BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE ROTTERDAM
|
|
|
- Roel Eilander
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE ROTTERDAM
2 BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE ROTTERDAM Omslag: Tussen de betonnen heipalen van het voormalige 'Ichthus'- scholencomplex, de houten funderingen van 14e-15e eeuwse huizen (bouwlocatie 'De Hofdame', 2005). Inzet: Ruiter-insigne, circa COLOFON Uitgave: Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR) Tekst: A. Carmiggelt en M.C. van Trierum Opmaak: M.F. Valkhoff Foto's: BOOR, tenzij anders vermeld
3 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1. Inleiding 4 2. Rotterdam: een rijk, gevarieerd en kwetsbaar bodemarchief 6 3. Archeologische wet- en regelgeving Verdrag van Malta en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg Opgravingsbevoegdheid 9 4. De gevolgen van de nieuwe wetgeving voor de gemeente Rotterdam: taken en bevoegdheden Archeologisch beleid en archeologische waarden en verwachtingen inzichtelijk maken Archeologische belangen inbrengen in bestemmingsplannen Toetsen van vergunningaanvragen op het aspect archeologie Programma's van Eisen (PvE's) opstellen en beoordelen Informatie- en kennismanagement Beheer en behoud van opgravingsdocumentatie en vondstmateriaal De gemeente Rotterdam als uitvoerder van archeologisch (voor)onderzoek Verantwoorde regie voeren bij uitvoering archeologisch onderzoek Communicatie: de presentatie van het 'archeologisch verhaal' De werkzaamheden van het BOOR in de Rotterdamse regio BOOR: organisatie en financiering Organisatie Financiering Archeologiebeleid Rotterdam : beleidsdoelstellingen 25
4 Voorwoord Rotterdam is een dynamische stad. Voortdurend worden er woningen, bedrijven, infrastructurele werken en recreatieve voorzieningen ontwikkeld en verwezenlijkt. De toekomstgerichte instelling van Rotterdam betekent niet dat de stad geen oog heeft voor het archeologisch erfgoed. Integendeel. Rotterdam was in 1960 de eerste Nederlandse gemeente die een eigen archeologische dienst oprichtte: het Bureau Oudheidkundig Onderzoek (BOOR), onderdeel van Gemeentewerken Rotterdam. Het BOOR heeft zich vanaf 1960 ingezet voor de documentatie van het bodemarchief: de in de grond bewaard gebleven tastbare getuigenissen (vondsten en grondsporen) van onze voorouders. De documentatie van dit bodemarchief, dat relicten bevat die honderden tot vele duizenden jaren oud zijn, vindt, daar waar nodig, plaats voorafgaand aan de grondverstorende bouw- en graafwerkzaamheden. Maar het werk van het BOOR bestaat uit meer dan het doen van opgravingen alleen. Het ontwikkelen van beleidsinstrumenten, het toetsen van ruimtelijke plannen op het aspect archeologie, het beheren van vondsten en documentatie, alsmede het geven van voorlichting maken eveneens deel uit van het takenpakket. De nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) schrijft voor dat iedere gemeente verplicht is een archeologiebeleid te voeren. Zo moeten gemeenten inzichtelijk maken waar zich archeologische waarden en verwachtingen bevinden en hoe daarmee wordt omgegaan. Het gaat daarbij uiteindelijk om het maken en het vertellen van het archeologisch 'verhaal'. Voor Rotterdam een verhaal over de geschiedenis van de stad en het Maasmondgebied, waarvan iedere belangstellende kennis moet kunnen nemen. Nu en in de toekomst. ir. R.A.W. Voskuilen Algemeen Directeur Gemeentewerken Rotterdam 3
5 1. Inleiding Stadsmuur met toren aan de middeleeuwse stadsgracht Blaak tijdens de opgravingen in het Spoortunneltracé (1989). Links metrostation Blaak; op de achtergrond de kubuswoningen van architect Blom. Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR) is in 1960 opgericht. Rotterdam gaf daarmee als eerste gemeente in Nederland nadrukkelijk aan de eigen archeologische geschiedenis te willen vastleggen. In 2010 bestaat de Rotterdamse archeologie dan ook 50 jaar! Vanaf het begin heeft het BOOR zich beziggehouden met het beheer en onderzoek van het archeologisch erfgoed van de gemeente Rotterdam en de Rotterdamse regio. Daarbij zijn prachtige resultaten geboekt en zijn wezenlijke bijdragen geleverd aan de geschiedenis van de stad Rotterdam en de regio. De werkzaamheden hebben ertoe geleid dat het BOOR zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld tot het archeologisch kenniscentrum voor het Maasmondgebied. Kenmerkend voor de activiteiten van het BOOR is dat ze vanaf het begin een regionaal karakter hebben gehad. Bij de bestuurlijke keuze voor een regionale aanpak heeft de gedachte meegespeeld dat de voorgeschiedenis, het ontstaan en de ontwikkeling van de Maasstad niet los gezien kan worden van de historie van het omliggende gebied. Ook is het duidelijk dat de groei van Rotterdam, met de infrastructuur, haven en industrie, van grote invloed is op de ontwikkeling van de veelal landelijke gebieden buiten de eigen gemeentegrens. Met het behartigen van de archeologische belangen van de gemeente Rotterdam en de Rotterdamse regio draagt het BOOR in de eerste plaats zorg voor het vastleggen van en het vertellen over de vroege geschiedenis van Rotterdam en haar omgeving. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de cultuurhistorische/archeologische beleving van de stad. Het BOOR informeert alle relevante betrokkenen over de archeologie en de omgang met het bodemarchief, zowel inhoudelijk als beleidsmatig. 4
6 Reconstructie stadsmuur in de oost-vide van de hal van NS-station Blaak (foto: Donald Jansen Ontwerpers, Den Haag). De bodem is een archeologisch archief. Het behoud van het bodemarchief staat voorop. Indien behoud van het bodemarchief niet mogelijk is, wordt het archeologisch erfgoed gedocumenteerd en onderzocht. Door archeologische belangen vroegtijdig in te brengen bij ruimtelijke plannen en deze af te stemmen met andere belangen draagt het BOOR onmiskenbaar bij aan een soepel verlopend ruimtelijk ordeningsproces, van ontwerp tot realisatie en daarmee aan een ongehinderde bouwstroom. De onderzoeksresultaten leveren een 'archeologisch verhaal', dat vervolgens voor uiteenlopende doelgroepen kenbaar wordt gemaakt in zowel wetenschappelijke als populaire vorm. Een belangrijke aanleiding voor het opstellen van de voorliggende Beleidsnota Archeologie Rotterdam is de inwerkingtreding van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in De nieuwe wet, een aanpassing van de bestaande Monumentenwet 1988, voorziet in de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed (Verdrag van Malta), dat in 1992 door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen is ondertekend. Met het Verdrag van Malta is het streven vastgelegd naar onder meer: 1. Het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ). 2. Het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt. 3. Het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening. 4. Het verbreden van het draagvlak voor de archeologie. 5. Het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'. De implementatie van het Europese verdrag in de Nederlandse wetgeving heeft geleid tot een sterke decentralisatie van verantwoordelijkheden naar het gemeentelijk niveau. De reden hiervoor is dat de meeste beslissingen in Nederland over de ruimtelijke inrichting op gemeentelijk niveau worden genomen. De nieuwe wetgeving heeft derhalve gevolgen voor alle gemeenten, en dus ook voor de gemeente Rotterdam. De voorliggende beleidsnota geeft weer hoe de gemeente Rotterdam wil voldoen aan haar wettelijke verplichtingen en invulling wil geven aan het gemeentelijk archeologiebeleid voor de periode
7 2. Rotterdam: een rijk, gevarieerd en kwetsbaar bodemarchief Pijlpunt (1800 v. Chr.), Beverwaard (foto: J. Pauptit). Munten (ca. 1000), Binnenrotte. Leren schoen, 14e eeuw, Willemsspoortunnel (foto: Peter de Ruig). Wijnflessen (17e eeuw) en apothekersflesjes (17e-18e eeuw), Willemsspoortunnel (foto: Peter de Ruig). Archeologische relicten vormen een belangrijke bron van informatie over het verleden, in het bijzonder voor die perioden of aspecten van het verleden, waarvan geen of weinig schriftelijke bronnen bewaard zijn gebleven, of waarover niet of nauwelijks is geschreven. De archeoloog bestudeert de materiële resten uit het verleden (zoals aardewerk, gereedschappen, huisraad en etensresten) in samenhang met hun vondstcontext (zoals verkavelingen en funderingen). Deze feitelijke kennis levert een verrassend gedetailleerd geschiedverhaal over onze voorouders en de omgeving waarin ze leefden. De archeologische resten en de context waarin ze voorkomen noemen we samen het bodemarchief. In Rotterdam zijn de afgelopen jaren talrijke belangwekkende vindplaatsen ontdekt en waar nodig (voor een deel) onderzocht. Zo is 12 meter onder het emplacement van het Centraal Station van Rotterdam zo'n 7500 jaar oude bewoningsresten van prehistorische jagers gevonden in het kader van de voorbereiding van de Randstadrail (2001). In 2004 zijn een boerderij en crematiegraven uit de Romeinse tijd onderzocht in het herinrichtingsgebied 'de Kandelaar'. Bij de bouw van 'City-Building' aan de Binnenrotte (2000) en de Ichthus-locatie (2005) zijn de resten van de pre-stedelijke nederzetting Rotta (10de-11de eeuw) aan het licht gekomen en zijn delen van de middeleeuwse stad Rotterdam opgegraven. Ook aan de recentere archeologische geschiedenis wordt aandacht besteed. Zo is een 18de-eeuws stoomgemaal, een van de vroegste in Nederland, vrijgelegd in het tracé van de Randstadrail (2004), hetgeen gepaard ging met een grote belangstelling van de media. Kranten, radio en TV (onder andere het NOS-journaal) besteedden ruim aandacht aan dit stuk bodemarchief van Rotterdam. Om het archeologisch bodemarchief te kunnen raadplegen (te kunnen 'lezen') worden de materiële resten in samenhang met hun vondstcontext gedocumenteerd en bestudeerd. Zo worden tijdens een opgraving vondsten en grondsporen ingemeten, getekend, gefotografeerd, bemonsterd, etc. De nauwkeurige documentatie is van belang, aangezien het bodemarchief maar eenmalig te raadplegen is. Opgraven is dan ook in zekere zin het gecontroleerd vernietigen van het bodemarchief. Vandaar dat archeologen tegenwoordig proberen het bodemarchief, wanneer dit niet bedreigd wordt, zo goed mogelijk in situ te behouden. 6
