UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
|
|
|
- Andrea de Winter
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 14 februari 2017 GC/ Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als bedoeld in artikel 12 van het reglement van orde van de geschillencommissie in het geschil tussen A, aios maag-darm en leverziekten, wonende te.., hierna te noemen de aios, bijgestaan door mw. mr. A.M. Ludwig en B, opleider interne geneeskunde in het C, hierna te noemen de opleider. Verloop van de procedure Mw. Ludwig heeft namens de aios op 24 november 2016 en op 6 december 2016 een pro forma en een aanvullend verzoekschrift ingediend betreffende een geschil tussen de aios en de opleider. De opleider heeft op 3 januari 2017 een verweerschrift ingediend. Op 6 januari 2017 heeft op verzoek van de geschillencommissie, mw. Ludwig namens de aios nadere stukken ingediend. Op 17 januari 2017 heeft een hoorzitting plaatsgevonden, waarvan een verslag is gemaakt. Geschil Het geschil heeft betrekking op het schriftelijke besluit van 13 oktober 2016 van de opleider, waarbij de opleider de opleiding van de aios heeft beëindigd omdat hij de aios ongeschikt acht de opleiding voort te zetten. De aios is het hier niet mee eens. Regelgeving Voor de beoordeling van het geschil zijn van toepassing: De Regeling specialismen en profielen geneeskunst, in werking getreden op 1 januari 2013 Het Kaderbesluit CCMS, zoals gewijzigd en in werking getreden op 1 januari 2017 Het besluit maag-darm-leverziekten, zoals gewijzigd en in werking getreden op 1 januari 2013 Het Reglement van Orde geschillencommissie, in werking getreden op 1 januari 2013 Feiten De aios is op 1 juli 2014 gestart met de 2- jarige vooropleiding interne geneeskunde in het kader van de opleiding tot Maag-Darm- en Leverarts. De vooropleiding vond plaats in ziekenhuis C. De hoofdopleider was de opleider van de MDL opleiding D. De aios beschikte bij de start van de opleiding niet over klinische ervaring, zij heeft voor zij met de opleiding begon, onderzoek gedaan. De aios heeft in juli en augustus 2014 een zaalstage oncologie-hematologie gelopen. Op 27 augustus 2014 heeft het eerste voorgangsgesprek plaatsgevonden. Geconstateerd werd dat de aios geen klinische ervaring had en dat dit zichtbaar was. De aios scoorde op alle competenties een voldoende en er was sprake van groei. In de maanden september en oktober 2014 heeft de aios zaalstage nefrologie gelopen. 1/8
2 Op 8 september 2014 heeft een startgesprek voor de zaalstage plaatsgevonden. Op 17 oktober 2014 is het individueel opleidingsplan opgesteld. In de maanden november en december 2014 heeft de aios zaalstage maag-darmleverziekten gelopen. Op 11 november 2014 heeft een startgesprek met supervisor zaalstage maag-darmleverziekten plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek zijn de leerdoelen besproken. Op 29 december 2014 heeft een eindbeoordeling zaalstage plaatsgevonden. De aios miste de vaardigheid om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en in een redelijke termijn de casus van een patiënt helder te krijgen. De samenwerking was een aandachtspunt, evenals het feedback geven en vragen. De aios functioneerde onder het niveau dat van een aios in deze fase van de opleiding verwacht mocht worden. Er was wel sprake van een duidelijke progressie. De leerhouding van de aios was actief en positief. De verwachting was dat de aios tot het gewenste competentieniveau kon groeien. De aios had het moeilijk met deze beoordeling. Van dit gesprek is een verslag opgesteld. In de maanden januari en februari 2015 heeft de aios diensten gedaan. Op 8 januari 2015 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. De aios scoorde op verschillende aspecten van medisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie en professionaliteit onvoldoende. Er werden leerdoelen voor de komende 2 maanden afgesproken. De aios moest hoofd- en bijzaken onderscheiden, zelf met behandelvoorstellen komen en zich bewust worden van het effect van communicatie, hoe het overkomt. De aios heeft in de maanden maart en april 2015 stage op de acute opname afdeling gelopen. Op 3 maart 2015 heeft een startgesprek plaatsgevonden voor betreffende stage. De leerdoelen werden besproken. De aios moest letten op timemanagement, een gesprek goed voorbereiden, meer interactie krijgen met haar omgeving en zich actief opstellen. Op 28 april 2015 heeft een derde voortgangsgesprek plaatsgevonden. De aios scoorde op verschillende aspecten van de competenties, met uitzondering van maatschappelijk handelen onvoldoende. Haar kennis was onvoldoende, communicatie was oppervlakkig en er was weinig interactie met supervisoren en verpleging. De aios moest meer diepgang zoeken n.a.v. casuïstiek. De aios leek groei door te maken in zelfreflectie. Er werd een geïntensiveerd begeleidingstraject (GBT) afgesproken. Er zou een ondersteuningsplan in communicatie opgesteld worden. In mei 2015 heeft de aios een zaalstage oncologie hematologie gelopen. Op 21 mei 2015 is het individueel opleidingsplan bijgesteld. De aios is op 1 juni 2015 gestart met een GBT tijdens de zaalstage oncologie-hematologie, voor de duur van vooralsnog drie maanden. De aios werd in de gelegenheid gesteld om onder intensieve begeleiding de achterstand in ontwikkeling in te halen. De problemen werden samengevat en met de aios besproken. De aios kreeg ondersteuning bij communicatie en zelfreflectie en daarnaast kreeg de aios een interne coach. Op 7 juli 