Vaardigheid: Gesprekken voeren
|
|
|
- Louisa Abbink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Vaardigheid: Gesprekken voeren Niveau: A2 Beheersingsniveau: Ik kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Ik kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel ik gewoonlijk niet voldoende begrijp om het gesprek zelfstandig gaande te houden. Tekstkenmerken receptief Tekstkenmerken productief woordenschat Woordgebruik is eenvoudig. Zinnen zijn kort. Woorden zijn hoogfrequent, bekend uit eigen taal of behoren tot internationaal vocabulaire. tempo en articulatie Er wordt helder en langzaam gearticuleerd. Zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes. bereik van de woordenschat Beschikt over voldoende woordenschat om zich te redden bij primaire levensbehoeften. Beschikt over voldoende woordenschat om alledaagse handelingen uit te voeren die betrekking hebben op vertrouwde situaties en onderwerpen (A2+). beheersing van de woordenschat Kan een beperkt repertoire hanteren met uit het hoofd geleerde uitdrukkingen om te voorzien in concrete alledaagse behoeften. hulp De gesprekspartner past zijn taalgebruik aan de taalgebruiker aan door langzaam en duidelijk te spreken, te controleren of hij/zij begrepen wordt en waar nodig te herformuleren of te herhalen. De gesprekpartner biedt hulp bij het formuleren en verhelderen van wat de taalgebruiker wil zeggen. Vragen en uitingen zijn direct aan de taalgebruiker gericht. grammaticale correctheid Gebruikt een aantal eenvoudige constructies correct, maar maakt nog stelselmatig elementaire fouten bijvoorbeeld door verschillende tijden door elkaar te gebruiken en niet te letten op congruentie; toch is meestal wel duidelijk wat hij of zij probeert te zeggen. vloeiendheid Kan voor korte interacties zeer korte zinsdelen over vertrouwde onderwerpen met voldoende gemak gebruiken, ondanks heel duidelijke aarzelingen en valse starts. Kan zich in korte bijdragen verstaanbaar maken, ondanks korte stiltes, valse starts en herformuleringen (A2+). samenhang Kan woordgroepen verbinden met eenvoudige verbindingswoorden als en, maar en omdat. Kan de meest voorkomende verbindingswoorden gebruiken om enkelvoudige zinnen te verbinden om een verhaal te vertellen of iets te beschrijven als een eenvoudige opsomming van punten (A2+).
2 uitspraak De uitspraak is over het algemeen voldoende helder om te worden verstaan ondanks een merkbaar buitenlands accent, maar gesprekspartners zullen af en toe om herhaling moeten vragen. afstemming taalgebruik op doel en gesprekspartner(s) Kan zeer korte sociale contacten hanteren en daarbij gebruik maken van alledaagse beleefdheidsvormen. Kan op eenvoudige maar doeltreffende wijze sociale contacten aangaan met gebruikmaking van de eenvoudigste gangbare uitdrukkingen en door elementaire routines te volgen (A2+). interactie Kan vragen beantwoorden en reageren op eenvoudige uitspraken. Kan aangeven wanneer hij of zij het gesprek volgt maar is zelden in staat genoeg te begrijpen om uit zichzelf de conversatie gaande te houden. interactiestrategieën Kan communicatie in stand houden door: om aandacht te vragen; te zeggen dat hij of zij iets in het gesprek niet kan volgen; te vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek. gebruik te maken van 'fillers', zoals 'na ja', 'ehm', en stopwoorden zoals 'soort van', 'kijk' enz. Kan de betekenis van een niet passend woord met gebaren verduidelijken. Kan redelijk gebruik maken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange'). Kan een woord uit de moedertaal verbuitenlandsen en om bevestiging vragen. Subvaardigheden 1. Informele gesprekken 2. Formele discussies en bijeenkomsten 3. Doelgerichte samenwerking 4. Zaken regelen 5. Informatie uitwisselen
