Gebruikershandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebruikershandleiding"

Transcriptie

1 Gebruikershandleiding Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland Fantom-X6/X7/X8. Voordat u dit apparaat in gebruik neemt, raden wij u aan de volgende secties zorgvuldig door te lezen: BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (p.2), HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN (p. 3-4) en BELANGRIJKE OPMERKINGEN (p. 4-5) In deze secties vindt u belangrijke informatie over het juiste gebruik van het apparaat. Daarnaast dient deze gebruikershandleiding in zijn geheel gelezen te worden, zodat u een goed beeld krijgt van alle mogelijkheden die uw nieuwe apparaat te bieden heeft. Bewaar deze handleiding om er later aan te kunnen refereren. Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de Fantom-X6, de Fantom-X7 en de Fantom X-8. De handleiding gebruikt de term Fantom-X om deze drie modellen aan te geven. Naar de Demo Songs luisteren Druk op [PLAY] om de demo song af te spelen. Om de performance te stoppen drukt u op [STOP]. Terugspoelen Stop Afspelen * Bekijk p. 23 om de andere demo songs te beluisteren. 202 Copyright 2004 ROLAND CORPORATION Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming van ROLAND CORPORATION op enigerlei wijze gereproduceerd worden.

2 CAUTION RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN ATTENTION: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR WAARSCHUWING: VERWIJDER HET DEKSEL (OF DE ACHTERKANT) NIET, OM HET RISICO OP EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE REDUCEREN. BINNENIN BEVINDEN ZICH GEEN ONDERDELEN DIE DOOR DE GEBRUIKER ONDERHOUDEN KUNNEN WORDEN. LAAT HET ONDERHOUD AAN ERKEND PERSONEEL OVER Het symbool van de bliksemflits met pijl, binnen een gelijkzijdige driehoek, is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van niet geïsoleerd, 'gevaarlijk voltage' binnenin het apparaat, dat krachtig genoeg kan zijn om een elektrische schok bij personen te veroorzaken. Het uitroepteken binnen een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies. INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT HET RISICO VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF VERWONDINGEN AAN PERSONEN. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES BEWAAR DEZE INSTRUCTIES WAARSCHUWING ñ Tijdens het gebruik van elektrische producten moeten de voorzorgsmaatregelen altijd opgevolgd worden, inclusief de volgende: 1. Lees deze instructies. 2. Bewaar deze instructies. 3. Neem alle waarschuwingen serieus. 4. Volg alle instructies. 5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water. 6. Maak dit apparaat alleen met een droge doek schoon. 7. De ventilatie openingen mogen niet geblokkeerd worden. Installeer in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. 8. Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen, zoals radiatoren, kachelschuiven, kachels of andere apparaten (inclusief versterkers), die warmte produceren. 9. Bescherm het netsnoer, zodat er niet overheen gelopen kan worden. Zorg dat het snoer, in het bijzonder bij de stekkers, stopcontactdozen en op het punt waar zij uit het apparaat komen, niet gedraaid of in elkaar gedrukt wordt. 10. Gebruik alleen door de fabrikant gespecificeerde aanhangsels of accessoires. 11. Gebruik het apparaat met een door de fabrikant gespecificeerde of bij het apparaat geleverde kar, standaard, statief, console of tafel. Voorzichtigheid is geboden tijdens het verplaatsen van de kar/ apparaat combinatie, zodat deze niet kan omvallen en daardoor stuk gaat. 12. Tijdens onweer of wanneer het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal worden, haalt u de stekker uit het stopcontact. 13. Laat al het onderhoud aan erkend onderhoudspersoneel over. Onderhoud is vereist, wanneer het apparaat op enigerlei wijze beschadigd is, bijvoorbeeld als het netsnoer of de stekker beschadigd is, er vloeistof of objecten in het apparaat terecht zijn gekomen, als het apparaat aan regen of vochtigheid heeft blootgestaan, niet normaal functioneert of is gevallen

3 HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL TE VOORKOMEN Over WAARSCHUWING en VOORZICHTIG opmerkingen Over de symbolen Wordt gebruikt bij instructies, waarbij Het symbool wijst de gebruiker op belangrijke de gebruiker attent gemaakt wordt op instructies of waarschuwingen. De specifieke betekenis WAARSCHUWING het risico van overlijden of zwaar letsel, van het symbool wordt bepaald door het teken, dat zich wanneer het apparaat niet op juiste binnen de driehoek bevindt. Het symbool, dat zich in dit wijze gebruikt wordt. geval aan de linkerkant bevindt, betekent dat dit teken voor algemene voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen, Wordt gebruikt bij instructies, waarbij of aanduidingen van gevaar wordt gebruikt. de gebruiker attent gemaakt wordt op Het symbool wijst de gebruiker op onderdelen, die het risico van letsel of materiële schade, nooit verplaatst mogen worden (verboden). De wanneer het apparaat niet op juiste specifieke handeling, die niet uitgevoerd mag worden, VOORZICHTIG wijze gebruikt wordt. wordt aangegeven door het symbool, dat zich binnen * Materiële schade verwijst naar schade de cirkel bevindt. Het symbool, dat zich in dit geval aan of andere ongunstige effecten, die ten de linkerkant bevindt, betekent dat het apparaat nooit aanzien van het huis en al het uit elkaar gehaald mag worden. aanwezige meubilair, en tevens aan Het wijst de gebruiker op onderdelen, die verwijderd huisdieren kunnen optreden. moeten worden. De specifieke handeling, die uitgevoerd moet worden, wordt door het symbool binnen de cirkel aangegeven. Het symbool, dat zich in dit geval aan de linkerkant bevindt, geeft aan dat het netsnoer uit de daarvoor bestemde aansluiting getrokken moet worden. NEEM ALTIJD HET VOLGENDE IN ACHT WAARSCHUWING 001 Voordat u het apparaat in gebruik neemt, leest u onderstaande instructies en de gebruikershandleiding b Maak het apparaat niet open, en voer geen interne modificaties uit (De enige uitzondering zou zijn wanneer deze handleiding specifieke instructies geeft die gevolgd moeten worden om door de gebruiker te installeren zaken te plaatsen; zie p. 240, p.242, p.244, p.246.) Tracht het apparaat niet te repareren of onderdelen in het apparaat te vervangen (behalve wanneer daartoe specifieke instructies in de handleiding staan.) Ga voor alle onderhoud naar uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of een erkende Roland distributeur, die u op de Informatie pagina kunt vinden Gebruik of berg het apparaat nooit op, op plaatsen die: aan extreme temperaturen onderhevig zijn (bijvoorbeeld in direct zonlicht, in een afgesloten voertuig, dichtbij een warmtekanaal of bovenop warmte genererende apparatuur of die vochtig zijn (bijvoorbeeld badkamers, wasruimtes of natte vloeren of plaatsen die aan regen worden blootgesteld of die stoffig zijn of die aan een hoge mate van vibratie onderhevig zijn Dit apparaat mag alleen gebruikt worden met een speciaal door Roland aanbevolen rek of standaard Wanneer u dit apparaat gebruikt met een rek of standaard, die door Roland aanbevolen is, moet het rek of standaard zodanig geplaatst worden dat het waterpas staat en stabiel zal blijven. Als u geen rek of standaard gebruikt, moet u er nog steeds voor zorgen dat de locatie die u kiest om het apparaat op te zetten, waterpas staat zodat het apparaat goed ondersteund wordt en niet kan wiebelen a Het apparaat mag alleen aangesloten worden op een stroomtoevoer van het type dat beschreven is in de instructies of zoals aangegeven staat op het apparaat e Gebruik alleen het bijgesloten netsnoer. Dit snoer mag met geen enkel ander apparaat gebruikt worden.... WAARSCHUWING 009 Buig of draai het netsnoer niet overmatig, en plaats er geen zware objecten bovenop. Hierdoor kan het snoer beschadigen, waardoor afgebroken elementen en kortsluiting geproduceerd kan worden. Beschadigde snoeren betekenen een risico op brand en schokken!... Dit apparaat, op zichzelf staand of in combinatie met een versterker en koptelefoon of luidsprekers, kan geluidsniveaus produceren, die in staat zijn permanent gehoorsverlies te veroorzaken. Werk nooit lange tijd achter elkaar op een hoog of oncomfortabel volumeniveau. Wanneer u een bepaalde mate van gehoorsverlies of een piep in de oren bemerkt, moet u het apparaat direct uitzetten en een oorarts consulteren Zorg dat er geen objecten (bijvoorbeeld brandbaar materiaal, munten of spelden) of vloeistoffen (water, frisdrank, enz.) in het apparaat terechtkomen a: Zet direct de stroom uit, haal het netsnoer uit het stopcontact en breng het apparaat voor onderhoud naar uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of een erkend Roland distributeur, te vinden op de Informatie pagina, indien: Het netsnoer of de stekker is beschadigd, of Er rook of een ongewone geur optreedt Er objecten of vloeistof in het apparaat terecht zijn gekomen, of Het apparaat in de regen heeft gestaan (of op andere wijze nat is geworden), of Het apparaat niet normaal schijnt te functioneren of een duidelijke verandering in werking laat zien In huishoudens met kleine kinderen moet een volwassene toezicht houden, totdat het kind in staat is de regels, die essentieel zijn voor een veilige bediening van het apparaat, op te volgen Bescherm het apparaat tegen zware schokken. (Laat het niet vallen!) Steek het netsnoer van dit apparaat niet in een stopcontact, waar een groot aantal andere apparaten gebruik van maakt. Wees in het bijzonder voorzichtig bij het gebruik van verlengsnoeren de totale hoeveelheid stroom die door alle aangesloten apparaten wordt gebruikt, mag nooit de stroomclassificatie (watts/ampères) van het verlengsnoer overschrijden. Door overmatige ladingen kan de isolatie van het snoer verhit raken, en uiteindelijk smelten.... 3

4 WAARSCHUWING 022a Voordat u dit apparaat in het buitenland gaat gebruiken, neemt u contact op met uw verkoper, het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of een erkend Roland distributeur. Deze zijn te vinden op de Informatie pagina.... Schakel het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het eengeheugenkaart wilt gaan installeren. (SRX serie; p.240, p.242, DIMM; p.244, p.246) SPEEL GEEN CD-ROM disk op een conventionele CD speler af. Het geluidsniveau dat geproduceerd wordt, kan permanent gehoorverlies veroorzaken. Dit kan resulteren in schade aan luidsprekers of andere systeemcomponenten Plaats geen voorwerpen die water bevatten (zoals bloemenvazen) bovenop het apparaat. Vermijd ook het gebruik van insecticiden, parfums, alcohol, nagellak, spuitbussen etc. nabij het apparaat. Verwijder snel elke vloeistof die op het apparaat is gevallen met een droge, zachte doek.... VOORZICHTIG 101a Het apparaat dient op een zodanige wijze geplaatst te worden, dat er voldoende ventilatieruimte beschikbaar is c Dit apparaat mag alleen gebruikt worden in combinatie met de Roland KS-12 standaard (Fantom-X6/Fantom-X7) /KS-17 (Fantom-X8). Gebruik maken van andere standaards (of karretjes) kan resulteren in instabiliteit en eventuele beschadigingen b Houd het snoer altijd bij de stekker zelf vast, wanneer de stekker in het stopcontact of in het apparaat wordt gestoken of er uit wordt gehaald.... VOORZICHTIG a: Haal de adapter regelmatig uit het stopcontact en maak deze met een droge doek schoon om stof en andere opeenhopingen te verwijderen. Verwijder de adapter ook uit het stopcontact, wanneer u het apparaat langere tijd niet zult gebruiken. Ophoping van stof tussen de stekker en het stopcontact kan tot verminderde isolatie leiden en brand veroorzaken.... Probeer het in elkaar verwikkeld raken van snoeren en kabels te voorkomen. Bovendien zouden alle snoeren en kabels buiten het bereik van kinderen geplaatst moeten worden Ga nooit boven op dit apparaat staan, en plaats er geen zware objecten op b Wanneer de stekker in het stopcontact of in dit apparaat wordt gestoken of eruit wordt gehaald, mogen uw handen nooit nat zijn a Voordat u het apparaat gaat verplaatsen, haalt u het netsnoer uit het stopcontact, en koppelt u de snoeren van alle apparaten los a Voordat u het apparaat gaat schoonmaken zet u de stroom uit, en haalt u het netsnoer uit het stopcontact a Indien er onweer in uw omgeving wordt verwacht, haalt u het netsnoer uit het stopcontact a Installeer alleen de gespecificeerde media (SRX serie, DIMM). Verwijder alleen de gespecificeerde schroeven (p.240, p.242, p.244, p.246) Indien u de schroef van de aarde klem of de schroeven van het deksel aan de onderzijde moet verwijderen, bewaart u deze op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen, zodat zij deze niet per ongeluk kunnen inslikken.... BELANGRIJKE OPMERKINGEN 291b Naast de onderdelen, die onder Het apparaat op een veilige manier gebruiken op pagina s 2-4 worden genoemd, raden wij u aan het volgende te lezen en in acht nemen: Stroomvoorziening Sluit dit apparaat niet aan op hetzelfde stopcontact als deze gebruikt wordt door een andere elektrische toepassing met een omzetter (zoals een koelkast, wasmachine, magnetronoven of airconditioner) of met een motor. Afhankelijk van de manier waarop de elektrische toepassing gebruikt wordt, kan het geluid dat geproduceerd wordt bij het aanvoeren van stroom ervoor zorgen dat dit apparaat slecht functioneert of bijgeluiden produceert. Voordat dit apparaat op andere apparaten wordt aangesloten, zet u de stroom van alle apparaten uit. Dit zal storingen en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten helpen voorkomen. Hoewel de LCD en LED s uit staan als de POWER knop uitstaat betekent dit niet dat het apparaat volledig afgesloten is van de voeding. Als u de stroomtoevoer volledig uit wil schakelen, zet u eerst de POWER knop uit waarna u het elektriciteitssnoer uit het stopcontact trekt. Daarom moet het stopcontact dat u kiest om de stekker van het elektriciteitssnoer in te steken makkelijk bereikbaar zijn. Plaatsing Het gebruik van dit apparaat in de nabijheid van versterkers (of andere apparatuur, die grote transformatoren bevat) kan tot een brom leiden. Om dit probleem op te heffen, verandert u de richting van dit apparaat of zet u het verder van de storingsbron weg. Dit apparaat kan de ontvangst van radio of televisie verstoren. Gebruik dit apparaat niet in de nabijheid van zulke ontvangers. Ruis kan geproduceerd worden wanneer draadloze communicatie apparaten, zoals mobiele telefoons, in de buurt van dit apparaat worden gebruikt. Dit soort ruis kan optreden tijdens bellen of gebeld worden of tijdens het converseren. Als u dit soort problemen ondervindt, moet u de draadloze apparaten op meer afstand van dit apparaat plaatsen of deze uitzetten. Stel dit apparaat niet aan direct zonlicht bloot, plaats het niet bij apparaten die warmte verspreiden, laat het niet in een afgesloten voertuig achter en stel het niet aan extreme temperaturen bloot. Door overmatige hitte kan het apparaat misvormen of verkleuren. Wanneer het apparaat naar een andere locatie wordt verplaatst, waar de temperatuur en/of vochtigheid verschilt van de vorige locatie, kunnen binnen het apparaat waterdruppels (condensatie) gevormd worden. Als u het apparaat in deze staat gebruikt, kunnen schade of storingen ontstaan. Voordat u het apparaat op de nieuwe locatie gaat gebruiken, laat u het enige uren acclimatiseren, totdat de condensatie volledig is verdampt. Laat geen spullen liggen op het keyboard. Dit kan de oorzaak zijn van slecht functioneren, zoals toetsen die geen geluid meer produceren. 4

