DEEL 0 AANNEMING WERF

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DEEL 0 AANNEMING WERF"

Transcriptie

1 DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens ontwerpteam ontwerpteam - architecturaal ontwerp ontwerpteam - studie stabiliteit ontwerpteam - studie technieken ontwerpteam - veiligheidscoördinatie ontwerpteam EPB verslaggeving documenten documenten architectuur documenten - stabiliteit documenten - technieken documenten - veiligheidscoördinatie documenten EPB verslaggeving documenten - diepsonderingsverslag documenten - verslag milieutechnisch bodemonderzoek AANNEMINGSMODALITEITEN aannemingsmodaliteiten - algemeen aannemingsmodaliteiten bestek PM aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM plaatsbeschrijvingen algemeen plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies plaatsbeschrijvingen wegenis en voetpaden plaatsbeschrijvingen beplanting werfcoördinatie algemeen werfcoördinatie planning van de werken PM werfcoördinatie werfleiding en controle PM werfcoördinatie werfvergaderingen PM werfcoördinatie uitzetten bouwwerken PM werfcoördinatie as-builtdossier PM werfcondities algemeen werfcondities orde en netheid PM werfcondities geluids- en stofhinder PM werfcondities nazorg PM veiligheidsvoorschriften algemeen PM BOUWPLAATSVOORZIENINGEN bouwplaatsvoorzieningen - algemeen beschermingswerken algemeen beschermingwerken openbare weg PM 26 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

2 beschermingswerken - beplantingen opruiming beplantingen algemeen opruiming beplantingen bomen PM opruiming beplantingen struiken en hagen PM toegangswegen algemeen toegangswegen voorlopige verharding voor zware lasten PM toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM voorlopige omheining algemeen aankondiging werf algemeen aankondiging werf - werfdoek PM werflokalen algemeen werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM werflokalen kantoorruimte PM werflokalen personeelslokaal PM werflokalen sanitaire voorzieningen PM voorlopige aansluitingen algemeen voorlopige aansluitingen - stroomvoorziening PM voorlopige aansluitingen - watervoorziening PM voorlopige aansluitingen - waterafvoer PM arbeidsmiddelen algemeen arbeidsmiddelen werken op hoogte arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM GEBOUWPRESTATIES gebouwprestaties - algemeen energieprestatie en binnenklimaat (EPB) algemeen PM luchtdichtheid - algemeen PM akoestiek - algemeen PM brandveiligheid - algemeen PM PROEVEN proeven - algemeen proeven - luchtdichtheidsmeting proeven luchtdichtheidsmeting / wooneenheid FH st GRONDWERKEN grondwerken - algemeen voorafgaande afgraving van het terrein - algemeen voorafgaande afgraving terrein - afgraven teelaarde FH m uitgraving bouwputten - algemeen uitgraving bouwputten - gewone bouwputten VH m uitgraving bouwputten - rioleringselementen PM uitgraving sleuven - algemeen uitgraving sleuven - funderingssleuven VH m3 41 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

3 uitgraving sleuven - ondergrondse leidingen PM grondverzet - algemeen grondverzet - projectopvolging GP grondverzet - hergebruik uitgegraven grond op werf VH m grondverzet - afvoer uitgegraven bodem verwijdering massieven - algemeen VH m aanvullingen algemeen aanvullingen - wederaanvullingen aanvullingen - ophoging terrein FUNDERINGEN OP STAAL funderingen op staal algemeen funderingszolen en -stroken - algemeen funderingszolen en stroken - gewapend beton FH m aardingslus - algemeen FH m VLOERLAGEN ONDERBOUW vloerlagen onderbouw - algemeen zuiverheidslagen - algemeen zuiverheidslagen - stortklaar beton FH m draagvloeren op volle grond algemeen draagvloeren op volle grond - stortklaar gewapend beton FH m vochtwerende lagen - algemeen vochtwerende lagen - folies vochtwerende lagen - bitumenglasvlies PM ONDERGRONDSE LEIDINGEN ondergrondse leidingen - algemeen rioolbuizen - algemeen rioolbuizen kunststof toezichtputten - algemeen toezichtsputten - kunststof putdeksels en roosters - algemeen putdeksels en roosters - enkel deksel FH st regenwaterbehandeling - algemeen regenwaterbehandeling - regenwaterputten regenwaterbehandeling - hergebruik regenwater PM regenwaterbehandeling - voorfilters FH st regenwaterbehandeling - overloop en terugslagklep FH st regenwaterbehandeling infiltratievoorzieningen aansluitingen - algemeen aansluitingen - openbare riolering FH st aansluitingen doorvoer- en wachtbuizen PM METSELWERK 66 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

4 metselwerken - algemeen metselwerken ter plaatse gemetst materialen algemeen materialen metselmortel materialen hulpstukken materialen kimblokken binnenspouwblad algemeen binnenspouwblad - snelbouw woningscheidende wand algemeen woningscheidende wand - kalkzandsteen dragende binnenmuur algemeen dragende binnenmuur snelbouw niet-dragende binnenmuur algemeen niet-dragende binnenmuur snelbouw SPOUWMUURISOLATIE spouwmuurisolatie - algemeen spouwmuurisolatie buitenspouwblad - algemeen spouwmuurisolatie buitenspouwblad PUR of PIR spouwmuurisolatie woningscheidende wand - algemeen spouwmuurisolatie woningscheidende wand - MW GEVELMETSELWERK gevelmetselwerken - algemeen algemeen ter plaatse gemetst gevelmetselwerk materialen algemeen materialen mortel materialen spouwankers PM materialen waterkering PM gevelstenen algemeen gevelstenen baksteen DORPELS, PLINTEN EN DEKSTENEN dorpels, plinten en dekstenen - algemeen algemeen - blauwe hardsteen raam- en deurdorpels - algemeen raam- en deurdorpels - blauwe hardsteen FH m STRUCTUURELEMENTEN HOUT structuurelementen hout - algemeen Balken - algemeen Balken Massief hout FH m3 90 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

5 kolommen algemeen Kolommen Massief hout FH m Vloeren - algemeen vloeren roostering met beplating/balken vloeren roostering met beplating/balken massief hout FH m dakbeschot op houten roostering/beplating - OSB FH m STRUCTUURELEMENTEN GEWAPEND BETON structuurelementen gewapend beton - algemeen algemeen - wapeningsstaal materialen - wapening/staven en netten - staven FH kg materialen - wapening/staven en netten - netten FH kg materialen - bekistingen PM materialen - thermische onderbreking FH m Ter plaatse gestorte elementen - algemeen Ter plaatse gestorte elementen - wanden FH m Ter plaatse gestorte elementen - kolommen FH m Ter plaatse gestorte elementen - balken FH m Ter plaatse gestorte elementen - balken / gordingen / sokkels / sloffen (gewone bekisting) FH m Ter plaatse gestorte elementen - trappen & bordessen (in zichtbeton) FH m Ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren gewapend beton - algemeen ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren/breedplaatvloeren - prefab breedplaten FH m ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren/breedplaatvloeren - opstort FH m prefab elementen algemeen prefab elementen draagvloeren prefab elementen / welfsels - met druklaag FH m STRUCTUURELEMENTEN STAAL structuurelementen staal algemeen algemeen verbindingen PM algemeen stabiliteitsstudie PM balken algemeen liggers - profielstaal / blank FH kg balken thermisch verzinkt profielstaal FH kg lateien algemeen lateien thermisch verzinkt profielstaal PM lateien regelbare consoles kolommen algemeen kolommen thermisch verzinkt profielstaal FH kg corrosiebescherming algemeen corrosiebescherming thermisch verzinken PM DAKVLOER PLAT DAK dakvloer plat dak - algemeen 115 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

6 hellingsbeton - algemeen hellingsbeton - niet isolerend THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK thermische isolatie plat dak - algemeen isolatieplaten plat dak algemeen isolatieplaten plat dak PUR of PIR dampscherm - algemeen dampscherm gewapend bitumen PM AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK afdichting & afwerking plat dak - algemeen afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM bitumineuze dakafdichting - algemeen bitumineuze dakafdichting - APP ballastlaag - algemeen ballastlaag - grind FH m ballastlaag - tegels FH m toebehoren plat dak algemeen toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN dakranden en kroonlijsten - algemeen slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen slabben, loketten en aansluitbanden - membranen dakrandprofielen - algemeen dakrandprofielen - metaal muurkappen - algemeen muurkappen - metaal DAKWATERAFVOER dakwaterafvoer - algemeen afvoerpijpen - algemeen afvoerpijpen - metaal toebehoren - algemeen toebehoren - dakkolken en tapbuizen PM toebehoren - draad- en bolroosters PM toebehoren - noodspuwers PM BUITENSCHRIJNWERK buitenschrijnwerk - algemeen 133 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

7 buitenschrijnwerk - prestaties buitenschrijnwerk - montage profielsystemen - algemeen profielsysteem pvc hang- en sluitwerk - algemeen hang- en sluitwerk - standaard beslag PM hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM hang- en sluitwerk - sloten PM hang- en sluitwerk - raamkrukken PM hang- en sluitwerk - deurkrukken PM hang- en sluitwerk - vaste handgrepen PM ventilatieroosters - algemeen ventilatieroosters - op profiel beglazing - algemeen beglazing - dubbele beglazing vulelementen - algemeen vulelementen kunststof PM BUITENTRAPPEN & BORSTWERINGEN buitentrappen en borstweringen - algemeen borstweringen - algemeen borstweringen - staal FH m handgrepen algemeen PM Handgrepen staal, verzinkt FH lm Scheidingswand terrassen Scheidingswand aluminium wand FH st toebehoren - deurstoppen PM BINNENPLEISTERWERKEN binnenpleisterwerken - algemeen wandbepleistering - algemeen wandbepleistering - gipspleisters wandbepleistering - cementpleisters plafondbepleistering - algemeen plafondbepleistering - gipspleisters BINNENPLAATAFWERKINGEN binnenplaatafwerkingen - algemeen toegangsluiken algemeen toegangsluiken hout FH st uitbekleding buitenramen en -deuren algemeen uitbekleding buitenramen en deuren isolatieplaten voor bepleistering FH m uitbekleding sanitaire toestellen algemeen uitbekleding sanitaire toestellen te betegelen plaat 160 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

8 52. DEK- EN BEDRIJFSVLOEREN dek- en bedrijfsvloeren - algemeen isolerende uitvullagen - algemeen isolerende uitvullagen - gespoten polyurethaan FH m vochtwerende lagen - algemeen vochtwerende lagen - PE-folie PM akoestische isolatie vloer - algemeen akoestische isolatie vloer - kunststofschuim FH m cementgebonden dekvloeren - algemeen cementgebonden dekvloeren - hechtend FH m cementgebonden dekvloeren - zwevend FH m BINNENVLOERAFWERKINGEN binnenvloerafwerkingen - algemeen tegelvloeren - algemeen tegelvloeren keramisch plinten algemeen plinten steen trapbekledingen - algemeen trapbekledingen steen toebehoren - algemeen toebehoren - scheidingsprofielen PM BINNENDEUREN en -RAMEN binnendeuren en -ramen - algemeen binnendeuren en -ramen prestaties deurkozijnen - algemeen deurkozijnen - hout deurbladen - algemeen deurbladen - hout met holle kern hang- en sluitwerk - algemeen hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen hang- en sluitwerk - deurkrukken BINNENTRAPPEN EN LEUNINGEN binnentrappen en leuningen algemeen handgrepen algemeen handgrepen staal PM VAST BINNENMEUBILAIR vast binnenmeubilair - algemeen 180 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

9 keukenmeubelen - algemeen keukenmeubelen onderdelen keukenmeubelen type 1 FH st keukenmeubelen type 2 FH st inbouwkasten - algemeen inbouwkasten - onderdelen inbouwkasten kastgeheel type 1 FH st TABLET- EN WANDBEKLEDINGEN tablet- en wandbekledingen - algemeen venstertabletten - algemeen venstertabletten kunststeen wandbekledingen - algemeen wandbekledingen betegeling FH m SANITAIR LEIDINGNET sanitair leidingnet - algemeen afvoerbuizen - algemeen afvoerbuizen - PVC FH st verluchtingsbuizen - algemeen verluchtingsbuizen - PVC PM sanitaire drukleidingen - algemeen sanitaire drukleidingen - buizen sanitaire drukleidingen - collectoren PM sanitaire drukleidingen - leidingisolatie PM sanitaire drukleidingen brandwerende doorvoeren PM aansluiting leidingnet - algemeen aansluiting leidingnet - reglementaire meterstraat FH st aansluiting leidingnet waterfilters FH st SANITAIRE TOESTELLEN & TOEBEHOREN sanitaire toestellen en toebehoren - algemeen toiletpotten en toebehoren - algemeen toiletpotten en toebehoren - hangend FH st handwastafels en toebehoren - algemeen handwastafels & toebehoren wandmodel/porselein FH st wastafels en toebehoren - algemeen wastafels en toebehoren - opbouwmodel FH st douches - algemeen douches - geëmailleerd staal FH st speciale toebehoren - algemeen afwastafels - algemeen uitgietbakken - algemeen 215 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

10 uitgietbakken - sanitair porselein FH st SANITAIRE KRANEN & KLEPPEN sanitaire kranen - kleppen - algemeen terugslagkleppen - algemeen terugslagkleppen - messing PM installatieafsluitkranen - algemeen installatieafsluitkranen messing wandafsluitkranen - algemeen wandafsluitkranen - enkelvoudige stopkraan PM wandafsluitkranen - stopkraan met dienstkraan PM dienstkranen - algemeen dienstkranen - dubbele dienstkraan/buiten (vorstvrij) FH st ééngatskranen - algemeen ééngatskranen - handwastafelkraan FH st ééngatskranen - lavabomengkraan FH st muurmengkranen - algemeen muurmengkranen douchemengkraan/armatuur FH st muurmengkranen uitgietbakmengkraan/armatuur FH st regenwaterpompen - algemeen regenwaterpompen zelfaanzuigende hydrofoorgroep FH st SANITAIR WARM WATER sanitair warm water - algemeen zonneboilers algemeen FH st zonneboilers - collectoren PM zonneboilers - opslagvat PM zonneboilers - leidingsysteem en toebehoren PM zonneboilers - circulatoren PM zonneboilers - expansiesysteem PM zonneboilers - regelsystemen en beveiliging GASINSTALLATIES gasinstallaties - algemeen gasleidingen - algemeen gasleidingen - staal FH st gasleidingen - PE VH st gaskranen - algemeen gaskranen - gasfilter PM gaskranen - afsluitkranen PM gasaansluiting FH st VERWARMING INDIVIDUELE INSTALLATIES verwarming individuele installaties - algemeen 241 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

11 verwarming individuele installaties proefopstelling PM verwarming individuele installaties grenzen van de aanneming PM gaswandketels - algemeen gaswandketels gesloten /CV & SWW (doorstroom) FH st leidingnet & toebehoren - algemeen leidingnet & toebehoren buizen leidingnet & toebehoren - collectoren PM leidingnet & toebehoren - leidingisolatie PM leidingnet & toebehoren - brandwerende doorvoeren PM installatieonderdelen - algemeen installatieonderdelen - aflaatkranen PM installatieonderdelen regel- en afsluitkranen PM installatieonderdelen - circulatoren PM installatieonderdelen - expansiesysteem PM st installatieonderdelen - vlotterontluchters PM verwarmingselementen & toebehoren - algemeen verwarmingselementen & toebehoren - plaatradiatoren FH st warmteregeling & toebehoren - algemeen warmteregeling & toebehoren - radiatorkranen FH st warmteregeling & toebehoren - thermostaatkoppen FH st warmteregeling & toebehoren - kamerthermostaten FH st warmteregeling & toebehoren - weersafhankelijke regeling FH st BRANDBESTRIJDING brandbestrijding - algemeen brandwerende bescherming - algemeen GP VENTILATIE ventilatie - algemeen ventilatie proefopstelling PM ventilatie proeven ventilatiekanalen - algemeen ventilatiekanalen metaal/rond FH st ventilatiekanalen - flexibele kanalen FH m ventilatiekanalen - ophanging en bevestiging PM toebehoren ventilatiekanalen - algemeen toebehoren ventilatiekanalen - brandkleppen FH st toebehoren ventilatiekanalen - brandmoffen FH st woonhuisventilatoren - algemeen woonhuisventilatoren - systeem C FH st dampkappen - algemeen ventilatieventielen en -roosters - algemeen ventilatiemonden - ventiel FH st ventilatiemonden - gevelroosters FH st OPBOUWKANALEN ROOKGAS EN VENTILATIE 272 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

12 opbouwkanalen rookgas en ventilatie algemeen dakdoorgang - algemeen dakdoorgang - enkelvoudig FH st ELEKTRICITEIT BINNENNET elektriciteit binnennet - algemeen aansluitingen - algemeen aansluitingen ondergrondse aansluiting FH st aansluitingen aansluitbocht PM aansluitingen aansluitplaat FH st aansluitingen - tellerkasten FH st aansluitingen verbindingskabels FH st verdeelkasten - algemeen verdeelkasten - hoofdverdeelborden FH st stroombeveiliging - algemeen stroombeveiliging - hoofdschakelaars PM stroombeveiliging - differentieelschakelaars PM stroombeveiliging - automatische schakelaars PM aarding - algemeen aarding aardingslus PM aarding - afzonderlijke aardverbindingen VH st aarding - aardingsonderbrekers PM aarding - hoofdbeschermingsgeleiders PM aarding - hoofdequipotentiaalverbindingen PM aarding - bijkomende equipotentiaalverbindingen PM leidingen - algemeen leidingen ondergrondse kabels FH m leidingen inbouw kabelbuizen PM leidingen opbouw kabelbuizen PM leidingen - wachtbuizen PM trek- en verbindingsdozen - algemeen trek- en verbindingsdozen - inbouw metselwerk PM trek- en verbindingsdozen - inbouw holle wanden PM trek- en verbindingsdozen - inbouw verlaagde plafonds PM trek- en verbindingsdozen - inbouw vloeren PM trek- en verbindingsdozen - opbouw PM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS & CONTACTDOZEN elektriciteit schakelaars & contactdozen - algemeen stopcontacten - algemeen stopcontacten - 16A FH st aansluitdozen - algemeen aansluitdozen - voeding elektrisch fornuis FH st aansluitdozen - voeding was- & vaatwasmachine FH st aansluitdozen - voeding HVAC en andere FH st schakelaars - algemeen schakelaars - enkelpolig FH st schakelaars - dubbelpolig FH st schakelaars - wissel FH st 292 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

13 72. ELEKTRICITEIT LICHTARMATUREN elektriciteit lichtarmaturen - algemeen binnenarmaturen E27 - algemeen FH st binnenarmaturen E27 fitting met spaarlamp FH st binnenarmaturen TL - algemeen binnenarmaturen TL - meterlokaal FH st buitenarmaturen - algemeen buitenarmatuur - terras FH st buitenarmaturen inkom FH st buitenarmaturen carport FH st ELEKTRICITEIT BEL elektriciteit bel - algemeen individuele belinstallaties - algemeen individuele belinstallaties - huisbel FH st individuele belinstallaties - beldrukknop PM individuele belinstallaties - beltransfo PM individuele belinstallaties - bedrading PM ELEKTRICITEIT TELECOM & DOMOTICA elektriciteit telecom & domotica - algemeen kabeldistributie - algemeen kabeldistributie buitenbekabeling GP kabeldistributie basis aansluitpunt FH st kabeldistributie extra aansluitpunt FH st kabeldistributie - binnenbekabeling PM netwerkbekabeling algemeen netwerkbekabeling buitenbekabeling GP netwerkbekabeling basis aansluitpunt FH st netwerkbekabeling extra aansluitpunt FH st netwerkbekabeling - binnenbekabeling PM BRANDDETECTIE & ALARMSYSTEMEN branddetectie & alarmsystemen - algemeen brandmelding - algemeen brandmelding - autonome rookmelders FH st BINNENSCHILDERWERKEN schilderwerken algemeen binnenschilderwerken op hout en houtachtige platen algemeen binnenschilderwerken op hout en houtachtige platen lak BUITENSCHILDERWERKEN 308 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

14 buitenschilderwerken - algemeen buitenschilderwerken op beton - algemeen buitenschilderwerken op beton kwartshoudende structuurverf FH m BUITENVERHARDINGEN buitenverhardingen - algemeen funderingen - algemeen funderingen - steenslag verhardingen - algemeen verhardingen betonstraatstenen verhardingen betontegels lijnvormige elementen - algemeen lijnvormige elementen - boordstenen BUITENCONSTRUCTIES EN AFSLUITINGEN buitenconstructies en afsluitingen - algemeen tuinafsluitingspalen - algemeen tuinafsluitingspalen - staal PM draadafsluitingen - algemeen draadafsluitingen - gladde draad FH m tuinhekken - algemeen tuinhekken - staal FH st constructies tuinhout - algemeen BUITENMEUBILAIR EN UITRUSTINGSELEMENTEN buitenmeubilair en uitrustingselementen - algemeen brievenbussen - algemeen brievenbussen - aluminium FH st GROENAANLEG EN -ONDERHOUD groenaanleg en onderhoud - algemeen verwerking teelaarde - algemeen verwerking teelaarde afkomstig van afgraving VH m3 320 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

15 00. ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens BOUWPLAATS Het uit te voeren project betreft de nieuwbouw van 12 woningen en 4 appartementen te Kleuterweg, 3550 Heusden-Zolder. BOUWHEER SHM Vooruitzien Burgemeester Geyskensstraat 1, 3580 Beringen Tel: ontwerpteam ontwerpteam - architecturaal ontwerp Het architecturaal ontwerp is opgemaakt door Q-BUS Architectenbureau BV BVBA Klaverbladstraat 1a 3560 Lummen Tel: ontwerpteam - studie stabiliteit De stabiliteitsstudie is uitgevoerd door AB Associates Genkersteenweg Hasselt Tel: ontwerpteam - studie technieken De studie van de technieken is uitgevoerd door Raco Meylandtlaan Heusden-Zolder Tel: ontwerpteam - veiligheidscoördinatie De veiligheidscoördinatie wordt uitgevoerd door: Ontwerp: Raco Meylandtlaan Heusden-Zolder Tel: : Thijco BVBA Cabergstraat Bilzen Tel:+32 (0) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

16 ontwerpteam EPB verslaggeving De EPB-verslaggeving wordt uitgevoerd door Q-BUS Architectenbureau BV BVBA Klaverbladstraat 1a 3560 Lummen Tel: documenten documenten architectuur PLANNENLIJST Nr. 1. Inplanting, ligging, omgeving en terreinsneden 2. Blok A+B - 2x2 woningen grondplannen, gevels en snede 3 Blok C - 4 appartementen grondplannen, snede BB 4 Blok C - 4 appartementen Gevels, Snede AA 5 Blok D - 5 woningen grondplannen, gevels, snede 6 Blok E - 3 woningen Grondplannen, gevels en sneden 7 Carports blok D grondplannen, gevels en snedes 8 Carports blok C en E grondplannen, gevels en snedes documenten - stabiliteit PLANNENLIJST Nr. BK001 Blok A+B // Alle Niveaus BK002 Blok C // Fundering BK003 Blok C // Boven gelijkvloers BK004 Blok C // Boven verdieping +1 BK005 Blok D // Fundering BK006 Blok D // Boven gelijkvloers + boven verdieping +1 BK007 Blok E // Fundering BK008 Blok E // Boven gelijkvloers + boven verdieping +1 BK009 Carports blok C+E / Blok D documenten - technieken PLANNENLIJST Nummer Naam 1/5 Blok A&B Elektro Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

17 2/5 Blok A&B Ventilatie 3/5 Blok A&B Verwarming 4/5 Blok A&B Sanitair 5/5 Blok A&B Eendraadschema 1/5 Blok C Elektro 2/5 Blok C Ventilatie 3/5 Blok C Verwarming 4/5 Blok C Sanitair 5/5 Blok C Eendraadschema 1/5 Blok D Elektro 2/5 Blok D Ventilatie 3/5 Blok D Verwarming 4/5 Blok D Sanitair 5/5 Blok D Eendraadschema 1/5 Blok E Elektro 2/5 Blok E Ventilatie 3/5 Blok E Verwarming 4/5 Blok E Sanitair 5/5 Blok E Eendraadschema 1/1 Omgevingsplan documenten - veiligheidscoördinatie VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDPLAN IN BIJLAGE documenten EPB verslaggeving EPB-DOSSIER Referentie: documenten - diepsonderingsverslag Uitgevoerd door de firma Geosonda Referentie diepsonderingsverslag: documenten - verslag milieutechnisch bodemonderzoek Uitgevoerd door de firma ABO Referentie verslag: R.01 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

18 01. AANNEMINGSMODALITEITEN aannemingsmodaliteiten - algemeen De voorschriften van dit hoofdstuk vormen een toelichting en/of aanvulling bij de wetgeving overheidsopdrachten. Aan alle hieraan verbonden verplichtingen en aansprakelijkheden wordt door onderhavige richtlijnen op geen enkele manier afbreuk gedaan. De aard van alle artikels van dit hoofdstuk 01. Aannemingsmodaliteiten is Pro Memorie (PM), inbegrepen in het geheel van de aanneming aannemingsmodaliteiten bestek PM ALGEMEEN Deze bestektekst is opgemaakt volgens de typetekst van het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw, zoals opgemaakt door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). In tegenstelling tot de vorige uitgaven van bestekken van de VMSW (B2001 en B2005) is het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw GEEN verwijsbestek. Onderhavig bestek is dus de enige bestektekst voor dit project. Bepalingen die door de architect zijn toegevoegd of gewijzigd t.o.v. het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw zijn in een duidelijk herkenbare letter- en alineastijl opgemaakt. Indien in artikels verwezen wordt naar andere artikels die door vergetelheid niet opgenomen zijn in dit bestek, is de overeenkomstige recentste beschrijving van deze artikels uit het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw van de VMSW van toepassing. Indien tijdens de uitvoering van de werken nieuwe posten zouden moeten uitgevoerd worden, die niet opgenomen zijn in onderhavig bestek, is de overeenkomstige recentste beschrijving van deze posten uit het Bouwtechnisch Bestek Woningbouw van de VMSW van toepassing. MEETCHAR Naast elke artikeltitel staat een meetchar die aangeeft welke meeteenheid en aard van overeenkomst van toepassing is voor dat artikel. Indien een tegenstrijdigheid tussen de meetchar en de paragraaf zou voorkomen in dit bestek heeft de tekst onder de paragraaf voorrang op de meetchar. NORMEN De aannemer is behalve aan alle in het bestek vermelde normen onverminderd onderworpen aan de bepalingen van de geldende normen NBN, technische voorschriften van de STS en, TV s (WTCB) en PTV s (Probeton) zoals die drie maanden voor de aanbestedingsdatum werden gehomologeerd of geregistreerd. VERANTWOORDELIJKHEID Dit bestek vraagt in verschillende artikels om documenten ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper en/of het Bestuur. De goedkeuring door ontwerper en/of Bestuur ontslaat de aannemer en leden van het ontwerpteam echter niet van hun volledige verantwoordelijkheid aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM Door het feit dat hij zijn offerte indient, erkent de inschrijver dat hij ter plaatse is geweest en zich op de hoogte heeft gesteld van de bestaande toestand van de bouwplaats, de ligging, de omgeving en de toegangswegen. Hierdoor wordt de inschrijver geacht zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de omvang van de aanneming en de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren werken, m.b.t. de algemene coördinatie van de werken de inrichting van de bouwplaats de gemeentelijke voorschriften en nutsleidingen de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen op de werf de mogelijkheden tot de aanvoer en het stockeren van bouwmaterialen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

19 het plaatsen van stellingen de opstelling van aangepast materieel (graafmachines, kranen, ) de eventuele voorafgaande sloopwerken de gebeurlijke aanbouw tegen en de bijhorende afwerkingen van scheidingsmuren of bestaande constructies, aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM De aannemer is verantwoordelijk voor iedere schade die hij tijdens of door zijn werken zou toebrengen aan gebouwen, inboedel, beplanting, wegenis, nutsleidingen, e.d. of aan derden zowel aan hun persoon als aan hun goederen. Het betreft de extra contractuele aansprakelijkheid volgens artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM De opsomming van de prestaties in dit bestek moet als niet beperkend worden beschouwd. Door zijn inschrijving verplicht de aannemer zich ertoe in het kader van zijn forfaitaire prijs alle prestaties te leveren die behoren tot en/of in verband staan met de volledige en onberispelijke voltooiing van de werken, zoals die in het aannemingsdossier voorzien zijn. Bijkomende leveringen en prestaties die niet expliciet beschreven zijn in het bestek, detailplannen of uitvoeringsschema s, maar onontbeerlijk zijn voor een volledige en vakkundige uitvoering van de werken of technische installaties maken integraal deel uit van de overeenkomst en worden verondersteld te zijn opgenomen in de prijsbieding. Eventuele leemtes of opmerkingen moeten gemeld worden bij de inschrijving. Zo niet worden deze verondersteld te zijn inbegrepen in de offerte. De aannemer kan zich niet beroepen op onderschatting of misvatting van de beschreven werken om afwijkingen van het aannemingscontract te bedingen aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM Niettegenstaande de aanbestedende overheid geen contractuele band heeft met de onderaannemers eist zij van de hoofdaannemer dat hij enkel werkt met onderaannemers die een erkenning hebben voor het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren. Het bestek kan steeds bijkomende eisen opleggen inzake onderaannemers (zoals habilitatie, erkenningen, e.d.) aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN VERMOEDELIJKE HOEVEELHEDEN - VA1 Alle hoeveelheden vermeld op de samenvattende opmeting zijn forfaitair, behalve de hoeveelheden die volgens de documenten tegen prijslijst worden uitgevoerd en die worden voorafgegaan of gevolgd door de vermelding VH of Vermoedelijke Hoeveelheid. Enkel die werken en artikels die uitdrukkelijk als vermoedelijke hoeveelheid zijn opgenomen in het bestek komen in aanmerking. Overschrijdingen van vermoedelijke hoeveelheden moeten voorafgaandelijk aangevraagd worden aan de opdrachtgever. Zij zullen na uitvoering verrekend worden op basis van de opgegeven eenheidsprijzen. De aannemer legt alle nuttige bewijzen voor om de juiste hoeveelheden te bepalen. De opmeting zal gebeuren op initiatief van de aannemer, op het ogenblik dat ze best controleerbaar zijn, in het bijzijn van de architect en/of een afgevaardigde van het Bestuur. VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN WIJZIGINGEN TIJDENS DE UITVOERING VAN DE WERKEN - VA2 Iedere wijziging, toevoeging of weglating van werken moet in principe worden vermeden. Indien toch noodzakelijk zijn zij het voorwerp van een verrekening-aanhangsel VA2. Ze worden opgesteld vóór de uitvoering van de werken en onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de VMSW aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

20 In dit bestek wordt voor verschillende materialen en/of systemen geëist dat zij beschikken over een merk van overeenkomstigheid BENOR of een doorlopende technische goedkeuring ATG of een gelijkwaardig keuringsattest. De producten waarvoor een merk van overeenkomstigheid BENOR of een technische goedkeuring ATG bestaat, of die het voorwerp uitmaken van een kwaliteitscontrole tijdens de fabricage door een door de overheid erkende onpartijdige instelling, worden vrijgesteld van de proeven voor voorafgaande technische keuring. De aanbestedende overheid behoudt zich nochtans het recht voor om, in geval van twijfel, op haar kosten tot een geheel of een gedeelte van de keuringsproeven over te gaan; de resultaten van deze proeven kunnen worden meegedeeld aan de instelling belast met het toekennen van het merk BENOR of ATG of met de kwaliteitscontrole van het desbetreffend product. Wanneer door de aannemer een partij zogenoemd (aan BENOR of ATG) gelijkwaardige producten voorgesteld wordt, toont de aannemer vooraf en op zijn kosten de gelijkwaardigheid aan met een gemotiveerde nota opgesteld in het Nederlands. Deze nota omvat alle stavingsstukken zoals auditrapporten, proefuitslagen,, opgemaakt door een officieel erkend onafhankelijk laboratorium. Indien de gelijkwaardigheid niet aanvaard wordt door de aanbestedende overheid zal deze overgaan tot een volledige partijkeuring ten laste van de aannemer. De betrokken producten mogen niet verwerkt worden voordat alle resultaten positief zijn. De aannemer heeft in dit geval nooit recht op schadevergoeding noch op termijnverlenging aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM De aannemer legt op vraag van de architect of het Bestuur bij aanvang van de werken en/of minstens 15 dagen voor iedere levering of verwerking een lijst ter goedkeuring voor van alle te gebruiken materialen en systemen, samen met bijhorende representatieve stalen, kleurkaarten, technische fiches en eventueel voorgeschreven keuringsattesten. Wanneer dit gevraagd wordt, zal de aannemer de materialen, voor de aanvang van de werken, laten beproeven. Materialen De materialen worden zoveel mogelijk in recycleerbare verpakkingen geleverd. Het verpakkingsmateriaal wordt systematisch gesorteerd op de werf. Vlarema is van toepassing. De aannemer toont aan de hand van de veiligheidsfiche (Safety Data Sheet) of de technische fiche aan dat er bij de productie van de gebruikte materialen geen stoffen voorkomen die als schadelijk beschouwd worden door de Europese richtlijn 67/548/EEC. Afwerkingsmaterialen en -producten die in contact staan met de binnenomgeving van het gebouw mogen geen stoffen bevatten die kankerverwekkend (R40, R45, R49), mutageen (R46, R68), schadelijk of giftig voor de voortplanting (R60, R61, R62, R63) of toxisch (R23, R24, R25, R26, R27, R28) zijn. Hierbij wordt verwezen naar de Europese Verordening (EG) nr. 1272/ plaatsbeschrijvingen algemeen De plaatsbeschrijvingen omvatten een volledige en nauwkeurige weergave van de toestand waarin eigendommen, zowel roerend als onroerend, zich bevinden op het ogenblik van het onderzoek. Dit betreft alle eigendommen en openbare domeinen die op een of andere wijze nadelige invloeden zouden kunnen ondergaan door de uitvoering van de werken. De tegensprekelijke plaatsbeschrijvingen en de vergelijkende beschrijvingen worden opgemaakt door een beëdigd onafhankelijk expert, aangesteld door de aannemer. Hij zal minstens veertien dagen op voorhand, door middel van een aangetekend schrijven, de eigenaar(s) van de te bezoeken panden de dag en het uur meedelen voor het plaatsbezoek. Hij zal hen in dit schrijven ook verzoeken om zich eventueel te laten bijstaan door een raadsman of deskundige om het tegensprekelijk karakter van de vaststellingen te verzekeren. Een kopie van dit schrijven wordt naar het Bestuur en de architect verstuurd. Voor de aanvang van de werken wordt een kopie van de door alle betrokken partijen ondertekende plaatsbeschrijving(en) aan alle betrokken partijen en het Bestuur overhandigd. Bij het einde van de werken wordt een tegensprekelijke staat van vergelijking opgemaakt met de vaststelling van de mogelijke schade t.o.v. de toestand vermeld in de plaatsbeschrijvingen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

21 bij de aanvang van de werken. De aannemer moet de vastgestelde beschadigingen herstellen of de schade vergoeden. Vóór de voorlopige oplevering overhandigt hij de opdrachtgever de schriftelijke verklaringen van de betrokken eigenaars dat ze ofwel geen schade hebben geleden ofwel dat de schade werd hersteld en/of vergoed. De plaatsbeschrijving zal bestaan uit een nauwkeurige tekstuele beschrijving een visualisering van de bestaande situatie d.m.v. foto s of video een ontvangstmelding en door de eigenaar(s) voor akkoord ondertekend exemplaar het eindrapport beslaat een geschreven tekst met vermelding van de wijzigingen t.o.v. de originele plaatsbeschrijving, aangevuld met foto s van de gebeurlijke schadegevallen plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies/bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming plaatsbeschrijvingen aangrenzende constructies/staat van vergelijking PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming plaatsbeschrijvingen wegenis en voetpaden De nodige plaatsbeschrijvingen van de openbare en/of private wegenis, inclusief de bestaande infrastructuur (riolering, putdeksels, verlichtingspalen, ) grenzend aan de werf en/of deel uitmakend van de werf plaatsbeschrijvingen wegenis en voetpaden bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming plaatsbeschrijvingen wegenis en voetpaden/staat van vergelijking PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming plaatsbeschrijvingen beplanting plaatsbeschrijvingen beplanting/bij aanvang van de werken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming plaatsbeschrijvingen beplanting/staat van vergelijking PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

22 werfcoördinatie algemeen werfcoördinatie planning van de werken PM Voor de aanvang van de werken moet een globale planning opgemaakt worden in samenspraak met de opdrachtgever, de architect, de betrokken studiebureau s en nutsmaatschappijen. Deze planning houdt rekening met de vastgelegde uitvoeringstermijnen door de verschillende onderaannemers. Eventuele opmerkingen zullen door de aannemer in een herziene versie worden verwerkt. Op regelmatige tijdstippen zal de planning worden geëvalueerd, i.f.v. de vordering van de werken, de vastgelegde uitvoeringstermijn en gebeurlijke termijnsverlengingen werfcoördinatie werfleiding en controle PM WERFLEIDING De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan, die als werfverantwoordelijke instaat voor de goede uitvoering van de opdracht. De gemachtigde moet door het Bestuur worden erkend. Het Bestuur heeft steeds het recht om de gemachtigde te doen vervangen. WERFCONTROLE 0p de werf is steeds een kopie van het volledige aannemingsdossier aanwezig. De plannen worden op een afgesproken plaats opgehangen; hierop worden alle verbeteringen en aanpassingen aangeduid. Deze wijzigingen worden, na goedkeuring door de architect en/of opdrachtgever, in het dagboek der werken en/of de werfverslagen genoteerd. Het dagboek der werken en een kopie van alle werfverslagen moeten zich steeds op de bouwplaats bevinden in het werfkantoor. De aannemer stelt het nodige materieel, leveringen en personeel ter beschikking van het Bestuur en de controleorganen om al de door hen nuttig geachte controles uit te voeren werfcoördinatie werfvergaderingen PM Minstens eenmaal per werkweek vindt er een werfvergadering plaats. Er wordt in samenspraak tussen de opdrachtgever, de architect en de aannemer een bepaalde dag van de week en een vast uur afgesproken waarop de werfvergaderingen worden gehouden. Indien geen specifieke problemen in de werfvergadering worden besproken, mag de aannemer vertegenwoordigd zijn door een gemachtigde. Indien voorafgaandelijk gesignaleerd wordt dat op de werfvergadering een specifiek probleem zal worden besproken, moet de aannemer daarbij vertegenwoordigd zijn door een terzake bevoegd afgevaardigde. Eventueel bijkomende vergaderingen op uitnodiging van de architect zijn verplichtend voor de aannemer. In overleg tussen het Bestuur en de architect worden dag en uur bepaald. Van elke werfvergadering wordt door de architect een werfverslag opgemaakt waarin alle besproken punten worden opgenomen en dat aan alle betrokken personen wordt overhandigd of toegestuurd. Deze verslagen zullen de waarde hebben van een aangetekende briefwisseling. Alle punten waarop geen bezwaar gemaakt is, worden als bekrachtigd beschouwd werfcoördinatie uitzetten bouwwerken PM Alle vereiste middelen en prestaties om de maten van de constructies correct vast te leggen, te visualiseren en de controle ervan door het Bestuur mogelijk te maken. Het uitzetten van de huisaanluitputjes is inbegrepen indeze post! Voor de aannemer begint met het uitzetten, verwittigt hij de architect hiervan minimum drie dagen op voorhand. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

23 Het uitzetten van de bouwwerken op het terrein gebeurt door het aanbrengen van voldoende referentiepunten en stevige merktekens. De waterpasmerktekens voor de afgewerkte vloerpeilen moeten op onuitwisbare wijze vastgelegd worden in overleg met de architect. Het niveau 0.00 is het peil van de afgewerkte vloerpas van de gelijkvloerse verdieping of zoals aangegeven op de plannen. Bij vastgestelde anomalieën op het terrein moet de aannemer zo nodig de afgeleverde bouwvergunning raadplegen en het Bestuur hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen. Na het uitzetten nodigt de aannemer de architect en de opdrachtgever uit tot verificatie op het terrein en het eventueel aanbrengen van de nodige verbeteringen in het bijzijn van de aannemer of zijn gemachtigde. Het Bestuur moet zijn akkoord over de uitgezette maten noteren in het dagboek der werken. Pas dan kunnen de funderingswerken aangevat worden werfcoördinatie as-builtdossier PM De aannemer levert de nodige asbuilt-plannen aan het Bestuur en de veiligheidscoördinatorverwezenlijking voor de samenstelling van het postinterventiedossier. Het betreft de grafische weergave en een minimum aan (digitale) foto s van de uitgevoerde technische installaties en leidingen (gas, sanitair, verwarming, elektriciteit, liften, kokeropstellingen, ) over hun volledig verloop tot aan de aansluiting op de openbare distributieleidingen. De schema s worden opgemaakt op schaal 1/50 en worden in tweevoud aan het Bestuur overhandigd voor tot de voorlopige oplevering wordt overgegaan. De uitvoeringsplannen van het aanbestedingsdossier kunnen hiervoor als basis gebruikt worden. Indien beschikbaar kunnen de digitale plannen opgevraagd worden bij de ontwerper. Op te maken asbuilt-schema s na uitvoering van de werken van de waterdistributieleidingen van de verwarmingsleidingen van de ondergrondse en bovengrondse rioleringswerken van de gasdistributieleidingen van de elektrische installatie van de ventilatievoorzieningen werfcondities algemeen werfcondities orde en netheid PM De hoofdaannemer richt een nette en ordentelijke werf in en is gedurende de hele uitvoering van de werken verantwoordelijk voor het onderhoud en regelmatig opruimen ervan. TUSSENTIJDS OPRUIMEN & REINIGEN VAN DE BOUWPLAATS Tot aan de voorlopige oplevering staat de aannemer in voor: het wekelijks opruimen van de bouwplaats en reinigen van werflokalen, of telkens het opdrachtgevend Bestuur, architect of veiligheidscoördinator hierom verzoeken het regelmatig opruimen en verwijderen van de werf van alle puin, afval, overschotten van gebruikte materialen of afval van de door hem en/of zijn onderaannemers uitgevoerde werken. het treffen van alle maatregelen om de toegangswegen tot de werf (wegenis, riolen) proper te houden; alle door het gemeentebestuur opgelegde waarborgen betreffende het openbaar domein zijn daarbij ten laste van de aannemer. ALGEMENE SCHOONMAAK VOOR DE VOORLOPIGE OPLEVERING Bij het beëindigen van de werken en voor er tot de voorlopige oplevering kan worden overgegaan, moet de aannemer zorgen voor een grondige opkuis van de volledige werf, zowel buiten als binnen de gebouwen, door hem gebouwd, uitgerust of gebruikt tijdens de werken, ongeacht of de vervuiling door hemzelf of zijn onderaannemers werd veroorzaakt. Deze algemene opkuis omvat o.a. het weghalen van klevers, het wassen van alle schrijnwerk en beglazing, bevloeringen, vensterbanken, sanitaire toestellen,. De reinigingswerken gebeuren met aangepaste producten en waar vereist door gekwalificeerd personeel. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

24 Keuring De architect en het Bestuur behouden zich het recht voor om na schriftelijke aanmaning, en indien de aannemer hieraan geen gevolg heeft gegeven binnen de 8 dagen na ontvangst, de werf te laten opruimen door derden en de achtergelaten materialen te laten afvoeren. De kosten hiervoor worden onverminderd van de maandelijkse vorderingsstaat of eindafrekening van de aannemer afgehouden werfcondities geluids- en stofhinder PM GELUIDSHINDER De aannemer moet zijn machines en het aangewende materieel voorzien van alle geluiddempende middelen die de techniek hem ter beschikking stelt. In het bijzonder bij werkzaamheden in stedelijke omgevingen moet de geluidshinder tot een minimum beperkt worden, conform eventuele gemeentelijke voorschriften. Alle gebeurlijke klachten en/of boetes zijn ten laste van de aannemer. STOFHINDER Bij werken die gepaard gaan met opwaaiend stof, treft de aannemer de nodige maatregelen om de hinder voor de omgeving te beperken. De voorziene maatregelen kunnen bestaan uit het besproeien met water en/of het spannen van afschermende zeilen. Alle gebeurlijke klachten, schadeclaims en/of boetes zijn ten laste van de aannemer werfcondities nazorg PM De aannemer verbindt zich ertoe om de afgewerkte gebouwen en/of lokalen te beschermen en in goede staat te houden tot aan de voorlopige oplevering. Waar vereist zullen bouwdrogers, vorstbeschermers, e.d. worden voorzien veiligheidsvoorschriften algemeen PM De aannemer neemt op zijn verantwoordelijkheid alle nodige organisatorische en technische maatregelen om gedurende het ganse verloop van de werken de veiligheid te verzekeren van zijn personeel en van alle op de werf toe te laten personen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijzen van alle respectievelijke uitvoeringsposten waarop het veiligheids- & gezondheidsplan betrekking heeft. Materialen en uitvoering Alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van: de Codex over het welzijn op het werk de welzijnswet van 04/08/1996 het KB van 25/01/2001 betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, en haar wijzigingen de nog geldende voorschriften van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) de diverse publicaties van het Nationaal Actiecomité voor de Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB). De aannemer zal zich schikken naar de aanbevelingen van de veiligheidscoördinatorverwezenlijking en de richtlijnen van het veiligheids- & gezondheidsplan, zoals gevoegd bij het aanbestedingsdossier. Alle eventueel hieraan verbonden kosten zijn inbegrepen in de aanneming. Volgens het art.159 van het KB van 15/07/2011 inzake overheidsopdrachten is de opvraging van documenten zoals vermeld in punt 1 en punt 2 van art. 30 van het KB van 25/01/2001 (gewijzigd door het KB van 19/01/2005) facultatief. Aangezien het veiligheids- en gezondheidsplan voldoende nauwkeurig beschrijft op welke wijze het bouwwerk moet worden uitgevoerd, worden er door de coördinator-ontwerp geen bijkomende documenten opgevraagd aan de inschrijvers. Door het ondertekenen van het inschrijvingsbiljet van de VMSW bevestigt de inschrijver dat hij de werkmethode zal volgen die voortvloeit uit dit veiligheids- en gezondheidsplan. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

25 Personen die de veiligheidsvoorschriften overtreden, kunnen van de bouwplaats worden gestuurd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

26 02. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN bouwplaatsvoorzieningen - algemeen De voorbereidende werkzaamheden voor de inrichting van de bouwplaats omvatten alle administratieve en organisatorische maatregelen en technische middelen om de werken volgens de bepalingen van het aanbestedingsdossier mogelijk te maken en dit overeenkomstig de omvang van de opdracht, de moeilijkheidsgraad en de eisen van veiligheid en hygiëne. Alle bedrijfsmiddelen, zoals materieel, energie, water, communicatiemiddelen, transport, e.d., alsook de (voorlopige) aansluiting aan de installaties van algemeen nut, de nodige vergunningen, vergoedingen of borgstellingen nodig voor de verwezenlijking van de aanneming zijn standaard inbegrepen in de eenheidsprijs. Dit geldt tevens voor alle deelaspecten van de inrichting van de werf, behalve indien de aanbestedingsdocumenten voor sommige van deze artikelen uitdrukkelijk een afzonderlijke post zouden voorzien. De inrichting en organisatie van de bouwplaats gebeurt voor de aanvang van de werken en volledig op kosten van de aannemer. De concrete planning hiervan wordt volledig overgelaten aan het initiatief en de verantwoordelijkheid van de aannemer, tenzij het bestek specifieke voorschriften oplegt. Het Bestuur kan steeds een schetsmatig voorstel van de geplande inrichting opvragen ter goedkeuring beschermingswerken algemeen beschermingwerken openbare weg PM De bestaande openbare wegen en voetpaden moeten op doelmatige wijze beschermd worden tegen iedere gebeurlijke beschadiging. Er mogen geen materialen of afval op de openbare weg worden gestapeld en het verkeer mag niet onnodig worden belemmerd. De geldende politionele verordeningen hierover moeten opgevolgd worden. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten de bestaande uitvoering volledig herstellen, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald beschermingswerken - beplantingen beschermingswerken beplantingen/bomen PM De aannemer moet de bestaande bomen waarvan de verwijdering niet uitdrukkelijk wordt voorzien, op afdoende wijze beschermen tegen ieder risico tot beschadiging of vernietiging. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De te behouden bomen worden beschermd, de bescherming wordt gedurende de ganse loop van de werken in stand gehouden. De beschermingshoogte is aangepast aan de kruinhoogte met een minimum van 1,80 m. De beschermingszijvlakken zijn tenminste 0,5 m breder dan de kruindiameter van de boom. Binnen deze zone mogen geen bouwactiviteiten plaatsvinden (graven, ophogen, bouwverkeer, opslag van materialen, ), behoudens de uitdrukkelijke toestemming van de opdrachtgever en architect. Na voltooiing worden de beschermingsmiddelen verwijderd en afgevoerd van de bouwplaats. De bomen die tijdens de beschermingsperiode toch beschadigd worden, zullen vervangen worden (soort en grootte zoals de beschadigde exemplaren) of vergoed worden op kosten van de aannemer. De schade zal berekend worden op basis van de Uniforme methode voor de waardebepaling van straat-, laan-, en parkbomen behorende tot het openbaar domein. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

27 beschermingswerken beplantingen/struiken en hagen PM De aannemer moet de bestaande struiken en beplantingen waarvan de verwijdering niet uitdrukkelijk wordt voorzien, op afdoende wijze beschermen tegen ieder risico tot beschadiging of vernietiging. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) opruiming beplantingen algemeen opruiming beplantingen bomen PM De overtollige bomen werden reeds gerooid. De aannemer dient enkel de stronken te verwijderen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De aanwezige wortels en wortelkronen dienen verwijderd te worden. De ontstane kuilen worden gevuld met te verdichten vulzand Alle stronken op het terrein, behalve degene die opgenomen zijn in de inventaris van te bewaren bomen, zoals opgemaakt door het Bestuur en/of de gemeentelijke overheid opruiming beplantingen struiken en hagen PM De overtollige struiken en hagen worden opgeruimd en van het bouwterrein verwijderd. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Na bescherming van de eventueel te behouden struiken en hagen, worden de op te ruimen struiken en hagen verwijderd met inbegrip van de wortels en van de bouwplaats afgevoerd. Het verbranden of inkuilen op de bouwplaats is verboden. De ontstane kuilen worden gevuld met grond afkomstig van de uitgravingen Alle struiken en hagen over het volledige terrein toegangswegen algemeen De aannemer zorgt voor een vlotte, veilige en degelijke ontsluiting van de werf. Alle kosten voor eventuele hieraan verbonden grond- en andere werken zijn integraal ten laste van de aanneming. De aannemer wordt bij zijn inschrijving verondersteld de aard en de toestand van het terrein te kennen en zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de moeilijkheden die hij in dat opzicht zou kunnen ondervinden. Hij kan hierover geen redenen inroepen om vertragingen of meerkosten te rechtvaardigen toegangswegen voorlopige verharding voor zware lasten PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

28 De voorlopige wegverharding laat alle werfverkeer van en naar de bouwplaats toe. Deze wegverharding staat eveneens ter beschikking van andere aannemers, die een gelijktijdige opdracht op de bouwplaats vervullen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Het type verharding en de laagdikte zijn aangepast aan de te verwachten belasting (vrachtwagens) en de aard van de ondergrond. De verharding is waterdoorlatend. Te verharden zone: overeenkomstig aanduiding op plan of te bepalen in overleg met het Bestuur. Bij het einde van de werken wordt de wegverharding verwijderd en het terrein in zijn oorspronkelijke toestand hersteld toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM Bij gebrek aan voldoende parkeerruimte op het bouwterrein zelf wordt indien mogelijk in de nabijheid van het bouwterrein een ruimte ingericht als tijdelijke parking en/of worden de nodige vergunningen aangevraagd bij de plaatselijke instanties om hiervoor gebruik te kunnen maken van de openbare weg. De aannemer staat in voor de vereiste signalisatie, vergunningsaanvragen, alle verschuldigde huren, taksen en/of gebeurlijke boetes. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) voorlopige omheining algemeen De aannemer moet ervoor zorgen dat het betreden van de bouwplaats door derden wordt verhinderd. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Alle kosten zijn ten laste van de aanneming. De nodige borden, signalisatie, verlichting, overdekkingen, voetgangerspaden, taksen, enz. worden hierbij inbegrepen. Waar de bouwplaats grenst aan openbaar terrein plaatst de aannemer een voorlopige omheining en de nodige signalisatie, die voldoende doeltreffend is om onbevoegde personen te weren en de veiligheid van het verkeer te waarborgen. Indien nodig kan het Bestuur de aannemer vragen ook andere delen van de bouwplaats van een omheining te voorzien. De omheining wordt voldoende stevig uitgevoerd, onderhouden en zonodig hersteld. De hoogte van de voorlopige omheining bedraagt ten minste 1,80 m. De afsluiting is voorzien van de nodige afsluitbare toegangen. Sleutels van deze toegangen worden bezorgd aan de architect en het Bestuur. Inplanting, materiaal, afmetingen en uitrusting moeten in overeenstemming gebracht worden met de geldende gemeentelijke voorschriften. De aannemer doet de vereiste aanvragen en betaalt de verschuldigde taksen. Waar de omheining wordt aangebracht op het voetpad, moet de aannemer zorgen voor een veilige voetgangerszone met een minimale breedte van 0,80 m en voorzien van een stevige borstwering op 1,00 m hoogte. De omheining wordt op regelmatige afstanden voorzien van een bordje verboden de werf te betreden of dergelijke. De omheining blijft eigendom van de aannemer en wordt pas weggenomen na de voorlopige oplevering of na akkoord van het Bestuur. De aannemer is volledig verantwoordelijk voor alle gebeurlijke diefstallen en/of vandalisme aankondiging werf algemeen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

29 De aannemer voorziet informatie over de werf voor voorbijgangers. De opstelling van de werfaankondiging zal gebeuren in samenspraak met het Bestuur en moet in overeenstemming zijn met alle wettelijke en/of gemeentelijke verordeningen. Indien de werf aan verschillende straten paalt, wordt in elke straat een werfaankondiging geplaatst. De werfaankondiging wordt in weersbestendige materialen uitgevoerd. De leesbaarheid van de informatie moet gedurende de volledige uitvoeringstermijn gegarandeerd zijn. De aannemer is verantwoordelijk voor de veilige opstelling, stabiliteit en verankering van het geheel, ook bij hevige regen en stormwinden. De onderkant van de werfaankondiging bevindt zich op een hoogte van min. 250 cm boven het plaatselijk niveau van het voetpad. De werfaankondiging wordt pas verwijderd mits uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur en blijft eigendom van de opdrachtgever, ook na verwijdering. Na verwijdering wordt de inplantingsplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Behalve de vermelding van de hoofdaannemer en eventuele onderaannemers op de borden worden bijkomende reclamepanelen niet toegestaan, behoudens de uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur. Iedere andere vorm van publiciteit is verboden en moet van de werf worden verwijderd aankondiging werf - werfdoek PM De aankondiging van de werf gebeurt d.m.v. een spandoek. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het spandoek bevat een informatiegedeelte en een impressiebeeld van het te realiseren project. Het impressiebeeld wordt aangeleverd door de ontwerper. De te vermelden informatie en de richtlijnen voor de opmaak zijn bepaald door de VMSW. Deze gegevens kunnen teruggevonden worden op VMSW/Publicaties-en-downloads werflokalen algemeen De aannemer voorziet de nodige werflokalen voor de volledige duur van de werken. De werken omvatten ook de aanleg, onderhoud, verwijdering en herstel van het grondoppervlak. Materialen Alle werflokalen zijn opgetrokken uit een degelijke en solide constructie en moeten volledig afsluitbaar zijn. De aannemer bezorgt het Bestuur voorafgaandelijk een schetsmatig overzicht van de inplanting van de werflokalen. De werflokalen zijn gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk, worden netjes onderhouden tijdens hun volledige gebruiksduur en zijn wind-, stof- en waterdicht. Werflokalen die op de openbare weg moeten staan, moeten voldoen aan de geldende gemeentelijke en politiereglementen werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM Materieel en bouwmaterialen gevoelig voor vocht moeten opgeslagen worden op een droge plaats. De aannemer voorziet hiervoor de nodige opslagruimten. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

30 De aannemer moet de bergruimten afsluiten, de gestapelde voorwerpen beschutten en ze beschermen tegen hitte, koude, vochtigheid en brandgevaar. De aannemer draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid bij gebeurlijke diefstal van goederen werflokalen kantoorruimte PM Voor werken met een uitvoeringstermijn langer dan 100 kalenderdagen en een bestelbedrag van meer dan (excl. btw) voorziet de aannemer een tijdelijke kantoorruimte. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De kantoorruimte zal voldoende ruim zijn om het houden van o.a. werfvergaderingen met een zestal personen mogelijk te maken. De keet wordt voorzien van het nodige meubilair (tafel voor zes personen, zes stoelen, afsluitbare bergkast voor de berging van de werfverslagen, technisch dossier, attesten, vorderingsstaten, stalen, ) De kantoorruimte is voorzien van aangepaste verlichting en moet in de winter behoorlijk verwarmd kunnen worden. De kantoorruimte moet op alle officiële werkdagen tijdens de normale werktijden toegankelijk zijn voor de opdrachtgever, architect en VMSW werflokalen personeelslokaal PM De aannemer moet zijn arbeiders lokalen ter beschikking stellen waar zij kunnen schuilen, hun kleding bergen, zich verzorgen en eten. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De lokalen moeten overeenstemmen met de voorschriften van het ARAB en aanbevelingen van het NAVB. De keet moet behoorlijk verlicht zijn, in de winter behoorlijk verwarmd kunnen worden en voorzien zijn van aangepast meubilair. Deze bouwketen mogen niet gebruikt worden voor het opslaan van materialen en gereedschap werflokalen sanitaire voorzieningen PM De aannemer voorziet de nodige sanitaire voorzieningen met minimaal één (chemisch) toilet. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De sanitaire voorzieningen zijn voorzien van verlichting en een watervoorziening. Zij moeten overeenstemmen met de eisen van het ARAB inzake veiligheid en hygiëne voorlopige aansluitingen algemeen De aannemer voorziet de nodige voorlopige aansluitingen voor de nodige nutsvoorzieningen. Alle nodige formaliteiten, evenals de kosten voor aansluiting, huur, taksen, leveringen, verbruik en onderhoud voor de diverse voorlopige aansluitingen vallen volledig ten laste van de aannemer, gedurende het ganse verloop van de werf. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

31 De aannemer moet tijdig contact opnemen met de respectievelijke nutsmaatschappijen om de aanvang en het verloop van de werken niet te vertragen. De aannemer moet er over waken dat de installaties in overeenstemming zijn met de reglementen van de distributiemaatschappijen. Wanneer tijdens de werken gebruik wordt gemaakt van bestaande of voorlopige aansluitingen op naam van het Bestuur, zullen de meterstanden bij de aanvang van de werken en bij de voorlopige oplevering worden genoteerd. Alle kosten (volgens de tarieven zoals aangerekend door de leverende nutsmaatschappij) vallen ten laste van de aannemer en zullen door het Bestuur worden verrekend. Indien andere aannemers gelijktijdig of na hem op de bouwplaats moeten werken, kan de aannemer verplicht worden om de verwezenlijkte voorlopige aansluitingen te handhaven. In dat geval heeft de aannemer recht op een vergoeding voor het ter plaatse laten van zijn materieel en voor het gebruik. Het bedrag ervan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur voorlopige aansluitingen - stroomvoorziening PM De aannemer doet het nodige om de bouwplaats van elektrische stroom te voorzien. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De aannemer neemt de nodige stappen om een voorlopige aansluiting op het elektriciteitsnet te bekomen en levert de nodige goedgekeurde werfkasten en aansluitkabels. De tijdelijke installaties en het gebruikte materieel moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de netbeheerder en het AREI en het ARAB voorlopige aansluitingen - watervoorziening PM De aannemer doet het nodige om de bouwplaats van water te voorzien. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De kwaliteit van het water moet voldoen aan de minimale kwaliteitsvereisten voor aanmaakwater voor beton en mortel. De aannemer zal voorzien in een voorlopige aansluiting op de openbare watervoorziening voorlopige aansluitingen - waterafvoer PM De aannemer treft alle nodige maatregelen voor de waterafvoer, zonder dat hij daarvoor mag rekenen op de riolering die ontworpen is voor de op te richten gebouwen. De aannemer voorziet in een voorlopige riolering om de afvoer van bestaande rioleringsstelsels te verzekeren, die tijdelijk of definitief onderbroken zouden worden. Alle uitgravingen, aanvullingen, leveringen en aansluitkosten zijn inbegrepen. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) De voorlopige riolering wordt aangelegd met buizen van een type en afmetingen die geschikt zijn voor de vereiste afvoer en voorzien van de nodige hulpstukken en aansluitingselementen. Gedurende het gebruik wordt de voorlopige riolering onderhouden. Van zodra ze overbodig is geworden en mits toestemming van het Bestuur, wordt de overbodige riolering verwijderd. De uitgebroken riolering blijft eigendom van de aannemer. Het tracé van de voorlopige afvoer wordt door de aannemer aan het Bestuur voorgelegd. Na verwijdering van de voorlopige riolering worden de sleuven aangevuld met grond voortkomende van de uitgravingen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

32 arbeidsmiddelen algemeen arbeidsmiddelen werken op hoogte arbeidsmiddelen werken op hoogte/ladders PM De aannemer voorziet de nodige ladders. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing arbeidsmiddelen werken op hoogte/steigers PM De aannemer voorziet de nodige steigers. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. Steigers moeten voldoen aan de normen NBN EN en NBN EN Er moet steeds een stabiliteitsberekening uitgevoerd worden om het ontwerp van de steigers te bepalen. Ze worden zodanig opgebouwd dat geen enkel onderdeel, tijdens het gebruik van de steiger, ten opzichte van het geheel kan bewegen. De steigers moeten verankerd of bevestigd zijn aan een punt dat voldoende weerstand biedt of beschermd zijn tegen elk risico van wegglijden of omvallen. Tussen de randen van de vloeren en het bouwwerk waartegen de steiger is geplaatst, mogen geen gevaarlijke openingen voorkomen. Tijdens de montage, de demontage, de ombouw en het gebruik van de steiger wordt er een aangepaste bescherming tegen het risico van vallen en tegen het risico van vallende voorwerpen aangebracht op elk niveau van de steiger arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM De aannemer voorziet de hulpmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten (kranen, hefplatformen, takels, ). aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (KB 04/05/1999 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. De pijl van de werfkraan mag geen hinder veroorzaken of hinder ondervinden indien deze buiten de bouwplaats zwenkt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

33 04. GEBOUWPRESTATIES gebouwprestaties - algemeen Dit bestek is opgesteld conform de wettelijke vereisten en de eventueel aanvullende gebouwprestaties. De aannemer zal alle nodige maatregelen treffen voor en tijdens de uitvoering van de werken zodat de beoogde resultaten behaald worden. De in dit hoofdstuk vermelde prestaties moeten gehaald worden, zelfs als verdere bepalingen in het bestek dit tegenspreken. De aannemer signaleert het onmiddellijk aan de ontwerper als hij tegenstellingen in het bestek ontdekt. Een goede coördinatie van de werken met de onderaannemers is onontbeerlijk energieprestatie en binnenklimaat (EPB) algemeen PM Algemeen Het gebouw en de inviduele wooneenheden voldoen aan de voor het project geldende EPBeisen. De voorgestelde materialen en componenten moeten volgens de bepalingen van de EPBrekenmethodiek gevaloriseerd kunnen worden in de definitieve EPB-aangifte. Dit kan betrekking hebben op de warmtegeleidingscoëfficiënt van isolatiematerialen, het rendement van warmteterugwinapparaten, (niet-limitatief) luchtdichtheid - algemeen PM Algemeen De gebouwschil wordt luchtdicht uitgevoerd en moet, gemeten door een luchtdichtheidsmeting, overeenkomstig artikel , voldoen aan de eis: v 50 < 3 m3/hm2 De TV 255 Luchtdichtheid van gebouwen (WTCB) geldt als code van goede praktijk. Onverminderd alle specifieke bepalingen verder in het bestek worden alle aansluitingen tussen de componenten van de gebouwschil (ruwbouw, buitenschrijnwerk, daken, vloeren, ) luchtdicht uitgevoerd. Doorvoeren door muren moeten steeds op voorhand voorzien worden d.m.v. ingemetselde buisstukken of nadien geboord worden met een geschikte boor en diameter. De doorvoeropeningen mogen in geen geval gekapt worden en moeten op luchtdichte wijze afgewerkt worden. Alle ingrepen in de gebouwschil voor elektriciteit, sanitair, verwarming, ventilatie, worden luchtdicht afgewerkt. De proef wordt uitgevoerd in de afwerkfase van het gebouw, na voltooiing van de technieken en bij voorkeur vlak voor oplevering. Het tijdstip wordt bepaald in samenspraak met de architect. Bij deze test moet de vooropgestelde luchtdichtheidseis behaald worden en moet er ook een proefrapport en conformiteitsverklaring afgeleverd worden. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat het herstellen en bijsturen van tekortkomingen in deze fase moeilijk kan zijn. De aannemer zal dan ook alle nodige maatregelen treffen voor en tijdens de uitvoering van de werken zodat de beoogde resultaten behaald worden. Een goede coördinatie van de werken met de onderaannemers is dan ook onontbeerlijk. De aannemer kan eventueel tussentijdse proeven uitvoeren. Deze richtinggevende proeven kunnen pas uitgevoerd worden indien de gebouwschil volledig dicht is. Bij voorkeur vinden deze proeven plaats voor de start van de binnenafwerking (muren wel reeds gepleisterd). Aanwezige lekken kunnen dan nog eenvoudig opgespoord en bijgewerkt worden. Deze tussentijdse proeven zijn steeds ten laste van de aannemer. Wordt de vooropgestelde luchtdichtheidseis tijdens de laatste proef niet gehaald, dan moet het luchtdichtheidsscherm opnieuw worden bijgewerkt. Deze kosten, de eventuele kosten voor het verwijderen en terugplaatsen van reeds geplaatste afwerkingslagen en de bijkomende proeven zijn ten laste van de aannemer akoestiek - algemeen PM Algemeen De norm NBN S Akoestische criteria voor woongebouwen is van toepassing op alle wooneenheden in dit bouwproject. Deze norm bepaalt de vereisten waaraan voldaan moet worden aangaande lucht- en contactgeluidisolatie, gevelisolatie, het lawaai van technische installaties en de beheersing van de nagalm van specifieke ruimten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

34 Tenzij anders vermeld is het vereiste prestatieniveau normaal akoestisch comfort brandveiligheid - algemeen PM Algemeen Het KB van 07/07/1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen met alle wijzigingen is van toepassing op dit bouwproject. De bijlage(s) lage gebouwen is van toepassing. Aanvullend op de basisnormen kunnen ook bijkomende en/of afwijkende voorschriften van de gemeente of lokale brandweer van toepassing zijn. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

35 05. PROEVEN proeven - algemeen Algemene proeven die uitgevoerd worden voor de voorlopige oplevering waarmee gecontroleerd wordt of de vereiste gebouwprestaties behaald worden. Naast de hieronder beschreven proeven kunnen in het bestek nog andere proeven of keuringen geëist worden. Deze zijn opgenomen in de betreffende artikels proeven - luchtdichtheidsmeting Bij een luchtdichtheidsmeting (ook blowerdoortest of pressurisatieproef genoemd) wordt een ventilator in een opening van de gebouwschil geplaatst en het gebouw achtereenvolgens in over- en onderdruk gezet ten opzichte van de buitenomgeving. Met het gemeten lekdebiet kunnen dan een aantal afgeleide grootheden berekend worden. Deze post moet steeds omvatten: het monteren en afstellen van de meetapparatuur; alle voorbereidende werken zoals het sluiten of afdichten van openingen, vullen van sifons, openen van binnendeuren, nodig voor een correcte meting; het uitvoeren van de vereiste metingen bij onder- en overdruk; de opmaak en het bezorgen van het proefverslag; het afleveren van de conformiteitsverklaring. De kostprijs voor het afleveren van de conformiteitsverklaring door de kwaliteitsorganisatie zijn ook inbegrepen in deze post. ALGEMEEN De luchtdichtheidsmeting wordt uitgevoerd conform de norm NBN EN Thermische eigenschappen van gebouwen - Bepaling van de luchtdoorlatendheid van gebouwen Overdrukmethode, methode A, aangevuld met de specificaties van bijlage VI - Bijkomende specificaties voor de meting van de luchtdichtheid van gebouwen in het kader van de EPBregelgeving van het MB van 02/04/2007. De proef wordt uitgevoerd conform STS-P 71-3 en door een erkend luchtdichtheidsmeter ingeschreven in een kwaliteitskader volgens Bijlage 6 van STS-P VOORBEREIDING Voor de start van de proef worden de grenzen van de te meten zone nauwkeurig vastgelegd. Deze zone moet in samenspraak met de ontwerper en de EPB-verslaggever bepaald worden, overeenstemmend met de opdeling van het gebouw in de EPB-aangifte. In de meeste gevallen valt de te meten zone samen met het beschermd volume. De testoppervlakte van de gebouwschil A test en het interne volume V worden door de ontwerper of EPB-verslaggever meegedeeld aan de uitvoerder, die de waardes mee opneemt in het proefverslag. Alle systemen die lucht aan de te meten zone toevoeren of eraan onttrekken worden stilgezet. Bewuste openingen in de gebouwschil met sluitingsinrichting worden gesloten, maar niet afgedicht. Hieronder vallen o.a. regelbare ventiltieopeningen, afvalwaterafvoerbuizen (gevulde sifon). In sommige gevallen moeten bewuste openingen dichtgehouden worden door bijkomende voorzieningen zoals een stuk kleefband (bijv. brievenbus, ). De gebruikte voorziening mag in geen geval gebruikt worden om de dichtheid van de openingen in gesloten toestand te verhogen. Openingen van mechanische ventilatiesystemen worden afgedicht door ofwel alle individuele ventielen af te dichten, ofwel de hoofdkanalen af te dichten tussen ventilator en gebouwschil ofwel de buitenopeningen af te dichten. Afdichten betekent hier het hermetisch afsluiten met alle mogelijke geschikte middelen; sluiten betekent het gebruik van de op de betrokken opening aanwezige sluitingsrichting zonder de luchtdichtheid van de opening in gesloten toestand te verhogen. Alle openingen binnen de te meten zone moeten geopend worden met uitzondering van de deuren van ingemaakte kasten en toiletten. Bestanddeel van het gebouw Buitendeur Behandeling bewuste openingen (Methode A) Gesloten (bij voorkeur met sleutel) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

36 Buitenvenster Deur naar een binnenruimte buiten de gemeten zone (bijvoorbeeld naar een kelder, een garage, enz.) Luik naar een binnenruimte buiten de gemeten zone (bijvoorbeeld naar een zolder, een geventileerde kruipruimte, een onbewoonbare zolderruimte, enz.) Deur binnenin de gemeten zone (met uizondering van deur vvan wandkasten en van toiletten) Regelbare ventilatieroosters (met inbegrip van RTO en RAO volgens NBN D Mechanische toevoer- en afvoeropening Vast ventilatierooster (niet regelbaar bijvoorbeeld: luchttoevoer voor een stookketel, een droogkast, een dampkap, enz.) Luchtafvoeropening bijvoorbeeld voor een droogkast of een dampkap (indien er geen sluiting voorhanden is op de opening zelf, kan het toestel dat op de opening aangesloten is desgevallend gesloten worden.) Brievenbus die in de gebouwschil geïntegreerd is Schoorsteen (haard, stookketel, kachel, enz.) Afvalwaterafvoer Ontluchting van de afvalwaterafvoer Gesloten Gesloten Gesloten Open Gesloten Afgedicht of dichtgestopt met een ballon Niet afgedicht Gesloten (als er een sluiting voorhanden is) Gesloten Gesloten Gevulde sifon Niet afgedicht MEETPROCEDURE De pressurisatie-apparatuur wordt in een veilig toegankelijke buitenopening geplaatst die de grootste luchtdichtheid biedt, in volgorde van voorkeur: vensterdeur of venster met een elastische dichting over de volledig omtrek, deur uitgerust met afdichting onderaan, deur zonder afdichting onderaan. Zelfklevende tape kan gebruikt worden om de luchtdichtheid aan de rand van de apparatuur te verzekeren. Er worden twee reeksen van metingen uitgevoerd: één met overdruk en één met onderdruk. Het grootste drukverschil moet minstens 50 Pa bereiken, bij voorkeur 100 Pa (in absolute waarde). Tijdens de proef kunnen met de blote hand, rookgasbuisjes of een IR-camera nog aanwezige lekken opgespoord en waar mogelijk bijgewerkt worden. PROEFVERSLAG Het proefverslag moet minstens volgende informatie bevatten: gegevens uitvoerder meting (naam, adres en btw-nummer onderneming, datum, naam en handtekening uitvoerder) gegevens aanvrager (naam, adres) gegevens gebouw en de gemeten zone: adres omschrijving van de gemeten zone, aangevuld met aanduiding op de bouwplannen (grondplannen en doorsneden) toestand (in- of uitgeschakeld) verwarming, ventilatie en andere toestellen toestand bewuste openingen (gesloten of niet gesloten), positie van de afdichting van ventilatieknanalen) gegevens over de proef: merk, type en positie van de pressurisatie-apparatuur en meetapparaten laaste ijkingsdatum apparatuur en naam van instelling die ijking uitgevoerd heeft beschrijving van het type van opening waarin de appartuur geplaatst werd binnen- en buitentemperaturen detail van de drukverschillen bij nuldebiet, gemeten voor en na de proef, en drukverschil bij gemiddeld nuldebiet gebruikt in de berekeningen gegevens van de relatie debiet/druk bij overdruk en bij onderdruk verantwoording indien de bereikte maximale druk lager is dan 100 Pa dubbele logaritmische grafiek met de gegevens en regressielijnen bij overdruk en bij onderdruk resultaat van de tussenberekeningen zowel bij overdruk als bij onderdruk; coëfficiënt C env en exponent n verkregen door regressie, gecorrigeerde coëfficiënt C L en V 50 gemiddeld luchtlekdebiet V 50 binnenvolume V (volgens NBN EN 13829) infiltratievoud n 50 testoppervlakte van de gebouwschil A test (volgens definitie in de EPB-regelgeving) v luchtlekdebiet per oppervlakte-eenheid van de gebouwschil 50 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

37 de verklaring: Bij de luchtdichtheidstest werden alle voorschriften in het kader van de EPBregelgeving zoals bescherven in het Specificatiedocument, versie x van dd mm jjjj, gerespecteerd (zie proeven luchtdichtheidsmeting / wooneenheid FH st meeteenheid: per wooneenheid Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

38 10. GRONDWERKEN grondwerken - algemeen Alle graafwerken noodzakelijk voor het verwezenlijken van de bouwputten en sleuven, alle wederaanvullingen rondom de gerealiseerde funderingen en/of kelders van de op te richten gebouwen. Behalve de in de volgende artikels beschreven werken, omvat de post grondwerken ook steeds: het nauwkeurig uitzetten en controleren van de uit te graven zones en peilen van de bouwputten en/of sleuven; het ter plaatse brengen en de installatie van het benodigde materieel, graafmachines, e.a.; het uitbreken en wegruimen van hindernissen of massieven met een volume kleiner dan 0,5 m3; de ongeschonden vrijwaring, de eventuele verlegging of terugplaatsing van aangetroffen kabels en leidingen; het droog houden van de bouwputten en sleuven ten gevolge van neerslag en/of grondwater (tenzij dit apart gemeten wordt onder artikel 10.60). AARD VAN HET TERREIN - GRONDONDERZOEK De aannemer wordt, door het feit van zijn inschrijving, geacht voorafgaandelijk kennis te hebben genomen van het terrein en de bodemgesteldheid, zodat dit geen aanleiding kan geven tot het indienen van verrekeningen, behalve de toegestane meerwerken voor onvoorziene omstandigheden en/of de afrekening van vermoedelijke hoeveelheden die expliciet in het bestek en de samenvattende opmeting worden vermeld. De opdrachtgever zal instaan voor het aanleveren van: de benodigde informatie omtrent de milieuhygiënische kwaliteit, die de aannemer in staat moet stellen om zijn prijszetting te maken, rekening houdend met de wetgeving m.b.t. het werken met uitgegraven bodem; het diepsonderingsverslag. Deze documenten worden als bijlage gevoegd bij de aanbestedingsdocumenten. De kosten voor deze grondonderzoeken vallen behoudens andere bepalingen ten laste van de bouwheer. WIJZE VAN UITVOERING - PLANNING Alle op het terrein achtergelaten inboedel, afval, sluikstorten, e.d. wordt voorafgaandelijk aan de werken verzameld en reglementair gestort. De graafwerken moeten, volgens de aard van het terrein en volgens noodwendigheid, machinaal of handmatig, uitgevoerd worden. Er worden geen verrekeningen toegestaan voor graafwerken die handmatig moeten uitgevoerd worden. Er wordt uitsluitend in droge bouwputten gewerkt. Indien artikel betreffende bronbemalingen niet opgenomen is in dit bestek wordt deze automatisch beschouwd als een last van de aanneming, zonder recht op enige prijsverrekening. Mits alle voorschriften van dit bestek en de plannen nageleefd worden en mits geen schade wordt aangebracht aan werken in uitvoering en/of aan bestaande bouwwerken, wordt de uitvoeringswijze overgelaten aan het initiatief van de aannemer, die er de volle verantwoordelijkheid voor draagt. BESCHERMINGSMAATREGELEN De aannemer zal zich voor de aanvang van de graafwerken per aangetekend schrijven informeren bij de gemeente waar de ondergrondse leidingen lopen en of deze een risico kunnen inhouden bij de geplande werkzaamheden. Registratie en planaanvraag via het KLIP. De verplichtingen voor de aannemer, m.b.t. elektrische kabels worden verwoord in het AREI (artikel ) en het ARAB (artikel 260bis). Bij schade aan een ondergrondse kabel tijdens de uitvoering van de werken zal de aannemer hiervoor aansprakelijk worden gesteld. De werkzaamheden mogen geen schade aanrichten aan de aan de gang zijnde werken of aan bestaande bouwwerken. De bodems van bouwputten en sleuven worden beschermd tegen elke schade door water of vorst. Iedere gebeurlijke schade valt ten laste van de aannemer. De aannemer treft alle nodige schikkingen om afkalvingen tijdens de uitvoering van de werken te vermijden. Indien de graafwerken de stabiliteit van bepaalde constructies in het gedrang kunnen brengen, verwittigt de aannemer onmiddellijk het bestuur. De graafwerken mogen pas weer aangevangen worden na het akkoord van het bestuur en na het eventueel nemen van maatregelen zoals het plaatsen van doeltreffende stutten, schoringen of onderschoeiingen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

39 VERREKENINGEN De voorziene afmetingen en diepte van de funderingssleuven en/of bouwputten worden vermeld op de plannen, in het bestek en/of de gedetailleerde meetstaat. Er worden hieromtrent geen wijzigingen of verrekeningen toegestaan. De architect/stabiliteitsingenieur kan echter in elke fase van de uitgraving eisen sleuven en/of bouwputten dieper of minder diep uit te voeren dan het aanvankelijk voorgeschreven niveau vanwege de toestand van de blootgemaakte grond. Meer- of minwerken die hieruit voortspruiten, worden verrekend in de diepte (niet in de breedte) en aan de eenheidsprijs voorzien in de offerte. Zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de architect/stabiliteitsingenieur is het verboden de uitgravingen dieper uit te voeren dan voorzien. Indien dit toch zou gebeuren en/of bouwputten door toedoen van de aannemer beschadigingen hebben ondergaan, heeft de architect het recht een bepaalde aanvulling op te leggen, waarbij de aannemer niet zal vergoed worden voor alle hieruit voortvloeiende bijkomende uit te voeren grond- en graafwerken, aanvullingen, funderings-, metsel- en andere werken. MASSIEVEN - ONVOORZIENE HINDERNISSEN Bij het uitvoeren van de grond- en graafwerken verwijdert de aannemer alle overtollige hindernissen (oude funderings- en metselwerkmassieven, oude rioleringsbuizen, rioleringsputten, en alle hindernissen zoals ingegraven puin, wortelstronken, ). Bij het vaststellen van bijzondere hindernissen of ernstige gebreken in de grond die de stabiliteit en/of het gebruik van de constructie nadelig kunnen beïnvloeden, zoals oude waterputten, slappe grondlagen of allerhande verontreinigingen, verwittigt de aannemer onmiddellijk de architect en/of de stabiliteitsingenieur, die verdere instructies zal geven voor het verwijderen van deze hindernissen, het oplossen of saneren van het gebrek. De werken voortvloeiend uit deze instructies worden achteraf verrekend na overeenkomst over de prijs. Indien de aannemer bij het graven van de bouwputten zou stoten op massieven of hindernissen, met een volume kleiner dan 0,5 m3, dan worden deze elementen verwijderd, zonder enige meerprijs. Veiligheid Toegangen tot de bodem van bouwputten worden behoorlijk aangelegd. Ze worden in goede staat onderhouden en moeten alle nodige veiligheid bieden. De opstelling van graafmachines gebeurt overeenkomstig de voorschriften van het ARAB, de aanbevelingen van het NAVB en het veiligheids- en gezondheidsplan. Indien de architect, stabiliteitsingenieur en/of veiligheidscoördinator-verwezenlijking dit zouden eisen, moet de aannemer waar nodig bijkomende veiligheidsmaatregelen nemen, aangepaste middelen gebruiken en/of zijn uitvoeringsplanning herzien. Hieromtrent zullen geen verrekeningen worden aanvaard. Keuring De aannemer verwittigt tijdig de architect en/of de ingenieur, om de uitgravingen te controleren en voert geen werken uit die een visuele controle door de architect/ingenieur zouden kunnen hinderen. De afmetingen van de bouwputten en sleuven moeten het daarbij mogelijk maken alle werken gemakkelijk uit te voeren en te controleren. De ontwerper en/of de ingenieur stabiliteit controleert de diepte, de bodem en de afmetingen van de putten en de sleuven, vooraleer de aannemer mag overgaan tot het betonstorten van de funderingen en het wederaanvullen. De toleranties in min of meer, op de peilen van een willekeurig profiel bedragen in grond maximaal 3 cm en in rotsachtige bodem maximaal 5 cm voorafgaande afgraving van het terrein - algemeen voorafgaande afgraving terrein - afgraven teelaarde FH m2 Wegnemen van de teelaarde op alle delen van het terrein waar de bouwwerken en eventuele verhardingen voorzien zijn, alsook waar de overtollige grond zal worden gestort. Als geen afzonderlijke ontzoding wordt voorgeschreven, mogen de aanwezige grassen en hun wortels samen met de teelaarde in één laag worden verwijderd. meeteenheid: per m2 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

40 meetcode: netto af te graven oppervlakte. Deze oppervlakte wordt berekend door aan de zone van de bebouwde oppervlakte aan alle afmetingen (lengte en breedte) 1 meter toe te voegen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De teelaarde wordt afgegraven over de volledige dikte van de aanwezige teelaardelaag. Na afgraving wordt de nodige hoeveelheid teelaarde, bestemd voor de omgevingsaanleg, gezuiverd van zoden en andere insluitsels. De gezuiverde teelaarde wordt binnen de bouwplaats gestapeld op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De teelaarde wordt opgestapeld in taluds van maximum 1,5 m hoog en 3 m diameter. De overtollige teelaarde wordt afgevoerd volgens artikel uitgraving bouwputten - algemeen De uitgravingen hebben tot doel de voorziene bouwputten te realiseren (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen). De bouwputten worden waterpas en zuiver uitgegraven tot op het niveau voorgeschreven door de architect/ingenieur. De funderingsaanzet ligt daarbij minstens op vorstvrije diepte (80 cm) en tot op draagkrachtige grond. Bij het uitgraven moet erop gelet worden dat de uiteindelijke bodem van de put niet losgewoeld wordt. In elk geval moet de bodem vlak en genivelleerd zijn. De bodem moet bovendien gezuiverd worden van alle organisch afval en puin, ijzer of andere materialen die harde plaatsen of inklinkingen kunnen veroorzaken. De aannemer mag slechts starten met de funderingswerken of de bouwput dempen na akkoord van de architect of ingenieur betreffende de juiste diepte. Dit wordt opgetekend in het werfdagboek. De aannemer plaatst de nodige veilige toegangen tot de bodem van de bouwput en houdt ze in goede staat gedurende de uitvoering van de werken. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen, wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is uitgraving bouwputten - gewone bouwputten VH m3 De nodige uitgravingen tot realisatie van bouwputten voor de kelders, kruipkelders, ondergrondse parkings, liftputten, (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als wederaanvulling. De afvoer van overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikel meeteenheid: per m3 meetcode: het te meten volume wordt steeds gerekend met rechte wanden en is begrepen tussen de buitenomtrek van de fundering. Er wordt geen rekening gehouden met taluds of meerbreedtes voor werkruimte. De diepte van de uitgraving wordt gerekend tot de funderingsaanzet. Indien de uitgegraven grond gebruikt wordt om weer aan te vullen rondom de constructie, zijn deze wederaanvullingen inbegrepen in de prijs van dit artikel. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt apart gemeten onder artikels aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De wanden worden zoveel mogelijk verticaal uitgegraven. Wanneer echter voor inkalving gedurende de werken gevreesd wordt, worden de wanden in taluds uitgevoerd. De aannemer kan daarbij zelf de hellingshoek van zijn uitgravingen bepalen in functie van de grondsoort en Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

41 de uit te voeren werken. De taluds worden echter niet meegerekend in het volume van de uitgegraven grond. Bijkomende uitgraving t.h.v. vloerplaten op volle grond (blok C, D en E) uitgraving bouwputten - rioleringselementen PM De nodige uitgravingen tot realisatie van bouwputten voor rioleringselementen, zoals inspectieputten, septische putten en regenwaterputten (ongeacht of deze boven of onder het freatisch oppervlak zijn gelegen), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als aanvulling. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De graafwerken zijn begrepen in de eenheidsprijzen voor het leveren en plaatsen van deze elementen. De zone voor de rioleringselementen wordt uitgegraven tot op het peil aangeduid op de uitvoeringsplannen uitgraving sleuven - algemeen uitgraving sleuven - funderingssleuven VH m3 De nodige uitgravingen tot realisatie van de funderingssleuven en/of vorstranden (gelegen zowel onder als boven het freatisch oppervlak), inclusief het hergebruik van het uitgegraven materiaal als wederaanvulling. De afvoer van overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels meeteenheid: per m3 meetcode: het te meten volume wordt berekend door de breedte van de funderingszool/vorstrand te vermenigvuldigen met de aanzetdiepte van de funderingszool/vorstrand en de lengte. Er wordt geen rekening gehouden met taluds of gebeurlijke meerbreedtes van de sleuven. Meerbreedtes voor bekistingen en bestrijkingen worden evenmin in rekening gebracht bij de berekening van het volume. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH). De uitgegraven hoeveelheden zijn enkel in de diepte voor verrekening vatbaar, niet in de breedte. De funderingssleuven/vorstranden worden uitgegraven zoals aangeduid op de plannen en in de gedetailleerde meetstaat, met een minimale diepte van 80 cm onder het toekomstige maaiveld. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De overtollige grond wordt afgevoerd volgens artikels Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is uitgraving sleuven - ondergrondse leidingen PM De nodige uitgravingen tot realisatie van de sleuven voor het plaatsen van de voorziene rioleringsbuizen op funderingsniveau (gelegen zowel onder als boven het freatisch oppervlak), Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

42 inclusief het ondersteunen van de buizen en de wederaanvullingen. De afvoer van de overtollige uitgegraven grond wordt beschreven onder artikels aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De graafwerken en wederaanvullingen van de sleuven zijn standaard inbegrepen in de eenheidsprijzen voor het leveren en plaatsen van deze elementen. De uitgravingen voor leidingen gebeuren volgens de aanduidingen op het rioleringsplan, rekening houdend met de vereiste hellingen en de nodige werkruimte. De breedte aan de basis van de sleuven is minstens gelijk aan de leidingdiameter verhoogd met 40 cm en garandeert een gemakkelijke uitvoering en controle. Alle te hergebruiken grond voor aanvullingen en/of ophogingen wordt gestapeld binnen de bouwplaats op een door het Bestuur aan te duiden plaats. De overtollige grond wordt afgevoerd volgens artikels Informatie over de grondwaterstand is terug te vinden in het diepsonderingsverslag dat als bijlage bij de aanbestedingsdocumenten gevoegd is grondverzet - algemeen Voor het gebruik van uitgegraven bodem moet steeds voldaan zijn aan de bepalingen van hoofdstuk XIII van Vlarebo (het Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering en Bodembescherming); de van toepassing zijnde standaardprocedures en Codes van Goede Praktijk; de voorwaarden- en uitvoeringsbepalingen van het technisch verslag en de conformverklaring, die deel uitmaken van het bestek. Het grondverzet moet bovendien steeds uitgevoerd worden conform de traceerbaarheidsprocedure van een door de OVAM erkende bodembeheerorganisatie in het kader van hoofdstuk XIII van Vlarebo grondverzet - projectopvolging GP De volledige projectopvolging (organisatorisch en administratief) in het kader van de grondverzetsregeling, nl. de verplichtingen omschreven in Hoofdstuk XIII van Vlarebo (melding start der werken, aanvraag grondverzettoelatingen, bodembeheerrapporten, ); de traceerbaarheidsprocedure van een erkende bodembeheerorganisatie m.b.t. de door haar af te leveren documenten. aard van de overeenkomst: Globale prijs (GP) grondverzet - hergebruik uitgegraven grond op werf VH m3 Het hergebruik van op de werf uitgegraven grond als aanvulling, ophoging,. Het betreft hergebruik als bodem en als bouwkundig bodemgebruik. meeteenheid: per m3 meetcode: theoretisch te hergebruiken volume (opp. x diepte, volgens plannen) Het hergebruik van uitgegraven grond voor de aanvulling van uitgravingen beschreven in de artikels t.e.m is echter inbegrepen in deze uitgravingsartikels t.e.m aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

43 Voor het gebruik van de uitgegraven grond moet voldaan worden aan de betreffende bepalingen van Vlarebo Hoofdstuk XIII grondverzet - afvoer uitgegraven bodem grondverzet afvoer uitgegraven bodem/naar bestemming voor gebruik kwaliteit vrij gebruik VH m3 De afvoer van overtollige uitgegraven grond die voldoet aan de waarde voor vrij gebruik als bodem (bijlage V, Vlarebo). meeteenheid: per m3 meetcode: het volume wordt bepaald volgens de theoretische hoeveelheid grond (volgens de meetcodes van artikel t.e.m ) van deze kwaliteit die uitgegraven moest worden. Na uitgraving en stapeling is het volume van de af te voeren grond groter dan het theoretische volume. Dit meervolume kan niet verrekend worden. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Bestemming: keuze aannemer verwijdering massieven - algemeen VH m3 Afhankelijk van de bestaande toestand moet er rekening mee gehouden worden dat oude funderingen, gewelven, putten en/of vroegere keldermuren aanwezig kunnen zijn. Massieven kleiner dan 0,5 m3/stuk worden daarbij niet in beschouwing genomen. Een gebeurlijke meerprijs voor de verwijdering van massieven groter dan 0,5 m3/stuk zal bovendien uitsluitend worden toegekend voor het volume van rotsen, metselwerk, beton- en andere massieven, welke enkel en ontegensprekelijk kunnen verwijderd worden met behulp van speciaal materieel. Oude funderingen en dergelijke, bestaande uit gemakkelijk machinaal uitgraafbaar verweerd metselwerk, e.a. kunnen onder geen beding in beschouwing genomen worden onder dit artikel. meeteenheid: per m3 meetcode: netto te verwijderen volume. De te verwijderen hoeveelheden worden in aanwezigheid van de architect opgemeten. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Vooraleer de aannemer een aanvang neemt met het verwijderen van de massieven dient hij de architect te laten vaststellen dat het wel degelijk gaat om hindernissen groter dan 0,50 m3 per massief, die bovendien moeten verwijderd worden met behulp van speciaal materieel. De massieven worden verwijderd zonder gebruik te maken van springstoffen. De aannemer neemt de nodige voorzorgen om grondafkalvingen en beschadigingen aan voertuigen en eigendommen te voorkomen en de veiligheid van personen te verzekeren. Naarmate de vordering van de werken, maar niet vooraleer de opmeting in aanwezigheid van de architect werd verricht, wordt het puin van de bouwplaats afgevoerd volgens de geldende regelgeving. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

44 aanvullingen algemeen aanvullingen - wederaanvullingen De wederaanvullingen betreffen alle opvullingen van de zone rondom of tussen de gerealiseerde funderingen om de bouwzone terug onder profiel te brengen overeenkomstig de uitvoeringsplannen. Deze post omvat: het verwijderen van alle puin en afval uit de aan te vullen putten en oppervlakken; het leveren van het wederaanvullingsmateriaal en/of het geschikt maken van de uitgegraven grond of teelaarde als aanvullingsmateriaal; het spreiden van de aanvullingsmaterialen in correct opeenvolgende lagen; de verdichting (aandamming, walsen, ) van het aanvullingsmateriaal; plaatbelastingsproef van Westergaard ter controle van de beddingsconstante k. Materialen In de voor wederaanvullingen gebruikte materialen mogen onder geen beding puin, afbraakmaterialen, graszoden, stronken, bevroren materiaal of andere afvalstoffen voorkomen. TIMING - UITVOERINGSMETHODE De wederaanvullingen worden pas uitgevoerd nadat de architect alle ondergrondse leidingen en constructies heeft gecontroleerd en zijn schriftelijke toelating in het werfboek of werfverslag heeft gegeven tot het starten van de aanvullingen. Aanvullingen tegen metselwerk of beton mogen slechts uitgevoerd worden nadat de waterdichte lagen, voorgeschreven bepleisteringen en/of bestrijkingen op de ondergrondse constructies uitgevoerd zijn, voldoende verhard zijn en ook de elementen waartegen ze aanleunen, een voldoende sterkte verkregen hebben. VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN De bodem wordt op de plaatsen die moeten worden aangevuld, gezuiverd van alle stoffen die de binding van de aangevoerde aarde aan de reeds aanwezige grond in het gedrang zouden kunnen brengen, zoals wortels, boomstronken, hagen en ander afval. SPREIDING - VERDICHTING De aanvullingen gebeuren volgens noodzaak handmatig of machinaal en tot op het vooropgesteld afwerkingspeil. Naargelang het aanvullingsmateriaal en het materieel worden de ophogingen daarbij met de meeste zorg uitgevoerd in horizontale lagen van maximaal 20 à 30 cm. Elke gespreide laag wordt afzonderlijk verdicht zodat de verdichting gelijkmatig is; de beddingsconstante k, zoals bepaald volgens de plaatbelastingsproef van Westergaard, minimaal 30 MN/m bedraagt. Er moet gezorgd worden dat alle onvoldoende draagkrachtige delen, als gevolg van te losse pakking of door omwoeling, vervangen worden door een zandaanvulling. Deze werken en leveringen kunnen niet aangerekend worden indien zij het gevolg zijn van slechte uitvoeringsmethodes of van foutieve of te diepe uitgravingen. In dat geval blijven zij ten laste van de aannemer. Keuring Na verdichting van de wederaanvullingen moet de aannemer d.m.v. 1 plaatbelastingsproef van Westergaard controleren of de minimale beddingsconstante gehaald wordt. Bij deze proef wordt een plaat met een diameter gelijk aan 760 mm gebruikt. De proef wordt op de meest kritieke plaats onder de fundering uitgevoerd aanvullingen wederaanvullingen/grond van uitgravingen VH m3 De wederaanvullingen worden uitgevoerd met grond voortkomend van de uitgravingen. meeteenheid: m3 meetcode: het volume wordt gerekend in verdichte toestand. In geval van berekening a.h.v. leveringsbonnen geldt: 1 ton aangevoerde grond 0,55 m3 aangedamd volume. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

45 aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De grond voortkomend van de afgravingen mag geen grove verontreinigingen bevatten waarvan de aard, vorm of het gehalte het gebruik kan schaden. De bevochtigde grond wordt aangebracht in lagen van 20 à 30 cm en stevig aangedamd. Het betreft de aanvullingen op een terrein gelegen binnen een zone van 100 cm rond het bouwblok: onder de gelijkvloerse funderingsplaten, met een laagdikte van 10 cm; aanvullingen - ophoging terrein aanvullingen - ophoging terrein/grond van afgravingen PM De ophoging wordt uitgevoerd met grond voortkomend van de afgravingen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De grond voortkomend van de afgravingen wordt voorafgaandelijk gezuiverd van alle verontreinigingen, waarvan de aard, vorm of het gehalte het gebruik kan schaden. De ophoging wordt uitgevoerd in lagen van maximum 30 cm dikte, mechanisch verdicht tot voldoende draagkracht en aangebracht tot een nivellering volgens de peilen voorzien op de plans. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Samendrukbaarheidsmodulus M1: minstens 17 N/mm aanvullingen - ophoging terrein/aangevoerde grond VH m3 De ophoging wordt uitgevoerd met aangevoerde grond. meeteenheid: m3 meetcode: het volume wordt gerekend in verdichte toestand. In geval van berekening a.h.v. leveringsbonnen geldt: 1 ton aangevoerde grond 0,55 m3 aangedamd volume. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De grond bestemd voor de ophoging van het terrein wordt door de aannemer geleverd conform het bodemdecreet (Vlarebo Hoofdstuk XIII) en beantwoordt aan index III-5.1 (natuurlijke grondsoorten), hetzij III-6 (bouwzand) van het SB 250. Grondsoort: middelgrof zand dat vrij is van onzuiverheden of agressieve stoffen en geen teelaarde, slib, turfgrond, mergel, noch aan verrotting onderhevige materialen bevat. Alle behandelingen en vervoer worden voorzien als een last van de aanneming. De aangevoerde grond moet in horizontale lagen aangebracht worden volgens een nivelleringsplan. De lagen worden aangewaterd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

46 Iedere laag moet afzonderlijk worden verdicht waarbij de oorspronkelijke dikte van elke laag niet meer mag bedragen dan 30 cm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

47 12. FUNDERINGEN OP STAAL funderingen op staal algemeen REFERENTIENORMEN TV Funderingen van huizen - Praktische leidraad voor de opvatting en uitvoering van funderingen van kleine en middelgrote constructies (WTCB, 1983) NBN EN Beton - Deel 1 : Eisen, gedraging, vervaardiging en overeenkomstigheid (2001) NBN B Aanvulling op NBN EN Beton - Eisen, gedraging, vervaardiging en overeenkomstigheid (2004) NBN ENV Eurocode 2 : Berekening van betonconstructies - Deel 3 : Betonfunderingen (1999) NBN EN ISO Thermische eigenschappen van gebouwen - Thermisch ontwerp van funderingen om opvriezen te voorkomen (2001) funderingszolen en -stroken - algemeen De post funderingen op staal omvat de ondiepe fundering van het bouwwerk, bestaande uit funderingszolen of -stroken, die op vorstvrije diepte aangezet worden. Dit type van fundering is enkel mogelijk bij middelmatige belasting en goede grondeigenschappen, die voorafgaandelijk uit diepsonderingen ter plaatse moeten afgeleid zijn. Naargelang de grondkarakteristieken bestaan dergelijke funderingen uit ongewapend en/of gewapend beton. De aanneming omvat het leveren en plaatsen van de materialen, de uitvoering van de in de plannen vermelde funderingswerken. In overeenstemming met de algemene en/of specifieke bepalingen van het bijzonder bestek, dienen de onder deze post begrepen eenheidsprijzen, hetzij volgens uitsplitsing in de samenvattende opmeting, hetzij in hun globaliteit, steeds te omvatten: de desgevallende stabiliteitsstudie (cfr. artikel en 12.12); het uitgraven van de sleuven, het effenen en waterpas maken van de grond; de levering en plaatsing van een polyethyleen folie; de levering en verwerking van het beton, inclusief de eventuele wapening en hulpstukken voor het plaatsen en bevestigen, de eventuele bekistings- en ontkistingswerken; de eventuele uitsparingen en leidingdoorvoeren; de uitvoering van alle vereiste zetting voegen; de eventuele bescherming van de betonoppervlakken bij nadelige weersomstandigheden, de levering, plaatsing en verwerking van alle daartoe benodigde grondstoffen en materialen. Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting in principe steeds als volgt opgevat: Meeteenheid: m3. Meetcode: netto uit te voeren volume volgens de afmetingen aangeduid op de plannen Aard van de overeenkomst:forfaitaire Hoeveelheid (FH). Materialen De kwaliteit van het beton beantwoordt aan de norm NBN EN NBN B (2004). De eventuele bekistingen worden naar keuze van de aannemer uitgevoerd. Het wapeningsstaal beantwoordt aan de reeks NBN A 24 (1986 en addenda). Ingeval van staalvezelwapening is een ATG-conformiteitsattest (of gelijkwaardig) vereist voor de staalvezels. DIEPTEPEILEN - AFMETINGEN De diepte van de funderingen is uit te voeren tot op vorstvrije diepte, op draagkrachtige grond en/of in overeenstemming met bijzondere plaatselijke bouwreglementen. De afmetingen van de funderingen op staal worden opgegeven in de uitvoeringsplannen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

48 Als tijdens de uitvoering blijkt dat de bodem niet de eigenschappen bezit die uit het voorafgaand bodemonderzoek waren gebleken beslist de architect/ingenieur in overleg met de aannemer, welke maatregelen genomen worden. Voor dit bijkomend werk wordt een verrekening opgemaakt. BEKISTINGEN - UITZETTINGSVOEGEN - WAPENING Voor het ondergrondse gedeelte van de funderingen, staat het de aannemer vrij de uitgravingen in talud uit te voeren en geen bekisting te gebruiken. In dat geval zullen de funderingen overal een minimumbreedte hebben zoals aangeduid op de plannen en zal geen supplement aangerekend worden voor de grotere hoeveelheden gebruikt beton. Overeenkomstig het bijzonder bestek wordt over de gehele omtrek van de funderingen een geomembraan voorzien. In de funderingen voorziet de aannemer de nodige uitsparingen, leidingdoorvoeren en zettingvoegen zoals aangeduid op de plannen. Eventuele zettingvoegen worden uitgevoerd door middel van een samendrukbare voeg (bv. uit stroken geëxpandeerd polystyreen) van minimum 10 mm dikte. De plaats van de te voorziene uitsparingen worden voorafgaandelijk door de architect aangegeven. In geval de fundering gewapend wordt, zullen de nodige afstandshouders worden geplaatst om de vereiste betondekking te bekomen. Wapeningsnetten worden geplaatst met een overlapping van 40 x de diameter en aan de hoeken gebonden. STORTEN De funderingen worden pas volgestort nadat de afmetingen en peilen samen met de architect werden gecontroleerd. Indien op het moment van het storten de bodem van de uitgegraven sleuf te sterk uitgedroogd of doorweekt is of blootgesteld is geweest aan vorst-dooi-cycli, moet de aangetaste laag worden verwijderd en vervangen door verdicht zand. Het beton wordt zo vlug mogelijk na de uitgraving van de sleuven gestort op een horizontaal effen, droge, stabiele en schone ondergrond, desgevallend voorzien van een geomembraan. Het beton wordt zodanig gestort en verdicht dat er geen enkele holte tot stand komt. Het bovenvlak wordt horizontaal en effen afgewerkt tot op de vereiste peilen. Funderingsstroken moeten ononderbroken gebetonneerd worden tot aan de eventuele zettingsvoegen. De aannemer voorziet de nodige bescherming van de betonoppervlakken bij nadelige weersomstandigheden. Keuring De aannemer verwittigt de architect/ ingenieur minstens 4 werkdagen op voorhand, ter controle van de de uitgraving en/of eventuele bekisting en wapening funderingszolen en stroken - gewapend beton FH m3 Betonkwaliteit: conform NBN EN & NBN B (2004) Sterkteklasse: C30/37 Omgevingsklasse: EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Wapeningpercentage: volgens stabiliteitsstudie staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening (NBN A ). De studie is overeenkomstig artikel algemeen - betonstudie Het diepsonderingsverslag bijgevoegd bij aanbesteding De wapening wordt aangebracht zoals aangeduid op de wapeningsplannen Aanvullende uitvoeringsvoorschriften De breedte van de sleuven is aangeduid op de plannen. Vochtwerende laag: PE-folie, dikte min. 0,2 mm Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

49 Funderingszolen onder de kolommen van alle carports en onder de kolommen van de overloop van blok C. Funderingsstroken voor de verschillende wooneenheden, de betonwand van blok C en de tuinbergingen. Funderingen dienen minimaal 40cm onder het niveau van de sleuf voor nutsleidingen te worden aangezet aardingslus - algemeen FH m Leveren en plaatsen van een aardingslus, zoals voorgeschreven door het AREI, inclusief alle vereiste werken en leveringen: het effenen van de sleuven, het opmetsen van controleputjes indien de aardingslus uit meerdere stukken bestaat, alle toebehoren voor een correcte plaatsing van de aardingslus, een afkoppelbaar aansluitstuk, e.d., meeteenheid: per lopende meter meetcode: netto lengte, gemeten volgens de afmetingen op plan in de as van de buitenmuren, te vermeerderen met de lengte nodig voor de aansluiting aan de elektrische installatie (min. 2 x 1 m) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen De aardingslus bestaat uit een niet geïsoleerde koperen geleider, blank of verlood, met een ronde doorsnede van minimum 35 mm2. Deze koperen geleider kan een volle massieve geleider zijn of een kabel die uit maximaal 7 kleine kernen samengesteld is. Het gebruik van een zeer soepele geleider, dus samengesteld uit menigvuldige kleinere koperen draadjes, of soepele tres, is verboden. Ondergrondse water- en gasleidingen mogen nooit aangewend worden als aardverbinding. De plaatsing gebeurt conform art. 69 van het AREI en het art. 2 van het M.B. van 6/10/1981, waarbij de spreidingsweerstand van de aardverbinding kleiner moet zijn dan 100 Ohm. Voor elk nieuw gebouw, waar de funderingen tot op een diepte van minstens 60 cm reiken, moet de aardverbinding minstens bestaan uit een aardingslus aangebracht op de bodem van de funderingssleuven van de buitenmuren. Het aanbrengen van de aardingslus zal steeds op een ongeroerde grond geschieden tegenaan de buitenzijde van de funderingssleuf. Zij mag geen aanleiding geven tot vermindering van de draagkracht van de funderingen en mag in geen geval rechtstreeks in aanraking komen met de funderingen. Hiertoe wordt de aardingslus bedekt met een zuiverheidslaag van 5 cm. Het aanbrengen van de zuiverheidlaag zal pas geschieden na de inspectie van de aardingslus door het bestuur. Om de aardverbindinglus op de bodem van de sleuf te houden worden enkel bevestigingsmiddelen (haken, krammen,...) gebruikt uit koper of een materiaal zonder corrosieve inwerking op het metaal van de aardingslus. Bij fundering op putten, palen, of algemene funderingsplaat zal de aardverbindinglus rond de putten, palen of plaat gelegd worden. De aardingslus moet zoveel mogelijk uit één stuk worden opgebouwd. Er mogen geen verbindingen onder de funderingen worden aangebracht. Indien dit niet te vermijden is, moeten deze verbindingen zichtbaar worden uitgevoerd, d.w.z. aan de buitenzijde van de buitenomtrek, in een zichtput, of tegen de muur, op een plaats te bespreken met het bestuur. De zichtbare verbindingen worden geschroefd en zijn voorzien van de nodige meetklemmen voor controle. De twee uiteinden van de lus worden doorheen soepele PVC-buizen tot boven de vloerpas gebracht, zodat nergens rechtstreeks contact ontstaat met het beton. Beide uiteinden van de lus monden uit ter hoogte van het tellerlokaal en eindigen één meter boven de vloer. Op een permanent inspecteerbare en bereikbare plaats worden ze aan elkaar verbonden d.m.v. een afkoppelbaar aansluitstuk (klem of scheidingsstrip). Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

50 Vóór het uitvoeren van de funderingswerken wordt de spreidingsweerstand gecontroleerd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

51 15. VLOERLAGEN ONDERBOUW vloerlagen onderbouw - algemeen Algemeen Onverminderd de concrete richtlijnen in het bijzonder bestek of bijgevoegde uitvoeringsdetails, dient de aannemer ervoor te zorgen dat absoluut geen water van buitenuit of vanuit de onderbouw kan infiltreren in de bovenbouw. Hiertoe wordt waar nodig ook steeds de nodige vochtwering voorzien. Veiligheid Overeenkomstig het veiligheids- & gezondheidsplan, zoals opgemaakt door de veiligheidscoördinator-ontwerp en gevoegd bij het bijzonder bestek. Alle richtlijnen terzake en concrete aanwijzingen van de veiligheidscoördinator-verwezenlijking zullen nauwkeurig worden opgevolgd zuiverheidslagen - algemeen zuiverheidslagen - stortklaar beton FH m3 Het betreft het leveren, uitstorten en spreiden op de gewenste dikte van een mager (schraal) beton, als zuivering laag of egalisatie laag voor kruipkelders en/of werkvloer onder het funderingsbeton / de vloerlagen. Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat: meeteenheid: m3 meetcode: netto uit te voeren volume aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Materialen Betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) (zie ook artikel algemeen - betonkwaliteit). Het gebruik van toeslagstoffen is onderworpen aan de voorafgaandelijke goedkeuring van de architect. De ondergrond dient voldoende hard en gezuiverd te zijn vooraleer enig beton kan gegoten worden. Het beton wordt uitgestort, gespreid en geëgaliseerd met een rechte rei op een minimum dikte van 5 cm. Als egalisatie en zuivering onder betonplaten e.d. dient het zuiveringsbeton volledig horizontaal gelegd. Het gestorte beton dient gezuiverd te worden van alle aarde, voorts bevochtigd en beschermd tegen uitspoelen door zware regenbuien of hagel. De eventueel vereiste aangietingen worden met de nodige zorg verricht. Betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) (zie ook artikel algemeen - betonkwaliteit) Sterkteklasse: C12/15 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Granulaten: Schraal beton : steenslag 8/14 of 8/20 of grind 6/14 of 6/32 volgens NBN EN en NBN EN Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

52 Korrelbeton: baksteenpuin, steenslag grind, gebroken slakken, natuurlijke of kunstmatige sintels, korrelmaat 4/32. Let wel : in geval van korrelbeton wordt er geen zand toegevoegd. Laagdikte: minimum 5 cm. (zie plan) Het zuiveringsbeton is te voorzien onder alle gewapend betonplaten die in aanraking komen met de grond en te plaatsen op een PE-folie draagvloeren op volle grond algemeen Het betreft het leveren, uitstorten en spreiden op de gewenste dikte van beton, het leveren en plaatsen van de voorziene wapeningen, en het horizontaal vlak maken van het bovenvlak. Deze betonlaag is dienstig als dragend structuurelement voor de verdere vloeropbouw en de voorziene gebruikslast. De werken omvatten: De eventueel vereiste randbekistingen en ontkistingswerken; De voorziene uitsparingen; De levering en plaatsing van de wapeningen, met inbegrip van de voorzieningen en hulpstukken (af standhouders, ) voor het plaatsen en bevestigen; De levering en verwerking van het stort klaar beton; De uitvoering van de nodige scheidings- en verdeelvoegen; De eventuele bescherming van de betonoppervlakken bij nadelige weersomstandigheden; De nodige vochtisolaties (visqueen polyethyleen folie). Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat: meeteenheid: m³ meetcode: netto uit te voeren oppervlakte (nominale afmetingen tussen de muren). Uitsparingen groter dan 1m2 worden niet meegerekend. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen Betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) (zie ook artikel algemeen - betonkwaliteit) Het gebruik van toeslagstoffen is onderworpen aan de voorafgaandelijke goedkeuring van de architect. De ondervloeren worden gestort na uitvoering van de funderingen en voor de aanvang van het opgaand werk. De aannemer verwittigt de architect minstens 48 uur (2 werkdagen) op voorhand voor een controle van de ondergrond. Overeenkomstig het bijzonder bestek wordt het beton gestort op een voorafgaandelijk goed aangedamde effen, droog en zuiver grondvlak, voorzien van een ge membraan. De vloeren worden over de gehele omtrek gescheiden van de andere bouwelementen door een samendrukbare voeg (bijvoorbeeld van geëxpandeerd polystyreen). Bij grote lengten wordt minstens om de 15 m een verdeelvoeg uitgevoerd. De eventueel vereiste randbekistingen worden uitgevoerd met ongeschaafde planken van grenenhout of evenwaardig ter goedkeuring voorgelegd materiaal. Zij zijn voldoende dicht uitgevoerd om verlies van cementmelk te voorkomen. Het beton wordt zodanig gestort en verdicht dat er geen enkele holte tot stand komt. Het bovenvlak van de vers gegoten betonplaat wordt afgestreken met een rei. De aannemer voorziet de nodige bescherming van de betonoppervlakken bij nadelige weersomstandigheden draagvloeren op volle grond - stortklaar gewapend beton FH m3 De draagvloeren op volle grond / op isolatieplaten bestaan uit (licht) gewapend stort klaar beton. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

53 Betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) (zie ook artikel algemeen - betonkwaliteit) Sterkteklasse: C30/37 Omgevingsklasse: EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Laagdikte: volgens plan Wapening: volgens stabiliteitsstudie (zie ook artikel algemeen - wapeningsstaal) gepunt laste wapeningsnetten, BE 500S, afmetingen: volgens plan. De studie is volgens artikel algemeen - betonstudie. De wapeningsnetten worden geplaatst met een overlapping van een volledige maas (15 cm) in beide richtingen en aan de hoeken gebonden. De nodige afstandshouders worden geplaatst om de vereiste betondekking te bekomen. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Vochtwerende isolatie : onder de draagvloeren worden een vochtwerende laag geplaatst : PE-folie 0,2 mm dikte. Randvoegen: de vloeren worden los van de wanden gelegd door tussenvoegen van stroken geëxpandeerd polystyreen, van minstens 5 mm dik. Zettingsvoegen: de draagvloer wordt aangebracht in vakken van maximum 10 x 15 m. De zettingsvoegen in de constructie worden uitgespaard en gevuld met geëxtrudeerde polyethyleenschuimstroken, of gezaagd. Uitsparingen / doorvoeren: de plaats van de te voorziene uitsparingen worden voorafgaandelijk door de architect aangegeven. Vloerplaten op volle grond van de verschillende wooneenheden vochtwerende lagen - algemeen De vochtwerende lagen in de draagvloeren op volle grond, algemene funderingsplaten of platen op putten bestaan uit één of meerdere waterkerende scheidingslagen aangebracht tussen de grond en/of in de vloeropbouw. De werken omvatten: de voorbereiding van de ondergrond; de levering en verwerking van de materialen; de levering en plaatsing van de eventuele bevestigingstoebehoren; de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen. Materialen De dichtingsmaterialen zijn geschikt voor waterdichting van horizontale oppervlakken. Zij worden gestapeld op een beschutte plaats. De vochtwerende lagen worden geplaatst volgens de door de architect getekende vloeropbouw. De vochtwerende lagen moeten spanningsvrij geplaatst worden op een ondergrond die aan de volgende voorwaarden voldoet: de ondergrond zal droog zijn; hij zal voldoende vlak en vast zijn; hij zal vrij zijn van alle vreemde stoffen of lichamen (vet, kiezel, olie,...); hij zal chemisch en mechanisch met de waterdichting verenigbaar zijn. De aannemer neemt de nodige voorzorgen tegen de beschadiging van het dichtingsmembraan. Het dichtingsmembraan zal ter hoogte van alle vloerdoorbrekingen, wanden en verticale structuurelementen met zorg en met minimale opstand van 15 cm geplaatst worden, zodat de waterdichting blijvend verzekerd is. Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

