ECLI:NL:RBDHA:2016:12168

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBDHA:2016:12168"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBDHA:2016:12168 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer AWB - 16 _ 3694 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste aanleg - enkelvoudig Last onder bestuursdwang tot verwijdering van fiets wegens overtreding van artikel 5:12, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor Den Haag (APV). Daarbij is een begunstigingstermijn van 30 minuten gegeven, waarna de fiets feitelijk is verwijderd en opgeslagen. De rechtbank acht artikel 5:12, eerste lid, van de APV niet onverbindend. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Omgevingsvergunning in de praktijk 2016/7383 Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 16/3694 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2016 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: S. Blankenstein). Procesverloop Bij besluit van 28 oktober 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd tot verwijdering van haar fiets wegens overtreding van artikel 5:12, eerste

2 lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor Den Haag (APV). Daarbij is een begunstigingstermijn van 30 minuten gegeven, waarna de fiets feitelijk is verwijderd en opgeslagen. Dit besluit is op 13 november 2015 aan eiseres bekend gemaakt. Bij besluit van 16 maart 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli Eiseres is verschenen, bijgestaan door [persoon]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verweerder heeft op 28 oktober 2015, onder toepassing van bestuursdwang, de fiets van eiseres verwijderd en deze vervolgens opgeslagen wegens overtreding van artikel 5.12, eerste lid, van de APV. De beslissing om bestuursdwang toe te passen is op 13 november 2015 aan eiseres bekend gemaakt toen zij haar fiets kwam ophalen. De fiets stond op 28 oktober 2015 op het Koningin Julianaplein te Den Haag, gelegen voor het Centraal Station, binnen het van de rest van het Koningin Julianaplein afgescheiden gebied waarin fietsenrekken zijn geplaatst. Blijkens de in het dossier aanwezige foto was de fiets niet geplaatst in het fietsenrek, maar aan de buitenkant (zijkant) van het fietsenrek en daaraan vastgezet met een hangslot. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. 2. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. 3. Ingevolge artikel 125, eerste en tweede lid, Gemeentewet, is het College bevoegd om bestuursdwang toe te passen, indien de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert. Ingevolge artikel 5:12, eerste lid, van de APV is het verboden fietsen of bromfietsen buiten de daarvoor bestemde parkeervoorzieningen te laten staan op een door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen weg of weggedeelte. Bij besluit van 3 juni 2014 (DSB/ ) heeft verweerder een gebied rondom het Centraal Station, waarbinnen het Koningin Julianaplein valt, aangewezen als plaats, bedoeld in artikel 5:12 van de APV waar het verboden is (brom)fietsen buiten de daarvoor bestemde ruimtes te zetten dan wel te laten

3 staan Eiseres voert aan dat niet duidelijk is wat het primaire besluit is. Voor zover het op 28 oktober 2015 aan de fiets gehechte label een besluit is, is het niet duidelijk wie het besluit in mandaat heeft genomen, nu onder de tekst op het label slechts is vermeld namens burgemeester en wethouders. Ter zitting heeft eiseres foto s overgelegd genomen op 14 juli 2016 op het fietsendepot te Den Haag, waarop is te zien dat in tenminste drie gevallen het label niet is ondertekend. Eiseres stelt dat daaruit volgt dat primaire besluiten, waarbij een last onder bestuursdwang tot verwijdering van een fiets wordt opgelegd, structureel niet worden ondertekend door de gemandateerde en dat daarvan de consequentie is dat dit gebrek niet bij het bestreden besluit kon worden geheeld Op het aan de fiets gehechte label is te lezen dat de last wordt opgelegd de fiets binnen 30 minuten te verwijderen, omdat de fiets staat buiten de daarvoor bestemde parkeervoorziening, hetgeen verboden is op grond van artikel 5:12 van de APV. Voorts is op het label vermeld dat na het verstrijken van deze termijn de fiets op last van verweerder wordt verwijderd en dat de kosten daarvan, 25,-, ten laste van u komen. Gelet op deze tekst is het label aan te merken als het primaire besluit. Dat eiseres van dat besluit eerst kennis heeft genomen op 13 november 2015, toen zij haar fiets kwam ophalen en haar toen een vergelijkbare tekst op A4 formaat is uitgereikt doet daaraan niet af. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 februari 2005 ECLI:NL:RVS:2005:AS5483). Uit het label blijkt niet wie het primaire besluit in mandaat namens verweerder heeft genomen. Evenmin blijkt dit uit het later op A4-formaat uitgereikte afschrift van het primaire besluit. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder dit gebrek mocht passeren nu het bestreden besluit op de juiste wijze is ondertekend en eiseres door het gebrek in de ondertekening van het primaire besluit niet in haar belang is geschaad. De stelling van eiseres dat verweerder bij het opleggen van een last onder bestuursdwang structureel nalaat te vermelden wie het besluit in mandaat heeft genomen, laat wat daar verder van zij onverlet dat in dit geval het gebrek bij het bestreden besluit kon worden hersteld, nu eiseres daardoor niet in haar belangen is geschaad. Het antwoord op de vraag in hoeverre verweerder ten tijde van het nemen van het primaire besluit structureel naliet dergelijke besluiten te ondertekenen, kan daarmee in het midden blijven Eiseres betoogt dat artikel 5:12 van de APV onverbindend is, omdat het in strijd is met artikel 27 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Er is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden die artikel 2a van de WvW 1994 stelt aan het stellen van regels door gemeenten ten aanzien van het onderwerp plaatsen van fietsen waarin artikel 27 van het RVV 1990 voorziet Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WvW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot: a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer; b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. Ingevolge artikel 2a, van de WvW 1994 behouden provincies, gemeenten en waterschappen hun bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen. Ingevolge artikel 27 van het RVV 1990 worden fietsen en bromfietsen geplaatst op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen.

