Actieplan Integrale Veiligheidszorg Twente
|
|
|
- Josephus van de Brink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Actieplan Integrale Veiligheidszorg Twente Vastgesteld door het Regionaal College 14 februari 2011
2 Namens het Platform IVZ en in samenwerking met: De Twentse gemeenten Politie Twente Openbaar Ministerie Provincie Overijssel Hulpverleningsdienst / Veiligheidsregio Twente Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Twente Regionaal Informatie en Expertisecentrum Oost Nederland Veiligheidshuizen Almelo, Enschede, Hengelo GGD regio Twente 1
3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Evaluatie van het Platform IVZ Verbeterpunten & oplossingsrichtingen Wettelijke regierol integrale veiligheid Regionale samenwerking 4 2. Uitgangssituatie nieuw actieplan IVZ Inleiding Veiligheidsbeeld Twente Realisatie actieplan IVZ Landelijke prioriteiten Samenvattende conclusie 8 3. Veiligheidsthema s en organisatie Platform IVZ Inleiding Selectiecriteria IVZ agenda en portefeuilleverdeling 9 4. Organisatie en werkwijze Platform IVZ Inleiding Samenstelling Platform IVZ en agendacie IVZ Samenwerking (veiligheid) partners Begroting Communicatie Besluitvormingstraject Tot slot 14 Bijlagen 16 Bijlage 1 Uitwerking veiligheidsthema s Bijlage 2 Overzicht samenwerking veiligheidspartners 30 Bijlage 3 Samenwerkingsovereenkomst 31 Naslagwerk 36 Onderdeel A Veiligheidsbeeld Twente 37 Onderdeel B Realisatie actieplan IVZ Onderdeel C Implementatieoverzicht per gemeente Onderdeel D Regeerakkoord VVD-CDA kabinet met gedoogsteun PVV 53 Onderdeel E SWOT analyse 57 Onderdeel F Overzicht selectiecriteria prioritering veiligheidsthema s 60 Onderdeel G Brief Minister van Veiligheid aan de Tweede Kamer (2010/832108) 61 2
4 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Evaluatie van het Platform IVZ In het laatste kwartaal van 2009 is een evaluatietraject gestart om begin 2010 een voorstel neer te kunnen leggen bij het Regionaal College voor besluitvorming over het vervolg van de samenwerking. Op 8 februari 2010 heeft het Regionaal College de evaluatie vastgesteld en ingestemd met het voorstel om het Platform IVZ vanaf 2011 op eigen kracht voor te zetten. Dit betekent dat de veertien Twentse gemeenten en de regiopolitie Twente na de beeïndiging van de subsidieperiode (eind 2010) de samenwerking op het terrein van integrale veiligheidszorg blijven continueren en vanaf die tijd zelf financieren. Alle Twentse gemeenten en politie Twente hebben de gevraagde structurele bijdrage vanaf 1 januari 2011 in hun meerjarenbegroting opgenomen. Na een terugblik naar voorliggende periode wordt in dit actieplan IVZ beschreven op welke veiligheidsthema s de samenwerking wordt gezocht, welke doelstellingen worden daarbij geformuleerd, wat is de rol en inzet van het Platform IVZ hierbij en op welke wijze vindt afstemming plaats vanuit het Platform IVZ met andere beleidsterreinen en overige samenwerkingsverbanden en veiligheidsorganisaties op regionaal niveau? Leeswijzer In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de evaluatie van het Platform IVZ en de verbeterpunten die daarbij genoemd zijn. Bijzondere aandacht is er voor het wetsvoorstel regierol gemeenten voor veiligheid. Hoofdstuk 2 heeft betrekking op de uitgangspunten voor het nieuwe actieplan IVZ. Zo komt eerst het veiligheidsbeeld van Twente aan bod en de realisatie van het voorgaande actieplan IVZ. Vervolgens is er aandacht voor landelijke prioriteiten uit het regeerakkoord. In hoofdstuk 3 komen uiteindelijk de veiligheidsthema s voor de nieuwe periode aan de orde en wordt beschreven hoe deze keuze tot stand is gekomen. Ook komt de portefeuilleverdeling aan bod en wordt aangegeven welke doelstellingen nagestreefd worden. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 beschreven op welke wijze de uitvoering van de veiligheidsthema s wordt georganiseerd en hoe de samenwerking binnen het Platform IVZ verloopt met haar partners. 1.2 Verbeterpunten & oplossingsrichtingen Tijdens de evaluatie is een SWOT analyse opgesteld voor het regionale samenwerkingsverband op het terrein van integrale (sociale) veiligheid (zie onderdeel E naslagwerk). Gezamenlijk zijn de sterke en zwakke punten, maar ook de kansen en bedreigingen benoemd. In deze paragraaf wordt alleen stilgestaan bij de verbeterpunten die geformuleerd zijn bij de collegiale toetsing. Hieronder worden deze verbeterpunten nader toegelicht en gelijk ingegaan op mogelijke oplossingsrichtingen. Selectie en prioritering van onderwerpen. Het aantal (veiligheids)thema s in het actieplan IVZ is erg ambitieus en soms worden thema s naar het Platform IVZ toegetrokken die eigenlijk qua primaat tot een ander beleidsterrein horen. Geadviseerd wordt om selectiever te prioriteren bij de opmaak van de veiligheidsagenda voor de komende 2 jaar en hiervoor selectiecriteria te ontwikkelen. In paragraaf 3.2 worden de selectiecriteria beschreven. Voortgangsbewaking en implementatie van beleid. Door het Platform IVZ kan beter gemonitord worden of vastgesteld beleid op regionaal niveau ook daadwerkelijk geïmplementeerd wordt in de verschillende Twentse gemeenten. Dit heeft niet alleen betrekking op beleid, maar ook of er gebruik wordt gemaakt van handreikingen die bijvoorbeeld regionaal worden ontwikkeld. Om de implementatie te bevorderen binnen de gemeenten worden veelal, faciliterend aan het besluitvormingsproces, concept collegeadviezen of raadsvoorstellen bijgevoegd. Om de voortgang beter te bewaken is een (smiley)monitor ontwikkeld waarbij in één oogopslag is af te lezen hoe het staat met de implementatie in gemeenten (zie onderdeel C naslagwerk). 3
5 Formuleren van regionale doelstellingen. Geadviseerd wordt om per veiligheidsthema concreter te benoemen welke resultaten we willen behalen, wat moet het uiteindelijk te bereiken effect zijn en wat is de rol cq de inzet van het Platform IVZ daarbij. Bij de geselecteerde veiligheidsthema s voor de komende periode zijn de regionale doelstellingen beter geformuleerd. Communicatie en terugkoppeling. De terugkoppeling van resultaten van het Platform IVZ kunnen tussentijds voorgelegd worden aan het Regionaal College (voortgangsberichten). Het verbeteren van communicatie rondom de diverse thema s wordt versterkt door de agenda s van de Platformbijeenkomsten te verzenden naar de communicatiemedewerkers. Ook dienen de afdelingen communicatie in een eerder stadium bij de uitwerking van een regionaal thema betrokken worden. 1.3 Wettelijke regierol gemeenten voor veiligheid Het wetsvoorstel tot wijziging van de Gemeentewet beoogt de regierol van gemeenten op het terrein van lokale veiligheid te verstevigen door middel van een tweetal maatregelen. Enerzijds wordt de gemeenteraad verplicht tot het vaststellen van een integraal veiligheidsplan, die gebaseerd is op een analyse van de lokale veiligheidssituatie. Anderzijds wordt een zorgplicht voor de burgemeester ingevoerd. Dit betreft een inspanningsverplichting van de burgemeester om zonder inbreuk te maken op bestaande bevoegdheden te doen wat nuttig en nodig is om de lokale veiligheid te bevorderen. Met deze twee maatregelen wordt beoogd de kwaliteit van het lokaal veiligheidsbeleid te verhogen. De Twentse gemeenten hebben al jaren geleden de regierol voor veiligheid opgepakt. Alle Twentse gemeenten hebben een coördinator IVZ, beschikken over een Integraal Veiligheidsprogramma en voeren hiervoor een integrale veiligheidsanalyse uit. Binnen Twente zijn afspraken gemaakt om de beleidscyclus regionaal op elkaar af te stemmen en hierin gelijk te lopen. In de periode voert iedere gemeente de integrale veiligheidsanalyse uit (w.o. aansluiting landelijke veiligheidsmonitor) en legt eind 2012 aan de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsprogramma voor ter vaststelling. Op basis van alle Twentse lokale veiligheidsplannen worden de thema s benoemd die in regionaal verband worden uitgewerkt. Op deze wijze wordt de regionale veiligheidsagenda opgemaakt. 1.4 Regionale samenwerking Juist omdat problemen niet stoppen bij gemeentegrenzen, is het van belang dat er op regionaal niveau overleg plaatsvindt en zoveel mogelijk wordt afgestemd. Sommige problematiek is immers niet lokaal gebonden maar gemeentegrensoverschrijdend (waterbedeffect). Ook zijn sommige belangrijke partners niet lokaal maar regionaal georganiseerd. Door een aanspreekpunt te hebben binnen het Platform IVZ, hoeven de regionaal georganiseerde veiligheidspartners niet met iedere gemeente afzonderlijk afspraken te maken. Daarnaast kunnen door de bundeling van kennis, ervaring en capaciteit binnen het Platform IVZ veel meer veiligheidsonderwerpen aangepakt worden. Niet iedere gemeente hoeft dan zelf alle onderwerpen op eigen houtje uit te werken. Bovendien wordt de samenhang in de veiligheidsonderwerpen inzichtelijk, de consequenties voor het totale veiligheidsbeleid worden eerder duidelijk. Dit bevordert de kwaliteit van zowel het regionale als het lokale veiligheidsbeleid. Juist in tijden van schaarste en bezuinigingen is regionaal overleg over de optimale inzet van de beperkte capaciteit noodzakelijk. Zoals ook uit de evaluatie blijkt van het Platform IVZ, levert regionale samenwerking efficiencyvoordelen op, leidt tot financiële besparingen en draagt bij aan het verhogen van de kwaliteit van het veiligheidsbeleid. Regionale samenwerking geeft daarbij een extra impuls aan de versterking van het lokale veiligheidsbeleid en daarmee inhoud aan de invulling van de wettelijke regierol van gemeenten voor veiligheid. 4
6 Hoofdstuk 2 Uitgangssituatie nieuw actieplan IVZ 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangssituatie voor het nieuwe voorliggende actieplan IVZ voor de komende periode Een belangrijke bron die als input dient is het veiligheidsbeeld van Twente. Vervolgens komt de realisatie van de veiligheidsthema s in het voorgaande actieplan voor de periode aan de orde. En tot slot wordt er aandacht besteed aan de landelijke prioriteiten die verwoord staan in het nieuwe regeerakkoord. 2.2 Veiligheidsbeeld Twente In deze paragraaf wordt ingegaan op het Twentse veiligheidsbeeld. Om een goed ontwikkeld regionaal veiligheidsbeleid te voeren is het namelijk noodzakelijk om inzicht te hebben in de veiligheidsproblematiek die er speelt binnen de regio. De beschrijving van de veiligheidssituatie in Twente gebeurt aan de hand van meerdere bronnen. In de eerste plaats de landelijke veiligheidsmonitor die jaarlijks op regionaal niveau wordt uitgevoerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Kabinetsrelaties. De Twentse gemeenten hebben besloten om vanaf volgend jaar ook aan te sluiten op de landelijke veiligheidsmonitor. De monitor is vanwege haar periodieke karakter een belangrijke graadmeter voor de ontwikkelingen op het gebied van sociale veiligheid (criminaliteit en overlast). De monitor geeft bijvoorbeeld aan hoe (on)veilig burgers zich voelen. Ook worden er vragen gesteld op het gebied van daadwerkelijk slachtofferschap en de veiligheidsbeleving naar buurtproblemen maar ook het functioneren van de politie en de gemeente op dit terrein. Vanaf 2011 is het dus mogelijk om genoemde vragen op gemeentelijk niveau en zelfs op wijkniveau met elkaar te vergelijken, maar ook met andere regio s en gemeenten in den lande die zijn aangesloten op de landelijke veiligheidsmonitor (ca 240 deelnemende gemeenten) Een andere bron voor de beschrijving van de veiligheidssituatie zijn de wijksscans van politie Twente. In de wijksscans van de politie wordt de veiligheidsproblematiek in kaart gebracht met behulp van informatiebronnen die binnen de politie beschikbaar zijn: de harde cijfers uit de politiestatistieken en de kennis van de wijk- en jeugdagenten die het verhaal achter de cijfers vertellen. Door de invoering van het nieuwe automatiserings- en registratiesysteem BVH heeft de opstelling van de wijksscans in Twente enige vertraging opgelopen en worden deze eind 2010 opgeleverd. In deze paragraaf wordt slechts een samenvatting gegeven ten aanzien van de veiligheidssituatie in Twente. Voor een uitgebreidere beschrijving met de uitkomsten van de landelijke veiligheidsmonitor en de Twentse politiestatistieken, wordt verwezen naar onderdeel A van het naslagwerk. Samenvatting Uit het veiligheidsbeeld van Twente kan geconcludeerd worden dat de regio Twente een veilige regio is om te wonen en te verblijven. Ongeveer 20% van de Twentse burgers voelt zich wel eens onveilig, terwijl landelijk gezien dit percentage op ruim 25% ligt. De leefbaarheid in Twente wordt goed beoordeeld aan de hand van de sociale cohesie, die licht gedaald is naar een 6,5 maar desondanks nog wel hoger ligt dan het landelijke gemiddeld. De Twentse bevolking is van mening dat de buurtproblemen als verloedering (2,9) 1, sociale overlast (1,4) en verkeersoverlast (3,6) minder voorkomen in hun woonbuurt in vergelijking met hetgeen gemiddeld is in den lande. Opgemerkt wordt dat de ervaren verkeersoverlast wel licht is gestegen is volgens de Twentse burgers. Het aantal mensen dat in Twente aangeeft slachtoffer te zijn geworden van een delict is heel licht gedaald, terwijl dit landelijk gezien gestegen is. Een lichte daling is geconstateerd bij geweldsdelicten (6,1 voorvallen per 100 inwoners) en vermogensdelicten (12 voorvallen per 100 inwoners). Overeenkomstig de landelijke trend is het slachtofferschap ten aanzien van vandalismedelicten ook in Twente toegenomen (19,4 voorvallen per 100 inwoners). 1 Hoe hoger de waarde, hoe meer respondenten het gevoel hebben dat de buurtproblemen vaak voorkomen in hun woonbuurt. 5
7 De Twentse burgers zijn over het algemeen (zeer) tevreden over de contacten met de politie en de regio (61,3 procent) scoort daarbij goed in vergelijking met andere regio s. De tevredenheid in Twente heeft met name betrekking op het gebied van handhaving en overige contacten. De Twentse burger is minder tevreden met het aangifteproces binnen onze politieregio in vergelijking met het landelijke gemiddelde. Over het functioneren van de politie Twente hebben de Twentenaren een positief beeld. Kijkend naar de politiestatistieken, kan geconcludeerd worden dat in vergelijking met andere politieregio s het goed gesteld is met het aantal woninginbraken, diefstallen uit motorvoertuigen en de diefstal van motorvoertuigen in Twente. Het aantal fietsendiefstallen is daarentegen hoog te noemen in onze regio. Ook het aantal winkeldiefstallen binnen Twente is relatief hoog en het aantal inbraken bij bedrijven en instellingen ligt ongeveer gelijk met de vergelijkbare regio s, maar hierin is wel een dalende trend ingezet in de regio. Overvallen laat een fluctuerende beweging zien binnen de politieregio Twente. Het oplossingspercentage bij deze delictsoort ligt erg hoog met een gemiddelde van 45%, terwijl dit landelijk rond de 20% ligt. De overvallers zijn wel steeds jonger. Het aantal geinventariseerde jeugdgroepen is lager in 2010 dan in 2009 binnen Twente. De cijfers rond jeugdcriminalitweit in de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar laat ook een dalende trend zien in het aantal minderjarige verdachten. Deze dalende trend komt overeen met de daling van het aantal vernielingen in de afgelopen drie jaar. Geweld op straat en publieke plaatsen laat een dalende trend zien in Twente en het aantal incidenten van huiselijk geweld is na een stijging in voorgaande jaren weer gedaald naar ca incidenten in Op inwoners komt binnen onze regio bijna 5 geregisteerde incidenten van huiselijk geweld voor. Huisverboden worden relatief gezien vaak ingezet in onze regio met een gemiddelde van 150 op jaarbasis. Het aantal opgerolde hennepkwekerijen lijkt zich na jaren van stijging, te stabiliseren in de afgelopen twee jaar. Voor wat betreft de verkeersveiligheid kan gemeld worden dat het aantal verkeersongevallen dalende is in Twente, terwijl het aantal ziekenhuisgewonden gestegen is. Het aantal uitgereikte procesverbalen stijgt nog wel in de regio. De stijging heeft met name betrekking op het aantal snelovertredingen. Uit het veiligheidsbeeld van Twente kan afgeleid worden dat de volgende onderwerpen/thema s de nodige aandacht verdienen binnen het nieuwe actieplan IVZ voor de komende periode ( ): tevredenheid burger over het aangifteproces (project bereikbaarheid & beschikbaarheid) diefstal, zoals woninginbraken, winkel- en fietsendiefstal (inzet preventiemiddelen) jeugdcriminaliteit en overlast (w.o. overvallen) overlast, vernielingen en verloedering (sociale veiligheid) aandacht voor kwetsbare groepen binnen de aanpak van veiligheidsthema s (w.o. ouderen). 2.3 Realisatie actieplan IVZ In deze paragraaf wordt ingegaan op het huidige regionale veiligheidsbeleid. In het voorgaande actieplan IVZ zijn de veiligheidsonderwerpen benoemd waarin de samenwerking is opgezocht in de periode In onderdeel B van het naslagwerk is weergegeven hoever het staat met de resultaten rondom de het vorige actieplan en wat de status en planning is van de werkzaamheden. Indien wordt gekeken naar de status van 27 actiepunten uit het actieplan IVZ , dan kan gesteld worden dat de uitvoering van 18 veiligheidsthema s volledig is gerealiseerd (67%). Ongeveer van een kwart van de veiligheidsthema s zijn de werkzaamheden binnen de werkgroepen opgestart maar nog niet volledig afgerond (25%) en met betrekking tot twee thema s is er nog geen actie ondernomen. In onderdeel C van het naslagwerk is een overzicht opgenomen waarin is af te lezen hoe het staat met de implementatie van de diverse onderwerpen in de Twentse gemeenten 2. Hieruit kan geconcludeerd worden dat in de afgelopen twee jaar veel werk is verzet door het Platform IVZ. 2 Dit betreft een momentopname van eind De status van de smileys kan ondertussen gewijzigd zijn. 6
8 De regionale samenwerking heeft veel resultaten opgeleverd in de vorm van adviezen, beleidsvoorstellen en handreikingen waarmee de Twentse gemeenten en de veiligheidspartners hun voordeel mee hebben kunnen doen. De regionale samenwerking zal dan ook zeker in positieve zin hebben bijgedragen aan het veiligheidsbeeld van Twente. Ondanks dat bijna tweederde van thema s is uitgevoerd in voorgaande periode, dan wel is opgestart (25%), betekent niet dat sommige onderwerpen geen aandacht meer vragen van het Platform IVZ in de komende periode. Denk bijvoorbeeld aan de regionale uitrol van de veiligheidshuizen in Twente, de implementatie van vroegsignalering jeugd, de uitvoering van de landelijke veiligheidsmonitor in september 2011, het pilotjaar voor de regionale advisering van publieksevenementen en de nieuwe Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan welke veiligheidsthema s uit de voorgaande periode worden meegenomen in het nieuwe actieplan IVZ. In hoofdstuk 3 zijn genoemde thema s opgenomen in het overzicht voor en worden in bijlage 1 uitgebreid beschreven. 2.4 Landelijke prioriteiten in het nieuwe regeerakkoord In het Regeerakkkoord van het VVD-CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV staat veiligheid nog steeds genoemd als één van de belangrijkste kerntaken van de overheid. Randvoorwaarde voor vrijheid en vertrouwen is een omgeving die niet onveilig is en waar geen gevoelens van onveiligheid heersen. Het moet veiliger worden op straten, in wijken en de openbare ruimte. Het daadkrachtig aanpakken van straatterreur, overlast, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit vraagt om een zichtbaar, gezaghebbend en doortastend optreden van politie en justitie. In onderdeel D van het naslagwerk zijn de volledige passages uit het regeerakkoord opgenomen met betrekking tot veiligheid. In onderstaande wordt slechts een opsomming gegeven van de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet: 1. Overlast, agressie, geweld en criminaliteit worden directer en effectiever aangepakt. 2. Het kabinet komt met een voorstel tot verruiming van de mogelijkheid tot preventief fouilleren. 3. Het kabinet komt met een voorstel dat zwaardere straffen stelt op geweld tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel en andere gezagsdragers. 4. Er komt meer cameratoezicht. 5. Overlast en criminaliteit die verband houden met prostitutie (w.o. vrouwenhandel / uitbuiting en loverboy problematiek) en de handel in verdovende middelen worden teruggedrongen (coffeeshops worden besloten clubs met toegangssysteem en afstand van tenminste 350 meter tussen scholen en coffeeshops). 6. Grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, wordt teruggedrongen. 7. Het Kabinet komt met voorstellen om in het volwassenenstrafrecht minimumstraffen in te voeren voor de gevallen waarin een persoon binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. 8. Daders moeten in hun eigen omgeving worden aangepakt en harder, waarbij slachtoffers een sterkere positie krijgen. Zware delicten als gewelds- en zedendelicten zijn niet alleen zeer ingrijpend en traumatisch voor de slachtoffers en hun naaste omgeving, met name als het toegebrachte leed onherstelbaar is, maar zij raken ook in brede zin het vertrouwen in de rechtsorde en de veiligheidsbeleving van burgers. De bescherming van de samenleving tegen de daders maakt toereikende (gevangenis)straffen en maatregelen daarom noodzakelijk. 7
9 9. Het kabinet komt met een voorstel inzake doorberekening van veiligheidskosten voor vergunningplichtige commerciële evenementen van incidentele aard. 10. Het kraakverbod wordt actief en prioritair gehandhaafd. 11. Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door 500 animal cops (dierenpolitie). Er komt een apart alarmnummer voor dieren in nood en dierenmishandeling waaraan ook de dierenambulance zal worden gekoppeld (bijvoorbeeld red een dier ). 10. Er komt een intensivering van de snelheidscontroles als de verkeersveiligheid in het geding is. Bij substantiële snelheidsovertredingen volgen zwaardere boetes. 11. De veiligheid in het openbaar vervoer wordt verbeterd. Naast bovenstaande inhoudelijke beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet, wordt er ook een ontwikkeling beschreven die betrekking heeft op veranderingen in de organisatie en aansturing van de politiekorpsen. Dit komt in hoofdstuk 4 aan de orde. 2.5 Samenvattende conclusie In dit hoofdstuk is ingegaan op de uitgangssituatie voor het nieuwe actieplan IVZ voor de periode Zowel het Veiligheidsbeeld in Twente, als de realisatie van het voorgaande actieplan IVZ en het nieuwe regeerakkoord vormen hiervoor belangrijke input. Het veiligheidsbeeld van Twente toont aan dat in het nieuwe actieplan IVZ ruimte gereserveerd moet worden voor thema s als de tevredenheid van burgers over het aangifteproces, diefstal (m.n. winkel en fietsen), jeugdcriminaliteit en overlast (w.o. overvallen), overlast in algemene zin en verloedering en bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen (w.o. ouderen). Ondanks dat er in voorliggende periode veel werk is gezet door het Platform IVZ en er veel producten zijn opgeleverd, vragen enkele veiligheidsthema s opnieuw de aandacht in de volgende samenwerkingsperiode. Onderwerpen die nog nadere aandacht vragen en die worden meegenomen zijn o.a. de regionale uitrol van de veiligheidshuizen in Twente, de implementatie van vroegsignalering jeugd, de uitvoering van de landelijke veiligheidsmonitor in september 2011, het pilotjaar voor de regionale advisering van publieksevenementen en de nieuwe Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast. Ook het regeerakkoord bepaalt mede de veiligheidsagenda van de gemeenten voor de komende periode. Voor de nieuwe kabinetsperiode zijn beleidsvoornemens opgenomen rond de directere en effectievere aanpak van overlast, agressie, geweld en criminaliteit. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor prostitutie (vrouwenhandel en uitbuiting), coffeeshopbeleid, aanpak risicojongeren individueel en in bendes, hardere aanpak van daders in hun eigen omgeving (w.o. gewelds- en zedendelicten), bescherming van de samenleving, veiligheid bij evenementen, handhaving kraakverbod, aanpak dierenmishandeling en verkeersveiligheid. Bovenstaande onderwerpen verdienen een plek te krijgen in het nieuwe actieplan. In het volgende hoofdstuk wordt de veiligheidsagenda voor de komende periode gepresenteerd. 8