2015 heeft een tussentijdsgesprek plaatsgevonden. Hieraan voorafgaand is het individueel opleidingsplan bijgesteld. De kennis was groeiende, de communicatie ging beter en de dossiervoering werd zorgvuldig gedaan. De aios had een externe coach, naast de interne coach. Op 30 juli 2015 heeft de eindbeoordeling van de zaalstage oncologie/hematologie plaatsgevonden. Alle competenties waren voldoende. Er werden sterke en verbeterpunten genoemd. De aios moest wel blijven trainen in onderscheid hoofd- en bijzaken. Ook moest zij zich verder trainen in het daadwerkelijk verwoorden van wat de zorg en wat het slechte nieuws was. Ook mocht de aios sterker voor haar eigen mening staan. De aios moest haar werktempo geleidelijk opvoeren. De aios had voldaan aan de gestelde leerdoelen en kon doorstromen naar het tweede opleidingsjaar. 2/8
3 Van augustus tot december 2015 heeft de aios de polistage nefrologie gelopen. Op 13 augustus 2015 heeft een startgesprek polistage nefrologie plaatsgevonden. Er zijn leerdoelen geformuleerd en er zijn afspraken gemaakt over de weekindeling. In november 2015 is de aios gepromoveerd. In januari en februari 2016 heeft de aios consulten gedaan. Op 14 januari 2016 heeft een beoordeling plaatsgevonden. De stagebonden leerdoelen waren goed. Timemanagement bleef een aandachtspunten evenals het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, met name als het drukker was. De aios heeft op 14 januari 2016 een zelfreflectie opgesteld. Op 14 januari 2016 heeft een startgesprek plaatsgevonden. Er werden leerdoelen afgesproken en de weekagenda werd besproken. Op 6 februari 2016 heeft een aanpassing van het opleidingsschema plaatsgevonden in verband met het volgen van de opleiding in deeltijd. In de maanden maart, april en mei 2016 liep de aios een polistage infectieziekten. Op 27 april 2016 heeft een tussengesprek plaatsgevonden. Begin juni 2016 werd besloten tot een tweede GBT, na een onvoldoende beoordeling van de polistage infectieziekten. Op 16 juni 2016 zijn de leerdoelen voor het GBT 2 opgesteld. Op 24 juni 2016 heeft de aios een gesprek gehad met de opleider D. Tijdens dit gesprek is de onvoldoende beoordeling van de polistage infectieziekten aan de orde geweest en de mogelijkheid van een tweede GBT. Op 12 juli 2016 heeft de aios een gesprek met de opleider en onderwijskundige gehad. Er is gesproken over de invulling van het GBT. Het volgen van het GBT in een ander ziekenhuis was volgens de RGS geen optie. In de periode van 11 juli tot 11 oktober 2016 volgde de aios een tweede GBT. De aios volgde een aangepaste IC stage van 11 juli tot 29 augustus 2016 en vervolgens vanaf 29 augustus tot 11 oktober 2016 een polistage infectieziekte en algemene interne geneeskunde. De leerdoelen van het traject waren schriftelijk vastgesteld. Op 22 juli 2016 heeft een tussengesprek plaatsgevonden. Er werden afspraken voor de komende week gemaakt. Er was wel een laag patiëntenaantal en turn-over IC, waardoor het moeilijker was de aios te beoordelen. Op 27 juli 2016 heeft de aios een gesprek gehad met de opleider en onderwijskundige. Er werd besproken hoe het ging en er werden afspraken gemaakt. De aios heeft op 28 juli 2016 een reflectieverslag geschreven. De aios heeft op 5 augustus 2016 een gesprek gehad met de opleider D. Tijdens dit gesprek werden de eerste weken van het GBT besproken. De aios heeft een verslag van dit gesprek opgesteld. Er werden afspraken gemaakt. Op 9 augustus 2016 heeft een tussengesprek plaatsgevonden. Op 12 augustus 2016 heeft een tussentijdsgesprek plaatsgevonden. De overdracht en statusvoering was nog op niveau van een beginnend co-assistent. De werkzaamheden overdag waarbij veel supervisie aanwezig was, waren voldoende. De beoordeling van het doen van consulten waarbij zelfstandig beoordelingen en handelen nodig was, gaf een wisselend beeld. De kordaatheid en aansturing van anderen moest duidelijker en er moest duidelijkheid in beleid komen. De aios kwam te onzeker over. In de groep bestond twijfel of de aios diensten kon doen. Er kon nog geen voldoende of onvoldoende beoordeling worden gegeven. Op 18 augustus 2016 heeft een startgesprek plaatsgevonden voor de periode op de afdeling infectieziekten. Er werd een weekschema opgesteld en er werden afspraken gemaakt. Op 6 september 2016 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. De aios was halverwege het GBT. De aios functioneerde goed indien ze werd gesuperviseerd op het niveau van een 3/8
4 co-assistent. De supervisie werd afgebouwd naar het niveau van een startende aios. De toetsing vond plaats op het niveau van een startende anios. Er was onvoldoende getoetst of de aios in acute situaties kordaat kon optreden. Er bestond twijfel of de aios dat zou kunnen. Voor de komende periode was essentieel dat de aios kon aantonen dat zij hoofd en bijzaken goed kon scheiden met de bijbehorende organisatie. Er bestond twijfel over. De inzet van de aios was groot. De benoemde verbeterpunten waren niet gerealiseerd. Er bleef twijfel bestaan over de geschiktheid van de aios. Er werden afspraken gemaakt voor de komende periode. Op 19 september 2016 heeft de aios een gesprek gehad met de opleider D. De aios heeft van dit gesprek een verslag gemaakt. Tijdens dit gesprek was naar voren gekomen dat de opleider D contact had gehad met de opleider. Er bestonden twijfels over de acute situatie en daarmee over de vervolgopleiding MDL. Dit betekende dat het eindoordeel negatief zou zijn. Op 27 september 2016 heeft