Studiegids SLO
|
|
|
- Ida Brabander
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Studiegids SLO
2 INHOUD INHOUD Uitgangspunten TNA SLO Doel en Doelgroep Visie TNA SLO Competentiegehelen in de Specifieke lerarenopleiding Kwalificatieprofiel van de leraar secundair onderwijs Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Curriculumorganisatie Modulaire opleidingsstructuur en flexibele trajecten Studielast en inhoud Praktijkcomponent van de opleiding Organisatie observatie- en doestage in de Specifieke lerarenopleiding Het competentieportfolio Taal in de SLO Het cursistenvolgsysteem: de synthesekaart Leerlijnontwikkeling van het kwalificatieprofiel ECTS-fiches Aandachtspunten ECTS Didactische Competentie Algemeen ECTS Didactische Competentie Praktijkinitiatie ECTS Didactische Competentie Oefenlessen ECTS Didactische Competentie Stage ECTS Psycho-Pedagogische Competentie ECTS Communicatie en Overleg ECTS Groepsmanagement ECTS Begeleiding ECTS Onderwijs en Maatschappij ECTS Leraar en Verantwoordelijkheden
3 1 Uitgangspunten TNA SLO 1.2 Doel en Doelgroep Wie wil lesgeven in het secundair onderwijs dient te beschikken over onderwijsbevoegdheid. Om deze onderwijsbevoegdheid te verwerven, dien je te beschikken over een pedagogisch diploma. De Specifieke lerarenopleiding richt zich tot iedereen die wil lesgeven in het secundair onderwijs en biedt een onderwijskundige en pedagogisch-(vak)didactische vorming aan. De kennis, vaardigheden en attitudes die je binnen het kader van de opleiding verwerft, kunnen echter ook worden ingezet in andere opleidings- en vormingssectoren, zoals bijvoorbeeld het hoger onderwijs, bedrijfsopleidingen, basiseducatie, enz. De Specifieke lerarenopleiding is een toegevoegde opleiding, wat wil zeggen dat deze best gevolgd wordt na het behalen van een vakdiploma. Deze vakkennis wordt tijdens de lerarenopleiding aangevuld met kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn voor het uitbouwen van een loopbaan als professioneel leraar. 1.2 Visie TNA SLO De snelheid waarmee de westerse samenleving de laatste vijftig jaar is veranderd als gevolg van onder andere de kennisexplosie, globalisering, technologische ontwikkelingen, de opkomst van ICT en internet, en een grotere diversiteit, heeft zijn uitwerking op het beroep van leraar niet gemist. Het beroep werd opnieuw onder de loep genomen. De opvoedende rol van de leraar is ruimer dan vroeger, de nood aan innovatie en reflectie wint steeds meer aan belang, en ook samenwerkingsverbanden met collega s en externen werden verbreed. Een leraar doet vandaag de dag dan ook veel meer dan lesgeven alleen. Daartoe formuleerde de Vlaamse Overheid het beroepsprofiel van de leraar in tien functionele gehelen en de daarbij behorende basiscompetenties. Deze brengen de veelzijdige en complexe opdracht van de leraar duidelijk in kaart. Ook de visie op leren en onderwijzen onderging heel wat verandering. Mede dankzij de snelle maatschappelijke ontwikkeling heeft traditionele kennis een ander statuut gekregen: kennis vermeerdert immers in hoog tempo en gaat vliegensvlug de wereld rond, maar wordt ook snel achterhaald. Leren wordt steeds meer beschouwd als een levenslang proces, waarbij jonge mensen moeten leren om zelf actief informatie op haar waarde te schatten en te verwerken (Dochy & Nickman, 2005). De leerling komt in het kader van het 3
4 onderwijsleerproces daarom steeds centraler te staan. Leren omvat vandaag een emancipatorisch en actief proces, dat nauw verbonden is met de realiteit/praktijk. Onderwijs is daarom sterk competentiegericht en vaardigheden als reflectie en het ontwikkelen van een onderzoekgerichte houding zijn onmisbaar om verdere groei in het professionele bestaan van een leraar te verzekeren. Wie nauwer kennis wil nemen van de missie, visie op leren en onderwijs, competentiegericht onderwijs, reflectie en vakdidactiek van TNA SLO, kan daartoe de visiegids raadplegen die op de website en smartschool staat. 1.3 Competentiegehelen in de Specifieke lerarenopleiding Zoals reeds eerder werd gesteld, bouwt de Specifieke lerarenopleiding verder op reeds gedane studies en/of aanwezige beroepservaring. Het is in die zin een toegevoegde opleiding. De opleiding ontwikkelt bij de cursist de nodige competenties met het doel een startersbekwaamheid te behalen als professioneel leraar. Deze basisprofessionaliteit kent vier vormen: Didactische competenties: deze hebben betrekking op het voorbereiden, uitvoeren en beoordelen van onderwijsleerprocessen. De cursist leert algemene en vakdidactische vaardigheden beheersen om leerlingen doelmatig in hun leerproces te sturen, begeleiden en evalueren. Psycho-pedagogische competenties: een leraar heeft een belangrijke opvoedende taak. De cursist verwerft binnen de pedagogische modules de nodige inzichten in de totale persoonlijkheidsontwikkeling van een leerling, en ontwikkelt vaardigheden m.b.t. het begeleiden van leerprocessen en zorgverbreding. Pedagogisch-organisatorische competenties: de cursist onderzoekt verder de eigen pedagogische opdracht als leraar, ontwikkelt het eigen pedagogisch handelen en kadert dit binnen de school als pedagogisch milieu. Daarnaast leert de cursist omgaan met de organisatorische aspecten van het beroep van leraar. Maatschappelijke & beroepsgerichte competenties: de cursist maakt kennis met het opvoedingsproject dat door een schoolgemeenschap wordt gedragen en met de vele samenwerkingsverbanden. Alle partijen van het werkveld worden bekeken, m.n. directie, collega s, pedagogische begeleiders, CLB-diensten, navormingscentra, externen, enz. Ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid en de rechtspositie van de leraar wordt hier onderzocht. 4
5 1.4 Kwalificatieprofiel van de leraar secundair onderwijs Hieronder volgt een overzicht van de verantwoordelijkheidsgebieden en functionele gehelen voor de leraar, zoals geformuleerd door de Vlaamse Overheid: Verantwoordelijkheid tegenover de lerende: 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 2 De leraar als opvoeder 3 De leraar als inhoudelijk expert 4 De leraar als organisator 5 De leraar als innovator Verantwoordelijkheid tegenover de school/onderwijsgemeenschap: 6 De leraar als partner van ouders/verzorgers 7 De leraar als lid van een schoolteam 8 De leraar als partner van externen 9 De leraar als lid van een onderwijsgemeenschap Verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij: 10 De leraar als cultuurparticipant Aan deze functionele gehelen werden een aantal attitudes gekoppeld: A1 beslissingsvermogen A2 relationele gerichtheid A3 kritische ingesteldheid A4 leergierigheid A5 organisatievermogen A6 zin voor samenwerking A7 verantwoordelijkheidszin A8 flexibiliteit Op de volgende pagina s vind je een overzicht van de basiscompetenties per functioneel geheel en de kennis die daarvoor dient te worden verworven. 5
6 1.5 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Verantwoordelijkheid tegenover de lerende: Functioneel geheel 1: De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 de leraar kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. 1.2 De leraar kan doelstellingen kiezen en formuleren. 1.3 De leraar kan de leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 De leraar kan de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 De leraar kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. 1.6 De leraar kan individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. 1.7 De leraar kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. 1.8 De leraar kan observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. De ondersteunende kennis omvat de leerlingenkenmerken en de kenmerken van de leergroep en de werkwijzen om die te achterhalen. De ondersteunende kennis omvat het leerplan en schoolwerkplan in kwestie, de eindtermen en/of ontwikkelingsdoelen, leerlijnen, het proces van handelingsplannen en classificaties van doelstellingen. De ondersteunende kennis omvat de eindtermen, leerplannen, schoolwerkplannen, relevante leerboeken en onderwijsleerpakketten en andere informatiebronnen, en eventueel de beroepsprofielen. De ondersteunende kennis omvat ordeningsvormen zoals de cursorische en exemplarische ordening. Ze omvat eveneens verwantschappen tussen het eigen vakgebied en andere vakgebieden, kennis over soorten opdrachten en taken, en praktijkvoorbeelden van omgaan met meertaligheid. De ondersteunende kennis omvat diverse didactische werk- en groeperingsvormen en elektronische leeromgevingen. De ondersteunende kennis omvat relevante bronnen om leermiddelen te vinden, alsook criteria om ze te beoordelen. De ondersteunende kennis omvat kennis van leerprocessen en de kenmerken van een adequate en motiverende leeromgeving, inclusief de rol van een aangepast taalgebruik daarin. De ondersteunende kennis omvat visies op evalueren, evaluatievormen, - technieken en instrumenten, en (leerling)volgsystemen. 6
7 1.9 De leraar kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie De leraar kan in overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school De leraar kan het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen De leraar kan omgaan met de diversiteit van de leergroep De leraar kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. Functioneel geheel 2: De leraar als opvoeder 2.1 De leraar kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. De ondersteunede kennis omvat visies op evalueren, referentiekaders, evaluatievormen, -technieken en instrumenten, (leerling)volgsystemen en foutenanalyse. Ondersteunende kennis met het oog op remediëring en oriëntering omvat eveneens de eigenheid van de verschillende onderwijsvormen, onderwijsniveaus en studiegebieden. De ondersteunende kennis omvat de kenmerken van de grootstedelijke context en belangrijke beleidsmaatregelen inzake gelijke kansen en zorg. De ondersteunende kennis omvat communicatiestrategieën voor taalgebruik in functionele situaties en methodieken voor taalondersteuning en taalgerichtheid in niet-taalvakken. De ondersteunende kennis omvat de eigenheid van de B-stroom en van de verschillende onderwijsvormen (ASO, BSO, KSO/TSO), de werking van het CLB en methoden en werkvormen voor leerlingen met leermoeilijkheden; zij omvat tevens de kenmerken van de grootstedelijke context en leef- en jongerencultuur. De ondersteunende kennis omvat de vakoverschrijdende eindtermen en de vakoverschrijdende werking en de voorwaarden voor uitvoering van interdisciplinaire projecten en kennis van inhouden, structuur en heuristieken van verwante disciplines en vakoverstijgende disciplines. De ondersteunende kennis omvat groepsdynamische en interactieprocessen, de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor sociale vaardigheden en kennis van sociale ontwikkeling bij leerlingen. 7
8 2.2 De leraar kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. 2.3 De leraar kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. 2.4 De leraar kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. 2.5 De leraar kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. 2.6 De leraar kan het fysieke welzijn van de leerlingen bevorderen. 2.7 De leraar kan strategieën inzetten om te communiceren met anderstalige leerlingen. De ondersteunende kennis omvat het begrip risicoleerling (leer- en/of ontwikkelingsbedreigde leerlingen), diverse leef- en jongerenculturen en de wijze waarop daarmee kan worden omgegaan. De ondersteunende kennis omvat het pedagogisch project, het schoolwerkplan, de eindtermen/ontwikkelingsdoelen die van toepassing zijn, en de verschijningsvormen van het verborgen curriculum. Ondersteunende kennis omvat tevens de participatiestructuren op school, participatietechnieken en kenmerken van groepsdynamische processen. De ondersteunende kennis omvat maatschappelijke thema s en gebeurtenissen, en de manier waarop die door de media worden vertolkt. De ondersteunende kennis omvat diverse vormen van sociaal-emotionele probleemsituaties en hun achtergrond, van het ontstaan van gedragsmoeilijkheden, van hulpverlening binnen en buiten de school (waaronder het CLB) en van eigen mogelijkheden en grenzen bij het omgaan met probleemgedrag. De ondersteunende kennis omvat de kenmerken van fysiek welzijn van leerlingen en de basisprincipes van eerste hulpverlening, en tevens basisinterventies bij frequent voorkomende gezondheidsproblemen. De ondersteunende kennis omvat de mogelijkheden die de communicatie met anderstalige kinderen kunnen vergemakkelijken. Functioneel geheel 3: De leraar als inhoudelijk expert 3.1 De leraar beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen. De ondersteunende kennis omvat de concepten, inhouden, structuren en methodes van het vakgebied. 3.2 De leraar kan de verworven De ondersteunende kennis omvat de concepten, inhouden en structuren, 8
9 domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden. 3.3 De leraar kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en oriëntering van de leerlingen. Functioneel geheel 4: De leraar als organisator 4.1 De leraar kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 4.2 De leraar kan een soepel en efficiënt lesen dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leraar en de leerlingen. 4.3 De leraar kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. 4.4 De leraar kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. en methodes van het vakgebied. Functioneel geheel 5: De leraar als innovator de leraar als onderzoeker 5.1 De leraar kan vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen. 5.2 De leraar kan kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk. De ondersteunende kennis omvat leerlijnen, verwantschappen tussen eigen en andere vakgebieden, en onderwijsstructuren en studieloopbanen. De ondersteunende kennis omvat klasmanagement, leerbevorderende en belemmerende factoren. De ondersteunende kennis omvat de diverse vormen van tijdsmanagement zoals het gebruik van agenda s en het jaarplan. De ondersteunende kennis omvat de administratieve verplichtingen van de leraar, alsook het doel ervan. De ondersteunende kennis omvat de kenmerken van stimulerende en veilige leer- of werkvoorzieningen in een lokaal. De ondersteunende kennis omvat kenmerken van de schoolculturen en relevante informatiebronnen met betrekking tot ontwikkelingen over onderwijs en samenleving, waaronder beleidsinitiatieven inzake onderwijs. De ondersteunende kennis omvat relevante en toegankelijke informatiebronnen van onderwijsonderzoek. 5.3 De leraar kan het eigen functioneren ter De ondersteunende kennis omvat vormen van reflectie op het eigen 9
10 discussie stellen en bijsturen. handelen en functioneren in de klas en op school, en de kenmerken van een eenvoudig praktijkgericht onderzoek. Verantwoordelijkheid tegenover de school/onderwijsgemeenschap: Functioneel geheel 6: De leraar als partner van de ouders of verzorgers 6.1 De leraar kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. 6.2 De leraar kan met ouders of verzorgers communiceren over het kind in de school op basis van overleg met collega s of externen. 6.3 De leraar kan in overleg met het team, communiceren met de ouders of verzorgers over het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. 6.4 De leraar kan met ouders of verzorgers een gesprek voeren over opvoeding en onderwijs. 6.5 De leraar kan in Standaardnederlands of naargelang de context in een ander passend register, adequaat in interactie treden met ouders en verzorgers. 6.6 De leraar kan strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. Functioneel geheel 7: De leraar als lid van een schoolteam 7.1 De leraar kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. De ondersteunende kennis omvat elementen van deontologie in verband met gegevens over de leerling. De ondersteunende kennis omvat agogische inzichten met betrekking tot de communicatie tussen school en ouders, kennis van interne en externe begeleidingsdiensten en van externe hulpverleningsinstanties. De ondersteunde kennis omvat kennis van de diversiteit van sociale en culturele realiteiten van ouders of verzorgers, en communicatietechnieken. De ondersteunende kennis omvat referentiekaders om onderwijskundige thema s en ontwikkelingen te duiden. De ondersteunende kennis omvat communicatiestrategieën voor taalgebruik in functionele situaties. De ondersteunende kennis omvat de mogelijkheden die de communicatie met anderstalige ouders kunnen vergemakkelijken. De ondersteunende kennis omvat vormen van samenwerkingsverbanden binnen de school, decretale participatiestructuren, overlegorganen en hun bevoegdheden, en kennis over de schoolcultuur. Eveneens relevante 10
11 7.2 De leraar kan binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. 7.3 De leraar kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken. 7.4 De leraar kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 7.5 De leraar kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. Functioneel geheel 8: De leraar als partner van externen 8.1 De leraar kan met hulp van collega s contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. 8.2 De leraar kan met de hulp van collega s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden. 8.3 De leraar kan met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. aspecten inzake schoolbeleid, de functies van het schoolwerkplan, de aanwending van het lesurenpakket en soorten leiderschapsstijlen. De ondersteunende kennis omvat kennis van functies en taken binnen een school. De ondersteunende kennis omvat diverse vormen van schoolinterne coaching en reflecterend leren. De ondersteunende kennis omvat basisregelgeving en instanties of bronnen die toegang geven tot geselecteerde en goed toegankelijke juridische kennis rond de rechten van het kind, van ouders of verzorgers, en van meerderjarige leerlingen. De ondersteunende kennis omvat communicatiestrategieën voor taalgebruik in functionele situaties. De ondersteunende kennis omvat zoekmethoden om initiatieven of instanties op te sporen die actief zijn in een betrokken regio. De ondersteunende kennis omvat zoekmethoden om in de betrokken regio actieve instanties en initiatieven op te sporen. De ondersteunende kennis omvat zoekmethoden om in de betrokken regio actieve instanties en initiatieven op te sporen. 11