10 Hoofdstuk 3 Veiligheidsthema s Inleiding Uit de evaluatie van het Platform IVZ kwam naar voren dat het aantal veiligheidsthema s in het voorgaande actieplan IVZ erg ambitieus te noemen is en dat het Platform de neiging heeft om veiligheidsthema s naar zich toe te trekken die eigenlijk qua primaat tot een ander beleidsterrein behoren. Door de adviesgroep is dan ook aanbevolen om selctiecriteria te ontwikkelen om selectiever te kunnen prioriteren in de veiligheidsonderwerpen. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de selectiecriteria die ten grondslag liggen aan de uiteindelijke Twentse IVZ agenda en bijbehorende portefeuilleverdeling binnen het Regionaal College. 3.2 Selectiecriteria Om te komen tot een goede selectie van de veiligheidsagenda voor het Platform IVZ voor zijn de volgende criteria opgesteld: 1. Het primaat ligt bij openbare orde en veiligheid en het Regionaal College is het aangewezen orgaan voor besluitvorming (wetgeving, dan wel landelijke richtlijn waaraan voldaan moet worden). 2. Er is sprake van een hoog afbreukrisico, urgentie en/ of actualiteit waardoor het thema wel opgepakt moet worden. 3. De veiligheidsthema s moeten in een substantieel deel van de aangesloten Twentse gemeenten spelen, dan wel alle gemeenten moeten in voldoende mate worden bediend. 4. Er moet sprake zijn van een lokaal en bovenlokaal (regionaal) belang doordat verplaatsing van veiligheidsproblemen wordt voorkomen. 5. De regionale aanpak leidt tot efficiency voordelen (o.a. één aanspreekpunt) of kwaliteitsverbetering van het veiligheidsbeleid 6. De aanpak van een thema moet een realistisch beslag leggen op de middelen van het platform (zowel financiële middelen als capaciteit) en de planning moet haalbaar zijn. Tijdens de bijeenkomst van het Platform IVZ op 21 september 2010, zijn de verschillende veiligheidsthema s naast bovengenoemde selectiecriteria gelegd. Afgesproken is dat de veiligheidsthema s die voldoen aan 4 of meer van de hierbovengenoemde criteria, worden aangemerkt als regionaal thema. In onderdeel F van het naslagwerk is het resultaat opgenomen van de weging van de selectiecriteria. 3.3 IVZ agenda en portefeuilleverdeling In deze paragraaf worden de veiligheidsonderwerpen van het Platform IVZ benoemd voor de periode Zo zijn er bestaande thema s afkomstig uit het vorige actieplan en zijn er nieuwe onderwerpen toegevoegd. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de onderwerpen bestuurlijk zijn verdeeld binnen het Regionaal College. Behoudens de individuele verantwoordelijkheid, hebben de leden van het Regionaal College zich gezamenlijk verantwoordelijk verklaard voor de samenwerking op het terrein van veiligheid, ook al is dit niet formeel in de wet vastgelegd. Wel is het Platform IVZ opgenomen in het Statuut van het Regionaal College. Het Regionaal College is opdrachtgever bij de regionale veiligheidsprojecten en stelt de opdracht en het te bereiken resultaat vast. Een lid van het RC is bestuurlijk trekker voor de uitwerking van een veiligheidsthema. De burgemeester als bestuurlijk trekker wordt hierbij ondersteund door een ambtelijk projectleider en een projectgroep (regie-, stuur- of werkgroep) die is samengesteld uit vertegenwoordigers van dezelfde gemeente en diverse veiligheidspartners. De bestuurlijk trekker informeert het Regionaal College tussentijds over de voortgang van het project en legt belangrijke beslispunten via het Platform IVZ voor aan het Regionaal College. De voortgangsbewaking, de coördinatie & de samenhang van alle regionale projecten vindt plaats via het Platform IVZ. 9
11 Veiligheidsagenda en portefeuilleverdeling Regionaal College Gemeente Almelo Gemeente Borne Gemeente Dinkelland Gemeente Enschede Gemeente Haaksbergen Gemeente Hellendoorn Gemeente Hengelo Gemeente Hof van Twente Gemeente Losser Gemeente Oldenzaal Gemeente Rijssen-Holten Gemeente Tubbergen Gemeente Twenterand Gemeente Wierden Huisverbod / Huiselijk Geweld Uitrol burgernet Prostitutiebeleid en mensenhandel Bereikbaarheid & beschikbaarheid / Stichting Criminaliteitsbeheersing Overlast jaarwisseling / veilige publieke taak Veiligheidsregio / RIEC / RPC / Antidiscriminatievoorziening Regionale samenwerking & organisatie van Platform IVZ TWENS (landelijke veiligheidsmonitor & afstemming beleidscyclus) Veelplegers / nazorg detentie Drugs (hennepteelt, coffeeshopbeleid en smart- en growshops) Uitrol veiligheidshuizen Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit (w.o. BIBOB beleid) Pilotperiode advisering publieksevenementen Regionale toezichtsruimte Inzet preventiemiddelen (keurmerken veilig recreëren, veilig wonen, veilig ondernemen, veilig uitgaan w.o. geweld op straat) Psychiatrische patiënten Sociale veiligheid (w.o. overlast, vernieling, veelvoorkomende criminaliteit en verloedering) Jeugd en alcohol Jeugdcriminaliteit en overlast Schoolveiligheid Bestuurlijke bevoegdheden (w.o. WMBVEO) De thema s zoals hierboven weergegeven is de focus waar het Platform IVZ zich op richt in de jaren 2011 en Dat wil niet zeggen dat er geen enkele ruimte is voor thema s die gaandeweg het jaar (zeer) actueel worden. Getracht zal worden nieuwe thema s flexibel in te passen en daarvoor een portefeuillehouder te benaderen die affiniteit heeft met het onderwerp. Op het eerste oog lijkt het aantal veiligheidsonderwerpen erg ambitieus te zijn. Echter, de uitwerking van de meeste onderwerpen zijn al in gang gezet en draaien al enige tijd binnen onze regio. Een beperkt aantal thema s is als volledig nieuw te beschouwen zoals de inzet van preventiemiddelen en sociale veiligheid. In bijlage 1 is de nadere uitwerking opgenomen van de verschillende veiligheidsthema s uit het overzicht. In het actieplan IVZ in voorgaande periode zijn enkele thema s benoemd die nog eenmalige vervolgactiviteiten vragen die vanuit het Platform IVZ gecoördineerd worden. Deze thema s staan in het overzicht cursief vermeld en worden niet als zodanig als thema s opgenomen in het nieuwe actieplan IVZ Dit zijn namelijk geen onderwerpen waarvan het primaat ligt bij openbare orde en veiligheid maar sec tot andere beleidsterreinen behoren (zorg, onderwijs, welzijn). Het gaat specifiek om de thema s jeugd en alcohol, schoolveiligheid, psychiatrische patienten en de regionale antidiscriminatievoorziening. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie en werkwijze van het Platform IVZ, oftewel hoe wordt de uitvoering van de veiligheidsthema s in regionaal verband gerealiseerd. 10
12 Hoofdstuk 4 Organisatie en werkwijze Platform IVZ 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de organisatie en werkwijze van het Platform IVZ in Twente. Wie zijn de deelnemers, op welke wijze worden de bijeenkomsten voorbereid, hoe verloopt de samenwerking met de betrokken partners en overige samenwerkingsverbanden op het terrein van veiligheid? En tot slot wat zijn de consequenties voor de regionale samenwerking door de komst van de nationale politie en daarmee de opschaling van de politieregio s? 4.2 Samenstelling Platform IVZ en agendacommissie IVZ Het Platform IVZ bestaat uit de coördinatoren Integrale Veiligheid van de veertien Twentse gemeenten en (vaste) vertegenwoordigers van de regiopolitie Twente en het Openbaar Ministerie. In voorgaande periode was de provincie Overijssel ook vast vertegenwoordigd tijdens de platformbijeenkomsten, maar door de terugtredende rol van de provincie op het beleidsterrein Veiligheid, is dit niet meer het geval bij de komende periode. Naast de vaste bezetting zijn vertegenwoordigers van het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing, het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum, de Veiligheidsregio Twente, de Veiligheidshuizen in Twente veelal aanwezig bij de bijeenkomsten. Het bureau Halt, de centrumgemeenten (zorg) en de domeinen GGD en Leefomgeving regio Twente zijn agendalid van het overleg. De voorzitter van het Platform IVZ is de programmamanager Veiligheid van de gemeente Enschede en de secretaris is de regiocoördinator Veiligheid. Het Platform IVZ komt maandelijks bijeen op de tweede dinsdag van de maand, roulerend op locatie bij alle deelnemers. Vanuit het Regionaal College is de burgemeester van de gemeente Haaksbergen aangewezen als bestuurlijk portefeuillehouder voor de regionale samenwerking op het terrein van sociale (integrale) veiligheid. De bijeenkomsten worden voorbereid door een agendacommissie, die per oktober 2010 bestaat uit: Functie * om de twee jaar rouleren de gemeentelijke vertegenwoordigers per cluster in de agendacommissie Voorzitter Herman Meuleman Secretaris (regiocoördinator Veiligheid) Jane Slot Communicatieadviseur (projectleider RPC) Tanja Rijsman Cluster Midden (Hengelo, Borne, Hof van Twente) Nicole Teesink Cluster Noord (Almelo, Twenterand) Annemieke Hooghiemstra Cluster Noord-Oost (Oldenzaal, Losser, Dinkelland, Tubbergen) Jan Vrinte Cluster West (Wierden, Hellendoorn, Rijssen-Holten) Brechje Munsterhuis Cluster Oost (Enschede, Haaksbergen) Loes Benerink Politie Twente Joke Nieuwenhuis / Manon Rietman Openbaar Ministerie Selma Bingol 4.3 Samenwerking (veiligheids)partners Het Platform IVZ concentreert zich met name op sociale veiligheid, maar wil vanuit de integrale gedachte, mede gelet op de portefeuille van de burgemeester voor het totale veiligheidsbeleid, verbindingen leggen met de overige veiligheidsdisciplines en samenwerkingsverbanden. Tijdens de visiebijeenkomst is de huidige samenwerking vanuit het Platform IVZ met de veiligheidspartners onder de loep genomen. De samenwerking is beoordeeld op: a) Is er een centraal aanspreekpunt/contactpersoon? Antwoordmogelijkheden: ja / nee b) Inhoudelijke inbreng en/of sturing vanuit het Platform IVZ naar partner? Antwoordmogelijkheden: sterk, beperkt, laag of geen c) Intensiteit van de samenwerking (frequentie, diepgang en mate van betrokkenheid) Antwoordmogelijkheden: hoog / redelijk / laag d) Transparantie van de samenwerking (helderheid van de samenwerking, zijn afspraken vastgelegd, duidelijk wat van elkaar verwacht kan worden) Antwoordmogelijkheden: goed, redelijk, matig 11
13 In de eerste plaats is gekeken naar de samenwerking met de vaste veiligheidspartners in het Platform IVZ, namelijk de politie Twente en het Openbaar Ministerie. De intensiteit van de samenwerking wordt met de politie als hoog beschouwd en bij het Openbaar Ministerie is dit afhankelijk van het onderwerp. De transparantie van de samenwerking wordt als helder respectievelijk redelijk beschouwd. Wat betreft de inhoudelijke inbreng en sturing wordt aangegeven door de IVZ coördinatoren dat deze met betrekking tot de politie als voldoende wordt beschouwd en dat deze sturings- cq invloedrelatie niet aanwezig is richting het openbaar ministerie. Indien wordt gekeken naar bijvoorbeeld de afstemming van beleidscycli dan komt deze beleving in de praktijk inderdaad overeen. Bij de opstelling van de korpsjaarplannen wordt hiervoor input opgehaald vanuit de gemeenten en met betrekking tot de jaarplannen van het Openbaar Ministerie gebeurt dit niet. Van het jaarplan OM wordt geen kennis genomen door het Platform IVZ. Hier ligt voor de regionale samenwerking en afstemming een duidelijk verbeterpunt. Vervolgens is de samenwerking vanuit het Platform met de overige regionale samenwerkingsverbanden op het brede veiligheidsdomein binnen de regio Twente beoordeeld, te weten: het Regionaal Informatie en Expertisecentrum Oost Nederland: bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit; het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing: regionale publiek-private samenwerking op het terrein van veiligheidsvraagstukken rondom het bedrijfsleven en instellingen. de Twentse veiligheidshuizen: terugdringen van criminaliteit en overlast (dadergericht, gebiedsgericht en probleemgericht) de Veiligheidsregio: brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Samenwerking RIEC RPC Veiligheidshuizen Veiligheidsregio Centraal aanspreekpunt Programmamanager Projectleider Ketenmanager Kwartiermaker Inhoudelijke inbreng cq sturing Beperkt Sterk Sterk Beperkt Intensiteit samenwerking Hoog Hoog Hoog Redelijk Transparantie samenwerking Goed Goed Redelijk Redelijk Uit de beoordeling blijkt dat de transparantie van de samenwerking met de veiligheidshuizen en de veiligheidsregio helderder gemaakt kan worden in de volgende samenwerkingsperiode. Tot slot is de samenwerking vanuit het Platform IVZ met de zorgkant van het veiligheidsbeleid in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat de intensiteit en transparantie van de samenwerking met de zorgpartners en de centrumgemeenten als laag tot redelijk respectievelijk als matig wordt beoordeeld. Door de IVZ coördinatoren is dan ook opgemerkt dat de verbinding met het regionaal WMO overleg sterker moet zijn in de komende periode. In bijlage 2 is een totaaloverzicht opgenomen van de samenwerking vanuit het Platform IVZ met de verschillende (veiligheids)partners. Doordat veiligheid breed en complex is georganiseerd in Twente, vraagt dit om goede afstemming en samenwerking. Om deze reden is dan ook de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten en veiligheidsorganisatoe cq samenwerkingsverbanden vastgelegd in een overeenkomst (zie bijlage 3). Met het oog op de opschaling van de politieregio s en de toekomstige wet voor de regierol voor veiligheid door gemeenten, maakt regionale samenwerking en de behoefte aan een afstemmingsoverleg op Twentse schaal rond sociale, integrale veiligheid alleen maar groter. Het is dan ook goed om de samenwerking te bekrachtigen in een overeenkomst. 12
14 4.4 Begroting Platform IVZ In de periode 2008 tot en met 2010 heeft het Platform IVZ over voldoende externe subsidiemiddelen beschikt. In de tabel op de volgende pagina is weergegeven welke uitgaven zijn gedaan in deze periode. Inkomsten Uitgaven Rekening 2008 Rekening 2009 Rekening 2010 Subsidie BZK Regiocoördinator Veiligheid Platform IVZ Subsidie provincie Administratieve ondersteuning regionaal veiligheidshuis (0,2 fte) Subsidie oprichting Communicatieadviseur (0,2 fte) Platform IVZ Overhead Reiskosten Cursus / congressen Netwerkbijeenkomsten Afstudeeropdracht TWENS Convenant psychiatrische patiënten (GGD) Evaluatie Platform IVZ Onderzoek regionale uitrol veiligheidshuizen Aanpak romaproblematiek Aanpak hennepteelt Implementatie handreiking advisering evenementen Rapportage regionale toezichtruimte Totaal In de subsidieperiode is in totaal uitgegeven. Daarmee is er nog een restantbedrag beschikbaar van Echter deze krijgt het Platform IVZ pas medio 2011 uitgekeerd bij de afrekening cq verantwoording van de subsidie richting het voormalige ministerie van BZK. Het genoemde bedrag kan als reserve worden beschouwd voor de komende jaren. Vanaf 1 januari 2011 wordt het Platform IVZ structureel voortgezet en gefinancierd door de Twentse gemeenten en de politie Twente ( 0,15 per inwoner respectievelijk ). In totaal is er voor de regionale samenwerking beschikbaar ( inwoners x 0, ). Personeelskosten ,9 fte regiocoördinator 0,2 fte communicatie 0,2 fte ondersteuning Ontwikkel- en uitvoeringsbudget Totaal Aangezien het ontwikkel- en uitvoeringsbudget aanzienlijk beperkter is dan in voorgaande jaren betekent dit dat de komende jaren actiever gezocht moet worden naar extra bijdragen in de vorm van subsidiebedragen voor de uitvoering van de diverse veiligheidsthema s cq projecten. 3 Inclusief 19% BTW in verband met detachering via de gemeente Haaksbergen aan de gemeente Enschede 13
15 4.5 Communicatie Als eigen huisstijl voor de samenwerking binnen het Platform IVZ is bij start gekozen voor het logo van de toekomstvisie van politie Twente Balans in Veiligheid, Veiligheid in Balans van In de komende periode wordt opnieuw afgewogen of dit het logo moet blijven voor de regionale samenwerking op het terrein van sociale, integrale veiligheid in Twente. In tegenstelling tot andere regionale samenwerkingsverbanden in den lande, beschikt het Platform IVZ niet over een eigen website. Dit wordt door de deelnemers van het Platform IVZ wel als wenselijk bevonden. Gekeken zal worden om bijvoorbeeld aansluiting te zoeken bij het veiligheidsnet (intranet) van de Veiligheidsregio. Tot slot wordt er in 2011 een advies voorgelegd aan het Regionaal College op welke wijze vorm en inhoud kan worden gegeven aan het communiceren over veiligheid naar burgers toe (sociale veiligheid) maar ook richting gemeenteraden. 4.6 Besluitvormingstraject Ter voorbereiding op de uiteindelijke vaststelling van het regionale veiligheidsbeleid in de lokale besturen van Twente, wordt onderstaand besluitvormingstraject en tijdspad doorlopen voor de vaststelling van het actieplan IVZ Gremium Datum Agendacommissie IVZ 30 november 2010 en 4 januari 2011 Platform IVZ 14 december 2010 en 11 januari 2011 Partners - Directieteam politie Twente: 11 januari RIEC: 8 april GGD / IVZ overleg: 21 januari agendacie AOV overleg: 1 februari Regiomanagementteam Justitie: AJB: 22 maart Werkgroep APV/Bijzondere Wetten: maart 11 - Stichting RPC: 2 maart 2011 Veiligheidsdirectie Bestuurscommissie Veiligheid Ambtelijk overleg WMO/Jeugd/Gezondheid Bestuurscommissie OGZ en bestuurlijk afstemmingsoverleg WMO Dagelijks Bestuur (RC) Regionaal College Twentse colleges van B&W en gemeenteraden 10 januari februari januari februari januari daagse RC (2 en 3 december 2010) 14 februari 2011 Na 14 februari 2011 (bijgeleverd concept B&W advies) 4.7 Tot slot In het regeerakkoord is aangekondigd dat er een nationale politie onder verantwoordelijkheid van de minister komt die belast is met de zorg voor veiligheid en eindverantwoordelijk is voor het beheer. Er komen tien politieregio s waarbij de grenzen van de tien arrondissementen van de gerechtelijke kaart 14
16 leidend zijn. De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de openbare orde, capaciteitsinzet voor lokale taken en het vergunningenbeleid. Bij geschillen in een regio over de inzet van de politie wordt de beslissing genomen door de regioburgemeester bij wie het gezag berust, gehoord de regionale hoofdofficier van justitie en de regionale politiechef. De regioburgemeester (de burgemeester van de grootste gemeente in de regio) stemt daartoe af met de burgemeesters in de regio. Bij geschillen over de inzet van de politie die de regio overstijgen, beslist de minister of degene die hij daartoe gemandateerd heeft. In de regio s beslist de driehoek over de inzet waarbij de burgemeester een beslissende stem heeft. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Politiewet wordt aangepast aan voorgaande. Met het oog op deze opschaling van de politieregio s en de toekomstige wet dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de regie van veiligheid, wordt regionale samenwerking en afstemming ten aanzien van sociale, integrale veiligheid op Twentse schaal nog noodzakelijker. De afstand tussen lokaal bestuur en de politieorganisatie wordt groter en de noodzaak aan de huidige functie van het Regionaal College en de Korpsbeheerder vervalt door de komst van de nationale politie en het beheer daarvan. In het Regionaal College van 6 december 2010 is door de Twentse bestuurders aangegeven dat het landelijke bestel als een gegeven wordt beschouwd. Zij hebben de wens & behoefte uitgesproken dat zij de constructieve wijze van regionaal samenwerken op Twentse schaal, mede ingegeven op solidariteit en collegialiteit, willen behouden. Hierbij dient de verankering van het lokale veiligheidsbeleid en de positie van de gemeenteraden versterkt wordt. Deze behoefte aan regionale afstemming komt volledig overeen met de strekking van de brief van de Minister van Veiligheid gericht aan de Tweede Kamer (zie onderdeel G van het naslagwerk), waarin is opgenomen dat er afstemming tussen de burgemeesters dient plaats te vinden over het 4 jaarlijks beleidsplan van de regionale politieeenheid, waarbij iedere burgemeester hieraan voorafgaand de gemeenteraad heeft gehoord over het ontwerp van het plan. Geadviseerd wordt om hiervoor de schaal van de veiligheidsregio goed te benutten. Hieronder worden de uitgangspunten cq randvoorwaarden beschreven op welke wijze de samenwerking bestuurlijk en ambtelijk niveau op Twentse schaal vorm kan gaan krijgen binnen de toekomstige regionale politie-eenheid Overijssel en Gelderland (80 gemeenten): Het gezag over de politie ligt op lokaal niveau bij de lokale gezagsdriehoek; Het lokale gemeentebestuur heeft het primaat. Dit betekent dat conform de aanpassing in de Gemeentewet (regierol veiligheid), de gemeenteraad het lokale veiligheidsbeleid vaststelt en de burgemeester zorg draagt voor een adequate uitvoering. De beleidscycli van de Twentse gemeenten lopen synchroon. Lokaal veiligheidsbeleid wordt zoveel integraal vormgegeven. Voornemens betreffende de OOV (sociale veiligheid), de fysieke veiligheid en crisisbeheersing worden in samenhang gepresenteerd en uitgevoerd. Lokale bestuursorganen zijn immers integraal verantwoordelijk. De politie is georganiseerd in 10 regio s. Overijssel en Gelderland vormen één regio. De veiligheidsregio s zijn georganiseerd in 25 regio s. De grenzen van de veiligheidsregio Twente blijven gehandhaafd. Het ontwerp van het regionale beleidsplan van de politie-eenheid wordt voorgelegd aan ieder gemeenteraad, waarbij vervolgens afstemming wordt gezocht met alle burgemeesters in het desbetreffende gebied. Hiervoor kan goed de schaal van de veiligheidsregio worden benut; Het (voormalige) Regionaal College blijft bijeen komen tijdens de vergaderingen van het Veiligheidsbestuur. Hiervoor wordt bij voorkeur één agenda voorbereid met de onderdelen fysieke veiligheid en crisisbeheersing en het onderdeel sociale veiligheid. Het Platform IVZ verricht de voorbereiding en de advisering voor het onderdeel sociale (integrale) veiligheid. Afstemming met de regionale samenwerkingsverbanden in de overige voormalige politieregio s binnen Overijssel en Gelderland wordt noodzakelijk. De organisatie van veiligheid binnen de Twentse gemeenten en op regionaal niveau wordt gelet op de landelijke ontwikkelingen als thema benoemd voor de komende periode. Het valt onder de portefeuille van burgemeester van Haaksbergen die bestuurlijk trekker is voor de regionale samenwerking IVZ en afstemming van de beleidscycli (TWENS). Met de komst van de nationale politie wordt aan het Platform IVZ gevraagd de regionale samenwerking hierop verder vorm te geven cq te ontwikkelen. 15
