Romeinse Tempelarchitectuur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Romeinse Tempelarchitectuur"

Transcriptie

1 Romeinse Tempelarchitectuur De Ontwikkelingen van de Romeinse Tempelarchitectuur gedurende de Romeinse Republiek van v.chr. Tale Idske Wolthuis Masterscriptie Archeologie Rijksuniversiteit Groningen, April 2014 Eerste Begeleidster: dr. E. van t Lindenhout Tweede Lezer: prof. dr. P.A.J. Attema

2 Inhoudsopgave 1. Inleiding Probleemstelling Vraagstelling Doelstelling Afbakening De Inventarisatie / Werkwijze De Werkwijze De Griekse en Etruskische Tempels Griekse Tempels Etruskische Tempels Onderzoek naar Romeinse Tempels De Tempels van de Periode v.chr Historisch Kader De Tempels De Tempel van Jupiter Optimus Maximus De Tempel van Saturnus De Tempel van Castor en Pollux De Tempels van Mater Matuta en Fortuna De Tempels uit de Periode v.chr Historisch Kader De Tempels De Tempel van Feronia, Rome De Tempel van Janus, Rome De Tempel van Spes, Rome De Tempel van Juturnia, Rome Tempel C Pettorino, Alba Fucens De Tempel van Juno Moneta, Segni De Tempels uit de periode v.chr Historisch kader De Tempels De Tempel van Juno Sospita, Rome De Tempel van Veiovis, Rome De Tempel van Juno Regina, Rome De Tempel van Jupiter Stator, Rome De Ronde Tempel bij de Tiber, Rome De Tempel van Fortuna Huiusce Diei, Rome De Tempel van Portunus, Rome... 26

3 5.2.8 De Tempel van Concordia, Cosa De Tempel van Mater Matuta, Cosa De Tempel van Portunus, Cosa Het Capitolium, Cosa De Tempel van Juno, Gabii De Tempel van Hercules Victor, Tivoli De Tempel van de Sibille, Tivoli De Tempel van Vesta, Tivoli Het Capitolium, Pompeii De tetrastyle tempel, Ostia De Tempel van Hercules, Ostia De Vier Tempels, Ostia De Tempel van Hercules, Cori De Tempel van Apollo, Alba Fucens De Tempel van Mens Bona, Paestum Analyse De Tempels Categorie A: Tempels met meerdere Cellae Categorie B: Tempels met één Cella De Analyse van de Tempels Ontwikkeling Tempeltypes Anten De Zuilen De Grootte Oriëntaties Locatie Godheid Bouwer Discussie Conclusie Bibliografie... 54

4 1. Inleiding 1.1 Probleemstelling Tempels zijn altijd een inspiratiebron geweest voor de mens. Gedurende de Renaissance haalden veel architecten inspiratie uit de oude Romeinse gebouwen zoals Filippo Brunellisch, de beroemde architect van onder andere de koepel van de Kathedraal van Florence. Dit geldt zeker ook voor de Romeinse tempels en hun architectuur in het algemeen, aangezien veel relatief moderne gebouwen zijn gebaseerd op de oude Romeinse gebouwen. 1 Enkele voorbeelden van gebouwen met klassieke elementen zijn het Pentagon en het Witte huis in de Verenigde Staten, maar ook veel overheidsgebouwen in Europa en Nederland, zoals het stadshuis van Groningen. Toen Rome een republiek werd in 509 v.chr. was één van de eerste dingen die de Romeinen deden - naast het verdedigen van de stad - het inwijden van een tempel op 13 september van hetzelfde jaar: de tempel van Jupiter Optimus Maximus (ook wel bekend als het Capitolium omdat deze tempel op de Capitolijnse heuvel is gebouwd). 2 Dit was de grootste tempel van Rome en ook de belangrijkste tempel voor alle Romeinen ten tijde van de Republiek. Deze tempel werd bovendien gezien als het symbool van Rome en de jonge Republiek. 3 Maar hoe Romeins was deze tempel? De eerste Etruskische koning van Rome, Lucius Tarquinius Priscus, zwoor deze tempel te bouwen, maar het was zijn zoon, de zevende en laatste koning van Rome, Lucius Tarquinius Superbus die de tempel bouwde. 4 Bij de bouw werden veel Etruskische arbeiders betrokken zoals de kunstenaar Vulca van Veii. 5 In hetzelfde jaar dat de tempel werd voltooid, 509 v.chr., kwamen de Romeinen in opstand tegen hun koning en met de daaropvolgende Republiek was het niet de koning maar één van de consuls, Marcus Horatius Pulvillus, die de tempel inwijdde. 6 Betekent dit dat de tempel van Jupiter Optimus Maximus een Etruskische tempel was of een Romeinse? 1.2 Vraagstelling Architectuur is een belangrijk middel om de identiteit en autoriteit van een beschaving of bevolking uit te drukken. 7 Dit geldt ook voor Romeinse tempels ten tijde van de Romeinse Republiek. Alleen, in hoeverre kan worden gezegd dat deze tempels qua architectuur ook Romeins waren? Er wordt in de voor dit onderzoek behandelde literatuur veel gesproken over de Etruskische en Griekse invloeden op Romeinse architectuur, maar hadden de Romeinen dan een eigen tempelarchitectuur, of kopieerden ze de Etruskische en Griekse tempelarchitectuur? Door te kijken naar de archeologische resten en naar de reconstructies zal geprobeerd worden hier antwoord op te geven. Dit alles heeft geleid tot de volgende hoofdvraag: Hoe zag een Romeinse tempel eruit in de Republikeinse periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr.? Om deze vraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgesteld: Welk type tempels bouwden de Romeinen? Welke ontwikkelingen zijn er zichtbaar binnen de Romeinse tempelarchitectuur gedurende de periode 509 v.chr. tot 80 v.chr.? In welke nederzettingen/steden werden tempels gebouwd? Waar in de nederzetting/stad werden tempels gebouwd? Werden er ook tempels buiten een nederzetting/stad gebouwd? 1 Irwin 1997, Liv Lawrence Dion. Hal. IV 61; Liv Plin. NH Liv Abel 2000,

5 Hadden de Romeinen een voorkeur voor een bepaalde godheid aan wie ze hun tempels wijden? Wat waren de afmetingen van deze tempels? Hadden de Romeinen een voorkeur voor een bepaalde oriëntatie van hun tempels? Is er sprake van een duidelijke Etruskische/Griekse invloed op de Romeinse tempelarchitectuur ten tijde van de Republikeinse periode? 1.3 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is te kijken naar de architectuur van tempels die door de Romeinen zijn gebouwd en te onderzoeken hoe een Romeinse tempel tijdens de Republiek eruit heeft gezien. Om dit te verwezenlijken is een database samengesteld van tempels, met reconstructies van de tempelplattegronden, die door de Romeinen zelf of onder hun invloed zijn gebouwd. Naast de plaats, jaar en plattegrond wordt ook gekeken naar de ligging van de tempel, de oriëntatie, de bouwer en de godheid. Aan de hand van deze database zal geprobeerd worden antwoord te geven op de onderzoeksvraag. 1.4 Afbakening Voor dit onderzoek is gekozen voor zowel een chronologische als een ruimtelijke afbakening. In paragraaf 1.3 wordt de chronologische afbakening kort vermeld: de periode 509 v.chr. tot 80 v.chr. In 509 v.chr. ontstond de Romeinse Republiek. 8 In datzelfde jaar werd ook de grootste en belangrijkste tempel voor de Romeinen - ten tijde van de Republiek ingewijd, namelijk de tempel van Jupiter Optimus Maximus oftewel het Capitolium van Rome. 9 In 80 v.chr. werd Sulla voor het laatst tot consul gekozen nadat hij in het jaar ervoor zijn functie als dictator had neergelegd en trok hij zich aan het einde van 80 v.chr. terug uit de politiek. 10 In de periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr. vinden enkele historische ontwikkelingen plaats die van grote invloed zijn op de Romeinen. Rome wordt langzaamaan de heerser van het Italiaans schiereiland en het verslaat Carthago in drie oorlogen voor de heerschappij over het westelijke mediterrane zeegebied en de Hellenistische koninkrijken voor de heerschappij over het oostelijke mediterrane zeegebied. Het einde van de Republiek met Pompeius, Caesar en Octavianus/Augustus wordt niet behandeld in dit onderzoek omdat na 80 v.chr. de tempels veel complexer werden maar ook andere betekenissen kregen, vooral politieke. 11 Zo bouwde Julius Caesar veel tempels voor Venus omdat zijn familie, en hijzelf, beweerden afstammelingen te zijn van deze godin. Voor dit onderzoek is er gekozen om de periode 509 v.chr. tot 80 v.chr. in drie periodes in te delen die gebaseerd zijn op een aantal belangrijke historische gebeurtenissen. De eerste periode loopt van 509 v.chr. tot de plundering van Rome door de Galliërs in 387 v.chr. De tweede periode loopt van 387 v.chr. tot het einde van de Tweede Punische Oorlog in 201 v.chr. De laatste periode loopt van 201 v.chr. tot 80 v.chr. De plunderingen van Rome door de Galliërs was een grote nederlaag die Rome deed veranderen. Hetzelfde geldt voor de Tweede Punische Oorlog met Hannibal die het de Romeinen zeer benauwd maakte. Omdat voor sommige tempels de datering niet nauwkeurig genoeg is om de tempels per eeuw in te delen is er voor gekozen om een deze drie periodes te gebruiken gebaseerd op belangrijke historische gebeurtenissen. Hierdoor vallen de meeste tempels duidelijk in één van de drie periodes. Voor de ruimtelijke afbakening is gekozen om enkel Romeinse tempels in het Republikeinse Italië, de provincie Italia, te behandelen (Fig. 1.1). Voordat Caesar Italië uitbreidde met de noordelijke provincie Gallia Cisalpina liep de grens van Italië via de beroemde rivier de Rubicon tot het moderne Liguria. Enkel de tempels die door de Romeinen zijn gebouwd en die aan de hierboven staande criteria voldoen, worden in dit onderzoek behandeld. 8 Liv Bloch 1960, Plut. Sulla Boëthius 1978,

6 2. De Inventarisatie / Werkwijze 2.1 De Werkwijze Het onderzoek begon met het maken van een inventarisatie van bekende tempels uit de periode 509 v.chr. tot 80 v.chr. uit Italië. Hierbij worden enkel de tempels die, met grote mate van zekerheid, door de Romeinen zijn gebouwd, behandeld. Na de inventarisatie van de tempels is gekeken of er een plattegrond beschikbaar was van deze tempels in de literatuur. Enkel de tempels met een plattegrond, vaak ging het om reconstructies, werden opgenomen in dit onderzoek. Vooral voor Rome was dit erg makkelijk gezien de grote hoeveelheid literatuur waar tempels, en andere gebouwen, in worden behandeld. Sommige van deze werken zijn al meer dan 80 jaar oud. 12 Ook voor het gebied dat wordt aangeduid als Latium vetus bleek genoeg te vinden. Voor de rest van Italië bleek het veel moeilijker tempels met plattegronden te vinden. Dit heeft onder andere te maken met de grote mate van continuïteit van veel tempels, die niet door de Romeinen zijn gebouwd, terwijl anderen zijn verwoest door de Romeinen of door latere volkeren of heersers. Bij de inventarisatie van de tempels is voor een zelfde methodiek gekozen als Elisabeth van t Lindenhout (2010) hanteert. Ze behandelt Archaïsche gebouwen aan de hand van vier aandachtsgebieden: constructietechniek, plattegrond, chronologie en functie/betekenis. 13 Deze aandachtsgebieden deelt ze vervolgens op in een aantal variabelen. Voor dit onderzoek is gekozen om deze aandachtspunten van Van t Lindenhout over te nemen en aan te passen. In haar eerste aandachtsgebied behandelt Van t Lindenhout de constructietechniek waarbij ze kijkt naar de funderingen, de opstand, het dak en de vloer, maar ook naar het materiaal dat is gebruikt. Voor dit onderzoek zijn de funderingen en de daarbij horende podia de belangrijkste archeologische bron, omdat vaak enkel deze sporen aanwezig zijn. Hierdoor is het voor een aantal tempels lastig de opstand te reconstrueren. Deze reconstructies worden meegenomen in dit onderzoek als ze beschikbaar zijn. Over het dak valt vaak weinig te vertellen omdat in de meeste gevallen niet eens dakpannen of terracotta s zijn gevonden. Aangezien Romeinse tempels vaak worden gereconstrueerd met een zadeldak, net als veel Etruskische en Griekse tempels, wordt ervan uitgegaan dat dit ook het geval is voor tempels in dit onderzoek tenzij anders wordt aangegeven. Hierbij gaat het vooral om tempels die nog volledig overeind staan of waarvan zoveel van is overgebleven, dat met enige zekerheid te zeggen valt wat voor dak de tempel had, zoals de tempel van Portunus in Rome. De vloer van de tempels wordt in dit onderzoek niet behandeld tenzij deze relevant is voor de reconstructie van de tempelplattegrond. In haar tweede aandachtsgebied behandelt Van t Lindenhout de plattegrond. Hierin behandelt ze de veldgegevens en de reconstructie, de verschillende ruimtes, de oriëntatie en de positie van de verschillende ingangen. Bij tempels is het vaak mogelijk ze in te delen in bepaalde types aan de hand van de plattegronden. Veel van deze plattegronden zijn echter reconstructies die zijn gemaakt aan de hand van beschikbare archeologische sporen en antieke bronnen. In eerste instantie was het de bedoeling om in dit onderzoek ook te kijken in hoeverre de reconstructies klopten, maar dat zou met deze hoeveelheid tempels te tijdrovend zijn geweest en is daarom niet uitgevoerd. Hier ligt dus een mogelijkheid voor toekomstig onderzoek. Verder worden de afmetingen van de plattegrond en de verschillende ruimtes behandeld als deze beschikbaar zijn. Indien ze niet beschikbaar zijn zal geprobeerd worden om aan de hand van de plattegronden afmetingen te maken. De oriëntatie van de tempels is erg belangrijk omdat deze over het algemeen zuidelijk is, maar dat is altijd het geval. De positie van de ingang is in dit onderzoek aan dezelfde kant als waarop de tempel is georiënteerd. Waar dit niet het geval is wordt er melding van gemaakt bij de beschrijving van de desbetreffende tempel. In het derde aandachtsgebied van Van t Lindenhout wordt de chronologie behandeld. Binnen dit aandachtsgebied kijkt ze naar de oudere sporen, bouw, wanneer buiten gebruik en verschillende 12 Platner & Ashby Lindenhout 2010,

7 fases. Voor dit onderzoek is het bouwjaar het belangrijkste van dit aandachtsgebied want dat is een belangrijk criterium om te bepalen of het een Romeinse tempel is of niet. De overige variabelen van dit aandachtsgebied worden behandeld als deze bekend zijn. Verder wordt er voor dit onderzoek een variabele toegevoegd aan de chronologie, namelijk de opdrachtgever en de persoon die de tempel inwijdde. Omdat van veel tempels bekend is wie de opdrachtgever was en wie hem heeft ingewijd is het interessant om te kijken of dit in verband staat met het type tempel dat werd gebouwd. In haar vierde en laatste aandachtsgebied behandelt Van t Lindenhout de functie en betekenis. Hieronder vallen de variabelen vondstmateriaal en ruimtelijke context. Omdat het doel van dit onderzoek niet is om te kijken welke functie deze tempels hadden (naast dienst te doen als heiligdom voor bepaalde goden) zal aan dit onderdeel niet veel aandacht worden besteed. Wel is de ruimtelijke context van belang. De ruimtelijke context zegt namelijk iets over de plek waar een gebouw, in dit geval tempels, werden gebouwd, maar ook waarom deze daar zijn gebouwd. In dit onderzoek worden de bovengenoemde aandachtspunten en variabelen niet in dezelfde volgorde behandeld als hierboven. Er is gekozen voor de volgende inrichting. Eerst worden de archeologische resten behandeld. Hieronder vallen de variabelen funderingen, opstand, dak, veldgegevens en reconstructie, verschillende ruimtes, oriëntatie en ruimtelijke context. Als laatste wordt de chronologie van de tempel behandeld waar de variabelen oudere sporen, bouw, bouwer, wanneer buiten gebruik en verschillende fases onder vallen. 2.2 De Griekse en Etruskische Tempels Om dit onderzoek goed uit te voeren is het noodzakelijk om aan te tonen wat precies een tempel is volgens de oude Grieken en Etrusken. Hierbij zal vooral gelet worden op wat volgens de literatuur, zowel oud als meer recent, een typische tempel is voor beide beschavingen. Enkele voorbeelden zijn Vitruvius, Axel Boethius (1978), Biers (1980), Alcock & Osborn eds. (2007) en Neer (2012). Aan de hand van deze criteria voor een typische tempel is het vervolgens mogelijk om te zeggen of een bepaalde tempel lijkt op een Griekse of Etruskische tempel Griekse Tempels Griekse tempels speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van Etruskische en Romeinse tempels. De tempelvormen die de Grieken en Griekse kolonisten in Zuid-Italië ontwierpen, samen met hun bouwordes, bereikten de rest van Italië waar eerst de Etrusken en later de Romeinen ze aanpasten voor hun eigen tempels. Maar wat is nou een Griekse tempel? Dit was één van de eerste dingen die wij als eerstejaars archeologiestudenten moesten leren. De Klassieke Tempel De klassieke Griekse tempel, een peripteros tempel, is één van de meest iconische gebouwen in de geschiedenis (Fig. 2.1). De karakteristieken van dit tempeltype komen in bijna alle Griekse tempels voor en wordt uitgebreid behandeld in handboeken over Griekse oudheid zoals Biers (1980), Alcock & Osborn ed. (2007) en Neer (2012). De tempel stond op een podium genaamd het stereobaat. Boven op het stereobaat werden nog twee lagen aangelegd die steeds kleiner werden. Hierdoor ontstond een trapconstructie waardoor de Grieken van alle kanten de tempel konden betreden. De bovenste van deze lagen werd het stylobaat genoemd. Deze drie lagen samen werden het crepidoma genoemd. Op het stylobaat stond de tempelconstructie. Deze tempelconstructie werd omringd met zuilen (Dorische, Ionische of Korintische) genaamd peristasis. Dankzij het podium en de peristasis hadden Griekse tempels een zeer open karakter. De tempelconstructie, de naos, bestond uit een aantal onderdelen. Aan de voorkant van de tempel zat de pronaos dat als ingang diende voor de tempel. De hoofdruimte van de tempel was de cella. Hier stond het cultusbeeld van de god aan wie de tempel was ingewijd. Het is mogelijk dat er nog een kleine ruimte was achter de cella genaamd de adyton, en aan de achterkant van de naos zat nog een ruimte genaamd het opisthodomos. Deze ruimte was enkel van de achterkant te betreden en werd soms weggelaten. Boven de zuilen ligt het entablement bestaande uit een architraaf, een fries en een kroonlijst. Hierbij zijn wat verschillen bij 4

8 bepaalde types. Zo kan de fries uit metopen bestaan die gescheiden zijn van elkaar met triglieven of is de fries doorlopend. Tholos De tholos is een aparte constructie waarvan niet altijd kan worden gezegd of het een tempel was of niet. 14 Tholos is de technische term voor een rond gebouw, in het geval van dit onderzoek gaat het om ronde tempels (Fig. 2.2). Deze ronde gebouwen werden vaak omringd met zuilen. Net als alle andere Griekse tempels had de tholos een trapachtig podium met een stereobaat en een stylobaat, maar verder had deze tempelvorm niet veel gemeen met het klassieke Peripteros tempelplan Etruskische Tempels Etruskische tempels hadden net als de Griekse tempels een symbolische waarde. 15 Maar omdat de Etrusken hun tempels vooral uit hout bouwden is er niet veel van deze tempels bewaard gebleven. De belangrijkste bron als het gaat om Etruskische tempels is Vitruvius die in zijn boek De Architectura het heeft over een aantal Toscaanse tempels. 16 Hoewel bij Etruskische tempels Griekse invloeden zijn te zien, verschillen ze wel degelijk van elkaar. De Drie Cellae Tempel Deze tempelvorm is de bekendste van alle tempelvormen die als Etruskisch worden beschouwd. Het meest kenmerkende van deze tempelvorm is dat hij drie cellae heeft (Fig. 2.3). Deze tempels stonden op grote en relatief hoge podia met enkel een trap aan de voorkant. Hierdoor hadden Etruskische tempels een meer frontale uitstraling vergeleken met de relatief open Griekse tempels. Verder waren deze tempels vooral vierkant qua vorm. Aan de voorkant van de tempel zat een pronaos met zuilen. Hierbij zijn enkele varianten mogelijk zoals een rij zuilen langs de hele voorkant (prostylos) of werden de buitenmuren doorgetrokken met zuilen daar tussenin (in antis). De zuilen waren van een aparte orde namelijk de Toscaanse orde. Deze waren zeer simpel met een gladde buitenkant. Het tempelgebouw, zoals eerder gemeld, had drie cellae. In elk van de drie cellae werd een aparte godheid vereerd. De Tempels met Eén Cella Naast de zeer bekende drie cellae tempels zijn er ook een aantal tempels met één cella die worden gezien als Etruskisch. Deze lijken veel op elkaar maar verschillen op één punt, namelijk de alae (vleugels). De ene tempel heeft namelijk open alae en de andere gesloten, dit hangt voor een deel af van de reconstructie (Fig. 2.4). Beide types werden net als de drie cellae tempel gebouwd op een groot, relatief hoog podium. Alleen waren deze tempels meer rechthoekig in vergelijking met de vierkante drie cellae tempel. Ook deze tempels hadden zuilen aan de voorkant waarbij het type met open alae ook een rij zuilen aan de zijkanten had, terwijl het type met gesloten alae een muur had aan de zijkanten. Deze tempels waren aan de achterkant echter gesloten (peripteros sine postico). Dit is goed te zien bij de tempel met open alae. De enige cella van de tempel stond in het midden van het podium tegen de achterwand aan. Bij de tempel met gesloten alae lijkt het op een drie cellae tempel alleen waren de zijkanten open ruimtes zonder deuren. 2.3 Onderzoek naar Romeinse Tempels Bij onderzoek naar Romeinse tempels, en Romeinse architectuur in het algemeen, mag Vitruvius niet ontbreken. Vitruvius was een Romeinse architect, auteur en technicus uit de 1 e eeuw v.chr. (85-15 v.chr.) die vooral bekend is geworden door zijn tiendelige boekenserie over architectuur: De Architectura. In boeken drie en vier van deze serie behandelt Vitruvius Romeinse tempels, maar ook Griekse en Toscaanse tempels. Vitruvius lijkt gefascineerd door de Griekse bouwordes en hij deelt 14 Valavanis 2004, Barker & Rasmussen 1998, Vitruvius De architectura

9 Romeinse tempels in verschillende klassen in op basis van de afstand tussen twee zuilen, het intercolumnium. Sindsdien is er veel literatuur bijgekomen over Romeinse tempels en Romeinse architectuur. Over het oude Rome zijn een aantal topografische publicaties uitgebracht. Samuel Ball Platner en Thomas Ashby (1929) en later Lawrence Richardson (1992) hebben een topografische woordenboek gepubliceerd over Romeinse gebouwen van het oude Rome. Hoewel deze publicaties zeer uitgebreid ingaan op de bekende Romeinse gebouwen, ligt de nadruk vooral op de informatie ontleend aan historische bronnen en niet zozeer op de archeologische resten en de reconstructies. Een andere publicatie die vooral is gericht op de historische kant van Romeinse tempels is van Adam Ziolkowski (1992). In zijn publicatie worden alle Romeinse tempels behandeld die in de periode 396 v.chr. tot 219 v.chr. in Rome zijn gebouwd. Maar zoals al is vermeld gaat het hier vooral om historische bronnen en zijn van veel tempels geen archeologische resten bekend. In 1993 kwam het eerste deel uit van een serie publicaties genaamd de Lexicon Topographicum Urbis Romae (Steinby ed., vol 1: 1993; vol 2: 1995; vol 3: 1996; vol 4: 1999 & vol 5: 2000). Deze serie is uitgebreider dan de publicaties van Platner en Ashby (1929) en Richardson (1992). Deze topografische publicatie legt de nadruk vooral op de archeologische resten en archeologisch onderzoek. Zo hebben verschillende archeologen bijgedragen aan de publicatie van deze serie waaronder Inge Nielsen (1992), Filippo Coarelli (1995; 1996 & 1999), Pisani Sartorio (1995) en Eva Steinby (1999). Filippo Coarelli, een Italiaanse archeoloog, heeft naast zijn bijdrage aan de Lexicon ook een toeristische reisgids gepubliceerd over Lazio (1982). In deze publicatie worden veel van de belangrijke archeologische plaatsen die in Lazio liggen behandeld. In deze gids worden ook een groot aantal tempels beschreven en alhoewel deze beschrijvingen kort zijn, zijn ze wel zeer informatief en gedetailleerd. De ontwikkelingen van de Romeinse tempelarchitectuur worden in deze topografische werken echter niet behandeld. Deze publicaties waren uiteindelijk zeer nuttig voor het samenstellen van de database voor dit onderzoek. De publicatie waar uiteindelijk het meest naar wordt verwezen is de publicatie van John Stamper (2005). John Stamper, een architect van beroep, behandelt in zijn publicatie de ontwikkelingen van Romeinse tempelbouw in Rome vanaf het begin van de Romeinse Republiek tot het midden keizerrijk. Stamper maakt veel gebruik van plattegronden en afmetingen die afkomstig zijn van archeologen en archeologisch onderzoek. Daarnaast stelt Stamper in hoofdstuk 1 en 2 van zijn publicatie de reconstructie van de tempel van Jupiter Optimus Maximus ter discussie. Stamper is het niet eens met de reconstructie van Einar Gjerstad (1960) die gebaseerd is op Luigi Canina (1840). Stamper vindt de reconstructie veel te groot en komt met een kleiner alternatief. John Hopkins (2012) behandelt de tempel van Jupiter Optimus Maximus ook en kijkt hoe deze tempel van invloed is geweest op andere tempels. Hopkins stelt dat de reconstructie zoals die is voorgesteld door Gjerstad wel degelijk mogelijk is geweest terwijl hij de reconstructie van Stamper onwaarschijnlijk acht. Dit baseert hij onder andere op archeologisch onderzoek van Anna Mura Sommella (2000) en op het feit dat de reconstructie van Stamper niet overeenkomt met de gevonden archeologische resten terwijl de grotere reconstructie van Gjerstad wel overeenkomt. Een andere publicatie de ontwikkelingen van de Romeinse architectuur behandelt, waaronder tempels, is van Axel Boëthius (1978). Boëthius, een archeoloog die gespecialiseerd is in Etruskische en Italische architectuur, behandelt de geschiedenis van Etruskische en Romeinse architectuur tot het einde van de Romeinse Republiek. In zijn publicatie behandelt hij ook een groot aantal tempels maar niet zo uitgebreid als Stamper. Ook worden de ontwikkelingen van Romeinse tempelarchitectuur bijna niet behandeld. Zowel Stamper als Boëthius onderscheidden verschillende fases binnen de Romeinse tempelarchitectuur. Stamper houdt het bij twee fases: een Etrusko-Romeinse fase en een Hellenistische fase. Boëthius zet er nog een fase tussen waarin de Romeinen meer een eigen identiteit proberen te ontwikkelen. 17 De eerste fase begint ergens in de 6 e eeuw v.chr., met de Etruskische koningen van Rome en eindigt rond 200 v.chr. De tussenfase van Boëthius begint in 386 v.chr. en duurt tot 200 v.chr. Beiden stellen dat de Hellenistische fase rond 200 v.chr. begint. In deze 17 Boëthius 1978,

10 fase zouden de Romeinen overgaan op het assimileren van de Griekse Hellenistische architectuur. 18 Overigens verschilt de benaming van de eerste fase per auteur. Zo wordt deze fase Etruskisch, Etrusko-Romeins of Etrusko-Italisch genoemd. 19 Alhoewel zowel Boëthius als Stamper de ontwikkelingen van Romeinse tempelarchitectuur behandelen kijken geen van beide naar wat nu Romeins is aan de architectuur van Romeinse tempels. Verder wordt er niet veel aandacht besteed aan de definitie van een Romeinse tempel. Wat opvalt in de literatuur is de snelle indeling in de hierboven behandelde fases: een Ertusko- Romeinse fase en een Grieks Hellenistische fase. De indeling van Romeinse tempels in één van deze fases komt vaak neer op kleine stilistische details en is niet per se gebaseerd op de architectuur van de tempels. Eén van de doelen van dit onderzoek is te kijken of er inderdaad sprake is van Etruskische/Griekse invloeden op de Romeinse tempelarchitectuur. Het uiteindelijke doel is om te kijken naar hoe een Romeinse tempel eruit zag gedurende de Romeinse Republiek van 509 v.chr. tot 80 v.chr. Hiervoor is een grote database samengesteld waarvan de tempels die aan de onderzoekcriteria voldeden zijn gebruikt. Deze tempels zijn op basis van hun datering verdeeld over drie periodes: v.chr., v.chr. en v.chr. Door de tempels uit deze drie periodes te vergelijken wordt geprobeerd een definitie te geven van een Romeinse tempel uit de Republikeinse periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr. 18 Stamper 2006, 49-83; Welch 2006, Stamper (2005, 34-48) spreekt van een Etrusko-Romeinse fase terwijl Ramage & Ramage (2005, 66-68) en Torelli & Fracchia (2006, 81) het hebben over een Etrusko-Italische fase/architectuur. 7

11 3. De Tempels van de Periode v.chr. 3.1 Historisch Kader 509 v.chr. was een zeer belangrijk jaar voor de Romeinen. In dat jaar kwam er een einde aan het 244 jaar oude koninkrijk nadat Lucius Junius Brutus en zijn bondgenoten de laatste koning, Lucius Tarquinius Superbus, hadden verjaagd. Tarquinius vertrok naar Etrurië en kwam datzelfde jaar terug met de steun van de legers van Veii en Tarquinia om zijn troon te heroveren. 20 De Romeinen wonnen de slag maar Tarquinius wist te overleven. Naast de stichting van de Republiek was er nog een andere belangrijke gebeurtenis in 509 v.chr. wat van grote invloed was op de Romeinse samenleving, namelijk de inwijding van de destijds grootste tempel van Rome en Italië: de tempel van Jupiter Optimus Maximus. In 508 v.chr. zou Tarquinius nog een poging wagen om Rome te heroveren met hulp van de koning van Clusium, Lars Porsenna, maar ook deze poging faalde. 21 Rome had zich bewezen tegen de legers van Etrurië maar was nog steeds kwetsbaar. Het gebied dat de Romeinen beheersten was bescheiden vergeleken met de Etruskische staten. Maar de Romeinen zaten niet stil. In 496 v.chr. (499, 498 of 493 v.chr.) kwamen de Romeinen in conflict met de Latijnen. 22 Het leger van de Latijnen werd geleid door Tarquinius maar hij werd verslagen tijdens de slag bij het Regillusmeer door Aulus Postumius Albus Regillensis. 23 Tijdens deze slag zouden de goden Castor en Pollux de Romeinen geholpen hebben waarop Aulus Postumius gezworen zou hebben een tempel voor hen te bouwen. 24 Tarquinius stierf in 496 v.chr. in ballingschap. In 494 v.chr. was Rome in oorlog maar het plebs weigerde ten strijde te trekken en trok zich terug. Hun eisen waren dat zij vertegenwoordigd zouden worden door een eigen magistraat en niet door een patriciër. Dit resulteerde in de creatie van de tribunus plebis, een volkstribuun. 25 Rome vocht vele oorlogen tegen de Latijnen, Sabijnen, de Etrusken en/of hun bondgenoten gedurende de rest van de 5 e eeuw v.chr. en wist zo haar grondgebied uit te breiden. De belangrijkste van deze oorlogen was die met de Etruskische stad Veii. In 406 v.chr. verklaarde Rome Veii de oorlog maar na 10 jaar strijd waren Veii en haar bondgenoten nog niet verslagen. Dat veranderde toen Marcus Furius Camillus dictator werd en in 396 v.chr. werd Veii, één van de rijkste Etruskische steden, veroverd en geplunderd. Gedurende de campagne zou Camillus veelvuldig de hulp van Mater Matuta hebben ingeroepen. 26 De Romeinen hadden hun vijanden en concurrenten uit de nabije omgeving verslagen en onderworpen. De Romeinen hadden in de 5 e eeuw veel gewonnen aan macht, gebied en aanzien maar waren nog klein vergeleken met de andere mogendheden in Italië, zoals de Etrusken en de Grieken. Daarnaast zou Rome aan het begin van de 4 e eeuw voor het eerst te maken krijgen met een grote tegenslag. In 390 v.chr. vielen Gallische stammen Italië binnen en versloegen in 387 v.chr. de Romeinen waarna de Galliërs een deel van Rome plunderden om vervolgens weer te vertrekken. 20 Liv Liv Liv ; Grant 1978, Dion. Hal. VI 2-14; Liv. 2.21; Grant 1978, Liv Liv ; Abbott 1901, 28; Orlin 1997, Liv

