Startnotitie Windpark Westfrisia
|
|
|
- Lodewijk Frank Brouwer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Startnotitie Windpark Westfrisia Voornemen tot het opstellen van een Provinciaal Inpassingsplan ten behoeve van de realisatie van Windpark Westfrisia in de gemeente Medemblik 1
2 Inhoud 1 Inleiding Beschrijving en reikwijdte PIP Achtergrond van initiatief en PIP verzoek Projectbeschrijving Reikwijdte PIP Wetgeving en provinciaal beleid Elektriciteitswet Taakstelling windenergie Noord-Holland Structuurvisie Noord-Holland Klimaatverandering Ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik Beleidskader Wind op Land Overgangsregeling Juridisch kader Juridisch kader provinciaal inpassingsplan Provinciale coördinatieregeling M.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht Besluit m.e.r Passende beoordeling M.e.r. of m.e.r.- beoordelingsplicht Windpark Westfrisia Overige planologisch/juridische aandachtgebieden c.q. -aspecten Andere met het PIP vergelijkbare instrumenten ten behoeve van de ruimtelijke inpassing Rijksinpassingsplan en Rijkscoordinatieregeling (RCR) Bestemmingsplan en gemeentelijke coördinatieregeling (Provinciale) Omgevingsvergunning Crisis- en herstelwet Planning (op hoofdlijnen) Stappenplan PIP Planning Windpark Westfrisia Financiële uitvoeringsaspecten Economische uitvoerbaarheid en financiële risico s Kostenraming ruimtelijke procedure Afstemming Intern: provincie en omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Extern: initiatienemer Windpark Westfrisia BV Samenwerking met gemeenten Communicatie Ter visie leggingen, zienswijzen en informatievoorziening
3 8.2 Draagvlak Communicatie vanuit de initiatiefnemer
4 1 Inleiding In deze startnotitie heeft de provincie Noord-Holland de inhoudelijke hoofdlijnen en uitgangspunten vastgelegd voor een op te stellen Provinciaal Inpassingsplan (PIP) ten behoeve van de aanleg van het windpark Westfrisia. Het beoogde windpark omvat vijf windturbines en ligt ten noorden van de N302 tussen de woonkernen Zwaagdijk-Oost en Zwaagdijk-West in de gemeente Medemblik (zie de kaart) In deze startnotitie is beschreven waarom en hoe de provincie de plaatsing van vijf windturbines planologisch mogelijk maakt, met het oog op de Elektriciteitswet 1998 en het provinciaal beleid. Ook wordt beschreven hoe de coördinatie tussen PIP en de voor het project noodzakelijke vergunningen verloopt, welke procedurestappen worden gezet en binnen welke tijdspanne het PIP tot stand zal komen. Naast de formele procedure van het PIP, wordt in deze startnotitie ook aandacht besteed aan communicatie met de omgeving over het project en de participatiemogelijkheden in het project. Met deze startnotitie, start de provincie Noord-Holland de procedure tot vaststelling van een PIP, conform de hierin opgenomen uitgangspunten. 4
5 2 Beschrijving en reikwijdte PIP 2.1 Achtergrond van initiatief en PIP verzoek Op 13 september 2010 is bij de provincie Noord-Holland een verzoek ingediend om een provinciaal inpassingsplan (PIP) op te stellen op grond van artikel 9 e, lid 1 Elektriciteitswet door Windpark Westfrisia BV. Het verzoek voorziet in het realiseren van vijf windturbines, met een ashoogte van 85 meter en een rotordiameter van 82 meter, langs de N302 in de gemeente Medemblik. De te realiseren capaciteit ligt tussen megawatt (MW), afhankelijk van de turbinekeuze. Dit verzoek is aangehouden, omdat Gedeputeerde Staten op 30 juli 2010 hadden besloten tot het opstellen van een integraal windplan voor de regio West-Friesland. Op 27 september 2010 hebben Provinciale Staten ingestemd met het opstellen van dit integraal windplan. De initiatiefnemer is ambtelijk in kennis gesteld van deze besluiten. Tevens is de initiatiefnemer schriftelijk in kennis gesteld van het besluit van Gedeputeerde Staten van 4 januari 2011 om het PIP verzoek te betrekken in het opstellen van het integraal windplan voor West-Friesland. Op 14 februari 2011 hebben Provinciale Staten ingestemd met deze aanpak. 1 De initiatiefnemer heeft met de aanhouding mondeling ingestemd. In verband met het op 11 april 2011 gesloten coalitieakkoord is het planproces vervolgens stop gezet. Een windplan voor West-Friesland is nooit verder uitgewerkt. Op 9 juli 2011 hebben Provinciale Staten daarentegen het Voorbereidingsbesluit Wind op Land vastgesteld. Op 17 december 2012 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) ten behoeve van Wind op Land 1 Voordracht Uitvoeringsprogramma Wind op land 5
6 gewijzigd vastgesteld door Provinciale Staten. In de PRV is een overgangsregeling opgenomen voor PIP verzoeken die zijn ingediend vóór de bekendmaking van het coalitieakkoord Met de vaststelling van de PRV hebben Provinciale Staten ook besloten het PIP verzoek tot vaststelling van een inpassingsplan voor de windpark Westfrisia niet in procedure te brengen, omdat in de omvang van de destijds voorziene provinciale taakstelling van 580 MW was voorzien door het bestaand opgesteld vermogen en het windpark Wieringermeer. Deze beslissing heeft niet geleid tot een formele afwijzing van het PIP verzoek van Windpark Westfrisia BV. In de zomer van 2013 zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk en het Interprovinciaal Overleg (IPO) over de realisatie van de landelijke taakstelling van Megawatt (MW) opgesteld vermogen in Deze taakstelling vloeit voort uit de afspraak die het Rijk heeft gemaakt met de Europese lidstaten om in % van de eigen energieproductie duurzaam op te wekken. Voor de provincie Noord-Holland betekent dit dat in 2020 het opgesteld vermogen aan windenergie in totaal 685,5 MW moet bedragen. Dit is een aanvullende opgave van 105,5 MW ten opzichte van de opgave die in 2012 was voorzien. Het initiatief van Windpark Westfrisia BV draagt hierdoor alsnog bij aan het behalen van de provinciale doelstelling voor windenergie. Om invulling te geven aan deze extra opgave, is het beleidskader Wind op Land opgesteld. In december 2013 hebben Gedeputeerde Staten het projectplan herstructurering Wind op Land vastgesteld en is er duidelijkheid gekomen over de beleidskaders waaraan windenergieprojecten op land moeten voldoen. In januari 2014 is ambtelijk met initiatiefnemer gesproken en is hem medegedeeld dat zijn verzoek voldoet aan de eisen van de overgangsregeling zoals opgenomen in artikel 32, lid 7 van de PRV (zie verder paragraaf 3.3.1). Gedeputeerde Staten hebben bij brief van 6 augustus 2014 de initiatiefnemers officieel bevestigd dat het project valt onder de overgangsregeling en dat een PIP zal worden opgesteld, als aan alle vereisten van een goede ruimtelijke ordening kan worden voldaan. Op 25 september 2014 heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de gemeente Medemblik naar aanleiding van het initiatief. Het bestuur van de gemeente Medemblik op 3 juli 2014 besloten geen medewerking te verlenen aan realisatie van het windpark Westfrisia en heeft dit per brief in maart 2015 nogmaals bevestigd. 2.2 Projectbeschrijving Het inpassingsverzoek uit 2010 voorziet in de bouw van vijf windturbines met een ashoogte van maximaal 85 meter en een rotordiameter van 82 meter langs de N302 in de gemeente Medemblik. De locatie ligt ten noorden van de N302 tussen de bebouwing van Zwaagdijk-Oost en Zwaagdijk- West. De te realiseren capaciteit ligt tussen megawatt (MW), afhankelijk van de turbinekeuze. Hoewel de overgangsregeling uit de PRV geen sanering vereist, voorziet het verzoek in de sanering van drie solitaire windturbines aan de Droge Wijmerweg en de Poelweg in Medemblik. Deze windturbines worden gesaneerd binnen 1 jaar nadat het nieuwe park in bedrijf is (zie het inpassingsverzoek uit 2010 en de nadere verklaring van Westpark Westfrisia BV dd. 18 mei 2015) Daarnaast wil de initiatiefnemer de volgende stappen zetten op het gebied van communicatie en participatie. De initiatiefnemer levert een participatieplan met: 6