8 Impressies van archeologie in de bouwput van Randstad-Railstation Blijdorp. Linksboven en -onder: opgraving van een stoomgemaal uit de 18e eeuw. Rechtsboven en -onder: opgraving van een boerderij uit circa RandstadRailstation Blijdorp: voorbeeld van het archeologisch proces In 2000 werd het BOOR betrokken bij de voorbereiding van de aanleg van de RandstadRail. Vastgesteld moest worden in hoeverre er archeologische belangen in het geding waren, met andere woorden of er archeologische waarden in het tracé van de RandstadRail aanwezig waren, die door de aanleg ervan bedreigd zouden worden. Om deze vraag te beantwoorden is door het BOOR een archeologisch vooronderzoek verricht. Het vooronderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een onderzoek aan de hand van (mechanische) grondboringen. Bij het bureauonderzoek is alle relevante informatie bijeengebracht, te weten gegevens over bekende vindplaatsen in of nabij het tracé, de bodemopbouw en informatie uit historische bronnen (waaronder oude kaarten). Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek zijn vervolgens op een aantal locaties grondboringen gezet om te kijken of er in de bodem archeologische indicatoren aanwezig waren. Naar aanleiding van het vooronderzoek is een aantal archeologisch waardevolle locaties aangewezen, die verstoord dreigden te worden en derhalve onderzocht moesten worden. Twee daarvan lagen op de plaats van het RandstadRail-station Blijdorp. Het betrof een fundament van een 18de-eeuws stoomgemaal en een op een terp gelegen boerderij uit circa Doordat het aspect archeologie vroegtijdig in het ruimtelijk ordeningsproces werd ingepast, kon deze bijzondere 'begraven geschiedenis' van de stad worden gedocumenteerd, zonder het bouwproces te frustreren. Beide sites zijn onder grote publieke belangstelling opgegraven in respectievelijk 2005 en Aan de uitwerking en rapportage van beide opgravingen wordt momenteel gewerkt. Ook in het station Blijdorp zullen de reizigers door middel van informatiepanelen voorts kennis kunnen nemen van de geschiedenis van dit deel van Rotterdam. 7
9 Het bodemarchief is uiterst kwetsbaar. Door de grootschalige bodemingrepen ten behoeve van onder meer bouwwerkzaamheden, de aanleg van infrastructuur, waterwerken, en peilverlagingen is het bodemarchief in kwantiteit (en soms ook in kwaliteit) de laatste decennia sterk achteruit gegaan. Het besef dat het bodemarchief maar eenmalig geraadpleegd kan worden en dat de 'voorraad bodemarchief' eindig is, heeft geleid tot nieuwe wet- en regelgeving in Nederland en andere landen (zie hoofdstuk 3). De essentie van het huidige beleid is dan ook om zo veel mogelijk en zo goed mogelijk behouden van het archeologische archief in de bodem zelf (in situ) te behouden en, indien behoud niet mogelijk is, het bodemarchief tijdig te documenteren. Daardoor zijn ook volgende generaties in staat hun vragen aan het verleden te stellen, net zoals wij dat nu doen, en zodoende inspiratie te putten uit dat verleden en bij te dragen aan de identiteit en kwaliteit van de leefomgeving. UITGANGSPUNT 1 De gemeente Rotterdam streeft ernaar om het bodemarchief zoveel mogelijk in situ te bewaren. Archeologische waarden worden waar mogelijk door planaanpassing ontzien. Zodoende kunnen archeologische waarden behouden blijven en worden opgravingskosten uitgespaard. Om het archeologisch erfgoed zo goed mogelijk te behouden en planaanpassing te kunnen realiseren, dienen archeologische informatie en belangen zo vroeg mogelijk te worden ingebracht en worden meegewogen in het proces van ruimtelijke ordening. Indien behoud van het bodemarchief niet mogelijk is, dient het gedocumenteerd te worden ('behoud ex situ'). 8
10 3. Archeologische wet- en regelgeving 3.1 HET VERDRAG VAN MALTA EN DE WET OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG In 1992 hebben de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen te Valletta (Malta) het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed ondertekend. De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (9 april 1998). De belangrijkste uitgangspunten zijn: 1. Het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ). 2. Het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt. 3. Het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening. 4. Het verbreden van het draagvlak voor de archeologie. 5. Het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'. De uitgangspunten van het Europese verdrag zijn vertaald naar de Nederlandse situatie en vastgelegd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. De nieuwe wet kent een aantal facetten. Zo wordt het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden geformaliseerd. Ook wordt de relatie archeologie en ruimtelijke ordening versterkt, waarbij er een sterke decentralisatie van verantwoordelijkheden voor het archeologisch erfgoed plaatsvindt naar het gemeentelijk niveau, omdat daar de meeste beslissingen over de ruimtelijke inrichting worden genomen. Anders dan voorheen moeten gemeenten -door middel van een eigen beleid- het behoud van archeologische waarden afwegen tegen andere maatschappelijke belangen. Hoewel de nieuwe wet onlangs in werking is getreden, werd de afgelopen jaren al 'in de geest van Malta' gewerkt. Zo toetst de provincie Zuid-Holland gemeentelijke bestemmingsplannen op het aspect archeologie (zie de provinciale nota Regels voor Ruimte (2005). In bestemmingsplannen, alsmede ten behoeve van ontgrondingsvergunningen en bouwvergunningen moeten gemeenten tegenwoordig aangeven welke archeologische waarden in het geding zijn. Als beleidsinstrument hanteert de provincie daarbij de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de in 2003 gereed gekomen Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS). Indien archeologische belangen niet of onvoldoende worden meegewogen, wordt door de provincie goedkeuring onthouden aan gemeentelijke plannen. 3.2 OPGRAVINGSBEVOEGDHEID Behalve beleidsmatig worden gemeenten ook in de uitvoering van archeologisch onderzoek geconfronteerd met nieuwe regelgeving, die samenhangt met de liberalisering van de opgravingsvergunning, waardoor een opgravingsmarkt is gecreëerd. Tot voor enige tijd geleden mocht slechts een beperkt aantal instanties opgravingen verrichten, zoals de voormalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (thans: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumentenzorg, RACM), enkele universiteiten en gemeenten (waaronder de gemeente Rotterdam/ BOOR). Tegenwoordig kunnen ook bedrijven hun diensten aanbieden. 9
11 BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE ROTTERDAM Tijdbalk 2000 Vilten hoed (17de eeuw), Willemsspoortunnel NIEUWE TIJD 1500 Restanten Schiedamse Poort (15de eeuw), Korte Hoogstraat/ Soetensteeg MIDDELEEUWEN Ruiter-insigne (ca. 1300), Hoogstraat Impressie van de nederzetting Rotta (11de eeuw) 350 Munten uit de 11de eeuw ROMEINSE TIJD 0 IJZERTIJD 800 Aardewerk uit crematiegraf (midden 2de eeuw na Chr.), Hoogstraat Reconstructie van bewoning in de IJzertijd BRONSTIJD 2000 STEENTIJD Vuurstenen pijlspits (1800 v. Chr.), Beverwaard Benen spitsen ( v. Chr.), Maasvlakte 10
