Toelichting peilbesluiten Vlaardingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Toelichting peilbesluiten Vlaardingen"

Transcriptie

1 Toelichting peilbesluiten Vlaardingen Polder Vlaardingen Holierhoek en polder Vlaardingen-oost Polder Vlaardingen-west en polder Vettenoord Beleid en Onderzoek Team Waterhuishouding, november 2012

2

3 Peilbesluiten Vlaardingen polder Vlaardingen-Holierhoek polder Vlaardingen-west polder Vlaardingen-oost polder Vettenoord Hoogheemraadschap van Delfland november 2012 Definitief

4

5 INHOUD blz 1 INLEIDING Aanleiding en doel Aanpak Plangebied Leeswijzer 5 2 PEILENVOORSTEL 7 3 OVERIGE RESULTATEN Geheel Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west OPTIMALE SITUATIE 14 5 ACTUELE SITUATIE EN KNELPUNTEN AGOR en knelpunten Knelpunten wateraanvoer 41 6 GEWENSTE SITUATIE Polder Vlaardingen-west Polder Vettenoord EFFECTEN EN MAATREGELEN Effect peilvoorstel polder Vlaardingen-Holierhoek Effect peilvoorstel Vlaardingen-west Effect peilvoorstel polder Vettenoord Effect peilvoorstel Effect peilvoorstel polder Vlaardingen-oost Effect peilvoorstel Maatregelen Peilschalen 82 8 SYSTEEMBESCHRIJVING Gebied Oppervlaktewatersysteem Oppervlaktewaterregime Verkenning flexibel peilbeheer en ontsnippering Drooglegging Grondwaterhuishouding Grondwaterregime Systeemanalyse per wijk Riolering 132

6 8.10 Wateraanvoer en doorspoeling Beheer watersysteem Waterkeringen BELEID EN RUIMTELIJKE ORDENING Beleid Ruimtelijke ordening 152 LITERATUUROVERZICHT, AFKORTINGEN EN BEGRIPPENLIJST 156 COLOFON 159 BIJLAGEN 1 BIJLAGE 1 Grondwatermeetnet gemeente Vlaardingen 2 BIJLAGE 2 Tijdreeksanalyse meetnet Vlaardingen Menyanthes 6 BIJLAGE 3 Kostenindicatie maatregelen 9 BIJLAGE 4 Uitgangspunten afweging 11 BIJLAGE 5 Optimale situatie 12 BIJLAGE 6 Methodiek 37 BIJLAGE 7 Analyses 50 KAARTEN 57 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 2 -

7 1 INLEIDING Dit rapport is één van de drie rapporten die onderdeel uitmaken van de peilbesluiten voor de waterweggemeenten. Dit peilbesluit is de tweede watersysteemanalyse omdat er in 2008 al een watersysteemanalyse voor dit gebied is geweest waarbij de wateroverlastsituatie, inclusief riolering in beeld gebracht is. De insteek voor de eerste watersysteemanalyse is anders dan dit peilbesluit. De eerste was namelijk opgesteld ten behoeve van de waterplannen voor de verschillende waterweggemeenten. Daar was behoefte aan om de situatie ten aanzien van berging en afvoer in beeld te brengen (ABC-studies). Het doel van deze nieuwe studie is vooral onderbouwen van peilbesluiten voor de polders zonder peilbesluit. Naast dit rapport zijn er rapporten voor de andere delen van het studiegebied: gemeenten Schiedam en Rotterdam. 1.1 Aanleiding en doel In peilbesluiten wordt het oppervlaktewaterpeil vastgelegd op basis van een afweging van alle belangen. Zo wordt er bij deze afweging rekening gehouden met de bestemmingen, ruimtelijke ontwikkelingen, wensen vanuit het waterbeheer en de functies. Het doel van het peilbesluit is om peilen vast te leggen. Dit biedt rechtszekerheid aan de belanghebbenden. Als beheerder van het oppervlaktewater is Delfland volgens artikel 5.2 van de Waterwet verplicht om peilbesluiten vast te stellen. Aanvullend daarop dient volgens de Verordening Waterbeheer Zuid-Holland een peilbesluit elke 10 jaar herzien te worden. In 2007 is het stedelijk gebied van Vlaardingen herpolderd. Dit houdt ondermeer in dat het beheer van het oppervlaktewatersysteem is overgedragen van de gemeente naar Delfland. De gemeente heeft geen peilbesluiten opgesteld. Delfland stelt voor deze polders voor het eerst peilbesluiten op. In 2010 is een start gemaakt met het opstellen van de peilbesluiten van het stedelijk gebied van de gemeenten Vlaardingen, Schiedam en het Rotterdam. De opzet was destijds breder dan alleen het opstellen van peilbesluiten. Onderzocht is of de opgave van bijvoorbeeld waterkwaliteit, ecologie en wateroverlast meegenomen zou moeten worden. De gemeente is daarbij ook betrokken. Al snel bleek, vooral ingeven vanuit de kadernota van Delfland, dat er geen behoefte meer was aan brede watergebiedstudies. Ook de gemeenten hadden die behoefte niet. Besloten is om binnen dit project enkele vragen naar aanleiding van overlaststudies op te pakken. Tegelijkertijd moest de insteek van de op GGOR gebaseerde peilbesluiten aangepast worden. Er was besloten om geen uitgebreid modelinstrumentarium te maken. Dit vereiste een nieuwe methodiek. Hiervoor was tijd en overleg nodig. De vervolgvragen over wateroverlast liepen niet in de pas met het opstellen van het peilbesluit waardoor ook besloten is de onderzoeken niet in één rapport op te nemen. In dit rapport zijn daarom alleen peilbesluiten opgenomen. De aanleiding om in peilbesluiten GGOR op te nemen komt uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Hierin is het volgende over GGOR opgenomen: het instrument Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 3 -

8 GGOR wordt door de waterschappen gebruikt om waterpeilen en grondgebruiksfuncties op elkaar af te stemmen. Hierbij worden ook de gevolgen voor de functiegeschiktheid van gronden betrokken. Een zichtjaar wordt niet genoemd. Provincies coördineren en bewaken de procesgang voor het toepassen van GGOR. De provincie Zuid-Holland heeft in het provinciaal Waterplan en het Beleidskader Peilbeheer beschreven dat de GGOR-systematiek gebruikt moet worden voor peilbesluiten. De provincie legt hierbij geen uitgebreide standaardmethodiek op. De uitwerking van die GGOR-methodiek ligt bij de waterschappen. Het gaat de Provincie vooral om een goed GGOR-proces. Hierbij worden de belangen van functies afgewogen. Het resultaat van deze afweging wordt vastgelegd in het peilbesluit. 1.2 Aanpak In dit peilbesluit is de GGOR-systematiek pragmatisch uitgewerkt. Dat wil zeggen dat geen grondwatermodel is opgesteld. Deze keuze heeft in de GGOR-systematiek vooral gevolgen voor de bepaling van knelpunten. In de pragmatische aanpak wordt dit opgelost door gebruik te maken van theoretische vuistregels aangevuld met praktijkknelpunten. De methodiek zorgt ervoor dat het grondwater meegenomen kan worden met een beperkte extra onderzoeksinspanning. In het opstellen is informatie opgevraagd bij de gemeente. De gegevens op het gebied van grondwater zijn beschreven en globaal geanalyseerd. De werking van het grondwatersysteem en de mogelijke relaties met het oppervlaktewater zijn beschreven. De gemeente is betrokken bij het opstellen van het peilbesluit en een concept is opgestuurd naar de provincie en gemeente. In de Beleidsnota peilbesluiten heeft Delfland een opzet ontwikkeld voor de toelichting van het peilbesluit. Volgens deze opzet werkt het hoogheemraadschap transparant door peilwensen per functie of belang inzichtelijk te maken. Vervolgens worden effecten op die belangen weergegeven voor verschillende peilvarianten. De keuze kan op deze manier transparant gemaakt worden en tevens zijn de effecten van die keuze duidelijk. 1.3 Plangebied Het totale studiegebied van watersysteemanalyse Waterweggemeenten bevat delen van de gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Rotterdam en is ruim 3300 ha groot. Het gebied is weegegeven in figuur 1-1. Om de studie werkbaar en overzichtelijk te houden is ervoor gekozen om het gebied in 3 stukken op te delen: - 6 polders binnen de gemeente Vlaardingen (ca ha); - 3 polders binnen de gemeente Schiedam (ca ha); - 3 polders binnen de gemeente Rotterdam (ca 600 ha). Het deel van het studiegebied dat dit rapport behandelt, bestaat uit de gemeente Vlaardingen. Binnen het gebied dat dit rapport behandelt, bevinden zich de volgende Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 4 -

9 zes polders:, polder Vlaardingen-Holierhoek, polder Vlaardingen-west, polder Vlaardingen-oost, en polder Vettenoord. De boezem en het buitendijkse gebied maken geen deel uit van het studiegebied. Een klein deel van de ligt in de gemeente Midden-Delfland. Aangezien de polder bijna geheel in de gemeente Vlaardingen ligt, wordt deze in zijn geheel in het peilbesluit van Vlaardingen meegenomen. Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam Gemeente Rotterdam Figuur 1-1 Studiegebied Waterweggemeenten 1.4 Leeswijzer In de voorliggende rapportage is voor de zes polders binnen de gemeente Vlaardingen de peilafweging beschreven ten behoeve van het peilbesluit. Hoofdstuk 2 vormt de samenvatting van dit peilbesluit: hierin is een opsomming gemaakt van de voorgestelde waterpeilen. In hoofdstuk 3 zijn alle knelpunten genoemd die niet opgelost (kunnen) worden door middel van een peilaanpassing. In hoofdstuk 4 is de optimale situatie per belang weergegeven. In hoofdstuk 5 zijn de actuele situatie en de knelpunten beschreven. De gewenste situatie wordt in hoofdstuk 6 beschreven. Hierin wordt de afweging van de peilen gemaakt. De effecten en maatregelen van het peilenvoorstel zijn beschreven in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 is de systeemanalyse gemaakt. Hierin zijn de verschillende onderdelen van het watersysteem beschreven en in hoofdstuk 9 het vigerende beleid en relevante ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Na hoofdstuk 9 is een literatuurlijst en begrippenlijst opgenomen. Informatie uit het grondwatermeetnet van de gemeente Vlaardingen is opgenomen in bijlage 1, in bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 5 -

10 2 is een tijdreeksanalyse van het meetnet Vlaardingen opgenomen. In bijlage 3 is een kostenindicatie opgenomen voor maatregelen. In bijlage 4 zijn de uitgangspunten voor de afweging opgenomen. Ook zijn een uitgebreide beschrijving voor de optimale situatie per functie (Bijlage 5), de toegepaste methodiek voor de peilafweging (Bijlage 6) en de analyses (Bijlage 7) opgenomen als bijlage. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 6 -

11 2 PEILENVOORSTEL In tabel 2-1 is het peilenvoorstel samengevat. De kolom Peilvoorstel geeft het peil dat wordt voorgesteld voor dit peilbesluit. De eerste kolom geeft de code aan van het peilgebied. In de kolommen daarnaast staan het peil dat gebruikt is als uitgangspunt voor het GGOR, en het peilvoorstel. In de tabel is verder een aparte kolom opgenomen voor het schouwpeil. Voor alle polders is het schouwpeil gelijk aan het peilvoorstel. Een kaart van de peilvoorstellen is te vinden in de kaartenbijlage. Een uitgebreide afweging en de daarbij toegepaste methode zijn te vinden in hoofdstuk 6 en bijlage 7. Voor de polders in dit peilbesluit geldt dat er nog niet eerder peilbesluiten voor vastgesteld zijn. Sinds 2007 is het waterbeheer voor alle stedelijke polders van Vlaardingen officieel overgedragen van de gemeente aan Delfland. Wat betreft het peilbeheer is het dagelijkse beheer vanaf 2007 in kleine stappen door Delfland overgenomen. Delfland heeft in 2012 een aantal peilschalen geplaatst en meet op verschillende locaties maandelijks het peil. In dit peilbesluit worden de praktijkpeilen van de polders vastgesteld. Belangrijke punten die bij de peilafweging en peilvoorstellen in Vlaardingen zijn meegenomen zijn de optredende bodemdaling in een groot deel van Vlaardingen, de bebouwing met kwetsbare fundering, de ruimtelijke ontwikkelingen en de zeer hoge archeologische waarden aanwezig in het centrum van Vlaardingen. Tabel 2-1 Overzicht peilen en peilenvoorstel Code Voorstel peil Peil vorige Praktijkpeil Wijziging Schouwpeil peilgebied peilbesluit t.o.v. vorige peilbesluit m t.o.v. NAP m m t.o.v. NAP I* -3, , ,00 II* -2, , ,50 III* -2, , ,20 IV* wp -3,25 zp -3,00 - wp -3,25 zp -3,00 - wp -3,25 zp -3,00 V* -3, , ,45 Polder Vlaardingen-west I* -2, , ,70 II* -2, , ,30 III* -2, , ,49 IV* -1, , ,65 V* -1, , ,56 VI* -2, , ,14 VII* -1, , ,75 VIII* -1, , ,40 IX* -1, , ,80 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 7 -

12 Code Voorstel peil Peil vorige Praktijkpeil Wijziging Schouwpeil peilgebied peilbesluit t.o.v. vorige peilbesluit m t.o.v. NAP m m t.o.v. NAP X* -1, , ,20 XI* -1, , ,85 XII* -2, , ,02 XIII* -2, , ,18 XIV* -2, , ,67 XV* -2, , ,15 Polder Vettenoord I* -1, , ,14 II* -0, , ,88 III* -0, , ,81 I* -2, , ,35 II* -2, , ,06 III* -1, , ,80 I* -1, , ,12 II* -0, , ,20 III* -0, , ,57 I* -0, , ,15 II* -2, , ,89 III* +0, , ,01 IV* Flexibel peil Ondergrens -0,28 Bovengrens +0,52 - Flexibel peil Ondergrens -0,28 Bovengrens +0,52 - Flexibel peil Ondergrens -0,28 Bovengrens +0,52 V* -2, , ,40 VI* -1, , ,35 VII* -2, , ,08 VIII* -2, , ,08 IX* -1, , ,43 X* -2, , ,27 XI* +0, , ,70 XII* -2, , ,22 XIII* -2, , ,20 XIV* -2, , ,62 XV* -2, , ,56 XVI* -2, , ,41 XVII* -2, , ,30 XVIII* -2, , ,20 XIX* -1, , ,70 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 8 -

13 Code Voorstel peil Peil vorige Praktijkpeil Wijziging Schouwpeil peilgebied peilbesluit t.o.v. vorige peilbesluit m t.o.v. NAP m m t.o.v. NAP XX* -1, , ,29 XXI* -1, , ,20 XXII* -0, , ,77 XXIII* -0, , ,80 XXIV* -0, , ,43 XXV* -0, , ,43 *Peilen nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 9 -

14 3 OVERIGE RESULTATEN In dit hoofdstuk zijn de overige resultaten van de polder Vlaardingen-Holierhoek, polder Vlaardingen-west, polder Vettenoord,, polder Vlaardingen-oost en opgenomen. Het gaat hierbij om knelpunten en aandachtspunten uit de knelpuntenanalyse in hoofdstuk 5 en die naar voren zijn gekomen tijdens de systeembeschrijving in hoofdstuk 8. De resultaten worden per polder genoemd. De knelpunten, die in dit hoofdstuk zijn opgenomen, kunnen niet door alleen een peilwijziging worden opgelost. De knelpunten zijn hier gesignaleerd en benoemd zodat er een vervolg aan kan worden gegeven in het kader van een andere studie of vervolgonderzoek. 3.1 Geheel Vlaardingen Voor een groot deel van het gebied van de gemeente Vlaardingen geldt dat sprake is van bodemdaling, deze bodemdaling is voortschrijdend. De zakking van niet onderheide bebouwing en het openbaar gebied als gevolg van bodemdaling is niet tegen te gaan door middel van een peilwijziging. Nader onderzoek is nodig om de huidige en toekomstige overlast als gevolgd van bodemdaling aan te pakken, de gemeente Vlaardingen is hiermee gestart. 3.2 De overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten, die uit de watersysteemanalyse voor de naar voren zijn gekomen, zijn hieronder weergegeven: De percolatiesloot in de omgeving van de begraafplaats in Holy Noord in peilgebied V heeft een slechte waterkwaliteit door het overstorten van het riool en onvoldoende doorstroming. De waterkwaliteitsverslechtering door overstorten kan worden opgelost door water in te laten en het watersysteem door te spoelen en door het eenzijdig maken van de overstorten. Hierdoor kan geen rioolwater in de watergangen komen. In dit peilgebied is het voor de circulatie wenselijk om een duiker aan te leggen tussen de twee watergangen, de locatie van dit overige knelpunt is op onderstaande kaart weergegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

15 Figuur 3-1: Overige resultaten polder Vlaardingen-Holierhoek 3.3 Polder Vettenoord De overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten, die uit de watersysteemanalyse voor de Polder Vettenoord naar voren zijn gekomen, zijn hieronder weergegeven: Het water dat ingelaten wordt in de polder is afkomstig uit de Oude Haven. Dit water is zilt, waardoor de waterkwaliteit in de polder verslechtert. Omdat dit punt betrekking heeft op de gehele polder Vettenoord is het niet op kaart aangegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

16 3.4 Polder Vlaardingen-west Voor de Polder Vlaardingen-west zijn geen overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten uit de watersysteemanalyse naar voren gekomen. 3.5 De overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten, die uit de watersysteemanalyse voor de naar voren zijn gekomen, zijn hieronder weergegeven: In de huidige situatie stroomt het inlaatwater voor peilgebied III langs een begraafplaats en wordt door het percolatiewater vervuild. Vervolgens wordt dit water afgevoerd naar de peilgebieden II en I. Voor het opheffen van dit waterkwaliteitsknelpunt zijn er plannen om het inlaatpunt te verwijderen, en in plaats daarvan de singel te voeden via het gemaal Plein 1940 en af te laten op de riolering. Figuur 3-2: Overige resultaten Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

17 3.6 De overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten, die uit de watersysteemanalyse voor de naar voren zijn gekomen, zijn hieronder weergegeven: De polder Vlaardingen-oost heeft geen oppervlaktewaterbemaling, daarom wordt het overtollige oppervlakte- en hemelwater afgevoerd via het rioolsysteem. Dit leidt ertoe dat zowel hemelwater in het riool terecht komt als dat er rioolwater in het oppervlaktewater komt. Het gevolg is een slechte kwaliteit van het oppervlaktewater. Omdat dit punt betrekking heeft op de gehele polder Vlaardingen-oost is het niet op kaart aangegeven. Het water dat ingelaten wordt vanuit de Oude Haven is zilt. Dit leidt tot verzilting van het oppervlaktewater in de polder. Het bouwplan Buizengat Oost voorziet in de afvoer van regenwater naar het Oranjepark (v.g.s). Hierdoor hoeft geen water te worden ingelaten vanuit de Oude Haven. Extra voeding vindt plaats via het singelgemaal. 3.7 De overige resultaten, knelpunten en aandachtspunten, die uit de watersysteemanalyse voor de naar voren zijn gekomen, zijn hieronder weergegeven: Aan de noordoostkant van de is de bodem verontreinigd door het opgespoten havenslib (peilgebieden I en II). Via het verontreinigde grondwater komt het in het oppervlaktewater terecht. Hierdoor is de waterkwaliteit van dit water slecht. Ook kan een wijziging van het peil de uitspoeling van de vervuiling mogelijk verergeren. In de praktijk wordt het vervuilde water ter plaatse gezuiverd. De capaciteit van deze zuivering is tijdens natte periode ontoereikend, waardoor de vervuiling via een stuw incidenteel in de boezem terecht kan komen. De vervuiling is een belemmering om ontsnippering of flexibel peil uit te voeren. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

18 4 OPTIMALE SITUATIE In dit hoofdstuk zijn de relevante belangen samengevat met bijbehorende criteria waarop getoetst wordt. Een volledig overzicht van alle functies is terug te vinden in bijlage 6. Ook de waterhuishoudkundige belangen met criteria komen in de bijlage uitgebreid aan bod. Aan de hand van de in de methodiek (bijlage 7) genoemde regels wordt per peilgebied een optimale situatie bepaald. Dit zal concreet betekenen dat er een optimaal oppervlaktewaterpeil genoemd wordt. Hierbij wordt ook aangegeven wat de optimale situatie is in de zin van het voorkomen van risico s voor in het peilgebied aanwezige functies of belangen. In hoofdstuk 5 wordt de polder per belang op potentiële knelpunten getoetst, hierbij is getoetst of de actuele situatie voldoet aan het criterium voor het betreffende belang, wanneer de actuele situatie niet voldoet aan het criterium voor het betreffende belang is sprake van een 'potentieel knelpunt', wanneer de actuele situatie wel voldoet aan het criterium is de situatie 'optimaal'. De toetsing heeft plaatsgevonden op basis van de volgende criteria: Tabel 4-1 Samenvattende tabel belangen met criteria voor AGOR en knelpunten Belang Criteria Onderheide bebouwing Voor het belang onderheide bebouwing is het criterium voldoende drooglegging. Op basis van de wateratlaskaarten met de drooglegging van de bebouwing is bepaald welke bebouwing onvoldoende drooglegging heeft, oftewel een drooglegging kleiner dan 0,8 m. Niet onderheide bebouwing en Voor het belang niet onderheide bebouwing en bebouwing met bebouwing met kwetsbare kwetsbare fundering is bekeken of de bodem zettingsgevoelig is fundering en wat voor type fundering aanwezig is. Bij een zettingsgevoelige bodem is er een risico op schade aan de kwetsbare fundering door te lage (grond)waterstanden (GLG niet lager dan 1,0 m onder vloerpeil) of op een risico op schade aan bebouwing wanneer deze niet onderheid is. Infrastructuur Voor het belang infrastructuur geldt een optimale (grond)waterstand van 0,8 m onder de weg. Een potentieel knelpunt voor dit belang is aanwezig wanneer de drooglegging kleiner is dan 0,8 m. Recreatie en Groen Voor het belang recreatie en groen is de optimale situatie een drooglegging tussen 0,7 m en 1,0 m. Wanneer de drooglegging kleiner dan 0,7 m is, is een potentieel knelpunt aanwezig. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

19 Belang Beheersbare waterhuishouding Criteria Voor het belang beheersbare waterhuishouding is de optimale situatie één peilgebied met een niet te beheersbare afmeting. Te groot betekent peilverschillen tussen aanvoerlocatie en afvoerlocatie en te klein betekent veel beheersing nodig. Ook is de wens van het hoogheemraadschap om peilgebieden te ontsnipperen. Het hoogheemraadschap heeft de wens flexibel peilbeheer toe te passen met een zo groot mogelijk verschil tussen de onder- en de bovengrens van het peil. Het doel van flexibel peilbeheer is water langer vast te houden en/of waterkwaliteit en ecologie te verbeteren. Er is een potentieel knelpunt als er in een peilgebied geen flexibel peil is, terwijl uit de verkenning is gebleken dat dit mogelijk wel toegepast kan worden. Tegengaan droogte Voor het belang tegengaan droogte is bepaald wat de aanvoercapaciteit is in theorie en de praktijk. Er is een potentieel knelpunt als de aanvoer in de praktijk kleiner is dan de theoretisch benodigde capaciteit. De belangen waarbij geldt dat er alleen bij een peilwijziging (peilverhoging of - verlaging) een negatief effect (knelpunt) op het belang kan optreden, zoals schade of verminderde functie, zijn opgenomen in tabel 4-2. Deze belangen komen pas terug bij de afweging in hoofdstuk 6.De niet in de tabel 4-1 opgenomen belangen, worden in de vergelijking van AGOR en OGOR in hoofdstuk 5 nog niet meegenomen. Tabel 4-2 Samenvattende tabel belangen met criteria voor afweging Belang Criteria Archeologie Negatief effect bij peilverlaging: In verband met oxidatie van kwetsbare archeologische sporen mag de laagste grondwaterstand niet worden verlaagd. Begraafplaatsen Voor het belang begraafplaatsen is het criterium dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) zich maximaal 0,3 m onder het niveau van de onderste kist bevindt. De GHG is echter niet bekend. In de gemeente Vlaardingen worden kisten in 3 lagen onder elkaar begraven. De begraafplaatsen worden gedraineerd. In verband met de ontwatering van de kisten mag de hoogste grondwaterstand niet worden verhoogd. Riolering en drainage Negatief effect bij het belang riolering en drainage is een peilverhoging: Wanneer de riolering of drainage niet meer af kan voeren doordat het peil van het oppervlaktewater waarop het afvoert hoger is dan dat in de riolering. Waterkeringen Negatief effect bij peilverhoging en peilverlaging: Grondwaterregime mag niet zodanig veranderen dat de stabiliteit van de kering negatief beïnvloed wordt. Uitgangspunt hierbij is het huidige grondwaterregime. Wateroverlast Negatief effect bij peilverhoging: Bij peilverhoging neemt het bergingstekort toe. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

20 Belang Criteria Tegengaan maaivelddaling Negatief effect bij peilverlaging: In opgehoogde stedelijke gebieden is het droge deel van de bodem ongevoelig voor zettingen maar de onderliggende bodemlagen kunnen wel sterk zakken, vooral als de grondwaterstand uitzakt tot beneden de opgehoogde laag. Objecten aan het water Negatief effect bij peilverhoging en peilverlaging: Bij terrassen en tuinen kan een peilverhoging vernatting of inundatie veroorzaken. Houten beschoeiing functioneert goed bij een vast peil, bij verhoging wordt de golfslag niet meer gekeerd en bij een peilverlaging heeft de beschoeiing een kortere levensduur. Waterkwaliteit en ecologie Negatief effect bij peilverlaging: Het wijzigen van het oppervlaktewaterpeil kan invloed hebben op het aandeel van (zoute) kwel in de totale afvoer van grondwater naar het oppervlaktewater. Bij een verlaging van het oppervlaktewaterpeil neemt kwel toe en bij een verhoging af. Daarnaast wordt door een verlaging van het peil de waterdiepte kleiner, waardoor de gemiddelde temperatuur van het water hoger wordt en de waterkwaliteit achteruit gaat. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

21 5 ACTUELE SITUATIE EN KNELPUNTEN In dit hoofdstuk wordt de actuele situatie van het oppervlaktewaterregime weergegeven volgens de praktijksituatie (praktijkpeil). Een beschrijving van het grondwaterregime is niet opgenomen omdat er te weinig bekend is over de optredende grondwaterstanden om een goede uitspraak te kunnen doen. Een meer uitgebreide beschrijving van de polders en het watersysteem is weergegeven in hoofdstuk 8. In paragraaf 5.1 is per polder met de methodiek bepaald waar knelpunten zijn. 5.1 AGOR en knelpunten Met de GGOR/Waternood systematiek (AGOR), zoals weergegeven in figuur 5-1, wordt op basis van de verzamelde gegevens van een gebied bepaald waar de actuele situatie volgens de praktijksituatie afwijkt van de optimale situatie. Voor deze vergelijking wordt per belang aan de hand van criteria bepaald of er potentiële knelpunten zijn en waardoor die worden veroorzaakt. Een overzicht van de belangen waarop wordt getoetst is opgenomen in tabel 4-1. Onderstaand worden de verschillende onderdelen van methodiek in een schema toegelicht. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in bijlage 7. Vervolgens is er beoordeeld op basis van de gegevens van de gemeente en de peilbeheerder en klachten van bewoners of het potentiële knelpunt in de praktijk bevestigd wordt. Als dit zo is, dan wordt er een knelpunt benoemd. Als er geen bevestiging is van het potentiële knelpunt, dan wordt gesteld dat er geen knelpunt is. De vergelijking van potentiële knelpunten en praktijkknelpunten is per polder aan het eind van iedere paragraaf in een tabel en op een kaart opgenomen. Zoals al toegelicht in hoofdstuk 4 wordt een aantal belangen in de vergelijking van AGOR en OGOR niet meegenomen. Voor deze belangen geldt dat er alleen bij een peilwijziging (peilverhoging of -verlaging) een negatief effect op het belang kan optreden, zoals schade of verminderde functie. In de bestaande situatie is er met betrekking tot het peil voor deze belangen geen optimale situatie te benoemen. Deze belangen worden wel meegenomen bij de afweging in hoofdstuk 6. De belangen waar het hier om gaat zijn opgenomen in tabel 4-2. Bij de vergelijking van de actuele en de optimale situatie is een aantal knelpunten benoemd, die niet door middel van een peilwijziging op te lossen zijn. Deze worden per polder apart benoemd in hoofdstuk 3, zodat deze bij de uitwerking van andere plannen van Delfland meegenomen kunnen worden. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

22 Figuur 5-1 GGOR- methodiek De polder Vlaardingen-Holierhoek beslaat een oppervlak van circa 405 ha. De polder behoort geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het watersysteem van de polder Vlaardingen-Holierhoek bestaat uit vijf peilgebieden. De peilen in de polder liggen tussen NAP -3,45 m en NAP -2,20 m. In tabel 5-1 zijn de actuele peilen, oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime', in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de polder Vlaardingen-Holierhoek zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-1 Actuele Oppervlaktewaterregime polder Vlaardingen-Holierhoek Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) I -3,00 II -2,50 III -2,20 IV wp -3,25 /zp -3,00 V -3,45 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

23 Knelpuntenanalyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 van dit rapport is een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit) Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten volgen uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en uit klachten van bewoners. Voor de is per belang in tabel 5-2 samengevat of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Voor het belang tegengaan droogte is zowel in theorie als in de praktijk geen knelpunt aanwezig. Onderheide bebouwing Toelichting potentieel knelpunt Langs de Vlaardingse Vaart is mogelijk grondwateroverlast door kwel vanuit de boezem. Toelichting praktijkknelpunt In de Hoevenbuurt zijn klachten bekend van grondwateroverlast. Deze zijn mogelijk opgetreden na ophoging van het openbaar gebied. Aan dit grondwaterknelpunt wordt een vervolg gegeven door de gemeente. Hierdoor is dit potentiële knelpunt geen knelpunt waar Delfland een peilwijziging moet overwegen. Grondwateroverlast door kwel langs de Vlaardingse Vaart wordt door de gemeente opgelost door het graven van dijksloten of het aanleggen van drainage. Hierdoor is dit knelpunt geen knelpunt waar Delfland een peilwijziging moet overwegen. Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Toelichting praktijkknelpunt Het gebied is opgespoten met zand voor de aanleg van bebouwing en de bebouwing in de polder is deels voorzien van fundering met betonnen oplangers (opzetstukken die voorkomen dat houten heipalen houtrot krijgen). In de praktijk zijn geen knelpunten voor de kwetsbare fundering aanwezig, zoals verdroging. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt Een aantal straten heeft onvoldoende drooglegging door maaivelddaling. Toelichting praktijkknelpunt Het openbaar gebied wordt regelmatig door de gemeente opgehoogd. Hierdoor is dit knelpunt geen knelpunt waar Delfland een peilwijziging moet overwegen. Recreatie en Groen Toelichting potentieel knelpunt Openbaar terrein, zoals parken (Wijkpark) en groenstroken hebben lage plekken (tot ca 30 cm drooglegging), vooral aan de oostzijde van de polder. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

24 Toelichting praktijkknelpunt Goede afwatering in het openbare gebied is meestal mogelijk door de nabijheid van watergangen. Beplanting en voorzieningen zijn aangepast hierdoor treedt er in de praktijk geen knelpunt op. Beheersbare waterhuishouding Toelichting potentieel knelpunt In de polder zijn zes peilgebieden aanwezig. In de verkenning voor ontsnippering is bepaald dat er mogelijkheden zijn om peilgebieden te ontsnipperen. In bestaand stedelijk gebied is flexibel peilbeheer moeilijk toe te passen. Tijdelijke peilstijgingen zijn moeilijk te realiseren vanwege de stedelijke belangen. Uit de verkenning flexibel peil is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om flexibel peil toe te passen. Toelichting praktijkknelpunt Door de peilbeheerder is aangegeven dat in de praktijk het watersysteem beheersbaar is en het aantal aanwezige peilgebieden geen knelpunten opleveren. De mogelijkheden om peilgebieden te ontsnipperen moeten worden onderzocht. Geen praktijkknelpunt aanwezig met betrekking tot flexibel peil. Er zijn geen mogelijkheden om flexibel peilbeheer toe te passen. Tabel 5-2 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang Polder Vlaardingen- Holierhoek Belang Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie groen en Beheersbare waterhuishouding Tegengaan droogte Toelichting potentieel knelpunt onvoldoende drooglegging Toets potentieel knelpunt Toets praktijkknelpunt ja nee - funderingsproblemen nee nee - onvoldoende drooglegging onvoldoende drooglegging openbaar gebied meerdere peilgebieden voldoende aanvoercapaciteit in ja nee - ja nee - ja ja 2 nee nee - Nummer overzichtskaart op Knelpuntenkaart In figuur 5-2 is de knelpuntenkaart voor de polder Vlaardingen-Holierhoek weergegeven. Op de knelpuntenkaart zijn de praktijkknelpunten weergegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

25 Figuur 5-2 Kaart praktijkknelpunten polder Vlaardingen-Holierhoek Samenvatting Uit de beschikbare gegevens en uit het overleg met de peilbeheerder en gemeente is gebleken dat in de polder Vlaardingen-Holierhoek alleen het belang beheersbare waterhuishouding in de praktijk een knelpunt ondervindt. Bij de peilafweging moet er rekening mee gehouden worden dat een verhoging van het peil mogelijk tot grondwateroverlast bij bebouwing en het openbaar gebied kan leiden. Holy Noord is een zeer zettingsgevoelig gebied. De standaard drooglegging bij aanleg van de wijk is Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

26 1,10 m. In de loop van de tijd neemt de ontwateringsdiepte af door de bodemdaling. Daarom wordt het gebied door de gemeente regelmatig opgehoogd. De bebouwing zelf is onderheid en zakt daardoor niet mee. De drooglegging bij de bebouwing blijft dus gelijk Polder Vlaardingen-west De polder Vlaardingen-west beslaat een oppervlak van circa 380 ha. De polder behoort in het geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het watersysteem van de polder Vlaardingen-west bestaat uit vijftien peilgebieden. De peilen in de polder Vlaardingen-west liggen tussen NAP -2,70 m en NAP -1,20 m. In tabel 5-3 zijn de actuele peilen oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime' in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de polders zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-3 Actuele Oppervlaktewaterregime polder Vlaardingen-west Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) I -2,70 II -2,30 III -2,49 IV -1,65 V -1,56 VI -2,14 VII -1,75 VIII -1,40 IX -1,80 X -1,20 XI -1,85 XII -2,02 XIII -2,18 XIV -2,67 XV -2,15 Knelpunten analyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 van dit rapport is een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit) Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten volgen uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en uit klachten van bewoners. Voor de Polder Vlaardingen-west is per belang in tabel 5-4 samengevat of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

27 Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Toelichting potentieel knelpunt Langs de Vlaardingse Vaart is mogelijk wateroverlast door kwel vanuit de boezem. Daarnaast veroorzaakt kwel vanuit het 1e watervoerend pakket mogelijk bij meer bebouwing hoge grondwaterstanden. Voor de gebieden langs de Vlaardingse Vaart en de Oude Haven en aan de zuidzijde van de polder geeft de drooglegging geen goed beeld van de te verwachten grondwaterstanden. Door de kweldruk vanuit de boezem en de Nieuwe Maas is er opbolling van de grondwaterstand bij de bebouwing. Er is geen oppervlaktewater en/of drainage aanwezig die dit water afvoert. De verwachte grondwaterstanden zullen daarom hoger liggen dan de drooglegging weergeeft. In de wijk Centrum is veel bebouwing aanwezig die niet onderheid is. Hierdoor bestaat er in deze wijk risico op verzakkingen door bodemdaling, waardoor er wateroverlast kan ontstaan of schade aan de bebouwing. In de wijk Centrum is veel bebouwing met onvoldoende drooglegging. Toelichting praktijkknelpunt Er zijn knelpunten bekend met betrekking tot kwel en hoge grondwaterstanden nabij bebouwing in polder Vlaardingen-west. Door bodemdaling is er een geringe ontwateringsdiepte in het Stadshart. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt In delen van de wijken Centrum en Westwijk is de drooglegging ter plaatse van wegen onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt De wegen in Westwijk worden regelmatig door de gemeente opgehoogd. In het Centrum niet omdat deze dan hoger dan de bebouwing komen te liggen. In beide gebieden is de lage drooglegging geen knelpunt. Recreatie en Groen Toelichting potentieel knelpunt De volkstuinen en sportvelden in de Zuidbuurt hebben onvoldoende drooglegging. Toelichting praktijkknelpunt Er zijn in de Zuidbuurt geen klachten van wateroverlast bekend. Een lage drooglegging is bij volkstuinen geen probleem. Beplanting in stedelijke gebieden ondervindt steeds meer problemen door de bodemdaling. Daardoor vindt wortelopdruk plaats. Dit is een knelpunt dat Delfland niet door middel van een peilwijziging kan oplossen. Beheersbare waterhuishouding Toelichting potentieel knelpunt In de polder zijn vijftien peilgebieden aanwezig. In de verkenning voor ontsnippering is bepaald dat er mogelijkheden zijn om peilgebieden te ontsnipperen. Geen inlaat aanwezig in peilgebieden III en XV. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

28 Toelichting praktijkknelpunt De mogelijkheden om peilgebieden te ontsnipperen moeten worden onderzocht. Geen goede aanvoermogelijkheden in peilgebieden III en XV Tabel 5-4 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang polder Vlaardingen-west Belang Toelichting Toets potentieel Toets Nummer op potentieel knelpunt knelpunt praktijkknelpunt overzichtskaart Niet onderheide niet onderheide ja ja 1 bebouwing en bebouwing bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur onvoldoende ja nee - drooglegging bij wegen Recreatie en Sportvelden, ja nee - groen volkstuinen en openbaar groen onvoldoende drooglegging Beheersbare waterhuishouding meerdere peilgebieden Ja Ja 3 voldoende aanvoercapaciteit Ja Ja 2 Knelpuntenkaart In figuur 5-3 is de knelpuntenkaart voor de polder Vlaardingen-west en polder Vettenoord weergegeven. Op de knelpuntenkaart zijn de praktijkknelpunten weergegeven. Samenvatting In de polder Vlaardingen-west zijn voor vier belangen potentiële knelpunten geanalyseerd. Dit geldt voor de belangen niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering, infrastructuur, recreatie en groen en beheersbare waterhuishouding. Uit de beschikbare gegevens en het overleg met de peilbeheerder en gemeente is gebleken dat in de praktijk ook knelpunten aanwezig zijn voor de belangen niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering en voor het belang beheersbare waterhuishouding. De ontsnippering van peilgebieden moet onderzocht worden Polder Vettenoord De polder Vettenoord beslaat een oppervlak van circa 90 ha. De polder behoort in het geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het watersysteem van de polder Vettenoord bestaat uit drie peilgebieden. De peilen in de polder Vettenoord liggen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

29 tussen NAP -1,14 m en NAP -0,81 m. In tabel 5-5 zijn de actuele peilen, oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime', in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de polder zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-5 Actuele Oppervlaktewaterregime polder Vettenoord Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) I -1,14 II -0,88 III -0,81 Knelpunten analyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 van dit rapport zijn een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit). Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en klachten van bewoners. Voor de Polder Vettenoord is per belang in tabel 5-6 benoemd of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Voor de belangen recreatie, beheersbare waterhuishouding zijn zowel in theorie als in de praktijk geen knelpunten aanwezig. Onderheide bebouwing Toelichting potentieel knelpunt In de buurt Vettenoordse Polder Oost is veel bebouwing met onvoldoende drooglegging. De drooglegging is echter geen goede indicatie voor de grondwaterstand omdat er in het peilgebied, op een geïsoleerde vijver na, geen oppervlaktewater aanwezig is. Langs de Oude Haven is het maaiveldniveau ongeveer tussen NAP +0,0m en NAP +0,8 m. Langs de Oude Haven is mogelijk grondwateroverlast door kwel vanuit de boezem in gebieden met een lage maaiveldligging. Voor de gebieden langs de Oude Haven en aan de zuidzijde van de polder geeft de drooglegging geen goed beeld van de te verwachten grondwaterstanden. Door de kweldruk vanuit de Haven en de Nieuwe Maas is er opbolling van de grondwaterstand bij de bebouwing. Er is in het gebied wel drainage aanwezig die dit water afvoert. De verwachte grondwaterstanden zullen echter toch hoger liggen dan de drooglegging weergeeft. Toelichting praktijkknelpunt De gemeente neemt maatregelen zoals het aanleggen van drainage om eventuele wateroverlast door kwel tegen te gaan. Hierdoor is de lage drooglegging geen knelpunt waar Delfland maatregelen voor hoeft te nemen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

30 Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Toelichting potentieel knelpunt In de buurt Vettenoordse Polder Oost is veel bebouwing aanwezig met een kwetsbare fundering (houten palen, op staal, onderkelderd). Hierdoor bestaat in deze wijk het risico dat er verzakkingen door bodemdaling optreden, waardoor er wateroverlast kan ontstaan in de bebouwing. Toelichting praktijkknelpunt In de praktijk zijn knelpunten voor de kwetsbare fundering bekend. De gemeente neemt maatregelen om eventuele grondwateroverlast tegen te gaan. Hierdoor is de aanwezigheid van niet onderheide bebouwing en kwetsbare fundering geen knelpunt waar Delfland maatregelen voor hoeft te nemen. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt In delen van de polder is de drooglegging ter plaatse van wegen onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt De gemeente neemt maatregelen zoals het aanleggen van drainage om eventuele wateroverlast tegen te gaan. Hierdoor is de lage drooglegging geen knelpunt waarvoor Delfland maatregelen hoeft te nemen. Recreatie en Groen Toelichting praktijkknelpunt Beplanting in stedelijke gebieden ondervindt steeds meer problemen door de bodemdaling. Daardoor vindt wortelopdruk plaats. Dit is een knelpunt dat Delfland niet door middel van een peilwijziging kan oplossen. Riolering en drainage Toelichting potentieel knelpunt De polder Vettenoord heeft geen oppervlaktewaterbemaling maar loost het overtollige water op de polder Centrum West. Toelichting praktijkknelpunt Ten aanzien van de peilafweging zijn er geen praktijkknelpunten bekend. Tegengaan droogte Toelichting potentieel knelpunt De polder heeft twee directe aanvoerverbindingen, waardoor bij droogte water aangevoerd kan worden vanuit de boezem. De aanvoercapaciteit van de inlaten in de polder is groter dan de aanvoernorm. Toelichting praktijkknelpunt Door de peilbeheerder is aangegeven dat in de praktijk er onvoldoende doorstroming gerealiseerd kan worden om de waterkwaliteit goed te krijgen. De inlaat is in beheer van de gemeente. Er zijn geen problemen met betrekking tot droogte bekend. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

31 Tabel 5-6 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang polder Vettenoord Belang Toelichting potentieel Toets Toets Nummer op knelpunt potentieel praktijkknelpunt overzichtskaart knelpunt Onderheide bebouwing onvoldoende drooglegging ja nee - Niet onderheide niet onderheide ja nee - bebouwing en bebouwing bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur onvoldoende ja nee - drooglegging bij wegen Recreatie en onvoldoende nee nee - groen drooglegging in openbaar gebied Rioleringen en geen ja nee - drainages oppervlaktebemaling Beheersbare meerdere peilgebieden nee nee - waterhuishouding Tegengaan droogte onvoldoende doorspoeling nee nee - Knelpuntenkaart In figuur 5-3 is de knelpuntenkaart voor de polder Vettenoord en de polder Vlaardingenwest weergegeven. Op de knelpuntenkaart zijn de praktijkknelpunten weergegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

32 Figuur 5-3 Kaart praktijkknelpunten polder Vettenoord en polder Vlaardingen-west Samenvatting In de polder Vettenoord zijn voor vier van de zeven belangen potentiële knelpunten. Voor de belangen recreatie en groen, beheersbare waterhuishouding en tegengaan droogte zijn geen potentiële knelpunten. Uit de beschikbare gegevens en het overleg met de peilbeheerder en gemeente is gebleken dat geen van de belangen in de praktijk Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

33 knelpunten hebben. Bij de peilafweging moet er rekening mee gehouden worden dat een verhoging van het peil mogelijk tot grondwateroverlast bij bebouwing en het openbaar gebied kan leiden De beslaat een oppervlak van circa 210 ha. De polder behoort in het geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het watersysteem van de bestaat uit drie peilgebieden. De peilen in de polder liggen tussen NAP -1,80 m en NAP -2,35 m. In tabel 5-7 zijn de actuele peilen oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime' in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de polder zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-7 Actuele Oppervlaktewaterregime Peilgebied Praktijkpeil (m tov NAP) I -2,35 II -2,06 III -1,80 Knelpunten analyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 van dit rapport zijn een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit) Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten volgen uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en uit klachten van bewoners. Voor de is per belang in tabel 5-8 samengevat of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Voor het belang begraafplaatsen zijn zowel in theorie als in de praktijk geen knelpunten aanwezig. Onderheide bebouwing Toelichting potentieel knelpunt In de noordwest- en zuidoosthoeken van de polder is de drooglegging bij de bebouwing onvoldoende, namelijk minder dan 0,8 m. Toelichting praktijkknelpunt Door de gemeente is aangegeven dat er in het deel van de polder ten westen van de Van Hogendorplaan en de noordoosthoek knelpunten met betrekking tot onvoldoende drooglegging zijn. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

34 Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Toelichting potentieel knelpunt In de polder is veel bebouwing aanwezig die niet onderheid is. Hierdoor bestaat in deze wijk het risico dat er verzakkingen door bodemdaling optreden, waardoor er wateroverlast kan ontstaan in de bebouwing. Ook is er een kerk aanwezig op houten palen. Toelichting praktijkknelpunt In de praktijk zijn knelpunten voor de kwetsbare fundering aanwezig. De bodemdaling heeft tot wateroverlast geleid. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt De drooglegging bij wegen in de noordwestelijke en zuidoostelijke delen van de polder is onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt De lage drooglegging is een knelpunt. Er ontstaat mogelijk overlast wanneer de straat hoger ligt dan de voordeurdrempel. Dan wordt het water bij hevige neerslag niet meer op straat geborgen, maar loopt het de huizen in. Begraafplaats Toelichting potentieel knelpunt De drooglegging bij de begraafplaats is onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt De gemeente heeft drainage aangelegd ten behoeve van het knelpunt met betrekking tot een te hoge grondwaterstand. Recreatie en groen Toelichting potentieel knelpunt De drooglegging ter plaatse van de sportvelden aan de oostzijde van de polder aan het Trimpad is inmiddels verbeterd door aanleg van een watergang en ophoging van het maaiveld. Bij de voetbalvelden langs de Burgemeester Heusdenslaan is de drooglegging onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt Beplanting in stedelijke gebieden ondervindt steeds meer problemen door de bodemdaling. Daardoor vindt wortelopdruk plaats. Dit is een knelpunt wat Delfland niet door middel van een peilwijziging kan oplossen. Er zijn geen knelpunten bekend met betrekking tot een te hoge grondwaterstand ter plaatse van de sportvelden bekend. Mogelijk is er ter plaatse van de sportvelden drainage aanwezig. Beheersbare waterhuishouding Toelichting potentieel knelpunt In de polder zijn drie peilgebieden aanwezig. Uit de verkenning voor ontsnippering is gebleken dat de koppeling van peilgebieden I en II onderzocht moet worden. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

35 Toelichting praktijkknelpunt De lange duiker parallel aan de Rotterdamseweg is meestal dicht. Dit zorgt ervoor dat de stroomrichting in de polder eenduidig is. De duiker wordt bij de herinrichting van -oost deels vervangen door open water (bestemmingsplan -oost). Er is geen knelpunt aanwezig. Het watersysteem is goed beheersbaar, mits de duiker aan de Mr. L.A. Kesperweg regelmatig onderhouden wordt. Als dit niet vaak genoeg gebeurt dan vindt er opstuwing van het waterpeil plaats in de watergangen langs het Trimpad. Door de operationeel peilbeheerder is aangegeven dat de koppeling van peilgebieden I en II niet wenselijk is. Het systeem kan in de bestaande situatie goed doorgespoeld worden. Tegengaan droogte Toelichting potentieel knelpunt In de wordt via twee inlaten (peilgebieden II en III) water vanuit de boezem ingelaten. In de is voldoende inlaatcapaciteit voor alle peilgebieden beschikbaar, zodat peilhandhaving gewaarborgd is. Alleen in de zuidoosthoek is mogelijk een knelpunt voor doorspoeling van de watergangen, omdat hier geen aanvoer is. Toelichting praktijkknelpunt Door de peilbeheerder is aangegeven dat er voldoende water ingelaten kan worden om droogte tegen te gaan. Tabel 5-8 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang Belang Toelichting potentieel knelpunt Toets potentieel knelpunt Toets praktijkknelpunt Nummer op overzichtskaart Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Begraafplaats Recreatie en Groen Beheersbare waterhuishouding Tegengaan droogte onvoldoende drooglegging ja ja 6 Kwetsbare ja ja 7 fundering aanwezig onvoldoende ja nee - drooglegging onvoldoende ja nee - drooglegging onvoldoende drooglegging sportvelden ja Nee - Meerdere ja nee - peilgebieden onvoldoende ja nee - aanvoercapaciteit Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