3 'Can do'-descriptoren en voorbeelden 1. Informele gesprekken GSA2-1a. Kan eenvoudige alledaagse beleefdheidsvormen gebruiken om anderen te begroeten en aan te spreken. de bediening in een restaurant of café roepen om iets te vragen (PU) iemand op straat aanspreken om een inlichting te vragen (PU) GSA2-1b. Kan in beperkte mate meedoen aan eenvoudige gesprekken over alledaagse, bekende onderwerpen. over wat men in het weekend doet (DL) over activiteiten in de vrije tijd (DL) over het lesrooster, het huiswerk of een toets (OPL) over de training of een wedstrijdschema (DL) over een game (DL) over werktijden (WE) GSA2-1c. Kan verontschuldigingen aanbieden, en daarop reageren. jezelf afmelden bij een afspraak (DL, PU) begrip tonen als iemand een afspraak afzegt (DL) jezelf verontschuldigen als je te laat komt (DL) jezelf verontschuldigen bij het gastgezin als je iets kapot hebt gemaakt of de sleutel bent kwijtgeraakt (DL, OPL) GSA2-1d. Kan uitnodigingen doen, op uitnodigingen ingaan of deze afslaan, suggesties opperen. om mee te doen aan een uitje (XX) voor een feestavond (DL) om langs te komen (DL) om op een bepaalde tijd iets te doen (DL) GSA2-1e. Kan vragen wat anderen wel en niet leuk vinden. aan een buitenlandse kennis vragen welke sport hij of zij leuk vindt en welke niet (DL) aan vrienden vragen wat ze lekker vinden om vanavond te gaan eten (DL) aan vrienden vragen welke muziek hen leuk lijkt op een feest af te spelen (DL) aan een buitenlandse toerist vragen wat hij of zij leuk vindt aan Nederland (DL) GSA2-1f. Kan iemand correct ontvangen en op zijn/haar gemak stellen. een uitwisselingsstudent verwelkomen (OPL) een klant ontvangen en begroeten (OPL, WE)
4 GSA2-1g. Kan in een vertrouwde situatie eenvoudige voorstellen doen en op voorstellen reageren. met vrienden bespreken wat je gaat doen (DL) voorstel doen voor het avondeten tijdens uitwisseling met buitenlandse school (OPL) met de buurman op een buitenlandse camping bespreken wat de plannen voor het weekend zijn (DL) afspraken maken voor een ontmoeting (DL) GSA2-1h. Kan op eenvoudige wijze voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen. een vriend/in complimenteren met kleding (DL) de wens uiten om mee te doen met een spel of opdracht (DL, OPL) in een winkel aangeven waarom je een product niet wilt kopen (PU) zeggen dat je iets lekker vindt en vragen naar favoriete gerechten (DL) bij vakantiebaantje of stage zeggen dat bepaalde werkzaamheden te zwaar of te moeilijk zijn (OPL, WE) GSA2-1i. Kan te kennen geven het (on)eens te zijn met anderen (A2+). vertellen wat je van de plannen voor het weekend vindt (DL) reageren op de mening van een buitenlandse kennis over een zanger of een band (DL) reageren op een spreekbeurt of presentatie (OPL, WE) tijdens een klassendiscussie zeggen dat je het met een standpunt eens of niet eens bent (OPL) GSA2-1j. Kan deelnemen aan korte gesprekken over belangwekkende onderwerpen in een alledaagse context (A2+). reageren op het nieuws dat een klasgenoot aangereden is op de fiets (DL) met vrienden op de camping over het afgelaste feestje praten (DL) in een Skype sessie de gebeurtenissen van de dag becommentariëren (DL) met je collega's over werken op koopavond of op zondag praten (WE) 2. Formele discussies en bijeenkomsten GSA2-2a. Kan zeggen wat hij of zij van zaken vindt wanneer hij of zij rechtstreeks wordt aangesproken op een formele bijeenkomst, mits hij of zij indien nodig om herhaling van belangrijke punten kan vragen. tijdens een uitwisseling je afwezigheid bij een activiteit verklaren (OPL) je mening over een bepaalde les vertellen (OPL) met buitenlandse gasten het dagschema van hun bezoek bespreken (OPL, WE) zeggen wat je van een bepaald punt vindt tijdens werkoverleg (op stage) (WE, OPL)
5 GSA2-2b. Kan relevante informatie uitwisselen en zijn of haar mening geven over praktische problemen wanneer dat rechtstreeks gevraagd wordt, mits hij of zij enige hulp krijgt bij het formuleren en indien nodig om herhaling van belangrijke punten kan vragen (A2+). in een videogesprek, een probleem met een leerling uit de uitwisselingsschool bespreken over het vervoer vanaf het vliegveld als zij/hij bij jou komt logeren (OPL) halverwege een taalcursus in het buitenland, de cursus met de docent evalueren (OPL) op een eenvoudige manier een praktisch probleem op je stageplek in het buitenland beschrijven en een voorstel doen voor een oplossing (OPL, WE) 3. Doelgerichte samenwerking GSA2-3a. Kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken in eenvoudige bewoordingen om dingen te vragen en te verschaffen, eenvoudige informatie te verkrijgen en te bespreken wat er vervolgens moet gebeuren. taken verdelen voor de