12 De publieke en private uitvoerende organisaties dienen alle te werken volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De Erfgoedinspectie houdt toezicht op de uitvoerende archeologische organisaties met betrekking tot de naleving van de Monumentenwet. Men controleert vooral de juistheid van de gevolgde procedures, minder de vakinhoudelijke kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Ook gemeenten, die archeologisch onderzoek uitvoeren, moeten aan de KNA voldoen. Ook het BOOR past de organisatie en procesvoering aan om invulling te geven aan de richtlijnen van de KNA. De voordelen van een opgravingsbevoegde, eigen gemeentelijke archeologische dienst blijven ook in het nieuwe bestel bestaan. Voor Rotterdam, met haar sterk dynamische, zeer omvangrijke en voortgaande ruimtelijke ontwikkeling, is het van groot belang om zelfstandig archeologisch beleid te voeren en zelf de uitvoering ter hand te kunnen nemen. Eigen Rotterdamse kennis, ervaring en inzicht geven de stad een sterke positie tegenover andere overheden. Eigen capaciteit maakt Rotterdam onafhankelijk van ontwikkelaars en archeologische marktpartijen. De inbreng van eigen expertise en capaciteit zijn de garantie voor een efficiënt verlopend ruimtelijk ordeningsproces en voor een optimale zorg voor het Rotterdamse bodemarchief, waarbij de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting (ds+v), het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) en Gemeentewerken (GW) betrokken zijn vanaf ontwerp tot en met realisatie. UITGANGSPUNT 2 De gemeente Rotterdam ( BOOR) past haar organisatie en werkwijze aan conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en behoudt daardoor de opgravingsbevoegdheid (2008). 11
13 4. De gevolgen van de nieuwe wetgeving voor de gemeente Rotterdam: taken en bevoegdheden Met de inwerkingtreding van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de realisatie van een nieuw archeologisch bestel in Nederland wordt de gemeente Rotterdam met een aantal verplichtingen en nieuwe taken geconfronteerd. Ze worden hieronder toegelicht. 4.1 ARCHEOLOGISCH BELEID EN ARCHEOLOGISCHE WAARDEN EN VERWACHTINGEN INZICHTELIJK MAKEN Alle gemeenten in Nederland zijn verplicht een archeologisch beleid te voeren. Ten gevolge van de herziening van de bestaande Monumentenwet en de stelselherziening zullen, behalve de gemeentelijke organisatie zelf, in toenemende mate andere instanties en ook particulieren te maken krijgen met de gevolgen van het gemeentelijk archeologiebeleid. Dit beleid en het bijbehorende instrumentarium dienen daarom te worden ontwikkeld en bestuurlijk te worden vastgesteld en uitgedragen. Behalve het vaststellen van een archeologisch beleid moeten gemeenten ook aangeven waar zich archeologische waarden of verwachtingen bevinden binnen het gemeentelijk grondgebied en hoe men daarmee denkt om te gaan. Dit is niet alleen van belang voor het ruimtelijk ordeningsproces, maar het is ook van belang om de burgers inzicht te geven in de eventuele beperkingen die op bepaalde gebieden of percelen rusten. Hiervoor beschikt Rotterdam al over twee instrumenten: 1) de Archeologische Waarden- en Beleidskaart en 2) de lijst van Archeologische Belangrijke Plaatsen. De Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam is in 2006 vastgesteld door het College van B&W. De kaart toont vlakdekkend voor het hele gemeentelijk grondgebied de terreinen/gebieden met een zeer hoge archeologische waarde, met een grote trefkans op archeologische sporen of met een redelijk tot grote trefkans op archeologische sporen. De waardenkaart is tevens een beleidskaart. De kaart geeft namelijk voor de verschillende terreinen/gebieden binnen de gemeente Rotterdam ook aan wanneer bouw- en ontwikkelingsplannen getoetst moeten worden op de noodzaak van het verrichten van archeologisch vooronderzoek voorafgaande aan de realisatie van de plannen. Daarnaast bezit Rotterdam al een lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen, die in 2006 voorlopig is vastgesteld door het College van B&W en die onderdeel uitmaakt van de Monumentenverordening Rotterdam De Archeologisch Belangrijke Plaatsen zijn bekende terreinen waarvan de ligging, ouderdom en betekenis vaststaat. De Archeologisch Belangrijke Plaatsen dienen gevrijwaard te blijven van bodemverstorende werkzaamheden, waardoor de archeologische waarden in situ behouden blijven. Indien behoud niet mogelijk is, dienen de terreinen archeologisch te worden onderzocht. De gemeentelijke regelgeving op het gebied van de archeologie dient voorts nog vastgelegd te worden in een Gemeentelijke Archeologieverordening. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt momenteel aan een modelverordening, die mogelijk nog in 2007 gereed kan komen. In de verordening worden zaken geregeld als het gebruik van de Archeologische Waarden- en Beleidskaart in het proces van vergunningverlening, de toetsing en goedkeuring van Programma van Eisen (PvE's) en Plannen van Aanpak (PvA's) bij door derden in opdracht van particuliere ontwikkelaars uitgevoerd archeologisch onderzoek binnen het gemeentelijk grondgebied van Rotterdam, alsmede de toerekening van kosten. Bij de realisatie van de Archeologieverordening worden ds+v en OBR betrokken. 12
14 Archeologische Waardenkaart Rotterdam De Archeologische Waardenkaart Rotterdam De Archeologische Waardenkaart Rotterdam bestaat uit twee (deel)kaarten, te weten een kenmerkenkaart en een waarden- en beleidskaart. De kenmerkenkaart toont structuren die nauw samenhangen met de vele duizenden jaren oude bewoningsgeschiedenis van Rotterdam. Ze kunnen van natuurlijke oorsprong zijn, zoals hoog opgeslibde rivieroevers, waar mensen zich vestigden vanaf de prehistorie tot ver in de Middeleeuwen. De structuren kunnen ook van menselijk oorsprong zijn, zoals dijken en vroegere bewoningskernen. Tot in de Late Middeleeuwen hangen nederzettingslocaties nauw samen met het natuurlijke landschap ter plaatse; pas daarna is de mens in toenemende mate in staat in te grijpen in de natuur en zijn eigen leefomgeving te creëren. De kenmerkenkaart is door het BOOR gemaakt op basis van de nu bekende archeologische, geologische en historische informatie. De kenmerkenkaart is de basis voor de tweede kaart, de archeologische waarden- en beleidskaart. Deze kaart toont voor het gehele gemeentelijk grondgebied de archeologische waarden en verwachtingen. De kaart is dynamisch van aard, want nieuwe inzichten en onderzoeksresultaten kunnen leiden tot nieuwe waardenstellingen. De kaart geeft ook aan welk archeologisch beleid er geldt voor de verschillende gebieden; de kaart geeft aan hoe er gehandeld moet worden voorafgaande aan grondroerende werkzaamheden, die eventueel het aanwezige bodemarchief kunnen verstoren. De kaart is een krachtig hulpmiddel voor opstellers van ruimtelijke plannen om vroegtijdig inzicht te krijgen in de archeologische waarden van terreinen en om vast te stellen of er archeologische belangen in het geding zijn. Ook voor plantoetsers, in het geval een archeologieparagraaf in bestemmingsplannen (nog) ontbreekt, is de kaart bijzonder bruikbaar. De Archeologische Waardenkaart Rotterdam draagt zo zorg voor een vlotte, ongehinderde totstandkoming van ruimtelijke plannen, terwijl tegelijkertijd, daar waar nodig, recht gedaan wordt aan de archeologische geschiedenis van Rotterdam. 13
15 De donk van Hillegersberg: voorbeeld van een Archeologisch Belangrijke Plaats De kerk van Hillegersberg uit in elk geval de 13e eeuw en de daarbij gelegen kasteelruïne (vermeld in 1269) zijn tastbare resten uit de Late Middeleeuwen. Ze zijn gebouwd op een zogenaamde ''donk''. Donken zijn rivierduinen die zo'n jaar geleden door de wind werden gevormd aan het einde van de laatste ijstijd in een vrijwel onbegroeid landschap. Na de ijstijd stegen de zeespiegel en het grondwater en vernatte het landschap. De prehistorische mensen zochten toen dergelijke, hoger gelegen delen in het landschap uit om hun kampementen op te slaan. Prehistorische bewoningssporen op donken zijn van verschillende plaatsen in Rotterdam bekend. Zo bevindt zich ruim twaalf meter onder Rotterdam CS een donk, waar zo'n 7500 jaar geleden mensen bivakkeerden. Ook de donk van Hillegersberg is in de prehistorie bewoond geweest, getuige de vuurstenen werktuigen die hier zijn gevonden. Aangezien duidelijk is dat de donk van Hillegersberg unieke archeologische informatie bevat uit de Prehistorie en de Middeleeuwen, is deze aangewezen als Archeologisch Belangrijke Plaats. Het aanwezige bodemarchief ter plaatse dient behouden te blijven. Indien behoud niet mogelijk is, moeten de bodemingrepen daar waar nodig archeologisch worden begeleid. Voor de inhoudelijke afweging wanneer er wel of niet een archeologisch (voor)onderzoek moet plaatsvinden en in welke mate, is het verder raadzaam te zijner tijd een kaderstelling te ontwikkelen: een Onderzoeksagenda Archeologie. De komende tijd zal Rotterdam werken aan het opstellen van een dergelijke gemeentelijke onderzoekagenda, waarbij ds+v en OBR worden betrokken. Het is een beleidsinstrument dat onderzoekslacunes en - prioriteiten vaststelt en mede richtinggevend is bij de selectie van onderzoeksthema's ten behoeve van toekomstig veldonderzoek en de synthetiserende uitwerking van eerder onderzoek. De Onderzoeksagenda Archeologie levert voorts 'input' bij de aanpassing van beleidsinstrumenten en de ontwikkeling van communicatieproducten. De gemeentelijke onderzoeksagenda geeft een nadere, gedetailleerdere invulling van en sluit aan bij de al bestaande Nationale Onderzoekagenda Archeologie (NOA) en de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie van de provincie Zuid-Holland (POA). 14
