Actiefiches Medisch Interventie Plan
|
|
|
- Elisabeth Molenaar
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Provinciaal Instituut voor Brandweer- en Ambulanciersopleidingen PIBA provincie Antwerpen Oostmalsesteenweg Emblem Actiefiches Medisch Interventie Plan Gaëtan Karnas Promotor: Co-promotor: Dhr. Michel Van Hoegaerden Dhr. Geert Gijs Thesis voorgelegd tot het behalen van het Postgraduaat Rampenmanagement Academiejaar Versie: 18/12/2008
2 I. VOORWOORD Vooreerst wens ik mijn dank uit te brengen aan een aantal personen die bijdroegen tot de realisatie van deze thesis. In de eerste plaats dank ik dhr. Geert Gijs, mijn co-promotor, voor de professionele begeleiding, de raadgevingen en de tijd die hij hiervoor vrijmaakte. Ik bedankt dhr. Michel Van Hoegaerden en mijn werkgever, ZNA campus Stuivenberg, die het mogelijk maakten voor mij om deel te nemen aan deze opleiding. Tevens dank ik dhr. Luc Van De Wouwer die de tijd vond om mijn thesis verschillende malen te lezen en bij te sturen. Tot slot dank ik mijn echtgenote Carina en mijn gezinsleden voor hun oneindige geduld en de liefde die ze me gaven tijdens de realisatie van dit werk. Pag 2/92
3 II. INLEIDING Het idee tot het maken van deze thesis is tot stand gekomen door een aantal factoren. Vooreerst zal op korte termijn een nieuw algemeen federaal Medisch Interventie Plan gepubliceerd worden, met een aantal nieuw omschreven actoren. Deze actoren worden mee in deze thesis verwerkt. Tegenwoordig bestaan er per provincie actiefiches, deze zijn echter erg verschillend van elkaar. Omdat een Medisch Interventie Plan in werking treedt in een crisissituatie, lees stress situatie, is het belangrijk dat elke hulpverlener weet wat zijn taak is binnen discipline 2 en wat van hem verwacht wordt. Een actiefiche kan gezien worden als een duidelijke afspraak of instructie bij een probleemsituatie. Tijdens het maken van deze thesis ben ik op enkele moeilijkheden gestoten: - Buiten de bestaande provinciale actiefiches is er in de literatuur, zowel nationaal als internationaal, weinig tot niets te vinden. - Als uitgangspunt dient de wetgeving genomen te worden. Tevens dienen de hier omschreven actiefiches gezien te worden als leidraad en dient rekening gehouden te worden met de omvang van het aantal slachtoffers. Het is niet realistisch dat na het afkondigen van een Medisch Interventie Plan met 5 tot 10 slachtoffers al de actoren dienen gemobiliseerd te worden. Het is noodzakelijk dat er binnen het MIP gradaties zijn met bepaling van welke actoren er ter plaatse dienen te komen. De thesis is zo opgebouwd dat ik eerst een beschrijving geef van de bestaande wetgeving met daarin de taken van discipline 2 en deze van de Directeur Medische Hulpverlening (DIR MED). De wettelijke taken zet ik in een tabel met daarachter een verwijzing naar de betreffende actiefiche. Vervolgens beschrijf ik de opbouw van een actiefiche en de doelstelling per onderwerp. Tot slot zijn er de actiefiches van de belangrijkste actoren. Ik hoop met deze thesis een nuttige bijdrage te kunnen leveren in de organisatie en werking binnen het rampenmanagement dat de noodleidende burger ten goede komt. Pag 3/92
4 III. INHOUD I. VOORWOORD... 2 II. INLEIDING... 3 III. INHOUD... 4 IV. WETGEVING TER ZAKE Wet van 8 juli KB van 10 augustus KB van 16 februari KB van 2 februari V. TABEL VERWIJZING ACTIEFICHES VI. DE OPBOUW VAN DE ACTIEFICHE I. ALGEMENE ACTIEFICHES II. ACTIEFICHES VOOR SPECIFIEKE FUNCTIES EN TAKEN A. Titelbalk a. Kleur codering b. Functie c. Kazuifel B. Functieomschrijving C. Aanstelling door D. Vakbekwaamheid E. Bijkomende informatie F. Ontvangt instructies van G. Rapporteert aan H. Taakomschrijving VII. ACTIEFICHES ALGEMENE ACTIEFICHES ACTIEFICHE A1 : Eigen veiligheid ACTIEFICHE A2 : Aanrijden ACTIEFICHE A3 : Organogram COÖRDINERENDE ACTIEFICHES ACTIEFICHE C1 : DIR MED ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk ACTIEFICHE C5 : ARTS TRI ACTIEFICHE C6 : ADJ TRI ACTIEFICHE C7 : COORD VMP ACTIEFICHE C8 : COORD REG ACTIEFICHE C9 : ADJ COORD REG ACTIEFICHE C10 : COORD AMB ACTIEFICHE C11 : COORD LOG ACTIEFICHE C12 : COORD SECR INTERVENIËRENDE ACTIEFICHES ACTIEFICHE I1 : 1e ZW ter plaatse BEGELEIDER ACTIEFICHE I2 : 1e ZW ter plaatse CHAUFFEUR ACTIEFICHE I3 : 1e ZW ter plaatse met MUG_BEGELEIDER ACTIEFICHE I4 : 1e ZW ter plaatse met MUG_CHAUFFEUR ACTIEFICHE I5 : HA transport naar TRI ACTIEFICHE I6 : HA op het rampterrein ACTIEFICHE I7 : HA in de VMP ACTIEFICHE I8 : HA transport naar ZH ACTIEFICHE I9 : Spontaan aangeboden hulp VIII. BRONVERMELDINGEN Pag 4/92
5 IV. WETGEVING TER ZAKE Volgende Wet en Koninklijke Besluiten zijn van belang voor de ontwikkeling van de actiefiches. Wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele Bescherming. Wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening. KB van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening. KB van 16 februari 2006 en omzendbrief NPU-1 van 26 oktober 2006 betreffende de nood- en interventieplannen. KB van 2 februari 2007 betreffende de bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebeid ervan. 1. Wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele Bescherming: Uit deze wet vloeit de opstelling van de interventieplannen voort waaronder ons medisch interventieplan. 2. Wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, art 1. Deze wet beoogt de inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening. Hieronder wordt verstaan het onmiddellijk verstrekken van aangepaste hulp aan alle personen van wie de gezondheidstoestand ten gevolge van een ongeval, een plotse aandoening of een plotse verwikkeling van een ziekte een dringende tussenkomst vereist na een oproep via het eenvormig oproepstelsel waardoor de hulpverlening, het vervoer en de opvang in een aangepaste ziekenhuisdienst worden verzekerd. Hieronder valt ook een collectief incident. Het KB van 10 april 1995 met betrekking tot de functie Mobiele Urgentiegroep bepaalt dat de MUG eveneens onder art. 1 van de wet van 8 juli 1964 valt. Pag 5/92
6 3. KB van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening, art. 4 3 De Commissie heeft als taak om binnen haar ambtsgebied de samenwerking te bewerkstelligen van alle personen die instaan voor de dringende geneeskundige hulpverlening aan slachtoffers van collectieve noodsituaties. 4. Het KB van 16 februari 2006 en omzendbrief NPU-1 van 26 oktober 2006 betreffende de nood- en interventieplannen. Specifiek voor discipline 2 betekent dit Koninklijk Besluit het volgende: o Het opstellen van een monodisciplinair noodplan (Medisch Interventie Plan MIP) en afstemming op een multidisciplinaire benadering. o Een omschrijving van de opdrachten van de discipline: De organisatie, coördinatie en uitvoering van de medische hulpverleningsketen. Organiseren en verlenen van gepaste hulp en zorg aan de slachtoffers en alle betrokken personen bij de noodsituatie. Verzekeren van de link naar het psychosociaal interventieplan (PSIP) voor de psychosociale opvang. De organisatie en de coördinatie van het vervoer van de slachtoffers. Ondernemen van acties die noodzakelijk zijn om de gezondheidstoestand van de blootgestelde of mogelijks blootgestelde bevolking te waarborgen of te beschermen. Garanderen van de link naar de sanitaire plannen. o De uitvoerders van deze taken zijn vooreerst die diensten die deelnemen aan de dagelijkse uitvoering van de dringende geneeskundige hulpverlening, aangevuld met de specifieke middelen zoals, opgenomen in het Medisch Interventie Plan. Pag 6/92
7 o Tijdens een noodsituatie staan de medische middelen onder het administratieve gezag van de federale gezondheidsinspecteur en berust de operationele leiding bij de directeur medische hulpverlening, DIR MED. o De aanduiding van de DIR MED gebeurt volgens de bepalingen van het Medisch Interventie Plan. o De DIR MED maakt deel uit van de operationele commandopost (CP-Ops) onder de operationele coördinatie van de DIR CP-Ops. De opdrachten van de CP-Ops zijn: Het opstellen van een eerste operationeel situatierapport. Toezien op een regelmatige informatie over de evolutie van de gebeurtenis en de hulpverlening aan het betrokken crisiscentrum (gemeentelijk of provinciaal) en aan het bevoegde centrum van het eenvormig oproepstelsel. De bevoegde overheden adviseren en de door hen genomen beslissingen uitvoeren of laten uitvoeren. Het interventieterrein organiseren en indien nodig de zonering installeren of opheffen. o In de beleidscoördinatie wordt de burgemeester of de Gouverneur bijgestaan door de beleidsverantwoordelijke van de discipline. Voor onze discipline betreft dit de federale gezondheidsinspecteur. o Per gemeente en per provincie dient een veiligheidscel opgericht te worden met onder andere een vertegenwoordiger van discipline 2. De veiligheidscellen zijn belast met de volgende taken: Actualiseren van de nood- en interventieplannen en de bestemmelingen ervan op de hoogte brengen. Organiseren van oefeningen. Evalueren van noodsituaties en oefeningen. Opmaken van de risico-inventaris en analyse. Organiseren van de voorafgaande informatie over de noodplanning. Pag 7/92
8 5. Het KB van 2 februari 2007 betreffende de bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebeid ervan. o De DIR MED voert het operationele gezag over alle medische en sanitaire hulpverlening aangewend voor de medische hulpverleningsketen ongeacht de diensten waarvan ze afkomstig zijn. o Niet limitatieve opsomming van de taken van de DIR MED: Valideren van de locatie van de vooruitgeschoven medische post of van een andere gelijkaardige voorziening waardoor de massale toevloed van gewonden in een enkel ziekenhuis of in een ziekenhuis dat minder aangepast is aan de specifieke pathologieën van de slachtoffers vermeden wordt. Organiseren en coördineren van de medische invulling van de operaties: het op brancard leggen, de triage, de verzorging, de voorbereiding tot het vervoer en evacuatie van de slachtoffers. Zorg voor de inzet van de artsen en het gezondheidspersoneel. De lijst met slachtoffers laten bijhouden en garanderen van de vertrouwelijkheid ervan. Een opvangstructuur voor de betrokkenen laten opzetten. Een mortuarium voor de overledenen laten opzetten, in overeenkomst met de gerechtelijke autoriteiten. Instaan voor de organisatie van een adequate bevoorrading met farmaceutische producten, zuurstof en medische apparatuur. Evacuatie regelen van de slachtoffers van de plaats van de gebeurtenis naar de VMP of elke andere tijdelijk opgezette structuur en naar de ziekenhuizen. Organiseren van de aflossing van de ingezette artsen en het gezondheidspersoneel, bij langdurige interventies. In opdracht van de Gezondheidsinspecteur de autoriteiten bijstaan als medische gesprekspartner, wanneer de toestand op het terrein dit mogelijk maakt. Beslissen over de opheffing van de VMP of van elke andere tijdelijk opgezette structuur in akkoord met de Gezondheidsinspecteur. Regelmatig verslag uitbrengen aan de Gezondheidsinspecteur over zijn optreden en overleg met de Gezondheidsinspecteur voor bijzondere aanvragen. Deelnemen aan de rapportering- en evaluatievergaderingen. Pag 8/92
9 o De DIR MED neemt deel aan vergaderingen rond de coördinatie en de werking van de medische interventieplannen, met inbegrip van de voorgestelde preventieve voorzieningen en de organisatie van de oefeningen van noodplanning. o De DIR MED werkt onder het administratieve gezag van de Gezondheidsinspecteur. o Er dient een DIR MED wachtrol georganiseerd te worden, 24/24 op het Belgische grondgebied. De Minister dient hierop toe te zien. o De DIR MED dient onmiddellijk beschikbaar te zijn na een oproep van: Het eenvormig oproepstelsel. De Gezondheidsinspecteur. Een arts van de Cel Medische Bewaking. Bij inwerkingtreding van het Medisch interventie Plan. o De DIR MED dient zijn taken binnen de 30 minuten na oproep te kunnen uitvoeren. Ondertussen worden zijn taken waargenomen door de arts van de functie MUG die als eerste ter plaatse is aangekomen of een andere arts MUG die deze taak op zich neemt. o De Minister wijst de DIR MED artsen aan maar kan eveneens deze aanwijzing intrekken. o De DIR MED moet minstens aan het volgende competentieprofiel beantwoorden: Arts houder van een bijzondere beroepstitel van geneesheer specialist in de urgentiegeneeskunde of geneesheer specialist in de acute geneeskunde. Een specifieke opleiding betreffende de aanpak van collectieve medische noodsituaties hebben gevolgd. Zijn beroep minstens deeltijds in een functie MUG van een ziekenhuis uitoefenen of dit in de loop van de 10 jaar voorafgaand aan de datum van de aanwijzing hebben gedaan. Pag 9/92
10 o De DIR MED kan zich operationeel laten bijstaan door een of meerdere adjuncten, waaraan hij specifieke taken kan toevertrouwen, die minstens aan het volgende competentieprofiel dienen te beantwoorden: Een andere DIR MED die door de Minister werd aangeduid. Een verpleegkundige houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige en houder is van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleegkundige in de intensieve en spoedgevallenzorg. Tevens dient deze een specifieke opleiding betreffende de aanpak van collectieve medische noodsituaties te hebben gevolgd o De DIR MED dient te beschikken over persoonlijke identificatiemiddelen die door de Minister werden vastgelegd. o De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voorziet een verzekeringspolis met dekking van arbeidsongevallen en met dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid van de DIR MED. Pag 10/92
11 V. TABEL VERWIJZING ACTIEFICHES Pag 11/92
12 Omschreven taken DIR MED uit KB van 2 februari 2007 Omschreven opdrachten discipline 2 uit KB 16 februari 2006 Wie voert uit Overeenstemmende actiefiche(s) Het opstellen van een eerste operationeel situatierapport. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 en I1 Toezien op een regelmatige informatie over de evolutie van de gebeurtenis aan de betrokken overheden en aan het bevoegde centrum van het eenvormig oproepstelsel. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 De bevoegde overheden adviseren en de door hen genomen beslissingen uitvoeren of laten uitvoeren. Het interventieterrein organiseren en indien nodig de zonering installeren en opheffen. (adjunct) DIR MED DIR CP Ops / (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 C1 - C2 - C3 - C4 Valideren van de locatie van de vooruitgeschoven medische post of van een andere gelijkaardige voorziening waardoor de massale toevloed van gewonden in een enkel ziekenhuis of in een ziekenhuis dat minder aangepast is aan de specifieke pathologieën van de slachtoffers vermeden wordt. DIR CP Ops / (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 Organiseren en coördineren van de medische invulling van de operaties: - het op brancard leggen DIR MED delegeert I5 - I6 - I7 - I9 I10 - de triage, DIR MED delegeert C5 - C6 - de verzorging, DIR MED delegeert I5 - I6 - I7 - I9 I10 - de voorbereiding tot het vervoer en evacuatie van de slachtoffers. DIR MED delegeert C8 - C9 - C10 en I2 - I4 I5 I9 I10 - Zorg voor de inzet van de artsen en het gezondheidspersoneel (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 - C7 - C11 De lijst met slachtoffers laten bijhouden en garanderen van de vertrouwelijkheid ervan. DIR MED delegeert C5 - C6 - C12 Een opvangstructuur voor de betrokkenen laten opzetten. DIR MED delegeert (PSM en DSI) C5 - C6 - C7 - C8 - C9 Een mortuarium voor de overledenen laten opzetten, in overeenkomst met de gerechtelijke autoriteiten. DIR MED delegeert (PSM, DSI; disc.3) C7 Pag 12/92
13 Omschreven taken DIR MED uit KB van 2 februari 2007 Omschreven opdrachten discipline 2 uit KB 16 februari 2006 Instaan voor de organisatie van een adequate bevoorrading met farmaceutische producten, zuurstof en medische apparatuur. Wie voert uit DIR MED delegeert Overeenstemmende actiefiche(s) C11 Evacuatie regelen van de slachtoffers: - van de plaats van de gebeurtenis naar de VMP of elke andere tijdelijk opgezette structuur DIR MED delegeert I7 - van de VMP naar de ziekenhuizen. DIR MED delegeert C8 - C9 - C10 en I2 - I4 I10 Organiseren van de aflossing van de ingezette artsen en het gezondheidspersoneel, bij langdurige interventies. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 In opdracht van de Gezondheidsinspecteur de autoriteiten bijstaan als medische gesprekspartner, wanneer de toestand op het terrein dit mogelijk maakt. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 Beslissen over de opheffing van de VMP of van elke andere tijdelijk opgezette structuur in akkoord met de Gezondheidsinspecteur. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 Regelmatig verslag uitbrengen aan de Gezondheidsinspecteur over zijn optreden en overleg met de Gezondheidsinspecteur voor bijzondere aanvragen. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 Deelnemen aan de rapportering- en evaluatievergaderingen. (adjunct) DIR MED C1 - C2 - C3 - C4 Pag 13/92