12 8.4 De leraar kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage-tewerkstellingsplaatsen. Functioneel geheel 9: De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 De leraar kan deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema s. 9.2 De leraar kan dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. De ondersteunende kennis omvat communicatiestrategieën voor taalgebruik in functionele situaties. De ondersteunende kennis omvat recente ontwikkelingen in het onderwijs en referentiekaders om ontwikkelingen in het onderwijs te duiden. De ondersteunende kennis omvat referentiekaders om het lerarenberoep maatschappelijk te kunnen situeren, en de eigen basiscompetenties en het eigen beroepsprofiel. Verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij: Functioneel 10: De leraar als cultuurparticipant 10.1 De leraar kan actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: - het sociaal-politieke domein - het sociaaleconomische domein - het levensbeschouwelijke domein - het cultureel-esthetische domein - het cultureel-wetenschappelijke domein. De ondersteunende kennis omvat alle relevante informatiebronnen. 12
13 Attitudes A1 Beslissingsvermogen A2 Relationele gerichtheid A3 Kritische ingesteldheid A4 Leergierigheid A5 Organisatievermogen A6 Zin voor samenwerking A7 Verantwoordelijkheidszin A8 Flexibiliteit Durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor dragen. In contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen. Bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen. Actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen. Erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden. Bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken. Zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te bevorderen. Bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures. Wie de uitgebreidere versie wil raadplegen waarin de basiscompetenties verder worden onderverdeeld, kan dit doen op smartschool onder algemene info voor cursisten SLO. 13
14 2 Curriculumorganisatie 2.1 Modulaire opleidingsstructuur en flexibele trajecten De opleiding kent een modulaire structuur. Elke module heeft een omvang van 1 tot 6 lestijden. Deze lestijden zijn ingericht onder de vorm van contact- en gecombineerd, of afstandsonderwijs. De opleiding kent verschillende trajecten: Het reguliere traject: bestaat uit vier semester waarbinnen telkens 2 à 3 modules worden aangeboden. Het individuele leertraject: een traject op maat van de mogelijkheden van elke individuele cursist. Op deze manier kan het studietraject worden verkort of worden verlengd (met een maximum van 4 jaar). Het jaartraject: een intens traject, in eerste instantie afgestemd op cursisten met sterke en zelfstandige studievaardigheden. Zij doorlopen de hele opleiding in 1 jaar tijd. Het LIO-traject: verkort traject voor cursisten die minstens 60% werkzaam zijn in het onderwijs. De cursist doorloopt de opleiding module per module. Telkens hij slaagt voor een module, ontvangt hij daarvoor een getuigschrift. Indien hij alle modules succesvol heeft afgerond, ontvangt hij het diploma van leraar. Cursisten kunnen de opleiding zowel in september als in februari aanvangen. De jaaropleiding start echter enkel in september. 2.2 Studielast en inhoud De studielast wordt per module uitgedrukt in studiepunten. Eén studiepunt (stp) is gelijkgesteld met 25 à 30 uren studietijd voor een gemiddelde cursist. Deze studietijd omvat de tijd die de cursist besteedt aan: het volgen van de lessen; het instuderen van leerinhouden; het voorbereiden van oefenmomenten; het maken van portfoliowerk binnen gecombineerd onderwijs; het reflecteren over praktijkoefeningen; feedbackmomenten. Zo zal een module van 2 studiepunten voor een gemiddelde cursist bijvoorbeeld een studietijd vragen van 50 tot 60 uur. 14
15 Hieronder vind je het structuurschema van de opleiding, gevolgd door een overzicht van de studielast van de volledige opleiding en van elke afzonderlijke module: De modules binnen de didactische competentie dienen verplicht in volgorde te worden afgelegd. Dat wil zeggen dat je enkel kan aanvangen met de module didactische competentie praktijkinitiatie als je het getuigschrift behaalde voor de module didactische competentie algemeen, enz. Overzicht studielast opleiding als geheel: Studietrajecten Opstapjaar: voor cursisten die niet in het bezit zijn van een diploma of gehomologeerd getuigschrift hoger secundair onderwijs Regulier-, individueel-, LIO- en jaartraject Studielast 15 studiepunten 60 studiepunten 15
16 Overzicht studielast per module: Competentiegeheel Module Studielast Opstap Didactische competentie Psycho-Pedagogische competentie Pedagogischorganisatorische competentie Maatsschappelijke en beroepsgerichte competentie OTV Opstap taalvaardigheid OAV Opstap algemene vorming DCA Didactische competentie algemeen DCP Didactische competentie praktijkinitiatie DCO Didactische competentie oefenlessen DCS Didactische competentie stage PPC Psycho-pedagogische competentie COO Communicatie en overleg BEG Begeleiding GRM Groepsmanagement OMA Onderwijs en maatschappij LEV Leraar en verantwoordelijkheden 9 stp 6 stp 6 stp 10 stp 10 stp 7 stp 6 stp 6 stp 4 stp 4 stp 3 stp 4 stp Overzicht aanbod modules binnen het jaartraject: Periode September t.e.m. oktober November t.e.m. december Januari t.e.m. februari Maart t.e.m. juni Modules DCA, GRM, OMA, PPC, COO* DCP, BEG*, COO* DCO*, COO*, BEG*, LEV* DCS, LEV* Opmerking: Modules aangeduid met een * lopen over verschillende perioden (zie concreet lessenrooster) 16
17 Overzicht aangeboden modules binnen het regulier traject in : Semester Semester 1 Semester 2 Modules DCA, OMA, PPC, DCP, GRM, BEG, LEV, DCO, DCS DCA, OMA, PPC, DCP, COO, LEV, DCO, DCS 2.3 Praktijkcomponent van de opleiding De tien functionele gehelen en de daarbij behorende basiscompetenties vormen het uitgangspunt voor de Specifieke lerarenopleiding. Binnen de tien modules van de opleiding worden deze vereiste basiscompetenties concreet nagestreefd. Een competentie wordt beschouwd als de integratie van ondersteunende kennis, vaardigheden en attitudes. Competentiegericht onderwijs wijkt in verschillende vormen af van de traditionele wijze van leren. Waar de traditionele wijze van onderwijs zich voornamelijk beperkt tot het geven van een complete uitleg met instructie, is het competentiegericht leren voornamelijk gericht op het vergroten van de persoonlijke vermogens. Daarom wordt vaak uitgegaan van de kwaliteiten waarover iemand reeds beschikt. Uitgangspunten van competentiegericht leren zijn: Een sterke relatie met de beroepspraktijk; Een focus op de persoonlijke ontwikkeling en competentiegroei van de cursist; Een krachtige leeromgeving. Binnen competentiegericht leren wordt de brug theorie-praktijk erg belangrijk. Theoretische kaders moeten worden gekoppeld aan de praktijk, en omgekeerd moet de praktijk op zijn beurt worden teruggekoppeld aan de geziene theoretische kaders. Het gevolg hiervan is dat binnen de Specifieke lerarenopleiding vaardigheden, ondersteunende kennis en attitudes niet als afzonderlijke componenten worden aangeboden maar gecombineerd binnen elke module aan bod komen. In elke component komt met andere woorden de brug theorie-praktijk aan bod, al kan de mate waarin variëren. Het nieuwe decreet lerarenopleiding bepaalt dat 30 van de 60 studiepunten besteed moeten worden aan praktijk, terwijl de andere 30 besteed moeten worden aan theorie. 17
18 De praktijkcomponent wordt binnen de opleiding aangeboden onder drie vormen: Praktijkgerichte onderwijsactiviteiten (PO), die ingericht worden binnen het opleidingsinstituut zelf; Preservicetraining (PT), onderwijsactiviteiten die ingericht worden in de stageschool van de cursist; Leraar-in-opleiding (LIO-baan): onderwijsactiviteiten in de stageschool waarin de cursist ook daadwerkelijk wordt tewerkgesteld. De praktijkgerichte onderwijsactiviteiten komen samen met de ondersteunende theoretische kennis binnen elke module aan bod door: Contactonderwijs: de lessen die de cursist volgt; Gecombineerd- en/of afstandsonderwijs: de opdrachten binnen de context van gecombineerd- en/of afstandsonderwijs die de cursist uitvoert. De pre-servicetraining komt aan bod via het uitvoeren door de cursist van observatiestages en een doestage in een zelfgekozen stageschool. Concreet maken de cursisten dus vanaf de aanvang van de opleiding kennis met het werkveld. Hieronder volgt een overzicht: (gebaseerd op het jaartraject) Semester 1 DCA Oriënterende stage 2 DCP 3 GRM DCO Observatiestage Participatiestage Doestage 4 DCS DCS De pre-service praktijk heeft binnen de didactische modules een opbouw van oriënterend, naar observerend, naar participerend, naar uiteindelijk de actieve doestage. Bij deze opbouw heeft TNA SLO zich gebaseerd op onderstaand vakdidactisch model: Vakdactisch model (Elant, 2014) 18
19 DCA: de cursist onderzoekt de pijlers van de algemene didactiek, alsook de relevantie, het bestaansrecht van het specifieke vakgebied. De observatiestage focust voornamelijk op het ontsluiten van het eigen vak voor een specifieke doelgroep en is in die zin vooral oriënterend. DCP: de cursist onderzoekt de methodisch-didactische principes, werkvormen en gehanteerde media op de stageschool binnen het eigen vakgebied. De cursist onderzoekt voornamelijk de vertaling van de didactiek naar het vakdidactisch domein. De observatiestage is voornamelijk observerend. DCO: de cursist onderzoekt met de stagementor de concrete vakdidactische aspecten van het eigen vakgebied en oefent een aantal vakdidactische vaardigheden in. De stage is in die zin participerend. DCS: de cursist observeert en voert actief een doestage uit binnen het eigen vakgebied. Hij bereidt voor, voert uit, reflecteert over lessen met als doel een krachtige leeromgeving te realiseren. De stage is in die zin integrerend. Ook voor de module GRM gaan de cursisten op observatiestage: GRM: de cursist onderzoekt het klasmanagement en de groepsdynamische aspecten van de eigen doelgroep, het situationeel leiderschap van de geobserveerde leraar, de schoolcultuur en reflecteert over de eigen competenties als leraar, opvoeder en organisator. Cursisten dienen, met uitzondering van de module LEV, alle andere modules doorlopen te hebben alvorens ze de module didactische competentie stage kunnen aanvangen. De pre-service opdrachten worden telkens per module opgegeven, uitgevoerd en geëvalueerd. 2.4 Organisatie observatie- en doestage in de Specifieke lerarenopleiding Om de praktische organisatie van de observatie- en doestages vlot te laten verlopen, krijgen de cursisten de nodige ondersteuning van een stagecoördinator. Hij onderhoudt ook de contacten met het werkveld. De stagecoördinator organiseert op gezette tijden stagebijeenkomsten waarop de cursisten ruim geïnformeerd worden over te ondernemen administratieve stappen en uit te voeren taken en opdrachten met betrekking tot de stagecomponenten. 19
20 Op het elektronisch leerplatform Smartschool vinden cursisten: alle benodigde formulieren en documenten terug om aan de administratieve formaliteiten van de observatie- en doestage te voldoen en de ondersteunende stappenplannen daarvoor; info en formulieren in verband met uit de voeren taken en opdrachten; regelmatige berichtgeving over de stagescholen. Elke cursist krijgt een persoonlijke stagebegeleider toegewezen vanuit het opleidingsinstituut, alsook een vakmentor binnen de stageschool die het leerproces van de cursist observeert, ondersteunt en evalueert. 2.5 Het competentieportfolio Het uitgangspunt van de Specifieke lerarenopleiding zijn de 10 functionele gehelen, de daaraan gekoppelde basiscompetenties en de 8 beroepsgebonden attitudes. De cursist bewijst het realiseren van die basiscompetenties op verschillende manieren doorheen de verschillende modules, via examens, taken en opdrachten binnen de context van opleidings- en pre-service praktijk, het volgen van toolshops. Het portfolio heeft als voornaamste doel het ontwikkelen van een individueel vakdidactisch leertraject en het ontwikkelen van de vereiste reflectievaardigheden die nodig zijn binnen het kader van levenslang leren. De cursist leert grondig stilstaan bij de eigen talenten en werkpunten en ontwikkelt via het opstellen van actieplannen een onderzoeksgerichte en innovatieve houding, waarbij het optimaliseren van het eigen functioneren als leraar centraal staat. Zo ontwikkelt hij gaandeweg de professionele identiteit die aan de uitdagingen van de hedendaags visie op leren en onderwijzen tegemoet komt. Uiteraard komen ook de 8 beroepsgebonden attitudes hierbij aan bod via doelgerichte reflectie aan de hand de attitudeschaal. Zo kunnen evaluatiegegevens van competenties door de lectoren vergeleken worden met de zelfinschatting van de cursist. De sterkte-zwakteanalyse en attitudeschaal worden geëvalueerd binnen de modules van de didactische competentie. Binnen de module DCS vullen ook de vakmentoren een attitudeschaal in over de betrokken cursist. Verder reflecteren de cursisten binnen de modules BEG, GRM en COO doelgericht over een aantal basiscompetenties. 20
21 2.6 Taal in de SLO Een leraar dient de nodige taalcompetenties te bezitten om adequaat te kunnen lesgeven, om verzorgd en correct cursusmateriaal te ontwikkelen, om professioneel met verschillende partijen te kunnen communiceren, omdat hij op vlak van taal een voorbeeldfunctie heeft naar zijn leerlingen toe,. Daarom biedt TNA SLO elke cursist die de opleiding aanvangt een oriënterende taalproef aan die nagaat hoe vlot de cursist de verschillende taalfuncties beheerst. Indien een tekort wordt vastgesteld wordt de cursist geadviseerd aan taalremediëring te doen. Op verschillende tijdstippen doorheen het traject wordt een evaluerende taalproef aangeboden. Er zijn dus meerdere kansen om te slagen voor deze taalproef. Het is de bedoeling dat je ten laatste bij aanvang van de module DCS slaagt voor deze taalproef. De cursist bij wie op dat moment nog steeds een tekort wordt vastgesteld kan niet aanvangen met de module DCS tot het taaltekort werd geremedieerd. De data van de taaltoets zijn op de lessenroosters terug te vinden. 2.7 Het cursistenvolgsysteem: de synthesekaart De cursist voert heel wat leeractiviteiten uit binnen zijn leerproces en deze worden geëvalueerd via examens, taken en opdrachten voor de opleidingspraktijk en pre-service praktijk en het competentieportfolio. Zo bewijst de cursist gaandeweg dat hij de verschillende basiscompetenties en beroepsattitudes heeft bereikt. De evaluatie geschiedt volgens duidelijke criteria. Het bewijs daarvoor is terug te vinden op Smartschool van elke afzonderlijk gevolgde module. Tijdens klassenraden overlegt het lectorenteam over de vorderingen van de cursist. Deze vorderingen worden gebundeld in de synthesekaart, die binnen het cursistenvolgsysteem bewaard wordt op Smartschool en door alle lectoren kan worden geraadpleegd. De synthesekaart geeft relevante informatie met betrekking tot het leerproces en de procesbegeleiding van de cursist. Je vindt een voorbeeld van deze synthesekaart op de volgende bladzijde. 21
22 Synthesekaart Naam cursist: Module Lector Werden de FG s en BC s van toepassing volgens de competentieniveaus bereikt? DCA DCP DCO DCS PPC COO GRM BEG OMA LEV Relevante info cursist Klas: Opmerkingen Binnen elke module kunnen drie componenten worden geëvalueerd: De theorie; De opleidingspraktijk en de pre-service praktijk; Het competentieportfolio. Modules worden variërend in verhouding ingericht onder de vorm van: Contactonderwijs; Gecombineerd onderwijs; Afstandsonderwijs. 2.8 Leerlijnontwikkeling van het kwalificatieprofiel Cursisten groeien doorheen hun leerproces in het behalen van de 48 verschillende basiscompetenties. Ze bereiken ze niet in een keer maar in verschillende opbouwende stappen. Daartoe werden leerlijnen ontwikkeld vanuit de 10 functionele gehelen waarin wordt weergegeven: In welke modules aan welke basiscompetenties wordt gewerkt; Welk beheersingsniveau van een basiscompetentie binnen een module door de cursist moet worden bereikt. 22
23 Voor de weergave van de 4 verschillende competentieniveaus baseert TNA SLO zich op het EDIE-model waarin: Elk niveau wordt omschreven op vlak van kennis en vaardigheden, context en autonomie; Het bereiken van een hoger stadium steeds het bereikt zijn van een lager competentieniveau veronderstelt. Kennis en vaardigheden Context Autonomie Elementair Stadium Verwerven van kennis = weten en inzien Beperkte handelingscontext Beperkt, externe sturing en begeleiding Doorgroei Stadium Integratie stadium Expert Stadium Toepassen van verworven kennis/uitvoeren van handeling onder gecontroleerde omstandigheden Afgebakende handelingscontext, wisselende variabelen Zekere zelfstandigheid, feedback en begeleiding Evalueren van verworven kennis/efficiënt en doeltreffend handelen Complexe handelingscontext, onverwachte factoren, complex Onafhankelijk functioneren, zichzelf bijsturen, methodologische begeleiding en supervisie Nieuwe denkpatronen ontwikkelen (creëren) en aangepaste gedragingen vertonen Authentieke en multidisciplinaire handelingscontext, zeer complex en onduidelijk Volledige autonomie, zelfsturing en intervisie De volgende pagina s geven een overzicht van de concrete leerlijnontwikkeling per basiscompetentie in de competentiematrix TNA SLO: 23
24 Competentiematrix TNA SLO Functionele gehelen en bijbehorende basiscompetenties Niveau 1: Elementair Stadium Niveau 2: Doorgroei stadium Functioneel geheel 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen Niveau 3: Integratie stadium Niveau 4: Expert stadium 1.1 De leraar kan de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen. Inzicht hebben in hoe individuele leerlingen en leerlingengroepen van elkaar verschillen. De beginsituatie van een leerling en van een leerlingengroep achterhalen uit verschillende bronnen. Kritisch evalueren van de achterhaalde beginsituatie van een leerling en leerlingengroep. Actief gebruik maken van individuele leerlingen- en groepsdossiers om de beginsituatie te achterhalen. DCA, PPC DCP, DCO DCS 1.2 De leraar kan doelstellingen kiezen en formuleren. Inzien dat de keuze en formulering van doelstellingen afhankelijk is van leerplannen en beginsituatie. Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen en beginsituatie. DCA, DCP, DCO Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen, beginsituatie, pedagogisch project en schoolwerkplan. DCS Doelstellingen gedifferentieerd kiezen en formuleren in functie van leerlingen en specifieke behoeften. 1.3 De leraar kan de leerinhouden en leerervaringen selecteren. Notie hebben van de bronnen die moeten geraadpleegd worden om leerinhouden en leerervaringen te selecteren. Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie, ) leerinhouden en leerervaringen selecteren. Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie, ) leerinhouden en leerervaringen selecteren, rekening Leerinhouden en leerervaringen selecteren, rekening houdend met individuele noden van leerlingen. 24