54 De architect controleert de plaatsing van de waterdichtingsmembranen en kijkt de aansluitingsdetails en overlappingen na op hun goede uitvoering vochtwerende lagen - folies vochtwerende lagen folies/pe PM De vochtwerende laag bestaat uit een waterdichte (visqueen)polyethyleenfolie. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM). De werken moeten inbegrepen zijn in de posten van de draagvloer op volle grond, algemene funderingsplaat, plaat op putten en/of vloerisolatie. Ze worden niet afzonderlijk opgemeten. De folie mag niet kleven of gescheurd zijn. Dikte: minimum 0,3 mm Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing): De polyethyleenfolie is gewapend met een ingewerkt weefsel uit nylondraden met mazen van circa 10x10 mm. (voor diktes vanaf 0,3 mm) De folie wordt aangebracht op de voorlopige werkvloer De folies worden zoveel mogelijk in 1 stuk gelegd. Niet te vermijden naden zullen een overlapping hebben van minstens 30 cm en dubbel in elkaar worden geplooid. Hiervoor wordt de eerste folie 30 cm dubbel geplooid, de tweede folie wordt erover gelegd en het geheel wordt dan 15 cm teruggeplooid. Beschadigde delen worden hersteld met een bijkomend stuk folie, steeds met minstens 30 cm overlapping vochtwerende lagen - bitumenglasvlies PM De vochtwerende laag bestaat uit een gebitumineerd glasvlies met polyesterinlage. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM). De werken moeten inbegrepen zijn in de posten van de metselwerken (posten onder 22.13). Ze worden niet afzonderlijk opgemeten. Type: V4 Dikte: minimum 4 mm De banen worden met de vlam aangebracht met een overlapping van minimum 10 cm. Het gebitumineerd glasvlies wordt aangebracht op de kimlaag. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

55 17. ONDERGRONDSE LEIDINGEN ondergrondse leidingen - algemeen Alle ingegraven elementen voor het verzamelen, behandelen en afvoeren naar de openbare riolering van huishoudelijk afvalwater, fecaal water en regenwater van een gebouw of gebouwencomplex. Materialen & De volgende normen zijn van toepassing: NBN EN 752 Buitenriolering NBN EN Algemene eisen voor rioleringsonderdelen NBN EN Aanleg en testen van rioleringen en afvalwaterleidingen TV Sanitair Reglement - deel 1: Installaties voor de afvoer van afvalwater in gebouwen is van toepassing. Het rioleringssysteem voldoet aan de voorschriften van de rioolbeheerder. De aannemer wint de nodige inlichtingen in bij de plaatselijk rioolbeheerder. Het rioleringsschema (met vermelding van de types afvalwater, leidingdiameters, toestellen, e.a.) is opgenomen in het bestek. Bij ontbreken ervan, bij tegenstrijdigheden of bij ontbrekende gegevens licht de aannemer het bestuur hiervan tijdig in. Voorafgaand aan de werken zoekt de aannemer zelf alle noodzakelijke informatie i.v.m. de juiste ligging en peilen van de openbare riolering op en na goedkeuring door het bestuur, past hij het rioleringstracé hieraan aan. De riolen op het privé terrein zijn steeds opgevat als een gescheiden systeem (scheiding tussen regenwater en fecaal en huishoudelijk afvalwater). Het rioleringsnet wordt over zijn ganse lengte door verticale stijgbuisleidingen verlucht. De verluchtingsbuizen worden in overleg met het bestuur gepositioneerd. Toezichtstukken zijn te voorzien bij richtingsveranderingen. De graafwerken voor de sleuven van de ondergrondse leidingen worden beschreven onder artikel Alle af te voeren grond die voortkomt uit graafwerken voor elementen in dit hoofdstuk wordt gemeten onder artikels As-builtplannen: voor de voorlopige oplevering levert de aannemer aan het bestuur tekeningen van het rioleringsstelsel zoals het is uitgevoerd, met de exacte ligging en hoogtepeilen van de leidingen, toestellen, verzamelputten en aflopen rioolbuizen - algemeen Alle ondergrondse leidingen voor de afvoer van afvalwater en regenwater, afkomstig van leidingen, toestellen en putten. De werken omvatten: de leidingen, alle hulpstukken; de koppelstukken en verbindingen met de putten en toestellen; de muurdoorgangen en kokers; de dichtheidscontrole, de wederaanvullingen; alle werken voor het voorlopig afvoeren van het oppervlaktewater; het ongeschonden bewaren van aanwezige kabels en leidingen; de as-built-plannen. Materialen en uitvoering ALGEMEEN Volgende normen zijn van toepassing: NBN EN Statische berekening van ingegraven buisleidingen onder verschillende belastingsomstandigheden - Deel 1: Algemene eisen SB Index III-24 Buizen en hulpstukken voor riolering en afvoer van water BUIZEN - BOCHTSTUKKEN De rioolbuizen zijn bestand tegen corrosie, oplosmiddelen, wasmiddelen en temperaturen tot 90 C. Alle buizen en hulpstukken zijn onderling verenigbaar. Alle hulpstukken zijn voorzien in het gamma van de fabrikant. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

56 De diameters van de buizen stemmen overeen met de aanduidingen op de rioleringsplannen en/of worden afgestemd op de te verwachten maximum debieten. Elke richtingsverandering worden uitgevoerd met aangepaste bochtstukken. De aftakkingen van verticale en horizontale leidingen worden uitgevoerd onder hoeken van maximaal 45. Wanneer de hoek tussen twee op elkaar aan te sluiten leidingen meer bedraagt dan 45 zal de aansluiting gebeuren door twee opeenvolgende bochtstukken elk met een hoek kleiner dan 45. MONTAGE - VERBINDINGEN - AANSLUITINGEN Het montagewerk en de verbindingen worden uitgevoerd door daartoe opgeleide en bekwame vaklui. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van rechte buizen uit één stuk. De plaatsing van buizen met vaste of losse moffen begint stroomafwaarts, met het mofeind stroomopwaarts gericht. Buizen worden haaks gezaagd, van bramen ontdaan en eventueel afgeschuind. Voor het samenvoegen van de buizen worden de mof en het spie-einde zorgvuldig gereinigd en verbonden volgens de voorschriften van de fabrikant. Alle beschadigde buizen worden vervangen. De aannemer verwezenlijkt alle aansluitingen op leidingen, toestellen en putten. De uiteinden van de afleiders, overlopen van putten enz. worden zorgvuldig met de afvoer verbonden en waar nodig waterdicht uitgewerkt. Ingeval van waterdruk worden de dichtingwerken uitgevoerd volgens een aan het bestuur ter goedkeuring voor te leggen detailtekening. Binnen het gebouw worden de buizen tot in het vlak van de onderste vloeren of kelderwanden gebracht waar ze eindigen met een mof. Tijdens de werken worden de moffen afgedekt met een beschermkap. Buiten het gebouw worden op analoge wijze de voorlopig openstaande buizen afgedekt zodat er geen vuilresten, grond e.d. in kunnen terechtkomen. Buizen, verticaal geplaatst of opgehangen, worden standaard voorzien van aangepaste bevestigingsmaterialen. De voorschriften van de fabrikant worden strikt nageleefd. De bevestigingswijze zal voldoende stevig zijn om het gewicht van de gevulde horizontale leidingen te dragen. De beugels mogen niet meer dan 200 cm uit elkaar staan en op maximum 30 cm aan weerszijden van elke verbinding. DOORVOEREN Geen enkele buisverbinding of koppeling mag in een muurdoorvoering aangebracht worden. De doorvoeren zijn zo voorzien dat zettingen de buis niet kunnen belasten. Bij doorgangen door muren of platen worden de leidingen vrij geplaatst. De nodige aanpassingswerken, het maken van gaten, het dichten van de openingen tussen de buizen en de gaten met een geschikt elastisch materiaal of een plastisch blijvende mortel, zijn inbegrepen. Doorgangen doorheen bouwdelen moeten na afwerking aan dezelfde prestaties (waterdichtheid, brandveiligheid, stabiliteit, luchtdichtheid, ) voldoen als de prestaties gesteld aan deze bouwdelen. Doorgangen doorheen balken mogen enkel gebeuren in overleg met het bestuur en de stabiliteitsingenieur. LEIDINGTRACE - HELLING Het leidingtracé wordt zorgvuldig uitgezet, volgens de aanduidingen op de riolerings- en/of grondplannen. De juiste peilen van de riolering zullen in aanwezigheid van het bestuur correct worden uitgepast in functie van de vereiste helling, het uitpassen vangt steeds aan bij het laagste punt. De rioleringsbuizen worden gelegd met een minimale en constante helling, waarbij de diameter van de buis in verhouding tot de helling en het af te voeren volume een minimale afwateringssnelheid van 0,60 m/sec. en een maximale snelheid van 2,50 m/sec. garanderen. Richtwaarden voor de helling: circa 0,5 cm/m voor regenwater, 1 cm/m voor vuil water en 2 cm/m voor fecaal water. BEDDING - AANVULLINGEN De buizen worden over hun ganse lengte ondersteund. Ter plaatse van de verbindingen van de buizen worden in het funderingsbed tijdelijke uitsparingen aangebracht die het mogelijk maken de verbindingen af te werken over de volledige omtrek van de buizen, de waterdichtheid ervan te controleren en de kragen of verbindingsstukken aan te brengen. Ofwel wordt een voorgevormde fundering toegepast, ofwel worden de buizen aan de zijkanten onder een hoek van 45 tot halve hoogte aangevuld. De aanvulling van de ingegraven riolering wordt pas uitgevoerd na goedkeuring door het bestuur en na het uitvoeren van de controleproeven op de waterdichtheid (zie keuring). Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

57 Materialen met een BENOR merk, BUtgb of EUtgb- technische goedkeuring of gelijkwaardig genieten vrijstelling van voorafgaandelijke technische proeven. Deze vrijstelling slaat niet op de controle van de uitvoeringskwaliteit op de bouwplaats. Het rioleringsstelsel wordt vóór aanvulling onderworpen aan een waterdichtheidcontrole volgens SB250 Index III rioolbuizen kunststof rioolbuizen kunststof/pvc Rioolbuizen en hulpstukken uit hard niet-geplastificeerd PVC met aangevormde mof met rubber manchetafdichting. NBN EN Kunststofleidingsystemen voor ondergrondse drukloze rioleringen - Ongeplasticeerd poly(vinylchloride) (PVC-U) - Deel 1: Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem is van toepassing. De leidingen met bijhorende koppelstukken en hulpstukken beschikken over het BENORkeurmerk, een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. Kleur van de leidingen: roodbruin voor afvalwater (DWA), grijs voor hemelwater (RWA). Markering: Voor ondergrondse rioleringsbuizen vanaf 1 m buiten het gebouw: U - RIOOL-EGOUT - NBN EN PVC-U - SN klasse - Fabrikant - BENOR diam x dikte - fabricatiecode Voor ondergrondse rioleringsbuizen binnen en buiten het gebouw: UD - RIOOL-EGOUT - NBN EN PVC-U - SN klasse - Fabrikant - BENOR diam x dikte - fabricatiecode Sterktereeks: SN4 De hulpstukken hebben dezelfde herkomst en wanddikte als de buis. De verwerking en verbindingen worden uitgevoerd volgens de voorschriften van de fabrikant. De leidingen die blootgesteld zijn aan temperaturen lager dan 5 C, en die mogelijk stoten kunnen ontvangen, moeten hiertegen worden beschermd. Diepte: minimum 60 cm onder de begane grond. Helling: circa 1 cm/m (fecaal water) en 2 cm/m (huishoudelijk afvalwater en regenwater) Bedding: zandbed Wederaanvulling: te verdichten scherp zand/gestabiliseerd zand Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Beschermhulzen te voorzien bij iedere muur of vloerdoorgang. Beugels en bevestigingsmiddelen voor de buizen binnen het gebouw moeten voorzien worden: rioolbuizen kunststof/pvc diam 110 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) rioolbuizen kunststof/pvc diam 125 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

58 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) rioolbuizen kunststof/pvc diam 160 FH m meeteenheid: lm meetcode: netto te plaatsen lengte, gemeten volgens de aslijn en tot de binnenkant van de put of toestel. De leidingen, hulpstukken en toezichtstukken worden doorgemeten volgens aslijn. De hulpstukken worden niet gemeten en zijn begrepen in de eenheidsprijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) toezichtputten - algemeen Toezichtputten voor verzamelen van afvoeren en voor inspectie en reiniging, met inbegrip van alle graafwerken en aanvullingen, de aansluitingen van de rioleringsbuizen, het funderingsbeton, de opzetstukken en deksels, de ondergrondse afdekking, het metselwerk, de eventuele bepleistering en bestrijking. Materialen Onder een belasting van 60 kn mogen de elementen niet knikken, noch scheuren vertonen. De geprefabriceerde putten zijn voorzien van een fabrieksmerk, fabricagedatum en in voorkomend geval het keurmerk. Zie ook Index III-38 van het SB 250. De toezichtputten worden zorgvuldig ingegraven en voorzien van een aangepaste funderingsvoet. De funderingen reiken minstens 10 cm buiten de putwanden. In opgevoerde grond worden de putten zoveel mogelijk met het gebouw verbonden, door een uitkraging uit de funderingen of door betonzolen. De funderingsplaten worden uitgevoerd in schraal beton. De schachthoogte wordt zo bepaald dat het deksel circa 20 cm onder het maaiveld komt te liggen of in het vlak van het eventueel verhard oppervlak, de aanvulling gebeurt met zand. Een verdeelplaat verzekert de belastbaarheid en markeert de ligging. Keuring Volgens NBN EN Afvoerputten voor gebouwen - Deel 2: Beproevingsmethoden. Er mag slechts overgegaan worden tot aanvulling nadat de volledig afgewerkte inspectieput werd gekeurd door het bestuur toezichtsputten - kunststof toezichtputten kunststof/pvc FH st Toezichtputten uit PVC. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Toezichtputten vervaardigd volgens NBN EN Kunststofleidingsystemen voor ondergrondse drukloze rioleringen - Ongeplasticeerd poly(vinylchloride) (PVC-U) - Deel 1: Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem. De bodems zijn voorgevormd en geprofileerd in de vloeirichting van de buizen. Zij zijn voorzien van geschikte inlaatstukken, standaard leverbaar en/of in de fabriek geprefabriceerd volgens de plaatsingsplannen te leveren door de aannemer. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

59 Voor de aansluitingen worden PVC-hulpstukken gebruikt, volgens NBN EN , voorzien van lippendichtingen uit Styreen-Butadeen-Rubber (SBR). Types: enkelvoudig en dubbel met sifon en bezinkingsruimte, put met terugslagklep Putdiameters: volgens de aanduidingen op plan. Wanddikte: minimum 7 mm. Putbodem: geprofileerd volgens vloei. De bodems van de sifonputten zijn vlak en reiken minstens 100 mm onder de onderkant van de hoofdleiding. Op de uitloop van de sifonputten is een aangebouwd sifonsysteem voorzien. De dikte van de funderingsplaat is 10. cm. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De prefab toezichtputten bezitten een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De wederaanvullingen rond de inspectieputten worden uitgevoerd met: te verdichten zand putdeksels en roosters - algemeen Putranden te voorzien van een deksel of rooster, boven de voorziene (inspectie-, regenwater-, septische, ) putten van allerlei aard met inbegrip van de eventuele schilderwerken. Materialen De normen NBN t.e.m. NBN zijn van toepassing. De deksels van putten moeten kindveilig opgevat worden en mogen niet kunnen opgelicht worden (voldoende zwaar, beschermingsmechanisme, ). De putranden en/of omkaderingen uit beton worden in de verharding ingewerkt op het gewenste peil en vastgezet met een cementmortel putdeksels en roosters - enkel deksel FH st Enkelvoudig deksel met putrand meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Enkelvoudige deksels en bijhorende putranden, beantwoordend aan NBN B : slagvast kunststof PE Uitzicht putrand: vlak Uitzicht deksel: gewafeld Buitenafmetingen van de putrand: 400x400 mm. Belastingsklasse: B 125 (volgens NBN EN 124). De prefab putrand wordt op het juiste peil gesteld t.o.v. de voorziene afwerking en ingebed met een cementmortel. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Deksels uit gietijzer of vormgietstaal worden ontroest, geschilderd met 1 laag roestwerende verf en afgeschilderd met 2 lagen verf op basis van alkydharsen. De kleur is te bepalen door de ontwerper. De oplegrand van de omkadering wordt afgedicht met vet. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

60 regenwaterbehandeling - algemeen regenwaterbehandeling - regenwaterputten Ondergrondse vergaarbakken voor regenwater, bestaande uit één of meerdere elementen. Inbegrepen: de uitgravingen (met eventueel verlagen van de grondwaterstand en afvoeren van het oppervlaktewater), de funderingen, het leveren en plaatsen van de regenwaterputten, de aansluitingen van de aanvoerleidingen en de overloop, de wederaanvullingen, de voorziening van een ontluchting en een overloop met sifon, de mangaten en de putranden, het leveren en plaatsen van reukdichte en kindveilige deksels en hun inlegkaders (indien niet opgenomen als een afzonderlijk artikel). Materialen De gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van 5 juli 2013 is van toepassing. De materialen beantwoorden aan de voorschriften van TV Sanitair Reglement (WTCB) en moeten onderling verenigbaar zijn. Op de prefab regenwaterputten staat vermeld: handelsnaam, naam en adres van fabrikant en nuttige inhoud. De keuze van het toestel is in overeenstemming met de aan te sluiten buisdiameters. De put wordt voorzien van een overloop met geïntegreerde sifon. De put is bereikbaar voor toezicht en ruiming. Daarom wordt op elke eenheid een mangat opgemetseld of wordt de put opgehoogd met prefab elementen tot op het voorziene niveau van de putdeksels. UITGRAVING - FUNDERING - PEILEN Alle werken worden uitgevoerd in het droge. De afmetingen van de uitgravingen zijn zodanig dat een vlotte en onberispelijke plaatsing van de putten mogelijk is. De aannemer voert de nodige schorings- en stutwerken uit om inkalven van de uitgravingen te voorkomen. De architect zal de juiste plaats en de pas aangeven. Het aanzetpeil, bodemniveau en topniveau van de putten worden bepaald in functie van de hellingen van het rioleringsstelsel en het niveau van de putdeksels t.o.v. het maaiveld en/of de vloerafwerking en zodanig dat de putten op hun maximale capaciteit functioneren. De aannemer stelt zich op voorhand op de hoogte van het juiste peil van de rioleringen, voor het bepalen van de diepte en de aansluiting van de putten. De regenwaterputten worden volkomen waterpas geplaatst op een stabiele en egale ondergrond. De uitvoeringswijze moet zo zijn dat verzakking van de putten niet kan voorkomen. Om verzakking of omhoogdrijven te voorkomen worden de putten waar vereist aangezet op een funderingsplaat die circa 10 cm rond de put uitsteekt. Na de uitvoering worden de putten gevuld met zuiver waterindien dit nodig is om opdrijven te voorkomen. Het bovenvlak van de putten moet met minstens 30 cm grond (teelaarde) bedekt worden. De juiste niveaus worden aangegeven op de plannen of de uitvoering vastgelegd in samenspraak met het bestuur. AANSLUITINGEN - OVERLOOP & ONTLUCHTING De toevoerleidingen, overloop en aanzuigleiding worden waterdicht aangesloten op de put. De reuk- en waterdichte aansluiting van de PVC-buis op de put wordt verzekerd door middel van een gefixeerde rubbermanchet. Zij dragen het BENOR-merk (of gelijkwaardig). In geval van aansluiting op een gemengde riolering, moet deze standaard voorzien worden van een terugslagklep (zie artikel 17.76). De afmetingen en de nodige aansluitingen voor in- en uitgaande leidingen worden op het asbuilt-leidingenschema weergegeven. Er wordt een ontluchtingsbuis voorzien in PVC. Het verloop van de ontluchtingsbuis gebeurt volgens de aanwijzingen van het bestuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

61 MANGATEN PUTDEKSELS Een mangat wordt voorzien om de toezichtdeksels tot op vloerpas of maaiveldniveau te brengen: samengesteld uit prefab segmenten, behorende tot het systeem van de put. Het putdeksel wordt op het voorziene niveau geplaatst in een hiertoe voorzien kader stevig verankerd in het metselwerk. Metalen kaders moeten roestvrij zijn of voorzien van een roestwerende bescherming. Keuring Voor de oplevering wordt de put volledig gevuld met zuiver water ter controle van de algemene waterdichtheid. Bij de voorlopige oplevering zullen de regenwaterputten volledig gezuiverd zijn regenwaterbehandeling regenwaterputten/beton FH st Prefab betonnen regenwaterput. meeteenheid: per stuk meetcode: netto hoeveelheid aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De prefabputten bestaan uit waterdicht, goed verdicht beton, conform PTV 114 Geprefabriceerde bekuipingen van beton voor regenwaterputten, septische tanks en zuiveringsinstallaties van huishoudelijk afvalwater of beschikken over een BENOR-keuring (attest voor te leggen). De karakteristieke druksterkte van het beton bedraagt minstens 30 N/mm2. De wand en bodem moeten uit één stuk zijn. De wanden van de regenwaterput moeten zo berekend zijn dat zij bestand zijn tegen het transport, de plaatsing en de bedrijfsdruk. De bovenplaat moet naast de vaste overlast te weerstaan aan een gebruiksbelasting van minimum 15 kn/m2. Wanneer de putten niet opgevat zijn om de voorziene belastingen te dragen, of wanneer de werkelijke belasting hoger ligt dan de voorziene moet er een versterkt deksel worden voorzien of een verdeelplaat in gewapend beton worden gestort. Een berekeningsnota van de regenwaterput wordt ter goedkeuring aan de architect voorgelegd. Nuttige inhoud: Zie rioleringsplannen. Type: enkelvoudig, conform PTV 114 Wanddikte: minimum 7 cm. De wanden zijn conisch uitgevoerd Vloerdikte: onder 8 cm, boven 8 cm Dekplaat belastingklasse: B 125 Overloop met sifon: ingeval van aansluiting op gemengde riolering, met terugslagklep Mangat: minimum opening 60x60 cm Putdeksel: bovengronds, inbegrepen in dit artikel De plaatsing gebeurt conform de voorschriften van de fabrikant op een stabiele en geëgaliseerde ondergrond. Het transport en verplaatsing van putten moet voorzichtig gebeuren ter voorkoming van scheurvorming of breuk. Er mag slechts overgegaan worden tot aanvulling nadat de afgewerkte put gekeurd is door het bestuur. De wederaanvullingen rondom de put worden uitgevoerd met: te verdichten grond van de uitgravingen. Boven de putten wordt minstens 30 cm teelaarde aangebracht regenwaterbehandeling - hergebruik regenwater PM Alle coördinerende werkzaamheden, aansluiting en beproeving, om de voorziene regenwaterputten geschikt te maken voor het duurzaam hergebruik van regenwater binnen de woningen (voeding Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

62 toiletten, wasmachine, ). De regenwaterputten zullen een eerste maal gevuld worden met drinkbaar water. De regenwaterputten, filters en overlopen, hydrofoorgroepen, bijvulinstallatie, zijn opgenomen als afzonderlijke posten: putten, filters en overlopen met terugslagklep in hoofdstuk 17, de pompinrichting, bijvulinstallatie en aansluiting op de verdeelcollector in hoofdstuk 62. De elektrische aansluitingen behoren tot de aanneming elektrische installatie. Het plaatsen en aansluiten van de aftappunten en hun leidingen behoren tot hoofdstuk 60. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Het regenwater wordt bestemd voor de voeding van toiletten (alle wooneenheden), gevelkranen (grondgebonden woningen). Zie techniekenplannen regenwaterbehandeling - voorfilters FH st Voorfilters voor regenwaterput. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Voorfilters te plaatsen vóór de regenwaterput of geïntegreerd in het mangat of de toegangsopening. De filters zijn voorzien van een inlaat, een uitlaat naar de regenwaterput en een overloop. De filterelementen zijn corrosiebestendig, onderhoudsarm en gemakkelijk uitneembaar voor reiniging. Type: zelfreinigende inline-filter uit PE Vorm: rechthoekig of cilindrisch. Aangesloten dakoppervlak: max. 150 m2 Filterelement: buiselement in roestvast staal Deksel: volgens fabrikant Plaatsing volgens de richtlijnen van de fabrikant. De leidingen voor en na de filter moeten hellend in de afvoerrichting liggen. In de grond geplaatste filters zijn gemakkelijk toegankelijk voor inspectie en voorzien van een deksel regenwaterbehandeling - overloop en terugslagklep FH st Overloopinrichting voor regenwaterput. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Overloopinrichting van de regenwaterput naar de riolering, te voorzien van een zelfsluitende terugslagklep die terugstroming via de overloop naar de regenwaterput verhindert. : kunststof (PE),voorzien van afsluitdeksel voor reiniging van klep en buis. Aanvullende specificaties (te schrappen indien niet van toepassing) Met afsluiter tegen ongedierte. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

63 regenwaterbehandeling infiltratievoorzieningen regenwaterbehandeling infiltratievoorzieningen/infiltratieputten FH st Ondergronds reservoir in prefab gewapend beton voor infiltratie van regenwater in de bodem. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: geperforeerde putten Infiltratievolume: volgens aanduiding op de rioleringsplannen. Infiltratieoppervlak: volgens aanduiding op de rioleringsplannen. Aanzetdiepte: volgens leverancier Toevoer diameter: 160 mm Overloop diameter: 160 mm Mangat: 60 cm x 60 cm Schachtelement: min 60x60cm, hoogte: aangepast aan niveau maaiveld Deksel: staal Verkeersbelastingsklasse: B 125 (NBN EN 124) De wanden van de infiltratieput moeten zo berekend zijn dat zij bestand zijn tegen het transport, de plaatsing en de bedrijfsdruk. Volgens voorschriften leverancier. Een berekeningsnota van de infiltratieput wordt ter goedkeuring aan het bestuur voorgelegd. De breedte van de uitgraving is gelijk aan de buitenafmetingen van put vermeerderd met twee maal 50 cm. De bodem van de put is vlak en wordt voorzien van een laag gestabiliseerd zand. Bij aanvulling dikker dan circa 80 cm en bij een berijdbaar oppervlak (belastingsklasse B 125 of C 250), wordt een verdeelplaat van gewapend beton voorzien. De leidingen worden aangesloten met soepele aansluitingen (elastomeer of rubber). Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De put wordt omringd door een geotextiel. De put wordt geplaatst in een bed van zand of fijn grind, zonder insluitsels, omgeven door een geotextiel regenwaterbehandeling infiltratievoorzieningen/infiltratieblokken FH st Ondergronds reservoir van modulaire holle kunststofblokken voor infiltratie van regenwater in de bodem. meeteenheid: per stuk (geheel) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Geperforeerde blokken uit: gerecycleerd PP Invultratievolume: gecumuleerd overeenkomstig aanduiding op de plannen Infiltratieoppervlak: gecumuleerd overeenkomstig aanduiding op de plannen Aanzetdiepte: volgens leverancier Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

64 Minimale grondbedekking: 30 cm Toevoer diameter: 160 mm Overloop diameter: niet van toepassing Verkeersbelastingsklasse: B 125 (NBN EN 124) Omwikkeld met geotextiel non woven: min 125 gr/m² De blokken kunnen eenvoudig mechanisch onderling bevestigd worden. Volgens voorschriften van de leverancier. Een dimensionerings- en stabiliteitstudie wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur. De blokken worden rondom aangevuld met draineerzand of fijn grind, zonder insluitsels, onderaan min 10 cm, boven- en zijkanten min 30 cm. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De blokken worden omwikkeld met een beschermdoek van polypropyleen: 325/ g/m². Voorzien van een inspectieschacht aansluitingen - algemeen aansluitingen - openbare riolering FH st Alle werkzaamheden en keuringen nodig voor de aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel. Zijn inbegrepen: het leveren en plaatsen van een buis van de sifonput tot aan de straatriolering, alle vereiste grond- en aanvullingswerken, het herstellen van de eventuele schade aan de openbare weg, aflevering van een conformiteitsattest voor de privéwaterafvoer, alle kosten en lasten aangerekend door de nutmaatschappij, rioolbeheerder en/of gemeente. meeteenheid: per stuk meetcode: per aansluiting; de buizen en hulpstukken worden gemeten onder de betreffende posten van de rioleringsleidingen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH). Materialen De aansluiting op de hoofdleiding zal uitgevoerd worden door middel van een aangepast spruitstuk (aansluitstuk van dezelfde diameter als de aan te sluiten buis), dat geplaatst wordt in een opening in de hoofdleiding die of reeds standaard werd voorzien of ter plaatse moet worden uitgeboord (diameter 192 mm voor een aansluiting van 150 mm). Volgens de plaatselijke uitvoeringsomstandigheden en/of reglementeringen wordt de aansluiting gerealiseerd: met geglazuurde gresbuizen en hulpstukken. Een elastische dichting werd door de fabrikant vast in de greselementen aangebracht. Het spruitstuk heeft een uitwendige kraag zodat het niet in de riool kan schuiven. De aansluitopening heeft een gave doorsnede, waarbij het spruitstuk, om puntbelastingen te voorkomen, aangepast is aan de buitenradius van de hoofdbuis en een wankelvrije verbinding waarborgt. met kunststofmoffen uit hoogwaardig polypropyleen, EPDM, PVC,, voorzien van een aangepaste dichting. De afdichtingen voldoen aan NBN EN 681- Afdichtingen van elastomeer - eisen voor afdichtingen van buisverbindingen in water- en afvoertoepassingen. De aannemer doet tijdig een aanvraag bij de technische dienst van de gemeente of De Watergroep, om de aansluiting volledig conform aan de gemeentelijke voorschriften te laten verlopen. Deze zal bepalen of de aansluiting al dan niet door de aannemer zelf mag uitgevoerd worden. In geval de aannemer zelf de aansluiting moet realiseren, houdt hij de oppervlakte van de op te breken verhardingen zo klein mogelijk. De aansluiting gebeurt ter hoogte van de kruin of in een Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

65 put van de hoofdriool. Nadat de sleuf is uitgegraven en de opening in de riool is gemaakt, wordt het spruitstuk op de afvoerleiding ingebracht en met een speciale dichtingsring afgedicht. Er moet een volledig waterdichte aansluiting uitgevoerd worden. Na uitvoering van de aansluiting en wederaanvulling, zo nodig met gestabiliseerd zand, worden de verhardingen in hun oorspronkelijke staat hersteld. Na de aansluiting mogen geen brokstukken achterblijven in de riolering. Keuring Aflevering van een positief keuringsverslag van de rioleringen volgens het Ministerieel besluit van 28/06/2011 betreffende de keuring van de binnenwaterinstallatie en de privéwaterafvoer aansluitingen doorvoer- en wachtbuizen PM Levering en plaatsing van alle ingegraven of ingemetselde doorvoer- en wachtbuizen vanaf de rooilijn tot aan de binnenzijde van de ondergrondse wand of tot aan de voorziene aansluitbocht. De uitgraving de sleuven wordt beschreven onder artikel aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de aansluitingen Buizen uit thermoplastisch materiaal (PVC, PE, ) met aangepaste diameter, geschikt voor de doorvoer van de nutsleidingen (elektriciteit, aardgas, water, kabel, telefoon, ). De plaatsing van de wachtbuizen moet gebeuren volgens de voorschriften van de verdelende maatschappijen. De nutsmaatschappijen worden tijdig geraadpleegd om de exacte plaats van de binnenkomende leidingen te bepalen. De wachtbuizen worden aangesloten op de door hen voorziene of voorgeschreven hulpstukken. De buizen worden loodrecht op de rooilijn aangebracht. De plaatsing van de buizen tussen twee aansluitpunten of putten gebeurt met rechte stukken. De aannemer verwezenlijkt alle aansluitingen, waarbij scherpe bochten vermeden worden. De buizen worden over hun volledige lengte gefundeerd op een voldoende breed zandbed van 10 cm dikte en hierin verzonken. In geval van gebundelde kokerbuizen worden de ruimten tussen de buizen eveneens opgevuld met zand. De doorvoering in de muren gebeurt zodanig dat geen druk op de kokers wordt uitgeoefend. De aannemer maakt de openingen na het plaatsen van de kokers waterdicht. De wederaanvulling van de sleuven mag slechts aanvangen na goedkeuring van de architect. Alle buizen die beschadigd zijn, worden vervangen. In de wachtbuizen bestemd voor soepele kabels worden voorlopige, gegalvaniseerde stalen trekdraden geplaatst om de kabeldoorvoer te vergemakkelijken. Voor de voorlopige oplevering van de werken levert de aannemer een asbuilt-plan van het verloop van de leidingen. Deze aanduidingen mogen op het uitvoeringsplan van de rioleringen voorkomen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

66 20. METSELWERK metselwerken - algemeen Bovengrondse metselwerken, die niet in aanraking met de grond komen of aan weersinvloeden zijn blootgesteld. STS 22 Metselwerk is van toepassing. ALGEMEEN De stabiliteitsberekeningen van het metselwerk gebeuren volgens NBN EN 1996 en zijn ten laste van de aannemer.de in rekening te brengen belastingen worden bepaald volgens NBN EN De uitvoering van het metselwerk gebeurt in overeenstemming met STS 22 en NBN EN TOLERANTIES Aard Maximaal toelaatbare afwijking Verticaliteit per verdieping ± 8 mm Positie van boven elkaar staande muren ± 20 mm Vlakheid per 2 m ± 8 mm Dikte van de volledige spouwmuur ± 10 mm Elke lengtemaat d ± ¼ (d) 1/3 (in cm) ± 8 mm bij d 3 m Horizontaliteit ± 12 mm bij 3 m d 6 m ± 16 mm bij 6 m d 15 m (d = afstand tussen twee meetpunten) Indien de toleranties niet nageleefd zijn, wordt het werk afgekeurd en vervangt de aannemer het betreffende metselwerk op zijn kosten. BEWEGINGSVOEGEN De juiste plaats van de voegen wordt aangegeven op de plannen en/of gebeurt volgens de stabiliteitsstudie. De breedte van de voegen bedraagt 10 à 15 mm, de voegen gaan doorheen de volledige dikte van de muur. De muurdelen moeten vrij en elastisch kunnen bewegen. De bewegingsvoegen moeten opgevuld worden met een samendrukbaar, onrotbaar materiaal. De zichtzijde van de voeg wordt opgespoten met een elastisch blijvend materiaal. De voeg moet waterdicht blijven. Bij horizontale bewegingsvoegen bedraagt de onderlinge afstand maximaal 9 m. De horizontale voegen worden gerealiseerd door het gebruik van geveldragers, die in de hoogte en eventueel in de breedte verstelbaar zijn. De geveldragers worden beschreven onder artikels De architect bepaalt waar de horizontale voegen voorzien moeten worden. ZICHTBAAR BLIJVEND METSELWERK De zichtvlakken van het zichtbaar blijvend metselwerk worden zoveel mogelijk samengesteld uit hele en/of halve metselstenen. Het gebruik van gebroken elementen of elementen met een onregelmatige vorm of uitzicht wordt niet toegestaan. Het delen van hele stenen gebeurt door mechanisch verzagen, zodat nergens sporen van gekapte stenen zichtbaar zijn. Hoeken worden steeds in verband gemetseld. Buitenhoeken moeten vlak uitgevoerd worden. Bij het optrekken van zichtbaar blijvend metselwerk moeten elektriciteitsleidingen bij voorkeur gelijktijdig met het metselen ingewerkt te worden. In het zichtvlak van het metselwerk worden de nodige uitsparingen voor contactdozen voorzien of zorgvuldig uitgezaagd. De voegen worden achter de hand platvol meegaand gevoegd met de gebruikte metselmortel. Alle op de steen klevende mortelresten worden zorgvuldig verwijderd, de zichtvlakken van de stenen worden gereinigd en beschermd tegen verdere verontreiniging metselwerken ter plaatse gemetst Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

67 De muren worden ter plaatse op de werf gemetst. De werken omvatten: de voorbereiding van de werken, het plaatsen van de nodige stellingen, de levering en voorbereiding van de stenen, de metselmortels, de uitvoering van het metselwerk en de nodige beschermingsmaatregelen, de nodige waterkeringen de prefab deur- en raamlateien en prefab verdeelbalkjes, indien niet afzonderlijk gemeten onder hoofdstuk 26 en/of 27 de nodige voorzieningen voor de bevestiging van het binnen- en buitenschrijnwerk de verbindingselementen en/of -wapeningen voor kruisende muren, alle verankeringen aan niet ingebonden achterliggende muren of van achterliggende muren aan een betonskelet het voorzien van de nodige doorbrekingen en doorvoerbuizen het verwijderen van de voor de werken nodige beschermingen, stellingen, afdekzeilen, het opruimen en schoonmaken van de bouwplaats. De aannemer treft de nodige voorzorgen om de stenen op een vlakke ondergrond en droog op te slaan. Hij verwijdert de verpakking zo kort mogelijk voor het vermetselen. In het winterseizoen moet absoluut vermeden worden dat niet vorstbestendige stenen nat worden. De aannemer neemt alle nodige voorzorgen om metselwerk met een verzorgd en onbesmeurd uitzicht te realiseren en dit te behouden. Alle muren worden loodrecht, haaks en goed vlak uitgevoerd. Bij gebruik van mortel voor algemene toepassing worden de metselstenen vol en zat in de mortel gelegd. De uit de voegen puilende mortel wordt met het truweel afgeschraapt. Bij aanhoudende droge weersomstandigheden worden bij gebruik van mortel voor algemene toepassing de stenen voorafgaandelijk bevochtigd om een goede hechting tussen mortel en steen te verkrijgen. Nat maken door onderdompeling is verboden. Bij zeer warm en droog weer of felle bezonning, wordt het vers metselwerk regelmatig maar licht besproeid om uitdroging van de mortel, voor hij volledig verhard is, te voorkomen. Bij regen moet het vers metselwerk onmiddellijk tegen waterinslag beschermd worden. Het bovenvlak en de bovenste 80 cm van het metselwerk moeten op het einde van de dag systematisch afgedekt worden. Eventueel mag ook een afdekplaat met voldoende oversteek gebruikt worden die het verse metselwerk over de bovenste 80 cm beschermt tegen regen. Deze rechtstreekse afdekking mag geen hout of ander materiaal zijn dat onder invloed van regen sporen kan nalaten op het metselwerk. Bij iedere gebeurlijke werkonderbreking verwijdert de aannemer alle gebonden mortel boven een laatste laag stenen of blokken. Indien de verticale voegen van het metselwerk niet gevuld worden, mag de maximale effectieve opening van de voeg niet groter zijn dan 5 mm. De langse voegen moeten perfect horizontaal zijn en overal dezelfde dikte hebben. De verbinding tussen dragende wanden gebeurt door steenverbanden of door horizontale wapeningen die in iedere wand worden verdergezet. De voorschriften van STS 22 hieromtrent zijn van toepassing. Alle muren die een geheel vormen, worden gelijktijdig opgetrokken. Bij de aansluiting van muren aan kolommen in beton of staal wordt een bewegingsvoeg voorzien tussen de muur en de kolom. Bij verankering van muren aan bestaande constructies worden de muren in verband ingewerkt in de bestaande muren. Als dit niet mogelijk is, wordt om de 50 cm een voegband in het metselwerk ingewerkt en aan de bestaande constructie verankerd. De muren worden pas belast nadat het metselwerk voldoende sterkte bereikt heeft. Voor een gelijkmatig verdeelde belasting wordt ten minste 16 uur gewacht, voor een puntlast moet men minimaal 24 uur wachten voor het aanbrengen van de belasting materialen algemeen materialen metselmortel De NBN EN voor mortels - Deel 2: Metselmortel is van toepassing. De mortel draagt het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

68 De aannemer heeft de keuze tussen voorgemengde fabrieksmortel van het droge type of voorgemengde fabrieksmortel van het natte type. Hij staat in voor de keuze van een geschikte metselmortel volgens de in dit bestek voorgeschreven prestaties en voor de toe te passen metselstenen. De voorschriften van de mortelfabrikant moeten opgevolgd worden. De aannemer legt een prestatiefiche van de mortel ter goedkeuring voor aan de ontwerper materialen metselmortel/lijmmortel (T) PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De opentijd van de lijmmortel bedraagt minimaal 7 minuten voor dunne lijmvoegen ( 3 mm) en minimaal 4 minuten voor dikke lijmvoegen (tussen 3 en 6 mm dikte). De minimale verwerkingstijd van de mortel bedraagt 2 uur. Indien de mortel gebruikt wordt in metselwerk met dunne voegen met stenen uit kalkzandsteen of cellenbeton wordt deze minimale verwerkingstijd in de zomer opgetrokken tot 4 uur. Druksterkteklasse: M 10 De lijmmortel mag enkel verwerkt worden bij omgevingstemperaturen tussen 5 C en 35 C. De aannemer beschermt de mortel tegen weersinvloeden materialen hulpstukken materialen hulpstukken/spouwankers De NBN EN Voorschriften voor hulpstukken voor metselwerktoebehoren - Deel 1: Spouwhaken, bandstaal, balkschoenen en kraagijzers is van toepassing. De verankeringslengte van de spouwankers bedraagt minimaal 30 mm. Diameter van de spouwankers is minimaal 4 mm. Voor gelijmd metselwerk worden aangepaste spouwankers met afgeplatte uiteinden voorzien. De spouwankers zijn zo ontworpen dat doorstroming van het water van het buitenspouwblad naar het binnenspouwblad verhinderd wordt materialen hulpstukken/spouwankers slag- en schroefankers met isolatieplug PM De spouwankers worden niet ingemetst in het binnenspouwblad maar bevestigd met een aangepaste kunststof plug. De plug zorgt eveneens voor de mechanische bevestiging van de isolatie. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De spouwankers met isolatieplug zijn geschikt voor toepassing bij de in dit bestek voorgeschreven type metselsteen. Model ter goedkeuring voor te leggen aan architect. De lengte van het spouwanker is afgestemd op de toegepaste spouwbreedte en de eventueel benodigde overlengte voor het plooien van de ankers in de buitenmuur. De lengte van de plug is aangepast aan de dikte van de isolatie en de benodigde verankeringslengte in de steen. spouwanker: verzinkt staal De spouwankers met isolatieplug worden geplaatst met door de fabrikant geschikt verklaard materieel. De pluggen worden met snijdende boor en niet met boor in klopstand ingebracht om beschadiging aan het metselwerk te voorkomen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

69 materialen hulpstukken/lateien De NBN EN Voorschriften voor hulpstukken voor metselwerktoebehoren - Deel 2: Lateien is van toepassing materialen hulpstukken/lateien beton PM Deze lateien worden beschreven in het hoofdstuk beton onder artikel materialen hulpstukken/waterkering PM De nodige vochtkeringen in het metselwerk tegen opstijgend vocht en voor de afvoer van regen- of condensatiewater. De aannemer heeft de keuze uit waterkeringen uit PE, PVC, PIB, butylrubber of bitumenglasvlies, voor zover deze verenigbaar zijn met NBN EN 13967, de voorschriften van de fabrikant, de aard van de toepassing en de voorgeschreven metselwerkmaterialen. De gebruikte membranen zijn waterdicht, rotvrij en scheurvast. Ze zijn bestand tegen zuren, basen en zouten die aanwezig kunnen zijn in de gebruikte bouwmaterialen en het grondwater. Een staal van alle aangewende waterkeringen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Overal waar nodig worden waterdichte lagen aangebracht tegen opstijgend vocht en voor de afvoer van regen- of condensatiewater. Dit gebeurt volgens de regels van goed vakmanschap en/of volgens aanduiding op plannen of detailtekeningen. De waterkeringen worden steeds over de volledige dikte van de muren voorzien. Aan de basis van alle opgaand metselwerk worden de waterdichte lagen aangebracht op een laag boven de pas van het gelijkvloers met een minimum van 2 cm tot een maximum van 6 cm boven de pas. Boven alle raam- en deurlateien wordt een waterdichte folie Z-vormig in de spouw aangebracht om binnengedrongen vocht af te voeren. De uiteinden worden minimaal 20 cm verder geplaatst dan de gevelopening. De folie wordt geplooid met de afwatering naar buiten toe. De vochtwerende laag wordt ook zijdelings opgeplooid om te verhinderen dat binnengedrongen vocht in de spouw loopt. Aan de voet van de spouwmuren wordt ter hoogte van het maaiveld een dubbele vochtwering geplaatst waarvan de bovenste in het binnenspouwblad wordt opgetrokken. Daar waar het buitenniveau niet horizontaal is, wordt de waterkering trapsgewijs gelegd door boven elkaar geplaatste overlappende lagen. De plaatsing en plooiing van de lagen verzekeren een trapafwaartse afwatering. De contactvlakken zijn voldoende zuiver en glad zodat perforaties niet voorkomen. Onder en boven de vochtkering wordt een mortelafstrijklaag voorzien. In de lengterichting worden de folies zoveel mogelijk in één stuk gelegd, naden zijn voorzien van een overlapping overeenkomstig de plaatsingsvoorschriften van de aangewende folie. De naden worden over het volledige oppervlak aan elkaar gekleefd of met koudlasstroken bevestigd. De te kleven oppervlakken moeten zuiver en droog zijn materialen hulpstukken/akoestische stroken FH m Stroken uit akoestisch dempend materiaal die onder en/of boven de metselwerkmuren worden geplaatst. meeteenheid: prijssupplement gerekend per lopende meter, eventueel opgesplitst volgens muurbreedte. meetcode: gemeten volgens netto lengte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

70 De aannemer plaatst de meest geschikte akoestische strips afhankelijk van de optredende belasting. De fabrikant vermeldt de akoestisch optimale werkzaamheid onder een welbepaalde belasting. Breedte van de stroken: volgens muurbreedte Resonantiefrequentie: 30 Hz Maximale indrukking onder belasting: 2 mm Maximale belasting: 160 kn/m Maximale kruip na 20 jaar: 1 mm De akoestische stroken worden geplaatst onder elke muur van de verdieping waar er noodzaak tot akoestische demping is. De akoestische stroken moeten goed op elkaar aansluiten om akoestische lekken te voorkomen. Plaatsing onderaan de muur: rechtstreeks op de vloerplaat op de akoestische stroken moet een mortellaag aangebracht worden voordat de eerste steenlaag geplaatst wordt. Er mag geen contact zijn tussen de mortel en de vloerplaat. Plaatsing bovenaan de muur: tussen het metselwerk en de akoestische strook moet een mortellaag voorzien worden. Er mag geen contact zijn tussen de mortel en de bovenliggende vloerplaat. Niet van toepassing voor blok A en B (volledig vrijstaande woningen) Grondgebonden woningen van blok D en E: enkel de aanzet van alle muren op het gelijkvloers. Dit om overdracht van trillingen via de funderingsplaat te vermijden. Appartmenten in blok C. Onder en boven alle muren materialen kimblokken materialen kimblokken/cellenbeton FH m meeteenheid: prijssupplement gerekend per lopende meter, eventueel opgesplitst volgens dikte en muurbreedte. De hoeveelheden metselwerk worden niet afgetrokken. meetcode: gemeten volgens netto lengte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De blokken beantwoorden aan de bepalingen van NBN EN Voorschriften voor metselstenen - Deel 4: Cellenbetonsteen. Zij zijn drager van het Benor-keurmerk, bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt een staal en prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de architect. Afmetingen: Laagdikte: 30 cm Breedte: aangepast aan het metselwerk Oppervlaktetextuur: vlak Prestatiecriteria: Kwaliteitsklasse: (C4/550) Gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt λ 10,droog,metselsteen (volgens EN 1745): maximum 0,13 W/mK Zoals aangegeven in de meetstaat en op uitvoeringsplannen en/of detailtekeningen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

71 binnenspouwblad algemeen binnenspouwblad - snelbouw De NBN EN Voorschriften voor metselstenen Deel 1: Metselbaksteen is van toepassing. Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN mogen toegepast worden. De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt een staal en prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de ontwerper. Stenen: Formaat (lxbxh): modulair formaat op voorstel van aannemer Bruto droge volumemassa: min. 850 kg/m³ (tolerantiecategorie D1 of D2) Genormaliseerde gemiddelde druksterkte f b : min. 10 N/mm² Groepsindeling: groep 2 Kopvlak: vlak Oppervlak: glad Type mortel: mortel voor algemene toepassing volgens art Dikte van de voegen: 12 mm Metselverband: halfsteens verband Spouwbreedte: 15 cm Spouwankers: slag- of schroefankers met isolatieplug volgens artikel Aanvullende voorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt λ 10,droog,metselsteen (volgens EN 1745): max. 0,35 W/mK Gehalte aan actieve oplosbare zouten: categorie S2 (volgens NBN EN 771-1) De kimlaag wordt voorzien in cellenbeton volgens artikel Er worden akoestische stroken voorzien onder- en bovenaan de muren volgens artikel De bakstenen worden toegepast met gelijmde voegen tussen 0,5 mm en 3 mm. De stenen moeten minstens tot de maatspreidingsklasse R1+ of R2+ behoren. De vlakheid en rechtheid van de legoppervlakken mag een gemiddelde maximale afwijking van 1% van de lengte van de diagonaal van het legvlak niet overschrijden, met een individueel maximum van 2 mm. Zichtbaar blijvend metselwerk volgende muurvlakken worden als zichtbaar blijvend metselwerk uitgevoerd: Binnenzijde tuinbergingen bij blok C. oppervlaktestructuur: glad de voeg tussen het zichtbaar blijvend metselwerk en het onafgewerkte plafond mag max. 10 mm zijn. Indien dit niet zo is, moet de voeg met een elastische kit opgevoegd worden. het meegaand opvoegen is inbegrepen in dit artikel. De binnenspouwbladen worden ter plaatse gemetst volgens art De spouwen moeten volledig vrij blijven van mortelresten, steenbrokken en ander afval. Daarom moet de spouwmuur in drie afzonderlijke fasen opgetrokken worden: eerst de realisatie van het binnenspouwblad over de volledige hoogte van het bouwwerk; vervolgens wordt de spouwisolatie over deze oppervlakte geplaatst; tenslotte wordt het gevelmetselwerk uitgevoerd. De aannemer mag deze fase pas aanvangen nadat de architect zijn goedkeuring over de geplaatste isolatie gegeven heeft. Het metselwerk wordt uitgevoerd volgens de regels van de kunst en volgens de richtlijnen van de fabrikant. Er worden minimaal 6 spouwankers/m² voorzien. De aannemer gaat na of meer spouwankers per m² moeten voorzien worden om de ingrijpende windbelasting zonder knikken te kunnen opvangen bij zeer grote spouwbreedtes. De spouwankers worden zo geplaatst dat het ingedrongen water naar buiten wordt afgeleid. De waterkering wordt zo in de spouw geplaatst dat het water in de spouw op efficiënte wijze naar buiten wordt afgevoerd. Boven elke waterkerende laag moet minimaal 1 open stootvoeg per lopende m voorzien worden om het afstromende water naar buiten te evacueren. Om een perfecte plaatsing van de isolatie mogelijk te maken, moeten alle mortelresten en baarden verwijderd worden zodat een vlak oppervlak van het metselwerk bekomen wordt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

72 De lateien worden uitgevoerd volgens artikel lateien in beton. Keuring Beschadigde stenen mogen niet verwerkt worden. Wordt als beschadiging beschouwd: Elke gebroken steen of elke hoek of randschade waarvan het volume groter is dan 20 cm³. Voor stenen die gebruikt zullen worden in zichtbaar blijvend metselwerk worden eveneens als beschadiging beschouwd: Een afgestoten hoek, rand of nerf van opgebrachte (glazuur)lagen, ofwel zichtbare scheuren of afgeschuurde bezanding of profilering, voor zover deze voor de zichtvlakken van de baksteen als storend moeten worden beschouwd. De minimale diameter van een beschadiging bedraagt 10 mm of het product van lengte x hoogte van enige andere beschadiging bedraagt meer dan 100 mm². Bij een steekproef, buiten de fabriek, van 100 stenen zullen minstens 90 stenen aanwezig zijn met één onbeschadigde strek en één onbeschadigde kop. Het aantal bakstenen met fouten mag niet groter zijn dan 10%. Worden als fouten beschouwd: De aanwezigheid van insluitsels die door zwelling kunnen aanleiding geven tot afschilferingen in het oppervlak van de steen. Afschilferingen met een diameter kleiner dan 20 mm worden niet beschouwd als fouten. De aanwezigheid in beide koppen of één strek van één of meerdere scheuren die langer zijn dan 1/3 van de hoogte van de steen en die een scheurbreedte hebben 0,2 mm. Voor stenen die gebruikt zullen worden in zichtbaar blijvend metselwerk mag het aantal stenen met fouten niet groter zijn dan 5% en worden scheuren in kop of strek met een breedte 0,2 mm eveneens als fouten beschouwd binnenspouwblad snelbouw/dikte 14 cm FH m3 meeteenheid: per m³ meetcode: de lengte van de muren wordt gemeten in de as van de muren, bij kruisingen wordt de dikkere muur doorgemeten. Geen enkel volume wordt tweemaal in rekening gebracht. Worden afgetrokken: openingen met een oppervlakte groter dan 0,30 m²; het volume van constructieve elementen zoals lateien, balken, indien deze apart gemeten worden; de opleg van draagvloeren. aard van overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) woningscheidende wand algemeen woningscheidende wand - kalkzandsteen De NBN EN Voorschriften voor metselstenen Deel 2: Metselstenen van kalkzandsteen is van toepassing. Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN mogen toegepast worden. De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt een staal en prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de ontwerper. De stenen hebben een glad en vlak uitzicht. Stenen: soort: metselblokken (te vermetselen) modulair formaat op voorstel van de aannemer bruto droge volumemassaklasse: min. 1,8 genormaliseerde gemiddelde druksterkte f b : 25 N/mm² groepsindeling: groep 2 kopvlakken: volgens systeem fabrikant Type mortel: mortel voor algemene toepassing volgens art Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

73 Dikte van de voegen: naar keuze aannemer rekening houdend met hierboven vermeld morteltype Metselverband: halfsteens verband Spouwbreedte tussen de delen van de woningscheidende wand: 5 cm Spouw tussen de delen van de woningscheidende wand op te vullen met minerale wol volgens artikel Spouwankers: geen De woningscheidende wanden worden ter plaatse gemetst volgens art Het kalkzandsteenmetselwerk wordt uitgevoerd volgens de regels van de kunst en volgens de richtlijnen van de fabrikant. De stenen mogen enkel verwerkt worden met een door de fabrikant geschikt verklaarde mortel of lijm. De kimlaag wordt volkomen waterpas aangebracht. Deze paslaag wordt in een traditioneel mortelbed geplaatst. Pas na voldoende uitharding van de paslaag worden de muren verder opgetrokken. De kopse voegen tussen de stenen moeten volledig gevuld zijn met mortel, tenzij met stenen met tand en groef gewerkt wordt. Er mogen geen mortelbruggen tussen de beide delen van de woningscheidende wand gevormd worden. De isolatie tussen de beide delen van de woningscheidende wand wordt zorgvuldig geplaatst. De platen moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Keuring Het aantal beschadigde stenen mag niet meer dan 2% van de totale hoeveelheid verwerkte stenen bedragen. Wordt als beschadiging beschouwd: Elke gebroken steen. Elke steen waarvan minstens één vlak een scheur vertoont met een lengte die groter is dan 40 mm en een breedte die groter is dan 0,2 mm. Elke steen waarvan het totaal volume van de rand- en hoekschade meer bedraagt dan 5% van het volume van de metselsteen. Voor stenen die gebruikt zullen worden in zichtbaar blijvend metselwerk worden eveneens als beschadiging beschouwd: Elke steen waarvan minstens één zichtvlak een scheur vertoont met een lengte die groter is dan 10 mm en een breedte die groter is dan 0,2 mm. Elke steen waarvan de totale oppervlakte van de rand-of hoekschade in een zichtvlak meer bedraagt dan 1% van de oppervlakte van dat zichtvlak of waarvan de oppervlakte van tenminste één rand- of hoekbeschadiging meer dan 200 mm² bedraagt. Elke steen waarvan de totale oppervlakte van de beschadiging in het zichtoppervlak (met uitzondering van hoeken en randen) meer bedraagt dan 100 mm² woningscheidende wand kalkzandsteen/dikte 15 cm FH m3 meeteenheid: per m³ meetcode: de lengte van de muren wordt gemeten in de as van de muren. Worden afgetrokken: het volume van constructieve elementen zoals balken, indien deze apart gemeten worden; de opleg van draagvloeren. aard van overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Alle woningscheidende wanden dragende binnenmuur algemeen dragende binnenmuur snelbouw De NBN EN Voorschriften voor metselstenen Deel 1: Metselbaksteen is van toepassing. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

74 Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN mogen toegepast worden. De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt een staal en prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de ontwerper. Stenen: formaat (lxbxh): modulair formaat op voorstel van aannemer bruto droge volumemassa: min. 850 kg/m³ (tolerantiecategorie D1 of D2) genormaliseerde gemiddelde druksterkte f b : min. 10 N/mm² groepsindeling: groep 2 kopvlak: vlak oppervlak: glad Type mortel: mortel voor algemene toepassing volgens art Dikte van de voegen: naar keuze aannemer rekening houdend met hierboven vermeld morteltype Metselverband: halfsteens verband Aanvullende voorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Gehalte aan actieve oplosbare zouten: categorie S2 (volgens NBN EN 771-1) De bakstenen worden toegepast met gelijmde voegen tussen 0,5 mm en 3 mm. De stenen moeten minstens tot de maatspreidingsklasse R1+ of R2+ behoren. De vlakheid en rechtheid van de legoppervlakken mag een gemiddelde maximale afwijking van 1% van de lengte van de diagonaal van het legvlak niet overschrijden, met een individueel maximum van 2 mm. De kimlaag wordt voorzien in cellenbeton volgens artikel Er worden akoestische stroken voorzien onder- en bovenaan de muren volgens artikel De lateien worden uitgevoerd volgens artikel lateien in beton De dragende binnenmuren worden ter plaatse gemetst volgens art Het metselwerk wordt uitgevoerd volgens de regels van de kunst en volgens de richtlijnen van de fabrikant. Keuring Beschadigde stenen mogen niet verwerkt worden. Wordt als beschadiging beschouwd: Elke gebroken steen of elke hoek of randschade waarvan het volume groter is dan 20 cm³. Voor stenen die gebruikt zullen worden in zichtbaar blijvend metselwerk worden eveneens als beschadiging beschouwd: Een afgestoten hoek, rand of nerf van opgebrachte (glazuur)lagen, ofwel zichtbare scheuren of afgeschuurde bezanding of profilering, voor zover deze voor de zichtvlakken van de baksteen als storend moeten worden beschouwd. De minimale diameter van een beschadiging bedraagt 10 mm of het product van lengte x hoogte van enige andere beschadiging bedraagt meer dan 100 mm². Bij een steekproef, buiten de fabriek, van 100 stenen zullen minstens 90 stenen aanwezig zijn met één onbeschadigde strek en één onbeschadigde kop. Het aantal bakstenen met fouten mag niet groter zijn dan 10%. Worden als fouten beschouwd: De aanwezigheid van insluitsels die door zwelling kunnen aanleiding geven tot afschilferingen in het oppervlak van de steen. Afschilferingen met een diameter kleiner dan 20 mm worden niet beschouwd als fouten. De aanwezigheid in beide koppen of één strek van één of meerdere scheuren die langer zijn dan 1/3 van de hoogte van de steen en die een scheurbreedte hebben 0,2 mm. Voor stenen die gebruikt zullen worden in zichtbaar blijvend metselwerk mag het aantal stenen met fouten niet groter zijn dan 5% en worden scheuren in kop of strek met een breedte 0,2 mm eveneens als fouten beschouwd dragende binnenmuur snelbouw/dikte 14 cm FH m3 meeteenheid: per m³ meetcode: de lengte van de muren wordt gemeten in de as van de muren, bij kruisingen wordt de dikkere muur doorgemeten. De hoogte wordt gemeten tussen de vloeren. Geen enkel volume wordt tweemaal in rekening gebracht. Wordt afgetrokken: openingen met een oppervlakte groter dan 0,30 m²; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

75 het volume van constructieve elementen zoals lateien, balken, indien deze apart gemeten worden. aard van overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) niet-dragende binnenmuur algemeen niet-dragende binnenmuur snelbouw De NBN EN Voorschriften voor metselstenen Deel 1: Metselbaksteen is van toepassing. Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN mogen toegepast worden. De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt een staal en prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de ontwerper. Stenen: formaat (lxbxh): modulair formaat op voorstel van aannemer bruto droge volumemassa: min. 850 kg/m³ (tolerantiecategorie D1 of D2) genormaliseerde gemiddelde druksterkte f b : min. 10 N/mm² kopvlak: vlak oppervlak: glad Type mortel: mortel voor algemene toepassing volgens art Dikte van de voegen: 12 mm Metselverband: halfsteens verband Aanvullende voorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Gehalte aan actieve oplosbare zouten: categorie S2 (volgens NBN EN 771-1) De kimlaag wordt voorzien in cellenbeton volgens artikel De lateien worden uitgevoerd volgens artikel lateien in beton. Er worden akoestische stroken onderaan de muren voorzien volgens artikel De niet-dragende binnenmuren worden ter plaatse gemetst volgens art Het metselwerk wordt uitgevoerd volgens de regels van de kunst en volgens de richtlijnen van de fabrikant. De kimlaag wordt volkomen waterpas aangebracht. Deze paslaag wordt in een traditioneel mortelbed geplaatst. Pas na voldoende uitharding van de paslaag worden de muren verder opgetrokken. De niet-dragende wanden worden volledig los van de naast- en bovenliggende dragende constructie opgebouwd. De verbindingen met de dragende muren gebeuren via glijankers, uitsparingen in het dragende metselwerk die naderhand opgevuld worden met een samendrukbaar brandwerend materiaal,. De verbinding met de bovenliggende vloer gebeurt met een samendrukbare voeg niet-dragende binnenmuur snelbouw/dikte 9 cm FH m3 meeteenheid: per m³ meetcode: de lengte van de muren wordt gemeten in de as van de muren, bij kruisingen wordt de dikkere muur doorgemeten. De hoogte wordt gemeten tussen de vloeren. Geen enkel volume wordt tweemaal in rekening gebracht. Wordt afgetrokken: openingen met een oppervlakte groter dan 0,30 m²; het volume van lateien indien deze apart gemeten worden. aard van overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

76 21. SPOUWMUURISOLATIE spouwmuurisolatie - algemeen De post "spouwmuurisolatie" omvat alle leveringen en werken voor het realiseren van de thermische spouwisolaties voor gevelmetselwerk, het navullen van spouwmuren en akoestische en thermische isolaties tussen de woningscheidende wanden. Materialen De isolatiematerialen zijn weersbestendig, rotbestendig, niet onderhevig aan krimp en hebben een geringe wateropname. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Beschadigde plaatdelen mogen niet verwerkt worden. Enkel producten waarvan de hierna vermelde λ-waarde kan aangetoond worden met de gedeclareerde λd-waarde vermeld in de CE-marking, ATG/H of ETA, of met de rekenwaarde λui vermeld in EPB-productgegevensdatabank (EPBD) worden aanvaard. De λ-waarde moet geldig zijn voor de toegepaste plaat- of laagdikte(s) spouwmuurisolatie buitenspouwblad - algemeen Gedeeltelijke of volledige spouwvulling met stijve of halfstijve isolatieplaten. De spouwopvatting stemt overeen met de uitvoeringsmodaliteiten van het parement (zie algemene bepalingen in hoofdstuk 22 gevelmetselwerk). De werken omvatten: de voorbereiding van het oppervlak; de levering en de plaatsing van de isolatieplaten en eventuele vochtfolies of dichtingsmembranen; de levering en de plaatsing van de eventuele bevestigingstoebehoren; het verzorgen van eventuele uitsparingen voor leidingen, doorvoeren, enz. Materialen De afstandhouders (bij onvolledige spouwvulling) die op de spouwhaken bevestigd worden, zijn aangepast aan het isolatiemateriaal. Een model wordt ter goedkeuring voorgelegd. De voorschriften volgens tabel 2 van het Informatieblad van het BUtgb Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk zijn van toepassing en aan te vullen met de bepalingen van de specifieke ATG s en ETA s. Ter hoogte van de spouwaanzet, onder de waterkerende laag, moet een waterbestendig isolatiemateriaal (bijv. XPS) toegepast worden of moet het isolatiemateriaal volledig ingesloten zitten tussen twee waterdichte lagen. Als regels van goed vakmanschap gelden de richtlijnen en typedetails van het Informatieblad van het BUtgb Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk. De platen mogen pas worden aangebracht na voorafgaandelijke keuring van het binnenspouwblad, volgens de faseringen vermeld in hoofdstuk 22. De aannemer zal er over waken dat de isolatie een ononderbroken geheel vormt. Koudebruggen en vervormingen van de isolatielaag worden vermeden. De platen worden daarom in zo groot mogelijke afmetingen, nauwsluitend tegen de binnenzijde van de spouw en onderling goed aansluitend in verband geplaatst. Zij worden waar nodig mooi recht versneden voor een perfecte aansluiting tegen andere bouwelementen. De isolatie wordt geplaatst met de lange zijde horizontaal (en eventuele groef of sponning aan de onderzijde) en met verspringende verticale naden. Indien de isolatielaag wordt opgebouwd uit meerdere lagen wordt de isolatie van de bijkomende laag geschrankt geplaatst tov de achterliggende laag. Aan de hoeken wordt de isolatie steeds over de volledige dikte doorgetrokken. De isolatie sluit nauwkeurig aan op het buitenschrijnwerk. Perforaties van het isolatiemateriaal worden tot een minimum beperkt door een aangepaste keuze van de vorm en de plaatsingswijze van de spouwankers. De platen moeten per m2 op minstens 5 punten bevestigd worden. Bij gebruik van prikspouwankers worden de platen dmv aangepaste rozetten vastgezet. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

77 Waar vochtwerende lagen doorheen de isolatie dringen worden de platen zorgvuldig doorgesneden. De onderbreking mag dus niet gebeuren ter hoogte van de eventuele tand/groef of sponning van de isolatieplaat. De plaatsing en plooiing van de lagen verzekeren een trapafwaartse afwatering. Keuring Overeenkomstig hoofdstuk 22 - gevelmetselwerk wordt het parament verplicht opgetrokken in drie afzonderlijke fasen. De goede onderlinge aansluiting en bevestiging van de spouwisolatie en vochtisolaties kunnen daardoor in betere omstandigheden worden gecontroleerd. In het bijzonder zal worden toegezien op de goede aansluiting van de isolatie ter hoogte van ramen, dorpels, Beschadigde of nat geworden platen moeten op aanwijzen van de ontwerper worden vervangen spouwmuurisolatie buitenspouwblad PUR of PIR Stijve isolatieplaten gevormd uit hard polyurethaanschuim of polyisocyanuraatschuim, beantwoordend aan de voorschriften van NBN EN Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van hard polyurethaanschuim (PUR) Specificatie. Het blaasmiddel gebruikt bij de productie bevat geen HFK s. De platen zijn geschikt als spouwisolatie en beschikken over een ATG-H productgoedkeuring of gelijkwaardig. Isolatiedikte: volgens subartikel Afwerking: aan beide zijden voorzien van een aluminiumfolie. Randafwerking: tand en groef Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,023 W/mK Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De platen bezitten een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig voor toepassing als gedeeltelijke spouwvulling. Reactie bij brand (NBN EN ): minimum klasse D-s2-d0 De platen worden voorzien als gedeeltelijke spouwvulling. De isolatielaag wordt uitgevoerd in één laag Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Ter bevordering van de winddichtheid worden de naden en zichtbare plaatranden afgeplakt met een daartoe bestemde weersbestendige, duurzame tape. De tape wordt aangebracht op een droge, propere ondergrond en wordt over zijn volledige lengte goed aangedrukt spouwmuurisolatie buitenspouwblad PUR of PIR/12 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: gemeten volgens netto oppervlakte, uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) spouwmuurisolatie woningscheidende wand - algemeen Levering en plaatsing van isolatieplaten tussen de woningscheidende wanden, met als doel een akoestische en thermische scheiding te realiseren. De isolatie wordt geplaatst tussen de twee dragende delen van de woningscheidende wanden. In het geval van ankerloze halfzware of lichte spouwmuren moeten de ontdubbelde muren volledig mechanisch onafhankelijk blijven tot elkaar, dwz vrij van mortelbruggen, spouwankers,... Daarom wordt er voor gezorgd dat de isolatie in één stuk, zonder perforatie of onderbreking Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

78 doorloopt, ook ter hoogte van onderbroken vloerplaten. Daarom moeten de platen goed tegen elkaar aansluiten, zonder mortelresten tussen de plaatvoegen spouwmuurisolatie woningscheidende wand - MW De isolatie bestaat uit halfstijve isolatieplaten uit minerale wol (MW), beantwoordend aan de voorschriften van NBN EN Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van minerale wol (MW) Specificatie. De platen zijn geschikt als spouwmuurisolatie voor woningscheidende wanden en beschikken over een ATG-H productgoedkeuring of gelijkwaardig. Dikte: volgens subartikel Afwerking: tweezijdig bekleed met een glasvlies Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,035 W/mK De platen worden voorzien als volledige spouwvulling spouwmuurisolatie woningscheidende wand - MW/5 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: volgens netto oppervlakte, uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

79 22. GEVELMETSELWERK gevelmetselwerken - algemeen Buitenspouwbladen in gevelmetselwerk. Materialen STS 22 is van toepassing. ALGEMEEN De uitvoering van het metselwerk gebeurt volgens de regels van de kunst en in overeenstemming met STS 22 en NBN EN Men zal stenen van eenzelfde productie gebruiken voor het ganse project of tenminste voor elk bouwdeel van het project indien dit niet in contact komt met een ander bouwdeel. De stenen zullen steeds van verscheidene paletten (minimaal 5) gemengd worden, ook bij reeds voorgemengde pakken. De stenen worden per pak van boven naar beneden en overhoeks in de pakken afgenomen. Het delen van hele stenen gebeurt door mechanisch verzagen, zodat nergens sporen van gekapte stenen zichtbaar zijn. Hoeken worden steeds in verband gemetseld. Het metselwerk zal met zorg uitgevoerd worden zodat er geen bevuiling optreedt door morteluitlopers, mortelresten, Bij gebruik van mortel voor algemene toepassing worden de metselstenen vol en zat in de mortel gelegd. De uit de voegen puilende mortel wordt langs de spouwzijde met het truweel afgeschraapt. Indien het metselwerk achteraf opgevoegd wordt, moeten de voegen voor de mortel volledig verhard is, uitgekrabd worden over minimaal 10 mm en maximaal 15 mm. De nodige open stootvoegen worden duidelijk gemarkeerd tot na de uitvoering van het voegwerk. Aantal open stootvoegen boven de waterkeringen: stenen van klasse IW1 en IW2: om de 2 strekken en min. 2 per muuronderbreking stenen van klasse IW3: om de 3 strekken en min. 2 per muuronderbreking stenen van klasse IW4: om de 4 strekken en min. 2 per muuronderbreking Bij gedeeltelijke spouwvulling bedraagt de breedte van de luchtspouw minimaal 30 mm bij metselwerk met traditionele mortel en minimaal 20 mm bij metselwerk met lijmmortel. De uitvoeringsdetails bepalen de vereiste aanslag bij raam- en deuropeningen. Indien niets vermeld staat hierover, wordt standaard een aanslag van 50 mm voorzien, met een maximale afwijking van 5 mm. De aannemer neemt alle maatregelen om uitbloeiingen op het gevelmetselwerk te voorkomen. Indien ondanks deze maatregelen toch uitbloeiingen optreden, worden deze vóór de voorlopige oplevering gereinigd met een aangepast product volgens de aard van de uitbloeiing en het type steen. Het advies van de steenfabrikant zal hierover uitsluitsel geven. TOLERANTIES Aard Verticaliteit per verdieping Verticaliteit op de totale hoogte van het bouwwerk Vlakheid per 2 m Dikte van de volledige spouwmuur Elke lengtemaat d Openingen (ramen en deuren) Horizontaliteit van het metselwerk Horizontaliteit van de lintvoegen Maximaal toelaatbare afwijking ± 8 mm ± 50 mm ± 8 mm ± 10 mm ± ¼ (d)1/3 (in cm) ± 5 mm t.o.v. de aangeduide plaats ± 5 mm t.o.v. de afmetingen ± 8 mm bij d 3 m ± 12 mm bij 3 m d 6 m ± 16 mm bij 6 m d 15 m (d = afstand tussen twee meetpunten) ± 0,125 l(0,33) (l = lengte van de lintvoeg in cm; controle ter hoogte van het bovenvlak van de metselstenen) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

80 ± 2 mm Rechtlijnigheid van de lintvoegen (controle met een rechte lat van 2 m lengte, geplaatst op de bovenrand van de voeg) Indien de toleranties niet nageleefd zijn, wordt het werk afgekeurd en vervangt de aannemer het betreffende metselwerk op zijn kosten. BEWEGINGSVOEGEN De juiste plaats van de voegen wordt aangegeven op de plannen en/of gebeurt volgens de stabiliteitsstudie. De breedte van de voegen bedraagt 10 à 15 mm, de voegen gaan doorheen de volledige dikte van de muur. De muurdelen moeten vrij en elastisch kunnen bewegen. De bewegingsvoegen moeten opgevuld worden met een samendrukbaar, onrotbaar materiaal. De zichtzijde van de voeg wordt opgespoten met een elastisch blijvend materiaal waarvan de kleur aansluit bij de kleur van het voegwerk en/of de steen. De voeg moet waterdicht blijven. Bij horizontale bewegingsvoegen bedraagt de onderlinge afstand maximaal 9 m. De horizontale voegen worden gerealiseerd door het gebruik van geveldragers, die in de hoogte en eventueel in de breedte verstelbaar zijn. De geveldragers worden beschreven onder artikels De architect bepaalt waar de horizontale voegen voorzien moeten worden. DAKRANDAANSLUITINGEN De uitvoering van het gevelmetselwerk moet een waterdichte aansluiting waarborgen met de voorziene dakbedekkingsmaterialen, ter hoogte van schouwen en boven het dak uitstekende gevelopstanden. Alle in het buitenspouwblad in te werken loodslabben (dikte min. 1,5 mm) of geprefabriceerde kunststofelementen zijn inbegrepen in de kostprijs van het gevelmetselwerk algemeen ter plaatse gemetst gevelmetselwerk Het gevelmetselwerk wordt ter plaatse op de werf gemetst. De werken omvatten: de voorbereiding van de werken, het plaatsen van de nodige stellingen, beschermingen, afdekzeilen, de levering en voorbereiding van alle materialen de uitvoering van het gevelmetselwerk en de nodige beschermingsmaatregelen de nodige waterkeringen ter hoogte van gevelaanzet, gevelopeningen en dakranden de aansluitingen met dakranden het voorzien van de nodige doorbrekingen en doorvoerbuizen de eventuele voegwerken, zettingsvoegen en afwerking het gebeurlijk afwassen en/of afkrabben van de gevel alle meerwerken voor het verwijderen van uitbloeïngen het verwijderen van beschermingen en stellingen het opruimen en schoonmaken van de bouwplaats. De aannemer treft de nodige voorzorgen om de stenen op een vlakke ondergrond en droog op te slaan. Hij verwijdert de verpakking zo kort mogelijk voor het vermetselen. Alle muren worden loodrecht, haaks en goed vlak uitgevoerd. Men moet vermijden om te metselen bij temperaturen lager dan 5 C. Sowieso mag nooit met bevroren materialen gemetseld worden en mag nooit op bevroren metselwerk verder gemetseld worden. Delen van het metselwerk die door vorst of andere invloeden beschadigd zijn, moeten worden afgebroken en op kosten van de aannemer hermetst worden. Vers metselwerk dat blootgesteld wordt aan temperaturen lager dan 5 C moet beschermd worden met isolerend materiaal. Indien tijdens de eerste 24 uur na het vermetselen blootstelling aan temperaturen tussen 0 C en -5 C verwacht wordt, moet men cement CEM I met een hogere druksterkteklasse en verwarmd water toepassen. Het is toegelaten antivries hulpstoffen te gebruiken indien deze geen negatieve invloed op de eindsterkte en hechtsterkte hebben en geen verhoogd gevaar op uitbloeiingen opleveren. Bij aanhoudende droge weersomstandigheden worden bij gebruik van mortel voor algemene toepassing de stenen voorafgaandelijk bevochtigd om een goede hechting tussen mortel en steen te verkrijgen. Nat maken door onderdompeling is verboden. Mortelsporen en/of verontreinigingen op de zichtvlakken worden dadelijk verwijderd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

81 Bij zeer warm en droog weer of felle bezonning, wordt het vers metselwerk regelmatig maar licht besproeid om uitdroging van de mortel, voor hij volledig verhard is, te voorkomen. Bij regen moet het vers metselwerk onmiddellijk tegen waterinslag beschermd worden. Het bovenvlak en de bovenste 80 cm van het metselwerk moeten op het einde van de dag systematisch afgedekt worden. Eventueel mag ook een afdekplaat met voldoende oversteek gebruikt worden die het verse metselwerk over de bovenste 80 cm beschermt tegen regen. Deze rechtstreekse afdekking mag geen hout of ander materiaal zijn dat onder invloed van regen sporen kan nalaten op het metselwerk. Bij iedere gebeurlijke werkonderbreking verwijdert de aannemer alle gebonden mortel boven een laatste laag stenen of blokken materialen algemeen materialen mortel materialen mortel/metselmortel De NBN EN voor mortels - Deel 2: Metselmortel is van toepassing. De mortel draagt het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer heeft de keuze tussen voorgemengde fabrieksmortel van het droge type of voorgemengde fabrieksmortel van het natte type. Hij staat in voor de keuze van een geschikte metselmortel volgens de in dit bestek voorgeschreven prestaties en voor de toe te passen metselstenen rekening houdend met de initiële wateropname van de gevelstenen. De voorschriften van de mortelfabrikant moeten opgevolgd worden. De minimale verwerkingstijd van de mortel bedraagt 2 uur. De aannemer legt een prestatiefiche van de mortel ter goedkeuring voor aan de ontwerper. UItvoering Droge fabrieksmortels moeten droog, beschermd tegen wind, zon, opstijgend vocht en regen gestockeerd worden. Als de mortel in silo geleverd wordt, moet deze op verharde horizontale ondergrond stabiel geïnstalleerd worden, rekening houdend met alle veiligheidsvoorschriften. Bij gebruik van voorgemengde fabrieksmortels van het natte type legt de aannemer de leveringsbonnen voor aan de architect. Op deze bonnen moeten de herkomst en samenstelling vermeld staan. De mortel wordt verwerkt vooraleer de binding optreedt. Nadat de mortel is aangemaakt, is het verboden opnieuw water aan het mengsel toe te voegen en opnieuw te mengen. De aannemer beschermt de mortel tegen weersinvloeden materialen mortel/metselmortel - voor algemene toepassing PM Traditionele mortel voor het metsen van gevelmetselwerk met dikke voegen (7 tot 12 mm). aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Er mogen enkel hulpstoffen toegevoegd worden in samenspraak met de producent van de mortel. Druksterkteklasse: M materialen mortel/voegmortel De NBN EN voor mortels - Deel 2: Metselmortel en TV 208 Opvoegen van metselwerk zijn van toepassing. De mortel draagt het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

82 De voegmortel moet compatibel zijn met de metselmortel en de gevelsteen. De samenstelling van de voegmortel is aangepast aan de klimatologische omstandigheden op het moment van aanbrengen. De voegmortel moet vorstbestand zijn. Duurzaamheid: geschikt voor toepassing in een omgeving met hoge waterbelasting. De minimale verwerkingstijd van de mortel bedraagt 2 uur. Druksterkteklasse: M 10 De voorschriften van de voegmortelfabrikant moeten gevolgd worden. Om de gewenste voegtint te bepalen, worden 3 verschillende stalen aangebracht op proefvlakken met een minimale oppervlakte van 0,25 m². Hieruit wordt door de architect en de bouwheer een definitieve voegsamenstelling gekozen. De homogeniteit van de mengeling is zodanig dat de tint overal eenvormig is. Er mag niet gevoegd worden bij extreme weersomstandigheden, zoals bij verwachte vorst binnen de 24u na het aanbrengen, bij temperaturen onder 5 C en boven 30 C, in volle zon, bij droge wind, bij slagregen, in geval van bevroren ondergrond,. Bij gebruik van bastaardmortel met kalkhydraat voor het optrekken van het metselmerk, mag het opvoegen ten vroegste 2 maanden na het beëindigen van het metselwerk gebeuren. De dag voor het voegen moet het metselwerk bevochtigd worden met zuiver water. Indien nodig wordt dit kort voor de aanvang van het voegen herhaald. Bij ongunstige weersomstandigheden moet het metselwerk gedurende twee dagen met water beneveld worden om verbranding van de voegspecie te voorkomen. Het gebruik van een geschikt polymeer kan het benevelen overbodig maken. Mortelvlekken moeten zoveel mogelijk mechanisch verwijderd worden vooraleer over te gaan tot een chemische behandeling. Indien gevaar voor regen op vers gevoegd metselwerk bestaat, moet het metselwerk beschermd worden materialen spouwankers PM Spouwankers geschikt voor toepassing bij een niet-gemetst binnenspouwblad. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De NBN EN Voorschriften voor hulpstukken voor metselwerktoebehoren - Deel 1: Spouwhaken, bandstaal, balkschoenen en kraagijzers is van toepassing. De verankeringslengte van de spouwankers bedraagt minimaal 30 mm. Diameter van de spouwankers is minimaal 4 mm. Voor gelijmd metselwerk worden aangepaste spouwankers met afgeplatte uiteinden voorzien. De spouwankers zijn zo ontworpen dat doorstroming van het water van het buitenspouwblad naar het binnenspouwblad verhinderd wordt. Model ter goedkeuring voor te leggen aan de architect. spouwanker: verzinkt staal Spouwbreedte: 15 cm Er worden minimaal 6 spouwankers/m² voorzien. De aannemer gaat na of meer spouwankers per m² moeten voorzien worden om de ingrijpende windbelasting zonder knikken te kunnen opvangen bij zeer grote spouwbreedtes. De spouwankers worden zo geplaatst dat het ingedrongen water naar buiten wordt afgeleid materialen waterkering PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

83 De nodige vochtkeringen in het gevelmetselwerk tegen opstijgend vocht en voor de afvoer van regen- of condensatiewater. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). De aannemer heeft de keuze uit waterkeringen uit PE, PVC, PIB, butylrubber of bitumenglasvlies, voor zover deze verenigbaar zijn met NBN EN 13967, de voorschriften van de fabrikant, de aard van de toepassing en de voorgeschreven metselwerkmaterialen. De gebruikte membranen zijn waterdicht, rotvrij en scheurvast. Ze zijn bestand tegen zuren, basen en zouten die aanwezig kunnen zijn in de gebruikte bouwmaterialen en het grondwater. Een staal van alle aangewende waterkeringen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Overal waar nodig worden waterdichte lagen aangebracht tegen opstijgend vocht en voor de afvoer van regen- of condensatiewater. Dit gebeurt volgens de regels van goed vakmanschap en/of volgens aanduiding op plannen of detailtekeningen. De waterkeringen worden steeds over de volledige dikte van de muren voorzien. Boven alle raam- en deurlateien wordt een waterdichte folie Z-vormig in de spouw aangebracht om binnengedrongen vocht af te voeren. De uiteinden worden minimaal 20 cm verder geplaatst dan de gevelopening. De folie wordt geplooid met de afwatering naar buiten toe. De vochtwerende laag wordt ook zijdelings opgeplooid om te verhinderen dat binnengedrongen vocht in de spouw loopt. Voor gebouwen vanaf vier bouwlagen wordt per twee bouwlagen de Z- vormige spouwvochtafwatering niet enkel boven de lateien aangebracht maar doorgetrokken over het volledige gevelvlak. Aan de voet van de spouwmuren wordt ter hoogte van het maaiveld een dubbele vochtwering geplaatst waarvan de bovenste in het binnenspouwblad wordt opgetrokken. Daar waar het buitenniveau niet horizontaal is, wordt de waterkering trapsgewijs gelegd door boven elkaar geplaatste overlappende lagen. De plaatsing en plooiing van de lagen verzekeren een trapafwaartse afwatering. De contactvlakken zijn voldoende zuiver en glad zodat perforaties niet voorkomen. Onder en boven de vochtkering wordt een mortelafstrijklaag voorzien. In de lengterichting worden de folies zoveel mogelijk in één stuk gelegd, naden zijn voorzien van een overlapping overeenkomstig de plaatsingsvoorschriften van de aangewende folie. De naden worden over het volledige oppervlak aan elkaar gekleefd of met koudlasstroken bevestigd. De te kleven oppervlakken moeten zuiver en droog zijn gevelstenen algemeen gevelstenen baksteen De NBN EN Voorschriften voor metselstenen Deel 1: Metselbaksteen is van toepassing. Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN mogen toegepast worden. De stenen behoren tot de klasse HD (hoge dichtheid) volgens NBN EN De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De aannemer legt ten minste drie stalen met prestatiefiche ter goedkeuring voor aan de ontwerper. Gehalte aan actieve oplosbare zouten: categorie S2 (volgens NBN EN 771-1). Keuring Gebroken stenen mogen niet verwerkt worden (behalve bij gevelstenen die bedoeld zijn voor wild verband). Bij een steekproef van 100 gevelbakstenen zullen minstens 90 stenen aanwezig zijn met één onbeschadigde strek en één onbeschadigde kop. Worden als beschadiging beschouwd: een afgestoten hoek, rand of nerf van opgebrachte (glazuur)lagen, ofwel zichtbare scheuren of afgeschuurde bezanding of profilering, voor zover deze voor de zichtvlakken van de gevelbaksteen als storend moeten worden beschouwd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

84 de minimale diameter van een beschadiging bedraagt 10 mm voor vormbak- en strengpersstenen en 15 mm voor handvormstenen of het product van lengte x hoogte van enige andere beschadiging bedraagt meer dan 100 mm² voor vormbak- en strengpersstenen en 225 mm² voor handvormstenen. gevelbakstenen met bewust aangebrachte beschadigingen (bijv. getrommelde stenen) worden niet op rand- en oppervlaktebeschadigingen beoordeeld. Het aantal gevelbakstenen met fouten mag niet groter zijn dan 5%. Worden als fouten beschouwd: de aanwezigheid van insluitsels die door zwelling kunnen aanleiding geven tot afschilferingen in het zichtvlak van de steen. scheuren met een breedte 0,2 mm op het zichtvlak gevelstenen bakstenen/handvorm- en vormbakstenen FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto oppervlakte. Alle openingen groter dan 0,2 m2 worden afgetrokken. De dagzijden van openingen worden enkel meegerekend indien hun breedte groter is dan de breedte van de gevelsteen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: handvorm Fabrieksmaat (lxbxh): 188 x 88 x 48 mm Kleur:grijsbeige Oppervlaktetextuur: geschorst / bezand Uitzicht: genuanceerd Genormaliseerde gemiddelde druksterkte f b : min. 5 N/mm² Porositeit: max. 8 % Vorstklasse (volgens NBN B ): zeer vorstbestand Het gevelmetselwerk wordt uitgevoerd volgens de regels van de kunst en volgens de richtlijnen van de fabrikant. Het wordt ter plaatse gemetst volgens art Het gevelmetselwerk wordt gemetst met dikke voegen (voegdikte: 12 mm) met mortel voor algemene toepassing volgens art Metselverband: halfsteens verband Lateien: continu L-profiel uit verzinkt staal volgens art of regelbare console volgens art Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Het gevelmetselwerk wordt achteraf gevoegd met een voegmortel volgens art Het voegen gebeurt volgens TV Opvoegen van metselwerk. kleur: keuze uit min. drie monsters ligging van het voegvlak t.o.v. het steenvlak: verdiept oriëntatie van het voegvlak: parallel met metselvlak vorm van de voeg: plat structuur van het voegvlak: diagonaal geborstel met ruwe borstel Uitzettingsvoegen: minimaal om de 12 m Er wordt een horizontale metselwerkwapening volgens artikel voorzien volgens de studie van de fabrikant van de stenen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

85 23 DORPELS, PLINTEN EN DEKSTENEN dorpels, plinten en dekstenen - algemeen De werken omvatten: het plaatsen en verwijderen van alle voor de werken vereiste stellingen, afdekzeilen en beschermingswerken; de controle en de voorbereiding van het draagvlak en de ondergrond; de controleopmeting van de juiste afmetingen tijdens of na uitvoering van de ruwbouw; de voorbereiding, werkhuistekeningen en prefabricatie van alle voorziene gevelelementen; de vereiste bevestigingselementen met de andere bouwelementen (ankers, doken, rails, ); de bevestiging en het inmetselen van de dorpels, plinten en dekstenen, met inbegrip van de legmortels, verankeringselementen, vochtisolaties, uitzettingsvoegen, voegwerk, opvulkitten, ; de beschermingsmaatregelen, nabehandelingen; het opruimen en schoonmaken van de bouwplaats. Materialen De aannemer legt drie stalen van het materiaal voor, die respectievelijk het gemiddelde uitzicht en de twee grensuitzichten van de levering moeten vertonen. Deze stalen moeten bovendien alle bijzonderheden (aders, gaten, draden, ) bevatten die niet als gebreken worden beschouwd en waarvan de aanwezigheid niet tot afkeuring kan leiden. Legmortel NBN EN voor mortels - Deel 2: Metselmortel is van toepassing. De toegepaste legmortel is aangepast aan de elementen die hij verbindt en heeft er geen enkele negatieve invloed op, noch op het vlak van sterkte, noch op het vlak van de esthetische kwaliteiten. Er wordt een mortel met sterkteklasse M10 toegepast. Voor kleine hoeveelheden mag de mortel worden samengesteld op de werf en mechanisch bereid. De bereide mortels moeten worden verwerkt vooraleer binding optreedt; mortel die een begin van binding ondergaat, mag niet opnieuw aangemaakt of verwerkt worden. De legmortel moet verenigbaar zijn met eventuele toe te passen voegmortels. VERVOER - LEVERING De dorpels, plinten en dekstenen worden geleverd op paletten en zijn bij het transport vlak gestapeld en afgedekt. Op de werf worden ze vlak gestapeld en beschermd tegen de weeromstandigheden, op een beschutte geventileerde plaats of onder een dekzeil. VERWERKING De dorpels, plinten en dekstenen worden vol en zat in de mortel gelegd, waarbij er wordt op toegezien dat de uitgestreken mortellaag dikker wordt aangebracht dan de afstandswiggen. De voegen moeten overal even dik en rechtlijnig zijn. De breedte van lint- en stootvoegen stemt overeen met deze van het gevelmetselwerk waarin ze worden geïntegreerd. Bij droog weer worden kleine elementen vooraf bevochtigd. Ook de leg- en stootvlakken van grote elementen moeten vóór verwerking worden nat gemaakt, zodat het water niet door capillariteit uit de mortel wordt opgeslorpt. De aansluitingen (stoot- en lintvoegen) met het buitenspouwblad worden goed met mortel gevuld; aan de buitenkant blijven de voegen tot 2 cm diepte open wanneer het parement naderhand opgevoegd wordt. De nodige voorzorgen worden genomen om een verzorgd en onbesmeurd uitzicht aan de ingemetste gevelelementen te geven en dit te behouden. Na het leggen worden de stootvoegen met mortel opgevuld. Elk rechtstreeks contact tussen binnen- en buitenspouwblad moet worden vermeden. De tussen te plaatsen materialen moeten verenigbaar zijn met de voegvulling van het buitenschrijnwerk. Keuring Na plaatsing en tot de voorlopige oplevering worden de elementen beschermd tegen beschadiging of bevuiling. Beschadigde elementen kunnen bij de voorlopige oplevering worden geweigerd en zullen vervangen worden op kosten van de aannemer. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

86 algemeen - blauwe hardsteen Materialen KWALITEIT VAN DE STEEN TV 228 Natuursteen en TV 220 Belgische Blauwe Hardsteen zijn van toepassing. De plaats van herkomst (groeve) wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de architect. Alle stenen zijn vrij van gebreken, die mettertijd de duurzaamheid van de steensoort zouden kunnen aantasten en het gebruik ervan in het gedrang brengen. De steen is gezond, heeft een heldere klank onder de slag van een ijzeren hamer en is vorstbestendig. De steen is vrij van vlekken en onzuiverheden (vetten, olie,...), ontdaan van alle steenkorst of aarde, afgeschaald tot op de kern en volkomen gereinigd. Stenen die in éénzelfde bouwwerk of in éénzelfde deel van een bouwwerk verwerkt worden, vertonen geen kleurverschillen. De stenen behoren tot de categorie normaal gebouw (volgens tabel 28 van TV 220). Stenen waarvan het uitzicht volgende kenmerken vertoont hebben afkeuring tot gevolg: verweringskorst, leisteenachtige of heterogene zones; oplossingsholten; barstjes, aders en draden die water vasthouden op de zichtbare vlakken; stylolieten die al dan niet water vasthouden maar gelegen zijn op minder dan 2 cm van een gevoegd uitspringend vlak, op minder dan 4 cm van een niet-gevoegd uitspringend vlak of in de al dan niet zichtbare vlakken van dunne platen (minder dan 5 cm dik); water vasthoudende zwarte aders; witte vlekken met een oppervlakte groter dan 1 dm2 of een oppervlak groter dan 20% van het zichtbare oppervlak van de steen; zachte of niet hechtende fossielen. VERLIJMINGEN - BIJWERKING VAN ONVOLKOMENHEDEN Enkel mits specifieke toestemming van de ontwerper en bouwheer is het bijwerken of aaneenlijmen van blauwe hardsteenelementen toegestaan. In voorkomend geval moet de aannemer, op verzoek van de architect, de nodige referenties en schetsen ter beschikking stellen. Het aaneenlijmen van stenen wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van TV Het lijmen van steen en marmer (WTCB). De toegestane bijwerkingen en/of verlijmingen beantwoorden aan onderstaande randvoorwaarden: Kleine onvolkomenheden, in het dagvlak van de natuursteen, mogen worden hersteld voor zover er geen gevaar bestaat dat de herstelde zone verdere beschadiging ondergaat en voor zover het vulproduct even hard is als de steensoort en de kleur of het patina van de herstelde zone niet duidelijk verschilt van die van de steen. Onverminderd de aard van de toegestane bijwerking wordt een minwaarde van 10% toegepast op de betreffende hoeveelheden. De bijzonderheden in het zichtvlak mogen worden verkit, voor zover de verkitte zone geen enkel gevaar op beschadiging inhoudt en de kit, waarvan de kleur wordt aanvaard na aanbrenging op een van de drie referentiemonsters, een hardheid heeft die bij benadering gelijk is aan die van de steen en geen kleurverandering ondergaat die zichtbaar is op meer dan 3 m afstand voor buitengebruik in gevels of vloeren. Kleurwijziging ten gevolge van bevuiling die vreemd is aan de steen wordt niet in beschouwing genomen, noch voor de steen, noch voor de verkitting. De blauwe hardstenen moeten loodrecht, haaks en zo vlak mogelijk worden uitgevoerd. De zichtvlakken hebben rechte kanten en zijn vrij van afgeschilferde randen en hoeken. Gefrijnde stenen worden alle gelegd in eenzelfde behouwingsrichting. Keuring Alle houwstenen die holten of verweringszones vertonen, gekloven of gebroken zijn of die hoekof randschade vertonen, worden geweigerd en door de aannemer op eigen kosten vervangen. Houwstenen met hoek- of randschade ontstaan tijdens het transport en de behandeling van de steen of gedurende de werken komen niet in het zichtvlak voor en worden op kosten van de aannemer vervangen voor zover de schade onherstelbaar is. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

87 raam- en deurdorpels - algemeen Levering, plaatsing en afwerking van de raam- en deurdorpels, met inbegrip van: de controle van de juiste afmetingen na uitvoering van de ruwbouw in samenspraak met de fabrikant van het buitenschrijnwerk om na te gaan of de dorpels kunnen geleverd worden in de vormen, afmetingen en modellen getekend en voorgeschreven in de aanbestedingsdocumenten; het leveren van de dorpels; perfecte plaatsing van de dorpels voorzien van de nodige vochtwerende lagen; het opvoegen en waar nodig opkitten met een aangepaste elastische gevelkit; het schoonmaken voor de voorlopige oplevering. Materialen De aannemer legt vóór de uitvoering het volgende ter goedkeuring voor aan de architect: een kleurenkaart en stalen voor de prefabdorpels, contractuele monster(s) per voorzien dorpeltype, die het gemiddelde uitzicht, kleur(en) en oppervlaktestaat van de levering moeten vertonen de nodige uitvoeringsdetails en plaatsingsplannen de gevraagde garantiebewijzen, attesten De detaillering van de dorpels houdt rekening met een goede afwatering. Hiertoe moet het bovenvlak van de dorpel een voldoende helling hebben naar buiten toe. Alle uitspringende dorpels worden onderaan voorzien van een druipgroef voor een afdoende waterkering. De druipgroef is minimum 5 mm diep en bevindt zich op 10 à 15mm van de rand. Langs de voorzijde zullen de watergroeven minstens 25 mm buiten het gevelvlak geplaatst worden. Het achtervlak van de binnenzijde van de dorpel houdt rekening met de dikte van het schrijnwerk en de eventueel bijkomende voorziening van rolluiken en/of zonneweringen. Onder buitendeuren is steeds een opstand met een hoogte van 10 mm en een breedte van 20 mm te voorzien, die gelijk komt met de voorziene binnenvloerafwerking. De buitendorpels in steenachtig materiaal worden geplaatst voor het leggen van de vloeren en voor de plaatsing van het buitenschrijnwerk. Er wordt toegezien op een adequate thermische onderbreking tussen de buitendorpels en het binnenspouwblad. De dorpels worden over hun volledige lengte op een PE-folie (min. 0,45 mm dik) geplaatst die aan de achterzijde en zijkanten opgetrokken wordt, zodat insijpelend water naar buiten wordt geleid. Plaatsing van de vochtwerende laag volgens de richtlijnen van de WTCB Technische infofiche nr 20: Spouwdrainage ter hoogte van een dorpel. Bij grote dorpellengtes, die in meerdere stukken worden voorzien moeten de tussenliggende voegen opgekit worden. Het aantal voegen wordt beperkt, dorpelverdeling ter goedkeuring voorleggen aan architect. Binnen en buitenhoeken worden uitgevoerd in verstek raam- en deurdorpels - blauwe hardsteen FH m3 meeteenheid: m³ meetcode: netto volume van de steen. Stenen kleiner dan 10 dm³ worden als 10 dm³ gemeten. Opgelijmde stukken mogen echter niet in rekening worden gebracht bij de bepaling van het volume. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Volgens artikel De steen heeft een ATG (of gelijkwaardig). Dit moet voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd worden. Afwerking bovenvlakken: grijs-geschuurd (volgens TV ) Afwerking zichtbare zijkanten: grijs-geschuurd Profiel: Raamdorpels: dikte minimum 5 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

88 Deur en vensterdeurdorpels: dikte minimum 5 cm + 1 cm opstand Helling: niet voorzien (plaatsing onder helling van 5%) De dorpels worden zijdelings 50 mm ingewerkt in het parement. Lengte van dorpelstukken: volgens opmeting, uit één stuk tot 150 cm. Druipgroef: 10 mm breed en circa 5 mm diep Onvolkomenheden mogen plaatselijk worden bijgewerkt volgens art De dorpels worden geplaatst met een oversteek van 5 cm t.o.v. het gevelvlak. Dorpels langer dan 200 cm mogen in twee gelijke delen worden geplaatst, nog langere worden verdeeld in gelijke veelvouden van maximum 200 cm, voorzien van een uitzettingsvoeg van circa 8 mm over de totale diepte van de dorpel. In de open voeg wordt tussen de elementen een aangepaste voegbodem geplaatst. Alle voegen worden perfect afgewerkt met een waterdichte plastische voegmortel, aangepast aan de kleurtint van de steen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

89 25. STRUCTUURELEMENTEN HOUT structuurelementen hout - algemeen Algemeen Onderhavig hoofdstuk betreft een voorlopige en onuitgewerkte versie, die zich beperkt tot de opgave van enkele algemene referentienormen. In België betreft de toepassing van houtskeletbouw vooral houten draagsystemen in combinatie met traditioneel parement. Bij toepassing dient de uitvoerder van dergelijke systemen steeds te beschikken over een geldige ATG-technische goedkeuring uitgegeven door de BUtgb (BUtgb - UBAtc). Gezien de wetgeving op overheidsopdrachten en de vaak zeer geëigende systemen voor houtskeletbouw wordt deze bouwwijze minder toegepast binnen de sociale woningbouw. Voor meer informatie m.b.t. aan te wenden houtsoorten en constructieprocédés raadpleeg ook de documentatiebladen en website van het Interfederaal Houtvoorlichtingscentrum. De post "structuurelementen hout" omvat alle werken en leveringen, voor de realisatie van houtbouwstructuren en spantskeletsystemen, met inbegrip van alle elementen en hun onderlinge verbindingen, de aansluiting met de ruwbouw, de nodige verankeringen, hulpstukken,... In overeenstemming met de algemene en/of specifieke bepalingen van het bijzonder bestek, dienen de onder deze post begrepen eenheidsprijzen, hetzij volgens uitsplitsing in de samenvattende opmeting, hetzij in hun globaliteit, steeds te omvatten : het desgevallend opmaken van de nodige stabiliteitsstudie en de uitvoeringstekeningen; de voorbereiding en nodige bewerking van de elementen in het werkhuis (prefab-spanten, ); de levering en montage van de houten constructie-elementen op de werf, met inbegrip van alle verbindingsstukken, oplegmiddelen en verankeringen. Volgens de geldende normen. Maattoleranties. Volgens de geldende normen. De uitvoeringsplannen en details zijn ten laste van de aannemer en omvatten: - De details en de rekennota s van de verbindingen - De verankeringen met de elementen in beton - De werkhuistekeningen en montagetekeningen De plannen omvatten ook volgende punten indien van toepassing: - Soort en type elementen - De structuur en afmetingen - De gebruikte materialen - Opleg en verankeringen - Details van verankeringen en verankeringen naar andere elementen behalve deze van het structuurplan - Afwerking van de voegen - Plaatsingstoleranties en montage - Sparingen, gaines en verbindingen - Hijs middelen en transport - Markering Plannen te realiseren door de aannemer Een uitvoeringsplan van het houtskelet/ de houten structuur. Een uitvoeringsplan van de verbindingen in het houtskelet / de houten structuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

90 Rekennota s door de aannemer te leveren Volgens de normen. Rekennota s van de verankeringen aan de hoofdstructuur. Rekennota van de verbindingen van de houten structuur. De aannemer dient deze documenten op zijn kosten voor te leggen ter goedkeuring aan het opdrachtgevend bestuur alvorens de werken te starten. De aannemer is eraan gehouden alle producten en verbindingen die in het werk worden gebracht zelf op te leveren en te controleren volgens de geldende normen en voorschriften. Hij is verantwoordelijk voor de goede kwaliteit en de overeenstemming met de voorschriften van het lastenboek Balken - algemeen Balken Massief hout FH m3 Bescherming Volgens de geldende normen. Meetwijze: Meeteenheid: per m³ aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Er wordt geen rekening gehouden met gewicht en maattoleranties noch met eventueel afval. Sparingen en doorboringen worden niet afgetrokken. De eenheidsprijs omvat alle bouten en benodigdheden voor de montage, de lastnaden, de leveringen, de werken in het atelier, de naakte montage, het transport, het laden en lossen, stockage en manipulatie, het monteren. Alle stutwerken ten einde een correcte inplanting te garanderen en elke verplaatsing te vermijden tijdens het monteren. Houtsoort en kwaliteit: Douglas nr. 108 van NBN kwaliteit Select & Merchantable Secties (volgens NBN 219): minimum 100x300 / overeenkomstig aanduiding op plan Drenking: behandelingscertificaat categorie A2.1 volgens NBN EN 351 Afwerking van het hout: gezaagd Houten losstaande carports van de wooneenheden kolommen algemeen Kolommen Massief hout FH m3 Bescherming Volgens de geldende normen. Meetwijze: Meeteenheid: per m³ aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

91 Er wordt geen rekening gehouden met gewicht en maattoleranties noch met eventueel afval. Sparingen en doorboringen worden niet afgetrokken. De eenheidsprijs omvat alle bouten en benodigdheden voor de montage, de lastnaden, de leveringen, de werken in het atelier, de naakte montage, het transport, het laden en lossen, stockage en manipulatie, het monteren. Alle stutwerken ten einde een correcte inplanting te garanderen en elke verplaatsing te vermijden tijdens het monteren. Houtsoort en kwaliteit: Douglas nr. 108 van NBN kwaliteit Select & Merchantable Secties (volgens NBN 219): minimum 150x150 / overeenkomstig aanduiding op plan Drenking: behandelingscertificaat categorie A2.1 volgens NBN EN 351 Afwerking van het hout: gezaagd Houten losstaande carports van de wooneenheden Vloeren - algemeen Meeteenheid: m3 Meetcode: het netto volume van de ongeschaafde balken wordt gemeten volgens de nominale secties overeenkomstig NBN 219 voor PNG en Inlands Naaldhout, hetzij volgens de courante handelsmaten voor Oregon. De lassen en overlappingen worden niet meegerekend. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) vloeren roostering met beplating/balken De werken omvatten: alle voorbereidende werk- en productietekeningen de dragende balken en eventuele dwarse verstijvingen de structurele beplating die bovenop de liggers wordt geplaatst de eventuele prefabricatie en montage en alle hierbij horende werken en leveringen het laten en/of maken van openingen in de vloer en het dichtmaken achteraf opleg- en verbindingselementen (metalen schoenen, verankeringsijzers, schroefdraadstangen, bandijzer, nagels, bouten, schroeven, vijzen, ) eventuele folies ter hoogte van de kopse kanten van de vloer beschermingsmaatregelen vloeren roostering met beplating/balken vloeren roostering met beplating/balken massief hout FH m3 Houtsoort en kwaliteit: Douglas nr. 108 van NBN kwaliteit Select & Merchantable Balksecties (volgens NBN 219): minimum 63x175 mm / overeenkomstig aanduiding op plan Drenking: behandelingscertificaat categorie A2.1 volgens NBN EN 351 Afwerking van het hout: gezaagd Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

92 De gordingsbalken worden ingemetseld / opgelegd d.m.v. houten spieën en om de 3 balken verankerd aan het metselwerk d.m.v. verstevigde hoekijzers. De tussenafstand tussen de balken (h.o.h.) bedraagt: zie plan. Voor overspanningen groter dan 2 m worden de gordingen verstevigd d.m.v. houten kettingen (halve breedte x hoogte van de balken -1cm. Draagbalken ten behoeve van de daken van alle carports vloeren roostering met beplating/beplating dakbeschot op houten roostering/beplating - OSB FH m2 Plaatkeuze: OSB-platen (Oriented Strand Board) volgens NBN EN Platen met lange, smalle, gerichte spanen (OSB) - Begripsbepalingen, indeling en eisen (1997) Type: OSB-2 (dragende toepassingen in droge omstandigheden) Formaldehydegehalte: klasse E1 (volgens NBN EN 120) Plaatdikte: minimum 18 mm Afmetingen: keuze aannemer Randafwerking: tand en groef afwerking van het type 4-zijdig Oppervlakteafwerking: volgens richtlijnen architect Aanvullende specificaties De platen bezitten een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De bevestiging dient te gebeuren te gebeuren met nagels volgens de voorschriften van de EURO CODE (Vernageling ). Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Indien de dragende structuren niet in helling voorzien werden, worden houten hellingsspieën gebruikt. Dakbeschot ten behoeve van alle daken van de carports. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

93 26. STRUCTUURELEMENTEN GEWAPEND BETON structuurelementen gewapend beton - algemeen algemeen - wapeningsstaal volgens het staalborderel van de betonstudie en door de aannemer in rekening gebracht volgens de door hem opgegeven forfaitaire eenheidsprijzen bij zijn inschrijving materialen wapening/staven en netten Levering, de verwerking (knippen, plooien,...) en plaatsing van de voorgeschreven wapeningen voor de constructie-elementen in gewapend beton met inbegrip van alle afstandhouders en hulpstukken nodig voor het bevestigen en ter plaatse houden van de wapeningen. De staalprofielen in staalbetonconstructies worden beschreven en gemeten onder hoofdstuk 27. Materialen Het wapeningsstaal draagt het Benor-merk of gelijkwaardig. ALGEMEEN De bepalingen van TV 217 (WTCB) zijn van toepassing. Naden in de staven worden zoveel mogelijk vermeden. Het stomplassen van staven met een diameter van minder dan 20 mm is verboden. De naden worden altijd voorzien op de plaatsen waar de spanning van het staal het geringst is. Men vermijdt het tot stand komen van verschillende naden in één vlak. Wanneer een bewapening bestaat uit verschillende evenwijdige staven die elk een lasnaad vertonen, zullen die naden minstens op 50 cm van elkaar gelegen zijn. Wanneer de naad dicht bij een bekisting ligt, wordt de kortst bij die bekisting gelegen staaf verplaatst op een afstand die groter of gelijk is dan de diameter van de dikste staaf. OPSLAG - BESCHERMING Bij hun aankomst op de werf moeten de wapeningen vrij zijn van alle vuil, olie, verf, aarde, e.d.; ze worden op een overdekte plaats gelegd en tegen regen en elke andere bevuiling beschut. Op het ogenblik van verwerking worden de wapeningen volledig ontdaan van alle verontreinigingen en losse roest, die een volmaakte hechting met het beton kunnen schaden. Wachtwapening wordt beschermd tegen weersinvloeden. Elke wapening die een zekere periode blootgesteld wordt aan weersomstandigheden, en daardoor roestvorming op reeds uitgevoerd beton kan veroorzaken, wordt bestreken met cementmelk. BEWERKEN VAN BETONSTAAL De wapeningen moeten vóór hun plaatsing geplooid worden in de vormen en afmetingen, aangeduid op de plannen en borderellen. Zij worden geplooid volgens de normen NBN EN aangevuld met NBN B en Eurocode 2 (NBN EN 1992). De bijkomende voorschriften van PTV Bewerken van betonstaal (rechten, knippen, plooien, schikken en lassen) moeten eveneens toegepast worden. Het plooien van de staven wordt in principe uitgevoerd bij omgevingstemperatuur, met als minimum -5 C. Zodra de temperatuur minder dan +5 C bedraagt, is het niettemin aangeraden voorzorgen te treffen tegen het gevaar van brosse breuk van de staaf. Elke voorlopige buiging die gevolgd wordt door een terugbuiging moet zoveel mogelijk vermeden. Wanneer deze verrichting nodig is, gebeurt ze schokvrij. De kromtestraal van de boog moet dan het dubbele zijn van deze voorgeschreven in NBN EN NBN B materialen - wapening/staven en netten - staven FH kg meeteenheid: per kg (de volumemassa van het staal wordt bij conventie vastgesteld op kg/m3) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

94 meetcode: behoudens meer gedetailleerde borderellen voortvloeiend uit de betonstudie kunnen de in de samenvattende meetstaat voorlopig ingeschatte hoeveelheden wapeningsstaal worden bepaald op basis van volgende rekenconventies: ringbalken en verdeelbalken: 70 kg/m3 afzonderlijke balken en kolommen: 140 kg/m3 lateien in gewapend beton: 120 kg/m3 platen en wanden in gewapend beton: 100 kg/m3 aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) materialen - wapening/staven en netten - netten FH kg Meeteenheid: per kg (volumemassa van het staal wordt bij conventie vastgesteld op kg/m3.) Meetcode: gewicht per nettype van de wapeningsplans, vermenigvuldigd met het overeenkomstig aantal netten. De overlappingen worden meegerekend. Afstandhouders zijn inbegrepen in de prijs. Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Overeenkomstig de goedgekeurde wapeningsplannen materialen - bekistingen PM Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de eenheidsprijs van het beton materialen - thermische onderbreking FH m Meeteenheid: per lopende meter Meetcode: horizontaal gemeten op de gevel Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Op alle plaatsen waar nodig zal voor het opvangen van de koude bruggen speciale geprefabriceerde wapeningskorven gebruikt worden. Aan alle balkons en ter hoogte van de aansluiting van de ter plaatse gestorte vloerplaten in de doorgangen naar de binnenvloerplaten. Zie de aanduidingen op het plan. Rekennota door de aannemer op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen Ter plaatse gestorte elementen - algemeen Alle voorschriften voor meting gelden zowel voor forfaitaire als vermoedelijke hoeveelheden. Overeenkomstig de aanduidingen in de meetstaat en samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat: BETON Meeteenheid: per m3 Meetcode: netto volume, gemeten volgens de nominale afmetingen op de plans, uitgedrukt in cm. Niet rechthoekige betondelen worden berekend door de lengte met de oppervlakte van de doorsnede te vermenigvuldigen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

95 De inhoud van overblijvende volumes bij hoeken, ontmoetingen en beëindigingen wordt verwaarloosd. Geen aftrek wordt voorzien voor het volume van de wapening, blokjes en afstandhouders, kokers voor voorgespannen wapening, doorvoeringen van ankergaten, holle ruimten, ingestorte leidingen en uitsparingen met een volume kleiner dan 0,05 m3, hoeklatten en dergelijke profileringen waarvan de oppervlakte van de doorsnede kleiner is dan 0,002 m2, sponningen, groeven en messingen. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Ter plaatse gestorte elementen - wanden FH m3 Meeteenheid: Beton per m3. Wapening per kg (zie ook art algemeen - wapeningsstaal) meetcode: netto volume gemeten tussen vloeren aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) SPECIFICATIES Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B (2004): (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C25/30 C30/37 Omgevingsklasse: EE3 EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening en beugels (NBN A ). Gepuntlaste standaard netten (NBN A ) van geprofileerde staaldraad met kwaliteit BE 500S. Bekisting: gladde bekisting AANVULLENDE SPECIFICATIES Brandweerstand: Rf 1 h. Na het ontkisten wordt het beton nabehandeld met een laag curing. De wanden / dakvlakken worden uitgevoerd in de op de plannen aangeduide dikte. Het beton wordt in één keer gestort. Vooraf overlegt de aannemer met de architect of ingenieur omtrent de opeenvolging van het storten, de stortnaden, e.d. Het ontkisten gebeurt ten vroegste 3 dagen na het betonstorten / volgens de richtlijnen van de betoningenieur. AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Zichtbare aansluitingen: V-vormige voeg Stortnaden: voldoende ruw. Uitsparingen / doorvoeren: volgens opgave architect (in de bekisting te voorzien). Gewapende betonwand in zichtbeton volgens richtlijnen architect bij blok C. In deze betonwand dienen ronde openingen te worden voorzien. Methode en patroon voor te leggen aan ingenieur ter goedkeuring. Indien de openingen naderhand worden geboord, dient de doorsneden wapening te worden behandeld tegen corrosie. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

96 Ter plaatse gestorte elementen - kolommen FH m3 Het betreft alle verticale kolommen uitgevoerd in stortklaar gewapend beton. Alle elementen, werken en leveringen zijn inbegrepen in de eenheidsprijs van het stortklaar beton: (verloren) bekistingen, hulpstukken, ontkistingproducten, eventuele in te storten elementen, de nodige voorzieningen voor uitsparingen en verwijdingen, het wegnemen van de hulpstukken en bekistingselementen, het reinigen van de zichtzijden en afwerking van de randen. Overeenkomstig de specifieke aanduidingen in het bijzonder bestek en/of de samenvattende opmeting wordt de meting als volgt opgevat: meeteenheid: Beton per m3 Wapeningsstaal per kg (zie ook art algemeen - wapeningsstaal) meetcode: netto volume gemeten tussen vloeren en balken aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) SPECIFICATIES Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B (2004): (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C25/30 C30/37 Omgevingsklasse: EE3 EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening en beugels (NBN A ). Bekisting: gladde bekisting. AANVULLENDE SPECIFICATIES Brandweerstand: Rf 1 h Na het ontkisten wordt het beton nabehandeld met een laag curing. De verbinding met andere elementen gebeurt d.m.v. het ter plaatse opstorten van de diverse uiteinden van de samenkomende elementen. Uiteinden worden voorzien van wachtwapeningen. De kolommen worden ter plaatse gestort in één keer. Het ontkisten gebeurt ten vroegste 3 dagen na het betonstorten / volgens de richtlijnen van de betoningenieur. AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Zichtbare aansluitingen V-vormige voeg Gewapende betonkolommen voor de overloop van blok C. Kolommen in zichtbeton volgens richtlijnen architect Ter plaatse gestorte elementen - balken FH m3 Meeteenheid: Beton per m3 Wapeningsstaal per kg (zie ook art algemeen - wapeningstaal) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