4 5.3. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat aan het verbod om (brom)fietsen buiten de daarvoor bestemde parkeervoorziening te laten staan op de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen weg of weggedeelten, neergelegd in artikel 5:12, eerste lid, van de APV in essentie hetzelfde motief ten grondslag ligt als aan het motief dat aan de WvW 1994 en het RVV ten grondslag ligt. Het motief van het gemeentelijk verbod is het tegengaan van verrommeling door het excessief aantal geparkeerde fietsen rondom het Centraal Station en het voorkomen van hinder en schade door in de loopweg van voetgangers staande fietsen. Dit motief komt overeen met de motieven genoemd in artikel 2, tweede lid, van de WvW 1994, namelijk het voorkomen van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of functie van objecten of gebieden, in dit geval het Centraal Station en omgeving. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat de regeling neergelegd in artikel 5:12, eerste lid, van de APV de WvW 1994 en het RVV niet doorkruist. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat artikel 2a van de WvW 1994 bij amendement (Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 12) in de WvW 1994 is opgenomen juist om zeker te stellen dat gemeenten aanvullende regels kunnen vaststellen om excessief parkeergedrag, waaronder naar het oordeel van de rechtbank het plaatsen van fietsen moet worden begrepen, tegen te gaan. Gelet daarop acht de rechtbank het verbod van artikel 5:12, eerste lid, van de APV niet in strijd met artikel 27 van het RVV, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat het verbod om fietsen op het trottoir te plaatsen slechts een beperkt gebied betreft en de gemeente dat heeft gecompenseerd door extra parkeervoorzieningen voor fietsen te creëren. Dat het verbod van artikel 5:12, eerste lid, van de APV naar plaats nader is geconcretiseerd door verweerder bij besluit van 3 juni 2014 acht de rechtbank niet in strijd met artikel 2a van de WvW 1994, voor zover daarin is bepaald dat bij en niet krachtens verordening aanvullende regels kunnen worden gesteld, nu de kern van de verbodsbepaling is neergelegd in de APV en het besluit van verweerder van 3 juni 2014 het verbod slechts nader concretiseert naar plaats. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het tegengaan van de fietsenparkeeroverlast rond het Centraal Station niet geregeld had kunnen worden door het plaatsen van verkeerstekens genoemd in het RVV. Met deze verkeerstekens kan niet geregeld worden dat de fietsen in de fietsenrekken geplaatst moeten worden en bovendien had verweerder dan niet de mogelijkheid handhavend op te treden tegen in strijd met de verkeerstekens geplaatste fietsen De rechtbank concludeert dat geen grond bestaat aan artikel 5:12, eerste lid, van de APV verbindende kracht te ontzeggen Eiseres stelt verder dat haar fiets niet strijd met artikel 5:12, eerste lid, van de APV stond geparkeerd. Verweerder heeft het begrip parkeervoorziening te beperkt opgevat. Niet slechts de fietsenklem of het fietsenrek vormt de parkeervoorziening, maar de door bosschages van de rest van het Koningin Julianaplein afgeschermde ruimte vormt de in de APV bedoelde parkeervoorziening. De term parkeervoorziening is in het dagelijks spraakgebruik ook ruimer dan een afzonderlijke parkeerklem De rechtbank is met verweerder van oordeel dat onder het begrip parkeervoorziening in het dagelijks spraakgebruik, wanneer het gaat om fietsen, wordt verstaan plaatsing in de aanwezige voorziening, zoals in dit geval een fietsenrek, en niet plaatsing daarbuiten, ook niet wanneer het fietsenrek zich in een min of meer afgesloten ruimte of gebied bevindt. Bovendien is door middel van plaatsing van afzonderlijke borden op het Koningin Julianaplaats verduidelijkt dat fietsen niet mogen worden geplaatst buiten de fietsenrekken. Dat aan deze borden geen betekenis mag worden toegekend, valt niet in te zien, nu daarmee de kenbaarheid van hetgeen wordt verstaan onder parkeervoorziening wordt vergroot. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de mededeling van verweerder dat deze borden, waarvan ter zitting een foto is overgelegd, ten tijde van de verwijdering van de fiets op 28 oktober 2015 op het Koningin Julianaplein aanwezig waren.

