Voorschrift - RWSV Versie: 5
|
|
|
- Anneleen Michiels
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pagina 1 van 15 Gremium: MT IGA datum vrijgave : B200 litoraal en sublitoraal in mariene wateren. Methode: Reineck boxcorer, Van Veen happer, Vacuüm steekbuis, Steekbuis Versiebeheer versie datum nummer vrijgave versie nummer datum vrijgave versie nummer datum vrijgave versie nummer datum vrijgave verantwoordelijk voor het verifiëren van de status van deze papieren documenten door middel van vergelijking
2 Pagina 2 van 15 Wijzigingen in deze versie ten opzichte van de vorige versie: Algemeen tekstuele up date Kwaliteitseisen toegevoegd verantwoordelijk voor het verifiëren van de status van deze papieren documenten door middel van vergelijking
3 Pagina 3 van 15 Inhoudsopgave 1. Doel en toepassingsgebied Termen en definities chemicaliën, hulpmiddelen en personeel Chemicaliën Hulpmiddelen Personeel Werkwijze Monstername macrozoöbenthos en sediment sublitoraal met Reineck boxcorer Apparatuur en hulpmiddelen Monstername Monsterbehandeling Monstername macrozoöbenthos in het sublitoraal met de Van Veen happer Apparatuur en hulpmiddelen Monstername Monsterbehandeling Monstername macrozoöbenthos en sediment sublitoraal met de Vacuüm Steekbuis Apparatuur en hulpmiddelen Bemonstering Monsterbehandeling Monstername macrozoöbenthos en sediment litoraal met de steekbuis Apparatuur en hulpmiddelen Bemonstering Monsterbehandeling Vastleggen bemonsteringsgegevens Transport en opslag Veiligheid en milieu Veiligheid Milieu Referenties verantwoordelijk voor het verifiëren van de status van deze papieren documenten door middel van vergelijking
4 Pagina 4 van DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Dit RWSV beschrijft de bemonsteringsmethode van macrozoöbenthos en sediment in het litoraal en sublitoraal van de mariene wateren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Reineck boxcorer, Van Veen happer, Vacuüm steekbuis en Steekbuis. Voor het bemonsteren van de bodem ten behoeve van de sedimentsamenstelling, wordt een kleine steekbuis gebruikt. 2. TERMEN EN DEFINITIES Litoraal Sublitoraal Macrozoöbenthos Kwantitatief Semi kwantitatief Monsterlocatie Monsterpunt Redoxlaag Het gebied dat bij elke vloed wordt overspoeld Zone beneden de laagwaterlijn die in principe altijd onder water staat De in, op en boven het sediment levende ongewervelde bodemdieren Is de monstername met een veldapparaat waarvan het bemonsterde oppervlak nauwkeurig kan worden vastgesteld. Voorbeelden zijn de boxcorer en de steekbuis. Hierdoor is het mogelijk om de gevonden aantallen organismen nauwkeurig terug te rekenen naar aantallen per bemonsterd oppervlakte Monstername met een veldapparaat waarvan het bemonsterde oppervlak in de praktijk niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Geografische plaatsaanduiding van een punt of gebied waar een monster genomen wordt Plek van de daadwerkelijke monstername De bovenste laag van marine sedimenten die aan de onderkant wordt begrensd door een zwarte (FeS) laag. 3. CHEMICALIËN, HULPMIDDELEN EN PERSONEEL Hieronder wordt weergegeven de chemicaliën en hulpmiddelen die nodig zijn voor de bemonstering. Afhankelijk van de opdracht wordt door de opdrachtnemer een definitieve lijst opgesteld. 3.1 Chemicaliën Geneutraliseerde 36 41% formaldehyde (min. 2 g/l Borax, PH 7 9) Magnesium chloride oplossing (8%, MgCl 2 ) Mentholoplossing (100 gr/ 1 L kokend water) opgeslagen in gasdichte pot Recente veiligheidskaarten (<1 jaar oud) 3.2 Hulpmiddelen Goed leesbare kopie van deze RWSV (Digitale) veldformulieren Labels Watervast papier Spuitfles Trechter Maatcilinder Diepvries ( 20 C) Koelvoorziening (2 7 C) Monsterpotten/ emmers Plat zeef schepje (maaswijdte 0.5 mm) Duimstok/ rolmaat
5 Pagina 5 van Personeel Het personeel dat de monsterneming uitvoert dient aantoonbaar te beschikken over voldoende kennis over de te bedienen bemonsteringsapparatuur en de verwerking van de monsters. 4. WERKWIJZE 4.1 Monstername macrozoöbenthos en sediment sublitoraal met Reineck boxcorer De boxcorer bestaat uit een ronde ketel welke in een frame geplaatst wordt. In het frame zit een snijplaat waarop een afsluitplaat ligt die automatisch onder de bak geschoven wordt nadat de bak in de bodem is gezakt. Zo kan een ongestoord bodemmonster worden genomen. De boxcorer kan door zijn gewicht en volume alleen gebruikt worden vanaf een schip met hydraulische kraan en voldoende dekruimte en moet bediend worden door daartoe opgeleid personeel. De boxcorer dient voldoende indrukgewicht te hebben! Minimaal dient de bemonsterde steekdiepte 15 cm te zijn. De oppervlakte van de boxcorer wordt voor bemonstering bepaald (standaard 0,078 m 2 ) en genoteerd op het (digitale) veldformulier. Aanvullend wordt zo nodig een sedimentmonster uit de boxcorer genomen ten behoeve van sedimentkarakterisering. Aantal sedimentmonsters per monsterpunt is afhankelijk van de opdracht. Noteer alle gegevens op het (digitale) veldformulier. De monstername met een boxcorer is kwantitatief. Het monster dat wordt aangeboden moet een zo goed mogelijk beeld geven van de situatie zoals deze is ten tijde van de monstername en dient genomen te worden in een ongestoord deel van de bodem. Sluit risico factoren, welke verstoring van het monster tot gevolg kunnen hebben, zoveel mogelijk uit. Bijvoorbeeld op ondiepe locaties moet erop worden gelet dat het schroefwater van het schip de te bemonsteren bodem niet verstoort. Minimaal dienen er 3 pogingen per monsterpunt te worden uitgevoerd. Als bij een derde poging blijkt dat het niet mogelijk is het voorgeschreven monster te nemen, dan binnen een voorgeschreven straal een nieuwe monsterpunt zoeken (zie opdrachtomschrijving). Het is niet toegestaan om deelmonsters te nemen in het veld of in het laboratorium. Het gehele monster dient verwerkt te worden Apparatuur en hulpmiddelen Hieronder worden de apparaten weergegeven die nodig zijn voor de bemonsteringen. Apparatuur Reineck boxcorer (0.078 m 2 ) Sediment steekbuis (lengte 12 cm) Gekalibreerde zeef met ronde gaten (1.0 mm) Zeef ( 0.50 mm) Zeeftafel Hulpmiddelen Sedimentpotten
6 Pagina 6 van Monstername Noteer de werkelijke GPS locatie van elk monster op het (digitale) veldformulier; Maak de boxcorer klaar voor gebruik door de ketel eronder te plaatsen en vast te schroeven; Laat de boxcorer naar de bodem zakken; Vertraag de snelheid van het zakken van de boxcore net boven de bodem en zet de boxcorer rustig op de bodem i.v.m. het mogelijk beschadigen van de boxcorer; Haal de boxcorer met een gelijkmatige beweging naar boven en controleer of hij goed gesloten is; Controleer of er geen materiaal over de ketel heengegaan is. Indien afwijkend moet het monster opnieuw worden genomen; Vergrendel de afsluitplaat onder de ketel; Indien water uit de ketel loopt moet het monster altijd opnieuw worden genomen; Spoel de buitenkant van de ketel schoon. Dit hoort niet bij het monster! Koppel de ketel los van de boxcorer en plaats de ketel direct op de gekalibreerde 1 mm zeef met ronde gaten zodat het klotsende water wordt opgevangen; Let op: ook dit water kan organismen bevatten en hoort bij het monster; Hevel met een hevelslang het bovenstaande water af op de zeef; Controleer of het monster bestaat uit minimaal 15 cm ongestoord bodemmonster. Neem indien dit niet het geval is een nieuw monster; Noteer de steekdiepte en de redoxlaag op het (digitale) veldformulier; Sedimentbemonstering Neem nu eerst het sedimentmonster; Druk de steekbuis 8 cm in de bodem; Breng de gehele inhoud van de steekbuis over in de sedimentpot; Vul de pot tot ca.50 %; Doe alleen op de pot het voorgedrukte etiket;
