Navigatie. Ivar ONRUST
|
|
|
- Lander van Veen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Navigatie Ivar ONRUST
2 Navigatie Om te navigeren heb je een Kaart nodig. Daarnaast een kompas, een peilkompas een koerslineaal of twee driehoeken of een driehoek en een liniaal. Voor grotere kaartentafels is een parallelliniaal uitstekend geschikt. De bedoeling van deze werktuigen is om op de kaart te tekenen waar je heen wil of waar je bent. Alle examenvraagstukken gaan hier over. Voor het oplossen daarvan is een klein beetje wiskunde vereist. Algebra kent het begrip positieve en negatieve getallen Dat lijkt moeilijk maar is het niet. Op uw thermometer komen deze ook voor. Wacht maar tot het vriest. Wanneer men bij een positief getal een negatief getal optelt wordt het positieve getal kleiner.
3 Dit verschijnsel zien we als we op ons bankafschrift een afboeking tegen komen. Ons negatieve bezit, de schuld, verkleint ons positieve bezit het banksaldo. Omgekeerd, wanneer men bij een negatief getal een positief optelt wordt dit negatieve getal groter. Kijk maar op de thermometer, een stijgende temperatuur heeft op vorst een temperende invloed. Het wordt minder koud. Ingewikkeld schijnt het te worden wanneer bij negatieve getallen bij negatieve getallen worden opgeteld. Die getallen worden daardoor kleiner. Niet zo vreemd. Kijk maar weer op de thermometer. Het vriest al drie graden en de tempera tuur daalt nog vijf graden. Het negatieve getal min drie wordt hierdoor min acht. In feite tel je dus bij -3 nog eens -5 op tot 8. Onthoud dus: een positief getal heeft een voor het cijfer een negatief getal heeft een - voor het cijfer
4 Kompas Kompassen wijzen naar het Noorden!! Was het maar waar. Kompassen wijzen in Noordelijke richting zou beter zijn. Dit komt omdat het noorden, de noordpool niet op dezelfde plaats ligt als de plaats waar de kompasnaald heen wijst. Die wijst naar het magnetische noorden, een plaats die op enkele honderden kilometers van de Noordpool ligt. En lag dat magnetische Noorden nu nog maar vast, maar dat BEWEEGT ook nog eens rond de Noord pool. In 1996 ligt het magnetische noorden twee graden ten westen van de Noordpool. Kortom, wanneer je achter de kompasnaald aanvaart, kom je helemaal niet op de Noordpool, maar ergens ten westen ervan. Deze afwijking, de variatie, noemt men westerling, wanneer het magnetische noorden ten westen van de noordpool ligt en oosterling wanneer het ten oosten van de Noordpool ligt. Westering is een negatief getal en Oostering een positief getal. In het kompas zelf schuilen kleine onnauwkeurigheden en die worden ook nog eens versterkt door invloeden op ons schip. Deze afwijking noemt men deviatie en is geen constante. De som van deviatie en variatie noemt men miswijzing. Bij ieder kompas hoort een stuurtabel, waarbij je kunt zien hoe groot de deviatie is bij een bepaalde gegeven kompaskoers. Deze stuurtabel wordt op het examen gegeven. Over het samenstellen en compenseren van stuurtabel en kompas verwijs ik u een leerboek.
5 Het omrekenen van kompas naar kaart en omgekeerd. Op de kaart wordt de ware koers ingetekend. Dat is de lijn die van ons vertrekpunt naar het punt loopt waar we heen willen. Zo is de ware koers naar de noordpool 0 of 360 graden. Die twee getallen vallen op ons kompas ineen. De kaart koers is de ware koers, dus de goede koers. De Kompas koers is de koers die je stuurt. Door de miswijzing is dat geen goeie koers, maar de kwaaie koers. Om van kompas naar kaart te rekenen moet je de kwaaie koers dus korrigeren voor de miswijzing. Dit noemt men verbeteren. Bij verbeteren houden variatie en deviatie hun oorspronkelijke teken. Een oud vissersrijmpje zegt dan ook: van de kwaaie naar de goeie niet aan de tekens knoeien Opgave: U wilt naar de Noordpool en de variatie is 5 graden Oostering. Wat is de te sturen kompaskoers? Nu wordt er verslechterd. Immers de kaartkoers is bekend, alleen de kompaskoers nog niet. Als men bij het verbeteren niet aan de tekens mag knoeien zal men bij het verslechteren dit dus wel moeten. Het rijmpje zegt dan ook: van de goeie naar de kwaaie tekens draaien.
6 De kwaaie koers wordt dus: Verslechteren Kaartkoers 360 blijft 360 graden Variatie 5 wordt -5 graden Te sturen kompaskoers 355 graden Dezelfde opgave, maar nu met het gegeven dat de deviatie -1 is Verslechteren Kaartkoers 360 blijft 360 graden Variatie 5 wordt -5 graden Deviatie -1 wordt 1 graden Te sturen kompaskoers 356 graden U telt dus steeds algebraïsch op om de oplossing te vinden.