12 3.2 De Tempels De Tempel van Jupiter Optimus Maximus Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Jupiter Optimus Maximus was de grootste, ten tijde van de Republiek, en één van de belangrijkste tempels van de Romeinen. Deze tempel lag op de arx van het oude Rome waardoor de tempel een centrale ligging had in de stad en dankzij haar grootte was de tempel extra imposant (Fig. 3.2). Rond de tempel van Jupiter Optimus Maximus zouden nog enkele andere tempels zijn gebouwd maar van de meesten zijn geen archeologische resten teruggevonden. Van de tempel zelf is niet veel bewaard gebleven maar dankzij veldonderzoek zijn er toch archeologische resten bekend. 27 Met behulp van deze resten en de literaire bronnen is het mogelijk deze tempel te reconstrueren. De meest geaccepteerde reconstructie komt van de hand van Luigi Canina en Einar Gjerstad. 28 Volgens Gjerstad zou de tempel een podium hebben gehad van 62,28 meter lang, 53,50 meter breed en ongeveer 3,60 3,84 meter hoog (Fig. 3.3). 29 De tempel had een zuidoostelijke oriëntatie. Niet iedereen kan zich in deze reconstructie vinden zoals John W. Stamper die onder andere twijfelt aan de bouwtechnische mogelijkheden van de Romeinen voor een dergelijk grote tempel. 30 Hopkins stelt echter dat de alternatieve reconstructie van Stamper niet klopt en baseert dit op de fundamentsresten die niet overeenkomen met deze reconstructie. 31 Bovendien weerlegt Hopkins de claim dat de oude Romeinen een dergelijke tempel destijds niet hadden kunnen bouwen. 32 Van de tempel zelf is vrijwel niets bewaard gebleven maar dankzij Vitruvius en Dionysus van Halicarnassus, die de tempel hebben beschreven, is het toch mogelijk deze te reconstrueren. 33 Volgens deze reconstructie is de tempel in ongeveer twee gelijke helften in te delen, een pronaos en de drie cellae. 34 De pronaos bestond uit drie rijen met elk zes zuilen. Deze zuilen waren oorspronkelijk van de Toscaanse orde maar bij latere verbouwingen zijn ze vervangen door Korinthische zuilen. Het intercolumnium (de afstand tussen twee zuilen) bedroeg 12 meter voor de middelste zuilen en 9,50 meter voor de andere. Omdat de cellamuren op één lijn stonden met de zuilen van de pronaos betekent dit dat de middelste cella 12 meter breed was en de twee buitenste cella 9,50 meter. 35 De twee buitenste zuilenrijen liepen door tot de achterkant van het podium dat gesloten was door een muur (peripteros sine postico). Gjerstad heeft ook een trap gereconstrueerd aan de zuidzijde alleen hiervoor zijn echter geen archeologische sporen gevonden. 36 Over de opstand en de hoogte van de tempel is veel discussie (Fig. 3.4). Als de berekeningen van Vitruvius voor de hoogte van een tempel worden gehanteerd, dan zouden de zuilen van de tempel ongeveer 16,60 meter hoog zijn met een diameter van 2,35 meter. 37 Omdat deze zuilen niet van hout 27 Deze tempel, gebouwd in v.chr. en ingewijd door consul Marcus Horatius Pulvillus (Liv ; Bloch 1960, 21), werd herontdekt in 1545 door Giovanni Pietro Caffarelli (Lanciani 1875, ). Zo werden delen van de zuilen van de tempel gevonden (Lanciani 1875, ; Stamper 2005, 15-18). Maar pas in 1875 werd de ware locatie van de tempel bepaald door Rodolfo Lanciani (Lanciani 1897, 299). In 2000 zijn er nieuwe opgravingen geweest onder leiding van Anna Mura Sommella (2000). 28 Canina 1840; Gjerstad 1960, Gjerstad 1960, Stamper 2005, Hopkins legt de reconstructie van Stamper over de fundamentsresten van de tempel en komt tot de conclusie dat deze niet overeenkomen terwijl een monumentalere reconstructie wel overeenkomt met de fundamentsresten (Hopkins 2012, ). 32 Hopkins vergelijkt de tempel met andere tempels en wat er over de tempel in de oudheid is geschreven en stelt dat de Romeinen wel degelijk in staat waren om zo n grote tempel te bouwen (Hopkins 2012, ). 33 Dion. Hal. IV Gjerstad 1960, Lindenhout 2010, Gjerstad 1960, Gjerstad 1960,

13 konden worden gemaakt, zouden ze van tufsteen zijn gemaakt en mogelijk bedekt met stucwerk. 38 De critici van Gjerstad s reconstructie vinden echter dat deze tempel te groot en te hoog is voor een tempel van die tijd en komen met de suggestie dat de tempel veel kleiner was en op meerdere podia stond. 39 Over de terracotta s die in de buurt van de tempel zijn gevonden, is niet met zekerheid te zeggen dat deze bij het Capitolium hoorden. 40 Ook Gjerstad is kritisch over de terracotta s ondanks het feit dat hij bij de reconstructies van de opstand wel artistieke elementen heeft toegevoegd. 41 Zo zegt Gjerstad dat door het gebrek aan materiaal er mogelijk nooit een reconstructie kan worden gemaakt van de architectonische details en dat zijn eigen reconstructie van deze details enkel een mogelijkheid is van hoe het had kunnen zijn. 42 Chronologie De bouw van de tempel zou zijn begonnen in 525 v.chr. onder de laatste koning van Rome, Lucius Tarquinius Superbus. 43 In 509 v.chr., het begin van de Romeinse Republiek, was de tempel af en werd in hetzelfde jaar ingewijd. 44 De inwijding werd uitgevoerd door consul Marcus Horatius Pulvillus. 45 Holloway suggereert echter dat de tempel pas aan het begin van de 4e eeuw werd afgebouwd en onderbouwt dit onder andere door de aanwezigheid van een andere Marcus Horatius Pulvillus. 46 De tempel van Jupiter Optimus Maximus is meerdere keren verbouwd of herbouwd. De eerste tempel is in 509 v.chr. afgebouwd en ingewijd, en is in 83 v.chr. door brand verwoest. Kort na de brand gaf Sulla de opdracht de tempel te herbouwen. De tempel werd in zijn oorspronkelijke vorm herbouwd alleen met duurder materiaal. Deze tempel werd afgebouwd in 69 v.chr. en ingewijd door Quintus Lutatius Catulus. 47 Deze tempel bleef staan tot 19 December 69 n.chr. toen de tempel werd verwoest door brand. 48 In hetzelfde jaar nog is begonnen met de herbouw van de tempel in opdracht van keizer Vespasianus. Deze tempel werd ingewijd in 75 n.chr., maar werd verwoest door de grote brand in 80 n.chr. Een nieuwe tempel werd gebouwd onder keizer Domitianus (82 n.chr.) en bleef staan tot de 5 e eeuw n.chr. toen deze werd verwoest De Tempel van Saturnus Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Saturnus lag in de zuidwesthoek van het Forum Romanum tegen de Capitolijnse heuvel aan (Fig. 3.5). Van de oorspronkelijke tempel is niet veel bewaard gebleven. Bovendien zorgt de latere versie van deze tempel ervoor dat er geen grootschalig onderzoek kan worden uitgevoerd omdat dergelijk onderzoek zeer vernietigend is. Er zijn wel delen van het podium die toebehoren tot deze oudere tempel. 50 De exacte afmetingen van het oorspronkelijke podium zijn niet bekend maar 38 Gjerstad 1960, De meest uitgesproken van deze critici is John Stamper (2005, 19-33) die met een eigen kleinere reconstructie komt. Volgens deze reconstructie stond de tempel op meerdere podia en was de tempel zelf 34 x meter (Stamper 2005, 27). Deze alternatieve reconstructie wordt weersproken door Anna Mura Sommella (2000, 7-26) en Hopkins (2012, ). 40 Gjerstad 1960, ; Lindenhout 2010, Gjerstad 1960, Idem. 43 Dion. Hal. IV 61; Liv ; Nielsen & Poulsen 1992, 119; Richardson 1992, Liv ; Bloch 1960, 21; Richardson 1992, Liv Holloway 1994, Plin. NH Tac. Hist Lanciani 1892, 87; Stamper 2005, Richardson 1992,

14 zou ongeveer meter breed zijn en ongeveer 30 meter lang (Fig. 3.6). 51 De tempel had een noordoostelijke oriëntatie. De tempel was in dezelfde stijl gebouwd als de tempel van Jupiter Optimus Maximus met een pronaos en drie cellae. 52 De volgende afmetingen en beschrijvingen zijn overgenomen van een reconstructietekening van John W. Stamper. 53 De pronaos bestond uit twee rijen van vier zuilen. Deze zuilen waren van de Toscaanse orde. De intercolumnia bedroeg ongeveer 5,5 meter voor de buitenste zuilen en ongeveer 7 meter voor de binnenste zuilen. De cellamuren liepen op één lijn met de zuilen waardoor de buitenste cellae ongeveer 5,5 meter breed waren en de centrale cella 7 meter breed was. De cellae waren ongeveer 15 meter lang. Over de opstand en het dak is niet veel te zeggen omdat deze niet bewaard zijn gebleven als gevolg van latere verbouwingen. Chronologie De Tempel van Saturnus is gebouwd in de periode v.chr. maar was mogelijk al gepland door de laatste koning van Rome, Lucius Tarquinius Superbus. 54 Door wie de tempel werd ingewijd is niet met zekerheid te zeggen. Deze tempel bleef staan tot een brand hem verwoestte in 42 v.chr. Met de bouw van een nieuwe tempel werd in 42 v.chr. begonnen door consul Lucius Munatius Plancus en deze werd rond 30 v.chr. afgerond. 55 Het podium van de tempel werd aangepast en werd op sommige plekken 11 meter hoog, 24 meter breed en 33 meter lang. 56 De tempel kreeg één grote cella met pilasters en een rij van zes zuilen aan de voorkant met nog twee rijen van twee zuilen tussen de voorste zes zuilen en de cella. In de vierde eeuw n.chr. werd de tempel verwoest door brand en weer herbouwd. 57 De tempel werd uiteindelijk verwoest in de 15 e eeuw De Tempel van Castor en Pollux Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Castor en Pollux lag in de zuidoosthoek van het Forum Romanum vlakbij de tempel van Vesta (Fig. 3.7). Volgens de mythe rond de tempel zouden Castor en Pollux op de plek waar de tempel stond hun paarden uit een bron hebben laten drinken. 58 Om die reden werd daar uiteindelijk hun tempel gebouwd. Door de vele verbouwingen van de tempel is weinig van de originele tempel bewaard gebleven maar dankzij uitgebreid onderzoek zijn er voldoende restanten gevonden om deze te kunnen reconstrueren. 59 Oorspronkelijk werd gedacht dat de eerste tempel van Castor en Pollux, in vergelijking met de latere verbouwingen en andere tempels in de nabije omgeving, relatief klein was met een podium van 16,20 meter breed en 21,60 meter lang. 60 Maar na nieuw onderzoek aan het podium wordt nu gedacht dat het tempelpodium 27,50 meter breed was, 37 meter lang en ongeveer 3 meter hoog (Fig. 3.8). 61 Deze tempel had een noordoostelijke oriëntatie. De tempel had een pronaos en drie cellae ondanks dat de tempel slechts aan twee goden was gewijd. Dit was overigens niet ongewoon. 62 De pronaos bestond uit twee of drie rijen van vier 51 Breedte (Stamper 2005, 36). Eigen meting van lengte. 52 Richardson 1980, 53; Stamper 2005, Stamper 2005, Dion. Hal. VI 1.4; Stamper 2005, Richardson 1992, Stamper 2005, Richardson 1992, Richardson 1992, Nielsen & Poulsen Frank & Stevens 1925, Nielsen & Poulsen 1992, De andere cellae hadden vaak een andere functie. Voor de tempel van Castor en Pollux gaat het mogelijk om een bank of winkels (Nielsen 1993, ). 11

15 zuilen. 63 Als de pronaos drie rijen zuilen had, dan stonden de zuilen tot aan de rand van het podium. Als de pronaos twee rijen zuilen had, dan was het voorste gedeelte van het podium mogelijk lager waardoor een terraseffect ontstond. 64 Deze zuilen waren waarschijnlijk van de Toscaanse orde maar zijn later vervangen door zuilen van de Korinthische orde. De interaxiale zuilafstand, de afstand tussen het midden van twee zuilen, bedraagt 7,50 meter. 65 Hoewel de muren van de drie cellae niet meer in situ aanwezig zijn, is het toch mogelijk deze te reconstrueren dankzij de oudere funderingsmuren. Deze waren in een roosterpatroon gebouwd waardoor deze de muren van de drie cellae en de rijen van vier zuilen ondersteunden. 66 Omdat de cellamuren op één lijn lopen met de zuilen waren de cellae ongeveer 7,50 meter breed en ongeveer 18 meter lang. Anderen zijn echter niet overtuigd dat de tempel drie cellae had en denken eerder aan één cella met zuilen aan de zijkant, alae. 67 Verder is er niet veel bekend over de opstand van de tempel. Deze zou echter niet veel hebben afgeweken van de reconstructies van andere tempels uit deze periode. Chronologie Met de bouw van de tempel werd begonnen in 496 v.chr. vlak na de slag bij het Regillusmeer als dank voor de hulp van Castor en Pollux tijdens deze slag. 68 Alhoewel Aulus Postumius Albus Regillensis, de dictator en bevelhebber van het Romeinse leger tijdens de slag, gezworen had de tempel te bouwen was het zijn zoon die hem inwijdde in 484 v.chr. 69 Fase I van deze tempel begint in 484 v.chr. toen de tempel werd afgebouwd en ingewijd. Gedurende deze fase werd de tempel een keer aangepast rond 200 v.chr. Fase II van de tempel begint in 117 v.chr. met de verbouwing door Caecilius Metellus Delmaticus en de senaat van Rome. 70 Het podium werd iets aangepast en uitgebreid en de drie cella maakten plaats voor één grote. Ook kreeg de tempel zuilen aan de zijkanten. Het is alleen niet zeker of er sprake was van een peripteros tempel met zuilen aan de achterkant of van een peripteros sine postico tempel met een gesloten achterkant. 71 Deze fase duurt tot 7 v.chr. wanneer de tempel opnieuw werd verbouwd. De laatste fase, fase III, begint in 6 n.chr. nadat in 7 v.chr. begonnen was met de verbouwing van de tempel door Augustus en ingewijd ter ere van Tiberius en Drusus. 72 Weer werd het podium uitgebreid en dit keer is met zekerheid te zeggen dat de tempel nu wel zuilen aan de achterkant had. Deze tempel bleef tot ver in de 4 e eeuw n.chr. bestaan met enkele kleine aanpassing door verschillende keizers De Tempels van Mater Matuta en Fortuna Archeologische Resten en Reconstructie Na veelvuldig onderzoek, en de daarbij behorende discussies, wordt tegenwoordig aangenomen dat de archeologische resten bij en onder de Sant Omobono kerk toebehoren aan de tempels van Mater Matuta en Fortuna. 73 Deze tempels lagen aan de noordkant van het Forum Boarium, de veemarkt van het oude Rome (Fig. 3.9). Dit forum lag tussen de Tiber en de Capitolijnse, Aventijnse en Palatijnse heuvels. Beide tempels liggen op hetzelfde podium met een doorgang tussen de twee 63 Stamper 2005, Stamper 2005, Stamper 2005, Idem. 67 Richardson 1992, Liv Liv Cicero, In Verrem Stamper 2005, Nielsen 1993, Stamper 2005, 40-41; Lindenhout 2010,

16 tempels en omdat deze vrijwel identiek zijn worden ze als één tempel behandeld. Het podium was ongeveer 47 meter breed en 30 meter lang (Fig. 3.10). 74 De tempels hadden een zuidelijke oriëntatie. Beide tempels waren identiek met aan de oostkant de tempel voor Mater Matuta en aan de westkant de tempel van Fortuna. 75 De tempels hadden één cella met gesloten alae die over de hele lengte doorliepen en vier zuilen verdeeld over twee rijen voor de cella. De zuilen waren waarschijnlijk van de Toscaanse orde en hadden een interaxiale zuilafstand van 7,50 meter. 76 De tempels waren elk 30 meter lang en 21 meter breed. 77 De cellae waren ongeveer 14 meter lang en 7,50 meter breed. Tussen de twee tempels zat een doorgang van ongeveer 5 meter breed. Over de opstand is niet veel bekend. Er is wel een reconstructie gemaakt van de opstand. Verder is er een grote hoeveelheid terracotta s en aardewerk gevonden op de locatie van de tempels maar hierbij gaat het vooral om een ophogingslaag met resten van eerdere periodes. 78 Chronologie De tempels zijn gebouwd in 396 v.chr. op resten van eerdere Archaïsche tempels (590 v.chr.) voor dezelfde goden en ingewijd door Marcus Furius Camillus nadat hij Veii had veroverd. 79 Tijdens deze slag zou hij veelvuldig de hulp van Mater Matuta hebben ingeroepen en als dank heeft hij een nieuwe tempel voor haar en Fortuna gebouwd op de plek van hun oude tempels. 80 Niet iedereen is overtuigd van deze datering. Zo denkt Sartorio dat de tempels in 490 v.chr. zijn gebouwd en dat Camillus ze na de Gallische inval heeft herbouwd. 81 Beide tempels werden door brand verwoest in 213 v.chr. en vervolgens herbouwd. 82 Door de Severische keizers zijn er enkele tabernae, winkels, toegevoegd en in de 6 e eeuw n.chr. werden er christelijke gebouwen aan toegevoegd. 83 De kerk die momenteel op deze plek staat dateert uit de 15 e eeuw. 74 Stamper 2005, Stamper 2005, Idem. 77 Idem. 78 Lindenhout 2010, Coarelli 1988, Liv Sartorio 1995, Stamper 2005, Het ging hier mogelijk om winkels die pigmenten verkochten (Colini et al. 1978). 13

17 4. De Tempels uit de Periode v.chr. 4.1 Historisch Kader De Romeinen wisten zich verrassend snel te herstellen van de Gallische invallen en gingen vervolgens verder met waar ze gebleven waren, namelijk het veroveren van centraal Italië. In 343 v.chr. kwam Rome in conflict met de Samnieten over de kustvlaktes die door Rome en haar bondgenoten werden beheerst. 84 Dit leidde uiteindelijk tot de eerste van drie Samnitische oorlogen. Deze oorlog kwam abrupt ten einde in 341 v.chr. na een opstand van de Latijnen tegen de Romeinen. 85 Dit leidde weer tot een oorlog in 340 v.chr. die de Latijnse oorlog wordt genoemd. Na twee jaar te hebben gevochten had Rome in 338 v.chr. de Latijnen verslagen en ontbond het de Latijnse Liga. 86 In 326 v.chr. begon de Tweede Samnitische Oorlog. Deze oorlog begon rampzalig voor de Romeinen en na vijf jaar (321 v.chr.) werden zij gedwongen om een verdrag te sluiten met de Samnieten waarin werd beloofd gedurende vijf jaar geen oorlog te voeren. De vijandigheden laaiden in 316 v.chr. opnieuw op en eindigden uiteindelijk in 304 v.chr. met een vredesverdrag dat voor de Romeinen gunstig was. Deze vrede duurde niet lang en in 298 v.chr. waren de Romeinen en de Samnieten weer in conflict met elkaar. 87 De Samnieten benaderden de andere volkeren van Italië in een poging een anti- Rome alliantie te creëren. 88 Rome trok ten strijde tegen de Etrusken en de Samnieten en wist goed stand te houden. Maar een gecombineerd leger van Etrusken, Galliërs, Umbriërs en Samnieten leidde uiteindelijk tot de slag van Sentinum in 295 v.chr. 89 Bij Sentinum versloegen de Romeinen de Samnitische en de Gallische troepen terwijl de Etrusken en Umbriërs bezig werden gehouden met de verdediging van hun eigen gebied. 90 Ondanks deze zware nederlaag bleven de Samnieten doorvechten tot 290 v.chr. waarna ze de Romeinse dominantie erkenden. 91 In 287 v.chr., als gevolg van grote schulden en politieke ongelijkheid tussen de plebejers en de patriciërs, trokken de plebejers zich voor een laatste keer terug. Dit resulteerde in het aannemen van de Lex Hortensia. Hierdoor verloren de patriciërs hun vetorecht om bepaalde wetten te blokkeren. 92 In 282 v.chr. versloeg Rome de Etrusken definitief bij Populonia. Rome ging verder met haar veroveringen en trok ten strijde tegen de Grieken in het zuiden van Italië. Deze vroegen hulp in van de koning van Epirus, Pyrrhus, die in 280 v.chr. met een leger landde in Italië. 93 In 279 v.chr. verliet hij Italië om vervolgens in 275 v.chr. terug te keren en na de onbesliste slag van Beneventum Italië voorgoed te verlaten. Rome werd hierdoor heerser van het Italische schiereiland. Een conflict op Sicilië leidde tot de Eerste Punische Oorlog tussen Rome en Carthago in 264 v.chr. 94 De Romeinen wisten snel met een leger te landen in Sicilië en dwongen Syracuse tot een alliantie. 95 Hoewel de Romeinen op land de betere waren, waren ze in het begin op zee kansloos 84 Liv Grant 1978, Grant 1978, Grant 1978, Idem. 89 Als reactie op de Romeinse expansiedrift werd een defensieve alliantie gevormd tussen de Etrusken, Galliërs, Umbriërs en Samnieten (Rawlings 2007, 46). 90 Grant 1978, In 290 v.chr. werd het Samnitische gebied veroverd door Manius Curius Dentatus (Cicero, De senectute 55). 92 Abbott 1901, Cantor 2004, 151; Deze oorlog is vooral bekend vanwege de Pyrrhusoverwinningen waarbij koning Pyrrhus de Romeinen versloeg maar zulke zware verliezen leed dat het net zo goed een nederlaag genoemd kan worden (Plut. Pyrrhus). 94 De Mamertijnen van Messina kwamen in conflict met Syracuse en na een zware nederlaag vroegen ze de Carthagers om hulp in het conflict. Carthago kwam de Mamertijnen te hulp maar vervolgens vroegen ze ook Rome om hulp. Dit leidde tot een conflict tussen de Romeinen en de Carthagers en uiteindelijk oorlog (Warmington 1993, 167; Cantor 2004, 152). 95 Warmington 1993,

18 tegen de veel grotere vloot van de Carthagers. 96 Pas na het uitvinden van de Corvus, een loopbrug die werd vastgemaakt aan een vijandig schip, konden de Romeinen de Carthagers op zee verslaan. 97 Na meer dan twintig jaar vechten wisten de Romeinen de Carthagers tot een vredesverdrag te dwingen in 241 v.chr. na de zeeslag om de Egadische eilanden, ten westen van Sicilië. 98 Rome kreeg de controle over Sicilië en door interne conflicten van de Carthargers wisten de Romeinen ook Corsica en Sardinië over te nemen. 99 Maar Carthago was nog niet compleet verslagen. In Spanje wist het grote delen te veroveren wat uiteindelijk zorgde voor nieuwe economische groei en welvaart. In 219 v.chr. komt Carthago in conflict met de stad Saguntum, een bondgenoot van Rome vlakbij het huidige Valencia. De stad werd vervolgens in hetzelfde jaar aangevallen door Hannibal Barkas, de man die de gevaarlijkste vijand van de Romeinse Republiek zou worden. Het jaar erop verklaarde Rome Carthago de oorlog, het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal trok met zijn leger vanuit Spanje over land naar Italië met de intentie over de Alpen te gaan. De Romeinen stuurden een leger in de tegenovergestelde richting. Hannibal bezorgde Rome een aantal zware nederlagen bij de Trebia rivier en het Trasimeense meer. 100 Als gevolg van deze nederlagen werd Quintus Fabius Maximus dictator en weigerde hij vervolgens de directe confrontatie te zoeken met Hannibal. 101 In 216 v.chr., met nieuwe consuls, besloot Rome weer de confrontatie aan te gaan. Dit leidde tot de desastreus verlopen slag van Cannae waar de Romeinen bijna compleet werden uitgeroeid. 102 Na de verloren slag van Cannae liepen veel bondgenoten van Rome in het zuiden over naar Hannibal, maar een aantal belangrijke vestingen en steden bleven Rome trouw. In 214 v.chr. sloot Macedonië zich aan bij Carthago en begon het Romeinse bondgenoten in Illyira aan te vallen. Maar nadat andere Griekse staten, waaronder Pergamon, bondgenoten werden van Rome moest Macedonië een oorlog voeren aan meerdere fronten en sloot het vrede in 205 v.chr. 103 In Zuid-Italië had Hannibal wisselend succes maar door de successen van Scipio vanaf 210 v.chr. in Spanje en de mislukte poging van Hasdrubal om versterkingen te sturen in 207 v.chr. kon Hannibal niet veel meer bereiken. 104 Na zijn successen in Spanje landde Scipio in 204 v.chr. in Afrika en Hannibal werd vervolgens teruggeroepen om Afrika te verdedigen. Dit leidde in 202 v.chr. tot de slag van Zama waar Hannibal werd verslagen en een jaar later werd er vrede gesloten tussen Carthago en Rome waarbij Carthago enkel nog haar Afrikaanse bezittingen mocht houden. Rome had haar belangrijkste concurrent verslagen en alleen de Hellenistische koninkrijken in het oosten konden nog een bedreiging vormen. Rome wist na de Gallische plundering de andere volkeren van Italië te verslaan en hun territoria toe te eigenen. Doordat Rome haar blik nu buiten Italië verlegde kwam het in conflict met Carthago. Rome versloeg Carthago uiteindelijk in de eerste en de Tweede Punische Oorlog waardoor Rome niet alleen het voor het zeggen had in Italië maar ook in het Westerse mediterraan gebied. 96 Zoch 2000, Bij de zeeslag van Mylae, 260 v.chr., wisten de Romeinen dankzij de corvus voor het eerst de Cathargers te verslaan (Wallinga 1956, 73-77). De bevelhebber van de Romeinen, Gaius Duilius, kreeg een triomftocht toegekend en bouwde de tempel van Janus (Richardson 1992, 206). 98 Zonder een vloot konden de Carthagers de strijd op Sicilië niet voortzetten en stemden dus in met een vredesakkoord (Bedford & Bradford 2001, 174). 99 In de periode v.chr. braken er opstanden van huurlingen uit binnen enkele gebieden van Carthago. In 238 v.chr. dreigde Rome Carthago met oorlog onder het voorwendsel dat Carthago een aanval op Rome aan het voorbereiden was. Carthago gaf zich meteen over waardoor Rome de controle kreeg over Sardinië en Corsica (Dunstan 2010, 70-71). 100 Dunstan 2010, Idem. 102 Dunstan 2010, Liv Tucker 2010,

19 4.2 De Tempels De Tempel van Feronia, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Feronia lag in het zuiden van het Campus Martius, ten westen van de Capitolijnse heuvel, op de plek die nu Largo di Torre Argentina, of Largo Argentina, wordt genoemd (Fig. 4.2). Deze tempel was de eerste van een aantal tempels dat samen een heilig gebied vormde. Dit terrein lag ver van de fora en andere heiligdommen/tempels vandaan in een gebied dat daarvoor een open veld was. 105 Later werd de omgeving er omheen vol gebouwd met andere monumentale gebouwen zoals de baden van Agrippa en het theater van Pompeius. Ondanks dat de tempel van Feronia, net als de andere tempels aan de Largo Argentina, voor een lange tijd overbouwd was, is er veel van bewaard gebleven. Zo staan het podium en delen van de muren nog overeind (Fig. 4.3). Het podium was 17,10 meter breed en 30,50 meter lang en was 4,25 meter hoog (Fig. 4.4). 106 De tempel was op het oosten georiënteerd met de ingang ook in het oosten. Daarnaast had de tempel aan de oostkant een brede trap, de eerste tempel in dit onderzoek waarvan de trap van de tempel bewaard is gebleven. De tempel van Feronia is een voorbeeld van een peripteros sine portico tempel, een tempel met een pronaos, open alae en een gesloten achterkant met vijf zuilen aan de zijkant en vier zuilen aan de voorkant. 107 Het intercolumnium was 3,16 meter aan de zijkanten, 3,75 meter aan de voorkant en 4,45 meter tussen de middelste twee zuilen aan de voorkant. 108 De zuilen waren oorspronkelijk van de Toscaanse orde, maar zijn later vervangen door Korinthische, mogelijk in 80 AD door Domitianus. 109 De tempel had maar één cella. Over de opstand is niet veel bekend. Delen van de muren staan nog, maar dat is niet genoeg om iets over de hoogte te kunnen zeggen. De tempel had een zadeldak met terracotta dakpannen. 110 Chronologie De tempel van Feronia is gebouwd in 290 v.chr. door consul Manius Curius Dentatus na zijn overwinning op de Sabijnen. 111 Feronia was van oorsprong een Sabijnse godin en wordt als zodanig geïdentificeerd door Varro. 112 De grond rond de tempel werd in de 1 e eeuw v.chr. verhoogd waardoor het podium van de tempel minder hoog werd en een deel van de trap onder de grond kwam te liggen. 113 De tempel werd verwoest door de grote brand van 80 n.chr. en uiteindelijk herbouwd door keizer Domitianus. Domitianus heeft bij het herbouwen van de tempel Korintische zuilen gebruikt en een mozaïekvloer laten aanleggen. 114 Wanneer de tempels werden overgebouwd is niet met zekerheid te zeggen. Alhoewel de twee tempels ten noorden van de tempel van Feronia al bekend waren, duurde het tot voordat de tempel van Feronia werd ontdekt tijdens werkzaamheden gevolgd door archeologisch onderzoek. Dit leidde ertoe dat het gebied in 1929 een monument werd Stamper 2005, Coarelli 1995, Stamper 2005, Coarelli 1981, Coarelli 1981, 14-15; Nielsen & Poulsen 1992, 121; Stamper 2005, Stamper 2005, Coarelli 1981, Varro De lingua latina, Stamper 2005, Coarelli 1981, 14-15; Nielsen & Poulsen 1992, Richardson 1992,