7 Pagina 7 van Monsterbehandeling Haal de afsluitplaat los van de ketel; Deponeer de gehele inhoud van de ketel op de zeef. Het is niet toegestaan om alleen de bovenste X cm van het sedment te verwijderen vanwege het significant verlies van o.a. amphipoden en zeerupsen; Spoel de plaat en de binnenkant van de ketel rustig schoon in de zeef; Plaats de zeef op de zeeftafel; Spoel het monster, behoedzaam met water zonder de aanwezige organismen te beschadigen; Beperk de spoeltijd, zodat zo min mogelijk organismen door de zeef kruipen; Haal grof materiaal (stenen, grote organismen, etc.) uit de zeef en doe die apart in een pot, zodat deze niet de gevoelige soorten beschadigen; Bij klei, kneed voorzichtig de stukken uiteen indien nodig. Wanneer een zandige toplaag aanwezig is, zeef de toplaag eerst en doe deze in de pot. Bij grote hoeveelheden klei verwerk het monster in delen, zodat organismen niet door de zeef heen kruipen; Haal de direct zichtbare Hydrozoa (hydropoliepen), Anthozoa (anemonen) en Nudibranchia (zeenaaktslakken), afgekort HAN, uit het residu en doe deze in een pot/emmer met zeewater en verdoofmiddel (8% MgCl 2 of Menthol op basis van expert judgement). De HAN zullen eerst ontspannen waardoor bijvoorbeeld tentakels weer naar buiten komen. Vervolgens zal de Menthol/ MgCl 2 het organisme verdoven; Plaats de organismen maximaal voor 2 uur op de huidige zeewatertemperatuur en anders in de koelkast (+4 C); Giet het zeewater met verdoofmiddel na 2 8 uur af over een zeef ( 0.50 mm) en breng de organismen voorzichtig over in een aparte pot en vul aan met formaldehyde (4 6%). Doe het overbrengen niet te vroeg, want dan zijn de organismen nog niet verdoofd; Het op de zeef achterblijvende residu (organismen, schelpresten etc.) wordt m.b.v. water overgeheveld op een zeefschepje. Breng het residu op het schepje zo droog mogelijk over in de pot. Noteer alle gegevens en verstorende factoren die van invloed kunnen zijn op het beoordelen van de resultaten op het (digitale) veldformulier (zie hoofdstuk 5); Voorzie alle potten van een etiket met daarop: project, gebied, locatie, datum monstername en indien van toepassing aanvullend RWS monsternummer en het aantal gevulde potten (bv. 1 van 3, 2 van 3 enz.). Zet op de pot met Hydrozoa, Anthozoa en Nudibranchia (HAN), zodat op het laboratorium duidelijk is wat er in de pot zit; Doe in alle potten een label met project, locatie en RWS monsternummer; Noteer op het (digitale) veldformulier het aantal potten en geef aan of HAN apart gehouden is. Conservering De benthosmonsters worden meteen geconserveerd met geneutraliseerde formaldehyde in zeewater oplossing; Vul de benthos pot maximaal voor 75 % met sediment; Pas binnen 24 uur, afhankelijk van het sediment, de concentratie formaldehyde ervaringsgewijs aan tot een eindconcentratie van 4 6 %.; Sedimentmonsters dienen binnen 24 uur bevroren (-20 C) bewaard te worden
8 Pagina 8 van Monstername macrozoöbenthos in het sublitoraal met de Van Veen happer De Van Veen happer (0.1 m 2 ) bestaat uit twee scharnierende bakken. De happer is voorzien van loodgewichten om voldoende materiaal te kunnen bemonsteren en kan met behulp van een grendel worden open gezet. Als de happer de bodem raakt wordt deze ontgrendeld en sluit de bak zich. Noteer alle gevraagde gegevens op het (digitale) veldformulier. De monstername met de Van Veen happer is semi kwantitatief. Het monster dat wordt aangeboden moet een zo goed mogelijk beeld geven van de situatie zoals deze is ten tijde van de monstername en dient genomen te worden in een ongestoord deel van de bodem. Sluit risico factoren, welke verstoring van het monster tot gevolg kunnen hebben, zoveel mogelijk uit. Bijvoorbeeld op ondiepe locaties moet erop worden gelet dat het schroefwater van het schip de te bemonsteren bodem niet verstoort. Minimaal dienen er 3 pogingen per monsterpunt te worden uitgevoerd. Als bij een derde poging blijkt dat het niet mogelijk is het voorgeschreven monster te nemen, dan binnen een voorgeschreven straal een nieuwe monsterpunt zoeken (zie opdrachtomschrijving). Het is niet toegestaan om deelmonsters te nemen in het veld of in het laboratorium. Het gehele monster dient verwerkt te worden Apparatuur en hulpmiddelen Hieronder worden de apparaten weergegeven die nodig zijn voor de bemonsteringen. Van Veen happer (0.10 m 2 ) Gekalibreerde zeef met ronde gaten (1.0 mm) Zeef ( 0.50 mm) Zeeftafel Monstername Noteer de werkelijke GPS locatie van elk monster op het (digitale) veldformulier; Open de Van Veen happer en zet hem vast in geopende toestand; Laat de happer gelijkmatig tot op de bodem vieren, waarna de zekering losschiet; Haal de Van Veen happer met een gelijkmatige bewegingen naar boven; Controleer of de Van Veen happer gesloten is en niet lekt. Zo niet, neem het monster opnieuw; Spoel de buitenkant van de happer schoon. Dit hoort niet bij het monster! Plaats de happer direct op de gekalibreerde 1 mm zeef met ronde gaten zodat het klotsende water wordt opgevangen; Let op: ook dit water kan organismen bevatten en hoort bij het monster; Controleer of het monster ongestoord is. Neem indien afwijkend een nieuw monster;
9 Pagina 9 van Monsterbehandeling Spoel de binnenkant van de happer rustig schoon in de zeef; Plaats de zeef op de zeeftafel; Spoel het gehele monster, liefst van onderaf, behoedzaam met water zonder de aanwezige organismen te beschadigen; Beperk de spoeltijd, zodat zo min mogelijk organismen door de zeef kruipen; Haal grof materiaal (stenen, grote schelpdieren en etc.) uit de zeef en doe die apart in een pot, zodat deze niet de gevoelige soorten beschadigen; Bij klei, kneed voorzichtig de stukken uiteen indien nodig. Wanneer een zandige toplaag aanwezig is, zeef de toplaag eerst en doe deze in de pot. Bij grote hoeveelheden klei verwerk het monster in delen, zodat organismen niet door de zeef heen kruipen; Haal de direct zichtbare Hydrozoa (hydropoliepen), Anthozoa (anemonen) en Nudibranchia (zeenaaktslakken), afgekort HAN, uit het residu en doe deze in een pot/emmer met zeewater en verdoofmiddel (8% MgCl 2 of Menthol op basis van expert judgement). De HAN zullen eerst ontspannen waardoor bijvoorbeeld tentakels weer naar buiten komen. Vervolgens zal de Menthol/ MgCl 2 het organisme verdoven; Plaats de organismen maximaal voor 2 uur op de huidige zeewatertemperatuur en anders in de koelkast (+4 C); Giet het zeewater met verdoofmiddel na 2 8 uur af over een zeef ( 0.50 mm) en