16 UITGANGSPUNT 3 Voor een verantwoord archeologisch beleid in de gemeente Rotterdam zijn in elk geval de volgende beleidsinstrumenten noodzakelijk, die periodiek geactualiseerd moeten worden: Gerealiseerd of in procedure zijn: 1. Beleidsnota 2. Archeologische Waarden- en Beleidskaart 3. Lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen Nog te ontwikkelen: 4. Gemeentelijke Archeologieverordening 5. Onderzoeksagenda Archeologie 4.2 ARCHEOLOGISCHE BELANGEN INBRENGEN IN BESTEMMINGSPLANNEN De nieuwe wet kent drie verschillende invalshoeken om archeologie te verankeren. Voor alle drie geldt dat ze consequenties (kunnen) hebben voor de gemeente. Men onderscheidt de volgende regimes: 1. Een regime voor m.e.r.-plichtige projecten. Het regime voor m.e.r.-plichtige projecten vindt zijn rechtvaardiging in de grootschaligheid van de daarmee gepaard gaande bodemverstoring. In die situatie is de initiatiefnemer dan wel het bevoegd gezag gehouden om te toetsen of het aspect archeologie in het geding is en zonodig nader onderzoek te laten doen om kennisleemtes aan te vullen. 2. Een regime voor ontgrondingen. De ontgrondingen zijn vanwege hun aard zodanig destructief, dat altijd voorafgaand archeologisch onderzoek moet worden verricht. 3. Een regime voor bouwen en het anderszins uitvoeren van werkzaamheden in het kader van bestemmingsplannen of in het kader van vrijstellingen. Ook bodemverstoringen als gevolg van bouwen of het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van een bestemmingsplan kunnen immers het bodemarchief aantasten. Vooral het laatste regime is voor gemeenten van belang. Het huidige wetsvoorstel schrijft namelijk voor (artikel 38a, lid 1) dat de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen en bij de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden rekening houdt met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Het BOOR heeft in samenwerking met ds+v de afgelopen jaren de bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf, voorschriften en een archeologische plankaart. Zo is vastgelegd op welke locaties en onder welke omstandigheden archeologisch (voor)onderzoek voorafgaande aan bodemverstorende ingrepen noodzakelijk is. UITGANGSPUNT 4 De gemeente Rotterdam draagt er zorg voor dat de archeologische belangen in voldoende mate in haar bestemmingsplannen geborgd zijn. Dit betekent dat de bestemmingsplannen voorzien moeten zijn van een archeologieparagraaf, voorschriften en een archeologische plankaart. 15
17 4.3 TOETSEN VAN VERGUNNINGAANVRAGEN OP HET ASPECT ARCHEOLOGIE Gemeenten dienen zelf op basis van het bestemmingsplan en/of de archeologische waardenkaart gemeentelijke grondoverdrachten, de bouw-, sanerings-, sloop- en aanlegvergunningen, alsmede vrijstellingen te toetsen op het aspect archeologie. Momenteel worden de overdrachten en vergunningaanvragen wel getoetst op het aspect archeologie, maar dit gebeurt nog niet consequent. Het komt voor dat bouwvergunningen reeds verleend zijn, terwijl de archeologie nog niet goed is geregeld. De handhaving dient derhalve verbeterd te worden. Het is daarom van belang dat hiervoor een procedure ontwikkeld wordt in samenspraak met het OBR en ds+v in opdracht van het college van B&W. UITGANGSPUNT 5 De gemeente Rotterdam dient een procedure te ontwikkelen die borgt dat bij vergunningverlening en gemeentelijke grondoverdrachten de archeologische belangen meegewogen worden (2008). 4.4 PROGRAMMA'S VAN EISEN (PVE's) OPSTELLEN EN BEOORDELEN Vanuit het gemeentelijk archeologiebeleid en de bestemmingsplannen kan volgen dat voorafgaande aan de uitvoering van bepaalde ruimtelijke plannen een archeologisch (voor)onderzoek moet plaatsvinden. Voor de uitvoering van een dergelijk onderzoek moet het bevoegd gezag, dat wil zeggen de gemeente in kwestie, een Programma van Eisen (PvE) opstellen, dan wel een door derden opgesteld PvE goedkeuren. Een PvE legt vast waaraan de eventueel noodzakelijke archeologische veldprojecten moeten voldoen. Het gaat om de formulering van de inhoudelijke vraagstelling (wat moet er gebeuren?) en om aanwijzingen voor de praktische uitvoering (hoe moet het gebeuren?). Een dergelijk PvE is er niet alleen om het publieke belang te waarborgen, maar speelt ook een rol in het economisch verkeer. Op basis van een PvE kunnen opdrachten aanbesteed worden, bijvoorbeeld in het geval dat een private ontwikkelaar als 'verstoorder' optreedt. 16
18 4.5 INFORMATIE- EN KENNISMANAGEMENT De gemeente dient alle relevante informatie uit eigen en door derden uitgevoerde projecten beschikbaar te maken voor verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid en voor presentatie- en publicatiedoeleinden. Er moet voorkomen worden dat de kennis van het gemeentelijk bodemarchief versnippert. De kennis is noodzakelijk voor het uitvoeren van een verantwoord beleid, het actualiseren van beleidskaarten, maar evenzeer ook om ontwikkelaars en burgers volwaardig op de hoogte te houden van de stand van zaken van het bodemarchief in de gemeente en hen te informeren over mogelijke archeologische beperkingen die gelden voor het ontwikkelen van specifieke plangebieden. De afgelopen jaren heeft het BOOR een GIS-gerelateerde database opgezet: BOOR Informatie Systeem (afgekort: BOORIS), waarin voor Rotterdam en de Rotterdamse regio in een GIS-omgeving verschillende gegevens zijn op te vragen en te combineren: vindplaatsen, onderzoeksgebieden, bodemkaarten, historische kaarten, etc. Met behulp van BOORIS wordt nu al op efficiënte wijze bouwaanvragen beoordeeld op het aspect archeologie. Te zijner tijd kan een selectie van de in BOORIS opgeslagen informatie via Internet openbaar worden gemaakt voor de inwoners van Rotterdam en/of andere geïnteresseerden. UITGANGSPUNT 6 Voor een verantwoord archeologisch beleid is gestructureerd en gecentraliseerd archeologisch databeheer vereist. De gemeente Rotterdam beschikt over een archeologisch databestand voor Rotterdam en de Rotterdamse regio, dat onder meer via GIS-toepassingen ontsloten kan worden. De gemeente Rotterdam onderhoudt het databestand en vult het aan met relevante data afkomstig uit actueel (en vroeger uitgevoerd) onderzoek. 17
19 Depot bodemvondsten. 4.6 BEHEER EN BEHOUD VAN OPGRAVINGSDOCUMENTATIE EN VONDSTMATERIAAL De uitvoering van archeologisch (voor)onderzoek brengt verschillende producten voort: analoge en digitale opgravingsdocumentatie (lijsten, verslagen, tekeningen, foto's, etc.), alsmede fysieke voorwerpen (vondstmateriaal). Genoemde producten dienen op een verantwoorde wijze te worden beheerd en opgeslagen, waaraan ook de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) eisen stelt. Momenteel vindt een inventarisatie en documentatie plaats van de ruim 7000 dozen met vondstmateriaal die zich bevinden in het depot van het BOOR, dat gehuisvest is in de gemeenschappelijke depotruimte van de Rotterdamse musea aan de Metaalhof te Rotterdam. Na de inventarisatie kan ook bekeken worden, op grond van inhoudelijke argumenten en conform de regelgeving, of er een selectiebeleid toegepast kan worden en bepaalde vondstcomplexen afgestoten kunnen worden. UITGANGSPUNT 7 De gemeente Rotterdam zorgt voor een verantwoorde (KNA-conforme) opslag en beheer van opgravingsdocumentatie, alsmede van het vondstmateriaal. 18
20 BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE ROTTERDAM Voorbeelden van archeologisch (voor)onderzoek. Beschrijven van mechanische boorkernen en een opgraving in de binnenstad van Rotterdam (Vissersdijk). 4.7 DE GEMEENTE ROTTERDAM ALS UITVOERDER VAN ARCHEOLOGISCH (VOOR)ONDERZOEK Voor het uitvoeren van archeologisch veldwerk is een vergunning noodzakelijk. De gemeente Rotterdam is in het bezit van een opgravingbevoegdheid en wil deze continueren. Het is de beste garantie om invulling te geven aan de wil om de eigen geschiedenis te documenteren. Bovendien is het voor Rotterdam met de dynamische en voortgaande ruimtelijke ontwikkelingen van groot belang om zelfstandig archeologisch beleid te voeren en zelf de uitvoering ter hand te kunnen nemen. Eigen kennis, ervaring en inzicht geven de stad een sterke positie tegenover andere overheden. Eigen capaciteit maakt Rotterdam onafhankelijk van ontwikkelingen en marktpartijen. Eigen Rotterdamse capaciteit en expertise zijn de garantie voor een effectief verlopend ruimtelijk ordeningsproces vanaf planontwikkeling tot en met realisatie. Het is een voorwaarde het doel van de Rotterdamse archeologie effectief vast te houden, namelijk zorgen voor de Rotterdamse archeologische geschiedenis bij een ongehinderde bouwstroom. UITGANGSPUNT 8 De gemeente Rotterdam continueert haar opgravingsbevoegdheid. In het geval dat Rotterdam zelf (mede) initiatiefnemer is dan kunnen de kosten ten laste gebracht worden van het project (grondexploitatie, bouwexploitatie etc.). In dit kader heeft de gemeente Rotterdam in 2006 de financiering van noodzakelijk onderzoek zeker gesteld. UITGANGSPUNT 9 Rotterdam hanteert de stelregel "de verstoorder betaalt". In het geval dat Rotterdam (mede) inititatiefnemer is, komen de kosten ten laste van het project (grondexploitatie, bouwexploitatie etc.). 19
