UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
|
|
|
- Lotte Verlinden
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 20 december 2016 GC Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als bedoeld in artikel 12 van het reglement van orde van de geschillencommissie in het geschil tussen A, aios radiotherapie, wonende te., hierna te noemen de aios, bijgestaan door mr. A.B. van Kinschot en B, opleider radiotherapie in C te, hierna te noemen de opleider. Verloop van de procedure De aios heeft op 22 september 2016 een pro forma verzoekschrift ingediend bij de geschillencommissie betreffende een geschil tussen haar en haar opleider. Op 12 oktober 2016 heeft mr. A.B. van Kinschot namens de aios een aanvullend verzoekschrift ingediend. Op 15 november 2016 heeft de opleider een verweerschrift met bijlagen ingediend. Op 29 november 2016 heeft de aios twee aanvullende producties overgelegd. Op 6 december 2016 heeft een hoorzitting plaatsgevonden, waarvan een verslag is gemaakt. Geschil Het geschil heeft betrekking op het besluit van de opleider van 5 juli 2016, schriftelijk bevestigd op 14 juli 2016, waarbij zij de opleiding van de aios voortijdig heeft beëindigd. De aios is het niet eens met dit besluit. Regelgeving Voor de beoordeling van het geschil zijn van toepassing: De Regeling specialismen en profielen geneeskunst, in werking getreden op 1 januari 2013; Het Kaderbesluit CCMS, zoals gewijzigd en in werking getreden op 1 juli 2014; Het besluit radiotherapie, in werking getreden op 1 januari 2011; Het Reglement van Orde geschillencommissie, in werking getreden op 1 januari Feiten De aios is 15 september 2015 gestart met de opleiding radiotherapie. Zij had voorafgaand hieraan een periode als anios radiotherapie in D gewerkt. De aios heeft van 15 november 2016 tot 15 maart 2016 de stage longtumoren en palliatieve radiotherapie gelopen. Op 11 februari 2016 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. Van dit gesprek is een verslag gemaakt. Er was geen duidelijke leercurve bereikt. Bij de opleiders waren er zorgen over de belastbaarheid van de aios versus de eisen die het vak vergde. De arbodienst zou worden ingeschakeld. Op 15 februari 2016 heeft de opleider de bedrijfsarts gevraagd of de aios beschouwd kon worden als volledig belastbaar conform de eisen die gesteld worden aan een aios radiotherapie. Bij brief van 25 februari 2016 heeft de bedrijfsarts de opleider meegedeeld dat er geen medische reden was aan te geven om de belasting in het werk te beperken. Begin maart 2016 zijn er werkafspraken gemaakt rond de supervisie van de aios. Deze afspraken zijn op papier gezet. 1/5
2 Op 17 maart 2016 heeft een beoordeling van de eerste stage plaatsgevonden. Er was geen duidelijke leercurve zichtbaar. De aios was zeer gemotiveerd maar was frequent afwezig geweest. De belastbaarheid werd als beperkend voor de voortgang in de opleiding ingeschat. Er werden verbeterpunten genoemd. Intensieve begeleiding werd bij een volgende stage van belang geacht, tijdmanagement, prioritering en diepgang bij voorbereiden multidisciplinaire besprekingen en patiënten. Er was reden voor een nieuwe start. Op 21 maart 2016 is de aios met een geïntensiveerd begeleidingstraject (GBT) gestart. Dit traject liep tot 1 juli De opleider heeft de RGS op 8 april 2016 geïnformeerd over het geïntensiveerd begeleidingstraject van 3,5 maand. De RGS heeft dit op 18 april 2016 bevestigd en aangegeven dat zij uiterlijk vóór 29 juli 2016 vernam wat de uitkomst van de geschiktheidsbeoordeling was. De aios heeft voor het examen palliatie van 1 april 2016 een voldoende gehaald. Op 11 mei 2016 heeft een OSATS brachytherapie plaatsgevonden. De beoordeling was positief. Op 23 juni 2016 heeft de bedrijfsarts de opleider schriftelijk meegedeeld dat het herstel van de aios niet goed was doorgezet. De medische toestand van de aios had haar functioneren zeker nadelig beïnvloed. De aios was gebaat bij minder druk vanuit het werk. Op 28 juni 2016 heeft een OSATS uitwendige RT plaatsgevonden. De beoordeling was positief. Op 30 juni 2016 heeft een OSATS uitwendige RT plaatsgevonden. De beoordeling