5 BELANGRIJKE OPMERKINGEN Onderhoud Voor het dagelijks schoonmaken van het apparaat gebruikt u een droge, zachte doek of één die enigszins vochtig is. Voor het verwijderen van hardnekkig vuil gebruikt u een doek met een mild, niet schurend schoonmaakmiddel. Daarna veegt u het apparaat met een zachte, droge doek goed af. Gebruik nooit wasbenzine, verdunners, alcohol of oplosmiddelen om de mogelijkheid van verkleuring en/of misvorming te voorkomen. Reparatie en data Wees er op bedacht, dat de inhoud van het geheugen verloren kan gaan als u het apparaat laat repareren. Van belangrijke gegevens moet u altijd een reservekopie maken in een ander MIDI apparaat (bijvoorbeeld een sequencer) of een computer. Tijdens reparaties wordt getracht het verlies van data te vermijden. Echter, in bepaalde gevallen (wanneer het schakelsysteem van het geheugen zelf niet meer werkt) kan data helaas niet meer hersteld worden. Roland is niet verantwoordelijk voor dit soort dataverlies. Aanvullende voorzorgsmaatregelen Wees er op bedacht, dat de inhoud van het geheugen door storingen of onjuist gebruik van het apparaat onherstelbaar verloren kan gaan. Om uzelf tegen het risico van verlies van belangrijke gegevens te beschermen, raden wij u aan om van tijd tot tijd een back-up van belangrijke gegevens te maken die u in het geheugen van het apparaat heeft opgeslagen. De inhoud van data die in een ander MIDI apparaat (bijvoorbeeld een sequencer) of computer is opgeslagen, kan helaas niet meer hersteld worden, wanneer deze verloren is gegaan. Roland Corporation is niet verantwoordelijk voor dataverlies. Behandel de knoppen, schuifregelaars of andere regelaars van dit apparaat met gepaste voorzichtigheid. Dit geldt ook voor het gebruik van de stekkers en aansluitingen. Ruwe behandeling kan tot storingen leiden. Sla nooit op het beeldscherm, en voer er geen grote druk op uit. Het is mogelijk dat het beeldscherm een klein beetje geluid produceert tijdens normaal gebruik. Tijdens het aansluiten en/of loskoppelen van alle kabels, houdt u deze bij de aansluiting zelf vast trek nooit aan de kabel. Op deze manier vermijdt u kortsluiting of schade aan de interne elementen van de kabel. Er zal een kleine hoeveelheid warmte van het apparaat afkomen tijdens normaal gebruik. Om te vermijden dat u uw buren stoort, probeert u het volume van dit apparaat op een redelijk niveau te houden. U kunt ervoor kiezen om een koptelefoon te gebruiken, zodat u zich geen zorgen om de personen in uw naaste omgeving hoeft te maken ( s nachts in het bijzonder.) Wanneer u het apparaat moet vervoeren, verpakt u het in de originele doos (inclusief schokabsorberend materiaal). Anders zult u soortgelijk verpakkingsmateriaal moeten gebruiken. Gebruik alleen het gespecificeerde expressiepedaal (EV-5, apart verkrijgbaar). Als u andere expressiepedalen aansluit, riskeert u storingen en/of schade aan het apparaat. Gebruik een Roland kabel om de aansluiting te maken. Als u een kabel van een ander merk gebruikt, neem dan notitie van onderstaande voorzorgsmaatregelen. Sommige aansluitingskabels bevatten weerstanden. Gebruik voor het aansluiten van dit apparaat geen kabels die weerstanden hebben. Bij gebruik van dit soort kabels, kan het geluidsniveau extreem laag of zelfs niet hoorbaar zijn. Informatie over kabelspecificaties kunt u bij de fabrikant van de kabel verkrijgen. 566b De gevoeligheid van de D Beam controller verandert afhankelijk van de hoeveelheid licht in de nabijheid van het apparaat. Als het niet functioneert zoals u verwacht, dient u de gevoeligheid voor de helderheid van uw lokatie aan te passen. Deze waarde verhogen zal de gevoeligheid vergroten. Voordat kaarten gebruikt worden Geheugenkaarten gebruiken Steek de geheugenkaart er voorzichtig helemaal in, totdat deze stevig op zijn plaats zit. Raak nooit de uiteinden van de geheugenkaart aan. Zorg er ook voor dat de uiteinden niet vuil worden. De geheugenkaartsleuf van dit apparaat accepteert CompactFlash, Smartmedia (3.3 V). CompactFlash, SmartMedia (3.3 V) zijn geconstrueerd met precisie onderdelen. Behandel de kaarten voorzichtig, waarbij u extra moet letten op de volgende zaken: Wees er zeker van dat uw lichaam zelf ontladen is van enige statische elektriciteit, voordat u de kaarten aanraakt om schade aan de kaarten door statische elektriciteit te voorkomen. Raak de contactgedeelten van de kaarten niet aan en zorg ook dat deze niet met metaal in contact komen. Laat de kaarten niet vallen, buig ze niet en stel ze niet bloot aan schokken of trillingen. Laat kaarten niet in direct zonlicht liggen in gesloten voertuigen of op andere soortgelijke locaties (opbergtemperatuur: graden Celsius). Kaarten mogen niet nat worden. De kaarten niet demonteren of aanpassen. Behandeling van CD-ROMS Vermijd het aanraken of krassen van de glanzende onderkant (gecodeerd oppervlak) van de disk. Beschadigde of vuile CD-ROM s kunnen niet goed gelezen worden. Zorg dat uw disks schoon blijven, met een in de winkel verkrijgbaar CD reinigingsproduct. Auteursrecht Het onbevoegd opnemen, verspreiden, verkopen, uitlenen, publiekelijk uitvoeren, uitzenden of soortgelijke handelingen van een volledig werk of gedeelte daarvan (muzikale compositie, video, uitzending, publiekelijke uitvoering enz.), waarvan het auteursrecht bij een derde partij ligt, is bij de wet verboden. Bij uitwisseling van geluidssignalen via een digitale verbinding met een extern instrument, kan dit apparaat opnemen zonder dat het aan de restricties van het Serial Copy management System (SCMS) is onderworpen. Dit komt, doordat het apparaat alleen voor muziekproductie is bedoeld, en zo is ontworpen dat het niet aan restricties onderhevig is zolang het wordt gebruikt voor het opnemen van werken, die de auteursrechten van anderen niet schenden (zoals uw eigen composities). (SCMS is een beveiliging die tweede generatie en verder kopiëren via een digitale verbinding verhindert. Het is in MD (Mini-Disc) recorders en andere digitale geluidsapparatuur voor consumenten ingebouwd als een beveiliging ter bescherming van het auteursrecht). Gebruik dit apparaat niet voor doeleinden, waarbij het auteursrecht van een derde partij overtreden kan worden. Wij zijn op geen enkele wijze verantwoordelijk voor overtredingen van het auteursrecht van een derde partij, die door gebruik van dit apparaat worden begaan. 204 * Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. * Windows staat officieel bekend als: Microsoft Windows besturingssysteem. * Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Computer Inc. * MacOS is een handelsmerk van Apple Computer Inc. * Pentium is een geregistreerd handelsmerk van Intel Corporation. * Alle in dit document genoemde productnamen zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaars. * SmartMedia is een handelsmerk van Toshiba Corp. * OMS is een geregistreerd handelsmerk van Opcode Systems Inc. * CompactFlash en zijn handelsmerken van SanDisk Corporation en erkend door CompactFlash association. * Roland Corporation is een geautoriseerde licensiehouder van de Compact- Flash en CF logo ( ) handelsmerken. 5

6 Inhoud HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN...3 BELANGRIJKE OPMERKINGEN...4 Hoofdkenmerken...15 Paneelbeschrijvingen...16 Voorpaneel Achterpaneel Om te beginnen...19 Een versterker en speakersysteem aansluiten De Fantom-X8 plaatsen op een standaard (voor de Fantom-X8 gebruiker) De stroomtoevoer aanzetten Het Display Contrast (LCD Contrast) aanpassen De stroomtoevoer uitzetten Naar de demo songs luisteren...23 Naar de geladen demo song luisteren wanneer u de Fantom-X opstart Naar de andere demo songs luisteren Verschillende Performance kenmerken...24 Velocity/Aftertouch Pitch Bend/Modulatie Hendel Octave Shift (Oct) Hold Pedal Control pedal Transpose (Trans) Overzicht van de Fantom-X...26 Hoe de Fantom-X in elkaar zit Basisstructuur Classificatie van soorten Fantom-X geluiden Over gelijktijdige polyfonie Over geheugen Temporary (tijdelijk) geheugen Rewritable (herschrijfbaar) geheugen Non-rewritable (vast) geheugen Over de ingebouwde effecten Effectsoorten Hoe groepen effecten in verschillende modi functioneren Over de sequencer Wat is een song? Wat is een track? Songs en de geluidsgenerator modus Posities voor het opslaan van een song Over het Sampling gedeelte Waar samples bewaard worden Basishandelingen voor de Fantom-X De geluidsgenerator modus wisselen Over de Functieknoppen De cursor verplaatsen Een waarde aanpassen Een naam toekennen Registratie en oproepen van veelvuldig gebruikte vensterpagina s (Bookmark) Een pagina registreren Een pagina weer oproepen Een uitleg van iedere knop bekijken (Help) Het aantal klanken dat gebruikt wordt door de geluidsgenerator bekijken (Voice Monitor)

7 Inhoud In Patch modus spelen...38 Over het Patch Play venster Het Patch Play venster weergeven Een patch selecteren Patches per categorie selecteren (Patch Finder) Het selecteren van patches uit de lijst Patches proef laten spelen (Phrase Preview) Een lijst met veelvuldig gebruikte Patches en Performances aanleggen (Live Setting) Geluiden oproepen Een geluid registreren Een registratie verwijderen Alle geluidsregistraties van een bank verwijderen De step veranderen, waarop een geluid geregistreerd staat Favoriete patches selecteren (Favorite Patch) Een favoriete patch registreren Favoriete Ritme sets registreren Het keyboard in octaaf eenheden transponeren (Octave Shift) Het keyboard transponeren in halve stappen (Transpose) De hoorbare tonen selecteren (Tone On/Off)...46 Enkele noten spelen (Monophonic) Soepele toonhoogte veranderingen creëren (Portamento) De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) De Part specificeren, die beïnvloed zal worden door de Controller Een parameter aan een controller toewijzen Percussie instrumenten spelen Een ritme set selecteren Een ritme set spelen In Piano modus spelen...54 Piano modus selecteren Een Patch selecteren Patches per categorie selecteren Uit het Patch List venster selecteren...54 Akoestische piano geluiden spelen De Keyboard Touch aanpassen (Key Touch) Het piano geluid veranderen (Open/Close) De diepte van resonantie aanpassen (Resonance) Elektrische piano geluiden spelen Elektrische piano effecten selecteren Een geluid opslaan (Patch) Een patch creëren...56 Hoe maakt u Patch instellingen? Bewerken in een grafische display (Zoom Edit) Patch instellingen initialiseren (Init) Patch (Toon) instellingen kopiëren (Copy) Waarschuwingen wanneer u een Waveform selecteert Patches opslaan die u gecreëerd heeft (Write) De opslag bestemming patch vergelijken (Compare) Functies van patch parameters Algemene instellingen voor de hele patch (General) Waveforms wijzigen (Wave)...62 Veranderen hoe een toon klinkt (TMT) Pitch wijzigen (Pitch/Pitch Env)...67 De helderheid van een geluid veranderen m.b.v. een filter (TVF /TVF Env) Het volume aanpassen (TVA/TVA Env) Output Geluiden moduleren (LFO)

8 Inhoud Pas Portamento of Legato toe op het geluid (Solo/Porta) Meerdere instellingen (Misc) Matrix Control instellingen (Ctrl 1-4) Effecten instellen voor een Patch (Effecten/MFX/MFX Control/Chorus/Reverb) Een Ritme set creëren...83 Hoe maakt u Ritme set instellingen Een grafische display bewerken (Zoom Edit) Ritme set instellingen initialiseren (Init) Ritme toon instellingen kopiëren (Copy) Waarschuwingen wanneer u een Waveform selecteert Ritme sets opslaan die u gecreëerd heeft (Write)...86 De opgeslagen ritme set op proef spelen (Compare) Functies van ritme set parameters Algemene instellingen voor de hele ritme set (General) Waveforms veranderen (Wave) Ritme toon klank veranderen (WMT) Pitch veranderen (Pitch/Pitch Env) De helderheid van een geluid aanpassen met een filter (TVF/TVF Env) Het volume aanpassen (TVA/TVA Env) Output instellingen (Output) Effecten instellen voor een Ritme set (Effecten/MFX/MFX Control/Chorus/Reverb) In Performance modus spelen...97 Performance Layer venster weergeven Performance Mixer venster weergeven Functies in het PERFORMANCE Layer/Mixer venster Een Performance selecteren Performances uit een lijst selecteren...99 Een lijst van frequent gebruikte Patches en Performances creëren (Live Setting function) Favoriete Performances selecteren Een Favoriete Performance registreren Het Layer venster gebruiken Een Part selecteren De Part selecteren die u wilt laten klinken (Keyboard Switch) Het geluid voor een Part selecteren Geluiden combineren en samen spelen (Layer) Verschillende geluiden in verschillende gebieden van het keyboard spelen (Split) Het Mixer venster gebruiken Een Part selecteren Het geluid voor een Part selecteren De Part instellingen bewerken Een Part selecteren om afzonderlijk te spelen (Solo) Het spelen van een specifieke Part dempen (Mute) Pads gebruiken om Parts te dempen De Part instellingen in een lijst bekijken (Performance Part View) Uitvoeren met de Arpeggio/Ritme functie Uitvoeren met de Realtime Controllers en D Beam controller MIDI berichten bekijken voor iedere Part (Part Information) Een Performance creëren De Part instellingen in een lijst bekijken (Performance Part View) De parameters van iedere Part aanpassen De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) Instellingen maken voor de Realtime Controllers en de D Beam controller (Ctrl) Control Switch instellingen (Ctrl Switch) Effecten instellen voor een Performance (Effecten/MFX/MFX Control/Chorus/Reverb)

9 Inhoud De instellingen van de Patch toegekend aan een Part veranderen Performance instellingen initialiseren (Init) Een Performance die u gecreëerd hebt opslaan (Write) Het geluid in real time veranderen Uw hand over de D Beam controller bewegen om het geluid te veranderen (D Beam controller) Instellingen maken voor de D Beam controller Knoppen gebruiken om het geluid te veranderen (Realtime Controller) Realtime Controller instellingen veranderen Een pedaal gebruiken om het geluid te veranderen (Control Pedal) Pedaal instellingen maken Arpeggio s spelen Over Arpeggio Arpeggio s spelen Arpeggio aan/uitzetten Het tempo bepalen voor Arpeggio Performances Een Arpeggio vasthouden Arpeggio s met de sequencer meespelen Arpeggio instellingen Stijlen selecteren voor Arpeggio Performances (Arpeggio Style) De Beat en Shuffle veranderen (Arp/Rhythm Grid) Staccato en Tenuto toepassen (Arp/Rhythm Duration) Stijgende/dalende variaties selecteren (Verschillende manieren van geluiden spelen) (Arp Motif) De aanslagsterkte van de Arpeggio aanpassen (Arp Velocity) De Part selecteren die Arpeggio s gaat spelen in Performance modus (Arp Part) De accent sterkte veranderen (Arp Accent) Het bereik van de arpeggio instellen (Oct Range) De Realtime Control knoppen gebruiken om de Arpeggio instellingen te bewerken Een Arpeggio Stijl creëren (Arpeggio Style Edit) Step-opname De draaischijf of [INC] [DEC] gebruiken om waarden in te voeren De stijlen die u heeft gecreëerd opslaan (Write) De Chord Memory functie gebruiken (Chord Memory) Over de Chord Memory functie Uitvoeren met de Chord Memory functie De Chord Memory functie aan/uitzetten Akkoord vormen selecteren Een akkoord in de volgorde van zijn noten laten klinken (Rolled Chord) Uw eigen akkoord vormen creëren De akkoord vormen die u gecreëerd heeft opslaan Ritmes spelen Over ritme patronen Ritme groepen gebruiken Ritme spelen Ritme aan/uitzetten Het tempo voor ritme patroon performances bepalen Selecteer de Ritme groep Ritme patroon instellingen Ritme patronen selecteren De Beat en Shuffle veranderen (Arp/Rhythm Grid) Staccato en Tenuto toepassen (Arp/Ritme duur) De aanslagsterkte van het ritme patroon aanpassen (Rhythm Pattern Velocity) De accent sterkte veranderen (Arp Accent) De Realtime Control knoppen gebruiken om het ritme te regelen

10 Inhoud Een ritme patroon creëren (Rhythm Pattern Edit) Step-opname De draaischijf of [INC] [DEC] gebruiken om waarden in te voeren De Patronen die u heeft gecreëerd opslaan (Write) Uw eigen stijlen creëren (Rythm Group Edit) De Ritme Groep die u gecreëerd heeft opslaan Sampling Externe input aan/uitschakelen Input Source instellingen maken (Input Setting) Input Effect Setup instellingen Sampling werkwijze Een Sample verdelen tijdens sampling Eerder in de tijd samplen (Skip Back Sampling) Een sample bewerken Een sample selecteren (Sample List) Een sample selecteren Een sample laden Alle samples laden Een sample uitladen Een sample wissen Een audio bestand importeren Het Sample Edit venster weergeven De Waveform display vergroten/verkleinen (Zoom In/Out) De Start/Eindpunten van de sample instellen De knoppen gebruiken om de punten te bewerken Instellingen maken voor een sample (Sample parameters) Samples toewijzen aan een Pad (Assign To Pad) Vanuit Patch modus Vanuit Performance modus Een sample toewijzen als Patch aan een Part (Assign to Keyboard) Vanuit Patch modus Vanuit Performance modus Een Ritme set creëren (Create Rhythm) Een multisample creëren (Create Multisample) Een sample uitladen (Unload) Ongewenste delen van een sample verwijderen (Truncate) Het hoge frequentie bereik van de sample opkrikken of begrenzen (Emphasis) Het volume van een sample maximaliseren (Normalize) Amp Een sample uitrekken of krimpen (Time Stretch) Een sample in noten verdelen (Chop) Twee of meer samples samenvoegen (Combine) Een sample opslaan De Pads gebruiken De Hold functie gebruiken om een geluid vast te houden De Roll functie gebruiken om geluiden te spelen Instellingen maken voor de Pads (Pad Setting) Specificeer de op dat moment gebruikte geluidsgenerator Instellingen, die u voor iedere Pad kunt maken Instellingen die van toepassing zijn op alle Pads De Pad instellingen wegschrijven Het geluid van twee Pads uitwisselen (Pad Exchange) Een patroon aan een Pad toewijzen (RPS Function) De Pads gebruiken om ritmes te spelen Een song afspelen Een song onmiddellijk spelen (Quick Play)

11 Inhoud Songs achtereenvolgens afspelen (Chain Play) Verschillende afspeelmethodes Fast-Forward en Rewind tijdens afspelen Correct afspelen vanuit het midden van de song (MIDI Update) Een specifiek instrument bij het afspelen dempen Het afspeeltempo van een song veranderen Een song op een vast tempo afspelen (Tempo Track dempen) Een S-MRC formaat song afspelen Een song herhaaldelijk afspelen (Loop Play) De D Beam controller gebruiken om song playback te starten/stopppen Songs opnemen Twee opnamemethoden Voordat u een nieuwe song creëert Het geluid selecteren, dat gebruikt gaat worden voor de opname De Song/Patroon uit Temporary Song wissen (Song Clear) De maat instelling(en) specificeren Uw Performance opnemen terwijl u aan het spelen bent (Realtime Opname) Basishandelingen voor Realtime Opname Het opnemen van tempoveranderingen in een song (Tempo Opname) Loop Opname en Punch-In opname De timing van uw spel corrigeren terwijl u aan het opnemen bent (Opname Quantize) Het selecteren van de sequencer gegevens, die opgenomen zullen worden (Opname Select) Ongewenste data wissen, terwijl u opneemt (Realtime Erase) Het opnemen van arpeggio s die gesynchroniseerd zijn met de maten van de sequencer Geluiden of frases proef spelen, terwijl u opneemt (Rehearsal functie) Data stap voor stap invoeren (Step Opname) Noten en pauzes invoeren Een patroon aan een phrase track toekennen Songs bewerken De song laden die u wilt bewerken De data in een track bekijken Verschillende geluidsgeneratoren gebruiken voor iedere track Afzonderlijke Tracks/Patronen van song data laden Het afspelen van een track dempen (Mute) Markers (Locate Positions) toewijzen aan een song Het gedeelte van een song specificeren dat herhaald zal worden (Loop Points) Sequencer data bewerken over het gespecificeerde bereik (Track Edit) Basishandelingen voor Track Editing De timing van een song synchroniseren (Quantize) Ongewenste Performance data wissen (Erase) Ongewenste berichten wissen (Delete) Frases kopiëren (Copy) Een lege maat invoeren (Insert) De toets transponeren (Transpose) De aanslagsterkte veranderen (Volume) (Change Velocity) Het MIDI kanaal veranderen (Change Channel) De lengte van de noten veranderen (Change Duration) Twee phrase tracks of patronen samenvoegen in één (Merge) Een gedeelte uit de sequencer data selecteren en verplaatsen (Extract) Performance data naar voren en naar achteren verschuiven (Shift Clock) De sequencer data uitdunnen (Data Thin) Twee phrase tracks of patronen verwisselen (Exchange) De afspeeltijd van de song aanpassen (Time Fit) Lege maten wissen (Truncate)