36 Knelpuntenkaart De praktijkknelpunten voor de zijn op de knelpuntenkaart bij polder Vlaardingen-oost weergegeven. Samenvatting In de zijn voor de meeste belangen potentiële knelpunten. Uit de beschikbare gegevens en het overleg met de peilbeheerder en gemeente is gebleken dat alleen de belangen Onderheide bebouwing en Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering in de praktijk knelpunten hebben. Bij de peilafweging moet er rekening mee gehouden worden dat een verhoging en verlaging van het peil mogelijk tot grondwateroverlast bij bebouwing en het openbaar gebied en schade aan woningen kan leiden De polder Vlaardingen-oost beslaat een oppervlak van circa 90 ha. De polder behoort in het geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het watersysteem van de polder Vlaardingen-oost bestaat uit drie peilgebieden. De peilen in de polder Vlaardingen-oost liggen tussen NAP -0,20 m en NAP -0,99 m. In tabel 5-9 zijn de actuele peilen oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime' in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de polder zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-9 Actuele Oppervlaktewaterregime polder Vlaardingen-oost Peilgebied Actueel Oppervlaktewaterregime (praktijkpeilen) (m tov NAP) I* -1,12 II -0,20 IV -0,57 * voormalig peilgebied III behoort tot peilgebied I Knelpunten analyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 dit rapport zijn een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit) Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten volgen uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en uit klachten van bewoners. Voor de polder Vlaardingen-oost is per belang in tabel 5-10 benoemd of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

37 Onderheide bebouwing Toelichting potentieel knelpunt In de wijk Oostwijk is veel bebouwing met onvoldoende drooglegging. De drooglegging op deze locatie geeft geen representatief beeld van de te verwachten grondwaterstand. De hoogte van de grondwaterstand wordt beïnvloed door kwel vanuit de Oude Haven. Door opbolling van het grondwater is het grondwaterpeil hoger dan op basis van de drooglegging bepaald is. Dit levert een potentieel knelpunt op. Toelichting praktijkknelpunt Door de gemeente is aangegeven dat er in bijna de hele polder knelpunten met betrekking tot grondwateroverlast door onvoldoende drooglegging zijn. Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Toelichting potentieel knelpunt In de polder is veel bebouwing aanwezig die niet onderheid is. Dit betekent dat er een risico is op verzakking door bodemdaling van de bebouwing en wateroverlast in de bebouwing. Toelichting praktijkknelpunt Er zijn knelpunten voor de kwetsbare fundering aanwezig ter plaatse van nietonderheide bebouwing. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt In de wijk Oostwijk hebben veel lokale wegen onvoldoende drooglegging. Toelichting praktijkknelpunt Het openbaar gebied wordt regelmatig door de gemeente opgehoogd. Hierdoor is de lage drooglegging geen knelpunt. Recreatie en groen Toelichting potentieel knelpunt In het park t Hof en het Oranjepark is de drooglegging onvoldoende voor recreatie. Toelichting praktijkknelpunt De wateroverlast in t Hof en het Oranjepark is bij de herinrichting van de parken opgelost doordat het maaiveld opgehoogd is en er drainage aangebracht is. Beplanting in stedelijke gebieden ondervindt steeds meer problemen door de bodemdaling. Daardoor vindt wortelopdruk plaats. Dit is een knelpunt wat Delfland niet door middel van een peilwijziging kan oplossen. Beheersbare waterhuishouding Toelichting potentieel knelpunt In de bestaande situatie is er geen flexibel peil in de polder. Uit de verkenning flexibel peil is gebleken dat de mogelijkheden om in peilgebied I flexibel peil toe te passen onderzocht moeten worden. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

38 Toelichting praktijkknelpunt De mogelijkheden om in peilgebied I flexibel peil toe te passen onderzocht moeten worden. Tabel 5-10 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang polder Vlaardingenoost Belang Toelichting Toets potentieel Toets Nummer op potentieel knelpunt praktijkknelpunt overzichtskaart knelpunt Onderheide bebouwing onvoldoende drooglegging ja ja 8 Niet onderheide Niet-onderheide ja ja 9 bebouwing en bebouwing bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur onvoldoende ja nee - drooglegging Recreatie onvoldoende ja nee - drooglegging sportvelden Beheersbare flexibel peil ja ja 10 waterhuishouding ontbreekt Knelpuntenkaart In figuur 5-4 is de knelpuntenkaart voor de en polder Vlaardingen-oost weergegeven. Op de knelpuntenkaart zijn de praktijkknelpunten weergegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

39 Figuur 5-4 Kaart praktijkknelpunten en polder Vlaardingen-oost Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

40 Samenvatting In de polder Vlaardingen-oost zijn alle belangen potentiële knelpunten. Uit de beschikbare gegevens en het overleg met de peilbeheerder en gemeente is gebleken dat de belangen onderheide bebouwing, niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering en beheersbare waterhuishouding in de praktijk knelpunten hebben. Bij de peilafweging moet er rekening mee gehouden worden dat een verhoging van het peil mogelijk tot grondwateroverlast bij bebouwing en het openbaar gebied kan leiden. Ook is voor het toepassen van flexibel peil van belang dat het grondwater niet te ver uitzakt in verband met de niet onderheide bebouwing die in de polder aanwezig is De beslaat een oppervlak van circa 426 ha. De polder behoort vrijwel geheel tot het gebied van de gemeente Vlaardingen. Het noordelijk deel van de ligt in de gemeente Midden-Delfland. Het watersysteem van de bestaat uit drieëntwintig peilgebieden. Aan de noordoostkant van de is de bodem verontreinigd door het opgespoten havenslib (peilgebieden I en II). De peilen in de liggen tussen NAP -2,89 m en NAP +0,70 m. In tabel 5-11 zijn de actuele peilen, oftewel het 'Actueel Oppervlaktewaterregime', in de peilgebieden weergegeven. De peilen van de zijn nog niet eerder vastgesteld in een peilbesluit. Tabel 5-11 Actuele Oppervlaktewaterregime Peilgebied Praktijkpeil (m tov NAP) I -0,15 II -2,89 III 0,01 IV Flexibel peil Ondergrens -0,28 Bovengrens +0,52 V -2,40 VI -1,35 VII -2,08 VIII -2,08 IX -1,43 X -2,27 XI 0,70 XII -2,22 XIII -2,20 XIV -2,62 XV -2,56 XVI -2,41 XVII -2,30 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

41 Peilgebied Praktijkpeil (m tov NAP) XVIII -2,20 XIX -1,70 XX -1,29 XXI -1,20 XXII -0,77 XXIII -0,80 Knelpunten analyse In hoofdstuk 8, 9 en bijlage 7 van dit rapport zijn een inventarisatie en analyse gedaan van het watersysteem in de huidige situatie en een inventarisatie van beleidsdocumenten (provincie, waterschap en gemeente). Daaruit is gebleken dat er knelpunten zijn ten aanzien van het watersysteem (o.a. wateroverlast, wateronderlast en waterkwaliteit) Hieronder worden per belang de knelpunten beschreven. De potentiële knelpunten volgen uit eerder genoemde inventarisatie en analyse. De praktijkknelpunten volgen uit de kennis van de peilbeheerder en gemeente en uit klachten van bewoners. Voor de polder is per belang in tabel 5-12 benoemd of er een knelpunt voor (grond)wateroverlast of verdroging is en wordt het knelpunt toegelicht. Voor de belangen kwetsbare fundering en riolering en drainage zijn zowel in theorie als in de praktijk geen knelpunten aanwezig. Onderheide bebouwing Toelichting potentieel knelpunt Bij de in de polder aanwezige bebouwing aan de zuidrand van de polder is de drooglegging onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt Er is geen wateroverlast of schade bekend door de lage drooglegging. Dit is dus geen knelpunt. Infrastructuur Toelichting potentieel knelpunt De drooglegging van de weg aan de zuidrand van de polder is onvoldoende. Toelichting praktijkknelpunt Er is geen wateroverlast of schade bekend door de lage drooglegging. Dit is dus geen knelpunt. Recreatie en groen Toelichting potentieel knelpunt In peilgebied IV heeft een deel van het gebied een te kleine drooglegging voor recreatie. Aan de zuidrand zijn een sportveld en volkstuinen met een te lage drooglegging. De golfbaan heeft onvoldoende drooglegging. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

42 Toelichting praktijkknelpunt Het gebied met lage drooglegging in peilgebied IV wordt in de toekomst verder vernat om er natte natuur te realiseren. Er zijn knelpunten bekend. Het sportveld is mogelijk gedraineerd, waardoor de lage drooglegging niet tot een knelpunt leidt. Er zijn geen knelpunten bekend. De golfbaan is mogelijk gedraineerd. Er is voor de golfbaan geen knelpunt bekend. Bij de volkstuinen zijn geen knelpunten bekend. Beheersbare waterhuishouding Toelichting potentieel knelpunt In de polder zijn drieëntwintig peilgebieden aanwezig. De optimale situatie voor beheersbaarheid van de peilgebieden is één niet te groot peilgebied. Uit de verkenning voor ontsnippering is gebleken dat er mogelijkheden aanwezig zijn om peilgebieden te koppelen. Dit zijn de peilgebieden XVII en XVIII en peilgebieden VII en VIII. In de bestaande situatie is er een flexibel peil aanwezig in peilgebied IV, omdat hier geen aanvoer van water naartoe is. Uit de verkenning voor flexibel peil is gebleken dat onderzocht moet worden of het mogelijk is om flexibel peil in peilgebieden toe te passen in peilgebieden V en VI. Toelichting praktijkknelpunt Het watersysteem is beheersbaar en levert het aantal peilgebieden geen knelpunten op. De mogelijkheden om peilgebieden te ontsnipperen moeten worden onderzocht. Flexibel peilbeheer in peilgebieden V en VI is niet aanwezig, terwijl er wel mogelijkheden voor zijn. Tegengaan droogte Toelichting potentieel knelpunt Peilgebieden IV en IX in de hebben geen aanvoer voor water om bij droogte de watergangen op peil te houden. Deze vallen in peilgebied IV dan ook droog s zomers. Doordat peilgebied IX geen aanvoer heeft, is de aanvoer naar de achterliggende peilgebieden VII, VIII, XI en X ook niet te sturen. Toelichting praktijkknelpunt Er zijn geen knelpunten bekend. Mogelijk worden de watergangen in de peilgebieden vanuit het grondwater door kwel gevoed. Voor de functies in de gebieden levert eventueel uitzakken van het oppervlakte- en grondwaterpeil geen problemen op. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

43 Tabel 5-12 Samenvatting potentiële en praktijkknelpunten per belang Belang Toelichting potentieel knelpunt Toets potentieel knelpunt Toets praktijkknelpunt Nummer op overzichtskaart Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Beheersbare waterhuishouding Tegengaan droogte onvoldoende drooglegging ja nee - onvoldoende nee nee - drooglegging onvoldoende ja nee - drooglegging onvoldoende ja nee - drooglegging sportvelden en volkstuinen meerdere peilgebieden, flexibel peil ontbreekt ja ja 11 & 12 onvoldoende ja nee - aanvoercapaciteit Knelpuntenkaart In figuur 5-5 is de knelpuntenkaart voor de weergegeven. Op de knelpuntenkaart zijn de praktijkknelpunten weergegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

44 Figuur 5-5 Kaart praktijkknelpunten Samenvatting In de zijn voor de meeste belangen potentiële knelpunten aanwezig. Alleen voor het belang niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering is geen potentieel knelpunt aanwezig. Uit de beschikbare gegevens en het overleg met de Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

45 peilbeheerder en gemeente is gebleken dat er voor het belang beheersbare waterhuishouding praktijkknelpunten zijn. Bij de peilafweging moet er rekening mee gehouden worden dat vervuild oppervlaktewater uit peilgebieden I en II niet in de rest van de polder terecht komt. 5.2 Knelpunten wateraanvoer Bij de inventarisatie van het watersysteem in paragraaf 8.10 is de aanvoercapaciteit voor de peilgebieden van de polders bepaald. Deze is voor alle peilgebieden groter dan de theoretisch bepaalde, benodigde aanvoercapaciteit (bijlage 8). In het algemeen voldoet de aanvoercapaciteit van de inlaten ruim aan de aanvoerbehoefte van de polders. Bovendien zijn in de Watersysteemanalyse Vlaardingen geen knelpunten ten opzichte van de afvoercapaciteit van watergangen en kunstwerken in potentiële wateroverlastsituaties vastgesteld. Hieruit kan geconcludeerd worden dat watergangen en kunstwerken ook in droge situaties een toereikende capaciteit hebben om wateraanvoer en peilhandhaving te waarborgen. Voor enkele peilgebieden bestaat in de huidige situatie geen (directe) aanvoermogelijkheid. Deze zijn in figuur 5-6 donkergrijs gekenmerkt. Uit de analyse in hoofdstuk 8.10 blijkt dat de aanvoercapaciteit van de inlaten voldoet aan de aanvoerbehoefte per polder. Wel zijn enkele potentiële knelpunten met betrekking tot de volgende thema s geconstateerd: Aanvoer Voor enkele peilgebieden in de polders Vlaardingen-west en Vlaardingen-oost ontbreekt wel een directe aanvoermogelijkheid vanuit de boezem. Er kan wel water vanuit andere peilgebieden naar deze peilgebieden aangevoerd worden. Doorspoeling en verversing Doorspoeling en waterverversing zijn voor een onderdeel van peilgebied II in de moeilijk te realiseren tenzij er toch een verbinding met de Poldervaartpolder komt. Waterkwaliteit De polders Vettenoord en Vlaardingen-oost beschikken alleen over aanvoermogelijkheden vanuit de Oude Haven, waar het water zilt is. Er zijn plannen om de met de polder Vlaardingen-oost en de polder Vettenoord met de polder Vlaardingen-west te verbinden. Na realisatie van de doorverbindingen werkt de aanvoer van zilt water uit de Oude Haven mogelijk door naar de en de polder Vlaardingen-west. In de stroomt het aanvoerwater van een van de twee inlaten langs een begraafplaats, waardoor de waterkwaliteit verslechtert. Beheer Een goede afstemming tussen de gemeente en Delfland over de verdeling van de wateraanvoer is noodzakelijk, omdat de gemeente een aantal inlaatpunten in Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

46 beheer heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de sturing van de aanvoer in de polder Vettenoord. Hierdoor is het voor Delfland moeilijker om het peil te handhaven. Figuur 5-6 Inlaatmogelijkheden in Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

47 5.2.1 vertoont geen knelpunten in de wateraanvoer Vlaardingen-west In de polder Vlaardingen-west zijn de peilgebieden III en XV niet voorzien van wateraanvoer. Voor deze gebieden geldt dat er geen aanvoer is direct vanuit de boezem en ook niet vanuit een ander peilgebied. Om water aan te voeren naar peilgebied II is in juni 2012 een aanvoer vanuit peilgebied I van de polder Vettenoord gerealiseerd door Delfland Polder Vettenoord Polder Vettenoord beschikt alleen over een inlaat vanuit de Oude Haven. Dit is voor de waterkwaliteitsdoelen niet wenselijk. Na uitvoering van de doorverbinding polder Vettenoord en polder Vlaardingen-west (juni 2012) heeft dit eventueel ook gevolgen voor de peilgebieden I en II in polder Vlaardingen-west. Water wordt namelijk via peilgebied III aangevoerd naar peilgebied II en vervolgens naar peilgebied I. De afsluiter in peilgebied III in polder Vettenoord is niet in beheer bij Delfland, maar wordt door de gemeente bediend. Hierdoor kan Delfland de hoeveelheid aanvoer van water van peilgebieden I, II en III niet sturen Inlaatwater voor de polder Vlaardingen-oost komt evenals in polder Vettenoord uit het buitenwater (waterkwaliteitsknelpunt). Ook hier is een doorverbinding met de gepland ten behoeve van de doorspoeling met eventuele gevolgen voor peilgebied I. Na realisatie van een circulatiegemaal zoals aangegeven in het waterplan zijn ook de peilgebieden II en III hiervan betrokken In de is voldoende inlaatcapaciteit voor alle peilgebieden beschikbaar zodat peilhandhaving gewaarborgd is. Mogelijk is het zuidoostelijke deel van peilgebied II een knelpunt voor doorspoeling. Of er een koppeling van dit gedeelte met de Poldervaartpolder bestaat, is niet bekend. In de huidige situatie stroomt het inlaatwater voor peilgebied III langs een begraafplaats en wordt het hier door percolatiewater verontreinigd. Vervolgens wordt dit water afgevoerd naar de peilgebieden II en I (waterkwaliteitsknelpunt). Voor het opheffen van dit waterkwaliteitsknelpunt zijn er plannen voor het afsluiten van de watergang langs de begraafplaats en voeding vanuit gemaal Plein In de hebben peilgebieden IV en IX geen verbinding met een inlaatwatergang. Doordat peilgebied IX geen aanvoer heeft, is de aanvoer naar de achterliggende peilgebieden VII, VIII, X en XI ook niet te sturen. Inlaatwater voor peilgebieden V en VI komt vanuit de Vlaardingse Vaart. Voor de golfbaan (peilgebieden Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

48 II en XIII tot en met XXIII) en peilgebied I wordt water ingelaten vanuit de Boonervliet. Deze inlaat is in beheer van de golfclub. Hierdoor is de sturing van de hoeveelheid inlaatwater van de peilgebieden I, II en XIII tot en met XXIII door Delfland niet mogelijk. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

49 6 GEWENSTE SITUATIE In dit hoofdstuk wordt de afweging gemaakt voor de gewenste situatie. Belangrijke aandachtspunten bij de peilafweging in Vlaardingen zijn de optredende bodemdaling in een groot deel van Vlaardingen, de ruimtelijke ontwikkelingen en de zeer hoge archeologische waarden aanwezig in het centrum van Vlaardingen, een peilverlaging kan leiden tot negatieve effecten voor het belang archeologie of tot extra bodemdaling. In deze afweging zullen alleen maatregelen in het oppervlaktewaterstelsel worden betrokken en vormt daarmee ook de afweging voor het peilbesluit. Omdat voor de afweging ook de actuele situatie en knelpunten nodig zijn, zijn deze ook beschreven (hoofdstuk 5). Het grondwaterregime wordt niet omschreven omdat er te weinig bekend is over de grondwaterstanden en er bovendien veel ruimtelijke variatie is. Door de praktijkknelpunten ook in het overzicht mee te nemen is duidelijk of er de behoefte bestaat voor een peilwijziging. Een peilwijziging brengt maatregelen met zich mee, een inschatting van de kosten van de maatregelen wordt in dit hoofdstuk benoemd. Een onderbouwing van de kostenspecificatie is opgenomen in bijlage 4. Wanneer er geen praktijkknelpunten bekend zijn, is er geen behoefte om het peil te wijzigingen en wordt het huidige praktijkpeil vastgesteld. Maatregelen, waarbij peilgebieden worden samengevoegd, worden alleen behandeld bij het peilgebied waar de peilwijziging wordt voorgesteld. Als bij beide peilgebieden een peilwijziging optreedt dan wordt de ontsnippering bij beide peilgebieden afgewogen. Het effect van een peilwijziging is op ieder peilgebied anders omdat dit afhankelijk is van de aanwezige functies. 6.1 In de polder Vlaardingen-Holierhoek zijn vijf peilgebieden. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald of en hoe knelpunten opgelost kunnen worden en worden peilvoorstellen gedaan en afgewogen. In tabel 6-1 is een overzicht van de actuele situatie in de polder Vlaardingen-Holierhoek weergegeven. Tabel 6-1 Actuele situatie Peilgebied Actuele situatie Knelpunten aanwezig (nee/ja) (m t.o.v. NAP) I -3,00 Nee II -2,50 Nee III -2,20 Nee IV wp -3,25 Ja zp -3,00 V -3,45 Nee Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

50 6.1.1 Peilgebieden zonder knelpunten In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-Holierhoek geen knelpunten zijn voor de peilgebieden I, II, III en V. Voor deze peilgebieden wordt voorgesteld om de peilen in de actuele situatie, zoals opgenomen in tabel 6-1, vast te stellen Peilgebied IV In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied IV van de polder Vlaardingen- Holierhoek geen knelpunten zijn. Voor peilgebied IV is er wel de mogelijkheid om het peilgebied te koppelen met peilgebied I om de beheersbaarheid van het watersysteem te vergroten. In tabel 6-2 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-2 belangen peilgebied IV Belangen Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Versnippering van waterhuishouding peilgebieden Peilvoorstellen A. Actueel zomerpeil handhaven, winterpeil + 25 cm, samenvoegen met peilgebied I B. Actueel zomer- en winterpeil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Samenvoegen van peilgebieden I en IV. Het verschil tussen het vaste peil van peilgebied I en het winterpeil van peilgebied IV is 25 cm. Wanneer peilgebied IV een vast peil op NAP -3,00 m krijgt, is het mogelijk de peilgebieden samen te voegen. Voor de koppeling hoeft alleen de afsluitbare duiker opengezet te worden. De gemeente moet wel eerst de overstortdrempel in peilgebied IV op hoogte brengen. Peilvoorstel B: Actueel zomerpeil NAP 3,00 m en winterpeil NAP 3,25 m handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel 6-3. Tabel 6-3 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A* Peilvoorstel B Infrastructuur 0 0 Recreatie -- 0 Archeologie 0 0 Waterkwaliteit en ecologie 0 0 Tegengaan wateroverlast -- 0 Riolering en drainage -- 0 Beheersbare waterhuishouding + - Tegengaan maaivelddaling 0 0 Objecten aan het water 0 0 Tegengaan droogte 0 0 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

51 Belangen Peilvoorstel A* Peilvoorstel B Kostencategorie van de te Geen kosten Geen kosten nemen maatregelen (indicatief) * Peilvoorstel A heeft effect op peilgebied IV, in peilgebied I treden geen effecten op ten gevolge van de koppeling omdat het peil in peilgebied I niet gewijzigd wordt, maar in peilgebied IV wel. Peilafweging De vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: Meer nadelen dan voordelen oplevert, dit peilvoorstel brengt geen kosten met zich mee. - Peilvoorstel B: Geen verbetering of verslechtering (neutraal) oplevert, dit peilvoorstel brengt geen kosten met zich mee. De voordelen van peilvoorstel A voor het belang beheersbare waterhuishouding wegen niet op tegen de nadelen die dit peil veroorzaakt voor de belangen recreatie, tegengaan wateroverlast en riolering en drainage. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actueel zomerpeil van NAP -3,00 m en winterpeil van NAP -3,25 m worden gehandhaafd. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden. 6.2 Polder Vlaardingen-west In de polder Vlaardingen-west zijn vijftien peilgebieden. In tabel 6-4 is een overzicht van de actuele situatie in de polder Vlaardingen-west weergegeven. In paragraaf zijn knelpunten geconstateerd voor de polder Vlaardingen-west. Er zijn in de polder mogelijkheden om peilgebieden te koppelen. De peilgebieden die gekoppeld kunnen worden, hebben echter wel verschillende peilen. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald welke mogelijke oplossingen er zijn om deze peilgebieden te koppelen en om de knelpunten op te lossen. Vanwege het aanwezige bergingstekort zijn er geen mogelijkheden om flexibel peilbeheer toe te passen. Tabel 6-4 Actuele situatie Polder Vlaardingen-west Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) Knelpunten aanwezig (nee/ja) I -2,70 Nee II -2,30 Ja III -2,49 Ja IV -1,65 Ja V -1,56 Ja VI -2,14 Nee VII -1,75 Ja VIII -1,40 Ja IX -1,80 Ja Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

52 Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) Knelpunten aanwezig (nee/ja) X -1,20 Ja XI -1,85 Nee XII -2,02 Nee XIII -2,18 Nee XIV -2,67 Nee XV -2,15 ja Peilgebieden zonder knelpunten In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-west geen knelpunten zijn voor de I, VI, XI, XII, XIII en XIV. Bij deze peilgebieden zijn er ook geen mogelijkheden om peilgebieden te koppelen of om flexibel peilbeheer toe te passen. Voor deze peilgebieden wordt voorgesteld om de actuele peilen, zoals opgenomen in tabel 6-4, vast te stellen Peilgebied II en III In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-west knelpunten zijn. Voor peilgebied II is er wel de mogelijkheid om het peilgebied te koppelen met peilgebied III. Peilgebied III heeft in de actuele situatie geen mogelijk voor aanvoer van water. In tabel 6-5 zijn voor het belang beheersbare waterhuishouding peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-5 belangen peilgebieden II en III Belang Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Versnippering van waterhuishouding peilgebieden Geen aanvoer peilgebied III Peilvoorstellen A. Verlagen peil met 19 cm in peilgebied II, samenvoegen met peilgebied III (aanleg duiker) B. Verhogen peil met 19 cm in peilgebied III, samenvoegen met peilgebied II (aanleg duiker) C. Verlagen peil met 10 cm in peilgebied II, samenvoegen met peilgebied III en peil peilgebied III verhogen met 9 cm (aanleg duiker) D. Actueel peil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Samenvoegen van peilgebieden II en III, waarbij het peil in peilgebied II verlaagd wordt met 19 cm naar NAP -2,49 m. Het peil in peilgebied III blijft NAP -2,49 m. Om de koppeling mogelijk te maken, moet een duiker aangelegd worden. Ook zijn maatregelen nodig aan de twee stuwen om het peil met 19 cm te verlagen en moet één stuw verwijderd worden om de peilgebieden te koppelen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

53 Peilvoorstel B: Samenvoegen van peilgebieden II en III, waarbij het peil in peilgebied III verhoogd wordt met 19 cm naar NAP -2,30 m. Het peil in peilgebied II blijft NAP -2,30. Om de koppeling mogelijk te maken, moet een duiker aangelegd worden. Ook moet één stuw verwijderd worden om de peilgebieden te koppelen. Peilvoorstel C: Samenvoegen met peilgebied III waarbij actueel peil van peilgebied II met 10 cm wordt verlaagd naar NAP -2,40 m en het peil van peilgebied III met 9 cm wordt verhoogd naar NAP -2,40 m. Om de peilgebieden te koppelen moet een nieuwe duiker tussen de peilgebieden aangelegd worden. Ook zijn maatregelen nodig aan twee stuwen om het peil met 10 cm te verlagen en moet de stuw tussen peilgebied II en III verwijderd worden. Toelichting peilvoorstel D: Geen samenvoeging. Actueel peil van NAP -2,30 m handhaven in peilgebied II en actueel peil van NAP -2,49 m handhaven in peilgebied III. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. De effecten van beide voorstellen zijn voor beide peilgebieden weergegeven in tabel 6-6. Tabel 6-6 Effecten peilvoorstellen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Peilvoorstel D Belangen Peilgebied II III II III II III II III Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

54 Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Peilvoorstel D Belangen Peilgebied II III II III II III II III Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Groot Groot Groot Geen kosten Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel B: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, deze zijn beide kleiner dan bij peilvoorstel A. De kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel C: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel D: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert. Er zijn geen kosten om dit voorstel uit te voeren. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A, B en C waarbij het peil verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen zoals enerzijds verlagen van het peil voor grotere drooglegging en het anderzijds het op peil houden van het oppervlaktewater om maaivelddaling tegen te gaan en ten behoeve van de belangen archeologie en kwetsbare fundering. Deze voordelen wegen niet op tegen de nadelen van het huidige peil. Bovendien kunnen er door een verlaging van het oppervlaktewaterpeil waterkwaliteitsproblemen (verzilting, zuurstofloosheid) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Door een verhoging van het oppervlaktewaterpeil kunnen problemen (vernatting en wateroverlast) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Tot slot zijn er bij peilvoorstel A, B en C kosten in de categorie groot mee gemoeid voor maatregelen en aanpassingen van het watersysteem, zoals het aanleggen van een duikerverbinding, aanpassen van kunstwerken en beschoeiingen aan de aangepaste peilen. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel D wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -2,30 m wordt gehandhaafd in peilgebied II en het actuele peil van NAP -2,49 m wordt gehandhaafd in peilgebied III. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden Peilgebied IV en V In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-west geen knelpunten zijn. Voor peilgebied IV is er wel de mogelijkheid om het peilgebied te koppelen met peilgebied V. In tabel 6-7 zijn voor het belang beheersbare waterhuishouding peilvoorstellen benoemd. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

55 Tabel 6-7 belangen peilgebied IV Belang Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Versnippering van waterhuishouding peilgebieden Peilvoorstellen A. Verhogen peil met 9 cm in peilgebied IV, samenvoegen met peilgebied V (verwijderen stuw) B. Verlagen peil met 9 cm in peilgebied V, samenvoegen met peilgebied IV (verwijderen stuw) C. Actueel peil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Koppeling peilgebied IV met peilgebied V, waarbij actueel peil van peilgebied IV met 9 cm wordt verhoogd naar NAP -1,56 m. Om de peilgebieden te koppelen moet de stuw tussen de peilgebieden worden verwijderd. Peilvoorstel B: Koppeling peilgebied IV met peilgebied V, waarbij actueel peil van peilgebied V met 9 cm wordt verlaagd naar NAP -1,65 m. Om de peilgebieden te koppelen moet de stuw tussen de peilgebieden worden verwijderd. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 9 cm wordt verlaagd. Peilvoorstel C: Actueel peil van NAP -1,65 m handhaven in peilgebied IV en actueel peil van NAP - 1,56 m handhaven in V. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel 6-8. Tabel 6-8 Effecten peilvoorstellen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Belangen Peilgebied IV V IV V IV V Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

56 Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Belangen Peilgebied IV V IV V IV V Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Middel Middel Geen kosten Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op gemiddeld vanwege de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel B: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op gemiddeld vanwege de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel C: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert. Er zijn geen kosten voor dit voorstel. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstellen A en B waarbij het peil verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen zoals enerzijds verlagen van het peil voor grotere drooglegging en het anderzijds het op peil houden van het oppervlaktewater om maaivelddaling tegen te gaan en ten behoeve van kwetsbare fundering. Deze voordelen wegen niet op tegen de nadelen ten opzichte van het huidige peil. Bovendien kunnen er door een verhoging van het oppervlaktewaterpeil problemen (vernatting en wateroverlast) ontstaan en door een verlaging van het oppervlaktewaterpeil waterkwaliteitsproblemen (verzilting, zuurstofloosheid) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Tot slot zijn er bij peilvoorstellen A en B kosten mee gemoeid voor maatregelen en aanpassingen van het watersysteem zoals het verwijderen van een stuw en het aanpassen van watergangen (voldoende waterdiepte) en kunstwerken. Er worden vervolgens wel kosten bespaard doordat de stuw niet meer beheerd en onderhouden hoeft te worden. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel C wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -1,65 m wordt gehandhaafd in peilgebied IV en het actuele peil van NAP -1,56 m wordt gehandhaafd in peilgebied V. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden Peilgebied VII en IX In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-west geen knelpunten zijn. Voor peilgebied VII is er wel de mogelijkheid om het peilgebied te koppelen met peilgebied IX. In tabel 6-9 zijn voor het belang beheersbare waterhuishouding peilvoorstellen benoemd. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

57 Tabel 6-9 belangen peilgebied VII Belang Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Versnippering van waterhuishouding peilgebieden Peilvoorstellen A. Verlagen peil met 5 cm in peilgebied VII, samenvoegen met peilgebied IX (aanleggen duiker) B. Verhogen peil met 5 cm in peilgebied IX, samenvoegen met peilgebied VII (aanleggen duiker) C. Actueel peil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Koppeling peilgebied VII met peilgebied IX waarbij actueel peil van peilgebied VII met 5 cm wordt verlaagd naar NAP -1,80 m. Om de peilgebieden te koppelen moet tussen de peilgebieden een duiker worden aangelegd. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem in peilgebied VII omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 5 cm wordt verlaagd. Peilvoorstel B: Koppeling peilgebied IX met peilgebied VII, waarbij actueel peil van peilgebied IX met 5 cm wordt verhoogd naar NAP -1,75 m. Om de peilgebieden te koppelen moet tussen de peilgebieden een duiker worden aangelegd. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem in peilgebied IX omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 5 cm wordt verhoogd. Peilvoorstel C: Actueel peil van NAP -1,75 m handhaven in peilgebied VII en actueel peil van NAP -1,80 m handhaven in peilgebied IX. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-10 Effecten peilvoorstellen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Belangen Peilgebied VII IX VII IX VII IX Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

58 Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Belangen Peilgebied VII IX VII IX VII IX Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Groot Groot Geen kosten Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat in: - Peilvoorstel A: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel B: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel C: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstellen A en B waarbij het peil verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen zoals enerzijds verlagen van het peil voor grotere drooglegging en het anderzijds het op peil houden van het oppervlaktewater om maaivelddaling tegen te gaan en ten behoeve van kwetsbare fundering. Deze voordelen wegen niet op tegen de nadelen van het huidige peil. Bovendien kunnen er door een verlaging van het oppervlaktewaterpeil waterkwaliteitsproblemen (verzilting, zuurstofloosheid) ontstaan en door een verhoging van het oppervlaktewaterpeil problemen (vernatting en wateroverlast) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Tot slot zijn er bij peilvoorstellen A en B kosten mee gemoeid voor maatregelen en aanpassingen van het watersysteem zoals het aanleggen van een duikerverbinding en het aanpassen van watergangen (voldoende waterdiepte), kunstwerken en beschoeiingen in peilgebied VII en aanpassen van kunstwerken en beschoeiingen aan het hogere peil in peilgebied IX. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel C wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -1,75 m in peilgebied VII en het actuele peil van NAP -1,80 m in peilgebied IX wordt gehandhaafd. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

59 6.2.5 Peilgebied VIII en X In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-west geen knelpunten zijn. Voor peilgebied VIII is er wel de mogelijkheid om het peilgebied te koppelen met peilgebied X. In tabel 6-11 zijn voor het belang beheersbare waterhuishouding peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-11 belangen peilgebied VIII Belang Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Versnippering van peilgebieden waterhuishouding Mogelijke oplossingen A. Verhogen peil met 20 cm in peilgebied VIII, samenvoegen met peilgebied X (verwijderen stuw) + verhogen 4 stuwen B. Verhogen peil met 10 cm in peilgebied VIII, samenvoegen met peilgebied X en peil peilgebied X met 10 cm verlagen (verwijderen stuw) + verhogen 4 stuwen C. Verlagen peil met 20 cm in peilgebied X, samenvoegen met peilgebied VIII (verwijderen stuw) + verhogen 4 stuwen D. Actueel peil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Koppeling peilgebied VIII met peilgebied X, waarbij actueel peil van peilgebied VIII met 20 cm wordt verhoogd naar NAP -1,20 m. Om de peilgebieden te koppelen moet één stuw verwijderd worden en vier stuwen in peilgebied VIII worden verhoogd. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 20 cm wordt verhoogd. Er moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat het oppervlaktewater de regenwateruitlaat instroomt. Peilvoorstel B: Koppeling peilgebied VIII met peilgebied X, waarbij actueel peil van peilgebied X met 10 cm wordt verlaagd naar NAP -1,30 m en het peil van peilgebied VIII met 10 cm wordt verhoogd naar NAP -1,30 m. Om de peilgebieden te koppelen moet één stuw verwijderd worden en vier stuwen in peilgebied VIII moeten worden verhoogd. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 10 cm wordt verhoogd in peilgebied VIII. Er moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat het oppervlaktewater de regenwateruitlaat instroomt. Peilvoorstel C: Koppeling peilgebied VIII met peilgebied X, waarbij actueel peil van peilgebied X met 20 cm wordt verlaagd naar NAP -1,20 m. Om de peilgebieden te koppelen moet één stuw verwijderd worden. Ook zijn maatregelen nodig aan het watersysteem omdat het peil waarop het watersysteem en de functies zijn gebaseerd met 20 cm wordt verlaagd. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

60 Toelichting peilvoorstel D: Actueel peil van NAP -1,40 m handhaven in peilgebied VIII en het actueel peil van NAP -1,20 m handhaven in peilgebied X. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-12 Effecten peilvoorstellen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Peilvoorstel D Belangen Peilgebied VIII X VIII X VIII X VIII X Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Groot Groot Middel Geen kosten Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: Grote verbeteringen oplevert maar ook grote verslechteringen voor peilgebied VIII, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege het verwijderen van een stuw en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel B: Verbeteringen oplevert maar ook verslechteringen voor zowel peilgebied VIII als X, de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op groot vanwege de aanleg van een duiker en de maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft voor peilgebied X. de kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op middel vanwege het verwijderen van een stuw en de andere maatregelen die genomen moeten worden in het watersysteem. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

61 - Peilvoorstel D: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert. De kosten om dit voorstel uit te voeren worden geschat op gemiddeld. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A waarbij het peil alleen in peilgebied VIII en peilvoorstel C waarbij het peil alleen in peilgebied X verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen ten opzichte van de afweging van het huidige peil. Bovendien kunnen er door een verhoging van het oppervlaktewaterpeil problemen (vernatting en wateroverlast) en door een verlaging van het oppervlaktewaterpeil waterkwaliteitsproblemen (verzilting, zuurstofloosheid) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Ook voor peilenvoorstel B geldt dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. Tot slot zijn er bij peilvoorstel A, B en C kosten mee gemoeid voor maatregelen en aanpassingen van het watersysteem zoals het verwijderen en aanpassen van stuwen en aanpassen van kunstwerken en beschoeiingen aan het hogere peil. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel D wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -1,40 m wordt gehandhaafd in peilgebied VIII en het actuele peil van NAP -1,20 m in peilgebied X. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden Peilgebied XV In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied XV van de polder Vlaardingenwest een knelpunten is voor het belang beheersbare waterhuishouding. Voor peilgebied XV is in de actuele situatie geen mogelijkheid voor aanvoer van water. In tabel 6-13 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-13 belangen peilgebied XV Belangen Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Beheersbare Beheersbare situatie Geen aanvoer waterhuishouding aanwezig Peilvoorstellen A. Actueel peil van NAP -2,15 m handhaven B. Flexibel peil met bovengrens NAP -2,15 m en ondergrens van NAP -2,95 m Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Actueel peil van NAP 2,15 m handhaven. Peilvoorstel B: Flexibel peil met bovengrens van NAP 2,15 m en een ondergrens NAP 2,95 m, waarbij het peil mag uitzakken. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

62 Tabel 6-14 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Onderheide bebouwing 0 0 Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering 0 -- Infrastructuur 0 0 Recreatie 0 0 Archeologie 0 - Waterkwaliteit en ecologie 0 + Tegengaan wateroverlast 0 0 Riolering en drainage 0 0 Beheersbare waterhuishouding - + Tegengaan maaivelddaling 0 -- Objecten aan het water 0 - Tegengaan droogte - - Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Geen kosten Geen kosten Peilafweging De vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: Geen verbetering of verslechtering (neutraal) oplevert, dit peilvoorstel brengt geen kosten met zich mee. - Peilvoorstel B: Meer nadelen dan voordelen oplevert, dit peilvoorstel brengt geen kosten met zich mee. De voordelen van peilvoorstel B voor het belang beheersbare waterhuishouding wegen niet op tegen de nadelen die dit peil veroorzaakt voor de belangen niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering, tegengaan maaivelddaling en objecten aan het water. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actueel peil van NAP -2,15 m wordt gehandhaafd. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden. 6.3 Polder Vettenoord In de polder Vettenoord zijn drie peilgebieden. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald of en hoe knelpunten opgelost kunnen worden en worden peilvoorstellen gedaan en afgewogen. In tabel 6-15 is een overzicht van de actuele situatie in de polder Vettenoord weergegeven. In de polder zijn geen mogelijkheden om peilgebieden te koppelen of om flexibel peilbeheer toe te passen. Tabel 6-15 Actuele situatie polder Vettenoord Peilgebied Praktijkpeil (m t.o.v. NAP) Knelpunten aanwezig (nee/ja) I -1,14 Nee II -0,88 Nee III -0,81 Nee Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

63 6.3.1 Peilgebieden zonder knelpunten In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vettenoord geen knelpunten zijn voor de peilgebieden I, II en III. Voor deze peilgebieden zijn ook geen mogelijkheden om peilgebieden te koppelen of om flexibel peilbeheer toe te passen. Voor deze peilgebieden wordt voorgesteld om de peilen in de actuele situatie, zoals opgenomen in tabel 6-15, vast te stellen. 6.4 In de zijn drie peilgebieden. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald of en hoe knelpunten opgelost kunnen worden en worden peilvoorstellen gedaan en afgewogen. In tabel 6-16 is een overzicht van de actuele situatie in de weergegeven. Tabel 6-16 Actuele situatie Peilgebied Praktijkpeil Knelpunten (m tov NAP) I -2,35 Ja II -2,06 Ja III -1,80 ja Peilgebied I In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied I van de knelpunten zijn voor de belangen Onderheide bebouwing en kwetsbare fundering. In tabel 6-17 zijn voor de belangen peilvoorstellen van de knelpunten benoemd. Tabel 6-17 belangen peilgebied I Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm in drooglegging drooglegging alle drie de peilgebieden bebouwing B. Handhaven actueel peil Niet onderheide Geen droogstand Schade aan C. Verhogen actueel peil met 20 cm houten paalkoppen kwetsbare in alle drie de peilgebieden bebouwing en funderingen B. Handhaven actueel peil bebouwing met kwetsbare fundering Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Peilvoorstel B: Actueel peil in het peilgebied handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

64 Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. De effecten van de voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-18 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Zeer groot Geen kosten Zeer groot Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A en C waarbij het peil verandert. Voor het peilgebied geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. In peilgebied I zijn de knelpunten onvoldoende drooglegging en kwetsbare fundering aanwezig. Onvoldoende drooglegging heeft als peilvoorstel het peil verlagen en kwetsbare fundering heeft als peilvoorstel het peil verhogen of handhaven. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebied I van de. Dit betekent dat het actueel peil uit tabel 6-16 wordt gehandhaafd. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. De gemeente Vlaardingen gaat het oplossen van het knelpunt voor de Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

65 belangen onderheide bebouwing en niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering oppakken Peilgebied II In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied II van de knelpunten zijn voor de belangen Onderheide bebouwing en kwetsbare fundering. In tabel 6-19 zijn voor de belangen peilvoorstellen van de knelpunten benoemd. Tabel 6-19 belangen peilgebied II Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm in drooglegging drooglegging alle drie de peilgebieden bebouwing B. Handhaven actueel peil Niet onderheide Geen droogstand Schade aan C. Verhogen actueel peil met 20 cm houten paalkoppen kwetsbare in alle drie de peilgebieden bebouwing en funderingen B. Handhaven actueel peil bebouwing met kwetsbare fundering Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Om de peilverlaging mogelijk te maken moeten ongeveer 15 duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied II. Peilvoorstel B: Actueel peil het peilgebied handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten ongeveer 15 duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied II. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-20 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

66 Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Zeer groot Geen kosten Zeer groot Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A en C waarbij het peil verandert. Voor het peilgebied geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. In peilgebied II zijn de knelpunten onvoldoende drooglegging en kwetsbare fundering aanwezig. Onvoldoende drooglegging heeft als peilvoorstel het peil verlagen en kwetsbare fundering heeft als peilvoorstel het peil verhogen of handhaven. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebied II van de. Dit betekent dat het actueel peil uit tabel 6-16 wordt gehandhaafd. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. De gemeente Vlaardingen gaat het oplossen van het knelpunt voor de belangen onderheide bebouwing en niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering oppakken Peilgebied III In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied III van de knelpunten zijn voor de belangen Onderheide bebouwing en kwetsbare fundering. In tabel 6-17 zijn voor de belangen peilvoorstellen van de knelpunten benoemd. Tabel 6-21 belangen peilgebied III Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm in drooglegging drooglegging alle drie de peilgebieden bebouwing B. Handhaven actueel peil Niet onderheide Geen droogstand Schade aan C. Verhogen actueel peil met 20 cm houten paalkoppen kwetsbare in alle drie de peilgebieden bebouwing en funderingen B. Handhaven actueel peil bebouwing met kwetsbare fundering Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

67 Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Om de peilverlaging mogelijk te maken moeten ongeveer 15 duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied III. Peilvoorstel B: Actueel peil in het peilgebied handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten ongeveer 15 duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied III. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-22 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Archeologie Begraafplaatsen Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Zeer groot Geen kosten Zeer groot Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A en C waarbij het peil verandert. Voor het peilgebied geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. In peilgebied III zijn de knelpunten Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

68 onvoldoende drooglegging en kwetsbare fundering aanwezig. Onvoldoende drooglegging heeft als peilvoorstel het peil verlagen en kwetsbare fundering heeft als peilvoorstel het peil verhogen of handhaven. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebied III van de. Dit betekent dat de actueel peil uit tabel 6-16 wordt gehandhaafd. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. De gemeente Vlaardingen gaat het oplossen van het knelpunt voor de belangen onderheide bebouwing en niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering oppakken. 6.5 In de zijn drie peilgebieden. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald of en hoe knelpunten opgelost kunnen worden en worden peilvoorstellen gedaan en afgewogen. In tabel 6-23 is een overzicht van de actuele situatie in de polder Vlaardingen-oost weergegeven. Uit de verkenning is gebleken dat in peilgebied I de toepassing van flexibel peilbeheer onderzocht moet worden. Voormalig peilgebied IV is hernummerd tot peilgebied III. Tabel 6-23 Actuele situatie polder Vlaardingen-oost Peilgebied Praktijkpeil (m tov NAP) I -1,12 Ja II -0,20 Ja Knelpunten III* -0,57 Ja *voormalig peilgebied IV is hernummerd tot peilgebied III Peilgebied I In paragraaf is geconcludeerd dat er in de polder Vlaardingen-oost knelpunten zijn voor de belangen onderheide bebouwing, kwetsbare fundering en riolering en drainage. Verder is er in de verkenning voor peilgebied I de mogelijkheid benoemd flexibel peilbeheer toe te passen. In tabel 6-24 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-24 belangen peilgebied I Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm drooglegging drooglegging (voldoende drooglegging) bebouwing B. Handhaven actueel peil Niet onderheide Geen droogstand Schade aan C. Verhogen actueel peil met 20 cm houten paalkoppen kwetsbare B. Handhaven actueel peil bebouwing en funderingen bebouwing met kwetsbare fundering Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

69 Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Beheersbare Instellen flexibel peil De mogelijkheid D. Flexibel peil instellen in peilgebied I waterhuishouding voor het toepassen van flexibel peilbeheer in peilgebied I moet onderzocht worden. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Om de peilverlaging mogelijk te maken moeten enkele duikers en de stuw aangepast worden. Peilvoorstel B: Actueel peil het peilgebied handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten enkele duikers en de stuw aangepast worden. Ook moeten de overstortdrempels opgehoogd worden om te voorkomen dat oppervlaktewater het riool in loopt. Peilvoorstel D: Flexibel peil in peilgebied I, waarbij het peil fluctueert tussen NAP -1,12 m en NAP -0,79 m. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten enkele duikers en de stuw aangepast worden. Ook moeten de overstortdrempels opgehoogd worden om te voorkomen dat oppervlaktewater het riool in loopt. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-25 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Peilvoorstel D Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

70 Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Peilvoorstel D Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Groot Geen kosten Zeer groot Zeer groot Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. - Peilvoorstel D: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A, C en D waarbij het peil verandert. Voor peilgebied I in de polder Vlaardingen-oost geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebied I van de. Dit betekent dat het actuele peil op NAP -1,12 m wordt gehandhaafd. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. De gemeente Vlaardingen gaat het oplossen van het knelpunt voor de belangen onderheide bebouwing en niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering oppakken Peilgebied II In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied II van de polder Vlaardingenoost knelpunten zijn voor de belangen Onderheide bebouwing, kwetsbare fundering en riolering en drainage. In tabel 6-26 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-26 belangen peilgebied II Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm drooglegging drooglegging B. Handhaven actueel peil bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Geen droogstand houten paalkoppen Aanwezigheid kwetsbare funderingen C. Verhogen actueel peil met 20 cm B. Handhaven actueel peil Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Om de peilverlaging mogelijk te maken moeten enkele duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied II. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

71 Peilvoorstel B: Actueel peil handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten enkele duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied II. Ook moeten de overstortdrempels opgehoogd worden om te voorkomen dat oppervlaktewater het riool inloopt. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-27 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen Zeer groot Geen kosten Zeer groot (indicatief) Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A en C waarbij het peil verandert. Voor peilgebied II in de polder Vlaardingen-oost geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebieden II van de. Dit betekent dat het actuele peil, zoals opgenomen in tabel 6-23, wordt vastgesteld. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

