RUIMTE VOOR DE LEK ADVIESNOTA SNIP3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RUIMTE VOOR DE LEK ADVIESNOTA SNIP3"

Transcriptie

1 RUIMTE VOOR DE LEK ADVIESNOTA SNIP3 PROVINCIE UTRECHT 19 mei :F - Concept C

2 Inhoud Samenvatting 3 Ondertekening 6 1 Inleiding Dit document Leeswijzer 8 DEEL A: HOOFDLIJNEN VAN HET ADVIES 2 Het advies Projectontwerp Ruimte voor de Lek Bestuurlijke keuzes voor het ontwerpproces Realisatie projectdoelen Veiligheid Ruimtelijke kwaliteit Realisatie binnen randvoorwaarden tijd en geld Draagvlak Goed besluit Goede uitvoerbaarheid Financiën Aanbevelingen voor SNIP4 en verder Standpunt van de Stuurgroep over het Projectontwerp Wijzigingsbevoegdheden en realisatie buiten project Taakverdeling en samenwerking 36 DEEL B: ACHTERGRONDINFORMATIE EN EEN NADERE TOELICHTING 3 Uitgangspunten voor SNIP Aanleiding SNIP2A besluit Opgave voor SNIP3: optimalisatie van de Gekozen Variant Basis voor het ontwerp Optimalisatieopgaven Aandachtspunten vanuit SNIP2a 41 4 Scope van het project Doelstellingen van Ruimte voor de Lek Projectgebied en plangebied Autonome ontwikkeling Samenhang met projecten in de omgeving 45 5 Het proces nader toegelicht Samenwerking en besluitvorming Procedure :F - Concept ARCADIS 1

3 5.3 Het proces van SNIP2A- naar SNIP3-besluit Van Gekozen variant SNIP2A naar Projectontwerp SNIP Betrokkenheid van de omgeving Kwaliteitsborging Kwaliteit- en managementsysteem Q-team Bevindingentoets SNIP2A Voortoets PDR 53 6 Het Projectontwerp nader toegelicht 54 7 Vooruitblik naar realisatie Uitvoering in het onderzoek Risico s Eisen aan de uitvoering 62 Bijlage 1 Bijbehorende documenten 66 Bijlage 2 Bevindingennotitie SNIP2A en verwerking 67 Bijlage 3 Advies Q-team inclusief toelichting op de verwerking 71 Bijlage 4 Hoofdlijnen PDR-voortoets 72 Bijlage 5 Onderbouwing niet-riviergebonden voorzieningen 74 Colofon :F - Concept ARCADIS 2

4 Samenvatting Het ontwerpproces voor Ruimte voor de Lek nadert voltooiing. Samen met specialisten, bevoegde gezagen, omwonenden en belanghebbenden is het ontwerp uit SNIP2A verder uitgewerkt. Resultaat is een gedragen ontwerp voor de ontwikkeling van het gehele plangebied waarbij niet alleen de rivierveiligheid aan de laatste strenge eisen voldoet, maar tevens de ruimtelijke kwaliteit binnen de gestelde randvoorwaarden een optimale impuls krijgt. Veiligheid, recreatie en natuurontwikkeling in de stadsranden zorgen voor een duurzame inrichting van het gebied waar de bewoners lang van kunnen genieten. De vele rapporten die in het kader van Ruimte voor de Lek zijn geschreven, maken het niet altijd eenvoudig het overzicht te behouden en een beeld te krijgen van de grote lijnen en de belangrijkste keuzes. In deze Adviesnota komen alle lijnen uit de inhoudelijke rapporten samen, worden processen en keuzes beschreven en wordt uitvoerig ingegaan op verschillende onderwerpen. De Adviesnota geeft de conclusies voor de belangrijkste thema s beknopt weer. De Adviesnota is vastgesteld in de vergadering van de Stuurgroep van 1 juni 2011 en vormt daarmee het advies van de regio aan de Staatssecretaris ten aanzien van het SNIP3-besluit. Na het SNIP2A besluit is de Gekozen Variant verder uitgewerkt en geoptimaliseerd tot het Projectontwerp. De Stuurgroep Ruimte voor de Lek is van mening dat het voorliggende Projectontwerp voldoet aan de doelstellingen voor Ruimte voor de Lek. Tabel 1 Doelstelling Realisatie projectdoel veiligheid Realisatie projectdoel ruimtelijke kwaliteit Voldoende draagvlak voor besluit Vergunbaar en passend binnen bestaand beleid Geen ontoelaatbare milieueffecten Uitvoerbaar voor 31 december 2015 Beheerbaar en onderhoudbaar Realiseerbaar binnen taakstellend budget en bijbehorend dekkingsvoorstel Projectontwerp voldoet? In het kader van het integrale plan Ruimte voor de Lek heeft de provincie de EHSsaldobenadering toegepast. Door het realiseren van extra natuur, aanvullend op de begrensde EHS, en door ontwikkeling van natuur die aansluit op de aanwezige omstandigheden, wordt voldaan aan de saldobenadering. Realisatie van nieuwe natuur buiten de EHS is essentieel voor een positief EHS-saldo en daarmee voor het project :F - Concept ARCADIS 3

5 Voor het Projectontwerp is een kostenraming opgesteld volgens de PRI-systematiek voor kostenramingen. De totale investeringskosten van het Projectontwerp zijn 28,8 miljoen, dat is 0,8 miljoen boven het taakstellend budget uit SNIP2A. Tabel 2 geeft de samenvatting van de kostenraming weer. Tabel 2 Samenvatting raming Projectontwerp Investeringskosten Kostencategorieën in miljoen Euro incl. BTW Bouwkosten 16,3 Vastgoedkosten 7,9 Engineeringkosten 2,2 Overige bijkomende kosten 1,3 Project onvoorzien 2,7 Totaal investeringskosten 30,4 Vermarktbare grond -1,6 Totaal investeringskosten incl. BTW 28,8 In het Projectontwerp is een recreatieve Schipbrug opgenomen met oversteek over de sluisdeuren bij het Stuweiland. De veiligheidsrisico s rondom een dergelijke voorziening nabij (in de toekomst op afstand te bedienen) stuwen en sluizen maken kostbare voorzieningen noodzakelijk. Veiligheid, de hoge kosten voor aanleg, beheer en onderhoud en het ontbreken van een toekomstig beheerder, maken dat de Stuurgroep heeft besloten de Schipbrug te laten vervallen. Daarmee komen de totale investeringskosten op 27,5 miljoen, wat wel past binnen het taakstellend budget. Met Ruimte voor de Lek wordt een rijksproject gerealiseerd met wensen èn financiële bijdragen vanuit de regio. De investeringskosten van het project worden dan ook niet alleen gedekt door rijksmiddelen; de regio neemt haar verantwoordelijkheid. In onderstaande tabel is het dekkingsvoorstel voor het Projectontwerp opgenomen wat door de betreffende partners is bekrachtigd. Tabel 3 Dekkingsvoorstel per financier Projectontwerp Financiers SNIP3 miljoen incl. BTW Programma Directie Ruimte voor de Rivier PDR 13,6 Kaderrichtlijn Water KRW 4,1 Investeringsbudget Landelijk Gebied ILG 2,1 Nadere Uitwerking Rivieren Gebied NURG 3,2 Provincie Utrecht Prov. 5,0 Gemeente Vianen Vianen 0,5 Gemeente Nieuwegein Nieuwegein 0,3 Totaal (incl. BTW) 28, :F - Concept ARCADIS 4

6 De kosten de Schipbrug zijn in de PRI-raming opgenomen voor rekening van de provincie. De Stuurgroep heeft besloten de Schipbrug te laten vervallen. De financiële bijdrage van de provincie komt daarmee op 3,7 miljoen euro. Ruimte voor de Lek is een mooi project met volop kansen. De goede samenwerking tussen de betrokken partijen heeft tot een mooi resultaat geleid dat een goede bijdrage levert aan de realisatie van verschillende belangrijke beleidsdoelstellingen. De Stuurgroep is trots op het Projectontwerp. Zij adviseert de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu dan ook in te stemmen met het Projectontwerp en de SNIP3-projectbeslissing te nemen voor de PKB Maatregel Ruimte voor de Lek :F - Concept ARCADIS 5

7 Ondertekening Gemeente Nieuwegein, drs. B.J. Lubbinge, wethouder Hoogheemraadschap Rivierenland P.J.M. Poelmann, dijkgraaf Gemeente Houten H.G.J. Geerdes, wethouder Waterschap Rivierenland R.G.C.M. Cruijsen, heemraad Gemeente Vianen Mevr. drs. M.H. Stolk-Bleeker Rijkswaterstaat Oost-Nederland P.A. van den Neste, hoofd Waterdistrict Rijn en Lek Gemeente IJsselstein drs. M.G.M. de Jong, wethouder Programmadirectie Ruimte voor de Rivier ir. I.J. de Boer, hoofdingenieur-directeur Provincie Utrecht R.E. de Vries, gedeputeerde :F - Concept ARCADIS 6

8 HOOFDSTUK 1Inleiding 1.1 DIT DOCUMENT De uiterwaardvergraving in de Honswijkerwaard, Hagestein en Hagesteinse Uiterwaard en Heerenwaard, in de praktijk Ruimte voor de Lek genoemd, is een van de 39 maatregelen van het programma Ruimte voor de Rivier. Ruimte voor de Lek is een integraal project, waarin het verhogen van rivierveiligheid en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied samenkomen. Daardoor zijn alle onderdelen en objecten van het project sterk met elkaar verbonden. Voor u ligt de Adviesnota met het resultaat van de planstudiefase (SNIP3) voor Ruimte voor de Lek. In de SNIP3-fase is de Gekozen Variant verder uitgewerkt en geoptimaliseerd tot het Projectontwerp. Deze Adviesnota is het advies van de initiatiefnemer (Provincie Utrecht) en de samenwerkende partners aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (voorheen: Verkeer en Waterstaat) voor de te nemen Projectbeslissing. Deze Adviesnota beschrijft het Projectontwerp, de onderzoeksresultaten op hoofdlijnen en geeft een toelichting op het doorlopen proces in SNIP3. Tevens zijn procedure en planning van de uitvoeringsfase beschreven en de taakverdeling voor het eindbeheer. De initiatiefnemer van de planstudie voor Ruimte voor de Lek is de Provincie Utrecht, het Rijk (de programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR)) is opdrachtgever. Het project heeft een regionaal karakter; de Provincie werkt samen met de gemeenten Nieuwegein, Vianen, Houten en IJsselstein, het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden (HDSR), Waterschap Rivierenland (WSRL) en Rijkswaterstaat Dienst Oost Nederland (als adviseur van de PDR). Integrale afstemming tussen deze partijen heeft plaats gevonden in de in de Stuurgroep Ruimte voor de Lek (bestuurlijk) en in de Externe Projectgroep (ambtelijk). In de SNIP3-fase zijn ook de toekomstig eindbeheerders van de gebieden (Staatsbosbeheer en Den Haneker) intensief betrokken bij de planvorming. Het Bevoegd Gezag heeft meegewerkt aan het tot stand komen van vergunbare concept vergunningaanvragen. Deze Adviesnota bundelt de bevindingen uit de verschillende deelrapporten. De partners van het project onderschrijven de Adviesnota en hebben deze dan ook gebruikt bij hun interne besluitvorming omtrent het projectontwerp :F - Concept ARCADIS 7

9 1.2 LEESWIJZER Samenhang SNIP3 documenten Deze Adviesnota is gebaseerd op een groot aantal onderliggende documenten en onderzoeken. Waar nodig is voor de details naar deze producten verwezen. De samenhang tussen deze producten en de Adviesnota is in figuur 1 weergegeven. Figuur 1 Producten SNIP3 Ruimte voor de Lek Leeswijzer Adviesnota Deze Adviesnota bestaat uit twee delen: deel A en B. Deel A (hoofdstuk 2) van deze Adviesnota bevat de hoofdlijnen van het advies en biedt de lezer de informatie die nodig is om te komen tot een besluit. Deel B bevat achtergrondinformatie en een nadere toelichting op het advies. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de uitgangspunten voor het optimalisatieproces tot het Projectontwerp. In hoofdstuk 4 is de scope van het project nader uitgewerkt in doelen, projectgebied, te verwachten autonome ontwikkelingen en relevante ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het projectgebied. Het proces dat in de SNIP3-fase is doorlopen, is uitgebreid toegelicht in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op het projectontwerp en in hoofdstuk 7 kijken we vooruit naar de realisatiefase. Tot slot verwijzen we naar de bijlagen. In bijlage 1 zijn alle bij deze Adviesnota behorende documenten genoemd. De bevindingennotitie SNIP2A en een toelichting hoe met de aandachtspunten is omgegaan in SNIP3, is opgenomen in bijlage 2. Het advies van het Q- team en de reactie daarop van de initiatiefnemer is opgenomen in bijlage 3. De tweede concepten van alle SNIP3-producten zijn ter toetsing voorgelegd aan de PDR (zgn Voortoets). De bevindingen van de PDR zijn opgenomen in bijlage :F - Concept ARCADIS 8

10 Bestuurlijke besluiten In de SNIP3-fase, bij de totstandkoming van het Projectontwerp, zijn door de Stuurgroep meerdere beslissingen genomen die van invloed zijn op het ontwerpproces en het ontwerp. Het Projectontwerp is vervolgens op effecten beoordeeld en uitgewerkt in de SNIP3- documenten. Het Projectontwerp bevat een aantal elementen waarvan de Stuurgroep heeft besloten dat deze niet gerealiseerd worden binnen het project. In paragraaf 2.2 staan de besluiten van de Stuurgroep in het ontwerpproces :F - Concept ARCADIS 9

11 DEEL A: HOOFDLIJNEN VAN HET ADVIES :F - Concept ARCADIS 10

12 HOOFDSTUK 2Het advies DE STUURGROEP RUIMTE VOOR DE LEK IS VAN MENING DAT HET VOORLIGGENDE ONTWERP VOLDOET AAN DE DOELSTELLINGEN VOOR RUIMTE VOOR DE LEK. DE STUURGROEP ADVISEERT DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU IN TE STEMMEN MET HET VOORLIGGENDE ONTWERP EN DE SNIP3-PROJECTBESLISSING TE NEMEN VOOR DE PKB MAATREGEL RUIMTE VOOR DE LEK. 2.1 PROJECTONTWERP RUIMTE VOOR DE LEK Het Projectontwerp voorziet in het behalen van de rivierkundige taakstelling (veiligheid) in combinatie met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Met het toelaten van de rivier- en getijdendynamiek krijgt het plangebied zijn ecologische identiteit weer voor een belangrijk deel terug. Door de normalisatie van de rivier en de aanleg van kaden zijn in de huidige situatie de systeemkenmerken van de getijdenrivier de Lek immers grotendeels verdwenen. De maatregelen die voor het transformeren van dit projectgebied uitgevoerd dienen te worden omvatten het verlagen en doorgraven van de zomerkaden, de aanleg van geulen en maaiveldverlaging. Ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit worden kenmerkende natuurwaarden ontwikkeld en wordt de belevingswaarde van het gebied sterk verhoogd doordat het gebied toegankelijk wordt gemaakt voor recreanten :F - Concept ARCADIS 11

13 Figuur 2 Projectontwerp Ruimte voor de Lek Om voldoende verlaging onder maatgevende omstandigheden te realiseren wordt de toegangsdam naar het Stuweiland (1) verlaagd. Door het verlagen van deze dam en het verwijderen van beplanting langs de oeverlijn van deze dam wordt ook de continuïteit van de oorspronkelijke Lekloop versterkt. In de Bossenwaard (2) worden rivierverruimende maatregelen gecombineerd met de aanleg van natuur en recreatief medegebruik. De aanleg van een getijdengeul levert een bijdrage aan rivierverruiming en aan de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De belevingswaarde van het gebied wordt verbeterd door aanleg van maaipaden, een hondenuitlaatstrook en een wandelpad dat toegankelijk is voor mindervaliden. Een uitzichtpunt, vogelkijkscherm en speelnatuur dragen bij aan de water- en natuurbeleving van het gebied. Om overlast van recreanten op natuurwaarden en voor omwonenden te beperken is voorzien in een recreatieve zonering van het gebied. t Waalse Waard (3) is voor een deel begrensd als EHS. Door naast de veiligheidsmaatregelen de gehele uiterwaard als natuur in te richten wordt een bijdrage geleverd aan de EHS-saldobenadering. Het realiseren van de natuurdoelen wordt gecombineerd met rivierverruimende maatregelen zoals de aanleg van een meestromende nevengeul. De zandwinplas wordt verondiept en geïntegreerd in het geulenpatroon en draagt daarmee bij aan het verhogen van de natuurwaarden. Een parkeervoorziening, een maaipad en een uitzichtpunt verbeteren de belevingswaarde van deze uiterwaard, waar de natuurbeleving voorop staat. Voor de rivierverruiming worden het noordwestelijke gedeelte van de zomerkade van de Vianense Waard (4) en een deel van de oostelijke leikade langs het Merwedekanaal verlaagd. Een beperkt deel van de uiterwaard krijgt hierdoor een hogere inundatiefrequentie. Om de inundatiefrequentie van het overige (veel grotere) deel van de uiterwaard gelijk te houden aan de inundatiefrequentie in de huidige situatie, wordt een nieuwe zomerkade aangelegd. Deze zomerkade wordt in diagonale richting aangelegd en :F - Concept ARCADIS 12

14 verbindt het resterende deel van de zomerkade met de leikade van het Merwedekanaal. In de Vianense Waard wordt verder de ontwikkeling van natuurwaarden gecombineerd met recreatief medegebruik. In het ontwerp is aandacht besteed aan de aanwezige cultuurhistorische waarden: het kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en het oude verkavelingspatroon blijven zichtbaar en worden lokaal geaccentueerd. Om dit te accentueren worden meidoornhagen en ooibos aangelegd. De Vianense Waard wordt een natuurlijk landschap en richt zich op laagdynamische natuur met de ontwikkeling van natte en droge gras- en hooilanden en akkers. Beleving van het gebied wordt verbeterd door de aanleg van wandelpaden en diverse ontsluitingen vanaf de winterdijk. In de Pontwaard & Mijnsherenwaard (5) staat het vergroten van de veiligheid voorop. Daarnaast is er aandacht voor de ontwikkeling van natuurwaarden, passend bij het oorspronkelijke agrarische cultuurlandschap rond de Buitenstad. De aanleg van een meestromende nevengeul en verlagen van de leikade zorgen zowel voor ruimte voor water, als voor het herstel van een oude loop van de Lek en de daaraan gelegen voormalige haven van Vianen. Aan de kop van de Buitenstad komen verschillende recreatieve voorzieningen: een camperstandplaats, een wipkorenmolen en een passantenhaven. Ten oosten van de Buitenstad komt een nieuwe parkeerplaats voor bezoekers van wipkorenmolen, passantenhaven, de Pontwaard en de binnenstad van Vianen. 2.2 BESTUURLIJKE KEUZES VOOR HET ONTWERPPROCES Ter voorbereiding op en tijdens de SNIP3-fase, bij de totstandkoming van het Projectontwerp, zijn door de Stuurgroep meerdere beslissingen genomen die van invloed zijn op het ontwerpproces en het ontwerp. Deze keuzes voor het ontwerpproces zijn in deze paragraaf beschreven. Het Projectontwerp is vervolgens op effecten beoordeeld en uitgewerkt in de SNIP3-documenten. Uitgangspunten bij de uitwerking van de Gekozen Variant Op verzoek van de Stuurgroep is de Gekozen Variant verder uitgewerkt en onderzocht, rekening houdend met de wensen en opmerkingen uit de omgeving en de wensen van de Stuurgroep zoals geformuleerd in de Notitie uitgangspunten uitwerking variant 4 nav SNIP2A. De opgave voor het ontwerp bij de start van SNIP3 staat uitgebreid beschreven in hoofdstuk 3 van deze Adviesnota. Belangrijk uitgangspunt is uiterwaardvergraving voor het halen van de hydraulische taakstelling. In het project wordt verbetering van de ruimtelijke kwaliteit met name uitgewerkt in natuurwaarden en recreatie. Aanpassing projectgebied In paragraaf 4.2 zijn het project- en plangebied als onderdeel van de scope beschreven. De Stuurgroep heeft besloten dat de uiterwaard Hagestein en de Honswijkerwaard buiten het projectgebied voor de Planstudie en het PIP vallen. Deze deelgebieden zijn wel in de visie op ruimtelijke kwaliteit beschreven maar zijn niet meegenomen in het Projectontwerp. In beide gebieden is al sprake van autonome ontwikkelingen. Het opnemen van deze gebieden als onderdeel van het projectgebied gaat bovendien gepaard met een hogere rivierkundige taakstelling (vanwege modelafwijkingen), waarvoor de ruimte ontbreekt. Ook zijn er vanuit het programma Ruimte voor de Rivier geen financiële middelen gereserveerd voor herinrichting van deze gebieden :F - Concept ARCADIS 13

15 Heroverweging natuurdoelen Een groot deel van het projectgebied is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De gewenste natuurdoelen voor het plangebied zijn vastgelegd in het Natuurbeheerplan van de Provincie. In het kader van het project Ruimte voor de Lek heeft een heroverweging van de te realiseren natuurbeheertypen plaatsgevonden. Deze heroverweging was gebaseerd op het ontbreken van mogelijkheden om de gewenste omstandigheden te realiseren in het projectgebied, mede gezien de uitgangspunten (doelen en randvoorwaarden) vanuit dit Ruimte voor de Rivierproject. De realisatie van de volgende natuurdoeltypen is hiermee komen te vervallen of is in oppervlakte beperkt. Het natuurbeheertype Nat schraalland is gebonden aan binnendijkse schrale, natte hooilanden. Dit type is niet in de voedselrijke en frequent inunderende uiterwaarden te realiseren. Droog schraalland met stroomdalsoorten is gebonden aan oeverwallen en rivierduinen met actieve opzanding. Deze omstandigheden komen momenteel in het projectgebied slechts op beperkte schaal voor. Wel zijn zeker kansen aanwezig voor actieve oeverwalvorming. Daarnaast zijn in het Natuurbeheerplan grote oppervlakten toegekend aan water (Zoete plas) en moeras. In verband met de binnendijkse kwelproblematiek zijn deze beheertypen, die door maaiveldverlaging gerealiseerd moeten worden, niet op de geambieerde schaal te realiseren. Door aanpassen van de scope voor de Vianense Waard (zie hierna) is de ambitie voor dat gebied nog verder naar beneden bijgesteld. De Provincie heeft ingestemd met de voorgestelde aanpassing van de natuurdoelen. De nieuwe natuurdoelen, zoals vastgelegd in de ecotopenkaart van het Projectontwerp, zullen worden verwerkt in het provinciale Natuurbeheerplan. Dit plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Dit betekent dat de nieuwe natuurdoelen Ruimte voor de Lek worden verwerkt in het Natuurbeheerplan Naar verwachting wordt dit plan in september 2011 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Vervallen objecten Door de Stuurgroep is besloten de volgende ontwikkelingen niet verder uit te werken in het kader van Ruimte voor de Lek: Herontwikkeling van het Stuweiland; Uitbreiding jacht- en passantenhaven Nieuwegein incl. herontwikkeling Rijkswaterstaatgebouw; Aanleg van parkeervoorziening in de Bossenwaard. Genoemde ontwikkelingen zijn niet nodig voor het realiseren van de veiligheidsdoelstelling. Voor de eerste twee ontwikkelingen is de Stuurgroep van mening dat hier wel een kwaliteitsslag gemaakt kan worden, maar dat de ontwikkelingen en de financiering ervan nog uitermate onzeker zijn. Opname van deze objecten in het project en het PIP vergroot de risico s ten aanzien van kosten en tijd. Herontwikkeling van het Stuweiland De opgave voor SNIP3 was om de mogelijkheden voor (her)ontwikkeling van het Stuweiland te onderzoeken, waarbij de nadruk ligt op natuur, recreatie en cultuurhistorie met behoud van de woonfunctie. Beperkte woningbouw is mogelijk indien dit nodig is voor een sluitende exploitatie. Een sluitende exploitatie is lastig vanwege de sloop- en saneringsopgave. In de Stuurgroep is besloten om de ontwikkeling van het Stuweiland niet :F - Concept ARCADIS 14

16 op te nemen in het Projectontwerp Ruimte voor de Lek omdat de initiatieven van de eigenaar onvoldoende gedetailleerd uitgewerkt zijn en essentieel onderzoek nog niet is uitgevoerd. Uitbreiding jacht- en passantenhaven Nieuwegein inclusief herontwikkeling van het gebouw van Rijkswaterstaat De opgave voor SNIP3 was om te verkennen of een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven aan het gebied rondom de jachthaven Nieuwegein. Gemeente Nieuwegein heeft de wens voor een beperkte uitbreiding in de vorm van een passantenhaven (10-15 ligplaatsen). Daarnaast zijn er kansen voor de herontwikkeling van het Rijkswaterstaatgebouw. Er is besloten de uitbreiding van de passantenhaven en ontwikkeling van het Rijkswaterstaatgebouw niet op te nemen in het Projectontwerp Ruimte voor de Lek. Opname in het Projectontwerp houdt in dat ook het PIP en de MER hierop aangepast moeten worden. Het uitvoeren van de benodigde onderzoeken en de nadere uitwerking van het ontwerp tot SNIP3-niveau zouden naar verwachting tot veel vertraging in het proces leiden. Daarnaast is bekend dat de direct aanwonenden van de jachthaven sterk tegenstander zijn van herontwikkeling van de jachthaven en de realisatie van een horecafunctie. Dit vergroot de kans op vertraging als gevolg van lange procedures. Een andere opgave was te onderzoeken of de jacht- en RWS-haven zodanig op de rivier kan worden aangesloten dat het huidige baggerprobleem wordt verkleind. Onderzocht is een combinatie van drie mogelijke ingrepen: een nieuwe krib bovenstrooms van de haven, het aanpassen van de aanlegplaats van het voetveer en het meer gestroomlijnd maken van de benedenstroomse krib. Besloten is deze aanpassingen niet op te nemen in het Projectontwerp voor Ruimte voor de Lek omdat jaarlijks baggeren (veel) goedkoper is dan aanpassing van de havenmonding. Bovendien is er op dit moment geen dekking voor de aanpassingskosten. Aanleg van parkeervoorziening in de Bossenwaard Het onderzoeken van de noodzaak van een parkeervoorziening in de Bossenwaard is tevens een SNIP3 opgave. Uit het onderzoek is gebleken dat er binnendijks voldoende parkeergelegenheid is. De recreatieve voorzieningen in het Projectontwerp voor de Bossenwaard zijn beperkt van aard en hebben vooral een lokale functie voor de omwonenden van de Bossenwaard die te voet en per fiets naar de uiterwaard komen. Een extra parkeervoorziening kan een ongewenste aantrekkende werking hebben op recreanten die verder weg wonen. Op basis van deze uitkomsten is besloten om een parkeervoorziening in de Bossenwaard niet op te nemen in het Projectontwerp Ruimte voor de Lek. Aanpassen scope voor de Vianense Waard Uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat het verlagen van de leikades langs het Merwedekanaal (om de MHW-doelstelling te halen), het verlagen van de zomerkade en aanleg van een geul in de Vianense Waard (om de natuurdoelen te halen en daarmee de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te vergroten) een toename van het kwelprobleem veroorzaken in Vianen. Het aanbrengen van een kleilaag onder het maaiveld in de Vianense Waard zal de overlast als gevolg van de toename van de kwel sterk verminderen, maar de aanlegkosten van deze kleilaag zijn erg hoog. Gezien de mogelijke kans op overlast en omvangrijke kosten voor mitigerende maatregelen heeft de Stuurgroep het projectteam :F - Concept ARCADIS 15

17 gevraagd opnieuw te kijken naar eerdere varianten, om zo te komen tot het beste ontwerp. Hiermee is een nieuw uitgangspunt voor de Vianense Waard vastgesteld, namelijk dat de inundatiefrequentie van de Vianense Waard niet mag veranderen ten opzichte van de huidige situatie, omdat dat altijd zal leiden tot een toename van de kwelstroom en een mogelijke toename van de overlast binnendijks. Bijkomend gevolg is dat omstandigheden voor de oorspronkelijk gewenste natuurdoelen voor de Vianense Waard, natte natuur (voorzien was in vele hectares rietland), niet kunnen worden gerealiseerd en dat de ambitie verder naar beneden moet worden bijgesteld. Het kwelprobleem is bestuurlijk een doorslaggevende reden om af te wijken van de gestelde natuurdoelen. De Vianense Waard biedt, ook zonder de aanleg van water, nog voldoende kansen om de natuurwaarden te verhogen. Ontwikkeling van natuurwaarden moet meer worden gezocht in de zogenaamde droge natuurdoeltypen. 2.3 REALISATIE PROJECTDOELEN VEILIGHEID DOELSTELLING: WAARBORGEN VEILIGHEID De eerste hoofddoelstelling is het realiseren van een waterstanddaling bij maatgevende hoogwateromstandigheden (MHW) van minimaal 8 cm (km ). Daarbovenop dient een marge gerealiseerd te worden om ruimte te bieden voor het gewenste beheer en onderhoudsniveau. Het Projectontwerp mag geen negatieve gevolgen hebben voor de kwel en de dijkstabiliteit. Meer informatie: Basisrapport Hydraulica en Morfologie Het Projectontwerp (inclusief beheermarge) voldoet aan de taakstelling van het gebied gezien de berekende waterstanddaling bij MHW-omstandigheden van 8,8 cm. Voor het Projectontwerp is ook een interventiebeeld opgesteld; dat is de situatie bij de maximaal toelaatbare vegetatieontwikkeling en sedimentatie. Het interventiebeeld bepaalt de frequentie van beheer en onderhoud. Ook het interventiebeeld voldoet aan de taakstelling gezien de berekende waterstanddaling bij MHW-omstandigheden van 8,1 cm. De beheermarge daardoor 0,7 cm en is vanuit beheersoogpunt acceptabel. Voor het Projectontwerp is een beheer- en onderhoudsplan opgesteld dat er voor zorgt dat aan het interventiebeeld wordt voldaan en de taakstelling blijvend wordt gehaald. Dit plan vormt de basis voor de afspraken met de eindbeheerders. Het Projectontwerp voldoet aan de rivierkundige taakstelling door het verlagen van de dam naar het stuweiland en de aanleg van drie nevengeulen, respectievelijk in t Waalse Waard, de Bossenwaard en de Pontwaard. Daarbij is het nodig de leikades langs het Merwedekanaal te verlagen en de zomerkade in de Vianense Waard te verleggen om de rivierkundige taakstelling te halen. In de Pontwaard en Bossenwaard ontstaat lokaal opstuwing onder MHW-omstandigheden ten gevolge van de maatregelen voor rivierverruiming. Mede door de aanleg van kleine getijdengeulen blijven de verhogingen binnen acceptabele grenzen voor de waterkeringbeheerders. Alle geplande geulen zijn dus nodig om de taakstelling te behalen. De inundatiefrequentie van de Bossenwaard en de Pontwaard neemt toe door het verwijderen van zomerkades en de aanleg van geulen. Beide uiterwaarden komen in de toekomstige situatie eerder en vaker onder water te staan. Het veiligheidsniveau van :F - Concept ARCADIS 16