20 4.2.2 De Tempel van Janus, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Janus is de meest noordelijke tempel van een groep van drie tempels op het Forum Holitorium, de groentemarkt van het oude Rome (Fig. 4.5). Het Forum Holitorium lag net buiten de oude stadsmuur van Rome met aan de noordoostkant de Capitolijnse heuvel en aan de westkant de Tiber. De tempel is voor een deel bewaard gebleven omdat deze is geïncorporeerd in de San Nicolà in Carcere kerk. 116 Het podium van de tempel is ongeveer 24,50 meter lang, 14,50 meter breed en 2,09 meter hoog (Fig. 4.6). 117 De tempel was op het oostnoordoosten georiënteerd. De tempel van Janus wordt gereconstrueerd als een type peripteros sine portico tempel. De pronaos bestond uit zes zuilen aan de voorkant en negen zuilen aan de zijkanten met vier extra zuilen in de pronaos die in het verlengde stonden van de cella muren. 118 De interaxiale zuilafstand is overal gelijk en bedroeg ongeveer 2,50 meter. 119 Deze zuilen werden in de 1 e eeuw v.chr. vervangen door zuilen van de Ionische orde. 120 De tempel had maar één cella die ongeveer 8,50 meter breed was, waarvan de zijmuren een stukje vooruitsprongen in de pronaos. Deze vooruitspringende zijmuren worden anten genoemd. De tempel had naar alle waarschijnlijkheid een zadeldak en was ongeveer 16 meter hoog vanaf de grond gemeten tot aan de nok van het dak (Fig. 4.7). Chronologie De tempel van Janus werd in 260 v.chr. gebouwd door consul Gaius Duilius. Eerder dat jaar had Gaius Duilius de belangrijke zeeslag bij Mylae gewonnen waarmee hij de eerste Romein werd die op zee zegevierde. 121 Deze tempel werd in de 1 e eeuw v.chr. gerestaureerd waarbij de zuilen mogelijk werden vervangen door Ionische zuilen. 122 De tempel werd uiteindelijk verwoest door brand om door Augustus te worden herbouwd en door Tiberius in 17 n.chr. te worden afgemaakt. 123 Na de restauratie van Augustus en Tiberius wordt de tempel nog een keer in de 2 e eeuw n.chr. gerestaureerd. 124 In de 6 e eeuw n.chr. werd er een kerk gebouwd, die later de San Nicola in Carcere kerk werd, die delen van de tempel van Janus incorporeerde (Fig. 4.8). Bij latere verbouwing in de 10 e en 16 e eeuw werden nog steeds delen van de tempel gebruikt. In de noordelijke muur van de kerk zijn nog een aantal zuilen van de oude tempel zichtbaar (Fig. 4.9) De Tempel van Spes, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Spes was de zuidelijkste van de drie tempels die op het Forum Holitorium lagen (Fig. 4.10). Net als de tempel van Janus is een deel van de tempel van Spes bewaard gebleven omdat deze is geïncorporeerd in de San Nicolà in Carcere kerk. 125 Zo is de noordkant van de tempel grotendeels bewaard gebleven. Deze tempel was de kleinste van de drie tempels van het Forum Holitorium. Het podium was ongeveer 10,97 meter breed, 19,70 meter lang en 2,65 meter hoog (Fig. 4.11). 126 De tempel van Spes was een ongewone tempel voor zijn tijd. Deze tempel was namelijk een type peripteros tempel met zes zuilen aan de voor- en achterkant en elf aan de zijkanten. 127 Deze zuilen 116 Meade 1980, Coarelli 1996, Stamper 2005, Coarelli 1981; Nielsen & Poulsen 1992, Stamper 2005, Richardson 1992, Stamper 2005, Richardson 1992, Nielsen & Poulsen 1992, Meade 1980, 96; Nielsen & Poulsen 1992, 122; Stamper 2005, Coarelli 1981; Nielsen & Poulsen 1992, Stamper 2005,

21 waren van de Toscaanse orde. 128 De tempel had één cella van ongeveer 6,50 meter breed en 12 meter lang. De tempel moet ongeveer 10,40 meter hoog zijn geweest, vanaf de grond gemeten, en had waarschijnlijk een zadeldak (Fig. 4.12). Chronologie De tempel van Spes kent een lange geschiedenis van restauraties. De tempel is in 258 v.chr. gebouwd en ingewijd door consul Aulus Atilius Calatinus. 129 In 218 v.chr. werd de tempel geraakt door bliksem en vervolgens herbouwd. 130 In 213 v.chr. werd de tempel verwoest door brand om het jaar erop weer te worden herbouwd. 131 In 31 v.chr. werd de tempel weer verwoest door brand die mogelijk was aangestoken. 132 De tempel werd pas onder Augustus en Tiberius in 17 n.chr. herbouwd. 133 De laatst bekende verbouwing/restauratie wordt toegeschreven aan Antonius Pius in de 2 e eeuw n.chr. 134 Net als de tempel van Janus wordt een deel van de tempel in de 6 e eeuw n.chr. geïncorporeerd in een kerkgebouw (Fig. 4.8). Bij latere verbouwingen in de middeleeuwen zijn er altijd delen van de tempel bewaard gebleven. De zuilen van de tempel van Spes zijn nu nog te zien in de zuidelijke muur van de San Nicola in Carcere kerk (Fig. 4.13) De Tempel van Juturnia, Rome Archeologische Resten en Reconstructie Zoals eerder vermeld behoort de tempel van Juturnia tot hetzelfde heilig gebied als de tempel van Feronia, namelijk het Largo Argentina complex (Fig. 4.14). Deze tempel was de meest noordelijke van de vier tempels. Net als de tempel van Feronia is de tempel van Juturnia redelijk bewaard gebleven (Fig. 4.15). De tempel, vergeleken met die van Feronia, was relatief klein. Het podium was 9,50 meter breed en 16 meter lang (Fig. 4.16). 135 De tempel had een hoog podium en was op het oosten georiënteerd met de ingang ook in het oosten. Net als de tempel van Feronia had deze tempel een brede trap met mogelijk achttien treden. De tempel had een pronaos en één cella. De pronaos was zeer smal en bestond uit vier zuilen aan de voorkant. De oorspronkelijke zuilen zijn later vervangen door Korinthische zuilen. Over de opstand is niet veel te zeggen. Chronologie Met de bouw van de tempel werd begonnen in 242 v.chr. en in 241 v.chr. is deze ingewijd. De tempel was gebouwd door consul Gaius Lutatius Catulus na zijn overwinning op de zeevloot van de Chartagers in 242 v.chr. 136 Deze tempel is een aantal keren verbouwd. De eerste verbouwing vond plaats in de 2 e eeuw v.chr. In de 1 e eeuw v.chr. werd de tempel van Juturnia aanzienlijk verbouwd. Het podium werd vergroot naar 15 meter breed en 27,50 meter lang. Ook werd de tempel een peripteros tempel met zes zuilen aan de voor- en achterkant en negen aan de zijkanten. 137 De zuilen waren van de Korinthische orde. De laatste verbouwing vond plaats onder Domitianus in 80 n.chr. 128 Idem. 129 Richardson 1992, Idem. 131 Idem. 132 Idem. 133 Coarelli 1999, Coarelli 1999, Coarelli 1996, Coarelli 1981, Richardson 1992, 33 18

22 In de 9 e eeuw n.chr. werd er een kerk gebouwd boven op de tempel van Juturnia. Deze kerk, de San Nicola a Cesarini kerk, werd in de jaren 20 van de vorige eeuw gesloopt in verband met werkzaamheden waarbij de resten van de tempel zo veel mogelijk gespaard werden. In 1929 werd het een monument net als de tempel van Feronia Tempel C Pettorino, Alba Fucens Archeologische Resten en Reconstructie Tempel C lag op de meest oostelijke heuvel van Alba Fucens dat gebouwd was op drie heuvels (Fig. 4.17). Deze heuvel wordt de Pettorino heuvel genoemd. Hoewel de tempel binnen de ommuring lag van de stad is er niet veel bekend over andere gebouwen in de omgeving van de tempel. Van Tempel C zijn de resten in zeer slechte staat. Toch is nog genoeg van het podium overgebleven om ook een reconstructie te maken van de tempel. Het podium was ongeveer 14,49 meter breed, 20,77 meter lang en 2,25 meter hoog (Fig. 4.18). 139 De tempel had een zuidwestelijke oriëntatie. Van de pronaos en de cella is vrijwel niks bewaard gebleven. Bij archeologisch onderzoek zijn wel sporen van muren gevonden en wat waarschijnlijk de plek was van een zuil (Fig. 4.19). De pronaos bestond mogelijk uit drie zuilen die 5 meter van de cella stonden. 140 De cella was ongeveer 10 meter breed en 8 meter lang. 141 Door het midden van de cella liep een muur die de cella in tweeën deelde (Fig. 4.20). Van deze muur zijn resten gevonden waaruit blijkt dat deze muur ongeveer 1 meter breed was. 142 Daarnaast zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een mozaïek. 143 Chronologie De werkelijke datering van de tempel en wie hem heeft gebouwd zijn niet bekend. Momenteel zijn er twee dateringen. De eerste suggereert een 3 e eeuw v.chr. datering wat betekent dat het om een Romeinse tempel gaat en de tweede suggereert een 4 e eeuw v.chr. datering wat betekent dat het een tempel is die door de Marsi cultuur is gebouwd. 144 Voor dit onderzoek wordt uitgegaan van een 3 e eeuw v.chr. datering en dat de tempel dus door de Romeinen is gebouwd. 145 Er zijn aanwijzingen dat de tempel in de tweede helft van de 1 e eeuw n.chr. nog een keer is verbouwd/gerestaureerd De Tempel van Juno Moneta, Segni Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Juno Moneta lag op de oude arx van de stad Segni (Fig. 4.21). Van de tempel van Juno Moneta is relatief veel bewaard gebleven omdat de resten onderdeel zijn van een San Pietro kerk. Het podium was ongeveer 25 meter breed, 40 meter lang en 3 meter hoog (Fig 4.22). 147 Verder bestond het podium uit drie podia die op elkaar lagen. 148 Het onderste podium lag mogelijk ook vroeger onder het straatniveau vanwege het gebruik van verschillende bouwtechnieken tussen het 138 Richardson 1992, Mertens 1969, Mertens 1969, Idem. 142 Mertens 1969, Mertens 1969, De Marsi cultuur, in deze context, was een Latijnse cultuurgroep waarbij Alba Fucens aan de grens van hun gebied lag. 145 De tempel van Apollo die in hoofdstuk 5 wordt behandeld heeft een vergelijkbaar bouwplan en om die reden lijkt het mij waarschijnlijker dat de twee tempels qua bouwjaar dichter bij elkaar horen. 146 Er zijn drie munten gevonden in het beton van de cella. Deze munten zijn gedateerd uit de periode van de keizers Claudius, Nero en Galba (Mertens 1969, 12). 147 Lindenhout 2010, Lindenhout 2010,

23 onderste podium en de twee daarboven. 149 Het tweede podium was ongeveer 1,18 meter hoog en de bovenste ongeveer 1,82 meter hoog. 150 De tempel had een zuidzuidoostelijke oriëntatie. De cella en de pronaos namen allebei ongeveer de helft van het podium in beslag, twee keer 25 bij 20 meter. De pronaos bestond uit drie rijen met elk vier zuilen. De rijen stonden 6 meter uit elkaar en tussen de achterste rij zuilen stond 7,64 meter voor de cella. 151 Het intercolumnium voor de middelste zuilen was ongeveer 8,33 meter en voor de buitenste ongeveer 7,025 meter. 152 De tempel wordt gereconstrueerd met drie cellae maar er zijn ook reconstructies met één cella met alae. 153 De centrale cella was ongeveer 7,50 meter breed en de buitenste 6 meter. 154 Verder zijn er aanwijzingen voor een opisthodomos, een achterkamer. De muur van deze achterkamer zou ongeveer 4,38 meter vanaf de achtermuur hebben gezeten. 155 De tempel had bijna zeker een zadeldak die bedekt was met terracotta s waarvan een groot aantal is gevonden. 156 Chronologie Het is niet duidelijk hoe oud de tempel van Juno Moneta precies is. Eén van de eerste datering van de tempel was gebaseerd op gevonden terracotta s, de oudste is gedateerd rond de late 6 e of vroege 5 e eeuw. 157 Daarnaast blijkt uit geschriften van Livius dat de stad Segni, Signia, eerst door koning Tarquinius Superbus is gesticht en later in 495 v.chr. opnieuw is gesticht. 158 Bij nieuw onderzoek zijn echter jongere terracotta s gevonden die dateren uit de 4 e, 3 e en 2 e eeuw v.chr. Uit dit recenter onderzoek is ook gebleken dat er niet genoeg terracotta s zijn gevonden uit de late 6 e eeuw of vroege 5 e eeuw v.chr. om de tempel te decoreren. 159 Uit ander onderzoek is gebleken dat de tempel of in de 3 e eeuw of in de 2 e eeuw v.chr. moet zijn gebouwd. 160 Hoewel de meeste onderzoekers een 2 e eeuw v.chr. datering hanteren wordt voor dit onderzoek uitgegaan van een 3 e eeuw v.chr. datering met mogelijk een verbouwing in de 2 e eeuw v.chr. In de 10 e eeuw n.chr. wordt er een kerk voor San Pietro gebouwd op de plek van de tempel. Deze kerk staat er nog (Fig. 4.23). 149 Lindenhout 2010, Lake 1935, Cifarelli 2003, Lake 1935, Coarelli 1985, Lake 1935, Idem. 156 Lindenhout 2010, Lindenhout 2010, Liv & Lindenhout 2010, Idem. 20

24 5. De Tempels uit de periode v.chr. 5.1 Historisch kader Na de Tweede Punische Oorlog werd de aandacht van Rome meer naar het oosten verlegd. In 200 v.chr. kwamen de Romeinen hun bondgenoten in Griekenland te hulp tegen Macedonië en in 197 v.chr. werd Macedonië verslagen. 161 Vervolgens waren het de Seleuciden in 192 v.chr. waarmee Rome in conflict kwam. Na twee overwinningen op de Seleuciden werd er vrede gesloten in 188 v.chr. waarvan Rome s bondgenoten Rhodos en Pergamon vooral profiteerden. 162 In 171 v.chr. kwam Rome opnieuw in conflict met Macedonië. Na wat tegenslagen wisten de Romeinen in 168 v.chr. Macedonië definitief te verslaan bij de slag van Pydna. 163 In 150 v.chr. kwam Rome nog één keer in conflict met Macedonië. Dit conflict eindigde in 148 v.chr. in een overwinning voor de Romeinen en resulteerde in de annexatie van Macedonië en Griekenland. 164 In 149 v.chr. begon de derde en laatste Punische oorlog waarna Carthago in 146 v.chr. werd geannexeerd. 165 In 133 v.chr. erfde Rome het koninkrijk van Pergamon na de dood van koning Attalus III. Na haar overwinningen in het oosten komt Rome in conflict met enkele Germaanse stammen, de Teutonen en de Cimbri ( v.chr.), en met Numidia ( v.chr.), maar de Romeinen wisten beide conflicten te winnen. 166 Rome heerste nu over een rijk dat zich uitstrekte van Spanje tot west-turkije. Maar haar overwinningen en veroveringen brachten veel interne problemen mee voor Rome. In 135 v.chr. begon de eerste slavenopstand. De slaven op Sicilië kwamen in opstand als gevolg van de grote veranderingen door het verdrijven van de Carthagers. 167 Deze opstand eindigde in 132 v.chr. De tweede slavenopstand vond ook plaats op Sicilië in 104 v.chr. Deze werd in 100 v.chr. neergeslagen. Niet alleen de slaven waren ontevreden over Rome. Ook de Romeinse bondgenoten in Italië waren ontevreden met Rome s macht en toen de tribunus plebis, Marcus Livius Drusus, in 91 v.chr. werd vermoord omdat hij Rome s bondgenoten Romeinse burgerrechten wou geven, kwamen ze in opstand. 168 Deze opstand eindigde in 88 v.chr. na concessies van Rome. In 90 v.chr. werd de Lex Iulia de Civitate Latinis Danda aangenomen waarmee alle inwoners van Italië die niet in opstand waren gekomen Romeinse burgerrechten kregen en in 89 v.chr. werd de Lex Plautia Papiria de Civitate Sociis Danda aangenomen die ook burgerrechten gaf aan hen die wel in opstand waren gekomen. 169 In 88 v.chr. kwam er een einde aan deze opstand. De interne problemen kwamen in deze periode tot uiting in de burgeroorlogen tussen Lucius Cornelius Sulla en Gaius Marius en hun aanhangers. De rivaliteit tussen deze twee eindigde voordat deze definitief kon worden beslecht door het overlijden van Gaius Marius in 86 v.chr. 170 Ondanks het overlijden van Gaius Marius kwam er pas in 82 v.chr. een einde aan de burgeroorlog met Sulla als overwinnaar. Sulla heeft vervolgens de aanhangers van Marius uitgemoord en werd dictator. Hij gaf deze macht echter op om nog één keer consul te worden om zich vervolgens aan het eind van 80 v.chr. terug te trekken uit de politiek De Romeinen versloegen de Macedoniërs definitief bij de slag van Cynoscephalae (Grant 1978, 117). 162 De Romeinen wisten de Seleuciden twee keer te verslaan: een keer bij de slag van Thermopylae en vervolgens bij de slag van Magnesia (Grant 1978, 119). 163 Grant 1978, Asimov Rome was Hannibal nog niet vergeten en gebruikte elk smoesje om Carthago de oorlog te kunnen verklaren die de Romeinen vervolgens makkelijk wonnen. Carthago werd steen voor steen gesloopt om vervolgens op een andere plek te worden herbouwd (Goldsworthy 2000, ). 166 Matyszak 2003, Arnold 1869, Yardley & Barret 2011, Keaveney Plutarchus Gaius Marius, Plutarchus Sulla

25 5.2 De Tempels De Tempel van Juno Sospita, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Juno Sospita behoort tot het tempelcomplex van het Forum Holitorium waarvan ook de tempels van Janus en Spes deel uitmaken. De tempel van Juno is precies tussen de tempels van Janus en Spes ingebouwd (Fig. 5.2) en is de enige van de drie tempels die volledig is overbouwd door de San Nicola in Carcere kerk waarbij enkele elementen van de tempel zijn geïncorporeerd in de kerk. Het podium van de tempel, waarvan delen te bezichtigen zijn onder de kerk, was 26,70 meter lang, 14,99 meter breed en ongeveer 2,50 meter hoog en daarmee de grootste van de drie tempels (Fig. 5.3). 172 Langs de zijkanten en de achterkant van de tempel zaten loculi, ruimtes, voor het deponeren van waardevolle objecten. 173 De tempel was naar het oostnoordoosten georiënteerd. De tempel van Juno Sospita was een peripteros tempel met zes zuilen aan de voor- en achterkant en elf zuilen aan de zijkanten met vier extra zuilen in de pronaos die in het verlengde stonden van de cella muren. Deze zuilen waren van de Ionische orde en hadden een diameter van 0,87 meter met een interaxiale zuilafstand van 2,52 meter. 174 De tempel had één cella waarvan de zijmuren doorliepen waardoor twee anten muren ontstonden. De cellamuren en de zuilen waren van peperino tufsteen terwijl het entablement gemaakt was van travertijn. 175 De tempel was ongeveer 16 meter hoog, tot aan de nok gemeten, en had een zadeldak (Fig. 5.4). Chronologie Na een overwinning in 197 v.chr. op de Insubres, een Gallische stam van Noord-Italië die zich had gevestigd in het gebied van het huidige Milaan, zwoor consul Gaius Cornelius Cethegus een tempel te bouwen voor Juno Sospita. 176 Deze tempel werd in 194 v.chr. ingewijd door hemzelf maar dan als censor. 177 De tempel werd slecht onderhouden tot deze werd gerestaureerd door consul Lucius Julius Caesar (geen directe familie van de beroemde Gaius Julius Caesar) in 90 v.chr. 178 De tempel is mogelijk nog in de vroege keizertijd gerestaureerd. In de 6 e eeuw n.chr. werd er een kerk gebouwd, die later de San Nicola in Carcere kerk wordt genoemd, op de plek van de tempel van Juno Sospita die ook delen van de tempels van Janus en Spes incorporeerde. Ondanks de vele verbouwingen van de kerk zijn er nog een aantal delen van de tempels bewaard gebleven, waaronder delen van het podium en is het nog mogelijk om deze te bezichtigen onder de kerk De Tempel van Veiovis, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Veiovis, of Vediovis, lag op een zeer prominente plek, namelijk op de arx van het oude Rome, de Capitolijnse heuvel. De tempel lag ten oosten van het Capitolium en ten westen van het Forum Romanum tussen de twee toppen van de heuvel (Fig. 5.5). Om deze reden wordt deze tempel 172 Nielsen & Poulsen 1992, 122; Stamper 2005, 62: Tabel 4.2. Nielsen & Poulsen geven iets andere afmetingen. 173 Nielsen & Poulsen 1992, Nielsen & Poulsen 1992, 122; Stamper 2005, 62: Tabel 4.2. Nielsen & Poulsen geven iets andere afmetingen. 175 Stamper 2005, Nielsen & Poulsen 1992, 122; Richardson 1992, 217; Stamper 2005, 61. Richardson (1992) heeft de locatie van de tempel verkeerd vermeld, in zijn boek is de tempel van Juno de noordelijkste van de drie tempels en niet de middelste. Het was toen (1992) nog niet duidelijk welke tempel bij welke god hoorde maar na verder onderzoek is dat nu wel duidelijk. 177 Nielsen & Poulsen 1992, 122; Richarson 1992, 217; Stamper 2005, Idem. 22

26 in het Latijn ook wel inter duos lucos genoemd, wat tussen twee heuvels in betekent. 179 Van de tempel van Veiovis is niet veel bewaard gebleven (Fig. 5.6). Dat er überhaupt nog iets is teruggevonden, is te danken aan het feit dat de tempel is overbouwd door het latere Palazzo Senatorio waarin het huidige Capitolijnse museum is gehuisvest. Het podium van de tempel is ongeveer 15 meter breed, 8,90 meter lang en ongeveer 1,80 hoog (Fig. 5.7). 180 De ingang van de tempel lag naar het zuidwesten. De tempel van Veiovis is een tempel met een bijzondere plattegrond met een breedte die ongeveer twee keer groter is als de lengte. De tempel bestond uit een cella en een pronaos. De pronaos bestond uit vier zuilen en was ongeveer 5 meter lang, 6,50 meter breed en stond tegen het midden van de tempel aan. 181 De cella was, zoals al is vermeld, bijna twee keer zo breed als dat hij lang was. De tempel was voornamelijk gebouwd uit tufsteen en travertijn. Over de opstand van de tempel is niet veel bekend maar deze wordt gereconstrueerd aan de hand van de beter gedocumenteerde en onderzochte tempel van Concordia die vlakbij stond (Fig. 5.8). Doordat er te weinig ruimte was voor een normale tempel hadden de Romeinen de vorm en indeling aangepast waardoor een tempel werd gebouwd die breder was dan lang. Chronologie In 198 v.chr. zwoor consul Lucius Furius Purpurio een tempel te bouwen voor Veiovis en deze werd ingewijd in 192 v.chr. door Quintus Marcius Ralla. 182 De tempel was gebouwd op de plek van een eerder heiligdom waarvan nog resten zijn gevonden. 183 De tempel is een aantal keren gerestaureerd en verbouwd, waaronder door keizer Domitianus (81-96 n.chr.) nadat de tempel was verwoest door brand. In de 13 e en 14 e eeuw n.chr. werd bovenop de tempel en het nabijgelegen tabularium het Palazzo Senatorio gebouwd. De tempel werd per toeval ontdekt tijdens opgravingen in De Tempel van Juno Regina, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Juno Regina stond op het oude Circus Flaminius dat ten westen ligt van de Capitolijnse heuvel op het zuidelijkste stukje van de Campus Martius (Fig. 5.9). De tempel ligt onder de huidige Santa Maria in Campitelli en Sant'Angelo in Pescheria kerken. De tempel stond op een relatief groot podium van 42,50 meter lang en 18,50 meter breed (Fig. 5.10). 184 De tempel had een zuidwestelijke oriëntatie. De tempelplattegrond bestond uit een pronaos en een cella. De pronaos had zes zuilen aan de voorkant en drie zuilen aan de zijkanten. Deze zuilen waren van de Ionische orde. Daarnaast waren er nog twee kleine anten muren. De cella was ongeveer twee keer zo groot als de pronaos. Chronologie In 187 v.chr. zwoor Marcus Aemilius Lepidus een tempel te bouwen voor Juno Regina die in 179 v.chr. werd ingewijd. 185 In 146 v.chr. werd om de tempel de Porticus Metelli heen gebouwd en werd 179 Deze tempel, met haar bijzondere vorm en ligging, wordt onder andere genoemd door Vitruvius (De architectura 4.8.4), Livius ( ) en Plinius (NH ) waardoor het makkelijk is de tempel te identificeren als de tempel voor Veiovis. 180 Steinby 2000, Eigen metingen aan de hand van plattegrond (Steinby 2000, afb 60). 182 Richardson 1992, 406; Steinby 2000, Onder de tempel heeft een gebouw gestaan dat op een podium stond van 0,60 meter hoog. Dit podium was gemaakt van tufsteen uit Grotta Oscura (Steinby 2000, 100). 184 Stamper 2005, 62: Tabel Tijdens de oorlog tegen de Liguriërs zwoor consul Marcus Aemilius Lepidus tijdens de laatste slag een tempel voor Juno Regina te bouwen. Deze werd door hem ingewijd als censor in 179 v.chr. (Liv ; Boyd 1951, 154). 23

27 de tempel mogelijk ook gerestaureerd. 186 Deze werd in 33 v.chr. gerestaureerd door Octavianus die hem vervolgens naar zijn zus Octavia vernoemde (Fig. 5.11). In 80 n.chr. werd deze weer gerestaureerd door Domitianus en opnieuw in 203 n.chr. na een brand. In de middeleeuwen werden de Santa Maria in Campitelli en Sant'Angelo in Pescheria kerken gebouwd op de plek van de tempel De Tempel van Jupiter Stator, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Jupiter Stator stond op de oude Circus Flaminius dat ten westen ligt van de Capitolijnse heuvel op het zuidelijkste stukje van de Campus Martius (Fig. 5.9). De tempel stond ten oosten van de tempel van Juno Regina en samen vormden ze een heilig gebied. De tempel ligt net als de tempel van Juno Regina onder de huidige Santa Maria in Campitelli en Sant'Angelo in Pescheria kerken. De tempel stond op een relatief groot en hoog podium van 41,50 meter lang en 19,70 meter breed met een zuidwestelijke oriëntatie (Fig. 5.10). 187 De tempel van Jupiter Stator was een voorbeeld van een peripteros tempel, ontworpen door Hermodorus van Salamis. 188 De tempel had zes zuilen aan de voor- en achterkant en elf aan de zijkanten. Voor beide anten muren stonden nog twee extra zuilen. Deze tempel was overigens de eerste tempel in Rome die geheel van marmer was gemaakt, zowel de cella als de zuilen. 189 Chronologie Na zijn overwinning op en verovering van Macedonië bouwde Caecilius Metellus Macedonicus de Porticus Metelli in 146 v.chr. 190 Kort daarna begon hij met de bouw van de tempel van Jupiter Stator in 143 v.chr. dat binnen de Porticus Metelli kwam te staan, naast de tempel van Juno Regina. 191 De tempel werd echter pas ingewijd in 131 v.chr. 192 De porticus werd in 33 v.chr. gerestaureerd door Octavianus (Fig. 5.11). Daarbij restaureerde hij ook beide tempels en werd de tempel van Jupiter Stator verbouwd tot een peripteros sine portico. 193 De tempel werd waarschijnlijk gelijktijdig gerestaureerd met de tempel van Juno Regina die in 80 n.chr. werd verwoest door brand en gerestaureerd door Domitianus en weer na een brand in 203 n.chr. In de middeleeuwen werden de Santa Maria in Campitelli en Sant'Angelo in Pescheria kerken gebouwd op de plek van de tempel De Ronde Tempel bij de Tiber, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De ronde tempel bij de Tiber staat op het vroegere Forum Boarium, de oude veemarkt van Rome (Fig. 5.12). De tempel ligt vlak bij de Tiber net iets ten zuiden van de tempel van Portunus. Van deze tempel is niet geheel duidelijk aan welke god hij was gewijd. Het enige dat bekend is, is dat de tempel behoorde tot de Hercules cultus; alleen is niet duidelijk welke. 194 De ronde tempel bij de Tiber is bijna helemaal bewaard gebleven (Fig. 5.13). Alleen het dak en het entablement zijn vervangen en 186 De tempel is mogelijk gerestaureerd door Caecilius Metellus Macedonicus toen deze de tempel van Jupiter Stator bouwde, maar dit is onwaarschijnlijk aangezien er nog een Ligurisch schild op de tempel zat toen deze door bliksem werd geraakt in 134 v.chr. (Richardson 1992, 217). 187 Stamper 2005, 62: Tabel Stamper 2005, Idem. 190 Boyd 1953, Stamper 2005, Idem. 193 Op de marmeren stadsplattegronden van Rome, de Forma Urbis Romae, is de tempel afgebeeld als een peripteros sine portico (Richardson 1992, ; Stamper 2005, 121). 194 Momenteel zijn er twee theorieën over welke godheid werd vereerd in de tempel. De eerste is Hercules Victor en de tweede is Hercules Olivarius. Voor de discussie, zie Stamper 2005,

28 één zuil is verwijderd. De tempel staat op een podium van ongeveer 2 meter hoog en heeft een diameter van 16,50 meter (Fig. 5.14). 195 De ingang van de tempel is op het oosten gericht. Deze tempel is een peripteros tholos tempel met twintig zuilen en een cella. De zuilen zijn van de Korinthische orde en hebben een diameter van 0,96 meter en zijn 10,60 meter hoog met een interaxiale zuilafstand van 2,40 meter (Fig. 5.15). 196 De oorspronkelijke zuilen waarvan er nog een aantal staan waren van Pentelisch marmer. 197 De cella heeft een buitendiameter van 9,91 meter en een binnendiameter van 8,53 meter wat betekent dat de muren ongeveer 0,69 meter dik zijn. 198 De cella is gemaakt van Pentelisch marmer en travertijn. Zoals vermeld, is er van het oorspronkelijke dak en het entablement niets bewaard gebleven. Het huidige dak dateert uit de middeleeuwen. Chronologie Er is veel discussie over de datering van de tempel. 199 De oudste gesuggereerde datering is 140 v.chr. maar dit wordt onwaarschijnlijk geacht door de stilistische eigenschappen van de tempel. 200 Hetzelfde geldt voor de jongste datering van v.chr. De meest aangenomen datering is rond v.chr. 201 Voor dit onderzoek wordt daarom ook uitgegaan van een datering rond v.chr. Rond 20 n.chr. zijn elf van de twintig zuilen vervangen door nieuwe Korintische zuilen. 202 In 1132 n.chr. werd de tempel tot een kerk gedoopt, de Santo Stefano alle Carozze. Gedurende de middeleeuwen zijn ook het dak en het entablement vervangen. In de 17 e eeuw werd de tempel opnieuw ingewijd als kerk, de Santa Maria del Sole. In 1935 werd de tempel als monument erkend De Tempel van Fortuna Huiusce Diei, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Fortuna Huiusce Diei, beter bekend als tempel B, was een ronde tempel op het Largo Argentina. De tempel is na de tempel van Juturnia de meest noordelijke van het Largo Argentina tempelcomplex (Fig. 5.16). De tempel is redelijk bewaard gebleven met zes zuilen die nog overeind staan (Fig. 5.17). Met een diameter van ongeveer 19,20 meter was het destijds de grootste ronde tempel in Rome (Fig. 5.18). 203 De oorspronkelijke hoogte van het podium moet ongeveer 2,50 meter zijn geweest. 204 De ingang van de tempel is op het oosten gericht. De tempel van Fortuna Huiusce Diei was een peripteros tholos tempel. De tempel had een cella omringd met achttien zuilen. Deze zuilen hadden een diameter van 1,10 meter, waren ongeveer 11 meter hoog en hadden een interaxiale zuilafstand van 2,70 meter. 205 De zuilen waren van de Korinthische orde waarbij de voet en het kapiteel van travertijn waren gemaakt en de zuil zelf van tufsteen. 206 De cella had een diameter van ongeveer 9,54 meter. 207 Van het cultusbeeld dat in de cella had gestaan, zijn enkele delen teruggevonden. De entablement was mogelijk van travertijn gemaakt met een marmeren fries. 195 Stamper 2005, 71; eigen berekening van de hoogte van het podium. 196 Stamper 2005,71; Alleen de zuidelijke en oostelijke negen zuilen zijn nog origineel. De overige elf zuilen zijn vervangen na een brand en gemaakt van Lunense marmer (Stamper 2005, 70). 198 Stamper 2005, 71; eigen berekening voor de dikte van de muren. 199 Voor de volledige discussie, zie Stamper 2005, Stamper 2005, Boëthius 1978, ; Stamper 2005, Stamper 2005, Marchetti-Longhi 1960, ; Coarelli 1981, 19; Stamper 2005, 80: Tabel Marchetti-Longhi 1960, ; Coarelli 1981, Stamper 2005, 77, Stamper 2005, Marchetti-Longhi 1960, ; Coarelli 1981,

