Informatieuitwisseling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Informatieuitwisseling"

Transcriptie

1 UU Informatieuitwisseling Een inleiding op het vak R.J. Beun Dit document bevat een inleiding op het vak Informatieuitwisseling van de opleiding Informatiekunde. Aan de orde komen basismodellen voor communicatie, definities, het gebruik van symbolen en tekens, en verschillende vormen van interactie.

2 Inhoud Communicatiemodellen... 4 Definities... 7 Het driehoeksmodel... 8 Observeren, handelen en communiceren Signalen, symbolen en tekens Gelaagde communicatie Conclusie Referenties Appendix 1: Planten en communicatie In dit college gaan we in op het verschijnsel informatieuitwisseling. We gebruiken daar ook wel de termen informatieoverdracht of communicatie voor en we zullen hieronder de termen dan ook dikwijls door elkaar gebruiken. Ruwweg is communicatie een vorm van informatieoverdracht van een zender naar een ontvanger. In de praktijk blijft het meestal niet bij een enkele overdracht, maar zal de ontvanger op zijn of haar beurt weer reageren door informatie terug te sturen naar de zender. De rollen zijn daarmee verwisseld: zender wordt ontvanger en ontvanger wordt zender. In dat geval spreken we dus van uitwisseling van informatie. Communicatie wordt meestal opgevat als informatieoverdracht tussen mensen, maar een dergelijke beperking zou tekort doen aan de verschillende types zenders en ontvangers die in de praktijk voorkomen. Mensen communiceren ook met computers of met dieren; computers communiceren met computers en dieren met dieren. Tegenwoordig weten we dat zelfs planten met elkaar en met dieren kunnen communiceren (zie Appendix 1). Om hierover te generaliseren, spreken we daarom ook wel over informatieuitwisseling tussen entiteiten. In dit college beperken we de entiteiten tot mensen en computers. Overigens is de communicatie tussen mensen over het algemeen aanzienlijk complexer dan die tussen de overige entiteiten. Het communicatiegedrag van mensen is in de loop van de evolutie uitgegroeid tot een ingewikkeld systeem van gebaren, houdingen, gezichtsuitdrukkingen, luchtstootjes en visuele kriebels om te argumenteren, te waarschuwen, dingen te beloven, vragen te stellen, emoties uit te drukken en wat al niet meer. Dit heeft het mogelijk gemaakt een maatschappij te creëren zoals die zich nu aan ons voordoet. Het vastleggen van informatie op relatief onvergankelijke dragers zoals kleitabletten, boeken en elektronische geheugens stelt ons in staat informatie in de tijd en over grote afstand over te dragen. In onze huidige maatschappij is de informatieoverdracht zelfs voor een belangrijk deel geïnstitutionaliseerd via het onderwijs: bij wet is vastgelegd aan welke eisen deze overdracht moet voldoen, zowel inhoudelijk als de manier waarop. Een belangrijk verschil tussen menselijke en dierlijke communicatie is dat mensen abstracte symbolen (woorden, pictogrammen, etc.) gebruiken en die symbolen ook weer toepassen om de betekenis uit te leggen van andere symbolen (Meadow, 1975). In veel communicatieve situaties zijn er meer dan twee entiteiten betrokken en in sommige situaties zelfs maar één. Denk in het laatste geval aan iemand die een dagboek schrijft of voor zichzelf een boodschappenlijstje opstelt; we zullen op dit laatste geval niet verder ingaan. Indien er meer dan twee entiteiten betrokken zijn, spreken we ook wel over communicatienetwerken, waarbij allerlei verschillende verbindingen mogelijk zijn tussen de entiteiten. We zullen in dit college kijken naar netwerken van computers, mensen en combinaties van beide types entiteiten. Voorbeelden van menselijke netwerken zijn onder meer groepscommunicatie en organisationele communicatie; in dat laatste geval is er sprake van een bepaalde formele structuur, bijvoorbeeld in termen van een bepaalde rolverdeling. Het aantal entiteiten is vrijwel onbeperkt en kan in praktijk oplopen tot in de miljarden. In het boek van Cowley (2012) wordt ingegaan op computernetwerken. 2

3 Ten slotte speelt communicatie zich altijd af binnen een bepaalde context. Dat kan een fysieke context zijn van een huiskamer of een collegezaal, maar ook een context van voorafgaande gebeurtenissen, gezamenlijke ervaringen of van eerdere informatieuitwisseling. We bekijken het volgende voorbeeld: A: Ik heb een zoon van 14. B: Dat is geen probleem. A: En ik heb ook een hond. B: Nee sorry, dat kan niet. Hoewel we als kenners van de Nederlandse taal de betekenis van de woorden kennen, is het niet voor iedereen onmiddellijk duidelijk wat de sprekers hier bedoelen. Er zijn zelfs mensen die beweren dat B wartaal uitslaat. Dat heeft te maken met het feit dat we de context van de dialoog niet zien. Zodra we weten dat het hier gaat om een situatie waarbij A probeert een kamer te huren van B, kennen we de rollen van de gesprekspartners en wordt duidelijk wat er met de uitingen wordt bedoeld. Mensen zijn in staat zonder enige moeite de context in de communicatie te betrekken, sterker, het is voor mensen zelfs onmogelijk om deze context uit te schakelen. Computers zijn erg slecht in het betrekken van de context in de communicatie. Communicatie is een enorm vakgebied waaraan in de afgelopen jaren het vak computercommunicatie is toegevoegd. Aangezien het gebied van computercommunicatie nog volop in ontwikkeling is, ligt bij computers momenteel meer de nadruk op het gebied van ontwerpen in plaats van op onderzoek. Hierbij worden vragen gesteld als: Hoe kan ik een interactie opbouwen tussen computer A en computer B? Hoe moeten de symbolen gecodeerd worden? Hoe kunnen we veilige en betrouwbare verbindingen bouwen? Hoe kunnen de tijdens het verzendproces gemaakte fouten automatisch herkend en hersteld worden? Antwoorden op deze vragen kun je vinden in het boek van Cowley. Bij menselijke communicatie ligt de nadruk vooral op het gebied van onderzoek. Hierbij komen we vragen tegen als: Hoe kunnen mensen een emotie, gedachte of bedoeling in een boodschap omzetten en vervolgens interpreteren? Wat is de invloed van de context op de interpretatie van een boodschap? Hoe heeft communicatie zich in de loop van de evolutie ontwikkeld? Welke eigenschappen heeft ons dagelijks taalgebruik? Hoe zien argumentatie- en dialoogstructuren er uit? Wat is het communicatiegedrag van mensen in groepen en organisaties? Wat is coöperatieve communicatie? De introductie van computers heeft daarnaast een compleet nieuw vakgebied doen ontstaan, namelijk dat van mens-computer communicatie. Computersystemen zijn de afgelopen 20 jaar voor een groot publiek toegankelijk gemaakt door een aantal fundamentele veranderingen in wat ook wel de interface tussen mens en computer wordt genoemd. Experts communiceren met de computer in een voor mensen onnatuurlijke taal zoals Java of C++. Tegenwoordig interacteert het grootste deel van de mensen met behulp van wat in vaktermen ook wel directe manipulatie wordt genoemd. We gebruiken een muis om virtuele objecten aan te wijzen en te selecteren of we raken gewoon het scherm aan om virtuele knoppen aan of uit te zetten. Kortom, het is onmogelijk het brede vakgebied van communicatie en informatieuitwisseling in het korte bestek van dit college in zijn geheel te behandelen. We hebben daarom geprobeerd om een zo verantwoord mogelijke keuze te maken voor de opleiding Informatiekunde. Ruwweg is dit college in drie delen op te splitsen: webdesign, computercommunicatie en menselijke communicatie. 1 Bij webdesign kijken we hoe informatieuitwisseling via het World Wide Web (WWW) tussen mensen, digitale informatiebronnen, en andere mensen gefaciliteerd kan worden, en welke filosofie en technologie hieraan ten grondslag liggen. Het WWW is immers het grootste communicatiemedium dat de mens ooit heeft gezien, en steeds meer vormen van communicatie (denk aan bv. informatievoorziening zoals die van media, overheden, etc.) gaan via het WWW. Voor deze vorm van informatieuitwisseling zijn formele talen nodig; we zullen hier de basis behandelen van HTML5 en CSS3. In het tweede deel bekijken we aan de hand van het boek van Cowley computercommunicatie vanaf het fysieke signaal tot aan applicaties als FTP en . Daarmee zijn we op het niveau gekomen waarop mensen met computers 1 Mens-computer communicatie komt later aan de orde in de cursus Ontwerp van Interactieve Systemen. 3

4 kunnen interacteren en hebben we tegelijkertijd een basis gelegd voor het laatste deel: de communicatie tussen mensen en de communicatie tussen mensen via computers. Communicatiemodellen De gedachte is eenvoudig: bij communicatie zijn er minimaal twee entiteiten die informatie met elkaar kunnen uitwisselen via een communicatiekanaal. 2 De informatie die we willen overdragen noemen we ook wel de boodschap. In Figuur 1 is dit basismodel afgebeeld binnen een fysieke omgeving waar zich zowel de entiteiten als het kanaal bevinden. Dikwijls vervangen we het kanaal door een of meerdere pijlen. A Kanaal B Figuur 1: Het basiscommunicatiemodel In de jaren veertig van de 20 ste eeuw heeft Claude Shannon (Shannon, 1948) een formele theorie ontwikkeld waarin fundamentele aspecten van communicatiesystemen worden beschreven. Deze theorie wordt ook wel informatietheorie genoemd. Het werk vindt zijn oorsprong in de berekenbaarheid van het efficiënte gebruik en de betrouwbaarheid van communicatiekanalen, zoals telefoonlijnen en radiogolven. We zijn daardoor onder meer in staat te berekenen wat de maximale hoeveelheid informatie is die verzonden kan worden in een bepaald tijdsbestek bij een gegeven communicatiekanaal. Het model kan worden beschouwd als een uitbreiding op het basismodel waarbij aan de entiteiten A en B een extra laag wordt toegevoegd (Figuur 2): A wordt nu bron en zender, en B ontvanger en bestemming. Ruis Bron A Zender Kanaal Ontvanger B Bestemming Figuur 2: Het basismodel van Shannon Het verschil met Figuur 1 is dat in Figuur 2 de boodschap eerst wordt omgezet in een vorm die geschikt is om te verzenden via het gebruikte kanaal en om verwerkt te worden door de ontvanger; eenmaal ontvangen geeft de ontvanger het signaal uiteindelijk door aan de bestemming. Zender en ontvanger kunnen dus opgevat worden als een soort interface tussen het kanaal en de bron en bestemming. De bronuitvoer in Figuur 2 representeert bijvoorbeeld een gedachte die door de zender in een golfvorm van een menselijke stem wordt omgezet. De 2 Als er maar een entiteit is kun je je voorstellen dat de informatie in de tijd wordt verplaatst. Iemand leest bijvoorbeeld op een later tijdstip zijn boodschappenlijst. 4

