting van de "Nota
VERKENNING EN PLANUITWERKING DIJKVERSTERKING MARKEN
VERKENNING EN PLANUITWERKING DIJKVERSTERKING MARKEN 1 Inhoud presentatie Introductie: Bijzonder eiland met veel cultuurhistorie Geschiedenis van Marken Dijkversterkingsopgave Opgave Specials Participatieproces
Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden
Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden Terheijden Dijkvak omschrijving Lengte in m Opgave B117a_b Bastion 803 Hoogte Overzichtskaart met aanduiding dijkvak B117a_b, impressie van de natte EVZ en
Meteren-Boxtel. Klankbordgroep Vught - 29 augustus Martijn de Ruiter - ARCADIS. Imagine the result
Meteren-Boxtel Klankbordgroep Vught - 29 augustus 2013 Martijn de Ruiter - ARCADIS Imagine the result Toelichting Beoordelingskader MER Afweging varianten Ontwerp s-hertogenbosch-vught Toelichting varianten
Versterking Markermeerdijk. Edam-Amsterdam. Marja van Hezewijk Omgevingsmanager Markermeerdijken
Versterking Markermeerdijk Edam-Amsterdam Marja van Hezewijk Omgevingsmanager Markermeerdijken Dijkversterking Edam - Amsterdam 5-jaarlijkse toetsing 2006: 16 van de 29 km tussen Edam en Amsterdam voldoet
Milieueffectrapportage
Milieueffectrapportage Lichteren in Averijhaven MER Rijkswaterstaat Noord-Holland juli 2012 Milieueffectrapportage Lichteren in Averijhaven MER dossier : BA1469-101-100 registratienummer : LW-AF20121545
Aanvulling ruimtelijke onderbouwing
Aanvulling ruimtelijke onderbouwing Dijkversterking Spui Oost Gemeente Korendijk Waterschap Hollandse Delta 1 oktober 2013 definitief Aanvulling ruimtelijke onderbouwing Dijkversterking Spui Oost Gemeente
Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard Dijkvaksessie F
Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard Dijkvaksessie F Dijkvak F 3 juli 2018 Ouderkerk aan den IJssel D2017-12-000411 Programma voor vanavond o 19.00 Inloop o 19.15 Presentatie voorgenomen dijkversterking
Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest
Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 18 september 2014 / rapportnummer 2820 43 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) De provincies
Deltawerken. Watersnood. Dijkversterking Dorpsstraat Capelle aan den IJssel. Bewonersavond Capelle aan den IJssel Woensdag 29 augustus 2012
Bewonersavond Capelle aan den IJssel Woensdag 29 augustus 2012 Dijkversterking Dorpsstraat Capelle aan den IJssel Informatieavond 29 augustus 2012 Programma: 20:00-20:05 Welkom wethouder Jouke van Winden
Marker alternatief Dijkversterking. Doel: Vaststellen draagvlak onder de bevolking
E-mail : [email protected] Website www.eilandraad.nl Marker alternatief Dijkversterking Doel: Vaststellen draagvlak onder de bevolking Deze presentatie komt ook op de site van de Eilandraad 1. Technische
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk
Samenvatting. Inleiding
Samenvatting Inleiding Deze samenvatting hoort bij de rapportage Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) voor het project Dijkversterking Tiel Waardenburg en Rivierverruiming Varik - Heesselt. Werken
Naar veilige Markermeerdijken
Naar veilige Markermeerdijken Naar veilige Markermeerdijken Hoogheemraadschap Hollands Noorder kwartier versterkt 33 kilometer afgekeurde dijk tussen Hoorn en Amsterdam. Tijdens de toetsronde in 2006 zijn
19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE
TOETSINGSADVIES OVER HET MILIEUEFFECTRAPPORT DIJKVERSTERKING OOSTELIJK FLEVOLAND 19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. OORDEEL OVER HET MER EN AANBEVELINGEN VOOR DE BESLUITVORMING...2 2.1 Algemeen...