breng de organismen voorzichtig over in een aparte pot en vul aan met formaldehyde (4 6%). Doe het overbrengen niet te vroeg, want dan zijn de organismen nog niet verdoofd; Het op de zeef achterblijvende residu (organismen, schelpresten etc.) wordt m.b.v. water overgeheveld op een zeefschepje. Breng het residu op het schepje zo droog mogelijk over in de pot. Noteer alle gegevens en verstorende factoren die van invloed kunnen zijn op het beoordelen van de resultaten op het (digitale) veldformulier (zie hoofdstuk 5); Voorzie alle potten van een etiket met daarop: project, gebied, locatie, datum monstername en, indien van toepassing aanvullend RWS monsternummer en het aantal gevulde potten (bv. 1 van 3, 2 van 3 enz.). Zet op de pot met Hydrozoa, Anthozoa en Nudibranchia (HAN), zodat op het laboratorium duidelijk is wat er in de pot zit; Doe in alle potten een label met project, locatie en, indien van toepassing RWS-, monsternummer; Noteer op het (digitale) veldformulier het aantal potten en geef aan of HAN apart gehouden is; Conservering De benthosmonsters worden meteen geconserveerd met geneutraliseerde formaldehyde in zeewater oplossing; Vul de benthos pot maximaal voor 75 % met sediment; Pas binnen 24 uur, afhankelijk van het sediment, de concentratie formaldehyde ervaringsgewijs aan tot een eindconcentratie van 4 6 %.;
10 Pagina 10 van Monstername macrozoöbenthos en sediment sublitoraal met de Vacuüm Steekbuis De Vacuüm Steekbuis bestaat uit een buis met lange stang en handvat met daaraan bevestigd een slang voor het vacuüm zuigen. De Steekbuis wordt op de bodem gezet en tot de voorgeschreven diepte bemonsterd. Met behulp van een gemonteerde slang kan het monster vacuüm worden gezogen. Deze methode kan bij ondiep sublitoraal water tot maximaal 2,5 meter worden gebruikt. De Vacuüm Steekbuis heeft een doorsnede van Ø 10 cm en een oppervlakte van 0,0079 m 2. Het aantal steken per locatie en of monsterpunt kan per deelgebied verschillen. De bemonsterde steekdiepte is 35 cm. Wanneer een steekdiepte van 35 cm niet gehaald kan worden is het toegestaan om steken met een steekdiepte van 15 cm of meer verder te verwerken. Aanvullend wordt zo nodig een sedimentmonster apart gestoken ten behoeve van sedimentkarakterisering. Noteer alle gegevens op het (digitale) veldformulier. De bemonstering met een Vacuüm Steekbuis is kwantitatief. Het monster dat wordt aangeboden moet een zo goed mogelijk beeld geven van de situatie zoals deze is ten tijde van de monstername en dient genomen te worden in een ongestoord deel van de bodem. Sluit risico factoren, welke verstoring van het monster tot gevolg kunnen hebben, zoveel mogelijk uit. Bijvoorbeeld op ondiepe locaties moet erop worden gelet dat het schroefwater van het schip de te bemonsteren bodem niet verstoort. Minimaal dienen er 3 pogingen per monsterpunt te worden uitgevoerd. Als bij een derde poging blijkt dat het niet mogelijk is het voorgeschreven monster te nemen, dan binnen een voorgeschreven straal een nieuwe monsterpunt zoeken (zie opdrachtomschrijving). Het is niet toegestaan om deelmonsters te nemen in het veld of in het laboratorium. Het gehele monster dient verwerkt te worden Apparatuur en hulpmiddelen Hieronder worden de apparaten weergegeven die nodig zijn voor de bemonsteringen. Apparatuur Vacuümsteekbuis (Ø 10.0 cm) GPS met nauwkeurigheid van min. 10 m Gekalibreerde zeef met ronde gaten (1.0 mm) Zeef ( 0.50 mm) Hulpmiddelen Sedimentpotten Bemonstering Noteer de werkelijke GPS locatie van elk monster op het (digitale) veldformulier; Zet de Vacuüm Steekbuis op de bodem; Druk de steekbuis vervolgens stevig in het sediment tot de voorgeschreven diepte. Wanneer een steekdiepte van 35 cm niet gehaald kan worden is het toegestaan om steken met een steekdiepte van 15 cm of meer verder te verwerken; Noteer altijd de werkelijke steekdiepte op het (digitale) veldformulier; Trek het monster vacuüm en haal de Vacuüm Steekbuis omhoog; Spoel de buitenkant van de steekbuis schoon. Dit hoort niet bij het monster! Breng het monster over op een gekalibreerde 1 mm zeef met ronde gaten; Noteer alleen indien mogelijk de redoxlaag op het (digitale) veldformulier; Spoel de binnenkant van de buis schoon in de zeef;
11 Pagina 11 van 15 In geval meerdere steken moeten worden genomen herhaal bovenstaande procedure en voeg deze samen tot 1 monster Monsterbehandeling Spoel het gehele monster behoedzaam met water zonder de aanwezige organismen te beschadigen; Beperk de spoeltijd, zodat zo min mogelijk organismen door de zeef kruipen; Haal grof materiaal (stenen, etc.) uit de zeef en doe die apart in een pot, zodat deze niet de gevoelige soorten beschadigen; Bij klei, kneed voorzichtig de stukken uiteen indien nodig. Wanneer een zandige toplaag aanwezig is, zeef de toplaag eerst en doe deze in de pot. Bij grote hoeveelheden klei verwerk het monster in delen, zodat organismen niet door de zeef heen kruipen; Haal indien mogelijk de direct zichtbare Hydrozoa (hydropoliepen), Anthozoa (anemonen) en Nudibranchia (zeenaaktslakken), afgekort HAN, uit het residu en doe deze in een pot/ emmer met zeewater en verdoofmiddel (8% MgCl 2 of Menthol op basis van expert judgement). De HAN zullen eerst ontspannen waardoor bijvoorbeeld tentakels weer naar buiten komen. Vervolgens zal de Menthol/ MgCl 2 het organisme verdoven; Plaats de organismen maximaal voor 2 uur op de huidige zeewatertemperatuur en anders in de koelkast (+4 C); Giet het zeewater met verdoofmiddel na 2 8 uur af over een zeef ( 0.50 mm) en breng de organismen voorzichtig over in een aparte pot en vul aan met formaldehyde (4 6%). Doe het overbrengen niet te vroeg, want dan zijn de organismen nog niet verdoofd; Het op de zeef achterblijvende residu (organismen, schelpresten etc.) wordt m.b.v. water overgeheveld op een zeefschepje. Breng het residu op het schepje zo droog mogelijk over in de pot; Noteer alle gegevens en verstorende factoren die van invloed kunnen zijn op het beoordelen van de resultaten op het (digitale) veldformulier (zie hoofdstuk 5); Voorzie alle potten van een etiket met daarop: project, gebied, locatie, datum monstername en indien van toepassing aanvullend RWS monsternummer en het aantal gevulde potten (bv. 1 van 3, 2 van 3 enz.). Zet op de pot met Hydrozoa, Anthozoa en Nudibranchia (HAN), zodat op het laboratorium duidelijk is wat er in de pot zit; Doe in alle potten een label met project, locatie en, indien van toepassing RWS-, monsternummer; Noteer op het (digitale) veldformulier het aantal potten en geef aan of HAN apart gehouden is; Sedimentbemonstering Steek een 8 cm diep sedimentmonster met de steekbuis binnen een straal van 1 meter waar het macrozoöbenthosmonster genomen is; Trek het monster vacuüm en breng de steekbuis omhoog; Breng de bovenste 8 cm van de steekbuis over in de sedimentpot; Vul de pot tot ca.50 % ; Doe alleen op de pot het voorgedrukte etiket; Conservering De benthosmonsters worden meteen geconserveerd met geneutraliseerde formaldehyde in zeewater oplossing; Vul de benthos pot maximaal voor 75 % met sediment; Pas binnen 24 uur, afhankelijk van het sediment, de concentratie formaldehyde ervaringsgewijs aan tot een eindconcentratie van 4 6 %.;