voorbereiding van een barbecue (DL) een activiteit of uitstapje met vrienden regelen, eventueel ook via sociale media (DL) afspraken maken over taakverdeling bij een opdracht (OPL, WE) GSA2-3b. Kan bespreken wat er vervolgens moet gebeuren, daarbij suggesties doen en beantwoorden, en aanwijzingen vragen en geven (A2+). met een uitwisselingsleerling brainstormen over een traktatie voor de hele klas (DL, OPL) aan een collega (tijdens een stage) aanwijzingen geven over hoe je een bepaalde klus het beste kunt uitvoeren (OPL, WE) 4. Zaken regelen GSA2-4a. Kan afspraken maken. een telefonische afspraak maken met de tandarts (PU) met een vriend via bijvoorbeeld Facetime afspreken waar en hoe laat je elkaar treft (DL) een datum prikken voor een avondje uit (DL) afspraken maken voor het inhalen van een toets (OPL) GSA2-4b. Kan alledaagse goederen en diensten aanvragen en verschaffen. iets te leen vragen (DL) vragen aan de balie naar afdelingen voor bepaalde diensten (DL) een buitenlandse klant in de winkel helpen (DL, WE) tijdens een buitenlandse stage een dag vrij vragen of een dienst ruilen (OPL, WE)
6 GSA2-4c. Kan eenvoudige informatie vragen en begrijpen met betrekking tot reizen en gebruik maken van het openbaar vervoer. vragen naar aankomst- of vertrektijden van een trein of bus (PU) kaartjes voor trein en bus kopen (PU) een taxi bestellen (PU) plaatsen in trein of bus reserveren (PU) adres opgeven en ritprijs vragen bij gebruik van een taxi (PU) assistentie vragen op het vliegveld, bijvoorbeeld bij het inchecken (PU) vragen naar alternatieve reismogelijkheden, bijvoorbeeld bij vertragingen of storingen (PU) GSA2-4d. Kan dingen vragen en eenvoudige transacties doen in openbare gelegenheden. informeren of je iets met creditcard of bankpas kunt betalen (PU) afdingen en contant betalen op een buitenlandse markt (PU) bij een financiële instelling vragen om een buitenlandse cheque over te maken op een rekening (DL) GSA2-4e. Kan inlichtingen geven en ontvangen over hoeveelheden, aantallen, enzovoort. telefoon- of bestelnummers (DL, WE) aantal te lezen pagina's van een boek (OPL) de benodigde hoeveelheden ingrediënten voor een gerecht (DL) de hoogte van de studielening (OPL, PU) GSA2-4f. Kan eenvoudige aankopen doen door te zeggen wat hij of zij wil en de prijs te vragen. verschillende soorten fruit op de markt vragen (PU) in een winkel uitleggen waar je naar op zoek bent (PU) naar de prijs van goederen in een winkel informeren (PU) de rekening vragen in het restaurant (PU) een product reserveren of bestellen bij een bedrijf (PU, WE) GSA2-4g. Kan een maaltijd bestellen. een bestelling doen bij een take-away (PU) telefonisch een pizza bestellen (PU) eten in een restaurant bestellen (PU) ontbijt in een café bestellen (PU) GSA2-4h. Kan een eenvoudig gesprek aan een balie voeren. bij de plaatselijke VVV een kamer reserveren, om een plattegrond vragen en naar de belangrijkste bezienswaardigheden informeren (PU) inchecken bij een jeugdherberg of een hotel (PU) medicijnen afhalen bij de apotheek (PU) informeren naar kortingen voor buitenlandse scholieren bij het loket van een museum (PU)
7 5. Informatie uitwisselen GSA2-5a. Kan beperkte informatie uitwisselen over vertrouwde en alledaagse zaken van praktische aard. een uitwisselingsstudent aangeven hoe hij of zij aan de wifi-code kan komen (DL) bij een fietsenstalling afspraken maken over een fietsreparatie (PU) melden dat een apparaat kapot of een voorraad op is (WE, PU) een klant informeren over leverdatum en prijs van een product (WE) GSA2-5b. Kan vragen stellen en beantwoorden over wat men op het werk en in de vrije tijd doet. over een activiteit in de vrije tijd (DL) over school (OPL) over het bijbaantje (WE) over een sport (DL) GSA2-5c. Kan informatie van persoonlijke aard vragen en geven. waarom je te laat bent (PU) jezelf ziek melden (PU) over je familie, broers en zussen vertellen (DL) je huis beschrijven (DL) vertellen over de buurt waar je woont (DL) GSA2-5d. Kan richtingaanwijzingen vragen en geven onder verwijzing naar een kaart of plattegrond. de weg vragen op straat in een buitenlandse stad (DL) een route uitleggen aan een buitenlandse toerist die een plattegrond of kaart bij zich heeft (DL) GSA2-5e. Kan