was matig. Op 5 juli 2016 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft de opleider aangegeven het voornemen te hebben de opleiding te beëindigen. De aios had niet laten zien dat zij binnen het vak op voldoende niveau functioneerde overeenkomstig de fase van de opleiding. Er werd erkend dat in de laatste periode het ziek zijn van de aios haar functioneren negatief had beïnvloed. De aios vroeg om een laatste kans om te laten zien dat zij wel goed zou kunnen functioneren. Zij dacht vanaf 1 augustus 2016 weer volledig belastbaar te zijn. Op 11 juli 2016 zou een vervolggesprek plaatsvinden. Bij schrijven van 8 juli 2016 heeft de bedrijfsarts de opleider geïnformeerd over de arbeidsgeschiktheid van de aios. De klachten van de aios waren zodanig dat werken op dat moment niet haalbaar was. Wellicht zou zij in augustus 2016 weer kunnen werken, maar of dat weer volledig zou kunnen, was moeilijk in te schatten. Bij schrijven van 14 juli 2016 heeft de opleider de beëindiging van de opleiding schriftelijk aan de aios bevestigd. Standpunt aios De aios stelt zich op het standpunt dat het besluit tot beëindiging van de opleiding onvoldoende onderbouwd en prematuur is. Zij is verre van optimaal gestart met de opleiding. Zij was bij de start uitgeput en uit balans en zat niet goed in haar vel. Daarnaast hebben andere privé omstandigheden ertoe geleid dat zij haar eerste reguliere stage niet had gehaald. Er was een GBT gestart. Zij erkent dat zij het eerste deel van het GBT matig heeft gefunctioneerd. Het tweede deel van het GBT heeft zij naar behoren gefunctioneerd. Er was in mei en juni 2016 duidelijk sprake van een stijgende lijn. Een officiële eindbeoordeling van het GBT heeft niet plaatsgevonden. De aios stelt voorts dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de implicaties van een GBT. Zo is haar niet verteld dat aan het eind van het GBT een geschiktheidsoordeel zou plaatsvinden. Voorts kan de aios zich niet aan de indruk onttrekken dat er vanuit de opleiding vanaf de start met een gekleurde bril naar haar functioneren is gekeken. Men was al van oordeel dat het haar niet zou lukken. Er is niet stilgestaan bij haar positieve scores. Achteraf gezien is de aios vanuit een te kwetsbare positie met de opleiding gestart. Volgens de aios wist de opleider dat de aios, zowel fysiek als mentaal gedurende de opleiding met grote problemen kampte en dat dit zijn weerslag had op de prestaties van de aios. Het volgen van een GBT onder deze omstandigheden was een inadequate en bij voorbaat kansloze exercitie. De aios had dan ook niet op de periode van het GBT afgerekend mogen worden. De aios wil een nieuwe kans zodat zij kan aantonen dat zij geschikt is voor de opleiding. 2/5
3 Standpunt opleider De opleider stelt zich op het standpunt dat vanaf het begin van de opleiding in toenemende mate bezorgdheid ontstond over de kennis, kunde en vaardigheden van de aios. De aios bleef achter in het functioneren op alle CanMeds en het ontbrak aan voortgang, zoals deze op grond van de opleidingsduur verwacht mocht worden. Dit is herhaaldelijk met de aios besproken. De zelfstandigheid van de werkzaamheden nam niet in voldoende mate toe. Tijdens het voortgangsgesprek van 11 februari 2016 is de aios nadrukkelijk gevraagd naar de mogelijke relatie met de frequente ziekmeldingen of met omstandigheden van betekenis die de zwakke start konden verklaren. De opleider heeft contact opgenomen met de bedrijfsarts om een oordeel te vragen over de belastbaarheid van de aios. Er was geen sprake van beperkte belastbaarheid. De aios kreeg een GBT, waarbij zij beperkt werd belast, ondanks het advies van de bedrijfsarts dat zij volledig belastbaar was. Er was wel sprake van enige vooruitgang, maar deze was met name zichtbaar in de structuur van werken. Gedurende het traject kon de aios niet de output leveren die van haar mocht worden verwacht. Aan het eind van het GBT achtte de bedrijfsarts de aios verminderd belastbaar. Het GBT is formeel niet afgesloten in verband met arbeidsongeschiktheid van de aios. De opleider acht het niet reëel om in een periode van 2 maanden extra beoordelingstijd het beeld