7 - concrete participatiemogelijkheden conform NWEA richtlijn; - een beschikbaar bedrag voor maatschappelijke doelen conform NWEA richtlijn en de participatiemogelijkheden in leningen/obligaties. Omwonenden zijn of worden uitgenodigd met voorstellen te komen (bijvoorbeeld korting op de stroomrekening, isolatie, andere duurzame energie maatregelen, maatschappelijke doelen. Naast het gezamenlijk opstellen van het participatieplan, wil Windpark Westfrisia BV omwonenden via een Klankbordgroep gelegenheid bieden ook andere punten aan de orde stellen die te maken hebben met de realisatie en exploitatie van het windpark. 2.3 Reikwijdte PIP In het PIP wordt de noodzakelijke ruimte opgenomen voor het realiseren van de windturbines voor windpark Westfrisia. Dit betekent dat, naast de ruimte voor de bouw van de windturbines in het PIP, zo nodig ruimte wordt opgenomen voor een serviceweg naar de windturbines in verband met onderhoud. Voor zover noodzakelijk wordt tevens een regeling opgenomen voor kabels en leidingen en een netaansluiting. Ook worden in het PIP veiligheidszones opgenomen in verband met de windturbines. Deze veiligheidszones worden in het PIP als dubbelbestemming opgenomen, waarmee de enkelbestemming uit het bestemmingsplan van de gemeente of inpassingsplan van de provincie (Westfrisiaweg, N23) blijft vigeren. Uitgangspunt voor het PIP is een maximale ashoogte van 85 meter zoals in het PIP verzoek is opgenomen. Gelet op de technologische vooruitgang en het aanbod van windturbines sinds de datum van aanvraag, kan het noodzakelijk zijn de ashoogte in beperkte mate te verhogen. Daarbij wordt uitgegaan van een maximale verhoging van 10% ten opzichte van het PIP verzoek, dus maximaal een ashoogte van 93,5 meter, met bijpassende rotordiameter. Hiertoe zal een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden opgenomen. Uit onderzoek zal moeten blijken dat de milieu effecten van de windturbines met een grotere ashoogte beter zijn dan die van turbines met een ashoogte van 85 meter. (Milieu effecten zijn de effecten die onderdeel uitmaken van een m.e.r.- beoordeling, zoals geluid, slagschaduw, veiligheid etc). Dit onderzoek wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De resultaten worden door de provincie getoetst. Indien blijkt dat de milieu- effecten van turbines met een hogere ashoogte beter zijn dan de turbines met een ashoogte van 85 meter, kan een maximale ashoogte van 93,5 meter worden toegestaan. Gronden waarop de windturbines worden geplaatst, of die noodzakelijk zijn voor de bouw of voor de aansluiting op het elektriciteitsnet, worden enkel in het PIP opgenomen, indien initiatiefnemer hiervoor overeenstemming heeft met de eigenaar van het betreffende perceel en zo nodig de gebruiker. 7
8 3 Wetgeving en provinciaal beleid 3.1 Elektriciteitswet 1998 In 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden waarmee werd beoogd met snelle en zorgvuldige procedures doelgericht te werken aan werkgelegenheid en duurzaamheid. Onderdeel van deze wet was het invoegen van artikel 9e in de Elektriciteitswet Met de invoeging van artikel 9e, lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 kregen Provinciale Staten de bevoegdheid inpassingsplannen vast te stellen voor de aanleg of uitbreiding van windturbineparken voor de opwekking van windenergie met een capaciteit van MW. Artikel 9e, lid 2 van de Elektriciteitswet 1998 geeft Provinciale Staten in ieder geval de verplichting om gebruik te maken van deze bevoegdheid wanneer een initiatiefnemer zich bij hen heeft gemeld en de gemeente een aanvraag tot vaststelling of wijziging van het bestemmingsplan heeft afgewezen. Provinciale Staten kunnen afzien van toepassing van het inpassingsplan (lid 5 van artikel 9e), wanneer de locatie qua omvang, aard en ligging geen versnelling betekent of geen andere voordelen oplevert en de provincie reeds heeft voldaan aan de minimum realisatienorm van 685,5 MW voor de provincie Noord-Holland. De in de Elektriciteitswet 1998 opgenomen inpassingsbevoegdheid voor Provinciale Staten is ingegeven vanuit de gewenste verduurzaming van onze energievoorziening en de realisatie van gemaakte afspraken over de capaciteit van windenergie in Nederland. Om dit te bewerkstelligen heeft wetgever overwogen dat het voor het gewenste tempo ook van groot belang is dat de provincies de regie nemen in het aanleggen van windmolenparken. 2 Als blijkt dat op grond van een goede ruimtelijke ordening inpassing op de verzochte locatie niet mogelijk is kunnen Provinciale Staten op grond daarvan een ander locatie aanwijzen, zo volgt uit de Memorie van Toelichting: de opgenomen verplichting heeft betrekking op de toepassing van de bevoegdheid als zodanig, en niet op de locatie, vorm of anderszins inhoudelijke afwegingen, zodat provinciale staten nog steeds een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabele beslissing zullen moeten nemen Kamerstukken II , 32127, nr Taakstelling windenergie Noord-Holland In de zomer van 2013 zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk en het InterProvinciaal Overleg (IPO) over de realisatie van de landelijke taakstelling van Megawatt (MW) opgesteld vermogen in Deze taakstelling vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei (Sociaal Economische Raad, september 2013) om in % van de eigen energieproductie duurzaam op te wekken. Voor Noord-Holland betekent dit dat in 2020 het opgesteld vermogen aan windenergie in totaal 685,5 MW moet bedragen. Circa de helft is reeds gerealiseerd. In de polder Wieringermeer wordt, onder regie van het Rijk, een windpark gebouwd waardoor het opgesteld vermogen met circa 250 MW toeneemt. Voor de resterende opgave van 105,5 MW is het beleidskader Wind op Land opgesteld. Het windpark Westfrisia is onderdeel van de realisatie van de resterende opgave. 2 Kamerstukken II , , nr. 3 8
9 3.3 Structuurvisie Noord-Holland 2040 In de Structuurvisie NH 2040 worden drie provinciale hoofdbelangen benoemd; klimaatverandering, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Het opwekken van duurzame energie met behulp van windturbines wordt gestuurd vanuit alle drie de hoofdbelangen Klimaatverandering Doelstelling is het energieverbruik in samenwerking met gemeenten in het stedelijk gebied, op bedrijventerreinen en in de glastuinbouw zoveel mogelijk beperken en de resterende vraag met duurzame energie invullen. De toepassing van duurzame energie in de gebouwde omgeving moet worden vergroot. In de Structuurvisie is aangegeven dat in Noord-Holland Noord voldoende ruimte is om windturbines op verantwoorde wijze als een nieuw element op te nemen in het landschap. In Noord-Holland Noord neemt de provincie het voortouw in een regionale aanpak van windenergie met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, participatie en herstructurering. Er wordt ruimte gereserveerd voor het opwekken en distribueren van duurzame energie, zodat Noord-Holland op termijn veel minder CO2 en andere broeikasgassen uitstoot. Tegelijk wordt ingezet op het stimuleren en ondersteunen van kleinschalige vormen van duurzame energie. Hiermee wordt geanticipeerd op de verminderde beschikbaarheid van fossiele energiegrondstoffen en de naar verwachting daarmee gepaard gaande sterke prijsstijging van die stoffen. Bijkomend voordeel is de verbetering van de luchtkwaliteit en de kansen die dat biedt voor de leefbaarheid