Vluchtperformantie en planning
|
|
|
- Ferdinand van de Veen
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Vluchtperformantie en planning Inhoudsopgave 7 Vluchtperformantie en planning Gewicht en balans Gebruik van de checklist Controle van de beschikbare gegevens in de cockpit Snelheidspolaire en kruissnelheid Berekening van het glijgetal ten opzichte van de grond bij rug- en tegenwind bij stijg- en daalwind "1 m/s daalwind halveert het glijgetal" de lokale kegel MacCready principe Invloed van waterballast op de snelheidspolaire Reissnelheid Grafische bepaling en het waarom Eindaanvlucht en rekenschijf Eindaanvlucht Rekenschijf Waarschuwingen Vluchtplanning en vluchtvoorbereiding Overlandvluchten naar het buitenland, het vluchtplan Overlandvluchten naar het buitenland Vluchtplan (modelopgave) Gebruik van collectief vluchtplan Beheer (monitoring) van de vlucht voorbereiding navigatie navigatie tijdens vlucht tijdens de vlucht steeds weten vanwaar de wind komt veldkeuze wat bij verloren vliegen? Index...18
2 7 Vluchtperformantie en planning 7.1 Gewicht en balans Gebruik van de checklist Telkens men wil vliegen, is het belangrijk dat de toestand van het toestel eerst nagezien wordt. Dit is bijzonder belangrijk bij zweefvliegtuigen, omdat die vaak ge(de)monteerd worden en er soms bij de montage iets fout gaat of over het hoofd gezien wordt. EU-Reg. 2042/2003 Part M - par. M.A. 201(d) stelt dat elke piloot/eigenaar verantwoordelijk is de uitvoering van een inspectie van het zweefvliegtuig voorafgaand aan de vlucht. Deze uitgebreide inspectie vindt plaats bij het begin van de vliegdag. Overeenkomstig par. M.A. 301(1) wordt deze inspectie geregistreerd. Hiervoor werd door de LVZC het oranje boekje Dagelijkse Inspectie ingevoerd. De procedure voor de inspectie is duidelijk beschreven in het vliegtuighandboek en wordt bij het begin van de vliegopleiding door een instructeur zorgvuldig uitgelegd. Men vraagt bij een externe check best de hulp van een tweede persoon om te assisteren in het nakijken van alle onderdelen van het vliegtuig, en in het bijzonder om de zgn. positieve check van de roeren uit te voeren: hierbij worden de stuurorganen (knuppel, voetenstuur, kleppen) bewogen terwijl iemand de overeenstemmende roervlakken vasthoudt, om zekerheid te hebben rond de correcte montage ervan. Na de externe check bevestigt men die door die in te schrijven en af te tekenen in het boekje Dagelijkse Inspectie van de zwever. Voorafgaand aan elke vlucht heeft ook nogmaals een inspectie vóór het instappen plaats. Hiervoor wordt de volgende werkwijze aanbevolen: kijk na of alle documenten aan boord zijn; kijk na of de dagelijkse controle met positieve check is uitgevoerd en het boek afgetekend; ga na of de weight & balance in orde is, lood correct aangebracht (vast); kijk na of er geen losse voorwerpen aan boord zijn; kijk of het staartwieltje is verwijderd - ook derden (helpers) moeten dat nakijken; ga na of het valscherm juist is aangegespt; kijk in functie van het toesteltype de afstelling van het voetenstuur en de rugleuning na en pas deze zo nodig aan kijk zo mogelijk de instelling / werking van de instrumenten na (radio, vario, enz.) Vóór de start zal men ook nog de cockpitcheck uitvoeren. Algemeen advies: controleer de cockpit steeds op dezelfde wijze, begin van de linkerzijde > vooraan (instrumenten) > rechterzijde > gordels > stuurorganen; volg hierbij - indien beschikbaar - de richtlijnen in het vlieghandboek. Indien nodig, stel voetenstuur / rugleuning beter af, (been niet volledig gestrekt bij volle uitslag voetenstuur) Links: verluchtingsvenster dicht, vergrendeling kap, trim, remkleppen, flaps, eventueel wiel, ontkoppeling. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 2 / 18
3 Vooraan: eventueel noodafwerpsysteem kap, verluchtingssysteem als gewenst, instrumenten: hoogtemeter (op QFE of QNH), radio (aan, volume en frequentie juist), vario (aan, volume juist), flarm (aan), enz. Rechts: trim (stand voor start), eventueel noodafwerpsysteem kap, wiel, waterballast, remvalscherm. Gordels: eerst de buikriemen aanspannen, nadien de schouderriemen. Stuurorganen: - stick naar voor / stick naar achter / stick naar links / stick naar rechts - stick linksom de vier hoekpunten / stick rechtsom de vier hoekpunten - voetenstuur naar links / voetenstuur naar rechts - remkleppen testen - terug vergrendelen na controle! Kap gesloten en vergrendeld - voelen /kijken of er geen abnormale spleet is aan de kaprand. Bij tweezitters met dubbele kap, kijk ook naar de tweede kaprand! Vergewis je van de werking van het noodafweersysteem van de kap. Vergewis je steeds van hoe te handelen bij een kabelbreuk. Na deze controle wordt de checklist gebruikt als tweede controle. Afhankelijk van het type toestel kunnen er nog andere zaken op de lijst staan om na te kijken en te verifiëren of deze functioneel zijn. De checklist is normaal aanwezig als een papieren document in het vliegtuig. Als de checklist volledig afgewerkt is, wordt de sleepkabel aangekoppeld en kan de startprocedure beginnen. Hou rekening met windrichting en kracht om te voorzien hoe je gaat afdrijven van zodra je loskomt van de grond Controle van de beschikbare gegevens in de cockpit In de cockpit bevindt zich een kleine pancarte (plaatje) met daarop gegevens over minimumen maximumgewicht in de cockpit. Om tot de juiste gewichtsverdeling bij de start te komen, en dus tot de juiste balans, m.a.w. dat het zwaartepunt binnen de limieten ligt, is het nodig om deze pancarte te raadplegen. 7.2 Snelheidspolaire en kruissnelheid Berekening van het glijgetal ten opzichte van de grond Zoals hoger vermeld, wordt het glijgetal t.o.v. de grond beïnvloed door de horizontale en verticale bewegingen van de luchtmassa bij rug- en tegenwind Het glijgetal/grond met kop- of tegenwind kan bepaald worden door de oorsprong van de polaire te verschuiven met de sterkte van de wind. In dit voorbeeld bedraagt de kopwind 20 km/h. De raaklijn voor beste glijgetal wordt aan de polaire getrokken vanuit het 20 km/h punt. Bij rugwind zal men de oorsprong verleggen onder de 0 km/h. Bij kopwind zal men dus sneller moeten vliegen om verder te raken. (84km/h met daalsnelheid 0,9m/s). Het glijgetal/grond bedraagt in dit geval 19,7. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 3 / 18
4 1 0,5 0-0, Snelheid km/h -1-1,5-2 f grond ,7 0,9.3,6 daalhoek tg Figuur 1: grafische bepaling glijgetal bij rug- en tegenwind bij stijg- en daalwind Bij een stijgende of dalende luchtmassa verschuift de polaire verticaal naar boven of beneden. Daar dit onpraktisch is om grafisch te realiseren, wordt dit opgelost door de oorsprong naar onder of naar boven te schuiven. Voorbeeld: beste glijgetal grond bij snelheid 110km/h en bij eigen daalsnelheid 1,3 m/s + 1 m/s daalwind. Men merkt dat het glijgetal indrukwekkend daalt ten opzichte van de situatie waar men in rustige lucht vliegt. 1 0,5 0-0, Snelheid km/h -1-1,5-2 f grond ,3 1,3 1.3,6 tg daalhoek 4,3 0 Figuur 2: grafische bepaling glijgetal bij daalwind 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 4 / 18
