COMMISSIE VERPAKKINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "COMMISSIE VERPAKKINGEN"

Transcriptie

1 commissie verpakkingen jaarverslag 2002 JAARVERSLAG 2002 COMMISSIE VERPAKKINGEN OKTOBER 2003

2 INHOUDSOPGAVE Voorwoord 3 Samenvatting monitoringresultaten, conclusies en aanbevelingen 5 1. Inleiding Algemeen Inhoud jaarverslag Uitvoering Convenant Verpakkingen Verslag van de Minister en Staatssecretaris van VROM Verslag van SVM.PACT Verslag van de VNG Monitoring Monitoringsysteem Aanpassing monitoringresultaten Monitoringresultaten Monitoringresultaten zwerfafval Toetsing voortgang bij bereiken van convenantdoelstellingen Verificatie van de uitvoering van het monitoringprotocol Overige werkzaamheden van de Commissie Advies aan partijen PVC in verpakkingen 46 BIJLAGEN 49 I. Samenstelling Commissie Verpakkingen 51 II. Verslagen van partijen Verslag van de Minister en Staatssecretaris van VROM Samenvatting van het verslag van SVM PACT Verslag van de VNG Rapportage PVC in verpakkingen van SVM PACT 87 III. Reactie van partijen op vragen en aanbevelingen in Jaarverslag IV. Beschrijving monitoringsysteem Convenant Verpakkingen III 92 V. Definities 97 1

3 2 JAARVERSLAG 2002

4 VOORWOORD De afgelopen jaren hebben bewezen, dat samenwerking de kracht van het convenant verpakkingen is. Gelukkig dringt dat besef bij steeds meer partijen en organisaties door. De recent gezamenlijk ontwikkelde cd-rom met tips en middelen voor communicatie over afvalinzameling, recycling en bestrijding van zwerfafval voor gemeenten en burgers, is daarvan een prima voorbeeld. Hetzelfde geldt voor het gezamenlijke onderzoek naar een betere milieumaat voor verpakkingen en de integratie met het productenbeleid. De Commissie bepleit om op deze weg verder te gaan. Onze Commissie heeft tot taak te beoordelen of het Convenant wordt nagekomen en doet daarover verslag in haar Jaarverslag. Dit verslag over 2002 kijkt terug op het Convenant Verpakkingen II, dat eind 2001 door partijen nog weer werd verlengd, omdat er nog geen overeenstemming was bereikt over een nieuw convenant. Dat nieuwe Convenant Verpakkingen III is pas op 14 december 2002 in werking getreden. De vertraging bij het tot stand komen van het nieuwe convenant kwam voort uit verschil van mening over de aanpak om zwerfafval terug te dringen. Voornaamste struikelblok daarbij was het al dan niet invoeren van statiegeld op blikjes en kleine kunststof flesjes, als maatregel om het ontstaan van zwerfafval te beperken. In het deelconvenant zwerfafval, dat deel uitmaakt van het Convenant Verpakkingen III, zijn afspraken gemaakt over de inspanningen van bedrijfsleven, rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hoewel veel actoren al enige jaren actief bezig zijn om het zwerfafvalprobleem aan te pakken, zullen de komende tijd nog buitengewoon veel inspanningen moeten worden verricht om de ambitieuze doelstellingen van het deelconvenant zwerfafval te kunnen bereiken. Daaraan is veel gelegen, want afgesproken is dat de invoering van statiegeld op blikjes en kleine kunststof flesjes alsnog aan de orde kan komen, indien blijkt dat vóór 1 januari 2005 niet het gewenste resultaat is bereikt. In het Convenant Verpakkingen III zijn de doelstellingen voor het verminderen van de milieudruk door verpakkingen in 2005 verder aangescherpt. Het materiaalhergebruik voor verpakkingsafval moet omhoog naar 70 procent en wat preventie betreft moet de groei van verpakkingen duidelijk achterblijven bij de economische groei. Verder blijft het gebruik van éénmalige drankverpakkingen gelimiteerd om het bestaande niveau van hervulbare drankverpakkingen vast te kunnen houden. Op deze wijze moet volgens het Convenant het verwijderden van verpakkingsafval in 2005 worden teruggebracht naar 850 kiloton. Het niveau van afvalscheiding van verpakkingsafval van glas, papier en karton in huishoudens en kunststoffen in bedrijven moet verder omhoog. De ons omringende landen zijn hierin inmiddels verder en laten daarmee zien dat het beter kan. Om de nieuwe hergebruikdoelstellingen te kunnen realiseren, verwacht onze Commissie in het bijzonder van de VNG, de materiaalorganisaties en SVM.PACT nieuwe impulsen en acties. Maar ook voldoende druk op naleving van de regels, die hiervoor zijn gesteld, is van belang en zou nog wel extra inspanning kunnen hebben. Vooral het terugdringen van zogenaamde free riders, die zich aan de afspraken blijven onttrekken, moet met kracht worden voortgezet. De voorzitter van de Commissie Verpakkingen, drs. H. G. Ouwerkerk VOORWOORD 3

5 4 JAARVERSLAG 2002

6 SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op 14 december 2002 is het Convenant Verpakkingen III (verder te noemen het convenant) in werking getreden. Het verslagjaar 2002 bestrijkt daarmee voornamelijk de periode waarin het door de Minister van VROM en SVM.PACT verlengde vorige Convenant Verpakkingen II nog in werking was. De Commissie Verpakkingen toetst in dit jaarverslag over 2002 de uitvoering van beide convenanten en beoordeelt de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen van het Convenant Verpakkingen III. De Commissie geeft hieronder haar conclusies en aanbevelingen weer, gebaseerd op de informatie die is aangereikt in de verslagen van de Minister en Staatssecretaris van VROM (namens de Rijksoverheid), van SVM.PACT (namens het Bedrijfsleven), van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), van de materiaalorganisaties en op het monitoringverslag (opgesteld door het Monitoringinstituut Bedrijfsleven) en de verificatierapporten van PricewaterhouseCoopers (PwC). De verslagen van de Minister en Staatssecretaris van VROM en van SVM.PACT (verder te noemen de partijen) zijn openbaar en vormen een onderdeel van dit jaarverslag (zie bijlage II, waarin zijn opgenomen de integrale verslagen van de Minister en Staatssecretaris van VROM en de VNG en de samenvatting van het verslag van SVM.PACT). Monitoringresultaten In tabel 0.1 zijn naast de monitoringresultaten van 2002 ook de resultaten van 2001 (tussen haakjes) en de doelstellingen voor 2005 opgenomen. Met uitzondering van SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5

7 de hergebruikmeting voor verpakkingsafval van papier en karton 1, zijn de resultaten in beide jaren op dezelfde wijze tot stand gekomen. De wijziging van de hergebruikmeting voor verpakkingsafval van papier en karton betekent echter dat geen conclusies verbonden kunnen worden aan het waargenomen verschil in hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton tussen 2001en Vanwege het grote aandeel van verpakkingsafval van papier en karton, geldt dit eveneens voor de verschillen tussen 2001 en 2002 bij het totale hergebruik en bij de hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval. TABEL 0.1 MONITORINGRESULTATEN 2002 NIEUW OPDE MARKT GEBRACHTE VERPAKKINGEN IN KILOTON VERPAKKINGSMATERIAAL HERGEBRUIKT 2 VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON HERGEBRUIK IN % DOELSTELLING 2005 IN % VERWIJDERD VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON Papier/karton 1382 (1377) 1001 (898) 72 (65) (479) Glas 519 (512) 406 (400) 78 (78) (112) Metalen 216 (211) 167 (164) 77 (78) (47) Kunststoffen 494 (486) 90 (101) 18 (21) (293) 96 (92)* 19 (19) (1563)** 64 (60)** 70** Totaal 2611 (2586) 1760 (1655) 67 (64) (931) Hout*** 390 (398) 117 (108) 30 (27) 25 * De hoeveelheid kunststofverpakkingsafval dat naast het bovenvermelde materiaalhergebruik als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales nuttig is toegepast. ** Exclusief de nuttige toepassing van kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales. *** Houten verpakkingen vallen buiten de totaalberekeningen. 1 Na ondertekening van het convenant hebben partijen in het voorjaar 2003 besloten om terugwerkend voor 2002 een nieuwe, betere meetmethode voor het hergebruik voor verpakkingsafval van papier en karton in te voeren. Met de oude meetmethode werd in 2001 (en mogelijk ook al in eerdere jaren) een deel van dit verpakkingsafval, afkomstig uit huishoudens niet gemeten. Daardoor ligt het berekende materiaalhergebruikpercentage voor verpakkingen van papier en karton en daarmee het totale materiaalhergebruikpercentage in 2001 onder de werkelijke waarde en de berekende hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval boven de werkelijke waarde. 2 Geen producthergebruik. Waar in dit verslag sprake is van producthergebruik, is dit expliciet vermeld procent resultaatsverplichting en 3 procent inspanningsverplichting procent resultaatsverplichting en 5 procent inspanningsverplichting. 6 JAARVERSLAG 2002

8 Integratieconvenant verpakkingen Doelstelling voor verwijderd verpakkingsafval 5 Partijen zijn overeengekomen, dat in 2005 maximaal 850 kiloton verpakkingsafval mag worden verwijderd. In het afgelopen jaar is 851 kiloton verpakkingsafval 6 verwijderd, dat wil zeggen verbrand in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of gestort. Dat dit 80 kiloton lager uitkomt dan het jaar daarvoor, komt omdat enerzijds de totale hoeveelheid verpakkingen maar zeer beperkt toeneemt en anderzijds in 2002 een nieuwe, betere meetmethode voor het vaststellen van het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton in gebruik is genomen, waardoor er meer hergebruik wordt gemeten. Doelstelling voor preventie van verpakkingen In het convenant is overeengekomen om de totale hoeveelheid verpakkingen tot en met het jaar 2005 niet meer te laten stijgen dan 2/3 van de procentuele stijging van het BBP in 2005 ten opzichte van De hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen heeft zich tot en met het jaar 2002 ruimschoots binnen de afgesproken preventienorm ontwikkeld. Terwijl het Bruto Binnenlands Product (BBP) in de periode vanaf 1 januari 1999 tot 31 december 2002 met 8,6 procent is gestegen, nam de totale hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen ten opzichte van 1999 met minder dan 2 procent toe. Doelstelling voor materiaalhergebruik van verpakkingsafval In het convenant is afgesproken om in 2005 tenminste 70 (gewicht)procent van de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen als materiaal te hergebruiken, voor zover het hiervoor benodigde verpakkingsafval in voldoende mate gescheiden wordt aangeboden. Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte hoeveelheid verpakkingen is 64 procent als materiaal hergebruikt. Dit percentage ligt 4 procentpunten hoger dan het jaar daarvoor. Ook hier wijst de Commissie op het effect van de verbeterde meetmethode voor het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton. De Commissie constateert dat de gezamenlijke partijen nog forse extra inspanningen moeten leveren om het afgesproken materiaalhergebruikpercentage van 70 procent in 2005 te kunnen bereiken. 5 De hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval is gelijk aan de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen minus de hoeveelheid verpakkingsafval die als materiaal of op een ander wijze nuttig is toegepast. 6 Verpakkingsafval van papier en karton, glas, kunststoffen en metaal. SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7

9 Doelstelling voor nuttige toepassing van verpakkingsafval In het convenant is afgesproken om in 2005 tenminste 73 procent van de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen nuttig toe te passen. Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte hoeveelheid verpakkingen is in totaal 67 procent nuttig toegepast. Dit betekent dat naast het hierboven vermelde materiaalhergebruik ook nog 3 procent kunststof verpakkingsafval op een andere wijze nuttig is toegepast. Het bereiken van deze doelstelling wordt in belangrijke mate bepaald door de verhoging van het materiaalhergebruik van verpakkingen die partijen in de komende jaren tot stand weten te brengen. Deelconvenant zwerfafval Doelstelling blikjes en flesjes In het convenant is afgesproken dat het bedrijfsleven er zorg voor draagt dat in 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval met tenminste 80 procent vermindert, ten opzichte van de in 2001 vastgestelde hoeveelheid van 50 miljoen stuks (nulmeting). Het bedrijfsleven zal zich ervoor inspannen voor 1 januari 2005 deze hoeveelheid reeds met tenminste 2/3 te hebben verminderd. Het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval wordt afgeleid uit een enquête waarin naar het weggooien van blikjes en flesjes wordt gevraagd. Hieruit is berekend dat in 2002 het aantal blikje en flesje in het zwerfafval 95 miljoen 7 stuks bedraagt. De Commissie constateert dat de enquête qua tijdstip niet conform de afspraak in het deelconvenant is uitgevoerd. Naast dit punt, worden in de rapportage over de meting nog andere factoren genoemd die de jaarlijkse resultaten beïnvloeden, zoals een verbeterd sociaal bewustzijn (als gevolg van publiekscampagnes), een toenemende bespreekbaarheid van het zwerfafvalprobleem, verschillende weersituaties, verschillende gebruiksintensiteiten van blikjes en flesjes en het verschil in het belang van het gebruiksmoment. De mate waarin deze factoren van invloed zijn staat niet vast, zodat aan de uitkomsten op dit moment ook geen conclusies kunnen worden verbonden. De Commissie acht het daarom van belang dat partijen laten onderzoeken of de gebruikte meetmethode toereikend is om een scherp en betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkeling van het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval, zodat op basis daarvan in 2006 met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de doelstelling wordt gehaald. Los daarvan, zullen door de betrokken partijen nog buitengewoon veel inspanningen moeten worden verricht om de ambitieuze doelstellingen te kunnen bereiken. 7 Niet gecorrigeerd voor het marktvolume in JAARVERSLAG 2002

10 Doelstelling overig zwerfafval In het convenant is afgesproken dat partijen er zorg voor zullen dragen om in 2005 het overige zwerfafval met tenminste 45 procent te verminderen ten opzichte van de hoeveelheid in 2002 Toetsing van de voortgang met betrekking tot de reductie van het overig zwerfafval is pas volgend jaar aan de orde, omdat in 2002 de eerste telling van het overige zwerfafval is uitgevoerd. In deze nulmeting is op 350 voorgeselecteerde locaties de hoeveelheid zwerfafval naar verschillende componenten geteld. Opvallend is dat qua aantallen kauwgom en sigarettenpeuken zeer dominant aanwezig zijn, waarmee deze het behalen van de doelstelling zouden kunnen bepalen. De Commissie gaat er echter van uit, dat het de intentie van partijen is om een reductie van alle componenten in het zwerfafval tot stand te brengen en dat de inspanningen zich op alle componenten zullen richten. Papiervezelconvenant Doelstelling inzameling uit huishoudens In het convenant is afgesproken dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zich verplicht te bevorderen dat in 2005 in gemeenten tenminste 75 procent van het uit huishoudens afkomstig oud papier en karton, inclusief het verpakkingsafval van papier en karton, gescheiden wordt ingezameld. Vorig jaar is kiloton papier en karton in huishoudens gebruikt. Daarvan is kiloton ofwel 52 procent gescheiden ingezameld 8. Dit betekent dat er nog een forse extra inspanning nodig is om de gescheiden inzameling van oud papier en karton te verbeteren, om in het verlengde daarvan ook een verbetering van het materiaalhergebruik te kunnen realiseren. Doelstelling materiaalhergebruik De stichting Papier Recycling Nederland verplicht zich om in 2005 tenminste 75 procent van de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen van papier en karton en eveneens tenminste 75 procent van de hoeveelheid nieuw op de markt gebracht papier en karton als materiaal te hergebruiken, voor zover dit in voldoende mate gescheiden voor hergebruik wordt aangeboden. Het materiaalhergebruikpercentage voor de totale hoeveelheid nieuw op de markt gebracht papier en karton bedraagt in procent 8. Er is in kiloton verpakkingen van papier en karton nieuw op de markt gebracht. Daarvan is kiloton als materiaal hergebruikt. Het materiaalhergebruikpercentage komt daarmee uit op 72 procent. Weliswaar ligt dit getal 7 8 Bron: Papier Recycling Nederland - Rapportage Papiervezelconvenant 2002 SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9

11 procentpunten hoger dan het jaar daarvoor, maar daarbij wordt opgemerkt dat dit verschil deels of geheel moet worden toegeschreven aan de nieuwe methode om het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton vast te stellen. De Commissie constateert, dat voor het bereiken van een hoger materiaalhergebruikpercentage op dit moment het aanbod van gescheiden ingezameld oud papier en karton de belangrijkste beperkende factor is. Dit betekent dat partijen voor het bereiken van de doelstellingen hun inspanningen primair zouden moeten richten op de verbetering van de gescheiden inzameling, voornamelijk bij huishoudens. Doelstelling drankenkartons De inspanningen van de Stichting Hedra om nascheiding van drankenkartons te stimuleren moet ertoe leiden, dat in 2005 tenminste 10 kiloton van de nieuw op de markt gebrachte drankenkartons nuttig wordt toegepast. Het afgelopen jaar is ruim 1 kiloton drankenkartons gescheiden ingezameld en als materiaal hergebruikt 9. Er zijn meer inspanningen nodig om de doelstelling in 2005 te kunnen bereiken. Gebleken is, dat in 2002 geen drankenkartons nuttig konden worden toegepast via de beoogde nascheiding van restafval. Daarom vraagt de Commissie partijen om nadere informatie te verstrekken, voorzien van een kwantitatieve onderbouwing, over de wijze waarop de doelstelling in 2005 gerealiseerd kan worden. Deelconvenant glazen verpakkingen Doelstelling materiaalhergebruik In het convenant is afgesproken dat de glasindustrie ervoor zorgt dat in 2005 tenminste 90 procent van de nieuw op de markt gebrachte glazen verpakkingen als materiaal wordt hergebruikt, voor zover dit in voldoende mate gescheiden voor hergebruik wordt aangeboden. In 2002 is 78 procent van de 519 kiloton nieuw op de markt gebrachte glazen verpakkingen als materiaal hergebruikt. Dit percentage is gelijk aan beide voorgaande jaren. De Commissie constateert dat al het ingezamelde verpakkingsafval van glas in 2002 als materiaal is verwerkt en een hoger hergebruikniveau alleen mogelijk is indien de gescheiden inzameling van glazen verpakkingsafval toeneemt. Opnieuw wordt partijen gevraagd welke extra inspanningen zij zullen leveren om deze doelstelling in 2005 te bereiken en hoe een verbetering van de gescheiden inzameling bij huishoudens en bij bedrijven tot stand kan komen. 9 Niet meegeteld bij het materiaalhergebruik van verpakkingsafval van papier en karton. 10 JAARVERSLAG 2002

12 Deelconvenant metalen verpakkingen Doelstelling materiaalhergebruik De Vereniging Metaal Recycling Federatie zorgt er voor dat in 2005 tenminste 80 procent van de totale hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte metalen verpakkingen als materiaal wordt hergebruikt. Van de 216 kiloton metalen verpakkingen die in 2002 nieuw op de markt is gebracht, is 77 procent als materiaal hergebruikt, 1 procentpunt minder dan het jaar daarvoor. De Vereniging Metaal Recycling Federatie (VMRF) verwacht dat dit percentage hoger zal uitkomen, wanneer het stortverbod voor gemengd huishoudelijk afval volledig wordt gehandhaafd. Dit is niet uitgesloten. In de eerste 8 maanden van 2003 is het storten van gemengd huishoudelijk afval drastisch is afgenomen 10. Mogelijk komt hierdoor een toename van het hergebruik tot stand. Deelconvenant kunststof verpakkingen Doelstelling materiaalhergebruik In het convenant is afgesproken dat de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen er voor zorgt dat in 2005 tenminste 30 procent 11 van de nieuw op de markt gebrachte kunststof verpakkingen als materiaal wordt hergebruikt. In 2002 is 494 kiloton nieuwe kunststof verpakkingen op de markt gebracht. Daarvan is 18 procent als materiaal hergebruikt, 3 procentpunten minder dan in Met deze terugval zal het van partijen nog meer inspanningen vergen om de doelstelling voor het materiaalhergebruik in 2005 te kunnen bereiken. Deze zullen zich vooral moeten richten op verbetering van de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingsafval uit bedrijven. De Commissie merkt op dat het werkelijke hergebruikpercentage hoger dan 18 procent kan zijn, omdat een opschaling van de gemeten hoeveelheid hergebruikt kunststof verpakkingsafval naar een landelijk totaal niet mogelijk is. De indruk bestaat dat de meting inmiddels wel in grote mate landelijk dekkend is. Om hierover meer zekerheid te krijgen en daarmee over de feitelijke voortgang bij het hergebruik van kunststof verpakkingsafval, vraagt de Commissie dit nader te onderzoeken. Doelstelling overige nuttige toepassing Naast de doelstelling voor materiaalhergebruik is verder in het convenant afgesproken dat de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen er voor zorgt dat in procent 12 van de nieuw op de markt gebrachte kunststof verpakkingen op een andere wijze nuttig wordt toegepast. 10 Bron: Afval Overleg Orgaan 11 Bestaande uit 27 procent resultaatsverplichting en 3 procent inspanningsverplichting 12 Bestaande uit 10 procent resultaatsverplichting en 5 procent inspanningsverplichting. SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 11

13 Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte kunststof verpakkingen is 19 procent als vervangende brandstof ( subcoal ) nuttig toegepast. Dit ligt ruim boven het percentage dat voor 2005 is afgesproken. Het percentage nuttige toepassing, inclusief materiaalhergebruik, komt daarmee uit op 37 procent, dat is 3 procentpunten minder dan in Deze daling wordt veroorzaakt door de afname bij het materiaalhergebruik. Deelconvenant houten verpakkingen Doelstelling materiaalhergebruik In het convenant is afgesproken dat de Stichting Kringloop Hout ervoor zorgt dat in 2005 tenminste 25 procent van de nieuw op de markt gebrachte houten verpakkingen als materiaal wordt hergebruikt. Van de 390 kiloton houten verpakkingen die in 2002 nieuw op de markt is gebracht is 117 kiloton, ofwel 30 procent, als materiaal hergebruikt. Dat is ruim boven het percentage dat voor 2005 is afgesproken. Bovendien kan het feitelijke hergebruikpercentage hoger zijn, omdat met de huidige meting slechts een ondergrens van het hergebruik wordt vastgesteld. Ook hier is een opschaling naar een landelijk totaal niet mogelijk. Volgens de Stichting Kringloop Hout is er naast het materiaalhergebruik ook nog een aanzienlijk deel (98 kiloton) van de afgedankte houten verpakkingen als brandstof in energiecentrales ingezet 13. Deze toepassing geniet steeds meer belangstelling en hierover zijn in het convenant ook nadere afspraken zijn gemaakt. Daarom acht de Commissie het van belang deze informatie in de komende jaren in het monitoringverslag op te nemen. Overige waarnemingen en aanbevelingen In het verslagjaar 2002 werden partijen vooral in beslag genomen door de onderhandelingen over de invulling van het derde verpakkingsconvenant, waarbij de bestrijding van zwerfafval de meeste aandacht heeft gekregen. Met de ondertekening van het convenant zijn niet alle discussiepunten rond zwerfafval afgerond. De Commissie vraagt partijen in het bijzonder om uiterlijk in de evaluatie van het convenant (die nog dit jaar moet plaatsvinden) de discussie over de monitoring van zwerfafval af te ronden. Wat betreft de aanpak van zwerfafval is het van belang dat alle partijen deze convenantperiode vooral benutten om met alle mogelijke middelen het voorkomen 13 Dit heeft effect op het bereiken van de doelstelling van maximaal 850 kiloton verwijderd verpakkingsafval, omdat volgens afspraak in het convenant houten verpakkingen bij de berekening hiervan niet worden meegeteld. 12 JAARVERSLAG 2002

14 van zwerfafval maatschappelijk te verankeren. Naast meer opruimacties en landelijke campagnes, kunnen toonaangevende bedrijven, net als destijds bij de aanpak van preventie en hergebruik van verpakkingen, ook optreden als frontrunners bij de aanpak van zwerfafval. Met het nieuwe convenant zijn maatregelen genomen om de aansluiting bij de materiaalorganisaties te verbeteren. Bij kunststoffen lijkt dit nog niet het gewenste resultaat op te leveren. De Commissie vraagt SVM.PACT erop toe te zien dat bedrijven die verpakkingen op de markt brengen zich conform het convenant bij de betreffende materiaalorganisaties aansluiten en vraagt daarbij in het bijzonder samen met de VMK te bezien hoe de eerder ingezette acties de aansluiting bij VMK kunnen verbeteren. Getuige de resultaten van de handhaving door de VROM-Inspectie zijn er nog steeds bedrijven die niet deelnemen aan het convenant. Het blijft nodig dat partijen gezamenlijk en onverminderd hun handhavinginspanningen voortzetten en dat deze controle bij de VROM-Inspectie meer prioriteit krijgt. Daarom is het een goede zaak dat de samenwerking tussen beide partijen dit jaar verder is uitgebreid. Het is van belang dat partijen over de handhavinginspanningen en -resultaten jaarlijks rapporteren om te laten zien dat het probleem van free riders krachtig wordt aangepakt. Een positieve ontwikkeling is dat partijen in het convenant het afgelopen jaar meer zijn gaan samenwerken bij activiteiten die zijn gericht op het verbeteren van het hergebruik van verpakkingsafval uit huishoudens. Dit geldt ook voor de activiteiten die zijn gericht op de bestrijding van zwerfafval. De Commissie acht het van belang dat de mogelijkheden tot samenwerking tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de gemeenten en het bedrijfsleven op verschillende niveaus verder worden verkend en uitgebreid. Vooral waar het gaat om de voorlichting aan burgers en consumenten te verbeteren, lijken nu nog veel kansen onbenut te blijven. Het is daarbij van belang dat de consument in één oogopslag helder en éénduidig in beeld krijgt langs welke weg het ontdoen van een verpakking is gewenst en dat de hiervoor noodzakelijke voorzieningen ruimschoots en gemakkelijk toegankelijk zijn. Partijen zouden meer aandacht moeten geven aan preventie-inspanningen en het voorkomen van vervuiling in het gescheiden ingezameld verpakkingsafval. Deze vervuiling neemt bijvoorbeeld toe doordat steeds meer gebruik gemaakt wordt van folies om poststukken en folders. Met het in 2001 door de overheden gestarte Stimuleringsprogramma voor afvalscheiding en preventie van huishoudelijk afval (STAP) en de behorende subsidieregeling SAM van het ministerie van VROM is de aandacht voor afvalpreventie en afvalscheiding bij gemeenten toegenomen. In 2002 is door 200 gemeenten (dat is gelijk aan 46 procent van de huishoudens) gewerkt aan verbetering van afvalpreventie en afvalscheiding. De Commissie constateert dat veel SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 13

15 van de inspanningen van de Minister van VROM en de VNG in dit kader afvalbreed georiënteerd zijn. Echter de specifieke effecten daarvan op de uitvoering van het convenant zijn niet duidelijk in beeld gebracht. In 2002 heeft de VNG zich vooral ingespannen om de uitwisseling van informatie over preventie en hergebruik van verpakkingen en over het convenant met en tussen gemeenten te bevorderen. Daarnaast heeft de VNG een aandeel gehad in de ontwikkeling van gemeentepakketten voor de aanpak van zwerfafval door Nederland Schoon. Het is nu van belang om te volgen of gemeenten, die een cruciale rol spelen in het terugdringen van zwerfafval, hiervan ook gebruik maken, welke ervaringen hiermee zijn opgedaan, en vast te stellen welke resultaten hiermee worden bereikt. De Commissie vraagt de VNG en Nederland Schoon om in de volgende rapportage over 2003 hier nader op in te gaan. Uit het onderzoek van SVM.PACT naar de systematische aanpak bij rapportageplichtige bedrijven om de milieubelasting van verpakkingen te beperken, blijkt dat het resultaat in 2002 op een flink aantal punten terugloopt. Zo lijkt de samenwerking tussen producenten/importeurs en hun leveranciers minder goed te gaan. Dit vraagt om een extra inzet van SVM.PACT om deze ontwikkeling om te buigen. In hetzelfde onderzoek geven steeds meer rapportageplichtige bedrijven aan dat zij verpakkingsafval gescheiden aanbieden. Met name bij kunststof verpakkingsafval lijkt dit beeld echter sterk af te wijken van het monitoringresultaat voor materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval, dat geheel berust op de inzameling bij bedrijven. De Commissie verzoekt partijen dit toe te lichten en vraagt of bekend is in welke mate rapportageplichtige bedrijven de eerder ingevoerde scheidingsregels voor bedrijven opvolgen. De Commissie stemt in met de verificatie die partijen in het convenant hebben vastgelegd. In aanvulling daarop is partijen gevraagd om zicht te geven op de gebruikte alternatieve meetmethoden en om een procedure vast te stellen voor de wijze waarop, door wie en onder welke voorwaarden een bedrijf of cluster kan afwijken van het monitoringprotocol. Daarbij is van belang dat het betreffende cluster of bedrijf verplicht wordt een alternatieve meetmethode zodanig te documenteren dat deze gevalideerd en onafhankelijk geverifieerd kan worden. De Commissie vraagt de uitvoeringsorganisatie extra aandacht te besteden aan de kwaliteit van de monitoring op clusterniveau, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de aanbevelingen uit de laatste rapportage over De Commissie acht het wenselijk dat het betreffende kwaliteitsonderzoek jaarlijks wordt uitgevoerd en hierover zo mogelijk voor 1 augustus wordt gerapporteerd. De monitoring van verpakkingen en verpakkingsafval is een omvangrijke en complexe activiteit en blijft daarom de nodige aandacht vragen. Voor een aantal materiaalsoorten hebben partijen in het convenant ook afgesproken om verder te 14 Kantoren, winkels, diensten en industrie. 14 JAARVERSLAG 2002