12 Pagina 12 van 15 Sedimentmonsters dienen binnen 24 uur bevroren (-20 C) bewaard te worden. 4.4 Monstername macrozoöbenthos en sediment litoraal met de steekbuis De steekbuis bestaat uit een buis met handvat en een vacuümnippel. De diameter van de steekbuis dient vooraf opgemeten te worden en tussen de 10 en 11 cm te zitten. Noteer de diameter op het (digitale) veldformulier. De steekbuis wordt tot de voorgeschreven diepte in de bodem gestoken. Met een spitvork kan de steekbuis uit de bodem worden gehaald. Het aantal steken per locatie en/of monsterpunt kan per deelgebied verschillen. De bemonsterde steekdiepte is 35 cm. Bij het gebruik van een steekbuis met vacuümnippel kan de bemonstering starten voordat de plaat is droog gevallen. Noteer alle gegevens op het (digitale) veldformulier. Bemonstering met de steekbuis is kwantitatief. Het monster dat wordt aangeboden moet een zo goed mogelijk beeld geven van de situatie zoals deze is ten tijde van de monstername en dient genomen te worden in een ongestoord deel van de bodem. Sluit risico factoren, welke verstoring van het monster tot gevolg kunnen hebben, zoveel mogelijk uit. Minimaal dienen er 3 pogingen per monsterpunt te worden uitgevoerd. Als bij een derde poging blijkt dat het niet mogelijk is het voorgeschreven monster te nemen, dan binnen een voorgeschreven straal een nieuwe monsterpunt zoeken (zie opdrachtomschrijving). Het is niet toegestaan om deelmonsters te nemen in het veld of in het laboratorium. Het gehele monster dient verwerkt te worden Apparatuur en hulpmiddelen Hieronder worden de apparaten weergegeven die nodig zijn voor de bemonsteringen. Apparatuur Steekbuis (Ø cm) Sediment steekbuis (lengte 12 cm) GPS met nauwkeurigheid van min. 10 m Gekalibreerde zeef met ronde gaten (1.0 mm) Zeef ( 0.50 mm) Hulpmiddelen Sedimentpotten Bemonstering Noteer de werkelijke GPS locatie van elk monster op het (digitale) veldformulier; Meet voor de bemonstering de diameter van de steekbuis op; Duw de steekbuis 35 cm in de bodem; Noteer altijd de werkelijke steekdiepte op het (digitale) veldformulier; Sluit de buis af ; Haal de steekbuis met een ronddraaiende beweging en indien nodig met behulp van een spitvork omhoog; Controleer of het monster intact is gebleven. Zo niet, neem dan een nieuw monster; Maak de buitenkant van de steekbuis schoon. Dit hoort niet bij het monster; Breng het monster over op een gekalibreerde 1 mm zeef met ronde gaten; Noteer alleen indien mogelijk de redoxlaag op het (digitale) veldformulier; Maak de binnenkant van de buis schoon en breng dit over in de zeef; Indien niet het gehele monster in de zeef belandt, neem een nieuw monster;
13 Pagina 13 van 15 In geval meerdere steken moeten worden genomen herhaal bovenstaande procedure en voeg deze samen tot 1 monster; Monsterbehandeling Spoel het gehele monster behoedzaam met water zonder de aanwezige organismen te beschadigen; Is er geen water genoeg om in te spoelen, graaf dan een spoelkuil; Houd de zeefduur zo kort mogelijk om te voorkomen dat kleine wormen door de zeef kruipen; Haal grof materiaal (stenen, etc.) uit de zeef en doe die apart in een pot, zodat deze niet de gevoelige soorten beschadigen; Bij klei, kneed voorzichtig de stukken uiteen indien nodig. Wanneer een zandige toplaag aanwezig is, zeef de toplaag eerst en doe deze in de pot. Bij grote hoeveelheden klei verwerk het monster in delen, zodat organismen niet door de zeef heen kruipen; Haal indien mogelijk de direct zichtbare Hydrozoa (hydropoliepen), Anthozoa (anemonen) en Nudibranchia (zeenaaktslakken), afgekort HAN, uit het residu en doe deze in een pot/emmer met zeewater en verdoofmiddel (8% MgCl 2 of Menthol op basis van expert judgement). De HAN zullen eerst ontspannen waardoor bijvoorbeeld tentakels weer naar buiten komen. Vervolgens zal de Menthol/ MgCl 2 het organisme verdoven; Plaats de organismen maximaal voor 2 uur op de huidige zeewatertemperatuur en anders in de koelkast (+4 C); Giet het zeewater met verdoofmiddel na 2 8 uur af over een zeef ( 0.50 mm) en breng de organismen voorzichtig over in een aparte pot en vul aan met formaldehyde (4 6%). Doe het overbrengen niet te vroeg, want dan zijn de organismen nog niet verdoofd; Het op de zeef achterblijvende residu (organismen, schelpresten etc.) wordt m.b.v. water overgeheveld op een zeefschepje. Breng het residu op het schepje zo droog mogelijk over in de pot. Voeg formaldehyde toe tot een eindconcentratie van 4 6 %; Noteer alle gegevens en verstorende factoren die van invloed kunnen zijn op het beoordelen van de resultaten op het (digitale) veldformulier (zie hoofdstuk 5); Voorzie alle potten van een etiket met daarop: project, gebied, locatie, datum monstername en indien van toepassing aanvullend RWS monsternummer en het aantal gevulde potten (bv. 1 van 3, 2 van 3 enz.). Zet op de pot met Hydrozoa, Anthozoa en Nudibranchia (HAN), zodat op het laboratorium duidelijk is wat er in de pot zit; Doe in alle potten een label met project, locatie en, indien van toepassing, RWS-, monsternummer; Noteer op het (digitale) veldformulier het aantal potten en geef aan of HAN apart gehouden is; Sedimentbemonstering Steek een 8 cm diep sedimentmonster met de steekbuis binnen een straal van 1 meter waar het macrozoöbenthosmonster genomen is; Trek het monster vacuüm en breng de steekbuis omhoog; Breng de gehele inhoud van de steekbuis over in de sedimentpot; Vul de pot tot ca.50 % ; Doe alleen op de pot het voorgedrukte etiket;
14 Pagina 14 van 15 Conservering De benthosmonsters worden meteen geconserveerd met geneutraliseerde formaldehyde in zeewater oplossing; Vul de benthos pot maximaal voor 75 % met sediment; Pas binnen 24 uur, afhankelijk van het sediment, de concentratie formaldehyde ervaringsgewijs aan tot een eindconcentratie van 4 6 %.; Sedimentmonsters dienen binnen 24 uur bevroren (-20 C) bewaard te worden. 5. VASTLEGGEN BEMONSTERINGSGEGEVENS Iedere monstername moet naspeurbaar zijn. De opdrachtgever moet o.a. aan de hand van registraties ((digitaal) veldformulier) kunnen vaststellen of aan de eisen van de bemonstering is voldaan. De opdrachtnemer is vrij om zijn eigen (digitale) formulieren te gebruiken voor de bemonstering. Op de formulieren dient per monster genoteerd te worden; Namen monsternemers; Weer condities; Eventuele verdere bijzonderheden; Aantal potten per monster; Datum en tijd van monstername; Waterdiepte; De gemeten coördinaten van het monsterpunt in het gebruikt coordinatenstelsel (RD, ETRS89 of WGS84, UTM31); RWS locatiecode; I.v.t. RWS monster nummer; Bemonsteringsapparatuur; Aantal steken/ happen; Totaal bemonsterd oppervlak (m 2 ); Dikte van de redox laag (cm). 6. TRANSPORT EN OPSLAG Transporteer de benthosmonsters rechtopstaand in een gesloten cabine. De benthosmonsters dienen opgeslagen en afgezogen te worden volgens de geldende normen. Vervoer de sedimentmonsters gekoeld (max. 7 C) en sla deze op in de vriezer ( 20 C).