een eenvoudig telefoongesprek voeren. een telefoonnummer opvragen (DL) aan de receptie vragen om gewekt te worden (DL) tegen iemand zeggen dat hij of zij verkeerd verbonden is (DL) met iemand afspreken om samen te gaan sporten (DL) informeren naar de gezondheid van een familielid (DL) een telefoontje voor een collega aannemen en een eenvoudig bericht doorgeven ('meneer X is er morgen weer') (WE) GSA2-5f. Kan directe feitelijke informatie achterhalen en doorgeven (A2+). informeren naar een evenement of activiteit zoals een sportwedstrijd (DL, OPL) schoolregels, de regels in een jeugdherberg of van een camping doorgeven (DL, OPL) informeren naar de voorwaarden bij het huren van een zeilboot (DL)
8 GSA2-5g. Kan vragen stellen en beantwoorden over gewoonten en routines (A2+). over wat je meestal doet als je 's ochtends opstaat (DL) over je normale dagindeling door de week (DL) over hoe je normaal gesproken je verjaardag viert, of een andere festiviteit (DL) GSA2-5h. Kan vragen stellen en beantwoorden over tijdverdrijf en vroegere of toekomstige activiteiten (A2+). over dingen die je als kind deed (DL) over de vakantie van afgelopen jaar (DL) over je toekomstplannen (DL, OPL) GSA2-5i. Kan korte, eenvoudige opdrachten en aanwijzingen geven en opvolgen (A2+). de instructies van de skileraar (DL) de instructies over het opzetten van een tent (DL) de uitleg van een route waarbij gebruik gemaakt moet worden van verschillende vervoersmiddelen (DL) de instructies van de baas van een restaurant over hoe de tafels gedekt moeten worden (WE)
Gesprekken voeren A2 'Can do'-descriptoren en voorbeelden
Gesprekken voeren A2 'Can do'-descriptoren en voorbeelden Subvaardigheden 1. Informele gesprekken 2. Formele discussies en bijeenkomsten 3. Doelgerichte samenwerking 4. Zaken regelen 5. Informatie uitwisselen
Kan-beschrijvingen ERK A2
Kan-beschrijvingen ERK A2 Lezen Ik kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Ik kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen
Beschikt over voldoende woordenschat om alledaagse handelingen uit te voeren die betrekking hebben op vertrouwde situaties en onderwerpen (A2+).
Vaardigheid: Spreken Niveau: A2 Beheersingsniveau: Ik kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen mijn familie en andere mensen, leefomstandigheden, mijn opleiding en
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo
Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo
Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
A1 A2 B1 B2 C1 C2. Ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen eigen vaken/of. interessegebied wordt ook complexer taalgebruik begrepen
Gesprekken voeren tekstkenmerken receptief A1 A2 B1 B2 C1 C2 Woordenschat Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, nietidiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig
A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde
Luisteren - kwalitatieve niveaucriteria en zinsbouw tempo en articulatie Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben o.a. betrekking op zeer betrekking op betrekking op betrekking
Spreken tekstkenmerken A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van woordenschat
Spreken tekstkenmerken A1 A2 B1 B2 C1 C2 Bereik van woordenschat Heeft een zeer elementaire woordenschat die bestaat uit geïsoleerde woorden en uitdrukkingen met betrekking tot persoonlijke gegevens en
beheersing van de woordenschat Nog geen omschrijving voor dit niveau.
Vaardigheid: Gesprekken voeren Niveau: A1 (CONCEPT) Beheersingsniveau: Ik kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen
samenhang Kan een reeks kortere, op zichzelf staande eenvoudige elementen verbinden tot een samenhangende lineaire opeenvolging van punten.
Vaardigheid: Spreken Niveau: B1 Beheersingsniveau: Ik kan uitingen op een simpele manier aan elkaar verbinden, zodat ik ervaringen en gebeurtenissen, mijn dromen, verwachtingen en ambities kan beschrijven.
Ik beschik over voldoende woorden om me te redden in veel voorkomende dagelijkse situaties.
aardigheid BB B GT ER-niveau A2 A2 A2+ Alle leerwegen Alleen voor GT Ik voer over eenvoudige en alledaagse gesprekken. Het gaat dan over uitwisseling van informatie van bekende onderwerpen en activiteiten.