17 Overzicht bijlagen Bijlage 1 Uitwerking veiligheidsthema s Bijlage 2 Overzicht samenwerking veiligheidspartners 30 Bijlage 3 Samenwerkingsovereenkomst 31 16
18 Bijlage 1 Uitwerking & planning veiligheidsthema s Thema s 1 e helft e helft e helft e helft 2012 Advisering publieksevenementen Start pilot Evaluatie pilotjaar Burgernet Bestuurlijke bevoegdheden (w.o.wmbveo) Bereikbaarheid & beschikbaarheid (w.o. aangifteproces) Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit Drugs (hennep, coffee,- grow- en smartshop) Workshop RC (w.o. BIV) Voorstel RC en uitwerking deelopdrachten Inventarisatie uitbreiding BIBOB Start aanpak illegale hennep Jaarwisseling / veilige publieke taak Evaluatie Prostitutiebeleid Start advisering nieuwe wetgeving Preventiemiddelen (keurmerken veilig uitgaan (geweld), veilig ondernemen, veilig recreëren, veilig wonen) Regionale toezichtsruimte Sociale veiligheid (overlast, vernielingen, veelvoorkomende criminaliteit en verloedering) TWENS (monitor en beleidscycli) Regionale samenwerking IVZ / nationale politie Uitrol veiligheidshuizen Beheer & organisatie Huiselijk geweld Jeugdcriminaliteit en overlast Nazorg Detentie Veelplegers Verkenning overige PPS constructies Voorbereiden monitor & format IVP Nadere uitwerking thema s in jaarplannen VH Regiodekking burgernet Implementatie uitwerkingen deelopdrachten Update coffee,- smart/grow shop beleid Voorbereidingen Oplevering producten KVW, KVR Business Case gereed Opstarten regiegroep sociale veiligheid Uitvoering monitor Uitrol gerealiseerd Evaluatie pilotjaar WMBVEO Regionale beleids-kaders Evaluatie hennepconvenant Evaluatie Uitvoering gemaakt procesafspraken Uitvoering gebiedsscans Voorbereidingen RTR gerealiseerd Opleveren best practices sociale veiligheid Vaststelling IVP s Vervolgactiviteiten eenmalig (schoolveiligheid, alcoholpreventie Jeugd, psychiatrische patiënten, antidiscriminatievoorziening) Afrondende werkzaamheden vanuit het Platform IVZ 17
19 1.1 Advisering publieksevenementen Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Multioverleg advisering Klankbordgroep Werkgroep APV/bijzondere wetten Burgemeester van Losser Coordinator IVZ Losser: Jan Vrinte - Veiligheidsregio kolom brandweer: Mathijs Ankone - Veiligheidsregio kolom GHOR/GGD: Jan de Vries - Politie Twente: Henk Jan Staal - Voorzitter regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot plv Jan Vrinte - Veiligheidsregio kolom GHOR/GGD: Joos Perrier - Veiligheidsregio kolom Brandweer: Geraldina Teterissa - Politie Twene: Frans Post en Joost Arentsen - APV gemeente Rijssen-Holten: Annemieke Paarhuis - APV gemeente Wierden: Marcel Rolfes - APV gemeente Borne: Jeanette Schenkel - APV gemeente Hengelo: Ilse Wielens - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Alle 14 gemeentelijke contactpersonen APV/bijzondere wetten Beschrijving Op 31 mei 2010 heeft het Regionaal College en de Bestuurscommissie Veiligheid ingestemd met de handreiking Veiligheid en gezondheid bij grootschalige publieksevenementen in Twente. Vervolgens hebben alle Twentse colleges van B&W de handreiking vastgesteld en ingestemd met de nieuwe regionaal afgestemde werkwijze in de vergunningverlening voor publieksevenementen. Het jaar 2011 is daarbij als pilot- en ervaringsjaar aangewezen. Doelstelling / resultaten Het uiteindelijke doel is om de advisering rond veiligheid en gezondheid bij grootschalige evenementen te borgen binnen onze regio. De volgende resultaten worden hierbij beoogd: - het in gebruik nemen van een regionale evenementenkalender - het hanteren van een eenduidig risicoclassifcatiemodel - de instelling van een multidisciplinair overleg voor de advisering Planning & tijdsbesteding De rol van het Platform IVZ is voortgangsbewaking van het implementatietraject. Het pilotjaar eindigt eind 2011 waarbij ervaringsgegevens verzameld worden voor de evaluatie (begin 2012). Voor de deelnemers van het multioverleg is gevraagd om op jaarbasis in eerste instantie 100 uur te reserveren voor advisering publieksevenementen. Na een jaar wordt bekeken of deze ureninschatting reëel is geweest en of de hulpdiensten deze taak binnen de huidige capaciteit kunnen opvangen. Per kwartaal komt de klankbordgroep bijeen in 2011 (4 x 4 uur). Van de vergunningverleners wordt verwacht dat de nieuwe werkwijze niet veel extra capaciteitsbelasting zal vragen. Toch wordt gevaagd rekening te houden met 50 uur extra voor het invullen en bijhouden van de evenementenkalender en de beoordeling van de risicoclassificatie per evenement. 18
20 1.2 Burgernet Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale werkgroep Burgemeester van Almelo Projectleider politie Twente: Hans Brouwer - Politie Twente: Manon Rietman - IVZ gemeente Borne: Nicole Teesink - IVZ gemeente Almelo: Annemieke Hooghiemstra - IVZ gemeente Wierden: Brechje Munsterhuis - IVZ gemeete Tubbergen: Kim Scholten - Projectleider RPC: Tanja Rijsman - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Beschrijving Burgernet is een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een telefonisch netwerk van inwoners en medewerkers van bedrijven uit de gemeente. De centralist van de meldkamer van de politie start, na een melding van bijvoorbeeld een inbraak of een vermist kind, een burgernetactie op. Dit gebeurt op basis van een goed signalement. Doelstelling / resultaten De volgende regionale doelstellingen zijn geformuleerd bij de invoering van burgernet: - verhogen van de heterdaadkracht - verhogen betrokkenheid burgers (burgerparticipatie) - verhogen veiligheidsgevoel onder burgers Als beoogd resultaat is de aansluiting van de 14 Twentse gemeenten op burgernet voor het einde van 2011, waarbij als doel wordt gesteld dat 4% van de Twentse bevolking zich heeft aangemeld voor burgernet. Planning en tijdsbesteding Voor de aansluiting is een regionale werkgroep ingesteld met een coordinerende en faciliterende rol richting de gemeenten. Deelname aan de regionale werkgroep vraagt ca 25 uur). Als IVZ coordinator vraagt de aansluiting van de gemeente op burgernet en de afstemming met communicatie, afdeling burgerzaken, etc. ongeveer 50 uur. Het Platform IVZ bewaakt de voortgang van het regionale aansluitingstraject. 19
21 1.3 Bestuurlijke bevoegdheden Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale werkgroep Burgemeester van Wierden Coordinator IVZ Wierden: Brechje Munsterhuis - Politie Twente: Krista Smid en Isabelle Mensink - Openbaar Ministerie: Gerjan Jansen en Grace Beuvink - IVZ gemeente Rijssen-Holten: Henk Nijen Twilhaar - IVZ gemeente Almelo: Annemieke Hooghiemstra - Juridisch beleidsmedewerker Enschede: Peter Hamer - Juridisch beleidsmedewerker Hengelo: Vivian v/d Hoven - Juridisch beleidsmedewerker Borne: Esther Diepenmaat - Bureau Jeugdzorg: Hans Kuipers - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Beschrijving Begin 2010 is een notitie aangeboden aan het Regionaal College met een overzicht van de bestaande en toekomstige bevoegdheden van de burgemeester op het terrein van openbare orde en veiligheid. Als vervolg hierop is eind 2010 een handreiking opgesteld voor de Twentse gemeenten met praktische informatie en voorbeelden om de diverse bevoegdheden in te zetten. Aangezien er steeds nieuwe wetgeving komt die het bestuurlijke bevoegdhedenpakket van de burgemeester uitbreidt, denk bijvoorbeeld aan de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (hierna WMBVEO) blijft de regionale werkgroep in stand gehouden voor de komende periode (2 jaar). Doelsteling / resultaten Als regionale doelstelling is bij dit onderwerp geformuleerd: regionale afstemming en eenduidigheid in de toepassing van nieuwe bestuurlijke bevoegdheden voor de burgemeester. De rol van het Platform IVZ is bij dit onderwerp: uitwisseling van kennis, expertise en ervaring. Planning en tijdsbesteding Voor wat betreft de toepassing en uitvoering van de nieuwe WMBVEO is de regionale werkgroep als adviesgroep ingesteld richting de Twentse gemeenten en monitort de aangewezen pilots binnen de regio (voetbalhooligans, zwervers en jeugd) voor een periode van 1 jaar. Deelname aan deze werkgroep vraagt een tijdsinvestering van ca 25 uur per vertegenwoordiger. Toepassing van de nieuwe bevoegdheden vragen een enorme tijdsinvestering van de juridische afdeling en de IVZ- er van de desbetreffende gemeente. Het is nu nog niet mogelijk om daarvan indicaties te geven. Op 11 april 2011 wordt tijdens de themabijeenkomst op verzoek van het Regionaal College een workshop georganiseerd voor de Twentse burgemeesters rondom het traject Bestuurlijke Informatie Voorziening en in het bijzonder de terugkeer van zedendelinquenten in relatie tot maatschappelijke onrust. 20
22 1.4 Bereikbaarheid & beschikbaarheid Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale projectgroep Burgemeester van Borne Projectleider politie Twente: Hans Brouwer Projectsecretaris IVZ gemeente Borne: Nicole Teesink - Politie Twente: Willem Zanderink (proceseigenaar) en Maddy Lubbers (communicatie) - Openbaar Ministerie: Selma Bingol - IVZ gemeente Almelo: Annemieke Hooghiemstra - IVZ gemeente Wierden: Brechje Munsterhuis - IVZ gemeente Haaksbergen: Loes Benerink - IVZ gemeente Tubbergen: Kim Scholten - Coordinerend gemeentesecretaris: Arie van Eck - Projectleider RPC: Tanja Rijsman - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Beschrijving Als het gaat om de relatie tussen overheid en burger dan is er een verschuiving waar te nemen in de wijze waarop ze met elkaar in contact treden. Juist bij het verbeteren van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de politie en gemeente zijn vernieuwende werkwijzen en het toepassen van (innovatie) technieken zaken die centraal staan bij het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. Er is een regionale projectgroep ingesteld die onderzoekt op welke wijze de dienstverlening aan het publiek kan worden gemoderniseerd en efficiënter kan worden ingericht, waarbij de burger een actievere rol krijgt Doelstelling / resultaten De voorgestelde maatregelen dienen bij te dragen aan de verbetering van de dienstverlening en een verhoging van de burgertevredenheid (regionale doelstelling). Planning en tijdsbesteding De werkzaamheden van de regionale projectgroep dienen medio 2011 te resulteren in een voorlopig plan c.q. voorstel aan het Regionaal College met concrete samenwerkingsmogelijkheden met gemeenten en/of andere partners die leiden tot een kwaliteitsverbetering van dienstverlening van de overheid in de contacten met de burger en dat deze maatregelen dan ook de burgertevredenheid verhogen. De projectopdracht is opgedeeld in 4 deeltaken die door werkgroepen nader worden uitgewerkt. In de afzonderlijke projectopdrachten wordt aangegeven wat de tijdsinvestering zal zijn. De rol van het Platform is regionale afstemming realiseren tussen politie en gemeenten (medeverantwoordelijkheid & draagvlak creeren) rondom dit onderwerp. 21
23 1.5 Bestuurlijke aanpak (w.o. Bibob beleid) Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale werkgroep Burgemeester van Hof van Twente Projectleider RIEC: Maarten de Wever Projectsecretaris IVZ Hof van Twente: Malu Hertzdahl Nog samen te stellen uit vertegenwoordigers politie, OM, gemeente (IVZ en vergunningverleners bouw, milieu, etc.) Beschrijving Alle Twentse gemeenten hebben BIBOB-beleid ontwikkeld. Dit beleid richt zich op dit moment met name op de branches horeca, coffeeshops, smart- en growshops, seksinrichtingen en speelautomatenhallen. Vanuit diverse gemeenten in de wens geuit om de BIBOB beleidslijn door te ontwikkelen naar andere gebieden, waarbij met name milieu en bouwen prioriteit heeft. Doelstelling / resultaten In deze tijd van bezuinigingen, de heroriëntatie op de uitvoering van taken, de tendens tot administratieve lastenverlichting voor bedrijven en burgers, wordt de verdere implementatie van de Wet BIBOB regionaal gefaseerd uitgevoerd, waarbinnen gemeenten op basis van lokale problematiek nadere invulling kunnen geven aan de (regionale) beleidslijn. Planning en tijdsbesteding Begin 2011 wordt er een inventarisatie gehouden via het Platform IVZ waarbij gemeenten hun wensen en behoeften kunnen aangeven rondom de uitbreiding van de toepassingsmogelijkheden van BIBOB. Voor de vormgeving van nieuwe regionale beleidskaders wordt vanuit het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost Nederland een werkgroep samengesteld. 22
24 1.6 Drugs (hennepteelt en coffeeshopbeleid incl grow- en smartshops) Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale projectgroep Burgemeester van Hengelo IVZ gemeente Hengelo: Jeroen Cozijnsen / Iwan Drupsteen - Politie Twente: Manon Rietman en Harry Sweerts - Openbaar Ministerie: Selma Bingol - IVZ gemeente Almelo: Annemieke Hooghiemstra - IVZ gemeente Wierden: Brechje Munsterhuis - RIEC: Joop Droffelaar - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Beschrijving Op 8 november 2010 heeft het Regionaal College ingestemd met het regionaal convenant integrale aanpak hennepteelt regio Twente. In het zogenaamde regionale moederconvenant zijn inspanningsverplichtingen en samenwerkingsafspraken vastgelegd tussen de organisaties die bij de handhaving van vooral de (thuis)teelt van hennep in (huur)woningen betrokken zijn. Het gaat dan om de Twentse gemeenten, politie Twente, het Openbaar Ministerie, de energiemaatschappijen en de overkoepelende Vereniging Woon namens de Twentse woningbouwcorporaties. Doelstelling / resultaten De hoofddoelstelling van de Twentse aanpak is om door middel van een eenduidige, effectieve en efficiënte integrale aanpak het aantal hennepkwekerijen en de daarmee gepaard gaande overlast, gevaarzetting en verloedering terug te dringen en potentiële henneptelers te ontmoedigen c.q af te schrikken. Daarnaast is er overeenstemming bereikt over de kostenverdeling van de ontmantelingen van hennepkwekerijen tussen het Openbaar Ministerie, politie Twente en gemeenten voor de komende twee jaar. Planning en tijdsbesteding Op 2 februari vindt de startbijeenkomst aanpak illegale hennepteelt plaats en wordt het convenant ondertekend zodat Twente aan de slag kan met de nieuwe samenwerking. Verwacht wordt dat de afzonderlijke gemeenten ca 10 uur nodig hebben om nadere samenwerkingsafspraken te maken op lokaal niveau met de partners. In februari 2012 wordt op basis van een tussentijdse evaluatie en de stand van zaken rondom de landelijke ontwikkelingen (oftewel het wel of niet dragen van de volledige (financiële) verantwoordelijkheid door de Dienst Domein) een advies voorgelegd door de regionale werkgroep hennepteelt aan het Regionaal College op welke wijze de kosten verdeeld kunnen worden vanaf 1 januari 2013 en of Twente dan wel of niet wil aansluiten op de landelijke afspraken. In de eerste helft van 2011 kan het Regionaal College ook een up-date tegemoet zien ten aanzien van het regionale coffeeshopbeleid en het grow- en smartshop beleid binnen Twente. Hierin wordt een verdiepende analyse meegenomen van de afdeling CBA politie Twente naar de dealers van cocaïne binnen Twente (afkomstig uit RUG). 23
25 1.7 Jaarwisseling Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale werkgroep Burgemeester van Dinkelland IVZ gemeente Dinkelland: Ilonka Benneker - Politie Twente: Krista Smid - Openbaar Ministerie: Selma Bingol - IVZ gemeente Rijssen-Holten: Henk Nijen Twilhaar - Veiligheidsregio GHOR/Brandweer: Jan de Vries - Bureau Halt: Elly van der Helm - Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot Beschrijving Nadat eind 2009 de regionale draaiboek jaarwisseling Twente is aangeboden en de jaarwisseling is geevalueerd, komt de regionale werkgroep overlast jaarwisseling op twee momenten bijeen. In februari bespreken zij de evaluatie van de voorgaande jaarwisseling op basis van het aantal meldingen, inzet van de hulpdiensten en schades. In oktober treffen zij regionale voorbereidingen ten aanzien van de jaarwisseling zoals afspraken rondom inzet van de hulpdiensten, tolerantiegrenzen, communicatie, registratie, vuurwerkcampagnes op scholen en de evaluatie. Doelstelling / resultaten De doelstelling en beoogd resultaat van de regionale werkzaamheden zijn het reduceren van geweld, overlast en vernielingen rondom jaarwisselingen en inzicht krijgen in de oorzaken van de resultaten. Planning en tijdsbesteding De voorbereiding op de jaarwisseling neemt ongeveer 25 uur van de IVZ coördinator in beslag. 24
26 1.8 Prostitutiebeleid en mensenhandel In de jaren 2006 en 2007 is in Twente, onder aanvoering van een regiegroep*, intensief ingezet op versterking van de aanpak van prostitutie-inrichtingen en het bestrijden van ongewenste ontwikkelingen en effecten. Nadat dat traject met goed resultaat was afgerond, is de aandacht voor dit onderwerp enigszins verslapt met als gevolg dat er in een aantal gemeenten een achterstand is bij de vergunningverlening voor de prostitutie- inrichtingen. Het Openbaar Ministerie heeft aandacht gevraagd voor een neveneffect, omdat als gevolg van verminderde aandacht en scherpte in het vergunningenbeleid (inclusief toezicht en handhaving) mensenhandel kan ontstaan. Om die redenen onderneemt de regiegroep in de eerste helft van 2011 een aantal acties om de bewustwording binnen gemeenten en de kwaliteit van (de uitvoering van) het prostitutiebeleid te verhogen. De regiegroep bestaat uit vertegenwoordigers van de Twentse gemeenten (vergunningverlening), politie Twente (regionaal prostitutieteam), Openbaar Ministerie (regio-officier mensenhandel), belastingdienst, GGD en het RIEC. De eerste actie zal bestaan uit een inventarisatie naar draagvlak. In het eerste kwartaal zal onder gemeenten een uitvraag gedaan worden naar de situatie, de inzet en de ambities met betrekking tot een brede aanpak van het prostitutievraagstuk in relatie tot het fenomeen mensenhandel. Na de inventarisatie volgt het formuleren van inspanningsverplichtingen en het beschrijven van rollen van de verschillende ketenpartners. De voorgaande acties zullen leiden tot een samenwerkingsovereenkomst, waarin voor Twente de uitkomsten en multidisciplinaire-vervolgaanpak beschreven zullen worden. Na vaststelling van het document door het Regionaal College volgt een fase waarin uitvoering van de gemaakte procesafspraken centraal zal staan. Bij het herijken van het prostitutiebeleid wordt ook de nieuwe prostitutiewet meegenomen. Die wordt naar verwachting begin 2011 in de Tweede Kamer behandeld. De wetswijziging heeft voor gemeenten een aantal wijzigingen in het handelingsperspectief tot gevolg. Het meest in het oog springt de bredere vergunningplicht voor seksinrichtingen en de verplichte complete herziening van de bestaande prostitutievergunningen. 1.9 Preventiemiddelen cq keurmerken Publiek Private Samenwerking is in de praktijk een waardevol instrument gebleken. Het streven is om deze samenwerkingsvormen structureel te ondersteunen binnen Twente door het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing. Op dit moment beperkt zich deze samenwerkingsvorm tot het Keurmerk Veilig Ondernemen en het Keurmerk Veilig Uitgaan. In de komende periode wordt bekeken in hoeverre PPSconstructies ook bij andere thema s toepasbaar zijn. Het gaat dan o.a. om het Keurmerk Veilig Recreëren en het Keurmerk Veilig Wonen. Eind 2011 worden hiervoor de eerste producten opgeleverd. De projectleider van het RPC is binnen het Platform IVZ aanspreekpunt voor de uitwerking van dit thema. Hiertoe wordt een regiegroep samengesteld met vertegenwoordigers vanuit zowel de private als publieke sector. Bestuurlijk trekker is de burgemeester van Rijssen-Holten Regionale toezichtruimte De potentie is om op Twentse schaal te komen tot een regionale toezichtruimte die kan voorzien in zowel publiek als privaat toezicht en die regionaal kortstondig politietoezicht faciliteert. Met in gedachten de ambitie van Twente als innovatieve regio, is het opzetten van een regionale toezichtruimte een eerste stap naar een breed georiënteerde uitkijkfaciliteit die een knooppunt vormt waar allerhande zaken op gebied van (camera)beelden en informatiestromen bij elkaar komen; een veiligheids informatie centrum. Klein beginnen, doorgroeien en op den duur integreren lijkt de beste aanpak. De volgende stappen moeten hiertoe worden gezet: 1. het bundelen van live publiek toezicht in Enschede en Hengelo met doorgroei naar een regionale voorziening die ook de andere gemeenten voorziet in het faciliteren van publiek toezicht; 2. het aansluiten van bedrijventerreinen regiobreed op een regionale voorziening waarbij privaat toezicht het uitgangspunt is; 3. het aansluiten c.q. faciliteren van (kortstondig) politietoezicht regiobreed in een regionale voorziening. 25
27 Verdere verkenning naar de financiële haalbaarheid c.q. financieel draagvlak van bovenstaande projectmogelijkheden is de eerste stap die gezet moet worden. Eind 2011 is hiervoor een business case gereed. Er is een ontwikkelgroep ingesteld om bovenstaand proces te begeleiden. De projectleider van het RPC is binnen het Platform IVZ het aanspreekpunt voor dit thema. Bestuurlijk trekker voor dit thema is de burgemeester van Oldenzaal Sociale veiligheid Door het Regionaal College is tijdens de 2-daagse begin december 2010 aangegeven dat zij graag sociale veiligheid als thema uitgewerkt willen zien. Bij sociale veiligheid kan gedacht worden aan onveiligheidsgevoelens maar ook diverse vormen van veelvoorkomende criminaliteit die deze gevoelens sterk beinvloeden zoals vernielingen, fietsendiefstal en verloedering. In de 2 e helft van 2011 wordt een regiegroep samengesteld met betrokken partijen uit de publieke en private sector om met elkaar van gedachten te wisselen op welke wijze een regionale aanpak cq bestpractise ontwikkeld kan worden waarmee op lokaal niveau voordeel mee kan worden gedaan. De burgemeester van Tubbergen is voor dit onderwerp als bestuurlijk trekker aangewezen binnen het Regionaal College. 26
