Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie
|
|
|
- Tine Moens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1 Schriftelijk examen Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer de volgorde van de pagina s en/of vragen (dit examen omvat 7 pagina s). 3. Ga ook na of u kladpapier gekregen hebt. 4. Gebruik voor elk antwoord niet meer ruimte dan voorzien. Laat alle pagina s aan elkaar vastzitten. 5. Schrijf zo leesbaar en duidelijk mogelijk. 6. Het examen begint om 14u00 uur en eindigt stipt om 17u00 uur. Tijdens deze periode kan niemand zonder dringende redenen het examenlokaal verlaten. 7. Examens van opleidingsonderdelen die in het Nederlands worden gedoceerd, moeten in het Nederlands worden beantwoord. Examens van opleidingsonderdelen die in het Engels worden gedoceerd, mogen in het Engels of het Nederlands worden beantwoord, tenzij je bent ingeschreven in een master-na-masteropleiding. In dat geval moeten de vragen in het Engels worden beantwoord. 8. Controleer vooraleer u uw antwoorden afgeeft of u alle vragen heeft beantwoord. U geeft alle papieren af (examen en kladpapier). 9. Toon bij het afgeven van uw kopij uw studentenkaart en check of uw aanwezigheidsattest volledig is ingevuld. 10. Let op! Onregelmatigheden bij examens kunnen aanleiding geven tot ernstige sancties (art.86van het onderwijs- en examenreglement). 11. U moet uw GSM in uw zak of jas vooraan in het lokaal laten liggen. Veel succes!
2 2 1. Stel dat u een Weberiaan bent, dus een aanhanger van Webers sociologische visie. Welke zouden dan uw voornaamste punten van kritiek zijn op Durkheim zelfmoordstudie? (antwoord max. ½ blz.; vraag op 4 punten) - 0,5 punt - Uitleg van Durkheims zelfmoordstudie: vermelden 4 zelfmoordtypen (egoïstische, altruïstische, anomische, fatalistische zelfmoord) en belang van 2 factoren (sociale cohesie en regulering). - 3,5 punt - Kritiek vanuit Webers visie op deze studie: 1 punt - Zelfmoord moet met een andere methode dan Durkheims reïficerende, positiefwetenschappelijke methode worden bestudeerd, nl. via begrijpende sociologie/methode = zelfmoord begrijpend verklaren als individuele, betekenisgeladen handeling, niet als een sociaal feit of als een fenomeen dat zich kenmerkt door collectieve tendensen met een eigen bestaan 1 punt - Webers begrijpende sociologie, of het verstehen van het betekenisvolle (sociaal) handelen van individuele actoren, impliceert methodologisch individualisme en nominalisme = actorcentrisme vs sociocentrisme van Durkheim. Focus op persoonlijke motieven die individuen tot (samen)handelen aanzetten, eerder dan groepsgerichte benadering van Durkheim (die focust op collectief bewustzijn en de sociaal sturende rol van breed gedeelde opvattingen of andere sociale feiten). 1 punt - Weber zal bij zijn verklarend begrijpen enige aandacht hebben voor het aantonen van de statistische waarschijnlijkheid (cf. Durkheim) van geopperde verklaringen voor individuen hun motieven via ideaaltypen. Durkheims 4 zelfmoordtypen zouden door Weber als ideaaltypen kunnen worden benaderd, waarbij die verwijzen naar basismotieven voor het plegen van zelfmoord (cfr. geen voldoende levenszin bij egoïstische of anomische zelfmoord). 0,5 punt - Durkheims zelfmoordstudie impliceert dat sociale orde en het intomen van de menselijke natuurenkel tot stand komen door een voldoende (weliswaar niet te hoge) mate van sociale cohesie en regulering Weber: motivaties en betekenisgeving van individuen moeten niet noodzakelijk overeenstemmen (vastgelegd zijn in normen) om sociale orde en zelfregulering mogelijk te maken, zolang deze actoren maar op elkaar georiënteerd zijn in hun zingeving, zodat bepaalde verwachtingen bestaan die het sociale handelen wederzijds structureren. Eventueel 0.5 bonuspunt indien nog niet alle punten voor deze vraag zijn behaald: Durkheim: evolutie van maatschappij waarbij ongebreideld nastreven van economische groei en welvaart leidt tot chronische anomie en dus hogere kans op zelfmoord Webers bespreking van doelrationalisatie: dit stelt de sociale orde niet in vraag, maar maakt integendeel het samenhandelen van actoren wederzijds verwachtbaar en relatief voorspelbaar.