A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde
Luisteren - kwalitatieve niveaucriteria en zinsbouw tempo en articulatie Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben o.a. betrekking op zeer betrekking op betrekking op betrekking
SLO Leerdoelenkaart Frans: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs
1.1.1 Woordenschat receptief Je gesprekspartner gebruikt woorden en uitdrukkingen die hoogfrequent zijn. Het woordgebruik is concreet en alledaags, niet-idiomatisch. De zinnen zijn kort en eenvoudig. Je
SLO Leerdoelenkaart Duits: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs
BBL zit ver boven KBL/GL/TL zit boven Havo zit op KBL/GL/TL zit ver boven Havo zit boven Vwo zit op 1.1.1 Woordenschat receptief Je gesprekspartner gebruikt woorden en uitdrukkingen die hoogfrequent zijn.
'Can do'-descriptoren en voorbeelden
Lezen B1 'Can do'-descriptoren en voorbeelden Subvaardigheden 1. Correspondentie lezen 2. Oriënterend lezen 3. Lezen om informatie op te doen 4. Instructies lezen DL = dagelijks leven PU = publieke instanties
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.
A. LEER EN TOETSPLAN DUITS Onderwerp: Leesvaardigheid De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven
ENGELS GESPREKKEN A2 IE 002
ENGELS GESPREKKEN A2 IE 002 Kennismaken met een collega Kandidaat00 1 Voor het examen Planning Voor het examen krijg je het examenboekje en stem je het onderwerp van je gesprek af met de examenafnemer
Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid
Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid Kernvaardigheden PO Onderbouw havo en vwo Tweede fase havo Tweede fase vwo 1. Leesvaardigheid
Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?
Gesprekjes voeren gesprekspartner gebruikt veelvoorkomende woorden en hele korte zinnetjes; spreekt heel langzaam en pauzeert vaak spreekt woorden en korte zinnetjes duidelijk uit; herhaalt zinnetjes en
Schrijven tekstkenmerken productief A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van de woordenschat
Schrijven tekstkenmerken productief A1 A2 B1 B2 C1 C2 Bereik van de Heeft een zeer die bestaat uit geïsoleerde woorden en uitdrukkingen met betrekking tot persoonlijke gegevens en bepaalde concrete situaties
Luisteren 1 hv 2 hv 3hv
Carte Orange 1 hv, 2 hv, 3 hv ERK-overzicht 1 Luisteren 1 hv 2 hv 3hv 1 Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan A2 Kan het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek 2-3-4-5-6-7-8*
Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo
Carte Orange 1 gth, 2 gt, 3/4 vmbo ERK-overzicht 1 Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo 1 Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan A2 Kan het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek
Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2
Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2 Voor wie? Voor jongeren (16+) of volwassenen (18+) die willen functioneren in informele alledaagse situaties. Hoe wordt er getoetst? Toetst alle vaardigheden apart:
Vaardigheid: Schrijven
Vaardigheid: Schrijven Niveau: B1 Beheersingsniveau: Ik kan eenvoudige samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Ik kan persoonlijke brieven schrijven
A1 A2 B1 B2 C1 C2. Het gaat om ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen het eigen vak- en/ of interessegebied wordt complexer taalgebruik wel begrepen
Luisteren tekstkenmerken receptief A1 A2 B1 B2 C1 C2 Woordgebruik en zinsbouw Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn vaak gescheiden door pauzes Het taalgebruik is eenvoudig. De woorden zijn
3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid
3.4. De profielbeschrijvgen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid PTIT Het Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid omvat de taalvaardigheid die nodig is om sociaal te functioneren
SLO Leerdoelenkaart Engels: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs
1.1.1 Onderwerp Je praat over onderwerpen die eenvoudig, alledaags, zeer vertrouwd en gerelateerd zijn aan directe behoeften. Je praat over onderwerpen die eenvoudig, alledaags, vertrouwd en gerelateerd
NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk
De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.