18 Nieuwegein en Vianen (incl. de Buitenstad) blijft gehandhaafd op het niveau als in de huidige situatie. Om de bezorgdheid van de bewoners van de Buitenstad deels weg te nemen en de inundatiefrequentie van het gebied ten oosten van de Buitenstad minimaal te handhaven op het huidige niveau, voorziet het Projectontwerp in een zomerkade aan de zuidzijde van de nieuwe geul in de Pontwaard. In het vervolg is nadere uitwerking en overleg met Waterschap Rivierenland nodig over de hoogte van de nieuwe zomerkade in de Pontwaard. Uitgangspunt is dat de inundatiefrequentie van de achterliggende uiterwaard gelijk blijft aan de huidige situatie. Onder MHW-omstandigheden overstroomt de zomerkade en loopt de uiterwaard vol, maar is er naar verwachting minder stroming. De inundatiefrequentie in t Waalse Waard verandert beperkt ten opzichte van de huidige situatie waarin de uiterwaard ook al geregeld inundeert. In de Vianense Waard wordt de zomerkade verlegd met behoud van hoogte, waardoor de inundatiefrequentie over vrijwel de gehele oppervlakte van de uiterwaard gelijk blijft aan de huidige situatie. Alleen de noordwesthoek van de Vianense waard (een relatief klein deel van oppervlakte van de Vianense waard) krijgt een hogere inundatiefrequentie, omdat hier de zomerkade en de leikade worden verlaagd tot 3.0 m + NAP. Meer informatie: Basisrapport Geohydrologie en kwel Grondwateroverlast en dijkstabiliteit (kwel) Een belangrijk aandachtspunt voor de omgeving is het effect van het project Ruimte voor de Lek op grondwateroverlast en dijkstabiliteit als gevolg van een wijziging in de kwelstromen. De gemeente Vianen heeft als voorwaarde gesteld dat het Projectontwerp geen negatief effect mag hebben op de grondwateroverlast in de wijk De Hagen. De herinrichting hoeft het probleem dat optreedt in de huidige situatie ook niet op te lossen. Het Waterschap Rivierenland stelt dezelfde voorwaarde voor de Vianense Waard en de Pontwaard, maar dan ook vanuit dijkstabiliteit en veiligheid. Een toename van kwel kan leiden tot onderspoeling van de dijk (piping). Door de optimalisatie van het ontwerp van de Vianense Waard, waardoor de inundatiefrequentie voor vrijwel de gehele Vianense waard gelijk blijft aan de huidige situatie, neemt de grondwateroverlast in Vianen niet toe en verslechtert de dijkstabiliteit niet als gevolg van het Projectontwerp Ruimte voor de Lek. Ook aan de noordzijde, in een lager gelegen woonwijk van Nieuwegein, is in de huidige situatie sprake van grondwateroverlast. Deze grondwateroverlast is zeer waarschijnlijk niet het gevolg van rivierkwel maar is het gevolg van grondwaterstromen vanuit de Heuvelrug. De locaties met grondwateroverlast liggen buiten het beïnvloedingsgebied van het project Ruimte voor de Lek. Er wordt daarom geen toename verwacht van dit kwelprobleem als gevolg van de rivierruimende maatregelen. Verificatie van de modeluitkomsten met peilbuisgegevens uit Nieuwegein bevestigt dit inzicht en de betrouwbaarheid van het grondwatermodel. Omdat beïnvloeding van de kwelproblematiek niet geheel is uit te sluiten en anticiperend op de vergunningverlening in het kader van de ontgrondingenvergunning en watervergunning, is afgesproken dat een gerichte monitoring gaat plaatsvinden van de grondwaterstanden en overlast aan de noordzijde van het projectgebied. Er moet een grondwatermonitoringsplan worden opgesteld in de vervolgfase. Het monitoringsplan richt zich op de gebieden in IJsselstein en Nieuwegein waar de geohydrologische berekening aangeven dat er een beperkte stijging in grondwaterstanden kan optreden. In het monitoringsplan moet ten minste worden opgenomen welke bestaande meetpunten bruikbaar zijn voor de monitoring, zonodig moeten aanvullende meetpunten worden ingericht (in IJsselstein). De metingen moeten :F - Concept ARCADIS 17

19 starten voor de uitvoeringsfase en moeten na afronding van de uitvoering worden gemonitord en geëvalueerd. De betreffende gemeenten, het Hoogheemraadschap en de Programmadirectie moeten worden betrokken bij het opstellen en het uitvoeren van het monitoringsplan. De maatregelen in de uiterwaarden aan de noordzijde (Bossenwaard en t Waalse Waard) worden buiten de intreelijn uitgevoerd. Hierdoor veranderen de uitgangspunten voor de toetsing van de primaire waterkeringen niet ten opzichte van de huidige situatie. In het westelijk deel van de Bossenwaard (nabij het klaphek) treedt terugschrijdende oevererosie op, relatief dicht bij de kering. Uitgangspunt voor het Projectontwerp is dat de nieuwe situatie dit probleem niet mag verslechteren (zie ook paragraaf 2.4.1). Dit betekent dat het Projectontwerp voldoet wat betreft de dijkstabiliteit aan de noordzijde. Ook in de Pontwaard en Mijnsherenwaard en de Vianense Waard is het Projectontwerp acceptabel vanuit het oogpunt van dijkstabiliteit. Op verzoek van Waterschap Rivierenland is nader onderzoek uitgevoerd naar de dijkstabiliteit van de zomerkades aan de zuidzijde. De onderzoeksresultaten zijn op hoofdlijnen akkoord bevonden door het waterschap, met de volgende afspraken: In de Vianense Waard zal een damwand worden aangebracht bij de nieuwe zomerkade vanwege de stabiliteit van de kade. De kruising van de zomerkade en de damwand met de effluentleiding van de RWZI Vianen, alsmede de aanpassing van de ontluchtingsput in diezelfde leiding, worden in de vervolgfase verder uitgewerkt. Er zijn verschillende technische oplossingen mogelijk. De detailuitwerking zal in overleg met Waterschap Rivierenland worden uitgevoerd. Nabij de haven van Vianen wordt een damwand aangebracht ten behoeve van de stabiliteit van de kade rond de Buitenstad. In de vervolgfase worden beperkte ontwerpaanpassingen doorgevoerd om een aantal vergravingen aan de zuidzijde buiten de kernzone (4 meter vanaf de teen van de zomerkade) te leggen, zodat die zone gebruikt kan worden voor inspectie en onderhoud. Dit betreft in ieder geval de bestaande zomerkaden bij de passantenhaven van Vianen en de nieuwe zomerkade in de Vianense Waard nabij de bestaande sloot en de nieuwe kwelsloot. De detailuitwerking zal na SNIP3 in overleg met Waterschap Rivierenland worden uitgevoerd. Het project Ruimte voor de Lek leidt niet tot een afname van de dijkstabiliteit. Echter, de kering aan de zuidzijde van het projectgebied voldoet in de huidige situatie al niet aan de normen. Daarom zal Waterschap Rivierenland op gedeelten van het dijkvak, ook binnen het plangebied Ruimte voor de Lek, maatregelen treffen om de piping-lengte van de dijk te vergroten. Deze maatregelen vormen geen onderdeel van de planstudie van Ruimte voor de Lek, maar zo mogelijk wordt de uitvoering van deze maatregelen wel in lijn gebracht met de uitvoering van de maatregelen voor Ruimte voor de Lek :F - Concept ARCADIS 18

20 2.3.2 RUIMTELIJKE KWALITEIT DOELSTELLING: VERBETEREN RUIMTELIJKE KWALITEIT De tweede hoofddoelstelling van Ruimte voor de Rivier is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij spelen aspecten een rol als ruimtelijke diversiteit van de riviertakken, landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden en open karakter met karakteristieke waterfronten. Meer informatie: Ruimtelijk Kwaliteitsplan Door het project Ruimte voor de Lek wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt door het realiseren van een robuuste landschapsstructuur. Verschillende recreatieve voorzieningen en aandacht voor beeldkwaliteit, cultuurhistorie en landschapsontwikkeling dragen bij aan de beleefbaarheid van het gebied voor de omwonenden. Deze doelstelling heeft in de SNIP2A-fase veel aandacht gekregen. In die fase is het ruimtelijk kwaliteitskader voor Ruimte voor de Lek uitgewerkt in het rapport Ruimte voor de Lek, inspiratie en criteria voor het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit bij rivierverruimende maatregelen (La4Sale, april 2008). In SNIP3 is het ruimtelijk kwaliteitskader vertaald tot een visie op het gebied, ontwerpuitgangspunten en ontwerpprincipes. De ruimtelijke kwaliteit is in SNIP3 nader uitgewerkt tot gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De volgende vier subdoelstellingen zijn geformuleerd voor Ruimte voor de Lek en als ontwerpuitgangspunt gehanteerd: 1. Een continue samenhangend rivierenlandschap: het ontwikkelen van een kenmerkend en samenhangend rivierenlandschap, waarin de Lek een continue lijn vormt en er sprake is van een open, aaneengesloten en natuurlijk winterbed. Nieuwe nevengeulen sluiten aan bij de historische en morfologische patronen van het rivierensysteem van de Nederrijn/Lek. 2. Natuur; overgang van Rivier- naar Getijdensysteem: optimaal invulling geven aan de bijzondere ligging van het gebied op de overgang van een rivier- naar een getijdensysteem door het introduceren van rivier- en getijdendynamiek. 3. Cultuurhistorie; een kleurrijk palet: vergroten van de diversiteit op het niveau van de afzonderlijke uiterwaarden, door het versterken van de cultuurhistorische karakteristiek. 4. Recreatie; uitloopgebied in een natuurlijke omgeving: versterken van de recreatieve betekenis door het verbeteren van de toegankelijkheid en het ontwikkelen van recreatieve voorzieningen gericht op water- en natuurbeleving. Het Projectontwerp is besproken met het Q-team (zie paragraaf 5.6.2) :F - Concept ARCADIS 19

21 2.4 REALISATIE BINNEN RANDVOORWAARDEN TIJD EN GELD DRAAGVLAK DOELSTELLING: VOLDOENDE DRAAGVLAK VOOR BESLUIT De Stuurgroep keurt het Projectontwerp unaniem goed, het draagvlak onder bewoners en belanghebbenden is vergroot ten opzichte van SNIP2A en het project leidt tot zo min mogelijk ongewenste neveneffecten voor de omgeving, tijdens en na uitvoering van het project. Proces In de bijeenkomst van de Stuurgroep op 25 maart 2011 is het Projectontwerp unaniem goedgekeurd, met de volgende voorbehouden: De inlaatduikers worden gehandhaafd in het Projectontwerp, onder voorbehoud dat Rijkswaterstaat en PDR overeenstemming bereiken over het groot onderhoud. De realisatie van het fietspad in t Waalse Waard is afhankelijk van de wederzijdse instemming van het Recreatieschap (eigenaar, realisator en beheerder van het fietspad) en Staatsbosbeheer (beheerder van t Waalse Waard). Nader onderzoek naar de dijkstabiliteit van de zomerkades aan de zuidzijde is nodig. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd (zie ook paragraaf van deze Adviesnota). Er zijn nadere afspraken nodig met het Hoogheemraadschap over het monitoren van de grondwaterstanden. Deze afspraken zijn inmiddels gemaakt (zie ook paragraaf van deze Adviesnota). Het draagvlak onder bewoners en belanghebbenden is vergroot door hen in een open setting te betrekken bij het ontwerpproces. In twee ontwerpateliers, op 16 juni en 25 augustus 2010, hebben bewoners en belanghebbenden meegedacht over de inrichting van hun uiterwaarden in het algemeen en zaken als speelnatuur in de Bossenwaard en de recreatieve voorzieningen in de Pontwaard in het bijzonder. Beide ateliers zijn bezocht door ruim 100 belangstellenden. Hun inbreng en gebiedskennis is zeer waardevol geweest voor het projectteam. Tevens is een klankbordgroep opgericht als vertegenwoordiging van bewoners, belangengroepen, verenigingen en instanties voor wie het project gevolgen kan hebben. De klankbordgroep heeft tijdens de SNIP3-fase meegekeken met de uitwerking van het ontwerp en de keuzes van de Stuurgroep. De klankbordgroep staat onder leiding van een onafhankelijk voorzitter die, als lid van de Stuurgroep, het standpunt van de klankbordgroep heeft ingebracht in de vergadering van de Stuurgroep. Meer informatie: Ruimtelijk Kwaliteitsplan Invulling recreatief medegebruik in de Bossenwaard De Gekozen Variant gaat uit van intensieve recreatievormen in de Bossenwaard, waaronder strandjes en ligweiden. Gezien de wensen van omwonenden en de visie op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied is er voor gekozen in het Projectontwerp SNIP3 de invulling van recreatief medegebruik in de Bossenwaard te zoneren en minder intensief vorm te geven. Ten westen van de A2 is de inrichting gericht op natuurontwikkeling met beperkte recreatieve functie en ten oosten van de A2 verweving van natuur en recreatie. Daarbij is in het oostelijk gebied ruimte voor extensieve recreatie, ontsloten door maaipaden en uitzichtpunten, maar niet voor het aanleggen van strandjes en strandfaciliteiten. Het ontwerp bevat in het oostelijk gedeelte geen nieuwe elementen (bv. hoog opgaande :F - Concept ARCADIS 20

22 begroeiing) die het uitzicht op de rivier belemmeren voor bewoners van de Lekboulevard en de Veermonde in Nieuwegein. Het draagvlak onder de bewoners nabij de Bossenwaard is in de SNIP3-fase zeer sterk verbeterd. Het merendeel ziet het project nu niet meer als bedreiging maar als een kans. Meer informatie: Hoofdrapport MER Verkeersoverlast Buitenstad De bewoners van de Buitenstad maken zich zorgen over de recreatieve ontwikkelingen in de Pontwaard en het effect dat dit zal hebben op de weg door de Buitenstad. De straat is in hun beleving al smal, er wordt veel geparkeerd en men vreest een verkeersaantrekkende werking van de recreatieve voorzieningen. Zij hebben gepleit voor een rondweg om de Buitenstad. In het Milieueffectrapport (MER) zijn vier ontsluitingsvarianten voor de recreatieve voorzieningen op hun effecten beoordeeld. De te verwachten effecten op de verkeersstroom zijn beperkt van omvang. Daarom heeft de Stuurgroep besloten geen rondweg aan te leggen en de bestaande verkeerssituatie in het Projectontwerp te handhaven. De Ponthoeve blijft bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer en gasten kunnen hun auto ter plaatse parkeren op het eigen terrein. Tevens is met de bewoners afgesproken dat er, samen met hen, zal worden nagedacht over maatregelen, zoals het plaatsen van paaltjes en afgeven van parkeervergunningen, die de overlast zoveel mogelijk beperken. Dit laat onverlet dat vanuit de bewoners van de Buitenstad weerstand wordt verwacht, bijvoorbeeld in de vorm van bezwaren tegen de recreatieve objecten bij de Buitenstad in het PIP. Meer informatie: Hoofdrapport MER Geluidsoverlast Bewoners van zowel Vianen als Nieuwegein maken zich zorgen over mogelijke geluidsoverlast als gevolg van de recreatieve ontwikkelingen in de Pontwaard. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat eventuele geluidshinder van de voorzieningen aanvaardbaar wordt geacht. De toekomstige bestemming van de Ponthoeve voldoet aan de hinderafstand voor bedrijven en milieuzonering. De afstand tussen de voorzieningen en de dichtstbijzijnde woningen is voldoende groot. Meer informatie: Ruimtelijk Kwaliteitsplan Balans tussen voorzieningen, meerdere gebruikers en beheer Op verzoek van omwonenden zijn in het Ruimtelijk Kwaliteitsplan eisen uitgewerkt die de veiligheid bevorderen (bijvoorbeeld verlichting bij de parkeerplaats ten oosten van de Buitenstad) en de overlast in de uiterwaarden zoveel mogelijk beperken. Bij de speelnatuur wordt een transparante entree voorgesteld met trappen en een zitelement bovenop de dijk, waardoor het zicht vanaf de dijk op de objecten optimaal is. De uitzichtpunten worden Spartaans ingericht zodat ze minder aantrekkelijk zijn voor langdurig verblijf. Inkadering of uitrastering van het ruiterpad in de Vianense Waard is noodzakelijk om vertrapping van de begraasde delen te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de natuurgrazers in het gebied (mogelijk naast runderen ook pony s of paarden) en de manegepaarden niet met elkaar in aanraking kunnen komen. Nadere uitwerking van het ruiterpad volgt in SNIP4/5. De verschillende recreatieve voorzieningen bieden een meerwaarde aan de omwonenden. Wel moet in de verdere uitwerking nog nader worden onderzocht hoe een en ander gerealiseerd kan worden :F - Concept ARCADIS 21

23 Meer informatie: Basisrapport Scheepvaart en externe veiligheid Dwarsstromen en scheepvaartveiligheid Een inherent gevolg van de rivierverruiming is het ontstaan van dwarsstromen in de vaarbaan die voor de scheepvaart hinderlijk kunnen zijn. De effecten van het Projectontwerp zijn op dit aspect afgestemd met Rijkswaterstaat als vaarwegbeheerder. Vooral bij de uitstroom van de geul in t Waalse Waard en op het Merwedekanaal ontstaan kritieke, maar acceptabele, situaties. In het ontwerpproces zijn de dwarsstromen zoveel als mogelijk verminderd door ontwerpaanpassingen aan de uitstroomopeningen en een regelmechanisme (combinatie van duikers) voor het debiet dat door de geulen gaat. Aanvullende aanpassingen in het ontwerp zullen naar verwachting de dwarsstromen niet verder verminderen. In de vervolgfase zal onderzoek gedaan worden naar mogelijke mitigerende maatregelen voor de dwarsstromen bij de geulen van t Waalse Waard en de Pontwaard. Verdere optimalisatie van de uitstroomopening van de geul in 't Waalse Waard vermindert de hinder van de scheepvaart door de dwarsstroming. Aanbevolen wordt het verlagen of weghalen van de oostelijke leikade van het Lekkanaal op te nemen in het ontwerp van de uitbreiding van de Beatrixsluis. Voor de mitigatie van de dwarsstromen bij de geul in de Pontwaard wordt gedacht aan het gedeeltelijk verlagen van de krib ten westen van de monding van de geul zodat de uitstroom bij de monding wordt verspreid over twee kribvakken. De kop van de krib moet voor een groot deel op hoogte blijven, het verlaagde deel gaat meestromen zodra de dwarsstroom te hoog wordt. Daarbij moet de krib aan de landzijde worden versterkt om erosie te voorkomen. In de SNIP4/5-fase zal dit nader uitgewerkt worden. Meer informatie: Basisrapport Hydraulica en Morfologie Onderhoudsbaggerwerk hoofdvaargeul Op basis van morfologische berekeningen is geconcludeerd dat het extra baggerwerk om de vaargeul op diepte te houden binnen toelaatbare grenzen blijft. Om sterke erosie van de uitstroomopeningen van de nevengeulen te voorkomen, wordt de uitstroming in het zomerbed gefixeerd door het aanbrengen van oever- en bodembescherming. Meer informatie: Basisrapport Hydraulica en Morfologie Erosie Bossenwaard Het Hoogheemraadschap moet regelmatig zandsuppletie toepassen bij de primaire kering in het westelijk deel van de Bossenwaard (nabij het klaphek). Op deze locatie treedt terugschrijdende oevererosie op, relatief dicht bij de kering. Uitgangspunt voor het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat is dat de nieuwe situatie dit probleem niet mag verslechteren. Uit de berekeningen van het Projectontwerp blijkt dat bij hogere afvoerniveaus (die relatief weinig voorkomen) de verlaging van de zomerkade in de Bossenwaard leidt tot een toename van de stroomsnelheden. Dit betekent dat een toename van de erosie ten opzichte van de huidige situatie niet is uit te sluiten. Afgesproken is om na realisatie van de rivierverruimende maatregelen de mate van erosie door een monitoringprogramma te volgen. Indien de erosie door het project Ruimte voor de Lek blijkt toe te nemen, kunnen aanvullende passende maatregelen worden genomen :F - Concept ARCADIS 22

24 Meer informatie: Basisrapport Hydraulica en Morfologie Bereikbaarheid bij hoogwater Binnen het projectgebied is sprake van bewoning in de Pontwaard (boerderij de Ponthoeve) en op het stuweiland Hagestein. De Ponthoeve blijft (gelijk aan de huidige situatie) bereikbaar via de nieuw aan te leggen brug over de geul in de Pontwaard. Voor de bewoners van het stuweiland geldt dat, door de verlaging van de toegangsdam,de frequentie dat de toegangsweg naar het eiland over deze dam overstroomt toeneemt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar (gemiddeld 5 dagen). Dit is een verslechtering van de huidige situatie, waarin deze weg gemiddeld 1 keer per 10 jaar overstroomt. De verlaging van de toegangsdam is de meest cruciale maatregel om de gewenste waterstanddaling onder MHW-omstandigheden te bereiken. De aanleg van een brug naar het stuweiland is zowel vanuit kosten als technisch geen haalbare optie. Daarom moet de afname van de ontsluiting van het stuweiland op een andere manier worden gecompenseerd. Zo kan de ontsluiting van de woningen op het stuweiland Hagestein bij hoogwater worden gefaciliteerd door per wooneenheid een bootje beschikbaar te stellen voor het ontsluiten van het eiland voor de bewoners of door tijdelijk een veerpont te laten varen. In de voorbereiding van de uitvoeringsfase moet in nauwe samenspraak met deze bewoners deze maatregelen verder worden uitgewerkt. Ook de bereikbaarheid van de woningen voor hulpdiensten bij hoogwater is een aandachtspunt. De betrokken instanties (hulpdiensten, gemeente en Rijkswaterstaat) hebben ingestemd met het plan, onder voorwaarde dat een plan en draaiboek opgesteld worden voor hoogwatersituaties. Dit dient in SNIP 4/5 te worden opgesteld. Grondverwerving en eigendom Om de realisatie van het project te garanderen, wordt getracht alle gronden die in eigendom zijn van particulieren te verwerven. Waar nodig worden afspraken gemaakt met de pachters. In de planning wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid tot onteigening. Met alle eigenaren is gesproken, taxatierapporten zijn opgesteld. Dit laat onverlet dat voor een deel van de gronden particulier natuurbeheer een reëel alternatief kan bieden voor verwerving. Dit speelt in het bijzonder aan de zuidzijde, waar een agrarische natuurbeheervereniging zich hard maakt voor particulier natuurbeheer door de huidige eigenaren en pachters. Dit alternatief wordt ondersteund. Concreet betekent dit dat deze vereniging de kans krijgt aan te tonen dat zij in staat is samen met de agrariërs de projectdoelen te realiseren. Particulier natuurbeheer is niet afdwingbaar en tijdige realisatie van het project is essentieel. Daarom worden beide sporen parallel doorlopen. Eigenaren en pachters kunnen kiezen voor verkoop of particulier natuurbeheer. Er is veel aandacht besteed aan de eigenaren en pachters in het gebied. Men is in het verleden al meerdere malen benaderd voor verwerving in het kader van door de Provincie beoogde natuurontwikkeling. Men heeft het gevoel dat een en ander nu ook doorgezet wordt en dat zij serieus worden genomen. Dit laat onverlet dat er zakelijke meningsverschillen zijn over de hoogte van de vergoedingen :F - Concept ARCADIS 23

25 2.4.2 GOED BESLUIT DOELSTELLING: GOED BESLUIT Het project is realiseerbaar binnen de geldende wet- en regelgeving (vergunbaarheid) en past in het bestaande beleid. Het project leidt niet tot ontoelaatbare milieueffecten (getoetst in een Milieueffectrapportage). Het Projectontwerp voldoet aan de verschillende kaders vanuit wet- en regelgeving en beleidsregels. Hiervoor heeft afstemming plaatsgevonden met de verschillende bevoegde gezagen. Onderdeel van het SNIP3-dossier zijn goedgekeurde conceptvergunningaanvragen voor de zogenaamde hoofdvergunningen; de Waterwet (noord en zuid), de Ontgrondingenwet en een concept-aanvraag F&F-wet ontheffing. Beleidslijn Grote Rivieren: onderbouwing niet-riviergebonden voorzieningen In het Projectontwerp zijn in de Pontwaard meerdere recreatieve elementen opgenomen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het betreft een parkeerplaats, een wipkorenmolen, een camperstandplaats en herontwikkeling van de Ponthoeve. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat deze niet-riviergebonden activiteiten in de uiterwaard in beginsel strijdig zijn met de Beleidslijn Grote Rivieren. Rijkswaterstaat kan hier van afwijken mits er een goede onderbouwing is. Deze onderbouwing is door de Provincie geleverd, waarin het Projectplan wordt getoetst aan het provinciaal ruimtelijk beleid (Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie) en de Beleidslijn Grote Rivieren als toetskader voor het PIP. Rijkswaterstaat heeft de ruimtelijke en rivierkundige onderbouwing van deze niet-riviergebonden voorzieningen getoetst en akkoord bevonden. De notitie als mede de instemming van Rijkswaterstaat zijn opgenomen in bijlage 5. Meer informatie: Basisrapport Natuur Provinciaal natuurbeleid De veiligheidsmaatregelen en de uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden leiden tot plaatselijke aantasting binnen de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In beginsel geldt voor dergelijke ontwikkelingen binnen de EHS het nee-tenzij principe. Echter, de Provincie heeft de mogelijkheid om in het kader van een integraal plan de EHSsaldobenadering toe te passen. Daarbij dient de EHS er per saldo zowel kwalitatief als kwantitatief niet op achteruit te gaan. Door het realiseren van extra natuur, aanvullend op de begrensde EHS, wordt in kwantitatieve zin voldaan aan de saldobenadering. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat de winst voor natuur ook groot is door ontwikkeling van natuur die aansluit op de aanwezige omstandigheden (kwaliteit). Het project voldoet aan de randvoorwaarden, waardoor een kwaliteitsslag is voorzien en de saldobenadering succesvol toepasbaar is. Realisatie van nieuwe natuur buiten de EHS is essentieel voor een positief EHS-saldo. Meer informatie: Basisrapport Natuur Bijdrage aan KRW-doelen Ruimte voor de Lek zorgt voor een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie en levert een positieve bijdrage aan de KRW-doelen. Het Projectontwerp leidt tot gunstige omstandigheden voor macrofyten, macrofauna en vissen. Bijdragen aan de KRW :F - Concept ARCADIS 24

26 doelen worden vooral gerealiseerd door maatregelen als de aanleg van permanent meestromende geulen, eenzijdig aangetakte getijdengeulen en uiterwaardverlaging. Meer informatie: Hoofdrapport MER Milieueffecten Ten behoeve van het besluit is een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Door het opstellen van een MER krijgt het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige plaats in de besluitvorming. De beoordeling van de ontwerpen op milieueffecten heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontwerpproces. Het Projectontwerp scoort op de meeste aspecten neutraal tot positief in vergelijking met de huidige situatie. De aspecten waarop het Projectontwerp een negatieve beoordeling krijgt ten opzichte van de huidige situatie, zijn in de tekst hierna toegelicht. Archeologie, cultuurhistorie en geomorfologie Ondanks de verschillende archeologische objecten die in het Projectontwerp gespaard blijven, zijn er meerdere archeologische objecten die bedreigd worden met aantasting als gevolg van de geplande werkzaamheden. Door het project kunnen cultuurhistorische waarden worden aangetast, maar deze zullen niet verloren gaan. De grootste effecten treden op in de Pontwaard-Mijnsherenwaard bij het beschermd gezicht van Vianen. Deze uiterwaard is in cultuurhistorisch opzicht een belangrijk deelgebied en de aantasting van de waarden door de recreatieve voorzieningen is groter dan het positieve effect. Onder meer door de reconstructie en verbreding van de oude Lekloop in de Pontwaard, wordt de verbinding van de uiterwaarden met de rivier benadrukt. Daar staat tegenover dat het waardevolle microreliëf in en naast deze geul wordt aangetast. Aantasting van de aardkundige waarden vindt met name plaats bij de uitstroom, die extra breed wordt uitgevoerd wat noodzakelijk is voor het behalen van de taakstelling. Scheepvaartveiligheid Een toename van dwarsstromen is onvermijdelijk en inherent aan rivierverruiming in het gebied. Hierdoor scoort het aspect scheepvaartveiligheid negatief ten opzichte van de huidige situatie. Het Projectontwerp en de effecten zijn acceptabel, aanvullend is een voorstel gedaan voor mitigatie van de dwarsstromen. Landbouw Het aspect landbouw scoort negatief ten opzichte van de huidige situatie. De oppervlakte landbouwgebied wordt immers volledig omgezet naar natuurgebied. Lucht en geluid Door een kleine toename van het aantal motorvoertuigen in het gebied, zal de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai toenemen en de luchtkwaliteit afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Deze effecten overschrijden geen normen en zijn daarmee toelaatbaar vanuit de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Niet Gesprongen Explosieven Het gebied is als sterk verdacht beoordeeld op de aanwezigheid van explosieven. Voor en tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden moeten hiervoor passende maatregelen genomen worden :F - Concept ARCADIS 25

