Handleiding. STIP-methodiek STIP
|
|
|
- Jonathan de Smet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handleiding STIP-methodiek STIP
2 Colofon De STIP-methodiek is ontwikkeld door de vakgroep Instructietechnologie van de Universiteit Twente en de Stichting Katholiek Onderwijs Enschede (St. KOE). Het STIP-project is gesubsidieerd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Bij de ontwikkeling van de STIP-methodiek en modules is zorgvuldig omgegaan met auteursrechten. Eenieder die onverhoopt beeld of tekst herkent van zichzelf zonder bronvermelding of toestemming, verzoeken wij contact met ons op te nemen. Vakgroep Instructietechnologie Faculteit BMS Universiteit Twente Postbus AE Enschede Contactpersoon: Tessa Eysink Tel.: September 2015 Copyright STIP Lessen uit de STIP-modules mogen gekopieerd worden voor eigen gebruik onder strikte voorwaarden beschreven onder de Creative Commons licentie: Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken. Meer informatie over deze licentie staat op creativecommons.nl/licenties/uitleg. Handleiding STIP-methodiek 2
3 Inhoudsopgave Inleiding 4 De STIP- methodiek 5 Differentiatie 7 Stappenplan STIP- methodiek 9 Voorbeeldlessen 14 Beoordeling 15 Literatuur 16 Bijlage I: De kwaliteitskaart van School aan Zet 17 Bijlage II: Selectie van de expertgroepen 22 Bijlage III: Selectie van de ontwerpgroepen 24 Handleiding STIP-methodiek 3
4 Inleiding Voor u ligt de handleiding in de STIP-methodiek van de Universiteit Twente, in samenwerking met de Stichting Katholiek Onderwijs Enschede (St. KOE) binnen het onderzoeksprogramma praktijkgericht kortlopend onderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijs (NRO). STIP staat voor Samenwerken tijdens Taak-, Inhoud- en Procesdifferentiatie. Het uitgangspunt van de STIP-methodiek is dat alle leerlingen op hun eigen niveau uitgedaagd worden. Dit wordt bewerkstelligd door leerlingen in zowel homogene als heterogene groepssamenstellingen samen te laten leren. De STIP-methodiek kan door zijn generieke karakter op allerlei domeinen toegepast worden. In deze handleiding vindt u een beschrijving van de STIP-methodiek en de achterliggende ideeën alsmede een stappenplan om zelf uw reguliere lessen om te zetten in STIP-lessen. Handleiding STIP-methodiek 4
5 De STIP-methodiek De STIP-methodiek is gebaseerd op de jigsaw benadering (ook wel legpuzzel benadering genoemd) van Aronson, Bridgeman en Geffner (1978). Volgens deze benadering werken leerlingen samen aan een probleem, dat alleen kan worden opgelost als alle leerlingen goed samenwerken. Om de individuele verantwoordelijkheid en de wederzijdse afhankelijkheid te bevorderen (Johnson, Johnson, & Smith, 2007) is elke leerling in het groepje verantwoordelijk voor een onderdeel van het probleem, zodat bij de oplossing de stukjes (als in een legpuzzel) samengevoegd kunnen worden. In de STIP-methodiek is deze benadering aangepast door bij de samenstelling van de groepen rekening te houden met het ontwikkelingsniveau van de leerlingen. De STIP-methodiek bestaat uit twee lesdelen of lessen. In de eerste les moeten alle leerlingen zoveel mogelijk leren over een eigen onderwerp. Ze doen dit samen met klasgenootjes die hetzelfde onderwerp hebben gekregen (homogene groepjes, zie linkerkolom in Figuur 1). De leerlingen kunnen elkaar zo op hun eigen niveau aanspreken en stimuleren. Bovendien kunnen leerkrachten deze homogene groepjes begeleiden op een manier die past bij hun instructiebehoeften. Na bestudering van het eigen onderwerp werken de leerlingen vervolgens in de tweede les als experts in een heterogene ontwerpgroep (zie rechterkolom in Figuur 1). Elke leerling in de ontwerpgroep heeft zijn eigen expertise. Die deskundigheid moeten ze met elkaar delen om de gezamenlijke eindopdracht te kunnen voltooien. Op deze wijze combineert deze STIP-methodiek de voordelen van homogeen en heterogeen groeperen. Handleiding STIP-methodiek 5
6 LES 1 Homogene expertgroepen LES 2 Heterogene ontwerpgroepen Bovengemiddelde expertgroep: expertise A Ontwerpgroepen waarin de expertises A, B, C, D en E vertegenwoordigd zijn. Gemiddelde expertgroep: expertise B Gemiddelde expertgroep Gemiddelde expertgroep Ondergemiddelde expertgroep Figuur 1: Uitwerking van de jigsaw benadering in beeld. Leerlingen worden aangeduid met de letters A t/m E. Handleiding STIP-methodiek 6
7 Differentiatie De STIP-methodiek voorziet in differentiatie op inhoud (elk competentieniveau werkt aan een ander onderwerp), taak (elk competentieniveau werkt aan andersoortige taken) en proces (elk competentieniveau krijgt andere procesondersteuning). Hieronder wordt elke differentiatievorm kort toegelicht. Differentiatie in inhoud Binnen de STIP-methodiek wordt gewerkt met vijf expertgroepen. Deze vijf expertgroepen bestaan uit een ondergemiddelde groep, een bovengemiddelde groep en drie gemiddelde groepen. De inhouden waar deze vijf groepen aan werken worden op deze niveaus afgestemd. De ondergemiddelde leerlingen werken aan eenvoudige, meer concrete onderwerpen zoals temperatuur (bij het thema weer ) of dag en nacht (bij het thema zon, aarde en maan ). De bovengemiddelde leerlingen werken aan moeilijkere, meer abstracte onderwerpen als onweer (bij het thema weer ) of zonsverduistering (bij het thema zon, aarde en maan ). Differentiatie in taak Bij differentiatie in taak worden de taken voor de ondergemiddelde leerlingen meer afgestemd op de lagere orde denkvaardigheden. Zo kunnen de leerlingen bij het thema magneten bijvoorbeeld de vraag krijgen: Welke van de onderstaande twee plaatjes is een stukje van een magneet? Voor een bovengemiddelde leerling worden opdrachten gebruikt die een beroep doen op de hogere orde denkvaardigheden, bijvoorbeeld: Bedenk twee manieren waarop je de sterkte van je elektromagneet kunt veranderen. Beschrijf hieronder welke gevolgen dat heeft voor de sterkte. Bij het opstellen van de opdrachten is gebruik gemaakt van de niveaus in de taxonomie van Bloom (zie Bijlage I). Differentiatie in proces Differentiatie in proces vindt plaats door aan de ondergemiddelde leerlingen de instructie in kleine stappen aan te bieden zodat deze groep het geheel kan blijven overzien en de stappen niet te groot worden (directieve procesbegeleiding). Daarnaast worden concrete vragen en voorbeelden gebruikt die dicht bij de leerlingen staan. Voor de bovengemiddelde leerlingen wordt een meer coachende vorm van procesbegeleiding ingezet. Leerlingen moeten vooral zelf zaken uitzoeken en ontdekken, maar wel met ondersteuning van de leerkracht. Verder worden vragen gesteld die een beroep doen op reflectie en analyse van de ervaringen van de leerlingen (zie Bijlage I). De begeleiding start altijd bij de Handleiding STIP-methodiek 7
8 ondergemiddelde groep, daarna volgt de instructie van de bovengemiddelde groep en daarop aansluitend volgen de overige groepen. Handleiding STIP-methodiek 8
9 Stappenplan STIP-methodiek De STIP-methodiek is een algemene aanpak die kan helpen om differentiatie in de klas te organiseren. Door het algemene karakter kan deze methodiek op allerlei domeinen toegepast worden. Om uw reguliere les om te zetten in een STIP-les kunt u de volgende vier stappen doorlopen: 1. Verdeel het te bestuderen thema in een aantal kleinere onderwerpen geordend van concreet naar abstract. 2. Zoek/maak bij de leerstof opdrachten die passen bij de leerdoelen en het niveau van de leerling. 3. Zet leerlingen van gelijk niveau in de eerste les bij elkaar en laat ze werken aan de opdrachten. Begeleid ze hierbij op niveau. 4. Laat leerlingen van verschillende niveaus in de tweede les hun kennis delen en een eindproduct maken waarin alle onderwerpen vertegenwoordigd zijn. Op de volgende pagina s volgt een uitwerking van elk van deze stappen. Handleiding STIP-methodiek 9