7 Opgave: U stuurt vanuit Enkhuizen naar Kornwerderzand. Uw kompas wijst 5 graden. Wat is de kaartkoers als gegeven is dat er 2 graden westering optreedt en uw deviatie volgens stuurtabel bij 360 graden 1 bedraagt? Verbeteren Kompaskoers 5 blijft 5 graden Deviatie 1 blijft 1 graden Variatie -2 blijft -2 graden Ware koers of kaart koers 4 graden U telt dus weer algebraïsch op! Soms wordt in opgaven over de magnetische koers gesproken. Dit vereist iets andere opstelling van de berekening, maar er verandert wezenlijk niets. Verbeteren Kompaskoers 5 blijft 5 graden Deviatie 1 blijft 1 graden Magnetische koers 6 graden INGEVOEGDE REGEL Variatie -2 blijft -2 graden Ware koers of kaart koers 4 graden
8 U telt dus weer algebraïsch op! De magnetische koers is belangrijk om te weten. Bij deze koers hoort namelijk de deviatie van de stuurtabel bij die koers!!! Peilen van objecten geschiedt door middel van een peilkompas. Door ervaring kunt u die plek op uw schip bepalen waar het kompas geen storende invloeden ondervindt: Met andere woorden, de deviatie is daar 0. Omdat bij peilen de gepeilde koers een kompaskoers, dus een kwaaie koers is, is er altijd sprake van verbeteren. De tekens veranderen dus niet. Voorbeeld: U peilt, op de plecht staande, de vuurtoren van Ameland op 175 graden. Wat is de ware peiling als de deviatie bij 180 graden 2 graden bedraagt en de variatie 3 graden Oostering is? Uit ervaring heeft u geleerd dat alleen peilen op de plecht geen storende invloeden heeft op uw peilkompas. Verbeteren Peiling 125 blijft 125 graden Deviatie 0 blijft 0 graden Variatie 3 blijft 3 graden Ware peiling 178 graden
9 U peilt vanuit de kuip van hetzelfde schip als waarmee u boven Ameland voer, de vuurtoren van IJmuiden op 90 graden. Wat is de ware peiling als de deviatie bij 90 graden 7 graden bedraagt en de variatie 1 graad westering is? Verbeteren Peiling 90 blijft 90 graden Deviatie 7 blijft 7 graden Variatie -1 blijft -1 graden Ware peiling 96 graden Controleren van de stuurtabel kan gebeuren oor de diverse peilkoersen in havenmondingen te gebruiken, of van ineenvallende landmerken. U stuurt, indien mogelijk, zodanig dat de zeilstreep dat is de denkbeeldige lijn die middendoor uw schip loopt, samenvalt met een lichtenlijn of ineenvallende landmerken. Voorbeeld: U koerst de lichtenlijn van Brouwershaven aan met kompaskoers 137 graden. De lichtenlijn heeft richting 142 graden Wat is de deviatie van uw stuurkompas, als gegeven is dat de variatie 2 graden Oostering bedraagt? De deviatie volgens stuurtabel bij 135 graden is 7 en bij 180 graden 2
10 Uitwerking: De laatste zin is volslagen onzin en is bedoeld om u in verwarring te brengen. U wilt namelijk de echte deviatie te weten komen. Verbeteren Peiling 137 blijft graden Deviatie????? blijft???????? graden Variatie 2 blijft graden Lichtenlijn 142 blijft 142 graden = Ware peiling Algebraïsch optellen leert dat het vraagteken een waarde heeft van 3. Aangezien hier sprake is van de kwaaie naar de goeie moet er dus niet aan de tekens worden geknoeid. De deviatie is dus 3, bij magnetische koers 137 graden. Toch is een gegeven deviatie bij het bepalen van de deviatie echt geen onzin. Zie het volgende vraagstuk.
11 U wilt de ware koers uitzetten. Daartoe peilt u de lichtenlijn van het Krabbersgat over uw kompasroos over 38 graden. De deviatie bedraagt volgens stuurtabel bij 40 graden 2. U ligt een koers van 330 graden voor. Wat is de ware koers, als de deviatie volgens uw stuurtabel bij 345 graden 2 en bij 322,5 graden 2 bedraagt? Bij welke kompaskoers hoort het gevonden getal? De variatie bedraagt 2 graden cq 2 westering. Dit beestachtig vraagstukje levert op het examen veel punten op. U moet goed in de gaten houden waar het om draait. U vaart 330 graden, daar hoort de bepaalde deviatie bij. Die zelfde deviatie is van belang bij de hoek waar u de lichtenlijn in peilt. Er is sprake van kompas naar kaart, dus verbeteren. Verbeteren Peiling 38 blijft 38 graden Deviatie???? blijft?????? graden Variatie -2 blijft -2 graden Ware peiling (zie kaart!) 37 graden De waarde van het vraagteken is dus 1. Bij verbeteren veranderen de tekens niet, dus is de deviatie 1. Die behoort dus bij de kompaskoers 330 graden
12 Nu gaan we de kompaskoers Verbeteren naar de ware koers. Verbeteren Kompaskoers 330 blijft 330 graden Deviatie 1 blijft 1 graden Variatie -2 blijft -2 graden Ware koers of kaart koers 329 graden In de stuurtafel veranderen we tenslotte de 2 in 1. Om vraagstukken over kompassen, peilingen, en wat dit meer goed te kunnen maken is onderstaand schema van belang. Leer dit uit het hoofd!! Het grote voordeel bij dit schema is dat u volgens een vast schema werkt. VERBETEREN Kompaskoers blijft graden Deviatie blijft graden Variatie blijft graden Ware koers of kaart koers graden
13 VERSLECHTEREN Kaartkoers blijft graden Variatie wordt graden Deviatie wordt graden Te sturen kompaskoers graden Het enige wat u nog moet onthouden dat Oostering positief is, Makkelijk, want die twee woorden lijken veel op elkaar. Magnetische invloeden bepalen niet alleen de koers die u moet sturen. Stroom en drift hebben ook een niet geringe invloed op de te sturen kompaskoers. U moet voor die verschijnselen correcties toepassen. Corrigeren noemt men dat. Deze correctie komt in vraagstukken in het schema altijd onderaan. Het teken van de bij te sturen koers is afhankelijk van de richting van wind en stroom. Uit een diagrammetje zult u moeten afleiden of u moet bijtellen of aftrekken.
14 Voorbeeld: U vaart kompaskoers 180 en er staat een fikse Oostenwind. De drift door die wind wordt op 9 graden geschat. Wat is de ware koers wanneer de variatie 3 graden Oosterling bedraagt en de deviatie 2 graden is? Door de Oostenwind verlijert u 9 GRADEN naar het westen. U vaart dus niet in zuidelijke maar in zuidwestelijke richting. De drift moet dus worden opgeteld bij de gevonden koers. Uitwerking: VERBETEREN Kompas koers 180 blijft 180 Deviatie 2 blijft 2 Variatie 3 blijft 3 Ware koers, zonder drift 185 Drift 9 blijft 9 Ware koers: 194 In de volgende opgave is de variatie 3 graden Westering en bedraagt de deviatie volgens stuurtabel bij 180 graden 2 graad en bij 157,5 graden 1 graad.