5 ontvanger zet de golfvorm via de oren en hersenen weer om in een gedachte bij de bestemming. De lucht representeert dan het kanaal. Wat is nu het belang van de introductie van de extra laag? Om deze vraag te beantwoorden vragen we ons eerst af wat we nu eigenlijk verzenden tijdens een communicatieproces. We verzenden een boodschap die bijvoorbeeld staat voor een idee of een ervaring, maar het is niet het idee zelf dat we verzenden. We zetten onze gedachten om in een fysieke representatie die de ontvanger weer terug moet zetten in iets wat zo dicht mogelijk aanligt tegen de oorspronkelijke gedachte. We verpakken de boodschap bijvoorbeeld in schrift of spraak en hopen dat die ander de boodschap weer zodanig kan uitpakken dat de oorspronkelijke betekenis weer gereconstrueerd kan worden. Deze representaties zullen we hier symbolen noemen. Symbolen zijn er in vele vormen en maten. We zien in openbare ruimtes gestileerde afbeeldingen van mannetjes en vrouwtjes die verwijzen naar een toilet en in onze kleding zien we plaatjes van strijkijzers, cirkeltjes en cijfers die het wasvoorschrift aangeven. In het verkeer komen we talloze afbeeldingen tegen die ons vertellen wat we wel of niet mogen doen of die ons waarschuwen voor gevaarlijke situaties. Om te streven naar eenvoud en zoveel mogelijk ondubbelzinnigheid in de uitspraken wordt in verschillende wetenschappen uitvoerig gebruik gemaakt van symbolen, zoals in de wiskunde, de logica, de natuur- en scheikunde; er worden, dikwijls na verhitte debatten, nauwkeurige afspraken gemaakt over hun betekenis, zodat later zo precies mogelijk gepraat kan worden over de begrippen die in de betreffende wetenschap worden bestudeerd. Maar wellicht vinden we een van de meest complexe en tegelijkertijd meest gebruikte vorm van symbolen terug in de gesproken en geschreven taal. Woorden dit document staat er vol mee verwijzen naar de meest uiteenlopende begrippen. Door ze in een bepaalde volgorde te plaatsen, kunnen we bovendien weer nieuwe beelden oproepen, zodat we een bijna onuitputtelijke bron van patronen hebben om onze gedachten over te brengen. Communicatie zonder symbolen is vrijwel ondenkbaar. De huidige computers zijn symboolverwerkers bij uitstek. Op het laagste niveau is dit de bit, de kleinste eenheid van informatie, die twee symboolwaardes kan aannemen: nul of een. Omdat woorden in termen van bits moeilijk te lezen zijn voor mensen, gebruiken we in interactie met computers woorden als if, while, void, class, of woorden die door een programmeur zelf zijn gedefinieerd (variabelen, instructies, functies, etc.). Uiteindelijk worden deze laatstgenoemde symbolen binnen de computer weer afgebeeld op een binaire vector die bestaat uit nullen en enen. Alle componenten binnen de computer, zoals het geheugen en de processor, wisselen informatie met elkaar uit op basis van bits. Ook de informatieuitwisseling tussen computers speelt zich volledig af in termen van bits. Voordat het signaal wordt verzonden via het kanaal, gaat er dus altijd een vorm van codering aan vooraf. In feite kiezen we met een codering een bepaald symbool of een verzameling symbolen die door de ontvangende partij begrepen kan worden. We kunnen een code dus opvatten als een vector bestaande uit één of meerdere symbolen. Een code kan ook staan voor een symbool dat een ander symbool vertegenwoordigt: in Morsecode vertegenwoordigt de de letter A en A kan weer worden opgevat als een symbool voor een bepaald geluid. Zo gebruiken mensen die een gesprek voeren woorden die we (meestal) in het woordenboek kunnen terugvinden en computers een bepaalde opeenvolging van nullen en enen die door de andere computer begrepen kan worden. De introductie van de extra laag maakt het mogelijk om te abstraheren over de specifieke fysische eigenschappen van het kanaal. Het maakt het ook mogelijk om bepaalde eigenschappen van de informatieoverdracht te vertalen in een wiskundig framewerk waarin we met veel grotere precieze kunnen spreken over het begrip informatie. De achterliggende gedachte is dat iets pas informatie bevat als iemand iets vertelt dat de ander nog niet weet. Als een vreemde mij mijn eigen naam vertelt, dan bevat dat voor mij geen informatie (in ieder geval niet de informatie dat ik zo heet). Noemt die vreemde zijn eigen naam, dan is dat voor mij wel informatie. Hoeveel informatie iets bevat, hangt af van hoeveel we al weten. Nu is het extreem moeilijk, zo niet onmogelijk, te meten hoeveel iemand al weet, laat staan om uit te drukken hoeveel informatie er dan bij zou komen als een andere entiteit een boodschap verstuurd. Een andere opvatting zou kunnen zijn dat we informatie uitdrukken in termen van de hoeveelheid betekenis die een boodschap voor iemand heeft. Maar ook hier lopen we tegen hetzelfde probleem op. De informatietheorie drukt daarom informatie uit in termen van kansen dat een bepaalde code wordt verstuurd over het communicatiekanaal. Stel dat we te maken hebben met een situatie waarbij altijd dezelfde boodschap wordt verstuurd (kans is 100%), 5

6 dan kunnen er dus geen andere boodschappen aankomen en bevat de boodschap dus geen informatie voor de bestemming. Het algemene principe is nu dat boodschappen meer informatie bevatten als ze een kleinere kans hebben om verstuurd te worden. Als we nu de codering van de boodschap aanpassen aan deze kans, betekent het dat we veel efficiënter van ons kanaal gebruik kunnen maken. Zo is het niet toevallig dat kleine woordjes in het Nederlands, zoals ja, de en en ook het meest worden gebruikt als Nederlanders met elkaar spreken of schrijven. Ook Morse had hiervan gebruik gemaakt door de letter e als en de q als te coderen. En zelf gebruiken we het liefst zoveel mogelijk afkortingen als we WhatsApp gebruiken. We kunnen op deze manier binnen een bepaalde communicatieve situatie dus praten over efficiëntere en minder efficiënte coderingen. En dat is weer belangrijk als we bijvoorbeeld het versturen van boodschappen zo goedkoop mogelijk willen maken of zoveel mogelijk informatie willen versturen binnen een bepaalde tijdseenheid. Als informatietheoretici praten over het meten van informatie, dan spreken ze eigenlijk over de efficiëntie van de code. In het bovenstaande zijn we er van uitgegaan dat de informatie die wordt verstuurd zonder storing aankomt bij de ontvanger. We zeggen ook wel dat we in zo n geval te maken hebben met een ideaal kanaal. Dat is in de praktijk echter nooit het geval. Bij de overdracht is daarom in Figuur 2 ruis toegevoegd, waardoor signalen verstoord kunnen worden. Bij een telefoonlijn kan deze verstoring bijvoorbeeld de vorm hebben van atmosferische storingen, overspraak van andere lijnen of slecht bereik en bij een gesprek willekeurig lawaai, zoals harde muziek of mensen die door elkaar praten. Er is dus grote variatie in types verstoringen en het belang van de verstoring hangt sterk af van de situatie: bij het luisteren naar klassieke muziek in de concertzaal kunnen de ontvangers nauwelijks kuchje verdragen, terwijl dit er bij een praatje minder toe doet. In communicatie spelen verstoringen echter een belangrijke rol, omdat we er daardoor nooit zeker van zijn dat een boodschap foutloos aankomt bij de ontvanger. Zowel in mens-mens als in computer-computer communicatie speelt het vermijden van communicatiefouten een belangrijke rol en worden er verschillende technieken toegepast om deze fouten op te sporen en te reduceren. In praktijk kunnen we op verschillende manieren de ongewenste effecten van een verstoring voorkomen. Zo kun je in een gesprek zeggen dat je iets niet hebt verstaan zodat de ander zijn boodschap nog eens kan herhalen. De spreker kan ook harder gaan praten. Maar we kunnen ook extra informatie toevoegen zodat de ander een gemaakte fout eerder zal opmerken en wellicht zelf kan herstellen. In computer-computer communicatie spreken we over een verstoring als een bit door de ruis een andere waarde heeft gekregen (0 wordt 1 en 1 wordt 0). Om niet gedetecteerde fouten zoveel mogelijk te vermijden, kunnen twee computers nu met elkaar afspreken dat iedere boodschap die ze elkaar toezenden een even aantal enen moet bevatten. Dat kan als de codeerder er voor zorgt dat aan iedere boodschap een zogenaamd pariteitsbit wordt toegevoegd: bevat de oorspronkelijke boodschap een oneven aantal enen, dan wordt het pariteitsbit 1, en 0 in het andere geval. Zo kan bij ieder oneven aantal verstoorde bits gedetecteerd worden dat er een fout optreedt en kan de computer vragen de boodschap nog eens te versturen. De codeerder heeft er nu wel een taak bij. Hij moeten niet alleen zorgen dat de boodschap wordt omgezet in de goede code, hij moet ook zorgen dat er codes aan toegevoegd worden die de kans op de detectie van verstoringen zo groot mogelijk maakt. Merk op dat het toevoegen van een pariteitsbit niet helpt als er een even aantal fouten optreedt. Er zijn daarom slimmere methodes bedacht om fouten zo goed mogelijk te detecteren, maar alle methodes komen neer op het toevoegen van extra symbolen, we noemen dit ook wel redundantie. Ook in de natuurlijke taal is sprake van een grote mate van redundantie. In radiocommunicatie voegen we soms letters toe om het alfabet te spellen: Anna, Bernard, Cornelis, etc. En we kunnen soms best een woord paar letters weglaten zonder dat de ander de boodschap niet meer kan begrijpen: Jan re.d op zijn f.ets na.r de bak.er. We hebben hierboven gezien dat de informatietheorie het in principe mogelijk maakt om het begrip informatie preciezer te maken als we weten wat de kans is op het versturen van een symbool en dat we efficiëntere coderingen kunnen maken als we weten wat de kans is dat boodschappen worden verstuurd. Daarnaast kunnen we redundante symbolen toevoegen om ervoor te zorgen dat de kans verkleind wordt dat verstoringen niet worden opgemerkt door de ontvangende partij. Tegenwoordig kent de informatietheorie een breed scala aan toepassingen, uiteenlopend van muziekcoderingen, beschrijving van neurologische processen tot natuurlijke taalverwerking, maar ze is op dit moment nog maar zeer betrekkelijk van toepassing op menselijke communicatie. 6