72 de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. De gemeente Vlaardingen gaat het oplossen van het knelpunt voor de belangen onderheide bebouwing en niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering oppakken Peilgebied III In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied III van de polder Vlaardingenoost knelpunten zijn voor de belangen Onderheide bebouwing, kwetsbare fundering en riolering en drainage. In tabel 6-28 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-28 belangen peilgebied III Belangen Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Onderheide Voldoende Onvoldoende A. Verlagen actueel peil met 20 cm drooglegging drooglegging B. Handhaven actueel peil bebouwing Niet onderheide Geen droogstand aanwezigheid C. Verhogen actueel peil met 20 cm houten paalkoppen kwetsbare B. Handhaven actueel peil bebouwing en funderingen bebouwing met kwetsbare fundering Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A: Verlagen peil met 20 cm om de drooglegging te vergroten. Om de peilverlaging mogelijk te maken moeten enkele duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied III. Peilvoorstel B: Actueel peil in de drie peilgebieden handhaven. Hiervoor zijn geen maatregelen nodig. Peilvoorstel C: Verhogen peil met 20 cm om de funderingen van bebouwing te beschermen. Om de peilverhoging mogelijk te maken moeten enkele duikers aangepast worden en de stuwen in peilgebied III. Ook moeten de overstortdrempels opgehoogd worden om te voorkomen dat oppervlaktewater het riool inloopt. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-29 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Onderheide bebouwing Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering Infrastructuur Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Tegengaan wateroverlast Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

73 Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Riolering en drainage Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Zeer groot Geen kosten Zeer groot Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn groot. - Peilvoorstel B: Geen verbeteringen of verslechteringen oplevert en ook geen maatregelen nodig zijn. - Peilvoorstel C: grote voor- en nadelen heeft. Deze zijn beide groter dan bij voorstel B. De kosten voor dit voorstel zijn zeer groot. Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in peilvoorstel A en C waarbij het peil verandert. Voor peilgebied III in de polder Vlaardingen-oost geldt dat vanwege tegengestelde belangen het peil niet kan worden verhoogd of worden verlaagd. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld voor peilgebied III van de. Dit betekent dat het actuele peil, zoals opgenomen in tabel 6-23, wordt vastgesteld. Het effect van dit peilvoorstel is dat drooglegging bij de bebouwing niet vergroot wordt en de situatie voor de kwetsbare fundering niet verslechtert of verbetert. Er zijn geen kosten aan dit peilenvoorstel verbonden. 6.6 In de zijn drieëntwintig peilgebieden aanwezig. In deze paragraaf wordt voor de peilgebieden bepaald of en hoe knelpunten opgelost kunnen worden en worden peilvoorstellen gedaan en afgewogen. In Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

74 tabel 6-30 is een overzicht van de actuele situatie in de weergegeven. In de polder zijn mogelijkheden om peilgebieden te koppelen en om flexibel peilbeheer toe te passen. Daarnaast worden er op twee locaties langs de Boonervliet en de Vlaardingsevaart vispaaiplaatsen aangelegd. Deze ontwikkelingen waarbij peilveranderingen optreden, worden ook in deze paragraaf beschreven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

75 Tabel 6-30 Actuele situatie Peilgebied Praktijkpeil Knelpunten (m tov NAP) I -0,15 nee II -2,89 nee III 0,01 nee IV Flexibel peil nee Ondergrens -0,28 Bovengrens +0,52 V -2,40 Ja Mogelijkheid flexibel peil VI -1,35 Ja Mogelijkheid flexibel peil VII -2,08 Ja Mogelijkheid ontsnipperen VIII -2,08 Ja Mogelijkheid ontsnipperen IX -1,43 nee X -2,27 nee XI 0,70 nee XII -2,22 nee XIII -2,20 nee XIV -2,62 nee XV -2,56 nee XVI -2,41 nee XVII -2,30 Ja Mogelijkheid ontsnipperen XVIII -2,20 Ja Mogelijkheid ontsnipperen XIX -1,70 nee XX -1,29 nee XXI -1,20 nee XXII -0,77 nee XXIII -0,80 nee Peilgebieden zonder knelpunten In paragraaf is geconcludeerd dat er in de peilgebieden I, II, III, IV, IX, X, XI, XII, XIII, XIV, XV, XVI, XIX, XX, XXI, XXII en XXIII van de geen knelpunten zijn. In deze peilgebieden zijn ook geen mogelijkheden om peilgebieden te koppelen of om flexibel peilbeheer toe te passen. Voor deze peilgebieden wordt voorgesteld om de actuele peilen, zoals opgenomen in Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

76 tabel 6-30, vast te stellen Peilgebied V In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied V van de in de actuele situatie enkel een knelpunt is voor beheersbare waterhuishouding. Tabel 6-31 belangen met knelpunt in peilgebied V Belangen Optimale situatie Knelpunt Mogelijke Beheersbare waterhuishouding Instellen flexibel peil De mogelijkheid voor het toepassen van flexibel peilbeheer in peilgebied V moet onderzocht worden. oplossingen A. Handhaven actueel peil B. Flexibel peilbeheer, actueel peil + 20 cm Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Actueel peil van NAP -2,40 m handhaven in het gehele peilgebied zonder invoering van flexibel peilbeheer. Peilvoorstel B: Actueel peil van NAP -2,40 m handhaven met mogelijkheid voor flexibel peil + 20 cm (tot NAP -2,20) in het gehele peilgebied. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-32 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Onderheide bebouwing 0 - Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare fundering 0 0 Infrastructuur 0 - Tegengaan wateroverlast 0 - Riolering en drainage 0 - Archeologie 0 0 Waterkwaliteit en ecologie 0 - Waterkeringen 0 - Beheersbare waterhuishouding (flexibel peilbeheer) - + Tegengaan maaivelddaling 0 0 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

77 Objecten aan het water 0 - Tegengaan droogte 0 0 Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Geen kosten Middel Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat: - Peilvoorstel A voor alle belangen neutraal scoort, er worden geen kosten verwacht voor uitvoering van dit voorstel. - Peilvoorstel B een verbetering voor het flexibel peil oplevert en verslechtering oplevert voor diverse belangen. De kosten voor uitvoering van dit voorstel worden geschat op gemiddeld. In peilvoorstel A verslechtert de situatie niet maar wordt er geen flexibel peilbeheer ingevoerd. In peilvoorstel B verslechtert de situatie voor een aantal belangen maar wordt wel flexibel peilbeheer ingevoerd. De positieve effecten van het invoeren van flexibel peilbeheer wegen niet op tegen de negatieve effecten. Tevens zijn de kosten voor Delfland bij uitvoering van peilvoorstel B hoger dan bij uitvoering van peilvoorstel A. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A wordt voorgesteld. Dit betekent handhaving van het praktijkpeil van NAP -2,40 m zonder invoering van flexibel peilbeheer Peilgebied VI In paragraaf is geconcludeerd dat er in peilgebied VI van de in de actuele situatie enkel een mogelijkheid voor het instellen van flexibel peilbeheer. Tabel 6-33 belangen met knelpunt in peilgebied VI Belangen Optimale situatie Knelpunt Mogelijke Beheersbare waterhuishouding Instellen flexibel peil De mogelijkheid voor het toepassen van flexibel peilbeheer in peilgebied VI moet onderzocht worden. oplossingen A. Handhaven actueel peil B. Flexibel peilbeheer, actueel peil + 20 cm Peilvoorstellen en maatregelen Toelichting peilvoorstel A: Actueel peil van NAP -1,35 m handhaven in het gehele peilgebied zonder invoering van flexibel peilbeheer. Toelichting peilvoorstel B: Flexibel peil invoeren met ondergrens van NAP -1,35 m (actueel peil) en bovengrens van NAP -1,15 m in het gehele peilgebied. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

78 De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-34 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Onderheide bebouwing 0 0 Infrastructuur 0 0 Recreatie 0 - Tegengaan wateroverlast 0 - Archeologie 0 0 Waterkwaliteit en ecologie 0 + Waterkeringen (boezemkade met dijksloot) 0 - Beheersbare waterhuishouding (flexibel peil) - + Tegengaan maaivelddaling 0 0 Tegengaan droogte 0 + Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Geen kosten Middel Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat in: - Peilvoorstel A voor alle belangen neutraal scoort, er worden geen kosten verwacht voor uitvoering van dit voorstel. - Peilvoorstel B een verbetering voor het flexibel peil, waterkwaliteit en ecologie en tegengaan droogte oplevert en verslechtering oplevert voor diverse belangen. De kosten voor uitvoering van dit voorstel worden geschat op gemiddeld. In peilvoorstel A verslechtert de situatie niet maar wordt er geen flexibel peilbeheer ingevoerd. In peilvoorstel B verslechtert de situatie voor een aantal belangen maar wordt wel flexibel peilbeheer ingevoerd. De positieve effecten van het invoeren van flexibel peilbeheer wegen niet op tegen de negatieve effecten. Tevens zijn de kosten voor Delfland bij uitvoering van peilvoorstel B hoger dan bij uitvoering van peilvoorstel A. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel A wordt voorgesteld. Dit betekent handhaving van het praktijkpeil van NAP -1,35 m zonder invoering van flexibel peilbeheer Peilgebied VII en VIII In paragraaf is geconcludeerd dat in peilgebieden VII en VIII van de alleen een knelpunt aanwezig is voor het belang beheersbare waterhuishouding. De mogelijkheid voor ontsnippering van peilgebied VII door het te koppelen met peilgebied VIII moet nader onderzocht worden. Het peil van peilgebied VII en VIII is in de actuele situatie al gelijk. Deze koppeling zal de doorstroming van het oppervlaktewater in de Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

79 peilgebieden bevorderen en ontstaat een robuuster en groter peilgebied. In tabel 6-35 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-35 belangen met knelpunt in peilgebied VII Belang Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Beheersbare Eén peilgebied Ontsnippering van A. Samenvoegen peilgebied VII met peilgebied VIII, actueel peil blijft waterhuishouding peilgebied VII gelijk B. Geen ontsnippering, actueel peil handhaven Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Koppeling peilgebied VII met peilgebied VIII waarbij het peil in peilgebied VII en VIII van de gelijk blijft op NAP -2,08 m. Om de peilgebieden te koppelen moet de stuw tussen beide peilgebieden verwijderd worden en moeten de peilgebieden door middel van een sifon met elkaar verbonden worden. In de peilgebieden is de waterkwaliteit echter slecht door de aanvoer van water met een slechte kwaliteit en kwel vanuit een verontreinigde bodem. De watergangen van peilgebieden VII en VIII voeren in de huidige situatie daarom ook af op de riolering. Toelichting peilvoorstel B: Actueel peil van NAP -2,08 m handhaven en geen koppeling tussen peilgebied VII en peilgebied VIII. Bij dit voorstel zijn er geen maatregelen aan het huidig watersysteem nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-36 Effecten peilvoorstellen Belangen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Onderheide bebouwing 0 0 Niet onderheide bebouwing en bebouwing met kwetsbare 0 0 fundering Infrastructuur 0 0 Archeologie 0 0 Waterkwaliteit en ecologie - 0 Waterkeringen 0 0 Tegengaan wateroverlast 0 0 Riolering en drainage 0 0 Beheersbare waterhuishouding + - Tegengaan maaivelddaling 0 0 Objecten aan het water 0 0 Tegengaan droogte 0 0 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

80 Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) middel klein Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat in: - Peilvoorstel A: nadelen voor de belangen waterkwaliteit en ecologie en voordelen beheersbare waterhuishouding en omdat het peil gelijk blijft scoren de andere belangen neutraal. De kosten voor uitvoering van dit voorstel worden geschat op gemiddeld. - Peilvoorstel B: Bij een gelijkblijvend peil en geen koppeling met een ander peilgebied zijn de effecten neutraal, de kosten voor uitvoer van dit voorstel worden geschat op klein. Peilvoorstel A bevat nadelige effecten doordat water met een slechte kwaliteit in het watersysteem geborgen wordt in plaats van afgevoerd wordt naar de riolering. Peilvoorstel A brengt wel voordelen met zich mee voor de belangen beheersbare waterhuishouding (de peilgebieden worden ontsnipperd). Bij peilvoorstel A zijn de kosten voor de maatregelen, zoals het verwijderen van de stuw en aanleggen van een sifon tussen de peilgebieden, gemiddeld. Bij peilvoorstel B zijn de kosten klein maar treedt er geen verbetering op. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel B wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -2,08 m wordt gehandhaafd in beide peilgebieden en dat peilgebieden VII gescheiden blijft van peilgebied VIII. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden Peilgebied XVII en XVIII In paragraaf is geconcludeerd dat in peilgebieden XVII en XVIII van de alleen een knelpunt aanwezig is voor het belang beheersbare waterhuishouding. De mogelijkheid voor ontsnippering van peilgebied XVII door het te koppelen met peilgebied XVIII moet nader onderzocht worden. Deze koppeling zal de doorstroming van het oppervlaktewater in het peilgebied bevorderen, tevens ontstaat er dan een groter en robuuster peilgebied. In tabel 6-37 zijn voor dit belang peilvoorstellen benoemd. Tabel 6-37 belangen met knelpunt in peilgebieden XVII en XVIII Belang Optimale situatie Knelpunt Peilvoorstellen Beheersbare Eén peilgebied Ontsnippering van A. Samenvoegen peilgebieden, peil met 10 cm verhogen in peilgebied waterhuishouding peilgebied XVII en XVII, actueel peil handhaven in XVIII peilgebied XVIII B. Samenvoegen peilgebieden, peil met 10 cm verlagen in peilgebied XVIII, actueel peil handhaven in peilgebied XVII C. Geen ontsnippering, actueel peil handhaven in beide peilgebieden Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

81 Peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A: Koppeling peilgebied XVII met peilgebied XVIII en verhoging van het peil in peilgebied XVII naar NAP -2,20 m en handhaven actueel peil in peilgebied XVIII van NAP -2,20 m. Om de peilgebieden te koppelen en het peil te verhogen dient een verbinding tussen de peilgebieden aangelegd te worden. Bestaande kunstwerken dienen op het peil van NAP - 2,20 m aangepast te worden. Peilvoorstel B: Koppeling peilgebied XVII met peilgebied XVIII en actueel peil in peilgebied XVII handhaven van NAP -2,30 m en verlagen peil in peilgebied XVIII naar NAP -2,30 m. Het peil in peilgebied XVIII moet met 10 cm verlaagd worden bij dit voorstel. Om de peilgebieden te koppelen dient een verbinding tussen de peilgebieden aangelegd te worden. Bestaande kunstwerken dienen op het peil van NAP -2,30 m aangepast te worden. Peilvoorstel C: Actueel peil van NAP -2,30 m handhaven in peilgebied XVII en NAP -2,20 in peilgebied XVIII en geen koppeling. Bij dit voorstel zijn er geen maatregelen aan het huidig watersysteem nodig. De effecten van beide voorstellen zijn weergegeven in tabel Tabel 6-38 Effecten peilvoorstellen Peilvoorstel A Peilvoorstel B Peilvoorstel C Belangen Peilgebied XVII XVIII XVII XVIII XVII XVIII Recreatie en groen Archeologie Waterkwaliteit en ecologie Waterkeringen Tegengaan wateroverlast Beheersbare waterhuishouding Tegengaan maaivelddaling Objecten aan het water Tegengaan droogte Kostencategorie van de te nemen maatregelen (indicatief) Groot Groot Geen kosten Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat in: - Peilvoorstel A: voordelen voor de belangen waterkwaliteit en ecologie en beheersbare waterhuishouding en nadelen voor onder andere recreatie, tegengaan wateroverlast en objecten aan het water in peilgebied XVII, voordelen voor de belangen waterkwaliteit en ecologie en beheersbare waterhuishouding en geen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

82 nadelen in peilgebied XVIII, de kosten voor uitvoering van dit voorstel worden geschat op groot. - Peilvoorstel B: voordelen voor de belangen waterkwaliteit en ecologie en beheersbare waterhuishouding en geen nadelen in peilgebied XVII, voordelen voor de belangen tegengaan wateroverlast en beheersbare waterhuishouding en nadelen voor onder andere archeologie, waterkwaliteit en ecologie en objecten aan het water in peilgebied XVIII, de kosten voor uitvoering van dit voorstel worden geschat op groot. - Peilvoorstel C: bij een gelijkblijvend peil en geen koppeling tussen peilgebieden zijn de effecten neutraal, de kosten voor uitvoer van dit voorstel worden geschat op klein. Kortom de meeste nadelen zitten in peilvoorstellen A en B waarbij in een van de twee peilgebieden het peil verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen van het huidige peil. Bovendien kunnen er door een verhoging van het oppervlaktewaterpeil problemen (vernatting en wateroverlast) en door een verlaging van het oppervlaktewaterpeil waterkwaliteitsproblemen (verzilting, zuurstofloosheid) ontstaan waarvoor extra maatregelen nodig zijn. Bij peilvoorstel A en B zijn de kosten voor de maatregelen groot, omdat een koppeling tussen de peilgebieden gerealiseerd moet worden en daarvoor een duiker benodigd is. Bij peilvoorstel C zijn de kosten klein maar treedt geen verbetering op. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Peilvoorstel C wordt voorgesteld. Dit betekent dat het actuele peil van NAP -2,30 m in peilgebied XVII en het actuele peil van NAP -2,20 m wordt gehandhaafd. De effecten van dit peilvoorstel zijn voor alle belangen neutraal. Er zijn geen kosten aan dit peilvoorstel verbonden Peilgebied XXIV en XXV Op twee locaties, langs de Boonervliet en Vlaardingsevaart worden vispaaiplaatsen aangelegd. Delfland legt deze voorzieningen aan vanwege verplichte KRW-maatregelen. Deze gebieden worden verbonden met het boezemwater zodat vis in en uit kan trekken. Voor beide locaties worden saneringswerkzaamheden uitgevoerd vanwege verontreinigde grond. Op de locatie langs de Boonervliet (peilgebied XXIV) wordt een doorsteek gemaakt door de huidige kade en wordt de huidige kwelsloot aangepast en ingericht als natuurvriendelijke oever. Eén klein deel aan de oostzijde (peilgebied XXI) blijft over als kwelsloot. Deze zal voorzien worden van een inlaat. De huidige kade verliest zijn functie als kade. Het fietspad wordt aangepast zodat het voldoet als nieuwe boezemkade. Op de locatie langs de Vlaardingsevaart (peilgebied XXV) wordt een waterpartij (vispaaiplaats) aangelegd en verbonden met de Vlaardingsevaart. Hierbij wordt het gebied gescheiden van het huidige peilgebied VI (peil NAP 1,35). De boezemkade wordt verlegd naar de Watersportweg. Bij beide locaties, peilgebied XXIII en XXV, verandert het peil naar boezem peil: NAP - 0,43 m. Na vaststelling van de peilen in dit peilbesluit zullen deze peilgebieden opgenomen worden in het volgende boezempeilbesluit. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

83 7 EFFECTEN EN MAATREGELEN In het vorige hoofdstuk zijn de peilen voorgesteld voor het peilbesluit. Per peilgebied is een afweging gemaakt en zijn de effecten voor de belangen bekeken. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke knelpunten opgelost worden en welke niet. Bij de knelpunten die niet opgelost worden, wordt benoemd of er mitigerende maatregelen mogelijk zijn. De effecten zijn per polder beschreven; voor de in paragraaf 7.1, voor polder Vlaardingen-west in paragraaf 7.2, voor polder Vettenoord in paragraaf 7.3, voor de in paragraaf 7.4, voor polder Vlaardingen-oost in paragraaf 7.5 en voor polder de in paragraaf 7.6. Om negatieve effecten te compenseren en positieve effecten te realiseren, kunnen maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen zijn beschreven in paragraaf 7.7 en daar waar nodig is een raming van de kosten gemaakt. In Vlaardingen zijn geen gebieden met een afwijkend peil aanwezig. Voor de polders van Vlaardingen is nog niet eerder een peilbesluit vastgesteld. Uit hoofdstuk 6 is gebleken dat de peilen, zoals deze in de praktijk gehanteerd worden, de gewenste peilen voor de peilgebieden in Vlaardingen zijn. Een verhoging of verlaging van het peil leidt voor sommige belangen tot een verbetering van situatie, maar voor andere belangen voor een verslechtering. Vanwege deze tegenstrijdige belangen wordt voorgesteld om de praktijkpeilen vast te stellen. Omdat er daardoor geen wijziging van het actuele peil plaatsvindt zijn er geen maatregelen nodig om het peil te handhaven of wijzigen, ook zijn er geen negatieve effecten door peilwijziging. 7.1 Effect peilvoorstel polder Vlaardingen-Holierhoek In de knelpuntenanalyse is in de polder Vlaardingen-Holierhoek één praktijkknelpunt benoemd: Beheersbare waterhuishouding: Mogelijkheid peilgebieden I en IV te ontsnipperen. Beheersbare waterhuishouding Delfland heeft vanuit de beheersbaarheid van het watersysteem de wens om het aantal peilgebieden te verminderen. Hiermee wordt de beheersinspanning eveneens verkleind. Voor de polder Vlaardingen-Holierhoek geldt dat de mogelijkheid om peilgebieden te ontsnipperen is onderzocht. Door de stedelijke belangen is ontsnippering van peilgebied I en IV niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige peilgebieden met het actuele peil zal er geen negatief effect op het belang beheersbare waterhuishouding zijn. Het peilvoorstel voor de polder Vlaardingen-Holierhoek bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.2 Effect peilvoorstel Vlaardingen-west In de knelpuntenanalyse is in de polder Vlaardingen-west voor één belang een praktijkknelpunt benoemd: Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

84 Beheersbare waterhuishouding: Mogelijkheid peilgebieden II en III, IV en V, VII en IX, VIII en X te ontsnipperen. Beheersbare waterhuishouding Delfland heeft vanuit de beheersbaarheid van het watersysteem de wens om het aantal peilgebieden te verminderen. Hiermee wordt de beheersinspanning eveneens verkleind. Voor de polder Vlaardingen-west geldt dat de mogelijkheid om peilgebieden te ontsnipperen is onderzocht. Door de stedelijke belangen en vanwege hoge kosten voor maatregelen is ontsnippering van de bovengenoemde peilgebieden niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige peilgebieden met het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang beheersbare waterhuishouding zijn. Het peilvoorstel voor de polder Vlaardingen-west bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.3 Effect peilvoorstel polder Vettenoord In de knelpuntenanalyse is in de polder Vettenoord voor één belang een praktijkknelpunt benoemd: Onderheide bebouwing: Onvoldoende drooglegging bij bebouwing in peilgebied III. Onderheide bebouwing Ten aanzien van de bebouwing is als gevolg van het actueel peil bekend dat er in peilgebied III van de polder Vettenoord onvoldoende drooglegging is. Dit knelpunt is door de tegenstrijdige belangen in het peilgebied niet op te lossen door middel van een peilwijziging. Bij handhaving van het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang onderheide bebouwing zijn. Het peilvoorstel voor de polder Vettenoord bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.4 Effect peilvoorstel In de knelpuntenanalyse zijn in de twee praktijkknelpunten benoemd: Onderheide bebouwing: Onvoldoende drooglegging bij bebouwing in peilgebieden I, II en III; Kwetsbare fundering: Aanwezigheid kwetsbare fundering in peilgebieden I, II en III. Onderheide bebouwing Ten aanzien van de bebouwing is als gevolg van het actueel peil bekend dat er in peilgebieden I, II en III van de onvoldoende drooglegging is. Dit Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

85 knelpunt is door de tegenstrijdige belangen in de peilgebieden niet op te lossen door middel van een peilwijziging. Bij handhaving van het actueel peil zal er geen negatief effect op de belang onderheide bebouwing zijn. Kwetsbare fundering Ten aanzien van kwetsbare fundering is bekend dat als gevolg van het ontbreken van onderheide fundering en maaivelddaling in peilgebieden I, II en III van de wateroverlast is. Dit knelpunt is door de tegenstrijdige belangen in de peilgebieden niet op te lossen door middel een peilwijziging. Bij handhaving van het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang kwetsbare fundering zijn. Het peilvoorstel voor de bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.5 Effect peilvoorstel polder Vlaardingen-oost In de knelpuntenanalyse zijn in de polder Vlaardingen-oost drie praktijkknelpunten benoemd: Onderheide bebouwing: Onvoldoende drooglegging bij bebouwing in peilgebieden I, II en III; Kwetsbare fundering: Aanwezigheid kwetsbare fundering in peilgebieden I, II en III; Beheersbare waterhuishouding: Mogelijkheid flexibel peilbeheer toe te passen in peilgebied I. Onderheide bebouwing Ten aanzien van de bebouwing is als gevolg van het actueel peil bekend dat er in peilgebieden I, II en III van de polder Vlaardingen-oost onvoldoende drooglegging is. Dit knelpunt is door de tegenstrijdige belangen in de peilgebieden niet op te lossen door middel van een peilwijziging. Bij handhaving van het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang onderheide bebouwing zijn. Kwetsbare fundering Ten aanzien van kwetsbare fundering is bekend dat als gevolg van het ontbreken van onderheide fundering een risico is op verzakking van bebouwing door bodemdaling en wateroverlast in peilgebieden I, II en III van de polder Vlaardingen-oost. Dit knelpunt is door de tegenstrijdige belangen in de peilgebieden niet op te lossen door middel van een peilwijziging. Bij handhaving van het actueel peil zal er geen negatief effect op de belang kwetsbare fundering zijn. Beheersbare waterhuishouding Delfland heeft vanuit de beheersbaarheid van het watersysteem de wens om flexibel peilbeheer in te stellen om de waterkwaliteit te verbeteren door meer gebiedseigen water te bergen. Hiermee wordt de beheersinspanning eveneens verkleind. Voor de polder Vlaardingen-oost geldt dat de mogelijkheid om flexibel peilbeheer in te stellen in de peilgebied I is onderzocht. Vanwege tegenstrijdige belangen is flexibel peilbeheer Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

86 niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige peilgebieden met het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang beheersbare waterhuishouding zijn. Het peilvoorstel voor de polder Vlaardingen-oost bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.6 Effect peilvoorstel In de knelpuntenanalyse zijn in de twee praktijkknelpunten benoemd: Beheersbare waterhuishouding: Mogelijkheid flexibel peilbeheer toe te passen in peilgebieden V en VI; Beheersbare waterhuishouding: Mogelijkheid peilgebieden VII en VIII, XVII en XVIII te ontsnipperen. Beheersbare waterhuishouding: Afwijkend peilbeheer in verband met waterkwaliteit peilgebied I. Beheersbare waterhuishouding Delfland heeft vanuit de beheersbaarheid van het watersysteem de wens om flexibel peilbeheer in te stellen om de waterkwaliteit te verbeteren door meer gebiedseigen water te bergen. Hiermee wordt de beheersinspanning eveneens verkleind. Voor de geldt dat de mogelijkheid om flexibel peilbeheer in te stellen in de peilgebieden V en VI is onderzocht. Vanwege tegenstrijdige belangen is flexibel peilbeheer niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige peilgebieden met het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang beheersbare waterhuishouding zijn. Delfland heeft vanuit de beheersbaarheid van het watersysteem de wens om het aantal peilgebieden te verminderen. Hiermee wordt de beheersinspanning eveneens verkleind. Voor de geldt dat de mogelijkheid om peilgebieden te ontsnipperen is onderzocht. Door de stedelijke belangen en vanwege hoge kosten voor maatregelen is ontsnippering van de bovengenoemde peilgebieden niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige peilgebieden met het actueel peil zal er geen negatief effect op het belang beheersbare waterhuishouding zijn. Ten aanzien van de beheersbaarheid van het watersysteem is met het actueel peil een knelpunt bekend in peilgebied I van de. Voor de werking van de zuivering van het verontreinigde water in peilgebied I van de is het van belang dat de handhaving van het peil anders plaats vindt dan gebruikelijk is. Het reguliere peilbeheer gaat uit van het handhaven van het peil binnen een marge van 0,05 m boven en onder het streefpeil. In peilgebied I is het echter niet wenselijk om het verontreinigde water bij een geringe peilstijging af te voeren. Voor dit gebied geldt dat het water alleen in noodgevallen uit het peilgebied naar de boezem afgelaten wordt. De gemeente Vlaardingen is voornemens een deel van de te vernatten ten behoeve van natuurontwikkeling. Daarbij worden mogelijk ook vispaaiplaatsen aangelegd, hiervoor zijn echter nog geen concrete plannen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

87 Archeologie en cultuurhistorische waarden In de polders van Vlaardingen zijn kreekruggen aanwezig. Hier zijn mogelijk archeologische sporen aanwezig. In het kader van het peilbesluit betekent dit dat een peilverlaging mogelijk een negatief effect heeft op aanwezige archeologische waarden. In de polders wordt nergens een lager peil ingesteld dan het huidige praktijkpeil, waardoor geen negatief effect voor archeologie ontstaat. In de is in peilgebied IV een flexibel peil met de ondergrens op de bodemhoogte van de watergang aanwezig. Dit betekent dat in geval van droogte er geen water wordt aangevoerd om het peil op hoogte te houden. In dit gebied geldt voor archeologische waarde een redelijke tot grote trefkans. Voor archeologisch waarden kan het uitzakken van het peil mogelijk gevolgen hebben. In de huidige situatie zakt het peil echter ook al uit tot de bodem van de watergang, waardoor de toekomstige situatie niet verslechtert ten opzichte van de actuele situatie. Waterkwaliteit en ecologie Voor de waterkwaliteit heeft dit peilbesluit geen gevolgen, omdat er geen peilwijzingen plaats vinden. Alleen voor peilgebied I van de is er een effect voor de waterkwaliteit. Voor de werking van de zuivering van het verontreinigde water in peilgebied I van de is het van belang dat de handhaving van het peil anders plaats vindt dan gebruikelijk is. Het reguliere peilbeheer gaat uit van het handhaven van het peil binnen een marge van 0,05 m boven en onder het streefpeil. In peilgebied I is het echter niet wenselijk om het verontreinigde water bij een geringe peilstijging af te voeren. Voor dit gebied geldt dat het water alleen in noodgevallen uit het peilgebied naar de boezem afgelaten wordt. Het peilvoorstel voor de bevat geen wijzigingen ten opzichte van de actuele situatie. Er zijn in de polder geen maatregelen met betrekking tot handhaving van het actueel peil nodig en er zijn ook geen belangen waarbij negatieve effecten optreden. 7.7 Maatregelen In deze paragraaf wordt voor de polders van Vlaardingen benoemd welke maatregelen nodig zijn om het peilvoorstel uit te voeren. In hoofdstuk 6 is per peilvoorstel een kostenindicatie voor de benodigde maatregelen gedaan om de peilafweging te kunnen uitvoeren. Voor de polders van Vlaardingen:, Vlaardingen-Holierhoek, Vlaardingenwest, Vettenoord, en Vlaardingen-oost geldt dat er geen peilvoorstellen zijn waarvoor maatregelen nodig zijn, er hoeven daarom ook geen kosten gemaakt te worden. 7.8 Peilschalen In figuur 7-1, figuur 7-2, figuur 7-3 en figuur 7-4 zijn kaarten met de locaties van de peilschalen opgenomen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

88 Figuur 7-1 Peilschalen polder Vlaardingen-Holierhoek Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

89 Figuur 7-2 Peilschalen polder Vlaardingen-west en Vettenoord Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

90 Figuur 7-3 Peilschalen polder Vlaardingen-oost en Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

91 Figuur 7-4 Peilschalen Peilbesluiten gebied Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west november

92 8 SYSTEEMBESCHRIJVING Dit hoofdstuk beschrijft het studiegebied en het watersysteem binnen het studiegebied. In dit hoofdstuk worden eerst het oppervlaktewater- en grondwatersysteem en het oppervlaktewater- en grondwaterpeilregime in aparte paragrafen beschreven, waarna deze informatie wordt samengebracht in een beschrijving van het Actueel Grond- en OppervlaktewaterRegime per wijk. Bij de beschrijving van het studiegebied en de watersystemen komen aan bod: - Het gebied (ligging, wijken, landgebruik, bodem, maaiveldhoogte); - Het oppervlaktewatersysteem (polders, bemalingsgebieden); - De rioolstelsels; - Het grondwatersysteem (geohydrologie, kwel en wegzijging en de interactie met oppervlaktewatersysteem en de drainagemiddelen); - De waterkwaliteit en ecologie; - De kades (ligging). 8.1 Gebied Het studiegebied van dit achtergrondrapport, dat bestaat uit de peilgebieden in het stedelijk gebied van de gemeente Vlaardingen, bedraagt 1560 hectare. Het volledige studiegebied van Watergebiedstudie Waterweggemeenten is weergeven in figuur 1-1. Een deel van het studiegebied behoort niet tot de gemeente Vlaardingen maar tot de gemeente Midden-Delfland. Dit betreft een deel van de golfbaan in het noorden van de (zie figuur 8-2). Vlaardingen grenst aan de oostzijde aan Schiedam en aan de zuidzijde aan de Nieuwe Maas Grondgebruik Het gebied bestaat uit voornamelijk stedelijk gebied. Daarnaast zijn er grote en minder grote groengebieden waarvan één groene polder, namelijk de. Het stedelijke gebied kent een verscheidenheid aan gebruiksfuncties: wonen, bedrijven, parken, sportvelden, infrastructuur. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

93 Tabel 8-1 Grondgebruik [22] Grondgebruik 1996 gemeente Vlaardingen Centraal bureau voor de Statistiek Oppervlak (in ha) Agrarisch gebruik 615 Bossen 213 Bebouwde grond Woongebied 719 Bedrijfsterreinen 249 Verkeer 147 Recreatie 319 Parken en plantsoenen 92 Sportterreinen 150 Recreatie 63 Volkstuinen 14 Natuurlijk terrein 26 Overige gronden 29 Begraafplaatsen 14 Water 290 Totale oppervlakte Figuur 8-1 Grondgebruik [22] Wijken De begrenzing van de in Vlaardingen aanwezige wijken is weergegeven in figuur 8-2. De stad is gegroeid vanuit de eerste bebouwing grenzend aan de westzijde van de Oude Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

94 Haven. De oudste wijken zijn Centrum, Oostwijk en Ambacht. Vanuit deze hoge delen is in de aangrenzende, steeds lager delen gebouwd. De wijken Westwijk, Holy-Zuid en Holy-Noord bevinden zich op dermate lage, en daardoor natte, gronden dat deze voor het bouwen eerst zijn opgehoogd. Figuur 8-2 Wijken in de gemeente Vlaardingen (met bouwjaar) De wijk Centrum omvat naast het historische centrum ook nieuwere wijken. Centrum heeft een gevarieerde bebouwing, waarvan een aanzienlijk deel een zakkinggevoelige fundering heeft. De realisatie van Oostwijk is in de eerste helft van de negentiende eeuw gestart. Dit gebied is niet opgehoogd. In de wijk Vlaardinger-Ambacht/ stamt veel van de bebouwing uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. Voor het oostelijk deel van deze wijk bestaat een herstructureringsplan dat voorziet in de sloop van 1414 woningen en de bouw van 1048 nieuwe woningen in een periode van circa 12 jaar [7]. In de wijk is een aantal sportvelden en parken aanwezig. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

95 Met de realisatie van Westwijk is begonnen in 1954 [7]. De wijk is bouwrijp gemaakt door opbrengen van 0,5 meter zand. Een groot deel van de bebouwing bestaat uit flatgebouwen. De aanleg van de wijk Holy-Zuid is gestart in de zestiger jaren. Ook hier bestaat de bebouwing grotendeels uit flatgebouwen. De wijk Holy-Noord is jonger. In deze wijk bevinden zich naast woongebied parken en plantsoenen en in het noorden van de wijk ligt een begraafplaats. Holy-Zuid is bij aanleg 0,5 m opgereden met zand. Holy-Noord is bij aanleg 2,0 m opgespoten met zand. De is een recreatiegebied. Het gebied is in de periode opgehoogd met havenslib [7] Landgebruikfuncties De landgebruikfuncties zijn weergegeven op de kaarten 2-1 t/m 2-4 van de wateratlas. De beschrijving van het landgebruik is opgenomen in de beschrijving van de polders in paragraaf Bodem In Centrum en Oostwijk bestaat de bodem uit klei. Grenzend aan dit gebied, in Vlaardinger-Ambacht neemt de dikte van de kleilaag af tot 1 a 2 m met daaronder veen. Nog verder van het centrum af liggen de naoorlogse wijken Holy-Zuid en Holy-Noord. Hier is de bodem veniger en in beide wijken is een zandlaag opgebracht. De dikte van de ophooglaag is in Holy-Noord groter dan in Holy-Zuid. Het verloop van klei naar klei op veen naar venigere, opgehoogde gronden valt samen met het maaiveldhoogteverloop van hoog naar laag. Westwijk is plaatselijk met zand opgehoogd tot 0,5 m. De beschrijving van de bodem in deze paragraaf is gebaseerd op enkele boringen en sonderingen en mondelinge informatie van de gemeente. In de landsdekkende bodemkaart van Alterra is geen informatie over het onderzoeksgebied aanwezig. Een overzicht van de bodemopbouw per wijk en de informatie waarop deze is gebaseerd is opgenomen in tabel 8-2. Deze gegevens zijn afgeleid van het DinoLoket van TNO-NITG [13]. Tabel 8-2 Bodembeschrijving per wijk Wijk Ophoging Bodem Centrum Niet opgehoogd De bodem bestaat voornamelijk uit klei. Lokaal wordt in de ondergrond veen en zand aangetroffen. Bronnen: De bovenste 2 meter bodem bestaat bij boring B37G2387 uit klei, daar beneden wordt veen aangetroffen. Op boorlocatie B37G1736 nabij de haven Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

96 Wijk Ophoging Bodem bestaat de bovenste 2,4 meter uit klei met daaronder een zandlaag van 1 meter dikte. Oostwijk Niet opgehoogd Voornamelijk klei van maaiveld tot een diepte van 8 tot 18 m beneden maaiveld. Bronnen: Recente boringen en sonderingen (na 1970). Ter plaatse van boring B37G1814 in het westelijk deel van de wijk bestaat de ondergrond tot een diepte van 8 meter uit klei en veenlagen. Op de boorlocatie B37G0449 in het zuiden van de wijk bestaat de volledige 18 meter dikke deklaag uit klei. Vlaardinger- Ambacht Niet opgehoogd Er zijn gegevens van sonderingen in DINO-loket aanwezig. In het westelijk deel van de wijk zijn 2 sonderingen aanwezig (S37G01542 en S37G01544) In het oosten en zuidoosten van de wijk zijn twee locaties waar een groot aantal sonderingen dicht bij elkaar uitgevoerd. (S37G0574, S37G0576, S37G0580, S37G0580 in oostelijk deel van de wijk, S37G02294 S37G02328 in zuidoostelijk deel van de wijk). In geen van de sonderingen is boven in het profiel een zandlaag aangetroffen. Voornamelijk 1 a 2 m klei op veen. Lokaal is een 1 m dikke zandlaag aangetroffen. Er is dus geen sprake van een vlakdekkende zandige ophooglaag. Mogelijk is die ter plaatse van wegen en onder bebouwing wel aanwezig. Binnen de wijk komen relatief grote hoogteverschillen voor zodat ook grote verschillen in bodemopbouw te verwachten zijn. Mogelijk zijn in de ondergrond zandige getijdegeulen aanwezig. In het oostelijk deel (gelegen in de ) is in de wijk met een laag van 0,5 tot 1,0 m zand opgehoogd. Bronnen: Er zijn 8 boringen beschikbaar. Eén boring in het zuidoosten van de wijk (B37G02025) bevat van 0-1 meter zand. De overige boringen laten in de bovenste lagen 1 à 2 meter klei zien dat ligt op een veenlaag. Er is één bruikbare sondering beschikbaar in het oostelijke deel van de wijk (37G De bovenste 2 meter is voorgeboord. Vermoedelijk is hier wel zand aanwezig in de bovenste bodemlagen gezien de geringe wrijvingswaarde. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

97 Wijk Ophoging Bodem Holy-Noord 1 à 2 meter zand Bovenin het profiel bevindt zich een zandlaag van 2 (mondelinge mededeling gemeente) meter dik. Tot een diepte van 19 meter beneden maaiveld bestaat de ondergrond uit afwisselend kleien veenlagen. De ondergrond is zettinggevoelig. Bron: één boring (B37E3416). Holy-Zuid 0,5-0,7 m zand Boven in het profiel bevindt zich een zandige laag van circa 0,5 tot 1 meter dik. Beneden deze zandige laag worden klei en veen aangetroffen tot en diepte van ca. 16 meter beneden maaiveld. Bronnen: Er zijn alleen enkele recente boringen aan de oostzijde van de wijk. Boring B37E0476 laat aan de bovenzijde van het profiel een zandige laag zien van 0,7 meter dik. Er zijn in DINO drie sonderingen beschikbaar uit 2001 die dicht bij elkaar liggen in het zuidwesten van de wijk. De sonderingen laten een zandige laag aan maaiveld zien van ca. 0,5 tot 1 meter dik. Beneden deze zandige laag worden klei en veen aangetroffen tot en diepte van ca. 16 meter beneden maaiveld. Westwijk Plaatselijk opgehoogd Uit DINO-boringen kan een indicatieve bodemopbouw worden herleid. De meeste boringen zijn oud en dateren mogelijk van vóór de aanleg van woonwijken. Een eventuele goed doorlatende ophooglaag die voor het bouwrijp maken is aangelegd kan in dat geval niet worden aangetoond met de beschikbare boringen. Er zijn 2 sonderingen van na 1970 beschikbaar in DINO. De gegevens (conusdruk en wrijvingsgetal) zijn afgebeeld in bijlage X. Eén sondering laat een zandige laag zien van 1 meterdikte, in de andere sondering is bovenin het profiel klei aanwezig. Er bevindt zich dus plaatselijk wel een zandige (ophoog)laag. Mogelijk alleen in de wegen en onder bebouwing (cunetten). Industriewijk Noordoostelijk deel niet opgehoogd. Westelijk deel plaatselijk opgehoogd. Tot ca 16 meter beneden NAP worden afwisselend klei en veenlagen aangetroffen. De veenlagen zijn plaatselijk enkele meters dik. In het noordwestelijk deel bestaat de bovenste 3 meter uit klei met daaronder veen. (Bron: boring B37G1735) Het westelijk deel is plaatselijk met zand opgehoogd tot 0,5 m. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

98 Wijk Ophoging Bodem Circa 2 tot 8 m Leeflaag op baggerslib opgehoogd met baggerslib en leeflaag (NAP +1 tot +7 m) Maaiveldhoogte De maaiveldhoogtes zijn weergegeven op de kaarten 4-1 t/m 4-4 van de wateratlas. Hooggelegen zijn de en de hoofdinfrastructuur, zoals Rijksweg A20. Het laagst gelegen zijn de wijken Holy-Noord en -Zuid. Een overzicht van de gemiddelde hoogte en de hoogste en laagste maaiveldniveau s per polder zijn weergegeven in tabel 8-3. Tabel 8-3 Gemiddelde maaiveldniveau per polder Polder Gemiddelde [m NAP]* polder Vlaardingen-Holierhoek -1,82 polder Vlaardingen-west Westwijk -1,50 Centrum 0,00-0,84 polder Vettenoord 0,56 polder Vlaardingen-oost 0,62 1,42 *Bepaald door middel van het 0,5 x 0,5 m AHN2-grid dat tot 25x25m is geaggregeerd. Bebouwing en begroeiing zijn weg gefilterd Bodemdaling Bodemdaling in Vlaardingen wordt voornamelijk veroorzaakt door het inklinken van de slappe veenlagen. Daarbij komt een gering effect van de daling van de diepere aardlagen en de kanteling van Nederland. Ten gevolge van de zettingen in de veenlaag treedt er op enkele locaties een bodemdaling op van ongeveer 80 cm per 100 jaar. In Vlaardingen staan veel woningen die niet zijn onderheid (zie figuur 8-3). Als gevolg van de bodemdaling zijn de vloeren van de woningen dichterbij het grondwater komen te liggen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

99 Figuur 8-3 Niet onderheide woningen [1] Relaties watersysteem De verschillende onderdelen van het watersysteem beïnvloeden elkaar in meer of minder mate en kunnen dus niet los van elkaar worden gezien. Deze onderlinge relaties spelen zich af op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Hier worden de relaties beschreven door vanuit het grootste schaalniveau, het regionale watersysteem, in te zoomen op het lokale schaalniveau, de watergang of straat. Vlaardingen ligt aan de Nieuwe Maas die sterk bepalend is voor de regionale grondwaterhuishouding. Dit is geïllustreerd in figuur 8-4. De richting van de grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is van af de Maas landinwaarts gericht naar de diepere polders in het oosten. De grondwaterwinning van DSM in Delft die jaarlijks ca. 10Mm³ grondwater onttrekt, speelt hierin ook een rol. De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket bepaalt mede de mate waar en hoeveel kwel en infiltratie optreedt. Door de grote dikte en slechte doorlatendheid van de Holocene deklaag is de kwel- en infiltratie intensiteit doorgaans overigens beperkt. Alleen in de laag gelegen polders nabij de Nieuwe Maas polders treedt significante kwel op. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

100 Figuur 8-4 Schematische weergave regionaal grondwatersysteem Door de beperkte koppeling met het regionale grondwatersysteem wordt de dynamiek van grondwaterstanden vooral op lokale schaal bepaald. In de directe omgeving van de boezem en de haven zijn grondwaterstanden hoog en voeren drainages en sloten de locale kwel af. Op het lokale schaalniveau treedt interactie op tussen het lokale oppervlaktewatersysteem en het ondiepe grondwatersysteem. Bepalend daarin is de ruimtelijke dichtheid van het slotenpatroon, de doorlatendheid van de bodem en de aanwezigheid van drainagemiddelen zoals buisdrainage. Daarnaast is van belang of drainagemiddelen aan het oppervlaktewatersysteem zijn gekoppeld. Er zijn hier verschillende varianten mogelijk en dit is geïllustreerd in figuur 8-5. Als er weinig oppervlaktewater aanwezig is dan zijn grondwaterstanden relatief hoog en is de fluctuatie van grondwaterstanden groot (figuur 8-5 a). Als er buisdrainage aanwezig is en dit is gekoppeld aan oppervlaktewater, i.e. de drains liggen beneden het oppervlaktewaterpeil, dan is er een sterke interactie met het oppervlaktewatersysteem en is de grondwaterstandsfluctuatie geringer. (figuur 8-5 b). Als de buisdrainage is gekoppeld aan de riolering dan kunnen de grondwaterstanden nog lager liggen dan het oppervlaktewaterpeil (figuur 8-5 b). De bodemgesteldheid speelt hier ook een rol en dit is geïllustreerd in figuur 8-5 c. Bij de aanwezigheid van een zandige en goed doorlatende ophooglaag van voldoende dikte is de interactie met het oppervlaktewater sterker dan bij een slecht doorlatende bodem. A: Veel of weinig oppervlaktewater Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

101 B: Drainage gekoppeld aan oppervlaktewater of aan riolering C: Zandige, goeddoorlatende ophooglaag van voldoende dikte Figuur 8-5 Schematische weergave interactie grondwater en oppervlaktewater De grondwaterstanden in het ondiepe grondwater kunnen plaatselijk overigens ook worden beïnvloed door lekkende riolering. Door slecht aansluitende rioleringsbuizen kan grondwater de riolering instromen waardoor de riolering een drainerende werking heeft. Tussen het oppervlaktewatersysteem en het rioleringsysteem is ook een sterke koppeling aanwezig bij de overstorten van het rioolstelsel. Als bij hevige neerslag het rioolsysteem het water niet in voldoende mate kan bergen of afvoeren, treedt overstort van verdund rioolwater op naar het oppervlaktewater. In sommige delen van het oppervlaktewatersysteem in Vlaardingen is de gemaalcapaciteit beperkt of zelfs afwezig zodat het oppervlaktewater na overstorten weer terugstroomt in de riolering en door het rioolgemaal wordt afgevoerd. 8.2 Oppervlaktewatersysteem Boezem en haven De boezem valt buiten het studiegebied maar wordt besproken vanwege zijn belang voor de waterhuishouding van Vlaardingen. De Vlaardingse Vaart is onderdeel van de boezem van Delfland. Het waterpeil van de boezem is NAP 0,43 m. Naast de afvoer via een tweetal gemalen langs de kust, wordt het boezemwater naar de Nieuwe Maas en de Nieuwe Maas afgevoerd door gemaal Westland, gemaal de Zaaijer in Maassluis en gemaal Parksluizen in Rotterdam. Pompen bij Vlaardingerdriesluizen (totale capaciteit 10 m³/min) voeren boezemwater uit de Vlaardingse Vaart op naar het Buizengat en de Oude Haven om doorstroming te bewerkstelligen richting de Nieuwe Maas. Het waterpeil van het Buizengat en de Oude Haven is NAP +0,50 m. Naast het water van de Vlaardingse Vaart ontvangen het Buizengat en de Oude Haven het overtollige water uit de via het singelgemaal aan het Plein 1940 (zie wateratlaskaart 5-4). Het water in de Oude Haven wordt onder vrij verval, via sluizen, afgevoerd naar de Nieuwe Maas. Het getij op de Nieuwe Maas varieert tussen NAP 0,35 m en NAP +1,30 m. Gemiddeld is er tweemaal Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