27 2.4.3 GOEDE UITVOERBAARHEID DOELSTELLING Het project is uitvoerbaar waarbij het heringericht gebied uiterlijk 31 december 2015 wordt opgeleverd. Daarbij is expliciete aandacht besteed aan het benodigd grondverzet en voorwaarden aan de uitvoering vanuit natuur. Meer informatie: Uitvoeringsplan Uit de planning voor de uitvoering blijkt dat de realisatie van de rivierkundige maatregelen ( het grondverzet en het aanleggen van kunstwerken zoals in- en uitlaatwerken en bruggen ) haalbaar is voor 31 december 2015 en dat het project uitvoerbaar is. Uitgaande van start van de realisatie op 11 juni 2014, is het gehele project gereed (veiligheidsniveau gerealiseerd) op 31 augustus In het Uitvoeringsplan zijn voorwaarden aan de uitvoering opgenomen, ingegeven vanuit aspecten als archeologie, natuur, niet-gesprongen explosieven, luchtkwaliteit, geluid en trillingen. Verleggen van kabels en leidingen In alle deelgebieden liggen kabels en leidingen die verwijderd, verlegd of verdiept moeten worden. Aandachtspunten vormen de effluent- en de gasleiding in de Bossenwaard die ingrijpend verlegd moeten worden omdat ze onvoldoende diep liggen. In de Vianense Waard kruisen de nieuwe zomerkade inclusief aan te leggen damwand de bestaande effluentleiding van de RWZI Vianen. Er zijn verschillende technische oplossingen mogelijk. De detailuitwerking zal in overleg met Waterschap Rivierenland worden uitgevoerd. In afstemming met de beheerders van alle kabels en leidingen zijn in deze SNIP3 fase al verleggingsplannen opgesteld. Kabel- en leidingbeheerders hebben deze verleggingsplannen akkoord bevonden. Archeologische begeleiding Bij het archeologisch veldonderzoek zijn in de verschillende deelgebieden archeologische vindplaatsen aangetroffen. In een volgende fase van het project is op enkele plaatsen nader onderzoek nodig. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan, vragen deze gebieden specifieke begeleiding tijdens de uitvoering. Begeleiding zowel voorafgaand aan als tijdens de werkzaamheden om aantasting van archeologische waarden zo veel als mogelijk te beperken en deze waarden te beschrijven en vast te leggen. Niet gesprongen explosieven (NGE s) Op verschillende plaatsen zijn verdachte objecten gedetecteerd tijdens het NGE-onderzoek. Bij (graaf)werkzaamheden moeten deze objecten benaderd worden en indien nodig worden verwijderd. Daarnaast is een aantal gebieden als verstoord aangemerkt. Deze gebieden moeten beveiligd worden ontgraven en de ontgraven grond moet worden gezeefd. Aan de zuidzijde moet hierbij tevens rekening worden gehouden met mogelijke archeologische waarden. Meer informatie: Basisrapport Bodem Bodemkwaliteit In het bodemonderzoek (conform de NEN5720) is de chemische kwaliteit van de vrijkomende grond in beeld gebracht. Er zijn milieuhygiënische zoneringskaarten samengesteld, waarin zones van gelijke kwaliteit zijn onderscheiden. Deze kaarten zijn een hulpmiddel om aan te geven wat de mogelijke toepassing is, rekening houdend met de milieuhygiënische eigenschappen. Op één plaats in het projectgebied is een mogelijke :F - Concept ARCADIS 26

28 puntbron (lood en koper) aangetroffen. Dit betreft een waarneming ter hoogte van de gedempte oude haven van Vianen. Op basis van het huidige onderzoek is het onvoldoende duidelijk of het hier een toevalstreffer betreft of een lokale verontreiniging. Nader onderzoek in de vervolgfase moet dit uitwijzen. Veiligheidshalve is uitgegaan van een te saneren locatie met een omvang van maximaal 2000 m 3 grond en is een bedrag gereserveerd in de kostenraming voor het afvoeren en reinigen van de grond. In de (voorbereiding van de) uitvoeringsfase is een gericht beperkt nader milieukundig bodemonderzoek nodig zoals aangegeven in paragraaf 2.5. In eerder onderzoek is een aantal mogelijke puntbronnen geduid. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek naar deze mogelijke puntbronnen blijkt geen sprake te zijn van een puntbron ter hoogte van het voormalige woonwagenkamp en de te dempen sloten. Er is fysisch onderzoek uitgevoerd conform de Leidraad Waterbodemonderzoek in het Rivierengebied (2007). De uitkomsten van het fysisch onderzoek geven een indicatief inzicht in de mate van vermarktbaarheid van de vrijkomende grond en geschiktheid voor toepassing als bijvoorbeeld ophoogzand, zand voor zandbed of toepasbaarheid van klei in de dijken. Een deel van de vrijkomende grond wordt hergebruikt binnen het plangebied (ca m 3 ). Per saldo komt er circa m 3 grond vrij (wordt afgevoerd). De af te voeren grond bestaat zowel uit zand als uit klei en is over het algemeen goed vermarktbaar. Slechts circa 10% is niet vermarktbaar in verband met slechte kwaliteit en is ook niet herbruikbaar in het gebied :F - Concept ARCADIS 27

29 DOELSTELLING Het project is beheerbaar en onderhoudbaar, wat wordt ondersteund door verklaringen van de beoogde eindbeheerders. Daarbij is rekening gehouden met een beheermarge in de rivierkundige taakstelling, die voldoende ruimte biedt voor het uitvoeren van beheertaken, ondermeer in het kader van sediment- en natuurbeheer. Meer informatie: Beheer- en onderhoudsplan In het Beheer- en Onderhoudsplan is uitgewerkt welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden om ook in de toekomst aan de vereiste waterstanddaling te kunnen voldoen. Het Beheer- en Onderhoudsplan is opgesteld in overleg met de beoogde toekomstige beheerders. De beoogd eindbeheerders hebben een verklaring geleverd waarin zij aangeven in te stemmen met het beoogde beheer en onderhoud en onder welke voorwaarden zij dit doen. Het Projectontwerp realiseert een beheermarge van 0,7 cm. Dat betekent dat ook bij (tijdelijk) achterblijvend regulier beheer er sprake kan zijn van een toename van de ruwheid van de vegetatie waarbinnen het gebied aan de taakstelling blijft voldoen. Op basis van de gekozen variant en het onderzoek in SNIP2A, was een grotere beheermarge verwacht. Dit is niet mogelijk gebleken zonder grotere vergravingen en de daarmee samenhangende morfologische en (kwel)risico s. Wat betreft het waterhuishoudkundig beheer is handhaven van de huidige situatie het uitgangspunt in die gebieden waarin de zomerkade niet wordt verlaagd of verwijderd. In gebieden die direct in verbinding komen te staan met de rivier wordt in principe geen waterhuishoudkundig beheer uitgevoerd. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer van het zomerbed en de oevers. De terreinbeherende organisaties zijn verantwoordelijk voor zowel het beheer van de vegetatie als voor het handhaven van het doorstroomprofiel (terreinhoogte) van uiterwaarden en geulen binnen hun beheereenheden. Voor realisering en financiering van het natuurbeheer is vanaf 2010 het nieuwe Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) beschikbaar voor die percelen die als Ecologische hoofdstructuur (EHS) zijn aangewezen. De terreinbeherende organisaties hebben de regie over het (laten) uitvoeren van periodieke baggerwerkzaamheden en terreinverlagingen (na overmatige sedimentatie). De kosten voor het sedimentbeheer van geulen zijn voor rekening van Rijkswaterstaat. In overleg worden afspraken gemaakt over monitoring, interventieniveaus, ontwerp van concrete maatregelen, de procedures rond opdrachtverlening en uitvoering van maatregelen. Enkele objecten komen in beheer bij de gemeenten. In het Beheer- en onderhoudsplan is een visie op het beheer uitgewerkt, waar het overgangsbeheer een onderdeel van uitmaakt. Dit overgangsbeheer is erop gericht om, vanaf verwerving en na inrichting van de gronden, direct te starten met overgangsbeheer om te komen tot de gewenste vegetatie. In het gebied zijn zwaar bemeste productiegraslanden en maïsakkers aanwezig, deze omstandigheden zijn ongunstig voor de ontwikkeling van soortenrijke vegetaties. Er zal langdurig (mogelijk 5 à 10 jaar) verschralingsbeheer (maaien en afvoeren) gevoerd moeten worden :F - Concept ARCADIS 28

30 In onderstaande tabel is per organisatie weergegeven wat de beheertaken zijn per deelgebied. Tabel 4 Verdeling beheertaken Deelgebied Toegangsdam stuweiland Hagestein Beheertaak Weg over de dam naar het stuweiland Dam bij stuweiland Verantwoordelijke organisatie Gemeente Houten RWS* t Waalse Waard Parkeervoorziening Gemeente Nieuwegein Vegetatiebeheer, incl.monitoring/toezicht Uitzichtpunt Sedimentbeheer (uitvoering) Onderdoorgang A27 Inlaatvoorziening bestorting Bodembescherming geulmonding Sedimentbeheer (monitoring) Entrees naar uiterwaard Inlaatvoorziening duikers Fietspad SBB* SBB SBB RWS RWS RWS RWS Gemeente Nieuwegein/ Gemeente Houten RWS Recreatieschap Bossenwaard Honden uitlaatstrook Gemeente Nieuwegein Entrees naar uiterwaard Wandelpad mindervaliden Loopbrug, touwbrug, trekpont Vegetatiebeheer, incl.monitoring/toezicht Sedimentbeheer (uitvoering) Peilbeheer moeras Uitzichtpunt Vogelkijkscherm, landschapskunst Zomerkade Bodembescherming geulmonding Onderdoorgang oude/ nieuwe brug A2 Sedimentbeheer (monitoring) Speelnatuur Gemeente Nieuwegein/ SBB Gemeente Nieuwegein Gemeente Nieuwegein SBB SBB SBB SBB SBB SBB RWS RWS RWS Vianense Waard Zomerkade WSRL* Pontwaard en Mijnsherenwaard Peilbeheer, incl. kunstwerken Vegetatiebeheer, incl.monitoring/toezicht Toezicht (verhoogd niveau) Entrees naar uiterwaard Ruiterpad Kade Merwedekanaal (oostelijk) Wandelpad mindervaliden Kade Merwedekanaal (westelijk) Bodembescherming geulmonding Parkeervoorziening Camperstandplaats Passantenhaven Ontsluitingswegen Gemeente Nieuwegein WSRL Den Haneker Den Haneker Den Haneker Den Haneker Provincie Utrecht Gemeente Vianen RWS RWS Gemeente Vianen Gemeente Vianen Gemeente Vianen Gemeente Vianen :F - Concept ARCADIS 29

31 Deelgebied Beheertaak Sedimentbeheer haven + toegang (uitvoering) Vegetatiebeheer, incl.monitoring/toezicht Sedimentbeheer geul (uitvoering) Toezicht (verhoogd niveau) Entrees naar uiterwaard Uitzichtpunt Peilbeheer Sedimentbeheer (monitoring) Inlaatduiker (bestorting) Kade Merwedekanaal (westelijk) Brug over geul Zomerkade Inlaatduiker (duikers) Verantwoordelijke organisatie Gemeente Vianen Den Haneker Den Haneker Den Haneker Den Haneker Den Haneker WSRL RWS RWS RWS Gemeente Vianen WSRL RWS * SBB = Staatsbosbeheer, RWS = Rijkswaterstaat, WSRL = Waterschap Rivierenland FINANCIËN DOELSTELLING Het project is realiseerbaar binnen het taakstellend budget en bijbehorend dekkingsvoorstel, waarbij gestreefd wordt naar de beste kwaliteit binnen het gestelde budget. Meer informatie: PRI-raming Het taakstellend budget is op basis van de SNIP2A raming vastgesteld op 28,0 miljoen. De realisatiekosten zijn geraamd conform de systematiek PRI De verwachte baten zijn verwerkt in de ramingen. Onderstaande tabel geeft de samenvatting van de kostenraming weer. Tabel 5 Samenvatting raming Projectontwerp Investeringskosten Kostencategorieën in miljoen Euro incl. BTW Bouwkosten 16,3 Vastgoedkosten 7,9 Engineeringkosten 2,2 Overige bijkomende kosten 1,3 Project onvoorzien 2,7 Totaal investeringskosten 30,4 Vermarktbare grond -1,6 Totaal investeringskosten incl. BTW 28,8 De kostenraming van het Projectontwerp sluit op 28,8 miljoen en overstijgt daarmee het taakstellend budget met 0,8 miljoen. Hiervoor zijn meerdere redenen aan te wijzen, waaronder nieuwe inzichten en gestegen kosten naast uitbreiding van de scope sinds de vorige fase. Deze redenen worden hierna verder toegelicht :F - Concept ARCADIS 30

32 Aangezien de kostenraming van het Projectontwerp het beschikbare en daarmee taakstellende budget (in geringe mate) overschrijdt, is gezocht naar mogelijke bezuinigingsopties. De Stuurgroep heeft besloten de recreatieve verbinding bij het stuweiland (incl. schipbrug) als bezuiniging te laten vervallen. De recreatieve verbinding bij het stuweiland heeft als te realiseren objecten een schipbrug en een overgang over de stuw bij Hagestein (object /5a). De uitvoerbaarheid van deze objecten is onzeker en vanuit oogpunt van veiligheid ongewenst. De kosten van de aanleg en het beheer en onderhoud worden niet gedekt. Deze objecten zullen dus niet gerealiseerd worden als onderdeel van Ruimte voor de Lek. Daarmee komen de totale investeringskosten op 27,5 miljoen, wat wel past binnen het taakstellend budget. Verschillen van de kosten ten opzichte van SNIP2A De uitwerking van de Gekozen Variant SNIP2A tot het Projectontwerp SNIP3 heeft op verschillende manieren invloed gehad op de kostenraming. Enerzijds zijn diverse kostbare ingrepen niet langer nodig en worden kosten bespaard. Anderzijds is het ontwerp verder verfijnd, zijn er meer details en nieuwe elementen opgenomen en nemen de kosten dan ook toe. De kostenraming die aan de basis ligt voor de Gekozen Variant is inclusief BTW en sluit op 28 miljoen euro. De belangrijkste wijzigingen in de SNIP3-raming zijn: Aan de noordzijde wordt meer grondverzet gepleegd. Dat is deels vanwege de aanleg van twee kleine zijgeulen die nodig zijn om het opstuwende effect bij de winterdijk te beperken en doordat het ontwerp van de geulen verfijnder is door een nadrukkelijke afstemming op de getijdendynamiek. De aanpassingen voor de gas- en effluentleidingen is verder uitgewerkt. De raming is conservatiever op dit punt dan in de SNIP2A fase. De grondbalans is voor SNIP3 nader uitgewerkt op basis van het Projectontwerp, Uitvoeringsplan en de beschikbare informatie uit het bodemonderzoek. Daarmee bevat het Grondstromenplan meer detail dan in de vorige fase. Het resultaat is dat er nu rekening wordt gehouden met minder vrijkomende vermarktbare grond, klei en metselzand (minder opbrengsten in de raming). Nieuwe elementen zijn ingebracht vanuit natuur- en waterkwaliteit. Dit betreft de bovenstroomse aansluiting van de geulen met inlaatduiker in de Pontwaard en 't Waalse Waard om doorstroming van de geulen te realiseren. In het Projectontwerp is steenbestorting opgenomen bij alle geulmondingen. Bij vergelijkbare projecten is na uitvoering en monitoring gebleken dat dit nodig is in verband met erosie. Het later alsnog aanbrengen van deze voorzieningen is duurder dan het nu al meenemen in het ontwerp. Er zijn objecten toegevoegd, waaronder het fietspad in t Waalse Waard. Er is een damwandconstructie opgenomen voor de bescherming van de brugpijlers van de oude A2 brug bij Nieuwegein. Het ontwerp gaat uit van behoud van de brug. De graafwerkzaamheden aan de noordzijde zijn in SNIP2A bezien als KRW-maatregel. Nu zijn ze essentieel geworden voor de MHW-taakstelling. Er vindt een verschuiving plaats van kosten. Verschil in prijspeil: de SNIP2A raming is volgens prijspeil 2009, de SNIP3 raming volgens prijspeil :F - Concept ARCADIS 31

33 Financiering De financiering van het project vindt voor ca. 50% plaats vanuit het budget dat beschikbaar is voor de Rivierverruimingsmaatregelen (Programma Directie Ruimte voor de Rivier). Daarnaast is vanuit KRW, ILG, NURG, Provincie en gemeenten budget beschikbaar voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Met deze partijen is afstemming geweest over de algemene uitgangspunten bij de kostenverdeling. Dit is vastgelegd in de PRI-raming. Op basis van de verdeling is een dekkingsvoorstel voor de PRI-kostenraming opgesteld. Onderstaande tabel geeft de kosten per financier van het Projectontwerp weer. Tevens is het verschil met de SNIP2A raming aangegeven. Tabel 6 Dekkingsvoorstel en verschilkosten per financier Financiers Programma Directie Ruimte voor de Rivier Investeringskosten incl. BTW SNIP 2A miljoen PDR 14,0 13,6 Kaderrichtlijn Water KRW 4,4 4,1 Investeringsbudget Landelijk Gebied Nadere Uitwerking Rivieren Gebied ILG 2,5 2,1 NURG 2,3 3,2 Provincie Utrecht Provincie 4,0 5,0 )* Gemeente Vianen Vianen 0,5 0,5 )** Gemeente Nieuwegein Nieuwegein 0,3 0,3 Totaal (incl. BTW) 28,0 28,8 Projectontwerp SNIP3 miljoen )* De kosten de Schipbrug zijn opgenomen in de PRI-raming voor rekening van de provincie. De Stuurgroep heeft besloten de Schipbrug te laten vervallen. De financiële bijdrage van de provincie komt daarmee op 3,7 miljoen euro. De kosten voor aanleg van het fietspad in t Waalse Waard zijn in de PRI-raming opgenomen met als financier de provincie Utrecht, maar zullen in de praktijk door het Recreatieschap gedragen worden. )** De kosten voor de aanleg van de Wipkorenmolen zijn in de PRI-raming opgenomen met als financier de gemeente Vianen, maar zullen in de praktijk door de Stichting Herbouw Wipkorenmolen Vianen gedragen worden. Meer informatie: Beheer- en onderhoudsplan Jaarlijkse beheerkosten In het Beheer- en onderhoudsplan zijn de beheerskosten uitgewerkt per eindbeherende organisatie :F - Concept ARCADIS 32

34 Tabel 7 Jaarlijkse beheerkosten per eindbeheerder Eindbeherende Jaarlijkse Beheervorm Financier organisatie kosten ( ) Gemeente Houten Vegetatiebeheer Gemeente Houten 384 Objectbeheer Gemeente Houten Subtotaal gemeente Houten Gemeente Nieuwegein Vegetatiebeheer Gemeente Nieuwegein 433 Objectbeheer Gemeente Nieuwegein Subtotaal gemeente Nieuwegein SBB Vegetatiebeheer SBB SNL Objectbeheer SBB Sedimentbeheer RWS Monitoring en SBB toezicht SNL Subtotaal SBB RWS Objectbeheer RWS Monitoring en RWS 960 toezicht SNL 19 Subtotaal RWS Gemeente Vianen Vegetatiebeheer Gemeente Vianen 647 Objectbeheer Gemeente Vianen PDR Sedimentbeheer Gemeente Vianen Subtotaal gemeente Vianen WSRL Vegetatiebeheer WSRL 934 Objectbeheer WSRL Monitoring en WSRL 234 toezicht Subtotaal WSRL Den Haneker Vegetatiebeheer Den Haneker SNL Sedimentbeheer RWS Objectbeheer Den Haneker WSRL Monitoring en Den Haneker 480 toezicht SNL 164 Subtotaal Den Haneker Provincie Utrecht Objectbeheer Provincie Utrecht Subtotaal Provincie Utrecht Recreatieschap Vegetatiebeheer Recreatieschap 506 Objectbeheer Recreatieschap Subtotaal Recreatieschap Geen beheerder Objectbeheer Geen beheerder (schipbrug, etc.) Subtotaal Geen beheerder Totaal beheerkosten per jaar (incl. overgangsbeheer) :F - Concept ARCADIS 33

35 2.5 AANBEVELINGEN VOOR SNIP4 EN VERDER Een aantal onderwerpen heeft geen plek gekregen in het Projectontwerp voor SNIP3. Dit heeft te maken met de mate van detailniveau (teveel detail voor deze fase van het project), het moment waarop het onderwerp of de wijziging in het planproces is ingebracht en/of het bieden van vrijheidsgraden voor de realisatiefase. In het Inrichtingsplan is een overzicht opgenomen van onderwerpen die in SNIP4 of SNIP5 aan de orde moeten gaan komen. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd. Detailontwerp van meerdere objecten, waaronder hekken en veeroosters nabij de hellingen en toegangen tot de uiterwaarden, inpassing van de bestaande gedenknaald aan de voet van de IJsseldam in de Bossenwaard, uitwerking landschapskunst, de uitzichtpunten en vogelkijkscherm, de inrichting van parkeerplaatsen, mindervalidenpad, IBA Ponthoeve en de passantenhaven Vianen. In de vervolgfase moeten een aantal zaken omtrent het beheer en onderhoud van de waarden nader uitgewerkt worden in afspraken tussen beheerders. Het gaat hierbij o.a. om de afspraken tussen Den Haneker, Rijkswaterstaat en gemeente Vianen voor het sedimentbeheer van de geul en passantenhaven bij Vianen; de afspraken tussen Staatsbosbeheer en de gemeente Nieuwegein over beheer van de speelnatuur in de Bossenwaard. In de vervolgfase worden beperkte ontwerpaanpassingen doorgevoerd om bij een aantal vergravingen aan de zuidzijde te kunnen voldoen aan de eis van het Waterschap om een 4 meter brede zone ten behoeve van onderhoud aan te houden. Nader archeologisch, bodemkundig en milieukundig onderzoek. Opstellen inrichtingsplan voor een GBT (Grootschalige Bodem Toepassing) in de zandwinplas t Waalse Waard conform de circulaire herinrichting diepe plassen. Monitoring van de erosie van de nevengeulen (met name bij de primaire kering in het westelijk deel van de Bossenwaard), monitoring van de grondwaterstand aan de noordzijde (in overleg met gemeenten en Hoogheemraadschap) en monitoring van de sedimentatie in de nevengeulen. Benadering van verdachte objecten (niet-gesprongen explosieven). Sonderingen en zettingsberekeningen voor de te verleggen gasleiding in de Bossenwaard. Nadere uitwerking van de hoogte van de nieuwe zomerkade in de Pontwaard in overleg met het Waterschap. Uitgangspunt is dat de inundatiefrequentie van de achterliggende uiterwaard gelijk blijft aan de huidige situatie. Nadere uitwerking van technische oplossingen voor de dijkstabiliteit van de nieuwe zomerkade in de Vianense Waard en de kruising met de effluentleiding. De bereikbaarheid van het stuweiland Hagestein bij hoogwater voor bewoners en hulpdiensten moet verder uitgewerkt worden in een plan en een draaiboek. Een nadere toetsing van de dwarsstromen nabij het Lekkanaal en nabij de Pontwaard. Onderzoek naar mogelijke mitigerende maatregelen. Inpassing van het ruiterpad in de Vianense Waard waarbij dat niet ten koste mag gaan van de te realiseren natuurdoelen en van de openstelling voor overige recreanten. Uitwerken van aanvullende wensen, waaronder een hondenuitlaatplaats in de Vianense Waard, poel of kleiput in de Vianense Waard, natuurvriendelijke oevers langs sloten :F - Concept ARCADIS 34

36 2.6 STANDPUNT VAN DE STUURGROEP OVER HET PROJECTONTWERP WIJZIGINGSBEVOEGDHEDEN EN REALISATIE BUITEN PROJECT Het project Ruimte voor de Lek heeft als ambitie ruimte te bieden aan regionale (recreatieve) ontwikkelingen. In de overleggen van de Stuurgroep is gesproken over deze objecten en hun inpassing in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). De meeste objecten van het Projectontwerp worden volwaardig opgenomen als onderdeel van het PIP en worden als zodanig ook uitgevoerd. Ontwikkelingen die minder concreet zijn uitgewerkt, of waarvan de financiering onzeker is, zijn als wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het PIP. Als de besluitvorming en financiering van deze objecten tijdig (vooralsnog voor 1 september 2011) geregeld zijn, kunnen de initiatiefnemers aan Rijkswaterstaat voorstellen om deze objecten mee te nemen in de aanbesteding. Alle objecten van het Projectontwerp zijn beoordeeld op milieueffecten in het MER. Daarmee is de scope van het MER op onderdelen ruimer dan de scope van het PIP. In onderstaande tabel zijn de objecten weergegeven die buiten het project gerealiseerd worden. Tabel 8 Realisatie buiten project Waard Object / ontwikkeling Status in PIP Financiering en realisatie door Pontwaard/Mijnsherenwaard Wipkorenmolen Wijzigingsbevoegdheid Stichting Herbouw Wipkorenmolen Vianen Pontwaard/Mijnsherenwaard Passantenhaven Bestemming Gemeente Vianen Pontwaard/Mijnsherenwaard Camperstandplaats Bestemming Gemeente Vianen Pontwaard/Mijnsherenwaard Parkeerplaats Wijzigingsbevoegdheid Gemeente Vianen Pontwaard/Mijnsherenwaard Functiewijziging Ponthoeve Bestemming Eigenaar t Waalse Waard Fietspad Wijzigingsbevoegdheid Het Recreatieschap Wipkorenmolen De Stichting Herbouw Wipkorenmolen Vianen (SHWV) zet zich in voor herbouw van een replica zijn van de wip- en walkorenmolen met stelling die tot 1838 aan het einde van de Molenstraat te Vianen stond. Van de oorspronkelijke molen is nog het complete bouwbestek uit 1691 bewaard gebleven, dat ook nu weer de basis wordt voor de herbouw. De ruimtelijke reservering voor de wipkorenmolen wordt binnen Ruimte voor de Lek geregeld door een wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het PIP. De realisatie en financiering ervan is in handen van de Stichting. Passantenhaven, camperstandplaats en parkeerplaats De camperstandplaats en de passantenhaven worden in het PIP opgenomen als bestemming en de parkeerplaats als wijzigingsbevoegdheid. Daarmee wordt de locatie vastgesteld. Deze objecten worden niet in het kader van Ruimte voor de Lek gerealiseerd, maar separaat door de gemeente :F - Concept ARCADIS 35

37 Functiewijziging Ponthoeve De eigenaar van de Ponthoeve is voornemens zijn agrarische bedrijf om te vormen naar een Natuurderij (bron: toekomstvisie de Ponthoeve, familie Baars, 8 december 2010), waarbij groene en blauwe diensten worden toegevoegd aan de Ponthoeve. In het PIP wordt aan de locatie een nieuwe bestemming toegekend (bestemming). De plannen uit genoemde toekomstvisie zijn op milieueffecten beoordeeld in het MER. Uitvoering, financiering en vergunningverlening van de functiewijziging worden geregeld door de eigenaar. Fietspad t Waalse Waard Het fietspad in t Waalse Waard wordt gefinancierd, gerealiseerd en beheerd door het Recreatieschap. De beoogd terreinbeheerder van t Waalse Waard (Staatsbosbeheer) geeft aan dat realisatie van het fietspad door haar beheergebied een discussiepunt is. Het gaat om diverse functies in een klein gebied. De Stuurgroep heeft besloten het fietspad in t Waalse Waard op te nemen als wijzigingsbevoegdheid in het PIP, waarbij de realisatie afhankelijk is van de wederzijdse instemming van het Recreatieschap en Staatsbosbeheer. 2.7 TAAKVERDELING EN SAMENWERKING Na het SNIP3-besluit draagt de Provincie Utrecht als initiatiefnemer voor de SNIP3 fase het stokje over aan Rijkswaterstaat, de beoogde realisator van Ruimte voor de Lek. Rijkswaterstaat staat aan de lat voor het realiseren van de rivierkundige maatregelen voor 31 december Rijkswaterstaat zal een Samenwerkingsovereenkomst opstellen waarmee de partners in het project en de Staatssecretaris afspreken zich in te zetten voor de realisatie van het project en de noodzakelijk inspanningen te leveren. Waterschap Rivierenland gaat op gedeelten van de Lekdijk binnen het plangebied Ruimte voor de Lek maatregelen treffen om de piping-lengte van de dijk te vergroten. Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenland zijn voornemens de realisatie van Ruimte voor de Lek en de dijkverbetering te combineren. Voorwaarde is wel dat de planstudiefase van de dijkverbetering op tijd is doorlopen :F - Concept ARCADIS 36

38 DEEL B: ACHTERGRONDINFORMATIE EN TOELICHTING :F - Concept ARCADIS 37

39 HOOFDSTUK SNIP3 3Uitgangspunten voor 3.1 AANLEIDING In 1993, maar vooral in 1995 heeft het Nederlandse rivierengebied te maken gehad met zeer hoge waterstanden op de rivieren. De veiligheid in ons rivierengebied stond onder zware druk. Naar aanleiding van deze hoge waterstanden en de verwachte klimaatveranderingen, heeft het kabinet in december 2000 besloten om toekomstige hoge rivierafvoeren veilig naar zee af te voeren door rivieren meer ruimte te geven. Hiervoor is de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier opgesteld die in januari 2007 door de Eerste en Tweede kamer is goedgekeurd. Ruimte voor de Rivier heeft als doelstelling om te zorgen dat de veiligheid van het rivierengebied uiterlijk in 2015 voldoet aan de wettelijke vastgestelde norm. Daarnaast is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied een belangrijke doelstelling van het programma. De uiterwaardvergraving in de Honswijkerwaard, Hagestein en Hagesteinse Uiterwaard en Heerenwaard, in de praktijk Ruimte voor de Lek genoemd, is een van de 39 maatregelen van het programma Ruimte voor de Rivier. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de Provincie Utrecht hebben op 25 januari 2007 een bestuursovereenkomst getekend met betrekking tot de planstudie voor het project. Daarmee is de Provincie initiatiefnemer geworden van het project en heeft vervolgens het planproces opgepakt in samenwerking met de betrokken gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat. 3.2 SNIP2A BESLUIT Op 18 augustus 2009 heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat het SNIP2A besluit genomen. De Staatssecretaris heeft in haar besluit een aantal uitgangspunten vastgelegd. Deze uitgangspunten zijn: De maatregelen in het kader van de Ruimte voor de Lek moeten leiden tot een minimale MHW verlaging van 8 cm. Daarbovenop dient een marge gerealiseerd te worden om ruimte te bieden voor het gewenste beheer en onderhoud 1. De beschikbare middelen voor realisatie van de maatregelen worden vastgesteld op 14 miljoen euro. 1 De beheermarge is aanvullend door de PDR als uitgangspunt gesteld, staat niet in het SNIP2A-besluit :F - Concept ARCADIS 38