10 Verdeel het te bestuderen thema in vijf kleinere onderwerpen geordend van concreet naar abstract. Bekijk de leerstof en de leerdoelen van het thema dat u volgens de STIP-methodiek wilt behandelen. Deel het thema op in vijf kleinere deelonderwerpen die u ordent van concreet en makkelijk naar abstract en moeilijk op dusdanige wijze dat u de aparte deelonderwerpen uiteindelijk toe kunt wijzen aan de leerlingen van verschillende competentieniveaus (inhoudsdifferentiatie). Neem voor de ondergemiddelde leerlingen een korte tekst, bij voorkeur over het meest concrete onderwerp dat aan de orde komt. Voor de gemiddelde leerlingen neemt u de standaardtekst en een standaardhoeveelheid voor een lesuur. Voor de bovengemiddelde leerlingen kunt u meer tekst nemen. Dat kan uit de methode zijn, maar ook een aanvullend stukje tekst op een website. Het onderwerp van die tekst mag abstracter zijn dan dat u voor de gemiddelde leerlingen zou kiezen. Bekijk of er in het thema een overkoepelende opdracht zit waar alle onderdelen van het thema in terugkomen of bedenk zelf een overkoepelende eindopdracht. Handleiding STIP-methodiek 10
11 Zoek/maak bij de leerstof opdrachten die passen bij de leerdoelen en het niveau van de leerling. Bekijk de opdrachten die bij de deelonderwerpen van het thema horen. Beoordeel per opdracht of deze past bij het niveau van de leerlingen die deze opdracht uit moet gaan voeren (taakdifferentiatie). Voor de ondergemiddelde leerlingen moeten de opdrachten vooral een beroep doen op de lagere orde denkvaardigheden van Bloom (herinneren, begrijpen en toepassen). Dit zijn vragen waarbij de stof herhaald of samengevat wordt. De leerling moet stapsgewijs ondersteund worden in het uitvoeren van de taak. Voor de bovengemiddelde leerling kunnen de opdrachten abstracter, meeromvattend zijn en een hoger denkniveau vragen (analyseren, creëren en evalueren). Dit zijn opdrachten waarbij de leerlingen gestimuleerd worden om verder en meer kritisch na te denken, waarin ze probleemoplossend aan de slag moeten, waarbij ze zelfstandig op zoek moeten naar informatie of waarin discussie ontlokt wordt. Voor de gemiddelde leerlingen moeten de opdrachten een beroep doen op zowel de lagere als de hogere orde denkprocessen. Voor meer informatie over de lagere en hogere denkvaardigheden van Bloom kunt u terecht in Bijlage I. Bepaal per niveau of er voldoende geschikte opdrachten zijn en voeg waar nodig opdrachten op het juiste niveau toe. Handleiding STIP-methodiek 11
12 Zet leerlingen van gelijk niveau in de eerste les bij elkaar en laat ze werken aan de opdrachten. Begeleid ze hierbij op niveau. Wijs, voorafgaand aan de eerste les, de leerlingen op basis van hun niveau toe aan de juiste expertgroepen (zie Bijlage II voor een mogelijke aanpak hiervoor). Zet de ondergemiddelde leerlingen bij elkaar, zodat zij gezamenlijk kunnen werken aan de opdrachten behorende bij het gemakkelijkste en meest concrete onderwerp. Zet de bovengemiddelde leerlingen bij elkaar, zodat zij gezamenlijk kunnen werken aan de opdrachten behorende bij het meest complexe en abstracte onderwerp. Wijs de overige, gemiddelde leerlingen toe aan één van de andere onderwerpen. Start de eerste les met een gezamenlijke introductie (bv. door het kijken van een filmpje over het onderwerp) en het activeren van voorkennis (bv. door het gezamenlijk maken van een woordweb). Vooral dit laatste is belangrijk, zodat nieuwe kennis aan deze bestaande kennis gekoppeld kan worden. Laat de groepen beginnen met werken aan de opdrachten die u in stap 2 heeft geselecteerd en begeleid ze hierbij op niveau (procesdifferentiatie). Help eerst de ondergemiddelde leerlingen op weg door gezamenlijk de tekst en opdracht kort te doorlopen. Als deze leerlingen later nog hulp nodig hebben, kunt u sturende vragen stellen of uitleg geven (directieve procesbegeleiding). Ga daarna door naar de groep bovengemiddelde leerlingen. Die hebben als het goed is een opdracht die meer open is en een beroep doet op het analyseren en evalueren. Daar is vaak niet één goed antwoord te geven en dat kunnen de leerlingen aan het begin misschien lastig vinden. Ook zijn zij vaak niet gewend om aan echt moeilijke opdrachten te werken. Bij deze groep leerlingen is het van belang kritische vragen te stellen die hen stimuleren om zelf verder door te denken (coachende procesbegeleiding). Voorbeelden van vragen die u hierbij kunt stellen, staan beschreven in Bijlage I. Daarna volgen de groepen met gemiddelde leerlingen. Bij deze groepen gebruikt u beide begeleidingswijzen afhankelijk van waar u denkt dat behoefte aan is. Val niet in de valkuil om te snel de leerlingen te vertellen wat het goede antwoord is. Het is belangrijk dat de leerlingen leren zelf na te denken en zelf hun kennis ontwikkelen! Laat elke groep aan het eind van de les opschrijven wat ze geleerd hebben en wat zij belangrijk vinden om aan de kinderen te vertellen die met een ander onderwerp bezig zijn geweest. Handleiding STIP-methodiek 12
13 Laat leerlingen van verschillende niveaus in de tweede les hun kennis delen en een eindproduct maken waarin alle onderwerpen vertegenwoordigd zijn. Maak voor de tweede les ontwerpgroepen waarin alle onderwerpen vertegenwoordigd zijn (zie Bijlage III voor een mogelijke aanpak hiervoor). Laat de groepen werken met de overkoepelende eindopdracht die u in stap 2 heeft geselecteerd. Zorg ervoor dat de eindopdracht zo is vormgegeven dat de kennis van alle onderwerpen nodig is om tot een goed eindproduct te komen. Voorbeelden van eindproducten zijn: het laten maken van een mindmap over het thema. De leerlingen delen hun kennis en per onderwerp besluiten ze gezamenlijk welke concepten, relaties en voorbeelden in de mindmap moeten komen. Die punten worden vervolgens op een aantal post-its geschreven, die op de mindmap worden geplakt. Ten slotte moeten ze nog met elkaar overleggen of er onderlinge dwarsverbanden zijn. het laten maken van een quiz voor een andere groep. Nadat een leerling zijn kennis over het onderwerp dat hij bestudeerd heeft met de andere leerlingen heeft gedeeld, bedenkt elke andere leerling één vraag over dat onderwerp. Geef daarbij aanwijzingen wat goede vragen zijn. De bedachte vragen worden samengenomen en met een andere groep uitgewisseld. De quiz kan gemaakt worden, maar er kan ook gereflecteerd worden op de kwaliteit van de vragen. Laat uw leerlingen aan het eind van de les hun eigen eindproduct beoordelen op basis van een checklist die u, misschien wel in overleg met hen, opgesteld heeft. Als uw leerlingen nog niet veel ervaring hebben in het samenwerken, zullen ze nog veel met organisatorische of minder relevante aspecten bezig zijn. Naarmate uw leerlingen meer ervaring krijgen, zult u zien dat er meer inhoudelijk met elkaar gediscussieerd wordt en er meer van elkaar geleerd wordt. Houd tijdens het werken aan de eindopdracht het samenwerkingsproces van de groepjes daarom goed in de gaten en stuur waar nodig bij. Maak duidelijk dat de eindopdracht alleen voldoende gemaakt kan worden als iedereen input levert en als er goed samengewerkt wordt. Laat de leerlingen één voor één vertellen wat ze geleerd hebben in hun expertgroep. Ze kunnen hiervoor hun lijst met leerpunten gebruiken die ze aan het eind van de vorige les gemaakt hebben. Zorg ervoor dat leerlingen naar elkaar luisteren en vragen stellen aan de ander als iets niet duidelijk is. Vraag ze of ze snappen wat de ander verteld heeft. Handleiding STIP-methodiek 13
14 Voorbeeldlessen Om u een beeld te geven van hoe een thema opgezet volgens de STIP-methodiek eruit kan zien, hebben we een aantal onderwerpen voor u uitgewerkt. Het gaat om 6 modules van elk twee lessen voor groep 6 op het gebied van Natuur & Techniek. De thema s die zijn uitgewerkt, zijn: 1. Magnetisme 2. Zon, aarde en maan 3. Zinken en drijven 4. Geluid 5. Zintuigen 6. Het weer Voor elke module zijn zowel leerlingmaterialen als de bijbehorende leerkrachthandleidingen beschikbaar. In de leerlingmaterialen vindt u voorbeelden van hoe een thema in vijf kleinere deelonderwerpen is verdeeld (inhoudsdifferentiatie) en voorbeelden van type opdrachten die geschikt zijn voor de verschillende niveaus (taakdifferentiatie). In de leerkrachthandleidingen vindt u aanwijzingen die u kunnen helpen bij het geven van procesbegeleiding op niveau (procesdifferentiatie). Tevens staan hier voorbeelden van checklists voor de tweede les en tips voor het goed laten verlopen van deze les. Alle leerlingmaterialen en leerkrachthandleidingen kunt u vinden op: Op deze website staat tevens een algemene handleiding ter aanvulling op de modules. Ten slotte, de effectiviteit van de STIP-methodiek hangt, naast de uitwerking van de inhoud-, taak- en procesdifferentiatie, af van het niveau van de leerlingen op het gebied van samenwerkend leren, begrijpend lezen en zelfstandig werken. Onze ervaring is dat leerlingen die gewend zijn aan coöperatieve werkvormen, die zelfstandig kunnen werken en die begrijpend kunnen lezen, meer resultaat behalen bij het werken met deze methodiek. Handleiding STIP-methodiek 14