25 DCA, DCP houdend met vakoverschrijdend werken. DCO, DCS 1.4 De leraar kan de leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. Inzien hoe leerinhouden moeten worden gestructureerd en vertaald in leeractiviteiten. Vanuit doelstellingen en beginsituatie leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. Leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten rekening houdend met vakoverschrijdend werken. Leerinhouden structuren en vertalen in leeractiviteiten vanuit flexibele individuele noden van leerlingen. DCA, DCP DCO, DCS 1.5 De leraar kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen. Overzicht hebben van de diversiteit aan werk- en groeperingsvormen die een leraar kan gebruiken. Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen kiezen en aanwenden. DCA Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. DCP, DCO, DCS Werk- en groeperingsvormen flexibel integreren met het oog op een gedifferentieerde onderwijspraktijk. 1.6 De leraar kan individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen. Overzicht hebben van de diversiteit aan didactische leermiddelen. DCA Vanuit doelstellingen en beginsituatie leermiddelen kiezen en aanwenden. DCP Vanuit doelstellingen en beginsituatie leermiddelen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. DCO, DCS Leermiddelen flexibel integreren met het oog op een gedifferentieerde onderwijspraktijk. 1.7 De leraar kan een gedifferentieerde Inzien van het belang van krachtige leeromgevingen Krachtige leeromgevingen Krachtige leeromgevingen Krachtige leeromgevingen 25
26 leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep. en deze duiden. DCA, PPC, GRM ontwerpen en binnen een afgebakende context toepassen. DCP, DCO ontwerpen en binnen een complexe context toepassen. DCS ontwikkelen en verzorgen met het oog op differentiatie. 1.8 De leraar kan observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team. Notie hebben van de plaats van evaluatie binnen de didactiek en van de diversiteit van evaluatievormen. DCA Een evaluatieinstrument opstellen vanuit een afgebakende context. DCP Een evaluatieinstrument opstellen vanuit een complexe context. DCS Het opstellen van een evaluatieinstrumentarium kritisch analyseren vanuit de specifieke schoolcultuur. 1.9 De leraar kan proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie. Notie hebben van de functionaliteit van evaluatie voor leerlingen en leraar. DCA Een evaluatieinstrument opstellen op valide en doelstellingenrepresentatieve wijze in functie van het begeleiden van leerlingen. DCP Een evaluatieinstrument afnemen en verwerken in functie van het begeleiden van leerlingen en het optimaliseren van het eigen didactisch handelen. DCS Het afnemen en verwerken van een evaluatieinstrumentarium kritisch analyseren vanuit de specifieke schoolcultuur De leraar kan in overleg met collega s deelnemen aan zorgverbredingsinitiatieven en die laten aansluiten bij de totaalbenadering van de school. Zicht hebben op de meest voorkomende zorgverbredingsinitiatieven. In een afgebakende context overleggen over zorgverbreding en gelijke kansen. In overleg met de mentor aan een specifiek vakgebonden zorgverbredingsinitiatief deelnemen. In teamverband een specifiek zorgverbredingsinitiatief ontwikkelingen. PPC COO DCS* 1.11 De leraar kan het leeren ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met Bewustzijn van het belang en de rol van taal in het onderwijs. In een afgebakende situatie in Standaardnederlands op een adequate manier leer- en In een complexe situatie in Standaardnederlands, leer- en ontwikkelingsprocessen In overleg met collega s het taalbeleid op vlak van het gebruik van Standaardnederlands bij leer- en 26
27 en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijk taalachtergronden van de leerlingen. Alle modules ontwikkelingsprocessen begeleiden, afgestemd op de leerlingen. DCA, DCP, DCO, COO begeleiden, afgestemd op de leerlingen en ze hierbij stimuleren in het gebruik van Standaardnederlands bij talige acties. DCS ontwikkelingsprocessen verder ontwikkelen en bijsturen De leraar kan omgaan met de diversiteit van de leergroep. Inzicht hebben in de inhoud, reikwijdte en omgangsvormen m.b.t. diversiteit. PPC, GRM Omgangsvormen m.b.t. diversiteit toepassen in een afgebakende context. DCP, DCO, COO Omgaan met diversiteit bij leerlingen ingevuld vanuit de eigen persoon van de leraar en passend binnen de context. DCS In overleg met collega s de eigen omgangsvormen m.b.t. diversiteit verdiepen en verder ontwikkelen De leraar kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. Kennis hebben van het vakoverschrijdend werken als wezenlijke taak van iedere leraar. Binnen gegeven lessen vakoverschrijdend werken integreren. Participeren aan initiatieven vanuit een vakoverschrijdende invalshoek. Initiatieven vanuit een vakoverschrijdende invalshoek opzetten en realiseren. DCA, PPC DCP, DCO DCS* Functioneel geheel 2: de leraar als opvoeder 2.1 De leraar kan in overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school. Kennis hebben over de factoren die het leefklimaat bepalen en hoe een leraar hierin een rol kan spelen. DCA, PPC Deelvaardigheden preventief en remediërend toepassen in functie van een positief leefklimaat. DCP, GRM Vanuit de eigen leraarsstijl vaardigheden integreren met het oog op een positief leefklimaat. DCO, DCS In wisselwerking met collega s bijdragen tot een positief schoolklimaat en zichzelf verder ontwikkelen. 27
28 2.2 De leraar kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen. Besef hebben van het belang van emancipatie en inzicht hebben in factoren die de emancipatie bij leerlingen belemmeren of bevorderen. COO, LEV Initiatieven nemen om emancipatie bij leerlingen in een afgebakende context te stimuleren. DCP, DCO, BEG Leerlingen stimuleren tot emancipatie en hierin verantwoordelijkheid nemen naar de anderen. DCS Ontwikkelen van schoolbrede initiatieven ter bevordering van emancipatie bij leerlingen. 2.3 De leraar kan door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden. Het belang inzien dat de leraar door attitudevorming de leerlingen stimuleert tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. DCA In een afgebakende situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. DCP, DCO, GRM, BEG In een complexe situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie en dit kritisch bevragen. DCS In overleg met collega s kritisch bevragen en bijsturen van attitudevorming bij leerlingen m.b.t. individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. 2.4 De leraar kan actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context. Openstaan voor en op zoek gaan naar betrouwbare bronnen rond maatschappelijke thema s en ontwikkelingen. Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een afgebakende context. Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een complexe context en ze kritisch bevragen. In overleg met collega s nadenken over maatschappelijke thema s en ontwikkelingen en hoe die te hanteren in een pedagogische context. OMA, PPC, LEV DCP, DCO, BEG DCS 2.5 De leraar kan adequaat omgaan met leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden. Kennis hebben van de achtergrond en het ontstaan van gedrags- en socio-emotionele moeilijkheden bij leerlingen om op een Binnen een afgebakende context adequaat omgaan met gedrags- en socioemotionele problemen met leerlingen. Binnen een complexe context adequaat omgaan met gedragsen socio-emotionele problemen met leerlingen, deze kritisch In overleg met collega s meedenken, ontwikkelen en bijsturen van beleidsplannen m.b.t. gedrags- en socioemotionele problemen. 28
29 adequate en deontologische manier hiermee om te gaan. PPC BEG bevragen en zichzelf bijsturen. DCS 2.6 De leraar kan de fysieke en geestelijke gezondheid van de leerlingen bevorderen. Het belang inzien van het bevorderen van fysieke en geestelijke gezondheid van leerlingen. Zorg dragen voor de gezondheid en het welbevinden van leerlingen in een concrete situatie. Leerlingen in een complexe situatie actief stimuleren tot een gezonde levenswijze. Ontwikkelen en bijsturen van initiatieven in het kader van een gezonde school. BEG DCP, DCO DCS 2.7 De leraar kan communiceren met leerlingen met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties. Kennis m.b.t. andere culturen en taalregisters. COO Binnen een afgebakende context omgaan met leerlingen uit andere culturen en met andere taalachtergrond. DCP, DCO, BEG Binnen een complexe context gepast communiceren met leerlingen uit andere culturen en met andere taalachtergrond en zich via reflectie en feedback bijsturen. DCS In overleg met collega s kritisch bevragen en bijsturen van beleidsplannen m.b.t. leerlingen uit andere culturen of met een andere taalachtergrond. Functioneel geheel 3: de leraar als inhoudelijk expert 3.1 De leraar beheerst de domeinspecifieke kennis en vaardigheden, en kan die verbreden en verdiepen. M.b.t. een zelf gekozen context de domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen. M.b.t. een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en - vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen, verbreden en M.b.t. een opgelegd lesonderwerp domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen, verbreden en verdiepen. M.b.t. de context van het volledige vakgebied de domeinspecifieke kennis en vaardigheden op eigen niveau beheersen, verbreden en verdiepen. 29
30 DCA verdiepen. DCP, DCO DCS 3.2 De leraar kan de verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden. Beseffen dat het overbrengen van inhouden en vaardigheden een methodische aanpak vereist. DCA M.b.t. een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en vaardigheden vertalen in een pedagogischdidactische aanpak. DCP, DCO M.b.t. een opgelegd lesonderwerp domeinspecifieke kennis en vaardigheden vertalen in een pedagogisch-didactische aanpak. DCS De leerstof zodanig beheersen dat de leraar erin slaagt om een optimale uitdaging te bieden aan zowel inhoudelijk zwakkere als sterkere leerlingen. 3.3 De leraar kan het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op de begeleiding en de oriëntering van leerlingen. Het belang inzien van het situeren en integreren van het eigen vormingsaanbod in het geheel van het onderwijsaanbod. DCA Situeren van het eigen vormingsaanbod in het geheel van het onderwijsaanbod. OMA, LEV Vanuit het eigen vormingsaanbod een leerling begeleiden en oriënteren in het geheel van het onderwijsaanbod. DCS* In teamverband een leerling met specifieke noden begeleiden en oriënteren in het geheel van het onderwijsaanbod. Functioneel geheel 4: de leraar als organisator 4.1 De leraar kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen. Inzicht hebben in factoren die invloed hebben op het werkklimaat: zicht hebben op de pedagogische grondhouding, pedagogische en leiderschapsvaardigheden. PPC, GRM Elementen van een pedagogische grondhouding, pedagogische vaardigheden en aspecten van goed leiderschap in afgebakende situaties toepassen. DCP, DCO Rekening houdend met de eigen stijl, een gestructureerd werkklimaat realiseren en dit kritisch bevragen. DCS Flexibel kunnen omgaan met belemmerende en bevorderende factoren in functie van werkklimaat. 4.2 De leraar kan een soepel en efficiënt les- en Zicht hebben op factoren die invloed hebben op een In een afgebakende situatie een vlot In een complexe situatie een efficiënt Binnen een brede schoolcontext 30
31 dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leraar en de leerlingen. efficiënt les- en dagverloop. lesverloop kunnen realiseren. les- en dagverloop realiseren en het eigen aandeel hierin kritisch bevragen en bijsturen. meedenken en meewerken aan goede planning rond alle aspecten van het schoolgebeuren en het geplande realiseren in samenwerking met collega s. GRM DCP, DCO DCS 4.3 De leraar kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren. Kennis hebben van administratieve taken van de leraar en het belang ervan. GRM Eenvoudige administratieve taken plannen en uitvoeren. DCP, DCO Het geheel van het administratief takenpakket plannen, uitvoeren alsook de eigen aanpak bevragen en bijsturen. DCS In overleg met collega s het administratief takenpakket optimaliseren. 4.4 De leraar kan een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen. Zicht hebben op ruimtelijke factoren die een invloed hebben op het functioneren en de veiligheid van de leerlingen. Gebruiken van ruimtelijke factoren bij het uitwerken van een activiteit in een afgebakende context. In een complexe situatie ruimtelijke factoren gebruiken om tegemoet te komen aan de eigenheid en veiligheid van leerlingen en aan de eigenheid van de werkvormen. Samen met het schoolteam de ruimtes binnen school kritisch bekijken naar veiligheid en functionaliteit om tot adequate voorstellen voor aanpassing te komen. COO DCP, DCO Functioneel geheel 5: de leraar als innovator de leraar als onderzoeker DCS 5.1 De leraar kan vernieuwende elementen en resultaten van Inzicht hebben in de recente ontwikkelingen in het onderwijs en de Recente ontwikkelingen in het onderwijs aanwenden in een Recente ontwikkelingen in het onderwijs aanwenden in een De eigen klas- en schoolpraktijk vernieuwen als lid van 31
32 onderwijsontwikkelingswerk aanwenden en aanbrengen. 5.2 De leraar kan kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek en van vakdidactisch en vakinhoudelijk onderzoek. 5.3 De leraar kan het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen. informatiebronnen hiervoor vinden. OMA, DCA, LEV Zich op zelfstandige basis vakinhoudelijk professionaliseren. DCP Inzien dat reflectie en functionerings- en evaluatiegesprekken noodzakelijk zijn om het eigen functioneren bij te sturen. LEV zelfgekozen context. DCP, DCO Zich vakdidactisch professionaliseren. DCO Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. DCA, DCP, DCO, GRM, BEG, COO Functioneel geheel 6: de leraar als partner van de ouders of verzorgers complexe context en deze kritisch bevragen. DCS Zich vakdidactisch professionaliseren vanuit de relevantie voor de eigen praktijk, op de dag van de vakdidactiek of extern. DCS Zelfgestuurd kritisch bevragen van het eigen functioneren en actief bijsturen. DCS de school als lerende gemeenschap. Actief participeren om op vakdidactisch vlak de school tot een lerende gemeenschap uit te bouwen. Het eigen functioneren via intervisie met collega s bespreken. 6.1 De leraar kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling. Inzien van de noodzaak van informatie en discretie, kennis van deontologie en van de kanalen van gegevensverzameling. BEG, LEV In gecontroleerde omstandigheden op een discrete en deontologisch verantwoorde manier gegevens verzamelen. Binnen een concrete situatie op een discrete en deontologisch verantwoorde manier omgaan met gegevens en deze kritisch bevragen. DCS In overleg met collega s procedures optimaliseren en ontwikkelen m.b.t. het discreet omgaan met gegevens. 6.2 De leraar kan met ouders of verzorgers communiceren De noodzaak inzien van het betrekken van ouders In een gegeven situatie, na overleg met In een complexe situatie na overleg met In overleg met collega s kritisch nadenken over 32
33 over het kind in de school op basis van overleg met collega s of externen. en andere partners m.b.t. het functioneren van de leerling en kennis hebben van interne en externe begeleidingsdiensten. BEG collega s en/of externen, ouders en andere partners betrekken over het functioneren van de leerlingen om tot concrete acties en afspraken te komen. COO collega s en/of externen, een gesprek voeren met ouders en andere partners over het functioneren van de leerlingen om tot concrete acties en afspraken te komen. DCS* het betrekken van ouders en andere partners m.b.t. het functioneren van leerlingen en dit optimaliseren. 6.3 De leraar kan in overleg met het team, communiceren met de ouders of verzorgers over het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders. Inzicht hebben in diversiteit van ouders/verzorgers en van thuissituaties van leerlingen en beseffen dat hiermee rekening moet worden gehouden. In een gegeven situatie op een gepaste manier inspelen op de eigenheid van ouders/verzorgers en de thuissituatie. In een complexe situatie op een gepaste manier inspelen op de eigenheid van ouders/verzorgers en de thuissituatie. In overleg met collega s kritisch nadenken over het diversiteitsbeleid m.b.t. ouders/verzorgers en dit optimaliseren. BEG, COO DCS* 6.4 De leraar kan met ouders of verzorgers dialogeren over opvoeding en onderwijs. Het belang erkennen van goede, regelmatige contacten met ouders in functie van de ontwikkeling van leerlingen, gebaseerd op kennis van onderwijskundige referentiekaders. BEG In een afgebakende situatie of casusmatig dialogeren met ouders over opvoeding en onderwijs. COO Gesprekken voeren met ouders/verzorgers over opvoeding en onderwijs en deze kritisch bevragen. DCS* In overleg met collega s kritisch nadenken over het beleid inzake dialogeren met ouders/verzorgers over opvoeding en onderwijs en dit optimaliseren. 6.5 De leraar kan in Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders en verzorgers met diverse Kennis hebben van het Standaardnederlands en het bestaan van verschillende taalregisters en Casusmatig vanuit een passend register communiceren met ouders en verzorgers. In een complexe situatie vanuit een passend register communiceren met ouders en verzorgers. In overleg met collega s kritisch nadenken over het gebruik van verschillende taalregisters en 33