40 De ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt door de maatregelen in het kader van de Ruimte voor de Lek. Om invulling te geven aan het besluit van de Staatssecretaris heeft de Stuurgroep de zogenaamde Gekozen Variant vastgesteld. In de Gekozen Variant vormen de rivierkundige maatregelen voor het realiseren van hoogwaterveiligheid en de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur de basis voor de inrichting. Daarnaast is ook recreatie een belangrijke nevenactiviteit. Op hoofdlijnen bestaat de Gekozen Variant uit de aanleg van drie oevergeulen in het gebied. Deze geulen zorgen ervoor dat de Lek meer bergingsruimte krijgt en dat de hoogwatergolf versneld wordt afgevoerd. Daarnaast wordt de toegangsdam verlaagd naar het stuweiland Hagestein. Doordat deze dam bij hoog water een minder groot obstakel vormt, wordt ook de doorstroming van de rivier bevorderd. Naast deze rivierkundige opgaven zijn er voor de verschillende deelgebieden specifieke ruimtelijke opgaven gedefinieerd voor ontwikkeling van natuurwaarden, versterking van de ruimtelijke kwaliteit en recreatie. De Gekozen Variant is een integrale invulling van de rivierkundige, ecologische en ruimtelijke kwaliteitsopgaven en vormt de basis voor het ontwerpproces in de SNIP3 fase. Figuur 3 De Gekozen Variant :F - Concept ARCADIS 39

41 3.3 OPGAVE VOOR SNIP3: OPTIMALISATIE VAN DE GEKOZEN VARIANT BASIS VOOR HET ONTWERP Nevengeulen Voor de verlaging van de MHW wordt uitgegaan van de aanleg van nevengeulen en het verwijderen van obstakels. De nevengeulen sluiten aan bij de historische en morfologische patronen van het rivierensysteem van de Nederrijn/Lek. EHS Een belangrijke basis voor de inrichting van het projectgebied vormt de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur. Gestreefd wordt naar een robuuste verbinding langs de rivier, waarbij wordt aangesloten op de vastgestelde natuurdoelen van de Provincie Utrecht, zoals vastgelegd in de natuurgebiedsplannen/natuurbeheerplannen, de provinciale taakstelling in het kader van ILG (noordzijde) en de rijkstaakstelling in het kader van NURG. De dynamiek van de rivier, met in het bijzonder de getijdenslag, is daarbij een belangrijk element. Cultuurhistorische elementen, oude structuren en gebruiksvormen en landschappelijke inrichtingsmaatregelen worden daarmee verweven. Recreatie Voor het gehele gebied wordt gekeken naar de mogelijkheden voor recreatie als nevenactiviteit. Daarbij dient vooral gedacht te worden aan eenvoudige wandelpaden. Met name in de Pontwaard & Mijnsherenwaard in Vianen en de Bossenwaard bij Nieuwegein bestaan wensen voor intensievere recreatievormen, waaronder een passantenhaven, een camperstandplaats, strandjes en ligweiden. Aan de zuidzijde van het Stuweiland is gedacht aan een schipbrug voor fietsers en voetgangers met aansluitend een oversteek over de sluisdeuren. Voorts wordt rekening gehouden met lokale wensen zoals de aanleg parkeerplaats nabij het centrum van Vianen OPTIMALISATIEOPGAVEN Bij de start van SNIP3 zijn door de Stuurgroep optimalisatieopgaven meegegeven voor het ontwerpproces van de Gekozen Variant naar het Projectontwerp. Deze opgaven zijn vastgelegd in de notitie Ruimte voor de Lek, uitgangspunten voor ontwerp nav SNIP2A besluit d.d. 28 september De belangrijkste opgaven voor het ontwerpproces zijn hieronder weergegeven. Bossenwaard Verweving van natuur en recreatie, onderzoeken in welke mate en op welke wijze de juiste balans kan worden gehaald tussen deze twee. Onderzoeken noodzaak en eventuele lokatie van parkeervoorziening. Onderzoek naar uitbreiding van de jachthaven met een passantenhaven (10-15 ligplaatsen). Onderzoeken of de jacht- en RWS-haven zodanig op de rivier kan worden aangesloten dat het baggerprobleem verkleind wordt :F - Concept ARCADIS 40

42 Pontwaard & Mijnsherenwaard Uitwerken van de oevergeul om de Ponthoeve; opgave om te komen tot een beter ingepaste ingreep. Deze heeft wellicht een lagere MHW-verlaging tot gevolg, maar ook een betere balans tussen rivierveiligheid, natuur, landschap en ruimtelijke kwaliteit. Minder effecten op de morfologie en de stroming van het Merwedekanaal. Lokatie voor de wipkorenmolen, passantenhaven en camperstandplaats bepalen. Onderzoek naar mogelijke locaties voor parkeren nabij het centrum van Vianen, waarbij in ieder geval de locatie ten oosten van de Buitenstad tegen de winterdijk aan nader wordt onderzocht. Stuweiland Fiets- en voetverbinding vanuit Vianen naar het Stuweiland met aandacht voor veiligheid nabij de sluizen. Onderzoeken mogelijkheden voor (her)ontwikkeling Stuweiland, waarbij de nadruk ligt op natuur, recreatie en cultuurhistorie met behoud van de woonfunctie. Beperkte woningbouw mogelijk indien dit nodig is voor een sluitende exploitatie AANDACHTSPUNTEN VANUIT SNIP2A Bij de start van SNIP3 zijn in het SNIP2A advies de volgende aandachtspunten meegegeven voor de uitwerking: Het in kaart brengen van de gevolgen van de uiterwaardvergravingen, onder andere met betrekking tot 'piping'; Zorgen voor een uitwerking waarbij negatieve effecten op de scheepvaart zoveel mogelijk worden voorkomen; Het maken van een ruimtelijke visie met aandacht voor de uiterwaarden als ruimtelijke eenheid, cultuurhistorie en specifieke locatiekenmerken; Aandacht voor een zorgvuldig afwegingsproces en juridische en planmatige aanpak bij de mogelijke aanpassing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS); Grondgerelateerde informatie vastleggen in een grondstromenplan en een uitvoeringsplan, om te voorkomen dat in een later stadium waardevol betonen metselzand gebruikt gaat worden als ophoogzand; Inzicht geven in de beheer- en onderhoudskosten en zorgdragen voor een akkoord van alle beheerders met de keuze van onderhoud en de te dragen kosten; Regelen van de bevoegdheden in verband met de benodigde inpassing van het plan in het Provinciaal inpassingplan; Aandacht voor de marktbenadering en voor welke overheidspartij de realisator van de maatregel zal zijn; Advies om een ambtelijke werkgroep bevoegd gezag op te starten, om in een vroegtijdig stadium een aantal cruciale zaken zoals vergunningverlening en beheer tijdig bij de betrokken partijen onder de aandacht te brengen. De bevindingennotitie SNIP2A en een toelichting hoe met de aandachtspunten is omgegaan in SNIP3, is opgenomen in bijlage :F - Concept ARCADIS 41

43 HOOFDSTUK 4Scope van het project 4.1 DOELSTELLINGEN VAN RUIMTE VOOR DE LEK In deze paragraaf zijn de doelstellingen voor de planstudiefase (SNIP3) van Ruimte voor de Lek beschreven. In het ontwerpproces zijn verschillende keuzes gemaakt en optimalisaties doorgevoerd die hebben geleid tot het uiteindelijke Projectontwerp. Bij het maken van die keuzes zijn de doelstellingen, zoals beschreven in deze paragraaf, als uitgangspunt genomen. Doelstellingen Ruimte voor de Rivier: veiligheid en ruimtelijke kwaliteit Ruimte voor de Rivier kent een dubbeldoelstelling: het verhogen van de veiligheid en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Veiligheid De hoofddoelstelling voor het project Ruimte voor de Lek ten aanzien van veiligheid is het realiseren van een waterstanddaling bij maatgevende hoogwateromstandigheden (MHW) van minimaal 8 cm (km ). Daarbovenop dient een marge gerealiseerd te worden om ruimte te bieden voor het gewenste beheer en onderhoud. Overigens mag het Projectontwerp geen negatieve gevolgen hebben voor de kwel en dijkstabiliteit. Ruimtelijke kwaliteit Ruimte voor de Lek heeft tevens als doel het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Deze doelstelling heeft in de SNIP2A-fase veel aandacht gekregen. De ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt door de ontwikkeling van een robuuste landschapsstructuur, gebaseerd op natuurontwikkeling in lijn met de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Daarnaast dragen verschillende recreatieve voorzieningen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Draagvlak voor besluit Ten aanzien van het bestuurlijk draagvlak is ten doel gesteld dat de Stuurgroep het Projectontwerp unaniem moet goedkeuren. Dit betekent dat alle onderliggende documenten positief beoordeeld moeten zijn door de partners. Het draagvlak onder bewoners en belanghebbenden dient te zijn vergroot ten opzichte van SNIP2A, waarmee de kans op realisatie (mede door een beperkter aantal inspraakreacties) :F - Concept ARCADIS 42

44 groter is. De bewoners en belanghebbenden hebben hun inbreng kunnen doen bij de optimalisatie tot het Projectontwerp. Daarnaast dient het project tot zo min mogelijk ongewenste neveneffecten voor de omgeving te leiden, tijdens en na uitvoering van het project. Te denken valt aan de effecten op het gebied van kwel, verkeer of scheepvaart. Vergunbaarheid, uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en beheerbaarheid Vanuit de PKB zijn de volgende eisen aan het project gesteld: Het project is realiseerbaar binnen de geldende wet- en regelgeving (vergunbaarheid) en past in het bestaande beleid. Het project is uitvoerbaar waarbij het heringericht gebied uiterlijk 31 december 2015 wordt opgeleverd. Daarbij is expliciete aandacht besteed aan het benodigd grondverzet en voorwaarden aan de uitvoering vanuit natuur. Het project is beheerbaar en onderhoudbaar, wat wordt ondersteund door verklaringen van de beoogde eindbeheerders. Daarbij is rekening gehouden met een beheermarge in de rivierkundige taakstelling, die voldoende ruimte biedt voor het uitvoeren van beheertaken, ondermeer in het kader van sediment- en natuurbeheer. Het project leidt niet tot ontoelaatbare milieueffecten (getoetst in een Milieueffectrapportage). Het project is realiseerbaar binnen het taakstellend budget en bijbehorend dekkingsvoorstel, waarbij gestreefd wordt naar de beste kwaliteit binnen het gestelde budget. 4.2 PROJECTGEBIED EN PLANGEBIED In het project Ruimte voor de Lek worden twee verschillende plangrenzen aangehouden: projectgebied en plangebied. Projectgebied Het projectgebied voor het project Ruimte voor de Lek bestaat uit de volgende deelgebieden: Toegangsdam Stuweiland en Ossenwaard (verder: Stuweiland); Bossenwaard; t Waalse Waard; Vianense Waard; Pontwaard & Mijnsherenwaard Voor deze gebieden wordt een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) opgesteld en is een wijziging in ruimtelijke bestemming voorzien. De Milieueffectrapportage (MER) heeft betrekking op dit projectgebied. Natuurlijk worden bij de beoordeling van de effecten van de voorgestelde ontwikkelingen in de MER, ook de effecten die plaatsvinden buiten het projectgebied meegenomen :F - Concept ARCADIS 43

45 Bijzondere status stuweiland Hagestein in projectgebied Het stuweiland bij stuw Hagestein valt buiten de begrenzing van het projectgebied. Wel behoort de langzaam verkeersroute over en bereikbaarheid van het eiland tot het project. Daarom is deze route ook binnen het projectgebied opgenomen (deelgebied toegangsdam Stuweiland). Plangebied Het plangebied bestaat uit dezelfde deelgebieden als het projectgebied MER, uitgebreid met: Honswijkerwaarden. Uiterwaard Hagestein. Voor de Honswijkerwaard geldt dat er reeds natuurbeheer door Staatsbosbeheer wordt gevoerd, dat wordt gewoon voortgezet. Voor beide uiterwaarden geldt dat de huidige situatie afwijkt van de referentiesituatie. Opnemen in het project zou dan ook een hogere rivierkundige taakstelling betekenen. Niet vanwege de doelstelling, maar vanwege modelafwijkingen. Omdat die ruimte er niet is binnen het projectgebied, nemen we deze gebieden niet mee. Daarnaast zijn er geen financiële middelen gereserveerd binnen het programma Ruimte voor de Rivier voor herinrichting van deze gebieden. De delen van het plangebied die buiten het projectgebied vallen zijn geen onderdeel van het MER en van het PIP. Wel wordt voor al deze gebieden in het kader van het project Ruimte voor de Lek een ontwerpvisie opgesteld in het Ruimtelijk Kwaliteitsplan. Navolgende figuur geeft de verschillende begrenzingen weer, met bijbehorende verwijzingen naar plangebied en projectgebied. Figuur 4 Plangebied Ruimte voor de Lek. Rode lijn: plangebied Paarse lijn: projectgebied :F - Concept ARCADIS 44

46 4.3 AUTONOME ONTWIKKELING Het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) is uitgangspunt voor de definitie van de autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn dus die ontwikkelingen die in het PIP beschreven en beleidsmatig gefaciliteerd worden. Omdat de planhorizon van het PIP 10 jaar is, wordt ook de referentiesituatie over 10 jaar geschetst: de huidige situatie inclusief de in het PIP opgenomen autonome ontwikkelingen zonder dat de maatregel zomerbedverbreding door uiterwaardvergraving wordt uitgevoerd. Onderstaand zijn de belangrijkste autonome ontwikkelingen beschreven. Herstructurering Lekboulevard Hoog Zandveld De gemeente Nieuwegein heeft voorzien in een herstructurering van de Lekboulevard Hoog Zandveld. Voor het noordelijke deel van het project Lekboulevard- Hoog Zandveld heeft het college van B&W in november 2010 een aangepast stedenbouwkundig plan laten opstellen. Het aangepaste stedenbouwkundig plan is voor een gedeelte van het projectgebied ruimtelijk richtinggevend voor de herziening van het bestemmingsplan, de overige deelgebieden gaan mee in de actualiseringoperatie. De procedure voor de herziening van het bestemmingsplan is inmiddels gestart. In mei 2011 zal het college van B&W het voorontwerp bestemmingsplan vrijgeven voor inspraak. Bedrijventerrein t Klooster Bedrijvenpark t Klooster is een project waarbinnen duurzame bedrijvigheid, cultuurhistorie, ecologie en recreatie samenkomen. Bedrijvenpark t Klooster fungeert met de aansluiting op de A-27, als entree voor de stad Nieuwegein. Aanleg 3 e kolk bij Beatrixsluizen De Beatrixsluis vormt een knelpunt voor een vlotte en veilige verkeersafwikkeling. Recente vervoersgegevens laten een sterkere stijging van het goederenvervoer over het Lekkanaal zien dan verwacht, waardoor reeds in 2017 een knelpunt zal optreden in plaats van in Daarom is besloten tot capaciteitsvergroting van de Beatrixsluis in combinatie met de verruiming van het Lekkanaal. In t Waalse Waard zijn twee ontwikkelingen voorzien: Aangrenzend aan t Waals Waard is sprake van verruiming van het Lekkanaal. Aanleg en ingebruikname van een 3 de kolk bij de Beatrixsluizen. 4.4 SAMENHANG MET PROJECTEN IN DE OMGEVING Deze paragraaf gaat in op de ruimtelijke en/of functionele samenhang tussen het project Ruimte voor de Lek (de waterstaatkundige werken) en de aangrenzende projecten. Hieronder staan de meest relevante projecten kort beschreven. Recreatie Honswijkerwaard In de Honswijkerwaard wordt een recreatiegebied ontwikkeld voor intensieve recreatie. Een plas onder de noemer t Waal wordt in de uiterwaarden gecreëerd. Het terrein is open aan de waterkant en heeft een strand. Het toekomstige beheer van het gebied zal door Staatsbosbeheer worden vorm gegeven. Deze ontwikkeling ligt buiten het plangebied PIP en heeft geen directe invloed op het plangebied zelf :F - Concept ARCADIS 45

47 Verbreding A27 Door het knooppunt, en de nabijgelegen Lekkruisingen van de A2 als de A27 ontstaan vaak files op de snelwegen rond Vianen. In de toekomst zal als onderdeel van de verbreding van de A27 ook de Lekbrug in de A27 worden vervangen. De verbreding van de A27 is vooralsnog onvoldoende vastgelegd om mee te nemen als autonome ontwikkeling. Regionaal Structuurplan In het uitvoeringscontract Vianen van het Regionaal Structuurplan worden de volgende relevante projecten genoemd: 1. Recreatieve versterking en herinrichting van de Heerewaarden. 2. Langzaam verkeer verbinding Vianen-Hagestein-Plas Everstein. 3. Restauratie casco en terrein fort Everdingen (Nieuwe Hollandse Waterlinie). Deze ontwikkelingen liggen buiten het plangebied PIP en heeft geen directe invloed op het plangebied zelf. Kierbesluit Haringvlietsluizen Mogelijk vindt een aanpassing plaats van het sluitingsregime van de Haringvlietsluizen (het Kierbesluit). Deze aanpassing heeft tot gevolg dat de waterstand bij Hagestein gemiddeld hoger komt te liggen (nu bij hoogwater 1,45 bij kierbesluit 1,50; bij laagwater nu 0,30 en bij het kierbesluit 0,40, Bol & Kraak, 1998). Dijkverbetering Lek/Betuwe/Tieler- en Culemborgerwaard Langs de Lek is een dijkverbetering voorzien van dijkring 43. Dit project dient, evenals Ruimte voor de Lek, te zijn afgerond in Voorheen was de bedoeling om vrijwel de gehele dijk langs de Lek die onderdeel uitmaakt van dijkring 43 te versterken. Ten tijde van SNIP2A is getracht met grotere MHW-verlagingen bij Ruimte voor de Lek de dijkverbetering in zijn geheel te voorkomen, danwel sterk te beperken. Dit bleek echter niet mogelijk. Het effect van Ruimte voor de Lek op de benodigde dijkwerkzaamheden is te beperkt en voorzieningen zijn dermate kostbaar en risicovol dat dit niet acceptabel is geacht. Inmiddels blijkt, na herberekeningen en een evaluatie, dat grote delen van de dijkverbetering langs de Lek niet door hoeven te gaan. Wel zal Waterschap Rivierenland, op gedeelten van het dijkvak ter hoogte van de wijk De Hagen in Vianen, maatregelen treffen om de piping-lengte van de dijk te vergroten. Deze aanpassing maakt geen deel uit van de planstudie van Ruimte voor de Lek, maar in de uitvoering kunnen beide projecten wel worden geïntegreerd. Dijkverbetering Lek / Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden (Ruimte voor de Rivier) Stroomafwaarts is een dijkverbetering voorzien ter hoogte van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. De werkzaamheden leiden tot een verbetering van de dijk. Deze ontwikkeling ligt buiten het plangebied PIP en heeft geen directe invloed op het plangebied zelf :F - Concept ARCADIS 46

48 HOOFDSTUK 5Het proces nader toegelicht 5.1 SAMENWERKING EN BESLUITVORMING De Provincie Utrecht is de initiatiefnemer voor de planfase (SNIP3 fase) van het project Ruimte voor de Lek. De Provincie heeft besloten de planstudie op projectmatige wijze uit te voeren. Hierbij is nauw samengewerkt met de gemeenten Vianen, Nieuwegein, Houten en IJsselstein, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Waterschap Rivierenland. Deze partijen hebben gezamenlijk sturing gegeven aan het project middels een daarvoor in het leven geroepen Stuurgroep. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland (district Rijn en Lek) is als beheerder van de rivier ook betrokken in deze Stuurgroep net als de Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR). Tijdens het opstellen van het projectontwerp heeft integrale afstemming met de Stuurgroep plaatsgevonden. Besluiten van de Stuurgroep zijn voorgelegd aan de gemeenteraden, Provinciale Staten, de besturen van de waterschappen en de directie van Rijkswaterstaat. Op verschillende momenten in het project is akkoord van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (voorheen: Verkeer en Waterstaat) nodig, als opdrachtgever van de gehele planstudie. 5.2 PROCEDURE Aangezien Ruimte voor de Lek een project van provinciaal belang is met bovenlokale ruimtelijke effecten, hebben Provinciale Staten besloten om voor dit project een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) op te stellen. In het PIP worden de nieuwe functies in het gebied verankerd. Omdat het project m.e.r.-plichtige activiteiten bevat, is een Milieueffectrapport (MER) opgesteld en de m.e.r.-procedure doorlopen. Het MER beoordeelt het Projectontwerp dat aan de basis van het PIP ligt. Het project Ruimte voor de Lek volgt de (interne) Spelregels Natte Infrastructuur Projecten (SNIP) van Rijkswaterstaat. Voor het PIP Ruimte voor de Lek, zijn de volgende twee beslismomenten binnen de SNIP-procedure van belang: SNIP2A beslissing, waarin de Staatssecretaris uitgangspunten voor minimale MHWverlaging, ruimtelijke kwaliteit en beschikbare middelen heeft vastgesteld, genomen op 18 augustus 2009; :F - Concept ARCADIS 47

49 SNIP3 beslissing, waarmee de projectbeslissing wordt genomen. Ter onderbouwing van dit besluit is de Gekozen variant verder ontwikkeld tot projectontwerp en getoetst op doelbereik, milieutechnische haalbaarheid en financiële haalbaarheid. Na de SNIP3 beslissing starten de formele besluitvormingsprocedures (terinzagelegging, zienswijzen, beroep) van PIP, MER en bijbehorende vergunningaanvragen. Provincie Utrecht is voornemens een coördinatiebesluit te nemen voor Ruimte voor de Lek. Dit betekent dat het PIP (en het MER) gecoördineerd in procedure gaat, samen met de benodigde uitvoeringsbesluiten (hoofdvergunningen). De coördinatieregeling voorziet in een gezamenlijke kennisgeving, ter inzage legging van de ontwerpbesluiten en gelijktijdige bekendmaking van de besluiten Tevens worden de beroepsmomenten gebundeld. Dit heeft een aantal voordelen, zowel voor de initiatiefnemer als voor omwonenden: Vergunningen die mede bepalend zijn voor het ontwerp worden gelijktijdig behandeld met het inpassingsplan. Dit geeft meteen duidelijkheid over de mogelijkheid voor het ontwerp. Omwonenden kunnen in één keer alle relevante stukken bekijken en hoeven maar één keer in bezwaar en beroep. Als initiatiefnemer heeft dat als voordeel dat je niet voor iedere losse vergunning onduidelijkheid hebt over de RvS. Doordat niet alle vergunningen na elkaar worden behandeld biedt het tijdswinst. Daarnaast moet de RvS door de Crisis en Herstelwet binnen 6 maanden besluiten. 5.3 HET PROCES VAN SNIP2A- NAAR SNIP3-BESLUIT De Gekozen Variant is in de SNIP3-fase verder uitgewerkt tot het Projectontwerp, waarin technische en landschappelijke aspecten, omliggende projecten en de wensen van belanghebbenden samenkomen. Dit is gedaan in verschillende optimalisatieslagen, waarbinnen ook ontwerpsessies met regionale partners, betrokkenen en door effectbeoordeling door experts. Bij het uiteindelijke Projectontwerp zijn nog drie varianten voor uitvoering ontwikkeld en beoordeeld op effecten. Dit proces is weergegeven in navolgende figuur :F - Concept ARCADIS 48

50 Figuur 5 Van PKB naar Projectontwerp 5.4 VAN GEKOZEN VARIANT SNIP2A NAAR PROJECTONTWERP SNIP3 Van Gekozen variant naar Voorlopig Voorkeursalternatief In de SNIP3-fase is de Gekozen Variant verder geoptimaliseerd. De SNIP3-fase is gestart in mei In de periode mei 2010-september 2010 is in een aantal ontwerpcycli een uitwerking gemaakt van de Gekozen Variant. Hierbij is in twee ontwerpateliers aan bewoners en belanghebbenden de gelegenheid geboden hun wensen en kennis van het gebied in te brengen :F - Concept ARCADIS 49

51 Voorlopig Voorkeursalternatief De optimalisatieslag heeft geresulteerd in een Voorlopig Voorkeursalternatief (VVKA). Het VVKA is getoetst op waterstandsverlaging (MHW doelbereik), milieutechnische effecten (MER) en financiële haalbaarheid. Het VVKA is besproken in de Stuurgroep op 1 oktober Hierbij is ook de reactie van de Klankbordgroep op het VVKA aan bod gekomen. In het advies Reikwijdte en Detailniveau (m.e.r.) staat dat naast het VVKA ook twee Meest Milieuvriendelijke Alternatieven ontwikkeld moeten worden. In lijn met dit advies zijn twee uiterste alternatieven ontwikkeld: het MMA Natuur en het MMA Ruimtelijke kwaliteit. Beide alternatieven bieden de mogelijkheid op een kwalitatieve wijze de ontwerpkeuzes uit het VVKA kritisch te toetsen en waar nodig het VVKA te optimaliseren. Voorkeursalternatief Van Voorlopig Voorkeursalternatief naar Voorkeursalternatief Het resultaat van de vergelijking van het VVKA met het MMA Natuur en Ruimtelijke kwaliteit, benodigde aanpassingen aan het ontwerp vanuit effectbeoordelingen en toetsingen, en de bespreking van het VVKA in de Stuurgroep is een aanpassing van het ontwerp tot het Voorkeursalternatief (VKA). De uitkomsten van de effectbeoordelingen en toetsingen van het VVKA (en MMA) hebben een belangrijke rol gespeeld bij het opstellen van het VKA. Projectontwerp Van Voorkeursalternatief naar Projectontwerp Op basis van de resultaten van de effectbeoordeling van het VKA heeft een laatste optimalisatieslag plaats gevonden om te komen tot het Projectontwerp. Specifieke aandachtspunten bij deze optimalisatieslag waren het voorkomen van grondwateroverlast in Vianen, het beperken van de uitvoeringskosten en aandacht voor een mogelijk kwelprobleem aan de noordzijde bij Nieuwegein. Deze optimalisatieslag heeft geresulteerd in het Projectontwerp. Voor het Projectontwerp is het ontwerp van de Vianense Waard geheel herzien. De andere deelgebieden zijn niet gewijzigd. Aan het Projectontwerp zijn drie uitvoeringsvarianten toegevoegd. 5.5 BETROKKENHEID VAN DE OMGEVING De Provincie Utrecht heeft als initiatiefnemer van de planstudiefase van Ruimte voor de Lek actief de samenwerking opgezocht met de gemeenten Nieuwegein, Vianen, Houten en IJsselstein, het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Waterschap Rivierenland en de rivierbeheerder Rijkswaterstaat Dienst Oost Nederland. Deze partijen zijn op ambtelijk niveau vertegenwoordigd in de Externe Projectgroep en bestuurlijk in de Stuurgroep Ruimte voor de Lek. Daarnaast zijn de beoogde eindbeheerders en Bevoegd Gezag intensief betrokken in de planstudiefase. In meerdere overleggen zijn (tussen)producten besproken. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een verklaring van vergunbaarheid door Bevoegd Gezag en instemmingsbrieven van de beoogde eindbeheerders met het ontwerp, beheer en onderhoud. Ontwerpateliers Bewoners en andere belanghebbenden hebben hun kennis van het gebied en wensen voor het ontwerp ingebracht tijdens 2 ontwerpateliers in de zomer van De uitwerking van de Gekozen Variant stond tijdens deze ontwerpateliers centraal. Binnen deze variant zijn nog verschillende onderwerpen nader besproken. Een voorbeeld hiervan is de invulling van :F - Concept ARCADIS 50

52 de combinatie 'natuur en recreatie' in de Bossenwaard, en de exacte locatie van de parkeerplaats in Vianen. De inbreng van deelnemers aan de ateliers is waardevol geweest voor het ontwerpteam en vervolgens ook voor de Stuurgroep die de uiteindelijke beslissing heeft genomen. Klankbordgroep Om tijdig te reageren en in te spelen op signalen, en deze te betrekken bij de besluitvorming in de Stuurgroep, is een Klankbordgroep opgericht. Deze Klankbordgroep vertegenwoordigd bewoners, belangengroepen, verenigingen en instanties die op enigerlei wijze bij het project zijn betrokken. De Klankbordgroep heeft de Stuurgroep geadviseerd over de keuzes die zijn gemaakt door de projectorganisatie. De onafhankelijke voorzitter van de Klankbordgroep maakt als adviserend lid deel uit van de Stuurgroep. 5.6 KWALITEITSBORGING Bij de borging van de kwaliteit van geleverde producten speelden meerdere zaken een belangrijke rol, waaronder het kwaliteit- en managementsysteem van ARCADIS en de toetsen van het Q-team en de PDR. Op deze plaats wordt specifiek gewezen op het feit dat het opstellen van de producten en de ontwerpwerkzaamheden volledig in lijn met de richtlijnen van Systems Engineering zijn uitgevoerd. 5.7 KWALITEIT- EN MANAGEMENTSYSTEEM Bij het opstellen van de SNIP3-producten is het Kwaliteit- en managementsysteem van ARCADIS toegepast (NEN ISO 9001:2000). Centraal in dit systeem staan de verschillende processtappen. De werkwijze gaat uit van het per processtap bewaken van de factoren Tijd, Kosten, Kwaliteit, Informatie en Communicatie en daarbij de rol van de actoren en gevolgen voor het project. Bij de borging van kwaliteit van het projectontwerp en de geleverde SNIP3-producten speelden de volgende zaken een belangrijke rol: Het toepassen van Systems Engineering; Tools voor kwaliteitsbeheersing; en Raakvlakmanagement. Systems Engineering Systems Engineering (SE) is de systematische benadering van wat benodigd is en hoe het tot stand komt, rekening houdend met de projectspecifieke prestaties op het gebied van tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie. Dit is toegepast in zowel de ontwerplijn als de productenlijn. SE in de ontwerplijn Vanuit verschillende invalshoeken worden randvoorwaarden, eisen en wensen gesteld die tot uitdrukking moeten komen in de te realiseren herinrichting van het plangebied. In het Programma van Eisen zijn deze eisen gekoppeld aan de onderdelen van het gebied (objecten). De objectenboom en het Programma van Eisen vormen de schakel tussen de SNIP3-documenten en de onder aansturing van de PDR in SNIP4 en SNIP5 op te stellen contractdocumenten en de realisatie :F - Concept ARCADIS 51