16 onderzoeken of de monitoring van het materiaalhergebruik verbeterd kan worden. De Commissie onderschrijft deze noodzaak en sluit niet uit dat dit opnieuw tot aanpassingen van het monitoringsysteem kan leiden. Naast het voordeel dat resultaten hierdoor meer betrouwbaar worden, betekent een systeemaanpassing echter ook dat resultaten minder goed vergelijkbaar worden met resultaten van de daaraan voorafgaande jaren. Partijen hebben met ingang van 2002 de hergebruikmeting van verpakkingsafval van oud papier en karton aangepast. Daarmee zijn een aantal onzekerheden ten aanzien van de bepaling van het hergebruik van verpakkingsafval uit huishoudens weggenomen. De Commissie vraagt partijen om bij deze nieuwe methode ook inzicht te geven in de wijze waarop de herkomst van het oud papier en karton tussen huishoudens en KWDI 14 -sectoren kwantitatief wordt onderscheiden en in de wijze waarop het percentage verpakkingsafval uit de KWDI-sectoren wordt vastgesteld. SAMENVATTING MONITORINGRESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 15

17 16 JAARVERSLAG 2002

18 1 INLEIDING 1.1 Algemeen Partijen hebben in 2002 besloten om de werking van het Convenant Verpakkingen II met maximaal een jaar te verlengen. Daardoor konden de deelnemende bedrijven en organisaties binnen de werkingssfeer van het convenant worden gehouden. In december 2002 is het Convenant Verpakkingen III (verder te noemen het convenant) ondertekend en in werking getreden en daarmee in de plaats getreden van het Convenant Verpakkingen II. Dit betekent dat het nu voorliggende jaarverslag voornamelijk betrekking heeft op de periode waarin het verlengde Convenant Verpakking II geldendwas en slechts een korte periode van het Convenant Verpakkingen III beslaat. Het verslagjaar 2002 kan daarmee worden gekenmerkt worden als een overgangsjaar. Dit jaar stond voornamelijk in het teken van de onderhandeling tussen partijen over de inhoud van het Convenant Verpakkingen III, waarbij de aandacht in het bijzonder gericht was op de aanpak van zwerfafval en of hiervoor als maatregel al dan niet statiegeld op blikjes en kunststof flesjes moest worden ingevoerd. Vooralsnog hebben partijen besloten hiervan af te zien en is de aanpak van zwerfafval ondergebracht in het Convenant Verpakkingen III en uitgewerkt in een nieuw deelconvenant zwerfafval. Net als in vorige beide verpakkingsconvenanten is ook in het Convenant Verpakkingen III vastgelegd dat de uitvoering en naleving van het convenant en de INLEIDING 17

19 voortgang bij het bereiken van de doelstellingen ten aanzien van preventie van verpakkingen en hergebruik van verpakkingsafval en ten aanzien van het terugdringen van zwerfafval jaarlijks door een Commissie Verpakkingen zal worden getoetst. Deze nieuwe Commissie is in april 2003 haar werkzaamheden begonnen. In dit jaarverslag over 2002 toetst de Commissie de uitvoering en naleving op basis van de afspraken die zijn gemaakt in het verlengde Convenant Verpakkingen II en in het Convenant Verpakkingen III. De Commissie heeft haar bevindingen en conclusies omtrent de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen voor preventie en hergebruik van verpakkingen en de doelstellingen voor het terugdringen van het zwerfafval gebaseerd op de doelstellingen zoals die zijn afgesproken in het Convenant verpakkingen III. Hierbij is in hoofdzaak gebruik gemaakt van de beschikbare informatie, zoals die is aangereikt in de verslagen van de Minister en Staatssecretaris van VROM (namens de Rijksoverheid), SVM.PACT (namens het Bedrijfsleven), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de materiaalorganisaties en in het monitoringverslag (opgesteld door het Monitoringinstituut Bedrijfsleven) en de verificatierapporten van PricewaterhouseCoopers (PwC). Waar gebruik is gemaakt van informatie die de Commissie langs andere wegen is aangereikt, is de bron hierbij vermeld. Inhoud jaarverslag De verslagen van de Minister en Staatssecretaris van VROM, SVM.PACT en van de VNG worden in hoofdstuk 2 besproken. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de monitoring en de monitoringresultaten en geeft de Commissie haar oordeel over de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen. Hoofdstuk 4 geeft de overige werkzaamheden van de Commissie weer. Bijlage I geeft de samenstelling van de Commissie weer. Bijlage II bevat het verslag van de Minister en Staatssecretaris van VROM, de samenvatting van het verslag van SVM.PACT, het verslag van de VNG en de brief met de rapportage over het gebruik van PVC in verpakkingen. De brief met de reactie van partijen op de aanbevelingen en vragen in Jaarverslag 2001 is in bijlage III opgenomen. Bijlage IV geeft een toelichting op de werking van het monitoringsysteem. Bijlage V geeft de definities van de gebruikte termen weer JAARVERSLAG 2002

20 2 UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN Jaarlijks vóór 1 augustus brengen de Minister of Staatssecretaris van VROM en SVM.PACT ieder afzonderlijk verslag uit aan de Commissie over de uitvoering van het convenant. De VNG brengt dan verslag uit over haar inspanningen ter uitvoering van de verplichtingen in het papiervezelconvenant, het deelconvenant glazen verpakkingen en het deelconvenant zwerfafval. Naast de stand van zaken en de activiteiten in het verslagjaar 2002, wordt in deze verslagen ook ingegaan op de actuele ontwikkelingen in de eerste helft van Hieronder volgt een bespreking van de drie verslagen met opmerkingen daarbij van de Commissie. Vooraf merkt de Commissie op dat de verslagen zakelijk zijn opgesteld, maar ook veel informatie bevatten die niet direct betrekking heeft op de uitvoering van het convenant. Het is van belang dat partijen zich in hun verslagen meer concentreren op de inspanningen die specifiek betrekking hebben op de verplichtingen en afspraken die zij in het convenant zijn aangegaan en in het bijzonder ook op de verwachte en bereikte resultaten en effecten van deze (en voor zover relevant ook voorgaande) inspanningen. Verder verzoekt de Commissie de rapportage over de uitvoering van het deelconvenant zwerfafval over het afgelopen kalenderjaar op te nemen in het jaarlijkse verslag over de voortgang van het convenant, zodat de Commissie hierover ook vóór 1 augustus kan beschikken. In het convenant is nu vastgelegd, dat de Staatssecretaris van VROM, de VNG en SVM.PACT elk jaar vóór 1 november de Commissie een rapportage over de uitvoering en voortgang over het voorafgaande kalenderjaar toesturen. Dit zou dan betekenen, dat de Commissie hierover pas geïnformeerd wordt nadat haar jaarverslag reeds is verschenen. UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN 19

21 Verslag van de Minister en Staatssecretaris van VROM 2.1 Algemene beleidsontwikkeling In het verslagjaar hebben de Minister en Staatssecretaris veel overleg gevoerd over de totstandkoming van het Convenant Verpakkingen III. Naast discussies met het Bedrijfsleven, de VNG en de Tweede Kamer waarin voornamelijk de aanpak van zwerfafval centraal stond, is de Minister ook geconfronteerd met gemotiveerde bezwaren van de Europese Commissie over de uitvoering van het verpakkingsbeleid middels een convenant. Onlangs is in het Europese Parlement een motie aanvaard waarbij het convenant als implementatievorm van de Europese richtlijn voor verpakkingen en verpakkingsafval wordt geaccepteerd. Met het Bedrijfsleven is afgesproken om te onderzoeken of en op welke wijze de verpakkingdoelstellingen kunnen worden geïntegreerd met het productenbeleid. Dit sluit aan op de Europese beleidsontwikkeling op dit gebied. Eerst wordt er gewerkt aan een methode om de milieubelasting van product-verpakkingcombinaties op micro- en macroniveau uit te drukken in CO2 en finaal afval.daarmee kan de milieubelasting mogelijk scherper in beeld worden gebracht, maar de Commissie merkt hierbij op dat de (huidige) monitoring op basis van hoeveelheden ook dan nodig zal blijven om de omvang van de milieubelasting te kunnen vaststellen. De Minister merkt op dat de gegevensverzameling bij de monitoring nu vrijwel geheel in handen is van het Bedrijfsleven en parallel daaraan de Commissie een sterkere rol is toebedeeld bij de verificatie van de monitoring. Het blijft echter een zaak van partijen om te zorgen voor een goede, eenduidige en transparante monitoring en in dit kader roept met name de monitoring voor zwerfafval op dit moment vraagtekens bij de Commissie op. Het protocol producthergebruik is in het Convenant Verpakkingen III herzien. Kleine drankenverpakkingen van kunststof en blik ( flesjes en blikjes ) vallen nu geheel onder het zwerfafvalbeleid: kleine flesjes zijn niet meer onderhevig aan verplichtingen voor meermalig gebruik. Een producent van frisdranken, waters of bieren mag het eigen aandeel hervulbare drankverpakkingen slechts beperkt laten afnemen ten gevolge van de introductie van nieuwe eenmalige drankverpakkingen, tenzij deze introductie geen extra milieubelasting oplevert. In het Landelijke Afvalbeheerplan (LAP) is een sectorplan voor verpakkingsafval opgenomen, waarmee de doelstellingen van het convenant in de doelstellingen van het landelijke afvalbeheer zijn geïntegreerd. Voor bronscheiding van huishoudelijk afval is een nieuwe doelstelling geformuleerd, waarbij op per materiaalsoort de invulling aan gemeenten zelf wordt overgelaten. De Minister benadrukt hierbij dat dit de convenantsafspraken voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval van glas en van papier en karton uit huishoudens onverlet laat. De Commissie vraagt 20 JAARVERSLAG 2002

22 welke voorgenomen acties uit het LAP betrekking hebben op preventie en hergebruik van verpakkingen. In de afgelopen jaren gaven veel kleine bedrijven te kennen problemen te hebben met het gescheiden aanbieden van kleinere hoeveelheden verpakkingsafval. Het project knapzak werkt plastics prettig weg, dat door de Minister financieel wordt ondersteund, lijkt een op maat gesneden oplossing te zijn voor deze bedrijven om kunststofverpakkingsafval gescheiden te kunnen aanbieden. Uitbreiding van dit project is aan te bevelen, omdat juist de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingsafval bij bedrijven sterk verbeterd moet worden om de hiervoor afgesproken hergebruikdoelstellingen in 2005 te kunnen bereiken. Dank zij het in 2001 door de gezamenlijke overheden gestarte Stimuleringsprogramma afvalscheiding en preventie (STAP) en de daarbij behorende subsidieregeling SAM van het ministerie van VROM is de aandacht voor afvalpreventie en afvalscheiding bij gemeenten flink toegenomen. In 2001 waren hierbij 60 gemeenten betrokken. Met 3,7 miljoen euro aan subsidies namen het afgelopen jaar al 200 gemeenten (46 procent van de huishoudens) deel aan projecten die bijdragen aan een verbetering van afvalpreventie en afvalscheiding. De Commissie constateert echter dat veel van deze projecten afvalbreed georiënteerd zijn. Het directe effect en resultaat van deze projecten op de uitvoering van het convenant is niet duidelijk in beeld gebracht. Hoewel uit onderzoek blijkt, dat gemeenten met tariefdifferentiatie in het algemeen meer afval gescheiden aanbieden geeft de Minister hierover geen algemeen advies, omdat gemeenten op basis van lokale karakteristieken beter zelf kunnen beoordelen of de invoering van tariefdifferentiatie gewenst is. De mate waarin tariefdifferentiatie als oorzaak geldt voor vervuiling in gescheiden ingezameld verpakkingsafval is niet nader te bepalen. De Minister heeft het initiatief genomen een interdepartementaal overleg op te zetten over de aanpak van zwerfafval en de voorgenomen activiteiten in een plan van aanpak te verwoorden. De Commissie vraagt volgend jaar in het verslag aandacht te schenken aan de voorgenomen en uitgevoerde activiteiten, ook die door andere ministeries voor hun rekening zijn genomen. In 2002 is door het Afval Overleg Orgaan een landelijk communicatieplatform opgezet om de aanpak en strategie bij de communicatie over afvalscheiding en preventie meer in gezamenlijk verband op te pakken. Waar het gaat om de voorlichting voor burgers en consumenten is het van belang dat de consument bij het ontdoen van een verpakking in één oogopslag helder en eenduidig in beeld krijgt hoe dit gewenst is en dat de hiervoor noodzakelijke voorzieningen ruimschoots en gemakkelijk toegankelijk zijn. De Commissie spoort partijen aan om de mogelijkheden tot samenwerking op dit punt verder te blijven verkennen. UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN 21

23 Regelgeving en handhaving Inmiddels is het regulerende spoor voor afvalscheiding bij bedrijven afgerond en in werking getreden en wordt met een handreiking ondersteuning verleend aan de handhaving door provincies en gemeenten. Bij kunststof verpakkingsafval geven veel bedrijven aan dat zij dit gescheiden aanbieden, maar dit komt niet tot uiting in het monitoringresultaat voor materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval, dat berust op de inzameling bij bedrijven. De Commissie vraagt partijen dit nader toe te lichten en vraagt of bekend is in welke mate rapportageplichtige bedrijven de eerder ingevoerde scheidingsregels voor bedrijven opvolgen. In oktober 2002 is een wijziging van de Europese Richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval (94/62/EG) vastgesteld met aangescherpte hergebruikdoelstellingen. Deze wijziging heeft geen effect op de uitvoering van het huidige convenant. De Minister merkt op dat de samenwerking bij de handhaving op de Regeling verpakking en verpakkingsafval (en daarmee bij de controle op deelname aan het convenant) tussen de VROM-Inspectie en SVM.PACT in harmonie verloopt. In 2002 zijn opnieuw en aantal free riders opgespoord. Tegen een aantal is proces verbaal opgemaakt en er zijn ook dwangsommen opgelegd. Dit toont dat het nodig is dat partijen gezamenlijk onverminderd hun handhavinginspanningen voortzetten en hierover jaarlijks rapporteren om te laten zien dat het probleem van free riders krachtig wordt aangepakt. Verslag van SVM.PACT 2.2 Algemeen Met het actieplan maximaal 850 kiloton verpakkingsafval geeft SVM.PACT het bedrijfsleven al direct aan het begin van dit convenant een nieuwe impuls om meer aandacht te besteden aan het beperken van milieubelasting door verpakkingen. Het Bedrijfsleven is het afgelopen jaar meer gaan samenwerken met de overheden om de convenantdoelstellingen te kunnen bereiken. Het betreft zowel activiteiten die zijn gericht op het verbeteren van het hergebruik van verpakkingsafval uit huishoudens als activiteiten die zijn gericht op de bestrijding van zwerfafval. De Commissie acht het van belang dat de mogelijkheden tot samenwerking op verschillende niveaus verder worden verkend. Vooral waar het gaat om de voorlichting aan burgers en consumenten te verbeteren, lijken nog veel mogelijkheden onbenut te blijven. De uitvoeringsorganisatie is voornemens om samen met gemeenten nader onderzoek te doen naar knelpunten die belemmerend werken voor het hergebruik van verpakkingsafval. De Commissie acht het van belang dat dit onderzoek spoedig 22 JAARVERSLAG 2002

24 wordt uitgevoerd, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de gescheiden inzameling van verpakkingsafval van papier en karton uit huishoudens, van glas uit huishoudens en bedrijven en van kunststof verpakkingsafval uit bedrijven. SVM.PACT heeft een nieuw uitvoeringsreglement voor bedrijven opgesteld, waarbij de aansluiting bij het convenant nu is vastgelegd via een verklaring van de directie. Het doel daarvan was om het draagvlak en de bewustwording van deelnemende bedrijven te vergroten. Deelconvenant producenten/importeurs Bedrijven die verpakkingen op de markt brengen zijn nu ook verplicht zich aan te sluiten bij de betreffende materiaalorganisatie(s). Dit heeft volgens de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen (VMK) niet geleid tot meer aansluitingen van bedrijven die (lege) kunststof verpakkingen op de markt brengen. De Commissie vraagt SVM.PACT om scherp toe te zien dat bedrijven zich niet kunnen onttrekken aan de aansluiting bij de materiaalorganisaties. Uit het onderzoek naar de systematische aanpak in bedrijven om de milieubelasting van verpakkingen te beperken blijkt dat het resultaat in 2002 op een flink aantal punten is teruggelopen. Bij de ketensamenwerking lijkt met name de aansluiting met leveranciers minder goed te gaan. Dit vraagt om een extra inzet van SVM.PACT om deze ontwikkeling om te buigen. Onderzoek door de externe accountant (PwC) laat zien dat de kwaliteit van de monitoring op clusterniveau voor verbetering vatbaar is en dat het wenselijk is dat de uitvoeringsorganisatie hier extra aandacht aan besteedt en in het bijzonder let op de aanbevelingen uit de laatste rapportage over De Commissie vraagt om jaarlijks zo mogelijk vóór 1 augustus over de uitkomsten van het betreffende kwaliteitsonderzoek geïnformeerd te worden. Materiaalorganisaties vragen ieder jaar aandacht voor de bestrijding van de vervuiling in het gescheiden ingezameld verpakkingsafval. Hier kunnen ook producenten en importeurs aan bijdragen. In dit kader is het van belang om het gebruik van folies om poststukken en folders, dat steeds meer vervuiling in het gescheiden ingezameld oud papier en karton veroorzaakt, terug te dringen. Deelconvenanten materiaalhergebruik Met ingang van 2002 is de hergebruikmeting van verpakkingsafval van oud papier en karton aangepast. Daarmee zijn een aantal onzekerheden ten aanzien van de bepaling van het hergebruik van verpakkingsafval uit huishoudens weggenomen. De Commissie vraagt om bij deze nieuwe methode ook inzicht te geven in de wijze waarop de herkomst van het oud papier en karton tussen huishoudens en KWDI 15 - sectoren wordt onderscheiden en in de wijze waarop het percentage verpakkingsafval uit de KWDI-sectoren wordt vastgesteld. 15 Kantoren, winkels, diensten en industrie. UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN 23

25 In 2002 heeft geen nascheiding van drankenkarton plaatsgevonden. De Commissie vraagt partijen aan te geven of langs deze weg de beoogde nuttige toepassing van drankenkartons haalbaar is. Een verbetering van het hergebruik van verpakkingsafval van glas begint bij een toename van de gescheiden inzameling. Het is niet duidelijk of de huidige infrastructuur van glasbakken toereikend is om de inzameling uit huishoudens in 2005 naar het niveau van 90 procent op te kunnen trekken. Ook is niet duidelijk in welke mate bedrijven zich aan de voorgeschreven scheidingsregels voor verpakkingsafval van glas houden en in welke mate zij mede gebruik maken van glasbakken. Nader onderzoek moet dit uitwijzen. Maar om de sprong naar de veel hoger liggende hergebruikdoelstelling voor verpakkingsafval van glas in 2005 te kunnen maken acht de Commissie het nu nodig dat partijen extra maatregelen nemen en nieuwe activiteiten inzetten. De Stichting Kringloop Glas (SKG) merkt op dat de marktvraag naar kleurgescheiden glas verder is toegenomen, maar geeft ook aan dat het aanbod van kleurgescheiden glas daar momenteel maar net onder ligt. Kennelijk heeft het directe overleg met individuele gemeenten uiteindelijk geleid tot een toename van het aanbod van kleurgescheiden glas. Deze rechtstreekse samenwerking met gemeenten kan mogelijk ook voor andere materiaalorganisaties een ingang zijn om de inzameling en het hergebruik te verbeteren. De Stichting Kringloop Blik (SKB) noemt de handhaving van het stortverbod voor restafval een belangrijke voorwaarde om de doelstelling te kunnen bereiken. De inzameling van blikbakken is volgens SKB minder efficiënt, de Commissie verwacht hiervan echter geen nadelig effect op het bereiken van de doelstelling en ziet in dit opzicht ook geen nadeel ten gevolge van tariefdifferentiatie bij de afvalstoffenheffing. Er is volgens de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen (VMK) geen aanwijzing dat het materiaalhergebruik van kunststof verpakkingsafval werkelijk is afgenomen. De VMK gaat ervan uit dat de afname met 3 procentpunten ten opzichte van 2001 toe te schrijven is aan de wijze waarop de monitoring plaatsvindt. De Commissie wil hierover meer duidelijkheid krijgen en vraagt partijen nader te onderzoeken hoe meer zekerheid verkregen kan worden over de beoordeling van de voortgang bij het hergebruik van kunststof verpakkingsafval. Op basis van eerdere informatie bestaat op dit moment de indruk dat de meting van het gescheiden ingezameld kunststof verpakkingsafval (voornamelijk afkomstig van bedrijven) inmiddels in grote mate dekkend is geworden. De rapportage van de Stichting Kringloop Hout (SKH) geeft onvoldoende inzicht in de wijze waarop het hergebruik volgens de afgesproken methode is vastgesteld. De SKH constateert dat de vraag naar houten verpakkingsafval voor de inzet als secundaire brandstof verder toeneemt en op dit moment ongeveer op gelijk niveau ligt met het materiaalhergebruik. Mocht het materiaalhergebruik hierdoor dalen tot minder dan 25 procent dan volgt hierover overleg tussen partijen. 24 JAARVERSLAG 2002

26 Naast de afgesproken methode heeft SKH ook een andere methode toegepast om het hergebruik van houten verpakkingsafval vast te stellen. Deze alternatieve methode levert een aanzienlijk hoger hergebruikpercentage op. Indien SKH deze alternatieve methode wil introduceren, dan zal deze door partijen gevalideerd moeten worden, zoals in het convenant is afgesproken. Deelconvenant zwerfafval SVM.PACT betwijfelt of in deze korte convenantperiode een gedragsverandering ten aanzien van zwerfafval te bewerkstelligen is en acht het nodig om een diepgaande analyse naar de bronnen en oorzaken van zwerfafval uit te voeren. De Commissie constateert dat het Bedrijfsleven akkoord is gegaan met de ambitieuze doelstellingen en is van mening dat deze convenantperiode door partijen benut moet worden om met alle mogelijke middelen de aanpak van zwerfafval maatschappelijk te verankeren. De landelijke campagnes die in opdracht van het bedrijfsleven worden uitgevoerd winnen steeds meer aan bekendheid. Verder kunnen toonaangevende bedrijven, net als destijds bij de aanpak van preventie en hergebruik van verpakkingen, optreden als front-runners bij de aanpak van zwerfafval. SVM.PACT uit haar twijfels over de geschiktheid van gebruikte meetmethode voor blikjes en flesjes in het zwerfafval en daarmee ook over de uitkomsten daarvan. De Commissie constateert ook een aantal zaken die vragen oproepen. Uit de rapportages van de eerste twee metingen blijkt dat deze niet geheel gelijk worden uitgevoerd en de berekening van de het aantal flesjes en blikjes op slechts enkele incidentie -waarnemingen kan berusten. Daarbij wordt dan fors opgeschaald. Ook worden in de rapportage onbepaalde maar wel relevante factoren genoemd, die het resultaat sterk kunnen beïnvloeden. Tot slot is de meting op een essentieel punt, de meetperiode, niet conform het afgesproken protocol uitgevoerd. Met deze waarnemingen en vanwege de ingrijpende consequentie die partijen aan de uitkomst in 2005 hebben verbonden acht de Commissie het daarom van belang dat partijen laten onderzoeken of de gebruikte meetmethode toereikend is om in 2005 over voldoende informatie te kunnen beschikken waarmee een scherp en betrouwbaar beeld wordt verkregen van de ontwikkeling van het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval, en waarmee met voldoende zekerheid kan worden beoordeeld of in 2005 een reductie met 2/3 van het aantal blikjes en flesjes al dan niet is bereikt. De activiteiten van Nederland Schoon hebben zich flink verbreed door steeds meer samenwerkingsprojecten aan te gaan met landelijke organisaties. Het valt de Commissie op dat samenwerking met de Vereniging Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer niet wordt genoemd en in de metingen het zwerfafval in bossen buiten beschouwing blijven. In het algemeen vraagt de Commissie meer inzicht te geven in de effecten en resultaten van de activiteiten van Nederland Schoon. UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN 25

27 Vanwege discussies over de aanpak van zwerfafval zijn ook de gemeentepakketten, die in opdracht van het Bedrijfsleven door Nederland Schoon zijn ontwikkeld, met enige vertraging tot stand gekomen. Het is nu van belang te volgen in welke mate gemeenten hiervan gebruik maken, welke ervaringen hiermee zijn opgedaan, en vast te stellen welke resultaten hiermee bereikt worden. De Commissie vraagt om in de volgende rapportage over 2003 hier nader op in te gaan. Sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen De uitvoeringsorganisatie wijst op verschillende ontwikkelingen in regelgeving op het gebied van voedselveiligheid en consumentenbescherming die van invloed kunnen zijn op de inzet van verpakkingsmaterialen. Of deze veranderingen een substantieel effect hebben op de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen is niet helder gemaakt. Producenten sluiten niet uit dat zij grotere verpakkingen zullen moeten gaan gebruiken om aan de toenemende informatieplicht voor consumenten te kunnen voldoen en verwachten dat ten gevolge van beperkende voorschriften inzake genetisch gemodificeerde producten minder verpakkingsafval voor hergebruik in aanmerking zal komen. Het is voor de Commissie niet duidelijk in welke mate dit effect kan hebben op het bereiken van de convenantdoelstellingen. De onderzoeken geven slechts een beeld van de ontwikkelingen die tot meer verpakkingen kunnen leiden. De Commissie vraagt om ook aandacht te besteden aan ontwikkelingen die tot minder verpakkingen en meer hergebruik van verpakkingsafval kunnen leiden. Verslag van de VNG In 2002 heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zich vooral ingespannen om de informatie-uitwisseling over preventie en hergebruik van verpakkingen en over het convenant met en tussen gemeenten te verbeteren. Daarmee wordt aan de wens van de vorige Commissie verpakkingen tegemoet gekomen. 2.3 Naast de Minister noemt ook de VNG haar bijdrage aan het in 2001 door de gezamenlijke overheden gestarte Stimuleringsprogramma afvalscheiding en preventie (STAP) om bij gemeenten de aandacht voor afvalpreventie en afvalscheiding te versterken. Echter het effect daarvan op de uitvoering van het convenant wordt niet duidelijk in beeld gebracht. Hierop inhakend, vraagt de Commissie de VNG in het volgende verslag de vermelde en voorgenomen inspanningen meer af te stemmen op de convenantverplichtingen. In het convenant is afgesproken om de inzet van mensen en middelen bij de 26 JAARVERSLAG 2002

28 bestrijding van zwerfafval in gemeenten tenminste op het niveau van 1 mei 2002 te houden. Het is naar de mening van de Commissie echter nodig dat de inspanningen wel toenemen in gemeenten waar nu de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de noodzakelijke voorzieningen te wensen overlaat. De VNG is betrokken geweest bij de totstandkoming van gemeentepakketten voor de aanpak van zwerfafval, die door Nederland Schoon zijn ontwikkeld. Het is nu van belang te volgen in welke mate gemeenten hiervan gebruik maken, welke ervaringen hiermee zijn opgedaan, en vast te stellen welke resultaten hiermee bereikt worden. De Commissie vraagt de VNG (samen met Nederland Schoon) in de volgende rapportage over 2003 hier nader op in te gaan. De VNG neemt deel aan de Task Force Communicatie van de SKG. Het is een goede ontwikkeling dat de VNG en SKG meer gaan samenwerken. De Commissie acht het van belang dat de VNG de mogelijkheden tot samenwerking met materiaalorganisaties verder verkent. UITVOERING CONVENANT VERPAKKINGEN 27

29 3 MONITORING Het Convenant Verpakkingen III is eind 2002 in werking getreden. Partijen hebben afgesproken dat de monitoring over 2002 gebaseerd wordt op het monitoringprotocol van dit convenant. Nieuw is de monitoring van zwerfafval. Hiervoor is een afzonderlijk protocol is opgesteld, dat als bijlage is toegevoegd aan het deelconvenant zwerfafval. Voorafgaand aan de beoordeling van monitoringcijfers over 2002 en de toetsing van de voortgang bij het bereiken van de convenantdoelstellingen, wordt in dit hoofdstuk eerst ingegaan op de meest relevante verschillen met de monitoring in het vorige convenant en op de correcties van de monitoringcijfers over Monitoringsysteem Het huidige monitoringsysteem is in het Convenant Verpakkingen II geïntroduceerd en in hoofdzaak in het Convenant Verpakkingen III overgenomen, met uitzondering van de zogenaamde afvalmeting. Van deze afvalmeting blijven nog wel enkele onderdelen gehandhaafd, voor zover die nodig zijn voor de bepaling van het materiaalhergebruik. Het monitoringprotocol is ten opzichte van het Convenant Verpakkingen II verder op de volgende punten gewijzigd: 3.1 De Commissie is in dit convenant door partijen nadrukkelijk meer betrokken bij de controle op de monitoring, nu zowel de gegevensverzameling als de verificatie in opdracht van het Bedrijfsleven wordt uitgevoerd. Daarom stelt de Commissie nu, 28 JAARVERSLAG 2002