5 7.1. Eiseres stelt verder dat niet is voldaan aan de vereisten voor zeer spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Dit betoog slaagt niet, omdat verweerder geen toepassing heeft gegeven aan artikel 5:31 van de Awb. Eiseres heeft immers een begunstigingstermijn gekregen van 30 minuten om de overtreding ongedaan te maken. De rechtbank volgt daarbij eiseres niet in haar betoog dat de begunstigingstermijn dermate kort is dat in feite sprake is van onmiddellijke bestuursdwang. Een tijdsspanne van dertig minuten is een reële periode om een fiets te verwijderen. Daaraan doet de mogelijkheid dat de overtreder niet binnen 30 minuten aanwezig is bij zijn fiets niet af, aangezien de overtreder door het achterlaten van zijn fiets op een plaats waar dat niet is toegestaan het risico neemt dat in zijn afwezigheid handhavend wordt opgetreden Eiseres stelt voorts dat aan de voorwaarden voor toepassing van bestuursdwang niet is voldaan. De fiets stond immers niet asociaal of chaotisch geparkeerd, veroorzaakte geen hinder, gevaar, overlast of schade en was volledig aan het zicht onttrokken vanaf het Koningin Julianaplein. De in artikel 5:21, eerste lid, van de APV genoemde belangen waren dus niet in het geding. Daarbij komt dat de begunstigingstermijn van 30 minuten onredelijk kort is In artikel 5:12, eerste lid, van de APV zijn de gronden genoemd waarop college kan besluiten een gebied aan te wijzen waar het is verboden fietsen of bromfietsen buiten de daarvoor bestemde parkeervoorzieningen te laten staan. Voor handhavend optreden is niet meer vereist dan de constatering dat een overtreding plaatsvindt die nog niet is beëindigd. Verweerder hoeft niet per geval te beoordelen of de overtreding voldoet aan een of meer van de voorwaarden op grond waarvan het verbod ter plaatse van het Koningin Julianaplein is ingesteld. Aangezien de begunstigingstermijn was verstreken zonder dat de overtreding was beëindigd, mocht verweerder de fiets feitelijk verwijderen en opslaan. Overigens acht de rechtbank het betoog van verweerder dat het tolereren van een naast het fietsenrek geplaatste fiets andere fietsers uitlokt dat ook te doen, waardoor hinder of gevaar voor voetgangers ontstaat, niet onaannemelijk. De rechtbank acht, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 7.2. is overwogen, de gegeven begunstigingstermijn niet onredelijk Eiser betwist tot slot dan ten tijde van het wegzetten van de fiets voldoende parkeerrekken vrij waren. Zij stelt dat uit het door verweerder overgelegde overzicht niet volgt op welk moment is geteld De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de mededeling door verweerder ter zitting dat voorafgaand aan het hangen van de labels aan de fietsen wordt geteld hoeveel vrije plaatsen er zijn en dat er in dit geval, zoals uit het overzicht van de tellingen op 28 oktober 2015 blijkt, nog voldoende plaatsen vrij waren. 10. Het beroep is ongegrond. 11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