97 Meetcode: netto volume doorlopend gemeten over dragende kolommen of wanden heen onderhangende balken: gemeten tot bovenzijde vloerplaat. omgekeerde balken: gemeten vanaf onderzijde vloerplaat. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) SPECIFICATIES Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B (2004): (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C25/30 C30/37 Omgevingsklasse: EE3 EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening en beugels (NBN A ). Bekisting: gladde bekisting. AANVULLENDE SPECIFICATIES Brandweerstand: Rf 1 h Raam-&deurlateien met een overspanning groter dan 110 cm zullen op de nodige plaatsen voorzien worden van ingewerkte zwaluwstaartklossen voor een stevige verankering van het buitenschrijnwerk. Dit dient voorafgaandelijk te worden besproken met de fabrikant van de ramen. De balken, worden uitgevoerd in de op de plannen en doorsneden aangeduide afmetingen en opleglengten. De aannemer is verplicht na te gaan of zij kunnen worden uitgevoerd volgens de voorgelegde plannen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de vereiste hoogte t.o.v. het vloerpeil. Opleglengte: zie plan De aanwijzingen op de bekistingsplannen worden stipt nageleefd. De aannemer zal er voor zorgen dat de bekistingen van de balken, in het lood staan, gelijnd en waterpas zijn. De balken, worden vóór het betonstorten voorzien van de nodige uitsparingen of doorvoeren zoals aangeduid op de plannen. Geen enkele doorvoer mag achteraf in het gestorte beton worden uitgeboord of uitgehakt zonder de voorafgaandelijke toestemming van de architect of de ingenieur. De aanbevelingen van de architect in verband met plaatsing van waterdichtingsmembranen en/of isolatie ter voorkoming van koudebruggen, zullen door de aannemer opgevolgd worden. Indien deze aanbevelingen niet uitdrukkelijk in de uitvoeringsdocumenten vermeld zijn, zal de aannemer hiernaar informeren alvorens de werken aan te vatten. Het ontkisten gebeurt ten vroegste 28 dagen na het betonstorten / volgens de richtlijnen van de betoningenieur (zie ook art algemeen - bekistingen). AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Zichtbare aansluitingen: V-vormige voeg Koudebruggen / thermische isolatie : waar een thermische snede van de spouw ter hoogte van balken, om constructieve redenen niet continu kan doorgetrokken worden, dan dient de koudebrug op die plaats opgevangen te worden met een verloren bekisting in geëxtrudeerd polystyreen / Gewapende betonbalken boven raam- en deuropeningen van de verschillende wooneenheden cfr. de stabiliteitsplannen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

98 Ter plaatse gestorte elementen - balken / gordingen / sokkels / sloffen (gewone bekisting) FH m3 Meeteenheid: Beton per m3 Wapeningsstaal per kg (zie ook art algemeen - wapeningstaal) Meetcode: netto volume doorlopend gemeten over dragende kolommen of wanden heen onderhangende balken: gemeten tot bovenzijde vloerplaat. omgekeerde balken: gemeten vanaf onderzijde vloerplaat. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) SPECIFICATIES Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B (2004): (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C25/30 C30/37 Omgevingsklasse: EE3 EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening en beugels (NBN A ). Bekisting: gladde bekisting. AANVULLENDE SPECIFICATIES Brandweerstand: Rf 1 h Raam-&deurlateien met een overspanning groter dan 110 cm zullen op de nodige plaatsen voorzien worden van ingewerkte zwaluwstaartklossen voor een stevige verankering van het buitenschrijnwerk. Dit dient voorafgaandelijk te worden besproken met de fabrikant van de ramen. De balken, worden uitgevoerd in de op de plannen en doorsneden aangeduide afmetingen en opleglengten. De aannemer is verplicht na te gaan of zij kunnen worden uitgevoerd volgens de voorgelegde plannen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de vereiste hoogte t.o.v. het vloerpeil. Opleglengte: zie plan De aanwijzingen op de bekistingsplannen worden stipt nageleefd. De aannemer zal er voor zorgen dat de bekistingen van de balken, in het lood staan, gelijnd en waterpas zijn. De balken, worden vóór het betonstorten voorzien van de nodige uitsparingen of doorvoeren zoals aangeduid op de plannen. Geen enkele doorvoer mag achteraf in het gestorte beton worden uitgeboord of uitgehakt zonder de voorafgaandelijke toestemming van de architect of de ingenieur. De aanbevelingen van de architect in verband met plaatsing van waterdichtingsmembranen en/of isolatie ter voorkoming van koudebruggen, zullen door de aannemer opgevolgd worden. Indien deze aanbevelingen niet uitdrukkelijk in de uitvoeringsdocumenten vermeld zijn, zal de aannemer hiernaar informeren alvorens de werken aan te vatten. Het ontkisten gebeurt ten vroegste 28 dagen na het betonstorten / volgens de richtlijnen van de betoningenieur (zie ook art algemeen - bekistingen). AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Zichtbare aansluitingen: V-vormige voeg Koudebruggen / thermische isolatie : waar een thermische snede van de spouw ter hoogte van balken, om constructieve redenen niet continu kan doorgetrokken worden, dan dient de koudebrug op die plaats opgevangen te worden met een verloren bekisting in geëxtrudeerd polystyreen / Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

99 Betonnen randbalken in zichtbeton volgens de richtlijnen van de architect voor de overloop van blok C Ter plaatse gestorte elementen - trappen & bordessen (in zichtbeton) FH m3 Meeteenheid: Beton per m3 Wapeningsstaal per kg (zie ook art algemeen - wapeningstaal) Meetcode: netto volume Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) SPECIFICATIES Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B (2004) : (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C25/30 C30/37 Omgevingsklasse: EE3 EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer Staven met verbeterde hechting als hoofdbewapening en beugels (NBN A ). Bekisting: gladde bekisting AANVULLENDE SPECIFICATIES Brandweerstand: Rf 1 h Na het ontkisten wordt het beton nabehandeld met een laag curing. De trappen & bordessen worden ter plaatse gestort in één keer. Het ontkisten gebeurt ten vroegste 28 dagen na het betonstorten / volgens de richtlijnen van de betoningenieur. AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Zichtbare aansluitingen: V-vormige voeg Verankeringen: systeem ter goedkeuring voor te leggen De trappen worden voorzien van een ingewerkt rubberen antislipprofiel volgens richtlijnen architect, staal ter goedkeuring voor te leggen Gewapende betontrappen in de verschillende wooneenheden en voor de overloop aan blok C in zichtbeton volgens richtlijnen architect Ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren gewapend beton - algemeen Volgens borderel zoals gespecificeerd in de stabiliteitsstudie en opgenomen in de samenvattende opmeting. Alle andere elementen, werken en leveringen dienen te zijn inbegrepen in de respectievelijk opgegeven eenheidsprijzen voor de hierboven opgesomde metingen. Meeteenheden: Vulbeton: per m3: Druklaag beton: per m3 (met vermelding van de dikte...) Bijlegwapening: per kg Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

100 In de eenheidsprijzen zijn verder begrepen: alle ingebetoneerde en uitstekende wapeningen, de nodige verbindingsmiddelen zowel tussen de elementen onderling als met de randelementen ( langs en dwars), de uitsparingen met hun versterkingen, de oplegmiddelen. Alle wapeningen in de prefabelementen zelf zijn op genomen in de eenheidsprijs Alle bijlegwapening, op de werf te plaatsen is per kg te verrekenen. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) ter plaatse gestorte elementen draagvloeren/breedplaatvloeren Draagvloeren waarbij de bekisting bestaat uit meewerkende breedplaten, die geprefabriceerd worden. Op deze breedplaten wordt de rest van de benodigde vloerdikte opgestort met stortklaar beton. De prefab breedplaten worden gemeten onder artikel , de opstort wordt gemeten onder artikel Totale dikte van de breedplaatvloeren volgens de stabiliteitsplannen. Voor uitvoering legt de aannemer het legplan ter goedkeuring voor aan de stabiliteitsingenieur. De instructies op het legplan moeten nauwgezet gevolgd worden. De aannemer controleert of alle afmetingen van de geleverde breedplaten overeenstemmen met de afmetingen op de plannen. Er mogen in geen geval achteraf openingen, uitsparingen of doorvoeren gemaakt worden in de prefabelementen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de stabiliteitsingenieur. De bovenzijde van de gerealiseerde vloerlaag moet in overeenstemming zijn met de peilen en dikte van de vloeren zoals aangegeven op de architectuurplannen. Tijdens het transport en de voorlopige stapeling op de bouwplaats van de breedplaten draagt de aannemer er zorg voor dat er geen ontoelaatbare spanningen in het beton en het staal optreden. Daartoe worden, bij het stockeren, de steunen tussen de breedplaten voldoende dicht bij elkaar geplaatst. De tijdelijke ondersteuning moet klaar staan voor de montage De tussenafstand van de tijdelijke draagbalken moet nageleefd worden volgens het legplan Het aantal stempels moet volgens hun draagcapaciteit voorzien worden en loodrecht op de tralieligger geplaatst worden De tijdelijke ondersteuning mag ten vroegste 28 dagen na het betonstorten weggenomen worden. Slechts indien de enige uitgeoefende belasting het eigengewicht van de breedplaatvloer is, mag de tijdelijke ondersteuning vroeger weggenomen worden volgens de bepalingen van NBN EN = ANB: 9 dagen bij beton met snelle evolutie van de betonsterkte; 10 dagen bij beton met een gemiddelde evolutie van de betonsterkte; 14 dagen bij beton met een trage evolutie van de betonsterkte De oplegdiepte van de breedplaten aan de steunpunten is aangeduid op het legplan en bedraagt ten minste : Aard van de ondersteuning Met tussenschoren Zonder tussenschoren Staal, beton 20 mm 30 mm Metselwerk 40 mm 50 mm Bij een kleinere opleglengte hebben de breedplaten uitstekende wapeningen. De elementen hebben uitstekende wapeningen op alle steunpunten waar de platen niet continu doorlopen. Oplegvlakken in cellenbeton, kalkzandsteen of hout moeten eerst van een waterkerende folie worden voorzien. De aannemer neemt de nodige maatregelen zodat een optimale krachtenoverdracht van de vloerplaat naar de muur kan gebeuren alsook de nodige hechting wordt bekomen die nodig is voor de algehele stabiliteit van het gebouw (opleg op mortellaag met ingelegde wapeningsstaaf, rechtstreeks contact opstortbeton-metselwerk over volledige muurbreedte, ). Bij het gebruik van gladde L-vormige randbekisting, waarbij de breedplaat wordt opgelegd op het horizontale been van de randbekisting, moet daarom gezorgd worden dat het horizontale been minder breed is dan de muur zodat over de minimaal vereiste oplegdiepte zoals vermeld in tabel hierboven een rechtstreeks contact tussen vloer en muur (mits eventueel een mortellaag) bekomen wordt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

101 De opvatting van de voegen en de uitwendige verbindingen wordt bepaald door de stabiliteitsstudie. De voegwapening is van kwaliteit BE 500S en wordt tussen de tralieliggers geplaatst. De nodige maatregelen worden genomen zodat wegspoelen tijdens het betonstorten vermeden wordt. Voor het storten van de opstortlaag moeten de breedplaten gereinigd en bevochtigd worden. De voegen worden ontdaan van eventuele onzuiverheden. De tralieliggers mogen niet doorgeknipt of platgeslaan worden. De nodige voorzichtigheid bij de eventuele vasthechting van leidingen moet in acht genomen worden. De opstortlaag en haar wapening (voegwapening, wapeningsnetten + bijlegstaven) worden uitgevoerd en aangebracht volgens de aanduidingen in de betonstudie en op het legplan. De betondikte van de bovenwapening mag niet groter zijn dan de op de stabiliteitsplannen vermelde betondikte. Eventueel moeten aangepaste afstandhouders toegepast worden indien de hoogte van de tralieligger niet overeenstemt met de vereiste betondikte. Het opstortbeton moet mechanisch verdicht worden. Eventuele voegen en/of de holten tussen de muren en de erboven gelegen breedplaten moeten opgevuld worden. Zichtbaar blijvende randen moeten afgewerkt en gereinigd worden, gebeurlijke beschadigingen en/of onaanvaardbare grindnesten moeten hersteld worden ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren/breedplaatvloeren - prefab breedplaten FH m2 Materialen SPECIFICATIES - PREDALLEN Totale dikte vloerplaten: overeenkomstig aanduidingen op plan Dikte breedplaten: 6 cm Tegenpeil: 1/500 van de overspanning AANVULLENDE SPECIFICATIES De elementen hebben een brandweerstand van Rf 1 h, volgens KB 7/07/1994 en latere wijzigingen. SPECIFICATIES - OPSTORTLAAG Dikte van de opstortlaag: minimum volgens aanduiding plannen. De betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) (zie ook artikel 26.03) Sterkteklasse: C30/37 Omgevingsklasse: EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer De karakteristieke druksterkte f ck van de opstortlaag bedraagt ten minste 25 N/mm2 na 28 dagen. De wapening van de opstortlaag is minimaal een gelast netwerk, staalsoort BE 500 S of DE 500 BS, minimaal 150x150x6x6. De bijlegstaven zijn van kwaliteit BE 500S De opstortlaag en haar wapening (wapeningsnetten + bijlegstaven) worden uitgevoerd en aangebracht. volgens de aanduidingen in de betonstudie De aannemer draagt er zorg voor dat tijdens transport en tijdelijke stockage geen enkele ongewenste spanning op de elementen of wapeningen worden uitgevoerd. Het is daarom dat tijdens de stockage er houten afstand houders worden geplaatst kort genoeg bij elkaar. Indien de constructie in het zicht blijft worden de voegen opgekuist om eventuele onzuiverheden te vermijden. De wapening van de pre dallen wordt gerealiseerd en geplaatst volgens de richtlijnen van het studiebureau. De druklaag en de bijlegwapening worden uitgevoerd en geplaatst volgens de richtlijnen van het studiebureau en de norm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

102 De minimum opleg breedte is 3cm op profielen of lint delen en 5cm op dragend metselwerk. Coördinatie De legplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het opdracht gevend bestuur. De afmetingen worden gebaseerd op de architectuur plannen. De legplannen omvatten minstens het type elementen. Vorm van de elementen met maten Wapeningen in de elementen en te plaatste bijleg wapening op de elementen andere dan aangegeven op de stabiliteitsplannen. Gebruikte materialen opleg en verankeringen Oplegdetails, verankering details en voegdetails (tussen de elementen en met andere elementen) Afwerking van de voegen Fabricage en plaatsing toleranties Sparingen en openingen en speciale voorzieningen De hijs voorzieningen De nummering van de elementen Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Oplegvlakken in cellenbeton, kalkzandsteen of hout dienen eerst van een waterkerende folie te worden voorzien. Meetwijze. De oppervlakte van de uit te voeren vloeren opgelegde lengte en eventuele uitstekende wapening inclusief, gesorteerd per dikte, sparingen niet afgetrokken. Alle andere elementen werken en leveringen zijn inclusief in de eenheidsprijs. In de eenheidsprijs is eveneens voorzien alle supplementen en hulpmiddelen (wapeningen, uitstekende wapeningen, sparingen, schuine zijde,..). De wapeningen in de pre dallen zelf (het prefab element) en de afstandshouders. Forfaitaire hoeveelheid: m² De draagvloeren van het appartement ter plaatse gestorte elementen - draagvloeren/breedplaatvloeren - opstort FH m3 Het beton dat ter plaatse op de meewerkende bekisting van breedplaten gestort wordt om een draagvloer met de gewenste dikte te bekomen. meeteenheid: per m3 meetcode: netto volume volgens de nominale afmetingen op de plannen oppervlakte gemeten tot aan het buitenvlak van het binnenspouwblad dikte = totale vloerdikte dikte breedplaten openingen, doorvoeren en uitsparingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. de wapening (voegwapening, bijlegwapening, bovenwapening, verbindingswapening, ) die in de opstortlaag geplaatst wordt, wordt gemeten onder artikel aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Het beton voldoet aan artikel en onderliggende artikels. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

103 Het beton voor de opstortlaag draagt het Benor-merk of gelijkwaardig. Dikte van de opstortlaag volgens de stabiliteitsplannen. Betonkwaliteit volgens NBN EN en NBN B Sterkteklasse: C25/30 Omgevingsklasse: EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Opstortlaag van de predallen prefab elementen algemeen Elementen uit gewapend beton of spanbeton waarvan prefabricatie in een fabrieksgebouw, in overdekte omstandigheden en onder permanente controle, verplicht wordt en die daarna op de werf met de andere constructies verbonden worden. De werken omvatten: de prefabricatie van de elementen volgens de voorgeschreven vormen, afmetingen en afwerking; het eventueel inwerken van doorvoeren; de voorbereiding van het draagvlak en/of de steunen; de levering van de prefab elementen op de werf; het stellen, regelen en verankeren van de prefab elementen aan de basisconstructie, m.i.v. de nodige bevestigings- en oplegmiddelen, thermische onderbrekingsinrichtingen en uitzettingsvoegen; het opgieten, opvoegen en/of opkitten met een aangepaste elastische kit. De normen NBN EN Algemene bepalingen voor geprefabriceerde betonproducten en de nationale aanvulling NBN B zijn van toepassing. De geprefabriceerde elementen dragen het BENOR-keurmerk (of gelijkwaardig) dat de overeenkomstigheid met de geldende Europese productnorm en de Belgische aanvullingsnorm aantoont. Bij de levering moet steeds een attest van oorsprong en het Benor-merk (of gelijkwaardig) gevoegd worden. De elementen worden vervaardigd overeenkomstig de uitvoeringsdocumenten zoals aangeleverd door de stabiliteitsingenieur. De uitvoeringstekeningen worden door de fabrikant van de prefabelementen opgemaakt. Indien de stabiliteitsstudie van de prefabelementen eveneens door de fabrikant moet uitgevoerd worden, staat dit expliciet vermeld in specifieke artikels van de elementen hieronder. De aannemer ziet er op toe dat de elementen volstrekt aansluitbaar en compatibel zijn met de andere structurele, technische en afwerkingselementen waaruit de constructie is opgebouwd. Geen enkele doorvoer mag achteraf worden uitgeboord of uitgehakt zonder de voorafgaandelijke toestemming van de stabiliteitsingenieur. Alle elementen worden onberispelijk loodrecht en waterpas gemonteerd en zorgvuldig uitgelijnd in het constructieverband. De bovenzijde van de geprefabriceerde elementen moet in overeenstemming zijn met de peilen zoals aangegeven op de architectuurplannen. De geprefabriceerde elementen worden een eerste maal gekeurd als ze op de werf toekomen en een tweede maal na plaatsing. Elementen die op duidelijke en in ernstige mate niet voldoen aan de voorschriften zoals die beschreven staan in NBN EN en NBN B moeten hersteld worden of indien herstelling onmogelijk is, vervangen op kosten van de aannemer. Kleine beschadigingen mogen worden bijgewerkt, volgens de regels van de kunst en met vaste procedures. Zwaardere beschadigingen mogen worden hersteld mits een beoordeling door een bevoegde leidinggevende en of door de stabiliteitsingenieur en mits een garantie, te geven door de uitvoerder van de herstelling. Elementen die op duidelijke en in ernstige mate één of meer van onderstaande gebreken vertonen worden indien mogelijk hersteld of indien herstellling onmogelijk is vervangen op kosten van de aannemer: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

104 Gebreken in uitzicht o opvallende kleurverschillen binnen eenzelfde betonelement of tussen naastliggende betonvlakken (CIB schaal 3 is van toepassing) o zichtbare niet-gewenste hernemingsvoegen of aflijning tussen betonneringsfazen o zichtbare uitbuiging t.o.v. het verticaal of horizontaal vlak, uitstekende randen door het uitwijken van één of meer bekistings panelen o grind- of zandnesten, grote of talrijke luchtbellen, aflopen van cementpap (CIB schaal 3 is van toepassing) o afbarsting of afscheuring van hoeken of randen, krimpscheuren. Maattoleranties o De toleranties op de afmetingen worden gemeten volgens bijlage J van NBN EN aangevuld met de voorschriften in bijlage J van NBN B De toegelaten toleranties staan beschreven in NBN EN paragraaf en mogen maximaal bedragen (gemeten met een gladgeschaafde rechte regel van 2 m): Beoogde afmeting van de dwarsdoorsnede in de richting L die wordt nagekeken voor breedte en diepte kleiner dan 0,15 m voor breedte en diepte gelijk aan 0,40 m voor breedte en diepte groter dan 2,50 m voor tussenliggende waarden wordt geïnterpoleerd Beoogde afmeting van de lengte die wordt nagekeken voor alle lengten +10 / -5 mm +/- 15 mm +/- 30 mm L +/- (10 + L/1000) +/- 40 mm Afwijking t.o.v. de vlakheid L Voor alle afmetingen, onder een regel van 2 m +/- 4 mm Plaatsingstoleranties: inplanting: ± 5 mm verticaliteit: ± 1 mm/m met een maximum van 5 mm per element horizontaliteit: ± 5 mm voegbreedte: ± 5 mm Tijdens de plaatsing moet men zoveel mogelijk de fabricagetoleranties opheffen prefab elementen draagvloeren prefab elementen draagvloeren/welfsels Draagvloeren samengesteld uit geprefabriceerde holle vloerelementen uit gewapend beton. Volgende documenten zijn van toepassing: NBN EN Geprefabriceerde betonproducten - Holle vloerplaten + addenda NBN B Geprefabriceerde betonproducten - Holle vloerplaten - Nationale aanvulling bij NBN EN addenda TV Draagvloeren in niet-industriële gebouwen (WTCB) De holle vloerelementen dragen het BENOR-keurmerk (of gelijkwaardig), volgens NBN EN 1168 en zijn nationale aanvulling NBN B Bij de levering moet steeds een attest van oorsprong en het Benor-merk (of gelijkwaardig) gevoegd worden. De dimensies van de vloerelementen zijn volgens aanduiding op de plannen. De stabiliteitsberekening gebeurt door de fabrikant van de welfsels. De berekeningen gebeuren volgens Eurocode 2. Ook de berekening van de gescheurde doorbuiging en kruip gebeuren conform Eurocode 2. De welfsels zijn voorzien van de nodige ontwateringsgaatjes. De uitvoering gebeurt volgens NBN EN 1168, NBN B , hoofdstuk 7 van TV 223 en de voorschriften van de fabrikant. Tijdens het transport en de voorlopige stapeling op de bouwplaats draagt de aannemer er zorg voor dat er geen ontoelaatbare spanningen in het beton en het staal optreden. Daartoe worden de welfsels voldoende dicht bij elkaar geplaatst. Ze moeten steunen op kepers, geplaatst op een Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

105 afstand die maximaal 1/5 van de overspanning bedraagt, gerekend vanaf de uiteinden. De kepers moeten zich boven elkaar bevinden. De vloerelementen worden bij de plaatsing in een mortelbed gelegd. Bij opleg op metselwerk wordt het mortelbed voorzien van een wapeningsstaaf. Opleglengte op metselwerk min. 70 mm (dikte welfsel < 220 mm) op staal min. 60 mm (dikte welfsel < 270 mm) op beton C25/30 min. 100 mm (220 mm < dikte welfsel < 270 mm) op beton C30/37 min. 100 mm (270 mm < dikte welfsel < 320 mm) Bij kleinere opleglengten dan de hierbovenvermelde lengten, moeten de welfsels voorzien zijn van uitstekende wapening. De welfsels worden goed aaneensluitend, naast elkaar op de vooraf voorbereide oplegvlakken geplaatst, volgens een legplan opgesteld door de fabrikant en goedgekeurd door de architect. Het is de aannemer toegestaan om bepaalde delen (passtukken,...) van de overspanning uit te voeren in ter plaatse gestort gewapend beton, maar enkel na goedkeuring door het werfbestuur en voorlegging van een wapeningsplan. Er mogen geen metalen L-profielen gebruikt worden als randbekisting, waardoor de welfsels (gedeeltelijk) op een metalen vlak opliggen. Dit brengt de horizontale stabiliteit in het gedrang. Volgens de voorschriften van de fabrikant worden waar nodig montageschoren aangebracht tijdens de uitvoering van de draagvloer. De detaillering van de verbinding van de welfsels met de andere constructie-elementen gebeurt volgens 7.7 van TV 223 en volgens de voorschriften van de stabiliteitsingenieur. De voegen tussen de prefab elementen worden opgevuld met vulbeton. Het gebruik van vulmortel is niet toegestaan. Het opvullen van de voegen gebeurt ten laatste 3 dagen na de plaatsing van de welfsels. Het vulbeton moet apart besteld worden, het is niet toegelaten resten van andere betonwerken te gebruiken. De voegen moeten beschermd worden tegen voortijdige uitdroging (volgens de voorschriften van NBN B ). De vloer mag niet worden belast vooraleer het beton van de voegvulling en/of de druklaag volledig is verhard prefab elementen / welfsels - met druklaag FH m2 SPECIFICATIES - WELFSELS Hoogte: volgens aanduiding op plan Breedte: volgens voorstel van de aannemer. Lengte: overeenkomstig de overspanningslengten zoals aangeduid op de plannen Afwerking: volgens richtlijnen architect AANVULLENDE SPECIFICATIES De vloerelementen dragen een ATG-label of gelijkwaardig. De elementen hebben een brandweerstand van Rf 1 h SPECIFICATIES - DRUKLAAG Betonkwaliteit volgens NBN EN NBN B (2004) en is aangepast aan de dikte van de druklaag Sterkteklasse: C25/30 Omgevingsklasse: EE3 Consistentieklasse: keuze aannemer Maximale korrelgrootte: keuze aannemer W/C-factor maximaal 0,55 Karakteristieke druksterkte f ck : minstens 25 N/mm2 na 28 dagen. Dikte van de druklaag: minimum 4 cm. Zie plannen Wapening van de druklaag: volgens aanduiding in de betonstudie De bijlegwapening bestaat uit bijlegstaven van kwaliteit BE 500 S en wordt uitgevoerd volgens de aanduidingen van de betonstudie Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

106 De opvatting van de voegen en de uitwendige verbindingen wordt bepaald door de stabiliteitsstudie. De voegen tussen de vloerelementen worden met mortelspecie dichtgegoten. Een druklaag van beton wordt aangebracht als versterking, zodanig dat ze één geheel vormt met de onderliggende vloerelementen. Hiertoe worden wapeningen, minimaal 4 staven per meter, met een diameter van 6 mm, uit de voegen in de druklaag geplooid. Deze druklaag is doorlopend over de steunpunten te wapenen. De wapeningen worden in de langsvoegen / langssleuven /... geplaatst. Om de aanhechting met de geprefabriceerde welfsels te verbeteren, worden de welfsels licht bevochtigd met water en gezuiverd van allerlei onreinheden. AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN In ruimten waar naderhand geen vloerafwerking wordt voorzien (zolderruimten) wordt de druklaag glad afgestreken. Draagvloeren van de wooneenheden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

107 27. STRUCTUURELEMENTEN STAAL structuurelementen staal algemeen De post "structuurelementen staal" omvat alle werken en leveringen voor de realisatie van de ruwbouwconstructies uit staal, met inbegrip van alle uitvoeringstekeningen, verbindingssystemen, de eigenlijke uitvoering in het werk, de aansluiting met de ruwbouw, verankeringen, hulpstukken, eventuele corrosie- en brandbescherming,... Geprefabriceerde gevelelementen, trapelementen of balustraden of uit staal worden voorzien in deel 4 en 5. Materialen ALGEMEEN Bij levering dient het constructiestaal gekeurd te zijn. Een 3.1-certificaat volgens NBN EN moet bij de levering voorgelegd worden. In dit document dient de producent te verklaren dat de geleverde producten voldoen aan de bij de bestelling gestelde eisen en verstrekt hij de beproevingsresultaten van de in de betreffende materiaalnorm nader voorgeschreven keuringen. Het document wordt geldig verklaard door de bevoegde vertegenwoordiger voor de keuring van de producent die hiërarchisch onafhankelijk is van de productieafdeling. Elementen die gebreken of beschadigingen vertonen ten gevolge van prefabproductie, transport en/of opslag worden niet verwerkt en worden zo snel mogelijk afgevoerd en op kosten van de aannemer vervangen door nieuwe elementen. De vorm en de afmetingen van de profielen zijn afleesbaar op de plannen of op tijdig voor te leggen werktekeningen. ALGEMEEN De bepalingen van volgende normen zijn van toepassing: NBN EN Deel 1 en 2 - van de staalconstructies en aluminiumconstructies NBN EN Algemene technische leveringsvoorwaarden voor staalproducten NBN EN Warmgewalste producten van ongelegeerd constructiestaal Technische leveringsvoorwaarden NBN EN I- en H- profielen uit bouwstaal - Vorm- en afmetingstoleranties NBN EN Deel 1 en 2 - Warmvervaardigde buisprofielen voor constructiedoeleinden van ongelegeerd en fijnkorrelig staal NBN EN Deel 1 en 2 - Koudvervaardigde gelaste buisprofielen voor constructiedoeleinden van ongelegeerd en fijnkorrelig staal NBN EN Deel 1 en 2 - Producten van blank staal - Technische leveringsvoorwaarden De constructeur moet in de werkplaats en op de werf alle nodige voorzorgen nemen teneinde iedere vervorming van de stukken tijdens de behandeling te voorkomen. Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de afmetingen van de elementen, hun peilen en doorbuiging, alsook alle doorvoeren voor leidingen, kokers. Vóór de uitvoering moet de constructeur de rechtlijnigheid van de staalprofielen controleren om mogelijke kromming of scheeftrekking te vermijden. Reeds verbonden stukken mogen niet gerecht worden. De elementen worden bij hun productie voorzien van de nodige uitsparingen of doorvoeren zoals aangeduid op de plannen. Geen enkele doorvoer mag achteraf in de elementen worden uitgeboord, uitgeslepen of uitgebrand zonder de voorafgaandelijke toestemming van de architect of het ingenieursbureau belast met de stabiliteitsstudie. Voor tijdelijke markeringen wordt gebruik gemaakt van wateruitwisbare verven of stiften. Oliehoudende en andere verven zijn niet toegelaten, aangezien zij aanleiding kunnen geven tot verzinkingsfouten. Uitsnijdingen met de zuurstofbrander moeten zorgvuldig bijgewerkt worden (verwijderen van de bramen, slijpen enz.) om een volkomen gladde snede te bekomen. De elementen worden ontdaan van alle vuil, olie, vet en andere verontreinigingen, en van alle loszittende roestvorming op het ogenblik van de verwerking. Alle bewerkingen - zoals vlakken en richten van de stukken, smeden en warm plooien, buigen, uitgloeien, uitsnijden, alle verbindingen door lassen, bouten, schroeven, de voorbereiding van de gaten, enz. - worden uitgevoerd volgens de vigerende NBN-normen en regels van goed vakmanschap. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

108 Iedere wijziging aan het esthetisch aspect van de stukken, hetzij om redenen van constructie hetzij omwille van de stabiliteit ervan dient voorafgaandelijk aan de architect voorgelegd te worden. LEVERING - MONTAGE - OPLEG - VERANKERINGEN De scherpe kanten en uitstekende delen zullen bij de levering beschermd worden met aangepaste middelen. Alle stukken worden stevig in de omliggende constructies vastgezet en/of verankerd met aangepaste pluggen of chemische ankers, bouten, schroeven, moeren en tegenmoeren. De constructeur organiseert de gehele constructie ervan zodanig dat ten allen tijde en gedurende alle noodzakelijke en mogelijke manipulaties van de diverse elementen de stabiliteit van het geheel en van elk element afzonderlijk gegarandeerd blijft. Wanneer de stukken worden vastgeschroefd in zichtblokken, gevelsteen of zichtbetonelementen, gebeurt het boren met uiterste zorg zodat de stenen of het beton niet beschadigd worden noch loskomen. De aanbevelingen van de architect in verband met de plaatsing van waterdichtingsmembranen en/of isolatie ter voorkoming van vochtbruggen en/of koudebruggen, worden door de aannemer strikt opgevolgd. Indien deze aanbevelingen niet uitdrukkelijk in de uitvoeringsdocumenten vermeld zijn, zal de aannemer hiernaar informeren alvorens de werken aan te vatten algemeen verbindingen PM ALGEMEEN De wijze van verbinden van de verschillende elementen onderling (lassen, bouten, aangelaste doken, klinknagels, ) staat aangeduid op de stabiliteitsplannen. De aannemer gaat na of de verbindingen kunnen worden uitgevoerd volgens de uitvoeringsdocumenten van het studiebureau en of zich geen onderlinge anomalieën voordoen. De aannemer ziet er op toe dat de aangewende verbindingssystemen volstrekt verenigbaar zijn met de andere structurele, technische en/of afwerkingselementen waaruit de constructie is samengesteld. De delen van het werk, die volgens de plannen uit één stuk zijn, mogen niet samengesteld worden uit verscheidende stukken door lassen, lasplaten of op een andere wijze verenigde stukken. Alle elkaar rakende eindvlakken zullen goed vlak en gerecht zijn; het vlakken en rechten wordt met de vlakpers of met de walsmachine uitgevoerd zonder kloppen of hameren. Alle stukken die volgens de plannen moeten doorlopen tot tegen andere stukken (vulplaten onder verstijvingen, onder bevestigingshoekijzers, onder knoopplaten; verstijvingen; lasplaten; ) zullen op de juiste lengte gebracht en pasgemaakt worden, met rechtlijnige en goed tegen elkaar aansluitende boorden. Het snijden en korten van de stukken gebeurt zo dat geen scheuren, barsten of metaalvervorming wordt veroorzaakt. De benen van bevestigingshoekijzers die paarsgewijze aan de uiteinden van elementen zijn aangebracht, moeten volledig in hetzelfde vlak liggen zodat een perfect contact over het hele aansluitingsoppervlak verzekerd is. De voegen moeten goed pas afgewerkt worden, zodat de stuitnaden overal goed gesloten zijn, in het bijzonder daar waar ze op druk belast worden. Verbindingen in het werkhuis of montage van geprefabriceerde onderdelen ter plaatse op de werf gebeuren, behoudens andere bepalingen op de detailplannen en/of in dit bestek, op voorstel van de aannemer. Alle aangewende metalen onderdelen voor de verankering van buitenconstructies bestaan uit roestvast staal. BOUTVERBINDINGEN De bepalingen van volgende normen zijn van toepassing: NBN EN Deel 1 en 2 - Niet-voorgespannen geboute verbindingen voor de metaalbouw NBN EN ISO Mechanische eigenschappen van bevestigingsartikelen van koolstofstaal en gelegeerd staal Deel 1: Bouten, schroeven en tapeinden met gespecificeerde eigenschapsklassen - Ruwe schroefdraad en metrische fijne schroefdraad NBN EN Mechanische eigenschappen van bevestigingsartikelen - Deel 2: Moeren met voorgeschreven proefbelastingswaarden - Schroefdraad met grove spoed NBN EN ISO Toleranties voor bevestigingsartikelen Voor bouten van roestvast staal geldt de norm: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

109 NBN EN ISO 3506 Deel 1 t.e.m. 4 - Mechanische eigenschappen van bevestigingsartikelen van corrosievast staal Voor voorspanbouten gelden de bepalingen van de normenreeks: NBN EN Boutverbindingen met hoge voorspanning in staalconstructies Een 3.1-certificaat volgens NBN EN moet bij de levering voorgelegd worden. In dit document dient de producent te verklaren dat de geleverde producten voldoen aan de bij de bestelling gestelde eisen en verstrekt hij de beproevingsresultaten van de in de betreffende materiaalnorm nader voorgeschreven keuringen. Het document wordt geldig verklaard door de bevoegde vertegenwoordiger voor de keuring van de producent die hiërarchisch onafhankelijk is van de productieafdeling. De boutgaten moeten zorgvuldig geboord worden. De gatdiameter moet hierbij 1 mm (voor bouten M12 tot M14), 2 mm (voor bouten M16 tot M24) of 3 mm (voor bouten M27 en groter) groter zijn dan de boutdiameter. LASVERBINDINGEN Het lassen gebeurt volgens de voorschriften van NBN EN van staalconstructies en aluminiumconstructies - Deel 2: Technische eisen voor staalconstructies. Het lassen gebeurt in principe uitsluitend in het werkhuis onder beschermde omstandigheden en door een erkend lasser, die gecertificeerd is volgens NBN EN of een lasoperator, die gecertificeerd is volgens NBN EN Indien, mits toestemming van de raadgevend ingenieur, tengevolge van een aanpassing op de werf, toch moet worden gelast, dient dit te gebeuren door een erkend lasser bij gunstige klimaatomstandigheden en moet de las beschermd worden tegen oxidatie algemeen stabiliteitsstudie PM De structuurelementen uit staal zullen worden uitgevoerd volgens de documenten zoals gevoegd bij het aanbestedingsbundel (plannen, lastenboeken, borderellen, detailtekeningen). De aannemer blijft er evenwel toe gehouden na te gaan of deze kunnen worden uitgevoerd volgens deze uitvoeringsdocumenten en/of er zich geen onderlinge anomalieën voordoen. Alvorens de werken aan te vatten brengt hij de architect op de hoogte van zijn eventuele opmerkingen dienaangaande balken algemeen Meeteenheid: per kg, desgevallend opgesplitst volgens de aard en afwerking van de bouwelementen. Meetcode: de volumemassa van het staal wordt bij conventie vastgesteld op kg/m3. Enkel de conventionele theoretische massa wordt in rekening gebracht. Deze wordt bepaald op basis van de geometrische vorm van de stukken. De uitsnijdingen en openingen worden afgetrokken, behalve de gaten voor de bout-, pen- of klinknagelverbindingen en de afschuiningen en laspoortjes voor de lassen. In de berekening van de hoeveelheden wordt een massatoeslag van 10 % voorzien, waarvan enerzijds 5% voor de hulpstukken (kop- en voetplaten, verstijvingsplaten, verbindingselementen, ankerstaven in beton,...) en anderzijds 5% voor lasnaden, bouten, moeren en rondellen, verbindingsdeuvels, afval en walstolleranties, Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid liggers - profielstaal / blank FH kg SPECIFICATIES Staalsoort: S 235 Kwaliteit (lasbaarheid): JR Vorm en afmetingen: volgens gedetailleerde meetstaat De zijdelingse opleg bedraagt minstens 15 cm. De opleg gebeurt volgens richtlijnen op de plannen. De verankering aan de ruwbouw gebeurt dragend op het naastliggend metselwerk (mits aanwending van verdeelbalken in ter plaatse gestort gewapend beton / geprefabriceerde elementen ingewerkt in het metselwerk) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

110 AANVULLENDE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN Bij plaatsing moeten de nodige voorzorgen genomen worden om uithangende flenzen te voorkomen. Ofwel worden de gewelven voorzien van verzonken uiteinden ofwel wordt de positie van de stalen ligger aangepast zodat alle pleisterwerken vlak kunnen doorlopen. Stalen liggers welke worden gebruikt aan de binnenzijde van de gebouwen balken thermisch verzinkt profielstaal FH kg meeteenheid: per kg meetcode: de volumemassa van het staal wordt bij conventie vastgesteld op kg/m3. Enkel de conventionele theoretische massa wordt in rekening gebracht. Deze wordt bepaald op basis van de geometrische vorm van de stukken. De uitsnijdingen en openingen worden afgetrokken, behalve de gaten voor de verbindingen en de afschuiningen en laspoortjes voor de lassen. In de berekening van de hoeveelheden wordt een massatoeslag van 10 % voorzien, waarvan enerzijds 5% voor de hulpstukken (kop- en voetplaten, verstijvingsplaten, verbindingselementen, ankerstaven in beton,...) en anderzijds 5% voor lasnaden, bouten, moeren en rondellen, verbindingsdeuvels, afval en walstolleranties,. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid Staalsoort: S235 Kwaliteit lasbaarheid: JR Behandeling van het staal: thermisch verzinkt, minimum gemiddelde laagdikte 85 µm volgens corrosiebescherming - thermisch verzinken. De zijdelingse opleg bedraagt minstens 15 cm. De verankering aan de ruwbouw gebeurt dragend op het naastliggend metselwerk (mits aanwending van verdeelbalken in ter plaatse gestort gewapend beton ingewerkt in het metselwerk beschreven en gemeten onder hoofdstuk 26 Structuurelementen beton). Gebeurlijke beschadigingen aan de zinklaag moeten voorafgaandelijk worden hersteld zoals beschreven in art corrosiebescherming - thermisch verzinken Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Bij plaatsing moeten de nodige voorzorgen genomen worden om uithangende flenzen te voorkomen. Ofwel worden de gewelven voorzien van verzonken uiteinden ofwel wordt de positie van de stalen ligger aangepast zodat alle pleisterwerken vlak kunnen doorlopen. Stalen liggers voor de carports grenzend aan de wooneenheden. Stalen liggers aan de binnenzijde van de gebouwen lateien algemeen lateien thermisch verzinkt profielstaal PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het gevelmetselwerk. L-vormige stalen profielen ter ondersteuning van het parement. Staalsoort: S 235 Kwaliteit (lasbaarheid): JR Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

111 Behandeling van het staal: thermisch verzinkt, minimum laagdikte 85 µm volgens corrosiebescherming - thermisch verzinken. De zijdelingse opleg bedraagt minstens 15 cm. Voor overspanningen tot 120 cm worden de lateien dragend opgelegd op het gevelmetselwerk. Voor overspanningen groter dan 120 cm worden de lateien aan de ruwbouw verankerd door middel van aangelaste doken (20 x 4 mm / 60 x 6 mm / ) met een maximale tussenafstand van 50 cm. Het plooien van de doken bij de plaatsing is verboden. Gebeurlijke beschadigingen aan de zinklaag moeten voorafgaandelijk worden hersteld zoals beschreven in art corrosiebescherming - thermisch verzinken lateien regelbare consoles lateien regelbare consoles/zichtbaar lateien regelbare consoles/zichtbaar thermisch verzinkt + coating PM Thermisch verzinkte stalen consoles voorzien van een coating, voor het realiseren van doorlopende baksteenlateien boven brede raam- en deuropeningen. De regelbare consoles laten een doorlopende spouw toe zodat een goed aansluitende laag thermische isolatie geplaatst kan worden. De onderzijde van de console blijft zichtbaar. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het gevelmetselwerk. Staalsoort: S 235 Kwaliteit (lasbaarheid): JR Behandeling van het staal: thermisch verzinkt, minimum laagdikte 85 µm plus een coating volgens corrosiebescherming - duplexsysteem. De fabrikant bepaalt de afmetingen van het hoekprofiel, de consoles en hun onderlinge afstand i.f.v. de optredende belasting en spouwbreedte. Een berekeningsnota en plaatsingsschema moeten voor de plaatsing ter goedkeuring voorgelegd worden aan de architect en stabiliteitsingenieur. Het systeem voorziet in de nodige hulpstukken, vulplaten en stelplaten om een zuiver waterpas en rechtlijnige montage toe te laten. Gebeurlijke beschadigingen aan de oppervlakte van de console moeten voorafgaandelijk hersteld worden zoals beschreven in art corrosiebescherming duplexsysteem. De verankering in de achterliggende structuur gebeurt volgens de voorschriften van de fabrikant. Afhankelijk van de draagstructuur en de randafstanden wordt de console bevestigd met keilbouten, chemische ankers, ingebetonneerde ankerrails met hamerkopbouten, enz kolommen algemeen kolommen thermisch verzinkt profielstaal FH kg meeteenheid: per kg meetcode: de volumemassa van het staal wordt bij conventie vastgesteld op kg/m3. Enkel de conventionele theoretische massa wordt in rekening gebracht. Deze wordt bepaald op basis van de geometrische vorm van de stukken. De uitsnijdingen en openingen worden afgetrokken, behalve de gaten voor de verbindingen en de afschuiningen en laspoortjes voor de lassen. In de Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

112 berekening van de hoeveelheden wordt een massatoeslag van 10 % voorzien, waarvan enerzijds 5% voor de hulpstukken (kop- en voetplaten, verstijvingsplaten, verbindingselementen, ankerstaven in beton,...) en anderzijds 5% voor lasnaden, bouten, moeren en rondellen, verbindingsdeuvels, afval en walstolleranties,. De kolommen worden gemeten tussen de balken en/of vloeren. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid De vorm (I, H, koker, C, ), afmetingen en wanddikte worden in de gedetailleerde meetstaat gespecifieerd. Staalsoort: S235 Kwaliteit lasbaarheid: JR Behandeling van het staal: thermisch verzinkt, minimum laagdikte 85 µm volgens corrosiebescherming - thermisch verzinken. De profielen worden op de werf verbonden met de reeds uitgevoerde constructies. Dit gebeurt met een aangelaste kop- en voetplaat (afmetingen en dikte volgens stabiliteitsplan) of met speciaal hiertoe ontworpen voetstukken. De verankering van de voetplaat moet op een structureel dragend element gebeuren, verankering in de deklaag is niet toegelaten. Lasverbindingen gebeuren zoveel mogelijk in de werkplaats. Gebeurlijke beschadigingen aan de zinklaag moeten voorafgaandelijk worden hersteld zoals beschreven in art corrosiebescherming - thermisch verzinken. De profielen zijn voorzien van een aangelaste onder- en bovenplaat, minimum dikte 10 mm, met boorgaten onder en doken boven. De plaat bovenaan de kolom heeft een vierkante vorm waarbij de lengte van de zijden gelijk is aan de breedte van de opliggende balk. Volgens de richtlijnen op de plannen in deze profielen al dan niet gevuld met beton en gewapend. De plaat onderaan de kolom heeft dezelfde afmetingen, en wordt vastgemaakt aan de onderliggende constructie, hetzij door laswerk aan wachtstaven, ofwel door de voet van de kolom in te betonneren. De verankering geschiedt op een aanzet van gewapend beton. Kokerprofielen als kolom voor de carports grenzend aan de wooneenheden corrosiebescherming algemeen aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de respectievelijke eenheidsprijs van de te behandelen profielen, inclusief de corrosiebescherming van de verbindingen en hulpstukken corrosiebescherming thermisch verzinken PM De stalen profielen en bevestigingselementen worden door thermisch verzinken behandeld ter voorkoming van corrosie. Het verzinken gebeurt door onderdompeling van de stalen constructieelementen in een bad met vloeibaar zink. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de respectievelijke eenheidsprijs van de te behandelen profielen, inclusief de corrosiebescherming van de verbindingen en hulpstukken. De bepalingen van volgende normen zijn van toepassing: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

113 NBN EN ISO 1461 Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen - en beproevingen NBN EN ISO Deel 1 en 2 Zinken deklagen richtlijnen en aanbevelingen voor de bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie Staalsamenstelling: Het siliciumgehalte van het staal is < 0,03% of > 0,12% en < 0,23%. Het fosforgehalte van het staal is < 0,045% Bij een siliciumgehalte < 0,03% moet de verhouding silicium en fosfor Si% + 2,5 P % < 0,09 zijn Koolstofgehalte < 0,30% Bij gelaste constructies moet lasmetaal gebruikt worden dat niet meer dan 0,7% Si bevat om overdikten op de lasnaad en mogelijke hechtingsproblemen te voorkomen. De nodige ontluchtingsgaten en in- en uitstroomopeningen moeten voorzien worden. Hieromtrent moeten de raadgevingen van Zinkinfobenelux opgevolgd worden. Alle bouten, moeren, en onderlegringen groter of gelijk aan M8, die worden gebruikt voor de assemblage van de thermisch verzinkte structuren, zullen eveneens verzinkt worden volgens NBN EN ISO De draad in de bouten moet vooraf aangebracht zijn, na het verzinken mogen de bouten geen enkele operatie ondergaan die de zinklaag kan schenden; de draad in de moeren mag eventueel na het verzinken ingesneden worden. In plaats van verzinkte bevestigingsmaterialen mag ook gebruik gemaakt worden van roestvast stalen bevestigingsmiddelen. Het thermisch verzinkbad bevat zink, waarvan het gehalte aan onzuiverheden (andere dan ijzer en tin) niet hoger mag zijn dan 1,5%. VOORBEREIDING Bij het bestellen van het staal moet de aannemer vermelden dat de elementen verzinkt zullen worden. Het staal mag roest en een walshuid van normale dikte vertonen; deze moeten door de verzinkerij verwijderd worden door beitsen in zuur. Het staal moet vrij zijn van lasslakken, lasspetters, verf- en vernisresten, siliconen (lassprays), grof vet, bitumen, residueel zink en markeringen met verf of vet krijt. Indien onderdelen van constructies gemerkt moeten worden kan dit het beste gebeuren d.m.v. slagcijfers of door het aanbrengen van ijzeren merkplaatjes. De lasnaden moeten glad en poriënvrij zijn. Alle mechanische bewerkingen, zoals ponsen, boren, zagen, snijden en lassen moeten voor het verzinken gebeuren. In gevallen waar dit onmogelijk is, moeten de aanwijzingen zoals verder in dit artikel beschreven, gevolgd worden. De te verzinken elementen moeten van hijsogen voorzien zijn. De plaats waar ze aangebracht moeten worden, moet in overleg met de verzinkerij bepaald worden. VERZINKEN Het verzinken moet gebeuren voor de assemblage door bout- of klinknagelverbindingen. De te bekomen laagdikte is afhankelijk van de wanddikte van het staal en kan afgeleid worden uit de betreffende tabellen van NBN EN ISO 1461 (cfr. onderstaand uittreksel uit de tabel voor monsters die niet gecentrifugeerd zijn) Wanddikte (e) van het staal Plaatselijke deklaagdikte in Gemiddelde deklaagdikte in micrometer micrometer e > 6 mm mm < e 6 mm ,5 mm < e 3 mm e 1,5 mm BIJWERKEN VAN ONVERZINKTE PLEKKEN EN BESCHADIGINGEN Indien na het verzinken nog onverzinkte plekken zichtbaar zijn, mogen deze bijgewerkt worden indien de onverzinkte plekken in totaal niet groter zijn dan 0,5% van de totale oppervlakte van het voorwerp en indien een individuele onverzinkte plek niet groter is dan 10 cm2. Indien onverzinkte plekken groter zijn, moet het betreffende voorwerp opnieuw worden verzinkt. Vooraf moeten de bij te werken plekken grondig gereinigd worden door schuren en borstelen. Het bijwerken gebeurt conform NBN EN ISO 1461 d.m.v. één van volgende middelen: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

114 Zinkspuiten (volgens NBN EN ISO 2063) Zinkrijke verf met zinkpigment,zinkschilfers of zinkpigment Zinklegeringsstaaf De laagdikte van de bijgewerkte plaatsen moet minimaal 100 µm bedragen. LASSEN VAN THERMISCH VERZINKTE MATERIALEN Indien lassen van de thermisch verzinkte materialen niet vermeden kan worden, moet de zinklaag voor het lassen voorzichtig weggeslepen worden langsheen de laszone. De nodige voorzorgen worden genomen om verdere beschadiging van de zinklaag te voorkomen. Na het lassen worden de lasnaden bijgewerkt volgens onderstaande richtlijnen: ontroesten van de beschadigde delen, verwijderen van eventuele lasslakken door krachtig borstelen of stralen; aanbrengen van twee lagen zinkstofrijke verf (min 90% zink in de droge film), laagdikte circa 80 micronmeter. TRANSPORT EN OPSLAG Bij transport en opslag dienen maatregelen genomen te worden om de vorming van witroest te beperken. Hiertoe dienen de thermisch verzinkte stukken op balken harsvrij hout en onder een lichte helling geplaatst te worden. Bij het stapelen zal men zorgen voor voldoende ruimte tussen de onderdelen, zodat een goede luchtcirculatie kan plaatsvinden. Om de opslagtijd te beperken moet de montage zo snel mogelijk na het verzinken gebeuren. KEURING De keuring gebeurt volgens de richtlijnen beschreven in NBN EN ISO Inspectie van de laagdikte De laagdikte zal gemeten worden met een magnetische laagdiktemeter volgens NBN EN ISO Het controlemonster wordt bepaald volgens de monsternameprocedure zoals vermeld in NBN EN ISO Inspectie van het uiterlijk van de deklaag Bij normale visuele inspectie moet de zinklaag vrij zijn van verdikkingen in de vorm van blaren, ruwheid, scherpe punten die van belang kunnen zijn voor uiterlijk of gebruik. Onverzinkte plekken mogen niet voorkomen. Het optreden van donkere of lichtere grijze plekken of enige oneffenheid op het oppervlak is geen reden voor afkeuring; ook witte vlekken die door het opslaan zijn veroorzaakt, zijn geen reden voor afkeuring, mits de deklaagdikte boven de aangegeven minimumwaarde blijft. Fluxresten zijn niet toegestaan. Zinkassen zijn niet toegelaten op plaatsen waar zij het beoogde gebruik van de thermisch verzinkte voorwerpen of de corrosieweerstand ervan beïnvloeden. Afgekeurde materialen mogen niet terug worden gebeitst en herverzinkt. Stalen liggers welke worden gebruikt aan de binnenzijde van de gebouwen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

115 33. DAKVLOER PLAT DAK dakvloer plat dak - algemeen Alle werken en leveringen, voor het realiseren van de dakvloer voor platte daken, andere dan de draagconstructies uit gewapend beton of staal. Onder dakvloer wordt verstaan het draagvlak voor de isolatie en de dichtingslaag hellingsbeton - algemeen Cementgebonden afschotlaag op betonnen draagvloeren met het oog op een optimale afwatering naar de afvoerpunten toe en om zo plasvorming te voorkomen. Inbegrepen in de eenheidsprijs zijn het vooraf zuiver maken van de draagvloer en de eventueel vereiste afstrijklagen. Materialen De afschotlaag moet geschikt zijn om de vereiste dakhellingen te kunnen realiseren in overeenstemming met de voorziene dakopbouw, dakcompartimentering en de voorziene afvoerpunten. Een goede hechting van het voorziene dampscherm op de afschotlaag moet worden gegarandeerd. Overeenkomstig TV en de voorschriften van de fabrikant van de mortel. De werken mogen niet worden uitgevoerd bij temperaturen lager dan 5 C en wanneer er nachtvorst of zware neerslag te verwachten is. Bij een sterk waterzuigende ondergrond wordt de draagvloer eerst bevochtigd en vervolgens aangebrand met cement om een goede hechting te verzekeren. De mortels worden kant-en-klaar op de werf aangeleverd, of op de bouwplaats in een aangepaste mengmachine aangemaakt. De specie wordt zorgvuldig in helling gebracht naar de afloopbuizen toe volgens de voorgeschreven gemiddelde en minimum dikte en de minimale hellingsgraad. Om uitzakken van de mortel te voorkomen, moeten grotere laagdiktes uitgevoerd worden in meerdere fasen. De bovenzijde wordt glad afgewerkt met de rijlat en daarna met de spaan uitgevlakt. Uitzettings- en krimpvoegen worden waar nodig voorzien. De krimpvoegen worden na het uitharden gevuld met een beton van dezelfde samenstelling. Langs de randen wordt een soepele strook geplaatst. Zettingsvoegen in de constructies worden in de afschotlaag doorgetrokken. De nodige maatregelen worden genomen om het voortijdig uitdrogen van het beton tijdens de binding tegen te gaan. Na plaatsing zal de voorgeschreven droogtijd in acht worden genomen en zullen de afschotlagen beschermd worden zolang de afdichting niet aangebracht is. Keuring Het bovenvlak is vlak en effen. De maximaal toegestane toleranties beantwoorden, in functie van de voorziene dakafdichting en plaatsingswijze, aan TV (tabel 10). Resterende hobbels of holten moeten worden uitgevlakt d.m.v. het afslijpen en/of het opvullen met een aangepaste harsmortel hellingsbeton - niet isolerend hellingsbeton - niet isolerend/zandcement dekvloer FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto geprojecteerde oppervlakte. Openingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) Afschotlaag opgevat zoals een hechtende cementgebonden dekvloer geschikt voor dun aan te brengen lagen. De mortelsamenstelling beantwoordt aan de bepalingen van TV Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

116 Druksterkte (proefmethode volgens TV ): min. 5 N/mm2 Minimum helling: 15 mm/m. Minimum dikte: 40 mm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

117 34. THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK thermische isolatie plat dak - algemeen Levering en plaatsing van de isolatie en het dampscherm voor het plat dak binnen het voorziene dakdichtingssysteem. De werken omvatten: de controle en de eventuele voorbereiding van de dakvloer; de levering en verwerking van de isolatiematerialen en bijhorende dampschermen; de eventuele levering en de plaatsing van kleefmiddelen (lijmen, bitumen, ) en/of mechanische bevestigingstoebehoren; de eventuele verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden; de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen isolatieplaten plat dak algemeen Materialen De isolatiematerialen zijn weersbestendig, rotbestendig, drukvast, niet onderhevig aan krimp en hebben een geringe wateropname. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Beschadigde plaatdelen mogen niet verwerkt worden. Enkel producten waarvan de hierna vermelde λ-waarde kan aangetoond worden met de gedeclareerde λd-waarde vermeld in de CE-marking, ATG-H of ETA, of met de rekenwaarde λui vermeld in EPB-productgegevensdatabank (EPBD) worden aanvaard. De λ-waarde moet geldig zijn voor de toegepaste plaatdikte(s). De bepalingen van volgende normen en technische voorlichtingen zijn van toepassing: TV Het platte dak 7 Dakisolatie : Eigenschapen van de dakisolatiematerialen TV 239 Mechanische bevestiging van de isolatie en de afdichting op geprofileerde staalplaten De isolatiematerialen beschikken over een ATG-H productgoedkeuring en een ATG technische goedkeuring voor de toepassing als respectievelijk warm dak/omkeerdak of gelijkwaardig. De isolatieplaten en bevestigingswijze zijn verenigbaar met de ondergrond en het voorziene dakafdichtingssysteem. Eventuele mechanische bevestigingsmiddelen worden steeds ter goedkeuring voorgelegd. ALGEMEEN De bepalingen van volgende normen en technische voorschriften zijn van toepassing: TV Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV 239 Mechanische bevestiging van de isolatie en de afdichting op geprofileerde staalplaten TV Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes NBN B Het platte dak opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud BUtgb-nota m.b.t begaanbaarheid van platte daken De plaatsing gebeurt volgens TV Het platte dak Plaatsing van de isolatie (tabel 18) en conform de richtlijnen in de technische goedkeuring, rekening houdend met de te verwachten gebruiks- en windbelastingen, de betrokken ondergrond en het voorziene dakdichtingssysteem. De uitvoeringsvoorschriften in de technische goedkeuring en van de fabrikant moeten strikt gevolgd worden, zelfs al zouden deze afwijken van onderstaande beschrijving. VOORBEREIDING De aannemer zal vóór de aanvang van de werken alle bouwdelen inspecteren waarop of waartegen hij moet aansluiten. Hij zal nagaan of er overal een gelijkmatige helling gerealiseerd is en of alle opstanden en randen volledig en correct zijn afgewerkt. Hij zal iedere onregelmatigheid aan de architect signaleren en zijn werken slechts aanvatten wanneer de staat, vlakheid en cohesie van de dakvloer een onberispelijke uitvoering van zijn werk toelaten. UITVOERINGSOMSTANDIGHEDEN De ondergrond moet zuiver en winddroog zijn (vrij van zichtbaar vocht), waarbij de plaatsingsoppervlakte en de materialen droog moeten worden gehouden tot voltooiing van de Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

118 werken. De isolatie mag nooit nat geplaatst worden, bij iedere werkonderbreking is het daarbij aangewezen het blootliggend isolatiemateriaal tegen weersinvloeden te beschermen. Bij verlijming van de platen met warme bitumen of bitumineuze koudlijm, moet de omgevingstemperatuur minimaal 5 C bedragen. VLAKHEID VAN DE ONDERGROND De hechting van dampscherm en isolatie vergen een voldoende vlakheid van de ondergrond, aangepast aan de aard van het voorziene systeem en de plaatsingswijze. Waar vereist zullen oneffenheden voorafgaandelijk worden weggewerkt en/of bijgewerkt. De eisen gesteld aan de vlakheid van ondergrond moeten daarbij voldoen aan de tolerantiewaarden volgens TV (tabel 10) isolatieplaten plat dak PUR of PIR Isolatieplaten uit hard polyurethaanschuim of polyisocyanuraatschuim overeenkomstig NBN EN Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van hard polyurethaanschuim (PUR) - Specificatie. Het blaasmiddel gebruikt bij de productie bevat geen HFK s. Dikte: volgens subartikel Oppervlakteafwerking: aan beide zijden bekleed met een gebitumineerd glasvlies Prestatiecriteria: Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,025 W/mK Druksterkte bij 10% vervorming (NBN EN 826): minimum 120 kpa Belastingsklasse (volgens tabel2 BUtgb-nota): minimum P3 Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Reactie bij brand (NBN EN ): min. klasse D-s2-d0 De platen in afschot worden door de fabrikant op maat geleverd volgens legplan voor het realiseren van een dakhelling van minimum 1,5 % De isolatielaag wordt uitgevoerd in twee lagen Overeenkomstig de voorziene dakopbouw worden de isolatieplaten, volgens TV en de technische goedkeuring, volledig verkleefd met warme bitumen (B). De isolatieplaten worden nauw aansluitend geplaatst. Eventuele openstaande naden worden opgeschuimd isolatieplaten plat dak PUR of PIR/6 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. Uitsparingen kleiner dan 1m2 worden niet afgetrokken. De eventuele verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden worden ook in dit artikel gerekend en zijn steeds inbegrepen in de prijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Dakplaat boven gaanderij blok C isolatieplaten plat dak PUR of PIR/20 cm FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. Uitsparingen kleiner dan 1m2 worden niet afgetrokken. De eventuele verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden worden ook in dit artikel gerekend en zijn steeds inbegrepen in de prijs. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

119 dampscherm - algemeen Materialen De bepalingen van volgende normen en voorschriften zijn van toepassing: TV Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud NBN EN Flexibele banen voor waterafdichting - Gewapende bitumen dakbanen voor waterafdichtingen - Definities en eigenschappen NBN EN Flexibele banen voor waterafdichtingen - Dampremmende lagen van bitumen - Definities en eigenschappen PTV Dakafdichting Onderlaagmembranen op basis van bitumineuze bindmiddelen Het dampscherm moet beschikken over een BENOR certificering of opgenomen zijn in de ATG technische goedkeuring of gelijkwaardig van de dakdichting. De keuze van de dampschermen is verenigbaar met de voorgeschreven isolatiematerialen en met de voorziene dakopbouw en afdichting. Het type dampscherm en de bevestigingswijze moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de architect. De bepalingen van volgende voorschriften zijn van toepassing: TV Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes De plaatsing en bevestigingswijze (losliggend, deelgekleefd, ) van het dampscherm zal gebeuren in overeenstemming met de plaatsingswijze van de isolatieplaten, de aard van de ondergrond en het type dampscherm, volgens de bepalingen van TV (tabel 15) en de richtlijnen, zoals opgenomen in de technische goedkeuring ATG (of gelijkwaardig) van het dakdichtingssysteem. Bij platte daken zal het dampscherm steeds aangebracht worden op een doorlopende drager (betonvloer, beplating, ). Het insluiten van vochtige (isolatie) materialen tussen het dampscherm en de afdichtingslaag moet worden uitgesloten. Indien vereist moet bij de uitvoering gebruik te worden gemaakt van aangepaste compartimenteringstechnieken. Er worden zo weinig mogelijk voegen gemaakt. Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen aangekleefd worden, zodat de dampremmende laag een doorlopend membraan vormt over de gehele dakoppervlakte. De overlappingen en voegdichtingen worden uitgevoerd conform de voorgeschreven dampschermklasse. Ter hoogte van opstanden (dakranden, lichtkoepels, doorbrekingen, ) wordt het dampscherm voldoende opgetrokken zodat de isolatie volledig ingesloten is (zie ook TV Opstanden). Bijzondere zorg moet worden besteed aan alle doorboringen (kabeldoorvoeren, openingen verluchtingen,...), of daar waar lokaal condensatie kan optreden in het isolatiemateriaal. De doorboringen worden niet ruimer gemaakt dan strikt noodzakelijk. Door de openingen wordt een mantelbuis geplaatst waartegen het dampscherm aansluit zodat de isolatie volledig ingesloten zit (zie ook TV Dakdoorbrekingen en sokkels) dampscherm gewapend bitumen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de isolatieplaten en/of de dakdichting. Dampscherm klasse E3 volgens TV 215 bestaande uit een gewapend (gemodificeerd) bitumenmembraan. Dikte: 3 mm Equivalente luchtlaagdikte sd (=µd-waarde) (volgens NBN EN 1931): min. 25 m Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

120 35. AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK afdichting & afwerking plat dak - algemeen Deze post omvat alle leveringen en werken tot het realiseren van de voorziene platdakdichting tot een afgewerkt en waterdicht geheel. De werken omvatten: het nazicht en de voorbereiding van het draagvlak in coördinatie met de post 34 Thermische isolatie plat dak; de levering en verwerking van de voorgeschreven dakdichtingslagen, inclusief alle noodzakelijke scheidingslagen, primers, lijmen, bevestigingsmiddelen en toebehoren; het aanwerken van de dakdichting rondom koepels, rookkanalen, ventilatiekanalen, e.d.; de waterdichte afwerking en aansluiting (of herstelling) van de dakdichting ter hoogte van de dakranden, gevelopstanden en eventuele aangrenzende constructies; de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen; de eventuele te voorziene ballast; de gebeurlijke kosten voor de proeven op de waterdichtheid. Materialen De volgende normen zijn integraal van toepassing: TV Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (WTCB) NBN B Dakopbouw met afdichtingen - Bitumen- of kunststoffolies. De dichtingssystemen beschikken over een doorlopende technische goedkeuring van de Butgb, EUtgb of gelijkwaardig voor toepassing binnen de voorziene dakopbouw. Bij onverenigbaarheden tussen het vooropgestelde dakafdichtingssysteem en de dakopbouw (dakvloer, dampscherm, isolatie- en dichtingssysteem) stelt de aannemer de ontwerper onmiddelijk op de hoogte en dient het advies van de fabrikant te worden ingewonnen. Bij toepassing zonder bijkomende schutlaag dient gekozen voor een UV-bestendige eindlaag. De uitvoering gebeurt volgens TV Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud en TV Aansluitingsdetails bij platte daken: algemene principes. Het daksysteem en voorziene bevestigingswijze moeten de aangrijpende windlasten kunnen opnemen. Indien de windweerstand van gekleefde systemen onvoldoende zouden zijn, dient bijkomend ballast te worden voorzien, inbegrepen in de eenheidsprijs. De ondergronden dienen, in functie van de voorziene dakafdichting en plaatsingsmethode, respectievelijk te voldoen aan de voorschriften van NBN B en TV : zij moeten luchtdroog zijn en een temperatuur van meer dan 2 C hebben. zij moeten goed vlak, vast, zuiver en vrij zijn van vreemde stoffen (vet, kiezel, olie...). zij moeten chemisch en mechanisch met de dakdichting verenigbaar zijn. voegen van draagvloerelementen of van cellenbeton zullen gepast overbrugd worden. De dakafdichtingen mogen enkel aangebracht worden door gekwalificeerde plaatsers, volledig vertrouwd met de uitvoering van het voorziene dakafdichtingssysteem (referenties voor te leggen). De plaatsing zal onderbroken en op zijn minst voorlopig beschermd worden bij vochtig weer (regen, sneeuw, mist) en/of bij temperaturen lager dan 5 C. Het werk mag in deze gevallen enkel voortgezet worden, mits voorafgaandelijke toestemming van de architect en naleving van de door de fabrikant opgelegde voorzorgsmaatregelen. Dagproducties moeten steeds waterdicht kunnen worden afgewerkt met inbegrip van de randafwerkingen. De voorziene isolatie mag onder geen beding nat worden of dient te worden vervangen. De aannemer zal de daken hiertoe waar aangewezen compartimenteren. De nodige maatregelen worden getroffen om na de uitvoering van de dakwerken het betreden van het dak te beperken. Indien nodig in functie van de verdere opbouw zal men bovenop de afdichting een beschermlaag aanbrengen (beschermdoek van minimaal 300 g/m², bouwbeschermplaten,.). Alle mogelijke schade, voortvloeiende uit een gebrekkige coördinatie of onvoldoende beschermingsmaatregelen vallen ten laste van de aannemer. De aannemer dient garant te staan voor een perfecte waterdichte afwerking en aansluiting van de dakdichting ter hoogte van dakranden, opstanden, schoorstenen, sokkels, horizontale en verticale dakdoorbrekingen, bewegingsvoegen overeenkomstig de bepalingen van TV 244, alsook de randafwerking (en/of herstelling) t.a.v. aangrenzende constructies. De stroken zullen zoveel mogelijk uit één stuk, gelijkmatig en spanningsvrij, uitgerold en bevestigd worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

121 De schikking van langs- en dwarsnaden wordt zodanig gekozen dat een volledige waterafvloeiing verzekerd is. Als de helling meer dan 20% bedraagt zullen de schikkingen voor het bevestigen van de dakdichting uitgevoerd worden volgens de technische goedkeuring ATG. Aan de dakranden worden de hoeken tussen het strekkende deel en de opkant, behoudens detailtekeningen, afgeschuind onder een hoek van 45, met schuin gesneden isolatiestroken afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM Algemeen Na uitvoering van de dakafdichting worden de daken, ter beproeving van de waterdichtheid onder water gezet gedurende ten minste 48 uur, overeenkomstig de bepalingen van TV afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM Algemeen De aannemer blijft gedurende een periode van 10 jaar na de voorlopige oplevering, aansprakelijk voor de volledige waterdichtheid van de uitgevoerde dakafdichting. Bijkomend zal de aannemer bij de voorlopige oplevering een door de fabrikant opgemaakt attest afleveren, houdende een 10-jarige fabriekswaarborg op gebreken m.b.t. de geleverde materialen (zonder voorbehoud op materialen en arbeidsloon wanneer zich dientengevolge een vervanging van de dakbedekking zou opdringen). Dienaangaande dienen alle richtlijnen van de producent van de dakdichtingsmaterialen (volgens technische goedkeuring ATG) nauwgezet te worden nageleefd, onverminderd gebeurlijke tegenstrijdige bepalingen vermeld in het bijzonder bestek bitumineuze dakafdichting - algemeen Materialen Meerlaagse dakafdichtingen op basis van bitumen volgens NBN B Dakafdichting - Producten op basis van APP of SBS- polymeerbitumen en Bijlage 1 van TV Kwaliteitseisen voor dakafdichtingen op basis van polymeerbitumen. De voorziene eindlagen bevatten een wapening van polyestervlies of hoogwaardige composiet-inlage van tenminste 150 gr/m2. Het afdichtingssysteem bezit een doorlopende technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig voor toepassing op de betrokken ondergrond. Alle bijproducten (keuze van geschikte onder- en tussenlagen volgens NBN B en TV tabel 19) zijn afkomstig van en/of stemmen overeen met de richtlijnen van de ATG en/of de fabrikant. Systeem ter goedkeuring voor te leggen. De rollen worden verticaal vervoerd en op een vlakke en gladde vloerbodem opgeslagen. Zij zullen met zorg behandeld worden om iedere beschadiging te voorkomen. Bij temperaturen onder 5 C moeten de rollen zeer behoedzaam worden behandeld. De onderlaag, eventuele tussenlaag en eindlaag worden geplaatst conform de technische goedkeuring ATG, de voorschriften van NBN B en TV Plaatsingsmethoden. De lagen worden geplaatst met de minimale langse en dwarse overlappingen, overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant en TV tabel 28. De overlapping van onder- en eindlaag lopen in dezelfde richting en zijn geschrankt. De naadoverlappingen worden zorgvuldig gelast over de volledige breedte van de naad en samengedrukt. Opstanden worden steeds volledig gekleefd uitgevoerd ofwel door vlamlassen ofwel met een aangepaste verlijming bitumineuze dakafdichting - APP bitumineuze dakafdichting - APP/volgekleefd (T) FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. Dakopstanden worden niet afzonderlijk opgemeten en zijn in de eenheidsprijs begrepen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

122 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Meerlaags volgekleefd dakafdichtingssysteem met eindlaag op basis van plastoormeerbitumen (APP). Systeemcode (TV 215, tabellen 22, 24 & 27): TSs (met onder- & eindlaag gelast) Voorsmeerlaag: in functie van de ondergrond, met een kleefvernis Onderlaag: een onderlaag vermeld in de technische goedkeuring Eindlaag: Dikte van de eindlaag: minimum 4 mm Afwerking toplaag: ingewalste leisteenschilfers of granulaatkorrels Treksterkte L/B volgens NBN EN : minimum 650 N/50 mm Rek bij breuk volgens NBN EN : > 40 % Nagelweerstand L/B volgens NBN EN : > 150 N Verwekingspunt volgens NBN EN 1110: minimum 140 C Koude buigtemperatuur volgens NBN EN 1109: minimum -15 C Aanvullende specificaties Weerstand tegen externe brand: B- ROOF (t1) volgens NBN EN en CEN/TS Conform TV en TV 244, de ATG-richtlijnen en de voorschriften van de fabrikant. Kimafdichtingen volgens TV Aansluitingsdetails overeenkomstig TV 244 (WTCB): aansluiting plat dak met dorpels en buitenschrijnwerk volgens TV aansluiting plat dak met hellend dak volgens TV (afb.46) (onderdak dient steeds af te wateren boven niveau van de dakdichting) aansluiting plat dak met volle muren volgens TV aansluiting plat dak met gevelbekledingen volgens TV aansluiting plat dak met schoorsteen volgens TV (afb. 114) opvatting bewegingsvoegen volgens TV luchtdichtheid aansluitingen overeenkomstig artikel Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Het dampscherm is te voorzien volgens rubriek dampscherm - algemeen. De uitzettingsvoegen worden afgedicht met een dichtingsbaan, dat over een schuimsnoer wordt aangebracht en de banen langs beide zijden van de voeg overlapt; hierbij wordt een nietgekleefde zone van minstens 20 cm gelaten ballastlaag - algemeen Algemeen Ballastlaag voor deelgekleefde of losliggende afdichtingssystemen, omkeerdaken, als extra bevestiging voor daken onderhevig aan windkrachten en/of bestemd als bescherminlaag teneinde te voldoen aan de gestelde prestaties inzake brandgedrag. Voor losliggende daken moet het gewicht van de ballast minstens gelijk zijn aan de windbelasting, volgens TV De ballastlaag moet bovendien windstabiel zijn overeenkomstig de bepalingen van TV Materialen De aard van de ballastlaag mag onder de te verwachten gebruiksbelasting de ondergelegen dakdichting niet beschadigen of te zeer indrukken. Indien de ballast rechtstreeks op isolatieplaten wordt aangebracht (omkeerdaken) dient standaard een soepel, rotbestendig, waterdoorlatende scheidingsmembraan te worden voorzien, volgens artikel (inbegrepen in de eenheidsprijs). Vooraleer de ballastlaag aan te brengen dient de waterdichtheid van het dak steeds te worden gecontroleerd, overeenkomstig TV De ballastlagen dienen conform de ATG-richtlijnen van de dakisolatie en het dakafdichtingssysteem aangebracht te worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

123 ballastlaag - grind FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto te belasten dakoppervlakte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) Ballastlaag bestaande uit gerold en gewassen riviergrind. De keitjes hebben geen scherpe kanten die de dakdichtingsmaterialen kunnen beschadigen. De ballast is ontdaan van alle zand en vuil. Bij keuze van de vereiste grinddiameters wordt rekening gehouden met de geografische ligging van het gebouw en de respectievelijke dakzones (hoekzone, randzone, middenzone), volgens TV tabel 40. Grinddiameters: volgens TV tabel 40 Laagdikte: overeenkomstig te verwachten windbelasting volgens TV / Grindvangers: UV-bestendige kunststof Aanvullende specificaties Bij vereiste van te grote grinddiameters (volgens windstudie) kan de aannemer voorstellen over te gaan naar een tegelballast zonder prijsverrekening. Na plaatsing van het eventueel te voorziene geotextiel wordt het grind, conform de voorgeschreven diameters, gelijkmatig uitgespreid over de respectievelijke dakzones (minimum tot volledige dekking), de helling wordt beperkt tot 5% om afrollen van het grind te vermijden. Het grind wordt tegengehouden ter plaatse van dakwaterafvoeren en dakranden. De kiezelvangers zijn inbegrepen in de eenheidsprijs. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Voorafgaand aan de werken zal de aanemer een studie van de windbelasting op het platte dak volgens WTCB TV 215 en/of NBN NBN EN voorleggen, waaruit de vereiste dikte van de ballastlaag afgeleid wordt ballastlaag - tegels FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto dakoppervlakte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) De ballastlaag bestaande uit tegels met draineeropeningen om het dakwater te evacueren. : betontegels Afmetingen: 40x40 cm Dikte: minimum 4 cm Oppervlaktetextuur slijtlaag: vlak Tegeldragers: regelbare voetstukken uit kunststof Overeenkomstig TV , waarbij de helling van het dakvlak maximum 10% mag bedragen. De bovenzijde van de tegels bevindt zich in een vlak dat de dakhelling niet volgt, maar volledig waterpas wordt geplaatst met behulp van tegeldragers met verstelbare hoogteregeling; het contactoppervlak van de tegeldragers is voldoende groot, teneinde geen te hoge drukspanning teweeg te brengen op het afdichtings- of isolatiemateriaal (overeenkomstig ATG). De tegels worden geplaatst volgens detailtekening Tussen de tegels wordt een drainagevoeg voorzien van circa 5 mm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

124 toebehoren plat dak algemeen toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st Dakdoorvoerelementen in te werken in platte daken voor rookkanalen, ventilatieleidingen, ontluchtingselementen, opgenomen in deel 6. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Dakdoorvoerelementen, samengesteld uit een plakplaat en een standpijp, diameter en lengte afgestemd op de opbouw van het platte dak en de beoogde functie van de doorvoer. : aluminium met PP-binnenbuis Diameter: aangepast aan de voorziene ventilatie- en standleidingen Afwerking: voorzien van verluchtingskap Volgens TV verticale doorbrekingen en in nauwgezette coördinatie met de uitvoering van het deel technieken. De onderbreking van luchtdichtheidsmembranen, dampschermen, thermische isolatie, waterdichte lagen, mag geen afbreuk doen aan de prestaties. Een continue aansluiting op de dakdoorvoer moet worden gerealiseerd. Detailering ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

125 37. DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN dakranden en kroonlijsten - algemeen slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen Materialen Slabben, loketten en aansluitbanden voor een water- en regendichte afwerking van de aansluitvoegen tussen verschillende constructiedelen. Het betreft o.a. de randaansluitingen tussen dak en opgaande gevelmuren, dak en schoorsteen, rond dakdoorgangen en langs de boven- en zijranden van dakvlakken. Bij de aansluiting tegen gevelmetselwerk worden de slabben afgewerkt met een loket of aansluitingsband. Loketten en/of aansluitbanden zijn stukken die aan één kant in de muur worden bevestigd en aan de andere kant een voldoende overlap bewerkstelligen over de opstaande strook van de slabben of afdichtingsmembramen. De aangewende materialen garanderen een volledige compatibiliteit met de voorziene dakopbouw en ondergronden. volgens de aanduidingen op plan, detailtekeningen en uitvoeringsprincipes van de respectievelijke Technische Voorlichtingsnota s (WTCB) en STS 56.1, aangevuld met de richtlijnen van de fabrikant van de dakbedekking: aansluiting plat dak met dorpels / buitenschrijnwerk volgens TV aansluiting plat dak met volle muren volgens TV aansluiting plat dak met gevelbekledingen volgens TV aansluiting plat dak met schoorsteen volgens TV (afb. 114) Alle te voorziene aansluitingen waarborgen een waterdichte en verzorgde afwerking. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de waterdichte aansluiting met onderdaken voor hellende daken en de vereiste luchtdichtheid aan de binnenzijde slabben, loketten en aansluitbanden - membranen slabben, loketten en aansluitbanden - membraan/bitumen FHm meeteenheid: lengte meter meetcode: netto aan te brengen lengte. Inbegrepen het vrijmaken van de voeg en het aanbrengen van de kit. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Systeem van loodvervangende membranen uit gemodificeerd bitumen, bestemd voor aansluitingen van de dakdichting met het opgaande parement (muuropstanden, schouwranden, ). Alle nodige hulpstukken zijn te voorzien voor een perfecte waterdichting. Dikte: min. 3 mm Bandbreedte(s): volgens aard toepassing Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Voorzien van aluminiuminlage Voorzien van een loodslab Verwerking en overlappingen volgens de richtlijnen van de fabrikant. Voor een goede hechting moet de ondergrond schoon, droog en vetvrij zijn. Overlappingen en hoeken van de bitumenstrook worden met uiterste zorg gevormd en aan elkaar gebrand of gekleefd met koudlijm zodat alle spouwvocht naar buiten gevoerd wordt. Bij het opmetsen van de spouwmuur worden de slabben in de spouw ingemetst ter hoogte van de buitenste dakrand, in de spouw omhooggetrokken en minstens 10 cm hoger vastgezet tegen het binnenspouwblad d.mv. een verlijming. Bij het plaatsen van meerlagige bedekkingen wordt deze omhooggewerkt tot onder de uitstekende slab, die dan neergeplooid wordt en vastgelast op de meerlagige bedekking. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

126 Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Bovenop het bitumenmembraan komen loodslabben van 1,5 mm dikte, in de korte richting van de rol afgesneden. De slabben steken 10 cm uit de muur en worden met een minimale opstand van 5 cm achter de spouwisolatie ingewerkt. De slabben worden 10 cm overlappend vanuit het zuidwesten geplaatst, waarbij de ingewerkte liggende en staande voegen ofwel afgedicht worden met een UV-bestendige, hoogwaardige MS-polymeerkit, ofwel gelast worden. Aansluiting platte dak aan opgaand parement en schoorstenen dakrandprofielen - algemeen Geprefabriceerde elementen bestemd voor een waterdichte en esthetisch afgelijnde afwerking van de de dakranden van platte of lichthellende daken met de gevelzichtvlakken. Alle vereiste hoek-, verbindings- en bevestigingselementen zijn in de eenheidsprijs begrepen. Materialen De dakrandprofielen zijn verenigbaar met de voorziene dakdichtingsmaterialen en gevelafwerking. De bevestigingswijze garandeert een waterdichte afwerking met druiplijst (10 mm buiten gevelvlak) en is zo opgevat dat vervormingen door temperatuurschommelingen worden voorkomen. Er wordt enkel gebruik gemaakt van aangepaste binnen- en buitenhoekstukken en/of in verstek gelaste profielen, vervaardigd in de werkplaatsen van de fabrikant. Alle profielen en hun bevestigingsmiddelen zijn UV- en corrosiebestendig. Model voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. volgens TV Dakrandprofielen, 6.5 en conform de richtlijnen van de fabrikant van de dakrandprofielen en de fabrikant van de dakdichting. De dakrandprofielen worden rechtlijnig (zowel in het verticaal als horizontaal vlak) aangebracht en in zo groot mogelijke lengten verwerkt. Het profiel wordt zo aangebracht dat een overlap ontstaat van minimum 15 tot 20 mm t.o.v. het gevelvlak, waarbij de vlakke bovenrand lichtjes (minimum 2 ) afhelt naar het dak toe, om vervuiling van de gevel te voorkomen. De bevestiging met de ondergrond gebeurt d.m.v. een aan de ondergrond en dakdichting aangepaste bevestigingswijze, volgens detailtekeningen en/of richtlijnen van de fabrikant. Keuring De bevestiging van de profielen moet aan een trekkracht van 2500 N/lm kunnen weerstaan. Het geheel verzekert een waterdichte aansluiting met de dakdichting dakrandprofielen - metaal dakrandprofielen - metaal/aluminium FH m meeteenheid: per lopende meter meetcode: netto geplaatste lengte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Geprefabriceerde of op maat gevormde dakrandprofielen uit geëxtrudeerd aluminium. Het oplegvlak is voorzien van groeven voor een optimale hechting met de dakbedekking. Type: enkelvoudig afwerkingsprofiel Oppervlaktebehandeling: gemoffeld (coating min 60 µm), kleur keuze uit volledig kleurgamma Vorm: recht Wanddikte voorzijde: minimum 1,5 mm, volgens type en afmetingen Hoogte aan de zichtzijde: circa 60 mm (marge + 5 mm). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

127 Horizontale staart: aangepast aan de voorziene dakdichting en gevelstructuur Profiellengte: leverbaar in lengten van circa 2 m Bevestigingsmiddelen: roestvaste schroeven en aangepaste nylonpluggen Volgens TV aangevuld met 6.5 en de richtlijnen van de fabrikant. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Op de muuropstand wordt voor het bekomen van een vlakke ondergrond een bebording van watervaste multiplexplaat (dikte minimum 18 mm) voorzien muurkappen - algemeen Geprefabriceerde of op maat gevormde lichtgewicht muurkappen bestemd voor het esthetisch afgelijnd en waterdicht afdekken van uitstekende en/of vrijstaande dakrand- of muuropstanden. Materialen De muurkappen zijn zo opgevat dat vervormingen door temperatuursschommelingen worden voorkomen. Zij steken circa 30 mm uit over de gevelafwerkingen en zijn zo geprofileerd dat de onderzijde een druiplijst vormt t.o.v. het gevelvlak (minimum 10 mm). Ter voorkoming van gevelvervuiling wordt de afwatering van de muurkappen, bij toepassing als dakrand van platte daken, steeds eenzijdig afwaterend richting dakzijde opgevat. De verbindingsvoegen sluiten waterdicht aan d.m.v. een aangepaste profilering en/of opgeklemde voegovertrekken. Alle bevestigingsmiddelen zijn corrosiebestendig. Model en bevestigingswijze ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Plaatsing volgens TV aangevuld met 6.5 en de richtlijnen van de fabrikant. Voorafgaandelijk aan de plaatsing wordt gecontroleerd of beide muren even hoog zijn; het bovenvlak voldoende vlak is; de bovenste laag stenen goed vast ligt; de stootvoegen tot boven gevuld zijn; holle bakstenen met een harde specie gevuld zijn die boren toelaten. De muurkappen worden rechtlijnig aangebracht en in aangepaste lengten verwerkt, zorg dragend voor een esthetische naadverdeling. De bevestiging op de muuropstanden en onderlinge verbindingen gebeuren d.m.v. een aangepaste bevestigingswijze, volgens de detailtekeningen en/of richtlijnen van de fabrikant. Hoeken worden steeds in verstek uitgevoerd, zichtbare kopzijden worden voorzien van aangepaste eindstukken. Kopse aansluitingen met het gevelvlak worden waterdicht afgewerkt d.m.v. een aangeplooide muuropstand, een loodslab en/of een UV-bestendige, hoogwaardige MS-polymeerkit. Keuring De bevestiging van de profielen moet aan een trekkracht van minimum 2700 N/lm kunnen weerstaan. Het geheel garandeert een vorm- en stootvaste bevestiging, en een waterdichte aansluiting t.o.v. het gevel- en/of het dakvlak muurkappen - metaal muurkappen - metaal/aluminium FH m meeteenheid: lengte meter meetcode: netto geplaatste lengte. Alle hoek-, verbindings- en bevestigingselementen zijn in de eenheidsprijs begrepen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

128 De muurkappen zijn industrieel geplooide profielen uit een aluminium Al.Mg.1 - legering of profielen uit een geperst aluminium Al.Mg.Si. 0,5 F 22 - legering. Alle hoekstukken (buiten-, binnen- en topgevelhoeken), verloop-, T-stukken en eindstukken worden gelast in de werkplaats van de fabrikant. Wanddikte: minimum 2 mm Oppervlaktebehandeling: gemoffeld (coating min 60 µm) in kleur naar keuze architect Hoogte van zichtzijde: circa 70 mm (marge + 5 mm) Vorm: éénzijdig afwaterend. Muurbreedte: 390 mm Profiellengte: leverbaar in lengten van circa 3 Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Bebording spouwafsluiting: multiplex type 3 volgens NBN EN 636, dikte minimum 18 mm De muurkappen worden volgens TV aangevuld met 6.5 en de richtlijnen van de fabrikant bevestigd op een bebording uit watervaste multiplex, vormvast, stootvast en corrosiebestendig aangebracht op het metselwerk, ter breedte van de af te dekken muur. Indien nodig wordt het volledige draagvlak bijkomend uitgecementeerd voor het aanbrengen van een bebording. De muurkappen worden over hun volledige oppervlakte gesteund door deze bebording en verankerd aan de multiplex met behulp van aangepaste bevestigingsbeugels en dempingsmiddelen (isolerende schuimbanden in hoogwaardig kunststof). De voegen worden voorzien van waterdichte voegafdekstrips. Aangepaste beugels op de binnen- en buitenhoeken beletten het opwaaien van de hoeken. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Bij muurkappen voor dakopstanden wordt de aansluiting met de dakdichting uitgevoerd volgens de principes van TV De dichting langs opgaande muren wordt verwezenlijkt d.m.v. een afzonderlijk profiel of d.m.v. een aangeplooide muuropstand. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

129 38. DAKWATERAFVOER dakwaterafvoer - algemeen Alle werken en leveringen voor het plaatsen van bovengrondse elementen die instaan voor het opvangen en afvoeren van het dakwater tot op rioleringsniveau. Materialen De materialen voor gootbekledingen, hanggoten en afvoerbuizen moeten duurzaam en UVbestendig zijn en weerstand kunnen bieden aan de agressiviteitsklasse: klasse 2: industriële (of stedelijke) atmosfeer. De aannemer is verplicht na te gaan of de gootbekledingen, hanggoten, afvoerbuizen, hulpstukken en toebehoren kunnen geplaatst worden in de vormen, afmetingen en uitvoering zoals voorgeschreven in de aanbestedingsdocumenten en/of zij volgens aard en maatafstemming onderling verenigbaar zijn. Bij onverenigbaarheden stelt hij de architect vooraf op de hoogte. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan: het vermijden van galvanische koppels bij onderling contact tussen verschillende metalen. Het metaal met de grootste positieve elektrochemische spanning, moet altijd het meest stroomafwaarts worden geplaatst. het vermijden van rechtstreeks contact tussen bepaalde houtsoorten en metaal, gezien deze van nature corrosief kunnen zijn voor metalen (bv. zink, gegalvaniseerd staal of aluminium, in contact met taninehoudend eiken, kastanje, teak, oregon of cederhout). Ook houtverduurzamingsproducten kunnen de corrosiviteit van metaal doen toenemen. het vermijden van rechtstreeks contact tussen zink en bitumen dat blootgesteld aan atmosferische invloeden, organische zuren kan afgeven, die samen met water het zink kunnen aantasten. Deze bitumencorrosie kan optreden bij lood, koper en verzinkt staal. De aannemer legt voor de uitvoering de nodige monsters van de voorziene materialen, bekledingstypen en afwerkingsdetails ter goedkeuring voor aan het Bestuur. De uitvoering beantwoordt aan NBN 306 Dakbedekkingen - Leidraad voor de goede uitvoering Waterafvoer en NBN EN Binnenriolering onder vrij verval - Deel 3: Ontwerp en berekening van hemelwaterafvoersystemen. In de periode tussen het plaatsen van de gootafdichtingen en van de afvoerbuizen neemt de aannemer de nodige voorzorgen opdat het hemelwater niet kan aflopen op de gevelwanden. Keuring Alle gebruikte materialen en hulpstukken zijn vrij van materiaals- of fabricagegebreken die hun sterkte, zuiverheid van vorm en goed gedrag in de tijd in het gedrang kunnen brengen. Alle elementen die voor of bij de uitvoering werden beschadigd, worden geweigerd afvoerpijpen - algemeen Levering en plaatsing van de hemelwaterafvoerpijpen, met inbegrip van bevestigingshaken, beugels, kragen, eventuele ellebogen, T-stukken, uitzettingsvoegen, lasnaden of koppelingen, de aansluitingen op de hanggoten (vergaarbakjes,...) en verdere elementen afwaarts, Materialen Alle onderdelen en toebehoren zijn op elkaar afgestemd en geleverd door dezelfde leverancier. De minimale doorsnede van de afloopbuizen wordt bepaald rekening houdend met het maximum af te voeren debiet volgens NBN EN Binnenriolering onder vrij verval - Deel 3: Ontwerp en berekening van hemelwaterafvoersystemen, met een minimum van 1 cm2 doorsnede per m2 horizontale projectie van het betrokken dak en een minimale doorsnede ND 75 mm. De hemelwaterafvoerpijpen worden gemonteerd volgens de voorschriften van de systeemleverancier, eventuele detailtekeningen en deze vermeld in hoofdstuk 3 van NBN 306. De buizen worden verticaal in het lood geplaatst. De buizen zijn zoveel mogelijk uit één stuk. De bevestiging met aangepaste beugels aan de vorm en formaat van de buizen moet het vrij uitzetten van de buizen toelaten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

130 Zij worden water- en reukdicht aangesloten op het ondergrondse rioleringsnet d.m.v. aangepaste hulpstukken. Keuring De hemelwaterafvoerbuizen staan volkomen verticaal. De aansluitingen moeten waterdicht zijn tot een druk die overeenstemt met een waterkolom die gelijk is aan de hoogte van de buis afvoerpijpen - metaal afvoerpijpen metaal/zink FH m meeteenheid: lopende m meetcode: netto lengte, gemeten in de as van de buis, zonder de overlappingen mee te rekenen. Eventuele ellebogen worden haaks gemeten alsof het hoeken betreft. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Buizen en hulpstukken uit elektrolytisch zink beantwoordend aan de voorschriften van NBN EN Dakgoten en hemelwaterafvoerbuizen van metaalplaat - Definities, classificatie en eisen. Wanddikte: minimum 0,8 mm en conform NBN EN 612 Oppervlaktebehandeling: geprepatineerd door fosfatering van het zinkoppervlak Type: gesoldeerde naden Doorsnede: volgens aanduiding op plan vierkant met afmetingen: 100x100 mm. Beugels: scharnierbeugels uit verzinkt staal (min. 450 g/m2) Bevestigingsschroeven: verzinkt staal. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De beugels zijn geplastificeerd. Opstelling: volgens de aanduidingen op plan op circa 20 mm voor het muurvlak geplaatst. Aansluiting op de tapbuizen d.m.v. een vaste overlapping Verbindingen: De buizen worden koud in elkaar verwerkt. De penetratie van de verschillende stukken bedraagt minimum 30 mm. Bij richtingsveranderingen dringen de buizen minimum 80 mm in elkaar. Het knippen van de buiselementen onderaan is verboden. Gevelbevestiging: d.m.v. deels klemmende en deels glijdende beugels. De afstand tussen 2 punten bedraagt maximum 100 cm voor de buizen met een lengte tot 200 cm en maximum 150 cm voor de buizen met een lengte van 300 cm, één op de twee bevestigingen is glijdend (vrije uitzetting). Elk buiselement wordt minstens 1 maal gesteund. De eerste beugel bevindt zich op + 5 cm onder het laagste punt van de tapbuis. De afvoerbuizen worden luchtdicht op het rioleringsnet aangesloten d.m.v. aangepaste moffen. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De overlangse naad is naar de muur gericht. Aan de bovenkant van de aflopen van platte daken wordt de buis langs achter zorgvuldig uitgesneden, zodat de tapbuis in de regenpijp dringt, en aan het zicht wordt onttrokken. Alle ondergrondse stukken worden omwikkeld met een zelfklevende band toebehoren - algemeen Levering en plaatsing van alle noodzakelijke hulp- en/of verbindingsstukken om een perfecte afwatering van het hemelwater toe te laten vanaf de opvang op de dakvlakken tot de afvoer toebehoren - dakkolken en tapbuizen PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

131 aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen bij de afwerking en aansluiting van de hemelwaterafvoervoorzieningen. Dakkolken beantwoordend aan TV en vervaardigd uit een materiaal, verenigbaar met de dakvloer, het isolatiemateriaal, het dampscherm en de dakdichting. : plakplaat uit lood minimum 2 mm dikte. De tapbuis bestaat uit een aangesoldeerd loden stuk, van min. 2 mm dikte, dat minstens 10 cm in de afvoerbuis dringt. Volgens de voorziene opstelling zijn de te voorziene tapbuizen opgevat als haaks tapgat volgens TV en TV Aansluitdiameter: 90 mm (de diameter van de bijhorende tapbuis is gelijk aan deze van de afvoerbuis indien deze laatste er rechtstreeks mee verbonden is. Indien er een vergaarbak bestaat, is de diameter van de tapbuis kleiner dan deze van de afvoerbuis). De tapbuizen worden waterdicht ingewerkt in de dakdichtingslagen volgens TV 244 Aansluitingdetails platte daken en de ATG-richtlijnen (of gelijkwaardig) van het voorziene dakdichtingsmateriaal. Opvatting en uitvoering: volgens TV Dakwaterafvoeren doorheen een opstand, aangevuld met TV Horizontale doorbrekingen voor de waterafvoer De kolken worden zodanig geplaatst dat plasvorming wordt vermeden. De insteekdiepte in de afvoerpijp bedraagt ten minste 10 cm. De flens van de kolk wordt koud verlijmd. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Ter plaatse van de dakkolk wordt de isolatie dunlagiger uitgevoerd of weggesneden zodat de kiezelbak iets verzonken komt te liggen in de dakbedekking en er geen waterophoping ontstaat aan de randen van het tapgat. Na de plaatsing wordt het tapgat volledig bedekt met een bijkomende laag APPpolymeerbitumen met polyesterinlage, dikte 4 mm, voorzien van ingewalste leischilfers. Bij de montage van haakse tapgaten wordt het parement netjes aangewerkt rond de tapbuis (uitsparing en afwerking is een last van de algemene aanneming ruwbouw) toebehoren - draad- en bolroosters PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen bij de afwerking en aansluiting van de hemelwaterafvoervoorzieningen. Ballonvormige draadbolroosters uit een corrosievast materiaal, aangepast aan de diameter van de afvoerbuizen. : verzinkte staaldraad (dikte 2 mm), aan elkaar gelast tot gevlochten korf, ballonvormig Te plaatsen op iedere tapbuis toebehoren - noodspuwers PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) De noodspuwers, worden voorzien als secundaire hemelwaterafvoer ingeval verstopping van de primaire afvoer van platte daken / terrassen De spuwertjes zijn voorzien van aangepaste plakplaatjes voor een stabiele en waterdichte aansluiting op de voorziene dakdichting. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

132 : lood (wanddikte minimum 2 mm) Diameter: minimum 60 mm Uitsteek (t.o.v.) gevelvlak: minimum 50 mm Positionering bij platte daken volgens TV TV Nooduitlaten spuwers Voor de noodspuwers van terrassen wordt rekening gehouden met TV 196 Balkons. De juiste doorgangslengte moet ter plaatse worden opgemeten. Bij horizontale plaatsing worden de buisjes lichtjes afwaterend naar buiten toe geplaatst. Doorvoeren doorheen de dakopbouw en/of wanden worden tijdens de ruwbouwwerken voorzien van aangepaste doorvoermoffen zonder afbreuk te doen aan de prestaties van de bouwschil (luchtdichtheid, ). De aansluiting garandeert een waterdichte en verzorgde aansluiting met het dakvlak en gevelzichtvlak. De doorvoeropening wordt afgewerkt met een aangepaste kit (uitsparing en afwerking is een last van de algemene aanneming ruwbouw). Enkel wanneer het betreffende dakvlak slechts één afvoer heeft en visuele controle niet mogelijk is. (= daken boven verdieping met slechts één afvoer) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

133 40. BUITENSCHRIJNWERK buitenschrijnwerk - algemeen De post buitenschrijnwerk omvat steeds: de opmeting en controle van de juiste afmetingen ter plaatse; de eventuele voorstudies ten laste van de aanneming, de voor te leggen berekeningsnota s; de levering en montage van alle geassembleerde raam- en deurgehelen, met inbegrip van de voorziene aansluitingen, randisolatie en voegafwerkingen tussen schrijnwerk en ruwbouw, specifieke maatregelen m.b.t. de vereiste luchtdichtheid, akoestische prestaties, de beschermende behandeling en/of afwerking, incl. eventuele bijkomende bestrijkingen na plaatsing; de levering en montage van het hang-en sluitwerk, de controle en naregeling ervan, een eerste maal voor de voorlopige oplevering en een tweede maal voor de definitieve oplevering, met inbegrip van het waar nodig vervangen van slecht afsluitende dichtingsrubbers; de eventuele levering en montage van te integreren verluchtingsroosters; de levering en montage van beglazing en vulelementen, incl. spieën, glaslatten en dichtingen; de reiniging voorafgaand aan de oplevering. Materialen Alle geleverde ramen en deuren dragen een CE-markering, vergezeld van een prestatieverklaring, conform de productnorm NBN-EN Volgens toepassingsgebied gelden onderstaande normen: NBN EN Ramen en deuren - Productnorm, prestatie-eisen - Deel 1: Ramen en deuren zonder brand- en rookwerende eigenschappen NBN B Buitenschrijnwerk - Deel 1 Algemene voorschriften (vervangt STS Buitenschrijnwerk - Algemene voorschriften) STS Prestatie-eisen Deuren (buiten + binnen) STS Dichtingskitten voor gevels TV Dimensioneren van schrijnwerk onder windbelasting TV Mechanische inbraakbeveiliging van schrijnwerk en beglazing Typebestek voor inbraakvertragend schrijnwerk en beglazing (TIS-inbraak, 2006/2014) De aannemer bezorgt van alle raam- en deurprofielen, hang- en sluitwerk, beglazing, ventilatieroosters en de plaatsingswijze vóór levering en plaatsing ter goedkeuring aan het Bestuur: Keuring de vereiste attesten, technische goedkeuring ATG, garantiebewijzen, stalen van de verschillende componenten, waarvan minstens één opendraaiende hoek, model raam- en deurbeslag, kleurenkaart met het beschikbare kleurengamma van de fabrikant, een ramenplan met duidelijke aanduiding van de draai- en schuifrichtingen; de voorziene beglazingstypes en respectievelijke glasdiktes per raamelement een gedetailleerde berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-window) per raamtype volgens NBN EN ISO de eventueel gevraagde akoestische studie een prototype ter beproeving of modelopstelling Voor de voorlopige oplevering wordt het buitenschrijnwerk en de beglazing ontdaan van kitresten, vlekken, raammerken en klevers op het glas (na akkoord van de architect). Voor de voorlopige oplevering moet worden gecontroleerd of: de beweegbare delen en het hang- en sluitwerk naar behoren functioneren; de oppervlakten vrij zijn van beschadigingen; de ventilatieroosters in- en uitwendig zuiver zijn; de beglazing vrij is van krassen en/of vlekken; de aansluitingen met de ruwbouw (voegbanden en kitvoegen) zorgvuldig zijn uitgevoerd. Oppervlakte onvolkomenheden van de profielen: bij een loodrechte observatie van het betreffende oppervlak onder diffuus licht (betrokken buitenlucht en geen kunstmatig licht binnen), mogen er geen holtes, blazen, vlekken, krassen of andere beschadigingen zichtbaar zijn vanop een afstand van 2 meter. In tegenstelling tot NBN en de respectievelijke STS Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

134 52 gelden de eisen gesteld aan de buitenoppervlakte ook voor de binnenoppervlakte van de profielen die zichtbaar worden bij het openen van het raam. Ontoelaatbare gebreken of beschadigingen op de profielen, zoals krassen, deuken, uithollingen of slechte bevestigingen hebben afkeuring tot gevolg. Zij mogen worden hersteld of bijgewerkt worden tot voldoening bekomen wordt of het element wordt vervangen. De aannemer geeft een tienjarige waarborg op de water- en winddichtheid van het geheel van het buitenschrijnwerk, bij normaal gebruik en onderhoud buitenschrijnwerk - prestaties Algemeen Onderstaande prestatie-eisen zijn van toepassing op de schrijnwerkelementen in hun geheel (inclusief beglazing, hang- en sluitwerk, ) en zijn bindend. In functie van de projectcondities kunnen hieronder in de specifieke artikels aanvullende criteria opgelegd zijn op niveau van het schrijnwerktype (vaste ramen, schuiframen, buitendeuren, ) en/of de beglazing, het hang-en sluitwerk,. De gevraagde prestatieniveaus kunnen steeds gecontroleerd worden d.m.v. opgelegde proeven op één prototype. Het prototype zal worden gekozen door het Bestuur (zie 40.02). Karakteristieken volgens NBN B Prestatie-eisen ramen TOEPASSINGSGEBIED ALLE BUITENRAMEN en -DEUREN Luchtdoorlatendheid volgens NBN EN volgens tabel 6 (NBN B ) volgens ligging en hoogte (*) Waterdichtheid volgens NBN EN Weerstand tegen windbelasting volgens NBN EN volgens tabel 6 (NBN B ) volgens ligging en hoogte (*) volgens tabel 6 (NBN B ) volgens ligging en hoogte (*) (*) Ligging en hoogte gebouw: Aard van het terrein: III (dorp-voorstedelijk) / IV (stedelijk) (volgens tabel 5 NBN EN ): Gebouwhoogte: 0-10 m U-window (*) < 1,6 W/m2K Warmtedoorgangscoëfficiënt volgens NBN EN ISO Akoestische prestaties volgens NBN EN ISO en NBN EN ISO (tabellen 11, 12 en 13 van NBN EN B ) (*) Oppervlakte gewogen gemiddelde U-waarde van alle schrijnwerkelementen per wooneenheid. Deze prestatie-eis is bindend. Als het buitenschrijnwerk binnen bijkomend gestelde randvoorwaarden (zoals maximale Ug- of Ufwaarden per schrijnwerktype) niet aan deze U-window-waarde kan voldoen, moet de aannemer zonder meerprijs een performanter profiel of een performantere beglazing voorzien. Bij zijn materiaalvoorstelling bezorgt de aannemer aan de ontwerper een gedetailleerde berekening per raamtype volgens NBN EN ISO Studie ten laste van de aannemer, volgens het vooropgestelde akoestische comfort en volgens blootstelling per gevel buitenschrijnwerk - montage Materialen Alle bevestigingsmiddelen zijn vervaardigd uit roestvast of verzinkt staal (minimum 275 g/m2). Zwelbanden, voegbodems, kitten voor de waterdichte aansluiting met het voorziene parement of gevelbekledingssysteem zijn conform NBN B , TV 188 en STS 56.1 en zijn compatibel met de aansluitende materialen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

135 Alle hulpmiddelen tot het realiseren van thermische en luchtdichte aansluitingen, zoals isolatieschuimen, wachtfolies, kitten, kleefbanden, primers, dichtingsmanchetten, vloeibare afdichtingen, zijn compatibel met de gebruikte folies en aansluitende materialen. ALGEMEEN In afwachting van herziening geldt de TV Plaatsen van buitenschrijnwerk als leidraad voor de goede uitvoering, aangevuld met de voorschriften van de technische goedekeuring ATG (of gelijkwaardig) en de fabrikant. BEVESTIGINGEN Het buitenschrijnwerk wordt symmetrisch in de opening geplaatst en in functie van de aansluitingen, de ruimte voor de scharnieren en hun afregeling, op de vereiste afstand van de ruwbouw aangebracht. De opstelling is perfect loodrecht, waterpas en in horizontale richting in de as gezet, met inachtneming van de maximale afwijking ten aanzien van de as- en stramienlijnen en peilmaten volgens TV De opstelling op de dorpels moet garanderen dat water dat ofwel in de sponning is binnengedrongen, ofwel condensatiewater, steeds via de onderzijde of voorzijde van het profiel wordt afgeleid naar de buitendorpel en nooit aan de binnenzijde kan terechtkomen. De bevestiging moet zo gebeuren dat de belasting van de ramen wordt overgedragen op de ruwbouw en zettingen van het gebouw geen invloed hebben op het buitenschrijnwerk. De aard en het aantal bevestigingselementen moeten in staat zijn om zonder blijvende vervorming te weerstaan aan de winddrukken volgens NBN EN (+ ANB). AANSLUITINGEN Het buitenschrijnwerk moet over de gehele omtrek van de ruwbouw geïsoleerd worden. De afdichting van de naden tussen het vast kader, de gevel en/of tussen de kozijnen onderling, moeten een water- en luchtdichte aansluiting garanderen. De kozijnaansluitingen worden van een dubbele afdichting voorzien: een wind- en waterkering aan de buitenzijde (zwelband+kit) en een luchtdichte afwerking aan de binnenzijde. Waar waterdichtingen aangebracht tegen de buitenzijde worden gecombineerd met luchtdichtingen aan de binnenzijde, moet men erover waken dat de dampdichtheid van de binnenmembramen hoger is dan de waterdichting. Met het oog op de luchtdichtheidsprestaties zal bijzondere zorg worden besteed aan de luchtdichte aansluiting tussen het buitenschrijnwerk, de voorziene draagconstructie, de gevelisolatie en de binnenafwerking. De afwerking langs de binnenzijde (pleisterwerk, omkastingen, venstertabletten, ) mag pas worden gestart na controle door de ontwerper van de isolatie en luchtdichte aansluitingen buitenschrijnwerk montage/spouwconstructie en dorpel PM Algemeen PLAATSING EN BEVESTIGING Het raamkader wordt minstens 20 tot 30 mm van het raamprofiel achter de dagkant van de ruwbouw geplaatst. De ruwbouw zelf voorziet hiervoor een aanslag van circa 50 mm met een maximale afwijking van 5 mm. De voegen tussen het schrijnwerk en het parement zullen minimum 5 en maximum 10 mm bedragen. In het geval van naar binnen uitstekende lintelen wordt het parement aan de binnenzijde uitgecementeerd, om een rondom vlakke aansluiting met compriband te kunnen verwezenlijken. De aannemer schrijnwerk bezorgt aan de ontwerper en aannemer ruwbouw tijdig de nodige richtlijnen m.b.t. de correcte positionering per type schrijnwerk. Het aantal bevestigingspunten voor de verticale stijlen en de boven- en onderregels van het vast kader voldoet minimaal aan de voorschriften van de technische goedkeuring. In alle andere gevallen worden minimaal voorzien: in de hoogte: minstens twee op ongeveer 20 cm afstand van elke hoek, ter hoogte van de scharnieren en verder met maximale tussenafstanden van respectievelijk: 100 cm voor houten ramen, 75 cm voor metalen ramen en 60 cm voor PVC-ramen. in de breedte: minimum één bevestiging per 1 m breedte en minimum een bevestiging ter hoogte van elke tussenstijl en op de plaatsen die het meest belast worden. buitendeurstijlen worden ter hoogte van de scharnierkant voorzien van minimum vijf doken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

136 waar raamgehelen breder dan 2 meter, in het bijzonder schuiframen, slechts aan de buitenzijde steunen op de dorpels, moeten zij aan de binnenzijde bijkomend worden ondersteund d.m.v. doorlopende stijlen en/of aangepaste stelpootjes op regelmatige afstand. Hierbij wordt rekening gehouden met de profieldiepte, thermische onderbreking en het extra gewicht van veiligheidsbeglazing. Waar stelpootjes gemonteerd worden op draagvloeren op volle grond, moet een thermische onderbreking worden tussengevoegd uit hoogwaardig kunststof. AANSLUITING PAREMENT De wind- en waterdichtheid t.a.v. het parement wordt verwezenlijkt door gebruik te maken van aan de voegbreedte en aard van de hechtvlakken aangepaste, zwelbanden en elastische kitvoegen. De hechtvlakken zijn droog en stofvrij. Mortelspatten worden zorgvuldig verwijderd. Ter hoogte van de dorpels door een afdichtingstrook, die gedeeltelijk wordt samengedrukt zodat een wind- en waterdichte afdichtingvoeg gevormd wordt. De voegen moeten zodanig worden opgevat dat er geen water op kan blijven staan. Bovenaan en aan de zijkanten van het buitenmetselwerk door een zwelband, die tegelijk als drager voor de op te spuiten afdichtingkit dient. De elastische voegen mogen slechts in twee richtingen aanhechten, daarvoor moeten ze aangebracht worden tegen een steunvlak (voegbodem) dat geen aanhechting biedt. Ramen die rechtstreeks in het parament worden geplaatst (blokramen of massieve muren), moeten bij montage voorzien worden van aangepaste waterkerende scheidingslagen en/of -profielen (zoals aangegeven op detailtekening). De vooraf aangebrachte voegbanden worden in zo groot mogelijke lengten en rechtlijnig verwerkt. Zij zijn vóór plaatsing samengedrukt (tot circa 15-20% van hun aanvankelijke dikte), zwellen na plaatsing langzaam op en sluiten de voeg slagregendicht af. De breedte van de dichtingband bedraagt minstens 15 mm. Afdichtingskitten: Hebben een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig (aanbevolen klasse F15 of F20 LM volgens STS 56.1). De kleur van de kit is aangepast aan de kleur van het schrijnwerk het metselwerk De kitvoegen moeten zuiver en rechtlijnig aansluiten op het schrijnwerk en gevelparement. De mechanische verankering en bijhorende luchtdichte aansluiting aan de binnenzijde met de ruwbouw, spouwisolatie en binnenafwerking wordt gerealiseerd volgens detailtekening bijgevoegd bij het aanbestedingsdossier, met gebruik van een teruggebogen beugels. De ruimte tussen het schrijnwerk, spouwisolatie en de binnenzijde van de ruwbouw wordt opgespoten met een laagexpansief, vochtuithardend, elastisch blijvend PU-schuim buitenschrijnwerk montage/buitengevelisolatiesysteem PM Algemeen De opstelling en montage van het schrijnwerk worden uitgevoerd op voorstel van de aannemer en ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper De montage van het schrijnwerk moet gebeuren in nauwe coördinatie met het buitengevelisolatiesysteem volgens art en de te integreren raamdorpels en/of raamomlijstingen. De mechanische verankering van het schrijnwerk tegen de ruwbouw moet de vervanging van het schrijnwerk toelaten zonder de buitengevelisolatie te moeten ontmantelen. Het type verankering samen met het aantal bevestigingspunten worden bepaald in functie van het voorziene buitengevelisolatiesysteem en de windbelasting volgens NBN EN (+ ANB) profielsystemen - algemeen Algemeen De samenstelling van de schrijnwerkgehelen per profieltype wordt verduidelijkt door de plannen en/of detailstudies ofwel vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Het schrijnwerk wordt zo opgevat en gemonteerd dat de volle delen, de doorzichtige of doorschijnende delen, de vaste delen en de opengaande delen, de borstweringen, het hang- en sluitwerk en de diverse aansluitingen in het algemeen gemakkelijk te vervangen zijn zonder dat belendende elementen hiervoor moeten worden gedemonteerd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