30 in samenspraak met SVM.PACT, de aard en reikwijdte van de verificatieopdracht vast. Na vaststelling hebben beiden geen invloed meer op de verificatie, die door PricewaterhouseCoopers (PwC) wordt uitgevoerd. De Commissie kan later naar eigen inzicht de uitvoeringsorganisatie nog wel verzoeken om aanvullende verificaties uit te laten voeren. Individuele bedrijfsgegevens kunnen nu ook worden geverifieerd. De meting van het hergebruik van papier en karton is vanaf 2002 gewijzigd (zie bijlage III) 16. Dit houdt in dat de Federatie Nederlandse Oudpapier Industrie (FNOI) gegevens aanlevert over de totale hoeveelheid ingezameld oud papier en karton, gesplitst naar herkomst (huishoudens en KWDI 17 -sectoren). Voor het aandeel verpakkingsafval in het ingezamelde oud papier en karton uit huishoudens is uitgegaan van een vast percentage (23 procent 18 ). Het aandeel verpakkingsafval in het deel dat afkomstig is van de KWDI-sectoren wordt in het Motivactiononderzoek vastgesteld. Met deze wijziging zijn de monitoringresultaten vanaf 2002 minder goed vergelijkbaarheid met die van voorgaande jaren en kunnen geen conclusies verbonden worden aan het waargenomen verschil in hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton tussen 2001 en Vanwege het grote aandeel van verpakkingsafval van papier en karton, geldt dit eveneens voor de verschillen tussen 2001 en 2002 bij het totale materiaalhergebruik en bij de hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval. Nauwkeurigheid van de monitoringresultaten Naar aanleiding van de uitkomsten van twee beoordelingen van het monitoringsysteem door het onderzoeksbureau Eurandom in de vorige convenantperiode, heeft de vorige Commissie Verpakkingen partijen aanbevolen de nauwkeurigheid van de monitoringresultaten nader te laten onderzoeken. Op basis van een vooronderzoek komen partijen echter tot de conclusie dat er geen betrouwbare toets is gevonden, die daadwerkelijk kan aangeven wat de nauwkeurigheid van de gerapporteerde cijfers precies is. Partijen zien daarom af van nader onderzoek en gaan er van uit dat het huidige monitoringsysteem het best mogelijk resultaat oplevert. Dit neemt niet weg, dat partijen gedurende de looptijd van het convenant blijven onderzoeken of verbeteringen van het systeem gewenst zijn. 16 Na ondertekening van het convenant hebben partijen dit in het voorjaar 2003 besloten om terugwerkend voor 2002 een nieuwe, betere meetmethode voor het hergebruik voor verpakkingsafval van papier en karton in gebruik te nemen. Met de voorgaande meetmethode werd niet alleen een uitzonderlijk wisselend aandeel van verpakkingsafval in het gescheiden ingezameld oud papier en karton uit huishoudens vastgesteld, maar kon in 2001 (en mogelijk ook al in eerdere jaren) een deel van dit verpakkingsafval, afkomstig uit huishoudens, niet worden gemeten. Dit betekent dat in 2001 het berekende materiaalhergebruikpercentage voor verpakkingen van papier en karton en daarmee het totale materiaalhergebruikpercentage onder de werkelijke waarde ligt en de berekende hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval boven de werkelijke waarde uitkomt. 17 Kantoren, winkels, diensten en industrie. 18 Dit is het gemiddelde aandeel sinds Nader onderzoek moet uitwijzen of dit het juiste percentage is, of dat het beter is om aan te sluiten bij het percentage van 25 procent, dat de buurlanden Duitsland en België hanteren. MONITORING 29

31 Aanpassing monitoringresultaten TABEL 3.1 GECORRIGEERDE EN OORSPRONKELIJKE (TUSSEN HAAKJES) MONITORINGRESULTATEN 2001 VERPAKKINGSMATERIAAL NIEUW OPDE MARKT GEBRACHTE VERPAKKINGEN IN KILOTON HERGEBRUIKT VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON HERGEBRUIK IN % VERWIJDERD VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON Papier/karton 1377 (1362) 898 (898) 66 (65) 479 (464) Glas 512 (510) 400 (400) 78 (78) 112 (110) Metalen 211 (216) 164 (168) 78 (78) 47 (48) Kunststoffen 486 (494) 101 (120) 21 (24) 293 (302) 92 (72)* 19 (15)* 1563 (1586)** 60 (61)** Totaal 2586 (2582) 1655 (1658) 64 (64) 931 (924) Hout*** 398 (398) 108 (108) 27 (27) * De hoeveelheid kunststofverpakkingsafval dat naast het bovenvermelde materiaalhergebruik als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales nuttig is toegepast. ** Exclusief de nuttige toepassing van kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales. *** Houten verpakkingen vallen buiten de totaalberekeningen. Bij de monitoring over 2002 zijn bedrijven ook gevraagd om onjuiste of onvolledige opgaven met betrekking tot 2001 die achteraf zijn opgemerkt alsnog door te geven. Dit betreft zowel verpakkingsgegevens als omzetgegevens. Daarnaast maakt het Monitoringinstituut gebruik van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die pas een jaar later definitief zijn. In tabel 3.1 zijn de gecorrigeerde monitoringcijfers over 2001 samen met de oorspronkelijke resultaten uit het Jaarverslag 2001 weergegeven. De gecorrigeerde totaalresultaten over 2001 wijken maar weinig af van de oorspronkelijke en geven daarom geen aanleiding om eerdere bevindingen en conclusies bij te stellen. 30 JAARVERSLAG 2002

32 Op materiaalniveau zijn er twee opvallende correcties uitgevoerd bij het hergebruik van kunststof verpakkingen. De afname van de hoeveelheid bij het materiaalhergebruik is het gevolg van fouten bij de verwerking van importgegevens (dit geldt, zij het in mindere mate, ook voor de verwerking van importgegevens over 1999 en 2000). De toename van nuttige toepassing door de inzet van kunststof verpakkingsafval als secundaire brandstof is het gevolg van de opgave van een bedrijf dat voordien geen opgave had gedaan. Omdat deze tegengestelde correcties elkaar blijken op te heffen blijft de totale hoeveelheid kunststof verpakkingsafval die nuttig is toegepast onveranderd. 3.3 Monitoringresultaten 2002 TABEL 3.2 MONITORINGRESULTATEN 2002 VERPAKKINGSMATERIAAL NIEUW OPDE MARKT GEBRACHTE VERPAKKINGEN IN KILOTON HERGEBRUIKT VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON HERGEBRUIK IN % DOELSTELLING 2005 IN % VERWIJDERD VERPAKKINGS- AFVAL IN KILOTON Papier/karton Glas Metalen Kunststoffen * ** 64** 70** Totaal Hout*** * De hoeveelheid kunststofverpakkingsafval dat naast het bovenvermelde materiaalhergebruik als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales nuttig is toegepast. ** Exclusief de nuttige toepassing van kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales. *** Houten verpakkingen vallen buiten de totaalberekeningen procent resultaatsverplichting en 3 procent inspanningsverplichting procent resultaatsverplichting en 5 procent inspanningsverplichting MONITORING 31

33 Nieuw op de markt gebrachte verpakkingen In 2002 is 2611 kiloton verpakkingen (exclusief houten verpakkingen) nieuw op de markt gebracht. Dat is 25 kiloton, ofwel 1 procent meer dan in De verdeling over de materiaalsoorten is nauwelijks veranderd. Op gewichtsbasis bestaat nog steeds meer dan de helft van verpakkingen uit papier en karton. Ten opzichte van 1999 (het ijkpunt voor de preventiedoelstelling) is er 2 procent meer verpakkingen nieuw op de markt gebracht. In diezelfde periode is het bruto binnenlandsproduct (BBP) met 8,6 procent toegenomen. Verpakkingdekkingsgraad In 2002 is een verpakkingdekkingsgraad berekend van 61%. Per materiaalsoort kan de dekkingsgraad nogal verschillen, waarbij die voor glazen en houten verpakkingen relatief hoog zijn. In tabel 3.3 zijn de resultaten over het afgelopen jaar samen met de resultaten uit de voorgaande jaren weergegeven. TABEL 3.3 OPSCHALING BIJ DE MARKTMETING IN 2002 EN VERPAKKINGDEKKINGSGRAAD VANAF 1998 VERPAKKINGSMATERIAAL GEMETEN HOEVEELHEDEN VERPAKKINGEN IN KILOTON HOEVEELHEDEN VERPAKKINGEN NA OPSCHALING IN KILOTON DEKKINGSGRAAD (%) Papier/karton Glas Metalen Kunststoffen Totaal Hout* * Houten verpakkingen vallen buiten de totaalberekeningen. 32 JAARVERSLAG 2002

34 De verpakkingdekkingsgraad wordt vastgesteld om de gemeten hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen op te kunnen schalen naar een totaalresultaat voor geheel Nederland. De dekkingsgraad wordt berekend op basis van de gemeten omzet bij deelnemende bedrijven, ingedeeld per SBI-code (Standaard Bedrijfs Indeling), en de landelijke omzet per SBI-code. Voor de opschaling van de verschillende sectoren wordt gebruik gemaakt van gegevens van het CBS. Het CBS heeft te kennen gegevens dat de methodiek voor het verzamelen van deze gegevens voor de industrie en de groothandel wordt gewijzigd. Dit heeft nog geen gevolgen gehad voor de meting in 2002, omdat gebruik gemaakt kon worden van de definitieve CBS cijfers voor de groei van de omzet per sector. Het is op dit moment echter niet duidelijk of de benodigde gegevens voor de meting van volgend jaar nog wel op deze wijze beschikbaar zullen zijn. De Commissie vraagt partijen in overleg met het CBS de verdere mogelijkheden en eventuele gevolgen voor het uitvoeren van de marktmeting in beeld te brengen. Het is niet precies bekend in welke mate gemeten is de nieuw op de markt gebracht verpakkingen niet worden gemeten, doordat bedrijven zich ten onrechte aan de monitoringverplichting onttrekken (free riders). Partijen hebben dit jaar hun samenwerking verder versterkt, om gericht en effectief deze free riders op te sporen. Gewichtscorrectie door toepassing secundaire materialen Door toepassing van secundaire grondstoffen kan het noodzakelijk zijn om zwaardere verpakkingen in te zetten dan wanneer er uitsluitend primaire materialen gebruikt zouden zijn. In het convenant is afgesproken, dat voor verpakkingen van papier en karton een correctie mag worden toegepast. Deze correctie is echter niet uitgevoerd omdat de stichting Papier Recycling Nederland (PRN) niet over de hiervoor noodzakelijke gegevens beschikt. Voor de overige verpakkingsmaterialen is volgens afspraak in het convenant de correctie voor de inzet van secundaire materialen vooralsnog op nul gesteld. Materiaalhergebruik en overige nuttige toepassing van verpakkingsafval Van de 2611 kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen is het afgelopen jaar 1664 kiloton als materiaal hergebruikt. Daarnaast is nog 96 kiloton kunststofverpakkingsafval op een andere wijze nuttig toegepast. Dit betekent dat er: 64% verpakkingsafval als materiaal is hergebruikt, 3% verpakkingsafval op een ander wijze nuttig is toegepast, in totaal 67% verpakkingsafval nuttig is toegepast en daaruit volgt dat er 851 kiloton verpakkingsafval is verwijderd, dat wil zeggen afgevoerd naar een stortplaats of verbrand in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI). MONITORING 33

35 De wijze waarop het materiaalhergebruik en overige nuttige toepassingen van verpakkingsafval worden gemeten is per materiaalsoort verschillend. De hergebruikresultaten per materiaalsoort zijn: Papier/karton Van de 1382 kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen van papier en karton is vorig jaar 1001 kiloton als materiaal hergebruikt. Dit levert een hergebruikpercentage op van 72%. Weliswaar ligt dit getal 7 procentpunten hoger dan het jaar daarvoor, maar daarbij wordt opgemerkt dat dit verschil deels of geheel moet worden toegeschreven aan de introductie van een nieuwe, betere methode om het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton in 2002 vast te stellen. Hierdoor is het resultaat van 2002 niet goed vergelijkbaar met de resultaten van voorgaande jaren en kunnen geen conclusies verbonden worden aan het waargenomen verschil in hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton tussen 2001 en De stichting PRN vermeldt in haar verslag ook de resultaten van de monitoring van al het papier en karton (geen onderdeel van het monitoringprotocol). In totaal is 3387 kiloton papier en karton nieuw op de markt gebracht. Daarvan is 2390 kiloton, ofwel 71 procent hergebruikt. Er is in 2002 ruim 1 kiloton drankenkartons als materiaal hergebruikt. De Stichting Hedra geeft aan dat in 2002 de beoogde nascheiding en de daarop volgende nuttige toepassing niet tot stand is gekomen, zonder aan te geven of deze route binnen de convenantperiode nog tot het gewenste resultaat kan leiden. De Commissie verwacht van partijen een duidelijk beeld van de wijze waarop de doelstelling in 2005 haalbaar zal zijn, al dan niet met nascheiding. Glas In 2002 is 519 kiloton glazen verpakkingen nieuw op de markt gebracht en is 406 kiloton als materiaal hergebruikt. Het hergebruikpercentage bedraagt 78%. Gerekend naar de vraag in de markt zou volgens SKG het percentage kleurscheiding omhoog moeten naar 70%. De Commissie neemt aan dat de afspraken die hierover in het convenant zijn gemaakt worden nagekomen en dat een hogere mate van kleurscheiding tot stand wordt gebracht op basis van marktwerking. Metalen Metalen verpakkingsafval wordt gescheiden ingezameld bij bedrijven, nagescheiden uit het gemengd ingezameld huishoudelijk restafval (en vergelijkbaar bedrijfsafval) en teruggewonnen uit de bodemassen van afvalverbrandingsinstallaties. Het afgelopen jaar is 167 kiloton metalen verpakkingsafval hergebruikt. Dat is 78 procent van de 216 kiloton, die in 2002 nieuw op de markt is gebracht. De Stichting Kringloop Blik (SKB) verwacht dat dit percentage stijgt wanneer er minder restafval gestort wordt. 34 JAARVERSLAG 2002

36 De SKB is van mening dat zowel de gescheiden inzameling via blikbakken als de invoering van statiegeld op blikjes vermeden zou moeten worden, omdat beide afbreuk doen aan de huidige verwerkingsroute die als meest efficiënte methode met een hoog milieurendement uit onderzoek naar voren is gekomen. Wat betreft de meetmethode vraagt de Commissie om toetsen of de meting van het hergebruik van metalen verpakkingsafval afkomstig van bedrijven (monitoringprotocol, paragraaf 3.3, stappen 8 en 9) al dan niet een aanpassing behoeft. Het gaat daarbij om een mogelijke overschatting van het totaalaanbod uit te sluiten en een actueler beeld te krijgen van het aandeel dat bedrijven gescheiden aanbieden. Kunststoffen In 2002 is 494 kiloton kunststof verpakkingen nieuw op de markt gebracht en 90 kiloton, afkomstig van bedrijven, als materiaal hergebruikt. Het materiaalhergebruikpercentage komt daarmee in 2002 uit op 18 procent, 3 procentpunten lager dan in Er is volgens de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen (VMK) geen aanwijzing dat het materiaalhergebruik werkelijk is afgenomen. De VMK gaat ervan uit dat de afname met 3 procentpunten ten opzichte van 2001 toe te schrijven is aan de wijze waarop de monitoring plaatsvindt. De Commissie wil hierover meer duidelijk krijgen, mede omdat op basis van voorgaande verslagen van de VMK de indruk bestaat dat de meting van het gescheiden ingezameld kunststof verpakkingsafval in grote mate dekkend is geworden. Naast de hoeveelheid die als materiaal is hergebruikt, is 96 kiloton op een andere wijze nuttig toegepast. Dit brengt het aandeel overige nuttige toepassing op 19 procent, een toename van 4 procentpunten ten opzichte van Deze ontwikkeling kan zich verder voortzetten, want uit het verslag van de VMK blijkt dat lopende en nieuwe projecten voor hergebruik van kunststofverpakkingsafval voornamelijk gericht zijn op deze overige nuttige toepassingen. De VMK merkt in haar verslag op dat bedrijven meer kunststofverpakkingsafval gescheiden moeten aanbieden om de doelstelling te kunnen bereiken en dat gemeenten hierop meer moeten toezien. Eigen onderzoek van de VMK heeft uitgewezen, dat gemeenten onvoldoende op de hoogte zijn van de regelgeving voor het scheiden van kunststofverpakkingsafval uit bedrijven. Inzamelaars constateren dat bedrijven het kunststof verpakkingsafval niet scheiden, omdat de gemeenten onvoldoende toezien op handhaving van deze regelgeving. SVM.PACT geeft juist aan dat steeds meer bedrijven verpakkingsafval gescheiden aanbieden. Hierover is een nadere uitleg gewenst. Hout Er is 390 kiloton houten verpakkingen nieuw op de markt gebracht en 117 kiloton als materiaal hergebruikt. Dit levert een hergebruikpercentage op van 30 procent. MONITORING 35

37 De Stichting Kringloop Hout (SKH) heeft ook de overige nuttige toepassingen van houten verpakkingsafval onderzocht. Het afgelopen jaar is 98 kiloton als secundaire brandstof ingezet. Vanwege het stimuleringsbeleid van de rijksoverheid voor hernieuwbare energiebronnen, sluit de SKH niet uit dat deze nuttige toepassing verder zal toenemen. Dit kan ten koste gaan van het materiaalhergebruik. Echter zodra het materiaalhergebruik minder dan 25 procent bedraagt, zal hierover overleg worden gevoerd. De SKH heeft naast de afgesproken hergebruikmeting ook een nieuwe, naar eigen oordeel betere, meetmethode gebruikt. Het hergebruikpercentage komt met deze methode veel hoger uit. De Commissie vraagt partijen om deze alternatieve methode te valideren en te besluiten of deze meetmethode al dan niet de bestaande methode kan vervangen. Protocol producthergebruik In dit convenant is voor een nieuwe aanpak gekozen om het bestaande systeem van meermalige (hervulbare) drankverpakkingen (alleen voor bieren, frisdranken en waters) te handhaven. Voor de productgroepen frisdranken en waters enerzijds en de productgroep bieren anderzijds zijn regels opgesteld, waarbij een producent of importeur slechts beperkt nieuwe éénmalige drankververpakkingen op de markt mag introduceren, tenzij met deze introductie de milieubelasting niet toeneemt. Om dit te kunnen monitoren moeten producenten en importeurs jaarlijks opgave doen van het totale productvolume en het volume dat in meermalige drankverpakkingen en in nieuwe éénmalige op de markt is gebracht. Tabel 3.4 geeft TABEL 3.4 PRODUCTVOLUMES BIEREN, FRISDRANKEN EN WATER IN 2002 TOTAAL VOLUME IN L X 10 6 VOLUME MEERMALIG VERPAKT IN L X 10 6 AANDEEL MEERMALIG VERPAKT IN % VOLUME ÉÉNMALIGE VERPAKT IN L X 10 6 AANDEEL ÉÉNMALIG VERPAKT IN % Bieren , ,3 Frisdranken en waters , ,0 36 JAARVERSLAG 2002

38 de voorlopige resultaten weer over Dit zijn nog voorlopige resultaten, omdat een aantal producenten en importeurs pas later zijn aangesloten en sommige bedrijven alleen voorlopige cijfers konden verstrekken. Volgend jaar zullen alle bedrijven definitief over 2002 rapporteren. Er zijn geen afspraken gemaakt om gegevens te verstrekken verstrekking over Daardoor zijn er geen referentiecijfers beschikbaar om de ontwikkeling in 2002 te kunnen beoordelen. De betreffende branche-organisaties geven aan dat in 2002 na de ondertekening van het convenant geen nieuwe éénmalige kunststof- of glazen drankenverpakkingen op de markt zijn geïntroduceerd. De Commissie vraagt SVM.PACT ook informatie te verstrekken over de introductie van nieuwe éénmalige drankenverpakkingen in de periode tot 4 december 2002 en aan te geven of deze introducties binnen de op dat moment geldende convenantafspraken hebben plaatsgevonden. 3.4 Monitoringresultaten zwerfafval In het monitoringprotocol zwerfafval (bijlage 1 van het deelconvenant zwerfafval) hebben partijen twee meetmethoden vastgelegd om de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen voor blikjes en flesje in het zwerfafval en voor het overige zwerfafval vast te stellen. Aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval Het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval wordt afgeleid uit een enquête, uitgevoerd door Trendbox, waarbij een representatieve groep mensen wordt gevraagd naar het weggooien van blikjes en flesjes. De eerste enquête (de nulmeting) is in augustus 2001 uitgevoerd. Uit de antwoorden van 569 mensen van 12 jaar en ouder is een zogenaamde incidentie berekend van 3,8% (het percentage van het totale aantal blikjes en flesjes dat na consumptie als zwerfafval is aangemerkt). Op basis van het door SVM.PACT opgegeven marktvolume is dit omgerekend naar in totaal 50 miljoen stuks flesjes en blikjes die in 2001 in het zwerfafval zijn terechtgekomen. In 2002 is de meting in oktober uitgevoerd onder 753 mensen van 12 jaar en ouder. Dit leverde een incidentie op van 7,3%. Omgerekend komt dit overeen met 95 miljoen 21 stuks flesjes en blikjes die in 2001 in het zwerfafval zijn terechtgekomen. De Commissie constateert dat beide enquêtes in verschillende periodes en bovendien qua tijdstip niet conform de afspraak in het deelconvenant zijn uitgevoerd. Daarnaast worden in de rapportage over de meting een aantal factoren genoemd, zoals een verbeterd sociaal bewustzijn (als gevolg van publiekscampagnes), toenemende bespreekbaarheid van het zwerfafvalprobleem, verschillende weersituaties, verschillende gebruiksintensiteit van blikjes en flesjes en 21 Niet gecorrigeerd voor het marktvolume in MONITORING 37

39 het verschil in het belang van het gebruiksmoment, die ook de jaarlijkse resultaten beïnvloeden. De mate waarin deze factoren van invloed zijn staat niet vast, zodat aan de uitkomsten op dit moment ook geen conclusies kunnen worden verbonden. De Commissie acht het daarom van belang dat partijen laten onderzoeken of de gebruikte meetmethode toereikend is om een scherp en betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkeling van het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval, zodat in 2005 op basis daarvan met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de doelstelling al dan niet wordt gehaald. Overig zwerfafval: aantal stuks De hiervoor gebruikte meetmethode is door het adviesbureau De Straat ontwikkeld. Op 350 voorgeselecteerde locaties (die te samen een representatief beeld geven van de situatie van zwerfafval in Nederland) worden in de periode augustus-september aantallen geteld, ingedeeld naar verschillende componenten. Bij deze meting valt de Commissie op, dat er geen locaties in natuurgebieden en bossen zijn geselecteerd, waar zwerfafval toch ook als buitengewoon storend en schadelijk wordt ervaren. In 2002 is de eerste meting (de nulmeting) door Oranjewoud uitgevoerd. In de nulmeting zijn ruim 1 miljoen stuks kauwgom, sigarettenpeuken en ruim stuks overige (inclusief 1570 flesjes en blikjes en flesjes) componenten zwerfafval aangetroffen. Qua aantallen zijn kauwgom en sigarettenpeuken dus zeer dominant aanwezig en hebben verpakkingen op het totaal een gering aandeel van minder dan 1 procent. Binnen de categorie overige componenten zwerfafval bedraagt het aandeel verpakkingen tenminste 44 procent. Toetsing voortgang bij bereiken van convenantdoelstellingen 3.5 Volgens partijen heeft nader onderzoek geen mogelijkheid opgeleverd om de nauwkeurigheid van de monitoringcijfers goed vast te stellen. Als gevolg daarvan acht de Commissie het van belang om bij het toetsen van de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen meer te letten op eventuele trends die over de afgelopen jaren zichtbaar zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat waargenomen ontwikkelingen ook het gevolg kunnen zijn van tussentijdse aanpassingen van het monitoringsysteem, dat vanaf 1998 in gebruik is. In het bijzonder wordt hierbij gewezen op de wijziging van de meting van het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton vanaf Door de omvang van deze materiaalsoort worden daarmee ook de totaalresultaten in belangrijke mate beïnvloed. De mate waarin is echter niet precies vast te stellen. 38 JAARVERSLAG 2002

40 FIGUUR 3.1 ONTWIKKELING VAN DE NIEUW OP DE MARKT GEBRACHTE VERPAKKINGEN EN HET HERGEBRUIKT EN VERWIJDERD VERPAKKINGSAFVAL kiloton per jaar % nieuw op de markt gebracht (kiloton) materiaalgebruik (kiloton) overige nuttige toepassingen (kiloton) verwijderd (kiloton) nuttige toepassing (%) materiaalhergebruik (%) In figuur 3.1 zijn vanaf 1998 de jaarlijkse hoeveelheden nieuw op de markt gebrachte verpakkingen en het hergebruikt en verwijderd verpakkingsafval, samen met de jaarlijkse percentage materiaalhergebruik en nuttige toepassing weergegeven. De procentuele groei bij nuttige toepassingen tekent zich vanaf 1999 zichtbaar af tegen het percentage materiaalhergebruik. Bij de hoeveelheid materiaalhergebruik en bij de hoeveelheid verwijderd verpakkingsafval zijn uit de geringe jaarlijkse verschillen geen duidelijk herkenbare trends af te leiden. Opvallend is de terugval bij het percentage materiaalhergebruik in 2001, dat deels of geheel zal samenhangen met de onvolledige meting van het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton uit huishoudens. Het is niet uit te sluiten, dat dit ook effect heeft gehad op de hergebruikpercentages in eerdere jaren. Doelstelling verwijderd verpakkingsafval In 2002 is 851 kiloton verpakkingsafval verbrand en gestort. Dat dit getal weliswaar 80 kiloton lager dan het jaar daarvoor ligt, komt omdat enerzijds de totale hoeveelheid verpakkingen maar zeer beperkt toeneemt en anderzijds in 2002 een nieuwe, betere meting voor het hergebruik van verpakkingsafval van papier en MONITORING 39

41 karton uit huishoudens is ingevoerd waardoor meer hergebruik wordt gemeten. Hierdoor kan aan het waargenomen verschil ten opzichte van 2001 geen conclusie verbonden worden. Partijen zullen zich bij een toenemend gebruik van verpakkingen naar verhouding tenminste op dit niveau moeten blijven inspannen om de doelstelling in 2005 te kunnen bereiken. TABEL 3.5 HOEVEELHEDEN VERBRAND EN GESTORT VERPAKKINGSAFVAL VANAF 1998 VERPAKKINGSMATERIAAL NIEUW OPDE MARKT GEBRACHTE VERPAKKINGEN IN 2002 IN KILOTON HERGEBRUIKTE VERPAKKINGEN IN 2002 IN KILOTON VERBRAND EN GESTORT VERPAKKINGSAFVAL IN KILOTON Papier/karton Glas Metalen Kunststoffen * Totaal * Inclusief nuttige toepassing van 96 kiloton kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof. Doelstelling preventie De totale hoeveelheid verpakkingen mag tot en met het jaar 2005 niet meer stijgen dan 2/3 van de procentuele stijging van het bruto binnenlands product (BBP) in 2005 ten opzichte van Vanaf 1 januari 1999 tot 31 december 2002 is het BBP met 8,6 procent is gestegen en nam de totale hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen ten opzichte van 1999 met minder dan 2 procent toe. Daarmee ontwikkelt zich de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen tot en met 2002 ruimschoots binnen de afgesproken preventienorm. 40 JAARVERSLAG 2002

42 Doelstellingen materiaalhergebruik en nuttige toepassing verpakkingsafval TABEL 3.6 ONTWIKKELING VAN DE HERGEBRUIKPERCENTAGES VANAF 1994 VERPAKKINGSMATERIAAL HERGEBRUIKPERCENTAGES VERPAKKINGSAFVAL DOELSTELLING IN 2005 (%) Papier/karton Glas Metalen Kunststoffen * 10* 15* 19* 10+5 Subtotaal** Totaal Hout*** * Percentage hergebruik door nuttige toepassing van kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales. ** Exclusief het hergebruik door nuttige toepassing van kunststofverpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ) in cementovens en elektriciteitcentrales. *** Houten verpakkingen vallen buiten de totaalberekeningen. Percentage materiaalhergebruik Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte hoeveelheid verpakkingen is 64 procent als materiaal hergebruikt. Dit percentage lag het jaar daarvoor 4 procentpunten lager. Een verbetering van het materiaalhergebruik kan hier niet uit worden afgeleid, omdat in 2002 een nieuwe, betere meetmethode voor het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton is ingevoerd waardoor meer hergebruik wordt gemeten. Dit neemt niet weg, dat het materiaalhergebruik procentueel nog fors moet toenemen om het afgesproken doel van 70 procent in 2005 te bereiken. Percentage nuttige toepassing Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte hoeveelheid verpakkingen is 67 procent nuttig toegepast. Dit betekent dat naast de hierboven vermelde 64 procent materiaalhergebruik nog 3 procent kunststof verpakkingsafval op een andere wijze MONITORING 41

43 dan materiaalhergebruik nuttig is toegepast. Het bereiken van de doelstelling van 73 procent nuttige toepassing in 2005 wordt in belangrijke mate bepaald door de verbetering bij het materiaalhergebruik van verpakkingen die partijen in de komende jaren nog tot stand moeten brengen. Doelstellingen zwerfafval Vooraf wordt opgemerkt, dat de doelstellingen voor zwerfafval eind 2002 door partijen in het deelconvenant zwerfafval zijn vastgesteld. Dit houdt in, dat de aan de betrokken partijen gevraagde inspanningen vanaf dat moment konden worden ingevuld en dus in het kalenderjaar 2002 nauwelijks enige uitwerking zullen hebben gehad op de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen voor zwerfafval. Doelstelling aantal blikjes en flesjes Uit de enquêtes van Trendbox is afgeleid dat in 2001 en 2002 het aantal blikje of flesje in het zwerfafval respectievelijk 50 miljoen en 95 miljoen 22 stuks bedraagt. Bij deze enquêtes zijn door de Commissie een aantal zaken waargenomen, waardoor aan deze uitkomst op dit moment geen conclusies kunnen worden verbonden. Dit betekent dat nader onderzocht moet worden of de gebruikte meetmethode toereikend is om een scherp en betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkeling van het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval, zodat op basis daarvan in 2005 met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de doelstelling wordt gehaald. Los daarvan, zullen door de betrokken partijen nog buitengewoon veel inspanningen moeten worden verricht om deze ambitieuze doelstelling te kunnen bereiken. Doelstelling overig zwerfafval Een beoordeling van de voortgang met betrekking tot de reductie van het overig zwerfafval is op dit moment nog niet aan de orde, omdat na alleen de resultaten van de nulmeting die vorig jaar is uitgevoerd bekend zijn. De nulmeting laat zien dat qua aantallen verpakkingen in het zwerfafval een gering aandeel hebben van minder dan 1 procent. Kauwgom en sigarettenpeuken zijn zeer dominant aanwezig en zouden daarmee het behalen van de doelstellingen kunnen bepalen. De Commissie gaat er van uit dat het de intentie van partijen is om een reductie van alle componenten in het zwerfafval tot stand te brengen en dat de inspanningen hiervoor zich op alle componenten zullen richten. Doelstellingen hergebruik per materiaalsoort Doelstelling materiaalhergebruik verpakkingsafval van papier en karton Het materiaalhergebruikspercentage komt in 2002 uit op 72 procent 23. Hoewel dit 7 procentpunten hoger ligt dan het jaar daarvoor, kan daar niet uit worden afgeleid dat het hergebruik is verbeterd, omdat deze toename deels of geheel het gevolg is van de nieuwe, betere meetmethode die in 2002 is toegepast om het hergebruik van verpakkingsafval van papier en karton vast te stellen. Het blijkt dat voor het bereiken van een hoger materiaalhergebruikpercentage op 22 Niet bijgewerkt voor het marktvolume in Het materiaalhergebruikspercentage voor de totale hoeveelheid nieuw op de markt gebracht papier en karton bedraagt 71 procent. 42 JAARVERSLAG 2002