6 Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

ECLI:NL:RBDHA:2017:7903

ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 ECLI:NL:RBDHA:2017:7903 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 25671 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:721

ECLI:NL:RBOVE:2017:721 ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2016:2911

ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 ECLI:NL:RBNNE:2016:2911 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 20-07-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 4196 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2017:2675

ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2014:5220

ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:7377

ECLI:NL:RBMNE:2016:7377 ECLI:NL:RBMNE:2016:7377 Instantie Datum uitspraak 29-12-2016 Datum publicatie 07-02-2017 Zaaknummer UTR 15/6440 Rechtsgebieden Rechtbank Midden-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:2525

ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:3205

ECLI:NL:RBOBR:2017:3205 ECLI:NL:RBOBR:2017:3205 Instantie Datum uitspraak 12-06-2017 Datum publicatie 21-06-2017 Zaaknummer 17_175 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Omgevingsrecht Eerste

Nadere informatie

uitspraak RECHTBANK LIMBURG

uitspraak RECHTBANK LIMBURG uitspraak RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats: Roermond Bestuursrecht zaaknummers: AWB/ROE 141505 en AWB/ROE 14/506 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2014 op het beroep en het verzoek om voorlopige

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam

de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam Gemeente Watertand 2 4 APR 2015 INGEKOMEN de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland Gemeente Waterland APR' ZO ( (4ESCAND datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk bijlage(n) faxnummer

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:4491

ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 ECLI:NL:RBOVE:2016:4491 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15112016 Datum publicatie 25112016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie ak_zwo_16_934 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:1791

ECLI:NL:RVS:2015:1791 ECLI:NL:RVS:2015:1791 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-06-2015 Datum publicatie 10-06-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201408896/1/A1 Eerste

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:1706

ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 ECLI:NL:RBNHO:2016:1706 Instantie Datum uitspraak 26-02-2016 Datum publicatie 14-03-2016 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 15 _ 5925 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak 1 1 JUN 2015. Behandelend ambtenaar

Afdeling bestuursrechtspraak 1 1 JUN 2015. Behandelend ambtenaar Raad Afdeling bestuursrechtspraak Gemeente Waterland 1 1 JUN 2015 \m BIS Raad van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA MONNICKENDAM INGEKOMEN Datum Ons nummer Uw kenmerk 10 juni 2015 201409734/1/A1

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2016:4015

ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

Uitspraak. RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector Bestuursrecht Registratienummer: Awb 10/895. uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Uitspraak. RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector Bestuursrecht Registratienummer: Awb 10/895. uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ6190 Instantie Rechtbank Zwolle-Lelystad Datum uitspraak 22-04-2011 Datum publicatie 26-05-2011 Zaaknummer Awb 10/895 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:1708

ECLI:NL:RBOBR:2017:1708 ECLI:NL:RBOBR:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 24-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 16_3552 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:1754

ECLI:NL:RBROT:2016:1754 ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:6996

ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Gelderland gemeente Tiel

de Rechtspraak Rechtbank Gelderland gemeente Tiel de Rechtspraak Rechtbank Gelderland AANTEKENEN [ ] PER POST [ ] PER FAX het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel Postbus 6325 4000 HH Tiel gemeente Tiel datum onderdeel contactpersoon

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:2218

ECLI:NL:RBOBR:2017:2218 ECLI:NL:RBOBR:2017:2218 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 19-04-2017 Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummer SHE 17/777 en SHE 17/778 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:3973

ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-02-2013 Datum publicatie 18-02-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201206332/1/R3 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3181

ECLI:NL:CRVB:2016:3181 ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:1690

ECLI:NL:RBOBR:2017:1690 ECLI:NL:RBOBR:2017:1690 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 27-03-2017 Zaaknummer 16_2753 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2016:2318

ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 Instantie Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 09-06-2016 Zaaknummer 15/2853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Belastingrecht

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Den Haag PER FAX Over het beroep met zaaknummer SGR 13/9215 BESLU V258 deel ik u het volgende mee.

de Rechtspraak Rechtbank Den Haag PER FAX Over het beroep met zaaknummer SGR 13/9215 BESLU V258 deel ik u het volgende mee. de Rechtspraak Rechtbank Den Haag ^'AANTEKENEN ] PER POST PER FAX Bestuursrecht De heer ir. Hagen Leeuwenberg 2 2635 GD Den Hoom bezoekadres Prins Clauslaan 60 2595 AJ Den Haag datum onderdeel contactpersoon

Nadere informatie