een voortgangsgesprek plaatsgevonden. Niet alleen zorgde de acute settings voor problemen maar ook het scheiden van hoofd- en bijzaken in andere settings. Het functioneren werd onder niveau beoordeeld en dus onvoldoende. Er werd ook niet verwacht dat de aios het GBT2 positief zou kunnen afronden. De aios gaf aan dat de signalen die zij had ontvangen een negatief effect hadden op haar functioneren en dit maakte haar leeromgeving ook onveilig. Gedurende de opleiding hebben 55 KPB s plaatsgevonden. Op 13 oktober 2016 heeft de opleider de opleiding schriftelijk beëindigd. De aios had tijdens het GBT slechts t.a.v. een beperkt aantal leerdoelen (geringe) vooruitgang geboekt. De vooruitgang was te beperkt en stond niet in verhouding tot de geïnvesteerde tijd en middelen en bood daarmee onvoldoende basis om de opleiding met goed gevolg te kunnen afronden. Standpunt aios De aios is het niet eens met het besluit tot beëindiging van de opleiding. Zij stelt dat het besluit niet in verhouding staat tot haar prestaties over de hele duur van de vooropleiding, onvoldoende is onderbouwd, nadelige gevolgen voor haar heeft en de beoordeling onvoldoende objectief is. Alleen haar prestaties tijdens het GBT2 zijn bij het besluit betrokken en niet de overige onderdelen van de vooropleiding. Zij zou hoofd- en bijzaken niet voldoende kunnen scheiden. Dit klopt volgens de aios niet. Tijdens de IC stage was dit onderdeel voldoende. Het tweede deel van het GBT2 was te kort om ontwikkeling te laten zien. Ook zou ze non-verbale communicatie onvoldoende herkennen. Dit blijkt niet uit de KPB s. Daarnaast bestrijdt ze het gebrek aan reflectief vermogen. Zij heeft vaak om feedback gevraagd en dat ook tot zich genomen en zelfreflectieverslagen geschreven. Het besluit tot beëindiging van de opleiding heeft een ingrijpende impact op haar persoonlijke ambities en staat haars inziens niet in verhouding tot de haar getoonde prestaties. Toen zij in opleiding kwam beschikte zij niet over klinische ervaring. Dat werd ook erkend, maar zij kreeg geen extra begeleiding. Ze kreeg onvoldoende begeleiding en supervisie. Voorts heeft een opleiderswissel plaatsgevonden en leek zij niet te beantwoorden aan het type MDL-arts die de nieuwe opleider voor ogen had. Er werd met een gekleurde bril naar haar gekeken. De stage MDL werd gekenmerkt door het ontbreken van inwerktijd, onvoldoende begeleiding en het verwachtingspatroon dat zij onmiddellijk de verantwoordelijkheid op zich zou kunnen nemen voor 16 patiënten. Tijdens de polistage infectieziekten was er weinig supervisietijd en was er geen continuïteit in de begeleiding. Gedurende deze stage ontving ze geen negatieve signalen. Ze kreeg haar KPB s pas aan het einde van haar stage, waardoor zij haar ontwikkelpunten niet kon verbeteren. De opleider heeft, toen duidelijk werd dat de stage infectieziekten niet goed was verlopen, onvoldoende met haar overlegd, onvoldoende begeleiding en coaching gegeven. Tijdens het GBT2 heeft zij onvoldoende en onveilige supervisie gekregen. De begeleiding was niet zorgvuldig. Er is meer over haar dan met haar gesproken. Het geschiktheidsoordeel is gegeven voor het GBT2 was afgerond. 4/8
5 Standpunt opleider De opleider stelt zich op het standpunt dat de aios niet geschikt is de opleiding voort te zetten. De aios is onvoldoende in staat gebleken hoofd- en bijzaken op adequate wijze te kunnen scheiden in situaties waarin er meervoudige problematiek speelt of waarin er sprake is van een patiëntenaanbod dat vraagt om prioritering. Daarnaast is de aios niet in staat om non-verbale communicatie te herkennen en beschikt zij niet over een toereikend reflectief vermogen om haar functioneren in positieve zin bij te stellen. Bij aanvang van de opleiding waren al bedenkingen ten aanzien van het functioneren van de aios, met name op medisch inhoudelijk en communicatief gebied. In het begin werd het nog toegeschreven aan haar gebrek aan klinische ervaring. Haar ontwikkeling op een aantal punten bleef echter achter bij hetgeen in die fase van de opleiding van haar mocht worden verwacht. Er hebben twee GBT s plaatsgevonden. Tijdens GBT1 liet de aios op verschillende onderdelen groei zien en werd het GBT positief afgesloten. De aios kon de opleiding voortzetten. Er werd hierbij wel expliciet uitgesproken dat de zorgen nog niet waren weggenomen. Ondanks een aantal positieve beoordelingen bleven de eerder benoemde aandachtspunten zowel onderwerp van gesprek als ook een punt van zorg. De onvoldoende beoordeling van de polistage infectieziekten op grond van vergelijkbare punten als waarop GBT1 was gestart was voor de opleider aanleiding om voor de tweede keer een GBT te starten. Het GBT2 bestond uit twee stages. Een ui tgeklede IC stage en een stage infectieziekten. Bij de IC stage had de aios directe supervisie. De stage werd met een voldoende afgesloten, al kwamen er nog te veel herkenbare aandachtspunten naar voren. De aios werd tijdens de tweede stage vanwege de objectiviteit door een nieuw staflid beoordeeld. Ook toen kwam het niet goed kunnen scheiden van hoofd- en bijzaken naar voren en liep het intermenselijk contact van tijd tot tijd moeizaam. Het aanvoelen van patiënten en het waarnemen van non-verbale communicatie schoot te kort. De aios functioneerde nog altijd onder niveau. Zij vroeg weliswaar feedback maar was niet in staat om die feedback om te zetten in aangepast handelen. Op grond van de uitkomst van het GBT2 en de historie acht de opleider de aios niet