44 dit moment het aanbod van gescheiden ingezameld oud papier en karton de belangrijkste beperkende factor is. Dit betekent dat partijen voor het bereiken van de doelstelling van tenminste 75 procent materiaalhergebruik in 2005 hun inspanningen primair zouden moeten richten op de verbetering van de gescheiden inzameling, voornamelijk bij huishoudens. Doelstelling drankenkartons Het afgelopen jaar is ruim 1 kiloton drankenkartons gescheiden ingezameld en als materiaal hergebruikt. Er zijn meer inspanningen nodig om de doelstelling van 10 kiloton nuttige toepassing in 2005 te kunnen bereiken. De beoogde nascheiding van drankenkartons uit restafval heeft niet plaatsgevonden. De Commissie vraagt partijen om nadere informatie te verstrekken (voorzien van een kwantitatieve onderbouwing) over de wijze waarop (hetzij via nascheiding, dan wel op een andere wijze) deze doelstelling in 2005 gerealiseerd kan worden. Doelstelling materiaalhergebruik verpakkingsafval van glas Het hergebruikpercentage is in 2002 gelijk gebleven op 78 procent. Sinds 1998 is er geen stijging van het hergebruikpercentage gerealiseerd. Dit betekent dat de betrokken partijen in dit deelconvenant voor een flinke opgave staan en dat er extra inspanningen nodig zijn om het percentage in 2005 op tenminste 90 procent te krijgen. De SKG en de VNG zullen naar de neming van de Commissie nu gezamenlijk met nieuwe (gerichte) inspanningen moeten komen om de noodzakelijke verbeteringen van de glasinzameling en hergebruik van verpakkingsafval van glas teweeg te brengen. Doelstelling materiaalhergebruik metalen verpakkingsafval Met 77 procent in 2002 is het hergebruikpercentage iets achteruit gegaan ten opzichte van De Vereniging Metaal Recycling Federatie (VMRF) en de SKB verwachten dat de beoogde 80 procent in 2005 haalbaar is als het stortverbod voor het huishoudelijk afval volledig wordt gehandhaafd. De Commissie acht dit niet uitgesloten omdat het storten van restafval in 2003 fors lijkt af te nemen. Doelstelling materiaalhergebruik kunststof verpakkingsafval In 2002 is 18 procent van het kunststof verpakkingsafval als materiaal hergebruikt. Ten opzichte van 2001 ligt het materiaalhergebruik 3 procentpunten lager. Het gemeten hergebruikpercentage is een ondergrens, omdat een opschaling van de gemeten hoeveelheid hergebruikt kunststof verpakkingsafval naar een landelijk totaal niet mogelijk is. Bij de Commissie bestaat wel de indruk dat de meting inmiddels in grote mate dekkend is. Het zal van partijen in ieder geval nog een forse inspanning vergen, gericht op de gescheiden inzameling uit bedrijven, om de doelstelling van 30 procent materiaalhergebruik (de som van 27 procent resultaatsverplichting en 3 procent inspanningsverplichting) in 2005 te kunnen bereiken. Doelstelling nuttige toepassing kunststof verpakkingsafval Van de in 2002 nieuw op de markt gebrachte kunststof verpakkingen is 19 procent MONITORING 43

45 als vervangende brandstof ( subcoal ) nuttig toegepast. Dit ligt ruim boven het percentage van 15 procent (de som van 10 procent resultaatsverplichting en 5 procent inspanningsverplichting), dat voor 2005 is afgesproken. Mede gezien de verdere initiatieven die voor dergelijke toepassingen van kunststof verpakkingsafval gepland zijn, lijkt er een goede kans te zijn dat deze doelstelling wordt bereikt. Doelstelling materiaalhergebruik verpakkingsafval van hout In 2002 is 30 procent van de nieuw op de markt gebrachte houten verpakkingen als materiaal hergebruikt. Dat is ruim boven het percentage van 25 procent, dat in het convenant voor 2005 is afgesproken. Bovendien kan met de huidige meting slechts een ondergrens van het hergebruik worden vastgesteld, omdat een opschaling naar een landelijk totaal niet mogelijk is. Het werkelijke hergebruik kan hoger zijn. Als gevolg van het stimuleringsbeleid van de rijksoverheid is er sprake van een groeiende belangstelling voor het gebruik van dit verpakkingsafval als brandstof. Mocht dit ertoe leiden dat het materiaalhergebruik zou dalen tot onder de 25 procent, dan zullen partijen hierover in overleg treden. Verificatie van de uitvoering van het monitoringprotocol 3.6 Volgend op de afspraak die partijen in artikel 13, lid 2 van het integratieconvenant hebben gemaakt, heeft de Commissie ingestemd met het hoofdstuk verificatie zoals dit door partijen in het monitoringprotocol is vastgelegd. Daarbij is partijen gevraagd om aanvullend: (1) inzichtelijk te maken welke clusters en bedrijven van alternatieve meetmethoden (die afwijken van het monitoringprotocol) gebruik maken en om (2) gezamenlijk een procedure vast te stellen voor de wijze waarop, door wie en onder welke voorwaarden een bedrijf of cluster kan afwijken van het monitoringprotocol. Het betreffende cluster of bedrijf moet een alternatieve meetmethode zodanig documenteren dat deze gevalideerd en geverifieerd kan worden. Jaarlijks wordt een selectie gemaakt van onderdelen van de monitoring die door PricewaterhouseCoopers (PwC) worden geverifieerd. In het verificatiehoofdstuk van het monitoringprotocol is vastgelegd dat de Commissie, in samenspraak met de uitvoeringsorganisatie SVM.PACT, de aard en reikwijdte van de verificatieopdracht aan PwC vaststelt. Doordat ten tijde van de opdrachtverlening aan PwC de huidige Commissie Verpakkingen nog niet was ingesteld, is de aard en reikwijdte van de verificatieopdracht voor de monitoring over 2002 door SVM.PACT vastgesteld. Voor de invulling van de opdracht is SVM.PACT uitgegaan van de in het convenant vastgestelde startpositie aard en reikwijdte en de vorig jaar toegelichte selectiemethode 24. De navolgende verificaties zijn door PwC uitgevoerd. 24 Zie Jaarverslag 2001, Commissie Verpakkingen 44 JAARVERSLAG 2002

46 Verificatie van de meting van de nieuw op de markt gebrachte verpakkingen Bij 27 clusters, waaronder de 20 die de meeste (in gewicht) verpakkingen op de markt brengen, is het proces van verzamelen en toetsen op plausibiliteit van bedrijfsgegevens, van aggregeren van deze gegevens en van het rapporteren aan het Monitoringinstituut Bedrijfsleven gecontroleerd. Naar aanleiding daarvan concludeert PwC, dat de kwaliteit van deze meting op clusterniveau weliswaar is gestabiliseerd, maar dat de grote verschillen tussen de diverse clusters zijn blijven bestaan. De Commissie is van mening, dat de monitoring op clusterniveau verbeterd kan worden en vraagt SVM.PACT om hieraan extra aandacht te schenken. Met name zijn gerichte acties nodig bij de slecht opererende clusters, die geen vooruitgang hebben geboekt. Verificatie van de werkzaamheden van het Monitoringinstituut Bedrijfsleven PwC kan uit haar onderzoek geen zaken afleiden, die zouden kunnen leiden tot onbetrouwbare informatie in het monitoringverslag, dat ten behoeve van de Commissie is opgesteld. Wel wordt erop gewezen, dat bij de opschaling van de omzetgegevens geen gebruik is gemaakt van gegevens over Met behulp van indexering en extrapolatie wordt uitgegaan van omzetcijfers uit 1999 (voor wat betreft de industrie en groothandel) en 2000 (voor wat betreft de detailhandel). Verificatie van de meting van het hergebruik van kunststof verpakkingsafval De verificatie van de totstandkoming van de monitoringrapportage leidt volgens PwC niet tot materiele onjuistheden in de informatie die de Commissie is aangereikt. PwC merkt op dat het gemeten materiaalhergebruik een ondergrens is. De Commissie heeft de indruk dat dankzij de extra inspanningen in afgelopen jaren de meting nu redelijk dekkend is geworden. Maar om hierover voldoende duidelijkheid te krijgen en om te vermijden dat het resultaat nog substantieel beïnvloed kan worden door fluctuaties in de dekking van de meting, acht de Commissie een nader marktonderzoek gewenst. De meting van de inzet van kunststof verpakkingsafval als vervangende brandstof ( subcoal ), is naar de mening van PwC onvoldoende gedocumenteerd. Deze meting kan met name verbeterd worden bij de opzet van de enquête aan bedrijven en door correcties van bedrijven achteraf schriftelijk met een bevestiging vast te leggen. Verificatie van het hergebruik van drankenkartons Hierbij concludeert PwC, dat de totstandkoming van de monitoringrapportage over 2002 niet voldoende transparant is geweest. Stichting Hedra heeft aangekondigd dat dit voor 2003 zal worden aangepast en verbeterd. Ook bij deze meting merkt PwC op dat slechts een ondergrens kan worden vastgesteld, omdat het de meting niet naar een landelijk totaal kan worden opgeschaald. MONITORING 45

47 4 OVERIGE WERKZAAMHEDEN VAN DE COMMISSIE In april 2003 is de Commissie haar werkzaamheden begonnen. In de eerste maanden zijn inleidende gesprekken gevoerd met SVM.PACT en het ministerie van VROM. Met PwC is overleg gevoerd over de nieuwe opzet voor de verificatie en over de rol van de Commissie bij de totstandkoming van de verificatieopdracht. Begin juni is de Commissie in een gezamenlijke bijeenkomst door partijen nader geïnformeerd over de afspraken en verplichtingen die zij in het convenant hebben vastgelegd en zijn de achtergronden die hierbij een belangrijke rol hebben gespeeld toegelicht. Advies aan partijen Er zijn in 2002 geen adviesaanvragen aan de Commissie voorgelegd. PVC in verpakkingen SVM.PACT heeft de Commissie geïnformeerd over de ontwikkeling van het gebruik van PVC in verpakkingen over de periode augustus 2001 tot juli 2003 (zie bijlage II- 4). Hieruit blijkt dat het gebruik van PVC in verpakkingen al beperkt is en in de laatste jaren nog langzaam verder afneemt. Er is een actieve afwijzing van producenten (verpakkers en vullers) en dientengevolge ook steeds minder aanbod van PVC JAARVERSLAG 2002

48 verpakkingen. Er wordt ook steeds verder gezocht naar alternatieven, zoals biologisch afbreekbare verpakkingen. Maar daar waar zeer strenge (ook wettelijke) eisen worden gesteld aan hygiëne en veiligheid en een alternatief vanuit technisch oogpunt momenteel niet beschikbaar is, blijft het gebruik van PVC in verpakkingen gehandhaafd. Dit is in lijn met het standpunt van de overheid, dat PVC alleen gebruikt mag worden waar een andere oplossing ontbreekt. OVERIGE WERKZAAMHEDEN VAN DE COMMISSIE 47

49 48 JAARVERSLAG 2002

50 JAARVERSLAG 2002 COMMISSIE VERPAKKINGEN BIJLAGEN OKTOBER

51 50 JAARVERSLAG 2002

52 SAMENSTELLING COMMISSIE VERPAKKINGEN I VOORZITTER De heer drs. H.G. Ouwerkerk Voormalig voorzitter Afval Overleg Orgaan LEDEN AANGEWEZEN DOOR DE STAATSSECRETARIS VAN VROM De heer J.J. Feenstra Voormalig lid Tweede Kamer, secretaris bestuurszaken Havenbedrijf Rotterdam De heer drs. M. Smits Wethouder Nieuwe Gebieden en Duurzaamheid, gemeente Den Haag De heer prof. mr. P.C.E. van Wijmen Hoogleraar Natuurbeschermingsrecht (UvU) en staatsraad i.b.d. LEDEN AANGEWEZEN DOOR HET BEDRIJFSLEVEN De heer J. Abspoel Voormalig commissaris SVM.PACT, voormalig voorzitter Stichting Papier Recycling Nederland De heer H.H. van der Geest Voormalig bestuurslid SVM.PACT, voorzitter Vakcentrum Levensmiddelen MKB De heer drs. F.J.M.C. Tummers Voormalig voorzitter SVM.PACT, voormalig directievoorzitter Unilever Nederland SECRETARIS De heer M.H. van Nieuwenhoven MEM WAARNEMER VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VROM De heer drs. C. Clement Coördinator verpakkingsbeleid Ministerie van VROM WAARNEMER VAN HET BEDRIJFSLEVEN De heer drs. ing. R. van Beek Accountmanager SVM.PACT SAMENSTELLING COMMISSIE VERPAKKINGEN 51

53 II VERSLAGEN VAN PARTIJEN Verslag van de Minister en Staatssecretaris van VROM II.1 VERSLAGPERIODE 2002 I Algemene beleidsontwikkeling Het Convenant Verpakkingen II eindigde voor wat betreft de inhoudelijke afspraken die daarin zijn vastgelegd op 31 december 2001, terwijl de bepalingen m.b.t. monitoring, verslaglegging en de Commissie Verpakkingen ook nog in het verslagjaar 2002 van kracht waren. Eind 2001 werd voorzien dat het nieuwe convenant in elk geval voor 31 december 2002 zou zijn afgerond, reden waarom partijen besloten de werkingsduur van Convenant II met uiterlijk één jaar te verlengen. Op 4 december 2002 is vervolgens het Convenant Verpakkingen III door partijen ondertekend. Dit betekent dat de nu voorliggende rapportage betrekking heeft zowel op de periode van de verlenging van Convenant Verpakkingen II als op de (gedeeltelijk) eerste maand van de periode van Convenant Verpakkingen III. Het verslag heeft betrekking op de activiteiten van Minister Pronk voor wat betreft de periode van het Kabinet Kok en van Staatssecretaris van Geel voor wat betreft de periode van het Kabinet Balkenende. 52 JAARVERSLAG 2002

54 1. Overleg met het bedrijfsleven en met de Tweede Kamer over het te voeren beleid na afloop van het Convenant Verpakkingen II In 2002 is frequent overleg gevoerd met het bedrijfsleven over het verpakkingenbeleid, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau. Daarbij stond met name het tot stand komen van de afspraken in het Convenant Verpakkingen III centraal. Daarnaast is vier maal met de Tweede Kamer overlegd, namelijk op 5 en 25 november en op 3 en 10 december en hebben achtereenvolgens de Minister en de Staatssecretaris in (bij dit verslag gevoegde) brieven van 7 februari, 8, 16 en 23 april, 24 september, 18 oktober, 4 november en 22 november (bijlage 1) hun opvattingen over het verpakkingenbeleid weergegeven. De discussies zowel met het bedrijfsleven als met de Tweede Kamer werden in dit verslagjaar gedomineerd door de volgende onderwerpen: de problematiek van zwerfafval, de mogelijke invoering van statiegeld, de inpasbaarheid van het door Nederland voorgestane beleid in de opvattingen van de Europese Commissie en de condities voor invoering van (onderdelen van) een Algemene Maatregel van Bestuur over verpakkingen en papier en karton. In de discussie met de Staatssecretaris bleek de steun van de Tweede Kamer voor het door de Regering gevoerde beleid en de opvattingen over genoemde onderwerpen. In het vervolg van dit verslag wordt verder op deze onderwerpen ingegaan. 2. Jaarverslag over 2001 van de Commissie verpakkingen Het jaarverslag van de Commissie verpakkingen over 2001 is op 18 oktober 2002 aan de voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden. In de begeleidende brief geeft de Staatssecretaris aan dat hij tevreden is over de vaststelling van de Commissie dat de centrale doelstelling gehaald is en dat ruimschoots aan de preventieverplichting is voldaan. Verder geeft hij aan dat het, omdat de hergebruiksdoelstelling niet is gehaald, van groot belang is dat betrokken partijen de afspraken om gescheiden inzameling te intensiveren, voortvarend uitvoeren. Verder heeft hij, voor wat betreft de verplichtingen van de overheden, verwezen naar het Stimuleringsprogramma afvalscheiding en preventie van huishoudelijk afval (STAP) en het Programma met preventie naar duurzaam ondernemen (PREDO). 3. Convenant Verpakkingen III Gedurende het gehele verslagjaar werd in overleg met het bedrijfsleven en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten verder gewerkt aan teksten voor het Convenant Verpakkingen III. Op 17 juni werd een tussen betrokken partijen overeengekomen ontwerptekst van het Convenant Verpakkingen III aan de Tweede Kamer aangeboden, terwijl het definitieve convenant, dat slechts op een enkel punt afweek van het ontwerp, op 4 december door partijen werd ondertekend. a. Inhoud Ter informatie worden hieronder kort samenvattend een aantal belangrijke onderdelen weergegeven voorzover deze op hoofdlijnen afwijken van de bepalingen in Convenant Verpakkingen II. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 53

55 Doelstellingen In het integratieconvenant is de doelstelling m.b.t. de maximaal te storten en verbranden hoeveelheid verpakkingsafval aangescherpt tot maximaal 850 kiloton. Ook de preventie- en hergebruiksbepalingen zijn aangescherpt t.o.v. het bepaalde in het vorige convenant. Verder is afgesproken een plan van aanpak op te stellen om een doelstelling voor het beheer van verpakkingen te kunnen integreren in het productenbeleid. Nieuw is ook een doelstelling waarmee wordt beoogd om de milieugevolgen van verpakkingen nog beter in beeld te kunnen krijgen door deze uit te drukken in CO-2 en finaal te storten afvalstoffen. Monitoring Mede naar aanleiding van het met de Tweede Kamer gevoerde overleg in december 2001 zijn de bepalingen ten aanzien van de verificatie aangescherpt ten opzichte van het Convenant Verpakkingen II. Zo is nu bepaald dat de Commissie Verpakkingen dient in te stemmen met de wijze waarop de verificatie, die gebeurt in opdracht en voor rekening van het bedrijfsleven, plaats moet vinden. Daarnaast is bepaald dat de Commissie ook zelf aanvullende verificaties kan laten verrichten. Verder wordt de gegevensverzameling vrijwel geheel gebaseerd op de gegevens van het bedrijfsleven en speelt de meting van huishoudelijk afval nog uitsluitend een rol voor de bepaling van de hoeveelheid verpakkingen in papier en karton en de bepaling van de hoeveelheid metalen in het huishoudelijk restafval. Producthergebruik In het convenant is afgesproken dat de kleine verpakkingen van kunststof (in tegenstelling tot de bepalingen daarover in het vorige convenant) en blik onder het zwerfafvalbeleid vallen en dus niet onderhevig zijn aan verplichtingen voor meermalig gebruik. De groei van eenmalige nieuwe verpakkingen in de segmenten frisdranken en waters is beperkt tot een verhoging van het aandeel eenmalige verpakkingen met maximaal 2 % per producent/importeur. Voor bier is een soortgelijke bepaling vastgelegd voor glazen flesjes terwijl tevens is afgesproken dat partijen in overleg treden wanneer over de hele linie van alle verpakkingsmaterialen bij bier het aandeel hervulbare verpakkingen substantieel daalt. Verder is net als in Convenant Verpakkingen II bepaald dat daarnaast nieuwe eenmalige verpakkingen op de markt mogen worden gebracht als blijkt dat dit voor het milieu minder dan of een hoogstens gelijkblijvende belasting tot gevolg heeft. Zwerfafval In het deelconvenant zwerfafval zijn concrete afspraken opgenomen over de te bereiken doelstellingen bij de vermindering van zwerfafval, uitgesplitst naar een specifieke doelstelling t.a.v. flesjes en blikjes en een algemene doelstelling. Verder zijn afspraken opgenomen over de manier waarop die doelstellingen bereikt moeten worden en over de verantwoordelijkheden van de diverse partijen daarbij. De wijze van monitoring van de hoeveelheid zwerfafval is beschreven in een bijlage bij het deelconvenant en gebeurt op een eenduidige en transparante wijze in opdracht van partijen door onafhankelijke onderzoeksbureaus. 54 JAARVERSLAG 2002

56 Glas Uit een onderzoek in de zomer van 2000 naar problemen met de continuïteit in de glassector bleek dat oplossingsrichtingen met name moesten worden gezocht in kleurscheiding, betrokkenheid van producenten/importeurs en het nakomen van afspraken zoals vastgelegd in het convenant. In begin 2002 is een oplossing gevonden voor de problemen en heeft het bedrijfsleven (de producenten/ importeurs) besloten een mogelijk ketendeficit bij glas te financieren. Ook indien opnieuw een financieel tekort ontstaat, zullen gemeenten hier niet mee worden belast. Dit laatste is opgenomen in het deelconvenant glazen verpakkingen dat onderdeel uitmaakt van het convenant. Papier In het papiervezelconvenant is een expliciete afspraak gemaakt over drankenkartons. Afgesproken is dat in het jaar 2005 ten minste 10 kiloton van de totale hoeveelheid in Nederland op de markt gebrachte drankenkartons nuttig moet worden toegepast. b. Opvattingen van de Europese Commissie In oktober werd een uitgebreid gemotiveerde mening van de Europese Commissie over het in juni aan hen toegezonden ontwerp van het convenant ontvangen. De Commissie heeft bezwaren tegen de afspraken over meermalige verpakkingen en de bevoordeling van bepaalde reeds op de markt zijnde verpakkingen ten opzichte van nieuwe verpakkingen. 4. Het Landelijk afvalbeheerplan Het Landelijk afvalbeheerplan is in december 2002 door de Tweede Kamer aangenomen en is op 3 maart 2003 van kracht geworden. De hoofdpunten van het LAP zijn: Het stimuleren van preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode bereikte relatieve ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en het totale afvalaanbod wordt versterkt. Het stimuleren van de nuttige toepassing van afvalstoffen, met name door het stimuleren van afvalscheiding aan de bron en nascheiding van afvalstromen. De mate van nuttige toepassing van afvalstoffen moet stijgen van 77% in 2000 naar ruim 83% in Het optimaal benutten van de energie-inhoud van afval dat niet kan worden hergebruikt. Hiertoe wordt gestreefd naar meer inzet van afval als brandstof in installaties met een hoog energierendement. Het beperken van de hoeveelheid te verwijderen afval in 2012 tot maximaal (afgerond) 9,5 Mton. Aan het storten van het overschot aan brandbaar afval moet in een periode van vijf jaar een einde komen. Het realiseren van een gelijk Europees speelveld voor afvalbeheer, het bevorderen van marktwerking en het stimuleren van innovatie bij preventie en afvalbeheer. In het LAP wordt ook aandacht besteed aan verpakkingen. Er is een sectorplan VERSLAGEN VAN PARTIJEN 55

57 Verpakkingsafval (nummer 14) en de inhoud van het Convenant Verpakkingen III is in het LAP verwerkt. Ook bevat het beleidskader een aparte paragraaf over zwerfafval. II Enige specifieke onderwerpen 5. Subsidieprogramma s Hergebruik Afvalstoffen Zowel in 1998 als ook in 2001 werden programma s gepubliceerd met als doel onder meer het stimuleren van gescheiden inzameling van kunststofverpakkingsafval afkomstig uit de kantoren-, winkel-, diensten- en industriesectoren, het stimuleren van (na)scheidingstechnieken van kunststofverpakkingsafval uit huishoudelijk afval ten behoeve van nuttige toepassing, het stimuleren van kunststofrecycling en het stimuleren van het gebruik van kunststofregranulaat. De Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen en de Stichting EcoVerpakkingen hebben eveneens bijgedragen aan deze programma s. In het verslagjaar is door de NOVEM, die belast was met de uitvoering van deze programma s, een brochure (bijlage 2) uitgebracht waarin diverse projecten uit dit subsidieprogramma staan beschreven. De brochure is uitgebracht om zo andere partijen in de markt die zich bezig houden met soortgelijke activiteiten een aantal praktisch toepasbare manieren aan te reiken om tot meer hergebruik van afvalstoffen te komen. Knapzak werkt plastics prettig weg Veel bij bedrijven aangeleverde producten zijn verpakt in kunststoffolie. Het Convenant Verpakkingen en wetgeving verplichten bedrijven kunststoffolie apart van het restafval aan te leveren. Als de kunststofverpakkingen bij de bron gescheiden worden, is het materiaal goed opnieuw bruikbaar. De meeste bedrijven zitten niet te wachten op weer een afvalstroom erbij, maar een handig inzamelsysteem beperkt de belasting en kan vaak de afvalkosten verlagen. Knapzak levert houders en zakken in verschillende grootten, afgestemd op de hoeveelheid folie die in het bedrijf vrijkomt. Als het bedrijf een aantal zakken vol heeft, worden deze afgehaald. De bedrijven in Stichting Knapzak introduceerden een gegarandeerd landelijke ophaaldienst, vanaf tien zakken. Het systeem is erop gericht om een zo zuiver mogelijke foliestroom te krijgen, want vervuiling bemoeilijkt recycling. Door de transparante Knapzakken kun je vervuiling snel zien. In het kader van Programma Hergebruik 1998 onderzocht Stichting Knapzak hoeveel er van welke soort folie vrijkomt bij kantoren, winkels, diensten en industrie (de KWDI-sector). Het inzamelproject richtte zich op vier bedrijfstakken: bouwbedrijven, bouwmarkten, Incentra en transport/ logistieke dienstverlening. Bij deze laatste vierbedrijfstakken komt jaarlijks respectievelijk aan folie vrij: , 5.000, en ton. Bij alle KWDI-sectoren komt jaarlijks ton kunststoffolie vrij. Inmiddels zijn er in Nederland bedrijven die Knapzakken gebruiken, waar jaarlijks ton folie wordt ingezameld. Ook in het buitenland is inmiddels interesse voor dit systeem. Knapzak heeft inmiddels een vervolgproject opgezet in PH2001 voor de inzameling van folie, plantenpotten en trays, piepschuim en kunststoflessen in verschillende KWDI- sectoren. 56 JAARVERSLAG 2002

58 6. Ontwikkelingen rond gescheiden inzameling Op het gebied van gescheiden inzameling heeft VROM het initiatief genomen voor twee programma s die erop gericht zijn dat gemeenten en bedrijven tot een verhoging komen van het aandeel gescheiden inzameling. Voor huishoudelijk afval is het stimuleringsprogramma afvalscheiding en afvalpreventie van huishoudelijke afval (STAP) vastgesteld door het Afval Overleg Orgaan (AOO). STAP wordt uitgevoerd door het bureau van het AOO. Voor afvalscheiding en afvalpreventie bij bedrijven is het programma Met preventie naar duurzaam ondernemen (Predo) opgesteld door de ministeries van VROM en van EZ en de provincies, gemeenten en waterschappen. NOVEM en INFOMIL verlenen als programmabureaus ondersteuning. Predo is vastgesteld in 2001 en loopt tot Een belangrijke financiële ondersteuning voor de uitvoering van beide programma s is de Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering (SAM) die door NOVEM wordt uitgevoerd. SAM kent subsidie toe voor projecten van gemeenten, zowel op het gebied van huishoudelijk afval als op het gebied van bedrijfsafval. In het jaar 2002 was totaal 6,4 mln. subsidie vanuit het Rijk beschikbaar. Daarnaast worden de uitvoering van STAP en Predo door AOO, NOVEM en INFOMIL door VROM gefinancierd Stimuleringsprogramma afvalpreventie- en scheiding bij huishoudens (STAP) Jaarlijks worden de nieuwe activiteiten binnen STAP vastgesteld in een jaarprogramma (bijlage 3). Het zijn activiteiten op het gebied van communicatie, monitoring en benchmarking en algemene ondersteuning van het afvalbeleid van gemeenten. In 2002 zijn er 15 projecten opgestart, waarvan er in het verslagjaar 10 zijn afgerond. Het gaat om de volgende projecten (voor een nauwkeurige omschrijving wordt verwezen naar het programma) : Kwaliteitscirkels diftar en inzamelcontracten Ontwikkelen model inzamelcontract Onderzoek naar afvalscheiding en preventie in omringende landen Gedifferentieerde doelstellingen huishoudelijk afval Ideeënboek preventie Kwaliteitscirkel aanpak zwerfafval Optimaliseren gescheiden inzameling oud papier Gemeentelijke monitoring en benchmarking Factoren van succes en falen Handreiking bewonersonderzoek Kostenopbouw gemeentelijk afvalbeheer Communicatieplatform afval Website en digitale nieuwsbrief Informatiebijeenkomst STAP Informatiebrochure voor raadsleden en wethouders Veel projecten hebben geresulteerd in publicaties die gemeenten kunnen gebruiken bij de optimalisatie van afvalbeheer in hun gemeente. Deze publicaties zijn te downloaden van de site VERSLAGEN VAN PARTIJEN 57