7 Definities Communicatieonderzoekers hebben geprobeerd de term communicatie te definiëren, maar een enkele definitie is onmogelijk gebleken en sterk afhankelijk van het gebruik. We kunnen communicatie onderscheiden naar een aantal dimensies. De eerste is het niveau van observatie of abstractheid. Sommige definities zijn breed en sluiten zowat alles in, andere definities zijn restrictiever. Bijv. een proces dat verschillende discontinue delen aan elkaar verbindt is algemeen en abstract. Als we echter zeggen dat communicatie een manier is om militaire boodschappen te versturen via telefoon, computers, radio, etc. dan is dat enerzijds veel concreter, maar tegelijkertijd te restrictief als algemene definitie. De tweede dimensie is intentionaliteit. Sommige definities sluiten niet-intentioneel verzonden boodschappen uit van communicatie, andere leggen deze beperking niet op. Als we communicatie definiëren als die situaties waarin een zender een boodschap verstuurt naar een ontvanger met de bewuste bedoeling om het gedrag van de zender te veranderen dan sluit de definitie intentie in. Maar als we zeggen dat communicatie een proces is waarbij wederzijds bekend wordt bij twee personen wat eerst bekend was bij een, dan speelt intentie nauwelijks een rol. De derde dimensie wordt ook wel oordeel (E: judgement) genoemd. Sommige definities sluiten een vorm van succes in, bijvoorbeeld of de boodschap al dan niet is aangekomen; andere definities bevatten geen impliciete oordelen. De volgende definitie veronderstelt dat communicatie succesvol is: Communicatie is een verbale uitwisseling van gedachten of ideeën. De achterliggende veronderstelling is dat de gedachten of ideeën succesvol zijn overgedragen. Maar de volgende definitie sluit succes niet in: Communicatie is het overzenden van symbolen. Oftewel, de boodschap is verstuurd, maar hoeft niet per se aan te komen.. Tabel 1: Communicatief gedrag (Littlejohn, 2002) Zendergedrag Ontvanger gedrag Niet-intentioneel gedrag (Symptomen) Intentioneel gedrag Non-verbaal Verbaal Niet ontvangen 1a Niet ontvangen symptomatisch gedrag 2a Niet ontvangen nonverbale boodschappen 3a Niet ontvangen verbale boodschappen Per ongeluk ontvangen 1b Per ongeluk ontvangen symptomen 2b Incidenteel ontvangen nonverbale boodschappen 3b Incidenteel ontvangen verbale boodschappen Bewust ontvangen 1c Symptomen waar aandacht op is gericht 2c Non-verbale boodschappen waar aandacht op is gericht 3c Verbale boodschappen waar de aandacht op is gericht In de eerste kolom zien we zendergedrag dat niet-intentioneel is. Dit worden ook wel symptomen genoemd omdat ze gezien kunnen worden als signalen die iets zeggen over de toestand van de zender, zoals moe of nerveus zijn. Het hoeft dus volstrekt niet de bedoeling te zijn van de zender om deze informatie over te brengen, sterker, soms wil hij of zij dat juist niet, maar gebeurt het toch. De tweede kolom laat intentioneel nonverbaal gedrag zien, zoals zwaaien naar iemand of iemand een schouderklopje geven. De derde kolom bevat intentioneel talig gedrag, zoals het schrijven van een brief of het geven van een lezing. 7

8 De drie rijen representeren dat een boodschap al dan niet is ontvangen. In de eerste rij worden de acties van de zender niet ontvangen, bijvoorbeeld omdat er geen aandacht aan wordt besteed of omdat de verbinding is uitgevallen. In de tweede rij wordt het gedrag per ongeluk ontvangen. Je kunt tegen iemand zeggen dat je moe bent, de ontvanger had dat al gezien, maar niet bewust geregistreerd en realiseert zich nu pas dat het zo is. In de derde rij geeft de ontvanger expliciet de aandacht aan het gedrag van de zender. Welke van de bovenstaande gevallen kunnen we nu werkelijk definiëren als communicatie? Hierover lopen de opvattingen uiteen. De volgende drie stellingnamen kom je hierbij dikwijls tegen. De eerste beperkt zich tot die boodschappen die intentioneel en ontvangen zijn: de vakken 2b, 2c, 3b en 3c. De tweede stellingname is dat het gedrag van de zender op de een of andere manier betekenisvol moet zijn voor de ontvanger, of het nu wel of niet intentioneel is verzonden. Met andere woorden als ik geeuw en de ander ziet dit, dan kan daaruit geconcludeerd worden dat ik heb gecommuniceerd dat ik moe ben. Dit gedrag wordt gerepresenteerd in de vakken 1b, 1c, 2b, 2c, 3b en 3c. De derde stellingname is nog ruimer en zegt dat we alleen gedrag zouden moeten insluiten dat intentioneel is, maar anderzijds dat intentionaliteit moeilijk is te bepalen. Hierbij wordt soms alleen vak 1a uitgesloten van de definitie. Hoe we communicatie ook mogen definiëren, we zien dat in alle gevallen intentioneel ontvangen gedrag wordt opgevat als communicatie. Welke definitie onze voorkeur heeft hangt dikwijls af van onze doelen en het onderzoek. We moeten de definities dan ook zien als middelen om de wereld van de communicatie beter te begrijpen en niet als rigide uitspraken over hoe deze wereld al dan niet in elkaar zit. Het driehoeksmodel We zagen hierboven al dat niet alle manieren waarop we interactie hebben met de wereld buiten ons gaat met behulp van symbolen. Immers we kunnen een deur openen door de klink naar beneden te doen en vervolgens de deur te bewegen door onze handen en armen te verplaatsen. Zo kunnen we ook directe waarneming doen in onze fysieke omgeving zonder dat die omgeving symbolen naar ons verstuurt. Om deze verschillende manieren van interactie te beschrijven wordt bij de beschrijving van mens-mens communicatie ook dikwijls gebruik gemaakt van het zogenaamde driehoeksmodel. In het driehoeksmodel onderscheiden we twee soorten interactie: een fysieke en een symbolische. We kunnen enerzijds fysiek interacteren met de wereld door voorwerpen te manipuleren (oppakken, verplaatsen, ) of te observeren (kijken, luisteren, ruiken, ). Anderzijds kunnen we ook een symbolische interactie hebben met onze gesprekspartners via woorden of via non-verbale communicatie. Naast een directe, fysieke interactie hebben we dus ook een niet-fysieke, meer indirecte interactie, namelijk via onze gesprekspartner. We kunnen onze gesprekpartner bijvoorbeeld vragen stellen over de wereld of opdrachten geven en op die manier informatie verkrijgen of de wereld veranderen. Deze symbolische interactie is altijd van het intentionele type zoals besproken in de voorgaande sectie, d.w.z. ze is bedoeld door de zender om te communiceren. Merk op dat we voor symbolische acties altijd een interpreteerder nodig hebben die de symbolen omzet in iets dat gerelateerd is aan een ervaring in de wereld. We kunnen nu spreken over een zogenaamde communicatieve setting. Een communicatieve setting geeft aan welke subjecten 3 deelnemen aan de communicatie, welke informatiestromen er lopen tussen de subjecten soms ook wel agenten genoemd (E: agents) en hoe de subjecten een interactie kunnen hebben met de (fysieke) wereld. Algemener geformuleerd ziet een communicatieve setting er als volgt uit: <Subjects, Worlds, Infoflow > waarbij: Subjects: {A 1, A 2, A n } (een verzameling participanten) Worlds: {W 1, W 2, W m } (een verzameling werelden of domeinen) Infoflow: {<A 1,A 2 >, <A 1,A 3 >, <A 1,A n >, <A 2,A 1 >, <A 2,A 3 >, <A 1,W 1 >,...} (een verzameling informatiestromen) 3 Als we over menselijke entiteiten spreken, gebruiken we ook dikwijls het woord subject. 8

9 i W i A B Figuur 3: De driehoeksmetafoor voor communicatie Merk op dat we hier naast de variabelen A, B, C, W1, gebruik maken van vier soorten tekens: {, }, < en >. Verzamelingen worden aangegeven tussen accolades; hierbij speelt de volgorde geen rol. Wat tussen de hoekige haakjes staat noemen we tupels; hier is wel van belang wat op een bepaalde plaats staat. Het tupel <A1,A2> geeft dus aan dat er een informatieflow is van A1 naar A2 en niet andersom. In de figuur geven we dat aan met behulp van de richting van de pijlen. De tupels stellen ons nu in staat nauwkeurig te refereren naar de verschillende informatiestromen. Aan de inhoud van de tupels kunnen we zien of we te maken hebben met een symbolische of een fysieke informatiestroom. Ga dit na! Figuur 3 kunnen we nu op de volgende manier beschrijven: Subjects: {A, B} Worlds: {W} Infoflow: {<A,B>, <B,A>, <A,W>, <W,A>, <B,W>, <W,B>} De notatie <A,W> betekent hier dat de informatiestroom van A naar W gaat; we spreken af dat dit betekent dat de agent handelingen kan uitvoeren op de wereld. Andersom, betekent <W,A> dat er een informatiestroom van W naar A gaat; we spreken af dat dit betekent dat de agent A de wereld kan observeren. Hetzelfde geldt uiteraard voor B. Met andere woorden, beide subjecten hebben directe toegang tot de wereld, kunnen daarin dingen observeren en veranderen, en kunnen bovendien met elkaar interacteren met behulp van symbolen. Het is belangrijk het onderscheid tussen de wereld zelf en de kennis over de wereld goed te begrijpen. De wereld is een concrete instantiatie van de dingen waarover gepraat kan worden en bevat objecten met eigenschappen en relaties, zoals auto s of boeken (objecten) met kleuren en groottes (eigenschappen) die in de ruimte een bepaalde plaats ten opzichte van elkaar kunnen innemen (relaties). Kennis over de wereld is altijd een onderdeel van een subject merk ook het verschil in de termen object en subject. Met object refereren we direct naar de dingen in de wereld, met subject verwijzen we naar de gespreksdeelnemers die een bepaalde interpretatie hebben van de wereld, bijv. bepaalde kennis van of aannames over de wereld. Een gespreksdeelnemer kan volledige kennis hebben van de gesprekswereld. Dit komt bijvoorbeeld voor als de twee gesprekspartners schaken en we het schaakspel als de gesprekswereld beschouwen; beide gesprekpartners hebben in zo n geval een volledig overzicht van de voor het gesprek relevante objecten (pionnen, dames, paarden, etc.) met hun eigenschappen (als ze tenminste beiden de regels van het spel kennen). Maar in het algemeen hebben gespreksdeelnemers een beperkte observatie op de gesprekswereld, denk aan een telefoongesprek waarin we over van alles en nog wat praten, maar meestal niet over de perceptief toegankelijke wereld van dat moment. We zeggen ook wel dat de wereld volledig is, en dat de kennis van de agent in het algemeen beperkt, oftewel onvolledig, is. Vervelender is als deelnemers onjuiste kennis bezitten over de wereld, bijvoorbeeld omdat de observaties onjuist waren, omdat de wereld veranderd is of omdat de gesprekspartner onjuiste informatie heeft overgebracht. Dingen die subjecten denken te weten hoeven dus niet waar te zijn en ze hoeven ook niet alle eigenschappen van de dingen in de wereld te kennen. Het kan echter ook zo zijn dat een deelnemer eigenschappen toekent aan iets wat niet direct observeerbaar is in de wereld. Hij of zij vindt bijvoorbeeld alle objecten lelijk die rood 9