3 3 2. Vergelijk kort de klassenmodellen van K. Marx, J. Goldthorpe en P. Bourdieu. Let op: vergelijken = kijken naar gelijkenissen en verschillen (antwoord max. ½ blz.; vraag om 4 punten). Alle drie de klassenmodellen hebben een economische component, maar deze is duidelijk het belangrijkste bij Marx. Hij stelt dat de sociaal-economische contradictie de enige voorwaarde is om te kunnen spreken over twee tegengestelde klassen, met name zij de wel beschikken over productiemiddelen en zij die dat niet doen. Bourdieu nuanceert in zijn model het economisch kapitaal tot inkomen uit beroepsposities (dus niet: kapitaal in de zin van productiemiddelen) en voegt hier tevens een tweede as aan toe, met name het onderwijskapitaal dat zich uit in de vorm van het diplomaniveau dat gemiddeld met een beroepspositie is geassocieerd. Hij zal op basis van deze twee dimensies een derde klasse genaamd de middenklasse introduceren. Het totale kapitaalsvolume bepaalt de klasse waarin men zich bevindt, verder worden de klassen intern opgedeeld in een economische en een culturele fractie op basis van de kapitaalstructuur. Goldthorpes idee van sociale stratificatie omvat een derde dimensie naast scholingsgraad en economisch bezit, met name organisatiegebonden macht. De twee laatsgenoemde dimensies vormen respectievelijk de markt- en werksituatie die bepalend zijn voor de klasse waarin men zich bevindt. Goldthorpe onderscheidt, net als Bourdieu, drie sociale strata, met name de dienstenklasse, de intermediaire klasse en de arbeidersklasse. Aan de hand van scholingsgraad kunnen deze strata vervolgens verder wordt opgedeeld in substrata. Waar men de visies van Bourdieu en Goldthorpe historische relativiteit kan verwijten (huidige klassensamenleving), is de tweedeling van Marx in principe universeel toepasbaar. Antwoordsleutel - gelijkenis: belang van economische component in de drie modellen (0.5 punt) - economische component wordt anders geduid bij Marx resp. Bourdieu en Goldthorpe: bezit in kapitaal (= geld dat in productiemiddelen kan worden omgezet) vs. inkomen uit beroepsposities (0.5 punt) - economische component wordt tevens enigszins anders geduid door Bourdieu resp. Goldthorpe: louter inkomen uit beroep (Bourdieu) vs. inkomen + economische zekerheid + kans op economische verbetering (Goldthorpe) (0.5 punt) - bij Marx enkel de economische component vs. bij Bourdieu en Goldthorpe ook aandacht voor andere dimensies (0.5 punt) - Marx klassenschema claimt universele toepasbaarheid vs. dat van Bourdieu en Goldthorpe slaat enkel op de hedendaagse klassenmaatschappij (0.5 punt) - bij Marx in tendentie slechts twee klassen (kapitaalbezitters vs niet-kapitaalbezitters) vs. bij Bourdieu en Goldthorpe drie klassen (op basis van beroepsposities) (0.5 punt) - bij Bourdieu twee dimensies (economisch en cultureel of onderwijskapitaal), bij Goldthorpe drie dimensies (economisch kapitaal = marktsituatie, organisatiegebonden macht = werksituatie, en scholingsgraad of onderwijskapitaal) (0.5 punt) - bij Bourdieu zorgen de twee bovengenoemde dimensies voor aparte fracties of subklassen in de hoge en de middenklasse, bij Goldthorpe resulteert het verschil in marktsituatie + werksituatie + vooral scholing of onderwijskapitaal in de aflijning van subklassen of fracties (0.5 punt)
4 4 INSTRUCTIES BIJ DE MEERKEUZEVRAGEN 1. Correctie voor raden! Er wordt gewerkt met een zgn. giscorrectie. Dat betekent dat bij een fout antwoord 1/(alternatieven -1) van een punt in mindering wordt gebracht. In dit examen maakt de combinatie van 24 vragen op in totaal 12 punten (dus 1/2 punt per vraag) en 4 antwoordalternatieven bij elke meerkeuzevraag dat er bij een fout antwoord 1/6 punt wordt afgetrokken. Je kan echter ook een vraag onbeantwoord laten door het bolletje X na de andere antwoordalaternatieven in te vullen. In dat geval verlies je uiteraard geen punten. 2. Invullen van de antwoordformulieren voor de meerkeuzevragen - Gebruik de vragenbladen hierna als oefenbladen. Voor je definitieve antwoorden ontvang je tijdens het examen een geprecodeerd antwoordformulier. - De antwoordformulieren moet je invullen met blauwe of zwarte balpen. Zorg ervoor dat je de bolletjes volledig opvult. - Indien je van antwoord wenst te veranderen, moet op het antwoordformulier het eerst ingevulde antwoord duidelijk worden doorkruist en het bolletje van het nieuwe antwoord worden ingekleurd. Probeer dit te vermijden door eerst te werken met de vragenbladen en enkel je definitieve antwoorden op het antwoordformulier te noteren. - Indien je een vraag niet wenst te beantwoorden (zie ook hierboven: correctie voor raden ), moet je het bolletje X na de andere antwoordalternatieven invullen. - Hou je strikt aan deze instructies, want de antwoordformulieren worden automatisch ingelezen en gecorrigeerd. Ze worden dus niet nagekeken op mogelijke overtredingen van de instructies en de eventuele negatieve consequenties op het puntenbeeld. 3. Verbetering van de meerkeuzevragen Bij de verbetering van de meerkeuzevragen kunnen na de analyse van de resultaten een of meer vragen worden geschrapt omwille van problemen met de vraagformulering (bijvoorbeeld dubbelzinnigheid) en/of een te lage correlatie met het algemene resultaat.