15 Pagina 15 van VEILIGHEID EN MILIEU 7.1 Veiligheid Werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd met inachtneming van hetgeen wettelijk is voorgeschreven in het vigerend arbeidsomstandighedenbesluit. Het Veiligheids en Gezondheisdocument zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit dient bij opdrachtgever ter toetsing te worden aangeboden voorgaande de bemonstering. Ten behoeve van de veiligheid zijn bij de bemonstering minimaal twee monsternemers aanwezig. Raadpleeg bij het werken met conserveringsmiddelen de betreffende chemiekaarten ( Gebruik waar nodig persoonlijke beschermingsmiddelen. Kopieën van de betreffende chemiekaarten dienen aanwezig te zijn. 7.2 Milieu Voorkom morsen en verdamping/inademing van conserveringsmiddel. Milieuschadelijke stoffen dienen afgevoerd te worden door een daartoe bevoegde instantie. 8. REFERENTIES CEN (2014): Water quality guidelines for quantitative sampling and sample processing of marine soft bottom macrofauna. Marine ecological methods. N049 WD2 Revised EN ISO CEN/ TC 230/ WG 2/ TG7 N049 Cooper, K.M. & Rees, H.L. (2002): National marine biological analytical quality control scheme (NMBAQC). Review of standard operating procedures. Science Series Aquatic Environment Protection: Analytical methods 13. CEFAS Lowestoft. Cuperus, J. & Swarte, M. (2016): A2.107, Waterbodem marien Uitzoeken en determineren van Macrozoöbenthos, V4. Davies, J., Baxter, J., Bradley, M., Connor, D., Khan, J., Murray, E., Sanderson, W., Turnbull, C. & Vincent, M., (2001), Marine Monitoring Handbook, 405 pp, ISBN NEN (2014.): Water quality guidelines for quantitative sampling and sample processing of marine soft bottom macrofauna. International standard. Reference number ISO 16665:2005(E). Rumohr, H. (1999): Soft bottom macrofauna: collection, treatment, and quality assurance of samples. ICES Techniques in marine environmental sciences. No. 27. International Counsil for the Exploration of the Sea, Copenhagen, Denmark. Worsfold, T.M., Hall, D.J. & O'Reilly, M. (Ed.). (2010): Guidelines for processing marine macrobenthic invertebrate samples: a Processing Requirements Protocol: Version 1.0, June Unicomarine Report NMBAQCMbPRP to the NMBAQC Committee. 33pp.
Voorschrift - RWSV Versie: 6
Pagina 1 van 17 Advies en overlegorgaan: MT-IGA datum vrijgave: 02-11-2017 913.00.B200 litoraal en sublitoraal in mariene wateren. Methode: Reineck boxcorer, Van Veen happer, Hamon happer, Vacuüm steekbuis,
Voorschrift - RWSV Versie: 3
Pagina 1 van 17 auteur(s) : gewijzigd : autorisator : paraaf autorisator: A. Naber A. Naber J. Postema datum vrijgave : 02-07-2014 beheerder : W. Wilts 913.00.B200 in het litoraal en sublitoraal in mariene
Bemonstering van brak en zout oppervlaktewater B070 ten behoeve van de analyse van fytoplankton
Pagina 1 van 11 datum vrijgave : 14-11-2016 913.00.B070 Versiebeheer versie datum nummer vrijgave 1 18-12-2013 2 14-11-2016 versie nummer datum vrijgave versie nummer datum vrijgave versie nummer datum
Monsterneming van zoet oppervlaktewater ten behoeve van de bepaling van chlorofyl, fytoplankton en zoöplankton
Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Monsterneming van zoet oppervlaktewater ten behoeve van de bepaling van chlorofyl, fytoplankton en zoöplankton Nr. 913.00.W003 versie 3.1 Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat
T-nulmeting Benthos buitendelta Amelander Zeegat 2017 Veldrapportage Benthos boxcorer
T-nulmeting Benthos buitendelta Amelander Zeegat 2017 Veldrapportage Benthos boxcorer Versie 00 Rijkswaterstaat Amsterdam, 31 oktober 2017 Verantwoording Titel : T-nulmeting Benthos buitendelta Amelander
HET NEMEN, VERPAKKEN EN CONSERVEREN VAN GRONDMONSTERS
5 10 Protocol 2010 15 HET NEMEN, VERPAKKEN EN CONSERVEREN VAN GRONDMONSTERS 20 25 30 35 40 45 Versie 2.0, 27-9-2001 Pagina 1 van 8 Inhoud 50 1 PLAATS VAN DIT PROTOCOL IN HET KWALITEITSZORGSYSTEEM...3 1.1
Protocol detectie zwemmersjeuk m.b.v. edna
Protocol detectie zwemmersjeuk m.b.v. edna Colofon Titel Protocol detectie zwemmersjeuk m.b.v. edna Auteurs dr. T.E Wallaart en dr. J.A. Warmink Datum 10 april 2013 Pagina s 7 Status Versie 1-2013 definitief
Inbouwhandleiding Pagina 22. Wijnklimaatkast EWTdf 1653 / 2353 / 3553
Inbouwhandleiding Pagina 22 Wijnklimaatkast NL 7085 507-00 EWTdf 1653 / 2353 / 3553 Leveringsomvang Etiketten 2 st. - EWT 1653 4 st. - EWT 2353 8 st. - EWT 3553 Bevestigingshoek Afdekking Afdekking Afstandshouder
Vaarrapport: BIOMON/MWTL bemonstering Noordzee, 2006
TNO-IMARES Vaarrapport: BIOMON/MWTL bemonstering Noordzee, Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn www.tno.nl T 055 549 34 93 F 055 549 32 01 [email protected] Datum 12-11- Auteurs J.A. van
Gebruiksaanwijzing Ras -handmatige machine GS-2
Gebruiksaanwijzing Ras -handmatige machine GS-2 Inhoud van deze gebruiksaanwijzing Onderdelen 2 Hoe maakt u Ras Patat? Het aanmaken van het deeg 3 Het persen van de patat 3 Cilinder leeg? 4 Reiniging en
Inbouwhandleiding Pagina 22. Wijnklimaatkast EWTdf 1653 / 2353 / 3553
Inbouwhandleiding Pagina 22 Wijnklimaatkast 7085 507-00 EWTdf 1653 / 2353 / 3553 Leveringsomvang Etiketten 2 st. - EWT 1653 4 st. - EWT 2353 8 st. - EWT 3553 Bevestigingshoek Afdekking Afdekking Afstandshouder
Gebruiksaanwijzing. Ras -handmatige machine GS-2. eigenzinnigste. RAS... het frietje van Nederland
RAS... het frietje van Nederland eigenzinnigste Gebruiksaanwijzing Ras -handmatige machine GS-2 RAS... het frietje van Nederland eigenzinnigste Inhoud van deze gebruiksaanwijzing Onderdelen 2 Hoe maakt