15 Beoordeling Ook als u met de STIP-methodiek werkt, zult u uw leerlingen willen beoordelen. Omdat er meerdere aspecten een rol spelen, kunt u ervoor kiezen deze allen terug te laten komen in uw beoordeling. Een voorbeeld van hoe u dat kunt doen is: U kunt bekijken welke punten de leerlingen ingebracht hebben in het eindproduct U kunt het door de ontwerpgroep gemaakte eindproduct beoordelen met behulp van criteria die u voor les 2 hebt opgesteld (zie de uitgewerkte modules voor voorbeelden van checklists die u daarbij kunt gebruiken). U kunt de samenwerking in de ontwerpgroep mee laten wegen o Is er naar elkaar geluisterd? o Hebben ze elkaar vragen gesteld? o Hebben ze elkaar serieus genomen? o Heeft iedereen kunnen bijdragen aan het eindproduct? U kunt hiervoor het onderstaande format gebruiken: Ontwerpgroep OG 1 OG 2 OG 3 OG 4 OG 5 Evaluatie Aantal goede leerpunten les 1 ingebracht in les 2 (max. 15) 1 Punten checklist voor product les 2 (max. 10) 2 Samenwerking (max. 8) 3 Totaal aantal punten per groep (max. 33) Cijfer (totaal / 3) Noot. OG = ontwerpgroep 1 In de meeste uitgewerkte modules zijn er 3 leerpunten per expertgroep, dus 15 leerpunten in totaal. 2 In de uitgewerkte modules zijn er 5 criteria in de checklist: voor elk criterium twee punten, dus 10 punten in totaal. 3 Er zijn vier vragen bij samenwerking: voor elke vraag maximaal twee punten, dus 8 punten in totaal. Handleiding STIP-methodiek 15
16 Literatuur Aronson, E., Bridgeman, D., & Geffner, R. (1978). Interdependent interactions and prosocial behavior. Journal of Research and Development in Education, 12, Johnson, D. W., Johnson, R. T., & Smith, K. (2007). The state of cooperative learning in postsecondary and professional settings. Educational Psychology Review, 19, Handleiding STIP-methodiek 16
17 Bijlage I: De kwaliteitskaart van School aan Zet KWALITEITSKAART De kunst van het vragen stellen Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren PO (HOOG)BEGAAFDHEID Hoogbegaafdheid wordt in Nederland vaak beschreven aan de hand van het meerfactoren-model van Mönks, gebaseerd op het welbekende triadisch model van Renzulli Vragen die centraal staan bij de leerling, zijn: Kan ik zelf wat kiezen of bepalen? Heb ik het gevoel dat ik het ook aan kan? Voel ik me bij de groep horen of heb ik een binding met de leerkracht waardoor ik er ook voor wil gaan? UITDAGENDE LEERTAAK Van Gerven (2004) beschrijft de leereigenschappen die horen bij een leerling met hoge intelligentie: leerlingen zijn snel van begrip, hebben een hoog leertempo, een goed geheugen, hebben een brede algemene interesse, zijn analytisch sterk, hebben groot probleemoplossend vermogen en de leerlingen zijn goed in staat nieuw verworven kennis te incorporeren in bestaande kennis en deze toepassen. Afb. 1. Triadisch model van Renzulli met de drie hoofdeigenschappen van hoogbegaafdheid Zoals te zien is in het model moet een (hoog)begaafde leerling beschikken over hoge intellectuele vermogens, taakgerichtheid en volharding (motivatie) en een groot creatief vermogen (origineel en vindingrijk). Daarnaast zijn een drietal omgevingsfactoren van belang voor het tot uiting komen van (hoog) begaafdheid, namelijk het gezin, de school en peers. Begaafde leerlingen hebben behoefte aan leerervaringen die aansluiten bij bovengenoemde persoonlijkheidskenmerken. Als leerkracht is het onder andere van belang om in de keuze voor een leertaak aan te sluiten op de behoefte aan uitdaging en autonomie (Van Gerven, 2004; Scager, Akkerman, Pilot, & Wubbels, 2013), zogenaamde uitdagende leertaken. Voor het aanbod in de klas betekent dit dat de leertaken die de leerlingen aangeboden krijgen aan onderstaande eisen moeten voldoen (Drent & van Gerven, 2012): 1. Hoge complexiteit. leerlingen worden uitgedaagd door de leertaak, er ligt niet direct een antwoord voor de hand. 2. Probleemgericht karakter, leerlingen worden probleemeigenaar, ze verkennen het probleem, waarna ze de vraag afbakenen en hun verwachtingen formuleren. Op basis van deze probleemverkenning maken de leerlingen een plan om het probleem op te lossen. 1 Materiaal afkomstig van het PRIMAS project en verkrijgbaar op de website: is gebruikt ter inspiratie. 2 Bron: 1 Handleiding STIP-methodiek 17
18 De kunst van het vragen stellen Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren 3. Meerdere oplossingsstrategieën zijn mogelijk: het proces is minstens zo belangrijk als de uiteindelijke oplossing. 4. De leertaak doet een beroep op de creativiteit en is uitdagend. Hij overstijgt het didactisch niveau van de leerling en speelt daarmee in op de zone van de naaste ontwikkeling. De uitdaging van de leertaak zit in de onderstaande aandachtspunten: De leertaak past bij de interesse van het kind; De leerling heeft keuzevrijheid in het onderwerp, proces of product dat ze kiezen; Mogelijkheden voor differentiatie bieden; Autonomie bieden voor het kind; De leertaak moet complex genoeg zijn; Hoge verwachtingen van de leerling hebben. De didactiek onderzoekend en ontwerpend leren (OOL; Van Graft & Kemmers, 2007) sluit naadloos aan bij deze eisen en aandachtspunten. Onder het volgende kopje staat kort toegelicht wat we verstaan onder OOL. De didactiek kan binnen ieder thema worden toegepast, wat maakt dat leerlingen zelf ook invulling kunnen geven aan de inhoud van een bepaald project (autonomie). STIMULEREN VAN DENKEN EN REDENEREN BIJ LEERLINGEN Het werken met onderzoekend en ontwerpend leren als uitdagende werkvorm vraagt bepaalde competenties van de leerkracht. Vooral de vele (verbale) interacties die plaatsvinden tussen leerling en leraar verschillen van de meer traditionele manier van lesgeven. Als leerkracht is het belangrijk om je bewust te zijn van de kracht van het vragen stellen : dit nodigt leerlingen uit tot hogere orde denken. Vragen stellen is echter een kunst en vergt oefening. In deze kwaliteitskaart lichten we een tipje van de sluier op door een aantal praktische handvatten aan te reiken die je als leerkracht verder zouden kunnen helpen. Allereerst is het echter goed om je bewust te zijn van het type vragen dat je kunt stellen. ONDERZOEKEND EN ONTWERPEND LEREN De didactiek onderzoekend en ontwerpend leren is een werkvorm waarbij leerlingen hands-on en in een betekenisvolle omgeving aan het werk gaan. De empirische cyclus wordt vaak als uitgangspunt genomen (zie afbeelding 2) HOGERE EN LAGERE ORDE VRAGEN 3 Tijdens onderzoekend of ontwerpend leren kun je een beroep doen op de hogere orde denkvaardigheden van leerlingen door vragen te stellen die zich richten op het stimuleren van kritisch denken, probleemoplossingsvermogen, zelfstandigheid en het ontlokken van discussie. Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en toepassen, bijvoorbeeld wanneer je als leerkracht wilt evalueren in hoeverre een leerling iets begrijpt. Dit onderscheid tussen lagere en hogere orde vragen is gebaseerd op de Taxonomie van Bloom. Bloom heeft een taxonomie ontwikkeld met zes niveaus, oplopend in moeilijkheidsgraad: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren (zie afbeelding 3). Afb. 2. Cycli van onderzoekend en ontwerpend leren Bij onderzoekend leren onderzoeken kinderen organismen, objecten en verschijnselen in hun eigen omgeving, onder begeleiding van de leerkracht. Ontwerpend leren draait om het ontwerpen van een product. De leerlingen werken vanuit een probleem, maken een ontwerpvoorstel en testen en evalueren het prototype. Het karakter van onderzoekend en ontwerpend leren sluit aan bij de behoeften van plusklasleerlingen. Het is om verschillende redenen een uitdagende leertaak: De focus ligt op het leerproces en er zijn altijd meerdere uitkomsten mogelijk; Leerlingen werken probleemgericht, er is een vraag die ze willen beantwoorden of een probleem dat ze willen aanpakken; Er wordt een beroep gedaan op creativiteit; leerlingen krijgen de kans om tot originele, vindingrijke oplossingen te komen; Ook wordt er een beroep gedaan op sociale vaardigheden zoals samenwerken omdat de leerlingen tijdens OOL veelal in groepjes werken aan een project ; Afb. 3. Taxonomie van Bloom Om tijdens OOL actief bezig te zijn met excellentiebevordering, is het van belang dat er voldoende hogere orde vragen worden gesteld. Deze kwaliteitskaart helpt de leerkracht daarbij door enerzijds te schetsen hoe je een vraaggericht leerklimaat creëert en anderzijds door voorbeeldvragen- en situaties te geven. 3 Bron: 2 Handleiding STIP-methodiek 18