5 1 0,5 0-0, Snelheid km/h -1-1,5-2 f grond = 68 / ((0,7 1 ). 3,6) = -62,96 tg γ = -1/62,96 wat overeenkomt met een hoek van 0,91 Figuur 3: grafische bepaling glijgetal bij stijgwind Indien men in een luchtmassa vliegt die sneller stijgt dan de eigen daalsnelheid van de zwever, wordt het glijgetal negatief. Dit wil zeggen dat men niet meer spreekt van een dalende vlucht maar van een stijgende vlucht. In het voorbeeld hierboven stijgt het vliegtuig met 0,91 graden, bij 1m/s stijgwind "1 m/s daalwind halveert het glijgetal" Zoals weergegeven in de polaire in bovenstaande figuur kan men merken dat het berekende glijgetal bij 1 m/s daalwind 13,3 is. Dit is ongeveer de helft in vergelijking met het glijgetal bij 0 m/s daalwind. Opgelet! Voor toestellen met een hoger glijgetal kan de glijhoek procentueel nog veel meer verslechten! de lokale kegel Om de lokale kegel te kennen, rekenen we met het lokale glijgetal van ons zweefvliegtuig. Dit is veel kleiner dan het maximum glijgetal. Als vuistregel delen we daarvoor het glijgetal door twee, en we nemen dan het lagere veelvoud van vijf. Voor een Ka-8 met een glijgetal van 27 is het lokale glijgetal dus 10. Voor een Pégase met glijgetal 40 is het lokale glijgetal 15. Voor de Janus met glijgetal 43 is het lokale glijgetal 20. LOKALE KEGEL met F=10... Waarom deze strenge regel? Het gebrek aan ervaring na de eerste solo Het moeilijk kunnen inschatten van hoeken Bij 1 m/sec dalen wordt het glijgetal van een K8 gehalveerd Bij een tegenwind van 15 km/uur blijft men nog binnen de kegel 2 m/sec En waarom ik niet??!! Figuur 4: de lokale kegel 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 5 / 18
6 Waarom rekenen we met een zo klein glijgetal als we lokaal vliegen? Voorkomen van ongeplande buitenlandingen. Veiligheid voor beginners om het gebrek aan ervaring te compenseren. Daalwind van 1 m/s halveert het glijgetal. Bij tegenwind van 15 km/h blijft men nog binnen de lokale kegel. Veiligheid voor gevorderden die op een toestel vliegen dat ze niet of onvoldoende kennen. Beginners behouden uitzicht op het vliegveld. Op veilige hoogte het circuitpunt bereiken en niet hals over kop een onvoorbereid circuit of een half circuit vliegen. Of erger, met de staart net over de draad, of net niet. Met veilige hoogte boven het circuitpunt aankomen betekent tenminste op 200 meter. 300 meter is beter om tot een goede circuitplanning te komen MacCready principe Het MacCready principe stelt dat er voor elke beweging van de luchtmassa een ideale vliegsnelheid bestaat, hetzij om zo ver mogelijk te vliegen (beste glijhoek), hetzij om een bepaalde afstand zo snel mogelijk af te leggen (hoogste gemiddelde snelheid). Dit wordt toegepast door de snelheidspolaire te vertalen op een draaibare ring op de variometer. Deze ring kan als volgt worden geconstrueerd.: vertrekkende van de snelheidspolaire ( voor een gegeven vleugelbelasting) worden de raaklijnen aan de polaire getrokken vanuit 0,5 m/s, 1 m/s, 1,5 m/s, 2 m/s op de Y-as. Het raakpunt met de polaire van de raaklijn getrokken uit 0,5 m/s geeft dan de beste snelheid aan om met de beschikbare hoogte zo ver mogelijk te komen in een luchtmassa die 0,5 m/s daalt.. De bijbehorende daalsnelheid die dan wordt aangegeven door de variometer is gelijk aan de eigen daalsnelheid van het toestel bij die snelheid + de daalsnelheid van de lucht. Deze oefening wordt herhaald voor dalen van de lucht van 1 m/s, 1,5 m/s, enz.. De gevonden daalsnelheden worden dan overgedragen op een draaibare ring die rond de variometer wordt aangebracht. Opgelet, dit is slechts mogelijk indien de variometer een lineaire schaalverdeling bezit, niet bij een logaritmische. Bij het vliegen in een dalende luchtmassa, zonder wind, wordt voor het afleggen van de grootst mogelijke afstand met de beschikbare hoogte, de snelheid gevlogen die overeen stemt met de snelheid op de ring waarnaar de wijzer van de variometer wijst. Verdraaiing van de ring, bv met het merkteken tegenover 2m/s op de variometer, heeft hetzelfde effect als zouden we de y-as van de snelheidspolaire, in het geval van het voorbeeld, 2 m/s naar boven verplaatsen. Figuur 5: grafische constructie van de gegevens voor een MacCreadyring 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 6 / 18
7 De ring ingesteld op 0 zal steeds de ideale snelheid weergeven om een zo goed mogelijke glijhoek te bekomen (zonder wind). Zie voorbeeld hieronder. Meestal gebruikt men echter de MacCreadyring om de gemiddelde snelheid op te drijven. Het principe berust op het instellen van de markering (pijl) op het gemiddelde verwachte stijgen van de volgende bel. De naald van de variometer zal in dit geval aanduiden met welke snelheid men dient te vliegen om door te steken naar die volgende bel, met als doel in de kortst mogelijke tijd te vliegen van de top van de ene bel naar de top van de volgende. Het bepalen van het gemiddelde stijgen doet men door een analyse van de meteorologische condities (daal/stijg snelheid). Figuur 6: MacCreadyring Piloot A zet de MacCreadyring op 0 en daalt met het beste glijgetal tussen twee termiekbellen. Hij zal ook weinig tijd nodig hebben om het hoogteverlies terug te winnen in de volgende termiekbel. Piloot B zet de MacCreadyring op het gemiddelde stijgen dat hij verwacht en zal sneller van de ene thermiek naar de andere thermiekbel vliegen dan piloot A. Hij zal iets meer hoogte verloren hebben maar de verloren tijd om het extra hoogteverlies terug te winnen zal korter zijn dan de gewonnen tijd in de doorsteek. Piloot C zet de MacCreadyring hoger dan het verwachte gemiddelde stijgen en zal hierdoor met een steilere daalhoek van de ene naar de andere thermiekbel vliegen en aldus lager toekomen bij de thermiekbel. Hij zal sneller vliegen dan piloot B maar heeft ook veel langer nodig om het extra hoogteverlies terug te winnen. De tijd die nodig is om van de ene naar de andere thermiekbel te vliegen en terug te stijgen tot op de originele hoogte is het kortst voor piloot B. Het is dan ook aangewezen, indien men overland vliegt, om de MacCreadyring op het gemiddelde stijgen in te stellen. Dit levert de beste reissnelheid op. Bij zeer zwak weer zal men terugvallen op een lagere instelling, om de reikwijdte te vergroten (betere glijhoek, lagere reissnelheid) B Piloot A zet MacCreadyring op 0 A C 2 Piloot B zet MacCreadyring op gemiddelde stijgen 2 Piloot C zet MacCreadyring hoger dan gemiddeld stijgen Figuur 7: verschillende instellingen op de MacCreadyring 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 7 / 18
8 Zoals hoger gezien zijn de waarden op de MacCreadyring afgeleid uit de snelheidspolaire, door verticale verschuiving van de oorsprong in functie van de daalsnelheden van de luchtmassa. Theoretisch bekomt men de grootste reissnelheid ( dwz de korte tijd om van punt A naar B te vliegen) door de ring in te stellen op het verwacht stijgen in de volgende stijgwind. Bij het instellen van de ring voor het bekomen van de hoogst mogelijke reissnelheid in thermiekcondities speelt de wind geen rol: thermiekbellen drijven als het ware met de wind af, precies zoals het zweefvliegtuig. De reistijd tussen de top van de ene thermiekbel en de top van de volgende is dus onafhankelijk van de wind. Men moet wel rekening houden met de afstand tot de volgende bel: te hoog instellen kan betekenen dat men die volgende bel niet (of te laag) bereikt. Wil men echter optimaal een bepaalde grondafstand afleggen met de beschikbare hoogte, dan moet de wind wel in rekening worden gebracht voor het bepalen van de beste vliegsnelheid. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het golfvliegen, want golven zijn stationair t.o.v. de grond; of bij de eindaanvlucht, wanneer er geen volgend stijgen meer wordt gezocht, maar wel het zo snel mogelijk bereiken van de aankomstlijn. In zo n geval wordt de MacCreadyring dan als vuistregel 0,5 hoger ingesteld bij lichte tegenwind, en 1 hoger bij krachtige tegenwind. Door de MacCreadyring hoger in te stellen, simuleert men de horizontale verschuiving van de oorsprong van het assenstelsel van de snelheidspolaire. Problemen met het MacCready principe zijn o.a.: Het gemiddelde stijgen in de volgende bel moet men gissen, men kent het niet precies. Je mag de wijzer van de variometer niet constant nahollen. Je moet dus tevreden zijn met een benadering van de aangeduide snelheid, anders veroorzaak je met constante snelheidsveranderingen een aanzienlijk energieverlies door roeruitslagen. Je mag principieel niet indraaien in een pomp die zwakker is dan het ingestelde getal, maar als je te hoog hebt ingesteld, kan de grond er eerder komen dan de bel Invloed van waterballast op de snelheidspolaire Een snelheidspolaire geldt slechts voor een welbepaald gewicht in stationaire rechtlijnige vlucht. In praktijk spreekt men doorgaans niet van gewicht maar van vleugelbelasting. G/S = Vleugelbelasting = totaal vliegtuiggewicht / vleugeloppervlakte Invloed van het gewicht op de snelheidspolaire Zoals we voorheen hebben geconstateerd, is de glijhoek in rechtlijnige vlucht onafhankelijk van het gewicht. De glijhoek is n.l. de verhouding van C L /C D. Bij een toename van het gewicht gaat de snelheid van de luchtstroming moeten verhogen om voldoende draagkracht op te wekken. De constructie van een nieuwe polaire voor een gewicht G2 op basis van de polaire voor een gewicht G1, bekomt men door voor elk punt van de G1-polaire de snelheid en daalsnelheid te vermenigvuldigen met de vierkantswortel van G2/G1. De polaire verschuift daardoor langs de raaklijn (langs de lijn van minimum daalhoek) vanuit de oorsprong bij een grotere vleugelbelasting naar rechts en naar beneden; bij een kleinere vleugelbelasting naar links en naar boven. De beste (minimale) glijhoek blijft daarbij constant, maar wordt bereikt bij een hogere snelheid als de vleugelbelasting hoger ligt. De nieuwe polaire kruist de oorspronkelijke. Bij snelheden onder het kruispunt zijn de vliegprestaties slechter (lager glijgetal voor een zelfde snelheid), maar bij hogere snelheden zijn ze beter (hoger glijgetal voor een gegeven snelheid). Bij goed vliegweer zal de 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 8 / 18
9 reissnelheid dus hoger liggen: men zal minder snel stijgen daar de eigen daalsnelheid toeneemt, maar dit tijdverlies wordt meer dan gecompenseerd door het doorsteken bij hoge snelheid. Men dient er wel op te letten dat de overtreksnelheid toeneemt met de massa. 1 0,5 0-0, Snelheid km/h -1-1,5-2 Figuur 8: effect van waterballast op snelheidspolaire Men vindt hieronder een voorbeeld voor een Twin Astir. Men kan afleiden dat de snelheid behorende bij de minimale daalhoek groter is bij een hogere massa. Figuur 9: waterballast bij Twin Astir 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 9 / 18
10 7.2.3 Reissnelheid Grafische bepaling en het waarom De reistijd is de som van de tijd nodig om te stijgen + de tijd nodig om van punt A naar punt B te vliegen. Deze tijd over een bepaalde afstand levert een bepaalde reissnelheid op. Men kan de maximaal haalbare reissnelheid - ten opzichte van de luchtmassa, dus zonder rekening te houden met de wind - grafisch bepalen door een raaklijn te trekken aan de snelheidspolaire vanuit het punt dat het voorziene gemiddelde stijgen aangeeft (zie figuur). Het punt waar deze raaklijn de snelheidsas snijdt, is de maximaal haalbare reissnelheid t.o.v. de lucht bij systematisch toepassen van de MacCreadytheorie. 1 0,5 0-0, Snelheid km/h -1-1,5-2 Reissnelheid = 45 km/h Figuur 10: grafische bepaling reissnelheid De reissnelheid bij wind = de reissnelheid zonder wind - de tegenwindcomponent (of + de staartwindcomponent). In het voorbeeld hierboven hebben wij een reissnelheid t.o.v. de lucht van 45 km/h, de snelheid die we moeten vliegen tussen de thermiekbellen is 115 km/h. Staat er geen wind, dan is de reissnelheid t.o.v. de grond = reissnelheid t.o.v. de lucht. Hebben we 10 km/h tegenwind, dan zal onze reissnelheid t.o.v. de lucht eveneens 45 km/h bedragen, de snelheid die we moeten vliegen tussen de thermiekbellen blijft 115 km/h, maar de reissnelheid t.o.v. de grond zal slechts = 35 km/h zijn Eindaanvlucht en rekenschijf Eindaanvlucht Stel dat je een wedstrijd vliegt, en je bent op 36 km van je thuisveld, hoe bereken je dan hoe hoog je moet zijn om zo snel mogelijk binnen te komen, en of binnenkomen al dan niet mogelijk is? Je hebt een windcomponent van 15 km/h op kop. Je verwacht geen stijgen meer, maar ook geen dalen. Gerekend met de windcomponent heb je (bijvoorbeeld) een resterend glijgetal van 24 t.o.v. de grond. Dan heb je meter hoogte nodig om er te geraken, plus een reservehoogte van 200 meter. Zit je lager dan meter, dan geraak je er niet op een veilige manier. Zelfs al kom je nog een kleine thermiekbel tegen, dan zal die niet sterk genoeg zijn om de kopwind te compenseren. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 10 / 18
11 Als er echter geen wind zou zijn, dan verandert de situatie aanzienlijk. Met een toestel met een glijgetal van bijvoorbeeld 36 (zonder wind dus) heb je voldoende aan meter hoogte. Zit je lager, dan geraak je er niet, tenzij je nog een late bel tegenkomt. Die kan je benutten aangezien er geen wind is, en je tijdens het draaien in de thermiek niet van je doel weggeblazen wordt. Met wind in de rug wordt de situatie nog voordeliger. Probleem: in vlucht kun je moeilijk zomaar de verslechtering van je glijhoek door de windcomponent bepalen, je hebt daar een rekenschijf of een elektronische eindaanvluchtrekenaar voor nodig, die je ook zal helpen om je reikwijdte te bepalen. Het is verder zeker niet altijd optimaal om de eindaanvlucht te vliegen bij maximum glijgetal. Het komt er op neer dat je moet rekenen wat je de beste gemiddelde snelheid geeft, tussen de plaats waar je bent in de laatste bel, en de eindmeet. Dat is afhankelijk van het stijgen in die laatste bel (voor één keer moet je niet schatten wat het stijgen in de volgende bel zal zijn, want je zal normaliter geen volgende bel gebruiken). Een juiste berekening hiervan vereist natuurlijk ook een rekenschijf of een elektronische eindaanvluchtrekenaar. Idealiter verlaat je de bel zodra je veilig binnenkomt met een MacCready-instelling (zie hoofdstuk Technologie en Aerodynamica ) gelijk aan dat laatste gemiddelde stijgen. Enkele klassiek eindaanvluchtberekeningen: Omzetting km/h naar m/s = Vkm/h / 3,6 = Vm/s Vb.: 100 km/h = 100/3,6 m/s = 27,7 m/s Berekenen glijgetal = V steek (m/s) / V daal (m/s) = f Vb. voor 100 km/h en 0,5 m/s dalen: (100 / 3,6) / 0,5 = 55,5 Berekenen maximum vliegbare afstand (reikwijdte) = hoogte (km) x glijgetal f = A Vb voor m AGL en glijgetal 27,7: 1,450 x 27,7 = 40,165 km Berekenen nodige hoogte voor eindaanvlucht = afstand (m) / glijgetal f = H Vb voor 36 km af te leggen met glijgetal 27,7: / 27,7 = 1 299,6 of m AGL Rekenschijf Er bestaan veel soorten rekenschijven om finales (eindaanvluchten) te berekenen. Als je een rekenschijf gebruikt, zorg er dan voor dat je er een hebt voor het toestel waarmee je vliegt en dat je ermee kan werken. Op de rekenschijf kan je parameters instellen zoals: MacCready-waarde van het gemiddelde stijgen in de laatste bel voor de eindaanvlucht; Windcomponent (in de rug of op kop), die je zelf moet schatten, in tegenstelling tot moderne eindaanvluchtrekenaars met GPS, die dat zelf berekenen; Afstand tot landingspunt (zelfde bemerking); Als resultaat lees je dan af welke hoogte je moet hebben om het landingspunt te bereiken. De rekenschijf is in onbruik geraakt door de opkomst en evolutie van GPS-systemen met geïntegreerde berekening van de eindaanvlucht. Jammer, want een rekenschijf is iets dat je actief gebruikt en begrijpt, terwijl een elektronische rekenaar het werk doet zonder dat je snapt wat er gebeurt 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 11 / 18