10 zijn, maar lelijkheid hoeft niet als zodanig in die wereld waarneembaar te zijn. Rood is daarmee een observeerbare eigenschap, terwijl lelijkheid een niet-observeerbare eigenschap is. In het algemeen is het zo dat nietobserveerbare eigenschappen gebaseerd zijn op observeerbare eigenschappen (bijv. alle paarse stoelen met bruine stippen zijn lelijk). Observeren, handelen en communiceren Voordat we het driehoeksmodel verder uitwerken, zullen we eerst de intuïtie erachter bekijken. Wat betekent het immers dat er een informatiestroom gaat van een van de hoekpunten naar een ander hoekpunt? We kunnen daarbij de hoekpunten opvatten als een systeem, oftewel een object dat een input en een output heeft. Als er een input is, d.w.z. een informatiestroom, betekent dit dat de toestand van het systeem verandert. Op welke manier het systeem verandert is afhankelijk van de eigenschappen van het systeem waar we mee te maken hebben. Als bijvoorbeeld iemand beweert het regent pijpenstelen, dan weet vervolgens de ontvanger dat het pijpenstelen regent, of, wat voorzichtiger, dan gelooft de ontvanger dat de zender gelooft dat het pijpenstelen regent. Als de ontvanger zijn partner als betrouwbaar inschat, kan hij of zij vervolgens ook geloven dat het pijpenstelen regent. Anderzijds kan, zoals we gezien hebben, een subject de wereld ook direct waarnemen: hij kijkt naar buiten, ziet dat het pijpenstelen regent en komt vervolgens tot de conclusie dat het pijpenstelen regent. In beide gevallen is er iets veranderd, voorheen wist de ontvanger niet dat het pijpenstelen regende, in de volgende toestand, nadat de informatiestroom had plaatsgevonden weet hij of zij het wel. Hoe de ontvanger daarop reageert (de output) is weer afhankelijk van een allerlei andere factoren, zoals de doelen en andere kennis van de ontvanger, wat de ontvanger weet over de zender, etc. Naast een informatiestroom van de wereld naar het subject bestaat er ook een stroom van het subject naar de wereld. We zeiden al dat het subject handelingen uitvoert op de wereld. Nu betekent iedere handeling dat er een verandering optreedt (ga dit na aan de hand van enkele voorbeelden!) en daarmee komt het plaatje dus overeen met datgene wat we hierboven al hadden gezegd. Als er dus een informatiestroom van het subject naar de wereld gaat, voert het subject een handeling uit en zal de toestand van de wereld dus veranderen. In praktijk zijn beide stromen nauw met elkaar verbonden; als we bijvoorbeeld autorijden nemen we de wereld voortdurend waar en reageren we voortdurend op deze waarneming. Met behulp van een observatie kan een agent dus kennis opdoen over de wereld (dat is dus de relatie <W,A> en <W,B> in het plaatje), maar er zijn ook andere manieren om kennis over de wereld te vergaren. Een deelnemer A kan zijn gesprekspartner ook iets vragen en als B het antwoord weet geeft hij vervolgens antwoord. Er loopt dan een informatiestroom van A naar B (<A,B>), vervolgens loopt er een informatiestroom van B naar A (<B,A>). Deze twee informatiestromen zijn uitgebeeld in Figuur 4a. Als A iets aan zijn partner vraagt, hangt het onder meer af van de coöperativiteit en betrouwbaarheid van zijn partner of hij het juiste antwoord krijgt. Bovendien hoeft zijn partner het ook niet altijd te weten. In dat geval kan B er bijvoorbeeld voor kiezen eerst de wereld waar te nemen. Voordat er een stroom gaat van B naar A, gaat er dan eerst nog een stroom van de wereld naar B. Denk bijv. aan het geval waarbij B op zijn of haar horloge moet kijken. De respectievelijke informatiestromen zijn uitgebeeld in Figuur 4b. Uiteraard kunnen we vele andere gevallen onderscheiden, bijv. dat B eerst een wedervraag stelt aan A. Behalve het stellen van vragen, kan een subject ook een opdracht geven om iets te veranderen in de wereld. A verzoekt bijvoorbeeld B de deur dicht te doen en, als B coöperatief is, doet hij vervolgens de deur dicht (zie Figuur 5a). In de praktijk gaan deze handelingen dikwijls vergezeld van talrijke andere informatiestromen. Eerst zegt B bijvoorbeeld dat hij bereid is de opdracht uit te voeren (stap 2), vervolgens doet hij dat (stap 3), hij neemt waar of het gelukt is (stap 4), daarna zegt hij dat het gelukt is (stap 5) en als laatste bedankt A voor B s dienst (stap 6). Het bijbehorende gesprek zou als volgt kunnen gaan (zie ook Figuur 5b). 1. A: Zou je voor mij de deur op slot willen doen? 2. B: OK, zal ik doen 3. B: Doet de deur op slot 10

11 4. B: Voelt of de deur op slot is 5. B: Hij zit op slot 6. A: Mooi, bedankt W W 2 A 1 2 B A 1 3 B Figuur 4a: De informatiestroom bij het stellen van het vraag. Figuur 4b: B moet eerst observeren voordat de vraag beantwoord kan worden. W W A 1 2 B A B Figuur 5a: De informatiestroom bij het geven van een opdracht. Figuur 5b: Mogelijke extra stappen bij het uitvoeren van een opdracht. In een gesprekssituatie kunnen er tal van informatiestromen heen en weer gaan, maar ze zijn in principe allemaal terug te voeren op de bovenstaande basissituaties. Tijdens het gesprek reageren mensen op elkaar, op gebeurtenissen in de omgeving of op een combinatie hiervan. De essentie van het driehoeksmodel is dat de informatiestromen tot twee types terug te voeren zijn, namelijk die waarbij sprake is van een fysieke interactie of die waarbij sprake is van een symbolische interactie. We zullen hieronder zien dat er ook andere informatiestromen zijn. Signalen, symbolen en tekens In Tabel 1 hebben we tussen neus en lippen het woord symptomen gebruikt. Symptomen stonden daarbij voor niet-intentioneel gedrag uitgevoerd door de bron. In de literatuur wordt daarom ook wel een onderscheid gemaakt tussen symptomen en tekens, waarbij symptomen staan voor niet-intentioneel overgedragen informatie en tekens voor intentioneel communicatief gedrag. Vergelijk de volgende twee zinnen: 1. Deze vlekjes betekenen dat Emma mazelen heeft 2. Het handgebaar van de dokter betekent dat Emma mazelen heeft 11

12 De vlekjes in zin 1 zijn een symptoom, een direct bewijs dat Emma mazelen heeft; ze komen in Figuur 3 overeen met een informatiestroom van de fysieke wereld naar de observeerder. In zin 2 betekent het handgebaar van de dokter dat Emma mazelen heeft, de dokter geeft een teken naar de ontvanger van het signaal; er vindt een symbolische informatiestroom plaats van de dokter naar de ontvanger. De filosoof Grice maakte in een beroemd artikel over betekenis daarom ook wel onderscheid tussen natuurlijke en niet-natuurlijke betekenis ( natural meaning en non-natural meaning ; Grice, 1957). De vlekjes zijn een natuurlijke indicatie voor de mazelen, het handgebaar is dat niet. In de termen van de driehoeksmetafoor kunnen symptomen dus opgevat worden als informatiestromen tussen de subjecten en de wereld en tekens als informatiestromen tussen de subjecten onderling. Het gebruik van tekens kan dus opgevat worden als handelingen (of gedrag) die intentioneel worden uitgevoerd door de zender om een bepaald effect te bewerkstelligen bij de ontvanger. Die handelingen kunnen zowel verbaal (talig) als non-verbaal (niet-talig) zijn, of een combinatie van deze types. Het effect dat de zender wil bereiken kan dan bijvoorbeeld zijn dat de ontvanger iets weet wat hij eerder niet wist of dat hij iets doet wat hij niet al zou doen. Of dit effect bereikt wordt, is afhankelijk van een complex van factoren waar we het later nog over zullen hebben in dit college. Zowel tekens als symptomen kunnen dus een effect bewerkstelligen bij de ontvanger. Immers als ik zie aan de rode vlekjes op mijn dochters arm dat ze mazelen heeft, zal ik er voor zorgen dat ze in bed blijft en niet naar school gaat. In zoverre is er qua effect weinig verschil tussen de vlekjes en het handgebaar van de dokter, behalve dat in het laatste geval de dokter de signalen van de wereld interpreteert en aan mij doorgeeft in de vorm van voor mij belangrijke kennis. De vlekjes hebben in dat laatste geval eerst effect op de dokter, die door zijn non-verbale handeling op zijn beurt effect heeft op mij. Wel is er een belangrijk verschil tussen tekens en symptomen met betrekking tot het effect op de ontvanger. Ik kan bijvoorbeeld tijdens een kaartspel aan mijn neus zitten om mijn partner te laten zien dat ik goede kaarten heb. Maar evengoed kan ik aan mijn neus zitten omdat ik jeuk heb of een snotje weg wil werken. Dezelfde handeling kan dus zowel intentioneel communicatief als niet-intentioneel communicatief opgevat worden en een verkeerde interpretatie van dit feit zou desastreuze gevolgen kunnen hebben voor het verdere verloop van ons kaartspel. Met andere woorden, ik wil als zender dus ook het effect bereiken dat mijn partner mijn gedrag herkent als intentioneel communicatief, nog los van de boodschap die verpakt zit in mijn handgebaar. Tekens zijn dus vormen van gedrag die bedoeld zijn om herkend te worden als intentioneel communicatief. We spreken ook wel over intentioneel communicatieve handelingen of gedrag of, in termen van het driehoeksmodel, over communicatieve en niet-communicatieve informatiestromen. In het driehoeksmodel nemen we dus het standpunt in dat niet-intentioneel communicatief ook niet communicatief is. Figuur 6: Heeft Maxima jeuk of goede kaarten? Over het algemeen is het herkennen van de handeling als intentioneel communicatief geen probleem. We hebben al vanaf onze vroege jeugd afspraken gemaakt over het gebruik van bepaalde vormen van handelingen als typisch intentioneel communicatief. Denk aan het uitspreken van de woorden en zinnen in de taal of handgebaren als het omhoog steken van vingers (duim, middelvinger, etc.). Dit soort communicatieve handelingen 12