14 VI. DE OPBOUW VAN DE ACTIEFICHE In mijn werk omschrijf ik 2 soorten actiefiches namelijk algemene actiefiches en actiefiches voor de uitvoering van specifieke functies en taken. I. ALGEMENE ACTIEFICHES Onder de algemene actiefiches wordt verstaan de fiches die gelden voor alle actoren die deelnemen in de rampenhulpverlening. Deze hebben een groene kleurcodering. Het zijn deze met betrekking tot: o De aandachtspunten tijdens het aanrijden. o De eigen veiligheid. o Het organogram van discipline 2 op het rampterrein. II. ACTIEFICHES VOOR SPECIFIEKE FUNCTIES EN TAKEN. A. Titelbalk : a. Kleur codering : o Rode kleur voor coördinerende functies binnen het Medisch Interventie Plan. o Blauwe kleur voor de interveniërende functies binnen het Medisch Interventie Plan. Waarom een kleur codering? : Het is een visueel onderscheid tussen de coördinerende- en de interveniërende functies. In de psychologie wordt de kleur rood geassocieerd met urgentie, in het oog springend, krachtig overkomen, vastbeslotenheid en dominantie. Eigenschappen waaraan volgens mij ook de coördinerende functies dienen te voldoen. Pag 14/92
15 b. Functie : Ook hier speelt het onderscheid tussen coördinerende- en interveniërende functies een rol. Voor de coördinerende functies wordt er binnen het MIP een duidelijke titel omschreven. o e functie : De titel van deze functie wordt omschreven en tevens wordt de afkorting van deze titel vermeld. De afkorting komt ook voor op de kazuifel die deze persoon dient te dragen. o Interveniërende functie : Hier kan er niet echt een titel aan de functionaris gegeven worden maar wordt aan de hand van een omschrijving duidelijk gemaakt voor wie deze fiche bestemd is. c. Kazuifel : Bij de actiefiches van de coördinerende functies wordt er telkens een visuele voorstelling gegeven van de te dragen kazuifel. De kazuifel vermeldt de afkorting van de functie. De interveniërende personen dienen geen kazuifel te dragen. Waarom een kazuifel? : Herkenbaarheid van de coördinerende functies voor zowel de medische discipline alsook voor de andere disciplines. Het geeft duidelijkheid wie dient aangesproken te worden betreffende specifieke materies. Pag 15/92
16 B. Functieomschrijving : Een beknopte omschrijving van wat de functie juist inhoudt. C. Aanstelling door : Hierin wordt omschreven wie de functie kan en mag toewijzen. a. Het Hulpcentrum 100 : o Door de volgorde van aankomst op het rampterrein. Het HC 100 stuurt de snelst adequate MUG equipe uit. Indien geweten dat het om MIP gaat zal deze MUG tevens de functie DIR MED toebedeeld krijgen. Indien de MUG ter plaatse vaststelt dat het MIP dient afgekondigd te worden zal deze tevens de functie DIR MED toebedeeld krijgen in afwachting van eventuele aflossing. De chauffeur van de eerste 100 ziekenwagen ter plaatse zal de functie van coördinator ambulances dienen waar te nemen in afwachting van eventuele aflossing. b. Directeur Medische Hulpverlening DIR MED of zijn adjunct : o De DIR MED of zijn adjunct dient functies aan te duiden op het rampterrein, aangezien deze de medische operationele leiding hebben. Dit zijn zowel coördinerende- als interveniërende functies. c. De functie werd vooraf vastgelegd : Een benoeming door de Minister van Volksgezondheid of na akkoord binnen de provinciale Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening. d. Andere coördinerende functies : o Deze wijzen taken toe aan interveniërende functies. Pag 16/92
17 D. Vakbekwaamheid : Waaraan dient de persoon die de functie uitvoert minimaal te voldoen om deze functie te kunnen uitvoeren. Dit kan zijn : a. Door een bepaling in de wetgeving : o De DIR MED dient bv. te voldoen aan het competentieprofiel bepaalt in het KB van 2 februari 2007 art o De adjunct DIR MED dient bv. te voldoen aan het competentieprofiel bepaald in het KB van 2 februari 2007 art b. Door beroepskeuze en niveau van opleiding : o MUG arts o MUG verpleegkundige o Hulpverlener ambulancier c. Door ervaring en bijkomende specifieke opleidingen zoals deelname aan rampoefeningen, houder zijn van het postgraduaat rampenmanagement. d. Door deel uit te maken van bepaalde organisaties zoals bv. Het Rode Kruis, Het Vlaamse Kruis. E. Bijkomende informatie : De informatie die niet kan omschreven worden in de taakomschrijving maar die wel van belang kan zijn voor die specifieke functie. F. Ontvangt instructies van : Hierin dient omschreven te worden van wie deze functie instructies kan ontvangen. Algemeen is dit de DIR MED en adjunct DIR MED. Bedoeling is hier om de hiërarchische lijn weer te geven. G. Rapporteert aan : Hierin dient omschreven te worden aan wie deze functie dient te rapporteren. Algemeen dient de hiërarchische weg gevolgd te worden. H. Taakomschrijving : Dit is een niet limitatieve, zoveel mogelijk chronologische opsomming van taken en aandachtspunten die deze functie dient uit te voeren. Pag 17/92
18 VII. ACTIEFICHES 1. ALGEMENE ACTIEFICHES Pag.18/92
19 ACTIEFICHE A1 Algemeen EIGEN VEILIGHEID Aandachtspunten betreffende de eigen veiligheid : 1. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen: o Basis beschermingskledij met opvallend reflecterend hesje. Standaardkleding klasse 3. o Veiligheidsschoenen (EN 420) o Veiligheidshelm met oogscherm en lampje 2. Meldt u bij aankomst steeds aan bij de COORD AMB. 3. Begeeft u nooit zonder toestemming van de DIR CP Ops of DIR BW in de rode zone. ACTIEFICHE A1 : Eigen veiligheid - 1 Pag.19/92
20 ACTIEFICHE A2 Algemeen AANRIJDEN DISCIPLINE 2 OP HET RAMPTERREIN Aandachtspunten bij het aanrijden : 1. Het basisprincipe is beter de interventieplaats bereiken dan opgehouden te worden door een ongeval. 2. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. 3. Informeer U bij het Hulpcentrum 100 : o Naar een eventueel rendez vous (RV) punt. o Naar bijkomende informatie betreffende het incident. o Informeer naar de te nemen aanrijroute rekening houdende met Soort incident (gevaarlijke producten, verkeersongevallen met lange file, ) Windrichting (ongevallen met gevaarlijke stoffen of brand steeds bovenwinds benaderen) 4. Meldt U aan bij het RV-punt 5. Na akkoord van de CP Ops begeef U naar: a. Voor de MUG diensten: o De plaats van de CP Ops (1 e MUG) o De plaats van de VMP b. Voor de ziekenwagendiensten: o De plaats waar de ambulanceparking dient opgericht te worden (1 e ziekenwagen 100) o De ambulanceparking c. Voor de andere medische diensten: o De ambulanceparking 6. Indien naar de CP Ops meldt U aan bij de DIR CP Ops Indien naar de VMP meldt U aan bij de COORD VMP Indien naar de ambulanceparking meldt U aan bij de COORD AMB en indien deze nog niet aanwezig is bij de CP Ops. ACTIEFICHE A2 : Aanrijden - 1 Pag.20/92
21 ACTIEFICHE A3 Algemeen ORGANOGRAM DISCIPLINE 2 OP HET RAMPTERREIN Onmiddellijke acties Hulpverlener - ambulancier MUG MUG Hulpverlener - ambulancier MUG SIT MED Hulpverlener - ambulancier MUG Partners : DSI FIST Slachtofferbejegening... ACTIEFICHE A3 : Organogram - 1 Pag.21/92
22 2. COÖRDINERENDE ACTIEFICHES Pag.22/92
23 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED Functieomschrijving: De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij werkt onder het administratieve gezag van de Federale Gezondheidsinspecteur of zijn afgevaardigde. De DIR MED wordt bijgestaan door de ADJ DIR MED, in eerste instantie de verpleegkundige van de 1e MUG ter plaatse. Later kan deze afgelost worden door de ADJ DIR MED die aangeduid werd door de FOD Volksgezondheid of een andere DIR MED. Aanstelling door: Benoemd bij KB door de Minister van Volksgezondheid. Aanstelling door de Federale Gezondheidsinspecteur of volgens bestaande beurtrol. Vakbekwaamheid: Arts die: Houder is van een bijzondere beroepstitel van geneesheer specialist in de urgentiegeneeskunde of geneesheer specialist in de acute geneeskunde. Houder is van het postgraduaat rampenmanagement. Zijn beroep minstens deeltijds uitoefent bij een MUG dienst of dit in de loop van 10 jaar voorafgaand aan de datum van aanwijzing heeft gedaan. Regelmatig deelneemt aan rampoefeningen. Bijkomende informatie: ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 1 Pag.23/92
24 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED Herkenbaarheid: Draagt kazuifel DIR MED. Ontvangt instructies van: CP Ops, (adj.) FGI. Rapporteer aan: CP Ops, (adj.) FGI. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Neem de draagbare radio mee op de DIR MED groep. 3. Neem de leiding over de organisatie van de medische hulpverlening. 4. Contacteer de voorlopige DIR MED (1 e MUG arts ter plaatse) en vraag welke acties er al ondernomen zijn. Geef de MUG arts een andere functie en start bij de acties die nog niet werden uitgevoerd. 5. Bepaal wie gaat zetelen in de CP Ops: DIR MED in CP Ops (zie punt 7) DIR MED op het terrein (zie punt 8) 6. Contacteer samen met de verpleegkundige (ADJ DIR MED) onmiddellijk de DIR BW of DIR CP Ops en vraag tot waar het veilig is. ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 2 Pag.24/92
25 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED 7. DIR MED in CP Ops a Voer motorkapoverleg (primaire CP Ops) met de aanwezige discipline verantwoordelijken en overleg: Bepaal mee de plaats van het RV punt dat dient te voldoen aan de volgende eigenschappen: o In de gele zone op een redelijke afstand van de ramp. o Iemand van politie of brandweer doet het beheer ervan. o Voldoende groot. Bepaal mee de aanrijroute naar het RV-punt. Bepaal mee de plaats van de CP Ops en bepaal mee de tijden van samenkomst. Bepaal mee de plaats van de VMP: o In de oranje zone en goed bereikbaar zijn. o Op een veilige plaats in functie van de windrichting en het eventuele evolutieve risico. o Eventuele mogelijkheid tot een helikopter landingsplaats. Bepaal mee de keuze van de VMP: o Een bestaand gebouw indelen in zones. o Opstellen van een tent of meerdere tenten. o Een open ruimte die afgebakend kan worden met linten. Bepaal de plaats van de ambulanceparking rekening houdende met o Groot genoeg zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. o In de gele zone vlakbij de VMP. Bepaal mee de aanwezige risico s en eventueel te nemen maatregelen en/of voorzorgen voor de veiligheid van de hulpverleners en bevolking. Beslis mee of er een fase dient afgekondigd te worden. b Vraag een SITREP aan de ADJ DIR MED op het terrein indien deze nog niet werd gegeven. ACTIEFICHE C1 : DIR MED 3 Pag.25/92
26 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED c Geef aan het HC 100 en aan de ADJ DIR MED op het terrein een SITREP door met minimaal de volgende gegevens: Vraag welke middelen er onderweg zijn en vraag eventuele bijkomende middelen (rode koffers FOD Volksgezondheid) Plaats van het RV punt en de daaraan gekoppelde aanrijroute. Plaats van oprichting van de VMP. De te nemen maatregelen ter bescherming van de hulpverleners. Deel mee welke fase er werd afgekondigd (indien van toepassing) Deel mee op welke ASTRID gespreksgroep de hulpverleners op het terrein dienen over te schakelen. Vraag of er gestart werd met het opvragen van de beschikbare bedden. Vraag of er gestart is met de aanmaak van een logboek OSR. d Overleg regelmatig met de ADJ DIR MED over de situatie op het terrein en brief hem over de CP Ops beslissingen. e Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. f Geef toestemming voor bijkomende medische middelen door te laten komen van het RV punt naar de ambulanceparking. g Overleg met discipline 3 voor eventuele begeleiding van de ziekenwagens naar de opvangstructuren of het vrijmaken van routes. h Bijzondere medisch gerelateerde aanvragen die niet via de CP Ops kunnen dienen aangevraagd te worden via de (adj. FGI): Middelen van het leger of van een andere discipline. Reserve middelen van hulpverleningsorganisaties en kruisverenigingen. Opvorderen van artsen met wachtdienst. Middelen via internationale akkoorden. i Bespreek interdisciplinair de operationele problemen die zich aanbieden via de mensen op het terrein. j Organiseer aflossing van het medisch personeel bij langdurige interventies. k Geleidelijke afbouw van het medische dispositief: Wanneer alle slachtoffers en betrokkenen geëvacueerd zijn naar verzorgingsinstellingen en opvangcentra overlegt u in de CP Ops om het medisch dispositief af te bouwen. Bespreek dit tevens met de (adj.) FGI. De hulpverleners mogen het terrein verlaten mits akkoord van u of van de ADJ DIR MED. De COORD SECR dient aan u te rapporteren. Voer een eerste algemene debriefing uit in de CP Ops en laat deze notuleren. l Overleg met de (adj.) FGI betreffende de eerste algemene debriefing. ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 4 Pag.26/92
27 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED 8. DIR MED op het terrein a Verzamel gegevens voor het geven van een SITREP aan het HC 100: Indien veilig: verken het rampterrein Indien niet veilig: vorm u een beeld van de situatie aan de hand van verkregen informatie van de DIR BW of DIR CP Ops b Geef aan het HC 100 en aan de ADJ DIR MED in de CP Ops een SITREP met minimaal de volgende gegevens: Type van incident Omvang en beschrijving Schatting aantal slachtoffers en de voornaamste aard van verwonding. Deel het eventuele voorlopige RV punt en de aanrijroute mee (indien al geweten) Vraag of het MIP al opgestart is. Vraag indien al geweten bijkomende middelen. Geef opdracht om de beschikbare bedden op te vragen. Geef opdracht om een logboek op te starten via OSR. c Verdeel in eerste instantie de volgende functies over de aankomende MUG ploegen: Arts TRI en adj. TRI COORD VMP Arts VMP (adj.) COORD REG d Verdeel in eerste instantie de volgende functies en taken over de hulpverlener ambulanciers van de aankomende 100 ziekenwagens: COORD AMB Ambulanciers voor pre triage (indien van toepassing) Ambulanciers voor brancardage naar de TRI plaats Ambulanciers voor hulp in de VMP Ambulanciers voor overbrenging van slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen. e Geef opdracht aan de hulpverleners op het terrein om de draagbare radio s over te schakelen naar de daarvoor voorziene ASTRID gesprekgroep die bepaald werd door de ADJ DIR MED in de CP Ops. f Geef opdracht tot een pre triage door toepassing van het START principe en door gebruik te maken van de pre triage schijven indien de afstand tussen de grens rode zone en de VMP groot is of wanneer het aanbod van slachtoffers groter is dan de transportcapaciteit naar de VMP. ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 5 Pag.27/92
28 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED g Bepaal hoe het transport naar de VMP (kleine noria) dient te gebeuren: Brancardage ploegen Ziekenwagen Andere h Organiseer een gewondennest in afwachting van de operationele VMP. Een ziekenwagen kan hiervoor dienst doen en de chauffeur van de 2 e ziekenwagen ontfermt zich hierover. i Zorg voor de oprichting en de uitbouw van een VMP op de plaats die u medegedeeld wordt door de CP Ops. j Zorg dat er gebruik gemaakt wordt van de triage kaarten in de post TRI. k Zorg voor een ambulanceparking op de plaats die u medegedeeld wordt door de l CP Ops. Overleg regelmatig met de ADJ DIR MED over de situatie op het terrein en laat u briefen over de CP Ops beslissingen. m Operationele problemen brief je onmiddellijk aan de ADJ DIR MED in de CP Ops. n Vragen voor bijkomende middelen (personeel, materiaal) richt je aan de ADJ DIR MED in de CP Ops. o Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. p Zorg indien nodig voor een helikopter landingsplaats. q Verdeel de volgende functies en taken over de hulpverleners van de kruisverenigingen of spontaan aangeboden hulpverleners: Aflos van de COORD AMB COORD LOG COORD SECR Uitbouw VMP Verzorgingen en behandeling van slachtoffers in de VMP Brancardage naar de TRI plaats Brancardage naar de REG plaats na behandeling in de VMP Uitbouw van een noodmortuarium Vervoer van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen en opvangcentra. Dringende Sociale Interventie (DSI) van het Rode Kruis. r Zorg voor een adequate bevoorrading van medisch materiaal, geneesmiddelen en zuurstof in samenspraak met de COORD LOG. ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 6 Pag.28/92
29 ACTIEFICHE C1 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED s Zorg dat er een nauwkeurige registratie gebeurt van de slachtoffers met minimaal de volgende gegevens: identiteitsgegevens (indien beschikbaar). nationaliteit nummer triage kaart. plaats van overbrenging. naam vervoersmiddel. t Zorg dat alle slachtoffergegevens vertrouwelijk behandeld worden en enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. u Hou zicht op de aanwezige medische hulpverleners, laat deze eventueel registreren door de COORD SECR. v Controleer regelmatig de efficiëntie van werken van de medewerkers en stuur waar nodig bij. w Overleg regelmatig met de verschillende (adj.) coördinatoren op het terrein. x Zorg ervoor dat overledenen op het terrein niet verplaatst worden tenzij na toestemming van disc. 3 of Coördinatie Centrum. Vraag DVI ter plaatse via Disc. 3. Blijf op de hoogte van het vervoer en de lijst van de overledenen. ACTIEFICHE C1 : DIR MED - 7 Pag.29/92