19 De kunst van het vragen stellen Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren DOELGERICHT HOGERE ORDE VRAGEN STELLEN BIJ ONDERZOEKEND EN ONTWERPEND LEREN Om een goede interactie op gang te brengen is het belangrijk dat je een bedoeling hebt met de vraag die je stelt. Wat wil je met de vraag bereiken? Als het gaat om onderzoekend en ontwerpend leren zijn er een aantal algemene doelen te formuleren: Fase 1: introductie/confrontatie of probleem constateren - Je wilt de nieuwsgierigheid van leerlingen stimuleren (bijv.: hoe komt het dat een kameleon van kleur kan veranderen? ) - Je wilt weten wat leerlingen al over een onderwerp weten (bijv.: wat weet je al over 3D-printers? ) CREËREN VAN EEN VRAAGGERICHT LEERKLIMAAT Ga je aan de slag met onderzoekend en ontwerpend leren, dan zijn er een aantal suggesties die je kunnen helpen bij het creëren van een vraaggericht leerklimaat. Plan het stellen van vragen die denken en redeneren stimuleren Om te oefenen met vragen stellen is het mogelijk om momenten in de les te plannen waarop je (een serie) vragen wilt gaan stellen die het denken en redeneren van de leerlingen stimuleren. Vind je het lastig om just in time - vragen te stellen, bedenk de vragen dan van te voren die aanbod kunnen komen, bedenk daarbij ook wat voor soort antwoord je hoopt te krijgen. Zorg dat je wat tijd inbouwt na reacties om te bedenken of je volgende vraag nog geldt of dat je wellicht beter een andere vraag kunt stellen. Fase 2: verkennen - Je wilt weten wat leerlingen over het onderwerp/probleem te weten willen komen (bijv.: wat zouden we over zonne-energie willen uitzoeken? ) - Je wilt leerlingen stimuleren om out of the box te denken (bijv.: kunnen we ook een andere manier bedenken om dit probleem op te lossen? ) Fase 3: opzetten onderzoek of ontwerpvoorstel maken - Je wilt bereiken dat een leerling nadenkt over wat hij/zij precies wil weten (bijv.: hoe ga je dit meten? wat heb je nodig om je vraag te beantwoorden? wat vind je leuk/interessant om te onderzoeken? - Je wilt bereiken dat een leerling nadenkt over een mogelijk ontwerp waarmee hij of zij het probleem oplost (bijv.: wat maakt dat dit bijdraagt aan de oplossing voor het probleem? ) Fase 4: uitvoeren onderzoek of ontwerp - Je wilt een leerling die vastloopt met het uitvoeren van een experiment of ontwerp verder helpen (bijv.: wat denk je dat er gebeurt als je of hoe komt het dat er niet uitkomt wat je verwachtte? wat zou je anders kunnen doen, zodat het de volgende keer wel lukt? ) Fase 5: Concluderen of testen en bijstellen - Je wilt leerlingen kritisch laten nadenken over hun experiment (bijv.: hoe komt het dat jullie verwachting niet klopte? hoe weet je zeker dat alle antwoorden zijn gevonden? ) - Je wilt leerlingen het proces laten evalueren (bijv.: wat vonden jullie moeilijk? Waarom? ) - Je wilt leerlingen kritisch laten nadenken over hoe hun ontwerp nog beter zou kunnen ( hoe zou je het ontwerp kunnen verbeteren? ) Fase 6: Presenteren / communiceren - Je wilt creativiteit stimuleren door leerlingen na te laten denken over originele presentatievormen (bijv.: wat kunnen we nog meer gebruiken aan apparaten/middelen om jullie onderzoek of ontwerp te presenteren? ) - Je wilt leerlingen bewust maken van het belang van de doelgroep ( vertel eens waarom jullie deze presentatievorm hebben gekozen voor deze doelgroep? ) Fase 7: Verbreden en verdiepen - Je wilt leerlingen laten nadenken over vervolgonderzoek of ontwerp (bijv.: waar is gewicht nog meer belangrijk? ) Stel vragen op manieren waarbij iedereen betrokken wordt Het is belangrijk dat iedereen uit de groep betrokken wordt in het nadenken over de gestelde vragen. Er zijn vier manieren waarop je dat kunt bereiken: Gebruik een geen handen regel. Nadat een aantal handen omhoog gestoken zijn, zullen sommige leerlingen ophouden na te denken omdat ze weten dat de leraar ze niks zal vragen. Wanneer een leerling zijn hand omhoog steekt, stopt hij ook met nadenken omdat hij al het antwoord heeft dat hij zoekt. Geen handen stimuleert iedereen om na te blijven denken aangezien iedereen gevraagd kan worden om te reageren. Stel vragen die uitnodigen tot een reeks antwoorden. Vraag liever naar ideeën en suggesties dan naar specifieke goede antwoorden: Hoe kunnen we hieraan beginnen?, Wat valt je hieraan op? Iedereen heeft dan de mogelijkheid om hierop te antwoorden. Vermijd leerkracht leerling leerkracht leerling ping pong. Moedig leerlingen aan om naar elkaar te luisteren en op elkaars reacties te reageren. Ga meer voor het volgende schema: leerkracht leerling A leerling B - leerling C leerkracht. Deel het lokaal zo in dat het deelname aanmoedigt. Denk na over waar leerlingen zitten zijn er leerlingen die het niet kunnen verstaan? Kunnen leerlingen elkaar horen en zien zodat ze kunnen reageren op de punten van een andere leerling? Het is vaak het beste om leerlingen op te stellen in een U-vorm. Geef leerlingen de tijd om na te denken Het is vaak één van de moeilijkste dingen: voldoende wachttijd inbouwen nadat je een vraag of opmerking hebt geplaatst. Voor leerkrachten is de gemiddelde wachttijd minder dan één seconde. Toch kan stilte heel functioneel zijn. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het vergroten van de wachttijd tot 3-5 seconden de volgende resultaten oplevert: Leerlingen reageren uitvoeriger Leerlingen geven vaker ongevraagde, maar toepasselijke, reacties Leerlingen bieden gevarieerde, alternatieve verklaringen Leerlingen koppelen hun antwoord aan die van andere leerlingen Om leerlingen aan de wachttijd te laten wennen kun je het volgende doen. Je kunt er bijvoorbeeld met de leerlingen over praten. Zorg dat ze weten dat ze de tijd moeten nemen om na te denken voordat ze reageren. Daarnaast kun je de oefening denken-delen-uitwisselen gebruiken. Stel de vraag, geef tien seconden om na te denken en geef dan 30 seconden de ruimte om te overleggen met een partner ( delen ). Hierna zou iedereen een antwoord moeten hebben en moeten ze weten dat iedereen gevraagd kan worden naar wat hij denkt ( uitwisselen ). 3 Handleiding STIP-methodiek 19