13 zijn conventioneel: er zijn (impliciete) afspraken 4 gemaakt over de relatie tussen de vorm en de betekenis van het teken. Als iemand ze gebruikt gaat hij of zij er van uit dat de ander ook de betekenis kent van die vorm. Hoe we die afspraken maken is niet altijd even duidelijk. Over een deel van de tekens die we gebruiken is nooit een afspraak gemaakt en sommige zijn zelfs aangeboren. Zo is het huilen van een baby duidelijk communicatief bedoeld: als er niemand in de buurt zou zijn, heeft het huilen hoogstwaarschijnlijk geen enkele zin. Een ander voorbeeld van een niet-conventioneel teken is als ik op een bijeenkomst iemand duidelijk maak dat ik weg wil door opzichtig op mijn horloge te kijken. In dat geval moet de ontvanger op basis van onder meer de context kunnen afleiden wat mijn gebaar betekent. We zullen dan ook in dit college verder onderscheid maken tussen tekens die min of meer conventioneel zijn en tekens die dat niet zijn. De eerste categorie wordt in de literatuur ook wel aangeduid als symbolen. Omdat in de Nederlandse en Angelsaksische literatuur geen apart woord is voor de tweede categorie zullen we deze blijven aanduiden met het woord teken. Daar waar het onderscheid belangrijk is tussen teken in ruimere zin en teken in meer beperkte zin en het verschil niet duidelijk is vanuit de context, zullen we de eerste categorie aanduiden als teken1 en de tweede als teken2. Deze indeling kunnen we terugvinden in Figuur 7. signalen niet-intentioneel intentioneel symptomen tekens1 niet-conventioneel conventioneel tekens2 symbolen Figuur 7: Classificatie van intentioneel en niet-intentioneel communicatief gedrag In het driehoeksmodel zijn de communicatieve en niet-communicatieve informatiestromen (respectievelijk tekens en symptomen) netjes uit elkaar gehaald en gescheiden door verschillende kanalen. In de praktijk kunnen we dit onderscheid echter niet zo eenvoudig maken. Immers, we nemen het gedrag van de ander waar via onze zintuigen en die maken in eerste instantie geen onderscheid tussen symptomen en tekens. Zolang we nog geen interpretatie hebben meegegeven aan de informatiestromen in termen van symptomen of tekens spreken we ook wel over signalen. Signalen zijn dus ongeïnterpreteerde informatiestromen waarvan nog niet bekend is of deze bedoeld zijn voor communicatie. Dit wordt pas in de hogere lagen van het verwerkingsproces van de inkomende informatie bepaald. Gelaagde communicatie We kunnen nu een communicatiemodel schetsen dat zich onderscheidt van het driehoeksmodel door verschillende verwerkingslagen in te bouwen. We moeten ons daarbij realiseren dat iedere vorm van informatieuitwisseling via een fysieke drager gaat. 5 Met andere woorden, de symbolische interactie in het driehoeksmodel gaat in feite via de fysieke wereld en is daardoor in feite een vorm van fysieke interactie. Zo produceren we in een gesprek geluidsgolven die op de trommelvliezen van de hoorder terechtkomen. Deze golven worden in de hersenen uiteengerafeld in woorden. De woorden hebben betekenis en verwijzen daarmee naar concepten. Op het betekenisniveau hebben we begrip van de uiting, we kunnen hier bijvoorbeeld zeggen of een zin waar is of onwaar of we kunnen objecten in de wereld verbinden met de woorden. Het hoogste niveau representeert 4 Bijvoorbeeld op school, via onze vrienden, onze ouders, woordenboeken, etc. 5 We gaan er hier voor het gemak van uit dat entiteiten geen paranormale gaven bezitten. 13

14 de bedoeling van de spreker. Een zin met zijn bijbehorende betekenis wordt geuit om een bepaald effect te bereiken, zoals iemand overtuigen of waarschuwen. In principe kan de volgorde niet omgedraaid worden. Ik moet eerst het geluid horen voordat ik de woorden kan herkennen, ik moet eerst de woorden herkennen voordat ik de betekenis kan herkennen, etc. Andersom moet ik bij het genereren van een boodschap eerst een intentie hebben om een bepaald effect te bereiken, daar moet ik dan de juiste concepten en woorden bij zoeken en deze omzetten in geluid. Deze niveaus van verwerking zijn afgebeeld in Figuur 8. Merk op dat we een virtuele pijl kunnen trekken tussen de bovenste lagen. Op dit bovenste niveau zien we een virtuele gedachtelijn, dat is op het niveau van intentionele communicatie de gedachte die we willen overbrengen en het effect dat we daarmee willen bereiken. We kunnen de manier van verwerking in lagen ook herkennen in computer-computer communicatie zoals bij het TCP/IP model. A bedoeling gedachten B betekenis woorden symbolen geluiden signalen fysieke wereld Figuur 8: Verschillende verwerkingslagen bij communicatie. Uiteraard zijn de niveaus een sterke vereenvoudiging van de werkelijkheid. Zo speelt bijv. de context een belangrijke rol bij de verwerking van boodschappen. We interpreteren boodschappen in het licht van wat al eerder is gezegd, wat we al eerder wisten en kunnen we ook een bepaalde houding hebben tegenover een spreker. Zo heeft een goed verstaander maar een half woord nodig en geloven we niet zo snel mensen waarvan we weten dat ze niet te vertrouwen zijn. We zullen daar op deze plaats niet verder op ingaan. Wel is belangrijk in te zien dat de symbolische interactie van het driehoeksmodel in feite een interactie is op een hoog niveau waar vele verwerkingsprocessen aan vooraf gaan. Conclusie We hebben in dit hoofdstuk een aantal modellen bekeken die ieder hun eigen kracht hebben in het beschrijven van een aantal communicatieve verschijnselen. Hierbij zijn we uitgegaan van signalen als basiseenheden van informatieuitwisseling. Signalen worden op verschillende niveaus verwerkt en bij interpretatie doorgestuurd naar hogere niveaus, en bij generatie naar lagere niveaus. Een belangrijk niveau is het niveau waarop symbolen worden uitgewisseld. Symbolen kunnen worden beschouwd als conventionele intentionele signalen die bedoeld zijn om als communicatief herkend te worden door de ontvanger. Referenties Clark, H.H. (1997) Using Language. Cambridge: Cambridge University Press. Cowley, J. (2012) Communications and Networking. London: Springer-Verlag. 14

15 Grice, H.P. (1957) Meaning. Philosophical Review, 67. Levelt, W.J.M. (1993) Speaking. From Intention to Articulation. Cambridge, Mas.: The MIT Press. Littlejohn, S. W. (2002) Theories of Human Communication. Belmont, CA: Wadsworth. Meadow, C.T. (1975) Sounds and Signals. How we Communicate. Philadelphia: The Westminster Press. Shannon, C.E (1948) A Mathematical Theory of Communication. The Bell System Technical Journal, Vol. 27, pp Taylor, M.M. (1988) Layered Protocols for Computer-Human Dialogue. I: Principles. Int. Journal of Man- Machine Studies. 28(2&3), p

16 Appendix 1: Planten en communicatie Van een behoorlijk aantal plantensoorten is aangetoond dat ze activiteiten vertonen die sterk lijken op communicatie. Daarvoor moet de plant redelijk snel op omgevingsprikkels kunnen reageren. Dat doet ze bijvoorbeeld onder invloed van licht en donker, bij aanraking zoals bij kruidje-roer-mij-niet, een plantje met gevinde bladeren die zich bij de minste aanraking samenvouwen maar ook bij beschadiging. Daarnaast moeten planten signalen kunnen uitzenden waarop de omgeving kan reageren. En inderdaad, bloemen verspreiden geuren die bestuivers zoals bijen aantrekken; na de bestuiving houden veel bloemen overigens op met de geurproductie. Een van de meest typische vormen van plantencommunicatie komt voor als de plant wordt aangevallen door belagers. Afhankelijk van verschillende soorten beschadiging zoals door rupsen of konijnen kunnen planten reacties vertonen waar zowel andere planten als dieren op reageren. Als een blad van de tabaksplant dat door een konijn wordt aangevreten, zal het het giftige nicotine gaan produceren. 6 Wordt de tabaksplant echter aangevallen door de rups van een tabakspijlstaartvlinder dan maakt ze juist minder nicotine aan, omdat de rups de nicotine opslaat en daardoor minder aantrekkelijk wordt voor zijn eigen aanvallers. De plant maakt in dat laatste geval alarmsignalen in de vorm van geurstoffen die sluipwespen aantrekken die op hun beurt parasiteren op de rups, waardoor de tabaksplant wordt verlost van zijn belager. Er is inmiddels van talloze planten aangetoond dat ze chemische alarmsignalen kunnen uitzenden. Figuur 1 Een rups wordt geparasiteerd door sluipwespen. Planten kunnen zowel intern als extern communiceren bij beschadiging. De tabaksplant kan interne chemische alarmsignalen verspreiden zodat de overige bladeren ook gif gaan produceren. Extern kunnen planten zowel ondergronds door het water, als bovengronds door de lucht informatie overdragen. Onderzoek heeft laten zien dat niet alleen de aangevreten tabaksplant, maar ook planten in de buurt van de tabaksplant giftig worden. Dit verschijnsel is ook aangetoond in sommige bonenplanten die via de wortels werden blootgesteld aan de alarmgeur van andere bonenplanten die door spintmijten werden beschadigd. In de niet aangetaste bonenplanten werden hierdoor genen geactiveerd die bij de verdediging van de plant betrokken zijn en die er voor zorgen dat alarmgeuren worden geproduceerd die vijanden van de bladluizen of spintmijten aantrekken; dit gebeurde niet in bonenplanten die naast onbeschadigde bonenplanten stonden. Van de communicatie met lijfwachten als sluipwespen en roofmijten wordt dankbaar gebruik gemaakt bij het milieuvriendelijk kweken van gewassen zulke planten hebben immers veel minder insecticiden nodig. De alarmsystemen van planten zijn waarschijnlijk in een vroeg stadium in de evolutie ontstaan en lijken over het algemeen veel op elkaar. Minstens een daarvan is misschien wel net zo aantrekkelijk voor sluipwespen als voor de mens: die heerlijke voorjaarsgeur van vers gemaaid gras. 6 Het aanmaken van nicotine kost veel stikstof en is daardoor een zware belasting voor de plant. De plant zal dan minder zaad aanmaken. Het is dus gunstig voor de plant om de aanmaak van nicotine alleen voor noodgevallen te bewaren. 16