15 U vertrekt van Zierikzee naar Colijnsplaat. Op de route ligt een gevaarlijke plaat, de Vuil baard. Het zicht is niet erg best, zodat U boei OZ6 die u aan stuurboord passeren moet, niet ziet liggen. Welke koers moet u sturen als u weet dat de eb al drie uur loopt en er een fikse Westenwind staat? De snelheid van uw schip is 3,5 mijl. De ebstroom bedraagt volgens uw stroomatlas 2 knoop in de richting 270. De drift is te schatten op 3 Boei OZ6 ligt op 183 van de havenmond van Zierikzee. Uitwerking: Allereerst bepalen we het effect van de stroom. De stroom trekt naar buiten, dus naar het westen (270 graden). Uit een vectordiagram (wordt op dit examen niet gevraagd!) kunt u wiskundig afleiden dat u 35 graden moet bijsturen. U wilt van kaart naar kompas dus wordt er VERSLECHTERD. VERSLECHTERD Kaartkoers 183 blijft 183 Variatie -3 wordt 3 Deviatie 2 wordt 2 Kompaskoers zonder drift/stroom 184 Drift -3 wordt 3 Stroom 35 wordt -35 Te sturen kompaskoers 152
16 Bij deze kompaskoers hoort een deviatie van 1 De te sturen Kompaskoers wordt dus 153 graden in plaats van 152 graden die nu berekend is Om u als het ware in te leven in dit vraagstuk: U stuurt 153 graden op uw KOMPAS. Door de variatie is de WARE KOERS 150 graden, want het kompas heeft een WESTELIJKE afwijking. Door de DEVIATIE stuurt u onbedoeld 1 graad te WESTELIJK, zodat u in werkelijkheid 151 graden koerst. De westenwind zet u weer 3 graden naar het OOSTEN, zodat u WARE KOERS 148 graden wordt. Door de stroom wordt u weer 35 graden naar het Westen verzet, zodat de ware koers uiteindelijk 183 graden bedraagt. Het nemen van kruispeilingen. Wanneer u uw peilkompas op een punt richt kunt u af lezen onder welke hoek u het object ziet. Meestal zit daarin een afleesfout van 5 graden. Statistisch betekent dit dat wanneer u 2 objecten peilt die minder dan 10 graden uiteen liggen, deze objecten in een lijn liggen. Neem daarom bij voorkeur kruispeilingen van objecten die ongeveer 90 graden uiteen liggen. Op het examen geeft men een kruispeiling, waarna u uw positie moet bepalen. Bedenk dat deze peilingen nog moeten worden verbeterd. Bij peilingen met het peilkompas mag u er van uit gaan dat de deviatie 0 graden is. Bij peilingen over het stuurkompas (ook wel magnetisch kompas genaamd) Moet u de deviatie in acht nemen.
17 Iets over meridianen, parallellen, verheid, staande randdelen en stromen. Stromen kunnen we vinden in Stroomatlassen. Deze geven de stroomsituatie ter plekke weer in een gebied van 6 uur voor tot 6 uur na hoogwater in een bepaalde plaats. De stroomrichting wordt aangegeven door pijlen. De getallen boven de pijltjes zijn de stroomsnelheden in tienden knopen bij doodtij en springtij. Beide getallen worden gescheiden door een punt. Het teken betekent dus een noordoost gaande stroom die bij doodtij 2,3 knoop en bij springtij 4,3 knoop bedraagt. LET OP: We spreken van een ZW wind (betekent wind uit het ZW) en NO gaande stroom (betekent stroom naar het NO) Het winddeeltjes zowel als het waterdeeltje gaan in deze termen exact dezelfde kant uit! Uit de wiskundige geografie valt af te leiden dat 1 staande rand deel op de kaart 1 zeemijl lang is en gelijk is aan 1 boogminuut. Dit geldt alleen voor STAANDE randdelen. Exa menstukjes appelleren aan het inzicht dat 1 zeemijl gelijk is aan 1 boogminuut.
18 Cirkelomtrek telt 360 graden Aarde is een cirkel Aardeomtrek telt dus 360 graden Een graad telt 60 minuten De aarde telt dus 360 * 60 = minuten, over de polen of over de evenaar. De omtrek van de aarde is = ± km komt overeen met minuten Een boogminuut is dus / = 1,852 kilometer = 1852 meter Een staande randdeel op de kaart is een boogminuut Een staande randdeel (SRD) is dus een zeemijl Een zeemijl is dus 1852 meter 1 boogminuut = 1 SRD = 1 zeemijl = 1852 m In de kaart mag men in alle richtingen een SRB gebruiken als afstandsmaat ter grootte van 1 Zeemijl.
19 Vraagstuk Men vertrekt vanuit een punt op 52 graden 30 minuten NB en 4 graden 30 minuten OL weg met een snelheid van 8 knoop. Uw kompaskoers is 4 graden. Wat is de positie die u na één uur varen heeft bereikt wanneer de deviatie -2 graden bedraagt en de variatie 2 graden Westering is. Waar bent u na één uur varen? a) op 58 graden 30 minuten NB en 4 graden 30 minuten OL b) op 52 graden 38 minuten NB en 4 graden 30 minuten OL c) Zonder kaart is de positie niet te bepalen U gaat van kompas naar kaart dus verbeteren Kompas koers 4 blijft 4 graden Deviatie -2 blijft 2 graden Variatie -2 blijft 2 graden Kaartkoers 0 U vaart dus recht naar het Noorden met 8 zeemijlen per uur. Uw Noorder breedte verandert daardoor met 8 boogminuten per uur. In een uur bent u dus 8 boogminuten noordelijker. Antwoord b is dus het goede.
20 Dezelfde opgave, maar nu vaart u 276 graden, en de stroom ijs 270. Stroomsnelheid volgens diagram 30. De ware koers bedraagt dan 270 en u heeft 3 mijl stroom mee. Is uw afgelegde afstand, uw verheid nu 11 zeemijlen? Het antwoord is JA. Maar uw geografische verandering is nu geen 11 boogminuten. U vaart niet naar het Noorden, maar naar het Westen. En omdat de aarde een bol is is de afstand tussen de meridianen op elke breedte anders. Bij de Noordpool komen ze bij elkaar en op de evenaar liggen ze het verste uiteen. Daarom mag u op de kaart geen liggende randdelen gebruiken als afstandsmeter! Tuin dus nooit in een vraagstuk waarbij de ware koers niet exact Noord of Zuid is. Dan is uitsluitend antwoord c goed: Zonder kaart niet bepaalbaar. Op het examen moet u ook in de kaart werken. U moet punten bepalen op de kaart. Dat doen we met linialen en/of plotters en/of driehoeken. We meten vanaf de kaartranden de gevraagde coördinaten en tekenen deze op de kaart in. Afstanden meten we met een steekpasser, door een aantal staande randdelen in de passer te nemen en af te passen op de ware koers lijn. De schaal van de kaart is belangrijk: Schaal 1: betekent 1cm is cm dus 2500 meter. En 2500 meter is ongeveer anderhalve zeemijl. Immers een zeemijl is 1852 meter lang. Ook dit soort vraagstukjes moet u op kunnen lossen.