30 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED Functieomschrijving: Helpt mee in het takenpakket van de DIR MED. De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij werkt onder het administratieve gezag van de Federale Gezondheidsinspecteur of zijn afgevaardigde. Aanstelling door: Federaal Gezondheidsinspecteur. DIR MED Vakbekwaamheid: Arts die voldoet aan dezelfde competentievoorwaarden als de DIR MED. Gegradueerde verpleegkundige die: Houder is van de bijzondere beroepstitel in de intensieve- en spoedgevallenzorg. Houder is van het postgraduaat rampenmanagement. Werkzaam is binnen een MUG dienst. Regelmatig deelneemt aan rampoefeningen ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 1 Pag.30/92
31 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED Herkenbaarheid: Draag kazuifel ADJ DIR MED. Ontvangt instructies van: CP Ops, (adj.) FGI, DIR MED. Rapporteer aan: CP Ops, (adj.) FGI, DIR MED. Taakomschrijving : 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Neem de draagbare radio mee op de DIR MED groep. 3. Contacteer de voorlopige ADJ DIR MED (vpk. 1 MUG ter plaatse) en vraag welke acties er al ondernomen zijn. Geef de MUG verpleegkundige een andere functie en start bij de acties die nog niet werden uitgevoerd. 4. Bepaal met de DIR MED wie gaat zetelen in de CP Ops: ADJ DIR MED in CP Ops (zie punt 6) ADJ DIR MED op het terrein (zie punt 7) 5. Contacteer samen met de DIR MED onmiddellijk de DIR BW of DIR CPOPS en vraag tot waar het veilig is. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 2 Pag.31/92
32 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED 6. ADJ DIR MED in CP Ops a Voer motorkapoverleg (primaire CP Ops) met de aanwezige discipline verantwoordelijken en overleg : Bepaal mee de plaats van het RV punt dat dient te voldoen aan de volgende eigenschappen: o In de gele zone op een redelijke afstand van de ramp. o Iemand van politie of brandweer doet het beheer ervan. o Voldoende groot. Bepaal mee de aanrijroute naar het RV-punt. Bepaal mee de plaats van de CP Ops en bepaal mee de tijden van samenkomst. Bepaal mee de plaats van de VMP: o In de oranje zone en goed bereikbaar zijn. o Op een veilige plaats in functie van de windrichting en het eventuele evolutieve risico. o Eventuele mogelijkheid tot een helikopter landingsplaats. Bepaal mee de keuze van de VMP: o Een bestaand gebouw indelen in zones. o Opstellen van een tent of meerdere tenten. o Een open ruimte die afgebakend kan worden met linten. Bepaal de plaats van de ambulanceparking rekening houdende met o Groot genoeg zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. o In de gele zone vlakbij de VMP. Bepaal mee de aanwezige risico s en eventueel te nemen maatregelen en/of voorzorgen voor de veiligheid van de hulpverleners en bevolking. Beslis mee of er een fase dient afgekondigd te worden. b Vraag een SITREP aan de DIR MED op het terrein indien deze nog niet werd gegeven. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 3 Pag.32/92
33 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED c Geef aan het HC 100 en aan de DIR MED op het terrein een SITREP door met minimaal de volgende gegevens: Vraag welke middelen er onderweg zijn en vraag eventuele bijkomende middelen (rode koffers FOD Volksgezondheid) Plaats van het RV punt en de daaraan gekoppelde aanrijroute. Plaats van oprichting van de VMP. De te nemen maatregelen ter bescherming van de hulpverleners. Deel mee welke fase er werd afgekondigd (indien van toepassing) Deel mee op welke ASTRID gespreksgroep de hulpverleners op het terrein dienen over te schakelen. Vraag of er gestart werd met het opvragen van de beschikbare bedden. Vraag of er gestart is met de aanmaak van een logboek OSR. d Overleg regelmatig met de DIR MED over de situatie op het terrein en brief hem over de CP Ops beslissingen. e Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. f Geef toestemming voor bijkomende medische middelen door te laten komen van het RV punt naar de ambulanceparking. g Overleg met discipline 3 voor eventuele begeleiding van de ziekenwagens naar de opvangstructuren of het vrijmaken van routes. h Bijzondere medisch gerelateerde aanvragen die niet via de CP Ops kunnen dienen aangevraagd te worden via de (adj. FGI): Middelen van het leger of van een andere discipline. Reserve middelen van hulpverleningsorganisaties en kruisverenigingen. Opvorderen van artsen met wachtdienst. Middelen via internationale akkoorden. i Bespreek interdisciplinair de operationele problemen die zich aanbieden via de mensen op het terrein. j Organiseer aflossing van het medisch personeel bij langdurige interventies. k Geleidelijke afbouw van het medische dispositief: Wanneer alle slachtoffers en betrokkenen geëvacueerd zijn naar verzorgingsinstellingen en opvangcentra overlegt u in de CP Ops om het medisch dispositief af te bouwen. Bespreek dit tevens met de (adj.) FGI. De hulpverleners mogen het terrein verlaten mits akkoord van u of van de DIR MED. COORD SECR dient aan u te rapporteren. Voer een eerste algemene debriefing uit in de CP Ops en laat deze notuleren. l Overleg met de (adj.) FGI betreffende de eerste algemene debriefing. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 4 Pag.33/92
34 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED 7. ADJ DIR MED op het terrein a Verzamel gegevens voor het geven van een SITREP aan het HC 100 : Indien veilig: verken het rampterrein Indien niet veilig: vorm u een beeld van de situatie aan de hand van verkregen informatie van de DIR BW of DIR CP Ops b Geef aan het HC 100 en aan de DIR MED in de CP Ops een SITREP met minimaal de volgende gegevens: Type van incident Omvang en beschrijving Schatting aantal slachtoffers en de voornaamste aard van verwonding. Deel het eventuele voorlopige RV punt en de aanrijroute mee (indien al geweten) Vraag of het MIP al opgestart is. Vraag indien al geweten bijkomende middelen. Geef opdracht om de beschikbare bedden op te vragen. Geef opdracht om een logboek op te starten via OSR. c Verdeel in eerste instantie de volgende functies over de aankomende MUG ploegen: Arts TRI en adj. TRI COORD VMP Arts VMP (adj.) COORD REG d Verdeel in eerste instantie de volgende functies en taken over de hulpverlener ambulanciers van de aankomende 100 ziekenwagens: COORD AMB Ambulanciers voor pre triage (indien van toepassing) Ambulanciers voor brancardage naar de TRI plaats Ambulanciers voor hulp in de VMP Ambulanciers voor overbrenging van slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen. e Geef opdracht aan de hulpverleners op het terrein om de draagbare radio s over te schakelen naar de daarvoor voorziene ASTRID gesprekgroep die bepaald werd door de DIR MED in de CP Ops.. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 5 Pag.34/92
35 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED f Geef opdracht tot een pre triage door toepassing van het START principe en door gebruik te maken van de pre triage schijven indien de afstand tussen de grens rode zone en de VMP groot is of wanneer het aanbod van slachtoffers groter is dan de transportcapaciteit naar de VMP. g Bepaal hoe het transport naar de VMP (kleine noria) dient te gebeuren: Brancardage ploegen Ziekenwagen Andere h Organiseer een gewondennest in afwachting van de operationele VMP. Een ziekenwagen kan hiervoor dienst doen en de chauffeur van de 2 e ziekenwagen ontfermt zich hierover. i Zorg voor de oprichting en de uitbouw van een VMP op de plaats die u medegedeeld wordt door de CP Ops. j Zorg dat er gebruik gemaakt wordt van de triage kaarten in de post TRI. k Zorg voor een ambulanceparking op de plaats die u medegedeeld wordt door de l DIR MED in de CP Ops. Overleg regelmatig met de DIR MED over de situatie op het terrein en laat u briefen over de CP Ops beslissingen. m Operationele problemen brief je onmiddellijk aan de DIR MED in de CP Ops. n Vragen voor bijkomende middelen (personeel, materiaal) richt je aan de DIR MED in de CP Ops. o Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. p Zorg indien nodig voor een helikopter landingsplaats. q Verdeel de volgende functies en taken over de hulpverleners van de kruisverenigingen of spontaan aangeboden hulpverleners: Aflos van de COORD AMB COORD LOG COORD SECR Uitbouw VMP Verzorgingen en behandeling van slachtoffers in de VMP Brancardage naar de TRI plaats Brancardage naar de REG plaats na behandeling in de VMP Uitbouw van een noodmortuarium Vervoer van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen en opvangcentra. Dringende Sociale Interventie (DSI) van het Rode Kruis. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 6 Pag.35/92
36 ACTIEFICHE C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED r Zorg voor een adequate bevoorrading van medisch materiaal, geneesmiddelen en zuurstof in samenspraak met de COORD LOG. s Zorg dat er een nauwkeurige registratie gebeurd van de slachtoffers met minimaal de volgende gegevens: identiteitsgegevens (indien beschikbaar). nationaliteit nummer triage kaart. plaats van overbrenging. naam vervoersmiddel. t Zorg dat alle slachtoffergegevens vertrouwelijk behandeld worden en enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. u Houd zicht op de aanwezige medische hulpverleners, laat deze eventueel registreren door de COORD SECR. v Controleer regelmatig de efficiëntie van werken van de medewerkers op en stuur waar nodig bij. w Overleg regelmatig met de verschillende (adj.) coördinatoren op het terrein. x Zorg ervoor dat overledenen op het terrein niet verplaatst worden tenzij na toestemming van disc. 3 of Coördinatie Centrum. Vraag DVI ter plaatse via Disc. 3. Blijf op de hoogte van het vervoer en de lijst van de overledenen. ACTIEFICHE C2 : ADJ DIR MED 7 Pag.36/92
37 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED Functieomschrijving: De eerste MUG heeft de taak om na aankomst het HC 100 zo snel als mogelijk een SITREP te geven en een eerste organisatie op te zetten zodat de medische hulpverlening op de meest efficiënte wijze kan verlopen. De arts van de eerste MUG ter plaatse zal de functie DIR MED op zich nemen tot deze afgelost wordt door een DIR MED, benoemd door de Minister, of na aankomst van een meer ervaren arts die de leiding op zich wil nemen. De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij werkt onder het administratieve gezag van de Federale Gezondheidsinspecteur of zijn afgevaardigde. De DIR MED wordt bijgestaan door een ADJ DIR MED, in eerste instantie de verpleegkundige van zijn MUG. Later kan deze afgelost worden door de ADJ DIR MED die aangeduid werd door de FOD Volksgezondheid. Aanstelling door: Hulpcentrum 100 die 1 e MUG ter plaatse stuurt. Vakbekwaamheid: MUG arts Een MUG arts met een opleiding rampenmanagement krijgt hier voorrang. Bijkomende informatie: Bij aankomst van de door de Minister benoemde DIR MED of bij aankomst van een meer ervaren MUG arts, die de leiding op zich wil nemen, draagt u de functie DIR MED over aan deze persoon en geeft u hem een overzicht van de reeds gedane acties. U stelt zich vanaf dan onder de DIR MED en voert de taken uit die hij u toewijst (zie betreffende actiefiche). ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 1 Pag.37/92
38 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED Herkenbaarheid : Draag kazuifel DIR MED. Ontvangt instructies van : CP Ops, (adj.) FGI. Rapporteer aan : CP Ops, (adj.) FGI. Taakomschrijving : 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Neem de draagbare radio mee op de 100 frequentie. 3. Neem de leiding over de organisatie van de medische hulpverlening. 4. Bepaal wie gaat zetelen in de CP Ops: DIR MED in CP Ops (zie punt 7) DIR MED op het terrein (zie punt 8) 5. Contacteer samen met de verpleegkundige (ADJ DIR MED) onmiddellijk de DIR BW of DIR CP Ops en vraag tot waar het veilig is. 6. Indien u afgelost wordt door een andere DIR MED brengt deze op de hoogte van de al gedane acties en voer de taak uit die deze u opdraagt. (zie betreffende actiefiche) ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 2 Pag.38/92
39 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED 7. DIR MED in CP Ops a Voer motorkapoverleg (primaire CP Ops) met de aanwezige discipline verantwoordelijken en overleg: Bepaal mee de plaats van het RV punt dat dient te voldoen aan de volgende eigenschappen: o In de gele zone op een redelijke afstand van de ramp. o Iemand van politie of brandweer doet het beheer ervan. o Voldoende groot. Bepaal mee de aanrijroute naar het RV-punt. Bepaal mee de plaats van de CP Ops en bepaal mee de tijden van samenkomst. Bepaal mee de plaats van de VMP: o In de oranje zone en goed bereikbaar zijn. o Op een veilige plaats in functie van de windrichting en het eventuele evolutieve risico. o Eventuele mogelijkheid tot een helikopter landingsplaats. Bepaal mee de keuze van de VMP: o Een bestaand gebouw indelen in zones. o Opstellen van een tent of meerdere tenten. o Een open ruimte die afgebakend kan worden met linten. Bepaal de plaats van de ambulanceparking rekening houdende met o Groot genoeg zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. o In de gele zone vlakbij de VMP. Bepaal mee de aanwezige risico s en eventueel te nemen maatregelen en/of voorzorgen voor de veiligheid van de hulpverleners en bevolking. Beslis mee of er een fase dient afgekondigd te worden. b Vraag een SITREP aan de ADJ DIR MED op het terrein indien deze nog niet werd gegeven. ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 3 Pag.39/92
40 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED c Geef aan het HC 100 en aan de ADJ DIR MED op het terrein een SITREP door met minimaal de volgende gegevens: Vraag welke middelen er onderweg zijn en vraag eventuele bijkomende middelen (rode koffers FOD Volksgezondheid) Plaats van het RV punt en de daaraan gekoppelde aanrijroute. Plaats van oprichting van de VMP. De te nemen maatregelen ter bescherming van de hulpverleners. Deel mee welke fase er werd afgekondigd (indien van toepassing) Deel mee op welke ASTRID gespreksgroep de hulpverleners op het terrein dienen over te schakelen. Vraag of er gestart werd met het opvragen van de beschikbare bedden. Vraag of er gestart is met de aanmaak van een logboek OSR. d Overleg regelmatig met de ADJ DIR MED over de situatie op het terrein en brief hem over de CP Ops beslissingen. e Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. f Geef toestemming voor bijkomende medische middelen door te laten komen van het RV punt naar de ambulanceparking. g Overleg met discipline 3 voor eventuele begeleiding van de ziekenwagens naar de opvangstructuren of het vrijmaken van routes. h Bijzondere medisch gerelateerde aanvragen die niet via de CP Ops kunnen dienen aangevraagd te worden via de (adj. FGI): Middelen van het leger of van een andere discipline. Reserve middelen van hulpverleningsorganisaties en kruisverenigingen. Opvorderen van artsen met wachtdienst. Middelen via internationale akkoorden. i Bespreek interdisciplinair de operationele problemen die zich aanbieden via de mensen op het terrein. j Organiseer aflossing van het medisch personeel bij langdurige interventies. k Geleidelijke afbouw van het medische dispositief: Wanneer alle slachtoffers en betrokkenen geëvacueerd zijn naar verzorgingsinstellingen en opvangcentra overlegt u in de CP Ops om het medisch dispositief af te bouwen. Bespreek dit tevens met de (adj.) FGI. De hulpverleners mogen het terrein verlaten mits akkoord van u of van de ADJ DIR MED. COORD SECR dient aan u te rapporteren. Voer een eerste algemene debriefing uit in de CP Ops en laat deze notuleren. l Overleg met de (adj.) FGI betreffende de eerste algemene debriefing. ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 4 Pag.40/92
41 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED 8. DIR MED op het terrein a Verzamel gegevens voor het geven van een SITREP aan het HC 100: Indien veilig: verken het rampterrein Indien niet veilig: vorm u een beeld van de situatie aan de hand van verkregen informatie van de DIR BW of DIR CP Ops b Geef aan het HC 100 en aan de ADJ DIR MED in de CP Ops een SITREP met minimaal de volgende gegevens: Type van incident Omvang en beschrijving Schatting aantal slachtoffers en de voornaamste aard van verwonding. Deel het eventuele voorlopige RV punt en de aanrijroute mee (indien al geweten) Vraag of het MIP al opgestart is. Vraag indien al geweten bijkomende middelen. Geef opdracht om de beschikbare bedden op te vragen. Geef opdracht om een logboek op te starten via OSR. c Verdeel in eerste instantie de volgende functies over de aankomende MUG ploegen: Arts TRI en adj. TRI COORD VMP Arts VMP (adj.) COORD REG d Verdeel in eerste instantie de volgende functies en taken over de hulpverlener ambulanciers van de aankomende 100 ziekenwagens: COORD AMB Ambulanciers voor pre triage (indien van toepassing) Ambulanciers voor brancardage naar de TRI plaats Ambulanciers voor hulp in de VMP Ambulanciers voor overbrenging van slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen. e Geef opdracht aan de hulpverleners op het terrein om de draagbare radio s over te schakelen naar de daarvoor voorziene ASTRID gesprekgroep die bepaald werd door de ADJ DIR MED in de CP Ops.. ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 5 Pag.41/92