20 De kunst van het vragen stellen Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren Vermijd het geven van een waardeoordeel op de reacties van leerlingen Probeer niet te reageren met ja, goed, bijna, maar reageer door het stellen van open vragen die andere ideeën van leerlingen niet in de weg staan, zoals: dank je wel, dat is erg interessant. Welke andere ideeën zijn er nog hierover? Als je als leerkracht waardeoordelen geeft, heeft dit volgens wetenschappelijk onderzoek effect op de volgende bijdragen die leerlingen aan een gesprek leveren. Ga wel op de reacties van leerlingen in, zodat ze zich gehoord voelen. 3. Leerlingen te helpen die vast zitten: Hoe zou je het probleem in eigen woorden kunnen vertellen? Waar gaat het over? Welke gegevens heb je? Wat weet je al? Wat weet je nog meer? Zou het helpen om een tekening/schets te maken? Hoe denk je dat het antwoord er ongeveer uit moet zien? Lijkt dit probleem op een probleem dat je al hebt opgelost? Voorkom bijvoorbeeld dit: Leerkracht: Leerling A: Leerkracht: Zijn daar ideeën over? Ja, ik denk dat je een kamer groter kan laten lijken door er alleen witte meubels in te zetten. (OK). Welke ideeën zijn er nog meer? Hier gaat de leerkracht onvoldoende in op het (relevante) idee van leerling A. De volgende vraag zou je hier wel kunnen stellen: Leerkracht: Waarom denk je dat? Dat is interessant, leg eens uit? BEGINNEND REPERTOIRE VOOR HET STELLEN VAN HOGERE ORDE VRAGEN Uit praktijkonderzoek is herhaaldelijk gebleken dat het voor leerkrachten handig is om zich een repertoire voor het stellen van vragen eigen te maken wanneer zij in de klas met OOL aan de slag gaan. Het aanleren van dit repertoire kan helpen als men het gevoel heeft altijd dezelfde vraag te stellen of als men niet weet welke vragen er kunnen worden gesteld om bepaalde (hogere orde) denk- en redeneerprocessen op gang te brengen. Je kunt vragen stellen om 1. Een reactie uit te lokken: Wat weet je al over? Wat heb je? Wat heb je gedacht/bedacht? Welke stappen heb je gemaakt? Hoe ben je begonnen? Laat ons eens zien hoe je aan je antwoord bent gekomen? Wat heb je tot nu toe gevonden? Kun je hun oplossing uitleggen? 2. (Door)vragen om: - Er achter te komen wat een leerling bedoelt of denkt wanneer je niet begrijpt wat hij/zij zegt. - Te controleren of goede antwoorden voortkomen uit een goede redenering. - Te begrijpen wat een leerling denkt. Hoe weet je dat? Hoe kwam je op dat idee? Kun je iets gebruiken (materialen) om te laten zien hoe het werkt? Kun je iets meer uitleggen over wat je denkt? Laat eens één voor één je stappen zien. Waar ben je begonnen? Geef eens een voorbeeld? Kun je daar iets meer over vertellen? Wanneer je zegt, bedoel je dan? Kun je dat nog anders zeggen/uitleggen? Wat valt je op als? 4. Leerlingen laten luisteren en reageren op ideeën van andere leerlingen: Wat vind je van wat heeft gezegd? Ben je het er mee eens of oneens? Waarom? Kan iemand nog iets toevoegen aan wat heeft gezegd? Wat denk je dat daarmee wordt bedoeld? Lijkt wat heeft gezegd op wat jij hebt bedacht? In wat voor opzicht? Wat is hetzelfde? Wat is anders? Hoe zou je op een andere manier kunnen zeggen wat heeft gezegd? Heeft iemand hetzelfde antwoord maar een andere aanpak? Waarom mag dat? Ziet iemand hoe aan dat antwoord is gekomen? 5. Leerlingen helpen verbanden te leggen (b.v. tussen modellen, producten, oplossingen, vragen, situaties, begrippen, strategieën): Welke verschillen (overeenkomsten) zie je in de aanpak van en van? Hoe komt dit overeen met dat? Kun je een ander probleem/situatie bedenken dat hier op lijkt (gelijk is)? Hoe komt dit overeen met wat je op het bord/op je onderzoeksformulier heb geschreven? Zou je dit ook anders kunnen opschrijven? Kun je iets herinneren wat we eerder ook zo gedaan hebben? Waar lijkt dit op? Met welk ander onderwerp heeft dit te maken? 6. Leerlingen helpen bij reflectie en het redeneren (b.v., het opstellen van hypothesen, evalueren over de testfase van het ontwerp): Heb je laten zien (opgeschreven) hoe je gedacht hebt? Hoe? Kun je uitleggen hoe je dit hebt aangepakt? Welke methode heb je gebruikt? Waarom werkt het in dit geval wel? Wanneer niet? Wanneer is dit waar? Denk je dat dit altijd waar is? Kun je deze manier altijd gebruiken? Zie je een patroon/regelmaat? Zijn alle antwoorden gevonden? Hoe weet je dat zeker? En hoe zit het met (tegenvoorbeeld)? Wanneer je dit probleem neemt als voorbeeld, wat kun je dan in het algemeen zeggen over vergelijkbare problemen? Kun je uitleggen waarom dit werkt? Wat zou er gebeuren als? 4 Handleiding STIP-methodiek 20
21 Handleiding STIP-methodiek 21
22 Bijlage II: Selectie van de expertgroepen Voor de selectie van de expertgroepen heeft u een beeld nodig van het niveau van de leerlingen in uw groep. Hieronder staat een voorbeelduitwerking van hoe de selectie kan plaatsvinden. Uiteraard kunt u daar een eigen draai aan geven. 1. Maak een overzicht van de leerlingen onder elkaar in oplopend niveau (zie kolom A en B in voorbeeld 1). U deelt de leerlingen in naar de volgende drie categorieën: ondergemiddeld, gemiddeld en bovengemiddeld. Denkt u hierbij aan het algemene niveau van de leerlingen, maar ook hun niveau op het gebied van het te behandelen thema. U kunt dit overzicht het beste in Excel maken. Dat maakt de overstap van expertgroep naar ontwerpgroep makkelijker. 2. Er moeten vijf expertgroepen worden gevormd op basis van het niveau. Om dit te bereiken deelt u het aantal leerlingen in de groep door vijf. Stel u heeft, net als in het voorbeeld, 26 leerlingen in de groep. Dat betekent dat de 5 expertgroepen elk 5 leerlingen bevatten, en dat er één leerling over blijft. Dan kunt u de bovenste 5 leerlingen uit uw lijst toewijzen aan expertgroep 1 en de onderste 5 leerlingen aan expertgroep 5 (zie kolom C in voorbeeld 1). Op die manier heeft u al twee expertgroepen gevuld. Maak van de overgebleven leerlingen drie evenredig grote groepen. Deze groepen vormen de overige expertgroepen (expertgroep 2, 3 en 4). Wijs ten slotte de laatste overgebleven leerling toe aan een expertgroep (in het voorbeeld is deze leerling toegewezen aan expertgroep 2). Handleiding STIP-methodiek 22
23 Voorbeeld 1: Leerlingenlijst op niveau en toewijzing expertgroep (les1) Handleiding STIP-methodiek 23
24 Bijlage III: Selectie van de ontwerpgroepen Nadat de expertgroepen zijn gevormd, kunnen de ontwerpgroepen samengesteld worden. Zorg dat er in elke ontwerpgroep een leerling uit elke expertgroep zit. Het handigst is het om de eerste leerling toe te wijzen aan ontwerpgroep 1, de tweede aan ontwerpgroep 2 en zo door te nummeren (zie kolom D in voorbeeld 2). Bij elke nieuwe expertgroep begint u opnieuw te nummeren. De leerling die over blijft, wijst u zelf aan een ontwerpgroep toe. Mochten er onmogelijke combinaties ontstaan omdat bepaalde leerlingen niet samen in een groep kunnen, dan kunt u leerlingen met dezelfde expertise van ontwerpgroep laten wisselen. Als u in Excel deze totaallijst nu selecteert (kolom A t/m D in voorbeeld 2), dan kunt u vervolgens via gegevens en dan sorteren, de leerlingen sorteren op de ontwerpgroep. Op die manier verschijnt er een overzicht waarin de leerlingen gegroepeerd zijn naar ontwerpgroep (zie voorbeeld 3). Van de leerlingenlijst zoals in voorbeeld 3 selecteert u kolom B (Naam leerling), kolom C (Expertgroep) en kolom D (Ontwerpgroep). Deze selectie print u uit. Deze lijst kunt u ook aan de leerlingen laten zien en eventueel uitdelen. Doordat u kolom A (Niveau) niet uitgeprint heeft, kunnen de leerlingen niet zien op welk niveau u hen ingedeeld heeft. Ook is de lijst niet meer gesorteerd op niveau en laat het de leerlingen dus alleen zien in welke expertgroep en in welke ontwerpgroep ze zitten. Handleiding STIP-methodiek 24
25 Voorbeeld 2: Van expertgroepen naar ontwerpgroepen Handleiding STIP-methodiek 25
26 Voorbeeld 3: Overzicht van leerlingen per ontwerpgroep (les 2) Handleiding STIP-methodiek 26
KWALITEITSKAART. Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren
KWALITEITSKAART De kunst van het vragen stellen Excellentiebevordering door middel van onderzoekend en ontwerpend leren PO (HOOG)BEGAAFDHEID Hoogbegaafdheid wordt in Nederland vaak beschreven aan de hand
STIP modules Natuur & Techniek Groep 6. Algemene handleiding STIP
STIP modules Natuur & Techniek Groep 6 Algemene handleiding STIP Colofon De STIP-modules zijn ontwikkeld door de vakgroep Instructietechnologie van de Universiteit Twente en de Stichting Katholiek Onderwijs
SAMENWERKEN OP NIVEAU MET
6--5 SAMENWERKEN OP NIVEAU MET MANON HULSBEEK 0 NOVEMBER 205 DIFFERENTIATIE. Vul de vragenlijst voor jezelf in 2. Tel de 9 omcirkelde getallen bij elkaar op 9 20 weinig vertrouwen 2 33 gemiddeld vertrouwen
Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren. Ada van Dalen
Wetenschap & Technologie Ontwerpend leren Ada van Dalen Wat is W&T? W&T is je eigen leven W&T: geen vak maar een benadering De commissie wil onderstrepen dat wetenschap en technologie in haar ogen géén
Hoe een natuur & techniek les een wetenschap & technologie les werd door het stellen van goede vragen.