28 1.12 Twens (veiligheidsmonitor en beleidscyclus) Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Regionale werkgroep Burgemeester van Haaksbergen Regiocoordinator Veiligheid: Jane Slot - Politie Twente: Joost Arentsen - IVZ gemeente Enschede: Marga Nieborg - IVZ gemeente Rijssen-Holten: Henk Nijen Twilhaar - IVZ gemeente Haaksbergen: Loes Benerink - IVZ gemeente Dinkelland: Ilonka Benneker - IVZ gemeente Borne: Nicole Teesink - IVZ gemeente Hengelo: Franca Willeme - Onderzoek & Statistiek Hengelo: Arthur Scholte - I&O Research: Gerben Huijgen Beschrijving De input voor het regionale veiligheidsbeleid bevindt zich in de integraal veiligheidsprogramma s van de afzonderlijke Twentse gemeenten. De uitkomsten van de integrale veiligheidsanalyses liggen hieraan ten grondslag. De regiegroep Twens heeft in de afgelopen periode onderzocht op welke wijze de beleidscycli van gemeenten op elkaar afgestemd kunnen worden en op welke wijze de doelstellingen op het terrein van veiligheid op een eenduidige wijze gemeten kunnen worden, zodat onderlinge vergelijkingen kunnen worden gemaakt binnen Twente maar ook met andere regio s en gemeenten in Nederland (landelijke veiligheidsmonitor). Aanvullend heeft de regiegroep geïnventariseerd of collectieve uitbesteding van het veldwerkonderzoek bij de veiligheidsmonitor schaalvoordelen oplevert opleveren. Een collectieve besparing is te realiseren via het onderzoeksbureau I&O van ruim (meer dan 50%). Doelstelling / resultaten Een op elkaar afgestemde beleidscycli en het kunnen vergelijken van de uitkomsten van de veiligheidsmonitor op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau. Eind 2012 stelt iedere gemeenteraad vervolgens een Integraal Veiligheidsprogramma (IVP) vast voor de periode Uit deze programma s wordt vervolgens de regionale veiligheidsagenda opgemaakt voor een periode van 4 jaar. Planning In september 2011 starten de Twentse gemeenten met de aansluiting op de landelijke veiligheidsmonitor en wordt het veldwerk hiervoor collectief uitbesteed. In maart 2011 wordt een startbijeenkomst georganiseerd door het Platform IVZ om de nodige voorbereidingen te treffen voor de uitvoering van de integrale veiligheidsanalyse en de Twentse gemeenten hierin te begeleiden. In bekijkt de regiegroep Twens op welke wijze de gemeenten verder ondersteund kunnen worden bij de overige stappen van het Kernbeleid Veiligheid om te komen tot de vaststelling van het Integraal Veiligheidsprogramma. De rol van het Platform IVZ bij de afstemming van de beleidscycli coordinerend en faciliterend. 27
29 1.13 Uitrol veiligheidshuizen (inclusief 4 veiligheidsthema s) Algemeen Bestuurlijk portefeuillehouder Ambtelijk contactpersoon Stuurgroep Projectgroep Burgemeester van Hengelo Coordinator IVZ gemeente Hengelo: Jeroen Cozijnsen Projectsecretaris: regiocoordinator Veiligheid Jane Slot - Hoofdofficier van Justitie: - Politie Twente directeur basispolitie: Rik de Boer - Wethouder Jeugd gemeente Hellendoorn: Johan Coes - Wethouder Zorg gemeente Oldenzaal: Trees Vloothuis - Reclassering Nederland: Anja Ran - Ketenmanager VH Hengelo: Erwin Meuldijk - IVZ gemeente Almelo: Gijs Peterman - IVZ gemeente Enschede: Herman Meuleman - IVZ gemeente Hellendoorn: Ido ter Avest - IVZ gemeente Oldenzaal: Susan Annink - Ketenmanager VH Almelo: Wilma Meere - Ketenmanager VH Hengelo: Erwin Meuldijk - Ketenmanager VH Enschede: Judith Kollen - Politie Twente: Manon Rietman, Rob Poelman en Rob Bokdam - Openbaar Ministerie: Marco van der Lee Beschrijving In het actieprogramma IVZ heeft het Regionaal College vastgesteld en de ambitie uitgesproken om door de oprichting van drie veiligheidshuizen in de drie grote steden geheel Twente te kunnen bedienen en daarmee de regionale ketensamenwerking te versterken. Sinds eind 2009 komen de regionale stuurgroep en projectgroep periodiek bij elkaar om de uitrol vorm te geven. De ambitie en koers van de ontwikkeling en uitrol zijn vastgelegd en er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de effectiviteit van de drie Twentse veiligheidshuizen. Dit onderzoek heeft meer zicht en goede handvatten geboden voor de begroting, het beheer en het jaarplan 2011 van de veiligheidshuizen. Met de vaststelling van deze stukken op 6 december 2010 in het Regionaal College, ligt de uitrol op schema, ook al is er nog genoeg te doen Doelstelling en resultaten Het bovenliggende doel van de veiligheidshuizen is het verhogen van de veiligheid en verminderen van criminaliteit en overlast door een gebiedsgebonden, persoonsgerichte en dadergerichte aanpak Planning en tijdsbesteding Op 1 juli 2011 moet helder zijn op welke wijze alle gemeenten zijn aangehaakt bij de veiligheidshuizen en moet de uitrol een feit zijn. Het komende half jaar moet naast de uitrol naar gemeenten ook een impuls worden gegeven op de samenwerking op de thema s. Hierbij is de opdracht om te onderzoeken wat waar al geregeld is en wat toegevoegd moet worden om de netwerkstructuur en ketensamenwerking dekkend te krijgen. Bij dit laatste punt wordt onderzocht of het veiligheidshuis daar een rol in te vervullen heeft of dat dit bijvoorbeeld een gemeentelijke zorgtaak of justitiële taak betreft. Ook ligt er een opgave in het nog scherper in beeld krijgen van casuïstiek, inspanningen en resultaten van de ketensamenwerking op de afzonderlijke thema s van het veiligheidshuis namelijk: huiselijk geweld, veelplegers, nazorg detentie, jeugdcriminaliteit en overlast. In het jaarplan 2011 worden de ambities, inzet en resutaten van het veiligheidshuis beschreven met betrekking tot de afzonderlijke thema s. Dit alles in overleg met de stuurgroep Veiligheidshuizen en de betrokken portefeuillehouders van de vier veiligheidsthema s. 28
30 1.14 Vervolgactiviteiten In de komende periode zijn er nog een aantal vervolgactiviteiten nodig vanuit het Platform IVZ ten aanzien van een aantal thema s uit voorgaande periode. Deze onderwerpen worden niet meer als thema benoemd in het voorliggende actieplan aangezien zij niet echt horen tot het primaat van de openbare orde en veiligheid maar thuidshoren bij andere beleidsterreinen. Uit onderdeel F bij de weging van de selectiecriteria blijkt ook dat zij laag scoren en daardoor geen prioriteit verdienen. Het betreft enkele vervolgactiviteiten ten aanzien van: Jeugd & alcohol: planning Regionaal College 14 februari 2011 overizht stand van zaken happy fris binnen de regio; Antidiscriminatievoorziening: in het 1 e kwartaal van 2011 de minimale noodzakelijke voorziening inzichtelijk krijgen voor wat betreft de afhandeling van klachten in Twente (prijsreductie) Psychiatrische patiënten: het traject en in het bijzonder de overlast die psychiatrische patiënten kunnen geven in woonwijken wordt overgedragen aan de centrumgemeenten Zorg in Twente (Enschede & Almelo) alsmede ook de borging van de samenwerkingsafspraken uit het convenant. Schoolveiligheid: inventarisatie ondertekening convenanten binnen de Twentse gemeenten en nog eenmalig een extra impuls geven. 29
31 Bijlage 2 Beoordeling samenwerking partners a) Is er een centraal aanspreekpunt/contactpersoon? Antwoordmogelijkheden: ja / nee b) Inhoudelijke inbreng en/of sturing vanuit het Platform IVZ naar partner? Antwoordmogelijkheden: sterk, beperkt, laag of geen c) Intensiteit van de samenwerking (frequentie, diepgang en mate van betrokkenheid) Antwoordmogelijkheden: hoog / redelijk / laag d) Transparantie van de samenwerking (helderheid van de samenwerking, zijn afspraken vastgelegd, duidelijk wat van elkaar verwacht kan worden) Antwoordmogelijkheden: goed, redelijk, matig RIEC a) Ja b) Beperkt c) Hoog d) Goed RPC a) Ja b) Sterk c) Hoog d) Goed Veiligheidshuizen a) Ja b) Sterk c) Hoog d) Redelijk Veiligheidsregio a) Ja b) Beperkt c) Beperkt d) Redelijk Politie a) Ja b) Voldoende c) Hoog d) Goed Platform IVZ Openbaar Ministerie a) Ja b) Beperkt c) Afhankelijk van onderwerp d) Redelijk Provincie a) Nee b) Geen c) Laag d) Matig Zorgpartners a) Gedeeltelijk b) Beperkt c) Laag d) Matig/redelijk Centrumgemeenten a) Ja b) Beperkt c) Redelijk d) Matig Regio Twente a) Ja b) Beperkt c) Voldoende d) Matig 30
32 Bijlage 3 Samenwerkingsovereenkomst Platform IVZ Inleiding In deze overeenkomst zijn de samenwerkingsafspraken vastgelegd tussen de deelnemende gemeenten en veiligheidorganisaties (samenwerkingsverbanden) die bij het Platform Integrale Veiligheidszorg Twente betrokken zijn. In de overeenkomst zijn afspraken vastgelegd rondom de organisatie en werkwijze van het Platform IVZ, het daarbij behorend personeel, de financiële bepalingen van het samenwerkingsverband, inspanningsverplichtingen en enkele slotbepalingen. Deelnemende partijen: De veertien Twentse gemeenten Politie Twente Openbaar Ministerie (arrondissement Overijssel / Gelderland) Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost Nederland (RIEC ON) Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Twente (RPC Twente) Veiligheidshuizen regio Twente (VH Twente) Veiligheidsregio Twente (VR Twente) Overwegende dat veiligheidsproblemen in meerdere Twentse gemeenten spelen en verplaatsing van veiligheidsproblemen dient te worden voorkomen; vele veiligheidspartners op regionaal niveau georganiseerd zijn; er behoefte is aan een meer structurele, gemeenschappelijke, efficiënte en kwalitatieve aanpak van het regionale en lokale veiligheidsbeleid; het gehele veiligheidsspectrum bediend moet worden, welke afstemming en samenwerking met andere beleidsterreinen en overige regionale veiligheidsorganisatie noodzakelijk maakt; Gelet op de toekomstige wettelijke regierol van gemeenten voor veiligheid; de toekomstige opschaling naar 10 politieregio s; de wet veiligheidsregio s. Besluiten de volgende overeenkomst Samen werken aan een veilig Twente van het Platform IVZ aan te gaan. Artikel 1 Algemene bepalingen In deze overeekomst wordt verstaan onder: Platform IVZ: Platform Integrale Veiligheidszorg Regionaal College: het college zoals bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993 Korpsbeheerder: de burgemeester zoals bedoeld in artikel 23 van de Politiewet 1993 Burgemeesters: de burgemeesters van de gemeenten die tezamen de politieregio Twente vormen, overeenkomstig de bijlage van de Politiewet 1993; IVZ coordinatoren: de coordinatoren IVZ van de gemeenten die tezamen de politieregio Twente vormen, overeenkomstig de bijlage van de Politiewet 1993 IVP: Integraal Veiligheidsprogramma 31
33 Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte Het doel van het Platform IVZ is om waar gewenst structureel regionaal samen te werken op het gebied van sociale, integrale veiligheid. In het bijzonder houdt het Platform IVZ zich bezig met de integrale beleidsvoorbereiding en advisering van het Regionaal College. Vanuit het Regionaal College is de burgemeester van de gemeente Haaksbergen, drs. K.B. Loohuis aangewezen als bestuurlijk portefeuillehouder voor de samenwerking binnen het Platform IVZ. De samenwerking binnen het Platform IVZ is opgenomen in het Statuut van het Regionaal College politie Twente van 12 oktober Artikel 3 Samenstelling en werkwijze Platform IVZ en agendacommissie 1. Het Platform IVZ wordt gevormd door de coördinatoren IVZ van de Twentse gemeenten, de politie Twente en het Openbaar Ministerie. Daarnaast zijn vertegenwoordigers van het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing, Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost Nederland, de Twentse Veiligheidshuizen en de Veiligheidsregio Twente agendalid van de platformbijeenkomsten. 2. De platformbijeenkomsten worden voorbereid door een agendacommissie bestaande uit de voorzitter, de regiocoördinator Veiligheid, vijf vertegenwoordigende IVZ coördinatoren uit de politieclusters (roulerend om de twee jaar), de contactpersonen van politie Twente en het Openbaar Ministerie en de communicatieadviseur van het Platform IVZ. 3. De platformbijeenkomsten vinden maandelijks op de 2 e dinsdag van de maand plaats van 9.30 tot uur en zijn zoveel mogelijk afgestemd op de vergadercyclus van het Regionaal College. 4. De platformbijeenkomsten vinden roulerend plaats op locatie bij de deelnemende partijen. 5. Door het Platform IVZ wordt een gezamenlijke veiligheidsagenda opgesteld met veiligheidsthema s die in een bepaalde periode in regionaal verband worden uitgewerkt. 6. De uitwerking van de veiligheidsthema s vindt plaats door een regionale werk- of projectgroep die is samengesteld door deskundigen cq sleutelfiguren die bij het thema betrokken zijn. Een lid van het regionale college is bestuurlijk portefeuillehouder van het veiligheidsthema. De IVZ coördinator van desbetreffende gemeente is ambtelijk contactpersoon voor het veiligheidsonderwerp. 7. Het regionale college is opdrachtgever en formuleert de taakomschrijving van het veiligheidsthema en stelt deze vast. Het dagelijks bestuur van het Regionaal College bewaakt via het platform IVZ de voortgang. Artikel 4 Personeel en organisatie 1. Vanuit het Platform IVZ wordt een voorzitter gekozen. 2. Het Platform IVZ wordt ondersteund door een regiocoördinator Veiligheid (1 fte), een administratieve kracht voor 0,2 fte en een communicatieadviseur voor 0,2 fte. 3. Voor het functioneren van de regiocoordinator Veiligheid is een werkgeverscommissie samengesteld bestaande uit: de bestuurlijk portefeuillehouder IVZ, de voorzitter en een afvaardiging vanuit de agendacommissie. Deze werkgeverscommissie levert input voor de functionerings- en beoordelingsgesprekken. 32
34 Artikel 5 Financiële bepalingen 1. De deelnemende gemeenten dragen ieder jaarlijks 0,15 per inwoner bij (bevolkingscijfers op 1 januari van dat jaar) voor de coördinerende en ondersteunende werkzaamheden van het Platform IVZ. De politie Twente draagt jaarlijks een bedrag van bij. 2. Na ontvangst van de factuur worden de jaarlijkse bijdragen in de eerste week van januari gestort bij de gemeente Enschede ten behoeve van het Platform IVZ. 3. Het beschikbare budget en keuze tot uitgave vanuit het ontwikkel- en uitvoeringsbudget wordt bepaald door het Platform IVZ inclusief de subsidies die geworven worden voor de uitvoering van projecten. Artikel 6 Inspanningsverplichtingen deelnemende partijen 1. De gemeenten voeren de algemene regie over het lokale veiligheidsbeleid. Ieder gemeente stelt eind 2012 een Integraal Veiligheidsprogramma vast voor de periode Op basis van deze IVP s wordt het regionale veiligheidsplan opgesteld voor dezelfde periode. 2. De politie kent een eigen beleids en beheercyclus, vastgelegd in de Politiewet De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie stellen ten minste eenmaal in de vier jaar de landelijke prioriteiten voor de politie vast. Op basis daarvan bepalen zij voor elk korps de landelijke doelstellingen per regio (korpsdoelstellingen). Met inachtneming van deze door de ministers vastgestelde korpsdoelstellingen stelt de korpsbeheerder, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie, het ontwerpbeleidsplan van het regionale politiekorps op. Het beleidsplan wordt vastgesteld door het regionale college. Voorafgaand aan het opstellen van het ontwerpbeleidsplan worden de gemeenteraden gehoord over de lokale prioriteiten in hun gemeenten (artikel 28 Politiewet 1993). De burgemeester heeft het gezag over de openbare orde, en hulpverleningstaak van de politie, en heeft zitting in het regionaal college en overlegt met de officier van justitie en de plaatselijke politiechef in de lokale driehoek. 3. De strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (opsporing en vervolging) en het beleid ter zake valt onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie. Dit neemt niet weg dat de gemeente afspraken maakt met het openbaar ministerie over de strafrechtelijke handhaving op lokaal niveau, met behoud van de exclusieve verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie daarvoor.het OM stelt een jaarplan op, die ter kennisgeving wordt voorgelegd aan het Platform IVZ en Regionaal College. 4. Het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Oost Nederland houdt zich actief bezig met de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Het RIEC ON stelt hiervoor jaarlijks een jaarplan (uitvoeringsplan) op waarbij alvorens geïnventariseerd is wat de lokale behoeften en wensen zijn van de Twentse gemeenten. Het jaarplan wordt ter kennisgeving voorgelegd aan het Platform IVZ en het Regionaal College. 5. Het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing houdt zich actief bezig met de publiek en private samenwerking binnen Twente rondom veiligheidsvraagstukken die in relatie staan tot het bedrijfsleven en instellingen. Het RPC stelt jaarlijks een jaarplan op waarbij alvorens geïnventariseerd wordt wat de lokale behoeften en wensen zijn van de Twentse gemeenten. Het jaarplan wordt ter kennisgeving voorgelegd aan het Platform IVZ en het Regionaal College. 6. De drie Twentse veiligheidshuizen houden zich actief bezig met terugdringen van criminaliteit en overlast. In een veiligheidshuis werken de ketenpartners op een locatie samen aan opsporing, vervolging, berechting en hulpverlening. Men gaat hierbij dadergericht, gebiedsgericht en probleemgericht te werk. Voor de veiligheidshuizen worden begroting en jaarplannen opgesteld die voor input worden voorgelegd aan het Platform IVZ en vastgesteld worden door het Regionaal College. 7. De Veiligheidsregio Twente is verantwoordelijk voor een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Programmabegrotingen en jaarplannen worden vastgesteld door het Veiligheidsbestuur en worden ter kennisgeving voorgelegd aan het Platform IVZ. 8. Alle deelnemende partijen dragen zorg voor afvaardiging voor deelname aan de Platformbijeenkomsten en de werkgroepen die worden samengesteld rond veiligheidsthema s. 33
35 Artikel 7 Slotbepalingen 1. Deze overeenkomst kan worden aangehaald worden als overeenkomst Samen werken aan een veilig Twente van het Platform IVZ. 2. Deze overeenkomst treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2011 en wordt telkens stilzwijgend met een jaar verlengd. Deelnemende partijen kunnen tussentijds hun deelname opzeggen. Aldus overeengekomen en ondertekend te Hengelo op 28 maart 2011: Gemeente Almelo Burgemeester J.H.M. Hermans-Vloedbeld Gemeente Borne Burgemeester Mr. drs. R.G. Welten Gemeente Dinkelland Burgemeester Mr. R.S. Cazemier Gemeente Enschede Burgemeester P.E.J. den Oudsten Gemeente Haaksbergen Burgemeester drs. K.B. Loohuis Gemeente Hellendoorn Burgemeester J.G. Kristen Gemeente Hengelo Burgemeester drs. F.A.M. Kerkhaert Gemeente Hof van Twente Burgemeester H. Kok Gemeente Losser Burgemeester drs. J.D. Westendorp Gemeente Oldenzaal Burgemeester F.T.J.M. Backhuijs Gemeente Rijssen-Holten Burgemeester A.C. Hofland Gemeente Tubbergen Burgemeester mr. M.K.M. Stegers 34
36 Gemeente Twenterand Burgemeester C. Visser Gemeente Wierden Burgemeester J.H.M. Robben Hoofdofficier Arrondissementsparket Almelo Mr. M. van Capelle Korpschef regiopolitie Twente M.S.R. Sitalsing RIEC ON Programmamanager D. Haak RPC Voorzitter Stichting Criminaliteitsbeheersing Mr. drs. R.G. Welten Veiligheidshuizen regio Twente Voorzitter stuurgroep Drs. F.A.M. Kerckhaert Veiligheidsregio Twente Voorzitter Veiligheidsbestuur P.E.J. den Oudsten 35
37 Naslagwerk Onderdeel A Veiligheidsbeeld Twente 37 Onderdeel B Realisatie actieplan IVZ Onderdeel C Implementatieoverzicht per gemeente Onderdeel D Regeerakkoord VVD-CDA kabinet met gedoogsteun PVV 53 Onderdeel E SWOT analyse 57 Onderdeel F Overzicht selectiecriteria prioritering veiligheidsthema s 60 Onderdeel G Korpsjaarplan
38 Onderdeel A Veiligheidsbeeld Twente 1.1 Veiligheidsmonitor Twente In onderstaand onderdeel worden de (subjectieve) uitkomsten van de landelijke veiligheidsmonitor voor de jaren 2008 en 2009 voor heel Twente weergegeven en vergeleken met het landelijke gemiddelde Onveiligheidsgevoelens ,4 19,7 25,8 25, ,4 1,4 2,1 1,2 vaak wel eens vaak wel eens Twente Landelijk Ongeveer 20% van de Twentse burgers voelt zich wel eens onveilig. Landelijk gezien ligt dit percentage hoger, namelijk 1 op de 4 burgers voelt zich dan wel eens onveilig. Op de vraag of burgers zich vaak onveilig voelen, geeft in Twente 1% van de bevolking aan dat dit het geval is. In totaal Nederland bedraagt dit percentage 2,4%. Geconcludeerd kan worden dat de Twentse bevolking zich veiliger voelt dan landelijk gemiddeld is Leefbaarheid woonbuurt 6,8 6,7 6,7 6,6 6,5 6,4 6,3 6,5 6,3 6, ,2 6,1 Twente Landelijk In de landelijke veiligheidsmonitor is een aantal vragen opgenomen over de leefbaarheid in de woonbuurt, waaronder de sociale cohesie van de buurt. Op basis van een zestal vragen is een schaalscore voor sociale cohesie berekend. Hoe hoger de waarde, hoe meer respondenten een goed gevoel hebben over de leefbaarheid in hun woonbuurt. De sociale cohesie in de woonbuurt in Twente is licht afgenomen, maar het blijft nog steeds hoger dan het landelijke gemiddelde Schaalscore buurtproblemen Voor drie groepen van buurtproblemen zijn in de landelijke veiligheidsmonitor scores vastgesteld in welke mate die volgens de inwoners in de buurt voorkomen. De drie groepen worden gevormd door vragen over de volgende items: fysieke woonomgeving (vernieling, bekladding, rommel op straat en hondenpoep) sociale overlast (dronken mensen op straat, mensen die op op straat worden lastig gevallen, drugsoverlast en overlast door groepen jongeren) verkeersoverlast (agressief verkeersgedrag, geluidsoverlast door verkeer, te hard rijden, parkeeroverlast) 37
39 Voor elk van de drie groepen is een schaalscore berekend. Hoe hoger de waarde, hoe meer respondenten het gevoel hebben dat de buurtproblemen vaak voorkomen in hun woonbuurt. Bij een lage schaalscore hebben minder mensen een dergelijk gevoel. 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 3,02,9 1,31,4 3,6 3,3 3,73,6 1,7 1,7 3,73, verloedering sociale overlast verkeersoverlast verloedering sociale overlast verkeersoverlast Twente Landelijk De ervaren fysieke verloedering en de sociale overlast zijn nagenoeg gelijk gebleven in Twente. De ervaren verkeersoverlast in de buurt laat in 2009 ten opzichte van 2008 een stijging zien. Echter alle cijfers in Twente liggen nog ver onder de landelijke scores. Oftewel de burgers in Twente vinden dat genoemde buurtproblemen minder vaak in hun woonbuurt voorkomen dan landelijk gemiddeld is Slachtofferschap van criminaliteit In de landelijke vragenlijst wordt voor veertien delicten gevraagd of men daarvan in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer is geworden, en zo ja hoe vaak en waar. De onderstaande gepresenteerde gegevens in de grafiek zijn herleid naar aantallen voorvallen per 100 inwoners. Daarin worden vier indicatoren weergegeven, uitgedrukt in het aantal in Nederland ondervonden delicten (voorvallen) per 100 inwoners ,9 37,6 7,6 6,1 12, ,4 17,4 47,3 44,9 9,2 8,9 16,9 16,2 21,3 19, totaal geweldsdelicten vermogensdelicten vandalismedelicten totaal geweldsdelicten vermogensdelicten vandalismedelicten Tw ente Landelijk Het aantal mensen dat in Twente aangeeft slachtoffer te zijn geworden van een delict is heel licht gedaald, terwijl dit landelijke gezien gestegen is. Een lichte daling van slachtofferschap is ook geconstateerd bij gewelds- en vermogensdelicten. Overeenkomstig de landelijke trend is het slachtofferschap ten aanzien van vandalismedelicten ook in Twente licht toegenomen. Alle waardes in Twente liggen ver beneden de landelijke cijfers. 38