59 Handreiking bewonersonderzoek Voor een verbetering van de inzamelstructuur en communicatie is het inzicht in het gedrag en de wensen van de burger essentieel. Onderzoek naar de kennis, houding en gedrag van burgers ten aanzien van afvalpreventie en afvalscheiding op gemeentelijk en mogelijk zelfs op wijkniveau zijn hiervoor belangrijke input. Gemeenten verzamelen deze informatie via bewonersonderzoeken. Het AOO heeft een handreiking ontwikkeld voor het uitvoeren van bewonersonderzoeken. Dit is mede op basis van de bewonersonderzoeken gebeurd die gemeenten hebben verricht in het kader van de subsidieregeling SAM. De handreiking bestaat uit een stappenplan en een vragenlijst met 185 voorbeeldvragen. Het AOO stelt jaarlijks de statusrapportage (ook wel monitoringsrapportage) afvalscheiding op. In deze rapportage worden de resultaten van afvalscheiding in Nederlandse gemeenten weergegeven. De rapportage wordt opgesteld op basis van de gegevens die gemeenten aan het CBS doorgeven. De statusrapportage wordt afgestemd met de optie Kijk en vergelijk op de site waarmee gemeenten hun eigen prestaties op het gebied van afvalscheiding kunnen afzetten tegen prestaties van andere gemeenten. In 2002 heeft het AOO drie informatiebulletins (Afval Informatief) gepubliceerd. Hierin is aandacht geschonken aan de activiteiten van gemeenten en het AOO binnen STAP. Daarnaast heeft het AOO presentaties gehouden over STAP bij verschillende gelegenheden. Zo werd in september 2002 het landelijke STAP-congres voor gemeenten georganiseerd. De ruim 250 deelnemers aan dit congres discussieerden over actuele zaken op het gebied van afvalscheiding, -preventie en de aanpak van zwerfafval. Voor de uitvoering van activiteiten op het gebeid van afvalscheiding en preventie van huishoudelijk afval, konden gemeenten een beroep doen op de subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering huishoudelijk afval Afval in zeeland nader onderzocht Alle Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk een basisproject SAM uitgevoerd. In de eerste helft van 2002 hebben ze de omvang en samenstelling van hun restafval onderzocht. Er is gebleken dat de hoeveelheid restafval in Zeeland groot is, en dat er nog winst is te behalen met het beter scheiden van GFT, papier, glas en textiel. Er zijn afspraken gemaakt over een meer eenduidige registratie van de hoeveelheid afval. Op grond van dit SAM project hebben de Zeeuwse gemeenten activiteiten ontplooid om hun afvalscheiding te optimaliseren. (SAM-HA). Gemeenten kunnen subsidie ontvangen voor het opstellen van een plan van aanpak (basisproject) en voor het uitvoeren van pakket aan maatregelen en activiteiten (plusproject). In 2002 hebben 57 basisprojecten en 21 plusprojecten voor 3,7 miljoen subsidie vanuit SAM ontvangen. De NOVEM beheert de SAM-regeling en heeft voor 2002 een jaarrapportage gepubliceerd. 58 JAARVERSLAG 2002

60 6.2 Gemeentelijke doelstellingen afvalscheiding Op verzoek van vele gemeenten zijn de doelstellingen voor bronscheiding van in te zamelen afval door het AOO aangepast. De nieuwe doelstellingen zijn afhankelijk van de mate van verstedelijking. Haalbaarheid staat daarbij voorop. Van alle gemeenten samen wordt gevraagd om te komen tot een landelijk niveau van 55% scheiding aan de bron van al het huishoudelijk afval, inclusief grof huishoudelijk afval. Let wel, het gaat hier dus om veel meer dan alleen verpakkingsafval. De grootste gemeenten behoeven slechts 43% bronscheiding te halen en de kleinste wel 60%. Er is bij deze cijfers rekening gehouden met 5% nascheiding van het huishoudelijk afval. Van belang is dat al deze doelstellingen en mogelijkheden van variatie binnen individuele gemeenten de afspraken in het convenant onverlet laten. Dat betekent dus dat individuele gemeenten bijvoorbeeld hun inzamelsystemen dusdanig moeten verbeteren en intensiveren dat tenminste de in het convenant afgesproken 90% gescheiden inzameling van glas uit huishoudens wordt bereikt Programma Met preventie naar duurzaam ondernemen In het verslagjaar is opnieuw veel aandacht besteed aan het verbeteren van de uitvoering van wettelijke taken van provincies en gemeenten onder meer op het gebied van afvalpreventie en scheiding. Handreikingen e.d. zijn ontwikkeld om vergunningverleners en handhavers hierbij te faciliteren. Diverse goed bezochte bijeenkomsten zijn in het land gehouden om de werkwijze van vergunningverleners en handhavers onder de aandacht te brengen. Er is een praktijkblad doelstellingen opgesteld om managers en uitvoerders aan de hand te nemen om stap voor stap preventiemaatregelen in de vergunningen op te nemen en een goed handhavingssysteem op te zetten. Er werden in het verslagjaar totaal 80 projecten gestart in het kader van de verruimde reikwijdte. Vele gemeenten en samenwerkingsverbanden van gemeenten hebben beleidsplannen opgesteld of zijn uitvoeringsprojecten gestart. Om de kennis en ervaringen van de aanvragers te benutten is een succesvol netwerk van SAM - gemeenten opgezet. De activiteiten om overheden bij te staan bij het stimuleren van bedrijven richting duurzaam ondernemen hebben zich gericht op het inventariseren van bestaande initiatieven, ervaringen en onderzoeken, onder meer om te voorkomen dat dubbel werk wordt verricht. Daarnaast heeft de organisatie zich ingezet om netwerken op te zetten om kennis en ervaringen uit te kunnen wisselen. Er is een netwerk Product en ketenaspecten opgericht en voorbeeldprojecten zijn geïnventariseerd. Er bleken vele provincies projecten opgezet te hebben om bedrijven in de keten met elkaar in contact te brengen. De projecten zijn in een 3 tal netwerkbijeenkomsten besproken. Duurzaam serviesgoed In het kader van de verruimde reikwijdte van de Wet Milieubeheer is samen met een grote fastfoodketen een project gestart om te zoeken naar de mogelijkheden voor het gebruik van duurzaam serviesgoed. Het bedrijf zal hiervoor moeten afwijken van een wereldwijde formule. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 59

61 Er zijn 30 bestaande methodieken om efficiency (binnen de poort van het bedrijf) te bepalen beschreven. Op een overzichtelijke manier worden de kenmerken van deze methodieken beschreven en vergeleken op sterke en zwakke punten Afvalscheiding via de Wet milieubeheer (Wm)-vergunning of via algemene regels Regulering van afvalscheiding van bedrijven vindt plaats op grond van de Wmvergunning of via algemene regels (algemene maatregelen van bestuur ex art Wm). Afvalscheiding heeft mede betrekking op verpakkingen. Voor vergunningplichtige bedrijven is een handreiking voor het bevoegd gezag en een informatieblad afvalscheiding voor bedrijven beschikbaar. Met de handreiking wordt beoogd de vergunningverlenende en handhavende ambtenaar bij provincie of gemeente te ondersteunen bij het reguleren van afvalscheiding via de milieuvergunning. Het informatieblad is bedoeld voor bedrijven die op grond van de Wet milieubeheer vergunningplichtig zijn. Met dit blad wordt concrete informatie over afvalscheiding in de praktijk gegeven (zie ook Deze informatie wordt ook ingebracht bij het doelgroepoverleg Industrie, het integratiekader voor tien bedrijfstakken ter vermindering van milieudruk en uitvoering van NMP-doelstellingen. Voor bedrijven die onder algemene regels vallen is de verplichting tot afvalscheiding opgenomen in algemene maatregelen van bestuur op grond van art van de Wet milieubeheer. Ter ondersteuning van de uitvoering van deze amvb s zijn per amvb een of meer informatiebladen uitgebracht. Daarmee wordt aan bedrijven de helpende hand geboden om over te gaan tot hun verplichting om afvalstoffen zoveel als dat mogelijk is te scheiden en gescheiden af te geven. Voor het bevoegd gezag bestaat er een aparte handreiking voor het handhaven van amvb-bedrijven. Met het uitbrengen van de SAM-regeling worden gemeenten in staat gesteld kennis en uitvoering van onder meer afvalscheiding te verbeteren. De kwaliteit van vergunningverlening en van de handhaving krijgt hiermee een belangrijke impuls. Het gaat om aspecten als het verbeteren van de considerans van de vergunning, de voorschriften en de wijze waarop afvalscheiding o.g.v. de 8.40 amvb s moet worden vormgegeven 7. Differentiatie in tarieven (DIFTAR) Een aantal gemeenten heeft een systeem ingevoerd waarbij de tarieven voor de inzameling van huishoudelijk afval gedifferentieerd worden geheven. In 2002 had 27% van de gemeenten een diftar systeem. In het kader van het stimuleringsprogramma afvalscheiding en preventie (STAP) heeft het AOO in 2002 een kwaliteitscirkel diftar in grotere steden uitgevoerd. Een kwaliteitscirkel beoogt door uitwisseling van informatie tussen aangesloten gemeenten tot een betere aanpak te komen. Dit heeft geresulteerd in een stappenplan voor gemeenten over de besluitvorming en invoering van diftar, die in 2003 door het AOO gepubliceerd zal worden. Uit onderzoeken blijkt dat er in Diftar-gemeenten sprake is van minder restafval en een beter scheidingsgedrag. Het is evenwel niet vast te stellen in hoeverre er sprake is van afvalpreventie dan wel van ontwijkgedrag. Preventie en ontwijkgedrag zijn naar hun aard afzonderlijk niet of nauwelijks te meten. Bovendien kent iedere 60 JAARVERSLAG 2002

62 gemeente zijn eigen karakteristieken waardoor extrapolatie van de resultaten niet goed mogelijk is. In het Landelijk Afvalbeheerplan is over diftar gesteld: Omdat lokale omstandigheden bepalend zijn voor de effectiviteit van een dergelijk systeem (Diftar), de omvang van de ongewenste neveneffecten en de mogelijkheden om deze te beperken, kan een algemeen advies over de introductie van Diftar niet worden gegeven. Het is dan ook aan de gemeenten om de voor- en nadelen af te wegen en een beslissing over Diftar te nemen. 8. Zwerfafval De uitkomsten van het onderzoek Inzamel -en beloningsystemen ter vermindering van zwerfafval dat in 2001 is uitgevoerd en waarover in het jaarverslag over 2001 uitgebreide informatie is opgenomen, vormden een belangrijke input voor overleg tussen partijen in de verslagperiode. De resultaten daarvan hebben onder meer hun weerslag gevonden in de tekst van het deelconvenant zwerfafval. In het deelconvenant is afgesproken dat het bedrijfsleven er zorg voor draagt dat uiterlijk in het jaar 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval met 80 % is afgenomen ten opzichte van het aantal van 50 miljoen dat volgens onderzoek in september 2001 in het zwerfafval zat. Daarnaast heeft de Staatssecretaris aangegeven dat hij als doelstelling hanteert dat er een afname van tweederde van genoemd aantal moet zijn bereikt voor 1 januari Indien dat niet lukt, zal hij overgaan tot de invoering van statiegeld (zie verder 10.1). Nadat in juni partijen overeenstemming hadden bereikt over het ontwerp-convenant heeft VROM vooruitlopend op de definitieve ondertekening van het convenant reeds diverse activiteiten opgezet die samenhangen met de in het deelconvenant zwerfafval opgenomen verplichtingen van de Rijksoverheid. Sommige van deze activiteiten werden rechtstreeks door VROM zelf uitgevoerd. Zo is de aftrap van de landelijke campagne van Nederland Schoon verricht door de Staatssecretaris. Voor kinderen van VROM-medewerkers werd een workshop Kwaliteitscirkel zwerfafval Via kwaliteitscirkels wordt ingespeeld op de behoefte van gemeenten om met elkaar van gedachten te wisselen over de aanpak van zwerfafval. In 2002 is de eerste kwaliteitscirkel gestart. Deze eerste kwaliteitscirkel is gericht op de grotere gemeenten. De thema s die worden behandeld zijn: communicatie, de rol van de burger (verantwoordelijkheid), handhaving, inventarisatie ambitieniveau, acties die gemeenten kunnen ondernemen om doelstellingen te bereiken en strategie aanpak zwerfafval. De groep deelnemers bestaat uit 12 gemeenten met gemiddeld twee afgevaardigden per gemeente. De deelnemers zijn erg enthousiast en hebben onderling allerlei contacten opgebouwd. De uitkomsten van de kwaliteitscirkel zullen worden verwerkt in een handreiking. De bedoeling is om In 2003 kwaliteitscirkels te starten voor andere doelgroepen. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 61

63 zwerfafval georganiseerd; de verzamelde meningen van de kinderen zijn aangeboden aan de Staatssecretaris. In december is een brief verzonden naar de bewindspersonen van alle andere direct of indirect bij het zwerfaval betrokken ministeries met het verzoek om deel te nemen aan een interdepartementaal overleg over zwerfafval (zie bijlage 4). Tot slot is een plan van aanpak van zwerfafval opgesteld waarin systematisch is aangegeven welke acties door het Ministerie van VROM krachtens de afspraken in het deelconvenant zwerfafval de komende tijd worden ondernomen, mede om op deze wijze het deelconvenant nader te concretiseren (zie bijlage 5). Behalve de activiteiten die door VROM zelf worden uitgevoerd, worden door het Afval Overleg Orgaan in het kader van het Stimuleringsprogramma Afvalscheiding en Afvalpreventie bij huishoudens, activiteiten ontwikkeld. Zo heeft het AOO, een ideeënboek voor het verminderen van zwerfafval en een informatiebrochure voor raadsleden en wethouders over afvalscheiding en zwerfafval gemaakt en verspreid onder gemeenten. Ook heeft het AOO op instigatie van VROM een kwaliteitscirkel zwerfafval opgezet. 9. Communicatie Begin 2002 hebben de gezamenlijke overheden in het Afval Overleg Orgaan een landelijk communicatieplatform opgezet. Het platform dient voor afstemming over landelijke communicatiecampagnes en het informeren van gemeenten over succesvolle communicatieactiviteiten op het gebied van afvalscheiding, preventie en de aanpak van zwerfafval. In het platform hebben zitting het Ministerie van VROM, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de NVRD (vereniging voor afval-en reinigingsmanagement), provincies, het bedrijfsleven (waaronder diverse organisaties van materiaalkringlopen) en de Stichting Natuur en Milieu. Het platform komt minimaal twee keer per jaar bijeen. Eind 2002 is gestart met het inventariseren van gemeentelijke communicatiecampagnes op het gebied van afvalscheiding en zwerfafval die kunnen dienen als voorbeelden voor andere gemeenten. III Regelgeving en handhaving 10. Regelgeving Ontwerpbesluit beheer verpakkingen en papier en karton Het in december 2001 gepubliceerde ontwerpbesluit beheer verpakkingen en papier en karton is in het voorjaar 2002 in Brussel genotificeerd; de drie maanden termijn voor reacties eindigde op 25 juli Van de Europese Commissie is een uitgebreid gemotiveerde mening ontvangen en daarnaast zijn ruim 90 reacties ontvangen naar aanleiding van de publicatie van het ontwerpbesluit in de Staatscourant. Verder zijn er in het verslagjaar de nodige voorbereidingen getroffen voor de aanpassing van dit ontwerp alvorens het voor advies aan de Raad van State zal worden aangeboden. In zijn brief aan de Tweede Kamer van 24 september 2002 gaat de Staatssecretaris van VROM in op de bezwaren van de Europese Commissie en geeft 62 JAARVERSLAG 2002

64 hij aan wat zijn voorgenomen reactie is. De Commissie heeft bezwaar tegen de meermaligheidsplicht voor bepaalde drankverpakkingen omdat dit discriminerend zou zijn. Aan de Commissie is aangegeven dat bewezen is dat producthergebruik van bedoelde verpakkingen tot een substantiële reductie van verpakkingsafval leidt en in zijn algemeenheid ook tot minder milieudruk. Verder is aangegeven dat ontheffing van de bepalingen kan worden gegeven en dat een leidraad wordt opgesteld waarin de criteria op grond waarvan ontheffing kan worden verleend voor de meermaligheidsverplichtingen nader zijn uitgewerkt. In een brief aan de Tweede Kamer van 22 november (zie bijlage 8) geeft de Staatssecretaris aan dat hij het ontwerpbesluit naar aanleiding van diverse reacties, onder meer naar voren gebracht door de vaste Commissie van VROM van de Tweede Kamer in een Algemeen Overleg, op een aantal punten zal aanpassen: De drie onderdelen van de AMVB (statiegeld, meermaligheid en producentenverantwoordelijkheid) worden losgekoppeld waardoor het niet langer noodzakelijk is alle onderdelen gelijktijdig in werking te laten treden. Met andere woorden statiegeld kan wettelijk worden geregeld zonder ook het onderdeel producentenverantwoordelijkheid of meermaligheid in werking te laten treden. Voordat welk onderdeel dan ook in werking treedt zal ik zowel met de Tweede Kamer als met het bedrijfsleven overleggen. Het onderdeel statiegeld zal in werking treden als niet aan de tussendoelstelling voor zwerfafval wordt voldaan, maar de termijn waarop deze tussendoelstelling moet worden bereikt wordt met een jaar verlengd. Als besloten wordt tot invoering van statiegeld krijgt het bedrijfsleven daarna vervolgens nog een jaar voor invoering. De onderdelen meermaligheid en producentenverantwoordelijkheid zullen in ieder geval niet in werking treden tijdens de huidige convenantsperiode tenzij partijen zich niet langer houden aan de daarover in het convenant gemaakte afspraken. In de situatie dat tot invoering van producentenverantwoordelijkheid moet worden overgegaan zal ik, samen met het bedrijfsleven een studie laten verrichten om de geschatte kosten zo goed mogelijk onderbouwd en wetenschappelijk verantwoord op basis van de dan bestaande kennis en inzichten, ook in andere landen, in beeld te laten brengen Wijzigingen van de regeling verpakking en verpakkingsafval Op 19 februari 2001 kondigde de Europese Commissie een beschikking af tot vaststelling van de voorwaarden voor de afwijking ten aanzien van de bij richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde concentraties van zware metalen in glazen verpakkingen. Naar aanleiding daarvan is de Regeling verpakking en verpakkingsafval van 1 augustus 1997 op 23 maart 2002 gewijzigd. Onder bepaalde in deze wijziging omschreven voorwaarden is het hergebruik van glas waarin zich zware metalen bevinden met terugwerkende kracht vanaf 22 maart 2001 tot 1 juli 2006 toegestaan. In dezelfde wijziging zijn twee in een beschikking van de Europese Commissie van 28 juni 2001 genoemde vastgestelde normen voor zogenaamde essentiële eisen met betrekking tot preventie en met betrekking tot compostering en biodegradatie met terugwerkende kracht tot 22 maart 2001 van kracht geworden (zie bijlage 6.1). VERSLAGEN VAN PARTIJEN 63

65 Een tweede wijziging van genoemde Regeling is van 2 mei De regeling is toen aangepast aan de gewijzigde bepalingen en terminologie in de Wet milieubeheer. Beide wijzigingen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd (zie bijlage 6.2) Wijziging Europese richtlijn verpakking en verpakkingsafval In oktober 2002 is door de Europese Ministers van Milieu in de in Luxemburg gehouden milieuraad, na afweging van verschillende amendementen van het Europese Parlement een voorstel tot wijziging van de Europese richtlijn verpakking en verpakkingsafval vastgesteld. De belangrijkste wijziging betreft de verhoging van de doelstelling voor hergebruik naar 55 % te behalen uiterlijk 31 december 2008 met een maximum van 80 %. Nederland heeft hier tegen gestemd omdat het te behalen percentage en de termijn te weinig ambitieus is, terwijl een maximum doelstelling indruist tegen een vrije verhandeling binnen Europa van voor hergebruik bestemd verpakkingsafval AVV papier In augustus 2002 heeft de Staatssecretaris de Overeenkomst inzake de Afvalbeheersbijdrage voor Papier en Karton 2002 algemeen verbindend verklaard (AVV). De AVV vloeit voort uit de afspraken in het papiervezelconvenant. De AVV zorgt voor een financiële basis die het mogelijk maakt om al het gescheiden aangeboden oud papier en karton af te nemen, zonder dat dit per saldo leidt tot kosten voor de aangesloten gemeenten. 11. Handhaving In 2002 zijn er bij 148 bedrijven controles uitgevoerd op naleving van de mededelingsplicht in verband met de diverse productbesluiten. Bij nagenoeg alle bedrijven is gecontroleerd of de Regeling Verpakking en Verpakkingsafval van toepassing was en zo ja, of het betreffende bedrijf zich had aangesloten bij het Convenant. Ten aanzien van verpakkingen heeft dit geleid tot enige tientallen handhavingsbrieven waarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom en van het opmaken van proces verbaal werd kenbaar gemaakt. In de meeste gevallen sloten de betreffende bedrijven zich vervolgens aan. Echter, bij drie bedrijven bleek dat nadat een termijn van zes weken na constatering van de overtreding was verstreken, deze bedrijven Een belangrijk resultaat van de handhavingsacties is de aansluiting in het verslagjaar van een groot bankbedrijf. Met dit bedrijf dat mag worden aangemerkt als grote verpakker werd al gedurende langere tijd gesproken over aansluiting bij het Convenant. Omdat dit grote bedrijf niet was aangesloten wilde ook een aantal kleinere banken zich niet aansluiten bij het Convenant. Door duidelijke handhaving van de VROM Inspectie heeft ook dit grote bankbedrijf er in 2002 voor gekozen zich aan te sluiten bij het Convenant, waardoor uiteindelijk de kleinere banken ook overstag zijn gegaan. Op dit moment is men zelfs bezig met de oprichting van een heus bankencluster. 64 JAARVERSLAG 2002

66 zich nog steeds niet hadden aangesloten bij het Convenant. De VROM Inspectie heeft vervolgens proces verbaal opgemaakt en tegelijkertijd een dwangsom opgelegd aan deze drie bedrijven. De hoogte van de dwangsom is 2.000,= per twee weken dat de overtreding nog voortduurt met een maximum van ,=. De hoogte van de boete die de rechter op gaat leggen naar aanleiding van de opgemaakte processen verbaal is op dit moment nog niet bekend. De samenwerking tussen VROM Inspectie en SVM-PACT is in 2002 in goede harmonie verlopen. In 2002 is de VROM Inspectie door SVM- PACT op de hoogte gebracht van de namen en adressen van door hen geroyeerde bedrijven. Hierdoor konden de controleurs gerichte handhavingsacties ondernemen tegen deze potentiële free riders. In veel gevallen leidde de controles tot een hernieuwde aansluiting bij het Convenant. De samenwerking tussen VROM Inspectie en SVM- PACT verliep dusdanig dat de twee organisaties in 2002 een gezamenlijke presentatie hebben gegeven voor één van de aangesloten clusters. Deze presentatie betrof uitleg over de Regeling, het Convenant en de handhaving ervan. ACTUELE ONTWIKKELINGEN IN DE EERSTE HELFT VAN 2003 I Algemene beleidsontwikkeling Het eerste half jaar van 2003 heeft in het teken gestaan van het verder uitwerken van een aantal punten m.b.t. de monitoring en het ontwikkelen van een nadere vraagstelling voor een studie naar het uitdrukken van de milieubelasting in CO-2 en afval en de integratie van de doelstellingen voor verpakkingen in het productbeleid. Daarnaast hebben partijen een aantal nieuwe leden en een nieuwe voorzitter benoemd voor de Commissie Verpakkingen. Verder werd aan de Europese Commissie een reactie gezonden m.b.t. de in 2002 ontvangen Uitgebreid Gemotiveerde Mening n.a.v. het Convenant Verpakkingen III. Tot slot werd naast aandacht voor reguliere beleidszaken met name het zwerfafvalbeleid nader vorm gegeven en werden, mede n.a.v. kritiek op het beleid m.b.t. meermaligheid, de nodige aanzetten gegeven om te komen tot een leidraad voor ontheffingen van de meermaligheidsplicht. 12. Monitoring Naar aanleiding van opmerkingen van de Commissie Verpakkingen in het laatste jaarverslag en enige vragen bij de beoordeling van het monitoringsysteem in het Convenant Verpakkingen III hebben partijen gedurende de laatste maanden van het verslagjaar doorlopend in de eerste helft van 2003 verschillende malen overlegd over verdere optimalisering van het monitoringsysteem. Het gaat om een betere monitoring van verpakkingen van papier en karton en om een mogelijke inschatting van de nauwkeurigheid van de cijfers. De Commissie is daarover per separate brief geïnformeerd. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 65

67 13. Verpakkingsdoelstellingen in de toekomst In het Convenant is bepaald dat partijen een onderzoeksprogramma zullen opstellen met als doel uiterlijk op 1 januari 2004 de milieugevolgen voor verpakkingen kwantitatief te kunnen uitdrukken in CO-2 en finaal te storten afval. Dit dient om uiteindelijk uiterlijk 1 januari 2006 een doelstelling voor het beheer van verpakkingen te kunnen integreren in het productenbeleid. Partijen hebben verschillende keren met elkaar overlegd om tot een nadere operationalisering van deze bepalingen te kunnen komen. Daarbij doet zich met name de vraag voor hoe dit verder moet worden gekwantificeerd en hoe, behalve een werkbare situatie voor individuele bedrijven, ook een op macro-niveau voldoende inzicht kan worden bereikt om er zeker van te zijn dat niet alleen de meest efficiënte situatie op bedrijfsniveau wordt bereikt, maar ook dat qua milieuniveau op macro niveau over de gehele keten met alle productverpakkingscombinaties die in Nederland op de markt komen tenminste dezelfde milieuwinst wordt bereikt als vastgelegd in het verpakkingenconvenant en in het reguliere milieubeleid t.a.v. producten. 14. Reactie aan de Europese Commissie n.a.v. de uitgebreid gemotiveerde mening bij het Convenant Verpakkingen III In de reactie wordt aangegeven dat de keuze voor een eenmalige of meermalige drankenverpakking moet zijn gebaseerd op een milieuafweging en niet op een dogma. Dit betekent dat, alhoewel meermaligheid uitgangspunt is omdat bewezen is dat dat in vele gevallen beter is voor het milieu, eenmaligheid mogelijk moet zijn als duidelijk is dat dit milieuhygiënisch gezien niet slechter scoort dan meermaligheid. Een tweede uitgangspunt is het creëren van een zo veel mogelijk gelijk speelveld voor buitenlandse en binnenlandse bedrijven. Daarmee wordt beoogd recht te doen aan het streven de toegang tot de markt zo vrij mogelijk te laten zijn, zodat situaties waar milieu-overwegingen prevaleren niet tot ernstige inbreuken op het vrije handelsverkeer binnen de EU leiden. Deze uitgangspunten betekenen dat noch sprake kan zijn van een afschaffing van meermaligheid, noch van een aparte behandeling van buitenlandse of binnenlandse producenten. Van geval tot geval moet een afweging mogelijk zijn. II Enige specifieke onderwerpen 15. Leidraad voor ontheffingen van de meermaligheidsplicht Aan de Tweede Kamer is naar aanleiding van de bezwaren van de Europese Commissie aangegeven dat een beleidsregel zal worden opgesteld voor ontheffingen van de meermaligheidsplicht. Daarin zullen in overleg met het bedrijfsleven de criteria worden uitgewerkt op grond waarvan vrijstelling van de meermaligheidsplicht van verpakkingen van bier, fris en water kan worden gegeven. Naar verwachting zullen afstand, materiaalkeuze en het aantal omlopen van meermalige verpakkingen een belangrijke rol spelen bij de criteria. Het gaat bij de leidraad om een nauwkeurig omschrijven van ontheffingscriteria en de toepassing daarvan om zo een eenvoudige en transparant systeem te bereiken waardoor een 66 JAARVERSLAG 2002

68 uitgebreide milieuanalyse niet meer nodig is. Naar verwachting kan de leidraad in 2003 worden vastgesteld 16. Zwerfafval In januari 2003 heeft VROM samen met de VNG een brief verzonden naar alle gemeenten waarbij het deelconvenant zwerfafval werd aangeboden en gemeenten worden opgeroepen zich in te spannen om zorg te dragen voor een reductie van de hoeveelheid zwerfafval (bijlage 7). In de maanden daarna zijn twee projecten opgestart in het kader van het VROMbrede programma Burger en Milieubeleid dat beoogt burgers meer te betrekken bij het milieubeleid. Het eerste project is een jongerenproject gericht op samenwerking tussen scholieren en gemeenteambtenaren. Het project resulteert in een VROMschoolkrant die naar alle gemeenten en scholen zal worden verzonden en zal worden aangeboden op een slotmanifestatie. Het tweede project is een burgerforum zwerfafval. Burgerforum zwerfafval Het burgerforum zwerfafval zal bestaan uit 6 bijeenkomsten in 2003 en heeft als doel het betrekken van burgers bij (de ontwikkeling van) het zwerfafvalbeleid. Het is een wisselend platform van burgers die bijeen komen om te praten over het zwerfafvalprobleem. Er wordt zorg gedragen voor een landelijke spreiding en een spreiding naar stedelijkheidsklasse. Het burgerforum zal bestaan uit een heterogene groep mensen waarvan de leden een gemeenschappelijke bezigheid hebben. Zo zullen bijvoorbeeld een tafeltennisclub en een scouting groep over het probleem discussiëren. De resultaten van alle bijeenkomsten worden samengevat in een ideeënbrochure die zal worden aangeboden aan de Staatssecretaris en worden gebruikt voor de nadere vormgeving van het beleid. Om naast burgers ook maatschappelijke organisaties te betrekken bij de uitvoering van het zwerfafvalbeleid zal een ideeënplatform zwerfafval worden opgezet. In dit ideeënplatform zullen diverse organisaties als natuurmonumenten, jeugdorganisaties, huisvrouwen etc. overleggen over de ontwikkelingen op het gebied van zwerfafval. Het doel is enerzijds betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en anderzijds het creëren van input voor toekomstig zwerfafvalbeleid. De eerste bijeenkomst heeft in mei 2003 plaatsgevonden. In april heeft de Staatssecretaris deelgenomen aan een door Nederland Schoon georganiseerde schoonmaakactie. De actie was de aftrap van het kantooradoptieprogramma dat als doel heeft bedrijven en overheidsinstanties te committeren hun eigen kantooromgeving schoon te houden. Verder heeft VROM, in het kader van de subsidieregeling Maatschappelijke Organisaties en Milieu, opnieuw een subsidie toegekend aan Nederland Schoon. In het kader van het project Handhaven op Niveau van het Ministerie van Justitie, wordt op verzoek van VROM een project opgezet met als doel het vinden van VERSLAGEN VAN PARTIJEN 67