102 per dag gedurende zes uur afvoer mogelijk. Bij perioden met bovengemiddelde waterstanden op de Nieuwe Maas is geen afvoer mogelijk [1] Polders De polders met hogere peilen bevinden zich nabij het oude centrum van Vlaardingen en langs de Maas. Dit zijn ook de gebieden met weinig oppervlaktewater en kleine peilgebieden. De grotere peilgebieden met brede singels bevinden zich in de wijken die vanaf circa 1950 zijn gebouwd (Westwijk, en Holy). De bemaling van de polders is gevarieerd. Deels vindt bemaling plaats naar de boezem, deels naar het buitenwater en via een gering deel nog via de lozing op riolering. De totale capaciteit van de gemalen die op Delflands boezem lozen is 15 m³/min, daarnaast lozen gemalen met een gezamenlijke capaciteit van circa 30 m³/min op het buitenwater. Deze capaciteit is in vergelijking met overige Delflandse polders gering (ca. 30% van de gebruikelijke capaciteit). De overige afvoercapaciteit wordt gerealiseerd door riolering. De afvoercapaciteit van de riolering is door overstortbemaling zeer groot en compenseert ruimschoots het tekort aan de andere vormen van polderbemaling. De is opgehoogd met havenslib. Daardoor functioneert deze polder anders dan de andere polders: water stroomt af naar de zijkanten van de polder en wordt op 3 locaties afgevoerd. Bij één van de locaties vindt zuivering van het verontreinigd oppervlaktewater plaats. Bij hevige neerslag vindt nabij deze zuivering directe verdunde afvoer plaats naar de boezem. In tabel 8-4, tabel 8-5 en figuur 8-6 zijn de kenmerken van de polders samengevat. Tabel 8-4 Overzicht kenmerken waterhuishouding polders (1) Kenmerk polder Vlaardingen-west polder Vettenoord polder Vlaardingen-oost Grootte (ha) Wateroppervlak (ha) Aandeel water (%) 5.2% 1.7% 2.6% Diverse peilen Peilen NAP 1,14 m en van NAP -0,20 m van NAP 2,70 m (m t.o.v. NAP) NAP 0,81 m tot NAP 0,99 m tot NAP 1,20 m Bemalingslocaties en afvoer Bemalingscapaciteit (m3/min) Overstorten (aantal) Inlaatlocaties Singelgemaal aan de Ary Koplaan Afvoer naar het buitenwater overlaten Afvoer naar Centrumwest Vanuit ten noorden van de A20 en inlaat vanuit Vlaardingse Vaart bij de Kulk inlaat vanuit de Oude Haven 2 overlaten Afvoer naar 2 inlaten vanuit de Oude Haven en Buizengat Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

103 Kenmerk Bijzonderheden polder polder Vlaardingen-west Vettenoord In Centrum-Westwijk bevinden zich 5 overlaten Verversingswater vanuit om verontreinigd water de Oude Haven is van af te voeren en om relatief slechte kwaliteit voldoende doorstroming te verkrijgen. polder Vlaardingen-oost Tabel 8-5 Overzicht kenmerken waterhuishouding polders (2) [6] Kenmerk polder Vlaardingen- Holierhoek Grootte (ha) Wateroppervlak (ha) Aandeel water (%) 4.8% 5.0% 4.6% Peilen (m t.o.v. NAP) Bemalingslocaties en afvoer Bemalingscapaciteit (m3/min) Overstorten (aantal) Inlaatlocaties Bijzonderheden Diverse peilen van NAP -1,80 m tot NAP 2,35 m Singelgemaal aan Plein 1940, afvoer naar de Oude Haven Diverse peilen van NAP 3,45 m tot NAP 2,20 m Singelgemaal aan de Anna Paulownalaan, afvoer naar de Vlaardingse Vaart geen 2 inlaten vanuit de Vlaardingse Vaart Diverse peilen van NAP 2,89 m tot NAP +0,52 m (hoge delen hebben een natuurlijk peilfluctuatie) 1. Zuiveringsgemaal aan de watersportweg, afvoer naar de boezem en noodoverlaat. 2. Aflaat aan de Broekkade. Afvoer onder vrij verval op de boezem. 3. Overlaat aan de weg, afvoer op de riolering. 4. Via een duiker onder de A20, afvoer naar de polder Vlaardingen-west 6 inlaten vanuit de 1 inlaat vanuit de Vlaardingse Vaart Vlaardingse Vaart 1. De watergang langs de 1. Het zuiveringsgemaal Holyweg en de zuivert het begraafplaats voert het oppervlaktewater van het verontreinigde vervuilde noordelijke deel drainagewater af naar de van de riolering via 2 overlaten. 2. Ten noorden van de 2. Eén overlaat voert in A20 bevindt zich een de winter water af om in voormalige vuilstort. Het peilgebied IV een lager grondwater is hier peil te kunnen verontreinigd. Het handhaven. verontreinigde grondwater percoleert naar het oppervlaktewater en voert af naar de riolering. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

104 Figuur 8-6 Percentage oppervlak openwater in peilgebieden Wateropgave watersysteemanalyse De wateropgave in Vlaardingen is berekend in een watersysteemanalyse. De watersysteemanalyse houdt niet alleen rekening met het oppervlaktewater, maar ook met de riolering. Hierbij is rekening gehouden met het rioleringsplan van de gemeenten en de optimalisatiestudie (OAS) voor de afvalwaterzuivering de Groote Lucht. De OAS is een onderzoek dat ingaat op het afvalwatersysteem van de Groote Lucht waarvan Vlaardingen onderdeel is. In de watersysteemanalyse is het watersysteem van Vlaardingen getoetst aan de NBWnormen voor wateroverlast en het waterkwaliteitsspoor. Omdat de riolering voor een groot deel bijdraagt aan de afvoer en berging van regenwater, is bij deze toetsing niet alleen het openwatersysteem maar ook de riolering betrokken. Berekeningen wijzen uit dat met de toekomstige klimaatsverandering de onderstaande knelpunten optreden in Vlaardingen: Watersysteem: - Wateroverlast in polders Holy (Noord) en Vettenoord - Waterkwaliteitsproblemen als gevolg van riooloverstorten in polder Holy (Noord), Vettenoord en Vlaardingen-west. - Geen afvoer voor het openwatersysteem in de polders Vettenoord en Oost. Riolering: - Veel instroom van oppervlaktewater in de riolering, waardoor: o de afvalwaterzuivering De Groote Lucht extra wordt Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

105 belast met water dat er niet thuishoort. Dit leidt tot hogere energiekosten voor zuivering; o bij hevige buien water via overstortbemaling van de riolering op de Nieuwe Maas wordt geloosd. - Te grote emissie vanuit de riolering, waardoor het rioolsysteem niet voldoet aan de wettelijke basisinspanning. Naast een wateropgave in het watersysteem (wateropgave NBW), heeft de gemeente een opgave om de emissie vanuit de riolering terug te dringen (basisinspanning). De samenhang van watersysteem en riolering vraagt om een integrale aanpak. In het waterplan is gezocht naar een maatschappelijk verantwoorde oplossing voor het realiseren van de wateropgave. Dit betekent dat de wateropgave als volgt integraal wordt ingevuld, gefaseerd in een korte en lange termijn. Vooruitlopend op het waterplan heeft de gemeente onlangs maatregelen uitgevoerd ter verbetering van het watersysteem. Het gaat om: - Aanleg van waterberging in Vlaardingen-west (1 ha in Marnixplantsoen) - Aanleg waterberging polder Holy (0,7 ha. in Europaboulevard en 600 m 3 in wetlands Holy-Noord) De maatregelen zijn uitgevoerd inclusief natuurvriendelijke inrichting en vergroten van duikers om de afvoer te verbeteren. Door het uitvoeren van deze maatregelen valt de toekomstige wateropgave in Vlaardingen lager uit. De opgave voor 2015: knelpunten watersysteem oplossen Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen moeten maatregelen worden genomen, gericht op het voorkomen van inundatie vanuit de watergangen en het verbeteren van de afvoer (normering NBW). Concreet gaat het nog om sanering van een nooduitlaat in Holy Noord. De gemeentelijke opgave voor de riolering is om de emissie vanuit de riolering terug te brengen (normering basisinspanning). Verder moeten maatregelen worden getroffen om de waterkwaliteitsknelpunten in watergangen als gevolg van overstorten op te lossen (waterkwaliteitsspoor). De opgave tot 2030: het watersysteem robuust maken Tot 2030 gaat het waterplan een stap verder dan de normering voor alleen wateroverlast. Dit betekent dat op lange termijn de afvoer van regenwater via de riolering verder wordt teruggebracht, door o.a. afkoppelen van verhard oppervlak. De berging in het watersysteem wordt vergroot en afvoer verbetert. Hierdoor stijgt het water in de singels minder en stroomt het niet terug in de riolering. Het resultaat is een robuust watersysteem, waarbij minder vervuild water uit de riolering overstort op binnenwater en minder schoon water via de riolering wordt afgevoerd naar de zuivering of via overstortbemaling naar de Nieuwe Maas. Hiermee geven gemeente en Delfland invulling aan de beleidslijnen vasthouden-bergenafvoeren en schoonhouden-zuiveren-scheiden. De opgave op lange termijn is het afkoppelen van ongeveer 70 ha. bestaand verhard oppervlak van de riolering. Parallel hieraan worden 34 duikers vergroot in het hoofdwatersysteem van de stedelijke polders, moet ongeveer 13,5 ha. waterberging gerealiseerd worden en het poldergemaal Holy worden vergroot. De opgave wordt voor Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

106 het grootste deel gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen en herstructurering in de stad. De insteek op de lange termijn betekent niet dat de maatregelen pas na 2015 worden uitgevoerd. Ook ruimtelijke ontwikkelingen vóór 2015 worden aangegrepen om af te koppelen en water(berging) te realiseren. Tabel 8-6 geeft een overzicht van de opgave in Vlaardingen op korte en lange termijn. De opgave is hierbij gesplitst voor het watersysteem en riolering. De verbinding van de centrumpolders is apart genoemd, omdat deze ligt op het raakvlak van riolering en watersysteem. Tabel 8-6 Schematisch overzicht van de integrale wateropgave in Vlaardingen Watersysteem Wateropgave 2015 NBW-proof Aanpak wateroverlast in Holy- Noord door sanering riooloverstort Riolering Emissie vanuit riolering beperken door afkoppelen, aanpassen en deels saneren van overstorten, benutten van berging in riolering. Capaciteit van overstortbemaling neemt bij kleine buien af. Bij extreme buien blijft de gemeente de overstortbemaling handhaven. Afvoer van oppervlaktewater via de riolering wordt beperkt door ophogen van overstortdrempels en het saneren van overlaten Wateropgave 2030 NBW robuust Aanleg van waterberging in Holy (6,5 ha.), (1,1 ha.) en Vlaardingen-west (5,8 ha.) Vergroten van 34 duikers in stedelijke polders Vergroten van gemaalcapaciteit in polder Holy Afkoppelen van 70 ha. verhard oppervlak bij gemengd stelsel ter bevordering van het scheiden van schoon- en vuilwaterstromen. Verder terugdringen van riooloverstorten op binnenwater Terugbrengen van capaciteit van de overstortbemaling riolering Verbinden centrumpolders van Uitbreiden van de gemaalcapaciteit van de poldergemalen en Vlaardingen-west. 8.3 Oppervlaktewaterregime Peilen en peilgebieden De, polder Vlaardingen-west, polder Vettenoord, polder Vlaardingen- Holierhoek, polder Vlaardingen-oost en de hebben geen peilbesluiten. Op basis van peilscheidende kunstwerken zijn peilgebieden ingetekend op de wateraltlaskaarten 5-1 t/m 5-4. Met kleurgebruik zijn op deze kaarten de afwateringseenheden weergegeven, welke niet altijd overeen komen met de begrenzing van de polders. De beslaat bijvoorbeeld vier afwateringseenheden, waarvan één afwatert naar polder Vlaardingen-west. De oppervlaktewaterpeilen zijn de Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

107 praktijkpeilen aangeleverd door de gemeente met aanvullende metingen door Delfland. In figuur 8-7 zijn de peilen en de peilgebieden weergegeven. Figuur 8-7 Polders en peilgebieden Vlaardingen In onderstaande tabellen zijn de peilgebieden per polder met peilen en bijzonderheden samengevat. Tabel 8-7 Overzicht peilgebieden Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -3,00 2 inlaten, voert af via poldergemaal naar boezem II -2,50 1 inlaat, voert af via 2 stuwen naar I III -2,20 1 inlaat, voert af via waterval naar I IV -3,25 voert af naar riolering (zp -3,00) Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

108 Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden V -3,45 1 inlaat, voert af naar riolering Tabel 8-8 Overzicht peilgebieden Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -2,35 voert af via poldergemaal naar Buizengat II -2,06 1 inlaat, voert af via stuw en automatische stuw naar I III -1,80 1 inlaat, voert af via stuwput naar II Tabel 8-9 Overzicht peilgebieden Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -0,99 - II -0,20 1 inlaat, voert af via stuw naar I IV -0,57 1 inlaat, voert af naar riolering Tabel 8-10 Overzicht peilgebieden polder Vettenoord Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -1,14 - II -0,88 1 inlaat, voert af via stuw naar I III -0,81 1 inlaat, voert af naar riolering Tabel 8-11 Overzicht peilgebieden Polder Vlaardingen-west Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -2,70 voert af via poldergemaal naar Nieuwe Maas II -2,30 voert af via meerdere stuwen naar I en via stuw naar XV III -2,49 voert af via stuw naar II IV -1,65 voert af via stuwput naar II V -1,56 1 inlaat, voert af via stuwput naar IV VI -2,14 voert af via stuw naar I VII -1,75 voert af via stuw naar VI VIII -1,40 voert af via stuw naar VII, via 2 stuwen naar IX en via 1 stuw naar XII (stuw naar V is niet functioneel) IX -1,80 voert af via 2 stuwen naar VI X -1,20 1 inlaat, voert af via stuw naar VIII XI -1,85 voert af via stuw naar VI XII -2,02 voert af naar riolering XIII -2,18 voert af naar I XIV -2,67 Terug in IV m.b.v. pomp XV -2,15 voert af naar riolering Tabel 8-12 Overzicht peilgebieden Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden I -0,15 voert af via gemaal en zuivering naar boezem, eventueel via noodoverlaat Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

109 Polder en peilgebied Peil Kenmerken/Bijzonderheden II -2,89 voert af via gemaal naar I III 0,01 voert af via 5 parallelle duikers boezem IV Flexibel peil voert af via stuw naar III (andere stuw ondergrens zuidwestelijk werkt niet, gesloten duiker) bodem sloot bovengrens 0,52 V -2,40 voert af via 2 stuwen naar peilgebied I van polder Vlaardingen-west VI -1,35 1 inlaat, voert af via stuw naar V VII -2,08 voert af via stuwput naar riolering VIII -2,08 voert af via stuw naar VII IX -1,43 voert af via stuw naar VIII X -2,27 voert af via stuwput naar riolering XI 0,70 voert af via stuwput naar riolering XII -2,22 voert af via stuwput naar riolering XIII -2,20 voert af via stuw af naar II XIV -2,62 voert af via stuw af naar II XV -2,56 voert af via stuw af naar II XVI -2,41 voert af via stuw af naar XIV XVII -2,30 voert af via stuw af naar XIV XVIII -2,20 voert af via stuw naar XVII XIX -1,70 voert af via stuwen naar XIV, XVI en XVIII XX -1,29 voert af via stuw naar XIV XXI -1,20 vermoedelijk inlaat, voert waarschijnlijk af op XX (exacte locaties onbekend) XXII -0,77 voert af via stuw naar XX XXIII -0,80 voert af via stuw naar XX Gebieden met afwijkende peilen Omdat er in Vlaardingen nog geen peilbesluiten zijn opgesteld worden alle gebieden opgenomen als peilgebied Geschiedenis peilen Sinds 2007 is het waterbeheer voor alle stedelijke polders van Vlaardingen officieel overgedragen van de gemeente aan Delfland. Wat betreft het peilbeheer is het dagelijkse beheer vanaf 2007 in kleine stappen door Delfland overgenomen. Delfland heeft in 2012 een aantal peilschalen geplaatst en meet op verschillende locaties maandelijks het peil. Er zijn op het moment van schrijven geen peilbesluiten voor de polders in de gemeente Vlaardingen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

110 Gemeente Vlaardingen heeft onderstaande beheerkaart aangeleverd waarop de peilen vermeld staan zoals deze bij de gemeente bekend zijn. Figuur 8-8 Beheerkaart gemeente Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

111 8.4 Verkenning flexibel peilbeheer en ontsnippering Om te bepalen waar er mogelijkheden zijn voor flexibel peilbeheer is het volgende van belang: 1. In 4 polders (Vlaardingen-west, polder Vlaardingen Holierhoek, en polder Vettenoord) is er te weinig bergingsruimte. Hierdoor is er geen ruimte om het peil te verhogen. 2. In het noordoostelijk gebied van de wordt verontreinigd oppervlaktewater afgevoerd naar een zuiveringsgemaal. In het zuidelijk deel is een gebied, eveneens met verontreinigd water waarvan het oppervlaktewater wordt afgevoerd naar de riolering. Het vasthouden van het verontreinigde oppervlaktewater is vanwege extra milieurisico s niet wenselijk 3. In twee peilgebieden in polder Vlaardingen-oost zijn plekken met een lage drooglegging. Het is ongewenst dat door het introduceren van flexibel peil deze gebieden regelmatig inunderen. Om de mogelijkheden voor ontsnippering te bepalen moeten ten eerste de kosten realistisch zijn. Als het peil te veel moet wijzigen dan moeten de slootprofielen en kunstwerken aangepast en verlegd worden. Dit is veel te duur. Ontsnippering wordt daarom alleen overwogen als het peil niet meer verschilt dan 20 cm ten opzichte van het peilgebied waaraan deze gekoppeld kan worden. Tweede criterium is dat peilgebieden op een eenvoudige manier te verbinden zijn. Zo zijn er veel aangrenzende peilgebieden waarbij de waterlopen te ver uit elkaar liggen om een goede verbinding te maken. Verder kunnen ruimtelijke ontwikkelingen een nieuw peil mogelijk maken waardoor het gebied ontsnipperd wordt. In de peilafweging zal de geselecteerde mogelijkheden om peilgebieden te koppelen nader beoordeeld worden. Tabel 8-13 Mogelijk te koppelen peilgebieden Polder Te koppelen peilgebieden Peilverschil (cm) XVIII en XVII 10 VII en VIII 0 Polder Vlaardingen-west V en IV 9 VII en IX 5 VIII en X 20 II en III 19 Polder Vlaardingen Holierhoek I en IV zomerpeil 0 winterpeil 25 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

112 Figuur 8-9 Beperkingen en mogelijkheden flexibel peil en ontsnippering 8.5 Drooglegging Drooglegging is het verschil tussen het waterpeil in de watergangen binnen een peilgebied en het niveau van het maaiveld. Drooglegging geeft een indicatie van hoe nat of droog het er ter plaatse is. Bij een grote drooglegging is een diepe grondwaterstand te verwachten en andersom is bij een kleine drooglegging een ondiepe grondwaterstand te verwachten. In delen van Vlaardingen is sprake van onderheide bebouwing, de onderheide bebouwing heeft een constante drooglegging. Het maaiveld rondom de bebouwing, het openbaar gebied en de niet onderheide bebouwing zakt door bodemdaling, hier neemt de drooglegging wel af. De drooglegging is gebiedsdekkend weergegeven in de wateratlaskaarten 6-1 t/m 6-4. Daarnaast is op de wateratlaskaarten 7-1 t/m 7-4 de drooglegging ter plaatse van bebouwing weergegeven. Dit is gedaan omdat bebouwing het grootste belang is in het studiegebied. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

113 Er zijn geen aparte droogleggingskaarten voor de zomer- en wintersituatie gemaakt aangezien op één na alle peilgebieden zomer en winter hetzelfde praktijkpeil hebben. Het enige peilgebied met een zomer- en winterpeil is peilgebied IV in polder Vlaardingen-Holierhoek met zomerpeil NAP -3,00 m en winterpeil NAP -3,25 m. Binnen dit peilgebied is geen bebouwing aanwezig. De weergegeven drooglegging in dit peilgebied is bij zomerpeil. En zijn in Vlaardingen geen peilgebieden waar flexibel peilbeheer plaatsvindt. Aangezien de vloerpeilen niet beschikbaar waren is de drooglegging rondom bebouwing bepaald. Dit is gedaan door het gemiddeld maaiveldniveau van een strook van twee meter rond ieder gebouw te bepalen. De hoogtepunten zijn afkomstig uit het AHN-2 en de grenzen van de bebouwing zijn overgenomen uit de top-10 vector. De top-10 vector is een bestand van het Kadaster in schaal 1: De nauwkeurigheid van bestand is soms +/- 10 m, waardoor voor enkele gebouwen een foutief gemiddeld omliggend maaiveldniveau bepaald zal zijn. De klasse-indeling van de drooglegging van beide kaarten verschilt. De kaart waarin de drooglegging vlakdekkend is weergegeven heeft klassen met een bereik van 0,25 m. De kaart waarin de drooglegging rondom bebouwing is weergegeven heeft een indeling in drie klassen, die zijn gekozen op basis van een drooglegging die voor bebouwing wenselijk is. De hoogste klasse is een voldoende drooglegging. We gaan er van uit dat dit 1,2 m of meer is. Voor nieuwbouwwijken wordt vaak een drooglegging van 1,2 of 1,3 m als ontwerpeis gehanteerd teneinde voldoende ontwateringsdiepte ter plaatse van bebouwing en infrastructuur te kunnen realiseren. De laagste klasse is een drooglegging van 0,7 m of minder. Locaties die deze klasse vallen betreffen mogelijke knelpunten aangezien de drooglegging zeker te klein is om de minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m bij de GHG ten opzichte van vloerpeil te realiseren. De klasse daartussenin betreft een niet optimale drooglegging voor bebouwing. Het grootste gedeelte van de bebouwing in Vlaardingen valt in deze klasse. Dit beeld kan echter te negatief zijn, doordat is uitgegaan van het maaiveld rondom de bebouwing en niet van het vloerpeil dat veelal hoger zal liggen en dus een grotere drooglegging heeft. Vooral in de wijken Centrum en Oostwijk komt veel bebouwing voor met een drooglegging van minder dan 0,70 m. 8.6 Grondwaterhuishouding Hoofdlijnen grondwatersysteem Grondwaterstanden variëren in de tijd. Ze stijgen door neerslag die in de bodem infiltreert en door kwel. Kwel is grondwater dat vanuit diepere lagen naar boven stroomt. Grondwaterstanden dalen doordat het water verdampt, onttrokken wordt door bomen en planten of doordat het wegstroomt naar watergangen en drainage. Ook kan het grondwater naar diepere lagen stromen, wat wegzijging wordt genoemd. Hoeveel weerstand het water ondervindt bij het stromen door de grond is afhankelijk van de bodemeigenschappen en de afstand tot watergangen en buisdrainage (drains). Klei en veen hebben een grote weerstand en zand heeft een relatief kleine weerstand. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

114 In stedelijk gebied kan riolering een drainerende werking hebben wanneer deze lekt op de aansluitingen tussen de buizen. Hoe groter de weerstand van de bodem en de afstand tot watergangen en drains, hoe langer het grondwater onderweg is voor het de bodem heeft verlaten en hoe langzamer grondwaterstanden dalen. Dit is geïllustreerd in figuur 8-5 a Geohydrologie De ondergrond bestaat tot grote diepte uit zandige en kleiige afzettingen van vooral mariene en fluviatiele oorsprong. De hydrologische basis wordt gevormd door de mariene formatie van Maassluis, een dikke laag van fijn zand en klei met de top op een diepte van ca. 150 meter beneden NAP. Boven deze mariene slecht doorlatende laag bevinden zich enkele dikkere zand- en grindhoudende pakketten van fluviatiele oorsprong die in het Pleistoceen zijn afgezet. De bovenste 16 meter bestaat uit een Holocene deklaag van vooral veen en klei, plaatselijk afgewisseld door dunnen zandlagen. De Holocene deklaag is in Vlaardingen van mariene en fluviatiele oorsprong. De stroming van grondwater vindt hoofdzakelijk plaats in de watervoerende pakketten op een diepte van 17 tot 100 m-nap. De hydrologische randvoorwaarden die de stroming van grondwater op regionaal niveau bepalen zijn de Nieuwe Maas en de zee in het zuiden en het westen en de diepe droogmakerijen in het oosten. Binnen dit regionale systeem zijn er kleinere en ondiepere grondwatersystemen aanwezig rondom boezemwatergangen of tussen polders met grote peilverschillen. De grondwaterwinning van DSM die ca. 10Mm³ water per jaar onttrekt aan het eerste watervoerend pakket, heeft binnen dit systeem in relevante invloed. Door de grote dikte van de holocene deklaag en samenstelling van slecht doorlatende klei- en veenlagen is de uitwisseling van grondwater tussen het eerste watervoerend pakket en het ondiepe grondwater en oppervlaktewatersysteem doorgaans gering. Lokaal komen in de Holocene deklaag kreekruggen voor die door hun zandige samenstelling voor een geringere deklaagweerstand kunnen zorgen. Deze kreekruggen bestaan echter niet uit alleen zand en zullen niet de Holocene deklaag over de gehele hoogte doorsnijden. De kwel- en infiltratie-intensiteiten bedragen zelden meer dan 0,5 tot 1 mm/d. Lokaal zijn uitzonderingen mogelijk waar grote stijghoogteverschillen aanwezig zijn, zoals in diepe polders nabij de Nieuwe Maas. Een voorbeeld van zo n polder is Vlaardingen-westwijk waar een stijghoogteverschil heerst tussen eerste watervoeren pakket en ondiepe grondwater van ca. 2 meter. In de Westwijk worden hoge chloridegehaltes in het baggerslib aangetroffen. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket is brak. Volgens de TNO grondwaterkaart bedraagt het chloridegehalte ca m/l. Hoewel dit oude metingen betreft is de verwachting dat deze waarden nog actueel zijn. Er treedt immers nauwelijks verzoeting van het grondwater op door infiltratie van ofwel regenwater ofwel oppervlaktewater. Vanuit de Nieuwe Maas treedt voortdurend voeding op van brak oppervlaktewater vanwege de zouttong op de bodem van de Maas. Ook vanuit de Noordzee in het westen zal zout water naar het grondwater stromen. Het nu aanwezige grondwater in het eerste watervoerend pakket zal echter deels in het Holoceen tijdens transgressies van de Noordzee zijn geïnfiltreerd. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

115 Zoals beschreven is in paragraaf bestaat de bodem in Vlaardingen, dat wil zeggen de bovenste circa 1,2 m van de ondergrond, hoofdzakelijk uit klei of opgebracht zand. In sommige delen komt ook venig materiaal voor. Een bodem die bestaat uit zand geeft minder kans op grondwateroverlast dan een bodem die bestaat uit klei of veen doordat: er mee water in geborgen kan worden; er minder capillaire werking is; de doorlatendheid groter is en grondwater daardoor sneller kan wegstromen naar drainage en watergangen Kwel, wegzijging en grondwateronttrekkingen Het grondwater in het eerste watervoerende pakket is zilt. De stijghoogte in het eerste watervoerende pakket loopt, gecorrigeerd naar dichtheidsverschil, af van NAP 0 m langs de Nieuwe Maas naar NAP -3 m aan de noordkant van Holy. In de laaggelegen polders Centrum-Westwijk, en Holy treedt hierdoor kwel op, terwijl in de hoger gelegen polders Vettenoord en Vlaardingen-oost lichte infiltratie naar het eerste watervoerende pakket optreedt. De kwel en infiltratiegebieden zijn weergegeven in figuur Er zijn geen grotere grondwateronttrekkingen in de gemeente Vlaardingen bekend Grondwatermeetnet In de gemeente Vlaardingen is een groot aantal peilbuizen aanwezig. In totaal bestaat het meetnet uit 133 peilbuizen. Vijf daarvan bevinden zich in het eerste watervoerend pakket. Van de 128 peilbuizen in het freatisch pakket zijn alleen voor de locaties waar de meetreeksen bestaan uit 70 of meer metingen de 10-, 50- en 90- percentielwaarden bepaald. Bijlage 2 geeft alle peilbuizen in het meetnet weer Drainage De gemeente heeft in Vlaardingen niet op grote schaal drainage aangelegd (bron: gemeente Vlaardingen, 2011). Wel is lokaal drainage aangelegd en kan bouwdrainage aanwezig zijn die (deels) nog functioneert. Naast de in de bodem aanwezige drainage kunnen ook zandcunetten onder wegen en lekke riolering een drainerende werking hebben Weerstand bodem en drainagemiddelen Figuur 8-11 toont de gevonden waarde voor M0 in de in Menyanthes uitgevoerde analyses. M0 is een maat voor de weerstand van de bodem en de aanwezige drainagemiddelen. Deze waarde is niet gelijk aan de drainageweerstand. Daarvoor dient M0 te worden gecorrigeerd voor het deel van de neerslag dat niet infiltreert in de bodem Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

116 maar valt op verharding en afvoert naar oppervlaktewater en waterzuivering. Het betreft 22 locaties. De M0-waarde varieert van 114 tot 320 dagen, maar dit zijn alleen resultaten van meetreeksen die goed met de tijdreeksanalyse konden worden verklaard. Vermoedelijk worden reeksen van snelle systemen die doorgaans een kleine M0- waarden hebben minder goed verklaard door de lage meetfrequentie. Uit de M0-waarden volgt dat de weerstand van de bodem en drainagemiddelen matig tot hoog is. Hoe hoger de weerstand des te groter de opbolling van de grondwaterstand in natte periodes en des te groter de kans op grondwateroverlast. Zoals hiervoor aangegeven zullen de werkelijke drainageweerstanden vermoedelijk kleiner zijn dan op basis van deze analyse van M0-waarden wordt aangegeven door de lage meetfrequentie van het meetnet. Het aantal locaties waarvoor M0 is weergegeven in figuur 8-11 is veel kleiner dan het aantal peilbuizen dat in het studiegebied aanwezig is. De reden hiervoor is dat van veel peilbuislocaties de betrouwbaarheid, waarmee Menyanthes de grondwaterstanden voorspelt, te klein is. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

117 Figuur 8-10 Kwel en wegzijging Het feit dat de dynamiek van veel buizen niet met neerslag en verdamping kan worden verklaard wijst op de aanwezigheid van andere invloeden. Gedacht kan worden aan lekke riolering of drainagesystemen. Ook niet-lineariteiten in het systeem, zoals ruimtelijk sterk wisselende doorlatendheid en de aanwezigheid van beplanting kunnen een oorzaak zijn van een slechte verklaring door Menyanthes. Dit geeft aan dat het ondiepe grondwatersysteem in Vlaardingen op veel plaatsen complex is en dat de grondwaterstanden veelal door lokale invloeden worden bepaald. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

118 8.6.7 Interactie grond- en oppervlaktewater (drainagebases) Een doel van deze watergebiedstudie is om een afweging te kunnen maken voor nieuwe oppervlaktewaterpeilen. Daarvoor is het van belang te weten hoe sterk de invloed van het peil in de watergangen is op de grondwaterstanden. Het verschil van de drainagebases ten opzichte van de streefpeilen van de desbetreffende peilgebieden geeft hierin enig inzicht. In figuur 8-12 zijn de drainagebases ten opzichte van het streefpeil in de watergangen weergegeven, zoals deze zijn bepaald op basis van analyses van de gemeten grondwaterstandenreeksen. Het betreft 22 locaties. Een drainagebasis is het niveau van de in een gebied aanwezige drainagemiddelen. Dat kunnen watergangen zijn, maar ook drains, zandcunetten onder wegen en lekke riolering. Hoe groter het verschil tussen de drainagebasis en het streefpeil van het peilgebied waarin de peilbuis zich bevindt, des te kleiner is de waarschijnlijk invloed van het oppervlaktewaterpeil op het grondwaterpeil. Is het verschil klein, dan hoeft het niet zo te zijn dat de invloed van het oppervlaktewaterpeil op het grondwaterpeil groot is. Het kan namelijk zijn dat een ander drainerend systeem de grondwaterstanden bepaalt en dat dit systeem toevallig dezelfde drainagebasis heeft als het oppervlaktewaterpeil. Voor circa 75% van de locaties is het verschil tussen oppervlaktewaterpeil en drainagebasis minder dan 0,3 m. Van alle wijken lijkt er in Holy-Noord de sterkste invloed van het oppervlaktewaterpeil op het grondwaterpeil te zijn. In Holy-Zuid en Vlaardinger-Ambacht is slechts één berekende drainagebasis aanwezig wat te weinig is om conclusies aan te verbinden. Vlaardingen-west en Centrum laten relatief veel spreiding zien in het verschil tussen streefpeil en drainagebasis. Voor Centrum is dat voor een deel van de locaties te verklaren uit het feit dat er geen watergangen in de nabijheid aanwezig zijn. In Vlaardingen-west ligt de drainagebasis van 0,2 m onder het streefpeil tot 0,5 m boven streefpeil, een verschil van 0,7 m. Een verklaring voor de relatief grote variatie in de waarden is dat de grondwaterstanden bepaald worden door een grote weerstand van de bodem en zeer lokale drainagemiddelen. Ter plaatse van een aantal peilbuizen is een drainagebasis gevonden van 0 to 0,2 m beneden het streefpeil van de watergangen in de omgeving van de peilbuis. Wanneer deze bepaling overeenkomt met de werkelijkheid dan kan dit betekenen dat een drainagemiddel aanwezig is dat beneden het oppervlaktewaterpeil ligt. Dit kan bemalen drainage zijn of lekke riolering. Een andere mogelijkheid is dat het oppervlaktewaterpeil gedurende een aanzienlijke periode lager is geweest dan de peilen die bij Delfland bekend zijn. In Holy-Noord komen twee punten voor waar dit het geval is, evenals twee locaties in Vlaardingen-west en op één locatie in Centrum. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

119 Figuur 8-11 M0 (maat voor de weerstand) bepaald uit grondwaterstandsreeksanalyses Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

120 Figuur 8-12 Drainagebases bepaald uit reeksanalyses grondwaterstanden Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

121 8.7 Grondwaterregime Het is niet mogelijk gebleken een vlakdekkend beeld van het grondwaterstandregime in het studiegebied te verkrijgen. In plaats van een gebiedsdekkend beeld zijn gegevens over de gemeten grondwaterstanden ter plaatse van de in het studiegebied aanwezige peilbuizen gepresenteerd. De 50-percentielwaarde van de gemeten grondwaterstandsreeksen met meer dan 70 waarnemingen is weergegeven in figuur Het betreft 72 locaties. De helft van de tijd zijn de grondwaterstanden hoger dat de gepresenteerde waarden en de andere helft van de tijd lager. De grondwaterstanden zijn het hoogst in Centrum (maximum NAP +0,06 m) en het laagst in Holy-Noord en Zuid (minimum NAP -3,27 m). Opvallend is dat over relatief kleine afstand de hoogte van de grondwaterstand sterk kan variëren. In Holy-Noord bijvoorbeeld kan de afstand tussen twee meetlocaties 100 m of minder zijn en het verschil tussen de 50-percentiel-waarden circa 0,5 m. Dit is één van de redenen waardoor het niet mogelijk bleek een vlakdekkend beeld van het grondwaterregime te genereren uit meetreeksen. Figuur 8-14 geeft op dezelfde locaties de ontwateringsdiepte ten opzichte van het gemiddelde lokale vloerpeil weer. Delfland beschikte niet over de niveau s van de vloeren. Daarom is het gemiddeld niveau rondom in een straal van twee meter rondom ieder gebouw representatief gesteld voor het peil van de vloer van de bebouwing. De hoogtecijfers zijn afkomstig uit het Actueel Hoogtebestand Nederland-2, een 0,5 x 0,5 m rasterbestand. In werkelijkheid zal de vloer veelal hoger liggen en de ontwateringsdiepte daardoor groter zijn. Het betreft de ontwateringsdiepte bij de 90- percentielgrondwaterstand. Volgens aanvullende informatie van de gemeente zijn de vloerpeilen in Holy ca NAP-1,70 m en in Westwijk NAP -1,30 m. De ontwateringsdiepte is op de meeste locaties matig tot klein. In tabel 8-14 geeft een overzicht van welke deel van de meetlocaties zich in één van drie klassen bevindt. Een ontwateringsdiepte van minder dan 0,70 m ten opzichte van vloerpeil bij de GHG geldt als te nat (zie beschrijving OGOR in bijlage 6). Achtendertig procent van de meetlocaties valt in deze klasse. Tabel 8-14 Ontwateringsdiepte t.o.v. lokaal gemiddeld vloerpeil bij 90-percentielwaarde Klasse Deel meetlocaties < 0,70 m 38% >= 0,70 m, < 1,20 m 56% >= 1,20 m 7% Figuur 8-15 geeft de dynamiek in de gemeten grondwaterstanden weer. Dit betreft het verschil tussen de 10- en 90-percentielwaarden. De dynamiek verschilt sterk: van circa 0,1 m tot 1,4 m. Een kleine dynamiek kan duiden op: Een goede drainage waardoor grondwaterstanden na neerslag snel dalen; Een sterke voeding vanuit het oppervlaktewatersysteem in droge perioden waardoor de grondwaterstanden weinig uitzakken; Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

122 Een grote dynamiek kan duiden op: Een geringe bergingscapaciteit in de bodem waardoor infiltratie en verdamping leiden tot grote verandering van de grondwaterstand; De aanwezigheid van vegetatie die zorgt voor de onttrekking van freatisch grondwater, waardoor in droge perioden de grondwaterstand ver uitzakt. In Holy-Noord is de dynamiek op veel meetlocaties opvallend laag. Er lijkt een verband met de relatief dikke laag opgebracht zand en de grotere watergangen dichtheid. In Westwijk hebben opvallend veel locaties een grote dynamiek. In de overige delen van Vlaardingen is de dynamiek veelal divers. In Centrum bevindt zich een cluster van acht meetlocaties met een opvallend kleine dynamiek. Dit doet vermoeden dat hier drainage aanwezig is. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

123 Figuur 8-13 Mediaan gemeten grondwaterstanden Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

124 Figuur 8-14 Ontwateringsdiepte t.o.v. gemiddelde maaiveld rondom de lokale bebouwing Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

125 Figuur 8-15 Dynamiek grondwaterstanden Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

126 8.8 Systeemanalyse per wijk Deze paragraaf brengt de informatie over het watersysteem en het grond- en oppervlaktewaterregime, zoals beschreven in de voorgaande paragraven, samen om te komen tot een beschrijving van het watersysteem en het actuele grond- en oppervlaktewaterregime. Deze beschrijving vindt plaats per wijk. Voor Centrum en Oostwijk is vanwege de grote ruimtelijke variatie van het AGOR de beschrijving verder opgesplitst door deze te behandelen per peilgebied. Een overeenkomst tussen alle wijken is dat de gemeten grondwaterstanden vrij veel van elkaar verschillen op verschillende meetpunten binnen dezelfde wijk en binnen hetzelfde peilgebied (zie figuur 8-13 en figuur 8-15). Zo is bijvoorbeeld in Holy Noord het verschil tussen de hoogste en laagste 50-percentielgrondwaterstand 0,7 m. De grote verschillen tussen de hoogte van de grondwaterstanden is te verklaren uit lokale verschillen in: verhardingsgraad; bodemopbouw; afstand tot draineringsmiddelen; aanwezigheid van andere draineringsmiddelen anders dan watergangen zoals (bouw)drainage en lekke riolering; de aanwezigheid van vegetatie bodemdaling. Dit maakt dat de beschrijving van het grondwaterregime indicatief is. Hoe kleiner het aantal peilbuizen binnen een gebied, des te indicatiever de beschrijving is Holy-Noord en Zuid (polder Vlaardingen Holierhoek) Systeemanalyse De drainagebasis, die voor 9 van de 27 meetlocaties kon worden bepaald, ligt dicht bij het oppervlaktewaterpeil. Dit maakt het aannemelijk dat het oppervlaktewaterpeil bepalend is voor de grondwaterstand. Het oppervlak water is in Holy 5% van het totale oppervlak. Dit is een gemiddelde waarde. In Holy is het grondwaterregime naar verwachting te sturen met het oppervlaktewaterpeil. Dit is voor een groot deel te danken aan de opgebrachte zandlaag. Ongunstig voor het sturen van de grondwaterstanden door middel van het oppervlaktewaterpeil is dat de afstand tussen watergangen tot circa 600 m kan zijn, wat groot is. De dynamiek is over het algemeen gering. Hoge grondwaterstanden Er van uitgaande dat voor stedelijk gebied een minimale drooglegging van 1,2 m gewenst is, is de drooglegging is in Holy Noord- en Zuid matig aangezien meer dan de helft van het gebied een drooglegging van minder dan 1,2 m heeft. Een aantal straten heeft een lage drooglegging (0,5 tot 0,7 meter). In deze gevallen gaat het om verzakte straten. Het beleid van de gemeente is deze periodiek op te hogen. De nabijgelegen bebouwing liggen in alle gevallen hoger. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

127 Een drooglegging van minder dan 0,70 m rondom bebouwing komt niet voor. Op 8 van de 27 meetlocaties in Holy is de ontwateringsdiepte ten opzichte van het maaiveld rondom bebouwing minder dan 0,7 m. Op basis van deze gegevens concluderen we dat het gebied gevoelig is voor grondwateroverlast. Lage grondwaterstanden De grondwaterstanden zakken uit tot gemiddeld 1,2 m ten opzichte van het maaiveld rondom bebouwing. Om zettingen te voorkomen is het wenselijk dat de grondwaterstanden niet onder de opgebrachte zandlaag zakken. Deze zandlaag is één tot twee meter dik. In een deel van het gebied is dit nu wel het geval, vooral in Holy- Zuid. De bebouwing met houten paalfunderingen zijn echter ongevoelig voor het uitzakken van het grondwater omdat de palen van oplangers voorzien zijn. Doorkijk naar maatregelen Voor Holy kan flexibel peilbeheer in het zomerhalf jaar worden overwogen. Dit maakt het beperken van de inlaat van gebiedsvreemd water mogelijk. Dit kan eventuele bodemdaling beperken doordat de aanvoer van sulfaatrijk water vermindert (zie paragraaf 8.1.6). Ook afkoppelen kan hier aan bijdragen. Hierbij moet wel enigszins het uitzakken van grondwaterstanden tegengegaan worden. Analyse knelpunten t.b.v. peilbesluit Voor de afweging in het peilbesluit worden drooglegging en klachten vergeleken (zie hoofdstuk 5). Indien er zowel een lage drooglegging als een klacht bekend is, wordt dit een knelpunt genoemd en wordt een peilwijziging overwogen. Alle bebouwing heeft tenminste 70 cm drooglegging. Sommige wegen hebben een lage drooglegging. Aan het verschil tussen drempelhoogten van huizen en wegen is goed te zien dat de wijk sterk kan zakken. Het beleid van de gemeente is om deze wegen periodiek op te hogen. Verder zijn er in het openbaar terrein zoals parken en groenstroken lage plekken (tot ca 30 cm drooglegging. Deze plekken bevinden zich meestal in de nabijheid van watergangen zodat een goede afwatering van deze plekken mogelijk is. In Holy zijn klachten bekend in de Hoevenbuurt (peilgebied I). Na de ophoging is de grondwaterstand omhoog gekomen, na een ophoging gebeurt dit altijd. De bebouwing in deze buurt heeft een goede drooglegging. Verder is er langs de Vlaardingse Vaart overlast van locale kwel (peilgebied I en II). De gemeente is voornemens hier maatregelen te nemen in de vorm van drainage of het graven van dijksloten. Daarom wordt in dit peilgebied geen knelpunt benoemd Westwijk en westelijk deel Industriewijk (polder Vlaardingenwest en polder Vettenoord) Hoge grondwaterstanden In Westwijk valt de drooglegging van het maaiveld rondom de bebouwing voor ongeveer de helft in de klasse van 0,7 m tot 1,2 m. Een drooglegging rondom bebouwing van minder dan 0,7 m komt niet voor. In Westwijk zijn dertien peilbuizen aanwezig waar meer dan 70 metingen zijn uitgevoerd. Op zeven, dat is meer dan de Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

128 helft, van deze meetlocaties is de ontwateringsdiepte van het maaiveld rondom de bebouwing bij de 90-percentielgrondwaterstand minder dan 0,7 m. Op basis van deze gegevens is in Westwijk op grote schaal grondwateroverlast te verwachten. De drainagebases, die zijn bepaald op basis van analyses van de gemeten grondwaterstandsreeksen, liggen over het algemeen dicht bij het oppervlaktewaterpeil. Op basis daarvan lijkt het grondwater gestuurd door het oppervlaktewater. Voor enkele peilbuizen wordt op basis van de tijdreeksanalyse vermoed dat er een tweede drainageniveau op ca. 0,2-0,3 meter boven het polderpeil ligt. De drainageweerstanden zijn hoog. De hoge weerstand duidt er op dat weinig drainagemiddelen aanwezig zijn. Er zijn peilbuislocaties waar de drainagebasis boven het praktijkpeil van het peilgebeid ligt. Vooral in het zuiden van de wijk is dit deels te verklaren uit kwel vanuit het eerste watervoerend pakket, die een ordegrootte van 1 mm/d heeft. Het westelijke deel van Industriewijk heeft een grote drooglegging. Er is één peilbuis aanwezig maar er zijn op deze locatie minder dan 70 metingen uitgevoerd. Er is daarom geen analyse van de meetreeks uitgevoerd. Lage grondwaterstanden en dynamiek De 10-percentielgrondwaterstanden in Westwijk liggen niet diep onder maaiveld. Ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing varieert de diepte van 0,6 tot 1,3 m met een gemiddelde van 1,2 m. Vaak ligt de 10-percentielgrondwaterstand boven het praktijkpeil van het peilgebied. Dit is mogelijk te verklaren uit kwel vanuit het eerste watervoerend pakket. De dynamiek, dat is het verschil tussen de 10- en 90- percentielgrondwaterstanden, is groter dan gemiddeld voor Vlaardingen. De dynamiek in Westwijk varieert van 0,16 m tot 0,8 m met een gemiddelde van 0,5 m. Doorkijk naar maatregelen Het lijkt wenselijk in Westwijk de hoge grondwaterstanden te verlagen. Het verlagen van het oppervlaktewaterpeil heeft mogelijk een beperkte invloed op het voorkomen van hoge grondwaterstanden door de grote drainageweerstand. Daarnaast zal het verlagen van het oppervlaktewaterpeil de glg verlagen wat zettingen tot gevolg kan hebben. Daarom is de aanleg van drainage de meest logische maatregel Vlaardinger-Ambacht () Er zijn tamelijk grote verschillen tussen de meetreeksen op de meetlocaties in het gebied. Voor maar één locatie kon in Menyanthes met voldoende betrouwbaarheid het grondwaterwaterstandsverloop worden gesimuleerd. Er lijken daarom grote lokale verschillen in de weerstand van de bodem en/of de aanwezigheid van drainagemiddelen. Hoge grondwaterstanden Er is in Vlaardinger-Ambacht een tweedeling in drooglegging aan te brengen. Het midden van de wijk ligt hoog waardoor de drooglegging groot is. In het noorden en zuiden en op de oostrand van de wijk is de drooglegging klein. Hier heeft het maaiveld Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

129 rond het grootste deel van de bebouwing een drooglegging van minder dan 1,2 m. Een deel hiervan heeft zelfs een drooglegging kleiner dan 0,70 m. Peilgebied III in het noordwesten van de polder heeft een hoger peil (NAP -1,80 m) dan de rest van de polder hoewel de maaiveldhoogte in het peilgebied er geen aanleiding toe geeft. Dit gebied heeft dan ook een zeer geringe drooglegging en lijkt daarom extra gevoelig voor grondwateroverlast. De ligging grenzend aan de boezem kan dit versterken door kwel vanuit de boezem naar dit peilgebied. Het aantal peilbuizen in Vlaardinger-Ambacht is gering. Dit beperkt het inzicht in de grondwaterwaterhuishouding. De 90-percentielgrondwaterstanden liggen hoog. Vijf van de zeven meetpunten met meer dan 70 metingen hebben een ontwateringsdiepte ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing van minder dan 0,70 m bij deze grondwaterstanden. In Menyanthes kon voor slechts één locatie de drainagebasis en weerstand met voldoende zekerheid worden bepaald. Dit betreft buis De drainagebasis hier 0,6 m boven het praktijkpeil van het peilgebied. Een analyse van de gemeten grondwatersstanden in de nabijgelegen peilbuis 5005 geeft hetzelfde beeld. Grafieken van het grondwaterstandsverloop op deze locaties zijn opgenomen in bijlage 1. De dynamiek in de grondwaterstanden is op beide locaties gemiddeld. Er lijken daarom drainerende middelen boven polderpeil aanwezig. Opmerkelijk is dat beide buizen zich in een hoog deel van de polder bevinden en het hier toch nat is. Het is aannemelijk dat de bodem hier uit klei bestaat en drainagemiddelen aanwezig zijn waardoor de invloed van het oppervlaktewater op de grondwaterstanden zeer klein is. Lage grondwaterstanden De 10-percentielgrondwaterstanden ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing varieert op de zeven meetlocaties van 0.7 m tot 2.2 m. De gemiddelde ontwateringsdiepte bij de 10-percentielgrondwaterstanden bedraagt 1.2 m. We beschouwen buis 5003 meer in detail omdat de ontwateringsdiepte hier aanmerkelijk groter is. Het maaiveld is er relatief hoog (NAP -0,8 m), de drooglegging groot (1,55 m). De dynamiek is er groot, wat deels verklaard kan worden uit de kleine bergingscoëfficiënt, aangezien het kleigrond betreft. Daarnaast is de infiltratieweerstand groot wat de voeding van grondwater vanuit het oppervlaktewater beperkt. Dit maakt dat de grondwaterstanden diep kunnen wegzakken. De 10-percentielgrondwaterstand ligt 1,6 m beneden het maaiveld rondom de lokaal aanwezige bebouwing. In dit gebied zijn houten paalfunderingen te verwachten. Als deze inderdaad aanwezig zijn is er in de hogere delen van deze polder een potentieel risico ten aanzien van paalrot. Welk deel hooggelegen is, is te zien in figuur Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