40 1.1.5 Contacten politie en burgers Aan respondenten is gevraagd of zij contact hebben gehad met de politie in hun woonbuurt, inclusief contacten vanwege eigen slachtofferschap. In de tabel staat het percentage inwoners vermeld dat binnen een periode van 12 maanden contact heeft gehad met de politie. Van deze contacten met de politie is tevens het percentage respondenten vermeld dat tevreden of zeer tevreden was over het laatste contact. Hierbij is onderscheid gemaakt naar contacten die betrekking hebben op handhaving, aangifte en overige contacten. Twente Landelijk Burgers met contact 32,5 31,8 31,5 32,3 Totaal (zeer) tevreden 60,4 61,3 60,3 59,6 handhaving 59,8 61,4 50,6 49,5 aangifte 54,3 51,5 59,7 60,1 overige contacten 69,4 68,8 67,3 65,6 Het aantal burgers dat contact heeft gehad met de Twentse politie is in 2009 licht afgenomen, landelijk is een kleine stijging waarneembaar. De tevredenheid over het laatste politiecontact is het afgelopen jaar, evenals in 2008, weer gestegen. Ruim 61% van de mensen die contact heeft gehad met de politie geeft aan hierover (zeer) tevreden te zijn. Hiermee scoort Twente boven het landelijk gemiddelde. De tevredenheid in Twente zit vooral op het gebied van handhaving en overige contacten. De Twentse burger is beduidend minder tevreden met het aangifteproces (52%) in vergelijking met het landelijke gemiddelde (60%). Dit aspect verdient dan ook de nodige aandacht binnen ons korps Politie in de woonbuurt In de landelijke veiligheidsmonitor is gevraagd naar het oordeel van burgers over het totale functioneren van de politie in hun buurt. Dit oordeel is weergegeven als het percentage mensen dat hierover (zeer) tevreden is. Daarnaast is met behulp van een aantal stellingen het oordeel van de burgers gemeten over twee aspecten: de beschikbaarheid en het functioneren van de politie. (zeer) tevreden functioneren politie schaalscore beschikbaarheid schaalscore functioneren Twente Landelijk ,4 50,5 43,9 41,4 4,6 4,6 4,3 4,3 5,6 5,4 5,2 5,2 De tevredenheid over het functioneren van de politie in de woonbuurt is een maat voor het vertrouwen in de politie. Landelijk gezien presteert Twente op dit gebied nog steeds erg goed. Slechts één regio scoort een hoger cijfer. Desondanks is de tevredenheid in Twente iets afgenomen. Deze afname is ook zichtbaar bij de buurkorpsen IJsselland en Noord Oost Gelderland. In vergelijking met de andere politieregio s is Twente het beste korps als er gekeken wordt naar het aantal inwoners dat (zeer) tevreden is over het functioneren van de politie in de woonbuurt; Twente 50,5% en NL 41,4%). De beschikbaarheid in de wijk is in Twente, evenals landelijk, gelijk gebleven. Ook hierbij is er slechts één korps dat beter scoort in Twente. 39
41 1.2 Politiestatistieken Twente Door de afdeling Analyse van politie Twente zijn de politiestatistieken geïnventariseerd voor de afgelopen jaren medio 2006 tot en met medio Bij enkele delicten worden de gegevens onderscheiden naar de veertien afzonderlijke gemeenten en indien mogelijk worden de cijfers van andere regio s gegeven waarmee een goede vergelijking kan worden gemaakt voor het politiekorpstwente Diefstal & inbraak woning Diefstal/inbraak woning Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord Het aantal woninginbraken is in de regio Twente in de loop der jaren ongeveer gelijk gebleven. In vergelijking met de andere regio s presteert ons korps goed op dit vlak. Het aantal woninginbraken binnen onze regio levert het volgende beeld op per gemeente Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de gemeenten Almelo, Borne, Hellendoorn, Rijssen-Holten en Tubbergen relatief gezien het aantal woninginbraken het sterkst is toegenomen in de periode ten opzichte van In absolute zin is het aantal woninginbraken het meeste afgenomen in de gemeente Enschede. Ook de gemeenten Twenterand en Wierden laten een dalende trend zien. 40
42 Diefstal uit / vanaf voertuigen diefstal van motorvoertuigen Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen Diefstal van motorvoertuigen Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord Het aantal diefstallen uit of vanaf voertuigen laat een schommelende beweging zien gedurende de afgelopen jaren. Per saldo is het aantal autoinbraken gedaald in de periode ten opzichte van drie jaar terug. Indien wordt gekeken naar de vergelijkende regio s dan scoort politie Twente goed ten opzichte van deze regio s. Ditzelfde geldt ook voor diefstal van motorvoertuigen. Dit aantal ligt aanzienlijk lager dan in de vergelijkbare regio s. Het aantal autodiefstallen is wel enigszins toegenomen in de genoemde periode. Diefstal uit / vanaf voertuigen Diefstal van motorvoertuigen Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Met betrekking tot het aantal diefstallen uit en vanaf motorvoertuigen binnen de veertien Twentse gemeenten wordt uit bovenstaande tabel geconcludeerd dat in nagenoeg alle gemeenten het aantal autoinbraken sterk is afgenomen in de periode ten opzichte van Deze daling is het sterkst waar te nemen in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen (daling van 85%) Alleen in de gemeente Enschede is het aantal autokraken in absolute zin voor de helft toegenomen. Kijkend naar het aantal autodiefstallen wordt opgemerkt dat de Twentse gemeenten sterk wisselen in het beeld. De ene gemeente laat een daling zien en de andere gemeente juist een stijging of is gelijk gebleven. Opvallend is de sterke stijging in het cluster Oost (gemeenten Enschede en Haaksbergen). 41
43 1.2.3 Diefstal van fietsen en brom- en snorfietsen Diefstal van brom-, snor-, fietsen Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord In Twente is het aantal diefstal van fietsen en brom- en snorfietsen gestegen in de loop der jaren. Er is wel een daling gerealiseerd ten opzichte van vorig jaar. Ten opzichte van de vergelijkbare regio s ligt het aantal in Twente erg hoog. Binnen de regio Twente zijn de aantallen als volgt verdeeld onder de gemeenten Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden De gemeente Enschede heeft het grootste aandeel in het aantal diefstallen. Hopelijk zet de dalende trend in het afgelopen jaar door in de komende periode. Ditzelfde geldt voor de gemeente Hengelo waarbij het aantal diefstallen sterk is afgenomen in de afgelopen periode (ruim 30%). In Almelo is het aantal echter sterk toegenomen in de periode met bijna 40 procent. Ook voor bijna alle overige Twentse gemeenten geldt dat er een stijging is opgetreden in het aantal diefstallen. Uitzondering hierop is de gemeente Dinkelland Inbraak in bedrijven en instellingen en winkeldiefstal Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen Winkeldiefstal Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord Twente Noord-Holland Noord Zuid-Holland Zuid Brabant-Noord
44 Uit bovenstaande grafiek is af te lezen dat het aantal inbraken bij bedrijven en instellingen sterk is gedaald in de weergegeven periode. Na een korte opleving is het aantal in de periode met 25% afgenomen ten opzichte van drie jaar terug. Indien het korps Twente wordt vergeleken met andere regio s ligt het aantal inbraken ongeveer gelijk. Met betrekking tot winkeldiefstal kan uit de grafiek geconcludeerd worden dat Twente juist erg hoog ligt. Over de gehele periode genomen, is het aantal ongeveer gelijk gebleven. De aantallen per gemeente ten aanzien van beide delictsoorten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Inbraak bedrijven en instellingen Winkeldiefstal Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Hieruit is af te lezen dat binnen de gemeenten Dinkelland, Hengelo, Enschede, Oldenzaal, Rijssen- Holten, Wierden en Twenterand het aantal inbraken sterk is afgenomen. In een tweetal gemeenten (Borne en Tubbergen) is het aantal licht gestegen. Wanneer wordt gekeken naar winkeldiefstal kan geconcludeerd worden, dat over het algemeen de aantallen in de meeste gemeenten gelijk zijn gebleven. Alleen de gemeenten Borne en Haaksbergen laten een significante stijging zien. De gemeente Twenterand laat daarentegen een daling zien in het aantal winkeldiefstallen Overvallen In onderstaande grafiek wordt weergegeven hoeveel overvallen er in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden binnen de politieregio Twente. Hieruit is af te lezen dat er sprake is van fluctuerende beweging. De aantallen schommelen sterk door de jaren heen. Het aantal overvallen in 2010 is gemeten tot en met de maand september. Aantal overvallen
45 Door de afdeling Analyse zijn de overvallen nader onderzocht. Zo blijkt bijvoorbeeld dat in de donkere maanden januari, februari, november en december de meeste overvallen plaatsvinden. Het beeld van de overvallen is, dat er een verharding optreedt, dat er sprake is van spontaniteit bij overvallen en dat de overvallers steeds jonger zijn. De volgende oplossingspercentages horen bij de overvallen in de afgelopen jaren (voor 2010 geldt tot en met september) Aantal overvallen Opgelost % opgelost 49% 40% 45% 44% 27% 55% 14% 39% 42% Het oplossingspercentage binnen de politieregio Twente, met uitzondering van de jaren 2006 en 2008, zo rond de 40 a 50%. Dit is een zeer goed resultaat, landelijk gezien ligt dit percentage rond 21% Jeugd Ieder voorjaar worden door de politie Twente de jeugdgroepen geïnventariseerd. In 2009 betroffen dit 49 hinderlijke groepen, 6 overlastgevende groepen en 3 criminele groepen (in totaal 58 jeugdgroepen). In 2010 is het totaal aantal jeugdgroepen gedaald en zijn er 34 hinderlijke jeugdgroepen, 3 overlastgevende en 3 criminele jeugdgroepen geïnventariseerd (in totaal 40 jeugdgroepen). De verdeling binnen de Twentse gemeenten ziet er als volgt uit. Gemeente Voorjaar 2009 Voorjaar 2010 Gemeente Voorjaar 2009 Voorjaar 2010 Almelo 2 2 Hof van Twente 2 2 Borne 3 3 Losser 1 1 Dinkelland 1 Oldenzaal 2 1 Enschede Rijssen-Holten 4 1 Haaksbergen 5 3 Tubbergen Hellendoorn 2 3 Twenterand 7 7 Hengelo 11 3 Wierden 1 1 De cijfers rond jeugdcriminaliteit in de leeftijdsgroep van 12 tot en met 17 jaar zijn voor 2010 nog niet bekend, maar de afgelopen jaren laten een dalende trend zien in het aantal minderjarige verdachten. Deze dalende trend komt overeen met het aantal vernielingen cq zaakbeschadigingen die in dezelfde periode is gedaald Jeugdcriminaliteit (12 t/m 17 jaar) Vernieling cq zaakbeschadiging Aantal haltafdoening per gemeente opnemen 44
46 Geweld Geweld op straat Het aantal geweldzaken op straat per gemeente levert het volgende beeld op. Hieruit is af te lezen dat in alle Twentse gemeenten geweld op straat een sterk dalende trend laat zien Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo (O.) Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Totaal Door het Regionaal College is aangegeven dat er behoefte is aan een verdiepende analyse naar mogelijke verklaringen voor deze daling binnen Twente. De drie grote gemeenten dragen namelijk het meeste bij in deze daling. Huiselijk geweld Uit onderstaande tabel blijkt dat in het aangeleverde politiebestand in de periode 2006 tot en met 2008 in totaal respectievelijk 2.860, en incidenten van huiselijk geweld voorkomen. In 2009 gaat het in de periode 1 januari tot en met 23 juni om incidenten van huiselijk geweld, omgerekend naar een jaarcijfer komt het aantal incidenten op Het aantal incidenten huiselijk geweld is ook per gemeenten weergegeven. Daarbij is ook berekend hoe hoog het aantal geregistreerde incidenten per inwoners bedraagt. Het aantal huisverboden in 2009 heeft betrekking op maart tot en met december 2009 en voor 2010 geldt vanaf januari tot en met september Per inwoners Aantal huisverboden Almelo , Borne ,8 5 2 Dinkelland ,1 2 2 Enschede , Haaksbergen ,9 1 4 Hellendoorn ,4 3 5 Hengelo , Hof van Twente ,5 5 7 Losser ,7 6 2 Oldenzaal ,2 5 3 Rijssen-Holten ,9 6 9 Tubbergen ,2 4 1 Twenterand ,6 6 5 Wierden ,7 4 3 Totaal ,
47 Drugs In onderstaande tabel is het aantal opgerolde hennepkwekerijen per gemeente opgenomen voor de periode 2006 tot en met 2010 (t/m 26 augustus 2010). Wanneer het jaar 2010 wordt omgerekend naar het gehele jaar, dan komt het aantal ontruimingen op ongeveer het aantal in Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Totaal (t/m aug) Door de afdeling Analyse van politie Twente zijn ook het aantal misdrijven met betrekking tot drugshandel geïnventariseerd. Voor de perioden juli 2006 juni 2007 tot en met juli 2009 juni 2010 zijn er in de categorie drugshandel respectievelijk 365, 555, 446, 521 misdrijven gepleegd. Een sterk schommelende trend is hierin waar te nemen, waarbij drugsdealers uit met name Rotterdam, Utrecht en Gouda onze regio bezoeken. Een verdiepende analyse wordt hiernaar uitgevoerd Verkeer In het jaarverslag van politie Twente over 2009 zijn de volgende gegevens opgenomen met betrekking tot verkeersveiligheid. Om een duidelijk beeld te kunnen schetsen betreffende de afname van het aantal verkeersongevallenregistraties en de toename van het aantal ziekenhuisgewonden, zal er een nadere analyse moeten plaatsvinden. Dat kan pas in de tweede helft van 2010 omdat dan de exacte cijfers beschikbaar zijn. Het aantal dodelijke slachtoffers bij verkeersongevallen is gestegen Aantal verkeersongevallen Aantal ziekenhuisgewonden Aantal doden Aantal pv s snelheid Aantal pv s roodlicht Aantal pv s gordel Aantal pv s helm Aantal pv s alcohol Aantal pv s overig Aantal pv s totaal Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal processen-verbaal op de speerpunten rood licht en gordel licht zijn gestegen. Het aantal processen-verbaal op snelheid blijft significant hoger dan in 2007 en voorgaande jaren. Dit hogere aantal komt door extra inzet vanuit de afdeling Verkeer waarvoor vanuit de regio extra formatie is vrij gemaakt. Bij het aantal overige processen-verbaal is de handhaving op verkeersgebied naar aanleiding van klachten vanuit de wijk inbegrepen. 46
48 Onderdeel B Realisatie actieplan IVZ In het overzicht is met groen aangegeven wanneer het project is afgerond en de producten zijn opgeleverd en vastgesteld. Oranje betekent dat de werkzaamheden zijn opgestart maar nog niet zijn afgerond en met rood is aangegeven wanneer er nog geen activiteiten zijn opgestart met betrekking tot het onderwerp. Actiepunten Portefeuille gemeente / ambtelijk projectleider 1. Beleidscyclus & veiligheidsmonitor 2. Aanpak illegale hennepteelt 3. Bestuurlijke boete en strafbeschikking 4 Antidiscriminatievoorziening 5 Overlast jaarwisseling Burgemeester van Haaksbergen / regiocoördinator Veiligheid Burgemeester van Hengelo / coördinator IVZ/ regiocoördinator veiligheid Burgemeester van Almelo / regiocoördinator Veiligheid Korpsbeheerder / regiocoördinator Veiligheid Burgemeester van Dinkelland / regiocoördinator Veiligheid 6 Aanpak A1 / A35 Burgemeester van Rijssen-Holten / coördinator IVZ 7 Schoolveiligheid Burgemeester van Hellendoorn / coördinator IVZ 8 Jeugdoverlast Burgemeester van Hellendoorn / coördinator IVZ 9 Alcoholpreventie Jeugd Burgemeester van Tubbergen / projectleider Happy Fris centrum gemeente Enschede 10 Jeugdcriminaliteit Burgemeester van Hellendoorn / coördinator IVZ / directeur Halt bureau 11 Huiselijk Geweld Burgemeester van Almelo / projectleider Huiselijk Geweld centrumgemeente / regiocoördinator IVZ 12 Aanpak veelplegers Burgemeester van Hof van Twente / coördinator IVZ Resultaat Een collectieve besparing van ca (50% van de huidige kosten). Een database voor het maken van vergelijkingen Een basisapplicatie om zelf rapportages samen te stellen Operationeel draaiboek voor ontmantelingen Convenant Twentse gemeenten en veiligheidspartners Kostenverdeling ontmanteling hennepkwekerijen Handreiking keuze BSB of BB Voorlichtingsbijeenkomst 10 november 2009 Regionale opleidingsdagen BOA s Samenwerkingsovereenkomst Artikel 1 met de Twentse gemeenten, politie Twente en het Openbaar Ministerie Regionale handreiking draaiboek jaarwisseling Twente en evaluatie van de jaarwisseling (schadedaling van ca ) Workshop probleemanalyse en mogelijke oplossingsrichtingen Komen tot één bestuurlijk en ambtelijk gecoördineerde aanpak in Overijssel Convenant gemeente met VO instellingen en veiligheidspartners. Het creëren van een (sociaal) veilig klimaat op en rondom VO instellingen Toepassen van de shortlistmethodiek waarbij de jeugdgroepen in Twente in kaart worden gebracht en een gerichte aanpak ontwikkeld wordt om jeugdoverlast tegen gaan (handreiking) Drie handreikingen tbv lokale aanpak (Hokken & Keten, Sportkantines en Alco-Halt) Evaluatie Testcase Ketensamenwerking Almelo (OJA). Een regionaal eenduidige werkwijze in vroegsignalering jeugd (uitrol binnen de veiligheidshuizen). Subsidie Provincie Overijssel voor implementatie Integrale multidisciplinaire voorbereiding en uitvoering van ca 90 huisverboden in Twente Procesevaluatie Wet Tijdelijk Huisverbod Visiedocument aanpak veelplegers Inbedding via veiligheidshuizen Status RC 7 december 2009 en RC 12 april 2010 RC 8 november 2010 RC 9 november 2009 RC 7 december 2009 RC 9 november 2009 RC 22 maart oktober 2009 Loopt nog door in 2011 via RPC Implementatie binnen de gemeenten RC 7 december 2009 en 5 juli 2010 Project loopt tot eind 2011 RC 24 augustus 2009 en 8 februari 2010 Eind 2011 volledig geimplementeerd. RC 7 december 2009 RC 15 december
49 Actiepunten Portefeuille gemeente / ambtelijk projectleider 13 TBS Burgemeester van Twenterand / projectleider politie Twente 14 Psychiatrische patiënten 15 Collectief horecaverbod Burgemeester van Rijssen-Holten / projectleider GGD Burgemeester van Oldenzaal / Resultaat Evaluatie over pilot Enschede door Ministerie van Justitie over informatieuitwisseling ketenpartners rondom TBS gestelden Regionaal convenant tussen ketenpartners en GGZ instellingen met afspraken rondom vervoer & opvang van psychiatrische patiënten Uitbreiding gemeenten voor toepassing horecaverboden. Verbetering werkwijze en procedure uitvoering collectieve verboden. 16 Veilig Recreëren Nader te bepalen Geen activiteiten verricht vanuit het Platform IVZ, het thema ligt op dit moment in handen van Saxion Hogeschool. 17 Evenementenbeleid Burgemeester van Losser / coördinator IVZ 18 Regionaal cameratoezicht 19 Handhaving overheidsoptreden 20 Bestuurlijke bevoegdheden (w.o. WMBVEO) Burgemeester van Oldenzaal / projectleider RPC Burgemeester van Borne / projectleider RIEC Burgemeester van Wierden / coördinator IVZ 21 Nazorg detentie Burgemeester van Hof van Twente / coördinator IVZ Regionale inbedding van advisering hulpdiensten bij publieksvenementen (incl. risicoclassificering en multidisciplinaire evenementenkalender) Een notitie Veilig & Innovatie waarin de Twentse ambities worden beschreven Regionaal convenant tussen de Twentse gemeenten, politie, OM en Belastingdienst waarin afspraken zijn vastgelegd over informatie-uitwisseling en samenwerking Informatienotitie t.b.v burgemeesters over bestaande en toekomstige (OOV) bevoegdheden inclusief praktisch handboek Inventarisatie nazorg beleid Twentse gemeenten en mogelijke inbedding via veiligheidshuizen. Status Evaluatie Zoet is afgerond begin 2010 en krijgt vervolg binnen het landelijke traject bestuurlijke informatievoorziening RC 7 december 2009 Doorontwikkeling en verzelfstandiging loopt door in 2011 Ontwikkelingen worden door het RPC gemonitord, indien dit relevant wordt voor gemeenten wordt hierop geanticipeerd (medio 2011) RC 31 mei 2010; implementatietraject loopt voor pilotjaar 2011 RC 5 juli 2010 Projecten zoals totstandkoming RTR, meldkamer etc lopen door in de komende periode. RC 15 december 2008 Bespreking thema bijeenkomst 12 april 2010 en RC 6 december 2010 RC 31 mei Polarisatie & radicalisering Burgemeester van Haaksbergen / regiocoördinator Veiligheid 23 Roma problematiek Burgemeester van Oldenzaal / Projectleider ROMA 24 GHB drugs Burgemeester van Twenterand / coördinator IVZ Behalve verspreiding van een best-practise hebben er nog geen activiteiten plaatsgevonden rond dit onderwerp Aandacht vragen voor de maatschappelijke vraagstukken rond de Roma-gemeenschap en inhoudelijke en financiële ondersteuning van het Rijk bij de aanpak. Instelling (bestuurlijk en ambtelijk) Platform Roma gemeenten Brainstormbijeenkomst probleemverkenning (aard & omvang en mogelijke oplossingsrichtingen). Integraal drugsbeleid gemeente Twenterand (regionale uitrol). Subsidie ontvangen van de provincie Geen prioriteit aan toegekend in voorgaande periode. Urgentie niet aanwezig??? nog invullen??? nog invullen 48
50 Actiepunten Portefeuille gemeente / ambtelijk projectleider 25 Veiligheidshuizen Twente 26 Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) 27 Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Twente (RPC) Burgemeester van Hengelo / coördinator IVZ Korpsbeheerder / projectleider RIEC Korpsbeheerder / projectleider RPC / regiocoördinator IVZ Resultaat Realisatie van 2 veiligheidshuizen in Almelo & Hengelo (cluster Midden). Samenstelling stuur- en projectgroep voor regionale uitrol Onderzoek effectiviteit Twentse veiligheidshuizen Begroting en jaarplan 2011 Terugdringing georganiseerde cirminaliteit door geïntegreerde aanpak (strafrechtelijk en bestuursrechtelijk) Convenant ketenpartners rondom samenwerking binnen RIEC en informatieuitwisseling (incl. strategienota en jaarplan ) Publiek private samenwerking en kennisinstituten rondom bedrijvigheid en veiligheid Doorstart gerealiseerd van het RPC w.o. behoud van KVO / KVU trajecten en collectieve verboden Actieplan RPC Status September 2009 RC 6 december 2010 RC 7 december 2009 RC 18 mei 2009 Evaluatie RC 6 december 2010 (inclusief jaarplan 2011) 49
51 Onderdeel C Implementatieoverzicht per gemeente deel 1 Almelo Aansluiting landelijke veiligheidsmonitor Convenant hennepteelt Bestuurlijke boete en strafbeschikking Samenwerkingsovereenkomst Artikel 1 Toepassing draaiboek jaarwisseling Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Advisering publieksevenementen Tijdelijk huisverbod Bestuurlijke bevoegdheden Nazorg Detentie 50