geschikt voor de opleiding, ondanks haar inzet en leerhouding. De aios heeft volgens de opleider gedurende de gehele opleiding bovengemiddelde aandacht en begeleiding gevraagd en ook gekregen. Bevoegdheid geschillencommissie Voordat een geschil aan de geschillencommissie kan worden voorgelegd, moet eerst bemiddeling hebben plaatsgevonden. Ingevolge artikel 3 van het reglement van orde van de geschillencommissie moet een verzoek tot bemiddeling binnen vier weken na het besluit van de opleider aan de centrale opleidingscommissie worden voorgelegd. De centrale opleidingscommissie heeft zes weken de tijd om te bemiddelen in het geschil. De centrale opleidingscommissie kan gebruik maken van een mediator. Indien het geschil onbemiddelbaar is gebleken kan de aios binnen twee weken het geschil aan de geschillencommissie voorleggen. De opleider heeft op 13 oktober 2016 besloten de opleiding van de aios te beëindigen. De aios heeft het geschil vervolgens 3 november 2016, binnen vier weken na het besluit tot beëindiging van de opleiding aan de centrale opleidingscommissie voorgelegd. De voorzitter van de centrale opleidingscommissie heeft de aios op 14 november 2016 schriftelijk meegedeeld dat hij geen mogelijkheid zag tot verdere bemiddeling van het geschil. De aios heeft op 24 november 2016 een voorlopig en op 6 december 2016 een aanvullend verzoekschrift ingediend. De aios heeft het verzoekschrift tijdig ingediend. De geschillencommissie is bevoegd het geschil in behandeling te nemen. Overwegingen Artikel B.12 Kaderbesluit bepaalt dat de opleiding is voorzien van momenten waarop toetsing en beoordeling plaatsvindt. 5/8
6 Artikel B.13 Kaderbesluit bepaalt dat de aios in een voortgangsgesprek wordt beoordeeld op de voortgang in zijn ontwikkeling en in de jaarlijkse beoordeling of hij geschikt en in staat is de opleiding voort te zetten. Artikel B.14 Kaderbesluit bepaalt dat tijdens de opleiding gesprekken plaatsvinden tussen de opleider en de aios over de voortgang in de ontwikkeling van de aios. In het eerste jaar van de opleiding vinden ten minste vier voortgangsgesprekken plaats, ten minste één per kwartaal. In het tweede en derde jaar vinden ten minste twee voortgangsgesprekken plaats, ten minste één per half jaar. In de opleidingsjaren daarna tot het einde van de opleiding vindt ten minste één voortgangsgesprek per opleidingsjaar plaats, waarbij geldt dat een voortgangsgesprek ten minste drie maanden voor het eind van elk opleidingsjaar wordt gehouden. Een voortgangsgesprek kan aanleiding geven het individueel opleidingsplan bij te stellen en kan leiden tot een geïntensiveerd begeleidingstraject. Van het voortgangsgesprek wordt een schriftelijk verslag gemaakt dat zowel door de opleider als door de aios wordt ondertekend. Artikel B.15 Kaderbesluit bepaalt dat aan het eind van elk opleidingsjaar, dat wil zeggen in ieder geval binnen een maand nadat de aios twaalf maanden opleiding heeft gevolgd, een geschiktheidsbeoordeling plaatsvindt. Dit geldt niet voor het laatste opleidingsjaar. Artikel B.22 Kaderbesluit bepaalt dat tot een geïntensiveerd begeleidingstraject kan worden besloten naar aanleiding van een voortgangsgesprek, een jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling of een eindbeoordeling. Voor een geïntensiveerd begeleidingstraject wordt het individuele opleidingsplan bijgesteld. Het plan vermeldt de doelen van en de voorwaarden waaronder een geïntensiveerd begeleidingstraject plaatsvindt, de termijn en de wijze waarop ontwikkeling van de aios zal worden beoordeeld. Een geïntensiveerd begeleidingstraject duurt minimaal drie en maximaal zes maanden. Tijdens het traject vindt ten minste één voortgangsgesprek plaats. Het traject wordt afgesloten met een geschiktheidsbeoordeling. De opleider brengt de RGS op de hoogte van het geïntensiveerd begeleidingstraject en wijst de aios op de geschillenprocedure. Een geïntensiveerd begeleidingstraject kan leiden tot een verlenging van de opleiding. Als de opleiding naar aanleiding van het geïntensiveerd begeleidingstraject wordt verlengd, ziet de opleider er op toe dat ten minste drie maanden voor het oorspronkelijk beoogde einde van de opleiding de aios en de RGS daarvan bericht ontvangt. Uitgangspunt is dat er per opleiding één geïntensiveerd begeleidingstraject plaatsvindt. In bijzondere omstandigheden is het denkbaar dat de opleider besluit tot een tweede traject. Artikel B.5 lid 4 Kaderbesluit bepaalt dat de opleiding in het kader van een geïntensiveerd begeleidingstraject als bedoeld in artikel B.22 om opleidingsinhoudelijke redenen kan worden verlengd. De aios is op 1 juli 2014 gestart met de vooropleiding interne geneeskunde in het kader van de opleiding tot MDL-arts. Voordat zij met de opleiding startte heeft zij onderzoek gedaan, hetgeen tot een promotie in het tweede jaar van haar opleiding heeft geleid. In het eerste jaar van de opleiding hebben ieder kwartaal voortgangsgesprekken plaatsgevonden. Tijdens het eerste gesprek werd geconstateerd dat de aios niet over klinische ervaring beschikte en dat dat ook zichtbaar was. Er was wel sprake van groei. Tijdens het tweede voortgangsgesprek scoorde de aios op veel punten een onvoldoende. De aios moest hoofd- en bijzaken scheiden, zelf met behandelvoorstellen komen en zich bewust worden van het effect van communicatie, hoe haar communicatie op anderen overkomt. Ook was de samenwerking een punt van aandacht. De competenties waren nog niet op het niveau wat van de aios in deze fase van de opleiding verwacht mocht worden. Er werden leerdoelen afgesproken voor de komende twee maanden. Tijdens het derde voortgangsgesprek waren er meerdere aandachtspunten. De kennis van de aios was onvoldoende, haar communicatie was oppervlakkig en er was weinig interactie met supervisoren en verpleging. De aios toonde te weinig zelfreflectie. Het voortgangsgesprek was aanleiding voor een GBT van drie maanden in de periode 1 juni 2015 tot 1 september Overeenkomstig de regelgeving is er een plan opgesteld, 6/8