12 Waarschuwingen Hoed je voor te nipt berekende finales, neem liever wat meer reserve zodanig dat je zeker op de juiste hoogte op je circuitpunt aankomt (200 à 250 m AGL). Er zijn al heel wat finales slecht afgelopen omdat men ze te nipt nam. Eenmaal aan een finale begonnen, hebben veel piloten de neiging om de mogelijkheid tot buitenlanden volledig over het hoofd te zien. Zo komt het dat ze i.p.v. op de thuisbasis te landen soms in de bomen of schrikdraad terecht komen. Hou het veilig!!! 7.3 Vluchtplanning en vluchtvoorbereiding Bij het plannen van een navigatievlucht (afstandsvlucht) is het belangrijk te weten hoeveel afstand men kan afleggen om zodoende te bepalen hoe groot men de proef wil uitzetten en hoe snel men deze kan afwerken. De meteorologische condities zijn hier zeer bepalend (wolkenbasis, windsterkte, sterkte en duur van de thermiek). Men kan nagaan of een geplande vlucht haalbaar is, door voor elk been de reissnelheid af te leiden uit de snelheidspolaire, uitgaande van de geplande thermieksterkte en windcomponent, de reistijd voor elk been te bepalen en de som te maken voor de ganse proef. Als die reistijd past binnen de voorhanden thermiekduur, is de vlucht principieel haalbaar. Alvorens maximale proeven uit te schrijven, is het raadzaam om eerst te oefenen en na te gaan of men effectief de gemiddelde reissnelheid haalt (of benadert) die door de theorie voorspeld wordt. 7.4 Overlandvluchten naar het buitenland, het vluchtplan Overlandvluchten naar het buitenland Wanneer je boven een ander land vliegt, ben je verplicht de reglementering van dat land te kennen en te volgen. Verschillende landen verspreiden een beknopte gids met de plaatselijke reglementen. Als je overland vliegt, kan je best zo n een gids kopen of downloaden. Nederland: Frankrijk: Duitsland: Ondanks de Europese eenmaking is het in de meeste landen nog steeds verplicht om een vluchtplan op te stellen en in te dienen wanneer men een landsgrens overvliegt. Duitsland heeft die verplichting afgeschaft. In België geldt een vrijstelling voor binnenkomend en buitengaand VFR-verkeer buiten het gecontroleerde luchtruim. Een vluchtplan wordt minstens 30 min. voor vertrek ingediend. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 12 / 18
13 Vluchtplan (modelopgave) Het invullen van zo n vluchtplan valt wel mee (zie vorig blad), en kan ook gebeuren via de website van Belgocontrol (bij online invullen vervalt het moeilijke hoofdstuk van de adressering). Bij het invullen zal je merken dat sommige rubrieken voor ons problematisch lijken, zoals kruissnelheid (geef een lage gemiddelde snelheid - K voor km/h, gevolgd door 4 cijfers), autonomie (geef de maximum vliegtijd tot zonsondergang) en de EET (reistijd - geef de maximum vliegtijd voor einde thermiek). Je neemt steeds een exemplaar mee in vlucht. En je mag zeker niet vergeten om na de vlucht het vluchtplan weer af te sluiten. Als je vanop een privé-vliegveld vliegt (geen verkeersleiding), kan je afbellen bij het Brussels FIC ( ) of Brussels ACC ( ) Gebruik van collectief vluchtplan Bij wedstrijden is het aan te raden een collectief vluchtplan in te dienen voor alle zweefvliegtuigen die dezelfde opdracht moeten vliegen. Ook dit is niet onoverkomelijk. De wedstrijdleiding kan dan instaan zowel voor het indienen als voor het afsluiten van het vluchtplan. Elke zwever neemt dan een kopie mee in vlucht. Model op volgende bladzijde. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 13 / 18
14 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 14 / 18
15 7.5 Beheer (monitoring) van de vlucht voorbereiding navigatie Het bestuderen van een kaart begint tijdens het winterseizoen. Wie bijvoorbeeld plant om tijdens volgend vliegseizoen nieuwe gebieden te verkennen, schaft tijdens het winterseizoen al de nodige kaarten aan, en bestudeert die. De luchtvaargebieden in grote lijnen uit het hoofd leren, blijkt tijdens de vlucht geen overbodige luxe te zijn. De studie van kaarten kan aangevuld worden met het gebruik van moderne technologie, zoals Google Earth, See You PC en See You Mobile. Het opzoeken van vluchten op de Online Contest die in een bepaald gebied dat je wil verkennen gevlogen zijn, en die dan ook met simulatiesoftware op de PC naspelen, is een goede voorbereiding. Op de vliegdag zelf spelen de meteo- en windgegevens een belangrijke rol. Hoe moet ik opsturen om de wind te compenseren? Hoe vlieg ik de cumuli aan? Hoe zet ik mijn proef uit in functie van de meteo en wind? Die voorbereiding kan al starten de avond ervoor, na het opvragen van de meest recente meteo voor de volgende dag. Teken je voorziene circuit op kaart, met de magnetische koers van elk been. Ook de voorziene windrichting kan nuttig zijn. Neem nota van de probleemgebieden (dicht bij verboden luchtruim), en bekijk op voorhand welke grondkenmerken als opvanglijn kunnen dienen (autowegen, grote stromen of kanalen, grote agglomeraties...) navigatie tijdens vlucht Het is belangrijk om tijdens de vlucht grof te navigeren. Je niet verliezen in details en perfectionisme is de boodschap, op voorwaarde natuurlijk dat we niet onverhoeds gecontroleerd luchtruim betreden. Vlak voor het aanvliegen van een thermiekbel een herkenningspunt bepalen dat zowat 10 à 15 km verder op de route ligt, en dat herkenningspunt gebruiken bij het verlaten van de thermiek, is een eenvoudige maar wel doeltreffende techniek. Het vliegen van herkenningspunt naar herkenningspunt, verkleint de kans op verloren vliegen drastisch. Het volstaat om daarbij een blik op de kaart te gooien, om bevestiging te krijgen. Bijvoorbeeld: Ik bevind mij nog altijd rechts van de rivier, en links van de snelweg die de rivier kruist. Het punt waar beide snijden is mijn volgend herkenningspunt. Een bijkomende controle is de kompaskoers. Het is belangrijk om bij het bepalen van de herkenningspunten, rekening te houden met de wind, om een koers windafwaarts te vermijden. Bij het naderen van een keerpunt, of tijdens de eindaanvlucht naar het thuisveld, moet onze navigatie preciezer zijn. Indien je minder geoefend bent in het kaartlezen, hou je wellicht best de kaart steeds met de koers naar boven, zodat de keuze van de herkenningspunten en de route op de kaart parallel lopen met wat je ziet op koers. Voor geoefende kaartlezers is het vaak beter om de kaart met het noorden naar boven te houden, zodat je de brede oriëntering niet kwijtraakt na een keerpunt. Het onthouden van de stand van de zon t.o.v. de te vliegen route is ook een efficiënt hulpmiddel. Tijdens het thermiekvliegen onder een cumulus zien we de zon niet. Bij het verlaten van de thermiek moet de zon op dezelfde plaats staan als toen we naar de wolk vlogen. Een gewoon kompas wordt door de inclinatie tijdens het thermiekvliegen onbruikbaar. Nochtans mogen we aannemen dat bij bochten linksom het oosten, en bij bochten rechtsom 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 15 / 18
16 het westen een redelijk juiste indicatie geven. Pas bij het uit bocht gaan en in horizontale vlucht kan je een juiste kompaskoers aflezen. Als je laag komt en je vindt geen thermiek, zoek dan windafwaarts. Ook al is dit 180 uit koers. Zo leg je een veel grotere afstand af in eenzelfde tijd en heb je dus meer kans om thermiek te vinden. De eerste prioriteit is te blijven vliegen. Daarna kan je terug op koers proberen te komen. Hou echter altijd de veilige hoogte in het oog waarop je een geschikt veld moet hebben om eventueel in buiten te landen. Als je een gesloten omloop vliegt, probeer dan altijd, terwijl je hoog genoeg bent, bovenwinds thermiek te vinden, de wind zal je dan altijd terug op koers brengen bij het thermieken tijdens de vlucht steeds weten vanwaar de wind komt Gebruik elke gelegenheid om de windrichting en -sterkte in te schatten. Hulpmiddelen zijn: - rookpluimen (enkel als men er vlak boven is, anders heeft men gezichtsbedrog); - meren en vijvers (als men de golven of rimpels kan waarnemen); - drift (ook in thermiek); - schaduwen van cumuli die zich verplaatsen; - bij sterke wind staan de koeien in de wei met de rug naar de wind; - vogels landen en stijgen steeds op tegen de wind in veldkeuze Kom je laag en vind je niet onmiddellijk thermiek, dan zal je een veldkeuze moeten maken. De hoogte waarop je een veldkeuze moet maken, is afhankelijk van de streek waarover je vliegt, de ervaring van de piloot, het type zwever waar je mee vliegt. Als vuistregels kan je volgende