52 Onderdeel C Implementatieoverzicht per gemeente deel 2 Almelo Toepassing vroegsignalering jeugd Toepassing shortlist jeugd Toepassing handreiking alco-halt Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Toepassing handreiking hokken & keten Toepassing handreiking sportkantines Convenant schoolveiligheid 51
53 Onderdeel C Implementatieoverzicht per gemeente deel 3 Deelname Platform IVZ Deelname RIEC Deelname Veiligheidshuizen Deelname RPC Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Publiek cameratoezicht Privaat cameratoezicht Collectief winkelverbod Collectief horecaverbod 52
54 Onderdeel D Regeerakkoord VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV In het Regeerakkkoord van het VVD-CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV staat veiligheid nog steeds genoemd als één van de belangrijkste kerntaken van de overheid. Randvoorwaarde voor vrijheid en vertrouwen is een omgeving die niet onveilig is en waar geen gevoelens van onveiligheid heersen. Het moet veiliger worden op straten, in wijken en de openbare ruimte. Het daadkrachtig aanpakken van straatterreur, overlast, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit vraagt om een zichtbaar, gezaghebbend en doortastend optreden van politie en justitie. In het Regeerakkoord zijn de volgende inhoudelijke relevante passages opgenomen met betrekking tot veiligheid: 1. Overlast, agressie, geweld en criminaliteit worden directer en effectiever aangepakt. Het kabinet komt met een voorstel tot verruiming van de mogelijkheid tot preventief fouilleren. Het kabinet komt met een voorstel dat zwaardere straffen stelt op geweld tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel en andere gezagsdragers. Er komt meer cameratoezicht. 2. Overlast en criminaliteit die verband houden met prostitutie en de handel in verdovende middelen worden teruggedrongen. Coffeeshops worden besloten clubs die alleen voor meerderjarige inwoners van Nederland toegankelijk zijn op vertoon van een clubpas. Er komt een afstand van tenminste 350 meter tussen scholen en coffeeshops. De minister verscherpt het landelijk beleid en ziet erop toe dat gemeenten het afstandscriterium en de overige relevante delen van het landelijk beleid in hun vergunningen handhaven. Het kabinet komt met voorstellen zwaardere straffen te stellen op de (voorbereiding van) in- en uitvoer, teelt en (georganiseerde) handel van drugs en tot aanpassing van het onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. Vanwege de vrouwenhandel en vrouwenuitbuiting (loverboys-problematiek) gaat de minimumleeftijd voor prostituees omhoog naar 21 jaar. Vrouwenhandel wordt intensiever opgespoord en harder aangepakt. De bestuurlijke aanpak wordt onder meer via de BIBOBwetgeving geïntensiveerd. 3. Grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, wordt teruggedrongen, ook door consequent lik op stuk te geven, zoals door oppakken, berechten en direct straf ten uitvoer brengen. Waar mogelijk wordt snelrecht toegepast (o.a. night courts) Voor een zinvolle en effectieve aanpak van deze groep wordt gezocht naar een combinatie van straf, verwijdering van de straat, uitvoering van opgedragen werkzaamheden en heropvoeding vanuit het verblijf thuis en op school. Deze strafdienstplicht wordt bijvoorbeeld opgelegd bij vernieling, bedreiging en vermogensdelicten. Ook het betalen van schadevergoeding, afnemen van crimineel verkregen bezit of winsten, aansprakelijk stellen van de ouders en een meldingsplicht op het politiebureau kunnen deel uitmaken van deze maatregel. Bij onvoldoende medewerking of recidive kan de strafdienstplicht worden aangevuld met nachtdetentie. De aanpak is gericht op resocialisatie van de dader ten behoeve van onderwijs en arbeidsparticipatie. De veiligheidshuizen kunnen hierbij een rol vervullen. Het kabinet zal een voorstel voorbereiden voor een adolescentenstrafrecht voor de groep van 15 tot 23 jaar. Kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar en overlast veroorzaken of criminaliteit plegen worden zo vroeg mogelijk in beeld gebracht zodat hun probleemgedrag direct en tijdig behandeld kan worden. Hun ouders worden eerder en meer financieel aansprakelijk gesteld. Dit geldt ook in het geval van oudere kinderen. 53
55 4. Het Kabinet komt met voorstellen om in het volwassenenstrafrecht minimumstraffen in te voeren voor de gevallen waarin een persoon binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. De rechter kan in individuele, zeer specifieke omstandigheden van het geval gemotiveerd afwijken van de minimumstraf. In een wetsvoorstel zullen deze specifieke omstandigheden worden uitgewerkt, evenals de hoogte van de minimumstraf per delict. Bij recidive wordt als minimumstraf tenminste de helft van het maximum van de gevangenisstraf opgelegd die naar de wettelijke omschrijving op het betreffende delict als maximumstraf is gesteld. 5. Daders moeten in hun eigen omgeving worden aangepakt en harder, waarbij slachtoffers een sterkere positie krijgen. De ondersteuning van slachtoffers wordt verbeterd. Er komt een beslagtitel in het strafrecht om in een vroeg stadium beslag te leggen op middelen van verdachten die onder meer ten goede kunnen komen aan de schadevergoeding en proceskosten van slachtoffers. In een aanwijzing aan het Openbaar Ministerie en politie wordt vastgelegd dat personen die zichzelf in eigen huis of bedrijf verdedigen tegen overvallers of inbrekers niet worden geconfronteerd met een aanhouding tenzij de rechter-commissaris op vordering van het OM besluit tot inbewaringstelling van de zelfverdediger omdat er duidelijke aanwijzingen zijn van eigenrichting. Sluiting van instellingen waarin strafbare feiten zijn gepleegd door oproepen en aanzetten tot geweld is nodig en zal zoveel mogelijk worden bevorderd door inzet van de beschikbare middelen. 6. Zware delicten als gewelds- en zedendelicten zijn niet alleen zeer ingrijpend en traumatisch voor de slachtoffers en hun naaste omgeving, met name als het toegebrachte leed onherstelbaar is, maar zij raken ook in brede zin het vertrouwen in de rechtsorde en de veiligheidsbeleving van burgers. De bescherming van de samenleving tegen de daders maakt toereikende (gevangenis)straffen en maatregelen daarom noodzakelijk. Bij ernstige gewelds- en zedendelicten wordt verzekerd dat de persoon na zijn veroordeling in eerste aanleg en hangende beroep of cassatie in hechtenis blijft of wordt genomen. Bij het oplossen van cold cases wordt herziening ten nadele (wetsvoorstel 32044) mogelijk met terugwerkende kracht en tegelijkertijd ook voor de delicten doodslag en gewelds- en zedendelicten met dodelijke afloop. Daartoe worden, indien noodzakelijk, de verjaringstermijnen voor doodslag en enige andere gewelds- en zedendelicten aangepast. Het kabinet komt met voorstellen tot verlenging van de verjaringstermijn van ernstige geweldsen zedendelicten. De instroom in de TBS wordt beperkt, zonder de risico s voor de samenleving uit het oog te verliezen. De longstay-afdelingen worden versoberd indien dit niet leidt tot onbeheersbaarheid In navolging op de reeds voorgenomen aansluiting van GGZ op het justitieel traject komt er een onderzoek naar permanent toezicht op zedendelinquenten die de TBSbehandeling hebben afgerond. De aanwijzingsbevoegdheid van de bewindspersoon wordt vergroot en de contracten met particuliere TBS-instellingen en GGZ-instellingen worden versoberd zonder de risico s voor de samenleving uit het oog te verliezen. Het kabinet komt met een voorstel dat inhoudt dat een TBS-gestelde bij onttrekking aan zijn verlof tenminste een jaar lang geen verlof krijgt tenzij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden zich daartegen verzetten. Indien een dader taakstraffen of maatregelen niet voltooit of voorwaarden bij voorwaardelijke straffen niet nakomt, wordt zoveel mogelijk verzekerd dat vrijheidsbeneming van de dader volgt. 54
56 7. Het kabinet komt met een voorstel inzake doorberekening van veiligheidskosten voor vergunningplichtige commerciële evenementen van incidentele aard. 8. Het kraakverbod wordt actief en prioritair gehandhaafd. 9. Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door 500 animal cops (dierenpolitie). Er komt een apart alarmnummer voor dieren in nood en dierenmishandeling waaraan ook de dierenambulance zal worden gekoppeld (bijvoorbeeld red een dier ). 10. Er komt een intensivering van de snelheidscontroles als de verkeersveiligheid in het geding is. Bij substantiële snelheidsovertredingen volgen zwaardere boetes. Er komt een uitbreiding van het dynamische systeem van maximumsnelheden. De maximumsnelheid op autosnelwegen gaat omhoog naar 130 km/u. Ook op andere wegen wordt de maximumsnelheid herbeoordeeld. Indien nodig voor de luchtkwaliteit, geluidsbelasting of verkeersveiligheid geldt een lagere maximumsnelheid. Zodra de speekseltests naar drugs betrouwbaar zijn, worden deze ingezet om het gebruik van drugs in het verkeer terug te brengen. Voertuigherkenning draagt bij aan preventie en vereenvoudiging van opsporing en vervolging van strafbare feiten en aan de handhaving van fiscale verplichtingen. Hiertoe komt er een bredere inzet van systemen van automatische nummerplaatherkenning. 11. De veiligheid in het openbaar vervoer wordt verbeterd. Werkgevers in het openbaar vervoer nemen de aangifte over van werknemers die het slachtoffer van geweld zijn geworden. Dit geldt ook voor andere publieke sectoren zoals scholen, ziekenhuizen, brandweer en ambulance. Naast bovenstaande inhoudelijke beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet, worden er ook enkele ontwikkelingen beschreven die betrekking hebben op veranderingen in de organisatie en aansturing van de politiekorpsen. 1. Er komt een nationale politie onder verantwoordelijkheid van de minister die belast is met de zorg voor veiligheid. De minister wordt eindverantwoordelijk voor het beheer. Er komen tien politieregio s waarbij de grenzen van de tien arrondissementen van de gerechtelijke kaart leidend zijn. De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de openbare orde, capaciteitsinzet voor lokale taken en het vergunningenbeleid. Bij geschillen in een regio over de inzet van de politie wordt de beslissing genomen door de regioburgemeester bij wie het gezag berust, gehoord de regionale hoofdofficier van justitie en de regionale politiechef. De regioburgemeester (de burgemeester van de grootste gemeente in de regio) stemt daartoe af met de burgemeesters in de regio. Bij geschillen over de inzet van de politie die de regio overstijgen, beslist de minister of degene die hij daartoe gemandateerd heeft. In de regio s beslist de driehoek over de inzet waarbij de burgemeester een beslissende stem heeft. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Politiewet (30880) wordt aangepast aan het voorgaande. 2. De politie gaat effectiever functioneren ten behoeve van de veiligheid van burgers en dieren. Het kabinet bereidt de operationele sterkte van de politie uit met 3000 agenten, waaronder 500 animal cops (dierenpolitie) voor het bestrijden van dierenmishandeling. Ook de recherche en de justitiële keten worden uitgebreid. Bij de vaststelling van de landelijke en regionale prioriteiten in jaarplannen komt in de prioritering meer nadruk te liggen op de lokale knelpunten in de buurten en wijken. Bij de vorming van gecombineerde teams van de politie en andere diensten zal de krijgsmacht vaker worden ingezet. De aanrijtijden van de politie worden verbeterd, zowel in de stedelijke gebieden als in de gebieden daarbuiten. Bonnenquota verdwijnen en worden niet door iets vergelijkbaars vervangen Het kabinet komt met richtlijnen of, zo nodig, regelgeving om te verzekeren dat 55
57 burgers overal snel en eenvoudig aangifte kunnen doen en tijdig informatie ontvangen over wat er met hun aangifte gebeurt. De duur van de opleiding van de politie wordt beperkt met behoud van kwaliteit. Het kabinet komt met voorstellen tot aanpassing van de Arbeidstijdenwet en de Landelijke Arbeidstijdenregeling politie die het voor de politie mogelijk maken eenvoudiger meer ruimte te vinden voor uitvoering van de primaire taken. Bureaucratie, overhead en procedures worden teruggedrongen. Er komt meer ruimte voor het vakmanschap van de politie. Dit leidt tot meer blauw op straat. 3. De informatieveiligheid en bescherming van persoonsgegevens worden verbeterd. Voorgenomen maatregelen inzake opslag, koppeling en verwerking van persoonsgegevens worden zoveel mogelijk voorzien van een horizonbepaling en bij de voorbereiding nadrukkelijk getoetst aan effectiviteit. Het kabinet komt met een voorstel voor een meldplicht voor alle diensten van de informatiemaatschappij, waaronder de overheid, in geval van verlies, diefstal of misbruik van persoonsgegevens waarbij alle datalekken worden gemeld aan de nationale toezichthouder die boetes kan opleggen indien de meldplicht niet wordt nageleefd. Het toezicht op grootschalige informatiseringsprojecten en het oplossen van automatiseringsproblemen wordt structureel aangescherpt. Het kabinet komt met een integrale aanpak van cybercrime. Voor o.a. de financiering van de uitbreiding van 2500 agenten en 500 animal cops worden de volgende investeringen gedaan. De uitbreiding van de operationele sterkte van de politie leidt tot meer druk op de rest van de keten: daarom vinden investeringen plaats ten behoeve van vervolging (Openbaar Ministerie) en berechting (Zittende Macht). Investeringen structureel Veiligheid 0,40 0,42 0,44 0,46 0,47 0,47 Politie 0,30 0,32 0,34 0,36 0,37 0,37 Justitieketen (OM en ZM) 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 56
58 Onderdeel E SWOT analyse Sterke punten (intern) Zwakke punten (intern) Voorkomen van verplaatsing veiligheidsproblemen Een aanspreekpunt regionale partners Verhoogde efficiency en kwaliteitsverbetering veiligheidsbeleid Samenwerking en afstemming andere beleidsterreinen en partners (netwerk) Uitwisselen best-practices (vraagbaak) Selectie en prioritering van onderwerpen Implementatie/uitvoering van beleid Bewaken van de voortgang Formuleren van regionale doelstellingen Communicatie / terugkoppeling Kansen (extern) Bedreigingen (extern) Wettelijke regierol gemeenten voor veiligheid (regionale samenwerking geeft hieraan een impuls) Samenwerking met overige regionale veiligheidsorganisaties: - Veiligheidshuizen - RIEC - RPC - Veiligheidsregio Financiele crisis (bezuinigingen) Geen wettelijke basis voor regionale samenwerking (RC geen formele bevoegdheid IVZ) Sterke punten: Voorkomen van verplaatsing veiligheidsproblemen. Doordat er binnen het Platform IVZ aanpakken worden ontwikkeld voor veiligheidsproblemen die tegelijkertijd in iedere gemeente worden toegepast, wordt voorkomen dat problemen zich verplaatsen van de ene gemeente naar de andere gemeente. Een aanspreekpunt voor regionale partners. De voorzitter van het Platform IVZ en de regiocoördinator Veiligheid vormen gezamenlijk het centrale aanspreekpunt voor de regionaal georganiseerde veiligheidpartners. Op deze wijze hoeven de veiligheidspartners niet met iedere gemeente afzonderlijk afspraken gemaakt te worden, maar kunnen deze in het Platform IVZ met elkaar afgestemd worden. Verhoogde efficiency en kwaliteitsverbetering veiligheidsbeleid. Door de samenwerking en de bundeling van kennis, ervaring en capaciteit binnen het Platform IVZ kunnen veel meer veiligheidsonderwerpen aangepakt worden. Niet iedere gemeente hoeft dan zelf alle onderwerpen op eigen houtje uit te werken. Bovendien wordt de samenhang in de veiligheidsonderwerpen inzichtelijk, de consequenties voor het totale veiligheidsbeleid worden eerder duidelijk. Dit bevordert de kwaliteit van zowel het regionale als het lokale veiligheidsbeleid. Samenwerking en afstemming andere beleidsterreinen. Het Platform IVZ zoekt bij veiligheidsonderwerpen die andere beleidsterreinen raken de samenwerking en afstemming op. Denk bijvoorbeeld aan de zorgkant bij vraagstukken rond nazorg detentie en jeugdcriminaliteit & overlast. Uitwisseling bestpratices. Binnen het Platform IVZ worden goede voorbeelden van integrale aanpakken rondom veiligheidsthema s met elkaar uitgewisseld. 57
59 Zwakke punten: Selectie en prioritering van onderwerpen. Het aantal (veiligheids)thema s in het actieplan IVZ is erg ambitieus en soms worden thema s naar het Platform IVZ toegetrokken die eigenlijk qua primaat tot een ander beleidsterrein horen. Geadviseerd wordt om selectiever te prioriteren bij de opmaak van de veiligheidsagenda voor de komende 2 jaar en hiervoor selectiecriteria te ontwikkelen. Voortgangsbewaking en implementatie van beleid. Door het Platform IVZ kan beter gemonitord worden of vastgesteld beleid op regionaal niveau ook daadwerkelijk geïmplementeerd wordt in de verschillende Twentse gemeenten. Dit heeft niet alleen betrekking op beleid, maar ook of er gebruik wordt gemaakt van handreikingen die bijvoorbeeld regionaal worden ontwikkeld. Om de implementatie te bevorderen binnen de gemeenten worden veelal, faciliterend aan het besluitvormingsproces, concept collegeadviezen of raadsvoorstellen bijgevoegd. Om de voortgang beter te bewaken is een (smiley)monitor ontwikkeld waarbij in één oogopslag is af te lezen hoe het staat met de implementatie in gemeenten (zie bijlage 2). Formuleren van regionale doelstellingen. Geadviseerd wordt om per veiligheidsthema concreter te benoemen welke resultaten we willen behalen, wat moet het uiteindelijk te bereiken effect zijn en wat is de rol cq de inzet van het Platform IVZ daarbij. Bij de geselecteerde veiligheidsthema s voor de komende periode zijn de regionale doelstellingen beter geformuleerd in paragraaf 3.4. Communicatie en terugkoppeling. De terugkoppeling van resultaten van het Platform IVZ kunnen tussentijds voorgelegd worden aan het Regionaal College (voortgangsberichten). Het verbeteren van communicatie rondom de diverse thema s wordt versterkt door de agenda s van de Platformbijeenkomsten te verzenden naar de communicatiemedewerkers. Ook dienen de afdelingen communicatie in een eerder stadium bij de uitwerking van een regionaal thema betrokken worden. Kansen: Wettelijke regierol gemeenten voor veiligheid. Het voorstel tot wetswijziging van de Gemeentewet beoogt de regierol van gemeenten op het terrein van lokale veiligheid te verstevigen. Regionale samenwerking geeft een extra impuls aan deze wettelijk vastgelegde regierol. In paragraaf 1.3 is uitgebreid stil gestaan bij het wetsvoorstel. Samenwerking overige regionale veiligheidsorganisaties. Naast het Platform IVZ zijn er meer regionale veiligheidsorganisatie (cq kennis- en uitvoeringscentra of netwerkstructuren) die werkzaam zijn binnen het brede veiligheidsdomein. Het Platform IVZ zoekt de samenwerking en afstemming op met: b) Het Reginaal Platform Criminaliteitsbeheersing Twente: het regionale samenwerkingsverband tussen publieke partijen, koepelorganisaties en kennisinstituten op het gebied van bedrijvigheid, innovatie en veiligheid. c) Het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Oost Nederland, gericht op de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Denk aan thema s als witwassen, mensenhandel, vastgoedfraude, hennepteelt etc. d) De samenwerkingsverbanden in de veiligheidshuizen in Almelo, Enschede en Hengelo gericht op het terugdringen van overlast en criminaliteit, gekenmerkt door een mix van preventieve en repressieve interventies rond de thema s jeugd, veelplegers, nazorg detentie en huiselijk geweld. 58
60 Bedreigingen: e) De Veiligheidsregio Twente, de regionale organisatie gericht op brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en crisisbeheersing en rampenbestrijding onder bestuurlijke regie. Geen wettelijke basis voor regionale samenwerking. Op dit moment is er geen wet die de regionale samenwerking formaliseert. Het Regionaal College in Twente heeft het Platform IVZ wel een plek toegekend in het Statuut van het Regionaal College. Hiermee geven de Twentse burgemeesters aan dat zij zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de integrale veiligheid binnen onze regio. Bezuinigingen. Ondanks de financiële crisis die gemeenten ertoe zet om flinke bezuigingen te treffen, is besloten door het Regionaal College en de Twentse colleges van B&W om te investeren in de regionale samenwerking rondom integrale veiligheid. Regionale samenwerking levert efficiencyvoordelen op, kan leiden tot financiële besparingen en draagt bij aan het verhogen van de kwaliteit van het veiligheidsbeleid. Vanuit dit oogpunt kunnen de bezuigingen juist ook als een kans beschouwd worden. 59
61 Onderdeel F Weging selectiecriteria veiligheidsthema s (regionaal thema 4 punten) Primaat OOV Afbreukrisico / urgentie / actualiteit > Twentse gemeenten en alle gemeenten worden voldoende bediend Verplaatsing veiligheid voorkomen Efficiency & kwaliteitsverbetering Realistisch & haalbaar 1. Convenant Hennepteelt Sociale veiligheid Uitrol veiligheidshuizen a) veelplegers b) jeugdcriminaliteit & overlast c) nazorg detentie d) organisatie & beheer e) huiselijk geweld Bestuurlijke bevoegdheden (TBS/ZOET/BIV) Landelijke veiligheidsmonitor Uitrol burgernet Bereikbaarheid & beschikbaarheid Regionale toezichtsruimte/ meldkamer Overlast jaarwisseling Prostitutiebeleid Advisering publieksevenementen Inzet preventiemiddelen (keurmerken) Jeugd en alcohol Regionale antidiscriminatievoorziening Psychiatrische patienten A1/A35 aanpak GHB drugs Schoolveiligheid Bestuurlijke strafbeschikking / boete Roma problematiek Polarisatie en radicalisering Totaal aantal plussen