5 5 1) Onlangs waren er stakingen in ons land, waarbij er o.m. werd geprotesteerd tegen de verhoogde pensioenleeftijd, de indexsprong, en de verhoogde arbeidsmarktflexibiliteit. Als we ze zien als een protest tegen sociale ongelijkheid, kunnen we stellen dat de stakingen zich richten op de `. tussen werknemers en werkgevers (vul het ontbrekende begrip in) a. subjectieve sociale ongelijkheid b. objectieve sociale ongelijkheid c. globale sociale ongelijkheid d. subjectieve en objectieve sociale ongelijkheid 2) Aanhangers van het positivisme in de sociale wetenschappen stellen dat a. ware wetenschappelijke kennis bijdraagt tot een meer rechtvaardige samenleving en daarom een optimistische houding rechtvaardigt b. de sociale wetenschappen moeten worden beoefend naar het model van de natuurwetenschappen c. de sociale wetenschappen dienen gebruik te maken van statistische methoden d. empirische onderzoekers zich sociaal moeten engageren 3) Welke rij staat in de juiste chronologische volgorde (oud naar recent)? a. Durkheim, Comte, Parsons, Dahrendorf b. Marx, Bourdieu, Levi-Strauss, Dahrendorf c. Comte, Weber, Blumer, Geertz d. Comte, Durkheim, Bourdieu, Parsons 4) Religie is een ideologisch middel om de onderste lagen van de bevolking in het gareel te doen lopen : deze uitspraak kunnen we kwalificeren als a. Marxistisch b. Durkheimiaans c. Weberiaans d. Parsoniaans 5) Een hongerig iemand wil een lekker stuk kaas verorberen, maar vergewist zich er eerst van of de vervaldatum nog niet is overschreden. Deze handeling illustreert de werking van a. het Ego b. het Super-Ego c. het I d. het Me 6) Volgens Parsons wordt het goede functioneren van sociale systemen in laatste instantie gewaarborgd door a. sociale rollen b. sociale sancties c. geïnstitutionaliseerde verwachtingen d. geïnstitutionaliseerde waarden
6 6 7) Het proces van individualisering resulteerde mede in a. meer doelrationalisatie b. een ander egocentrisch wereldbeeld c. minder waardenrationaliteit d. een andere waardenhiërarchie 8) Om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op het werk te verklaren, wordt verwezen naar factoren zoals deeltijds werk, het onderbreken van de loopbaan, het glazen plafond en de glazen muur. Dit laatste wil zeggen dat mannen en vrouwen deels in andere sectoren tewerkgesteld zijn. We kunnen hierin een vorm zien van a. functionele differentiatie b. verticale differentiatie c. horizontale differentiatie d. secundaire differentiatie Het verwachte antwoord was antwoordalternatief c), maar deze vraag kwam te vervallen wegens een te lage item-toets correlatie (wellicht te wijten aan het feit dat vele studenten redeneerden vanuit de verhouding man-vrouw en daarom voor alternatief b) kozen). 9) Webers visie op het kapitalisme is sterk verbonden met zijn studie over de protestantse ethiek. Welke motieven vormen volgens Weber de drijfveer voor het nieuwe kapitalisme? a. waarderationeel handelen en traditioneel handelen b. traditioneel handelen en doelrationeel handelen c. affectief handelen en doelrationeel handelen d. waarderationeel handelen en doelrationeel handelen 10) Een popsong die in de Verenigde Staten op nummer 1 staat, wordt door de Chinese autoriteiten verboden vanwege te pikante songteksten. Dit is een voorbeeld van a. culturele glocalisatie b. culturele hybridisering c. culturele omnivorisering d. culturele globalisering 11) Er wordt een situatiedefinitie gevormd op basis van het proces van betekenisgeving. Vervolgens zullen de partijen hun handelingslijnen op elkaar afstemmen. Welk van de onderstaande begrippen past het best bij deze omschrijving? a. symbolisch interactionisme b. onderhandelingshuishouding c. joint action d. systeemtheorie 12) Dat is echt wel een dure auto!, zo merkt iemand op na het zien van prijskaartje. Hierbij pas de notie van a. gebruikswaarde b. ruilwaarde c. tekenwaarde d. symbolische waarde