34 taalachtergronden in diverse talige situaties. 6.6 De leraar kan strategieën ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders. communicatiestrategieën in contacten met ouders. Kennis hebben van andere culturen en strategieën om te communiceren met anderstalige ouders. Functioneel geheel 7: de leraar als lid van een schoolteam BEG, COO Binnen een afgebakende context communiceren met ouders uit andere culturen en met een andere taalachtergrond. COO DCS* In een complexe context communiceren met ouders uit andere culturen en met een andere taalachtergrond en hierbij via feedback en zelfreflectie zichzelf bijsturen. DCS* communicatiestrategieën met ouders/verzorgers om dit te optimaliseren. Op schoolniveau meedenken over beleidsplannen m.b.t. ouders uit andere culturen of met een andere taalachtergrond om deze te optimaliseren. 7.1 De leraar kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam. 7.2 De leraar kan binnen het team zowel vakspecifiek als vakoverschrijdend over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven. Inzien dat samenwerken binnen het schoolteam noodzakelijk is en hiervoor de gepaste kanalen en structuren kennen. OMA, LEV Het belang inzien van functiedifferentiatie op vakspecifiek en vakoverschrijdend vlak. GRM In een afgebakende context samenwerken binnen gepaste kanalen en structuren. BEG, COO Casusmatig vakspecifiek als vakoverschrijdend samenwerken, binnen het organigram van een school. COO In een complexe context samenwerken binnen gepaste kanalen en structuren. DCS* Kritisch bevragen van de eigen plaats binnen het organigram van een school en hieraan acties koppelen m.b.t. vakspecifieke en vakoverschrijdende samenwerking. Kritisch nadenken over kanalen en structuren over samenwerking binnen de schoolcontext en deze optimaliseren. In overleg met het schoolteam kritisch nadenken over de vakspecifieke en vakoverschrijdende samenwerking binnen het organigram en dit optimaliseren. 7.3 De leraar kan de eigen Het belang inzien van Samen met anderen Met betrekking tot het Het systeem van 34
35 pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken. 7.4 De leraar kan zich documenteren over de eigen rechtspositie en die van de leerlingen. 7.5 De leraar kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam. reflectie over de eigen pedagogische en didactische aanpak in groepsverband. DCA Basiskennis hebben van de eigen rechtszekerheid en die van de leerlingen en de goed toegankelijke informatiebronnen hiervoor vinden. Kennis hebben van en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands. Alle modules Functioneel geheel 8: de leraar als partner van externen onder begeleiding het eigen functioneren kritisch bevragen en de leerinzichten hieruit integreren in het eigen handelen. DCP, BEG Goed toegankelijke informatiebronnen raadplegen om relevante informatie te verzamelen over de eigen rechtszekerheid en die van de leerlingen. In Standaardnederlands, communiceren met alle leden van het schoolteam in afgebakende situaties. DCP, DCO, COO eigen functioneren elkaar coachen. DCO, DCS Gericht informatie opzoeken m.b.t. de eigen rechtszekerheid en die van de leerlingen en kritisch omgaan met deze informatiebronnen. LEV In Standaardnederlands, communiceren met alle leden van het schoolteam in complexe situaties en dit kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. DCS coaching en reflectie in een concrete schoolcontext kritisch onderzoeken en optimaliseren. Gericht informatie opzoeken en kritisch omgaan met de informatiebronnen en hieruit conclusies trekken voor evaluatie en advisering binnen de context van een concrete school. In overleg met collega s het taalbeleid kritisch bevragen en bijsturen. 8.1 De leraar kan in overleg met collega s contacten leggen, communiceren en Kennis hebben van zoekstrategieën om externe instanties, die Binnen een afgebakende context in overleg met collega s Participeren aan een vorm van overleg met externe instanties en dit De netwerking van de school kritisch bevragen en bijsturen. 35
36 samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden. onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden, op te sporen. oordelen of contacten met externe instanties een meerwaarde bieden. kritisch bevragen. BEG, DCS* 8.2 De leraar kan met de hulp van collega s de nodige relaties met organisaties initiëren, uitbouwen en onderhouden en samenwerken met actoren op de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. Kennis hebben van de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs. Binnen een afgebakende context in overleg met collega s oordelen wanneer contacten met de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs een meerwaarde bieden. Participeren aan een vorm van overleg met het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt en dit kritisch bevragen. Netwerking m.b.t. de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs kritisch bevragen en bijsturen. OMA, LEV DCS* 8.3 De leraar kan, onder meer met het oog op gelijke onderwijskansen en in overleg met collega s, contacten leggen, communiceren en samenwerken met de brede sociaal-culturele sector. Kennis hebben van zoekstrategieën om instanties binnen de sociaal-culturele sectoren op te sporen met het oog op gelijke onderwijskansen. Binnen een afgebakende context in overleg met collega s oordelen wanneer contacten met de sociaal-culturele sector een meerwaarde bieden op vlak van gelijke onderwijskansen. COO Participeren aan een vorm van overleg met sociaal-culturele instanties in functie van gelijke onderwijskansen en dit kritisch bevragen. BEG, DCS* De netwerking m.b.t. de sociaal-culturele sector in functie van gelijke onderwijskansen kritisch bevragen en bijsturen. 8.4 De leraar kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage- en of tewerkstellingsplaatsen. Kennis hebben van en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands in contacten met externe diensten. In Standaardnederlands, communiceren in afgebakende situaties met externe instanties. In Standaardnederlands, communiceren met externen en dit kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. In overleg met collega s het communicatiebeleid met externen kritisch bevragen en bijsturen. BEG 36
37 Functioneel geheel 9 : de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 9.1 De leraar kan deelnemen aan het maatschappelijke debat over onderwijskundige thema s. 9.2 De leraar kan dialogeren over zijn beroep en zijn plaats in de samenleving. Door zich te informeren kennis hebben van actuele onderwijskundige thema s en van referentiekaders om ze te duiden. Kennis hebben van de maatschappelijke taakinvulling van een leraar, i.c. de decretaal bepaalde basiscompetenties en het beroepsprofiel. DCA Functioneel geheel 10 : de leraar als cultuurparticipant Verschillende standpunten in het maatschappelijk debat over actuele onderwijskundige thema s kaderen. Verschillende standpunten over de maatschappelijke taakinvulling van een leraar kaderen (d.m.v. onderwijsvisie, literatuur en onderzoeksresultaten) en hierover dialogeren. OMA, LEV Door middel van meer omvattende lectuur en discussie met medecursisten een gefundeerde mening opbouwen i.v.m. actuele onderwijskundige thema s. OMA, LEV Ontwikkelen van een eigen gefundeerde visie op het beroep van leraar en zijn plaats in de samenleving en hierover dialogeren. GRM Met een gefundeerde mening effectief deelnemen aan het maatschappelijk debat over actuele onderwijskundige thema s in de open maatschappij. Dialogeren met collega s en buitenstaanders over het beroep van leraar en zijn plaats in de samenleving De leraar kan actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op de volgende domeinen: - het sociaal-politieke Door het volgen van de actualiteit kennis hebben van actuele maatschappelijke thema s en ontwikkelingen. Actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen interpreteren en hierover dialogeren onder begeleiding. Een gefundeerd standpunt innemen t.a.v. actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen en hierover dialogeren. Zich opstellen als een actieve, kritische cultuurparticipant, en leerlingen stimuleren om zelf actief deel te nemen. 37
38 domein; - het sociaal-economische domein; - het levensbeschouwelijke domein; - het cultureel-esthetische domein; - het cultureelwetenschappelijke domein. PPC OMA, BEG, LEV *: wordt aangeboden als keuze-opdracht 38
39 3 ECTS-fiches 3.1 Aandachtspunten Veronderstelde voorkennis Van elke cursist veronderstellen we dat een aantal competenties reeds werden gerealiseerd in het secundair onderwijs. Bij het begin van de module verwachten we dat je: Je vlot kan uitdrukken schriftelijk en mondeling in Standaardnederlands; Beschikt over voldoende domeinspecifieke kennis, vaardigheden expertise; Gebruik kan maken van een tekstverwerkingsprogramma Het respecteren van deadlines Als (toekomstig) leerkracht is het belangrijk dat je de vooropgestelde deadlines respecteert met betrekking tot de verschillende taken en opdrachten verbonden aan de opleidingspraktijk en/of preservice praktijk, en het competentieportfolio. Het indienen van een opdracht tot 7 weekdagen na de deadline leidt tot 50% puntenverlies. Als je een opdracht indient na deze termijn verlies je de kans op een evaluatie van je opdracht en kan je hier geen punten meer voor krijgen. Binnen de didactische modules zal je telkens oefenlessen uitvoeren binnen een microteaching en/of team teachingomgeving. Je dient voor deze oefenlessen een lesvoorbereiding te maken. Deze lesvoorbereiding dient drie dagen voor de te geven oefenles op het elektronisch leerplatform te worden geüpload. Wordt deze lesvoorbereiding te laat ingediend resulteert dat in 50% puntenverlies op de component lesvoorbereiding van het evaluatieformulier. Wie geen lesvoorbereiding bezorgde voor de uitvoering van de oefenles mag zijn/haar oefenles ook niet uitvoeren. Aangezien deze oefenlessen praktijkevaluaties (examenmomenten) zijn kan je bijgevolg ook niet slagen voor de betreffende didactische module. Je kan enkel slagen voor een module als je alle opdrachten verbonden aan deze module indiende en deelnam aan het examen. Daarenboven moet je geslaagd zijn voor het geheel van de opdrachten en voor het examen om het credit voor deze module te kunnen verwerven. 39
40 3.4 ECTS Didactische Competentie Algemeen Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding DC1 SLO Mogelijk Niet mogelijk Mogelijk Nederlands Te volgen voor DCP, DCO, DCS Jan Boekaerts Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 6 Jaartraject Theorie 2,4 CO = 50% AO = 50% Regulier traject CO = 75% AO = 25% Praktijk 3 Opleidingspraktijk 1,5 Comp.port. 0,6 Theorie 2,4 Pre-service praktijk 1,5 Praktijk 3 Opleidingspraktijk 1,5 Comp.port. 0,6 Pre-service praktijk 1,5 Korte omschrijving module Kerndoel De cursisten moeten een krachtige leeromgeving kunnen duiden aan de hand van didactische kaders. Daarom bevat de cursus Didactische Competentie Algemeen een inleiding in de wetenschappelijke studie van het onderwijsleerproces in het algemeen en vormt het zo de basis voor het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn bij het uitvoeren van deze onderwijsleerprocessen. De verschillende componenten van het didactisch proces worden bestudeerd aan de hand van het didactisch model van Van Gelder. Inzicht in de aspecten van het lesgeven worden verworven zoals bijvoorbeeld de didactische beginsituatie, doelstellingen, didactische werkvormen, evaluatie, leerplannen en het mens- en maatschappijbeeld dat het didactisch handelen mee bepaalt. 40
41 Vanuit het theoretisch kader worden de cursisten doelgericht begeleid om hun eigen didactisch handelen te sturen en te evalueren. Deeldoelen De cursisten kunnen: 1. het didactisch model van Van Gelder toelichten door de onderlinge verbanden aan te tonen; 2. het meest recente leerplan en de eigen vakkennis hanteren om leerinhouden voor een lesfragment te bepalen; 3. leerinhoud op methodisch-didactisch verantwoorde wijze uitwerken met behulp van doelstellingen en werkvormen, rekening houdende met een al dan niet realistische beginsituatie; 4. aan de hand van het didactisch model van Van Gelder reflecteren over de verschillende aspecten van de didactiek die werden waargenomen tijdens een lesobservatie; 5. zinvol en zo objectief mogelijk reflecteren over het eigen handelen in een onderwijscontext, a.d.h.v. een sterkte-zwakteanalyse. Vereiste begincompetenties Volgtijdelijkheid Aangezien DCA de startmodule is van de didactische leerlijn binnen de specifieke lerarenopleiding veronderstellen we geen specifieke begincompetenties. Je dient geslaagd te zijn voor DCA alvorens de modules DCP, DCO en DCS aan te vatten. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Elementair Inzicht hebben hoe individuele leerlingen en leerlingengroepen van elkaar verschillen. 1.2 Doorgroei Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen en beginsituatie. 1.3 Doorgroei Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie, ) leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 Doorgroei Vanuit doelstellingen en beginsituatie leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Doorgroei Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen kiezen en aanwenden. 1.7 Elementair Inzien van het belang van krachtige leeromgevingen en deze duiden. 41
42 1.8 Elementair Notie hebben van de plaats van evaluatie binnen de didactiek en van de diversiteit van evaluatievormen. 1.9 Elementair Notie hebben van de functionaliteit van evaluatie voor leerlingen en leraar Doorgroei In een afgebakende situatie in Standaardnederlands op een adequate manier leer- en ontwikkelingsprocessen begeleiden, afgestemd op de leerlingen Elementair Kennis hebben van het vakoverschrijdend werken als wezenlijke taak van iedere leraar Elementair Kennis hebben over de factoren die het leefklimaat bepalen en hoe een leraar hierin een rol kan spelen. 2.3 Elementair Het belang inzien dat de leraar door attitudevorming de leerlingen stimuleert tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie Elementair M.b.t. een zelf gekozen context de domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen. 3.2 Elementair Beseffen dat het overbrengen van inhouden en vaardigheden een methodische aanpak vereist. 3.3 Elementair Het belang inzien van het situeren en integreren van het eigen vormingsaanbod in het geheel van het onderwijsaanbod Elementair Inzicht hebben in de recente ontwikkelingen in het onderwijs en de informatiebronnen hiervoor vinden. 5.3 Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritische bevragen en zichzelf bijsturen Elementair Het belang inzien van reflectie over de eigen pedagogische en didactische aanpak in groepsverband. 7.5 Elementair Kennis hebben en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands Elementair Kennis hebben van de maatschappelijke taakinvulling van een leraar, i.c. de decretaal bepaalde basiscompetenties en het beroepsprofiel. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit 42
43 Inhoud Theorie De didactische componenten worden gezien in verschillende hoofdstukken: 1. Inleiding tot de didactiek 2. Doelstellingen formuleren en classificeren 3. Hanteren van didactische werkvormen 4. Inschatten van de didactische beginsituatie 5. Notie hebben van de plaats van evaluatie binnen de didactiek en van de diversiteit van evaluatievormen. 6. Inzicht verwerven in twee polaire visies op onderwijs 7. Opstellen van een theoretische lesvoorbereiding 8. Inzicht verwerven in het exemplarisch vakdidactisch model Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Aan de hand van de lessen waarin theorie, oefeningen en ervaringen aan bod komen, worden de didactische kaders opgebouwd en vertaald naar de onderwijspraktijk. 43
44 Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod komen zijn: doceren, klassengesprek, onderwijsleergesprek, probleemgerichte discussie, stellingenspel, taken en opdrachten, observaties, feedback, zelfreflectie, activerende werkvormen, toolshop, supervisie, Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de didactische kaders. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, die de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. Evaluatie Vereiste aanwezigheid Voor 60% van de contacturen geldt een verplichte aanwezigheid. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Voorwaarden Vergeet niet dat je enkel kan deelnemen aan het examen van deze module als je alle opdrachten indiende. Daarenboven moet je geslaagd zijn voor het geheel van de opdrachten en voor het examen om het credit voor deze module te kunnen verwerven. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 44
45 3.5 ECTS Didactische Competentie Praktijkinitiatie Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Specifieke lerarenopleiding DC2 SLO Mogelijk Niet mogelijk Mogelijk Nederlands Geslaagd zijn voor de module DCA en te volgen voor de modules DCO en DCS Moduleverantwoordelijke Karel Vermeulen Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 10 Jaartraject en regulier traject CO = 55% AO = 45% Theorie Praktijk 7,9 Opleidingspraktijk 5,7 Pre-service praktijk 2,2 Comp.port. 2,1 CO = AO = Praktijk Comp.port. Opleidingspraktijk Pre-servicepraktijk Korte omschrijving module DCP Kerndoel Op een ervaringsgerichte wijze leren cursisten naast klassieke ook nieuwe media efficiënt en doelgericht te gebruiken en een daarbij horende methodischdidactische aanpak te hanteren. Een aantal oefenmomenten in een microteachingomgeving zorgen ervoor dat bij de cursisten leer- en ontwikkelingsprocessen op gang worden gebracht met betrekking tot een passend methodisch-didactisch handelen. Daarnaast wordt cursisten geleerd om zichzelf (self-assessment) en medecursisten (peer-evaluatie) te evalueren aan de hand van duidelijke criteria. 45