12 Inhoud Afzonderlijke items sequencer data bewerken (Micro Edit) Sequencer data bewerken (Basisprocedure in de microscope) Sequencer data die wordt bediend door een phrase track/patroon Sequencer data bekijken (View) Sequencer data invoegen (Create) Sequencer data wissen (Erase) Sequencer data verplaatsen (Move) Sequencer data kopiëren (Copy) Het tempo halverwege de song veranderen De maat instelling halverwege de song veranderen Een naam aan een song toewijzen (Song Name) Een song laden/opslaan (Save/Load) Een song opslaan (Save) Basisprocedure Data samen met een song opgeslagen Een song met samples opslaan (Save Song +Samples) Een song opslaan (Save Song) Samples opslaan (Save All Samples) Een song als een SMF bestand opslaan (Save as SMF) Een song laden (Load) Basisprocedure Een song met samples laden (Load Song+Samples) Een song laden (Load Song) Samples laden (Load All Samples) Een WAV/AIFF bestand importeren Met één vinger een frase spelen (RPS functie) Voordat u de RPS functie gebruikt Een patroon opnemen Instellingen voor de RPS functie De RPS functie gebruiken terwijl u aan het uitvoeren bent Een Performance opnemen, terwijl u gebruik maakt van de RPS functie Effecten toevoegen Effecten aan- en uitzetten Effect instellingen maken Effecten in Patch modus toepassen Specificeren hoe het geluid verwerkt wordt (Routing) Signal Flow Diagram en Parameters Effecten in Performance modus toepassen Specificeren hoe het geluid uitgevoerd zal worden (Routing) Signal Flow Diagram en Parameters Multi-effecten instellingen maken (MFX1-3) Multi-Effecten instellingen maken (MFX Control) De Multi-effect structuur specificeren (MFX Structuur) Chorus instellingen maken (Chorus) Reverb instellingen maken (Reverb) Mastering Effect Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) Over USB functies Wisselen tussen de USB modus en MIDI modus Bestanden van of naar uw computer overdragen (Storage Mode) Aansluitingen De aansluitbestemming specificeren Waarschuwingen betreffende mappen en bestanden USB communicatie annuleren Voorbeelden van het gebruik van Storage mode MIDI berichten uitwisselen met uw computer (MIDI Mode)

13 Inhoud Bestandsgerelateerde functies (File Utility) Basisprocedure Een bestand kopiëren (Copy) Een bestand wissen (Delete) Een bestand verplaatsen (Move) Een geheugenkaart initialiseren (Card Format) Algemene modus instellingen (System Function) Hoe maakt u Systeemfunctie instellingen De Systeem instellingen opslaan (System Write) Functies van Systeem parameters Pedal/D Beam Keyboard Sync/Temp Metronoom Geluid MIDI USB Standaard stemming Preview System Ctrl Background Screen Saver Sampling Opstarten Systeeminformatie Data management functies terugzetten naar de fabrieksinstellingen (Factory Reset) Basisprocedure Een reservekopie van user data maken (User Backup) User data, waarvan u een reservekopie heeft gemaakt herstellen (User Restore) Factory Reset De Fantom-X Editor gebruiken Fantom-X Editor op uw computer installeren Aansluitingen maken De Fantom-X bibliotheek gebruiken Fantom-X Editor systeemeisen Systeemeisen (Windows) Systeemeisen (Mac OS) Over V-Link Wat is V-LINK? Aansluit voorbeelden De V-LINK aan/uitzetten V-LINK instellingen V-LINK Parameters Het beeld resetten De Wave uitbreidingskaart installeren Waarschuwingen bij installatie van een Wave Expanion Board Hoe installeert u een Wave uitbreidingskaart? De geïnstalleerde Wave uitbreidingskaarten controleren Installation de la carte d expansion Wave Précautions à prendre lors de l installation d une carte d expansion Wave Installation d une carte d expansion Wave Vérification des cartes d extension audio aprés installation

14 Inhoud Het geheugen uitbreiden Waarschuwingen voor het uitbreiden van geheugen Hoe breidt u het geheugen uit? Het geheugen verwijderen Controleren of geheugen correct is geïnstalleerd Ajouter de la mémoire Précautions à prendre lors de l ajout de mémoire Installation du module de mémoire Retrait du module de mémoire Vérifier que la mémoire est installée correctement Een geheugenkaart gebruiken Voordat u de geheugenkaart gebruikt Data wegschrijven naar de kaart De PC kaart beschermer installeren Problemen oplossen Problemen, die de hele Fantom-X aangaan Geluidsgerelateerde issues Effect gerelateerde onderwerpen IOnderwerpen, die gerelateerd zijn aan het opslaan van data Onderwerpen, gerelateerd aan de sequencer Onderwerpen gerelateerd aan MIDI en externe apparaten Onderwerpen, gerelateerd aan sampling Poblemen met een geheugenkaart Parameter lijst Patch Parameter Ritme set Parameter Performance Parameter Ritme groep Parameter Sample Parameters System Parameters Effecten lijst Multi-Effecten parameter Chorus parameters Reverb parameters Input Effect parameters Foutberichten Over MIDI MIDI Implementatie Specificaties Index

15 Hoofdkenmerken Hypermoderne geluids producent die audio en MIDI verenigt De Fantom-X heeft dezelfde geluids producent als de Fantom-S, waarbij synthesizer en sampler in één enkele geluidsgenerator verenigd zijn. Gesamplede Waveforms en Waveforms geïmporteerd uit een PC of een andere externe bron kunnen ook gebruikt worden als synthesizer Waveforms. Bovendien kunt u naast de interne geluiden en de gesamplede Waveforms, maximaal vier SRX-serie Wave uitbreidingskaarten installeren voor ogenblikkelijke toegang tot een nog bredere collectie aan geluiden. Hoogwaardige 128-stemmige polyfonie 128 stemmen polyfonie garanderen een stressvrije muzikale productie of live optreden. De hoogste kwaliteit 88-noot meervoudig gesampelde piano Waveform De Fantom-X levert een 88-noot meervoudig gesampelde piano die nauwgezet is opgenomen door professionele technici. Elke noot is in stereo gesampled m.b.v. vier aanslagggevoelige lagen, wat betekent dat een rijkelijke 704 samples gebruikt zijn om dit pianogeluid te creëren. Het is niet alleen rijk aan tonale kwaliteit maar heeft ook persoonlijkheid, waardoor het nog dichterbij de real thing komt. De 128 MB aan intern Waveform geheugen is dubbel zoveel als bij de Fantom-S serie. Het voegt een ruime hoeveelheid aan geluiden toe, die gecreëerd zijn met de nadruk op kwaliteit, inclusief snaren, nylon gitaarsnaren, drums, bas en ook piano. * 88-noot meervoudig samplen wordt alleen voor de piano Waveform gebruikt. Voor het eerst op een synthesizer een grote kleuren LCD! Een grote kleuren LCD wordt gebruikt voor uitstekende zichtbaarheid en gebruikersvriendelijkheid. Met een frisse nieuwe uitstraling opent het een nieuw tijdperk in gebruikersinterfaces. Volledig ontwikkelde sampler Behalve de sampling en resampling functionaliteit wordt ook Waveform bewerking geleverd, met een functionaliteit die kan concurreren met speciaal daarvoor toegeruste samplers. Er is ook een Auto Sync functie die automatisch de lengte van een maat in overeenstemming kan brengen met het tempo op dat moment. Standaard wordt 32 MB sample geheugen geleverd. U kunt dit uitbeiden tot maximaal 544 MB. Skip Back Sampling De Skip Back Sampling functie, die zo populair was bij de Fantom-S serie wordt ook geleverd bij de Fantom-X. Met deze functie neemt u continu op, wat u ook speelt op de Fantom-X. Wanneer u dan op een inspirerende riff komt, kunt u simpelweg op één enkele knop drukken om het te behouden. Piano modus en Live Setting functie Piano modus geeft u de mogelijkheid om de Fantom-X te gebruiken als een echte piano door simpelweg op één knop te drukken. De Live Setting functie geeft de mogelijkheid tot het oproepen van Live Performance setups, waarmee soepele overgangen tussen songs in uw set gegarandeerd zijn. Een volledige aanvulling van interfaces USB aansluiting voor aansluiting op uw computer USB-MIDI support geeft de mogelijkheid om data uit te wisselen met uw computer en vergemakkelijkt ook de aansluiting met PC tools. Voor verbinding met audio toepassingen wordt zowel analoge als digitale input als standaard geleverd. Wanneer u een sample maakt kunt u analoog of digitaal selecteren. Er is ook een PC kaartsleuf om een reservekopie van uw data te maken. Dit geeft u een brede keuze in media zoals SmartMedia en CompactFlash. Omdat mediacapaciteiten tot maximaal 1 GB ondersteund worden (wanneer u Compact Flash gebruikt) heeft u een grotere flexibiliteit in data transfer. Ingebouwde 16-track sequencer Er is een hoge resolutie 16-track sequencer ingebouwd. Met functies als Loop opname, waarmee u elk gedeelte non-stop op kunt nemen, is het zodanig vormgegegeven dat uw creatieve voorstellingsvermogen niet belemmerd wordt. Nadat u uw data hebt ingevoerd, kunt u uw voordeel doen met de grote LCD om track data grafisch te bewerken. Dynamic Pad bank De Fantom-X bevat een dynamic Pad bank die gevoelig is voor snelheid en aanslag. Deze kunnen gebruikt worden als trigger Pads om favoriete geluiden op te spelen als slagen en basgeluiden, om RPS sequence frases op te roepen of om toegekende skip back-sampled frases te spelen. Een ander idee is om ritmegeluiden die gesneden werden uit een loop frase toe te kennen aan de Pads en voor realtime input in de sequencer op te nemen. Mastering functionaliteit Er worden 78 verschillende multi-effecten, chorus en reverb geleverd. Aangezien de mastering effecten die onontbeerlijk zijn bij de laatste stap van het muziekproductie-proces ook geleverd worden, kunt u songs creëren van een kwaliteitsniveau die een commercieel uitgebrachte CD benadert. V-LINK functionaliteit V-LINK laat u muziek en beelden synchroniseren teneinde totaal nieuwe vormen van expressie te creëren. Realtime controllers, zoals de D Beam controller en de dynamic Pads, kunnen gebruikt worden om de beelden te sorteren, terwijl u muziek maakt. Fantom-X Editor/bibliotheek bijgesloten De ingesloten editor en bibliotheek software geeft u de mogelijkheid Fantom-X geluiden te bewerken en beheren vanaf uw computer. 15

16 Paneelbeschrijvingen Voorpaneel fig D BEAM D BEAM Schakelt D Beam functie aan/uit. U kunt een variatie aan effecten op geluiden toepassen simpelweg door uw hand te bewegen. -> (p.121) [ASSIGNABLE] U kunt een variatie aan parameters en functies toekennen aan de D Beam om het geluid te veranderen in realtime. -> (p.122) [PAD TRIGGER] In plaats van op de Pads zelf te slaan, kunt u ok de D Beam controller gebruiken om te regelen hoe de Pads klinken. -> (p.122) [SOLO SYNTH] Bespeel de Fantom-X als een mono-akoestische synthesizer. -> (p.123) * Houd de [SHIFT] knop ingedrukt en druk op één van de corresponderende knoppen om in het D Beam instellingen venster te komen. 2 EXT SOURCE [MIX IN] Schakelt de externe input aan/uit. -> (p.141) * Houd de [SHIFT] knop ingedrukt en druk op deze knop om in het externe bron instellingen venster te komen. LEVEL knop Regelt het volume van de externe input. PEAK indicator Dit zal oplichten als het volume van de externe input te hoog is. 3 VOLUME / V-LINK VOLUME Regelt het algehele volume dat uit de achterkant van het paneel komt OUTPUT A (MIX) jacks en PHONES jack. -> (p.21) [V-LINK] Schakelt de V-LINK functie aan/uit. -> (p.238) * Houd de [SHIFT] knop ingedrukt en druk op [V-LINK] om in het V- LINK instellingen venster te komen. 4 REALTIME CONTROL [ ]REALTIME CONTROL knop Afhankelijk van de parameter of functie die is toegekend, kunt u deze knoppen gebruiken om het geluid in realtime te wijzigen. -> (p.47) [ ], [ ]ASSIGNABLE schakelaar U kunt een variatie aan parameters en functies toekennen aan deze twee knoppen. Gebruik ze om de parameters en functies aan te zetten en het geluid in realtime te veranderen. -> (p. 122) [RPS] Schakelt RPS aan/uit. ->(p.203) * Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op (of roteer) één van de bovenstaande schakelaars (of knop) om in het corresponderende instellingen venster te komen. [-OCT],[+OCT] Transponeert de toonhoogte van het keyboard met eenheden van één octaaf (-3+3 octaven). 5 ARPEGGIO / RHYTHM [CHORD MEMORY] Schakelt de CHORD MEMORY aan /uit -> (p.133) [RHYTHM] Schakelt de RHYTHM aan/uit. ->(p.135) [ARPEGGIO] Schakelt de ARPEGGIO aan/uit. ->(p.128) * Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op één van de corresponderende knoppen om in het CHORD MEMORY, RHYTHYM of ARPEGGIO instellingen venster te komen. [ARP HOLD] Schakelt de Arpeggio Hold functie aan/uit. BEAT (Beat Indicator) Dit knippert synchroon met het tempo en de beat. 6 SEQUENCER Voer sequencer handelingen uit zoals afspelen en opnemen. [RESET] Verplaatst de positie van de song naar boven. Als u dit indrukt gedurende het afspelen, zult u teruggaan naar het begin van de song en stoppen. ->(p.165) 16

17 Paneelbeschrijvingen [BWD] Verplaatst de positie van de song naar de eerste beat van de voorgaande maat. ->(p.165) [FWD] Verplaatst de positie van de song naar de eerste beat van de volgende maat. ->(p.165) [PLAY] Regelt het spelen van de sequencer. [STOP] Regelt het stoppen van de sequencer. Terwijl er gestopt is, kunt u [SHIFT] ingedrukt houden en op [PLAY] drukken om MIDI Update uit te voeren. ->(p.165) [REC] De display verandert in het Opname Standby venster. ->(p.170) Wanneer u hierop drukt tijdens het opnemen, zal de Rehearsal functie geactiveerd worden. ->(p.173) 7 DISPLAY Display Dit geeft informatie weer betreffende de operatie die u aan het uitvoeren bent. 8 [MENU] Opent het MENU. De inhoud van het menu zal afhangen van de actuele modus. Functieknoppen ([F1]-[F8]) Tijdens het bewerken verrichten deze knoppen een variatie aan functies.deze functies zullen verschillen afhankelijk van welk scherm u aan heeft staan. [TEMPO] Stelt het tempo in (BPM). -> (p.128, p.135, p.166) 9 LCD CONTRAST knop Past het contrast van de display aan. -> (p.22) [WRITE] Bewaar de bewerkte instellingen in de Temporary Area of op een geheugenkaart. (p.59, p.86, p.120, p.132, p.134, p.159, p.198, p.225) [PATCH EDIT] Maak patch gerelateerde instellingen. [SONG EDIT] Maak instellingen voor song data en song edit -> (p.164) [EFFECTS] Maak effect gerelateerde instellingen. Hier kunt u ook mastering instellingen maken. -> (p.206) 10 [MIXER] Bekijk het Mixer venster in de Performance modus. -> (p.103) [LAYER/SPLIT] Bekijk het Layer venster in de Performance modus. -> (p.100) [PATCH/RHYTHYM] Ga naar Patch/Rhythym modus -> (p.38) 11 VALUE draaischijf Dit wordt gebruikt om waarden te wijzigen. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt terwijl u de VALUE draaischijf roteert, zal de waarde met grotere stappen veranderen. [DEC],[INC] Dit wordt gebruikt om waarden te wijzigen. Als u één knop ingedrukt blijft houden, terwijl u op de andere drukt, zal de waardevermeerdering versneld worden. Als u op één van deze knoppen drukt terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt, zal de waarde verhoogd worden met grotere stappen veranderen. [CURSOR] Verplaatst de cursor positie naar boven/naar beneden/naar links/ naar rechts. [SHIFT](JUMP) Deze knop wordt samen met andere knoppen gebruikt om verschillende functies uit te oefenen. [ENTER] Gebruik deze knop om een handeling uit te voeren. [EXIT] Ga terug naar het voorgaande venster of sluit het venster dat op dat moment open staat. In sommige vensters kan het zijn dat de functie die op dat moment uitgevoerd moet worden daarmee onderbroken wordt. 12 DYNAMIC PAD / SAMPLING [SAMPLE EDIT] Bewerk een sample. -> (p.148) [SAMPLE LIST] Bekijk de lijst met samples. -> (p.146) [SAMPLING] Bekijk het Sampling Menu venster. -> (p.142) [SKIP BACK SAMPLING] Sample de Performance voor een gespecificeerde tijdsduur vóór u op de knop drukt. -> (p.145) [PAD SETTING] Maak Pad instellingen. -> (p.160) [CLIP BOARD] U kunt veelvuldig gebruikte vensters registreren en de Pads gebruiken om ze op te roepen (de Bookmark functie). -> (p.37) [SAVE/LOAD] Laadt data in de Temporary Area (p.29) of samplet geheugen(p.32) naar/van gebruikersgeheugen of een geheugenkaart. [PAD 1-16] Te gebruiken als een keyboard om geluiden te spelen. [ROLL] Zet roll terugspelen aan/uit. -> (p.160) [HOLD] Zet hold (waarbij het geluid aanhoudt nadat u de Pad losgelaten hebt) aan/uit. -> (p.160) 13 Pitch Bend/Modulatie hendel 17