42 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED f Geef opdracht tot een pre triage door toepassing van het START principe en door gebruik te maken van de pre triage schijven indien de afstand tussen de grens rode zone en de VMP groot is of wanneer het aanbod van slachtoffers groter is dan de transportcapaciteit naar de VMP. g Bepaal hoe het transport naar de VMP (kleine noria) dient te gebeuren: Brancardage ploegen Ziekenwagen Andere h Organiseer een gewondennest in afwachting van de operationele VMP. Een ziekenwagen kan hiervoor dienst doen en de chauffeur van de 2 e ziekenwagen ontfermt zich hierover. i Zorg voor de oprichting en de uitbouw van een VMP op de plaats die u medegedeeld wordt door de CP Ops. j Zorg dat er gebruik gemaakt wordt van de triage kaarten in de post TRI. k Zorg voor een ambulanceparking op de plaats die u medegedeeld wordt door de l ADJ DIR MED in de CP Ops. Overleg regelmatig met de ADJ DIR MED over de situatie op het terrein en laat u briefen over de CP Ops beslissingen. m Operationele problemen brief je onmiddellijk aan de ADJ DIR MED in de CP Ops. n Vragen voor bijkomende middelen (personeel, materiaal) richt je aan de ADJ DIR MED in de CP Ops. o Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. p Zorg indien nodig voor een helikopter landingsplaats. q Verdeel de volgende functies en taken over de hulpverleners van de kruisverenigingen of spontaan aangeboden hulpverleners: Aflos van de COORD AMB COORD LOG COORD SECR Uitbouw VMP Verzorgingen en behandeling van slachtoffers in de VMP Brancardage naar de TRI plaats Brancardage naar de REG plaats na behandeling in de VMP Uitbouw van een noodmortuarium Vervoer van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen en opvangcentra. Dringende Sociale Interventie (DSI) van het Rode Kruis. ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 6 Pag.42/92
43 ACTIEFICHE C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE DIR MED DIR - MED r Zorg voor een adequate bevoorrading van medisch materiaal, geneesmiddelen en zuurstof in samenspraak met de COORD LOG. s Zorg dat er een nauwkeurige registratie gebeurd van de slachtoffers met minimaal de volgende gegevens: identiteitsgegevens (indien beschikbaar). nationaliteit nummer triage kaart. plaats van overbrenging. naam vervoersmiddel. t Zorg dat alle slachtoffergegevens vertrouwelijk behandeld worden en enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. u Houd zicht op de aanwezige medische hulpverleners, laat deze eventueel registreren door de COORD SECR. v Controleer regelmatig de efficiëntie van werken van de medewerkers op en stuur waar nodig bij. w Overleg regelmatig met de verschillende (adj.) coördinatoren op het terrein. x Zorg ervoor dat overledenen op het terrein niet verplaatst worden tenzij na toestemming van disc. 3 of Coördinatie Centrum. Vraag DVI ter plaatse via Disc. 3. Blijf op de hoogte van het vervoer en de lijst van de overledenen. ACTIEFICHE C3 : DIR MED 1e MUG arts - 7 Pag.43/92
44 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED Functieomschrijving: De eerste MUG heeft de taak om na aankomst het HC 100 zo snel als mogelijk een SITREP te geven en een eerste organisatie op te zetten zodat de medische hulpverlening op de meest efficiënte wijze kan verlopen. De verpleegkundige van de eerste MUG ter plaatse zal de functie ADJ DIR MED op zich nemen tot deze afgelost wordt door een ADJ DIR MED die vooraf aangeduid werd door de FOD Volksgezondheid. De ADJ DIR MED helpt in het takenpakket van de DIR MED. De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij werkt onder het administratieve gezag van de Federale Gezondheidsinspecteur of zijn afgevaardigde. Aanstelling door: Hulpcentrum 100 die 1 e MUG ter plaatse stuurt. Vakbekwaamheid: MUG verpleegkundige. Bijkomende informatie: Bij aankomst van de door de FOD Volksgezondheid aangestelde ADJ DIR MED draagt u de functie ADJ DIR MED over aan deze persoon en geeft u hem een overzicht van de reeds gedane acties. U stelt zich vanaf dan onder de DIR MED en voert de taken uit die hij u toewijst (zie betreffende actiefiche). ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 1 Pag.44/92
45 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED Herkenbaarheid: Draag kazuifel ADJ DIR MED. Ontvangt instructies van: CPOPS, (adj.) FGI, DIR MED. Rapporteer aan: CPOPS, (adj.) FGI, DIR MED. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Neem de draagbare radio mee op de 100 frequentie. 3. Bepaal met de DIR MED wie gaat zetelen in de CP Ops : ADJ DIR MED in CP Ops (zie punt 6) ADJ DIR MED op het terrein (zie punt 7) 4. Contacteer samen met de MUG arts (DIR MED) onmiddellijk de DIR BW of DIR CP Ops en vraag tot waar het veilig is. 5. Indien u afgelost wordt door de door FOD Volksgezondheid aangeduide ADJ DIR MED brengt u deze op de hoogte van de reeds gedane acties en voert u de taak uit die de DIR MED u opdraagt. (zie betreffende actiefiche) ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 2 Pag.45/92
46 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED 6. ADJ DIR MED in CP Ops a Voer motorkapoverleg (primaire CP Ops) met de aanwezige discipline verantwoordelijken en overleg: Bepaal mee de plaats van het RV punt dat dient te voldoen aan de volgende eigenschappen: o In de gele zone op een redelijke afstand van de ramp. o Iemand van politie of brandweer doet het beheer ervan. o Voldoende groot. Bepaal mee de aanrijroute naar het RV-punt. Bepaal mee de plaats van de CP Ops en bepaal mee de tijden van samenkomst. Bepaal mee de plaats van de VMP: o In de oranje zone en goed bereikbaar zijn. o Op een veilige plaats in functie van de windrichting en het eventuele evolutieve risico. o Eventuele mogelijkheid tot een helikopter landingsplaats. Bepaal mee de keuze van de VMP: o Een bestaand gebouw indelen in zones. o Opstellen van een tent of meerdere tenten. o Een open ruimte die afgebakend kan worden met linten. Bepaal de plaats van de ambulanceparking rekening houdende met o Groot genoeg zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. o In de gele zone vlakbij de VMP. Bepaal mee de aanwezige risico s en eventueel te nemen maatregelen en/of voorzorgen voor de veiligheid van de hulpverleners en bevolking. Beslis mee of er een fase dient afgekondigd te worden. b Vraag een SITREP aan de DIR MED op het terrein indien deze nog niet werd gegeven. ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 3 Pag.46/92
47 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED c Geef aan het HC 100 en aan de DIR MED op het terrein een SITREP door met minimaal de volgende gegevens: Vraag welke middelen er onderweg zijn en vraag eventuele bijkomende middelen (rode koffers FOD Volksgezondheid) Plaats van het RV punt en de daaraan gekoppelde aanrijroute. Plaats van oprichting van de VMP. De te nemen maatregelen ter bescherming van de hulpverleners. Deel mee welke fase er werd afgekondigd (indien van toepassing) Deel mee op welke ASTRID gespreksgroep de hulpverleners op het terrein dienen over te schakelen. Vraag of er gestart werd met het opvragen van de beschikbare bedden. Vraag of er gestart is met de aanmaak van een logboek OSR. d Overleg regelmatig met de DIR MED over de situatie op het terrein en brief hem over de CP Ops beslissingen. e Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. f Geef toestemming voor bijkomende medische middelen door te laten komen van het RV punt naar de ambulanceparking. g Overleg met discipline 3 voor eventuele begeleiding van de ziekenwagens naar de opvangstructuren of het vrijmaken van routes. h Bijzondere medisch gerelateerde aanvragen die niet via de CP Ops kunnen dienen aangevraagd te worden via de (adj. FGI): Middelen van het leger of van een andere discipline. Reserve middelen van hulpverleningsorganisaties en kruisverenigingen. Opvorderen van artsen met wachtdienst. Middelen via internationale akkoorden. i Bespreek interdisciplinair de operationele problemen die zich aanbieden via de mensen op het terrein. j Organiseer aflossing van het medisch personeel bij langdurige interventies. k Geleidelijke afbouw van het medische dispositief : Wanneer alle slachtoffers en betrokkenen geëvacueerd zijn naar verzorgingsinstellingen en opvangcentra overlegt u in de CP Ops om het medisch dispositief af te bouwen. Bespreek dit tevens met de (adj.) FGI. De hulpverleners mogen het terrein verlaten mits akkoord van u of van de DIR MED. COORD SECR dient aan u te rapporteren. Voer een eerste algemene debriefing uit in de CP Ops en laat deze notuleren. l Overleg met de (adj.) FGI betreffende de eerste algemene debriefing. ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 4 Pag.47/92
48 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED 7. ADJ DIR MED op het terrein a Verzamel gegevens voor het geven van een SITREP aan het HC 100: Indien veilig: verken het rampterrein Indien niet veilig: vorm u een beeld van de situatie aan de hand van verkregen informatie van de DIR BW of DIR CP Ops b Geef aan het HC 100 en aan de DIR MED in de CP Ops een SITREP met minimaal de volgende gegevens: Type van incident Omvang en beschrijving Schatting aantal slachtoffers en de voornaamste aard van verwonding. Deel het eventuele voorlopige RV punt en de aanrijroute mee (indien al geweten) Vraag of het MIP al opgestart is. Vraag indien al geweten bijkomende middelen. Geef opdracht om de beschikbare bedden op te vragen. Geef opdracht om een logboek op te starten via OSR. c Verdeel in eerste instantie de volgende functies over de aankomende MUG ploegen: Arts TRI en adj. TRI COORD VMP Arts VMP (adj.) COORD REG d Verdeel in eerste instantie de volgende functies en taken over de hulpverlener ambulanciers van de aankomende 100 ziekenwagens: COORD AMB Ambulanciers voor pre triage (indien van toepassing) Ambulanciers voor brancardage naar de TRI plaats Ambulanciers voor hulp in de VMP Ambulanciers voor overbrenging van slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen. e Geef opdracht aan de hulpverleners op het terrein om de draagbare radio s over te schakelen naar de daarvoor voorziene ASTRID gesprekgroep die bepaald werd door de DIR MED in de CP Ops. f Geef opdracht tot een pre triage door toepassing van het START principe en door gebruik te maken van de pre triage schijven indien de afstand tussen de grens rode zone en de VMP groot is of wanneer het aanbod van slachtoffers groter is dan de transportcapaciteit naar de VMP. ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 5 Pag.48/92
49 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED g Bepaal hoe het transport naar de VMP (kleine noria) dient te gebeuren: Brancardage ploegen Ziekenwagen Andere h Organiseer een gewondennest in afwachting van de operationele VMP. Een ziekenwagen kan hiervoor dienst doen en de chauffeur van de 2 e ziekenwagen ontfermt zich hierover. i Zorg voor de oprichting en de uitbouw van een VMP op de plaats die u medegedeeld wordt door de CP Ops. j Zorg dat er gebruik gemaakt wordt van de triage kaarten in de post TRI. k Zorg voor een ambulanceparking op de plaats die u medegedeeld wordt door de l DIR MED in de CP Ops. Overleg regelmatig met de DIR MED over de situatie op het terrein en laat u briefen over de CP Ops beslissingen. m Operationele problemen brief je onmiddellijk aan de DIR MED in de CP Ops. n Vragen voor bijkomende middelen (personeel, materiaal) richt je aan de DIR MED in de CP Ops. o Overleg regelmatig met de (adj.) FGI en de PSM. p Zorg indien nodig voor een helikopter landingsplaats. q Verdeel de volgende functies en taken over de hulpverleners van de kruisverenigingen of spontaan aangeboden hulpverleners: Aflos van de COORD AMB COORD LOG COORD SECR Uitbouw VMP Verzorgingen en behandeling van slachtoffers in de VMP Brancardage naar de TRI plaats Brancardage naar de REG plaats na behandeling in de VMP Uitbouw van een noodmortuarium Vervoer van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen en opvangcentra. Dringende Sociale Interventie (DSI) van het Rode Kruis. r Zorg voor een adequate bevoorrading van medisch materiaal, geneesmiddelen en zuurstof in samenspraak met de COORD LOG. ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 6 Pag.49/92
50 ACTIEFICHE C4 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED s Zorg dat er een nauwkeurige registratie gebeurd van de slachtoffers met minimaal de volgende gegevens: identiteitsgegevens (indien beschikbaar). nationaliteit nummer triage kaart. plaats van overbrenging. naam vervoersmiddel. t Zorg dat alle slachtoffergegevens vertrouwelijk behandeld worden en enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. u Houd zicht op de aanwezige medische hulpverleners, laat deze eventueel registreren door de COORD SECR. v Controleer regelmatig de efficiëntie van werken van de medewerkers op en stuur waar nodig bij. w Overleg regelmatig met de verschillende (adj.) coördinatoren op het terrein. x Zorg ervoor dat overledenen op het terrein niet verplaatst worden tenzij na toestemming van disc. 3 of Coördinatie Centrum. Vraag DVI ter plaatse via Disc. 3. Blijf op de hoogte van het vervoer en de lijst van de overledenen. ACTIEFICHE C4 : ADJ DIR MED 1e MUG vpk - 7 Pag.50/92
51 ACTIEFICHE C5 ARTS TRIAGE ARTS TRI ARTS TRI Functieomschrijving: Instaan voor de triage en registreren van alle slachtoffers. Indelen in urgentiegraden en doorverwijzen naar de overeenkomstige behandeling- en stabilisatiezones. De ARTS TRI wordt bijgestaan door de ADJ TRI. Aanstelling door: (adj.) DIR MED Vakbekwaamheid: Een ervaren urgentiearts: Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Bijkomende informatie: De triage gebeurt door middel van een triage kaart, type METTAG. Deze kaart vormt een pre hospitaal medisch dossier van het slachtoffer. Niet gekwetsten (betrokkenen) worden verwezen naar de PSIP structuur en stromen niet door naar de VMP. De gegevens dienen vertrouwelijk behandeld te worden en mogen enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. ACTIEFICHE C5 : ARTS TRI - 1 Pag.51/92
52 ACTIEFICHE C5 ARTS TRIAGE ARTS TRI ARTS TRI Herkenbaarheid: Draag kazuifel ARTS TRI. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, COORD VMP, (adj.) ARTS VMP, COORD SECR. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Contacteer de (adj.) DIR MED en tracht een beeld te krijgen van de omvang van uw taak. 3. Laat u bijstaan in de uitvoering van uw taken door de Adj. TRI. 4. Richt het punt IN van de VMP in. Voorzie een tafel of schrijfbord. 5. Markeer de plaats TRI door middel van driepoot TRI. 6. Help mee bij de inrichting van de VMP. 7. Indien de toestand het noodzaakt laat een pre triage uitvoeren. 8. Zorg ervoor dat u beschikt over een voldoende voorraad triage kaarten. Indien niet contacteer de COORD LOG. 9. Verwijs betrokkenen door naar iemand aangeduid door PSIP. 10. Registreer en (her)evalueer medisch alle slachtoffers. Deel in, in urgentiegraden en maak gebruik van de triagekaart type METTAG. Vul minstens de volgende gegevens in: Identificatiegegevens of een omschrijving Parameters en observaties Scheur de kleurstroken af tot de kleur van de betreffende urgentiegraad: o Rood: zwaar gewond, onmiddellijke behandeling o Geel: ernstig gewond, dringende behandeling o Groen: licht gewond, latere behandeling o Zwart: overleden of afwachtende houding 11. Laat een registratie bijhouden met minstens de volgende gegevens: Identificatiegegevens Triage kaart nummer Urgentiegraad 12. Verwijs de slachtoffers door naar de betreffende behandelingszones. 13. Werk nauw samen met de COORD SECR. 14. Help mee in de VMP met de behandelingen. ACTIEFICHE C5 : ARTS TRI - 2 Pag.52/92
53 ACTIEFICHE C6 ADJUNCT TRIAGE ADJ TRI ADJ TRI Functieomschrijving: Bijstaan van de ARTS TRI. Helpt bij de triage en registreert alle slachtoffers. Helpt bij de indeling in urgentiegraden en helpt bij de doorverwijzing naar de overeenkomstige behandeling- en stabilisatiezones. Zorgt voor de administratie TRI. Staat eventueel in voor de pre triage. Aanstelling door: (adj.) DIR MED of ARTS TRI Vakbekwaamheid: Een ervaren urgentieverpleegkundige: Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Heeft ervaring in het gebruik van de triagekaarten en is administratief onderlegd. Bijkomende informatie: De triage gebeurt door middel van een triage kaart, type METTAG. Deze kaart vormt een pre hospitaal medisch dossier van het slachtoffer. Niet gekwetsten (betrokkenen) worden verwezen naar de PSIP structuur en stromen niet door naar de VMP. De gegevens dienen vertrouwelijk behandeld te worden en mogen enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. ACTIEFICHE C6 : ADJ TRI - 1 Pag.53/92