46 Deeldoelen De cursisten kunnen: 1. de onderdelen van het didactisch model van Van Gelder hanteren bij het uitwerken van uitgebreide lesvoorbereidingen; 2. het meest recente leerplan en hun domeinspecifieke kennis en vaardigheden hanteren om leerinhouden te bepalen voor een lesfragment en een oefenles; 3. leerinhouden op een verantwoorde wijze uitwerken met behulp van doelstellingen, werkvormen, methodisch-didactische basisprincipes, een timing en media, rekening houdende met een realistische beginsituatie; 4. op een verantwoorde manier een cursus en evaluatie-instrument ontwerpen aansluitend bij de oefenles van 50 minuten; 5. na lesobservaties in een stageschool reflecteren over leerinhoud, didactische werkvormen, methodisch-didactische basisprincipes en mediagebruik en een vertaling maken van algemeen didactische denkkaders naar specifiek vakdidactische denkkaders; 6. zinvol en zo objectief mogelijk reflecteren over het eigen handelen in een onderwijscontext, ook aan de hand van een sterkte- zwakteanalyse; 7. hun functioneren als leerkracht objectief beoordelen aan de hand van de attitudeschaal; 8. de vooropgestelde attitudes naleven. Vereiste begincompetenties Volgtijdelijkheid De module Didactische Competentie praktijkinitiatie (DCP) is het eerste praktijkvak binnen de didactische leerlijn. De algemeen didactische kaders die tijdens de module DCA werden aangereikt, worden in DCP geconcretiseerd en ingeoefend in een microteachingomgeving. Bij het begin van deze module dienen de cursisten de module DCA gevolgd hebben en daarvoor geslaagd zijn. De module DCP dient met succes gevolgd te zijn voor de modules DCO en DCS. Begincompetenties Zie ECTS DCA. 46
47 Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Doorgroei De beginsituatie van een leerling en van een leerlingengroep achterhalen uit verschillende bronnen. 1.2 Doorgroei Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen en beginsituatie. 1.3 Doorgroei Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie ) leerinhouden en leerervaringen selecteren. 1.4 Doorgroei Vanuit doelstellingen en beginsituatie leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten. 1.5 Integratie Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. 1.6 Doorgroei Vanuit doelstellingen en beginsituatie leermiddelen kiezen en aanwenden. 1.7 Doorgroei Krachtige leeromgevingen ontwerpen en binnen een afgebakende context toepassen. 1.8 Doorgroei Een evaluatie-instrument opstellen vanuit een afgebakende context. 1.9 Elementair Notie hebben van de functionaliteit van evaluatie voor leerlingen en leraar Doorgroei In een afgebakende situatie in Standaardnederlands op een adequate manier leer- en ontwikkelingsprocessen begeleiden, afgestemd op de leerlingen Doorgroei Binnen gegeven lessen vakoverschrijdend werken integreren Doorgroei Deelvaardigheden preventief en remediërend toepassen in functie van een positief leefklimaat. 2.2 Doorgroei Initiatieven nemen om emancipatie bij leerlingen in een afgebakende context te stimuleren. 2.3 Doorgroei In een afgebakende situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. 2.4 Doorgroei Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een afgebakende context. 2.6 Doorgroei Zorg dragen voor de gezondheid en het welbevinden van leerlingen in een concrete situatie. 2.7 Doorgroei Binnen een afgebakende context omgaan met personen uit andere culturen en andere taalachtergrond Doorgroei M.b.t. een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 Doorgroei Met betrekking tot een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en vaardigheden vertalen in een pedagogisch-didactische aanpak Doorgroei Elementen van een pedagogische grondhouding, vaardigheden en aspecten van goed leiderschap in afgebakende situaties, toepassen. 4.2 Doorgroei In een afgebakende situatie een vlot lesverloop kunnen realiseren. 47
48 4.3 Doorgroei Eenvoudige administratieve taken plannen en uitvoeren. 4.4 Doorgroei Gebruiken van ruimtelijke factoren bij het uitwerken van een activiteit in een afgebakende context Doorgroei Recente ontwikkelingen in het onderwijs aanwenden in een zelfgekozen context. 5.2 Elementair Zich op zelfstandige basis vakinhoudelijk professionaliseren. 5.3 Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen Doorgroei Samen met anderen onder begeleiding het eigen functioneren kritisch bevragen en de leerinzichten hieruit integreren in eigen handelen. 7.5 Doorgroei In Standaardnederlands, communiceren met alle leden van het schoolteam in afgebakende situaties. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie 1. De methodisch-didactische basisprincipes 2. Media in het lesgebeuren 3. Gebruik maken van het schoolbord 4. Het structuurschema van een praktijkles 5. Het concept teamteaching Opleidingspraktijk Zie portfolio van toepassing. Pre-service praktijk Zie portfolio van toepassing. 48
49 Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen / materialen (teksten, presentaties, artikels, ) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Tijdens de contactmomenten worden, in een evaluatievrije leeromgeving, theoretische kaders behandeld en vaardigheden voorbereid. Door middel van een lesfragment en een oefenles uitgevoerd in een microteachingomgeving worden essentiële vaardigheden om leer- en ontwikkelingsprocessen bij leerlingen tot stand te brengen ingeoefend en geëvalueerd. Werkvormen die daarbij aan bod komen: doceren, klassengesprek, onderwijsleergesprek, probleemgerichte discussie, didactisch groepswerk, microteaching, zelfstudiepakket, taken en opdrachten, creatieve werkvormen, zelfreflectie, brainstorm,.... Afstandsonderwijs Door afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de theoretische kaders. Naast de opdrachten en de evaluatiecriteria wordt leermateriaal via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het posten van alle opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. Evaluatie Vereiste aanwezigheid Stipte aanwezigheid tijdens de contactmomenten is vereist. Actieve deelname aan het afstandsonderwijs wordt beschouwd als aanwezigheid. In dat kader is het belangrijk om op regelmatige basis deel te nemen aan het afstandsonderwijs. 49
50 Puntenverdeling Zie portfolio van toepassing. Taal In het kader van elke opdracht wordt de gehanteerde taal geëvalueerd op 10% van het puntentotaal. 3.6 ECTS Didactische Competentie Oefenlessen Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Specifieke lerarenopleiding DC3 SLO Niet mogelijk Niet mogelijk Mogelijk Nederlands Geslaagd zijn op DCA en DCP, en te volgen voor DCS. Moduleverantwoordelijke Peggy Verhoeven Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 10 Jaartraject Theorie / CO = 50% AO = 50% Regulier traject CO = 75% AO = 25% Praktijk 6,9 Opleidingspraktijk 4,8 Comp.port. 3,1 Theorie / Pre-service praktijk 2,1 Praktijk 7,9 Opleidingspraktijk 7,9 Comp.port. 2,1 Pre-service praktijk / 50
51 Korte omschrijving Module Kerndoel De module is een praktijkgerichte module waarbij de leerinhouden van DCA en de praktijkervaring opgedaan in DCP verder uitgediept en verfijnd wordt tijdens een aantal oefenlessen. Centraal staat het maken van een lesvoorbereiding, het uitvoeren van een les en het reflecteren hierover. De cursisten worden voorbereid op het daadwerkelijk lesgeven, het ontwerpen, realiseren en evalueren van krachtige leeromgevingen. Daarnaast wordt er gekeken naar effectieve gedragingen als helderheid van een presentatie, taakgerichtheid, interactie en onder meer het enthousiasme. De cursisten evalueren daarbij zichzelf (self - assessment) en medecursisten (peerevaluatie) aan de hand van vooropgestelde criteria. Deeldoelen De cursisten kunnen: 1. de elementen van het didactisch model van Van Gelder hanteren bij het uitwerken van uitgebreide lesvoorbereidingen; 2. het meest recente leerplan en de eigen vakkennis hanteren en kritisch analyseren om leerinhouden voor eigen lessen te bepalen; 3. leerinhouden op verantwoorde wijze uitwerken met behulp van doelstellingen, werkvormen, methodisch-didactische basisprincipes en media, rekening houdende met een zo realistisch mogelijke beginsituatie; 4. bij het lesgeven de principes van klasmanagement toepassen; 5. na het observeren van en deelnemen aan lessen gegeven door medecursisten reflecteren over leerinhoud, didactische werkvormen, methodisch-didactische principes en mediagebruik; 6. een instructiefilmpje uitwerken volgens het flipping the classroom principe; 7. aan de hand van de reflectiecyclus van Korthagen, zinvol en zo objectief mogelijk reflecteren over het eigen handelen in een onderwijscontext; 8. Het functioneren als leerkracht objectief beoordelen aan de hand van de attitudeschaal. 9. participerend deelnemen bij de uitvoering van een werkvorm in een klassituatie. 51
52 Vereiste Begincompetenties Volgtijdelijkheid De module Didactische Competentie Oefenlessen (DCO) is het tweede praktijkvak binnen de didactische leerlijn. De algemeen-didactische kaders die in het vak DCA werden aangereikt en de opgedane ervaring in DCP worden in DCO nog verder geconcretiseerd en ingeoefend via microteaching. Bij het begin van deze module verwachten we dat de cursisten de modules DCA en DCP gevolgd hebben en daarvoor ook geslaagd zijn. DCO dient gevolgd te zijn voor de module DCS. Begincompetenties Zie ECTS DCA en DCP Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Doorgroei De beginsituatie van een leerling en van een leerlingengroep achterhalen uit verschillende bronnen. 1.2 Doorgroei Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen en beginsituatie. 1.3 Integratie Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie, ) leerinhouden en leerervaringen selecteren, rekening houdend met vakoverschrijdend werken. 1.4 Integratie Leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten rekening houdend met vakoverschrijdend werken. 1.5 Integratie Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. 1.6 Integratie Vanuit doelstellingen en beginsituatie leermiddelen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. 1.7 Doorgroei Krachtige leeromgevingen ontwerpen en binnen een afgebakende context toepassen Doorgroei In een afgebakende situatie in Standaardnederlands op een adequate manier leer- en ontwikkelingsprocessen begeleiden, afgestemd op de leerlingen Doorgroei Omgangsvormen m.b.t. diversiteit toepassen in een afgebakende context Doorgroei Binnen gegeven lessen vakoverschrijdend werken integreren Integratie Vanuit de eigen leraarsstijl vaardigheden integreren met het oog op een positief leefklimaat. 2.2 Doorgroei Initiatieven nemen om emancipatie bij leerlingen in een afgebakende context te stimuleren. 2.3 Doorgroei In een afgebakende situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie. 52
53 2.4 Doorgroei Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een afgebakende context. 2.6 Doorgroei Zorg dragen voor de gezondheid en het welbevinden van leerlingen in een concrete situatie. 2.7 Doorgroei Binnen een afgebakende context omgaan met personen uit andere culturen en andere taalachtergrond Doorgroei M.b.t. een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 Doorgroei Met betrekking tot een zelf gekozen context domeinspecifieke kennis en vaardigheden vertalen in een pedagogisch-didactische aanpak Doorgroei Elementen van een pedagogische grondhouding, vaardigheden en aspecten van goed leiderschap in afgebakende situaties, toepassen. 4.2 Doorgroei In een afgebakende situatie een vlot lesverloop kunnen realiseren. 4.3 Doorgroei Eenvoudige administratieve taken plannen en uitvoeren. 4.4 Doorgroei Gebruiken van ruimtelijke factoren bij het uitwerken van een activiteit in een afgebakende context Doorgroei Recente ontwikkelingen in het onderwijs aanwenden in een zelfgekozen context. 5.2 Doorgroei Zich vakdidactisch professionaliseren. 5.3 Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen Integratie Met betrekking tot het eigen functioneren elkaar coachen. 7.5 Doorgroei In Standaardnederlands, communiceren met alle leden van het schoolteam in afgebakende situaties. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit 53
54 Inhoud Theorie 1. Lesverloop en structuurschema van een praktijkles 2. Reflectiecyclus van Korthagen Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Voor de onderdelen zelfstudie binnen het GO worden zelfstudiepakketten aangeboden op het elektronisch leerplatform in de vorm van elektronische leerpaden. 3. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 4. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs In collectieve contactmomenten worden, op evaluatievrije manier, theoretische kaders behandeld en vaardigheden verder uitgediept. Via in tijd beperkte oefeningen worden de essentiële vaardigheden om leer en ontwikkelingsprocessen bij leerlingen tot stand te brengen verder verfijnd en geëvalueerd. Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod komen zijn: doceren, klassengesprek, onderwijsleergesprek, probleemgerichte discussie, didactisch groepswerk, microteaching, zelfstudiepakket, taken en opdrachten, creatieve werkvormen, zelfreflectie,
55 Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de theoretische kaders. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, die de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 55
56 3.7 ECTS Didactische Competentie Stage Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Specifieke lerarenopleiding DC4 SLO Mogelijk Niet mogelijk Mogelijk Nederlands Geslaagd zijn voor alle modules van de SLO, gezien DCS een integratie is van alle modules. Moduleverantwoordelijke Jan Boekaerts Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 7 Jaartraject Theorie / / CO = 0% AO=100% Regulier traject CO = 0% AO=100% Praktijk Comp.port. 1,5 Theorie / Praktijk Comp.port. 0,8 5,5 Opleidingspraktijk Pre-service praktijk 5,5 6,2 Opleidingspraktijk Pre-service praktijk 6,2 Korte omschrijving Module Kerndoel Tijdens de module stage zal de cursist alles wat hij heeft geleerd binnen de didactische leerlijn (didactische competentie algemeen, didactische competentie praktijkinitiatie en didactische competentie oefenlessen) verder in praktijk gaan brengen binnen de realistische onderwijscontext van een stageschool. De cursist zal daarvoor zowel de leerinhouden vanuit de didactische leerlijn, als vanuit de ondersteunende en omkaderende leerlijn op geïntegreerde wijze moeten toepassen binnen een concrete klassituaties. De cursist zal met andere woorden het beroep van leerkracht tijdens de stageperiode concreet uitoefenen. 56
57 Deeldoelen De cursisten kunnen: 1. de elementen van het didactisch model van Van Gelder hanteren bij het uitwerken van uitgebreide lesvoorbereidingen; 2. het meest recente leerplan en je eigen vakkennis hanteren om leerinhouden voor lessen te bepalen; 3. een realistisch jaarplan opstellen gebaseerd op: de jaarkalender van de stageschool, het meest recente leerplan, een concrete stageklas en een concreet vak; 4. een persoonlijke en kritische visie formuleren bij het opgestelde jaarplan; 5. leerinhouden op verantwoorde uitwerken met behulp van doelstellingen, werkvormen, methodisch-didactische basisprincipes en media, rekening houdende met een realistische beginsituatie; 6. bij het lesgeven de principes van klasmanagement toepassen binnen de stagecontext; 7. op een verantwoorde manier een evaluatie-instrument ontwerpen, gebruiken en analyseren bij een les; 8. aan de hand van het didactisch model van Van Gelder geobserveerde lessen analyseren om het eigen didactisch handelen te optimaliseren; 9. reflecteren over een schoolcultuur op basis van deelname aan en/of observatie van het dagelijks reilen en zeilen in de stageschool; 10. na elke stageles een korte reflectie verwoorden over het eigen didactisch handelen; 11. je functioneren als leerkracht objectief beoordelen aan de hand van het actieplan, de sterkte-zwakteanalyse en globale zelfreflectie. 57
58 Vereiste begincompetenties Volgtijdelijkheid De module Didactische Competentie Stage (DCS) is het derde en laatste praktijkvak binnen de didactische leerlijn. De algemeen-didactische kaders die in het vak DCA werden aangereikt en de opgedane ervaring in DCP en DCO worden in DCS nog verder geconcretiseerd en ingeoefend via stagelessen in het secundair onderwijs (en eventueel in andere onderwijsniveaus). Bij het begin van deze module verwachten we dat de cursisten alle modules van de SLO, met uitzondering van de module LEV, gevolgd hebben en daarvoor ook geslaagd zijn. Begincompetenties Zie ECTS DCA, DCP en DCO. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Integratie Kritisch evalueren van de achterhaalde beginsituatie van een leerling en leerlingengroep. 1.2 Integratie Doelstellingen kiezen en formuleren op basis van leerplannen, beginsituatie, pedagogisch project en schoolwerkplan. 1.3 Integratie Uit een gegeven aanbod (leerplannen, handboeken, beginsituatie, ) leerinhouden en leerervaringen selecteren, rekening houdend met vakoverschrijdend werken. 1.4 Integratie Leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten rekening houdend met vakoverschrijdend werken. 1.5 Integratie Vanuit doelstellingen en beginsituatie werk- en groeperingsvormen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. 1.6 Integratie Vanuit doelstellingen en beginsituatie leermiddelen verantwoord integreren met extra aandacht voor vakdidactische criteria. 1.7 Integratie Krachtige leeromgevingen ontwerpen en binnen een complexe context toepassen. 1.8 Integratie Een evaluatie-instrument opstellen vanuit een complexe context. 1.9 Integratie Een evaluatie-instrument afnemen en verwerken in functie van het begeleiden van leerlingen en het optimaliseren van het eigen didactisch handelen Integratie In overleg met de mentor aan een specifiek vakgebonden zorgverbredingsinitiatief deelnemen Integratie In een complexe situatie in Standaardnederlands leer- en ontwikkelingsprocessen begeleiden afgestemd op de leerlingen en ze hierbij stimuleren in het gebruik van Standaardnederlands bij talige acties Integratie Omgaan met diversiteit bij leerlingen ingevuld vanuit de 58