21 Opgaven: 1. We vertrekken uit de haven van Uitdam met een kaartkoers van 91, er staat een stevige noord wind die u 5 verzet. Uit de deviatie tabel leest men af dat de Deviatie 7 is. 2. Als we deze koers 5,6 mijl hebben gevaren waar zijn we dan uitgekomen? 3. We gaan nu naar de ligt boei MN1/GZ2. Wat is de te sturen kompaskoers als we met de stevige noorden wind 9 worden verzet en de deviatie 20 bedraagt. 4. Vanaf deze boei gaan we naar V3. Op welke locatie licht deze boei? 5. Bij deze boei aangekomen is het zicht niet meer dan 1,8 mijl. Welke punt kunnen we peilen? 6. We gaan verder naar lichtboei Nek. Onze water snelheid is 5 mijlen per uur. De wind is toegenomen en er staat nu een harde wind uit het noorden. Deze wind zorgt voor een verzet van 20 en een stroom van 2,5 mijl per uur. Hoe lang doen we er over en wat is onze positie na 1 uur varen? 7. We gaan nu naar en waar zijn we aangekomen? 8. De wind is gaan liggen de zon breekt door we sturen nu kompaskoers 5. De variatie is nu 3 oostering. Er is geen deviatie. Door een niet te snappen feit staat er een stroom. De stroom zorgt ervoor dat je 3 naar het westen wordt verzet. Wat is onze kaartkoers? 9. We varen met een grondsnelheid van 3,5 mijl per uur waar zijn we na één uur varen. 10.We willen nu naar de sluizen bij Enkhuizen wat is de te sturen koers als er geen variatie, drift, stroom, deviatie, e.d. is.?
22 11.We gaan de sluis niet door maar keren om en varen rechtstreeks van boei KG17 naar de buitenhaven van Broekerhaven, ons schip is 2 meter 60 diep is het aan te raden om dit te doen, zo ja waarom en zo nee waarom niet? 12.We overnachten hier en gaan de volgende dag naar de OvD. Als we rekenen vanaf boei KG19 hoeveel mijl leggen we dan af? 13.Wat is onze snelheid als we over deze afstand 5 uur doen en we een tegen stroom hebben van 3 mijl/uur? 14.Hoeveel uur is het nu terug naar onze haven Uitdam als we geen stroom meer hebben en de snelheid 5,5 mijl/uur is? 15.Hoeveel mijlen hebben we uiteindelijk gevaren, We mogen het stuk tussen vraag 8 en vraag 12 vergeten?
23 Opgaven: 1. We vertrekken uit de haven van Uitdam met een kaartkoers van 91, er staat een stevige noord wind die u 5 verzet. Uit de deviatie tabel leest men af dat de Deviatie 7 is. Verslechteren: Kaart koers = 91 blijft 91 Variatie = -2 wordt 2 Deviatie= 7 wordt -7 Kompaskoers zonder drift/stroom 86 Drift= 5 wordt 5 Stroom = 0 wordt 0 Te sturen kompaskoers wordt Als we deze koers 5,6 mijl hebben gevaren waar zijn we dan uitgekomen? Block van kuffelen 3. We gaan nu naar de ligt boei MN1/GZ2. Wat is de te sturen kompaskoers als we met de stevige noorden wind 9 worden verzet en de deviatie 20 bedraagt Kaart koers = 314 blijft 314 Variatie = -2 wordt 2 Deviatie= -20 wordt 20 Kompaskoers zonder drift/stroom 336 Drift= -9 wordt 9 Stroom = 0 wordt 0 Te sturen kompaskoers wordt 345
24 4. Vanaf deze boei gaan we naar V3 Op welke lokatie ligt deze boei noord en Bij deze boei aangekomen is het zicht niet meer dan 1,8 mijl. Welke punt kunnen we peilen? Boei E1 6. We gaan verder naar lichtboei Nek. Onze water snelheid is 5 mijlen per uur. De wind is toegenomen en er staat nu een harde wind uit het noorden. Deze wind zorgt voor een verzet van 20 en een stroom van 2,5 mijl per uur. Hoe lang doen we er over en wat is onze positie na 1 uur varen 2 uur, noord We gaan nu naar en waar zijn we aangekomen? boei E-A1 8. De wind is gaan liggen de zon breekt door we sturen nu kompaskoers 5. De variatie is nu 3 oostering. Er is geen deviatie. Door een niet te snappen feit staat er een stroom. De stroom zorgt ervoor dat je 3 naar het westen wordt verzet. Wat is onze kaartkoers? Kaart koers = 5 blijft 5 Variatie = 3 wordt -3 Deviatie= 0 wordt 0 Kompaskoers zonder drift/stroom 2 Drift= 0 wordt 0 Stroom = -3 wordt 3 Te sturen kompaskoers wordt 5
25 9. We varen met een grondsnelheid van 3,5 mijl per uur waar zijn we na één uur varen. We zijn dan bij boei KG We willen nu naar de sluizen bij Enkhuizen wat is de te sturen koers als er geen variatie, drift, stroom, deviatie, e.d. is.? We gaan de sluis niet door maar keren om en varen rechtstreeks van boei KG17 naar de buitenhaven van Broekerhaven, ons schip is 2 meter 60 diep is het aan te raden om dit te doen, zo ja waarom en zo nee waarom niet? Nee, het is buiten de vaargeul erg ondiep. 12. We overnachten hier en gaan de volgende dag naar de OvD. Als we rekenen vanaf boei KG19 hoeveel mijl leggen we dan af? 12,7 mijl 13. Wat is onze snelheid als we over deze afstand 5 uur doen en we een tegen stroom hebben van 3 mijl/uur 5 uur * 3 mijl/uur = 15 mijl 12,7 mijl 15 mijl = 27,7 mijl 27,7 mijl / 5 uur = 5,54 mijl/uur
26 13. Wat is onze snelheid als we over deze afstand 5 uur doen en we een tegen stroom hebben van 3 mijl/uur 5 uur * 3 mijl/uur = 15 mijl 12,7 mijl 15 mijl = 27,7 mijl 27,7 mijl / 5 uur = 5,54 mijl/uur 14. Hoeveel uur is het nu terug naar onze haven Uitdam als we geen stroom meer hebben en de snelheid 5,5 mijl/uur is 8,5 mijl is de afstand tot haven 8,5 mijl / 5,5 mijl/uur = 1,55 uur 15. Hoeveel mijlen hebben we uiteindelijk gevaren, We mogen het stuk tussen vraag 8 en vraag 12 vergeten. 5,6 6,4 2,1 5 3,6 3,5 2,2 12,7 8,5 = 49,6 mijl
Koers- en plaatsbepaling (1)
Hoofdstuk 5 Navigatie (1) Koers- en plaatsbepaling (1) Navigatie: 1) Het bepalen van de te volgen weg bij gegeven plaats van vertrek (afgevaren plaats) en de plaats van bestemming (bekomen plaats) 2) Het
Navigatiereader Race of the Classics
Navigatiereader Race of the Classics Zondag 29 maart tot en met zondag 5 april 2015 Inhoud Inleiding De aarde De zeekaart Drift, stroom en koersrekening Invullen van het logboek Eenheden, termen en afkortingen
Navigatiereader. 9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014. Versie: 26-9-2014 Definitief
9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014 Versie: 26-9-2014 Definitief Inhoudsopgave 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart p. 6 Het
Navigatie, Logboek en Marifoonreader
Navigatie, Logboek en Marifoonreader 12 e editie 11 oktober tot en met 15 oktober 2017 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart
Cursus Kaart en Kompas
Cursus Kaart en Kompas sponsored by Introductie Het kompas en de werking ervan is voor sommige mensen nog altijd een soort magie. Het feit dat het kleine naaldje altijd feilloos het noorden weet te vinden
Tochttechnieken. Cursus kaart en kompas. Bijlage cursus 5. Door: Maurits Westerik Jong Nederland De Lutte. December 2008.