54 ACTIEFICHE C6 ADJUNCT TRIAGE ADJ TRI ADJ TRI Herkenbaarheid: Draag kazuifel ADJ TRI. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED en ARTS TRI Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, COORD VMP, (adj.) ARTS VMP, ARTS TRI, COORD SECR. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Contacteer de ARTS TRI. 3. Richt het punt IN van de VMP in. Voorzie een tafel of schrijfbord. 4. Markeer de plaats TRI door middel van driepoot TRI. 5. Help mee bij de inrichting van de VMP. 6. Indien de toestand het toelaat/vereist voer een pre triage uit indien nodig door gebruik te maken van gekleurde schijven: Pas het START principe toe. Maak gebruik van de schijven: o Rode schijf: prioriteit 1 o Gele schijf: prioriteit 2 7. Zorg ervoor dat u beschikt over een voldoende voorraad triage kaarten. Indien niet contacteer de COORD LOG. 8. Verwijs betrokkenen door naar iemand aangeduid door PSIP. 9. Registreer en help de ARTS TRI bij de medische (her)evaluatie van alle slachtoffers. Deel in, in urgentiegraden en maak gebruik van de triagekaart type METTAG. Vul minstens de volgende gegevens in: Identificatiegegevens of een omschrijving Parameters en observaties Scheur de kleurstroken af tot de kleur van de betreffende urgentiegraad: o Rood: onmiddellijke behandeling o Geel: dringende behandeling o Groen: latere behandeling o Zwart: overleden of afwachtende houding ACTIEFICHE C6 : ADJ TRI - 2 Pag.54/92
55 ACTIEFICHE C6 ADJUNCT TRIAGE ADJ TRI ADJ TRI 10. Hou een registratie bij met minstens de volgende gegevens: Identificatiegegevens Triage kaart nummer Urgentiegraad 11. Werk nauw samen met de COORD SECR. 12. Verwijs de slachtoffers door naar de betreffende behandelingszones. 13. Help mee in de VMP met de behandelingen. ACTIEFICHE C6 : ADJ TRI - 3 Pag.55/92
56 ACTIEFICHE C7 COÖRDINATOR VOORUITGESCHOVEN MEDISCHE POST COORD VMP COORD VMP Functieomschrijving: Verantwoordelijk zijn voor alle niet medische aspecten en instaan voor de organisatie en coördinatie van de werking van de VMP. Zorgt voor een adequate taakverdeling, zorgt voor de inrichting van de verschillende behandelingszones en voorziet een noodmortuarium. Ziet toe op een vlot verloop van de activiteiten en ziet toe op de uitvoering van de opdrachten, gegeven door de arts VMP, aan de verschillende medewerkers. Hij werkt nauw samen met de COORD LOG. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Een arts of MUG verpleegkundige: Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. kennis van de totale werking van de VMP zowel organisatorisch als coördinerend. Bijkomende informatie: De plaats van de VMP wordt multidisciplinair bepaald in de CP Ops of na motorkapoverleg. De (adj.) DIR MED deelt de plaats mee aan de COORD VMP. De plaats van de VMP dient in ieder geval: Goed bereikbaar te zijn (dicht bij afvoerwegen en bij de plaats van het incident). Uitbreidbaar te zijn. Buiten rode zone en in de oranje zone. Eventueel te voorzien in een landingsplaats voor helikopter. ACTIEFICHE C7 : COORD VMP - 1 Pag.56/92
57 ACTIEFICHE C7 COÖRDINATOR VOORUITGESCHOVEN MEDISCHE POST COORD VMP COORD VMP Herkenbaarheid : Draag kazuifel met opschrift COORD VMP. Ontvangt instructies van : (adj.) DIR MED. Rapporteer aan : (adj.) DIR MED, (adj.) arts VMP, (adj.) COORD REG, COORD LOG. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN veiligheid. 2. Sta in voor de uitbouw van de VMP op de plaats aangeduid door de CP Ops. 3. Sta in voor de oprichting van de VMP in de ORANJE zone, met inrichting van de verschillende behandelingszones en oprichting van een noodmortuarium. 4. Stel geen medische evaluaties op noch behandelingen. 5. Verdeel adequaat de taken in de verschillende behandelingszones. 6. Volg de uitvoering op van de opdrachten die gegeven werden door de arts VMP aan de andere medewerkers in de VMP. 7. Houd toezicht op een vlot verloop van de activiteiten binnen de VMP. ACTIEFICHE C7 : COORD VMP - 2 Pag.57/92
58 ACTIEFICHE C8 COÖRDINATOR REGULATIE COORD REG COORD REG Functieomschrijving: Instaan voor de regulatie van de slachtoffers en voorkomt een ongestructureerde afvoer. Het verdelen van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen rekening houdende met de urgentiegraad, de toestand van het slachtoffer, specialiteiten en opvangcapaciteit van de verzorgingsinstelling, het beschikbare transportmiddel al dan niet met eventuele medische begeleiding. Zorgt ervoor dat de slachtoffers traceerbaar blijven. Hij wordt bijgestaan door de Adj. COORD REG. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Een arts of MUG verpleegkundige: Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Bezit een degelijke kennis van de ziekenhuizen binnen de provincie en deze van de aangrenzende provincies betreffende afstanden, opvangspecialiteiten en opvangcapaciteiten. Bezit een degelijke kennis van de beschikbare transportmiddelen en hun eventuele kenmerken. Inzicht hebben in de verhouding tussen afstand verzorgingsinstelling en de tijd dat het transportmiddel niet beschikbaar is. Bijkomende informatie: De keuze van de coördinator REG hangt af van de grootte van de ramp, het soort pathologie in de VMP en de medische stabilisatiemogelijkheden. ACTIEFICHE C8 : COORD REG - 1 Pag.58/92
59 ACTIEFICHE C8 COÖRDINATOR REGULATIE COORD REG COORD REG Herkenbaarheid : Draag kazuifel met opschrift COORD REG. Ontvangt instructies van : (adj.) DIR MED, (adj.) arts VMP, COORD VMP. Rapporteer aan : (adj.) DIR MED, COORD AMB, HC 100, COORD SECR. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN veiligheid. 2. Contacteer de (adj.) DIR MED en tracht een beeld te krijgen van de omvang van uw taak en de beschikbare toegang- en uitvalswegen (via discipline 3) 3. Laat u bijstaan in de uitvoering van uw taken door de Adj. COORD REG. 4. Richt het punt UIT van de VMP in. Voorzie een tafel of schrijfbord. 5. Gebruik de ziekenhuisverdeeldoos en de provinciale regulatieschema s en indien nodig deze van de aangrenzende provincies. 6. Help mee bij de inrichting van de VMP. 7. Informeer bij het Hulpcentrum 100 naar de beschikbare bedden. 8. Voorkom een ongestructureerde afvoer van slachtoffers. 9. Overleg met de COORD VMP; (adj.) arts VMP en de Adj. COORD REG betreffende de organisatie van de regulatie. 10. Overleg met de COORD AMB betreffende de beschikbare transportmiddelen. 11. Voer de regulatie uit en hou rekening met: Opvangcapaciteit verzorgingsinstelling Specialisaties van de verzorgingsinstelling Urgentiegraad van het slachtoffer: o Rood: 1 e transport o Geel: 2 e transport o Groen: 3 e transport Bepaal het meest geschikte vervoermiddel en zorg eventueel voor medische begeleiding. Hou rekening met de onbeschikbaarheid van uw ingezet middel. ACTIEFICHE C8 : COORD REG - 2 Pag.59/92
60 ACTIEFICHE C8 COÖRDINATOR REGULATIE COORD REG COORD REG 12. Indien nodig vraag bijkomende (eventueel specifieke) transportmiddelen aan de (adj) DIR MED 13. Laat registreren zodat de slachtoffers traceerbaar blijven: Op het regulatieschema (situatie per uur): o Noteer het nummer van de triage kaart in het juiste vakje. Identiteit van het slachtoffer, nummer triagekaart, plaats van overbrenging, naam vervoersmiddel en het vertrekuur. Scheur een driehoekje af van de triagekaart en deponeer deze in de ziekenhuisverdeeldoos, in het vakje met vermelding van de naam van het ziekenhuis van overbrenging. 14. Overleg met het HC 100 of met de verbindingsverantwoordelijke HC 100 op het terrein. 15. Overleg met discipline 3, in samenspraak met (adj.) DIR MED, voor eventuele politiebegeleiding. ACTIEFICHE C8 : COORD REG - 3 Pag.60/92
61 ACTIEFICHE C9 ADJUNCT COÖRDINATOR REGULATIE ADJ COORD REG ADJ COORD REG Functieomschrijving: Staat de COORD REG bij in zijn takenpakket. Helpt bij het instaan voor de regulatie van de slachtoffers. Helpt bij het verdelen van de slachtoffers naar de verzorgingsinstellingen rekening houdende met: de urgentiegraad, de toestand van het slachtoffer, specialiteiten en opvangcapaciteit van de verzorgingsinstelling, het beschikbare transportmiddel al dan niet met eventuele medische begeleiding. Aanstelling door: (adj.) DIR MED, COORD REG. Vakbekwaamheid: Verpleegkundige of hulpverlener ambulancier: Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Bezit een degelijke kennis van de ziekenhuizen binnen de provincie en deze van de aangrenzende provincies betreffende afstanden, opvangspecialiteiten en opvangcapaciteiten. Bezit een degelijke kennis van de beschikbare transportmiddelen en hun eventuele kenmerken. Inzicht hebben in de verhouding tussen de afstand verzorgingsinstelling en de tijd dat het transportmiddel niet beschikbaar is. Heeft ervaring in het gebruik van de regulatieschema s, ziekenhuisverdeeldoos, triage kaarten en is administratief onderlegd. ACTIEFICHE C9 : ADJ COORD REG - 1 Pag.61/92
62 ACTIEFICHE C9 ADJUNCT COÖRDINATOR REGULATIE ADJ COORD REG ADJ COORD REG Herkenbaarheid: Draag kazuifel met opschrift ADJ COORD REG. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, (adj) arts VMP, COORD REG. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, COORD REG, COORD AMB, HC 100, COORD SECR. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN veiligheid. 2. Contacteer de COORD REG. 3. Zorg voor de inrichting van het punt UIT van de VMP. Voorzie een tafel of schrijfbord. 4. Maak gebruik van de ziekenhuisverdeeldoos en de provinciale regulatieschema s en, indien nodig, deze van de aangrenzende provincies. 5. Help mee bij de inrichting van de VMP. 6. Informeer bij het Hulpcentrum 100 naar de beschikbare bedden. 7. Overleg met de COORD REG, (adj.) arts VMP en COORD VMP betreffende de organisatie van de regulatie. 8. Voorkom een ongestructureerde afvoer van slachtoffers. 9. Overleg met de COORD AMB betreffende de beschikbare transportmiddelen. 10. Help bij het uitvoeren van de regulatie en hou rekening met: Opvangcapaciteit verzorgingsinstelling Specialisaties van de verzorgingsinstelling Urgentiegraad van het slachtoffer: o Rood: 1 e transport o Geel: 2 e transport o Groen: 3 e transport Bepaal het meest geschikte vervoermiddel en zorg eventueel voor medische begeleiding. Houd rekening met de onbeschikbaarheid van uw ingezet middel. ACTIEFICHE C9 : ADJ COORD REG - 2 Pag.62/92
63 ACTIEFICHE C9 ADJUNCT COÖRDINATOR REGULATIE ADJ COORD REG ADJ COORD REG 11. Vraag bijkomende (eventueel specifieke) transportmiddelen aan de COORD REG, indien nodig. 12. Registreer zodat de slachtoffers traceerbaar blijven: Op het regulatieschema (situatie per uur): o Noteer het nummer van de triage kaart in het juiste vakje. Identiteit van het slachtoffer, nummer triage kaart, plaats van overbrenging, naam vervoermiddel en het vertrekuur. Scheur een driehoekje af van de triage kaart en deponeer deze in de ziekenhuisverdeeldoos, in het vakje met vermelding van de naam van het ziekenhuis van overbrenging. 13. Overleg met het HC 100 of met de verbindingsverantwoordelijke HC 100 op het terrein. 14. Overleg met discipline 3, in samenspraak met (adj.) DIR MED, voor eventuele politiebegeleiding. ACTIEFICHE C9 : ADJ COORD REG - 3 Pag.63/92
64 ACTIEFICHE C10 COÖRDINATOR AMBULANCE COORD AMB COORD AMB Functieomschrijving: De ambulances en medische voertuigen verzamelen zich aan het RV-punt en gaan na toestemming van de CPOPS naar de ambulanceparking. De coördinator ambulancepark is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van deze parking. Stelt de voertuigen ordelijk en efficiënt op zodat ze vlot ter beschikking zijn voor de hulpverlening. Hij dient een overzicht te houden over de aanwezige middelen en zorgt voor een vlotte operationele en technische uitvoering van de overbrenging van patiënten in overeenstemming met de instructies van de COORD REG. Aanstelling door: Chauffeur van de 1 e ziekenwagen ter plaatse tot een eventuele aflos. (adj.) DIR MED, (adj.) COORD REG. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulancier houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) = chauffeur 1 e ziekenwagen ter plaatse. Een persoon met ervaring binnen de rampenwerking: Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Bezit een degelijke kennis van de beschikbare middelen binnen het 100 systeem en kent de ziekenhuizen binnen de provincie en deze van de aangrenzende provincies. Bijkomende informatie: Indien de chauffeur van de 1 e ziekenwagen overstelpt wordt door wandelende slachtoffers en betrokkenen dient de chauffeur van de tweede ziekenwagen ter plaatse zich te ontfermen over deze slachtoffers. De plaats van de ambulance parking wordt bepaald in de CP Ops. Deze dient in ieder geval: Groot genoeg te zijn zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. In de gele zone te zijn. Niet te ver van de post UIT van de VMP. Denk aan de mogelijkheid tot eventuele helikopter landplaats. ACTIEFICHE C10 : COORD AMB - 1 Pag.64/92
65 ACTIEFICHE C10 COÖRDINATOR AMBULANCE COORD AMB COORD AMB Herkenbaarheid: Draag kazuifel met opschrift COORD AMB. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, (adj.) COORD REG. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, (adj.) COORD REG, HC 100. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Neem de functie over van de tijdelijke COORD AMB en verwijs hem voor een nieuwe taak naar de (adj.) DIR MED. 3. Richt het ambulancepark in, in de gele zone op de plaats aangeduid door de DIR CP Ops of de DIR MED. 4. Stel de ambulances en andere medische voertuigen ordelijke en efficiënt op. 5. Verwijs de hulpverleners die zich bij u melden door naar de CP Ops of de (adj.) DIR MED voor een taaktoewijzing. 6. Geef de hulpverleners die zich bij u melden de nodige veiligheidsinstructies. Zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en situeer de rode zone. 7. Bij voldoende hulpverleners op de rampplaats zorgt u ervoor dat het ambulancepersoneel bij hun voertuigen blijven. 8. Houd overzicht over de beschikbare middelen en inventariseer eventuele bijzondere kenmerken per middel en maak dit over aan de COORD REG. 9. Indien er beroep wordt gedaan op een helikopter voor medisch transport dan dient de landingsplaats vrijgehouden te worden. ACTIEFICHE C10 : COORD AMB - 2 Pag.65/92
66 ACTIEFICHE C11 COÖRDINATOR LOGISTIEK COORD LOG COORD LOG Functieomschrijving: Instaan voor de aanvoer, organisatie en het optimaal gebruik van de logistieke middelen nodig voor de totale medische hulpverleningsketen. Dit zowel voor de medische middelen (verbandmateriaal, medicatie, zuurstof, ) als voor de technisch logistieke middelen (tenten, draagberries, verlichting, verwarming, catering, ) met uitzondering van de ziekenwagens. Werkt nauw samen met de COORD VMP. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Verantwoordelijke van het Rode Kruis aangezien deze ter plaatse komen met SIT LOG en SIT MED (SIM). Liefst houder van een postgraduaat rampenmanagement. Neemt regelmatig deel aan rampoefeningen. Technisch onderlegd zijn. Inzicht hebben in de beschikbare en de op te roepen technische middelen. ACTIEFICHE C11 : COORD LOG - 1 Pag.66/92
67 ACTIEFICHE C11 COÖRDINATOR LOGISTIEK COORD LOG COORD LOG Herkenbaarheid: Draag kazuifel met opschrift COORD LOG. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN veiligheid. 2. Contacteer DIR MED en geef de volgende informatie: Middelen die al ter plaatse zijn. Middelen die onderweg zijn. Middelen die nog opgeroepen kunnen worden met een schatting van de termijn om deze ter plaatse te krijgen. 3. Houd nauw contact met de COORD VMP en spreek vaste tijdstippen van samenkomst af. 4. Inventariseer in de VMP de aanwezige medische en logistieke middelen. 5. Laat de koffers van FOD Volksgezondheid ter plaatse komen. 6. Volg het verbruik op van het materiaal: Zijn er voldoende triage kaarten beschikbaar voor de TRI? Is er in de VMP voldoende medisch materiaal beschikbaar om de slachtoffers te verzorgen? Denk aan zuurstof, infusen, medicatie, verbandmateriaal, Is er in de VMP voldoende technisch logistiek materiaal? Denk aan draagberries, infuusstaanders, verlichting, verwarming, dekens, Is het noodmortuarium voldoende ingericht. 7. Zorg voor catering voor de hulpverleners: drinkwater, eventueel suikerhoudende drank voorzien en bij langdurige interventies ook voeding. 8. Werk nauw samen met discipline 4 via de (adj.) DIR MED. 9. Bij tekort aan materiaal dat niet voorhanden is via Rode Kruis contacteer (adj.) DIR MED. ACTIEFICHE C11 : COORD LOG - 2 Pag.67/92
68 ACTIEFICHE C12 COÖRDINATOR SECRETARIAAT COORD SECR COORD SECR Functieomschrijving: Organiseert algemeen de administratieve taken op het terrein en in het bijzonder in de VMP. Verzamelen en bijhouden van de administratieve registratie van de slachtoffers, betrokkenen, en instellingen van overbrenging. Werkt nauw samen met (adj.) COORD TRI en (adj.) COORD REG. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Een administratieve kracht liefst komende uit een kruisvereniging met de volgende kwaliteiten: Goed administratief onderlegd zijn. Regelmatig deelnemen aan rampoefeningen. Bekwaam zijn om slachtofferlijsten samen te stellen. In staat zijn om gegevens adequaat te verzamelen en te verwerken. Bijkomende informatie: De gegevens dienen vertrouwelijk behandeld te worden en mogen enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federaal gezondheidsinspecteur. ACTIEFICHE C12 : COORD SECR - 1 Pag.68/92