7 waarin de doelen werden vermeld, het individueel opleidingsplan werd aangepast en er werden afspraken gemaakt over de begeleiding. De aios kreeg een interne en externe coach toegewezen. Halverwege het GBT vond een tussentijdsgesprek plaats. Ondanks dat sprake was van groei, waren er bij de opleider nog wel zorgen of de opleiding tot MDL arts, wel de juiste opleiding voor de aios was. Blijkens de beoordeling van 30 juli 2015 scoorde de aios op alle competenties een voldoende en kon ze starten met het tweede opleidingsjaar. De leerdoelen in het IOP waren voldoende behaald. De statusvoering was nog wel een aandachtspunt. De opleider adviseerde vanwege het GBT de opleiding met drie maanden te verlengen. De aios zette de opleiding voort en op 14 januari 2016 vond een voortgangsgesprek plaats. Het scheiden van hoofd- en bijzaken was nog steeds een aandachtspunt, met name als het drukker was. Ook was timemanagement een aandachtspunt. In juni 2016 is de polistage infectieziekten met een onvoldoende beoordeeld. Dit was voor de opleider aanleiding voor een tweede GBT van drie maanden. Er was sprake van onvoldoende groei en er bestond twijfel bij de opleidingsgroep of de vooropleiding interne geneeskunde met een voldoende kon worden afgerond. Er werden overeenkomstig de regelgeving leerdoelen vastgesteld. Het IOP werd aangepast, de aios kreeg een mentor toegewezen en er werden afspraken gemaakt over de begeleiding en de wijze waarop feedback zou worden gevraagd. Er is overleg geweest met een onderwijskundige over de invulling van het GBT. Het eerste deel van het GBT was een IC stage, het tweede deel een polistage infectieziekte en algemene interne geneeskunde. Gedurende het GBT2 hebben bijna wekelijks gesprekken plaatsgevonden en werden afspraken gemaakt over de werkzaamheden. De geschillencommissie stelt vast dat de beoordelingsprocedure zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Toen in het eerste jaar bleek dat het functioneren van de aios op verschillende aspecten onvoldoende was, mede doordat de aios niet over klinische ervaring beschikte, is met GBT1 gestart. De aios heeft dit GBT1 positief afgerond, ook al waren er nog wel aandachtspunten, waaronder het scheiden van hoofd- en bijzaken. Gedurende het tweede jaar hebben veel gesprekken met de aios plaatsgevonden. Iedere stage werd voorafgegaan door een startgesprek waarbij leerdoelen werden geformuleerd. Ook hebben veel KPB s plaatsgevonden, waaronder ook veel positieve beoordelingen. De zaalstage infectieziekten werd echter met een onvoldoende beoordeeld, hetgeen voor de opleider reden was voor een GBT2. Volgens de regelgeving vindt één GBT per opleiding plaats. Om bijzondere omstandigheden kan de opleider besluiten een tweede GBT te laten plaatsvinden. De geschillencommissie stelt vast dat met het GBT2 de aios een extra kans heeft gekregen, om met extra begeleiding haar functioneren tot een voldoende niveau te brengen. De aios heeft ingestemd met dit traject. De geschillencommissie kan zich voorstellen dat de aios zich in deze periode onveilig heeft gevoeld. Een GBT brengt echter met zich mee dat er meer op een aios wordt gelet, maar dat er sprake zou zijn van onveiligheid is niet aannemelijk gemaakt. Ook bij het GBT2 was de onderwijskundige betrokken. De aios kreeg een mentor toegewezen en de aios is door meerdere leden van de opleidingsgroep gesuperviseerd. De geschillencommissie is dan ook van oordeel dat juist door de begeleiding door meerdere supervisoren, waaronder een nieuw staflid, de aios voldoende objectief is beoordeeld. Daarnaast heeft gedurende de opleiding overleg plaatsgevonden met de opleider D. Ook de beoordelingsprocedure van het GBT2 heeft naar het oordeel van de geschillencommissie zorgvuldig plaatsgevonden. De geschillencommissie constateert voorts dat het de aios niet aan motivatie en inzet ontbrak, hetgeen door de opleider is bevestigd. De aios is ook gedurende de opleiding op een aantal punten positief beoordeeld. De opleider heeft naar het oordeel van de geschillencommissie echter voldoende aannemelijk gemaakt dat het de aios niet is gelukt, ondanks haar inzet en voldoende begeleiding, om het GBT2 positief af te ronden en dat, indien het GBT 2 weken langer had geduurd, dit ook niet zou zijn gelukt. 7/8
8 De opleider heeft derhalve in redelijkheid tot het besluit tot beëindiging van de opleiding kunnen komen. Uitspraak De geschillencommissie oordeelt dat de opleider op 13 oktober 2016 heeft kunnen besluiten de opleiding tot maag-darm-leverarts te beëindigen en wijst het verzoek van de aios af. Aldus uitgebracht door: mr. G.G.A.J.M. van Poppel, voorzitter, prof. dr. R.A. de Man, maag-darm-leverarts, mw. A.G.M. van Boxtel, aios cardio-thoracale chirurgie, in aanwezigheid van mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris. Utrecht, 14 februari 2017 mr. G.G.A.J.M. van Poppel voorzitter mw. mr. J.E.D de Planque secretaris 8/8
Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst.