Tochttechnieken Cursus kaart en kompas Bijlage cursus 5 Door: Maurits Westerik Jong Nederland De Lutte. December 2008 Met dank aan: Hiking-site.nl Inhoudsopgave 1. Introductie... 3 2. Het bepalen van de
Tochttechnieken Cursus Coördinatie Bijlage cursus 5
Tochttechnieken Cursus Bijlage cursus 5 Door: Maurits Westerik Jong Nederland De Lutte. December 2008 Inhoudsopgave 1. Kompas... 3 2. Kaarten... 4 3. Coördinaten... 5 4. Kruispeiling... 6 Jong Nederland,
Examen versie: 999999NWG1-7-200909:00VBA Handmatig pagina 1 (1-7-2009) Antw.Pnt. VBA. Ministerie van Verkeer en Waterstaat AANVULLEND EXAMEN
Examen versie: VBA 999999NWG-7-200909:00VBA Handmatig pagina (-7-2009) Ministerie van Verkeer en Waterstaat Stichting VAMEX AANVULLEND EXAMEN KLEIN VAARBEWIJS II (Alle binnenwateren- artikel 6, Binnenvaartbesluit)
Landkaarten en coördinaten
Landkaarten en coördinaten Wat is nu eigenlijk een landkaart? Nou, hou je vast. Op een landkaart staat op een plat vlak een verkleind en toegelicht beeld van een bepaald deel van het aardoppervlak afgedrukt.
Reader oriëntatietechnieken
Reader oriëntatietechnieken Inhoud 1. Schaal 2. Legenda 3. Coördinatenstelsels 4. Soorten kompassen 5. Declinatiecorrectie 6. Inclinatie 7. Kaart op het noorden leggen 8. Looprichting bepalen 9. Koers
NAVIGATIEREADER. 28 e Studenteneditie
NAVIGATIEREADER 28 e Studenteneditie Maandag 4 april tot en met zondag 10 april 2016 INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3. 4. 5. 6. Inleiding De Aarde Een indeling op de aarde Lengte en breedte Nautical mile De zeekaart
Examen Theoretische Kust Navigatie 20 april 2013 versie 29 april 2013
Examen Theoretische Kust Navigatie 20 april 2013 versie 29 april 2013 Beknopte verklaring van de antwoorden Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Vraag Versie BB Versie SB Punten
Koninklijk Nederlands Watersport Verbond Overkoepelende organisatie ten dienste van de watersport Examen Theoretische Kust Navigatie 2014-2, 29 november 2014 Beknopte verklaring van de antwoorden Bij vragen
Bijlage bij Studiewijzer Klein Vaarbewijs 1 en 2. Nieuwe leerstof Klein Vaarbewijs 2 per 1 januari 2013
Bijlage bij Studiewijzer Klein Vaarbewijs 1 en 2 Let op: dit is een bijlage bij de Studiewijzer Klein Vaarbewijs en geen vervanging van de Studiewijzer. In de Studiewijzer staan nog eens honderden vragen
Deel A Vraag Versie BB Versie SB Punten 1 D A 2 Zie Kaart 1, symbool IQ130.4
Examen Theoretische Kust Navigatie, 26 november 2016 Beknopte verklaring van de antwoorden versie 29 november 2016. Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke
Toetsmatrijs Navigatie 2
Opgesteld door: CCV Categoriecode: VN2 Toetsvorm: Schriftelijk Totaal aantal vragen: 50 meerkeuzevragen Dekkingsgraad toetstermen: 94% Cesuur: 80% ijzonderheden: De huidige cesuur is vastgesteld op 72%.
Errata/Aanvullingen 10 e druk Kustnavigatie, handboek voor instructie en praktijk. Auteurs: Toni Rietveld, Adelbert van Groeningen en Janneke Bos
Errata/Aanvullingen 10 e druk Kustnavigatie, handboek voor instructie en praktijk. Auteurs: Toni Rietveld, Adelbert van Groeningen en Janneke Bos pag. 12 We noemen zo n koers een loxodroom. RK, r-2 vb
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2)
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX) Ø Aan de
VAMEX - VOORBEELDEXAMEN KLEIN VAARBEWIJS 2
VAMEX - VOORBEELDEXAMEN KLEIN VAARBEWIJS 2 Geachte belangstellende, U ziet hier een voorbeeld van een officieel examen Klein Vaarbewijs 2. Welke onderwerpen komen in de examenvragen aan bod? Voor het antwoord
Reisvoorbereiding. Ivar ONRUST
Reisvoorbereiding Ivar ONRUST Op ruim water is een andere voorbereiding nodig dan voor het varen op plassen en rivieren. Men heeft hier dan ook een andere uitrusting nodig van schip en bemanning Sinds
GEBRUIKSAANWIJZING PLASTIMO KOMPASSEN
GEBRUIKSAANWIJZING PLASTIMO KOMPASSEN U bent nu de gelukkige eigenaar van een Plastimo kompas. Dit instrument is het resultaat van onze meer dan 40 jaar ervaring in het ontwikkelen en vervaardigen van
Vakoverstijgend project ONTDEKKINGSREIZEN. Eva Barendregt & Isabelle Blankendaal Lerarenopleiding Wiskunde Docent: Marieke Collins
Vakoverstijgend project ONTDEKKINGSREIZEN Eva Barendregt & Isabelle Blankendaal Lerarenopleiding Wiskunde Docent: Marieke Collins 1 VOORWOORD Dit is een project over ontdekkingsreizen. Het is een bestaan
U ziet hier een voorbeeld (proefexamen) van een examen Klein Vaarbewijs Aanvullend (VBA).