53 Voor de eisen maken we onderscheid in: functie-eisen (wat moet het object kunnen); interne eisen (de onderlinge samenhang van de verschillende onderdelen van het systeem en hoe passen deze in elkaar); omgevingseisen (hoe past het object in de omgeving); en aspecteisen (eisen ten aanzien van duurzaamheid, betrouwbaarheid, veiligheid). SE in de productenlijn In de productenlijn is SE vertaald naar een verificatiemethode: per product is in een verificatietabel een eenduidige set van eisen vastgelegd. Deze tabel bevat zowel de vereisten uit het Handboek SNIP, eventuele externe eisen (normen, wetten, etc) en specifieke vereisten vanuit de initiatiefnemer; voor levering van een conceptversie of definitieve versie heeft controle plaatsgevonden door een senior specialist en een lid van het Projectmanagementteam of het product voldoet aan de eisen; en de initiatiefnemer en specialisten van de samenwerkende partijen hebben de producten (ook de tussentijdse concepten) vervolgens beoordeeld en becommentarieerd; voor het kaartmateriaal van alle SNIP3-producten is gebruik gemaakt van één (Autocad)bestand als basis. Dit om de consistentie tussen de kaarten te garanderen. Tools voor kwaliteitsbeheersing Om de kwaliteit van de producten te beheersen zijn verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Deze tools ondersteunen de aansturing van de specialisten middels uniformiteit en aandachtspunten (bijvoorbeeld rapport-dummy s) en voor het vastleggen van afspraken, overwegingen, ontwerpkeuzes et cetera (bijvoorbeeld regulier logboek en ontwerplogboek). Raakvlakmanagement Tussen de verschillende op te stellen producten in het project, tussen de op te stellen producten en de objecten uit de objectenboom waarvoor eisen moeten worden uitgewerkt, tussen de deelgebieden en tussen de deelgebieden en de omgeving bestaan raakvlakken. In een raakvlakkenmatrix zijn alle raakvlakken binnen het project op een overzichtelijke manier in beeld gebracht. Deze raakvlakkenmatrix is zowel door specialisten als de leden van het managementteam gebruikt om raakvlakken continu in beeld te hebben en te laten doorwerken Q-TEAM Het Q-team heeft in de planstudiefase haar bevindingen met de initiatiefnemer gedeeld. Het advies van het Q-team is meegenomen in de uitwerking van het Projectontwerp. Het advies en de reactie daarop van de initiatiefnemer is opgenomen in bijlage 3. Het Q-team heeft veel waardering voor het ontwerp, de werkwijze en het resultaat BEVINDINGENTOETS SNIP2A Onderdeel van het SNIP2A besluit is een bevindingentoets. De uitkomsten van deze toets brengt de Programma Directie Ruimte voor de Rivier (PDR) middels de bevindingennotitie onder de aandacht voor SNIP3. In het ontwerpproces en bij de uitwerking van de :F - Concept ARCADIS 52

54 rapportages is rekening gehouden met deze aandachtspunten. In bijlage 2 is aangegeven hoe de opmerkingen uit het SNIP2A advies zijn verwerkt in de SNIP3-fase VOORTOETS PDR De tweede concepten van alle SNIP3-producten zijn ter toetsing voorgelegd aan de PDR (zgn Voortoets). De bevindingen van de PDR op hoofdlijnen zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsrapporten van de verschillende disciplines zijn door de provincie Utrecht vertaald naar commentaar op de verschillende producten en weergegeven in de zgn. commentaartabellen (incl. verbetersuggestie). Deze commentaartabellen zijn besproken met en goedgekeurd door de PDR. De verbetersuggesties zijn door ARCADIS verwerkt in afstemming en overleg met de provincie en de PDR :F - Concept ARCADIS 53

55 HOOFDSTUK 6Het Projectontwerp nader toegelicht In hoofdstuk 2 is het Projectontwerp op hoofdlijnen beschreven. In dit hoofdstuk wordt daar nader ingegaan op de toekomstige inrichting per deelgebied en het beheer en onderhoud. Voor het project Ruimte voor de Lek zijn vijf deelgebieden onderscheiden. Voor elk van deze gebieden is op hoofdlijnen de toekomstige inrichting geschetst. Figuur 6 Projectontwerp toegangsdam Stuweiland Toegangsdam Stuweiland Om voldoende verlaging onder maatgevende omstandigheden te realiseren wordt de toegangsdam naar het Stuweiland verlaagd. De bereikbaarheid voor bewoners wordt gehandhaafd door een tijdelijke voorziening. Door het verlagen van deze dam en het verwijderen van beplanting langs de oeverlijn van deze dam wordt ook de continuïteit van de oorspronkelijke Lekloop versterkt. Bossenwaard In deze uiterwaard worden rivierverruimende maatregelen gecombineerd met de aanleg van natuur en recreatief medegebruik. De aanleg van een getijdengeul levert een bijdrage aan rivierverruiming en aan de ontwikkeling van de natuurdoelen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De belevingswaarde van het gebied wordt verbeterd door aanleg van maaipaden, een hondenuitlaatstrook en een wandelpad dat toegankelijk is voor mindervaliden. Een uitzichtpunt, vogelkijkscherm en speelnatuur dragen bij aan de water :F - Concept ARCADIS 54

56 Figuur 7 Projectontwerp Bossenwaard en natuurbeleving van het gebied. Om daarbij overlast van recreanten op natuurwaarden en voor omwonenden te beperkten is voorzien in zonering. Om de overlast voor omwonenden te beperken is gekozen voor extensieve recreatie passend binnen de EHS. Figuur 8 Projectontwerp t Waalse Waard t Waalse Waard t Waalse Waard is, ondanks dat het maar voor een deel is bestemd als EHS in zijn geheel als natuurgebied ingericht om te kunnen voldoen aan de EHS-saldobenadering. Het realiseren van de natuurdoelen wordt gecombineerd met rivierverruimende maatregelen zoals de aanleg van een meestromende nevengeul. De zandwinplas wordt verondiept en geïntegreerd in het geulenpatroon en draagt daarmee bij aan het verhogen van de natuurwaarden. Een parkeervoorziening, een maaipad, een fietspad en een uitzichtpunt verbeteren de belevingswaarde van deze uiterwaard, waar de natuurbeleving voorop staat :F - Concept ARCADIS 55

57 Figuur 9 Projectontwerp Vianense Waard Vianense Waard Voor de rivierverruiming worden het noordwestelijke gedeelte van de zomerkade van de Vianense Waard en de oostelijke leikade langs het Merwedekanaal verlaagd. Een beperkt deel van de uiterwaard krijgt hierdoor een hogere inundatiefrequentie. Om de inundatiefrequentie van het overige (veel grotere) deel van de uiterwaard gelijk te houden aan de inundatiefrequentie in de huidige situatie, wordt een nieuwe zomerkade aangelegd. Deze zomerkade wordt in diagonale richting aangelegd en verbindt het resterende deel van de zomerkade met de leikade van het Merwedekanaal. In de Vianense Waard wordt verder de ontwikkeling van natuurwaarden gecombineerd met recreatief medegebruik. In het ontwerp is aandacht besteed aan de aanwezige cultuurhistorische waarden: het kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en het oude verkavelingspatroon blijven zichtbaar en worden lokaal geaccentueerd. Voor dit accentueren worden meidoornhagen en ooibos aangelegd. De Vianense Waard wordt een natuurlijk landschap en richt zich op laagdynamische natuur met de ontwikkeling van natte en droge gras- en hooilanden en akkers. Beleving van het gebied wordt verbeterd door de aanleg van wandelpaden en diverse ontsluitingen vanaf de winterdijk. Pontwaard & Mijnsherenwaard In dit deelgebied staat het vergroten van de veiligheid voorop. Daarnaast is er aandacht voor de ontwikkeling van natuur, passend bij het oorspronkelijke agrarische cultuurlandschap rond de Buitenstad. De aanleg van een meestromende nevengeul en verlagen van de leikade zorgen zowel voor ruimte voor water, als voor het herstel van een oude loop van de Lek en de daaraan gelegen voormalige haven van Vianen. Aan de kop van de Buitenstad komen verschillende recreatieve voorzieningen: een camperstandplaats, wipkorenmolen en een passantenhaven. De functie van de Ponthoeve wordt, in lijn met de huidige mogelijkheden, in het PIP gewijzigd naar een Natuurderij met groene en blauwe diensten. De Ponthoeve en de recreatieve voorzieningen zijn bereikbaar via de bestaande weg door de Buitenstad, waarbij geparkeerd kan worden op de nieuwe parkeerplaats ten oosten van de Buitenstad. Er is voorzien in een eenvoudige toegangsweg tot de molen vanaf de huidige weg in westelijke richting. Ook bestemmingsverkeer voor de Ponthoeve blijft gebruik maken van de bestaande weg door de Buitenstad :F - Concept ARCADIS 56

58 Figuur 10 Projectontwerp Pontwaard- Mijnsherenwaard Honswijkerwaarden In de Honswijkerwaarden worden geen inrichtingsmaatregelen voorgesteld. In het zuidelijk deel van de Honswijkerwaarden is sprake van een gaaf morfologisch patroon (oeverwalstructuur). Staatsbosbeheer past hier reeds een patroonmatig beheer toe. Uiterwaard Nabij Hagestein In de uiterwaard nabij Hagestein worden geen inrichtingsmaatregelen voorgesteld. De uiterwaard heeft een verbindende ecologische functie tussen de Vianense Waard en de Everdingerwaarden :F - Concept ARCADIS 57

59 HOOFDSTUK 7Vooruitblik naar realisatie 7.1 UITVOERING IN HET ONDERZOEK De inrichtingswerkzaamheden voor het project Ruimte voor de Lek bestaan voor het grootste deel uit grondverzet en het aanleggen van kunstwerken zoals in- en uitlaatwerken en bruggen. De milieueffecten van deze werkzaamheden hangen vooral af van de uitvoeringsmethode en de totale uitvoeringsduur. Om te toetsen of de uitvoering voldoet aan wet- en regelgeving zijn er drie uitvoeringsvarianten ontwikkeld op basis van de uitvoeringsmethode en de uitvoeringsduur. Deze drie uitvoeringsvarianten zijn beoordeeld op milieueffecten en acceptabel bevonden. Uiteindelijk heeft de aannemer de vrijheid om de uitvoering vorm te geven, mits voldaan wordt aan de eisen die gesteld worden aan de uitvoering in het Uitvoeringsplan. 7.2 RISICO S Voor de uitvoeringsfase (SNIP4-6 fase) zijn top-risico s geïdentificeerd voor de raming en de planning, zie onderstaande tabellen. Meer informatie over kans, gevolg en beheermaatregelen is opgenomen in het Uitvoeringsplan. Figuur 11 Top risico s Uitvoering :F - Concept ARCADIS 58

60 ID Gebeurtenis Oorzaak Consequenties (gevolg) - omgeving verwacht onterecht dat alle input in het project wordt 414 Tegensprekende/onvolledige/ verlate communicatie naar meegenomen. bewoners. Verwarring onder de bewoners; - gebrek aan management van de communicatie. - Onduidelijkheid wie leiding heeft en woordvoerder is 417 Vergunningen worden niet tijdig verleend 422 Archeologische (inclusief maritieme vondsten) gevolgen voor het project zijn onduidelijk 424 Financiering (met name ILG deel) voor het project komt niet rond Bevoegde Gezagen komen met nieuwe eisen/wensen (bepaalde kritische elementen of discussie over nut en noodzaak) op het moment van de behandeling van vergunningen aanvragen (zowel hoofd-, maar ook uitvoeringsvergunningen). Daardoor niet verlenen van vergunningen* * Ten tijde van de vergunningverlening wijzigt het ontwerp * vernietiging bij beroep * Onduidelijkheid toepassing van de waterwet / RWS DON voert te weinig regie * Wegens de opgelegde bezuiniging bij gemeenten vanuit Den Haag is er onvoldoende capaciteit en expertise beschikbaar bij gemeenten om vergunningen binnen de gestelde termijnen te behandelen vooronderzoek is niet 100% dekkend; onderzoeksgegevens worden te laat opgeleverd; archeologische toevalsvondst 1) Potjes zijn leeg (NURG); 2) prioriteiten veranderen mogelijk van ILG, EHS, Regionale partijen 3) agv provinciale staten verkiezingen en/of bezuinigingsronden bij gemeenten * discussie BTW taakstellend budget* Veranderende politieke klimaat tav financiering grondverwerving irt natiuurontwikkeling (o.m. motie Koopmans\De Mos) :F - Concept ARCADIS 59 Bewoners vinden invloed op bestuurlijk niveau waardoor het besluitvormingsproces kan vertragen. Eventueel beroep of bezwaar uit de omgeving dat leidt tot vertraging. vertraging in de uitvoering / claimkansen vertraging bij uitvoering; ontgraven van de oude haven wordt onmogelijk vanwege te hoge kosten gevolg vertraging (noodzakelijke wijzigingen in het ontwerp en vermindering van RK) 1) Economische haalbaarheid (als onderdeel S3 advies) kan niet worden aangetoond 2) S3 advies vertraagt 3) ontwerp moet worden aangepast (geen integraal project realiseren) Echter; als financiering niet er is, wordt project kleiner (/aanpassing scope); daarmee netto tijd/geld risico niet groot 430 Beroepsprocedure PIP loopt langer dan een half jaar RVS gebruikt veel tijd om te reageren, bezwaar te verwerken, etc. Vertraging in het starten van de uitvoering 433 Vertraging vastgoedverwerving door procedurele problemen de crisis en herstelwet; Centralisatie van besluitvorming over onteigening CHW onteigening, en de beperkte personele capaciteit bij het Rijk. Vertraging van start realisatie / gunning Cruciale kabels en leidingen doorkruisen het gebied, met hele specifieke eisen/wensen (met name Gasunie en effluentleiding) '- K&L eigenaren staan er op om specifieke aannemers (als vaste samenwerkingspartners) aan te stellen voor het verleggen en/of aanpassen. '- K&L-eigenaren brengen onderhoud/aanpassingen in onder het Kabels en leidingensituatie blijkt in uitvoering complexer om in te project (meeliften)' passen dan bedacht (incl. RWZI leidingen) - niet alle K&L zijn bekend; verleggingsaanvragen moeten nog worden ingediend; POS moet nog worden uitgewerkt; nog niet alle financiële gevolgen van de verlegging zijn in kaart gebracht '- WSRL wil meer zekerheid dan is afgesproken (bypass effluentleiding) * gezien de lange verleggingsduur is (1,5 tot 2 jaar) is het tijdig verleggen van de K&L kritiek voor de planning. 445 Afsprakenniveau met beheerders is onvoldoende voor S3 / Realisator - Niet tijdige discussies met beheerders over beheersbaarheid en hieraan verbonden kosten (denk aan passantenhaven, beweegbare brug) Aannemer kan pas later starten, inefficiencyclaims van aannemer gedurende uitvoering, interface risico tussen verschillende aannemers Vertraging SNIP 3 * veiligheidsdoelstellingen worden niet gehaald door falend beheer * natuurdoelen worden niet gehaald door falend beheer * door falend beheer wordt niet aan de voorwaarde

61 ID Gebeurtenis Oorzaak Consequenties (gevolg) '- Ontwikkeling rondom particulier natuurbeheer, dat roept andere van de EHS saldobenadering voldaan. vragen dan tot nu toe hebben gespeeld. Welke ruimte geef je en hoe ga je daarmee om? - Discussie met PDR tav beheerruimte * financiering beheerskosten is niet rond (exogeen deel van het risico)* Risico dat niet van alle objecten de hebeerder duidelijk is (dossier Den Haanacker) * niet voor ieder object een beheerder 446 Weerstand bij de bevolking van de buitenstad van Vianen van wege het bekend worden van de veiligheidseffecten van 1,5 cm waterstandverhoging aldaar Aan de benedenstroomse kant van het project is altijd sprake van verhoging. Deze wordt niet gecompenseerd door een verder benedenstrooms gelegen RvdR project Conditionering (komen tot sluitende afspraken met omgevingspartijen) stakeholders vindt onvoldoende plaats Na realisatie blijkt dat er alsnog aanvullende kwelmaatregelen nodig zijn (met name aan de Noordzijde) Vastlopen procedures rondom EHS en het vastlopen van het ontwerpproces 488 F&F wet werkt beperkender dan voorzien (nieuwe beestjes risico) 500 Aanbrengen bypass effluentleiding tbv damwand Vianense Waard PRI raming overschrijdt taakstellend budget; kwaliteit raming te laag Onvoldoende ambitie bij PT en SG om deadline 2015 aan te houden Overgang van de planstudiefase naar de voorbereiding van de uitvoering verloopt stroef * Te weinig ervaring binnen het project tav politiek bestuurlijke processen * discussie over verantwoordelijkheid voor conditionering tussen OG en ON * Onvoldoende mandaat EPG leden * Trechterproces (waarbij keuzevrijheden geleidelijk worden ingeperkt) verloopt langzaam Aanvullende wensen van waterschap na SNIP 3 besluit om kwelproblematiek beter op te lossen Betrokken partijen komen terug op de gemaakte proces afspraken tav de saldobenadering; Uiterwaardvergraving gaat ten koste van EHS-gebied; Er worden (bij de uitwerking naar werkplannen) meer maatregel ter bescherming van bepaalde flora en fauna opgelegd vanuit bevoegd gezag dan voorzien op basis van de (concept) ontheffing op de NB- en FF-wet. (incl. ON voldoet met zijn uitvoeringswerkwijze in praktijk niet aan de verleende vergunning). Afstemming tussen aannemer en beheerder is onvoldoende geregeld. * taakstellend budget is niet eenduidig (bijv. BTW, verschillende 'niet PDR' bijdragen) * ontwerp past niet binnen het taakstellend budget; proces van budgetgestuurd ontwerpen loopt niet goed * Kwaliteit raming is te laag: risico opslagen zijn te hoog en niet goed onderbouwd ; ramers zijn onvoldoende aangesloten op het ontwerpproces door onvoldoende toepassing budgetgestuurd ontwerpprincipe en te weinig capaciteit bijgestelde bestuurlijke ambities, onvoldoende bestuurlijke druk, onrust in de omgeving, blijvende dynamiek in de grote hoeveelheid projectpartners - Realisator start te laat met inwerken/meedraaien in het project * Met name visie, achtergrond en goede contacten zijn moeilijk overdraagbaar aan realisator * Overgang van ir-bureau kost inwerktijd * Rol van provincie in het vervolgtraject is naast de formele taken (o.a. vergunningen) onduidelijk; * voor S3 indienmoment beschikbare onderzoeken die door de Rea zijn geinitieerd leiden tot discussie Bestuurlijk niveau ontvangt signalen en verleent minder medewerking, bij openbaarmaking inspraak door bewoners waaruit bezwaar en doorprocederen kan volgen. Projectteam loopt in het politiek bestuurlijke proces teveel achter de feiten aan, planstudie kan niet worden afgerond omdat de kikkers uit de wagen blijven springen. - Extra kosten ivm met de toenemen maatregelen (niet uitgaande van het plaatsen kwelschermen) - Vertraging Vertraging als gevolg van patstelling met name in planstudiefase vertraging plus claimrisico kosten vallen hoger uit en mogelijk vertraging vertraging AGV ramingdiscussie of evt aanvullend onderzoek vertraging project 487 ASP en marktbenaderingstrategie krijgen te weinig aandacht. Proces vooral gericht op de producten die door Arcadis worden Kwaliteits & Vertragingsrisico Vertraging in het starten van de voorbereiding van de uitvoering, vertraging in de planstudie door nieuwe discussies :F - Concept ARCADIS 60

62 ID Gebeurtenis Oorzaak Consequenties (gevolg) uitgewerkt 415 Toevalsvondst vervuiling 497 Alle inschrijvingen zijn hoger dan de raming / gereserveerd budget Beroepprocedure van van particulieren en belangenorganisaties omdat ze het niet eens zijn met de plannen De gronden om de waterstanddaling te realiseren / strategische percelen voor de uitvoering (bijv. cat I klei) zijn te laat ter beschikking Grond dat vergraven/afgegraven wordt blijkt meer verontreinigd dan verwacht; Bodemverontreiniging waarover de nu beschikbare gegevens geen inzicht geven of waar verkennend onderzoek op 'optimalisatielocaties' inzicht in geeft Prijzen stijgen agv vergrote marktvraag, verkeerde uitgangspunten gehanteerd bij opstellen PRI raming en / ofcontractraming - Bezwaar tegen recreatieve waarden in de Pontwaard en hiermee samenhangende vermeende verkeerstoename '- Uitzicht vanuit Lekboulevard verandert negatief (in perceptie van betrokken actoren) '- Bezwaar tegen geul Vianense waard - bezwaar tegen horeca - bezwaar tegen parkeerplaats, camperparkeerplaats en molen. * Bezwaar tegen (vermeende) overlast veroorzakende elementen in de Bossewaard - Het project streeft er echter naar om alle gronden gelijktijdig ter beschikking te krijgen. Hiervoor is echter een onherroepelijk inpassingsplan nodig (voor de waterstanddaling is een vastgesteld plan voldoende, maar voor de kwaliteitsdoelstelling is een onherroepelijk plan nodig) - eventueel onduidelijkheid over verwerving irt beschikbaarheid gelden van niet waterveiligheid-doelstellingen - een aantal eigenaars lijkt niet van plan minnelijk te willen verkopen. - Noodzaak tot het aanvragen van vergunningen en maken van saneringsplannen; Uit milieukundig onderzoek blijkt dat op locaties waar vanuit de optimalisatie maatregelen moeten worden uitgevoerd sprake is van (ernstige) verontreiniging en een mogelijke saneringsplicht Stagnatie uitvoeren oevergeul - Mogelijke vertraging en aanvullende kosten voor het opstellen van een saneringsplan en afvoer kosten vallen hoger uit Vertraging en stagnatie in vergunningenprocedures Vertraging van start realisatie / gunning 461 Opdrachtnemer houdt zich niet aan het contract Het contract kent onvoldoende sturingsmiddelen / Het projectteam heeft onvoldoende kennis en / of ervaring op het gebied van SCB G: Vertraging / Meerwerken / Omgevingsoverlast / Imagoschade 481 Toevalsvondst explosieven Op locatie van de bestaande brug is in de oorlog gebombardeerd vertraging in de uitvoering / claimkansen * afsluiting A2 482 Bij het opbreken van de dam naar het stuweiland wordt vervuiling aangetroffen Teerhoudende materialen moeten worden gesaneerd extra kosten 498 Prijsduiker geselecteerd krappe marktvraag veel meerwerkclaims Vermarktbaarheid grond is projectbreed economisch niet 499 de prijsvorming verkopers van gronden vragen een hogere prijs agv voordelen uit rendabel. Dit laat onverlet dat eigenaren per perseel een andere delfstoffen zienswijze hanteren waarmee ze een voordeel kunnen behalen in vastgoedkosten nemen toe 480 Er moeten domeinrechten worden betaald Domeinen claimt een bedrag extra kosten :F - Concept ARCADIS 61

63 7.3 EISEN AAN DE UITVOERING Eisen vanuit waterveiligheid Tijdens de uitvoering van het project dient het achterland minimaal gelijkwaardig te zijn beschermd tegen hoog water als de bestaande situatie. De (overstromings)veiligheid van het binnendijkse gebied moet te allen tijde gewaarborgd blijven. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met zetting, sterkte van (gras)bekleding en aansluiting op de bestaande kering. Er mogen binnen de beschermingszone van de primaire waterkering geen graafwerkzaamheden plaatsvinden in het gesloten seizoen. De periode van dijksluiting loopt voor Rivierenland elk jaar van 15 oktober tot en met 1 april in het jaar erop, voor HDSR van 15 oktober 1 april (de periode bij HDSR tussen 1-15 oktober is ook gesloten, maar betreft alleen de zone bij de winterdijk). Tijdens de uitvoering van het project dient het afvoeren van water, ijs en sediment op minimaal gelijkwaardig niveau plaats te vinden als in de bestaande situatie. Tijdens de uitvoering van het project dienen de aan de Lek grenzende primaire waterkeringen, inclusief de in de primaire waterkeringen aanwezige kunstwerken, het water van de Lek op minimaal gelijkwaardig niveau te keren als in de bestaande situatie. Eisen aan het grondverzet (transport) Aan- en afvoer van grond vindt in principe plaats via het water. Hiervoor worden in waarden tijdelijke laad- en losplaatsen aangelegd. De indicatieve locaties van deze tijdelijke laad- en losplaatsen zijn afgestemd met Rijkswaterstaat Oost Nederland. De definitieve locaties moeten door de aannemer nogmaals worden voorgelegd via het werkplan behorend bij de Watervergunning (zie 5.2.2) Tijdens de uitvoering moet het transport van materiaal en materieel over de dijk en de bijbehorende op- en afritten, zoveel mogelijk beperkt worden. Dit om aantasting van de waterkering te voorkomen. Vanwege de hoofdkeuze voor transport over water, zullen er in ieder geval weinig geladen dumpers over de dijk rijden. Transportroutes liggen binnen de contour van de aanvulling / ontgraving. De hoofdtransportroute ligt zo veel mogelijk op de grens tussen gebieden met ophoging en de gebieden met ontgraving, rekening houdende met de grondwaterstand (conform het Handboek werkgids natuurtechniek uitvoeren van grondwerk van de CUR). De transportroutes worden op gevoelige punten (op dijken, op- en afritten etc.) aangelegd met rijplaten, zodat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat de grond ongewenst wordt aangedrukt/samengeperst. Dit dient in samenspraak met de dijkbeheerder te worden uitgevoerd. Eisen aan de uitvoering vanuit Archeologie Daar waar grondroerende activiteiten plaatsvinden moet specifiek worden voldaan aan de planregels Archeologie zoals opgenomen in het Provinciaal Inpassingsplan Ruimte voor de Lek en het protocol Archeologische Vondsten :F - Concept ARCADIS 62

64 Eisen vanuit Niet Gesprongen Explosieven In het rapport Niet Gesprongen Explosieven is een aantal verdachte objecten aangetroffen en is een gebied gedefinieerd dat beveiligd ontgraven dient te worden. Tijdens de uitvoering van grondroerende werkzaamheden of voorafgaand aan de herinrichtingsmaatregelen in het kader van het project Ruimte voor de Lek dient hier een benadering en eventueel verwijdering dan wel beveiligd ontgraven plaats te vinden. Dit dient te gebeuren door een aannemer die gecertificeerd is volgens de BLR-OCE. Eisen vanuit Kabels en leidingen Tijdens de uitvoering dient rekening te worden gehouden met kabels en leidingen in het gebied. De leidingen mogen niet beschadigd worden bij belasting door materieel. De uitvoering van de verlegging van kabels- en leidingen vindt plaats op initiatief van de nutsbedrijven: zij hebben daarvoor eigen aannemers. Er dient gewerkt te worden conform de eisen vanuit wet- en regelgeving zijn uitgewerkt in het basisrapport Kabels en Leidingen Ruimte voor de Lek: Kabels en leidingen moeten aan bepaalde eisen voldoen. In de NEN 3650 zijn de algemene eisen voor buisleidingsystemen vastgelegd. Daarnaast zijn in de NEN 3651 eisen vastgelegd voor leidingen in of binnen de veiligheidszone van waterstaatswerken. Vanuit het aspect veiligheid moet worden gewerkt conform het Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) die op 1 januari 2011 in werking zijn getreden. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast moet worden voldaan aan de Wet Informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION; ook wel grondroerdersregeling genoemd), de wettelijke regeling die informatie-uitwisseling tussen netbeheerders en gravers (grondroerders) verplicht stelt t.b.v. het zorgvuldig uitvoeren van graafwerkzaamheden. Deze verantwoordelijkheid geldt zowel voor de opdrachtgever als de grondroerder. In de richtlijn Zorgvuldig graafproces, opgesteld door het CROW, is het zorgvuldige graven nader uitgewerkt. De Algemene VELIN Voorwaarden zijn van toepassing voor alle aaneengesloten leden van VELIN (Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland) voor het voorbereiden en verrichten van grondroer- en overige activiteiten nabij leidingen en/of kabels. Deze regeling is bedoeld om duidelijk en eenduidig aan te geven onder welke condities werkzaamheden nabij de leidingen, kabels en/of toebehoren van de Velin leden zijn toegestaan. Eisen vanuit de scheepvaart De beroepsscheepvaart mag geen significante hinder ondervinden tijdens de uitvoerende werkzaamheden. Leidend hierin zijn de richtlijnen voor vaarwegen van Eisen vanuit Beheer en Onderhoud Tijdens de uitvoering van het werk is de aannemer verantwoordelijk voor het beheer van het werk en het werkterrein. De inhoudelijke kanten van dit tijdelijke beheer worden toegelicht in het beheer- en onderhoudsplan. Het beheer heeft geen invloed op de fasering van de werkzaamheden :F - Concept ARCADIS 63