62 Onderdeel G Brief Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer (kenmerk ) Met deze brief informeer ik u op hoofdlijnen over de vorming van de nationale politie, de ontwikkeling van de politiesterkte en de wijze waarop ik invulling wil geven aan de intensivering in het budget van de politie. Nationale politie In het Regeerakkoord is aangekondigd dat er nationale politie komt. De nationale politie wordt wettelijk geregeld via een wijziging van het eerder bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel voor vaststelling van een nieuwe politiewet (30 880). Daartoe heb ik een concept-nota van wijziging opgesteld. De concept-nota van wijziging en bijbehorende concept-toelichting worden gelijktijdig met deze brief ter externe consultatie aangeboden. Ik acht de invoering van nationale politie in één korps noodzakelijk om de politie beter in staat te stellen invulling te geven aan de eisen die de maatschappij stelt. Nationale politie moet leiden tot meer ruimte voor de professional, minder bureaucratie, minder bestuurlijke drukte, een veiliger leefomgeving en een effectievere opsporing. De veiligheid voor burgers en het werk van de agent staan centraal bij het vormgeven van de nationale politie. De burgers waar het gaat om een zo goed mogelijke politiezorg. Daartoe zal de politie dicht bij de burger moeten staan. De politie moet hen helpen hun directe omgeving veilig te houden en zal de overlast en veelvoorkomende criminaliteit in de wijk met succes moeten aanpakken. Ook zal de politie de minder zichtbare, zware, de maatschappij ontwrichtende criminaliteit moeten aanpakken. De agenten mogen een organisatie verwachten waarin zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Een organisatie die flexibel en slagvaardig kan inspelen op de continu wijzigende veiligheidsproblemen. Een politiekorps waarin elke agent goed toegerust en opgeleid de straat op gaat. Waarin de professionele ruimte van de medewerkers groot is en de administratieve lasten beperkt zijn. Een organisatie waarvan de onderdelen goed met elkaar samenwerken, een organisatie die functioneert als één eenheid, maar met haar basis in de wijken. Lokale inbedding. De nationale politie moet haar basis dus hebben dicht bij de burger, in de wijk en in de gemeente. Om dat te borgen, wordt in het bestel een aantal garanties ingebouwd, die ervoor zullen zorgen dat de politie nog meer dan nu al het geval is dicht bij de burger komt te staan. Het gezag over de politie, dat op lokaal niveau is belegd, wijzigt dan ook niet. De burgemeester blijft de politie aansturen bij het handhaven van de openbare orde en hulpverlening in zijn gemeente. De officier van justitie blijft de politie aansturen bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en taken ten dienste van justitie. Om beide gezagdragers beter in staat te stellen om te sturen op het beleid en de inzet van de politie in de gemeenten, heb ik het voornemen om in de wet, naast de geldende gezagsverhoudingen, het volgende vast te leggen: Wettelijk wordt vastgelegd wat de functie van de lokale gezagsdriehoek is. In de driehoek overleggen de burgemeester en de officier van justitie tezamen met het hoofd van het territoriale onderdeel van de regionale eenheid binnen welk grondgebied de gemeente geheel of ten dele valt en zo nodig met de politiechef van de regionale eenheid over de taakuitvoering van de politie en over het beleid met betrekking tot de taakuitvoering. Ook wordt in de wet opgenomen dat in het driehoeksoverleg door de burgemeester en de officier van justitie afspraken worden gemaakt over de inzet van de politie op lokaal niveau. De burgemeester zal deze afspraken maken aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde lokale integraal veiligheidsplan. De strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (opsporing en vervolging) en het beleid ter zake valt onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie. Dit neemt niet weg dat de gemeente wel afspraken kan maken met het openbaar ministerie over de strafrechtelijke handhaving op lokaal niveau. Ten slotte wordt wettelijk geregeld dat de lokale gezagsdragers zwaarwegende invloed hebben op de benoeming van het lokale hoofd van politie. 61
63 Daarnaast wordt de positie van de gemeenteraad versterkt. In de wet wordt expliciet vastgelegd dat de burgemeester verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad over de uitoefening van zijn gezag over de politie. Ook zal de raad worden gehoord over het ontwerp beleidsplan op regionaal niveau. Eén landelijk politiekorps onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie. Er komt één landelijk politiekorps. De vijfentwintig bestaande regiokorpsen, het Korps landelijke politie diensten, de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en alle andere bovenregionale voorzieningen gaan op in dit landelijke korps. Met de vorming van dit ene korps wordt beoogd te komen tot meer professionaliteit van de politie, meer doelmatigheid en vermindering van de kwetsbaarheid van met name de specialistische politietaken. De conceptnota van wijziging voorziet in de oprichting van een landelijk politiekorps met rechtspersoonlijkheid. Deze rechtspersoon opereert onder volledige verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie. De minister krijgt zodanige taken en bevoegdheden ten aanzien van de politie dat de minister effectief kan sturen op het beheer (bijvoorbeeld ten aanzien van ICT) en - onverminderd de verantwoordelijkheid van de lokale gezagsdragers - de taakuitvoering van de politie. Dit draagt bij aan de eenheid van de politie in beheer en aan het gemeenschappelijk functioneren, waardoor de politie flexibel en slagvaardiger kan inspelen op continu wijzigende veiligheidsproblemen. De minister legt verantwoording af aan de Tweede Kamer. Daarmee is de democratische inbedding op landelijk niveau geregeld. Het huidige zogenoemde democratisch gat ten aanzien van het beheer wordt hiermee tevens gedicht. Het landelijke korps zal bestaan uit tien regionale eenheden en één of meer landelijke eenheden die belast zijn met de uitvoering van de politietaak zoals nu de Nationale Recherche, mogelijk aangevuld met taken van bijvoorbeeld de bovenregionale recherche teams. Daarnaast komen er één of meer ondersteunende diensten als onderdeel van het korps, die zorg dragen voor ondersteunende bedrijfsvoeringstaken van de politie, zoals ICT, inkoop, huisvesting, personeelszaken etc. Deze centralisatie van de bedrijfsvoeringstaken zal in belangrijke mate moeten bijdragen aan de beoogde efficiencywinst binnen de politieorganisatie. De tien regionale eenheden zullen zorg dragen voor de uitvoerende politietaken (bijvoorbeeld basispolitiezorg, noodhulp, opsporing) in hun gebied. Zij doen dat niet autonoom en zelfstandig maar binnen de context van één landelijk korps. De grenzen van deze regionale eenheden zijn congruent aan de grenzen van de gerechtelijke kaart, die nog wordt herzien. De schaal van de indeling in tien regionale eenheden leidt tot het ontstaan van robuuste werkeenheden en daarmee tot een steviger basis voor de organisatie van de uitvoerende politietaken in Nederland. Door de congruente indeling van de arrondissementen en de regionale eenheden van de politie zal daarnaast de samenwerking in de justitiële keten worden vereenvoudigd. Voor wat betreft de relatie van de politieorganisatie met de veiligheidsregio s geldt dat de buitengrenzen van de vijfentwintig veiligheidsregio s, waarvan de indeling niet wordt gewijzigd, en de tien regionale politie-eenheden congruent zijn. Ook de nationaal georganiseerde politie blijft haar bijdrage leveren aan de taken van de veiligheidsregio. Teneinde een goede operationele en bestuurlijke koppeling mogelijk te maken, kan voor de indeling van de regionale eenheden van de politie in districten worden uitgegaan van de indeling in veiligheidsregio s. Eén korpschef. De leiding van het landelijke korps wordt opgedragen aan een korpschef, die daarmee ook het boegbeeld is van het landelijke korps. De korpschef wordt belast met de leiding en het beheer van de politie. De regionale en landelijke eenheden van het landelijke korps zijn hiërarchisch ondergeschikt aan de korpschef. De minister van Veiligheid en Justitie stelt de kaders vast waarbinnen de korpschef zijn taken dient te vervullen. De minister stelt regels en kan aanwijzingen geven aan de korpschef met betrekking tot de uitoefening van diens taken en bevoegdheden. De korpschef is werkzaam onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. De korpschef laat zich bij de uitvoering van zijn taken ondersteunen door een korpsleiding. 62
64 Regionaal overleg gezagsdragers. De nationale politie kent op regionaal niveau niet langer zelfstandige onderdelen met eigen bevoegdheden op het terrein van beheer. Daarmee worden de regionale korpsbeheerders en de regionale (beheer)colleges overbodig. Dit moet leiden tot een aanzienlijke reductie van de bestuurlijke drukte ten aanzien van de politie. Wel wordt op regionaal niveau voorzien in overleg tussen de lokale gezagsdragers over de politie. In de wet wordt geregeld dat de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert tezamen met de hoofdofficier van justitie ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan en jaarlijks een jaarverslag vaststellen voor de regionale eenheid. In dit beleidsplan maken de lokale gezagsdragers afspraken over in ieder geval de doelstellingen en de prioriteiten voor de regionale eenheid en de verdeling van de voor de regio beschikbare politiesterkte over de onderdelen van de regionale eenheid. De regionale prioriteiten worden gebaseerd op de lokale prioriteiten in de gemeenten, die veelal zijn opgetekend in het lokale integraal veiligheidsplan. Voorafgaand aan de vaststelling van het regionale beleidsplan hoort iedere burgemeester in het gebied van de regionale eenheid de gemeenteraad van zijn eigen gemeente over het ontwerpbeleidsplan. Hiermee wordt de lokale inbedding van de nationale politie verder benadrukt en versterkt. Voor de afstemming van burgemeesters over het regionale beleidsplan kan de schaal van de veiligheidsregio goed worden benut. Dit is met name denkbaar daar waar de nieuwe regionale politieeenheden uit meerdere veiligheidsregio s (en dus uit veel gemeenten) bestaan. Een nieuwe functionaris in het politiebestel is de regioburgemeester. De regioburgemeester is de burgemeester van de gemeente met het hoogste aantal inwoners in het gebied waarin de regionale eenheid haar politietaak uitvoert. Omdat politiecapaciteit per definitie schaars is, is denkbaar dat bij het overleg over de verdeling van de voor de regio beschikbare capaciteit geschillen ontstaan tussen de gezagsdragers onderling. Als het bij de vaststelling van het regionale beleidsplan niet lukt hierover overeenstemming te bereiken, stelt de regioburgemeester het beleidsplan vast. Indien een burgemeester zich niet met deze beslissing kan verenigen, kan de burgemeester een beroep instellen bij de minister. Kan de hoofdofficier van justitie zich niet met de beslissing van de regioburgemeester verenigen, dan kan het geschil door het College van procureurs-generaal aan de minister worden voorgelegd. De regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de benoeming van de politiechef. Alvorens het advies wordt uitgebracht, hoort de regioburgemeester de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert. Landelijk overleg. Om verbinding te behouden tussen het lokale gezag en het centrale beheer, zal worden voorzien in een periodiek overleg van de minister samen met de korpschef met de regioburgemeesters en de voorzitter van het College van procureurs-generaal. In dit overleg komen de taakuitvoering door de politie en het beheer ten aanzien van de politie (bijvoorbeeld de verdeling van sterkte binnen de nationale politie) aan de orde. Ook zal dit overleg worden gebruikt om de regioburgemeesters en het College van procureursgeneraal te horen over de landelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van de taakuitvoering door de politie. Deze landelijke beleidsdoelstellingen worden evenals in de huidige situatie vastgesteld door de minister. De landelijke beleidsdoelstellingen zien op de aanpak van maatschappelijke veiligheidsproblemen die zich vaak lokaal manifesteren. Vanzelfsprekend zullen de landelijke beleidsdoelstellingen voldoende ruimte laten voor lokaal politiebeleid. Politieacademie. Conform het Regeerakkoord gaat de Politieacademie op in de nationale politie. De Politieacademie wordt nu echter nog niet meegenomen in de voorgenomen wijzigingen van het wetsvoorstel. Dit zal op een later moment gebeuren. Het Regeerakkoord kondigt namelijk ook diverse veranderingen aan in de inrichting van het politieonderwijs: verkorting van de duur van de opleiding, meer aansluiting bij het reguliere onderwijs en wijziging van de rechtspositie van aspiranten. Daarnaast dient eerst te worden bezien hoe bij opname van de Politieacademie in het politiebestel de onafhankelijke kwaliteit van het politieonderwijs (waaronder de accreditatie van de opleidingen en de aansluiting met het reguliere onderwijs) goed kan worden geborgd. 63
65 Transitieperiode tot aan inwerkingtreding nieuwe politiewet. Ten einde binnen de kaders van de huidige Politiewet 1993 al zoveel mogelijk stappen te maken, heb ik het voornemen om met de korpsbeheerders een akkoord te sluiten. In dit akkoord wil ik afspraken maken over de verdeling van verantwoordelijkheden in de transitiefase en de maatregelen die nu of in de transitiefase genomen moeten worden ter voorbereiding op de nationale politie. Hierbij kan specifiek gedacht worden aan de te treffen maatregelen ten aanzien van ICT, onder andere naar aanleiding van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Uiteraard staat voorop dat geen onomkeerbare stappen worden gezet totdat de wetswijziging formeel van kracht is. Voor de invoering van de nationale politie is conform het Regeerakkoord reeds 130 miljoen incidenteel beschikbaar. Dit komt bovenop de in het Regeerakkoord opgenomen investering in de sterkte van de politie. De inzet hiervan is afhankelijk van het tempo en de fasering van de invoering van de nationale politie. Intensivering Op basis van het Regeerakkoord en de daarin opgenomen intensivering in het budget voor de politie van 300 oplopend tot 370 miljoen, heb ik uw Kamer een verhoging van de huidige sterkteafspraak van fte toegezegd naar een nieuwe sterkteafspraak van structureel fte bij de 25 regionale korpsen en het KLPD. Dit is fte meer dan zonder deze extra middelen mogelijk zou zijn geweest. De operationele sterkte bedroeg bij de laatste peiling op 30 juni 2010, fte. 4 Deze sterkte wordt structureel betaalbaar gemaakt. Het door mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer aangeboden normkostenonderzoek maakte duidelijk dat de fte niet meer structureel betaalbaar waren. Het normkostenonderzoek toonde namelijk aan dat een structureel tekort ontstond in de betaalbaarheid van de politie van 160 miljoen. Omgerekend in operationele sterkte betekent dat 1500 fte. De betaalbare sterkte zou daarmee vanaf 2011 niet hoger kunnen zijn geweest dan fte. Dat zou hebben betekend dat de operationele sterkteafspraak neerwaarts zou moeten worden bijgesteld. Door de maatregelen uit het Regeerakkoord is het mogelijk om deze daling van fte naar fte ongedaan te maken en bovendien ruimte te scheppen voor structureel fte meer. Bij elkaar is dit fte extra, waarvan 500 fte ingezet zal worden voor de animal cops. Hiermee realiseer ik dat in deze kabinetsperiode met fte de grootste operationele sterkte van de politie ooit bereikt wordt en dat deze structureel betaalbaar is. Er zullen deze kabinetsperiode dus ook geen ontslagen vallen in de operationele sterkte. Voor 2011 bedraagt de intensivering 300 miljoen oplopend tot 370 miljoen vanaf Dit geld zal geheel ingezet worden om de operationele sterkte bij de regionale korpsen en het KLPD betaalbaar te maken en te houden. Daarnaast is zoals hierboven genoemd 130 miljoen incidenteel beschikbaar voor de invoering van de nationale politie, die in de jaren 2013, 2014, 2015 een besparing op overhead zal opleveren van respectievelijk 30, 50, en 80 mln. Ik zal u nader informeren over de wijze waarop deze bedragen worden ingezet. Verhogen inzetbaarheid en productiviteit politie Een structurele volumegroei van de politie is niet de enige maatregel om de politie-inzet te verhogen. Zoals in het Regeerakkoord is opgenomen zet ik zwaar in op het verhogen van de inzetbaarheid en productiviteit van de politie. Bovendien sta ik voor het vergroten van het vakmanschap en de professionele ruimte van individuele agenten. Naarmate dat vakmanschap en die ruimte groter worden, slaagt de politie er beter in Nederland veiliger te maken voor de burger. De bureaucratie zal worden aangevallen. De registratiedrift en formulierengekte moet worden gestopt. Het rapport over de tijdsbesteding van wijkagenten dat u op 12 juli 2010 is toegestuurd is een goed voorbeeld van het belang van het terugdringen van de bureaucratie. Uit het onderzoek blijkt dat de wijkagent slechts 65 procent van zijn tijd in of voor de wijk werkt omdat zij onder andere te veel tijd kwijt zijn aan administratief werk. Ik kom in januari 2011 met een Aanvalsplan Bureaucratie. Ik zet concreet in op een reductie met 25 %. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van diverse maatregelen die in de regio s zelf al worden genomen. Zo levert het frontoffice-backoffice-model van de regio Hollands-Midden een forse productiviteitswinst. 4 Zie bijlage 1. 64
66 Daarnaast komen er maatregelen om heterdaadkracht te vergroten, afdoening van zaken vroegtijdig in de opsporingsketen mogelijk te maken en de noodhulp efficiënter in te richten, bijvoorbeeld door mogelijkheden voor eenmenssurveillance te benutten. Door de vermindering van bureaucratie komt er ook ruimte voor een beter aangifteproces. De aangifte is één van de belangrijkste contactmomenten van de burger met de politie en dus een belangrijk ijkpunt voor het vertrouwen in en de tevredenheid over de politie. Een aangifte opnemen en verwerken moet zorgvuldig gebeuren en dat kost tijd. Maar het kan voor zowel de burger als de agent gemakkelijker worden gemaakt. Snel en adequaat aangifte doen moet het uitgangspunt zijn, al dan niet langs elektronische weg. Ook moeten burgers kunnen volgen wat er met hun aangifte gebeurt. Voorts zullen belemmeringen op het vlak van arbeidstijden worden weggenomen. Concreet gaat het daarbij onder meer om de toepassing van de Arbeidstijdenwet en de Landelijke Arbeidstijdenregeling van de politie. Met uw Kamer is afgesproken dat de werkgroep die deze belemmeringen en oplossingen in kaart brengt, zijn werk oplevert op 1 maart Voor 1 april 2011 zal ik vervolgens met een reactie komen. Door deze maatregelen komen er dus meer uren voor blauw op straat en voor recherchewerk. Terugdringen overhead Behalve een structurele volumegroei in de operationele sterkte en het verhogen van de productiviteit en de effectiviteit van de politie, zet het kabinet in op het terugdringen van de kosten van de overhead, zowel in middelen als in personeel (de niet-operationele sterkte). Het voornemen is om de overhead met circa 25% te reduceren. Deze ombuiging in de overhead is noodzakelijk om de reeds ingeboekte taakstellingen van het vorige kabinet (TK , nr. 154) en, voor zover van toepassing, besparingen in verband met de vorming van de nationale politie te realiseren. De vorming van het Politiedienstencentrum en de nationale politie zijn noodzakelijk om deze reductie mogelijk te maken. De recent uitgevoerde business cases op de bedrijfsvoering geven aan dat deze reductie realistisch is. Verdeling van de politiesterkte over het land Al enige tijd speelt het vraagstuk van de verdeling van de sterkte over het land. Het onderzoek naar de herijking van het budgetverdeelsysteem (hbvs) dat aan uw Kamer is gezonden (TK nr. 208), heeft aangetoond dat er een relatieve verschuiving in de verdeling van de werklast van de politie heeft plaatsgevonden van de Randstad naar de rest van het land. Dit rapport over de herijking adviseerde voor de daalkorpsen een daling van maximaal 2% per jaar. Enkele korpsen zouden worden geconfronteerd met een budgetdaling van in totaal ongeveer 20%. Ik vind de voorstellen uit het rapport op sommige plaatsen echter te vergaand. Ik wil voorkomen, dat door de invoering van hbvs de veiligheid in de regio s en de bedrijfsvoering in verschillende korpsen die moeten dalen te veel onder druk komen te staan. Ik denk daarom aan het gemitigeerd invoeren van hbvs. Herverdeling van de sterkte zal nieuwe afspraken met de korpsbeheerders vergen over de operationele sterkte van hun korps en over de wijze, door middel van groei- en daalpaden en de termijn, waarop deze sterkte bereikt moet worden. Om zeker te stellen dat de afgesproken sterkte uiteindelijk wordt bereikt en deze ook op de juiste wijze over het land is verdeeld, ga ik centraal sturen op de instroom van aspiranten (werving, selectie en aanstelling). Ik ben over de gemitigeerde invoering van hbvs, de bijhorende sterkteafspraken en de centrale sturing van aspiranten in overleg met het Korpsbeheerdersberaad en ik hoop dit spoedig af te ronden. Ik zal hierbij rekening houden met het perspectief van de nationale politie, zoals verwoord in het Regeerakkoord. In de tussentijd heb ik besloten om drie korpsen, die thans hun sterkte niet meer uit de BVS bijdrage kunnen bekostigen en over onvoldoende eigen vermogen beschikken, voor 2010 bij te springen middels een artikel 3 bijdrage. 65
67 Tot slot Door de vorming van de nationale politie, de intensivering in combinatie met het verhogen van de inzetbaarheid en productiviteit van de capaciteit, het terugdringen van de overhead en een evenwichtige herverdeling wordt de politie in staat gesteld uitvoering te geven aan de prioriteiten zoals opgenomen in het Regeerakkoord. De buurt wordt veiliger voor bewoners en ondernemers door de aanpak van overlast en criminaliteit op straat, bij uitgaansgelegenheden en evenementen. Er komt een offensief tegen ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. De aanpak van fraude, witwassen, skimmen, cybercrime, overvallen en het afnemen van crimineel vermogen maakt hier onderdeel van uit. Mijn voornemen is om de landelijke prioriteiten voor de politie begin 2011 vast te stellen na overleg met de korpsbeheerders en het College van procureurs-generaal. Met deze brief heb ik mede uitvoering gegeven aan de toezegging om u op hoofdlijnen te informeren over de wijzigingen die ik voornemens ben door te voeren in het politiebestel; de motie Kant c.s. (TK , nr. 2) en de motie Rutte (TK , nr. 2), ingediend tijdens het verantwoordingsdebat op 28 mei 2009; de vragen van het lid Berndsen (D66) (TK 2010Z15127), zie hiervoor bijlage 2; de tweede halfjaarlijkse rapportage over de sterkte van de Nederlandse politie voor het jaar 2010; de gevraagde reactie op het onderzoeksrapport (Niet) voor de wijk; De tijdsbesteding van wijkagenten ; de motie Van der Staaij, ingediend tijdens het Algemeen Overleg Politie op (TK , , nr. 136 en de motie Çörüz, ingediend tijdens de plenaire afronding hoofdstuk VII begroting BZK 2010 op (TK , VII, nr.38). Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De Minister van Veiligheid en Justitie, 66
Integrale Veiligheidszorg in Twente
Integrale Veiligheidszorg in Twente -Achtergrond -Werkwijze & organisatie Platform IVZ -Actieplan IVZ 2009-2010 - Evaluatietraject -Resultaten Platform IVZ -Vervolg samenwerking in Twente Platform IVZ
Bestuursovereenkomst Platform IVZ Samen sterk voor een veilig Twente
Bestuursovereenkomst Platform IVZ Samen sterk voor een veilig Twente Deze bestuursovereenkomst is de opvolger van de samenwerkingsovereenkomst genaamd: Samen werken aan een veilig Twente, die op 28 maart
Betreft Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek Veiligheid kent geen grenzen.