en het behoud van de fysieke leefomgeving. Daarnaast breidt de provincie Noord-Holland het areaal aan natuur- en recreatiegebieden uit. Dit is goed voor het vasthouden van CO2, en voor het welzijn van mensen en dieren in de provincie. Windpark Westfrisia voorziet in een toevoeging van MW opgesteld vermogen aan de duurzame energiecapaciteit binnen de provincie Noord-Holland. En past daarmee in het provinciaal streven om de energievraag in de provincie zoveel mogelijk duurzaam in te vullen Ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, behorende bij de Structuurvisie Noord-Holland 2040, wordt uitgegaan van een aantal kernkwaliteiten per landschapstype dat in Noord-Holland voor komt. Het projectgebied ligt in het oude zeekleilandschap van West Friesland. Kernmerken voor dit landschap is het half open karakter, bestaande uit overwegend vlak terrein met tuinbouw en gras- en bouwland. Windturbines hebben door hun afmetingen en zichtbaarheid over grote afstand een bovenlokale impact op de ruimte in het landelijk gebied. Tegelijkertijd bieden juist de grootschalige open gebieden in Noord-Holland Noord kansrijke locaties voor de realisatie van windparken. In dit spanningsveld kiest de provincie ervoor de ontwikkeling van windenergie te concentreren in enkele gebieden. De polder Wieringermeer is aangewezen als windgebied. Om de provinciale belangen ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik te borgen, stuurt de provincie binnen én buiten bestaand bebouwd gebied (BBG) op de ruimtelijke ontwikkeling van windenergie op land. Ook nearshore ontwikkelingen in de grote wateren IJsselmeer, Markermeer en IJmeer worden hiertoe gerekend. De provincie geeft sturing aan de ruimtelijke ontwikkeling van windenergie door de 9
10 beperkte ontwikkeling van windenergie te bundelen in windparken en te koppelen aan de herstructurering van solitaire windturbines en verouderde lijnopstellingen. Een verdere uitwerking van dit beleidsuitgangspunt is opgenomen in het Beleidskader Wind op Land. 3.4 Beleidskader Wind op Land Om verder invulling te geven aan de afspraken met het Rijk over het aantal te leveren MW door windturbines, is het beleidskader Wind op Land opgesteld. Dit beleidskader gaat uit van het respecteren van bestaande rechten en de herstructurering van bestaande windturbines onder strikte voorwaarden. Voor initiatieven kenbaar gemaakt, middels een vergunningaanvraag of verzoek tot vaststellen van bestemmingsplan op inpassingsplan, vóór 11 april 2011, is in de PRV een uitzonderingsregeling opgenomen. Dit betekent dat deze initiatieven niet hoeven te voldoen aan de uitgangspunten van het beleidskader Wind op Land Overgangsregeling Bij de wijziging van het beleid voor wind op land in 2012 is in artikel 32, lid 7 PRV een overgangsregeling opgenomen voor vergunningsaanvragen voor het bouwen of opschalen van één of meer windturbines of een verzoek tot het wijzigen van een bestemmingsplan of het vaststellen van een inpassingsplan, die zijn ingekomen vóór 11 april Dit is de datum waarop het coalitieakkoord is gesloten. Voor zover nu bekend komt alleen windpark Westfrisia in aanmerking voor toepassing van de overgangsregeling. Artikel 32, lid 7 PRV stelt 5 voorwaarden aan een initiatief: a. er moet voor 11 april 2011 een vergunningsaanvraag voor het bouwen of opschalen van een of meer windturbines of een verzoek tot het wijzigen van een bestemmingsplan of het vaststellen van een inpassingsplan voor het bouwen of opschalen van een of meer windturbines zijn ingediend bij het bevoegd gezag; b. een windturbine is niet gelegen in een weidevogelleefgebied, de Ecologische Hoofdstructuur of een ecologische verbindingszone; c. een windturbine is niet gelegen in een aardkundig monument, een UNESCOerfgoed van uitzonderlijke universele waarden of een voormalig Nationaal Landschap; d. de afstand tussen een windturbine en een gevoelige bestemming bedraagt minimaal vier maal de ashoogte en minimaal 300 meter; e. de bepalingen van artikel 15 in acht zijn genomen. Artikel 15 PRV luidt: 1 een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking als bedoeld in de artikelen 12, 13, 13a en 14 in het landelijk gebied, voldoet aan de uitgangspunten zoals vermeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (PS d.d. 21 juni 2010) ten aanzien van: - de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en aardkundige waarden als bedoeld in artikel 8; - de kernkwaliteiten van de bestaande dorpsstructuur waaraan wordt gebouwd; - de openheid van het landschap daarbij inbegrepen stilte en duisternis; - de historische structuurlijnen; 10
11 - cultuurhistorische objecten. 2. de toelichting van een bestemmingsplan geeft aan in welke mate ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde functies rekening is gehouden met: - de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap; - de ordeningsprincipes van het landschap; - de bebouwingskarakteristieken (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte) ter plaatse; - de inpassing van de nieuwe functies in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); - de bestaande kwaliteiten van het gebied (inclusief de ondergrond) als hiervoor bedoeld en de maatregelen die nodig zijn om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen in relatie tot de nieuwe functies. 3. In het kader van de bestemmingsplanprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies gevraagd over plannen met grote impact. 4. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de uitgangspunten als bedoeld in het eerste lid teneinde te garanderen dat de ruimtelijke kwaliteit toeneemt. Het initiatief is getoetst aan de in de PRV gestelde voorwaarden. Daaruit blijkt dat: a. de aanvraag voor 11 april 2011, namelijk op 13 september 2010, is ingediend. b. de windturbines niet zijn gelegen in een weidevogelleefgebied, de Ecologische Hoofdstructuur of een ecologische verbindingszone; c. de windturbines niet zijn gelegen in een aardkundig monument, een UNESCOerfgoed van uitzonderlijke universele waarden of een voormalig Nationaal Landschap; d. de afstand tussen de windturbines en een gevoelige bestemming minimaal vier maal de ashoogte en minimaal 300 meter bedraagt; e. wat betreft de inpasbaarheid in de kernkwaliteiten van het oude zeekleilandschap en de openheid van het landschap het volgende gezegd kan worden. In de Noord-Hollandse Windlandschappen, voorstudie ten behoeve van Beleidskader en Plan-mer Wind op Land is het gebied waarin windpark Westfrisia is gelegen benoemd als één van de stedelijke zones in Noord-Holland, namelijk de stedelijke zone Hoorn-Enkhuizen/Westfrisia. 11