Peilbesluit Waddenzeedijk Texel Auteur Registratienummer Datum
Peilbesluit Waddenzeedijk Texel Toelichting bij het Auteur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Registratienummer 15.18021 Datum April 2015 1. AANLEIDING PEILBESLUIT Het dient herzien te worden vanwege
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Arcen
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Arcen 19 april 2017 Met de omgeving, voor de omgeving Programma 1) Welkom en kennismaking 2) Korte terugblik en vooruitblik op proces 3) Formatie omgevingswerkgroep en
Informatieavond Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak
Informatieavond Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak Informatieavond 15 december 2016 Dijkversterking Geertruidenberg en Amertak Programma 1. Welkomstwoord bestuurder Louis van der Kallen 19.30 19.35
Dijkvaksessies 2017 augustus - oktober 2017
Dijkvaksessies 2017 augustus - oktober 2017 Doel Doel van de dijkvaksessies zijn: Bespreken van de kansrijke alternatieven Bespreken van de zogenoemde zeef 2, de criteria waarop de kansrijke alternatieven
Informatieavond. Verbetering dijken langs de Oude Rijn, Harmelen e.o.
Informatieavond Verbetering dijken langs de Oude Rijn, Harmelen e.o. 30 juni 2015 Programma Programma van de avond 19:30 21:00 uur Welkom Aanleiding voor de dijkverbetering; Ontwerpopgave; Korte Pauze;
Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau Dijkversterking Stadsdijken Zwolle. 23 juni 2016
Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau Dijkversterking Stadsdijken Zwolle 23 juni 2016 Deze reactienota is opgesteld door waterschap Drents Overijsselse Delta in samenwerking met de Provincie Overijssel.
Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief
Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk dossier D0582A1001
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Baarlo - Hout-Blerick
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Baarlo - Hout-Blerick 6 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Bouwstenen
Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden
Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden 1. Inleiding Het college heeft op 17 juli 2013 besloten om een intentieoverkomst met Rijkswaterstaat
Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen
Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen Plan van Aanpak POV Auteur: Datum: Versie: POV Macrostabiliteit Pagina 1 van 7 Definitief 1 Inleiding Op 16 november hebben wij van u
Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 27 januari 2010 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010. Oostelijke randweg; afronding mer-procedure
Aan de raad AGENDAPUNT 3 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010 Oostelijke randweg; afronding mer-procedure Voorstel: 1. Het toetsingsadvies van de Commissie voor de mer over het milieueffectrapport (mer) oostelijke
Verslag. Onderwerp: Omgevingswerkgroep Baarlo Hout-Blerick. Plaats/datum bespreking: Baarlo, Voorzitter: mevr. Cals, dhr.
Verslag Onderwerp: Omgevingswerkgroep Baarlo Hout-Blerick Plaats/datum bespreking: Baarlo, 12-04-2017 Voorzitter: mevr. Cals, dhr. Spaans 1. Inleiding Marita Cals, omgevingsmanager Waterschap Limburg,
Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken
Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken Vervroegd betrekken van de markt December 2011 Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken Aanleiding Knooppunt Hoevelaken heeft een vaste plaats in de file top-25.
Havenkwartier Zeewolde
Havenkwartier Zeewolde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 september 2011 / rapportnummer 2459 60 Oordeel over het MER Voor de aanleg van de woonwijk Polderwijk te Zeewolde is in 2003 de procedure
Voldoende afstand tot windturbines en belangrijke kabels en leidingen. archeologische vindplaatsen, natuurgebieden, etc.).
Hoe vindt de trechtering van groot concept zoekgebied naar voorkeursalternatief plaats? Om tot een voorkeurslocatie voor het station en voorkeurslocatie voor de kabelcircuits te komen worden een aantal
Integrale MIRT / HWBP verkenning Meer Maas Meer Venlo
Integrale MIRT / HWBP verkenning Meer Maas Meer Venlo Raadinformatiemarkt 4 april 2018 Opgave MMMV komen tot één integraal besluit over een integraal voorkeursalternatief voor de opgave voor hoogwaterveiligheid
De waterbestendige stad
De waterbestendige stad Samenvatting plan van aanpak Zeedijk in 2100 januari 2011 definitief De waterbestendige stad Samenvatting plan van aanpak dossier : BA1963-101-100 versie : 1.0 januari 2011 definitief
MIRT-verkenning Varik-Heesselt
MIRT-verkenning Varik-Heesselt Toetsingsadvies over de notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen 12 mei 2017 / projectnummer: 3137 1. Advies over notitie kansrijke oplossingsrichtingen De provincie Gelderland,
Wat is er tot nu toe gedaan en waar staan we nu?