7 7 13) Een brave huisvader gaat iedere zondag naar z n favoriete voetbalploeg kijken. Na een uitzonderlijk slechte partij gaat de man door het lint: samen met andere heethoofden schopt hij keet en vernielt hij een paar bushokjes. Geconfronteerd met de feiten verklaart de man aan de politiek: Ik begrijp niet wat mij heeft bezield. Zo ben ik helemaal niet. Ik werd helemaal meegezogen in de woede van de supporters en deed gewoon mee met de rest. We kunnen de argumentatie van de man het beste vatten met de notie van a. affectief handelen (Weber) b. klassenstrijd (Marx) c. sociale feiten (Durkheim) d. habitus (Bourdieu) Het verwachte antwoord was antwoordalternatief c), maar deze vraag kwam te vervallen wegens een te lage item-toets correlatie (vele studenten kozen alternatief a) 14) Een jonge vrouw vervoegt een al wachtend iemand in een bushokje en groet deze persoon. Bij deze situatie past de notie van a. plichtverwachting b. formele norm c. kan-verwachting d. collectief ritueel 15) Iemand gaat na een aantal jaren in het beroepsleven te hebben gestaan opnieuw studeren en behaalt vervolgens een universitair diploma. Deze situatie illustreert het begrip a. enculturatie b. secundaire socialisatie c. acculturatie d. tertiaire socialisatie 16) De dominante sociologische visie op sociale controle is sanctiegericht. Indirect getuigt ze dus van a. een symbolisch-interactionistische visie b. een sterke focus op sociale normen c. een functionalistische visie d. een sterke focus op sociale rollen 17) Tijdens een citytrip in Barcelona stuit een toerist toevallig op het Picasso-museum; hij gaat binnen en geniet van de schilderijen. Vol bewondering voor zulke vrolijke, kleurrijke werken stapt hij later weer buiten. Om deze situatie sociologisch te begrijpen, kunnen we uitwijken naar de notie van a. individualisering b. authenticiteitsethos c. aristocratisch-ascetische habitus d. luxehabitus
8 8 18) Binnen de sociologie circuleren er uiteenlopende visies op de notie van cultuur. Dit gegeven illustreert het begrip a. culturele definitiestrijd b. culturele hegemonie c. cultureel grenswerk d. etikettering 19) Zonder verdere kwalificatie kan de uitspraak dat vele allochtonen hun achterstandspositie hebben te danken aan een onvoldoende mate van integratie, worden beschouwd als een voorbeeld van a. anomie, in de betekenis van Merton b. slachtofferblamage c. culturele machtsuitoefening, in de mentalistische betekenis d. culturele machtsuitoefening, in de interpretatieve betekenis 20) Bij (organisatie-gebonden) machtsuitoefening neemt iemand beslissingen die een of meer anderen tot uitgangspunt van hun handelen moeten nemen. Dit betekent dat het uitoefenen van macht een directe affiniteit heeft met het begrip a. sociale rol b. sociaal systeem c. sociale binding d. sociale structuur 21) Bij juridische of formele regels kunnen we in principe spreken van a. verwachtingsverwachtingen b. normatieve verwachtingen c. cognitieve verwachtingen d. plichtverwachtingen 22) Het kerstfeest is een typevoorbeeld van a. een herstelmechanisme b. informalisering c. een collectief ritueel d. een sociale ventielklep 23) Een vrouw die als nieuwkomer een toppositie in een bedrijf inneemt, weet niet goed hoe haar voornamelijk mannelijke medewerkers haar zullen waarderen. Bij deze situatie past het begrip a. intern rollenconflict b. rolambivalentie c. gender, in specifieke zin d. statusinconsistentie 24) Het mentalistisch cultuurbegrip verschilt van de interpretatieve cultuurvisie door de nadruk op a. collectieve waarden en normen b. gedeelde opvattingen c. gedeelde overtuigingen d. sociale integratie
Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie
1 Schriftelijk examen Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer
Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE
1 Schriftelijk examen Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer
S0A20A SOCIOLOGIE - prof. dr. R. Laermans PROEFEXAMEN
1 Schriftelijk examen S0A20A SOCIOLOGIE - prof. dr. R. Laermans PROEFEXAMEN Instructies voor een goed verloop van het examen. 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen je naam, voornaam en examennummer.
Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie
1 Schriftelijk examen Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer
S0A20A SOCIOLOGIE - prof. dr. R. Laermans Reeks 1
1 Schriftelijk examen S0A20A SOCIOLOGIE - prof. dr. R. Laermans Reeks 1 1. Verduidelijk aan de hand van eenzelfde, zelfgekozen voorbeeld de gelijkenissen en verschillen tussen de sociologische visies van
Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE
1 Schriftelijk examen Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer
Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie
1 Schriftelijk examen Prof. dr. Laermans SA020 Sociologie Instructies voor een goed verloop van het examen: 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam, studentennummer en opleiding. 2. Controleer
Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE
1 Schriftelijk examen Prof. R. Laermans SA020 SOCIOLOGIE 1. Wat denk je van de volgende stelling: Goffmans dramaturgische visie ligt in het verlengde van het interpretatief cultuurbegrip? (antwoord max.