te wissen dat in een periode van 10 maanden daaraan voorafgaand is ontstaan. Volgens de opleider is de aios niet geschikt om de opleiding voort te zetten. Bevoegdheid geschillencommissie Voordat een geschil aan de geschillencommissie kan worden voorgelegd, moet eerst bemiddeling hebben plaatsgevonden. Ingevolge artikel 3 van het Reglement van orde van de geschillencommissie moet een verzoek tot bemiddeling binnen vier weken na het besluit van de opleider aan de centrale opleidingscommissie worden voorgelegd. De centrale opleidingscommissie heeft zes weken de tijd om te bemiddelen in het geschil. De centrale opleidingscommissie kan gebruik maken van een mediator. Indien het geschil onbemiddelbaar is gebleken kan de aios binnen twee weken het geschil aan de geschillencommissie voorleggen. De opleider heeft op 5 juli 2016 besloten tot beëindiging van de opleiding en heeft dit bij schrijven van 14 juli 2016 aan de aios bevestigd. De aios heeft het geschil vervolgens binnen vier weken na het besluit tot beëindiging van de opleiding aan de centrale opleidingscommissie voorgelegd. De centrale opleidingscommissie heeft op 12 september 2016 geconstateerd dat het geschil niet in der minne kon worden geschikt. De aios heeft op 22 september 2016 een pro forma verzoekschrift bij de geschillencommissie ingediend en vervolgens binnen de daarvoor gestelde termijn een aanvullend verzoekschrift. De geschillencommissie is bevoegd het geschil in behandeling te nemen. Overwegingen Artikel B.12 Kaderbesluit bepaalt dat de opleiding is voorzien van momenten waarop toetsing en beoordeling plaatsvindt. Artikel B.13 Kaderbesluit bepaalt dat de aios in een voortgangsgesprek wordt beoordeeld op de voortgang in zijn ontwikkeling en in de jaarlijkse beoordeling of hij geschikt en in staat is de opleiding voort te zetten. Artikel B.14 Kaderbesluit bepaalt dat tijdens de opleiding gesprekken plaatsvinden tussen de opleider en de aios over de voortgang in de ontwikkeling van de aios. In het eerste jaar van de opleiding vinden ten minste vier voortgangsgesprekken plaats, ten minste één per kwartaal. In het tweede en derde jaar vinden ten minste twee voortgangsgesprekken plaats, ten minste één per half jaar. In de opleidingsjaren daarna tot het einde van de opleiding vindt ten minste één voortgangsgesprek per opleidingsjaar plaats, waarbij geldt dat een voortgangsgesprek ten minste drie maanden voor het eind van elk opleidingsjaar wordt gehouden. 3/5
4 Een voortgangsgesprek kan aanleiding geven het individueel opleidingsplan bij te stellen en kan leiden tot een geïntensiveerd begeleidingstraject. Van het voortgangsgesprek wordt een schriftelijk verslag gemaakt dat zowel door de opleider als door de aios wordt ondertekend. Artikel B.15 Kaderbesluit bepaalt dat aan het eind van elk opleidingsjaar, dat wil zeggen in ieder geval binnen een maand nadat de aios twaalf maanden opleiding heeft gevolgd, een geschiktheidsbeoordeling plaatsvindt. Dit geldt niet voor het laatste opleidingsjaar. Artikel B.22 Kaderbesluit bepaalt dat tot een geïntensiveerd begeleidingstraject kan worden besloten naar aanleiding van een voortgangsgesprek, een jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling of een eindbeoordeling. Voor een geïntensiveerd begeleidingstraject wordt het individuele opleidingsplan bijgesteld. Het plan vermeldt de doelen van en de voorwaarden waaronder een geïntensiveerd begeleidingstraject plaatsvindt, de termijn en de wijze waarop ontwikkeling van de aios zal worden beoordeeld. Een geïntensiveerd begeleidingstraject duurt minimaal drie en maximaal zes maanden. Tijdens het traject vindt ten minste één voortgangsgesprek plaats. Het traject wordt afgesloten met een geschiktheidsbeoordeling. De opleider brengt de RGS op de hoogte van het geïntensiveerd begeleidingstraject en wijst de aios op de geschillenprocedure. De aios is op 15 september 2015 met de opleiding gestart. Er hebben regelmatig gesprekken tussen de aios en opleider plaatsgevonden. Er zijn verslagen van de voortgangsgesprekken van 11 februari 2016, 17 maart 2016 en van 5 juli 2016 overgelegd. Uit het verslag van 11 februari 