130 Figuur 8-16 Hoog deel Vlaardinger-Ambacht Doorkijk maatregelen In Vlaardinger-Ambacht kan zowel het verlagen van de ghg als het verhogen van de ghg gewenst zijn omdat zowel grondwateroverlast als het risico op paalrot kan voorkomen. Met het wijzigen van de oppervlaktewaterpeilen valt hier weinig te bereiken door de grote weerstand van de bodem. Drainage aanleggen kan een zinnige maatregel zijn. Bij de aanwezigheid van zware klei kan het zijn dat op enige afstand van nieuw aangelegde drains de grondwaterstanden hoog blijven. Nader onderzoek bij maatregelen is dan ook nodig Oostwijk (polder Vlaardingen Oost) De begrenzing van de peilgebieden is tamelijk arbitrair en heeft daardoor weinig hydrologische betekenis. Hierdoor is ook de betekenis van de drooglegging beperkt. In de zuidelijke helft van Oostwijk is zeer weinig oppervlaktewater aanwezig. Dit hangt samen met de hoge ligging ten opzichte van de omgeving. Vanwege de grote ruimtelijke verschillen in het grond- en oppervlaktewaterregime binnen Oostwijk behandelt deze paragraaf het AGOR per peilgebied. Wat echter voor de gehele Oostwijk geldt, is dat het grondwaterregime in de peilgebieden weinig wordt bepaald door het oppervlaktewaterregime. Dit hangt samen met het arbitraire karakter van de peilgebiedsgrenzen en dat er in een groot deel van Oostwijk nauwelijks watergangen aanwezig zijn. Dat het grondwaterregime in de peilgebieden weinig wordt bepaald door het oppervlaktewaterregime blijkt onder andere Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

131 uit het feit dat voor slechts twee peilbuizen in Menyanthes het grondwaterwaterstandsverloop met voldoende betrouwbaarheid kon worden gesimuleerd. Dit betreft de buizen 4001 en 4010 die zich beiden in peilgebied I bevinden. Voor beide meetreeksen ligt de drainagebasis boven het oppervlaktewaterpeil; 0,4 m ter plaatse van peilbuis 4001 en 0,2 m ter plaatse van peilbuis Opmerkelijk genoeg wordt op basis van een analyse van de reeks grondwaterstanden, die gemeten is in buis 4001, met een analytisch model een drainagebasis beneden het oppervlaktewaterpeil gevonden. De op die manier bepaalde drainagebasis ter plaatse van buis 4001 bedraagt circa NAP -1,5 m, circa 0,4 m onder polderpeil. De weerstanden (M0) voor beide meetlocaties liggen dicht bij het gemiddelde van de meetlocaties in Vlaardingen; 152 dagen ter plaatse van peilbuis 4001 en 159 dagen ter plaatse van peilbuis 4010 (gemiddelde 180 dagen). Deze waarde wijst er op dat er naast de watergangen andere drainagemiddelen aanwezig zijn. Wanneer de watergangen de enige drainagemiddelen in het gebied zouden zijn zou je hogere weerstanden verwachten aangezien de bodem bestaat uit klei en veen. Ook de dynamiek in de grondwaterstanden is op de meeste locaties is relatief klein, wat de aanwezigheid van drainerende middelen doet vermoeden. Hoge grondwaterstanden peilgebied I Dit peilgebied heeft een aanmerkelijk lager peil dan de aangrenzende peilgebieden. De drooglegging is relatief groot. De ontwateringsdiepte, ten opzichte van het maaiveld grenzend aan de bebouwing bij de 90-percentielgrondwaterstand, is relatief groot. Bij alle vier de aanwezige meetlocaties met meer dan zeventig metingen is deze groter dan 1 m. Hoge grondwaterstanden peilgebied II Dit peilgebied heeft een opvallen hoog streefpeil: NAP -0,20 m en mede als gevolg daarvan is de drooglegging zeer klein. Het peilverschil met het aangrenzende peilgebied I is circa 0,9 m, hetgeen veel is, terwijl de maaiveldhoogten in een groot deel van beide peilgebieden ongeveer gelijk zijn. Er is slechts één peilbuis aanwezig waar meer dan 70 metingen zijn uitgevoerd (peilbuis 4006). De ontwateringsdiepte van het maaiveld rondom de bebouwing bij de 90-percentiel grondwaterstand bedraagt 0,5 m. Gezien de zeer geringe drooglegging en de geringe ontwateringsdiepte te plaatse van peilbuis 4006 is in peilgebied II grondwateroverlast te verwachten. Hoge grondwaterstanden peilgebied IV Peilgebied III grenst aan het Buizengat en het grondwaterregime staat waarschijnlijk onder invloed van het hoge waterpeil in het Buizengat, dat NAP +0,5 m bedraagt. Het praktijkpeil is NAP +0,45 m. Het peilgebied is klein en er is geen peilbuis aanwezig. Daarom is het AGOR van dit peilgebied verder niet beschreven. Hoge grondwaterstanden peilgebied V Peilgebied V heeft een opvallende kleine drooglegging, vooral in midden van het gebied. Juist in het lage middendeel van dit peilgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In het peilgebied bestaat het oppervlak voor slechts 0,5 % uit watergangen. Alleen daarom al kan het grondwaterregime in dit peilgebied niet worden gestuurd door middel van het oppervlaktewaterregime. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

132 Op de zuidrand van het peilgebied staan vier peilbuizen. De ontwateringsdiepte bij de 90%-grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld rond de bebouwing is minder dan 0,70 m mv. Ter plaatse van één peilbus op de noordgrens van het peilgebied is deze ontwateringsdiepte iets groter: 0,90 m mv. In dit peilgebied is op basis van de geringe ontwateringsdiepte grondwateroverlast te verwachten. Lage grondwaterstanden peilgebied I De ontwateringsdiepte is groot op de vier aanwezige meetlocaties met meer dan 70 metingen bij de 10-percentielgrondwaterstand. Deze varieert van 1,4 tot 2 m. De dynamiek varieert van 0,3 tot 0,7 m. De aanwezigheid van houten paalfunderingen is gezien de leeftijd van de bebouwing mogelijk. Als dit inderdaad het geval is bestaat hier het risico op het rotten van houten paalkoppen. Lage grondwaterstanden peilgebied II In peilgebied II is slechts één peilbuis waar meer dan 70 metingen zijn uitgevoerd aanwezig. De ontwateringsdiepte bij de 10-percentielgrondwaterstand is met 0,8 gering. De dynamiek is met 0,34 m gering. Het risico op het rotten van houten paalkoppen lijkt hier gering. Lage grondwaterstanden peilgebied IV In peilgebied IV zijn geen peilbuizen aanwezig. Lage grondwaterstanden peilgebied V Gemiddeld zakken in dit peilgebied de grondwaterstanden in droge perioden niet ver uit. De ontwateringsdiepte bij de 10-percentielgrondwaterstand is bij vier van de vijf peilbuizen met meer dan 70 metingen circa 1 m. Ter plaatse van deze peilbuizen varieert de dynamiek van circa 0,2 tot 0,6 m. Deze waarden wijken bij buis 4002 sterk af. Hier is de 10-percentielgrondwaterstand aanmerkelijk lager (1,9 m -mv) en de dynamiek aanmerkelijk groter (1,4 m). De leeftijd van de bebouwing is hier gevarieerd. er komt bebouwing voor die op houten palen gefundeerd kan zijn. Er is gezien het voorkomen van diepe grondwaterstanden een redelijke kans op het rotten van houten paalkoppen. Doorkijk maatregelen Aangezien peilgebied II voor een groot deel een zeer geringe drooglegging heeft en dit gebied gevoelig lijkt voor grondwateroverlast ligt het voor de hand te overwegen het waterpeil te verlagen. Een analyse van de reeks grondwaterstanden gemeten in peilbuis 4006 doet een redelijke invloed van het oppervlaktewaterpeil op de grondwaterstanden vermoeden. De afstand van de peilbuis tot de dichtstbijzijnde watergang bedraagt 90 m. Het zou kunnen worden samengevoegd met watergangen uit peilgebied I om zo een nieuw peilgebied te vormen met een peil tussen die van de peilgebieden I en II (respectievelijk NAP -1,12 m en NAP -0,20 m). In de overweging moet het risico van het verlagen van het oppervlaktewaterpeil op schade door zettingen worden meegenomen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

133 In peilgebied V ligt een peilverlaging minder voor de hand omdat de drooglegging in de directe omgeving van de watergang niet zo gering is als in peilgebied II. In dit peilgebied lijken daar waar grondwateroverlast voorkomt maatregelen aan de woningen en het aanbrengen van drainage de enige mogelijke maatregelen. Ten aanzien van het rotten van houten paalkoppen is nader onderzoek gewenst Centrum en oostelijk deel Industriewijk (diverse polders) In Centrum is het maaiveldverloop groot. Het maaiveld loopt van circa NAP 0 m in het oosten langs de oude haven af tot circa NAP -2 m in peilgebied XVI en NAP -1,8 in het zuiden in peilgebied II. In de oostelijke, hooggelegen helft van Centrum is nauwelijks oppervlaktewater aanwezig. Het hooggelegen deel van Centrum is onderdeel van verschillende peilgebieden, maar het had ook aan geen enkel peilgebied toegekend kunnen zijn. Hydrologisch gezien zou dit betekenisvoller zijn. De ontwatering van het hoge deel van Centrum zal voor een deel plaatsvinden door stroming naar het lager gelegen westen. Verder is het geibed voor een groot deel gedraineerd (bron: informatie gemeente Vlaardingen). De interactie tussen grond- en oppervlaktewater in Centrum en het oostelijk deel van Industriewijk is niet vast te stellen doordat de meeste peilbuizen waar meer dan 70 keer gemeten is zich in het deel bevinden waar geen watergangen liggen. Opvallend is het zeer lage maaiveld in peilgebied Polder Vlaardingen-west XVII en een deel van peilgebied Polder Vlaardingen-west XVI. Dit is te zien in figuur In de noordpunt bevinden zich veel kleine peilgebiedjes. Voor een deel wordt dit verklaard door het grote maaiveldverloop. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

134 Figuur 8-17 Maaiveldhoogte Centrum Hoge grondwaterstanden De hoge grondwaterstanden in Centrum en het westelijk deel van Industriewijk worden per peilgebied besproken vanwege de grote ruimtelijke variatie in de waterhuishouding. Polder Vettenoord I In het oosten van polder Vettenoord I is het invloedsgebied waarschijnlijk groter en in het zuiden waarschijnlijk kleiner. Binnen dit peilgebied is er relatief weinig variatie in de maaiveldhoogte. De maaiveldhoogte is hoog ten opzichte van het aangrenzende gebied in Polder Vlaardingen-west. Van het totale oppervlak bestaat 2,6% uit water. De drooglegging is matig tot redelijk. Deze varieert van 0,7 tot 1,5 m. Het landgebruik in dit peilgebied is bedrijventerrein. Voor dit type landgebruik is het criterium voor grondwateroverlast een ontwateringsdiepte van 0,55 m of minder. Dit is 0,15 m minder dan het criterium voor overige bebouwing. Er is in dit gebied geen peilbuis aanwezig. Er kan daarom alleen op basis van de drooglegging en het bodemtype een inschatting worden gemaakt van de gevoeligheid voor grondwateroverlast. Aangezien de drooglegging in een aanzienlijk deel van het peilgebied matig is, en de bodem waarschijnlijk uit klei bestaat, is grondwateroverlast in de gebied te verwachten. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

135 Polder Vettenoord II Polder Vettenoord II is een zeer klein peilgebied. Het invloedsgebied loopt waarschijnlijk verder naar het noorden dan de grens van het peilgebied suggereert. Er is geen peilbuis aanwezig en er kan daarom geen inschatting worden gemaakt van de gevoeligheid voor grondwateroverlast. Polder Vettenoord III In dit peilgebied is het landgebruik wonen. Er is nauwelijks oppervlaktewater aanwezig. Daarom is drooglegging in dit peilgebied wel te bepalen maar zonder praktische betekenis. De invloed van de haven op de grondwaterstanden in dit gebied is groot. Verder is er ook in het westen van het peilgebied invloed te verwachten van het oppervlaktewater in het aangrenzende peilgebied I. In het peilgebied zijn 8 peilbuizen aanwezig. De peilbuizen 3003 tot en met 3008 hebben een opvallend gelijke dynamiek. De peilbuizen 1010 en 1011 liggen in het aangrenzende peilgebied Polder Vlaardingen-west XVI maar kunnen beschouwd worden als behorende tot dezelfde groep peilbuizen. De dynamiek is klein en varieert van 0,1 tot 0,3 m. De geringe dynamiek wordt veroorzaakt door de drainage (bron: informatie gemeente Vlaardingen). De hoogte van de 90-percentielgrondwaterstanden varieert echter wel veel, zowel ten opzichte van NAP als ten opzichte van het lokale maaiveld rondom de aanwezige bebouwing. Ten opzichte van NAP variëren de 90-percentielgrondwatersstanden tussen de zes peilbuizen binnen peilgebied III van -0,62 tot -0,09 m. De afstand tussen deze twee punten is 150 m. De ontwateringsdiepte varieert van 0,6 m tot 1,2 m. In de twee overige peilbuizen in het peilgebied, de buizen 1004 en 1008 is de ontwateringsdiepte respectievelijk 0,5 m en 1,2 m. Om dat ter plaatse van twee van de peilbuizen de ontwateringsdiepte minder dan 0,7 m is, is grondwateroverlast in dit gebied te verwachten. Polder Vlaardingen-west I Dit peilgebied omvat het grootste deel van de polder Vlaardingen-west. Het oppervlaktewater bevindt zich in dit peilgebied voornamelijk aan de randen. Het peilgebied omvat grotendeels een woongebied met aan de oostzijde sportvelden. De drooglegging is in het woongebied voldoende, meer dan 1,0 m. Bij de sportvelden is de drooglegging onvoldoende, tussen 0,5 m en 1,0 m. Verspreid door het peilgebied zijn elf peilbuizen aanwezig waar meer dan 70 metingen zijn gedaan. De peilbuizen bevinden zich allemaal op enige afstand van de watergangen en kunnen daarom het als representatief beschouwd worden voor het peilgebied. De ontwateringsdiepte is bij de 90-percentielgrondwaterstand ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing tussen 0,2 en 1,1 m. De waarden aan de zuidzijde zijn lager dan aan de noordzijde van het peilgebied. Voor de woonwijk is er een risico dat er grondwateroverlast optreedt omdat de drooglegging lokaal te klein is. Polder Vlaardingen-west II In dit laaggelegen peilgebied is vrij veel water aanwezig (circa 4.9 % van het oppervlak). Een groot deel van dit peilgebied betreft Zuidbuurt, een volkstuinencomplex. In Zuidbuurt is de drooglegging klein: grote delen hebben een Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

136 drooglegging van circa 0,7 m. In de woonwijk in het noordelijk deel van het peilgebied is de drooglegging rondom bebouwing grotendeels 1,2 m of meer. Op de noordrand van het peilgebied is één peilbuis aanwezig waar meer dan 70 metingen zijn gedaan. Deze peilbuis bevindt zich tussen twee watergangen met verschillende peilen in en kan daarom niet als representatief beschouwd worden voor één van beide peilgebieden. De ontwateringsdiepte is bij de 90- percentielgrondwaterstand ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing 1,0 m. Voor de woonwijk is grondwateroverlast niet uit te sluiten maar de kans lijkt hier door de redelijk grote drooglegging minder groot dan in andere delen van Vlaardingen. In het Volkstuinen complex is te verwachten dat de grondwaterstanden regelmatig zeer ondiep zullen zijn, maar voor een dergelijk grondgebruik geldt een minder streng criterium als voor bebouwing in woonwijken. Polder Vlaardingen-west IV In dit peilgebied is slechts één watergang aanwezig en er is geen peilbuis aanwezig. De drooglegging in de omgeving van de watergang is matig. Grondwateroverlast is daarom niet uit te sluiten. Polder Vlaardingen-west V In peilgebied Vlaardingen-west V bestaat 1.9 % van het oppervlak uit watergangen. In het peilgebied zijn geen peilbuizen aanwezig met meer dan 70 metingen. Het oostelijke deel heeft een matige drooglegging en het westelijke deel heeft een relatief grote drooglegging, waarschijnlijk door ophogen van het maaiveld bij aanleg van de woonwijk. Polder Vlaardingen-west VI tot en met XIII In de peilgebieden Vlaardingen-west VI tot en met XIII is het oppervlak water circa 7%. De peilgebieden zijn zeer klein. De praktijkpeilen variëren van NAP -1,20 m tot NAP - 2,30 m. Er is één peilbuis waar meer dan 70 metingen zijn uitgevoerd. Dit kan gezien de grote variëteit in peilen en maaiveldniveau s niet representatief worden gesteld voor dit gebied. Het grootste gedeelte van het gebied bestaat uit een bedrijventerrein. Er is nog één oude boerderij aanwezig. Polder Vlaardingen-west XV De drooglegging is zoals wenselijk voor een woonwijk. In het peilgebied is met 4.8 % veel oppervlak water aanwezig. Polder Vlaardingen-west XVI Peilgebied XVI bestaat voor slechts 1 % uit oppervlaktewater. In het oostelijke, hooggelegen deel zijn geen watergangen aanwezig. Binnen het peilgebied bevindt zich een zeer laag deel. In het peilgebied zijn vier peilbuizen met meer dan 70 waarnemingen aanwezig. De buizen 1003 en 1006 bevinden zich in het lage deel. Deze locaties zijn nat: de ontwateringsdiepte ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing bij de 90 percentielgrondwaterstand is voor buis ,8 m en voor buis ,5m. Op de twee andere peilbuislocaties, die zich in het hoge deel van het peilgebied bevinden, is de ontwateringsdiepte aanzienlijk groter: 1,2 m en 1,8 m. In vooral de lage delen van dit peilgebied is er een aanzienlijke kans op het optreden van grondwateroverlast. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

137 Polder Vlaardingen-west XVII Peilgebied XVII (praktijkpeil NAP m) bevindt zich in peilgebied XVI (praktijkpeil NAP -2.57). De grenzen van het peilgebied zijn direct om de daar aanwezige watergang gekozen en is daardoor zeer klein. Lage grondwaterstanden De ontwateringsdiepte bij de 10-percentielggrondwaterstanden ten opzichte van het maaiveld rondom de bebouwing variëren op de 15 meetlocaties in Centrum en het oostelijk deel van Industriewijk van 0,9 tot 2,0 m. In delen van dit gebied komt bebouwing voor die houten paalfunderingen zou kunnen hebben. Er is, gezien het voorkomen van diepe grondwaterstanden, een kans op het rotten van houten paalfunderingen. Doorkijk mogelijke maatregelen In de noordpunt bevinden zich veel kleine peilgebiedjes. Sommige gebieden lijken te kunnen worden samengevoegd. Uitvoeren van onderzoek naar risico rotten houten paalfunderingen is aan te raden, evenals een onderzoek naar grondwateroverlast. 8.9 Riolering Kenmerkend voor het rioolstelsel van Vlaardingen is de verwevenheid met het oppervlaktewater en de overstortbemalingen. De overstortdrempels in de polders liggen over het algemeen 20 cm boven het streefpeil van de singels. Het rioolsysteem heeft een relatief grote pomp over capaciteit (poc). Daarnaast is er in het rioolsysteem overstortbemaling aanwezig. De overstortbemalingen voeren het rioolwater (afvalwater en hemelwater), bij hevige neerslag, ongezuiverd af naar de Nieuwe Maas. De overstortbemalingen zorgen ervoor dat overstort op de singels van Vlaardingen zoveel mogelijk voorkomen wordt. De koppeling tussen oppervlaktewater en riolering kan met de volgende twee figuren worden geïllustreerd. Singels van Vlaardingen stijging waterstand overstort overstortbemaling Nieuwe Maas overlaat DWA + poc RWZI Riool Figuur 8-18 Werking riolering bij normale neerslag Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

138 In figuur 8-18 is te zien dat bij een peilstijging van 0,20 m, het oppervlaktewater via de overlaten naar het riool wordt afgevoerd. Vanuit het riool wordt het naar de zuivering afgevoerd. Singels van Vlaardingen stijging waterstand overstort overstortbemaling Nieuwe Maas overlaat Riool DWA + poc RWZI Figuur 8-19 Werking riolering bij extreme neerslag In figuur 8-19 is te zien dat bij hevige regen de overstortbemaling in werking treedt. Deze voert het rioolwater ongezuiverd naar de Nieuwe Maas. Bij extreme neerslag is ook de overstortbemalingscapaciteit onvoldoende en treden er overstortingen op naar de singels van Vlaardingen. Als gevolg van deze overstortingen stijgt de waterstand in de singels. Na de bui zal een deel van het oppervlaktewater weer terugstromen naar de riolering en via de overstortbemaling en de RWZI afgevoerd worden. Figuur 8-20 Bemalingsgebieden en hoofdafvoerrichtingen rioolstelsel Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

139 Figuur 8-21 Schematische weergave rioolgemalen Het rioolstelsel van Vlaardingen is in hoofdzaak een gemengd stelsel met uitzondering van een aantal regenwaterstelsels en bijzondere constructies. In de huidige situatie bestaat het stelsel van Vlaardingen uit 6 bemalingsgebieden: Holy,, Oostwijk, Vettenoord, Centrum en Westwijk. Het eindgemaal van Vlaardingen is gelegen aan de zuidwestzijde van de stad, nabij de Nieuwe Maas en de RWZI De Groote Lucht. De hoofdrichtingen waarin het water wordt afgevoerd zijn weergegeven in afbeelding figuur In figuur 8-21 staan vervolgens de verpomprichtingen van de diverse gemalen. Er zijn twee bemalen overstorten, te weten Westwijk en Boslaan. Deze verpompen tijdens regenval rioolwater naar de Nieuwe Maas. Door de relatief grote rioolgemaalcapaciteit wordt er relatief veel neerslag naar de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) afgevoerd. Voor de zuivering is de afvoer van relatief schoon regen- en oppervlaktewater niet efficiënt. In het rioolsysteem zijn twee overstortbemalingen aanwezig, die het water ongezuiverd afvoeren naar de Nieuwe Maas. Maatregelen hiertegen liggen in het afkoppelen van bebouwing en wegen van de riolering en het verwijderen van overlaten, om zo de riolering te ontlasten. Door minder af te voeren via de riolering zal het oppervlaktewatersysteem echter meer belast Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

140 worden en zal uitbreiding van berging en afvoercapaciteit nodig zijn. Door de vermindering van de belasting op het riool zal de overstortfrequentie en belasting afnemen, wat de waterkwaliteit (zuurstofhuishouding) ook ten goede komt Wateraanvoer en doorspoeling Inlaten In figuur 8-22 zijn de inlaten (donkerblauw) samen met een schatting voor de maximale capaciteit van deze inlaten afgebeeld. De kleuren van de peilgebieden geven aan via welke inlaat de watervoorziening in hoofdzaak plaats vindt. Voor de donkergrijs gekenmerkte peilgebieden bestaat in de huidige situatie geen directe aanvoermogelijkheid. Bovendien is vooruitkijkend naar de gewenste situatie al de hoeveelheid benodigde inlaatcapaciteit per polder aangegeven (theoretisch bepaald). Voor de schatting van de inlaatcapaciteit wordt het peilverschil als verval aangehouden en op basis van de geometrische gegevens van de leidingen (minimale afmetingen) de maximale capaciteit benaderd. Voor het peil in de Oude Haven is +0,5 m aangehouden. Polder Vlaardingen-west beschikt over twee inlaten vanuit de Boezem. De eerste inlaat watert naar de peilgebieden noordelijk van de A20 af, vervolgens stroomt het water naar peilgebied I. De tweede inlaat ligt bij de Westlandseweg en watert via twee hoofdroutes, een noordelijke en een zuidelijke, langs een aantal kleinere peilgebieden naar peilgebied I af. Bovendien wordt het water uit delen van de naar polder Vlaardingen-west afgevoerd. De peilgebieden III en XV beschikken niet over een aansluiting op een inlaat. Polder Vettenoord heeft een inlaat vanuit de Oude Haven (buitenwater) waardoor water direct naar de peilgebieden II en III aangevoerd wordt. Van peilgebied II stroomt het water dan verder naar peilgebied I. Peilgebied III is niet in beheer bij Delfland, de bijhorende afsluiter wordt door de gemeente Vlaardingen bediend. Hierdoor is de sturing van de hoeveelheid inlaatwater van de peilgebieden I en II bemoeilijkt, omdat dezelfde leiding vanuit de Oude Haven voor de aanvoer gebruikt wordt. Het moet ermee gerekend worden dat vanuit de Oude Haven water met een hoger zoutgehalte ingelaten wordt. Peilgebied I van Vettenoord is recentelijk met peilgebied II van Vlaardingen-west doorverbonden, zodat hierdoor indirect een extra aanvoermogelijkheid vanuit de Oude Haven naar de polder Vlaardingen-west bestaat. beschikt over twee inlaten vanuit de Oude Haven voor twee onafhankelijke watersysteemeenheden. Ook hier wordt water met hoger zoutconcentratie aangevoerd. Na realisatie van de doorverbinding Vlaardingen-oost komt dit inlaatwater ook in de terecht. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

141 Figuur 8-22 Aanvoernorm per peilgebied (m³/min) Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

142 In de wordt via twee inlaten (peilgebied II en peilgebied III) water vanuit de Boezem ingelaten. In de is voldoende inlaatcapaciteit voor alle peilgebieden beschikbaar, zodat peilhandhaving gewaarborgd is. Eventueel is het zuidoostelijke deel van peilgebied II een knelpunt voor doorspoeling. Of er een koppeling van dit gedeelte met de Poldervaartpolder bestaat, is niet bekend. In de huidige situatie stroomt het inlaatwater voor peilgebied III langs een begraafplaats en wordt door het percolatiewater vervuild. Vervolgens wordt dit water afgevoerd naar de peilgebieden II en I. Voor het opheffen van dit waterkwaliteitsknelpunt zijn er plannen voor het afsluiten van de watergang langs de begraafplaats en de inrichting van een circulatiegemaal. beschikt over vijf inlaten. Peilgebied V is niet in beheer bij Delfland. Het beschikt over een eigen inlaat en is voor waterkwaliteitsdoelen niet verbonden met de rest van de polder (begraafplaats). De andere vier inlaten voorzien direct of via hoger liggende peilgebieden het peilgebied I met water. In hoofdzaak worden de inlaten 2 en 5 (noord naar zuid) voor wateraanvoer gebruikt. Inlaat 4 is niet in gebruik. In figuur 8-23 zijn de normcapaciteiten van de aanvoer naar de peilgebieden weergegeven. De aanvoercapaciteit moet groter zijn dan de normcapaciteit Watergangen In de Watersysteemanalyse Vlaardingen zijn geen knelpunten ten opzichte van de afvoercapaciteit van watergangen en kunstwerken in wateroverlastsituaties vastgesteld. Hieruit kan geconcludeerd worden dat watergangen en kunstwerken ook in droge situaties toereikend capaciteit hebben om wateraanvoer en peilhandhaving te waarborgen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

143 Figuur 8-23: maximale aanvoercapaciteit inlaten (m³/min) inlaat stromingsrichting gemalen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

144 8.11 Beheer watersysteem Het oppervlaktewaterregime wordt grotendeels bepaald door het peilbeheer. Zodra het waterpeil in een peilgebied stijgt boven het streefpeil wordt water afgevoerd door een gemaal, stuw of aflaat en wanneer het waterpeil uitzakt beneden het streefpeil wordt water ingelaten. De aan- en afslagpeilen van de bemalen polders zijn zo ingesteld, dat de oppervlaktewaterpeilen tussen de vijf en tien centimeter fluctueren rondom de streefpeilen nabij de gemalen. Bij hevige neerslag zijn deze fluctuaties achterin de bemalingsgebieden veel groter (bron: WSA Vlaardingen, paragrafen en ). Het operationeel en peilbeheer van de polders in Vlaardingen ligt sinds 2010 bij Delfland. De wateratlaskaarten 8-1 t/m 8-4 geven een beeld van de beheeraspecten Waterkeringen De ligging van de waterkeringen in het gebied van dit peilbesluit is weergegeven in figuur Aan de zuidzijde van de polders Vlaardingen-oost en West, de polder Vettenoord en de zijn primaire waterkeringen aanwezig. Ook is er een secundaire waterkering aanwezig. Deze waterkering ligt ten noorden van de polder Vlaardingen-oost en de polder Vettenoord. Langs de boezem is een boezemkade aanwezig langs de Vlaardingse Vaart en de Boonervliet. Ten westen van de en de polder Vlaardingen-west is een polderkade aanwezig. Aan de oostzijde van de polders is een waterscheiding aanwezig. Figuur 8-24 Legger waterkeringen Hoogheemraadschap van Delfland [14] Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

145 9 BELEID EN RUIMTELIJKE ORDENING In dit hoofdstuk worden al het relevante beleid, ruimtelijke ontwikkelingen en belangen op een rij gezet. Dit is het kader voor de doelen en ambities van deze watergebiedstudie, bepaalt de criteria voor het toetsen van het watersysteem en het vaststellen van oplossingsrichtingen. 9.1 Beleid In deze paragraaf wordt de voor het peilbesluit relevante beleidskader uiteengezet. Meerdere overheden hebben een rol bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. De landelijke overheid bepaalt in de vorm van zowel wet- en regelgeving als beleid de uitgangspunten voor de verdeling van ruimte in Nederland. Aan de hand hiervan stelt de provinciale overheid plannen op waarin nauwkeuriger is aangegeven waar steden en dorpen kunnen groeien en waar ruimte is voor landbouw, natuur, recreatie en water. Deze plannen vormen de richtlijn voor gemeentelijke plannen. Dit hoofdstuk licht de relevante beleidsstukken beknopt toe. Tabel 9-1 Samenvatting beleid t.a.v. watergebiedsthema s Thema Beleid GGOR In 2015 op orde. Afweging volgens beleidskader provincie en beleidsnota peilbesluiten Delfland. Gemeente treft maatregelen vanuit GRP. Wateroverlast In 2015 op orde. Opgave en maatregelen zijn opgenomen in het waterplan Vlaardingen. Droogte In 2015 op orde Waterkwaliteit en ecologie Verbeteren waterkwaliteit en ecologie Beheer watersysteem Aan en afvoer op orde Europees en landelijk In deze paragraaf is het relevante Europese en landelijke beleid weergegeven. Waterbeheer 21 ste eeuw / Nationaal Bestuursakkoord Water Het Nationaal Bestuursakkoord Water bevat afspraken om veiligheid te creëren, schade door wateroverlast en droogte te voorkomen en water- en bodemkwaliteit te verbeteren. In 2015 moet het watersysteem op orde zijn. De trits vasthouden-bergenafvoeren is hiertoe geïntroduceerd en water wordt beschouwd als structurerend voor ruimtelijke ontwikkeling. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

146 Wat betekent dit voor de Watergebiedstudie? GGOR: In de peilafweging wordt rekening gehouden met de consequenties van nieuwe peilen op de bergingscapaciteit in de polder. Delfland hanteert het beleid dat peilverlaging alleen om berging te creëren niet is toegestaan. Droogte: onderzocht wordt in hoeverre de aanvoer voor peilbeheer voldoet Waterkwaliteit: Nagegaan wordt of maatregelen niet leiden tot achteruitgang van de waterkwaliteit De Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is in 2000 van kracht geworden. Het doel van deze nieuwe wettelijke regeling is dat alle lidstaten adequate maatregelen nemen om de waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren. Delfland moet uitvoering geven aan de verplichtingen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Dit vindt plaats langs de landelijke en regionale lijn waarbij onder regie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat normen, methoden en richtlijnen worden uitgewerkt. Maar een groot deel van de uitwerking moet plaatsvinden binnen Delfland in samenwerking met gemeenten en andere organisaties. Uiteindelijk is het doel dat voor Delfland maatregelen worden genomen en een plan wordt opgesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? In het studiegebied zijn geen KRW waterlichamen aanwezig. Wel zijn aangrenzende boezemwatergangen als KRW-waterlichamen gedefinieerd. Indien door KRWmaatregelen de kwaliteit van het boezemwater verbetert is dit voordelig voor de kwaliteit van het inlaatwater. Via het poldergemaal wordt water uit de polder op de boezem geloosd. Een aandachtspunt is de kwaliteit van het geloosde water. Het is van belang dat de watergebiedstudie de kwaliteit niet nadelig gaat beïnvloeden. Vogel en Habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn (vastgesteld in 1979) is een regeling van de Europese Unie die tot doel heeft alle in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen. In 1992 heeft de EU de Habitatrichtlijn vastgesteld om bijzondere leefgebieden van planten- en diersoorten en natuurlijke leefgemeenschappen te beschermen. De lidstaten zijn verplicht beschermingszones in te stellen, die gezamenlijk het Europese netwerk van natuurgebieden maken: Natura De aanwijzing van Natura 2000-gebieden is in Nederland in 2007 begonnen en wordt in 2008 afgerond. De selectie en begrenzing van de gebieden en de doelstellingen gebeurt op basis van ecologische argumenten. Sociale en economische factoren mogen hierbij geen rol spelen. Nederland kent inmiddels 162 Natura 2000-gebieden. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? In het gebied van Waterweg-oost zijn geen Natura2000 gebieden aangewezen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

147 Ecologische Hoofdstructuur Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft in 1995 de Nota Ecosystemen in Nederland opgesteld. Deze nota geeft een nadere uitwerking van de doelen voor de Ecologische Hoofd Structuur (EHS). Hiertoe wordt het stelsel van natuurdoeltypen geïntroduceerd, zoals beschreven in het Handboek Natuurdoeltypen 2001 [lit.7]. Tevens wordt een driesporenbenadering uitgewerkt, die de wijze aangeeft waarop binnen de EHS gewerkt wordt aan een duurzaam behoud, herstel en ontwikkeling van natuur. In de Nota Ecosystemen in Nederland zijn voor die sporen streefbeelden opgenomen. Dit rijksstreefbeeld bevat per natuurdoeltype het totale landelijk areaal waarvoor het, gegeven de huidige ecologische inzichten, mogelijk is dat natuurdoeltype te realiseren met een natuurkwaliteit die bijdraagt aan de gewenste duurzame instandhouding van natuur in Nederland. Welke natuur er op een bepaalde plaats moet komen, wordt aangegeven door middel van de zogenaamde doeltoewijzing. Deze doeltoewijzing is een taak van de provincie en vindt plaats door het opstellen van de provinciale natuurdoeltypenkaart en de natuurgebiedsplannen. Het Rijk heeft in 2000 de nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur (NVM) uitgebracht. Hierin zijn de rijksstreefbeelden ten opzichte van de Nota Ecosystemen in Nederland enigszins aangepast. In de nota NVM zijn de voorlopige rijksquota voor de verschillende natuurdoelen opgenomen. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? In het gebied van Waterweg-oost zijn geen ecologische hoofdstructuren aanwezig. Wel maakt de onderdeel uit van de meer fijnmazige Provinciale ecologische hoofdstructuur Provinciaal en regionaal Beleidskader Peilbeheer Zuid-Holland Vanuit de wet op de waterhuishouding heeft de provincie de taak om het provinciaal waterbeleid op hoofdlijnen vast te stellen. Het beleid voor het peilbeheer is vastgelegd in het Beleidskader Peilbeheer Zuid-Holland. Dit is de opvolger van de Nota Uitwerking Peilbeheer uit Het Beleidskader Peilbeheer Zuid-Holland geeft de kaders, waaraan een peilbesluit moet voldoen. De provincie heeft volgens haar nieuwe sturingsfilosofie gekozen voor het vaststellen van de kaders op hoofdlijnen en het toevertrouwen van de uitwerking aan de waterbeheerders. Twee belangrijke principes zijn vastgelegd in het Beleidskader Peilbeheer Zuid-Holland: In gebieden met veen in de ondergrond mag het peil de bodemdaling volgen en mag de gemiddelde drooglegging niet groter zijn dan 0,60 m. Op basis van de ondergrond, maaiveldhoogte en waterbeheer wordt een functie toegekend die daarbij past (de functie volgt peil -concept). De provincie legt deze functie vast en de waterbeheerder kan bij het opstellen van peilbesluiten een signaal afgeven dat een functie in relatie tot het waterbeheer niet op de juiste plaats ligt. In het beleidskader wordt GGOR genoemd als systematiek om peilen af te wegen. Een concrete methodiek wordt niet aangegeven. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

148 In het Beleidskader Peilbeheer Zuid-Holland verlegt de provincie het accent van controle achteraf naar afstemming vooraf. Alleen de peilbesluiten ter plaatse van zogenoemde kwetsbare gebieden zullen nog ter goedkeuring aan de provincie worden voorgelegd [14]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? - Hoewel in het studiegebied veen in de ondergrond voorkomt hoeft hier het principe dat de gemiddelde drooglegging niet groter mag zijn dan 0,60 m niet te worden gevolgd aangezien de provincie opgehoogd stedelijke gebied niet als veenbodems beschouwd. - Dit peilbesluit kan signaleren of functies zich op de juiste plaats bevinden. - De GGOR-systematiek wordt toegepast in dit peilbesluit. Provinciaal Waterplan Het waterplan kent vier kernopgaven: 1. Waarborgen waterveiligheid 2. Realiseren mooi en schoon water 3. Ontwikkelen duurzame (zoet)watervoorziening 4. Realiseren robuust & veerkrachtig watersysteem Voor dit peilbesluit is vooral het 4e punt van belang. In de uitwerking van dit thema geeft het waterplan ondermeer aan dat: Bestuurlijke afspraken zijn gemaakt over: - op orde brengen van het watersysteem (NBW-actueel); - afremmen van de bodemdaling in veenweidegebied; - behouden van de strategische voorraad zoet grondwater (Grondwaterplan); - op orde brengen van de riolering (Bestuursakkoord Waterketen). De basis voor de aanpak van de wateroverlast wordt gevormd door het NBW- Actueel (2008) en het Nationaal Waterplan De doelstellingen m.b.t. de wateroverlast vanuit oppervlaktewater zijn: 1. In de gehele provincie voldoet het watersysteem uiterlijk in 2015 aan de normen voor wateroverlast. Deze normen worden in 2009 opgenomen in de waterverordening. 2. Kansen om de wateropgave te koppelen aan uitvoering van maatregelen in KRWverband en andere beleidsopgaven (als groen, recreatie, ruimtelijke ordening) zijn maximaal benut. Doelstellingen voor het thema waterbeheer en bodemdaling zijn: 1. De waterhuishouding op gebiedsniveau blijft afgestemd op een integrale afweging van alle aanwezige (landgebruiks)belangen. 2. De bodemdaling in veengebieden is zoveel mogelijk afgeremd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is de locatiekeuze (mede) gebaseerd op de karakteristieken van het watersysteem. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

149 Wat betekent dit voor dit peilbesluit? 1. De peilen worden afgewogen vanuit de verschillende landgebruiksbelangen. 2. Het risico op maaivelddalingen en zettingen in het gebied waterweg-oost als gevolg van peilverlaging is aanwezig. Daarom worden, wanneer een peilverlaging wordt overwogen, de risico s onderzocht. 3. Verziltingsproblematiek wordt globaal beschreven maar niet onderzocht. Deelstroomvisie Midden-Holland In de Deelstroomvisie Midden-Holland zijn analoog aan de drietrapsstrategie vasthouden bergen afvoeren, nieuwe drietrapsstrategieën opgesteld voor watertekort en waterkwaliteit. Deze luiden: vasthouden, bergen, aanvoeren schoonmaken, scheiden, zuiveren. De deelstroomgebiedsvisie vestigt de aandacht op de stedelijke herstructureringsopgaven als kansrijke locaties voor het oplossen van de wateropgave. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? De deelstroomvisie Midden-Holland geeft een kader voor de oplossingsrichtingen die in het peilbesluit benoemd worden. Waterverordening De provincie heeft in 2009 de waterverordening vastgesteld. De volgende regels zijn hierin over peilbesluiten vastgelegd: - Delfland stelt peilbesluiten p voor de door de provincie aangewezen gebieden. Dat is het gehele gebied van Vlaardingen behalve de buitendijkse gebieden en de haven - Bij het peilbesluit is een kaart opgenomen met de ligging van de peilgebieden - Inde toelichting is de afweging van de peilen opgenomen en de gegevens die daarvoor zijn gebruikt, de veranderingen aangegeven in de peilen en zijn de gevolgen van de gekozen peilen beschreven Gemeente Vlaardingen Waterplan Vlaardingen In 2007 is het waterplan Vlaardingen vastgesteld. In dit waterplan zijn opgaven bepaald voor diverse waterthema s en zijn maatregelen benoemd. Het Waterplan bestaat uit de Watervisie, het Waterfunctieplan en het Waterstructuurplan. De Watervisie is verder geconcretiseerd in het Waterfunctieplan en het Waterstructuurplan. Maatregelen zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma van het waterplan. Opgave wateroverlast Het watersysteem van Vlaardingen is getoetst op inundatie van het maaiveld bij T100 (max. peilstijging 50 cm) en terugstroming in het riool bij T10 (max. peilstijging 20 cm). De opgave is gericht op vergroten van berging en verbeteren van afvoer om wateroverlast te voorkomen. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

150 Opgave waterkwaliteit De emissies van de riolering zijn getoetst aan een referentiestelsel. De opgave is gericht op reduceren emissie en vergroten berging in het riool door ophogen overstortdrempels en sturing rioolgemalen. OAS: Vanuit optimalisatiestudie voor AWZI de Groote Lucht is er de opgave om rioolvreemd water te reduceren. Vlaardingen geeft hier in vulling aan met de doorverbinding van de centrumpolders, waarmee tevens de knelpunten in Oostwijk en Vettenoord worden opgelost. De stedelijke polders zijn geen onderdeel van een KRW-waterlichaam. In deze polders zijn daarom ook geen KRW inrichtingsmaatregelen opgenomen. Wel wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een kwaliteitsverbetering van het stedelijke polderwater. Met deze intentie wordt invulling gegeven aan een afspraak in het Bestuursakkoord Kaderrichtlijn Water. Maatregelen die in het gemeentelijke water- en rioleringsplan van Vlaardingen zijn opgenomen dragen bij aan een verbetering van de waterkwaliteit en vermindering van emissie uit de riolering. In de is wel een maatregel opgenomen in het kader van de KRW. Het gaat daarbij om een natuurvriendelijke inrichting langs de Vlaardingse Vaart, die onderdeel uitmaakt van het waterlichaam Westboezem. De kadeverbetering langs de Vlaardingse Vaart aan de kant van de Holiërhoekse- en Zouteveense polder kan uitgevoerd worden met natuurvriendelijke inrichting. Dit verhoogt de ecologische waarde van de Westboezem. Deze maatregel is niet het uitvoeringsprogramma opgenomen, maar zal in een apart traject in relatie met het kadeverbeteringsproject moeten worden opgepakt. Waterplan - onderdeel Watervisie Grondwater en bodemdaling Grondwater vormt in Vlaardingen in toenemende mate een probleem. Dit wordt vooral veroorzaakt door de voortgaande bodemdaling in gebieden met niet onderheide woningen. De watervisie streeft naar een grondwatersituatie waarbij geen overlast voorkomt door een te hoge of te lage grondwaterstand en waarbij bodemdaling is geminimaliseerd. Onderzoek naar grondwateroverlast Door een combinatie van voortgaande bodemdaling en niet onderheide woningen wordt steeds meer grondwateroverlast ervaren. Op enkele plaatsen is de bodem sinds het bouwen van de woningen ca. 80 cm gedaald. Dit zijn specifiek de gebieden waar eind jaren 80 door ingrijpende rioleringsmaatregelen problemen met (riool)wateroverlast zijn opgelost. Te noemen zijn o.a.: Weteringstraat e.o., Richard Holstraat e.o., Merellaan en Willem Barendsznstraat e.o. Het grondwaterniveau is sinds de bouw van de woningen vrijwel niet veranderd, terwijl de bodem met de huizen is gedaald. Dit betekent dat de afstand tussen de vloer van de woning en het grondwater steeds kleiner is geworden. Het gevolg is water onder de woning, optrekkend en mogelijk aantasting van de constructie. Met de komst van de Wet gemeentelijke watertaken zullen de gemeenten worden belast met de zorgplichten voor overtollig hemel- en grondwater in het stedelijke gebied. In 2007 voert de gemeente Vlaardingen een onderzoek uit naar de grondwaterproblemen. Daarnaast stelt Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

151 de gemeente Vlaardingen een beleidskader op waarin nut en noodzaak van de afvoer van overtollig grondwater zijn onderbouwd. Streefbeelden Dat de grondwaterproblematiek vóór 2030 kan worden opgelost lijkt een utopie. Een groot deel van de problemen hangt samen met de bodemdaling in de niet onderheide gebieden. Amovering van de probleemgebieden en onderheide nieuwbouw op een hoger peil is een voor de hand liggende optie, die echter op zeer grote maatschappelijke weerstand zal stuiten. Een andere mogelijkheid is het verlagen van de grondwaterstand door singelpeilverlaging. Dit kan echter een van de regen in de drup maatregel zijn vanwege de mogelijke schade aan funderingen van gebouwen. Vooralsnog kunnen de volgende streefbeelden worden gegeven: De ontwateringsdiepte is afgestemd op de functies. Problemen door te hoge of te lage grondwaterstand zijn verminderd. De GGOR-methode (Gewenst Grondwater- en OppervlaktewaterRegime) is ingezet om de juiste drooglegging en ontwateringsdiepten te bepalen. In nieuwbouw- en herstructureringsgebieden is het grondwater gereguleerd via drainage. Hierbij is de drainage aangesloten op het oppervlaktewater. Oude, drainerende rioolleidingen zijn vervangen door gesloten buizen. Hierdoor zal de aanvoer van rioolvreemd water naar de zuivering worden beperkt. Er is een helder beleidskader van de gemeente dat is afgestemd met Delfland en de provincie. Waterplan - onderdeel Waterstructuurplan Knelpunten Polder Vlaardingen- Oost: - Inlaat verontreinigd water uit Buizengat en Oude Haven; - Singelsysteem loost op riolering; - Veel niet onderheide panden; - Grondwateroverlast verzakte panden. Knelpunten : - Lange duiker Sneeuwbalstraat; - Percolatiewater singel Julianalaan; - Grondwateroverlast; - Mindere waterkwaliteit watergangen A4; - Inlaat voedselrijk water uit Vlaardingse Vaart; - Pompcapaciteit singelgemaal vergroten; - Matig zettingsgevoelig; - In Vlaardinger-Ambacht veel niet onderheide panden; - Grondwateroverlast verzakte panden. Waterplan - onderdeel Waterfunctieplan Grondwater en bodemdaling - De ontwateringsdiepte is afgestemd op de functies. Grondwaterover- en onderlast zijn verminderd. De GGOR-methode (Gewenst Grondwater- en OppervlaktewaterRegime) is ingezet om de juiste drooglegging en ontwateringsdiepten te bepalen; Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

152 - In nieuwbouw- en herstructureringsgebieden is via drainage het grondwater gereguleerd. Hierbij is de drainage aangesloten op het oppervlaktewater; - Oude, drainerende rioolleidingen zijn vervangen door gesloten buizen. Hierdoor zal de aanvoer van rioolvreemd water naar de zuivering worden beperkt; - Er is een helder beleidskader van de gemeente dat is afgestemd met Delfland en de provincie. Oplossingsrichtingen Grondwater en bodemdaling In 2007 wordt onderzoek gedaan naar de grondwater- en bodemdalingsproblematiek en mogelijke oplossingsrichtingen. Een onderzoek naar een Gewenst Grondwater- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) resulteert in optimale waterpeilen en grondwaterstanden, afgestemd op de planologische functies. Delfland stelt in samenwerking met partijen uit het gebied een GGOR voor Vlaardingen op in In het peilbesluit het waterpeil optimaal aan laten sluiten bij de planologische functies. Ruimtelijke Structuurschets Vlaardingen 2020 De schets beschrijft het Vlaardingse beleid m.b.t. ruimte en water en stelt onder meer dat het groenblauwe netwerk van linten en parken van grote waarde is voor de ecologische kwaliteit en de leefbaarheid van Vlaardingen [1]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? Dit plan is voor dit peilbesluit uitgangspunt voor de ruimtelijke structuur. Groenbeleidsplan (2012) In dit plan zijn waardevolle groenstructuren en -gebieden bepaald en worden algemene handvatten aangereikt voor behoud en versterking van het stedelijk groen [1]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? Dit plan is voor dit peilbesluit uitgangspunt voor beschrijving van de functie stedelijk groen. Gemeentelijk Rioleringsplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan bevat een beschrijving van het rioolstelsel, inclusief de doelen, eisen en maatstaven waaraan moet worden voldaan. Daarnaast worden de maatregelen, kosten en planning uitgewerkt. Het vigerende rioleringsplan is verlopen. De nieuwe verbrede GRP heeft het conceptstadium maar is nog niet vastgesteld. De bedoeling was om dit plan binnen het Waterplan vast te stellen maar dat is niet gebeurd. Grondwater is een nieuw onderwerp in het GRP van Vlaardingen. De zorgplicht van de gemeente zal hier dus in uitgewerkt moeten worden. Citaten uit concept VGRP: 1. De zorgplicht voor het grondwater is nieuw. De gemeente dient in het openbare gebied maatregelen te treffen ter voorkoming van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. Althans, voor zover deze maatregelen niet tot de zorg van het Hoogheemraadschap van Delfland of de provincie behoren. De gemeente treedt Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