Geachte belangstellende, U ziet hier een voorbeeld (proefexamen) van een examen Klein Vaarbewijs Aanvullend (VBA). De in dit proefexamen opgenomen vragen komen uit de examenvragenbank, maar draaien niet
2 C A (g in sourcediagram) 3 B A 2 Zie de titel van de kaart. 4 D C 2 Een S-cardinaal (kaart 1 symbool Q 130.3)
Examen Theoretische Kust Navigatie, 8 april 2017 Beknopte verklaring van de antwoorden versie 24 april 2017. Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Vr. punt BB Verklaring SB. 1 2 A Krt 1 Q C. 2 2 D Krt 1 Q C. 3 2 C Krt 1 Q 5 A
Examen Theoretische Kust Navigatie, 12 april 2014 definitief 11 mei 2014 eknopte verklaring van de antwoorden ij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3 3.4.1 Basis Tijd meten 1 Juli heeft 31 dagen. Wanneer 25 juli op zaterdag valt, valt 31 juli dus op een vrijdag. Augustus heeft ook 31 dagen. 1 augustus valt dus op
Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX)
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX) Aan de hand
Toetsmatrijs Navigatie 2
In deze toetsmatrijs staat wat u moet kunnen en kennen. De toetsmatrijs vormt daarom de basis van de opleiding en het examen. Opgesteld door: C divisie CCV Categoriecode: Toetsvorm: Totaal aantal vragen:
Toetsmatrijs Navigatie 2
In deze toetsmatrijs staat wat u moet kunnen en kennen. De toetsmatrijs vormt daarom de basis van de opleiding en het examen. Opgesteld door: C divisie CCV Categoriecode: Toetsvorm: Totaal aantal vragen:
Basisvaardigheden algebra. Willem van Ravenstein. 2012 Den Haag
Basisvaardigheden algebra Willem van Ravenstein 2012 Den Haag 1. Variabelen Rekenenis het werken met getallen. Er zijn vier hoofdbewerkingen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Verder ken
Lessen over Cosmografie
Lessen over Cosmografie Les 1 : Geografische coördinaten Meridianen en parallellen Orthodromen of grootcirkels Geografische lengte en breedte Afstand gemeten langs meridiaan en parallel Orthodromische
Positie en koers in de kaart zetten.
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Menno Jacobs 09 February 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/72005 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond.
Rekenen aan de aarde Introductie Bij het vak aardrijkskunde wordt de aarde bestudeerd. De aarde is een bol. Om te bepalen waar je je op deze bol bevindt zijn denkbeeldige lijnen over de aarde getrokken,
Navigatiereader 11e editie 12 oktober tot en met 16 oktober 2016
11 e editie 12 oktober tot en met 16 oktober 2016 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart p. 6 Het bepalen van de lengte en
SUUNTO SK-8 DIVE COMPASSES GEBRUIKERSHANDLEIDING
SUUNTO SK-8 DIVE COMPASSES GEBRUIKERSHANDLEIDING SAMENSTELLING KOMPAS 2 1 4 3 1. Kompasroos met driehoek richting het magnetische noorden 2. Draaibare kompasring voor het instellen van de richting naar
Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2012 tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen.
jaar Wiskundetoernooi
1992 1993 2000 1994 1999 1995 1997 1998 1996 2001 2002 2003 2014 2015 2016 2012 2013 2004 2011 2010 2005 2009 2007 2006 2008 jaar Wiskundetoernooi Sum Of Us 2016 MET WISKUNDE NAAR DE NOORDPOOL Beste deelnemers
Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen HAVO 008 tijdvak woensdag 18 juni 13.30-16.30 wiskunde B1, Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. it examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen. Voor elk
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS Schooljaar 008/009 Inhoud Uitleg bij het boekje Weektaak voor e week: optellen en aftrekken Weektaak voor e week: vermenigvuldigen Weektaak voor e week: delen en de staartdeling
Kaart en kompas. Oriënteren met kaart en kompas. Amundsenvendel Ermelo. Kaart en kompas. E r m e l o
3 Oriënteren met kaart en kompas Amundsenvendel Ermelo 2001 H USKY PUBLICATIES E r m e l o Pagina 2 Pagina 11 Inhoudsopgave Het kompas 3 Oriënteren met het kompas Oriënteren van de kaart 4 eerste handgreep
Het kompas. Het bepalen van de richting
Het kompas Het kompas en de werking ervan is voor sommige mensen nog altijd een soort magie. Het feit dat het kleine naaldje altijd feilloos het noorden weet te vinden is voor veel mensen dan ook een soort
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) versie 1 juni 2016
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) versie 1 juni 2016 Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens
St. Scouting St. Franciscus Wijchen
(Land)kaarten Een kaart geeft ons een schat aan informatie over de omgeving waarin we op pad zijn. Maar om al die informatie te kunnen gebruiken moet je natuurlijk wel weten waar je het kunt vinden. Daarom
1.3 Rekenen met pijlen
14 Getallen 1.3 Rekenen met pijlen 1.3.1 Het optellen van pijlen Jeweetnuwatdegetallenlijnisendat0nochpositiefnochnegatiefis. Wezullen nu een soort rekenen met pijlen gaan invoeren. We spreken af dat bij
1 A 1 De Mercator-kaart heet ook wel een wassende kaart : de staande randdelen worden groter ( wassen ) met toenemende breedte.