Faculteit Sociale Wetenschappen Naam:... Academiejaar Voornaam:... Prof. dr. R. Laermans S0A20A SOCIOLOGIE
1 Schriftelijk examen Prof. dr. R. Laermans S0A20A SOCIOLOGIE Instructies voor een goed verloop van het examen. 1. Schrijf op elk van de antwoordbladen uw naam, voornaam en examennummer. 2. Controleer
Inhoud Deel I Wat is sociologie? Sociologie, een eerste omschrijving Sociologie als wetenschap Weerstanden tegen sociologie
Inhoud I Deel I 1 Wat is sociologie?.... 3 1.1 Sociologie, een eerste omschrijving.... 4 1.2 Sociologie als wetenschap... 6 1.3 Weerstanden tegen sociologie.... 8 1.4 Sociologie en verpleegkunde... 9 1.5
Hoofdstuk 6: waarden, normen en. instituties
Hoofdstuk 6: waarden, normen en Begrippen hoofdstuk 6: Normen Sancties Socialisatie Waarden Belangen Instituties Anticiperen Internalisatie Vertraging instituties vervolg Taboe Folkways en mores Universals
Sociale controle & deviantie
Sociale controle & deviantie Hoofdstuk 4 4.1.1 Niveaus van sociale controle Sociale ongelijkheid klein groot Etihsche sociale controle Moraal Religie Politieke sociale controle Leger Politie 1 4.1.2 Ethische/Morele
Maatschappijleer in kernvragen en -concepten
Maatschappijleer in kernvragen en -concepten Deel I Kennis van de benaderingswijzen, het formele object Politiek-juridische concepten Kernvraag 1: Welke basisconcepten kent de politiek-juridische benaderingswijze?
Samenvatting Maatschappijleer Multiculturele samenleving
Samenvatting Maatschappijleer Multiculturele samenleving Samenvatting door M. 1352 woorden 8 december 2016 6,3 3 keer beoordeeld Vak Maatschappijleer Multiculturele samenleving begrippen Hoofdstuk 1 Multiculturele
Theorieën en hoofdfiguren uit de sociologie?
Theorieën en hoofdfiguren uit de sociologie? Deel 1 Theorie... Eenvoudig netwerk van met elkaar verbonden hypothesen (beweringen over waarschijnlijke relaties tussen twee of meer variabelen acties of kenmerken
Meerkeuze-examen. 1 http://www.studielicht.be. Inhoud
Meerkeuze-examen Inhoud Hoe ziet een meerkeuze-examen eruit?... 1 Hoe bereid ik me voor op een meerkeuze-examen?... 1 Hoe pak ik een meerkeuzevraag aan?... 2 Hoe werk ik met het antwoordformulier?... 3
maatschappijwetenschappen (pilot)
Examen HAVO 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 65 punten
Deel 5: Maatschappelijke veranderingen
Deel 5: Maatschappelijke veranderingen 5.1 Stabiliteit en verandering Maatschappelijke veranderingen zijn veranderingen in de maatschappelijke structuren. Ze kunnen variëren van een betekenisvolle overgang
MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (het CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor
Examen HAVO. maatschappijwetenschappen (pilot) tijdvak 2 dinsdag 16 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen HAVO 2015 tijdvak 2 dinsdag 16 juni 13.30-16.30 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 56 punten
Examen HAVO. maatschappijwetenschappen (pilot) tijdvak 1 maandag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen HAVO 2017 tijdvak 1 maandag 22 mei 9.00-12.00 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten te
Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict
Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict Begrippen hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag / Deviantie Etikettering Blaming the victim Criminogene marktstructuur Ventielzeden
Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij?
Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? 19 maximumscore 4 een beschrijving van twee moderniseringsprocessen op economisch gebied (per proces 1 scorepunt) 2 het aangeven van het gevolg: vraag naar hogeropgeleide
Examen HAVO. maatschappijwetenschappen (pilot) tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen HAVO 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 71 punten
Samenvatting Maatschappijleer Hoofdstuk 1
Samenvatting Maatschappijleer Hoofdstuk 1 Samenvatting door M. 1184 woorden 8 juni 2013 4 3 keer beoordeeld Vak Methode Maatschappijleer Delphi Hoofdstuk 1 De staat kan wetten maken, regels die voor alle
Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa
Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen VWO 2018 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur maatschappijwetenschappen (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift
Eindexamen filosofie vwo I
Opgave 3 Ramadan in de post-seculiere samenleving 12 maximumscore 4 verlichtingsfundamentalisme: laïciteit: verbannen van religie uit openbaar onderwijs en politiek 1 verlichtingsvijandig multiculturalisme:
Workshop discoursanalyse. Sarah Scheepers Genderdag 26 januari 2016
Workshop discoursanalyse Sarah Scheepers Genderdag 26 januari 2016 (Heel korte) Inleiding tot discoursanalyse Uitgangspunt: De relatie TAAL WERKELIJKHEID - Geen strikt onderscheid - Taal is niet (enkel)
Naam student. Examennummer. Handtekening
Business Administration / Bedrijfskunde Naam student Examennummer : : Handtekening : Schriftelijk Tentamen Algemeen Vak: Wetenschapsleer Groep: 1 Vakcode: BKB0016 Soort tentamen Gesloten boek (open of