12 Uitsnede kaartbeeld pagina 28 Noord-Hollandse Windlandschappen Over deze stedelijke zone s wordt het volgende gezegd met betrekking tot windenergie: Stedelijke Zones De afgelopen decennia heeft de groei van steden, werkgebieden en de verbindende infrastructuur geleid tot het ontstaan van grootschalige, aaneengesloten stedelijke (werk)landschappen of zones met een enorme dynamiek. Het zijn gebieden waar een intrinsieke verbondenheid is met de energieopgave, door de concentratie van energieverbruik. In deze gebieden zijn (historische) structuurlijnen vaak niet langer de beeldbepalende elementen. De dynamiek en het gebruik zijn in structurerende zin, maar ook in de beleving inmiddels veel prominenter aanwezig dan de (historische) structuurlijnen. Het gebruik van structuurlijnen als dragers van ontwikkelingen, in het geval van windturbines als dragers van lijnopstellingen dient hier ter discussie te worden gesteld. Op de Startkaart komen echter weinig stedelijke zones (werk- en kassengebieden) voor waarin plaatsing van windturbines mogelijk is. Dit komt omdat in veel van deze gebieden meer of minder gevoelige bestemmingen zoals woningen voorkomen. Hoewel het in verhouding vaak om weinig woningen gaat, vallen door afstandscriteria in combinatie met de regel van 6 turbines in een lijnopstelling, toch hele stukken werkgebied af als mogelijke ontwikkellocaties voor windturbines. Vanuit hun aard en omvang zijn dit echter gebieden waar windturbines landschappelijk gezien passend zijn. Het is zelfs zo, dat indien plaatsing hier wel (substantieel meer) mogelijk zou zijn, andere gevoeliger of cultuurhistorisch meer waardevolle landschappen gespaard zouden kunnen blijven. In de vervolgfase op de deze voorstudie, kan nader ontwerpend onderzoek inzicht bieden in de kansen en mogelijkheden die hier liggen. Noord-Hollandse Windlandschappen, p. 29 In het beleidskader Wind op Land (2014/2015) is West-Friesland midden aangemerkt als geschikt gebied voor windenergie. In het overblijvende herstructureringsgebied is het geplande windpark Westfrisiaweg gesitueerd welke onder de overgangsregeling van artikel 32 lid 7 PRV valt. Beleidskader Wind op Land, p. 13 Uit het bovenstaande blijkt dat de geschiktheid van het projectgebied vanuit landschap en cultuurhistorie is onderzocht, in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie en geschikt bevonden voor realisatie van windturbines. In de toelichting van het inpassingsplan zal worden 12
13 ingegaan op de onder ii. opgesomde punten en het inpassingsplan wordt voor advies voorgelegd aan de ARO. Gelet op het bovenstaande voldoet het initiatief aan de in de PRV opgenomen overgangsregeling en wordt voor het initiatief een PIP voorbereid. 13
14 4 Juridisch kader In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische grondslag en de juridische status van het inpassingsplan. Bijkomende instrumenten als de coördinatieregeling en m.e.r.-beoordeling worden ook beschreven. Tot slot wordt onderbouwd waarom het inpassingsplan hier het gepaste instrument is of dat er nog andere planologische instrumenten beschikbaar zijn om deze ontwikkeling mogelijk te maken. 4.1 Juridisch kader provinciaal inpassingsplan Op grond van de Crisis-en herstelwet (CHW) kunnen initiatiefnemers van windprojecten tussen 5 en 100 MW, die voor hun initiatief geen gehoor vinden bij de gemeente, bij Provinciale Staten een verzoek tot het opstellen van een inpassingsplan indienen. Provinciale Staten moeten dit verzoek in behandeling nemen en hierop overeenkomstig de vereisten van een goede ruimtelijke ordening besluiten, tenzij kan worden aangetoond dat: 1. de provinciale doestellingen al elders zijn gerealiseerd; 2. er door het maken van een inpassingsplan geen wezenlijke versnelling van de realisatie te verwachten is. Gelet op de aanvullende taakstelling van de provincie Noord-Holland, is de provinciale doelstelling voor windenergie nog niet gerealiseerd. Initiatiefnemers hebben bij de gemeente Medemblik (en voorheen gemeente Wervershoof) geen gehoor gevonden voor dit initiatief. Hiermee ontstaat voor de provincie een inpassingsplicht. Het maken van een PIP brengt daarnaast de verwachte wezenlijke versnelling van de realisatie van het initiatief. Het PIP is vergelijkbaar met een gemeentelijk bestemmingsplan, met dit verschil dat het initiatief en de regie bij Provinciale Staten berust in plaats van de gemeenteraad. Een PIP stelt voor 10 jaar of zoveel korter als in het PIP wordt bepaald het onderliggende bestemmingsplan buiten werking voor zover het gaat om de onderwerpen die in het PIP worden gereguleerd. Het juridisch bindend gedeelte van het PIP bestaat uit een verbeelding (plankaart) en planregels. De verbeelding en planregels worden van een toelichting voorzien. Verbeelding en planregels worden opgesteld conform de sinds 1 januari 2013 geldende eis dat een inpassingsplan digitaal op-, vast- en beschikbaar moet worden gesteld volgens de landelijke RO-standaarden. Dat wil zeggen dat er een vaste indeling van verbeelding en planregels moet worden aangehouden en dat de verbeelding geschikt is voor digitale toepassingen en uitwisseling met verschillende instanties. 4.2 Provinciale coördinatieregeling De provinciale coördinatieregeling uit artikel 3.33 Wro maakt het mogelijk voor Provinciale Staten om het PIP procedureel te coördineren met de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten ten behoeve van de verwezenlijking van het PIP (artikel 3.33, lid 1 sub b Wro). De coördinatie van de bij het PIP behorende uitvoeringsbesluiten is verplicht op grond van de Elektriciteitswet 1998 (artikel 9f, lid 2 Elektriciteitswet). 14
15 De procedurele coördinatie houdt in dat de voor een project benodigde besluiten (zoals vergunningen en ontheffingen) tegelijkertijd met het ontwerp-pip ter inzage worden gelegd. Op dat moment kan eenieder daarop zienswijzen geven. Daarna liggen de definitieve besluiten ook weer tegelijkertijd ter inzage. Als een belanghebbende het niet eens is met een of meer van de besluiten, kan deze alleen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is dus geen bezwaarfase bij het bevoegd gezag of beroepsfase bij de rechtbank. Artikel 9f, lid2 van de Elektriciteitswet legt de bevoegdheid voor het nemen van de voor het PIP noodzakelijke uitvoeringsbesluiten bij Gedeputeerde Staten. Voor het windpark Westfrisia gaat het naar verwachting om de volgende besluiten: - omgevingsvergunning voor het bouwen en het uitvoeren van werken; - afhankelijk van de omvang van de turbines en de milieueffecten, een omgevingsvergunning met beperkte milieutoets of een omgevingsvergunning milieu; - melding Activiteitenbesluit; - een vergunning op grond van de Waterwet, als er gebouwd wordt in/op een waterkering; - in verband met de verstoring van beschermde soorten kan een ontheffing op grond van de Floraen faunawet en/of een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 zijn vereist. Voor de aansluiting van de windturbines op het openbare net is mogelijk een aanlegvergunning vereist op grond van het vigerende bestemmingsplan. 4.3 M.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij het nemen van besluiten het milieubelang een volwaardige plaats te geven. Er zijn twee onafhankelijke ingangen die kunnen leiden tot een m.e.r. of een m.e.r.- beoordelingsplicht van de op te stellen inpassingsplannen: - toetsing van de voorgenomen activiteiten aan het Besluit m.e.r.; - toetsing of voor het inpassingsplan een passende beoordeling moet worden opgesteld in het kader van de Natuurbeschermingswet Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. zijn drempelwaarden opgenomen voor m.e.r.-plichtige en m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten. Bij deze drempelwaarden dient in acht te worden genomen dat het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 is gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r.-wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.- (beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig gebied ligt, zoals een natuurgebied. In deze situatie dient het bevoegd gezag zich er van te vergewissen dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen door het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.- beoordeling. 15