18 Paneelbeschrijvingen Dit geeft u de mogelijkheid om Pitch Bend te regelen of vibrato toe te passen. 14 Hier kunt u een Wave uitbreidingskaart installeren (SRX serie; worden afzonderlijk verkocht) of apart verkrijgbaar geheugen installeren (DIMM). Op de Fantom-X6/X-7 bevindt dit zich aan de onderkant van het paneel. -> (p.240, p. 242) Achterpaneel 15 [PIANO MODE] Schakelt over naar een speciale modus,die optimaal is voor het spelen van pianogeluiden. Als u op deze knop drukt, terwijl u de [SHIFT] knop ingedrukt houdt zal het Live Setting Play venster verschijnen. -> (p.54) fig fig POWER ON schakelaar Druk hier op om het apparaat aan/uit te zetten.-> (p.21, p.22) AC Ingang Sluit het bijgesloten elektriciteitssnoer aan op deze ingang. -> (p.21) fig DIGITAL IN/OUT aansluitingen (S/P DIF COAXIAL) Dit zijn S/P DIF digitale in/uit aansluitingen. Deze aansluitingen voeren een digitaal audio signaal (stereo) in(input) en uit (output). Het output signaal is identiek aan het signaal dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT A (MIX) jacks. * S/P DIF is een digitaal interface formaat voor digitale audio. fig , 008 CTL (CONTROL) PEDAL jack U kunt naar keuze expressiepedalen (EV-5, etc.) aansluiten op deze jacks. Door de gewenste functie aan een pedaal toe te kennen, kunt u het gebruiken om geluid te selecteren en te veranderen of verschillende andere controles uit te voeren. U kunt ook voetpedalen (DP serie et.) naar keuze aansluiten om geluid te sturen. -> (p.25) * Gebruik alleen het gespecificeerde expressiepedaal (EV-5; apart verkrijgbaar). Een ander expressiepedaal gebruiken kan tot gevolg hebben dat het apparaat slecht functioneert en/of schade aan het aparaat veroorzaken. HOLD PEDAL jack Een voetpedaal (DP Serie etc.) naar keuze kan aangesloten worden op deze jack voor gebruik als hold pedaal. -> (p.24) Dit kan ook zo ingesteld worden, dat het gebruik van half-pedaling technieken ondersteund wordt. Dus, na het aansluiten van een voetpedaal naar keuze (DP-8, etc), kunt u het pedaal gebruiken om controle te hebben in performances, waarin pianotonen gebruikt worden. fig OUTPUT A (MIX) jacks (L(MONO),R) Deze jacks sturen het audiosignaal in stereo naar het aangesloten mixer/ versterker systeem. Gebruik de L uitgang voor mono. -> (p.19) OUTPUT B jacks (L, R) Deze jacks voeren het audiosignaal uit naar het aangesloten mixer/ versterker systeem in stereo. INDIVIDUAL 1-4 jacks Deze jacks sturen audiosignalen in mono uit naar een versterker. De instelling, die bepaalt of deze jacks gebruikt worden als stereo OUT- PUT uitgang of mono jacks, is de Output Assign Setting (p.207). AUDIO INPUT jack (L,R) Accepteert input van audio signalen in stereo (L/R) van instrumenten. Sluit aan op de L jack als u mono wilt gebruiken. Wanneer u van een microfoon opneemt, moet u deze op de L jack aansluiten en Input Select (p.141) op MICROPHONE instellen PHONES jack Dit is de uitgang voor een koptelefoon (apart verkrijgbaar). -> (p.19) fig a MIDI aansluitingen (IN, OUT, THRU) Deze aansluitingen kunnen verbonden worden met andere MIDI instrumenten om MIDI berichten te ontvangen en te sturen. fig PC CARD sleuf Hier kan een geheugenkaart ingestoken worden. -> (p.244, p.246) * Schuif de geheugenkaart voorzichtig helemaal naar binnen, totdat deze vast op zijn plaats zit. USB connector Deze aansluiting geeft u de mogelijkheid een USB kabel te gebruiken om uw computer aan te sluiten op de Fantom-X. -> (p.218) 18

19 Om te beginnen Een versterker en speakersysteem aansluiten Aangezien de Fantom-X geen versterker of speakers bevat, dient u het apparaat aan te sluiten op audio apparatuur zoals een keyboard versterker, een monitor speakersysteem of home stereo of een koptelefoon te gebruiken om het geluid te kunnen horen. 1. Zorg ervoor dat de stroomtoevoer van al uw apparaten op OFF staat voordat u iets aansluit. 2. Stop één uiteinde van het bijgeleverde elektriciteitssnoer in de Fantom-X en steek het andere uiteinde in een stopcontact. 3. Sluit de Fantom-X aan op uw versterker/speakersysteem, zoals in de illustratie hieronder is weergegeven. fig e Om slecht functioneren en/of schade aan speakers of andere apparaten te voorkomen, dient u altijd eerst het volume laag te zetten en de stroomtoevoer naar alle apparaten uit te zetten, voordat u aansluitingen gaat maken. naar stopcontact Stereo koptelefoon Om het geluid van de Fantom- X volledig tot zijn recht te laten komen, raden wij u aan om een stereo versterker/ speakersysteem te gebruiken. Als u toch een mono systeem gebruikt, dient u deze aan te sluiten op de OUTPUT A (MIX) jack L (MONO). Audiokabels worden niet bij de Fantom-X geleverd. U zult ze zelf aan moeten schaffen. Mixer etc. Monitor speakers (aan) Bekijk voor details over het installeren van een Wave uitbreidingskaart (apart verkrijgbaar) De Wave uitbreidingskaart installeren (p.240). Versterker De OUTPUT A [MIX] jacks zorgen voor een evenwichtige output. Gebruik een correct aangesloten kabel, zodat de HOT, COLD en GND aan de achterkant van het paneel van de Fantom-X passen bij de mixer of soortgelijke apparatuur. 19

20 Om te beginnen De Fantom-X8 plaatsen op een standaard (voor de Fantom-X8 gebruiker) Gebruik de Roland KS-17 als u de Fantom-X op een standaard wilt plaatsen. Plaats het instrument als volgt op de standaard. fig e Plaats het zo dat het midden van de standaard tussen de a en de n van het woord Fantom ligt. Plaats precies boven elkaar Rubberen pootjes van de Fantom-X8 Schroeven van de standaard Midden 20

21 Om te beginnen De stroomtoevoer aanzetten Als de aansluitingen gemaakt zijn (p.19), zet u de stroomtoevoer van de verschillende apparaten in de gespecificeerde volgorde aan. Apparaten in de verkeerde volgorde aanzetten, kan slecht functioneren en/of schade aan de speakers en andere apparaten veroorzaken. fig.bender.e 1. Stel uzelf de volgende twee vragen, voordat u de stroomtoevoer van de Fantom-X aanzet: Is alle randapparatuur correct aangesloten? Zijn de volumeknoppen van de Fantom-X en alle audioapparatuur, die daarop aangesloten zijn, naar het laagste niveau gedraaid? 2. Zet de POWER ON knop aan de achterkant van het paneel van de Fantom-X aan. fig Om correct functioneren van de Pitch Bend hendel te verzekeren, dient u ervoor te zorgen dat u de hendel niet aanraakt wanneer u de stroomtoevoer naar de Fantom-X aanzet. * Dit apparaat is voorzien van een beschermingscircuit. Een kleine pauze (van een paar seconden) nadat de stroomtoevoer is aangezet, is nodig voordat het apparaat normaal kan functioneren. 3. Zet de stroomtoevoer aan van de andere aangesloten versterkers of speakers. 4. Bespeel het keyboard van de Fantom-X, waarbij u geleidelijk de instelling van de volumeknop omhoog draait en dan voorzichtig het volume van uw aangesloten versterkers of speakers omhoog draait naar het gewenste luisterniveau. fig Wees voorzichtig dat u het luistervolume niet te hoog zet om schade aan uw versterker/ speakersysteem of uw gehoor te voorkomen. 21

22 Om te beginnen Het Display Contrast (LCD Contrast) aanpassen Het kan moeilijk zijn om de letters in de display te lezen direct nadat u de stroomtoevoer naar de Fantom-X heeft aangezet of na extensief gebruik. De hoek van waar u kijkt of de lichtomstandigheden van dat moment kunnen het uiterlijk van de display ook beïnvloeden. In zulke gevallen kunt u aan de CONTRAST knop (die zich aan de achterkant bevindt) draaien om het contrast van de display aan te passen. fig De stroomtoevoer uitzetten 1. Stel uzelf de volgende twee vragen voordat u de stroomtoevoer van de Fantom-X uitzet: Zijn de volumeknoppen van de Fantom-X en alle audioapparatuur, die daar op aangesloten zijn, op het laagste niveau gedraaid? Heeft u uw Fantom-X geluiden of andere data die u gecreëerd hebt opgeslagen? 2. Schakel de stroomtoevoer uit van alle aangesloten apparaten. 3. Schakel de POWER ON knop van de Fantom-X uit. 22

23 Naar de demo songs luisteren De Fantom-X bevat een demonstratie ( demo ) song waarnaar u kunt luisteren m.b.v. de Demo Play functie van de Fantom-X. De demo zal u een impressie geven van de uitzonderlijke geluiden en effecten van de Fantom-X. Naar de geladen demo song luisteren wanneer u de Fantom-X opstart Met de fabrieksinstellingen kunt u een song spelen door simpelweg de Fantom-X op te starten en op de [PLAY] knop te drukken. Song name: Still Solace Copyright( )Roland Corporation Deze song is een akoestische piano en gitaar Performance. Beide geluiden zijn ideaal voor zowel solo spel als begeleiding. fig a U kunt het Song Edit venster gebruiken om de muzikale data van deze song te bekijken. Alle rechten voorbehouden. Ongeautoriseerd gebruik van dit materiaal voor andere doeleinden dan voor privégebruik is een overtreding van de wet. Naar de andere demo songs luisteren Als u de andere songs wilt horen, dient u de volgende werkwijze te gebruiken om ze te spelen. Bekijk de display van de Fantom-X voor namen en copyright informatie van deze songs. 1. Druk op [MENU]. Het uitschuifmenu verschijnt. fig Druk op om een Demo Play te selecteren, en druk dan op [ENTER]. fig , 4 2, 5 3. Druk op [F1 (SONG1)]-[F5 (SONG5)] om het afspelen van de demo song te starten. Anders zal afspelen automatisch stoppen, wanneer de song eindigt. Als u op [F7 (All Songs)] drukt, zullen de songs achtereenvolgens spelen, te beginnen met de eerste. 4. Druk op [F8 (Exit)] om terug te keren naar het Demo Menu. 5. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. * Wanneer u afspeelt en de werkwijze van stap 1-5 gebruikt, zullen de afspeelgegevens niet via de MIDI OUT uitgang overgebracht worden. Wanneer u een demo aan het afspelen bent, zal elke patch of Performance die u aan het bewerken was, verloren gaan. 23

24 Verschillende Performance kenmerken Velocity/Aftertouch De kracht, waarmee u het keyboard bespeelt of de aanslagsterkte, waarmee u speelt kan invloed hebben op het volume of timbre van een geluid. Aftertouch- benedenwaartse druk die u legt op een toets na een noot gespeeld te hebben- kan het geluid ook beïnvloeden. fig Pitch Bend/Modulatie Hendel Verplaats de hendel naar links om de toonhoogte van de op dat moment geselecteerde patch omlaag te laten gaan of naar rechts om de toonhoogte omhoog te laten gaan terwijl u het keyboard bespeelt. Dit staat bekend als de Pitch Bend. U kunt ook vibrato toepassen door de hendel voorzichtig van u af te duwen. Dit staat bekend als modulatie. Als u de hendel van u afduwt en deze tegelijkertijd naar rechts of links beweegt, kunt u beide effecten gelijktijdig toepassen. fig e Pitch Bend Modulatie Octave Shift (Oct) Hold Pedal U kunt de toonhoogte van het keyboard in eenheden van één octaaf veranderen over een bereik van +/-3 octaven door de waarde van de Octave Shift parameter aan te passen. Gebruik KEY EFFECT [-OCT] of [+OCT] links van het venster om de gewenste instelling te maken. Om te terug te keren naar de oorspronkelijke instelling, dient u tegelijk op beide knoppen te drukken. Als een voetpedaal naar keuze (DP serie) aangesloten is op de PEDAL HOLD uitgang aan de achterkant van het paneel, kunt u op de voetpedaal drukken om te zorgen dat noten aan blijven houden ( hold ), zelfs nadat de toetsen losgelaten zijn. fig

25 Verschillende Performance kenmerken Control pedal Als een expressiepedaal of voetpedaal (EV-5, DP-2.) naar keuze aangesloten is op de PEDAL CONTROL jack aan de achterkant van het paneel, kunt u het pedaal gebruiken om het volume of andere functies te regelen. fig De wijze, waarop het geluid verandert, zal afhangen van de instellingen. Bekijk Control Pedal instellingen maken (p.126) voor details over instellingen voor parameters bestuurd door het pedaal. Roland Gebruik alleen het gespecificeerde expressiepedaal of voetpedaal (EV-5, DP-2; apart verkrijgbaar). Andere expressiepedalen aansluiten kan een slecht functioneren en/of schade aan uw apparaat veroorzaken. Transpose (Trans) U kunt de toonhoogte van het keyboard transponeren in stappen van een halve toon over een bereik van G F# (-5- +6) door de waarde van de Transpose parameter te veranderen. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar Trans in het bovenste gedeelte van het venster, en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] of [DEC] om deze instelling te veranderen. fig Bekijk Het keyboard in octaaf eenheden transponeren (Octave Shift) (p.45). 25

26 Overzicht van de Fantom-X Hoe de Fantom-X in elkaar zit Basisstructuur In ruime zin bestaat de Fantom-X uit een controller sectie, een geluidsgenerator sectie en een sequencer sectie. Deze secties zijn intern via MIDI verbonden. fig e Audio Input Sampling bestanden als bestanden laden via een USB aansluiting. Geladen samples kunnen in patches of ritme sets gebruikt worden. Classificatie van soorten Fantom-X geluiden Wanneer u de Fantom-X gebruikt, zult u merken dat er een variatie aan verschillende categorieën bestaat wanneer u met geluiden werkt. Wat nu volgt, is een simpele uitleg van elke geluidscategorie. Tonen Sequencer gedeelte Playback Sampler gedeelte Geluidsgenerator gedeelte Resampling Op de Fantom-X zijn tonen de kleinste eenheden geluid. Toch is het niet mogelijk om een toon op zichzelf te spelen. De patch is de eenheid geluid die gespeeld kan worden, en de tonen zijn de basisbouwstenen die een patch vormen. fig e Opnemen Afspelen Tone LFO 1 LFO 2 Controller gedeelte (controllers zoals een keyboard, pad, pitch bend hendel etc.) Controller sectie Dit gedeelte bestaat uit een keyboard, Pad, Pitch Bend/modulatie hendel, paneelknoppen en D Beam controller. Het bevat mogelijk ook enkele pedalen die aan de achterzijde van het paneel bevestigd zijn. De Performance informatie die gegenereerd wordt, wanneer u dingen doet als op een toets of Pad drukken /loslaten of de hold pedal indrukken, wordt geconverteerd naar MIDI boodschappen en gestuurd naar de geluidsgenerator sectie, sequencer sectie en /of een extern MIDI apparaat. Geluidsgenerator sectie Het geluidsgenerator gedeelte produceert het geluid. Het ontvangt MIDI boodschappen van de keyboard controller sectie en sequencer sectie en/of van een extern MIDI apparaat, genereert muzikaal geluid overeenkomstig de MIDI boodschappen die ontvangen zijn en voert het geluid naar buiten via de output jacks of de koptelefoon jack. Sequencer sectie Dit gedeelte neemt bewerkingen van het keyboard controller gedeelte op als MIDI boodschappen en zendt de opgenomen MIDI boodschappen naar het geluidsgenerator gedeelte. MIDI boodschappen, die op de sequencer opgenomen zijn, kunnen ook overgebracht worden via de MIDI OUT aansluiting om de Fantom-X de mogelijkheid te geven ook externe MIDI apparaten te besturen. Sampler sectie Een sampler is een apparaat, dat geluiden als samples vastlegt van een CD speler of microfoon, die aangesloten is op de audio input of de digitale input (of geluiden van een wave bestand). Samples, die u opneemt, kunnen op dezelfde manier gebruikt worden als de Waveforms die ingebouwd zijn in de interne geluidsgenerator (p.141). De Fantom-X kan WAV of AIFF formaat wave WG Pitch Envelope audiosignaal contrôle signaal Tonen bestaan uit de volgende vijf componenten. WG (Wave Generator) Specificeert de PCM Waveform (wave), die de basis van het geluid vormt, en bepaalt hoe de toonhoogte van het geluid zal veranderen. De Fantom-X heeft 1440 verschillende Waveforms. Alle patches, die in de Fantom-X ingebouwd zijn, bestaan uit combinaties van tonen die gecreëerd zijn op basis van deze Waveforms. Er zijn vier wave generatoren voor elke ritme toon (percussie instrument geluiden). TVF (Time Variant Filter) Specificeert hoe de frequenties van het geluid zullen veranderen. TVA (Time Variant Amplifier) Specificeert de veranderingen in volume en de positie van het geluid in een stereo geluidsveld. Envelope TVF TVF Envelope TVA TVA Envelope U gebruikt Envelope om veranderingen over een bepaalde tijd te initiëren. Er zijn aparte envelopes voor Pitch, TVF (filter) en TVA (volume). Als u bijvoorbeeld de manier waarop het geluid aanhoudt (Attack)of wegvalt (decay) wilt veranderen, kunt u de TVA envelope aanpassen. 26