Meting ter plaatse van temperatuur, ph, elektrische geleidbaarheid, opgeloste zuurstof, vrije chloor en gebonden chloor
Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water Meting ter plaatse van temperatuur, ph, elektrische geleidbaarheid, opgeloste zuurstof, vrije chloor en gebonden chloor Versie november 2013
Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) BV. Rapport Nummer: C052/05
Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) BV Postbus 68 Centrum voor 1970 AB IJmuiden Schelpdier Onderzoek Tel.: 0255 564646 Postbus 77 Fax.: 0255 564644 4400 AB Yerseke E-mail: [email protected]
driepoten gebruiksaanwijzing All it takes for environmental research
driepoten gebruiksaanwijzing Inhoud Over deze gebruiksaanwijzing... 2 1 Beschrijving... 2 2 Technische specificaties... 2 3 Veiligheid... 3 Ingebruikneming en bediening... 3.1 Lichte driepoot (02.01.01)...
Inbouwhandleiding Pagina 26. Wijnklimaatkast EWTgb/gw 1683 / 2383 / 3583
Inbouwhandleiding Pagina 26 Wijnklimaatkast NL 7085 665-00 EWTgb/gw 1683 / 2383 / 3583 Inhoud Leveringsomvang...26 Afmetingen van het apparaat...26 Apparaat transporteren...27 Inbouwmaten...28 Ventilatie
BAM - Bemonsterings- en analysemethodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van nitraatstikstof
- Bemonsterings- en analysehodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van nitraatstikstof VERSIE 3.1 juni 2010 Pagina 1 van 5 BAM/deel 1/04 1 PRINIPE Voor de bepaling van nitraatstikstof
Hoe houden we het werkbaar?
Hoe houden we het werkbaar? Veranderende eisen aan asbestonderzoek in bodem Arthur de Groof Landelijke Asbest Praktijkdag Van der Valk, Utrecht, 18 mei 2017 Wat ik u wil vertellen wijzigingen aan eisen:
Montage handleiding Meskantafsluiters
Montage handleiding Meskantafsluiters MONTAGEKLARE ACCESSOIRES Montagekit Een groot assortiment accessoires beschikbaar in montagekit voor DN 300. Magneetklep Snelle montage van magneetklep Standmelding
Vlottende, niet-vlottende verontreinigingen en glas op fijnkorrelig granulaire materialen
Compendium voor monsterneming en analyse in uitvoering van het Materialendecreet en het Bodemdecreet Vlottende, niet-vlottende verontreinigingen en glas op fijnkorrelig granulaire materialen Versie november
BEPALING VAN DE ZUURGRAAD IN GROND EN/OF OPPER- VLAKTEWATER M.B.V. EEN PH-METER
5 10 Protocol 2004 15 BEPALING VAN DE ZUURGRAAD IN GROND EN/OF OPPER- VLAKTEWATER M.B.V. EEN PH-METER 20 25 30 35 40 45 Versie 2.0, 27-9-2001 Pagina 1 van 9 50 Inhoud 1 PLAATS VAN DIT PROTOCOL IN HET KWALITEITSZORGSYSTEEM...3
Bepaling van vaste stoffen in suspensie. Methode door filtratie op glasvezelfilter
Bepaling van vaste stoffen in suspensie. Methode door filtratie op glasvezelfilter september 2011 Pagina 1 van 5 WAC/III/D/002 INHOUD 1 TOEPASSINGSGEBIED... 3 2 PRINCIPE... 3 3 OPMERKINGEN... 3 4 APPARATUUR
Versie 03 Datum van toepassing 2014-04-28
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Bestuur Laboratoria I-MET-FLVVT-055 I-MET-FLVVT-055 BEPALING VAN RUW VET IN DIERENVOEDERS Versie 03 Datum van toepassing 2014-04-28 Opgesteld
BAM - Bemonsterings- en analysemethodes voor vloeibare dierlijke mest in het kader van het mestdecreet Vloeibare dierlijke mest Bemonstering
- Bemonsterings- en analysemethodes voor vloeibare dierlijke mest in het kader van het mestdecreet Vloeibare dierlijke mest Bemonstering VERSIE 3.1 juni 2010 Pagina 1 van 8 BAM/deel 3/01 1 PRINCIPE De
Gebruik en functies van de 6 wegklep voor filtersets FS350- FS400- FS450- FS500- FS650
Gebruik en functies van de 6 wegklep voor filtersets FS350- FS400- FS450- FS500- FS650 Filteren (Filtering) Normale functie Het water van het zwembad wordt na het zand van de filter gepasseerd te zijn,
Werken op het laboratorium. Monstername. Proces hydrobiologische analyse. Monstername. Uitzoeken (sorteren) 19/09/2010.
Groep Monitoring Werken op het laboratorium Kwaliteitszorg in de hydrobiologie Michiel Wilhelm 20 m/v actief in het water: Vissen Vegetatie, Fytoplankton, Zoöplankton Fytobenthos, Macrofauna en Marien
KRUPS F380. Gebruiksaanwijzing
KRUPS F380 Gebruiksaanwijzing 1 2 3 4 5 6 max. 30 cm 7 8 9 max. 3 /4 10 11 12 13 14 15 Nederland Veiligheidsvoorschriften Dit apparaat dient aangesloten te worden op een geaard stopcontact. Het voltage
landbouw en natuurlijke omgeving plantenteelt open teelten CSPE BB
Examen VMBO-BB 2012 gedurende 250 minuten landbouw en natuurlijke omgeving plantenteelt open teelten CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen horen een bijlage en digitale bestanden. Dit examen
Practicum bodemonderzoek
Practicum bodemonderzoek In het tuinontwerp is de keuze van planten sterk afhankelijk van de bodem waar ze op groeien. Om enig inzicht te verkrijgen in de manieren waarop bodemeigenschappen kunnen worden
UNIPHOS ASP-40 Handpomp Handleiding
UNIPHOS ASP-40 Handpomp Handleiding Eénslag Monsternamepomp 2013 7Solutions BV Inleiding Het Uniphos gasdetectiesysteem bestaat uit twee delen: het detectiebuisje en de monsternamepomp. De monsternamepomp
Algemene informatie monsternemingsplan 1
Algemene informatie monsternemingsplan 1 Monsternemingsplan Indien u voor de monitoring in het kader van EU ETS berekeningsfactoren bepaalt door analyses, dan moet u bij de NEa ter goedkeuring een monsternemingsplan
Leg in iedere cirkel op het werkvel iets van een grondsoort. Zet de naam van de grond erbij.