Hoe een natuur & techniek les een wetenschap & technologie les werd door het stellen van goede vragen. Onderzoekend en ontwerpend leren op basisschool de Kingbeek! Hij drijft! Jongens, er dreef! Kump schnel
Welkom. ONDERZOEKEND excelleren. Excellentiebevordering door het stimuleren van een vraagcultuur. Een structurele aanpak!!
Welkom ONDERZOEKEND excelleren Excellentiebevordering door het stimuleren van een vraagcultuur. Een structurele aanpak!! Wat gaan we vandaag doen? Introductie onderzoekend leren + excellentie Nieuwe aanpak:
Vragen stellen in de reken-wiskundeles
Vragen stellen in de reken-wiskundeles Marc van Zanten, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling SLO & Universiteit Utrecht: Panama, O&T, Faculteit Sociale Wetenschappen Inleiding Dit hoofdstuk
HOUT EN BOUW. Activerende werkvormen? De leraar doet er toe.
HOUT EN BOUW Activerende werkvormen? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat we na 14 dagen gemiddeld slechts 10 % hebben onthouden van datgene wat we gelezen hebben en 20 % van wat we hebben gehoord.
De Taxonomie van Bloom Toelichting
De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog
TOOLKIT voor co-creatie. Download Acrobat Reader voor tablet / computer / etc om deze interactieve pdf te gebruiken.
Download Acrobat Reader voor tablet / computer / etc om deze interactieve pdf te gebruiken. welkom Binnen een co-creatie ontwikkel je samen met een leerkracht een antwoord op de vraag van de school vanuit
Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren
Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren 1. Inleiding Een mobiele telefoon; niet meer weg te denken uit de broekzak van elke scholier. In deze opdracht kijken de leerlingen naar een
Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding
Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Inleiding De checklist Gesprek voeren 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een gesprek moeten kunnen voeren op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht hoe de
Reflectiegesprekken met kinderen
Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen
Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?
Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren? w 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 1 X 2 X X 3 X X X 4 X X X X 5 X X X X X 6 X X X X X X 7 X X X X X X X 8 X X X X X X X X ö 1. D e n k e n D e
Hoeveel kost het schoolreisje? Groep 5 rekenen 1
Hoeveel kost het schoolreisje? Groep 5 rekenen 1 De leerlingen gaan in groepjes aan de slag om uit te rekenen hoeveel een schoolreisje kost. Ze gebruiken hierbij een computer om prijzen op te kunnen zoeken
Les 3 Radboud Kids: Meet the professor Voor de leraar
Les 3 Radboud Kids: Meet the professor Voor de leraar Overzicht Doelen Leerlingen vormen een beeld bij het onderzoek van de professor Leerlingen vergroten hun woordenschat door het leren van nieuwe vaktermen
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft
Day a Week School Doelstellingen
Day a Week School Doelstellingen Oorspronkelijke versie: februari 2012, herzien in september 2019 Inleiding Day a Week School (DWS) heeft als hoofddoelstelling een zo breed mogelijke basis te leggen voor
Day a Week School Doelstellingen
Day a Week School Doelstellingen Oorspronkelijke versie: februari 2012, herzien in 2018 Inleiding Day a Week School (DWS) heeft als hoofddoelstelling een zo breed mogelijke basis te leggen voor cognitieve
Introduceren thema Voeding en Bewegen. Wat doe je als leerkracht? Omschrijving van de opdracht: Thema: Voeding en bewegen
Natuur & Techniek Mijn lijf: Voeding en bewegen Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Voeding en bewegen In dit thema staan de volgende hogere orde denkvragen centraal rondom voeding en bewegen:
Coöperatief leren Wat is coöperatief leren? Waarom is coöperatief leren belangrijk? Coöperatieve werkvormen
Coöperatief leren Wat is coöperatief leren? Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarin de leerlingen in kleine groepen op een gestructureerde manier samenwerken aan een leertaak met een gezamenlijk
Plan van aanpak: werken met Acadin in je eigen groep en je school
Plan van aanpak: werken met Acadin in je eigen groep en je school Inleiding Je wilt gaan werken met Acadin. Het is aan te raden direct met een collega samen te werken. Ook is het goed Acadin als thema
Hoe zou je dit vertellen aan iemand die er vandaag niet bij is? Leerlingen helpen om wiskunde te begrijpen: Vragen die: Ben je het er mee eens?
Leerlingen helpen om wiskunde te begrijpen: 1 2 Welke strategie heb je gebruikt? 3 Ben je het er mee eens? Ben je het er mee oneens? 4 Zou je die vraag aan de klas kunnen stellen? 5 Kun je je 6 Wil 7 oplosmethode
CONCEPT TOOL ONTWERPEN IN BEELD VOOR EIGEN GEBRUIK
1 Leerdoelen verhelderen 1A Hoe ziet de vaardigheid eruit? Neem een vaardigheid die in komende project of les belangrijk gaat zijn. Schrijf de vaardigheid op een groot vel en verdeel de rest van het vel
Vincent-stripverhaal MAKEN VOELEN SAMENWERKEN KIJKEN. Expertisecentrum Kunsttheorie Primair Onderwijs www.expertisecentrum-kunsttheorie-po.
Vincent-stripverhaal Expertisecentrum Kunsttheorie Primair Onderwijs Vincent-stripverhaal Een opdracht voor groep 5 of 6 gericht op inleven en maken. Leerlingen maken samen een stripverhaal, gebaseerd
Behandel een kind zoals die is, en het zal zo blijven. Behandel het kind zoals het kan zijn, en het zal zo worden.
Het Kindgesprek. Behandel een kind zoals die is, en het zal zo blijven. Behandel het kind zoals het kan zijn, en het zal zo worden. 1 Inleiding. Door gesprekken met kinderen te voeren willen we de betrokkenheid
Hoe kunnen we WAT ACTIE zodat IETS VERANDERT
Anouk Nooteboom Hand-out Cultuurhelden Delft Werkvormen creatief proces & passende vragen In dit document zijn een aantal werkvormen te vinden die toe te passen zijn binnen het creatief proces. Bij de
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt
Opbrengsten van CNV thema onderwijsdag 20 april 2016 Masterclass leerstrategieën door Karin Nijman & Inge Verstraete
10 werkvormen om het denken te activeren Goede metacognitieve vaardigheden worden gezien als een voorspeller van succesvol leren. Door expliciet aandacht te besteden aan denkvaardigheden, stimuleer je
Introduceren thema Natuurgeweld. tsunami s. centraal rondom natuurgeweld: Thema: Natuurgeweld. laten ontstaan?
Aardrijkskunde Natuurgeweld Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Natuurgeweld In dit thema staan de volgende hogere orde denkvragen centraal rondom natuurgeweld: 1. Wat zou er moeten gebeuren
Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten
Blooms taxonomie Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten Evalueren Evalueren = de vaardigheid om de waarde van iets (literatuur, onderzoeksrapport, presentatie etc) te kunnen beoordelen
Peergroeponderwijs. Dé Dag. Over het opzetten van een plusklas. 25 november 2016 Jaap Verouden
Peergroeponderwijs Over het opzetten van een plusklas Dé Dag 25 november 2016 Jaap Verouden [email protected] Startopdracht Verzin zoveel mogelijk overeenkomsten tussen een kleerhanger en een koekoeksklok
Ontwerpend leren. de ruimte in. Drs. ing. H. (Henk) Averesch
Ontwerpend leren de ruimte in Drs. ing. H. (Henk) Averesch Kennismaking Wie ben ik? Henk Averesch - Docent natuur/w&t/ict/onderzoek/ppo - Projectleider W&T-in-de-pabo - Coördinator en docent MLI Wat gaan
kinderrechten Aardrijkskunde kinderrechten gehoord? Met welke kinderrechten hebben zij te
Aardrijkskunde kinderrechten Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Kinderrechten In dit thema staat de volgende hogere orde denkvraag centraal: Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen
Opbrengstgericht omgaan met verschillen. Bijeenkomst 4 Onderwijsbehoeften en differentiatievormen: differentiatie bij verwerking
Opbrengstgericht omgaan met verschillen Bijeenkomst 4 Onderwijsbehoeften en differentiatievormen: differentiatie bij verwerking Programma Doelen en programma toelichten Terugblik op huiswerkopdracht Een
Lessenserie bedrijfsbezoek PO. voorjaar 2016
Lessenserie bedrijfsbezoek PO voorjaar 2016 De voorbereidende les Inleiding Doel: - Voorkennis activeren - Beginniveau meten Materiaal: - Woordweb - Digibord Tijd: 5 min. Om kinderen te enthousiasmeren
Wiskunde Lesperiode 1
Wiskunde Lesperiode 1 Proefwerk analyse & Voorbereiding op de herkansing of hoe je je wiskunde materiaal ook kunt gebruiken. Wat gaan we doen? Overzicht creëren. Planning maken. Fouten opsporen en verbeteren.