Basismodellen Communicatie

Basismodellen Communicatie asismodellen Communicatie R.J. eun Het communicatiegedrag van mensen is in de loop van de evolutie uitgegroeid tot een ingewikkeld systeem van gebaren, houdingen, gezichtsuitdrukkingen, luchtstootjes en

Nadere informatie

Informatieuitwisseling

Informatieuitwisseling UU Informatieuitwisseling Inleiding Informatietheorie Robbert Jan Beun 9-12-2015 Dit document bevat een inleiding op het college van Prof. dr. Jan van Leeuwen over informatietheorie en is bedoeld als achtergrondinformatie.

Nadere informatie

Les 1: Communicatie en interactie + soorten communicatie

Les 1: Communicatie en interactie + soorten communicatie Les 1: Communicatie en interactie + soorten communicatie Gedurende de opleiding krijg je vakken die vallen onder: Communicatie 1,2,3,4 In periode 1 krijgen jullie communicatie 1 + 2 - Communicatie Luisteren

Nadere informatie

In Vlaanderen bestaat er nog geen leerlijn programmeren! Hierdoor baseren wij ons op de leerlijn die men in Nederland toepast voor basisscholen.

In Vlaanderen bestaat er nog geen leerlijn programmeren! Hierdoor baseren wij ons op de leerlijn die men in Nederland toepast voor basisscholen. Leerlijn programmeren In Vlaanderen bestaat er nog geen leerlijn programmeren! Hierdoor baseren wij ons op de leerlijn die men in Nederland toepast voor basisscholen. Deze leerlijn is opgebouwd aan de

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

www.rkdiaconie.nl/ er zijn/ specifieke activiteit uitvoeren

www.rkdiaconie.nl/ er zijn/ specifieke activiteit uitvoeren BEGRIJP JE WAT IK ZEG? Over communicatie, luisteren en vooroordelen Situering Om op een zinvolle manier met elkaar te communiceren, heb je veel vaardigheden nodig. De doelstellingen van deze trainingsachtige

Nadere informatie

COMMUNICATIE. Hoofdstuk 4.4 t/m 4.9. Schooljaar: 2015-2016 KLAS 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G

COMMUNICATIE. Hoofdstuk 4.4 t/m 4.9. Schooljaar: 2015-2016 KLAS 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G Communicatie Techniek, Systemen, Methoden, Processen, Strategieën, Vormen, Middelen, enz. Schooljaar: 2015-2016 COMMUNICATIE Hoofdstuk 4.4 t/m 4.9 KLAS 2A 2B 2C 2D 2E 2F 2G Algemene Techniek H.H. Baromeo

Nadere informatie

1Communicatie als. containerbegrip

1Communicatie als. containerbegrip 1Communicatie als containerbegrip Als medisch specialist is communiceren onlosmakelijk verbonden met het uitoefenen van uw professie. Niet alleen hebt u contact met uw patiënten, maar ook met diverse professionals

Nadere informatie

Communicatiemodel. Communicatieniveaus

Communicatiemodel. Communicatieniveaus Download #06 Een fantastisch communicatiemodel trainingmodule Communicatiemodel Mensen uiten hun gevoelens op verschillende manieren. De een laat meteen zien hoe hij zich voelt bij een situatie, terwijl

Nadere informatie

1 Rekenen in eindige precisie

1 Rekenen in eindige precisie Rekenen in eindige precisie Een computer rekent per definitie met een eindige deelverzameling van getallen. In dit hoofdstuk bekijken we hoe dit binnen een computer is ingericht, en wat daarvan de gevolgen

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Het NLP communicatie model

Het NLP communicatie model Het NLP communicatie model Ontdek jouw communicatie waarnemingsfilters Leef je natuurlijk leiderschap 1 Inleiding Op het moment dat veranderingen in een organisatie plaatsvinden is communicatie één van

Nadere informatie

Een sterk communicatiemodel trainingmodule

Een sterk communicatiemodel trainingmodule Extra #04 Een sterk communicatiemodel trainingmodule Communicatieniveaus Mensen uiten hun gevoelens op verschillende manieren. De een laat meteen zien hoe hij zich voelt bij een situatie, terwijl de ander

Nadere informatie

Communicatietechnologie: een inleiding. Inhoud eindtoets. Eindtoets. Introductie. Opgaven. Terugkoppeling. Antwoorden op de opgaven

Communicatietechnologie: een inleiding. Inhoud eindtoets. Eindtoets. Introductie. Opgaven. Terugkoppeling. Antwoorden op de opgaven Inhoud eindtoets Eindtoets Introductie Opgaven Terugkoppeling Antwoorden op de opgaven 2 Eindtoets Eindtoets I N T R O D U C T I E Met deze eindtoets wordt beoogd u een soort proeftentamen te geven waarmee

Nadere informatie

Samenvatting M&O H6: Communicatieproces

Samenvatting M&O H6: Communicatieproces Samenvatting M&O H6: Communicatieproces Samenvatting door K. 1320 woorden 29 oktober 2016 10 1 keer beoordeeld Vak Methode M&O In balans H6; Communicatieproces 6.1 De definitie van communicatie Bij communicatie

Nadere informatie

Koers in zicht! Visie, werken in units Kernconcepten

Koers in zicht! Visie, werken in units Kernconcepten Astrid van den Hurk Koers in zicht! Visie, werken in units Kernconcepten De Toverbal, Venray Hoe leren kinderen? De wereld rondom ons In ons hoofd De boekenwereld op school 2. Bostypen Men onderscheidt

Nadere informatie

Rekenen: Getallen groep 5 en hoger. Rekenen en schattingen ontdekken. Algebra groep 5 en hoger. Patronen en relaties ontdekken.

Rekenen: Getallen groep 5 en hoger. Rekenen en schattingen ontdekken. Algebra groep 5 en hoger. Patronen en relaties ontdekken. Activiteit 4 Kaarten truc Fout opsporen & herstellen Samenvatting Wanneer data worden opgeslagen op een harde schijf of worden verzonden van de ene computer naar de andere, nemen we aan dat de data niet

Nadere informatie

Eindexamen Filosofie havo I

Eindexamen Filosofie havo I Opgave 2 Denken en bewustzijn 8 Een goed antwoord bevat de volgende elementen: een omschrijving van het begrip bewustzijn 2 argumentatie aan de hand van deze omschrijving of aan Genghis bewustzijn kan

Nadere informatie

Lineaire algebra 1 najaar Lineaire codes

Lineaire algebra 1 najaar Lineaire codes Lineaire algebra 1 najaar 2008 Lineaire codes Bij het versturen van digitale informatie worden in principe ketens van bits verstuurd die de waarde 0 of 1 kunnen hebben. Omdat de transmissiekanalen door

Nadere informatie

Ola Lanko en haar foto-genic installaties 14 oktober interview

Ola Lanko en haar foto-genic installaties 14 oktober interview Ola Lanko en haar foto-genic installaties 14 oktober interview Ola Lanko is altijd bezig met de werking van het medium fotografie. De kritische blik van de beschouwer is wat ze met haar werk wil overbrengen.

Nadere informatie

Luisteren: Elke taaluiting is relevant

Luisteren: Elke taaluiting is relevant Emma van Bijnen ADR Instituut 1 Luisteren: Elke taaluiting is relevant Niet de directe betekening van de bijdrage, maar de intentie van de spreker Er zijn ontelbaar veel verschillende dingen die partijen

Nadere informatie

Voorbeeld casus mondeling college-examen

Voorbeeld casus mondeling college-examen Voorbeeld casus mondeling college-examen Examenvak en niveau informatica havo Naam kandidaat Examennummer Examencommissie Datum Voorbereidingstijd Titel voorbereidingsopdracht 20 minuten van analoog naar

Nadere informatie

Communicatie. Els Ronsse. april 2008

Communicatie. Els Ronsse. april 2008 Communicatie Els Ronsse april 2008 Communicatie =? Boodschappen Heen en weer Coderen loopt bij mensen met autisme vaak fout Maar communicatie is meer. Relatiegericht Aandacht vragen Bevestiging geven Aanmoedigen

Nadere informatie

Les D-04 Foutdetectie en correctie

Les D-04 Foutdetectie en correctie Les D-04 Foutdetectie en correctie In deze les staan we stil bij het ontdekken (detectie) van fouten bij datacommunicatie en bij het herstellen (correctie) van fouten bij datacommunicatie. We bespreken

Nadere informatie

E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER

E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER E-BOOK FEEDBACK GEVEN IS EEN KUNST EXPRESS YOUR INNER POWER INLEIDING Het geven van feedback is een kunst. Het is iets anders dan het uiten van kritiek. Het verschil tussen beide ligt in de intentie. Bij

Nadere informatie

Luisteren en samenvatten

Luisteren en samenvatten Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister

Nadere informatie

Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor ouders

Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor ouders Pagina 1 van 10 Verklarende woordenlijst bij de strategieën uit Praten doe je met z n tweeën voor Strategieën ter bevordering van interactie communicatiestijl van het kind Rol van de ouder 1: Laat je kind

Nadere informatie

Februari 2012 Workshop Eviont

Februari 2012 Workshop Eviont Het Brein heeft een doel nodig! Februari 2012 Workshop Eviont Het Brein heeft een doel nodig! Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE...2 LEESWIJZER...3 INLEIDING...4 STAP 1: HET KADER...5 STAP 2: STATE, GEDRAG EN

Nadere informatie

opgaven formele structuren deterministische eindige automaten

opgaven formele structuren deterministische eindige automaten opgaven formele structuren deterministische eindige automaten Opgave. De taal L over het alfabet {a, b} bestaat uit alle strings die beginnen met aa en eindigen met ab. Geef een reguliere expressie voor

Nadere informatie

Niet veel mensen krijgen deze ziekte en sommige volwassenen hebben er vaak nog nooit van gehoord of weten er weinig vanaf.