65 Het beheer in de uitvoeringsfase is er zoveel mogelijk op gericht om die percelen die zijn ingericht onmiddellijk over te dragen naar de eindbeheerders. Indien dit om uitvoeringstechnische redenen niet mogelijk blijkt te zijn, is de aannemer verantwoordelijk voor het maaien van distelhaarden en het uittrekken van wilgenopslag als onderdeel van het beheer in de uitvoeringsperiode. Eisen vanuit bereikbaarheid De uitvoering van het plan mag geen hinder veroorzaken voor het wegverkeer op de rijkswegen A2 en A27. Tijdens de uitvoering van het plan dient het stuweiland bij stuw Hagenstein te allen tijde ongehinderd bereikbaar te zijn voor hulpdiensten en voor bedienend personeel en beheer- en onderhoud. In overleg met RWS Oost-Nederland is een kleine stremming mogelijk. Tijdens de uitvoering van het plan dient de Rioolwaterzuiveringsinstallatie te Vianen te allen tijde ongehinderd bereikbaar te zijn voor hulpdiensten. Tijdens de uitvoering van het plan dient Theehuis de Ponthoeve te allen tijde ongehinderd bereikbaar te zijn voor wegverkeer en hulpdiensten. Tijdens de uitvoering van het plan dient het voetveer Nieuwegein-Vianen te allen tijde ongehinderd bereikbaar te zijn voor fiets-/voetverkeer en hulpdiensten. Eisen vanuit geohydrologie Tijdens de uitvoering van het project mag de grondwateroverlast in het achterland niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. Tijdens de uitvoering dient gerichte monitoring plaats te vinden van de grondwaterstanden en overlast aan de noordzijde van het projectgebied, conform het in SNIP 4 in overleg met gemeenten, Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap op te stellen grondwatermonitoringsplan. Eisen vanuit lucht, geluid en trillingen De luchtkwaliteitseisen Wet Milieubeheer zijn van toepassing tijdens de uitvoering, waarbij een gedetailleerde uitwerking in het Basisrapport Luchtkwaliteit staat beschreven: Tot 1 januari 2015 geldt voor stikstofdioxide een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 60 µg/m 3. Verder geldt voor stikstofdioxide dat een uurgemiddelde concentratie van 300 µg/m 3 maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. Vanaf 1 januari 2015 geldt een grenswaarde van 40 µg/m 3 als de jaargemiddelde concentratie en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m 3 die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. Tot 11 juni 2011 geldt voor fijn stof een grenswaarde van 48 µg/m 3 als jaargemiddelde concentratie. De 24-uurgemiddelde concentratie van 75 µg/m 3 fijn stof mag maximaal 35 dagen per jaar worden overschreden. Vanaf 11 juni 2011 geldt voor fijn stof een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m 3 en de 24- uurgemiddelde concentratie van 50 µg/m 3 die maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden :F - Concept ARCADIS 64

66 Werkzaamheden worden alleen in de dagperiode (07.00 tot uur) uitgevoerd. In het weekend worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Indien de aannemer toch buiten deze periode willen werken dan zal de geluidsbelasting opnieuw in een akoestisch onderzoek berekend en beoordeeld dienen te worden. Werkzaamheden vinden effectief maximaal 10 uur per dag plaats, tenzij wordt aangetoond dat door de inzet van stiller materieel een toename van de geluidsbelasting kan worden voorkomen. Het bronvermogen van het in te zetten materieel moeten minimaal voldoen aan waarden die vermeld staan in de Europese richtlijn 2000/14/EG voor materieel sinds De geluidsbelasting van woningen mag maximaal 60 db(a) bedragen. Indien dit onvoldoende ruimte geeft voor de aannemer voor het uitvoeren van de werkzaamheden kan de aannemer met meer gedetailleerde gegevens over inzet materieel, bronvermogen materieel, etc. opnieuw een berekening laten uitvoeren. Als hieruit blijkt dat de grens van 60 db(a) wordt overschreden moet ontheffing van de APV aangevraagd worden. Daar de inzet van bijvoorbeeld het materieel of de samenstelling van de ondergrond nog niet exact bekend is, is het niet mogelijk de trillingssterktes nauwkeurig vast te stellen. Daarom dienen voorafgaand aan de uitvoering de mogelijk optredende trillingen op basis van dan geldende inzichten de lokale situatie nader bepaald en beoordeeld te worden :F - Concept ARCADIS 65

67 Bijlage 1 Bijbehorende documenten Bij deze Adviesnota horen de volgende SNIP3-documenten: Inrichtingsplan Hoofdrapport MER en Notitie Reikwijdte & detailniveau Provinciaal Inpassingsplan PRI-raming Ruimtelijk Kwaliteitsplan Beheer- en onderhoudsplan Grondstromenplan Uitvoeringsplan Programma van Eisen, Technisch ontwerp en Ontwerp bouw- en kunstwerken Vergunningendraaiboek Projectplan Basisrapport Scheepvaart en Externe Veiligheid Basisrapport Hydraulica en Morfologie Basisrapport Geohydrologie en kwel Basisrapport Landschap en Ruimtelijke kwaliteit Basisrapport Natuur Basisrapport Milieuhygienische en fysische bodemkwaliteit Basisrapport Archeologie Basisrapport Cultuurhistorie Basisrapport Kabels en Leidingen Basisrapport Niet-gesprongen explosieven Basisrapport Verkeer en bereikbaarheid Basisrapport Luchtkwaliteit Basisrapport Geluid en trillingen Planning Deze documenten zijn te vinden op de bijbehorende DVD met alle digitale bestanden :F - Concept ARCADIS 66

68 Bijlage 2 Bevindingennotitie SNIP2A en verwerking :F - Concept ARCADIS 67

69

70

71

72

73

74

75

76

77

78 In onderstaande tabel is aangegeven hoe de opmerkingen uit het SNIP2A advies zijn verwerkt in SNIP3. Aandachtspunten uit SNIP2A Hoe meegenomen in SNIP3 Het in kaart brengen van de gevolgen In het basisrapport Geohydrologie en kwel zijn de van de uiterwaardvergravingen, onder gevolgen voor o.a. piping en grondwateroverlast in andere met betrekking tot 'piping'; beeld gebracht. Dit onderwerp is een belangrijk uitgangspunt geweest bij het ontwerpproces en de toetsing van het Projectontwerp. Dit is beschreven in het basisrapport Geohydrologie en kwel. Zorgen voor een uitwerking waarbij In SNIP3 is de vormgeving van de geulmondingen negatieve effecten op de scheepvaart zodanig geoptimaliseerd dat zo weinig mogelijk voor zoveel mogelijk worden voorkomen; de scheepvaart mogelijk hinderlijke dwarsstroming optreedt. Door het uitvoeren van scheepssimulaties is vervolgens aangetoond dat de dwarsstroming, die voor een gedeelte in de huidige situatie ook al aanwezig is, door het project Ruimte voor de Lek niet zodanig verergert dat dit leidt tot een onveilige situatie voor de scheepvaart. Dit is beschreven in het basisrapport Scheepvaart en Externe veiligheid. Het maken van een ruimtelijke visie De ruimtelijke visie op het projectgebied is uitgewerkt met aandacht voor de uiterwaarden in het Ruimtelijk Kwaliteitsplan (hoofdstuk 3). Op basis als ruimtelijke eenheid, cultuurhistorie van de ruimtelijke visie zijn ontwerpuitgangspunten en specifieke locatiekenmerken; opgesteld. Aandacht voor een zorgvuldig In Deel B van basisrapport Natuur is de onderbouwing afwegingsproces en juridische en van de saldobenadering uitgewerkt. Door het planmatige aanpak bij de mogelijke realiseren van extra natuur, aanvullend op de aanpassing van de Ecologische begrensde EHS, wordt in kwantitatieve zin voldaan aan Hoofdstructuur (EHS); de saldobenadering. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat de winst voor natuur ook groot is door ontwikkeling van natuur die aansluit op de aanwezige omstandigheden (kwaliteit). Het project voldoet aan de randvoorwaarden, waardoor een kwaliteitsslag is voorzien en de saldobenadering succesvol toepasbaar is. Grondgerelateerde informatie vastleggen in een grondstromenplan en een uitvoeringsplan, om te voorkomen dat in een later stadium waardevol betonen metselzand gebruikt gaat worden als ophoogzand; Inzicht geven in de beheer- en onderhoudskosten en zorgdragen voor een akkoord van alle beheerders met de keuze van onderhoud en de te dragen kosten; Regelen van de bevoegdheden in verband met de benodigde inpassing van het plan in het Provinciaal inpassingplan; Aandacht voor de marktbenadering en voor welke overheidspartij de realisator van de maatregel zal zijn; In het Grondstromenplan en het Uitvoeringsplan is specifiek rekening gehouden met de opbrengsten van beton- en metselzand en goede klei. Deze stromen worden vermarkt, indien de grond niet noodzakelijk is voor de inrichting van het gebied zelf. In het Beheer- en Onderhoudsplan zijn de jaarlijkse beheerkosten per deelgebied en per eindbeheerder in beeld gebracht. De beoogd eindbeheerders hebben een verklaring geleverd waarin zij aangeven in te stemmen met het beoogde beheer en onderhoud en onder welke voorwaarden zij dit doen. Dit is uitgewerkt in het Provinciaal Inpassingsplan Ruimte voor de Lek(plankaart, regels en toelichting). De marktbenadering is uitgewerkt in de Marktbenaderingsstrategie. In de Stuurgroep zijn afspraken gemaakt over welke partij de realisator en financier is van welk object :F - Concept ARCADIS 68

79 Advies om een ambtelijke werkgroep bevoegd gezag op te starten, om in een vroegtijdig stadium een aantal cruciale zaken zoals vergunningverlening en beheer tijdig bij de betrokken partijen onder de aandacht te brengen. De werkgroep Bevoegd Gezag is opgericht en tijdens de SNIP3-fase meerdere keren bij elkaar gekomen. De opstellers van de concept-vergunningaanvragen hebben daarnaast ook bilateraal contact gehad met de vergunningverleners bij de verschillende instanties. Het proces is beschreven in het Vergunningendraaiboek. De beoogd eindbeheerders zijn betrokken bij het opstellen van het Beheer- en Onderhoudsplan en hebben een verklaring geleverd waarin zij aangeven in te stemmen met het beoogde beheer en onderhoud en onder welke voorwaarden zij dit doen :F - Concept ARCADIS 69

80 Bijlage 3 Advies Q-team inclusief toelichting op de verwerking :F - Concept ARCADIS 70

81 Q-TEAMADVIES NAV HET VIERDE BEZOEK AAN HET PROJECT RUIMTE VOOR DE LEK VAN 2 DECEMBER 2010 Op 2 december j.l. heeft het Q-team zijn vierde bezoek aan het project Ruimte voor de Lek gebracht. Met dit vierde bezoek is in totaal zeven keer overlegd met de projectgroep; vier bezoeken en drie extra overleggen. Dit bezoek is het laatste bezoek wat het Q-team aan het project brengt. De SNIP3-voortoets is in februari Vooraf Het Q-team heeft tevoren het concept Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK) en de kaart met het Voorkeursalternatief gekregen. Het bezoek verliep in een collegiale sfeer. Met de toegestuurde stukken, de presentaties en de discussie, heeft het Q-team een goed beeld gekregen van het project en op welke onderdelen het advies zich moet richten. De laatste keer dat het Q-team met de projectgroep heeft overlegd dateert van 27 augustus 2010, dat was een extra overleg waarvan een verslag is gemaakt. Tijdens dat extra overleg heeft het Q-team een aantal aanbevelingen gedaan die maar voor een deel zijn overgenomen door de projectgroep. Het Q-team hecht er aan ook op de niet overgenomen onderdelen nu een advies uit te brengen zodat de initiatiefnemer daarop kan reageren en de PDR vervolgens een standpunt daarover kan innemen. Hoofdpunten van advies Het Q-team ziet alle aanleiding de projectgroep te complimenteren met de voortgang van het project. Na het overleg in augustus van dit jaar is er veel werk verzet. Het RKK is vrijwel voltooid en het Inrichtingsplan is al goed in de steigers gezet. Het Q- team is blij dat de ambitie nog steeds gericht is op het realiseren van een middels een integrale gebiedsontwikkeling - Natuurlijk Rivierpark. De (ontwerp)uitgangspunten om dat voor elkaar te krijgen landschappelijke samenhang; rivier- en getijdendynamiek; cultuurhistorie; extensieve recreatie en simpele uitloopmogelijkheden - onderschrijft het Q-team. Verrast is het team wel dat de kwelproblematiek nog steeds niet is afgekaart. Uit nieuwe onderzoeken naar de verwachte kwel komt naar voren dat de geïsoleerde strang in de Vianense Waard ondanks alle aanpassingen mogelijk toch voor problemen zal zorgen. De uiterwaard heeft een minder gesloten kleidek dan werd aangenomen. Er zullen mogelijk (dure) aanvullende maatregelen nodig zijn om de kwel binnendijks binnen aanvaardbare proporties te houden. De oplossing die de projectleider tijdens het bezoek uit de doeken deed is om te onderzoeken of een kleine stroomvlakte met flankerende zomerdijk direct ten oosten van het Merwedekanaal voldoet. Het voorstel is met de PDR besproken en is ook volgens het Q-team het onderzoeken waard. Zeker indien de omvang van de kwel binnendijks onaanvaardbaar hoog blijkt te zijn. In dat geval vraagt het Q-team de beoogde natte natuur met strang in de Vianense Waard te heroverwegen. Het Q-team heeft in het extra overleg van 27 augustus 2010 een dringend beroep gedaan op de plannenmakers een lange termijnvisie op te stellen. Immers de ambitie van de initiatiefnemer om het Natuurlijke Rivierpark in een integrale gebiedsontwikkeling te realiseren, vraagt om een afweging op een regionale schaal en in een bredere context. De visie kan over langere tijd de gebiedsontwikkeling aansturen. De projectorganisatie staat daar weliswaar positief tegenover maar vindt dat een dergelijke verkenning niet past binnen de scope van het project. Het Q-team vraagt de stuurgroep te onderzoeken waar het initiatief voor een dergelijke verkenning zou kunnen worden opgepakt; wellicht bij het Bestuur Regio Utrecht dat de Regionale Structuurvisie onder haar hoede heeft. 1

82 Het Q-team heeft twee hoofdpunten van advies: Onderzoek grondig of in de Vianense Waard een kleine stroomvlakte een reële optie is in plaats van de nu ontworpen geïsoleerde strang. Voor een goede aansturing en onderbouwing van de wens om de integrale gebiedsontwikkeling Natuurlijk Rivierpark te realiseren is een regionale ruimtelijke toekomstvisie nodig. Kijk in de Stuurgroep wie voor een dergelijke toekomstvisie opdrachtgever kan zijn. Vianense Waard Nu door recente berekeningen in het VKA nog steeds te veel kwel lijkt op te treden in de woongebieden binnendijks heeft de projectgroep met de PDR afgesproken dat er voor de Vianense Waard een alternatief wordt doorgerekend. Het alternatief behelst een kleine stroomvlakte met zomerdijk van Merwedekanaal tot Lek, inclusief de nodige extra anti-kwel-maatregelen ter hoogte van de geïsoleerde strang. Gegeven de laatste inzichten ondersteunt het Q-team deze koerswijziging. Omdat de zomerdijk op verschillende wijze kan worden gesitueerd vraagt dat wel om een extra ontwerpstudie. Wel bevreemdt het dat men de aanstichter van de kweloverlast, de beoogde strang, niet ter discussie durft te stellen, maar in plaats daarvan met een nieuwe serie compensatiemaatregelen komt. Er valt heel wat af te dingen op de kweldiscussie; de woonwijk binnendijks is onvoldoende kwelbestendig opgeleverd. Echter, nu blijkbaar het pleit beslecht is en het project kwelneutraal moet worden opgeleverd, is in de ogen van het Q-team de natte natuur in het aangrenzende deel van de Vianense Waard niet langer vanzelfsprekend. Zeker wanneer definitief vast komt te staan dat de strang alleen kan worden gerealiseerd in combinatie met zeer forse en dure beschermingsmaatregelen. Het Q-team bepleit daarom een tweede variant waarin de nieuwe natuur niet wordt gerealiseerd en het huidige agrarische gebruik wordt gecontinueerd zonder dure kwelschermen. In ecologisch opzicht zou het afzien van de geïsoleerde strang zeker ten koste gaan van de diversiteit in het gebied, maar niet ten koste van ontwikkeling van de meest karakteristieke natuur in dit project. Cruciaal voor de ecologische potenties hier is immers de getijdendynamiek in de noordelijke uiterwaarden en de rivierdynamiek langs de oever van de zuidelijke uiterwaarden. Het hieraan toevoegen van geïsoleerde moerasnatuur in de zuidelijke uiterwaarden levert zeker extra kwaliteit op. Echter, als dat alleen mogelijk is met zeer ingrijpende inrichtingsmaatregelen, komt er een moment dat de baten niet meer tegen de kosten opwegen. Volgens het Q-team lijkt, met de aankondiging van een nieuwe ronde anti-kwel-maatregelen, dit moment nu te zijn aangebroken. Qua veiligheid deed de strang overigens al niets voor het project, omdat de waterstandsverlagende werking van de strang weer wordt opgesoupeerd door de ruige moerasstrook langs diezelfde strang. Het behouden van het huidige agrarische uiterwaarden landschap is voor het Q-team dus een reële optie. In landschappelijk opzicht schat het Q-team deze variant zelfs hoger in; zeker als er ook nog een extra zomerkade wordt aangelegd is het belangrijk de rest van de waard onaangetast te laten en een rustig beeld te creëren. Daarbij kan (planologische) ruimte geboden worden voor onder andere verbrede landbouw, groene en blauwe diensten. Een nadrukkelijke wens van het Q-team is het struinpad uit het VKA langs de Lek wel te realiseren om een aantrekkelijk recreatierondje te kunnen maken. 2

83 Advies 1: Verken bij de stroomvlakte-oplossing ook een variant waarbij geen strang met moerasnatuur wordt gemaakt maar het huidige agrarische gebruik wordt voortgezet, met uitzondering van een strook langs de oever om een openbare recreatieve route aan te leggen als onderdeel van de stedelijke uitloop. Lange termijnvisie Het Q-team mist een aantrekkelijke visie voor de lange termijn en voor een groter gebied waar de riviermaatregelen uit de PKB de eerste stappen voor kunnen zijn. Bij veel projecten van Ruimte voor de Rivier wordt terecht werk met werk gemaakt door behalve riviermaatregelen ook de gebiedsontwikkeling voor de lange termijn vast te leggen en deze als kader voor de korte termijn te zien. Het plangebied ligt in een snelgroeiende regio en in een gebied dat een mooie tentoonstelling is van grote en aansprekende weg- en waterinfrastructuur (dijken, kanalen, sluizen, stuw, bruggen). De verstedelijkingsdruk vraagt om voldoende groene kwaliteit. De uiterwaarden van de Lek bieden een mooie kans en kunnen samen tot een rivierpark met natuur- en recreatievoorzieningen worden omgesmeed. Het Rivierpark als onderdeel van een recreatieve hoofdstructuur in de oostvleugel van de Randstad is ook een mooi verbindend element naar de Hollandse Waterlinie waar eveneens een zwaar accent ligt op recreatie. De visie geeft de argumenten voor de definitieve invulling van de planstudie. Voor de inrichting van de Vianense Waard is het gewenst de afweging natuur of handhaven en verbreden van de agrarische functie (zoals dat in hoofdpunt 1 is aangegeven) in een ruimere context en op een langere termijn te maken. Maak per variant inzichtelijk welke onderdelen per se verworven moeten worden en betrek die opties in de afweging voor de inrichting. Er is een vigerend Regionaal StructuurPlan (RSP) van het Bestuur Regio Utrecht (BRU). Dit heeft een looptijd (van 2005) tot In het RSP is duidelijk aangegeven dat de Lek bij Vianen een belangrijk onderdeel is van de blauwgroene structuur. Dit RSP geeft niet het antwoord op de vraag die bij het eerste hoofdpunt van advies opduikt, namelijk: wat is op de lange termijn te prefereren bij de inrichting van de Vianense Waard; het accommoderen van EHS middels laagdynamische natuur met een ingesloten strang of voortzetting van het agrarisch gebruik waarbij ruimte wordt toegestaan aan verbrede landbouw, groene en blauwe diensten. Het Q-team dringt er bij de projectgroep op aan bij de stuurgroep onder de aandacht te brengen hoe een lange termijnvisie toch kan worden verkend. Wellicht dat dit het BRU kan zijn. Advies 2: Kaart bij de stuurgroep aan welke instantie een lange termijnverkenning kan opzetten die het Rivierpark in een bredere context kan plaatsen en sturend kan werken op de ambitie een integrale gebiedsontwikkeling te realiseren. Overige adviezen Rand van de Buitenstad en haven Het Q-team waardeert de zorg die besteed is aan het ontwerp van de nieuwe haven en de aansluiting op de Buitenstad. Het idee om de Route Imperiale te respecteren en uit te bouwen is een vondst. Het Q-team ondersteunt de mooie zichtlijn als drager 3

84 voor het plan. Het team betreurt echter dat direct achter de Buitenstad parkeerplaatsen en camperplekken zijn geprojecteerd. Houd de rand juist vrij van blik. Er is veel voor te zeggen de twee functies in de zone langs het Merwedekanaal te situeren. Kijk als voorbeeld eens naar Heusden; het hele stadje heeft een mooie enscenering als een bijzondere plek gekregen en dat heeft een grote aantrekkingskracht. Zet zo ook in voor de Buitenstad. De reconstructie van de historische haven is een interessante ontwerpopgave; het kan een mooie plek voor passanten worden. Kijk als referentie en inspiratie naar de haven bij Lexmond waar praktische (lees goedkope) oplossingen zijn gemaakt voor steigers in een vergelijkbaar getijdenregiem. Advies 3: Reken en teken aan een variant voor de inrichting van de zone rond de Buitenstad zonder parkeerterrein en plaatsen voor campers. Kijk of deze visueel en in het gebruik storende elementen langs het Merwedekanaal een plaats kunnen krijgen. Fietspad dijk noordoever In het plan is een fietspad onderaan de noordelijke Lekdijk opgenomen. Dat is onaantrekkelijk en de zoveelste toevoeging van infrastructuur. Het fietsen in de uiterwaard kan mogelijk ook nog hinder hebben van een aantal op- en afritten van en naar de dijk. Fietsen op de dijk is in het rivierenland toch de standaardoptie; alleen dan beleef je het landschap met de interessante getijdenbeweging optimaal. Het Q- team pleit ervoor dit aan te kaarten bij de beheerders van de dijk en de kans te grijpen het gemotoriseerde verkeer (auto s en motoren) op deze dijk te ontmoedigen of te verbieden. Probeer het weekend-conflict tussen langzaam stil verkeer en snel luid verkeer dat overigens langs de hele Lek speelt niet met meer asfalt op te lossen en ook nog eens ten koste van de toch al benadeelde partij. Advies 4: Het Q-team beseft dat de projectgroep niet over het veranderen van de verkeerssituatie op de noordelijke Lekdijk gaat maar ziet als een veel betere oplossing dan een fietspad onderaan de dijk, het ontmoedigen van gemotoriseerd verkeer op de dijk. Kaart dit aan bij de beherende partijen. Schipbrug bij het stuweiland De plannen voor een schipbrug bij het stuweiland om een ontbrekende schakel in het fietsnet te maken zijn nog niet helder beargumenteerd en evenmin goed uitgezocht. Kan het goedkoper, toezicht? In het Regionaal Structuurplan (RSP) zijn twee ontbrekende langzaamverkeersverbindingen over de Lek opgevoerd. Eén bij de stuw (RSP: ter hoogte van Hagestein ) en een andere is als ontbrekende schakel tussen Vianen en Houten benoemd. Bekijk of beide wensen in één verbinding langs of onder de brug in de A27 kan worden gerealiseerd. Wellicht kan een simpeler (en dus fors goedkopere) versie gerealiseerd worden van de snelbinder, die bij Nijmegen langs de spoorbrug over de Waal is aangebracht Advies 5: Verken bij de oplossingen voor een fietsverbinding tussen de noordelijke en zuidelijke oevers van de rivier over het stuweiland ook de mogelijkheden die de brug 4

85 in de A27 kan bieden. Wellicht kan daarmee in één keer in het gemis worden voorzien van twee fietsverbindingen over de Lek zoals deze in het RSP zijn opgenomen. RWZI Het Q-team ziet deze locatie als één van de onderdelen in de ruimtelijke visie (zie onder 2) waar grote potenties liggen voor bijzondere functies die aantrekkelijk zijn voor de hele regio en daarbuiten. Als voorbeeld noemt het Q-team het hergebruik dat een zuiveringsinstallatie op het Emscherinsel heeft gekregen in het kader van de culturele manifestatie Ruhr Overleg met het waterschap Rivierenland die de eigenaar is. Neem de ruimte dit te verkennen of kijk welke instanties een verkenning kunnen doen. De ontwikkelingen rond het verduurzamen van de waterzuivering kunnen wel eens verrassend snel gaan. Een alternatieve binnendijkse locatie bij een verplaatsing kan de geluidhinderzone zijn langs de A2. Advies 6: Voor de lange termijn is het een mooie optie om de locatie van de huidige RWZI voor andere functies te gebruiken; attractieve functies die Vianen en het Rivierpark een impuls kunnen geven. Dit biedt tevens extra ruimte voor de hydraulische taakstelling. Bekijk of met het Waterschap Rivierenland de verplaatsing van de RWZI kan worden verkend. Borging ruimtelijke kwaliteit In het SNIP3-voorstel is het belangrijk om de details van de cruciale onderdelen van het plan te tekenen en goed te omschrijven. Waar nu nog afwijkingen zitten tussen de ontwerptekeningen en de technische tekeningen zal dat in de definitieve voorstellen niet meer mogen. Het RKK geeft voldoende inzicht en is een prima opmaat sturend voor de komende afrondende fase van de planstudie. Advies 7: De onderdelen die het Q-team belangrijk vindt om adequaat te tekenen, te berekenen en scherp te omschrijven zijn: - De gebruikelijke SNIP3-vereisten als geulprofielen, kaartschalen, etc. - De toegangen naar en de paden in de uiterwaarden. - De randen van de Buitenstad, het zicht op de rivier en de route naar de Lek. - Het Speelbos op de noordoever en de aansluitingen met de omgeving. Tot slot Het Q-team is blij met de resultaten die zijn bereikt na het vorige (extra) overleg; de hoofdlijnen van het plan en het RKK geven het Q-team vertrouwen dat er een aansprekend SNIP3-Inrichtingsplan kan worden ingediend voor de toetsing. Belangrijk is dat het projectteam er in dit stadium nog in slaagt om varianten voor de inrichting van de Vianense Waard te tekenen en te rekenen zonder de planning te vertragen. Het Q-team biedt aan daar nog over mee te denken voordat de planstudie wordt ingediend bij de PDR. Namens de Rijksadviseur voor het landschap, 5

86 Namens het Q-team, Maurits de Hoog, plaatsvervangend voorzitter, 15 december

87 Bijlage 3 Advies Q-team inclusief toelichting op de verwerking :F - Concept ARCADIS 71

88 J. Binnekamp Lid van het college van gedeputeerde staten Aan: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Kwaliteitsteam Ruimte voor de Rivier t.a.v. de heer ir. I.J. de Boer, Postbus EX DEN HAAG Pythagoraslaan 101 Postbus TH Utrecht Tel Fax Datum Team Projectmanagement Nummer Referentie D. Martens Uw brief van Doorkiesnummer Uw nummer Faxnummer Bijlage 1 adres [email protected] Onderwerp Ruimte voor de Lek; reactie op advies Q-team Geachte heer De Boer, Op XXXX hebben wij uw brief ontvangen met daarbij het advies van het Q-team Ruimtelijke Kwaliteit. Dit naar aanleiding van het bezoek van het Q-team aan het project Ruimte voor de Lek op 2 december Het gesprek met het Q-team hebben wij als prettig en opbouwend ervaren. In de bijgevoegde notitie gaan wij in op de adviezen en suggesties van het Q-team. Het verslag en deze notitie zullen bij de stukken worden gevoegd voor SNIP 3. Hoogachtend, J. Binnekamp Projectgedeputeerde Ruimte voor de Lek Het provinciehuis is per openbaar vervoer vanaf Utrecht CS te bereiken via GVU-lijn 11 (richting De Uithof). Heeft u klachten? Provinciale klachtencommissie,

89 Notitie Reactie op het advies van het Q-team Ruimtelijke kwaliteit d.d. 15 december Steller: D. Martens Datum: XXXXXXX Op 2 december 2010 heeft het projectteam van Ruimte voor de Lek uitgebreid gesproken met het Q-team over het projectontwerp. Deze notitie is de reactie van het Projectteam op het verslag van die bijeenkomst van het Q-team van 15 december Het verslag en deze notitie zullen bij de stukken ten behoeve van SNIP 3 worden gevoegd. Wij zijn blij met de algemene strekking van het advies van het Q-team, en dat zij met ons zien dat er vooruitgang is geboekt en dat in grote lijnen de ambitie overeind is gebleven. Vianense Waard Met het Q-team waren ook wij verrast door de tegenvallende resultaten van het geohydrologisch onderzoek. Inmiddels is het aan het Q-team gepresenteerde VKA aangepast op het punt van de Vianense Waard, in de vorm van een VKA+. Daarbij ontstaat een beperkte overstromingsvlakte in de noordwesthoek van de Vianense Waard. Gezien de kwelgevoeligheid van het gebied wordt afgezien van alle andere vergravingen in de uiterwaard. De geïsoleerde geul is komen te vervallen. Inmiddels is duidelijk dat het VKA+ geohydrologisch en op andere thema s voldoet. Het verzoek om een kleine stroomvlakte te onderzoeken heeft ons inziens daarmee een plek gekregen. Ten aanzien van de nieuw aan te leggen zomerdijk in de Vianense Waard is voor dit moment een technisch ontwerp gemaakt dat dient als input voor de diverse modelberekeningen ten aanzien van geohydrologie, hyrdaulica en dijkstabiliteit. Het beoogde tracé en de vormgeving zijn mede ontworpen in samenspraak met de landschapsarchitect. Het ontwerp van de zomerdijk is eenvoudig, sober maar doelmatig. Daardoor hangt het samen met de bestaande rivierkundige objecten in het gebied. Met het vervallen van de geul in de Vianense Waard is opnieuw gekeken naar de inrichting van de uiterwaard en de natuurontwikkeling in het bijzonder. De realisatie van de EHS vormt de basis van de robuuste ruimtelijke structuur. Behoud van het huidige agrarische gebruik is daarmee ongewenst, daar dit zich uit in maïsakkers en intensieve graslanden. Dit laat onverlet dat in het toekomstige beheer en onderhoud terdege gekeken zal worden naar de inzet van lokale agrariërs, danwel realisatie daarvan door middel van particulier natuurbeheer. Initiatieven uit het gebied sluiten daar op aan. Het beheer en onderhoud is overigens ook nodig voor het duurzaam behalen van de MHW-taakstelling. Echter, daar particulier natuurbeheer niet afdwingbaar is geeft het geen zekerheid voor het behalen van de planning. Grondverwerving blijft dan ook aan de orde, zij het dat particulier natuurbeheer als een goed alternatief verder wordt onderzocht. Buitenstad Ten aanzien van de recreatieve objecten nabij de Buitenstad meent het Projectteam dat over nut en noodzaak, danwel de exacte lokatie gediscussieerd kan worden. In het afgelopen jaar zijn diverse alterntaieve lokaties besproken. Bestuurlijk liggen de lokaties nu vast en zijn zij zo goed als mogelijk ingepast. De zorgen van het Q-team zullen in de Adviesnota worden opgenomen en krijgen daarmee de aandacht van de Stuurgroep. Fietspad t Waalse Waard Het fietspad in t Waalse Waard is nog een punt van discussie. De noodzaak van het fietspad in het licht van verkeersveiligheid wordt niet door eenieder gedeeld, en met name Staatsbosbeheer ziet in het fietspad een grote aantasting van het toch al smalle natuurgebied in t Waalse Waard. De Stuurgroep van 25 maart zal uitsluitsel moeten geven over het al dan niet handhaven van het fietspad.