16 4.3.2 Passende beoordeling M.e.r.-plicht voor plannen, in dit geval een PIP, kan ook voortkomen uit de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet). Indien voor een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan een passende beoordeling moet worden opgesteld vanwege mogelijke effecten van het plan op Natura2000- gebieden, moet voor dat plan een m.e.r. worden doorlopen M.e.r. of m.e.r.- beoordelingsplicht Windpark Westfrisia Het oprichten van een windturbinepark met een gezamenlijk vermogen van alle daartoe behorende windturbines van 15 MW of meer, of een totaal aantal windturbines van 10 of meer is als m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit opgenomen in categorie22.2 van de D-lijst van het Besluit m.e.r.. De maximale capaciteit van het windpark Westfrisia is 13 MW. Daarmee wordt de drempel van het Besluit m.e.r. niet bereikt. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het IJsselmeer dat op circa 4,5 kilometer van het plangebied is gelegen. Gelet op de effecten van het plan, die zich vooral lokaal kunnen manifesteren, wordt directe verstoring van beschermde soorten in het Natura2000-gebied niet verwacht. Een m.e.r. procedure is daarom niet verplicht. Wel moet worden onderzocht of de activiteit, ondanks dat deze onder de drempelwaarde blijft, toch belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Voor de activiteit wordt daarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld om eventuele nadelige effecten in beeld te brengen en af te wegen. Blijkt uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dat er nadelige gevolgen optreden die aanleiding geven om een m.e.r. procedure te doorlopen, gebeurt dat alsnog. De doorlooptijd voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is afhankelijk van de benodigde uit te voeren onderzoeken. Voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt, rekening houdend met het uitvoeren van de benodigde onderzoeken, een doorlooptijd van 2 maanden aangehouden. 4.4 Overige planologisch/juridische aandachtgebieden c.q. -aspecten Aspecten die in het kader van de voorbereiding van het PIP in elk geval zullen worden onderzocht om na te gaan of zij belemmeringen opleveren ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening betreffen: geluid, slagschaduw, ecologie, veiligheid, archeologie, niet gesprongen explosieven, water en bodem en landschap en alle in de Provinciale milieuverordening en Provinciale ruimtelijke verordening genoemde beschermingsgebieden. Verder zal worden getoetst of de ruimtelijke inpassing/kwaliteit van dit project voldoet aan Rijks- en provinciaal beleid/regelgeving. 4.5 Andere met het PIP vergelijkbare instrumenten ten behoeve van de ruimtelijke inpassing Hieronder worden de meest voor de hand liggende vergelijkbare instrumenten voor een ruimtelijke inpassing van een initiatief omschreven. Ook zal hierbij worden aangegeven waarom deze gelet op alle nu bekende feiten en omstandigheden minder geschikt zijn dan het vaststellen van een PIP. 16
17 4.5.1 Rijksinpassingsplan en Rijkscoordinatieregeling (RCR) In de RCR worden de verschillende besluiten (vergunningen en ontheffingen) die voor een project nodig zijn tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat naast vergunningen en ontheffingen vaak ook om een Rijksinpassingsplan. Op grond van artikel 20a van de Elektriciteitswet 1998 is de RCR van toepassing op windparken met een opgesteld vermogen van 100 MW of meer. Daarvan is hier geen sprake Bestemmingsplan en gemeentelijke coördinatieregeling Het project valt binnen het grondgebied van de gemeente Medemblik. De gemeenteraad heeft laten weten geen medewerking te willen verlenen aan de planologische inpassing van het windpark Westfrisia (Provinciale) Omgevingsvergunning Initiatiefnemers hebben een aanvraag ingediend op grond van artikel 9 e, lid 1 van de Elektriciteitswet om een inpassingsplan vast te stellen waarin de realisatie van windpark Westfrisia ruimtelijk wordt ingepast. Omdat het verzoek voldoet aan de in de Elektriciteitswet gestelde voorwaarden, moeten Provinciale Staten het verzoek in behandeling nemen. Deze wettelijke regeling laat geen ruimte om op het ingediende verzoek te beslissen door het afgeven van een provinciale omgevingsvergunning. 4.6 Crisis- en herstelwet Op dit project is de Crisis-en Herstelwet van toepassing. De belangrijkste gevolgen hiervan hebben betrekking op een snellere afwikkeling van beroepsprocedures. Dit betekent voor het PIP windpark Westfrisia dat lagere overheden zoals de gemeente geen beroep kunnen instellen tegen het PIP, geen pro forma beroep kan worden ingesteld en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak doet. 17
18 5 Planning (op hoofdlijnen) In de planning kan een aantal fasen worden onderscheiden. Deze zijn hieronder nader uitgewerkt en worden daarna toegelicht. 5.1 Stappenplan PIP Deze startnotitie is het zogenaamde 0 moment of stap 3 in het proces van de totstandkoming van het PIP. De te nemen stappen zijn geënt op het stappenplan Een inpassingsplan van Provincie Noord- Holland in 10 stappen, vastgesteld door Provinciale Staten op 5 maart Stap 1 Initiatief start planvorming - Uitzetten ontwikkellijnen voor organisatie, ruimtelijke ordening, financiering en inpassing etc. Stap 2 Andere instrumenten - GS motiveren de toepassing van het inpassingsplan en overwegen het gebruik van alternatieve, voorwaardelijke, voorafgaande en flankerende instrumenten. Stap 3 Bestuurlijk voornemen/start planvorming (Awb) - GS nemen een principebesluit over het voorbereiden van een inpassingsplan en formuleren van overwegingen, alternatieven, planning, etc. in een conceptvoornemen; - PS (commissie) behandelt eerst het conceptvoornemen met voorstellen; - wanneer PS instemmen met het voornemen, zijn zij zich bewust dat zij na het doorlopen van de procedure een wettelijk besluit over het inpassingsplan nemen; - het bestuursorgaan (de provincie) geeft kennis van het voornemen (art Bro); - PS horen schriftelijk de raden (art. 3.26, lid 1 Wro), tenzij anders in het voornemen is vastgelegd moment 0. In deze startnotitie wordt invulling gegeven aan stap 1 en 2. Deze startnotitie is door Gedeputeerde Staten voorbereid en ter vaststelling aan Provinciale Staten gestuurd. Met het vaststellen van deze startnotitie hebben Provinciale Staten het besluit genomen een PIP procedure te starten voor windpark Westfrisia. Vooruitlopend op de vaststelling van deze startnotitie door PS, is de gemeenteraad van Medemblik schriftelijk gehoord over het voornemen. Na vaststelling van deze startnotitie, wordt kennisgegeven van het voornemen. In de verdere procedure worden onderstaande stappen doorlopen. Stap 4. Ontwerp inpassingsplan - GS stellen een ontwerp op (verbeelding, bestemmingen, regels en toelichting); - GS overleggen met wettelijke overlegpartners (art Bro), eventueel in combinatie met het horen der raad/raden, e.e.a. als bepaald in het voornemen; - GS verzorgen communicatie met belanghebbende organisaties en burgers; - GS vragen en betrekken het advies van de Commissie; - Commissie geeft aan of zij eventuele indieners van zienswijzen fysiek wil horen; - GS leggen het ontwerp inpassingsplan ter inzage (art. 3.8 Wro, afd. 3.4 Awb en Chw) met mogelijkheid tot naar voren brengen van zienswijzen door een ieder. Stap 5. Vaststellen - GS behandelen zienswijzen (art. 3:14 t/m 3:17 Awb), verwerken die in een nota van antwoord en verwerken eventuele aanpassingen in het ontwerp inpassingsplan; - Commissie adviseert over zienswijzen, antwoorden en aanpassingen en hoort desgewenst de indieners van de zienswijzen; 18