29 Chronologie De tempel van Fortuna Huiusce Diei is gebouwd in 90 v.chr. hoewel volgens een andere theorie deze rond 120 v.chr. is gebouwd. 208 Bij onderzoek naar mogelijke voorgangers van de tempel zijn geen concrete aanwijzingen gevonden. Er zijn wel sporen van een veel ouder gebouw gevonden maar wat dit voor gebouw was, is momenteel niet te zeggen. 209 Er zijn meerdere bouwfases te onderscheiden. De eerste fase begon in 90 v.chr. en betreft de tempel zoals die hierboven wordt beschreven. Deze fase duurde niet lang want onder Pompieus of Octavianus moet de tempel zijn aangepast. Bij de tweede fase werd de oorspronkelijke cellamuur gesloopt waarna de ruimte tussen de zuilen werd opgevuld om als nieuwe cellamuur te dienen. De zuilen bleven nog wel zichtbaar en waren nu halfzuilen geworden. 210 Tegelijkertijd werd het podium uitgebreid met onder andere een pronaos met twee rijen van twee zuilen en twee laterale muren waar mogelijk standbeelden op hebben gestaan. 211 De derde fase begon waarschijnlijk ten tijde van de keizer Domitianus. Tijdens deze fase werd er een muur om de cella heen gebouwd waardoor de zuilen niet meer zichtbaar waren. 212 De tempel van Fortuna Huiusce Diei is bewaard gebleven omdat het onderdeel werd van de kerk die in de 9 e eeuw n.chr. boven op de tempel van Juturnia is gebouwd. In 1929 werd het net als de andere tempels een monument De Tempel van Portunus, Rome Archeologische Resten en Reconstructie De tempel staat op het vroegere Forum Boarium, de oude veemarkt van Rome (Fig. 5.19). De tempel van Portunus was één van de vele tempels die op het Forum Boarium waren gebouwd. De tempel loopt parallel aan de Tiber en lag aan een straat die verbonden was met de Pons Aemilius, een brug over de Tiber. De tempel van Portunus is de best bewaard gebleven tempel van dit onderzoek aangezien deze nog geheel overeind staat (Fig. 5.20). Het is na het Pantheon zelfs de best bewaard gebleven tempel in Rome. 213 Het podium is ongeveer 25,60 meter lang, 11,87 meter breed en ongeveer 2,30 meter hoog (Fig. 5.21). 214 De oppervlakte van het podium waarop de tempel is gebouwd is 19,30 meter lang en 10,50 meter breed. 215 De tempel heeft een oriëntatie naar het noordnoordwesten. De tempel van Portunus is een pseudoperipteros tempel, een type dat de schijn wekt van een peripteros tempel door middel van pilasters en/of halfzuilen, met een pronaos en een cella. In de pronaos staan twee rijen zuilen van de Ionische orde waarvan de voorste uit vier zuilen bestaat en de tweede rij uit twee zuilen. Deze zuilen hebben een diameter van 0,85 meter en zijn ongeveer 8,20 meter hoog. 216 De intercolumnia bedragen iets meer dan twee keer de diameter van de zuilen namelijk 1 tot 2,15 meter aan de voorkant en 1 tot 2,20 meter aan de zijkanten waardoor dit een voorbeeld is van een eustyle tempel, een tempel met een intercolumnium van ongeveer 2,25 meter. 217 De cella neemt ongeveer twee derde van het podiumoppervlak in beslag. De cella is 208 Fagerland dateert de tempel tot 90 v.chr. op basis van stilistische en technische eigenschappen van de kapitelen terwijl andere archeologen de tempel dateren rond 120 v.chr. (Fagerland 1932, 121). 209 Er waren geen sporen te zien onder het podium van de tempel, maar op het oorspronkelijke grondniveau van de Largo Argentina zijn wel sporen gevonden (Richardson 1992, 34). 210 Stamper 2005, Stamper 2005, Idem. 213 Stamper 2005, Afmetingen van het onderste niveau van het stylobate inclusief de trap (Richardson 1992, 320). 215 Het podium is 62 bij 36 Romeinse voet (Nielsen & Poulsen 1992, 121; Stamper 2005, 64). 216 Stamper 2005, Volgens Vitruvius (De architectura 3.3.1) zijn er vijf typen tempels gebaseerd op hun intercolumnia ten opzichte van de diameter van de zuilen. Bij een eustyle tempel is het intercolumnium 2,25 keer de zuildiameter (Stamper 2005, 64). De tempel had een interaxiale zuilafstand van 2,70 meter (Stamper 2005, 62: Tabel 4.2). 26

30 omringd door pilasters, met vijf aan de zijkanten en vier aan de achterkant. Daarnaast heeft deze tempel nog een ononderbroken fries en een zadeldak (Fig. 5.22). De tempel is vooral gemaakt van tufsteen en travertijn. Het podium is gemaakt van opus caementicium dat is afgewerkt met tufsteen en travertijn. De zuilen van de pronaos en de twee hoekpilasters aan de achterkant zijn van travertijn en de andere pilasters, de cella en de fries zijn van tufsteen. 218 Chronologie De tempel van Portunus is gebouwd tussen 120 en 80 v.chr. 219 Deze datering is gebaseerd op stilistische eigenschappen, historische bronnen en oude inscripties. 220 Verder is er niets bekend over verbouwing of restauraties tijdens het Romeinse keizerrijk. Pas in 872 n.chr. is er weer melding van de tempel toen deze een christelijke kerk werd, de Santa Maria Egiziaca. 221 Gedurende de periode als kerk wordt er weinig veranderd aan de architectuur van de tempel ondanks verscheidene restauraties. De tempel is voor een lange periode verkeerd geïdentificeerd De Tempel van Concordia, Cosa Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Concordia had een prominente plek op het forum van Cosa (Fig. 5.23). De tempel stond ten zuiden van de Curia waar het tegenaan is gebouwd. Het was ook de enige tempel op het forum gedurende de Romeinse Republiek. Meer dan de helft van het stenen podium en delen van de cella zijn bewaard gebleven (Fig. 5.24). Het podium van de tempel is tegen de naastgelegen Curia aangebouwd en is daarom even hoog, ongeveer 1,60 meter. 223 Het podium is ongeveer 16,28 meter lang en ongeveer 9,77 meter breed, zonder de trap en de aansluiting met de Curia meegerekend (Fig. 5.25). 224 De tempel had een zuidwestelijke oriëntatie gericht naar het forum van Cosa. De tempel bestond uit een pronaos en een cella. De pronaos bestond uit twee zuilen aan de voorkant. Dit waren zuilen van de Toscaanse orde gemaakt van travertijn. Een gevonden kapiteel in de Comitium van de naastgelegen Curia zou toebehoren aan deze tempel en was van de Toscaanse orde en gemaakt van travertijn. 225 De cella bestond uit één ruimte die 8,45 meter lang en 7,23 meter breed was aan de buitenkant. 226 De muren van de cella waren ongeveer 0,59 meter dik. 227 De trap naar de tempel had zowel treden aan de voorkant als aan de zijkant, een soort van piramide hoektrap. De tempel had een houten zadeldak met terracotta dakpannen. Van deze terracotta s zijn veel resten gevonden. Zo blijkt dat een deel van de terracotta s mogelijk gemaakt moet zijn in Tarquinia vanwege het geometrische ontwerp terwijl een ander deel duidelijk lokaal gemaakt is. 228 Daarnaast zijn er resten gevonden van terracotta figuren die samen mogelijk het fronton van de tempel decoreerden. 218 Stamper 2005, Nielsen & Poulsen 1992, 121; Stamper 2005, Buzzetti 1999, Richardson 1992, Voor een lange tijd werd gedacht dat de tempel was gewijd aan Fortuna Virilis (Boëthius 1978, ). Uiteindelijk bleek dat het ging om een tempel van Portunus. Dit is onder andere gebaseerd op historische bronnen en gevonden inscripties in de buurt van de tempel (Wilson Jones 1989, ; Richardson 1992, 320). 223 Eigen berekening. 224 Brown, Richardson & Richardson 1993, Brown 1980, De tempel was waarschijnlijk in de Romeinse tijd 8,26 meter bij 7,10 meter aan de buitenkant en 7,10 meter bij 5,92 meter aan de binnenkant (Brown, Richardson & Richardson 1993, 145). 227 Brown, Richardson & Richardson 1993, Brown 1980,

31 Chronologie De tempel van Concordia is gebouwd tussen v.chr. als onderdeel van een veel groter bouwproject waarbij onder andere de Curia werd verbouwd en een aantal portico s toegevoegd. 229 Verder is niet veel bekend van de tempel. Cosa werd rond 70 v.chr. geplunderd door piraten en werd pas onder Augustus opnieuw gesticht maar Cosa werd niet meer zo welvarend als daarvoor. 230 Keizer Caracalla trachtte Cosa nieuw leven in te blazen door de toevoeging van onder andere een paar heiligdommen aan het forum maar dit wilde niet baten. Cosa werd in de 4 e eeuw n.chr. verlaten om vervolgens nog sporadisch te worden bewoond De Tempel van Mater Matuta, Cosa Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Mater Matuta lag op de arx van Cosa naast de tempel van Jupiter waar later het Capitolium overheen is gebouwd (Fig. 5.26). Van de tempel is relatief veel bewaard gebleven (Fig. 5.27). De tempel was gebouwd met de ingang gericht naar de zee. Op sommige plekken is de cellamuur nog ruim 3 meter hoog. Het podium van de tempel was ongeveer 14,43 meter lang en 11,03 meter breed (Fig. 5.28). 231 De hoogte van het podium varieert van ongeveer 1,10 tot 2 meter omdat de grond niet overal even hoog is. 232 De tempel had een zuidzuidoostelijke oriëntatie. De tempel van Mater Matuta bestond uit een pronaos en een cella en is een zogenoemde tetrastyle tempel, een tempel met vier zuilen aan de voorkant. De pronaos was vergeleken met andere tempels relatief compact terwijl de cella een nagenoeg perfecte vierkant was. 233 De cella was ongeveer 9,25 meter lang en breed. 234 De zuilen waren mogelijk van dezelfde soort als die van de tempel van Concordia die op de forum van Cosa stond, namelijk Toscaanse zuilen van travertijn, en hadden een diameter van ongeveer 0,70 meter. 235 De tempel had een zadeldak dat bedekt was met terracotta dakpannen (Fig. 5.29). Van deze dakpannen zijn net als bij de tempel van Concordia een groot aantal teruggevonden. Net als de tempel van Concordia blijkt ook een groot aantal terracotta s van de tempel van Mater Matuta afkomstig te zijn uit Tarquinia of Vulci. Van de fronton decoratie zijn wel resten gevonden maar niet genoeg om te achterhalen wat deze afbeeldden. Chronologie De tempel van Mater Matuta is gebouwd rond 170 v.chr. 236 Deze datering is gebaseerd op de structurele eigenschappen van de tempel en een munt die is gevonden in de vulling onder de cella. Deze munt is gedateerd rond v.chr. 237 Rond v.chr. is de tempel verbouwd met een groter podium en pronaos en twee anten muren. 238 Gedurende de late Republiek en het keizerrijk werd Cosa een aantal keren verlaten om weer kortstondig te worden bewoond. In de 6 e eeuw n.chr. werd de arx, waar ook de tempel van Mater Matuta deel uit van maakte, bezet door een gefortificeerde boerderij. 229 Brown 1980, Taylor 2002, 59-60; Brown 1980, Brown, Richardson & Richardson 1960, De ondergrond rond de tempel was niet geëgaliseerd waardoor er hoogteverschillen ontstaan rond de tempel (Brown, Richardson & Richardson 1960, 27). 233 Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, Zuildiameter is ongeveer 0,703 meter (Brown, Richardson & Richardson 1960, 30-31). 236 Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960,

32 De Tempel van Portunus, Cosa Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Portunus stond op een rotsheuvel ten oosten van Cosa (Fig. 5.30). De tempel keek vanaf deze heuvel uit over het nabijgelegen meer en de haven van Cosa. 239 Dit heeft geleid tot speculatie of de tempel wel aan Portunus was gewijd. Zo zou de tempel te ver van de haven staan en zou een aantal inscripties suggereren dat de tempel was gewijd aan Neptunes in plaats van Portunus. 240 Van de tempel is niet veel bewaard gebleven (Fig. 5.31). De klifwanden en de rotsheuvel waren onderdeel van een steengroeve en werden afgegraven waardoor voor het onderzoek in 1950 al veel verloren was gegaan. 241 Omdat de tempel op de rotsen ondergrond is gebouwd, had deze geen podium. De tempel zou een oppervlakte hebben gehad van ongeveer 13,85 meter bij 10,60 meter (Fig. 5.32). 242 De tempel had een zuidzuidoostelijke oriëntatie. De tempel van Portunus was waarschijnlijk een kopie van de tetrastyle tempel van Mater Matuta, maar dan wat kleiner. 243 De tempel had een pronaos waarvan bijna niks bewaard is gebleven en een cella waar nog wel resten van bewaard zijn. De cella was ongeveer 8,88 meter lang en breed, en de muren waren ongeveer 0,59 meter dik en aan de voorkant ongeveer 0,52 meter. 244 Aan de buitenzijde van deze muren is een laag stucco van 3 centimeter gevonden. 245 Hoewel er geen zuilen zijn gevonden, worden er vier zuilen aan de voorkant gereconstrueerd, evenveel als de tempel van Mater Matuta (Fig. 5.33). Bij de tempel zijn meer dan 200 fragmenten van decoratieve terracotta s gevonden. 246 Chronologie De tempel van Portunus moet ongeveer rond 170 v.chr. gebouwd zijn, gelijktijdig of kort na de tempel van Mater Matuta omdat deze twee bijna identiek zijn. 247 Daarom wordt er van uitgegaan dat de tempels ongeveer gelijktijdig zijn gebouwd. 248 Net als de tempel van Mater Matuta had de tempel van Portunus twee fases. De eerste fase begon rond 170 v.chr. en eindigde tussen v.chr. 249 Deze fase betreft de hierboven beschreven tempel. Bij de tweede fase werden er twee anten muren gebouwd en werden de zuilen mogelijk verder naar voren geplaatst. Bij het onderzoek in 1950 was duidelijk geworden dat de anten niet bij de oorspronkelijke tempel hoorden. 250 Over de geschiedenis van de tempel is verder niet veel bekend. In 1950 werd de tempel uit noodzaak onderzocht vanwege de nabij gelegen steengroeven. Toen was al een groot deel van de pronaos verdwenen. In 1968 was er geen spoor van de tempel meer te vinden met uitzondering van een aantal terracotta fragmenten MacCann et al. 1987, 49-50; Voor de gehele discussie, zie MacCann 1987, Brown, Richardson & Richardson 1960, 143; MacCann et al. 1987, Afmetingen naar eigen berekeningen met de tempel van Mater Matuta als vergelijking. 243 Brown, Richardson & Richardson 1960, ; Brown 1980, Brown, Richardson & Richardson 1960, Idem. 246 Brown, Richardson & Richardson 1960, 145; MacCann et al. 1987, Brown, Richardson & Richardson 1960, ; Brown 1980, 49-50; MacCann et al. 1987, Idem. 249 Deze datering is vooral gebaseerd op de terracotta fragmenten die, aan de hand van stilistische verschillen, een verbouwing suggereren (MacCann 1987, 131). 250 Ondanks dat de anten muren eenzelfde constructietechniek hebben als de cella muren zijn deze er toch bij een latere verbouwing bij gekomen. Dit komt omdat de anten muren tegen de stucco van de cella muren zijn gebouwd (Brown, Richardson & Richardson 1960, 144). 251 MacCann et al. 1987,

33 Het Capitolium, Cosa Archeologische Resten en Reconstructie Het Capitolium van Cosa had een prominente rol op de arx van de stad en was gebouwd op de plek van de tempel van Jupiter (Fig. 5.34). Daarnaast was het de grootste tempel van Cosa. Van het Capitolium is relatief veel bewaard gebleven aangezien naast het podium ook grote stukken van de cella muren nog overeind staan (Fig. 5.35). Het podium van het Capitolium bestaat uit twee delen: een deel met de tempel en een lager deel met een altaar dat anders is georiënteerd. Het podium waar de tempel op staat is ongeveer 31,67 meter lang en 23,24 meter breed en het voorplein met het altaar is 23,24 meter breed en op zijn langst 14,58 meter, en op zijn kortst 13,51 meter (Fig. 5.36). 252 Omdat de rotsen waar het Capitolium op stond niet zijn geëgaliseerd varieert de hoogte van het podium. Het podium voor het voorplein had een hoogte van 0,65 tot 4,20 meter en de hoogte van het podium van de tempel is rond de 3 meter. 253 Het Capitolium had een oostnoordoostelijke oriëntatie. De plattegrond van het Capitolium bestond uit een pronaos en drie cellae. In de pronaos stonden vier zuilen van de Toscaanse orde met nog twee zuilen tussen de anten. De zuilen stonden op één lijn met de cella muren waardoor er sprake was van een intercolumnium van 6,51 meter tussen de middelste zuilen en 5,33 meter tussen de middelste en buitenste zuilen. 254 Binnen het in antis gedeelte van de pronaos, 18,94 meter breed en 6,81 meter lang, lag een cisterne (Fig. 5.37). 255 Deze was ongeveer 14,54 meter lang en 3,26 meter breed. 256 De cisterne was oorspronkelijk bedekt met uitzondering van een smalle gleuf die open was gelaten. 257 Het tempelgebouw was ongeveer 20,72 meter breed en met de anten meegerekend ongeveer even lang. 258 De drie cellae waren 11,84 meter lang en 5,33 meter breed voor de buitenste twee, en 6,51 meter breed voor de middelste. 259 De muren waren ongeveer 0,88 tot 0,89 meter dik. 260 Het Capitolium had een zadeldak, alleen boven het in antis gedeelte van de tempel was er een opening voor de cisterne omdat er anders geen water in kon stromen (Fig ). 261 Chronologie Het Capitolium is gebouwd rond 150 v.chr. en stond op de plek waar eerst een tempel voor Jupiter had gestaan. 262 Van deze tempel zijn niet genoeg resten gevonden om deze te kunnen reconstrueren. In de eerste helft van de 1 e eeuw v.chr. werd de Via Sacra die naar de arx liep anders aangelegd met als gevolg dat het voorplein van het Capitolium werd aangepast. 263 Naast de aanpassingen aan het voorplein werd de tempel ook gerestaureerd waarbij het dak nieuwe dakpannen kreeg. 264 Onder Augustus is de tempel mogelijk nog een keer gerenoveerd maar verder zijn er enkel alleen wat reparaties geweest aan het dak. 265 Gedurende de middeleeuwen was er sporadisch nog wat bewoning in Cosa waaronder een gefortificeerde boerderij op de arx. 252 Het voorplein had een trapeziumvorm omdat de tempel niet recht op de Via Sacra was gebouwd (Brown, Richardson & Richardson 1960, 49-80). 253 Brown, Richardson & Richardson 1960, 69; De zuilen stonden op een lijn met de cella muren waardoor de intercolumnia hetzelfde is als de breedte van de individuele cellae (Brown, Richardson & Richardson 1960, 50; afb 71). 255 Brown, Richardson & Richardson 1960, 50; Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, 50; afb Brown, Richardson & Richardson 1960, Idem. 261 Brown, Richardson & Richardson 1960, afb 74; afb 75; Brown 1980, Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960, Brown, Richardson & Richardson 1960,

34 De Tempel van Juno, Gabii Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Juno behoort tot de categorie van theaterheiligdommen. De tempel stond achter een theater en was aan drie kanten omringd door portico s. Verder stonden er tussen de tempel en de portico s mogelijk bomen. 266 Dit heiligdom lag in het westen van het stedelijke gebied van Gabii (Fig. 5.41). De tempel van Juno is overigens het best bewaard gebleven gebouw van de resten van het antieke Gabii (Fig. 5.42). Van de tempel staan de cellamuren nog voor een groot deel overeind. Het podium van de tempel was ongeveer 23,62 meter lang, 17,70 meter breed en moet ongeveer 1,76 meter hoog zijn geweest (Fig. 5.43). 267 De tempel had een zuidoostelijke oriëntatie. De tempel van Juno was van het type peripteros sine portico. De tempel had zes zuilen aan de voorkant en negen zuilen aan de zijkant hoewel sommige onderzoekers de tempel met zes of zeven zuilen aan de zijkant reconstrueren. 268 De zuilen waren mogelijk van de Korintische orde met een diameter van 0,91 meter. 269 De tempel had een cella die 13,16 meter lang was en 8,40 meter breed met 0,60 meter dikke muren (Fig. 5.44). 270 Onder de tempel zit een gleuf, een favissa, die met een trap te bereiken is, waarvan de functie nog onderwerp van discussie is (Fig. 5.45). 271 De tempel was compleet gebouwd uit lapis Gabinus, een lokaal tufgesteente. Chronologie De tempel van Juno is, samen met het heiligdom, gebouwd rond 160 v.chr. 272 Het gebied waar de tempel en het complex zijn gebouwd was mogelijk al voor de bouw een kleiner heiligdom. 273 Gabii werd echter snel verlaten na de bouw van het complex aangezien het in de 1 e eeuw v.chr. enkel nog genoemd wordt als een stad wier gloriedagen ver tot het verleden behoren. 274 In de 3e eeuw n.chr. is de stad nagenoeg verdwenen. Wat er precies met de tempel gebeurde, is niet bekend De Tempel van Hercules Victor, Tivoli Archeologische Resten en Reconstructie Het tempelcomplex waar de tempel van Hercules deel van uitmaakte stond buiten de muren van de stad Tivoli aan de oude Via Tiburtina (Fig. 5.46). De tempel behoorde tot een groot heiligdom waar ook een theater deel van uitmaakte. Van de tempel is niet veel bewaard gebleven (Fig. 5.47). Dit komt omdat in 1925 het tempelcomplex werd gevuld met cement vanwege bouwwerkzaamheden op de plek van het heiligdom waardoor maar een paar onderdelen zichtbaar zijn. 275 Gelukkig was het daarvoor nog onderzocht en tijdens dat onderzoek waren delen van het podium en de cella nog zichtbaar. 276 De tempel stond op een dubbel podium waarvan de onderste als platform diende voor het tempelpodium. Het onderste podium was ongeveer 61 meter lang en 41 meter breed en was 266 Stillwell et. al., De exacte afmetingen van de tempel verschillen licht per auteur (Delbrueck 1912, pl 4; Nielsen & Poulsen 1992, 125; Melis & Vardaro 1993, 62). 268 Voor zes en zeven zuilen, zie Delbrueck 1912, 6-7; pl 4. Voor negen zuilen, zie Nielsen & Poulsen 1992, 125; Melis & Vardaro 1993, afb Nielsen & Poulsen 1992, 125; Melis & Vardaro 1993, 63. Volgens Delbrueck (1912, 9; pl 4) hadden de zuilen een diameter van 0,80 meter. 270 Net als bij het podium verschillen de afmetingen van de cella per auteur (Delbrueck 1912, pl 4; Nielsen & Poulsen 1992, 125; Melis & Vardaro 1993, 62). 271 De eerste theorie is dat het een favissa is, een ondergrondse opslagplek voor votief deposito s. Een andere theorie is dat het diende als een zonnewijzer. Nog een mogelijkheid is dat het verband had met een orakel (Melis & Vardaro 1993, 64-65). 272 Nielsen & Poulsen 1992, 125; Melis & Vardaro 1993, Melis & Vardaro 1993, Cicero, Pro Plancio IX Coarelli 1982, Rond 1860 is de tempel en het complex opgegraven en onderzocht (Nielsen & Poulsen 1992, 129). 31

35 verbonden met de oostelijke porticus van het complex. 277 Het podium waar de tempel op stond was ongeveer 42 meter lang en 25 meter breed (Fig. 5.48). 278 De tempel had een westzuidwestelijke oriëntatie. De tempel van Hercules was een peripteros sine postico tempel met een pronaos, open alae en een gesloten achterkant (Fig. 5.49). De tempel had acht zuilen aan de voorkant en tien zuilen aan de zijkanten. Daarnaast had de pronaos twee extra zuilen aan beide kanten voor kleine anten muren. In de cella stonden ook zuilen, twee rijen van zeven zuilen. Aan de achterkant van de cella zat een extra ruimte of nis. 279 Chronologie De exacte datering van de tempel en het complex is niet duidelijk. De datering varieert van midden 2 e eeuw v.chr. tot de heerschappij van Augustus. Dankzij een inscriptie is echter duidelijk dat de tempel al voor v.chr. was gebouwd. 280 De meest aannemelijke datering is dat de tempel is gebouwd in de tweede helft van de 2 e eeuw v.chr. ( v.chr.). Na de val van het Romeinse rijk bleven delen van het complex in gebruik. In 1860 is het complex opgegraven en onderzocht waarbij ook de tempel werd onderzocht. In 1925 is het complex voor een deel opgevuld met cement vanwege bouwwerkzaamheden. In de jaren 50 werd het complex eigendom van de staat De Tempel van de Sibille, Tivoli Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van de Sibille is gebouwd op de arx van Tivoli (Fig. 5.50). Het is ook de oudste overgebleven tempel op de arx. De tempel is relatief goed bewaard gebleven. Bijna alles, tot een hoogte van net onder de kapitelen van de zuilen, staat nog overeind (Fig. 5.51). Het podium van de tempel is 15,90 meter lang, 9,15 meter breed en ongeveer 1,76 meter hoog (Fig. 5.52). 281 De tempel heeft een westnoordwestelijke oriëntatie. De tempel van de Sibille is een voorbeeld van een pseudoperipteros tempel. De tempel had een pronaos en een cella met anten. De pronaos bestond uit vier zuilen waarvan er nu nog twee staan. Deze zuilen zijn van de Ionische orde en hebben een diameter van 0,76 meter. 282 De zuilen hebben een interaxiale zuilafstand van ongeveer 2,87 meter en stonden 1,90 meter van de anten af. 283 De cella muren zijn ongeveer 7,66 meter breed en inclusief de anten 11,89 meter lang. 284 De cella is van binnen gemeten 6,48 meter breed en ongeveer 8,10 meter lang. 285 De muren van de cella zijn 0,59 meter dik en de anten zijn 0,62 meter dik. 286 Tegen de cella aan zitten pilasters, met vijf aan de zijkanten en vier aan de achterkant. Zoals vermeld, is er tot een hoogte van vlak onder de kapitelen van de zuilen niets bewaard gebleven. Chronologie De tempel van de Sibille is gebouwd tussen v.chr. 287 Deze datering is gebaseerd op inscripties en stilistische en technische eigenschappen van de tempel. 288 Er is niet veel bekend over 277 Coarelli 1982, 82; Nielsen & Poulsen 1992, Idem. 279 Idem. 280 Nielsen & Poulsen 1992, 129; Coarelli 1982, Delbrueck 1912, pl 7; Coarelli 1982, In de buurt van de tempel is een kapiteel gevonden van een Ionische zuil en deze wordt toegeschreven aan deze tempel (Delbrueck 1912, 14; pl 9; Coarelli 1982, 90-92; Nielsen & Poulsen 1992, 129; Stamper 2005, 64-65). 283 Delbrueck 1912, pl 8; Stamper 2005, Delbrueck 1912, pl Idem. 286 Idem. 287 Stamper 2005, Delbrueck 1912,

36 de geschiedenis van de tempel behalve dat het in de middeleeuwen, 948 n.chr. of eerder, een kerk was voor St. George. De christelijke toevoegingen en aanpassingen zijn intussen weggehaald De Tempel van Vesta, Tivoli Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Vesta is naast de tempel van de Sibille gebouwd op de arx van Tivoli (Fig. 5.50). De tempel van Vesta in het oude Tivoli is relatief goed bewaard gebleven (Fig. 5.53). Ongeveer de helft van de tempel staat nog en heeft het landschap rond Tivoli voor een lange tijd gedomineerd. Het podium van deze ronde tempel had een diameter van ongeveer 14,25 meter, was ongeveer 2,39 meter hoog en was bekleed met travertijn (Fig. 5.54). 289 De ingang van de tempel lag in het zuidzuidwesten. De tempel van Vesta was een peripteros tholos tempel met achttien zuilen, waarvan er nog tien staan, en een cella. De zuilen waren van de Korintische orde en hadden een diameter van ongeveer 0,76 meter en waren ongeveer 7,10 meter hoog. 290 De zuilen hadden een interaxiale zuilafstand van ongeveer 2,50 meter. 291 De cella heeft een diameter van ongeveer 7,16 meter. 292 De muren van de cella waren ongeveer 0,72 meter dik. 293 Naast de opening van 2,40 meter breed had de cella ook twee ramen waarvan er een bewaard is gebleven. 294 Dit raam of deze opening bevond zich ongeveer 1,92 meter boven het grondoppervlak van de tempel en was ongeveer 1,17 meter breed en 3,06 meter hoog. 295 Een deel van de entablement is bewaard gebleven met daarop resten van een fries. De hoogte van de tempel gemeten vanaf de grond tot aan de bovenkant van de entablement bedraagt ongeveer 10,83 meter (Fig. 5.55). 296 Chronologie Volgens gevonden inscripties moet de tempel gebouwd zijn aan het begin van de 1 e eeuw v.chr. 297 De persoon die verantwoordelijk was voor de bouw van de tempel was Lucius Gellius, een lokale magistraat. In de middeleeuwen werd de tempel verbouwd tot de Santa Maria della Rotonda kerk maar de tempel werd in de 19 e eeuw hersteld. De tempel heeft veel mensen geïnspireerd in de 18 e, 19 e en 20 e eeuw om vergelijkbare gebouwen te bouwen Het Capitolium, Pompeii Archeologische Resten en Reconstructie Het Capitolium van Pompeii stond aan het forum en nam daar een prominente plek in (Fig. 5.56). Het Capitolium van Pompeii, ook wel de tempel van Jupiter genoemd, is net als veel van de stad relatief goed bewaard gebleven (Fig. 5.57). Grote delen van de cella en zelfs de zuilen staan nog overeind. Het podium van het Capitolium was ongeveer 37 meter lang, 16,98 meter breed en ongeveer 3 meter hoog (Fig. 5.58). 299 Het Capitolium had een zuidzuidoostelijke oriëntatie. 289 Delbrueck 1912, 16; pl Delbrueck 1912, pl Stamper 2005, 80: Tabel Idem. 293 Delbrueck 1912, pl Idem. 295 Delbrueck 1912, 19; pl Delbrueck 1912, Nielsen & Poulsen 1992, 129; Stamper 2005, De tempel van Vesta werd als inspiratiebron gebruikt voor verschillende gebouwen, waaronder William Kent's "Temple of Ancient Virtue" in Stowe, Sir William Chambers' "Temple of Solitude" in Kew, Frederick Hervey s Mussenden Temple in Downhill, Richard Mique's "Temple of Love" in Petit Trianon, Gabriel Davioud's "Temple de Sibylle" in het Parc des Buttes Chaumont, Izabela Czartoryska s Temple of the Sibyl in Puławy en Willis Polk s "Sunol Water Temple" in California's Sunol Valley. 299 Overbeck 1968, 90-95; Nielsen & Poulsen 1992,