69 alternatieve vormen voor handhaving van overtredingen op het gebod om zwerfafval te voorkomen en het verbeteren van organisatie en informatieuitwisseling tussen alle bij handhaving betrokken partijen. In een interdepartementale bijeenkomst over zwerfafval hebben betrokken Ministeries afspraken gemaakt over de wijze waarop zij elkaar kunnen aanvullen bij de bestrijding van zwerfafval. De bijeenkomst zal na de zomer een vervolg krijgen. Door onafhankelijke bureaus heeft VROM samen met SVM-PACT onderzoeken laten uitvoeren naar de hoeveelheid en samenstelling van het zwerfafval. Eén van de onderzoeken was specifiek gericht op de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval, het andere onderzoek op de hoeveelheid overig zwerfafval. De resultaten van dit onderzoek zijn bij brief van 26 maart 2003 aan u aangeboden. Alhoewel de resultaten op het eerste gezicht duidelijk lijken (het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval neemt toe en het aandeel klein zwerfafval is groot) kunnen pas conclusies worden getrokken nadat de betreffende onderzoeken over een aantal jaren zijn herhaald. Tot slot is in 2003 uitgebreide informatie over zwerfafval opgenomen op de VROMsite. 17. Studie verpakkingsgebruik Nederlandse huishoudens Eerder is aangegeven dat de afspraken m.b.t. het materiaalhergebruik van verpakkingen van papier en karton mogelijk zouden worden aangepast op grond van de resultaten van een in 2001 aan de Commissie aangeboden studie van Food Technology Consulting naar het verpakkingsgebruik in Nederlandse huishoudens. De studie blijkt evenwel moeilijk verifieerbaar en partijen hebben dan ook besloten verder af te zien van een peerreview; de studie zal dan ook voor dit onderwerp geen basis meer vormen voor beleidsbepaling. 18. Handhaving Voor 2003 is de verwachting dat de samenwerking met SVM PACT verder uitgebreid gaat worden om hiermee de handhaving nog effectiever te maken. Zo is besloten dat de VROM Inspectiemedewerkers bij de bedrijfsbezoeken standaard de beschikking krijgen over aanmeldingsformulieren voor aansluiting bij het Convenant. Bij een bedrijfscontrole kan een Inspectiemedewerker direct een aanmeldingsformulier achterlaten, of, beter nog, direct in laten vullen is ook het jaar dat de VROM Inspectie een controleproject zware metalen in verpakkingen zal uitvoeren. Met de kennis van de resultaten van een eerder uitgevoerd onderzoek door de VROM Inspectie en het RIVM zal de VROM Inspectie nu gericht handhavend gaan optreden tegen bedrijven die verpakkingen op de markt brengen met te hoge concentraties aan zware metalen. Ook bij dit project zal weer worden samengewerkt met het RIVM. Bij diverse bedrijven zullen monsters genomen gaan worden van door hen op de markt gebrachte verpakkingen. Deze monsters zullen worden geanalyseerd en de meetresultaten zullen worden getoetst aan de grenswaarden uit de Regeling. 19. Communicatie In 2003 zal de inventarisatie van gemeentelijke communicatiecampagnes (zie onder 9.) worden afgerond. De actuele informatie wordt aan gemeenten aangeboden op 68 JAARVERSLAG 2002

70 de site Daarnaast zal worden nagegaan of gemeenten behoefte hebben aan standaard voorlichtingsmaterialen voor zwerfafval. Indien nodig worden deze ontwikkeld. 20. Afvalscheiding en preventie Ook voor 2003 is er weer een STAP jaarprogramma vastgesteld, waarin 19 projecten voor uitvoering zijn geprogrammeerd. Begin 2003 is er een informatiebrochure over STAP naar alle gemeenten toegestuurd (bijlage 8), met informatie over de belangrijkste STAP projecten in 2003: Kwaliteitscirkel inzameling oud papier en karton. Gemeenten beantwoorden de vraag hoe het inzamelresultaat van OPK verhoogd kan worden. Kwaliteitscirkel inzameling grof huishoudelijk afval. Onderzoek GFT inzameling. Het AOO onderzoekt de kosten en milieueffecten van GFT inzameling, de alternatieven en de afzet van producten. Stappenplan aanpak zwerfafval. Optimalisatie inzamelstructuur KCA. Benchmarking op basis van de gemeentelijke afvalmonitor. Inzicht in kosten met financiële rekenmodellen. Actualisatie van de richtlijn sorteeranalyse. Monitoringsrapportage afvalscheiding. Het AOO is in het eerste kwartaal 2003 begonnen met de uitvoering van deze projecten. De actualisatie van de richtlijn voor het uitvoeren van sorteeranalyses is al afgerond. In 2003 is ook de SAM-regeling weer van kracht (zie bijlage 9 voor de brochure). In het eerste kwartaal van 2003 heeft de NOVEM 12 aanvragen voor basis- en plusprojecten van gemeenten ontvangen. Eén plusproject is al gehonoreerd: het project van de gezamenlijke Zeeuwse gemeenten voor de optimalisatie van hun afvalscheiding. 21. Het Landelijk afvalbeheerplan Staatssecretaris van Geel heeft het LAP op 27 januari 2003 vastgesteld en deze vaststelling in de Staatscourant gepubliceerd (nr. 23, maandag 3 februari 2003). Het LAP is op 3 maart 2003 in werking getreden. Een belangrijk en veel besproken onderdeel van het LAP is het onderscheid tussen verbranden als vorm van nuttige toepassing en verbranden als vorm van verwijdering. Nederland heeft dit onderscheid in het LAP uitgewerkt omdat een internationaal voorgeschreven of geaccepteerd onderscheid ontbreekt. Medio februari 2003heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak gedaan in twee zaken die met het genoemde onderscheid te maken hebben. Op grond daarvan zal het LAP worden gewijzigd. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 69

71 III Regelgeving 22. Ontwerpbesluit beheer verpakkingen en papier en karton In de verslaglegging hier boven (zie 10.1) is aangegeven op welke wijze in hoofdlijnen het eerder gepubliceerde ontwerpbesluit is aangepast alvorens het in mei 2003 voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Verwacht wordt dat na advisering door de Raad het definitieve besluit nog dit jaar kan worden gepubliceerd. 23. Wijziging van de Europese Richtlijn Verpakking en Verpakkingsafval Het voorstel tot wijziging van de Europese richtlijn verpakking en verpakkingsafval dat vorig jaar werd vastgesteld, is in het voorjaar 2003 onderwerp van discussie in het Europees Parlement in de zogenaamde tweede lezing. Daarin werden amendementen ingediend op het voorliggend voorstel van Raad en Commissie. Naar verwachting zal behandeling van de amendementen nog voor de zomer kunnen worden afgerond. Daarna is opnieuw de beurt aan de Raad. Zo nodig volgt dan een zogenaamde conciliatieprocedure waarin vertegenwoordigers van Raad, Commissie en Parlement zo mogelijk tot een gezamenlijk standpunt komen. Naar verwachting zal de procedure tot definitieve vaststelling van de wijziging van de richtlijn in 2003 kunnen worden afgerond. Daarna zal zo nodig wijziging van de regeling verpakking en verpakkingsafval en het ontwerpbesluit verpakkingen en papier en karton plaatsvinden. 70 JAARVERSLAG 2002

72 II.2 Samenvatting van het verslag van SVM PACT 1. Monitoringresultaten 2002 Preventie doelstelling Door preventie is er 97 kiloton minder verpakkingen op de Nederlandse markt gebracht dan op grond van de afspraken in het Convenant is toegestaan. Totale hergebruikpercentage In 2002 werd kiloton van de kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen als materiaal herverwerkt. Het percentage materiaalhergebruik komt daarmee op 64%. SVM PACT stelt vast dat er extra inspanningen moeten worden gepleegd om het gewenste resultaat van 70% te bereiken. Totaalpercentage nuttige toepassing De totale hoeveelheid verpakkingen die nuttig is toegepast is kiloton. Dit betreft kiloton hergebruikt materiaal plus 96 kiloton nuttige toepassing van kunststof verpakkingen en 1,4 kiloton drankenkartons. Het totale percentage nuttige toepassing komt hiermee op 67%. De inspanningen om de nuttige toepassing van drankenkartons op het gewenste niveau te brengen zullen de komende jaren verder moeten worden opgevoerd. Doelstelling 850 kiloton verbrand en gestort verpakkingsafval De totale hoeveelheid verbrand en gestort verpakkingsafval in 2002 bedraagt 851 kiloton. Deze 851 kiloton is bereikt door een combinatie van preventie en nuttige toepassing van verpakkingsmateriaal. Door preventie is er 97 kiloton minder verpakkingen op de markt gebracht. Van de resterende hoeveelheid nieuwe verpakkingen op de Nederlandse markt is vervolgens 67% nuttig toegepast. Hiermee lijkt de centrale doelstelling van maximaal 850 kiloton te verbranden of te storten verpakkingsafval in 2005 binnen bereik te liggen. Hergebruikpercentage verpakkingen van papier en karton In 2002 werd 72% van de kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen van papier en karton hergebruikt. De stijging ten opzichte van 2001 wordt veroorzaakt door een verandering in de meetsystematiek. Uit onderzoek bleek dat het CBS geen volledig inzicht heeft op de hoeveelheid gescheiden ingezameld papier en karton inclusief verpakkingen. Daarom is besloten om voortaan cijfers te gebruiken van de FNOI (oud-papier handelaren). Daarnaast fluctueerde het aandeel verpakkingen in het gescheiden ingezameld papier en karton uit huishoudens in de afgelopen jaren dermate dat dit grote gevolgen had voor de totale meting. Door het Ministerie van VROM, SVM.PACT en de Stichting Papier Recycling Nederland (PRN) is overeengekomen, dat het percentage verpakkingen in de papier- en kartonstroom wordt vastgesteld op 23%. Verder hebben het Ministerie van VROM, SVM.PACT en PRN afgesproken te onderzoeken of het percentage verpakkingen in gescheiden ingezameld oud papier hoger moet zijn. Mocht dit blijken dan bestaat de mogelijkheid de eerder genoemde 23% te verhogen tot 25%. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 71

73 Drankenkartons Er is in 2002 ruim 1 kiloton drankenkartons ingezameld en hergebruikt. Nascheiding bij afvalverwerkinginstallaties gevolgd door nuttige toepassing heeft niet plaats kunnen vinden. Dit kwam omdat de beschikbare capaciteit in de afvalverwerkinginstallaties is ingezet ten behoeve van diverse crises in de landbouwsector (o.a. MKZ-crisis). Hergebruikpercentage glazen verpakkingen In 2002 werd 78% van de 519 kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen hergebruikt. De gescheiden inzameling van glazen verpakkingen is daarmee op hetzelfde niveau als vorig jaar gebleven. In 2002 werd 6 kiloton meer glas verwerkt ten opzichte van Hergebruikpercentage metalen verpakkingen In 2002 werd 77% van de 216 kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen hergebruikt. Het materiaalhergebruik van metalen verpakkingen blijft hiermee stabiel. Een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de doelstelling is de handhaving van het stortverbod. Hergebruikpercentage kunststof verpakkingen In 2002 werd 494 kiloton nieuwe verpakkingen op de markt gebracht waarvan 18% als materiaal werd hergebruikt. Dit is een daling van 10 kiloton herverwerkt materiaal. Ten opzichte van het gecorrigeerde resultaat voor 2001 van 21% is het materiaalhergebruik met 3% gedaald. Het betreft onder andere een correctie van een recyclingbedrijf dat meldde voor 2001 te hoge cijfers te hebben gerapporteerd. Een verbetering van de meetmethode bij niet-vkr leden heeft eveneens geleid tot bijstelling van de cijfers. Nuttige toepassing kunststof verpakkingen In 2002 werd 19% van de kunststof verpakkingen nuttig toegepast volgens de subcoal methode. De doelstelling van 10% (+5%) is daarmee ruimschoots gehaald. In 2002 komt de totale hoeveelheid nuttige toepassing op 37%, 3% minder dan in het jaar Hergebruikpercentage houten verpakkingen Voor hout werd 390 kiloton nieuw op de markt gebracht. Van deze houten verpakkingen werd 30 % als materiaal herverwerkt. De Stichting Kringloop Hout werkt aan een nieuwe meetsystematiek. Deze methode kan pas na succesvolle validatie in gebruik kan worden genomen. Onder de nieuwe meetmethode wordt 55% gerapporteerd. Correcties over 2001 De gecorrigeerde cijfers van 2001 laten een zeer lichte stijging van 5 kiloton zien bij de nieuw op de markt meting. Bij de materiaalherverwerking is sprake van een daling bij kunststof verpakkingen van 120 naar 101 kiloton. Tevens neemt de nuttige toepassing van kunststof verpakkingen met 20 kiloton toe van 72 kiloton naar JAARVERSLAG 2002

74 kiloton. De andere materialen laten geen noemenswaardige veranderingen zien. Alle correcties resulteren in 931 kiloton gestort en verbrand verpakkingsafval. Verificaties In 2002 en 2003 zijn de verificaties uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers. De verificaties betroffen de nieuw op de markt meting bij 27 clusters. Daarnaast zijn twee materiaalorganisaties en het Monitoringinstituut geverifieerd. In 2003 werd een protocol ontwikkeld om bedrijfsverificaties uit te kunnen voeren. Protocol Producthergebruik Het protocol producthergebruik is in Convenant III vrijwel geheel herzien. Het protocol richt zich op de handhaving van de systematiek van de hervulbare verpakkingen. Om tot een uitvoerbare regeling te komen is in overleg met het Ministerie van VROM gekozen voor het jaarlijks monitoren van nieuw op de markt gebrachte eenmalige verpakkingscombinaties. Dit vervangt het gebruik van een lijst met bestaande eenmalige verpakkingen. 2. Verlenging Convenant Verpakkingen II en start Convenant Verpakkingen III Het jaar 2002 was mede door de verlenging van het tweede Convenant Verpakkingen bijzonder. Uiteindelijk kon op 4 december 2002 het derde convenant ondertekend worden. Zwerfafval De discussie over statiegeld en de onderhandelingen over de aanpak van het zwerfafval vroegen veel tijd en geduld van beide partijen. Door de wil er met elkaar uit te komen, kon toch overeenstemming worden bereikt over de aanpak van het zwerfafval. Integratie verpakkingenbeleid in productenbeleid Een nieuw onderdeel in het derde Convenant Verpakkingen is de afspraak met het Ministerie van VROM te zoeken naar mogelijkheden voor het integraal beheer van verpakkingen in het kader van het te ontwikkelen productenbeleid. De afspraken neergelegd in artikel 14 geven uitdrukking aan de behoefte van het bedrijfsleven op eco-efficiënte wijze milieuverbeteringen aan te brengen in de product-verpakkingscombinatie. Partijen hebben hiervoor als eerste stap in het proces opdracht gegeven voor een onderzoek de milieudruk van verpakkingen uit te drukken in CO2 en finaal te storten afval. Ontwikkelingen binnen de Europese Unie De revisie van de Europese Richtlijn voor verpakking en verpakkingsafval is nagenoeg afgerond. De Richtlijn heeft geen directe gevolgen voor het Convenant. Een steun in de rug voor het Convenant Verpakkingen is de uitspraak van het Europese Parlement dat ook via vrijwillige overeenkomsten uitvoering mag worden gegeven aan de verplichtingen van de Richtlijn. SVM.PACT stelt vast dat de doelstellingen van VERSLAGEN VAN PARTIJEN 73

75 de Richtlijn, het verbeteren van de milieuprestaties van verpakkingen en het waarborgen van de interne markt in toenemende mate conflicteren. 3. Inspanningen van het bedrijfsleven Het jaar 2002 werd ten dele gekenmerkt door onzekerheid over het voortbestaan van het convenantmodel. SVM.PACT heeft in deze periode intensief contact onderhouden met de aangesloten deelnemers. Direct na de ondertekening is een voorlichtingscampagne gestart om bedrijven en clusters te informeren over de wijze van aansluiting en verplichtingen in het nieuwe convenant. Aansluiting Deelnemers en clusters zijn via een brochure en website geïnformeerd over de inhoud van het nieuwe convenant. Voor een goede uitvoering van het convenant is een nieuw Uitvoeringsreglement opgesteld waarin alle werkafspraken en wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen. Deelnemers en clusters zijn via een door de directie ondertekende verklaring opnieuw aangesloten. Samenwerking met de VROM inspectie De contacten met de VROM inspectie zijn geïntensiveerd. In totaal zijn 58 bedrijven aangemeld bij de VROM inspectie. Ondanks de grote mate van inzet en betrokkenheid van de inspectie maakt SVM.PACT zich zorgen over de beschikbare capaciteit voor de handhaving. Ondersteuning van de clusters In het eerste kwartaal van 2003 is een Actieplan 850 kiloton vastgesteld dat bedrijven en clusters op gerichte wijze ondersteunt bij het behalen van de aangescherpte doelstellingen in het Convenant Verpakkingen. Voor bedrijven blijft de focus gericht op preventie en verbetering van de gescheiden inzameling. In het tweede kwartaal is een start gemaakt met het project Slimmer Verpakken dat gericht is op de verbetering van de onderlinge kennisuitwisseling door middel van best practices, preventieprojecten en ketentrajecten. Communicatie In lijn met de aanbevelingen van het verslag van de Commissie Verpakkingen zijn de voorlichting en communicatieactiviteiten naar de consument sterk opgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de opgedane informatie uit het NIPO onderzoek over de perceptie bij de consument over verpakkingen en milieu. SVM.PACT wil met voorlichting de kennis van de consument over verpakking vergroten en de gescheiden inzameling uit huishoudens verbeteren. 74 JAARVERSLAG 2002

76 4. Voortgang uitvoering Deelconvenant Producenten/ Importeurs Ondanks de onzekerheid over het voortbestaan van het Convenant Verpakkingen laten de resultaten uit de rapportage-enquête een stabiel beeld zien. De uitkomsten maken duidelijk dat het verpakkingenbeleid een vast onderdeel is van de bedrijfsvoering. De toenemende bekendheid met de verpakkingsvoorschriften en intensieve relatie met buitenlandse leveranciers lijkt zijn vruchten af te werpen. Over de hele linie is er een toename van het gebruik van recyclaat en een vermindering van de hoeveelheid verpakking per eenheid product. Het verder uitdiepen van de relatie met buitenlandse leveranciers biedt ook de komende jaren nog interessante besparingsmogelijkheden. De gescheiden inzameling van verpakkingsmateriaal bij bedrijven neemt verder toe. Projectbeschrijvingen Het aantal ingediende projectbeschrijvingen is vorig jaar gestegen van naar In een deel van de projecten kan niet direct een meetbaar effect worden aangegeven of is er sprake van een lange termijn effect. Opvallend is het grote aantal projecten op het gebied van logistieke optimalisatie waarbij op om- en transportverpakkingen is bespaard. Veel bedrijven geven aan de afvalstromen binnen het bedrijf in kaart te hebben gebracht en op basis hiervan verbeteringen te hebben doorgevoerd. 5. Voortgang Deelconvenanten Materiaalhergebruik Alle materiaalorganisaties zijn intensiever samen gaan werken in hun communicatie richting gemeenten en burgers. De gezamenlijk ontwikkelde cd-rom voor gemeenten met voorlichtingsmateriaal over de kringloop en verbetering van de inzameling is hier een concreet voorbeeld van. SVM.PACT verwacht deze samenwerking ook op andere terreinen voort te zetten. SVM.PACT is voornemens om samen met gemeenten nader onderzoek te doen naar knelpunten die belemmerend werken voor het verhogen van de recyclingpercentages. Papiervezelconvenant De inzameling van alle verpakkingen van papier en karton in Nederland is geregeld in het Papiervezelconvenant. In 2002 werd 72% van de kiloton nieuw op de markt gebrachte verpakkingen van papier en karton herverwerkt. Het is niet precies na te gaan wat de veranderingen zijn ten opzichte van 2001 omdat de meetmethode is gewijzigd. De gescheiden inzameling van verpakkingen van papier en karton afkomstig uit huishoudens komt in 2002 wel op een hoger niveau te liggen dan tot nu werd aangenomen. Desondanks zal verdere groei voornamelijk moeten komen uit een betere inzameling uit huishoudens. De gescheiden inzameling uit bedrijven bevindt zich reeds ruim boven de doelstelling van 75%. Drankenkartons Er is in 2002 ruim 1 kiloton drankenkartons ingezameld en hergebruikt. Nascheiding VERSLAGEN VAN PARTIJEN 75

77 bij afvalverwerkinginstallaties gevolgd door nuttige toepassing heeft niet plaats kunnen vinden. Dit kwam omdat de beschikbare capaciteit in de afvalverwerkinginstallaties is ingezet ten behoeve van diverse crises in de landbouwsector (o.a. MKZcrisis). Glazen verpakkingen Van alle glazen verpakkingen werd in % herverwerkt. De uitdaging voor de komende jaren is de inzameling op 90% te brengen. Om deze doelstelling te bereiken moet er ca. 60 kiloton glas extra gescheiden worden ingezameld. Het overgrote deel hiervan zal moeten komen uit de verbetering van het inzamelgedrag bij burgers. Gemeenten en bedrijfsleven zullen zich hier extra voor moeten inspannen. De activiteiten in het kader van 25 jaar glasbak zullen hier naar verwachting aan bijdragen. Indien een uit te voeren voorstudie hier aanleiding toe geeft, zal met direct betrokken organisaties een project worden gestart om de inzameling van glas uit de horeca te optimaliseren. Metalen verpakkingen In 2002 werd 77% materiaalhergebruik bereikt. Dit is praktisch gelijk aan vorig jaar. De doelstelling van 80% is gebaseerd op het systeem dat al het huishoudelijk afval in Nederland aangeboden wordt aan scheiding- en verbrandingsinstallaties. Dit is mogelijk als het stortverbod stringent gehandhaafd wordt. Kunststof verpakkingen In het derde Convenant Verpakkingen is door de Vereniging Milieubeheer Kunststofverpakkingen gebruik gemaakt van de mogelijkheid op grond van artikel 19 van het deelconvenant Materiaalhergebruik Kunststofverpakkingen meer bedrijven aan te sluiten. In 2003 is de monitoring en verificatie volledig gescheiden. In 2002 is een vervolg gegeven aan het in kaart brengen van de herverwerkingstromen. In 2002 werd 18% van de kunststof verpakkingen als materiaal herverwerkt. Dit betekent een bijstelling naar beneden ten opzichte van eerdere jaren. De doelstelling van tenminste 27% recycling komt hiermee verder weg te liggen. Bovenop deze doelstelling is 3% extra recycling als inspanningsverplichting afgesproken. In 2002 werd 19% van de kunststof verpakkingen nuttig toegepast in de vorm van subcoal. De minimale doelstelling van 10% en de extra inspanningsverplichting van 5% zijn daarmee ruim overschreden. Houten verpakkingen In 2002 is een recyclingpercentage van 30% bereikt. De SKH heeft zich naast haar reguliere activiteiten de afgelopen periode vooral ingespannen om de houten verpakkingen en afvalstromen beter in kaart te krijgen. 6. Zwerfafval Monitoring Het deelconvenant Zwerfafval is een nieuw onderdeel van het Convenant Verpakkingen III. Nederland Schoon heeft vooruitlopend op de ondertekening van 76 JAARVERSLAG 2002

78 het Convenant tal van activiteiten ontwikkeld en de nationale campagne gestart. Door de voortdurende onzekerheid over de continuïteit van het Convenant bij bedrijfsleven en gemeenten is 2002 vooral een jaar van voorbereiding geweest. De activiteiten van Nederland Schoon in 2002 hebben de Nederlander bewuster gemaakt van het zwerfafvalprobleem. Bestuurlijk overleg Tijdens het Bestuurlijk Overleg zijn knelpunten omtrent de gemeentepakketten, monitoring en financiering besproken en oplossingen aangedragen. Gemeentepakketten Op grond van artikel 11 heeft het bedrijfsleven zich verplicht om standaard pakketten voor gemeenten ter bestrijding en vermindering van zwerfafval te ontwikkelen. De totstandkoming van de gemeentepakketten heeft meer tijd gevergd dan was voorzien. Dit is voor een belangrijk deel te wijten aan het feit dat de samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven over dit onderwerp nieuw is en de visie over de aanpak (wel of geen statiegeld) aanvankelijk sterk verschilde. Pas nadat voor alle knelpunten bevredigende oplossingen waren gevonden, kon de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 12 maart 2003 instemmen met de gemeentepakketten. Zwerfafvalmetingen Partijen hebben voor dit deelconvenant twee metingen afgesproken. De eerste meting betreft een perceptieonderzoek uitgevoerd door bureau Trendbox onder circa 700 consumenten naar hun weggooigedrag. Deze enquête beoogt de reductie van de hoeveelheid blikjes en flesjes te meten ten opzichte van de vastgestelde hoeveelheid van 50 miljoen in Op grond van deze onderzoeken blijkt dat de incidentie (het aantal keer dat een Nederlander toegeeft zwerfafval van blikjes en flesjes te veroorzaken) stijgt van 3,8% in 2001 naar 7,3% in Dit betekent dat het aantal blikjes en flesjes in het zwerfafval toeneemt van ca. 50 miljoen naar ca. 95 miljoen stuks. SVM.PACT zet grote vraagtekens bij de methodiek en uitkomsten van dit onderzoek. Om de bruikbaarheid van de Trendbox-enquête en de uitkomsten daarvan goed te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dat deze en andere vragen over de enquête adequaat worden beantwoord. In 2002 is door bureau Oranjewoud in opdracht van het Ministerie van VROM en SVM.PACT op 350 locaties verspreid over Nederland een 0-meting uitgevoerd naar de overige hoeveelheid zwerfafval. Deze werkwijze geeft inzicht in de jaarlijkse ontwikkeling van het zwerfafval voor alle locaties en per afzonderlijke locatie. De keuze om dit onderzoek uit te voeren bij sterker vervuilde locaties verhindert echter ook dat de resultaten mogen worden opgeschaald naar landelijke cijfers. 7. Sociaal-economische ontwikkelingen De afspraken in het Convenant Verpakkingen staan uiteraard niet op zichzelf, maar worden voortdurend beïnvloed door nieuwe en steeds veranderende eisen in wet- VERSLAGEN VAN PARTIJEN 77

79 en regelgeving en sociaal-economische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen in meer of mindere mate conflicteren met de uitvoering van het convenant. SVM.PACT signaleert een aantal trends en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid verpakkingen en eisen die hieraan worden gesteld. De regelgeving over voedselveiligheid en consumentenbescherming heeft zeker tot gevolg dat er meer verpakkingen op de markt komen. De mogelijkheden voor product- en materiaalhergebruik worden nauwer omschreven. Deze ontwikkeling is aanvullend ten opzichte van eerder gesignaleerde ontwikkelingen zoals de groei van kleinere huishoudens en een hoger buitenshuis verbruik. Ook de wetgeving ten aanzien van de arbeidsomstandigheden (ARBO) heeft geleid tot kleinere verpakkingseenheden, dat wil zeggen een geringer maximaal toegestaan gewicht per eenheid. SVM.PACT zal de Commissie Verpakkingen hierover blijven informeren. 78 JAARVERSLAG 2002

80 II.3 Verslag van de VNG Inspanningen VNG ter uitvoering van het Convenant Verpakkingen II van 15 december 1997 en Convenant Verpakkingen III van 4 december 2002 Verslagjaar Inleiding In 2002 is uitvoering gegeven aan het laatste jaar van het tweede Convenant Verpakkingen en is op 4 december het inmiddels derde convenant ondertekend. In deze rapportage wordt weergegeven wat de inspanningen van de VNG zijn geweest in 2002 voor wat betreft de uitvoering van deze twee convenants. Tot slot wordt een doorkijk gegeven naar de activiteiten van de VNG voor Achtergrond In het jaarverslag van de Commissie Verpakkingen van 2001 staat een duidelijk appèl aan de VNG om gemeenten meer te attenderen op verbetering van de afvalscheiding en meer aandacht te hebben voor de inzameling van verpakkingen van papier/karton en glas. Daarnaast werd aanbevolen dat de VNG duidelijk laat zien welke activiteiten zij onderneemt om gescheiden inzameling van papier/karton en glas in gemeenten te bevorderen. De VNG wil, onder meer met behulp van dit verslag, graag aan deze oproep voldoen. Dat de VNG zich wel degelijk betrokken voelt bij het onderwerp gescheiden inzameling blijkt alleen al uit het feit dat er inmiddels een derde Convenant Verpakkingen tot stand is gekomen waar ook de VNG zich wederom aan geconformeerd heeft. In dit derde convenant wordt wederom gesteld gescheiden inzameling van verpakkingen te verbeteren. De VNG heeft veel tijd gestoken in de samenstelling en afstemming van het nieuwe convenant zodat haar achterban zich goed in het nieuwe convenant kan vinden. Er is voor gezorgd dat het convenant door gemeenten breed wordt gedragen. Daarnaast heeft de VNG zich de kritiek uit het voorgaande jaarverslag aangetrokken en in 2002 gescheiden inzameling gepaste aandacht gegeven. 3. Het derde Convenant Verpakkingen De VNG is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het derde Convenant Verpakkingen. Dit is uiteindelijk een langdurig en moeizaam traject gebleken. De verschillende concepten en het uiteindelijke eindconcept zijn meerder malen getoetst in de ambtelijke en bestuurlijke commissies van de VNG. Uiteindelijk heeft de VNG ervoor gekozen drie deelconvenants te ondertekenen, te weten het deelconvenant Zwerfafval, het Papiervezelconvenant en het deelconvenant Glazen Verpakkingen. Met de ondertekening van deze deelconvenants heeft de VNG zich verplicht tot het volgende. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 79