21 4.8 VERANTWOORDE REGIE VOEREN BIJ UITVOERING ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Het uitgangspunt voor de gemeente Rotterdam is dat zij bij gemeentelijke projecten zelf archeologisch onderzoek uitvoert. Bij private ontwikkelingen dient de gemeente Rotterdam in haar rol als bevoegd gezag een voor het onderzoek noodzakelijk PvE en/of PvA op te stellen, dan wel te beoordelen. Ook zal toezicht moeten plaatsvinden op de uitvoering van het door derden te verrichten onderzoek, een bevoegdheid die in de nog vorm te geven Gemeentelijke Archeologieverordening nader omschreven moet worden. Voorts dient door derden uitgevoerd onderzoek geëvalueerd te worden en moeten de eindrapportages beoordeeld worden. Daarnaast blijft de mogelijkheid open voor private partijen gebruik te maken van de uitvoerende capaciteit van het BOOR. 4.9 COMMUNICATIE: DE PRESENTATIE VAN HET 'ARCHEOLOGISCH VERHAAL' Het 'archeologisch verhaal' over de landschaps- en bewoningsgeschiedenis van de gemeente Rotterdam dient voor alle geïnteresseerden beschikbaar te zijn. Het is van groot belang, mede om de besteding van gemeenschapsgelden te verantwoorden, om het ontstaan en de ontwikkeling van de stad te tonen en het draagvlak voor de archeologie te verbreden, aandacht te besteden aan de communicatie over en presentatie van archeologische onderzoeksresultaten. Het kan daarbij gaan om krantenartikelen, publieksboekjes, lezingen, tentoonstellingen, rondleidingen, maar ook om lessen op scholen en visualisaties in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld de stadsmuur met toren uit de 15de eeuw in het trein- /metrostation Blaak. Om de inwoners en bezoekers van de stad te informeren en de tot de verbeelding sprekende geschiedenis van de stad te etaleren is een weloverwogen communicatiebeleid nodig, waarvoor middelen en menskracht moeten worden vrijgemaakt. 50-jaar Rotterdamse archeologie in 2010 biedt een goed uitgangspunt om het Rotterdamse werk van het BOOR breedschalig voor het voetlicht te brengen. UITGANGSPUNT 10 De gemeente Rotterdam onderschrijft het belang van het creëren en onderhouden van een draagvlak voor een verantwoord archeologiebeleid. Zij stelt prijs op het structureel informeren van verschillende doelgroepen over het archeologiebeleid en de archeologische onderzoeksresultaten. De komende jaren wordt een communicatieplan ontwikkeld (2007/2008), waarin ook aandacht besteed moet worden aan publieksuitingen naar aanleiding van 50-jaar Rotterdamse archeologie in
22 5. De werkzaamheden van het BOOR in de Rotterdamse regio Als gevolg van de nieuwe wet- en regelgeving doen regio-gemeenten in toenemende mate een beroep op het BOOR. Konden de werkzaamheden van het BOOR aanvankelijk worden aangeduid met 'het verlenen van goede buurdiensten', nu worden de activiteiten van het BOOR in de regio Rotterdam op basis van zakelijke overeenkomsten uitgevoerd en dienen de werkzaamheden uiteraard ten minste kostendekkend te zijn. De zakelijke aanpak heeft aantrekkelijke voordelen. Rotterdam kan op deze manier namelijk beschikken over een adequate organisatie (personeel en materieel), die toegerust is voor het zeer gevarieerde, complexe en veeleisende Rotterdamse werk, terwijl de vaste kosten hiervoor door meerdere partijen worden gedragen. Momenteel vindt overleg plaats met de regio-gemeenten over structurele samenwerking op het gebied van beleidsvorming en -uitvoering, advisering op het gebied van ruimtelijke ordening en archeologie, advisering en regie met betrekking tot uitvoering van archeologisch (veld)werk. Het BOOR treedt in dit geval als Adviseur Archeologie op voor een regiogemeente. De archeologische kennis van het BOOR wordt ingezet bij onder andere het leveren van adviezen op het gebied van de gemeentelijke archeologie en het archeologiebeleid, het vervaardigen en onderhouden van beleidsinstrumenten, het opstellen en goedkeuren van PvE's en het vervaardigen van archeologieparagrafen voor bestemmingsplannen. Behalve voornoemde werkzaamheden kan het voor een buurgemeente ook aantrekkelijk zijn om gebruik te maken van de opgravingsbevoegdheid van de gemeente Rotterdam/BOOR en gebruik te maken van de diensten van het BOOR op het gebied van archeologische uitvoerende werkzaamheden (inventariserend veldonderzoek, opgravingen, etc.). Dit geldt bijvoorbeeld in het geval van toevalsvondsten waarbij snel kan worden gehandeld, ingeval van kleine (particuliere) ontwikkelingen, dan wel om onafhankelijk te kunnen zijn van de capaciteit van de markt, of vanuit inhoudelijk oogpunt bij sommige onderzoeksprojecten. Indien een buurgemeente van deze diensten (uitvoerende werkzaamheden door het BOOR) gebruik wil maken, dient er een samenwerkingsverband tot stand te komen op basis van een Lichte Gemeenschappelijke Regeling. Over een Lichte Gemeenschappelijke Regeling kort samengevat het volgende. Nu al voert het BOOR in opdracht van andere gemeentelijke diensten archeologisch werk uit op basis van een contract/overeenkomst. Het verschil in de toekomst is dat de overeenkomst niet tussen de gemeentelijke diensten, maar tussen twee gemeenten wordt afgesloten, met goedkeuring van beide gemeenteraden. Juridisch zijn er geen bijkomende risico's vergeleken, met de nu bestaande situatie en een extra (intergemeentelijke) bestuurslaag is niet nodig. UITGANGSPUNT 11 Rotterdam onderschrijft en stimuleert de voorzetting van samenwerking met buurgemeenten op het terrein van de archeologie. 21
23 6. BOOR: organisatie en financiering Afbeelding van Johannes de Doper op een goudgulden van Jan van Nassau II van Mainz, geslagen tussen 1409 en 1417, Willemsspoortunnel (foto: Peter de Ruig). 6.1 ORGANISATIE De nieuwe wet- en regelgeving in Nederland en de ingrijpende veranderingen binnen het Nederlands archeologisch bestel leiden tot de volgende ontwikkelingen: 1. Alle gemeenten in Nederland worden verplicht een archeologiebeleid te ontwikkelen, inzicht te hebben in de archeologische waarden en verwachtingen binnen hun grondgebied, archeologische aspecten mee te wegen in het besluitvormingsproces van de ruimtelijke ordening en - in de rol van bevoegd gezag - regie te voeren over archeologisch veldwerk. 2. Het bovenstaande leidt tot een sterke toename van het archeologisch veldwerk (vooronderzoek en opgravingen) en brengt nieuwe taken met zich mee. 3. Archeologische werkzaamheden (advisering, veldwerk) zijn in Nederland niet langer voorbehouden aan een beperkt aantal overheidsinstellingen, maar zijn nu ook vrij voor het particulier initiatief. Deze ontwikkeling leidt tot concurrentie, maar biedt ook mogelijkheden tot het inhuren van extra capaciteit, met een regierol voor het BOOR. 4. Alle uitvoerende instellingen (overheid en particulier) moeten voldoen aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de gemeente Rotterdam en derhalve voor de organisatie en het werkpakket van het BOOR. De wettelijke verplichtingen hebben het aspect "archeologische geschiedenis" verankerd in het gemeentelijk ruimtelijke ordeningsbesluitvormingsproces, wat heeft geleid tot een uitbreiding van taken van het BOOR. In toenemende mate wordt overleg gevoerd en advies gegeven over archeologie, ruimtelijke ordening en planvorming aan zowel gemeentelijke organisaties als aan particulieren. Archeologie wordt ook ingebracht in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. De plannen worden -in de rol van bevoegd gezag- getoetst. Voorts worden beleidsinstrumenten onderhouden en ontwikkeld, zoals de Archeologische Waardenkaart Rotterdam, de lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen ten behoeve van de Monumentenverordening Rotterdam 2003 en de Onderzoeksagenda Archeologie. Zó wordt de geschiedenis van de stad beheerd. 22