69 ACTIEFICHE C12 COÖRDINATOR SECRETARIAAT COORD SECR COORD SECR Herkenbaarheid: Draag kazuifel met opschrift COORD SECR. Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, (adj.) FGI. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN veiligheid. 2. Contacteer (adj.) DIR MED. 3. Contacteer (adj.) arts TRI en (adj.) COORD REG. 4. Registreer per slachtoffer het volgende: Identiteitsgegevens (indien beschikbaar). Nationaliteit nummer triage kaart. plaats van overbrenging. naam vervoersmiddel. Digitale foto. 5. Zorg dat alle slachtoffergegevens vertrouwelijk behandeld worden en enkel ter beschikking gesteld worden aan derden na toestemming van de Federale gezondheidsinspecteur. 6. Werk nauw samen met PSM en DSI van het Rode Kruis. 7. Overleg met de FGI via de adj. FGI en PSM. 8. Registreer de aanwezige medische hulpverleners en hou hier een overzicht van bij (aanmeldingen en afmeldingen). Rapporteer aan de (adj.) DIR MED. ACTIEFICHE C12 : COORD SECR - 2 Pag.69/92
70 3. INTERVENIËRENDE ACTIEFICHES Pag.70/92
71 ACTIEFICHE I1 Interveniërend BEGELEIDER VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE ZONDER AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Functieomschrijving: De eerste ziekenwagen die ter plaatse aankomt, zonder aanwezigheid van een MUG arts, dient zo snel als mogelijk een overzicht te krijgen van de situatie ter plaatse en dient dit te melden aan het Hulpcentrum 100, onder de vorm van een SITREP. Het HC 100 kan aan de hand van deze SITREP de meest adequate middelen ter plaatse sturen. Aanstelling door: U wordt opgeroepen door het Hulpcentrum 100. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers of verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) Bijkomende informatie: De chauffeur van uw ziekenwagen zal de functie COORD AMB op zich nemen. ACTIEFICHE I1 : 1e ZW ter plaatse BEGELEIDER zonder MUG - 1 Pag.71/92
72 ACTIEFICHE I1 Interveniërend BEGELEIDER VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE ZONDER AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS U Ontvangt instructies van: 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Rapporteer aan: HC 100, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Laat de chauffeur bij het voertuig. 3. Neem de draagbare radio mee afgestemd op de gespreksgroep van het HC Neem onmiddellijk contact met de DIR CPOPS en INDIEN veilig verken het rampterrein en verzamel gegevens voor een SITREP. 5. Geef aan het HC 100 een SITREP met minimaal de volgende gegevens: Type van incident Omvang en beschrijving Schatting van het aantal slachtoffers en de voornaamste aard van de verwondingen. Deel het RV-punt en de aanrijroute mee. 6. Start, na toestemming van de DIR CP Ops, de PRE TRIAGE door gebruik te maken van de gele en rode schijven. 7. Verzamel de slachtoffers die zich op eigen kracht kunnen verplaatsen naar een veilige plaats buiten de RODE zone. 8. Vervoer GEEN slachtoffers en laat geen slachtoffers vervoeren. 9. Breng de 1 e MUG arts, DIR MED op de hoogte van de toestand en volg zijn instructies op (zie betreffende actiefiches) 10. Draag uw radio over aan de chauffeur van uw ziekenwagen aangezien deze de functie COORD AMB heeft. ACTIEFICHE I1 : 1e ZW ter plaatse BEGELEIDER zonder MUG- 2 Pag.72/92
73 ACTIEFICHE I2 Interveniërend CHAUFEUR VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE ZONDER AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Functieomschrijving: De eerste ziekenwagen die ter plaatse aankomt, zonder aanwezigheid van een MUG arts, dient zo snel als mogelijk een overzicht te krijgen van de situatie ter plaatse en dient dit te melden aan het Hulpcentrum 100, onder de vorm van een SITREP. Het HC 100 kan aan de hand van deze SITREP de meest adequate middelen ter plaatse sturen. De chauffeur zorgt ervoor dat de toekomende medische voertuigen opgevangen worden. Aanstelling door: U wordt opgeroepen door het Hulpcentrum 100. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) Bijkomende informatie: De plaats van de ambulance parking wordt bepaald in de CP Ops. Deze dient in ieder geval: Groot genoeg te zijn zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. In de gele zone te zijn. Niet te ver van de post UIT van de VMP. Mogelijkheid tot eventuele helikopter landplaats. ACTIEFICHE I2 : 1e ZW ter plaatse CHAUFFEUR zonder MUG - 1 Pag.73/92
74 ACTIEFICHE I2 Interveniërend CHAUFEUR VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE ZONDER AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Herkenbaarheid: Kazuifel COORD AMB tot aflossing Ontvangt instructies van: 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Rapporteer aan: HC 100, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Blijf bij uw voertuig en laat de begeleider info verzamelen voor een SITREP 3. Neem de radio in ontvangst van de begeleider van uw ziekenwagen en schakel deze op de juiste gespreksgroep. 4. Bij toevloed van wandelende slachtoffers en betrokkenen dient U de chauffeur van de 2 e ziekenwagen de opdracht te geven tot het organiseren van een gewondennest. 5. Vervul de functie van COORD AMB: a Richt het ambulancepark in, in de gele zone, op de plaats aangeduid door de DIR CP Ops. b Vervoer GEEN slachtoffers en laat geen slachtoffers vervoeren. c Stel de ambulances en andere medische voertuigen ordelijk en efficiënt op. d Verwijs de hulpverleners die zich bij u melden door naar de CP Ops of de (adj.) DIR MED voor een taaktoewijzing. e Geef de hulpverleners die zich bij u melden de nodige veiligheidsinstructies. Zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en situeer de rode zone. f Bij voldoende hulpverleners op de rampplaats zorgt u ervoor dat het ambulancepersoneel bij hun voertuigen blijven. g Houd overzicht over de beschikbare middelen en inventariseer eventuele bijzondere kenmerken per middel en maak dit over aan de COORD REG. h Indien er beroep wordt gedaan op een helikopter voor medisch transport dan dient de landingsplaats vrijgehouden te worden. i Draag uw functie over bij aankomst van de COORD AMB. 6. Na overdracht van de functie COORD AMB contacteert U COORD VMP, arts VMP voor verdere instructies. ACTIEFICHE I2 : 1e ZW ter plaatse CHAUFFEUR zonder MUG - 2 Pag.74/92
75 ACTIEFICHE I3 Interveniërend BEGELEIDER VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE MET AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Functieomschrijving: De begeleider van de 1 e ziekenwagen ter plaatse zal onmiddellijk contact opnemen met de MUG arts, DIR MED, ter plaatse. De begeleider zal instructies ontvangen en ingezet worden bij de uitvoering van verschillende taken. De betreffende actiefiches dienen geraadpleegd te worden. Aanstelling door: U wordt opgeroepen door het Hulpcentrum 100. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers en verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) Bijkomende informatie: De chauffeur van uw ziekenwagen zal de functie COORD AMB op zich nemen. ACTIEFICHE I3 : 1e ZW ter plaatse BEGELEIDER met MUG - 1 Pag.75/92
76 ACTIEFICHE I3 Interveniërend BEGELEIDER VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE MET AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Ontvangt instructies van : 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Rapporteer aan : HC 100, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Laat de chauffeur bij de ziekenwagen. 3. Neem de draagbare radio mee afgestemd op de gespreksgroep van het HC Neem onmiddellijk contact met de DIR MED of adj. DIR MED en volg de opgegeven instructies op. 5. Voer de opgedragen instructies uit. (zie betreffende actiefiches) 6. Indien u de draagbare radio niet nodig heeft overhandig deze aan de chauffeur van de ziekenwagen aangezien deze COORD AMB is. ACTIEFICHE I3 : 1e ZW ter plaatse BEGELEIDER met MUG - 2 Pag.76/92
77 ACTIEFICHE I4 Interveniërend CHAUFFEUR VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE MET AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Functieomschrijving: De chauffeur van de eerste ziekenwagen ter plaatse, met aanwezigheid van een MUG arts, blijft bij zijn voertuig en zorgt ervoor dat de toekomende medische voertuigen opgevangen worden. Hij neemt tijdelijk de functie van COORD AMB waar. Aanstelling door: U wordt opgeroepen door het Hulpcentrum 100. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) Bijkomende informatie: De plaats van de ambulance parking wordt bepaald in de CP Ops. Deze dient in ieder geval: Groot genoeg te zijn zodat voertuigen kunnen parkeren en manoeuvreren. In de gele zone te zijn. Niet te ver van de post UIT van de VMP. Mogelijkheid tot eventuele helikopter landplaats. ACTIEFICHE I4 : 1e ZW ter plaatse CHAUFFEUR met MUG - 1 Pag.77/92
78 ACTIEFICHE I4 Interveniërend CHAUFFEUR VAN DE 1 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE MET AANWEZIGHEID VAN EEN MUG ARTS Herkenbaarheid : Kazuifel COORD AMB tot aflossing Ontvangt instructies van : 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Rapporteer aan : HC 100, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Blijf bij uw voertuig en laat de begeleider contact opnemen met de 1 e MUG arts, (adj.) DIR MED. 3. Neem de radio in ontvangst van de begeleider van uw ziekenwagen en schakel in op de juiste gespreksgroep. 4. Bij toevloed van wandelende slachtoffers en betrokkenen dient U de chauffeur van de 2 e ziekenwagen de opdracht te geven tot het organiseren van een gewondennest. 5. Vervul de functie van COORD AMB a Richt het ambulancepark in, in de gele zone, op de plaats aangeduid door de DIR CP Ops. b Vervoer GEEN slachtoffers en laat geen slachtoffers vervoeren. c Stel de ambulances en andere medische voertuigen ordelijk en efficiënt op. d Verwijs de hulpverleners die zich bij u melden door naar de CP Ops of de (adj.) DIR MED voor een taaktoewijzing. e Geef de hulpverleners die zich bij u melden de nodige veiligheidsinstructies. Zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en situeer de rode zone. f Bij voldoende hulpverleners op de rampplaats zorgt u ervoor dat het ambulancepersoneel bij hun voertuigen blijven. g Houd overzicht over de beschikbare middelen en inventariseer eventuele bijzondere kenmerken per middel en maak dit over aan de COORD REG. h Indien er beroep wordt gedaan op een helikopter voor medisch transport dan dient de landingsplaats vrijgehouden te worden. i Draag uw functie over bij aankomst van de COORD AMB. 6. Na overdracht van de functie COORD AMB contacteert U COORD VMP, arts VMP voor verdere instructies. ACTIEFICHE I4 : 1e ZW ter plaatse CHAUFFEUR met MUG- 2 Pag.78/92
79 ACTIEFICHE I5 Interveniërend CHAUFFEUR VAN DE 2 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE Functieomschrijving: Instaan voor de eerste opvang van wandelende slachtoffers en betrokkenen die de eerste ziekenwagen overstelpen. Aanstelling door: U wordt opgeroepen door het Hulpcentrum 100. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100) Bijkomende informatie: De eerste ziekenwagen ter plaatse kan na aankomst overstelpt worden met wandelende slachtoffers en betrokkenen. Aangezien de chauffeur van de eerste ziekenwagen de taak heeft van COORD AMB dient de chauffeur van de tweede ziekenwagen bij zijn voertuig te blijven en dit beschouwen als een gewondennest en dient deze in te staan voor de eerste opvang van deze slachtoffers. ACTIEFICHE I5 : 2e ZW ter plaatse _CHAUFFEUR Pag.79/92
80 ACTIEFICHE I5 Interveniërend CHAUFFEUR VAN DE 2 E ZIEKENWAGEN TER PLAATSE Ontvangt instructies van : Chauffeur 1 e ziekenwagen, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Rapporteer aan : HC 100, 1 e MUG ter plaatse, (adj.) DIR MED. Taakomschrijving : 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Blijf bij uw voertuig en laat de begeleider contact opnemen met de begeleider van de 1 e ziekenwagen of 1 e MUG arts, (adj.) DIR MED indien aanwezig. 3. U staat in voor de eerste opvang van de wandelende slachtoffers en betrokkenen. 4. zorg voor de organisatie van een gewondennest. a Verzamel de lopende slachtoffers op een herkenbare plaats en hou ze ook daar tot de oprichting van de VMP. b Als herkenbaar punt kan uw ziekenwagen centraal gezet worden met werkende zwaailichten. c Dien de eerste zorgen toe aan deze slachtoffers. d Voorzie ze van een gele pre triage schijf. Draag de slachtoffers over aan de post TRI vanaf wanneer deze actief is. 5 Indien de taak werd uitgevoerd contacteer de COORD VMP, Arts VMP voor verdere instructies. ACTIEFICHE I5 : 2e ZW ter plaatse _CHAUFFEUR - 2 Pag.80/92
81 ACTIEFICHE I6 Interveniërend HULPVERLENERS DIE INSTAAN VOOR HET TRANSPORT NAAR DE TRI PLAATS Functieomschrijving: Instaan voor het transport van de slachtoffers vanaf het overnamepunt aan de gevarenzone (rode zone) naar de TRIAGE plaats, punt IN van de VMP (kleine noria). Deze slachtoffers kunnen al voorzien zijn van een pre triage schijf of van een triage kaart type METTAG. Aanstelling door: (adj.) DIR MED, (adj.) arts TRI. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers en verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100). Andere hulpverleners: o Verpleegkundigen met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Verpleegkundigen o Ambulanciers met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Hulpverleners in het bezit van een nog geldig brevet cursus helper. Bijkomende informatie: In uitzonderlijke gevallen betreft de kleine noria eveneens de evacuatie van de slachtoffers uit de gevarenzone MAAR ENKEL na akkoord van de DIR CP Ops en in samenwerking met de veiligheidscoördinator CP Ops. ACTIEFICHE I6 : HA transport naar TRI - 1 Pag.81/92
82 ACTIEFICHE I6 Interveniërend HULPVERLENERS DIE INSTAAN VOOR HET TRANSPORT NAAR DE TRI PLAATS Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, (adj.) arts TRI. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, (adj.) arts TRI. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Neem de slachtoffers in ontvangst op de grens met de rode zone ter hoogte van het overnamepunt. 3. Vorm een brancardage ploeg met 3 à 4 personen. Eventueel kan het transport gebeuren met een ziekenwagen. 4. Transporteer de slachtoffers in volgorde van prioriteit naar de TRIAGE plaats aan het punt IN van de VMP: Na PRE TRIAGE: het slachtoffer draagt een gekleurde schijf o Rode schijf: prioriteit 1 o Gele schijf: prioriteit 2 o Zwarte schijf: overledenen blijven ter plaatse Na TRIAGE: het slachtoffer draagt een triage kaart type METTAG o Rode strook: prioriteit 1 o Gele strook: prioriteit 2 o Groene strook: prioriteit 3 o Zwarte strook: overledenen blijven ter plaatse Indien geen pre triage of triage o Volgorde niet van belang. 5. Indien de taak uitgevoerd is contacteert u de (adj.) DIR MED of (adj.) arts TRI die u een nieuwe taak zal toewijzen. ACTIEFICHE I6 : HA transport naar TRI - 2 Pag.82/92
83 ACTIEFICHE I7 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR DE HULPVERLENING OP HET RAMPTERREIN Functieomschrijving: Instaan voor de hulpverlening op het rampterrein zelf. Toedienen van de eerste zorgen aan de slachtoffers in een gewondennest, uitvoeren van een pre triage. Hulp bieden aan de MUG en brandweer bij de bevrijding van geknelde slachtoffers. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers en verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100). Hulpverleners en verpleegkundigen houder van een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. ACTIEFICHE I7 : HA op het rampterrein - 1 Pag.83/92
84 ACTIEFICHE I7 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR DE HULPVERLENING OP HET RAMPTERREIN Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, MUG. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, MUG, (adj.) arts TRI. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Begeeft u niet in de rode zone tenzij na akkoord van de (adj.) DIR MED, DIR BW of DIR CP Ops. 3. Vormen van een gewondennest: Probeer de lopende slachtoffers te verzamelen op een herkenbare plaats en houd ze ook daar tot de oprichting van de VMP. Als herkenbaar punt kan een ziekenwagen centraal gezet worden met werkende zwaailichten. Dien de eerste zorgen toe aan deze slachtoffers. Voorzie ze van een passende schijf. Draag de slachtoffers over aan de post TRI vanaf wanneer deze actief is. 4. Voer een pre triage uit: Pas het START principe toe. Maak gebruik van de pre triage schijven: o Rode schijf: prioriteit 1 o Gele schijf: prioriteit 2 5. Geef ondersteuning aan het MUG team en de brandweer bij de bevrijding van geknelde slachtoffers. 6. Indien de taak uitgevoerd is contacteert u de (adj.) DIR MED die u een nieuwe taak zal toewijzen. ACTIEFICHE I7 : HA op het rampterrein - 2 Pag.84/92