2016 blijkt dat er geen leercurve was en dat de opleiders zich zorgen maakten over het welbevinden van de aios en haar belastbaarheid. Dit was voor de opleider aanleiding om de bedrijfsarts om advies te vragen over de belastbaarheid van de aios. De bedrijfsarts constateerde na contact te hebben gehad met de aios, dat er geen medische reden aan te geven was om de belasting in het werk te beperken. Hij had de aios wel geadviseerd een voorstel te doen om de belasting in het werk stapsgewijs op te bouwen. Naar aanleiding hiervan zijn er afspraken gemaakt met de aios over haar supervisie en over het aantal nieuwe patiënten per week. De opleider besloot de aios vooralsnog niet volledig te belasten, zij kreeg minder nieuwe patiënten per week dan een volledig belastbare aios. Op 17 maart 2016 heeft de beoordeling van de eerste stage plaatsgevonden. Deze was onvoldoende. Er was geen duidelijke leercurve zichtbaar. De aios moest deze stage overdoen en er was reden voor een nieuwe start. Er werd overeenkomstig artikel 22 van het Kaderbesluit besloten tot een geïntensiveerd begeleidingstraject gedurende de periode van 21 maart tot 1 juli Er zijn doelen gesteld die de aios tijdens dit traject moest halen. De aios heeft aangevoerd dat zij niet op de hoogte was van de implicaties van een GBT en dat de opleider niet tot een GBT had mogen besluiten vanwege haar fysieke en mentale problemen, waardoor een GBT bij voorbaat kansloos was. Daarnaast bestond bij haar de indruk dat de opleidingsgroep er al vanuit ging dat de opleiding beëindigd zou worden. De geschillencommissie stelt vast dat de opleider voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met de aios is gesproken over het GBT. Er zijn immers doelen vastgesteld en afspraken gemaakt. De regelgeving hierover is ook helder. Gedurende het traject vindt ten minste één voortgangsgesprek plaats en aan het eind een geschiktheidsbeoordeling. Voorafgaand aan het GBT heeft de opleider geconstateerd dat het niet goed ging met de aios en heeft dit ook met de aios besproken. Volgens de aios zou het wel goed komen. Voor de opleider waren de frequente ziekmelding en de leercurve wel aanleiding om de bedrijfsarts om advies te vragen. Toen de bedrijfsarts aangaf dat er geen sprake was van beperkte belastbaarheid, kon de opleider naar het oordeel van de geschillencommissie besluiten tot een GBT. De opleider heeft zich voldoende rekenschap gegeven van het welbevinden van de aios en ook gedaan wat mogelijk was om ervoor te zorgen dat de aios haar opleiding tot een goed einde zou kunnen brengen. Bij de start van het GBT werd de aios nog niet volledig belast. Er hebben tijdens het GBT meerdere gesprekken met de aios plaatsgevonden, maar deze zijn niet gedocumenteerd. Ondanks dat niet alle gesprekken zijn vastgelegd constateert de geschillencommissie dat de opleider zorgvuldig heeft gehandeld bij het besluit tot een GBT en gedurende het gehele traject. 4/5
5 De aios heeft erkend dat de eerste periode van het GBT matig, dan wel niet goed is verlopen. Zij stelt echter dat het de tweede periode beter ging. De opleider heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er weliswaar sprake was van een voorzichtige stijging op het gebied van het aanbrengen van structuur maar dat deze stijging onvoldoende was om de opleiding te kunnen voortzetten. Zij heeft de opleidingsgroep nog voorgelegd of het mogelijk was de aios een nieuwe kans te geven, maar dit werd unaniem afgewezen. Het werd niet reëel geacht dat de aios in een periode van maximaal drie maanden zou kunnen compenseren wat in een periode van 10 maanden daaraan voorafgaand niet was gelukt. Noch uit de stukken, noch ter zitting is gebleken dat vanaf de start van de opleiding met een gekleurde bril naar het functioneren van de aios is gekeken. De geschillencommissie kan zich voorstellen dat de aios die indruk heeft gehad vanaf de start van het GBT, maar dat kan een gevolg zijn van de intensievere begeleiding die de aios kreeg. De geschillencommissie is dan ook van oordeel dat de opleider op grond van het ontbreken van een leercurve aan het eind van het GBT de opleiding heeft kunnen