Wat is er tot nu toe gedaan en waar staan we nu? In 2013 is de planstudie voor het project Duinpolderweg gestart. Na een tussenstap in 2015 en 2016 hebben de provincies Noord- en Zuid-Holland onlangs besloten
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Arcen
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Arcen 5 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma 1) Welkom + terugblik vorige bijeenkomst 2) Waar staan we nu in het proces? 3) Resultaten draagvlakmeting
MIRT VERKENNING DIJKVERSTERKING MARKEN
MIRT VERKENNING DIJKVERSTERKING MARKEN Rapportage Alternatieven Datum 3 juni 2016 Status D.2 Colofon Uitgegeven door Sweco Nederland B.V. Informatie Telefoon Fax Uitgevoerd door Opmaak Sweco ref.nr. SWNL-0179703
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl)
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen wind en geur 16 mei 2017 / projectnummer: 3041 1. Toetsingsadvies
Bewonersbijeenkomst. Dijkversterking Tiel-Waardenburg
Bewonersbijeenkomst Dijkversterking Tiel-Waardenburg Welkom 1. Wie zijn er aanwezig? Projectorganisatie Dijkbewoners programma Middag Avond Onderwerp Wie 15:30 18:30 Welkom Wat kunt u verwachten? Wat verwachten
Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort
Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 7april 2011 / rapportnummer 2281 61-1- 1. Voorlopig oordeel over het MER De gemeente Amersfoort en woningcorporatie
Variantenafweging Oostelijke randweg Harmelen (A12BRAVO project 8)
Variantenafweging Oostelijke randweg Harmelen (A12BRAVO project 8) Opgesteld : S. ten Hove Datum : 16 juni 2008 Versie : 3.2 1 Inleiding Het project Oostelijke randweg Harmelen is onderdeel van het A12BRAVO
MER Windpark Den Tol. 13 april Pondera Consult Eric Arends
MER Windpark Den Tol 13 april 2011 Pondera Consult Eric Arends 1 Inhoud 1. Waarom een milieueffectrapportage? 2. Wat wordt onderzocht in een milieueffectrapport (MER) 3. Beoordeling van de mogelijke effecten
Bijlage A. Begrippenlijst
Bijlage A. Begrippenlijst Begrippenlijst dijkverbeteringsplan Aanleghoogte Kruinhoogte van de dijk onmiddellijk na het gereedkomen ervan. Beheer Berm Beroep Beschoeiing Binnendijks Binnentalud Boezem Boezempeil
Waterbeheerplan Aa en Maas
Waterbeheerplan Aa en Maas Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 25 februari 2015 / rapportnummer 2871 26 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) Het Waterschap Aa en Maas stelt een nieuw
Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn
Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...
ADVIES. Randweg ligt op het grensgebied met Noordwijk) en Noordwijkerhout. 1. Opgave
ADVIES Onderwerp: Advies aansluiting Noordelijke Randweg Voorhout en Leidsevaart op de provinciale weg N444 Datum: 27 mei 2013 1. Opgave In de Raadsvergadering van 13 december 2012 heeft de Gemeenteraad
Gedeputeerde Staten kiezen voor voorkeursalternatief Bundeling Noord
Juli 2016 Dagelijks ervaart het verkeer problemen met de doorstroming op de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Ook de leefbaarheid en veiligheid op en rond de N629 en Westerlaan vragen aandacht. De provincie
Samenvatting MER Aanpassing Marathonweg
Samenvatting MER Aanpassing Marathonweg Achtergrond De Marathonweg in Vlaardingen vormt de verbinding tussen de A20, afslag 8 Vlaardingen West, en de zuidkant van Vlaardingen (industriegebied Rivierzone)
Uitwerking Meekoppelingsproject Recreatie ikv Dijkversterking Hoorn-Amsterdam
Toelichting Uitwerking Meekoppelingsproject Recreatie ikv Dijkversterking Hoorn-Amsterdam Concept 14-06-2012 Uitgebracht op verzoek van: Recreatie Noordholland NV t.a.v. Henk Wijkhuisen Postbus 2571 2002
Dijkverbetering Zuidelijke Randmeren en Eem. Aanpak ontwerp en uitvoering Kern Spakenburg
Dijkverbetering Zuidelijke Randmeren en Eem Aanpak ontwerp en uitvoering Kern Spakenburg Doel bijeenkomst Bewoners informeren over de aanpak ontwerp en uitvoering waterkering in de kern van Spakenburg