A. LEER EN TOETSPLAN DUITS Leerjaar: 2 Onderwerp: Leesvaardigheid De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken
Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen
Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen Correspondentie lezen Opleiding: uitwisseling, vorming,
Vaardigheid: Spreken Niveau: A1 (CONCEPT)
Vaardigheid: Spreken Niveau: A1 (CONCEPT) Beheersingsniveau: Ik kan eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om mijn eigen woonomgeving en de mensen die ik ken, te beschrijven. Tekstkenmerken bereik
Maatschappelijk Formeel (FORM)- B1
Maatschappelijk Formeel (FORM)- B1 Voor wie? Voor jongeren (16+) of volwassenen (18+) die zelfstandig willen functioneren in meer formele contexten in de Nederlandse of Vlaamse samenleving. Hoe wordt er
Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)
A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete
Vaardigheid: Gesprekken voeren
Vaardigheid: Gesprekken voeren Niveau: B2 Beheersingsniveau: Ik kan zodanig deelnemen aan een vloeiend en spontaan gesprek, dat normale uitwisseling met moedertaalsprekers redelijk mogelijk is. Ik kan
Profiel Professionele Taalvaardigheid
Profiel Professionele Taalvaardigheid PPT Het Profiel Professionele Taalvaardigheid omvat de taalvaardigheid die nodig is om professioneel in het Nederlands te functioneren en is in de eerste plaats gericht
Doorlopende leerlijn vaardigheden Duits ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per kernvaardigheid
Doorlopende leerlijn vaardigheden Duits ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per kernvaardigheid Kernvaardigheden PO Onderbouw havo en vwo Tweede fase havo Tweede fase vwo 1. Leesvaardigheid
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 16+ (begeleid) werk, inburgering
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les, inburgering Voorbeeld van een leerling Ivanka is 17 jaar en komt uit een Roma-gezin. Ze woonde met haar ouders, drie oudere en twee jongere
Niveaus Europees Referentie Kader
Niveaus Europees Referentie Kader Binnen de niveaus van het ERK wordt onderscheid gemaakt tussen begrijpen, spreken en schrijven. Onder begrijpen vallen de vaardigheden luisteren en lezen. Onder spreken
Zakelijk Professioneel (PROF) - B2
Zakelijk Professioneel (PROF) - B2 Voor wie? Voor hogeropgeleiden die hun taalvaardigheid in het Nederlands zullen moeten bewijzen op de werkvloer in Vlaanderen, Nederland of in een buitenlands bedrijf
Europees Referentiekader
Europees Referentiekader Luisteren Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken. Ik
ERK - Europees Referentiekader. luisteren. pers. prof. educ.
luisteren A1 Luisteren naar aankondigingen en instructies Kan in vertrouwde situaties korte, duidelijke instructies begrijpen. Kan in korte, duidelijk gesproken teksten, namen, getallen en bekende woorden
Educatief Startbekwaam (STRT) - B2
Educatief Startbekwaam (STRT) - B2 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) of jongeren (16+) aan het einde van het secundair of voortgezet onderwijs in het buitenland die starten met een studie
Moderne vreemde talen havo/vwo Leerlijnen landelijke kaders
Moderne vreemde talen havo/vwo Leerlijnen landelijke kaders SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Verantwoording 2009 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden.
Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid
Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid PMT Het Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid omvat de taalvaardigheid die nodig is om zelfstandig maatschappelijk te functioneren het Nederlands en is de eerste
Je beschrijving was vrij kort en niet echt interessant. Je neemt voor de hand liggende voorbeelden.
Rubric Types of workers / soorten werknemers (vakoverschrijdende opdracht Engels / SEI) Feedback van de lkr 0 2 3 4 TOTAAL Je omschreef je soorten werkenden goed (met de juiste definities, begrippen) en
COMMUNICATIE IN VREEMDE TALEN
Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs COMMUNICATIE IN VREEMDE TALEN Op het einde van de
aan anderen vragen hoe het met hen gaat. U kunt uzelf voorstellen en begrijpen wanneer een ander zich voorstelt en vraagt hoe u het maakt.
Ci vediamo presto! Ci vediamo presto! deel 1 Les Luisteren Lezen Gesprekken voeren Spreken Schrijven 1 U kunt in korte, duidelijk gesproken teksten namen verstaan en begrijpen wanneer iemand zich voorstelt.
NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO
NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO STAATSEXAMEN 2014 Juni 2013 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Examens (CvE). Het CvE is verantwoordelijk voor
Kies jij Frans? Lesmateriaal afbuigers havo. Differentiatie 3 havo/vwo. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling
Kies jij Frans? Lesmateriaal afbuigers havo Differentiatie 3 havo/vwo SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Kies jij Frans? Lesmateriaal afbuigers havo Maart 2011 Verantwoording 2011 SLO
a Luisteren Lezen Gesprekken voeren Spreken Schrijven
a Luisteren Lezen Gesprekken voeren Spreken Schrijven C1 B2 B1 A2 A1 = Vaardigheden = Subvaardigheden = Tekstkenmerken = Kenmerken van de taakuitvoering http://www.cinop.nl/projecten/trefpunttalen/tempraamwerk01/raamwerkmvt-01.asp3-10-2006
Wat kan ik na het 1 ste jaar? SPREKEN SCHRIJVEN LUISTEREN
Wat kan ik na het 1 ste jaar? Ik kan mezelf kort voorstellen: naam, woonplaats, beroep, Ik kan iemand op een eenvoudige maar correcte manier begroeten en afscheid nemen. Ik kan in een eenvoudig gesprek
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 12-16 jaar praktijkschool vso
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 12-16 jaar praktijkschool vso Voorbeeld van een leerling Mesfin is een jongen van 13 jaar en komt uit een dorp in Eritrea. Tot ongeveer
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Voorbeeld van een leerling Esra is een meisje van 15 jaar en komt uit Irak. Ze heeft daar op de basisschool gezeten en een jaar een vorm
Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk)
Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Naam: Mevrouw Bea Voorbeeld Adviseur: De heer Administrator de Beheerder Datum: 19 juni 2015 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op alle afgeronde onderdelen.
CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo
Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis
Beoordelingsmodel voorbeeldexamen Maatschappelijk Informeel
Beoordelingsmodel voorbeeldexamen Maatschappelijk Informeel DEEL A Taak : Voor het vertrek Item Tekening Advies nr Deuren op slot (gordijnen dicht) 2 Poppetje voor de supermarkt Geen advies 3 Afval weggooien
Doorlopende leerlijn vaardigheden Engels ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid
Doorlopende leerlijn vaardigheden Engels ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid Kernvaardigheden PO Onderbouw havo Onderbouw vwo Tweede fase havo Tweede fase vwo 1. Leesvaardigheid
Beoordelingsmodellen PTIT Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 2
Beoordelingsmodellen PTIT Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 2 PROFIEL TOERISTISCHE EN INFORMELE TAALVAARDIGHEID Beoordelingsmodellen Voorbeeldexamen 2 Deel A Taak Cadeaus
Educatief Professioneel (EDUP) - C1
Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent
Hoe maak ik een instellingsexamen Nederlands? s-hertogenbosch, 27 november 2018 Charlotte Jacobs
Hoe maak ik een instellingsexamen Nederlands? s-hertogenbosch, 27 november 2018 Charlotte Jacobs Voorstellen/ kennismaken Examens in het MBO Centrale examens: CvTE is verantwoordelijk voor de uitvoering
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Voorbeeld van een leerling Dawoud is een jongen van 17 jaar. Hij komt uit een dorp in Afghanistan. Hij is samen met zijn moeder en zus naar
Niveaubepaling Nederlandse taal
Niveaubepaling Nederlandse taal Voor een globale niveaubepaling kunt u de niveaubeschrijvingen A1 t/m C1 doornemen en vaststellen welk niveau het beste bij u past. Niveaubeschrijving A0 Ik heb op alle
TAALDORP FICHES: À L OFFICE DE TOURISME
TAALDORP FICHES: À L OFFICE DE TOURISME Je bent als toerist in Parijs. Je kent de stad nog niet en wilt graag naar een voetbalwedstrijd. Je bezoekt de VVV. 1) Groet de medewerker aan de balie. 2) Vertel
Inleiding IN DIT BOEK LEES JE WAAROM STEUN, RESPECT EN VERTROUWEN BIJ VRIENDSCHAP HOREN.
Inleiding Met wie heb je de meeste lol? En wie bel je als je een probleem hebt? Vaak zijn dat je. Sommige mensen hebben veel, andere mensen hebben er maar een paar. Vriendschap is belangrijk in ons leven.
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 7. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (eerste en tweede leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vertrouwd
Kies jij Frans? Lesmateriaal doorstromers havo. Differentiatie 3 havo/vwo. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling
Kies jij Frans? Lesmateriaal doorstromers havo Differentiatie 3 havo/vwo SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Kies jij Frans? Lesmateriaal doorstromers havo Maart 2011 Verantwoording 2011
GESPREKKEN A2 - VOLDOENDE
GLOBAAL BEOORDELINGSMODEL - GESPREKKEN - A2 Het geheel van de gesprekspdrachten vldet aan alle nderstaande precndities: De pdrachten zijn vldende verstaanbaar; De pdrachten zijn in het Spaans gesprken;
ISK Leerlijn. Alfabetisering. Luisteren Alfa A
Luisteren Alfa A Kan (non-)verbaal aantonen dat hij een begroeting, een afscheid en een eenvoudige vraag en mededeling begrijpt. Kan hoogfrequente instructies opvolgen. 2. Luisteren als Begrijpt korte,
Leerlijn domein mondelinge taalvaardigheid
Leerlijn domein mondelinge taalvaardigheid Kerndoelen: 1. Leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie mondeling (of schriftelijk) gestructureerd weer te
Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo. 30 september 2010
Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo 30 september 2010 Bronnen: Common European Framework of Reference for Languages, Raad van Europa, 2001 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Doel 3 1.2 Inhoud
Waarom dit boekje? Begeleiding. Informatie. Stagedocent. Toekomst. Stageplek
Waarom dit boekje? Tijdens je opleiding ga je op stage. Je kunt op veel plekken stage lopen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een stage in de keuken of in een winkel. Of voor een stage in de bouw of in
Common European Framework of Reference (CEFR)
Common European Framework of Reference (CEFR) Niveaus van taalvaardigheid volgens de Raad van Europa De doelstellingen van de algemene taaltrainingen omschrijven we volgens het Europese gemeenschappelijke
CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis
Algemeen Kan gesprekken voeren over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit dagelijks leven en werk.