37 Het Capitolium was een prostyle tempel met een pronaos en een cella. De pronaos bestond uit zes zuilen aan de voorkant en vier aan de zijkanten. Deze zuilen waren van de Korinthische orde, gemaakt van tufsteen en hadden een diameter van ongeveer 1 meter. 300 De cella was ongeveer 18,43 meter lang en 13,40 meter breed. 301 De muren van de cella waren ongeveer 1,51 meter dik. 302 Ondanks dat deze tempel bekend stond als een Capitolium, is de cella niet ingedeeld in drie ruimtes. In plaats daarvan staan er in de cella twee rijen van zeven zuilen. Deze zuilen waren van de Ionische orde maar daar bovenop stonden nog een rij zuilen van de Korintische orde. 303 In de cella stonden ook drie nissen voor de standbeelden van de Capitolijnse trias. De tempel wordt gereconstrueerd met een zadeldak (Fig. 5.59). Chronologie Het Capitolium is gebouwd rond 150 v.chr., gebaseerd op historische bronnen en inscripties, toen Pompeii onder invloed stond van Rome. 304 Het Capitolium staat op de plek van de oudere tempel van Jupiter en maakt ook gebruik van het podium van die tempel maar dan vergroot. Het Capitolium is in 62 n.chr. verwoest door een aardbeving en voordat deze kon worden herbouwd, barstte de Vesuvius uit in 79 n.chr. en bedekte heel Pompeii met vulkanisch as De tetrastyle tempel, Ostia Archeologische Resten en Reconstructie De Tetrastyle tempel, misschien beter bekend als de Tempio Tetrastilo, behoorde tot een heilig gebied met meerdere tempels, waaronder de tempel van Hercules, dat aan de oude Decumanus Maximus lag, ongeveer 200 meter ten westen van het forum (Fig. 5.60). De Tetrastyle tempel is relatief goed bewaard gebleven (Fig. 5.61). Zo staan nog delen van de cella muren en een aantal zuilen overeind. Het podium van de tempel is ongeveer 14,80 meter lang, 8,10 meter breed en ongeveer 1,50 meter hoog (Fig. 5.62). 305 De tempel had een zuidelijke oriëntatie. De Tetrastyle tempel had een cella en een pronaos. De pronaos bestond uit zes zuilen, vier aan de voorkant en twee aan de zijkanten, met twee kleine anten muren die ongeveer 5,20 meter lang waren. 306 De zuilen van de tempel waren van de Korintische orde en hadden een diameter van ongeveer 0,71 meter. 307 De zuilen waren van lokaal tufsteen gemaakt. De cella was ongeveer 5,70 meter breed en 6,20 meter lang. 308 De muren waren gemaakt van opus quasi reticulatum met een dikte van ongeveer 0,50 meter. 309 In de cella staat een 1,20 meter hoog voetstuk waar het cultusbeeld op heeft gestaan. 310 Over de opstand valt niet veel te zeggen. De tempel wordt gereconstrueerd met een zadeldak (Fig. 5.63). Chronologie De exacte datering van de Tetrastyle tempel is niet bekend maar ligt hoogstwaarschijnlijk tussen de late 2e eeuw en de vroege 1e eeuw v.chr. De meest aannemelijke datering is dat de tempel in de late 2 e eeuw v.chr. moet zijn gebouwd. 311 Deze datering wordt gebaseerd op de kapitelen en het podium 300 Overbeck 1968, Overbeck 1968, 91; eigen afmetingen voor de breedte van de cella. 302 Nielsen & Poulsen 1992, Overbeck 1968, 92-95; Nielsen & Poulsen 1992, Cooley & Cooley 2004, Boos 2012, Idem. 307 Pensabene 2007, afb 30; Boos 2012, Boos 2012, Pensabene 2007, Boos 2012, Meiggs 1960, ; Pensabene 2007, 72-75; Boos 2012,

38 van de tempel. 312 De tempel wordt verder niet meer genoemd en was mogelijk al in de 4 e eeuw of 5 e eeuw n.chr. verwaarloosd. Ostia werd in de 9 e eeuw n.chr. verlaten De Tempel van Hercules, Ostia Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Hercules lag aan de oude Decumanus Maximus van Ostia en behoorde tot een heilig gebied dat ongeveer 200 meter ten westen van het forum lag (Fig. 5.64). Het was de grootste van de tempels van dit gebied en destijds ook de grootste tempel van Ostia, tot de bouw van het Capitolium dat een iets groter oppervlak besloeg. Van de tempel van Hercules is enkel het podium en de onderkant van zowel de cella muren en zuilen bewaard gebleven (Fig. 5.65). Gelukkig is dat voldoende om de tempel te kunnen reconstrueren. Het podium was ongeveer 31,20 meter lang en 16 meter breed (Fig. 5.66). 313 Het podium bestond uit drie podia waarvan de onderste twee van travertijn zijn met daarbovenop een podium van tufsteen tot een hoogte van 2,30 meter. 314 Dit maakte het destijds de grootste tempel van Ostia. 315 De tempel had een oostzuidoostelijke oriëntatie. De tempel bestond uit een cella en een pronaos met kleine anten muren. De pronaos besloeg een oppervlak van ongeveer 8,95 meter bij 13,10 meter en bestond uit zes zuilen aan de voorkant en drie zuilen aan de zijkant voor een totaal van tien zuilen. 316 Deze zuilen waren van travertijn en hoogstwaarschijnlijk met Korinthische kapitelen. 317 De cella was ongeveer 15,20 meter lang, 11,60 meter breed en de muren waren ongeveer 0,75 meter dik. 318 De tempel van Hercules wordt gereconstrueerd met een zadeldak (Fig. 5.67). Chronologie De tempel van Hercules is in de late 2 e eeuw of in de vroege 1 e eeuw v.chr. gebouwd. De meest aannemelijke datering ligt rond v.chr. 319 Deze datering is gebaseerd op het materiaal en de bouwtechniek van de tempel die sterk overeenkomt met andere gebouwen in Ostia uit die periode en de ligging van de tempel ten opzichte van latere gebouwen en wegen. 320 De tempel is onder keizer Trajanus grondig verbouwd waarvan sporen zijn aangetroffen in de vorm van opus mixtum. 321 In de 3 e eeuw n.chr. is er in de pronaos een mozaïek aangelegd. 322 De tempel is nog een keer in 394 n.chr. gerestaureerd maar aangezien de christenen toen in de meerderheid waren, werd de tempel daarna niet meer gerestaureerd De Vier Tempels, Ostia Archeologische Resten en Reconstructie De vier tempels behoorden tot een groter gebied dat was omringd aan drie kanten door porticus (Fig. 5.68). De zuidkant was open met toegang tot de Decumanus. De tempels liggen ten westen van het later gebouwde theater en ten oosten van het forum. De vier tempels van Ostia zijn relatief goed bewaard gebleven (Fig. 5.69). Deze vier tempels zijn allemaal op hetzelfde podium gebouwd en worden om die reden samen behandeld. De tempels waren waarschijnlijk gewijd aan Venus (de 312 Boos 2012, Boos 2012, Idem. 315 Idem. 316 Pensabene 2007, Boos 2012, Boos 2012, Meiggs 1960, Idem. 321 Meiggs 1960, Boos 2012, Meiggs 1960,

39 oostelijke tempel), Ceres, Fortuna en Spes (Fig. 5.70). 324 Het podium van de tempels was ongeveer 33,50 meter breed, 11,55 meter lang en ongeveer 2,20 meter hoog (Fig. 5.71). 325 De tempels hadden een zuidzuidoostelijke oriëntatie. De vier tempels zijn nagenoeg identiek. Ze bestonden uit een cella en een pronaos. De tempels waren ongeveer 9,55 meter lang en ongeveer 6,53 meter breed waarbij de pronaos ongeveer 4,50 meter lang en 6,53 meter breed is. 326 Tussen de tempels door liepen gangen die bedekt waren met opus spicatum. Deze waren 3,65 meter breed tussen de middelste twee tempels en tussen de andere tempels waren ze 1,86 meter breed. 327 De pronaos wordt op twee verschillende manieren gereconstrueerd. De eerste is dat de pronaos twee in antis zuilen had met openingen in de anten naar de andere tempels. De andere reconstructie maakt van de tempels een tetrastyle tempel met vier zuilen aan de voorkant, twee aan de zijkant en twee kleine anten muren (Fig. 5.72). 328 De zuilen waren van de Toscaanse orde en hadden een diameter van ongeveer 0,47 meter. 329 De cellae waren ongeveer 5,80 meter lang en 5,45 meter breed. 330 De muren hadden een dikte van ongeveer 0,30 tot 0,32 meter. 331 De tempels worden met zadeldaken gereconstrueerd. Bijzonder aan deze tempels is dat de trappen niet frontaal voor de tempels liggen. Het podium had drie trappen die in het verlengde lagen van de gangen. Als gevolg hiervan hadden de vier tempels ongeveer 2 meter van het podium voor zich liggen. Chronologie De vier tempels dateren uit het eerste kwart van de 1 e eeuw v.chr. ( v.chr.). 332 De tempels zijn gebouwd op de plek van vier oudere houten tempels die uit de 2 e eeuw v.chr. dateren waarvan niet veel bewaard is gebleven. Het gebied rondom de tempels is nog een aantal keren aangepast en verbouwd maar aan de tempels wordt niet veel veranderd. Verder is er niet veel bekend over de geschiedenis van de tempels. De tempels werden uiteindelijk opgegraven in door Rodolfo Lanciani De Tempel van Hercules, Cori Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Hercules stond op het hoogste punt van de heuvel waarop Cori is gebouwd en had dus een prominente plek in de stad (Fig. 5.73). De tempel is voor een groot deel bewaard gebleven (Fig. 5.74). Zo staat het voorste gedeelte van de tempel met entablement nog overeind. De funderingen zijn gemaakt van opus incertum en ongeveer 3,60 meter hoog. 333 Van het podium is iets meer dan de helft bewaard gebleven en was gemaakt van opus caementicum. Ondanks dat ongeveer de helft van het podium ontbreekt, is het toch mogelijk de tempel plattegrond te reconstrueren. Het podium moet ongeveer 7,96 meter breed, 17 meter lang en 1,55 meter hoog zijn geweest (Fig. 5.75). 334 De tempel had een zuidzuidwestelijke oriëntatie. 324 Alleen van de oostelijke tempel is bekend aan welke godheid de tempel was gewijd, namelijk aan Venus. Uit een inscriptie is de identiteit van de andere drie goden te achterhalen (Meiggs 1960, ; Pensabene 2007, 85). 325 Paribeni 1914, ; Pensabene 2007, Eigen afmetingen (fig. 37 Pensabene 2007). 327 Paribeni 1914, Pensabene 2007, Paribeni 1914, Paribeni 1914, 455 ; Pensabene 2007, Pensabene 2007, Pensabene 2007, Nielsen & Poulsen 1992, De werkelijke lengte van het podium is niet bekend. Delbrueck (1912, pl 15;20) reconstrueert de tempel met een kleinere cella en Nielsen & Poulsen (1992, 125) melden een lengte van 12 meter. De lengte die in dit onderzoek wordt gebruikt komt van eigen metingen aan de hand van een reconstructie in Stamper (2005, 65). 36

40 De tempel van Hercules was een pseudoperipteros tempel met een pronaos en een cella. Opvallend is dat deze tempel veel elementen van een Dorische tempel heeft geïncorporeerd. De pronaos bestond uit vier zuilen aan de voorkant en drie aan de zijkant. Deze zuilen waren van de Dorische orde, hadden een diameter van 0,71 meter, waren ongeveer 6,26 meter hoog, met een interaxiale zuilafstand van ongeveer 2,23 meter. 335 Van de cella is niet veel bewaard gebleven. De cella moet ongeveer 7,36 meter breed zijn geweest. 336 Hoe lang deze was, is niet met zekerheid te zeggen en is afhankelijk van welke reconstructie wordt gebruikt. 337 De muren waren ongeveer 0,53 meter dik en hadden pilasters aan de buitenkant. 338 De tempel had een fries met metopen die om de hele tempel heen liep en een zadeldak. Het fronton van de tempel was waarschijnlijk leeg. De tempel was met podium meegerekend ongeveer 10,25 meter hoog. 339 Deze tempel is niet helemaal geometrisch correct (Fig. 5.76). Zo stonden de zuilen niet op één lijn en zat er niet dezelfde afstand tussen de zuilen en de metopen. 340 Chronologie De tempel van Hercules is gebouwd rond 100 v.chr. Deze datering is gebaseerd op een gevonden inscriptie. 341 De bouw werd uitgevoerd in opdracht van twee lokale magistraten: Marcus Matlius en Lucius Turpilius. 342 De tempel is uiteindelijk geïncorporeerd in de San Pietro kerk maar is in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd. Het gedeelte dat nog overeind staat is nu een monument De Tempel van Apollo, Alba Fucens Archeologische Resten en Reconstructie De tempel is gebouwd op de zuidelijkste van de drie heuvels van Alba Fucens (Fig. 5.77). Vlakbij de tempel is later nog een amfitheater aangelegd. Omdat de tempel van Apollo is geïncorporeerd in de lokale San Pietro kerk is er veel van bewaard gebleven (Fig. 5.78). Zo staat er van de zuidelijke muur van de tempel nog 7,10 meter overeind. 343 Het podium van de tempel is ongeveer 17,30 meter lang en 14,50 meter breed (Fig. 5.79). 344 Het podium is niet overal even hoog. Aan de achterkant is het podium ongeveer 2,50 meter hoog terwijl aan de voorkant de tempel nagenoeg gelijk ligt aan het grondoppervlak. 345 De tempel heeft een oostzuidoostelijke oriëntatie. De tempel van Apollo is een voorbeeld van een in antis tempel met een pronaos en een dubbele cella. De pronaos bestond uit twee zuilen en de anten muren. 346 Deze zuilen waren mogelijk van de Toscaanse orde. 347 De cella was ongeveer 12,86 meter breed en, met de anten muren meegerekend, 15,83 meter lang. 348 De cella was van binnen 11,40 meter breed en 9,29 meter lang. 349 Deze ruimte 335 Delbrueck 1912, pl Idem. 337 Zie voetnoot Delbrueck 1912, pl Delbrueck 1912, pl Er is sprake van een optische illusie die vooral bekend is van Griekse tempels en dat lijkt bij deze tempel te zijn toegepast (Delbrueck 1912, 34-36). 341 Delbrueck 1912, 23; Nielsen & Poulsen 1992, De inscriptie is als volgt: Marcus Matilius Marci filius Lucius Turpilius Luci filius doumvires de senatus sententia aedem faciendam coeraverunt eisdemque probavere (Delbrueck 1912, pl 17; Coarelli 1982, 264). 343 Mertens 1969, Mertens 1969, Het grootste deel van de heuvel is aangepast door terrassen (Mertens 1969, 13-14). 346 Van deze zuilen is niks teruggevonden, maar gezien de oorspronkelijke plattegrond moet er in ieder geval een zuil hebben gestaan (Mertens 1969, 14-19). 347 Het is niet met zekerheid te zeggen tot welke orde de zuilen behoren omdat de kapitelen niet bewaard zijn gebleven. Gebaseerd op eigenschappen van de zuilen kunnen het echter Toscaanse zuilen zijn (Mertens 1969, 16). 348 Mertens 1969, Idem. 37

41 was opgedeeld in twee gelijke ruimtes van 5,36 meter breed. 350 De muren van de cella waren ongeveer 0,60 meter dik terwijl de muren van de anten 0,74 meter dik waren. 351 In de muren van de cella zijn gaatjes gevonden van ongeveer 15 milimeter waaruit blijkt dat de binnenkant op een bepaald moment met marmer was bedekt. 352 Verder zijn er sporen van twee ramen in de zuidmuur waarvan één misschien Romeins is. 353 Dit raam zat 2,64 meter boven het grondniveau van de kerk en is 0,88 meter breed en 1,70 meter hoog, maar deze is alleen niet opgenomen in de reconstructies. 354 Van het entablement en het dak is niets bewaard gebleven. Chronologie Op basis van een aantal architectonische eigenschappen, de zuilen en de constructie van de muren, wordt geschat dat de tempel in de 2 e eeuw v.chr. is gebouwd. 355 Er zijn verder twee bouwfases te onderscheiden. De eerste fase betreft de hierboven beschreven tempel. Bij de tweede fase is er een stuk voor de pronaos bijgebouwd. Hierdoor werd het een tetrastyle tempel met zes, vier of drie zuilen. 356 Verder is er een stuk graffiti gevonden waaruit blijkt dat het dak van de tempel is gerepareerd in 236 n.chr. (Fig. 5.80). 357 Toen de tempel werd verbouwd tot kerk zijn de muren in de cella gesloopt maar hiervan zijn nog wel resten gevonden De Tempel van Mens Bona, Paestum Archeologische Resten en Reconstructie De tempel van Mens Bona, ook wel de tempel van vrede of Pax genoemd, had een centrale plek aan de noordkant van het forum van Paestum (Fig. 5.81). De tempel is voor een deel over het oude Bouleuterion van de stad Paestum gebouwd. Van de tempel is enkel het podium goed bewaard gebleven (Fig. 5.82). Verder staan er nog delen van de tempel zelf overeind, genoeg om de plattegrond te kunnen reconstrueren. De tempel stond op een dubbel podium dat samen ongeveer 3 meter hoog was. 359 Het onderste podium was 26,78 meter lang en 14,59 meter breed en het podium waar de tempel op is gebouwd was 25,60 meter lang en 13,42 meter breed (Fig. 5.83). 360 De tempel had een zuidelijke oriëntatie. De tempel van Mens Bona was een peripteros sine postico tempel. De tempel bestond uit een pronaos en een cella met vier zuilen aan de voorkant en acht aan de zijkanten. De pronaos was ongeveer 6,70 meter diep en de zuilen waren van de Korinthische orde. 361 Deze zuilen hadden een diameter van ongeveer 0,93 meter met aan de zijkanten een intercolumnium van ongeveer 1,59 meter. 362 Aan de voorkant stonden de zuilen iets verder uit elkaar wat resulteerde in een intercolumnium van ongeveer 2,90 meter. 363 De cella was ongeveer 6,40 meter breed en 14,12 meter lang met een muurdikte van 0,57 meter. 364 De tempel besloeg niet het gehele podiumoppervlak omdat aan de voorkant de trap een deel van het podium inloopt. Deze trap besloeg niet de gehele 350 Van deze muur zijn resten gevonden die horen bij een muur met een dikte van ongeveer 0,60 meter. Mertens 1969, 14; Mertens 1969, Idem. 353 Mertens 1969, Idem. 355 Mertens 1969, Het is mogelijk dat de zuilen die bewaard zijn gebleven eerst in tussen de anten hebben gestaan, maar dat wil niet zeggen dat het ook de enige zuilen waren (Mertens 1969, 18-19). 357 Mertens 1969, Mertens 1969, Nielsen & Poulsen 1992, Frosini 1978, 9; Nielsen & Poulsen 1992, Nielsen & Poulsen 1992, Idem. 363 Eigen berekening. 364 Nielsen & Poulsen 1992, 128; De lengte is een eigen berekening. 38

42 breedte van het podium waardoor twee stukken van het podium de trap voor een deel flankeren. Het entablement van de tempel moet een mix zijn geweest van Dorische en Ionische elementen (Fig. 5.84). 365 Chronologie Toen Paestum, het voormalige Poseidonia, door de Romeinen werd veroverd was één van de eerste dingen die de Romeinen deden een groot forum aanleggen. Daarnaast bouwden de Romeinen aan dat forum in 273 v.chr. een tempel. 366 Deze tempel was mogelijk een Capitolium. Het is alleen niet zeker of dit Capitolium drie cellae had of één cella met drie niches. 367 In 80 v.chr. is de tempel verbouwd tot een tempel voor Mens Bona. 368 In de 12 e eeuw n.chr. hadden de Noormannen zes zuilen van de tempel weggehaald en gebruikt bij de bouw voor een paleis in Salerno Frosini 1978, 8; Nielsen & Poulsen 1992, 128; Stamper 2005, Frosini 1978, 8; Stamper 2005, Frosini 1978, Frosini 1978, 8; Nielsen & Poulsen 1992, 128; Stamper 2005, Frosini 1978, 8. 39

43 6. Analyse 6.1 De Tempels Voor dit onderzoek is een database samengesteld van meer dan 100 tempels. Na het toepassen van de door dit onderzoek gehanteerde criteria zijn er 36 tempels overgebleven (die aan deze criteria voldeden). Deze criteria zijn: beschikbaarheid van archeologische resten, een reconstructie van de plattegrond, een datering binnen de chronologische afbakening en een geografische ligging de geografische afbakening. 370 Om de ontwikkelingen en veranderingen in de Romeinse tempelbouw gedurende de periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr. beter te bestuderen is er voor gekozen om deze tempels onder te verdelen in een aantal categorieën. Deze indeling is gebaseerd op de gereconstrueerde plattegronden van de 36 tempels en heeft geresulteerd in twee categorieën. Het hoofdcriterium voor deze indeling is het aantal cellae dat een gereconstrueerde tempelplattegrond heeft. Onder categorie A vallen alle tempels met meerdere cellae, zowel de tempels met drie als met twee cellae, en onder categorie B vallen alle tempels met één cella. Hoewel het soms lastig is om een onderscheid te maken tussen een tempel met drie cellae en tempels met één cella en gesloten alae is het toch mogelijk ze te onderscheiden. Bij tempels met drie cellae is duidelijk te zien dat het gaat om drie ruimtes die als cella dienen terwijl bij tempels met gesloten alae alleen de middelste ruimte als cella dient. Ook lopen de buitenste zijmuren, de alae, verder door dan wanneer er sprake zou zijn van drie cellae. Omdat de tempels binnen de categorieën A en B van elkaar verschillen is er voor gekozen om deze verder onder te verdelen in een aantal types. Deze classificatie is gebaseerd op de architectonische verschillen tussen tempels van dezelfde categorie. Binnen categorie A zijn drie verschillende tempeltypes te onderscheiden en binnen categorie B zeven. Het uiteindelijke doel van deze analyse en deze indeling is het beantwoorden van de onderzoeksvraag: Hoe zag een Romeinse tempel eruit in de Republikeinse periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr.? Daarbij horen de volgende in de inleiding behandelde deelvragen: Welk type tempels bouwden de Romeinen, welke ontwikkelingen zijn er zichtbaar binnen de Romeinse tempelarchitectuur gedurende de periode 509 v.chr. tot 80 v.chr., in welke nederzettingen/steden werden tempels gebouwd, waar in de nederzetting/stad werden tempels gebouwd, werden er ook tempels buiten een nederzetting/stad gebouwd, hadden de Romeinen een voorkeur voor een bepaalde godheid aan wie ze hun tempels inwijden, wat waren de afmetingen van deze tempels, hadden de Romeinen een voorkeur voor een bepaalde oriëntatie van hun tempels, door wie (personen) waren de tempels gebouwd en is er sprake van een duidelijke Etruskische/Griekse invloed op de Romeinse tempelarchitectuur? Categorie A: Tempels met meerdere Cellae. Type A1 Tempeltype A1 is een type peripteros sine postico tempel die gekenmerkt wordt door drie cellae, een hoog podium, open alae, een grote pronaos en zuilen van de Toscaanse orde (Fig. 6.1). Onder dit tempeltype valt maar één tempel: de tempel van Jupiter Optimus Maximus in Rome. Deze tempel is de oudste, ingewijd in 509 v.chr., en grootste, oppervlakte van ongeveer 3332 m², Romeinse tempel in dit onderzoek (Tabel 1). De tempel lag op de arx, de Capitolijnse heuvel, van het oude Rome en had een zuidoostelijke oriëntatie. De bouw van de tempel was begonnen onder koning Lucius Tarquinius Superbus en de tempel zou zijn ingewijd door de consul Marcus Horatius Pulvillus. 371 Type A2 Tempeltype A2 is een drie cellae tempel zonder alae (Fig. 6.2). Dit type tempel had dus enkel zuilen, van de Toscaanse orde, in de pronaos. Onder dit type vallen vier tempels: de tempel van Saturnus (498 v.chr.) in Rome, de tempel van Castor en Pollux (484 v.chr.) in Rome, de tempel van Juno 370 Zie hoofdstuk Liv

44 Moneta ( v.chr.) in Segni en het Capitolium (150 v.chr.) in Cosa. Dit tempeltype is het enige type waarvan er in elke periode tenminste één voorkomt. Tempels van deze type liggen aan een forum zoals de twee tempels uit Rome die aan het Forum Romanum lagen, of op de arx van een nederzetting zoals de tempels uit Segni en Cosa. Zij waren voornamelijk op het noordoosten georiënteerd. De tempel van Segni is als enige op het zuidzuidoosten georiënteerd. De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: De tempel van Saturnus 30 m x 20 m (600 m²), de tempel van Castor en Pollux 37 m x 27,50 m (1017 m²), de tempel van Juno Moneta 40 m x 25 m (1000 m²) en het Capitolium in Cosa 31,67 m x 23,24 m (736 m²) (Tabel 2). Dit betekent dat de gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type ongeveer 838 m² is. De enige tempel van dit type waarvan bekend is door wie deze is gebouwd, is de tempel van Castor en Pollux. Met de bouw van deze tempel is begonnen door Aulus Postumius Albus Regillensis die als dictator had gezworen deze te bouwen. Deze tempel is uiteindelijk ingewijd door diens zoon in 484 v.chr. 372 Type A3 Tempeltype A3 is het enige tempeltype met twee cellae in dit onderzoek (Fig. 6.3). Tempels van dit type staan op een podium met zuilen in antis van de Toscaanse orde. Van dit tempeltype komen er in dit onderzoek twee voor. Deze twee stonden allebei in Alba Fucens en waren dus mogelijk een lokale variant. Het gaat hier om tempel C op de Pettorino heuvel ( v.chr.) en de tempel van Apollo ( v.chr.). Beide zijn op één van de drie heuvels van Alba Fucens gebouwd en hadden een zuidwestelijke oriëntatie. De tempel van Apollo lag op de arx van de stad en tempel C was gebouwd op een heilig gebied. Met een heilig gebied wordt in dit onderzoek een gebied bedoeld dat binnen een nederzetting ligt dat niet aan een forum of op de arx lag. Het kan hier gaan om één tempel of meerdere tempels. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt tussen een heilig gebied waar een tempel is gebouwd en een gebied waar een tempel is gebouwd en daardoor een heilig gebied is geworden. De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: Tempel C 20,775 m x 14,49 m (301 m²) en de tempel van Apollo 17,30 m x 14,50 m (251 m²) (Tabel 3). Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is dan ongeveer 276 m². Het is niet bekend door wie deze tempels zijn gebouwd Categorie B: Tempels met één Cella. Type B1 Tempeltype B1 is een rechthoekige tempel met gesloten alae en zuilen in antis (Fig. 6.4). 373 Verder staat dit type tempel op een hoog podium en zijn de in antis zuilen van de Toscaanse orde. Van dit type tempel komen er twee voor in dit onderzoek: de tempel van Mater Matuta en de tempel van Fortuna in Rome, beide gebouwd in 396 v.chr. Omdat deze twee tempels samen een podium delen en nagenoeg identiek zijn, werden ze in het beschrijvende deel van dit onderzoek als één tempel behandeld maar voor de analyse zijn het twee aparte tempels. 374 Tempels van dit type liggen aan een forum, in het geval van deze twee tempels het Forum Boarium in Rome, en hebben een zuidelijke oriëntatie. De tempel van Mater Matuta en de tempel van Fortuna delen een podium van 30 x 47 meter en zijn even groot: 30 x 21 meter. Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is ongeveer 630 m² (Tabel 4). Deze twee tempels zijn gebouwd en ingewijd door Marcus Furius Camillus die als dictator had gezworen de tempels te bouwen. Type B2 Tempeltype B2 is een rechthoekige peripteros sine postico tempel die op een hoog podium staat met zuilen van of de Toscaanse of de Korintische orde aan de zijkanten en in de pronaos rond één cella (Fig. 6.5). In totaal komen er van dit tempeltype vijf voor in dit onderzoek. Het gaat om de tempel van Feronia (290 v.chr.) en de tempel van Janus (260 v.chr.) in Rome, de tempel van Mens Bona in 372 Naam van de zoon wordt niet genoemd (Liv ). 373 Zie hoofdstuk Zie hoofdstuk

45 Paestum (80 v.chr.), de tempel van Juno (160 v.chr.) in Gabii en de tempel van Hercules Victor (tweede helft van de 2e eeuw v.chr.) in Tivoli. De tempels van dit type zijn op verschillende plekken binnen een nederzetting gebouwd. De tempels van Feronia en Mens Bona zijn gebouwd aan een forum, voor Feronia was dat het Forum Holitorium in Rome en voor Mens Bona het forum van Paestum. De tempel van Janus was gebouwd op een heilig gebied, het Largo Argentina in Rome, en de overige twee tempels zijn gebouwd net buiten de ommuring van Gabii en Tivoli. Dit is één van twee tempeltypes in dit onderzoek waarvan tempels buiten de ommuring van een nederzetting zijn gebouwd, in dit geval gaat het zelfs over zogenoemde theater tempels. 375 Tempels van dit type hebben wisselende oriëntaties. De tempels in Rome hadden een oostelijke oriëntatie, de tempel van Mens Bona in Paestum had een zuidelijke oriëntatie, de tempel van Juno bij Gabii een zuidelijke oriëntatie en de tempel van Hercules Victor bij Tivoli had een westzuidwestelijke oriëntatie. De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: De tempel van Feronia 30,50 m x 17,10 m (522 m²), de tempel van Janus 24,50 m x 14,50 m (355 m²), de tempel van Mens Bona 25,60 m x 13,42 m (344 m²), de tempel van Juno 23,62 m x 17,70 m (418 m²) en de tempel van Hercules Victor 42 m x 25 m (1050 m²) (Tabel 5). Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is ongeveer 513 m². Alleen van de twee tempels in Rome is bekend door wie ze zijn gebouwd. De tempel van Feronia is gebouwd door consul Manius Curius Dentatus en de tempel van Janus door consul Gaius Duilius. Beide zijn gebouwd na het behalen van een belangrijke overwinning. 376 Type B3 Tempeltype B3 is een type peripteros tempel die gekenmerkt wordt door zuilen van de Toscaanse of Ionische orde die om de cella staan met een hoog podium (Fig. 6.6). 377 In dit onderzoek komen geen tempels van dit type voor met een stylobaat podium, een getrapt podium. Onder dit tempeltype vallen drie tempels. Alle drie stonden in Rome: de tempel van Spes (258 v.chr.), de tempel van Juno Sospita (194 v.chr.) en de tempel van Jupiter Stator (143 v.chr.). Tempels van dit type staan of aan een forum of op een heilig gebied. Zo stonden de tempels van Spes en Juno Sospita aan het Forum Holitorium met een oostelijke oriëntatie terwijl de tempel van Jupiter Stator op een heilig gebied aan het Circus Flaminius stond met een zuidwestelijke oriëntatie. De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: De tempel van Spes 19,70 m x 10,97 m (216 m²), de tempel van Juno Sospita 26,70 m x 14,99 m (400 m²) en de tempel van Jupiter Stator 41,50 m x 19,70 m (818 m²) (Tabel 6). Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is ongeveer 446 m². Van alle drie de tempels van dit type is bekend door wie de desbetreffende tempel is gebouwd. De tempel van Spes is gebouwd en ingewijd door consul Aulus Atilius Calatinus, de tempel van Juno Sospita is gebouwd en ingewijd door censor Gaius Cornelius Cethegus en de tempel van Jupiter Stator is gebouwd en ingewijd door consul Caecilius Metellus Macedonicus. De laatste twee zijn gebouwd na het behalen van een militaire overwinning. 378 Type B4 Tempels van het type B4 zijn de meest eenvoudige tempels in dit onderzoek. Dit type tempel is vierkant of rechthoekig en heeft een cella met een pronaos met zuilen van de Toscaanse orde (Fig. 6.7). Daarnaast hebben tempels van dit type een relatief laag podium of zelfs geen podium. Van dit type komen er vier tempels voor in dit onderzoek. Het gaat om de tempel van Juturnia ( v.chr.) in Rome en de tempel van Concordia ( v.chr.), de tempel van Mater Matuta ( Zie hoofdstuk & Manius Curius Dentatus behaalde een belangrijke overwinning op de Sabijnen en Gaius Duilius won de zeeslag bij Mylae. 377 Zie hoofdstuk Gaius Cornelius Cethegus behaalde een overwinning op de Insurbians (197 v.chr.) en Caecilius Metellus Macedonicus versloeg en veroverde Macedonië (148 v.chr.). Het is niet zeker waarom Aulus Atilius Calatinus de tempel voor Spes heeft gebouwd, maar het heeft waarschijnlijk te maken met zijn militaire campagne in Sicilië (258 v.chr.). 42