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST IS DE ORGANISATIE VAN EN VOOR ARTSEN IN NEDERLAN uitspraak Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 20 december 2016 GC 16-63266 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Datum GC 16-63262 Utrecht, 7 november 2016 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Referentie Utrecht, 29 november 2016 GC 16-63264 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Datum Utrecht, 4 oktober 2016 Referentie GC 16-63260 Opgemaakt door mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE A Referentie Utrecht, 29 januari 2019 GC 2019 1 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak als bedoeld
Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst.
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST IS DE ORGANISATIE VAN EN VOOR ARTSEN IN NEDERLAN uitspraak Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE
UITSPRAAK van de GESCHILLENCOMMISSIE Datum 17 oktober 2016 Referentie GC 16-63261 Opgemaakt door mw. mr. J.E.D. de Planque, secretaris Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen
Landelijk opleidingsplan Interne geneeskunde 2019
Gespreksformulieren Deel 2: Nederlandse Internisten Vereniging Inhoud Gespreksformulieren 3 16a. Introductie-, tussen- en eindgesprek met de stagehouder/supervisor 3 lntroductiegesprek 3 Tussengesprek
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT Martine Yntema Kalff anesthesioloog, plvv opleider UMCG Jos Lips Secretaris RGS Disclosure belangen spreker (Potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT
Geïntensiveerd begeleidingstraject GBT dr Jos Lips, Secretaris RGS drs Corry den Rooijen, onderwijskundige 8 december 2016 Workshop intensief begeleidingstraject Indeling workshop Kennismaking en inventarisatie
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS)
Aan de (plv) opleiders Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA) Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS) Datum 10 januari 2018 Ons kenmerk 18/AVZ/LdZ/2 Telefoon (088) 4404 380 E-mail
Voorkomen is beter dan genezen Vroegsignalering bij disfunctioneren van aios
Voorkomen is beter dan genezen Vroegsignalering bij disfunctioneren van aios Alexandr Sramek / Beatrijs de Leede LUMC Voorstellen en doelen Herkennen van signalen over minder goed functioneren bij aios
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS)
Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS) Aan de (plv) opleiders Dento-Maxillaire Orthopaedie (DMO) Datum 10 januari 2018 Ons kenmerk 18/AVZ/LdZ/3 Telefoon (088) 4404 380 E-mail [email protected]
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE D.H. Sparendam
UITSPRAAK GESCHILLENCOMMISSIE D.H. Sparendam Referentie Utrecht, 20 augustus 2019 GC/19-6 Van De Geschillencommissie ex artikel 43 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst. Uitspraak Uitspraak
5. Protocol Toetsing en Beoordeling
5. Protocol Toetsing en Beoordeling Dit protocol Toetsing en Beoordeling maakt deel uit van het Landelijk Opleidingsplan met ingangsdatum 1 januari 2017. Uitgangspunten Dit Protocol Toetsing en Beoordeling
Besluit van 14 december 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme cardiologie
Besluit van 14 december 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme cardiologie (Besluit cardiologie) Het College Geneeskundige Specialismen, gelet op artikel 14, tweede
Inhoudsopgave. 3 Introductie. 4 Procedure. 5 Voorbereiding. 7 Vraag & antwoord. 8 Informatie. 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie
2 Inhoudsopgave 3 Introductie 4 Procedure 5 Voorbereiding 7 Vraag & antwoord 8 Informatie 9 Vragenlijst ter voorbereiding op de visitatie 3 Introductie : informatie voor aios Kwaliteit staat bij de medische
Het individuele opleidingsplan (IOP)
Het individuele opleidingsplan (IOP) Achtergrond Het Individueel Opleidings Plan (IOP) is een hulpmiddel om het leerproces van de aios te structureren en te vergemakkelijken. In een IOP wordt een beperkt
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING Goedgekeurd door de HVRC 1 maart 2007 Voorwoord Conform artikel B3 lid 2 van het Kaderbesluit CHVG (hierna: Kaderbesluit), in werking getreden
Modern opleiden: hoe visiteren?
donderdag 30 september 1999 Vrijdag 9 oktober 2009 Modern opleiden: hoe visiteren? Corry den Rooyen, onderwijskundige Paul Blok, secretaris MSRC Introductie Maatschappelijke veranderingen Project modernisering
Intensief begeleidingstraject. Pieter van Driel, SEH arts en opleider Jos Lips, gynaecoloog en secretaris RGS Corry den Rooyen, opleidingskundige MMV
Intensief begeleidingstraject Pieter van Driel, SEH arts en opleider Jos Lips, gynaecoloog en secretaris RGS Corry den Rooyen, opleidingskundige MMV Indeling workshop Kennismaking en inventarisatie Herkennen
Postbus 2122, 6020 AC Budel T E. W.