137 De maximale raamafmetingen per profieltype, het voorziene beslag en het aantal sluitpunten beantwoorden aan de richtlijnen van de profielleverancier en de systeemgever van het hang- en sluitwerk, volgens de gestelde prestaties aan het schrijnwerk volgens artikel De voorgeschreven bouwdiepte van de profielen zal waar noodzakelijk worden verhoogd of voorzien van bijkomend opgestelde steunprofielen, in functie van de over te dragen winddruk en het traagheidsmoment van de profielen. De voorgeschreven breedte van de kaderprofielen zal waar noodzakelijk worden verhoogd in functie van de voorziene montage, zodanig dat tussen de binnenafwerking van de dagkanten en de scharnieren overal een speling van minimaal 10 mm gegarandeerd blijft voor afregeling. De profilering en sectie van opengaande vleugels realiseren minimum een dubbele aanslag en zijn voorzien van een aangepaste aanslag en middendichting uit hoogwaardig kunststof conform NBN B Enkel dichtingen vermeld in de technische goedkeuring mogen aangewend worden. Zij worden in volledige lengtes in de profielgroeven geklemd en aan de hoeken in verstek gesneden en gevulkaniseerd of gelast. Ze moeten makkelijk vervangbaar zijn. Alle ingewerkt hang- en sluitwerk en veiligheidsbeslag moet instelbaar en vervangbaar zijn. De montage gebeurt volgens de specificaties van de beslagleverancier (vereiste opdek- of overslagwaarden, positie van sluitplaten ten opzichte van sluitnokken, bevestigingsschroeven, ). Samengestelde ramen bestaande uit meerdere elementen worden voorzien van de nodige koppelprofielen. De elementen moeten steeds een voldoende hoge stijfheid bezitten zodat het aantal bevestigingen beperkt kan blijven. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de afdichting van de onderlinge verbindingen tussen de profielen. Vaste holle tussendwarsregels moeten kunnen worden afgewaterd. Om de afzetting van aflopend water van hogere naar lagere delen te voorkomen, worden waar nodig aangepaste druiplijsten voorzien profielsysteem pvc Materialen Het profielsysteem uit PVC beantwoordt aan de eisen van STS 52.3 Buitenschrijnwerken in PVC en beschikt over een technische goedkeuring van Butgb, EUtgb of gelijkwaardig (met uitzondering voor schuifraamgehelen). Alle profielen zijn afkomstig van dezelfde systeemleverancier. De hoofdkamer van de hoofdprofielen is voldoende ruim bemeten voor het inbrengen van de nodige versterkingsprofielen uit metaal en/of een hoogwaardige composiet. Profieltype: min. vierkamer, of in functie van de maximale Uf-waarde per schrijnwerktype. Opendraaiende ramen realiseren minimum een dubbele aanslag. Nominale afmetingen van de afgewerkte stukken, uitgedrukt in mm: Wanddikte weerstandsprofielen (zichtvlakken): > 2,5 mm (klasse B) volgens NBN EN Profieldiepte loodrecht gemeten op de beglazing: vaste kaders minimum 75 mm; vleugels minimum mm (toegestane marge +/-2 mm) Breedte vaste kaders: volgens montage en raamafmetingen en ruimte voor scharnieren t.a.v. de voorziene binnenafwerking Sponninghoogte: minimum 22 mm Het systeem laat toe glasdiktes tot 36 mm te plaatsen Kleurprocédé: het kleursysteem moet beschikken over een BUtgb-attest of gelijkwaardig o CPp d.m.v. een kleurcoating op witte, beige of grijze profielen. Kleur aan buitenzijde / beide zijden of kleur rondom. Laagdikte minimum 25 µm. (ofwel) o CPc d.m.v. coëxtrusie met een gekleurde buitenlaag (PVC, PMMA, CAB), volgens STS Kleur(en): kleur buitenzijde: vrije keuze ontwerper uit het standaardgamma van de fabrikant kleur binnenzijde: wit ((benaderend RAL 9003 of 9010 of 9016)) Lasnaden: gegroefd, begrensd afgestoken (max 0,3 mm diep en max 4 mm breed) of afgestoken en over het ganse profieloppervlak gepolierd Elastische glasdichtingsprofielen: kleurkeuze uit gamma fabrikant Impactweerstand Charpy: > 10 kj/m2 (zie STS 52.3 tabel 2) Aansluiting gevelafwerking: elastische kit volgens STS 56.1; kleur: te kiezen op staal Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

138 Bij binnenhoekramen / buitenhoekramen worden de hoeken uitbekleed met op maat vervaardigde kunststofpanelen / op maat geplooide aluminiumplaten /, met eenzelfde afwerking als de raamprofielen. De tussenruimte wordt opgevuld met een hoogwaardig isolatiemateriaal en dampdicht afgewerkt. Volgens detailtekening. / Detailtekening voor te leggen. Keuring Er wordt een garantie van 10 jaar verstrekt op de kleurstabiliteit van de buitenzichtvlakken. Er wordt een maximale verkleuring (grijsschaal volgens ISO 105/A02 of 105/A03) toegestaan voor de witte profielen: tot grijsschaal 3 Om een langdurige kleurstabiliteit te waarborgen werd het kleurprocedé onderworpen aan zowel kunstmatige als natuurlijke verouderingstesten volgens STS profielsysteem pvc/vaste ramen FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle vast ramen, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Indeling van de vaste ramen volgens gevel- en/of ramenplannen. Inbraakwerendheid vaste ramen gelijkvloers: minimum klasse RC2-N Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Warmtedoorgangscoëfficiënt profielen (Uf-waarde): max. 1,8 W/m2K Verdoken waterafvoer via een hiertoe aangepaste dorpellijst profielsysteem pvc/draairamen FH m2 of PM meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle draairamen, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bewegingsrichtingen en indelingen van opendraaiende ramen volgens gevel- en/of ramenplannen. Inbraakweerstand opendraaiende ramen gelijkvloers: minimum klasse RC2-N Hang- en sluitwerk: Enkel opendraaiende ramen met vleugelhoogte < 70 cm zijn voorzien van éénpuntszijvergrendeling; vleugelhoogtes > 70 cm van een meerpuntsvergrendeling; vleugelhoogtes > 120 cm van een 3-de middensluiting; vleugelbreedtes > 110 cm van een bijkomende vergrendeling in de boven- en onderregel. Dubbel opendraaiende ramen zijn voorzien van een middenvergrendeling, waarbij één vleugel is voorzien van twee ingewerkte kantschuiven uit roestvast staal (RVS). De vleugel die als tweede opendraait is voorzien van een kantschuif zowel boven- als onderaan. Draai-en kipramen met vleugelhoogte of -breedte > 120 cm zijn te voorzien van een bijkomend sluitpunt in de onder- en bovenregel of aan beide zijkanten, vanaf 180 cm steeds twee bijkomende sluitpunten in de onder- en bovenregel of aan beide zijkanten. Vanaf een vleugelbreedte van 140 cm wordt een bijkomende schaar voorzien om de stabiliteit van het raam te garanderen. Het kipbeslag is standaard voorzien van een anti-foutbediening en nastelbaar d.m.v. regelschroeven, die toelaten zowel de aandrukkracht van de vleugel op Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

139 het buitenkader als de symmetrie t.o.v. het buitenkader bij te regelen. In gekipte stand moet het onmogelijk zijn van buitenuit het raam verder te openen of te lichten. Bij vleugelgewichten > 90 kg wordt een versterkingsset voorzien voor de bovenscharnier. Sluitpunten: zelfregelend paddestoeltype conform ATG richtlijnen systeemleverancier. Raambeslag: standaard beslag systeemleverancier in overeenstemming met de gestelde prestaties voor het schrijnwerk als geheel (zie hang- en sluitwerk - standaard beslag) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Warmtedoorgangscoëfficiënt profielen (Uf-waarde): max. 1,8 W/m2K Verdoken waterafvoer via een hiertoe aangepaste dorpellijst Weerstand tegen herhaald gebruik volgens NBN EN (tabel 27 van NBN B ): min. klasse 2 - normaal gebruik ( cycli) Weerstand verkeerd gebruik volgens NBN EN (tabel 8 van NBN B ): min. klasse 3 - normaal gebruik Bedieningskrachten volgens NBN EN (tabel 7 van NBN B ): klasse 1 bedieningskoppel max 100 N (standaard) profielsysteem pvc/schuiframen FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte van alle schuiframen, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Schuifraamgehelen samengesteld uit één of meerder actieve vleugels en/of één of meerdere passieve vleugels, volgens de openingsrichting(-en) zoals aangegeven op geveltekening of borderel. Schuiframen met één actieve vleugel schuiven steeds open naar de binnenzijde achter het vaste raam. Schuifsysteem: standaard voorzien van een anti-uithefbeveiliging Hef- en schuifmechanisme, waarbij de overbrenging van de loopwagen en de hefsleden naar het hefslot gebeurt d.m.v. een stalen sluitstang. Het schuivend deel wordt gedragen door twee onderling verbonden hefsleden, welke elk voorzien zijn van twee gelagerde rollen aangepast aan het gewicht van de vleugels. De openschuivende vleugel is enkel aan de binnenzijde te bedienen met een handgreep die het bewegend deel opheft of neerlaat door een beweging over 180 en aan de buitenzijde voorzien van een vaste / verzonken handgreep, volgens art. Loop- / geleidingsrail vervaardigd uit een aluminium, voorzien van stootbuffers. Loopwagens voorzien van minstens 4 gelagerde rollen van hoogwaardige kunststof. Ze zijn zonder blijvende vervormingen bestand tegen het (permanente) eigen gewicht van het beweegbaar deel en voorkomende temperatuurswisselingen. Raambeslag: standaard beslag systeemleverancier in overeenstemming met de gestelde prestaties voor het schrijnwerk als geheel (zie hang- en sluitwerk - standaard beslag) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Warmtedoorgangscoëfficiënt profielen (Uf-waarde): max. 1,8 /m2k Verdoken waterafvoer via een hiertoe aangepaste dorpellijst Alle schuiframen worden verzonken geplaatst gelijk met de vloerpas. Luchtdoorlatenheid schuiframen volgens NBN EN 12207: bij uitzondering volstaat minimum klasse 4 (max. debiet 3 m³/(h.m²) bij 100 Pa profielsysteem pvc/buitendeuren FH m2 meeteenheid: per m2 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

140 meetcode: netto oppervlakte van alle buitendeuren, zonder onderscheid in type. De afmetingen worden bepaald aan de hand van de dagopeningen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Afmetingen en draairichtingen van de buitendeuren volgens gevel- en/of ramenplannen. Inbraakweerstand volgens NBN EN 1627 (tabel 18 van NBN B ) Inkomdeuren (privatief): klasse RC2-N (met veiligheidsbeglazing conform glasnorm) Inkomdeuren (collectief): min. klasse RC2 (+ beglazing P4A) Hang- en sluitwerk: Aantal scharnieren en paumellen en wijze van ophanging in functie van het eigen gewicht en de afmetingen beantwoorden aan de voorschriften van NBN B , STS 53.1 en van de technische goedkeuring van het profielsysteem en het beslag. De buitendeurvleugels worden daarbij afgehangen aan minstens 4 paumellen / scharnieren type 3D (regelbaar in hoogte, breedte en diepte). Aantal sluitpunten: minimum 5 te voorzien van inbraakvertragende paddestoeltaps en een dievenklauw aan de scharnierkant, beiden uitgevoerd in een legering die staal bevat. Voorzien van een nachtschoot van minimum 20 mm met een sluiting in één of twee toeren. Deurbeslag: standaard beslag systeemleverancier in overeenstemming met de gestelde prestaties voor het schrijnwerk als geheel (zie hang- en sluitwerk - standaard beslag) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Warmtedoorgangscoëfficiënt profielen (Uf-waarde): max. 1,8 W/m2K Inzake luchtdoorlatenheid voor de buitendeuren worden dezelfde eisen gesteld als voor de opendraaiende ramen. Weerstand tegen herhaald gebruik volgens NBN EN (tabel 27 van NBN B ): min. klasse 4 ( cycli) Samengestelde deurgehelen, bestaande uit meerdere elementen, worden vormvast verbonden door vaste tussenprofielen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de verzorgde lucht- en waterdichte afdichting van de verbinding van de tussenprofielen, vaste holle tussendwarsregels moeten worden afgewaterd naar buiten. Waar samengestelde deurgehelen tot op vloerpas enkel steunen op de dorpels, dienen de nodige tussenstijlen bijkomend te worden verankerd met de draagconstructie. De samenstelling van de deurgehelen wordt verduidelijkt op de plannen en/of in de detailstudies. Voor een verbeterde luchtdichtheid van de buitendeuren wordt de deur onderaan voorzien van een drievoudige aanslag op een aangepast dorpelprofiel, hetwelk geen risico tot struikelen met zich mee mag brengen hang- en sluitwerk - algemeen Levering en montage van alle elementen voor het bedienen, equilibreren, afhangen, geleiden, sluiten en vergrendelen, incl. de controle en naregeling zowel voor de voorlopige als voor de definitieve oplevering. Materialen De producent beschikt over een naverkoopdienst in België. Voor alle gemonteerde onderdelen moeten vervangstukken nageleverd kunnen worden tot een periode van minimaal 10 jaar na stopzetting van de productie van het gebruikte beslagsysteem. De geschiktheid van het hang- en sluitwerk moet in functie van het vleugeltype, de gewichtsklasse en de prestaties gesteld aan de schrijnwerkelementen worden afgetoetst aan de normenreeks NBN EN t/m 17 en NBN EN , volgens het opgegeven aantal cycli tijdens beproeving en de overeenkomstige graad volgens de gestelde prestaties in artikel buitenschrijnwerk - prestaties en de bijkomend gestelde eisen per type schrijnwerk. Waar bijzondere prestaties gevraagd worden voor de buitenschrijnwerkelementen als geheel moeten de profielen, dichtingen en het beslag door één en dezelfde systeemleverancier getest zijn en geleverd worden. Wat de beproeving betreft kan uitwisselbaarheid wel worden toegestaan, mits aantoonbare conformiteit aan de hand van erkende labels (bv. SKG). Het voorziene beslag laat toe om eenvoudig te worden bijgeregeld, vervangen of aangepast. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

141 Alle samenstellende materialen zijn roestbestendig en verenigbaar met het materiaal van de profielen. Bij metalen profielen zijn ze doeltreffend beschermd om elektrolytische koppels te vermijden. Alle pennen, schroeven en hulp- en bevestigingstukken zijn uit roestvast staal. Glijdende en bewegende delen worden van neutraal vet voorzien. Van alle hang- en sluitwerk moeten op aanvraag de nodige modellen ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Bestuur. De sluitorganen worden zodanig opgesteld dat zij een gemakkelijke ergonomische bediening toelaten door één persoon, waarbij de bedieningskrachten steeds kleiner moeten zijn dan 200 N en de verplaatsingskracht van de raamvleugels kleiner moet zijn dan 150 N. De bedieningskrukken bevinden zich bij de ramen standaard op ca. 1/3 van de raamhoogte en maximum 150 cm boven de vloerpas. Bij de buitendeuren op ca. 105 cm boven de vloerpas. Deze maten moeten bij woningen bestemd voor bejaarden en/of personen met een handicap besproken worden met het Bestuur. Keuring Alle hang- en sluitmechanismen moeten gemakkelijk, feilloos, geruisloos en zonder speling werken en mogen geen nadelige invloed hebben op de vereiste luchtdichtheidsprestaties. De opstelling van vaste handgrepen mag de ergonomische bediening van het sleutelslot niet hinderen. Het dichttrekken van de deur moet op een vlotte manier kunnen gebeuren zodat geen contact gemaakt wordt met de vaste deurstijl. Voor de voorlopige en definitieve oplevering staat de aannemer in voor de goede afregeling van het hang- en sluitwerk hang- en sluitwerk - standaard beslag PM Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de profielen. Raam- en deurbeslag opgenomen in het standaardgamma van de systeemleverancier van de profielen en in overeenstemming met de gevraagde prestaties voor elk schrijnwerktype als geheel. Modellen van deur- en raamkrukken worden ter keuze en goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Ramen zijn minimaal te voorzien van volgend beslag: Scharnieren / Paumellen: standaard systeemleverancier Sluitpunten ramen: in functie van de afmetingen conform technische goedkeuring en inbraakweerstand RC2-N. Draaikrukken ramen: keuze uit min. 3 verschillende types uit gamma systeemleverancier. De zichtbare onderdelen zijn in dezelfde kleur dan de profielen. Deuren zijn minimaal te voorzien van volgend beslag conform klasse RC2 volgens NBN EN 1627: Scharnieren: conform technische goedkeuring en tot een deurhoogte van 2,20 m minstens vier driedelige scharnieren van het zware type, die driezijdig regelbaar zijn. Volledig verdekt ingewerkt deurslot met een centrale slotkast geschikt voor veiligheidsbeslag (blinde bevestinging). Minimum drie inbraakvertragende sluitpunten voorzien van paddestoeltappen of zwenkschoot en een dievenklauw aan de scharnierkant. Uitgevoerd in een legering die staal bevat, met een nachtschoot van minimum 20 mm en door sluiting in één of twee toeren. Inox of messing vernikkelde veiligheidscilinder met drie bijgeleverde sleutels (SKG** of gelijkwaardig). De cilinder aan de buitenzijde wordt beschermd door veiligheidsbeslag (langschild, veiligheidsrozet, ). Enkel bij metalen profielen kan hier uitzondering op worden gemaakt. Krukstel: keuze uit min. 3 verschillende types uit gamma systeemleverancier. De zichtbare onderdelen zijn in dezelfde kleur dan de profielen. Vaste handgreep: keuze uit min. 5 verschillende types uit gamma systeemleverancier. Regelbare perlonborstel of geïntegreerde tochtafsluiter (neopreen, ) aansluitend op een aangepast thermisch onderbroken overgangsprofiel tussen dorpel en vloerafwerking voor een luchtdichte aansluiting. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

142 hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen PM De scharnieren en paumellen beantwoorden aan NBN EN 1935 Ze zijn aangepast aan de afmetingen en het gewicht van de vleugels. Vleugels breder dan 120 cm of zwaarder dan 120 kg worden uitgerust met regelbare scharnieren en een versterkingsset. Type: scharnieren; verdektliggend. opendraaiende ramen d.m.v. tweedelige (2D) scharnieren verdektliggend. buitendeuren d.m.v. minimum 4 driedelige (3D) klembare scharnieren voor opdekdeuren met eurogroef. De scharnieren zijn voorzien van een horizontale-, hoogte- en aandrukregeling, zonder demontage van de deurvleugels. : koud bewerkt aluminium AlMgSi of gegoten aluminium GAlmG3 volgens STS , geanodiseerd. Inox stift volgens STS met een knoopdikte van minimaal 8 (ramen) / 11 (deuren) mm De scharnieren worden op de profielen bevestigd d.m.v. bevestigingsstukjes in de buisvormige kamers van de profielen. De bevestigingsschroeven worden verzorgd ingewerkt of afgedekt d.m.v. aangepaste afdekkapjes. In functie van de respectievelijke raam- en/of deurhoogte beantwoordt het aantal ophangpunten aan de richtlijnen van de technische goedkeuring of worden minimaal volgend aantal scharnieren geplaatst: hoogte tot 100 cm: minimum 2 scharnieren hoogte van 100 tot 180 cm: minimum 3 scharnieren hoogte meer dan 180 cm: minimum 4 scharnieren (alle buitendeuren en raamdeuren) hang- en sluitwerk - sloten PM Materialen Alle sloten zitten vervat in een universele slotkast, zodat de benodigde uitsparing in de deur ook bruikbaar is voor andere slotfuncties. Alle onderdelen zijn corrosiebestendig en verenigbaar met de omgevende materialen. De tuimelaars zijn gelagerd in een zelfsmerende staalring om radiale en axiale slijtage van tuimelaar en slotkast te voorkomen. De slotkast is uitgerust met gaten waarlangs het veiligheidsbeslag of veiligheidsrozet kan bevestigd worden. Per slot worden minimaal drie of per gelijksluitende cilinderset minimaal zes sleutels geleverd met eigendomsbewijs en certificaat voor het bijmaken van sleutels. Zij moeten met een aangetekende zending rechtstreeks van de fabrikant naar de bouwheer opgestuurd worden. In samenspraak met het Bestuur moeten zij bij meergezinswoningen passen in een sleutelplan. De sloten worden tot de voorlopige oplevering voorzien van voorlopige werfcilinders, op initiatief en verantwoordelijkheid van de aannemer. Er wordt één sleutel ter beschikking gesteld aan de ontwerper en één sleutel aan het Bestuur. De uitsteek van de cilinders t.o.v. het deurvlak mag maximaal 2 mm bedragen, om afbreken van het slot te verhinderen. Als de uitsteek meer bedraagt moet steeds een veiligheidsrozet met doorverbinding geplaatst worden. Alle bevestigingen en koppelingen moeten tegen afboren beveiligd zijn. Keuring Na plaatsing moeten de sloten moeiteloos en zonder enige hinder werken. Het dagslot moet zonder enige hinder in de sluiter vallen zonder gebruik te maken van de kruk. In gesloten toestand mag er geen speling voorkomen op de dagschoot hang- en sluitwerk sloten/manueel PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het buitenschrijnwerk. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

143 Behuizing: gesloten kast vervaardigd uit gepassiveerd staal, corrosieklasse 4 volgens EN 1670 van minimum 2 mm dikte; inox voorplaat met dikte van minimum 3 mm (of 2 mm voor opdekdeuren). Sluitplaat: regelbare vlakke inox sluitplaat aangepast aan de meerpuntsluiting, met een dikte van minimum 3 mm. Schoten en tuimelaars: vernikkeld gepolijst staal, voorzien van een nachtschoot van minimum 20 mm met een sluiting in één of twee toeren. Veiligheidscilinder: vernikkeld messing, europrofiel 17 mm volgens NBN EN 1303, voorzien van inboorbeveiliging d.m.v. hardmetalen stiften in cilinderhuis en kern. Keurmerk cilinders: SKG** hetzij Belgisch I3 of Duits ES2 label Veiligheidsrozet: standaard te voorzien bij schrijnwerk in hout en pvc aangepast aan type deurkruk, met minimum twee bevestigingspunten verankerd aan de binnenzijde met schroeven diameter min. M5 of M6. Alle buitendeuren Type D01, D02, D03 en D hang- en sluitwerk - raamkrukken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het schrijnwerk. Raamkrukken beantwoordend aan NBN EN Alle draai-, draai- en kipramen en openvallende ramen functioneren door middel van eenzelfde model éénhandsbediening. : koud bewerkt aluminium AlMgSi of gegoten aluminium GAlmG3 volgens STS en NBN Het aluminium is geanodiseerd Type: draaisysteem Secties: buisvormig Vorm: zonder terugplooi (L-vormig) Montage: met afdekplaatjes Alle opengaande ramen worden standaard voorzien van een draaikruk aan de binnenzijde hang- en sluitwerk - deurkrukken PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het schrijnwerk. Deurkrukken beantwoordend aan NBN EN De lagers zijn uit roestvast staal met een zelfsmerende hoogwaardige kunststof voering die een soepele bediening ook bij intensieve belasting garanderen. Stabilisatienokken aan schilden of rozetten, met doorgaande onzichtbare bevestigingen, moeten een blijvende stabiele positie waarborgen bestand tegen lostrillen of verschuiven. Type: springassisted veer (of aangepast aan type slot) : koud bewerkt aluminium AlMgSi of gegoten aluminium GAlmG3 volgens STS en NBN Het aluminium is geanodiseerd Sectie: buisvormig Rozetten: kortschild (rond) Vorm: zonder terugplooi (L-vormig) Stift: 8 mm (standaard) Inbraakweerstand: klasse RC2 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

144 Deurtype D01: BInnenzijde Deurtype D02: Binnen- en buitenzijde Deurtype D03: Binnen- en buitenzijde Deurtype D04: Binnen- en buitenzijde hang- en sluitwerk - vaste handgrepen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van het schrijnwerk. De handgrepen zijn geschikt voor enkelzijdige onzichtbare bevestiging, die een blijvend degelijke en inbraakbestendige bevestiging garanderen. Model en materiaal: Vierkante deurknop o : aluminium, natuurkleurig / satijn o Vorm: vierkant met vierkant rozet o Afmetingen: circa 100 x 100 mm Op alle buitendeuren type D ventilatieroosters - algemeen Geïntegreerde ventilatieroosters bestemd voor montage op de beglazing of raamprofiel. Het zijn regelbare toevoeropeningen (RTO) conform de EPB-rekenmethodiek. Materialen De productkarakteristieken zijn conform met de bepalingen van Bijlage V en VI van het EPBbesluit. De roosters moeten de debieten zoals bepaald in de ventilatienorm NBN D kunnen leveren, rekening houdend met de nuttige werkende lengte en het nominaal debiet van het rooster. Alle types geplaatst in eenzelfde zichtvlak moeten qua vormgeving en uitzicht op elkaar te zijn afgestemd. De roosters zijn voorzien van een regenwerend buitenprofiel voor een voldoende regendichtheid in open (tot 20 Pa) en gesloten (tot 150 Pa) stand. Bij schuiframen worden aangepaste vlakke roosters zonder uitsprong voorzien. De roosters zijn voorzien van een insectenwering en moeten zowel uit- als inwendig gemakkelijk te reinigen zijn. Aan slijtage onderhevige delen moeten vervangbaar zijn zonder het rooster uit te bouwen. De luchtdoorlaat moet van binnenuit te bedienen zijn en continu (of in minstens vijf standen: open, dicht en drie tussenstanden) regelbaar zijn. Voor een opstelling hoger dan 210 cm moet standaard een bediening met koord of stang voorzien worden. Documentatie en stalen zijn voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Montage volgens voorschriften van de fabrikant. De roosters moet perfect lucht- en slagregendicht aansluiten op de beglazing en/of de raamkaders. Hiervoor wordt een aangepaste beglazingsrubber (EPDM, EPT, ) gebruikt. Ter hoogte van de eindstukken wordt bijkomend een compri-afdichtingsband voorzien. De montage moet een stijf en stabiel geheel waarborgen. Keuring Alle roosters worden voor de voorlopige oplevering gecontroleerd op hun functionele werking. Ze worden vrijgemaakt van stof en andere onzuiverheden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

145 ventilatieroosters - op profiel ventilatieroosters - op profiel/kleprooster FH m Thermisch onderbroken opbouwroosters geschikt voor montage op de bovenregels van alle courante raamprofielen. meeteenheid: per lopende meter meetcode: volgens dagmaat ramen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Zelfregelend type d.m.v. een regulerende klep die automatisch reageert op drukverschillen en windbelasting. Dit mechanisme kan niet door de gebruiker gemanipuleerd worden. Debiet bij 2 Pa: min. 53 m3/h per lm en 67 m³/h per lm Zelfregelendheidsklasse: P3 Warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde): maximaal 3 W/m2K Debietregeling: tuimelknop Afwerking: gemoffeld in dezelfde kleur als de raamprofielen Kleur kopstukken: zwart Vermeld op de grondplannen: 'RTO 53 m³/hm' of 'RTO 67 m³/hm' beglazing - algemeen Levering en plaatsing van alle voorziene beglazingstypes met inbegrip van alle toebehoren, de steunblokjes, dichtingsbanden, afdichtingskitten,. Materialen Alle glasproducten dragen de CE-markering met bijhorende prestatieverklaring (DoP). Ieder beglazingselement draagt op de binnenzijde van een afstandhouder een merkteken met de naam van de fabrikant, de U-waarde, de voorziene tussenafstand en datum van fabricatie. Onderstaande normen en richtlijnen zijn algemeen van toepassing: NBN S Glaswerk TV 221 Plaatsing van glas in sponningen TV 214 Glas en glasproducten Functies van beglazing TV 222 Dimensioneren van schrijnwerk onder windbelasting STS 56.1 Dichtingskitten voor gevels In functie van de gestelde prestaties kan elk glasblad van een ander type zijn en/of uit verschillende lagen bestaan. De vereiste glasdiktes worden afgetoetst in functie van de glasoppervlakte en de opgegeven dynamische basisdruk voor het schrijnwerk. Voorafgaand aan de levering en plaatsing levert de aannemer een volledig overzicht van de voorziene beglazingstypes, hun prestaties en dikte van de glasbladen. De karakteristieken van alle samenstellende onderdelen (profielen, glas, beglazingsblokjes, rubbers, afdichtingskitten, ) moeten onderling verenigbaar zijn inzake mogelijke fysischchemische interacties die de prestaties of het uitzicht nadelig zouden kunnen beïnvloeden. Enkel dichtingskitten die een ATG (of gelijkwaardig) hebben mogen worden gebruikt. De voorschriften van het ATG-attest moeten integraal gevolgd worden. Ze moeten chemisch verenigbaar zijn met de voorziene beglazing (bv. PVB-inlagen), de profielen en/of de behandelingsproducten van het buitenschrijnwerk. Waar de kitfabrikant dit oplegt wordt voorafgaandelijk een primer aangebracht op PVC-profielen. De uitvoering gebeurt conform NBN S en TV Plaatsing van glas in sponningen, aangevuld met de specifieke voorschriften van de profiel- en glasleverancier. De aannemer draagt alle verantwoordelijkheid voor de tijdige bestelling en levering van het glas, de juiste afmetingen en de correcte berekening van de noodzakelijke glasdiktes. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

146 Uitgezonderd uitdrukkelijke toestemming van de ontwerper worden de glaslatten steeds aan de binnenzijde van het schrijnwerk geplaatst. In andere gevallen worden inbraakvertragende glaslatten voorzien of wordt een aangepast blokkagesysteem voorzien dat uitname van het glas verhindert. De glasplaatser moet nagaan of er geen elementen in de omgeving van het glas voorkomen die een correcte plaatsing zouden kunnen hinderen en/of thermische breuk veroorzaken. Omwille van de luchtdichtheidsprestaties moet bijzondere zorg besteed worden aan het vermijden van luchtlekken tussen binnen en buiten via de decompressiekamer.. Als de afmetingen, het gewicht van de beglazing of de werkhoogte niet toelaten om de beglazing op een veilige wijze manueel te monteren, zal verplicht gebruik worden gemaakt van een daarvoor geschikte kraan. Keuring GEBREKEN Volgens NBN S Toegestane gebreken en en 8.3 Ontoelaatbare gebreken, aangevuld met Nota VGI 03 - Aanvaardingscriteria voor transparante beglazingen voor gebouwen: methodes en aanvaardingscriteria. Na het plaatsen van de beglazing wordt nagegaan of overal een zorgvuldige water- en luchtdichte afdichting werd gerealiseerd tussen het glas, de voegdichtingen, de glaslatten en de profielen. Voor de voorlopige oplevering worden alle beglazingen ontdaan van stikkers en zorgvuldig gereinigd om de controle op gebeurlijke beschadigingen ontegensprekelijk te kunnen vaststellen. Er mogen geen blijvende sporen van kitten, PU-schuim, cementspatten zichtbaar zijn. Beglazing met zichtbaar blijvende schade, zoals barsten, krassen, inbranding vonken slijpschijf, ten gevolge van een onzorgvuldige bescherming, moeten vervangen worden. Bij beperkte schade kan het Bestuur echter ook een minwaarde voorstellen. WAARBORGEN De aannemer bezorgt aan het Bestuur een door de producent ondertekend en gedateerd attest waarbij deze voor een termijn van 10 jaar, die ingaat vanaf de datum van de voorlopige oplevering, een waarborg verstrekt m.b.t. de hermetische luchtdichtheid van alle meervoudige beglazingen en tegen het vertroebelen door condensatie of stofvorming. De waarborg verplicht tot de gratis levering van een vervangende beglazing, inclusief de demontage en plaatsingskosten. Om discussies over de verantwoordelijkheid te vermijden, moeten alle activiteiten van glasproductie tot assemblage van de meervoudige beglazingen zijn uitgevoerd door eenzelfde glasproducent beglazing prestaties Algemeen De uiteindelijke samenstelling en effectieve glasdiktes zullen door de leverancier worden bepaald in optimale overeenstemming met de vereiste prestaties, de glasoppervlakte, de belastingen en de dynamische basiswinddruk. Als de leverancier ongerijmdheden zou vaststellen zijn de veiligheidscriteria en de thermische en akoestische criteria bindend beglazing - dubbele beglazing Dubbele HR-beglazing volgens NBN EN en NBN EN 1279, bestaande uit twee glasbladen voorzien van een laag-emissieve coating en gescheiden door een spouw gevuld met een thermisch isolerend gas. De beglazing wordt geplaatst volgens de drukvereffende beglazingsmethode op voorstel en verantwoordelijkheid van de aannemer in functie van de te behalen luchtdichtheidsprestaties. In functie van de vereiste luchtdichtheid moet de aannemer zo nodig voorzien in zogenaamde hieldichtingen (NPR 3577). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

147 beglazing - dubbele beglazing/type 1 PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs per schrijnwerktype. Warmtedoorgangscoëfficiënt (Ug-waarde) volgens NBN EN 673: max. 1,0 W/m2K Afstandshouders: kunststof (warm-edge spacers) Lichttoetredingsfactor (LTA-waarde) volgens NBN EN 410: min. 0,80 (marge +/- 3%) Alle toegepaste beglazing is van dit type vulelementen - algemeen Levering en plaatsing van vulelementen om bepaalde delen van het buitenschrijnwerk vol en ondoorzichtig te maken. Materialen De vulelementen en hun bevestigingsmiddelen zijn verenigbaar met het materiaal en de vormgeving van het profielkader en de glaslatten waarin/-mee zij worden geplaatst. De opvulelementen hebben geen nadelige invloed op de regen-, wind- en luchtdichtheid van het deur- of raamgeheel. Volgende normen zijn van toepassing: TV Plaatsing van glas in sponningen STS Dichtingskitten voor gevels De inpassing van de vulelementen stemt overeen met de verhoudingen aangegeven op de gevelen/of detailtekeningen. De plaatsing gebeurt volgens een op het plaattype en oppervlaktebehandeling afgestemde wijze, o.a. door de keuze van de bevestigingsmiddelen en de plaatsingsrichting. De plaatsingsvoorschriften van de fabrikant worden nauwkeurig opgevolgd vulelementen kunststof PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de buitenschrijnwerk. Vulelementen bestaande uit een isolerende kern gecacheerd met platen van hard PVC. Warmtedoorgangscoefficiënt (U-waarde) vulpaneel: max. 1,1 W/m2K Type enkelwandig (sandwichpaneel). De platen zijn enkel aan de achterzijde voorzien van een thermische isolatie. Aard van de PVC-platen: geëxtrudeerd uit een harde PVC compound, voorzien van een kleurcoating Nominale dikte: minimaal 2 mm Kleur: identiek aan raamprofielen Glans: mat Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De buitendeuren worden aan de buitenzijde aanvullend voorzien van een vleugeloverdekkende afwerkingsplaat uit kunststof De platen worden beschermd met een afneembare polyethyleenfilm. De vulelementen worden geplaatst onder semi-drukbeglazing. De vulelementen worden geplaatst in een gesloten systeem. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

148 Op alle buitendeuren type D01, D03 en D04 Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

149 44. BUITENTRAPPEN & BORSTWERINGEN buitentrappen en borstweringen - algemeen Levering en plaatsing van alle voorziene buitentrappen, borstweringen en brandladders tot een afgewerkt geheel met inbegrip van de bijhorende bordessen, treden, randafwerkingen, borstweringen, handgrepen,. De werken omvatten: het opmeten van de juiste afmetingen ter plaatse; de controle en voorbereiding van de steunen; de opmaak van de nodige werktekeningen en aftoetsing aan de geometrische eisen en gebruiksgeschiktheidscriteria volgens NBN B (Borstweringen), gebeurlijke aanpassingen vallen ten laste van de aanneming de fabricage op maat, het transport en de montage van alle trapelementen, treden, leuningen, borstweringen, roosters, vulpanelen, handgrepen met inbegrip van de corrosiebeschermende behandelingen; alle bevestigings- en/of oplegmiddelen, chemische verankeringen, inclusief de eventueel noodzakelijke constructieve uitzetvoegen en kitten; de randafwerkingen, t.o.v. omgevende buitenbevloerings-, dorpel- en gevelafwerkingen; de nodige voorzieningen om de elementen na plaatsing te beschermen tegen beschadiging of bevuiling voor de volledige duur van de overige werken. Materialen Alle materialen zijn vorstbestendig en bezitten een voldoende duurzaamheid t.o.v. het buitenklimaat en de eventuele aantasting door schimmels en insecten (houten elementen). Alle metalen elementen en bevestigingsmiddelen zijn corrosiebestendig. De bepalingen van structuurelementen - staal zijn van toepassing op de stalen elementen. De bepalingen onder art corrosiesbescherming - algemeen zijn van toepassing op de eventuele corrossiebeschermende maatregelen. De buitentrappen moeten bij alle weersomstandigheden veilig begaanbaar te zijn (antisliptreden). De traptreden in publiek toegankelijke zones van gebouwen mogen maximaal 18 cm hoog en moeten minimaal 23 cm diep zijn. De stabiliteit van de trappen en borstweringen moet in alle omstandigheden gewaarborgd zijn De norm NBN B Borstwering is integraal van toepassing. De beschermingshoogte en samenstelling van leuningen en borstweringen moet voorafgaand aan de bestelling worden afgetoetst aan de geometrische eisen en gebruiksgeschiktheidscriteria (weerstand tegen horizontale belasting uitgeoefend door personen, windbelasting, combinatie van belastingen, zachte schokproef) volgens NBN B Rekennota van de theoretische vervorming (volgens tabellen 5 en 9 van de norm) voor te leggen. De verankeringen van de borstweringen zijn aangepast aan het materiaal waarin ze zullen worden aangebracht. Hun weerstand moet gewaarborgd worden aan de hand van een proefrapport, proeven in-situ of een rekennota. In geval van glazen borstweringen of beglaasde vulpanelen is ook de norm NBN S van toepassing. Er wordt enkel gebruik gemaakt van gelaagd glas. Alle zichtbare randen worden vlak geslepen met afgeschuinde randen. De aannemer zal een berekeningsnota van de glasfabrikant voorleggen waaruit blijkt dat de voorziene glasdikte en -samenstelling geschikt is als borstwering. Mogelijk blijkt daaruit dat het glas én gelaagd én gehard is. Bij gelaagde samenstellingen waarbij alle componenten thermisch gehard zijn, moet een regel voorzien worden om de randen van het glas te beschermen tegen schokken en de beglazing op haar plaats te houden in geval van breuk van de glasplaten. De buitentrappen en brandladders voldoen inzake brandveiligheid aan de bepalingen in artikel m.b.t. brandveiligheid. De trappen en/of borstweringen worden geconstrueerd volgens de aanduidingen en afmetingen vermeld op plan en/of de detailtekeningen. Indien het aanbestedingsdossier geen specifieke detailtekeningen bevat, zijn de aangegeven vorm en basisafmetingen richtinggevend. De aannemer is verplicht ter plaatse de afmetingen te controleren en na te gaan of ze uitgevoerd kunnen worden volgens de voorgelegde plannen. Indien dit onmogelijk blijkt, moet hij de ontwerper hiervan zo snel mogelijk op de hoogte brengen. De elementen worden zoveel mogelijk geprefabriceerd in de werkplaats en vervolgens terplaatse gemonteerd en verankerd aan de omgevende draagconstructies. De concrete Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

150 opvatting van bevestigingspunten en vereiste verankeringselementen wordt voorafgaandelijk in onderling overleg tussen ontwerper, ingenieur, aannemer en fabrikant bepaald. Bij de montage wordt nauwlettend toegezien op het voorkomen van alle mogelijke koude- en/of vochtbruggen borstweringen - algemeen borstweringen - staal FH m Op maat vervaardigde en/of modulair samengestelde borstweringen van staal. meeteenheid: per lopende meter meetcode: netto uit te voeren lengte inclusief bevestigingen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: volgens geveltekening met vulpaneel uit veiligheidsglas conform de geometrische eisen van NBN B Hoogte: ca. 110 cm t.o.v. vloerniveau volgens NBN B Staalsoort: S235 Kwaliteit lasbaarheid: JR Profielen: volgens de detailplannen of goedgekeurde werktekeningen Bevestigingsmiddelen: RVS-bouten Oppervlaktebehandeling: duplexsysteem volgens NBN EN 15773, conform de VISEM & Zinkinfo Praktijkrichtlijn ( De de stukken worden thermisch verzinkt en gemoffeld d.m.v. 2 lagen poedercoating; kleur: te kiezen op staal; totale laagdikte min. 80 µm. Bevestigingsmiddelen: RVS-bouten (met tussenplaatsing van aangepaste rondellen). Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Horizontale spijlen: platstaal Verticale spijlen: platstaal Handgrepen: rechthoekig 30x70 mm Bevestigingsstukken: aangelaste hoekijzers voetsteunen Vulpanelen: veiligheidsglas, dikte 10 mm U-vormige paneeldragers voor platen van 10 mm dikte. Overeenkomstig EN Eisen voor het vaststellen van de conformiteit van constructieve onderdelen en EN Technische eisen voor staalconstructies. De constructeur beschikt hiertoe over een FPC-systeem (CE-markering). Opbouw, detaillering en wijze van montage op voorstel aannemer overeenkomstig aanduidingen op plan Verticale draagstijlen worden met een maximale tussenafstand van 120 cm opgesteld en verankerd aan de ruwbouw met minstens 2 zware inox bouten per voetstuk (op de terrasdorpels). De horizontale eindstukken worden verankerd met minstens 2 zware inox bouten per bevestigingspunt (tussen het parement / op de gevel); minimaal aantal bevestigingspunten:. De montagepunten worden voorzien van een aangepaste middendichting en/of afgekit met een aangepaste gevelkit volgens STS 56.1 om waterinsijpeling te voorkomen handgrepen algemeen PM Handgrepen staal, verzinkt FH lm Staalsoort : S 235 (volgens NBN EN 10025) - Bevestigingsstukken : uitvoeringstekening voor te leggen voor goedkeuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

151 - Handgrepen : ronde buis (sectie 46 mm, wanddikte min. 2 mm) Oppervlaktebehandeling : duplexsysteem, de stukken worden thermisch verzinkt en gemoffeld d.m.v. 2 lagen poedercoating, kleur RAL te kiezen door architect uit gamma fabrikant; totale laagdikte min. 80 µm. Bevestigingsmiddelen : RVS-bouten, met tussenplaatsting van kunststof rondellen ter bescherming van de galvanisatie. Eventuele beschadigingen van de lak ten gevolge transport en plaatsing worden op de werf bijgewerkt totdat een uniforme kleur en aspect wordt bekomen. Het betreft een dubbelle handgreep, één op 60cm en één op 90cm. Verbinding van de leuning : in één vloeiende lijn Bevestiging : met metalen handgreephouders minimaal per meter stevig aan de muur verankerd. Minimale afstand tussen de muur en de handgreep : 5 cm Handgreep buitentrap blok C Scheidingswand terrassen meeteenheid : per lopende meter meetcode : netto uit te voeren lengte inclusief bevestigingen Beschrijving Het betreft een scheidingswand opgebouwd uit gemoffelde aluminiumprofielen met vulpanelen uit veiligheidsglas. De hoogte van de wand bedraagt 180cm vanaf het afgewerkt peil van het terras. Aan de onderzijde wordt de wand bevestigd op de alu afdekkap op de dakrand. Aan één uiteinde wordt de wand tegen het gevelmetselwerk bevestigd. terrassen blok C, op de eerste verdieping Scheidingswand aluminium wand FH st toebehoren - deurstoppen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het buitenschrijnwerk. Aangepaste deurstoppen, voor bevestiging in de vloer, ter begrenzing van de uiterste nuttige open deurstand. Model ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Type: vloerstoppen : zwaar rubber, voorzien van diepe plug en roestvaste schroef Diameter: circa 30 mm Het boorgat wordt zodanig gekozen dat deze geen beschadiging aan de vloerafwerking tot gevolg heeft, op minimum 25 mm afstand van een tegelrand of midden in een voeg. De inplanting houdt rekening met de afmeting van de voorziene deurkruk om muurbeschadigingen te voorkomen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

152 Enkel te voorzien in de appartementen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

153 50. BINNENPLEISTERWERKEN binnenpleisterwerken - algemeen De werken omvatten: de plaatsing van de nodige stellingen en het afdoende beschermen van reeds uitgevoerde werken de controle en voorbereiding van de ondergrond (ontstoffen door borstelen of stofzuigen); het opruwen en/of aanbrengen van de nodige voorstrijk- of gronderingslagen volgens de aard van de ondergrond en conform de voorschriften van de fabrikant; de bescherming tegen corrosie van in te pleisteren metalen componenten; het leveren en plaatsen van rand-, hoek- en stopprofielen, versterkingsnetten, zettingsvoegen; de luchtdichte aansluiting van het pleisterwerk op ramen en deuren, in coördinatie met hoofdstuk 40; de uitvoering van de voorgeschreven pleisterlagen, alle leveringen inbegrepen; het vlak en glad zetten van het oppervlak, het zuiver afwerken van rand-, hoek- en stopprofielen, het bijwerken van alle onvolkomenheden volgens de vereiste afwerkingsgraad, ; het zorgvuldig aanwerken ter hoogte van venstertabletten, plinten, deurlijsten, valse plafonds, doorvoeren van elektrische, sanitaire, ventilatie en cv-installaties, e.d., ; het opruimen van het afval, de reiniging en/of bescherming van het aangebrachte pleisterwerk. Materialen De bepalingen van TV Binnenbepleisteringen - Deel 1 en TV Binnenbepleisteringen - Deel 2 (WTCB) zijn van toepassing. Alle materialen, pleistersamenstellingen en toebehoren worden onderling en in functie van de ondergrond op elkaar afgestemd, zodat een optimale hechting en stabiliteit van de lagen onderling en op de ondergrond verzekerd is. De pleistermortels dragen een CE-markering, volgens: NBN EN Gipsbindmiddelen en gipspleister - Deel 1 NBN EN voor mortels voor metselwerk - Deel 1: Pleistermortel voor binnen- en buitentoepassingen. In overeenstemming met TV Voorkomen en bestrijden van radon in woningen (WTCB), bevatten de gipspleisters geen fosforgips, en zijn uitsluitend samengesteld uit natuurgips en/of ro-gips. Radon exhalatie van het product < 10 microbq/kg/s. Attest van de fabrikant voor te leggen. Tenzij anders vermeld heeft de aannemer de keuze tussen éénlagige spuitpleisters, mengklare manuele pleisters, of hechtpleisters met eindlaagpleisters. De aannemer legt het pleisterprocédé dat hem het meest geschikt lijkt voor het uit te voeren werk ter goedkeuring voor aan het Bestuur. Droge voorgemengde fabriekspleisters worden geleverd in zakken met vermelding van de uiterste houdbaarheidsdatum en opgeslagen in een droge ruimte. De aannemer pleisterwerken gebruikt de gepaste voorbehandelingsproducten volgens de voorschriften van de fabrikant van de pleistermortel. Het aanmaakwater moet zuiver en vrij zijn van organische stoffen (leidingwater of drinkbaar putwater), gebruik van regenwater, verkleurd en/of slecht ruikend water wordt niet toegestaan. Hoek- en stopprofielen beantwoorden aan NBN EN Metalen regelwerk en hoekprofielen - Definities, eisen en beproevingsmethoden - Deel 1: Binnenpleisterwerk. Zij zijn drager van een CE-markering. De materialen zijn conform het bestek, respectievelijk aangepast voor dik of dunpleisters; type en bevestigingswijze zijn ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Volgens TV 199, TV 201 en de uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant. De voorbereidende werken t.a.v. de ondergrond stemmen overeen met TV 201 3, de uitvoering met TV ALGEMEEN Het pleisterwerk wordt uitsluitend door ervaren vaklui uitgevoerd. Vooraf vergewist de uitvoerder zich van de uitvoeringsomstandigheden en het type ondergrond. Indien bepaalde aspecten aanleiding kunnen geven tot een verminderde uitvoeringskwaliteit, wordt de architect hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

154 COÖRDINATIE De uitvoering van de pleisterwerken wordt aangevat na voltooiing van alle ruwbouwelementen die in aanraking komen met de bepleisteringen: d.w.z. na plaatsing van het buitenschrijnwerk en beglazing, na het het dichten van sleuven van ingewerkte leidingen met een cementmortel, kokers, doorgangsbuizen, vóór plaatsing van het binnenschrijnwerk (binnendeuren, keukens, inbouwkasten, ), vóór het leggen van vloertegels of bekledingen, vóór de montage van eventuele opbouwleidingen. OMGEVINGSINVLOEDEN De uitvoering van de pleisterwerken moet gebeuren in regen- en winddichte ruimten. De door de fabrikant voorgeschreven uitvoeringsomstandigheden m.b.t. temperatuur (min 5 C en max 30 C) en vochtigheidsgraad van de ruimte en de ondergrond moeten worden nageleefd. Bepleisteren op metselwerk en/of beton mag pas gebeuren nadat de krimp ten gevolge van het opdrogen gebeurd is (minstens 6 weken oud). Bepleistering op bevroren of ontdooiende ondergronden is verboden, evenals pleisterwerken bij vorstrisico s (tot vier weken na de werken). BESCHERMINGSMAATREGELEN - STELLINGEN Alle delen die niet gepleisterd worden worden zorgvuldig beschermd tegen vervuiling en beschadiging (d.m.v. afplakken met bouwfolie, beschermende tape en/of papier). Er wordt strikt op toegezien om geen stellingen te plaatsten op watervoerende of elektrische leidingen. Bij vastgestelde beschadigingen moeten deze worden vervangen! Gaten in de steunwanden mogen enkel worden gemaakt na voorafgaandelijke toelating van de architect. Alle materialen en bouwelementen bevuild door de aannemer pleisterwerken zullen door hem met geschikte middelen worden gereinigd, zonder ze te beschadigen. Beschadigingen aangebracht door de aannemer pleisterwerken worden op zijn kosten hersteld. Ook indien de pleisterwerken door derden zouden beschadigd worden, zal de aannemer de beschadigingen herstellen. PROFIELEN EN VERSTERKINGEN Er worden hoekprofielen voorzien op alle uitspringende hoeken en randen zowel horizontaal als verticaal, met het oog op een stootvaste en strakke afwerking. Stopprofielen worden voorzien bij alle aansluitingen op andere bouwelementen (buitenschrijnwerk) en/of de beëindiging van het pleisterwerk. De profielen worden steeds aangebracht over hun volledige lengte en/of hoogte. Zij worden volledig in het lood hetzij evenwijdig gesteld met de aanpalende vlakken. Versterkingsnetten worden voorzien bij aansluitingen tussen verschillende ondergronden en waar hechtingsproblemen te verwachten zijn. De netten worden ingebed in de pleisterspecie en kunnen afgestemd op de toepassing bestaan uit een gaasvormig nylonnet, een glasvezelweefsel en/of te nagelen stroken corrosievrij metaalgaas. Ze mogen geen nadelige invloed hebben op het pleisterwerk, noch op het uitzicht. Uitzettingsvoegen in de ondergrond moeten ook worden doorgetrokken in de afwerking. Hiervoor worden uitzettingsprofielen voorzien en aangepaste voegen volgens TV AANBRENGEN PLEISTERLAGEN Het pleisterwerk wordt in principe tot ongeveer 3 à 5 cm boven het afgewerkt vloerpeil voorzien. Het pleisterwerk mag daarbij op geen enkele plaats onder de voetloden (vochtscherm) doorgetrokken worden. Gebeurlijke uitlopers van de bepleistering dienen net boven de vochtschermen of tot op de vereiste hoogte achter de plint te worden afgesneden. De kopse kanten van binnendeuropeningen in muren dwars op een buitenmuur en minder dan 2m van de buitenmuur worden mee bepleisterd voor een betere luchtdichtheid. Keuring De uitvoeringstoleranties en beoordeling van de in het bestek opgegeven afwerkingsgraad zijn volgens TV Toleranties op de bepleistering. Deze zijn o.a. voor de afwerkingsgraad normaal : maximaal 5 mm op een regel van 2 meter en 2 mm op een regel van 20 cm voor de vlakheid en maximaal 8 mm afwijking op de vertikale stand per 2,5 m hoogte. speciaal : maximaal 3 mm op een regel van 2 meter en 1,5 mm op een regel van 20 cm voor de vlakheid en maximaal 5 mm afwijking op de vertikale stand per 2,5 m hoogte. Het maximaal aantal toegestane onregelmatigheden per 4 m2 (gebrek aan gepolijste oppervlakte over max 0,5 dm2) bedraagt 4 voor de afwerking normaal en 2 voor de afwerking speciaal. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

155 De uitvoering omvat steeds een afwerkingsronde, na de uitvoering van de technieken en binnenafwerkingen, voor het plaatselijk bijwerken rond leiding- en ventilatiekanalen, aansluitingen, wandbepleistering - algemeen wandbepleistering - gipspleisters wandbepleistering - gipspleisters/dikpleister op metselwerk Wandbepleistering met gipshoudende pleisters volgens TV Er wordt gebruik gemaakt van voorgemengde fabriekspleisters op gipsbasis bestemd voor dikpleisters op metselwerk uit baksteen, betonsteen of silicaatsteen. Pleistergroep volgens NBN EN : op voorstel aannemer rekening houdend met tabellen 9 en 10 van TV Stopprofielen: aluminium Hoekprofielen: aluminium Aansluiting buitenschrijnwerk: APU-profiel Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De pleister beschikt over een doorlopende technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De pleister beschikt over een productverklaring EPD volgens ISO met informatie over de herkomst van de grondstoffen en de radonconcentratie. Na voorbereiding van de ondergrond volgens TV en tabel 11, worden de pleisterlagen gespoten of handmatig aangebracht. De aansluitingen op het buitenschrijnwerk gebeuren overeenkomstig TV , de detailtekeningen en in coördinatie met de luchtdichtheidsvoorzieningen opgenomen in hoofdstuk 40. Nominale dikte volgens TV : minimum 10 mm. Dekking boven versterkingsnetten: minstens 5 mm. Afwerkinggraad volgens TV : speciaal Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Uitzettingsvoegen volgens TV : ter plaatse van de voeg worden er 2 hoekstopprofielen geplaatst. De voeg tussen beide profielen wordt afgedicht met een elastische kit op een voegband uit kunststofschuim. de profielen worden om de 60 cm aan de ondergrond bevestigd met roestvaste nagels of schroeven of worden ingebed. Dichtingsvoegen: na het drogen van het pleisterwerk worden de voegen van het schrijnwerk met het buitenschrijnwerk opgekit met een overschilderbare kitvoeg: Alle binnenhoeken van pleisterwerk, uitgevoerd op verschillende materialen worden met behulp van een speciaal mes zorgvuldig ingesneden. De voegen wordt opgespoten met een overschilderbare acrylaatkit in witte kleur. Het pleisterwerk wordt schilderklaar afgewerkt voor de bewoner en voorbehandeld met een watergedragen primer met hoog penetratievermogen op basis van kunstharsen. Waar welfsels opgelegd werden op akoestische strips, moet de hoekaansluiting wand/plafond met behulp van een speciaal mes zorgvuldig worden ingesneden. De voegen wordt opgespoten met een overschilderbare acrylaatkit in witte kleur wandbepleistering gipspleisters/dikpleisters op metselwerk wandvlakken FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte, alle openingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De pleisterwerken zijn niet vatbaar voor verrekeningen ook niet in de dikte. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

156 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) wandbepleistering gipspleisters/dikpleisters op metselwerk dagkanten FH m meeteenheid: per lopende m meetcode: netto lengte van de dagkanten en het lijstwerk waarvan de breedte kleiner is dan 30 cm. De pleisterwerken zijn niet vatbaar voor verrekeningen ook niet in de dikte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) wandbepleistering - cementpleisters wandbepleistering - cementpleisters/te betegelen FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: alle aan te pleisteren openingen van ramen worden vol gerekend, ter compensatie voor het rondom aanpleisteren van de dagkanten. Niet aan te pleisteren openingen (groter dan 0,5 m2) worden daarentegen afgetrokken (bijv. binnendeuren die afgewerkt worden met een omlijsting of ramen en deuren uitbekleed met plaatmateriaal). De pleisterwerken zijn niet vatbaar voor verrekeningen ook niet in de dikte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Cementgebonden vochtbestendige onderlaagpleister bestemd voor te betegelen wanden in natte ruimten volgens TV en TV 227. De hydraulische mortels beantwoorden aan NBN EN 998-1, het cement draagt het Benor-merk volgens NBN EN Het zand is grof, middelgrof tot fijn volgens NBN en Cementgebonden mortels mogen niet worden toegepast op ondergronden van gips of anhydriet en mogen niet onderling gemengd worden met gips. Samenstelling: cement, gekalibreerde rivierzanden, toeslag- en hulpstoffen Stopprofielen: aluminium Hoekprofielen: aluminium Pleisterwapening: volgens voorschriften fabrikant van de mortel Zuigende ondergronden worden vooraf bevochtigd of behandeld met een primer volgens de voorschriften van de fabrikant. Bij droog, warm of winderig weer is het bovendien noodzakelijk de aangebrachte pleister te benevelen tegen te snel uitdrogen. swijze: volgens voorschriften fabrikant van de mortel Nominale dikte volgens TV : minimum 12 mm. Dekking boven versterkingsnetten: minstens 5 mm. De eindlaag wordt vlak afgewerkt, geschikt voor betegeling met een dunbed volgens TV 227 In alle badkamers worden de wanden van de douche gecementeerd plafondbepleistering - algemeen plafondbepleistering - gipspleisters plafondbepleistering - gipspleisters/dikpleister op welfsels Plafondbepleistering met gipshoudende pleisters volgens TV Er wordt gebruik gemaakt van voorgemengde fabriekspleisters op gipsbasis bestemd voor dikpleisters op gladde of ruwe welfels, breedplaatvloeren en vulpotten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

157 Pleistergroep volgens NBN EN : op voorstel aannemer rekening houdend met tabellen 9 en 10 van TV Stopprofielen: aluminium Hoekprofielen: aluminium Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De pleister beschikt over een doorlopende technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De pleister beschikt over een productverklaring EPD volgens ISO met informatie over de herkomst van de grondstoffen en de radonconcentratie. De uitvoering van gipshoudende pleisters op ondergronden van beton zal in overeenstemming zijn met het referentiedocument van de BLGV-ABLG. Gladde betonvlakken worden voorbehandeld met een aangepaste hechtingslaag, bestaande uit een met kwartszand vermengde kunstharsdispersie met hoge alkalische stabiliteit. De ondergronden worden indien vereist vooraf behandeld met een hechtprimer voor gladde ondergronden. Nominale dikte volgens TV : minimum 10 mm. Dekking boven versterkingsnetten: minstens 5 mm. Afwerkinggraad volgens TV : speciaal Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Uitzettingsvoegen volgens TV : ter plaatse van de voeg worden er 2 hoekstopprofielen geplaatst. De voeg tussen beide profielen wordt afgedicht met een elastische kit op een voegband uit kunststofschuim. de profielen worden om de 60 cm aan de ondergrond bevestigd met roestvaste schroeven en pluggen of worden ingebed. Alle binnenhoeken van pleisterwerk, uitgevoerd op verschillende materialen worden met behulp van een speciaal mes zorgvuldig ingesneden. De voegen wordt opgespoten met een overschilderbare acrylaatkit in witte kleur. Het pleisterwerk wordt schilderklaar afgewerkt voor de bewoner en voorbehandeld met een watergedragen primer met hoog penetratievermogen op basis van kunstharsen plafondbepleistering gipspleisters/dikpleister op welfsels plafondoppervlakte FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte, uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De pleisterwerken zijn niet vatbaar voor verrekeningen ook niet in de dikte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

158 51. BINNENPLAATAFWERKINGEN binnenplaatafwerkingen - algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van lichte binnenconstructies en uitbekledingen met plaatmaterialen tot een volledig afgewerkt geheel. Materialen Alle gebruikte materialen zijn bestand of worden beschermd tegen schade door corrosie, schimmelvorming of insecten. Alle hout gebruikt voor regelstructuren moet het FSC- of PEFClabel dragen en de leverancier moet FSC of PEFC CoC gecertificeerd zijn. De platen worden droog, horizontaal en op een vlakke ondergrond opgeslagen, goed beschermd tegen beschadiging. De voegproducten worden droog en vorstvrij opgeslagen. De plaatafwerkingen moeten uitgevoerd worden door een hierin gespecialiseerd (onder)aannemer. De uitvoering zal gebeuren in regen- en winddichte ruimten en bij risico s op vervormingen als gevolg van vocht enkel in een droog gebouw (relatieve luchtvochtigheid maximaal 80%). De aannemer gaat na of de ondergrond voldoende vlak, haaks, droog, net, stabiel en coherent is en maakt deze waar nodig geschikt. Indien zichtbare gebreken aanleiding kunnen geven tot een slechte uitvoeringskwaliteit, wordt de ontwerper hiervan op de hoogte gesteld. Er wordt hierbij rekening gehouden met de voorschriften van de fabrikant van de platen, lijmen, bevestigingsmiddelen en/of de achterliggende draagstructuur. De bevestiging van het geheel aan de dragende structuren gebeurt volgens voorstel van de aannemer. Op aanvraag van het Bestuur zal de aannemer de nodige werktekeningen voorleggen. De afwerkingen en hun bevestigingen moeten weerstaan aan de verschillende belastingen die zullen aangrijpen op het geheel. Er wordt rekening gehouden met aan de afwerking opgehangen en bevestigde structuren. Waar vereist worden aangepaste bevestigings- of ophangversterkingen geïntegreerd. Dit wordt vooraf besproken met de architect. Er moet een goede uitvoeringscoördinatie met de andere onderaannemers gegarandeerd zijn. De nodige uitsparingen, versterkingen,, worden in overleg met de respectievelijke onderaannemer voorzien, rekening houdend met de vereiste afwerking. Onvolkomenheden, zoals rond doorvoeren voor technische installaties, worden bijgewerkt. De aannemer is verantwoordelijk voor een scheurvrije uitvoering van de wand- en plafondafwerkingen en zal dilatatievoegen aanbrengen volgens aanduiding op de plannen, de voorschriften van de fabrikant en/of volgens zijn ondervinding. Als er bijkomende bewegingsvoegen tengevolge van scheurvorming in de ondergrond moeten voorzien worden, zal dit aan de architect voorgelegd worden toegangsluiken algemeen Levering en plaatsing van alle materialen voor de integratie van de vereiste toegangsluiken tot de leidingkokers uitbekleed met plaatmaterialen. De toegangsluiken worden oordeelkundig en ergonomisch opgesteld, ter hoogte van ontstoppingsstukken, installatiekranen,. Het kaderwerk wordt zo geplaatst dat de voorzijde van de toezichtspanelen in hetzelfde vlak liggen als de beplating van de leidingkokers. De toezichtspanelen zullen scharnierend of demonteerbaar (d.m.v. roestbestendige siervijzen met bijhorende ringplaatjes) bevestigd worden. Het vastzetten van de panelen gebeurt op verzorgde wijze. Scharnierende panelen worden zorgvuldig afgehangen zodat het paneel niet knelt. Eventueel aangrenzend tegelwerk wordt steeds beëindigd met een aangepast randprofiel. De toegangsluiken doen geen afbruik aan de gestelde prestaties van de voorziene omkasting waarin zij worden geïntegreerd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

159 toegangsluiken hout FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Plaatmateriaal: MDF geschikt voor gebruiksklasse II - Vochtig - binnengebruik (volgens NBN EN 622-5) Oppervlaktekwaliteit: om te schilderen Afmetingen: 300x300 mm Plaatdikte: minimum 22 mm Het kaderwerk bestaat uit geschaafd en behandeld naaldhout, 2 keus. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De brandwerende toegangsluiken zijn conform het KB van 19 december 1997, de normen NBN EN 13501, NBN EN Beproeving van de brandwerendheid van installaties in gebouwen - Deel 5: Dienstleidingen en schachten en het vereiste brandattest. Het kaderwerk zal vooraf zo in de opening bevestigd worden dat de voorzijde van de toezichtspanelen in hetzelfde vlak liggen als het afgewerkte wandoppervlak. De toezichtspanelen worden gevezen. Eén toezichtsluik per schacht. De toegangsluiken voor Blok C worden brandwerend uitgevoerd uitbekleding buitenramen en -deuren algemeen Levering en plaatsing van de uitbekledingen voor de dagkanten van de raam- en deuropeningen, met inbegrip van stellatten, isolatiematerialen, plaatmaterialen en deklijsten, bevestigingsmiddelen en afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. Plaatstroken die in een eventueel voorziene profilering van het raam worden geschoven. De platen beschikken hiertoe over de gepaste dikte, of een op maat gefreesde aansluitingslip uitbekleding buitenramen en deuren isolatieplaten voor bepleistering FH m meeteenheid: lm meetcode: netto uit te voeren lengte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Isolatiestroken: PUR / PIR stroken, d: maximaal 0,025 W/m2K, aangevuld met een verkleefde kuntstof pleisterplaat, voorzien van zwaluwtaarten, voor hechting met de pleister. Plaatdikte: 30 mm De isolatieplaten worden in maximale lengtes tegen de dagkanten gekleefd met een kleefmiddel zoals voorgeschreven door de fabrikant. De naden sluiten goed op elkaar aan en worden gedicht met aangepaste middelen voor een dampdichte aansluiting. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

160 uitbekleding sanitaire toestellen algemeen uitbekleding sanitaire toestellen te betegelen plaat uitbekleding sanitaire toestellen te betegelen plaat/gipsvezel FH st De sanitaire toestellen worden uitgewerkt met een gipsvezelplaat op regelwerk. De betegeling die hierop aangebracht wordt, wordt beschreven onder artikel meeteenheid: per stuk, ongeacht de aard en afmetingen van het sanitair toestel (bad, douche of inbouwreservoir) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De platen zijn ongevoelig voor vocht of organische aantastingen en geschikt voor het aanbrengen van de voorziene wandbetegeling onder rubriek regelwerk: keuze aannemer tussen: o hout (voldoet aan STS 04.1, is geschaafd aan de zijden waarop de beplating wordt aangebracht en is beschermd met een procédé A2.1 volgens STS of van natuurlijke duurzaamheidsklasse 2; de houtsecties moeten een stabiele constructie waarborgen en zijn zo dat de bekledingsplaat met afwerking net onder de badrand kan worden geschoven) o metaal (voldoet aan NBN EN 14195, verzinkt ZN 275 en minimale wanddikte van profiel 0,6 mm; de secties moeten een stabiele constructie waarborgen en zijn zo dat de bekledingsplaat met afwerking net onder de badrand kan worden geschoven) Plaatmateriaal: vochtwerende gipsvezelplaat, dikte minimum 15 mm Randdichtingen: elastische kit (neutrale sanitaire siliconen) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De inbouwreservoirs van de hangtoiletten worden voorzien van een isolatieset. Het raamwerk wordt samengesteld uit een stevig gemonteerd keperwerk van regels, stijlen en tussenstijlen. De afstand van de tussenstijlen bedraagt maximum 60 cm. De bevestiging tegen de muur en/of op de vloer gebeurt door middel van roestvaste vijzen en pluggen, op tussenafstanden van maximum 50 cm. Alle randen van de bekleding worden afgekit met een neutrale sanitaire siliconen (met gebruik van een primer indien vereist) en/of afgedicht met een soepele neopreen dichting. Uitbekleding inbouwreservoir hangtoiletten Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

161 52. DEK- EN BEDRIJFSVLOEREN dek- en bedrijfsvloeren - algemeen isolerende uitvullagen - algemeen In de uitvullagen worden alle oneffenheden, peilverschillen, leidingen, kokers, dozen, buizen, van en op de draagvloer weggewerkt, zodat de dekvloer in een vrij constante dikte kan aangebracht worden. De vereiste voorzieningen voor rand- en zettingsvoegen zijn inbegrepen. en De bepalingen van TV 189 en 193 zijn van toepassing. De draagvloer moet voldoende zuiver zijn om een goede hechting te waarborgen. De peilen van de afgewerkte uitvullagen beantwoorden aan de eisen gesteld in TV Het afgewerkte peil houdt steeds rekening met de dikte van de dekvloer, eventuele akoestische vloermatten, isolatie en de vloerbekleding. Eventuele uitzetvoegen van de draagstructuur worden steeds in de uitvullaag doorgetrokken. Eventuele vochtweringslagen ter hoogte van het buitenschrijnwerk en/of dorpels zullen voorafgaandelijk op een adequate manier rechtop gezet worden om de isolerende uitvullaag naadloos te laten aansluiten tegen de gevel. Rond eventuele uitsparingen voor trapopeningen, kokerdoorvoeren, worden geschikte randbekistingen voorzien isolerende uitvullagen - gespoten polyurethaan FH m2 De vloerisolatie bestaat uit een naadloze isolerende uitvullaag van hard polyurethaanschuim. De schuimlaag wordt bekomen door het ter plaatse spuiten van een vloeibaar tweecomponentenmengsel. De chemische reactie tussen polyol en isocyanaat zorgt voor de schuimvorming en expansie waarna het schuim uithardt. meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De bepalingen van volgende normen zijn van toepassing: NBN : Materialen voor de thermische isolatie van gebouwen - In-situ gevormde producten van hard polyurethaanschuim (PUR) en polyisocyanuraatschuim (PIR) - Deel 1: Specificatie voor het hardschuimspuitsysteem vóór installatie NBN : Materialen voor de thermische isolatie van gebouwen - In-situ gevormde producten van hard polyurethaanschuim (PUR) en polyisocyanuraatschuim (PIR) - Deel 2: Specificatie voor de geïnstalleerde producten Het isolatiesysteem moet een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig hebben voor toepassing op de betrokken ondergrond en in de voorziene dekvloer. Dikte: Overeenkomstig de aanduiding op de plannen (de minimale en maximale diktes uit de technische goedkeuring moeten gerespecteerd worden). Prestatiecriteria: Volumemassa (NBN EN 1602): minimum 33 kg/m3 Druksterkte bij 10 % vervorming (NBN EN 826): minimum 0,15 N/mm2 Gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt (d) voor de toegepaste dikte: max. 0,028 W/mK De installateur moet een ATG-certificaat of gelijkwaardig hebben inzake de bekwaamheid voor de uitvoering van thermische vloerisolatie met het voorgestelde isolatiesysteem. De uitvoeringsvoorschriften in de technische goedkeuring worden strikt gevolgd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

162 Het gebouw moet regen- en winddicht zijn en de omgevingstemperatuur moet minimaal 0 C of 5 C bedragen, afhankelijk van het producttype (zie ATG of gelijkwaardig). Ramen en schrijnwerk moeten volledig afgeplakt worden voor men begint met spuiten. Bepleisteringen worden beschermd tot op een hoogte van minstens 150 cm boven de draagvloer. Om de uitgevoerde hoogtes te kunnen controleren dient de meterpas aangeduid te zijn. De draagvloer moet volledig droog, vet- en stofvrij zijn om een goede hechting te bekomen, de temperatuur van het oppervlak moet minimum 5 C en maximum 35 C bedragen. Eventueel aanwezige leidingen moeten voldoende bevestigd zijn aan de draagvloer om wegdrijven te vermijden. Boven de leidingen moet de isolatielaag tenminste 30 mm dik zijn. De isolatielaag wordt in verschillende lagen gespoten tot de vereiste dikte. De wachttijden tussen de uitvoering van de verschillende lagen worden nageleefd (zie ATG of gelijkwaardig). Eventuele ophogingen (bijv. boven ingewerkte leidingen) worden afgetopt. De dekvloer mag pas 24u na afwerking van de isolatielaag aangebracht worden. De lokalen worden de eerste uren na de werken grondig verlucht. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Alle ingewerkte metalen leidingen zullen beschermd worden tegen corrosie. Blok A, B, C, D en E: Vloerisolatie van de vloeren op volle grond. In blok C eveneens als isolatie van de verdiepingsvloer vochtwerende lagen - algemeen vochtwerende lagen - PE-folie PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de dekvloer. Type: ongewapend Dikte: min. 0,3 mm De folie wordt geplaatst met overlappingen van minstens 30 cm en wordt tegen de muren opgetrokken tot op 2 cm boven het afgewerkte vloerpeil. Beschadigde delen worden hersteld met een bijkomend stuk folie, steeds met minstens 30 cm overlapping. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De folie wordt losliggend geplaatst. De naadoverlappingen worden zorgvuldig met warme lucht gelast over de volledige breedte van de naad en samengedrukt. Naadbreedte: min. 5 cm. Opstandhoogte: min. 10 cm akoestische isolatie vloer - algemeen Alle werken en leveringen voor de realisatie van de akoestische isolatie binnen de voorziene vloeropbouw. De werken omvatten: de voorbereiding en nazicht van de ondergrond de levering en de verwerking van de isolatiematerialen, met inbegrip van de eventuele scheidingslagen, en de randisolatie de levering en plaatsing van de plaatsings- en bevestigingstoebehoren de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen de eventuele plaatsing van een PE-folie aan de onderzijde Materialen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

163 De bepalingen van TV Dekvloeren - Deel 1: Materialen zijn van toepassing. De akoestische vloerisolaties bestaan uit dicht aaneensluitende matten of platen vervaardigd uit schuim of vezels. Ze mogen geen voedingsbodem vormen of doen ontstaan voor ongedierte, bacteriën of schimmels en tasten de andere bouwelementen niet aan. Ze zijn ook onrotbaar, moeilijk ontvlambaar en blijvend waterafstotend. De materialen beschikken over een goede scheurweerstand. Beschadigde matten of platen mogen niet worden verwerkt. De bepalingen van TV Dekvloeren - Deel 2: zijn van toepassing. Het oppervlak van de draagvloer wordt voorafgaandelijk gereinigd (droog, stof- en vetvrij) en vertoont geen oneffenheden > 5 mm/m. De platen of matten worden nauw aansluitend geplaatst. Naargelang de aard van de matten of platen worden ze koud tegen elkaar, met tand en groef of overlappend geplaatst. Wanneer meerdere lagen voorzien zijn, worden de voegen geschrankt. Eventueel resterende spleten worden opgespoten met een aangepast voegvullend en isolerend schuim. Alle geluidsbruggen tussen dekvloer, draagvloer of omgevende wanden moeten vermeden worden. De zwevende dekvloer mag nergens raken aan een constructie-element. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de aansluiting ter hoogte van verticale leidingen (elektriciteit, sanitair, ), deuropeningen of hoeken. Hiertoe worden de nodige kantstroken, isolatieschalen, plintisolaties enz.,... aangebracht tegen alle opgaande ruwbouwonderdelen, e.d.,... Zij worden opgetrokken tot 2 cm boven het voorziene afgewerkte vloerpeil. Pas na het plaatsen van de vloerbedekking worden deze stroken afgesneden akoestische isolatie vloer - kunststofschuim FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte, gemeten tussen de naakte muren. De randisolaties worden niet afzonderlijk in rekening gebracht. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De akoestische isolatie bestaat uit matten van kunststofschuim met gesloten celstructuur, eventueel meerlaags geplaatst of gecombineerd met een viltlaag. Nominale dikte: min. 10 mm. Gewogen contactgeluidsniveaureductie L W (NBN EN ISO 717-2): min. 22 db. De waarde moet gestaafd worden met een proefrapport van een onafhankelijke instelling. (De door de fabrikanten opgegeven L W is doorgaans slechts geldig voor een bepaalde testsituatie. De gehanteerde dikte van de dekvloer op deze akoestische isolatie moet minimum gelijk zijn aan deze gebruikt bij de laboproeven.) De akoestische vloerisolatie wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van de fabrikant. De matten worden los op de draagvloer, op de thermische isolatie of op de uitvullaag geplaatst en worden opgetrokken tot minimum 2 cm boven het voorziene afgewerkte vloerpeil. De matten worden met voldoende overlapping geplaatst. De voegnaden worden minimum elke 30 cm vastgekleefd zodat geen mortel onder de mat kan weglopen. Verticale leidingdoorvoeren worden omwikkeld met een strook van de isolatiemat of met specifiek hiervoor bestemde hulpstukken geïsoleerd zodat elk star contact met vloer vermeden wordt cementgebonden dekvloeren - algemeen Materialen De bepalingen van TV 189 Dekvloeren Deel 1 zijn van toepassing. Bindmiddel cement overeenkomstig NBN EN Toeslagstoffen overeenkomstig NBN EN Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

164 Hulpstoffen overeenkomstig NBN T en NBN EN Bij het gebruik van hulpstoffen wordt de verenigbaarheid ervan met het bindmiddel, de toeslagstoffen en andere componenten van de vloer nagegaan zodat geen enkel nadelig gevolg zou optreden bij het gebruik ervan. De voorschriften van de fabrikant worden strikt gevolgd. Het mengen van verschillende hulpstoffen onderling is verboden, behalve met voorafgaand akkoord van de fabrikant(en) en de architect. Indien vloerverwarming in de dekvloer voorzien is zullen hulpstoffen toegevoegd moeten worden aan de mortelspecie. Deze producten worden geleverd door de aannemer van de vloerverwarming en verwerkt volgens de voorschriften van de leverancier. Het aanmaakwater moet zuiver en vrij zijn van schadelijke stoffen, overeenkomstig NBN EN De uitvoering gebeurt volgens TV Dekvloeren Deel 2:. De dekvloer wordt pas aangebracht na de pleisterwerken, eventuele metsel- en betonsokkels en na de plaatsing van buitenschrijnwerk met beglazingen. De dekvloeren mogen niet worden aangebracht wanneer de temperatuur van het grondvlak en/of de omgeving lager is dan 5 C. De ondergrond waarop de dekvloer aangebracht zal worden, moet vrij zijn van afval en zorgvuldig gereinigd worden voor de aanvang van de werken. In te werken toebehoren zoals vloerkaders, vloerroosters, afvoerputten, worden voorafgaandelijk op de werf aangeduid. De aannemer controleert of het legvlak beantwoordt aan de eisen gesteld in de TV 193. De aannemer licht voor de aanvang van de werken de architect in over eventuele vastgestelde gebreken, uitvoeringsfouten of overschrijdingen van de toleranties. De uitvoering van eventuele randstroken, krimp- en bewegingsvoegen is in dit artikel begrepen. Het voegenpatroon en de uitvoering ervan worden voorgelegd aan de architect. Ter hoogte van de deuropeningen worden de randvoegen doorgetrokken. De specie wordt gelijkmatig verspreid, afgetrokken en verdicht. Speciale aandacht wordt besteed aan het goed opvullen van de specie in de hoeken tussen vloer en opstand. Dagnaden binnen de ruimtes worden door een correcte planning zo veel als mogelijk vermeden. De dekvloeren worden tegen snel uitdrogen beschermd. Tocht en intense straling zijn te weren. De wachttijden voor ingebruikneming (volgens de voorschriften van de fabrikant en TV 189) moeten gerespecteerd worden. Keuring De dekvloer moet vlak zijn en op het voorgeschreven niveau liggen. De controles worden uitgevoerd volgens de bepalingen in TV 189 en met de in het bestek bepaalde toleranties cementgebonden dekvloeren - hechtend FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte, gemeten tussen de naakte muren. Deurtussenruimten worden meegerekend. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De randisolaties worden niet afzonderlijk in rekening gebracht. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De hechtende cementgebonden dekvloer beantwoordt aan de bepalingen van TV De samenstelling wordt door de aannemer bepaald, rekening houdend met de richtlijnen van 5.4 van TV 189 en 4.1 van TV 193. Dikte: 8 cm Druksterkte (proefmethode volgens TV ): min. 5 N/mm2 Vlakheid (volgens TV 189): min. klasse 1 Peil van de afgewerkte dekvloer (volgens TV 189): min. klasse 1 De dekvloer wordt uitgevoerd volgens 4.1 van TV 193. De draagvloer wordt vooraf bevochtigd en ingeborsteld met een aanbrand- of hechtlaag bestaande uit een vloeibaar mengsel van cement, zand en hulpstoffen. Leidingen, ingewerkt in de dekvloer, moeten stevig aan de draagvloer bevestigd zijn. Er moet een minimumdekking van 3 cm boven de leidingen gerealiseerd worden. In de dekvloer worden geen uitzetvoegen voorzien. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

165 Bij dikteverminderingen (bijv. waar leidingen aanwezig zijn) wordt een wapening voorzien met gegalvaniseerde stalen netten met vierkante mazen 50x50x2 /. De netten worden voorzien van een dekking van min. 15 mm dik. Over de volledige omtrek van de dekvloer wordt een randisolatie aangebracht tegen de muur. Deze bestaat uit stroken polystyreen- of polyethyleenschuim min. 5 mm dik of een gelijkwaardige randisolatie, en steekt enkele cm boven de afgewerkte vloer uit. Na voltooiing van de vloerwerken worden ze gelijk met de bedekking afgesneden. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De dekvloer wordt voorzien van een wapening bestaande uit gegalvaniseerde stalen netten met gepuntlaste vierkante mazen 50x50x2 mm. De wapening wordt aangebracht in de bovenste helft van de dekvloer. Verdiepingsvloeren blok A, B, D en E. Meterlokaal en tuinbergingen blok C cementgebonden dekvloeren - zwevend FH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte, gemeten tussen de naakte muren. Deurtussenruimten worden meegerekend. Uitsparingen groter dan 0,5 m2 worden afgetrokken. De randisolaties worden niet afzonderlijk in rekening gebracht. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De zwevende cementgebonden dekvloer beantwoordt aan de bepalingen van 5 van TV 189. De samenstelling wordt bepaald door de aannemer, rekening houdend met de richtlijnen van 5.4 van TV 189 en 4.3 van TV 193. Dikte: 8 cm Druksterkte (proefmethode volgens TV ): min. 5 N/mm2 Vlakheid (volgens TV 189): min. klasse 1 Peil van de afgewerkte dekvloer (volgens TV 189): min. klasse 1 De dekvloer wordt van de ondergrond gescheiden door middel van een scheidingsfolie voorzien in artikel De dekvloer wordt voorzien van een wapening met gegalvaniseerde stalen netten met vierkante mazen 50x50x2 mm. De wapening wordt aangebracht in de onderste helft van de dekvloer (tussen het onderste derde en de helft van de dikte). De overlappingen van het draadnet bedragen min. 15 cm. In geval van ingewerkte vloerverwarmingleidingen bedraagt de dekking boven de leidingen min. 50 mm. Over de gehele omtrek van de dekvloer wordt een randisolatie aangebracht tegen de muur. Deze bestaat uit stroken polystyreen- of polyethyleenschuim min. 5 mm dik of een gelijkwaardige randisolatie, en steekt enkele cm boven de afgewerkte vloer uit. Na voltooiing van de vloerwerken worden ze gelijk met de bedekking afgesneden. Uitzettingsvoegen worden voorzien om de oppervlakken te beperken tot 50 m2 (40 m2 bij verwarmde vloeren) en de lengte tot 8 m. De uitzettingsvoegen van de dekvloer vallen samen met deze van de bevloering en zijn af te werken volgens van TV 193. Alle dekvloeren op vloerisolatie. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

166 53. BINNENVLOERAFWERKINGEN binnenvloerafwerkingen - algemeen Materialen De kwaliteit van de gebruikte materialen moet overeenstemmen met de bestemming van de lokalen en de te verwachten gebruiksbelastingen. De aannemer legt voorafgaandelijk een kleurenkaart, stalen en eventueel gevraagde attesten, alsook een technische documentatie van alle voorbehandelingsproducten, hechtingsmaterialen, elastische kitten, e.d. ter goedkeuring voor aan de architect. De voorgelegde stalen moeten het gemiddelde uitzicht, kleur(en) en oppervlaktestaat van de uiteindelijke levering vertonen. De maatafstemming moet overeenstemmen met de modulatie van het plaatsingspatroon en de uitvoeringstechniek. Bij de voorlopige oplevering overhandigt de aannemer de onderhoudsvoorschriften voor de geplaatste binnenvloerafwerkingen aan de bouwheer. De vloerafwerkingen mogen slechts uitgevoerd worden in een winddicht gebouw en na voltooiing van de pleisterwerken. De aannemer controleert de toestand van de ondervloer (ponssterkte, vochtgehalte, vlakheid, horizontaliteit, laagdikte en pashoogte) en deelt zijn eventuele opmerkingen mee aan de architect. De vloerafwerkingen mogen slechts geplaatst worden als voldaan is aan de klimatologische voorwaarden i.f.v. de soort bekleding. Bij vloerverwarmingssystemen moet het door de fabrikant voorgeschreven opstartschema uitgevoerd worden vóór het plaatsen van de betegeling. Er moet minstens één volledige opwarmings- en afkoelingscyclus doorlopen worden. De eventuele scheidingslijn tussen verschillende bevloeringsmaterialen in aaneengrenzende ruimten moet onder het deurblad voorzien worden. Tijdens het plaatsen van de vloerafwerking worden de lokalen beschermd tegen elke ongewenste betreding. De eventuele uitzettingsvoegen moeten over de volledige vloeropbouw doorgetrokken worden. De voeg wordt ter hoogte van de vloerafwerking gevuld met een elastische kit in dezelfde kleur als de overige voegen. Na plaatsing zorgt de aannemer ervoor dat de vloerbekledingen goed beschermd worden tegen bevuiling of beschadigingen tijdens de verdere bouwwerkzaamheden. Eventuele beschadigingen worden op kosten van de aannemer hersteld. Voor de voorlopige oplevering worden de vloeren gereinigd met een volgens het vloertype aanbevolen procédé tegelvloeren - algemeen De werken omvatten: de voorafgaandelijke controle en voorbereiding van het draagvlak: het verwijderen van alle vuil, afval, vreemde stoffen, gips, vetten, enz.,... (ten laste van de algemene aanneming) het opvullen van eventuele holten met een aangepaste specie de levering en plaatsing van de tegels met inbegrip van de plaatsingsmortels of -lijmen; het aanwerken van de vloerbekleding tegen uitsparingen en doorvoeringen, de eventuele beëindigingen, in- en uitwendige hoeken en ontmoetingen waarop bijzondere vormstukken worden toegepast; de voorziening van de nodige rand-, scheidings- en uitzetvoegen; het inwerken van alle onder art beschreven speciale toebehoren; het opgieten en/of opvoegen van de vloer en het afkitten van de uitzettingsvoegen; het opkuisen en reinigen van de vloerbekleding, incl. het verwijderen van alle vlekken van legmortel, lijm of voegspecie. LEGPATRONEN - VOEGBREEDTE De tegelverdeling per lokaal en het punt van waaruit de tegels moeten uitgelegd worden, zal bepaald worden in samenspraak met de architect. Smalle stroken van minder dan een halve Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

167 tegel moeten vermeden worden. Voor een precieze voegverdeling wordt voor het betegelen steeds een volledige rij tegels uitgelegd in beide richtingen van het lokaal. VERDEELVOEGEN Bij zwevende dekvloeren moeten verdeelvoegen de tegeloppervlakte verdelen in velden met een maximale oppervlakte van 50 m² (40 m² bij vloerverwarming) of met een lengte van maximaal 8 m. De te voorziene voegen worden steeds voorzien over de volledige diepte van de bevloering, d.w.z. bedding inbegrepen en langsheen alle gemetste muren, rondom deurkaders en langs deuropeningen onder de deurbladen, volgens de aslijnen van kolommen,. In de overgang tussen twee verschillende vloerbekledingen wordt een scheidingssprofiel geplaatst volgens artikel UITHARDINGSPERIODE - BESCHERMING Gedurende de droogperiode moeten de werken beschermd worden tegen rechtstreekse bestraling, vocht, hoge temperaturen en vorst. De algemene aannemer draagt er, in overleg met de tegelzetter, de nodige zorg voor dat de tegels na plaatsing niet te vroeg belopen worden. Er moet bij voortgang van andere werkzaamheden rekening worden gehouden met een goed verdeelde belasting bij het stapelen van materialen, e.d. De niet beloopbare periode voor tegels bedraagt bij plaatsing op een gestabiliseerd zandbed: minstens 5 dagen. op een verse dekvloer: minstens 7 dagen met tegellijm: minstens 4 dagen en/of volgens de voorschriften van de lijmfabrikant. Verdeelde belastingen (stapelen van materialen) zonder puntlasten worden ten vroegste na 15 dagen toegelaten, de periode tot volledige ingebruikname bedraagt 28 dagen. VOEGTECHNIEKEN - AFWERKING Het opvoegen gebeurt pas nadat de vloer belopen mag worden. In de voegen tussen de bevloering en de muren wordt nooit mortel aangebracht, om de uitzetting van de bevloering toe te laten. Ze worden voorzien van een vulmateriaal (polyethyleenschuimstroken of gelijkwaardige randisolatie). Deze akoestische randisolatie mag nergens onderbroken worden door de vloerwerken en pas na het afwerken van de vloer op hoogte van de vloer afgesneden worden.bij het afwerken van de bevloering wordt de voeg afgekit met een daartoe geschikte plastische voegmassa, in de kleur van de andere voegen. Voor het bepalen van de juiste kleur van de voegspecie, kan worden gevraagd om voorafgaandelijk enkele voegstalen aan te brengen, tot het uitdrukkelijk akkoord van de architect wordt bekomen. De reiniging maakt deel uit van de afwerking van de vloerbetegeling en wordt uitgevoerd door de tegelzetter. Onmiddellijk na het gieten van de voegen moet een reiniging verricht worden om alle vervuiling afkomstig van de opvoeging (cementsluier) te verwijderen. Hierbij moet erop toegezien worden dat bij deze bewerking de voegen niet uitgewassen worden, zodat het voegoppervlak gesloten en glad blijft. Keuring MATERIALEN - CONTROLEPROEVEN Enkel voor partijen van meer dan 5000 m² tegels worden proeven verricht in het laboratorium overeenkomstig STS en de normen NBN B t/m 011. De monsterneming gebeurt tegensprekelijk, d.w.z. in het bijzijn van aannemer en bestuur. De tegels worden in iedere partij op verschillende plaatsen genomen, om een gemiddeld monster te hebben. TOLERANTIES De bevloering moet in alle richtingen horizontaal en volkomen vlak gelegd worden behalve als het anders aangeduid is op de plannen of verder in dit bestek. De afwijkingen van de afgewerkte niveaus t.o.v. de opgegeven referentieniveaus bedragen maximaal: Afstand d tussen een punt van de vloerbedekking en het dichtstbijzijnde referentiepeil (in m) Maximaal toegestane afwijking (in mm) 1 m < d 3 m 6 mm 3 m < d 6 m 8 mm 6 m < d 15 m 10 mm Tussen twee aan elkaar grenzende tegels mag er een maximum hoogteverschil zijn van 1 mm (te verhogen met de tolerantie op de gebruikte tegel). Op een rij van twee meter, tussen twee Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

168 willekeurig gekozen punten van de bevloering, mag het hoogteverschil nergens groter zijn dan 3 mm (te verhogen met de tolerantie op de gebruikte tegel). Het nazicht van de toleranties op de vlakheid gebeurt van op tenminste 20 cm afstand van de muren. Zij wordt gemeten met een rechte en stevige lat van 2 m lengte, op het uiteinde voorzien van slijtvaste zolen met afmetingen 50x50 mm en een dikte gelijk aan de toegelaten tolerantie van 3 mm. De lat mag de vloer nergens raken en een plaatje van 6 mm dikte mag niet onder de lat kunnen geplaatst worden. De aannemer zal zorgen dat de visuele lijn van de tegelranden en de voegen gerespecteerd wordt, rekening houdend met de toleranties op de tegel. De tolerantie op de voorgeschreven voegbreedte bedraagt maximum 1 mm te verhogen met de dimensionele tolerantie op de gebruikte tegel. De voegen moeten continu zijn in alle punten. Een rij van 2 m, geplaatst met de 2 uiteinden op de boorden van 2 tegels van dezelfde lijn of rang, mag een lijningssverschil van maximaal 2 mm vertonen. KLEUR - UITZICHT Een gelijkmatige voegtint wordt vereist in één en hetzelfde lokaal. De controle op de kleur en het uitzicht van de gekozen tegelvariëteit gebeurt visueel. Merkbare vlekvorming en/of achtergebleven cementsluiers worden niet aanvaard tegelvloeren keramisch TV 237 Keramische binnenvloerbetegelingen is van toepassing. NBN EN Keramische tegels Definities, classificatie, eigenschappen en merken is van toepassing. De aannemer zal minimaal vijf stalen van tegels voorleggen, vergezeld van een technische fiche die volgens TV 237 ( ) opgesteld is. De karakteristieken van de hechtingsmaterialen beantwoorden aan hoofdstuk 3 van TV 237. Een technische documentatie van de tegellijm wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de architect. De samenstelling van de leg- en voegmaterialen, elastische kitten en de nodige rand-, scheidings- en uitzetvoegen wordt gekozen in functie van de plaatsingsomstandigheden en het soort tegel. De materialen voor de afwerkingsvoegen tussen de tegels beantwoorden aan 3.5 van TV 237. Zij moeten verenigbaar zijn met de aangewende legmortel of plaatsingslijm. Het zand van de voegspecie bevat geen kleurende stoffen en bevat geen klei en ijzerhoudende deeltjes. De producten voor uitzettingsvoegen voldoen aan 3.6 van TV 237. Vóór het aanbrengen van de kit moet men de voeg voorzien van een voegbodem of van een andere kunststof die de hechting van de kit aan de voegbodem verhindert. Het gebruik van een rubberbitumenkit is niet toegelaten. De plaatsing van de tegels zal gebeuren volgens de richtlijnen beschreven in hoofdstuk 6 van TV 237. De toleranties zoals opgenomen in tabel 9 van TV 237 zijn van toepassing. Voor de vlakheid van de tegels wordt echter een strengere tolerantie geëist: maximale afwijking van 0,5%. Keuring De keuring van de materialen en controle van de werken zullen gebeuren volgens hoofdstuk 7 van TV tegelvloeren keramisch/geperste tegels FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten tussen de onafgewerkte muren. De oppervlakten worden over de voegen en naden heen gemeten. Mee betegelde deurtussenruimten worden meegerekend. Openingen en onderbrekingen groter dan 0,50 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De tegels zijn in de massa gekleurd, 1 ste keuze en behoren tot groep BI a (volgens NBN EN 14411). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

169 Afmetingen: 40 x 40 cm Dikte: minimum 9 mm Randafwerking: recht Rugzijde: geprofileerd Kleurtint: de aannemer zal een stalenkaart met een vijftal kleuren voorleggen Uitzicht: effen Glans: satijn Krasweerstand: minimum hardheid 6 op schaal van Mohs (volgens NBN B ) Slijtweerstand: minimum klasse 4 (PEI-proef volgens NBN EN 14441), of minimum klasse U3s (PEI-proef volgens UPEC-klassering) Chemische weerstand (volgens NBN EN ISO ): klasse AA (geen zichtbaar effect) Weerstand tegen vlekken (volgens NBN EN ISO ): min. klasse 4 Weerstand tegen thermische schokken (volgens NBN EN ISO ): geen beschadiging na proef Weerstand tegen haarscheuren (volgens NBN EN ISO ): geen haarscheuren na proef Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing): De tegellijm draagt een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De tegels worden geplaatst met open voegen op een verharde dekvloer met een mortellijm, volgens 6.1 van TV 237. Voegbreedte: 3 mm. Voegkleur: aangepast aan de kleur van de tegel Legpatroon (volgens hoofdstuk 5 van TV 237): kruisende voegen De tegels worden symmetrisch t.o.v. de assen van het lokaal geplaatst. De rand-, scheidings- en uitzetvoegen zijn inbegrepen en uit te voeren volgens de richtlijnen van 6.5 van TV 237. Enkel in de appartementen, blok C plinten algemeen plinten steen plinten steen/keramisch FH m meeteenheid: per lopende m meetcode: netto lengte, gemeten tussen de muren over voegen en naden heen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De plinten mogen verzaagd worden uit de tegels waarbij het bovenvlak van de plinten steeds gevormd wordt door een tegelzijde. : idem als keramische tegels vermeld in artikel Hoogte: ca. 70 mm Dikte: minimum 8 mm Lengte: overeenkomstig de modulaire afmetingen van de tegels Vorm: de zichtbare hoeken zijn recht. Het plaatsen van de plinten gebeurt slechts na goedkeuring van de plintstalen door de architect en gebeurt volgens de bepalingen van 6.6. van TV 237 (WTCB). De plinten mogen slechts worden geplaatst na de voltooiing van de pleisterwerken, vloerafwerkingen en het binnen- en buitenschrijnwerk. De vloerder gebruikt een hechtmiddel naar keuze (cementmortel, lijmmortel, synthetische lijm, ), aangepast aan de tegel en de ondergrond en volgens de voorschriften van de fabrikant. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

170 De plinten worden perfect evenwijdig met de wand en loodrecht aansluitend tot net boven de vloer geplaatst. Plaatsingspatroon: de plintvoegen vallen steeds samen met deze van de vloertegels. De verticale tussenvoegen worden gevuld met een voegspecie, die verenigbaar is met de plaatsingsmortel. Bijzondere zorg moet worden besteed aan het vermijden van contactgeluidsbruggen. De plint mag geen contact met de vloer maken, bij het aandrukken in de gebruikte lijm/mortel mag de open voeg tussen vloer en muur niet worden gevuld met mortel. Uitstekende randstroken worden afgesneden, waarna de elastische voegen kunnen uitgevoerd worden. De randvoeg onderaan de plinten wordt uitgevoerd volgens hoofdstuk van TV 237. Het gebruik van rubberbitumenkit is niet toegelaten. De kleur van de kitten en de voegmortel is te kiezen door de ontwerper. Alle uitzet- en scheidingsvoegen zijn inbegrepen en uit te voeren volgens de richtlijnen van hoofdstuk 7 van TV 237. Keuring Hoogteverschillen tussen plintstukken, die visueel storend zijn én groter dan 1,5 mm worden afgekeurd. Enkel in de appartementen, blok C trapbekledingen - algemeen Levering en plaatsing van de bekleding van de traptreden, inclusief de bijhorende stootborden en plinten, uitgevoerd in een ander materiaal dan de draagconstructie van de trap. Materialen Alle stukken, rechte en draaiende treden worden geprofileerd en vervaardigd volgens de aanbestedingsplannen en/of de goedgekeurde werktekeningen. Een volledige reeks stalen van het bekledingsmateriaal evenals het bewijs van herkomst samen met de werktekeningen worden vóór de aanvang van de werken aan de architect ter goedkeuring voorgelegd. Vóór het plaatsen van de trapbekleding moet de trap grondig ontstoft worden. De treden worden horizontaal en volkomen waterpas geplaatst. De steunpunten en de eventuele verankeringelementen worden in samenspraak met de architect, de stabiliteitsingenieur, de aannemer en de fabrikant bepaald trapbekledingen steen trapbekledingen steen/natuursteen FH st meeteenheid: per stuk meetcode: per trede, incl. bijhorende plinten en stootborden aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De traptreden en bijhorende stootborden moeten uitgevoerd worden in stroken uit één stuk, vervaardigd uit natuursteen overeenkomstig TV 228. Steensoort: blauwe hardsteen Tredenopvatting: met neus Dikte treden: 30 mm Dikte stootborden en plinten: minimum 20 mm. Plintmodel: trapsgewijs Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Categorie (enkel voor blauwe hardsteen): normaal gebouw (volgens hoofdstuk 7 van TV 220) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

171 Textuur en oppervlakteafwerking: donker gezoet(volgens TV ) De treden worden voorzien van een antislip-frijning. De treden worden opgelegd op de betontrappen. Bij betontrappen worden de bekledingen in een vol mortelbed gelegd, tot verzadiging van de voegen. Alle trappen in grondgebonden woningen toebehoren - algemeen toebehoren - scheidingsprofielen PM Scheidingsprofielen voor de overgang tussen twee verschillende vloerbekledingsmaterialen en/of op die plaatsen waar geen tussendeurdorpels worden voorzien. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de vloerbekleding. : aluminium met kunststofneus, kleur te kiezen uit een gamma van minimaal 12 kleuren Type: T-profiel Profieldikte: minimum 1 mm. Beeldvlak: 3 mm breed Afwerking: geborsteld De scheidingsprofielen worden ingewerkt en verankerd in of op de ondervloer. De bovenzijde van het profiel wordt aangebracht in het beeldvlak van de bevloering. Bij tegelbevloeringen worden de scheidingsprofielen op een normale voegafstand van de tegels gelegd. Alle mortel of lijmresten worden na plaatsing onmiddellijk verwijderd. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Het profiel situeert zich precies onder het deurblad Enkel in de appartementen, blok C. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

172 54. BINNENDEUREN en -RAMEN binnendeuren en -ramen - algemeen Alle noodzakelijke elementen, werken en leveringen voor het samenstellen van de binnendeuren en -ramen tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten: de controle en opmeting ter plaatse van alle deuropeningen (dagmaten) en de eventueel vereiste aanpassing van te prefabriceren elementen aan de werkelijke afmetingen,...; de levering en plaatsing van alle elementen nodig voor het samenstellen van de deur- en/of raamgehelen: de kozijnen met inbegrip van alle toebehoren voor de bevestiging aan de ruwbouw van de vaste of bewegende bovenpanelen en van alle onderdelen voor meervoudige deurgehelen, de doorlopende dichtingstrippen, de nodige schootgaten met metalen dekplaatjes,...; de deurbladen met inbegrip van eventuele uitsparingen voor beglazing of vulpanelen; alle hang- en sluitwerk; de voorgeschreven beschermingsprocédés en oppervlaktebehandelingen (behalve de afwerkingen opgenomen in hoofdstuk 80 binnenschilderwerken); het verwijderen van alle afval afkomstig van de werken en van alle klevers op deurbladen, met uitzondering van deze met de kenmerken van brandweerstand, ; de controle ter plaatste voor de definitieve oplevering, de vervangingen en/of bijregelingen. Materialen STS 53-1 Deuren is van toepassing. In afwachting van een geharmoniseerde productnorm met bijhorende CE-markering, wordt in geval van betwistingen de voorlopige norm prnbn EN Binnendeuren zonder brandeigenschappen, manueel bediend of aangedreven gehanteerd. TIMING OMGEVINGSINVLOEDEN De plaatsing van het binnenschrijnwerk mag pas gebeuren op het ogenblik dat de hygrothermische omstandigheden gunstig zijn overeenkomstig STS en TV 166, t.t.z. in een droog gebouw met een temperatuur tussen 15 C en 25 C en vochtigheidsgraad tussen 40 tot 70% R.V. Indien de leverancier of plaatser vreest dat zijn leveringen onderhevig zouden kunnen zijn aan abnormale hygrothermische toestanden met onomkeerbare effecten, die afkeuring tot gevolg hebben, brengt hij de architect hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. VORM - TYPE - SAMENSTELLING Vooraleer de deurelementen te bestellen of vervaardigen vergewist de plaatser zich van de draairichtingen en openingswijze zoals aangeduid op de plannen en/of detailtekeningen. Alle afmetingen, deurhoogtes, breedtes, muurdiktes moeten terplaatse worden gecontroleerd. Alle hout moet voldoende droog zijn om de dimensionele stabiliteit van het binnenschrijnwerk te waarborgen. De vochtigheidsgraad van het hout bij verwerking in het atelier ligt tussen de 8 en 12 % bij een basistemperatuur van 18 C. Zichtbaar blijvend hout wordt op alle vlakken geschaafd en gladgeschuurd, waarbij scherpe hoeken licht worden afgerond met schuurpapier. Schroefkoppen worden in het hout ingefreesd en nadien voorzien van houten stoppen en/of opgevuld met kneedbaar hout. Nagels worden ingedreven en opgestopt met zuivere lijnoliestopverf of kneedbaar hout binnendeuren en -ramen prestaties Algemeen De deurelementen beantwoorden volgens hun respectievelijke bestemming aan de gestelde prestaties volgens STS Prestatievoorschriften en de normen NBN EN 950, NBN EN 951, NBN EN 952, NBN EN 1529, NBN EN 1530, NBN EN 1191 NBN EN 1192 en NBN EN Volgens toepassingsdomein beantwoorden de binnendeuren minimaal aan de prestaties van de bijlage bij STS 53 Aanbevolen prestaties in functie van de toepassing of aan strengere voorwaarden die eventueel opgelegd worden verder in dit bestek. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

173 De deuren voldoen aan de mechanische weerstandsklasse volgens STS en NBN EN 1192: klasse M1 voor binnendeuren van woonlokalen voor een gebruiksfrequentie van cycli klasse M2 voor brandwerende deurgehelen, collectieve ruimten, voor een gebruiksfrequentie van cycli klasse M3 voor intensief gebruikte deuren (fietsenbergingen, ) voor een gebruiksfrequentie van cycli Bedieningskrachten F volgens STS en NBN EN 12217: standaard klasse F2 Brandwerende en inbraakbestendige deuren moeten steeds in hun geheel voldoen aan de proefvoorwaarden volgens de voorgeschreven klasse, t.t.z. de deurkozijnen, het hang- en sluitwerk, de deurbladen, eventuele beglazingen, en de aansluiting op de ruwbouw. Deurgehelen of deurelementen waaraan akoestische prestaties worden gesteld houden voor een correcte uitvoering rekening met het artikel Uit De Praktijk Akoestische problematiek van deuren WTCB-Tijdschrift 2000/1 p deurkozijnen - algemeen Levering en plaatsing van de deurkozijnen, met inbegrip van de afdeklijsten, hang- en sluitwerk en de eventuele bovenpanelen of daglichten. Materialen De materialen beantwoorden aan STS en zijn afgestemd op de aard en het gewicht van de voorziene deurbladen, de ophangelementen en sluitfuncties. Alle opengaande vleugels worden opgevat met een enkele aanslag, behalve bij opdekdeuren. De uitvoering beantwoordt aan de bepalingen van STS en de richtlijnen van de fabrikant van voorgevormde deurkozijnen en het voorziene hang- en sluitwerk. De deurkozijnen worden haaks gesteld en op niveau gebracht van de voorziene vloerafwerking en/of deurdorpels. De schrijnwerker pleegt hierover overleg met de vloerder. De verankeringen aan de wanden worden zo dicht mogelijk bij de ophangings- of draaiorganen van de deurvleugel(s) en de eventuele deursluiter(s) gerealiseerd. De bevestiging aan de ruwbouw gebeurt met minstens 6 bevestigingsmiddelen per enkele deurnis, geen rekening houdend met de extra bevestiging voor een eventuele deursluiter. Een bijkomende middenbevestiging aan het linteel is verplicht voor elke dwarsregel langer dan 100 cm. Dubbele deuren worden bovenaan op minstens drie plaatsen bevestigd deurkozijnen - hout Materialen Houten deurkozijnen kunnen op maat worden vervaardigd in de werkplaats van de schrijnwerker of uit geprefabriceerde elementen bestaan: twee muurstijlen met verstekeinden, een eventuele tussenstijl uitgevoerd als hang- of sluitstijl en een bovendorpel met verstekeinden. Houten plaatmaterialen: beantwoorden aan STS beschikken over een CE-markering en dragen het FSC- of PEFC-label. De leverancier moet FSC of PEFC CoC gecertificeerd zijn. formaldehydegehalte: klasse E1 volgens NBN EN 717-2/AC. Platen in vochtige binnenomgevingen zijn steeds van het type 2 (vochtige binnenomgeving). Zichtbaar blijvend hout is van schrijnwerkkwaliteit volgens STS en NBN EN 942. Het wordt geimpregneerd met een B-procédé (volgens STS ) of procédé C1 (volgens STS ) met een ATG (of gelijkwaardig) of het heeft een natuurlijke duurzaamheid van klasse III of hoger. Elke levering van behandeld hout is vergezeld van een behandelingsattest, opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de firma die de behandeling heeft uitgevoerd en waaruit blijkt dat het aangewende product gehomologeerd is en dat gewerkt werd volgens een goedgekeurd procédé. Alle aangewende bevestigingsmiddelen moeten roestbestendig zijn. Het hout van het deurkozijn komt niet rechtstreeks in contact met het metselwerk. Het opspieën tussen de muur/latei en de dagstukken gebeurt met stukken massief hout of multiplex. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

174 De binnenkast wordt met ingefreesde schroeven stevig gemonteerd. Montageschuim mag worden gebruikt als versteviging ter hoogte van de hoeken, maar het wordt niet toegestaan om de deurkozijnen enkel en alleen vast te zetten met behulp van montageschuim. De diepte van de aanslag stemt overeen met de dikte van de deurvleugel verhoogd met 2-3 mm. De aanslagbreedte bedraagt min. 10 mm (deurbladen < 40 mm) en 15 mm (deurbladen >40 mm). De deurkozijnen worden voorzien van de nodige ophangingselementen en schootgaten voorzien van een metalen sluitplaat aangepast aan de kenmerken en positionering van de sloten. Het profiel van de deklijsten is aangepast aan de plaatsing van de ophangingsorganen van de deurvleugels. De binnenrand moet perfect gelijk aansluiten op het kozijn. De deklijsten worden in verstek gezaagd en d.m.v. (schiet)nagels onzichtbaar bevestigd. De kopzijde van de binnenkast wordt licht afgeschuind waardoor zij zodanig geplaatst kunnen worden dat enkel de buitenste randen in contact komen met het pleisterwerk. De dagstukken voor deuren met deklijsten zijn hiertoe 2 à 3 mm breder dan de afgewerkte muurdikte. De deklijsten houden een afstand van 1-2 mm van de vloerafwerking, waarbij de voegen na het schilderwerk met een elastische kit verzorgd en fijn afgelijnd worden afgedicht. De paumellen worden ingewerkt, uitgelijnd en met minimum minimum 3 schroeven per scharnierflank vastgezet. Ingefreesde schroefkoppen worden voorzien van houten stoppen en/of opgevuld met kneedbaar hout. Nagels worden ingedreven, en met de schietnagelgaatjes opgevuld en uitgeplamuurd met een zuivere lijnoliestopverf. Het geheel wordt opgeschuurd en schilderklaar afgewerkt deurkozijnen hout/mdf FH st meeteenheid: per stuk meetcode: deurkozijn, inclusief schootgaten met een metalen dekplaatje en ophangingen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Deurkozijnen vervaardigd uit MDF en deklijsten uit MDF. Kwaliteit: groene MDF type H volgens NBN EN 622-5, densiteit kg/m3, dikte 18 mm. Profilering dagstukken: met ingewerkte aanslaglat uit MDF, circa 5 mm ingevat in de binnenkast. Profiel deklijsten: afmetingen ca. 12x70 mm, buitenrand facet, binnenrand facet Deurafmetingen Deurbreedte(s): 830/930 mm (volgens aanduidingen op plan) Deurhoogte: 2115 mm Wanddikte(n): 90 / 140 mm (volgens muurdikten op plan) Afwerking: voorzien van een satijn laklaag, kleur wit deurbladen - algemeen Levering en afhangen van de deurbladen, met inbegrip van de deurvleugels, sloten en sleutels, krukken en rozetten, roosters, evt. bovenpanelen, invulbeglazing en toebehoren,. Materialen De deurbladen laten toe de nodige uitsparingen te voorzien voor een stevige bevestiging van ophangings-, bedienings- en sluitingsorganen. De slotkant is gemerkt. Bij deuren voorzien van een deursluiter worden de bovenregels hiertoe verzwaard. Enkelvoudige draaideuren tot 2115 mm hoogte worden opgehangen met minimum 3 paumellen voor deurbladen tot 880 mm breedte en minimum 4 paumellen voor deurbladen > 880 mm breedte. Bekledingsplaten worden thermisch en onder hoge druk met het randhout, het binnenwerk en/of de massieve kernplaten verlijmd, d.m.v. een kunstharslijm ongevoelig voor vocht. Volgende fabricagegebreken hebben afkeuring tot gevolg: delaminatie of open voegen tussen de lagen of tussen twee stroken fineer van eenzelfde laag, overlappende lagen, uitgevoerde reparaties, blazen, ruw oppervlak, lijmpenetratie. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

175 De montage van de deurvleugels en hun toebehoren gebeurt volgens STS 53.1, de voorschriften van de fabrikant en aanwijzingen op de plannen en detailtekeningen. Voor het in fabricatie geven van de deuren legt de aannemer de nodige details ter goedkeuring voor aan de architect. De bijhorende ophangingsorganen volgens openingswijze stemmen overeen met de bepalingen van artikel De paumellen worden verdiept aangebracht en vastgezet met minstens 3 bijpassende schroeven in roestvast staal. De schootgaten zijn aangepast aan de afmetingen en de kenmerken van de sloten. De bevestiging van de krukken en rozetten is onzichtbaar deurbladen - hout met holle kern deurbladen - hout met holle kern/celrooster FH st meeteenheid: per stuk meetcode: deurbladen met inbegrip van het hang- en sluitwerk, eventuele beglazingen, aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Standaard leverbare vlakke deurbladen voor normaal gebruik. Ze zijn samengesteld uit een grenen kader met daartussen een celvormige roosterstructuur bestaande uit inerte en stijve materialen (karton, hardboard of kunststof), gevat tussen bekledingsplaten uit oil-tempered hardboard, dikte min. 3 mm, densiteit > 750 kg/m3. Type: stompe of sponningdeur Afwerking: geplamuurd, laagdikte minimum 0,2 mm, geschikt om te worden voorzien van de schilderafwerking. Afmetingen: breedtes volgens aanduidingen op plan dikte: 40 ( 2 mm) hoogte: 2115 breedte: 830 / 930 mm (per 50 mm) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Deurspaties onderzijde: conform ventilatiedebiet EPB volgens NBN D hang- en sluitwerk - algemeen Levering en montage van alle hang- en sluitwerk. Alle noodzakelijke toebehoren voor de ophanging, het openen en sluiten en afwerking van de binnenschrijnwerkelementen zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen van de deurkozijnen, deurbladen of deurgehelen. Ook als de expliciete beschrijving zou ontbreken in het bestek. Materialen Het hang- en sluitwerk beantwoordt aan de bepalingen van STS 53.1 Alle hang- en sluitwerk en hun bevestigingsmiddelen zijn roestbestendig, conform de eisen van NBN EN Hang- en sluitwerk - Bestandheid tegen corrosie - Eisen en beproevingsmethoden. Alle deurbeslag is zoveel mogelijk van gelijke vormgeving en kleur. Types en modellen worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Volgens de montagevoorschriften van de fabrikant hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen hang- en sluitwerk - scharnieren en paumellen/aluminium PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

176 aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de deurkozijnen of deurgehelen. Alle opendraaiende deurvleugels worden voorzien van minimaal drie paumellen of fitsen. Samen voldoen zij in functie van het gewicht van de deurvleugels aan de eisen van NBN EN 947 Scharnierende of draaideuren - Bepaling van de weerstand tegen verticale belasting. Massieve deurbladen worden voorzien van 4 scharnieren waarvan 2 kort tegen de bovenzijde. Iedere scharnierflank wordt bevestigd met minimum 3 schroeven. : geëxtrudeerd alumnium volgens EN AW-6060 of EN AW-6063 Afwerking: geanodiseerd 20 µm Type (conform NBN EN 947): kogelpaumellen knoopdiameter min. 12 mm, met nylonring en stift in gebichromateerd staal (min. 8 mm) hang- en sluitwerk - deurkrukken hang- en sluitwerk deurkrukken/aluminium PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie(PM). Inbegrepen in de prijs van de deurbladen of de deurgehelen. De deurkrukken beantwoorden aan de duurzaamheidseisen van NBN EN Hang- en sluitwerk - Deurklinken en -knoppen - Eisen en beproevingsmethoden. Een doorgaande stift verbindt de twee krukhelften. Na montage van de krukken en rozetten op de deur ontstaat een stevige draaibare lagering. : geëxtrudeerd alumnium volgens EN AW-6060 of EN AW-6063 Vorm: L-vormig met rond profiel, sectie circa 18 mm Afwerking: geanodiseerd Krukstift: aangepast aan de slotkast, dikte van het deurblad en de rozetten Rozetten, afdekplaat: afzonderlijke krukrozetten met onzichtbare bevestiging Sleutelplaatjes: afzonderlijk met onzichtbare bevestiging afhankelijk van het voorziene slottype bestemd voor klaviersleutel / vrij-bezet knop Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Sanitaire deuren zijn voorzien van een vrij - bezet garnituur in combinatie met de dagschoot, zelfde materiaal als de deurkrukken, vrij en bezet sloten. Montage volgens de voorschriften van de fabrikant. Opstelhoogte: standaard 105 cm. Gewone binnendeuren. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