24 hoofd BOOR secretarieel medewerker hoofd 'beheer en beleid' hoofd 'onderzoek en rapportage' documentatie/ict medewerker depot- en facilitair medewerker archeologisch tekenaar (2X) archeologisch veldmedewerker archeologisch assistent archeoloog 'beheer en beleid' archeoloog 'beheer en beleid' archeoloog 'beheer en beleid' archeoloog 'onderzoek en rapportage' archeoloog 'onderzoek en rapportage' Organogram BOOR. De taken maken het noodzakelijk dat er -ook de komende jaren- veel aandacht besteed moet worden aan informatie-management. Het gaat daarbij om archiveren, deponeren en ontsluiten van archeologische gegevens volgens de KNA-normen. Recentelijk heeft het BOOR een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van BOORIS: een geautomatiseerde (GIS-gerelateerde) archeologische database, die nu al een onmisbare bijdrage levert aan een goed verlopend ruimtelijk ordeningsproces. Ook het uitvoerend archeologisch veldwerk is in omvang toegenomen als gevolg van het Verdrag van Malta en de implementatie daarvan in de Nederlandse wet- en regelgeving. Het betreft vooronderzoek door middel van boringen en proefsleuven, gevolgd in een aantal gevallen door opgravingen. Aan het onderzoek zijn nieuwe eisen gesteld in het kader van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voorts dienen de veldonderzoeken binnen twee jaar gevolgd te worden door een rapportage. De rapportages, alsmede de archivering en deponering van de archeologische gegevens en vondsten zijn onderhevig aan de KNA. Zo wordt de geschiedenis van de stad vastgelegd, gedocumenteerd en doorgegeven aan volgende generaties. In kwantiteit en kwaliteit is het archeologisch werk de afgelopen jaren verbreed en aangescherpt. Deze ontwikkelingen vormden de aanleiding voor een reorganisatie van het BOOR, die in maart 2007 zijn beslag heeft gekregen. Het doel van de reorganisatie is om invulling te geven aan de nieuwe gemeentelijke taken, om efficiënt sturing te kunnen geven aan werkprocessen, alsmede de capaciteit aan te passen aan de vraag, met behoud van voldoende flexibiliteit. In dit kader is de organisatie versterkt en de structuur aangepast, waardoor het BOOR in de komende tijd in staat is het Rotterdamse archeologiebeleid en het archeologisch onderzoek op en volwaardige wijze te continueren. Het BOOR beschikt nu over 15 formatieplaatsen en 3 medewerkers op langdurige inhuurbasis, die deel uitmaken van twee teams: het team Beheer en Behoud en het team Onderzoek en Rapportage. Het team Beheer en Beleid geeft inhoud aan de rol van Bevoegd Gezag, heeft de verantwoordelijkheid van de documentatie en archivering, draagt bij aan het beleid en de beleidsinstrumenten, zorgt voor de regie- en directievoering over archeologische projecten en is verantwoordelijk voor de communicatie. Het team Onderzoek en Rapportage is verantwoordelijk voor het archeologisch (voor)onderzoek en de uitwerking daarvan, en de wettelijk verplichte rapportages. 23
25 6.2 FINANCIERING De activiteiten van BOOR worden op twee manieren gefinancieerd. Enerzijds werkt BOOR op projectbasis tegen een vergoeding per project. Op basis van offertes wordt archeologisch (veld)onderzoek uitgevoerd (Onderzoek en Rapportage). In geval Rotterdam opdrachtgever is, is de financiering van het archeologisch onderzoek bij bouwprojecten zekergesteld, door deze te laste te laten komen van de grondexploitatie (Collegebesluit ). Anderzijds verricht BOOR alle Beheers- en Bevoegd gezag taken ten laste van ORM, zijnde
26 7. Archeologiebeleid Rotterdam : beleidsdoelstellingen Sinds 1960 geeft de gemeente Rotterdam structureel aandacht aan de archeologische geschiedenis van Rotterdam en de regio door zich in te zetten voor behoud, documentatie en beheer van het archeologisch erfgoed, in combinatie met het publiceren en communiceren daarover. Het gevoerde beleid wil Rotterdam actualiseren op basis van de doelstellingen van het Verdrag van Malta en met de bevoegdheden en verplichtingen die voortvloeien uit de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007). Het leidt tot de volgende beleidsdoelstellingen: 1. De gemeente Rotterdam streeft er naar om het bodemarchief zoveel mogelijk in situ te bewaren. Archeologische waarden worden door planaanpassing zo veel mogelijk ontzien. Zodoende kunnen archeologische waarden behouden blijven en worden opgravingskosten uitgespaard. Om het archeologisch erfgoed zo goed mogelijk te behouden en planaanpassing te kunnen realiseren, dienen archeologische informatie en belangen zo vroeg mogelijk te worden ingebracht en worden meegewogen in het proces van ruimtelijke ordening. Indien behoud van het bodemarchief niet mogelijk is, dient het gedocumenteerd te worden ('behoud ex situ'). 2. De gemeente Rotterdam ( BOOR) past haar organisatie en werkwijze conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en behoudt daardoor haar opgravingsbevoegdheid (2008). 3. Voor een verantwoord archeologisch beleid in de gemeente Rotterdam zijn in elk geval de volgende beleidsinstrumenten noodzakelijk, die periodiek geactualiseerd moeten worden: Beleidsnota. Archeologische Waarden- en Beleidskaart. De kaart is gerealiseerd, maar dient een juridische grondslag te krijgen door deze op te nemen in de Gemeentelijke Archeologieverordening Rotterdam (2008). Lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen. De lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's) is voorlopig vastgesteld door het College van B&W, maar dient na een inzage-procedure definitief te worden vastgesteld, waardoor de ABP's op grond van de Monumentenverordening Rotterdam 2003 bescherming genieten (2008). Gemeentelijke Archeologieverordening. Hierin wordt het gebruik van de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam geregeld, alsmede bepalingen die samenhangen met onderzoek dat derden in Rotterdam wordt verricht (2008). Rotterdamse Onderzoeksagenda Archeologie (ROA). Het beleidsinstrument vormt de basis voor selectiebesluiten en geeft richting aan toekomstig onderzoek en de synthetiserende uitwerking van reeds verricht onderzoek. 4. De gemeente Rotterdam draagt er zorg voor dat de archeologische belangen in voldoende mate in haar bestemmingsplannen geborgd zijn. Dit betekent dat de bestemmingsplannen voorzien moeten zijn van een archeologieparagraaf, voorschriften en 25
27 5. De gemeente Rotterdam dient een procedure te ontwikkelen die borgt dat bij vergunningverlening en gemeentelijke grondoverdrachten de archeologische belangen meegewogen worden (2008). 6. Voor een verantwoord archeologisch beleid is gestructureerd en gecentraliseerd archeologisch databeheer vereist. De gemeente Rotterdam beschikt over een archeologisch databestand voor Rotterdam en de Rotterdamse regio, dat onder meer via GIStoepassingen ontsloten kan worden. De gemeente Rotterdam onderhoudt het databestand en vult het aan met relevante data afkomstig uit actueel (en vroeger uitgevoerd) onderzoek. 7. De gemeente Rotterdam zorgt voor een verantwoorde (KNA-conforme) opslag en beheer van opgravingsdocumentatie, alsmede van het vondstmateriaal. 8. De gemeente Rotterdam continueert haar opgravingsbevoegdheid. 9. Rotterdam hanteert de stelregel "de verstoorder betaalt". In het geval dat Rotterdam (mede) inititatiefnemer is, komen de kosten ten laste van het project (grondexploitatie, bouwexploitatie etc.). 10. De gemeente Rotterdam onderschrijft het belang van het creëren en onderhouden van een draagvlak voor een verantwoord archeologiebeleid. Zij stelt prijs op het structureel informeren van verschillende doelgroepen over het archeologiebeleid en de archeologische onderzoeksresultaten. De komende jaren wordt een communicatieplan ontwikkeld (2007/2008), waarbij ook aandacht besteed moet worden aan publieksuitingen naar aanleiding van 50-jaar Rotterdamse archeologie in Rotterdam onderschrijft en stimuleert de voorzetting van samenwerking met buurgemeenten op het terrein van de archeologie. 26
Archeologische Beleid
Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam Archeologisch Beleid. Toelichting. Colofon. Archeologische Beleid 1. Archeologisch Belangrijke Plaatsen 2. Gebieden met een zeer hoge archeologische verwachting.
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 3 juli 2014 Status definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, N.Landsman Telefoon 088 7972502 Email [email protected]
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief
3 Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 6 april 2011 Status Definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat DI-IMG Informatie Contractenbuffet IMG, N. Landsman Telefoon 088 7972502 Fax [email protected]
Brede Afspraak Archeologie
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum Status 7 oktober 2016 definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, Nico Landsman Telefoon 088 7972502 Email
Afbeelding 1.1. Luchtfoto van de locaties (rood=alternatief, blauw=bestaand)
Afbeelding.. Luchtfoto van de locaties (rood=alternatief, blauw=bestaand). WET- EN REGELGEVING Rijksbeleid Archeologie Monumentenwet (Rijk, 988, gewijzigd 007) Het Verdrag van Malta werd in 99 ondertekend
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.
Archeologische Monumentenzorg stapsgewijs Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen in het kader van ruimtelijke ingrepen vindt plaats in stappen.
HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse
HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven
INT09.0031/MB. Oriëntatienota Archeologie
INT09.0031/MB Oriëntatienota Archeologie 2 Inhoudsopgaaf 1. Inleiding... 4 2. Archeologiebeleid... 4 3. Archeologische verwachtingenkaart... 4 4. Wat gebeurt er als de gemeente geen beleid opstelt?...