hoogtes hanteren: - onder 1000 meter niet over gebieden vliegen waar je niet kan landen, zoals uitgestrekte bossen, gebieden met heel kleine velden en weiden; - vanaf 700 meter in een gebied zijn waar je zeker kan landen; - vanaf 500 meter moeten er alternatieve landingsplaatsen binnen bereik zijn; - vanaf 300 meter is de veldkeuze gemaakt, en beslis je definitief om buiten te landen; thermiek kan dan nog benut worden op voorwaarde dat je door de wind niet afdrijft en het gekozen veld binnen bereik blijft. Zorg dat het veld mooi in de wind ligt en dat het groot genoeg is (min 300m). Zorg ervoor dat je veld een vrije inzweef heeft. Enkele bijkomende bedenkingen: - Best neem je een pas geëgd veld (al dan niet ingezaaid), een veld met heel lage beplanting, een gemaaid graanveld of kort gemaaid maïsveld. Op grotere hoogte is al te zien of een graanveld wel of niet gemaaid is. Een ongemaaid veld vertoont evenwijdige sporen van sproeimachines, een gemaaid veld toont draaicirkels van pikdorsers op de hoeken en zijkanten. - Ongemaaide graanvelden, weiden (omwille van verborgen afspanningen, vee, greppels, stenen) en ruw omgeploegde velden zijn veel minder geschikt. Ze kunnen soms als noodoplossing dienen, evenwel met risico op schade. - Ongemaaide maïsvelden, koolzaadvelden e.d. zijn totaal ongeschikt. - Kijk uit naar obstakels zoals bomen, elektriciteitsleidingen, telefoondraden, omheiningen in de buurt van het veld. - Kijk ook uit of het veld een helling vertoont. Dit kan je enkel zien indien je er eerst op een bepaalde afstand zijdelings verwijderd langs vliegt. Is er een helling, kijk dan liefst uit naar een ander veld. Als je in een streek bent waar je geen ander veld vindt, land dan altijd helling opwaarts, ook al betekent dit dat je eventueel met rugwind moet landen. Omdat je dan sterker moet afronden, moet je aanvliegsnelheid ook hoger liggen dan 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 16 / 18
17 normaal. Denk eraan om bij een steile helling je toestel 90 te draaien voor je stilstaat, anders kan je achteruit de helling weer afbollen! Land je met wind op kop, hou er dan rekening mee dat er bij sterke wind bij de landing heel sterke turbulenties kunnen optreden n.a.v. bomen of andere obstakels wat bij verloren vliegen? Wat er ook fout gaat in de cockpit (een ongewenste passagier zoals een wesp, een PDA waarvan de zuignap loskomt, verloren vliegen,...), er is maar één prioriteit en dat is blijven vliegen. En goed vliegen. Dus ook je look-out blijven verzorgen, al is de verleiding nog zo groot om op de kaart te turen. Probeer er achter te komen hoeveel tijd er verlopen is tussen de vaststelling ik ben verloren gevlogen en het moment waarop je nog wel wist waar je was. Die tijdspanne is dikwijls veel kleiner dan men denkt. En de afgelegde afstand tussen die twee tijdstippen dus ook kleiner dan wat veelal aangenomen wordt. Blijf niet blindelings verder vliegen, want dan wordt de oppervlakte waarin je nog herkenningspunten zou kunnen vinden te groot, en de kans op het vinden van een herkenningspunt te klein. Een valkuil is dat je op de kaart herkenningspunten zoekt, en je jezelf begint wijs te maken dat je die punten werkelijk ziet, zonder dat die overeenstemmen met de realiteit. Als je echt niet meer weet waar je bent, en je vreest in gecontroleerd luchtruim terecht te komen, dan is de keuze om buiten te landen een optie. Toemaatje: het ronden van keerpunten Met GPS en logger behoort het acrobatische ronden van keerpunten om een keerpuntfoto te maken, tot het verleden. De keerpuntsector is meestal ook vervangen door een cilinder rond het keerpunt, waar het volstaat binnen te vliegen. Toch blijven er een paar regels gelden. Heb je de wind in de rug, dan moet je hoog aankomen boven je keerpunt. Immers als je het keerpunt genomen hebt, zal je op het volgende been normaliter de wind op kop hebben om thermiek te zoeken. En als je laag boven het keerpunt aankomt en dan moet thermieken, zal je benedenwinds, dus voorbij je keerpunt, afgedreven worden. Draai je vóór het keerpunt nog in een thermiekbel, dan zal je in de goede richting afdrijven, wat tijdwinst oplevert. Als je echter de wind op kop hebt bij het naderen van een keerpunt, dan mag je daar lager aankomen. Immers, na het ronden van het keerpunt heb je dan doorgaans de wind in de rug, zodat je bij het thermieken zal afdrijven in de richting van het nieuwe been. 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 17 / 18
18 7.6 Index checklist, 2, 3 cockpitcheck, 2 collectief vluchtplan, 13 dagelijkse inspectie, 2 Eindaanvlucht, 10 eindaanvluchtrekenaar, 11 elektronische eindaanvluchtrekenaar, 11 externe check, 2 C D E G glijgetal ten opzichte van de grond, 3 Google Earth, 15 GPS, 11, 17 inspectie van het zweefvliegtuig, 2 inspectie vóór het instappen, 2 kabelbreuk, 3 kaprand, 3 I K positieve check, 2 P R reissnelheid, 7, 10 reissnelheid, grafische bepaling, 10 rekenschijf, 11 rugleuning, 3 S See You Mobile, 15 See You PC, 15 snelheidspolaire, 8, 10 staartwieltje, 2 start: afstelling van het voetenstuur en de rugleuning, 2; checklist, 3; cockpitcheck, 2; dagelijkse inspectie, 2; externe check, 2; gordels, 3; inspectie van het zweefvliegtuig, 2; inspectie vóór het instappen, 2; instelling / werking van de instrumenten, 2; kabelbreuk, 3; kaprand, 3; losse voorwerpen, 2; noodafwerpsysteem, 3; positieve check, 2; rugleuning, 3; staartwieltje, 2; trim, 3; vergrendeling kap, 3; verluchtingsvenster, 3; vlieghandboek, 3; vliegtuighandboek, 2; voetenstuur, 3; weight & balance, 2 trim, 3 T lokale kegel, 5 MacCready, 6, 7, 10, 11 MacCreadyring, 7 L M O Online Contest, 15 Overlandvluchten naar het buitenland, 12 veldkeuze, 16 verloren vliegen, 17 vliegtuighandboek, 2 vluchtplan, 13 voetenstuur, 3 waterballast, 8 weight & balance, 2 windcomponent, 10, 11 V W 7_Vluchtperformantie en planning_2017v1.docx pagina 18 / 18
7. Vliegprestaties en vluchtplanning en
7. Vliegprestaties en vluchtplanning en 1 7. Vliegprestaties en vluchtplanning (versie 27-7-2017) Vliegprestaties en vluchtplanning gaat over de voorbereiding voor de vlucht. Het behandelt o.a. het belang
Operationele procedures
Operationele procedures Inhoudsopgave 6 Operationele procedures... 2 6.1 Gebruik van checklist... 2 6.2 Startmethodes... 3 6.2.1 Sleepstart... 3 6.2.1.1 aanloop + invloed wind... 3 6.2.1.2 loskomen + invloed
HANDLEIDING GEBRUIK DUO DISCUS TURBO (zonder motor)
HANDLEIDING GEBRUIK DUO DISCUS TURBO (zonder motor) Dit is een samenvatting van de belangrijkste punten m.b.t. algemeen gebruik (zonder motor) uit het vlieghandboek. Daar waar er afwijkingen zijn geldt
Progressiekaart V Pagina 1 van 16
Progressiekaart V20180627 Pagina 1 van 16 Progressiekaart V20180627 Pagina 2 van 16 Naam Adres Postcode Woonplaats Geboortedatum Geboren te Nationaliteit : : : : : : : De houder van deze progressiekaart
6 Vluchtoptimalisatie: MacCreadyring, Sollfahrtgeber en Final Glide Computer
6 Vluchtoptimalisatie: MacCreadyring, Sollfahrtgeber en Final Glide Computer 6.1 De optimale snelheid om door daalwindgebieden te vliegen 6.1a De MacCreadyring Een vluchtoptimalisatie probleem waar iedere
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Opstellen van de functie 3. Grootst mogelijke afstand afleggen 5. Optimale vliegsnelheid 7
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Opstellen van de functie 3 Grootst mogelijke afstand afleggen 5 Optimale vliegsnelheid 7 Zo snel mogelijk naar doel A 10 Verandering polaire door massa 12 Automatiseren
DONAC 2016 Beginners tips
Vrijwel elke beginnende competitie aerobatic vlieger wil bij zijn/haar eerste optreden foutloos presteren, de vlucht afronden met een perfecte landing en bij het uitstappen de Ooh's en Aah's in ontvangst
Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II
Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.