177 55. BINNENTRAPPEN EN LEUNINGEN binnentrappen en leuningen algemeen Alle leveringen en werken voor de realisatie van de binnentrapelementen tot een afgewerkt geheel, d.w.z. het geheel van de samenstellende delen, met inbegrip van de bijhorende bordessen, randafwerkingen, leuningen, borstweringen, handgrepen, e.d. De werken omvatten: het opmeten van de juiste afmetingen ter plaatse, en de eventueel vereiste aanpassingen van te prefabriceren elementen aan de werkelijke afmetingen,...; de controle en voorbereiding van de steunen, akoestische oplegvoorzieningen, ; de fabricatie op maat, het transport en de montage van de trapelementen, treden, leuningen, borstweringen, bordessen,, inclusief bevestigings- en oplegmiddelen, chemische ankers, het uitvoeren van de koppelingen, de eventuele constructieve voegen, de randafwerkingen, aansluitingen met de omringende vloer- en wandafwerkingen; het verwijderen van vlekken van mortel- of lijmsporen, het reinigen van de treden, het nemen van de nodige maatregelen om de trap na plaatsing te beschermen tegen beschadiging en bevuiling voor de duur van de verdere bouwwerkzaamheden (last van de algemene aanneming). Materialen STABILITEIT - BELASTING De bepalingen van NBN EN ANB (belastingen tengevolge van het eigengewicht en opgelegde belastingen voor gebouwen) zijn van toepassing op de uit te voeren trapgehelen. De bepalingen van NBN B zijn van toepassing op de samenstellende delen van de borstweringen en hun bevestigingen. BESCHERMINGSMAATREGELEN De trappen en onderdelen worden zoveel mogelijk geprefabriceerd in de werkplaats en in één keer op de werf gebracht. Bij het transport worden de nodige voorzorgen genomen om iedere beschadiging van het gebouw, geprefabriceerde trappen en/of onderdelen te voorkomen. Zij worden onmiddellijk opgeslagen op een geventileerde en beschermde plaats. STUDIES WERKTEKENINGEN OPLEG EN VERANKERING De trappen als geheel van samenstellende delen worden uitgevoerd volgens de plannen en doorsneden en/of de bijgevoegde detailtekeningen. Indien het aanbestedingsdossier geen specifieke detailtekeningen bevat, zijn de aangegeven trapvorm en basisafmetingen louter richtinggevend. De aannemer is verplicht ter plaatse de afmetingen te controleren en na te gaan of de trappen en/of onderdelen kunnen worden uitgevoerd volgens de voorgelegde plannen. Indien dit onmogelijk blijkt, brengt hij de architect hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. De nodige werktekeningen worden aan de architect ter goedkeuring voorgelegd. De plaatser zal conform de voorschriften van het bestek en referentiedocumenten voor goed vakmanschap, zelf instaan voor een ergonomische stapmodulus en het correct verdrijven van de treden. Bij bordestrappen wordt gezorgd dat de handgreep een vloeiende lijn kan vormen. Trappen worden zoveel mogelijk (akoestisch) opgelegd op de bordessen, verankering aan woningscheidende wanden moet worden vermeden. De steunpunten en eventuele verankeringselementen worden in samenspraak tussen architect, stabiliteitsingenieur, aannemer en fabrikant bepaald. De plaatser stelt de uitvoeringsplannen op, die voorafgaandelijk ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan de architect. STAPMODULUS - VERDRIJVEN VAN TREDEN - VRIJE HOOGTE Bij het uitwerken van trappen moet rekening worden gehouden met de elementaire principes van de stapmodulus (M=570 tot 630) en dit volgens de formule M=2H+A, waarin A staat voor de aantrede en H voor de optrede. In woningen zijn aantredes kleiner dan 22 cm niet aanvaardbaar (behalve voor zolder- of keldertrappen). Het verdrijven van trappen moet gebeuren volgens de gangbare verdrijvingsmethoden zoals vermeld in TV (bv. de harmonische verdrijving of de verdrijving in het oneindige) De vrije hoogte tussen de trap(neuzen) en plafond moet minstens 220 cm bedragen. Indien deze vrije hoogte niet kan worden bereikt, brengt de aannemer de architect hiervan zo snel mogelijk op de hoogte te brengen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

178 VLUCHTTRAPPEN De nuttige breedte is minstens 80 cm en bereikt minstens de vereiste nuttige breedte berekend volgens de technische bijlage 1 van het KB van 07/07/1994. Aantrede: minimaal 20 cm Optrede: maximaal 18 cm De vrije hoogte bedraagt volgens KB van 07/07/1994 op elk punt minstens 200 cm. TOEGANKELIJKHEID Trappen die vallen onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Verordening Toegankelijkheid moeten voldoen aan de normen van art. 20: Vrije doorgangsbreedte van de trap na afwerking van de eventuele wanden en tussen de leuningen, bedraagt minimaal 100 cm, vrij van obstakels. Maximum om de 17 treden moet een tussenbordes van min. 100 cm diep voorzien worden. Alle treden moeten over een zo gelijkvormig mogelijke op- en aantrede beschikken: o optrede (H) is max. 18 cm o aantrede (A) is min. 23 cm o 2H+A=600+/-30 mm Aan beide zijden van de trap moet een trapleuning worden voorzien. De trapleuningen moeten doorlopen ter hoogte van tussenbordessen. Voor het begin en aan het einde van de trap moet de trapleuning minstens 40 cm horizontaal verder lopen. Als de leuning in het ijle stopt, moet ze worden afgerond naar de grond of naar de wand. Keuring Alle aantreden moeten op de looplijnen gelijk zijn en volgens de regels van de kunst uitgevoerd. De maximale afwijking bedraagt 5 mm. De hoogte van alle optreden moet gelijk zijn om risico op vallen te voorkomen. Als er een maatafwijking is, moet deze opgevangen worden in de onderste trede met een maximum afwijking van 5 mm, tussen de andere treden mag de onderlinge maatafwijking nergens groter zijn dan 2 mm. De trappen mogen niet kraken bij het belopen. Alle nodige voorzieningen hiervoor worden op esthetische wijze getroffen volgens de regels van de kunst tot het kraken verholpen is (kraaklatten, akoestische opleg, ) handgrepen algemeen Levering en plaatsing van handgrepen op de leuning of tegen de muurzijde van trappen, op de borstweringen, tegen de muurzijde van trappen, spijlenhekwerken, e.d.. Materialen Op maat vervaardigde of modulair samengestelde handgrepen uit rechte en gebogen stukken. De handgrepen en hun bevestigingen moeten voldoen aan de bepalingen van NBN B 'Borstwering van gebouwen'. Ze zijn ergonomisch geprofileerd. Ze zijn glad afgewerkt en vrij van scherpe hoeken in het verloop. Alle houten elementen dragen het FSC of PEFC-label en de leverancier is FSC of PEFC CoC gecertificeerd. Opstelling volgens aanduidingen op plan en/of detailtekeningen. Voor het definitief vastzetten, worden de handgrepen gelijnd, op hoogte en in het lood gesteld handgrepen staal PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van de borstweringen en/of het trapgeheel. De stalen handgrepen zijn vervaardigd uit naadloos getrokken kokerprofielen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

179 Staalsoort: volgens NBN EN A1: 2011 van staalconstructies en aluminiumconstructies - Deel 2: Technische eisen voor staalconstructies. Model: ter goedkeuring voor te leggen aan de architect Wanddikte: minimum 2 mm Sectie: rond Afmetingen: rond, diameter 40 mm Oppervlaktebehandeling: de stukken worden thermisch verzinkt of gemetalliseerd en voorzien van 2 lagen poedercoating, laagdikte min. 80 µm. Kleur: Te kiezen op staal Eventuele beschadigingen van de lak door het transport en de plaatsing worden op de werf bijgewerkt totdat een uniforme kleur en aspect wordt bekomen. Verbinding van de leuning: in verstek haaks op elkaar. Bevestiging: met metalen handgreephouders Minimale afstand tussen de muur en de handgreep: minimum 50 mm Verdiepingstrappen blok A, B, D en E Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

180 56. VAST BINNENMEUBILAIR vast binnenmeubilair - algemeen Alle leveringen en werken voor de realisatie van het te voorziene vast meubilair en/of andere vaste uitrustingselementen, tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten: de controle m.b.t. technische aansluitpunten (water, gas, elektriciteit), de opmeting van de juiste afmetingen en eventuele aanpassing van de elementen aan de werkelijke afmetingen; de voorbereiding, het uitwerken van uitvoeringdetails volgens de aanwijzingen op de detaiplannen en volgens bestek; de prefabricatie in de werkplaats van de nodige meubelmodules en uitrustingselementen; de opstelling, montage, bevestiging en afregeling van alle elementen en hun toebehoren, de aansluiting van voorziene toestellen en kranen opgenomen in de posten 61, 62 en 68. het opkitten van de aansluitvoegen tussen de schrijnwerkelementen, wanden en plafonds; het verwijderen van alle afval, het ontdoen van klevers, bescherming van de werken, en reiniging voor de voorlopige oplevering,... Materialen De prestaties, veiligheidseisen en beproevingswijzen, waaraan inbouwkasten, tabletten en werkbladen moeten voldoen, stemmen overeen met NBN EN Woon- en keukenmeubelen Opslageenheden en werkbladen Veiligheidseisen en beproevingsmethoden. Zichtbaar blijvende zijwanden worden afgewerkt zoals de kastfronten. Houten plaatmaterialen beantwoorden aan STS Zij beschikken over een CE-markering en dragen het FSC- of PEFC-label en de leverancier is FSC of PEFC CoC gecertificeerd. Formaldehydegehalte: klasse E1 volgens NBN EN 717-2/AC. Platen in vochtige binnenomgevingen zijn steeds van het type 2 (vochtige binnenomgeving). Timmerhout voor afkastingen voldoet aan STS Het hout moet droog en maatvast zijn bij de plaatsing. Zichtbaar blijvend hout is van schrijnwerkkwaliteit volgens STS en wordt geimpregneerd met een B-procédé (volgens STS ) of procédé C1 (volgens STS ) met een doorlopende technische goedkeuring, hetzij heeft een natuurlijke duurzaamheid van klasse III of hoger. Het hout moet droog en maatvast zijn bij de plaatsing. Metalen componenten van het vast meubilair en de inrichting zijn roestbestendig en beantwoorden aan de voorschriften van STS 36 (deel II, 06.74). Schroefkoppen zijn enkel toegestaan binnen de kastelementen, zij worden ingefreesd en voorzien van kunststof afdekkapjes in de kleur van het corpus. Nagels worden ingedreven en opgestopt met zuivere lijnoliestopverf of kneedbaar hout. De nodige documentatie, stalen van plaatmaterialen, beslag en toebehoren worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Wanneer twijfel bestaat omtrent de juiste keuzes, wordt vooraf het advies van de architect ingewonnen. Met de eigenlijke plaatsing van vast binnenmeubilair mag pas worden begonnen op het ogenblik dat de ontwerper en de aannemer, na gezamenlijk overleg, oordelen dat de plaatsingsvoorwaarden gunstig zijn, d.w.z. in een droog en gesloten gebouw, met een temperatuur begrepen tussen 15 en 25 C en een relatieve vochtigheid tussen 40 en 70 % R.V. Het inbouwmeubilair mag in geen geval geplaatst worden indien de omstandigheden van die aard zijn dat zij onomkeerbare effecten (opzwellen, kromtrekken of krimpen van het schrijnwerk) tot gevolg kunnen hebben. De kastelementen sluiten verzorgd aan op de constructies, er wordt hierbij rekening gehouden met de uitbekleding van leidingkokers die eventueel moeten worden geïntegreerd en afgewerkt. De aansluitingsvoegen t.o.v. wandafwerking en kastelementen, alsook de voegen tussen sokkel en bevloering worden opgespoten met een elastische kit op basis van niet zuurhoudend, schimmelwerende sanitaire siliconen. Ze polymeriseren volledig, zijn krimpvrij en bestand tegen reinigings- en oplosmiddelen. Kleur: te bepalen door de ontwerper. Keuring Randaansluitingen van het inbouwmeubilair of plaatafwerkingen met omgevende bouwdelen vormen een afgelijnd en zuiver afgewerkt geheel. Kastfronten worden recht afgehangen, met regelmatige tussenvoegen. Alle ophang- en sluitingsmechanismen functioneren zonder haperen. De oppervlakteafwerking van plaatafwerkingen, tabletten, werkbladen, deur- en schuiffronten Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

181 vertonen geen beschadigingen keukenmeubelen - algemeen keukenmeubelen onderdelen keukenmeubelen onderdelen/stelpoten en plintplaat PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Elk kastelement wordt opgesteld op 4 regelbare stelpoten, voorzien van een klemsysteem voor de bevestiging van een plintplaat. De sokkel springt circa 5 cm in op de rand van het kastfront en is minimum cm hoog, of overeenkomstig detailtekeningen. Voor de tussenbouw of onderbouw van toestellen van de huurder (kookfornuis, afwasmachine, koelkast,...) worden volgens detailplannen, de nodige uitsparingen in de plint voorzien. De plint loopt door over zijranden, hoeken worden in verstek geplaatst en afgekit of voorzien van een aangepast hoekprofiel uit aluminium of kunststof. Aanrechthoogte bovenkant werkblad: 95 cm Stelpoten: hoogwaardig kunststof Plintplaat: kernplaat uit watervaste houtspaanplaat volgens NBN EN 312, densiteit kg/m3, dikte minimum 18 mm. Plaatbekleding: de plintplaten zijn bekleed op beide zijden met melamine, van eenzelfde afwerkingskwaliteit als deze van de fronten en zichtbaar blijvende wanden. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De plintplaat is onderaan voorzien van een dichtingsprofiel in PVC, met zachte neusstrook om lichte oneffenheden in de vloer op te vangen. Alle keukentypes keukenmeubelen onderdelen/corpus en leggers PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. De platen van het corpus worden zo bevestigd dat de volledige kastconstructie onvervormbaar is. Hiervoor worden verlijmde pen- en gatverbindingen of mechanische verbindingen gebruikt. In het geval van verlijming is de lijm water- en slagvast. Enkel nagelen of nieten is verboden. Het corpus van elke kast is voorzien van de nodige aanslag- en oplegprofielen nodig voor de bevestiging van werkbladen, inbouwelementen en fronten. Uitsparingen voor de doorvoer van waterafvoer- en toevoerleidingen zijn verzorgd en waterbestendig afgewerkt. Deze worden voorzien in de werkplaats van de constructeur. Elke binnenhoekkast is benutbaar vanuit een naburige kast, bodem en boord lopen door. De legplanken zijn in de hoogte verstelbaar d.m.v. in de zijranden inplugbare pennen. Bij dubbele (hang)kasten worden de legplanken, langer dan 80 cm, ook in het midden ondersteund aan zowel de front- als de rugzijde. Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit kg/m3, dikte min. 18 mm. Plaatbekleding: op beide zijden bekleed met hogedruk laminaatplaten volgens NBN EN van de klasse HPL-EN 438 HGS of S 333. Zichtranden: acryllijst dikte minimum 1,5 mm dik. Kleur: wit. Rugplaat: gemonteerd in groef, in zelfde materiaal als corpus, dikte 8 mm. Zichtzijde: witte kunststofbekleding. Leggers: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

182 materiaal: zelfde kernplaat en plaatbekleding als corpussen, dikte 18 mm. steunpennen: vernikkeld staal Laden: geprefabriceerde laden bestaande als combinatie van zijkanten in gelakte metaalplaat en bodems uit zelfde kernplaat en plaatbekleding als corpussen, bodemdikte 12 mm Aansluitvoegen: elastische kit, kleur: wit De opstelling en montage van de corpussen garandeert een stevig en onvervormbaar geheel waarbij accidenteel verplaatsen van kasten is uitgesloten. De elementen worden horizontaal gesteld en aan elkaar verbonden met klasseervijzen, bedekt met hoedjes in PVC. Op te hangen elementen worden stevig en onzichtbaar tegen de muur bevestigd met een afregelbare ophangconstructie. Alle keukentypes keukenmeubelen onderdelen/fronten en zichtwanden PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit: kg/m3. Plaatdikte: minimum 18 mm Bekleding frontpanelen (i.g.v. houtspaanplaten): hogedruklaminaatplaat, klasse HPL-EN 438 VGS of S 232, dikte 0,8 mm. Randen: acryllijst, dikte min. 1,5 mm. Kleur: te kiezen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Oppervlaktetextuur: licht gestructureerd Alle keukentypes keukenmeubelen onderdelen/werkbladen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. De vochtbestendigheid van de werkbladen, bestand tegen opzwelling, moet gegarandeerd zijn. Kernplaat hout: dikte 40 mm (+/- 2 mm) watervast verlijmde vochtwerende houtspaanplaat beantwoordend aan NBN EN 312, densiteit minimum kg/m3 Bekleding bovenzijde: water- en hittebestendig verlijmd met een kraswerende hogedruklaminaatplaat beantwoordend aan NBN EN van de klasse: HPL-EN 438 HGP, Type P (postforming) met een slijtvastheid 3, een schokweerstand 3 (à 20 N), een krasweerstand 3 (à 20N). Dikte minimum 0,9 mm. Zichtbare zijranden bekleefd met hogedruk-laminaatplaat. Postvorming voorrand: tweemaal afgerond over 90. Onderzijde werkblad: hogedruklaminaatplaat HPL-EN 438 HGS, gelijke dikte als bovenzijde. Oppervlakteafwerking: lichtkorrelig oppervlak mat. Kleur: kleurkeuze te bepalen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Vrijstaande zijranden (fornuis) worden afgewerkt met een ingewerkt aluminium profiel. Voor een vochtbestendige uitvoering wordt een getrokken alu-profiel / kunststofprofiel voorzien, dat in de achterzijde van het werkblad past en boven het werkblad uitsteekt; dit deel wordt ingewerkt achter de wandbetegeling en afgewerkt met een elastische kit. Werkbladen moeten zoveel mogelijk uit één stuk zijn, waarbij lasnaden in het werkblad enkel worden toegestaan hoekverbindingen. De voegen worden gedicht met een schimmelwerende kit. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

183 De vrije randen bij het aanrecht ter hoogte van fornuis of koelkast worden afgewerkt met een T-profiel uit geanodiseerd aluminium, geplooid over de voorkant, waterdicht ingewerkt en verlijmd met tand- en groefverbinding. In het werkblad worden de nodige openingen gezaagd met afgeronde hoeken voor het inwerken van de voorziene inbouwelementen. De dichting tussen de inbouwtoestellen en het werkblad worden waterbestendig en verzorgd uitgevoerd. De werkbladen worden stevig verbonden met de kastmodules d.m.v. voldoende schroeven. De werkbladen worden tegen wanden aangesloten d.m.v. een elastische voeg op basis van neutrale siliconen (kleur: wit). De voegkit is na verharding blijvend elastisch, waarbij de bovenlaag niet afzonderlijk verhardt. Zij moet goed vastkleven aan alle materialen en bestand zijn tegen warm water en gewone onderhoudsproducten en detergenten. Alle keukentypes keukenmeubelen onderdelen/beslag en handgrepen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Draai- en klapdeuren worden opgehangen met voldoende scharnieren (minimum om de 80 cm). Deuren van onderkasten en hangkasten krijgen twee scharnieren per deur; deuren van halfhoge kasten drie scharnieren, deuren van hoge kolomkasten krijgen vier scharnieren. Scharniertype: drie-dimensionaal regelbare klipscharnieren van het zelfsluitend inpot-type (diameter 35 mm) vervaardigd uit vernikkeld staal of hard metaal. Openingshoek: minimum 90 Pottenwagens en voorraadladen: voorzien van telescopische geleiders type onder- of zijbouwgeleider met viervoudige nylon rol of kogellagers. Het geheel is compleet uitschuifbaar, geruisloos werkend en voorzien van een veiligheidspal tegen uitvallen. De sterkte van de looprails is aangepast aan de afmetingen van de laden en bestand tegen een last van 5N per dm3 nuttig volume. : gegalvaniseerd en gelakt staal of vernikkeld staal. Alle kastdeuren en schuiven worden voorzien van een greepsysteem van het type: U-vormige beugelgrepen zonder zichtbare rozetten, met een ronde sectie van circa 8 mm, vervaardigd uit roestvast staal, Breedte: circa 10 cm, voorsprong circa 30 mm. Model ter goedkeuring voor te leggen. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De telescopische schuifgeleiders zijn van het type softclose. Alle keukentypes keukenmeubelen onderdelen/toebehoren PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de keukenmeubelen. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Geïntegreerd plintrooster : gemoffeld aluminium Kleur: kleurtint v/d plint Plafondaansluiting en muuraansluiting Plafondaansluiting: platen zelfde kwaliteit en afwerking als de kastfronten. Muuraansluiting: platen zelfde kwaliteit en afwerking als de kastfronten. Binnenkastuitrusting: Vuilnisemmer: nuttige inhoud 5 liter in kunststof. Handdoekrekje: uitschuifbare buizen in geplastificeerd metaal. Besteksorteerder: kunststof Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

184 Alle keukentypes keukenmeubelen type 1 FH st meeteenheid: per stuk meetcode: volgens keukentype aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De type 1 keukens worden voorzien in volgende woongelegenheden: C1 en C keukenmeubelen type 2 FH st meeteenheid: per stuk meetcode: volgens keukentype aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type 2 keukens zijn identiek aan de type 1 keukens, doch gespiegeld. De type 2 keukens worden voorzien in volgende woongelegenheden: C2 en C inbouwkasten - algemeen inbouwkasten - onderdelen inbouwkasten onderdelen/fronten en zichtwanden PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Kernplaat: houtspaanplaten volgens NBN EN 312, densiteit: kg/m3. Plaatdikte: minimum 18 mm Bekleding frontpanelen (i.g.v. houtspaanplaten): gemelamineerd (min. 120 gr/m2). Voorranden: acryllijst, dikte min. 1,5 mm. Kleur: te kiezen uit het standaard kleurengamma van de fabrikant. Oppervlaktetextuur: licht gestructureerd Alle keukentypes inbouwkasten onderdelen/toebehoren PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de inbouwkasten. Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Afschermstrook voor indirecte verlichting Hogedruk laminaatplaten van dezelfde kwaliteit als de frontplaten Dikte: minimum 12 /... mm, hoogte circa 70 / 80 / mm. Plafondaansluiting en muuraansluiting Plafondaansluiting: platen zelfde kwaliteit en afwerking als de kastfronten / het corpus. Muuraansluiting: platen zelfde kwaliteit en afwerking als de kastfronten / het corpus. Spiegel op deurfront, afmetingen... Staaf kleerhangers: rond / ovaal, uit verchroomd staal / roestvast staal /, diameter mm Sloten: kastklavierslot / kastcilinderslot geleverd met twee sleutels per slot Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

185 inbouwkasten kastgeheel type 1 FH st meeteenheid: per stuk meetcode: volgens type aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De nis met meters in de inkomhal van grondgebonden woningen moet voorzien worden van een kader met dubbele deur cfr. de omschrijving van artikel en Inbegrepen: -Kaderwerk in geïmpregneerd timmerhout met aan de zichtzijde afwerking in melamineplaat. -Afkitten van aansluitingen van het kaderwerk op het pleisterwerk van wanden en plafond, aansluiting op de vloerafwerking -2 deuren (cfr ) van gelijke breedte, voorzien van u-vormige handgreep uit RVS, en aan het kader bevestigd met elk 4 scharnieren. Scharniertype: drie-dimensionaal regelbare klipscharnieren van het zelfsluitend inpot-type (diameter 35 mm) vervaardigd uit vernikkeld staal of hard metaal. Openingshoek: minimum 90 De deuren worden met de voorzijde in het vlak van het aangrenzende pleisterwerk gemonteerd. De inbouwkasten van type 1 worden in volgende woongelegenheden voorzien: Blok A, B, D en E. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

186 57. TABLET- EN WANDBEKLEDINGEN tablet- en wandbekledingen - algemeen venstertabletten - algemeen Alle leveringen en werken voor het realiseren van de venstertabletten, aan de binnenzijde van de raamkozijnen, tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten: het opmeten van de juiste afmetingen na uitvoering van het schrijnwerk en het pleisterwerk; het voorbereiden van de ondergrond, d.w.z. het verwijderen van alle vuil en loszittende delen; het volgens bestek inwerken van de tabletten in omgevende muren of het pleisterwerk; het bijkomend isoleren van de aansluiting tussen tablet, spouwblad en schrijnwerk; het leveren, plaatsen en waar vereist bijkomend ondersteunen van de tabletten; het herstellen van het omgevend pleisterwerk en afwerken van de naden met elastische kitten; het verwijderen van alle mortel- of pleisterresten, reinigen en beschermen tot aan de voorlopige oplevering van de venstertabletten. Materialen De aan te wenden legmortels en/of aangepaste bevestigingskitten en -materialen, zijn verenigbaar met de aard van de tabletten. Een volledige reeks monsters en/of kleurstalen van de tabletten wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur, samen met een technische documentatie van de elastische kitten. Het gebruik van zuurhoudende en rubberbitumenkitten wordt niet toegestaan. volgens TV 227 en TV 237, aangevuld met eventuele specifieke voorschriften van de leverancier of fabrikant. Onder geen beding mogen vocht- of thermische bruggen ontstaan tussen het binnen- en buitenspouwblad. Voor plaatsing wordt nagegaan of een degelijke thermische onderbreking en bouwknoop tussen binnen- en buitenspouwblad gewaarborgd is. Slecht aansluitende isolatiematerialen moeten worden gecorrigeerd in overleg met de architect. Bijzondere aandacht is geboden om de continuïteit van de luchtdichtheid ter hoogte van de aansluitingen met het metselwerk en het buitenschrijnwerk te verzekeren. Daarom worden de venstertabletten pas na de uitvoering van de binnenbepleistering geplaatst. De tabletten worden volkomen horizontaal en waterpas geplaatst. Zij moeten overal voldoende ondersteund zijn en worden, tenzij anders vermeld onder de specifieke artikels, geplaatst met een uitsprong van 15 tot 20 mm t.o.v. de muurafwerking. niet ingewerkt in de dagkanten om de continuïteit van het luchtdichtingsscherm niet in het gedrang te brengen De voegen tussen de venstertabletten en de omringende materialen en structuren worden opgevoegd met een aan het materiaal van de tabletten aangepaste voegspecie of kit. Op het schrijnwerk wordt aangesloten met een aangepaste schimmelwerende elastisch blijvende kit. Keuring De architect heeft het recht elk ontoereikend stuk af te keuren. Slecht geplaatste of beschadigde tabletten met barsten, haarscheuren of krassen, moeten worden vervangen venstertabletten kunststeen venstertabletten kunststeen/marmermozaïek FH m meeteenheid: per lopende m meetcode: netto lengte, gemeten tussen de dagkanten van de raamopeningen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Venstertabletten uit marmermozaiek beantwoordend aan NBN EN Terrazzo tegels - Deel 1: Terrazzo tegels voor gebruik binnenshuis. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

187 De tabletten worden geprefabriceerd of gezaagd uit platen. De stukken zijn zuiver afgewerkt langs alle zichtbare zijden en worden op maat geleverd zonder rand- of hoekbeschadigingen. Een uniforme nuancering is vereist voor één en hetzelfde lokaal. Samenstelling: volledig in de massa uit marmerkorrels en/of schilfers, gebonden met witte of grijze cement, eventuele kleurstoffen en fijne granulaten. De zichtvlakken wordt na verharding vlak gepolijst zodat het uitzicht van mozaïek wordt bekomen Categorie: fijne korrel (2 tot 4 mm) Dikte: circa 30 mm (marge +/- 2 mm) Uitzicht: vlak gespikkeld Kleurschakering: de aannemer zal een stalenkaart met een vijftal kleuren voorleggen Oppervlakteafwerking: gepolijst (satijnglans) Randafwerking: hoeken en randen zijn afgewerkt met facet De venstertabletten worden geplaatst in een gelijkmatig uitgespreid vol mortelbed met een minimale dikte van 15 à 20 mm. De mortel stemt overeen met de klasse M 10 volgens NBN EN Op het schrijnwerk wordt aangesloten met een elastische kit, kleur: wit Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De tabletten worden niet ingewerkt in het pleisterwerk van de omgevende dagkanten. Om te vermijden dat het venstertablet zou loskomen en kantelen bij belasting worden de venstertabletten onder de raamkaders aangebracht. De tabletten worden geplaatst in één stuk zonder tussenvoegen / in twee stukken voor tabletten langer dan 180 cm. Bij venstertabletten uit meerdere delen worden de voegen zorgvuldig opgevoegd of opgegoten met een voegmortel, aangepast aan de tint van het tablet. De tabletten springen 20 mm uit t.o.v. het binnenvlak van de afgewerkte binnenwand wandbekledingen - algemeen wandbekledingen betegeling FH m2 Alle leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene wand- en eventueel aansluitende tabletbetegelingen tot een afgewerkt geheel. De werken omvatten alle te voorziene handelingen, zoals beschreven in TV 227; alle noodzakelijke bijkomende handelingen blijven onverminderd een last van de (algemene) aanneming; de voorbereiding van de ondergrond, het verwijderen van alle vuil en loszittende delen; het verwijderen van uitspringende delen en/of uitvlakken, opruwen, van de muurvlakken; de bescherming van reeds geplaats schrijnwerk en/of sanitaire toestellen; de te verwezenlijken uitsparingen voor te integreren kraanwerk, schakelaars, stopcontacten, haken, steunen, e.d., die vooraf geplaatst moeten worden; de eventueel noodzakelijke grondeerlagen voor een verbeterde hechting en/of bescherming tegen vocht (primers, e.d.), de volgens bestek te voorziene waterdichte doeken, ; het leveren en plaatsen van de tegels en te voorziene aansluit- en beschermprofielen; het opvoegen van de muurvlakken en het afwerken van de naden met elastische kitten ; het reinigen van de betegelde muurvlakken, inbegrepen het verwijderen van alle vlekken van mortel of lijm en voegspecie. Materialen De materialen beantwoorden aan TV 227 Muurbetegelingen 3 materialen en toebehoren. Op de rugzijde van de tegels is in onuitwisbare inkt of in reliëfdruk een merk aangebracht dat de identificatie van de fabrikant mogelijk maakt. De toleranties van de tegels beantwoorden aan de bepalingen van NBN EN 14411, voor wat volgende controlemethoden betreft: lengte en rechtheid van de kanten, dikte, rechtheid van de hoeken en vlakheid. Tenzij anders vermeld in de specifieke artikels geldt minimum type normaal, volgens tabel 6 van TV 227. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

188 De tegellijmen zijn drager van een CE-markering en beantwoorden aan NBN EN Kleefstoffen voor tegels - Begripsbepalingen en voorschriften. De stelproducten beantwoorden aan: TV en tabel 12 voor dunbed mortellijmen De voegproducten beantwoorden aan TV en zijn verenigbaar met de plaatsingsmortel of plaatsingslijm. Zij bevatten aangepaste toeslagstoffen om een perfecte waterdichtheid en een relatieve elasticiteit te waarborgen. Voor een optimale kwaliteit moet de water/poeder verhouding van de fabrikant strikt worden gerespecteerd. De aan te wenden elastische kitten, volgens TV , zijn vrij van oplosmiddelen (nietzuurhoudende neutrale siliconen op basis van polysiloxanen, polysulfiden, ). Ze polymeriseren volledig, zijn krimpvrij, schimmelwerend en goed bestand tegen reinigings- en oplosmiddelen (richtwaarden: Elasticiteitsklasse F 25 LM, Shore hardheid A , Rek tot breuk > 150%, Modulus bij 100% rek 0,4 N/mm2). Ze zijn minstens bestand tegen temperaturen van -40 tot C. Kleur: standaard wit, tenzij anders vermeld in de specifieke artikels. Hoek- en randprofielen beantwoorden aan TV Een volledige reeks monsters samen met een technische documentatie van de mortels of lijmen en elastische kitten, wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. De uitvoering moet beantwoorden aan de voorschriften van TV 227 Muurbetegelingen 5 van de muurbetegeling. In het bijzonder worden de bepalingen van Betegeling in vochtige ruimten en randvoorwaarden volgens tabel 14 strikt opgevolgd. Zettingsvoegen in de tegeldrager moeten worden doorgetrokkken in de wandbetegeling volgens TV Tegelvoegen overeenkomstig TV Afwerkingsvoegen. Voor het optimaal afvoegen van het tegelwerk moeten de voegen vrij zijn van lijm- of specieresten. De voegen en het oppervlak van de tegels worden voor het verharden van de lijm of de mortel schoongemaakt. Voor het afvoegen moeten de tegels goed bevochtigd worden zodat de voegspecie niet kan verbranden. Onmiddellijk na het plaatsen wordt de betegelde oppervlakte zorgvuldig afgesponst of gereinigd met fijn wit zand. Na droging wordt de cementsluier met een schone, droge doek verwijderd. De verticale en horizontale hoekvoegen worden vrijgehouden van voegmateriaal, zorgvuldig ontvet en afgekit met een blijvend elastische, schimmelwerende niet-zuurhoudende kit. In de voegen tussen de bevloering en de muren wordt geen voegmortel geplaatst om uitzetting toe te laten. Ze worden gevuld met een daartoe geschikte elastische voegkit. De aansluitvoegen met sanitaire toestellen (bad, douche) worden afgewerkt met een sanitaire kit volgens TV of aangepaste profielen volgens TV Keuring De wandbetegeling is vrij van cementsluier, van voeg- of tegelbarsten, krassen of andere oppervlaktebeschadigingen. Rozetten en/of dekplaatjes van geïntegreerd kraanwerk, schakelaars, stopcontacten, moeten de voorziene uitsparingen volledig overlappen. In overeenstemming met tabel 15 van TV beantwoorden de uitvoeringstoleranties minimum aan de klasse R1.2 normale uitvoering. De muurbekleding kan worden afgekeurd bij het voorkomen van niveauverschillen van meer dan 1 mm tussen twee tegels; afwijkingen op de vlakheid van meer dan 5 mm (op lat van 2m) of 2 mm (op lat van 20 cm); afwijkingen op de rechtheid van voegen van meer dan 2mm/m; afwijkingen op de voegbreedte van meer dan 1 mm. Voor de keuring moet men bovenvermelde toleranties nog vermeerderen met de respectievelijke dimensionele fabriekstoleranties van de gebruikte tegels. Een uniforme kleurnuancering is vereist voor één en hetzelfde lokaal wandbekledingen betegeling/keramisch FH m2 meeteenheid: per m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Keramische tegels volgens TV en NBN EN Keramische tegels Definities, classificatie, eigenschappen en merken. De aannemer zal minimaal vijf stalen van tegels voorleggen, vergezeld van een technische fiche volgens TV 237 ( ). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

189 Soort: drooggeperst gres, in de massa gekleurd, 1ste keuze en behorend tot groep BIa of Bib, wateropname E < 0,5% volgens tabel 5 van TV 227, glans: satijn Dikte: minimum 6 mm Afmetingen: geperst gres: 150x150 mm Randafwerking: afgerond Kleurtint: keuze architect uit minimum 5 stalen Voegkleur: lichtgrijs Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De tegellijm draagt een technische goedkeuring ATG of gelijkwaardig. De tegels worden geplaatst in een dunbed volgens TV door middel van een enkele verlijming op de voorziene ondergrond(-en) van pleisterwerk volgens hoofdstuk 50. De lijmkamvertanding moet zodanig gekozen worden dat het contactoppervlak minimum 65% bedraagt van het tegeloppervlak. Stelpatroon: symmetrisch (waarbij het gebruik van smalle repen van minder dan een halve tegel wordt vermeden) geplaatst met doorlopende voegen. Voegbreedte: gelijkmatige effen voegen van 2 mm breed, waarbij de voegbreedte nooit kleiner is dan het dubbel van de toleranties op de tegelafmetingen. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Er wordt een dubbele afdichting voorzien bij douche- en badranden en keukenwerkbladen, d.w.z. dat de voeg een eerste maal moet opgespoten worden vóór plaatsing van de wandbetegeling. Pas na visuele controle door de architect mag de betegeling geplaatst worden. Er wordt gebruik gemaakt van blijvend elastische, niet-zuurhoudende sanitaire siliconen. Voor de afwerking van de in het zicht blijvende hoeken wordt gebruik gemaakt van aangepaste profielen uit kunststof. Waar de dagkanten van raamopeningen en/of raamtabletten mee worden betegeld is bijzondere aandacht geboden om de continuïteit van de luchtdichtheid ter hoogte van de aansluitingen met het metselwerk en het buitenschrijnwerk te verzekeren. De afstand tussen het scharnier van het opengaande raam en de bepleistering moet voldoende ruim zijn om de plaatsing van de betegeling toe te laten. Het afkappen van de bepleistering door de betegelaar is verboden, om beschadiging van het luchtdichtingsmembraan te voorkomen. badkamer: Alle wanden over de volledige hoogte keuken: tussen werkbladen en hangkastjes toilet: Alle wanden over de volledige hoogte berging: ter hoogte van de uitgietbak Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

190 60. SANITAIR LEIDINGNET sanitair leidingnet - algemeen Levering, plaatsing en aansluiting van het geheel van sanitaire aanvoer- en afvoerleidingen, inclusief alle toebehoren noodzakelijk voor het optimaal functioneren van de sanitaire toestellen. De aannemer kan zich niet op een onvolledigheid van de plannen of het bestek beroepen om zijn leveringen en/of werken te beperken. Door het indienen van zijn offerte erkent de aannemer dat hij hiermee heeft rekening gehouden bij het opstellen van zijn eenheidsprijzen. Materialen Alle materialen zijn nieuw en worden geleverd in een aangepaste verpakking met genormaliseerde codering om identificatie toe te laten. Alle gebruikte materialen zijn onderling verenigbaar. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het vermijden van elektrochemische koppels. In hun functie en plaatsing mogen de materialen geen negatieve invloed hebben op de goede en rendabele werking van de sanitaire installatie of gelijk welke component ervan (elektrolyse, putcorrosie, galvanische koppels). De aannemer zal pas overgaan tot de bestelling van de materialen na goedkeuring door het Bestuur van de materiaallijst en alle nodige technische documentatie in het Nederlands, attesten, monsters, en vermelding van oorsprong. Bij levering op de werf wordt door de ontwerper de overeenstemming met de goedgekeurde materialenlijst nagegaan. Alle afgekeurde leveringen moeten onmiddellijk van de werf verwijderd worden. De goedkeuring van de leveringen houdt geen goedkeuring van de werken in. De aannemer is volledig verantwoordelijk en neemt alle nodige maatregelen voor het transport, de opslag en de verwerking van de materialen volgens de wettelijke voorschriften, de bepalingen van het bestek, de regels van goed vakmanschap en de voorschriften van fabrikant en leverancier. ALGEMEEN De uitvoering voldoet aan de voorschriften van het Technisch Reglement van AquaFlanders en de technische voorschriften van Belgaqua, de plaatselijke waterverdeling maatschappij en De Watergroep. LEIDINGVERLOOP - DIMENSIONERING Het leidingverloop voor watertoevoer- en afvoerleidingen samen met de vereiste diameters zijn schematisch aangeduid op de plannen. Bij ontbreken van dergelijk schema en/of wanneer de aannemer het - i.v.m. het optimaal functioneren van de installatie - nodig acht hieraan wijzigingen door te voeren, zal - voor de aanvang van de werken - een (aangepast) hydraulisch schema ter goedkeuring worden bezorgd aan het Bestuur en de ontwerper. Het definitieve tracé van de leidingen wordt vastgelegd in overleg met de ontwerpers en de andere aannemers. DOORVOEREN - SLEUVEN Boringen, kapwerken en sleuven worden tot een strikt noodzakelijk minimum beperkt en mogen de functionaliteit van de bouwelementen niet beïnvloeden. De nodige uitsparingen worden zoveel mogelijk tijdens de ruwbouwwerken voorzien. Eventuele kruisingen, doorvoeren of andere moeilijkheden worden vakkundig opgelost in coördinatie met de diverse aanwezige ambachten. Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van aangepast trillingsarm materieel (zagen, frezen, slijpen, boren, ). Doorboringen in zichtbaar blijvend metselwerk of betonelementen zullen steeds uitgevoerd worden met een gekoelde diamantboor of -schijf. Daarbij wordt erop toegezien geen wapeningen van het beton te beschadigen of bloot te leggen. Bij twijfel over de juiste locatie van de wapeningen raadpleegt de aannemer voorafgaandelijk de architect en/of de stabiliteitsingenieur. Sleuven in muren hebben een aangepaste sectie, zonder de stabiliteit in gevaar te brengen. Het horizontaal inwerken van leidingen in wanden met een dikte van minder dan 9 cm en het inwerken in de holle ruimten van samengestelde wanden of vloeren is absoluut verboden, tenzij dit expliciet is beschreven in het bestek. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

191 Alle doorvoeringen worden zo voorzien dat muur- of vloerzettingen de buizen niet kunnen belasten. Bij een muur- of vloerdoorgang worden daartoe aangepaste beschermhulzen / doorvoermoffen rond de leidingen geplaatst, waarin de buizen vrij kunnen bewegen. Afhankelijk van de voorziene oppervlakteafwerking zullen de hulzen ca. 1 cm door de afgewerkte muren en de plafonds uitsteken en ca. 2 cm door de bovenzijde van de afgewerkte vloeren. Na het plaatsen van de leidingen moeten de gemaakte sleuven en doorgangen opnieuw worden gedicht, rekening houdend de voorziene oppervlakteafwerking van de omgevende wand. De dichting mag de uitzetting van de leidingen niet verhinderen. Zichtbare leidingen, hun bevestigingen en isolatie worden beschermd tegen bevuiling en beschadiging. Bij het voltooien van de installatie zorgt de aannemer voor een grondige reiniging ervan. BRANDWEERSTAND Er wordt rekening gehouden met eventuele bijkomende eisen betreffende brandveiligheid conform de basisnormen brand (KB 19/12/1997 en aanvullingen). Bij iedere doorgang van een leiding door een aanwezige brandcompartimentering wordt gebruik gemaakt van geattesteerde doorgangshulzen of van een kragensysteem met een brandwerende massa. Attesten dienen voorgelegd te worden bij de monsterkeuring. LUCHTDICHTHEID EN DAMPREMMENDE LAGEN Bij doorvoeren door de omhulling van het beschermd volume moet de continuïteit van de luchtdichte laag perfect en duurzaam verzekerd worden om de resultaten van een eventuele luchtdichtheidsproef niet negatief te beïnvloeden. Dit gebeurt in overleg met de architect. Doorvoeren door dampremmende lagen moet zorgvuldig aangewerkt worden en mogen de dampremmende prestaties niet verminderen. AKOESTIEK De leidingen moeten correct bevestigd worden om de voortplanting van trillingen te dempen en elk hinderlijk geruis bij waterafname te voorkomen. De aannemer dient daarom alle schikkingen te treffen om een stille werking van de installatie toe te laten: Bij zwevende vloeren worden de doorvoeren voorzien een akoestische isolatie rond de buizen zodat de continuïteit van de akoestische vloerisolatie overal verzekerd blijft. Alle contacten tussen de bevestigingsmiddelen en de leidingen worden vermeden door steunbeugels aan de binnenzijde te voorzien met een soepele elastische laag. Het opvullen van de ruimte tussen doorvoerkokers en buizen met een aangepaste isolatie. Voorzieningen treffen om waterslag uit te sluiten. De watersnelheden te beperken om stromingsgeluiden verkleinen. SPOELING VAN DRINKWATERLEIDINGEN Elke installatie wordt na de drukproef grondig gespoeld met koud leidingwater met een snelheid van minstens 1 m/sec. De spoeling gebeurt progressief per leidingsectie vanaf de waterteller naar de aftappunten. De delen van de installatie die apart gespoeld worden moeten van elkaar afgesloten kunnen worden. Het koudwaterleidingnet wordt gespoeld vóór het warmwaterleidingnet. Toestellen in het leidingnet (zoal waterontharders, thermostatische regelkleppen, waterverwarmers, ) worden afzonderlijk gespoeld volgens de voorschriften van de leverancier. Voor deze toestellen wordt een tijdelijke bypass voorzien tijdens het spoelen van de installaties. De controle gebeurt door het water aan de aftappunten te vergelijken inzake troebelheid en kleur met het water genomen aan de teller. Bij visuele verschillen wordt de betrokken leidingsectie opnieuw gespoeld. Indien na de spoeling de installatie nog geruime tijd ongebruikt blijft, moet het water in het leidingnet minstens één keer per week ververst worden. Keuring en markering GELIJKVORMIGHEIDSKEURING De drinkwaterinstallatie dient te voldoen aan de voorschriften van de waterdistributiemaatschappij, het Technische Reglement van het AquaFlanders en de technische voorschriften van Belgaqua. Bij toepassing van het decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending van 24 mei 2002 (Drinkwaterdecreet) dient de installateur de door hem uitgevoerde waterafvoer en sanitaire installatie te laten goedkeuren door een erkend organisme, aanvaard door de watermaatschappij. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

192 Deze gelijkvormigheidskeuring moet plaatsvinden voor de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen. Daartoe wordt een uitvoeringsplan van de waterafvoer, de sanitaire installatie en een lijst van de aan te sluiten toestellen opgemaakt door de uitvoerder. Voor de verschillende installaties dient een afzonderlijk attest te worden voorgelegd. Voor alle keuringen zal een keuringsattest zonder opmerkingen afgegeven worden. Het aanvragen en de kosten verbonden aan de keuring van de sanitaire installaties, en alle gebeurlijke onkosten verbonden aan veranderingen, die zouden worden opgelegd wegens disconformiteit met de reglementaire voorschriften, zijn volledig ten laste van de inschrijver. De vereiste gelijkvormigheidskeuringen dienen minimaal 30 kalenderdagen vóór de officiële einddatum van de werken ter beschikking gesteld worden van de bouwheer. Bij het ontbreken van de keuringsattesten binnen de vooropgestelde termijn is de aannemer verantwoordelijk voor alle eventuele bijkomende kosten m.b.t. de ontzegeling van verzegelde watermeters, die in dit geval verrekend zullen worden aan de tarieven van de netbeheerder. GETUIGERINGEN & KLEURCODES Bij collectieve installaties worden verplicht getuigeringen aangebracht volgens kleurcoderingen volgens NBN 69. Deze zijn inbegrepen in de prijs van de leidingen. 1e kleur: functie fluïdum - 5 cm breed 2e kleur: typerende eigenschap fluïdum - 2,5 cm breed 3e kleur: bijkomende eigenschap fluïdum - 1,5 cm breed De kleuren worden ringvormig rond de leidingen of de isolatie geplaatst door middel van gekleurde kleefband met een tussenafstand van ca. 6 m en ter plaatse van elke aftakking en afsluitkraan en met tenminste 1 aanduiding per niveau of technisch geheel. De ringen worden naast elkaar aangebracht. Voor bluswater, gassen en stookolieleidingen moet de leiding over zijn volledige lengte in de basiskleur (1e kleur) geschilderd worden. Voor luchtkanalen volstaat een kleuraanduiding van een 10-tal cm hoog aan te brengen om de 3 m en op minstens 2 vlakken. Fluïdum WATER Koud - niet onthard Koud - onthard Warm (sanitair) - vertrek Warm (sanitair) - terug Afvoer - riolering (onder vloer) Afvoer - fecaliën Afvoer - verluchting Afvoer - huishoudelijk (grijs water) Afvoer - regenwater (wit water) Verwarming (secundaire kring) - vertrek Verwarming (secundaire kring) - terug Verwarming (primaire kring) - vertrek Verwarming (primaire kring) - terug BLUSWATER STOOKOLIE Vertrek Terug GASSEN Aardgas LUCHTBEHANDELING Buitenluchtname Behandelde lucht (warm) - aanvoer Behandelde lucht (koud) - aanvoer Afzuiging omgevingslucht - afvoer Afzuiging recyclagelucht - afvoer Kleurcode Groen - wit - zwart Groen - wit - grijs Groen - geel - rood Groen - geel - blauw Groen - zwart - zwart Groen - zwart - bruin Groen - zwart - blauw Groen - zwart - grijs Groen - zwart - wit Groen - oranje - rood Groen - oranje - blauw Groen - groen - rood Groen - groen - blauw Rood Bruin - wit - rood Bruin - wit - blauw Geel - bruin Blauw - blauw Blauw - geel - rood Blauw - wit - rood Blauw - zwart - blauw Blauw - grijs - blauw KENPLATEN Bij collectieve installaties worden kenplaten aangebracht. Deze zijn inbegrepen in de prijs van de toestellen en leidingen. Elk toestel wordt aangeduid met onuitwisbaar gegraveerde kunststofplaatjes overeenkomstig de op de as-built plannen en schema s voorkomende gegevens. Op alle leidingen worden kenplaatjes met benaming en kringnummer aangebracht met een tussenafstand van ca. 10 m en bij alle aftakkingen. De benaming en de nummering stemmen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

193 overeen met deze aangeduid op de as-built plannen en schema s. De plaatjes worden onverliesbaar bevestigd afvoerbuizen - algemeen Levering en plaatsing van afvoerbuizen voor huishoudelijk afvalwater en regenwater, gelegen binnen het gebouw (types B en BD). Het rioleringsstelsel op funderingsniveau (types U en UD) en de regenwaterafvoerpijpen buiten het gebouw zijn opgenomen in hoofdstuk 17 en hoofdstuk 38. De kokerafdichtingen en toezichtluiken vormen een afzonderlijke post, inbegrepen in hoofdstuk 51. De werken omvatten: eventueel noodzakelijke studies, voor zover niet opgenomen in de aanbestedingsbundel; sleuven, inkepingen en doorboringen in muren en vloeren, nodig voor het verwezenlijken van bovenvermelde werken en alle daaruit voortvloeiende herstellingen; levering en plaatsing van alle afvoerbuizen, met inbegrip van de nodige bocht-, koppel- en hulpstukken, de dichtingen, moffen, de bevestigingsmiddelen; aansluitingen met het rioleringstelsel op funderingsniveau; noodzakelijke verluchtingsleidingen, inclusief eventuele dakdoorsteken; keuring volgens de bepalingen van AquaFlanders en vereiste dichtheidsproeven met aflevering van de nodige attesten; in drievoud: de as-built plannen van het gerealiseerde afvoernet en een volledige onderdelenlijst ten behoeve van de keuring en een volledige technische documentatie en onderhoudsvoorschriften voor de opdrachtgever; verwijderen van alle afval van de werf. Materialen HERKENNING & MARKERING Alle geleverde buizen en hulpstukken moeten voorzien zijn van een fabrieksmerk. De opdruk vermeldt: het buistype - de betreffende norm - naam van de fabrikant - BENOR - diameter en dikte - fabricatiecode, en voor bochten de afbuigingshoek. SANITAIRE AFVOERLEIDINGEN - TYPES B en BD PVC-U Licht grijs (RAL 7037) met zwarte markering: B-SANITAIR - NBN EN Fabrikant - BENOR - diameter x dikte - fabricatiecode PVC-C Licht grijs (RAL 7037) met zwarte markering: B-SANITAIR - NBN EN Fabrikant - BENOR - diameter x dikte - fabricatiecode PE Zwart (RAL 9005) gemarkeerd (opgedrukt of ingevormd): B of DB - SANITAIR - NBN EN Fabrikant - BENOR - diameter x dikte - fabricatiecode ALGEMEEN Het materiaal van de buizen moet bestand zijn tegen was- en oplosmiddelen. Alle vrij opgestelde leidingen moeten bovendien UV-bestendig zijn. De minimale wanddikten, volgens diameter en aard van het materiaal, bedragen respectievelijk: PVC-U Ongeplastificeerde polyvinylchloride Minimale wanddikten Afvoerleidingen Sanitair - Types B en DB PVC-C Gechloreerde polyvinylchloride PE Polyethyleen PP Polypropyleen NBN EN NBN EN NBN EN NBN EN BCCA TRA 1329 BCCA TRA 1566 BCCA TRA 1519 BCCA TRA ,0 mm (Ø t/m 90 mm) 1,8 mm (Ø t/m 90 mm) 3,0 mm (Ø t/m 90 mm) 2,0 mm (Ø t/m 90 mm) 3,2 mm (Ø tot 160 mm) 2,2 mm (Ø 110 mm) 3,4 mm (Ø 110 mm) 3,0 mm (Ø 110 mm) 3,9 mm (Ø 200 mm) 2,5 mm (Ø 125 mm) 3,9 mm (Ø 125 mm) 3,2 mm (Ø 125 mm) 4,9 mm (Ø 250 mm) 3,2 mm (Ø 160 mm) 4,9 mm (Ø 160 mm) 4,3 mm (Ø 160 mm) 6,2 mm (Ø 315 mm) 6,2 mm (Ø 200 mm) 7,7 mm (Ø 250 mm) 9,7 mm (Ø 315 mm) Alle toebehoren zoals T- en Y-stukken, bochten, koppelstukken, hebben dezelfde samenstelling en wanddikte als de buizen, zijn van hetzelfde merk en zijn conform de bepalingen van de BENOR en/of ATG certificatie. Tot en met diameter 160 mm worden zij Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

194 gespoten uit één stuk. Het gamma van de buizen voorziet ook speciale hulpstukken, zoals uitzetmoffen, schroefkoppelingen, inspectie-elementen met schroefdop. STUDIE - ONTWERP De installaties moeten voldoen aan TV 200 Sanitaire installaties - Deel 1: Installaties voor de afvoer van afvalwater in gebouwen, aangevuld met de normen van de reeks NBN EN Binnenriolering onder vrij verval. Op de plannen wordt het tracé van de diverse afvoerleidingen aangegeven en de locatie van alle belangrijke onderdelen (toezichtputten, klokputten, collectoren, ). Voor de aanvang van de uitvoering moet een eigen gedetailleerde studie met uitvoeringsplan aan de ontwerper overgemaakt worden met aanduiding van bevestigingspunten, inspectie-elementen, uitzetmoffen, bochten, enz., Deze plannen zullen in drie exemplaren afgeleverd worden. De aannemer zal vooraf de nodige informatie inwinnen, m.b.t. de aansluitingen (gescheiden rioleringsstelsels, ), bij de diensten verantwoordelijk voor het openbaar rioleringsnet. LEIDINGVERLOOP - DIMENSIONERING De afvoernetten voor afvalwater moeten minstens volgend debiet kunnen afvoeren (volgens TV 200): Wastafel, bidet: 30 l/min Bad, douche, gootsteen, wasmachine, vloerkolk DN 50: 48 l/min Vloerkolk DN 70: 90 l/min WC, vloerkolk DN 100: 120 l/min De afvoeren van volgende toestellen hebben een minimum diameter van: closetpot: 90 mm gootsteen: 40 mm ligbad: 40 mm stortbad: 40 mm lavabo's badkamer: 40 mm wasmachine-aansluiting: 40 mm overloop cv-ketel, boiler: 32 mm handwasbakje: 32 mm afvoer meerdere toestellen: 60 mm De afvoerleidingen worden geplaatst volgens de aanwijzingen op de plannen en in het bestek, de voorschriften van de fabrikant en de hierboven vermelde referentiedocumenten. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt volgens rechtlijnige tracés en rechte buizen uit één stuk. De buizen worden geplaatst met een constante helling van minimum 1 tot 3 cm per meter (richtwaarden: DN < 100: > 1,5%, DN > 100: > 2%). De plaatsing van buizen met vaste of losse moffen begint stroomafwaarts met het mofeind stroomopwaarts gericht. De buizen worden vorstvrij opgesteld. PLAATSINGSWIJZE Overeenkomstig de aanduidingen op de plannen en in het bestek: opbouw - vrije opstelling (standaard): standaard bij bevestiging van de buizen op zichtbaar metselwerk, in kokers, achter valse plafonds, ; inbouw (ingewerkt in de muren); om akoestische redenen mogen leidingen geen leidingen ingewerkt worden in woningscheidende wanden. De leidingen mogen evenmin geplaatst worden in wanden van onderliggende woningen; deze worden aangebracht in technische kokers met voldoende akoestische demping. VERBINDINGEN - KOPPELSTUKKEN - INSPECTIESTUKKEN De gebruikte verbindingstechnieken zijn conform BENOR en/of ATG bepalingen en met de voorschriften van de fabrikant, die alle waarborgen biedt voor een volledige en blijvende dichtheid van het systeem. PVC-buizen mogen volgens het BENOR toepassingsreglement verlijmd worden tot en met diameter 125 mm, bij grotere diameters dient de koppeling met rubberen ringen te gebeuren. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

195 PE kan niet verlijmd worden. De koppeling gebeurt d.m.v. lassen of rubberen dichtingringen. PP kan niet verlijmd worden, veelal wordt lassen toegepast. Daarbij dient de MFR (melt flow rate) van beide te lassen buizen gelijk of aangrenzend zijn. Geen enkele koppeling mag in een muur- of vloerdoorvoering aangebracht worden. Vóór het samenvoegen van de buizen, worden de moffen en buisuiteinden ontvet en ontdaan van bramen en alle verontreinigingen en vreemde stoffen, stoppen,. Voor bochten en vertakkingen maakt men gebruik van specifieke geprefabriceerde hulpstukken, gegoten uit één stuk. Voor de overgang tussen verschillende materialen (PVC / PE / beton / ) worden aangepaste verloopstukken gebruikt. De buizen mogen niet gebogen worden, iedere richtingsverandering gebeurt met een bochtstuk of een speciaal koppelstuk onder een maximale hoek van 45. De verticale aansluiting op horizontale leidingen of collectoren gebeurt steeds door Y-stukken 45. De horizontale aansluitingen op een verticale kolom gebeuren d.m.v. Y-stukken 45 of T- stukken 90 (88,5 wanneer er geen secundaire verluchting voorzien is). De nodige inspectie-elementen of reinigingsopeningen worden voorzien volgens aanduiding op plannen. Ze moeten toelaten de afvoerleiding volledig te inspecteren, te ontstoppen en/of te reinigen. Zij worden toegankelijk geplaatst en mogen geen obstructie vormen in de leidingen. Deze inspectie-elementen worden minimum op de volgende plaatsen voorzien: verticale leidingen: per verdieping en/of bij de overgang naar een horizontale leiding; horizontale leidingen: minstens om de 12m; op alle plaatsen met een risico op verstopping. UITZETTINGSMOFFEN Bij het bepalen van het leidingtracé en het plaatsen van de leidingen wordt rekening gehouden met de uitzetting van de buizen, door temperatuurschommelingen. Tussen twee vaste punten, en minstens om de 6m voor PE -buizen en 3 m voor PVC -buizen, zullen uitzettingsbenen (of speciale uitzettingsmoffen) worden voorzien om lengteveranderingen van de leidingen op te vangen. Voor de standleidingen worden zij per verdieping en zo laag mogelijk bij de vloer geplaatst. De uitzettingsmoffen worden geleverd door de leverancier van de leidingen en geplaatst volgens zijn instructies. Zij kunnen opgevat worden als een lange mof, bestaande uit een lang insteekgedeelte, afgedicht door een ring in neopreenrubber (zuurvast en bestand tegen veroudering), die, ongeacht bewegingen van de buis, een volmaakte dichtheid waarborgt. De insteekdiepte van de buis moet geregeld worden op het ogenblik van plaatsing. De mof moet op de buitenzijde een aanduiding dragen die, afhankelijk van de plaatsingstemperatuur, de insteekdiepte weergeeft. De lange mof moet bevestigd worden met een vaste beugel (of vast punt). DOORVOEREN - SLEUVEN De sleuven in gemetste muren worden uitgefreesd en hebben een aangepaste sectie. Na plaatsing en bescherming van de afvoerleidingen worden de sleuven aangewerkt met een zandcementmortel. Doorvoeren door vloerplaten worden zorgvuldig geboord of gekapt en na de plaatsing van de afloop terug gedicht met een zandcementmortel. De vrije uitzetting moet steeds gewaarborgd blijven. Bij muur- en vloerdoorgangen worden de leidingen steeds beschermd door aangepaste doorvoermoffen. De doorvoeren zijn zo voorzien dat muur- of vloerzettingen de buis niet kunnen belasten. Dienaangaande en in functie van de uitzetting, worden in de ruwbouw kokers voorzien of worden soepele doorvoermoffen voorzien. De ruimte tussen doorvoermof en buis wordt afgedicht met een aangepaste kit of isolatie. Geen enkele buisverbinding of koppeling mag in een muur of vloerdoorvoering aangebracht worden. BEVESTIGING - BEUGELS Zichtbaar geplaatste, opgehangen en/of in kokers opgestelde leidingen moeten zodanig gemonteerd worden dat de uitzetting van de buizen verzekerd is en doorbuiging vermeden wordt. De bevestigingswijze gebeurt conform de eisen van de fabrikant en/of onderstaande bepalingen. De leidingen worden bevestigd met glijbeugels of vastpuntbeugels die de uitzetting en de krimp in de juiste richting moeten geleiden. De beugels mogen niet drukken op de buizen. Glijbeugels laten toe dat de buis er gemakkelijk doorglijdt. De glijsteunen zijn vervaardigd uit polyethyleen of een roestvast metaal met een breedte van ca. 20 à 30 mm. Tussen de beugels en de buizen wordt een soepele inlegband uit PVC of synthetisch rubber (zonder weekmakers) aangebracht. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

196 Vastpuntbeugels kunnen op verschillende manieren verwezenlijkt worden: ofwel door tussen de beugel en de buis twee metalen halfschalen te voorzien, die naargelang de beugels meer aangespannen worden, vaster komen te zitten, zonder dat de buizen ingesnoerd worden; hetzij door gebruik te maken van montageopbouw (tussen twee moffen, tussen twee lassen, enz.). Verticaal geplaatste buizen worden voorzien van minstens één vastpuntbeugel per verdiepingshoogte. Om het uitbuigen van verticale leidingen en/of het doorhangen van horizontale leidingen te verhinderen, worden tussen twee vaste punten voldoende geleidingsbeugels aangebracht. Ook bij elke richtingsverandering en op maximum 30 cm aan weerszijden van elke verbinding, moet een beugel voorzien worden. Alle beugels worden in de muren en/of aan de plafonds bevestigd door middel van een vijspin, bout of draadstang en plug. De sluitmoeren zijn uit roestvast staal. De afstanden tussen de beugels, volgens aard en diameter van de buizen, bedragen respectievelijk (tenzij de richtlijnen van de systeemleverancier andere maten opleggen): Tussenafstand - Horizontale leidingen Tussenafstand - Verticale leidingen PVC 10 x ND diameter of maximum 125 cm 20 x ND diameter of maximum 150 cm PE 10 x ND diameter of maximum 200 cm 15 x ND diameter of minimum twee per verdieping Aan het plafond opgehangen horizontale leidingen worden zo hoog mogelijk geplaatst. De bevestigingswijze zal voldoende stevig zijn om het gewicht van de gevulde horizontale leidingen te kunnen dragen. De vasthechting gebeurt met vaste beugels en/of voldoende onderlegschalen die de buis volledig immobiliseren. AANSLUITSTUKKEN De aannemer voorziet in alle noodzakelijke aansluitingen van de afvoerbuizen op de sanitaire toestellen, de ondergrondse riolering, putten en afscheidingstoestellen. De juiste opstelling van de aansluitmonden voor sanitaire toestellen dient te gebeuren volgens de bepalingen van hoofdstuk 61- sanitaire toestellen & toebehoren en/of in overleg met de architect. Na plaatsing van de afvoerbuizen worden de aansluitingen, waar nodig, voorlopig afgedekt met een stop en beschermd tegen iedere beschadiging of bevuiling. Alle aansluitingen aan sanitaire toestellen dienen demonteerbaar te zijn. Hiertoe wordt in principe gebruik gemaakt van een schroefkoppeling of een insteekmof, waarin een lipdichting in neopreenrubber wordt geschoven, aangepast aan de doormeter van de aan te sluiten toestellen. De schroefkoppelingen in PE voor diameters van 40 mm t.e.m. 110 mm bestaan uit: een draadstuk (ronde draad); een moer in PP; een drukking met een driehoekige sectie; een dichtingring in neopropeenrubber, bestand tegen veroudering; voor rechtlijnige buisdelen van meer dan 2 m moet men een kraagbus bijvoegen. De aansluiting op de ondergrondse riolering, zoals die bij de ruwbouw binnen het gebouw is gebracht, bestaat uit een PVC- of PE-buis die in de dikte van de betonnen ondervloer beëindigd is met een mof en rubberen lipdichting. De aannemer sanitair koppelt hier de binnenafvoerbuizen op aan met aangepast verloopstuk, zodat er een lucht- en geurdichte aansluiting tot stand komt. De aansluiting op putten is uit te voeren met een kraagstuk voorzien van waterkeringsringen. Voor de voorlopige oplevering van de werken levert de aannemer aan het Bestuur een as-built plan van het afvoernet en de verluchtingsleidingen, zoals uitgevoerd met aanduiding van alle diameters en de aard van de leidingen. OPSLAG & TRANSPORT De ondergrond waarop de buizen gestapeld worden dient vlak te zijn en vrij van scherpe voorwerpen. Bij temperaturen beneden het vriespunt dient het transport en de manipulatie conform de voorschriften van de leverancier. Keuring Volgens NBN EN Binnenriolering onder vrij verval - Deel 5: Installatie en beproeving, instructies voor functionering, onderhoud en gebruik. Buizen die beschadigd raken, zowel tijdens het lossen als bij plaatsing worden vervangen. Voor de indienststelling worden alle leidingen doorspoeld om het geheel te controleren op haar waterdichtheid en alle onzuiverheden te verwijderen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

197 afvoerbuizen - PVC FH st meeteenheid: globaal per installatie (opgesplitst volgens woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Buizen en hulpstukken vervaardigd uit hard PVC, respectievelijk PVC-C (Gechloreerd PVC) / PVC-U (Ongeplastificeerd PVC). De buizen en de hulpstukken dragen het BENOR-merk. Type: PVC-U Nominale buitendiameters: overeenkomstig de aanduidingen op de plannen en/of de samenvattende meetstaat. Nominale wanddikten van buizen en hulpstukken: volgens tabellen i.f.v. diameter (60.10). Aansluitingen: d.m.v. kragen en flenzen. Beugels: metaal / kunststof Studie en/of voorstel tot uitvoering: geleverd door de ontwerper. Leidingtracé: volgens principeschema gevoegd bij de aanbestedingsbundel Opstelling: inbouw /opbouw in schacht Verbindingen: door ineenschuiven en lijmen tot diameter 125 mm, bij diameter > 125 mm met rubberen dichtingringen volgens de voorschriften van de leverancier. Beugels: zie Doorvoeren: d.m.v. beschermhulzen rond de leidingen, waarin de buis vrij kan glijden. Een brandwerende isolatie rond leidingen of brandmoffen is te voorzien bij doorvoeren van vloeren en wanden met een brandweerstand. Het leidingsysteem bestaat uit zelfdovend PVC. Leidingen die blootgesteld zijn aan temperaturen lager dan 5 C, en die mogelijk stoten kunnen ontvangen, dienen hiertegen te worden beschermd. Alle afvoerleidingen verluchtingsbuizen - algemeen Levering en plaatsing van de verluchtingsbuizen (standleidingen) bestemd voor de verluchting van het sanitair afvoernet. De werken omvatten: de eventueel noodzakelijke studies, voor zover niet opgenomen in de aanbestedingsbundel; de sleuven, inkepingen en doorboringen in muren en vloeren, nodig voor het verwezenlijken van bovenvermelde werken, en alle daaruit voortvloeiende herstellingen; de levering en plaatsing van alle verluchtingsbuizen, met inbegrip van de nodige bocht- en hulpstukken, de bevestigingsmiddelen; de dakdoorvoeren en afdekkappen, voor zover niet opgenomen als een afzonderlijke post; de gevraagde as-built plannen van het verluchtingsnet. Materialen De verluchtingsleidingen uitgevoerd uit identiek buismateriaal als de afvoerbuizen; de diameter bedraagt minimum 90 mm. Het gebruik van automatische beluchters kan eventueel, na voorafgaandelijk akkoord van het Bestuur, worden toegestaan mits ze bereikbaar blijven. STUDIE De studie wordt overeenkomstig de beschikbare gegevens in de aanbestedingsdocumenten en/of de algemene bepalingen van het bestek: ofwel door de ontwerper geleverd. ofwel door de aannemer geleverd en ter goedkeuring aan de ontwerper voorgelegd, rekening houdend met het respectievelijk afvoersysteem: met primaire verluchting / met primaire en secundaire verluchting / met primaire en secundaire verluchting en antihevel aftakking. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

198 PLAATSING De verluchtingsleidingen worden geplaatst volgens TV 200 en de plaatsingsvoorschriften van de fabrikant; eventueel dient een studie voor het verluchtingsstelsel bij de fabrikant te worden opgevraagd. De verluchtingsbuizen worden in overleg met de architect gepositioneerd. Uitmonding in de onmiddellijke nabijheid van dakramen moet worden vermeden. De buizen gelegen binnen het gebouw worden zichtbaar bevestigd en/of ingewerkt zoals de afvoerbuizen. De aannemer moet de primaire verluchtingsbuizen volledig doorheen het dak brengen. Zij zullen perfect waterdicht worden ingewerkt, met aangepaste middelen volgens de aard van de dakstructuur en dakbedekking. De openingen tussen de ontluchtingsbuizen en de dakdoorvoermoffen worden opgespoten met polyurethaanschuim. De primaire verluchting moet minimaal 50cm boven het dak uitmonden met een windvast geplaatste antiregen en bladinslagkap. Aan de binnenzijde wordt de doorgang luchtdicht afgewerkt verluchtingsbuizen - PVC PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de rubriek afvoerbuizen De buizen en hulpstukken zijn vervaardigd uit hard PVC. Overeenkomstig het toepassingsgebied wordt PVC-U voorzien. De buizen en de hulpstukken dragen het BENOR-merk. Verluchtingssysteem: met primaire verluchting. Nominale buitendiameters: zelfde diameter grootste afvoerleiding. Nominale wanddikten van buizen en hulpstukken: volgens Beugels: metaal / kunststof Studie en/of voorstel tot uitvoering: geleverd door de ontwerper. Leidingtracé: volgens principeschema gevoegd bij de aanbestedingsbundel. Opstelling: opbouw. Verbindingen: door ineenschuiven en lijmen tot diameter 125 mm; bij diameter > 125 mm met rubberendichtingsringen volgens de voorschriften van de leverancier. Voor bochten en vertakkingen maakt men gebruik van geprefabriceerde stukken. Voor de overgang van PVC op andere materialen zullen speciale overgangsstukken geplaatst worden. In schachten sanitaire drukleidingen - algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van een volledig functioneel distributienet van koud en warm sanitair water binnen het gebouw. Het kraanwerk en veiligheidsvoorzieningen zijn omschreven in hoofdstuk 62, maar behoren tot het leidingnet en worden, behoudens afzonderlijke meetstaat, integraal begrepen in de eenheidsprijzen van de aanvoerleidingen. Drukleidingen rechtstreeks aangesloten op het openbaar verdeelnet voor de voeding van brandhaspels, worden voorzien in hoofdstuk 68 brandbestrijdingsinstallaties. De werken omvatten: eventuele studies en tracéring van het leidingnet; slijpen, boren en/of kappen van de nodige sleuven en doorvoeropeningen; bevestigingen, mechanische koppelingen en/of het lassen van de leidingen, bijhorende mantelbuizen, collectoren, inbouwdozen, ; alle in het leidingnet te integreren keerkleppen, veiligheidsgroepen, afsluitkranen, aftapkranen, collectoren en koppelstukken (zie ook hoofdstuk 62); Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

199 eventuele voorziening voor leidingkokers of schalen; aansluitingen na de teller van de binneninstallaties op het water verdeelnet en alle aansluitingen onderling en met andere delen en toestellen van de sanitaire installatie voor zover dit niet voorzien is in de specifieke posten; modelopstellingen; dichtheidsproeven; eventuele isolatie en/of beschermende mantel rond de buizen; opvullen en passend afwerken van de gemaakte sleuven en doorvoeropeningen; gelijkvormigheidskeuring, as-built plannen, technische documentatie, onderhoudsvoorschriften en waarborgen; opruimen van de werf en verwijdering van alle afval; coördinatie met de andere aannemers. De aannemer dient in de eenheidsprijzen van de artikelen opgenomen in rubriek dus ook al de werken en leveringen te voorzien die nodig zijn om samen met de andere artikels van hoofdstukken 61 (toestellen), 62 (waterkranen) en 63 (warmwatervoorzieningen) een volledig en bedrijfsklaar sanitair aanvoersysteem te vormen. Materialen De keuze van materialen heeft tot gevolg dat de aannemer de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het tracé en zijn bevestigingen, o.a. wat betreft vormveranderingen door temperatuur- of drukverschillen. Er wordt rekening gehouden met de maximum toegelaten druk van het waternet om te bepalen welke materialen eventueel ongeschikt of niet toelaatbaar zijn. Er worden altijd leidingen gebruikt die, in functie van hun gebruik en plaatsing, geen nadelige gevolgen hebben door corrosievorming (elektrolyse en putcorrosie). Vermenging van stalen en koperen buizen in een kring moet worden vermeden. Koperen buizen mogen zich enkel stroomafwaarts bevinden van stalen buizen. De buizen en hun hulpstukken maken steeds deel uit van één systeem en vormen bij de verwerking een geheel. De hulpstukken komen verplicht van dezelfde producent/leverancier als de buizen. De aannemer zal van alle gebruikte materialen, een documentatielijst en de nodige stalen ter goedkeuring voorleggen aan het Bestuur. STUDIE De studie van het verdeelnet voor sanitair koud en warm water is in principe opgenomen in het bestek, zo niet is deze ten laste van de aannemer. Voor de studie van de verwarming wordt verwezen naar hoofdstuk 65. PRINCIPE VAN DE INSTALLATIE De bepalingen van het Technisch Reglement voor water bestemd voor menselijke aanwending van AquaFlanders worden gerespecteerd. Bij complexe installaties worden aangepaste berekeningsmethodes toegepast in overleg met de ontwerper. De buisdiameters moet zodanig gekozen zijn dat de circulatiesnelheid van het water beperkt blijft. De maximale snelheden van het water in de aanvoerleidingen bedragen respectievelijk: 1,75 m/s (in technische lokalen) 1,50 m/s (in sanitaire ruimten) 1 m/s (in woon- en slaapruimten) de snelheden moeten echter voldoende zijn om de kans op afzettingen te minimaliseren. Volgende debieten moeten geleverd kunnen worden: Keuken wasbakken: 12 liter/min warm of koud water, Badkamer wastafels: 12 liter/min warm of koud water, Baden: 25 liter/min warm of koud water, Douches: 20 liter/min warm of koud water, WC: 10 liter/min koud water, Uitgietbakken: 12 liter/min koud water, Was- en vaatwasmachines: 10 liter/min koud water. LEIDINGTRACÉ Het tracé van de leidingen is schematisch aangegeven op de plannen. Het juiste leidingenverloop wordt bepaald in overleg met het Bestuur en de diverse aannemers, rekening houdend met de bouwkundige toestand in situ en de kruisingen met andere leidingnetten en de voorziene opstelling van de toestellen. Hiertoe wordt het tracé vooraf met krijtlijnen uitgezet Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

200 op vloeren en wanden. Lichte wijzigingen in het traject kunnen geen meerprijs tot gevolg hebben. Het leidingennet wordt aangesloten op de voeding. Iedere woongelegenheid beschikt over een afzonderlijke teller. Het leidingtracé houdt rekening met volgende algemene voorwaarden: De leidingen worden zoveel mogelijk horizontaal en vertikaal geplaatst volgens rechtlijnige tracés. In doorgangen van muren en wanden en in vloeren mag geen enkele koppeling of lasnaad aangebracht worden. De leidingen worden zodanig ondersteund dat de uitzetting van de buizen verzekerd is en doorbuiging vermeden wordt. Behalve ter plaatse van mengkranen zijn verbindingen tussen netten voor distributie van koud en van warm water niet toegelaten. De installatie moet zodanig opgevat zijn dat stagnatie van water in bepaalde onderdelen van de installatie uitgesloten is. Toereikende mogelijkheden dienen voorzien te worden om: de installatie te ledigen, In ieder woning en/of appartementen moet zich een afsluitkraan met leegloopmogelijkheid bevinden. De leidingen moeten daartoe met afschot geplaatst worden (minimum 1mm per lopende meter). Elke opgaande standleiding of belangrijke vertakking is op het laagste punt voorzien van een stopkraan, onmiddellijk gevolgd door een aftapkraan, die een volledige lediging mogelijk maakt. de installatie te ontluchten; op alle leidingen wordt op het uiteinde een kraan geplaatst om het ontluchten normaal te laten geschieden. De bedieningsorganen moeten, door hun opvatting en plaatsing, gemakkelijk toegankelijk en te bedienen zijn. Alle leidingen in garages, bergingen, kruipkelder en/of valse plafonds krijgen een identificatiemerk, aangebracht na elke afsluitkraan en na elke aftakking. De leidingnetten hebben de kenkleuren volgens Aftappunten van niet drinkbaar water dienen voorzien te worden van een duidelijk zichtbaar kenteken. VERBINDINGEN - KOPPELSTUKKEN - COLLECTOREN De buizen worden haaks gesneden met een aangepaste buissnijder, vervormingen worden vermeden. De buizen worden zorgvuldig inwendig en uitwendig ontdaan van bramen. Stijve buizen mogen niet gebogen worden, richtingsveranderingen en aftakkingen gebeuren met verbindingsstukken eigen aan het systeem en geleverd door dezelfde fabrikant. De verbindingen, bochtstukken, aftakkingen worden zoveel mogelijk op bereikbare plaatsen voorzien. Indien gewerkt wordt met collectoren, moeten deze gegroepeerd worden opgesteld op bereikbare plaatsen. Alle verbindingen moeten gegarandeerd waterdicht zijn en bestand tegen een druk tot min. 6 bar. De gerealiseerde verbindingen moeten zichtbaar blijven tot een hydraulische dichtheidsproef is uitgevoerd (d.w.z. geen anti-corrosiebanden, geen bekleding, geen dekvloer, ). Buizen waarvan de verbindingen reeds gemaakt, zijn mogen niet meer gebogen worden en moeten in de montage spanningsvrij geplaatst worden door middel van beugelbevestiging. UITZETTING Bij het bepalen van het tracé en het plaatsen van de leidingen wordt rekening gehouden met het uitzetten van de buizen. In verhouding tot de verwachte uitzettingen zal erover gewaakt worden dat: voldoende ruimte wordt gelaten tussen de uiteinden van de rechte lijnen; tussen de bocht en de muur; de buizen in de beugels kunnen verschuiven, met uitzondering van een aantal ervan die oordeelkundig worden gekozen. De beugels dienen zodanig aangespannen te worden dat er een vrije beweging van de leidingen mogelijk is. de bewegingen van de rechte leidingen niet belemmerd worden door de aftakkingen ervan, o.a. wanneer de aftakkingen door een muur of een vloer worden gevoerd of worden aangesloten in de nabijheid van de plaats waar de hoofdleiding door een muur of een vloer wordt gevoerd; de aftakkingen een voldoende soepelheid bezitten om de bewegingen van de hoofdleiding te volgen. Voor inbouwleidingen zullen er voorzorgen genomen worden in verband met het uitzetten van de leidingen alvorens ze in de muur of in de dekvloer in te werken. PLAATSINGSWIJZE INBOUWLEIDINGEN De leidingen zijn na afwerking volledig onzichtbaar, tenzij daar waar anders vermeld. Ze worden daartoe ingewerkt in de dekvloer en/of aangebracht in sleuven, kokers of valse Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

201 plafonds. In gemene muren of woningscheidende wanden mogen geen leidingen worden geplaatst, tenzij anders bepaald in dit bestek. De leidingen zijn fabrieksmatig voorzien van een beschermende mantel of dienen beschermd te worden d.m.v. beschermende kunststofbanden of met een andere gelijkwaardige bescherming, overeenkomstig de specifieke bepalingen van het bestek. In ieder geval moet de beschermende laag van die aard zijn dat ze later geen vetplekken of verkleuringen kan veroorzaken doorheen de muurbekledingen of -bepleisteringen. Metalen leidingen die in de muren of vloeren worden ingewerkt zijn vooraf te omwikkelen met een zelfklevende isolatieband. In massieve muren of in vloeren mogen onder geen beding verbindingen gemaakt worden. Alle gerealiseerde verbindingen moeten zichtbaar blijven tot een hydraulische dichtheidsproef is uitgevoerd (d.w.z. geen anti-corrosiebanden, geen bekleding). Collectoren worden steeds op een centrale en gemakkelijk bereikbare plaats voorzien. De sleuven in gemetste muren worden uitgefreesd en hebben een aangepaste sectie, zonder de stabiliteit in gevaar te brengen. Geen enkele leiding mag worden geplaatst op minder dan 1 cm afstand van het afgewerkt vlak van de wanden van het gebouw. De leidingen naar de apparaten moeten ingeslepen worden (niet kappen) en dienen steeds verticaal te lopen, niet horizontaal. Na de dichtingproeven en beschermen van de leidingen worden de sleuven in muren aangewerkt met een daartoe geschikte mortel. Leidingen ingewerkt in dekvloeren zullen zo vlug mogelijk bedekt worden met de voorziene uitvullaag, evenwel slechts na het aanbrengen van de nodige beschermlagen en na het uitvoeren van de drukproeven. PLAATSINGSWIJZE OPBOUWLEIDINGEN Bij leidingen in opbouw wordt in principe gebruik gemaakt stijve buizen, die worden bevestigd d.m.v. beugels en/of waar mogelijk gegroepeerd in leidingkokers of opgelegd in schalen. Zo te plaatsen dat het aanbrengen van een thermische isolatie mogelijk blijft. Geen enkele leiding wordt op minder dan 20 mm van de wand of plafond geplaatst. De leidingen in opbouw zijn perfect rechtlijnig, verlopen parallel met de wanden en zullen in daartoe geschikte beugels worden opgehangen. Wanneer verschillende leidingen evenwijdig lopen zullen de steunen gegroepeerd en uitgelijnd zijn. Bij horizontale plaatsing van leidingen op wanden wordt de koudwaterleiding onder de warmwaterleiding geplaatst. De beugels zijn aan de binnenzijde bekleed met een soepel materiaal in hoogwaardig kunststof en laten de uitzetting van de buizen zonder beschadiging toe. Zij stemmen in maat overeen met de buisdiameters. De beugels worden bevestigd met schroef en plug, of op rails van gegalvaniseerd staal bevestigd met vijzen en pluggen. Het beugelsysteem wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. De maximum afstand tussen twee bevestigingspunten is afhankelijk van het materiaal en de buitendiameters van de leidingen en zal beantwoorden aan de voorschriften van de fabrikant en deze van het bestek. Daarenboven worden op regelmatige afstanden vaste punten voorzien om de beweging van de buisleidingen te verdelen in afzonderlijke delen. In principe komen de vaste punten bij richtingsveranderingen (T-aftakkingen en bochten) en bij alle toestellen (afsluiters, meters, ). MUURDOORGANGEN Bij elke doorgang van een buis door muren, wanden en vloeren worden de leidingen beschermd door aangepaste kunststof doorvoermoffen, waarin de buizen vrij kunnen bewegen. De hulsranden worden in hetzelfde vlak geplaatst als de afgewerkte oppervlakten van wanden en plafonds, en 1,5 cm hoger dan de afgewerkte vloeren. De ruimte tussen doorvoermof en buis wordt waterdicht afgedicht met een aangepaste inerte isolerende stof of kit. Koppelingen ter hoogte van muurdoorgangen zijn verboden. BESCHERMING - THERMISCHE ISOLATIE VAN DE LEIDINGEN Leidingen in een vorstgevoelige of niet verwarmde omgeving of met risico op condensvorming worden voorzien van een thermische isolatie. De thermische isolatie van de leidingen heeft een warmtegeleidingscoëfficient < 0,04 W/mK (bij 40 C) en is bestand tegen temperaturen van -15 C tot +90 C. Het isolatiemateriaal is zelfdovend en voorzien van een waterafstotende buitenlaag. Het is chemisch neutraal en tast de leidingen niet aan. AANSLUITING TOESTELLEN Voor de aansluiting aan kranen, warmwatertoestellen, worden ter hoogte van de aftappunten haakse hulpstukken of inbouwdozen voorzien met een messing hulpstuk met aangepaste binnendiameter. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

202 PREVENTIE - LEGIONELLABESMETTING Doodlopende leidingenstukken worden vermeden. Koud- en warmwaterleidingen worden op voldoende afstand van elkaar gelegd en steeds thermisch van elkaar gescheiden. AKOESTIEK Bevestigingen op structuurelementen vermijden of voorzien van akoestische beugels Trillingsoverdracht door pompen en andere toestellen vermijden Stromingssnelheid beperken (< 1 m/sec) Keuring GELIJKVORMIGHEIDSKEURING Zie inbegrepen PROEVEN Vooraleer het leidingsysteem in te werken (dekvloer, bepleistering, isolatie of verwarmingslinten) en in elk geval vóór de ingebruikname van de installatie, dient deze aan een dichtheidscontrole onderworpen te worden, volgens de hierna volgende procedure. De accessoires van het leidingsysteem die niet weerstaan aan een druk van 1,5 x PN dienen op voorhand afgeschakeld te worden. de gemonteerde maar niet ingebouwde leidingen worden met drinkbaar water gevuld en ontlucht; een druk van 1,5 x PN wordt aangebracht; na 10 minuten wordt de druk een eerste maal hersteld tot 1,5 x PN; na 10 minuten wordt de druk een tweede maal hersteld tot 1,5 x PN; na 10 minuten wordt de druk gemeten (PT=30); na 30 minuten wordt de druk nogmaals opgemeten (PT=60) ΔP1 = PT=30 - PT=60 0,6 bar; het drukverlies ΔP1 tussen deze twee laatste metingen mag niet groter zijn dan 0,6 bar. Indien het drukverlies groter is dan 0,6 bar dient de oorzaak van de ondichtheid opgespoord en verholpen te worden en wordt de procedure van begin af aan hernomen; 120 minuten later wordt de druk nogmaals opgenomen (PT=180) ΔP2 = PT=60 - PT=180 0,2 bar; het drukverlies ΔP2 tussen deze twee laatste metingen mag niet groter zijn dan 0,2 bar. Indien het drukverlies groter is dan 0,2 bar dient de oorzaak van de ondichtheid opgespoord en verholpen te worden en wordt de procedure van begin af aan hernomen; de leidingen worden visueel nagezien op lekken en ondichtheden. De dichtheidsproef moet per afgewerkte leidingsectie uitgevoerd worden, met een zo constant mogelijke water- en omgevingstemperatuur. De manometer voor registratie van de drukverliezen dient een aflezing tot 0,1 bar nauwkeurig toe te laten. De proeven worden uitgevoerd door de aannemer met eigen materiaal en eigen personeel. Het Bestuur zal tijdig verwittigd worden van het begin van de proeven. De proef kan afhankelijk van de opbouw van de installatie in fasen gebeuren. Hiermee wordt rekening gehouden bij de prijsofferte. Een verslag van de proef dient voorgelegd te worden vooraleer de leidingen mogen ingewerkt worden. GARANTIES Een garantieattest van de aannemer en de leverancier is bij te leveren waarbij men zich solidair verbindt over 10 jaar, vanaf de voorlopige oplevering, voor elke eventuele schade aan het systeem en ook de gevolgkosten aan eventuele andere onderdelen van het gebouw in te staan. AS-BUILT PLANNEN Voor de voorlopige oplevering van de werken levert de aannemer aan het Bestuur een tekening van het waterleidingsnet zoals het is uitgevoerd met aanduiding van de toezichtstukken, leidingverloop, diameters, aard van de leidingen en kranen. Ook de peilen van de diverse leidingen ten opzichte van het referentiepeil zijn op te geven sanitaire drukleidingen - buizen sanitaire drukleidingen buizen/verzinkt staal FH st meeteenheid: per installatie (stuk volgens woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

203 Sanitaire leidingen, geschikt voor de distributie van koud en warm drinkwater, vervaardigd uit gegalvaniseerd staal, zinklaag min. 400gr/m2, volgens NBN EN De stalen buizen voldoen aan NBN EN en zijn schroefbaar. De schroefkoppelstukken zijn uit smeedbaar gietijzer volgens NBN EN Markering van de buizen: EN 10255, EN A1 (drinkwaterkwaliteit). Nominale diameters: overeenkomstig de vereiste debieten volgens studie door de aannemer Bevestigingsbeugels: gegalvaniseerd staal of messing, aan de binnenzijde bekleed met een elastisch materiaal. De maat is aangepast aan de buisdiameters. De bouten van de beugels zijn uit messing of cadmiumstaal. De leidingen worden perfect rechtlijnig geplaatst, waarbij iedere richtingsverandering of aftakking perfect haaks wordt gerealiseerd d.m.v. verbindingsstukken. Geen enkele verbinding mag geplaatst worden op achteraf onbereikbare plaatsen als ingestort in vloeren, ingemetseld in wanden,. De verbindingen en dichtingen worden uitgevoerd overeenkomstig de normen van de reeks NBN 237 d.m.v.: Schroefverbindingen tot maximum DN 40. Bij schroefdraadverbindingen wordt gebruik gemaakt van hulpstukken uit smeedbaar gietijzer, een geschikte pasta en speciale afdichtingmiddelen met uitsluiting van natuurlijke hennepvezels. Verbindingen met lange cilindrische schroefdraad en nippels met cilindrische schroefdraad zijn verboden. Lasverbindingen voor buizen met diameter gelijk aan of groter dan DN 50. Bij lasverbindingen wordt bij richtingsveranderingen verplichtend gebruik gemaakt van lasfittingen. Het soldeerlassen moet de vernieling of onderbreking voorkomen van het zink. De leidingen in opbouw geplaatst, zullen trillings- en geluidsvrij bevestigd worden d.m.v. daartoe geschikte beugels met schroef en plug of op gegalvaniseerd stalen rails. Waar mogelijk worden ze gegroepeerd in leidingkokers of opgelegd in schalen. De maximale tussenafstanden bedragen respectievelijk: Buitendiameters Horizontale tussenafstand Verticale tussenafstand DN 12 / 15 / 18 max. 100 cm max. 150 cm DN 22 / 28 / 34 max. 150 cm max. 200 cm DN 42 / 80 max. 200 cm max. 300 cm Bij doorvoeringen door wanden en vloeren worden hulzen gebruikt die de vrije uitzetting van de buizen toelaten. De hulzen steken 1 cm boven de afgewerkte vloer uit en worden waterdicht afgewerkt. Het leidingverloop biedt voldoende mogelijkheden tot uitzetting. Waar nodig worden uitzettingscompensatoren voorzien. De nodige berekeningen en een gedetailleerd uitvoeringsschema worden ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Leidingen ingewerkt in muren en vloeren worden vooraf spiraalvormig omwonden met anticorrosie hechtende PVC-band, waarbij iedere winding de vorige overlapt met een overlapping van minimaal 20 mm per winding, overeenkomstig NBN EN De omhulde leidingen dienen volledig bestand te zijn tegen corrosie van chemische en elektrolytische aard. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Alle leidingen worden in opbouw geplaatst tot de collector Leidingisolatie: om condensvorming op koudwaterleidingen en warmteverliezen van warmwaterleidingen te voorkomen moeten alle ingewerkte leidingen en opbouwleidingen in niet verwarmde ruimten geïsoleerd te worden met een zelfdovende en dampdichte buisisolatie. Leidingkokers Bij een druk van meer dan 3 bar op de ingang van het distributienet moet na de hoofdmeter een drukbegrenzer worden aangebracht Alle opbouwwaterledingen sanitaire drukleidingen buizen/kunststof FH st meeteenheid: per installatie (stuk volgens woningtype) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

204 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Sanitaire toevoerleidingen uit kunststof met aangepaste koppelstukken, geschikt voor de distributie van koud en warm drinkwater bij een maximale dienstdruk van 10 bar en een doorlopende gebruikstemperatuur van 60 C en een levensduur van 50 jaar. De leidingen zijn over hun volledige lengte gemerkt (fabrikant, overeenkomstigheidskenmerk, buitendiameter en wanddikte, type / norm / samenstelling, productiedatum, ). Leidingen en hulpstukken behoren tot één systeem (koppelingen, ellebogen, manchetten, verdeelcollectoren,...) en worden geleverd door dezelfde fabrikant. Het systeem van buizen, koppelstukken en toebehoren beschikt op datum van aanbesteding over een geldige ATG of gelijkwaardig. : PE-X/al/PE-X leidingen. Drieschalige kunststofbuis bestaande uit een binnenbuis uit vernet polyethyleen PE-X, een volledig en homogeen hechtende verbindingslaag, een aluminiumlaag als zuurstofdiffusiescherm, een volledig en homogeen hechtende verbindingslaag, een PE-X buitenbuis. Verbindingen d.m.v. perskoppelingen. Galvanische koppels tussen het aluminium en andere metalen worden vermeden door gebruik van aangepaste koppelstukken/scheidingsringen, volgens voorschriften in de technische goedkeuring en van de leverancier. Nominale diameters: overeenkomstig de vereiste debieten volgens studie door de aannemer Dienstdruk: volgens technische goedkeuring Hulpstukken: geleidingsbochten, doorvoermoffen, T-stukken, koppelstukken, beugels of ondersteuningselementen., beschermende mantel, voorzieningen voor uitzetting De uitvoering, de plaatsing en de inregeling van de elementen gebeuren strikt volgens de voorschriften van de technische goedkeuring. Alle hulpstukken, koppelingen, adapters, kraanwerk en het gereedschap voorgeschreven door de fabrikant zijn verplicht te gebruiken. Alle leidingen tussen collector en sanitaire aftappunten zijn verplicht uit één stuk. Zij worden op voldoende plaatsen vastgezet, zodat de dekvloer- en vloerwerken zonder moeite kunnen verlopen. Spanningen ter hoogte van koppelingen worden vermeden door een vloeiend leidingverloop, met respect voor de door de leverancier opgegeven minimale buigstralen en het absoluut vermijden van inklemming in de mantelbuis. Waar vele leidingen bijeenkomen (bv. in de buurt van collectoren), ter plaatse van kruisingen met andere leidingen, wordt voldoende tussenruimte voorzien, opdat de dekvloer voldoende steun heeft op de onderliggende betonvloer. Er wordt bij de uitvoering rekening gehouden met de uitzettingen van het materiaal. Alle doorvoeringen door muren en vloeren, ongeacht het type kunststofbuis, zullen uitgevoerd worden met een mantelbuis, waarin de buis vrij kan bewegen. De diameter van deze mantelbuis is voldoende groot zodat de kunststofbuis een ruime speling krijgt en aldus ontoelaatbare spanningen worden vermeden. Waar nodig om korte buigstralen te verwezenlijken of om de buis te ondersteunen worden geleidingsbochten of segmentschalen gebruikt. Om buizen loodrecht uit de vloer te doen komen, worden zij over hun buitenste kromming ondersteund door bochtstukken uit kunststof, voorzien van voetplaat, om rinkinken tijdens dilatatie te vermijden. Voor de aansluiting van toestellen, worden ter hoogte van de aftappunten haakse koppelingen uit messing gebruikt, die de montage van traditionele hoekafsluitkraantjes toelaten. Zij zitten vervat in aangepaste kunststof inbouwdozen, die in holle scheidingswanden kunnen worden gemonteerd en/of in de muur gemetseld worden, afgedekt met cementmortel die ruw is gemaakt om de hechting van het pleisterwerk te bevorderen. De leidingen worden beschermd tegen direct zonlicht. Bij vorstgevaar tijdens uitvoering worden de leidingen geledigd. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften Beschermmantel: fabrieksmatig aangebracht (koud water blauw en warm water rood) Leidingisolatie: fabrieksmatig aangebracht Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

205 WAARBORGEN De aannemer levert solidair met de leverancier een schriftelijke systeemwaarborg af van tien jaar, vanaf de voorlopige oplevering, die elke mogelijke schade dekt aan het geheel van de leidingen, koppelingen en alle hulpstukken tussen collectoren en sanitaire aftappunten en de gebeurlijke gevolgschade aan andere onderdelen van het gebouw. Alle Inbouwwaterledingen Zowel warm als koudwaterledeidingen zijn voorgeïsoleerd sanitaire drukleidingen - collectoren PM Voor- en terugloopverdelers (collectoren) en hun toebehoren. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de aanvoerleidingen. De collectoren zijn vervaardigd uit messing, voorzien van afsluitbare schroefkoppelingen en ontluchter. Zij weerstaan aan een temperatuur van 110 C en een bedrijfsdruk van 6 bar en zijn geschikt voor en afgestemd op de installatie en haar onderdelen waarin ze functioneren. De verbindingen gebeuren met aangepaste koppelingen, volgens de voorschriften van de technische studie en/of volgens de voorschriften van de fabrikant. De doorgangsdoorsneden voor de hoofdaansluiting en de lusaansluitingen zijn daarbij afgestemd op de doorsneden van de leidingen waarop ze worden aangesloten. De as-afstand tussen elke twee buizen bedraagt ca. 50 mm. Iedere collector is voorzien van een ontluchter (3/8 ), een hoofdafsluitkraan (kogel- of bolkraan) om het collectorgeheel volledig afsluitbaar te maken. De kranen zijn aangepast aan het gebruikte leidingsysteem voor de lussen om elke lus waar nodig afzonderlijk te kunnen regelen en afsluiten. De geïntegreerde bediening- en regelventielen zijn voorzien van een geheugenschroef en dit per sanitaire kring. : messing Diameter hoofdaansluitingen: volgens studie aannemer Diameter verdeelaansluitingen: volgens studie aannemer Aantal aansluitingen (lussen + 1): volgens studie aannemer Bevestigingsbeugels: metaal Collectoren worden bevestigd op witte betonmultiplexplaat De collectoren worden opgesteld op bereikbare plaatsen in de op plan aangeduide lokalen. De juiste opstelling ervan wordt vastgelegd in samenspraak met het bestuur. Zij worden gemonteerd met aangepaste bevestigingsconsoles op een gepaste hoogte ten opzichte van vloer of plafond, zodat de leidingen in mooie, gelijkmatige bochten, de afwerking kunnen binnendringen, zonder scherpe hoekbochten. Alle kunststofleidingen tussen sanitaire aftappunten en collectoren worden aangelegd in één stuk, verbindingen zijn niet toegelaten. Het aantal aansluitingen per collector is oordeelkundig afgestemd op het aantal sanitaire aftappunten. In principe wordt ieder aftappunt met een leiding van doormeter 16 mm rechtstreeks vanuit de collector gevoed; om het aantal leidingen en aansluitingen aan de collectoren te beperken, is het echter toegestaan om twee aftappunten samen te bedienen; in dit geval wordt er een leiding 20 mm naar het eerste aftappunt gebracht van waaruit dan een leiding 16 mm naar het tweede aftappunt loopt; de inbouwdoos aan het eerste aftappunt laat de aansluiting van beide leidingdiameters toe. Ingestorte koppelingen zijn niet toegestaan. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Voor een verzorgde afwerking en/of aansluiting met het pleisterwerk worden de collectoren en zichtbare leidingen bevestigd op een WBP-multiplexplaat (18mm). Voor een verzorgde afwerking worden ter hoogte van het uit de vloer komen van de zichtbare leidingen aangepaste plintsokkels voorzien. Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

206 De uitvoering is zuurstofdicht en minimum 25 jaar bestand tegen een bestendige bedrijfsdruk van 10 bar bij water van 80 C. Bij storing mag bij 110 C en een druk van 6 bar gedurende 8000 uren geen beschadiging, noch kwaliteitsvermindering ontstaan. Collectoren voor waterverdeling sanitaire drukleidingen - leidingisolatie PM Alle warmwaterleidingen ingewerkt in dekvloeren of wanden, alle leidingen (koud & warm) die door niet-verwarmde lokale lopen of die enkel tot op vorstvrije temperatuur verwarmd worden, moeten geïsoleerd worden. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de aanvoerleidingen. De leidingisolatie is zelfdovend, chemisch neutraal, niet giftig, bevat geen corrosieverwekkende bestanddelen en is bestand tegen temperaturen van -15 C tot 90 C. De binnendiameter van de isolatie moet aangepast zijn aan de buitendiameter van de leidingen zodat deze perfect worden omsloten. De isolatie is doorlopend over de eventuele ophangbeugels. Bij diameters vanaf ND40 worden alle toebehoren (kranen, koppelingen ) eveneens geïsoleerd. Er wordt gebruik gemaakt van: fabrieksmatig aangebrachte isolatiemantels; Warmteweerstand R: min m2k/w (Lambda waarde min W/mK en dikte min. 6mm) voor inbouwleidingen en min m2k/w voor opbouwleidingen De nodige maatregelen worden genomen om het nat worden van de isolatie te voorkomen. Bij het aanbrengen moeten zowel de isolatie als de leidingen volledig droog zijn. De richtlijnen van de fabrikant worden strikt opgevolgd. Het plaatsen van de isolatie wordt pas uitgevoerd nadat de leidingen en apparaten van de nodige beschildering en/of beschermingstape werden voorzien en na uitvoering van de dichtheidsproeven van de leidingen. Elke leiding wordt afzonderlijk geïsoleerd. De installateur zal de leidingen daartoe met voldoende tussenruimte plaatsen om een vakkundige plaatsing en verzorgde afwerking van de isolatie mogelijk te maken. De isolatie wordt goed aaneensluitend op de leidingen aangebracht en mag niet onderbroken worden ter plaatse van bochtstukken, bevestigingen of steunen van de leidingen. De bochten en aftakkingen worden uitgevoerd met voorgevormde stukken of met op maat gesneden segmenten. Naden worden naar beneden gericht en zijn zorgvuldig afgekleefd of verlijmd. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften De uiteinden van de leidingisolatie worden op gepaste wijze afgewerkt (o.a. speciale manchetten bij minerale wol) en gemerkt met getuigeringen in genormaliseerde kleuren. Op plaatsen waar kans is op beschadiging van de isolatie, wordt een bescherming voorzien met stijve schalen (PVC / ALU) of een gewapende folie. Tenzij de isolatie op zichzelf een dampscherm vormt wordt bij het beschermen van de isolatie rond koudwaterleidingen tussen de isolatie en de bescherming een dampscherm aangebracht. Alle naden tussen de dampschermelementen onderling als tussen deze en de leidingen aan het uiteinde van de isolatie worden volstrekt vochtdicht gekleefd met een zelfklevende aluminiumband van minstens 50 mm breed. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

207 Alle vrij opgestelde waterleidingen (zowel koud als warm). Alle ingewerkte waterleidingen in dekvloeren of wanden. Volgens plannen en meetstaat sanitaire drukleidingen brandwerende doorvoeren PM Bij elke doorgang van leidingen door aanwezige brandcompartimenteringen (vloer of muur) wordt uitsluitend gebruik gemaakt van geattesteerde brandwerende doorgangshulzen of manchetten. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de aanvoerleidingen. Brandwerende manchetten overeenkomstig NBN EN Beproeving van de vuurweerstand van inrichtingen in gebouwen Deel 3: Afdichtingen in gebouwen. De dubbelwandige brandvrije mof wordt gebruikt als afsluiting van doorgangen van kunststofbuizen en bestaat uit twee schalen die na het plaatsen van de buis aangebracht worden of een stuk buis voorzien van omhulsel, dat tijdens het plaatsen van de PE-buizen tussengevoegd wordt en de vrije uitzetting van de buizen toelaat. Zij is samengesteld uit anorganische materialen en bevat een chemisch product dat bij brand de eigenschap heeft in elkaar te vloeien en te zwellen, waardoor de doorvoeropening, vuurbestendig, rook- en gasdicht wordt afgesloten. De brandmoffen zijn aangepast aan de aard en het materiaal van de leidingen. De brandwerende isolatie rond leidingen bij doorvoeren van vloeren en wanden voldoet aan NBN en garandeert minstens dezelfde brandweerstand als de betrokken bouwelementen. Type: opbouw / inbouw Brandweerstand: volgens brandweerstand wand Nominale diameter van de te bekleden buis: te bepalen. Volgens de principes en aanbevelingen van infofiche nr. 39 van het WTCB. De uitvoering zal gebeuren door of onder toezicht van een gespecialiseerde firma die beschikt over systemen waarvoor wettelijk erkende proefrapporten en attesten bestaan. Deze firma zal eveneens een attest van goede uitvoering opstellen. Dit attest zal door de installateur bij de voorlopige oplevering afgeleverd worden. Alle doorvoeringen door compartimenterende wanden aansluiting leidingnet - algemeen De aansluitingen van het waterleidingnet, met inbegrip van de watermeter(s) worden uitgevoerd door de waterleverende maatschappij en zijn ten laste van de bouwheer. Alle aanvullende kosten voor het maken en dichten van sleuven, kapwerken, e.d., die niet in de offerte voor aansluiting van de distributiemaatschappij zijn inbegrepen, vallen integraal ten laste van de aannemer. De installateur sluit aan op de reglementaire meterstraat, nadat de door hem uitgevoerde installatie werd goedgekeurd door de De Watergroep of een erkend organisme, aanvaard door de watermaatschappij (Drinkwaterdecreet van 24 mei 2002). Deze gelijkvormigheidskeuring moet plaats vinden voor de eerste ingebruikname. De installateur staat in voor de coördinatie met de eventuele andere betrokken aannemers (zoals verwarming, sanitair warm water ) met het oog op de keuringsaanvraag. De kosten voor een eventuele extra keuring zijn ten laste van de aannemer. De aannemer levert de keuringsattesten af aan het Bestuur aansluiting leidingnet - reglementaire meterstraat FH st Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

208 Na de meter wordt, conform de reglementeringen van de waterleverende maatschappij, een meterstraat voorzien bestaande uit een keerklep, een afsluitkraan met spuier en de nodige koppelingen. De uitvoering gebeurt in overleg met de betrokken waterverdelingmaatschappij. De aannemer neemt tijdig contact op met de distributiemaatschappij om de installatie te laten keuren en de definitieve aansluiting conform de voorschriften van de maatschappij te laten uitvoeren. meeteenheid: per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De plaatselijke distributiemaatschappij is: De Watergroep Opstelling: vloersokkel en wandplaat, voor een verzorgde opstelling van leidingen en collectoren. Er zal in één woning een modelopstelling gemaakt worden, die ter goedkeuring aan het werfbestuur moeten wordt voorgesteld, voor de aansluitingen in de andere woningen worden aangevat. Aparte wateraansluiting per woning in het meterlokaal Aparte wateraansluiting per appartement in het gemeeschappelijk meterlokaal blok C aansluiting leidingnet waterfilters FH st Na de waterteller wordt aan het begin van het leidingnet een waterfilter geplaatst om vervuiling vanuit het drinkwaternet te voorkomen. De filter heeft een maaswijdte van ten hoogste 80 µm en is eenvoudig reinigbaar. Op de regenwaterleiding komt een triplexfilter: Wasbare filter met maaswijdte 100µm, een fijnfilter 25µm en actief kool filter. Inclusief filters en ringsleutel. meeteenheid: per stuk, volgens type, diameter, aard van de overeenkomst: forfaitaire hoeveelheid (FH) Geplaatst na elke watermeter en op regenwaterleiding Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

209 61. SANITAIRE TOESTELLEN & TOEBEHOREN sanitaire toestellen en toebehoren - algemeen De post "sanitaire toestellen & toebehoren" omvat de levering en plaatsing van de respectievelijke toestellen, met inbegrip van alle bijhorigheden zoals stoppen, bevestigingsmiddelen, aansluitingen, afsluitkranen en rozetten, overlopen, afvoergarnituren met sifon, elastische dichtingen, toebehoren,. De bedieningskranen maken deel uit van een afzonderlijke post en worden behandeld in hoofdstuk 62. Materialen Alle toestellen voldoen aan reglement van Belgaqua. Alle sanitaire toestellen, die deel uitmaken van een geheel of binnen hetzelfde sanitair lokaal hebben dezelfde homogene (witte) kleurnuance en zijn onderling in harmonie qua vorm en uitzicht. Op elk sanitair toestel is een fabrieksmerk aangebracht op een onuitwisbare en bescheiden wijze. Elk toestel moet voorzien zijn van een reukafsluiter. De aansluitingen op afvoerleidingen en reukafsluiters moeten uitgevoerd worden in hittebestendige materialen overeenkomstig NBN EN Afvoerinrichtingen voor sanitaire toestellen - Delen 1-3. Alle zichtbare metalen onderdelen en bevestigingstoebehoren zijn verchroomd of uit inox. De te leveren sanitaire toestellen, opgesteld in een en hetzelfde lokaal, maken steeds deel uit van eenzelfde gamma. Van alle te leveren modellen en hun toebehoren zullen voorafgaandelijk de nodige stalen en technische documentatie ter goedkeuring worden voorgelegd aan de architect en/of bouwheer. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één model ter keuze te eisen. De sanitaire kitten zijn vrij van oplosmiddelen (neutrale, niet-zuurhoudende siliconen op basis van polysiloxanen, polysufiden, ). Ze polymeriseren nagenoeg volledig zonder krimp, zijn blijvend elastisch, schimmelwerend en goed bestand tegen reinigings- en oplosmiddelen. Kleur: standaard wit. Azijnzuurhoudende sanitaire siliconen mogen nooit worden gebruikt bij baden en douches uit acrylaat vanwege mogelijke risico s op vlekvorming. De toestellen worden geplaatst en aangesloten door een aannemer gespecialiseerd in loodgieterij en sanitaire werken. De algemeen aannemer staat evenwel in voor een goede coördinatie m.b.t. de water aan- & afvoervoorzieningen, de vloer- en wandafwerkingen, en met alle vaste uitrustingen, zoals inbouwmeubilair,. Er dient rekening gehouden te worden met de specifiek op het product afgestemde plaatsingsvoorschriften van de fabrikant. De sanitaire toestellen worden geplaatst op de locatie zoals aangeduid op de plannen. De juiste opstelniveaus zullen per type toestel en lokaal besproken worden. De toestellen worden waterpas geplaatst en stevig verankerd in wanden en/of vloeren. Alle bevestigingsschroeven, bouten en moeren zijn in roestvast staal (RVS). Openstaande voegen tussen toestellen, vloer- en wandafwerkingen en werkbladen zullen zorgvuldig worden ontvet en opgespoten met een hoogwaardige, blijvend elastische, nietzuurhoudende sanitaire kit of voorzien van een aangepast dichtingsprofiel, overeenkomstig de aanbevelingen van TV Betegeling in vochtige ruimten. Indien vereist volgens de richtlijnen van de fabrikant dient voorafgaandelijk een hechtlaag (primer) te worden aangebracht. De uitvoering moet gebeuren in optimale uitvoeringscoördinatie met de plaatsing van eventuele wandbetegelingen volgens rubriek De sanitaire aansluitingen garanderen een water- en reukdichte aansluiting, een goede lediging en afwatering, conform NBN EN 274. De diameters van zowel aan- als afvoerleidingen zijn afgestemd op deze van de respectievelijke aansluitpunten. Tenzij anders gespecificeerd op plannen en/of in het bestek, worden alle toe- en afvoerleidingen van wastafels, douches, baden en toiletten zoveel mogelijk ingewerkt in vloeren en muren. Alle toestellen, vervaardigd uit metaal, moeten worden voorzien van een klem voor aansluiting op de bijkomende equipotentiaalverbindingen, overeenkomstig het AREI. Na plaatsing wordt alle verpakkingsafval van de werf verwijderd, worden de toestellen en hun toebehoren ontdaan van alle klevers. Voor de voorlopige oplevering wordt de installatie volledig ontvet en gereinigd. Alle elementen welke beschadigd raken, zowel tijdens het lossen als tijdens de plaatsing worden op kosten van de aannemer vervangen. Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

210 Er worden geen destructieve proeven uitgevoerd als de aannemer een attest van de fabrikant kan voorleggen waaruit blijkt dat de geleverde toestellen van eerste keus zijn. Alle aansluitingen worden na plaatsing getest op hun water- en reukdichtheid. Tegelijkertijd wordt de goede werking van de spoelinrichtingen gecontroleerd. De controles gebeuren in aanwezigheid van de architect toiletpotten en toebehoren - algemeen De installatie omvat de levering en plaatsing van de toiletpotten, inclusief de spoelreservoirs en - inrichtingen, de uitlaatkoppelingen, de aansluiting van de muurstopkraantjes en de aanvoerleidingen en alle vermelde toebehoren zoals toiletbril en papierrolhouder,. Materialen TOILETPOTTEN De toiletpotten zijn vervaardigd uit sanitaire vuurklei of sanitair porselein. Ze zijn overeenkomstig hun opstelling van het type diepspoel- of hevelmodel en voorzien van een reukslot van minimum 5 cm. SPOELRESERVOIR & INRICHTING De spoelinstallatie bestaat uit een waterreservoir, een voedingssysteem en een leegloopinrichting. Zij is afgestemd op de afmetingen en de aard van het type toiletpot. De aanbouw-rugspoelbak met aansluitgarnituur garandeert een waterdichte en stabiele bevestiging van het spoelreservoir op de toiletpot d.m.v. minimaal twee schroefbouten. Het reservoir heeft een inhoud van maximaal 6 liter en zal voldoen aan het reglement BELGAQUA. De bijhorende spoelinrichting is vervaardigd uit synthetisch materiaal en vergt een minimale druk, afhankelijk van het type en de werkwijze van het toestel. De spoelkraan met verstelbare vlotter heeft een progressieve geleidelijke sluiting, is bestand tegen drukstoten en voorzien van een anti-zuiginrichting. Het systeem moet een snelle, geruisarme vulling (maximaal 20 db bij een voedingsdruk van 3 bar hetzij maximaal 12 db bij 5 bar) en een perfecte afsluiting garanderen. De wateraansluiting kan in principe zowel links, of rechts gebeuren en wordt geleverd met een kraanaansluiting, aanvoerbuis en afsluitkraan, alle in verchroomd messing, met een minimum diameter van 3/4". TOILETZITTING De toiletzittingen behoren tot de standaard toebehoren en zijn van het type met opklapbaar deksel. In open stand blijven de zitting en/of het deksel veilig rechtop staan. De zittingen zijn ergonomisch van vorm en dienen harmonieus aan te sluiten op de toiletpot. Zij zijn voorzien van bumpers uit rubber of soepele kunststof. De scharniergewrichten zijn uit roestvast staal of verchroomd messing. Zij worden bevestigd met twee, aan de afstand tussen de boutgaten regelbare, vleugelmoeren in RVS of hoogwaardige kunststof. De zitting en het deksel moeten breukvast zijn en stevig genoeg zijn om een volwassen persoon (ca. 100 kg) toe te laten erop recht te staan zonder dat dit blijvende vervormingen of barsten veroorzaakt. De aannemer staat in voor de juiste maatafstemming tussen de uitlaatkoppeling van het toestel en de in de ruwbouw te integreren aansluitpunten met de riolering. De uitlaat van de toiletpot wordt water- en reukdicht op de riolering aangesloten met behulp van een aangepaste toiletmof met lipdichting uit rubber of kunststof. De riolering zelf zal zo gedimensioneerd, verlucht en uitgevoerd worden zodat de wc-afvoer feilloos werkt. De plaatsingshoogte (verticale afstand tussen het bevestigingsvlak voor de toiletzitting en de afgewerkte vloer) bedraagt 400 mm + 10 mm (ofwel 500 mm voor WC mindervaliden). Keuring De bevestiging is zodanig uitgevoerd dat de geplaatste toiletpotten gedurende 1 uur een statische last van 150 kg kunnen dragen zonder merkbare verplaatsing of beschadiging toiletpotten en toebehoren - hangend FH st meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

211 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Wandtoiletpotten bestemd voor ophanging, vervaardigd uit sanitair porselein. De bevestigingsmodule met ingebouwde jachtbak en spoelinrichting is een prefab installatieelement, geschikt voor montage in of voor de muur met verstelbare montagesteun en ingebouwde bevestigingshulzen. Het element is uitgerust met een geluidsarm inbouwspoelreservoir in hoogwaardige kunststof, voorzien van een anticondensisolatie en een aangepast aansluitgarnituur voor het waterdicht bevestigen van het spoelreservoir op de toiletpot. De spoelinrichting is standaard uitgerust met een waterbesparende dubbel instelbare leegloopinrichting (3 of 6 liter). Het bezoekluik is afgedekt met een plaat in kleurvaste kunststof met twee in het deksel geïntegreerde drukknoppen. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. Type: diepspoelmodel (T-vormig met afgeronde zijkanten en verborgen sifon) Spoelreservoir: inbouwdiepte maximum 200 mm Afmetingen: zithoogte: mm breedte: mm diepte: mm Bedieningspaneel: kunststof (wit) Toiletzitting: thermohardende kunststof; kleur: wit De montage gebeurt volgens de voorschriften van de fabrikant en de aanduidingen op de plannen. Het toilet wordt tegen de muur bevestigd bij middel van een speciale ingewerkt frame en/of L-vormige draagstoelen uit verzinkt staal, zodat het een statische last van 1500 N kan dragen zonder merkbare verplaatsing. De keuze van de bouten is afhankelijk van de samenstelling van de muur en de aard en type van het ingebouwd spoelsysteem. Krachtenconcentraties worden vermeden door voorafgaandelijk over gans het draagvlak van de toiletpotten, een verdelingspasta uit te strijken. Indien wandtegels zijn voorzien, wordt tussen de wandtegels en het toestel een isolatielaag geplaatst uit speciale kunststof, perfect op maat gesneden van het toestel, dikte + 5 mm. De wateraanvoer en -afvoer worden onzichtbaar aangebracht. De papierrolhouders worden d.mv. een onzichtbare bevestiging met schroeven op een hoogte tussen 70 en 90 cm gemonteerd. Alle toiletten zijn van dit type handwastafels en toebehoren - algemeen Handwastafels te voorzien in de afzonderlijke toiletruimten. De eenheidsprijs omvat de levering, de bevestiging en aansluiting van het sanitair toestel met inbegrip van de ophangelementen, het waterafvoersysteem, de verchroomde muur-stopkraantjes voor elke te monteren kraan en de levering en plaatsing van alle in het bestek vermelde toebehoren bij het toestel. Materialen De zichtbare bevestigingsbeugels, en de aanvoerpijpjes en de hoekstopkraantjes met rozetten zijn vervaardigd uit verchroomd messing. De uitloopfitting 5/4", 3/4" is uit roestvast staal of verchroomd messing, aangesloten met messingmoer en dichtingsringen. De wastafels worden stabiel en horizontaal geplaatst, de plaatsingshoogte (bovenkant) bedraagt 830 +/- 20 mm. De juiste opstelling van de toebehoren is in overleg met de architect te bepalen. Keuring De bevestiging is aangepast aan de dragende wand en zodanig dat de geplaatste handwastafels een statische last van 600 N kunnen dragen zonder merkbare verplaatsing. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