46 v.chr.) en de tempel van Portunus (170 v.chr.) in of bij Cosa. Tempels van dit type komen op verschillende plekken in een nederzetting voor. De tempel van Juturnia stond op een heilig gebied, het Largo Argentina in Rome, de tempel van Concordia stond aan het forum van Cosa, de tempel van Mater Matuta stond op de arx van Cosa en de tempel van Portunus stond bij de haven van Cosa buiten de stadsmuren. Dit betekent dat dit type tempel het tweede type tempel is waarvan in dit onderzoek er één buiten de ommuring van een nederzetting is gebouwd. Tempels van dit type hebben verschillende oriëntaties: de tempel van Juturnia had een oostelijke oriëntatie, de tempel van Concordia had een zuidwestelijke oriëntatie en de tempels van Mater Matuta en Portunus hadden een zuidzuidoostelijke oriëntatie. De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: De tempel van Juturnia 16 m x 9,50 m (152 m²), de tempel van Concordia 16,28 m x 9,77 m (159 m²), de tempel van Mater Matuta 14,43 m x 11,03 m (159 m²) en de tempel van Portunus 13,85 m x 10,60 m (147 m²) (Tabel 7). Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is ongeveer 155 m². Alleen voor de tempel van Juturnia is bekend door wie de tempel is gebouwd. Consul Gaius Lutatius Catulus bouwde de tempel na het behalen van een zee overwinning op de Carthagers in 241 v.chr. Type B5 Bij tempeltype B5 is sprake van een aparte tempelvorm. Tempels van dit type worden gekenmerkt door een cella op een podium met de ingang en de pronaos niet aan de voorkant maar aan de zijkant waardoor een T-vormige plattegrond ontstaat (Fig. 6.8). Van dit tempeltype komt er in dit onderzoek maar één voor: de tempel van Veiovis (192 v.chr.) in Rome. Deze tempel had een zuidwestelijke oriëntatie en lag op de arx tussen de twee toppen van de Capitolijnse heuvel in, vlakbij het Forum Romanum. Deze tempel was ongeveer 8,90 meter lang en 15 breed met een pronaos van ongeveer 5 meter lang en 6,50 meter breed (een totale oppervlakte van 166 m²) (Tabel 8). Lucius Furius Purpurio, als praetor, zwoor een tempel voor Veiovis te bouwen na de slag bij Cremona (200 v.chr.) en deze werd ingewijd door Quintus Marcius Ralla. Type B6 Tempeltype B6 is een eustyle tempel die wordt gekenmerkt door een hoog podium met een pronaos met een voorste rij zuilen en één of twee rijen van twee zuilen diep (Fig. 6.9). 379 Bij dit type wordt gebruik gemaakt van zowel Toscaanse, Ionische, Dorische en Korintische zuilen. Onder dit type vallen ook alle pseudoperipteros tempels. In totaal zijn er elf tempels in dit onderzoek die onder dit type vallen waarmee dit tempeltype van alle tempels in dit onderzoek het vaakst voorkomt. De elf tempels van dit type zijn: de tempel van Juno Regina ( v.chr.) in Rome, de tempel van Portunus ( v.chr.) in Rome, de tempel van Hercules (100 v.chr.) in Cori, de Tetrastyle tempel (eind 2 e eeuw v.chr.) in Ostia, de tempel van Hercules ( v.chr.) in Ostia, de vier tempels ( v.chr.) in Ostia (deze tempels deelden samen één podium en zijn daarom als één tempel behandeld in het beschrijvende hoofdstuk van dit onderzoek maar worden in de analyse als vier aparte tempels beschouwd), het Capitolium (150 v.chr.) in Pompeii en de tempel van de Sibille ( v.chr.) in Tivoli. Tempels van dit type zijn op verschillende plaatsen binnen een nederzetting gebouwd. De Tetrastyle tempel, de tempel van Hercules en de vier tempels in Ostia en de tempel van Juno Regina in Rome stonden op een heilig gebied, de tempel van Hercules in Cori en de tempel van de Sibille in Tivoli stonden op de arx en de tempel van Portunus in Rome en het Capitolium in Pompeii stonden op een forum. De oriëntatie van deze tempels verschilt ook. De meeste tempels van dit type hebben een zuidelijke oriëntatie zoals de Tetrastyle en de vier tempels in Ostia die op het zuiden waren georiënteerd. De tempel van Hercules in Cori en de tempel van Juno Regina waren meer naar het zuidwesten georiënteerd terwijl de tempel van Hercules in Ostia en het Capitolium van Pompeii meer naar het zuidoosten waren georiënteerd. De tempel van Portunus en de tempel van de Sibille waren juist op het noordwesten georiënteerd. 379 Zie hoofdstuk

47 De tempels van dit type hebben de volgende afmetingen: De tempel van Juno Regina 42,50 m x 18,50 m (786 m²), de tempel van Portunus in Rome 25,60 m x 11,87 m (304 m²), de tempel van Hercules in Cori 17 m x 7,96 m (135 m²), de Tetrastyle tempel 14,80 m x 8,10 m (120 m²), de tempel van Hercules in Ostia 31,20 m x 16 m (499 m²), de vier tempels in Ostia elk 9,55 m x 6,53 m (62 m²), het Capitolium in Pompeii 37 m x 16,98 m (628 m²) en de tempel van de Sibille 15,90 m x 9,15 m (145 m²) (Tabel 9). Het gemiddelde oppervlak voor tempels van dit type is ongeveer 210 m². Van deze elf tempels is enkel van de tempel van Juno Regina in Rome en de tempel van Hercules in Cori bekend door wie ze zijn gebouwd. De tempel van Juno Regina is gebouwd door consul Marcus Aemilius Lepidus die de tempel ook inwijdde na het behalen van een overwinning op de Liguriërs (187 v.chr.). De tempel van Hercules in Cori is gebouwd door twee lokale magistraten: Marcus Matlius en Lucius Turpilius (100 v.chr.). Type B7 Tempeltype B7 is een ronde tempel, een tholos, met een cella, omringd door zuilen van de Korinthische orde staand op een hoog podium of een getrapt podium, een stylobaat podium (Fig. 6.10). Van dit type tempel komen er drie voor in dit onderzoek. Van deze drie tempels stonden er twee in Rome, de ronde tempel bij de Tiber ( v.chr.) en de tempel van Fortuna Huiusce Diei (90 v.chr.), en één in Tivoli, de tempel van Vesta (begin 1 e eeuw v.chr.). Deze drie tempels stonden elk op een andere plek binnen de nederzetting en de ingangen van de tempels hadden ook verschillende oriëntaties. De ronde tempel bij de Tiber stond op het Forum Boarium en had een zuidoostelijke oriëntatie, de tempel van Fortuna Huiusce Diei stond op een heilig gebied, het Largo Argentina in Rome, en had een oostelijke oriëntatie en de tempel van Vesta stond op de arx van Tivoli en had een zuidzuidwestelijke oriëntatie. De tempels van dit type hebben de volgende diameter: De ronde tempel bij de Tiber diameter 16,50 m (214 m²), de tempel van Fortuna Huiusce Diei diameter 19,20 m (260 m²) en de tempel van Vesta diameter 14,25 m (159 m²) (Tabel 10). Tempels van dit type hebben een gemiddelde diameter van 16,65 meter met een gemiddelde oppervlakte van ongeveer 218 m². De enige tempel van dit type waarvan bekend is door wie het is gebouwd, is de tempel van Vesta in Tivoli. Deze tempel is gebouwd door een lokale magistraat: Lucius Gellius (begin 1 e eeuw v.chr.). 6.2 De Analyse van de Tempels Met de chronologische indeling in periodes uit de inleiding en de classificatie in verschillende types uit de analyse zal nu worden gekeken naar hoe de Romeinse tempels zich gedurende de Romeinse Republiek ontwikkelden. Hierbij valt meteen op dat er in de laatste periode meer tempels werden gebouwd dan in de vorige twee periodes (Grafiek 1). In de eerste periode, v.chr., werden er 5 tempels gebouwd (waarvan twee samen een podium delen), in de tweede periode, v.chr., werden er 6 tempels gebouwd en in de derde periode, v.chr., werden er 25 tempels gebouwd (waarvan vier samen een podium delen). Voor deze ontwikkeling is een simpele verklaring te vinden. In de periode v.chr. bleef het Romeinse grondgebied beperkt tot Latium Vetus. In de periode v.chr. veroverde Rome de rest van het Italische schiereiland alleen was er nog geen sprake van een Romeins Italië, veel gebieden waren immers bondgenoten van Rome en nog niet direct bestuurd uit Rome. Pas in de periode v.chr. begon Rome met het integreren van de bondgenoten in de Romeinse Republiek. Daarnaast beleefde het Italisch schiereiland een relatief rustige periode met weinig oorlogen aangezien het gehele schiereiland onder Romeinse invloed stond Ontwikkeling Tempeltypes De belangrijkste ontwikkeling in dit onderzoek is die van de tempeltypes. Deze tempeltypes zijn tot stand gekomen door de classificatie van hoofdstuk 6.1 die vooral is gebaseerd op de tempelplattegronden of reconstructies van de tempelplattegronden. Door te kijken naar de tempeltypes en hoe vaak deze voorkomen in één van de drie gehanteerde periodes is het mogelijk om bepaalde ontwikkelingen te onderscheiden. Deze ontwikkelingen zeggen vervolgens weer iets 44

48 over de voorkeur van de Romeinen voor een bepaalde tempeltype. Dit geldt zowel voor de drie periodes als voor de gehele behandelde periode, v.chr. Periode 1: v.chr. In de eerste periode hadden de Romeinen vijf tempels gebouwd van het type A1, A2 en B1 (Grafiek 2). Het gaat om één tempel van het type A1, twee van het type A2 en twee van het type B1. In deze periode lijken de Romeinen een lichte voorkeur te hebben voor tempels met drie cellae namelijk drie van de vijf tempels hadden drie cellae (tempeltypes A1 en A2). Periode 2: v.chr. In de tweede periode hadden de Romeinen zes tempels gebouwd van het type A2, A3, B2, B3 en B4 (Grafiek 3). Hier gaat het om één tempel van het type A2, één van het type A3, twee van het type B2, één van het type B3 en één van het type B4. In deze periode lijkt er geen sprake te zijn van een voorkeur van de Romeinen voor een bepaald tempeltype. Wat wel opvalt is dat het aantal één cella tempeltypes toeneemt ten opzichte van de vorige periode (in deze periode vier tempels van de zes, ongeveer 67%, en in de vorige periode twee tempels van de vijf, ongeveer 40%) terwijl het aandeel drie cellae tempels afneemt (in deze periode één tempel van de zes, ongeveer 17 %, en in de vorige periode drie tempels van de vijf, ongeveer 60%). Verder komt er in deze periode een tempel voor met twee cellae, type A3. Periode 3: v.chr. In de derde periode hadden de Romeinen 25 tempels gebouwd van het type A2, A3, B2, B3, B4, B5, B6 en B7 (Grafiek 4). Naast het meeste aantal tempels heeft deze periode ook de grootste diversiteit met acht verschillende tempeltypes. In deze periode lijken de Romeinen een voorkeur te ontwikkelen voor tempels van het type B6. Maar liefst elf tempels van dit type komen er in deze periode voor, dat is ongeveer 44%. De andere types komen relatief minder voor: één van het type A2, één van het type A3, drie van het type B2, twee van het type B3, drie van het type B4, één van het type B5 en drie van het type B7. Wat verder opvalt is dat het aandeel één cella tempeltypes verder is toegenomen naar 92% en terwijl het aantal drie cellae tempels gelijk is met de vorige periode, is hun aandeel verder gedaald naar 4%. Overzicht van de Ontwikkeling van Tempeltypes Er is duidelijk sprake van een ontwikkeling in de Romeinse tempelbouw (Grafiek 5). In de eerste periode hadden de Romeinen een lichte voorkeur voor tempels met drie cellae maar in de daarop volgende twee periodes komen ze relatief minder vaak voor terwijl de tempels met één cella vaker beginnen voor te komen. In de laatste periode ontwikkelden de Romeinen vervolgens een voorkeur voor tempels van het type B6, een eustyle tempel. Tempels van dit type hebben een hoog podium en een pronaos met daarin een voorste rij zuilen en vervolgens één of twee rijen van twee zuilen aan de zijkanten. Daarnaast kan een tempel van dit type pseudoperipteros zijn. Dit tempeltype komt het vaakst voor in de laatste periode met 44% en, ondanks dat dit type alleen voorkomt in de derde periode, is het zelfs over alle periodes samen de vaakst voorkomende tempel: ongeveer 31% van de tempels is van dit type. Het tweede tempeltype, B2, dat het vaakst voorkomt volgt op gepaste afstand met vijf tempels, ongeveer 14% van het totale aantal tempels. Tempels van dit type komen voor in de tweede, ongeveer 33%, en de derde periode, ongeveer 12% (Grafiek 6). Tempels van het type A2 en B4 komen beide vier keer voor, ongeveer 11%, waarbij tempeltype A2 in alle drie periodes voorkomt (ongeveer 40% in de eerste, ongeveer 17% in de tweede en ongeveer 4% in de derde). Tempels van het type B4 komen alleen voor in de tweede periode, ongeveer 17%, en in de derde periode voor, ongeveer 8%. Van de tempeltypes B3 en B7 komen er drie voor, ongeveer 8%. Tempels van het type B3 komen in de tweede, ongeveer 17%, en derde periode voor, ongeveer 8%, en tempels van het type B7 komen alleen in de derde periode voor, ongeveer 12%. Tempeltypes A3 en B1 komen beide twee keer voor, ongeveer 6%. Tempels van het type A3 komen voor in de tweede, ongeveer 17%, en derde periode, ongeveer 4%. Tempels van het type B1 komen alleen voor in de 45

49 eerste periode, ongeveer 40%. Van de tempeltypes A1 en B5 komen er voor beide maar één voor, ongeveer 3%. De tempel van het type A1 komt alleen in de eerste periode voor, ongeveer 20%, en de tempel van het type B5 alleen in de derde periode, ongeveer 4%. Er mag geconcludeerd worden dat de Romeinen over de periode v.chr. begonnen met een lichte voorkeur voor tempels met drie cellae maar dat ze al snel een voorkeur kregen voor tempels met één cella en dan met name voor tempels van het type B Anten Er zijn naast de ontwikkeling van de tempeltypes ook andere ontwikkelingen zichtbaar geworden. Eén van deze ontwikkelingen is het gebruik van anten. Van oorsprong hadden anten een dragende functie bij bijvoorbeeld Griekse tempels, maar een belangrijke reden voor het gebruik van anten was dat de Grieken niet beschikten over de techniek en het materiaal om tempels te bouwen zonder anten. 380 Omdat de Grieken vooral bouwden met puin metselwerk konden deze muren niet het hele gewicht van het dak dragen. De Romeinen daarentegen beschikten wel over de techniek en het materiaal om tempels zonder anten te bouwen. Met name Romeins cement en Romeins beton was van betere kwaliteit dan de Griekse. Toch is er sprake van een opmerkelijke ontwikkeling bij het gebruik van anten in Romeinse tempels. Het Gebruik van Anten Van de tempels die in dit onderzoek worden behandeld hebben 16 tempels anten, inclusief in antis tempels, en 20 niet (Grafiek 7). De Romeinen bouwden dus meer tempels zonder anten dan met. Maar er zijn duidelijke verschillen per periode. In de eerste periode had geen van de vijf tempels anten. In de tweede periode komen er voor het eerst Romeinse tempels met anten voor, namelijk twee tempels terwijl er vier waren zonder. Maar in de derde periode werden er meer tempels gebouwd met anten dan zonder, 14 tempels met en 11 zonder. Er is dus sprake van een ontwikkeling waarbij de Romeinen vanaf de tweede periode meer tempels met anten begonnen te bouwen dan zonder, terwijl mag worden aangenomen dat ze prima tempels zonder anten konden bouwen. Er werden immers in de eerste periode geen tempels met anten gebouwd door de Romeinen. De enige verklaring die hiervoor gegeven kan worden, is dat de Romeinen anten waarschijnlijk mooie architectonische elementen vonden. Door anten te gebruiken ontstaat er een nog meer gesloten frontale aanblik dan met zuilen. Er zijn overigens twee tempels die bij een latere verbouwing anten kregen, de tempels van Mater Matuta en Portunus in Cosa, maar bij deze tempels wordt alleen de eerste fase zonder anten meegenomen in dit onderzoek. Anten per Tempeltype Er zijn een aantal tempeltypes zonder anten: de tempels van het type A1, B1, B4, B5 en B7 (Grafiek 8). Twee tempels van het type B4, de tempels van Mater Matuta en Portunus in Cosa, hebben in een latere fase wel anten gekregen. Er zijn twee tempeltypes waarvan een deel anten had, tempeltypes A2 en B2, en er zijn twee tempeltypes waarvan de meeste tempels anten hadden, tempeltypes B3 en B6. Tempels van het type A3 hadden altijd anten, ten minste de tempels dit type die in dit onderzoek worden behandeld. Van deze tien tempeltypes zijn er twee die eerst alleen maar voorkomen zonder anten en later juist alleen met anten. Het gaat hier om tempeltype A2, van dit type worden in de eerste twee periodes drie tempels gebouwd zonder anten. In de laatste periode komt dit type alleen nog voor met anten. Ook tempels van het type B3 hadden in de eerste tempel nog geen anten terwijl de twee tempels van dit type in de derde periode wel anten hadden De Zuilen Van de 36 tempels die in dit onderzoek worden behandeld zijn er acht tempels waarvan niet duidelijk is of niet is gemeld wat voor zuilen de tempel had. Hierbij gaat het alleen om de zuilen in de pronaos en aan de zijkanten en aan de achterkant. De zuilen die eventueel in de cella stonden worden niet 380 Chisholm

50 behandeld. Overigens worden enkel de zuilen die de tempel oorspronkelijk had behandeld. Er is een aantal tempels waarvan de zuilen op een gegeven moment vervangen werden door zuilen van een ander type. Deze zuilen worden echter niet meegenomen in dit onderzoek. De Romeinen gebruikten in totaal vier verschillende type zuilen: de Toscaanse, de Ionische, de Dorische en de Korinthisch (Grafiek 9). Van deze vier zuilen werd de Toscaanse zuil het vaakst gebruikt. Maar liefst de helft van de tempels waarvan bekend is welke type zuilen ze hadden (28 tempels) had Toscaanse zuilen, in totaal 14 tempels. Van de andere type zuilen komen de Korintische het vaakst voor, acht tempels, gevolgd door de Ionische, vier tempels, en de Dorische, één tempel. Van deze vier komen alleen de Toscaanse zuilen in alle drie periodes voor. De andere drie komen enkel in de laatste periode voor. In de eerste twee periodes is de Toscaanse zuil dominant maar in de laatste periode komen er evenveel tempels met Toscaanse zuilen als met Korintische zuilen voor. In de laatste periode vindt dus een groei plaats van Korintische zuilen en is er meer diversiteit. Van de tien tempeltypes is tempeltype B6 de enige die alle vier typen zuilen had en dus ook de enige met een tempel met Dorische zuilen. Verder hadden de tempels van het type A1 en B1 enkel Toscaanse zuilen en tempels van het type B7 Korintische. Van de types A2, A3 en B4 kan niet met zekerheid worden gezegd of deze tempels enkel Toscaanse zuilen hadden omdat er van deze types een paar tempels zijn waarvan niet duidelijk is welke type zuilen de tempels hadden. Tempels van het type B2 konden zowel Toscaanse of Korinthische zuilen hebben en tempels van het type B3 konden zowel Toscaanse of Ionische zuilen hebben De Grootte Het gemiddelde oppervlakte van een Romeinse tempel in de periode v.chr. is ongeveer 469 m², inclusief de T-vormige (B5) en de ronde (B7) tempels. Voor alleen de rechthoekige tempels, zonder tempeltypes B5 en B7, is de gemiddelde oppervlakte ongeveer 503 m². Uitgaande van een tempel die twee keer zo lang is als breed, zou een gemiddelde Romeinse tempel in deze periodes ongeveer 31,43 meter lang en 15,71 meter breed zijn. Wanneer per periode wordt gekeken naar de gemiddelde grootte valt op dat de tempels in de loop van tijd steeds kleiner worden. In de eerste periode bedraagt het gemiddelde oppervlakte ongeveer 1241 m², in de tweede periode is het ongeveer 424m² en in de laatste periode is het ongeveer 326 m². De tempels worden dus steeds kleiner. De meeste tempels van dit onderzoek hebben een gemiddelde oppervlakte van m², 14 tempels. Elf tempels hebben een gemiddelde oppervlakte van tussen de m². Slechts elf tempels zijn groter dan 501 m²: zes tempels van m², twee tempels van m² en drie tempels groter dan 1000 m² Oriëntaties In tegenstelling tot de Grieken, wier tempels vooral op het oosten zijn georiënteerd, hadden Romeinse tempels een vrijere oriëntatie. Daarbij valt op dat Romeinse tempels vooral op het zuiden lijken georiënteerd. Van de 36 tempels hadden er 25 een zuidelijke oriëntatie (hier worden alle tempels met een beetje zuidelijke oriëntatie meegerekend) terwijl er 5 een noordelijke oriëntatie hadden. De andere tempels hadden een puur oostelijke oriëntatie (Grafiek 10). Daarnaast bleken de Romeinen ook een lichte voorkeur te hebben voor een oostelijke oriëntatie. Zo hadden 17 tempels een oostelijke oriëntatie tegen 11 tempels met een westelijke oriëntatie (Grafiek 11). De overige tempels hadden een puur zuidelijke oriëntatie. Van alle oriëntaties komt een oriëntatie naar het zuiden het vaakst voor met acht tempels. Andere populaire oriëntaties waren het oosten met zes tempels, het zuidwesten met vijf tempels en het zuid zuidoosten met vier tempels. De reden waarom zoveel tempels op het zuiden zijn georiënteerd heeft waarschijnlijk te maken met de positie van de zon, aangezien deze voor Italië en het noordelijk halfrond vooral uit het zuiden komt. De lichte voorkeur voor tempels naar het oosten heeft waarschijnlijk te maken met de zonsopkomst. De enige tempel waarvan bekend is waarom die met die oriëntatie is gebouwd is de tempel van Hercules Victor in Tivoli. Deze tempel had een westzuidwestelijke oriëntatie en was 47

51 gericht op Rome dat in die richting lag. Een verklaring voor de verschillende oriëntaties is dat de tempels mogelijk zijn ingepast in de betreffende stedelijke context. Het zou dus kunnen dat er geen ruimte was voor een tempel met een andere oriëntatie Locatie De locatie van een tempel is erg belangrijk omdat het vaak gaat om monumentale gebouwen met een belangrijke functie. Om iets te zeggen over de site waar de Romeinen hun tempels bouwden zijn deze tempels onderverdeeld in een aantal categorieën. Als eerste worden de tempels opgedeeld in tempels die binnen de stadsmuren stonden en tempels die buiten de stadsmuren stonden. Daarnaast worden de tempels die binnen de stadsmuren stonden verdeeld over drie categorieën: tempels die op de arx stonden (de burcht van een stad), tempels die aan een forum stonden en tempels die op een heilig gebied stonden. Met een heilig gebied wordt een site die niet aan een forum lag of op de arx stond bedoeld. Het kan hier gaan om een enkele tempel of een cluster van tempels. Met tempels buiten de stadsmuren zijn er dus vier verschillende categorieën (Grafiek 12). Van deze vier categorieën is de categorie tempels die buiten de stadsmuren zijn gebouwd de kleinste met drie tempels. Hierbij gaat het om een tempel van Portunus (Cosa), een tempel voor Juno (Gabii) en een tempel voor Hercules Victor (Tivoli). De tempel van Portunus was een haventempel gericht op de oude haven van Cosa terwijl de andere twee tempels behoorden tot de zogenoemde theatertempels. Deze theatertempels zijn enorme complexen met een theater en op het hogere gelegen deel van het complex een tempel. Voor de tempels binnen de stadsmuren is het lastig te zeggen of de Romeinen een voorkeur hadden voor tempels op een bepaalde site. Van de 33 tempels die binnen de stadsmuren zijn gebouwd, zijn er 12 tempels op een heilig gebied, 12 tempels aan een forum en 9 tempels op de arx van de betreffende stad. Wanneer per periode wordt gekeken naar waar de Romeinen hun tempels bouwden, vallen een paar ontwikkelingen op (Grafiek 13). In de eerste periode lijken de Romeinen een voorkeur te hebben om tempels aan een forum te bouwen: in totaal werden er vier aan een forum gebouwd. De enige andere tempel in deze periode werd gebouwd op de arx van Rome. In de tweede periode komen er voor het eerst tempels op een heilig gebied voor en deze komen ook het vaakst voor: drie tempels. Verder werden er twee tempels aan een forum gebouwd en één op de arx van de betreffende nederzetting. In de derde periode lijken de Romeinen een voorkeur te krijgen voor tempels op een heilig gebied: 9 van de 25 tempels in deze periode werden gebouwd op een heilig gebied. Op de arx werden er zeven tempels gebouwd en aan een forum werden zes tempels gebouwd. Dit is overigens de enige periode waar tempels buiten de stadsmuren voorkomen, in totaal drie. Van de tien tempeltypes werden tempels van het type A1 en B5 enkel op de arx gebouwd (Grafiek 14). Hier gaat het overigens om de twee types waarvan maar één tempel in dit onderzoek voorkomt. Tempels van het type B1 komen ook alleen op één plek maar voor en dat is aan een forum. Tempels van het type B4 zijn de enige die overal voor konden komen, zowel binnen als buiten de stadsmuren. Van de andere types lijkt er alleen bij tempeltype B6 sprake te zijn van een voorkeur voor een bepaalde site, zeven van de elf tempels werden op een heilig gebied gebouwd. De andere vier tempels van dit type lagen aan een forum of op de arx, elk twee tempels. Tempels van het type A2 komen voor op een arx of aan een forum met elk twee tempels. Tempels van het type B2 kwamen op drie plekken voor en is samen met tempeltype B4 de enige tempeltypes die buiten de stadsmuren voorkomen, twee tempels van het type B2 tegen één tempel van het type B4. Verder komen tempels van dit type voor aan een forum en op een heilig gebied. Van tempeltype B3 komen er tempels voor aan een forum of op een heilig gebied en van tempeltype B7 komen tempels voor aan een forum, op de arx en op een heilig gebied. Voor tempel type A1 is het logisch dat deze op de arx is gebouwd, hier gaat het immers om het Capitolium van Rome, destijds de grootste en belangrijkste tempel voor de Romeinen. Dat tempeltype B5 alleen voorkomt op een arx had destijds te maken met de plek waar de tempel is gebouwd. Hier was namelijk niet genoeg plek voor een normale tempel met de ingang aan de korte zijde waardoor de Romeinen besloten de pronaos met ingang aan de lange zijde te bouwen. Dat 48

52 tempels van het type B4 overal zijn gebouwd, is ook logisch aangezien het hier vooral gaat om relatief kleine tempels, gemiddelde oppervlak 155 m², waardoor deze makkelijker zijn te bouwen en ook op plaatsen met weinig ruimte. Dat tempels van het type B6 vooral zijn gebouwd op een heilig gebied heeft waarschijnlijk te maken met dat deze tempels alleen in de derde periode voorkomen. Omdat veel steden al redelijk volgebouwde arx en fora hadden, was er vaak alleen plek op een al bestande heilig gebied zoals voor de tempels van Juno Regina in Rome en de tempel van Hercules in Ostia. Bij de tempel van Hercules is later de Tetrastyle tempel bijgebouwd. De vier tempels in Ostia zijn echter op een plek van een oudere tempel gebouwd. Dit geld ook voor het Capitolium van Pompeii maar hier gaat het om een tempel bij een forum. Voor de andere tempels (de tempel van Hercules in Cori, de tempel van Portunus in Rome en de tempel van de Sibille in Tivoli) was waarschijnlijk nog genoeg plek voor de tempel of is er plek gemaakt op de arx of forum. De stad met de meeste tempels in dit onderzoek is Rome. Van de 36 tempels stonden er 16 in Rome, ongeveer 44% van alle tempels. De overige tempels stonden in Ostia met zes tempels (ongeveer 17%), Cosa met vier tempels (ongeveer 11%), Tivoli met drie tempels (ongeveer 8%), Alba Fucens met twee tempels (ongeveer 6%). In Gabii, Segni, Pompeii, Cori en Paestum stonden elk één tempel (ongeveer 3% elk) Godheid Van de 36 tempels zijn er 34 waarvan bekend is aan welke godheid deze zijn gewijd, in totaal 21 verschillende goden. Hierbij wordt de Capitolijnse Trias als één godheid behandeld, ondanks dat deze aan drie goden is gewijd: Jupiter, Juno en Minerva. De twee tempels waarvan niet bekend is aan welke goden ze zijn gewijd, zijn de Tetratsyle tempel in Ostia en tempel C (Pettorino) in Alba Fucens. De goden waaraan de meeste tempels zijn gewijd, zijn Juno en Hercules (en hun varianten zoals Regina of Victor). Aan beide zijn vier tempels gewijd. Na deze twee goden zijn tempels gewijd aan de Capitolijnse Trias en Fortuna het vaakst voorkomend met drie tempels elk. Vervolgens zijn er drie goden waaraan twee tempels zijn gewijd: Mater Matuta, Portunus en Spes. Van de andere goden komt is er één tempel voor: Apollo, Castor en Pollux, Ceres, Concordia, Feronia, Janus, Jupiter, Juturnia, Saturnus, de Sibille, Venus en Vesta. Er is overigens geen verband zichtbaar tussen een bepaalde god en een bepaald tempeltype, zelfs niet voor tempels voor de Capitolijnse Trias. De drie tempels die aan de Capitolijnse Trias zijn gewijd zijn van het type A1, A2 en B6. Hierbij is enkel gekeken naar de goden waaraan meerdere tempels zijn gewijd. Het is namelijk niet mogelijk te concluderen dat een bepaald type tempel aan een bepaalde godheid is gewijd als er maar één tempel van die godheid voorkomt. De grote afwezigen zijn Mars, Mercurius, Neptunus, Minerva (met een tempel alleen aan haar gewijd), Vulcanus en Diana Bouwer Oorspronkelijk was het ook de bedoeling om te onderzoeken door wie en waarom een bepaalde tempel werd gebouwd. Dit bleek erg moeilijk te zijn. Van de 36 tempels die in dit onderzoek worden behandeld, is maar van 15 tempels bekend door wie ze zijn gebouwd. Hierdoor is het niet mogelijk tot een definitieve conclusie te komen over de bouwer en zijn motieven voor de bouw van een tempel. Toch zal geprobeerd worden om iets te zeggen over de bouwer/opdrachtgever en waarom een tempel werd gebouwd. Van deze 15 tempels blijkt al snel dat de meeste tempels, 11 van de 15, volgens de antieke literatuur gebouwd zijn na het behalen van een overwinning door de bevelhebber tijdens de desbetreffende strijd. Het gaat hier om de tempels van Castor en Pollux (482 v.chr.), Mater Matuta (396 v.chr.), Fortuna (396 v.chr.), Feronia (290 v.chr.), Janus (260 v.chr.), Spes (258 v.chr.), Juturnia ( v.chr.), Juno Sospita (194 v.chr.), Veiovis (192 v.chr.), Juno Regina ( v.chr.) en Jupiter Stator (143 v.chr.). Deze tien tempels staan overigens allemaal in Rome. Naast deze tien tempels zijn er nog twee tempels in Rome waarvan bekend is door wie ze zijn gebouwd. Deze tempels waren gebouwd in opdracht van de vroegere koningen van Rome maar werden afgebouwd en ingewijd ten tijde van de Republiek. Het gaat hier om de tempels van Jupiter Optimus Maximus en 49