VII.6 De snelheidsdriehoek.
VII.5.1 Meten van afstanden op een kaart : Het meten van een afstand op de kaart kan op verschillende manieren gebeuren. Enkele methoden zijn : 1. Men meet de lengte van het af te leggen traject op de
INHOUD Editie 3. 1 Inleiding 1. 2 De Instructeur 2-1
INHOUD Editie 3 Waar een sectie bestaat uit het instructieblok (inleiding - briefing - demonstratie - uitvoering door de leerling - debriefing - adviezen aan instructeurs) is dat aangegeven door de titel
Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)
Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit
Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-II
Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.
Hoofdstuk 5 Navigatie pagina 1 / 33
Hoofdstuk 5 Navigatie pagina 1 / 33 Inhoudsopgave 5 Navigatie... 4 5.0 Inleiding... 4 5.1 De Aarde... 5 5.1.1 Vorm... 5 5.1.1.1 afgebeeld als een bol afgeplat aan de polen... 5 5.1.1.2 als een bol beschouwd
Eenparige rechtlijnige beweging
Eenparige rechtlijnige beweging Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.1 Snelheid B1 In concrete voorbeelden van beweging het
METEOROLOGISCHE EN OROGRAFISCHE ASPECTEN
VLIEGEN IN DE BERGEN Het lijkt wat vreemd om in een vlak land als Nederland aandacht te besteden aan een onderwerp als "vliegen in de bergen ". Echter, er zijn steeds meer sportvliegers die hun vleugels
Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!!
Naam: Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!! Noteer niet uitsluitend de antwoorden, maar ook je redeneringen (in correct Nederlands) en de formules die je gebruikt hebt! Maak daar waar nodig
Instructieboekje. Modelvliegclub Cumulus Kampen.
Instructieboekje Modelvliegclub Cumulus Kampen www.mvc-cumulus.nl Modelvliegclub Cumulus Voorzitter: J.J.Grootjen [email protected] Modelvliegclub Cumulus Start opleiding Einde opleiding Elke vlucht
Hoofdstuk 1 Aerodynamica pagina 1 / 45
Hoofdstuk 1 Aerodynamica pagina 1 / 45 Inhoudsopgave 1. Aerodynamica 5 1.0 Inleiding 5 1.1 Studie weerstand en draagkracht, definitie glijgetal 6 1.1.1 Studie van de draagkracht (L) 6 1.1.1.1 statische
jaar: 1989 nummer: 17
jaar: 1989 nummer: 17 De snelheidscomponent van een deeltje voldoet aan : v x = a x t, waarin a x constant is en negatief. De plaats van het deeltje wordt voorgesteld door x. Aangenomen wordt dat x= 0
toelatingsexamen-geneeskunde.be
Fysica juli 2009 Laatste update: 31/07/2009. Vragen gebaseerd op het ingangsexamen juli 2009. Vraag 1 Een landingsbaan is 500 lang. Een vliegtuig heeft de volledige lengte van de startbaan nodig om op
Inhoudsopgave. 9_Navigatie_2017v1.docx pagina 1 / 28
Inhoudsopgave 9 Navigatie... 2 9.0 Inleiding... 2 9.1 Basisprincipes van navigatie... 3 9.1.1 De Aarde... 3 9.1.1.1 Vorm... 3 9.1.1.2 rotatie in 24 uren... 3 9.1.2 Positiebepaling... 4 9.1.2.1 Grootcirkels,
Informatie bij DONAC 2010 Beginners sequence
Vrijwel elke beginnende competitie aerobatic vlieger wil bij zijn/haar eerste optreden foutloos presteren, de vlucht afronden met een perfecte landing en bij het uitstappen de Ooh's en Aah's in ontvangst
Dutch Air Rally 2014 (middagvlucht)
Dutch Air Rally 2014 (middagvlucht) Beste deelnemer Leuk dat u meevliegt! De Dutch Air Rally bestaat uit 4 onderdelen: Vluchtvoorbereiding Precisievlucht Fotoherkenning Vaklanding Lees deze inleiding goed
Gemaakt door Nico van Dam, t.b.v. www.dutchfs.com/ 04 december 2006.
Gemaakt door Nico van Dam, t.b.v. www.dutchfs.com/ 04 december 2006. inleiding flight simulator: Starten met Cessna alles uit zetten voor de cold & dark cockpit Vliegtuig kiezen = Lockheed L-049A Constellation
De 6 primaire VFR instrumenten op het panel (The Basic 6) Jan Dekker
De 6 primaire VFR instrumenten op het panel (The Basic 6) Jan Dekker 05-2014 Ondanks dat vliegen volgens Visual Flight Rules (VFR) vooral op zicht gaat, zijn de instrumenten erg belangrijk. Bij VFR vliegen
Navigatie & tochtplanning
Route en tochtduur bepalen m.b.v. kaart: Check de duur van de daglichtperiode voor je locatie en periode (vb: www.sunrisesunset.com/custom.asp) Zet je route uit op kaart (let op hellingsgraad, gevaren,
Lees deze inleiding goed door voordat je begint met de vluchtvoorbereiding!