85 ACTIEFICHE I8 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR DE HULPVERLENING IN DE VMP Functieomschrijving: Instaan voor de hulpverlening in de Vooruitgeschoven Medische Post (VMP). Zij zullen instaan voor de hulpverlening in de verschillende behandelingszones: het nemen van vitale parameters, toezicht houden op de slachtoffers en rapporteren aan de verantwoordelijke artsen en verpleegkundigen. Aanstelling door: (adj.) DIR MED. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers en verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100). Andere hulpverleners: o Verpleegkundigen met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Verpleegkundigen o Ambulanciers met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Hulpverleners in het bezit van een nog geldig brevet cursus helper. ACTIEFICHE I8 : HA in de VMP - 1 Pag.85/92
86 ACTIEFICHE I8 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR DE HULPVERLENING IN DE VMP Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, COORD VMP. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, COORD VMP, (adj.) arts VMP, verantwoordelijke arts of verpleegkundige. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Meldt u aan bij de COORD VMP of (adj.) arts VMP en deze wijst u een taak toe. 3. Help mee bij de uitbouw en inrichting van de VMP: Richt mee de verschillende behandelingszones in: o Rode zone (U1, T1): onmiddellijke behandeling o Gele zone (U2, T2): dringende behandeling o Groene zone (U3, T3): latere behandeling o Noodmortuarium voor de slachtoffers die overlijden in de VMP of tijdens transport naar de VMP. 4. Dien zorgen toe in de verschillende behandelingszones: o Rode zone: Samen met MUG arts en MUG verpleegkundigen o Gele zone: Samen met MUG verpleegkundigen, opgeroepen artsen met wachtdienst en spontaan gekomen artsen en verpleegkundigen. o Groene zone: Samen met opgeroepen artsen met wachtdienst, spontaan gekomen artsen en verpleegkundigen. 5. Voer de volgende handelingen uit in de VMP: Controleer regelmatig de vitale functies van de slachtoffers en rapporteer aan de arts of de verpleegkundige bij eventuele achteruitgang. Zorg voor comfort van de slachtoffers: dekens, comfortabele houding, psychische begeleiding, Hou zorg voor de werkplek: netheid en orde. Houd toezicht op het materiaal van de VMP zodat deze niet verdwijnen in ziekenwagens. 6. Indien de taak uitgevoerd is contacteert u de COORD VMP of arts VMP die u eventueel een nieuwe taak zal toewijzen. ACTIEFICHE I8 : HA in de VMP - 2 Pag.86/92
87 ACTIEFICHE I9 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR HET TRANSPORT NAAR HET ZIEKENHUIS Functieomschrijving: Instaan voor de overbrenging van de slachtoffers vanuit de VMP naar de door de (adj.) coördinator regulatie (COORD REG) aangewezen opvangstructuren (grote noria). Aanstelling door: (adj.) DIR MED, (adj.) COORD REG, COORD AMB. Vakbekwaamheid: Hulpverlener ambulanciers of verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100). Andere hulpverleners houder van een geldig brevet van hulpverlener ambulancier uitgereikt door een erkende provinciale ambulancierschool. Bijkomende informatie: Met grote noria wordt bedoeld het transport van de slachtoffers of betrokkenen vanaf de VMP naar de ziekenhuizen en PSIP structuren. ACTIEFICHE I9 : HA transport naar ZH - 1 Pag.87/92
88 ACTIEFICHE I9 Interveniërend HULPVERLENER AMBULANCIERS DIE INSTAAN VOOR HET TRANSPORT NAAR HET ZIEKENHUIS Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, COORD AMB., (adj.) COORD REG, HC 100. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, (adj.) COORD REG, COORD AMB, HC 100, spoedgevallendienst of andere opvangstructuur. Taakomschrijving: 1. Denk aan de EIGEN VEILIGHEID. 2. Begeeft U op aanwijzen van de COORD AMB naar de plaats waar de slachtoffers aan de ziekenwagen worden overgedragen, punt UIT van de VMP. 3. Meldt u aan bij de (adj.) COORD REG aan punt UIT van de VMP. 4. Vervoer enkel slachtoffers die voorzien zijn van een triage kaart type METTAG. 5. Laat een driehoekje van de triage kaart achter bij de (adj.) COORD REG. Dit driehoekje wordt in de ziekenhuisverdeeldoos geplaatst in het vakje met vermelding van de naam van het ziekenhuis van overbrenging. 6. Installeer het slachtoffer of de slachtoffers in uw ziekenwagen. 7. Bij aanwezigheid van een COORD liaison Hulpcentrum Medische dispatching meldt uw vertrek met doorgave van: Naam van de ziekenwagen Vertrekt naar. (naam van het ziekenhuis) Met. (aantal) slachtoffers met vermelding van kleurcode 8. Schakel terug over op de 100 frequentie of eigen frequentie en meld uw vertrek vanuit de rampplaats met doorgave van: Naam van de ziekenwagen Vertrekt naar. (naam van het ziekenhuis) Met. (aantal) slachtoffers 9. Bij aankomst in het ziekenhuis meldt U uw aankomst aan het Hulpcentrum 100 of aan de eigen dispatching. 10. Draag het slachtoffer of de slachtoffers, voorzien van een triage kaart, over aan de spoedgevallendienst. 11. Per slachtoffer dat wordt vervoerd scheurt u het overblijvende driehoekje af van de triage kaart en houdt deze bij u. 12. Meldt u vrij bij het Hulpcentrum 100 of de eigen dispatching en wacht verdere instructies af. (terug naar de vaste standplaats, blijf op de vaste standplaats, begeef u terug naar de rampplaats, andere 100 opdracht.) ACTIEFICHE I9 : HA transport naar ZH - 2 Pag.88/92
89 ACTIEFICHE I10 Interveniërend SPONTAAN AANGEBODEN HULP Functieomschrijving: Bij grootschalige incidenten met talrijke slachtoffers zijn er hulpverleners die zich spontaan aanbieden op het rampterrein. Deze kunnen instaan voor de hulpverlening in de Vooruitgeschoven Medische Post (VMP). Zij zullen instaan voor de hulpverlening in de verschillende behandelingszones. Aanstelling door: (adj.) DIR MED, COORD VMP. Vakbekwaamheid: o Hulpverlener ambulanciers en verpleegkundigen houder van een geldig onderscheidingsteken uitgereikt door FOD VVVL (badge 100). o Andere hulpverleners: o Artsen. o Verpleegkundigen met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Verpleegkundigen o Ambulanciers met een geldig brevet van hulpverlener ambulancier. o Hulpverleners in het bezit van een nog geldig brevet cursus helper. ACTIEFICHE I10 : Spontaan aangeboden hulp - 1 Pag.89/92
90 ACTIEFICHE I10 Interveniërend SPONTAAN AANGEBODEN HULP Ontvangt instructies van: (adj.) DIR MED, COORD VMP. Rapporteer aan: (adj.) DIR MED, COORD VMP, (adj.) arts VMP, verantwoordelijke arts of verpleegkundige. Taakomschrijving: 1. Denk aan uw EIGEN veiligheid. 2. Meldt u aan bij de COORD AMB en deze verwijst u door naar de VMP. 3. Meldt u aan bij de COORD VMP of (adj.) arts VMP en deze zal u een taak toewijzen in functie van uw beroepsbekwaamheid. Zie de betreffende actiefiche. 4. Indien de taak uitgevoerd is contacteert u de (adj.) DIR MED of COORD VMP die u eventueel een nieuwe taak zal toewijzen. ACTIEFICHE I10 : Spontaan aangeboden hulp - 2 Pag.90/92
91 VIII. BESLUIT Deze actiefiches kunnen niet beschouwd worden als limitatief. Enerzijds zullen niet alle taken van een bepaalde actor in de betreffende actiefiche omschreven staan en anderzijds zal niet elke actor een actiefiche hebben. Hopelijk mag deze thesis een bijdrage zijn tot een verdere uitbreiding van de actiefiches en vervollediging van het takenpakket van de verschillende actoren. Mijns inziens dient het gebruik van de actiefiches nationaal eenvormig te zijn en dient dit wettelijk en juridisch ondersteund te worden. Om dit te kunnen realiseren zullen de actiefiches in een nationale werkgroep kritisch dienen bekeken en aangevuld te worden. De actoren op het rampterrein dienen vertrouwt te raken met deze actiefiches. Opleidingen en regelmatig oefenen is hier de boodschap. Als algemeen besluit kan ik stellen dat deze thesis niet eindigt bij het beëindigen van mijn opleiding rampenmanagement. Pag.91/92
92 IX. BRONVERMELDINGEN 4. Wetgeving: o Wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening. o KB van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen. o KB van 2 februari 2007 betreffende de bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebied ervan. 5. Andere: o Werkdocument Monodisciplinair Interventie Plan discipline 2 versie februari o Actiefiches MIP provincie Antwerpen versie mei o Actiekaarten MIP provincie Vlaams Brabant versie april Pag.92/92
ACTIEKAART C2. Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED DIR MED
Functieomschrijving: Helpt mee in het takenpakket van de. De heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij
DIR - MED ACTIEKAART C1. Coördinerend DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED
Functieomschrijving: De heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, aangewend voor de medische hulpverleningsketen. Hij werkt onder het administratieve gezag
DIR - MED ACTIEKAART C4. Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED
Functieomschrijving: De eerste MUG heeft de taak om na aankomst het HC 100 zo snel als mogelijk een SITREP te geven en een eerste organisatie op te zetten zodat de medische hulpverlening op de meest efficiënte
Coördinerend ACTIEKAART C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED ACTIEKAART C2 : ADJ DIR MED 1/5
ACTIEKAART C2 Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED Functieomschrijving: Helpt mee in het takenpakket van de DIR MED. De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische,
Coördinerend ACTIEKAART C4 DIR - MED ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED
ACTIEKAART C4 FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED DIR - MED Functieomschrijving:
Coördinerend ACTIEKAART C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE - DIR MED DIR - MED. ACTIEKAART C3 : DIR MED 1e MUG arts - 1/5
ACTIEKAART C3 Coördinerend DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE - DIR MED DIR - MED Functieomschrijving: De eerste MUG heeft de taak om na aankomst het HC 100 zo snel als mogelijk
Coördinerend DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED
ACTIEKAART C1 Coördinerend DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED Herkenbaarheid: Functieomschrijving: De DIR MED heeft de operationele leiding over de medische, sanitaire en psychosociale
NOOD- EN INTERVENTIEPLANNEN
NOOD- EN INTERVENTIEPLANNEN KB van 16/2/2006 + Ministeriële Omzendbrief 26/10/2006 Postgraduaat Rampenmanagement 2008/2009 1 Enkele begrippen Coördinatiecomité (CC) multidisciplinaire cel die de bevoegde
Discipline 2. Inhoud. KB 16 febr 2006. Art 11. Wetgeving Hierarchie Medische definitie Medische keten
Discipline 2 Prof Dr Marc Sabbe Urgentiegeneeskunde Post-graduaat Rampengeneeskunde & management UZ Gasthuisberg, KULeuven Inhoud Wetgeving Hierarchie Medische definitie Medische keten KB 16 febr 2006
Actiekaart DGH 1 - Vertrek uit standplaats. Actiekaart CHEMISCH INCIDENT : TRANSPORT. Actiekaart CHEMISCH INCIDENT : THUIS / BEDRIJF
Actiekaart 1 - Vertrek uit standplaats Actiekaart CHEMISCH INCIDENT : TRANSPORT Actiekaart CHEMISCH INCIDENT : THUIS / BEDRIJF COMMUNICATIESCHEMA Actiekaart MIP 1 - HC100 - Alarmeringsschema Actiekaart
Noodplanning en rampenhulpverlening
11 Noodplanning en rampenhulpverlening INHOUD PAGINA 11.1 Inleiding 11.3 11.2 Doelstellingen 11.3 11.3 Wetgeving 11.3 11.4 De vijf disciplines 11.4 11.5 Discipline 2: de geneeskundige hulp 11.4 11.5.1
Noodplanning, civiele veiligheid en crisisbeheer in België
Noodplanning, civiele veiligheid en crisisbeheer in België De wet van 31 januari 1963 betreffende de civiele bescherming, vervolledigd door het Koninklijk Besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood-
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU KONINKLIJK BESLUIT VAN 17 OKTOBER 2011 BETREFFENDE DE 112-CENTRA EN
KONINKLIJK BESLUIT VAN 16 FEBRUARI 2006 BETREFFENDE DE NOOD- EN INTERVENTIEPLANNEN. (B.S. 15.03.2006) Eerste deel BEPALINGEN BETREFFENDE NOODPLANNING
KONINKLIJK BESLUIT VAN 16 FEBRUARI 2006 BETREFFENDE DE NOOD- EN INTERVENTIEPLANNEN. (B.S. 15.03.2006) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de
Noodplanning en crisisbeheer in België
Noodplanning en crisisbeheer in België Welzijnsdag 18 november 2013 Chris Chantrain coördinerend preventieadviseur GID Voorkempen Noodplanning en crisisbeheer in België Wettelijk kader Noodsituatie Doel
Postgraduaat Rampenmanagement KB van 16 februari omzendbrieven NPU 1-4
Postgraduaat Rampenmanagement 2009-2010 KB van 16 februari 2006 + omzendbrieven NPU 1-4 1 Doel van de noodplanning (1) Doel van de noodplanning Zo vlug mogelijk orde scheppen in de chaos door: Zo vlug
NOODPLANNING KB 16/02/2006 MO 26/10/2006. Definities. Doel: Bevoegde overheid. Actualiseren Instrument Harmoniseren
NOODPLANNING KB 16/02/2006 MO 26/10/2006 Doel: Actualiseren Instrument Harmoniseren Eerste deel -Bepalingen betreffende noodplanning 1. Bevoegde overheid 2. Coördinatiecomité (CC) 3. Commandopost operaties
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU KONINKLIJK BESLUIT VAN 25 APRIL 2014 TOT DEFINIËRING VAN DE FUNCTIE, DE OPDRACHTEN EN HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU KONINKLIJK BESLUIT VAN 17 OKTOBER 2011 BETREFFENDE DE DISPATCHING VAN
MEDISCH INTERVENTIEPLAN
MEDISCH INTERVENTIEPLAN I. ALGEMENE PRINCIPES... 2 1. DEFINITIE... 2 2. CONTEXT... 2 3. LEXICON IN DE NOODPLANNING... 3 II. MEDISCH INTERVENTIEPLAN - MIP... 4 1. DOELSTELLING... 4 2. WERKING EN STRUCTUUR...
Algemene Directie. Algemene Directie Crisiscentrum. Crisiscentrum Jurgen Volckaert
Algemene Directie Crisiscentrum Algemene Directie Crisiscentrum Jurgen Volckaert Rol AD Crisiscentrum INHOUD : Noodplanning en crisisbeheer Noodplanning Noodplannen Fasering Disciplines Oefeningen Veiligheidscel
Medisch interventieplan (MIP)
Inhoud Medisch interventieplan (MIP) Algemene principes... 3 1 Inleiding... 3 2 Kader... 3 3 Verklarende lijst van termen en afkortingen gebruikt binnen discipline 2... 5 Medisch Interventieplan MIP...
Het Medisch Interventieplan (MIP) Multi-Site CoDGH Brussels Hoofdstedelijk Gewest
SYMPOMED DE NIEUWE UITDAGINGEN IN DE RAMPENGENEESKUNDE Het Medisch Interventieplan (MIP) Multi-Site CoDGH Brussels Hoofdstedelijk Gewest Inhoud: 1. Doel CoDGH Brussels Hoofdstedelijk gewest 2. Algemene
Dringende Geneeskundige Hulpverlening - Hulpcentrum 112
1 Dringende Geneeskundige Hulpverlening - Hulpcentrum 112 Dr. F. Gijsenbergh Med. Directeur HC 100 Antwerpen Marc Van Bouwelen Verpl.Spoed, adj. med. directeur 2 GDA 2013 HC112 Antwerpen Systeem DGH en
Interactie tussen het INTERN NOODPLAN van de SCHOOL en de GEMEENTELIJKE NOODPLANNING. Bourdeau Barbara Ambtenaar Noodplanning Politiezone RIHO
Interactie tussen het INTERN NOODPLAN van de SCHOOL en de GEMEENTELIJKE NOODPLANNING Bourdeau Barbara Ambtenaar Noodplanning Politiezone RIHO Beheer NOODSITUATIE NIET TE OVERZIENE CHAOS = DISASTER SYNDROME
Veiligheidsportaal. OSR Organisatie Snelle Redding LIVE LImburgssysteem voor de VEiligheid OSR Organisation de Secours Rapide
Veiligheidsportaal OSR Organisatie Snelle Redding LIVE LImburgssysteem voor de VEiligheid OSR Organisation de Secours Rapide CIPAL voorstelling Groeiend Vlaams overheidsbedrijf 290 personeelsleden (06/2007)
KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 AUGUSTUS 1998 TOT OPRICHTING VAN DE COMMISSIES VOOR DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULPVERLENING. (B.S
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 AUGUSTUS 1998 TOT OPRICHTING VAN DE COMMISSIES VOOR DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULPVERLENING. (B.S. 02.09.1998) Gelet
PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING BIJ INCIDENTEN
1 PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING BIJ INCIDENTEN Wim Hermans, Psychosociaal Manager (PSM) PSYCHOSOCIAAL MANAGER (PSM) - Vertegenwoordigt het psychosociaal luik binnen de noodplanning; - Werkend bij de FOD
NOODPLANNEN NIP - ANIP - BNIP - MONODISCIPLINAIR
NOODPLANNEN NIP - ANIP - BNIP - MONODISCIPLINAIR 1 Soorten noodplannen Multidisciplinair nood- en interventieplan (NIP) Algemeen nood- en interventieplan (ANIP) Bijzonder nood- en interventieplan (BNIP)
SYMPOSIUM D2 EN DE COMMUNICATIEPROBLEMEN
Grote principes voor D2 1. Gebruik van digitale ASTRID-radio FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Alle 100-middelen worden uitgerust met digitale ASTRID-radio s en enkel die
Inzet van vrijwilligers in het kader van het Psychosociaal Interventieplan (PSIP)
1 Inzet van vrijwilligers in het kader van het Psychosociaal Interventieplan (PSIP) Astrid Fortuin Psychosociaal Manager (PSM) 2 Het psychosociaal interventieplan Introductie Psychosociale hulpverlening
BS Gewijzigd door: MB (BS ) HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
12 NOVEMBER 1993. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren - specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de URGENTIEGENEESKUNDE, alsook
WETGEVING DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULPVERLENING 100 SYSTEEM. Dr. Koen Bronselaer. Dienst Urgentiegeneeskunde Universitaire Ziekenhuizen K. U.