27 Overzicht van de Fantom-X LFO (Low Frequency Oscillator) Gebruik de LSO om cyclische veranderingen (modulatie) te creëren in een geluid. De Fantom-X heeft twee LFO s. U kunt de LFO gebruiken om een effect toe te passen op de WG (toonhoogte), de TVF (filter) of de TVA (volume). Wanneer een LFO op de WG toonhoogte is toegepast, wordt een vibrato effect geproduceerd. Wanneer een LFO toegepast wordt op de TVF cutoff frequentie, wordt een wah effect geproduceerd. Wanneer een LFO toegepast wordt op het TVA volume, wordt een tremolo effect geproduceerd. LFO is niet ingesloten bij de ritme tonen (percussie instrumenten). Patches Patches zijn de basale geluidsconfiguraties die u speelt gedurende een Performance. Elke patch kan vormgegeven worden door de combinatie van maximaal vier tonen. Hoe de vier tonen gecombineerd zijn, wordt bepaald door de Structure Type parameter (p.63). fig e Patch Elk percussie instrument bestaat uit de volgende vier elementen. (Bekijk de uitleg in Tonen voor details.) WG (Wave Generator): 1--4 TVF (Time Variant Filter) TVA (Time Variant Amplifier) Envelope Performances Een Performance heeft een patch of ritme set toegewezen aan elk van de 16 Parts, en kan gelijktijdig 16 geluiden aan. De Fantom-X heeft twee vensters: een Layer venster en een Mixer venster (p.100, p.103). Gebruik het Layer venster als u twee of meer patches samen wilt spelen of verschillende patches op afzonderlijke gebieden van het keyboard (Split) wilt spelen. Gebruik het Mixer venster als u wilt mixen door de pan en niveau instellingen individueel voor elk van de zestien Parts aan te passen. Omdat de Fantom geluidsgenerator een veelvoud aan geluiden kan bedienen (instrumenten) wordt het een Multi-timbrale geluidsgenerator genoemd. fig e Tone 4 Tone 3 Tone 2 Tone 1 LFO 1 LFO 2 Performance Part 16 Layer Mixer WG TVF TVA Part 1 Pitch Envelope TVF Envelope TVA Envelope Patch/ Rhythm Set Ritme sets Ritme sets zijn groepen verschillende percussie instrumenten. Omdat percussie instrumenten over het algemeen geen melodieën spelen, is het niet nodig dat het geluid van een percussie instrument een toonladder kan spelen op het keyboard. Belangrijker is echter, dat zoveel mogelijk percussie instrumenten tegelijkertijd tot uw beschikking staan. Bijgevolg zal elke toets (noot nummer) van een ritme set een ander percussie instrument produceren. fig e Part Bij de Fantom-X is een Part iets waar een patch of ritme set aan toegewezen kan worden. Patch modus heeft twee Parts, de Pad Part en de Keyboard Part en u kunt een patch of ritme set aan beide Parts toekennen. In de Performance modus bevat elke Performance zestien Parts en kunt u een patch of ritme set aan iedere Part toewijzen. Rhythm Set Note Number 98 (D7) Note Number 97 (C#7) Note Number 36 (C2) Note Number 35 (B1) Rhythm Tone (Percussion instrument sound) WG TVF TVA Pitch Envelope TVF Envelope TVA Envelope 27

28 Overzicht van de Fantom-X Over gelijktijdige polyfonie De Fantom-X kan gelijktijdig een maximum aan 128 geluiden spelen. In de volgende paragrafen wordt besproken wat dit betekent en wat er zal gebeuren, wanneer meer dan 128 geluiden gevraagd worden van de Fantom-X. Het aantal gebruikte stemmen berekenen De Fantom-X kan tot 128 geluiden gelijktijdig spelen. De polyfonie of het aantal stemmen (geluiden) refereert niet alleen aan het aantal patches dat gespeeld wordt, maar verandert overeenkomstig het aantal tonen gebruikt in de patches en het aantal waves gebruikt in de tonen. De volgende methode wordt gebruikt om het aantal geluiden te berekenen dat gebruikt wordt om één patch te spelen. (Aantal patches dat gespeeld wordt) x (Aantal tonen gebruikt door gespeelde patches) x (Aantal waves gebruikt in de tonen) Bijvoorbeeld een patch die vier tonen combineert, waarvan elke toon twee waves gebruikt, zal acht noten polyfonie tegelijk gebruiken. Wanneer u in Performance modus speelt, zal bovendien het aantal geluiden van elke Part geteld worden om het totale aantal geluiden van alle Parts te verkrijgen. Hoe een Patch klinkt Wanneer van de Fantom-X wordt gevraagd om meer dan 128 stemmen gelijktijdig te spelen, zullen tonen die op dat moment te horen zijn, uitgezet worden om plaats te maken voor nieuw aangevraagde noten. De noot met de laagste prioriteit zal als eerste uitgezet worden. De volgorde van prioriteit wordt bepaald door het Patch Priority venster (p.61). Patch Priority kan op LAST of op LOUDEST ingesteld worden. Wanneer LAST is geselecteerd, zal een nieuw aangevraagde noot die de grens van 128 stemmen overschrijdt tot gevolg hebben dat de eerstgespeelde noot uitgezet zal worden. Wanneer LOUDEST geselecteerd is, zal de meest stille noot, die op dat moment te horen zijn, uitgezet worden. Meestal wordt LAST geselecteerd. Noot prioriteit in de Performance modus Omdat Performance modus meestal gebruikt wordt om een ensemble te spelen, dat bestaat uit verschillende patches, is het belangrijk om te beslissen welke Parts prioriteit hebben. Prioriteit wordt gespecificeerd door de Voice Reserve instellingen (p.111). Als een noot binnen een patch uitgezet moet worden om plaats te maken voor een nieuwe noot, zal de Patch priority instelling van de patch van toepassing zijn (p.61). totaal van meer dan 128 noten (voor alle Parts totaal) gevraagd wordt. Wanneer u Voice Reserve instellingen maakt, moet u het aantal noten dat u wilt spelen voor elke Part in aanmerking nemen, evenals het aantal tonen gebruikt door de geselecteerde patch (p.111). Het is niet mogelijk om Voice Reserve instellingen te maken, waarbij het totaal van alle Parts meer dan 64 stemmen wordt. Over geheugen Patch en Performance instellingen worden opgeslagen in het geheugen. Er zijn drie soorten: temporary (tjdelijke), rewritable (herschrijfbaar) en non-rewritable (niet herschrijfbaar) geheugen. fig e Fantom-X Preset A (PR-D) Preset A (PR-C) Preset A (PR-B) Preset A (PR-A) Patch 128 Rhythm Set 32 * 1 Performance 64 * 1 Selecteer EXP D Slot EXP C Slot EXP B Slot EXP A Slot Patch Rhythm Set Wave uitbreidingskaart Preset A (PR-H) Preset A (PR-G) Preset A (PR-F) Preset A (PR-E) GM (GM2) Patch 256 Rhythm Set 9 Selecteer Selecteer * 2 Tijdelijk gebied Selecteer Select System User (USER) Patch 256 Rhythm Set 32 Performance 64 Patch 256 Rhythm Set 32 Performance 64 Geheugenkaart Schrijf Schrijf * 1 Alleen in PR-A (PRST) * 2 De geselecteerde Patches/ Ritme sets kunnen niet veranderd worden. Voice Reserve De Fantom-X beschikt over een Voice Reserve functie, die u de mogelijkheid geeft om een minimum aantal noten te reserveren, die altijd beschikbaar zijn voor elke Part. Als Voice reserve bijvoorbeeld ingesteld is op 10 voor Part 16, zullen er voor Part 16 altijd 10 noten met geluidsproducerende capaciteit beschikbaar zijn, zelfs als een 28

29 Overzicht van de Fantom-X Temporary (tijdelijk) geheugen Temporary Area Dit is het gebied, waarin de gegevens bewaard worden voor de patch en Performance die u heeft geselecteerd door de paneelknoppen te gebruiken. Wanneer u het keyboard bespeelt of een sequence afspeelt, wordt geluid geproduceerd dat gebaseerd is op de gegevens in het tijdelijk geheugen. Als u een patch of Performance bewerkt, verandert u niet direct de gegevens in het geheugen. U roept eerder de gegevens in het tijdelijk geheugen op om het daar te bewerken. Instellingen in het tijdelijk geheugen zijn tijdelijk en zullen verloren gaan, wanneer de stroomtoevoer uitgezet wordt of wanneer u een andere patch/performance selecteert. Om de instellingen, die u heeft veranderd te bewaren, moet u ze naar het rewritable geheugen wegschrijven. Rewritable (herschrijfbaar) geheugen Systeemgeheugen Systeemgeheugen bevat systeem parameter instellingen die bepalen hoe de Fantom-X functioneert. Gebruikersgeheugen Gebruikersgeheugen is het interne geheugengebied waar patches, performances, samples en Performance gegevens bewaard worden. Geheugenkaart U kunt een geheugenkaart gebruiken om patches, performances, samples en Performance gegevens op te slaan, net zoals in het gebruikersgeheugen. Non-rewritable (vast) geheugen Preset geheugen Gegevens in het preset geheugen kunnen niet herschreven worden. U kunt echter wel instellingen oproepen van het preset geheugen naar het tijdelijk geheugen, het veranderen en dan de bewerkte gegevens opslaan in het rewritable geheugen (behalve GM2). Over de ingebouwde effecten Effectsoorten De Fantom-X heeft ingebouwde effect groepen. U kunt instellingen voor elke groep onafhankelijk bewerken. Multi-effecten De multi-effecten zijn doelmatige effecten die de klank volledig veranderen door het geluid zelf te veranderen. Er zijn 78 verschillende soorten effecten. Selecteer en gebruik het type dat geschikt is voor uw doel. Behalve eenvoudige effecten zoals Distortion, Flanger en soortgelijke effecten, kunt u ook een grote variatie aan gecompliceerde effecten instellen en zelfs effecten in serie of parallel verbinden. Bovendien, terwijl chorus en reverb gevonden kunnen worden, worden de volgende chorus en reverb bediend met een ander systeem. In Performance modus kunnen drie soorten multi-effecten gelijktijdig gebruikt worden. Hier wordt aan gerefereerd als MFX1, MFX2 en MFX3. In Patch modus kan de Keyboard Part MFX1 gebruiken, de Pad Part kan MFX2 gebruiken, etc. Chorus Chorus voegt diepte en ruimte toe aan het geluid. U kunt selecteren of u dit wilt gebruiken als een chorus effect of een delay effect. Reverb Reverb voegt een nagalm, zo karakteristiek voor zalen of schouwburgen, toe. Er worden vijf verschillende soorten geboden, dus u kunt het type selecteren en gebruiken dat bij uw wensen past. Mastering effect Dit is een stereo compressor die gebruikt wordt bij de uiteindelijke output van de Fantom-X. Het bevat onafhankelijke high, mid en low bereik. Onafhankelijk voor de hoge frequentie, midden frequentie en lage frequentie gebieden comprimeert dit alle geluiden, die het gespecificeerde niveau overstijgen, wat het volume consistenter maakt. Wave uitbreidingskaarten (SRX Serie; worden apart verkocht) De Fantom-X kan met vier Wave uitbreidingskaarten (SRX serie; apart verkrijgbaar) uitgerust worden. Wave uitbreidingskaarten bevatten Wave data, evenals patches en ritme sets die deze Wave data gebruiken, die direct uit het tijdelijk geheugen opgeroepen en gespeeld kunnen worden. 29

30 Overzicht van de Fantom-X Hoe groepen effecten in verschillende modi functioneren fig e Performance/Multitimbre Part 1 In Patch modus Multi-effecten kunnen afzonderlijk gebruikt worden bij elke patch of Performance. Chorus en reverb worden beiden gedeeld door patches en ritme sets. Hetzelfde effect is van toepassing op elke toon. Het Part16 Patch TONE Multi-Effects Chorus Reverb aanpassen van het signaalniveau, dat naar elke groep effecten gestuurd moet worden (Send Level), bepaalt de intensiteit van het effect dat toegepast wordt op elke toon. fig Keyboard part Pad part C8 Patch TONE Rhythm Set A0 RHYTHM TONE * U kunt aan iedere Part een patch of ritme set toekennen. In de Performance modus Multi-Effects Multi-Effects Chorus Reverb De multi-effecten, chorus en reverb effecten kunnen allemaal afzonderlijk voor iedere Performance ingesteld worden. De intensiteit van elk effect zal voor iedere Part ingesteld moeten worden. Wanneer u effecten toepast in Performance modus, zullen de effect instellingen van de patch of ritme set die toegekend zijn aan elke Part genegeerd worden; wat gebruikt zal worden zijn de effect instellingen van de Performance. Aldus kunnen de effecten voor dezelfde patch of ritme set verschillen, wanneer ze gespeeld worden in Patch modus of in Performance modus. Echter, afhankelijk van de instellingen, kunnen effect instellingen voor een patch of ritme set die toegekend zijn aan een Part ook toegepast worden op de hele Performance. Wanneer u bovendien de multi-effecten instellingen van een Performance gebruikt, kunt u drie verschillende multi-effecten gelijktijdig gebruiken, afhankelijk van het soort effect. + + Over de sequencer Een sequencer neemt keyboard Performance en bestuur instellingen op als MIDI boodschappen (sequencer data). Terwijl de data afspeelt, worden de opgenomen MIDI boodschappen naar een geluidsgenerator verzonden, die de vereiste geluiden zal produceren. De sequencer speelt eigenlijk de instrumenten i.p.v. de muzikant, en aangezien het een muzikale uitvoering op kan nemen functioneert het ook als een taperecorder. In realiteit neemt een sequencer echter geen geluid op, eigenlijk neemt de sequencer de stappen op die er voor zorgen dat de geluidsgenerator geluid produceert, waardoor het verschillende voordelen biedt. De geluidskwaliteit is altijd voortreffelijk, het equivalent van eerste-generatie tape, waarbij het niet uitmaakt hoe vaak de data afgespeeld wordt. Tempo veranderingen hebben geen effect op de toonhoogte; gedetailleerde bewerking is mogelijk, etc. Wat is een song? Bij de Fantom-X worden muzikale Performance gegevens voor een song of compositie benoemd als song. Een song combineert sequencer data opgenomen op Phrase tracks 1-16, een Tempo track, een Beat track en een patroon, zoals hier beneden wordt weergegeven. fig e Song Pattern Pattern 1 Phrase track 16 Pattern 2 Phrase track 2 Phrase track 1 Tempo track Pattern 100 Beat track 30

31 Overzicht van de Fantom-X Wat is een track? Elk gedeelte van een song, waar muzikale Performance data wordt opgeslagen, wordt een track genoemd. Phrase Tracks 1-16 Phrase tracks nemen de muzikale Performance op. Elke Phrase track neemt Performance data op voor 16 MIDI kanalen. In totaal kunnen tot 16 tracks x 16 MIDI data kanalen opgenomen worden. Het is nuttig dat u een besluit hneemt voordat u op gaat nemen, bijvoorbeeld de melodie opnemen op Phrase track 1, bas op Phrase track 2, drums op Phrase track 10 en begeleiding op de overgebleven Phrase tracks. Tempo track De Tempo track neemt tempoveranderingen over een bepaalde tijd in een song op. Dit kan gebruikt worden voor tempoveranderingen tijdens een song. Als een song hetzelfde tempo heeft van begin tot eind, kan de Tempo track genegeerd worden. Wanneer een song voor het eerst op de Fantom-X is opgenomen, zal een tempo instelling tijdens de opname opgeslagen worden aan het begin van de Tempo track. Daardoor zal de song altijd op dit aanvangstempo afgespeeld worden, wanneer song playback begint bij het begin. Aldus wordt het afspeeltempo bepaald door de Tempo track instelling. Als u het tempo gedurende het afspelen verandert, zal het globale tempo van de song aangepast worden door de gemaakte instelling. Beat track De Beat track neemt de intervallen op van elke maat van een song. Stel de Beat track in, wanneer u een nieuwe song aan het opnemen bent of wanneer u intervallen tijdens een song wilt veranderen. Patroon Een patroon is een plek waar Performance data afzonderlijk van phrase tracks opgeslagen kan worden. U kunt maximaal honderd patronen creëren. Net zoals bij een phrase track kan elk patroon tot en met zestien MIDI kanalen data kan bevatten. Patronen kunnen toegekend worden aan phrase tracks. Dit betekent dat als uw song herhalende frases gebruikt als drums of bas riffs, u elke frase als een patroon kunt opnemen en dan het Step Opname venster kunt gebruiken om de patronen toe te kennen aan de juiste locaties (p.176). In dit geval bevat de phrase track alleen patroonnummers die specificeren welk patroon gespeeld gaat worden. Dit is gemakkelijk en geeft u ook de mogelijkheid om geheugen te reserveren. De RPS functie (p.203) voor onmiddellijk afspelen is ook van toepassing op Patronen. Patronen zijn geschikt voor live performances als u benodigde sequencer data als Patronen heeft opgenomen en deze naar het concert meeneemt. Patronen kunnen ook als kladblokken voor muzikale ideeën fungeren. Songs en de geluidsgenerator modus De sequencer van de Fantom-X kan altijd gebruikt worden, ongeacht de modus van de geluidsgenerator (Patch/Performance). In Performance modus kunt u maximaal zestien geluiden gebruiken, waarbij elke Part een ander geluid produceert. Dit betekent dat Performance modus ideaal is voor het opnemen of afspelen van een ensemble, waarbij meerdere instrumenten gebruikt worden, zoals drums, bas en piano. In Patch modus kunt u spelen en de geluiden gebruiken, die toegekend zijn aan de Keyboard Part en de Pad Part. Posities voor het opslaan van een song Temporary Area De sequencer heeft een gebied dat Temporary Area genoemd wordt en waar tijdelijk een song in bewaard kan worden. Dus noemen we dit een temporary song. Om een op een disk opgeslagen song op de Fantom-X af te spelen, hoeft het niet geladen te worden in Temporary Area. Alleen wanneer u een song gaat opnemen of een song die opgeslagen is op disk gaat bewerken, moet u dit laden in de Temporary Area. Omdat er maar aan één song gewerkt kan worden tijdens het opnemen of bewerken, hoeft er in de Temporary Area slechts één song te worden opgeslagen (ongeveer noten). De song in Temorary Area zal verloren gaan wanneer de stroomtoevoer uitgeschakeld wordt. Om een song te bewaren, moet u het opslaan in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart. Geheugenkaart/ gebruikersgeheugen Wanneer u een opgenomen of bewerkte song in Temporary Area houdt, slaat u het op in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart als song bestand. Maximaal 256 songs kunnen opgeslagen worden op een kaart en in het gebruikersgeheugen. Als u de song die u opgenomen of bewerkt heeft in Temporary Area wilt behouden, moet u het als een song bestand opslaan op een geheugenkaart of in het gebruikersgeheugen. Beide methoden geven u de mogelijkheid maximaal 256 songs te bewaren. Een kaart en het gebruikersgeheugen kunnen twee soorten bestanden bevatten. Het drie-letter symbool weergegeven tussen haakjes ( ) is een bestandsnaam extensie die de verschillende bestandstypes onderscheidt. Song bestand (.SVQ) Dit bestand is een song gecreëerd op de Fantom-X. Het wordt een MRC Pro song genoemd. Standaard MIDI bestand (.MID) Standaard MIDI bestand is een bestandsformaat dat de uitwisseling van sequencer data tussen de meeste muzikale applicaties toestaat. Fantom-X bestanden kunnen als standaard MIDI bestanden opgeslagen worden. Dit geeft u de mogelijkheid om commercieel verkrijgbare muziek data (GM scores) af te spelen, die compatibel zijn met het GM/GM2 systeem. 31