6. Voorbij het multiculturalisme: kritiek op de democratie Dictatuur van het proletariaat Afsluitend 135.
Inhoud Inleiding 7 Gundula Ludwig Judith Butler en Queer Politics 13 1. Inleiding 15 2. Een ethisch imperatief: biografische schets 18 3. De constructie van het geslacht 23 4. Heteroseksuele matrix en
Inhoud. Inleiding quiz. Specifieke vakken binnen HW VAKDIDACTIEK HUMANE WETENSCHAPPEN. Situering Humane Wetenschappen binnen SO
Inhoud VAKDIDACTIEK HUMANE WETENSCHAPPEN Inleiding quiz Situering HW binnen SO Specifieke vakken binnen HW Lessentabel Profiel leerlingen Vervolgopleidingen Jaarplan Ruben Delafontaine Inleiding quiz Surf
Eindexamen filosofie havo 2007-I
Opgave 2 Sociale utopieën tussen fantasie en werkelijkheid 8 maximumscore 3 het noemen en uitleggen van het principe van Bloch: hoop 1 een toepassing van het principe hoop op het ontstaan van utopische
Sociologie & interculturele psychologie
Sociologie & interculturele psychologie 0. Sociologie vs interculturele psychologie Situering van het vak o Psychologie o Studie van het individuele gedrag o Vaak experimenteel opgezet o Abstractie van
Eindexamen filosofie vwo 2010 - II
Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien
1. Waarom wetenschapsleer... 2
INHOUDSOPGAVE 1. Waarom wetenschapsleer... 2 1.1. Introductie... 2 1.2. De vijf eigenschappen van wetenschappelijk kennis... 2 1.3. Misopvattingen met betrekking tot managementwetenschappen... 2 1.4. Het
Inleiding in de Sociologie
Inleiding in de Sociologie Johan Wets Academiejaar 2006-2007 SOCIOLOGIE Contact: [email protected] Met de vermelding cursus sociologie Info: http:// ://perswww.kuleuven.be/johan_wets/sociologie.html
filosofie havo 2018-II
Opgave 2 Gevoelswerk 9 maximumscore 2 een uitleg dat Tessa s twijfel toont dat ze zich kritisch tot zichzelf kan verhouden, waarin volgens Korsgaard de waarde van authenticiteit ligt 1 een weergave van
Dit artikel uit Netherlands Journal of Legal Philosophy is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
Sanne Taekema (Tilburg) Sanne Taekema, The concept of ideals in legal theory (diss. Tilburg), Tilburg: Schoordijk Instituut 2000, vii + 226 p.; Den Haag: Kluwer Law International 2002, ix + 249 p. Idealen
Geloven en redeneren. Samenvatting
Geloven en redeneren Samenvatting Historisch overzicht Pantheïsme en polytheïsme De spiltijd Het oosten Boeddhisme Confucianisme Taoïsme Het westen Jodendom, christendom, islam Filosofie Ontwikkelingen
LANDSEXAMEN VWO
LANDSEXAMEN VWO 2018-2019 Examenprogramma I&S/MAATSCHAPPIJLEER V.W.O. 1 Het eindexamen Het vak Individu en Samenleving/maatschappijleer (I&S/maatschappijleer) kent slechts het commissie-examen. Er is voor
In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van
Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) De verschillende betekenissen van ongehuwd samenwonen in Europa: Een studie naar verschillen tussen samenwoners in hun opvattingen, plannen en gedrag. In de
Eindexamen Filosofie havo I
Opgave 2 Denken en bewustzijn 8 Een goed antwoord bevat de volgende elementen: een omschrijving van het begrip bewustzijn 2 argumentatie aan de hand van deze omschrijving of aan Genghis bewustzijn kan
Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten
Paragraaf 2 De hedendaagse arbeids samenleving 2.1 wat is een arbeids samenleving?