59 eigen persoon van de leraar en passend binnen de context Integratie Participeren aan initiatieven vanuit een vakoverschrijdende invalshoek Integratie Vanuit de eigen leraarsstijl vaardigheden integreren met het oog op een positief leefklimaat. 2.2 Integratie Leerlingen stimuleren tot emancipatie en hierin verantwoordelijkheid nemen naar de anderen. 2.3 Integratie In een complexe situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie en dit kritisch bevragen. 2.4 Integratie Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een complexe context en ze kritisch bevragen. 2.5 Integratie Binnen een complexe context adequaat omgaan met gedrags- en socio-emotionele problemen met leerlingen, deze kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. 2.6 Integratie Leerlingen in een complexe situatie actief stimuleren tot een gezonde levenswijze. 2.7 Integratie Binnen een complexe context gepast communiceren met personen uit andere culturen en andere taalachtergrond en zich via reflectie en feedback bijsturen Integratie M.b.t. een opgelegd lesonderwerp domeinspecifieke kennis en vaardigheden van het te onderwijzen vakgebied op eigen niveau beheersen, verbreden en verdiepen. 3.2 Integratie M.b.t. een opgelegd lesonderwerp domeinspecifieke kennis en vaardigheden vertalen in een pedagogisch-didactische aanpak. 3.3 Integratie Vanuit het eigen vormingsaanbod een leerling begeleiden en oriënteren in het geheel van het onderwijsaanbod Integratie Rekening houdend met de eigen stijl, een gestructureerd werkklimaat realiseren en dit kritisch bevragen. 4.2 Integratie In een complexe situatie een efficiënt les- en dagverloop realiseren en het eigen aandeel hierin kritisch bevragen en bijsturen. 4.3 Integratie Het geheel van het administratief takenpakket plannen, uitvoeren, alsook de eigen aanpak bevragen en bijsturen. 4.4 Integratie In een complexe situatie ruimtelijke factoren gebruiken om tegemoet te komen aan de eigenheid en veiligheid van leerlingen en aan de eigenheid van werkvormen Integratie Recente ontwikkelingen in het onderwijs aanwenden in een complexe context en deze kritisch bevragen. 5.2 Integratie Zich vakdidactisch professionaliseren vanuit relevantie voor de eigen praktijk, op de Dag van de Vakdidactiek of extern. 5.3 Integratie Zelfgestuurd kritisch bevragen van het eigen functioneren en zichzelf bijsturen Integratie Binnen een concrete situatie op een discrete en deontologische verantwoorde manier omgaan met gegevens en deze kritisch bevragen. 6.2 Integratie In een complexe situatie na overleg met collega s en/of externen, een gesprek voeren met ouders en andere partners over het functioneren van de leerlingen om tot 59
60 concrete acties en afspraken te komen. 6.5 Integratie In een complexe situatie vanuit een passend register communiceren met ouders en verzorgers Integratie In een complexe context samenwerken binnen gepaste kanalen en structuren. 7.3 Integratie Met betrekking tot het eigen functioneren elkaar coachen. 7.5 Integratie In Standaardnederlands communiceren met alle leden van het schoolteam in complexe situaties en dit kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie: / Opleidingspraktijk / Pre-service praktijk Zie stagegids. Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde stagegids, die uitgedeeld wordt tijdens de eerste stagebijeenkomst, en ook op het elektronisch leerplatform wordt geplaatst. 2. Via het elektronisch leerplatform worden ook alle lesdocumenten verspreid: contracten en overeenkomsten, reglementen, lessenroosters, opdrachtsjablonen,. De cursisten posten hier ook de identificatiegegevens en het lessenrooster van de stageschool op, alsook de lesvoorbereidingen en reflecties. Onderwijs- en leeractiviteiten 60
61 Contactonderwijs Eenmaal komen de cursisten terug samen in het opleidingsinstituut voor een begeleide intervisie. Afstandsonderwijs De stagebegeleider begeleidt en volgt de cursist op voor, tijdens en na de stagelessen. Op school, maar ook via en via het elektronisch leerplatform houden stagebegeleider en cursist contact met elkaar. Minstens 2 stagelessen worden door de stagebegeleider bijgewoond, gevolgd door een evaluatiegesprek op de stageschool of op het opleidingsinstituut. Op aanvraag van de cursist kunnen extra contactmomenten worden ingelast. De cursist neemt ook deel aan één intervisiemoment. Daarbuiten zijn er vaste stagebijeenkomsten waarop de cursist verplicht aanwezig moet zijn. Deze data worden in het begin van het semester medegedeeld en worden ook vermeld op het elektronisch leerplatform. Wat werkvormen betreft wordt de cursist geacht aan methodepluriformiteit te doen en dus een waaier aan werkvormen toe te passen tijdens hun stagelessen. Afhankelijk van de doelstellingen, de beginsituatie en de eigen voorkeur en/of stijl kunnen ze kiezen uit doceren, demonstreren, vertellen, didactisch groepswerk, onderwijsleergesprek, leergesprek, probleemgerichte discussie, microteaching, zelfstudiepakket, taken en opdrachten, brainstorm, zelfreflectie, Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid is verplicht, zowel op de stagelessen als op het intervisiemoment. In de stagegids staan de concrete afspraken vermeld. Puntenverdeling Zie stagegids. Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 61
62 3.8 ECTS Psycho-Pedagogische Competentie Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding PPC SLO Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nederlands Geen Tifany Bracké Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 6 Jaartraject Theorie 4.2 CO = 30% AO = 70% Regulier traject CO = 75% AO = 25% Praktijk 1.8 Opleidingspraktijk 1.8 Comp.port. / Theorie 3.6 Pre-service praktijk / Praktijk 2.4 Opleidingspraktijk 2.4 Comp.port. / Pre-service praktijk / Korte omschrijving Module Kerndoel De cursus Psycho-Pedagogische Competentie geeft cursisten vanuit een wetenschappelijk psychologische invalshoek inzicht in verschillende onderwerpen, zoals leerpsychologie, ontwikkelingspsychologische kennis met speciale aandacht voor de adolescentie, motivatie van leerlingen en leerkrachten, de werking van het geheugen, leerstoornissen en de eindtermen leren leren. Telkens wordt de link gelegd met de concrete school- en klaspraktijk en het eigen pedagogische handelen van de leerkracht. Deeldoelen Aan het einde van de module kan je 62
63 1. de verschillende leertheorieën toepassen op de concrete onderwijspraktijk; 2. de verschillende kenmerken van leren toelichten aan de hand van zelf gekozen voorbeelden; 3. de kennis over de verschillende leervoorwaarden en leer- en ontwikkelingsstoornissen geïntegreerd hanteren binnen de klaspraktijk; 5. leren leren nastreven in de klaspraktijk; 6. vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt de klaspraktijk doelmatig ondersteunen; 7. op een kritische wijze internetbronnen evalueren op betrouwbaarheid en praktische bruikbaarheid. Vereiste Begincompetenties Volgtijdelijkheid Het is raadzaam PPC te volgen voor DCS zodat de kennis kan geïntegreerd worden in de stage. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties E Inzicht hebben hoe individuele leerlingen en leerlingengroepen van elkaar verschillen. 1.7 E Inzien van het belang van krachtige leeromgevingen en deze duiden E Zicht hebben op de meest voorkomende zorgverbredingsinitiatieven E Inzicht hebben in de inhoud, reikwijdte en omgangsvormen m.b.t. diversiteit E Kennis hebben van het vakoverschrijdend werken als wezenlijke taak van iedere leraar E Kennis hebben over de factoren die het leefklimaat bepalen en hoe een leraar hierin een rol kan spelen. 2.4 E Openstaan voor en op zoek gaan naar betrouwbare bronnen ronde maatschappelijke thema s en ontwikkelingen. 2.5 E Kennis hebben van de achtergrond en het ontstaan van gedrags- en sociaal-emotionele moeilijkheden bij leerlingen om op een adequate en deontologische manier hiermee om te gaan E Inzicht hebben in factoren die invloed hebben op het werkklimaat: zicht hebben op de pedagogische grondhouding, pedagogische en leiderschapsvaardigheden D Actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen interpreteren en hierover dialogeren. 63
64 Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie Inleidend hoofdstuk: het werk van een leerkracht werkt! - Wat werkt op school? - Psychologie als gedragswetenschap Deel 1: leren - Wat is leren? - Leertheorieën: * Behaviorisme * Cognitivisme * Constructivisme * Connectivisme - Leervoorwaarden: * Intelligentie * Motivatie * Geheugen * Krachtige leeromgeving - Leren leren: * Leren leren Deel 2: ontwikkeling * Theorieën rond leerstijlen * Probleemoplossend leren * Informatieverwerking * Regulering van het leerproces - Ontwikkelingspsychologie: 64
65 * Algemene ontwikkelingspsychologie * Piaget * Adolescentiepsychologie - Leer- en ontwikkelingsstoornissen: * Dyslexie * AD(H)D * Autismespectrumstoornis Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Onderwijsleergesprek, debat, oefeningen, discussie, beeldfragmenten, gastsprekers uitnodigen, Afstandsonderwijs aan de hand van leerpaden. Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 65
66 3.9 ECTS Communicatie en Overleg Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding COO SLO Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nederlands Te volgen voor DCS Suzy Beirens Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 6 Jaartraject Theorie 3,3 CO = 55 AO = 45 Regulier traject CO =75 AO =25 Praktijk 2,1 Opleidingspraktijk 2,1 Comp.port. 0,6 Theorie 3,3 Pre-service praktijk / Praktijk 2,7 Opleidingspraktijk 1,5 Pre-service praktijk 1,2 Comp.port. / / Korte omschrijving Module Kerndoel Het doel van deze module is cursisten goed te leren communiceren in een onderwijsomgeving (met leerlingen, collega s, directie, ouders). Dit betekent inzicht krijgen in de manier waarop mensen communiceren en de eigen manier van communiceren analyseren: waar komen storingen, conflicten of ruis vandaan en hoe kunnen we dit oplossen of voorkomen? Verder bekijken we welke communicatievaardigheden een leerkracht moet beheersen en werken we aan de spreekvaardigheid. Deeldoelen 66
67 1 Positief en correct communiceren met een (groep) leerling(en) vanuit inzichtelijke kennis in communicatiemodellen, communicatieprincipes, communicatieniveaus en communicatiestoornissen. 2 Boeiend en in een correcte taal spreken voor een publiek. 3 Een correcte lichaamstaal hanteren als leerkracht. 4 Argumentatietechnieken toepassen in een gesprek/betoog. 5 Adequaat schriftelijk feedback formuleren over attitudes, competenties en resultaten. 6 Communicatief omgaan met verschillen in referentiekaders, anderstaligheid, diversiteit in een grootstedelijke context. 7 Constructief assertief communicatief gedrag stellen. 8 Verschillende gesprekstechnieken adequaat toepassen: slechtnieuwsgesprek, feedbackgesprek, remediëringsgesprek. 9 Efficiënt vergaderen 10 De verschillende spellingsregels correct gebruiken. Vereiste Begincompetenties Volgtijdelijkheid De module COO dient met succes afgerond te zijn alvorens de cursist aan de module DCS kan beginnen. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Doorgroei In een afgebakende context overleggen over zorgverbreding en gelijke kansen Doorgroei Omgangsvormen m.b.t. diversiteit toepassen in een afgebakende context Doorgroei In een afgebakende situatie in Standaardnederlands op een adequate manier leer- en ontwikkelingsprocessen begeleiden, afgestemd op de leerlingen Elementair Besef hebben van het belang van emancipatie en inzicht hebben in factoren die de emancipatie bij leerlingen belemmeren of bevorderen Elementair Kennis m.b.t. andere culturen en taalregisters Elementair Zicht hebben op ruimtelijke factoren die een invloed hebben op het functioneren en de veiligheid van de leerlingen Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen. 67
68 6 6.2 Doorgroei In een gegeven situatie, na overleg met collega s en/of externen, ouders en andere partners betrekken over het functioneren van de leerlingen om tot concrete acties en afspraken te komen Doorgroei In een gegeven situatie op een gepaste manier inspelen op de eigenheid van ouders/verzorgers en de thuissituatie Doorgroei In een afgebakende situatie of casusmatig dialogeren met ouders of verzorgers over opvoeding en onderwijs Doorgroei Casusmatig vanuit een passend register communiceren met ouders en verzorgers Doorgroei Binnen een afgebakende context communiceren met ouders uit andere culturen en andere taalachtergrond Doorgroei In een afgebakende context samenwerken binnen gepaste kanalen en structuren Doorgroei Casusmatig vakspecifiek en vakoverschrijdend samenwerken binnen het organigram van een school Doorgroei In Standaardnederlands communiceren met alle leden van het schoolteam in afgebakende situaties Doorgroei Binnen een afgebakende context in overleg met collega s oordelen wanneer contacten met de sociaal-culturele sector een meerwaarde bieden op vlak van gelijke onderwijskansen. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie 1 Theoretisch kader van communicatie: het communicatiemodel en de functies van communicatie. 2 Functies en dragers van non-verbale communicatie (uiterlijk, lichaamshouding en lichaamsbeweging, stemtechnieken, nabijheidsgedrag en territorium, de taal van tijd en ruimte, ) 3 Interculturele communicatie, omgaan met diversiteit in een grootstedelijke context 68
69 4 monoloog: presenteren voor een groep. 5 dialoog: actief luisteren, gestuurde gesprekken: slechtnieuwsgesprek, feedbackgesprek, disciplinegesprek, klachtengesprek, helpen gesprek, adviesgesprek, evaluatie- en functioneringsgesprek, 6 polyloog: conflicthantering en vergaderen (groepsdynamische en inhoudelijke aspecten, rollen, notuleren, ) 7 het gebruik en het nut van Standaardnederlands. Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op Smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio. Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Aan de hand van de lessen waarin de theorie, oefeningen en ervaringen aan bod komen, worden theoretische kaders opgebouwd en vertaald naar de onderwijspraktijk. Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod kunnen komen zijn: doceren, onderwijsleergesprek, debat, oefeningen, discussie, beeldfragmenten, groepswerk, artikels, casusbesprekingen, reflectie, feedback, observaties, Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de didactische kaders. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, dat de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. 69
70 Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 70
71 3.10 ECTS Groepsmanagement Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding POC3 SLO Mogelijk Enkel via uitgebreide EVC Mogelijk Nederlands Te volgen voor stage Annemie Govaert Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 4 Jaartraject Theorie 1,6 CO = 75% AO = 25% Regulier traject CO = 75% AO =25% CO = AO = Praktijk 2 Opleidingspraktijk 0,8 Comp.port. 0,4 Theorie 1,5 Pre-service praktijk 1,2 Praktijk 2,5 Opleidingspraktijk 1,5 Comp.port. / Praktijk Comp.port. Pre-service praktijk 1 Opleidingspraktijk Pre-service praktijk Korte omschrijving Module Kerndoel In deze module gaan we op zoek naar het reilen en zeilen van een klas als groep, zowel in het dagelijks klasgebeuren als in moeilijkere en probleemsituaties. We gaan kijken welke de beste basishouding is als leerkracht en onderzoeken in hoeverre we daar als leerkracht aan voldoen. Zelfkennis is hierbij belangrijk. Er wordt sterk gewerkt rond klasmanagement en de praktische organisatie van een les. Het eigen leiderschap wordt onderzocht. Er wordt ook gekeken hoe je moet omgaan met probleemsituaties en conflicten. Via oefeningen en beeldmateriaal worden deze inzichten ook omgezet in praktische vaardigheden. In de hele module staat het scheppen van een krachtige leeromgeving, naast diversiteit in een grootstedelijke context, centraal. 71
72 Deeldoelen 1. een efficiënte werkroutine installeren aangepast aan een specfieke klasgroep; 2. de principes van goed klasmanagement toepassen in de lespraktijk; 3. de inzichten van groepsdynamiek toepassen op een concrete klasgroep om te komen tot een zo krachtig mogelijke leeromgeving; 4. verschillende leiderschapsstijlen hanteren afgestemd op het competentieniveau van je leerlingen; 5. de principes voor een duidelijke ordehandhaving en regelhantering toepassen op concrete klassen; 6. een waaier aan remediëringstechnieken toepassen om in te grijpen bij ongewenst gedrag; 7. de schoolcultuur van een bepaalde school doorlichten 8. een positieve verbondenheid scheppen met een klasgroep gebaseerd op bekwaamheids- en pedagogisch gezag om te komen tot een krachtige leeromgeving; 9. binnen de krachtige leeromgeving rekening houden met diversiteit en de grootstedelijke context; 10. tijdens een observatie de theorie toepassen op een klas- en schoolsituatie en omgekeerd. 11. reflecteren over de eigen competenties als klasmanager, leider van een klasgroep, begeleider van diversiteit, ordehandhaver, ontwikkelaar van een krachtige leeromgeving. Vereiste Begincompetenties Volgtijdelijkheid De module groepsmanagement wordt best met succes afgerond alvorens de cursist aan de module DCS begint. Het beheersen van de inhouden van GRM hebben grote impact op de kwaliteit van de doestage. 72
73 Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Elementair Inzien van het belang van krachtige leeromgevingen en deze duiden Elementair Inzicht hebben in de inhoud, reikwijdte en omgangsvormen m.b.t. diversiteit Doorgroei Deelvaardigheden preventief en remediërend toepassen in functie van een positief leefklimaat Doorgroei In een afgebakende situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie Elementair Inzicht hebben in de factoren die invloed hebben op het werkklimaat: zicht hebben op de pedagogische grondhouding, pedagogische en leiderschapsvaardigheden Elementair Zicht hebben op factoren die invloed hebben op een efficiënt les- en dagverloop Elementair Kennis hebben van de administratieve taken van de leerkracht en het belang ervan Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen Elementair Het belang inzien van functiedifferentiatie op vakspecifiek en vakoverschrijdend vlak Elementair Kennis hebben en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie 1. Klasmanagement: een veilige en gestructureerde leeromgeving vormen, een efficiënt werksysteem ontwikkelen; beheersen van efficiënt klasmanagement; 2. Groepsmanagement: handelen op basis van inzicht in groepsprocessen, groepsdynamiek en groepsstructuur, sociometrische technieken; 73
74 3. Leiderschapsstijlen: volgens Lippit & White, situationeel leidinggeven volgens Hersey en Blanchard, Roos van Leary; 4. Betrokkenheid en verbondenheid 5. Ordehandhaving 6. Remediëringstechnieken 7. Schoolcultuur Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op Smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Aan de hand van de lessen waarin theorie, oefeningen en ervaringen aan bod komen, worden theoretische kaders opgebouwd en vertaald naar de onderwijspraktijk. Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod kunnen komen zijn: doceren, onderwijsleergesprek, debat, oefeningen, discussie, beeldfragmenten, groepswerk, artikels, casusbesprekingen, reflectie, feedback, observaties, toolshop, Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de didactische kaders. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, dat de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. 74