32 Overzicht van de Fantom-X fig e fig e Temporary Memory User Memory Multisample Multisample No.128 Internal Memory Song file Standard MIDI file Multisample sample No.001 sample No.002 No.001 sample No.003 Een multisample is verdeeld in 128 sample No.127 sample No.128 Fantom-X Nummer in de sample lijst Waar samples bewaard worden Memory Card Song file Standard MIDI file Samples die u opneemt of importeert worden opgeslagen in sample geheugen. Dit sample geheugen is tijdelijk, en de data ervan zal verloren gaan als u de stroomtoevoer uitschakelt. Als u deze samples wilt behouden, moet u ze opslaan in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart. * U kunt geen data opslaan in het preset geheugen. fig e Over het Sampling gedeelte Het sampling gedeelte neemt externe geluiden van een audio instrument of microfoon op als muzikale data. Gesamplede geluiden kunnen gespeeld worden als een patch of ritme set. U kunt ook WAV/ AIFF formaat bestanden importeren en ze op dezelfde manier gebruiken. Samples Een sample bevat de Waveform data gesampled door de Fantom-X. Behalve de actuele Waveform data zelf bevat een sample ook parameters als startpoint, loop start en loop end. De Fantom-X kan maximaal samples bevatten. fig e Write Write Temporary Memory Load/Write Sampler Section Sample Memory Preset Bank User Bank Card Bank Load Write Load Write Write Preset Memory User Memory Fantom-X Sample Sample lijst Memory Card Drum Sampling Wave (Sample) Automatisch toegevoegd User Sample Sampling Multisamples Twee of meer samples, die toegekend zijn aan het keyboard worden gezamenlijk een multisample genoemd. Een multisample is verdeeld in 128 splits. Elke split bevat het nummer van een sample in de sample lijst het bevat niet de eigenlijke sample data zelf. De Fantom-X heeft 128 interne samples (preset samples) en bovendien kunnen maximaal 128 gebruikerssamples op een apart verkrijgbare geheugenkaart opgeslagen worden. 32

33 Overzicht van de Fantom-X Basishandelingen voor de Fantom-X Om het Layer venster te selecteren 1. Druk op [LAYER/SPLIT]. fig _50 De geluidsgenerator modus wisselen De Fantom-X heeft twee geluidsgenerende modi: Patch modus en Performance modus. U kunt de geluidsgenerende modus (status) gebruiken die het meest geschikt is voor de wijze waarop u de Fantom-X wilt bespelen. Gebruik de volgende procedure om tussen deze twee modi te switchen. Patch modus In deze modus kunt u het keyboard en Pads gebruiken om afzonderlijke geluiden te spelen (patches/ritme sets). Het keyboard en Pads hebben ieder hun eigen geluidsgenerator en Part en zijn aangesloten op één enkel MIDI kanaal. Om Patch modus te selecteren Om het Mixer venster te selecteren 1. Druk op [MIXER]. fig _50 1. Druk op [PATCH/RHYTHYM]. fig _50 Performance modus Deze modus geeft u de mogelijkheid om meerdere geluiden (patches of ritme sets) te combineren. LAYER/SPLIT display Gebruik dit venster, wanneer u twee of meer geluiden (patches/ ritme sets) samen wilt spelen. U kunt patches ook samen spelen (Layer) of het keyboard verdelen in twee gebieden en verschillende patches in elk gebied spelen (Split). MIXER display Gebruik dit venster, wanneer u de geluiden wilt mixen door het niveau en de pan van alle 16 Parts aan te passen. Het Layer venster en Mixer venster bieden een verschillende kijk op dezelfde Performance. U kunt bijvoorbeeld het Layer/ Split venster gebruiken, wanneer u een keyboard split in wilt stellen of het Mixer venster gebruiken, wanneer u de effect instellingen of de volumebalans van de patches voor elke Part wilt aanpassen. 33

34 Overzicht van de Fantom-X Over de Functieknoppen De acht [F1]-[F8] knoppen (functieknoppen), die zich onder de display bevinden, voeren verschillende functies uit, en de werking ervan zal verschillen afhankelijk van het venster. Functies zullen aan de onderkant van het scherm vermeld worden. fig De cursor verplaatsen Eén enkel venster toont meerdere parameters of items die geselecteerd kunnen worden. Om de instelling van een parameter te bewerken, moet u de cursor verplaatsen naar de waarde van die parameter. Om een item te selecteren, moet u de cursor verplaatsen naar dat item. Wanneer met de cursor geselecteerd, wordt een parameter waarde of andere selectie belicht. fig e Cursor Verplaats de cursor met de,, en (cursorknoppen). fig Venster De iets kleinere vensters, die tijdelijk bovenop het normale venster verschijnen worden venstertjes genoemd. Verschillende soorten venstertjes verschijnen afhankelijk van de situatie. Sommige geven lijsten weer, anderen geven u de mogelijkheid instellingen te maken en weer anderen vragen u een handeling te bevestigen. fig e : verplaatst de cursor naar boven. : verplaatst de cursor naar beneden. : verplaatst de cursor naar links. : verplaatst de cursor naar rechts. Als u een cursorknop ingedrukt houdt, terwijl u ook op de cursorknop voor de tegenovergestelde richting drukt, zal de cursor sneller verplaatsen in de richting van de als eerst ingedrukte cursorknop. Venstertje Druk op [EXIT] om het venster te sluiten. Sommige venstertjes zullen automatisch sluiten, wanneer een handeling is uitgevoerd. Wanneer de cursor weergegeven wordt, zal door [ENTER] in te drukken een lijst weergegeven, van de beschikbare keuzes voor die parameter. Dit is gemakkelijk als u wilt zien wat uw keuzes zijn. Wanneer de lijst weergegeven wordt, kunt u ook de Pads gebruiken om uw keuze aan te geven. (p.35) 34

35 Overzicht van de Fantom-X Een waarde aanpassen Gebruik de VALUE draaischijf of de [INC]/[DEC] knoppen om de waarde te veranderen. fig De Pads gebruiken In sommige gevallen, wanneer de cursor zich bij een invoerlocatie bevindt, kunt u op [ENTER] drukken om een lijst van parameter waarden te zien. Voor sommige van deze lijsten zal in het venster het volgende icoontje te zien zijn, wat betekent dat u de Pads kunt gebruiken om de waarde in te voeren of te specificeren. Wanneer een numerieke waarde ingevoerd wordt fig a In ieder venster van de Fantom-X kunt u de cursor gebruiken om het gedeelte dat weergegeven en belicht wordt te verplaatsen en de waarde ervan te aan te passen. Elke parameter heeft zijn eigen reeks van mogelijke waarden, dus u kunt geen waarde instellen die kleiner is dan de minimum waarde of groter dan de maximum waarde. VALUE draaischijf De VALUE draaischijf met de klok mee draaien vergroot de waarde. Door tegen de klok in te draaien, wordt de waarde juist lager. [SHIFT] ingedrukt houden als u aan de VALUE draaischijf draait, vergroot de stappen zodat u sneller grote waardeveranderingen kunt maken. PAD 1-9: Invoergetallen 1-9 PAD 10: Invoergetal 0 BS: Annuleert het getal dat u ingevoerd heeft DEL: Annuleert de laagste plaats van het getal dat u ingevoerd heeft. Als u 15 ingevoerd heeft, zal DEL indrukken de waarde veranderen naar 1. Wanneer direct ingevoerd wordt fig a Wanneer de cursor zich bij een parameter waarde bevindt, moet u op [ENTER] drukken om een weergave van het venster te zien waarin u de waarde in kunt stellen. Gebruik om een waarde te selecteren, en druk dan op [ENTER] om de instelling te bevestigen. [INC] en [DEC] Drukken op [INC] verhoogt de waarde en [DEC] verlaagt de waarde. Houd de knop ingedrukt voor continue aanpassing. Voor snellere waardeverhogingen, moet u [INC] ingedrukt houden en op [DEC] drukken. Om de waarde sneller te laten verlagen, moet u [DEC] ingedrukt houden en op [INC] drukken. Als u op [INC] of [DEC] drukt, terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt, zullen de stappen waarmee waarden veranderen, groter worden. Door op een Pad te drukken, zal de corresponderende waarde direct ingevoerd worden. Van bovenaf gerekend corresponderen de items op de lijst met Pads

36 Overzicht van de Fantom-X Een naam toekennen Bij de Fantom-X kunt u namen toekennen aan elke patch, ritme set, Performance, Song, Sample en Patroon. De werkwijze is hetzelfde voor elk type data. 1. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de plaats, waar u een symbool of teken in wilt voeren. fig a 2. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het teken te specificeren. [F1 (Change Type)]: Selecteert het type teken. Iedere keer wanneer u hier op drukt, kunt u afwisselend het eerste teken van een tekenset selecteren: hoofdletter (A), kleine letter(a) of getallen en symbolen (0). [F2 (Delete)]: Verwijdert het teken op de plaats waar de cursor zich bevindt, en verplaatst de daarop volgende tekens één plaats naar voren. [F3 (Insert)]: Voegt een ruimte in op de plaats waar de cursor zich bevindt. De Pads gebruiken om tekens te specificeren U kunt de Pads gebruiken om tekens te specificeren. Door een Pad één of meerdere keren in te drukken, kunt u achtereenvolgens de letters, getallen en symbolen selecteren die op de Pad verschijnen. Als u bijvoorbeeld herhaaldelijk op Pad 1 drukt, kunt u als volgt door de beschikbare keuzes heen lopen: 1-> A-> B-> C-> 1-> A... U kunt switchen tussen hoofdletters en kleine letters als teken. Dit kan ingevoerd worden door op CAPS LOCK te drukken. Druk op SPACE om het teken op de plek waar de cursor zich bevindt te vervangen door een ruimte. Druk op INS om een ruimte op de plaats waar de cursor zich bevindt in te voegen. Druk op DEL om het teken op de plaats waar de cursor zich bevindt te verwijderen. Druk op BS om het teken dat zich aan de linkerkant van de cursor bevindt, te verwijderen. fig of : Verplaats de cursor., : Schakelt tussen hoofdletters en kleine letters. * Als u besluit om uw invoer te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Beschikbare tekens/symbolen zijn: spatie, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Vanuit een venster waar u een naam in kunt voeren, kunt u op [MENU] drukken en Undo selecteren om de naam die gebruikt werd, voordat u deze veranderde, te herstellen.vanuit [MENU] kunt u Naar boven selecteren of op drukken om het teken te veranderen in een hoofdletter. Vanuit [MENU] kunt u Naar beneden selecteren of op drukken om het teken waarbij de cursor zich bevindt te veranderen in een kleine letter.vanuit [MENU] kunt u Delete all selecteren om alle tekens, die u aan het invoeren bent, te wissen. Song bestandsnamen mogen geen kleine letters of bepaalde symbolen bevatten ( * +,. / : ; < = >? [ \ ] ). 36

37 Overzicht van de Fantom-X Registratie en oproepen van veelvuldig gebruikte vensterpagina s (Bookmark) Deze functie geeft u de mogelijkheid frequent gebruikte vensterpagina s te registreren en de Pads te gebruiken om toegang te krijgen. Als u bijvoorbeeld vaak wisselt tussen de Patch Edit pagina en de Effecten pagina, zal deze functie u helpen om efficiënter te kunnen schakelen tussen deze twee pagina s. Een pagina registreren 1. Ga naar de pagina, die u wilt registreren. 2. Houd [CLIP BOARD] ingedrukt en druk op de Pad, waarop u deze pagina wilt registreren. Als u bijvoorbeeld de pagina op Pad nummer drie wilt registreren, zal de display Bookmarked to # 3 aangeven. * Deze instellingen worden onthouden, zelfs als u de stroomtoevoer uitzet. Een pagina weer oproepen 1. Druk op [CLIP BOARD]. Het Bookmark venster verschijnt. De Pads waarop een pagina geregistreerd staat zullen gaan knipperen. fig Een uitleg van iedere knop bekijken (Help) Op deze manier kunt u op het venster van de Fantom-X een een kleine uitleg bekijken over elke knop of wat de knop doet als er op gedrukt wordt, terwijl u de [SHIFT] knop ingedrukt houdt. 1. Druk op [MENU]. 2. Gebruik de VALUE draaischijf of [INC][DEC] om Help te selecteren. 3. Druk op [ENTER]. Het Help venster verschijnt. Het aantal klanken dat gebruikt wordt door de geluidsgenerator bekijken (Voice Monitor) Op deze manier kunt u een grafische weergave bekijken van het aantal klanken dat gebruikt wordt door de geluidsgenerator. 1. In de Patch modus of het Performance modus venster, dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op [F4 (Voice Monitor)] te drukken. 2. Druk op [F8 (Exit)] om terug te keren naar het voorgaande venster. 2. Druk op één van de knipperende Pads. De bookmarks van die Pad zullen verschijnen. * Om een geregistreerde pagina te verwijderen, moet u op [CLIPBOARD] drukken in stap 1 en op de Pad drukken waarvan u de registratie wilt wissen. 37

38 In Patch modus spelen In Patch modus worden het keyboard en de Pads beiden gebruikt om één enkel geluid te produceren (patch/ritme set). De keyboard controller sectie en de Pad controller sectie hebben beide hun eigen geluidsgenerator Part, en beiden zijn aangesloten op hun eigen MIDI kanaal. Dit betekent dat u afzonderlijk geluiden kunt spelen op het keyboard en de Pads. 4. Druk op [F6] om het Patch play venster te switchen. Dit venster geeft gelijktijdig de instellingen van de Keyboard Part en de Pad Part weer. fig _50 Over het Patch Play venster Het Patch Play venster weergeven Om in het Patch Play venster te komen, dient u de volgende werkwijze te volgen. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM]. U zult in het Patch modus venster terecht komen en het Patch Play venster verschijnt. De Fantom-X heeft twee Parts, een Keyboard Part en een Pad Part. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] om de Keyboard Part te selecteren. fig e Patch type Patch groep Patch nummer Patch naam Patch categorie Druk op [F3 (Part Level)] om het volume van de Keyboard Part en de Pad Part aan te passen. Door op [F8 (Part Level)] te drukken, zal een venster geopend worden, waarin u het volume van de keyboard Part en het volume van de Pad Part aan kunt passen. Druk op [F6](Keyboard Part) of [F7] (Pad Part) om de Part te selecteren en draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om het volume aan te passen. Druk op [F8 (Close)] om het venster te sluiten. fig _50 3. Druk op [F8 (Part Pad)] om de Pad Part te selecteren. fig e Patch type Patch categorie Patch groep Patch nummer / Patch naam 38

39 In Patch modus spelen Functies in het Patch Play venster fig e Een patch selecteren De Fantom-X heeft acht patch groepen, inclusief de User groep en Preset groepen A-H en GM, waarbij iedere groep 128 patches op kan slaan (256 in GM, USER). Bovendien kunt u de mogelijkheden verder uitbreiden en maximaal vier Wave uitbreidingskaarten naar keuze installeren (SRX Serie; apart verkrijgbaar). Dit biedt u de mogelijkheid om uit een gigantisch assortiment patches te kiezen. USER Geeft de actuele geluidsgenerende modus aan. Geeft het volume van de Keyboard part en de Pad part aan. Geeft multi-effecten aan(mfx1, 2), chorus (CHO), reverb (REV) en mastering (MASTER) aan/uit. Geeft de naam van de op dat moment geselecteerde song aan, geeft de maat locatie aan. Geeft de maatsoort aan, en het tempo. Geeft aan of de Loop Play aan/uit staat. Stelt de Transpose (Trans) in en geeft de Octave Shift (Oct) aan. Patch/Ritme set select switch. Bepaalt of u patches of ritme sets zult selecteren. Geeft de Patch categorie aan/selecteert de Patch categorie. Selecteert of de patch categorie afgesloten is. Geeft aan/selecteert de groep, het nummer en de naam van de geselecteerde patch. Geeft aan of de toon aan/uit staat. Geeft aan of de controller instellingen van toepassing zijn op de keyboard of de pads. Geeft de status van de pad instellingen aan. Geeft het ritme aan. Geeft de functies die toegewezen zijn aan iedere realtime controller knop ( ) en de toekenbare schakelaar (Assignable Switch) ( ) aan. Dit geeft de functie die toegekend is aan de D Beam controller en de respons status van de D Beam controller aan. Geeft het Patch List venster weer Dit is de groep binnen de Fantom-X,die herschreven kan worden. Patches, die u zelf creëert, kunnen in deze groep opgeslagen worden. De Fantom-X bevat 256 preset patches. PR-A-H (Preset A-H) Dit is de groep binnen de Fantom-X, die niet herschreven kan worden. U kunt echter de instellingen van de op dat moment geselecteerde patch veranderen en de gewijzigde patch opslaan in het gebruikersgeheugen (User memory). Groepen A-H bevatten ieder al 128 geprepareerde patches, in totaal zijn dat 1024 patches. CARD (Geheugenkaart) Deze groep geeft u de mogelijkheid om patches te gebruiken, die opgeslagen zijn op een geheugenkaart, die aan de achterkant van het paneel in een sleuf is gestoken. Omdat de data in deze groep herschreven kan worden, kunt u deze groep gebruiken om gecreëerde patches op te slaan. GM (GM2) Dit is een interne groep patches, die compatible is met General MIDI 2, een systeem van MIDI functie specificaties, ontworpen om de verschillen tussen de fabrikanten en soorten instrumenten gelijk te stellen. Deze patches kunnen niet overschreven worden. Bovendien kunnen instellingen voor op dat moment geselecteerde patches in deze groep niet veranderd worden. De Fantom-X heeft 256 preset patches. XP-A-D (Wave uitbreidingskaarten geïnstalleerd in de EXP-A-D gleuven) Deze groepen worden gebruikt, wanneer patches uit de Wave uitbreidingskaarten die geïnstalleerd zijn in de EXP A-D gleuven opgeroepen worden. Ze kunnen niet herschreven worden. U kunt echter wel de instellingen voor de op dat moment geselecteerde patch veranderen en de gewijzigde patch dan opslaan in het gebruikersgeheugen en op de geheugenkaart. Het aantal patches hangt af van de specifieke Wave uitbreidingskaarten Geeft het Favorite venster weer. Past het volume van de Keyboard part en Pad part aan. Geeft het Control Setting venster weer. Geeft het Tone SW/Select venster weer. Wisselt binnen het Patch Play venster. Schakelt tussen de keyboard part en pad part. XP-A-D patches kunnen alleen geselecteerd worden als er een Wave uitbreidingskaart SRX Serie (SRX Serie; apart verkrijgbaar) in de corresponderende sleuf geïnstalleerd is. 39