Archeologieparagraaf Wetgeving omtrent archeologie Gemeentelijk beleid omtrent archeologie Procedure
Archeologieparagraaf Wetgeving omtrent archeologie Met de ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992 door bijna alle Europese landen (waaronder Nederland), werd archeologie steeds meer een onderdeel
Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie
Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie Provincie Gelderland 10 december 2010 Definitief Documenttitel Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie Verkorte documenttitel Verkenning N345 Voorst Status
Erfgoedbeleid Ridderkerk. Archeologieverordening Ridderkerk 2013
Erfgoedbeleid Ridderkerk Archeologieverordening Ridderkerk 2013 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013 Gemeentestukken: 2013-267 TOELICHTING OP DE ARCHEOLOGIEVERORDENING RIDDERKERK 2013
Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)
Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel
VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK
VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 1. Wettelijk kader In 1992 werd het Verdrag van Valletta ( Malta ) opgesteld. Dit Verdrag stelt
Een verborgen verleden. Archeologie in Heerde. www.heerde.nl
Een verborgen verleden Archeologie in Heerde www.heerde.nl Een verborgen verleden De gemeente Heerde heeft een rijke geschiedenis. U als inwoner kent een deel van deze geschiedenis. Misschien zelf meegemaakt
1 Hoe gaan we om met archeologie in de gemeente Oss? U heeft een omgevingsvergunning aangevraagd.voordat we een vergunning kunnen verlenen,
Sinds 2010 heeft de gemeente Oss een archeologiebeleid. Vanaf 1 januari 2013 geldt dit voor het gehele grondgebied van de nieuwe gemeente Oss, inclusief Lith dus. Deze brochure is voor iedereen bedoeld
Op weg naar een archeologiebeleid voor de gemeente Bergen
Op weg naar een archeologiebeleid voor de gemeente Bergen F. Kortlang en A. Van de Water 30 mei 2012 www.archaeo.nl Inhoud Archeologiebeleid: Waarom? Aanpak Verwachtingenkaart Beleidskaart Uitgangspunten
Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport
Gemeente Haarlem Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Om archeologisch erfgoed te beschermen, kan bij een vergunningsaanvraag een waardestellend
Op weg naar een archeologiebeleid voor de gemeente Boxtel. Fokko Kortlang 27 september
Op weg naar een archeologiebeleid voor de gemeente Boxtel Fokko Kortlang 27 september 2012 www.archaeo.nl Inhoud 1. Archeologiebeleid: Waarom? 2. Archeologie in Boxtel 3. Aanpak 4. Verwachtingenkaart 5.
Handleiding voor de Archeologische Monumentenkaart
Handleiding voor de Archeologische Monumentenkaart Pagina 1 van 7 Colofon Bron voor AMK gegevens: ARCHIS De AMK is tot stand gekomen in samenwerking met de Provincies Redactie teksten: A. Sloos Redactie
Archeologiebeleid en de Omgevingswet Heleen van Londen
Archeologiebeleid en de Omgevingswet Heleen van Londen Omgevingswet 2018? De overheid wil regels voor ruimtelijke plannen vereenvoudigen en samenvoegen Doel: makkelijker maken om bouwprojecten te starten
Nota archeologie gemeente Roermond 2011
Inleiding In opdracht van de gemeente Roermond is in de periode 2006 2008 een archeologieatlas voor de gehele gemeente vervaardigd. Deze atlas vormt de basis voor het Roermondse archeologiebeleid dat transparant
OMnummer: Datum: Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr ) Opdrachtgever (LS01)
OMnummer: 43567 Datum: 21-10-2010 Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr.10-122) Opdrachtgever (LS01) Naam / organisatie: Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer Contactpersoon: Mevr. H. van der
PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE - TOELICHTING
1 PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE TOELICHTING INHOUD 1. INLEIDING 2 1.1 Achtergrond 2 1.2 Doel 2 1.3 Situering en begrenzing plangebied 3 2. BELEIDSKADER 4 2.1 Wet op de Archeologische Monumentenzorg
De kracht van vrijwilligers Bijdragen aan archeologisch onderzoek. Bijdragen aan archeologisch onderzoek
21 Bijdragen aan archeologisch onderzoek 22 De kracht van vrijwilligers Bijdragen aan archeologisch onderzoek Het belang van actief onderzoek doen Vrijwilligers ondersteunen gemeenten en beroepsarcheologen
Quickscan Archeologie
Quickscan Archeologie Project : Emplacement Enschede Projectleider : F. Bakermans Versie : EDMS nr. : xxx Status : Concept Inhoud INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel- en vraagstelling van het onderzoek 1.3
PRAKTIJKPRESENTATIE ERFGOEDHUIS ZUID-HOLLAND BELANGENBEHARTIGING ARCHEOLOGIE EN HANDHAVING DOOR BEVOEGD GEZAG
PRAKTIJKPRESENTATIE ERFGOEDHUIS ZUID-HOLLAND BELANGENBEHARTIGING ARCHEOLOGIE EN HANDHAVING DOOR BEVOEGD GEZAG AWN 22 SEPTEMBER 2012 Opgraving Nieuw Rijngeest- Zuid Oegstgeest 2009 Een nieuwe kijk op de
Pagina 1 van 7 Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn
Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Oosterdijk 54, Oosterdijk, gemeente Enkhuizen Adviesnummer: 16078 Opsteller: F.C. Schinning (archeoloog) & C.M. Soonius (regio-archeoloog) Datum: 09-05-2016
zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 18715 3 april 2014 Erfgoedverordening Stadsdeel Zuidoost 2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat
Thematische herziening archeologie
Bestemmingsplan Thematische herziening archeologie Gemeente Brunssum Datum: 23 juli 2015 Projectnummer: 130510 ID: NL.IMRO.0899.BPPPArcheologie-OW01 INHOUD TOELICHTING 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2
GElvlEENTE WESTVOORNE
indien zelf GElvlEENTE WESTVOORNE Raadsvoorstel 2008 Volgnr 034 Rockanje, 22 april 2008 Raadsvergadering van Aan Raadsagenda nr Onderwerp: vaststelling Beleidsnota Archeologiebeleid met bijbehorende kaarten
Erfgoedverordening Amsterdam
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel r, onder 2; b. archeologisch onderzoek: werkzaamheden
Archeologische Begeleiding
Protocol 4007 Archeologische Begeleiding Dit protocol maakt onderdeel uit van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie. Deze Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3), is op 09-12-2013
Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT
VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT Een waarneming tijdens een bodemsanering J.A. Nipius 2011 Gemeente Dordrecht Bureau Monumentenzorg & Archeologie Colofon ISSN n.v.t. ISBN n.v.t. Tekst J.A. Nipius Redactie
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Toetsingskader Verdrag van Valetta Monumentenwet 1988 Interimbeleid archeologie gemeente Terneuzen De onderste steen boven? Europees beleid Verdrag van Valetta
Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting
Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting In deze bijlage zijn voorbeeld planregels met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie opgenomen voor nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente
Blad 2. Beoordeling verzoek
Ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het dempen van een kadesloot en verbreden van watergangen in de Wergeastermarpolder Door het Wetterskip Fryslân is een
Dordrecht Ondergronds Waarneming 2 DORDRECHT, SPUIBOULEVARD
DORDRECHT, SPUIBOULEVARD 273-287 Waarneming van een deel van de stadsmuur M.C. Dorst De stadsmuur met de Beulstoren op een tekening van Schouman uit 1747 (Erfgoedcentrum DIEP, inventarisnr. 551_30093).
Heesch - Beellandstraat
Archeologische Quickscan Heesch - Beellandstraat Gemeente Bernheze 1 Steller Drs. A.A. Kerkhoven Versie Concept 1.0 Projectcode 12110023 Datum 22-11-2012 Opdrachtgever LWM Ewislaan 12 1852 GN Heiloo Uitvoerder
Archeologie in Utrecht Informatie, adressen en procedures
Archeologie in Utrecht Informatie, adressen en procedures Utrecht.nl Archeologie in Utrecht De Utrechtse bodem zit vol waardevolle resten uit het verleden. Daarom mogen er vaak alleen onder bepaalde voorwaarden
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak,
GEMEENTE WIERDEN ARCHEOLOGISCHE INVENTARISATIE EN VERWACHTINGSKAART
BAAC rapport GEMEENTE WIERDEN ARCHEOLOGISCHE INVENTARISATIE EN VERWACHTINGSKAART BAAC rapport V-09.0172 januari 2010 Status definitief Auteur(s) drs. A. Buesink drs. M.A. Tolboom H.M.M. Geerts ARCHEOLOGIE
Archeologiebeleid gemeente Rijnwoude
Archeologiebeleid gemeente Rijnwoude 1. Inleiding In 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. Deze wet verplicht de raad om, bij de vaststelling van een bestemmingsplan,
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE ONTWIKKELING TWEE PLANGEBIEDEN BORCULOSEWEG, BARCHEM, GEMEENTE LOCHEM
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE ONTWIKKELING TWEE PLANGEBIEDEN BORCULOSEWEG, BARCHEM, GEMEENTE LOCHEM Inleiding Op verzoek van Buytenhof Planontwikkeling BV uit Vriezenveen heeft Crevasse Advies een quickscan archeologie
4 Archeologisch onderzoek
4 Archeologisch onderzoek 99044462 Inhoudsopgave ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 1 Inleiding... 2 1.1 Algemeen... 2 1.2 Aanleiding en doelstelling... 2 2 Bureauonderzoek... 3 2.1 Werkwijze... 3 2.2 Resultaten
248103 PIP Buitenring Parkstad Limburg - Oplegnotitie deelrapport 7 thema Archeologie
PIP Buitenring Parkstad Limburg Oplegnotitie deelrapport 7 thema Archeologie nummer 248103 PIP Buitenring Parkstad Limburg - Oplegnotitie deelrapport 7 thema Archeologie datum 21 juni 2012 versie definitief
Certificering in de nieuwe erfgoedwet
Certificering in de nieuwe erfgoedwet SIKB jaarcongres, 25 september 2014 Vevita Eichberger-Zandee Directie Erfgoed en Kunsten Thomas van den Berg Rijksdienst Cultureel Erfgoed Inhoud Overzicht van de
Archeologie Bouwen en verbouwen. www.sudwestfryslan.nl
Archeologie Bouwen en verbouwen www.sudwestfryslan.nl Archeologie Heeft u bouwplannen of moet u voor andere werkzaamheden graven in de grond? Dan bent u soms verplicht om vooraf archeologisch onderzoek
Archeologienota Waterland 2011
Archeologienota Waterland 2011 Inhoudsopgave Archeologienota Waterland 2011...1 1 Inleiding: archeologie in Waterland...3 2 Waarom archeologiebeleid?...4 2.1 Wettelijk kader...4 2.2 Doel...4 2.3 Basis
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN Terneuzen Cultuurhistorische Waardenkaart Datum: februari 2013 Opgesteld door: Gemeente Terneuzen Gemeente Terneuzen Stadhuisplein 1 Postbus 35 4530 AA Terneuzen
Monitor. Erfgoedinspectie. Monumenten en Archeologie
Monitor Erfgoedinspectie 2015 2016 Monumenten en Archeologie Inleiding In deze kleurrapportage treft u een overzicht aan van de prestaties van alle gemeenten op geselecteerde onderdelen van de gemeentelijke
Archeologiebeleid op Walcheren
Archeologiebeleid op Walcheren Netwerkbijeenkomst Erfgoed en Ruimte RCE 12 december 2012 Walcherse Archeologische Dienst, december 2012 Archeologie op Walcheren Verdrag van Malta 1992: bescherming archeologie
GEMEENTE HARLINGEN. Voorstel aan de gemeenteraad van Harlingen *GR * GR
Voorstel aan de gemeenteraad van Harlingen *GR15.00061* GR15.00061 Behandeld in Gezamenlijke commissie Mens & Bestuur en Omgeving Datum Commissie 16 september 2015 Agendanummer 15 Datum Raad 30 september
Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle
Archeologietoets locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets Locatie Kerkstraat 57, Riel projectleider: B. van Spréw Datum: 13 oktober 2006 Uitgevoerd in opdracht van SAB Eindhoven contactpersoon:
Afbeelding 1. De ligging van plangebied Kadijkweg te Lutjebroek (zwarte stippellijn).
Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Kadijkweg 65-67, Lutjebroek, gemeente Stede Broec Adviesnummer: 14153 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog) & C. Soonius (regio archeoloog) Datum: 28-05-2014
Figuur 1 Geulafzettingen (Bron: CHS)
Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie Naar de archeologie in onder andere de Groeneveldse Polder is een bureaustudie gedaan door de heer Bult van het Vakteam Archeologie i. De in weergegeven
Omgevingswet en Erfgoedwet: een nieuw kader voor cultureel erfgoed
Omgevingswet en Erfgoedwet: een nieuw kader voor cultureel erfgoed 2 oktober 2014 Monique Krauwer Directie Erfgoed en Kunsten Inhoud Omgevingswet en Erfgoedwet Cultuurhistorie in de Omgevingswet Wat vindt
Quickscan Inleiding Resultaten quickscan
Quickscan Kenmerk Betreft 1 Inleiding Provincie Noord-Holland heeft het voornemen om de provinciale weg N244 tussen de A7 bij Purmerend en de N247 bij Edam-Volendam op te waarderen tot een regionale weg.
Notitie 285 GRIPSCAN ARCHEOLOGIE PEPPELWEG, ROTERDAM
GRIPSCAN ARCHEOLOGIE PEPPELWEG, ROTERDAM Inleiding Op verzoek van Cleton & Com heeft Crevasse Advies een gripscan archeologie uitgevoerd ten behoeve van herontwikkeling van het plangebied Peppelweg in
Erfgoedverordening Heemskerk 2009
Erfgoedverordening Heemskerk 2009 Januari 2009 Inhoudsopgave Erfgoedverordening Heemskerk 2009 5 Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen 5 Artikel 1: Begripsbepalingen 5 Artikel 2: Het gebruik van het beschermd
Modelvoorschriften archeologie in de omgevingsvergunning
Op grond van artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen ten aanzien van archeologie voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, indien hier in het bestemmingsplan een grondslag
De Erfgoedwet en certificering
De Erfgoedwet en certificering Archeologie in de Erfgoedwet Iepie Roorda Informatiemiddag Erfgoedwet 11 mei 2016 Inhoud presentatie Wat staat er in de Erfgoedwet over archeologie en wat is er anders? Inhoud
8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE KLAVER 8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente 8 2017 Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas 20 APRIL 2017 20 APRIL 2017 Contactpersonen KOOS MOL Arcadis Nederland B.V.
VERORDENING. De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.
Lijst agendapunten nummer: 8b Kenmerk: 11150 Afdeling: Vergunningen en Handhaving VERORDENING Datum: 9 oktober 2008 Onderwerp: Erfgoedverordening Terneuzen 2008 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen
KOEWACHT-OVERSLAG-ZUIDDORPE. 1e wijziging
TERNEUZEN Bestemmingsplan KOEWACHT-OVERSLAG-ZUIDDORPE 1e wijziging Gemeente Terneuzen Emmabaan 31 te Koewacht TOELICHTING Inhoud van de toelichting Toelichting op de wijziging ex. artikel 3.6, lid 1, onder
Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.
1. ALGEMENE GEGEVENS Titel Auteur(s) Autorisatie Gemeente Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.0) H.
Vrijwilligers in de archeologie en de Erfgoedwet
Vrijwilligers in de archeologie en de Erfgoedwet Inhoud Vrijwilligers pag. 1 Detector-amateurs pag. 2 Maritieme archeologie pag. 4 Universiteiten, hogescholen en dienstverleners pag. 4 Hoe we in Nederland
Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554
Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554 NOTITIE TML554 Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht, (gemeente Zuidplas).
Omgevingswet en Erfgoedwet; een (nieuw) kader voor cultureel erfgoed
Omgevingswet en Erfgoedwet; een (nieuw) kader voor cultureel erfgoed Informatiemiddag Erfgoedwet, 17 juni 2016 Frank Altenburg Inhoud Omgevingswet en Erfgoedwet Wat vindt u waar? Wat is nieuw? Cultureel
Dordrecht Ondergronds 33
Dordrecht Ondergronds 33 Plangebied Vest 90-92 Gemeente Dordrecht Waarneming van de stadsmuur en de Nonnentoren M.C. Dorst 2012 Gemeente Dordrecht Stadsontwikkeling/Ruimtelijke Realisatie/Archeologie Colofon
Archeologie in de erfgoedwet
Archeologie in de erfgoedwet Marion Zijlema Roermond, 19 november 2015 Wat staat er in de erfgoedwet over archeologie en wat is er anders? Art. 5.1 5.6 Het verrichten van opgravingen Art. 5.1 Opgravingsverbod
Erfgoedbeleid Ridderkerk. Uitwerking deel I Archeologiebeleid
Erfgoedbeleid Ridderkerk Uitwerking deel I Archeologiebeleid BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE RIDDERKERK Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam 22 juli 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Archeologische wet-
Dit document bevat modellen voor archeologische voorschriften die kunnen worden verbonden aan bouw- en sloopvergunningen.
Modellen bouwvergunning en sloopvergunning Dit document bevat modellen voor archeologische voorschriften die kunnen worden verbonden aan bouw- en sloopvergunningen. A. Modellen bouwvergunning Uitgangspunt
Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat 88-126
OMnummer: 61324 Datum: 23-04-2014 Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Opdrachtgever (LS01) Naam / organisatie: Stadsdeel Oost Contactpersoon: Robbert Leenstra Postbus:
Hoe doen we het nu? Een inventarisatie van het erfgoedbeleid in de regiogemeenten. Ria Berkvens
Hoe doen we het nu? Een inventarisatie van het erfgoedbeleid in de regiogemeenten Ria Berkvens Wat gaat er veranderen door nieuwe wetgeving? Erfgoedwet: Onderhoudsplicht voor beschermde monumenten; Opgravingsvergunning
Inhoudsopgave. 2 Beleidsnotitie Archeologie
30 september 2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Wat betekent het archeologiebeleid?... 4 2. Welke beschermende instrumenten hanteert de gemeente?... 6 3. Hoe wordt archeologie beleefbaar?... 8 4. Hoe
Erfgoedkaart Drimmelen. deelkaart archeologie
Erfgoedkaart Drimmelen deelkaart archeologie Programma 1) Wat is Erfgoed? 2) Waarom Archeologie? 3) Landelijk kader 4) Gemeentelijke uitwerking 5) De weg naar een kaart 6) Praktisch: historische bebouwing
Wat is er anders na 1 januari 2016?
Wat is er anders na 1 januari 2016? Archeologie in de erfgoedwet (en omgevingswet) Joost Kuggeleijn (OCW, E&K) Marjolein Verschuur (OCW, RCE) SIKB velddag, 24 september 2015 Inhoud presentatie Wat staat
CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN
CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN Onderzoek naar cultuurhistorische structuren, landschappen en panden Aansluitend op Belvedere- (Behoud door ontwikkeling) en het MoMo-beleid (Modernisering
1 Inleiding 3. 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel van het archeologisch beleidsplan 3 1.3 Opzet en leeswijzer 4. Deel I Archeologische achtergronden 5
Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel van het archeologisch beleidsplan 3 1.3 Opzet en leeswijzer 4 Deel I Archeologische achtergronden 5 2 Het bodemarchief van de gemeente Sint-Michielsgestel
.txl. Advies: - Noordelijk deel Monitoring werkzaamheden (kosteloos) - Zuidelijk deel Monitoring werkzaamheden (kosteloos)
Archeologie Texel.txl Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Planlocatie Pelgrim, Den Burg, gemeente Texel Adviesnummer: 16192 Opsteller: H. de Weerd (archeoloog) en M.H. Bartels (senior-archeoloog)