beëindigen. Na beëindiging van de opleiding is door een psychiater en psychotherapeut geconstateerd dat de aios achteraf bezien, vanaf begin 2016 of eerder verminderd arbeidsgeschikt was. Nu de aios dat zelf niet heeft aangegeven en ook ten aanzien van de belastbaarheid van de aios de opleider zorgvuldig heeft gehandeld, leidt dit niet alsnog tot de conclusie dat de opleider de opleiding niet had kunnen beëindigen. De geschillencommissie kan zich overigens wel voorstellen dat, indien de aios binnen een half jaar volledig hersteld is, de opleider de aios behulpzaam is bij het vinden van een opleidingsinrichting waar de aios als anios radiotherapie aan het werk kan gaan. In hoeverre dat een opstap naar een nieuwe opleidingsplaats zou kunnen zijn, is thans uiteraard niet aan te geven en is ook niet aan het oordeel van de geschillencommissie. Uitspraak De geschillencommissie oordeelt dat de opleider op 5 juli 2016 en schriftelijk bevestigd op 14 juli 2016, heeft kunnen besluiten de opleiding radiotherapie van de aios te beëindigen en wijst het verzoek van de aios af. Aldus uitgebracht door: mr. dr. J.J.M. Linders, voorzitter, mw. drs. L. W. van Bockel, radiotherapeut en mw. drs. SB.T. van Rooij, aios radiologie, in aanwezigheid van mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris. Utrecht, 20 december 2016 mr. dr. J.J.M. Linders voorzitter mw. mr. J.E.D de Planque secretaris 5/5
Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst.
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST IS DE ORGANISATIE VAN EN VOOR ARTSEN IN NEDERLAN uitspraak Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Datum GC 16-63262 Utrecht, 7 november 2016 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 14 februari 2017 GC/17-63268 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Referentie Utrecht, 29 november 2016 GC 16-63264 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Datum 17 oktober 2016 Referentie GC 16-63261 Opgemaakt door mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 29 januari 2019 GC 2019 1 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als bedoeld
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Datum Utrecht, 4 oktober 2016 Referentie GC 16-63260 Opgemaakt door mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst.
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST IS DE ORGANISATIE VAN EN VOOR ARTSEN IN NEDERLAN uitspraak Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT Martine Yntema Kalff anesthesioloog, plvv opleider UMCG Jos Lips Secretaris RGS Disclosure belangen spreker (Potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT dr Jos Lips, Secretaris RGS drs Corry den Rooijen, onderwijskundige 8 december 2016 Workshop intensief begeleidingstraject Indeling workshop Kennismaking en inventarisatie
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS)
Aan de (plv) opleiders Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA) Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS) Datum 10 januari 2018 Ons kenmerk 18/AVZ/LdZ/2 Telefoon (088) 4404 380 E-mail
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS)
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS) Aan de (plv) opleiders Dento-Maxillaire Orthopaedie (DMO) Datum 10 januari 2018 Ons kenmerk 18/AVZ/LdZ/3 Telefoon (088) 4404 380 E-mail [email protected]
De bemiddelende rol van Centrale Opleidingscommissies bij conflicten tussen opleiders en aios
De bemiddelende rol van Centrale Opleidingscommissies bij conflicten tussen opleiders en aios Resultaten van een onderzoek naar de manier waarop Centrale Opleidingscommissies hun bemiddelende rol in conflicten
Intensief begeleidingstraject. Pieter van Driel, SEH arts en opleider Jos Lips, gynaecoloog en secretaris RGS Corry den Rooyen, opleidingskundige MMV
Intensief begeleidingstraject Pieter van Driel, SEH arts en opleider Jos Lips, gynaecoloog en secretaris RGS Corry den Rooyen, opleidingskundige MMV Indeling workshop Kennismaking en inventarisatie Herkennen
Geschil over verwijdering twee leerlingen. School en ouders hebben geen vertrouwen meer in elkaar. Het verwijderingsbesluit is redelijk.