40 In Patch modus spelen 1. Druk op [PATCH/RHYTHYM] om in het Patch Play venster te komen. fig e Patch type Patch groep Patch nummer Patch naam Patch categorie Patches per categorie selecteren (Patch Finder) De Fantom-X beschikt over een Patch Search functie (Patch Finder), die u de mogelijkheid geeft om een type (categorie) patch te specificeren, zodat u snel de gewenste patch kunt vinden. Er zijn in totaal 38 categorieën. 1. Druk op [PATCH/RHYTHYM] om in het Patch Play venster te komen. fig e Patch type Patch groep Patch nummer Patch naam Patch categorie 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de cursor te verplaatsen naar de Pad Part of de Keyboard Pad. fig e Patch type Patch groep Patch nummer 2. Zorg ervoor, dat het patch type ingesteld staat op PATCH. Als dit op Rhythm staat ingesteld, moet u [CURSOR] gebruiken om de cursor naar de switch te verplaatsen en aan de VALUE draaischijf draaien of op [DEC] drukken om Patch te selecteren. 3. Als u een patch groep geselecteerd heeft, moet u aan de VALUE draaischijf draaien of [INC][DEC] gebruiken om de patch groep te kiezen. USER: Gebruiker PR-A-H: Preset A-H CARD: Geheugenkaart GM: GM (GM2) XP-A-D: Wave uitbreidingskaarten geïnstalleerd in EXP-A-D gleuven * Wees er zeker van, dat de patch type keuzeschakelaar ingesteld staat op Patch. Als deze ingesteld staat op Ritme, dient u [CURSOR] te gebruiken om de cursor naar de switch te verplaatsen, en aan de VALUE draaischijf te draaien of op [DEC] drukken om een Patch te selecteren. 3. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de Patch categorie, en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de gewenste categorie te selecteren. 4. Druk op om de cursor naar Lock te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] om een vinkje (VINKJE) toe te voegen. 5. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de patch groep of het patch nummer en draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de patch te selecteren. Wanneer de cursor zich bij de Patch groep bevindt, kunt u de groep selecteren. Wanneer de cursor zich bij het Patch nummer bevindt, kunt u het nummer specificeren. 4. Druk op [CURSOR] om de cursor naar de patch groep te bewegen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om een patch groep te selecteren. 6. Als u een patch voor de Pad Part geselecteerd heeft, moet u op de Pads spelen om het geluid te horen. Als u een patch voor de Keyboard Part heeft geselecteerd, dient u op de Keyboard Part te spelen om het geluid te horen. 40

41 In Patch modus spelen De volgende categorieën kunnen geselecteerd worden: Categorie Inhoud No Assign No assign PNO AC.Piano Acoustic Piano EP EL.Piano Electric Piano KEY Keyboards Other Keyboards (Clav, Harpsichord etc.) BEL Bell Bell, Bell Pad MLT Mallet Mallet ORG Organ Electric and Church Organ ACD Accordion Accordion HRM Harmonica Harmonica, Blues Harp AGT AC.Guitar Acoustic Guitar EGT EL.Guitar Electric Guitar DGT DIST.Guitar Distortion Guitar BS Bass Acoustic & Electric Bass SBS Synth Bass Synth Bass STR Strings Strings ORC Orchestra Orchestra Ensemble HIT Hit&Stab Orchestra Hit, Hit WND Wind Winds (Oboe, Clarinet etc.) FLT Flute Flute, Piccolo BRS AC.Brass Acoustic Brass SBR Synth Brass Synth Brass SAX Sax Sax HLD Hard Lead Hard Synth Lead SLD Soft Lead Soft Synth Lead TEK Techno Synth Techno Synth PLS Pulsating Pulsating Synth FX Synth FX Synth FX (Noise etc.) SYN Other Synth Poly Synth BPD Bright Pad Bright Pad Synth SPD Soft Pad Soft Pad Synth VOX Vox Vox, Choir PLK Plucked Plucked (Harp etc.) ETH Ethnic Other Ethnic FRT Fretted Fretted Inst (Mandolin etc.) PRC Percussion Percussion SFX Sound FX Sound FX BTS Beat&Groove Beat and Groove DRM Drums Drum Set CMB Combination Other patches which use Split and Layer Het selecteren van patches uit de lijst U kunt een lijst patches laten weergeven en een patch uit die lijst selecteren. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F1 (Patch List)]. Het Patch List venster verschijnt. fig _50 Druk op [F4 (Patch categ)] om een lijst te bekijken, geselecteerd op categorie of druk op [F5 (Patch)] of [F6 (Rhythm)] om de Patch Group lijst te bekijken. 3. Gebruik [F1]/[F2] om een categorie of groep te selecteren. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [DEC]/[INC] of / om een patch te selecteren. fig _50 U kunt op [F7 (Preview)] drukken om de patch die een geschikte frase gebruikt, vooraf ingesteld is voor elke categorie, proef te laten spelen (Phrase preview). 5. Druk op [F8 (Select)] om uw patch selectie te bevestigen. 41

42 In Patch modus spelen Patches proef laten spelen (Phrase Preview) De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om een preview van de patches te krijgen door u een frase te laten horen die geschikt is voor elk type patch. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F1 (Patch List)] om in het Patch List venster te komen. fig _50 Een lijst met veelvuldig gebruikte Patches en Performances aanleggen (Live Setting) U kunt een lijst met veelvuldig gebruikte geluiden aanleggen en deze direct oproepen. Aangezien u Patches, Ritme sets of Performances kunt registreren, kan elk type geluid dat u nodig heeft direct opgeroepen worden, ongeacht de modus. Elke lijst (bank) kan een totaal van zestien patches, ritme sets en performances opslaan. U kunt twintig van deze banken aanleggen. U kunt Bank 1 bijvoorbeeld gebruiken om maximaal zestien geluiden te noteren, die u in de eerste song van uw live set gebruikt. Geluiden oproepen 1. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 3. Druk op [F7 (Preview)] en houd deze ingedrukt. De patch die geselecteerd is in het Patch List venster zal te horen zijn. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op of om Live Setting Play te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het Live Setting Play venster verschijnt. fig b_50 4. Laat uw vinger los van [F7 (Preview)] en de frase zal ophouden te spelen. zie: Als u de wijze waarop de frase gespeeld wordt met Phrase Preview wilt veranderen, kunt u de Preview Mode parameter bewerken (p.232). U kunt ook [SHIFT] ingedrukt houden en op [PIANO MODE] drukken om in het Live Setting Play venster te komen. 3. Druk op of om de bank te selecteren, die u op wilt oproepen. 4. Druk op [F1 (1)]-[F8 (8)] om het step nummer te selecteren die u op wilt roepen. Om 9-16 te selecteren, moet u [SHIFT] ingedrukt houden en op [F1 (9)]-[F8 (16)] drukken. Het geselecteerde geluid zal opgeroepen worden. Als alternatief kunt u in stap 4 van deze werkwijze, [INC]/ [DEC] gebruiken om naar het volgende (of vorige) step nummer te gaan en op deze manier door de geluiden heen lopen. In stap 4 van deze werkwijze kunt u ook of om het step nummer te selecteren. In dit geval zal het geluid niet veranderen, totdat u [ENTER] indrukt. 42

43 In Patch modus spelen Een geluid registreren 1. Ga naar het venster van de patch, ritme set of Performance die u wilt registreren. 2. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op of om Live Setting Edit te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het Live Setting Edit venster verschijnt. fig c_50 Remove Bank 1 aangeven en wordt die bank leeg gemaakt. De step veranderen, waarop een geluid geregistreerd staat Hier laten we u zien, hoe u de step kunt veranderen waarop een geluid geregistreerd staat. 1. In het Live Edit venster dient u of te gebruiken om de cursor te verplaatsen naar de step, waarop het geluid dat u wilt verplaatsen, geregistreerd staat. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en gebruik of om het geluid te verplaatsen. Een tekstbestand importeren (Import Text) Hier laten we u zien hoe u een tekstbestand, dat u op uw computer hebt gemaakt, kunt importeren en weer kunt geven in het Live Setting venster van de Fantom-X. U kunt ook [SHIFT] ingedrukt houden en op [ENTER] drukken om in het Live Setting Edit venster te komen. 4. Gebruik of ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om de bank te selecteren, waarin u het geluid wilt registreren. 1. Ga naar het Live Setting Edit venster en druk op of [F1 (PIJL BOVEN)] of ([F2 (PIJL ONDER)] om de Bank te selecteren waarvan u de tekst wilt bekijken. 2. Druk op [F6 (Import Text)]. fig _50 5. Gebruik of om het nummer (step) te selecteren waarop u het geluid wilt registreren. U kunt het geluid registreren in elk van de zestien steps. Registreer de geluiden in een volgorde, die past bij uw song of live Performance. 6. Druk op [F8 (Regist)] om het geluid te registreren. Als u bijvoorbeeld het geluid in Bank 1 registreert, step nummer 02, zal de display Regist to 1-02 aangeven. Een registratie verwijderen 1. In het Live Setting Edit venster moet u of gebruiken om de cursor te verplaatsen naar de step die u wilt verwijderen. 2. Druk op [F7 (Remove)]. Als u bijvoorbeeld de registratie voor Bank 1, step nummer 02 wilt verwijderen, zal de display Remove 1-02 aangeven en wordt deze stap leeg gemaakt. Alle geluidsregistraties van een bank verwijderen 1. In het Live Setting Edit venster dient u ([F1 ( )] of [F2 ( )]) te gebruiken om de cursor naar de bank te verplaatsen waarvan u de registraties wilt wissen. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F7 (Bank Remove)]. Als u de gehele inhoud van Bank 1 wilt wissen, zal de display 3. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om het gebied te selecteren (gebruikersgeheugen of geheugenkaart) waar u het tekstbestand naar toe wilt importeren. 4. Druk op of om het bestand te selecteren dat u wilt importeren. 5. Druk op [F8 (Import Text)]. Het bestand dat u wilt importeren zal weergegeven worden. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Het bestand zal geïmporteerd worden. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Het geïmporteerde bestand is tijdelijk en zal verloren gaan, wanneer u het apparaat uitzet. Als u het wilt behouden, kunt u op [F8 (System Write)] drukken om de data op te slaan. 43

44 In Patch modus spelen Favoriete patches selecteren (Favorite Patch) 2. Druk op [F2 (Favorite)]. fig _50 In de Patch modus kun u uw favoriete en meest frequent gebruikte patches samenbrengen op één plek door ze te registreren in de favoriete patch. Door deze functie te gebruiken, kunt u snel favoriete patches selecteren vanuit het Preset/User/Card gebied of vanaf een Wave uitbreidingskaart. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F2 (Favorite)]. Het Favorite Patch venster verschijnt. fig _50 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de Bank te selecteren. 4. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1]-[F8] om de registratie uit te voeren. De patch zal op de knop die u indrukt geregistreerd worden. 5. Druk op [EXIT] wanneer u klaar bent met registreren. Het Favorite List venster gebruiken om te registreren 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en selecteer de patch die u graag wilt registreren (p.39). 3. Druk op of om de patch te kiezen. 4. Om de bank te veranderen, moet u aan de VALUE draaischijf draaien of [INC][DEC] gebruiken. 5. Nadat u de bank veranderd hebt, dient u op [F1]-[F8] te drukken om een patch te selecteren. 2. Druk op [F1 (Patch List)]. 3. Druk op [F3 (Favorite)]. Het Favorite List venster verschijnt. fig _50 6. Druk op [EXIT] om het Favorite Patch venster te sluiten. Een favoriete patch registreren U kunt uw favoriete en meest frequent gebruikte patches samenbrengen op één plek door ze te registreren in de favoriete patch. Door deze functie te gebruiken, kunt u snel favoriete patches selecteren vanuit het Preset/User/Card gebied of een Wave uitbreidingskaart. U kunt in totaal 64 geluiden (48 geluiden x 8 banken) registreren als favoriete patches. zie: Bekijk Een favoriete patch registreren (p.44) voor details over het selecteren van een favoriete patch. [F1]-[F8] gebruiken om te registreren 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en de patch te selecteren, die u wilt registreren (p.39). 4. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om de Bank te selecteren. 5. Druk op of om een favoriet nummer te selecteren. 6. Druk op [F6 (Regist)] om de registratie uit te voeren. De patch zal op de knop die u ingedrukt heeft geregistreerd worden. 7. Wanneer u klaar bent met het registreren van favoriete patches, kunt u op [EXIT] drukken om het Favorite List venster te sluiten. Door op [F7 (Preview)] te drukken, kunt u het geluid van de geregistreerde patch proef laten spelen (Phrase preview). Een patch registratie opheffen U kunt de patch registratie die geselecteerd is in het Favorite List venster opheffen door op [F5 (Remove)] te drukken. 44

45 In Patch modus spelen Favoriete Ritme sets registreren U kunt uw favoriete en meest frequent gebruikte ritme sets samenbrengen op één plek door ze te registreren in de favoriete patch. Door deze functie te gebruiken, kunt u snel favoriete ritme sets selecteren vanuit het Preset/User/Card gebied of een Wave uitbreidingskaart. U kunt in totaal 64 geluiden (48 geluiden x 8 banken) als favoriete patches registreren. zie: Bekijk Favoriete patches selecteren (Favorite Patch) (p.44) voor details over het selecteren van een favoriete patch. [F1]-[F8] gebruiken om te registreren 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en de ritme set te selecteren die u graag wilt registreren (p.39). 2. Druk op [F2 (Favorite)]. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de Bank te selecteren. 4. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1]-[F8] om de registratie uit te voeren. De ritme set zal op de knop die u indrukt geregistreerd worden. 5. Druk op [EXIT], wanneer u klaar bent met registreren. Het Favorite List venster gebruiken om te registreren 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en selecteer de ritme set die u graag wilt registreren (p.52). Door op [F7 (Preview)] te drukken, kunt u het geluid van de geregistreerde ritme set proef spelen (Phrase preview). 7. Wanneer u klaar bent met het registreren van favoriete patches, kunt u op [EXIT] drukken om het Favorite List venster te sluiten. Een patch registratie annuleren U kunt de patch registratie die geselecteerd is in het Favorite List venster annuleren door op [F5 (Remove)] te drukken. Het keyboard in octaaf eenheden transponeren (Octave Shift) De Octave Shift functie transponeert de toonhoogte van het keyboard in eenheden van één octaaf (-3+3 octaven). Om een basstuk gemakkelijker met uw rechterhand te spelen, kunt u het keyboard met 1 of 2 octaven naar beneden transponeren. * Octave Shift geldt alleen voor de Keyboard Part. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op KEY SHIFT [-OCT] of [+OCT] om de hoeveelheid transpositie (verplaatsing) (-3- +3) in te stellen. De knop zal oplichten als dit ingesteld is. * Iedere keer, wanneer u op [+OCT] drukt, zal de hoeveelheid transpositie veranderen in de volgorde +1, +2 en +3. Iedere keer wanneer u op [-OCT] drukt, zal de hoeveelheid transpositie veranderen in de volgorde -1, -2 en -3. Als u beide knoppen gelijktijdig indrukt zal de hoeveelheid verplaatsing nul zijn. fig Druk op [F1 (Patch List)]. 3. Druk op [F3 (Favorite)]. Het Favorite List venster verschijnt. fig _50 Er is één enkele Octave Shift instelling (Setup parameter) voor de hele Fantom-X. De veranderde instelling zal onthouden worden, zelfs als u van patches of performances verandert. 4. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om de Bank te selecteren. 5. Druk op of om een favoriet nummer te selecteren. 6. Druk op [F6 (Regist)] om de registratie uit te voeren. 45