Betreft Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek 2015 2018 Veiligheid kent geen grenzen. Vergaderdatum 4 december 2014 Gemeenteblad 2014 / 77 Agendapunt 10 Aan de Raad Voorstel De gemeenteraad
VOORBLAD RAADSVOORSTEL
VOORBLAD RAADSVOORSTEL ONDERWERP Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid Middelsee Gemeenten 2010-2014. VOORSTEL Wij stellen u voor bijgevoegde Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid Middelsee Gemeenten 2010-2014
Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad
Gemeente Langedijk Raadsvergadering : 18 november 2014 Agendanummer : 8 Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : drs. J.F.N. Cornelisse : Veiligheid, Vergunningen en Handhaving : Eveline Plomp Voorstel
agendanummer afdeling Simpelveld VI- onderwerp Kadernotitie Integraal Veiligheidsbeleid Gemeente Simpelveld
Aan de raad agendanummer afdeling Simpelveld VI- onderwerp Kadernotitie Integraal Veiligheidsbeleid Gemeente Simpelveld 2012-2015 Inleiding De huidige nota integrale veiligheid gemeente Simpelveld is toe
Jaaruitvoeringsprogramma integrale veiligheid. Gemeente Beemster 2013
Jaaruitvoeringsprogramma integrale veiligheid Gemeente Beemster 2013 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 6 augustus 2013 1 Voorwoord Beemster moet veilig zijn en veilig voelen.
Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek
Kadernota Integrale Veiligheid Westelijke Mijnstreek 2015-2018 Gemeentebladnr: 2014/75 Verseon nr: 129454 Vergaderdatum: 18 december 2014 Agendapunt: Portefeuillehouder: Dhr. B. Link Steller: G. Salemink
Integraal veiligheidsbeleid
Integraal veiligheidsbeleid 2017-2021 Gemeente Ooststellingwerf 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2.1 Trends en ontwikkelingen... 4 3. Integraal veiligheidsbeleid 2017-2021... 5 3.1. Gemeentelijke missie en visie...
Integrale veiligheid. Uitvoeringsplan 2013 / 2014
Integrale veiligheid Uitvoeringsplan 2013 / 2014 Inleiding In het integraal veiligheidsbeleid is vastgelegd dat er tweejaarlijks een operationeel integraal veiligheidsprogramma wordt opgesteld. Daar is
Taak en invloed gemeenteraad op de. Integrale veiligheid
Taak en invloed gemeenteraad op de Integrale veiligheid 1 Definitie veiligheid Veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van
Raadsbesluit. Status Besluitvormend: Kadernota Oordeelvormend: Veiligheidsplan Besluitvormend: Veiligheidsfonds
Raadsbesluit Datum: 23-09-14 Onderwerp Integrale Veiligheid: - Kadernota Integrale Veiligheid Basisteam Meierij 2015-2018 - Ontwerp Regionaal Veiligheidsplan 2015-2018 - Veiligheidsfonds Oost-Brabant Status
Korpsleiding Proceseigenaar Directeur Stafhoofd CIO
Agendaformulier DATUM: 07-01-2010 STATUS: Ter instemming AGENDAPUNT: E.1.a. ONDERWERP: Evaluatie Platform IVZ INGEBRACHT DOOR Korpsleiding Proceseigenaar Directeur Stafhoofd CIO Regionaal College drs.
Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland
Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018 Projectmatige aanpak prioriteiten Kadernota Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018, versie 1-7-2015 Inleiding projectmatige aanpak
PROGRAMMABEGROTING 2016-2019
PROGRAMMABEGROTING 2016-2019 6C Openbare orde en veiligheid Inleiding Wij willen het veiligheidsniveau voor de bewoners en bezoekers van Leiderdorp behouden in objectief en subjectief opzicht en waar mogelijk
Resultaten gemeentebeleidsmonitor Veiligheid en leefbaarheid
Resultaten gemeentebeleidsmonitor 217 Veiligheid en leefbaarheid 1. Inleiding Om de twee jaar wordt er een onderzoek, de zogeheten gemeentebeleidsmonitor, uitgevoerd onder de inwoners naar verschillende
Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010
Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010 Ter toelichting: Deze startnotitie vormde het statschot voor integraal veiligheidsbeleid voor de periode 2011-2014 1 Startnotitie
Voorstel prioriteiten voor de nieuwe Veiligheidsstrategie
Voorstel prioriteiten voor de nieuwe Veiligheidsstrategie 2019-2022 Aan: Van: Opsteller: Leden van de Districtelijke Veiligheidsoverleggen Oost-Nederland De Bestuurlijke Begeleidingsgroep Violette van
Advies over de doorontwikkeling van de aansturing op het snijvlak van de domeinen zorg, veiligheid en straf.
1 Advies over de doorontwikkeling van de aansturing op het snijvlak van de domeinen zorg, veiligheid en straf. Versie: 11 november 2015 Status: vastgesteld door stuurgroep Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling
Concept Evaluatie jaarwisseling
Concept Evaluatie jaarwisseling 2016 2017 Hieronder volgen de conclusies van het verloop van de jaarwisseling 2016-2017 in Twente. Ook volgt er een vergelijking met het landelijke beeld. In de bijlage
Prioriteiten en doelstellingen voor Openbare Orde en Veiligheid Gemeente Sliedrecht
Prioriteiten en doelstellingen voor Openbare Orde en Veiligheid 2013 Gemeente Sliedrecht Inleiding. Het is gebruikelijk dat de gemeenteraad tegen het einde van het jaar de lokale prioriteiten en doelstellingen
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Buurtrapport Juli 202 Hoe leefbaar en veilig is de buurt? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede keer deelgenomen aan de Integrale Veiligheidsmonitor.
Uitvoeringsprogramma Integrale veiligheid 2012
Uitvoeringsprogramma Integrale veiligheid 2012 Veilige woon- en leefomgeving CRANENDONCK Jeugd en veiligheid CRANENDONCK Bedrijvigheid en veiligheid CRANENDONCK Fysieke en Externe veiligheid CRANENDONCK
Prioritering Beleidskader Veiligheid Veiligheidsanalyse 2018
Prioritering Beleidskader Veiligheid 2019-2022 Veiligheidsanalyse 2018 Veiligheidsketen proactie nazorg preventie repressie preparatie 2 Waar gaat beleidskader Veiligheid over? Doelstelling Veilige stad
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Juli 202 Hoe leefbaar en veilig is de? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede keer deelgenomen aan de Integrale Veiligheidsmonitor.
Veiligheidsanalyse. m.b.t. integraal veiligheidsbeleid Gemeente Geertruidenberg en Drimmelen
Veiligheidsanalyse m.b.t. integraal veiligheidsbeleid 2013-2016 Gemeente Geertruidenberg en Drimmelen Agenda Gezamenlijk beleid met gemeente Geertruidenberg Toelichting Kernbeleid Veiligheid Werkwijze
Veiligheidsavond Leiderdorp
Veiligheidsavond Leiderdorp voor raadsleden juni 2013 Programma 20:05 20:20 --> Gemeente 20:20 20:35 --> Politie 20:35 20:50 --> Brandweer 20:50 21:30 --> Interactief deel Leiderdorp en Veiligheid Team
Beleidsplan Integrale Veiligheid 2016-2020
Beleidsplan Integrale Veiligheid 2016-2020 - Veiligheidsanalyse - Prioritering - Kaderplan integrale veiligheid (4 jaar) - Uitvoeringsprogramma Jaarlijkse evaluatie Jaarlijks programma Tussentijds actualiseren
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Hoe leefbaar en veilig is? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft de gemeente voor de tweede keer deelgenomen
GEVOLGEN VOOR JA/NEE ROUTING DATUM Communicatie Ja College 13 september 2011 Financieel
Voorstel voor de gemeenteraad Voorstelnummer RAAD/11-00383 Directeur : drs. M.H.J. van Kruijsbergen Postreg.nr. Behandelend ambtenaar A.A. van der Wouden Datum: 1 september 2011 Afdeling Tel.nr 0345 636
Startnotitie. Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Het Hogeland
Startnotitie Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Het Hogeland 2020-2023 13 juni 2019 Versie 1.0. Inleiding De gemeente voert regie op het gebied van lokale veiligheid. Het is de burgemeester die belast
Jaarverslag Veiligheidshuis Twente 2014
Jaarverslag Veiligheidshuis Twente 2014 1. Inleiding: van transitie naar borging 2. Management op orde 3. Extra aandacht, onder andere middels pilots en projecten 4. Werktafel model borgen 5. Top X Veiligheidshuis
Jaaruitvoeringsprogramma integrale veiligheid. Gemeente Purmerend 2013. 29 mei 2013
Jaaruitvoeringsprogramma integrale veiligheid Gemeente Purmerend 2013 29 mei 2013 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op @@ @@ 2013 1 Voorwoord Purmerend moet veilig zijn en veilig
INTEGRALE VEILIGHEID
INTEGRALE VEILIGHEID Presentatie onderdelen Reden voor het bezoek Bevoegdheden Burgemeester Integrale Veiligheid bij de gemeente Rol vanuit de raad op het gebied van Integrale Veiligheid Netwerken voor
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Hoe leefbaar en veilig is de Es? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede
Infographic. Jaarverslag Werkgroep Hennep Twente. Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC)
Infographic Jaarverslag 2015 Werkgroep Hennep Twente Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Werkgroep Hennep Twente 2015 Integrale afstemming met alle partners onder hennep- en RIEC convenant
Wat is een Veiligheidshuis?
Wat is een Veiligheidshuis? Uit landelijk Programmaplan (2011): Een Veiligheidshuis is een lokaal of regionaal samenwerkingsverband tussen verschillende partners gericht op integrale, operationele en persoons-
Regiovisie Bergen-Gennep-Mook en Middelaar
Bijlage 5 bij Raadsvoorstel Regionale Agenda dd 16 mei 2011 Bestuursovereenkomst Regiovisie Bergen-Gennep-Mook en Middelaar Vastgesteld door de Stuurgroep Regiovisie Bergen, Gennep, Mook en Middelaar op
gemeente Eindhoven Op 8 december 2008 is het rapport van de visitatiecommissie Fijnaut c.s. getiteld
gemeente Eindhoven Retouradres Postbus gorso, 56oo RB Eindhoven Commissie BEZ Behandeld door mr. M. Schavemaker Telefoon (o4o) 238 22 76 Uvv brief van Uvv kenmerk Ons kenmerk OOV 3o januari zoog Betreft
Raadsmededeling - Openbaar
Raadsmededeling - Openbaar Nummer : 98/2011 Datum : 31 mei 2011 B&W datum : 14 juni 2011 Portefeuillehouder : G. Berghoef Onderwerp : Gebiedsscan Aalten en teamplan 2011 politie Aalten Aanleiding Jaarlijks
Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsbeleid Haarlemmermeer/ Prioriteiten meerjarenplan politie
gemeente Haarlemmermeer onderwerp Portefeuillehouder Steller Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstel 2011.0000334 / Prioriteiten meerjarenplan politie drs. Th.L.N. Weterings Linda Bouw 11 januari
Een veilige stad begint in de buurt
Een veilige stad begint in de buurt Het Meerjarenprogramma (MJP) veiligheid Maastricht 2019-2022 beschrijft de veiligheidsthema s waarmee we de komende 4 jaar aan de slag gaan. Ons doel? Een zo veilig
* * ADVIESNOTA AAN B&W. Postregistratienummer. Onderwerp en inhoud. Maatschappelijke opgaven Pact van West Friesland 19.
ADVIESNOTA AAN B&W Onderwerp en inhoud Maatschappelijke opgaven Pact van West Friesland Postregistratienummer *19.0003788* 19.0003788 Vertrouwelijk Sector Afdeling Medewerk(st)er Grondgebiedzaken RO M.
Voorstel. Uitgangspunten regiovisie. De regiovisie gaat uit van de volgende uitgangspunten:
Voorstel Cluster : samenleving Nummer : 5 Portefeuillehouder : Linda van der Deen Datum vergadering : 20 april 2015 Onderwerp : Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling Inleiding Als gevolg van
Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid
Veiligheid kernthema: De criminaliteitscijfers en de slachtoffercijfers laten over het algemeen een positief beeld zien voor Utrecht in. Ook de aangiftebereidheid van Utrechters is relatief hoog (29%).
Beslisdocument en plan van aanpak
Beslisdocument en plan van aanpak TIENDEVEEN Inleiding In oktober 2006 heeft de gemeenteraad ingestemd met het plan van aanpak Woningbouw dorpen. Het project bestaat uit drie fasen. Deze fasen worden telkens
Pilot: Tien in Twente een innovatie aanpak overlast verwarde personen
Deze intentieverklaring is aangegaan op 1 september 2016 en heeft een looptijd van ruim 2 jaar en eindigt derhalve op 31 december 2018. Bij deze intentieverklaring zijn de volgende partijen betrokken:
Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 22 maart 2007 Agendapunt: Aan de Raad. Made, 13 februari 2007
Aan de Raad Made, 13 februari 2007 Aan de commissie: Algemeen bestuur en middelen Datum vergadering: 22 maart 2007 Agendapunt: Raadsvergadering: 12 april 2007 Onderwerp: Diagnose Integrale Veiligheid gemeente
Brandweer en brandpreventie in Twente
Brandweer en brandpreventie in Twente Integrale Veiligheidsmonitor Twente 2011 Themarapport Brandweer April 2012 Brandweer en brandpreventie in Twente Integrale Veiligheidsmonitor Twente 2011 - Themarapport
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 628 Politie Nr. 256 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 mei
Plan van Aanpak regiovisie en vorming AMHK Zeeland
Plan van Aanpak regiovisie en vorming AMHK Zeeland 1. Inleiding De staatssecretaris van VWS heeft in 2012 in een beleidsbrief verklaard dat op termijn alle gemeenten verantwoordelijk zijn voor de hele
De gemeente Bussum biedt haar burgers een veilige omgeving om te wonen, te werken en te recreëren.
PROGRAMMA 2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID De gemeente Bussum biedt haar burgers een veilige omgeving om te wonen, te werken en te recreëren. Algemeen doel Beleidskaders Prestaties Bestuurlijke actiepunten
Veiligheidsj aarplan 2012 Teylingen
sj aarplan 2012 mtm, n " is van ons allemaar is een breed beleidsveld. Het omvat niet alleen het beperken van overlast, de aanpak van alcohol- en drugsproblematiek, de bestuurlijke aanpak van criminaliteit,
Integrale Veiligheid Uitvoeringsprogramma 2012 Samen werken aan veiligheid in Hof van Twente
Integrale Veiligheid Uitvoeringsprogramma 2012 Samen werken aan veiligheid in Hof van Twente Inleiding Hoofdstuk 1 Veilige woon- en leefomgeving 1.1 Preventie (schuur)inbraken 1.2 Burgernet 1.3 Zorgconvenanten
Bureau Regionale Veiligheidsstrategie i.o. Actieplan 2010 Bureau Regionale Veiligheidsstrategie
Bureau Regionale Veiligheidsstrategie i.o. Actieplan 2010 Bureau Regionale Veiligheidsstrategie Status: definitief Versie: 0.4 26 oktober 2009 1 Documentinformatie Betrokkenen Opdrachtgever Opdrachtnemer
Convenant Veiligheid in en om de school Veiligheid in en om de school
Convenant Veiligheid in en om de school Veiligheid in en om de school Gemeenten Weert, Nederweert en Cranendonck Convenant voor: Voortgezet Onderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs Middelbaar Beroeps Onderwijs
Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Afweging. Inzet van Middelen. Zaaknummer: OWZDB28. nazorg ex-gedetineerden
Zaaknummer: OWZDB28 Onderwerp nazorg ex-gedetineerden Collegevoorstel Inleiding In juni 2011 heeft u besloten voor een aantal taken aan te sluiten bij het Bureau Nazorg s-hertogenbosch voor de nazorg van
Bijlage 3 Jaaruitvoeringsplan Tweestromenland 2015
Bijlage 3 Jaaruitvoeringsplan Tweestromenland 2015 Veiligheidsbeleving Inzicht krijgen in de factoren die van invloed zijn op de veiligheidsbeleving bij de inwoners van Tweestromenland. Afhankelijk van