19 - PS stellen de nota van zienswijzen en beantwoording (samenvatting en brieven) vast en het al dan niet gewijzigde inpassingsplan (wettelijke termijn na termijn van ter inzage legging is maximaal 12 weken, zie art en 3.8 Wro) 12 weken (wettelijke termijn). Stap 6. Bekendmaken - GS doen mededeling aan indieners van zienswijzen en andere belanghebbenden ; - het bestuursorgaan (de provincie) geeft kennis van (publiceert) het besluit: o binnen 2 weken na vaststelling (art. 3.8, lid 3 Wro); o binnen 6 weken na vaststelling bij zienswijzen door de inspecteur of bij wijzigingen, anders dan op grond van een zienswijze van de inspecteur; o binnen 7 weken bij een reactieve aanwijzing door Onze Minister (art. 3.8, lid 6) 2 tot 7 weken (wettelijke termijn). Stap 7. Beroep - GS handelen het vervolg van de procedure af; - indieners van zienswijzen kunnen desgewenst beroep instellen (art. 8.2 Wro) bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 weken (wettelijke termijn). Stap 8. Van kracht en in werking - het besluit tot vaststellen van het inpassingsplan treedt in werking na afloop van de beroepstermijn (art. 3.8, lid 5 Wro) of, ingeval van een verzoek om een voorlopige voorziening, op het moment dat dit verzoek is afgewezen ; - het besluit treedt niet in werking bij een reactieve aanwijzing van het Rijk binnen 6 maanden (wettelijke termijn). Stap 9. Uitvoering start realisatie 5.2 Planning Windpark Westfrisia Vooralsnog wordt onderstaande planning op hoofdlijnen aangehouden: Activiteit Planning Startnotitie in GS/PS September-oktober 2015 M.e.r.-beoordeling, Ontwerp December 2015 Januari 2016 PIP, coördinatiebesluiten ontwerp vergunningen in GS Ontwerp PIP en ontwerp Januari februari 2016 vergunningen ter inzage Vaststellen nota van Juni juli 2016 beantwoording zienswijzen, PIP in GS/PS en vergunningen in GS Beroepsprocedure PIP en Vanaf zomer 2016 vergunningen bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 19
20 6 Financiële uitvoeringsaspecten 6.1 Economische uitvoerbaarheid en financiële risico s Onderdeel van de ruimtelijke procedure is een beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het project windpark Westfrisia. Een raming van de kosten, een berekening van de financiële risico s alsmede een uiteenzetting van de financiële dekking dient door initiatiefnemer te worden overlegd. Het plan wordt uitgevoerd en gefinancierd door de initiatiefnemer windpark Westfrisia BV. Ter dekking van de mogelijke financiële risico s die Provinciale Staten als bevoegd gezag van een PIP aangaan wordt met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. waarin onder meer afspraken worden gemaakt over eventuele planschade. Uitgangspunt is dat deze anterieure overeenkomst is ondertekend op het moment dat het ontwerp-pip ter inzage gaat. 6.2 Kostenraming ruimtelijke procedure De kosten bestaan uit de kosten voor het opstellen van het PIP, voor de organisatie van informatiebijeenkomsten, het opstellen en uitvoeren van een communicatieplan en procesbeheer. De kosten voor de voorbereidende onderzoeken, vormvrije m.e.r.-beoordeling en vergunningaanvragen worden gedragen door initiatiefnemer Windpark Westfrisia BV. Voorgesteld wordt afspraken over het kostenverhaal vast te leggen in de anterieure overeenkomst en de portefeuillehouder te mandateren om deze overeenkomst voor te bereiden. 7 Afstemming 7.1 Intern: provincie en omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied De voorbereiding van het PIP en de besluitvorming wordt gecoördineerd vanuit de directie Beleid van de provincie Noord-Holland, in een coproductie van de sectoren Ruimtelijke Inrichting en Milieu. De directie Beleid draagt zorg voor een integrale advisering en stemt af met de provinciale directie Subsidies, Vergunningen en Toezicht voor de vergunningverlening en de directie Beheer en Uitvoering. De voorbereiding van de gecoördineerde vergunningverlening worden uitgevoerd door de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. 7.2 Extern: initiatienemer Windpark Westfrisia BV Binnen het project is Windpark Westfrisia BV verantwoordelijk voor het tijdig verkrijgen van de benodigde grondpositie voor het bouwen van de windturbines. 7.3 Samenwerking met gemeenten De gemeente Medemblik heeft op 3 juli 2014 besloten niet mee te willen werken aan realisatie van het Windpark Westfrisia en dit per brief in maart 2015 nogmaals bevestigd. Om deze reden blijft de samenwerking beperkt tot het wettelijk vooroverleg. De gemeente Medemblik blijft uitgenodigd aan het gesprek over realisatie van het park deel te nemen. 20
21 8 Communicatie Een PIP procedure bevat een aantal momenten waarop de provincie vanuit haar rol als bevoegd gezag communiceert over de vastgestelde stukken. De communicatie over het Windpark Westfrisia vraagt echter bijzondere aandacht, naast de formele momenten. In West Friesland is zowel maatschappelijk als bestuurlijk weinig draagvlak voor nieuwe windparken. De inpassing van Westfrisia geniet bovendien een bijzondere status doordat zij onder de overgangsregeling valt. Dit betekent dat inwoners van West Friesland te maken hebben met twee verschillende regelingen: de herstructureringseisen met betrekking tot nieuwe aanvragen en de overgangsregeling waaronder Windpark Westfrisia valt. 8.1 Ter visie leggingen, zienswijzen en informatievoorziening Na vaststelling door Gedeputeerde Staten, wordt het ontwerp PIP 6 weken ter visie gelegd (volgens planning dit najaar). Eenieder heeft gedurende 6 weken de tijd om een zienswijze in te dienen op het ontwerp PIP en de ontwerp vergunningen. Zienswijzen kunnen leiden tot aanpassing van de ontwerpen. De provincie zal in die periode een informatieavond organiseren, met mondelinge inspraakmogelijkheid. Deze momenten worden via de website, het Provinciaal Blad, de Staatscourant en in de (regionale) media aangekondigd. Vervolgens is het aan Provinciale Staten om het inpassingsplan en de vergunningen definitief vast te stellen. Tegen deze definitieve besluiten kunnen belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State instellen. Ook dit wordt via website, het Provinciaal Blad, de Staatscourant en in de (regionale) media aangekondigd. Via website Land/Windpark-Westfrisia.htm kunnen belangstellenden makkelijk informatie krijgen over het project. Hier zijn onder andere te vinden: de aanvraag uit 2010, de ruimtelijke informatie over het project van bureau Pondera Consult, brief met de bevestiging van GS dat er een inpassingsplanprocedure wordt opgestart voor dit windpark, de verslagen van de ronde tafels, deze startnotitie en een werkplanning. Tevens zijn hier (na vaststelling door GS ) de diverse onderzoeken, het ontwerp PIP en de verbeelding te vinden. Deze zijn-na vaststelling- tevens te vinden op Draagvlak Op 10 en 17 februari 2015 heeft de provincie ronde tafelbijeenkomsten georganiseerd over de aanvraag voor het Westfrisia Windpark. De avonden in Zwaagdijk-Oost en Westwoud zijn goed bezocht door (kritische) omwonenden uit de gemeenten Medemblik, Drechterland en Hoorn, raadsleden, dorpsraden en andere geïnteresseerden. Visualisaties in 3D als communicatie instrument zijn hier ingezet en zullen in vervolgbijeenkomsten weer worden ingezet. 21