153 alleen op bij eventuele klachten. De eigenaar van een perceel is in eerste instantie verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn perceel. 2. In het GRP wordt globaal ingegaan op de grondwaterzorgplicht. De gemeente stelt in het kader van het waterplan een nota Grondwater en bodemdaling op, waarin wordt ingegaan op de grondwateraspecten in relatie tot GGOR en bodemdaling. Dit in samenhang met de beleidsvisie van het Hoogheemraadschap betreffende stedelijk grondwater [1]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? Dit plan is voor dit peilbesluit uitgangspunt voor beschrijving van de rioleringssysteem met name de relaties met het oppervlaktewater Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerplan en Kadernota Delfland opereert in een dynamische omgeving. Het klimaat verandert, het beheergebied en het gebied eromheen veranderen en er zijn nieuwe wetten en regels gekomen. Dit heeft tot gevolg dat de wateropgaven toenemen in omvang en complexiteit en dat het takenpakket van Delfland groter wordt. De wateropgaven nemen toe door een combinatie van ruimtedruk, zeespiegelstijging, bodemdaling, verzilting, neerslagpieken en droogte. Het takenpakket wordt groter door, onder meer, de zorg voor het grondwater, nieuwe Europese richtlijnen en de actievere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Om ondanks de toenemende omvang en complexiteit van het takenpakket te voorkomen dat de maatschappelijke kosten oplopen, is de Kadernota opgesteld. In deze nota zijn de inhoudelijke ambities en de financiën op elkaar afgestemd. De WBP doelen voor waterweggemeenten zijn: De waterbergingsopgave is relatief klein door de gemeentelijke overstortbemaling. Voor wat betreft beheer en onderhoud zullen de inspanningen voor Delfland toenemen in Schiedam en Vlaardingen, omdat Delfland in 2008 het waterkwantiteitsbeheer van de gemeenten heeft overgenomen (herpoldering). De KRW opgave voor de Waterweggemeenten ligt in de Oostboezem en zal voornamelijk met ruimtelijke ontwikkelingen worden opgepakt. Dit heeft voor deze studie geen gevolgen, omdat deze alleen over de polders gaat [4]. In de Kadernota zijn programmakeuzes (Schoon Water, Voldoende Water, Stevige Dijken, Gezuiverd Afvalwater, Instrumenten en Organisatie) benoemd die ervoor moeten zorgen dat beleidsopgaven kosteneffectiever kunnen worden uitgevoerd. De programmakeuzes zijn uitgewerkt voor de deelgebieden van het beheersgebied. Per deelgebied, die op basis van waterstaatkundige kenmerken onderscheiden zijn, is een gebiedsanalyse opgesteld. De Waterweggemeenten (Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Hoek van Holland) vormen één deelgebied. Voor de Waterweggemeenten geldt dat er door de overstortbemaling op dit moment sprake is van een beperkte waterbergingsopgave. Delfland is voornemens samen met de gemeenten een integrale visie te ontwikkelen met daarin aandacht voor een maatschappelijke kosten-batenanalyse voor waterbergings- en zuiveringsaspecten. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

154 Binnen het deelgebied zijn de beleidsopgaven voor de programma s Schoon water en Stevige dijken eveneens beperkt [18]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? Het Waterbeheerplan en de Kadernota als basis van het door Delfland uitgevoerde beleid. GGOR-Programma Delfland In de peilbesluiten bepaalt Delfland samen met gemeenten en belanghebbenden een gezamenlijk gedragen integrale wateropgave. Het hoe & waarom van de studies staat beschreven in het GGOR programma Delfland. De studies kunnen het beste getypeerd worden aan de hand van drie woorden: gebiedsgericht, integraal en deskundig. Gebiedsgericht De peilbesluiten zijn ingedeeld op basis van poldergrenzen, omdat de meeste hydrologische analyses op polderschaal worden gemaakt. Daarnaast zijn de gebiedsgrenzen zoveel mogelijk afgestemd op gemeentegrenzen, zodat de koppeling met gemeentelijke waterplannen eenvoudig te maken is. Afhankelijk van de gebiedsdynamiek en informatiebehoefte wordt daarbij gekozen voor een volledige en gedetailleerde analyse of enkel voor een actualisatie van recent uitgevoerde analyses. Integraal Peilbesluiten zijn gebiedsgerichte onderzoeksraamwerken waarin de diverse beleidsthema s integraal worden uitgewerkt. In één integrale studie wordt een samenhangende analyse gemaakt van zowel het grondwater als het oppervlaktewater, zowel het watersysteem als de waterketen, zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit en zowel gemiddelde als natte en droge omstandigheden. Door de integrale aanpak ontstaat een beter zicht op het totaalpakket van te realiseren doelen. Deskundig Een peilbesluit borduurt vaak voort op eerdere analyses. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn omdat het beleid is veranderd, omdat er nieuwe inzichten zijn of omdat het gebied sterk is veranderd. Daarom is een goed modelbeheer en databeheer ook erg belangrijk voor de peilbesluiten. Delfland ambieert de analyses steeds meer samenhang te geven en het watersysteem steeds beter te begrijpen. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? De GGOR-systematiek wordt toegepast in het peilbesluit. ABCDelfland, ABC-Polders en Watersysteemanalyse Het Hoogheemraadschap van Delfland is in 1998 gestart met het project Afvoer- en BergingsCapaciteit Delfland, kortweg ABCDelfland. Dit project is erop gericht om wateroverlast tegen te gaan door een betere inrichting en beheer van het waterhuishoudkundige systeem op te zetten. Hiermee wordt voor de toekomst een verantwoord veiligheidsniveau bereikt. Op basis van deze ABC onderzoeken stelt Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

155 Delfland per polder een maatregelenpakket samen voor het realiseren van polderwatersystemen die bescherming bieden tegen wateroverlast. Ook voor het boezemland worden soortgelijke maatregelenpakketten opgesteld [1]. In de vervolgstudie 'ABC-Polders' is vanaf 2001 voor elke polder een watersysteemanalyse uitgevoerd om te kijken of de watersystemen aan de normen voldoen. Dit resulteerde in een lijst van geconstateerde knelpunten, waarvoor binnen de watersysteemanalyse maatregelen zijn voorgesteld. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? Het peilbesluit vormt de basis voor het benoemen van knelpunten en maatregelen, met name in relatie tot oppervlaktewater. Beleidsnota grondwaterbeheer In de Beleidsnota Grondwaterbeheer Delfland worden de kaders voor de uitvoering van het grondwaterbeheer binnen Delfland vastgelegd. Aanleiding voor de beleidsnota is de invoering van de Waterwet waarmee de waterschappen beheerder van het regionale watersysteem worden, inclusief het grondwater. Het doel van de beleidsnota is het vastleggen van een duidelijk kader voor de uitvoering van het grondwaterbeheer binnen Delfland, waardoor het grondwaterbeheer door Delfland op uniforme en transparante wijze kan worden uitgevoerd. Deze beleidsnota is een uitwerking en nadere invulling van het hoofdstuk Grondwaterbeheer uit het WBP Het grondwaterbeleid is tot stand gekomen in afstemming met de andere betrokken overheden. Met de gemeenten binnen het beheersgebied en met de provincie Zuid-Holland zijn in 2009 aparte afsprakenkaders vastgesteld over samenwerking en taakoverdracht [21]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? De Beleidsnota Grondwaterbeheer vormt het kader waarbinnen de taken van Delfland liggen. Dit peilbesluit is een stap in het proces, waarmee Delfland bepaalt welke maatregelen genomen moeten worden voor de uitvoering van deze taken. Beleidsnota normering wateroverlast (november 2005) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003) hebben de gezamenlijke overheden afgesproken dat de watersystemen in 2005 worden getoetst aan de landelijke normen voor wateroverlast. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of de watersystemen op orde zijn en wat de wateropgave is om aan de normen te voldoen. Het doel hierbij is dat de watersystemen in 2015 op orde zijn. In 2001 heeft Delfland bergingsnormen vastgesteld voor nieuw te ontwikkelen en her in te richten gebieden. Deze zogenaamde ABC-normen voor waterberging zijn van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen en houden net als de landelijke NBW normen voor wateroverlast rekening met de verwachte klimaatsverandering en de economische waarde van een gebied. De conclusie van de toetsing wateroverlast is dat: Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

156 Delfland na 1998 voortvarend aan de slag is gegaan om de wateroverlast aan te pakken en de veiligheid van het watersysteem te vergroten; De NBW en ABC aanpak en normen prima op elkaar aansluiten; De wateropgave voor de polders als geheel volgens de NBW toetsing wateroverlast nagenoeg overeenkomt met de toetsing volgens de ABC-aanpak; Het boezemland ook in Den Haag en Westland aan de NBW normen voor wateroverlast voldoet zodra alle maatregelen van ABC-Boezem zijn uitgevoerd; De toetsing wateroverlast geen gevolgen heeft voor de uitvoering en planning van de ABCDelfland maatregelen [20]. Medio 2011 is een nieuwe nota gereed. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? De Beleidsnota normering wateroverlast heeft geen directe gevolgen voor de peilbesluiten. Beleidsnota peilbesluiten (november 2005) De Beleidsnota Peilbesluiten is een uitwerking van Delflands Waterbeheersplan (WBP) Het doel van de Beleidsnota Peilbesluiten is het vastleggen en uitwerken van beleid en regelgeving voor het opstellen en uitvoeren van peilbesluiten in Delfland. In peilbesluiten wordt het oppervlaktewaterpeil en het peilbeheer vastgelegd op basis van een brede afweging van alle belangen in relatie tot het oppervlakte- en grondwater. Het oppervlaktewaterpeil wordt afgestemd op de aanwezige (of op korte termijn te verwachten) functies, rekening houdend met alle waterhuishoudkundige aspecten zoals waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterkeringen. Deze brede afweging maakt het noodzakelijk bij het opstellen van peilbesluiten veel aandacht te besteden aan het totstandkomingproces binnen het waterschap en met verschillende organisaties en instellingen buiten het waterschap. De integraliteit van deze aanpak is de kracht van het peilbesluit. Het doel van een peilbesluit is het vastleggen van het peil dat zo goed mogelijk voldoet aan de functies binnen een gebied (ook de waterfuncties). Een goedgekeurd peilbesluit biedt aan belanghebbenden duidelijkheid en rechtszekerheid. Het vastgestelde peil biedt een referentieniveau voor onder andere: het op de juiste afmetingen aanleggen en onderhouden (krozen en baggeren) van watergangen; het opstellen van vergunningen voor werken in, onder, over of door watergangen; het voeren van de diepteschouw van alle watergangen [21]. Wat betekent dit voor dit peilbesluit? De Beleidsnota peilbesluiten heeft als doel het vastleggen en uitwerken van beleid en regelgeving voor he topstellen van peilbesluiten in Delfland. De watersysteemanalyse is een processtap in het voortraject van het Peilbesluit. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

157 9.2 Ruimtelijke ordening In deze paragraaf wordt ingegaan op het huidige grondgebruik en bestemmingen en de ruimtelijke ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkelingen Het groene recreatiegebied wordt verder ingericht met o.a. een struinbos, duurzame afwisselende vegetatie en een betere ontsluiting voor langzaam verkeer. Voor de verschillende doelgroepen is er straks meer te doen in het gebied [27]. Het van t Hof en het Oranjepark krijgt een grondige opknapbeurt. De renovatie lost het waterprobleem op en creëert een open stadspark. Figuur 9-1 Ligging t Hof en Oranjepark [27] Vispaaiplaatsen Delfland heeft een opgave vanuit de KRW voor ecologie. In het Waterbeheerplan [11] staat dat Delfland 24 ha natuurvriendelijke oever en 15 ha vispaaiplaats aanlegt. Aan de randen van de wordt 3,7 ha natuurvriendelijke oever aangelegd en 1 ha vispaaiplaats. Een locatie ligt aan de noordzijde van de aan de Boonervliet, de andere locatie ligt aan de Vlaardingse vaart. Door de inrichting worden er nieuwe watergangen en waterpartijen gegraven en op boezempeil gezet. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

158 9.2.2 Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland De Provinciale Structuurvisie geeft een doorkijk naar 2040 en de visie voor 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie. Er staat in hoe de provincie samen met haar partners wil omgaan met de beschikbare ruimte. Met de structuurvisie werkt de provincie aan een vitaal Zuid-Holland, met meer samenhang en verbinding tussen stad en land. Hierdoor streeft de provincie naar goede omstandigheden voor wonen, werken en recreëren. De functiekaart geeft de gewenste ruimtelijke functies weer die in de structuurvisie zijn geordend, begrensd en vastgelegd als ruimtelijk beleid tot Zo biedt de kaart ruimte aan de diverse belangen in Zuid-Holland. De functiekaart is vergelijkbaar met de voormalige streekplankaarten. Locatie, omvang en begrenzing staan erop. Kortom, wat komt waar. De kaart stuurt in samenhang met de tekst. Daarbij gaat het om zowel ordening als ontwikkeling. Figuur 9-2 Structuurvisie voor het gebied van Vlaardingen Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

159 9.2.3 RR2020 RR2020 is het Ruimtelijk plan regio Rotterdam, het is zowel een streekplan als een structuurplan. In dit plan wordt ingegaan op versterking van de groengebieden in en rond de steden. Het (her)ontwikkelen van bedrijventerreinen zoals bedrijventerreinen Vijfsluizen. Daarnaast wordt de A4 doorgetrokken. Gemeente Vlaardingen Figuur 9-3 Plankaart RR Bestemmingsplan De gebied van Vlaardingen (binnen het gebied van het peilbesluit) heeft de volgende bestemmingen: Wonen: dominante bestemming in geheel Vlaardingen behalve de ; Maatschappelijke doeleinden: komt verspreid voor in de woonwijken; Gemengde doeleinden: alleen in polder Vlaardingen-west; Detailhandel en dienstverlening: vooral in het centrum van de stad daarnaast kleinere centra in Holy en ; Bedrijven: zijn geconcentreerd langs de havens aan de zuidzijde, een kleiner terrein is te vinden ten noorden van het centrum tegen de A20; Sport en actieve recreatie: in de woonwijken en de broekpolder is heeft bijna geheel deze bestemming; Openbaar groen: binnen de woonwijken en bedrijventerreinen; Verkeer en verblijf: de bestemming betreft vooral de snelwegen maar ook enkele wegen in de woonwijken; Water: Vlaardingse Vaart; Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

160 Figuur 9-4 kaart bestemmingen [9] Opvallend is dat polder Vlaardingen-west fijnmaziger is bestemd dan de overige polders. Het bestemmingsplan komt voor dit gebied overeen met het RR2020. Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

161 LITERATUUROVERZICHT, AFKORTINGEN EN BEGRIPPENLIJST [1] Gemeente Vlaardingen en Delfland, 2007 Waterplan Vlaardingen, 4 Watervisie [2] Gemeente Vlaardingen en Delfland, 2007 Waterplan Vlaardingen, 5 Waterfunctieplan [3] Gemeente Vlaardingen en Delfland, 2007 Waterplan Vlaardingen, 6 Waterstructuurplan [4] Gemeente Vlaardingen en Delfland, 2007 Waterplan Vlaardingen, 7 Uitvoeringsprogramma [5] Stichting Federatie, 2009 Inrichtingsplan, Stichting Federatie i.s.m. de gemeente Vlaardingen, mei 2009 [6] Gemeente Vlaardingen en Delfland, 2006 Watersysteemanalyse Vlaardingen, 26 oktober 2006 [7] Gemeente Vlaardingen, 2011 website: [8] Provincie Zuid Holland, 2006 OGOR Zuid-Holland. Definitief rapport (versie 2) 9P8803. Opgesteld door Royal Haskoning, 27 maart [9] Provincie Zuid Holland, 2008 Informatiesysteem Bestemmingsplannen Zuid-Holland (wordt niet meer bijgehouden) [10] Hoogheemraadschap van Delfland, 2011 Kadernota 2011, Delfland op weg naar de toekomst!, [11] Hoogheemraadschap van Delfland, 2011 Waterbeheerplan Keuzes maken, kansen benutten, [12] Hoogheemraadschap van Delfland, 2011 Leidraad Watergebiedsstudies, versie september 2011 [13] TNO-NITG DINOLoket TNO-NITG, 2012 [14] Provincie Zuid-Holland, 2008 Beleidskader peilbeheer Zuid-Holland [15] Provincie Zuid-Holland, 2007 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

162 Grondwaterplan Zuid-Holland [16] Stuurgroep Deelstroomgebiedsvisie werkgebied Midden-Holland, 2002 Voorontwerp Deelstroomgebiedsvisie, Werkgebied Midden-Holland. 11 november 2002 [17] Gemeente Schiedam, 2009 Milieubeleidsplan , gemeente Schiedam, juli 2009 [18] Hoogheemraadschap van Delfland, 2011 Kadernota 2011, Delfland op weg naar de toekomst! [19] Hoogheemraadschap van Delfland, 2009 Beleidsnota grondwaterbeheer, Delfland [20] Hoogheemraadschap van Delfland, 2005 Beleidsnota normering wateroverlast [21] Hoogheemraadschap van Delfland, 2005 Beleidsnota peilbesluiten [22] Centraal bureau voor de statistiek, 1996 Kaart Grondgebruik 1996 [23] Actueel Hoogtebestand Nederland, 2011 AHN2 [24] TNO, Geodelft, Syncera, WL Delft hydraulics, Kiwa, 2005 Quickscan DSM-spoorzone: Verkenning van duurzame oplossingsrichtingen voor het waterbeheer in Delft en omgeving, september 2005 [25] Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1980 Grondwaterkaart van Nederland [26] Provincie Zuid-Holland, 2010 Cultuur-historische atlas Provincie Zuid-Holland [27] Stichting Federatie en Gemeente Vlaardingen, 2011 Inrichtingsplan, Stichting Federatie i.s.m. de gemeente Vlaardingen, mei 2009 [28] Hoogheemraadschap van Delfland en gemeente Delft, 2010 Watergebiedsstudie Delft, Hoogheemraadschap van Delfland, 2010 Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

163 Afkortingen en begrippenlijst Studies: WGS WSA ABC-studies Beleidsstukken: NBW NWRW Hoogtematen: NAP AHN Beleidsstukken: NBW NWRW Watergebiedsstudie Watersysteemanalyse (Studie door Hoogheemraadschap van Delfland uitgevoerd in 2006) In de studies 'ABC-Polders' is vanaf 2001 voor elke polder een watersysteemanalyse (WSA) uitgevoerd om te kijken of de watersystemen aan de normen voldoen. Dit resulteerde in een lijst van geconstateerde knelpunten, waarvoor binnen de watersysteemanalyse maatregelen zijn voorgesteld Nationaal Bestuursakkoord Water Nationale Werkgroep Riolering en Waterkwaliteit Nieuw Amsterdams Peil / Normaal Amsterdams Peil Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Nationaal Bestuursakkoord Water Nationale Werkgroep Riolering en Waterkwaliteit Grondwater situatie: AGOR Actueel Grond- en Oppervlaktewater Regime GGOR Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime OGOR Optimaal Grond- en Oppervlaktewater Regime GHG Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand GLG Gemiddeld Laagste Grondwaterstand GVG Gemiddelde Voorjaars Grondwaterstand Drooglegging Het hoogteverschil tussen waterspiegel in een waterloop en het maaiveld Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte is het hoogteverschil tussen grondwaterspiegel en het maaiveld Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

164

165 COLOFON Hoogheemraadschap Delfland/ Achtergrondraaport Vlaardingen Watergebiedsstudie Waterweg-Oost Opdrachtgever Project Omvang rapport Auteur Bijdrage Projectleider Datum : november 2012 : : Saskia Jouwersma : Watergebiedsstudie Waterweg-Oost : 159 pagina's : Suzan van der Kruijs, Arjan van Beek : Sipke Riemersma, Jochem Fritz, Stefan Jansen, Anne Joeppen, Arjan van Beek, Amira Osterholt Zutic : Sipke Riemersma : Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

166

167 BIJLAGEN Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 1 -

168 BIJLAGE 1 Grondwatermeetnet gemeente Vlaardingen In de drie kaarten in deze bijlage is het grondwatermeet van de gemeente Vlaardingen weergegeven. De meetreeksen met minder dan 70 metingen zijn in de watersysteemanalyse niet geanalyseerd en niet gerapporteerd. De desbetreffende peilbuizen zijn in de kaarten met grijze punten weergegeven. Figuur- 1 Grondwatermeetnet Vlaardingen (1 van 3) Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 2 -

169 Figuur- 2 Grondwatermeetnet Vlaardingen (2 van 3) Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 3 -

170 Figuur- 3 Grondwatermeetnet Vlaardingen (3 van 3) Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 4 -

171 Figuur- 4 Grondwaterstandsmetingen bij peilbuis 5005 Figuur- 5 Grondwaterstandsmetingen bij peilbuis 5006 Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 5 -

172 BIJLAGE 2 Tijdreeksanalyse meetnet Vlaardingen Menyanthes Aanpak Er is een selectie gemaakt van meetreeksen die tenminste 80 metingen bevatten. De metingen zijn eerst gecontroleerd op vreemde waarden (uitbijters) die zijn verwijderd. Vervolgens is voor iedere meetreeks een tijdreeksmodel opgesteld met neerslag en verdamping als verklarende variabelen. Vervolgens is de fit visueel beoordeeld. Voor enkele meetreeksen is vervolgens een dalende trend of staptrend toegevoegd om een betere fit te verkrijgen. Verklarende reeksen Toegepaste neerslagreeks: KNMI Rotterdam Waalhaven Toegepast verdampingsreeks: KNMI Makkink referentie verdamping Rotterdam Zestienhoven Er zijn geen bewerkingen uitgevoerd op de neerslagreeksen. Selectie meetreeksen Door gemeente Vlaardingen zijn 132 meetreeksen beschikbaar gesteld. Van deze meetreeksen zijn 80 reeksen geanalyseerd waarvan 5 meetreeksen in WVP1. De overige reeksen bevatten minder dan 80 metingen. Correctie metingen In de volgende grondwaterstandreeksen zijn metingen verwijderd. Dit zijn vreemde meetwaarden (uitbijters). 7013, 4007, 7020, twee metingen met extreme hoge waarden verwijdert. Analyse trends Bij de volgende reeksen is een stap-trend toegevoegd om de reeksen beter te kunnen verklaren. Peilbuis Datum stap Reden Grondwaterstand ná lager Grondwaterstand ná hoger Grondwaterstand ná hoger Grondwaterstand ná hoger Grondwaterstand ná lager Grondwaterstand ná hoger Grondwaterstand ná hoger Bij de volgende reeksen is een lineaire trend toegevoegd. Peilbuis Datum stap Reden Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 6 -

173 3001 start Dalende trend 4004 Start Dalende trend 6002 Start Dalende trend 7002 Start Dalende trend 7008 Start Dalende trend 7022 Start Dalende trend Resultaten % Verklaarde variantie Aantal reeksen Slechts 24 van de 81 meetreeksen heeft een percentage verklaarde variantie van meer dan 70%. Verklaring voor slechte fit 2008 Periodes met veel en weinig fluctuatie wisselen elkaar af Ná januari 2003 een dalende trend hoog frequente fluctuaties worden slecht verklaard hoog frequente fluctuaties worden slecht verklaard. Licht stijgende trend hoog frequente fluctuaties worden slecht verklaard. Korte meetreeks hoog frequente fluctuaties worden slecht verklaard periode met geringe fluctuatie gevolgd door periode met grote fluctuatie 3003 t/m 3007 korte meetreeksen 3008 Hoog frequentie fluctuatie slecht verklaart. Korte meetreeks Er lijken meerdere stap-trends aanwezig met grote sprongen in de grondwaterstand 4006 Hoogfrequente metingen worden slecht verklaard 4007 Hoogfrequente metingen worden slecht verklaard 4008 reeks vertoont eerst een stijgende trend en daarna een dalende trend 4013 Hoogfrequente metingen worden slecht verklaard 5001 Periodes met veel fluctuatie en weinig fluctuatie wisselen elkaar af 5004 Veel grote fluctuaties die onverklaard blijven 5009 Hoogfrequente metingen worden slecht verklaard 5010 Hoogfrequente metingen worden slecht verklaard 6001 Periodes met veel fluctuatie en weinig fluctuatie wisselen elkaar af. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 7 -

174 7005 Eerst stijgende dan dalende trend 7006 Eerst stijgende dan dalende trend, enekel zeer lage grondwaterstanden (uitbijters?) 7011 Vermoedelijk niet lineair gedrag (drempel niet-lineariteit-> drainage NAP-2,7m?) 7017 Hoog frequente metingen slecht verklaard 7020 Dalende trend in eerste jaren 7021 Dalende trend in eerste jaren. Vermoedelijk niet lineair gedrag (drempel nietlineariteit-> drainage NAP-2,7m?) Deels kan de slechte fit worden verklaard door de lage meetfrequentie. In goed gedraineerde systemen spelen processen zich af op de tijdschaal van dagen. Bij een meetfrequentie van 1/2weken of 1/maand zal een groot dele van de variantie van de meetreeksen niet worden gemeten. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 8 -

175 BIJLAGE 3 Kostenindicatie maatregelen Kosten ten behoeve van peilafweging Onderstaande kostencategorieën worden gebruikt om inzichtelijk te maken wat het verschil is tussen verschillende peilvarianten voor een peilgebied. In eerste instantie spelen de belangen een rol bij de peilafweging. Mochten er grote kosten gemoeid zijn bij een peilvariant, dan is inzichtelijk hoe veel de alternatieve peilvoorstellen kosten. Als het peilvoorstel gereed is, zullen de kosten van de maatregelen (zoals gebruikelijk) d.m.v. een SSK-raming worden berekend. De gekozen redenen kostengrenzen zijn gebaseerd op het volgende: is de grens tussen maatregelen ten laste van de exploitatiebegroting en investeringen - in één peilbesluit vond het bestuur een maatregel van te duur voor een beter peil in een klein gebied, gekozen is om de grens bij te leggen. Tabel- 1 kostencategorieën Kosten- Kostenindicatie Beschrijving maatregelen categorie Geen 0 - Geen maatregelen benodigd Klein < Eén eenvoudige maatregel middel Meerdere eenvoudige maatregelen/ tot - één gemiddelde maatregel Groot meerdere eenvoudige maatregelen/ tot - enkele gemiddelde maatregelen/ één complexe maatregel zeer groot > meerdere gemiddelde maatregelen/ - enkele complexe maatregelen/ - één dure maatregel Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west - 9 -

176 Richtbedragen Bedragen zijn over het algemeen afhankelijk van de hoeveelheden en afmetingen van het werk en hinderende factoren in de omgeving (bijv. kabels en leidingen). In de onderstaande tabel is dit op een grove manier bepaald. Tabel- 2 Richtbedragen Beschrijving Uitvoering: Richtbedrag eenvoudig/ gemiddeld/ complex Duiker - beperkte afmetingen Eenvoudig Schot - beperkte afmetingen Eenvoudig Stuw - beperkte afmetingen Eenvoudig Inlaat - beperkte afmetingen Eenvoudig Duiker onder wegen met kabels en leidingen Gemiddeld Schot - breedte vanaf 10 meter Gemiddeld Stuw grotere stuwen vanaf 5 m Gemiddeld Inlaat onder wegen Gemiddeld Nieuw Gemaal waarbij stroomvoorziening Gemiddeld aanwezig is Duiker grote duikers met complexe Complex tot omstandigheden voor uitvoering Automatische stuw incl. telemetrie Complex tot Automatische Inlaat met complexe Complex tot omstandigheden voor uitvoering Nieuw Gemaal groter gemaal waarbij telemetrie Complex > en stroomvoorziening nog aangelegd moeten worden Watergang verdiepen/ heprofileren Complex > Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

177 BIJLAGE 4 Uitgangspunten afweging Bij de vergelijking tussen de optimale en actuele situatie en de afweging voor de gewenste situatie zijn de volgende uitgangspunten van belang: 1. De beleidsnota geeft aan dat GGOR het nieuwe afwegingsproces wordt. 2. Er wordt bepaald of er een wens bestaat voor de functie om het oppervlaktewater bij te stellen. Daarbij moet speciale aandacht besteedt worden aan de voorkomende funderingstypen en ondergrondse infrastructuur. 3. Peilaanpassing voor het volgen van bodemdaling wordt niet toegepast tenzij de gebiedsfunctie nadelige effecten ondervindt. 4. Peilverlaging die verder gaat dan peilaanpassing met als doel het bereiken van een grotere drooglegging dan volgens Delflandse uitgangspunten voor drooglegging, wordt niet toegepast. 5. Wanneer met peilaanpassing de maaivelddaling wordt gevolgd wordt om een bepaalde drooglegging te handhaven, behoort de mogelijke schade als gevolg van de peilaanpassing tot een normaal maatschappelijk risico. Delfland kan voor dergelijke schaden niet aansprakelijk worden gesteld. 6. Bij te verwachten schade als gevolg van peilverandering, anders dan peilaanpassing, zal Delfland op voorhand onderzoek plegen en de belanghebbende actief informeren. 7. Versnippering van peilgebieden wordt tegengegaan in het belang van een efficiënt waterbeheer en verbetering van waterkwaliteit en ecologie tenzij argumenten zoals vasthouden van water en/of natuureisen pleiten voor (het behoud van) scheiding van peilgebieden. 8. Handhaving of instelling en beheer van afwijkende peilen wordt afgewogen aan de hand van de beslisboom voor afwijkende peilen tenzij en dit geldt alleen voor te herpolderen of recent herpolderde gebieden de uitgangspunten voor herpolderen en voor reglementaire overdracht van onderhoudstaken leiden tot een andere conclusie. 9. Voor nieuw te ontwikkelen gebied is het uitgangspunt dat het peil niet wordt verlaagd ten opzichte van het bestaande peil. 10. Indien in een peilgebied met archeologische waarden een peilverlaging wordt overwogen, zal met de provincie contact worden opgenomen om dit te bespreken. Voor deze terreinen zal contact worden opgenomen met de provincie om de relatie met peilen te bespreken. 11. Versnippering van peilgebieden wordt zoveel mogelijk tegengegaan 12. Voor elk peilgebied wordt flexibel peilbeheer afgewogen als bijdrage aan waterkwaliteits- en waterkwantiteitsdoelstellingen van dat gebied. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

178 BIJLAGE 5 Optimale situatie In deze bijlage worden van elke functie de relevante belangen beschreven. Ook de waterhuishoudkundige belangen komen aan bod. Aan de hand van de in de methodiek (bijlage 6) genoemde regels wordt per peilgebied een optimale situatie bepaald. Dit zal concreet betekenen dat er een optimaal oppervlaktewaterpeil genoemd wordt. Hierbij wordt ook aangegeven of het optimaal is in de zin van het voorkomen van risico s voor betreffende functie of belang. Functies en belangen In het gebied komen verschillende functies voor: wonen, recreatie, natuur, infrastructuur en bedrijventerreinen. Om de optimale situatie van deze functies weer te geven moeten de belangen ten aanzien van de waterhuishouding integraal in beeld worden gebracht. Binnen één functie kunnen zich meerdere belangen voordoen. Verder stelt de waterbeheerder ook eisen ten aanzien van adequaat waterbeheer en zijn hiervoor belangen gedefinieerd. De functies vereisen een goede grondwaterstand en deze is mede afhankelijk van een goed oppervlaktewatersysteem. Belang onderheide bebouwing (functie wonen en bedrijventerreinen) Dit belang betreft woningen en bedrijfsgebouwen met een geheide fundering, die ongevoelig is voor paalrot en ook ongevoelig voor verzakkingen door bodemdaling. Het grootste belang is dat vochtproblemen in kruipruimte of in de bebouwing worden voorkomen. Hiervoor mag de grondwaterstand het maximumniveau niet of niet te vaak overschrijden. Doorgaans zijn kruipruimten van huizen en bedrijfsgebouwen ontworpen met een diepte van 70 cm. Door sterke bodemdaling zijn kruipruimten vaak dieper en staan snel vol met grondwater. Het is niet realistisch om dit probleem met waterhuishoudkundige maatregelen op te lossen. Voor een goed functionerende kruipruimte wordt uitgegaan van de gemiddelde ontwerpdiepte van 70 cm. Een overzicht van het belang van onderheide bebouwing ten aanzien van de waterhuishouding is opgenomen in tabel- 3. Tabel- 3 Overzicht belangen onderheide bebouwing Thema Belang GGOR - Grondwater GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Ecologie Waterkering & Direct belang: Geen vochtproblemen in gebouwen Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling vanuit het oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater, in de eerste plaats mag in de bebouwing geen inundatie plaatsvinden, maar in de tweede plaats ook niet op het erf. - Geen overstroming Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

179 Thema Belang Beheer Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via watersysteem oppervlaktewatersysteem Criterium optimale situatie: de hoogste grondwaterstand (GHG) is maximaal 70 cm beneden vloerpeil. Beleid Het uitgangspunt voor nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied is dat het peil niet wordt verlaagd ten opzichte van het bestaande peil. Afweging oppervlaktewaterpeil Om het juiste peil te bepalen is het nodig te beoordelen wat het effect of risico is van peilen of peilveranderingen. Omdat de precieze relatie tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen niet bekend is, wordt voor dit belang aangegeven welke risico s er zijn. Tabel- 4 Effecten peilwijzigingen voor het belang onderheide bebouwing* -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect: positief effect Groot effect positief Knelpunt grondwateroverlast zoals natte kruipruimten Bij peilverhoginge n: bestaande overlast kan aanzienlijk verergeren Bij peilverhoginge n: risico bestaat van toename bestaande overlast Geen peilveranderin g: bestaande knelpunten verergeren niet Kleine peilverlaging gelijk aan de maaivelddaling : bij een lichte vermindering van het knelpunt wordt verwacht. Een grote peilverlaging (meer dan de maaivelddaling ): verwacht wordt dat het knelpunt wordt opgelost. Geen Knelpunt Peilverhoging veroorzaakt (risico op) ontstaan groot knelpunt Peilverhoging veroorzaakt (risico op) ontstaan beperkt knelpunt (binnen maatschappelij k aanvaardbaar risico) Peil niet verandert Peilverlaging veroorzaakt lichte afname van het risico dat er een knelpunt ontstaat Peilverlaging veroorzaakt sterke afname van het risico dat er een knelpunt ontstaat * Opmerking bij effecten peilafweging De effecten worden nog beïnvloed door 3 factoren: 1. De mate waarin het grondwater (bij) te sturen is met het oppervlaktewaterpeil. In de meeste gevallen is deze relatie niet goed te maken. De inschatting is dat het grondwater Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

180 zich slecht tot matig laat beïnvloeden door het slootpeil. Een peilverandering zal dus in dit gebied geen tot een klein effect hebben op het oplossen van grondwaterknelpunten. 2. De mate waarin zeker is dat er echt sprake is van een grondwateroverlastknelpunt. Een klacht kan ook veroorzaakt worden door een andere vorm van wateroverlast zoals bouwkundige gebreken, rioleringsproblemen etc. De klachten moeten daarom wel voldoende geohydrologisch onderbouwd kunnen worden. Daarom worden de klachten en de theoretisch bepaalde knelpunten met elkaar vergeleken. Zonder dat hier overlap in is, is het minder zeker of er daadwerkelijk sprake kan zijn van grondwateroverlastknelpunten. 3. De schaal waarop grondwateroverlast voorkomt. Als grondwaterknelpunten zich voordoen in een groot deel van het peilgebied dan is het belang groot om maatregelen te nemen. Belang niet onderheide bebouwing of bebouwing met kwetsbare fundering (functie wonen) Staalfundering Onder bebouwing met funderingen op staal staan geen palen. De verbrede voet van de fundering of plaatfundering draagt direct op de ondergrond. Als gebouwen met een fundering op staal op klei of veen gebouwd zijn, zullen ze met de inklinking van de klei en/of het veen meezakken. Als dit rechtstandig gebeurt, is er weinig aan de hand, zolang het vloerniveau niet onder het straatniveau komt. Veelal zal echter door de ongelijkmatige structuur van de ondergrond de woning of het bouwblok ongelijkmatig verzakken waardoor schade en verval kan ontstaan. Figuur- 6 Bebouwing met staalfundering Door grondwaterstandsdaling kan de (ongelijke) zakking toenemen, waardoor de schade ook toeneemt. Bebouwing met staalfundering is dus gebaat bij een gelijkblijvend grondwaterregime. Verder is de wens, net als bij onderheide bebouwing, om vochtoverlast te voorkomen. Daarom is er ook een maximumgrondwaterstand gewenst. De staalfundering kan binnen een peilgebied verschillend zijn daarom kunnen de wensen ten aanzien van grondwaterregime variëren. Een overzicht van het belang van bebouwing met staalfundering ten aanzien van de waterhuishouding is opgenomen in tabel- 5 overzicht belangen bebouwing met staalfundering. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

181 Tabel- 5 Overzicht belangen bebouwing met staalfundering Thema Belang GGOR - Grondwater GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Ecologie Waterkering Beheer watersysteem & Tegengaan van klink door te lage grondwaterstand en voorkomen vochtproblemen in gebouwen door te hoge grondwaterstand Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater - Geen overstroming Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium optimale situatie: Voorkomen schade: minimum (GLG) van 100 cm beneden vloerpeil Voorkomen vochtoverlast: maximumgrondwaterstand (GHG) 70 cm beneden vloerpeil Afweging oppervlaktewaterpeil Om peilen af te wegen is het nodig te beoordelen wat het effect of risico is van peilen of peilveranderingen. Omdat de precieze relatie tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen niet bekend is, wordt voor dit belang aangegeven welke risico s er zijn. Tabel- 6 Effecten peilafweging belang bebouwing met staalfundering* -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect: positief effect Groot effect positief Knelpunt Bij Bij Geen Kleine Een grote grondwateroverlast peilverhoginge peilverhoginge peilveranderin peilverlaging peilverlaging n zodat n zodat g: bestaande gelijk aan de (meer dan de zoals natte (risico bestaat (risico bestaat knelpunten maaivelddaling maaivelddaling kruipruimten op) bestaande op) bestaande verergeren niet waarbij een ) waarbij overlast sterk overlast lichte (verwacht verergert minimaal vermindering wordt dat) het verergert van het knelpunt wordt knelpunt wordt opgelost. verwacht. Knelpunt Als peil met Als het peil Peil is gelijk Kleine Een grote Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

182 -- Groot negatief effect - Beperkt negatief effect 0 Neutraal effect: + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Grondwateronderlast door te lage grondwaterstanden: (ongelijkmatig) zakken van bebouwing waardoor schade kan ontstaan meer dan de maaivelddaling wordt verlaagd waardoor een groot risico op schade ontstaat met minder dan de maaivelddaling verlaagd wordt (peilaanpassin g) dit risico op schade is maatschappeli jk aanvaardbaar aan het vorige peil peilverhoging zodat de kans op onderlast verkleind wordt peilverhoging zodat (verwacht wordt) dat de op onderlast wordt opgelost Geen knelpunt Een groot knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Een klein knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Peil niet verandert Een lichte afname van het risico op een knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Een grote afname van het risico op een knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Houtenpaalfundering Bebouwing met houtenpaalfunderingen is oudere bebouwing. Houten paalfunderingen worden nu niet meer toegepast bij bebouwing. Deze bebouwing komt vooral voor in oude stadscentra, oudere wijken en oude bebouwingslinten. Bij de aanleg van een houtenpaalfundering, moet de bovenkant van de palen onder de laagst bekende grondwaterstand liggen. Droogstand (bij een te laag grondwaterniveau) van de houtenpaalfundering zorgt ervoor dat zuurstof bij de houten palen komt waardoor deze verrotten. De paal verliest hierbij draagvermogen. Als een paal te vaak droog heeft gestaan kan er een tekort aan draagvermogen ontstaan. Hierdoor kan een pand verzakken en/of treedt er scheurvorming op. Het belang van bebouwing met houtenpaalfundering ten aanzien van de waterhuishouding is opgenomen in tabel- 7. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

183 Figuur- 7 Houtenpaal fundering Tabel- 7 Overzicht belangen bebouwing met houten paalfundering Thema Belang Voorkomen van droogstand van houten paalkoppen (minimum GGOR - Grondwater grondwaterstand) geen vochtproblemen in gebouwen (maximum grondwaterstand) GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Ecologie Waterkering Beheer watersysteem & Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater - Geen overstroming Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium optimale situatie: In de watergebiedsstudie Delft [28] wordt uitgegaan van een minimumgrondwaterstand van 1,3 m beneden maaiveld. Deze aanname is gebaseerd op een gemiddelde drooglegging van 0,8 m en een gemiddelde inheidiepte van de paalkop van 0,5 beneden de grondwaterpeil. Kanttekening hierbij is dat het niveau van paalkoppen per gebouw kan verschillen. Het kan (in een ongunstig geval) dat de paalkoppen hoger staan en al eerder droog kunnen vallen. Daarnaast is voor het voorkomen van vochtoverlast de maximumgrondwaterstand 70 cm beneden vloerpeil. Afweging oppervlaktewaterpeil Om peilen af te wegen is het nodig te beoordelen wat het effect of risico is van peilen of peilveranderingen. Omdat de precieze relatie tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen niet bekend is, wordt voor dit belang aangegeven welke risico s er zijn. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

184 Tabel- 8 Effecten peilafweging belang bebouwing met houten paalfundering -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect positief effect Groot effect positief Knelpunt grondwateroverlast zoals natte kruipruimten Knelpunt Grondwateronderlast door te lage grondwaterstanden: Scheuren in bebouwing door verlies draagkracht paalstaalfundering Geen knelpunt Bij peilverhoginge n zodat (risico bestaat op) bestaande overlast sterk verergert Als peil met meer dan de maaivelddaling wordt verlaagd waardoor een groot risico op schade ontstaat Een groot knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Bij peilverhoginge n zodat (risico bestaat op) bestaande overlast minimaal verergert Als het peil met minder dan de maaivelddaling verlaagd wordt (peilaanpassin g) dit risico op schade is maatschappeli jk aanvaardbaar Een klein knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Geen peilveranderin g: bestaande knelpunten verergeren niet Peil is gelijk aan het vorige peil Peil verandert niet Kleine peilverlaging gelijk aan de maaivelddaling waarbij een lichte vermindering van het knelpunt wordt verwacht. Kleine peilverhoging zodat de kans op onderlast verkleind wordt Een lichte afname van het risico op een knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Een grote peilverlaging (meer dan de maaivelddaling ) waarbij (verwacht wordt dat) het knelpunt wordt opgelost. Een grote peilverhoging zodat (verwacht wordt) dat de op onderlast wordt opgelost Een grote afname van het risico op een knelpunt (overlast of onderlast) wordt verwacht door peilverhoging of verlaging Belang functie infrastructuur Bij infrastructuur gaat het om spoorwegen, snelwegen, hoofdwegen en locale wegen en parkeerplaatsen en trottoirs. Belangrijk voor infrastructuur is dat het vorstvrij ligt en niet te veel ongelijkmatige zettingen optreden. Opvriezing van het wegdek kan tot schade leiden. Om een weg vorstvrij te houden, moet de weg goed ontwaterd zijn. Zettingen kunnen vooral optreden na aanleg van een weg, maar ook na verlaging van het grondwaterpeil. Het belang van infrastructuur ten aanzien van de waterhuishouding is opgenomen in tabel- 9. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

185 Tabel- 9 Overzicht belangen functie Infrastructuur Thema Belang Voorkomen van opvriezing in de winter en stabiliteit van wegfundering GGOR - (maximum grondwaterstand) Grondwater Voorkomen van zettingen (minimum grondwaterstand) GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Ecologie Waterkering Beheer watersysteem & Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater - Geen overstroming Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium optimale situatie: Het criterium van de watergebiedsstudie Delft [28] wordt overgenomen. Voor de functie infrastructuur bedraagt de maximumgrondwaterstand van 0,8 m beneden maaiveld. Een minimumgrondwaterstand wordt in de watergebiedsstudie Delft niet genoemd. Afweging oppervlaktewaterpeil Om peilen af te wegen is het nodig te beoordelen wat het effect of risico is van peilen of peilveranderingen. Omdat de precieze relatie tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen niet bekend is, wordt voor dit belang aangegeven welke risico s er zijn. Tabel- 10 Effecten peilafweging belang Infrastructuur -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt Hoge grondwatersta nden waardoor er risico van opvriezing wegdek ontstaat Knelpunt Lagere grondwater Bij een peilverhoging waarbij het risico op opvriezing sterk toeneemt Bij een peilverlaging waarbij het Bij een peilverhoging waarbij het risico op opvriezing beperkt toeneemt Bij een peilverlaging (gelijk aan Het peil niet verandert: bestaande knelpunten verergeren niet Het peil niet verandert: bestaande Kleine peilverlaging gelijk aan de maaivelddaling waarbij het risico op opvriezing afneemt Bij een peilverhoging waarbij het Een peilverlaging waarbij (verwacht wordt dat) het knelpunt wordt opgelost Bij een peilverhoging waarbij het Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

186 -- Groot negatief effect - Beperkt negatief effect 0 Neutraal effect + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief waardoor zettingen ontstaat er risico op zettingen sterk toeneemt maaivelddaling ) waarbij het risico op zettingen beperkt toeneemt knelpunten verergeren niet risico zettingen beperkt afneemt op risico op zettingen sterk afneemt Geen Knelpunt Peilverhoging of peilverlaging veroorzaakt groot risico op opvriezing resp. risico op grootschalige zettingen Peilverhoging of peilverlaging veroorzaakt klein risico op opvriezing resp. risico op zettingen opbeperkte schaal Peil verandert niet Peilverlaging in zettingsongevo elige gebieden veroorzaakt lichte afname op het risico dat er opvriezing kan plaatsvinden Peilverlaging in zettingsongevo elige gebieden veroorzaakt sterke afname op het risico dat er opvriezing kan plaatsvinden Belang functie begraafplaatsen Op een beperkt aantal locaties in het stedelijk gebied zijn begraafplaatsen. Op deze locaties is het belangrijk is om de grondwaterstand niet te hoog te laten komen. In art. 5 lid 4 van het Besluit op de lijkbezorging staat: 'De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddelde hoogste grondwaterstand.' Met andere woorden: de bodem van de onderste kist moet zich 30 cm boven dat niveau bevinden. Begraafplaatsen zijn daarom vaak opgehoogd, voorzien van een drainagesysteem en hebben vaak een eigen bemaling van het oppervlaktewater. Tabel- 11 Overzicht belangen begraafplaatsen Thema Belang GGOR - Grondwater Voorkomen te hoge grondwaterstanden (maximum grondwaterstand) en snelle afvoer van het grondwater GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater Waterkwaliteit Ecologie Waterkering & Afvoer van drainagewater naar riolering i.v.m. afvoer van milieuonvriendelijke stoffen Geen overstroming Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

187 Beheer watersysteem Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium optimale situatie: Het criterium is wettelijk vastgelegd: de gemiddelde hoogste waterstand bevindt zich maximaal 30 cm onder het niveau van de onderste kist. Afweging oppervlaktewaterpeil Om peilen af te wegen is het nodig te beoordelen wat het effect of risico is van peilen of peilveranderingen. Omdat de precieze relatie tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen niet bekend is, wordt voor dit belang aangegeven welke risico s er zijn. Tabel- 12 Effecten peilafweging belang begraafplaatsen -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt grondwateroverlast Geen Knelpunt Peilverhoging waarbij (risico bestaat op) bestaande overlast sterk verergert Peilverhoging veroorzaakt (risico op) ontstaan groot knelpunt Peilverhoging waarbij (risico bestaat op) bestaande overlast beperkt verergert Peilverhoging veroorzaakt (risico op) ontstaan beperkt knelpunt Het peil niet verandert Peil verandert niet Kleine peilverlaging gelijk aan de maaivelddaling Peilverlaging veroorzaakt lichte afname op het risico dat er een knelpunt ontstaat Peilverlaging veroorzaakt sterke afname op het risico dat er een knelpunt ontstaat Peilverlaging veroorzaakt sterke afname op het risico dat er een knelpunt ontstaat Belang functie recreatie en groen Recreatie en groen in Vlaardingen komt voor in grotere parken, sportveld, volkstuinen, stadsgroen en plantsoenen en het grootste recreatiegebied: de. Het belang recreatie en groen houdt in dat recreatieterreinen toegankelijk, betreedbaar of bespeelbaar moeten zijn voor recreanten en dat er beheer en onderhoud gepleegd kan worden. Verder moet er voldoende grondwater beschikbaar zijn voor vegetaties en groen en mag de grondwaterstand niet te hoog stijgen om wortelopdruk te voorkomen. Daarom mag de grondwaterstand niet te hoog of te laag zijn. In de winterperiode mogen paden en voorzieningen niet onder water komen staan. Vooral in het groeiseizoen (maart tot september) mag het grondwater niet te hoog of te laag zijn voor het groen. Specifieke wensen hangen af van de soort beplanting. Tabel- 13 Overzicht belangen functie Recreatie en groen Thema Belang Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