212 handwastafels & toebehoren wandmodel/porselein FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Handwastafels uit sanitair porselein. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. Model: rechthoekig Kleur: wit Buitenafmetingen (b x d x h): ca. 350x250x150 mm, met een tolerantie van + 30 mm. Kraanopstelling: kraangat centraal. Overloop: ingewerkt in het materiaal Sifon (losschroefbaar met waterslot van min. 4 cm): bekersifon (verchroomd polypropyleen) Spiegel: : Afbeelding ten informatieve titel o spiegelglas volgens NBN EN Glas in gebouwen - Verzilverde floatglazen spiegels voor binnengebruik o draaglaag: min. klasse II o weerkaatsende laag: min. klasse B o min. dikte: 4 mm o gladgeslepen randen. Vorm: rechthoekig Afmetingen: te bepalen door bouwheer Kleur: neutraal zilver Afvoerplug: Handwastafels dienen niet voorzien te zijn van een mechanische klepafsluiting. Ook de standaard parelketting met rubberen stop dient niet voorzien te zijn. De handwastafels worden onzichtbaar aan de muur bevestigd, hetzij met twee roestvaste trekbouten, hetzij met twee bijpassende metalen haken. Krachtenconcentraties worden vermeden door voorafgaandelijk elastische glijringen te plaatsen tussen de moeren en de wastafels. De handwastafels worden aangesloten op de sanitaire afvoerleidingen met tussenplaatsing van een reukafsluiter. De kranen, zoals voorzien in hoofdstuk 62, worden aangesloten op de aanvoerleidingen met tussenplaatsing van stopkranen. De spiegel wordt geplaatst met bevestigingshaken bestaande uit RVS 18/8 of verchroomd messing. Er moet een ruimte van 3 tot 5 mm tussen de muur en de spiegel gelaten worden om ventilatie mogelijk te maken. De voegen tussen het muurvlak en de wastafel worden afgekit met daartoe geschikte neutrale, niet zuurhoudende sanitaire siliconen, kleur wit of te kiezen door de architect. De handwastafels mogen maximaal 250mm diep zijn. Handwastafels in de toiletten wastafels en toebehoren - algemeen De eenheidsprijs omvat de levering, de bevestiging en aansluiting van het toestel met inbegrip van de ophangelementen, het waterafvoersysteem, de verchroomde muur-stopkraantjes voor elke te monteren kraan en toebehoren. Materialen De wastafels voldoen aan NBN EN Sanitaire toestellen Wastafels Functionele eisen en beproevingsmethoden en NBN EN 31 - Wandwastafels - Aansluitmaten. De zichtbare Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

213 aanvoerleidingen en de bevestigingsbeugels en stopkranen zijn vervaardigd uit verchroomd messing. De uitloopfitting 5/4" is uit roestvast staal of verchroomd messing. De wastafels worden stabiel en horizontaal geplaatst, de standaard plaatsingshoogte (bovenkant) bedraagt 830 +/-20 mm. De juiste opstelling van de toebehoren is in overleg met de architect te bepalen. Keuring De bevestiging is aangepast aan de dragende wand en zodanig dat de wastafels een statische last van 100 kg kunnen dragen zonder merkbare verplaatsing wastafels en toebehoren - opbouwmodel FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) wastafels uit sanitair porselein. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. Model: rechthoekig Kleur: wit Buitenafmetingen (b x d x h): ca. 500x400x150 mm, met een tolerantie van + 30 mm. Kraanopstelling: kraangat centraal. Overloop: ingewerkt in het materiaal Sifon (losschroefbaar met waterslot van min. 4 cm): bekersifon (verchroomd polypropyleen) Klepafsluiting met mechanische bediening Spiegel: : Afbeelding ten informatieve titel o spiegelglas volgens NBN EN Glas in gebouwen - Verzilverde floatglazen spiegels voor binnengebruik o draaglaag: min. klasse II o weerkaatsende laag: min. klasse B o min. dikte: 4 mm o gladgeslepen randen. Vorm: rechthoekig Afmetingen: te bepalen door bouwheer Kleur: neutraal zilver De wastafels worden onzichtbaar aan de muur bevestigd, hetzij met twee roestvaste trekbouten, hetzij met twee bijpassende metalen haken. Krachtenconcentraties worden vermeden door voorafgaandelijk elastische glijringen te plaatsen tussen de moeren en de wastafels. De wastafels worden aangesloten op de sanitaire afvoerleidingen met tussenplaatsing van een reukafsluiter. De kranen, zoals voorzien in hoofdstuk 62, worden aangesloten op de aanvoerleidingen met tussenplaatsing van stopkranen. De spiegel wordt geplaatst met bevestigingshaken bestaande uit RVS 18/8 of verchroomd messing. Er moet een ruimte van 3 tot 5 mm tussen de muur en de spiegel gelaten worden om ventilatie mogelijk te maken. De voegen tussen het muurvlak en de wastafel worden afgekit met daartoe geschikte neutrale, niet zuurhoudende sanitaire siliconen, kleur wit of te kiezen door de architect. wastafels in de badkamers douches - algemeen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

214 De installatie omvat de levering, plaatsing en aansluiting van de vlakke douchekuip, haar onderstel met sokkel, de afvoerinrichting met garnituur en reukafsluiter, de rozetten en de afsluitkranen, alsook alle bijhorigheden zoals afsluitklep of rubberstop met parelketting, douches - geëmailleerd staal FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Douchebak zonder overloop, geschikt om in te bouwen en beantwoordend aan NBN EN Douchebakken voor huishoudelijk gebruik, NBN EN Douchebakken Aansluitmaten De naadloze douchekuip is uit één stuk geperst in staalplaat en geëmailleerd op alle vlakken. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. De zichtbare aanvoerleidingen zijn vervaardigd uit verchroomd koper. Vorm: vierkant Afmetingen: 900x900 mm. De diepte bedraagt minimaal 130 mm. Plaatdikte (incl. laag): minimum 3 mm Oppervlak: vlak Kleur: wit Ondersteuning: een onderstel met regelbare stelpoten Sifon: hittebestendig PPR / PE / PVC-C Afvoergarnituur Voorzien van contactlip voor de bijkomende equipotentiaalverbinding volgens artikel Voegen: neutrale, niet-zuurhoudende sanitaire siliconen; kleur: wit De douchebak wordt geluiddempend gemaakt door een bespuiting op basis van minerale vezels of door een bitumineuze laag. De douchebak wordt geplaatst overeenkomstig artikel douches - algemeen. Ze wordt ingewerkt in een sokkel (uitbekleding volgens rubriek 51.70). De voegen worden zorgvuldig afgekit met neutrale, niet-zuurhoudende sanitaire siliconen, kleur wit of te kiezen door de ontwerper. De voegdichtingen zijn inbegrepen in de eenheidsprijs van de douchebak en/of de faiencebekleding. Bij de metalen douchebakken wordt de aardverbindingklem d.m.v. een koperen geleider verbonden met het dichtst bijgelegen aardverbindingpunt volgens de richtlijnen van het AREI. Er dient een dubbele voegafdichting te worden voorzien, d.w.z. dat de voeg een eerste maal dient opgespoten te worden vóór plaatsing van de wandbetegeling volgens rubriek Pas na visuele controle door de architect mag de betegeling geplaatst worden. Alle douches zijn van dit type speciale toebehoren - algemeen De aanvullende uitrustingen voor de badtoestellen en/of douches, die niet standaard begrepen zijn in de eenheidsprijs van de toestellen zelf. De eenheidsprijs per bijkomend uitrustingsattribuut omvat steeds de levering en plaatsing tot een volledig afgewerkt geheel. Materialen De voorziene systemen worden vooraf ter goedkeuring aan de architect voorgelegd. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. Alle metalen elementen zijn corrosiebestendig, ergonomisch en veilig van vormgeving, zonder scherpe randen. De bevestiging van de uitrustingen gebeurt volgens de aanwijzingen van de fabrikant. De juiste opstelling gebeurt in overleg met de architect. Bij de voorlopige oplevering worden alle klevers verwijderd en de uitrustingen volledig gereinigd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

215 afwastafels - algemeen Afwastafels (gootstenen) bestemd voor op- of inbouw in het keukenaanrecht. De installatie omvat de levering en plaatsing van de gootstenen en toebehoren en de levering, plaatsing en aansluiting van de kranen en stopkranen voor koud en warm water. De aansluitingen zijn standaard voorzien op de bijkomende aansluiting van een vaatwasmachine. Materialen De gootstenen, hun toebehoren en kranen, beantwoorden aan NBN EN Keukenspoelbakken - Functionele eisen en beproevingsmethoden en NBN EN Keukengootstenen Aansluitmaten. De gootsteen is voorzien van een overloopinrichting en een opening voor een ééngatsmengkraan. De reukafsluiter realiseert een waterslot van minstens 100 mm, is losschroefbaar en ledigbaar. Het afloopgarnituur wordt voorzien van een (pre-)aansluiting voor de wasmachine, d.m.v. een witte slangpilaar op 90 ter aansluiting van een flexibele slang. Een vaatwasmachine kan dan met een schroefdop waterdicht aangesloten worden op de reukafsluiter. Na het vormduwen van de bakken mag de dikte gemeten bij het gat van de uitloopfitting niet kleiner zijn dan 0,64 mm. Alle zichtbare vlakken zijn vrij van sporen (zichtbaar met het blote oog) van lasnaden en/of krassen veroorzaakt bij de vormgeving. De gootstenen worden stabiel en horizontaal geplaatst. De onderbouw of draagconstructie moet een statische overlast van 1000 N kunnen dragen. De gootstenen worden aangesloten op de aan- en afvoerleidingen. De kraan wordt zodanig geplaatst dat beide spoelbakken bediend kunnen worden. De randaansluitingen met het werkblad garanderen een waterdichte afwerking. Het geheel wordt ontdaan van alle klevers en volledig gereinigd. Deze worden voorzien bij de keukenuitrusting en behoort niet tot deze aanneming uitgietbakken - algemeen Uitgietbakken te voorzien in de berging of garage, overeenkomstig de aanduidingen op de plannen. De eenheidsprijs omvat de levering en de bevestiging van het toestel, de eventuele stootrand en het afvoersysteem. Materialen De zichtbare aanvoerleidingen en de bevestigingsbeugels, rozetten en stopkranen met afneembare sleutel zijn vervaardigd uit verchroomd messing. De afvoerplug is uit roestvast staal of verchroomd messing, 6/4" voorzien van een stop in rubber of soepele kunststof, bevestigd door middel van een stevige parelketting. Het afloopgarnituur met reukafsluiter is uit wit PP 5/4"x40 mm. De reukafsluiter is losschroefbaar. De juiste opstelling van de uitgietbakken wordt vooraf besproken met de architect. Zij worden aan de muur bevestigd, ofwel met plugbouten, ofwel met twee metalen onzichtbare muurhaken, ofwel met speciale console in T-profiel. De plaatsingshoogte van de uitgietbak bedraagt 650 +/- 50 mm. De voegen tussen het muurvlak en de uitgietbak worden afgekit met neutrale, nietzuurhoudende sanitaire siliconen, kleur: wit of keuze door de architect. De uitgietbakken worden aangesloten op de sanitaire afvoerleidingen met tussenplaatsing van een reukafsluiter. De kranen worden aangesloten op de aanvoerleidingen met tussenplaatsing van stopkranen. Keuring De bevestiging wordt zodanig uitgevoerd dat de geplaatste uitgietbakken een statische last van 1000 N kunnen dragen zonder merkbare verplaatsing. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

216 uitgietbakken - sanitair porselein FH st meeteenheid: per stuk, eventueel opgesplitst volgens aard van het toestel aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De uitgietbak is vervaardigd uit sanitaire vuurklei of sanitair porselein. Het Bestuur is gerechtigd meer dan één keuzemodel te eisen. Type voor te leggen aan bouwheer en architect Nominale afmetingen (l x b x nuttige diepte): min. 550x500x300 mm Vorm: rechthoekig met afgeronde hoeken en verhoogde rugrand Voorzien van een stootranden uit kunststof (PVC ) Afvoerplug: rubberstop met parelketting Voorzien van een ingebouwde overloop op ongeveer 15 cm van de bodem Geplaatst in de berging Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

217 62. SANITAIRE KRANEN & KLEPPEN sanitaire kranen - kleppen - algemeen De werken omvatten: het leveren, plaatsen en afstellen van alle kranen en hun toebehoren (handgrepen, rozetten,...), met inbegrip van alle stukken nodig om de kranen aan te sluiten op de watertoevoerpunten (stopkraantjes, verbindingsbuisjes, fittingen,...). het verwijderen en het terugplaatsen van de kranen, waar nodig voor een goede coördinatie met de andere werken. het verwijderen van alle verpakkingsafval van de werf, en het proper maken van de oppervlakten die door de werken vervuild zijn. Materialen Alle materialen zijn nieuw en voorzien van een aangepaste verpakking die een gemakkelijke identificatie ervan toelaat. Alle materialen zijn afkomstig uit landen van de EU, zoniet wordt dit uitdrukkelijk vermeld in de voor te leggen materialenlijst! De gebruikte materialen mogen geen negatief effect uitoefenen op de kwaliteit van het leidingwater. De volledige installatie moet daarom beantwoorden aan de voorschriften van AquaFlanders en het repertorium van conform verklaarde apparaten en goedgekeurde beveiligingen, uitgegeven door BELGAQUA, en eventuele bijkomende eisen van de regionale drinkwaterbedrijven en het bijzonder waterverkoopregelement van De Watergroep. Alle kraanwerk uit (verchroomd) messing of brons is conform de bepalingen van: NBN EN Koper en koperlegeringen - Conformiteitsverklaringen NBN EN Sanitaire kranen - Algemene eis voor elektrolytisch aangebrachte chroomnikkellagen. Met uitzondering van de kranen geplaatst in kelderverdiepingen, dienstruimten en in buitenomgeving en wanneer het bestek niets anders voorschrijft, worden alle zichtbare onderdelen op elektrolytische wijze achtereenvolgend met verschillende lagen nikkel en chroom bekleed. De stukken zullen volkomen vrij zijn van gebreken, die hun vorm of sterkte kunnen schaden. De bekleding is ononderbroken, effen, glad, glanzend en aanhechtend. De kranen moeten aangesloten worden op het openbaar watervoorzieningnet en moeten bestemd zijn voor een maximum dienstdruk van 10 bar. De dichtheid moet beproefd zijn bij een druk van 16 bar, technische fiche voor te leggen. Ongeacht de waterdruk mag het maximaal waterdebiet niet meer bedragen dan: Keukenkranen, zonder stroombegrenzer: 6l/min, met stroombegrenzer: 8l/min; Wastafelkranen, zonder stroombegrenzer: 6l/min, met stroombegrenzer: 8l/min; Douches en douchekoppen: 8l/min. De kranen dragen in reliëf het merk van de fabrikant, de nominale diameter en eventuele toelatingsstempels. De kranen worden apart verpakt. Bij elk type kraan zit een bijsluiter met de volledige beschrijving, montage en onderhoudsvoorschriften in het Nederlands. De aannemer zal van elk kraantype een exemplaar en/of de nodige documentatie ter goedkeuring voorleggen aan het opdrachtgevend bestuur. De elementen worden geplaatst volgens de voorschriften van de fabrikant, door een aannemer gespecialiseerd in loodgieterij en sanitaire werken. De kranen voor de sanitaire toestellen worden geplaatst en geregeld na een dichtheidsproef van de waterleidingen (art 60.50), en na het plaatsen en afwerken van de wandbekleding (muurtegels, ). Alle kranen moeten gemakkelijk te bedienen zijn met een ergonomische en bereikbare opstelling. De vulling van het bad, de lavabo, de gootsteen en de spoelbak van het toilet moet minstens 2 cm boven de rand gebeuren. In die gevallen waar het afwateringspunt in direct contact kan komen met het waterpeil van het afgevoerde water, zal een keerklep type B (EA') voorzien worden. Bij voorraadtoestellen voor sanitair warm water, direct of indirect gestookt, gas of elektrisch, is bijkomend een controleerbare keerklep type A (EA) noodzakelijk. De overdrukbeveiliging en de keerklep worden als een geheel geleverd. Stroomopwaarts van iedere collector wordt standaard een afsluitkraan met aftapkraan gemonteerd. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

218 Alle aansluitpunten voor waterkranen, behalve de dienstkranen, moeten worden voorafgegaan door stopkraantjes, die een debietregeling of volledige afsluiting toelaten. De verbindingen tussen de stopkraan en de kraan hebben een binnendiameter van minstens 1/2". De kostprijs hiervan is inbegrepen in de prijs van de toestellen. Keuring De oplevering van de kranen gebeurt uitsluitend na aansluiting op het openbaar watervoorzieningnet terugslagkleppen - algemeen Waar reglementair vereist door de technische voorschriften betreffende binneninstallaties van Belgaqua, worden de nodige terugslagkleppen van het type A en/of type B, evenals de nodige veiligheidsgroepen voorzien of ingebouwd in het kraanwerk. Materialen De terugslagkleppen zijn conform de voorschriften van Belgaqua en de plaatselijke waterdistributiemaatschappij. Ze zijn van het type met veerbelaste kunststof afsluitklep of kogel met kleine waterweerstand en hebben een perfecte afdichting. Het materiaal voor de pakking van afsluitkleppen heeft een Shore-hardheid A die begrepen is tussen 70 en 80 (STS ). Wanneer de klep verbonden is met de overbrengingsbeweging van de bedieningsstang, moet ze aan haar bevestiging voldoende bewegelijkheid houden om perfect haar zitting te drukken. De sluiting gebeurt zonder tegendruk, ze zijn voorzien van twee controleknoppen en worden uitgevoerd met draadverbinding. Het afsluitmechanisme wordt zo gerealiseerd dat de bedieningsschroefdraden niet rechtstreeks in aanraking zijn met het water. De terugslagkleppen zullen geen hinderend geluid maken bij het aftappen van water. De aansluiting op de leidingen moet verenigbaar zijn met de leidingen en weerstaan aan een waterdruk van minstens 10 bar bij een temperatuur van 20 C terugslagkleppen - messing PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de kranen en/of meterstraat. De bepalingen van NBN EN Waterkranen voor de gebouwen - Keerkleppen - Algemene technische specificaties zijn van toepassing. Ze zijn gemerkt en stroomopwaarts voorzien van een inschroefopening met dop ter controle van de dichtheid. Type: A / B De keerklep is van de groep 1: parallelle lineaire beweging Benaming van de keerklep: 3/8" / 1/2" / 3/4" / 1" / 1 1/4" / 1 1/2" / 2" Werkdruk: 10 kg/cm2 (Drukklasse PN 10) Proefdruk: 15 kg/cm2 Temperatuurbereik: 70 C Uitzicht: geborsteld Conform Belgaqua installatieafsluitkranen - algemeen Het leidingnet wordt voorzien van de nodige afsluitkranen, op de vereiste punten bijkomend voorzien van een aftapkraan, zodat de bediening ook het ledigen van de leidingen mogelijk maakt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

219 De afsluitkranen op het leidingnet worden geplaatst na de meter, stroomopwaarts van de terugslagklep, onderaan elke stijgleiding en bij de ingang van ieder appartement, op een gemakkelijk bereikbare plaats. Stroomopwaarts van iedere collector wordt standaard een afsluitkraan met aftapkraan gemonteerd. Materialen Het type aansluiting van de kranen is aangepast aan de buizen waarop ze worden aangesloten. Ze zijn gemerkt en voorzien van een pijl die de stromingsrichting aanwijst. Alle kranen moeten een debiet kunnen leveren van min 25 lit/minuut en bestand zijn tegen een waterdruk van minstens 10 bar bij een temperatuur van 20 C. Het dwarsstuk, de handgreep, het handwiel of de afsluithandel zijn vervaardigd uit een zinklegering, hoogwaardig kunststof en/of gelakt staal (rood/blauw). De kranen moeten, zonder dichtheidsverlies, weerstaan aan een koppel van minstens 5 N/m uitgeoefend op de handgreep, zowel in de openings- als sluitingsrichting. De te voorziene installatiekranen moeten het door hun opvatting en plaatsing, mogelijk maken de installatie gemakkelijk te bedienen en te onderhouden. Alle aansluitingen moeten voldoen aan de eisen van Belgaqua. Het moet mogelijk zijn om: de installatie volledig te ledigen; de voeding van de toestellen te regelen en/of af te sluiten; de installatie te ontluchten installatieafsluitkranen messing installatieafsluitkranen messing/zonder aftapkraan PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie. De eenheidsprijzen worden verrekend in de prijs van het leidingnet. Kraantype : bolafsluitkraan (kogelafsluiter) voorzien van afsluithendel, volgens NBN E De dichting van de kraan wordt verzekerd door een kogel gemonteerd in teflon zitting. De dichting aan stangzijde wordt verzekerd door de zitting. Benaming van de kraan: 3/8" / 1/2" / 3/4" / 1" / 1 1/4" / 1 1/2" / 2" Uitzicht: geborsteld Handwiel, afsluithendel: zinklegering, kleurlak: rood / blauw De aansluiting op de leidingen gebeurt door schroeven of brazeren, afhankelijk van de leidingen waarop wordt aangesloten. Te voorzien onderaan elke stijgleiding Te voorzien bij de ingang van ieder appartement, op een gemakkelijk bereikbare plaats installatieafsluitkranen messing/met aftapkraan PM Voorzien van afsluitkranen met aftapkraan zodat de bediening ook het ledigen van de leidingen mogelijk maakt. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. De eenheidsprijzen worden verrekend in de prijs van het leidingnet. Kraantype: voorzien van een dikwandige verchroomde afsluitbol; pakking en dichting zijn in teflon; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

220 Uitzicht: de aflaatkraan is geborsteld Nominale diameter: ND 12 / 20 /... mm. De aansluiting op de leidingen gebeurt door schroeven of brazeren, afhankelijk van de leidingen waarop wordt aangesloten. Te voorzien stroomopwaarts van iedere collector (bij gebruik van kunststofleidingen) wandafsluitkranen - algemeen wandafsluitkranen - enkelvoudige stopkraan PM Rechte stopkraantjes of hoekstopkraantjes in verchroomd messing met progressieve sluiting en met ronde draaiknop. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de toestellen en/of de dienstkranen. De wandafsluitkranen voldoen aan de bepalingen van STS en NBN EN Kranen in gebouwen - Stopkranen van koperlegeringen voor de drinkwatervoorziening in gebouwen - Beproevingen en eisen. De kranen zijn compatibel met de toevoerleidingen en het kraanwerk (muurkranen, wastafelkranen, bovenop of ingewerkt). Op de aansluitdraad is een kunststofringetje geschoven, zodat het afsluitkraantje kan worden aangekoppeld zonder kemp of dichtingspasta. Het kraantje is voorzien van een snelkoppeling waarmee de verchroomd koperen aansluitbuisjes of flexibels kunnen worden vastgezet. Nominale diameter: 1/2 Type: halve draai Te plaatsen onder of naast de sanitaire toestellen op de afgewerkte muur. Alle muuraansluitingen worden afgedekt met een rozet in verchroomd messing. Volgende stopkranen moeten voorzien worden: twee stuks per gootsteenmengkraan (waarvan één met dienstkraan) één stuk per WC-spoelreservoir, één stuk per handwasbakkraan, twee stuks per wastafelmengkraan, één stuk per dubbele dienstkraan boven uitgietbak, één stuk per dubbele dienstkraan voor de wasmachine wandafsluitkranen - stopkraan met dienstkraan PM Hoekstopkranen, gecombineerd met een dienstkraan en bijhorende verchroomde aansluitpijp voor de voeding van een vaatwasmachine en/of warmwaterboiler (voorzien van een slangwartel 3/4 ). aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de toestellen en/of de dienstkranen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

221 De wandafsluitkranen voldoen aan de bepalingen van STS en NBN EN Kranen in gebouwen - Stopkranen van koperlegeringen voor de drinkwatervoorziening in gebouwen - Beproevingen en eisen. De kranen zijn compatibel met de toevoerleidingen en het kraanwerk (muurkranen, wastafelkranen, bovenop of ingewerkt). Op de aansluitdraad is een kunststofringetje geschoven, zodat het afsluitkraantje kan worden aangekoppeld zonder kemp of dichtingpasta. Het kraantje is voorzien van een snelkoppeling waarmee de verchroomd koperen aansluitbuisjes of flexibels kunnen worden vastgezet. De koud wateraansluiting onder de afwastafel wordt standaard uitgerust met eenzelfde hoekafsluitkraantje, met het oog op de bijkomende aansluiting van een vaatwasmachine dienstkranen - algemeen Muurkranen, bestemd voor de toevoer van koud water, boven uitgietbakken, als voeding voor de wasmachine, vaatwasmachine,. Zij worden geleverd en geplaatst met inbegrip van de handgrepen, straalbrekers, de nodige fittingen en koppelstukken voor aansluiting op de buizen, bijhorende verchroomde rozetten, evenals alle in het bestek voorziene toebehoren. De draaiknoppen van de kranen zijn voorzien van onveranderlijke merktekens: blauw voor koud en rood voor warm water. zijn warmte geïsoleerd (met tussenring) en demonteerbaar. De dichtheid van de bedieningsstang wordt verzekerd door pakking, door ring of een schuifkoppeling van elastomeer; het klemonderlegplaatje op het kraanlichaam mag van vezel zijn. De juiste locatie van het aansluitpunt is afgestemd op de maatvoering en voorziene plaats van het toestel, het patroon van eventuele wandafwerking, e.d.,. De kranen worden op een dichte en volkomen vaste wijze gemonteerd. Alle verbruikpunten waar hemelwater toegevoerd wordt, moeten voorzien worden van een sticker of aanduiding met de vermelding: 'Geen drinkwater'. Dienstkranen die buiten worden opgesteld of die door kinderen kunnen worden gebruikt, zijn voorzien van een afneembare hendel dienstkranen - dubbele dienstkraan/buiten (vorstvrij) FH st Dubbele dienstkranen voorzien op de buitengevel. De eenheidsprijs omvat behalve het eigenlijke stuk: de kokers en/of de doorboring van het metselwerk of andere elementen de buisleiding die de muurkom verbindt met de afsluitkraan met aftapkraan de eventuele uitsnijding in de bekledingsmaterialen ter hoogte van de voeging. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De dubbele dienstkranen worden uitgerust met een gevelkom, beantwoordend aan de bepalingen van STS Zij is voorzien van een binnendraad G2B. Aan de binnenzijde wordt de dienstkraan voorafgegaan door een afsluitkraan met aflaatkraan. De buitenkraan is voorzien van een beluchter (HA) Belgaqua, zoniet wordt tussen de binnen- en buitenkraan een keerklep type A geplaatst. Behuizing: verchroomd messing Aansluitmaten: 1/2" / 3/4" Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

222 Vorm: cirkelvormig en lichtjes uitgehold Uitzicht: verchroomd volgens STS deel II Kraan is voorzien van een afneembare hendel Vorstbestendige kraan. De aansluiting in het gevelvlak wordt dichtgevoegd met eenzelfde voegmortel als het omringend metselwerk. Er wordt rekening gehouden met een vorstvrije opstelling. Buitenkraan ééngatskranen - algemeen Voedingskranen voor de toevoer van koud en/of warm water. Zij worden geleverd en geplaatst met inbegrip van de handgrepen, straalbreker, de nodige fittingen en/of toevoerbuisjes voor de aansluiting op de stopkraantjes. Materialen De uitloophoogte en uitsteekafstand van de ééngatskranen zijn optimaal afgestemd op het sanitaire toestel (ontvanger), zodat een ergonomische bediening en logische afvoer van het water wordt gegarandeerd. De uitwendige diameter en lengte van het bevestigingsstuk zijn compatibel met de ééngatsopening en maatvoering van het sanitair toestel. Het kraanlichaam wordt standaard geleverd met een kettinghouderoog en rubberstop met parelketting of met een trekknop voor automatische lediging. De draaiknoppen van de kranen zijn voorzien van onveranderlijke merktekens: blauw voor koud en rood voor warm water. zijn warmte-geïsoleerd (met tussenring) en demonteerbaar. De dichtheid van de bedieningsstang wordt verzekerd door pakking, door ring of een schuifkoppeling van elastomeer. Alle ééngatskranen worden voorzien van stopkraantjes. De verbinding van de kraan met de stopkraantjes, zijn verchroomd koperen buisstukken, op gepaste lengte voorzien. Bij mengkranen mag naar keuze gebruik worden gemaakt van stijve of flexibele aansluitbuisjes (snelmontage). De prijs van de stopkraantjes, buisstukjes en koppelstukken is inbegrepen in de eenheidsprijs van het sanitaire toestel. De juiste locatie van het aansluitpunt moet worden afgestemd op de maatvoering en voorziene plaats van het toestel, het patroon van eventuele wandafwerkingen, e.d.,. De kranen worden op een dichte en volkomen vaste wijze gemonteerd op het horizontaal gedeelte van de wastafelrand d.m.v. een ringmoer en/of klemvijs met tussenklemming van een antislip-onderlegplaatje van elastomeer van aangepaste hardheid ééngatskranen - handwastafelkraan FH st Eéngatskranen met vaste uitloop, bestemd voor montage op de handwasbakjes. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Kraantype: ééngreeps keramische kraan Behuizing: verchroomd messing Uitloophoogte: mm boven de rand van het handwasbakje Uitsteek: horizontale afstand tussen bevestigingsaslijn en uitlaat van 85 tot 115 mm Straalbreker: afschroefbaar, onder een hoek van circa 20 (+5 ) t.o.v. de verticale Handgreep: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

223 materiaal: verchroomd messing vorm: keuze aannemer ééngatskranen - lavabomengkraan FH st Eéngatsmengkranen 1/2 met vaste uitloop, bestemd voor montage op de lavabo s. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Kraantype:ééngreeps keramische mengkraan met koudwatertoevoer in de middenpositie. Behuizing: gepolijst verchroomd messing Uitloophoogte: circa mm boven de lavaborand Uitsteek: horizontale afstand tussen bevestigingsaslijn en uitlaat, tussen 90 en 1350 mm Straalbreker: afschroefbaar, onder een hoek van circa t.o.v. de verticale Handgreep: materiaal: verchroomd messing vorm: keuze aannemer De mengkraan is voorzien van een variabel instelbare debietbegrenzer (bij ééngreepskeramische kranen). De mengkraan is voorzien van een instelbare temperatuursbegrenzer (bij ééngreeps keramische kranen voor bejaardenwoningen) Trekkwast met klep muurmengkranen - algemeen Het betreft voedingskranen voor toevoer van koud en/of warm water, bestemd voor wandmontage, geplaatst boven de huishoudelijke sanitaire toestellen (bad, douche, keukenaanrecht). Zij worden geleverd en geplaatst met inbegrip van de handgrepen, mousseur, de nodige fittingen en koppelstukken voor aansluiting op de buizen, bijhorende verchroomde rozetten en alle in het bestek voorziene toebehoren (zoals een douchegarnituur, kettinghouder met stop of trekkwast,...). Materialen De muurkranen zijn voorzien van de nodige koppelstukken om te worden aangesloten aan de voorziene buizen voor koud of koud en warm water. De afstand tussen de S-koppelingen voor koud- en warm wateraansluitingen bedraagt standaard 150 (+ 15) mm. De aansluiteinden zijn van gasdraad 3/4, kwaliteit B. De aansluiting wordt aan het zicht ontrokken d.m.v. de bijhorende muurrozetten. De handgrepen zijn warmtegeïsoleerd. De juiste plaats en hoogte van het aansluitpunt moet worden afgestemd op de maatvoering en situering van het toestel, het patroon van eventuele wandafwerking, e.d.,. De uitlaatopening van de kraan moet zich daarbij op voldoende afstand van de muur, boven de sanitaire ontvanger bevinden, zodat een logische afvoer van het afgetapte water kan geschieden. De kraan wordt perfect horizontaal uitgelijnd. De S-koppelingen worden afgedekt met de bijgeleverde gechromeerde muurrozetten, waarbij gelet wordt op een verzorgde aansluiting met de voorziene wandafwerking muurmengkranen douchemengkraan/armatuur FH st Muurmengkranen 1/2 met douche-uitgang (1/2 ), voor de aansluiting van een buigzame doucheslang. meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

224 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De ingangen voor warm- & koudwatertoevoer zijn voorzien van een Belgaqua-gekeurde terugslagklep. Kraantype: thermostatische kraan. Debiet: met instelbare debietbegrenzer (bij ééngreeps keramische kranen). Behuizing: verchroomd messing Slangaansluiting bovenaan Handgreep: materiaal: verchroomd messing vorm: keuze aannemer Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De kraan wordt voorzien van volgende toebehoren: Doucheslang: uit flexibel synthetisch of elastomeer materiaal, beschermd door een spiraalvormig omhulsel van verchroomd kunststof, overtrokken met een doorzichtig en soepel PVC-omhulsel, lengte minimum 150 cm; conform NBN EN Sanitaire kranen - Doucheslangen voor sanitaire kranen voor leidingwaterinstallaties type 1 en type 2 - Algemene technische eisen; Handsproeier: uit onbreekbaar verchroomd synthetisch materiaal met eco-50% straal; Glijstang: verchroomd messing, lengte minimum 90 cm, met een in hoogte verstelbare douche-klemhouder, voorzien van een stevig scharnier, zodat bij het douchen de ingestelde stand gehandhaafd blijft; Zeephouder: kunststof zeephouder in hoogte verstelbaar te bevestigen op de glijstang De kraan wordt opgesteld aan de rugzijde en/of tegenover de instapzijde van de douche, op + 90 cm boven het douchebodemniveau. De onderzijde van de glijstang wordt op cm boven douchebodemniveau gemonteerd, bevestigd met twee beugels met muurdook. Douches muurmengkranen uitgietbakmengkraan/armatuur FH st Muurmengkranen 1/2, met draaibare buisvormige uitloop, bestemd voor montage op de wand boven de uitgietbak. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De dichtheid van de draaibare uitloop moet verzekerd worden door een gekalibreerde "O" ring van elastomeer met aangepaste hardheid. Kraantype: ééngreeps keramische mengkraan met koudwatertoevoer in de middenpositie. Behuizing: gepolijst verchroomd messing Nominale diameter: ND 12 / 20 /... mm. Uitloopvorm: S-uitloop onderaan Handgreep: materiaal: verchroomd messing vorm: keuze aannemer Uitlaatopening: voorzien van een afschroefbaar schuimstraalmondstuk. De kraan wordt geleverd met inbegrip van een terugslagklep aangenomen door Belgaqua. Kranen boven uitgietbakken moeten zo opgesteld worden dat een normale emmer kan gevuld worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

225 Te voorzien boven de uitgietbakken regenwaterpompen - algemeen regenwaterpompen zelfaanzuigende hydrofoorgroep FH st Levering en plaatsing van een hydrofoorgroep met een zelfaanzuigende en geruisarme werking, inclusief alle toebehoren zoals flexibele aansluitdarm uit polyethyleen (sectie aangepast aan het pomptype), afsluitkraan, terugslagkleppen, manometer, overloop met stankafsluiter, aanzuig met filter tot in de regenwaterput, vlotter en overloopbeveiliging, aansluiting van de leiding van de pomp met de verdeelcollector, elektronische drukregeling met droogloopbeveiliging, schakelkast, drukschakelaar, beschermschakelaar, sokkel en bevestigingsmiddelen, proeven, tot een volledige bedrijfsklare werking van de pompinstallatie. meeteenheid: per stuk, opgesplitst volgens type,. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De toestellen beschikken over een CE-keuring en worden conform de eisen van Belgaqua en AquaFlanders geplaatst en aangesloten. Een elektronische drukregeling zorgt ervoor dat de pomp wordt gestart indien de druk in het leidingsysteem - veroorzaakt door gebruik van een tappunt - afneemt. De motor wordt gestopt van zodra geen debiet meer wordt waargenomen of wanneer de maximum druk is bereikt of bij watergebrek. Deze drukregeling is ook voorzien van een droogloopbeveiliging zodat de pomp bij een geringe volumestroom wordt uitgeschakeld. Voor het bijvullen van de regenwatertank met leidingwater als deze leeg is, wordt gebruik gemaakt van een open navulset (kraantje dat in een trechter loopt). Type: zelfaanzuigende centrifugaalpomp - droogopstelling - corrosiebestendig. Behuizing: behandeld gietijzer / roestvast staal (RVS) / hoogwaardig kunststof Motor: luchtgekoelde asynchroon motor met ingebouwde thermische beveiliging. Beschermingsgraad: minimum IP 44 Temperatuur verpompte vloeistof circa: 0 tot + 35C. Capaciteit: minimum 40 liter/min, bij opvoerhoogte van 20 m Zelfaanzuigend: 8 m Maximale bedrijfsdruk: circa 8 bar Maximale leidingnetdruk: circa 4 bar Elektrische aansluiting op stopcontact in de nabijheid. Open navulset Automatische opstart na stroomuitval Automatisch alarm Signaal reinigen filter Belgaqua gekeurd De uitvoering moet gebeuren in nauwe coördinatie met de plaatsing van de regenwaterputten en de diverse toebehoren (filters, overloop met terugslagklep, ) overeenkomstig rubriek regenwaterputten - algemeen. De pompen worden bij voorkeur bevestigd op een sokkel bestaande uit een rubber- of kurkmat en een betonnen blok. De koppelingen gebeuren d.m.v. versterkte soepele slangen. Alle verbruikspunten waar hemelwater toegevoerd wordt, moeten voorzien worden van een sticker of de vermelding : Niet drinkbaar of gelijkwaardig pictogram. Dienstkranen die buiten worden opgesteld of door kinderen kunnen worden gebruikt, zijn voorzien van een demonteerbare hendel. Voeding voor toilet GV + buitenkraan terras. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

226 Voor de appartementen C1 en C2 wordt elk een pomp voorzien in de berging. De appartementen C3 en C4 zullen niet aangesloten worden op regenwater. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

227 63. SANITAIR WARM WATER sanitair warm water - algemeen Leveren, plaatsen, aansluiten en in bedrijfstellen van toestellen voor de productie van sanitair warm tapwater. Bij gecombineerde systemen voor verwarming en sanitair warm water moeten de bepalingen van dit hoofdstuk gecoördineerd worden met de hoofdstukken 65 en 66. Materialen Alle gebruikte materialen zijn onderling verenigbaar. Elektrochemische koppels worden vermeden. Bij stalen sanitair warm waterleidingen mag de warmtewisselaar/boilervat van het sanitair warm watertoestel niet in naakt koper zijn. De aannemer mag pas overgaan tot de bestelling van de materialen na goedkeuring door het Bestuur van de materiaallijst aangevuld met de technische documentatie, attesten, monsters, en vermelding van oorsprong. Alle materialen zijn nieuw en voorzien van een aangepaste verpakking die een gemakkelijke identificatie toelaat. Alle materialen zijn afkomstig uit landen van de Europese gemeenschap, zoniet wordt dit uitdrukkelijk vermeld in de voor te leggen materialenlijst. Bij levering op de werf wordt door de ontwerper de overeenstemming met de goedgekeurde materialenlijst nagegaan. Alle afgekeurde leveringen moeten onmiddellijk van de werf verwijderd worden. De goedkeuring van de leveringen houdt geen goedkeuring van de werken in. De aannemer is volledig verantwoordelijk en neemt alle nodige maatregelen voor het transport, de opslag en de verwerking van de materialen volgens de bepalingen van het bestek, de regels van goed vakmanschap en de voorschriften van fabrikant en leverancier. Het vermogen en/of de inhoud van warm waterproductie toestellen met accumulator moeten zodanig zijn dat er, met een tijdsinterval van 30 minuten, twee warme baden kunnen gevuld worden van 70 liter elk vertrekkend van een watervoorraad op temperatuur. Alle werken gebeuren conform de voorschriften van Aquaflanders (technisch reglement voor water), Belgaqua (repertorium conforme apparaten en goedgekeurde beveiligingen + technische voorschriften binneninstallaties), NBN D (gas) en het AREI (elektriciteit). De uitstroomtemperatuur aan de kraan wordt steeds beperkt tot 55 C; bij (stort)baden moeten bovendien de nodige veiligheidsmaatregelen genomen worden om de uitlooptemperatuur te beperken tot maximum 45 C. Alle voedingsleidingen koud water, gas en/of elektrisch en de aansluiting op het warm waternet worden voorzien in de nabijheid van het toestel zonneboilers algemeen FH st meeteenheid: globaal per installatie (opgesplitst volgens woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Leveren, plaatsen en in bedrijfstellen van een compleet systeem voor sanitair warm water bereiding op basis van zonlicht. Het systeem omvat de zonnecollector, het opslagvat, de leidingen, de thermische isolatie, de installatiekranen, de circulatoren en het regelsysteem, de aansluiting op de bij- of naverwarmer en de eventuele beveiligingsvoorzieningen. Inbegrepen zijn de nodige voorstudies en de vereiste coördinatie met de overige aannemers, de kosten voor proefopstelling en tussentijdse keuring. Materialen ALGEMEEN De installatie vormt één systeem waarbij alle onderdelen door dezelfde leverancier voorzien worden. TV 212 geldt als leidraad voor de installatie van zonneboilers. De zonneboilerinstallatie voldoet aan de voorschriften van de nutsbedrijven. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

228 De zonnecollector is getest door een geaccrediteerd instituut volgens NBN EN 12975, heeft een systeemtest (volgens NBN EN of volgens EN/TS 12977) ondergaan en bezit een Solar KeyMark. Het systeem is gemarkeerd conform NBN EN De installaties zijn afkomstig van Belsolar-leden die aan de eisen en waarborgen van het kwaliteitssysteem voldoen. De opgegeven prestaties van de installatie zijn richtinggevend voor de dimensionering. De correcte dimensionering zal gebeuren op basis van de gegevens van de leverancier of het keuringsattest. De installateur legt de berekeningsnota voor aan de ontwerper. ENERGIEKLASSE Het zonneboilersysteem (buffervat, voorraadvat, regeling, naverwarming, collectoren) heeft een energieklasse A. Een berekening op basis van toegepaste componenten wordt ter goedkeuring aan het bestuur voorgelegd vooraleer de plaatsing van de componenten mag aanvatten. DIMENSIONERING INDIVIDUELE SYSTEMEN Een dekkingsgraad van 50% moet nagestreefd worden. De inhoud van het boilervat moet minstens 40 liter per vierkante meter apertuuroppervlakte bedragen bij vlakkeplaatcollectoren en minstens 55 liter per vierkante meter apertuuroppervlakte bedragen bij buiscollectoren. DIMENSIONERING COLLECTIEVE SYSTEMEN Een dekkingsgraad van minstens 30%. De inhoud van het boilervat moet minstens 40 liter per vierkante meter apertuuroppervlakte bedragen bij vlakkeplaatcollectoren en minstens 55 liter per vierkante meter apertuuroppervlakte bedragen bij buiscollectoren. Voor het sanitair warmwater moet er met een verbruik van 20 à 25 liter per persoon per dag aan 60 C gerekend worden, dit volgens de richtlijn VDI De berekening van de piekboiler(s) valt niet onder deze richtlijn. VOORSTUDIES - IN TE DIENEN DOCUMENTEN Binnen een termijn van 30 dagen na datum van de bestelbrief en vóór de bestelling van de installatie moet de aannemer een technische omschrijving met een volledige materiaalspecificatie met vermelding van de oorsprong, alle keuringen en certificaten waaraan de zonneboiler (of componenten daarvan) voldoet en de onderhoudsvoorschriften en eventuele stalen ter goedkeuring voorleggen aan het Bestuur. Hierbij moeten ook tekeningen voorgelegd worden van de installatie met vermelding van het leidingverloop, de bevestiging van de collector en de afdichting van het dakvlak, het type en de plaats van de collector en het opslagvat. De beoogde plaats van de collector moet overeenkomen met de indicaties van plaats en afmetingen in het ontwerp. Dit wordt door de ontwerper binnen de 14 dagen geëvalueerd. Wanneer het voorstel niet-conform wordt bevonden, zal een 2e voorstel worden opgevraagd dat binnen de 14 dagen terug bij de ontwerper moet zijn. Indien opnieuw niet conform zal het Bestuur voorschrijven welke materialen en producten moeten worden gebruikt zonder dat de prijs van de installatie door de aannemer kan worden gewijzigd. PLAATSING Het transporteren, opslaan en verwerken van de materialen gebeurt volgens de desbetreffende normen, voornormen, richtlijnen, voorschriften en eisen. Voor wat betreft de inbouw en randafwerking van de zonneboiler en aanverwante onderdelen worden de installatievoorwaarden van de leverancier toegepast, mits ze voldoen aan de voorwaarden van TV Leidraad voor de installatie van zonneboilers. Als vulwater voor de collector van het primair circuit maakt de installateur uitsluitend gebruik van fabrieksmatig vervaardigde kant-en-klare mengsels geschikt voor de minimale en maximale werkingstemperaturen van de collectoren en volgens de voorschriften van de leverancier van de installatie. Bijmenging van water is verboden. Er wordt een waarborg van 10 jaar gegeven op de constante kwaliteit van het mengel. In de sanitaire installatie moet een onderbreker voorzien worden. Deze moet voldoen aan de bepalingen van de drinkwaterleverancier. AS-BUILT PLANNEN - DOCUMENTEN Bij oplevering worden revisietekeningen van de zonneboilerinstallatie in tweevoud bezorgd aan het Bestuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

229 De installateur zal de door het Bestuur aangewezen personen inlichten over de bediening van de installatie. Per installatie wordt een Nederlandstalige handleiding conform NBN EN ter beschikking gesteld. Keuring PROEFOPSTELLING Per type-installatie gebeurt een proefopstelling van 1 zonneboilersysteem met controle van de goede werking en de installatiepraktijk volgens de voorschriften van de leverancier en de Inspectielijst - Zonneboilers, bijlage 4 van TV. Het systeem mag daarbij geen gebreken vertonen. De installateur stelt hiervoor het nodige personeel en de meetapparatuur ter beschikking. Na afloop van deze proefoplevering overhandigt de leverancier binnen de week een verklaring aan de opdrachtgever waarin hij zich uitdrukkelijk akkoord verklaart met de installatie zoals ze op de werf in de proefoplevering is gebeurd. Pas na volledige goedkeuring door ontwerper en leverancier mogen de andere installaties aangevat worden. Deze worden volledig in overeenstemming met de gekeurde installatie uitgevoerd. KEURING - CONTROLES Iedere installatie wordt compleet werkend gekeurd. De aannemer verwittigt hiervoor tijdig het Bestuur. Elke installatie wordt in bedrijf gesteld en ingeregeld volgens de voorschriften van de leverancier en gecontroleerd. Het controleverslag wordt vóór de oplevering bezorgd aan het Bestuur. Van elke installatie zal men het collectorcircuit op lekkage controleren volgens voorschriften van de leverancier. In afwezigheid van deze voorschriften, volgens een erkende methode zoals de NBN EN of NBN EN Na het beproeven zal men het vulpunt van elke installatie verzegelen, volgens de voorschriften van de leverancier, en opleveren. De keuringen en proeven gebeuren in aanwezigheid van de installateur, de leverancier (voor de proefopstelling) en de ontwerper. De installateur verwittigt hiervoor tijdig het Bestuur en de leverancier. WAARBORGEN De aannemer verbindt zich onvoorwaardelijk om gedurende 1 jaar na oplevering of eerste ingebruikname voor zijn rekening alle gebreken te herstellen die door het Bestuur gemeld worden en zijn veroorzaakt door een materiaalfout of een gebrekkige uitvoering van het werk. De installaties moeten afkomstig zijn van Belsolar-leden die aan de eisen van het kwaliteitssysteem voldoen en waarbij volgende waarborgen worden gegeven: 10 jaar op de goede werking van de collector; 5 jaar op het opslagvat; 2 jaar op alle overige componenten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

230 zonneboilers - collectoren PM Leveren, montage en aansluiten van de zonnecollectoren. De montage op het dak of op de gevel gebeurt in coördinatie met de plaatsing van de dakbedekking of de gevelbekleding. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) inbegrepen in de prijs van de installatie Bij parallelschakeling van collectoren wordt het Tichelmann-principe toegepast. In de verbindingen mogen geen spanningen optreden als gevolg van het normale opwarmen en afkoelen. Type collector: vlakke plaat met leegloop Minimaal bruikbaar collectoroppervlakte: 4.40 m² (Volgens EPB eisen) Afmetingen (exclusief eventuele goot): zie ook aanduidingen op plan en meetstaat breedte: ca. 1000mm hoogte: ca. 2400mm diepte: ca. 90mm Bevestigingssysteem op plat dak (volgens de voorschriften van de leverancier en de aanduidingen op plan; een voorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur) Volgende gegevens worden door de aannemer ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur voor de materialen besteld worden: Merk, type Absorber oppervlakte (m2) Maximaal gewicht leeg / gevuld (kg) Afmetingen (m) Werkdruk (bar) Proefdruk (bar) Minimale / maximale opstelhoek ( ) Prestaties: absorptie absorber, emissie absorber, loodrecht zonlicht transmissie afdekking Testomstandigheden Testinstituut Nr. testrapport Volgens de voorschriften van de leverancier van de collectoren. Elke woningeenheid heeft een apart zonneboilersysteem zonneboilers - opslagvat PM Opslagvat voor het sanitair warm water opgewarmd via de collector. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) inbegrepen in de prijs van de installatie Vat en warmtewisselaar (uit verenigbare materialen): roestvast staal of volkoper of geëmailleerd staal met vervangbare magnesium opofferingsanode of elektronische anode of kunststofvat en koperen warmtewisselaar. De vaten zijn voorzien van: een koud- en warmwater aansluiting; een in- en uitlaat aansluiting voor de warmtegenerator; een aflaatkraan; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

231 een mantel uit geëmailleerd, gemoffeld of geplastificeerd staal / kunststof kleur wit; een warmte-isolatie uit polyurethaanschuim of gelijkwaardig; een inspectieopening; een kenplaat; een thermometer ( C) op het boilervat. Eigenschappen: geschikt voor hoge temperaturen (tot 95 C) geschikt voor drinkwater het vermogen van de warmtewisselaar is aangepast aan het piekvermogen van de zonneinstallatie de hoogte van de vat bedraagt 2 à 2.5 maal de diameter maximale warmteverliesfactor (W/K) = 0,16 V (V: volume opslagvat in liter) De vaten worden geleverd met ophangbeugels of voetsteun en de nodige verbindingsstukken. De vaten wordt verticaal geplaatst. De inhoud van het vat en het vermogen van de warmtewisselaar (rekening houdend met het ketelvermogen gedimensioneerd op de warmteverliezen van de woning) moeten het water voldoende opwarmen om minstens 2 baden (40 C) met een tussenpauze van 20 minuten te kunnen aftappen (bij een gemiddelde CV-temperatuur van 75 C). De naverwarming gebeurt in het boilervat zelf door middel van een CV-ketel wordt een tweede warmtewisselaar voorzien in het bovenste gedeelte van het vat. Vermogen wisselaar: aangepast aan het piekvermogen van de zonne-installatie Inhoud: 300 liter Afmetingen (hxbxd): max x 640 x 800mm Aansluitdiameters: koud / warm-water: Volgens specificaties fabrikant warmtewisselaars: Volgens specificaties fabrikant Vermogen onderste wisselaar voor bijverwarming, afgestemd op het ketelvermogen: 26 kw Hygiënisch buffervat met doorloopprincipe om legionalla-ontwikkeling te vermijden. Terugloopvat, al dan niet ingebouwd in het opslagvat. Het terugloopvat voldoet aan de eisen van de leverancier van de zonneboiler-installatie.. Boilerset bestaande uit een gemotoriseerde driewegklep. Boilerregeling aangepast aan het keteltype. Geplaatst in berging zonneboilers - leidingsysteem en toebehoren PM Leveren, plaatsen en aansluiten van het leidingsysteem (primair circuit) en toebehoren (bevestigingsbeugels, leidingisolatie, doorvoeren, ). aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) inbegrepen in de prijs van de installatie BUIZEN De leidingbuizen zijn conform art 65.50, TV 212 en onderstaande bepalingen: de leidingen zijn verenigbaar met het gebruikte warmtetransportmiddel en met de materialen van de verschillende componenten van de installatie; ze mogen geen zuurstof doorlaten; ze zijn bestand tegen temperaturen van -20 C (voor alle leidingen buiten het gebouw of op onverwarmde plaatsen) en de maximale temperatuur die de collector kan bereiken bij stagnatie in de zomer in het bijzonder de leidinggedeelten in de onmiddellijke nabijheid van de collector (kortstondige temperaturen van 120 C of hoger); het gebruik van verzinkte stalen buizen en kunststofbuizen voor verwarming (PEX, PP, ) is verboden; de verbindingstechnieken zijn aangepast aan het systeem, met bijzondere aandacht voor de opstelling in buitenvoorwaarden (o.a. extreme temperaturen, vocht, windbelasting, ). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

232 De leidingen buiten het gebouw moeten zo kort mogelijk zijn. Dit geldt ook voor het geheel van de leidingen tussen collector en het opslagvat. Alle leidingen worden geplaatst met voldoende helling, afhankelijk van het type zonneboiler. Er wordt rekening gehouden met de thermische uitzettingen van de leidingen. Doorvoeren mogen de water-, damp- en luchtdichtheid niet negatief beïnvloeden. De thermische isolatie van de leidingen mag ter hoogte van doorvoeren niet onderbroken worden. Bij de dimensionering van de diameter van de leidingen wordt rekening gehouden met het debiet door de collector (voorschriften leverancier of proefrapport), het totale collectoroppervlakte en een maximale stromingssnelheid van 1 m/s. Warmteslot: alle leidingen die bovenaan het boilervat aangesloten worden, moeten zo dicht mogelijk bij het vat een bocht naar beneden maken van minstens 30 cm diep, om warmteverliezen door interne stromingen te voorkomen, in het bijzonder bij vaten met secundaire warmtewisselaar. LEIDINGISOLATIE Alle collectorleidingen, leidingen voor koud water over minstens 1 m vanaf aansluiting op installatie, alle warm waterleidingen (primair en secundair circuit) worden voorzien van een aangepaste leidingisolatie. Het isolatiemateriaal moet bestand zijn tegen hoge temperaturen (kortstondig 160 C of hoger bij collectorleidingen), verenigbaar zijn met het buismateriaal en koppelstukken. Bijzondere eisen voor isolatie geplaatst in de buitenlucht: bestand tegen UV-straling of met een afdoende afscherming, vorstbestendig, niet rotbaar en niet aantastbaar door knaagdieren en vogels, regen- en winddicht of beschermd tegen regen en/of wind. Warmtegeleidingscoëfficiënt λ (volgens NBN EN ISO 8497): max. 0,04 W/mK Minimale isolatiediktes ( 2 mm): diameters 10, 12, 15, 18 en 22x1: 20 mm, diameters 28 en 35x1,5: 30 mm, diameter 42x1,5: 39 mm zonneboilers - circulatoren PM Leveren, plaatsen en aansluiten van de in het systeem vereiste circulatoren. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) inbegrepen in de prijs van de installatie Conform de voorschriften van de leverancier zonneboiler. Bij de bepaling van ladingsverliezen wordt rekening gehouden met de viscositeit van het warmtetransportmiddel. Bij systemen met terugloop moet naast de ladingsverliezen ook de hoogte tussen terugloopvat en hoogste punt van de collector overwonnen worden. Hierbij wordt een pomp voorzien van twee vermogens waarbij eenmaal de hevelwerking tot stand is gebracht, automatisch op het lager vermogen wordt overgeschakeld. Vermogen: max. 50 W of 15 W/m2 collectoroppervlak. Pompkarakteristieken: volgens voorschriften van leverancier zonneboilerinstallatie en lokale geometrie. Temperatuursbestendig tot minimaal 120 C zonneboilers - expansiesysteem PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

233 Expansiesysteem voor het opvangen van veranderlijke druk. De werken omvatten alle leveringen, werken en regelingen voor het gebruiksklaar installeren van de expansievaten en bijhorende veiligheidsventielen. aard van de overeenkomst: Pro memorie (PM) inbegrepen in de prijs van de installatie Stalen vat dat aan de binnenzijde tegen corrosie is behandeld. De scheiding tussen water en stikstofkussen wordt gerealiseerd d.m.v. een membraan of balg. Het membraan of de balg kan de vorm van het vat aannemen in extreme toestand (volledig gevuld) zonder overdreven rek. De uitlaat van het veiligheidsventiel wordt verbonden aan een afvoerbuis met trechter en zichtbare afloop met dezelfde diameter als de afvoerbuis van het veiligheidsventiel. De afvoerbuis en de trechter moeten voorzien zijn van een sifon met een waterslot van min. 15 cm. Bij het koken van de collector moet alle vloeistof kunnen opgevangen worden, met een veiligheid van 50%. Om het expansiesysteem te beschermen tegen hoge temperaturen wordt een buffervat voorzien. Het buffervolume bedraagt 20% van de netto-inhoud van de primaire kring. Vorm: cilindrisch / sferisch Proefdruk vanuit fabriek: 1,5 x de hoogste dienstdruk met een minimum van 5 bar. Dimensionering: volgens de methode van de Dienst voor Fysische en en Controle (zie berekeningsnota DFTK nr. 17). van de afvoerbuis en de trechter: koper / PE / PVC / PP Minimum doorsnede van het veiligheidsventiel: minimum 1/2 / Het vat moet vervangbaar zijn zonder de installatie te moeten aflaten. Het expansievat wordt geïnstalleerd op het koudste punt van de installatie en aan de zuigzijde van de pomp. Te gebruiken in combinatie met een veiligheidsventiel zo dicht mogelijk bij het vat en op gelijke hoogte geplaatst. Bij zonneboilers zonder terugloop, volgens hydraulisch schema zonneboilers - regelsystemen en beveiliging Het geheel van aflaat- en vulkranen, regelkranen, veiligheidskleppen, keerkleppen, ontluchters, mengventielen, nodig voor een perfecte werking van de installatie. Zij worden geleverd door de fabrikant van de zonneboiler, aangepast aan het de vereisten van het systeem. Inbegrepen zijn de nodige beveiligingen tegen vorst en oververhitting. Alle onderdelen zijn bestand tegen hoge temperaturen en geschikt als warmtetransportmiddel. Temperatuursbestendigheid minimaal 120 C of volgens specifieke eisen van de toepassing. Alle belangrijke onderdelen van de installatie kunnen verwijderd worden voor herstelling of vervanging zonder het water van de installatie af te laten zonneboilers regelsystemen en beveiliging/aflaat- en vulkranen PM Plugkranen uit warm geperste messing, brons of roestvast staal met afneembare sleutel. Afschroefbaar aansluitstuk met buitenschroefdraad voor darmbevestiging met sleutel, dop en ketting. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Aansluitdiameter: Volgens specificaties fabrikant Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

234 zonneboilers regelsystemen en beveiliging/regelkranen PM Te voorzien voor een evenwichtige doorstroming van de zonnecollectoren (complexe installaties) aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Aansluitdiameter: Volgens specificaties fabrikant zonneboilers regelsystemen en beveiliging/ontluchters PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Zij mogen niet aan de stagnatietemperaturen van de collectoren blootgesteld worden. Aansluitdiameter: ND Volgens specificaties fabrikant Op alle hoge punten van de installatie, volgens hydraulisch schema (niet bij terugloopboilers) zonneboilers regelsystemen en beveiliging/veiligheidskleppen PM Veiligheidskleppen te combineren met een manometer. Af te stellen op maximale werkingsdruk van het zwakste component (3 bar). Bij systemen met antivriesmiddel mag niet in de rioleringen geloosd worden, de aflaat gebeurt in een vat die de volledig vloeistofinhoud van het primair circuit kan bevatten. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Aansluitdiameter: ND 20 Behuizing: messing In het koudste leidinggedeelte, volgens hydraulisch schema zonneboilers regelsystemen en beveiliging/keerkleppen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Behuizing: messing Aansluitdiameter: Volgens specificaties fabrikant Stroomopwaarts van het expansievat, volgens hydraulisch schema (systemen zonder leegloop) zonneboilers regelsystemen en beveiliging/mengventielen PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

235 Tussen het opslagvat en de naverwarmer en/of het begin van het sanitair warmwater leidingnet wordt verplicht een temperatuurgestuurde drieweg-mengkraan geplaatst die de watertemperatuur beperkt tot maximaal 60 C door bijmenging van koud leidingwater. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Behuizing: messing Aansluitdiameter: Volgens specificaties fabrikant Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

236 64. GASINSTALLATIES gasinstallaties - algemeen Leveren en plaatsen van alle materialen voor de realisatie van een bedrijfsklare binneninstallatie voor gas, conform NBN D en addenda, laatste uitgave, met inbegrip van proeven, aansluiting op de meters en aflevering van een overeenkomstigheidsattest. Enkel de kosten voor aansluiting door de netbeheerder van de gasmeter zijn ten laste van de bouwheer. Materialen Alle gebruikte materialen voldoen aan NBN D , de voorschriften van de netbeheerder en de vigerende normen. De installaties en hun aansluiting op het aardgasnet moeten voldoen aan de algemene leveringen aansluitingsvoorwaarden van de netbeheerder, aangevuld met de eventuele voorschriften van de plaatselijke brandweer. Voor de uitvoering van de installatie moet de aannemer contact opnemen met de netbeheerder. Keuring OVEREENKOMSTIGHEIDSATTEST In overeenstemming met art. 48 van het K.B. van 28 juni 1971, moet de installateur een overeenkomstigheidsattest overmaken aan de aardgasmaatschappij dat de binneninstallatie voldoet aan de norm NBN D Alle eventuele uit te voeren wijzigingen om de installatie hiermee in overeenstemming te brengen vallen ten laste van de installateur. Dit attest omvat een verklaring van conformiteit en een principeschema van de installatie. Het attest moet worden gevalideerd - na controle ter plaatse - door een erkend controleorganisme. Indien de installatie geplaatst wordt door een CERGA-installateur is de tussenkomst van een controleorganisme niet vereist. De overeenkomstigheidsattesten moeten vóór de officiële einddatum van de werken bezorgd worden aan de bouwheer. Bij het ontbreken van de attesten binnen de vooropgestelde termijn is de aannemer verantwoordelijk voor alle eventuele bijkomende kosten m.b.t. de ontzegeling van verzegelde gasmeters, die in dat geval verrekend zullen worden aan de tarieven van de netbeheerder. DICHTHEIDSPROEF Voor de aansluiting van een installatie aan te vragen en voor eventuele dekmiddelen of beschildering aan te brengen, zal de installateur de installatie onderwerpen aan een drukproef volgens NBN D : Deze proef heeft tot doel elk opspoorbaar lek te vinden. Na openen van de stopkranen van al de aangesloten verbruikstoestellen, wordt de binnenleiding (inbegrepen aansluitleidingen van de verbruikstoestellen) beproefd met behulp van lucht of een inert gas (bv stikstof) op een druk van 150 mbar ± 10 mbar. De dichtheid wordt vastgesteld op basis van de volgende gelijktijdige waarnemingen: het niet ontstaan van bellen op al de bereikbare delen tijdens het afzepen met een schuimend product EN na een wachttijd van minstens 10 minuten, die de druk toelaat zich te stabiliseren op ongeveer de initiële druk, het behouden tijdens een voldoende lange periode van de op de controlemanometer aangeduide gestabiliseerde druk. Elk lek moet hersteld worden. Bij deze beproeving is het gebruik van gasvormige brandstoffen of van zuurstof ten strengste verboden. Elke uitbreiding van de leidingen wordt beschouwd als een nieuw gedeelte van de binnenleiding. Dit deel moet bovenstaande proef doorstaan. Indien de installateur niet erkend of CERGA is en/of voor installaties met een ingesteld vermogen groter dan 25 m3/u, wordt de keuring van de installatie uitgevoerd door een erkend keuringsorganisme. Het attest van keuring wordt aan het Bestuur overhandigd, voor de oplevering van de werken. Alle aan de keuring verbonden kosten zijn ten laste van de aannemer. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

237 OPENEN VAN DE GASMETER De installatie mag slechts in dienst gesteld worden als aan alle voorschriften van de netbeheerder voldaan wordt. Alle eventuele verbruikskosten tijdens de loop van de werken zijn ten laste van de aannemer en worden desgevallend door het Bestuur verrekend aan de tarieven van de netbeheerder. MERKEN VAN DE LEIDINGEN De gasleidingen worden geïdentificeerd door een markering in gele kleur conform NBN 69. AS-BUILT PLANNEN Van alle gasleidingen, zowel binnen als buiten het gebouw, wordt een isometrisch schema opgesteld. Voor de voorlopige oplevering van de werken levert de aannemer aan het bestuur een tekening van het leidingnet zoals het is uitgevoerd met aanduiding van alle diameters, kranen en de aard van de leidingen gasleidingen - algemeen Leveren en plaatsen van leidingen en hulpstukken, moffen, sleuven, muur- en vloerdoorboringen en alle herstellingen ervan, de studie, dichtingproeven en as-built plannen van het leidingennet. Materialen De aardgasleidingen beantwoorden aan NBN D Alle ingewerkte buizen worden beschermd (vanuit fabriek of bij plaatsing) door een bekleding van synthetisch materiaal. Koperen leidingen zijn steeds vanuit fabriek voorzien van een beschermende bekleding. Verzinkte stalen buizen mogen niet worden gelast. Alle beschadigde buizen, zowel tijdens het lossen als bij het plaatsen, worden onmiddellijk vervangen. De diameters worden bepaald volgens Bijlage C van NBN D De leidingen worden geplaatst volgens NBN D en de lastenboeken van de KVBG. LEIDINGTRACE - DOORVOEREN De leidingen worden uitgevoerd in rechtlijnige tracés, met zo weinig mogelijk richtingsveranderingen. Het aantal fittings en lassen wordt tot een minimum beperkt. De minimale afstand tussen leidingen, kabels en andere installaties bedraagt 40mm. De leidingen worden zodanig ondersteund dat de uitzetting van de buizen verzekerd is en doorbuiging vermeden wordt. Het is niet toegelaten gasleidingen te plaatsen in ruimten of bouwelementen waarin zich een gasbel kan vormen omwille van ontoegankelijkheid of onvoldoende verluchting van deze ruimten of bouwelementen. Bij muur- en vloeropeningen worden de leidingen beschermd door aangepaste doorvoermoffen. De ruimte tussen doorvoermof en buis wordt afgedicht met een aangepaste niet corrosieve en voldoende plastische kit. De mantelbuis steekt 5cm boven de vloer uit. Alle doorvoeringen worden geboord met een diamantboor. De leidingen en bevestigingen worden voldoende beschermd tegen bevuiling. Zichtbare horizontale leidingen bevinden zich op minstens 5cm boven het peil van de afgewerkte vloer. INGEWERKTE LEIDINGEN Het inwerken van leidingen in muren en wanden mag de stabiliteit niet in gevaar brengen, over de plaats en de aard van de inwerkingen wordt voorafgaandelijk overlegd met het bestuur. Het is niet toegelaten gasleidingen te plaatsen in: dekvloeren, spouwen, afvoerkanalen van verbrandingsproducten, niet- geventileerde holten, watergoten en toezichtputten van riolen, verluchtings-, ventilatie- of luchtbehandelingskanalen, liftkokers en afvoerkokers, holle bouwelementen (snelbouw, holle welfsels). Voor het storten van het beton worden buizen afdoende beschermd tegen corrosie. Voor het inwerken van de buizen in de muur wordt met zorg mechanisch een ondiepe inkeping gemaakt. De sleuven in gemetste muren worden uitgefreesd en hebben een aangepaste sectie. Na het plaatsen van de buis wordt de holte met mortel gedicht. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

238 RUIMTELIJKE SCHIKKING Conform de bepalingen van NBN D GASSTOPKRANEN Elk te installeren verbruikstoestel wordt voorafgegaan van een stopkraan. Elke stopkraan wordt, in afwachting van het aansluiten van het toestel, afgesloten met een metalen geschroefde stop. De kraan wordt op een gemakkelijk te bedienen plaats aangebracht zo dicht mogelijk bij het toestel Alle stopkranen zijn inbegrepen in de prijs van de leidingen, tenzij zij voorzien zijn in de prijs van het verbruikstoestel (zoals bij gasketels en waterverwarmers). REINIGEN Met afgekoppelde gasmeter en gebruikstoestellen, inblazen van lucht of een inert gas, voor de verwijdering van niet klevende deeltjes. Voldoende fittings zijn te voorzien. MERKEN VAN DE GASLEIDINGEN NABIJ DE TELLER BIJ COLLECTIEVE INSTALLATIES De verdieping en de betrokken verblijfseenheid moeten op ondubbelzinnige en onuitwisbare wijze worden vermeld op de gasbuis op maximaal 50 cm na de gasmeter gasleidingen - staal FH st meeteenheid: per installatie (stuk, opgesplitst per woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Conform de bepalingen van NBN D Nominale diameters: volgens aanduidingen op plannen en meetstaat. Overeenkomstig aanduiding op plan en NBN D De gasinstallatie is zoveel mogelijk toegankelijk over het volledig tracé, ingewerkte leidingen zijn tot een minimum te beperken Gasleidingen voor fornuizen beschermd (staalplaat) Alle leidingen binnen het gebouw gasleidingen - PE VH st meeteenheid: per installatie (stuk, opgesplitst per woningtype) aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Buizen conform NBN EN Volgens NBN D Ingegraven leidingen buiten of onder het gebouw gaskranen - algemeen Levering en montage van alle nodige stopkranen en eventuele gasfilters voor aansluiting van toestellen en/of de afsluitkranen om een deel van de installatie af te sluiten. Materialen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

239 Het kraanwerk voldoet aan de eisen van de plaatselijke netbeheerder en de voorschriften bepaald in NBN D en NBN EN 331. Alle materialen zijn BGV-gekeurd. Eigenschappen van de kranen: met de hand bediende kogelkranen en plugkranen met gesloten bodem voor gasinstallaties in gebouwen; van het type R HT ; ze zijn uitgerust met gepaste (gas)draad; kwarttoer bediening met ondubbelzinnige aanduiding van open of gesloten stand, afneembare bedieningssleutels zijn verboden; ze zijn dicht ten overstaan van de omgeving, ongeacht hun stand (open of gesloten); in gesloten toestand mogen zij geen gas doorlaten in de stroomafwaartse leiding; de gebruikte materialen moeten weerstand bieden aan de mechanische, thermische en chemische omstandigheden waaraan zij bij normaal gebruik kunnen blootgesteld worden; als ze binnenshuis geplaatst worden, moeten ze aan hoge temperaturen kunnen weerstaan gaskranen - gasfilter PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het leidingnet. De filters zijn vervaardigd uit synthetisch weefsel of metaalgaas voor het ophouden van deeltjes tot 3 micron; ze zijn vlot verwijderbaar, vervangbaar en onderhoudbaar gaskranen - afsluitkranen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van het leidingnet. De afsluitkranen zijn van het type sferische plugkranen met volle doorlaat met drieledig koppenstuk conform NBN D De diameters zijn aangepast aan de gasleiding en debiet van het aangesloten verbruikstoestel, zoals aangeduid op plannen en meetstaat. Geplaatst zo dicht mogelijk bij het verbruikstoestel en gemakkelijk bereik- en bedienbaar. Gasleidingen voor fornuizen beschermd (staalplaat) Nabij alle verbruikstoestellen indien niet ingegrepen in het toestel gasaansluiting FH st Alle noodzakelijke werken voor het bekomen van een aansluiting op het gasleidingsnet, in overeenstemming met de eisen van de netbeheerder. Deze post omvat alle werken die niet in de factuur voor de aansluiting zijn inbegrepen, zoals: het maken en dichten van sleuven, doorkappingen, opstelling van de meter, equipotentiaalverbindingen, Enkel de kosten voor de aansluiting en indienststelling, zoals aangerekend door de netbeheerder, zijn ten laste van de bouwheer. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) OPSTELLING - GASMETERS De voorziene plaatsing van de gasmeter voldoet aan de norm NBN D en aan de voorschriften van de netbeheerder. Het leidingnet wordt aangesloten op de voeding. Ze mag niet worden ingewerkt. Ze moet altijd bereikbaar blijven voor de personeelsleden van de netbeheerder. De binneninstallatie wordt Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

240 afgewerkt tot op maximum 1 meter afstand van de gasmeter, d.m.v. een stuk buis met aangepaste buitendraad. De aansluiting mag niet onder invloed staan van schadelijke krachten en ook niet in aanraking komen met metalen of producten die schade kunnen veroorzaken. Indien de netbeheerder van oordeel is dat bijkomende veiligheidsmaatregelen moeten getroffen worden wegens het bestaan van bijzondere risico's of karakteristieken van de omgeving, zal de aannemer deze uitvoeren op eigen kosten. GASMETER BINNEN HET GEBOUW de muurdoorvoer voor de gasleiding mag geen doorgang verlenen aan andere leidingen. Alle andere leidingen moeten op een afstand van minstens 20cm blijven; deze muurdoorvoer wordt water- en gasdicht afgesloten; volgens de bepalingen van de lokale netbeheerders dient gebruik gemaakt van een energiebocht; het gedeelte van de dienstleiding binnen het gebouw moet zo kort mogelijk zijn; het binnengedeelte van de stalen dienstleiding zal op het gebied van bescherming gelijkwaardig zijn aan het gedeelte buiten geplaatst; het gedeelte van de dienstleiding binnen het gebouw moet op een verticale muurwand bevestigd kunnen worden, minstens op plinthoogte en over zijn ganse loop zichtbaar, zodat nazicht, onderhoud of vervanging kan gebeuren zonder beschadiging van vloeren of muren; worden de gas- en elektriciteitsmeters in dezelfde nis geplaatst en zijn zij niet van elkaar gescheiden door een gasdicht tussenschot, dan zal de gasmeter in het bovenste deel van de nis worden aangebracht; de aardgasleiding moet aangesloten worden op de equipotentiaalverbinding, nabij de gasmeter langs de kant van de binneninstallatie; de minimum afstand tussen de gasmeter en elk warmteproducerend toestel bedraagt 1,5 m. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

241 65. VERWARMING INDIVIDUELE INSTALLATIES verwarming individuele installaties - algemeen Leveren en plaatsen per woongelegenheid van een volledig bedrijfsklare en volgens de regels van de kunst afgewerkte installatie voor centrale verwarming (CV). De werken omvatten: de ketels en alle noodzakelijke toebehoren en installatieonderdelen, expansievaten, circulatoren, ontluchters, ontgassers, elektrische voeding, regelapparatuur, eventuele toestellen voor sanitair warm water, ; het integrale distributiesysteem voor het circulatiewater van de verwarmingsinstallaties tussen de CV-ketels en de verwarmingselementen, met inbegrip van bijhorende collectoren en kraanwerk, ventielen en terugslagkleppen, de bevestigingsbeugels, het waar nodig voorzien van isolerende mantels, schilderwerk, corrosiebescherming van de buizen, ; de verwarmingselementen met inbegrip van steunen, radiatorkranen en koppelstukken ; het slijpen, boren en/of kappen van alle sleuven en doorvoeropeningen en het achteraf opvullen en passend afwerken; de proeven en controle op de goede werking van de installatie, alle eventuele aanpassingen en/of vervangingen tot een perfecte werking van de installatie; een volledige waarborg vanaf de voorlopige oplevering op de gehele installatie met inbegrip van minstens één onderhoudsbeurt tot aan de definitieve oplevering, tenzij verder in dit bestek anders vermeld wordt; alle nodige documenten, attesten, garantiebewijzen, keuringsverslagen en as-builtplannen; het opruimen van de werf en verwijderen van alle afval. Materialen Alle gebruikte materialen zijn onderling verenigbaar. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het vermijden van elektrochemische koppels. In hun functie en plaatsing mogen de materialen geen negatieve invloed hebben op de goede en rendabele werking van de verwarmingsinstallatie of gelijk welke component ervan (zoals elektrolyse, putcorrosie, ). De aannemer gaat pas over tot de bestelling van de materialen na goedkeuring door het Bestuur van de materiaallijst aangevuld met alle nodige technische documentatie, attesten, monsters en vermelding van oorsprong. Alle materialen zijn nieuw en voorzien van een aangepaste en ongeschonden verpakking die een gemakkelijke identificatie ervan toelaat. Alle materialen zijn afkomstig uit lidstaten van de Europese gemeenschap, zo niet wordt dit uitdrukkelijk vermeld in de voor te leggen materialenlijst. Bij levering op de werf gaat de ontwerper de overeenstemming met de goedgekeurde materialenlijst na. Alle afgekeurde leveringen moeten onmiddellijk van de werf verwijderd worden. De goedkeuring van de leveringen houdt niet de goedkeuring van de werken in. De aannemer is volledig verantwoordelijk en neemt alle nodige maatregelen voor het transport, de opslag en de verwerking van de materialen volgens de bepalingen van het bestek, de regels van goed vakmanschap en de voorschriften van de fabrikant. Voor het transport van personen en materialen mag geen gebruik worden gemaakt van de bestaande personen- of goederenliften, tenzij schriftelijke toelating en volgens de bepalingen van het Bestuur. De volgende normen en voorschriften zijn van toepassing: reeks NBN D 30 - Centrale verwarming, ventilatie en luchtbehandeling - Gemeenschappelijke eisen voor alle systemen; NBN EN Verwarmingssystemen in gebouwen - Ontwerp voor watervoerende verwarmingssystemen het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI); het algemeen reglement op de arbeidsbescherming (ARAB); het technisch reglement voor water van AquaFlanders en de voorschriften van Belgaqua; de technische voorlichtingsnota s (TV) van het WTCB; WTCB Rapport nr 14 - Ontwerp en dimensionering van centrale verwarmingsinstallaties met warm water; de lastenboeken uitgegeven door het KVBG (Koninklijke Vereniging der Belgische Gasvaklieden); de voorschriften van de netbeheerders; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

242 het KB van betreffende de rendementseisen voor olie- en gasgestookte centrale verwarmingsketels; het KB van betreffende de basisnormen brand, alsook de voorschriften van de plaatselijke brandweer; het KB van tot voorkoming van luchtverontreiniging bij het verwarmen van gebouwen met vaste of vloeibare brandstoffen; de norm NBN S Akoestiek - Grenswaarden voor de geluidsniveaus om het gebrek aan comfort in gebouwen te vermijden; eventuele plaatselijke reglementen. AANNEMINGSMODALITEITEN In geval van installaties op gas zal de installateur over een geldig CERGA-nummer beschikken. Werken aan stookolieketels worden enkel uitgevoerd door een erkend brandertechnicus. De bewijzen hiervan worden geleverd op eenvoudig verzoek van de ontwerper of het bestuur. ENERGIEPRESTATIES - ECODESIGN De installateur stelt alle productgegevens ter beschikking voor de opmaak van de EPB-aangfite. De wetgeving m.b.t. Eco-Design en Eco-Labelling moet gerespecteerd worden. Op circulatoren zijn de Eco-design richtlijnen 2009/125/EC en 2005/32/EC en verordeningen 641/2009/EC en 622/2012/EC van toepassing. PLANNING - WERFOPVOLGING De aannemer moet een planning opmaken, in coördinatie met de andere aanwezige ambachten, en deze voor de aanvang van de werken ter goedkeuring voorleggen aan het Bestuur. De verschillende fasen van de werken kunnen pas starten na goedkeuring door het Bestuur van alle nodige plannen en uitvoeringsmodaliteiten. WERKEN IN BESTAANDE WONINGEN In geval de woningen bewoond blijven tijdens de uitvoering van de werken zal de aannemer alle nodige maatregelen nemen om de veiligheid van de bewoners en eventuele bezoekers te verzekeren en de inhoud van de woningen te beschermen. De hinder voor de bewoners moet tot een minimum beperkt blijven. Elke begonnen installatie wordt volledig afgewerkt vooraleer een andere wordt aangevat. De werken gebeuren van maandag tot vrijdag tussen 7u en 18u of volgens een met het Bestuur afgesproken planning. De aannemer zorgt zelf voor de toegankelijkheid van de woningen. OPMETING & DIMENSIONERING De inschrijver kijkt zelf alle opmetingen en berekeningen na. Afwijkingen t.o.v. het bestek en de plannen moeten gemeld worden bij de inschrijving, zoniet wordt verondersteld dat eventuele afwijkingen zijn inbegrepen in de offerte. De aannemer controleert alle berekeningen en vult deze eventueel aan in functie van de kenmerken van gebruikte materialen, toestellen en/of systemen. PRESTATIEVOORSCHRIFTEN De warmteverliezen worden berekend op basis van de norm NBN EN Verwarmingssystemen in gebouwen - Methode voor de berekening van de ontwerpwarmtebelasting en de hieraan gekoppelde norm NBN B Berekening van de warmteverliezen van gebouwen. Volgende richttemperaturen worden gebruikt: Buitentemperatuur: - 8 C (-7 C in de kuststreek en -9 C in de Kempen) Binnentemperaturen: o Woonkamer: 20 C (22 C minder mobiele personen) o Keuken: 20 C o Badkamer: 24 C o Slaapkamers: 18 C (20 C minder mobiele personen) o Hallen: 16 C o Toilet, bergingen, garages, tochtsassen, : niet verwarmd Voor berekening van de ventilatieverliezen wordt uitgegaan van de NBN D en rekening houdend met de EPB voorschriften. Hydraulische berekeningen voor gedwongen circulatie volgens Rietschel en Raiss. Voor leidingen met diameter tot ND 50 wordt de watersnelheid beperkt tot 1 m/s. Bij eenpijpverwarming wordt het vermogen gelijkmatig verdeeld over de verschillende kringen. De radiatoren in snel op te warmen lokalen worden in het begin van de kring geplaatst. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

243 Voor het dimensioneren van de radiatoren wordt uitgegaan van een regime 70/50 C of lager. Dimensionering van de gasleidingen op basis van de vereenvoudigde formules van Renouard of Mounier of van de diagrammen uit de NBN D Berekening van het expansie-systeem volgens volgens de bepalingen van art ELEKTRISCHE BORDEN & VOEDING De installateur CV staat in voor de elektrische voorzieningen. Dit moet inbegrepen zijn bij de plaatsing van de ketels en de toebehoren. De installatie wordt aangesloten op het elektrisch net via een bordje te plaatsen in de directe nabijheid van de ketel. Dit bordje omvat: een algemene schakelaar, twee automaten 10 A / aangepast aan het vermogen van de ketel. Ongeacht het type kamerthermostaat wordt steeds een buis met minstens 3 geleiders voorzien voor eventuele voeding. Alle elektrisch installatiemateriaal is CE-CEBEC-gekeurd. De installatieonderdelen worden verbonden met de aardelektrode. De elektrische installaties worden uitgevoerd conform het AREI. De installatie wordt pas opgeleverd na aflevering aan het Bestuur van een keuringsattest zonder opmerkingen, opgemaakt door een erkend controle organisme. AANSLUITING GAS De installatie voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 64. AANSLUITING (KOUD) WATER De watertoevoer is aanwezig in de nabijheid van de ketel en het eventuele toestel voor sanitair warm water. De aansluiting gebeurt volgens de voorschriften van AquaFlanders, Belgaqua, de waterleverancier en de bepalingen van de fabrikanten van de toestellen. De koudwatertoevoer is voorzien van een veiligheidsgroep (overdruk beveiliging en een terugslagklep) waarvan de afvoer wordt verbonden via een open trechter en sifon met de riolering. LUCHTTOEVOER Bij open verbrandingstoestellen (types A en B) moet rechtstreeks buitenlucht aangevoerd worden naar het lokaal waar het toestel staat opgesteld. Deze toevoeren zijn niet afsluitbaar en conform NBN D AFVOER ROOKGASSEN Voor ketels met een nominaal vermogen tot 70 kw gebeurt de installatie gebeurt volledig conform de norm NBN D Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kw - Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en rookafvoer. Indien de voorziene schouwafmetingen niet aangepast zouden zijn om een goede trek te garanderen, moet de aannemer zijn eventuele opmerkingen bijvoegen bij de inschrijving. Voor de verbrandingstoestellen op gas zijn de voorschriften van de NBN D betreffende uitmonding in gevel en dak van toepassing. GESLOTEN GASTOESTELLEN TYPE C: AANVOER VERBRANDINGSLUCHT EN AFVOER ROOKGASSEN Volgens de voorschriften van de fabrikant en met behulp van het meegeleverde systeem voor de aanvoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen. De plaats van uitmonding van de systemen (eindstuk) t.o.v. openingen in de woning en hindernissen voldoet aan bijlage G van de norm NBN D en de aanbevelingen van de leverancier. De systemen voor luchtaanvoer en rookgasafvoer C beschikken over een CE-markering. AS-BUILTPLANNEN EN DOCUMENTEN De installateur verstrekt het Bestuur ter plaatse alle inlichtingen over het gebruik, de goede werking, het onderhoud, de ontstoring, van de installatie. Volgende documenten, in het Nederlands, moeten in twee exemplaren aan het Bestuur afgeleverd worden vóór de voorlopige oplevering: as-builtplannen (met 1 exemplaar op informatiedrager), elektrische schema s van de installaties, een gedetailleerde materialenlijst met vermelding van merk, type, specifieke kenmerken en leveranciers, Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

244 een gedetailleerde technische documentatie van alle onderdelen van de installatie, met gebruiksvoorwaarden, richtlijnen i.v.m. onderhoud en ontstoring, de nodige attesten en verslagen van proeven, keuringen, waarborgen, een gebruiksaanwijzing van de ketels en van alle onderdelen van de installatie als kamerthermostaat, thermostatische kranen, eventuele boiler,, één exemplaar per geplaatst toestel. Deze wordt opgehangen in een map nabij de ketel. Ten behoeve van de gebruikers wordt per toestel een duidelijke gebruikshandleiding in het Nederlands geleverd, over de bediening, het onderhoud en het ontstoren van de ketel en zijn toebehoren. Het geheel wordt opgehangen onder een plastic beschermmap in de directe nabijheid van de ketel. De gebruikshandleidingen beantwoorden aan de vorm- en inhoudsvereisten van de norm NBN EN Verwarmingssystemen in gebouwen - Leidraad voor het opstellen van handleidingen voor bediening, onderhoud en gebruik. Keuring PROEVEN De aannemer stelt het benodigde personeel, gereedschap en apparatuur ter beschikking voor de uitvoering van de proeven, keuringen,. Rendementsproef op ketel d.m.v. rookgasanalyse met meting van het gasverbruik. Drukproef in koude toestand van de leidingen (verplicht uit te voeren op elke installatie) volgens NBN D : de installatie wordt gedurende minstens 2 uur aan een waterdruk onderworpen van 4.5 bar (minimaal 1.5 maal de hoogste bedrijfsdruk, met een maximum van 6 bar), en mag daarbij geen enkel lek vertonen (geen drukval). proef uit te voeren terwijl de leidingen nog volledig zichtbaar en toegankelijk zijn. Drukproef in warme toestand van de installatie volgens NBN D uit te voeren bij het optarten van de afgewerkte installatie de installatie wordt gedurende minstens 2 uur op maximale bedrijfstemperatuur gehouden. De goede werking en dichting van alle onderdelen en verbindingen van de installatie wordt nagezien. Circulatie / temperatuurproef volgens NBN D (kan in combinatie met de drukproef in warme toestand). de installatie wordt, na volledige spoeling, gevuld met water en ontlucht en opgewarmd tot de maximale bedrijfstemperatuur waarna opnieuw wordt ontlucht en eventueel bijgevuld. De volledige installatie wordt gedurende 2 dagen in regime gehouden, waarbij de algemene werking van de installatie, het evenwicht en de gelijkmatige verdeling van de warmte (met temperatuursmetingen) worden gecontroleerd en eventueel bijgeregeld. Keuring van de elektrische installatie door een erkend controle organisme Concentratiebepaling van chemisch additief indien een chemisch additief voor het conditioneren van het CV-water vereist is, gebeurt een concentratiebepaling volgens de methode voorgeschreven door de leverancier van het product of via een labo-analyse. het additief is toxicologisch veilig (Belgaqua attest Fluïdum Categorie 3 volgens NBN EN 1717). ook wordt een testrapport van een erkend labo voorgelegd over de efficiëntie van het product. bij het vulpunt van de installatie wordt (d.m.v. een klever) de specificaties van het product vermeld. De proeven gebeuren steeds in aanwezigheid van de ontwerper. De proefverslagen worden onmiddellijk na uitvoering van de proeven ter goedkeuring overgemaakt aan het Bestuur. De verwarmingsketels beschikken over een verklaring van overeenstemming (opgenomen in de technische handleiding van het toestel) volgens de bepalingen van het KB van over CO- en NOx-emissies. WAARBORGEN Installatie: vanaf de voorlopige oplevering of de in gebruikname geldt een totale waarborg (materialen, arbeidsprestaties, verplaatsingen, taksen, attesten, ) van één jaar op de volledige installatie. Deze omvat minimaal alle herstellingen (binnen de 24u), vervangingen (binnen de 5 werkdagen) en een onderhoudsbeurt met controle en de nodige bijregelingen van de volledige installatie (uit te voeren tegenaan het einde van de waarborgperiode). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

245 verwarming individuele installaties proefopstelling PM Algemeen De aannemer zal eerst de volledige installatie van een modelappartement of woning, gekozen in overleg met het Bestuur, afwerken. Pas na goedkeuring door de ontwerper mag hij de werken in de de overige wooneenheden aanvangen verwarming individuele installaties grenzen van de aanneming PM Algemeen Volgende aansluitingen zijn te voorzien door de aannemer en inbegrepen in de prijs van de intallaties: Elektriciteit: voeding 2 x 2,5 mm2 + aarding, 230V, vanaf hoofdbord voorzien in nabijheid ketel wachtbuis met trekdraad is voorzien tussen stookplaats en kamerthermostaat Aardgas: aansluiting vanaf gasteller in garage inbegrepen in deze aanneming Water: koudwaterpunt ND 20 aanwezig in stookplaats Waterafvoer: wachtbuis aanwezig in stookplaats Ventilatie stookplaatsen: niet-afsluitbare toe- en afvoeropeningen worden voorzien volgens de voorschriften van de desbetreffende normen en deze van de fabrikant gaswandketels - algemeen Levering en plaatsing van gaswandketels voor individuele centrale verwarming (vermogens tot 35 kw). De hydraulische en elektrische aansluiting, de in bedrijfstelling en alle nodige toebehoren zijn inbegrepen. Materialen ALGEMEEN Alle toestellen zijn CE gekeurd voor het gebruik van gassen: Cat. I2E+ (alle toestellen) Cat. I2E(S)B (voorgemengde branders) Cat. I2E(R)B (ventilatorbranders) De ketels hebben energieklassa A, zijn KVBG gekeurd en voorzien van een kenplaat (met vermelding van merk en type, CE-label, vermogen, maximale druk, ). Zij zijn conform NBN EN Veiligheids- en regelinrichtingen voor gasbranders en gasverbruikstoestellen - Algemene eisen. BASISPRESTATIES Beschermingsgraad minstens IP X4. Het werkingsregime van de ketel is in 70/50 of lager. De ketels werken geluidsarm. Ketels gevoed door netspanning gaan in veiligheid bij stroomonderbreking en schakelen automatisch terug in bij herstel van de spanning. Elektriciteit: 230 V / 50Hz. Maximum CO-emissie: 110 mg/kwh. Maximum NOx-emissie: voor condensatieketels < 70mg/kWh. KENMERKEN TOESTELLEN MET ATMOSFERISCHE BRANDERS De gasketels zelf zijn minimaal voorzien van: voorgemengde en traploos modulerende en corrosiebestendige brander van ca 25% tot 100% (premix) met ontstekingselektrode; rendement: minimaal 108% op de onderste verbrandingswaarde; inrichting die een geleidelijke ontsteking en een stabiele werking van de brander waarborgt; voorziening die de schakelfrequentie beperkt; zowel in- als uitwendig corrosiebestendige warmtewisselaar; elektronische ontsteking met ionisatiebeveiliging; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

246 beveiliging tegen oververhitting en watergebrek; bekleding uit geëmailleerde staalplaat of gelijkwaardig, gemakkelijk te onderhouden en afneembaar voor onderhoud; waterdicht en ontstoord elektrisch gedeelte voorzien van de nodige aansluitklemmen voor elektrische voeding, regeling, pompsturing, ; nippels voor het meten van de gasdruk en de branderdruk; vorstbeveiliging van het toestel zelf als de ketel op zolder of een niet vorstvrij lokaal wordt geplaatst; gemakkelijk bereikbare en duidelijke bedieningsknoppen voor aan/uit-schakeling, temperatuursregeling CV; regeling met microprocessor met werkings- en storingsindicatie d.m.v. LED s of code; lage CO-, CO 2- en NOx-emissies; < 70mg/ kwh; condenswaterafvoer aangesloten via een open trechter met sifon op een riool. KETELTOEBEHOREN - INSTALLATIEONDERDELEN De toestellen worden uitgerust met volgende installatieonderdelen (al dan niet ingebouwd in de ketel): een drukexpansievat met kunststofmembraan en stikstofvulling en waarvan de totale inhoud en de voordruk (min 0,5 bar) aangepast zijn aan de waterinhoud en de kenmerken van de installatie, conform art een circulator, met mogelijkheid tot snelheidsregeling, zonder pakking en smering, met geruisloze werking, nadraaischakeling, elektrisch ontstoord en aangepast aan de debiet en de opvoerhoogte van de installatie (installatie- en pompkarakteristieken voor te leggen); pomp met EEI 0,23 te voorzien vanaf 01/08/2015. een gemakkelijk afleesbare thermometer die de temperatuur (in C) van het vertrekwater aangeeft; een gemakkelijk afleesbare manometer (in bar) op de kring verwarming; een instelbare verschildrukregelaar (by-pass); een BVG-gekeurde gasafsluitkraan; de nodige afsluitkranen voor het isoleren van de ketel (koudwatervoeding, CV, sanitair, gas); een aflaatkraan (geschikt voor aankoppeling van rubberdarm); een automatische ontluchter, gemakkelijk vervangbaar; een water aansluitset, Belgaqua gekeurd, en omvattende minimaal een afsluitkraan, een terugslagklep, een overdrukbeveiliging en een soepele aansluitdarm; een veiligheidsventiel (1/2 ) op de verwarmingskring, ingesteld op 3 bar, een corrosie- en temperatuursbestendige trechter voor onderbroken aansluiting op een afvoer; een afzonderlijk leverbare steun; er mogen enkel metalen rookgaskanalen gebruikt worden, kunststof is verboden, tenzij toegestaan door de leverancier van de ketel. KENMERKEN VAN DE EVENTUELE SWW-VOORZIENING TYPE VOORRAAD Een ingebouwd sanitair warmwatervoorraadvat uit koper, RVS of geëmailleerde staalplaat (met kathodische bescherming of zwerfstroom bescherming). Een voorrangschakeling voor SWW op de functie CV, waarbij het vol vermogen ter beschikking komt voor de boileropwarming. Een instelbare uitstroomtemperatuur van het warm water (max. circa 60 C). KENMERKEN VAN DE EVENTUELE SWW-VOORZIENING TYPE DOORSTROOM Een in- en uitwendig corrosiebestendige warmtewisselaar voor opwarming van het sanitair warm water door het CV-water en waarbij geen rechtstreeks contact mogelijk is tussen beide vloeistoffen. De sanitair warmwateromloop komt niet in rechtstreeks contact met de vlammen of de rookgassen. Een voorrangschakeling voor SWW op de functie CV. Een instelling die het brandervermogen automatisch aanpast aan het sww-debiet, continu modulerende werking, en een constante uitstroomtemperatuur waarborgt (temperatuursafwijking kleiner dan 1 C). De instelbare uitstroomtemperatuur van het warm water bedraagt maximaal 60 C bij een koudwatertemperatuur van 10 C. Een zomer/winterschakelaar die toelaat de functie verwarming manueel te onderbreken. De constructie van de wisselaar is zo opgevat dat kalkafzetting wordt tegengegaan. Volgens de voorschriften van de fabrikant en met behulp van de aangepaste hulpstukken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

247 Keuringen De ketels en hun toebehoren worden solidair door aannemer en leverancier gedurende minimaal 3 jaar, gerekend vanaf de datum voorlopige oplevering, gewaarborgd. Deze waarborg heeft betrekking op de materialen, de arbeidsprestaties en de verplaatsingskosten. Een dienst naverkoop is georganiseerd in de regio gaswandketels gesloten /CV & SWW (doorstroom) FH st Gaswandketels, met gesloten verbrandingskamer (type C). De toestellen zijn bestemd voor verwarming en bijkomend uitgerust voor sanitair warmwaterproductie type doorstroom. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Het verwarmingstoestel wordt samen met zijn systeem voor luchtaanvoer en verbrandingsgassenafvoer gedekt door de CE-markering. De voorschriften van de fabrikant en leverancier moeten strikt worden nageleefd en er mag uitsluitend materiaal voorgeschreven of geleverd door de fabrikant of leverancier gebruikt worden. Type: condenserend energieklasse A (verwarming en warm water) Aanduiding: C32 / C42 Vermogen: 26 kw bij 80 C/60 C (vermogen afgestemd op berekende warmteverliezen) Modulerende werking van minstens 33% tot 100% van het vermogen Rendement: min. 108% Pomp: Debiet: aangepast aan installatie Opvoerhoogte: aangepast aan installatie Toerentalregeling: elektronisch Expansievat: Nuttige inhoud: volgens installatie Een condenswaterafvoer wordt aangesloten via een open trechter op een riool. Debiet doorstromer: minimaal 13 liter/min bij een temperatuursverhoging van 25 C Aansluiting op de bovenste verwaringsspiraal van de zonneboiler Geplaatst in de berging leidingnet & toebehoren - algemeen Leveren, plaatsen en aansluiten van een bedrijfsklaar warmtedistributienet, met inbegrip van alle toebehoren (bochten, T-stukken, aftakkingen, verbindingen, beugels, collectoren, ) en de vereiste drukproeven, met uitzondering van het kraanwerk. Materialen De onderdelen, buizen en hulpstukken maken deel uit van één systeem en vormen bij de verwerking één geheel. Zij worden geleverd door dezelfde fabrikant en/of verenigbare handelsmerken, zoals aanbevolen door de buizenfabrikant. Alle buizen zijn over hun lengte gemerkt (merk, materiaal, norm, diameter, wanddikte, fabricagedatum, ) Vermenging van stalen en koperen buizen in een kring moet worden vermeden. Koperen buizen mogen zich enkel stroomafwaarts bevinden van stalen buizen. Kunststofbuizen zijn voorzien van een diffusiescherm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

248 LEIDINGTRACÉ Het tracé van de leidingen is aangegeven op de plannen, maar kan tijdens de werken kleine wijzingen ondergaan. In zoverre deze wijzigingen geen wezenlijke meer- of minlengten met zich meebrengen, worden zij uitgevoerd zonder verrekening. Kruisingen, doorvoeren of andere moeilijkheden worden vakkundig opgelost in coördinatie met de betrokken ambachten. Ingewerkte of achteraf onbereikbare koppelingen zijn verboden (ook al is deze mogelijkheid voorzien in de technische goedkeuring). Er wordt rekening gehouden met voldoende uitzettingsmogelijkheden voor de leidingen. Lokale spanningen (o.a. bij zettingsvoegen, ) worden opgevangen d.m.v. aangepaste doorvoermoffen. De treksterkte van gerealiseerde verbindingen moet minstens even groot zijn als die van de buis. Leidingen voorzien in de dekvloer worden tijdens het storten van de vloer onder druk gezet door aansluiting op het waterleidingnet (3 à 4 bar). Waar vereist moet bij het plaatsen van de leidingen en beugels de nodige ruimte voorzien worden voor een doorlopende thermische buisisolatie. Uitgezonderd bij roestvaste en kunststof materialen, worden alle leidingen en toebehoren voorzien van twee corrosiewerende verflagen (van verschillende kleur) of gelijkwaardig. De volledige installatie wordt grondig gespoeld voor ingebruikname. Bij de dimensionering van de leidingen wordt uitgegaan van volgende richtwaarden m.b.t. de stromingssnelheid: Leidingdiameter DN 20 DN 20 DN 20 DN 100 DN 100 DN 150 DN 150 Primaire collector Maximale watersnelheid / drukverlies 0,4 m/s 120 Pa/m (aanbevolen 100 Pa/m) 1 m/s 1,5 m/s 2 m/s 0,3 m/s SLEUVEN - DOORVOEREN Het maken van sleuven en doorvoeren gebeurt steeds na voorafgaandelijk overleg met de ontwerper en het studiebureau stabiliteit. Het aantal boringen, kapwerken en sleufwerken moeten tot een minimum beperkt blijven. Hierbij wordt voorzichtig tewerk gegaan, om nutteloze beschadigingen aan aangrenzende constructie-onderdelen te vermijden. Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van aangepast, trillingsarm gereedschap d.m.v. een roterende beweging (zagen, frezen, slijpen, boren, ). De nodige openingen in muren en vloeren worden zoveel mogelijk uitgespaard tijdens de ruwbouwwerken. Doorboringen in betonplaten worden steeds uitgevoerd met een gekoelde diamantboor. Daarbij mogen geen wapeningen van het beton bloot gelegd of beschadigd worden. De sleuven in gemetste muren hebben een aangepaste sectie, zonder hun stabiliteit in gevaar te brengen. Het inwerken van leidingen in wanden met een dikte van minder dan 9 cm, in systeemwanden of in holle ruimtes van samengestelde wanden is verboden. Doorvoeren worden zo voorzien dat muur- of vloerzettingen de buis niet kunnen belasten, door een aangepaste beschermhuls (doorvoermof) rond de leidingen geplaatst en waarin de buis vrij kan bewegen. De hulzen steken 1 cm door de afgewerkte muren en de plafonds en minimum 2 cm door de bovenzijde van de afgewerkte vloeren. Na het plaatsen van de leidingen moet de installateur de sleuven en doorgangen opnieuw dichten, rekening houdend de voorziene oppervlakteafwerking van de omgevende wand en de eventuele bijzondere eisen inzake vochtwering en luchtdichtheid. Bij elke doorgang van een leiding door een eventueel aanwezige brandcompartimentering (vloer of muur) wordt, overeenkomstig de norm NBN , gebruik gemaakt van dubbelwandige branddovende doorgangshulzen. De tussenruimte is voorzien van een chemisch product dat, bij brand, de eigenschap heeft in elkaar te vloeien en de doorvoeropening dicht te smelten. Attesten moeten voorgelegd worden bij de monsterkeuring. AKOESTISCHE VOORZORGEN Ieder rechtstreeks contact tussen de bevestigingsmiddelen en de leidingen (metaal op metaal) en tussen de leidingen en wanden of vloeren moet worden vermeden. Hinder veroorzaakt door wrijving van de buizen in de beugels of tegen het gebouw, als gevolg van uitzetting of inkrimping, moet voorkomen worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

249 Om geluidsoverdracht in het gebouw tegen te gaan, neemt de installateur de nodige voorzieningen zoals de ruimte tussen doorvoerkokers en buizen opvullen met een aangepaste isolatiestof; de steunbeugels aan de binnenzijde voorzien van een samengedrukte isolatielaag. De gebruikte trillingsisolerende stoffen moeten zelfdovend en rotvrij zijn. De buisdiameters moeten zo gekozen worden dat de circulatiesnelheid van het water beperkt blijft tot 1,5 m/s voor technische ruimtes en 1 m/s voor woonruimtes. Keuring WAARBORGEN Alle leidingen en hun verbindingen zijn blijvend waterdicht bij de vooropgestelde bedrijfsdruk en -temperatuur. PROEVEN Het CV-leidingnet wordt uitgetest op haar waterdichtheid volgens NBN D Drukproef in koude toestand van de leidingen (verplicht uit te voeren op elke installatie): de installatie wordt gedurende minstens 2 uur aan een waterdruk onderworpen van 4,5 bar (minimaal 1,5 maal de hoogste bedrijfsdruk, met een maximum van 6 bar), en mag daarbij geen enkel lek vertonen (geen drukval). De proef is uit te voeren terwijl de leidingen nog volledig zichtbaar en toegankelijk zijn (d.w.z. geen anticorrosiebanden, geen bekleding, geen dekvloer). De installateur stelt het personeel en het materiaal voor het uitvoeren van de proeven ter beschikking. De prijs is opgenomen in onderstaande artikelen. Proefattesten voor de voorlopige oplevering af te leveren aan het Bestuur leidingnet & toebehoren buizen leidingnet & toebehoren - buizen/staal FH st meeteenheid: stuk meetcode: per installatie aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Leidingen uit roestvast staal, die op moment van aanbesteding beschikken over een ATG (of gelijkwaardig). Bewijs hiervan voor te leggen vóór bestelling van de materialen. Leidingen uit gegalvaniseerd staal (zinklaag minimaal 400 gr/m2), ze zijn geschikt voor verwarmingsinstallaties (<110 C) met een maximale werkdruk tot 10 bar. De buizen voldoen aan de normen: NBN A Stalen buizen voor courant gebruik - Schroefbare buizen NBN A Stalen buizen voor courant gebruik - Pijpen met gladde uiteinden, niet schroefbaar NBN EN Naadloze en gelaste stalen buizen - Afmetingen en massa's per lengteeenheid. Tot ND 40 volgens NBN A , schroefbare naadloze of gelaste buis: ND Schroefbare stalen buizen - Halfzware reeks (mm) " (duim) Buitenafmetingen (mm) Wanddikte (mm) Gewicht (kg/m) 10 3/8 17,20 2,35 0, ½ 21,30 2,65 1, ¾ 26,90 2,65 1, ,70 3,25 2, /4 42,40 3,25 3, /4 48,30 3,25 3,610 Vanaf ND 40 volgens NBN , niet-schroefbare naadloze buis, normale reeks: ND Niet-schroefbare stalen buizen - Normale reeks (mm) " (duim) Buitenafmetingen (mm) Wanddikte (mm) Gewicht (kg/m) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

250 10 3/8 17,20 2,00 0, ½ 21,30 2,10 0, ¾ 26,90 2,20 1, ,70 2,30 1, /4 42,40 2,60 2, /4 48,30 2,60 2,930 Alle leidingen worden met afschot naar de ketel of een aftapkraan gelegd zodat het net volledig kan leeggemaakt worden. Alle hoogste punten worden voorzien van een ontluchtingsmogelijkheid (via radiator en/of een automatische en gemakkelijk te onderhouden ontluchter). De leidingen moeten gesneden worden met een speciaal gereedschap en nadien zorgvuldig worden ontbraamd. De opbouwleidingen worden perfect rechtlijnig geplaatst, waarbij iedere richtingsverandering of aftakking perfect haaks wordt uitgevoerd d.m.v. verbindingsstukken. Geen enkele verbinding mag geplaatst worden op achteraf onbereikbare plaatsen (vloeren, wanden, ). De verbindingen en dichtingen worden uitgevoerd volgens NBN 237 (normen van de reeks D 30) d.m.v. : Schroefverbindingen tot maximum ND 40. Bij schroefdraadverbindingen wordt gebruik gemaakt van hulpstukken uit smeedbaar gietijzer, een geschikte pasta en speciale afdichtingmiddelen met uitsluiting van natuurlijke hennepvezels. Verbindingen met lange cilindrische schroefdraad en nippels met cilindrische schroefdraad zijn verboden. Lasverbindingen voor buizen met diameter gelijk aan of groter dan ND 50. Bij lasverbindingen wordt bij richtingsveranderingen verplicht gebruik gemaakt van lasfittingen. Het soldeerlassen moet de vernieling of onderbreking voorkomen van de zink. Lasverbindingen worden steeds verplicht gesteld bij verzonken leidingen, met uitzondering van die plaatsen waar bij laswerk brandgevaar kan ontstaan. De leidingen die in opbouw geplaatst worden, worden trillings- en geluidsvrij bevestigd d.m.v. daartoe geschikte beugels met schroef en plug of op gegalvaniseerd stalen rails in U-vorm, bevestigd door minstens twee vijzen en pluggen. Waar mogelijk worden ze gegroepeerd in leidingkokers of opgelegd in schalen. De maximale tussenafstanden bedragen respectievelijk: Buitendiameters Horizontale tussenafstand Verticale tussenafstand ND 12 / 15 / 18 max. 100 cm max. 150 cm ND 22 / 28 / 34 max. 150 cm max. 200 cm ND 42 / 80 max. 200 cm max. 300 cm Het leidingverloop biedt voldoende mogelijkheden tot uitzetting. Waar nodig worden uitzettingscompensatoren voorzien. De nodige berekeningen en een gedetailleerd uitvoeringsschema worden ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Leidingen die worden ingewerkt in muren en vloeren zijn beschermd met een PVC-mantel en/of worden vooraf spiraalvormig omwonden met anticorrosie hechtende PVC-band, waarbij iedere winding de vorige overlapt met een overlapping van minimaal 20 mm per winding, volgens NBN EN De omhulde leidingen moeten volledig bestand zijn tegen corrosie van chemische en elektrolytische aard. Leidingisolatie: alle ingewerkte leidingen en opbouwleidingen in niet verwarmde ruimten worden geïsoleerd met een zelfdovende en dampdichte buisisolatie. Zie art Tussen ketel en collector leidingnet & toebehoren - buizen/kunststof FH st meeteenheid: stuk meetcode: per installatie aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

251 Buizen uit kunststof geschikt voor gebruik als distributieleidingen voor centrale verwarming en bestemd voor gebruik in combinatie met verdeelcollectoren. De systemen beschikken over een ATG (of gelijkwaardig). Type: PEX-alu-PEX leidingen. Drieschalige kunststofbuis bestaande uit een binnenbuis uit PEX, een volledig en homogeen hechtende verbindingslaag, een aluminiumlaag, gelast en een totaal zuurstof diffusiescherm vormend, een volledig en homogeen hechtende verbindingslaag, een PEX buitenbuis. Galvanische koppels tussen het aluminium en andere metalen worden vermeden door gebruik van aangepaste koppelstukken. Dienstdruk: 6 bar Hulpstukken: geleidingsbochten, moffen, T-stukken, Verbindingen: volgens voorschriften van de fabrikant Beugels of ondersteuningselementen: klipbeugels / pijpbeugels / halfschalen. Volgens TV Kunststofbuissystemen voor de distributie van warm en koud water onder druk in gebouwen. De uitvoering, de plaatsing en de inregeling van de elementen gebeuren strikt volgens de voorschriften van de technische goedkeuring. Alle hulpstukken, koppelingen, adapters, kraanwerk,, en het gereedschap, voorgeschreven door de leverancier zijn verplicht te gebruiken. De kunststofleidingen worden standaard ingewerkt. Leidingen in opbouw worden voorzien van aangepaste mantelbuizen en leidingisolatie, die met daarvoor geschikte beugels bevestigd worden. Daar waar mogelijk worden deze leidingen gegroepeerd in leidingkokers of opgelegd in schalen. Alle leidingen tussen collector en radiatoren zijn uit één stuk. Spanningen ter hoogte van koppelingen worden vermeden door een vloeiend leidingverloop, respect van de door de leverancier opgegeven minimale buigstralen en het absoluut vermijden van inklemming in de mantelbuis. Er wordt bij de uitvoering rekening gehouden met de uitzettingen van het materiaal. Alle doorvoeringen door muren en vloeren, ongeacht het type kunststofbuis, zullen uitgevoerd worden met een mantelbuis, waarin de buis vrij kan bewegen. De diameter van deze mantelbuis is voldoende groot zodat de kunststofbuis een ruime speling krijgt en ontoelaatbare spanningen worden vermeden. Voor kunststofleidingen moet de minimale kromtestraal zoals voorgeschreven door de fabrikant worden nageleefd. Om de buizen loodrecht uit de vloer te doen komen, moet de buis over haar ganse buitenste kromming ondersteund worden door bochtstukken uit kunststof, voorzien van een voetplaat. Indien voorgeschreven door de leverancier van het systeem of een van de onderdelen van de installatie zal aan het verwarmingswater een inhibitor worden toegevoegd. Leidingisolatie: alle ingewerkte leidingen en opbouwleidingen in niet verwarmde ruimten worden geïsoleerd met een zelfdovende en dampdichte buisisolatie. Zie art Keuring PROEVEN Vóór het aanbrengen van de dekvloer wordt per installatie verplicht een druktest / waterdichtheidsproef uitgevoerd volgens NBN ENV De proef wordt uitgevoerd nadat het systeem een voldoende mechanische weerstand heeft opgebouwd (verharding van verlijmingen, afkoeling lassen, ) en bij een nagenoeg constante omgevingstemperatuur. De leidingen mogen pas na uitvoering van de drukproeven en de goedkeuring door het Bestuur worden ingestort. BESCHRIJVING VAN DE PROEF Na ontluchting wordt de installatie onder een waterdruk gezet van 1,5 maal de nominale druk. De proefdruk mag niet meer dan 5 bar hoger zijn dan de nominale druk (15 bar bij PN10, 21 bar bij PN 16). Na 10 en 20 minuten wordt de druk terug op peil gebracht. De druk wordt gemeten na 30 en 60 minuten. Indien de druk met minder dan 0,6 bar is gedaald wordt aangenomen dat het systeem geen merkbaar lek vertoont en kan de proef zonder verder pompen worden voortgezet. Indien na een Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

252 volgende periode van 2 uur de druk met meer dan 0,2 bar is gedaald wordt het systeem als ondicht beschouwd en moet het lek worden opgespoord en verholpen. Proeven volgens ATG (of gelijkwaardig). Proefattesten af leveren aan het Bestuur. WAARBORGEN De aannemer levert solidair met de leverancier een schriftelijke systeemwaarborg af van tien jaar, vanaf de voorlopige oplevering. Deze waarborg dekt elke mogelijke schade aan het geheel van de leidingen, koppelingen en alle hulpstukken tussen collectoren en verwarmingselementen en ook de gebeurlijke gevolgschade aan andere onderdelen van het gebouw. Inbouwleidingen leidingnet & toebehoren - collectoren PM Voor- en terugloopverdelers (collectoren) en hun toebehoren. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. De collectoren zijn geschikt voor en afgestemd op de installatie en haar onderdelen waarin ze functioneren. Ze weerstaan aan een temperatuur van 110 C en een bedrijfsdruk van 6 bar. De verbindingen gebeuren met aangepaste koppelingen, volgens de voorschriften van de technische studie en/of volgens de voorschriften van de fabrikant. De doorgangsdoorsneden voor de hoofdaansluiting en de lusaansluitingen zijn daarbij afgestemd op de doorsneden van de leidingen waarop ze worden aangesloten (inwendige schroefdraad ND 20 / 25 / 32). Het aantal aansluitingen per collector is afgestemd op het aantal lussen (ofwel radiatoren bij mini-pijp-systeem) met extra aansluiting voor de vul- en aftapkranen. De asafstand tussen elke twee buizen bedraagt ongeveer 50 mm. Iedere collector is voorzien van een ontluchter (3/8 ) en een hoofdafsluitkraan (kogel- of bolkraan), om het regelen of afsluiten van de kringen mogelijk te maken en/of om het collectorgeheel volledig afsluitbaar te maken. De kranen zijn aangepast aan het gebruikte leidingsysteem voor de lussen. De geïntegreerde bedienings- en regelventielen zijn voorzien van een geheugenschroef en dit per kring. De inregeling gebeurt steeds vanuit een gesloten ventiel. De inregeling op basis van de Kvwaarden van de in te stellen regelventielen moet kunnen voorgelegd worden door de installateur. : warm geperst messing of getrokken messing, volgens de normen van de reeks NBN EN Koper en koperlegeringen - Hulpstukken Diameter hoofdaansluitingen: volgens plannen en meetstaat Diameter lusaansluitingen: volgens plannen en meetstaat Aantal aansluitingen: volgens plannen en meetstaat Bevestigingsbeugels: metaal Collectoren worden bevestigd op witte betonmultiplexplaat De collectoren worden voorzien van regelkranen op de verschillende lussen. In de stookplaats wordt een algemene collector voorzien van waaruit de verschillende kringlopen vertrekken en een algemene collector waarin de kringlopen eindigen. De collectoren worden zoveel mogelijk gegroepeerd en zo opgesteld dat koppelingen en bedieningen gemakkelijk bereikbaar zijn (enkel op inspecteerbare plaatsen). Op iedere lusaansluiting wordt een bol- of regelkraan voorzien om elke lus afzonderlijk te kunnen regelen en afsluiten. Alle kunststofbuizen tussen de radiatoren en de collectoren worden aangelegd in één stuk, verbindingen zijn niet toegelaten. Keuring Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