Taalprofiel zorgkundige in woonzorgcentrum Spreken Kan gesprekken voeren over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit dagelijks leven en werk. Kan uiting geven aan persoonlijke meningen, kan informatie
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 3. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de tweede graad bso (eerste en tweede leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN met
GESPREKS- EN DOELEN VANDAAG 6/1/2016 SPREEKVAARDIGHEID IN DE ISK ONDERWIJSACTIVITEITEN. Hoe zeg je dat?
GESPREKS- EN SPREEKVAARDIGHEID IN DE ISK Hoe zeg je dat? 1 Lies Alons 31 mei 2016 AZC Dronten DOELEN VANDAAG 2 1. Je weet welke onderdelen van belang zijn in het spreekproces in een 2 e taal. 2. Je ontwikkelt
Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN
Uitgegeven: 3 februari 2010 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN BELEIDSREGEL voor het verkrijgen van een partiële ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs in de provincie
Educatief Professioneel (EDUP) - C1
Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 2, 12 16 jaar vmbo basis
Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 2, 12 16 jaar vmbo basis Voorbeeld van een leerling Faysal is 12 jaar en komt uit Syrië. Hij heeft de afgelopen 3 jaar geen onderwijs
Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.
Beoordelingsmodel Beoordelingsmodel Spreken 3F Toetsopdracht: opdrachtspecifiek Stap 1 Preconditie Verstaanbaarheid Niet beoordelen indien het spreekproduct niet of onvoldoende verstaanbaar is, omdat er
Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.
Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.
Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking
Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt Van Raamwerk tot Handreiking Hoe zat het ook alweer? Nieuwe Kwalificatieprofielen voor het mbo in 2004 Mét
Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken.
Weekschema maken Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken. Leer en oefen: Neem samen me de docent/assistent het fotoboek de
STREEFDOELEN NT2 Route 1, 12-16 jaar praktijkonderwijs, vso
STREEFDOELEN NT2 Route 1, 12-16 jaar praktijkonderwijs, vso Luisteren pag. 2-3 Lezen pag. 4-7 Gesprekken pag. 8-10 Spreken pag. 11-12 Schrijven pag. 13-14 1 Luisteren A1 Kan vertrouwde woorden en basiszinnen
Duits A1/A2 in het beroepsonderwijs
Keuzedeel mbo Duits A1/A2 in het beroepsonderwijs gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0959 Penvoerder: Sectorkamer voedsel, groen en gastvrijheid Gevalideerd door: Sectorkamer Voedsel,
Moderne vreemde talen vmbo Leerlijnen landelijke kaders
Moderne vreemde talen vmbo Leerlijnen landelijke kaders SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Verantwoording 2009 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden.
ISK Leerlijn. Alfabetisering. Functioneel Lezen Alfa A
Streefdoelen Functioneel Lezen NT2 ISK Functioneel Lezen Alfa A Herkent verschillende soorten correspondentie en de eigen contactgegevens. Kan informatie over tijd, datum en / of prijs aanwijzen in een
13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.
A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Engels Onderwerp: Leesvaardigheid 12, 13, 14, 17 13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 10. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (derde leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vrij concreet
U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.
UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven
Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F
Samenspraak Examen Nederlands Spreken en Gesprekken voeren 3F Inhoudsopgave Informatie voor alle betrokkenen... 2 Examenboekje voor de kandidaat... 4 Bijlage 1. Input voor Student 1... 7 Bijlage 2. Input
Themaboek IBL1 - Internationaal marktanalist
Duits IBL1 Vakcode 56008 Verantwoordelijke e-mail mevr. K. Voogd [email protected] ECTS 4 Kwartiel 1.1 en 1.2 Competenties IBL1 Prestatie-indicatoren 1.3 Zie bijlage 1 voor een overzicht van de competenties
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 563 Besluit van 11 november 2011 tot wijziging van onder meer het Examenbesluit beroepsopleidingen WEB inzake de beroepsgerichte kwalificatiestructuur