Antwoorden door een scholier 1490 woorden 7 april 2006 4,6 15 keer beoordeeld Vak Methode Maatschappijleer Delphi Paragraaf 2 De hedendaagse arbeids samenleving 2.1 wat is een arbeids samenleving? In 1948
maatschappijwetenschappen pilot havo 2015-II
Opgave 1 De nieuwe werkwijze van jeugdgevangenissen 1 maximumscore 3 relatie tussen criminaliteit en vormingsvraagstuk met kernconcept bij vorming 1 voorbeeld uit tekst 1 om ongewenste vorming te illustreren
RECHT EN SAMENLEVING ANDERS BEKEKEN
Wim Weymans RECHT EN SAMENLEVING ANDERS BEKEKEN Filosofische perspectieven Recht en samenleving anders bekeken Filosofische perspectieven Wim Weymans Acco Leuven / Den Haag Verantwoording 13 Inleiding 17
Waarom welzijn? Over de ethiek van diergebruik en de waarde van welzijn
Waarom welzijn? Over de ethiek van diergebruik en de waarde van welzijn Dr. Franck L.B. Meijboom Ethiek Instituut & Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht Welzijn We zijn niet de eerste! Welzijn
Onderwijssociologie & Diversiteit
Onderwijssociologie & Diversiteit Hoorcollege 1: inleiding sociologie en burgerschap IVL Leike van der Leun Om deze presentatie te kunnen volgen op je mobiele telefoon, tablet of laptom, ga je naar: www.presentain.com
BACHELOR IN HET COMMUNICATIEMANAGEMENT VRIJSTELLINGEN ACADEMIEJAAR
BACHELOR IN HET COMMUNICATIEMANAGEMENT VRIJSTELLINGEN ACADEMIEJAAR 2017-2018 1 Inleiding 2 2 Arteveldehogeschool 3 2.1 Bachelor in het bedrijfsmanagement of IBM 3 2.2 Bachelor in de journalistiek 4 2.3
Van woord tot tekst. Antwoordformulier bij het onderdeel Van bouwplan naar teksteenheden en inleiding
Van woord tot tekst Antwoordformulier bij het onderdeel Van bouwplan naar teksteenheden en inleiding 1 Bekijk dit bouwplan voor een hoofdstuk van een boek aandachtig, en maak daarna de opdrachten. Hoofdstuk
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Deel 2 (Opleidingsspecifiek deel)
ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING 2016-2017 Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen Deel 2 (Opleidingsspecifiek deel) Deze onderwijs- en examenregeling (OER-FFTR) treedt in werking op 1 september
Opgave 3 De gewapende overval
Opgave 3 De gewapende overval 12 maximumscore 2 een argumentatie dat het idee van vrije wil als bovennatuurlijke kracht in het kader van vrije wil als bewuste aansturing voor veel mensen aantrekkelijk
Examen Rekenen en Wiskunde
Examen Rekenen en Wiskunde Deel Niveau Opgavenummer Examenduur : KSE / F : RW() : 60 minuten Instructies Dit examen bevat 5 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens in. Vul dit ook in op deel!
Inhoud. Voorwoord 03. Missie en kernwaarden 07. Nieuwe perspectieven voor de toekomst 13. Beloften 23. Merkbaar en herkenbaar 37
Inhoud Voorwoord 03 Missie en kernwaarden 07 Nieuwe perspectieven voor de toekomst 13 Beloften 23 Merkbaar en herkenbaar 37 01 Voorwoord ROC Friese Poort staat midden in de samenleving, want onderwijs
Eindexamen filosofie vwo 2011 - I
Opgave 3 Vreemder dan alles wat vreemd is 12 maximumscore 3 de twee manieren waarop je vanuit zingevingsvragen religies kunt analyseren: als waarden en als ervaring 2 een uitleg van de analyse van religie
Meerkeuzevragen (40 punten) Vraag Antwoord Verwijzing naar vindplaats in studiemateriaal (Hoofdstuk, pagina x)
Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Het antwoordmodel dient als indicatie voor de corrector. Literatuur: Noordegraaf, M. (2004, druk 1). Management in het publieke
Piketty: opmerkingen bij een nieuw icoon. Floris Heukelom
Piketty: opmerkingen bij een nieuw icoon Floris Heukelom [email protected] Inhoud presentatie Wat zegt Piketty precies? Vanwaar de snelle en enorme impact? Kritiek op Piketty Wat moeten we er van vinden?
Examenprograma filosofie havo/vwo
Examenprograma filosofie havo/vwo Havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein
Morele Ontwikkeling van Jongeren. Hanze Jeugdlezing 2012
Morele Ontwikkeling van Jongeren Hanze Jeugdlezing 2012 Wiel Veugelers Universiteit voor Humanistiek Universiteit van Amsterdam Opbouw verhaal Wat is morele ontwikkeling? Wat leert onderzoek over morele
Handleiding voor studenten
Handleiding voor studenten 1 Inhoudsopgave 1.1. Inloggen... 3 1.1.1. De startpagina... 3 1.1.2. Inloggen... 3 1.1.3. Registreren... 3 2.1. Persoonlijk menu... 5 2.1.1. Mijn pagina... 5 2.1.2. Resultaten...