WETGEVING DRINGENDE GENEESKUNDIGE HULPVERLENING 100 SYSTEEM Dr. Koen Bronselaer Dienst Urgentiegeneeskunde Universitaire Ziekenhuizen K. U. Leuven Inhoud Ontstaan Wet 08-06-1964 en verfijningen Mobiele
ANIP Provincie Antwerpen 21/04/2011 ACTIEKAARTEN
ACTIEKAARTEN Nummer Titel Pagina 1 Melding van de afkondiging van een gemeentelijke fase aan de 2 gouverneur 2 Melding van de afkondiging van een gemeentelijke fase met de vraag 4 over te gaan naar de
Noodplanning in scholen. Theorie
Noodplanning in scholen Theorie 1. Wettelijke basis Noodplanning in scholen (theorie) ARAB: algemeen reglement voor de arbeidsbescherming De werkgever is verplicht om de nodige maatregelen te nemen om
HOE WERKT HET PROVINCIAAL RAMPENPLAN
Bedrijfscontinuïteit en risicobeheersing HOE WERKT HET PROVINCIAAL RAMPENPLAN 1 Noodplanning gemeentelijk en provinciaal niveau (1) Doel van de noodplanning (1) Zo vlug mogelijk orde scheppen in de chaos
3.3.1.1 Algemeen 14 3.3.1.2 Raad van beheer 16 3.3.1.3 Intern crisisteam 16 3.3.1.4 Eerste interventieploeg 17 3.3.1.5 Aantal personeelsleden 17
Canvas intern noodplan woonzorgcentra 3 Inhoud 1. Inleiding 5 1.1 Waarom dit noodplan? 5 1.2 Doel canvas 5 1.3 Doel van het intern noodplan 6 1.4 Wat is een noodsituatie? 7 2. Wetgeving 9 3. De voorbereiding
5 JULI Koninklijk besluit tot oprichting van een nationale raad voor dringende geneeskundige hulpverlening.
5 JULI 1994. - Koninklijk besluit tot oprichting van een nationale raad voor dringende geneeskundige hulpverlening. BS : 16-09-1994 in voege 16/09/1994 (art. 11) Gewijzigd door: KB BS in voege blz 04/07/2004
Kinderdagverblijf Fabeltjesland: gebeurtenissen op 23/01/09.
Kinderdagverblijf Fabeltjesland: gebeurtenissen op 23/01/09. Kwalitatieve multidisciplinaire samenwerking in crisisomstandigheden. Toelichting gebeurtenissen Multidisciplinaire samenwerking Hoe aangepakt
Ziekenhuisnoodplan (ZNP)
Ziekenhuisnoodplan (ZNP) Hulpmiddelen voor de ziekenhuizen: samen op weg naar vereenvoudiging en uniformiteit spotmatikphoto - 123rf.com Inleiding Ieder ziekenhuis moet beschikken over een ziekenhuisnoodplan
Psychosociale zorg. binnen de noodplanning. Erik DE SOIR
Psychosociale zorg binnen de noodplanning Erik DE SOIR Inhoud 1. Wat t is psychop sycho-sociale sociale zorg? 2. Historiek: : van blauwdruk tot studieconventie 3. Situering PsychoSociaal InterventiePlan
Psychosociale hulpverlening DSI
sychosociale hulpverlening DSI sychosociale interventiedienst Rode Kruis-Vlaanderen Ontstaan Tijdens rampen kan de federale, provinciale of lokale overheid beroep doen op het Rode Kruis voor ondersteuning
ALARMERING BIJ NOODPLANNING DOOR HET HULPCENTRUM 112/100 OOST-VLAANDEREN
ALARMERING BIJ NOODPLANNING DOOR HET HULPCENTRUM 112/100 OOST-VLAANDEREN 1 VOORWOORD De doelstelling van deze aangepaste alarmering bij noodplanning is een efficiëntere en minder tijdrovende alarmering
Zorg voor de hulpverlener: een must!
1 Zorg voor de hulpverlener: een must! Project Opvang van hulpverleners binnen de Dringende Geneeskundige Hulpverlening Astrid Fortuin, Psychosociaal Manager FOD Volksgezondheid 2 INLEIDEND - Hulpverleners
Handleiding voor het gebruik van medische wacht- en hulpdiensten
Handleiding voor het gebruik van medische wacht- en hulpdiensten Medische wacht- en hulpdiensten zijn er steeds voor mensen die medische zorgen nodig hebben. De realiteit leert echter dat men vaak niet
Organisatie en werking Hulpcentrum 100 Antwerpen Communicatiemiddelen
Organisatie en werking Hulpcentrum 100 Antwerpen Communicatiemiddelen Programma Opdrachtgevers Werkingsgebied Taken Organisatie personeel Beschikbare middelen Dispatching ramp Toekomst? 2 Opdrachtgevers
MP: OVERMACHT. MP Overmacht _final Hulpcentrum 112/100 Oost-Vlaanderen Medische Directie T
1 MP: OVERMACHT OVERMACHT is een juridisch begrip dat een niet-toerekenbare onmogelijkheid om een verplichting na te komen aanduidt, waardoor de rechtspersoon in kwestie van deze verplichting bevrijd wordt.
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVING. Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 AUGUSTUS 1998 HOUDENDE VASTSTELLING VAN DE NORMEN WAARAAN EEN FUNCTIE MOBIELE URGENTIEGROEP (MUG) MOET VOLDOEN OM TE
Oefeningen en evenementen binnen het HC 112/100 OVL
1 Nota Oefeningen en evenementen binnen het HC 112/100 OVL 1 Oefening 1.1 Soorten oefening 1.1.1 Oefening met participatie van het HC 112/100 OVL Het Hulpcentrum 112/100 OVL (HC 112/100 OVL) neemt deel
Versie 2008. Deel I Basisplan. Opgemaakt door de Veiligheidscel Stad Kortrijk (aktename in de gemeenteraad - 14 juli 2008)
Versie 2008 Deel I Basisplan Opgemaakt door de Veiligheidscel Stad Kortrijk (aktename in de gemeenteraad - 14 juli 2008) 0.1 INHOUD 0.1 INHOUD... I 0.2 AFKORTINGEN...IV 0.3 VERSPREIDING...VII 0.4 LIJST
RADIOPROCEDURE WVL NOODPLANNING
RADIOPROCEDURE WVL NOODPLANNING Officiële versie 1.0 13/11/2014 02/12/2014 Kapt. P. Stichelbaut Radioprocedure WVL-DISC1-Noodplanning.pptx VOORWOORD Naast reguliere gespreksgroepen eveneens gespreksgroepen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 14 DECEMBER 2009 BETREFFENDE HET MEDISCH INTERVENTIEPLAN. (B.S. 14.12.2009) Aan de Dames
Functiebeschrijving Majoor
BIJLAGE 7 Functiebeschrijving Majoor Doel Beschrijving 1. De multidisciplinaire coördinatie of de coördinatie van zeer veel interventieploegen op het terrein bij zeer complexe of zeer grootschalige incidenten
2010 Buizingen. door Alain Habils Elmar De Geyter. Bron: GVA
2010 Buizingen door Alain Habils Elmar De Geyter Bron: GVA Geschiedenis 1927-11 doden, 49 gewonden 1982-25 gewonden 1985-8 gewonden 1988-1 dode, 33 gewonden 2006 Rampoefening HaRaSpo Oefening 2006 Brandweer
Ter informatie, aan de Dames en Heren Burgemeesters - aan Mevrouw en de Heren Dienstchefs van de brandweerdiensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN ALGEMENE DIRECTIE CIVIELE VEILIGHEID FEDERAAL KENNISCENTRUM VOOR DE CIVIELE VEILIGHEID MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 11 DECEMBER 2009 BETREFFENDE DE INTERVENTIEVERSLAGEN
Ervaringen met een gemeenschappelijk informatieplatform
7/05/2014 Ervaringen met een gemeenschappelijk informatieplatform Christel Haex Dienst Noodplanning Provincie Antwerpen Een gemeenschappelijk informatieplatform 20 mei 2014 2 Ook in andere provincies Limburg
Intergemeentelijk samenwerken
Intergemeentelijk samenwerken noodzaak bij uitvoering noodplan 10 jaar noodplanning - 17 februari 2016 Leuven Even situeren Samenwerking binnen politiezone Voor de functies Ambtenaar Noodplanning D5 (crisiscommunicatie)
Functiebeschrijving Ambtenaar noodplanning Gemeente Puurs
Functiebeschrijving Ambtenaar noodplanning Gemeente Puurs Goedgekeurd op:. Handtekening:. FUNCTIEBESCHRIJVING Dienst Directe leidinggevende Niveau & rang Type functie Salarisschaal Eerste evaluator Gemeentesecretaris
OPVANG D2 INTERVENTANTEN Aanslagen 22 maart
1 OPVANG D2 INTERVENTANTEN Aanslagen 22 maart Wim Hermans, Psychosociaal Manager (PSM) 2 INLEIDEND - Vele D2 intervenanten hebben vanuit hun dagdagelijkse beroepscontext een (hoog) risico om blootgesteld
Functiebeschrijving Kapitein
Functiebeschrijving Kapitein Doel 1. De coördinatie van een aantal interventieploegen op het terrein bij complexe of grootschalige incidenten en noodsituaties om te garanderen dat de ploegen en diensten
SEVESO. Noodplanningsbrochure SEVESO
SEVESO Noodplanningsbrochure SEVESO 1 Colofon Samenstellers: Vormgeving: Drukwerk: Verantwoordelijke uitgever: Fred Van Immerseel, Eva Burm, Christel Haex, Ilse Van Mechelen, Erik Cauberghs Communicatiedienst
KONINKLIJK BESLUIT VAN 25 APRIL 2014 BETREFFENDE DE MINIMALE ADMINISTRATIEVE
KONINKLIJK BESLUIT VAN 25 APRIL 2014 BETREFFENDE DE MINIMALE ADMINISTRATIEVE EN OPERATIONELE FUNCTIES DIE DE HULPVERLENINGSZONES MOET OPRICHTEN. (inw. 20 september 2014) (B.S. 10.09.2014) Gelet op de wet
BUIZINGEN GEZIEN VANUIT HENEGOUWEN. Getuigenis van het beheer na de acute fase
BUIZINGEN GEZIEN VANUIT HENEGOUWEN Getuigenis van het beheer na de acute fase Bruno ZORZI: Noodplanambtenaar Didier TAMINIAU: Federaal gezondheidsinspecteur- Provincie Henegouwen Waarschuwing Deze presentatie
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
Pastorale zorg bij rampen
2 Inhoud: 1. Doelstelling pag. 3 2. Realisatie pag. 4 3. Begrippen pag. 5 4. Verantwoordelijkheid pag. 6 5. Pastorale verzorger pag. 7 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Reglementering over defibrillatoren
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid Dienst Veiligheid van de Consumenten Reglementering over defibrillatoren Versie 23/05/07 Referenties : Koninklijk besluit houdende veiligheids- en andere voorwaarden
FIRE PROTECTION CONSULTANTS
FIRE PROTECTION CONSULTANTS Agenda CalaHAn: Calamiteiten Haven van Antwerpen Probleemstelling Project doelstelling Live Demo Conclusies 2 Probleemstelling 3 Projectomschrijving Doelstelling: Een efficiëntere
Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de planning van het medisch aanbod
Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de planning van het medisch aanbod DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 5,
Functiebeschrijving Kapitein
BIJLAGE 6 Functiebeschrijving Kapitein Doel 1. De coördinatie van een aantal interventieploegen op het terrein bij complexe of grootschalige incidenten en noodsituaties om te garanderen dat de ploegen
Vacature beroepskapitein bij bevordering en professionalisering in dezelfde zone
Vacature beroepskapitein bij bevordering en professionalisering in dezelfde zone Selectievoorwaarden: De zoneraad verklaart de functie van beroepskapitein vacant bij bevordering en professionalisering.
Hierna volgt een beknopt overzicht van de nieuwe regelgeving.
Eerste hulp Met de publicatie van het KB van 15.12.10 betreffende de eerste hulp die verstrekt wordt aan de werknemers die slachtoffer worden van een ongeval of die onwel worden, in het BS van 28.12.10,
MP: Code 20. Het uitsturen van een MUG (volgens regulatieniveau 1) is NIET nodig in de context van:
1 MP: Code 20 Het vaststellen en attesteren van een overlijden Conform het BHMR 3.0 wordt in elke situatie van vermoedelijk overlijden gestart met Phone CPR (cf. MP Phone CPR) en worden een MUG en een
Programma Postgraduaat Rampenmanagement
Module 1: Rampoefening Lesuren Type Onderwerp 25-mei-13 8:00-16:00 Rampoefening Module 2: Wetgeving en organisatie 03-okt-12 8:45-9:45 T Onthaal en praktische werking cursus Geschiedenis van de rampenplanning
Pastorale zorg bij rampen
2 Inho ud: 1. Doelstelling pag. 4 2. Realisatie pag. 5 3. Begrippen pag. 6 4. Verantwoordelijkheid pag. 7 5. Pastorale verzorger pag. 8 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg
Coordinatie--Bijzondere-Beroepstitel-verpleegk -Intensieve--Spoed--MB doc
19 APRIL 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd
De functie van een coordinator rampenplan binnen het ziekenhuisnoodplan!
De functie van een coordinator rampenplan binnen het ziekenhuisnoodplan! Geert Schatteman, verpleegkundig coördinator rampenplan 2015 1 2 2 ENKELE FEITEN : EVACUATIE ZIEKENHUIS! 3 3 Ontruiming VUMC Amsterdam
Van korps naar post. 18 december zone MEETJESLAND
Van korps naar post 18 december 2017 Wat vertellen we? 1. Waarom hervormen? 2. Structuur van de HVZ 3. Risicoanalyse 4. Brandpreventie 5. Noodplanning 1. Waarom hervormen? Types korpsen voor 01/01/2015
Inleiding. Noodplanning
Inleiding Noodplanning Peter Huygaerts Adviseur FOD Binnenlandse Zaken - Dienst Civiele Veiligheid provincie Vlaams-Brabant 1963 Wet betreffende de civiele bescherming - art. 1 De civiele bescherming omvat
HULPVERLENINGSOVEREENKOMST VOOR DE HULPVERLENINGSZONE.
Provincie Oost-Vlaanderen HULPVERLENINGSOVEREENKOMST VOOR DE HULPVERLENINGSZONE. Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, inzonderheid op artikel 10bis, ingevoegd bij de
3. Algemene informatie
3. Algemene informatie 12/190 Het koninklijk Besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen heeft een aantal richtlijnen en bepalingen opgesteld inzake de noodplanning op gemeentelijk,
Het Psychosociaal Interventieplan (PSIP)
1 Het Psychosociaal Interventieplan (PSIP) Wim Hermans Psychosociaal Manager (PSM) 2 Introductie Psychosociaal Interventie Plan (PSIP) 3 Introductie Ergens in Vlaanderen: een brand in een appartementsgebouw
Brandweerman. 1. Doel. 2. Beschrijving. 3. Kerntaken en takengebied
Functiekaart: vrijwillig brandweerman/vrouw-ambulancier Brandweerman 1. Doel Het vervullen van een veelheid van operationeel uitvoerende taken in het kader van de basisbrandweerzorg teneinde een goede
BESCHIKKING van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot het grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer
BESCHIKKING van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot het grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer Het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie,
Rampenbestrijding: actoren, regelgeving en bevoegdheden
Rampenbestrijding: actoren, regelgeving en bevoegdheden Steven Lierman Referendaris bij het Hof van Cassatie Deeltijds docent UA Rampenbestrijding is geen eenduidig begrip Nieuwe uitdagingen in een risicomaatschappij
HANDBOEK VOOR DE HULPVERLENER AMBULANCIER. campus VESTA. augustus 2010. multidisciplinair opleidingscentrum provincie Antwerpen. versie augustus 2010
HANDBOEK VOOR DE HULPVERLENER AMBULANCIER campus VESTA. augustus 2010 versie augustus 2010 multidisciplinair opleidingscentrum provincie Antwerpen Colofon Verantwoordelijke uitgever Redactiesecretarissen
Psychosociaal interventieplan (PSIP)
Psychosociaal interventieplan (PSIP) Inhoud Afkortingen... 2 Algemene principes... 3 1 Voorwoord... 3 2 Definitie... 3 3 Kader... 4 Psychosociaal Interventieplan PSIP... 5 1 Doelstelling... 5 2 Opdrachten
KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen
KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen Situering Het koninklijk besluit (KB) van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen vervangt en verruimt artikel 52 van
ALGEMEEN NOOD- EN INTERVENTIEPLAN MAASMECHELEN
ALGEMEEN NOOD- EN INTERVENTIEPLAN MAASMECHELEN 1. Algemene informatie over het Noodplan... 3 1.1 Algemene inlichtingen... 3 1.1.1 Goedkeuring gemeentelijk ANIP... 3 1.1.2 Bestemmelingen... 3 1.1.3 Aanpassingen
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan HR-CentruM Samenwerken aan je loopbaan! November 2010 Inhoudsopgave Inleiding 3 Bedrijfsnoodplan 4 Belangrijke bedrijfsgegevens 4 De bedrijfshulpverleningsorganisatie