81 3.1 Deelconvenant Glazen Verpakkingen De doelstellingen gesteld in het deelconvenant Glazen Verpakkingen zijn als volgt: De glasindustrie verplicht zich om in het jaar 2005 ten minste 90 gewichtsprocent van de totale hoeveelheid in Nederland op de markt gebrachte glazen verpakkingen als materiaal te hergebruiken voorzover zij de hiervoor benodigde verpakkingen in voldoende mate krijgt aangeboden volgens de gestelde kwaliteitseisen. De VNG heeft zich aan de volgende verplichtingen gecommitteerd: De VNG verplicht zich te bevorderen dat gemeenten hun inzamelsysteem zodanig verbeteren en intensiveren dat in het jaar 2005 ten minste 90 gewichtsprocent van de totale hoeveelheid verpakkingsglas dat uit particuliere huishoudens vrijkomt, gescheiden wordt ingezameld. De VNG verplicht zich te bevorderen dat gemeenten al het gescheiden ingezamelde verpakkingsglas, afkomstig uit particuliere huishoudens, op het overdrachtspunt, zijnde glasbak, aanbieden aan een onderneming die is aangesloten bij de Stichting Kringloop Glas. De VNG brengt voor 1 augustus 2003 en vervolgens elk jaar voor 1 augustus verslag uit aan de commissie. Dit verslag zal in elk geval een overzicht bevatten van de maatregelen die zijn en zullen genomen worden. Stichting Kringloop Glas en VNG overleggen twee keer per jaar met elkaar over de uitvoering van het deelconvenant. 3.2 Papiervezelconvenant Uit het Papiervezelconvenant komen voor de VNG de volgende verplichtingen voort: De VNG verplicht zich te bevorderen dat gemeenten hun inzameling zodanig verbeteren en intensiveren dat in het jaar 2005 ten minste 75% van al het oud papier en karton, inclusief papieren en kartonnen verpakkingen, afkomstig van particuliere huishoudens, gescheiden wordt ingezameld. De VNG verplicht zich te bevorderen dat gemeenten zich aansluiten bij het systeem van Stichting Papierrecycling Nederland (PRN) middels het aangaan van een deelnemingsovereenkomst met Stichting PRN. De VNG brengt voor 1 augustus 2003 en vervolgens elk jaar voor 1 augustus over het voorafgaand kalenderjaar verslag uit aan de commissie met een overzicht van maatregelen die zijn en zullen worden getroffen om de verplichtingen die zijn opgenomen in dit deelconvenant te realiseren. 3.3 Deelconvenant Zwerfafval De doelstellingen gesteld in het deelconvenant Zwerfafval zijn als volgt: 1. Het bedrijfsleven draagt er zorg voor dat uiterlijk in het jaar 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval met ten minste 80% is afgenomen. Daartoe zal het bedrijfsleven in samenwerking met relevante partijen afspraken maken. 2. Het bedrijfsleven is verplicht zich aantoonbaar in te spannen opdat de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval voor 1 januari 2005 met ten minste tweederde is afgenomen. Daartoe zal het bedrijfsleven in samenwerking met relevante partijen afspraken maken. 3. Bij de in het eerste en tweede lid genoemde afname van blikjes en flesjes in het zwerfafval wordt uitgegaan van de 50 miljoen blikjes en flesjes in het zwerfafval 80 JAARVERSLAG 2002

82 zoals berekend in september 2001 in het onderzoek Inzamel- en beloningssystemen ter vermindering van zwerfafval. 4. De rijksoverheid, de VNG en het bedrijfsleven dragen er zorg voor dat door een gezamenlijke inspanning het overige zwerfafval uiterlijk in het jaar 2005 met ten minste 45% is verminderd ten opzichte van het jaar Specifieke verplichtingen voor de VNG staan vermeld in paragraaf 4 van het deelconvenant: De VNG zal zich, conform de doelstelling, bedoeld in artikel 3, aantoonbaar inspannen om gemeenten te stimuleren om in het kader van de bestrijding en vermindering van zwerfafval de inzet van termen en middelen ten minste op het niveau van 1 mei 2002 te behouden, met als doel bij te dragen aan een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. De VNG draagt zorg voor periodieke voorlichting over de bestrijding en vermindering van zwerfafval aan gemeenten. De VNG verplicht zich maatregelen te nemen waardoor gemeenten gestimuleerd worden met het bedrijfsleven afspraken te maken over een pakket van maatregelen ter bestrijding en vermindering van zwerfafval. 4. Stimuleren van gescheiden inzameling door gemeenten Om aan de wens van de Commissie Verpakkingen tegemoet te komen om afvalscheiding meer bij gemeenten onder de aandacht te brengen, is de inzet op dit vlak vanaf februari 2002 bij de VNG versterkt met een extra medewerker 25. Hiermee werd het voor de VNG mogelijk nog actiever betrokken te zijn bij het Stimuleringsprogramma afvalscheiding en afvalpreventie van huishoudelijk afval (STAP). Op verschillende gebieden heeft de VNG inzet getoond in de diverse projecten die onder dit programma vallen om afvalscheiding bij gemeenten meer onder de aandacht te brengen en werkbare informatie en producten voor gemeenten te bewerkstellingen. Gebleken is dat vooral kennisoverdracht hierin een belangrijk instrument is. De VNG kan deze kennisoverdracht goed faciliteren en heeft daar dan ook optimaal op ingezet. In onderstaand overzicht zal worden aangegeven bij welke projecten de VNG zich actief heeft ingezet. In de projecten die in het kader van STAP in 2002 zijn uitgevoerd, zijn circa 50 gemeenten actief betrokken geweest bij de inhoud en uitvoering. 4.1 Gemeentelijke doelstelling op restafval Op verzoek van de VNG is, onder meer in het bestuurlijk overleg Afval Overleg Orgaan (AOO), aangedrongen op een andere systematiek dan de GIHA-doelstellingen (gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen) voor de verschillende afvalstromen die tot nu toe zijn gebruikt. Gebleken is dat deze doelstellingen gemeenten onvoldoende prikkelen en gemeenten hierdoor niet gemotiveerd raken meer met afvalscheiding te doen. In samenwerking met de VNG en een aantal gemeenten is gekeken hoe dit aangepast kon worden. De wens van gemeenten was heel duidelijk om haalbare doelstellingen vast te stellen. Uiteindelijk is gekozen voor een doelstelling op restafval en gedifferentieerde richtlijnen naar stedelijkheidsklassen. Hiermee wordt recht gedaan aan de grote verschillen tussen gemeenten. De 25 Deze medewerker is aangesteld met behulp van financiering door het ministerie van VROM om, in uitvoering van het programma STAP, gemeenten te ondersteunen en te stimuleren afvalscheiding te verbeteren. De financiering van VROM loopt tot 1 juli VERSLAGEN VAN PARTIJEN 81

83 VNG heeft, na goedkeuring van het AOO, voor invoering van deze nieuwe doelstelling bij wijze van pilot, hierover uitgebreid (in samenwerking met het AOO) naar gemeenten gecommuniceerd. Daarnaast houdt zij nadrukkelijk de ervaringen van gemeenten met deze nieuwe doelstelling bij. 4.2 SAM-subsidieregeling huishoudelijk afval De SAM-subsidieregeling (subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering) is in 2002 een groot succes gebleken. De subsidieregeling voor huishoudelijk afval is in 2002 dan ook uitgeput: bijna 200 gemeenten hebben (al dan niet in een samenwerkingsverband) de kans aangepakt om met behulp van een subsidie hun afvalscheiding te verbeteren. In 2002 zijn voornamelijk veel basisprojecten uitgevoerd (bewonersonderzoeken en sorteeranalyses). Deze projecten geven gemeenten veel inzicht in hun specifieke situatie en stimuleren gemeenten ook met deze nulsituatie verdere acties te ondernemen. Het enthousiasme voor deze regeling bij gemeenten is groot. Ook voor 2003 wordt verwacht het budget uit te kunnen putten. De VNG heeft in allerlei communicatiemiddelen de subsidieregeling uitgebreid onder de aandacht gebracht: een artikel in VNG-magazine, via VNG-net maar ook maandelijks een overzicht van het overgebleven budget in de elektronische nieuwsbrief EzineMilieu. Daarnaast is er in maart 2002 een ledenbrief over dit onderwerp verschenen en zijn gemeenten regelmatig geattendeerd op de regeling. De resultaten die gemeenten boeken met behulp van de subsidieregeling worden toegepast op de projecten van het programma STAP. Daarnaast biedt de regeling de mogelijkheid voor een betere kennisoverdracht tussen gemeenten. 4.3 Kwaliteitscirkels De VNG is actief betrokken geweest bij een aantal bijeenkomsten met gemeenten (kwaliteitscirkels) met de onderwerpen diftar in grote steden en inzamelcontracten. In deze cirkels zijn ervaringen van gemeenten uitgewisseld en is getracht voor sommige algemene problemen oplossingen te bedenken en zo andere gemeenten te behoeden voor bepaalde problemen. Natuurlijk zijn ook de successen uitgebreid aan bod gekomen. De kennis die in deze cirkels is opgedaan, zal zeker verder naar gemeenten worden verspreid. De VNG zal deze resultaten dan uitgebreid communiceren. Bij de samenstelling van een document op het gebied van inzamelcontracten zal de VNG eveneens inbreng leveren. 4.4 Onderzoek naar afvalscheiding in omringende landen In bijeenkomsten met gemeenten wordt vaak verwezen naar ons omringende landen, met name Duitsland en België, waar ogenschijnlijk betere resultaten worden behaald dan in Nederland. Met name de wijze waarop producentenverantwoordelijkheid wordt vormgegeven in deze landen kan een voorbeeld zijn voor Nederlands beleid. In een uitgebreid onderzoek naar de systemen van afvalscheiding in ons omringende landen, waar de VNG een groot deel van heeft uitgevoerd, is gekeken waar de verschillen liggen met Nederland en waar de leermomenten zijn in het beleid van deze landen. Het onderzoek heeft een aantal verrassende resultaten opgeleverd, die zeker verder uitgewerkt zullen worden en gebruikt zullen worden bij aanbevelingen voor Nederlands beleid. Daarnaast geeft het onderzoek een goed 82 JAARVERSLAG 2002

84 overzicht van de verschillen en overeenkomsten tussen Nederland en omringende landen. De resultaten van het onderzoek zullen worden gepubliceerd en door de VNG in de geëigende communicatiemiddelen bekend worden gemaakt. 4.5 Gemeentelijke monitoring en benchmarking Meten is weten en dat is ook de reden dat dit project in het kader van STAP vorm heeft gekregen. Een 25-tal gemeenten is in de vorm van werkgroepen enthousiast aan de slag gegaan met de ontwikkeling van een afvalmonitor, in nauwe samenwerking met de NVRD, vereniging voor afval- en reinigingsmanagement. Op basis van de ervaringen van die gemeenten zal de monitor verder vorm krijgen en uiteindelijk de benchmarking vergemakkelijken. De afvalmonitor is wel al een goed instrument gebleken om gemeenten met elkaar in contact te brengen en van elkaars succes te laten leren. De VNG heeft deelgenomen in de klankbordgroep die aan dit project is gekoppeld en inbreng heeft geleverd aan het concept van de afvalmonitor. 4.6 Communicatie De communicatie door de VNG over afvalscheiding is ten opzichte van 2001 sterk toegenomen. Dit heeft mede te maken met een nieuw medium dat de VNG kan aanwenden: een eigen elektronische nieuwsbrief (EzineMilieu). Deze nieuwsbrief verschijnt tienmaal per jaar en geeft de gelegenheid gemeenten snel en effectief op de hoogte te stellen van de laatste ontwikkelingen maar ook om gemeenten te laten reageren op bepaalde ontwikkelingen. Hierdoor kunnen gemeenten nog beter maar vooral sneller worden bereikt. Voor datzelfde doel is ook de website van de VNG sterk uitgebreid. Daarnaast heeft de VNG zitting in het communicatieplatform dat vanuit het programma STAP geboden wordt. Hierin zitten verschillende organisaties op het gebied van afval, met als doel de verschillende communicatietrajecten op elkaar af te stemmen en te leren van elkaars ervaringen. Daarnaast is de VNG in 2002 actief betrokken geweest bij de Task Force Communicatie van de Stichting Promotie Glasbak. 5. Deelnemingsovereenkomst Papier Recycling Nederland Met de Stichting PRN zijn afspraken gemaakt over een deelnemingsovereenkomst die gemeenten met PRN kunnen sluiten om zo de afzetgarantie van oud papier te verkrijgen. Inmiddels hebben zo n 200 gemeenten een dergelijke overeenkomst gesloten bij PRN. In 2003 zal meer aandacht voor de overeenkomst in de communicatie van de VNG naar voren komen. 6. Presentatie inhoud Convenant Verpakkingen III bij NVRD-themadag In september 2002 hield de VNG, tijdens een themadag van de NVRD, een presentatie op het gebied van zwerfafval over de inhoud van het derde convenant en de gevolgen daarvan voor gemeenten. Bij deze themadag waren ongeveer 200 gemeenteambtenaren aanwezig. VERSLAGEN VAN PARTIJEN 83

85 7. Pakketten van maatregelen ten behoeve van zwerfafval Zoals gesteld in het derde Convenant Verpakkingen heeft het bedrijfsleven zich verplicht gesteld een pakket van maatregelen vast te stellen voor gemeenten voor de aanpak van zwerfafval. Het bedrijfsleven heeft hiervoor de Stichting Nederland Schoon aangewezen. De VNG is verplicht deze pakketten te beoordelen en uiteindelijk goed te keuren. Stichting Nederland Schoon heeft in het najaar van 2002 een eerste concept van deze pakketten aangeboden aan de VNG. Dit concept behoefde echter nogal wat aanpassingen, zodat pas in 2003 een goedkeuring vanuit de VNG kon worden gegeven. Deze pakketten zijn in een overleg van de Bestuurlijke commissie milieu van de VNG gepresenteerd door Stichting Nederland Schoon. 8. Doorkijk naar activiteiten van de VNG in Algemeen In de eerste helft van 2003 is in de verschillende communicatiemiddelen die de VNG ter beschikking heeft, vanzelfsprekend veel gecommuniceerd over het nieuwe Convenant Verpakkingen en het programma STAP. Ook zijn veel vragen van gemeenten beantwoord met betrekking tot deze onderwerpen. 8.2 Specifieke ontwikkelingen Jaarprogramma STAP 2003 Ook voor 2003 is weer een jaarprogramma STAP 2003 vastgesteld. VNG heeft input geleverd aan onderwerpen voor nieuwe projecten en het programma uitgebreid gecommuniceerd aan de leden door middel van de elektronische nieuwsbrief en VNG-net. Ook de voortzetting van de SAM-subsidieregeling is hierin meegenomen. Gezamenlijk brief VROM/VNG Op 29 januari 2003 hebben het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en de VNG een gezamenlijke brief verzonden over het deelconvenant Zwerfafval en de gevolgen daarvan voor gemeenten. Het desbetreffende deelconvenant is eveneens meegezonden. Naar aanleiding van deze brief zijn er zeer veel reacties binnengekomen van gemeenten die actief met zwerfafval aan de slag willen. Deze gemeenten zijn doorverwezen naar Stichting Nederland Schoon. De brief is als bijlage toegevoegd. Optreden in congres door VNG-bestuurder Bij de studiemiddag Succesvolle aanpak van zwerfafval: verantwoordelijkheid, voorlichting, voorzieningen en verbalisering hebben de voorzitter van de Commissie milieubeheer van de VNG en burgemeester van Houten, de heer Lamers, een presentatie gegeven over de aanpak van zwerfafval en de gevolgen van het Convenant Verpakkingen III. 84 JAARVERSLAG 2002

86 Deelname in kwaliteitscirkel zwerfafval De VNG heeft actief zitting in de kwaliteitscirkel zwerfafval en geeft daarmee ook invulling aan de agenda en het product dat uit deze kwaliteitscirkel zal voortvloeien (een handreiking zwerfafval). Gezamenlijke brief AOO/SNS/VNG Op 25 februari 2003 hebben het bureau AOO, Stichting Nederland Schoon en de VNG een brief verzonden over de pakketten van maatregelen die Stichting Nederland Schoon heeft samengesteld en de mogelijkheden die die pakketten bieden voor gemeenten. Ook op deze brief zijn veel reacties van gemeenten gekomen. Deze brief is als bijlage toegevoegd. Plan van aanpak zwerfafval Om zwerfafval, als nieuw onderwerp van het Convenant Verpakkingen, goed vorm te geven, heeft de VNG in februari een plan van aanpak vastgesteld. Deze is als bijlage toegevoegd. Bestuurlijk overleg zwerfafval Op 10 maart 2003 vond het eerste bestuurlijk overleg zwerfafval plaats met vertegenwoordigers van het ministerie van VROM, SVM-Pact en de VNG. Uit dit bestuurlijk overleg zijn vanzelfsprekend een aantal afspraken voortgekomen. Ledenbrief april actuele ontwikkelingen rondom afval Begin april is naar alle gemeenten in Nederland een ledenbrief gestuurd met daarin de actuele ontwikkelingen rondom afval. Hierin werd uiteraard aandacht besteed aan het derde Convenant Verpakkingen en de consequenties die daaruit voortvloeien voor gemeenten. Ook is de nieuwe doelstelling op restafval verder toegelicht. Deze ledenbrief is als bijlage toegevoegd. Bestuurlijke kennismaking PRN Op 9 april vond de kennismaking plaats tussen de nieuwe voorzitter van Stichting PRN, de heer Vonhoff, en de VNG. In dit gesprek is een aantal afspraken voor een betere samenwerking totstandgekomen. Schoonmaakactie Nederland Schoon Om meer aandacht te geven aan het onderwerp zwerfafval, en gemeenten het goede voorbeeld te geven, is op 22 april een schoonmaakactie gehouden met VROM, VNO-NCW, MKB-Nederland en de VNG. Hiervoor zijn verschillende medewerkers van de VNG actief afval gaan opruimen rondom de Malietoren. De actie was een groot succes. Deze actie heeft onder meer publiciteit gekregen in het VNG-magazine. Organisatie congres Zwerfafval Het bureau AOO, Stichting Nederland Schoon en de VNG zijn gestart met de organisatie van een zwerfafvalcongres voor gemeenten. Dit congres zal in oktober plaatsvinden. Doel is met name de gemeenten praktisch te informeren over de beschikbare middelen. De pakketten van maatregelen van Stichting Nederland VERSLAGEN VAN PARTIJEN 85

87 Schoon en de handreiking zwerfafval uit het programma STAP krijgen hierin een belangrijke rol. Presentatie ECOtech over gevolgen Convenant Verpakkingen III Op 13 mei 2003 heeft de VNG tijdens de beurs ECOtech een presentatie gegeven over de gevolgen van het Convenant Verpakkingen III voor gemeenten en de werking van de nieuwe doelstelling op restafval. Ook hier is wederom het belang van afvalscheiding aan de orde gekomen. 86 JAARVERSLAG 2002

88 II.4 Rapportage PVC in verpakkingen van SVM.PACT De heer drs. H. Ouwerkerk Voorzitter Commissie Verpakkingen Postbus DG UTRECHT Den Haag, 31 juli 2003 Ref. : GW/RM/3180 Betreft : Rapportage PVC in verpakkingen Geachte heer Ouwerkerk, Onderstaand doe ik u verslag over het gebruik van PVC in verpakkingen. Dit verslag is gebaseerd op contacten met verpakkingsleveranciers, vertegenwoordigers van branches uit het vorige verslag en leden van de Stuurgroep PVC. Het geeft een beeld van de ontwikkelingen en het gebruik van PVC in verpakkingen. Het verslag over 2001 gaf het beleid van de bovengenoemde verpakkingsketen over de periode november 1999 tot juli 2001 weer. Het onderhavige verslag betreft de periode augustus 2001 tot juli PVC in verpakkingen Een toonaangevende verpakkingshandelaar meldt dat PVC in verpakkingen nauwelijks meer wordt toegepast. Het overgrote deel van de afnemers vragen, én eisen zelfs, alternatieve oplossingen waar dit mogelijk is. In de vorm van krimpfolie of coating wordt PVC alleen nog toegepast om een bepaalde waarde van vochtdoorlaatbaarheid te halen, die met andere materialen nog niet mogelijk is. Met de sterk afnemende vraag, neemt tevens het aantal aanbieders van PVC af. Een andere verpakkingsleverancier deelde mee gestart te zijn om bij een afnemer van PVC gecoate zakken te vervangen door speciale volledig in papier uitgevoerde exemplaren. Een rondgang langs enkele grote producenten en importeurs uit de bouwsector wijst uit dat hier nauwelijks nog PVC in verpakking voorkomt. Wanneer nodig wordt de verantwoordelijke leverancier gewezen op de aanwezigheid van PVC en verzocht om met alternatieve voorstellen te komen. Het PVC-standpunt geniet een hoge mate van bekendheid. Een toekomst lijkt wellicht te zijn gevonden in afbreekbare plastics. In de AGF-sector blijft het Productschap Tuinbouw in samenwerking met het Centraal Bureau voor Levensmiddelenhandel voortdurend op zoek naar alternatieve verpakkingsmaterialen. Ook vanuit deze hoek komen biologisch afbreekbare plastics steeds vaker voor. Een gerenommeerde supermarkt verkoopt inmiddels diverse producten in een VERSLAGEN VAN PARTIJEN 87

89 biologische verpakking. Tot op heden blijkt de toepasbaarheid van deze plastics nog beperkt te zijn. In 2003 zijn de toeleveranciers van afbreekbare plastics gaan samenwerken om het gebruik op een verantwoorde wijze te stimuleren. Bij de farmaceutische industrie worden er nog wel enkele PVC componenten gebruikt in verpakkingen. Voor deze, veelal blisterverpakkingen, geldt dat er nog geen alternatief materiaal bestaat dat de vereiste en wettelijke voorgeschreven eigenschappen kan leveren. Nieuwe producten worden vaak verpakt in aluminium blisters in plaats van een combinatie kunststof/aluminium. Hier is in de toekomst dus nog wel enig effect te verwachten. In de farmaceutische industrie zijn verpakkinginnovaties moeilijk door te voeren, omdat hieraan strikte wet en regelgeving ten grondslag ligt. In de diverse rapportages van de farmaceutische bedrijven is het terugdringen van PVC een constant aandachtspunt. Navraag bij de Stuurgroep PVC bevestigt de bevindingen van de diverse geïnterviewden. De Stuurgroep PVC geeft aan dat het standpunt over PVC wordt nageleefd en momenteel geen specifieke aandacht behoeft. De lopende discussies binnen PVC hebben betrekking op andere toepassingen van PVC. Ook uit Sustainable Development: Progress Report blijkt dat PVC in meerdere toepassingsgebieden sterk onder de aandacht wordt gebracht. Conclusie De algemene conclusie van SVM.PACT is dat de aanwezigheid van PVC in verpakkingen wederom is afgenomen in de afgelopen jaren. Slechts in productgroepen en sectoren waar zeer strenge eisen worden gesteld aan hygiëne en veiligheid, wordt PVC in enkele verpakkingen toegepast. Het blijkt dat er technisch nog geen materiaal bestaat dat aan alle gestelde eisen voldoet. In meerdere markten wordt actief gezocht naar alternatieve mogelijkheden. Kortom: het standpunt van de overheid dat alleen PVC mag worden gebruikt, indien er geen andere oplossing bestaat, wordt nageleefd door het bedrijfsleven. Dit blijkt uit een actieve afwijzing door verpakkers/vullers, de afname van het aantal aanbieders van dergelijke verpakkingen en de zoektocht naar alternatieve verpakkingsmaterialen. 26 Een status rapportage gebaseerd op de vrijwillige verplichting van de PVC-industrie, Vinyl JAARVERSLAG 2002

90 III REACTIE VAN PARTIJEN OP VRAGEN EN AANBEVELINGEN IN JAARVERSLAG 2001 De heer drs. H.G. Ouwerkerk Commissie Verpakkingen Postbus DG UTRECHT Den Haag, 23 juni 2003 Ref. : GW/RvB/3140 Betreft : Vragen Jaarverslag 2001 Geachte heer Ouwerkerk, Conform het bepaalde in artikel 13, lid 7 van het Integratieconvenant Verpakkingen, doe ik u in deze brief, mede namens het ministerie van VROM, de reacties van partijen toekomen op de aanbevelingen en vragen uit het hoofdstuk conclusies en aanbevelingen van het verslag van oktober Voordat ik hier nader op in ga, wil ik u en de overige leden van de commissie veel succes toewensen bij het uitvoeren van alle werkzaamheden. De vragen uit het verslag van oktober 2002 hebben betrekking op het rapportagejaar Zoals u weet is in het overgangsjaar 2002 het derde convenant verpakkingen ondertekend waarvoor een nieuwe commissie is benoemd. In 2002 hebben partijen bij het maken van dit derde convenant al zoveel mogelijk rekening gehouden met de opgedane ervaring en aanbevelingen van de vorige commissie. Het ministerie van VROM en SVM.PACT hebben daarom afgesproken dat de monitoring over 2002 gebaseerd wordt op de systematiek die is afgesproken in het derde convenant. REACTIE VAN PARTIJEN OP VRAGEN EN AANBEVELINGEN IN JAARVERSLAG

91 Aanbevelingen De commissie merkt op dat opsporings- en handhavingsinspanningen onverminderd nodig blijven om het aantal free riders te kunnen beperken. De Commissie wijst vervolgens op het blijvend belang van consistente en heldere boodschappen naar bedrijven en huishoudens. Boodschappen die zowel goed zichtbaar moeten zijn op verpakkingen als in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op afvalbakken. Beide aanbevelingen worden volledig onderschreven en zijn een voortdurend punt van aandacht. In de jaarlijkse rapportages zullen partijen de commissie hierover blijven informeren. In de derde aanbeveling wordt opgemerkt, dat het van belang is dat ook de VNG laat zien met welke activiteiten zij de gescheiden inzameling van met name de verpakkingen van papier/karton en glas in gemeenten zal bevorderen. Partijen gaan ervan uit dat dit punt opgelost wordt, omdat de VNG vanaf dit jaar zal rapporteren over de door haar ondertekende deelconvenanten. In de eerste helft van 2002 heeft bureau Eurandom in opdracht van het ministerie van VROM het monitoringsysteem van het convenant beoordeeld. Alle aanbevelingen zijn verwerkt in het nieuwe monitoringprotocol. Bureau Eurandom heeft aanbevolen een statistisch onderzoek naar de nauwkeurigheid van de verschillende cijfers uit te voeren. Partijen hebben het Afval Overleg Orgaan en bureau FFACT gevraagd hier hun oordeel over te geven (zie bijlage 1, Nauwkeurigheid van de cijfers). De conclusie van beide bureaus is, dat er geen betrouwbare toets is die daadwerkelijk kan aangeven wat de nauwkeurigheid van de gerapporteerde cijfers exact is. Ook Eurandom zelf heeft hiervoor geen zinvolle toets kunnen voorstellen. Partijen zien daarom af van nader onderzoek en concluderen dat de kwaliteit van de gerapporteerde cijfers geaccepteerd wordt voor wat het is en beschouwen dit als het best mogelijke resultaat. In haar laatste aanbeveling concludeert de commissie dat de onzekerheden bij de huidige hergebruiksmeting van verpakkingsafval van papier/karton groter zijn geworden. Daarom zou onderzocht moeten worden of deze door een betere en verifieerbare andere meting vervangen kan worden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateert namelijk dat een onbekend deel van het hergebruik buiten de 90 JAARVERSLAG 2002

92 meting om plaats vindt. Daarnaast zijn er volgens de Commissie ook voldoende argumenten om uit te gaan van een vast percentage voor het aandeel verpakkingen in het gescheiden ingezameld oudpapier/karton (zoals in de buurlanden België en Duitsland), dat op gezette tijden moet worden vastgesteld. Ook voor deze vraag hebben partijen het Afval Overleg Orgaan en bureau FFACT gevraagd advies te geven (zie bijlage 2, Uitvoering meting herverwerking papier en karton). De conclusie van beide bureaus is: de FNOI levert jaarlijks gegevens aan over de hoeveelheid oud-papier en karton die haar leden het afgelopen jaar hebben ingezameld, gesplitst naar herkomst (huishoudens en KWDI), schaalt op basis van een vastgesteld protocol de gegevens op en geeft daarbij aan wat de dekkingsgraad is (volgens de FNOI) het percentage verpakkingen in de gescheiden ingezamelde stromen wordt als volgt bepaald: - huishoudens: vast percentage 27 - KWDI: percentage uit Motivaction 28 De overgang naar een nieuwe methode heeft bijna altijd een trendbreuk met het verleden tot gevolg. De mogelijke trendbreuk zal vooral veroorzaakt worden doordat in de oude systematiek een deel van de van gemeentewege ingezameld papier en karton gemist werd. Het monitoringinstituut zal in het komende verslag een vergelijking uitvoeren over 2002 om mogelijke verschillen zoveel mogelijk te verklaren. Partijen hebben besloten het advies integraal over te nemen en direct in werking te laten treden. Dit betekent dat paragraaf van het monitoringprotocol (punten a-d) wordt vervangen door de methode zoals beschreven in bijlage 2. De algemene opmerkingen van de commissie alsmede de meer specifieke aanbevelingen (onder andere bedoeld voor de materiaalorganisaties) die zijn genoemd in het overige deel van het verslag zullen zoveel mogelijk worden meegenomen in de eerstvolgende rapportages. Ik hoop u met de beantwoording van deze vragen voldoende te hebben geïnformeerd en zie uit naar een prettige samenwerking. Met vriendelijke groet, Ir. G.M. Wijburg (Directeur) 27 VROM en SVM-PACT hebben in een gezamenlijk overleg met de PRN gekozen voor het hanteren van een vast percentage en niet meer uit te gaan van een jaarlijkse meting of het voortschrijdend gemiddelde. Afgesproken is uit te gaan van het gemiddelde sinds 1994; zijnde 23%. Mocht uit een analyse van de onderbouwing van het percentage van België en Duitsland (25%) blijken dat 25% minstens zo nauwkeurig is en ook voor Nederland geldt, dan wordt overgegaan op 25%. 28 Voor het bepalen van het percentage verpakkingspapier uit de KWDI-sector wordt gebruik gemaakt van zowel het Motivaction-onderzoek voor SVM-PACT als het aanvullende onderzoek in opdracht van het AOO. REACTIE VAN PARTIJEN OP VRAGEN EN AANBEVELINGEN IN JAARVERSLAG

93 IV Beschrijving monitoringsysteem Convenant Verpakkingen III PRODUCENTEN / IMPORTEURS PRICEWATERHOUSECOOPERS monitoring cijfers CLUSTER MONITORINGINSTITUUT monitoring cijfers CLUSTER CLUSTER CLUSTER opgetelde cijfers SVM PACT CENTRAAL BUREAU VOOR DE STATISTIEK opgetelde cijfers MATERIAALORGANISATIES GLAS, METAAL, PAPIER/KARTON, KUNSTSTOF, HOUT COMMISSIE VERPAKKINGEN beoordeelt, stuurt verslag naar Tweede Kamer 92 JAARVERSLAG 2002