Antwoorden Voorbeeldexamen Theoretische Kust Navigatie 2017 Beknopte verklaring van de antwoorden Deel A Vraag Punten 1 A 1 De Mercator-kaart heet ook wel een wassende kaart : de staande randdelen worden
Hoofdstuk 4: HOEKEN. 4.5 Overstaande hoeken, aanliggende hoeken en nevenhoeken
1-10 H4.Hoeken Hoofdstuk 4: HOEKEN 1. Wat moet ik leren? (handboek p. 144 170) 4.1 Hoeken Op de tekening van een hoek de benen, het hoekpunt en het binnengebied herkennen en benoemen. De definities van
Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 14 mei uur
Examen HAVO 204 tijdvak woensdag 4 mei.0-6.0 uur wiskunde B (pilot) Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2)
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX) Aan de hand
Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 maandag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2017 tijdvak 2 maandag 19 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.
DEEL 1 - VRAGEN 1-20
Scheepvaartcontrole City atrium Vooruitgangstraat 56 1210 Brussel DEEL 1 - VRAGEN 1-20 ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 4 mei 2013 Opmerking: Tenzij anders vermeld hebben de vragen betrekking op het APSB.
Werkblad havo 4 natuurkunde Basisvaardigheden
Werkblad havo 4 natuurkunde Basisvaardigheden Grootheden en eenheden Bij het vak natuurkunde spelen grootheden en eenheden een belangrijke rol. Wat dat zijn, grootheden en eenheden? Een grootheid is een
HIKE BOEKJE #RSW-NVF
HIKE BOEKJE #RSW-NVF #RSW-NVF RSW hikeboek 1 1. Versie beheer Versie nr Door wie Wat is er aangepast 1.0 Oplevering document 2.0 Bob Tump Jessica Makkinje Layout Route techniek toegevoegd Aanpassing in
rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs
Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna
rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs
Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna
Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)
Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit
Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A
Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A Omtrek en oppervlakte (1) Werkblad 1 Van een rechthoek die mooi in het rooster past zijn lengte en breedte hele getallen. Lengte en breedte zijn samen gelijk
Navigatie op het Wad
Navigatie op het Wad Inleiding Navigatie op het Wad houdt meer in dan met een kompas of GPS je positie en koers bepalen. Er zijn tal van zaken waar je mee te maken kunt krijgen en waar je op voorbereid
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken Inleiding: topologische oppervlakken en origami Een topologisch oppervlak is, ruwweg gesproken, een tweedimensionaal meetkundig object. We zullen in deze tekst
BENODIGDHEDEN o Werkbladen o Antwoordkaarten o Eventueel verdiepingsopdracht
Leerkrachtinformatie Groep 6 Zeehavens in Zeeland Lesduur:90 minuten (klassikaal en in tweetallen) DOEL De leerlingen weten op een kaart van Zeeland de zeehavens te vinden en te benoemen; kunnen de werking
Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Koninklijk Nederlands Watersport Overkoepelende organisatie ten dienste van Examen Theoretische Kust Navigatie 2015-2, 28 november 2015 Beknopte verklaring van de antwoorden versie: 8 december 2015 Bij
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen HAV 2018 tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit
EN DE PUZZELOPLOSSINGEN TEKST EN TEKENINGEN VAN HET DTT
EN DE PUZZELOPLOSSINGEN TEKST EN TEKENINGEN VAN HET DTT Nederlandse Uitgave Mei 2001 Oplossing puzzel 1: De snelste route naar het eten Lengte route I: 14.2cm Lengte route II: 16.4cm Lengte route III:
Leerdoelen. Wat is GPS? Na het uitwerken van deze werkbladen...
Wiskunde en Cultuur 2-4 (vervangingsopdracht) Volkan Bugur (0871018) & Alejandra Figuera (0835166) Docent: S. Garst Datum: 2 juni 2014 Leerdoelen Na het uitwerken van deze werkbladen... weet je waar de
Een overzicht van de meest gebruikte tochttechnieken
Tochttechnieken Een overzicht van de meest gebruikte tochttechnieken In dit boekje vindt je uitleg van tochttechnieken die we veel bij Scouting gebruiken. Dit boekje kan je helpen bij het leren van technieken
Willem van Ravenstein
Willem van Ravenstein 1. Variabelen Rekenen is het werken met getallen. Er zijn vier hoofdbewerkingen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Verder ken je de bewerkingen machtsverheffen en worteltrekken.
wiskunde CSE GL en TL
Examen VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten
ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 19 november 2011
ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 19 november 2011 Hieronder staan de vragen van het Stuurbrevet-examen van 19 november 2011. Het gedeelte Beperkt en het gedeelte Algemeen bestaan ieder uit 20 vragen (60
OP WEG NAAR WISKUNDE. Plusboek uit de serie Het Grote Rekenboek Uitgeverij ScalaLeukerLeren.nl
OP WEG NAAR WISKUNDE Plusboek uit de serie Het Grote Rekenboek Uitgeverij ScalaLeukerLeren.nl Voor kinderen die iets meer willen weten en begrijpen van wiskunde, bijvoorbeeld als voorbereiding op de middelbare
Kaart: Newhaven Calais. P. 2: Herhalingsoefeningen 1-10. P. 31: Koppelkoersen. P. 36: Layline. P. 41: Opkruisen. P. 50: Peiling met verzeiling
Kaart: Newhaven Calais P. 2: Herhalingsoefeningen 1-10 P. 10: Getij P. 31: Koppelkoersen P. 36: Layline P. 41: Opkruisen P. 50: Peiling met verzeiling Vlaamse Zeezeilschool 1 OEF. COÖRDINATEN, PLOTTER
De bepaling van de positie van een. onderwatervoertuig (inleiding)
De bepaling van de positie van een onderwatervoertuig (inleiding) juli 2006 Bepaling positie van een onderwatervoertuig. Inleiding: Het volgen van onderwatervoertuigen (submersibles, ROV s etc) was in
Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink (1310429)
Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink (1310429) - een lijst met operationele en concrete doelen van de lessenserie, indien mogelijk gerelateerd
Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5
Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 1 2 3 4 5 1x1= 1 1x2= 2 1x3= 3 1x4= 4 1x5= 5 2x1= 2 2x2= 4 2x3= 6 2x4= 8 2x5=10 3x1= 3 3x2= 6 3x3= 9 3x4=12 3x5=15 4x1= 4 4x2= 8 4x3=12 4x4=16 4x5=20 5x1= 5 5x2=10 5x3=15
Hier vielen de eendjes van het schip. Bereken hoeveel procent van de eendjes in zuidelijke richting dreef. Schrijf je berekening op.