Niet veel mensen krijgen deze ziekte en sommige volwassenen hebben er vaak nog nooit van gehoord of weten er weinig vanaf. Je leest waarschijnlijk dit boekje omdat je mama of papa of iemand anders speciaal in je familie Amyotrofische Lateraal Sclerose heeft. Het is een lang woord en het wordt vaak afgekort tot ALS. Niet veel

Nadere informatie

Communicatie op de werkvloer

Communicatie op de werkvloer Communicatie op de werkvloer Voor een goede communicatie op de werkvloer is het noodzakelijk dat we letterlijk dezelfde taal spreken. Een goede kennis van het vakjargon is dan ook erg belangrijk. Net zo

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting voor geïnteresseerden buiten het vakgebied

Nederlandse samenvatting voor geïnteresseerden buiten het vakgebied Nederlandse samenvatting voor geïnteresseerden buiten het vakgebied Met dit proefschrift ga ik promoveren in de biochemie. In dit vakgebied wordt de biologie bestudeerd vanuit chemisch perspectief. Het

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

Leiding geven en communicatie

Leiding geven en communicatie Leiding geven en communicatie september 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Communiceren als proces... 3 2.1 Een eenvoudig model... 3 2.2 Het referentiekader... 4 3 Stuurbaar gedrag... 7 4 Conclusie...

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Functioneringsinstrument NAH (FINAH)

Functioneringsinstrument NAH (FINAH) Functioneringsinstrument NAH (FINAH) Meetinstrument voor het functioneren van personen met NAH op vlak van activiteiten en participatie vanuit het standpunt van de persoon met NAH en zijn/haar Versie Mantelzorger

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

math inside Model orde reductie

math inside Model orde reductie math inside Model orde reductie Model orde reductie Met het voortschrijden van de rekenkracht van computers en numerieke algoritmen is het mogelijk om steeds complexere problemen op te lossen. Was het

Nadere informatie

WANNEER EEN SPECIAAL IEMAND ALS HEEFT

WANNEER EEN SPECIAAL IEMAND ALS HEEFT WANNEER EEN SPECIAAL IEMAND ALS HEEFT 1 Je leest waarschijnlijk dit boekje omdat je mama of papa of iemand anders speciaal in je familie Amyotrofische Laterale Sclerose heeft. Het is een lang woord en

Nadere informatie

III. Schakelen tussen communciatieniveaus

III. Schakelen tussen communciatieniveaus III. Schakelen tussen communciatieniveaus Herkent u de volgende situaties? o 'Nu heb ik al een paar keer aan mijn medewerker gevraagd of hij uit wil leggen wat er precies aan de hand is; maar hij geeft

Nadere informatie

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12 Katern 2 Getaltheorie Inhoudsopgave 1 Delers 1 2 Deelbaarheid door 2, 3, 5, 9 en 11 6 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12 1 Delers In Katern 1 heb je geleerd wat een deler van een getal

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Aanvullingen bij Hoofdstuk 8

Aanvullingen bij Hoofdstuk 8 Aanvullingen bij Hoofdstuk 8 8.5 Definities voor matrices De begrippen eigenwaarde eigenvector eigenruimte karakteristieke veelterm en diagonaliseerbaar worden ook gebruikt voor vierkante matrices los

Nadere informatie

van delen tot het geheel. Hij kan bijvoorbeeld zijn kleding binnenstebuiten aantrekken, of zijn kopje naast de tafel zetten.

van delen tot het geheel. Hij kan bijvoorbeeld zijn kleding binnenstebuiten aantrekken, of zijn kopje naast de tafel zetten. Afasie Als iemand een beroerte krijgt gebeurt dat bijna altijd plotseling. De schok is groot. Men heeft zich niet kunnen voorbereiden en men weet niet wat hen overkomt. Het dagelijkse leven wordt verstoord.

Nadere informatie

Non-verbale communicatie

Non-verbale communicatie Non-verbale communicatie Wie de taal van het lichaam wil leren begrijpen, moet eerst de verschillende signalen leren kennen, herkennen en goed inschatten. Meestal richten we (bewust) onze aandacht op het

Nadere informatie

Niveaubepaling Nederlandse taal

Niveaubepaling Nederlandse taal Niveaubepaling Nederlandse taal Voor een globale niveaubepaling kunt u de niveaubeschrijvingen A1 t/m C1 doornemen en vaststellen welk niveau het beste bij u past. Niveaubeschrijving A0 Ik heb op alle

Nadere informatie

2. Syntaxis en semantiek

2. Syntaxis en semantiek 2. Syntaxis en semantiek In dit hoofdstuk worden de begrippen syntaxis en semantiek behandeld. Verder gaan we in op de fouten die hierin gemaakt kunnen worden en waarom dit in de algoritmiek zo desastreus

Nadere informatie

klantgerichtheid... ... klanteninzicht... ... groepsdynamica... ... omgaan met diversiteit... ... stemgebruik... ... taalvaardigheid... ...

klantgerichtheid... ... klanteninzicht... ... groepsdynamica... ... omgaan met diversiteit... ... stemgebruik... ... taalvaardigheid... ... P1 VOORBEELD OBSERVATIE-INSTRUMENT GROEP klantgerichtheid klanteninzicht groepsdynamica omgaan met diversiteit PRESENTATIE stemgebruik taalvaardigheid non-verbaal communiceren professionele houding PERSOON

Nadere informatie

FLIPIT 5. (a i,j + a j,i )d i d j = d j + 0 = e d. i<j

FLIPIT 5. (a i,j + a j,i )d i d j = d j + 0 = e d. i<j FLIPIT JAAP TOP Een netwerk bestaat uit een eindig aantal punten, waarbij voor elk tweetal ervan gegeven is of er wel of niet een verbinding is tussen deze twee. De punten waarmee een gegeven punt van

Nadere informatie

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen (29/01/15) 1. Benader de betekenis van de volgende Nederlandse zin zo goed mogelijk (6 punten) door een formule van de propositielogica: Als het regent word ik

Nadere informatie

bw Prima Filosofie 2005 09-08-2005 13:47 Pagina 1 Ton Vink Prima Filosofie Een eerste kennismaking met de filosofie

bw Prima Filosofie 2005 09-08-2005 13:47 Pagina 1 Ton Vink Prima Filosofie Een eerste kennismaking met de filosofie bw Prima Filosofie 2005 09-08-2005 13:47 Pagina 1 Ton Vink Prima Filosofie Een eerste kennismaking met de filosofie bw Prima Filosofie 2005 09-08-2005 13:47 Pagina 3 Inhoud HOOFDSTUK 1 5 Filosofie is:

Nadere informatie

Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014)

Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014) Leren in contact met paarden Communicatie die is gebaseerd op gelijkwaardigheid (Door Ingrid Claassen, juni 2014) Inleiding De kern van (autisme)vriendelijke communicatie is echt contact, gebaseerd op

Nadere informatie

communicatie is onderhevig aan fouten

communicatie is onderhevig aan fouten 1.1 Een communicatiemodel Algemeen communicatiemodel Model voor datacommunicatie Verschil datacommunicatie en telecommunicatie Communicatie schematisch communicatie is onderhevig aan fouten Datacommunicatie

Nadere informatie

filosofie vwo 2016-II

filosofie vwo 2016-II Opgave 2 Theoriegeladenheid van de waarneming 5 maximumscore 3 Een goed antwoord bevat een uitleg met de afbeelding van het eend-konijn van: Kuhns Aristoteles-ervaring: plotselinge perspectiefverandering

Nadere informatie

Introductie in effectief en bewust communiceren. Communicatie; wat is dat eigenlijk?

Introductie in effectief en bewust communiceren. Communicatie; wat is dat eigenlijk? Introductie in effectief en bewust communiceren. Communicatie; wat is dat eigenlijk? Zodra er twee of meer mensen in 1 ruimte zijn is er sprake van communicatie, ook al wordt er niet gesproken. Het is

Nadere informatie

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK) A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete

Nadere informatie

TRAINING COMMUNICATIE VAARDIGHEDEN DOOR SASKIA KETTELERIJ & GEORGIOS LAZAKIS

TRAINING COMMUNICATIE VAARDIGHEDEN DOOR SASKIA KETTELERIJ & GEORGIOS LAZAKIS TRAINING COMMUNICATIE VAARDIGHEDEN DOOR SASKIA KETTELERIJ & GEORGIOS LAZAKIS 31/10/ 13 INTRODUCTIE Welkom! Vandaag gaan we gezamenlijk ervaringen delen over de vorige bijeenkomst. Jullie hebben in groepjes

Nadere informatie

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Compassie leven 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Inhoudsopgave Voorwoord Wekelijkse inspiraties 01 Geweld in de taal? Wie, ik?

Nadere informatie

S u b n e t t e n. t h e t r u e s t o r y 1100 0000. 1010 1000. 0000 0001. 0000 0001 1111 1111. 1111 1111. 1111 1111. 0000 0000.

S u b n e t t e n. t h e t r u e s t o r y 1100 0000. 1010 1000. 0000 0001. 0000 0001 1111 1111. 1111 1111. 1111 1111. 0000 0000. S u b n e t t e n t h e t r u e s t o r y 1100 0000. 1010 1000. 0000 0001. 0000 0001 1111 1111. 1111 1111. 1111 1111. 0000 0000 Part 1 Inhoud Wat is een subnet?... 2 Waarom?... 3 Het begin.... 3 Een voorbeeld...