Ben jij Vindingrijk? Kolom
Ben jij Vindingrijk? Hoe vind jij het om: met je eigen fantasie, op je eigen manier, en door uit te proberen of te onderzoeken nieuwe ideeën, oplossingen, of dingen te bedenken of te maken? Aan welke les,
HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren
HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren 1. Inleiding Aan de hand van een concept cartoon verdiepen leerlingen zich in de vraag hoe het komt dat een meisje een meisje is. Een concept cartoon is een visuele
Creativiteit, kun je dat afdwingen?
Creativiteit, kun je dat afdwingen? Over procesgerichte didactiek, de didactiek van creativiteit, eigenaarschap en betrokkenheid www.kunstedu.nl procesgerichte didactiek proces van de kunstenaar zelf ondergaan
(Hoog)begaafde protocol OBS Prins Claus
(Hoog)begaafde protocol OBS Prins Claus Linschoten juli 2017 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Visie... 3 Doelgroep... 3 Signaleren... 4 Onderpresteerders... 4 Onderwijsbehoeften... 4 Begeleiding...
Maak betekenisvolle onderwerpen bespreekbaar Individuele docententraining DAG 3 PPOZO Marije Fris trainer & masterclassdocent St.
Maak betekenisvolle onderwerpen bespreekbaar Individuele docententraining DAG 3 PPOZO Marije Fris trainer & masterclassdocent St. DKJL Met de deur in huis.. Schrijf zoveel mogelijk thema s op die jij geschikt
Voorbeeld actiepunten Aandachtspunt = bevorderen van interactie tussen kinderen tijdens de evaluatie van de les
1 Lesschemaformulier (LSF) Handleiding versie 2009-2010 / Pedagogogische Hogeschool De Kempel Helmond Kop Op ieder lesschemaformulier noteer je jouw voor- en achternaam en de jaargroep op de Kempel. Je
Onderzoekend leren Een windmolen op school: waar moet hij staan?
Onderzoekend leren Een windmolen op school: waar moet hij staan? Inhoudsopgave Inleiding 3 Context 3 Doelen van de les 3 Overzicht van de les 4 Lesbeschrijving Een windmolen op school 5 Stap 1. Introductie
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid
Mens en Natuur, Natuurkunde. VO onderbouw (havo/vwo) 2-3 lesuren
De sneeuwpop Voor de docent Vak(gebied) Schooltype / afdeling Mens en Natuur, Natuurkunde VO onderbouw (havo/vwo) Leerjaar 1 Tijdsinvestering Vakinhoud 2-3 lesuren Warmtegeleiding en -isolatie in dagelijkse
Assessment as learning. Van lesgeven naar leren. Over leren, ontwikkelen en vormen. Over aanleren en toepassen. Hoe doe ik dat in mijn school?
Assessment as learning Van lesgeven naar leren. Over leren, ontwikkelen en vormen. Over aanleren en toepassen. Hoe doe ik dat in mijn school? Formatieve assessment, waarom zou je dat gebruiken? In John
DURVEN ZIEN ERVAREN DELEN HET CREATIEF PROCES IN 5 DISCIPLINES
DURVEN ZIEN ERVAREN DELEN HET CREATIEF PROCES IN 5 DISCIPLINES WENSEN / VERWACHTINGEN Deel met je buurman/buurvrouw Wie ben je? Waar kom je vandaan? Wat kom je halen? Wat wil je delen? WENSEN / VERWACHTINGEN
Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +
Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands? - + + De gebruikte methoden stellen duidelijke (toetsbare) doelen en leerlijnen voor begrijpend lezen. Zwakke lezers krijgen een aanvullend
Leren zichtbaar maken
Leren zichtbaar maken Deze presentatie: De theorie: leren zichtbaar maken formatieve assessment De praktijk op Bader Primary School Hoe verder op Unit scholen? Leren zichtbaar maken met het Formatieve
Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken. Astrid van den Hurk 22 januari 2015
Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken Astrid van den Hurk 22 januari 2015 Doelen Zicht op basisbehoeftes van leerlingen om gemotiveerd te kunnen werken; Zelfdeterminatietheorie
Werkvormen Vooraf aan EduMedia
Werkvormen Vooraf aan EduMedia 0 Deze inspiratiekaartjes bevatten werkvormen voorafgaand aan EduMedia te gebruiken 0 Doelen zijn: 0 Voorkennis te activeren 0 Het leereffect te vergroten 0 21st century
Stellingen en uitleg over talentgerichte ontwikkeling op de basisschool
Stellingen en uitleg over talentgerichte ontwikkeling op de basisschool Stellingen Het begrip Talent zegt vooral iets over de capaciteiten van een leerling. Sommige leerlingen hebben meer talent dan anderen.
Spreken - Probleem oplossen vmbo-kgt34
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 12 juli 2017 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/74571 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs
Cultuureducatie met Kwaliteit
ontwerp fourpack Cultuureducatie met Kwaliteit Onze ambities 1 2 3 Stappenplan Het kwadrant Drie domeinen 1 Intake 5 Scholingsactiviteiten VERBREDEN 2 Assessment 6 Meerjarenvisie In huis 3 Ambitiegesprek
Titel: Creatief met (kilo) gram Groep 5 rekenen 1
Titel: Creatief met (kilo) gram Groep 5 rekenen 1 De leerlingen gaan in deze les op een speelse en kritische manier een verdieping leggen in de begrippen kilogram en gram aangezien de meeste leerlingen
Inleiding. Start met proefabonnement. acadin 1
Inleiding Acadin is een leeromgeving met veel faciliteiten en een grote hoeveel leeractiviteiten. Het succevol implementeren ervan, vraagt om doordachte keuzes. Voor u ligt de opzet van een plan van aanpak
DE PLUSBUS. Informatiebrochure voor ouders
Informatiebrochure voor ouders DE PLUSBUS In deze brochure vindt u algemene & praktische informatie over de plusklas De Plusbus. De Plusbus is onderdeel van Stichting Palludara. Inhoud Hoogbegaafd, nou
eigen woonplaats Oorlog: geschiedenis in de geschiedenis monumenten hebben te maken met oorlogen? Welke oorlogen
geschiedenis Oorlog: geschiedenis in de eigen woonplaats Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Oorlog: geschiedenis in de eigen woonplaats Introduceren thema Oorlog:
Creatief vermogen & kritisch denken ontwikkelen: aan de slag met lessen en rubrics. Marieke Buisman, Liselotte van Loon & Marianne Boogaard
Creatief vermogen & kritisch denken ontwikkelen: aan de slag met lessen en rubrics Marieke Buisman, Liselotte van Loon & Marianne Boogaard Inhoud 1 Opzet van het project 2 Praktische toolkit voor docenten
vaardigheden - 21st century skills
vaardigheden - 21st century skills 21st century skills waarom? De Hoeksteen bereidt leerlingen voor op betekenisvolle deelname aan de wereld van vandaag en de toekomst. Deze wereld vraagt kinderen met
Tijd: 8:30. Klas: 3HVc 9:10. Beginsituatie Leerlingen hebben week hiervoor toets seksualiteit gehad (zie paper 1)
Lesplan les 1 Seksualiteit: Grenzen en Wensen Tijd: 8:30 Klas: 3HVc Aantal lln: 15 Introductie van de lessenserie: grenzen en wensen Beginsituatie Leerlingen hebben week hiervoor toets seksualiteit gehad
Kijk eens naar je eigen praktijk. Hoe en waar raakt onderzoekend leren aan jouw onderwijssituatie?