Eendjes In 1992 vielen 29 000 plastic badeendjes van een schip af. In onderstaande kaart zie je waar dat gebeurde. De eendjes dreven door de wind en de zeestromingen in allerlei richtingen. Nog steeds
Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en.
Scoreblad bewis naam cursist: datum: naam afnemer: inhoud vraag opmerkingen OK werkpunt niet goed tellen eieren tellen in dozen van 10 getallen verder aanvullen in kralenketting getalbegrip getallen ertussen
Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.
Het metriek stelsel. Metriek komt van meten. Bij het metriek stelsel gaat het om maten, zoals lengte, breedte, hoogte, maar ook om gewicht of inhoud. Er zijn verschillende maten die je moet kennen en die
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen VMBO-GL en TL 2012 tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift
Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013
Breuken met letters WISNET-HBO update juli 2013 De bedoeling van deze les is het repeteren met pen en papier van het werken met breuken. Steeds wordt bij gebruik van letters verondersteld dat de noemers
Natuurkundeles 8 januari 2007, 6 e uur (13.30-14.20 uur), klas 2a2 (2 vwo) 1 e les. 2a2, 26 leerlingen, 15 meisjes en 11 jongens.
Natuurkundeles 8 januari 2007, 6 e uur (13.30-14.20 uur), klas 2a2 (2 vwo) 1 e les ent: Klas: Onderwerp: Materialen: Lokaal: Bord: Man 2a2, 26 leerlingen, 15 meisjes en 11 jongens. Significante cijfers.
1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12
Katern 2 Getaltheorie Inhoudsopgave 1 Delers 1 2 Deelbaarheid door 2, 3, 5, 9 en 11 6 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12 1 Delers In Katern 1 heb je geleerd wat een deler van een getal
Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 1 dinsdag 19 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-GL en TL 205 tijdvak dinsdag 9 mei 3.30-5.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1 Samenvatting door een scholier 1494 woorden 8 april 2014 7,8 97 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Systematische natuurkunde Grootheden en eenheden Kwalitatieve
Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur
Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten
De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.
2. Verbanden Verbanden Als er tussen twee variabelen x en y een verband bestaat kunnen we dat op meerdere manieren vastleggen: door een vergelijking, door een grafiek of door een tabel. Stel dat het verband
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen
Meetkunde 015. Opgave 1 Teken een route. Opgave 2 Teken een route. Hoeveel kilometer is je route? km. Naam: Meetkunde 015 September / 11
Meetkunde 015 Liniaal Eiland : Doel : Kaartlezen Tekenen van een route op een kaart met schaal Potlood Opgave 1 Teken een route. Hoeveel kilometer is je route? km Opgave 2 Teken een route. Hoeveel kilometer
De vectorroute bestaat er in twee varianten: Met een vaste noordpijl en met een draaiende noordpijl.
De vectorroute In de vectorroute wordt de richting van de noordpijl gegeven, die wordt getekend met een dubbele poot. Deze noordpijl hoeft niet per definitie naar de bovenkant van de bladzijde te wijzen.
LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken
LOPUC Een manier om problemen aan te pakken LOPUC Lees de opgave goed, zodat je precies weet wat er gevraagd wordt. Zoek naar grootheden en eenheden. Schrijf de gegevens die je nodig denkt te hebben overzichtelijk
Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 maandag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-GL en TL 2019 tijdvak 2 maandag 17 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 70 punten
Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2008-II
Koffiekan Bij het zetten van koffie wordt soms een koffiezetapparaat gebruikt. eze opgave gaat over een koffiezetapparaat waarbij de koffiekan, zonder het handvat en de bovenrand, de vorm heeft van een
Examen Beperkt stuurbrevet
Hieronder staan de vragen van het Stuurbrevet-examen van 19 Maart 2011. Het gedeelte Beperkt (20 vragen) staat op 60 punten, dit wil zeggen 3 punten per vraag. Het gedeelte Algemeen (10 vragen) geeft u
-21- GETIJDEN (2) De veelvormigheid van het getij: de Noordzee
-21- GETIJDEN (2) De veelvormigheid van het getij: de Noordzee In deze aflevering zullen we eens gaan kijken hoe het getij zich voordoet op verschillende plaatsen. Om te beginnen beperken we ons tot de
Handleiding Roterende Rekenliniaal Functie Gebruiksaanwijzing
Handleiding Roterende Rekenliniaal Functie Gebruiksaanwijzing Daniël Pichotstraat 17-33, 3115 JB Schiedam Postbus 330, 3100 AH Schiedam Gefeliciteerd U bent nu de trotse eigenaar van een horloge met roterende
Hoofdstuk 1 : REKENEN
1 / 6 H1 Rekenen Hoofdstuk 1 : REKENEN 1. Wat moet ik leren? (handboek p.3-34) 1.1 Het decimaal stelsel In verband met het decimaal stelsel: a) het grondtal van ons decimaal stelsel geven. b) benamingen
5.327 703 x 15.981 3.728.900 + 3.744.881. 2.160 3.007 x 15.120 6.480.000 + 6.495.120. 2.160 3.007 x 15.120 00.000 0 00.000 6.480.000 + 6.495.
Bij vermenigvuldigen van twee grote getallen onder elkaar staan de rijen onder de streep elk voor een tussenstap. De eerste rij staat voor het vermenigvuldigen met het cijfer dat de eenheden van het onderste
Stafkaart DOCK. Dropping Oudleiding Chiro Kaart hoogtelijn. kilometervak. akkerland. weiland. naaldbos. loofbos
DOCK hoogtelijn Stafkaart kilometervak akkerland weiland naaldbos loofbos s onverharde weg (bospad/zandweg/ ) verharde weg (asfalt/beton/ ) s Legende Stafkaart Kompas en kompas- schieten: Een typische
Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool
Het weetjesschrift Dit is het weetjesschrift. In dit schrift vind je heel veel weetjes over taal, rekenen en andere onderwerpen. Sommige weetjes zal je misschien al wel kennen en anderen leer je nog! Uiteindelijk
Niet-euclidische meetkunde. Les 3 Meetkunde op de bol
Niet-euclidische meetkunde Les 3 Meetkunde op de bol (Deze les sluit aan bij de paragrafen 2.1 en 2.2 van de tekst Niet-Euclidische meetkunde van de Wageningse Methode) Kun je het vijfde postulaat afleiden