Nadere informatie

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen

Nadere informatie

Voel jij wat ik bedoel? www.psysense.be 17/5/2008

Voel jij wat ik bedoel? www.psysense.be 17/5/2008 Voel jij wat ik bedoel? www.psysense.be 17/5/2008 Gevoel en emoties / definitie Emoties: in biologische zin: affectieve reacties. Prikkeling van dit systeem geeft aanleiding tot allerlei lichamelijke reacties.

Nadere informatie

Technische Functies - hoe ontwerpmethodologie filosofische analyse tart

Technische Functies - hoe ontwerpmethodologie filosofische analyse tart Technische Functies - hoe ontwerpmethodologie filosofische analyse tart 14 mei 2014 Pieter E. Vermaas Sectie Filosofie, Technische Universiteit Delft Mijn presentatie Functie is een fundamenteel begrip

Nadere informatie

Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken

Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken Inleiding: topologische oppervlakken en origami Een topologisch oppervlak is, ruwweg gesproken, een tweedimensionaal meetkundig object. We zullen in deze tekst

Nadere informatie

EXAMEN INFORMATIETHEORIE I (5JJ40 / 5K020) 25 maart 2004, 9u00 12u00-1 -

EXAMEN INFORMATIETHEORIE I (5JJ40 / 5K020) 25 maart 2004, 9u00 12u00-1 - EXAMEN INFORMATIETHEORIE I (5JJ40 / 5K020) 25 maart 2004, 9u00 12u00-1 - Zet de antwoorden in de daarvoor bestemde vakjes en lever alleen deze bladen in! LET OP: Dit werk bevat zowel de opgaven voor het

Nadere informatie

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol?

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol? Hoe word ik beter in geschiedenis? Als je beter wilt worden in geschiedenis moet je weten wat er bij het vak geschiedenis van je wordt gevraagd, wat je bij een onderwerp precies moet kennen en kunnen.

Nadere informatie

Babylichaamstaal. Van te vroeg geboren baby s

Babylichaamstaal. Van te vroeg geboren baby s Babylichaamstaal Van te vroeg geboren baby s Inleiding Voor een pasgeboren baby is lichaamstaal de eerste en enige manier om te vertellen wat hij wel of niet prettig vindt. Omdat hij nog niet kan praten,

Nadere informatie

Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid

Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid Kernvaardigheden PO Onderbouw havo en vwo Tweede fase havo Tweede fase vwo 1. Leesvaardigheid

Nadere informatie

Inleiding communicatie

Inleiding communicatie Inleiding communicatie Communicatie is een proces tussen zender en ontvanger. De boodschap wordt door de ander waargenomen, geïnterpreteerd en geëvalueerd. Als de boodschap niet overkomt, is er sprake

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Inhoud. 1. Communicatiestijlen 2. Non-verbale communicatie

Inhoud. 1. Communicatiestijlen 2. Non-verbale communicatie Inhoud 1. Communicatiestijlen 2. Non-verbale communicatie 1. Communicatiestijlen Wij onderscheiden vier communicatiestijlen: 1. expressieve stijl 2. beschouwende stijl 3. directieve stijl 4. coöperatieve

Nadere informatie

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen Correspondentie lezen Opleiding: uitwisseling, vorming,

Nadere informatie

Computer Vision: Hoe Leer ik een Computer Zien?

Computer Vision: Hoe Leer ik een Computer Zien? Computer Vision: Hoe Leer ik een Computer Zien? Michael H.F. Wilkinson Instituut voot Wiskunde en Informatica Rijksuniversiteit Groningen 27 April 2006 Overzicht 1 of 19 Wat is Computer Vision? Wat zijn

Nadere informatie

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Modelen. Contactgegevens

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Modelen. Contactgegevens Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Modelen WWW.CPS.NL Contactgegevens Willem Rosier [email protected] 06 55 898 653 Hoe ziet het modelen er in de 21 ste eeuw uit? Is flipping the classroom dan

Nadere informatie

Afasie Informatie voor familieleden. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Afasie Informatie voor familieleden. Ziekenhuis Gelderse Vallei Afasie Informatie voor familieleden Ziekenhuis Gelderse Vallei Een van uw naasten is in de afgelopen periode opgenomen in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Er is door de logopedist een afasie geconstateerd.

Nadere informatie

Les A-03 Binaire en hexadecimale getallen

Les A-03 Binaire en hexadecimale getallen Les A-03 Binaire en hexadecimale getallen In deze les wordt behandeld hoe getallen kunnen worden voorgesteld door informatie die bestaat uit reeksen 0-en en 1-en. We noemen deze informatie digitale informatie.

Nadere informatie

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Methodisch werken binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Gentle Teaching 4 Middelen 5 Voor wie is Gentle Teaching? 5 3. Competentievergrotend werken 6 Middelen

Nadere informatie

Het observatieplan. 1 Inleiding

Het observatieplan. 1 Inleiding DC 23 Het observatieplan 1 Inleiding bserveren kan je helpen bij het oplossen van problemen van een cliënt of in een groep. Het helpt je om juiste beslissingen te nemen. bserveren doe je niet zomaar. Je

Nadere informatie

onderwerp: Ik ruik mensenvlees ( drama- beweging)

onderwerp: Ik ruik mensenvlees ( drama- beweging) onderwerp: Ik ruik mensenvlees ( drama- beweging) -lln. kn. zich soepel bewegen op de muziek; -lln. kn. sprookjesfiguren uitbeelden met de nadruk op één zintuig; -plezierbeleving; -lln. durven expressief

Nadere informatie

De Cues Filtered Out Theorie

De Cues Filtered Out Theorie De Cues Filtered Out Theorie Sommige mensen zien Computer mediated communication als een mindere vorm van communicatie, ook volgens de Cues Filtered Out theorie ontbreekt er veel aan deze communicatievorm.

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Modulewijzer InfPbs00DT

Modulewijzer InfPbs00DT Modulewijzer InfPbs00DT W. Oele 0 juli 008 Inhoudsopgave Inleiding 3 Waarom wiskunde? 3. Efficiëntie van computerprogramma s............... 3. 3D-engines en vectoranalyse................... 3.3 Bewijsvoering

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch)

Samenvatting (Dutch) Samenvatting (Dutch) 162 Hier zal een korte samenvatting gegeven worden van de resultaten van het onderzoek gepresenteerd in dit proefschrift. Affect, Gemoedstoestand en Informatieverwerking Om te overleven

Nadere informatie

Voorbeeld casus mondeling college-examen

Voorbeeld casus mondeling college-examen Voorbeeld casus mondeling college-examen Examenvak en niveau informatica vwo Naam kandidaat Examennummer Examencommissie Datum Voorbereidingstijd Titel voorbereidingsopdracht 20 minuten van analoog naar

Nadere informatie

Noise Resonance. Technological Sound Reproduction and the Logic of Filtering. M.J. Kromhout

Noise Resonance. Technological Sound Reproduction and the Logic of Filtering. M.J. Kromhout Noise Resonance. Technological Sound Reproduction and the Logic of Filtering. M.J. Kromhout NOISE RESONANCE SAMENVATTING 273 Samenvatting Ruisresonantie technologische geluidsreproductie en de logica van

Nadere informatie

Spraaktechnologie. Gerrit Bloothooft.

Spraaktechnologie. Gerrit Bloothooft. Spraaktechnologie Gerrit Bloothooft [email protected] Communicatie taal was er eerst als spraak en gebaar pas veel later als schrift - en lezen en schrijven (eerste taaltechnologie) Taal- en

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

Activiteit 1. Tel de punten Binaire Getallen. Samenvatting. Kerndoelen. Vaardigheden. Leeftijd. Materiaal

Activiteit 1. Tel de punten Binaire Getallen. Samenvatting. Kerndoelen. Vaardigheden. Leeftijd. Materiaal Activiteit 1 Tel de punten Binaire Getallen Samenvatting Data in de computer worden opgeslagen als een serie van nullen en enen. Hoe kunnen we woorden en getallen weergeven met alleen deze twee symbolen?

Nadere informatie

[IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.]

[IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.] 2011 Life Coach Désirée Snelling Berg Desirée [IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.] Leer de technieken om met behulp van je onderbewuste en het universum je ex weer terug te krijgen. Inleiding Het is geen geheim

Nadere informatie

Projectieve Vlakken en Codes

Projectieve Vlakken en Codes Projectieve Vlakken en Codes 1. De Fanocode Foutdetecterende en foutverbeterende codes. Anna en Bart doen mee aan een spelprogramma voor koppels. De ene helft van de deelnemers krijgt elk een kaart waarop

Nadere informatie

Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub

Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub Leeftijd: 12-16 jaar Tijdsduur: 1 uur Doelen - De jongeren denken na over de betekenis van de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden in het dagelijks

Nadere informatie

TEST JE WEBKENNIS: Smarty or dummy www.blaucapel.nl >vakken> informatiekunde> test je webkennis

TEST JE WEBKENNIS: Smarty or dummy www.blaucapel.nl >vakken> informatiekunde> test je webkennis TEST JE WEBKENNIS: Smarty or dummy www.blaucapel.nl >vakken> informatiekunde> test je webkennis Deelnemen? Opdracht Voorbeeld : combineer de eerste kolom met de tweede. : 1 = B of 2 = LL (dit zijn niet

Nadere informatie

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Afasie Afasie is een taalstoornis ontstaan door hersenletsel. Iemand met afasie heeft moeite met het uiten en het begrijpen van de taal. In deze brochure leest u wat afasie inhoudt en vindt u een aantal

Nadere informatie

Module TA 3 Strooks Het belang van bekrachtiging van het goede bij het werken met mensen.

Module TA 3 Strooks Het belang van bekrachtiging van het goede bij het werken met mensen. Module TA 3 Strooks Het belang van bekrachtiging van het goede bij het werken met mensen. In de TA wordt gesproken over het begrip strook. Een strook is een eenheid van erkenning. Mensen hebben een sterke

Nadere informatie

Uitleg. Welkom bij de Beverwedstrijd 2006. Je krijgt 15 vragen, die je in maximaal 45 minuten moet beantwoorden.

Uitleg. Welkom bij de Beverwedstrijd 2006. Je krijgt 15 vragen, die je in maximaal 45 minuten moet beantwoorden. Uitleg Welkom bij de Beverwedstrijd 2006 Je krijgt 15 vragen, die je in maximaal 45 minuten moet beantwoorden. Je krijgt 5 vragen van niveau A, 5 vragen van niveau B en 5 vragen van niveau C. Wij denken

Nadere informatie