75 Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 75
76 3.11 ECTS Begeleiding Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding BEG SLO Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nederlands Te volgen voor DCS Suzy Beirens Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 4 Jaartraject Theorie / / CO = 55% AO = 45% Regulier traject CO = 75% AO = 25% Praktijk 3,3 Opleidingspraktijk 1,65 Comp.port. 0,7 Pre-service praktijk 1,65 Theorie / / Praktijk 4 Opleidingspraktijk 3 Comp.port. Pre-service praktijk 1 Korte omschrijving Module Kerndoel Begeleiding is een vak dat bij de cursisten de nodige competenties ontwikkelt i.v.m. de ondersteuning van het welzijn van leerlingen en dat in de meest brede zin van het woord. Het brengt de cursisten een ruimere kennis bij van adolescenten als specifieke leeftijdsgroep (hoe werkt het puberbrein?), geeft meer inzicht in bijvoorbeeld leerlinggericht werken en het zelfbeeld en ontwikkelt de nodige competenties om signaalgedrag van leerlingen (i.v.m. bijvoorbeeld drugs, faalangst, pesten, geweld en agressie, ) op te vangen en daar adequaat op te reageren, individueel als leerkracht, als teamlid binnen een lerarenteam, als gesprekspartner met ouders/verzorgers en met externen. 76
77 Deeldoelen 1. op een leerlinggerichte wijze omgaan met leerlingen; 2. werken aan de globale persoonlijkheidsontwikkeling van je leerlingen; 3. omgaan met de verschillen in zelfbeeld tussen leerlingen; 4. je manier van lesgeven concreet afstemmen op jongeren van de huidige generatie; 5. in je omgang met jongeren actief rekening houden met de manier waarop het adolescentenbrein zich ontwikkelt; 6. positief communiceren met leerlingen en in het bijzonder met leerlingen die een probleem hebben en om ondersteuning vragen. 7. de signalen herkennen van oorzaken voor mogelijke problemen, zoals faalangst, geweld en agressie, verslaving, pesten, seksuele geaardheid, echtscheiding en nieuwe gezinsvormen, verdriet en rouw, kansarmoede, automutilatie en zelfdoding, tienerzwangerschappen, racisme, discriminatie, vluchtelingen en OKAN 8. op basis van veldonderzoek doorverwijzen naar geschikte hulpinstanties 9. duidelijk inschatten wanneer je een leerling dient door te verwijzen 10. zelfstandig onderzoeksvragen m.b.t. bovengenoemde thema s onderbouwd beantwoorden Vereiste begincompetenties Volgtijdelijkheid De module begeleiding moet met succes zijn afgerond alvorens de cursist aan de module DCS kan beginnen. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties Doorgroei Initiatieven nemen om emancipatie bij leerlingen in een afgebakende context te stimuleren Doorgroei In een afgebakende situatie door attitudevorming de leerlingen stimuleren tot individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie Doorgroei Maatschappelijke ontwikkelingen en thema s integreren in een afgebakende context Doorgroei Binnen een afgebakende context adequaat omgaan met 77
78 gedrags- en socio-emotionele problemen van leerlingen Elementair Het belang inzien van het bevorderen van fysieke en geestelijke gezondheid van leerlingen Doorgroei Binnen een afgebakende context omgaan met personen uit andere culturen en andere taalachtergrond Doorgroei Via een vast format het eigen functioneren kritisch bevragen en zichzelf bijsturen Elementair Inzien van de noodzaak van informatie en discretie, kennis van deontologie en van de kanalen van gegevensverzameling Elementair De noodzaak inzien van het betrekken van ouders en andere partners met betrekking tot het functioneren van de leerling en kennis hebben van interne en externe begeleidingsdiensten Doorgroei In een gegeven situatie op een gepaste manier inspelen op de eigenheid van ouders/verzorgers en de thuissituatie Elementair Het belang erkennen van goede, regelmatige contacten met ouders in functie van de ontwikkeling van leerlingen, gebaseerd op kennis van de onderwijskundige referentiekaders Doorgroei In een concrete situatie vanuit een passend register communiceren met ouders en verzorgers Doorgroei In een afgebakende context samenwerken binnen gepaste kanalen en structuren Doorgroei Samen met anderen onder begeleiding het eigen functioneren kritisch bevragen en de leerinzichten hieruit integreren in het eigen handelen Integratie Participeren aan een vorm van overleg met externe instanties en dit kritisch bevragen integratie Participeren aan een vorm van overleg met sociaalculturele instanties in functie van gelijke onderwijskansen en dit kritisch bevragen Integratie In Standaardnederlands, communiceren met externen en dit kritisch bevragen en zichzelf bijsturen Integratie Een gefundeerd standpunt innemen t.a.v. actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen en hierover dialogeren. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit 78
79 Inhoud Theorie Globale persoonlijkheidsvorming Leerlinggericht werken Het zelfbeeld Faalangst Geweld en agressie Drugs Nieuwe gezinsvormen CLB Pesten LHBT+ Kansarmoede Rouw en verdriet Zelfmutilatie Zelfdoding Racisme en discriminatie Mediawijsheid Tienerzwangerschap Vluchtelingen en OKAN Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing 79
80 Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op Smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Aan de hand van de lessen waarin via themapresentaties en instantieonderzoeken de theorie, oefeningen en ervaringen aan bod komen, worden theoretische kaders opgebouwd en vertaald naar de onderwijspraktijk. Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod kunnen komen zijn: Doceren, onderwijsleergesprek, debat, oefeningen, discussie, beeldfragmenten, groepswerk, artikels, casusbesprekingen, reflectie, feedback, observaties, toolshop, Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de didactische kaders. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, dat de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht (min. 80%). Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 80
81 3.12 ECTS Onderwijs en Maatschappij Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding OMA SLO Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nederlands Geen Tifany Bracké Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 3 Jaartraject Theorie 1.5 CO = 15% AO = 85% Regulier traject CO = 50% AO = 50% Praktijk 0.9 Opleidingspraktijk 0.9 Comp.port. 0.6 Theorie 1.2 Pre-service praktijk / Praktijk 1.8 Opleidingspraktijk 1.8 Comp.port. / Pre-service praktijk / Korte omschrijving Module Kerndoel De cursist leert vanuit de eigen leerinhouden inzicht verwerven in het beleid, de structuur en de organisatie van het onderwijs. Hij/zij bouwt een referentiekader op en kan dit gebruiken met betrekking tot onderwijskundige thema s en ontwikkelingen, gesitueerd binnen de maatschappelijke context Deeldoelen Aan het einde van de module kan je: - je eigen bekwaamheidsbewijzen en bijbehorende onderwijsbevoegdheid in kaart brengen. - zelf een kritische mening vormen over actuele onderwerpen met betrekking tot onderwijsthema s. - het onderwijs situeren binnen het Belgisch politieke landschap. 81
82 - de nodige onderwijsterminologie correct hanteren. - het Vlaamse onderwijslandschap in kaart brengen. - een salarisbrief van het Agentschap van Onderwijsdiensten analyseren. - de eigen onderwijsadministratie beheren bij de start van een loopbaan als leerkracht. - de mogelijkheden situeren om als leerkracht aan internationalisering te doen, en dit zowel individueel als in de hoedanigheid van begeleider van een groep leerlingen. - een buitenlands onderwijssysteem vergelijken met het Vlaamse onderwijssysteem aan de hand van een criteriumlijst en er een kritische mening over vormen. Vereiste Begincompetenties Volgtijdelijkheid Het is aangewezen deze module te volgen in het begin van het traject omdat het je een beeld geeft van het algemeen onderwijslandschap en je bovendien duidelijk maakt voor welke vakken, onderwijsvormen en graden je een VE of VO hebt. Dit is nodig voor DCA-DCP-DCO en DCS. Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties E Openstaan voor en op zoek gaan naar betrouwbare bronnen rond maatschappelijke thema s en ontwikkelingen D Situeren van het eigen vormingsaanbod in het geheel van het onderwijsaanbod E Inzicht hebben in de recente ontwikkelingen in het onderwijs en de informatiebronnen hiervoor vinden E Inzien dat samenwerken binnen het schoolteam noodzakelijk is en hiervoor de gepaste kanalen en structuren kennen. 7.5 E Kennis hebben en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands E Kennis hebben van de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs I Door middel van meer omvattende lectuur en discussie met medecursisten een gefundeerde mening opbouwen i.v.m. actuele onderwijskundige thema s. 9.2 D Verschillende standpunten over de maatschappelijke taakinvulling van een leraar kaderen (d.m.v. onderwijsvisie, literatuur en onderzoeksresultaten) en hierover dialogeren I Een gefundeerd standpunt innemen t.a.v. actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen en hierover dialogeren. 82
83 Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit Inhoud Theorie H1 Belgische staatstructuur H2 Ministerie van Onderwijs en Vorming H3 Onderwijslandschap en kwalificatiestructuur H4 Onderwijsorganisatie H5 Akov H6 Internationalisering H7 Personeel Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk zie portfolio traject van toepassing Studiemateriaal 1. Een cursus opgemaakt door de opleiding 2. Voor de onderdelen zelfstudie binnen het GO worden zelfstudiepakketten aangeboden op het elektronisch leerplatform in de vorm van elektronische leerpaden. 3. Forum op het elektronisch leerplatform, met actuele onderwijsthema s. 4. Portfolio 83
84 Onderwijs- en leeractiviteiten Voor de onderdelen zelfstudie wordt via het elektronisch leerplatform een zelfstudiepakket aangeboden. Voor trajecten met contacturen wordt gebruik gemaakt van oefeningen, casuïstiek, onderwijsleergesprekken, discussievormen, doceermomenten, Evaluatie Vereiste aanwezigheid Aanwezigheid op de contactmomenten is verplicht. Deelname aan het afstandsonderwijs wordt ook beschouwd als aanwezigheid. Vandaar is het belangrijk op regelmatige basis deel te nemen aan de afstandslessen. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd. 84
85 3.13 ECTS Leraar en Verantwoordelijkheden Afstudeerrichting Code Niveau Deliberatie Vrijstelling Overdracht behaalde credits Onderwijstaal Volgtijdelijkheid Moduleverantwoordelijke Specifieke lerarenopleiding LEV SLO Mogelijk Niet mogelijk Mogelijk Nederlands Geen Peter Pelckmans Studiepunten 1 stp = 27,5 uur 1 uur = 60 min. 3 Jaartraject Theorie 2,1 CO = 10% AO = 90% Regulier traject CO = 100% AO = / Praktijk 0,9 Opleidingspraktijk 0,9 Pre-service praktijk / Comp.port. / / Theorie 3 Praktijk / Opleidingspraktijk Comp.port. / Pre-service praktijk / Korte omschrijving Module Kerndoel Het kerndoel van deze module is te leren reflecteren vanuit een breed maatschappelijk kader over het beroep van leraar. Je leert hoe je je kan informeren over je rechtspositie als leerkracht, alsook over de rechtspositie van je leerlingen en wat de wettelijke en reglementaire verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn. Deeldoelen Aan het einde van de module kan je: 1. verwoorden wat volgens jou essentiële aspecten zijn van een mogelijke onderwijsdeontologie; 2. de taak van de Commissie Zorgvuldig Bestuur beschrijven; 3. bij een gevalstudie een simulatie geven van de werking van de Commissie Zorgvuldig bestuur; 85
86 4. het pedagogisch project van je eigen (stage)school kritisch doorlichten; 5. de verschillende administratieve fasen van je onderwijsloopbaan toelichten; 6. de plichten van de leerkracht toelichten; 7. bij een gevalstudie een gemotiveerde beslissing formuleren alsof je de tuchtmacht vertegenwoordigt; 8. een doorlichtingsverslag naar waarde inschatten; 9. de eigen aansprakelijkheid als leerkracht duidelijk omschrijven; 10. de onderdelen van een schoolreglement bespreken; 11. de mogelijkheden van thuisonderwijs onderzoeken; 12. de bevoegdheden, de basisprincipes en de motiveringsplicht van een delibererende klassenraad illustreren met een eigen voorbeeld; 13. de mogelijkheden toelichten van een beroepsprocedure na een delibererende klassenraad; 14. verwoorden wanneer je school of jij als leerkracht rekening moet houden met auteursrechten; 15. de basisprincipes van EHBO toepassen in een noodsituatie; 16. de privacywetgeving binnen een onderwijscontext illustreren met een voorbeeld. Vereiste begincompetenties Volgtijdelijkheid Er is geen volgtijdelijkheid verbonden aan de module LEV 86
87 Eindcompetenties FG BC Stadium Geoperationaliseerde competenties E Openstaan voor en op zoek gaan naar betrouwbare bronnen rond maatschappelijke thema s en ontwikkelingen D Situeren van het eigen vormingsaanbod in het geheel van het onderwijsaanbod E Inzicht hebben in de recente ontwikkelingen in het onderwijs en de informatiebronnen hiervoor vinden E Inzien dat reflectie en functionerings- en evaluatiegesprekken noodzakelijk zijn om het eigen functioneren bij te sturen E Inzien van de noodzaak van informatie en discretie, kennis van deontologie en van de kanalen van gegevensverzameling E Inzien dat samenwerken binnen het schoolteam noodzakelijk is en hiervoor de gepaste kanalen en structuren kennen I Gericht informatie opzoeken m.b.t. de eigen rechtszekerheid en die van de leerlingen en kritisch omgaan met deze informatiebronnen E Kennis hebben en bereid zijn te communiceren in het Standaardnederlands E Kennis hebben van de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs I Door middel van meer omvattende lectuur en discussie met medecursisten een gefundeerde mening opbouwen i.v.m. actuele onderwijskundige thema s D Verschillende standpunten over de maatschappelijke taakinvulling van een leraar kaderen (d.m.v. onderwijsvisie, literatuur en onderzoeksresultaten) en hierover dialogeren I Een gefundeerd standpunt innemen t.a.v. actuele maatschappelijke thema s/ontwikkelingen en hierover dialogeren. Beroepshoudingen B1 Beslissingsvermogen B2 Relationele gerichtheid B3 Kritische ingesteldheid B4 Leergierigheid B5 Organisatievermogen B6 Zin voor samenwerking B7 Verantwoordelijkheidszin B8 Flexibiliteit 87
88 Inhoud Theorie H1 Onderwijsdeontologie H2 Zorgvuldig bestuur H3 Het pedagogisch project H4 Onderwijsloopbaan H5 Plichten van de leraar H6 Onderwijsinspectie H7 Aansprakelijkheid van de leerkracht H8 Rechten en plichten van de leerling H9 Leerplicht schoolplicht H10 Deliberatiereglement H11Auteursrechten in het onderwijs Opleidingspraktijk zie portfolio traject van toepassing Pre-service praktijk / Studiemateriaal 1. Een door de opleiding ontwikkelde cursus. 2. Andere bronnen/materialen (teksten, presentaties, artikels) die terug te vinden zijn op Smartschool. 3. Leerpaden op Smartschool binnen de context van GO voor de trajecten van toepassing. 4. Portfolio 88
89 Onderwijs- en leeractiviteiten Contactonderwijs Aan de hand van de lessen waarin via themapresentaties en instantieonderzoeken de theorie, oefeningen en ervaringen aan bod komen, worden theoretische kaders opgebouwd en vertaald naar de onderwijspraktijk. Mogelijke werkvormen die daarbij aan bod kunnen komen zijn: Doceren, onderwijsleergesprek, klassengesprek, probleemgerichte discussie, stellingspel, groepswerk, taken en opdrachten. Afstandsonderwijs Via het afstandsonderwijs worden opdrachten (zie portfolio) voorzien in functie van zowel de verwerving als de verwerking van de aangeboden leerinhoud. Naast de opdrachten wordt leermateriaal, dat de cursisten via afstandsonderwijs verwerven, via Smartschool ter beschikking gesteld. Smartschool wordt gebruikt voor het plaatsen van opdrachten en voor de interactie tussen cursist(en) en lector. Evaluatie Vereiste aanwezigheid 80% aanwezigheid op de contactmomenten. Puntenverdeling Zie portfolio traject van toepassing Taalgebruik Binnen elke opdracht wordt taal mee geëvalueerd en dit voor 10% van het totaal. 89
1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs
1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een
Didactische competentie oefenlessen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Didactische competentie oefenlessen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4 Aantal
Didactische competentie oefenlessen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Didactische competentie oefenlessen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4 Aantal
Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
ECTS-FICHE MODULE Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester
Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
ALGEMENE INFORMATIE MODULE Didactische competentie algemeen (DCA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester
1. Functionele gehelen
AR-WG BASISCOMP-DOC-1718-004 Bijlage. Basiscompetenties als vermeld in artikel 1 De basiscompetenties van pas afgestudeerde leraren worden bepaald door twee factoren. Enerzijds zijn er tien functionele
Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen. A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Vakdidactische Studie (VDS) Algemeen A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Studiegids
Studiegids 2016-2017 1 INHOUD 1 Uitgangspunten TNA SLO... 3 1.2 Doel en Doelgroep... 3 1.2 Visie TNA SLO... 3 1.3 Competentiegehelen in de Specifieke lerarenopleiding... 4 1.4 Kwalificatieprofiel van de
Klasmanagement (KLM) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Klasmanagement (KLM) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3
Begeleiding (BEG) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Begeleiding (BEG) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3 (1
Onderwijs- en onderzoeksopdrachten (OOO) A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
Algemene informatie MODULE Onderwijs- en onderzoeksopdrachten (OOO) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester
Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Onderwijs en Maatschappij (OMA) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X