Postbus 2122, 6020 AC Budel T. 06-12 82 30 70 E. [email protected] W. www.geschilleninstantiekab.nl Geschilleninstantie KAB Referentie: 2018-004 UITSPRAAK Inzake De heer van H. Wonende
Opleiding Heelkunde 2012. De worsteling met de implementatie van de modernisering
Opleiding Heelkunde 2012 De worsteling met de implementatie van de modernisering Herziene opleiding: van huidig naar nieuw Huidig Vage criteria leiden tot globale feedback onvoldoende (zelf)sturing van
Leerplan profileringsstage kinderneurologie
Leerplan profileringsstage kinderneurologie Inleiding Tijdens de stage algemene kindergeneeskunde in het MMC krijg je de gelegenheid om je te verdiepen in neurologische stoornissen bij kinderen en in de
College Geneeskundige Specialismen
College Geneeskundige Specialismen Besluit van 9 november 2016 houdende de wijziging van de volgende besluiten: Besluit spoedeisende geneeskunde van 9 januari 2013; Besluit ziekenhuisgeneeskunde van 11
HET INDIVIDUEEL OPLEIDINGSPLAN:
HET INDIVIDUEEL OPLEIDINGSPLAN: dé leidraad voor een opleiding op maat Inhoudsopgave 2 1. Inleiding 4 1.1 IOP versus IOS 4 1.2 IOP en IOS: totstandkoming en kenmerken 4 2. IOP: leidraad op twee niveau
Het individuele opleidingsplan (IOP)
Het individuele opleidingsplan (IOP) Achtergrond Het Individueel Opleidings Plan (IOP) is een hulpmiddel om het leerproces van de aios te structureren en te vergemakkelijken. In een IOP wordt een beperkt
De bemiddelende rol van Centrale Opleidingscommissies bij conflicten tussen opleiders en aios
De bemiddelende rol van Centrale Opleidingscommissies bij conflicten tussen opleiders en aios Resultaten van een onderzoek naar de manier waarop Centrale Opleidingscommissies hun bemiddelende rol in conflicten
Samen naar een individueel opleidingsplan. Anouk Straus
Samen naar een individueel opleidingsplan Anouk Straus Opzet workshop Theorie individueel opleidingsplan. Het individueel opleidingsplan in de praktijk Oefenen met IOP gesprek tussen aios en opleider Aan
Landelijk opleidingsplan Interne geneeskunde 2019
Consultenstage Deel 2: Nederlandse Internisten Vereniging Inhoud Consultenstage 3 Aanleiding 3 Begripsbepaling van de consultenstage 3 Leermiddelen 4 Eisen te stellen aan supervisie 4 Eisen te stellen
College Geneeskundige Specialismen
College Geneeskundige Specialismen Besluit van 11 december 2013 houdende de wijziging van het Kaderbesluit CCMS, het Besluit klinische geriatrie en het Besluit spoedeisende geneeskunde (individualisering
Rapportage Enquête individualisering in de praktijk
Rapportage Enquête individualisering in de praktijk Resultaten van een enquête over diverse aspecten van individualisering in de praktijk Project Individualisering Opleidingsduur Deelproject Toezicht en
Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis
Haal alles uit je por.olio: meer lusten dan lasten? Hans Hoekstra (decaan) en Esther Jansen (aios) Jeroen Bosch ziekenhuis Wat vindt u? Het portfolio: Lasten? Lusten? Wat is het portfolio? Portare = dragen
4 jaar opleiding Longziekten en Tuberculose
Overzicht opleiding Longziekten en Tuberculose Vooropleiding Interne Geneeskunde, inclusief cardiologie zijn hierin niet opgenomen stages 3 1 4 opleiding Longziekten en Tuberculose 4 5 6 zaalstage zaalstage
Het College van Beroep voor de Examens van de Radboud Universiteit Nijmegen doet hierbij uitspraak inzake het beroep van:
UITSPRAAK Het College van Beroep voor de Examens van de Radboud Universiteit Nijmegen doet hierbij uitspraak inzake het beroep van: tegen de beslissing van (hierna: appellant) de examencommissie Tandheelkunde
AIOS Inwerken. 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren. versie november 2014. Spoedeisende hulp
Spoedeisende hulp AIOS Inwerken versie november 2014 Contract voor: In dienst per: Uit dienst per: 38 uur per week, plus 10 uur opleidingsuren 1 januari xxxx 31 december xxxx OLVG Oosterpark 9 1091AC Amsterdam
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding tweede opleidingsjaar. versie juni 2015
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding tweede opleidingsjaar versie juni 2015 Inleiding Deze Regeling is een uitvoeringsregeling op basis van het Landelijke Protocol Toetsing en
Stagereglement Masteropleiding leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Godsdienst en Levensbeschouwing Tilburg School of Catholic Theology
Stagereglement Masteropleiding leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Godsdienst en Levensbeschouwing Artikel 1 De stage 1. De stage is een onderdeel van de Masteropleiding leraar voortgezet
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden
Uitspraak Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Uitspraaknr. : 07-06 Datum : 13 november 2007 Partijen : de cliëntenraad , vertegenwoordigd door zijn voorzitter, ,
Workshop: Lokaal opleidingsplan
Workshop: Lokaal opleidingsplan 9 oktober 2009 Dr. Paetrick M. Netten, internist opleider Prof. Dr. Rijk. O.B. Gans, internist opleider en voorzitter van de werkgroep modernisering CCMS Workshop: Lokaal
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC. Inhoud. Inleiding
Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC Inhoud Inleiding Schema voortgangs- en beoordelingsgesprekken Jaar 1 Eerste voortgangsgesprek (maand 2) Tweede voortgangsgesprek (maand
Dedicated Schakeljaar Vitale Functies
Dedicated Schakeljaar Vitale Functies 1. Inleiding Het schakeljaar vormt de verbinding tussen de studie geneeskunde en de vervolgopleidingen. De student leert te functioneren op het niveau van een beginnende
Leerplan profileringstage kinderneurologie
Leerplan profileringstage kinderneurologie L. Bok, kinderarts Erfelijke en aangeboren afwijkingen en aandachtsgebied kinderneurologie Mw. L. Niers, algemeen kinderarts en opleider kindergeneeskunde F.