22 In mei en juni 2015 zijn er ambtelijke keukentafelgesprekken geweest met direct omwonenden die dat willen, stuurgroep Tegenwind en dorpsraden Zwaagdijk Oost en -West, waar zij vragen hebben kunnen stellen over de komende procedure en aandachtspunten mee kunnen geven. In deze gesprekken is gebleken dat de omwonenden en actiegroepen zich voorbereiden op een procedure bij de rechter. Tegelijk hebben zij zich verenigd in een bewonersplatform. Dit platform is inmiddels het gesprek aangegaan met de initiatiefnemers om afspraken te maken over de uitvoering van het project. De provincie Noord-Holland hecht aan draagvlak bij de ontwikkeling van een nieuw windpark. Het om die reden alsnog niet starten van een PIP-procedure voor een plan, dat voldoet aan de vereisten van de overgangsregeling en waarvoor PS op grond van grond van artikel 9 e van de Elektriciteitswet 1998 een inpassingsplicht heeft, is feitelijk geen optie. Juridisch is het gebrek aan draagvlak geen argument om een inpassingsplan niet vast te stellen, indien het aan alle eisen van een goede ruimtelijke ordening voldoet. Een dergelijk besluit zou bij de Raad van State geen stand houden en worden vernietigd, waarna de provincie alsnog wordt gedwongen een inpassingsplan te maken. De provincie ziet evenwel een rol voor zichzelf in het maatschappelijk spoor: de provincie stimuleert Windpark Westfrisia BV om in gesprek te gaan met de omgeving en zo mogelijk de input vanuit de omgeving mee te nemen in de vergunningaanvragen. Daarnaast vraagt de provincie van de initiatiefnemers om een participatieplan op te stellen in overleg met de omgeving. Indien partijen erin slagen daarover afspraken te maken, kan de provincie besluiten deze op te nemen in de met de initiatiefnemers te sluiten anterieure overeenkomst of in de vergunningverlening. 8.3 Communicatie vanuit de initiatiefnemer Windpark Westfrisia BV. voert gedurende het proces een eigen communicatielijn onder eigen verantwoordelijkheid. De initiatiefnemers zijn bereid afspraken te maken over de uitvoering van het project en zijn daartoe in gesprek met het bewonersplatform. Leden van de Westfriese Windmolen Coöperatie kunnen financieel participeren in het project. Omwonenden zijn uitgenodigd lid te worden van deze coöperatie, zodat zij financieel mee kunnen profiteren van het project. Andere acties zijn geweest: het verstrekken van informatie over het project aan leden van Provinciale Staten en het verspreiden van folders in de projectomgeving, waarin wordt opgeroepen tot participatie en het aangaan van het gesprek met de initiatiefnemers over het plan. 22
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland. Haarlem, 14 april Vragen nr. 27
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 14 april 2015 Vragen nr. 27 Vragen van de heer mr. J.M. Bruggeman (SP) over de toepassing van de "overgangsregeling" als bedoeld in artikel
Ontwerp wijziging PRVS
Model bekendmaking regeling provinciale staten 1 8 Ontwerp wijziging PRVS Ontwerp besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van [..], tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie
Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU
5 -minuten versie voor Provinciale Staten provincie HOLLAND Directie DLB Afdeling Samenleving en Economie Registratienummer 489015306 {DOS-2007-0015748) Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum
WEIGERING OMGEVINGSVERGUNNING. ENGIE t.a.v. de heer O. Keet Postbus GB Zwolle. Betreft: Weigering omgevingsvergunning (ontwerp)
Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam ENGIE t.a.v. de heer O. Keet Postbus 10087 8900 GB Zwolle Postbus 209 1500 EE Zaandam www.odnzkg.nl Betreft: Weigering omgevingsvergunning (ontwerp) Datum aanvraag:
Motivering besluit ontwerp-vvgb windturbinepark Havenwind
899922/943613 Motivering besluit ontwerp-vvgb windturbinepark Havenwind Dit memo bevat de motivering voor het afgeven van een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen ex artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht
Omdat dit een ontwerp van het besluit tot weigeren is staat in deze brief onder procedurele aspecten op welke wijze u zienswijzen kunt indienen.
Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam Tata Steel IJmuiden BV t.a.v. mevrouw M.G. drs. Bredewold Wenckebachstraat 1 1951 JZ Velsen Noord Postbus 209 1500 EE Zaandam www.odnzkg.nl Betreft: Weigering omgevingsvergunning
Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Brielle
Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Brielle Partijen: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, vertegenwoordigd door gedeputeerde de heer J.F. Weber, daartoe
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag
VERKEER EN VERVOER. Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST
VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg Colofon Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 2000 MD Haarlem
Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt
Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt Programma Stedelijke ontwikkeling Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting De initiatiefnemer van de realisatie
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 42535 24 juli 2017 Besluit van de Minister van Economische Zaken tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling ten behoeve
RCR en PCR, nu en straks: do s en don ts
RCR en PCR, nu en straks: do s en don ts Aaldert ten Veen, Stibbe en Harm Borgers, AT Osborne 12 juni 2015 Wie zijn wij? Harm Borgers Directeur AT Osborne Legal Practice areas Omgevingsrecht Strategievorming
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Toelichting correctieve
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Raad op dd maand jjjj) 1 Raad op dd maand jjjj) 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING...
Gemeente f Bergen op Zoom
Gemeente f Bergen op Zoom VooMegger _ I Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Portefeuillehouder(s) Contactpersoon Afdeling Contactpersoon Email Contactpersoon Telefoon Programmanummer en -naam : Coördinatiebesluit
Voldoende afstand tot windturbines en belangrijke kabels en leidingen. archeologische vindplaatsen, natuurgebieden, etc.).
Hoe vindt de trechtering van groot concept zoekgebied naar voorkeursalternatief plaats? Om tot een voorkeurslocatie voor het station en voorkeurslocatie voor de kabelcircuits te komen worden een aantal
: Coördinatieregeling ruimtelijke besluiten. Beslispunt(en): 1. De coördinatieverordening Wro gemeente Woensdrecht vaststellen
Voorstel aan de Raad Onderwerp : Coördinatieregeling ruimtelijke besluiten Raadsvergadering : 26 juni 2013 Agendapunt : Portefeuillehouder : A.Th.S. van der Wijst Datum : 14 mei 2013 Bestuurlijk kader
BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE
BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE Vastgesteld op 15 december 2011 BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE CODE 110505 / 15-12-11 GEMEENTE HET BILDT 110505
Ontwerp Beleidskader Wind op Land 2014
Ontwerp Beleidskader Wind op Land 2014 1. Inleiding De provincie Noord-Holland kiest voor een restrictief beleid voor windenergie op land. In het coalitieakkoord 2011-2015 1 is vastgelegd dat geen uitbreiding
Startnotitie uitbreiding elektriciteitsnet Kop Noord-Holland
Startnotitie uitbreiding elektriciteitsnet Kop Noord-Holland Voornemen tot het opstellen van een Provinciaal Inpassingsplan ten behoeve van een uitbreiding van het elektriciteitsnet in de Kop van Noord-Holland
Voorstel raad en raadsbesluit
Voorstel raad en raadsbesluit Gemeente Landgraaf Documentnummer: B.18.1594 *B.18.1594* Landgraaf, 11 september 2018 ONDERWERP: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor een zonnepark in Abdissenbosch
: beslissing op bezwaarschrift afwijzing verzoek inpassingsplan Lage Weide, gemeente Utrecht. Besluit pag. 4. Toelichting pag. 5
College van Gedeputeerde Staten statenvoorstel DATUM 12 mei 2015 NUMMER PS PS2015RGW06 AFDELING FLO/ MEC COMMISSIE RGW STELLER Dorien van Cooten & Henk de Vries DOORKIESNUMMER DOCUMENTUMNUMMER 8150FBF3
Waarom dit windpark? Windplan Blauw. Energieakkoord 2020: Megawatt (MW) aan windenergie op land in 11 provincies
Waarom dit windpark? Inzet op energiebesparing en hernieuwbare energie 2020: 14% hernieuwbare energie 2023: 16% hernieuwbare energie Energieakkoord 2020: 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land in
Waarom windenergie op land?