253 De uitvoering is zuurstofdicht en minimum 25 jaar bestand tegen een bestendige bedrijfsdruk van 10 bar bij water van 80 C. Bij storing mag bij 110 C en een druk van 6 bar gedurende 8000 uren geen beschadiging of kwaliteitsvermindering ontstaan. Collectoren voor verwarmingsverdeling leidingnet & toebehoren - leidingisolatie PM Alle leidingen, zowel in opbouw als ingewerkt en aangebracht in onverwarmde ruimten, worden verplicht voorzien van een thermische leidingisolatie conform NBN D Centrale verwarming, ventilatie en luchtbehandeling - Gemeenschappelijke eisen voor alle systemen - Thermische isolatie. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Leidingisolatie volgens de normen NBN EN tem Materialen voor de thermische isolatie van gebouw- en industriële installaties. De leidingisolatie is chemisch neutraal, niet giftig en bestand tegen temperaturen van -15 C tot 90 C. De binnendiameter van de isolatie moet aangepast zijn aan de buitendiameter van de leidingen zodat deze perfect worden omsloten. De dikte van de isolatie bedraagt minimaal 30 mm voor ND 15 en ND 20, 40 mm voor ND 25 tem ND 50 en 50 mm vanaf ND 80. Bij diameters vanaf ND 40 worden alle toebehoren (kranen, koppelingen, ) eveneens geïsoleerd. Op vraag van het werfbestuur legt de aannemer een technische nota voor, waaruit blijkt dat de dikte van de isolatie voldoet. Er kan gebruik worden gemaakt van soepele slangen uit synthetisch schuimrubber met gesloten celstructuur en gladde buitenwand. Naadafdichting zelfklevend of door verlijming. Thermische gegevens: warmtegeleidingscoëfficiënt λ (volgens NBN EN ISO 8497): max. 0,04 W/mK (bij 40 C); isolatiedikte: (20 mm); De nodige maatregelen worden genomen om nat worden van de isolatie te vermijden. Bij het aanbrengen moeten zowel de isolatie als de leidingen volledig droog zijn. De richtlijnen van de fabrikant worden stipt opgevolgd. Het plaatsen van de isolatie wordt pas uitgevoerd nadat de leidingen en apparaten van de nodige beschildering en/of beschermingstape werden voorzien en na uitvoering van de circulatie- en dichtheidsproeven van de leidingen. Elke leiding wordt afzonderlijk geïsoleerd. De installateur plaatst de leidingen daartoe met voldoende tussenruimte om een vakkundige plaatsing en verzorgde afwerking van de isolatie mogelijk te maken. De isolatie wordt goed aaneensluitend op de leidingen aangebracht en mag niet onderbroken worden ter plaatse van bochtstukken, bevestigingen of steunen van de leidingen. De bochten en aftakkingen worden uitgevoerd met voorgevormde stukken of met op maat gesneden segmenten. Naden worden naar beneden gericht en zorgvuldig afgekleefd of dichtgelijmd. Opbouwleidingen verwarming Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

254 leidingnet & toebehoren - brandwerende doorvoeren PM Bij elke doorgang van leidingen door een brandcompartimentering (vloer of muur) wordt gebruik gemaakt van dubbelwandige branddovende doorgangshulzen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Brandwerende manchetten volgens NBN EN Beproeving van de vuurweerstand van inrichtingen in gebouwen Deel 3: Afdichtingen in gebouwen. De dubbelwandige brandvrije mof wordt gebruikt als afsluiting van doorgangen van kunststofbuizen en bestaat uit twee schalen die na het plaatsen van de buis aangebracht worden of een stuk buis voorzien van omhulsel, dat tijdens het plaatsen van de PE-buizen tussengevoegd wordt en de vrije uitzetting van de buizen toelaat. Zij is samengesteld uit anorganische materialen en bevat een chemisch product dat bij brand de eigenschap heeft in elkaar te vloeien en te zwellen, waardoor de doorvoeropening, vuurbestendig, rook- en gasdicht wordt afgesloten. De brandmoffen zijn aangepast aan de aard en het materiaal van de leidingen. De brandwerende isolatie rond leidingen bij doorvoeren van vloeren en wanden voldoet aan NBN en garandeert minstens dezelfde brandweerstand als de betrokken bouwelementen. Type: opbouw / inbouw Brandweerstand: volgens brandweerstand wand Nominale diameter van de te bekleden buis: te bepalen. Volgens de principes en aanbevelingen van infofiche nr. 39 van het WTCB en de richtlijnen van de fabrikant.. De uitvoering zal gebeuren door of onder toezicht van een gespecialiseerde firma die beschikt over systemen waarvoor wettelijk erkende proefrapporten en attesten bestaan. Deze firma zal eveneens een attest van goede uitvoering opstellen. Dit attest wordt door de installateur bij de voorlopige oplevering afgeleverd. Alle doorvoeringen door compartimenterende wanden installatieonderdelen - algemeen Leveren en plaatsen van alle bijkomende installatieonderdelen noodzakelijk voor een bedrijfsklare werking van de verwarmingsinstallatie. Materialen Temperatuursbestendigheid minimaal 115 C of volgens specifieke eisen van de toepassing. Alle belangrijke onderdelen van de installatie kunnen verwijderd worden voor herstelling of vervanging zonder het water van de installatie af te laten installatieonderdelen - aflaatkranen PM Aflaatkranen te voorzien op alle lage punten zoals toestellen, radiatoren, leidingen, om een volledige aflaat van het water uit de installatie toe te laten. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Plugkranen uit warm geperste messing met afneembare sleutel. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

255 Afschroefbaar aansluitstuk met buitenschroefdraad voor darmbevestiging met sleutel, dop en ketting. Te voorzien op laagste punten van de installatie installatieonderdelen regel- en afsluitkranen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Kogel-, sferische plugkranen of bolkranen bediend door een hendel uit verzinkt staal volgens NBN D Centrale verwarming, ventilatie en luchtbehandeling - Gemeenschappelijke eisen voor alle systemen - Kranen. De installatiekranen zijn voorzien van soepele dichtingen. De doorlaat van de kraan is gelijk aan de nominale diameter van de aangesloten leiding. Behuizing: messing Kleppen: messing Regelkarakteristieken: voor te leggen Vlinderkranen: handbediend met (vergrendelbare) hefboom Moet toelaten verschillende kringen af te sluiten installatieonderdelen - circulatoren PM Op de verwarmingskring wordt een aangepaste circulator geïnstalleerd. De werken omvatten alle leveringen en plaatsingen voor het gebruiksklaar installeren van de circulator, inclusief alle toebehoren. aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de ketel. Circulatoren conform NBN EN en NBN EN en de Eco-Design richtlijnen. Alle circulatoren zijn van hetzelfde merk en zijn voorzien van de CE-markering. De Energie- Efficiëntie-Index (EEI) moet vermeld worden op de kenplaat, verpakking en in de technische fiche. Zij zijn minimaal voorzien van een sturing op drukverschil en van een inrichting die controle van de draairichting toelaat. De aannemer biedt een circulator aan die beantwoordt aan de debieten en waarvan de opvoerhoogte aangepast is aan de installatie (o.m. rekening houdend met de aanwezigheid van thermostatische kranen). De circulator wordt zo gekozen dat zijn werkingspunt zich in de zone van maximaal rendement bevindt. Voor de goedkeuring van de materialen moeten voor elke circulator de systeemkarakteristiek samen met de capaciteitscurve van de circulator voorgelegd worden. De berekening volgens vereist debiet en maximale drukverliezen in het systeem voor de selectie van de pomp moet worden voorgelegd. Elke circulator wordt rechtstreeks op de leidingen gemonteerd, met inbegrip van: Verbindingskegels voor de leidingen. Koppelingen voor circulatoren met draadaansluiting voor kringen met een debiet kleiner dan 5 m³/h (draadaansluiting op de pomp 6/4 voor kringen tot 2,0 m³/h en 2 voor grotere debieten). Flenzen, tegenflenzen, dichtingsringen (PN10). Isolatiemantels, speciaal ontworpen door de pompfabrikant rond het pomphuis om de warmteverliezen te beperken. Isolatiemantels zijn niet voorzien voor de primaire pompen en dubbelpompen. Manometrische opvoerhoogte: afhankelijk van de installatie Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

256 Debiet: afhankelijk van de installatie EEI (volgens NBN EN ): max. 0,27 (0,23 vanaf 01/08/2015) Het sturingsprogramma van de CV moet een regeling omvatten waardoor de pomp, gedurende de zomerperiode, minimum 1 maal per week gedurende een korte periode in werking wordt gesteld. De uitvoering gebeurt volgens de voorschriften van de technische studie en volgens de voorschriften van de fabrikant. De circulatiepompen worden geïnstalleerd op een goed bereikbare en inspecteerbare plaats in de nabijheid van de verwarmingsketel, bij het begin van elke verwarmingskring. De circulatoren moeten zo geplaatst zijn dat ze gemakkelijk kunnen afgenomen worden zonder dat hierbij de volledige installatie moet worden geledigd. Om de pompen te kunnen afsluiten en gemakkelijk te kunnen verwijderen, worden ze geplaatst tussen afsluitkranen. De pompen worden volgens de geldende normen over elektrische installaties verbonden met de aardelektrode. De elektrische verbindingsdozen bevinden zich niet op het onderste gedeelte van de circulatiepomp. Het debiet van de circulator wordt in situ ingesteld om aan het berekend nominaal debiet te werken. Dit debiet mag niet ingeregeld worden door een regelklep. De circulatoren worden zodanig geïnstalleerd (altijd met horizontale motoras) dat de spanningsbelasting van het leidingwerk niet op de pomp wordt overgedragen. De maximaal toelaatbare krachten en momenten van de leidingaansluitingen die inwerken op de pompflenzen of schroefdraadaansluitingen moeten opgegeven worden door de circulatorenfabrikanten. Na installatie moeten de werkelijke waarden vermeld worden door het installatiebedrijf in het opleveringsverslag. Alle circulatoren moeten direct in de leidingen kunnen worden gehangen, op voorwaarde dat het leidingwerk de pomp kan ondersteunen. Dubbelpompen zijn voorbereid op installatie aan een bevestigingsbeugel of op een voetplaat (pomphuis met M12 schroefdraad). Het installatiebedrijf moet voor een goede koeling van de motoren en de elektronica zorgen. Per verwarmingskring wordt een aangepaste circulatiepomp (uitgerust met zelfregelend debiet) geïnstalleerd installatieonderdelen - expansiesysteem PM st De werken omvatten alle leveringen, werken en regelingen voor het gebruiksklaar installeren van de expansievaten en bijhorende veiligheidsventielen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Stalen vat dat aan de binnenzijde tegen corrosie is behandeld en aan de buitenzijde gelakt. De scheiding tussen water en stikstofkussen wordt gerealiseerd d.m.v. een balg. De balg kan de vorm van het vat aannemen in extreme toestand (volledig gevuld) zonder overdreven rek. De minimale doorsnede van de uitloop van de veiligheidsventielen is aangepast aan het vermogen van de installatie. De regelingsdruk van het veiligheidsventiel wordt bepaald aan de hand van de omvang, aard, vereisten, van de verwarmingsinstallatie. De maximale regelingsdruk bedraagt 3 bar. De veiligheidsventielen zijn voorzien van een manometer. Proefdruk vanuit fabriek: 1,5 x de hoogste dienstdruk met een minimum van 5 bar. Dimensionering: volgens NBN EN bijlage D. BEREKENINGSNOTA VERPLICHT VOOR TE LEGGEN vóór plaatsing van de toestellen. Tussen het expansievat en de installatie wordt een voorziening ingebouwd waarmee de voordruk van het vat kan gemeten worden zonder het water van de installatie af te laten (afsluitkraan vergrendelbaar in open stand met leeglaat mogelijkheid, kapventiel). Hierdoor is het vat vervangbaar zonder de installatie te moeten aflaten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

257 Het expansievat wordt geïnstalleerd op een goed bereikbare en inspecteerbare plaats in de nabijheid van de verwarmingsketel, op de algemene retourleiding van de installatie en steeds aan de zuigzijde van de circulator. Te gebruiken in combinatie met een door Belgaqua-gekeurd veiligheidsventiel (afsluitkraan, overdrukventiel en terugslagklep) zo dicht mogelijk bij het vat en op gelijke hoogte geplaatst en conform het technisch reglement voor water van het AquaFlanders. Per installatie installatieonderdelen - vlotterontluchters PM Iedere installatie wordt voorzien van een vlotterontluchter. De werken omvatten alle werken en leveringen voor het gebruiksklaar installeren van de ontluchter, inclusief alle toebehoren. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de installatie. Een luchtkussen beschermt het ventiel tegen vervuiling. Voorzien van een aansluitventiel waarbij de ontluchter kan vervangen worden zonder waterverlies. Behuizing: messing of brons. Maximale druk: 10 bar. Maximale temperatuur: 120 C. De ontluchters worden geplaatst volgens de voorschriften van de technische studie en van de fabrikant, op die plaatsen in de installatie waar zich lucht verzamelt (bv. op het hoogste punt van de installatie, nabij de verwarmingsketel,...). Geplaatst op de hoogste punten van de installatie verwarmingselementen & toebehoren - algemeen Alle werken en leveringen nodig voor het gebruiksklaar installeren van de verwarmingselementen, inclusief alle toebehoren, bevestigingen en aansluitingen: de levering en plaatsing van de verwarmingselementen, met inbegrip van de muurconsoles en/of ophangbeugels; de controle op hun goede werking in de installatie; de eventuele aanpassingen en/of vervangingen tot perfecte werking in de installatie; het eventueel schilderen van de verwarmingselementen. Materialen ALGEMEEN Alle geleverde verwarmingselementen en hun onderdelen zijn onderling verenigbaar en garanderen een perfecte werking van het geheel. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het vermijden van elektrochemische koppels. De elementen en hun omkastingen vertonen geen scherpe hoeken of randen. De verwarmingselementen zijn in de fabriek beproefd op een effectieve druk van minimum 8 bar, met gewaarborgde werkingsdruk van 6 bar. Het verslag van de proeven of attest wordt op verzoek van de bouwheer en/of architect voorgelegd en bij de oplevering aan de bouwheer overhandigd. De elementen worden vanuit de fabriek geleverd met een beschermende verpakking (met hoeken boordbescherming en geheel verpakt in krimpfolie of gelijkwaardig). Deze verpakking beschermt de radiator tot bij de voorlopige oplevering. Beschadigde elementen worden Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

258 geschilderd of vervangen op kosten van de aannemer. De verwarmingselementen worden bij voorkeur in herbruikbare containervorm op de werf gebracht door de leverancier. Een monster van de verwarmingselementen en alle toebehoren als ophangsysteem en eventuele afwerkingselementen en standaard kleurenkaart worden vóór bestelling ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. WARMTEVERMOGEN Het nuttige warmtevermogen van de elementen wordt door de verwarmingsinstallateur bepaald op basis van de warmteverliesberekeningen en het temperatuursverloop in de kringen. De warmte-afgifte (vermogen) van de verwarmingselementen wordt daarbij bepaald volgens NBN EN en addenda. Warmte-afgiftetabellen voor te leggen aan het Bestuur. De vereiste vermogens van de verwarmingselementen staan aangeduid op de plannen en/of in de tabellen van de studie verwarming. Vóór uitvoering legt de installateur de nodige documenten voor waaruit blijkt dat het nuttig warmtevermogen van de door hem geplaatste verwarmingselementen in overeenstemming is met de karakteristieken van de gekozen producten en van de berekende warmteverliezen. Indien de lokalen worden verwarmd door een combinatie van verschillende soorten verwarmingselementen, dan moeten ze samen voldoen aan de specificaties die voor elke soort verwarmingselementen zijn opgegeven. Verschillende soorten verwarmingselementen worden echter nooit op eenzelfde kring van circulatiewater aangesloten. DIMENSIONERING Algemeen gelden voor verwarmingselementen geplaatst onder ramen volgende afmetingen: de lengte bedraagt maximaal de vrije breedte van de raamopening, de hoogte is gelijk aan de vrije hoogte onder het raamtablet verminderd met: Aantal leidingen onder radiator Uitsteek raamtablet < 2 cm > 2 cm 0 15 cm 20 cm 1 20 cm 25 cm 2 25 cm 30 cm De radiatoren worden geplaatst met in acht name van volgende afstanden: tussen wand en achterkant van de radiator: minimum 3 à 6 cm tussen wand en zijkant van de radiator: minimum 7 à 10 cm tussen vloer en onderkant van de radiator: minimum 15 à 20 cm tussen plafond en bovenkant van de radiator: minimum 30 à 40 cm De voorschriften van de fabrikant worden gevolgd indien ze strenger zijn. De juiste maten van de elementen worden ter plaatse opgemeten en afgetekend. Pas na goedkeuring van deze maten door het Bestuur en de ontwerper mogen de elementen besteld worden. TOEBEHOREN - KRANEN De verwarmingselementen worden aan de leidingen bevestigd met een afsluitbaar en regelbaar hulpstuk, wat hun demontage toelaat zonder het water van de volledige installatie te moeten ledigen. De aanvoerleiding naar de bovenaan geplaatste radiatorkraan wordt bevestigd met een buisbeugel met akoestische voering. De regelkranen worden ingesteld zoals aangegeven op de plannen en in het bestek. Alle radiatoren worden voorzien van een ontluchtingskraantje uit vernikkeld metaal eenvoudig te bedienen met een schroevendraaier of muntstuk. Elk verwarmingselement kan afzonderlijk (hydraulisch) ingeregeld worden Bij de plaatsing van de radiatoren en leidingen wordt rekening gehouden met eventueel andere aanwezige technieken (stopcontacten, leidingen andere dan verwarming, ). Voor de plaatsing worden de juiste opstelling en bevestigingswijze van de radiatoren definitief vastgelegd in overleg met het bestuur. Er worden minstens 2 steunen voorzien per radiator en een bijkomende steun per meter radiatorlengte. De bevestigingen moeten een overlast van minstens 50 kg/lm kunnen opnemen. Naargelang de aard van de drager (vloer, wand), worden ze op voldoende punten en voldoende stevig bevestigd met aangepaste corrosievrije bevestigingsmiddelen. De bevestiging gebeurt d.m.v. beugels en consoles. Indien de dikte van de wand het plaatsen van wandsteunen niet toelaat, mogen de radiatoren op aangepaste voetsteunen geplaatst worden. De consoles zijn voorzien van een akoestische voering. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

259 Keuring Er wordt een waarborg gegeven van 5 jaar op fabricage- en materiaalfouten vanaf de voorlopige oplevering of de in dienstneming van de installaties verwarmingselementen & toebehoren - plaatradiatoren FH st Plaatradiatoren, samengesteld uit één of meerdere geribde paneelvormige elementen uit hoogwaardige staalplaat. meeteenheid: globaal per installatie (opgesplitst volgens woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De radiatoren worden samengesteld door continu lassen. Onderbroken lassen dienen enkel ter versteviging. Binnenin de ribben met verticale profileringen stroomt het circulatiewater, indien nodig zijn de radiatoren voorzien van aangelaste lamellen voor versnelde convectie. Het aantal panelen wordt beperkt tot 3. Radiatoren met 1 paneel worden niet voorzien van convectielamellen. Plaatdikte panelen: minimaal 1,25 mm, Plaatdikte convectielamellen: minimaal 0,4 mm. Oppervlakte-afwerking: kras- en kleurvaste coating Kleur: wit Dimensionering: de afmetingen van de radiatoren, hun vermogen en de plaats van de radiatorkranen zijn aangeduid op de plannen. De voorzijde van de radiator is afgewerkt met een vlakke plaat, waarbij het voorste plaatvormige element een vlakke voorzijde heeft. De bovenkant van de radiatoren wordt afgewerkt met een afdekplaat, waarvan de openingen minstens 75% van de bedekte oppervlakte bedragen. : zelfde als de radiatoren Kleur: zelfde als de radiatoren De zijkanten van de radiatoren worden afgewerkt met een afdekplaat. : zelfde als de radiatoren Kleur: zelfde als de radiatoren Patroon: vlak Dimensionering: berekening vermogen en afmetingen op basis van een regime 70 / 50 C. Opstelling: in overleg met de ontwerper. De radiatoren worden bevestigd aan de hand van: onzichtbare muurconsoles vloerconsoles ingeval van een vrijstaande radiator of geplaatst tegen een lichte wand. De aanvoerleiding naar de bovenaan geplaatste radiatorkraan wordt bevestigd met een buisbeugel met akoestische voering. Elke wooneenheid wordt uitgerust met radiatoren, plaatsing volgens plannen warmteregeling & toebehoren - algemeen Alle werken en leveringen voor het gebruiksklaar installeren van de gebruikelijke meet- en/of regeltoestellen vereist voor een goede werking van de installatie. Zij worden gemonteerd en afgesteld tot hun perfecte werking binnen de installatie warmteregeling & toebehoren - radiatorkranen FH st meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

260 meetcode: per verwarmingslichaam aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Thermostatiseerbare radiatorkranen vervaardigd uit brons of vernikkeld messing, met dubbele regeling en voorzien van een beschermhoedje tegen stof. Zij laten toe de aanvoer volledig af te sluiten. Het binnenwerk (afsluiter en pakkingselement) is steeds vervangbaar zonder het water af te laten. Hydraulische karakteristieken en handleiding af te leveren op verzoek van het Bestuur. Maximum bedrijfstemperatuur: 110 C Maximum bedrijfsdruk: minimum 10 bar. Type: aansluitcombinatie voor twee-pijpsysteem: haakse radiatorkraan voorzien van robuust handwiel uit kunststof (ABS). Dubbel instelbaar of in combinatie met een haakse regelbare radiatorkoppeling (voetventiel). De radiatorkranen worden geïnstalleerd en afgeregeld volgens de voorschriften van de technische studie en volgens de voorschriften van de fabrikant. Op alle radiatoren in het lokaal waar de kamerthermostaat is opgesteld warmteregeling & toebehoren - thermostaatkoppen FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Thermostaatkoppen volgens NBN EN 215 Thermostatische radiatorkranen. Automatische proportionele temperatuurregelaars met een ingebouwd voelerelement op basis van vloeistofvulling of vloeistof-/gasvulling. Twee begrenzers laten toe de temperatuursregeling binnen een in te stellen zone te beperken of van een stand te vergrendelen. Bij de laagste instelling blijft de afsluiter dicht zolang de omgevingstemperatuur boven de 6 à 8 C blijft (vorstbeveiliging). Handgreep: hoogwaardig kunststof, kleur: wit Regelbereik: van 8 C t/m 32 C sluitingstemperatuur bij een regelband van 2 C. Schaalindeling: neutraal (zonder temperatuuraanduiding). Instelling regelbereik door middel van vorstbeveiliging die de thermostatische kraan opent van zodra de temperatuur aan de voeler lager wordt dan circa 5 C. De thermostatische koppen worden pas voor de stookproeven geplaatst. De radiatorkraan is zolang voorzien van een kunststofkapje die de bediening van de kraan toelaat. De as van de thermostaatkop wordt horizontaal en haaks op het radiatorvlak geplaatst. De thermostaatkop zal steeds goed geventileerd zijn (niet in hoeken, nabij warmtebronnen, ). Bij gebruik van thermostatische kranen zal steeds een By-pass in het verdeelnet aanwezig zijn. De thermostaatkop mag parallel met de radiator geplaatst worden indien een haakse plaatsing hinderlijk is in kleine ruimten. Op alle radiatoren met uitzondering van deze in het lokaal waar de kamerthermostaat is opgesteld warmteregeling & toebehoren - kamerthermostaten FH st meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

261 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Courant in de handel verkrijgbaar modellen, aangepast aan het keteltype en eenvoudig in gebruik. Zij worden geleverd met een duidelijke gebruikshandleiding. Type: klokkamerthermostaat (analoog of digitaal) Behuizing: hoogwaardig kunststof, bestemd voor opbouw Temperatuursdifferentiëel: T < 0,5 C met knop voor temperatuursinstelling Instelmogelijkheden klokthermostaten: klokprogramma (minstens een dagprogramma met twee programeerbare schakelingen dag/verlaagd) manuele derogatie met automatisch hervatting van het programma bij de eerstvolgende ingestelde schakeling continu dag continu nacht vorstbeveiliging dagtemperatuur nachttemperatuur of -verlaging instelling van zomer/winteruur controlemogelijkheid eventuele batterijspanning mechanische toestellen zijn voorzien van onverliesbare ruiters digitale toestellen hebben een gangreserve die bij stroomuitval de gegevens minstens 24 in geheugen houdt. Opstelling: volgens aanduiding op plan of na overleg met de architect, te plaatsen op circa 1,50 m boven de vloer (circa 1,10 m in woningen bestemd voor rolstoelgebruikers), centraal in de woonkamer op binnenwand, verwijderd van warmtebronnen en tochtvrij. De elektrische voeding en wachtbuizen worden ter beschikking gesteld. Ongeacht het type kamerthermostaat wordt steeds een buis met minstens 3 geleiders voorzien voor eventuele voeding. De aders van de voedingsleidingen hebben een sectie van 2,5 mm2 voor voeding en 1,5 mm2 voor sturing. De bedrading voor de thermostaat is inbegrepen in dit artikel (zie ook artikel leidingen - wachtbuizen). Plaatsing in woonkamer in overleg met bouwheer warmteregeling & toebehoren - weersafhankelijke regeling FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Weersafhankelijke regeling met buitenvoeler voor modulerende brandersturing met ruimtetemperatuurcompensatie, inclusief elektronisch bedienpaneel (bedrade afstandsbediening). De regeling is aangepast aan het keteltype en stuurt minimaal de vertrektemperatuur. De buitenvoelers worden zo geplaatst dat ze geen directe warmte ontvangen van het zonlicht of andere warmtebronnen (ventilatie-uitmondingen, schoorstenen). In principe worden ze aangebracht op 2 tot 2,5 m t.o.v. het grondniveau op een open en onbezond geveldeel. Opstelling bedienpaneel: volgens aanduiding op plan of na overleg met de ontwerper, te plaatsen op circa 1,50 m boven de vloer (circa 1,10 m in woning bestemd voor rolstoelgebruikers). De bedrading is inbegrepen in dit artikel (zie ook art leidingen wachtbuizen). Elke ketel wordt uitgerust met een buitenvoeler om weersafhankelijke regeling mogelijk te maken Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

262 67. BRANDBESTRIJDING brandbestrijding - algemeen Alle noodzakelijke werken en leveringen tot een bedrijfsklare werking van de voorgeschreven vaste installaties en/of draagbare toestellen, ter bestrijding van accidentele brandhaarden in het gebouw, conform de vigerende normen, de regels van goed vakmanschap en de adviezen van de territoriaal bevoegde brandweer. De werken omvatten: het afdoende beschermen van de reeds uitgevoerde werken; het leveren en plaatsen van toestellen en/of bijhorende installatie; het uitvoeren van de noodzakelijke installatietesten en keuringen; de aanpassingen aan de installaties en/of toestellen die tijdens de keuringen niet weerhouden werden; het opruimen van alle afval, reiniging van de toestellen, verwijderen van de aangebrachte bescherming, herstellen en reinigen van het eventuele tijdens de werken beschadigde pleisterwerk of afwerkingen; het leveren van de vereiste attesten die de conformiteit aan de normen en aan de bepalingen van het bestek moeten staven brandwerende bescherming - algemeen GP Levering en verwerking van alle nodige materialen tot realisatie van de vereiste brandwerende beschermingen en afdichtingen van leiding- en kabelvoorzieningen met eenzelfde Rf-waarde als de wanden waarin de leidingen (of doorvoeren) zich situeren. Doorvoeringen doorheen bouwelementen van leidingen voor fluïda, vaste stoffen, elektriciteit of elektromagnetische golven en de uitzetvoegen mogen de vereiste weerstand tegen brand van de bouwelementen niet nadelig beïnvloeden. aard van de overeenkomst: Globale prijs (GP) Materialen & De doorvoeringen moeten beantwoorden aan de bepalingen van de omzendbrief Weerstand tegen brand van doorvoeringen van bouwelementen van 15 april De afdichting moet het scheidend vermogen van het bouwelement behouden. De aannemer toont de brandweerstand van de afdichting in termen van vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I) voor de uitvoering aan door één van volgende zaken: de CE-markering, rekening houdend met de gegevens die deel uitmaken van deze markering, een BENOR- en/of ATG-goedkeuring, of een equivalent, bij gebrek aan een geldende CEmarkering voor deze producten, rekening houdend met de gegevens die betrekking hebben op deze goedkeuring, een test, uitgevoerd volgens de norm NBN EN of NBN , bij gebrek aan een geldende CE-markering voor deze producten, de toepassing van één van de typeoplossingen van hogervermelde omzendbrief. Bij doorvoeren van compartimenterende wanden Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

263 68. VENTILATIE ventilatie - algemeen Algemeen De ventilatiebieten voldoen aan de voorschriften van NBN D en de EPB-regelgeving. De installatie wordt volledig conform met de bepalingen van de eventueel hieronder gevraagde ATG-E uitgevoerd, in het bijzonder wat de diverse componenten betreft. Verrekeningen hieromtrent worden niet aanvaard. Het is verboden rookgasafvoeren op de verluchtingskanalen, en omgekeerd, aan te sluiten ventilatie proefopstelling PM Algemeen De aannemer zal eerst de volledige installatie van een modelappartement of woning, gekozen in overleg met het Bestuur, afwerken. Pas na goedkeuring door de ontwerper mag hij de werken in de overige wooneenheden aanvangen ventilatie proeven ventilatie proeven/debietmeting FH st Debietmeting voor de valorisatie van de ventilatiedebieten in de EPB-aangifte. meeteenheid: per wooneenheid aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Debietmeting conform NBN EN Ventilatie van gebouwen Beproevingsprocedures en meetmethoden voor de oplevering van geïnstalleerde ventilatie- en luchtbehandelingssystemen en de EPB-regelgeving. De metingen gebeuren met een geijkt toestel met drukcompensatie en stabiliserend rooster, ter hoogte van de ventielen. Voor de metingen wordt het gebouw voorbereid: alle buitendeuren en vensters moeten geplaatst zijn en gesloten worden. alle binnendeuren worden gesloten. de natuurlijke toevoeropeningen worden in hun volledig geopende stand gezet. de woning moet voldoende stofvrij gemaakt zijn om vervuiling van het systeem te vermijden. de ventilatoren en eventuele vraaggestuurde componenten moeten zich in nominale positie bevinden. alle andere installaties die buitenlucht naar binnen brengen of omgekeerd (bijv. dampkappen) moeten uitgeschakeld worden. Voor de voorlopige oplevering wordt een meetrapport per appartement/woning afgeleverd, conform bijlage 6 van MB 30/11/2012 Meten van mechanische ventilatiedebieten vereisten aan het meetrapport, met minstens volgende gegevens: gegevens van het bedrijf die de metingen uitvoerde EPB-identificatiegegevens type ventilatiesysteem merk en model meetapparaat en toebehoren en datum van laatste calibratie voor elk ventiel: ruimte, stromingszin, al dan niet recirculatie, gemeten debiet in m3/u met de ventilator in nominale positie. De ventilatie per wooneenheid wordt correct ingeregeld volgens de debieten op de plannen. Hiervan wordt een rapport bezorgd aan het studiebureau en de EPB verslaggever. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

264 ventilatiekanalen - algemeen Levering, plaatsing en bedrijfsklaar aansluiten van alle verluchtingskanalen, die niet behoren tot gecombineerde rook- en verluchtingskanalen of ontrokingsinstallaties. De kanalen zijn bestemd voor de aanvoer van verse lucht of afvoer van bedorven lucht, binnen het ventilatiesysteem. De werken omvatten: de studiekosten, hulpstukken, bevestigingsmiddelen, verdeelgeleiders, regelkleppen, toezichtdeksels, registers, schoepen,, het maken van openingen en afdichtingen tussen bouwkundige constructie en kanaal. Materialen ALGEMEEN De afmetingen van de kanalen worden afgestemd op de vereiste debieten, overeenkomstig NBN D Ventilatievoorzieningen in woongebouwen en de EPB-regelgeving. Het drukverlies in rechte kanaaldelen is niet hoger dan 0,5 Pa/m. Luchtdichtheidsklasse: min. B Een staal van alle materialen samen met het voorgestelde uitvoeringsschema van het kanalennet, wordt vóór uitvoering ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. Standaard worden ronde kanalen gebruikt. Enkel omwille van lokale omstandigheden kunnen rechthoekige kanalen toegepast worden mits voorafgaandelijk akkoord van het Bestuur. Flexibele kanalen worden tot een minimum beperkt (tot 1m voor ondermeer aansluiting roosters en toestellen op stijve kanalen). METALEN KANALEN Metalen luchtkanalen vervaardigd uit tweezijdig gegalvaniseerd bandstaal. De kanalen hebben een voldoende stijfheid rekening houdend met de optredende spanningen. Hiervoor zijn zij versterkt met plooien en/of verstijvingsribben en eventueel met inwendige steunen. Volgende normen zijn van toepassing: NBN EN Ventilatie van gebouwen - Dunwandige metalen luchtleidingen en verbindingsstukken met rechthoekige doorsnede Afmetingen. NBN EN Ventilatie van gebouwen - Ronde dunwandige metalen luchtkanalen van plaatmetaal en verbindingsstukken Afmetingen. NBN EN Ventilatie van gebouwen - Luchtleidingen - Sterkte en lekdichtheid van ronde dunwandige metalen leidingen. KUNSTSTOF KANALEN Starre kunststof luchtkanalen vervaardigd uit PVC, PVC-C of HPDE. De hulpstukken zijn standaard voorzien van mofaansluitingen. De kanalen worden verbonden door lijmen (PVC en PVC-C), lassen (PVC en HPDE) of mechanisch verbonden. FLEXIBELE KANALEN De flexibele kanalen weerstaan aan een druk van minstens 2500 Pa en zijn geschikt voor luchtsnelheden tot 30 m/s. Er wordt gebruik gemaakt van ongeïsoleerde of geïsoleerde slangen, volgens de aanduidingen op plannen en meetstaat. Montage volgens de voorschriften van de fabrikant. Er wordt nooit meer slang gebruikt dan absoluut nodig is, tenzij bij berekening hiermee rekening is gehouden. Er wordt gestreefd naar minimaal 0,5 m tot maximaal 1 m slang te gebruiken. Indien een grotere lengte moet worden toegepast, moet de slang gebeugeld worden zodat de maximale doorzakking van de slang, tussen twee bevestigingspunten, niet meer bedraagt dan 50 mm (in het midden tussen de ophangingen gemeten). Bij de montage worden beschadigingen aan de slang vermeden. Beschadigde binnenslangen worden direct vervangen. Bij kleine beschadigingen aan de buitenmantel worden deze afgewerkt met tape (aluminium tape of pvc tape, afhankelijk van het materiaal van de slang). De onderlinge afstand tussen twee ophangpunten kan variëren tussen 1m en 2m. Deze maat is afhankelijk van het type slang dat wordt toegepast. Een slang is over het algemeen zeer flexibel en kan vrij eenvoudig worden vervormd. Door vervorming vermindert de inwendige diameter en wordt het drukverlies vergroot. Bij beugeling (door middel van bijvoorbeeld geperforeerd band) mag de slang niet in diameter verkleinen. De slang wordt minimaal over de halve omtrek ombeugeld. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

265 Bochten moeten zo ruim mogelijk genomen worden. Dubbele bochten (U-bochten) worden vermeden. TRACÉ De situering van verluchtingsmonden en het leidingtracé worden schematisch weergegeven op de plannen en worden voor de plaatsing besproken met de architect en het studiebureau. Het definitieve tracé wordt door de aannemer opgemaakt in coördinatie met de andere technieken. De montage gebeurt zoveel mogelijk volgens rechte lijnen. De kanalen hebben een aangepaste ophanging, in overeenstemming met de kanaaldiameters en de structuur waaraan de bevestiging gebeurt, voor wat betreft afmetingen, sterkte en uitvoering. Zij zijn van een gemakkelijk demonteerbaar type. Alle gebruikte steun- en ophangstukken, stangen, beugels, hulzen, zijn uit gegalvaniseerd, gemetalliseerd of roestvast staal. Tussen de kanaalwanden en de ophanging wordt, over de gehele lengte van het dragend gedeelte van de beugel, een trillingisolerende stof aangebracht. Bij uitwendig te isoleren kanalen worden ter plaatse van de ophangconstructie de nodige voorzieningen getroffen, m.b.t. de dikte van de aan te brengen isolatie. De sectie wordt zodanig voorzien dat het geheel dampwerend kan worden afgewerkt. Ventilatiekanalen ingewerkt in valse plafonds moeten zo dicht mogelijk tegen de onderkant van de dragende vloerplaat gemonteerd worden. Alle inbouwwerken en doorgangen door wanden, vloeren en plafonds zijn ten laste van de installateur en gebeuren volgens de regels der kunst. Doorboringen in zichtelementen worden zorgvuldig geboord. De openingen zijn niet groter dan noodzakelijk. Het doorboren van structurele elementen is niet toegestaan tenzij de stabiliteitsingenieur hiervoor uitdrukkelijk toestemming geeft. Bij iedere doorgang moeten de luchtkanalen omwonden worden met PVCfolie. Geen enkel deel van de kanalen mag in aanraking komen met metselwerk of beton. Eventueel moeten brandwerende doorgangen voorzien worden en zal een aangepast dichtingsysteem ter goedkeuring worden voorgelegd. Ter hoogte van dilatatievoegen worden de kanalen verbonden d.m.v. een flexibele aansluiting van aangepaste lengte. Op regelmatige plaatsen worden inspectie- en reinigingsopeningen voorzien, bestaande uit ingewerkte toegangsluiken, die hermetisch afgedicht kunnen worden. Deze luiken zijn inbegrepen in de prijs van de kanalen. Elk toe- of afvoerkanaal wordt voorzien van een inrichting die een constant debiet handhaaft. Mogelijke condensvorming in de kanalen voor de afvoer van vochtige lucht moet opgevangen en verwijderd kunnen worden via een afvoerleiding met sifon. De afvoer- en eventuele toevoerventielen worden in een vlak oppervlak en op voldoende afstand van de aangrenzende wanden geplaatst, om een correcte positionering van meetinstrumenten toe te laten. Na coördinatie met de andere aannemingen legt de installateur de uitvoeringsplannen ter goedkeuring voor aan het bestuur. Kleine wijzigingen in het tracé als gevolg van de coördinatie kunnen nooit aanleiding geven tot meerprijzen. De opgegeven secties moeten gerespecteerd worden. Elke afwijking moet voorafgaand door het Bestuur worden goedgekeurd. ZUIVERHEID - REINIGEN Het transport van luchtkanalen moet op een verantwoorde wijze plaatsvinden, zodat vervuiling wordt voorkomen. De opslag moet op een droge ondergrond gebeuren. De kanalen worden tegen weersinvloeden en vervuiling beschermd. Tijdens het verwerken van de kanalen voor de montage is het noodzakelijk dat verontreinigingen in en aan het kanaal worden verwijderd. Tijdens de montage van de kanalen wordt er nauwlettend op gelet dat losse vervuiling, zoals stof, zand en dergelijke uit de kanalen wordt verwijderd. KOPPELSTUKKEN - DICHTHEID Alle kanaalelementen en alle hulpstukken zoals bochten, nippels, aftakstukken, enz., worden luchtdicht aangesloten d.m.v. dubbele EPDM, neopreen of rubberen manchetten en/of dichtingsringen of krimpmoffen, zodat demontage mogelijk blijft evenals opnieuw monteren met hetzelfde materiaal. Alle kanaalelementen, koppelstukken en hulpstukken zijn volledig op elkaar afgestemd en afkomstig van dezelfde leverancier. Alle sectieovergangen en verbindingen worden uitgevoerd volgens de richtlijnen van de fabrikant. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

266 Aansluitingen op verluchtingsmonden en aansluitdozen mogen uitgevoerd worden in soepele verbindingen als de lengte minder dan 100cm bedraagt. Deze soepele verbinding is inbegrepen in de prijs van het aangesloten element ventilatiekanalen metaal/rond FH st meeteenheid: globaal per installatie (opgesplitst volgens woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Metalen ventilatiekanalen met ronde sectie beantwoordend aan NBN EN De langsnaden worden in een felsverbinding van het type Pittsburgh, Snaplock of analoog type uitgevoerd. De verbindingstechniek moet ter goedkeuring voorgelegd worden aan het bestuur. Plaatdikte: afhankelijk van de kanaalafmetingen en het aantal ondersteuningen. Galvanisatie: minimaal Z 275 g/m2. Diameter: volgens meetstaat en plannen. Koppel- en hulpstukken: uit hetzelfde materiaal als de kanalen met een gelijkaardige behandeling. De verbindingtechniek moet ter goedkeuring voorgelegd worden aan het bestuur. Koppelingen: met dubbele dichtingsringen (rubber, EPDM, ) of koudkrimpmof. Alle kanalen tussen de ventilatoren en roosters ventilatiekanalen - flexibele kanalen FH m Buigzame ventilatiekanalen of slangen, hoofdzakelijk gebruikt als verbinding tussen aan- of afvoermonden en stijve kanalen. meeteenheid: per lopende meter aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) en Volgens NBN EN Ventilatie in gebouwen Luchtkanalen Afmetingen en mechanische eisen voor flexibele kanalen. Samenstelling: uit lagen aluminium- en polyesterfolie of aluminium polyester laminaat. Brandklasse: M1 Doormeter: aangepast aan de aangesloten ventilatiemond. Akoestische isolatie: zie aanduidingen op plannen en volgens meetstaat. Koppeling van ventilatiemonden aan stijve kanalen volgens plannen en meetstaat. Aansluiting op de ventilator ventilatiekanalen - ophanging en bevestiging PM De luchtkanalen en de ingebouwde componenten worden zodanig bevestigd of opgehangen dat de kanaaldelen met hun componenten een stabiel en strak geheel vormen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de prijs van de kanalen en/of toebehoren. en Alle materialen die voor bevestiging tegen een bouwkundige constructie worden toegepast, zijn verzinkt of met een zinkverf afgewerkt. Ze bezitten een zodanige sterkte dat het totale gewicht Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

267 van de luchtkanalen, inclusief de geïntegreerde componenten, door draadstangen naar de bouwkundige ophangpunten wordt overgebracht. Rechthoekige kanalen: de ophanging wordt samengesteld uit een onderbeugel met draadstangen minimaal M6 langs het kanaal. De afstand tussen deze draadstangen bedraagt maximaal 100 mm en is minimaal 30 mm groter dan de kanaalbreedte afhankelijk van de aanwezigheid van uitwendige isolatie. De beugels worden uitgevoerd in een profielvorm waarmee voldoende stijfheid wordt verkregen. De onderlinge afstand van de beugels bedraagt mm. Tussen de beugels en het kanaal wordt een vilt- of PE-band van minimaal 4mm dikte aangebracht. Ronde kanalen of buizen met een diameter van 500mm en groter: de beugels moeten worden uitgevoerd als tweepuntsophanging door een boven- en onderbeugel. Voor kleinere diameters wordt volstaan met éénpuntsbeugel. De maximale hartafstand van de beugels onderling is 2m. Tussen beugel en kanaal wordt een vilt- of PE-band van minimaal 2mm dik aangebracht. Schachtkanalen: voor de bevestiging wordt gebruik gemaakt van consoles tegen de wand of van profielen aan de kanalen af te steunen op de vloer. Tussen de luchtkanalen en de beugels worden, indien gevaar voor elektrochemische spanningscorrosie bestaat, kunststof strippen aangebracht. Bij vereiste toepassing van extra voorzieningen tegen trillings- en/of geluidsoverdracht moeten deze nader worden gespecificeerd. De stalen ophangconstructies worden minimaal tijdelijk corrosiewerend uitgevoerd. Tussen de steunen en de kanalen worden vilt- of PE-stroken (min 4mm) aangebracht. Indien een uitwendige isolatie wordt aangebracht, die ter plaatse van de beugel niet mag worden onderbroken, kan een isolatiestrook van een zodanige persing worden aangebracht, dat dezelfde dikte als die van de isolatie bereikt wordt. Bij het vooraf aanbrengen hiervan moet een strook aluminiumfolie als een overlap toegepast worden waarop later de folie van de isolatie kan worden afgewerkt. Akoestisch dempende beugels Alle ventilatiekanalen en toebehorende componenten toebehoren ventilatiekanalen - algemeen Alle vereiste toebehoren die in het kanalensysteem voorzien moeten worden met het oog op regeling, meting, hulpfuncties, brandbeveiliging, akoestiek, toebehoren ventilatiekanalen - brandkleppen FH st Brandwerende kleppen voor doorgang door brandwerende vloeren en wanden. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Brandkleppen volgens NBN EN Ventilatie van gebouwen Brandkleppen in kanalen. De kleppen beantwoorden minimum aan onderstaande bepalingen: een robuuste tunnel uit isolerend en vuurvast materiaal, een isolerend klepblad, scharnierend rond de horizontale as opgesteld en asbestvrij, er is geen periodieke smering nodig voor de goede werking van de klep, een veer voor het automatisch sluiten, een plaat voor het monteren van de bediening, signalisatie en toebehoren met beschermingskap, een kenplaat met fabricagenummer en jaar, de binnenafmetingen van de klep, onwisbaar merkteken voor inbouwgrens en richting luchtstroom, ingeval van verdoken opstelling: een toegangsluik tot de klep voor gemakkelijk nazicht en onderhoud, voorzien in de desbetreffende post afwerking, manueel herbewapeningmechanisme, ontgrendeling door thermische zekering, Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

268 voor diameters tot maximaal 200mm en bij geringe muurdiktes kunnen brandkleppen met smeltlood toegepast worden die ter hoogte van de muurdoorgang in het kanaal worden geschoven. Brandweerstand: volgens brandweerstand wand Luchtdichtheidsklasse volgens EN 1751: min. B Afmetingen: volgens kanaal Aansluiting: schuifaansluiting / flensaansluiting De kleppen worden geplaatst zoals aangegeven op de plannen. Het klepblad moet geplaatst worden in de wanddikte zoals bij de brandproeven. Indien dit niet mogelijk is wordt de klep voorzien van een tunnelelement met een brandweerstand gelijk aan deze van de klep, de bevestiging van de klep waarborgt zijn stabiliteit. Bij grote kanaalsecties mogen meerdere gekoppelde kleppen toegepast worden. De aannemer levert een volledig technisch dossier: documentatie van de brandklep, alle karakteristieken, technische fiches van de geplaatste toebehoren, instructies inzake onderhoud controle en oplevering, testrapporten van de geplaatste kleppen. Alle doorvoeren door wanden/vloeren van brandcompartimenten en/of zoals aangegeven op plannen en meetstaat toebehoren ventilatiekanalen - brandmoffen FH st Brandwerende hulzen, inwendig bekleed met een bij warmte zwellend product dat de buis afsluit bij brand en zo een bepaalde brandweerstand waarborgt. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) en Buisstuk in PE waarop over een zekere lengte, afhankelijk van de diameter, een cilinder in gegalvaniseerde staalplaat is aangebracht. Deze buis is inwendig bekleed met een bij warmte zwellend product dat de buis dichtsnoert bij brand. Het product is aangebracht in lagen, de dikte is in functie van de diameter van de omhullende leiding, en geschikt voor aansluiting op stalen kanalen, keuringsattest van een erkend keuringsorganisme af te leveren, te plaatsen volgens de richtlijnen van de fabrikant. Mits voorlegging van een attest mag de brandweerstand ook gerealiseerd worden in het rooster zelf. Brandweerstand: volgens brandweerstand wand Afmetingen: Aan te brengen op kleine wanddoorgangen van kleine kanaalaansluitingen en roosters als aangegeven op plannen en meetstaat woonhuisventilatoren - algemeen Leveren, plaatsen en inregelen van een compacte ventilatie-unit tot een gebruiksklare werking van de woonhuisventilatie. De ventilatie-unit is samengesteld uit: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

269 een hittebestendige, onbrandbare en slagvaste behuizing van recycleerbaar kunststof, gegalvaniseerde en/of gelakte staalplaat of aluminiumlegering; voorzien van aansluitopeningen, een ventilatorhuis, een motorplaat en een deksel; een motorplaat met gelijkstroom ventilator en elektronische sturing voor de aanloop van de motor en de toerenregeling. De ventilator heeft een laag geluidsniveau en hoge luchtopbrengst door een aerodynamisch slakkenhuis en is voorzien van een hoge kwaliteitsmotor met zelfsmerende onderhoudsvrije lagers en een temperatuurbeveiliging; een toerental/debiet regeling, op afstand te bedienen door een bijgeleverde stuurstroomkabel en schakelaar (minimum: laag, midden, hoog); kanaalaansluitingen voorzien van breekplaten of afdichtingstoppen; alle nodige montagetoebehoren worden geleverd door de fabrikant. Een volledige technische documentatie met onderdelenlijst, onderhoudsinstructies en een gebruikshandleiding in het Nederlands wordt, in twee exemplaren, geleverd aan het Bestuur. De ventilatie-unit beschikt over een waarborg van minstens 5 jaar woonhuisventilatoren - systeem C FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Woonhuisventilator conform NBN EN : Ventilatie van gebouwen Prestatiebeproeving van onderdelen/producten voor woningventilatie Deel 6: Ventilatie-afzuigsystemen gebruikt in een enkele woning. Type: (als het type gewijzigd wordt is ook steeds goedkeuring van de EPB verslaggever nodig) o Fdc factor (reductiefactor): minstens 0.90 o Automatische regeling dmv regelkleppen per ruimte C+ -systeem (natuurlijke toevoer, gestuurde mechanische afvoer) Schakelen naar hogere stand bij vocht / VOC detectie 3 standenschakelaar in berging Spanning : 230 V Volumestroom : 315 m3/u bij een drukverschil van 150 Pa Aanzuigmonden : 5 x 80 mm, afvoermonden : 150 mm Beschermingsgraad : IP44 Regelkleppen: 1 keuken, 1 WC, 1 natte berging, 1 badkamer Montage: plafond Opstelling en aansluiting volgens de plannen, de bijgeleverde principeschema s, de voorschriften van de leverancier en de bepalingen van de eventuele ATG-E. De unit wordt trillingsvrij gemonteerd. Geplaatst in de berging tegen het plafond dampkappen - algemeen Levering, plaatsing en aansluiting van de dampkappen voor opstelling boven keukenfornuizen, in coördinatie met artikel keukenmeubelen - algemeen. Materialen De dampkappen zijn conform: NBN EN Ventilatie van gebouwen - Prestatiebeproeving van onderdelen/producten voor woningventilatie - Deel 3: Afzuigkappen voor huishoudelijk gebruik. NBN EN Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Veiligheid Deel 2-31: Bijzondere eisen voor wasemkappen en andere afzuigkappen. De kappen zijn eenvoudige toestellen met een standaardbreedte van 60 cm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

270 Zij zijn voorzien van een ingebouwde afzonderlijk inschakelbare verlichting. De lamp(en) moet(en) van een courant in de handel beschikbaar spaarlamp type zijn. Overeenkomstig de keukenplannen zijn ze geschikt voor montage onder en/of tussen een keukenhangkast of rechtstreeks op de muur. Volgens de aanwezige afvoermogelijkheden is er een aansluitmanchet voorzien aan zowel de bovenzijde als de achterzijde. Voorzien van een afwasbare vetfilter of van een eenvoudig te vervangen filterdoek. Wisselstukken moeten minstens nog 5 jaar na de voorlopige oplevering beschikbaar blijven. Model voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Inclusief terugslagklep Overeenkomstig TV Dampkappen en keukenventilatie. Plaatsing volgens de richtlijnen van de leverancier. Wordt voorzien bij de keukenuitrusting, zit niet in deze aanneming. Enkel de doorvoer + terugslagklep ventilatieventielen en -roosters - algemeen Levering, plaatsing en bedrijfsklare aansluiting van de ventilatieventielen voor de aanvoer van verse lucht en/of de afvoer van bedorven lucht. In overeenstemming met hun toepassing binnen het ventilatiesysteem zorgen zij voor een verzorgde afwerking en/of regeling. Alle bevestigingen, aansluiting op de ventilatiekanalen, inbouw in wanden en/of valse plafonds, en het maken en afwerken van de nodige wand- en/of plafonddoorgangen zijn inbegrepen. De ventilatieroosters geïntegreerd in de post 'buitenschrijnwerk' zijn opgenomen onder ventilatieroosters - algemeen). De ventilatieroosters geïntegreerd in de post 'binnendeuren en -ramen' zijn opgenomen onder toebehoren - deurroosters). Materialen De opbouw van de verluchtingsmonden is verenigbaar met de aanwezige constructie en zo opgevat dat geen vocht kan indringen. Een model en/of technische fiche in verband met de luchtdoorlaat en het eventueel regelsysteem worden, voor de bestelling, ter goedkeuring aan het Bestuur voorgelegd. De definitieve afmetingen worden vastgelegd op basis van de debieten berekend volgens NBN D De inplanting van ieder ventiel zal door de installateur aan de hand van luchtverdelingscurven, opgesteld door de fabrikant van de ventilatiemonden, worden bepaald en ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Bestuur ventilatiemonden - ventiel FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Ventilatieventielen voor intern gebruik, zowel toepasbaar voor toe- als afvoerlucht. Zij zijn vervaardigd uit getrokken staalplaat en beschermd met een epoxy-coating of verzinkt of uit recycleerbare kunststof. Door zijn aerodynamische vormgeving heeft het ventiel een zeer laag geluidsniveau. Volgens de bepalingen van de eventueel gevraagde ATG-E (zie ook art 68.31). Type: inbouw : gemoffeld plaatstaal Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

271 Afmetingen: aangepast aan de kanaaldiameters en de doorstroomopeningen volgens het vereiste ventilatiedebiet, met een maximale luchtsnelheid van 0,20 m/s in de bezettingszones. De drukval over het rooster moet kleiner zijn dan 30 Pa (maximaal 50 Pa mits akkoord van het bestuur). Aansluitdiameter: 80 (25-50 m3/u) mm / 125 (75 m3/u) mm Kleur: wit (standaard) Het geheel wordt aangepast aan het steunmateriaal van de wand gemonteerd d.m.v. verdoken klemveren. Rondom de buitenconus wordt een EPDM of rubberen bevestigings- en dichtingsring aangebracht voor een luchtdichte aansluiting op het kanaal. Interne verluchtingsmonden in toilet / badkamer / berging / keuken of zoals aangegeven op de plannen en de meetstaat ventilatiemonden - gevelroosters FH st Luchtroosters voor opbouw op een gevel. Model voor te leggen aan het Bestuur. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: gevelkleprooster met schuine kap : geanodiseerd aluminium / gemoffeld aluminium Kleur: keuze uit standaardkleuren leverancier Aansluiting op buiskanaal: diameter Ø160mm Corrosiebestendig, regendicht, ongedierte, vogel- en insectenwerend. Vorm: rond De drukval over het rooster blijft beperkt tot 20 Pa (maximaal 50 Pa). De montage op de (gevel)wand gebeurt d.m.v. aangepaste en corrosiebestendige vijzen met pluggen. Om indringing van vocht tegen te gaan, wordt de voeg tussen rooster en gevelmateriaal gedicht met een aangepaste gevelkit, op basis van niet zuurhoudende siliconen en/of met een elastische band. Horizontale doorvoerbuizen worden met een lichte helling, naar de buitenzijde toe, geplaatst om condensatiewater naar buiten te leiden. De gevelroosters worden verdiept ingewerkt in het gevelmetselwerk, rekening houdend met de module van de steen. Blinde bevestiging. Dampkapdoorvoeren van appartement C1 en C2 op het gelijkvloers Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

272 69. OPBOUWKANALEN ROOKGAS EN VENTILATIE opbouwkanalen rookgas en ventilatie algemeen Modulaire systemen geplaatst in opbouw voor rookgasafvoer en ventilatie. ALGEMEEN De elementen maken deel uit van een modulair systeem met een volledig gamma toebehoren. Het systeem omvat de kanalen, aansluitelementen, lengteaanpasstukken, drukvereffingselementen, condensvang met afvoer, inspectie- en onderhoudsluiken, dakdoorgang, dakelement, steunen, trekregelkap, Het aantal vereiste elementen en kanalen, hun samenstelling en afmetingen worden afgestemd op de aard en het vermogen en/of debiet van de aan te sluiten toestellen, ventilatievoorzieningen, e.d., volgens de voorschriften van de fabrikant en conform de geldende normen. De dichtingen tussen de elementen beantwoorden aan de eisen van de fabrikant. Elk kanaal omvat de nodige toegangen voor inspectie en onderhoud. SYSTEMEN CLV-systeem - Combinatie Luchttoevoer en Verbrandingsproductenafvoer (of gelijkwaardige systemen als LAS of 3CE) bestaande uit een afvoerkanaal voor de rookgassen en een parallel of concentrisch opgesteld aanvoerkanaal voor de verbrandingslucht. Bij onderdruk CLV staan beide kanalen onderaan via een drukvereffeningszone met elkaar in verbinding om eventuele drukverschillen te compenseren. Overdruk CLV systemen zijn lekdicht tot 200 Pa. De secties zijn aangepast aan het aantal voorziene aansluitingen. Het condensatievocht moet onderaan het systeem worden opgevangen d.m.v. een condensvang met reukafsluiter, aangesloten op het rioleringsnetwerk. Enkel gesloten toestellen van het type C42 of C43 mogen op onderdruk CLV-systemen worden aangesloten; de types mogen niet door elkaar gebruikt worden. Enkelvoudig-systeem bestaande uit een individueel kanaal voor verbrandingstoestellen, ventilatie, Kanaalvoering: stijve of buigzame buissystemen voor toepassing in bestaande kanalen. De systemen voor luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer voor enkelvoudige aansluiting van individuele gastoestellen zijn inbegrepen in de post ketels in Hoofdstuk 65 individuele verwarming. Ruwbouwkanalen zijn opgenomen in Hoofdstuk 24 Ruwbouwkanalen. De kanalen zijn uit te voeren conform TV Aansluitingsdetails bij platte daken: algemene principes en de brandnormen. De volgende normen zijn van toepassing: NBN EN Schoorstenen - Algemene eisen NBN EN Schoorstenen - Eisen en beproevingsmethoden voor metalen schoorstenen en afvoer- en toevoersystemen uit diverse materialen voor gesloten verwarmingstoestellen - Deel 2: Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoersystemen voor individuele gesloten toestellen. NBN EN Schoorstenen - Thermische en dynamische berekeningsmethoden - Deel 2: Schoorstenen die op meer dan één verwarmingstoestel zijn aangesloten. NBN B Warmtegeneratoren met een totaal geïnstalleerd vermogen gelijk aan of groter dan 70 kw - Eisen en voorschriften voor de luchttoevoer, de luchtafvoer en de afvoer van de rookgassen in stookafdelingen NBN B Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kw - Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en rookafvoer NBN D Binnenleidingen voor aardgas en plaatsing van de verbruikstoestellen - Algemene bepalingen De uitvoering gebeurt volgens de aanduidingen op de plannen en de voorschriften van de fabrikant. Een gedetailleerde samenstelling van het systeem wordt, samen met de nodige berekeningsnota s en attesten, voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de ontwerper. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

273 De plaatsing van de elementen gebeurt in coördinatie met de andere ambachten en in overleg met de ontwerper. De elementen worden bevestigd met de bevestigingsbeugels die een vrije uitzetting mogelijk maken. Alle verbindingen tussen de elementen, aansluitingen en bevestigingen gebeuren d.m.v. speciale hulpstukken als voorgeschreven door de leverancier. De kanalen kunnen voldoende uitzetten en krimpen tov van eventueel omliggende constructies. Het is strikt verboden de kanalen specifiek bedoeld voor rookgassen te gebruiken voor ventilatie en omgekeerd. Geen enkel rookkanaal mag in rechtstreeks contact staan met houten constructiedelen of andere hittegevoelige afwerkingen. Eventueel worden de elementen bijkomend geïsoleerd. De kanalen moeten gas- en condenswaterdicht zijn. Onderaan de kanalen is een muur- of vloersteun voorzien, een inspectieluik en een condensvang met aansluiting via een sifon op de riool. De dakdoorgangen zijn aangepast aan de dakhelling en dakbedekking en waarborgen een perfecte waterdichting, Metalen schoorstenen of schoorsteengedeelten buiten de woning en in niet verwarmde zones binnen de woning, mogen enkel worden uitgevoerd in dubbelwandige geïsoleerde kanalen. Het buitendaks gedeelte van de schoorsteen moet altijd geïsoleerd worden dakdoorgang - algemeen Systemen voor dakdoorgangen. Weersbestendige dakdoorvoer met inbegrip van alle onderdelen voor een waterdichte en stabiele aansluiting. Volledige samenstelling, technische specificaties en drukverliesdiagramma voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het bestuur dakdoorgang - enkelvoudig FH st Systeem voor dakdoorvoer voor aan- of afvoer van lucht. meeteenheid: per stuk (per woningtype) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) : kunststof / metaal (CLV) Inwendige diameter: volgens plannen Per woningtype: Rookgasafvoer/ Verbrandingsluchttoevoer (CLV) : 1 Afvoer ventilatie: 1 Standleiding sanitaire afvoer: 1 Dampkap: 1 Dakdoorvoer: plat dak Vorm bovendaks element: te kiezen uit standaard assortiment van de leverancier Kleur bovendaks gedeelte: te kiezen uit standaard assortiment van de leverancier Elke dakdoorgang Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

274 70. ELEKTRICITEIT BINNENNET elektriciteit binnennet - algemeen Materialen Alle apparaten en klein elektrisch materiaal dragen het CEBEC keurmerk of gelijkwaardig (ENEC- 02). Een model en bijhorende technische fiches van alle apparaten en bijhorigheden worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd. Geen enkel armatuur, toestel of uitrustingselement mag geplaatst worden zonder vooraf goedgekeurd te zijn door het Bestuur. Conform met de meest recente bepalingen van: het AREI - Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties; de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing; de algemene levering- en aansluitingvoorwaarden en de bijzondere technische voorschriften van de plaatselijke netbeheerder. De elektrische installaties worden uitgevoerd in overeenstemming met het bijgevoegd situatieschema elektriciteit, alsook de bijgevoegde schema's en tabellen van de stroombanen. Bij het ontbreken hiervan zal de installateur een zelf opgemaakt eendraadschema en situatieschema ter goedkeuring voorleggen aan het bestuur, minstens 30 dagen voor de aanvang van de elektriciteitswerken. Daarbij geldt: alle stroombanen hebben elk hun individuele aardgeleider; de installatie wordt zo opgevat dat bij de werking van het beveiligingsapparaat van één enkele stroombaan, niet alle lokalen van eenzelfde niveau zonder licht blijven; het trappenhuis mag niet volledig worden aangesloten op eenzelfde stroombaan. De elektrische installatie mag in geen geval de luchtdichtheid van de woningen negatief beïnvloeden. Doorvoeringen door of inbouw in wanden met een luchtdichtheidsfunctie worden vermeden. Zoniet worden deze hermetisch afgewerkt in overleg met de ontwerper en de eventuele andere ambachten. Keuring KEURINGSORGANISME Voor de verschillende installaties en per woning wordt een afzonderlijk verslag van een erkend controle organisme zonder opmerkingen voorgelegd. Het aanvragen van en de kosten verbonden aan de keuring van de elektrische installatie, alsook alle kosten voor aanpassingen wegens afwijkingen t.o.v. de reglementaire voorschriften zijn volledig ten laste van de installateur. De keuringsattesten worden minimaal 30 kalenderdagen vóór de officiële einddatum van de werken ter beschikking gesteld van de bouwheer. Bij het ontbreken van de keuringsattesten binnen de vooropgestelde termijn is de aannemer verantwoordelijk voor alle eventuele bijkomende kosten m.b.t. de ontzegeling van verzegelde elektriciteitsmeters, die in voorkomend geval zullen worden verrekend aan de tarieven van de betreffende netbeheerder. ONDERHOUDSDOSSIER Ten laatste bij de voorlopige oplevering zal de installateur een dossier, in drievoud, overmaken aan het bestuur met: de gedetailleerde technische documentatie van alle geïnstalleerde materialen en toestellen; de keuringsverslagen en andere attesten, in overeenstemming met de eisen vermeld in het bestek (proeven, brandweerstand attesten,...); een onderhoudsdossier met een volledig stel as-built plannen, zoals definitief goedgekeurd, met aanduiding van het volledige leidingtracé en het elektrisch schema. Een schema zal onder plastiekbescherming in elk desbetreffend verdeelbord aangebracht worden. WAARBORGEN De installateur waarborgt de goede werking van de installatie en alle toestellen gedurende een waarborgperiode van minimum één jaar vanaf de voorlopige oplevering. De waarborg slaat op het verhelpen van alle optredende gebreken in de installatie, met inbegrip van de nodige herstellingen van pleister-, schilder- en/of behangwerken. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

275 aansluitingen - algemeen aansluitingen ondergrondse aansluiting FH st Alle leveringen en werken met het oog op de aansluiting en het in dienst stellen van de installatie, volledig conform de eisen van de netbeheerder, met inbegrip van: leveren van de aansluitbocht en plaatsen in de fundering van het gebouw volgens art ; graafwerk op privédomein voor de wachtbuis en de eventuele aansluitput van 1m x 1m x 1 m tegenaan de woning als beschreven en gemeten onder artikel 17.86; leveren en plaatsen van de wachtbuis op privédomein op minimum 60 cm diep, gemeten vanaf bovenkant buis tot toekomstig maaiveld, en loodrecht tot aan de rooilijn en eventueel parallel met de rooilijn; leveren van een kabel type EXVB met aangepaste sectie en voldoende lengte tot aan het distributienet (eventueel overkant straat en/ of luchtnet) bij eengezinswoning en samenstelling tot 4 eindgebruikers; vanaf 5 eindgebruikers (batterij) gebeurt levering en plaatsing van de aansluitkabel in samenspraak met de distributienetbeheerder; plaatsen van de aansluitkabel op privédomein. Er wordt verondersteld dat de inschrijver volledig op de hoogte is van alle aansluitingsvoorwaarden gesteld door de plaatselijke netbeheerder. Enkel de kosten voor het aansluiten en in dienst stellen door de netbeheerder vallen ten laste van de bouwheer. meeteenheid: stuk (per aansluiting) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De aansluiting van een elektrische installatie op het distributienet bestaat uit de verbinding van elke afzonderlijke meetmodule, geplaatst aan het begin van een installatie, met het distributienet d.m.v. één enkele aansluitleiding. De aansluiting gebeurt: ondergronds op het ondergrondse laagspanningsnet De voeding is: éénfasig. Per wooneenheid: 1x230V - 40A of 9.2 kva De installateur staat zelf in voor de aanvraag tot aansluiting bij de netbeheerder. Het leveren en plaatsen van de LS-kabels tot aan iedere individuele teller of tot aan gegroepeerde tellers (appartementsgebouwen) gebeurt door de aannemer, conform de eisen van de netbeheerder, met inbegrip van de levering en plaatsing van de nodige beschermbuizen met aangepaste sectie, alle hulpstukken, doorvoerbuizen, kap- en graafwerken, wederaanvullingen, eventueel herstel van de bestaande verhardingen, plaatsen van de nodige merktekens, e.a. De eigenlijke aansluitingen, levering, plaatsing en verzegeling van de meters gebeuren door de netbeheerder. Alle administratieve verplichtingen zijn echter ten laste van de aannemer. Alle verbruikskosten tijdens de loop van de werken zijn ten laste van de aannemer en worden door het Bestuur verrekend aan de tarieven van de netbeheerder aansluitingen aansluitbocht PM De aansluitbocht is beschreven en gemeten onder de respectievelijke funderingsposten in deel aansluitingen aansluitplaat FH st Leveren en plaatsen van een aansluitplaat voor bevestiging van de tellers. meeteenheid: stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Witte watervaste multiplexplaat van minstens 18 mm dik, minimaal 1800 mm hoog en 1200 mm breed, afgestemd op de afmetingen van de tellerkast en de bepaling van de nutsmaatschappij. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

276 Indien dit technisch niet mogelijk is, neemt de uitvoerder contact op met de netbeheerder. De aansluitplaat worden geplaatst op een droge en gemakkelijk toegankelijke plaats, zo dicht mogelijk bij de openbare weg of in overeenstemming met de aanwijzingen op de plannen. Geplaatst in de meterkast bij de woningen en het meterlokaal bij de appartementen (Blok C) aansluitingen - tellerkasten FH st Levering en plaatsing van de tellerkasten, met inbegrip van de aansluitscheiders van 125A, de aansluiting en voeding van de verdeelkasten volgens de voorschriften van de netbeheerder. meeteenheid: stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Tellerkasten bestemd voor tweevoudige uurtarieftellers De tellerkasten en hun plaatsing zijn conform de eisen van de netbeheerder. De meterkast is een modulair systeem dat bestaat uit: een aansluitmodule (bodem + deksel); een aansluitscheider (niet nodig bij uitsluitend nacht tarief UNT); een meetmodule (voorbedrade tussenkader met eventueel contactor), waarin meter, aansluitautomaat en ontvangtoestel (OT) door de netbeheerder worden geplaatst. De tellerkasten worden geplaatst op de aansluitplaat overeenstemmend de aanwijzingen op de plannen. Eén tellerkast voor dubbele uurtariefmeter per woongelegenheid. Eén afzonderlijke tellerkast (-en) bestemd voor normaal uurtariefmeter voor de gemeenschappelijke ruimten van de appartementen aansluitingen verbindingskabels FH st Alle leveringen en werken voor de levering en aansluiting van de verbindingskabels tussen de tellers en verdeelkasten. meeteenheid: stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & Iedere teller zal slechts één kabeluitgang hebben. De aansluiting van de verschillende kabels aan de meetgroep wordt door de netbeheerder uitgevoerd. De aannemer plaatst de aansluitkabel tussen de meetgroep en het hoofdbord en maakt de aansluiting op de verdeelborden. Opstelling van de verdeelkasten in ander ruimte dan het tellerkast/tellerlokaal. De materialen (XVB-kabel) en uitvoering (opbouw) beantwoorden aan de bepalingen van rubriek leidingen - algemeen, de voorschriften van het AREI en de netbeheerder, voorschriften betreffende brandbescherming. De verdeelkasten worden geplaatst in de berging van elke wooneenheid Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

277 verdeelkasten - algemeen Leveren en plaatsen van gebruiksklare verdeelkasten voorzien van alle nodige uitrustingselementen als rails, verdeelklemmen, afdekplaten, veiligheden, automaten, schakelaars, teleruptoren en contactoren, schakelklokken, bedradingen,... zoals vermeld op de schema's, in overeenstemming met het type installatie. Materialen De verdeelkasten zijn conform geldende normen en het AREI en dragen het CE en CEBEC keurmerk. Ze zijn onbrandbaar, (niet vochtgevoelig) en hebben voldoende mechanische weerstand. De kasten worden voorzien van een scharnierende (omkeerbare) transparante kunststofdeur. Al naargelang de plaats van opstelling zijn de borden in opbouw of half ingewerkt. Het modulair montageraam is verwijderbaar en voorzien van een DIN-railstelsel. Alle onderdelen worden d.m.v. klikbevestigingen gemonteerd. De railstelsels en onder spanning staande delen zijn afgeschermd door een afneembaar afdekkader in isolerend kunststofmateriaal en voorzien van de nodige openingen voor de bediening en vervanging van de apparatuur. De geleiders van de kabels zijn uit koper. Geleiders achter de verdeelkasten worden zo gemonteerd dat zij zich niet kunnen verplaatsen. De kruisingen worden op een behoorlijke afstand verwezenlijkt en waar nodig voorzien van een speciale isolatie. De geïsoleerde geleiders worden aangebracht in draadkanalen vervaardigd uit zelfdovend thermoplastisch materiaal. Ze zijn te openen zonder gereedschap. De kanalen bezitten over hun volledige lengte inkepingen die een gemakkelijke plaatsing van de geleiders toelaten. De opstaande lamellen kunnen zowel plaatselijk als over een grote lengte verwijderd worden. De kanalen zijn voorzien van een vol deksel met doelmatige glijschouders en draadhouders. Alle op de verdeelkasten aangesloten apparaten zijn voorzien van genummerde etiketten, de deur is voorzien van kleefetiketten met vermelding van het appartementsnummer. De verdeelkast omvat een planhouder met een exemplaar van het eendraadschema en het situatieschema met aanduiding van de nummers, overeenstemmend met de apparaten. Het verdeelbord is bevestigd op een stevige vochtbestendige ondergrond of plaat, afgestemd op de afmetingen van het verdeelbord verdeelkasten - hoofdverdeelborden FH st Het hoofdverdeelbord bestaat uit een voldoende ruim gedimensioneerde kast om alle vereiste modules (automaten, differentieelschakelaars,...) in onder te brengen met een reserve uitbreidingsruimte van minimum 20 %. meeteenheid: stuks aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: opbouw Behuizing: isolerend kunststof Deur: transparant Beschermingswaarde: minimaal IP 40-5 Verbindingsrails: 2 fasen en nulgeleider Bevestigingsplaat: waterbestendige plaat, dikte 18 mm De hoofdverdeelborden worden geplaatst op een droge en makkelijk toegankelijke plaats, volgens de aanwijzingen op de plannen en voorwaarden van de netbeheerder. Opstelling in de berging. De opstelling gebeurt op ongeveer 1,50 m boven het vloerniveau, voor een gemakkelijke bediening van de schakelaars. In één woning wordt een modelopstelling gemaakt, die ter goedkeuring aan het bestuur wordt voorgesteld, vooraleer de installaties in de andere woningen aanvatten. Eén verdeelbord per woongelegenheid. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

278 stroombeveiliging - algemeen Leveren en plaatsen van de stroombeveiligingen van de verdeelkringen d.m.v. differentieelschakelaars, kalibreerelementen en overeenkomstige automatische schakelaars in de verdeelborden. Materialen Alle automaten zijn van het opklemtype (DIN-rail), waarbij de bedrading is aangesloten met schroeven aan de voorkant van het apparaat. De automaten hebben een uitschakelvermogen overeenstemend met de te verwachten kortsluitvermogens conform het AREI De nominale stroomsterkten en het aantal polen is aangegeven op de detailschema's. Ze hebben per pool een magnetische en thermische beveiliging en de uitschakeling gebeurt gelijktijdig voor alle polen. De uitschakeling is onafhankelijk van het inschakelmechanisme. De beveiligingen, smeltzekerheden of kleine penautomaten zijn van het onuitwisselbaar type. De smeltzekeringen zijn conform de normen. Smeltveiligheden waarvan de smeltdraad niet in een volkomen dichte smeltkamer opgesloten is, zijn verboden. Alle polen worden gelijktijdig onderbroken. Volgens het A.R.E.I en de voorschriften van de leverancier. Alle beveiliging wordt geplaats in de hoofdverdeelkast stroombeveiliging - hoofdschakelaars PM Leveren en plaatsen van de hoofdschakelaars. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs per verdeelbord. De algemene scheidingschakelaar is van het hefboomtype of van het type met dubbele drukknop en geschikt voor inbouw in het verdeelbord. De nominale stroomsterkte is aangepast aan de aansluitautomaat, zonder nochtans minder dan 40A te bedragen. Het begin van elke elektrische installatie is voorzien van een algemene scheidingsschakelaar (last- of hoofdschakelaar), die de gelijktijdige veiligheidsonderbreking van al de fazen en eventueel van de nulgeleider verzekert. Bij de uitbreiding een elektrische installatie neemt de installateur contact op met de netbeheerder, betreffende de geschiktheid van het bestaande aansluitautomaat. Indien dit niet het geval is of indien het verdeelbord zich niet in hetzelfde lokaal bevindt als de meetgroep, wordt per individueel verdeelbord bijkomend een hoofdschakelaar (maximum 40 A) geplaatst (standaard van toepassing in appartementen met afzonderlijk tellerlokaal). Geplaatst in de hoofdverdeelkast stroombeveiliging - differentieelschakelaars PM Leveren en plaatsen van de differentieelschakelaars. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs per verdeelbord. De differentieelschakelaars voldoen aan de voorschriften van: Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

279 NBN EN Automatische differentieelschakelaars zonder ingebouwde bescherming tegen overstromen voor huishoudelijk en dergelijk gebruik (RCCB's), in serie te schakelen met een zekering tegen overstroom (MCB); NBN EN Automatische differentieelschakelaars met ingebouwde bescherming tegen overstromen voor huishoudelijk en dergelijk gebruik (RCBO's). Zij zijn ingebouwd in een zelfdovend kunststofomhulsel en uitgerust met een systeem voor snelbevestiging op DIN-rail. De aansluitklemmen laten Cu- of Alu-verbindingen toe van geleiders tot 35 mm2. De nominale stroomsterkte, afschakelstroom en de gevoeligheid van de differentieelinrichting zijn per type aangegeven op de elektrische schema's. Geplaatst in de hoofdverdeelkast stroombeveiliging - automatische schakelaars PM Leveren en plaatsen van automatische schakelaars. Elke stroombaan wordt beveiligd door een meerpolige automaat. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs per verdeelbord. De automatische schakelaars zijn conform NBN C Automatische schakelaars voor huishoudelijke installaties en dergelijke voor bescherming tegen overstromen. Zij zijn van het thermo-elektromagnetische type, hun onderbrekingsvermogen is aangepast aan het gebruik binnen de installatie. Zij zijn 1-, 2-, 3- of 4-polig en behoren tot gamma 2 tot 63 A in functie van de sectie van de geleiders. Zij zijn vastklikbaar op een symmetrische DIN-rail en langs beide zijden voorzien van een mantelklem tot 25 mm2. Twee draden van verschillende doorsnede moeten kunnen aangesloten worden. Geplaatst in de hoofdverdeelkast aarding - algemeen Algemeen De aardverbinding voor installaties op lage en gemiddelde spanning bestaat uit: een aardverbindingselektrode; een aardgeleider die de aardverbindingsonderbreker met de aardverbindingselektrode verbindt; een aardverbindingsonderbreker of scheidingsstrip; de hoofdbeschermingsgeleider; een hoofdaardingsklem waarop de aardgeleider, hoofdbeschermingsgeleider en hoofdequipotentiaalgeleiders worden samengebracht; een reeks van equipotentiale verbindingen die zich tussen de hoofdaardverbindingsklem en alle genaakbare metalen onderdelen van het gebouw bevindt; individuele beschermgeleiders voor iedere stroombaan, aangesloten op de aardrail van het verdeelbord. Deze beschermgeleiders zijn voorzien aan elk stopcontact, lichtpunt en elk ander mogelijk aansluitpunt van de betrokken stroombaan aarding aardingslus PM De aardingslus is beschreven en gemeten onder de respectievelijke funderingsposten in deel aarding - afzonderlijke aardverbindingen VH st Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

280 Aardingsysteem voor laagspanningsinstallaties, te plaatsen buiten het gebouw en waar een aardverbindinglus niet tot de mogelijkheden behoort of wanneer de spreidingsweerstand van de aardingslus onvoldoende is. De aardverbinding omvat: levering en plaatsing van een of meer ingegraven of ingedreven geleiders, totdat de opgelegde spreidingsweerstand bereikt wordt; verbinden van de aardverbinding met de aardverbindingsonderbrekers met een aardgeleider; plaatsen van een merksteen per aardverbinding; uitmeten van de spreidingsweerstand. meeteenheid: per stuk complementaire aardverbinding aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De bijkomende aardverbinding bestaat uit een verticaal of schuin in de grond gedreven geleider uit een stuk blank gehard elektrolytisch koper (diameter minimum 14 mm) of gegalvaniseerd staal (diameter minimum 19 mm), doorsnede minimaal 50 mm2. De ingedreven lengte onder het peil -60 cm moet minstens 150 cm bedragen. De verbinding van de afzonderlijke aardgeleider met de aardingsklem gebeurt met een geïsoleerde geel-groene aardgeleider met een minimum doorsnede van 16 mm². De plaatsing gebeurt conform art. 69 van het AREI, waarbij de spreidingsweerstand van de aardverbinding kleiner moet zijn dan 30 Ohm. Bijkomende elektroden mogen pas geplaatst worden na uitdrukkelijke toestemming van het bestuur. De onderlinge afstand tussen de aardverbinding bedraagt minimaal 5 m. Een merksteen wordt boven iedere aardverbinding geplaatst, de bovenkant gelijk met het maaiveld. Een verslag van de meting van de spreidingsweerstand wordt voorgelegd aan het bestuur. Enkel te voorzien als de aardingslus een spreidingsweerstand van meer dan 30 Ohm heeft aarding - aardingsonderbrekers PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in prijs van aardverbindingslus en/of aardverbinding. Aardverbindingsonderbreker of scheidingsstrip conform het AREI art. 69 t.e.m. 73, art en art. 86. Het voetstuk bestaat uit een zelfdovend isolatiemateriaal en wordt met twee schroeven bevestigd op de muur of op de montageplaat van een kast. Op het voetstuk wordt een onderbrekingsinrichting gemonteerd. De onderkant van de aardverbindingsonderbreker bevat een aansluitklem/ingang voor twee geleiders van 35 mm2 of een aansluitklem geschikt voor de aansluiting van twee geleiders van 35 mm2, komende van de aardverbindinglus vast te klemmen en complementair nog 2 geleiders van 16 mm2 komende van de eventuele bijkomende aardverbinding. De koperen afkoppelbare verbindingsstaaf onderbreekt of verbindt de onderste aansluitklemmen met de bovenste aansluitklemmen. De bovenste aansluitklem/uitgang is geschikt voor 8x10². Geplaatst waar de aardingslus boven komt aarding - hoofdbeschermingsgeleiders PM Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

281 De hoofdbeschermingsgeleider betreft de geleider die enerzijds verbonden is met de aardgeleider(s) via de aardverbindingsonderbreker en anderzijds met de beschermingsgeleider van de massa's en zo nodig met deze van de vreemde geleidende delen en eventueel met de nulgeleider. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in prijs van aardverbindingslus en/of aardverbinding. Hoofdbeschermingsgeleider conform het AREI Het betreft een koperen geleider voorzien van een geelgroen gekleurde bescherming tegen corrosie. De doorsnede is gelijk aan de doorsnede van de grootste beschermingsgeleider. De verbinding en de verdeling van de hoofdbeschermingsgeleiders gebeurt ofwel vanaf de aardverbindingsonderbreker, ofwel vanaf het verdeelbord. Het is verboden metalen constructiedelen zoals water- en gasleidingen, verwarmingsleidingen, of metalen delen van de structuur van het gebouw zelf, als beschermingsgeleider te gebruiken. De beschermingsgeleider moet een maximale waarborg bieden inzake elektrische continuïteit. Het is verboden in de kring van de beschermingsgeleider verbindings- of scheidingstoestellen te plaatsen zoals smeltveiligheden, schakelaars of scheidingschakelaars. Geplaatst waar nodig aarding - hoofdequipotentiaalverbindingen PM De nodige equipotentiale verbindingen worden gemaakt tussen de hoofdaardverbindingsklem en alle genaakbare en vaste metalen onderdelen van het gebouw, hoofdleidingen van gas, water en CV, aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van aardverbindingslus en/of aardverbinding. & Hoofdequipotentiaalverbindingen conform het AREI, artikel 72. Zij hebben een doorsnede die tenminste gelijk is aan de helft van de doorsnede van de grootste beschermingsgeleider van de installatie (de aardgeleider uitgezonderd) met een min. van 6 mm² en max. van 25 mm². Het verdient aanbeveling om voorafgaandelijk contact op te nemen met het erkend keuringsorganisme, om te bepalen welke metalen gedeelten van de constructie equipotentiaal verbonden moeten worden. Geplaatst waar nodig aarding - bijkomende equipotentiaalverbindingen PM In natte ruimten worden bijkomende equipotentiaalverbindingen voorzien. Alle metalen delen, radiatoren, leidingen en toestellen (badkuip, douche, boilers, ), die gelijktijdig genaakbaar zijn, worden daarbij onderling, met de aarding van stopcontacten en met de hoofdequipotentiaalverbinding verbonden. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van aardverbindingslus en/of aardverbinding. & De bijkomende equipotentiaalverbindingen voldoen aan de voorschriften van artikel 73 van het AREI Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

282 De onderlinge verbindingen tussen de genaakbare en vaste metalen delen gebeurt in een verzonken doos met deksel, vervaardigd uit isolerend kunststof, en voorzien van het nodige aantal gepaste aansluitklemmen (minstens één klem per aan te sluiten geleider). Geplaatst waar nodig leidingen - algemeen Alle leveringen en werken voor de realisatie van het elektrische leidingnet, omvattende: het maken van de nodige sleuven en doorgangen in wanden, vloeren en plafonds; de levering en montage van de mantelbuizen en/of kabelgeleiders; het trekken en verbinden van de geleiders; het afdichten van doorboringen en sleuven in muren, doorgangen in vloeren en plafonds; het waar nodig voorzien van brandwerende afdichtingen in functie van de vereiste brandweerstand (volgens het KB van 19/12/1997 en wijzigingen); alle maatregelen nodig om de vooropgestelde luchtdichtheid van het gebouw niet in het gedrang te brengen door de uitvoering van het leidingnet; het verzamelen van alle puin en afval en zijn dagelijkse afvoer. Materialen BUIZEN & BEVESTIGINGSMIDDELEN De buizen zijn vervaardigd uit een onbrandbaar, zelfdovend materiaal en dragen het CEBECkeurmerk. Stalen van de aan te wenden buizen en bevestigingsmiddelen worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. GELEIDERS - DRADEN De geleiders en de toegelaten stroomsterktes zijn in overeenstemming met het AREI Het aantal geleiders en de geleiderdoorsnede van een stroombaan wordt gekozen in functie van de bestemming. De draden, die in de buizen getrokken worden, zijn van het type VOB voor plaatsing in thermoplastische buizen (type Tth). Elke rol zal vergezeld zijn van een etiket van de fabrikant, met aanduiding van de isolering. De geleiders zullen alle uit één stuk zijn, zonder binddraad, noch las. De draden die worden aangesloten op een fase, moeten een isolatie hebben conform de genormaliseerde kleurcodes. Beschermingsgeleiders zijn geel/groen. GELEIDERS - KABELS De installateur kiest het type kabel en de voorziene diameters van de geleiders volgens hun bestemming binnen het installatieschema en een opstellingswijze conform het AREI Zij zijn naargelang hun toepassing van het type: VOB, XFVB, EVAVB, XVB, De installateur draagt hiervoor de volledige verantwoordelijkheid. ALGEMEEN Het plaatsen en bevestigen van de buizen gebeurt volgens het AREI art De leidingen worden onzichtbaar (inbouw) in buizen aangelegd. In lokalen die niet bepleisterd worden, mogen leidingen echter in opbouw in buizen uitgevoerd worden., Waar voorzien op de plannen, worden de leidingen gelegd in kabelgoten of -kanalen en plintsystemen. Alle inbouwwerken en het doorboren worden machinaal volgens de regels van de kunst en volgens de aanwijzingen van het bestuur uitgevoerd. Waar sanitaire, verwarmings- of ventilatieleidingen en elektrische leidingen elkaar zouden kruisen, is een optimale coördinatie vereist tussen de verschillende ambachten en het bestuur. De leidingen blijven verwijderd van componenten die een hogere temperatuur kunnen bereiken zoals schouwen, verwarmingsinstallaties, Er mag zich in de buizen geen water kunnen verzamelen. De beoogde luchtdichtheid van de woning mag niet negatief beïnvloed worden. Alle puin en gruis afkomstig van doorboringen en insnijdingen moet opgekuist en van de werf afgevoerd worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

283 Alle gebeurlijke schade veroorzaakt door de installateur van de elektrische installatie wordt door zijn zorgen en op zijn kosten hersteld. ONDERGRONDSE KABELS De plaatsing van ondergrondse laagspanningsleidingen gebeurt volgens het AREI art De kabel moet minimum 60 cm diep onder het maaiveld en/of bovenvlak van de buitenverharding ingegraven worden. Als dit technisch onmogelijk is, moet de bescherming gevormd worden door een doorlopend omhulsel in duurzaam, weerstand biedend materiaal zonder openingen of voegen. De kabels worden mechanisch beschermd door een bedekking met kabelafdekpannen in PVC of gebakken aarde, of gelijkwaardig systeem. De ondergrondse leidingen worden uitgevoerd in EVAVB onder kabelstenen, ofwel in XFVB in een HDPE voerbuis. INBOUW IN METSELWERK De leidingen ingewerkt in het metselwerk worden aangelegd volgens horizontale en verticale tracés. Schuine tracés over de muur zijn verboden. Om akoestische lekken te voorkomen worden leidingen en stopcontacten in woningscheidende wanden, nooit in spiegelbeeld tegenover elkaar geplaatst. In de muren met zichtbaar blijvend metselwerk worden de inbouwleidingen aangebracht vanuit het vlak van de muur dat niet zichtbaar blijft. Voor muren waar dit niet mogelijk is, worden waar nodig vooraf geïntegreerde soepele wachtbuizen voorzien door de ruwbouwaannemer. In metselwerk ingewerkte buizen worden machinaal ingeslepen. Trillingen in de constructie bij het uitvoeren van kapwerken moeten tot een minimum beperkt worden. De nominale diepte van de sleuven bedraagt ongeveer 2 cm. De diepte van horizontale sleuven moet tot een minimum beperkt blijven om de stabiliteit van de muren zo min mogelijk aan te tasten. Na de plaatsing worden de sleuven over hun ganse lengte opgevuld met een mortel die past bij het ondergrondmateriaal. De mortel moet volledig de op de bodem van de sleuf geplaatste kabelbuis of -buizen omhullen, er mag geen contact bestaan tussen de buizen en het pleisterwerk. Het oppervlak van de mortel moet ruw gehouden worden om de bepleistering achteraf te vergemakkelijken. INBOUW IN HOLLE CONSTRUCTIES De ingewerkte buizen zijn verplicht van het niet-vlamverspreidende type. Wanneer leidingen geplaatst worden tussen een plafond en een vloer, in de holten en andere lege ruimten, zijn ze - indien ze niet geplaatst worden in buizen - minstens gelijkwaardig aan het type met PVCisolatie al dan niet voorzien van een metalen bescherming, zoals VFVB of VVB. Zonder voorafgaandelijke toelating van de architect mogen geen sleuven in kepers van 4" of minder en geen inkepingen gemaakt worden in constructiehout van vloer- of dakgebinten, op meer dan 25 cm van de muren die de balken ondersteunen. Er mogen geen inkepingen dieper dan 2 cm gemaakt worden in houten vloergebinten. OPBOUW VAN LEIDINGEN De opbouwleidingen worden waterdicht uitgevoerd. Waar geen mechanische beschadigingen (ook vanwege ongedierte) te verwachten is kunnen opbouw PVC-buizen toegestaan worden. In alle andere gevallen zal de uitvoering in XFVB zijn. De afstanden tussen de bevestigingspunten worden zodanig gekozen dat de kabelbuizen een goed rechtlijnig tracé volgen. In de rechte gedeelten is er minstens één bevestiging om de 45 cm verticaal en 30 cm horizontaal voor kabelbuizen van plastisch materiaal en om de 80 cm voor stalen kabelbuizen, één bevestiging aan elk uiteinde van de bochten, alsook één bevestiging langs beide zijden van verbindingsdozen. De bevestigingen worden met gelijke tussenafstanden geplaatst. Ter plaatse van koppelstukken, schakelaars, stopcontacten, wordt een bevestiging voorzien op maximaal 10 cm van het element. De kabelbuizen in plastisch materiaal moeten vrij kunnen uitzetten; daartoe worden de bevestigingen niet op de kabelbuizen geprangd en worden de doorvoeren door muren en plafonds omgeven door een kabelbuis met grotere diameter, vastgehecht in metselwerk. Alle vrije uiteinden van kabelbuizen uit plastisch materiaal of staal worden zorgvuldig afgezaagd en ontdaan van bramen. Ter hoogte van uitzettingsvoegen moeten de kabelbuizen op deze plaats van een schuifstelsel worden voorzien. De aannemer gebruikt geschikte middelen naargelang de ondergrond om de kabelbuizen te bevestigen aan de ondergrond. Vanaf 3 parallel te leggen kabels wordt gebruik gemaakt van goten en ladders. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

284 BRANDWERENDE PRESTATIES De leidingen voldoen aan de bepalingen van de basisnormen voor brand, het AREI (in het bijzonder de wijzigingen door het KB van 25/04/2013), en de eisen van de plaatselijke brandweer. Waar nodig worden brandwerende afdichtingen rond leidingen, kokers en kabelbanen voorzien in functie van de brandcompartimenteringen en vereiste brandweerstand. Classificatie brandbestendigheid leidingen volgens NBN C Blanke draden, geleiders en kabels - Algemeenheden - Brandbestendigheid van elektrische kabels en leidingen - Classificatie en beproevingsmethoden voor de classificatie De systemen worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. TREKKEN VAN DRADEN IN KABELBUIZEN Het kabelbuizenstelsel van elke leiding wordt over zijn volledige lengte bevestigd, vooraleer met het trekken van draden en kabels aan te vangen. Het trekken van draden en kabels mag niet worden begonnen, zonder toelating van het bestuur. Het trekken geschiedt met de meeste zorg, ten einde elke beschadiging aan de isolerende omhulling te vermijden. Wanneer de lengte van de leidingen het vereist, geschiedt het trekken van de draden door middel van een speciale trekveer. Bij beschadiging van de draden worden deze volledig vervangen. De draden hebben een voldoende lengte om een reserve van min. 10 cm per draad te behouden, in elke verbindingsdoos, schakelaar of contactdoos, in de verlichtingstoestellen en in de borden. Het uiteinde van de draden dat gediend heeft voor het bevestigen van de trekveer, is als afval te beschouwen. Het wordt afgesneden en mag niet meetellen in voornoemde reserve van 10 cm. Aan ieder uiteinde van een lichtpunt waar geen lichtarmatuur voorzien is, wordt een aansluitblokje geplaatst.. De vrije lengte van de uitstekende stroomdraden bedraagt overal minstens 30 cm. Per ruimte wordt minimum één lichtpunt voorzien van een voorlopige lamphouder met een energiezuinige lamp. Het gebruik van voorbedrade flexibele buizen is toegestaan. Keuring De leidingen worden geplaatst volgens het leidingschema en worden als dusdanig gecontroleerd leidingen ondergrondse kabels FH m Leveren en plaatsen van ondergrondse elektriciteitsleidingen en/of wachtbuizen met inbegrip van alle graafwerken, afdekpannen, waarschuwingslinten, aanvullingen en herstel in de oorspronkelijke toestand van het maaiveld, wegdek, enz. meeteenheid: lm aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) In de grond en/of in ontoegankelijke ondergrondse kokers mogen enkel gewapende kabels conform NBN C , geplaatst worden. De plaatsing gebeurt volgens het AREI art. 187 en leidingen - algemeen. Alle ondergrondse kabel worden geplaatst in een kunststof wachtbuis (Ø50) met trekdraad Voeding van de verlichting van de carports/tuinbergen leidingen inbouw kabelbuizen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie. Inbegrepen in de prijs van de schakelaars, lichtpunten, stopcontacten en aansluitdozen. De buisleidingen bestaan uit stijve gladde of soepele geringde PVC-buizen volgens NBN EN Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

285 De plaatsing gebeurt volgens het AREI en de bepalingen van leidingen - algemeen. Alle inbouwleidingen worden geplaatst in een kabelbuis leidingen opbouw kabelbuizen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van de schakelaars, lichtpunten, stopcontacten en aansluitdozen. Kabelbuizen: stijve gladde PVC-buizen Bevestigingsmiddelen: metalen beugels De plaatsing gebeurt volgens het AREI en de bepalingen van leidingen - algemeen. Alle opbouwkabels worden geplaatst in een beschermende kabelbuis leidingen - wachtbuizen PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Inbegrepen in de prijs van de schakelaars, lichtpunten, stopcontacten en aansluitdozen. Overeenkomstig de aanduidingen op plan en/of in samenspraak met de installateur technieken en/of de nutsmaatschappij, zullen door de installateur elektriciteit de nodige lege kabelbuizen worden aangebracht voor: verwarmingsinstallaties vanaf de CV-ketel tot de plaats waar de thermostaat geplaatst wordt / telefoon, kabeldistributie en/of andere telecommunicatiesystemen / parlofooninstallaties, tussen het deurstation en de binnenposten / Voor regeling en dataverbinding trek- en verbindingsdozen - algemeen trek- en verbindingsdozen - inbouw metselwerk PM Leveren en plaatsen van trek- en verbindingsdozen, inbegrepen: het inslijpen of uitkappen van de ruimte voorzien voor de inbouwdozen in metselwerk; het leveren en plaatsen van alle nodige bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van het te voorziene leidingnet voor schakelaars, stopcontacten, aansluitdozen, De inbouwdozen zijn conform NBN C en zijn geschikt voor de inbouw van alle standaard schakelaars en stopcontacten, volgens de norm NBN C en NBN C Ze dragen het CEBEC keurmerk. Ze zijn vervaardigd uit zelfdovende, vormbestendige kunststof met grote mechanische sterkte. De dozen kunnen eenvoudig horizontaal en/of verticaal gekoppeld worden door samenklikken. De hartafstand van de samengeklikte dozen is, zowel horizontaal als verticaal, aangepast aan de te voorziene afdekramen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

286 De afdekramen bestaan in enkelvoudige, tweevoudige en drievoudige uitvoering (zowel horizontaal als verticaal). Vaste aansluitingen worden afgedekt met een afdekplaatje, voorzien van 1 of meerdere uitbreekpoortjes, bruikbaar als uitgangen voor de geleiders. De dozen gebruikt in vochtige of natte ruimten zijn van het hermetische type met beschermingsgraad IP-55 en zullen met de erin uitkomende buizen een dichte verbinding vormen. De nodige holtes zullen uitgekapt of uitgeslepen worden, volgens de afmetingen van de inbouwdoos. De inbouwdozen zullen vastgezet worden met mortel of met kleefpleister. De trek- en aftakdozen moeten zoveel mogelijk bereikbaar opgesteld worden, ongeacht de bekleding van de wanden trek- en verbindingsdozen - inbouw holle wanden PM Leveren en plaatsen van trek- en verbindingsdozen, inbegrepen: het uitboren of zagen van de nodige ruimte voor de inbouwdozen in holle wanden; het leveren en plaatsen van alle nodige bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van het te voorziene leidingnet voor schakelaars, stopcontacten, aansluitdozen, De inbouwdozen zijn uit zelfdovende, vormbestendige kunststof met grote mechanische sterkte. Alle metalen onderdelen zijn corrosiebestendig. De nodige ruimte voor plaatsing van de inbouwdozen wordt uitgeboord met een klokzaag met geschikte diameter. De doos wordt aan de holle wand bevestigd met beugelklemmen of spanklauwen trek- en verbindingsdozen - inbouw verlaagde plafonds PM Leveren en plaatsen van trek- en verbindingsdozen, inbegrepen: het uitboren of zagen van de nodige ruimte voor de inbouwdozen in plafonds; het leveren en plaatsen van alle nodige bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van het te voorziene leidingnet voor schakelaars, stopcontacten, aansluitdozen, De inbouwdozen zijn geschikt voor inbouw in verlaagde plafonds. Ze zijn in zelfdovende, vormbestendige kunststof met grote mechanische sterkte. Metalen onderdelen zijn corrosiebestendig. De plafondcontactdoos is voorzien van een metalen beugel met moeropening M5 met maximale trekbelasting van 2 kg en een geïsoleerde haak voor de bevestiging van hangende verlichtingstoestellen. De holtes in het plafond worden aangebracht door middel van een klokzaag, aangepast aan de afmetingen van de inbouwdoos. De inbouwdozen worden bevestigd door middel van schroeven, beugelklemmen of spanklauwen trek- en verbindingsdozen - inbouw vloeren PM Leveren en plaatsen van trek- en verbindingsdozen, inbegrepen: het uitboren of zagen van de nodige ruimte voor de inbouwdozen in de vloeren; Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

287 het leveren en plaatsen van alle nodige bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van het te voorziene leidingnet voor schakelaars, stopcontacten, aansluitdozen, De inbouwdozen zijn geschikt voor inbouw onder technische vloeren of voor aansluiting op een verzonken vloergootsysteem. De inbouwdozen bestaan uit een gedeelte dat verzonken gemonteerd wordt en een deksel. Ze zijn in zelfdovende kunststof. De holtes in de vloer worden voorzien, afhankelijk van de afmetingen van de inbouwdoos, en de tegels worden met behulp van een sjabloon uitgesneden, afhankelijk van de afmetingen van de inbouwdoos. De inbouwdozen worden bevestigd door middel van schroeven, beugelklemmen of spanklauwen trek- en verbindingsdozen - opbouw PM Leveren en plaatsen van opbouw trek- en verbindingsdozen, inbegrepen alle nodige bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van het te voorziene leidingnet voor schakelaars, stopcontacten, aansluitdozen, Deze dozen zijn in kunststof, zij zijn aangepast aan de omgeving waarin zij gemonteerd worden wat betreft de sterkte- en isolatieklasse, en zijn voorzien van voldoende kabelingangen. Deze kabelingangen zijn eveneens aangepast aan de gebruiksomgeving. De bevestiging gebeurt door vastschroeven waarbij de doos niet beschadigd wordt, en een voldoende stabiliteit gegarandeerd wordt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

288 71. ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS & CONTACTDOZEN elektriciteit schakelaars & contactdozen - algemeen Materialen Alle schakelaars, stopcontacten, contactdozen, e.a. moeten nieuw zijn en van eenzelfde merk, type en kleur. Van alle schakelmateriaal en contactdozen wordt vooraf een staal ter goedkeuring voorgelegd. Alle schakelmateriaal is ingesloten in een beschermend omhulsel in isolerende kunststof. Voor inbouwmateriaal wordt schakelmateriaal toegepast dat geschikt is om in te bouwen in genormaliseerde inbouwdozen. Deze zijn uitgerust met bevestigingsklauwen of -schroeven in metaal. De aansluitklemmen zijn voorzien van schroeven, bedienbaar aan de voorkant van het apparaat. Om de afdekplaat en bedieningstoets te verwijderen is het gebruik van gereedschap vereist. De afdekplaten moeten onderling uitwisselbaar zijn, ook bij montage in kabelgoten. In vochtige ruimten en voor opbouwmateriaal, wordt enkel materiaal gebruikt dat voldoet aan de beschermingswaarden zoals gereglementeerd in het AREI In wasplaatsen en badkamers mag het gewone spatwaterdichte type gebruikt worden ingeval van inbouwinstallaties. Bij opbouw installaties of in vochtige lokalen zijn zij van het spatwaterdichte type met klapdeksel met minimale beschermingsgraad IP-54, volgens NBN C Beschermingsgraden gegeven door de omhulsels (IP-code). De uitgangen worden voorzien van wartels en rubberringen. De dekselschroeven zijn van een roestbestendig materiaal. Bij gegroepeerde montage moeten de apparaten, zowel schakelaars als stopcontacten, onder eenzelfde afdekplaat gemonteerd worden. Het datatransport en zwakstroomtoepassingen worden onder afzonderlijke dekplaten en in afzonderlijke inbouwdozen geplaatst in overeenstemming met het AREI De apparatuur is daarbij van dezelfde herkomst en vormgeving als het schakelmateriaal voor laagspanningstoepassingen. De inplanting stemt overeen met de aanduidingen op de plannen. Op de plannen worden naast elkaar opgestelde apparaten ook op die manier weergegeven. De veiligheidszones voor het opstellen van schakelaars in badkamers en vochtige ruimten zullen in overeenstemming zijn met de voorschriften van het AREI Algemeen worden volgende afmetingen aangehouden bij de plaatsing van de contactdozen: Verticale afstand t.o.v. referentievlak Horizontale afstand t.o.v. referentievlak Lichtschakelaars 110 cm boven afgewerkte vloerpas 15 cm t.o.v. het deurkozijn (klinkzijde) Stopcontacten plint 30 cm boven afgewerkte vloerpas Loodrecht onder de schakelaars Stopcontacten keuken 110 cm boven afgewerkte vloerpas Minimaal 60 cm van de spoeltafel Als de plaatsing zoals aangegeven op plan hiervan zou afwijken, moet de architect hiervan op de hoogte gesteld worden. Bij twijfel zal steeds voorafgaandelijk navraag gedaan worden bij de architect. Voor inbouwdozen in buitenwanden moet de continuïteit van de luchtdichtheidsschil gegarandeerd worden. Bij wanden in metselwerk wordt de holten op voorhand rondom ingemorteld. Daarna wordt de inbouwdoos vol in de mortel geplaatst. Bij woningen bestemd voor personen met een handicap moet een aan de noden aangepaste opstelling steeds voorafgaandelijk worden besproken in overleg met het Bestuur. De aansluitschema's van de fabrikant worden strikt nageleefd met het oog op een feilloze werking van de installatie stopcontacten - algemeen Levering, plaatsing en aansluiting van alle stopcontacten zoals aangeduid op de plannen en schema s. De kostprijs van het leidingnet (kabelbuizen, stroomdraden en inbouwdozen) is standaard inbegrepen in de eenheidsprijs per stopcontact. Materialen De stopcontacten dragen een CE markering. Zij zijn conform aan de voorschriften van het AREI en de voorschriften van NBN C Contactdozen voor huishoudelijk en gelijkaardig gebruik - Deel 1 : Algemene regels. De gewone stopcontacten zijn tweepolig en aangepast voor een nominale stroomsterkte van respectievelijk 10A / 16A / 20A / 32A. Alle contactdozen, met uitzondering van deze op zeer Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

289 lage veiligheidsspanning, zijn van het type met kinderveiligheid en zijn voorzien van een aardingspen die verbonden is met de beschermingsgeleider van de elektrische leiding. Indien stopcontacten op verschillende spanning gebruikt worden, zullen zij van verschillend model zijn en onverwisselbaar. De stopcontacten zijn standaard van het inbouwtype. De aansluiting van de geleiders gebeurt d.m.v. schroefklemmen. De afdekplaatjes worden bevestigd door middel van een schroef. De inbouwdiepte bedraagt minimum 26 mm. Enkel waar leidingen volgens plan zichtbaar aangelegd zijn (opbouw), in het bijzonder in kelders, garages, zolders,, worden aangepaste opbouwstopcontacten voorzien. De meervoudige stopcontacten zijn ofwel van het verticale type waarbij de contactstoppen onder een hoek van circa 45 kunnen ingestoken worden, ofwel van het horizontale type. In vochtige ruimten wordt enkel materiaal gebruikt dat voldoet aan de beschermingswaarden zoals gereglementeerd in het AREI Wanneer het stopcontact gevoed wordt via een individuele beschermingstransformator (scheidingstransfo) is de uitvoering in overeenstemming met de voorschriften van art. 76 van het AREI Contactdozen gevoed door veiligheidstransformatoren mogen niet geaard worden. De op deze manier gevoede stroombaan mag geen enkel gemeenschappelijk punt hebben met een andere stroombaan. De massa s van de elektrische machines en toestellen, op de stroombaan aangesloten, mogen niet opzettelijk verbonden worden, noch met de aarde noch met de massa s van machines en toestellen, gevoed door andere stroombanen. Per stroombaan moet het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten, in overeenstemming met het AREI beperkt blijven tot 8. De voeding van koelkast en dampkap kunnen bij de gewone stopcontacten worden gerekend. Eventueel zullen de nodige extra stroombanen voorzien worden. Vooraleer de uitvoering te beginnen, vergewist de aannemer zich ervan of geen onverenigbaarheden kunnen ontstaan m.b.t. de opstelling van andere leidingnetten, keukenmeubelen, radiatoren, e.d.. De afdekplaatjes van schakelaars, verbindingsdozen en stopcontacten worden in rechte stand aangebracht, verzorgd aansluitend op de voorziene oppervlakteafwerking stopcontacten - 16A FH st meeteenheid per stuk aard van de overeenkomst, Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: inbouw : binnenstopcontacten opbouw: buitenstopcontacten/ in tuinberging : kunststof Kleur: wit Capaciteit van de klemmen: 3 x 2,5 mm 2 (afhankelijk van de nominale stroomsterkte) Nominale spanning: 230 V. Aantal polen: 2 P + aarding. Alle buitenstopcontacten zijn van het spatwaterdichte type, voorzien van een klapdeksel (beschermingsgraad IP-54) Alle stopcontacten zijn enkelfasig Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

290 aansluitdozen - algemeen aansluitdozen - voeding elektrisch fornuis FH st Levering, plaatsing en aansluiting van de aansluitingsdozen voor elektrische fornuizen, als aangeduid op de plannen. meeteenheid per stuk, inclusief voedingskabel en inbouwdoos. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & De aansluitdozen dragen een CE markering en voldoen aan de norm NBN C Ze zijn vervaardigd uit isolerende harde kunststof, voorzien van de nodige klemmen voor éénfasige of driefasige aansluiting en verzegelbaar d.m.v. minimum twee schroeven. Er wordt een aangepaste voedingskabel voorzien vanaf het verdeelbord tot op de aangeduide plaats in de keuken, minimaal 6 mm2 bij twee actieve geleiders. Opstelling te bepalen, volgens planaanduiding en in coördinatie met rubriek keukenmeubelen - algemeen. Type: contactdoos met stekker Voedingskabel: minimum 3 x 6 mm2 Elektrische aansluiting ovens aansluitdozen - voeding was- & vaatwasmachine FH st Levering, plaatsing en aansluiting van de aansluitingsdozen voor was en vaatwasmachines, zoals aangeduid op de plannen. meeteenheid per stuk, inclusief voedingskabel en inbouwdoos. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & De aansluitdozen en stopcontacten voor de voeding van de wasmachine dragen een CE markering en voldoen aan de norm NBN C Ze zijn vervaardigd uit isolerende harde kunststof, voorzien van de nodige klemmen voor éénfasige of driefasige aansluiting en verzegelbaar d.m.v. minimum twee schroeven. Juiste opstelling te bepalen in samenspraak met de architect Keuken aansluitdozen - voeding HVAC en andere FH st Levering, plaatsing en aansluiting van de aansluitingsdozen voor HVAC, drukverhogingsgroepen, zoals aangeduid op de plannen. Meeteenheid: per stuk, inclusief voedingskabel en inbouwdoos. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & De voeding wordt als volgt aangesloten op het elektrisch net (éénfasig 230V / 50Hz met aarding): De automaten,worden in de algemene verdeelkast aangebracht. De voedingsleidingen worden voorzien tot in nabijheid van het toestel. Automaten: aangepast aan het vermogen van het toestel. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

291 Alle installatiemateriaal is CEBEC-gekeurd. De aders van de voedingsleidingen hebben een sectie van 2,5 mm2 voor voeding en 1,5 mm2 voor sturing. Ongeacht het type sturing wordt steeds een buis met minstens 3 geleiders voorzien. De elektrische installaties worden uitgevoerd conform het AREI en in coördinatie met artikel algemeen - voeding & aansluiting. De installatie wordt pas opgeleverd na aflevering aan het Bestuur van een keuringsattest zonder opmerkingen opgemaakt door een erkend controleorganisme. Ventilatie, regenwaterpomp, ketel, zonneboiler schakelaars - algemeen Levering, plaatsing en aansluiting van alle schakelaars, in overeenstemming met hun functie (wissel, kruis,...), zoals aangeduid met symbolen (en eventuele maten) op de plannen en schema s. De kostprijs van het leidingnet (kabelbuizen, stroomdraden en inbouwdozen) is inbegrepen in de eenheidsprijs per schakelaar. Materialen De tuimelschakelaars, drukknoppen en verklikkerlichten zijn CE gekeurd, voldoen aan de voorschriften van het AREI (art. 250) en beantwoorden aan NBN C Materieel voor huishoudelijke installaties en dergelijke - Voorschriften voor schakelaars voor vaste elektrische installaties voor huishoudelijk en aanverwant gebruik, NBN EN Schakelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik in vaste elektrische installaties - Deel 1 : Algemene eisen - en/of NBN EN Schakelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik in vaste elektrische installaties - Deel 2-1 : Bijzondere eisen - Elektronische schakelaars. Van alle voorziene types schakelaars wordt vooraf een model ter goedkeuring voorgelegd. De schakelaars zijn van het type 10 A bij 250 V en zijn spatwaterdicht. Bij de tuimelschakelaars, van het type grote bedieningswip, kan de bedieningstoets alleen verwijderd worden met behulp van gereedschap. Waar verschillende schakelaars van op één punt bediend worden, worden zij in samenspraak met de ontwerper verticaal of horizontaal t.o.v. elkaar opgesteld, gebruik makend van aangepaste afdekplaatjes, waar vereist kan er gebruik worden gemaakt van halve schakelaars. In huishoudelijke installaties wordt het gebruik van enkelpolige schakelaars toegelaten voor stroombanen met twee actieve geleiders voor de voeding van verlichtingstoestellen en hulpstroombanen, voor zover het vaste aansluitingen betreft waarbij een nominale stroom van 16 A niet wordt overschreden. De wipschakelaars zijn van het inbouwtype. De aansluiting van de geleiders geschiedt d.m.v. schroefklemmen. De afdekplaatjes worden onzichtbaar bevestigd door middel van een schroef. De inbouwdiepte bedraagt minimum 26 mm. Waar leidingen in opbouw geplaatst worden, als eventueel in kelders, garages, zolders,, worden aangepaste opbouwschakelaars voorzien. Indien het gebruik van drukknoppen met permanent lampje is voorgeschreven, moeten deze aangesloten worden op een driedraadsleiding waarvan één fasegeleider rechtstreeks aan het controlelampje aangelegd wordt. Lichtpunten waarbij de bediening voorzien is vanuit meer dan 3 plaatsen, kunnen door teleruptoren (relaisschakeling) worden bediend. Alle schakelaars opgesteld buiten het te verlichten lokaal (badkamer, toilet, bergingen, garage, ) worden standaard voorzien van een ingebouwd verklikkerlampje. Per installatie worden minstens twee afzonderlijke stroombanen voor de verlichting voorzien. Bij onderbreking van een stroombaan mogen niet alle lichtpunten van een verdiep onderbroken worden. De aannemer elektriciteit zal zich, ongeacht de uitvoeringsplannen, steeds vergewissen van de juiste opstelling van de schakelaars t.o.v. de draairichting van de deuren schakelaars - enkelpolig FH st Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