Centraal College Medische Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST Centraal College Medische Specialismen Besluit van 12 april 2010 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding
Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding Eerste opleidingsjaar Maartgroepen 2016 versie maart 2016 Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling De uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling
HET LEERWERKPLAN. Bijlage C. Het leerwerkplan. Pagina 1 van 8 Versiedatum: 01 juli 2013
Pagina 1 van 8 Bijlage C Het leerwerkplan Pagina 2 van 8 Inleiding In het kaderbesluit CHVG (1 januari 2013) wordt het begrip leerwerkplan omschreven en de plaats van dit plan binnen het opleidingsplan
College Geneeskundige Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST College Geneeskundige Specialismen Besluit van 12 september 2012 houdende de voorwaarden voor het experiment voor de erkenning van
Lokaal toetsplan Huisartsopleiding UMCG Bijlage A bij het Instituutsreglement
Bijlage A bij het Instituutsreglement Pagina 3 van 7 Inhoudsopgave Inleiding... 4 Selectieve beoordeling/voortgangsbeslissing... 4 Beoordelingscommissie... 5 Instrumenten van toetsing en beoordeling...
Bijlagen. bij. Lokaal Opleidingsplan Cardiologie. Atrium Medisch Centrum Heerlen
Bijlagen bij Lokaal Opleidingsplan Cardiologie Atrium Medisch Centrum Heerlen 2011 1 Bijlagen Inlegbladen Portofolio Zelftesten 2 Inlegbladen Portofolio: Voorbeeld CV Aandachtspunten introductiegesprek
Intern toetsingskader CGS voor een landelijk opleidingsplan 1
Intern toetsingskader CGS voor een landelijk opleidingsplan 1 Ingevuld voor LOP: De wetenschappelijke verenigingen in de zorg stellen voor de eigen geneeskundige vervolgopleiding een landelijk opleidingsplan
Leerplan profileringstage management en supervisie algemene kindergeneeskunde
Leerplan profileringstage management en supervisie algemene kindergeneeskunde W. Tjon A Ten, kinderarts L. Niers, kinderarts en opleider kindergeneeskunde F. Halbertsma, kinderarts-neonatoloog en plv opleider
Begeleiden en coachen. Wanneer welke begeleidingsvorm? B. De Leede R. Schmitz
Begeleiden en coachen Wanneer welke begeleidingsvorm? B. De Leede R. Schmitz Doelen Bewustwording verschillende rollen bij opleiden Verschillen in leervraag aios herkennen Verschillende vormen van begeleiding
Visitatie van de opleiding informatie voor aios
Visitatie van de opleiding informatie voor aios introductie Visitatie van de opleiding: informatie voor aios Kwaliteit staat bij de medische vervolgopleidingen hoog in het vaandel. Om de kwaliteit te bewaken
MEDISCH SPECIALISTEN REGISTRATIE COMMISSIE (BELEIDSREGELS OPLEIDING)
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst MEDISCH SPECIALISTEN REGISTRATIE COMMISSIE Besluit van 6 oktober 2006 tot vaststelling van beleidsregels met betrekking tot de (wijziging
Workshop De AIOS en zijn/haar IOP Feikje van Stiphout Marieke van Schelven
Workshop De AIOS en zijn/haar IOP Feikje van Stiphout Marieke van Schelven Welkom Voorstellen Ervaring met het IOP Individueel opleidingsplan Aan de slag I Terugkoppeling Aan de slag II Afronding Ervaringen
Workshop. Hoe maak ik een lokaal/regionaal plan? Scheltus van Luijk Corry den Rooyen. Donderdag 25 februari 2010
Workshop Hoe maak ik een lokaal/regionaal plan? Scheltus van Luijk Corry den Rooyen Donderdag 5 februari 010 Implementatie en visitatie Gaan hand in hand Wederzijdse beïnvloeding Wederzijdse stimulering
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING JANU N ARI
PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING 2011 JANUARI 201 Colofon werkgroep Toetsing Huisartsopleiding Nederland Drs. C. den Boer, huisarts, huisartsopleider VU Landelijke Huisartsopleiders