GROND NADER BEKEKEN Opdracht 1. Kennismaken Leg in iedere cirkel op het werkvel iets van een grondsoort. Zet de naam van de grond erbij. We gaan de grondsoorten onderling vergelijken. De volgende vragen
Byzoo Sous Vide Hippo
Byzoo Sous Vide Hippo handleiding 220-240V, 50Hz 800W BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE 1 Lees alle instructies zorgvuldig voor
Bepaling van vaste stoffen in suspensie. Methode door filtratie op glasvezelfilter
Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water Bepaling van vaste stoffen in suspensie. Methode door filtratie op glasvezelfilter Versie juni 2017 WAC/III/D/002 1 TOEPASSINGSGEBIED Deze
ANORGANISCHE ANALYSEMETHODEN/WATER GELEIDBAARHEID
1 TOEPASSINGSGEBIED GELEIDBAARHEID Deze procedure beschrijft de bepaling van de elektrische geleidbaarheid in water (bijvoorbeeld grondwater, eluaten, ). De beschreven methode is bruikbaar voor alle types
Inhoud! Taak 1.3.8 Plannetje Door Paul van der Linden en Bas de Cort. Taak 1.3.8 Plannetje
Inhoud! Taak 1.3.8 Plannetje Inhoud!... 1 Voorwoord... 2 Het bedrukken van het T-shirt in zeefdruk... 3 Het gaas lichtgevoelig maken met emulsie... 3 Het inwikkelen van de drukvorm... 4 Inrichten van een
AUTOMATISCHE KOFFIEMACHINE 1. BELANGRIJK
AUTOMATISCHE KOFFIEMACHINE 1. BELANGRIJK Let erop dat de schakelaar op 0 (uit) staat voordat u het snoer op de wandcontactdoos aansluit. Laat de stekker niet in het stopcontact wanneer de koffiemachine
Samen werken aan diergezondheid, in het belang van dier, dierhouder en samenleving
Samen werken aan diergezondheid, in het belang van dier, dierhouder en samenleving Fipronil in eieren Ruth Bouwstra DVM PhD en vele anderen 24 augustus 2017 Poultry Expertise Centre Wat is Fipronil? Log
1. Naam van het product Bubbelpaneel. 2. Product code Kleur Zwart of wit
1. Naam van het product Bubbelpaneel 2. Product code 18523 3. Kleur Zwart of wit 4. Korte beschrijving Het best van twee werelden - een paneel en een bubbelunit in één! Een schitterend product van ROMPA.
SPECTROFOTOMETRISCHE BEPALING VAN HET ORGANISCH KOOLSTOFGEHALTE IN BODEM
SPECTROFOTOMETRISCHE BEPALING VAN HET ORGANISCH KOOLSTOFGEHALTE IN BODEM 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze methode beschrijft de spectrofotometrische bepaling van het organisch koolstofgehalte in bodem
De TOA heeft een aantal potjes klaargezet. In sommige potjes zit een oplossing, in andere potjes zit een vaste stof.
OPDRACHT 9 Practicum Om je kennis van de scheidingsmethoden en oplosbaarheid te vergroten volgen hieronder een aantal proeven. Ook krijg je een proef over indicatoren / reagens. Met behulp daarvan kun
Voorwaarden partijbemonstering:
8-9- Partijbemonstering september Joke Noordsij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Voorwaarden partijbemonstering: 1 partij vaste mest van maximaal 200 m 3 op de bedrijfslocatie. De partij: wijzigt
Auteur Ron van der Oost waternet. kruyt Grafisch Adviesbureau
Protocol voor het nemen van oppervlaktewatermonsters voor onderzoek naar toxines van cyanobacteriën en voor de analyse van de algensamenstelling STOWA 2009 21A ISBN 978.90.5773.439.7 [email protected] www.stowa.nl
Stenen en bodemvreemde materialen in uitgegraven bodem
Compendium voor monsterneming en analyse in uitvoering van het Materialendecreet en het Bodemsaneringsdecreet in uitgegraven bodem Versie november 212 CMA/2/II/A.11 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze procedure
Papier recyclen. Inlage
Inlage A1 Papier maken Voor deze opdracht heb je de volgende materialen nodig: A - 1 Drielenzige loep B - 3 Bladen viltpapier C - 1 Reinigingsdoek D - 1 Zeef E - 1 Scheprand F - Stapel oude kranten G -
Verzamelprotocol DNA barcoding
Verzamelprotocol DNA barcoding Entomologie Doel Het verzamelde organisme wordt gebruikt om DNA uit te isoleren, aan de hand waarvan een DNA barcode bepaald kan worden. Daarnaast wordt het materiaal ook
PORTA WATERSCHOT HANDLEIDING
PORTA WATERSCHOT HANDLEIDING AGGĒRES NV Boomgaarddreef 9-2900 Schoten - België tel +32 3 633 15 50 fax +32 3 633 22 50 [email protected] www.aggeres.com INHOUDSOPGAVE 1. Afmetingen & gewicht van het Porta
INTERPRETATIEDOCUMENT VOOR NEN 2990 (2012) LUCHT EINDCONTROLE NA ASBESTVERWIJDERING
INTERPRETATIEDOCUMENT VOOR NEN 2990 (2012) LUCHT EINDCONTROLE NA ASBESTVERWIJDERING Vastgesteld door : FENELAB Technische Commissie Asbest Vaststellingsdatum : 30 september 2014 Status : Van kracht op
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft
Open de pan niet met geweld. Let er op dat de binnendruk weer laag is, voordat u de pan opent
Handleiding Hogedrukpan 118011/118014 Belangrijke voorzorgsmaatregelen Lees voor gebruik de instructies Gebruik alleen GAS als warmtebron Wees extra voorzichtig in het leslokaal Plaats de pan niet in een
INMETEN VAN BOORPUNTEN EN WATERPASSEN
5 10 Protocol 2013 15 INMETEN VAN BOORPUNTEN EN WATERPASSEN 20 25 30 35 40 45 Versie 2.0, 27-9-2001 Pagina 1 van 8 50 Inhoud 1 PLAATS VAN DIT PROTOCOL IN HET KWALITEITSZORGSYSTEEM...2 1.1 VKB protocollen
Gebruiksaanwijzing HEETWATERAPPARAAT
Gebruiksaanwijzing HEETWATERAPPARAAT NL 1 2 3 4 5 Gebruiksaanwijzing (Nederlands) Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig, voor een goed en veilig gebruik van het heetwaterapparaat. 1.16 Inleiding Dit
Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC
MONTAGEHANDLEIDING BELANGRIJKE INFORMATIE Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC Lees de hele handleiding aandachtig. Als de hierin vermelde instructies niet worden opgevolgd, is
onderzoek water opdrachtkaart Onderdeel A les 5-6.6
Onderdeel A 1. 2. 3. 4. 5. Lees de opdracht. Noteer de verwachting. Voer het onderzoek uit. Noteer het resultaat. Noteer de verklaring. - twee glazen - bol dikke wol - schaar - liniaal - viltstift, donkere
AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING
AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING IN ONTVANGST NEMEN VAN HET APPARAAT INLEIDING TECHNISCHE GEGEVENS PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE VAN DE TRANSPARANTE
Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen
Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a etmaal: de aaneengesloten periode van 24 uur waarover een etmaalverzamelmonster
Installatie- en gebruikershandleiding Solo toiletlift
Voor installatie: Controleer het product Neem direct contact op met uw leverancier indien blijkt dat de Solo toiletlift beschadigd is tijdens het transport. Controleer de inhoud van de doos - Solo toiletlift
Handleiding Turtle Case
Handleiding Turtle Case Index 2 Handleiding Turtle Case 3 Hoofdstuk 1. Het inpakken van de Turtle Case 3 1.1 Het openen van de Turtle Case 5 1.2 De hoogte van de steunen vaststellen 5 1.2.1. Methode 1
HOOG RENDEMENT AUTOMATISCHE ZWEMBAD REINIGER
HOOG RENDEMENT AUTOMATISCHE ZWEMBAD REINIGER WAARSCHUWING! - DIT IS GEEN SPEELGOED - Laat kinderen er niet mee spelen. - Ga niet in het zwembad zwemmen terwijl de reiniger bezig is. - Zet de pomp uit voordat
BIOLOGIE Bovenbouw P.O. Fris viswater
BIOLOGIE Bovenbouw P.O. Fris viswater x www.dlwbiologie.wordpress.com Oriëntatiefase Het voorkomen van organismen in het oppervlaktewater heeft een directe relatie met de kwaliteit van water. Elk ecosysteem
Testen Meten Inspecteren
Testen Meten Inspecteren Thema s Zoutmetingen Stoftest Straalreinheid Laagdikte 1 Zoutmetingen Beoordeling van in water oplosbare zouten! Oorzaken: Maritiem klimaat/zilte lucht, vervuilde hergebruikte
Werkblad Waterrapport 1 - Kleur van het water
Werkblad Waterrapport - Kleur van het water Water in sloten, plassen, meren en rivieren kan allerlei verschillende kleuren hebben door de stoffen die erin opgelost zijn. Meestal betekent helder en lichtgekleurd
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Test en hervulhandleiding Bo-N / S 003 S 3 AKP Nen 2559 Uitgave
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 14 6 4 15 3 1 2 12 9 7 8 11 5 10 13 Servicevoorschrift Pagina 2 van 6 Tek.nr. Omschrijving 1. Ventiel. 502 426 2. Ventielmoer. 502 415 3. Borgpen. 141 992 4. Slang. 550
Montage-instructie. Screens. V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL
Montage-instructie Screens V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL Inhoud 1. screenkap met doek en motor 2. zijgeleiders a. achterprofiel b. inlager voorzien van neopreen (of ritslager) c. voorprofiel 3. montageset
Manuele zoutstrooier Icemaster 50
Manuele zoutstrooier Icemaster 50 Gebruiksaanwijzing BELANGRIJKE MEDEDELING Deze machine is ontworpen om alleen droog korrelmateriaal te strooien DE MACHINE STROOIT GEEN NAT OF VOCHTIG ZOUT GEEF DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
PAMLOCK trekvaste verbinding
Pagina 1 van 1 versie 01-12-2004 PAMLOCK trekvaste verbinding Kogelvergrendeling in borgkamer Conformator Borgring STANDARD rubberring Lasril De PAMLOCK trekvaste verbinding STD-Pk is ontworpen voor twee
NOOIT SPATELS OF ANDER GEREEDSCHAP OP DE ZEEF GEBRUIKEN, DIT BESCHADIGT DE MAASGROOTTE VAN DE ZEEF EN MAAKT DE WERKING VAN DE BOTVANGER
De Botvanger Met de Botvanger is het eenvoudig, goedkoop en effectief om leverboteieren uit mest te zeven (filteren). Zo kunt u als veterinair, voorlichter of veehouder de diagnose leverbot op het bedrijf
Bepaling van de elektrische geleidbaarheid
Bepaling van de elektrische geleidbaarheid april 2006 Pagina 1 van 8 WAC/III/A/004 INHOUD 1 TOEPASSINGSGEBIED... 3 2 DEFINITIES... 3 2.1 SPECIFIEKE GELEIDBAARHEID, ELEKTRISCHE GELEIDBAARHEID (γ)... 3 2.2
Montage-instructie. Rolluik RV40 - RV41
Montage-instructie Rolluik RV40 - RV41 Inhoud verpakking 1 1. pantser in kast 2. bediening a. handbediening: koord- of bandopwinder b. elektrisch: schakelaar + stekker c. afstandbediend: afstandbediening
Steekapparaat voor vluchtige stoffen
Steekapparaat voor vluchtige stoffen 04.10 Steker voor grond met vluchtige stoffen Onderdelen van de set: Steker, uitdrukker, uitdrukvoetje, steekringen, doppen, zakjes, stickers en potjes (barcodestickers
SCHEPMONSTER IN ZWEMBADEN
SCHEPMONSTER IN ZWEMBADEN 1. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze procedure beschrijft de ogenblikkelijke monstername via een schepmonster in zwembaden met betrekking tot metingen ter plaatse (bijv. ph, temperatuur,
Gebruikershandleiding Sysco
Gebruikershandleiding Sysco Gelieve zorgvuldig te lezen! Deze handleiding is vervaardigd door de afdeling productontwikkeling van Bruynzeel Storage Systems bv te Panningen, Nederland. Het origineel van
BAM - Bemonsterings- en analysemethodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van snel vrijkomende organische stikstof
- Bemonsterings- en analysemethodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van snel vrijkomende organische stikstof VERSIE 3.0 juni 2010 Pagina 1 van 5 BAM/deel 1/12 1 PRINCIPE Het
Powerpack. gebruikshandleiding
Powerpack gebruikshandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding De RMA powerpack is een hulpmiddel voor de begeleiding. Het vergemakkelijkt het duwen van een rolstoel gebruiker. De hulpmotor is niet ontworpen
Jane. Montage instructie. Montage instructie... 1 Het inklappen van Jane Tips en aandachtspunten Wat er mis kan gaan...
Jane Montage instructie Montage instructie... 1 Het inklappen van Jane... 12 Tips en aandachtspunten... 13 Wat er mis kan gaan... 14 Version: Jane-V6-NL Montage instructie - 6 Texsolv aanbindkoorden voor
Frame midden ipod Video Installatie handleiding
1. Zorg er voor dat de ipod vergrendeld is, voordat u verder gaat. 2. Het open maken van de ipod Video is een uitdaging, dus geef niet na één keer op. Maak het klemmetje aan de onderkant van de ipod los
Gebruiksaanwijzing Gaasbakken
Gebruiksaanwijzing Gaasbakken Augustus 2013 001_NL Gebruiksvoorschrift F1 F2 F3 Er bestaan drie uitvoeringen gaasbakken. De 4983 heeft een verhoogde bodem. De 4980 en de 4984 hebben een verstevigde bodem
Beknopte instructies Gallery 210 ES
Beknopte instructies Gallery 210 ES 1 595258000 2011.10 Onderdelen van de machine Behuizingdeur Display Behuizing Deurslot Koppenstation Bedieningsmodule Koppenplateau Kannenplateau Koffiecontainer Instant-ingrediëntcontainer