Onderzoekend leren; kansen voor uitdagend onderwijs aan excellente Dr. Marieke Peeters, projectmanager Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit WKRU Onderzoekend leren geeft hoogbegaafde de kans om de
Opbrengstgericht werken bij andere vakken. Martine Amsing, Marijke Bertu, Marleen de Haan
Opbrengstgericht werken bij andere vakken Martine Amsing, Marijke Bertu, Marleen de Haan Doel Leerkrachten kunnen een les tekenen of geschiedenis ontwerpen volgens de uitgangspunten van OGW die ze direct
HANDLEIDING TALENTENQUIZ
HANDLEIDING TALENTENQUIZ STAPPENPLAN TALENTENQUIZ 1. Download alle nodige bestanden van de talentenquiz kleur bekennen met kinderen op de studentenpagina bij de pagina voor de coördinator bedenk & doe
Ontwerpprincipes. Figuur 1: 21 e -eeuwse vaardigheden
Ontwerpprincipes In dit onderzoek staat het probleemoplossend vermogen van basisschoolleerlingen bij natuur- en technieklessen centraal. Daarbij komen in dit onderzoek de volgende ontwerpprincipes aan
VOORTRAJECT TAALBELEID
VOORTRAJECT TAALBELEID Interactieve werkvormen Sophie Stroobants Wie is wie? Dienst onderwijsondersteuning Mechelen Opdrachtgever van het traject Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) Inhoudelijk vormgever
PLG Leerkrachten. 8 december PLG Leerkrachten (2) Agenda
PLG Leerkrachten (2) PLG Leerkrachten 8 december 2010 vs 1.0 100422 Agenda 1. Introductie 1.1: Programma en doelen schooljaar 2010-2011 1.2: Terugblik PLG 1 en huiswerk 1.3: Doelen vandaag 1.4: De verbinding
DURVEN, ZIEN, ERVAREN & DELEN HET CREATIEF PROCES IN HET BASISONDERWIJS
DURVEN, ZIEN, ERVAREN & DELEN HET CREATIEF PROCES IN HET BASISONDERWIJS PROCESGERICHTE DIDACTIEK leerkracht wie bepaalt het eindresultaat? leerling AMBACHTELIJKE DIDACTIEK PROCESGERICHTE DIDACTIEK VRIJE
Checklist Presentatie geven 2F - handleiding
Checklist Presentatie geven 2F - handleiding Inleiding De checklist Presentatie geven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een presentatie moeten kunnen geven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht
Zelfgestuurd leren met Acadin
Zelfgestuurd leren met Acadin 1. Wat is zelfgestuurd leren? Zelfgestuurd leren wordt opgevat als leren waarbij men zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de eigen leerprocessen
TOPS & FLOPS. Feedback geven en ontvangen. Inhoud
Feedback geven en ontvangen Inhoud Doelgroep Vakgebied Duur Materialen Doelen In deze les leren leerlingen feedback geven en ontvangen. Leerlingen denken na over de manier waarop je feedback formuleert
Plattegrond van de school Groep 5 rekenen 1
Plattegrond van de school Groep 5 rekenen 1 In de eerste les gaan de leerlingen de school opmeten om gegevens te verzamelen voor het maken van een plattegrond. In de tweede les gaan de leerlingen de plattegrond
Gebarentaal. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Kwant 19 may 2012 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/37879 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is
CREATIEF VERMOGEN. Andrea Jetten, Hester Stubbé
CREATIEF VERMOGEN Andrea Jetten, Hester Stubbé OPDRACHT Creativitief vermogen meetbaar maken zodat de ontwikkeling ervan gestimuleerd kan worden bij leerlingen. 21st century skills Het uitgangspunt is
Tweede wereldoorlog:
geschiedenis Tweede wereldoorlog: oorlogsvoertuigen Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Tweede Wereldoorlog: Oorlogsvoertuigen Introduceren thema Tweede Wereldoorlog:
VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT
VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN VRAGENLIJST FORMATIEF TOETSEN DOCENT EEN FEEDBACK INSTRUMENT VOOR DOCENTEN EEN FEEDBACK INSTRUMENT VOOR DOCENTEN CHRISTEL WOLTERINCK [email protected] CHRISTEL [email protected]
Introduceren thema Áchtbanen. Thema: Achtbanen. centraal: 2. Hoe komt het dat de wagentjes toch op de rails blijven zelfs
Natuur & Techniek Achtbanen Omschrijving van de opdracht: Introductie Thema: Achtbanen In deze les staan de volgende hogere orde denkvragen centraal: 1. Ontwerp een wagentje voor je eigen achtbaan. 2.
Blauwe stenen leer je zo
Handleiding groep 3-8 Blauwe stenen leer je zo Wijzers Jeelo heeft gele wijzers om samen met leerlingen te verkennen hoe je een steen van Jeelo leert. Voor groep 3-4 wijzer 2009 Zo leer je blauwe stenen
ONTWERP JE EIGEN FORMATIEVE WERKVORM
ONTWERP JE EIGEN FORMATIEVE WERKVORM BESCHRIJVING OPDRACHT In deze opdracht ga je aan de slag met het ontwikkelen van en die je meteen de volgende dag in kunt zetten. Aan de hand van concrete voorbeelden
5. Klassen-of groepsgesprek
5.1 Beurten verdelen: Rondje doel Iedereen aan het woord laten over een onderwerp tijdens een gesprek wanneer n.v.t. groepssamenstelling klassikaal, groepjes duur 30 minuten voorbereiding: - Tijdens een
Genoeg ruimte? In de methodes
Genoeg ruimte? Het berekenen van de oppervlakte van rechthoekige figuren komt in alle methoden voor. Vaak staat in de tekening aangegeven wat de te gebruiken eenheid is, bijvoorbeeld een vierkante meter.
Begeleiding van leerlingen
Begeleiding van leerlingen Doel Voorbeelden aanreiken van de wijze waarop begeleiding vorm kan krijgen. Soort instrument Voorbeelden Te gebruiken in de fase Uitvoeren Beoogde activiteit in de school Het
Handleiding voor docenten
Handleiding voor docenten Educatieproject Design en techniek Design en techniek in het kort Kunstructeur gaat verder als Design en techniek. Sinds mei 2018 zijn wij van Stedelijk Museum s-hertogenbosch
Bloom. Taxonomie van. in de praktijk
Bloom Taxonomie van in de praktijk De taxonomie van Bloom kan worden toegepast als praktisch hulpmiddel bij het differentiëren in denken en doen. Het helpt je om in je vraagstelling een plaats te geven
Taxonomie van. Bloom in de praktijk van de kleuterklas
Taxonomie van Bloom in de praktijk van de kleuterklas De taxonomie van Bloom kan worden toegepast als praktisch hulpmiddel bij de ontwikkeling van lesmateriaal en activiteiten. Het model gaat ervan uit
Lesopbouw Onderzoekend Leren Wetenschap in het basisonderwijs
Lesopbouw Onderzoekend Leren Wetenschap in het basisonderwijs Routekaart Algemene disclaimer Dit document is bedoeld ter algemene informatie, en dient als voorbeeld voor een les onderzoekend leren in het
Theoretisch kader De 21st century skills Onderverdeling in cognitieve en conatieve vaardigheden
Theoretisch kader: Zoals ik in mijn probleemanalyse beschrijf ga ik de vaardigheid creativiteit, van de 21st century skills onderzoeken, omdat ik wil weten op welke manier de school invloed kan uitoefenen
De didactiek van Onderzoekend en ontwerpend leren
De didactiek van Onderzoekend en ontwerpend leren De leeromgeving Interactief onderzoeken.nl gaat uit van de didactiek onderzoekend en ontwerpend leren (OOL). Deze didactische aanpak is uitgewerkt en verspreid
Workshop Differentiatie. Oké, is het duidelijk zo? Iedereen beklimt dus deze boom.
Workshop Differentiatie Oké, is het duidelijk zo? Iedereen beklimt dus deze boom. Voorstelrondje Wat kom je halen? Wat versta je onder differentiëren? Wat is het programma Doel: aantal voorbeelden van
Introduceren thema Het menselijk lichaam. Thema: Het (menselijk) lichaam. centraal: 1. Maak een vergelijking tussen het menselijk lichaam en het
Natuur & Techniek Het (menselijk) lichaam Omschrijving van de opdracht: Wat doe je als leerkracht? Introductie Thema: Het (menselijk) lichaam Introduceren thema Het menselijk lichaam In deze lessen staan
HANDBOEK POWER OF PLAY MAAK JE EIGEN SPEELMATERIAAL VOOR MIDDEN- EN BOVENBOUW VOORBEELD PAGINA S
HANDBOEK POWER OF PLAY MAAK JE EIGEN SPEELMATERIAAL VOOR MIDDEN- EN BOVENBOUW PAGINA S Copyright 2018 Right To Play & Jantje Beton ( de uitgever ) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag
Type 1: De Docent TEST LEERKRACHTSTIJL LAGER. Centrum voor Taal en Onderwijs MIJN PROFIEL
Type 1: De Docent Ik weet perfect waar ik mee bezig ben. Met mijn strakke planning zien we alle vooropgestelde leerstof, met tijd voor een herhalingsles voor elke grote toets. Er zijn duidelijke afspraken
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
Didactisch bekwaam D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leerlingen krijgen ruimte voor eigen inbreng en creatieve invulling van de opdracht. De leraar zorgt ervoor dat leerlingen zich
Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar
DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht
Denken om te leren Een praktische aanpak voor leraren om evalueren om te leren te integreren in het dagelijkse onderwijs.
Denken om te leren Een praktische aanpak voor leraren om evalueren om te leren te integreren in het dagelijkse onderwijs. boekjenro.indd 1 19-10-16 09:44 Wat is evalueren om te leren? Evalueren om te leren
Les Dieren met een baan, thema vermaak
Les Dieren met een baan, thema vermaak Lesvoorbereidingsformulier Doelgroep: groep 6 Beginsituatie: Wat kunnen en kennen de leerlingen al m.b.t. de doelstelling? Kijk in de methode, praat met je mentor,
Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1
Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: Het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs: Stadium van het instructie model Oriëntatiefase