188 Thema GGOR - Grondwater Belang Voor toegankelijkheid/ betreedbaarheid / bespeelbaar recreatieterrein mag de grondwaterstand niet te hoog zijn. Beschikbaarheid water voor vegetatie en groen, niet te hoge en niet te lage grondwaterstanden. Niet te hoog in verband met wortelopdruk bij monumentale bomen. GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Wateroverlast Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Geen inundatie vanuit oppervlaktewater Waterkwaliteit Ecologie Waterkering Beheer watersysteem & Schoon water Geen overstroming Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium voor optimale situatie: De volgende criteria van de watergebiedsstudie Berkel-Pijnacker worden overgenomen: Een minimale ontwateringsdiepte van 0,5 m (GHG) en een maximale ontwateringsdiepte van 1,1 m beneden maaiveld (GLG). Deze criteria zijn gebaseerd op landbouwkundige wensen. Bij dit criterium zijn toegankelijkheid/betreedbaarheid en groeiomstandigheden gewaarborgd. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 14 Effecten peilafweging functie Recreatie en groen -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt grondwateroverlast voor groen en toegankelijkhe id Peilverhoging: waarbij bestaande knelpunten sterk verergeren Peilverhoging: waarbij bestaande knelpunten beperkt verergeren Het peil niet verandert Kleine peilverlaging gelijk aan de maaivelddaling waarbij het knelpunt afneemt Peilverlaging waarbij het knelpunt wordt opgelost Geen knelpunt Peilverhoging: risico op het ontstaan van groot knelpunt Peilverhoging: risico op het ontstaan van beperkt knelpunt Het peil niet verandert De kans dat een knelpunt kan ontstaan, neemt licht af De kans dat een knelpunt kan ontstaan neemt sterk af Belang archeologie Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

189 In het gebied komen diverse locaties met archeologische waarden voor, zie figuur- 1. Daarnaast worden gebieden onderscheiden met verschillende trefkans op archeologische sporen. De archeologische sporen die in de bodem zitten kunnen aangetast worden door activiteiten in de bodem maar ook door oxidatie van resten door blootstelling aan zuurstof. Dit laatste gebeurt wanneer de grondwaterspiegel beneden de archeologische resten zakt en zuursof in de bodem kan treden. Het belang van archeologie is daarom een hoge grondwaterstand. Uitgangspunt hierbij is dat de grondwaterstand niet lager wordt dan het grondwaterregime wat gedurende een lange periode is aangehouden. Via de kaart van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie zijn de archeologische waarden en trefkansen aangegeven. In het gebied van het peilbesluit zijn er diverse terreinen met een archeologische waarde. Bij handhaving van de huidige oppervlaktewaterpeilen zullen er geen negatieve effecten optreden. Als er een peilverlaging wordt overwogen, zal contact worden opgenomen met de provincie om te bespreken hoe met de archeologische waarden of trefkans wordt omgegaan. Uitzondering hiervoor zijn de gebieden met middelhoge trefkans op archeologische sporen. Hier wordt geen contact met de provincie opgenomen indien de voorgenomen peilverlaging niet meer bedraagt dan de maaivelddaling of 5 cm. Er wordt geen aandacht besteed aan gebieden met lage trefkans op archeologische sporen. Figuur- 8 Archeologische waarden [29] Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

190 Tabel- 15 Overzicht belangen Archeologie Thema Belang Geen blootstelling van archeologische resten in de bodem aan zuurstof. De laagste grondwaterstanden mogen niet onder dat niveau komen. De GGOR - laagste grondwaterstanden van het huidige grondwaterregime mogen Grondwater daarom niet lager worden. GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Aanvulling grondwater vanuit oppervlaktewater Wateroverlast - Waterkwaliteit & Ecologie - Waterkering - Beheer watersysteem Aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium voor optimale situatie: In verband met oxidatie van kwetsbare archeologische sporen mag de laagste grondwaterstand niet worden verlaagd. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 16 Effecten peilafweging belang Archeologie -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt Oxideren van archeologische sporen Peilverlaging groter dan maaivelddaling Peilverlaging met maaivelddaling Het peil verandert niet Kleine peilverhoging conserverend effect Grote peilverhoging: conserverend effect Geen knelpunt Peilverlaging waarbij het risico op een knelpunt in sterke mate toeneemt Peilverlaging waarbij het risico op een knelpunt in beperkte mate toeneemt Het peil niet verandert Peilverhoging waarbij het risico op een knelpunt in beperkte mate afneemt Peilverhoging waarbij het risico op een knelpunt in sterke mate afneemt Belang waterkwaliteit en ecologie Er zijn doelstellingen om de ecologie te verbeteren (zoals natuurvriendelijke oevers en poelen) en de algemene waterkwaliteit. Om de algemene waterkwaliteit te verbeteren kan gedacht worden aan het voorkomen van riooloverstortingen en het voorkomen van zuurstofloos water. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

191 In warme zomers kan er in het oppervlaktewater zuurstofloosheid, ziekten, vissterfte en opwarming van water ontstaan. Het is daarom belangrijk om de watergangen op peil te houden en door te spoelen. Het wijzigen van het oppervlaktewaterpeil kan invloed hebben op het aandeel van (zoute) kwel in de totale afvoer van grondwater naar het oppervlaktewater. Bij een verlaging van het oppervlaktewaterpeil neemt kwel toe en bij een verhoging af. Tabel- 17 Overzicht belangen waterkwaliteit en ecologie Thema Belang GGOR - Tegengaan van zoute kwel Grondwater GGOR - Natuurlijk peilregime voor natuurvriendelijke oevers en waterafhankelijke Oppervlakte- vegetaties Water Droogte water op peil houden Wateroverlast - Waterkwaliteit Ecologie & Doorspoelen van zuurstofloos water Beperking overstort vanuit het riool Tegengaan van zoute kwel Vermijden van zout of brak inlaatwater Waterkering - Beheer watersysteem Doorspoelen van het systeem als de zuurstofgehaltes te laag zijn Criterium voor optimale situatie: De criteria zijn voor dit thema verschillend: - natuurvriendelijke oevers en overige oevervegetaties zijn gebaat bij een natuurlijk peilregime van het oppervlaktewater ( s winters hoog, s zomers laag). - Een geschikt grondwaterregime voor nieuwe natte natuur - Om zuurstofloos water tegen te gaan zou er voldoende doorstroming (met zuurstofrijk water) moeten zijn in het oppervlaktewater. - Lozingen uit het riool komen niet meer voor. - Om zoute kwel tegen te gaan zou de grondwaterstand zo hoog mogelijk moeten zijn. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 18 Effecten peilafweging belang waterkwaliteit en ecologie -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect positief effect Groot effect positief Knelpunt Geen natuurlijk Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd Het vaste peil of Flexibel waarbij peil Flexibel conform peil Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

192 -- Groot negatief effect - Beperkt negatief effect 0 Neutraal effect + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief peilregime zomer/winterp eil verandert niet ondergrens hoger is dan huidig peil wensen waterkwaliteit en ecologie Knelpunt zuurstofloos water in de zomer Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd Water blijft zuurstofloos door onvoldoende doorstroming Beperkte doorstroming Goede doorstroming Knelpunt Riooloverstort Knelpunt Zilt inlaatwater Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd Geen doorspoelmogelijkheid Verslechtering kwaliteit inlaatwater door andere aanvoerroute Doorspoelen ongewijzigd Geen andere kwaliteit inlaatwater Aanleg of verbeteringen van wegspoelen overstortwater Betere kwaliteit inlaatwater door andere aanvoerroute Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd Geen knelpunt Verandering waarbij inlaatwaterkw aliteit en/of doorspoeling en/of doorstroming sterk verslechtert Verandering waarbij inlaatwaterkw aliteit en/of doorspoeling en/of doorstroming licht verslechtert Peil wijzigt niet/ Geen andere kwaliteit inlaatwater, Doorspoelen ongewijzigd en doorstroming ongewijzigd Verandering waarbij inlaatwaterkw aliteit en/of doorspoeling en/of doorstroming licht verbetert Verandering waarbij inlaatwaterkw aliteit en/of doorspoeling en/of doorstroming sterk verbetert Belang waterkeringen Voor waterkeringen is de stabiliteit van belang. Daarvoor is een bepaalde ontwatering van het dijklichaam nodig. Wijzigingen in de ontwatering door objecten of drainerende middelen kunnen de stabiliteit aantasten. Hierbij valt te denken aan het wijzigen van het oppervlaktewaterpeil in dijksloten. Tabel- 19 Overzicht belangen waterkeringen Thema Belang GGOR - Grondwaterstand niet te hoog en niet te laag: voorkomen uitdroging of Grondwater verzadiging van waterkeringslichaam. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

193 GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Afvoer en aanvoer van water t.b.v. grondwaterstanden Aanvoer water nodig in watergangen grenzend aan waterkeringen Wateroverlast - Waterkwaliteit Ecologie Waterkering Beheer watersysteem & - Stabiele kering Afvoer overtollig grondwater en aanvulling grondwater via oppervlaktewatersysteem Criterium voor optimale situatie: Grondwaterregime mag niet zodanig veranderen dat de stabiliteit van de kering negatief beïnvloed wordt. Uitgangspunt hierbij is het huidige grondwaterregime. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 20 Effecten peilafweging belang waterkeringen -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt Verslechtering stabiliteit/ Geen knelpunt Grote peilveranderin g (hoger of lager) geeft risico op grote instabiliteit Kleine peilveranderin g (hoger of lager) geeft risico op beperkte instabiliteit Het peil niet verandert Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd Belang tegengaan wateroverlast Om wateroverlast in extreem natte perioden te vermijden is ruimte nodig. Deze ruimte is in eerste plaats nodig in het oppervlaktewatersysteem, maar mag ook in sommige gevallen gezocht worden in gebieden met minder overlastgevoelige functies zoals groenstroken en trapveldjes. Normen voor wateroverlast zijn opgenomen in provinciale verordening. De opgave is bepaald in de watersysteemanalyse Vlaardingen en maatregelen worden uitgevoerd in het kader van het waterplan Vlaardingen. In deze studie is het van belang dat door eventuele maatregelen de wateroverlastopgave niet verergert. Tabel- 21 Overzicht belangen tegengaan wateroverlast Thema Belang GGOR - Grondwater Vasthouden waar mogelijk Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

194 GGOR - Oppervlakte- Water Droogte Vasthouden, bergen en afvoeren overtollig grond- en oppervlaktewater Geen Wateroverlast Waterkwaliteit Ecologie & - Waterkering - Beheer watersysteem Goede afvoer, inlaten dichtzetten Criterium voor optimale situatie: Voldoende bergingsruimte. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 22 Effecten peilafweging belang wateroverlast -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt (risico op) schade t.g.v. inundatie Peil wordt verhoogd waarbij bergingstekort sterk toeneemt Peil wordt verhoogd waarbij bergingstekort beperkt toeneemt Het peil en het bergingstekort veranderen niet Peilverlaging gelijk of minder dan maaivelddaling Peilverlaging groter dan maaivelddaling Geen knelpunt Door peilverhoging neemt het risico op wateroverlast sterk toe Door peilverhoging neemt het risico op wateroverlast beperkt toe Het peil verandert niet en er is geen bergingstekort Door peilverlaging neemt het risico op wateroverlast beperkt af Door peilverlaging neemt het risico op wateroverlast sterk af Belang rioleringen en drainages Riolering heeft als functie het afvoeren van afvalwater. In gemengde stelsels wordt het hemelwater ook afgevoerd. Riolering hebben een overstorten die in werking treden als het riool te veel water te verwerken krijgt. Vaak zijn ook drainagesystemen op de riolering aangesloten. Daarnaast kunnen drainages afvoeren op het oppervlaktewater. Omdat er vaak verbanden zijn tussen waterpeilen, riolering en drainage moeten er werkafspraken gemaakt worden tussen gemeenten en Delfland (beleidsnota par ). Voorbeelden hiervan zijn overstorten en overlaten die het oppervlaktewaterpeil Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

195 beïnvloeden. Sommige overlaten regelen het peil in de singels. In hoeverre overlaten in hoogte nog bijgesteld kunnen worden, is per situatie verschillend. Een aanzienlijk deel van de jaarlijkse neerslag wordt door middel van rioolstelsels naar het oppervlaktewater afgevoerd. Een verhoging van de streefpeilen kan leiden tot een verhoogde kans op water op straat wanneer het verval door de peilverhoging minder is geworden dan waar het stelsel op ontworpen is. Daarnaast kan er meer water terug de riolering instromen bij peilstijgingen in het oppervlaktewater dat vervolgens wordt afgevoerd naar een rioolzuiveringsinstallatie. Dit is ongewenst. De opgave voor riolering is bepaald in de watersysteemanalyse Vlaardingen en maatregelen worden uitgevoerd in het kader van het waterplan Vlaardingen. In het peilbesluit is het van belang dat door eventuele maatregelen de opgave voor de riolering niet verergert. Tabel- 23 Overzicht belangen Rioleringen en drainages Thema Belang GGOR - afvoer overtollig grondwater niet via (lekke) riolering Grondwater GGOR - Oppervlakte- Afvoer van overstortwater Water Droogte Geen Wateroverlast Geen instroom van oppervlaktewater in het rioolstelsel Waterkwaliteit & - Ecologie Waterkering - Beheer watersysteem Criterium voor optimale situatie: De hoogtes van overstortdrempels vormen een beperkende factor voor eventuele peilverhoging. Het reguliere peil mag niet boven het overstortniveau uitkomen. In hoeverre het overstortdrempelniveau aangepast kan worden in geval van een voorgenomen peilverhoging moet onderzocht worden. Doorgaans zijn de hoogten van overstorten afgesteld op het bestaande oppervlaktewaterpeil. Voor drainages geldt ook dat het peil in principe niet boven het drainageniveau mag uitkomen. Als het waterpeil boven het niveau van de drainagekoppen uitkomt, werken ze echter nog wel. Overlaten en overstorten zijn goed in beeld gebracht. Drainage is echter niet in beeld gebracht omdat daarover geen informatie voor handen is. De hoogte van overstorten en overlaten kunnen in de huidige situatie een probleem vormen voor het peilbeheer of een probleem worden bij een aanpassing van het peil. Deze zaken moeten met de gemeente besproken worden. Afweging oppervlaktewaterpeil Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

196 Tabel- 24 Effecten peilafweging belang rioleringen en drainages -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect positief effect Groot effect positief Knelpunt Instroom oppervlaktewat er via overstort in rioolstelsel Peil wordt verhoogd waarbij het knelpunt in sterke mate vergroot Peil wordt verhoogd waarbij het knelpunt in beperkte mate vergroot Het peil verandert niet Peilverlaging gelijk of minder dan maaivelddaling waarbij het knelpunt in beperkte mate afneemt Peil wordt verlaagd waarbij het knelpunt wordt opgelost Knelpunt Drainages onder water Niet gedefinieerd Peilverhoging waarbij drainagekoppe n onder waterpeil komen Het peil verandert niet of drainages blijven in de nieuwe situaties boven waterpeil Peilverlaging waarbij drainagekoppe n boven waterpeil komen Niet gedefinieerd Geen knelpunt Peilverhoging waarbij groot knelpunt ontstaat: vaker instroom in riool plaatsvindt en/of drainages onder water komen te liggen Peilverhoging waarbij klein knelpunt ontstaat: vaker instroom in riool plaatsvindt en/of drainages onder water komen te liggen Het peil verandert niet Peilverlaging waarbij het risico van instroom en onderwater staan drainages beperkt afneemt Peilverlaging waarbij het risico van instroom en onderwater staan drainages uiterst klein wordt Belang beheersbare waterhuishouding Met een beheersbaar waterhuishouding wordt bedoeld een functioneel stelsel watergangen inclusief kunstwerken (duikers/stuwen/inlaten/etc.) dat zo robuust mogelijk is en zo min mogelijk kost. Dus niet te weinig en niet te veel waterlopen. Maar het betekent ook dat er zo min mogelijk verschillende peilen voorkomen. Dat laatste is van belang omdat peilregulerende of peilscheidende kunstwerken het systeem ingewikkelder, duurder en minder robuust maken. Bij de ontwikkeling van een stedelijk gebied moet een goede structuur van waterlopen worden aangelegd: de waterlopen zijn goed verdeeld over het gebied en hebben een min of meer gelijke afstand van elkaar. Als er meerdere peilgebieden nodig zijn, moeten peilscheidingen logisch zijn en dat zijn vaak plekken waar het maaiveldniveau een sprong maakt. In bestaand stedelijk gebied Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

197 zijn grote wijzigingen te kostbaar maar binnen herstructureringsprojecten kunnen zich wel kansen voordoen voor verbeteringen. Waterlopen moeten water kunnen aan- en afvoeren, maar ook grondwaterstanden beïnvloeden: draineren om te hoge grondwaterstanden te voorkomen en infiltrerend om te lage grondwaterstanden te voorkomen. De waterlopen hebben ook een functie als ontvanger van drainagewater en riooloverstortwater en het leveren van beregeningswater voor sportvelden. Voor deze kwantitatieve functies kan voorraadbeheer (door flexibel peilbeheer) het waterverbruik verminderen. Ook in de toekomst is het belangrijk dat het watersysteem beheersbaar blijft. Door bepaalde processen of ontwikkelingen kunnen watersystemen verder versnipperen. Hierbij valt te denken aan het instellen van onderbemalingen voor lage plekken of maken van nieuwe peilgebieden voor natuur in de stad. Tot slot is een efficiënter waterbeheer mogelijk door water vast te houden (d.m.v. flexibel peilbeheer). Hierbij hoeft er minder water te worden uitgemalen en minder water te worden aangevoerd. Beide effecten dragen bij aan kostenreductie van het waterbeheer en bestrijding van knelpunten. Tabel- 25 Overzicht belangen beheersbare waterhuishouding Thema Belang GGOR - Grondwater Met het oppervlaktewatersysteem wordt het grondwaterregime gestuurd Zo weinig mogelijk peilgebieden, zo min mogelijk kunstwerken, goede slootafstand. GGOR - Oppervlakte- Voldoet aan eisen aanvoer- en afvoer. Zuinig met water door watervoorraad (flexibel peilbeheer) Water Logische en efficiënte structuur watergangen inclusief duikers/stuwen/inlaten/etc. Droogte Beschikbaarheid watervoorraad of aanvoermogelijkheid Wateroverlast - Waterkwaliteit & Ecologie - Waterkering - Beheer watersysteem Zo efficiënt mogelijk beheer Criterium voor optimale situatie: - Ideaal is dat er één peilgebied per polder is (maximaal ontsnipperd). - Zo groot mogelijke watervoorraad (introductie flexibel peilbeheer met zo groot mogelijk verschil tussen boven en ondergrens) - Watergangen reguleren het grondwater - De waterstructuur is logisch en overzichtelijk Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

198 Bovenstaande criteria zijn theoretisch voor een bestaand stedelijk gebied omdat een herindeling van peilgebieden te duur is. De criteria geven echter wel een denkrichting voor het optimaliseren van het watersysteem. In bestaand stedelijk gebied is de huidige waterstructuur een uitgangspunt voor de peilafweging. Het wijzigen van de waterstructuur brengt te grote kosten met zich mee. Daarom zal bij de afweging van peilen niet overwogen worden om extra watergangen te graven of de waterstructuur logischer te maken. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 26 Effecten peilafweging belang beheersbare waterhuishouding -- - Groot negatief Beperkt Neutraal Beperkt effect negatief effect effect positief effect Groot effect positief Knelpunt Te veel Ontstaan van peilgebieden/ Inefficiënt beheer meer/ splitsen van peilgebieden Knelpunt Kosten af- en aanvoeren water, verspilling van water: geen gebiedseigen water bij tekorten beschikbaar Geen knelpunt Ontstaan van meerdere peilgebieden Niet gedefinieerd Beëindiging flexibel peilbeheer Ontstaan van een extra peilgebied Hetzelfde aantal peilgebieden Huidige peilbeheer hetzelfde aantal peilgebieden Kleine vermindering van peilgebieden Introductie flexibel peilbeheer Kleine vermindering van peilgebieden Grote vermindering van peilgebieden Grote vermindering van peilgebieden Binnen de afweging van het GGOR worden de mogelijkheden van flexibel peil en ontsnippering overwogen. Voor beide worden eerst de mogelijkheden nagegaan. Voor peilgebieden waar flexibel peil of ontsnippering mogelijk is zal nagegaan worden welke peilmarge c.q. omvang peilgebied haalbaar is. Deze mogelijkheden zullen dan als variant meegenomen worden in het peilenvoorstel. Uit de eerste selectie zullen peilgebieden afvallen. Uitgangspunten voor flexibel peil zijn: - Minimumpeil mag niet lager zijn dan het huidige peil. - De marge tussen minimum- en maximumpeil is ten minste 15 cm De selectiecriteria voor introductie van flexibel peil zijn: - drooglegging mag niet te klein worden (kans op grondwateroverlast) - er mag geen bergingstekort zijn m.a.w. de kans op wateroverlast mag niet verergerd worden - er is geen doorspoeling nodig vanwege de waterkwaliteit (wegspoelen van vastgehouden water) Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

199 - er is geen sprake van constante aanvoer van bovenstroomse peilgebieden met vuiler water. Bij deze aanvoer wordt er geen schoon water vastgehouden en kan het peil niet uitzakken naar het minimum. Selectiecriteria voor ontsnippering zijn: - het bergingstekort mag niet toenemen tenzij er compensatiemogelijkheden zijn. Belang tegengaan maaivelddaling In de loop van de tijd zakt het maaiveld als gevolg van drooglegging van de polders. Dit heeft gevolgen voor de verschillende functies en belangen waarvan het risico al in bovenstaande paragraven is beschreven. Het maaiveld daalt niet homogeen maar ongelijk. Er zijn plekken die sneller zakken dan andere. Dit resulteert vaak in lage plekken in peilgebieden. Dit soort plekken kunnen veel knelpunten opleveren voor het waterbeheer. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen wordt het belang maaivelddaling apart beoordeeld. Naar verloop van tijd kan het noodzakelijk zijn om de peilen aan te passen aan de lagere delen in de polder. Daarbij kunnen peilgebieden in peil worden verlaagd of kunnen er nieuwe gebieden met een lager peil ontstaan. De mate van zakking is afhankelijk van de diepte van de grondwaterstand (grondwaterregime) en de grondslag. In opgehoogde stedelijke gebieden is het droge deel van de bodem ongevoelig voor zettingen maar de onderliggende bodemlagen kunnen wel sterk zakken, met name als de grondwaterstand uitzakt tot beneden de opgehoogde laag. In stedelijke gebieden worden gezakte gebieden na verloop van tijd weer opgehoogd. Tabel- 27 Overzicht belangen functie maaivelddaling Thema Belang GGOR - Grondwater voorkomen lage grondwaterstanden, voorkomen lage grondwaterstanden in zettingsgevoelige bodemlagen GGOR - Oppervlaktewater Geen verlaging van het oppervlaktewaterpeil. Droogte Zo hoog mogelijk peil tijdens droogte Wateroverlast - Waterkwaliteit & Ecologie - Waterkering - Beheer watersysteem - Criterium Optimale situatie Grondwaterstanden niet lager dan de opgehoogde laag of geen verlaging van het huidige grondwaterregime. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

200 Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 28 Effecten peilafweging belang maaivelddaling -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt Maaivelddaling algemeen Peil wordt verlaagd met meer dan de maaivelddaling Peil wordt verlaagd met meer dan de maaivelddaling Het peil niet verandert Peil wordt verhoogd waardoor maaivelddaling wordt afgeremd Peilverhoging waardoor er bijna geen maaivelddaling meer zal optreden (er ontstaat een zeer geringe drooglegging) Belang objecten aan het water Deze belangen bevinden zich in of aan het water. Hierbij valt te denken aan beschoeiingen, kaden, steigers, terrassen en tuinen. Kenmerkend is dat ze sterk op een vast peil gericht zijn. Als het peil wijzigt is de situatie niet meer optimaal. Zo kan het waterpeil voor kaden te laag zijn. Bij terrassen en tuinen kan een peilverhoging vernatting of inundatie veroorzaken. Houten beschoeiing functioneert goed bij een vast peil, bij verhoging wordt de golfslag niet meer gekeerd en bij een peilverlaging heeft de beschoeiing een kortere levensduur. Tabel- 29 Overzicht belangen objecten aan het water Thema Belang GGOR - Grondwater - GGOR - Oppervlakte- Geen verlaging en geen verhoging van het oppervlaktewaterpeil. Water Droogte Aanvullen van oppervlaktewater Wateroverlast Voorkomen van vernatting of onderlopen van laaggelegen tuinen, steigers en terrassen Waterkwaliteit & Ecologie - Waterkering - Beheer watersysteem - Criterium Optimale situatie Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

201 Oppervlaktewaterpeilen niet wijzigen. Afweging oppervlaktewaterpeil Tabel- 30 Effecten peilafweging belang maaivelddaling -- - Groot negatief Beperkt Neutraal effect negatief effect effect 0 + Beperkt positief effect ++ Groot effect positief Knelpunt schade of overlast door wijzigen peil Geen knelpunt Bij huidig peil Peilveranderin g te groot (>10 cm) Peilveranderin g te groot (>10 cm) Kleine peilveranderin g (0-10 cm) Kleine peilveranderin g (0-10 cm) Peil verandert - - niet Optimale situatie Droogte Uit de beschrijving van belangen en doorvertaling naar toetscriteria volgt de volgende set aan criteria voor de optimale situatie thema Droogte: Voldoende inlaatcapaciteit Voldoende verdeling over alle watergangen Regelbaarheid van de hoeveelheid inlaatwater Voor de toetsing aan het criterium voldoende inlaatcapaciteit wordt de aanvoerbehoefte bepaald. De aanvoernorm is per peilgebied volgens de beleidsregels kunstwerken in wateren bepaald en in tabel- 31 weergegeven: Grasland/akkerbouw/stedelijk gebied: Open water: 2,7 mm/dag 6,0 mm/dag Figuur 8-22 geeft het resulterende aanvoerdebiet per bemalingsgebied weer. In dezelfde figuur is bovendien de aanvoernorm per peilgebied berekend. Tabel- 31 Aanvoernorm per bemalingsgebied Polder Oppervla k totaal (ha) Wateroppervl ak (ha) %- Wateroppervl ak Aanvoernor m (mm/dag) Aanvoernor m (m³/min) polder Holierhoek Vlaardingen- 406,6 22,2 5,5 2,9 8,1 213,0 8,8 4,1 2,8 4,2 polder Vlaardingen-oost 89,1 2,3 2,6 2,8 1,7 polder Vettenoord 92,2 1,7 1,9 2,8 1,8 polder Vlaardingen-west 369,9 20,1 5,4 2,9 7,4 Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

202 De situatie is dan optimaal als de capaciteiten van de inlaten gelijk of groter dan de aanvoernorm zijn. Alle peilgebieden moeten over een directe of indirecte aansluiting aan een inlaat beschikken. Ten behoeve van waterverversing moet zich het water over alle watergangen in ieder peilgebied kunnen verdelen. De hoeveelheid inlaatwater moet goed stuurbaar zijn (beheersbaarheid van het watersysteem). Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

203 BIJLAGE 6 Methodiek Inleiding Om de doelen te realiseren zullen een aantal stappen worden doorlopen. Deze stappen zijn gebaseerd op de GGOR-systematiek en zijn specifiek gemaakt voor het peilbesluit. In figuur 4-1 zijn de algemene stappen afgebeeld. Hierin zijn de hoofdstappen te zien. Elk thema heeft specifieke aanpassingen. De hoofdstappen blijven echter gelijk om overzicht te kunnen creëren van de resultaten. Methodiek watersysteemanalyse De algemene stappen zijn afgebeeld in figuur 4-1. In het schema zijn in het blauw aangegeven de stappen van het peilbesluit. De overige stappen vallen buiten het peilbesluit. Figuur- 9 Algemene methodiek Watergebiedsstudie Waterweg-Oost Onderdelen van de methodiek Analyse watersysteem: Deze analyse is een brede inventarisatie en analyse van het watersysteem om een indruk te krijgen van de werking ervan en onderlinge relaties. De invoer komt uit gebiedsinformatie. Deze informatie komt idealiter uit monitoring en evaluaties van vorige gebiedsstudies maar er kunnen ook aanvullende inventarisaties worden uitgevoerd. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

204 Actuele Situatie: Uit het peilbesluit kunnen themaspecifieke knelpunten worden gedestilleerd. Wat een knelpunt is, wordt bepaald door de wensen en eisen van de aanwezige functies en belangen (Optimale Situatie). De Actuele situatie moet dus toetsbaar zijn aan die wensen. Optimale Situatie: In de optimale situatie wordt aangegeven wat vanuit de doelen (beleid) en de functies de optimale situatie is. Dit is per functie en per thema een norm of wens. Van deze optimale situatie kan een theoretisch plaatje worden gemaakt. De eisen en wensen van deze optimale situatie vormen de toets van de actuele situatie. Knelpunten: Hierin worden actuele en optimale situatie met elkaar vergeleken. Omdat de optimale situatie theoretisch is, moet er ook pragmatisch naar gekeken worden. Soms is het technisch niet mogelijk om de optimale situatie te toetsen. Dan wordt een pragmatische oplossing gekozen. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van de aanwezige veldkennis. De knelpunten zijn één van de belangrijkste resultaten van het peilbesluit. Afweging: Eerst worden allerlei mogelijke maatregelen als oplossing voor de knelpunten onderzocht. Onrealistische maatregelen vallen af, zodat er een set oplossingrichtingen overblijft. De effectiviteit van die oplossingsrichtingen wordt in beeld gebracht. In dit peilbesluit wordt er alleen in het thema GGOR uit de oplossingsrichtingen een keuze gemaakt. Deze keuze houdt in dat er peilen worden voorgesteld die opgenomen worden in het peilbesluit. Gewenste Situatie/oplossingsrichtingen: Uit de afweging volgt of een advies aan voorgestelde maatregelen of een set aan haalbare (effectieve) maatregelen. Dit is afhankelijk van de thema s. Voor het thema GGOR wordt wel een keuze gemaakt in de vorm van een peilvoorstel voor het oppervlaktewaterregime. Dit peilvoorstel wordt rechtstreeks opgenomen in het peilbesluit (zie vervolgtrajecten). Stappen buiten het peilbesluit Vervolgtrajecten: Voor de diverse thema s gelden verschillende vervolgtrajecten. Hierbij valt te denken aan maatregelen die rechtstreeks door Delfland worden uitgevoerd, waterplannen, gemeentelijke rioleringspannen en peilbesluiten. Dit valt buiten het peilbesluit. Advies RO: Het is mogelijk dat uit het peilbesluit blijkt dat een functie voor het watersysteem niet op de goede plek staat (m.a.w. de waterbeheerder is niet in staat deze functie te bedienen). Dan kan een maatregel zijn om een andere functie aan te bevelen. Methodiek GGOR De GGOR-methodiek is op hoofdlijnen gelijk aan die van het peilbesluit. Maar om knelpunten te bepalen geeft de gebiedsbeschrijving te weinig informatie over grondwaterregimes. Het vergelijken van actuele en optimale grondwatersituatie per afzonderlijk belang is met de beschikbare gegevens niet mogelijk. Het standaard GGORschema is daarom uitgebreid met een blokje potentiële knelpunten en klachten. Hieronder worden de verschillende onderdelen van methodiek toegelicht. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

205 Figuur- 10 Schematisatie methodiek GGOR Analyse en AGOR In de analyse worden het volgende onderzocht: 1. Op basis van geïnventariseerde gegevens worden een gebiedsbeschrijving gemaakt 2. Klachten en potentiële knelpunten Potentiële knelpunten worden bepaald aan de hand van de droogleggingskaart eventueel aangevuld met nadere analyse. Verder wordt bij de gemeente\ gebiedskenners gevraagd waar klachten zijn. De combinatie van zowel potentiële knelpunt als klacht geeft een knelpunt. Deze werkwijze geldt voor grondwatergerelateerde belangen. Knelpunten van belangen (zoals flexibel peil, berging en ontsnippering) die gerelateerd zijn aan oppervlaktewater worden op een andere manier bepaald. 3. Kansrijkheid toepassen flexibel peil. In de beleidsnota is als uitgangspunt opgenomen dat voor elk peilgebied flexibel peilbeheer wordt afgewogen als bijdrage aan waterkwaliteits- en waterkwantiteitsdoelstellingen van dat gebied. De beleidsnota geeft hiervoor een stappenplan waarmee bepaald kan worden of flexibel peil wenselijk is. In de analyse worden peilgebieden geselecteerd die voldoen aan een aantal voorwaarden waarbij de maatregel flexibel peil effectief kan zijn. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de optimale situatie 4. Kansrijkheid op het samenvoegen peilgebieden op basis van criteria uit de OGOR. De AGOR zal niet van het grondwater bepaald worden alleen het de actuele oppervlaktewaterregimes (peilen) zullen worden gerapporteerd. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

206 OGOR In het Optimale Grond- en OppervlaktewaterRegime is aangegeven wat de optimale situatie is voor ieder belang. Deze optimale situatie is gebaseerd op de nota peilbesluiten en is aangevuld daar waar nodig. Gezien de methode is het ook nodig om niet alleen de optimale situatie maar ook risico s van verandering in oppervlaktewaterpeil te benoemen. Omdat het OGOR ook veel uitgangspunten voor de afweging bevat, wordt in de rapportage eerst het OGOR behandeld. In de OGOR worden: - Optimale situatie t.a.v. grondwater en/of oppervlaktewater benoemt. - Waar nodig een doorvertaling van grondwatergerelateteerde belangen naar oppervlaktewaterpeilen gemaakt. - Effecten van peilwijzingen benoemd Voor de peilafweging is het van belang wat het effect is van peilveranderingen voor de verschillende belangen. Daarom is er per belang een tabel opgenomen hoe de effecten zijn van peilveranderingen in het oppervlaktewater. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de effecten bepaald zijn. Tabel- 32 Voorbeeld effect peilwijziging bij aan- of afwezigheid knelpunt Effect Groot negatief Beperkt Neutraal effect: Beperkt positief effect negatief effect effect ++ Groot effect positief Knelpunt Peilverandering veroorzaakt (risico op) grote verslechtering knelpunt Peilverandering veroorzaakt (risico op) kleine verslechtering knelpunt Peil verandert niet: bestaande knelpunt verslechtert niet Peilverandering veroorzaakt (kans op) vermindering van het knelpunt Peilverandering veroorzaakt (kans op) oplossen knelpunt Geen knelpunt Peilverandering veroorzaakt (risico op) ontstaan groot knelpunt Peilverandering veroorzaakt (risico op) ontstaan beperkt knelpunt (binnen maatschappelijk aanvaardbaar risico) Peil niet verandert Peilverandering veroorzaakt lichte afname op het risico dat er een knelpunt ontstaat Peilverandering veroorzaakt sterke afname op het risico dat er een knelpunt ontstaat Knelpunten Een knelpunt is een verschil tussen actuele en optimale situatie. Een echte vergelijking tussen AGOR en OGOR is er niet want er wordt niet kwantitatief aangetoond of er sprake is van een knelpunt. Wel wordt nagegaan of potentiële knelpunten (lage drooglegging) bevestigd wordt door klachten (combinatie). Als er geen knelpunt is, is Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

207 AGOR gelijk aan OGOR en is het actuele oppervlaktewaterregime (peil) optimaal. Een knelpunt leidt tot het benoemen van oplossingsrichtingen, oftewel een peilvariant. Oplossingsrichtingen en effecten peilwijziging 1. Voor elk knelpunt wordt één of meerdere oplossingsrichtingen (peilvarianten) benoemd 2. Per belang wordt aangegeven wat de globale effecten van peilvarianten zijn aan de hand van de standaardeffecten volgens de OGOR. GGOR en effectieve oplossingsrichting Het oppervlaktewaterregime (het peil) wordt gekozen op basis van de effecten voor de verschillende belangen per peilgebied. De effectieve oplossingsrichting kan inhouden dat er maatregelen nodig zijn om het GGOR te bereiken. Als dat maatregelen zijn die Delfland moet uitvoeren dan zal dat verder uitgewerkt worden. Andere maatregelen kunnen geadviseerd worden. Effecten worden globaal bepaald. De effecten worden weergegeven voor alle belangen en voor de kosten van eventuele maatregelen. Peilafweging Hoofddoel van dit peilbesluit is de peilafweging t.b.v. nieuwe peilbesluiten. Daarom moet de GGOR-methode in de gebruikelijke peilafweging wordt geïntegreerd. In onderstaande paragraven wordt aangegeven welke methode wordt gebruikt om een peilafweging te maken. Overleg en afspraken met derden Voor de peilafweging worden met de gemeente werkafspraken gemaakt over riolering, drainage en grondwaterknelpunten in stedelijk gebied. Als er archeologische waarden aanwezig zijn in een gebied waar een peilverlaging wordt overwogen dan wordt er contact opgenomen met de provincie. In dit overleg wordt nagegaan of de voorgenomen peilverlaging mogelijk tot aantasting van de archeologische waarden kan leiden. Methoden beleidsnota peilbesluiten In de beleidsnota peilbesluiten worden diverse methoden aangereikt om peilen af te wegen. Hieronder is weergegeven in hoeverre die methoden gebruikt kunnen worden en of ze vanwege de GGOR-systematiek anders worden gehanteerd. Flexibel peilbeheer De beleidsnota geeft hiervoor een stappenplan waarmee bepaald kan worden of flexibel peil wenselijk is: stap 1. Behoefte bepalen aan flexibel peilbeheer stap 2. Bepalen technische marge stap 3. Bepalen kosten In dit peilbesluit wordt stap 1 in een brede afweging voor de hele polder meegenomen. Voor de peilgebieden waar behoefte aan flexibel peilbeheer bestaat, wordt dit in de peilafweging meegenomen en daarbij zal ook stap 2 bepaald worden. Indien flexibel peil een haalbare optie is, zal ook stap 3 worden uitgevoerd. Drooglegging stedelijk gebied Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

208 De volgende werkwijze wordt in de beleidsnota voorgesteld voor het bepalen van het peil in stedelijk gebied: 1. De gemeente geeft per peilgebied de gewenste ontwateringsdiepte aan 2. Er wordt een inschatting gemaakt van de relatie tussen oppervlaktewaterpeil en de ontwateringsdiepte 3. Er wordt bepaald of er een wens bestaat voor de functie om het oppervlaktewater bij te stellen. Daarbij moet speciale aandacht besteed worden aan de voorkomende funderingstypen en ondergrondse infrastructuur. 4. Het resultaat van voorgaande stappen wordt door Delfland meegenomen in het voorstel voor het nieuwe oppervlaktewaterpeil. Omdat de GGOR-systematiek de grondwaterregimes als uitgangspunt neemt, wordt deze aanpak niet gehanteerd. In de beschreven methode staat de overweging om grondwaterknelpunten aan te pakken centraal. Een toetsing op een ontwateringsdiepte doet daar geen recht aan. Grasland De toetsing van deze landbouwkundige functie aan een droogleggingsrichtlijn van 0,60 tot 0,80 m wordt overgenomen. Beslisboom afwijkende peilen Gebieden met afwijkende peilen worden getoetst volgens de beleidsnota en vervolgens wordt de beslisboom afwijkende peilen toegepast (zie beleidsnota peilbesluiten par ) Methodiek Peilafweging Stap 1. Tabel maken met de in het peilgebied voorkomende belangen. Per belang wordt aangegeven : - de optimale situatie (hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk Optimale situatie waarin per belang en per peilgebied de optimale situatie wordt bepaald) - de actuele situatie (hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk Actuele situatie waarin per belang en per peilgebied de Actuele situatie wordt bepaald) - de knelpunten (hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk Actuele situatie waarin de knelpunten zijn benoemd) - de mogelijke oplossingen per knelpunt Stap 2. Selecteren kansrijke peilvoorstellen (uitfilteren niet kansrijke peilvoorstellen) Peilvoorstellen die niet realistisch zijn omdat ze te veel afwijken van het beleid of kostentechnisch onhaalbaar zijn, worden uitgefilterd in deze stap. Stap 3. Globale maatregelen en kosten (baten) bepalen Voor de kansrijke peilvoorstellen wordt globaal bepaald welke maatregelen nodig zijn en welke kosten daar mee gemoeid zijn. Stap 4. Aangeven wat de effecten van peilvoorstellen zijn in de tabel peilvoorstellen en belangen, een effect per belang t.o.v. referentiesituatie (huidige praktijkpeil): ++ zeer positief effect/ grote verbetering/ voldoet aan optimale situatie + positief effect/ verbetering/ beweegt in de richting van de optimale situatie +- geen groot effect/ geen verschil Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

209 - negatief effect/ verbetering/ verslechtering -- zeer negatief effect/ een grote verslechtering Omdat de effecten niet kwantitatief kunnen worden weergegeven, wordt een de effecten kwalitatief weergegeven. Stap 5. Peilafweging/ onderbouwen peilkeuze De verschillen tussen de peilvoorstellen worden in deze stap besproken. Hierbij wordt rekening gehouden met belangen en de effecten onderling nooit goed te vergelijken zijn. De afweging is dus nooit een sommetje van plussen en minnen. vergelijken peilvoorstellen (inclusief kosten en ) Stap 6. Peilkeuze en maatregelen In deze stap wordt het peilvoorstel duidelijk vermeld en de bijbehorende maatregelen kort uitgewerkt. Voorbeeld peilafweging Tabel- 33 Voorbeeldtabel belangen bij peilafweging Belang Optimale situatie Actuele situatie knelpunt Recreatie Park Onderheide bebouwing (nietkwetsbare fundering) Flexibel peil Tegengaan maaivelddal ing Tegengaan versnipperi ng Tegengaan wateroverla st Peil 20 cm lager Huidig peil natte plekken in het park Peilvoorstellen Huidig peil Geen problemen E. Huidig peil Huidig peil tot + 20 cm Hoger peil Mogelijkheid om flexibel peil in te voeren Delen in het park (recreatie) zijn gezakt Polder bestaat uit relatief veel peilgebieden A. Verlagen peil met 20 cm (aanpassen stuw + extra baggeren) B. Verlagen peil met 10 cm (aanpassen stuw) C. In het lage deel een apart peilgebied maken (aanleg kunstwerk en gemaaltje) D. Ophogen gebied F. Flexibel peil 20 cm G. Flexibel peil 15 cm B. Huidig peil + 10 cm H. Huidige peil + 20 cm I. Samengaan met ander peilgebied waardoor peil met 30 cm wordt verlaagd Lager peil Klein bergingstekort - Tegen het beleid om peil te verlagen voor meer berging Uitfilteren niet-kansrijke peilvoorstellen Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

210 Het verhogen of verlagen van het peil met meer dan 10 cm is niet kansrijk vanwege de tegengestelde belangen. Samenvoegen met ander peilgebied is niet kansrijk vanwege peilverschil en kosten. Kansrijke peilvoorstellen en maatregelen Peilvoorstel A. Huidig peil + 10 cm Om het peil te verhogen moet de stuw van het peilgebied aangepast worden. De kosten voor Delfland bedragen euro. Peilvoorstel B. Huidig peil en ophogen gebied Hiervoor zijn geen kosten voor Delfland aan verbonden. Wel zullen gemeente en particulieren de ophogingen moeten bekostigen. Peilvoorstel C. Huidig peil 10 cm Om het peil te verhogen moet de stuw van het peilgebied aangepast worden. De kosten voor Delfland bedragen euro. Peilvoorstel D. Nieuw peilgebied met 10 cm lager peil Om een nieuw peilgebied in het lage deel van het park te maken is nieuw gemaal nodig. De kosten voor Delfland bedragen euro. Tabel- 34 Voorbeeldtabel effecten peilvoorstellen Belang Peilvoorstel 1 Peilvoorstel 2 Peilvoorstel 3 Peilvoorstel 4 Recreatie Park Onderheide bebouwing (niet-kwetsbare fundering) Flexibel peil Tegengaan maaivelddaling Tegengaan versnippering Tegengaan wateroverlast Kosten (indicatief) ,- 0, , ,- Peilafweging Een vergelijking van de verschillende peilvoorstellen laat zien dat in: - Peilvoorstel 1 een grote verslechtering oplevert voor recreatie, - Peilvoorstel 2 geen grote verbeteringen oplevert maar ook geen verslechteringen - Peilvoorstel 3 geen grote verbetering voor recreatie oplevert en beleidsmatig slecht scoort vanwege het risico dat de maaivelddaling toeneemt. - Peilvoorstel 4 weliswaar een grote verbetering recreatie oplevert maar beleidsmatig slecht scoort vanwege het risico dat de maaivelddaling toeneemt en het aantal peilgebieden toeneemt. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

211 Kortom de grootste voor- en nadelen zitten in de alternatieven waarbij het peil verandert. Dit komt door tegenstrijdige belangen. In peilvoorstel 1 verslechtert de situatie voor de functie recreatie. Beleidsmatig zijn peilvoorstel 3 en 4 een verslechtering voor resp. tegengaan maaivelddaling en versnippering. Deze nadelen wegen niet op tegen de nadelen van het huidige peil. Bovendien zijn er ook andere maatregelen voor de functie recreatie te nemen. Peilvoorstel brengt geen kosten met zich mee voor Delfland. Peilvoorstel, effecten en maatregelen Voorgesteld wordt om het huidig peil te handhaven(peilvoorstel 2). Het effect van dit peil is dat de natte plekken in het park niet verdwijnen Met het ophogen van lage plekken in het park kan de grondwateroverlast worden opgelost. De verantwoordelijkheid voor deze maatregel ligt bij de gemeente. Uitvoerbaarheid GGOR-analyses Een praktische beperking bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen m.b.t. GGOR in het stedelijk gebied binnen Delfland is dat de werking van het ondiepe grondwatersysteem complex is. Daarnaast zijn doorgaans minder gegevens beschikbaar dan nodig om het grondwaterregime en grondwatersysteem met voldoende nauwkeurigheid te beschrijven. Het grondwaterregime kan lokaal sterk verschillen. figuur 8-5 in hoofdstuk 8 illustreert dit. Dit wordt veroorzaakt door lokale verschillen in: verhardingsgraad; bodemopbouw; afstand tot drainagemiddelen; aanwezigheid van andere drainagemiddelen anders dan watergangen zoals (bouw)drainage en lekke riolering; de aanwezigheid van vegetatie. Benodigde nauwkeurigheid Om in stedelijk gebied grondwaterknelpunten in beeld te brengen is een nauwkeurigheid van een beschrijving van het grondwaterstandregime van ongeveer 10 cm nodig. (onderbouwing). Omdat de dichtheid van een meetnet van peilbuizen in een gebied altijd onvoldoende is om hiervan een vlakdekkend beeld te kunnen geven, ligt het gebruik van een grondwatermodel voor het bepalen van het grondwaterstandregime voor de hand. Een grondwatermodel kan echter in veel gevallen niet de grondwaterstanden met de gewenst nauwkeurigheid berekenen omdat de gegevensdichtheid van met name de bodemopbouw en de gegevens van drainage ontoereikend is. Dit is een reden waarom er voor gekozen is in eerste instantie geen ruimtelijk grondwatermodel in te zetten. Aanpak Samengevat wordt de volgende aanpak gehanteerd: 1. globale inschatting grondwatersysteem en grondwaterknelpunten 2. analyseren gemeten grondwaterstanden en aanvullende gegevens 3. toets van analyse met praktijkkennis Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