90 Schipbrug Met het oog op de kosten van aanleg en beheer en onderhoud, en met het oog op de veiligheid van recreanten nabij een op afstand bediend sluizencomplex is de verwachting dat de schipbrug met de oversteek over de sluisdeuren zal komen te vervallen. De Stuurgroep van 25 maart zal hier definitief uitsluitsel over moeten geven. Het alternatief van een voorziening aan de bestaande brug in de A27 is al eens eerder met Rijkswaterstaat besproken. In dat gesprek heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat ook een dergelijke contructie kostbaar is. De middelen om een dergelijke verbinding te realiseren zijn thans niet aanwezig. Lange termijn visie Het Projectteam zal in de komende tijd de wens voor een regionale ruimtelijke toekomstvisie onder de aandacht brengen van de leden van de Stuurgroep en bezien welke andere actoren een rol (zoals het BRU) zouden kunnen spelen. Op voorhand merkt het Projecteam op er niet te zeer op gerekend moet worden dat, gegeven de gewijzigde politieke verhoudingen, nieuwe vraagstukken of discussies over de inrichting van het landelijk gebied actief zullen worden opgepakt. Het Projectteam ziet zich niet als de aangewezene om een discussie over de RWZI aan te gaan met het Waterschap. Vooralsnog zijn er geen plannen bekend die wijzen op het verplaatsen of saneren van de RWZI. Het Projectteam zal de gedachte van het Q-team aan het waterschap doorgeven. Borging ruimtelijke kwaliteit De opmerking van het Q-team omtrent de borging van ruimtelijke kwaliteit en de ontwerpopgave die er nog is om voor een aantal specifieke objecten tot een definitief ontwerp te komen nemen wij ter harte. Dit is sterk afhankelijk van de wijze waarop de realisator de fase na SNIP 3 vorm zal geven en op welke wijze zij de werkzaamheden op de markt zal zetten. Op dit moment wordt al met de realisator gesproken en samengewerkt om de overdracht zo soepel mogelijk te laten verlopen. De borging van ruimtelijke kwaliteit zal daarin de aandacht krijgen die het verdient. Rest ons niets dan onze dank uit te spreken voor de bijdrage die het Q-team heeft geleverd aan Ruimte voor de Lek. De discussies hebben wij als zeer prettig ervaren en hebben een positieve bijdrage geleverd aan het project. Wij nodigen het Q-team graag uit om het definitieve projectontwerp informeel en bij voorkeur in het gebied zelf te bespreken.

91 Bijlage 4 Hoofdlijnen PDR-voortoets Van: Bouwman, Monique (PDR) [mailto:[email protected]] Verzonden: Thursday, April 21, :42 PM Aan: Martens, Daan Cc: [email protected] <[email protected]>; Mankor, Hans; Beekmans, Cor (PDR) <[email protected]>; Tutein Nolthenius, Lydia (PDR) <[email protected]> Onderwerp: uitkomst afstemmingsoverleg met Ingwer Daan, Gezien de snelheid van het proces is geen bevindingennota gemaakt, maar een tabel met de belangrijkste opmerkingen van de toetsers van belang voor Ingwer. De tabel stuur ik je morgen toe, omdat het PvE er nog in moet en ik vanmiddag bij de OR zit Afgelopen maandag hebben we met Ingwer, Edie Brouwer en Ben Broens om de tafel gezeten en hebben we gekeken naar de tabel van Lydia m.b.t. de deeladviezen. Ruimtelijke kwaliteit: Ingwer geeft aan dat het wegvallen van de krenten en de viaanse waard wel overwogen bestuurlijke afspraken zijn. Dat hiermee een stuk ruimtelijke kwaliteit verloren is gegaan, beseft hij. De borging van datgene wat nu wel gerealiseerd gaat worden moet inderdaad wel goed geborgd worden in het PIP, maar dat is ook aan de realisator om dat goed in de uitbesteding te formuleren.) Natuur-en wetgeving: Ingwer zet deze toch even op oranje gezien de opmerking dat er nog een document moet komen waaruit blijkt dat de provincie instemt met de conclusie ten aanzien van de aangepaste ambities voor de natuurdoeltypen EHS, de toets aan de EHS en de saldobenadering. Grond: is begrijpelijk rood en staat tevens in relatie met de PRI-raming. Edie geeft aangegeven dat Marc hier samen met het PT ruimte voor de Lek dit opgepakt hebben en er vertrouwen in hebben dat het goed komt voor de definitieve toets Scope: Ingwer ziet dat er in de adviezen nog aangegeven wordt dat de scope niet vastligt. In de laatste stuurgroep is dit duidelijk vastgelegd. De stuurgroep was na het gereedkomen van de producten vandaar nog deze onvolkomenheid Pijlers A2. Monique sluit dit nog kort met DON en Dienst Utrecht. Het komt als een opmerking in de bevindingennota te staan. Met vriendelijke groet, Monique Bouwman Medewerker Riviertakmanagement beneden rivieren :F - Concept ARCADIS 72

92 ... Programmadirectie Ruimte voor de Rivier Bezoekadres Griffioenlaan 2, 3526 LA Utrecht Kamer H22.41 Correspondentieadres Postbus 24103, 3502 MC Utrecht Secretaresse Ella ten Brink telnr T M Kijk voor meer informatie op Werkdagen: ma, di, wo, do, vr De informatie verzonden met dit bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Openbaarmaking,vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan. Het is mogelijk dat tijdens het transport van dit bericht fouten zijn ontstaan zodat het bericht onjuist is overgekomen. Hiervoor kunnen wij geen aansprakelijkheid erkennen. Uitsluitend het door de bevoegde persoon dan wel het bevoegde bestuursorgaan ondertekende papieren document is bindend. Wij adviseren u om bij twijfel over de juistheid of volledigheid contact met ons op te nemen :F - Concept ARCADIS 73

93 Bijlage 5 Onderbouwing niet-riviergebonden voorzieningen :F - Concept ARCADIS 74

94 Project Ruimte voor de Lek Ruimtelijke onderbouwing niet-riviergebonden voorzieningen in de Pontwaard/Mijnsherenwaard in relatie tot Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, de Provinciale Ruimtelijke Verordening en de Beleidsregels grote rivieren. Aanleiding In het advies van de initiatiefnemers voor de, door Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, te nemen Projectbeslissing (SNIP3) moet onderbouwd zijn dat het integrale plan vergunbaar is. Vanuit de Waterwet is ervoor gekozen om de wijzigingen aan het waterstaatswerk te beschrijven in het projectplan en juridisch vast te leggen in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Daarnaast zijn twee waterwetvergunningen nodig. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat voor de niet-riviergebonden activiteiten in de Pontwaard/Mijnsherenwaard een onderbouwing nodig is, voordat hierop akkoord kan worden geven. In deze notitie wordt de onderbouwing gegeven, met een weergave van de rivierkundige consequenties en een ruimtelijke verantwoording zoals vereist door de Beleidsregels grote rivieren (Bgr), het toetsingskader voor het PIP. Project Ruimte voor de Lek Het project Ruimte voor de Lek is integraal opgepakt in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat, twee waterschappen (Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden en Waterschap Rivierenland) en vier gemeenten (IJsselstein, Nieuwegein, Houten en Vianen). Het project is benoemd tot project van provinciaal belang, waarbij de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) een belangrijk aspect is in het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Bij EHS-ontwikkeling is recreatieve toegankelijkheid en beleving van de natuur een belangrijke randvoorwaarde. Dit geldt in het bijzonder in het stedelijke uitloopgebied waarin dit project zich bevindt. Het project kent een tweeledige doelstelling: 1. het realiseren van een daling van de maatgevende hoogwaterstand (MHW) van 8 cm; 2. het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Het eerste doel wordt behaald door de rivierkundige maatregelen, zoals het graven van meestroomgeulen en damverlagingen. Deze maatregelen worden beschreven in het projectplan van Rijkswaterstaat en worden mogelijk gemaakt in het PIP. Over deze maatregelen gaat voorliggende notitie niet.

95 Om de tweede doelstelling te realiseren wordt ingezet op natuurontwikkeling en de recreatieve toegankelijkheid daarvan. Hieronder vallen o.a. de recreatieve voorzieningen rond de Buitenstad. Deze mogen niet strijdig zijn met de eerste doelstelling, in deze notitie wordt hier verder op ingegaan. In onderstaand kaartje zijn de maatregelen in de Pontwaard/Mijnsherenwaard weergegeven. De Buitenstad is de buitendijks gelegen bebouwing van Vianen, herkenbaar als de stedelijke uitloop in de uiterwaard. De Lek is herkenbaar als de brede waterloop in het noorden en het Merwedekanaal bevindt zich aan de oostzijde. De waterloop middendoor de uiterwaard is een nieuw te graven geul die bijdraagt aan verlaging van het MHW. Nabij de brug over de nieuwe geul zijn de passantenhaven herkenbaar (blauwe stip), de locatie van de wipkorenmolen (rode stip) en de camperstandplaats (oranje stip). Aan de noordzijde van de uiterwaard, aan de Lek, is de boerderij De Ponthoeve gelegen. De functie van de boerderij verandert van hoofdzakelijk agrarisch naar een bedrijf met natuur en agrarisch gelieerde recreatieve, educatieve en horecafuncties. Ten oosten van de Buitenstad tenslotte is het parkeerterrein zichtbaar, hoofdzakelijk ter lediging van parkeerbehoefte binnendijks. Bron: Landschapsplan, Voorkeursalternatief Ruimte voor de Lek, 19 november 2010 Argumentatie voor opname in de plannen: - Ruimtelijke kwaliteit geven aan het gebied; naast rivierkundige maatregelen aandacht voor natuurontwikkeling en recreatieve voorzieningen - Een integraal plan met alle samenwerkende partijen; diverse ingebrachte wensen passend binnen de doelstellingen natuur en recreatie maken samen de ruimtelijke kwaliteit. - Camperparkeerplaats; ingebracht vanuit de gemeente Vianen. De huidige parkeerplaats in het centrum moet verplaatst worden ivm toekomstige woningbouw. In de directe omgeving is onvoldoende ruimte, daarnaast wordt de uiterwaard gezien als een bijzondere en geschikte locatie. Rekening houdend met de capaciteit en uitstraling in de uiterwaard is gekozen voor een beperkt aantal plaatsen van maximaal 4 stuks. - Molen; ingebracht vanuit de gemeente Vianen i.s.m. de stichting Wipkorenmolen. De op te bouwen wipkorenmolen is uniek doordat de originele bestektekeningen nog

96 aanwezig zijn. Herbouw op de toenmalige locatie in Vianen is niet meer mogelijk door huidige bebouwing. Er is gezocht naar een tal van alternatieve locaties, de enige reeele is de uiterwaard. In de kwaliteitsslag die gemaakt wordt in deze uiterwaarden voegt een molen toe aan beleving,uitstraling en recreatieve aantrekkingskracht. Tot slot heeft in de uiterwaard in het verleden een molen gestaan. - Parkeerplaats 60 parkeerplaatsen; ingebracht vanuit de gemeente Vianen. De keuze voor de uiterwaard komt voort uit parkeerproblemen in de binnenstad Vianen en is gebaseerd op een raadsbesluit d.d. 16 december Hierin zijn diverse locaties onderzocht, waarbij de uiterwaard als oplossing is benoemd. Het eerste doel is gericht op de bereikbaarheid van het winkelcentrum in de binnenstad; daarnaast wordt de huidige overlast aan de dijk teruggebracht en tot slot is het opvang voor de toekomstige recreanten Pontwaard. - Natuurderij Ponthoeve; de huidige bedrijfsvoering is agrarisch met beperkte nevenfuncties. Voor de uitvoering van het project Ruimte voor de Lek zijn circa 2/3 van zijn gronden nodig. Hiermee is agrarische bedrijfsvoering als hoofdinkomen niet meer mogelijk. Een uitbreiding van de nevenfuncties (als zijnde hoofdinkomen) is ingebracht door de grondeigenaar. Vanuit de grondverwerving is nodig dit alternatief serieus te nemen. Daarnaast wordt het gezien als een positieve recreatieve activiteit, passend binnen het verstereken van de beleving van de uiterwaarden. Beleidskaders Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie De uitgangspunten van het project Ruimte voor de Lek zijn in overeenstemming met het beleid voor dit gebied zoals is omschreven in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) van Utrecht (voorheen Streekplan ). Volgens de PRS zijn in het gebied ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal de uiterwaarden van de Lek de belangrijkste ecologische aders. Grote delen van de uiterwaarden zijn begrensd voor nieuwe natuur. Tegelijkertijd biedt de ligging nabij stedelijk gebied mogelijkheden voor recreatief gebruik. Om die reden is een aantal uiterwaarden als landelijk gebied 3 aangeduid. Het winterbed van de rivier is primair bestemd voor waterstaatkundige doeleinden. De primaire waterkeringen langs de Lek in de gemeente Vianen voldoen nog niet overal aan de huidige normen. Maatregelen om het doorstromen van het rivierwater te bevorderen, zoals het verlagen van het winterbed en het graven van nevengeulen, worden zoveel mogelijk gecombineerd met natuurontwikkeling en met het beter toegankelijk maken van de uiterwaarden voor extensief recreatief medegebruik. In als landelijk gebied 3 aangeduide gebieden is nieuwvestiging en uitbreiding van toeristisch-recreatieve voorzieningen, voor zowel dag- als verblijfsrecreatie, mogelijk, als onderdeel van een integraal plan waaruit de ruimtelijke kwaliteitswinst blijkt. Het project Ruimte voor de Lek kan als een dergelijk integraal plan gekenschetst worden. Beleidsregels grote rivieren Van toepassing zijn artikel 6, sub c (De Ponthoeve) en e van de Beleidsregels. De recreatieve voorzieningen (wipkorenmolen, camperstandplaats, passantenhaven en de recreatieve en educatieve natuurboerderij De Ponthoeve) en het parkeerterrein zijn gekoppeld aan de Ruimte voor de Rivier-maatregel. Toets ontwikkelingen Pontwaard/Mijnsherenwaard aan provinciaal ruimtelijk beleid

97 In het deelgebied Pontwaard/Mijnsherenwaard staat volgens het Voorlopige Voorkeursalternatief (VKA) de ontwikkeling van natuur, passend bij het oorspronkelijke agrarische cultuurlandschap rond de Buitenstad, voorop. De aanleg van een geul zorgt zowel voor ruimte voor water, als voor het herstel van de oude loop van de Lek en de daaraan gelegen voormalige haven van Vianen. De bereikbaarheid van de Ponthoeve bij hoogwater wordt gewaarborgd door het handhaven van een deel van de kade en door een nieuwe brug over de oude Lekloop. Vooral in deze uiterwaard wordt ingezet op het versterken van de cultuurhistorische karakteristiek door: reconstructie van de oude loop van de Lek, reconstructie van de historische haven (passantenhaven), versterken kleinschalig cultuurlandschap en de bouw van een wipkorenmolen aan de hand van oude bouwtekeningen van een verloren gegane molen uit Vianen. Daarnaast wordt in dit gebied een camperstandplaats gerealiseerd en wordt het daar aanwezige agrarische bedrijf omgevormd tot een natuurboerderij. Met het realiseren van dergelijke voorzieningen wordt tegemoet gekomen aan de recreatieve behoefte van de inwoners van de nabijgelegen stedelijke gebieden (vooral Vianen en Nieuwegein). De voorzieningen dragen in dit verband bij aan het versterken van de water- en natuurbeleving van het gebied. Een beleving die momenteel niet sterk aanwezig is. In dit deelgebied zijn een clustering van recreatieve voorzieningen en behoud van de zichtlijnen vanuit de Buitenstad richting de uiterwaarden belangrijke uitgangspunten. Door clustering blijft de impact op het historische waterfront beperkt tot een klein gebied en de diverse voorzieningen kunnen in samenhang ontworpen worden. De molen en camperstandplaats zijn buiten de zichtlijnen gelegen. Tevens wordt aan de oostkant van de Buitenstad een parkeerterrein gerealiseerd om te voorzien in een dringende behoefte aan parkeergelegenheid voor bezoekers aan de binnenstad van Vianen. Molen, passantenhaven en camperstandplaats Ten noorden van de Buitenstad wordt een historische molen opgericht. De molen vormt een nieuwe toevoeging aan het historische ensemble van de Buitenstad en wordt gezien als een belangrijke recreatieve voorziening. De molen In de 17 e eeuw stond er bij de haven in de Buitenstad, die in de tijd belangrijk was voor de economie van de stad Vianen, ook een windmolen. Waarschijnlijk was dit een standaard- of wipmolen. In de nabijheid van de haven was tevens een trasmolen gelegen. De nu te herbouwen wipkorenmolen zal een replica zijn van de wip- en walkorenmolen met stelling die tot 1838 aan het einde van de Molenstraat te Vianen stond, binnen de omwalling. Van de oorspronkelijke molen is nog het complete bouwbestek uit 1691 bewaard gebleven, dat ook nu weer de basis wordt voor de herbouw. staat verhoogd in het landschap, op een 20 x 20 meter hoge terp, tussen de kade rondom de Buitenstad en de kade parallel aan de Oude Lekloop. De nieuw aan te leggen passantenhaven komt op ongeveer op dezelfde plek te liggen als de oorspronkelijke haven. De vorm van de passantenhaven is geïnspireerd op de historische situatie van de oude haven. De inrichting van de passantenhaven zal eenvoudig zijn, in de vorm van een aanlegsteiger, met maximaal tien ligplaatsen. De camperstandplaats krijgt een plek nabij de molen, dicht tegen de kade rondom de buitenstad. De camperstandplaats komt daarmee te midden van het historisch ensemble Buitenstad, haven, Route Imperial II en wipkorenmolen. De inrichting van de standplaats zal een sober karakter krijgen die niet contrasteert met de omgeving. De camperstandplaats wordt ingepast in een bestaande (aan te vullen) bossage. De campers zijn zo minder prominent zichtbaar vanuit de uiterwaard en het zicht op de Buitenstad wordt zo min mogelijk aangetast. De standplaats biedt ruimte voor vier campers.

98 Realisatie van voornoemde recreatieve voorzieningen (in nabijheid van de vraag) zijn medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dat laatste geldt ook voor recreatieve ontwikkeling op De Ponthoeve. In het Basisrapport Verkeer en Bereikbaarheid van 19 november 2010 zijn de verkeerseffecten van het project Ruimte voor de Lek onderzocht (zie bijlage). De Ponthoeve In het kader van het project Ruimte voor de Lek wordt een groot deel van de gronden van het agrarisch bedrijf De Ponthoeve in de Toekomstvisie Ponthoeve Pontwaard/Mijnsherenwaard omgezet naar natuur en waterberging. De herinrichting Toekomstige situatie huiskavel: van deze uiterwaarden maakt voortzetting - behoud woonhuis/erf /bedrijfsgebouwen - behoud bestaande ontsluiting van het agrarische bedrijf in de huidige - 2,5 ha grond particulier natuurbeheer vorm niet mogelijk. De eigenaar wil als vervangende bron van inkomsten bij het resterende deel van het agrarisch bedrijf diverse agrarisch- en natuurgelieerde diensten aanbieden. Het agrarische bedrijf kent al een aantal nevenactiviteiten in de vorm van een theehuis, klompgolf en het geven van workshops. Dat wordt aangevuld met een restaurant en een steunpunt voor extensieve recreatie. Er wordt geen extra bebouwing opgericht ten Parkeren op eigen terrein (35 parkeerplaatsen), landschappelijk ingepast. behoeve van deze diensten. Een huiskavel ter grootte van circa 2,5 ha blijft in eigendom en gebruik van de boer. Deze agrarische grond zal hij gebruiken voor diverse aspecten van zijn nieuwe onderneming. De activiteiten van De Ponthoeve zullen bestaan uit: - Het houden van vleesvee in verbouwde stal (potstal) - Theehuis / horecaondersteuning - Natuureducatie - Klompgolf - Discgolf - Verkoop asperges (van eigen kwekerij buiten plangebied) - Skybox (educatief vleesvee bezichtigen) - Steunpunt extensieve recreatie (fiets- en wandelroutes) - Restaurant (gezamenlijk met theehuis ca. 300 m 2 ) - Natuurbeheer Bron: Toekomstvisie De Ponthoeve, familie Baars, november 2010 De door de eigenaar van De Ponthoeve gewenste niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in de PRV aangemerkt als groene en blauwe diensten (begripsbepaling, art. 1, onder l). Het provinciaal ruimtelijk beleid biedt in het gehele landelijk gebied zo veel mogelijk ruimte aan agrarische bedrijven om groene en blauwe diensten te leveren. Het is aan de gemeente om in een concreet geval in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging over de Bron: Provinciale Ruimtelijke Verordening Groene en blauwe diensten betreffen volgens de PRV alle activiteiten op het gebied van natuur, water, landschap, cultuurhistorie en toegankelijkheid voor recreatie, die de kwaliteit van het landelijk gebied verhogen. Hieronder worden ook verstaan activiteiten op het gebied van zorglandbouw, kinderopvang,educatie, horeca en (verblijfs)recreatie, waaronder bed and breakfast (verbrede landbouw), waarbij de agrarische activiteiten ten minste 10% van de bedrijfsvoering blijven bedragen aanvaardbaarheid te maken. Een afweging met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking maakt hier onderdeel van uit. Nu deze activiteiten mogelijk worden gemaakt in een provinciaal inpassingsplan, is de provincie verantwoordelijk voor die afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In het inpassingsplan wordt voor het bouwperceel de bestemming Agrarisch Natuurboerderij opgenomen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de mogelijkheden die het provinciaal ruimtelijk beleid biedt voor de toevoeging van groene en blauwe diensten bij een agrarisch bedrijf. Een verkeersonderzoek moet nader uit wijzen wat de verkeersaantrekkende werking van de nieuw te realiseren activiteit is. Vervolgens vindt de afweging plaats in hoeverre deze functie ter plaatse aanvaardbaar is. Het toestaan van een dergelijke functie in het landelijk gebied zal in ieder geval niet aanvaardbaar zijn, indien dit leidt tot een onevenredige verkeerstoename. Onevenredig houdt in dit verband in dat het aantal verkeersbewegingen in

99 ieder geval niet meer mag toenemen dan door het gebied zonder infrastructurele aanpassingen kan worden verwerkt. Het gebruik van de huiskavel van 2,5 ha voor de groene en blauwe diensten zal tot gevolg hebben dat het terrein niet meer in aanmerking komt voor subsidies voor agrarisch natuurbeheer. De Toekomstvisie zal op dat onderdeel niet kunnen worden gerealiseerd. Omdat de huiskavel in het provinciaal beleid wel is aangeduid als nieuwe natuur, zal elders in het plangebied een vergelijkbaar oppervlak extra natuur moet worden gerealiseerd. Onderzoek heeft uitgewezen dat op grond van de EHS-saldobenadering het achterwege blijven van natuurontwikkeling op de huiskavel wordt gecompenseerd door extra natuurontwikkeling elders in het plangebied. In de toekomstige situatie grenst de huiskavel direct aan de EHS. Onderzocht moet worden welke vormen van gebruik van de huiskavel acceptabel zijn, zodat het functioneren van de EHS er niet door wordt beperkt. Ten aanzien van De Ponthoeve kan samenvattend worden gesteld dat de activiteiten passen in het provinciaal ruimtelijk beleid inzake groene en blauwe diensten. Voor de activiteiten wordt uitsluitend gebruik gemaakt van bestaande bebouwing. Op voorhand lijkt de toename van verkeersbewegingen van De Ponthoeve niet van dien aard te zijn, dat verwacht moet worden dat die hiermee onevenredig is. De effecten op de EHS moeten nog worden onderzocht. Parkeerterrein De in het voorontwerpinpassingsplan geboden mogelijkheid tot het realiseren van een parkeerterrein ten oosten van de Buitenstad komt voort uit de gebleken behoefte van de gemeente Vianen aan extra parkeerruimte, voornamelijk ten behoeve van bezoekers aan de binnenstad. Parkeerruimte wordt vooral gemist aan de noordzijde van binnenstad. Het parkeerterrein kan tevens benut worden door bezoekers aan de recreatieve voorzieningen in de uiterwaarden en bewoners van de Buitenstad en hun bezoekers. Ook in die zin heeft het parkeerterrein een toegevoegde waarde. Alternatieve mogelijkheden en locaties zijn door de gemeente onderzocht (Nota Parkeerbeleid binnenstad Vianen, 25 juni 2008) en als onvoldoende, niet haalbaar of niet geschikt gekenschetst. De gemeente opteert daarom voor de locatie zoals is opgenomen in het voorontwerpinpassingsplan. De betreffende locatie is buiten de bebouwingscontour van het streekplan gelegen en is niet aan te merken als een aan het landelijk gebied gebonden functie. Daarmee is realisering van deze voorziening in strijd met het provinciaal ruimtelijk beleid. De conclusie: - dat de parkeersituatie in Vianen inderdaad op dit moment onaanvaardbare problemen voor de leefomgeving oplevert; - die uitsluitend opgelost kunnen worden met de realisering van een extra parkeerterrein; - én waarvoor binnen de contour geen locaties voor handen zijn, is reden om in te stemmen met het realiseren van een dergelijke stedelijke voorziening buiten de contour. De landschappelijke inpassing is hierbij een belangrijk aandachtspunt. De locatie ligt in het agrarisch cultuurlandschap, in de schaduw van het historisch centrum en de Buitenstad. Met hagen en een boomgaard wordt er aangesloten op de kenmerken van het landschap agrarisch cultuurlandschap. De auto s worden op deze manier enigszins aan het zicht onttrokken. Het parkeerterrein wordt gerealiseerd op maaiveldniveau. Samenvatting toets aan provinciaal ruimtelijk beleid

100 De uitgangspunten van het project Ruimte voor de Lek zijn in overeenstemming met het beleid voor dit gebied zoals is omschreven in de PRS. De betreffende voorzieningen leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de recreatieve betekenis van gebied zoals bedoeld in de PRS en passen daarmee in een als landelijk gebied 3 aangeduid gebied. Realisatie van dergelijke recreatieve voorzieningen, in nabijheid van de vraag, zijn medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dat laatste geldt ook voor recreatieve ontwikkeling op De Ponthoeve, een ontwikkeling die bovendien in lijn is met de ruimte die het provinciaal ruimtelijk beleid biedt voor het realiseren van groene en blauwe diensten. De ontwikkelingen op De Ponthoeve en de overige voorzieningen in de Pontwaard/Mijnsherenwaard vormen geen aanleiding om een alternatieve ontsluitingsweg te realiseren rond de Buitenstad. De functie is mede daarom uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse aanvaardbaar. Om deze conclusie te staven zal het verkeersonderzoek ter beoordeling nog voorgelegd worden aan deskundigen. Voor wat betreft het parkeerterrein is de noodzaak genoegzaam aangetoond. De in overweging genomen alternatieven bieden geen oplossing voor het probleem. Een goede landschappelijke inpassing is een belangrijke voorwaarde om in te kunnen stemmen met het parkeerterrein. Rivierkundige onderbouwing Bij het ontwerpen van diverse elementen in de Pontwaard/Mijnsherenwaard is bewust rekening gehouden met het creëren van zo min mogelijk nadelige effecten voor de hydraulica. Parkeerplaats De parkeerplaats (60 pp) ligt in de stroomluwte van twee obstakels, te weten de Buitenstad en de RWZI. Daarnaast wordt direct grenzend aan de geul in de Pontwaard/Mijnsherenwaard een nieuwe zomerkade aangelegd. De parkeerplaats ligt hier achter. De parkeerplaats wordt op maaiveld aangelegd, met half open verharding en heeft dus geen invloed op het MHW en op het stromingsbeeld. Camperstandplaats Ligging in de luwte van de zomerkade en zo dicht mogelijk gelegen tegen de kade rond de Buitenstad aan. Daarnaast wordt deze aangelegd op maaiveld. De veranderingen ten opzichte van de huidige situatie zijn minimaal. Molen In verband met de sterke stroming in het midden van de uiterwaard is er voor gekozen de molen meer in de luwte van de zomerkade te leggen. De benodigde ophoging kan gezien worden als verbreding van de zomerkade. Conclusie: In de hydraulische berekeningen zijn al deze elementen expliciet meegenomen en werken hiermee door in de resultaten. Duidelijk is dat de bovenbeschreven inrichting van het gebied voldoet aan de hoofddoelstelling voor veiligheid: de beoogde MHW-daling wordt gehaald en het effect op de stroomsnelheden is in beeld gebracht en voldoet aan de criteria. In de technische rapporten is dit onderbouwd en besproken met de specialisten van o.a. Rijkswaterstaat, Waterschap Rivierenland en HDSR.