Beste deelnemer, Leuk dat je meevliegt! De Zilveren Vleugel bestaat dit jaar uit 5 onderdelen: Vluchtvoorbereiding Precisievlucht Fotoherkenning Fotografeer opdracht Vaklanding Lees deze inleiding goed
RAPPORT PRAKTISCH EXAMEN RPAS
RAPPORT PRAKTISCH EXAMEN RPAS NAAM EN VOORNAAM RPA-BESTUURDER:. # Deel A Documenten en elementen A: Admin 1 A: Admin 2 A: Admin 3 A: Admin 4 A: Admin 5 A: Admin 6 A: Admin 7 Geslaagd zijn op het theoretisch
Toelatingstoets havoniveau natuurkunde max. 42 p, vold 24 p
Toelatingstoets havoniveau natuurkunde max. 42 p, vold 24 p Verantwoording: Opgave 1 uit havo natuurkunde 1,2: 2009_1 opg 4 (elektriciteit) Opgave 2 uit havo natuurkunde 1,2: 2009_2 opg 1 (licht en geluid)
Space Experience Curaçao
Space Experience Curaçao PTA T1 Natuurkunde SUCCES Gebruik onbeschreven BINAS en (grafische) rekenmachine toegestaan. De K.L.M. heeft onlangs aangekondigd, in samenwerking met Xcor Aerospace, ruimte-toerisme
Meteorologie. Cirrus, cirrocumulus en cirrostratus zijn; A lage bewolking B middenbewolking C hoge bewolking. 1) Altocumulus en altostratus zijn ;
Cirrus, cirrocumulus en cirrostratus zijn; 1) Altocumulus en altostratus zijn ; Meteorologie 2) Stratus, stratocumulus en cumulus zijn; 3) Cumulonimbus en nimbostratuswolken vinden we terug ; A enkel in
De bepaling van de positie van een. onderwatervoertuig (inleiding)
De bepaling van de positie van een onderwatervoertuig (inleiding) juli 2006 Bepaling positie van een onderwatervoertuig. Inleiding: Het volgen van onderwatervoertuigen (submersibles, ROV s etc) was in
Eenparige rechtlijnige beweging
Eenparige rechtlijnige beweging Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.1 Snelheid B1 In concrete voorbeelden van beweging het
wiskunde B havo 2015-II
Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven in de Amerikaanse eenheid
Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur
Eamen HAV 019 tijdvak woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur wiskunde B Dit eamen bestaat uit 16 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen HAVO 05 tijdvak donderdag 8 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit examen
Een overzicht van de meest gebruikte tochttechnieken
Tochttechnieken Een overzicht van de meest gebruikte tochttechnieken In dit boekje vindt je uitleg van tochttechnieken die we veel bij Scouting gebruiken. Dit boekje kan je helpen bij het leren van technieken
Oriëntatieloop Handleiding
Oriëntatieloop Handleiding Hoe kan ik de Oriëntatieloop ontlenen? Voor de reservatie van het materiaal kan je terecht bij de dienst onthaal & info. De kostprijs van het gehuurde materiaal wordt verrekend
Inspectie Verkeer en Waterstaat
Inspectie Verkeer en Waterstaat Theorie examen JAR-FCL PPL voorbeeldexamen Flight Performance and Planning(A) 1 Bepaal de density altitude voor de volgende condities: Airport elevation Runway temperature
Zweefvliegsport. Agenda. Voorstelling. Voorstelling Kortrijk Flying Club v.z.w. Wat is zweefvliegen? Hoe begin je eraan? Hoeveel kost het?
Zweefvliegsport Voorstelling www.zweefvliegen.be Agenda Voorstelling Kortrijk Flying Club v.z.w. Wat is zweefvliegen? Hoe begin je eraan? Hoeveel kost het? Vragenronde www.zweefvliegen.be 2 1 Kortrijk
Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen HAVO 202 tijdvak donderdag 24 mei 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen. Voor
Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)
Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij
Vliegoefeningen Ikarus C-42
LDS Aviation Vliegoefeningen Ikarus C-42 Vliegoefeningen per vluchtfase uitgelegd ter voorbereiding op de vlieglessen J. Linders/ LDS Aviation 1 7 2012 Horizontale vlucht: Neus in geschatte stand horizontale
Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur
Eamen HAVO 013 tijdvak 1 vrijdag 17 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B (pilot) Dit eamen bestaat uit 17 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 80 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met
LEIDRAAD INSTRUCTIE MAART 2007
LEIDRAAD INSTRUCTIE MAART 2007 1. TERMINOLOGIE We spreken over stick, voet, helling, rolroeren, standhoek, duwen en trekken. 2. DE START Vóór de eerste vlucht van de dag de leerling zo snel mogelijk vertrouwd
Winch Security. P. JACOB Cdt v/h Vlw, Ing
Andere gevaren Risico na winterstop ( april 84, Duitsland ) 60 Accidents 50 Number 40 30 20 10 0 JAN FEB MAR APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC Month Gevaren op de Startplaats Verantwoordelijke startbaanopzichter
Antwoorden Natuurkunde Hoofdstuk 2
Antwoorden Natuurkunde Hoofdstuk 2 Antwoorden door Daan 4301 woorden 3 april 2016 6,8 6 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Systematische natuurkunde 2.1 Onderzoek naar bewegingen Opgave 1 a De (gemiddelde)
Zwaartepuntsbepaling 07/10/2017. Zweefvliegtuigen. Bronnen: 1) een beschrijving van de theorie door Dirk Corporaal Gevonden op het internet (.
07/10/2017 Zwaartepuntsbepaling Zweefvliegtuigen Bronnen: 1) een beschrijving van de theorie door Dirk Corporaal Gevonden op het internet (.nl) 2) Voorbeelden van reële wegingen Vliegclub KVDW 7.1 Het
LUCHTRUIMINDELING, ICAO KAART
LUCHTRUIMINDELING, ICAO KAART Elk land heeft zijn eigen luchtruimindeling. Voor de voor het betreffende land geldende regels raadplege men de ICAO kaart van het betreffende land. Daar er zeer veel overeenkomst
Stafkaart DOCK. Dropping Oudleiding Chiro Kaart hoogtelijn. kilometervak. akkerland. weiland. naaldbos. loofbos
DOCK hoogtelijn Stafkaart kilometervak akkerland weiland naaldbos loofbos s onverharde weg (bospad/zandweg/ ) verharde weg (asfalt/beton/ ) s Legende Stafkaart Kompas en kompas- schieten: Een typische
Eindexamen havo wiskunde B pilot I
Vliegende parkieten De wetenschapper Vance Tucker heeft onderzocht hoeveel energie een parkiet verbruikt bij het vliegen met verschillende snelheden. Uit zijn onderzoek blijkt dat de hoeveelheid energie
VISUALISATIE VAN KROMMEN EN OPPERVLAKKEN. 1. Inleiding
VISUALISATIE VAN KROMMEN EN OPPERVLAKKEN IGNACE VAN DE WOESTNE. Inleiding In diverse wetenschappelijke disciplines maakt men gebruik van functies om fenomenen of processen te beschrijven. Hiervoor biedt
VLUCHTVOORBEREIDING EN UITVOERING VAN EEN OVERLANDVLUCHT NAAR DUITSLAND
VLUCHTVOORBEREIDING EN UITVOERING VAN EEN OVERLANDVLUCHT NAAR DUITSLAND Presentatie voor de opfriscursussen voor RFI(A)-TMG s Voorjaar 2005 Opgesteld door Ruud Diepeveen (EACzc) et al. HET 10 STAPPEN-PLAN
Theorie Veiligheids Vliegbrevet A. Richard van Wijk Delta Oss
2011 Theorie Veiligheids Vliegbrevet A Richard van Wijk Delta Oss Theorie Veiligheids Vliegbrevet A Delta Oss Versie 1.0 Pagina 2 Inleiding Voorwoord Het halen van een veiligheidsbrevet is niet alleen
Reader oriëntatietechnieken
Reader oriëntatietechnieken Inhoud 1. Schaal 2. Legenda 3. Coördinatenstelsels 4. Soorten kompassen 5. Declinatiecorrectie 6. Inclinatie 7. Kaart op het noorden leggen 8. Looprichting bepalen 9. Koers
Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2003-II
Eindeamen wiskunde 1- havo 00-II Lichaam met zeven vlakken In figuur 1 is een balk D.EFGH getekend. Het grondvlak D is een vierkant met een zijde van cm. De ribbe G is cm lang. Door uit de balk de twee
Functies. Verdieping. 6N-3p 2013-2014 gghm
Functies Verdieping 6N-p 01-014 gghm Standaardfuncties Hieronder is telkens een standaard functie gegeven. Maak steeds een schets van de bijbehorende grafiek. Je mag de GRM hierbij gebruiken. Y f ( x)
Kwadratische verbanden - Parabolen klas ms
Kwadratische verbanden - Parabolen klas 01011ms Een paar basisbegrippen om te leren: - De grafiek van een kwadratisch verband heet een parabool. - Een parabool is dalparabool met een laagste punt (minimum).