53 Saturnus. De eerste is waarschijnlijk gebouwd om het aanzien van Rome te vergroten en de tweede als reactie op de tempel van Jupiter Optimus Maximus aangezien Saturnus koning van de goden was voordat Jupiter hem onttroonde en vader van Jupiter. 381 Saturnus als vader van de goden moest ook een nieuwe tempel krijgen anders werd hij te ondergeschikt gemaakt aan Jupiter. De andere twee tempels waarvan bekend is door wie ze zijn gebouwd staan buiten Rome, één in Tivoli (Vesta) en één in Cori (Hercules). Er is geen verband waargenomen tussen het type tempel, godheid en de reden voor de bouw. Wat wel opvalt is dat de meeste van de tempels die gebouwd zijn na het behalen van een overwinning in opdracht waren van consuls of dictators: Aulus Postumius Albus Regillensis (consul in 496v.Chr. en in hetzelfde jaar nog dictator geworden, zwoor een tempel voor Castor en Pollux te bouwen die ingewijd werd door zijn zoon in 484 v.chr.), Marcus Furius Camillus (dictator in 396 v.chr., bouwde de tempels van Mater Matuta en Fortuna), Manius Curius Dentatus (consul in 290 v.chr., bouwde de tempel van Feronia), Gaius Duilius (consul in 260 v.chr., bouwde de tempel van Janus), Aulus Atilius Calatinus (consul in 258 v.chr., bouwde tempel van Spes), Gaius Lutatius Catulus (consul in 242 v.chr., bouwde de tempel van Juturnia), Marcus Aemilius Lepidus (consul in 187 v.chr., bouwde de tempel van Juno Regina) en Caecilius Metellus Macedonicus (consul in 143 v.chr., bouwde de tempel van Jupiter Stator). Verder zijn de tempel van Jupiter Optimus Maximus en de tempel van Saturnus ingewijd door consuls: Marcus Horatius Pulvillus (consul in 509 v.chr., wijdde de tempel van Jupiter Optimus Maximus in) en Titus Lartius (consul in 498 v.chr., wijdde de tempel van Saturnus in). In totaal zijn er 11 van de 15 tempels gebouwd of ingewijd door een consul of dictator. De reden waarom zoveel consuls en dictators betrokken waren bij de bouw en inwijding van een tempel heeft te maken met het feit dat de consuls normaal gesprokken de hoogste politieke en militaire autoriteit waren ten tijde van de Republiek en dictators daar weer boven staan in tijden van grote crisis. De andere vier tempels zijn gebouwd door lokale magistraten, Marcus Matlius en Lucius Turpilius (tempel van Hercules in Cori) en Lucius Gellius (tempel van Vesta in Tivoli) of door een censor, Gaius Cornelius Cethegus (tempel van Juno Sospita) maar was in 197v.Chr. al eens consul geweest, of praetor, Lucius Furius Purpurio (tempel van Veiovis) maar was in 196 v.chr. consul. 6.3 Discussie Er zijn diverse ontwikkelingen zichtbaar in de in dit onderzoek behandelde periode. Deze ontwikkelingen betreffen het tempeltype plattegrond, gebruik van anten, de diversiteit van zuilentypes, de afmetingen van de tempels en de ligging van de tempels. Dankzij de chronologische indeling in drie periodes en de in dit hoofdstuk tot stand gekomen classificatie zijn deze zichtbaar geworden. In de eerste periode lijken de Romeinen een lichte voorkeur te hebben voor tempels met drie cellae maar het aandeel van deze typen tempels neemt in de twee volgende periodes steeds verder af. Pas in de laatste periode lijken de Romeinen een voorkeur te hebben voor één bepaald type tempel, namelijk tempels van het type B6. Daarnaast lijken de Romeinen steeds meer tempels te bouwen met anten. Terwijl ze in de eerste periode helemaal geen anten hadden, hebben de meeste tempels in de derde periode anten. Ook zijn er ontwikkelingen bij het type zuil van een tempel. In de eerste twee periodes zijn er enkel tempels met Toscaanse zuilen. In de derde periode werden er evenveel tempels gebouwd met Toscaanse als Korinthische zuilen met ook een aantal tempels met Ionische en Dorische zuilen. Verder nam de gemiddelde grootte van de tempels af. In de eerste periode hadden tempels een gemiddelde oppervlakte van ongeveer 1241 m², in de tweede periode was het ongeveer 424 m² en in de laatste periode was het ongeveer 326 m². De Romeinen bouwden hun tempels vooral aan een forum of op een heilig gebied waarbij in de laatste periode een lichte voorkeur lijkt te ontstaan voor tempels op een heilig gebied. 381 Lawrence

54 Wanneer wordt gesproken over Romeinse tempels in de literatuur dan worden al snel de Etrusken en de Grieken genoemd en de grote invloed van deze twee op de architectuur van Romeinse tempels. 382 Maar was deze invloed wel zo groot? Van de hiervoor behandelde analyse zijn er twee punten waaraan dit zichtbaar behoord te zijn: bij de tempeltype plattegronden en de zuilen. Ook kan gekeken worden naar de goden maar dit wordt niet echt relevant geacht voor dit onderzoek. Volgens Vitruvius zouden vier tempeltypes Toscaans (Etruskisch) zijn. 383 Dit zijn tempels van het type A1, A2, B1 en B2. In totaal gaat het om 12 tempels met een hoge mate van Etruskische invloed. Voor de Grieken zijn dit tempels van het type B3 en B7, in totaal zes tempels. Dit zou betekenen dat ongeveer 33% van de tempels Etruskische invloed vertonen en ongeveer 17% van de tempels Griekse invloed vertonen. 50% van de tempels zijn dus qua architectuur Romeins. Als per periode wordt gekeken dan bouwden de Romeinen in de eerste periode vooral tempels met sterke Etruskische invloeden. In de tweede periode bouwden de Romeinen nog steeds vooral tempels met Etruskische invloeden maar werden er ook tempels met Griekse invloeden en puur Romeinse tempels gebouwd. In de derde periode zijn de meeste tempels puur Romeins en werden er zelfs meer tempels met Griekse dan Etruskische invloeden gebouwd. Verder zijn de Etruskische en Griekse invloeden zichtbaar bij het type zuil dat werd gebruikt. In de eerste twee periodes zijn de zuilen van de Toscaanse orde maar in de derde periode werden er ook tempels gebouwd met één van de drie Griekse zuilenorde: Dorisch, Ionisch of Korinthisch. In deze periode werden er ook meer tempels gebouwd met Griekse zuilen dan Toscaanse zuilen: 13 Griekse tegen 8 Toscaanse zuilen. Toch lijkt de invloed van vooral de Griekse architectuur redelijk beperkt. Maar hoe zag een Romeinse tempel eruit in de Republikeinse periode? Het enige tempeltype dat in alle drie periodes voorkomt is het tempeltype A2 maar tempels van dit type vormen slechts 11% van het totale aantal tempels. Het lijkt dus niet mogelijk om voor de in dit onderzoek gehanteerde periode tot een typische Romeinse tempel te komen. Wat wel mogelijk is, is om de gemiddelde Romeinse tempel voor deze periode en vooral voor de derde periode te geven. De gemiddelde tempel aan het einde van deze periode was een tempel van het type B6. Dit tempeltype omvat 44% van de tempels uit de derde periode en 31% van het totale aantal tempels. Deze tempel heeft Toscaanse of Korinthische zuilen. Toscaanse zuilen komen bij 50% van de tempels voor waarvan bekend is welk type zuilen ze hadden, terwijl de Korintische zuil even vaak voorkomt in de derde periode als Toscaanse zuilen. Deze tempel heeft ook in alle waarschijnlijkheid anten omdat in de derde periode er voor het eerst meer tempels voorkomen met anten dan zonder. Deze tempel is ongeveer 503 m² groot, het gemiddelde van alle rechthoekige tempels, en heeft een zuidelijke oriëntatie, de vaakst voorkomende oriëntatie. Deze tempel ligt of aan een forum of op een heilig gebied. 382 Boëthius 1978, ; Stamper 2005, xiii-xv. 383 Vitruvius De architectura

55 7. Conclusie Romeinse tempels, en Romeinse architectuur in het algemeen, zijn altijd een inspiratiebron geweest voor archeologen en architecten. Het is ook niet vreemd dat er zoveel aandacht aan is besteed door de eeuwen heen, sinds de Renaissance is er veel aandacht besteed aan Romeinse gebouwen. Dit onderzoek is daarop geen uitzondering. Een uitvoerig literatuuronderzoek heeft geleid tot een database van meer dan 100 tempels. Na het toepassen van de onderzoekscriteria, datering ( v.chr.), door de Romeinen gebouwd, in Romeins Italië en beschikbare plattegrond, bleven er 36 tempels over. Deze 36 tempels zijn verdeeld over drie periodes ( v.chr., v.chr. en v.chr.) en beschreven in hoofdstuk 3, 4 en 5. Met behulp van deze beschrijvingen was het mogelijk om de tempels onder te verdelen in tien tempeltypes (Hoofdstuk 6.1) die gebaseerd zijn op de tempelplattegronden (voornamelijk de reconstructies). Dankzij deze chronologische indeling en classificatie was het mogelijk de tempels te analyseren (Hoofdstuk 6.2). Maar hoe zag een Romeinse tempel eruit in de Republikeinse periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr.? Gedurende deze periode vinden enkele veranderingen plaats, namelijk het aantal cellae van een tempel, wel of geen anten, het type zuil, de gemiddelde grootte, de oriëntatie en de locatie. Waar in de eerste periode de meeste tempels, ongeveer 60%, drie cellae hadden was dit in de derde periode nog maar 4%. In deze derde periode komen voor het eerst tempels van het type B6 voor, een eustyle tempel. Dit tempeltype heeft in de derde periode een aandeel van ongeveer 44% en is over het gehele onderzoek ook het vaakst voorkomende type. In totaal is ongeveer 31% van de tempels van het type B6. Veel van de tempels die in dit onderzoek zijn behandeld stonden in Rome, ongeveer 44%. De overige tempels stonden in Ostia (17%), Cosa (11%), Tivoli (8%), Alba Fucens (6%), Gabii (3%), Segni (3%), Pompeii (3%), Cori (3%) en Paestum (3%). De Romeinen lijken ook een voorkeur te hebben gekregen voor tempels met anten. In de eerste periode zijn er nog geen tempels met anten en in de tweede periode zijn er meer tempels zonder anten dan met maar in de derde periode hebben de meeste tempels anten terwijl die bouwtechnisch niet nodig zijn. Bij de zuilen is er ook sprake van verandering. In de eerste twee periodes komen enkel zuilen van de Toscaanse orde voor terwijl in de derde periode er evenveel Toscaanse als Korintische zuilen voorkomen naast een aantal tempels met Ionische en Dorische zuilen. De gemiddelde grootte van de tempels per periode neemt in de loop van de tijd af. In de eerste periode hadden tempels gemiddeld een oppervlakte van ongeveer 1182 m². In de derde periode was dit nog maar ongeveer 326 m². Van de tempels hadden de meeste ook een zuidelijke oriëntatie. De locatie van een tempel binnen en buiten de stadsmuren verschilt per periode. Uiteindelijk zijn de meeste tempels gebouwd aan een forum of op een heilig gebied (een plek in de stad die niet aan een forum of op de arx lag met één of meerdere tempels). Helaas was het niet mogelijk om iets te zeggen over de verbanden tussen de bouwer van de tempel en het type tempel, de godheid waaraan de tempel is toegewijd en de reden voor de bouw. Dit komt voornamelijk door het beperkte aantal tempels waarvan bekend is door wie de tempel is gebouwd, namelijk 15 tempels van de 36. Bij 11 tempels was de bouwer consul of dictator. Opvallend is het beperkte aandeel tempels met een hoge mate van Griekse invloed, slechts 17%. Het aandeel tempels met een hoge mate van Etruskische invloed is hoger, 33%, vooral in de eerste twee periodes. Alleen bij de zuilen is er sprake van een relatief grote invloed van de Griekse architectuur, vooral in de derde periode. In die periode zijn er 13 tempels met Griekse zuilen tegenover 8 met Toscaanse. Er is niet één type tempel dat in elke periode vaak voorkomt. De enige tempel die in alle drie periodes voorkomt zijn de tempels van het type A2 maar hier gaat het slechts om 11% van het totale aantal tempels terwijl het tempeltype B6 het vaakst voorkomt, ongeveer 31%. Hoe zag een Romeinse tempel eruit in de Republikeinse periode van 509 v.chr. tot 80 v.chr.? Wat blijkt is dat er niet één type tempel specifiek is voor de gehele Romeinse periode. Slechts één tempeltype komt in alle drie de periodes. Het aandeel van dit tempeltype, A2, is te klein om te zeggen dat dit tempeltype typisch is voor een Romeinse tempel gedurende de Republikeinse periode. Maar de Romeinen lijken wel een voorkeur te ontwikkelen voor tempels van een bepaald type, B6. 52

56 Dit tempeltype komt alleen voor in de derde periode en is zowel in de derde periode als bij het totaal aantal tempels de meest voorkomende tempeltype. De gemiddelde Romeinse tempel aan het einde van de door dit onderzoek behandelde periode is dus waarschijnlijk een tempel van het type B6 met anten en zuilen van of de Toscaanse of Korintische orde. Deze tempel is ongeveer 494 m² groot, het gemiddelde van alle rechthoekige tempels, heeft een zuidelijke oriëntatie, de vaakst voorkomende oriëntatie en ligt of aan een forum of op een heilig gebied. Er is nog veel onderzoek mogelijk naar de ontwikkeling van de Romeinse tempels. Dit onderzoek heeft zich beperkt tot de Romeinse tempels van Romeins Italië gedurende de Republiek maar er werden ook veel tempels buiten Italië gebouwd gedurende deze periode en ook door de andere volkeren van Italië. Ook is het mogelijk de laatste jaren van de Republiek te betrekken. Deze laatste jaren met Pompeius, Caesar en Octavianus zijn in dit onderzoek niet behandeld om een aantal redenen. Ten eerste worden de tempels in deze laatste jaren steeds complexer en ten tweede krijgen de tempels een andere betekenis, vooral politieke. Ook kunnen de reconstructies en verbouwingen van tempels die hebben geresulteerd in compleet andere tempels worden toegevoegd. Daarbij kan worden gekeken naar nieuwe publicaties van tempels of van pas opgegraven tempels. Verder is interessant in hoeverre de ontwikkelingen die in dit onderzoek naar voren komen zich verhouden met de ontwikkelingen in de keizertijd in Romeins Italië of één van de provincies. Ondanks het vele onderzoek dat al heeft plaatsgevonden is er nog steeds geen duidelijk totaalbeeld over de ontwikkelingen van Romeinse tempels. 53

57 8. Bibliografie Abbott, F.F., A History and Description of Roman Political Institutions. Boston: Elibron Classics. Abel, C., Architecture and Identity: response to cultural and technological change. 2e ed. London: Routledge. Alcock, S.E. & Osborn, R. eds., Classical Archaeology. Oxford: Blackwell. Arnold, T., History of Rome, Vol. III, London: Fellowes. Asimov, I., History of Rome The republic. Boston: Houghton Mifflin Harcourt. Barker, G. & Rasmussen, T., The Etruscans. Oxford: Blackwell. Bedford, A.S. & Bradford, P.M., With Arrow, Sword, and Spear: A History of Warfare in the Ancient World. Westport: Praeger. Biers, W.R., The Archaeology of Greece. New York: Cornell University Press. Bloch, R., The Origins of Rome. New York: Praeger. Boëthius, A., Etruscan and Early Roman Architecture. 2e ed. Harmondsworth: Penguin. Boos, M., Hercules und die,area sacra dei temple repubblicani in Ostia. In: Svensho, H., Boos, M. & Lang, F., Werkraum Antike: Beiträge zur Archäologie und antiken Baugeschichte, Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft. Boyd, M.J., The Porticoes of Metellus and Octavia and Their Two Temples. Papers of the British School at Rome, 12, Brown, F.E., Cosa: The Making of a Roman Town. Ann Arbor: University of Michigan Press. Brown, F.E., Richardson, E.H., & Richardson, L., Cosa II the Temples of the Arx. Rome: American Academy in Rome. Brown, F.E., Richardson, E.H., & Richardson, L., Cosa III: The Buildings of the Forum: Colony, Municipium, and Village. Ann Arbor: University of Michigan Press. Buzzetti, C., Portunus, Aedes. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 4, Rome: Edizioni Quasar. Campus, L. et al., Roma Repubblicana fra il 509 e il 270 A.C. Rome: Quasar. Canina, L., Sul Circo, edificato da Adriano vicino al suo mausoleo per celebrare il natale di Roma nell' anno 874. Roma : Nella Tipografia della R.C.A. Cantor, N., Antiquity. New York: HarperCollins Publishers. Chisholm, H. eds., Encyclopædia Britannica 1, 11 th edition, 88. Cambrigde: University Press. Cifarelli, F.M., Il tempio di Giunone Moneta sull'acropoli di Segni: storia, topografia e decorazione architettonica. Rome: L'Erma di Bretschneider. 54

58 Coarelli, F., Lazio : Guide archeologiche Laterza. Rome: Laterza. Coarelli, F., Il foro Romano: Periodo repubblicano e augusteo. Rome: Edizioni Quasar. Coarelli, F., Il foro boario : dalle origini alla fine della repubblica. Rome: Edizioni Quasar. Coarelli, F., Feronia, Aedes. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 2. Rome: Edizioni Quasar. Coarelli, F., Janus, Aedes, Templum. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 3. Rome: Edizioni Quasar. Coarelli, F., Spes, Aedes. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 4, Rome: Edizioni Quasar. Coarelli, F. et al., L Area Sacra di Largo Argentina I. Rome: X Ripartizione antichit belle arti e problemi di cultura. Colini, A.M., Virgili, P., Capasso, M.M., Rizzo, S. & Mancioli, D., 'Area sacra' di S. Omobono in Roma. Ricerca stratigrafica Consiglio Nazionale delle Ricerche, 100, Cooley, A. & Cooley, M.G.L., Pompeii: A Sourcebook. London: Routledge. Delbrueck, R., Hellenistische Bauten in Latium II. Strassburg: Trübner. Dunstan, W.E., Ancient Rome. Lanham: Rowman & Littlefield Publishers. Fagerland, L., The Transformation of the Corinthian Capital in Rome and Pompeii during the Later Republican Period. In: Festschrift, Corolla archaeologia principi hereditario regni sueciae Gustavo Adolpho, Lund: C.W.K. Gleerup. Frank, T. & Stevens, G.P., The First and Second Temples of Castor at Rome. Memoirs of the American Academy in Rome, 5, Frosini, P., Paestum e Velia. Napoli: Carcavallo. Gjerstad, E., Early Rome: Fortifications, Domestic Architecture, Sanctuaries, Stratigraphic Excavations, vol. 3. Lund: C.W.K. Gleerup. Goldsworthy, A., The Punic Wars. London: Cassell. Grant, M., The History of Rome. London: Book Club Associates. Hanson, J.A., Roman Theater-Temples. Princeton, NJ: Princeton University Press. Holloway, R.R., The Archaeology of Early Rome and Latium. London: Routledge. Hopkins, J.N., The Capitoline Temple and the effects of Monumentality on Roman Temple Design. In: Thomas, M.L. & Meyers, eds., Monumentality in Etruscan and Early Roman Architecture: Ideology and Innovation. Austin: University of Texas Press. Irwin, D.G., Neoclassicism. London: Phaidon. 55

59 Keaveney, A., Rome and the Unification of Italy. London: Croom Helm. Lake, A.K., The Archaeological Evidence for the "Tuscan Temple". Memoirs of the American Academy in Rome, 12, Lanciani, R., Il Tempio di Giove Ottimo Massimo. Bullettino della Commissione Archeologica Comunale di Roma, 3, Lanciani, R., Pagan and Christian Rome. London: Macmillian. Lanciani, R., The ruins and excavations of ancient Rome; a companion book for students and travelers. London: Macmillian. Lawrence, J., The Temple of Jupiter Optimus Maximus: Symbol and Heart of the Roman Republic. Helicon, fall issue [online]. Available at: < [accessed on: 26 August 2013]. Lindenhout, E. van t, Bouwen in Latium in de archaïsche periode. Groningen: Barkhuis. MacCann, A.M., Bourgeois, J., Gazda, E.K., Oleson, J.P. & Will, E.L., The Roman Port an Fishery of Cosa: A Center of Ancient Trade. Princeton, NJ: Princeton University Press. Marchetti-Longhi, G., L'area sacra del largo Argentina. Roma: La Libreria dello Stato. Marta, R., Architettura Romana: Tecniche costruttive e forme architettoniche del mondo romano. Rome: Kappa. Matyszak, P., Chronicle of the Roman Republic: The Rulers of Ancient Rome from Romulus to Augustus. London: Thames & Hudson. Meade, W.C., Ruins of Rome: A Guide to the Classical Antiquities. Ruston, LA: Palatine. Meiggs, R., Roman Ostia. Oxford: University Press. Melis, M. & Vardaro, S., Gabii: storia di una città. Rome: Botticelli. Mertens, J., Alba Fucens, vol II. Rome: Academia Belgica. Mura Sommella, A., La Grande Roma dei Tarquini: Alterne vicende di una felice intuizione. Bullettino della Commissione Archeologica Comunale di Roma, 100, Neer, R.T., Art and Archaeology of the Greek World. London: Thames & Hudson. Nielsen, I., Castor, Aedes, Templum. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 1, Rome: Edizioni Quasar. Nielsen, I. & Poulsen, B. eds., The Temple of Castor and Pollux I. Rome: Edizioni de Luca. Orlin, E.M., Temples, Religion and Politics in the Roman Republic. Leiden: E.J. Brill. Overbeck, J., Pompeji: in seinen gebäuden, alterhümen und kunstwerken. Roma: L'erma di Bretschneider. 56

60 Paribeni, R., I quattro tempietti di Ostia. Monumenti antichi, vol. 23, Pensabene, P., Ostiensium marmorum decus et decor : studi architettonici, decorativi e archeometrici. Rome: L'Erma di Bretschneider. Platner, S.B. & Ashby, T., A Topographical Dictionary of Ancient Rome. Oxford: University Press. Ramage, N.H. & Ramage, A., Roman Art: Romulus to Constantine. 4 th ed. Upper Saddle River, NJ: Pearson Prentice Hall. Rawlings, L., Army and battle during the conquest of Italy ( BC). In: Erdkamp, P., A Companion to the Roman Army, Oxford: Wiley-Blackwell. Richardson, L., The Approach to the Temple of Saturn in Rome. American Journal of Archaeology, 84 (1), Richardson, L., A New Topographical Dictionary of Ancient Rome. Baltimore: Johns Hopkins University Press. Sartorio, P., Fortuna et Mater Matuta, Aedes. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 2, Rome: Edizioni Quasar. Stamper, J.W., The Architecture of Roman Temples The Republic to the middle Empire. Cambridge: University Press. Steinby, E.M., Veiovis, Aedes, Templum. In: Steinby, E.M. eds., Lexicon Topographicum Urbis Romae, vol. 5, Rome: Edizioni Quasar. Stillwell, R., MacDonald, W.L. & McAlister, M.H. eds., GABII (Castiglione) Italy. The Princeton Encyclopedia of Classical Sites. [online]. Available at: < [accessed on: 12 February 2014]. Taylor, R., Temples and Terracottas at Cosa. American Journal of Archaeology, 106 (1), Torelli, M. & Fracchia, H., The Topography and Archaeology of Republican Rome. In: Rosenstein N. & Morstein-Marx, R. eds A Companion to the Roman Republic, Oxford: Wiley- Blackwell. Tucker, S., Battles That Changed History: An Encyclopedia of World Conflict. Santa Barbara: ABC-CLIO. Valavanis, P., Games and Sanctuaries in Ancient Greece: Olympia, Delphi, Isthmia, Nemea, Athens. Los Angeles: Getty Publications. Wallinga, H.T., The Boarding-bridge of the Romans: Its Construction and its Function in the Naval Tactics of the First Punic War. Groningen: J.B. Wolters. Warmington, B.H., Carthage. New York: Barnes & Noble. 57

61 Welch, K.E., Art and Architecture in the Roman Republic. In: Rosenstein N. & Morstein-Marx, R. eds A Companion to the Roman Republic, Oxford: Wiley-Blackwell. Wilson Jones, M., Principles of Design in Roman Architecture: The Setting Out of Centralised Buildings. Papers of the British School in Rome, 57, Yardley, J.C. & Barret, A.A. eds., The Roman History: From Romulus and the Foundation of Rome to the Reign of the Emperor Tiberius. Indianapolis: Hackett Publishing Co. Ziolkowski, A., The Temples of Mid-Republican Rome and Their Historical and Topographical Context. Rome: L'Erma di Bretschneider. Zoch, P.A., Ancient Rome: An Introductory History. Norman: University of Oklahoma Press. Antieke bronnen Cicero. In Verem. Translated by: Yonge, C.D., [online] Available at: < > Cicero. Cato Maior De Senectute. Translated by: Falconer, W.A., [online] Available at: < html> Cicero. Pro Plancio. Translated by: Yonge, C.D., [online] Available at: < lanc.> Dionysius van Halicarnassus. Rhōmaikē archaiologia. Translated by: Cray, E. [online] Available at: < Livius. Ab urbe condita, Books 1 to 36. Literally translated by D. Spillan. Livius. Ab urbe condita, book 39. Translated by: Sage, E.T. [online] Available at: < D39%3Achapter%3D2> Plinius. Naturalis Historia. Translated by: Bostock, J. & Riley, H.T., [online] Available at: < Plutarchus. Bíoi Parállēloi. Translated by: Perrin, B. [online] Available at: < Tacitus. Historiae. Translated by: Church, A.J. & Brodribb, W.J., [online] Avialable at: < Varro. De lingua latina, books 5 to 7. Translated by: Kent, R.G. [online] Available at: < Vitruvius. De architectura. Translated by: Rose, V., [online] Available at: < 58

62 Vitruvius. De architectura, BOOK 4. [online] Available at: < Geraadpleegde Websites Fucentia - Archeoastronomia in Italia - Tempio di Colle Pettorino, Alba Fucens. [online] Available at: < [accessed on: 20 March, 2013]. Ostia - Harbour city of Ancient Rome. [online] Available at: < [accessed on: 13 March, 2013]. Websites Afbeeldingen [2templeofVestativoli] n.d. [image online] Available at: < jpg> [accessed on: 20 August, 2013]. [716OP1083] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 21 August, 2013]. [DSC02827] n.d. [image online] Available at: < 1T6jtUDJQHc/T8YiQ9tAuDI/AAAAAAAAAOE/QU2w- ga8kvg/s1600/dsc02827.jpg> [accessed on: 10 April, 2013]. [DSCN5060] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 10 August, 2013]. [Forum Holitorium Lancianu ] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 12 August, 2013]. [Italy map with regions] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 4 April, 2013]. [Italy topographic map-blank] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 20 April, 2013]. [khmap Capitolinus oud] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 24 August, 2013]. [Largo di Torre Argentina Temple C 2] n.d. [image online] Available at:; < [accessed on: 5 April, 2013]. [Largo torre argentina PIANTA] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 5 April, 2013]. 59

63 [LargoArgentina 1] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 5 April, 2013]. [Map of downtown Rome during the Roman Empire large] n.d. [image online] Available at: < Roman_Empire_large.png> [accessed on: 26 August, 2013]. [NICOLAPL] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 10 March, 2013]. [NICOLAR] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 10 March, 2013]. [Overview-color] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 15 March, 2013]. [Paestum plan] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 26 August, 2013]. [Peripteros] n.d. [image online] Available at: < Peripteros.svg.png> [accessed on: 25 July, 2013]. [Plan Rome Porticus van Octavia] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 30 March, 2013]. [Plan Rome-Regiones] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 12 August, 2013]. [Plan Rome-Tempel van Jupiter OM] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 12 August, 2013]. [Pompeii city plan] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 20 August, 2013]. [Tempio della Speranza 1] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 20 March, 2013]. [Tempio di Veiove large] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 18 August, 2013]. [Temple of Jupiter + Vesuvius] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 20 August, 2013]. 60

64 [Temple of Portunus] n.d. [image online] Available at: < KGmodV97DHA/UPTdNmOhyOI/AAAAAAAAAPU/Pp0COso9IqA/s1600/Temple+of+Portunus.jpg> [accessed on: 5 April, 2013]. [Temple types] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 25 July, 2013]. [TEMPPAX] n.d. [image online] Available at: < [accessed on: 26 August, 2013]. Bakker, J.T., n.d. 8-2_1. [image online] Available at: < [accessed on: 15 March, 2013]. Google maps, Gabii 41 53'13.0"N, 12 42'57.0"E. [online] Available through: < [accessed on: 20 August, 2013]. Nokia HERE, Cori N E. [online] Available through: < [accessed on: 1 March, 2014]. Taylor, E. n.d., 8-2_5. [image online] Available at: < [accessed on: 15 March, 2013]. Ulrich, R., Polygonal Masonry at Signia/Segni: Capitolium. [image online] Available at: < [accessed on: 5 April, 2013]. 61

Romeinse Tempelarchitectuur

Romeinse Tempelarchitectuur Romeinse Tempelarchitectuur De Ontwikkelingen van de Romeinse Tempelarchitectuur gedurende de Romeinse Republiek van 509-80 v.chr. Afbeeldingen Tale Idske Wolthuis Masterscriptie Archeologie Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen.

Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen. Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen. In de eeuw nadat de Galliërs vertrokken waren, begonnen de Romeinen hun macht in Italië uit te breiden. Ze kwamen in botsing met de hun naburige volken. Hun machtigste

Nadere informatie

De Griekse Bouwkunst

De Griekse Bouwkunst De Oude Grieken De Oude Grieken Het land Griekenland ligt in het zuidoosten van Europa. Het bestaat uit een groot stuk vastland en een heleboel kleine eilandjes. Griekenland bestond uit allerlei staatjes.

Nadere informatie

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.! De renaissance Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis. Deze term betekent letterlijk de wedergeboorte, en is een kunststroming uit

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2 tijd van grieken en romeinen, paragraaf 3 Imperium Romanum

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2 tijd van grieken en romeinen, paragraaf 3 Imperium Romanum Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2 tijd van grieken en romeinen, paragraaf 3 Imperium Romanum Samenvatting door Anisha 1170 woorden 23 januari 2018 0 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks

Nadere informatie

2. Het Forum Romanum 2. DE ROMEINSE KUNST

2. Het Forum Romanum 2. DE ROMEINSE KUNST Pl a t t e g r o nde nui the tte ks t bo e ke noe f e nbo e k o mt epr i nt e n 2. DE ROMEINSE KUNST 2. Het Forum Romanum Rome groeide van een klein, onbetekenend dorpje uit tot een wereldstad, het centrum

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 Samenvatting door Sophie 1766 woorden 27 februari 2013 6,2 24 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden Romeinse Koninkrijk 753-509 (500) voor Chr.

Nadere informatie

Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen

Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen Verslag door Lotte 1570 woorden 19 juni 2017 3 4 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks Tijdvak: Tijd van Grieken

Nadere informatie

Rome <> Tablet versie 1. Rome. Forum Romanum

Rome <> Tablet versie 1. Rome. Forum Romanum Rome Forum Romanum Het Forum Romanum was het centrum van het publieke leven in het Romeinse keizerrijk wat blijkt uit de vele overblijfselen van triomfbogen, tempels en basilicas. Ondanks dat er van de

Nadere informatie

Pantheon. Door Thom Zagwijn (8365) V4B 2017/2018. Pantheon PO Thom Zagwijn V4B Pagina 1

Pantheon. Door Thom Zagwijn (8365) V4B 2017/2018. Pantheon PO Thom Zagwijn V4B Pagina 1 Pantheon Door Thom Zagwijn (8365) V4B 2017/2018 Pantheon PO Thom Zagwijn V4B Pagina 1 Voorwoord In dit werkstuk vertel ik over het Pantheon, een monument uit de Romeinse oudheid. Naast een stukje geschiedenis

Nadere informatie

Van niets tot wereldmacht.