101 Toets aan Beleidsregels grote rivieren (Bgr) Voor wat betreft De Ponthoeve is er geen sprake van herbouw of nieuwbouw. Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Ingevolge artikel 6, c van de Bgr is een functieverandering binnen bestaande bebouwing onder voorwaarden mogelijk. Het lijkt in de rede te liggen dat voldaan kan worden aan de in artikel 7 gestelde voorwaarden. Aan deze activiteit kan in dat geval toestemming worden gegeven. De camperstandplaats, wipkorenmolen, passantenhaven en het parkeerterrein naast de Buitenstad zijn activiteiten als in artikel 6, onder e van de Bgr: activiteiten die onderdeel uitmaken van het provinciaal inpassingsplan, waarin tevens de door de Staatsecretaris te financieren rivierkundige maatregelen planologisch worden vastgelegd. De activiteiten komen tot stand in samenhang met de realisering van de hydraulische doelstelling en het vergroten van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteit van het gebied. Het geheel aan maatregelen levert het gewenste eindbeeld op van een veilig rivierengebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit.

102 Van: Meesters, Harry (DON) Verzonden: Wednesday, February 09, :02 PM Aan: Boerma, Anneke Cc: Martens, Daan; Jansen, Bert (DON) Roo, Niels de (DON) Straatman, Manja (DON) Mannaerts, Joep (DON) Borgers, Yvonne (DON) Onderwerp: RE: INFO - Ruimte voor de Lek, notitie niet-riviergebonden activiteiten Dag Anneke, Na een kleine rondgang bij mijn collega s luidt het oordeel dat deze onderbouwing wat ons betreft voldoende is. Als deze voor ons straks terug te vinden is in de SNIP3-documenten, dan kunnen wij hierop ingaan in ons advies aan PDR en DGW / Stas. We zullen Stas dan verzoeken om in het SNIP3-besluit expliciet iets op te nemen over deze niet-riviergebonden activiteiten als integraal onderdeel van de RvdR-maatregel Ruimte voor de Lek. Ik ga er voor dit moment vanuit dat de betreffende activiteiten, voor zover relevant, op een goede manier zijn opgenomen in de hydraulische berekeningen. Ik verwacht dat mijn collega s in de SNIP-toetsing hierop zullen letten. Met vriendelijke groet, Harry Van: Boerma, Anneke [mailto:[email protected]] Verzonden: donderdag 27 januari :08 Aan: Jansen, Bert (DON); Meesters, Harry (DON); Roo, Niels de (DON); Straatman, Manja (DON) CC: Martens, Daan Onderwerp: notitie niet-riviergebonden activiteiten Beste RWS-mensen, Bij deze eindelijk de notitie Niet-riviergebonden activiteiten. Ik heb onlangs nog met Niels afgestemd over deze notitie. Dit was mede nav een gesprek tussen Daan Martens en dhr. van de Neste, waarin de integraliteit van het plan sterk was benadrukt. De vraag kwam daarin naar boven; als het integraal is waarom dan een aparte verantwoording over bepaalde onderdelen daaruit. Wij hebben de integraliteit inderdaad benadrukt en benoemd dat dat ook al een argument kan zijn om zaken te doen. Samenwerking en commitment voor het plan zijn erg belangrijk. Verder heb ik met Niels afgesproken de memo wel af te maken (het begin lag er al) om voor nu iets meer zicht te bieden op de afwegingen en het beleid. De elementen zijn allemaal meegenomen in de hydraulische berekeningen, er zijn geen aparte berekeningen gemaakt voor elk element afzonderlijk. Dit vinden wij te ver gaan. Ok, ik ben benieuwd naar jullie reactie. Hartelijke groeten Anneke Boerma

103 Colofon RUIMTE VOOR DE LEK OPDRACHTGEVER: Provincie Utrecht STATUS: Eindconcept AUTEUR: Maartje Donkers Willemijn Oosterwijk Aletta Luchtenborg Eric Schellekens GECONTROLEERD DOOR: Eric Schellekens VRIJGEGEVEN DOOR: Eric Schellekens 19 mei :F ARCADIS NEDERLAND BV Lichtenauerlaan 100 Postbus AE Rotterdam Tel Fax Handelsregister ARCADIS. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins :F - Concept ARCADIS 75

Ruimte voor de Rivier

Ruimte voor de Rivier Ruimte voor de Rivier Huub Hector Projectmanager Juni 2014 Ruimte voor de rivier Doelstelling Ruimte voor de Rivier: Doelstelling & ontwerp Met wie doen we dat? Uitvoering 2 Programma Ruimte voor de Rivier

Nadere informatie

Inpassingsplan Ruimte voor de Lek

Inpassingsplan Ruimte voor de Lek Provincie Utrecht Inpassingsplan Ruimte voor de Lek Vastgesteld Voorontwerp: 24 mei 2011 Ontwerp: 10 januari 2012 Vaststelling: 2 juli 2012 0 1 Toelichting 2 Inhoud 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Inpassingsplan

Nadere informatie

Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning

Witteveen+Bos, RW /torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning 2 Witteveen+Bos, RW1809-303-20/torm/027 definitief d.d. 26 maart 2012, toelichting aanvraag watervergunning BIJLAGE O1-4 PROJECTBESCHRIJVING 1. PROJECTBESCHRIJVING 1.1. Aanleiding De hoogwatersituaties

Nadere informatie

Inpassingsplan Ruimte voor de Lek

Inpassingsplan Ruimte voor de Lek Provincie Utrecht Inpassingsplan Ruimte voor de Lek Toelichting Voorontwerp Versie 24 mei 2011 o Inhoud 1. Inleiding 1.1. Aigemeen 1.2 Inpassingsplan 1.3 Plangrenzen 1.4 Milieueffectrapport (MER) 1.5 Het

Nadere informatie

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT GEOHYDROLOGIE EN KWEL

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT GEOHYDROLOGIE EN KWEL BASISRAPPORT GEOHYDROLOGIE EN KWEL PROVINCIE UTRECHT 19 mei 2011 074930474:D C03021.000044 Voorwoord Het basisrapport geohydrologie en kwel maakt onderdeel uit van de basisrapporten van de planstudie Ruimte

Nadere informatie

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag

Hydraulische beoordeling nieuwe waterkering Alexander, Roermond. WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag nieuwe waterkering Alexander, Roermond WAQUA-simulaties ten behoeve van Waterwetaanvraag i Datum 17 maart 2014 Status Concept, versie 0.2 Project P0056.9 Naam Paraaf Datum Auteur Drs. R.C. Agtersloot 17-03-2014

Nadere informatie

: KRW Bentinckswelle : Aanvulling op aanvraag watervergunning LW-AF20122221

: KRW Bentinckswelle : Aanvulling op aanvraag watervergunning LW-AF20122221 HaskoningDHV Nederland B.V. Logo MEMO Aan : Waterschap Vallei en Veluwe Van : Esther van den Akker Kopie : Dossier : BA7927-101-100 Project : KRW Bentinckswelle Betreft : Aanvulling op aanvraag watervergunning

Nadere informatie

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...

Nadere informatie

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen.

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen. Afgedrukt: 21 februari 2014 Project : Ontwerp landgoederen Ossenwaard Datum : 17 februari 2014 Onderwerp : Resultaten van de berekeningen Van : Anne Wijbenga; Joana Vieira da Silva Aan : M. van Berkel

Nadere informatie

Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst

Samenvatting PlanMER, obstakelverwijdering Elst 2 21 mei 2012 versie 1a Document historie Revisienummer. Revisie datum Aanpassingen 0a 13 april 2012 Eerste concept 1a 21 mei 2011 Alle opmerkingen verwerkt 3 21 mei 2012 versie 1a 1 Samenvatting Voor

Nadere informatie

Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping. Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011

Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping. Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011 Notitie Visie op ruimtelijke kwaliteit Zomerbedverdieping Bosch Slabbers d.d. 16 december 2011 1. Inleiding Aanleiding Het RvdR-project Zomerbedverlaging Beneden IJssel moet leiden tot verlaging van de

Nadere informatie

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN PROVINCIE UTRECHT 19 mei 2011 074987313:E C03021.000044 RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) Voorwoord Het basisrapport niet gesprongen explosieven

Nadere informatie

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen

Zomerbedverlaging Beneden-IJssel. Kampen Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Notitie Samenhang RvRmaatregelen rond Zwolle en Kampen 20 mei 2010 Samenvatting In deze notitie wordt de relatie en samenhang tussen de maatregelen van Ruimte voor de Rivier

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding Samenvatting Inleiding Deze samenvatting hoort bij de rapportage Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) voor het project Dijkversterking Tiel Waardenburg en Rivierverruiming Varik - Heesselt. Werken

Nadere informatie

INRICHTINGSVISIE ANNA S HOEVE CONCEPT

INRICHTINGSVISIE ANNA S HOEVE CONCEPT INRICHTINGSVISIE ANNA S HOEVE CONCEPT INHOUD kenschets geschiedenis veranderingen ambities visie in varianten uitwerking geschiedenis KENSCHETS Forse, gegraven waterpartijen KENSCHETS Berg van Dudok KENSCHETS

Nadere informatie

Intentieverklaring Samen op Weg langs de Lange Linschoten

Intentieverklaring Samen op Weg langs de Lange Linschoten Intentieverklaring Samen op Weg langs de Lange Linschoten Oudewater, 9 maart 201 8 Intentieverklaring Samen op Weg langs de Lange Linschoten Aanleiding De Lange Linschoten is een pracht voorbeeld van kleinschalig

Nadere informatie

Ontwerp Weelde in de Beuningse uiterwaarden 2015

Ontwerp Weelde in de Beuningse uiterwaarden 2015 Ontwerp Weelde in de Beuningse uiterwaarden 2015 Ontwerp Weelde in de Beuningse uiterwaarden 2015 Inleiding In dit boekje leest u in hoofdlijnen hoe het ontwerp van de Beuningse uiterwaarden er uit ziet.

Nadere informatie

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.05 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat

Nadere informatie

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard 9T5318.A0 Definitief 24 maart 2010 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon

Nadere informatie

De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN

De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN Onderwerp Planstudie Paddepoelsterbrug Steller Jeanet Halsema De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN Telefoon 050-3678865 Bijlage(n) 0 Ons kenmerk 6261150 Datum Uw brief van Uw kenmerk

Nadere informatie

Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508

Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508 Projectplan Slikken van Flakkee Ontwerpfase quick wins 28-5-2014 Projectnummer: 16508 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Overzicht van het Plangebied... 3 3 Ambitie... 3 4 Scope... 4 5 De opgave... 4 6 Fasering...

Nadere informatie

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING notitie Witteveen+Bos van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 www.witteveenbos.nl onderwerp project opdrachtgever projectcode referentie opgemaakt

Nadere informatie

Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397.

Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397. Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte Willemskade 19-20 postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek

Nadere informatie

Nieuwe natuur voor droge voeten

Nieuwe natuur voor droge voeten Nieuwe natuur voor droge voeten Informatieavond en klankbord Hoendiep Zuidzijde Donderdag 11 juli 2019 Programma 11 juli 2019 Het gebied, de opgave, de opdracht De deelgebieden Van onderzoeken naar ontwerp

Nadere informatie

Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn

Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn Nieuwsbrief Jaargang 1 Nummer 1 Maart 2010 Rivierverruiming Uiterwaarden Neder-Rijn Beste bewoner, Alstublieft. We bieden u de eerste nieuwsbrief aan over rivierverruiming in de uiterwaarden van de Neder-Rijn.

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van tnftastructuur en Milieu M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE STROOMLI]N MAAS, FASE 3, TRANCHE $ Deelgebied Lithse Ham Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Datum

Nadere informatie

Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona. Simona Gebruikersmiddag, 12 juni 2013

Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona. Simona Gebruikersmiddag, 12 juni 2013 Ruimte voor de Rivier - praktijktoepassing met Simona Simona Gebruikersmiddag, Inhoud 1. Ruimte voor de Rivier projecten 2. Dwarsstroming 3. Morfologische analyses 4. Limieten grofmazigheid, pijlers 5.

Nadere informatie

Culemborg aan de Lek

Culemborg aan de Lek Ruimte voor de Rivier Culemborg aan de Lek informatieavond 27 oktober 2008 David Heikens Royal Haskoning Ruimte voor de Rivier Culemborg Inhoud 1. Hoogwaterveiligheid PKB Ruimte voor de Rivier 2. Het alternatief:

Nadere informatie

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING, BEHOREND BIJ DE AANGEVRAAGDE VERGUNNING OMG-12-181 Voor de inrichting en het gebruik van een evenemententerrein in deelgebied De Druppels, tegenover Wagenweg 22/24 te Oudkarspel

Nadere informatie

CentreNL. = uitzichtpunt over de Viaanse oversteek = draaiend restaurant en inspiratielocatie

CentreNL. = uitzichtpunt over de Viaanse oversteek = draaiend restaurant en inspiratielocatie CentreNL entre NL 3 CentreNL = uitzichtpunt over de Viaanse oversteek = draaiend restaurant en inspiratielocatie spectaculair uitzicht op de Viaanse oversteek en de plaatsen Vianen, Vreeswijk en IJsselstein

Nadere informatie

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT KABELS EN LEIDINGEN

RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT KABELS EN LEIDINGEN RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) BASISRAPPORT KABELS EN LEIDINGEN PROVINCIE UTRECHT 19 mei 2011 074930475:F C03021.000044 RUIMTE VOOR DE LEK (SNIP 3) Voorwoord Het basisrapport kabels en leidingen maakt onderdeel

Nadere informatie

Ruimte voor de Rivier

Ruimte voor de Rivier Ruimte voor de Rivier Annika Hesselink en Anne-Geer de Groot Ministerie Infrastructuur en Waterstaat Verwondering 2 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Opbouw Verleden: Introductie en kenmerken

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu M.E.RBEOORDELINGSNOTITIE STROOMLIJN MAAS, DEELGEBIED 3, TRANCHE 1 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Datum RWS-2016/4724 Onderwerp

Nadere informatie

BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN

BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN DATUM 30 april 2017 BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN DEEL I VERVANGEN DAMWANDEN REGIONALE WATERKERING PLUUTHAVEN ZEEWOLDE 1. Aanleiding en doel Het waterschap is naar aanleiding van het AV besluit

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Bijlandse Waard. Herinrichting voor veiligheid, natuur en beleving

Bijlandse Waard. Herinrichting voor veiligheid, natuur en beleving Bijlandse Waard Herinrichting voor veiligheid, natuur en beleving Mogelijkheden voor recreatie Het centrale deel van de Bijlandse Waard wordt een stil gebied om flora en fauna te beschermen. De randen

Nadere informatie

Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort

Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 7april 2011 / rapportnummer 2281 61-1- 1. Voorlopig oordeel over het MER De gemeente Amersfoort en woningcorporatie

Nadere informatie

Programma van Eisen - Beheerplannen

Programma van Eisen - Beheerplannen Programma van Eisen - Beheerplannen Eisen voor de inhoud Inventarisatie 1. Het beheerplan geeft allereerst een beschrijving van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied (de actuele situatie en trends,

Nadere informatie

Doel van de informatiebijeenkomst

Doel van de informatiebijeenkomst Zomerbedverlaging Beneden-IJssel Jacqueline Bulsink Informatiebijeenkomst 12 oktober 2011 Doel van de informatiebijeenkomst Informeren over resultaten planstudie Zomerbedverlaging Beneden- IJssel Gelegenheid

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu M.E.RBEOORDELINGSNOTITIE STROOMLI]N MAAS, DEELGEBIED 3, TRANCHE 3 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu RWS-2017/8211 Onderwerp

Nadere informatie

Naar een veilige en aantrekkelijke (bedijkte) Maas voor iedereen! Belangrijkste kenmerken van de potentiële voorkeurstrategie voor de bedijkte Maas (van Heumen/Katwijk tot aan Geertruidenberg), december

Nadere informatie

Versie Omschrijving Auteur(s) Datum 1 D J Timmer 19-03-2013 2 Aanvullende tekst par 3.3.3

Versie Omschrijving Auteur(s) Datum 1 D J Timmer 19-03-2013 2 Aanvullende tekst par 3.3.3 COLOFON Opdrachtgever Project : Waterschap Rivierenland : Rivierverruiming Munnikenland Contractnummer : 110264 Status : Definitief Datum : 05-07-2013 Opsteller : D J Timmer Versie Omschrijving Auteur(s)

Nadere informatie

Inspraaknota herontwikkeling Bovenkerkweg 35A-37

Inspraaknota herontwikkeling Bovenkerkweg 35A-37 Inspraaknota herontwikkeling Bovenkerkweg 35A-37 Van 10 december 2015 tot en met 20 januari 2015 zijn omwonenden van de locatie Bovenkerkweg 35A-37 geïnformeerd over de plannen voor herontwikkeling van

Nadere informatie

Startdocument Schuytgraaf Veld 17b. juni 2013

Startdocument Schuytgraaf Veld 17b. juni 2013 Startdocument Schuytgraaf Veld 17b juni 2013 1 Inleiding In mei 2012 heeft de gemeente Arnhem het project Schuytgraaf overgenomen van de GEM (Grondexploitatie maatschappij). De gemeente heeft nu de leiding

Nadere informatie

PROVINCIE FLEVOLAND. Mededeling. Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen

PROVINCIE FLEVOLAND. Mededeling. Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen PROVINCIE FLEVOLAND Mededeling Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen Kern mededeling: Gedeputeerde Staten informeert met regelmaat over de voortgang

Nadere informatie

Hoogwatergeul Varik Heesselt

Hoogwatergeul Varik Heesselt MIRT2-Verkenning Hoogwatergeul Varik Heesselt Bepaling bandbreedte Klankbordgroep d.d. 5 februari 2014 Wat ga ik u vertellen Wat is onze opdracht en aanpak? Waar moet u aan denken bij een hoogwatergeul?

Nadere informatie

Gedeputeerde Staten kiezen voor voorkeursalternatief Bundeling Noord

Gedeputeerde Staten kiezen voor voorkeursalternatief Bundeling Noord Juli 2016 Dagelijks ervaart het verkeer problemen met de doorstroming op de N629 tussen Oosterhout en Dongen. Ook de leefbaarheid en veiligheid op en rond de N629 en Westerlaan vragen aandacht. De provincie

Nadere informatie

Rondweg-Oost N233 Maatregelen treden 3 Um 5 Ladder van Verdaas

Rondweg-Oost N233 Maatregelen treden 3 Um 5 Ladder van Verdaas provincie :: Utrecht Plan van aanpak Rondweg-Oost N233 Maatregelen treden 3 Um 5 Ladder van Verdaas In samenwerking tussen Veenendaal: 23 oktober 2017 Versie: 0.1 Opgesteld door: Maurice Kassing Gemeente

Nadere informatie

Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 13 mei 2005 / rapportnummer 1430-68 College van Gedeputeerde Staten van Gelderland Postbus 9090 6800 GX ARNHEM uw

Nadere informatie

Visie Water en Ruimtelijke Ontwikkeling bijlage 1

Visie Water en Ruimtelijke Ontwikkeling bijlage 1 Visie Water en Ruimtelijke Ontwikkeling bijlage 1 Kaarten Waterbelangen DM: 303052 1 Wateropgaven 2015 / 2027 Kaart 1. Gebieden met een WB21 wateropgave In 2005 is een studie wateropgave uitgevoerd (conform

Nadere informatie

Statenvoorstel. Uitvoeringsbesluit vernieuwing Steekterbrug te Alphen ad Rijn

Statenvoorstel. Uitvoeringsbesluit vernieuwing Steekterbrug te Alphen ad Rijn Statenvoorstel Vergaderdatum GS: 10 oktober 2017 Portefeuillehouder: Vermeulen, F Uiterlijke beslistermijn: 20 december 2017 Behandeld ambtenaar : S.R. van Altena E-mailadres: [email protected] Telefoonnummer:

Nadere informatie

N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem

N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem N346 Schakel Achterhoek A1 Rondweg Lochem Vraag en antwoord Algemeen 1. Waarom wordt deze Schakel Achterhoek - A1 aangelegd? De gemeente Lochem en de provincie hebben besloten een rondweg aan te leggen

Nadere informatie

Projectplan Grechtkade oost

Projectplan Grechtkade oost Projectplan Grechtkade oost Inspraaknota Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op Verantwoording Titel: Projectplan Grechtkade oost Auteur: Marian Marcek (WSB) / Marten van der Hoeve (IB) Document: 567811

Nadere informatie

Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek

Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek Projectplan (ontwerpbesluit) Aanpassen Heelsumse beek 1 Projectbeschrijving 1.1 Wat wordt aangelegd of gewijzigd? Dit Projectplan gaat over het aanpassen van de Heelsumse beek vanaf de N225 tot aan de

Nadere informatie

(hoofdstuk uit Inspiratiegids Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Provincie Utrecht)

(hoofdstuk uit Inspiratiegids Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Provincie Utrecht) Bijlage: Projecten in de provincie Utrecht (hoofdstuk uit Inspiratiegids Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Provincie Utrecht) Inleiding In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en de Verordening

Nadere informatie

Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder

Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder Provincie Gelderland juli 2014 Concept Rivierkundige beoordeling Gendtse Polder dossier : BD2962-101-100 registratienummer : RDC_BD2962-101_M20140716_NL04500_c0.1

Nadere informatie

Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden

Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden Terheijden Dijkvak omschrijving Lengte in m Opgave B117a_b Bastion 803 Hoogte Overzichtskaart met aanduiding dijkvak B117a_b, impressie van de natte EVZ en

Nadere informatie

HAMERSTUK. Beslispunt 1 is aangepast in die zin dat in te stemmen met gewijzigd is in kennis te nemen van.

HAMERSTUK. Beslispunt 1 is aangepast in die zin dat in te stemmen met gewijzigd is in kennis te nemen van. HAMERSTUK VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR AGENDAPUNT 10 Onderwerp: Realisatie uitbreiding afvalwatertransportsysteem Houten Nummer: 515150 In D&H: 16 oktober 2012 Steller: Tonny Oosterhoff In Cie: BMZ

Nadere informatie

Dijkversterking Vianen

Dijkversterking Vianen Informatiebijeenkomst Dijkversterking Vianen 18 april 2017 De Stadshof Programma Welkom Bastiaan Heutink Bestuurlijke aftrap Goos den Hartog Het project Bastiaan Heutink o De opgave o Aanpak en planning

Nadere informatie

Nr Onderwerp Steenhoek Bremlaan Naast De Del 2. 2.824 m2 Circa 10.000 m2 Circa 6.000 m2

Nr Onderwerp Steenhoek Bremlaan Naast De Del 2. 2.824 m2 Circa 10.000 m2 Circa 6.000 m2 1 Beschikbaar grondoppervlak in m2 2 Gewenst bruto oppervlakte incl. parkeren op eigen terrein 2.824 m2 Circa 10.000 m2 Circa 6.000 m2 Passend binnen bouwblok bestemmingsplan, met uitzondering van parkeren

Nadere informatie

Havenkwartier Zeewolde

Havenkwartier Zeewolde Havenkwartier Zeewolde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 september 2011 / rapportnummer 2459 60 Oordeel over het MER Voor de aanleg van de woonwijk Polderwijk te Zeewolde is in 2003 de procedure

Nadere informatie

hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon

hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon memo Witteveen+Bos Postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon datum

Nadere informatie

PROVINCIE. Mededeling FLEVOLAND. Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen

PROVINCIE. Mededeling FLEVOLAND. Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen PROVINCIE FLEVOLAND Mededeling Onderwerp Mededeling Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen Kern mededeling: Gedeputeerde Staten informeert met regelmaat over de voortgang

Nadere informatie

Ambitieverklaring. Tussen Kagerplassen en Oude Rijn

Ambitieverklaring. Tussen Kagerplassen en Oude Rijn Ambitieverklaring Samenwerken aan groen-recreatieve ontwikkeling in de Leidse regio 9/12/2009 Ambitieverklaring 1 Ambitieverklaring Partijen 1. De gemeente Kaag en Braassem, vertegenwoordigd door de heer

Nadere informatie

19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE

19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE TOETSINGSADVIES OVER HET MILIEUEFFECTRAPPORT DIJKVERSTERKING OOSTELIJK FLEVOLAND 19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. OORDEEL OVER HET MER EN AANBEVELINGEN VOOR DE BESLUITVORMING...2 2.1 Algemeen...

Nadere informatie

PLANBESCHRIJVING HOLLAREPOLDER, JOANNA-MARIAPOLDER PZDT-R ONTW. VERBETERING STEENBEKLEDING

PLANBESCHRIJVING HOLLAREPOLDER, JOANNA-MARIAPOLDER PZDT-R ONTW. VERBETERING STEENBEKLEDING PLANBESCHRIJVING HOLLAREPOLDER, JOANNA-MARIAPOLDER PZDT-R-11199 ONTW. VERBETERING STEENBEKLEDING PROJECTBUREAU ZEEWERINGEN 7 juli 2011 075609261:A - Definitief C03011.000173.0100 Samenvatting In 2013 vindt

Nadere informatie

Gendtse Waard - Presentatie

Gendtse Waard - Presentatie Gendtse Waard - Presentatie Gebiedsbeschrijving, analyse en variantenstudie herinrichting J.M.A. van den Hurk D. Emond februari 2016 In opdracht van: K3Delta In samenwerking met: Rodruza & Staatsbosbeheer

Nadere informatie

10.1 10.0. Naar een nieuw 9.90. Schoonebeekerdiep 9.80 9.70. Denk mee, schets mee 9.60 9.50 9.40 9.30 9.20 9.10 9.00

10.1 10.0. Naar een nieuw 9.90. Schoonebeekerdiep 9.80 9.70. Denk mee, schets mee 9.60 9.50 9.40 9.30 9.20 9.10 9.00 Naar een nieuw Schoonebeekerdiep Denk mee, schets mee Waterschap Velt en Vecht wil graag een natuurlijker Schoonebeekerdiep dat meer water kan opvangen. Langs de beek blijft landbouw de belangrijkste bestemming.

Nadere informatie

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn memo aan: van: c.c.: Inge Eising Gemeente Utrechtse Heuvelrug Mariël Gerritsen Pieter Birkhoff Van Wijnen Groep N.V. datum: 14 december 2015 betreft: Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg

Nadere informatie

GROENGEBIED AMSTELLAND Adviescommissie 30 oktober 2012 agendapunt 14 Dagelijks bestuur 9 november 2012 Algemeen bestuur 29 november 2012

GROENGEBIED AMSTELLAND Adviescommissie 30 oktober 2012 agendapunt 14 Dagelijks bestuur 9 november 2012 Algemeen bestuur 29 november 2012 GROENGEBIED AMSTELLAND Adviescommissie 30 oktober 2012 agendapunt 14 Dagelijks bestuur 9 november 2012 Algemeen bestuur 29 november 2012 Aantal bijlagen Onderwerp Besluit Korte toelichting Consequenties

Nadere informatie

AANLEIDING / PROBLEEMSTELLING

AANLEIDING / PROBLEEMSTELLING Raadsvoorstel Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 28 september 2015 Documentnummer : 2015.0.072.749 Zaaknummer: 2015-03-01380 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan 'Stadsblokken - Meinerswijk 2015'

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten voor de Watervisie Lauwersmeer

Onderzoeksresultaten voor de Watervisie Lauwersmeer Opdrachtgever: Projectgroep Watervisie Lauwersmeer Onderzoeksresultaten voor de Watervisie Lauwersmeer Fase 2 110202.000570 februari 2006 Onderzoeksresultaten voor de Watervisie Lauwersmeer, fase 2 2 HKV

Nadere informatie

Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2

Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2 Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2 NL.IMRO.0037.BP1303-vs01 25 augustus 2014 blz. 2 Gemeente Stadskanaal Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Plangebied

Nadere informatie

FAZ: Ja 2-4-2014. Opdrachtgever: Jelmer Kooistra

FAZ: Ja 2-4-2014. Opdrachtgever: Jelmer Kooistra Onderwerp: Termunterzijldiep-Opdiep Nummer: Bestuursstukken\1575 Agendapunt: 6 DB: Ja 18-03-2014 BPP: Ja Workflow Opsteller: Boy de Vries, 0598-693409 Beleid, Projecten en Geoinformatie FAZ: Ja Opdrachtgever:

Nadere informatie

ADVIES. : BP Kerkdijk Hooge Zwaluwe Opdrachtgever : Dhr. W. Simonis Datum : 23 mei Behandeld door : Dhr. ir. P.H.A.H. Damen

ADVIES. : BP Kerkdijk Hooge Zwaluwe Opdrachtgever : Dhr. W. Simonis Datum : 23 mei Behandeld door : Dhr. ir. P.H.A.H. Damen ADVIES Project : BP Kerkdijk Hooge Zwaluwe Opdrachtgever : Dhr. W. Simonis Datum : 23 mei 2014 Referentie : 140396a12 Onderwerp : Parkeren Behandeld door : Dhr. ir. P.H.A.H. Damen Het voornemen Initiatiefnemer

Nadere informatie

Hellendoorn. Aan de raad. Noord. Punt 5 : Financiën Stationsomgeving LjCMlCClIlC

Hellendoorn. Aan de raad. Noord. Punt 5 : Financiën Stationsomgeving LjCMlCClIlC Punt 5 : Financiën Stationsomgeving LjCMlCClIlC Noord Hellendoorn Aan de raad Samenvatting: In september 2012 dient het NS-station verplaatst te zijn naar het centrum van Nijverdal. De stationsomgeving

Nadere informatie

Argumenten 1.1. De opgestelde randvoorwaarden waarborgen een voldoende toetsingskader en een goede ruimtelijke ordening.

Argumenten 1.1. De opgestelde randvoorwaarden waarborgen een voldoende toetsingskader en een goede ruimtelijke ordening. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 29 april 2010 Datum voorstel 02 maart 2010 Agendapunt Onderwerp vervangende nieuwbouw Huize Het Oosten, Bilthoven De raad wordt voorgesteld te

Nadere informatie

Onderzoeken oeververbinding Ochten - Veerdam Druten. onderzoeken mogelijkheid Uitkijkpunt, versterken relatie Dijk - Waal

Onderzoeken oeververbinding Ochten - Veerdam Druten. onderzoeken mogelijkheid Uitkijkpunt, versterken relatie Dijk - Waal Ideeën en kansen Onderzoeken oeververbinding Ochten - Veerdam Druten Zoekzone TOP en informatiecentrum Mogelijkheden landschapsversterking bijv. oude strang terugbrengen Behouden en versterken leefgebied

Nadere informatie