Intercultureel leren. Workshop. Studievoormiddag 6 juni 2014
Intercultureel leren Workshop Studievoormiddag 6 juni 2014 Aan de slag Hoeveel procent van mijn vrije tijd breng ik door met mensen van mijn eigen culturele achtergrond versus mensen met een andere culturele
SOCIOLOGIE FACULTEIT DER SOCIALE WETENSCHAPPEN
SOCIOLOGIE FACULTEIT DER SOCIALE WETENSCHAPPEN PROGRAMMA WAT GA IK DE KOMENDE 45 MINUTEN VERTELLEN? 1. Waarom sociologie studeren (wat is sociologie?) 2. Waarom sociologie studeren aan de VU? 3. Hoe ziet
Werken in de culturele sector. 11 maart 2013 Info-avond KU Leuven
Werken in de culturele sector 11 maart 2013 Info-avond KU Leuven Luc Delrue Opleiding: Communicatiewetenschappen (E)MBA Strategisch Management: Specialiteit: structureren en positioneren van een organisatie
Bachelor in de politieke wetenschappen en sociologie
Bachelor in de politieke wetenschappen en sociologie 2 de opleidingsfase Infosessie 24 september 2018 Structuur van de bacheloropleiding 1 ste fase 2 de fase 3 de fase Politieke wetenschappen Sociologie
Sociaal kapitaal en gezondheid. Annelien Poppe Evelyn Verlinde Prof. dr. Sara Willems Prof. dr. Jan De Maeseneer
Sociaal kapitaal en gezondheid Annelien Poppe Evelyn Verlinde Prof. dr. Sara Willems Prof. dr. Jan De Maeseneer Inhoudstafel Sociaal kapitaal: definitie Sociaal kapitaal bij financieel kwetsbare welzijnszorggebruikers
1 VOOR DE SURVEILLATIE BEGINT
Departement Computerwetenschappen ALGEMENE RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE TOEZICHTERS OP EXAMENS Een actuele versie is steeds te vinden onder http://www.cs.kuleuven.be/~btw. Als toezichter ben je verantwoordelijk
Eindexamen filosofie vwo 2002-I
Opgave 1 Wetenschappelijke verklaringswijzen Maximumscore 3 1 Een goed antwoord bevat de volgende elementen: een antwoord op de vraag of de Weense Kring de uitspraak zinvol zou vinden: ja 1 een omschrijving
De organisatie en ontwikkeling van de Landelijke Kennistoets worden uitgevoerd door Calibris Advies in opdracht van InEen.
Betreft Reglement Landelijke Kennistoets Triage Begrippen: HDS Kandidaat NHG InEen Huisartsendienstenstructuur Kandidaattriagist van een HDS die deelneemt aan de Landelijke Kennistoets Nederlands Huisartsen
Recruteringsvragenlijst / Verplaatsingsonderzoek
1 Recruteringsvragenlijst / Verplaatsingsonderzoek Dag Mevrouw / Meneer. Ik heet en ik werk voor het marktonderzoeksbureau AQ Rate. Op vraag van het CIM, het Centrum voor Informatie over de Media,
Trendwatching. Les 4 Theorie SCP
Trendwatching Les 4 Theorie SCP Vandaag... Artikel In het zicht van de toekomst, de 5 I s Trendniveau s macrotrend maatschappelijk niveau 15-50 jaar wat gebeurd er in de wereld? nostalgia gemak ambachtelijk
2) De voornaamste en meest frequente manier waarop vooruitgang gemaakt wordt in de
Proefexamen wetenschappelijke methoden 1) Een intervalschaal is: a) Een absolute schaal van afstanden b) Een absolute schaal van rangordeningen c) Een verhoudingsschaal van afstanden d) Een verhoudingsschaal
Verbinden vanuit diversiteit
Verbinden vanuit diversiteit Krachtgericht sociaal werk in een context van armoede en culturele diversiteit Studievoormiddag 6 juni 2014 Het verhaal van Ahmed Een zoektocht met vele partners Partners De
dat individuen met een doelpromotie-oriëntatie positieve eigeneffectiviteitswaarnemingen
133 SAMENVATTING Sociale vergelijking is een automatisch en dagelijks proces waarmee individuen informatie over zichzelf verkrijgen. Sinds Festinger (1954) zijn assumpties over sociale vergelijking bekendmaakte,
VALT HIER NOG WAT TE LEREN? EEN EDUCATIEF PERSPECTIEF OP DUURZAAMHEID Gert Biesta Universiteit Luxemburg. een populair recept
VALT HIER NOG WAT TE LEREN? EEN EDUCATIEF PERSPECTIEF OP DUURZAAMHEID Gert Biesta Universiteit Luxemburg een populair recept een maatschappelijk probleem add some learning opgelost! deze bijdrage een perspectief
Eindexamen havo maatschappijwetenschappen pilot 2014-II
Aanwijzing voor de kandidaat Als in een vraag staat dat je een hoofd- of kernconcept moet gebruiken, dan gebruik je in het antwoord die elementen uit de omschrijving van het hoofd- of kernconcept die nodig
Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven)
Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven) Niveau Opgavenummer Examenduur : KSE / F : NL(6) : 60 minuten Instructies Dit examen bevat 7 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens in. Beantwoord
Inhoud. Deel 1 Psychologie Gedrag en invloeden op gedrag Persoonlijkheid Leerprocessen Motivatie 91
Inhoud Deel 1 Psychologie 13 1 Gedrag en invloeden op gedrag 15 1.1 Gedrag van mensen 16 1.2 Definitie van gedrag 17 1.3 Invloeden op gedrag 19 Samenvatting 27 Eindvragen 28 2 Persoonlijkheid 31 2.1 Het