Night VFR. Nachtzicht
Technische Informatie Nacht Zicht Zicht Tips Verlichting Illusies/ desoriëntatie Weer Minima Weer Tips Benodigde Brandstof Certificering regels voor nachtvluchten Recente ervaring eisen Night bijzondere
2.1 Onderzoek naar bewegingen
2.1 Onderzoek naar bewegingen Opgave 1 afstand a De (gemiddelde) snelheid leid je af met snelheid =. tijd Je moet afstand en snelheid bespreken om iets over snelheid te kunnen zeggen. afstand snelheid
Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen HAV 0 tijdvak woensdag 0 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage.. Dit eamen bestaat uit 0 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
Hand- out Boeing 737. hand- out- PU.01
Hand- out Boeing 737 Pitch- Up Arendweg 37- B Lelystad Airport hand- out- PU.01 085-210 60 66 leervandeluchtvaart.nl 1 Deze hand- out is samengesteld door Simcenter Lelystad, Pitch- Up en wordt toegepast
AFREGELEN VAN EEN CCPM HELICOPTER
AFREGELEN VAN EEN CCPM HELICOPTER Cyclic Collective Pitch Mixing, of CCPM afgekort, is een van de twee meest populaire methodes om de swash van een RC heli te bedienen. CCPM bestaat al een aantal jaren,
Veranderingen Antwoorden
Veranderingen Antwoorden Paragraaf 1 1a Waarschijnlijk hoeveel procent je energie is van je maximale hoeveelheid 1b Het gemiddelde ligt veel hoger, Bekijk de oppervlakte tussen de grafiek en de stippellijn.
Hand- out Boeing 737 vliegen. hand- out- PU.01
Hand- out Boeing 737 vliegen. Pitch- Up Arendweg 37- B Lelystad Airport 085-210 60 66 pitch- up.nl 1 Deze hand- out is samengesteld door Simcenter Lelystad, Pitch- Up en wordt toegepast bij het uitvoeren
Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie
Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie Samenvatting door R. 2564 woorden 31 januari 2018 10 2 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Subdomein C1. Kracht en beweging Specificatie De kandidaat
Landkaarten en coördinaten
Landkaarten en coördinaten Wat is nu eigenlijk een landkaart? Nou, hou je vast. Op een landkaart staat op een plat vlak een verkleind en toegelicht beeld van een bepaald deel van het aardoppervlak afgedrukt.
Ijkingstoets industrieel ingenieur UGent/VUB, september 2015
IJkingstoets 4 september 05 - reeks - p. /0 Ijkingstoets industrieel ingenieur UGent/VUB, september 05 Oefening De evolutie van een bepaalde radioactieve stof in de tijd volgt het wiskundig model N (t)
Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2005-I
Inademen ij controlemetingen aan de ademhaling wordt men gevraagd om diep uit te ademen en vervolgens gedurende vijf seconden zo diep mogelijk in te ademen. Tijdens het inademen is de hoeveelheid verse
Basiskennistoets wiskunde
Lkr.: R. De Wever Geen rekendoos toegelaten Basiskennistoets wiskunde Klas: 6 WEWI 1 september 015 0 Vraag 1: Een lokaal extremum (minimum of maximum) wordt bereikt door een functie wanneer de eerste afgeleide
www. Fysica 1997-1 Vraag 1 Een herdershond moet een kudde schapen, die over haar totale lengte steeds 50 meter lang blijft, naar een 800 meter verderop gelegen schuur brengen. Door steeds van de kop van
Botsing >> Snelheid >> Kracht
Botsing >> Snelheid >> Kracht Voorwoord; Allemaal hebben we wel eens na zitten denken. Hoe hard reed ik óf juist die ander nou? Hoe groot is de impact nou eigenlijk geweest? etc.etc. Dat is ook wel logisch
Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk
Module 6 Vlakke meetkunde 6. Geijkte rechte Beschouw een rechte L en kies op deze rechte een punt o als oorsprong en een punt e als eenheidspunt. Indien men aan o en e respectievelijk de getallen 0 en
VLAAMSE ZWEEFVLIEG ACADEMIE
VLAAMSE ZWEEFVLIEG ACADEMIE HOE LEER IK ZWEEFVLIEGEN? IF FLYING WERE THE LANGUAGE OF MAN, SOARING WOULD BE ITS POETRY VLAAMSE ZWEEFVLIEG ACADEMIE VZW ROTENAARD 106/2 2650 EDEGEM www.vlaamsezweefvliegacademie.be
IJkingstoets september 2015: statistisch rapport
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 4 september 05 - reeks - p. IJkingstoets september 05: statistisch rapport In totaal namen studenten deel aan deze toets. Hiervan waren er 06 geslaagd. Verdeling van de
Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport versie 2.01 juni 2013 Pagina 1 van 6
Bijlage 2- Examens rotor modellen (A-HELI, A-MULTIKOPTER) Inleiding Dit document kan op enkele plaatsen Engelstalige woorden bevatten indien dit woorden zijn die in de modelvliegwereld ingeburgerd zijn,
CIRCULAIRE. Technische voorwaarden waaraan de burgerlijke helihavens moeten voldoen.
KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR Bestuur van de Luchtvaart CIRCULAIRE CIR/GDF-02 Datum : 07/83 Uitgave : 4 Betreft : Technische voorwaarden waaraan de burgerlijke helihavens moeten
Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap
Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...
Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1
Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2
wiskunde B havo 2019-II
Een logaritmische en een eponentiële unctie De uncties en g worden gegeven door: 1 en g 1 ( ) 4 3 ( ) 8 log 4 1 p de graiek van ligt een punt met -coördinaat 13. Dat is het punt. p de graiek van g ligt
1 of 9 13-03-2004 21:21
1 of 9 13-03-2004 21:21 Hello Beginnende Piloot Hierbij een stukje uitleg waarom je "niet goed voor de baan uitkomt" Allereerst begin het maken van een vlucht bij een goede voorbereiding! 1. Vluchtvoorbereiding
Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 1 dinsdag 19 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-GL en TL 205 tijdvak dinsdag 9 mei 3.30-5.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te
IJkingstoets september 2015: statistisch rapport
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 4 september 05 - reeks - p. IJkingstoets september 05: statistisch rapport In totaal namen 33 studenten deel aan deze toets. Hiervan waren er 06 geslaagd. Verdeling van
IJkingstoets september 2015: statistisch rapport
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 4 september 05 - reeks 4 - p. IJkingstoets september 05: statistisch rapport In totaal namen 33 studenten deel aan deze toets. Hiervan waren er 06 geslaagd. Verdeling
lucht afzetten. Lucht heeft niet een vaste plaats zoals we weten. Hiervoor heeft men een systeem ontwikkeld waarop we hierna in zullen gaan.
Beechcraft Baron 58 Beech Baron 58 Cessna Skyhawk Als we de Beech Baron met een Cessna Skyhawk vergelijken, dan valt gelijk op dat de Cessna een eenmotorig en de Beech Baron een tweemotorig vliegtuig is.
Neergestort in circuit
Neergestort in circuit Neergestort in circuit Den Haag, februari 2014 De rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn openbaar. Alle rapporten zijn boven dien beschik baar via de website van de
Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Achter dit examen is een erratum opgenomen.
Eamen VW 04 tijdvak woensdag 8 juni.0-6.0 uur wiskunde B (pilot) Achter dit eamen is een erratum opgenomen. Dit eamen bestaat uit 6 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
Examenstof Luchtvaartvoorschriften + Zeilvliegreglementen:
Examenstof Luchtvaartvoorschriften + Zeilvliegreglementen: Weten wat de volgende zaken betekenen: ASR (Altimeter Setting Region) Bijzondere VFRvlucht Daglichtperiode EASA Een luchtverkeerscircuit Gecontroleerde
GEBRUIKSAANWIJZING PLASTIMO KOMPASSEN
GEBRUIKSAANWIJZING PLASTIMO KOMPASSEN U bent nu de gelukkige eigenaar van een Plastimo kompas. Dit instrument is het resultaat van onze meer dan 40 jaar ervaring in het ontwikkelen en vervaardigen van
Voorbeeldvragen PPL, CPL-FB, RT
1 Air Law In welk van onderstaande gevallen dient een leerling-vlieger vliegmedisch te zijn goedgekeurd? A) Als hij solo gaat vliegen. B) Als hij overland gaat vliegen met een instructeur. C) Als hij theorie-examen
Bijlage 2: De terreininventarisatie: handleiding
Wegwijs in de inventarisatie Wil je gemeente een tragewegenplan opmaken? Dan is het belangrijk om eerst een zicht te hebben om de trage wegen van je gemeente. Dat doe je door je trage wegen te inventariseren,