212 Er wordt gekozen voor een aanpak waarbij eerst op een globale wijze een inschatting wordt gemaakt van de werking van het grondwatersysteem en knelpunten daarin. Daarbij wordt gebruik gemaakt van beschikbare (meet)gegevens en gebiedskennis en worden geen aanvullende metingen gedaan of gegevens verzameld. Door het analyseren van de gemeten grondwaterstanden met een tijdreeksanalyse en een toets met praktijkkennis en ervaren klachten wordt een beeld verkregen van het functioneren van de drainage in verschillende gebieden. Dit wordt aangevuld met gegevens over maaiveldhoogte (drooglegging), bodemopbouw, percentage open water en verhardingsgraad. Dit levert inzicht in: - De hoogte van de grondwaterstanden en aanwezigheid van grondwaterknelpunten - De mate van drainage in deelgebieden en de relatie met bodemopbouw - De drooglegging en de mate waarin knelpunten kunnen ontstaan door te kleine droogleggingen. - De mate van interactie tussen grond en oppervlaktewater. Valt de drainagebasis samen met het oppervlaktewatersysteem dan is dit een indicatie van de relatie is tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterstanden - De verklaarbaarheid van dynamiek van grondwaterstanden uit neerslag en verdamping. Naarmate metingen beter met een tijdreeksanalyse kunnen worden verklaard is de kans groter dat het systeem met een grondwatermodel voldoende nauwkeurig kan worden gesimuleerd. Resultaat aanpak Uit deze analyse volgt een beeld van gebieden waar knelpunten met hoge grondwaterstanden meer of minder waarschijnlijk zijn. Gebieden met een grote drooglegging, veel oppervlaktewater en een goed doorlatende bodem hebben een geringe kans op grondwateroverlast. Gebieden met geringe drooglegging en slecht doorlatende bodem hebben een grote kans op grondwatoverlast. Of er daadwerkelijk knelpunten zijn hangt vervolgens af van lokale omstandigheden, zoals stoorlagen inde bodem en de aanwezigheid drainage waarover vaak geen gegevens bekend zijn Een voordeel van deze aanpak is dat eerst wordt geschat of een modellering nodig en kansrijk is. Bovendien kost de bouw en calibratie van een ruimtelijk grondwatermodel veel tijd en geld. De consequentie hiervan is dat een deel van de vragen die volgen uit de doelen niet goed beantwoord kan worden. Consequenties aanpak Wat betreft de vraag Wat is het grondwaterregime? ontstaat geen vlakdekkend beeld. Er worden analyses van grondwaterstandmeetreeksen uitgevoerd, zodat alleen op de punten waar peilbuizen staan het grondwaterregime wordt bepaald. De vragen Waar is het te nat voor de aanwezige functies? en Waar is het te droog voor de aanwezige functies? kunnen niet vlakdekkend worden getoetst. Dit betekent dat voor gebieden niet meer dan een verwachting voor het voorkomen van knelpunten kan worden opgesteld. Dit betekent op zijn beurt dat bij de knelpuntenanalyse van het grondwatersysteem sterk moet worden afgegaan op klachten van burgers. Het betekent ook dat klachten van burgers niet kunnen worden getoetst aan de uitgevoerde knelpuntenanalyse. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

213 In de volgende vragen ontstaat wel inzicht maar het detailniveau is beperkt: c) Welke eigenschappen van het grondwatersysteem bepalen het grondwaterregime? f) Zijn er grondwaterknelpunten of andere knelpunten waarvoor peilaanpassing mogelijk gewenst is? g) Is er nu of in de toekomst een duidelijke interactie tussen grondwater en oppervlaktewater in het (deel)gebied? In de volgende vragen ontstaat wel inzicht, maar het antwoord is indicatief en heeft onvoldoende nauwkeurigheid om peilwijzigingen te onderbouwen. h) Kunnen grondwaterstanden met oppervlaktewaterstanden voldoende worden beheerst? j) Is de bodem voldoende doorlatend voor de maatregelen drainage aanbrengen en het wijzigen van oppervlaktewaterpeilen? Verfijnen van analyses De uitgevoerde GGOR-analyses geven een tamelijk grof beeld van de grondwaterhuishouding en de mate waarin zich knelpunten voordoen. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de zojuist beschreven beperking, namelijk dat het grondwatersysteem complex en ruimtelijk sterk gevarieerd is, wat vraagt om veel informatie voor een goede beschrijving en verklaring van het systeem. Die informatie is echter moeilijk in te winnen. Daarnaast wil Delfland van grof naar fijn werken om de onderzoeksinspanning te beperken. Inventarisatiefase Het ligt voor de hand gebieden die in de knelpuntenanalyse beoordeeld worden als gebieden waar zich zeer waarschijnlijk knelpunten voordoen nader te onderzoeken. Hetzelfde geldt voor gebieden waar veel klachten van burgers zijn. De vergelijking van AGOR met OGOR is voorlopig alleen uitgevoerd voor het grondgebruik stedelijk bebouwd gebied, aangezien dit het belangrijkste grondgebruik is in een stedelijk gebied. De eisen die bebouwing stelt aan het grondwaterregime zijn leidend voor de vergelijking van AGOR met OGOR. Daarbij is zowel gekeken naar grondwateroverlast, grondwateronderlast als het voorkomen van schade door zettingen. Door het AGOR alleen te toetsen voor het grondgebruik stedelijke bebouwd gebied blijft de toetsing eenvoudig en overzichtelijk. Analysefase en afwegingsfase Of nader onderzoek en het inwinnen van extra gegevens plaatsvindt, moet overwogen worden en in overleg tussen de gemeente Vlaardingen Delfland worden vastgesteld. Dit kan plaatsvinden binnen het kader van deze watergebiedstudie. Ten aanzien van de meeste andere belangen zoals geologie, kabels en leidingen en keringen hoeft pas te worden getoetst op het moment dat een verandering van het grondwaterregime plaatsvindt. Mocht daarom blijken dat een verandering van het grond- en oppervlaktewaterregime gewenst is voor het oplossen van knelpunten bij bebouwing, dan zal worden getoetst of dat voor de overige belangen toelaatbaar is De doelen worden kortom pragmatisch aangepakt zonder een sluitende theoretische onderbouwing. Daarom is een risicobenadering van belang. Hierbij valt te denken aan het beperken van risico s door: Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

214 - extra te onderzoeken - te monitoren - gevoeligheidsanalyses - bij aanpak van knelpunten rekening houden met de mogelijkheid van afwijkingen - afspraken maken over mogelijke nieuwe knelpunten - in afwegingen het vermijden van risico s mee te nemen Methodiek Droogte De methodiek voor het thema droogte volgt de algemene methodiek van het peilbesluit. Omdat er voor dit thema geen beleid is opgesteld, is het doel niet ambitieus en wordt er relatief weinig onderzoek naar gedaan. In de huidige situatie wordt de aan- en afvoer beschreven en in kaart gebracht (kaart met inlaatpunten en stromingsrichting aanvoer). In de Optimale situatie worden de eisen benoemd waaraan het watersysteem moet voldoen om de wateraanvoer in de polder te waarborgen. Figuur- 11 Methodiek thema Droogte Knelpunten op het gebied van waterinlaat en aanvoercapaciteit worden benoemd (theoretisch: benodigde inlaatpunten, inlaatcapaciteit, praktijkknelpunten: beheer, functioneren inlaatpunten). Dit wordt zonder uitgebreid oppervlaktewatermodel onderbouwd. Knelpunten op het gebied van het doorspoelen van het watersysteem worden achterwege gelaten omdat dit een grote overlap heeft met het thema waterkwaliteit en ecologie. Methodiek Beheer en onderhoud Het doel voor dit thema is het vergroten van veldkennis en het mogelijk maken van beheerdersoordelen t.a.v. het watersysteem. De veldkennis wordt vergroot door inventarisatie in eigen beheer uit te voeren en de oplevering van de watersysteembeschrijving tijdens de inventarisatiefase. Omdat deze doelen niet Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

215 meetbaar beschreven kunnen worden wordt het ook niet in een schema weergegeven. Per stap van de algemene methodiek wordt het thema wel beschreven. Methodiek Waterkwaliteit & Ecologie en Keringen Voor de thema s Waterkwaliteit & Ecologie en Keringen worden geen resultaten opgeleverd. Het doel is dat deze thema s geen negatieve effecten ondervinden van maatregelen. Dat betekend dat effecten van maatregelen integraal moeten worden bepaald. Deze effectbepaling komt aan bod in de afwegingsfase. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

216 BIJLAGE 7 Analyses De resultaten van de studie worden bereikt door het uitvoeren van diverse analyses. De resultaten van deze analyses moeten geordend worden volgens de aangegeven methodiek. In dit hoofdstuk worden de analyses uitgewerkt en aangegeven hoe deze analyses binnen de systematiek passen. Analyse grond- en oppervlaktewatersyteem Eerste stap in de GGOR-systematiek is het in beeld brengen van het watersysteem. Daarvoor wordt informatie verzameld en worden analyses uitgevoerd om daarmee het systeem te karakteriseren. Gebiedsindeling Het oppervlaktewatersysteem en het grondwatersysteem zijn eerst voor geheel Vlaardingen apart beschreven. Ook het grondwaterregime en het oppervlaktewaterregime zijn voor geheel Vlaardingen apart beschreven. Daarna is per wijk een synthese van deze informatie gemaakt. Hiervoor is gekozen omdat binnen de meeste wijken de bodemopbouw, het peilbeheer van het oppervlaktewatersysteem, en de maaiveldhoogte redelijk homogeen zijn. Dit zijn alle drie eigenschappen van het studiegebied die het grondwaterregime voor een deel bepalen. Ook is in een deel van de wijken de ouderdom van de bebouwing redelijk homogeen. Met name Centrum en Oostwijk zijn ten aanzien van maaiveldhoogte en oppervlaktewatersysteem heterogeen. Daarom zijn deze gebieden in de systeemanalyse en beschrijving van het grond- en oppervlaktewaterregime behandeld per peilgebied. Werkwijze en instrumenten analyse De systeemanalyse is gemaakt door verschillende gegevens en deelanalyses samen te brengen. Dit zijn: Maaiveldhoogte Peilgebiedsbegrenzing Oppervlaktewaterpeilen Ligging watergangen en percentage oppervlak watergangen Meetreeksen grondwaterstanden gemeten in de peilbuizen in Vlaardingen o 10-, 50- en 90-percentielgrondwaterstanden o 10- en 90-percentielontwateringsdiepten o Dynamiek (verschil 10- en 90-percentielgrondwaterstanden) o Drainagebases o Drainageweerstanden (M0) Maaiveld rondom bebouwing Drooglegging (verschil maaiveldniveau en oppervlaktewaterpeil) Bodemopbouw Geologie Verhardingsgraad Op het moment van schrijven beschikken we niet over gegevens van drainage en andere drainerende middelen zoals lekke riolering. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

217 Maaiveld rondom bebouwing De niveau s van de vloeren van gebouwen zijn belangrijk bij het in beeld brengen van de grondwaterhuishouding. De grondwaterhuishouding wordt beschreven vanuit het perspectief van de functies van het gebied, dat in dit geval stedelijk is. Bebouwing speelt in stedelijk gebied een belangrijke rol in de functies die het gebied heeft. Grondwateroverlast en grondwateronderlast zijn in stedelijk gebied met name gekoppeld aan bebouwing en gaan over de mate waarin het AGOR een knelpunt is. Hierbij is het vloerpeil het referentieniveau. De vloerpeilen waren bij aanvang van dit peilbesluit niet bekend bij Delfland. Daarom is het gemiddeld maaiveldniveau in een straal van twee meter rondom ieder gebouw bepaald. Dit niveau geeft een indruk van het niveau van de vloeren van bebouwing op de begane grond. De vloerpeilen zullen veelal hoger zijn dan het gemiddeld maaiveld rond het gebouw. Een aannemelijk verschil hiervoor is circa 0,10 m. De 10- en 90-percentielontwateringsdiepten zijn bepaald ten opzichte van het gemiddeld maaiveld rondom de bebouwing. Meetreeksanalyse In Vlaardingen staan circa 130 peilbuizen. De periode waarover de grondwaterstanden gemeten zijn en de periodiciteit verschillen. Alle meetreeksen met 80 of meer waarnemingen zijn geanalyseerd. De resultaten uit de analyse van de meetreeksen is zowel benodigd voor het bepalen van het grondwaterregime als voor de systeemanalyse. Per meetreeks zijn de volgende waarden bepaald: 10-, 50- en 90-percentielgrondwaterstanden 10-, 50- en 90-ontwateringsdiepten Dynamiek (verschil 10- en 90-percentielgrondwaterstanden) Drainageweerstanden Drainagebases 10-, 50-, en 90-percentielgrondwaterstanden Uit de meetreeksen zijn de 10-, 50-, en 90-percentielgrondwaterstanden bepaalt. Deze zijn uitgedrukt in meters ten opzichte van NAP. Wat betekenen deze percentielwaarden? Ten opzichte van de 10-percentielwaarde is 90 procent van de gemeten grondwaterstanden hoger en 10 procent lager. De 10-percentielwaarde is vergelijkbaar met de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG). De 90-percentielwaarde is vergelijkbaar met de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). De 50- percentielwaarde is gelijk aan de mediaan. 10-, 50-, en 90-percentielontwateringsdiepten De ontwateringsdiepte betreft de diepte van de grondwaterstand onder maaiveld en is uitgedrukt in meters. De 10-, 50-, en 90-percentielontwateringsdiepten waarden worden gebruikt in plaats van de meer gangbare Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG), Gemiddelde Grondwaterstand (GG), en Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). Het verschil tussen GHG, GLG, GG en 10-, 50-, en 90- percentielgrondwaterstanden is toegelicht in de alinea 90-percentiel-grondwaterstand in plaats van GHG. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

218 Drainageweerstand en drainagebasis De drainageweerstand is de weerstand die het grondwater bij stroming ondervind. De drainagebasis is het niveau van de in een gebied aanwezige drainagemiddelen. In een gebied als Vlaaringen met een dikke, slecht doorlatende Holocene deklaag is de drainagebasis vaak sterk bepaald door lokaal aanwezige drainagemiddelen. Dat kunnen watergangen zijn, maar ook drains, zandcunetten onder wegen en lekke riolering. Ligt de drainagebasis significant onder of boven het waterpeil in de watergangen, dan is een ander drainerend systeem bepalend voor de grondwaterstanden en heeft een verandering van het peil in de watergangen weinig invloed op de grondwaterstanden. Menyanthes Voor de bepaling van drainagebasis en drainageweerstand is het programma Menyanthes gebruikt. Dit programma is gemaakt voor grondwater-meetreeksanalyses. De invoer in Menyanthes was: 1. de gemeten neerslag 2. de gemeten Makkink referentie gewasverdamping 3. de gemeten grondwaterstand Het programma zoekt naar variabelen voor een functie waarmee het verloop van de grondwaterstanden in de tijd zo goed mogelijk kan worden verklaard. Deze variabelen zijn M0 en de drainagebasis. M0 is niet gelijk aan de drainageweerstand, aangezien er in de meetreeksanalyse vanuit is gegaan dat alle neerslag in de bodem infiltreert terwijl in werkelijkheid een deel van de neerslag niet infiltreert maar via verharding afvoert naar het rioolstelsel. Voor een deel van de peilbuizen kon het lokale systeemgedrag niet met voldoende nauwkeurigheid door Menyanthes worden gesimuleerd. Bij de beschrijving van AGOR zijn deze peilbuizen buiten beschouwing gelaten. Bij de systeemanalyse zijn deze reeksen in een aantal gevallen nader beschouwd en geanalyseerd met een analytische berekening (Bruggeman , een oplossing voor 1 dimensionale stroming naar ontwateringsmiddelen die vergelijkbaar is met die van Kraijenhof-van de Leur). 90-percentiel-grondwaterstand in plaats van GHG In GGOR-studies is het gebruikelijk het grondwaterregime te beschrijven met onder andere de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG). In deze watergebiedstudie is echter gebruik gemaakt van een alternatief voor deze waarden, namelijk de 90- en 10-percentielgrondwaterstanden. De GHG wordt bepaald door uit een reeks van tweewekelijks gemeten grondwaterstanden van acht jaar voor ieder jaar de drie hoogste waarden te nemen en deze 24 waarden te middelen. Voor het vaststellen van de GLG wordt dezelfde methode toegepast met de drie laagste waarden per jaar. Een nadeel van deze definitie is dat maandelijks gemeten reeksen of reeksen korter dan 8 jaar niet bruikbaar zijn om een GHG vast te stellen. Het gebruik van 10- en 90-percentielwaarden kent deze nadelen niet. In een reeks gemeten grondwaterstanden is 90% gelijk of lager dan de 90-percentielwaarde en 10% hoger. De betekenis van deze waarde is vergelijkbaar met die van de GHG. Gemiddeld is de 90-percentielgrondwaterstand 5 cm hoger dan de GHG voor de meetreeksen van Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

219 de grondwaterstanden in Vlaardingen waarvoor de GHG kon worden bepaald. De 10- percentielgrondwaterstand is gemiddeld 4 cm lager dan de GLG. Drooglegging Naast de beschrijving van de regimes is ook de drooglegging beschreven. Drooglegging is het verschil tussen het maaiveldniveau en het peil in de watergangen in het gebied. Beide variabelen zijn met relatief hoge nauwkeurigheid bekend. De drooglegging is van invloed op de grondwaterstand. Het bepaalt de hoeveelheid energie die de zwaartkracht levert die maximaal beschikbaar is voor stroming van water door de grond. Drooglegging is ook een factor voor de gevoeligheid van een gebied voor grondwateroverlast: bij een grotere drooglegging dalen de grondwaterstanden. De grootte van deze invloed is echter afhankelijk van de weerstand van de bodem en de aanwezigheid van drainagemiddelen. Bodemopbouw De analyse van boringen en sonderingen geeft inzicht in de bodemopbouw en een indicatie van te verwachten drainageweerstand en het bergingsvermogen van de bodem. Een gering bergingsvermogen en/of grote drainageweerstand resulteren in een grotere dynamiek en daarmee voor een grotere kans op knelpunten. Verkenning flexibel peil In de beleidsnota is als uitgangspunt opgenomen dat voor elk peilgebied flexibel peilbeheer wordt afgewogen als bijdrage aan waterkwaliteits- en waterkwantiteitsdoelstellingen van dat gebied. De beleidsnota geeft hiervoor een stappenplan waarmee bepaald kan worden of flexibel peil wenselijk is: stap 1. Behoefte bepalen aan flexibel peilbeheer stap 2. Bepalen technische marge stap 3. Bepalen kosten Uitgangspunt bij de invoering van flexibel peil is dat de ondergrens van het flexibele peil niet lager wordt dan het huidige peil. De marge tussen onder- en bovengrens moet minimaal 15 cm bedragen. Een kleinere marge is bijna gelijk aan de beheermarge voor peilbeheer en is daarom niet zinvol. In dit peilbesluit wordt stap 1 in een brede afweging per polder meegenomen. In deze stap wordt nagegaan of flexibel peil mogelijk is. De volgende voorwaarden zijn dan van belang: 1. Is er door de peilverhoging nog voldoende bergingsruimte? 2. Is de waterkwaliteit voldoende, is verversing noodzakelijk? 3. Belemmert de functie van doorvoer van water (afvoeren of aanvoeren) de invoering van flexibel peil? Als de nadelen van eventueel flexibel peil acceptabel zijn of als er compenserende maatregelen mogelijk zijn dan wordt het voorstel meegenomen naar stap 2 (zie hoofdstuk 6). Hierin wordt het voorstel van flexibel peil naast de andere belangen gelegd en de kosten van invoering (stap 3). De afweging tussen de wens van flexibel peil, andere belangen en kosten bepalen de keuze voor of tegen invoering van flexibel peil. Verkenning ontsnippering Peilverschil niet te groot: hooguit 15 cm. Nieuwe bergingsruimte acceptabel Mogelijkheden/ kosten verbinding realistisch Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

220 Effect onstsnippering: 1. vermindering aantal peilgebieden t.o.v totaal van de polder en 2. vermindering aantal hectaren in aparte peilgebieden t.o.v totale oppervlak polder 3. Vermindering beheer en onderhoud van aantal peilregulerende kunstwerken t.o.v. het totaal in de polder Toetsing gebieden met afwijkende peilen Deze toetsing is beschreven in de beleidsnota peilbesluiten. De polders van Vlaardingen hebben echter geen peilbesluiten en daarom zijn er geen gebieden met afwijkend peil. Daarom is geen toetsing mogelijk. Er is alleen sprake van een afwijkend peil indien er al een vergunning voor is afgegeven of als er een tijdelijk peil wordt gehandhaafd die nog niet is vastgelegd in een vergunning. Systeemanalyse De systeemanalyse moet een antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: Welke eigenschappen van het grondwatersysteem bepalen het grondwaterregime? Is er nu of in toekomst een duidelijke interactie tussen grondwater en oppervlaktewater in het (deel)gebied? Kunnen grondwaterstanden met oppervlaktewaterstanden voldoende worden beheerst? Is er sprake van kwel of wegzijging? Is de bodem voldoende doorlatend voor de maatregelen drainage aanbrengen en het wijzigen van oppervlaktewaterpeilen? De systeemanalyse is gemaakt door opvallende en karakteristieke kenmerken van de grondwaterstandsmeetreeksen in de wijken te verklaren. Daarnaast is per wijk is steeds een kwalitatieve inschatting gemaakt van de mate van interactie tussen grond- en oppervlaktewatersysteem. Dit is gedaan door te het verschil tussen de drainagebasis en het oppervlaktewaterpeil te beoordelen en bij de analyse ook drainageweerstand en bodemopbouw te betrekken. AGOR De beschrijving van AGOR moet een antwoord geven op of bijdragen aan een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Wat is het grondwaterregime? Wat is het oppervlaktewaterregime? Wanneer de beschrijving van AGOR wordt getoetst aan OGOR kan een antwoord worden gegeven op de volgende onderzoeksvragen: Waar is het te nat voor de aanwezige functies? Waar is het te droog voor de aanwezige functies? Zoals beschreven in paragraaf 0 kan het AGOR niet vlakdekkend worden bepaald zodat ook geen vlakdekkende toets kan worden gemaakt. Dit maakt zowel AGOR als de toetsing indicatief. Het oppervlaktewaterregime is gelijk aan het peilbeheer. Het oppervlaktewaterpeil fluctueert meestal slechts enkele centimeters. Alleen bij hevige neerslag kan het Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

221 waterpeil circa één tot twee dagen meerdere decimeters boven streefpeil zijn. De invloed hiervan op de hoogte van de grondwaterstanden is niet bepaald. Het actuele grondwaterregime wordt beschreven aan de hand van met name de 10- en 90-percentielontwateringsdiepten. OGOR De beschrijving van OGOR moet een antwoord geven op of bijdragen aan een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Wat is het optimale grondwaterregime? Wat is het optimale oppervlaktewaterregime? Knelpunten bepalen Op basis van de toetsing van de AGOR aan de OGOR kunnen knelpunten benoemd worden. Zowel het gewenste oppervlaktewaterregime als het grondwaterregime zijn afhankelijk van de functies en het grondgebruik in het gebied. Per wijk moet bepaald worden welk oppervlaktewaterregime gewenst is voor de aanwezige en toekomstige functies in het gebied om de gestelde waterdoelen te bereiken. De knelpunten worden aan de beheerder voorgelegd om te bepalen of de benoemde knelpunten herkend worden. Voor de knelpunten waar dit het geval is, wordt naar een oplossingsrichting gezocht. Dit is geen onderdeel van de inventarisatiefase van het peilbesluit en wordt in het vervolgtraject behandeld. Oplossingsrichtingen bepalen Eerst worden allerlei mogelijke maatregelen als oplossing voor de knelpunten onderzocht. Onrealistische maatregelen vallen af zodat er een set oplossingrichtingen overblijft. De effectiviteit van die oplossingsrichtingen wordt in beeld gebracht. In dit peilbesluit wordt er alleen in het thema GGOR uit de oplossingsrichtingen een keuze gemaakt. Deze keuze houdt in dat er peilen worden voorgesteld die opgenomen worden in het peilbesluit. Uit de afweging volgt of een advies aan voorgestelde maatregelen of een set aan haalbare (effectieve) maatregelen. Dit is afhankelijk van de thema s. Voor het thema GGOR wordt wel een keuze gemaakt in de vorm van een peilvoorstel voor het oppervlaktewaterregime. Dit peilvoorstel wordt rechtstreeks opgenomen in het peilbesluit (zie vervolgtrajecten). Het bepalen van oplossingsrichtingen is geen onderdeel van de inventarisatiefase van het peilbesluit en wordt in het vervolgtraject behandeld. Wateraanvoer en doorspoeling Voor het thema droogte worden een tweetal eenvoudige controles gedaan: 1. Mogelijkheid van wateraanvoer Hierbij wordt ieder peilgebied gecontroleerd op de wateraanvoer via een inlaat of pomp of via een peilregulerend kunstwerk van een bovenstrooms peilgebied. Ook worden praktijkknelpunten gesignaleerd, bijvoorbeeld slecht functionerende inlaten. 2. Voldoende aanvoercapaciteit Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

222 Hierbij wordt gecontroleerd of kunstwerken of watergangen voldoende capaciteit hebben om water aan te voeren. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de wateroverlaststudies. De meeste watergangen en kunstwerken die in de wateroverlaststudie voldoende capaciteit hebben zullen ook in droge situaties voldoende capaciteit hebben. Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

223 KAARTEN Peilbesluiten gebied Vlaardingen bijlage Polder Vettenoord Polder Vlaardingen-west

Toelichting peilbesluiten Rotterdam

Toelichting peilbesluiten Rotterdam Toelichting peilbesluiten Rotterdam polder Spangen polder Oud-Mathenesse Beleid en Onderzoek Team Waterhuishouding, november 2012 Peilbesluiten gebied Rotterdam Polder Oud-Mathenesse Hoogheemraadschap

Nadere informatie

Toelichting GGOR Schieveen

Toelichting GGOR Schieveen Toelichting GGOR Schieveen Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden (AGOR)

Nadere informatie

Toelichting partiële herziening peilbesluit Oude Polder van Pijnacker - peilgebied OPP XIII

Toelichting partiële herziening peilbesluit Oude Polder van Pijnacker - peilgebied OPP XIII Toelichting partiële herziening peilbesluit Oude Polder van Pijnacker - peilgebied OPP XIII Versie 13 april 2018 M.W. Näring, MSc (Hoogheemraadschap van Delfland) 1 Inleiding Het beheergebied van Delfland

Nadere informatie

Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw

Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker

Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Toelichting GGOR polder Berkel

Toelichting GGOR polder Berkel Toelichting GGOR polder Berkel Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Toelichting op partiële herziening peilbesluit Lage Abtswoudschepolder Peilgebied V

Toelichting op partiële herziening peilbesluit Lage Abtswoudschepolder Peilgebied V Toelichting op partiële herziening peilbesluit Lage Abtswoudschepolder Peilgebied V Partiële herziening peilbesluit Cluster Delft - peilgebied V Lage Abtswoudsche polder 1 Inleiding Het beheergebied van

Nadere informatie

Toelichting GGOR Akkerdijksche polder

Toelichting GGOR Akkerdijksche polder Toelichting GGOR Akkerdijksche polder Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Toelichting op het peilbesluit Nieuwland Noordland

Toelichting op het peilbesluit Nieuwland Noordland Toelichting op het peilbesluit Nieuwland Noordland Team Waterhuishouding, 12 december 2014 Inhoud Inleiding... 5 1.1 Aanleiding... 5 1.2 oel... 5 1.3 Leeswijzer... 5 Peilvoorstel en samenvatting... 6 Knelpuntenanalyse...

Nadere informatie

Toelichting partiële herziening peilbesluit Abtswoude - peilgebied ABW X

Toelichting partiële herziening peilbesluit Abtswoude - peilgebied ABW X Toelichting partiële herziening peilbesluit Abtswoude - peilgebied ABW X Versie 13 april 2018 M.W. Näring, MSc (Hoogheemraadschap van Delfland) 1 1. Inleiding Het beheergebied van Delfland heeft een oppervlakte

Nadere informatie

Toelichting op partiële herziening peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte polder peilgebied VIII

Toelichting op partiële herziening peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte polder peilgebied VIII Toelichting op partiële herziening peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte polder peilgebied VIII Toelichting partiële herziening peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte polder - peilgebied VIII 1 Inleiding Het

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting partiële herzieningen peilbesluiten Alblasserwaard en Tielerwaard

Bijlage 1 Toelichting partiële herzieningen peilbesluiten Alblasserwaard en Tielerwaard Bijlage 1 Toelichting partiële herzieningen peilbesluiten Alblasserwaard en Tielerwaard 1. Inleiding Het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland heeft op 27 november 2009 de herziening van het peilbesluit

Nadere informatie

Toelichting Peilbesluit Cluster Delft

Toelichting Peilbesluit Cluster Delft Toelichting Peilbesluit Cluster Delft Hoogheemraadschap van Delfland mei 2011 1 INHOUD 1 INLEIDING 3 1.1 Aanleiding en doel 3 1.2 Werkwijze 3 1.3 Codering peilgebieden 4 1.4 Leeswijzer 4 2 PEILENVOORSTEL

Nadere informatie

Bijlage II Methodiek Bijlage III Externe communicatie tijdens opstellen peilbesluit Bijlage IV Bepaling bodemdaling...

Bijlage II Methodiek Bijlage III Externe communicatie tijdens opstellen peilbesluit Bijlage IV Bepaling bodemdaling... Martijn Näring, Hoogheemraadschap van Delfland Saskia Vuurens, RPS advies en ingenieursbureau bv Maart 204 Inhoud Inleiding... 5. Aanleiding... 5.2 Doel... 5.3 Leeswijzer... 5 2 Peilvoorstel en samenvatting...

Nadere informatie

Watergebiedsplan Dorssewaard Terugkoppel avond. 1 januari 2010

Watergebiedsplan Dorssewaard Terugkoppel avond. 1 januari 2010 Watergebiedsplan Dorssewaard Terugkoppel avond 1 januari 2010 Welkom Inleiding doel van de avond Terugkoppelen resultaten Voorstel maatregelen Bespreken resultaten en maatregelen Sluiting (rond 22.00 uur)

Nadere informatie

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier.

MEMO. Toelichting op maatregelen Oranjebuurt in de Lier. MEMO Aan: Koos verbeek Van: J. den Dulk Datum: 23 mei 2007 Onderwerp: Stand van zaken maatregelen ter voorkoming wateroverlast Oranjebuurt, De Lier Bijlagen: Functioneel programma van eisen voor de verbetering

Nadere informatie

Code peilgebied. Voorstel peil [m NAP] Peil vorige peilbesluit. nieuw oud. zp*: -3,00 / E4 zp*: -3,00 /

Code peilgebied. Voorstel peil [m NAP] Peil vorige peilbesluit. nieuw oud. zp*: -3,00 / E4 zp*: -3,00 / Samenvatting toelichting en Aalkeet-Buitenpolder, Aalkeet-Binnenpolder, Kralingerpolder (Noord), Oude Lierpolder, Boschpolder en Bieslandse Bovenpolder Werkwijze De GGOR-systematiek is gebruikt bij het

Nadere informatie

Presentatie van gebiedsavond Peilbesluit Zegveld Gebiedsavond De Haak 29 oktober 2018

Presentatie van gebiedsavond Peilbesluit Zegveld Gebiedsavond De Haak 29 oktober 2018 Presentatie van gebiedsavond Peilbesluit Zegveld Gebiedsavond De Haak 29 oktober 2018 In gesprek over het water(peil) in De Haak, Zegveld en alternatieven voor het toekomstig waterpeil Programma Welkom

Nadere informatie

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Inleiding Dit document is opgesteld als vervolg en update van de analyse van de waterhuishouding, opgesteld in januari 2008. Toen is geconstateerd dat de

Nadere informatie

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer,

Bijdorp. 15 maart Watersysteem Bijdorp. Geachte mevrouw, heer, DATUM 15 maart 2016 REGISTRATIENUMMER ONDERWERP Watersysteem Bijdorp Geachte mevrouw, heer, 1. Aanleiding De wijk Bijdorp ondervindt bij zware neerslag wateroverlast. De gemeente Schiedam en Delfland zijn

Nadere informatie

Toelichting Peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte Polder

Toelichting Peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte Polder Toelichting Peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte Polder Toelichting Peilbesluit Hoogheemraadschap van Delfland Maart 2011 Ontwerp Toelichting Peilbesluit Nieuwe of Drooggemaakte Polder Toelichting Peilbesluit

Nadere informatie

Toelichting peilbesluit Bieslandse Bovenpolder

Toelichting peilbesluit Bieslandse Bovenpolder Toelichting peilbesluit Bieslandse Bovenpolder Hoogheemraadschap van Delfland maart 2013 INHOUD 1 INLEIDING 5 1.1 Aanleiding en doel 5 1.2 Plangebied 5 1.3 Leeswijzer 6 2 VOORSTEL PEILEN 7 3 ACTUELE,

Nadere informatie

17 Peilafwijking 17.1 Inleiding

17 Peilafwijking 17.1 Inleiding 17 Peilafwijking 17.1 Inleiding Rijnland is als waterbeheerder verantwoordelijk voor het beheer van het waterpeil. In peilbesluiten legt Rijnland vast welk peil in het betreffende gebied door Rijnland

Nadere informatie

Peilbesluit Rietveld 2017

Peilbesluit Rietveld 2017 Peilbesluit Rietveld 2017 Vast te stellen door het algemeen bestuur op 04-10-2017 Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Titel: Peilbesluit Rietveld 2017 Dm: #1259444 Auteur: Linda Nederlof Datum: juni

Nadere informatie

Samenvatting peilvoorstellen en afwegingen

Samenvatting peilvoorstellen en afwegingen Samenvatting peilvoorstellen en afwegingen 14.52044 De peilvoorstellen en afwegingen van het ontwerp-peilbesluit voor de Zuid- en Noordeinderpolder worden hier gegeven. Dit ontwerppeilbesluit is opgesteld

Nadere informatie

Bijlage E: Peilvakken en de gewenste grond- en oppervlaktewaterpeilen.

Bijlage E: Peilvakken en de gewenste grond- en oppervlaktewaterpeilen. Blad 95 van 127 Bijlage E: Peilvakken en de gewenste grond- en en. Zie ook de bijgevoegde Peilvakkenkaart op A0. Afweging en uitgangspunten peilenplan Terwolde De belangrijkste afweging bij de totstandkoming

Nadere informatie

Samenvatting toelichting peilenvoorstel Zuidpolder van Delfgauw

Samenvatting toelichting peilenvoorstel Zuidpolder van Delfgauw Samenvattg toelichtg peilenvoorstel Zuidpolder van Informatie Alle peilen zijn afgewogen conform de beleidsnota peilbesluiten. Deze nota is te vden onder het digitale loket van Delfland en te downloaden

Nadere informatie

Stromingsbeeld Rotterdam

Stromingsbeeld Rotterdam Rotterdam centraal en Provenierswijk Bert de Doelder 17-4-2014 Stromingsbeeld Rotterdam Z Maas Freatische grondwaterstand N diepe polders NAP 6,2 m holocene deklaag NAP -5 m 1e watervoerend pakket 1e

Nadere informatie

PEILBESLUITEN KRALINGERPOLDER, OUDE CAMPSPOLDER (GEMEENTEN MIDDEN- DELFLAND EN WESTLAND) EN FOPPENPOLDER (GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND)

PEILBESLUITEN KRALINGERPOLDER, OUDE CAMPSPOLDER (GEMEENTEN MIDDEN- DELFLAND EN WESTLAND) EN FOPPENPOLDER (GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND) agendapunt H.03 1172488 Aan Verenigde Vergadering PEILBESLUITEN KRALINGERPOLDER, OUDE CAMPSPOLDER (GEMEENTEN MIDDEN- DELFLAND EN WESTLAND) EN FOPPENPOLDER (GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND) Gevraagd besluit Verenigde

Nadere informatie

Bijlage I: Raamplan Kern Pijnacker

Bijlage I: Raamplan Kern Pijnacker Bijlage I: Raamplan Kern Pijnacker Karakteristiek van het gebied De kern van Pijnacker ligt in twee polders, de Oude Polder van Pijnacker (inclusief Droogmaking) en de Nieuwe of Drooggemaakte Polder (noordelijk

Nadere informatie

Toelichting Peilbesluit Polder Schieveen

Toelichting Peilbesluit Polder Schieveen Toelichting Peilbesluit Polder Schieveen Toelichting Peilbesluit Hoogheemraadschap van Delfland Maart 2011 Ontwerp Toelichting Peilbesluit Polder Schieveen Toelichting Peilbesluit dossier : C7152 registratienummer

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

Het nieuw te realiseren plan Aan de Kasteeltuinen is ongeveer 1,75 hectare groot en biedt plek aan 34 woningen.

Het nieuw te realiseren plan Aan de Kasteeltuinen is ongeveer 1,75 hectare groot en biedt plek aan 34 woningen. NOTITIE Onderwerp : Waterparagraaf Opdrachtgever : Dibema Montfort B.V. Projectnummer : RDL-007-01 Projectomschrijving : Wonen Aan de Kasteeltuinen Opgesteld door : ing. R. Peeters Paraaf: Datum

Nadere informatie

Waterparagraaf Heistraat Zoom

Waterparagraaf Heistraat Zoom Waterparagraaf Heistraat Zoom In Zeelst aan de Heistraat is een ontwikkeling gepland. Voor deze ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden opgesteld waarvan deze waterparagraaf onderdeel uit

Nadere informatie

Landgoed Heijbroeck. Waterparagraaf. Datum : 11 juni Bureau van Nierop, Landgoed Heijbroeck, Waterparagraaf 1

Landgoed Heijbroeck. Waterparagraaf. Datum : 11 juni Bureau van Nierop, Landgoed Heijbroeck, Waterparagraaf 1 Landgoed Heijbroeck Waterparagraaf Datum : 11 juni 2013 Auteur Opdrachtgever : W.J. Aarts : Fam. van Loon 1 VOORWOORD In opdracht van Fam. van Loon is er door Bureau van Nierop een waterparagraaf conform

Nadere informatie

Formulier ten behoeve van het indienen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 37 van het Reglement van Orde Verenigde Vergadering Delfland

Formulier ten behoeve van het indienen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 37 van het Reglement van Orde Verenigde Vergadering Delfland Formulier ten behoeve van het indienen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 37 van het Reglement van Orde Verenigde Vergadering Delfland Peilbeheer en weidevogels Aanleiding De Algemene Waterschapspartij

Nadere informatie

TOELICHTING PEILBESLUIT POLDER BERKEL. Ontwerp

TOELICHTING PEILBESLUIT POLDER BERKEL. Ontwerp TOELICHTING PEILBESLUIT POLDER BERKEL Ontwerp INHOUD 1 INLEIDING... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Herziening peilbesluit... 5 1.3 Aanpak... 5 1.4 Beschrijving polder Berkel... 6 1.5 Leeswijzer... 7 2 VOORSTEL

Nadere informatie

Partiële herziening Peilbesluit Duivenvoordse- en Veenzijdsepolder. Peilvak Noortheylaan

Partiële herziening Peilbesluit Duivenvoordse- en Veenzijdsepolder. Peilvak Noortheylaan Partiële herziening Peilbesluit Duivenvoordse- en Veenzijdsepolder Peilvak 2.15.1.11 Noortheylaan Archimedesweg 1 postadres: postbus 15 2300 AD Leiden telefoon (071) 3 03 03 telefax (071) 5 123 91 CORSA

Nadere informatie

Reactienota zienswijze over het ontwerpprojectplan Restontwerpen fase 1 IJsseldelta-Zuid. September 2015

Reactienota zienswijze over het ontwerpprojectplan Restontwerpen fase 1 IJsseldelta-Zuid. September 2015 a Reactienota zienswijze over het ontwerpprojectplan Restontwerpen fase 1 IJsseldelta-Zuid September 2015 2 Inhoudsopgave I. Onderwerp... 5 II. Toelichting... 5 III. Zienswijzen en beantwoording... 6 IV.

Nadere informatie

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Gemeente Deventer Opdrachtgever ORB H.J. Laing Datum paraaf Projectleider ORB J.J. van der Woude Datum paraaf Gemeente

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Waarom aan de slag in de Agniesebuurt? Oude stadswijken zoals de Agniesebuurt, die dichtbebouwd zijn met veel verharding en weinig open water en groen, zijn kwetsbaar

Nadere informatie

PvE Stedelijk Water. Deel: Functionele Eisen Grondwater. Versie 1.1

PvE Stedelijk Water. Deel: Functionele Eisen Grondwater. Versie 1.1 PvE Stedelijk Water Deel: Functionele Eisen Grondwater Versie 1.1 Stadsbeheer / Stadsontwikkeling Water / Ingenieursbureau Datum : 8 mei 2018 Wijziging : Versie : 1.0 Status : Definitief Bezoekadres: De

Nadere informatie

BETROKKENHEID waterschap Hunze en Aa's

BETROKKENHEID waterschap Hunze en Aa's UITGANGSPUNTEN NOTITIE PLAN: Lunchroom Kathodeweg Stadskanaal Algemene projectgegevens: Projectomschrijving: Het betreft een onbebouwd gebied aan de Kathodeweg te Stadskanaal waarop een lunchroom zal worden

Nadere informatie

Nieuwe riolering in uw straat

Nieuwe riolering in uw straat R Nieuwe riolering in uw straat Vervangen riolering Binnenkort wordt de riolering in uw straat vervangen. Wat doet de gemeente en waarvoor bent u verantwoordelijk? We hopen in ieder geval dat u zo min

Nadere informatie

In deze notitie wordt de bepaling van de waterbergingsopgave toegelicht en wordt aangegeven hoe deze ingevuld kan worden.

In deze notitie wordt de bepaling van de waterbergingsopgave toegelicht en wordt aangegeven hoe deze ingevuld kan worden. Notitie Referentienummer Kenmerk 190509/Ack 277242 Betreft Waterbergingsopgave Hogewegzone Concept d.d. 19 mei 2009 1 Inleiding De Hogewegzone in de gemeente Amersfoort wordt de komende jaren vernieuwd.

Nadere informatie

UITGANGSPUNTEN NOTITIE. Plan: Algemene projectgegevens:

UITGANGSPUNTEN NOTITIE. Plan: Algemene projectgegevens: UITGANGSPUNTEN NOTITIE Plan: Algemene projectgegevens: Projectomschrijving: 8 woningen Holtenweg Vries Oppervlakte plangebied: 2185 m2 Toename verharding in plangebied: 400 m2 Kaartlagen geraakt: Ja Aanvrager

Nadere informatie

E [email protected] Van. Advies toekomstige hemelwaterberging en afvoer

E richard.wilbrink@mwhglobal.com Van. Advies toekomstige hemelwaterberging en afvoer Aan Gemeente Maassluis Behandeld door Richard Wilbrink T.a.v. De heer E. Zeeman E [email protected] Van Richard Wilbrink MSc. T 015-7511854 Betreft Voorbereidende onderzoeken winkelcentrum

Nadere informatie

Nota van beantwoording

Nota van beantwoording Nota van beantwoording Peilbesluit Stolwijk Bovenkerk en Schoonouwen Behorend bij het besluit van de verenigde vergadering 30 juni 2010 Peilbesluit Stolwijk Bovenkerk en Schoonouwen Status Concept Rotterdam,

Nadere informatie

Kaartenbijlage behorende bij het peilbesluit Nieuwegein Nieuwegein-West, Plettenburg en Oudegein

Kaartenbijlage behorende bij het peilbesluit Nieuwegein Nieuwegein-West, Plettenburg en Oudegein Kaartenbijlage behorende bij het peilbesluit Nieuwegein 2014 Nieuwegein-West, Plettenburg en Oudegein Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op woensdag 12 februari 2014 Kaartenbijlage behorende bij het

Nadere informatie

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...

Nadere informatie

Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; Besluit CHI Het college van hoofdingelanden van ; gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 5 november 2013, nr. 13.44818; gelet op ; de Waterwet en de Waterverordening en het bij dit besluit

Nadere informatie

Projectnummer 111769 Bedrijventerrein Smilde aspect Water"

Projectnummer 111769 Bedrijventerrein Smilde aspect Water Memo Ter attentie van Gemeente Midden-Drenthe Datum 4 december 2012 Opgesteld door Maarten van Vierssen Projectnummer 111769 Onderwerp Bedrijventerrein Smilde aspect Water" In deze memo zijn de watertoetsen

Nadere informatie

1) Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee

1) Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee datum 16-5-2013 dossiercode 20130516-34-6989 Tekenen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Winsum Vragen: 1) Gaat het om een

Nadere informatie

Water in Tiel. 1 Naast regionale wateren die in beheer zijn bij de waterschappen, zijn er rijkswateren (de hoofdwateren

Water in Tiel. 1 Naast regionale wateren die in beheer zijn bij de waterschappen, zijn er rijkswateren (de hoofdwateren Water in Tiel Waterbeleid Tiel en Waterschap Rivierenland Water en Nederland zijn onafscheidelijk. Eigenlijk geldt hetzelfde voor water en Tiel, met de ligging langs de Waal, het Amsterdam Rijnkanaal en

Nadere informatie

Nota van beantwoording

Nota van beantwoording Nota van beantwoording Ontwerp-peilbesluit polder Capelle aan den IJssel Behorende bij besluit van verenigde vergadering 27 juni 2012 peilbesluit polder Capelle aan den IJssel Status Definitief Datum 27

Nadere informatie

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Definitief Gemeente Kampen Grontmij Nederland bv Zwolle, 29 november 2005 @ Grontmij 11/99014943, rev. d1 Verantwoording Titel : Bergingsberekeningen

Nadere informatie

Richtlijnen ter voorkoming van grondwateroverlast in nieuw bebouwd gebied

Richtlijnen ter voorkoming van grondwateroverlast in nieuw bebouwd gebied Richtlijnen ter voorkoming van grondwateroverlast in nieuw bebouwd gebied mei 2003 (op enkele punten in juni 2007 herzien vanwege de herziening van de Keur in maart 2006) De in deze notitie voorgestelde

Nadere informatie

PEILVERHOGING IN HET VEENWEIDEGEBIED; GEVOLGEN VOOR DE INRICHTING EN HET BEHEER VAN DE WATERSYSTEMEN

PEILVERHOGING IN HET VEENWEIDEGEBIED; GEVOLGEN VOOR DE INRICHTING EN HET BEHEER VAN DE WATERSYSTEMEN PEILVERHOGING IN HET VEENWEIDEGEBIED; GEVOLGEN VOOR DE INRICHTING EN HET BEHEER VAN DE WATERSYSTEMEN JOS SCHOUWENAARS WETTERSKIP FRYSLÂN VEENWEIDE SYMPOSIUM 11 APRIL 2019 OPZET PRESENTATIE 1. Wat is de

Nadere informatie

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc.

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc. WATERTOETSPROCES Globale checklist waterbelangen in de ruimtelijke ordening Bij het watertoetsproces let het waterschap op alle wateraspecten. Doorgaans krijgen het voorkomen van wateroverlast en de zorg

Nadere informatie

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON Opdrachtgever: Hoogheemraadschap van Delfland Auteur en contactpersoon: Sipke Riemersma en Maarten Verkerk Datum: 12 oktober 2010

Nadere informatie

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet Datum: 10 februari 2016 Kenmerk: 201600150 Onderwerp: ontwerp-projectplan voor de realisatie van maatregelen ten behoeve van het nieuwe peilgebied Nieuw-Lekkerland

Nadere informatie

NOT a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie

NOT a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie NOT01-0252596-01a 12 september 2013 Water Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze notitie wordt verwoord

Nadere informatie

BELEIDSREGEL DEMPEN SLOTEN WATERSCHAP HUNZE EN AA S

BELEIDSREGEL DEMPEN SLOTEN WATERSCHAP HUNZE EN AA S BELEIDSREGEL DEMPEN SLOTEN WATERSCHAP HUNZE EN AA S Algemeen Bestuur: 17 september 2003 Beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht geeft aan wat onder beleidsregels

Nadere informatie

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein.

Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein. Notitie Contactpersoon Jeroen Lasonder Datum 24 mei 2013 Kenmerk N008-1213242JLO-gdj-V022 Flevokust: Watertoets 1 Inleiding De gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelen samen bedrijventerrein

Nadere informatie

Samenvatting van de watertoets. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.

Samenvatting van de watertoets. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens. Samenvatting van de watertoets De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van het waterschap Regge en Dinkel. Voor algemene informatie over de watertoets van Regge en Dinkel

Nadere informatie

Watergebiedsplan Hem. Toelichting bij het peilbesluit, projectplan en leggerwijziging. Partiële herziening van het peilbesluit Drechterland (2005)

Watergebiedsplan Hem. Toelichting bij het peilbesluit, projectplan en leggerwijziging. Partiële herziening van het peilbesluit Drechterland (2005) Toelichting bij het peilbesluit, projectplan en leggerwijziging Partiële herziening van het peilbesluit Drechterland (2005) Registratienummer 12.15043 Datum 20 maart 2012 Samenvatting Aanleiding Door een

Nadere informatie

Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip

Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip vastgesteld bestemmingsplan West-Terschelling West Aletalaan fase 4 Gemeente Terschelling Projectnummer 250651 Bijlage 5 Wateradvies Wetterskip blad 259 van 381 Ruimtelijke Ordening - Oranjewoud WFN1215886

Nadere informatie

grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast?

grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast? grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast? grondwater doorgrond Grondwater bestaat uit regenwater en oppervlaktewater dat in de bodem is weg gezakt en kwelwater dat onder druk uit lager

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE

1. INLEIDING 1.1 ALGEMEEN. 1.2 DE WATERTOETS. NOTITIE NOTITIE Onderwerp : Waterparagraaf Opdrachtgever : A.E.C. Vestjens Projectnummer : BIM-079-01 Projectomschrijving : Gezondheidscentrum te Neer Opgesteld door : ing. R. Peeters Paraaf: Datum : 18 oktober

Nadere informatie

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND TOELICHTING PEILBESLUIT ABTSWOUDE COLOFON Opdrachtgever: Auteur en contactpersoon: Hoogheemraadschap van Delfland Sipke Riemersma en Maarten Verkerk INHOUD 1 INLEIDING...

Nadere informatie