Van niets tot wereldmacht. Van niets tot wereldmacht. Latijn heeft Europa voor de eerste maal verenigd. Het ligt voor de hand dat wij Latijn nog steeds bestuderen: de Romeinen hebben als eersten in West-Europa een groot rijk hebben

Nadere informatie

Ontstaan van Rome: 1 * Aeneas en de Trojaanse oorlog sticht Alba Longa * Mars x Sylvia Rheia = Romulus + Remus * moeder is dochter van Numitor koning

Ontstaan van Rome: 1 * Aeneas en de Trojaanse oorlog sticht Alba Longa * Mars x Sylvia Rheia = Romulus + Remus * moeder is dochter van Numitor koning DE ROMEINEN Ontstaan van Rome: 1 * Aeneas en de Trojaanse oorlog sticht Alba Longa * Mars x Sylvia Rheia = Romulus + Remus * moeder is dochter van Numitor koning van Alba Longa * Numitor afgezet door zijn

Nadere informatie

De Eerste Ingenieur. Image not found or type unknown. Image not found or type unknown

De Eerste Ingenieur. Image not found or type unknown. Image not found or type unknown De Eerste Ingenieur. Vanaf de 9e eeuw verschenen er in Europa plotseling grote kathedralen. Deze grote godshuizen of basilieken werden in eerste instantie in de romaanse bouwstijl opgetrokken en pas naderhand

Nadere informatie

De ligging van Rome De Tiber als aanvoerroute en bedreiging

De ligging van Rome De Tiber als aanvoerroute en bedreiging De ligging van Rome De Tiber als aanvoerroute en bedreiging Rome is gesticht aan de rivier de Tiber. Dit is een traagstromende rivier, althans in de zomer. In tijden van regen kan het waterpeil in de rivier

Nadere informatie

Romeinen. Romeinen. Germanen

Romeinen. Romeinen. Germanen Romeinen Romeinen Grieken en Romeinen lijken op elkaar qua levensstijl. Het Romeinse rijk is ontstaan in Rome (753 v. Chr.). De Romeinen kwamen 50 v. Chr. naar Nederland. De Romeinen hebben het Latijns

Nadere informatie

Naam: De Romeinen. Vraag 1. De Romeinen hebben veel gebouwd. Noem vijf verschillende toepassingen. pagina 1 van 6

Naam: De Romeinen. Vraag 1. De Romeinen hebben veel gebouwd. Noem vijf verschillende toepassingen. pagina 1 van 6 Naam: De Romeinen De Romeinse bouwkunst. De Romeinen behoren tot de beste bouwers uit de geschiedenis. Ze bouwden tempels, riolen, waterleidingen, wegen, kanalen, huizen, aquaducten, havens, bruggen en

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen Samenvatting door een scholier 2171 woorden 14 juni 2016 7,9 4 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden 1 Tussen

Nadere informatie

Werkstuk Geschiedenis Ontstaan, groei en uiteindelijk Romeinse rijk.

Werkstuk Geschiedenis Ontstaan, groei en uiteindelijk Romeinse rijk. Werkstuk Geschiedenis Ontstaan, groei en uiteindelijk Romeinse rijk. Werkstuk door een scholier 2320 woorden 3 maart 2010 5,7 231 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Inleiding Dit werkstuk gaat over het ontstaan

Nadere informatie

Relatieve aansluiting.

Relatieve aansluiting. Relatieve aansluiting. Vaak begint een nieuwe zin met een relativum, maar het antecedent daarvan staat in de vorige zin of is de vorige zin. Het relativum moet je dan vervangen door et/sed/nam en een corresponderende

Nadere informatie

GRIEKEN EN ROMEINEN KENNISVRAGEN VWO-4

GRIEKEN EN ROMEINEN KENNISVRAGEN VWO-4 GRIEKEN EN ROMEINEN KENNISVRAGEN VWO-4 1. Leg uit wat een sofist was. score: 2. Welke rol speelden de sofisten in de Atheense democratie? 3. Waarom is het niet juist te spreken van Griekenland in de tijd

Nadere informatie

VORMTEKENEN VIJFDE KLAS ZUILEN

VORMTEKENEN VIJFDE KLAS ZUILEN VORMTEKENEN VIJFDE KLAS ZUILEN Luc Cielen EGYPTE : PALM Palmzuil Edfu Egypte Zo staat de tekening op het bord. Zonder de tekst 1-LC-vormtekenen-zuilen-5e klas-1 Eerste symmetrie-afwerking Tweede symmetrie-afwerking.

Nadere informatie

In het oude Rome De stad Rome

In het oude Rome De stad Rome In het oude Rome De stad Rome In het oude Rome De stad Rome is héél oud. De stad bestaat al meer dan tweeduizend jaar. Rome was de hoofdstad van het grote Romeinse rijk. De mensen die naar Rome kwamen,

Nadere informatie

Reisverslag Berlijn 2012 Deel 2 [1]

Reisverslag Berlijn 2012 Deel 2 [1] Gepubliceerd op Willem-Jan van der Zanden (http://www.wjvanderzanden.nl) Home > Reisverslag Berlijn 2012 Deel 2 Reisverslag Berlijn 2012 Deel 2 [1] Door wjvanderzanden [2] op za, 10/20/2012-22:50 Tags:

Nadere informatie

Les 1. Periode 2 Kunstgeschiedenis

Les 1. Periode 2 Kunstgeschiedenis Les 1 Periode 2 Kunstgeschiedenis 1 Overzicht Periode 2 * 3 Pedegrees + opdrachten Les * Perioden/stromingen: -Romeinen Deze Les -Vroegchristelijk -Romaans -Gotiek -Vroeg-Renaissance Pedegrees uitgeprint

Nadere informatie

1 Belangrijk in deze periode

1 Belangrijk in deze periode 1 Belangrijk in deze periode De Romeinen en de Grieken zijn in hun tijd twee machtige volkeren. Ze hebben beiden zaken bedacht en uitgevoerd die ook nu voor ons eigen, hedendaagse leven belangrijk zijn.

Nadere informatie

De evangeliën en hun betrouwbaarheid

De evangeliën en hun betrouwbaarheid De evangeliën en hun betrouwbaarheid blok F - nivo 3 - avond 3 Tijd Wat gaan we doen 19.00 Mentorkwartiertje 19.15 Terugblik en intro 19.20 Discussie: het evangelie van Judas 19.30 Historisch betrouwbaar?

Nadere informatie

Tijd van Grieken en Romeinen. 2.4 De late oudheid. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen

Tijd van Grieken en Romeinen. 2.4 De late oudheid. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten Pax Romana = Romeinse vrede, in 3 e eeuw n. Chr. onder druk door: 1. Invallen door Germaanse stammen 2. Conflicten

Nadere informatie

Artikel: De verborgen Kadesj-scenes in de tempel van Karnak. Patrick van Gils

Artikel: De verborgen Kadesj-scenes in de tempel van Karnak. Patrick van Gils Artikel: De verborgen Kadesj-scenes in de tempel van Karnak Patrick van Gils De slag bij Kadesj is één van de bekendste veldslagen uit de Egyptische geschiedenis. In zijn 5 e regeringsjaar trok Ramses

Nadere informatie

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen Pax Romana = Romeinse vrede, in 3 e eeuw n. Chr. onder druk door: 1. Invallen door Germaanse stammen 2. Conflicten om de macht (235 284 meer dan 50 soldatenkeizers ) 3. Waardevermindering van het geld

Nadere informatie

De Geschiedenis Op 28 Oktober in 1237 werd een nederzetting gesticht met de naam Berlijn in het toen genaamde Pruisen. Op dezelfde datum werd ook in de buurt Cölin opgericht. In 1307 werden deze nederzettingen

Nadere informatie

Geschiedenis 2 de jaar: Pasen Proefwerk voorbereiden

Geschiedenis 2 de jaar: Pasen Proefwerk voorbereiden ORIËNTEREN Geschiedenis 2 de jaar: Pasen Proefwerk voorbereiden Bekijk het leerstofoverzicht. Bekijk je toetsen en lees de reflectiecommentaren van de leerkracht. Op basis hiervan markeer je nu in het

Nadere informatie

Wat is Archeologie? ROME, Centrum van een beschaving Elisabeth van t Lindenhout 13 oktober : ARCHEOLOGIE = Inhoud

Wat is Archeologie? ROME, Centrum van een beschaving Elisabeth van t Lindenhout 13 oktober : ARCHEOLOGIE = Inhoud ROME, Centrum van een beschaving Elisabeth van t Lindenhout 13 oktober 2016 Inhoud 1. Inleiding: wat is archeologie? 2. Het begin van Rome: a. Geschreven bronnen: i. de mythe ii. De koningen van Rome iii.

Nadere informatie

2. Bourtange I. Kijk naar het plaatje en lees bovenstaande titel. Waar zou de luistertekst over gaan? Kruis het juiste antwoord aan.

2. Bourtange I. Kijk naar het plaatje en lees bovenstaande titel. Waar zou de luistertekst over gaan? Kruis het juiste antwoord aan. 2. Bourtange I. Kijk naar het plaatje en lees bovenstaande titel. Waar zou de luistertekst over gaan? Kruis het juiste antwoord aan. 1. Boeren gebruiken een tang om de nagels van hanen bij te knippen.

Nadere informatie

Klassieke vormentaal van de Grieks Romeinse cultuur.

Klassieke vormentaal van de Grieks Romeinse cultuur. Onderzoeksvraag: Hoe beïnvloedde de uitbreiding van het Romeinse Rijk de cultuur van de volken in West Europa? De (beeldhouw)kunst en architectuur uit de Grieks Romeinse tijd werd in de eeuwen daarna als

Nadere informatie

Rome. Rome. Via Appia Antica

Rome. Rome. Via Appia Antica Via Appia Antica De Via Appia Antica was een van de meest belangrijke wegen ter wereld en een van de bekendste van alle wegen die vanuit naar zowat alle uiteinden van het inse Rijk uitzwermden. Langs de

Nadere informatie

Groepswerk: Ik ga op ontdekkingsreis en ik neem mee...

Groepswerk: Ik ga op ontdekkingsreis en ik neem mee... Groepswerk: Ik ga op ontdekkingsreis en ik neem mee... 1. Een oceaanwaardig schip Bron 1: Doc 98 p. 76 in Pionier 4 Bron 2: Memo 4, p.10 Bron 3: kopie uit handboek Onvoltooid verleden Bron 4: kopie uit

Nadere informatie

LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN

LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN @ LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN pagina 2 en 3! inleiding HET ROMEINSE RIJK Het Romeinse Rijk bestond van 753 voor Christus tot 476 na Christus. Het viel in 285 na Christus uit elkaar in het

Nadere informatie

Brugge, Sint-Salvatorskathedraal

Brugge, Sint-Salvatorskathedraal Komvest 45 8000 Brugge T +32 [0]50 44 50 44 F +32 [0]50 61 63 67 E [email protected] www raakvlak.be Brugge, Sint-Salvatorskathedraal Dossiernr. 2010/067 onderzoek t.h.v. het koorgestoelte Elisabeth Van

Nadere informatie

Septimius Severus: Leptis Magna (het huidige Al Khums, Libië), 11 april 145 Eboracum (nu: York), 4 februari 211.

Septimius Severus: Leptis Magna (het huidige Al Khums, Libië), 11 april 145 Eboracum (nu: York), 4 februari 211. Septimius Severus: Leptis Magna (het huidige Al Khums, Libië), 11 april 145 Eboracum (nu: York), 4 februari 211. Lucius Septimius Severus, ook wel Septimus Severus was keizer van Rome van 193 tot 211.

Nadere informatie

Werkstuk Geschiedenis Oude Grieken. Politiek 4,4. Werkstuk door een scholier 2360 woorden 26 oktober keer beoordeeld.

Werkstuk Geschiedenis Oude Grieken. Politiek 4,4. Werkstuk door een scholier 2360 woorden 26 oktober keer beoordeeld. Werkstuk Geschiedenis Oude Grieken Werkstuk door een scholier 2360 woorden 26 oktober 2017 4,4 17 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Politiek De eerste bestuursvorm in Athene was de monarchie. Dat betekent

Nadere informatie

RUG HOVO-college 2 - donderdag 5 februari 2015 docent: Dr. Thea L. Heres. HET ROME VAN ROMULUS: van huttendorp naar stadsvorming

RUG HOVO-college 2 - donderdag 5 februari 2015 docent: Dr. Thea L. Heres. HET ROME VAN ROMULUS: van huttendorp naar stadsvorming 1 RUG HOVO-college 2 - donderdag 5 februari 2015 docent: Dr. Thea L. Heres HET ROME VAN ROMULUS: van huttendorp naar stadsvorming Romulus stichtte Rome. Dit is kort samenvat wat wij vroeger op school leerden

Nadere informatie

Extra: Limes hv123. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Extra: Limes hv123. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 03 October 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/79557 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen

Tijd van Grieken en Romeinen. Romeinen. Romeinen. 1. Invallen door Germaanse stammen Pax Romana = Romeinse vrede, in 3 e eeuw n. Chr. onder druk door: 1. Invallen door Germaanse stammen 2. Conflicten om de macht (235 284 meer dan 50 soldatenkeizers ) 3. Waardevermindering van het geld

Nadere informatie

Werkstuk Geschiedenis De Romeinse Volksverhuizing

Werkstuk Geschiedenis De Romeinse Volksverhuizing Werkstuk Geschiedenis De Romeinse Volksverhui Werkstuk door een scholier 1810 woorden 23 januari 2005 5,8 164 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Hoofdvraag: Wat waren de oorzaken van de grote volksverhui

Nadere informatie

- Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen. - 41cm hoog. - Staatliche Museen (museum), East Berlin.

- Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen. - 41cm hoog. - Staatliche Museen (museum), East Berlin. - Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen - 41cm hoog - Staatliche Museen (museum), East Berlin. ijdele machthebber met de markante neus. Komt keizerlijk

Nadere informatie

Periodeschrift gelijnd 1 om 1. Tekst voor in het periodeschrift: Geschiedenis Rome. Klas 6 schooljaar 2013-2014

Periodeschrift gelijnd 1 om 1. Tekst voor in het periodeschrift: Geschiedenis Rome. Klas 6 schooljaar 2013-2014 Periodeschrift gelijnd 1 om 1 Bart Mulder Tekst voor in het periodeschrift: Geschiedenis Rome Klas 6 schooljaar 2013-2014 1 Geografie Italië is een schiereiland dat in het noorden begrensd wordt door de

Nadere informatie

Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141

Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141 Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141 I. Inleiding Schrijf bij elke afbeelding welke functie/doel het zou hebben gehad in de Gallo- Romeinse periode. Functie:

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis Tijd van Grieken en Romeinen: kern, perspectief en kenmerkende aspecten

Samenvatting Geschiedenis Tijd van Grieken en Romeinen: kern, perspectief en kenmerkende aspecten Samenvatting Geschiedenis Tijd van Grieken en Romeinen: kern, perspectief en kenmerkende aspecten Samenvatting door Lotte 2036 woorden 19 juni 2017 5,4 4 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks

Nadere informatie

Het kasteel begin 19e eeuw. Naar een gouache van J.A. Knip. RHCe, fotocollectie nr. 108658.

Het kasteel begin 19e eeuw. Naar een gouache van J.A. Knip. RHCe, fotocollectie nr. 108658. 2. Huidige kasteel Anders dan in het verleden vaak gedacht is, heeft het kasteel van Helmond een eeuwenlange bouwgeschiedenis gekend. Begonnen in het tweede kwart van de veertiende eeuw (ca. 1325) werd

Nadere informatie

GESCHIEDENIS VAN DE KLASSIEKE OUDHEID. Inhoudstafel. Emma Vanden Berghe (2013-2014)

GESCHIEDENIS VAN DE KLASSIEKE OUDHEID. Inhoudstafel. Emma Vanden Berghe (2013-2014) GESCHIEDENIS VAN DE KLASSIEKE OUDHEID Inhoudstafel 1 Inleiding: p. 23-46 I. INLEIDING 1. Bronnen en chronologie Bronnen Geschreven bronnen Ongeschreven bronnen Brongebruik Chronologie Relatieve en absolute

Nadere informatie

een zee Sparta Sparta is een stad in Griekenland. Rond 600 voor Christus waren de steden in

een zee Sparta Sparta is een stad in Griekenland. Rond 600 voor Christus waren de steden in Werkblad 9 Ω Grieken en Romeinen Ω Les : Grieken: goden en mensen Sparta Sparta is een stad in Griekenland. Rond 600 voor Christus waren de steden in Griekenland heel belangrijk. Ze werden stadstaten genoemd.

Nadere informatie

Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst

Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst Romeinen Romeinen Bouwkunst Beeldhouwkunst Schilderkunst Tijdlijn 750 0 500 Het Romeinse rijk De Romeinen hadden hun opkomst, bloei en ondergang tussen de jaren 750 v. Chr. en 500 n. Chr. Het Romeinse

Nadere informatie

Wat betekenden de verschillen tussen Noord en Zuid-Korea voor de Koude Oorlog? (conclusie)

Wat betekenden de verschillen tussen Noord en Zuid-Korea voor de Koude Oorlog? (conclusie) Praktische-opdracht door J. 1743 woorden 12 september 2011 6,1 32 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Hoofdvraag Wat betekenden de verschillen tussen Noord en Zuid-Korea voor de Koude Oorlog? (conclusie)

Nadere informatie

Mens- en wereldbeeld - HV 12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/61301

Mens- en wereldbeeld - HV 12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/61301 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 25 June 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/61301 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

4,9. Samenvatting door Rubien 1966 woorden 6 februari keer beoordeeld. Geschiedenis. Geschiedenis 3.1 Van stad tot wereldrijk

4,9. Samenvatting door Rubien 1966 woorden 6 februari keer beoordeeld. Geschiedenis. Geschiedenis 3.1 Van stad tot wereldrijk Samenvatting door Rubien 1966 woorden 6 februari 2017 4,9 44 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Werkplaats Geschiedenis 3.1 Van stad tot wereldrijk - Rome eerste stad met koning - Ze jagen de koning

Nadere informatie

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1 Auteur Floris Sieffers Laatst gewijzigd 28 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/65939 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Situering in tijd en ruimte

Situering in tijd en ruimte Situering in tijd en ruimte Rome groeide tussen 753 v.c. en 476 uit tot een echt wereldrijk. Binnen deze tijdspanne kunnen we drie periodes onderscheiden: Rome als koninkrijk, als republiek en tenslotte

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

BERLIJN. Vlak daarbij is er het Europa-Center waarvan de bouw in 1963 begon en veel winkels en restaurants bevat.

BERLIJN. Vlak daarbij is er het Europa-Center waarvan de bouw in 1963 begon en veel winkels en restaurants bevat. BERLIJN Toen ik student was ben ik in 1963 voor het eerst in Berlijn geweest. Er was nog geen muur maar om naar Oost-Berlijn te gaan moest je langs de Vopo s die het geweer op de mensen hielden. Geen prettig

Nadere informatie

29 april - 7 mei 2017

29 april - 7 mei 2017 Meer informatie Waar? Veerweg 1,, Opheusden, Gelderland Telefoon: 0900 6363 888 E-mail: [email protected] Website: http://www.rivierenland.nl Wanneer? 29 april 2017 30 april 2017 1 mei 2017 2 mei 2017

Nadere informatie

Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst

Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst Romeinen Romeinen Bouwkunst Beeldhouwkunst Schilderkunst Tijdlijn 750 0 500 Het Romeinse rijk De Romeinen hadden hun opkomst, bloei en ondergang tussen de jaren 750 v. Chr. en 500 n. Chr. Het Romeinse

Nadere informatie

Geschiedenis Amerika en Frankrijk in de tijd van pruiken en revoluties: een overzicht. Een les van: Bor

Geschiedenis Amerika en Frankrijk in de tijd van pruiken en revoluties: een overzicht. Een les van: Bor Geschiedenis Amerika en Frankrijk in de tijd van pruiken en revoluties: een overzicht. Een les van: Bor Terugkijken: Bij de ene revolutie ontstaat een nieuw en onafhankelijk land. Vrijheid is voor de inwoners

Nadere informatie

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij

Nadere informatie

Archeologie. Dit werkstuk is gemaakt door: Lonneke Surstedt.

Archeologie. Dit werkstuk is gemaakt door: Lonneke Surstedt. Archeologie Dit werkstuk is gemaakt door: Lonneke Surstedt. Inhoudsopgave Wat is een archeoloog? Bekende archeologen. Opleiding. Soorten archeologen. Tempel van Empel. Opgravingen. Mijn buurman. 1 Wat

Nadere informatie

3.1Griekse beeldhouwkunst

3.1Griekse beeldhouwkunst Samenvatting door een scholier 1497 woorden 13 december 2004 7 34 keer beoordeeld Vak Methode KCV Forum 3 Griekse kunst 3.1Griekse beeldhouwkunst de Griekse beeldhouwkunst bestaat uit drie perioden: de

Nadere informatie

Het huis had een houten skelet, daartussen fistelstek besmeerd met leem.

Het huis had een houten skelet, daartussen fistelstek besmeerd met leem. Alle huizen zonder steen. In de Middeleeuwen is het dorp Boxtel ontstaan. Het dorp was klein. Rond 1100 lag er een motteheuvel met daarnaast een paar voorraadschuren. Beiden werden door water omsloten.

Nadere informatie

Geschiedenis hoofdstuk 3

Geschiedenis hoofdstuk 3 Geschiedenis hoofdstuk 3 Romeinse rijk 500 v Christus 500 na Christus Rome de eeuwige stad : deze stad bestaat al eeuwenlang. De tijdlijn Het Romeinse rijk begint 500v Chr. En eindigt 500 na Christus.

Nadere informatie

Bouwstijlen van kerken in Nederland. De volgende bouwstijlen worden kort toegelicht met tekst en beeldmateriaal:

Bouwstijlen van kerken in Nederland. De volgende bouwstijlen worden kort toegelicht met tekst en beeldmateriaal: Bouwstijlen Bouwstijlen van kerken in Nederland De volgende bouwstijlen worden kort toegelicht met tekst en beeldmateriaal: Oudste stenen gebouw Romaans Gotiek Neogotiek Renaissance Neorenaissance Classicisme

Nadere informatie

Wie was keizer Nero? Wat zijn de successen die Nero heeft geboekt tijdens zijn regeerperiode als keizer van het Romeinse Rijk?

Wie was keizer Nero? Wat zijn de successen die Nero heeft geboekt tijdens zijn regeerperiode als keizer van het Romeinse Rijk? Keizer Nero Inleiding Deze PO gaat over keizer Nero, een zoon van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en opvolger van Claudius als keizer van het Romeinse Rijk. Maar dit is lang niet alles wat er te zeggen valt

Nadere informatie

De Oude Grieken GEOMETRISCHE ARCHAÏSCHE KLASSIEKE HELLENISTISCHE ORIENTALISEERDE - ZWARTFIGURIG - ROODFIGUURIG

De Oude Grieken GEOMETRISCHE ARCHAÏSCHE KLASSIEKE HELLENISTISCHE ORIENTALISEERDE - ZWARTFIGURIG - ROODFIGUURIG De Oude Grieken GEOMETRISCHE ARCHAÏSCHE KLASSIEKE HELLENISTISCHE 1050 720 480 323 140 0 1100 700 600 530 GEOMETRISCHE ORIENTALISEERDE - ZWARTFIGURIG - ROODFIGUURIG De Oude Grieken Het land Griekenland

Nadere informatie

Architectuur. Hoe beleven we architectuur? Hoe gaan we onze voorkeuren ontdekken? Hoe gaan we kijken? 7 thema s: Vandaag: Machtsvertoon

Architectuur. Hoe beleven we architectuur? Hoe gaan we onze voorkeuren ontdekken? Hoe gaan we kijken? 7 thema s: Vandaag: Machtsvertoon Architectuur Architectuur Hoe beleven we architectuur? Hoe gaan we onze voorkeuren ontdekken? Hoe gaan we kijken? 7 thema s: Vandaag: Machtsvertoon Egypte Periode: rond 3000-30 vchr. Opdrachtgever: De

Nadere informatie

Inhoud: Geschiedenis Bouw Toerisme Arco di Constantino Weetjes

Inhoud: Geschiedenis Bouw Toerisme Arco di Constantino Weetjes Inhoud: Geschiedenis Bouw Toerisme Arco di Constantino Weetjes geschiedenis Vespasianus' amfitheater was het beroemdste in de Romeinse wereld. Het werd bekend als Amphitheatrum Flavium - afgeleid van Flavius,

Nadere informatie

Bouwkunst. A. Bespreek de kenmerken de oude GRIEKSE TEMPEL Onderdelen - het grondplan van een Griekse tempel

Bouwkunst. A. Bespreek de kenmerken de oude GRIEKSE TEMPEL Onderdelen - het grondplan van een Griekse tempel Bouwkunst A. Bespreek de kenmerken de oude GRIEKSE TEMPEL Onderdelen - het grondplan van een Griekse tempel * rechthoek * wiskundig in evenwicht * vaste verhoudingen * vrij eenvoudig * veel kleuren ( fresco

Nadere informatie

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u?

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u? Landenspel Korte omschrijving werkvorm: In deze opdracht wordt de klas verdeeld in vijf groepen. Iedere groep krijgt een omschrijving van een land en een instructie van de opdracht. In het lokaal moeten

Nadere informatie

De Romeinen. Wie waren de Romeinen?

De Romeinen. Wie waren de Romeinen? De Romeinen Wie waren de Romeinen? Lang voor de Romeinen naar ons land kwamen, woonden ze in een kleine staat rond de stad Rome. Vanaf 500 voor Christus begonnen de Romeinen met gebiedsuitbreiding. Als

Nadere informatie

ART HISTORY. V4 Renaissance 1400-1530

ART HISTORY. V4 Renaissance 1400-1530 ART HISTORY V4 Renaissance 1400-1530 Tijdlijn Renaissance = wedergeboorte van de klassieke cultuur De klassieken zijn het grote voorbeeld. Het aardse leven is belangrijk. De mens bepaalt het eigen lot.

Nadere informatie

(Het einde van) de republiek HOOFDSTUK 1: DE VEROVERING VAN ITALIË 1) De veroveringen In de 5 e 4 e eeuw v.c. Verschillende fasen Etrusken Tegenslag in 390: Galliërs plunderen Rome Volsci Latini Samnieten

Nadere informatie

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol?

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol? Hoe word ik beter in geschiedenis? Als je beter wilt worden in geschiedenis moet je weten wat er bij het vak geschiedenis van je wordt gevraagd, wat je bij een onderwerp precies moet kennen en kunnen.

Nadere informatie

GESCHIEDENIS. 1 Vul de legende bij de kaart aan. 0,5. 2 Leg uit in één woord: expansie = 0,5. 3 Wanneer begon de klassieke oudheid?

GESCHIEDENIS. 1 Vul de legende bij de kaart aan. 0,5. 2 Leg uit in één woord: expansie = 0,5. 3 Wanneer begon de klassieke oudheid? GESCHIEDENIS Overhoring 1 Bestemming Hellas: sociaal en economisch domein & Minoïsche en Myceense cultuur /10 naam: klas: nr.: datum: 1 Vul de legende bij de kaart aan. 1 Leg uit in één woord: expansie

Nadere informatie

5,8. Samenvatting door een scholier 933 woorden 28 november keer beoordeeld. Geschiedenis. Begrippen:

5,8. Samenvatting door een scholier 933 woorden 28 november keer beoordeeld. Geschiedenis. Begrippen: Samenvatting door een scholier 933 woorden 28 november 2012 5,8 118 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Memo Begrippen: Atheense democratie: een vorm waarbij het bestuur het volk (demos) via stemming

Nadere informatie

Bouwhistorisch onderzoek

Bouwhistorisch onderzoek Bouwhistorisch onderzoek BOUWHISTORISCHE NOTITIE Adres : Gedempte Zuiderdiep 8 Status : Gemeentelijk monument Periode : januari 2003 Onderzocht door : Taco Tel en Henk Wierts Auteur : Taco Tel Datum :

Nadere informatie

Taak Architectuurtypologie

Taak Architectuurtypologie Hogeschool Gent Voskenslaan 38 9000 Gent Taak Architectuurtypologie Bjärne Collyns 2015-2016 1LAMA 30/11/2015 1. Het gebouw Locatie: Gent Graaf van Vlaanderenplein 30 Bouwjaar: 1852 Type: herenhuis Perceelgrote:

Nadere informatie

Werkstuk Geschiedenis Frankrijk in de tijd van het absolutisme

Werkstuk Geschiedenis Frankrijk in de tijd van het absolutisme Werkstuk Geschiedenis Frankrijk in de tijd van het absolutisme Werkstuk door een scholier 1970 woorden 12 oktober 2005 6,7 72 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Hoofdvraag: Hoe beschrijven en verklaren we

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis De Romeinen

Samenvatting Geschiedenis De Romeinen Samenvatting Geschiedenis De Romeinen Samenvatting door Esmee 1641 woorden 18 februari 217 6,5 68 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Memo Geschiedenis samenvatting hoofdstuk 3 2 De verovering van

Nadere informatie

Het leek ons wel een interessante opdracht, een uitdaging en een leuke aanvulling bij het hoofdstuk.

Het leek ons wel een interessante opdracht, een uitdaging en een leuke aanvulling bij het hoofdstuk. Praktische-opdracht door een scholier 2910 woorden 3 mei 2000 5,2 46 keer beoordeeld Vak Wiskunde Wiskunde A1 - Praktische Opdracht Hoofdstuk 2 1. Inleiding We hebben de opdracht gekregen een praktische

Nadere informatie

De Germaanse cultuur hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62219

De Germaanse cultuur hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62219 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 June 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62219 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 1 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 1 Toetsvragen Tijdvak 1 Toetsvragen 1 De meeste kennis over de periode waarin de eerste mensen leefden, komt van archeologen. Wat houdt het werk van archeologen in? A Zij bestuderen de verschillende theorieën over de

Nadere informatie

Geschiedenis van Suriname : Suriname van Engelse naar Nederlandse landbouwkolonie

Geschiedenis van Suriname : Suriname van Engelse naar Nederlandse landbouwkolonie Geschiedenis van Suriname 1667-1683: Suriname van Engelse naar Nederlandse landbouwkolonie 581-1795: De Republiek In de 17e en 18e eeuw spraken we nog niet van één Nederland maar, van de Republiek der

Nadere informatie

De profeet Jeremia had voorzegd dat de ballingschap 70 jaar zou duren. De profeet Daniël verwachtte blijkbaar duidelijk dat na het einde van de

De profeet Jeremia had voorzegd dat de ballingschap 70 jaar zou duren. De profeet Daniël verwachtte blijkbaar duidelijk dat na het einde van de Hoofdstuk 7 427-466 voor Christus - schema 13 466-505 voor Christus - schema 14 Schema 13 De 70 jaar weken van de profeet Daniël hoofdstuk 9. Het is dit profetische gedeelte van het boek Daniël uit het

Nadere informatie

Italië Florence Florence Palazzo Medici Riccardi Pagina 1

Italië Florence Florence Palazzo Medici Riccardi Pagina 1 Florence Palazzo Medici Riccardi Pagina 1 Palazzo Medici Riccardi > Medici-paleis Gedurende meer dan een eeuw was het Palazzo Medici Riccardi de hoofdverblijfplaats van de machtige Medici familie die over

Nadere informatie

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra Samenvatting Dit onderzoek heeft als onderwerp de invloed van het Europees Verdrag

Nadere informatie

ART HISTORY Klassieke Oudheid. H 4 - profiel Grieken 500 v. Chr - 100

ART HISTORY Klassieke Oudheid. H 4 - profiel Grieken 500 v. Chr - 100 ART HISTORY Klassieke Oudheid H 4 - profiel Grieken 500 v. Chr - 100 De Griekse stadstaten Kreta is de bakermat van de Griekse beschaving. Door de ligging en handel met andere oudere culturen was hier

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

De klassieke tijdlijn

De klassieke tijdlijn De klassieke tijdlijn In de lessen geschiedenis heb je waarschijnlijk al gehoord over de tijdlijnen, of de historische periodes en waarschijnlijk ook over exacte datums zoals 476. In dit documentje kom

Nadere informatie

Londen ipad. Londen. Tower of Londen. Tower of London. Samengesteld door: BusTic.nl

Londen ipad. Londen. Tower of Londen. Tower of London. Samengesteld door: BusTic.nl Londen ipad Londen Tower of Londen Tower of London 1 Londen ipad De Tower of London werd aan het begin van de 11e eeuw gebouwd door Willem de Veroveraar. In de 13e eeuw werd het sterk uitgebreid tot de

Nadere informatie