Waarom windenergie op land? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Basis vormt de Europese doelstelling van 14% duurzame
Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24
Pagina 1 van 5 Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 2 van 5 Inleiding Op donderdag 3 april 2014 is door Dierenrijk
Beleidskader Wind op Land 2014
Beleidskader Wind op Land 2014 1. Inleiding De provincie Noord-Holland kiest voor een restrictief beleid voor windenergie op land. In het coalitieakkoord 2011-2015 1 is vastgelegd dat geen uitbreiding
Bijlage 1 - Stand van zaken windparken in ontwikkeling
Bijlage 1 - Stand van zaken windparken in ontwikkeling Hieronder wordt per windpark weergegeven wat de algemene stand van zaken is. Het windpark dat het verst in procedure is staat bovenaan in deze lijst.
Ontwerp besluit. Aan XL Wind B.V. t.a.v. de heer W. Meerkerk Overslingeland 24-II 4225 NK Noordeloos
Ontwerp besluit Aan XL Wind B.V. t.a.v. de heer W. Meerkerk Overslingeland 24-II 4225 NK Noordeloos Bezoekadres: Wilhelminakade 179 3072 AP ROTTERDAM Postadres: Postbus 6575 3002 AN ROTTERDAM Website:
Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder
150714-44-RUI-01 Raadsvoorstel start MER procedure Spinder_crdv 1 Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder Aanleiding Stichting MOED heeft een verzoek om herziening van het bestemmingsplan
INHOUDELIJKE TOELICHTING (waaronder beoogde doelen en/of maatschappelijke effecten)
Agendapunt: 8 No. 94/'10 Dokkum, 8 november 2010 ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan Ee-Skieppereed 26 SAMENVATTING: Zoals u weet zijn de twee vigerende bestemmingsplannen voor het buitengebied sterk
Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.
Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het
b e s l u i t : Pagina 1 van 7 Nr: De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr.
Nr: 13-13 De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 13-13; gelet op artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening (Wro); b e s l u i t : vast te stellen de volgende:
ONDERWERP Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan "Centrum en omgeving" t.b.v. nieuwbouw Vomar
ONDERWERP Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan "Centrum en omgeving" t.b.v. nieuwbouw Vomar SAMENVATTING Op 22 mei 2017 is door Trottoir Participaties B.V. (Hoorne Vastgoed) een verzoek om wijziging
Onderwerp Brief van Provincie Zuid-Holland over windenergie A44-zone - Ter kennisname
BESLUIT OPSCHRIFT Vergadering van 15 oktober 2013 nummer: 2013_BW_00638 Onderwerp Brief van Provincie Zuid-Holland over windenergie A44-zone - Ter kennisname Beknopte samenvatting Het college wordt voorgesteld
Op onderstaande luchtfoto is de locatie aangeduid met een rode omcirkeling.
Raadsvoorstel no. R2015.0011 Agendapunt no. 13 Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Stierop 3 Uitgeest, 14 april 2015 Aan de gemeenteraad Aanleiding Op 2 juli 2014 is er een aanvraag omgevingsvergunning
Toelichting op de Coördinatieverordening
Toelichting op de Coördinatieverordening Hoofdstuk 1: Algemene toelichting 1. Coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wro Afdeling 3.6 Wro bevat verschillende coördinatieregelingen voor Rijk, provincie en
Provinciale Staten AGENDAVERZOEK
Provinciale Staten AGENDAVERZOEK Onderwerp SIS-nummer Agendering (advies Griffie) Overleg-/ beslispunten Context Agendaverzoek VVD: Principeverzoek van Raedthuys Windenergie B.V. voor het opstellen van
Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte documenten.
Omgevingsvergunning Poststuknummer: DA00079369 Burgemeester en wethouders hebben op 30 juni 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen en in behandeling genomen voor het bouwen van 14 woningen op
Heerhugowaard Stad van kansen
Heerhugowaard Stad van kansen Raadsvergadering: 7 ^JPJ 2012 Besluit: oünrv roing ivoorstalnummer,
Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen
Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde
Ontwerp Omgevingsvergunning
De heer J.B. Kamphuis Kloosterallee 3 8167 LT Oene Zaaknummer : 48503 Behandeld door : Team Ontwikkeling Vergunningverlening Telefoonnummer : 14 0578 Onderwerp : Ontwerp omgevingsvergunning uitgebreid
Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) Het bestemmingsplan Wat is een bestemmingsplan? Waaruit bestaat een bestemmingsplan?
Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) In deze brochure leest u wat het herzien van een bestemmingsplan inhoudt, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan
Waarom windenergie (op land)?
Waarom windenergie (op land)? Steeds meer schone energie Dit kabinet kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Evenwichtige energiemix Om dit doel verantwoord
Raadsvoorstel. Status: Besluitvormend. Agendapunt: 9. Extra windturbines in gemeente Dalfsen. Datum: 25 maart Decosnummer: 7
Raadsvoorstel Status: Besluitvormend Agendapunt: 9 Onderwerp: Extra windturbines in gemeente Dalfsen Datum: 25 maart 2013 Portefeuillehouder: dhr. N.L. Agricola Decosnummer: 7 Informant: Leonie van Dam
Procedure coördinatieregeling Wro
Procedure coördinatieregeling Wro Mogelijkheid: tot coördinatie van alle besluiten die nodig zijn voor een ruimtelijk project in één procedure tot en met het beroep bij de rechter. Twee coördinatiemogelijkheden:
(ONTWERP)OMGEVINGSVERGUNNING
(ONTWERP)OMGEVINGSVERGUNNING verleend aan Mevr. S.D. van der Veen voor het oprichten van een kleinschalige koffie- en theeschenkerij met kleine kaart en tevens verkoop van meubelen, curiosa, planten en
Ruimtelijke onderbouwing. Aanleg carpoolvoorziening Noorderhogeweg Drachten
Ruimtelijke onderbouwing Aanleg carpoolvoorziening Noorderhogeweg Drachten 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Op 2 september 2013 is een omgevingsvergunning aangevraagd door de provincie Fryslân voor de aanleg
De paragrafen en worden in het kader van deze partiële herziening als volgt gewijzigd;
Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland 2006 Beleidsaanpassing windenergie inzake vrijwaring van de gemeenten Noordoostpolder en Urk en Markermeer, IJmeer en IJsselmeer. De paragrafen 5.7.1 en 7.3.4
(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING
(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING Burgemeester en wethouders van Moerdijk hebben op 19 december 2013 een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Indieningsvereisten ruimtelijke plannen gemeente Wierden
Beleidsregel Indieningsvereisten ruimtelijke plannen gemeente Wierden Inleiding Voor het opstellen van een bestemmingsplan is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Er wordt veel belang gehecht aan
24 juli 2017 vaststellen bestemmingsplan 'Camping Lindenhof 2017'
Verantwoordelijk team Ruimtelijke Ontwikkeling & Milieu Nummer Kenmerk Raad d.d. 27792 27 september 2017 Paragraaf begroting Portefeuillehouder 2 mr. J. (Jasper) Verstand Steller A. (Arjen) Ruiter Datum
OMGEVINGSVERGUNNING (Ontwerp)
OMGEVINGSVERGUNNING (Ontwerp) verleend aan Rabobank Zuid en Oost Groningen voor het bouwen van een Rabobank geldkiosk aan de Hoofdweg 29 in Bellingwolde Veendam Nummer gemeente: 141114 Nummer Liza: 26644
Bestuursrechtelijke rechtsbescherming Opmerkingen
Factsheet: rechtsbescherming tegen besluiten op grond van de Omgevingswet Bij het vormgeven van de rechtsbescherming onder de Omgevingswet is aangesloten bij het bestaande wettelijke stelsel. Onderstaande
ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem"
Aan de gemeenteraad Documentnummer 2015.0.101.295 Zaaknummer 2015-07-00870 ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem" Voorstel 1. Gewijzigd vast te stellen het bestemmingsplan "Motorcrossterrein
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017 Nota van wijzigingen Vastgesteld Gedeputeerde Staten Datum 13 juni 2017 1 Inleiding Voor u ligt de Nota van wijzigingen behorende bij de Wijziging