108219 - Geschil over verwijdering twee leerlingen. School en ouders hebben geen vertrouwen meer in elkaar. Het verwijderingsbesluit is redelijk. in het geding tussen: ADVIES [verzoekers], wonende te [woonplaats],
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE D.H. Sparendam
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE D.H. Sparendam Referentie Utrecht, 20 augustus 2019 GC/19-6 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
Postbus 2122, 6020 AC Budel T E. W.
Postbus 2122, 6020 AC Budel T. 06-12 82 30 70 E. [email protected] W. www.geschilleninstantiekab.nl Geschilleninstantie KAB Referentie: 2018-004 UITSPRAAK Inzake De heer van H. Wonende
5. Protocol Toetsing en Beoordeling
5. Protocol Toetsing en Beoordeling Dit protocol Toetsing en Beoordeling maakt deel uit van het Landelijk Opleidingsplan met ingangsdatum 1 januari 2017. Uitgangspunten Dit Protocol Toetsing en Beoordeling
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,
Inhoudsopgave. 3 Introductie. 4 Procedure. 5 Voorbereiding. 7 Vraag & antwoord. 8 Informatie. 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie
2 Inhoudsopgave 3 Introductie 4 Procedure 5 Voorbereiding 7 Vraag & antwoord 8 Informatie 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie 3 Introductie : informatie voor aios Kwaliteit staat bij de medische
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraaknr. : 07-06 Datum : 13 november 2007 Partijen : de cliëntenraad , vertegenwoordigd door zijn voorzitter, ,
SAMENVATTING Adviesgeschil PO - artikel 11 onder f WMS ( vaststelling of wijziging beleid m.b.t. organisatie van de school)
SAMENVATTING 105529 - Adviesgeschil PO - artikel 11 onder f WMS ( vaststelling of wijziging beleid m.b.t. organisatie van de school) Nadat de Commissie in een eerdere procedure (105501) had uitgesproken
UITSPRAAK. de medezeggenschapsraad van obs A, te G, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: de heer mr. W.D. Berkhout
107643 17.04 De opheffing van (een deel van) de school is zó ingrijpend dat het bevoegd gezag de MR daar in een zo vroeg mogelijk stadium bij moet betrekken. Dat is ten onrechte niet gebeurd. in het geding
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis.
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis. Klaagster is met haar broer en zus erfgenaam van een boedel waarin zich een recreatiewoning
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING Goedgekeurd door de HVRC 1 maart 2007 Voorwoord Conform artikel B3 lid 2 van het Kaderbesluit CHVG (hierna: Kaderbesluit), in werking getreden
het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraaknr. : 09-03 Datum : 22 juli 2009 Partijen : de (zorgaanbieder), vertegenwoordigd door de raad van bestuur, mevrouw (naam), hierna aangeduid
ADVIES. inzake de klacht van: de heer A, vader van B, klager gemachtigde: mevrouw mr. M. Shaaban. tegen
107071 ADVIES inzake de klacht van: de heer A, vader van B, klager gemachtigde: mevrouw mr. M. Shaaban tegen de heer C, directeur van D te E, verweerder 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij klaagschrift van
DE TUCHTCOMMISSIE VAN DE STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS
Stichting Tuchtrechtspraak Mediators Postbus 23265 3001 KG Rotterdam DE TUCHTCOMMISSIE VAN DE STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS HEEFT DE NAVOLGENDE BESLISSING GEGEVEN IN ZAAK M-2017-11 van: DE HEER
CENTRAAL TUCHTCOLLEGE
C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. E.H.C. Vos, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-592 (mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. E.H.C. Vos, secretaris) Klacht ontvangen op : 19 oktober 2017 Ingediend door : Consument Tegen
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraaknr. : 08-03 Datum : 24 november 2008 Partijen : Stichting (zorgaanbieder), vertegenwoordigd door de heer (naam), locatiemanager (locatie),
SAMENVATTING. 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO
SAMENVATTING 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO Een ouder klaagt erover dat de school haar onvoldoende heeft geïnformeerd over