94 1. Betrokken partijen In bovenstaand schema zijn de bij de monitoring betrokken partijen weergegeven. SVM.PACT is opdrachtgever voor het Monitoringinstituut Bedrijfsleven en is samen met het ministerie van VROM partij voor het beoordelen en vaststellen van monitoringafspraken. In opdracht van SVM.PACT draagt het Monitoringinstituut Bedrijfsleven (verder te noemen Monitoringinstituut) zorg voor de uitvoering van de metingen, de aggregatie van de cijfers en stelt jaarlijks een rapportage met de resultaten op voor de Commissie Verpakkingen. Het Monitoringinstituut staat organisatorisch en operationeel los van SVM.PACT. Zo zal het Monitoringinstituut rechtstreeks over de monitoringresultaten rapporteren aan de Commissie Verpakkingen binnen de kaders van het Convenant Producenten en importeurs en clusters van producenten en importeurs (die meestal in een logisch verband zoals een branche samenwerken in het kader van het convenant) leveren informatie aan over de hoeveelheden verpakkingen die zij jaarlijks op de markt zetten. De materiaalhergebruiksorganisaties leveren informatie aan over de hoeveelheid hergebruikt verpakkingsafval. Voor de opschaling van deze informatie wordt gebruik gemaakt van de omzetcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In opdracht van SVM.PACT is de verificateur van het monitoringsysteem (PricewaterhoudeCoopers) verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit van het totale systeem door het uitvoeren van controles of de diverse partijen de afgesproken activiteiten juist hebben uitgevoerd. 2. Monitoringsysteem Het monitoringsysteem bestaat uit een tweetal onderdelen: 1. de marktmeting om zicht te krijgen op de hoeveelheid nieuw op de markt gebrachte verpakkingen; 2. de hergebruiksmeting om zicht te krijgen op de hoeveelheid verpakkingsafval die als materiaal of op een ander wijze nuttig wordt toegepast. De resultaten van deze beide metingen worden gebruikt voor de berekening van: de hergebruikspercentages ( = de hoeveelheid hergebruik gedeeld door de hoeveelheid nieuw op de markt gebracht x 100%) en de hoeveelheden verwijderd verpakkingsafval ( = de hoeveelheid nieuw op de markt gebracht minus de hoeveelheid hergebruik). 3. Marktmeting Doel van de marktmeting is het vaststellen (in kilotonnen) van de hoeveelheid verpakkingen (uitgesplitst naar de materiaalsoorten glas, papier/karton, metaal en kunststof) die op de Nederlandse markt wordt gebracht in een kalenderjaar. Daartoe worden jaarlijks gegevens verzameld bij de producenten/importeurs die niet onder de vrijstellingsdrempel 29 vallen. Aan deze groep ondernemingen wordt gevraagd 29 Alle ondernemingen die minder dan 4 werknemers in dienst hebben of die minder dan kilo verpakkingen op de markt brengen zijn vrijgesteld van de administratieve verplichtingen (monitoring en rapportage) BESCHRIJVING MONITORINGSYSTEEM CONVENANT VERPAKKINGEN III 93

95 jaarlijks aan het Monitoringinstituut een opgave te doen van de hoeveelheid verpakkingen die zij op de Nederlandse markt hebben gebracht. Door het Monitoringinstituut worden de hoeveelheden verpakkingen bij elkaar geteld en opgeschaald naar een landelijk totaal. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van cijfers van het CBS over de omzet per sector om een dekkingsgraad per sector te bepalen. Deze dekkingsgraad geeft een goed inzicht in de participatiegraad van de Nederlandse bedrijven bij de monitoring en ligt de laatste jaren net boven de 60%. Voor de bepaling van de hoeveelheid houten verpakkingen wordt gebruik gemaakt van gegevens van de Stichting Kringloop Hout (SKH). De SKH verzamelt daartoe gegevens bij haar gehele achterban (inclusief de producenten en importeurs) en schaalt deze op naar een landelijk totaal. 4. Materiaalhergebruiksmeting Een ander onderdeel van het monitoringsysteem is de monitoring van het materiaalhergebruik en bij kunststofverpakkingsafval ook een ander wijze van nuttige toepassing. Daartoe zijn door de materiaalhergebruiksorganisaties per materiaalsoort verschillende monitoringsystemen geimplementeerd: Kunststof Voor de monitoring van het hergebruik en nuttige toepassing van kunststof verpakkingsafval worden verschillende metingen uitgevoerd. Het betreft de volgende metingen: meting van de hoeveelheid kunststofverpakkingen die wordt ingezameld door alle leden van de Vereniging van Kunststof Recyclers (VKR); meting van de hoeveelheid kunststofverpakkingen die wordt ingezameld door inzamelaars/herverwerkers die niet zijn aangesloten bij de VKR; meting van de hoeveelheid kunststofverpakkingen die door producenten & importeurs direct worden geëxporteerd met als doel te worden herverwerkt; meting van de hoeveelheid kunststofverpakkingen die anders dan via materiaalhergebruik nuttig worden toegepast. Glas Voor de monitoring van het hergebruik van glazen verpakkingen voert de Stichting Kringloop Glas (SKG) al vele jaren een meting uit bij inzamelaars en herverwerkers. De cijfers die aldus worden verkregen geven een duidelijk beeld van de hoeveelheid glazen verpakkingen die worden hergebruikt. Metalen Voor de monitoring van het materiaalhergebruik van metalen verpakkingen is de Stichting Kringloop Blik (SKB) verantwoordelijk. De monitoring materiaalhergebruik is vanwege de diffuse structuur van de inzamelsector gebaseerd op een methode waarbij op basis van bestaande gegevens, die jaarlijks door het Afval Overleg Orgaan en het CBS worden verzameld, het hergebruik van metalen verpakkingen wordt berekend. 94 JAARVERSLAG 2002

96 Papier/karton De monitoring van het materiaalhergebruik van verpakkingen van papier&karton wordt uitgevoerd door de Stichting Papier Recycling Nederland (PRN) en kan als volgt worden beschreven: de FNOI levert jaarlijks gegevens aan (via PRN) over de hoeveelheid oud-papier en karton die haar leden het afgelopen jaar hebben ingezameld gesplitst naar herkomst (huishoudens en KWDI) en schaalt de gegevens op op basis van een vastgesteld protocol op; het percentage verpakkingen in de gescheiden ingezamelde stromen wordt als volgt bepaald: - huishoudens: vast percentage 30 - KWDI: percentage uit onderzoek uitgevoerd door een extern bureau bij ontdoeners (hiertoe is opdracht gegeven aan het bureau Motivaction). Bij de opgave aan de FNOI van de hoeveelheid oudpapier en karton vraagt de FNOI naar de herkomst van de stromen. Op deze wijze worden dubbeltellingen voorkomen en worden ook de stromen die afkomstig zijn uit het buitenland juist geregistreerd. Hout De monitoring van het materiaalhergebruik houten verpakkingen wordt uitgevoerd door de Stichting Kringloop Hout (SKH), waarin vertegenwoordigers van alle schakels in de keten zitting hebben. De monitoring materiaalhergebruik houten verpakkingen wijkt af van andere materiaalsoorten, omdat alleen om- en transportverpakkingen worden gemeten Overigens bepaald de SKH uit informatie van de bij haar aangesloten bedrijven ook de totale hoeveelheid houten verpakkingen die op de Nederlandse markt wordt gebracht. 5. Verificatie, beoordeling en betrouwbaarheid Om de kwaliteit van het monitoringsysteem te verhogen worden op verschillende niveaus door diverse instanties de uitvoering van de monitoring geverifieerd. Dit gebeurt zowel bij de marktmeting als bij de materiaalhergebruiksmeting. Verificatie bij de marktmeting Bij de marktmeting vindt een verificatie plaats op de volgende niveaus: a. Binnen de onderneming wordt de opgave naast de uitvoerder van de meting mede door een lid van de directie ondertekend; b. Het cluster: controleert de gegevens op plausibiliteit door middel van een benchmark; c. Het Monitoringinstituut: controleert de gegevens op plausibiliteit en volledigheid; d. De verificateur: controleert het Monitoringinstuut en de clusters volgens een door partijen afgesproken verificatieprotocol en rapporteert hierover aan de Commissie Verpakkingen. 30 Voorlopig is gekozen voor een vast percentage van 23% tenzij onderzoek in de ons omringende landen partijen tot een andere conclusie brengt. BESCHRIJVING MONITORINGSYSTEEM CONVENANT VERPAKKINGEN III 95

97 Verificatie bij de materiaalhergebruiksmeting Bij de materiaalhergebruiksmeting vindt een verificatie plaats op de volgende niveaus: a. De materiaalorganisatie controleert de gegevens die zij van haar leden heeft ontvangen op plausibiliteit; b. Het Monitoringinstituut controleert de gegevens van de materiaalorganisaties op plausibiliteit en volledigheid; c. De verificateur controleert het Monitoringinstuut en de materiaalorganisaties volgens een door partijen afgesproken verificatieprotocol en rapporteert hierover aan de Commissie Verpakkingen. 96 JAARVERSLAG 2002

98 V Definities De termen die in dit jaarverslag zijn gebruikt sluiten aan bij de onderstaande definities uit het Convenant Verpakkingen III ( 1, integratieconvenant): verpakkingen: alle producten, waaronder begrepen wegwerpartikelen, vervaardigd van materiaal van welke aard dan ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van stoffen, preparaten of andere producten, van grondstoffen tot afgewerkte producten over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument; producent of importeur: degene, die in het kader van zijn beroep of bedrijf in Nederland: 1 o. als eerste stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking op de markt brengt; 2 o. als eerste stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking invoert en zich in Nederland van de verpakking ontdoet; 3 o. een ander opdracht geeft de verpakking van stoffen, preparaten of andere producten te voorzien van zijn naam en deze op de markt brengt; 4 o. als eerste aan een ander een verpakking ter beschikking stelt die is bestemd om bij het aan de gebruiker ter beschikking stellen van stoffen, preparaten of andere producten daaraan te worden toegevoegd; verpakkingsketen: degenen die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf betrokken zijn bij of een aandeel hebben in het in Nederland aan een ander ter beschikking stellen van een verpakking of verpakte stoffen, preparaten of andere producten of de afname daarvan: DEFINITIES 97

99 - door levering, productie of import van grondstoffen voor verpakkingen, - door levering, productie of import van verpakkingen, - als producent of importeur, - als afnemer van verpakte stoffen, preparaten of andere producten of - door verwerking van verpakkingen; secundaire grondstoffen: grondstoffen die zijn ontstaan uit de herverwerking van stoffen, preparaten of andere producten; nuttige toepassing: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen; verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen; hergebruiken als product: al dan niet na een bewerking opnieuw gebruiken voor het oorspronkelijke doel als waarvoor zij was bestemd; hergebruiken als materiaal: na een be- of verwerking opnieuw gebruiken van de daaruit resulterende materialen voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd, met inbegrip van organisch hergebruik, maar uitgezonderd terugwinning van energie; organisch hergebruik: compostering of biomethaanvorming via microorganismen en onder gecontroleerde omstandigheden van de biologisch afbreekbare bestanddelen van verpakkingsafval, waarbij gestabiliseerd organische reststoffen of methaan tot stand komen; terugwinning van energie: het gebruik van brandbaar verpakkingsafval om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder andere afvalstoffen, maar met terugwinning van de warmte; commissie: de Commissie Verpakkingen, bedoeld in artikel 12 van het integratieconvenant. 98 JAARVERSLAG 2002

100 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 99

Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval.

Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval. TEKST SECTORPLAN 41 (onderdeel LAP) Sectorplan 41 Verpakkingen algemeen I Afbakening Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen

Nadere informatie

Een blik op de kringloop van blik

Een blik op de kringloop van blik Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Social & Polling Rapport Een blik op de kringloop van blik Een

Nadere informatie

Verlaging van afvalstoffenheffing door uitvoering van de Raamovereenkomst verpakkingen

Verlaging van afvalstoffenheffing door uitvoering van de Raamovereenkomst verpakkingen Bijlage Verlaging van afvalstoffenheffing door uitvoering van de Raamovereenkomst verpakkingen mei 2009 Pagina 1 van 7 Samenvatting In deze bijlage wordt inzicht gegeven in de mate waarin als gevolg van

Nadere informatie

ADDENDUM RAAMOVEREENKOMST

ADDENDUM RAAMOVEREENKOMST ADDENDUM RAAMOVEREENKOMST 1. Afspraken nascheiding kunststof verpakkingsafval Op 27 juli 2007 zijn VROM, bedrijfsleven en VNG de Raamovereenkomst over de aanpak van de dossiers verpakkingen en zwerfafval

Nadere informatie

sectorplan 18 Papier en karton

sectorplan 18 Papier en karton sectorplan Papier en karton 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Papier en karton 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens, kantoren en grafische industrie 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 4.160

Nadere informatie

vrom0200983 Voorgenomen reactie van Nederland Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 november 2002

vrom0200983 Voorgenomen reactie van Nederland Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 november 2002 vrom0200983 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 november 2002 In mijn brief van 24 september jl. (SAS/2002075714) ben ik ingegaan op de reactie van de Europese Commissie

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Raadsvoorstel Concept Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: Sliedrecht, 2 juni 2009 Onderwerp: Gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen Samenvatting: Voorgesteld wordt om vóór 1 januari

Nadere informatie

CONVENANT VERPAKKINGEN II

CONVENANT VERPAKKINGEN II CONVENANT VERPAKKINGEN II Inhoudsopgave integratieconvenant verpakkingen - convenant pag. 1 - toelichting pag. 11 - Bijlage I: Monitoringprotocol en Technische Bijlage pag. 15 - Bijlage II: Protocol clustering

Nadere informatie

INTEGRATIECONVENANT VERPAKKINGEN...3. bijlage 1 monitoringprotocol...13. toelichting bij het integratieconvenant verpakkingen...38

INTEGRATIECONVENANT VERPAKKINGEN...3. bijlage 1 monitoringprotocol...13. toelichting bij het integratieconvenant verpakkingen...38 INTEGRATIECONVENANT VERPAKKINGEN...3 bijlage 1 monitoringprotocol...13 toelichting bij het integratieconvenant verpakkingen...38 DEELCONVENANT PRODUCENTEN EN IMPORTEURS...43 bijlage 1 protocol preventie...48

Nadere informatie

Sectorplan 19 Kunststofafval

Sectorplan 19 Kunststofafval Sectorplan 19 Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste

Nadere informatie

Nieuwe Raamovereenkomst & Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen

Nieuwe Raamovereenkomst & Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen Nieuwe Raamovereenkomst & Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen KVNW Ledenvergadering Den Haag 4 oktober 2012 Cees de Mol van Otterloo Directeur Afvalfonds Verpakkingen Raamovereenkomst Producentenverantwoordelijkheid

Nadere informatie

Eagle Vision Systems B. V. Energiestraat 16 B PBAVP J. Bakker/M. Dekker juli ^teb**^

Eagle Vision Systems B. V. Energiestraat 16 B PBAVP J. Bakker/M. Dekker juli ^teb**^ FORMULIER VERSLAGLEGGING D in dit formulier gestelde vragen moeten zo volledig mogelijk worden beantwoord. U dient de in dit verslag opgenomen kwantitatieve gegevens te onderbouwen door middel van verifieerbare

Nadere informatie

Onderwerp Zaaknummer PBAVP63026 Besluit op uw mededeling in het kader van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton

Onderwerp Zaaknummer PBAVP63026 Besluit op uw mededeling in het kader van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton Uitvoering Afvalbeheer wordt uitnevnfirrt in SenterA/ovem Stichting Duurzaam Verpakkingsglas t.a.v. de heer R.A.P. van Notten judana van Stobogfean 3 Postbus 38.-o- r,^ A1, i 4286 ZG Almkerk ÏÏ&^u 2509AC

Nadere informatie

vergoeding voor inzameling en sortering en vergoeding voor vermarkting van huishoudelijk kunststofverpakkingsafval

vergoeding voor inzameling en sortering en vergoeding voor vermarkting van huishoudelijk kunststofverpakkingsafval vergoeding voor inzameling en sortering en vergoeding voor vermarkting van huishoudelijk kunststofverpakkingsafval nadere toelichting vergoedingsgrondslag 11/12/2014 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Grondslag voor

Nadere informatie

Het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton wordt als volgt gewijzigd:

Het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton wordt als volgt gewijzigd: Besluit van tot wijziging van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton in verband met verbeteren van de handhaafbaarheid door een collectieve organisatie facultatief een wettelijke verantwoordelijkheid

Nadere informatie

sectorplan 19 Kunststofafval

sectorplan 19 Kunststofafval sectorplan Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste bronnen

Nadere informatie

Plan van aanpak zwerfafval

Plan van aanpak zwerfafval Plan van aanpak zwerfafval 1 Inleiding Niemand wil wonen, werken of recreëren in een vervuilde leefomgeving. Zwerfafval ontstaat niet vanzelf! Met zijn allen zijn we verantwoordelijk. In 2001 is door de

Nadere informatie

PAPIERVEZELCONVENANT V

PAPIERVEZELCONVENANT V PAPIERVEZELCONVENANT V 1. De VERENIGING VAN NEDERLANDSE GEMEENTEN, te dezen vertegenwoordigd door de heer C.J.G.M. de Vet, hierna te noemen: VNG ; en 2. De STICHTING PAPIER RECYCLING NEDERLAND, te dezen

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Bevindingenrapport evaluatie werking Besluit beheer verpakkingen en papier en karton 18 mei 2011

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Bevindingenrapport evaluatie werking Besluit beheer verpakkingen en papier en karton 18 mei 2011 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Bevindingenrapport evaluatie werking Besluit beheer verpakkingen en papier en karton 18 mei 2011 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Herengracht 9 2511 EG Den

Nadere informatie

Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022

Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022 Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022 27 juni 2012 - Raamovereenkomst Raamovereenkomst tussen I&M, het verpakkende bedrijfsleven en de VNG over de aanpak van de dossiers verpakkingen en zwerfafval voor

Nadere informatie

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden sectorplan Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren. Aanbod in

Nadere informatie

Informatieve raadsbijeenkomst

Informatieve raadsbijeenkomst Afvalbeleidsplan Sliedrecht 2014 en verder 4 september 2013 Informatieve raadsbijeenkomst 1 Doelstelling materiaalhergebruik: van 53 % 60 % 65% (2020) De gemeente neemt haar maatschappelijke verantwoording

Nadere informatie

STAND VAN ZAKEN INZAMELING EN RECYCLING DRANKENKARTONS

STAND VAN ZAKEN INZAMELING EN RECYCLING DRANKENKARTONS STAND VAN ZAKEN INZAMELING EN RECYCLING DRANKENKARTONS STICHTING HERGEBRUIK KARTONNEN DRANKVERPAKKINGEN Stichting HEDRA is de Nederlandse brancheorganisatie van drankenkartonproducenten. Wij werken voortdurend

Nadere informatie

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Inhoud 1. Inleiding 3 2. Opzet plannen voor ondersteuning 4 3. Plannen voor verminderen huishoudelijk restafval 5 3.1 Eisen

Nadere informatie

Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton)

Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton) (Tekst geldend op: 02-08-2007) Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken Kenniscentrum Duurzaam Verpakken 1. Aanleiding In de Raamovereenkomst 2013-2022 is in Artikel 4 afgesproken een Kennisinstituut op te richten (verder te noemen Kenniscentrum Duurzaam Verpakken [KCDV]).

Nadere informatie

- 3 - Datum vergadering: Nota openbaar: Ja,

- 3 - Datum vergadering: Nota openbaar: Ja, - 3 - Nota Voor burgemeester en wethouders Nummer: 12INT01422 III IIIIIIIII III MilIIIII Datum vergadering: Nota openbaar: Ja, Gemeente Hellendoorn 3 0 OKT ZOU Onderwerp: Toekomstvisie Hellendoorns Afvalbeleid

Nadere informatie

Meldpunt Verpakkingen November 2014 tot en met april 2015

Meldpunt Verpakkingen November 2014 tot en met april 2015 Meldpunt Verpakkingen November 2014 tot en met april 2015 Conclusies (o.b.v. halfjaarrapportage opgesteld door Milieu Centraal) 9 juni 2014 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 2 CONCLUSIES... 5 2 1 Inleiding

Nadere informatie

Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden

Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden TEKST SECTORPLAN 52 (onderdeel LAP) Sectorplan 52 Autobanden I Afbakening Afgedankte autobanden komen vrij bij demontage van autowrakken en bij onderhoud en reparatie van auto s en aanhangwagens. Dit sectorplan

Nadere informatie

Evaluatie stichting Afvalfonds

Evaluatie stichting Afvalfonds Evaluatie stichting Afvalfonds Inleiding Het ministerie van I&M (voorheen VROM) heeft Stichting Afvalfonds meerjarig een subsidie toegekend. Stichting Afvalfonds legt verantwoording af over de subsidie

Nadere informatie

VAN VERPAKKING NAAR GRONDSTOF

VAN VERPAKKING NAAR GRONDSTOF VAN VERPAKKING NAAR GRONDSTOF Recycling Verpakkingen Nederland 2014 INHOUD Dit publieksrapport is een uitgave van het Meer informatie over de monitoring werkzaamheden van het Afvalfonds Verpakkingen kunt

Nadere informatie

Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten

Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Veegafval, marktafval, drijfafval, zwerfafval en slib 2. Belangrijkste bronnen diversen 3. Aanbod

Nadere informatie

papier- en glasinzameling anno 2008 Gemeentelijk Afvalcongres 2008 Nieuwegein 12 november 2008

papier- en glasinzameling anno 2008 Gemeentelijk Afvalcongres 2008 Nieuwegein 12 november 2008 Gemeentelijk Afvalcongres 2008 Nieuwegein 12 november 2008 1 Gemeentelijk Afvalcongres 2008 Presentatie van: Papier Recycling Nederland (PRN) Wienus van Oosterum en Stichting Duurzaam Verpakkingsglas (SDV)

Nadere informatie

sectorplan 15 Wit- en bruingoed

sectorplan 15 Wit- en bruingoed sectorplan Wit- en bruingoed 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Elektrische en elektronische apparaten 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)

Nadere informatie

Kilogram gescheiden ingezameld per inwoner per jaar Landelijke doelstelling. Resultaat Lingewaard 2011

Kilogram gescheiden ingezameld per inwoner per jaar Landelijke doelstelling. Resultaat Lingewaard 2011 Memo Onderwerp Afvalinzameling: vergelijking Zevenaar- 1 Inleiding Afvalscheiding is belangrijk. Door scheiding aan de bron (in de huishoudens) kunnen afvalcomponenten en fracties worden verkregen die

Nadere informatie

Recyclebaar? Check t! Karen van de Stadt

Recyclebaar? Check t! Karen van de Stadt Recyclebaar? Check t! Karen van de Stadt Verpakkingen Een inwoner van Europa opent gemiddeld 7 verpakkingen per dag. Dit is gemiddeld 157 kilo verpakkingsafval per persoon per jaar. Wat bijna 40% van het

Nadere informatie

Omgekeerd afval inzamelen. Waar zijn we in Stichtse Vecht mee bezig?

Omgekeerd afval inzamelen. Waar zijn we in Stichtse Vecht mee bezig? Omgekeerd afval inzamelen. Waar zijn we in Stichtse Vecht mee bezig? 6 november 2017 GroenLinks Stichtse Vecht is al jaren een warm voorstander van omgekeerd inzamelen. Wat is dat eigenlijk en wat zijn

Nadere informatie

Regeling Bedrijfsverpakkers

Regeling Bedrijfsverpakkers Regeling Bedrijfsverpakkers Deze regeling gaat in met ingang van 1 januari 2016 en geldt voor de kalenderjaren 2016 en 2017. Partijen hebben de intentie de regeling na 2018 te continueren. Uitgangspunten

Nadere informatie

Resultaat gescheiden afvalinzameling 2018 In vergelijking tot gemeente Drimmelen

Resultaat gescheiden afvalinzameling 2018 In vergelijking tot gemeente Drimmelen Resultaat gescheiden afvalinzameling 2018 In vergelijking tot 2017 gemeente Doss. no. 18AA507 Tilburg, 19 februari 2018 De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 Postbus 1011 5000 JH Tilburg Tel: 085-771995

Nadere informatie

De schillenboer komt terug

De schillenboer komt terug De schillenboer komt terug In Waalre loopt een afvalproef. Er is een fiets met een aanhangbak ontworpen waarmee we in een proefwijk afval inzamelen. Twee keer in de week haalt Roel het keukenafval (voedselresten),

Nadere informatie

Afdeling: Duurzame Ontwikkeling

Afdeling: Duurzame Ontwikkeling Aan de gemeenteraad Onderwerp: Gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen Afdeling: Duurzame Ontwikkeling Datum: 26 mei 2009 Portefeuillehouder: J.C.R. van Everdingen MSc. Bijlagen: Kunststofinzameling

Nadere informatie

Publicaties Uitvoering Afvalbeheer

Publicaties Uitvoering Afvalbeheer Publicaties Uitvoering Afvalbeheer Hieronder vindt u het overzicht van publicaties uitgebracht tot en met 2010 door Uitvoering Afvalbeheer (UA) en het voormalige Afval Overleg Orgaan (AOO) op onderwerp.

Nadere informatie

Doorrekening scenario s afvalbeheer gemeente Montfoort

Doorrekening scenario s afvalbeheer gemeente Montfoort Doorrekening scenario s afvalbeheer gemeente Montfoort Door gemeente Montfoort zijn 4 toekomstige scenario s voor het afvalbeheer geformuleerd. Wat zijn de verwachte effecten indien deze scenario s worden

Nadere informatie

Bronscheiding grof huishoudelijk afval op milieustraten. Marco Kraakman 13-03-2014

Bronscheiding grof huishoudelijk afval op milieustraten. Marco Kraakman 13-03-2014 Bronscheiding grof huishoudelijk afval op milieustraten Marco Kraakman 13-03-2014 Niet of wel? Niet: Het AB en de regeling zelf Procedures Wie is bevoegd gezag Wel of geen obm / maatwerkvoorschrift etc.

Nadere informatie

Zwerfafval: toekomstige aanpak

Zwerfafval: toekomstige aanpak Zwerfafval: toekomstige aanpak Marc Pruijn Programmacoordinator Van Afval Naar Grondstof Directie Duurzaamheid Ministerie Infrastructuur en Milieu Zwerfafval: goed bezig in Nederland Recent onderzoek van

Nadere informatie

Naam en telefoon Portefeuillehouder

Naam en telefoon Portefeuillehouder Onderwerp Evaluatie proef afvalinzameling en pilots Datum Afdeling 6 december 2016 SLWE Naam en telefoon Portefeuillehouder A. de Smit, 9287 J. van der Schoot Waarover wil ik u informeren? Op 1 januari

Nadere informatie

JUNI 2006. SenterNovern Den Haag Ingekomen post d.d. SenterNovem T.a.v. Uitvoering Afvalbeheer/PBA Postbus 93144 2509 AC DEN HAAG

JUNI 2006. SenterNovern Den Haag Ingekomen post d.d. SenterNovem T.a.v. Uitvoering Afvalbeheer/PBA Postbus 93144 2509 AC DEN HAAG SenterNovern Den Haag Ingekomen post d.d. SenterNovem T.a.v. Uitvoering Afvalbeheer/PBA Postbus 93144 2509 AC DEN HAAG 'Projector: l Trefwoord: JUNI 2006 STICHTINC PAPIER RECÏCUNC NEDERLAND «^«HooMdorp

Nadere informatie

KTO Het Nieuwe Inzamelen Overvecht

KTO Het Nieuwe Inzamelen Overvecht KTO Het Nieuwe Inzamelen Overvecht Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 [email protected] in opdracht van Inzamelen, Markten

Nadere informatie

COMMISSIE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

COMMISSIE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 14-12-1999 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB L 321 van 14/12/99 COMMISSIE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van

Nadere informatie

14 Afvalscheiding Inleiding

14 Afvalscheiding Inleiding 14 Afvalscheiding 14.1 Inleiding Het nuttig toepassen van afvalstoffen spaart grondstoffen en energie uit. Hierdoor vermindert onder meer de uitstoot van CO 2. Ook hoeft er minder afval te worden verbrand

Nadere informatie

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Karen van de Stadt

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Karen van de Stadt Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk Karen van de Stadt KIDV Opgericht op 1 januari 2013: Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 2022. Vermindering milieudruk verpakkingsketen.

Nadere informatie

F.4 bijlage 4; Feiten en cijfers

F.4 bijlage 4; Feiten en cijfers F.4 bijlage 4; Feiten en cijfers F.4.1 Inleiding Deze bijlage geeft een toelichting bij de productie en verwerking van het Nederlands afval sinds 1985 plus een inschatting hiervan tijdens de komende planperiode.

Nadere informatie

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Hester Klein Lankhorst

Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk. Hester Klein Lankhorst Brancheverduurzamingsplannen: Circulaire economie in de praktijk Hester Klein Lankhorst 2 Copyright 2015 KIDV KIDV Opgericht op 1 januari 2013: Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 2022. Vermindering milieudruk

Nadere informatie

HET NIEUWE INZAMELEN IN SLIEDRECHT

HET NIEUWE INZAMELEN IN SLIEDRECHT HET NIEUWE INZAMELEN IN SLIEDRECHT Afval? SAMEN HALEN WE ERUIT WAT ERIN ZIT! Gemeentelijk Afvalcongres 19 maart 2015 Ing. D.J.B. Sakko Beleidsadviseur Proef droog en herbruikbaar liep af Bij oud papier

Nadere informatie

Meer en Betere Recycling

Meer en Betere Recycling Meer en Betere Recycling als onderdeel van VANG Uw sprekers: Max de Vries Marco Kraakman Jacobine Meijer Emile Bruls Geert Cuperus Inhoud deelsessie Meer en Beter Recycling Inleiding Pitches projecten

Nadere informatie

Samen kunnen meer met afval

Samen kunnen meer met afval Samen we kunnen meer met In 2020 willen we in heel Nederland 75% van ons afval scheiden. Samen kunnen we meer met afval Afval, we hebben er dagelijks mee te maken. Niet alleen thuis, maar ook op het werk,

Nadere informatie