292 meeteenheid: per stuk, kostprijs van het leidingnet (kabelbuizen, stroomdraden en inbouwdozen) is inbegrepen in de eenheidsprijs per schakelaar. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De enkelpolige schakelaar onderbreekt slechts één fasegeleider. Kleur: wit, afdekplaatjes in dezelfde kleur als het toestel (kleur en model stemmen overeen met de andere schakelapparaten) Volgende schakelaars worden voorzien van een ingebouwd getuigenlampje (LED), waardoor aangegeven wordt of de schakelaar aan- of uitgeschakeld is: schakelaar buitenverlichting (terras), de verlichting die gestuurd wordt via bewegingsdetectie wordt niet voorzien van een getuigenlampje Schakelaars schakelaars - dubbelpolig FH st De tweepolige schakelaars onderbreken gelijktijdig beide fasegeleiders. Kleur: wit, afdekplaatjes in dezelfde kleur als het toestel (kleur en type stemmen overeen met de andere schakelapparaten) Volgende schakelaars worden voorzien van een ingebouwd getuigenlampje (LED), waardoor aangegeven wordt of de schakelaar aan- of uitgeschakeld is: schakelaar buitenverlichting (terras), de verlichting die gestuurd wordt via bewegingsdetectie wordt niet voorzien van een getuigenlampje Schakelaars natte ruimten en buitenverlichting schakelaars - wissel FH st meeteenheid: per stuk, kostprijs van het leidingnet (kabelbuizen, stroomdraden en inbouwdozen) is inbegrepen in de eenheidsprijs per schakelaar. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Wisselschakelaars worden gebruikt voor de bediening van één of meer parallelgeschakelde lichtpunten van op twee plaatsen. Kleur: wit, afdekplaatjes in dezelfde kleur als het toestel (kleur en type stemmen overeen met de andere schakelapparaten). Waar de verlichting door 2 of meer schakelaars wordt bediend Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

293 72. ELEKTRICITEIT LICHTARMATUREN elektriciteit lichtarmaturen - algemeen Levering, plaatsing en aansluiting van de verlichtingsarmaturen, inclusief de bijhorende spaar-, fluorescentie-, halogeen-, of led-lampen. Materialen De toestellen zijn volledig nieuw en dragen het CEBEC keurmerk. Van ieder type toestel wordt een exemplaar ter goedkeuring voorgelegd, met vermelding van de technische goedkeuring, lichtspecificaties, en de juiste afmetingen. Het bestuur houdt zich het recht voor meer dan één model ter keuze te eisen. De toestellen en hun inbouwdozen en bevestigingen zijn van die aard dat ze verenigbaar zijn met de plafondafwerking waarin zij worden geplaatst. Zij zijn ontworpen om te kunnen worden opgebouwd / ingebouwd zonder enige vorm van schade te veroorzaken aan de plafonds (door oververhitting, ). In de armaturen zijn de nodige klemmen voorzien voor aansluiting op de stroomkring en eventuele aardgeleider. De vereiste beschermingsgraden van de armaturen volgens NBN C stemmen minimaal overeen met de eisen van het AREI De lampen voldoen aan volgende eisen: Energielabel Minimale Vervanging van Plaatsing van de levensduur Type lamp de lamp in lamp in nieuwe van de lamp bestaande armatuur (in uur) armatuur FLUORESCENTIELAMPEN Compacte fluorescentielampen (spaarlamp) zonder ingebouwd voorschakelapparaat met of zonder reflector en met ingebouwd voorschakelapparaat klasse B of beter alle overige klasse A of beter Buisvormige fluorescentielampen (TL-lamp) T8 in miniatuurformaat van 15 W klasse A of beter klasse B of beter alle overige klasse A of beter HALOGEENLAMPEN klasse C of beter klasse B of beter 2000 ALLE ANDERE LAMPEN DIE NIET ONDER ÉÉN VAN BOVENSTAANDE CATEGORIEËN VALLEN, WAARONDER: HID-lampen LED-lampen niet-gericht gericht 9000 retro-fit met ingebouwd klasse A of beter klasse A of beter controlesysteem overige Het kwikgehalte van fluorescentielampen voldoet aan volgende tabel: Type fluorescentielamp Compacte fluorescentielampen (spaarlampen) Buisvormige fluorescentielampen (TL-lamp) van minder dan 30 W Van 30 W en meer T5 T8 met een levensduur < uur met een levensduur uur Maximaal kwikgehalte per lamp 2,5 mg 3 mg 2,5 mg 4 mg < 70 W met een levensduur < uur 3,5 mg van 70 W of meer met een levensduur uur 5 mg Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

294 De opstelling van de toestellen stemt overeen met de aanduidingen op plan en wordt ter plaatse met de architect besproken. Van elk type toestel wordt een modelopstelling gemaakt in overleg met de ontwerper. Bij wandmontage en rechtstreekse plafondmontage worden de toestellen stevig bevestigd in de wand of het plafond. De ophanging van de toestellen zal onder geen beding verzekerd worden door ophanging aan de geleiders. Inbouwtoestellen zijn afgesteld op het type verlaagd plafond. Zwaardere toestellen in verlaagde plafonds worden, onafhankelijk van de verlaagde plafondstructuur, door middel van bevestigingshaken of draagkettingen bevestigd aan de bovenliggende draagstructuur. De plaatsing van de inbouwtoestellen zal gebeuren in coördinatie met de aannemer verlaagd plafond. Risico s op plaatselijke oververhitting moeten voorkomen worden d.m.v. een aangepaste brandwerende isolatie. De plaatsing gebeurt conform NBN EN Verlichtingstoestellen - Deel 2-2 : Bijzondere regels Inbouwarmaturen. Alle verlichtingstoestellen, met uitzondering van deze met veiligheidsklasse II en III, zullen verbonden worden met de aardverbinding d.m.v. een geleider evenwaardig in doorsnede en geplaatst in dezelfde buis of kabel als de voedingsdraden. Voor de oplevering worden de toestellen van hun eventuele bescherming ontdaan en grondig gereinigd en hun goede werking getest binnenarmaturen E27 - algemeen FH st Binnenarmaturen met een standaard E-27 schroeflampvoet volgens NBN EN Lamphouders met Edisonschroefdraad. Zij zijn in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant geschikt voor spaar-, fluorescentie-, halogeen- of LED-lampen met een E-27 fitting. Materialen Alle toestellen zijn uitgerust met een aansluitblokje, hittebestendige bedrading en een lamphouder in porselein of hittebestendig kunststof. De toestellen worden steeds geleverd met inbegrip van de bijhorende lampen. De voedingsdraden moeten vanaf de aansluiting met de lamphouders tot +/- 15 cm in de buis voorzien worden van hittebestendige kousen (gaines) binnenarmaturen E27 fitting met spaarlamp FH st meeteenheid: per stuk, opgesplitsts volgens aard meetcode: de bijhorende lampen en eventuele recyclagebijdrage zijn inbegrepen in de opgegeven eenheidsprijs van de toestellen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Fitting voorzien van een transparante lenskap met soepele dichtingsring. Zij hebben een sobere moderne eenvoudige vormgeving en zijn geschikt voor bevestiging tegen het plafond en/of de wand. De lenskap kan zonder gereedschap verwijderd worden voor lampvervanging. Model ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Type: fitting voet: hoogwaardig kunststof Geschikt voor A-label lampen Vermogen: 60 W Vorm behuizing: rond Kleur behuizing: wit Beschermingsgraad: minimaal IP-21 (zone III) / IP-44 (zone II) / IP-45 (zone I) (volgens NBN C ) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

295 De fitting wordt stevig gemonteerd d.m.v. pluggen of ingewerkte klos. Lichtpunten aangeduid op de plannen binnenarmaturen TL - algemeen Materialen De TL-armaturen zijn conform NBN EN De toestellen zijn geschikt voor T8 of T5 lampen, overeenkomstige lampvoet G13 of G5, en standaard voorzien van een elektronisch voorschakelapparaat en lampen; De lampen zijn knipper- en flikkervrij. Defecte lampen moeten automatisch doven. Na vervanging lamp moet automatisch herstart worden. Ontstekingstijd: minder dan 1 seconde De montage van de elektronische voorschakelapparatuur en alle bijhorigheden moet zodanig zijn dat deze ruisarm werken. De toestellen zijn radio-ontstoord. De TL-lampen hebben een kleurtemperatuur van circa 4000K, energielabel A binnenarmaturen TL - meterlokaal FH st meeteenheid: per stuk, opgesplitsts volgens aard meetcode: de bijhorende lampen en recyclagebijdrage zijn inbegrepen in de prijs van de toestellen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Hermetische opbouwarmaturen voor buisvormige TL lamp(-en) T5, met geïntegreerde elektronische voorschakelapparatuur. De behuizing bestaat uit hoogwaardig kunststof of gemoffelde staalband. Het geheel omvat de elektronische voorschakelapparatuur, aansluitblok voor de elektrische bedrading, en twee snelkoppelingen voor de bevestiging. De unit is hittebestendig bedraad. Model ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Vermogen: 2x28W TL-5 Behuizing: kunststof Lens: opaal polycarbonaat Beschermingsgraad: minimum IP-65 Bijgeleverde lamp: type TL, kleurtemperatuur K, Meterlokaal blok C buitenarmaturen - algemeen buitenarmatuur - terras FH st Levering en plaatsing van armaturen voor toepassing in buitenomstandigheden (als bij inkomdeuren, terrassen, circulatiezones..., inclusief de lampen. meeteenheid: per stuk en per type aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen Wand- of plafondarmaturen, met een sobere moderne vormgeving, geleverd met een aan het lamptype aangepaste lenskap. Ze zijn minimaal voorzien van spatwaterdichte kabeldoorgangen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

296 Het Bestuur houdt zich het recht voor meer dan één model ter keuze te eisen. Lamptype: TL (bij voorkeur LED) Voeding: 230V Vermogen: 15W Wandmodel Een model wordt voorgelegd aan de bouwheer en architect Beschermingsgraad: minstens IP-44 (volgens NBN C ) Bevestiging: volgens de onderrichtingen van de fabrikant, Er wordt gebruik gemaakt van aangepa ste roestvrije bouten of schroeven (RVS). Locatie en plaatsingshoogte: volgens aanduiding op plan en in overleg met het bestuur. Buitenverlichting terras Afbeelding ten informatieve titel buitenarmaturen inkom FH st Levering en plaatsing van armaturen voor toepassing in buitenomstandigheden (als bij inkomdeuren, terrassen, circulatiezones..., inclusief de lampen. meeteenheid: per stuk en per type aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen Wand- of plafondarmaturen, met een sobere moderne vormgeving, geleverd met een aan het lamptype aangepaste lenskap. Ze zijn minimaal voorzien van spatwaterdichte kabeldoorgangen. Het Bestuur houdt zich het recht voor meer dan één model ter keuze te eisen. Lamptype: TL (bij voorkeur LED) Voeding: 230V Vermogen: 15W Wandmodel Een model wordt voorgelegd aan de bouwheer en architect Beschermingsgraad: IP-55(volgens NBN C ) Aanvullende specificaties Afbeelding ten Buitenverlichting inkom geleverd met bewegingsschakelaar informatieve titel Passief-infrarood-bewegingsdetector samengesteld uit o.a. een infrarood-detector, een schemersensor, een timer, een vermogensdeel met voeding en relais. De buitendetector wordt aan de schakelaar verbonden d.m.v. een geschikte kabel voor laagspanning, aangebracht in een buisleiding. Timer: mechanisch of elektronisch instelbaar van circa 10 sec tot 10 min. Lichtgevoeligheid: instelbaar van +/- 10 tot lux Detectiehoek en -bereik: instelbaar tot minimum 10 meter, onder een hoek van 180, in twee vlakken regelbaar, horizontaal: ca 180, verticaal: ca 60 Schakelvertraging: minimum instelbaar van +/- 10 sec tot 15 min Vermogen relais: W bij 230V Bevestiging: volgens de onderrichtingen van de fabrikant, Er wordt gebruik gemaakt van aangepaste roestvrije bouten of schroeven (RVS). Locatie en plaatsingshoogte: volgens aanduiding op plan en in overleg met het bestuur. Buitenverlichting inkom Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

297 buitenarmaturen carport FH st Levering en plaatsing van armaturen voor toepassing in buitenomstandigheden (als bij inkomdeuren, terrassen, circulatiezones..., inclusief de lampen. meeteenheid: per stuk en per type aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen Wand- of plafondarmaturen, met een sobere moderne vormgeving, geleverd met een aan het lamptype aangepaste lenskap. Ze zijn minimaal voorzien van spatwaterdichte kabeldoorgangen. Het Bestuur houdt zich het recht voor meer dan één model ter keuze te eisen. Lamptype: LED Voeding: 230V Vermogen: 18W Plafondarmatuur Een model wordt voorgelegd aan de bouwheer en architect Beschermingsgraad: IP-65(volgens NBN C ) Aanvullende specificaties Afbeelding ten Buitenverlichting carport geleverd met bewegingsschakelaar informatieve titel Passief-infrarood-bewegingsdetector samengesteld uit o.a. een infrarood-detector, een schemersensor, een timer, een vermogensdeel met voeding en relais. De buitendetector wordt aan de schakelaar verbonden d.m.v. een geschikte kabel voor laagspanning, aangebracht in een buisleiding. Timer: mechanisch of elektronisch instelbaar van circa 10 sec tot 10 min. Lichtgevoeligheid: instelbaar van +/- 10 tot lux Detectiehoek en -bereik: instelbaar tot minimum 10 meter, onder een hoek van 180, in twee vlakken regelbaar, horizontaal: ca 180, verticaal: ca 60 Schakelvertraging: minimum instelbaar van +/- 10 sec tot 15 min Vermogen relais: W bij 230V Bevestiging: volgens de onderrichtingen van de fabrikant, Er wordt gebruik gemaakt van aangepaste roestvrije bouten of schroeven (RVS). Locatie en plaatsingshoogte: volgens aanduiding op plan en in overleg met het bestuur. Buitenverlichting inkom Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

298 73. ELEKTRICITEIT BEL elektriciteit bel - algemeen individuele belinstallaties - algemeen De individuele belinstallaties omvatten de volledige beluitrusting van eengezinswoningen. Per woning standaard te voorzien: één huisbel, drukknop, transfo opgesteld in de verdeelkast of ingebouwd in de bel, en de nodige bedrading. Materialen Alle materialen dragen het CE-merk.Materialen en uitvoeringsdetails voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. De belinstallatie is opgevat als een afzonderlijke stroomketen op laagspanning. De aansluitschema's van fabrikant worden strikt opgevolgd tot een feilloze werking en afregeling van de installatie individuele belinstallaties - huisbel FH st meeteenheid: per stuk ( = per woongelegenheid) aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Huisbel, gevoed op een zeer lage spanning met afzonderlijke stroombaan. Deze stroombaan is aangesloten op een veiligheidstransformator (primaire spanning 230 V, secundaire spanning 8 of 12 V). De toestellen zijn radio-ontstoord. De huisbel is combineerbaar met een verlichte drukknop. Signaal: ding-dong Werkspanning: 12 V Geluidsproductie: minimum 70 db (gemeten op 1 m afstand) Behuizing: gevat in witte kunststof Opstelling volgens aanduiding op plan en in samenspraak met de ontwerper individuele belinstallaties - beldrukknop PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de kostprijs van de huisbel. Het betreft universele beldrukknoppen geschikt voor spanningen tot 48 V. Type: opbouw Model ter goedkeuring voorleggen aan architect en bouwheer Beschermingsgraad: IP-44 (plensdicht) Te voorzien van een naamplaat houder, met kunststoflens. Te voorzien van een ingebouwde permanente verlichting op zeer lage spanning (geen batterij). Behoudens specifieke aanwijzingen op plan worden de belknoppen op een hoogte van circa 160 cm en maximum 20 cm naast de deur geplaatst. Buitendrukknop voor woningen: te voorzien aan de inkomdeuren Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

299 Binnendrukknop voor appartementen: te voorzien aan de inkomdeuren van de appartementen individuele belinstallaties - beltransfo PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de kostprijs van de huisbel. Een beltransformator met aangepast vermogen wordt gemonteerd in de verdeelkast of is ingebouwd in de bel zelf. De beltransfo beantwoordt aan NBN EN , heeft een stofdichte, gegoten of ultrasoon gelaste behuizing en is bromvrij. De beltransformatoren zijn van het kortsluitvaste veiligheidstype, met ingebouwde zelfherstellende beveilliging. Type: modulaire veiligheidstransfo (DIN-rail montage) Vermogen: 12 V-6A Per verdeelkast individuele belinstallaties - bedrading PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de kostprijs van de huisbel. De leidingen worden zoveel mogelijk in buizen gelegd. Het trekken van draden van de belinstallatie in de buizen van andere geleiders is verboden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

300 74. ELEKTRICITEIT TELECOM & DOMOTICA elektriciteit telecom & domotica - algemeen kabeldistributie - algemeen Levering en plaatsing van de bekabeling en contactdozen voor kabeldistributie. De definitieve aansluitingen zijn ten laste van de huurder of koper en vallen buiten de omvang van de aanneming. Materialen De contactdozen zijn uitsluitend bestemd voor zwakstroomtoepassingen zoals telefoonaansluiting, TV- & radiodistributie, internet, e.d.. Voor de respectievelijke aansluitingen worden inbouwcontactdozen met afdekplaatje voorzien van hetzelfde merk en type als de elektrische schakelaars en stopcontacten. De inbouwcontactdozen worden bevestigd in de inbouwdozen met schroef- of klauwbevestiging. De installateur zal voorafgaandelijk contact opnemen met de kabelmaatschappij om de installatie volgens hun richtlijnen te plaatsen. Alle wijzigingen die moeten uitgevoerd worden in opdracht van de televisiemaatschappij, omdat de installatie niet voldoet aan hun voorschriften, vallen volledig ten laste van de inschrijver. De installateur gaat na waar het dichtstbijzijnde distributiepunt van de kabelmaatschappij zich bevindt in de straat en voorziet een aftakkabel met voldoende lengte uit één stuk vanaf dit distributiepunt tot aan de aftakdoos (bij appartementsgebouwen) of tot aan de basisopstelling (bij individuele wooneenheden) in het gebouw. Op privaat domein wordt de (ondergrondse) aansluitkabel over zijn volledige lengte in een PVC buis met voldoende doorsnede geplaatst door de installateur en dit op een diepte van min. 60 cm. De graafwerken zijn tevens ten laste van de installateur. Te allen tijde moet de aansluitkabel uit deze buis kunnen verwijderd worden. De kabel mag niet gedeukt, niet geplooid of op enige andere wijze beschadigd worden. De kabel moet aan beide uiteinden waterdicht afgesloten worden. De rest van de kabel laat de installateur liggen aan de rooilijn. Op het openbaar domein zorgt de kabelmaatschappij voor de plaatsing van de resterende kabel. De kabelmaatschappij doet hiervoor ook de graafwerken op het openbare domein en zorgt voor de aansluiting op het kabelnetwerk in de straat, door de aftakkabel aan het distributiepunt te koppelen. Onmiddellijk bij het binnenkomen van de nutsleiding in het gebouw wordt er op een bereikbare plaats een aftakdoos (opbouw) voorzien. Deze plaats mag niet vochtig zijn. De binnenopstelling bestaat uit een basisopstelling en binnenbekabeling. De basisopstelling van de telecom-maatschappij wordt steeds in een afgesloten/private ruimte geplaatst. Bij woningen wordt deze aansluiting voorzien bij de aftakdoos. Bij appartementsgebouwen wordt er een kabel getrokken vanaf de plaats waar de aftakkabel het gebouw binnenkomt tot aan de ruimte waar de basisopstelling moet komen. Deze kabel moet ook voorzien worden door de installateur. De basisopstelling wordt voor elke individuele gebruiker apart geplaatst. Bij appartementsgebouwen mogen zich in het lokaal, waar een eventuele verdeler (ingeval van meervoudige aansluitingen per gebouw) geplaatst wordt, geen gastellers bevinden. Een afstand van 3 meter wordt bewaard tussen de telecom-installatie en gebeurlijke hoogspanninginstallaties. Vanaf de basisopstelling tot aan ieder aansluitpunt wordt een kunststof (wacht-)buis van 3/4" voorgekableerd met coaxkabel / voorzien. De diepte en uitvoeringswijze zijn conform de richtlijnen van de telecommaatschappij en de voorschriften van artikel leidingen - algemeen. Per aangeduide (televisie-) aansluiting wordt een inbouwdoos gemonteerd, type afhankelijk van de gekozen televisiekabel. De situering van de inbouwdozen is volgens woningtype op de plannen aangeduid. Indien de plaats niet aangeduid is op de plannen wordt de aansluiting voorzien in de leefruimte en/of op de plaats aangeduid door de architect. De kabeldistributie installatie moet gescheiden blijven van het elektriciteitsnet, zowel buizen als aftakdozen, als wanddozen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

301 kabeldistributie buitenbekabeling GP aard van de overeenkomst: Globale prijs (GP) De gebruikte bekabeling beantwoordt aan de respectievelijke eisen van de kabelmaatschappij of netbeheerder. De kabel moet geschikt zijn voor buitenshuis. Kabelmaatschappij: Telenet Type kabel: bepaald door telecomaatschappij De aansluiting ter hoogte van de hoofdaansluitdoos gebeurt door: de telecom-maatschappij. De kabel vanaf het distributiepunt in de straat tot aan het overnamepunt/aftakpunt in het gebouw (berging) kabeldistributie basis aansluitpunt FH st meeteenheid: stuk, per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Telecommaatschappij: Telenet Type: inbouw Contactdozen: coaxaansluiting Kleur: wit Voorgekableerde wachtbuizen De basisaansluiting komt toe in de berging kabeldistributie extra aansluitpunt FH st meeteenheid: stuk, per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) kabeldistributie - binnenbekabeling PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van de te voorziene aansluitpunten. De gebruikte bekabeling beantwoordt aan de respectievelijke eisen van de kabelmaatschappij of netbeheerder. De kabel moet geschikt zijn voor binnenshuis. Telecommaatschappij: Telenet Type: coaxkabel Voorgekableerde wachtbuizen van hoofdaansluitpunt in de wooneenheid tot aan iedere contactdoos waar een televisieaansluiting voorzien wordt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

302 netwerkbekabeling algemeen Levering en plaatsing van de bekabeling en contactdozen voor de installatie van een communicatienetwerk. De definitieve aansluitingen zijn ten laste van de huurder of koper en vallen buiten de omvang van de aanneming. meeteenheid: stuk, per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen De contactdozen zijn uitsluitend bestemd voor zwakstroomtoepassingen zoals telefoonaansluiting, TV- &radiodistributie, internet, e.d.. Voor de respectievelijke aansluitingen worden inbouwcontactdozen met afdekplaatje voorzien van hetzelfde merk en type als de elektrische schakelaars en stopcontacten. De inbouwcontactdozen worden bevestigd in de inbouwdozen met schroef- of klauwbevestiging. De installateur zal voorafgaandelijk contact opnemen met de telecommaatschappij om de installatie volgens hun richtlijnen te plaatsen. Alle wijzigingen die moeten uitgevoerd worden in opdracht van de telecommaatschappij, omdat de installatie niet voldoet aan hun voorschriften, vallen volledig ten laste van de inschrijver. De installateur gaat na waar het dichtstbijzijnde distributiepunt van de telecom-maatschappij zich bevindt in de straat en voorziet een aftakkabel met voldoende lengte uit één stuk vanaf dit distributiepunt tot aan de aftakdoos (bij appartementsgebouwen) of tot aan de basisopstelling (bij individuele wooneenheden) in het gebouw. Op privaat domein wordt de (ondergrondse) aansluitkabel over zijn volledige lengte in een PVC buis met voldoende doorsnede geplaatst door de installateur en dit op een diepte van min. 60 cm. De graafwerken zijn tevens ten laste van de installateur. Te allen tijde moet de aansluitkabel uit deze buis kunnen verwijderd worden. De kabel mag niet gedeukt, niet geplooid of op enige andere wijze beschadigd worden. De kabel moet aan beide uiteinden waterdicht afgesloten worden. De rest van de kabel laat de installateur liggen aan de rooilijn. Op het openbaar domein zorgt de telecom-maatschappij voor de plaatsing van de resterende kabel. De telecom-maatschappij doet hiervoor ook de graafwerken op het openbare domein en zorgt voor de aansluiting op het kabelnetwerk in de straat, door de aftakkabel aan het distributiepunt te koppelen. Onmiddellijk bij het binnenkomen van de nutsleiding in het gebouw wordt er op een bereikbare plaats een aftakdoos (opbouw) voorzien. Deze plaats mag niet vochtig zijn. De binnenopstelling bestaat uit een basisopstelling en binnenbekabeling. De basisopstelling van de telecom-maatschappij wordt steeds in een afgesloten/private ruimte geplaatst. Bij woningen wordt deze aansluiting voorzien bij de aftakdoos. Bij appartementsgebouwen wordt er een kabel getrokken vanaf de plaats waar de aftakkabel het gebouw binnenkomt tot aan de ruimte waar de basisopstelling moet komen. Deze kabel moet ook voorzien worden door de installateur. De basisopstelling wordt voor elke individuele gebruiker apart geplaatst. Bij appartementsgebouwen mogen zich in het lokaal, waar een eventuele verdeler (ingeval van meervoudige aansluitingen per gebouw) geplaatst wordt, geen gastellers bevinden. Een afstand van 3 meter wordt bewaard tussen de telecom-installatie en gebeurlijke hoogspanninginstallaties. Vanaf de basisopstelling tot aan ieder aansluitpunt wordt een kunststof (wacht-)buis van 3/4" voorgekableerd met coaxkabel / voorzien. De diepte en uitvoeringswijze zijn conform de richtlijnen van de telecommaatschappij en de voorschriften van artikel leidingen - algemeen. Per aangeduide (internet-) aansluiting wordt een inbouwdoos gemonteerd, type afhankelijk van de gekozen netwerkkabel. De situering van de inbouwdozen is volgens woningtype op de plannen aangeduid. Indien de plaats niet aangeduid is op de plannen wordt de aansluiting voorzien in de leefruimte en/of op de plaats aangeduid door de architect netwerkbekabeling buitenbekabeling GP aard van de overeenkomst: Globale prijs (GP) Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

303 De gebruikte bekabeling beantwoordt aan de respectievelijke eisen van de telecommaatschappij of netbeheerder. De kabel moet geschikt zijn voor buitenshuis. Telecommaatschappij: Proximus Type kabel: volgens telecommaatschappij De aansluiting ter hoogte van de hoofdaansluitdoos gebeurt door: de telecom-maatschappij. De kabel vanaf het distributiepunt in de straat tot aan het overnamepunt/aftakpunt in het gebouw (berging) netwerkbekabeling basis aansluitpunt FH st meeteenheid: stuk, per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Type: inbouw Contactdozen: UTP-aansluiting RJ45 wandcontactdoos Kleur: wit Voorgekableerde wachtbuizen netwerkbekabeling extra aansluitpunt FH st meeteenheid: stuk, per aansluiting aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) netwerkbekabeling - binnenbekabeling PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM) Standaard inbegrepen in de prijs van de te voorziene aansluitpunten. De gebruikte bekabeling beantwoordt aan de respectievelijke eisen van de telecommaatschappij of netbeheerder. De kabel moet geschikt zijn voor binnenshuis. Telecommaatschappij: Proximus Type: UTP CAT6 Voorgekableerde wachtbuizen van hoofdaansluitpunt in de wooneenheid (vb. berging appartement) tot aan iedere contactdoos waar een internetverbinding voorzien wordt. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

304 77. BRANDDETECTIE & ALARMSYSTEMEN branddetectie & alarmsystemen - algemeen Alle werken en leveringen voor de realisatie van een bedrijfsklare brandmeldingsinstallatie. De uitvoering gebeurt in coördinatie met hoofdstuk 67. & Functionele vereisten: een meld- en alarminstallatie beslaat alle ruimten van het gebouw, behalve de door de overheid toegestane uitzonderingen (Koninklijk besluit van en wijzigingen) en de bepalingen van de brandweer. Wanneer meerdere gebouwen op hetzelfde perceel een functioneel geheel vormen, dienen zij als een geheel beschouwd te worden voor de meld- en alarminstallatie. Keuring De installatie wordt ontworpen en geïnstalleerd door een bevoegd bedrijf volgens de regels van goed vakmanschap. Een certificering van het bedrijf door een terzake geaccrediteerde instelling (zoals BVVB-ANPI of BOSEC) geldt als een bewijs van bevoegdheid en wordt bij installaties met automatische brandmelders verplicht gesteld. De installatie zal bij oplevering nagezien worden op conformiteit en goede werking onder toezicht van een geaccrediteerde certificatie-instelling (zoals BVVB-ANPI). Systeem en attesten ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur brandmelding - algemeen brandmelding - autonome rookmelders FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) & De keuze en plaatsing van autonome rookmelders is conform het Decreet van 1 juni 2012 en volgens de richtlijnen van Wonen Vlaanderen. Optische rookmelder conform NBN EN CE-gekeurd. BOSEC-gekeurd of gelijkwaardig. Elke bouwlaag wordt uitgerust met minstens één rookmelder volgens de richtlijnen van de fabrikant en Wonen Vlaanderen. Rookmelders steeds geplaatst in de bergingen in de nachthallen Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

305 80. BINNENSCHILDERWERKEN schilderwerken algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene schilderwerken binnen het gebouw, tot een zuiver afgewerkt en afgelijnd geheel. De werken omvatten: de plaatsing van de nodige stellingen of ladders en alle gereedschap om een veilige en efficiënte uitvoering mogelijk te maken; het stofvrij maken van de lokalen, waarin geschilderd wordt; het nemen van alle voorzorgsmaatregelen om beschadigingen van het gebouw en de eventuele inboedel te voorkomen (het beschermen van alle niet te schilderen delen d.m.v. dekzeilen, afplakken,, het demonteren en terugplaatsen van dekplaatjes van elektrische schakelaars, krukken en slotplaatjes voor ramen en deuren, ); het eventueel voorafgaandelijk wegnemen van bestaande bekledingen die het aanbrengen van nieuwe verflagen zouden kunnen bemoeilijken; het eventueel slecht functioneren van draai- en sluitwerk door verflagen ongedaan maken, e.d.; het nazicht en geschikt maken van de ondergrond, d.w.z. het bijwerken van onvolkomenheden, zoals oneffenheden of krassen, het ontstoffen (afborstelen, afwassen) en ontvetten van de te schilderen oppervlakken; het zorgvuldig afkitten van openstaande voegen, e.d.; het voorafgaandelijk aanbrengen van de gevraagde kleurstalen; het zorgvuldig aanbrengen van alle in het bestek of door de fabrikant voorgeschreven hecht-, grond-, dek- en/of vernislagen, ; het voorzichtig verwijderen van afplakstroken, het reinigen van gebeurlijke vlekken of spatten, het verwijderen van alle afval voortkomend van de werken, ; de bescherming van het aangebrachte schilderwerk tot bij de voorlopige oplevering en het eventueel zorgvuldig aanbrengen van kleine 'retouches'. ALGEMEEN Volgende normen zijn van toepassing: Solventrichtlijn (2004/42/EG) REACH, EU-richtlijn 1907/2006 EG Gevaarlijke stoffen richtlijn 67/548/EEC Richtlijn 2001/59/EG Preparaten richtlijn 1999/548/EC NBN EN 13300: Verven en vernissen - Watergedragen verf en verfsystemen voor wanden en plafonds binnen Indeling NBN EN ISO 4618 : Verven en vernissen - Termen en definities MATERIAALKEUZE Alle gebruikte materialen en producten zijn geschikt voor de beoogde toepassing en zijn onderling en met de staat van de ondergrond verenigbaar. De verantwoordelijkheid van de aannemer wordt door het voorschrijven van samenstellingen of formules geenszins verminderd, ze blijft volledig bestaan. De aannemerschilder moet dan ook alle nodige voorzieningen treffen ter voorkoming van reacties, haarscheuren, enz., ten gevolge van het contact van de verven onderling en/of met de drager. Gepigmenteerde verfproducten voor gekleurde deklagen moeten steeds fabrieksmatig gedoseerd en gemengd worden. De architect mag steeds de kwaliteit van de gebruikte materialen laten nagaan. LEVERING OPSLAG De verf -en behandelingsproducten worden aangevoerd in oorspronkelijke en gesloten recipiënten, die voorzien zijn van de nodige etiketten, met duidelijke vermelding van de naam van de fabrikant, de naam van het product, de samenstelling, houdbaarheidsdatum, gebruiksaanwijzing en eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. Na uitvoering van de werken wordt minimum twee liter per aangebrachte kleur kosteloos aan de bouwheer gegeven. KLEURTINTEN- EN PROEFSTALEN Er kunnen voor gelijkaardige constructiedelen steeds verschillende kleuren gevraagd worden, zonder meerprijs. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

306 De kleuren van de deklagen worden door de architect en/of de bouwheer bepaald na voorlegging van NCS- en/of RAL - kleurkaarten, zonder uitsluiting van kleuren. Om tot een juiste kleurkeuze te komen, kan aan de aannemer worden gevraagd om voorafgaandelijk enkele stalen aan te brengen van ten minste 0,5 m2, op hardboard panelen en/of op de drager, zoals aangeduid door de architect. De architect houdt zich het recht voor, indien sommige kleuren na het zetten van meerdere stalen niet zouden voldoen, andere stalen te laten zetten, en dit zonder meerprijs. Pas na goedkeuring en eventuele opmerkingen van de architect mag de behandeling en/of het schilderwerk aangevat worden. ALGEMEEN De schilderwerken worden uitgevoerd volgens TV Leidraad voor de goede uitvoering van schilderwerken (herziening van TV 159) (WTCB). De schilderwerken moeten uitgevoerd worden door ervaren vaklui. De aannemer respecteert de te nemen voorzorgsmaatregelen, opgegeven door de fabrikant en de bepalingen van het A.R.A.B., m.b.t. gezondheidsrisico s verbonden aan het inademen van schadelijke solventen, e.d. Bij twijfel of onvoorziene omstandigheden wordt de adviseur van de verffabrikant geraadpleegd. OMGEVINGSINVLOEDEN Onder voor schilderwerken ongunstige omstandigheden mag onder geen beding geschilderd worden. De uitvoering van de binnenschilderwerken zal gebeuren in een stofvrije en voldoende verluchte omgeving. De minimale en maximale temperatuur en relatieve vochtigheid van de lokalen moeten overeenstemmen met de voorschriften van de verffabrikant. AFVAL EN BESCHERMINGSMAATREGELEN Het is ten strengste verboden afval van verfproducten uit te gieten in wasbakken, uitgietbakken, putjes,, die zich in het gebouw bevinden. De aannemer zal het afval verzamelen in eigen recipiënten, van de werf verwijderen en op reglementaire wijze storten. Gedurende de droogtijd of uithardingsperiode, neemt de aannemer de nodige voorzorgen om personen te waarschuwen voor de pas uitgevoerde schilderwerken, d.m.v. opschriftborden, het spannen van koorden of plaatsen van afsluitingen. Alle gebeurlijke beschadigingen, voortvloeiend uit de nalatigheid van de aannemer zijn volledig op zijn verantwoordelijkheid en zullen onmiddellijk worden hersteld. OPKITTEN VAN AANSLUITVOEGEN Alle openstaande voegen ter hoogte van plinten, trappen, houten binnenschrijnwerk, muur- en plafondaansluitvoegen, e.d. worden opgevuld met een aangepaste overschilderbare kit. De kit moet zich als een standvaste pasta laten verwerken in verticale voegen zonder te vloeien. De kit moet vrij zijn van oplosmiddelen en nagenoeg zonder krimp verharden. Vooraf worden de voegranden waar nodig beschermd met kleefbanden, die onmiddellijk na het gladstrijken van de kit verwijderd worden. De voegen worden mooi rechtlijnig afgewerkt en gladgestreken. VERWERKINGSMODALITEITEN Voor het aanbrengen van iedere nieuwe laag moet de daarvoor aangebrachte laag droog zijn. Na nat schuren moet eveneens steeds voldoende droogtijd in acht genomen worden. De aannemerschilder verzekert, eens begonnen, zijn werk zonder onderbreking verder te zetten tot gehele voltooiing, dit afgezien van overeengekomen wachttijden, of bijzondere omstandigheden. Keuring AFWERKING TOLERANTIES Dekking: met het blote oog mogen geen doorschijnsels van de onderlaag waargenomen worden. Aflijning: aflijningen tussen aangrenzende afwerkingen en/of kleurvlakken zijn zuiver en rechtlijnig. Vlekken - Spatten: bij toepassing van verschillende kleuren, mogen geen met het blote oog waarneembare spatten voorkomen. Geen onregelmatigheden - aflopers Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

307 DUURZAAMHEID - WAARBORGEN Indien er zich blaarvorming, barstvorming, afschilfering, verkleuring, afpoederen en/of haarscheurvorming voordoet, binnen een waarborgtermijn van 12 maanden na de voorlopige oplevering, zal de schilder, op zijn kosten, alle nodige herstellingen uitvoeren die de architect en het bestuur noodzakelijk achten. Eventueel moet de verf worden verwijderd en de werken worden herbegonnen. Voor de herstelde oppervlakken zal een nieuwe waarborgperiode van 12 maanden gelden binnenschilderwerken op hout en houtachtige platen algemeen Binnenverfsystemen op ondergronden van hout en houtachtige platen, met inbegrip van alle voorbereidende werkzaamheden en de voorbereiding van de ondergrond binnenschilderwerken op hout en houtachtige platen lak op hout en houtachtige platen lak/acryllaatdispersie FH m2 Watergedragen lak voor binnen op basis van acrylaatdispersie. meeteenheid: m2 meetcode: netto te schilderen oppervlakte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Samenstelling Bindmiddel(en): acrylaatdispersie Oplosmiddel: water VOS-EU-grenswaarde: cata/d: 130 g/l Verwerking Ondergrond- en omgevingstemperatuur: > 10 C of volgens voorschriften van de fabrikant Relatieve luchtvochtigheid maximaal 75% of volgens voorschriften van de fabrikant Verwerking: borstel, rol of spuit Bijkleuren: via kleurenmengmachine Reiniging gereedschap: water Eigenschappen Glansgraad: satijnglans Kleur: te bepalen tijdens de uitvoering van de werken Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Voldoet aan ecolabel De schilderwerken gebeuren op nieuw ongeschilderd houten of houtachtige ondergronden. Gewenste eindafwerking volgens TV 249: graad II (standaardafwerking) De aannemer voert de vereiste voorbereidende en afwerkingsbehandelingen uit. Deze zijn afhankelijk van de hierboven bepaalde eindafwerking en zijn opgelijst in de bepalingen opgenomen in 5.4, 5.5 en 5.6 van TV 249. De richtlijnen van de fabrikant moeten steeds nauwgezet opgevolgd worden. Schilderen van de toezichtsluiken voor de schachten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

308 82. BUITENSCHILDERWERKEN buitenschilderwerken - algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene schilderwerken aan gevels, gevelelementen en behandeling van buitenschrijnwerk, e.d. tot een zuiver afgelijnd en afgewerkt geheel. De werken omvatten: de plaatsing van de nodige stellingen of ladders en alle gereedschap om een veilige en efficiënte uitvoering mogelijk te maken; het proper houden van de omgeving, waar geschilderd wordt; het nemen van alle voorzorgsmaatregelen om beschadigingen te voorkomen van het gebouw en de gevelelementen, t.t.z. het beschermen van niet te schilderen delen (afplakken, ); het demonteren en terugplaatsen van krukken en slotplaatjes voor poorten, luiken, e.d.; het verwijderen van allerlei obstakels zoals regenwaterafvoerleidingen (en de tijdelijke vervanging door goed functionerende noodvoorzieningen); het eventueel voorafgaandelijk wegnemen van bestaande verflagen of bekledingen, die het aanbrengen van nieuwe verflagen zouden bemoeilijken; het slecht functioneren van draai- en sluitwerk door verflagen ongedaan te maken, enz., ; het nazicht en geschikt maken van de ondergrond, d.w.z. het bijwerken van onvolkomenheden, zoals oneffenheden of krassen (d.m.v. puimen, schuren, plamuren,...), het ontstoffen (afborstelen, afwassen) en ontvetten van het te schilderen oppervlak (met aangepaste producten); het voorafgaandelijk aanbrengen van gevraagde kleurstalen; het zorgvuldig aanbrengen van alle door het bestek of door de fabrikant voorgeschreven hecht-, grond-, dek- en/of drenkingslagen, ; het verwijderen van aangebrachte afplakstroken, het reinigen van gebeurlijke vlekken of spatten, het verwijderen van alle afval, voortkomend van de werken, de bescherming van het aangebrachte schilderwerk tot bij de voorlopige oplevering en het eventueel zorgvuldig aanbrengen van kleine 'retouches'. Materialen ALGEMEEN Volgende normen zijn van toepassing: Solventrichtlijn (2004/42/EG) REACH, EU-richtlijn 1907/2006 EG Gevaarlijke stoffen richtlijn 67/548/EEC Richtlijn 2001/59/EG Preparaten richtlijn 1999/548/EC NBN EN ISO 4618: Verven en vernissen - Termen en definities MATERIAALKEUZE Alle gebruikte materialen en producten zijn geschikt voor de beoogde toepassing en zijn onderling en met de staat van de ondergrond verenigbaar. De verantwoordelijkheid van de aannemer wordt door het voorschrijven van samenstellingen of formules geenszins verminderd, ze blijft volledig bestaan. De aannemerschilder moet dan ook alle nodige voorzieningen treffen ter voorkoming van reacties, haarscheuren, enz., ten gevolge van het contact van de verven onderling en/of met de drager. Gepigmenteerde verfproducten voor gekleurde deklagen moeten steeds fabrieksmatig gedoseerd en gemengd worden. De architect mag steeds de kwaliteit van de gebruikte materialen laten nagaan. LEVERING OPSLAG De verf- en behandelingsproducten worden aangevoerd in oorspronkelijke en gesloten recipiënten, die voorzien zijn van de nodige etiketten, met duidelijke vermelding van de naam van de fabrikant, de naam van het product, de samenstelling, houdbaarheidsdatum, gebruiksaanwijzing en eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen. Na uitvoering van de werken wordt minimum twee liter per aangebrachte kleur kosteloos aan de bouwheer gegeven. KLEURTINTEN- EN PROEFSTALEN Er kunnen voor gelijkaardige constructiedelen steeds verschillende kleuren gevraagd worden, zonder meerprijs. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

309 De kleuren van de deklagen worden door de architect en/of de bouwheer bepaald na voorlegging van NCS- en/of RAL - kleurkaarten, zonder uitsluiting van kleuren. Om tot een juiste kleurkeuze te komen, kan aan de aannemer worden gevraagd om voorafgaandelijk enkele stalen aan te brengen van ten minste 0,5 m2, op hardboard panelen en/of op de drager, zoals aangeduid door de architect. De architect houdt zich het recht voor, indien sommige kleuren na het zetten van meerdere stalen niet zouden voldoen, andere stalen te laten zetten, en dit zonder meerprijs. Pas na goedkeuring en eventuele opmerkingen van de architect mag de behandeling en/of het schilderwerk aangevat worden. ALGEMEEN De schilderwerken worden uitgevoerd volgens TV Leidraad voor de goede uitvoering van schilderwerken (herziening van TV 159) (WTCB). De schilderwerken moeten uitgevoerd worden door ervaren vaklui. De aannemer respecteert de te nemen voorzorgsmaatregelen, opgegeven door de fabrikant en de bepalingen van het A.R.A.B., m.b.t. gezondheidsrisico s verbonden aan het inademen van schadelijke solventen, e.d. Bij twijfel of onvoorziene omstandigheden wordt de adviseur van de verffabrikant geraadpleegd. OMGEVINGSINVLOEDEN - TIMING De uitvoering van de buitenschilderwerken moet gebeuren bij droog, windstil weer en in een stofarme omgeving. Onder voor schilderwerken ongunstige omstandigheden mag onder geen beding geschilderd worden. De minimale en maximale temperatuur en relatieve vochtigheid van de lokalen moeten overeenstemmen met de voorschriften van de verffabrikant. AFVAL - BESCHERMINGSMAATREGELEN - STELLINGEN Stellingen en ladders worden op veilige en stabiele wijze geplaatst, evenwel, zonder dat materialen uit de steunwand genomen worden. Geen enkel gat mag gemaakt worden zonder voorafgaandelijke toelating van de architect. Herstellingen zullen volkomen onzichtbaar zijn. Het is ten strengste verboden, afval van voorbehandelings- of verfproducten uit te gieten in wasbakken, uitgietbakken, putjes,, die zich in het gebouw bevinden. De aannemer zal het afval verzamelen in eigen recipiënten, van de werf verwijderen en op reglementaire wijze storten. Gedurende de droogtijd of uithardingsperiode, neemt de aannemer de nodige voorzorgen om personen te waarschuwen voor de pas uitgevoerde schilderwerken, d.m.v. opschriftborden, het spannen van koorden of plaatsen van afsluitingen. Alle gebeurlijke beschadigingen, voortvloeiend uit de nalatigheid van de aannemer zijn volledig op zijn verantwoordelijkheid en worden onmiddellijk hersteld. OPKITTEN VAN AANSLUITVOEGEN Alle openstaande voegen worden opgevuld met een aangepaste overschilderbare kit. De kit moet zich als een standvaste pasta laten verwerken in verticale voegen zonder te vloeien. De kit moet vrij zijn van oplosmiddelen en nagenoeg zonder krimp verharden. De voegen worden mooi rechtlijnig afgewerkt en gladgestreken. VERWERKINGSMODALITEITEN Voor het aanbrengen van iedere nieuwe laag moet de daarvoor aangebrachte laag droog zijn. Na nat schuren moet eveneens steeds voldoende droogtijd in acht genomen worden. De aannemerschilder verzekert, eens begonnen, zijn werk zonder onderbreking verder te zetten tot gehele voltooiing, dit afgezien van overeengekomen wachttijden, of bijzondere omstandigheden. Keuring AFWERKING TOLERANTIES Dekking: met het blote oog mogen geen doorschijnsels van de onderlaag waargenomen worden. Aflijning: aflijningen tussen aangrenzende afwerkingen en/of kleurvlakken zijn zuiver en rechtlijnig. Vlekken - Spatten: bij toepassing van verschillende kleuren, mogen geen met het blote oog waarneembare spatten voorkomen. Geen onregelmatigheden - aflopers Alvorens de werken worden opgeleverd, zullen alle vlakken, voegen en randen zorgvuldig gecontroleerd en waar nodig geretoucheerd worden. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

310 DUURZAAMHEID - WAARBORGEN Indien er zich blaarvorming, barstvorming, afschilfering, verkleuring, afpoederen en/of haarscheurvorming voordoet, binnen een waarborgtermijn van 12 maanden na de voorlopige oplevering, zal de schilder, op zijn kosten, alle nodige herstellingen uitvoeren die de architect en het bestuur noodzakelijk achten. Eventueel moet de verf worden verwijderd en de werken worden herbegonnen. Voor de herstelde oppervlakken zal een nieuwe waarborgperiode van 12 maanden gelden buitenschilderwerken op beton - algemeen Buitenverfsystemen op ondergronden uit ter plaatse gestort of geprefabriceerd beton (buitengevels, gevelelementen), met inbegrip van de voorbereiding van de ondergrond. NBN EN 1062 Verven en vernissen voor buitenmetselwerk en -beton is van toepassing buitenschilderwerken op beton kwartshoudende structuurverf FH m2 Watergedragen kwartshoudende structuurverf op basis van kunstharsdispersie voor buiten. meeteenheid: m2 meetcode: netto te schilderen oppervlakte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Samenstelling Bindmiddel(en): kunstharsdispersie Oplosmiddel: water VOS-EU-grenswaarde: cat A/c: 40 g/l Verwerking Ondergrond- en omgevingstemperatuur: > 10 C of volgens voorschriften van de fabrikant Relatieve luchtvochtigheid maximaal 80% Verwerking: borstel of rol Reiniging gereedschap: water Eigenschappen (volgens NBN EN ) Glans: G3 (mat) Laagdikte: E3 Granulometrie: S3 Waterdampdoorlatendheid: V2 (gemiddeld) Waterdoorlatendheid: W3 (zwak) Kleur: te bepalen tijdens de uitvoering van de werken De schilderwerken gebeuren op nieuwe ongeschilderde betonnen buitenondergronden. Gewenste eindafwerking volgens TV 249: graad II (standaardafwerking). De aannemer voert de vereiste voorbereidende en afwerkingsbehandelingen uit. Deze zijn afhankelijk van de hierboven bepaalde eindafwerking en zijn opgelijst in de bepalingen opgenomen in 5.4, 5.5 en 5.6 van TV 249. De richtlijnen van de fabrikant moeten steeds nauwgezet opgevolgd worden. Onderzijde draagvloer gaanderij blok C. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

311 90. BUITENVERHARDINGEN buitenverhardingen - algemeen Algemeen SB 250 voor de wegenbouw versie 2.2 (Agentschap Wegen en Verkeer) geldt als referentiedocument bij de uitvoering van de buitenverhardingen. Er wordt verwezen naar volgende hoofdstukken van het SB 250 versie 2.2: Hoofdstuk 3: materialen Hoofdstuk 5: onderfunderingen en funderingen Hoofdstuk 6: verhardingen Hoofdstuk 8: lijnvormige elementen Voor het grondverzet gelden de bepalingen van hoofdstuk 10, artikel grondverzet algemeen en onderliggende artikels. Alle handelingen en werken m.b.t. het grondverzet worden verrekend in de betreffende posten van Er moet bijzondere aandacht uitgaan naar het aanhouden van de juiste peilen, zodat een vlotte afwatering naar het voorziene rioleringsstelsel gegarandeerd wordt. Als de aannemer bij het uitzetten van de peilen problemen vaststelt, zal hij de ontwerper hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen funderingen - algemeen De werken omvatten: de nodige afgravingen en afvoer van de overtollige grond de eventuele aanvoer van zuivere grond tot op het gewenste peil het vooraf effenen en waterpas maken van de grond het leveren en aanbrengen van de eventueel voorgeschreven folies en/of geotextielen het leveren, spreiden, effenen en verdichten van de voorziene funderingslagen tot het gewenste peil en samendrukbaarheid. De verwerking en controle gebeuren volgens het SB 250 hoofdstuk 5 Onderfunderingen en funderingen. De fundering wordt aangelegd op een vooraf voldoende geëffend en verdicht grondoppervlak, met de gewenste dwarshelling. Het vooraf effenen en verdichten van het grondoppervlak is inbegrepen. Na verdichting moet de gemiddelde dikte van de fundering minstens gelijk zijn aan de nominale dikte. De plaatselijke tolerantie op de dikte in min ten opzichte van de nominale dikte bedraagt 2,5 cm. Het verdichten en profileren van de funderingen gebeurt zo dat de oneffenheden gemeten met de rij van 3 meter, ten hoogste 1,5 cm bedragen funderingen - steenslag funderingen steenslag/niet-continue korrelverdeling VH m2 meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte, gemeten aan de bovenkant van de fundering. Uitsparingen kleiner dan 2,00 m2 worden niet afgetrokken. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Volgens SB 250 hoofdstuk Laagdikte: 20 cm (na verdichting) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Er wordt een beschermend geotextiel aangebracht (volgens SB 250 hoofdstuk ). Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

312 De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk De fundering wordt aangelegd met een dwarshelling van 2 cm per m De materialen worden gespreid in lagen van maximaal 10 cm. Iedere laag wordt mechanisch verdicht. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Samendrukbaarheidsmodulus M1: 17 N/mm verhardingen - algemeen verhardingen betonstraatstenen verhardingen betonstraatstenen/kleurvast FH m2 Levering en plaatsing van buitenverhardingen d.m.v. betonstraatstenen met inbegrip van het bestratingbed, het invullen van de voegen en alle werken die ermee samenhangen: het voorbereiden van het draagvlak, verwijderen van puin, afval, vreemde stoffen,, het controleren van de hoogtepeilen, het aanbrengen van het legbed, het leveren, plaatsen en invoegen van de betonstraatstenen, het opkuisen en reinigen van de vloer met inbegrip van het verwijderen van vlekken van legmortel en voegspecie. meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. De rand-, scheidings- en uitzetvoegen zijn inbegrepen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De kleurvaste betonstraatstenen beantwoorden aan de bepalingen van: SB 250 hoofdstuk NBN B Betonstraatstenen svoorschriften NBN EN 1338 Betonstraatstenen Eisen en beproevingsmethoden De maatafwijkingen moeten beperkt blijven tot 2 mm. De aannemer legt voor de uitvoering stalen ter goedkeuring voor aan de architect. Type: A1 (rechthoekig) Randen: met facet (met splintervrije kop) Formaat: 220x110x80 mm Kleur: grijs (in de massa gekleurd) Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De betonstraatstenen beschikken over het Benor-merk of gelijkwaardig. De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk en hoofdstuk Bestratingsbed en voegvulling: De nominale dikte van de onderliggende straatlaag bedraagt na verdichting van de betonstraatstenen 3 cm. De betonstraatstenen worden geplaatst volgens SB 250 hoofdstuk in een zandcementbed (volgens SB 250 hoofdstuk B) samengesteld uit minimum 100 kg cement, sterkteklasse 32,5, per m3 zand voor keibestrating. Het zand beantwoordt aan SB 250 hoofdstuk : zand voor onderfundering. Het materiaal voor de voegvulling is zand (volgens SB 250 hoofdstuk B.5). Legpatroon: halfsteensverband Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

313 Passtukken worden verwezenlijkt door zagen of knippen. De stenen worden los tegen elkaar gevlijd en ongeveer 5 mm hoger geplaatst dan de naastliggende kantstroken of greppels. De dwarshelling bedraagt 2 cm per m. De nodige uitzetvoegen worden voorzien om het verhardingsoppervlak uit één geheel te beperken tot 100 m2 en de lengte tot 20 m. De verharding mag niet geplaatst worden wanneer vastgesteld wordt dat de temperatuur s morgens lager is dan 1 C of s nachts lager was dan -3 C en/of wanneer zoveel neerslag valt dat er gevaar bestaat voor uitspoeling. Alle verkeer is verboden gedurende de eerste 7 dagen na het aanbrengen van de verharding. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De stenen worden vastgetrild met een trilplaat voorzien van een rubberen- of een kunststofzool. Het trillen gebeurt vanaf de zijkanten naar het midden toe. Het vasttrillen en inbezemen van voegvullingszand gebeurt meerdere malen. Keuring De oneffenheden met de rei van 3 m bedragen maximum 7 mm. Het individueel niveauverschil tussen twee stenen bedraagt maximum 2 mm. Verhardingen bij de woningen en onder de carports, behalve de terrassen verhardingen betontegels verhardingen betontegels/kleurvast FH m2 Levering en plaatsing van buitenverhardingen d.m.v. betontegels met inbegrip van het bestratingbed, het invullen van de voegen en alle werken die ermee samenhangen: het voorbereiden van het draagvlak, verwijderen van puin, afval, vreemde stoffen,, het controleren van de hoogtepeilen, het aanbrengen van het legbed, het leveren, plaatsen en invoegen van de betontegels, het opkuisen en reinigen van de vloer met inbegrip van het verwijderen van vlekken van legmortel en voegspecie. meeteenheid: m2 meetcode: netto uit te voeren oppervlakte. Uitsparingen kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. De rand-, scheidings- en uitzetvoegen zijn inbegrepen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) De kleurvaste betontegels beantwoorden aan de bepalingen van: SB 250 hoofdstuk , NBN B Betontegels svoorschriften NBN EN Betontegels - Eisen en beproevingsmethoden De aannemer legt voor de uitvoering stalen ter goedkeuring voor aan de architect. Formaat: 400x400 mm Dikte: minimum 30 mm Randafwerking: rechtlijnig met velling Oppervlak: effen Kleur: grijs Aanvullende specificaties (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) De betontegels beschikken over het Benor-merk of gelijkwaardig. De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk en hoofdstuk Bestratingsbed en voegvulling: De nominale dikte van de onderliggende straatlaag bedraagt na verdichting van de betontegels 5 cm. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

314 De betontegels worden geplaatst volgens SB 250 hoofdstuk in een zandcementbed (volgens SB 250 hoofdstuk B) samengesteld uit minimum 100 kg cement, sterkteklasse 32,5, per m3 zand voor keibestrating. Het zand beantwoordt aan SB 250 hoofdstuk : zand voor onderfundering. Het materiaal voor de voegvulling is zand (volgens SB 250 hoofdstuk B.5) Voegbreedte: circa 3 mm Legpatroon: kruisverband De nodige uitzetvoegen worden voorzien om het verhardingsoppervlak uit één geheel te beperken tot 100 m2 en de lengte tot 20 m. De verharding mag niet geplaatst worden wanneer vastgesteld wordt dat de temperatuur s morgens lager is dan 1 C of s nachts lager was dan -3 C en/of wanneer zoveel neerslag valt dat er gevaar bestaat voor uitspoeling. Alle verkeer is verboden gedurende de eerste 7 dagen na het aanbrengen van de verharding. Terrassen op volle grond lijnvormige elementen - algemeen lijnvormige elementen - boordstenen Alle leveringen en werken voor de realisatie van de boord- en kantstroken, als randafwerking van de voorziene buitenverhardingen. De nodige graafwerken, het afvoer van de overtollige grond en een aangepaste fundering zijn inbegrepen. Keuring De boordstenen, in rechte lijn geplaatst, wijken maximaal 0,5 cm af ten opzichte van de rechte. De boordstenen in een bocht geplaatst hebben een vloeiend verloop lijnvormige elementen boordstenen/beton lijnvormige elementen boordstenen/beton prefab FH m2 meeteenheid: per lopende m, ongeacht recht of gebogen van vorm. meetcode: netto uit te voeren lengte gemeten op de randlijn van de buitenbestrating aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Materialen De boordstenen beantwoorden aan de bepalingen van: SB 250 hoofdstuk 3-32 NBN B Betonboordstenen svoorschriften NBN EN 1340 Trottoirbanden van beton Eisen en beproevingsmethoden TV Bestratingselementen Boordstenen (WTCB). Fundering: fundering en stut van schraal beton Boordsteentype en afmetingen (hxb): kantstroken met tand en groef, lengte 100 cm, sectie 250x50 mm. De uitvoering gebeurt volgens SB 250 hoofdstuk De boordstenen worden gefundeerd op schraal beton samengesteld uit 250 kg cement, sterkteklasse 32,5 en 800 liter granulaten. Het funderingsbeton heeft een dikte van minstens 15 cm en een breedte die minstens gelijk is aan de som van hoogte + breedte van de boordsteen. De hoogte van het steunbeton, ingeval van uitstekende boordstenen is gelijk aan 2/3 van de hoogte van de boordsteen en wordt voorzien onder een hoek van 45. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Alle hoek- en passtukken moeten verzaagd worden. De boordsteen wordt volledig ingegraven op bestratingsniveau. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

315 Rond alle verhardingen bij woningen en carports. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

316 91. BUITENCONSTRUCTIES EN AFSLUITINGEN buitenconstructies en afsluitingen - algemeen tuinafsluitingspalen - algemeen Levering en plaatsing van de palen voor bevestiging van de draadafsluitingen of schermen. Alle noodzakelijke steunen, verstevigingen en bevestigingen (betonplaathouder, paalsteunen, beugels, draadspanners, ), graafwerken, verankeringen en/of funderingsvoeten zijn inbegrepen in de eenheidsprijs. Materialen Het geheel is weersbestendig en onderhoudsvriendelijk. Een technische documentatie wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan het bestuur. De palen voor afsluiting worden stevig in de ondergrond verankerd. Aangepaste hoek-, eind-, en/of muurpalen worden voorzien voor het onder spanning houden van de voorziene draadafsluiting, schermen, tuinafsluitingspalen - staal PM aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de afsluitingen. Palen uit thermisch verzinkte stalen kokerprofielen. De bovenzijde van de palen is dichtgelast en/of waterdicht gemaakt met behulp van een kunststof dop. Het systeem omvat de nodige steun-, span-, en tussenpalen. De span- en tussenpalen zijn voorzien van voldoende bevestigingsstrips. De tussenafstanden van de steunpalen zijn regelmatig en gelijk. Oppervlaktebehandeling: verzinkt en zwart geplastificeerd of gecoat Doorsnede: ronde sectie minimum 40 mm (tolerantie in +/- 2 mm) Wanddikte: minimum 2 mm Hoogte boven het maaiveld: 180 cm Tussenafstanden (hart op hart): maximum 300 cm. De palen worden ingebetonneerd in de grond met behulp van een betonplaathouder (30x30x50cm). De overtollige grond wordt van de bouwplaats verwijderd. De voorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Aanvullende uitvoeringsvoorschriften (te schrappen door ontwerper indien niet van toepassing) Spanpalen worden geplaatst aan het begin, op iedere hoek en aan het einde van de afsluiting. In iedere spanrichting worden de palen op 2/3 van de hoogte geschraagd door een steunpaal. Het bevestigen van het gaas aan de palen gebeurt met speciale beugels, op de verticale draad, bevestigd op de strip van de paal, overeenkomstig de uitvoeringsvoorschriften van de leverancier. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

317 draadafsluitingen - algemeen Alle werken en leveringen voor de realisatie van draadafsluitingen, met inbegrip van de nodige klemmen, spandraden, binddraden, spanstaven,... Materialen De draden en draadproducten zijn conform: NBN EN Staaldraad en draadproducten voor omheiningen - Deel 3: Gaas met zeshoekige mazen van staaldraad voor toepassingen in de bouw NBN EN Staaldraad en draadproducten voor omheiningen - Deel 4: Gelast gaas van staaldraad voor omheiningen NBN EN Staaldraad en draadproducten voor omheiningen - Deel 5: Geweven en geknoopt gaas van staaldraad voor omheiningen Plaatsing volgens de richtlijnen van de fabrikant. De hoek-, eind- en muurpalen voor het onder spanning houden van het geheel zijn voorzien. De afsluiting wordt in rechte lijn geplaatst en op niveau gebracht draadafsluitingen - gladde draad FH m Draadafsluiting uit horizontaal evenwijdig opgespannen gladde staaldraden. meeteenheid: per lopende m meetcode: netto lengte van de afsluiting gemeten in de as van de perceelsgrenzen aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Draaddikte: minimum 1,8 mm, treksterkte = minimum N/mm² Oppervlakte behandeling: verzinkt en zwart geplastificeerd (PVC / PE) Aantal binddraden: minimum om de 30 cm tuinhekken - algemeen Alle werken en leveringen voor de realisatie van buitenpoortjes. Inbegrepen alle beslag, bescherming, bevestigingsmiddelen, bijkomende versterkingen van tuinafsluitingspalen en poortpalen,... Materialen De opgegeven secties zijn minimumsecties en worden indien nodig (zonder meerprijs) verhoogd, om de stabiliteit van het geheel te waarborgen. Bij ontbreken van een detailplan in het aanbestedingsbundel legt de aannemer voorafgaandelijk een uitvoeringsvoorstel ter goedkeuring voor aan het Bestuur. De plaatsing van de tuinpoorten gebeurt volgens de richtlijnen van de fabrikant. De poorten worden haaks gesteld en op niveau gebracht. Zij worden stevig en veilig bevestigd aan de poortpalen van de afsluitingen en/of aan de aanpalende constructies, met behulp van roestvaste bevestigingsmiddelen en regelbare scharnieren. De bijhorende poorthendel en het slotelement worden op stevige en esthetische wijze ingewerkt tuinhekken - staal FH st meeteenheid: per stuk Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

318 aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Tuinhekken samengesteld uit een kader van stalen kokerprofielen, opgevuld met een aan het kader gelast stalen draadnet. Het geheel is thermisch verzinkt met een zinklaag van min. 80g/m2. Model ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Type: enkelvoudig opendraaiend Poorthoogte: circa 180 cm (+/- 5 cm) Vleugelbreedte: circa 100. Kaderprofiel: vierkant, sectie minimum 40 mm Oppervlaktebehandeling: kunststoflaag (PVC / PE / polyester), kleur zwart Vulelement: gepuntlast en gekrimpt gaas met vierkantige maasstructuur (50x50x4mm) Scharnieren en vijzen: regelbaar en roestvast Slotelement: volledig roestvast cilinderslot (geleverd met twee sleutels) Poorthendel: stevig en roestvast, afgeronde U-vorm, kleur: zwart De bijhorende poortpalen worden in de grond gebetonneerd (30x30x70cm). Alle tuinpoortjes constructies tuinhout - algemeen Levering en plaatsing van geprefabriceerde en/of ter plaatse gemonteerde buitenconstructies in tuinhout. Omvat: wanden, condensisolatie (PUR, 3 cm) en dakbedekking in roofing, afwerkingsprofielen, goten, scharnieren en sloten,. De funderingen voor alle carports en tuinbergingen, evenals de structuur van de carports werd geteld onder hoofdstuk 20. In deze post is enkel vervat: Carports: De afwerking van de daken: dakisolatie (4 cm PUR, dakdichting, afwerking opkanten. Eventuele scheidingswanden en geïntegreerde tuinbergingen (cfr. De uitvoeringsplannen) Vrijstaande tuinbergingen: De volledige constructie, inclusief afwerking van de daken. Materialen Het hout is vochtbestendig en vormvast. Het hout wordt geplaatst wanneer het vochtgehalte in de massa 17 ± 2 % bedraagt. Houtsoort: onder vacuüm en druk geïmpregneerd grenenhout (in een erkend impregneerstation met ATG of gelijkwaardig), verduurzaamd tot in de kern, het product moet totaal fixeerbaar zijn. Afmetingen: Palen: 75x75 mm Beplanking: dikte minimum 20 mm, breedte 100 mm. Overeenkomstig de aanduidingen op plan en/of detailtekeningen. Keuring Elke partij hout, bestemd voor buitengebruik, moet vergezeld zijn van een waarborgattest van 20 jaar, inzake de bestendigheid tegen aantasting door zwammen en insecten. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

319 92. BUITENMEUBILAIR EN UITRUSTINGSELEMENTEN buitenmeubilair en uitrustingselementen - algemeen brievenbussen - algemeen Alle werken en leveringen voor het plaatsen van brievenbussen in buitenomgeving. Binnen het gebouw opgestelde brievenbuskasten zijn opgenomen in rubriek brievenbuskasten - algemeen. De bus voldoet aan de voorschriften van het MB van 20 april De opening van de postbus bevindt zich op een hoogte van 70 tot 170cm. Het huisnummer moet zichtbaar en leesbaar zijn van op de openbare weg brievenbussen - aluminium FH st meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Model ter goedkeuring voor te leggen aan het bestuur. Type: frontklep Staander: enkelvoudige voet, uit gemoffeld staal Busafmetingen (hxbxd): minimum 360x300x90 mm Briefopening: minimum 23x3 cm Plaatdikte: minimum 1,5 mm Oppervlaktebehandeling: gemoffeld Kleur: te kiezen uit het standaardgamma van de fabrikant Busnummers:kleefplaatjes uit kunststof Sloten: vervangbaar / set van 2 sleutels De brievenbussen worden overeenkomstig de plaatsingsvoorwaarden van de fabrikant verankerd in de grond d.m.v. een funderingsvoet uit mager beton. Te plaatsen aan de private zijde van de rooilijn volgens de richtlijnen van het Bestuur. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

320 93. GROENAANLEG EN -ONDERHOUD groenaanleg en onderhoud - algemeen Algemeen Voor de uitvoering van de groenaanleg wordt het Standaard Bestek 250 voor de wegenbouw van het agentschap Wegen en Verkeer als referentiedocument genomen, in het bijzonder hoofdstuk 3 Materialen, hoofdstuk 4 Voorbereidende werken en grondwerken en hoofdstuk 11 Groenaanleg en groenonderhoud. De voorbereidingen van het terrein (zuiveren, maaien) gebeuren volgens de bepalingen van SB en Het grondverzet gebeurt volgens artikel en volgende. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is gebonden aan het decreet van 21/12/2001 dat een vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest vooropstelt verwerking teelaarde - algemeen verwerking teelaarde afkomstig van afgraving VH m3 Het verwerken van teelaarde omvat het spreiden, het profileren en het licht verdichten ervan, met inbegrip van het wegnemen van alle aangetroffen stenen met een afmeting van meer dan 50 mm, afval en grove plantaardige resten. meeteenheid: per m3 meetcode: netto te verwerken volume aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) De teelaarde voldoet aan de bepalingen van SB Overeenkomstig SB 250, Het uitspreiden van de teelaarde mag slechts gebeuren na voltooiing van de uitgravingen, ophogingen en het uitvoeren van de profileringswerken. De dikte van de laag teelaarde moet na verdichten overal minimum 30 cm bedragen. Bouwtechnisch Bestek Woningbouw VMSW versie 22 december

6/03/2015 Samenvattende opmeting dossier BALENBERG 1

6/03/2015 Samenvattende opmeting dossier BALENBERG 1 6/03/2015 Samenvattende opmeting dossier BALENBERG 1 dossier BALENBERG 6/03/2015 lot SAMENVATTENDE MEETSTAAT ontwerp Schellen Architecten bvba S3Architecten cvba bouwheer BALENBERG NV volgnr. art. omschrijving

Nadere informatie

dossier SGR1/AP/0071/2016/004 lot Ruwbouwwerken ontwerp aanleg parkings bouwheer Scholengroep 1 Antwerpen 00. ALGEMENE BEPALINGEN

dossier SGR1/AP/0071/2016/004 lot Ruwbouwwerken ontwerp aanleg parkings bouwheer Scholengroep 1 Antwerpen 00. ALGEMENE BEPALINGEN dossier SGR1/AP/0071/2016/004 lot Ruwbouwwerken ontwerp aanleg parkings bouwheer Scholengroep 1 Antwerpen 00. ALGEMENE BEPALINGEN 00.10. projectgegevens 00.20. ontwerpteam 00.21. ontwerpteam - architecturaal

Nadere informatie

Eenheid som (afgerond. ontwerper inschrijver in letters op de cent) Hoeveelheid Ged. Sommen (afgerond op de cent)

Eenheid som (afgerond. ontwerper inschrijver in letters op de cent) Hoeveelheid Ged. Sommen (afgerond op de cent) OPDRACHTGEVER : REF : BALENBERG NV BETREFT : ONTWERPER : Schellen Architecten & S3Architecten 13_038_BAL INVULTABEL SAMENVATTENDE OETING GEVOEGD BIJ MIJN INSCHRIJVING DD STEMPEL VAN DE INSCHRIJVER ontwerper

Nadere informatie

145 - FALCON 6 STADSWONINGEN + 1 HANDELSPAND Openbare aanbesteding

145 - FALCON 6 STADSWONINGEN + 1 HANDELSPAND Openbare aanbesteding 145 - FALCON 6 STADSWONINGEN + 1 HANDELSPAND Openbare aanbesteding DEEL IIId GEDETAILLEERDE EN SAMENVATTENDE MEETSTATEN DEEL TECHNIEKEN OPDRACHTGEVER: AG VESPA Autonoom gemeentebedrijf Generaal Lemanstraat

Nadere informatie

D E E L 0 A A N N E M I N G / W E R F

D E E L 0 A A N N E M I N G / W E R F D E E L 0 A A N N E M I N G / W E R F Art. Omschrijving Hoeveelheid Type Eenheid Door inschrijver Eenheidsprijzen 1 AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen 01.01. algemeen - voorafgaand

Nadere informatie

ZHC SOG. Hoofdstuk BOUWPLAATSVOORZIENINGEN bouwplaatsvoorzieningen - algemeen

ZHC SOG. Hoofdstuk BOUWPLAATSVOORZIENINGEN bouwplaatsvoorzieningen - algemeen Hoofdstuk 01 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen 1 01.01. PM 2 01.03. PM 3 01.04. PM 4 01.08. PM 01.10. 5 01.12. 01.12.10. 6 01.12.20. SOG 01.20. 7 01.21. PM 8 01.22. PM

Nadere informatie

nr art. omschrijving eenheid hoev. eenh.pr. totaal hoofdstuk 00 HFST00 ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens

nr art. omschrijving eenheid hoev. eenh.pr. totaal hoofdstuk 00 HFST00 ALGEMENE BEPALINGEN projectgegevens dossier Sint-Henricusschool Steendorp adres Gelaagstraat 159-161 fase bouwheer vzw katholieke scholen Temse Scheldekant nr art. omschrijving eenheid hoev. eenh.pr. totaal hoofdstuk 00 HFST00 ALGEMENE BEPALINGEN

Nadere informatie

DOSSIER: hsreno02 lot 4 elektr. GDR-architecten bvba tel. 09/331.57.90 [email protected] DATUM:31/01/2012

DOSSIER: hsreno02 lot 4 elektr. GDR-architecten bvba tel. 09/331.57.90 info@gdr-architecten.be DATUM:31/01/2012 DEEL 0 - AANNEMING / WERF INHOUDSOPGAVE 00. INLEIDING / ALGEMEEN... 2 00.10. voorwoord - algemeen... 2 00.20. uitgangspunten - algemeen... 2 00.30. structuur & opvatting - algemeen... 2 00.40. gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b m2 h m3 st EH subtot TOT EP TSSTOTAAL TOTAALPRIJS afvoerbuizen - algemeen 0,00

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b m2 h m3 st EH subtot TOT EP TSSTOTAAL TOTAALPRIJS afvoerbuizen - algemeen 0,00 MEETSTAAT STERKERK datum 14/12/2015 project kadastrale gegevens projectverantwoordelijke opdrachtgever BOUWEN VAN EEN SCHOOLGEBOUW Jules Sellekaertsstraat 9 1930 Zaventem afdeling 22, sectie B, nr 292g4

Nadere informatie

22/09/2015 Roeselare LUTGART Brandbeveiligings en dakisolatiewerken SAMENVATTENDE OPMETINGSSTAAT 1/6

22/09/2015 Roeselare LUTGART Brandbeveiligings en dakisolatiewerken SAMENVATTENDE OPMETINGSSTAAT 1/6 22/09/2015 Roeselare LUTGART Brandbeveiligings en dakisolatiewerken SAMENVATTENDE OPMETINGSSTAAT 1/6 dossier Roeselare LUTGART lot ontwerp Brandbeveiligings en dakisolatiewerken bouwheer VZW Arkorum volgnr.

Nadere informatie

Architectenbureau Vanhecke & Suls ART OMSCHRIJVING VH EH HOEV

Architectenbureau Vanhecke & Suls ART OMSCHRIJVING VH EH HOEV INVULPROJECT AARTSELAARSTRAAT - ARRO ANTWERPEN - BIJZONDER BESTEK - SAMENVATTENDE MEETSTAAT - 1 ARRO ANTWERPEN SOCIALE BOUW- & KREDIETMAATSCHAPPIJ cv INVULPROJECT AARTSELAARSTRAAT Aartselaarstraat 202-208

Nadere informatie

DEEL 0 AANNEMING WERF

DEEL 0 AANNEMING WERF DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 2 00.10. projectgegevens 2 00.20. ontwerpteam 2 00.24. ontwerpteam - veiligheidscoördinatie 2 00.30. documenten 2 00.31. documenten - architectuur 2 00.34.

Nadere informatie

01/09/ Meetstaat -1

01/09/ Meetstaat -1 bouwheer project arch. vzw vrije basisscholen Westhoek Groenestraat 78 - Alveringem basisschool Alveringem - berging en overdekte speelplaats Lore Crabbé architect (Door de inschrijver aan te vullen, te

Nadere informatie

Proefcentrum voor sierteelt

Proefcentrum voor sierteelt Pagina 1 Teken- & Studiebureau HVAC - Verwarming - Koeling - Ventilatie - Klimatisatie - EPB - Energieaudit Duurzame energie - Warmtepompen - Zonnepanelen - WKK - Sanitair Project : Proefcentrum voor sierteelt

Nadere informatie

Document : MEETSTAAT Dossier : PAGA Opdrachtgever : AG Vespa Datum : 12/10/2011

Document : MEETSTAAT Dossier : PAGA Opdrachtgever : AG Vespa Datum : 12/10/2011 00. INLEIDING / ALGEMEEN 00.0. voorwoord - algemeen 00.20. uitgangspunten - algemeen 00.30. structuur & opvatting - algemeen 00.40. gebruiksaanwijzing - algemeen 00.4. gebruiksaanwijzing - richtlijnen

Nadere informatie

AFBREKEN VAN EEN BESTAAND JEUGDHUIS EN BOUWEN VAN EEN NIEUW JEUGDHUIS CLUB 9 EN SLAGWERKLOKALEN. Deel 1: architectuur

AFBREKEN VAN EEN BESTAAND JEUGDHUIS EN BOUWEN VAN EEN NIEUW JEUGDHUIS CLUB 9 EN SLAGWERKLOKALEN. Deel 1: architectuur BESTEK AFBREKEN VAN EEN BESTAAND JEUGDHUIS EN BOUWEN VAN EEN NIEUW JEUGDHUIS CLUB 9 EN SLAGWERKLOKALEN Deel 1: architectuur opdrachtgever STADSBESTUUR BERINGEN Mijnschoolstraat 88 3580 Beringen 00. ALGEMENE

Nadere informatie

ir.architect j. vangansbeke

ir.architect j. vangansbeke ir.architect j. vangansbeke zandbergstraat 49 B - 2300 turnhout SAMENVATTENDE MEETSTAAT opdracht: Het bouwen van 13 assistentiewoningen, Herentalsstraat 58, busnr. 1 t/m 13 te Turnhout bouwheer: Huize

Nadere informatie

Detailmeetstaat type O SANEREN WONINGEN

Detailmeetstaat type O SANEREN WONINGEN SANEREN WONINGEN LIGGING: 9930 Zomergem: A. Claeyspark BOUWHEER: Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkswoningen Stationsstraat 58-9900 Eeklo - 09/376.90.40 - Fax 09/376.90.41 - [email protected]

Nadere informatie

a) De vennootschap (1) (handelsnaam of benaming, rechtsvorm, zetel) vertegenwoordigd door de ondergetekende(n)

a) De vennootschap (1) (handelsnaam of benaming, rechtsvorm, zetel) vertegenwoordigd door de ondergetekende(n) PROVINCIE : GEMEENTE : WEST-VLAANDEREN WIELSBEKE Aanneming : Lot 1: Gebouwen Dossier nr. 13.62A INSCHRIJVINGSBILJET Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking A. NAAM/NAMEN INSCHRIJVER a)

Nadere informatie

renovatie/uitbreiding van een tehuis voor niet-werkenden/nursing

renovatie/uitbreiding van een tehuis voor niet-werkenden/nursing DEEL 2 BOVENBOUW ART. OMSCHRIJVING EENHEID HOEV. EENH.PRIJS TOTAAL 20,00 METSELWERKEN 20,01 METSELWERKEN - TER PLAATSE GEMETST 20,10 MATERIALEN 20,11 MATERIALEN - METSELMORTEL 20,11,10 MATERIALEN - METSELMORTEL

Nadere informatie

RENOVATIE WONING, Welvaartstraat 14, 9000 Gent ALGEMENE AANNEMING

RENOVATIE WONING, Welvaartstraat 14, 9000 Gent ALGEMENE AANNEMING opdrachtgeve Vlaams Woningsfonds CVBA ref : VMSW 2012/0433/02 - HH 3388/00 ontwerper GEERT BILLIET, architect betreft : perceel : RENOVATIE WONING, Welvaartstraat 14, 9000 Gent ALGEMENE AANNEMING Lees

Nadere informatie

ZHC AANNEMINGSMODALITEITEN aannemingsmodaliteiten - algemeen aannemingsmodaliteiten bestek

ZHC AANNEMINGSMODALITEITEN aannemingsmodaliteiten - algemeen aannemingsmodaliteiten bestek ZHC14 dossier Zeebrugge Havencoördinatiecentrum onderdeel Ruwbouwwerken project Inrichten zesde verdieping opdrachtgever Het Facilitair Bedrijf 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten

Nadere informatie

DOSSIERNUMMER : 2007/0665/02 PROVINCIE OOST-VLAANDEREN. WoninGent cvba-so Lange Steenstraat Gent

DOSSIERNUMMER : 2007/0665/02 PROVINCIE OOST-VLAANDEREN. WoninGent cvba-so Lange Steenstraat Gent BIJZONDER BESTEK D351/10 Blad nr. B.0 DOSSIERNUMMER : 2007/0665/02 PROVINCIE OOST-VLAANDEREN AANBESTEDENDE OVERHEID : WoninGent cvba-so Lange Steenstraat 54 9000 Gent TEL 09 / 235 99 00 OPDRACHT : Oprichten

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK D351/10 Blad nr. B.239 GEDETAILEERDE MEETSTAAT. art.nr. titel lengte breedte hoogte aantal product eenheid meetcode

BIJZONDER BESTEK D351/10 Blad nr. B.239 GEDETAILEERDE MEETSTAAT. art.nr. titel lengte breedte hoogte aantal product eenheid meetcode BIJZONDER BESTEK D351/10 Blad nr. B.239 Oprichten van 8 appartementen Kleemstraat 9041 Gent-Oostakker WoninGent cvba-so Lange Steenstraat 54, 9000 Gent GEDETAILEERDE MEETSTAAT art.nr. titel lengte breedte

Nadere informatie

PROJECT NIEUWBOUW TOT UITBREIDING VAN EEN BESTAANDE SCHOOL OPEN AANBESTEDING

PROJECT NIEUWBOUW TOT UITBREIDING VAN EEN BESTAANDE SCHOOL OPEN AANBESTEDING Technische bepalingen dossier ST AUGUSTINUSSCHOOL PERCEEL 1 gesloten ruwbouw p. 1 / 146 AANBESTEDINGSDOSSIER PROJECT NIEUWBOUW TOT UITBREIDING VAN EEN BESTAANDE SCHOOL PERCEEL 1 GESLOTEN RUWBOUW & OMGEVINGSWERKEN

Nadere informatie

artikel eenheidsprijs in letters AANNEMING / WERF

artikel eenheidsprijs in letters AANNEMING / WERF blad: 1/15 DEEL 0 AANNEMING / WERF 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.30 plaatsbeschrijving 1,00 TP beschrijving bij de aanvang der werken staat van vergelijking na deze werken 01.40 werfcoördinatie algemeen

Nadere informatie

SAMENVATTENDE OPMETING SO 2017 ONTWERPER : heropbouw 2 woningen. GEVOEGD BIJ MIJN INSCHRIJVING Elke architectuur bvba PERCEEL:1 DD

SAMENVATTENDE OPMETING SO 2017 ONTWERPER : heropbouw 2 woningen. GEVOEGD BIJ MIJN INSCHRIJVING Elke architectuur bvba PERCEEL:1 DD VMSW OPDRACHTGEVER : REF NR.: 2015/0073/01 SAMENVATTENDE OPMETING Vlaams Woningfonds cvba BETREFT:Afbraak hanlspand en appartement en SO 2017 ONTWERPER : heropbouw 2 woningen GEVOEGD BIJ MIJN INSCHRIJVING

Nadere informatie

SAMENVATTENDE MEETSTATEN

SAMENVATTENDE MEETSTATEN SAMENVATTENDE MEETSTATEN Uitbreiding van woonzorgcentrum Homevil, gelegen Kursaalstraat 10 te Vilvoorde. INHOUDSOPGAVE Samenvattende meetstaten Samenvattende meetstaat architectuur Samenvattende meetstaat

Nadere informatie

Gedeeltelijke herinrichting Vlaams Administratief Centrum te Antwerpen. Inhoudstafel. Bouwheer

Gedeeltelijke herinrichting Vlaams Administratief Centrum te Antwerpen. Inhoudstafel. Bouwheer Gedeeltelijke herinrichting Vlaams Administratief Centrum te Antwerpen Inhoudstafel Bouwheer Agentschap Facilitair Bedrijf Boudewijnlaan 30 bus 60, 1000 Brussel Werf VAC Antwerpen Lange Kievitstraat 11-113

Nadere informatie

ART. BESCHRIJVING PRIJS EENH. TOTAAL EENH. PRIJS (letters) TOT. PRIJS (letters) EENH. PRIJS (cijfers) TOT. PRIJS (cijfers)

ART. BESCHRIJVING PRIJS EENH. TOTAAL EENH. PRIJS (letters) TOT. PRIJS (letters) EENH. PRIJS (cijfers) TOT. PRIJS (cijfers) 1 M E E T S T A A T DOSSIER : OPDRACHTGEVER : SLOPEN VAN EEN SANITAIR BLOK BOUWEN VAN EEN SANITAIR BLOK Sint Gregoriuscollege - lagere school Alfons Biebuycklaan 24 9050 Gentbrugge VZW Katholiek Scholen

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 BOUWPLAATSVOORZIENINGEN O2.0O Bouwplaatsvoorzieningen - algemeen FH SOG... O2.51 Aankondigingsbord FH SOG...

Hoofdstuk 2 BOUWPLAATSVOORZIENINGEN O2.0O Bouwplaatsvoorzieningen - algemeen FH SOG... O2.51 Aankondigingsbord FH SOG... Provincie Antwerpen - Gemeente LINT Project: BRANDVEILIG MAKEN OC DE WITTE MEREL : FASE 2 Liersesteenweg 25-2547 Lint Opmetingsstaat Art. omschrijving prijsbep. eenheid hoeveelh. E.P.letters-Euro totaal

Nadere informatie

artikel omschrijving hoeveelheid berekend door eenh. eenheidsprijs (E.P.) in letters E.P. in cijfers totaal ( ) ontwerper inschrijver

artikel omschrijving hoeveelheid berekend door eenh. eenheidsprijs (E.P.) in letters E.P. in cijfers totaal ( ) ontwerper inschrijver 2 WONINGEN KERKFABRIEK HEILIG KRUIS BLOKSTRAAT 72-74 TE 2500 LIER PERCEEL 2 ALGEMENE BOUWWERKEN bouwheer Kerkfabriek Heilig Kruis architecten ar.2 architectenbureau bvba OFFERTEFORMULIER gegevens verstrekt

Nadere informatie

DEEL 0 AANNEMING WERF

DEEL 0 AANNEMING WERF DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 9 00.10. projectgegevens 9 00.20. ontwerpteam 9 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 9 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit 9 00.23. ontwerpteam

Nadere informatie

12/01/2016 Gedetailleerde opmeting dossier - Herinrichting kantoren bibliotheek Permeke - P dossier ontwerp bouwheer

12/01/2016 Gedetailleerde opmeting dossier - Herinrichting kantoren bibliotheek Permeke - P dossier ontwerp bouwheer 12/01/2016 Gedetailleerde opmeting dossier - Herinrichting kantoren bibliotheek Permeke - P07363 1 dossier ontwerp bouwheer P07363 herinrichting kantoren bibliotheek Permeke 00 ALGEMENE BIJZONDERE VOORAFGAANDELIJKE

Nadere informatie

GEDETAILLEERDE MEETSTAAT

GEDETAILLEERDE MEETSTAAT BIJZONDER BESTEK D432/15 Bestaand raam cafetaria doortrekken tot vloerniveau Blad nr. B.41 Stad Gent Departement Facility management Dienst Bouwprojecten Sint Salvadorstraat 16 9000 Gent SINT-PIETERSABDIJ

Nadere informatie

Hoeveelheid berekend door de Eenheid a.v.d.o. Eenheidsprijs (in cijfers)

Hoeveelheid berekend door de Eenheid a.v.d.o. Eenheidsprijs (in cijfers) DOSSIERNR 2009/1208/02 Stempel van de inschrijver DATUM 20/06/2016 ONTWERP BOUWEN VAN 11 SOCIALE HUURWONINGEN EN 6 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN BOUWPLAATS Krekelhoek 9200 Grembergen BOUWHEER Gewestelijke

Nadere informatie

Architectenbureau Vanhecke & Suls Architect Mark Van Hecke ART OMSCHRIJVING VH EH L B H X TOTAAL

Architectenbureau Vanhecke & Suls Architect Mark Van Hecke ART OMSCHRIJVING VH EH L B H X TOTAAL INVULPROJECT AARTSELAARSTRAAT - ARRO ANTWERPEN - BIJZONDER BESTEK - UITGEBREIDE MEETSTAAT - 1 ARRO ANTWERPEN SOCIALE BOUW- & KREDIETMAATSCHAPPIJ cv INVULPROJECT AARTSELAARSTRAAT Aartselaarstraat 202-208

Nadere informatie

DEEL 0 AANNEMING WERF

DEEL 0 AANNEMING WERF DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 3 00.10. projectgegevens 3 00.20. ontwerpteam 3 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 3 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit 3 00.23. ontwerpteam

Nadere informatie

PERCEEL 1 : Water- & winddicht

PERCEEL 1 : Water- & winddicht PERCEEL 1 : Water- & winddicht Onderwerp Reconversie van Broelkaai 6 tot dienstencentrum Dossier BLKI 16.460 Bouwheer SOK Kortrijk (Stadsontwikkelingsbedrijk Kortrijk) Bouwplaats Broelkaai 6 8500 Kortrijk

Nadere informatie

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b m2 h m3 st EH subtot TOT EP TSSTOTAAL TOTAALPRIJS afvoerbuizen - algemeen 0,00

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b m2 h m3 st EH subtot TOT EP TSSTOTAAL TOTAALPRIJS afvoerbuizen - algemeen 0,00 MEETSTAAT STERKERK datum 14/12/2015 project kadastrale gegevens projectverantwoordelijke opdrachtgever BOUWEN VAN EEN SCHOOLGEBOUW Jules Sellekaertsstraat 9 1930 Zaventem afdeling 22, sectie B, nr 292g4

Nadere informatie

BOUWHEER : Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkwoningen CVBA WERKEN : BOUWEN VAN 12 SOCIALE KOOPAPPARTEMENTEN MET PERKEERKELDER

BOUWHEER : Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkwoningen CVBA WERKEN : BOUWEN VAN 12 SOCIALE KOOPAPPARTEMENTEN MET PERKEERKELDER PROVINCIE : OOST-VLAANDEREN STAD : 9900 EEKLO BOUWHEER : Meetjeslandse Bouwmaatschappij voor Volkwoningen CVBA ZETEL : Stationsstraat 58, 9900 EEKLO WERKEN : BOUWEN VAN 12 SOCIALE KOOPAPPARTEMENTEN MET

Nadere informatie

B B Zandwege

B B Zandwege F 3 F F 1 5 F 7 F F F Bareelweg 2 4 14 Bareelweg 16 E 12 F 6 F 18 E 10 20 F 8 E F 22 E B B B B 40 38 36 34 32 Zandwege C A 13 11 A A 9 7 A A 5 Kanunnik Logghestraat Zandwege Priester Fonteynestraat Lodewijck

Nadere informatie

00. ALGEMENE BEPALINGEN 43

00. ALGEMENE BEPALINGEN 43 5 TECHNISCHE BEPALINGEN DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 43 00.10. projectgegevens 43 00.20. ontwerpteam 43 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 43 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit

Nadere informatie

BEDRIJVENTERREIN INGELMUNSTER URA UTIL LANDZICHT

BEDRIJVENTERREIN INGELMUNSTER URA UTIL LANDZICHT BEDRIJVENTERREIN INGELMUNSTER URA UTIL LANDZICHT N50 1. 2. meulebekestraat 3. 1. grotere schaal: lokale bedrijven 2. kleine schaal: rijwoningen 3. kleine schaal: villawijk groene ruimte verharde ruimte

Nadere informatie

Bijzonder bestek Open aanbesteding

Bijzonder bestek Open aanbesteding Bijzonder bestek Open aanbesteding Renovatie verwarming van 42 appartementen Everdij- en Kammenstraat te 2000 Antwerpen Bestek nr: 2014/0428/01 Woonhaven Antwerpen pag. 1 / 45 Overzicht 1. VOORWERP VAN

Nadere informatie

BOUWEN VAN EEN LUIFEL OP BEGRAAFPLAATSEN ITEGEM EN BOOISCHOT - HEIST-OP-DEN-BERG LOT 1 - CONSTRUCTIE VAN DE LUIFELS BESCHRIJVENDE MEETSTAAT

BOUWEN VAN EEN LUIFEL OP BEGRAAFPLAATSEN ITEGEM EN BOOISCHOT - HEIST-OP-DEN-BERG LOT 1 - CONSTRUCTIE VAN DE LUIFELS BESCHRIJVENDE MEETSTAAT Ontwerpers omgevingsaanleg: Architecten luifels: Opdrachtgevend Bestuur: Ontwerpbureau PAUWELS BVBA Gijs Van Vaerenbergh architecten bvba Gemeentebestuur Heist-op-den-Berg Tassetstraat (Gebr.) 93, 3018

Nadere informatie

LASTENBOEK. BOUWEN VAN EEN DRIEGEVELWONING Verkaveling Zagerijstraat Lot Hofstade

LASTENBOEK. BOUWEN VAN EEN DRIEGEVELWONING Verkaveling Zagerijstraat Lot Hofstade LASTENBOEK DOSSIERNR. PROJECT 1402 VAN DEN NEST BOUWEN VAN EEN DRIEGEVELWONING Verkaveling Zagerijstraat Lot 4 9308 Hofstade OPDRACHTGEVER Evelyne VAN DEN NEST Steenweg op Aalst 20 / 2.2 9308 Hofstade

Nadere informatie

Meetst2004AZALEALEI. dossier 0506 lot Algemene aanbesteding ontwerp 3 appartementen in Azalealei te Merksem bouwheer Onze Woning cvba

Meetst2004AZALEALEI. dossier 0506 lot Algemene aanbesteding ontwerp 3 appartementen in Azalealei te Merksem bouwheer Onze Woning cvba Meetst2004AZALEALEI dossier 0506 lot Algemene aanbesteding ontwerp 3 appartementen in Azalealei te Merksem bouwheer Onze Woning cvba 0 INLEIDING / ALGEMEEN 00.10. voorwoord - algemeen 00.20. uitgangspunten

Nadere informatie

Koningin Elisabethlei 22 Schoonselstraat Antwerpen 2610 Wilrijk

Koningin Elisabethlei 22 Schoonselstraat Antwerpen 2610 Wilrijk - RENOVATIE VANGEERTENHOF - ARBORETUM - INSCHRIJVINGSFORMULIER - AB - 2017.05-1/10 Restauratie Vangeertenhof - Arboretum Heuvel 2 2920 Kalmthout Opdrachtgever Architect Provincie Antwerpen Architectenbureau

Nadere informatie

VLAAMS WONINGFONDS - WERKSTRAAT 18 - DETAILMEETSTAAT BIJ AAN 1C

VLAAMS WONINGFONDS - WERKSTRAAT 18 - DETAILMEETSTAAT BIJ AAN 1C opdrachtgever : Vlaams Woningfonds cvba de Meeûssquare 26-27 1000 Brussel Architectenbureau VORM 3 bvba Bosschaert de Bouwellei 41, 2100 Deurne opdracht : Verbouwen van een woning Tel. : 03/326.02.39 gelegen

Nadere informatie

Provincie Antwerpen. Arrondissement Antwerpen. Gemeente Boom. Dossier nr. BOO Portiersgebouw containerpark Boom

Provincie Antwerpen. Arrondissement Antwerpen. Gemeente Boom. Dossier nr. BOO Portiersgebouw containerpark Boom Provincie Antwerpen Arrondissement Antwerpen Gemeente Boom Dossier nr. BOO06030 Portiersgebouw containerpark Boom Aanbestedende overheid : Opgemaakt door : Synopsis Provincie : Antwerpen Gemeente : Boom

Nadere informatie

SAMENVATTENDE OPMETING Bouwmaatschappij De Noorderkempen BETREFT: RAMING. SO 2015 ONTWERPER : PERCEEL: Turnhoutseweg 51

SAMENVATTENDE OPMETING Bouwmaatschappij De Noorderkempen BETREFT: RAMING. SO 2015 ONTWERPER : PERCEEL: Turnhoutseweg 51 15/11/2017 Raming dossier 1409 - lot 0 Aanneming Werf 1 OPDRACHTGEVER : REF NR.: 1409BEER SAMENVATTENDE OPMETING Bouwmaatschappij De Noorderkempen BETREFT: RAMING SO 2015 ONTWERPER : PERCEEL: Turnhoutseweg

Nadere informatie

DEEL 0 AANNEMING WERF

DEEL 0 AANNEMING WERF DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 4 00.10. projectgegevens 4 00.20. ontwerpteam 4 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 4 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit 4 00.23. ontwerpteam

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN BIJZONDER BESTEK AFBRAAKWERKEN

ALGEMENE VOORWAARDEN BIJZONDER BESTEK AFBRAAKWERKEN Project: afbreken van bestaand jeugdhuis bouwen van nieuw jeugdhuis club 9 en slagwerklokalen Bouwheer: Stadsbestuur Beringen Mijnschoolstraat 88, 3580 Beringen Bouwplaats: Albert I-laan 41, 3582 Beringen,

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER. Ik (aannemer)

INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER. Ik (aannemer) 10. 3. INTENTIEVERKLARING VAN DE AANNEMER Ik (aannemer) Verklaar hiermede dat ik kennis genomen heb van en akkoord ben met de veiligheidsvoorschriften van de opdrachtgever, opgenomen in het bestek, de

Nadere informatie

28/11/2016 beschrijvende meetstaat verbouwingswerken aan het paviljoen van het kasteel van Groenendaal 1/7

28/11/2016 beschrijvende meetstaat verbouwingswerken aan het paviljoen van het kasteel van Groenendaal 1/7 28/11/2016 beschrijvende meetstaat verbouwingswerken aan het paviljoen van het kasteel van Groenendaal 1/7 bouwheer: adres bouwplaats: opdracht: Natuurinvest OC ANB Koning Albert 2 laan 20 bus 22 1000

Nadere informatie

PERCEEL 5 : Binnenafwerking

PERCEEL 5 : Binnenafwerking PERCEEL 5 : Binnenafwerking Onderwerp Reconversie van Broelkaai 6 tot dienstencentrum Dossier BLKI 16.460 Bouwheer SOK Kortrijk (Stadsontwikkelingsbedrijk Kortrijk) Bouwplaats Broelkaai 6 8500 Kortrijk

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK WERKEN BOUWEN VAN 4 BUNGALOWS (+1 IN OPTIE) OPEN OFFERTEAANVRAAG. APB De Gavers

BIJZONDER BESTEK WERKEN BOUWEN VAN 4 BUNGALOWS (+1 IN OPTIE) OPEN OFFERTEAANVRAAG. APB De Gavers BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP BOUWEN VAN 4 BUNGALOWS (+1 IN OPTIE) OPEN OFFERTEAANVRAAG Opdrachtgevend bestuur APB De Gavers De Gavers, Liesbeth Cock Onkerzelestraat

Nadere informatie

14/05/2007 060604 144 BIJBOUWEN B-VLEUGEL Samenvattende opmeting 1

14/05/2007 060604 144 BIJBOUWEN B-VLEUGEL Samenvattende opmeting 1 14/05/2007 060604 144 BIJBOUWEN B-VLEUGEL Samenvattende opmeting 1 dossier 060604 144 BIJBOUWEN B-VLEUGEL lot ALGEMENE BOUWWERKEN ontwerp 0 bouwheer SYNTRA MIDDEN VLAANDEREN CAMPUS ST NIKLAAS lot 1 Ruwbouwwerken

Nadere informatie

LASTENBOEK ALGEMENE BEPALINGEN AANNEMINGSMODALITEITEN BOUWPLAATSVOORZIENINGEN AFBRAAKWERKEN GEBOUWPRESTATIES BOUWKUNDE 00. ALGEMENE BEPALINGEN...

LASTENBOEK ALGEMENE BEPALINGEN AANNEMINGSMODALITEITEN BOUWPLAATSVOORZIENINGEN AFBRAAKWERKEN GEBOUWPRESTATIES BOUWKUNDE 00. ALGEMENE BEPALINGEN... p. 1 / 242 LASTENBOEK ALGEMENE BEPALINGEN AANNEMINGSMODALITEITEN BOUWPLAATSVOORZIENINGEN AFBRAAKWERKEN GEBOUWPRESTATIES BOUWKUNDE 00. ALGEMENE BEPALINGEN... 9 00.10. projectgegevens...9 00.20. ontwerpteam...9

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK DETAILMEETSTAAT DETAILPLANNEN ARCHITECTUURPLANNEN

BIJZONDER BESTEK DETAILMEETSTAAT DETAILPLANNEN ARCHITECTUURPLANNEN BIJZONDER BESTEK DETAILMEETSTAAT DETAILPLANNEN ARCHITECTUURPLANNEN Opdracht Verbouwen van een woning Bouwplaats Maasstraat 12 2060 Antwerpen Bouwheer Vlaams Woningfonds cvba Ieperlaan 41 1000 Brussel Dossier

Nadere informatie

Samenvattende meetstaat ARTIKEL IND HOEV ARCH HOEV AANN EENHEIDSPR SOM OPMERKINGEN

Samenvattende meetstaat ARTIKEL IND HOEV ARCH HOEV AANN EENHEIDSPR SOM OPMERKINGEN HOOFDSTUK 00 : INRICHTING VAN DE BOUWPLAATS. werfkast elek. te voorzien HOODSTUK 01 : VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN. 01.1 : Schoonmaak van de werf. uitgraven van stronken 4 stuks HOOFDTSUK 02 : GRAAFWERKEN.

Nadere informatie

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b h m2 m3 st EH subtot TOT TSSTOTAAL TOTAALPRIJS

MEETSTAAT STERKERK OFFERTE - AANVRAAG R 30/12/99 l b h m2 m3 st EH subtot TOT TSSTOTAAL TOTAALPRIJS MEETSTAAT STERKERK datum 14/12/2015 project kadastrale gegevens projectverantwoordelijke opdrachtgever BOUWEN VAN EEN SCHOOLGEBOUW Jules Sellekaertsstraat 9 1930 Zaventem 0 afdeling 22, sectie B, nr 292g4

Nadere informatie

00. INLEIDING / ALGEMEEN... 3 00.10. voorwoord - algemeen... 3 00.20. uitgangspunten - algemeen... 3 00.30. structuur & opvatting - algemeen...

00. INLEIDING / ALGEMEEN... 3 00.10. voorwoord - algemeen... 3 00.20. uitgangspunten - algemeen... 3 00.30. structuur & opvatting - algemeen... DEEL 0 - AANNEMING / WERF INHOUDSOPGAVE 00. INLEIDING / ALGEMEEN... 3 00.10. voorwoord - algemeen... 3 00.20. uitgangspunten - algemeen... 3 00.30. structuur & opvatting - algemeen... 3 00.40. gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP EVERE PAPAGENO - NIEUWBOUW BASISSCHOOL EN KINDERDAGVERBLIJF OPEN AANBESTEDING

BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP EVERE PAPAGENO - NIEUWBOUW BASISSCHOOL EN KINDERDAGVERBLIJF OPEN AANBESTEDING GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Ref.: CD.51.01.2015.024 PROVINCIE VLAANDEREN BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP EVERE PAPAGENO - NIEUWBOUW BASISSCHOOL EN KINDERDAGVERBLIJF

Nadere informatie

ANCO-TORENS TURNHOUT. VERKOOPSLASTENBOEK PARKEERGARAGE Fase

ANCO-TORENS TURNHOUT. VERKOOPSLASTENBOEK PARKEERGARAGE Fase Generaal Lemanstraat 27 B-2018 Antwerpen Telefoon 03 232 08 79 Telefax 03 232 21 38 www.wilma.be ANCO-TORENS TURNHOUT VERKOOPSLASTENBOEK PARKEERGARAGE Fase 4 Versie: 30 juli 2010 anco verkoopslastenboek

Nadere informatie

LAAKDAL VEERLE VORST EINDHOUT GROTE LAAK KLEINE LAAK RODE LAAK LANDELIJKE GEMEENTE ONGEREPTE NATUUR NATUURRESERVATEN 75 KM WANDELROUTES

LAAKDAL VEERLE VORST EINDHOUT GROTE LAAK KLEINE LAAK RODE LAAK LANDELIJKE GEMEENTE ONGEREPTE NATUUR NATUURRESERVATEN 75 KM WANDELROUTES 1 SITUERING VAN HET PROJECT MESO LAAKDAL 1977 ALBERTKANAAL VEERLE VORST EINDHOUT GROTE LAAK E313 KLEINE LAAK RODE LAAK EINDHOUT KLEIN-VORST LANDELIJKE GEMEENTE? VEERLE GROOT-VORST ONGEREPTE NATUUR NATUURRESERVATEN

Nadere informatie

RESTAURATIE DAKEN OPERA ANTWERPEN

RESTAURATIE DAKEN OPERA ANTWERPEN RESTAURATIE DAKEN OPERA ANTWERPEN FRANKRIJKLEI 3-2018 ANTWERPEN SAMENVATTENDE MEETSTAAT FASE 2 - PERCEEL 02 - UITVOERING 2018 hoeveelh 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen

Nadere informatie

LOT 2: Detail Meetstaat w/w ruwbouw met natte afwerkingen Blok A.1

LOT 2: Detail Meetstaat w/w ruwbouw met natte afwerkingen Blok A.1 LOT 2: Detail Meetstaat w/w ruwbouw met natte afwerkingen Blok A.1 Dossiernr.: S4312V UITBREIDING TNW NURSING-TEHUIS - Breugelweg 200-3900 Overpelt Bouwheer : Stijn vzw - Dienstencentrum St.-Oda - Breugelweg

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK FASE 3 ALLE DELEN

BIJZONDER BESTEK FASE 3 ALLE DELEN BIJZONDER BESTEK FASE 3 ALLE DELEN DOSSIER: Bio-ecologische verbouwing en nieuwbouw site Heiwijk Het project omvat de verbouwing van het bestaande, geclasseerde jachthuis, de afbraak van de bestaande conciërgewoning,

Nadere informatie

Eenheid som (afgerond. ontwerper inschrijver in letters op de cent) Hoeveelheid Ged. Sommen (afgerond op de cent)

Eenheid som (afgerond. ontwerper inschrijver in letters op de cent) Hoeveelheid Ged. Sommen (afgerond op de cent) OPDRACHTGEVER : REF : Brugse Maatschappij voor Huisvesting BETREFT : ONTWERPER : PERC. : WD_1224-1991 Sociaal woonproject Hoeve de Laere ALGEMENE AANNEMING SAMENVATTENDE OETING SO 2013 GEVOEGD BIJ MIJN

Nadere informatie

LOT 2: BIJZONDER BESTEK W/W RUWBOUW met NATTE AFWERKINGEN

LOT 2: BIJZONDER BESTEK W/W RUWBOUW met NATTE AFWERKINGEN LOT 2: BIJZONDER BESTEK W/W RUWBOUW met NATTE AFWERKINGEN OPDRACHTGEVER Stijn vzw Dienstencentrum St.-Oda Breugelweg, 200 3900 Overpelt OPDRACHT UITBREIDING TNW NURSING- TEHUIS 90 BEDDEN Breugelweg 3900

Nadere informatie

Dossier: 1502-Declercq-Lauw

Dossier: 1502-Declercq-Lauw 1502-Declercq-Lauw - versie UV01 pag. 1/9 Printdatum 29-2-2016 Dossier: 1502-Declercq-Lauw Verbouwen van een woning Versie: 2 - versie UV01 Bouwheer: Dries en Tanja Declercq - Lauw : Sint-Machariusstraat

Nadere informatie

1/ Bijlage C inschrijvingsformulier. Referentie Omschrijving Type EH HV EHP Totaal

1/ Bijlage C inschrijvingsformulier. Referentie Omschrijving Type EH HV EHP Totaal 1/36 Hoofdstuk 0 00. ALGEMENE BEPALINGEN 00.10. projectgegevens 00.20. ontwerpteam 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp 00.22. ontwerpteam - studie stabiliteit 00.23. ontwerpteam - studie technieken

Nadere informatie

REGEL-MAAT-WERK INGELMUNSTER. TRANS l UTIL l MICCONSULT

REGEL-MAAT-WERK INGELMUNSTER. TRANS l UTIL l MICCONSULT REGEL-MAAT-WERK INGELMUNSTER TRANS l UTIL l MICCONSULT BEELD 50 100 150 200 250 INPLANTINGSPLAN 90 3. grid zorgt voor regelmaat 1. onregelmatige perceelsgrens 2. unieke rechte hoek benutten 1. onregelmatige

Nadere informatie

SAMENVATTENDE MEETSTAAT

SAMENVATTENDE MEETSTAAT Samenvattende meetstaat 1//6 Aanpassingswerken sanitair blok kleuters Sint-Franciscus Basisschool / Kloosterstraat 79-9910 Knesselare - Architectenbureau Eric Lefebure Burg. J. Chalmetlaan 12-9060 Zelzate

Nadere informatie

Postnr. Omschrijving Type Eenh Lengte Breedte Hoogte Aantal Subtotaal Totaal Opmerkingen

Postnr. Omschrijving Type Eenh Lengte Breedte Hoogte Aantal Subtotaal Totaal Opmerkingen GEDETAILEERDE MEETSTAAT Project Bouwplaats VW terminal - gebouw A Herkenrodesingel Postnr. Omschrijving Type Eenh Lengte Breedte Hoogte Aantal Subtotaal Totaal Opmerkingen 5 BINNENAFWERKING 1 BINNENPLAATAFWERKINGEN

Nadere informatie

LASTENBOEK ROESELARE SERINGENSTRAAT WOONPROJECT BOTANIEK HANDELSRUIMTE

LASTENBOEK ROESELARE SERINGENSTRAAT WOONPROJECT BOTANIEK HANDELSRUIMTE LASTENBOEK ROESELARE SERINGENSTRAAT WOONPROJECT BOTANIEK HANDELSRUIMTE INTRODUCTIE Om de toekomstige eigenaars van deze handelsruimte een duidelijk overzicht te geven van de kwaliteit en de afwerking van

Nadere informatie

TECHNISCHE BEPALINGEN

TECHNISCHE BEPALINGEN TECHNISCHE BEPALINGEN PLAATSEN VAN DAKISOLATIE EN RENOVEREN VAN DAKEN TWEEBRUGGENSTRAAT 59, 9000 GENT BOU/2016/041-ID 2938 Aanbestedende overheid : Stad Gent Auteur van het opdrachtdocumenten/ontwerper:

Nadere informatie

Bijzonder beschrijvend bestek. STABILITEIT Deel 1

Bijzonder beschrijvend bestek. STABILITEIT Deel 1 Bijzonder beschrijvend bestek STABILITEIT Deel 1 Datum :2014/08/08 Plakoni Eikelaarstraat 21 A B- 3600 Genk www.plakoni.be Tel. : 0032 (0)89 323 517 Fax : 0032 (0)89 355 003 [email protected] Voor

Nadere informatie

BOUWEN VAN APPARTEMENTEN Oostmalsesteenweg te Rijkevorsel

BOUWEN VAN APPARTEMENTEN Oostmalsesteenweg te Rijkevorsel BOUWEN VAN APPARTEMENTEN Oostmalsesteenweg te Rijkevorsel BOUWHEER: DEGO bvba Poeleinde 33 2323 Hoogstraten - Wortel Tel 03 / 314 35 69 Fax 03 / 314 99 80 [email protected] 1. ALGEMEEN De appartementen worden

Nadere informatie

INFOBROCHURE TECHNISCHE INFO. Werf Sint-Niklaas, Belsele Watermolenwijk II fase 4 12 koopwoningen

INFOBROCHURE TECHNISCHE INFO. Werf Sint-Niklaas, Belsele Watermolenwijk II fase 4 12 koopwoningen INFOBROCHURE TECHNISCHE INFO 3 Werf Sint-Niklaas, Belsele Watermolenwijk II fase 4 12 koopwoningen 2 Inhoudsopgave 3 Situerings- en liggingsplan p. 4-5 Plannen der woongelegenheden p. 9 I. Plan woning

Nadere informatie

DEEL 0 AANNEMING WERF

DEEL 0 AANNEMING WERF DEEL 0 AANNEMING WERF 00. ALGEMENE BEPALINGEN 00.10. projectgegevens BOUWPLAATS Het uit te voeren project betreft de nieuwbouw van 14 sociale appartementen te Dronckaertstraat 163-165 8930 REKKEM (Menen)

Nadere informatie

art dmva art ASB POST n h l b sub. Tot totaal eenheide.p. totaal DEEL 0 AANNEMING - WERF 0,00

art dmva art ASB POST n h l b sub. Tot totaal eenheide.p. totaal DEEL 0 AANNEMING - WERF 0,00 LOT 0 LOT 1 LOT 2 LOT 3 NIET-STRUCTURELE AFBRAAKWERKEN door VIVES RUWBOUW & AFWERKING HVAC - SANITAIR ELEKTRICITEIT - VERLICHTING MAAKLAB / VIVES DEEL 0 AANNEMING - WERF 0,00 00. algemeen 01. aannemingsmodaliteiten

Nadere informatie

BEKNOPT LASTENBOEK BOUWTEAM. sogent. De woning wordt verwezenlijkt door: BOUWHEER. Voldersstraat 1. 9000 Gent T 09 269 69 00

BEKNOPT LASTENBOEK BOUWTEAM. sogent. De woning wordt verwezenlijkt door: BOUWHEER. Voldersstraat 1. 9000 Gent T 09 269 69 00 BEKNOPT LASTENBOEK BOUWTEAM De woning wordt verwezenlijkt door: BOUWHEER sogent Voldersstraat 1 9000 Gent T 09 269 69 00 ARCHITECTUUR TEEMA architecten bvba VEILIGHEIDSCOÖRDINATIE AT &M Consultants bvba

Nadere informatie

ALGEMENE TECHNISCHE BESCHRIJVING AARSCHOT - POORTVELDEN 1STE FASE. volgens E70-K40 normering. UITVOERING - CASCO

ALGEMENE TECHNISCHE BESCHRIJVING AARSCHOT - POORTVELDEN 1STE FASE. volgens E70-K40 normering. UITVOERING - CASCO ALGEMENE TECHNISCHE BESCHRIJVING AARSCHOT - POORTVELDEN 1STE FASE volgens E70-K40 normering. UITVOERING - CASCO ALGEMEEN: Dit lastenboek werd opgesteld om de kandidaat-kopers een beknopt overzicht te geven

Nadere informatie

PROJECT INGOOIGEM - Lindeburen 1. GROND-, FUNDERINGS- EN RIOLERINGSWERKEN - Afgraven van de graszode en van de teelaarde (± 10 cm) - de goede aarde wordt afzonderlijk gehouden - Graaf- en delfwerken; -

Nadere informatie

51. BINNENPLAATAFWERKINGEN

51. BINNENPLAATAFWERKINGEN 51. BINNENPLAATAFWERKINGEN 51.00. binnenplaatafwerkingen algemeen 51.20. voorzetwanden - algemeen meeteenheid : m2, opgesplitst volgens wanddikte en samenstelling. meetcode : netto wandoppervlakte. Openingen

Nadere informatie

STB. Eendraadschema appartement A. Eendraadschema appartement C. Eendraadschema appartement B. Nieuwbouw van 3 appartementen

STB. Eendraadschema appartement A. Eendraadschema appartement C. Eendraadschema appartement B. Nieuwbouw van 3 appartementen Eendraadschema appartement A Eendraadschema appartement C ALGEMENE NOTA OP DE PLANNEN: Eventuele vermelding van afmetingen van lokalen op de plannen, zijn afkomstig van het dossier architectuur Alle maten

Nadere informatie

LEEFRUIMTE LEEFRUIMTE SLAAPKAMER 3 SLAAPKAMER

LEEFRUIMTE LEEFRUIMTE SLAAPKAMER 3 SLAAPKAMER 60 350 100 100 350 60 20 LEEFRUIMTE CV CV vent. gasketel uitlaat volgens voorschriften fabrikant WM DK DK KEUKEN 20 368 10 368 416 316 17 17 316 416 WM TERRS 300 300 TERRS RW RW 12,4m² KEUKEN 12,4m² LEEFRUIMTE

Nadere informatie

Project: Atelier Kyoto - Webo. Meetstaat Elektriciteit 1/12. Datum: 2/03/2016. 10 ALGEMEEN Subtotaal: 70 ELEKTRICITEIT/BINNENNET Subtotaal:

Project: Atelier Kyoto - Webo. Meetstaat Elektriciteit 1/12. Datum: 2/03/2016. 10 ALGEMEEN Subtotaal: 70 ELEKTRICITEIT/BINNENNET Subtotaal: 1/12 Project: Atelier Kyoto - Webo Datum: 2/03/2016 Meetstaat Elektriciteit 10 ALGEMEEN Subtotaal: 10.11 As-built dossier 1 GP FH 10.12 Technisch uitvoering dossier 1 GP FH 10.13 Rf afdichtingen openingen

Nadere informatie