MODULE Onderwijs en Maatschappij (OMA) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal studiepunten
De verhouding tussen de basiscompetenties, de Dublindescriptoren en de domeinspecifieke leerresultaten
Bijlage. Basiscompetenties als vermeld in artikel 1 De basiscompetenties van pas afgestudeerde leraren worden bepaald op basis van de volgende twee factoren: - tien functionele gehelen - een set van attitudes
Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4
MODULE Psychopedagogische Competentie (PPC) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester 4 Aantal
Klasmanagement (KLM) A. Algemeen. Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4
MODULE Klasmanagement (KLM) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie x Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 x Semester 4 Aantal studiepunten 3
Communicatie en overleg (COO) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4
MODULE Communicatie en overleg (COO) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 X Semester 2 Semester 3 Semester 4 Aantal studiepunten
Leraar en verantwoordelijkheden (LEV) A. Algemeen. Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X
MODULE Leraar en verantwoordelijkheden (LEV) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie X Praktijk Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal
Ondersteuning door kennis van :
BASISCOMPETENTIES leraar SO (Bron: VLUHR. Domeinspecifiek Referentiekader Visitatie Specifieke Lerarenopleiding (SLO)) Functioneel geheel 1 : De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs
Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs Functioneel geheel 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1 De leerkracht kan de beginsituatie van de leerlingen en de
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: niet
VISIEGIDS SLO TNA voor Cursisten
VISIEGIDS SLO TNA voor Cursisten 1 Inhoud Inleiding:... 3 1 Visie SLO leren en onderwijs... 4 2 Visie SLO Vakdidactiek... 7 3 Visie SLO Competentiegericht onderwijs... 11 4 visie SLO reflectie professionele
De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn:
Specifieke lerarenopleiding C ECTS-fiche opleidingsonderdeel vakdidactische oefeningen 2 Code: 10375 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Competentiegerichte Standaard voor Praktijk
Competentiegerichte Standaard voor Praktijk Inleiding De basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs geformuleerd door de overheid (5 oktober 2007, verschenen in het Staatsblad op 17 januari
A. Algemeen. Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 X Semester 4
MODULE Professioneel handelen in het onderwijs voor de leraar in opleiding 2 (PHIOLIO 2) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester
ECTS- FICHE. Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de cursist over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke lerarenopleiding ECTS- FICHE ECTS-Fiche opleidingsonderdeel Onderwijspsychologie Code: 10372 Academiejaar: 2015 2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 150 à 180 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
ECTS-fiche Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP)
ECTS-fiche Didactische competentie praktijkinitiatie (DCP) A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 X Semester 3 Semester
ECTS- FICHE. L.Fret, H. Hicketick, S. Van Schoubroeck
Specifieke lerarenopleiding ECTS- FICHE ECTS-Fiche Communicatievaardigheid Code: COMM Cluster: 1 Academiejaar: 2017-2018 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 lestijden Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR
Opleidingsinstelling Adres Telefoon fax BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR Identificatie Naam student/cursist: Opleidingsonderdeel/module: Stageplaats: Vakmentoren: naam en contactgegevens Periode: O
ECTS-fiche VAKDIDACTISCHE STAGE
ECTS-fiche VAKDIDACTISCHE STAGE A. Algemeen Situering binnen het programma Periode binnen het tweejarige modeltraject Theorie Praktijk X Semester 1 Semester 2 Semester 3 Semester 4 X Aantal studiepunten
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche opleidingsonderdeel: VAKDIDACTISCHE STUDIE Code: 10377 Academiejaar: 2017-2018 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 a 90 uur Deliberatie: Mogelijk Vrijstelling:
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel: Gretel Van Heukelom
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel VAKDIDACTISCHE STAGE Code: 10379 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 9 Studietijd: 225 à 270 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
Functiebeschrijving beleidsmedewerker
Functiebeschrijving beleidsmedewerker Algemeen kader: Krachtlijnen van het opvoedingsconcept voor het katholiek basisonderwijs ( OKB) Werken aan een schooleigen christelijke identiteit Werken aan een degelijk
Verantwoordelijke opleidingsonderdeel: Gretel Van Heukelom. De cursist moet de volgende opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen:
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel PHIOLIO 1 en 2 Code: 10366-10367 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 24 Studietijd: 600 à 720 u Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:
STUDIEGIDS m.i.v. ECTS-fiches 2015-2016
STUDIEGIDS m.i.v. ECTS-fiches 2015-2016 Stationsstraat 36 3590 Diepenbeek tel 011 350429 fax 011 350428 e-mail [email protected] wwwcvolimlo.be Studiegids 2015-2016 1 Inhoud 1 UITGANGSPUNTEN VAN DE OPLEIDING
Functiebeschrijving van onderwijzer(es) Bijlage 3: Basiscompetenties
Functiebeschrijving van onderwijzer(es) Bijlage 3: Basiscompetenties MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Besluit van de Vlaamse regering betreffende de basiscompetenties voor de leraar lager onderwijs
Functiebeschrijving van kleuteronderwijzer(es) Bijlage 3: Basiscompetenties
Functiebeschrijving van kleuteronderwijzer(es) Bijlage 3: Basiscompetenties Goedkeuringsdatum: 05/10/2007 Publicatie: 17/01/2008 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Besluit van de Vlaamse regering betreffende
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Opleiding Module Didactische competentie stage 3
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische competentie stage 3 Code E6 DCS3 Lestijden 40 Studiepunten 6 Ingeschatte totale 150 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
Inhoud. Studiegids 2012-2013 1
Inhoud 1 UITGANGSPUNTEN VAN DE OPLEIDING 2 1.1 Doelgroep en algemene doelstellingen 2 1.2 Visie op het leraarsberoep 2 1.2.1 Verruimde professionaliteit 2 1.2.2 Gewijzigde onderwijsopvattingen 2 1.3 Basisprofessionaliteit
Functiebeschrijving leraar lager onderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u: Functiebeschrijving leraar lager onderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder de nadruk op een pedagogische
Basiscompetenties, opleidingsspecifieke accenten en attitudes KdG
Basiscompetenties, opleidingsspecifieke accenten en attitudes KdG DLR 1 BaCo 1 De Bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs begeleidt kleuters in complexe school- en klascontexten bij hun leer- en ontwikkelingsproces.
De 10 basiscompetenties van de leraar
De 10 basiscompetenties van de leraar Woord vooraf 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 2 De leraar als opvoeder 3 De leraar als inhoudelijk expert 5 8 36 52 4 De leraar als organisator
Basiscompetenties voor de leraar kleuteronderwijs
Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 betreffende de basiscompetenties van de leraren (Verschenen in het Belgisch Staatsblad 17.01.2008, p.1594-1631) Basiscompetenties voor
Functiebeschrijving mentor
Functiebeschrijving mentor Algemeen kader: Krachtlijnen van het opvoedingsconcept voor het katholiek basisonderwijs ( OKB) Werken aan een schooleigen christelijke identiteit Werken aan een degelijk onderwijsinhoudelijk
De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen.
Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel: COMMUNICATIEVAARDIGHEID Code: 10368 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 uur Deliberatie: mogelijk
ONDERWIJS EN MAATSCHAPPIJ (OMA)
INHOUD MODULES SLO Elke module van de specifieke lerarenopleiding bevat een theoriecomponent en een praktijkcomponent. De praktijkcomponent bestaat enerzijds uit opleidingspraktijk (= OP, praktijkgerichte
Functiebeschrijving leerkracht bewegingsopvoeding in het lager en kleuteronderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u Functiebeschrijving leerkracht bewegingsopvoeding in het lager en kleuteronderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het
Functiebeschrijving leraar kleuteronderwijs
1. Als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u: Functiebeschrijving leraar kleuteronderwijs Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder de nadruk op een pedagogische
Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs Beste student, beste klasmentor,
Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs 08-093 Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs - 08-09 Brusselsepoortstraat 93-9000 GENT - Tel.: 09 34 8 00 - www.arteveldehogeschool.be Dit document vindt
Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de basiscompetenties van de leraren DE VLAAMSE REGERING,
2 Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de basiscompetenties van de leraren DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
ECTS-fiche. Opleiding Didactische Competentie algemeen
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische Competentie algemeen Code E1 DCa Lestijden 60 Studiepunten 4 Ingeschatte totale 100 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
INFORMATIEBROCHURE. SLO Specifieke Lerarenopleiding Campus Kluizeplein - Lier
INFORMATIEBROCHURE SLO Specifieke Lerarenopleiding Campus Kluizeplein - Lier ACADEMIEJAAR 2015-2016 Pagina 2 van 7 Specifieke Lerarenopleiding DEEL 1 Algemeen Wat is de SLO? SLO is de afkorting voor Specifieke
GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN
1594 BELGISCH STAATSBLAD 17.01.2008 MONITEUR BELGE GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE
Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Onderwijs : secundair onderwijs
Uittreksel uit het visitatierapport Onderwijs: secundair onderwijs, 19 december 2007 Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Onderwijs : secundair onderwijs 1 Inleiding
Vakdidactiek: inleiding
Vakdidactiek: inleiding Els Tanghe 1 1. Inleiding Een specialist in de wiskunde is niet noodzakelijk een goede leraar wiskunde. Een briljant violist is niet noodzakelijk een goede muziekleraar. Een meester-bakker
Studiewijzer Diversiteit
1 Thomas More Kempen Studiewijzer Studiewijzer Diversiteit OPO-verantwoordelijke: Annelies Demessemaeker Docenten: Eline Bernaerts en Annelies Demessemaeker CAMPUS Vorselaar Domein Lerarenopleiding Bachelor
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Opleiding Didactische Competentie algemeen. Lestijden 80 Studiepunten 6 Ingeschatte totale
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische Competentie algemeen Code E1 DCa Lestijden 80 Studiepunten 6 Ingeschatte totale 150 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
ECTS-fiche 2015-2016. 10 Theorie (T) 3 Praktijk 7 Praktijkgerichte 5,1 onderwijsactiviteiten (PO) Preservicetraining (PT) 1,9
ECTS-fiche 2015-2016 MODULE Didactische competentie oefenlessen (DCO) Stationsstraat 36 3590 Diepenbeek tel 011 350429 fax 011 350428 e-mail [email protected] www.cvolimlo.be Studieomvang (studiepunten)
Functiebeschrijving van leerkracht bewegingsopvoeding kleuteronderwijzer. Bijlage 3: Basiscompetenties
Functiebeschrijving van leerkracht bewegingsopvoeding kleuteronderwijzer Bijlage 3: Basiscompetenties Goedkeuringsdatum: 05/10/2007 Publicatie: 17/01/2008 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Besluit
Omgaan met diversiteit in de basiscompetenties voor de lerarenopleiding
Omgaan met diversiteit in de basiscompetenties voor de lerarenopleiding Sleutelcompetenties Diversiteit zien als een normaal fenomeen waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te maken krijgt
Informatie in verband met de LIO-trajecten ( )
Specifieke lerarenopleiding, LIO (Leerkracht in opleiding) Informatie in verband met de LIO-trajecten (2018-2019) LIO 1 Het LIO1-traject vormt een onderdeel van de Specifieke Lerarenopleiding. Binnen het
1 COMPETENTIEVELD 1: LERAARS BEWEGEN VOOR KINDEREN
1 BIJLAGE 2 Relatie tussen domeinspecifieke leerresultaten (DLR's) en competentieprofiel van OF3 1 COMPETENTIEVELD 1: LERAARS BEWEGEN VOOR KINDEREN 1.1 De leraar kleuteronderwijs Werkt vanuit een kindgerichte
Competenties van leerkrachten in scholen met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject
Competenties van leerkrachten in scholen met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject Deze lijst is het onderzoekresultaat van een PWO-traject binnen de lerarenopleidingen van de KAHO Sint-Lieven,
WERKPLEKLEREN OPLEIDINGSFASE 3 ACADEMIEJAAR Geachte stagementor, vakmentor(en)
WERKPLEKLEREN OPLEIDINGSFASE 3 ACADEMIEJAAR 2018-2019 Geachte stagementor, vakmentor(en) Het traject werkplekleren bestaat uit een differentiatiestage (3 weken in semester 1 05/11/2018 t.e.m. 23/11/2018)
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Specifieke Lerarenopleiding_SLO
ECTS-fiche Opzet van de ECTS-fiche is om een uitgebreid overzicht te krijgen van de invulling en opbouw van de module. Er bestaat slechts één ECTS-fiche voor elke module. 1. Identificatie Opleiding Specifieke
Specifieke lerarenopleiding
Rouppeplein 16 1000 Brussel 02/546.22.63 [email protected] www.lethas.be Specifieke lerarenopleiding 2016-2017 Wil je leraar worden? Standaardtraject 2 jaar Versneld traject 1 jaar+ semester
Specifieke lerarenopleiding
Rouppeplein 16 1000 Brussel 02/546.22.63 [email protected] www.lethas.be Specifieke lerarenopleiding 2015-2016 Wil je leraar worden? In het secundair onderwijs of het volwassenenonderwijs?
Specifieke lerarenopleiding
Structuurschema specifieke lerarenopleiding DC: Didactische Competentie MBC: Maatschappelijke en Beroepsgerichte Competentie POC: Pedagogisch-Organisatorische Competentie PPC: Psycho-Pedagogische Competentie
breidt zijn professionele grondhouding uit: is kritisch ingesteld, creatief, organisatorisch sterk en flexibel
Beroeps houding Opleidingsvenster BaSO toont een professionele grondhouding o.b.v. verantwoordelijkheid en betrokkenheid: is stipt, leergierig, administratief in orde, ontvankelijk voor feedback, toont
Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs
Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs Uit: Besluit van 16 maart 2017 tot wijziging van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel BES in verband
Functiebeschrijving van preventie adviseur
Functiebeschrijving van preventie adviseur Algemeen kader: Krachtlijnen van het opvoedingsconcept voor het katholiek basisonderwijs ( OKB) Werken aan een schooleigen christelijke identiteit Werken aan
Functiebeschrijving administratief medewerker
Functiebeschrijving administratief medewerker 1. Als medebegeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen zal u : Onze scholen willen de gehele mens vormen. Ze leggen in het bijzonder de nadruk op een pedagogische
Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING
Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING INHOUD Voor wie? Waar staan wij voor? Opleidingsstructuur en diploma Inhoud van de modules Studiepunten Studieduur en modeltraject Flexibiliteit Waar en wanneer
Opleidingsparaktijk: 0,4 studiepunten. Pre-servicepraktijk: 0,6 studiepunten. 1 studiepunt komt in Vlaanderen overeen met 25 à 30 studie-uren.
ECTS FICHES SLO ECTS-/Modulefiche SLO Module: Didactische Competentie algemeen (DCa) Academiejaar 2015-2016 Opleiding Aantal studiepunten SLO-opleiding Totaal: 6 studiepunten Theorie: 5 studiepunten Opleidingsparaktijk:
De specifieke lerarenopleiding
geëngageerd onderzoekend communicatief talent ontwikkelend vakdeskundig leerling gericht samenwerkend De specifieke lerarenopleiding dynamisch leergierig master Jij bent... inspirerend creatief toekomstgericht
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2016-2017
Opleidingsbrochure Specifieke Lerarenopleiding (SLO) 2016-2017 www.cvo.vtibrugge.be www.cvovivo.be Inhoudstafel INHOUDSTAFEL INHOUDSTAFEL... 2 1 SITUERING... 4 1.1 Missie en visie van CVO VIVO en CVO VTI
PERSOONLIJKE COMPETENTIEMATRIX STAGE
PERSOONLIJKE COMPETENTIEMATRIX STAGE Inleiding Deze competentiematrix omvat de kerncompetenties van de specifieke lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel. De kerncompetenties geven de accenten
MICROTEACHING: een kort lesfragment door een student gegeven aan medestudenten.
Inhouden en doelen van de opdrachten in de praktijkcomponent van de SLO en de GLO van BEO MICROTEACHING: een kort lesfragment door een student gegeven aan medestudenten. de student geeft 10 à 20 minuten
ECTS-fiche. 1. Identificatie. Opleiding Didactische competentie oefenlessen
ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding SLO Module Didactische competentie oefenlessen Code E3 DCO Lestijden 80 Studiepunten 6 Ingeschatte totale 150 studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen
Word jij leerkracht op de Tienerschool?
Word jij leerkracht op de Tienerschool? Op 1 september 2018 opent de Tienerschool van Anderlecht de deuren. Op 1 september 2019 is de Tienerschool van Schaarbeek aan de beurt. De vzw Sint-Goedele rekruteert
1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 2. Doel van de cursus NCZ
1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 De cursus niet-confessionele zedenleer (NCZ) in de opleiding leraar secundair onderwijsgroep 1 (LSO-1) sluit aan bij de algemene
1. Stageopdracht. Beste vakmentor
Beste vakmentor Wij willen u van harte danken voor de begeleiding van een stagiair uit het derde opleidingsjaar tijdens de didactische afstudeerstage (PR3.2). Deze begeleiding, gebaseerd op uw vakdeskundigheid
Hoe kunnen we leraren in opleiding voorbereiden op lesgeven in een inclusieve klas?
Hoe kunnen we leraren in opleiding voorbereiden op lesgeven in een inclusieve klas? 19/02/2014 Symposium Docenten voor Inclusie Breedbeeld van Inclusief Onderwijs Meggie Verstichele HUB-KAHO Lerarenopleiding