46 In Patch modus spelen Het keyboard transponeren in halve stappen (Transpose) 3. Druk op [F5 (Tone Sw/Sel)]. fig _50 Transpose wijzigt de keyboard toonhoogte in eenheden van halve tonen. Deze functie is handig, wanneer u getransponeerde instrumenten zoals een trompet of klarinet vanaf kladmuziek bespeelt. * Transpose geldt alleen voor de Keyboard Part. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] om de cursor te verplaatsen naar de Keyboard Part. 3. Druk op [F6] om binnen het Patch Play venster te wisselen. 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar Trans. fig Druk op [F1 (Tone Sw]/[F4 (Tone Sw)] om elke toon aan/uit te zetten. De instelling zal iedere keer, wanneer u op de knop drukt aan/uitgezet worden. 5. Druk op [EXIT] om het venster te sluiten. Als u slechts één of twee geluiden in een patch wilt laten klinken, moet u de andere geluiden uitzetten en die instelling in een patch opslaan. Dit vermijdt niet-essentieel gebruik van de gelijktijdige stemmen bij de Fantom-X. Enkele noten spelen (Monophonic) Wanneer u een patch gebruikt voor een natuurlijk monofonisch instrument, zoals een sax of een fluit, is het doeltreffend om in mono te spelen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de Transpose instelling (G-F#: halve tonen) aan te passen. Er is één enkele Transpose instelling (Setup parameter) voor de hele Fantom-X. De gewijzigde instelling zal onthouden worden, zelfs als u patches of performances wisselt. Als u Transpose Up Transpose Down toekent als een functie die geregeld wordt door de realtime voetschakelaars ([ ]/ [ ]), kunt u de Transpose gemakkelijk wijzigen door op deze knoppen te drukken (p.125). 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de cursor te verplaatsen naar de keyboard Part. 3. Druk op [PATCH EDIT] om in het Patch Edit venster te komen. 4. Druk op [F1 ( )] of [F2 ( )] om de Solo/Porta tab te selecteren. Een venster zoals hieronder weergegeven, verschijnt. fig _50 De hoorbare tonen selecteren (Tone On/Off) Omdat een patch een combinatie is van maximaal vier tonen, kunt u (enkele van de vier) ongewenste tonen uitzetten en alleen het geluid van één specifieke toon overhouden. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de cursor te verplaatsen naar de Pad Part of de Keyboard Part. 5. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar MONO (Solo)/Poly. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [DEC] om MONO te selecteren. 46

47 In Patch modus spelen Nu kunt u in mono modus spelen. Als u Mono/Poly toekent als een functie die geregeld dient te worden door de voetschakelaars ([ ]/[ ]), kunt u gemakkelijk switchen tussen mono/poly door op een knop te drukken (p.125). Soepele toonhoogte veranderingen creëren (Portamento) Portamento is een effect waarbij de toonhoogte van de eerstgespeelde noot soepel overvloeit in de noot, die daarop volgt. Door portamento toe te passen als de mono modus geselecteerd is (zie het voorgaande onderwerp), kunt u Performance effecten nabootsen, zoals het slepen op een viool. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de cursor te verplaatsen naar de keyboard Part. 3. Druk op [PATCH EDIT] om in het Patch Edit venster te komen. 4. Druk op [F1 ( )] of [F2 ( )] om de Solo/Porta tab te selecteren. Een venster zoals hieronder weergegeven verschijnt. fig _50 8. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Patch Play venster en te spelen. Als u Portamento toekent als een functie die geregeld dient te worden door de voetschakelaars ([ ]/[ ]), kunt u een knop gebruiken om portamento gemakkelijk aan/uit te zetten (p.125). De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om de parameters toe te wijzen, die beïnvloed zullen worden wanneer u de realtime control knoppen, voetschakelaars, D Beam, Pitch Bend of modulatie hendel gebruikt. Dit geeft u de mogelijkheid om het geluid op verschillende manieren aan te passen door gebruik te maken van de controllers. De Part specificeren, die beïnvloed zal worden door de Controller U kunt aangeven of gebruik van de controller invloed zal hebben op het geluid, dat toegekend is aan de Keyboard Part of het geluid, dat toegekend is aan de Pad Part. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F4 (Ctrl Setting)]. 3. Druk op [F7 (Ctrl Part)]. fig _50 Wanneer u op [F7 (Zoom Edit)] drukt, zal het Solo Synth Zoom Edit venster verschijnen, die bovenstaande parameters op een grafische manier weergeeft en waarmee een analoge synthesizer nagebootst wordt. Om dit venster te verlaten, dient u op [F8 (Exit)] of [EXIT] te drukken. 5. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar Portamento Switch. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] om ON te selecteren. Nu kunt u portamento spelen. 7. Wanneer u de portamento instelling wilt veranderen, moet u de volgende parameters in het venster van stap 6 bewerken. Portamento Mode, Portamento Type, Portamento Start, Portamento Time. zie: Bekijk p.77 voor de functies van iedere parameter. 4. Gebruik [CURSOR] om de parameter te selecteren. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om de instelling te veranderen. 6. Als u deze instellingen wilt bewaren, moet u op [F8 (System Write)] drukken. 7. U kunt op [EXIT] drukken om terug te keren naar het Patch Play venster, wanneer u klaar bent met het maken van de instellingen. 47

48 In Patch modus spelen Wanneer Patch modus is geselecteerd, kunnen controller instellingen niet opgeslagen worden voor iedere afzonderlijke patch. Controller instellingen worden opgeslagen als systeeminstellingen. Bender en Modulatie Part select Selecteert de Part, die bestuurd zal worden door de Pitch Bend boodschappen of modulatie boodschappen. Waarde: KBD, PAD Beam Part Select Selecteert de Part, die bestuurd zal worden door de D Beam. Waarde: KBD, PAD Knob Part Select Selecteert de Part, die bestuurd zal worden door de realtime controlknoppen. Waarde: KBD, PAD Een parameter aan een controller toewijzen 7. U kunt op [EXIT] drukken om terug te keren naar het Patch Play venster, wanneer u klaar bent met het maken van de instellingen. U kunt rechtstreeks naar verschillende instellingen vensters springen door [SHIFT] ingedrukt te houden en de volgende knoppen te bedienen: Knop rechts van de realtime control knoppen Voetschakelaar D Beam (Pad Trigger) In plaats van zelf op de Pads te slaan, kunt u ook de D Beam controller gebruiken om het geluid van de Pads te regelen. PAD trigger instellingen worden afzonderlijk opgeslagen voor iedere Performance als onderdeel van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, waarbij doeltreffend gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. fig _50 Hier laten we u zien, hoe u de parameter kunt specificeren die beïnvloed dient te worden als u een controller bedient. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F4 (Ctrl Setting)]. fig _50 zie: Bekijk Een parameter aan een controller toewijzen (p.48) voor details omtrent deze instellingen. Pad Number 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om de parameter te selecteren. 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor naar de parameter te verplaatsen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om de waarde in te stellen. 6. Als u deze instellingen wilt bewaren, moet u op [F8 (System Write)] drukken. Wanneer Patch modus geselecteerd is, kunnen controller instellingen niet voor iedere afzonderlijke patch opgeslagen worden. Controller instellingen worden als systeem instellingen opgeslagen. Specificeert het Pad nummer, dat beïnvloed wordt door de D Beam. Wanneer de cursor zich bij deze parameter bevindt, kunt u deze instelling ook maken door op de gewenste Pad te slaan. Waarde: 0-16 Pad Velocity Specificeert de kracht van het Pad geluid gespeeld door de D Beam controller. Waarde: Pad Control Mode Dit specificeert hoe de D Beam zich zal gedragen wanneer het geblokkeerd wordt. Als dit op MOMENTARY ingesteld is, zal de parameter alleen aan gaan als de D Beam geblokkeerd wordt, de parameter zal uitgaan wanneer u stopt het te blokkeren. Als dit ingesteld is op LATCH, zal de parameter afwisselend aan/uit geschakeld worden iedere keer wanneer u de D Beam blokkeert. Waarde: MOMENTARY, LATCH 48

49 In Patch modus spelen D Beam (Solo Synth) U kunt de D Beam controller gebruiken om op een vergelijkbare manier te spelen als met mono synth. fig _50 OSC1 Sync Switch Door deze knop aan te zetten kan een complex geluid met veel harmonie geproduceerd worden. Dit is effectief wanneer de OSC1 toonhoogte hoger is dan de OSC2 toonhoogte. Waarde: OFF,ON Filter Type Wanneer u op [F6 (Panel View)] drukt, zal het Panel View venster verschijnen, die de bovenstaande parameters op een grafische manier weergeeft en daarmee een analoge synthesizer nabootst. In het Panel View venster kunt u op [F2 (Image View)] drukken om het Image View venster te openen, waar u een grafische indicatie van de D Beam output value kunt bekijken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Control Setting venster. zie: Bekijk Een parameter aan een controller toewijzen (p.48) voor details over deze instellingen. OSC 1 /2 Waveform Selecteer de Waveform. SAW is een sawtooth wave, en SQR is een square wave. Waarde: SAW, SQR OSC 1 /2 Pulse Width Specificeert de pulse width van de Waveform. Door de pulse width cyclisch te veranderen, kunt u subtiele veranderingen in de toon creëren. * De Pulse Width wordt geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met de OSC 1/2 Waveform. Waarde: OSC 1 /2 Coarse Tune Past de toonhoogte van het toongeluid naar boven of naar beneden aan in halve stappen. (-4 /+4 octaven). Waarde: OSC 1 /2 Fine Tune Past de toonhoogte van het toongeluid naar boven of naar beneden aan in stappen van 1/100. Waarde: OSC2 Level Past het OSC2 niveau aan. Waarde: Selecteert het type filter. OFF: Er wordt geen filter gebruikt. LPF: Low Pass filter. Dit reduceert het volume van alle frequenties boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) om af te ronden of het geluid minder helder te maken. Dit is het meest algemene filter, dat in synthesizers gebruikt wordt. BPF: Band Pass Filter. Dit laat alleen de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) staan en snijdt de rest eruit. Dit kan nuttig zijn wanneer u kenmerkende geluiden wilt produceren. HPF: High Pass Filter. Dit snijdt de frequenties in de regio onder de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) eruit. Dit is geschikt voor het creëren van percussie geluiden waarbij de nadruk ligt op de hogere tonen. PKG: Peaking Filter. Dit legt de nadruk op de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency). U kunt dit ook gebruiken om wah-wah effecten te creëren door een LFO te gebruiken en de cutoff frequentie cyclisch te veranderen. Cutoff Selecteert de frequentie, waarop het filter een effect begint te krijgen op de frequentie componenten van de Waveform. Waarde: Resonance Legt de nadruk op het gedeelte van het geluid in de regio van de cutoff frequentie, waarmee karakter aan het geluid toegevoegd wordt. Extreem hoge instellingen kunnen trillingen veroorzaken, die het geluid vervormen. Waarde: Level Stelt het volume in. Waarde: Chorus Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar chorus. Waarde: Reverb Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar reverb. Waarde: LFO Velocity Past de modulatie snelheid aan van de LFO. Waarde:

50 In Patch modus spelen LFO OSC 1 Pitch Depth Specificeert de diepte, waarnaar de LFO de OSC 1 toonhoogte zal moduleren. Waarde: LFO Osc 2 Pitch Depth D Beam (Assignable) Door een variatie aan functies aan de D Beam controller toe te kennen, kunt u verschillende effecten op het geluid toepassen in real time. fig _50 Specificeert de diepte, waarnaar de LFO de OSC 2 toonhoogte zal moduleren. Waarde: LFO Osc 1 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, waarnaar de LFO de pulse width van de OSC1 wavevorm zal moduleren. De pulse width wordt geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met de OSC1/2 Waveform. Waarde: LFO Osc 2 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, waarnaar de LFO de pulse width van de OSC2 wavevorm zal moduleren. De pulse width wordt geactiveerd wanneer SQR geselecteerd is met de OSC1/2 Waveform. Waarde: Range (Solo synth range) Specificeert het gebied, waarin variatie in de toonhoogte van de solo synth op zal treden. Waarde: 2 OCTAVEN, 4 OCTAVEN, 8 OCTAVEN zie: Bekijk Een parameter aan een controller toewijzen (p.48) voor details over deze instellingen. Type Specificeert de functie geregeld door de D Beam controller. Waarde CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. Bend up: Verhoogt de toonhoogte in halve stappen (tot vier octaven hoger). Bend Down: Verlaagt de toonhoogte in halve stappen (tot vier octaven lager). Start/stop: Start/stopt de sequencer. TAP Tempo: Tap tempo (een tempo gespecificeerd door de tussentijd, waarin u uw hand over de D Beam controller beweegt). Arp Grid: Arpeggio Grid Arp Duration: Past de duur van iedere gearpeggieerde noot aan. Arp Motif: Arpeggio patroon Arp Oct Up: Het gebied, waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omhoog gaan (maximaal 3 octaven). Arp Oct Down:Het gebied, waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omlaag gaan (maximaal 3 octaven). Range Min (D Beam Range Lower) Specificeert de benedengrens van het gebied van de D Beam controller. Waarde: Range Max (D Beam Range Upper) Specificeert de bovengrens van het gebied van de D Beam controller. Door Range Max onder Range Min in te stellen, kunt u de volgorde van verandering omdraaien. Waarde:

51 In Patch modus spelen Knob fig _50 Switch fig _50 zie: Bekijk Een parameter aan een controller toewijzen (p.48) over details over deze instellingen. zie: Bekijk Een parameter aan een controller toewijzen (p.34) voor details over deze instellingen. Knob parameters zijn alleen geldig wanneer de REALTIME CONTROL knop ingesteld staat op ASSIGNABLE. Knob Assign 1-4 (Realtime Control Knob Assign 1-4) Specificeer de functies die geregeld zullen worden door de [ ] knoppen. Waarde zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change boodschappen. Pitch Bend: Pitch Bend Aftertouch: Aftertouch Arp Style: Arpeggio Stijl Arp Grid: Arpeggio spoor Arp Duration: Past de tijdsduur van elke gearpeggieerde noot aan Arp Motif: Arpeggio patroon Chord Form: Akkoord vorm Master Level: Het volume van de gehele Fantom-X. * Master Level past het volume van zowel de OUTPUT A jacks als de DIGITAL OUT jack aan. De VOLUME knop aan de voorkant van het paneel past alleen het volume van de OUTPUT A jacks aan. Voetschakelaars werken alleen wanneer de Keyboard Part geselecteerd is. Switch 1 /2 (Assignable switch 1-2) Specificeer de functies die geregeld worden door de [ ]/[ ] knoppen. Waarde Transpose Down: Verlaagt de noten reeks in halve stappen (tot 5 halve tonen lager). Transpose Up: Verhoogt de noten reeks in halve stappen (tot 6 halve tonen hoger). * Normaalgesproken zijn de Transpose Down/Up functies toegekend aan switches 1/2. Tap Tempo: Tap Tempo (een tempo gespecificeerd door de interval, waarin u de knop indrukt). Mono/Poly: Ingedrukt om tussen het polyfonisch (POLY) en monofonisch (MONO) spelen van een patch te wisselen. Indicator aan = Mono Indicator uit = Poly Portamento: Portamento aan/uit Hold: Hold play aan/uit MFX1-3 Sw: Multi-effect 1-3 switch Chorus Sw: Chorus switch Reverb Sw: Reverb switch Mastering Sw: Mastering switch Loop: Loop play aan/uit Rhythm Start/Stop: Ritme patroon afspelen aan/uit 51

52 In Patch modus spelen Percussie instrumenten spelen In Patch modus kunt u percussie-instrumenten spelen vanaf het keyboard en Pads door een ritme set te selecteren. Aangezien de ritme toon die toegekend is aan iedere toets en Pad varieert aan de hand van de ritme set die geselecteerd is, kunt u een grote variatie aan percussie instrumenten spelen. Een ritme set selecteren De Fantom-X heeft vier Ritme set groepen, inclusief de User groep, Preset groep en GM groep, met 32 ritme sets in de User groep, 40 ritme sets in de Preset groep en 9 ritme sets in de GM groep. Ritme sets kunnen ook opgeslagen worden op een geheugenkaart. Bovendien kunt u uw mogelijkheden verder vergroten door maximaal drie Wave uitbreidingskaarten (SRX Serie; apart verkrijgbaar) naar keuze te installeren, waardoor u de mogelijkheid heeft om te selecteren uit een grote hoeveelheid ritme sets. Wave uitbreidingskaarten die geïnstalleerd zijn. Er kan geen toegang verkregen worden tot een XP-A-D ritme set als het bijbehorende Wave uitbreidingskaart (SRX serie: apart verkrijgbaar) niet geïnstalleerd is. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de Pad Part of de keyboard Part te selecteren. fig e Patch groep Rhythm set groep Rhythm set nummer USER Dit is de groep binnen de Fantom-X die herschreven kan worden. De ritme sets die u creëert kunnen opgeslagen worden in deze groep. De Fantom-X bevat 32 ritme sets. PRST (Preset) Dit is de groep binnen de Fantom-X die niet herschreven kan worden. U kunt echter de instellingen van de op dat moment geselecteerde ritme set veranderen en de gewijzigde instellingen dan opslaan in User memory (gebruikersgeheugen). De Fantom-X bevat 40 vooraf ingestelde ritme sets. CARD (Geheugenkaart) Deze groep geeft u de mogelijkheid patches te gebruiken die opgeslagen zijn op een geheugenkaart die aan de achterkant van het paneel in de kaartsleuf gestoken wordt. Aangezien de data in deze groep herschreven kan worden, kunt u deze groep gebruiken om patches op te slaan die u gecreëerd hebt. GM (GM2) Dit is een interne groep rhitme sets compatible met General MIDI 2, een systeem van MIDI functie specificaties ontworpen om verschillen tussen makers en types apparaten te overstijgen. Deze ritme sets kunnen niet overschreven worden. Bovendien kunnen instellingen van op dat moment geselecteerde ritme sets van deze groep niet veranderd worden. De Fantom-X bevat negen preset ritme sets. XP-A-D (Wave uitbreidingskaarten geïnstalleerd in EXP-A-D gleuven) Deze groepen zijn er als u ritme sets gebruikt van een Wave uitbreidingskaart, geïnstalleerd in de gleuven EXP A-D. Zij kunnen niet herschreven worden. Bovendien kunt u de instellingen van de op dat moment geselecteerde ritme set wijzigen en de gewijzigde instellingen dan opslaan in gebruikersgeheugen en op de geheugenkaart. Het aantal ritme sets dat aanwezig is, is afhankelijk van de specifieke * Zorg ervoor, dat het Patch type ingesteld is op Rhythm. Als dit ingesteld is op Patch, dient u [CURSOR] te gebruiken om de cursor naar de switch te verplaatsen en aan de VALUE draaischijf te draaien of op [INC] te drukken om Rhythm te selecteren. 3. Druk op om de cursor naar de ritme set groep te verplaatsen. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de ritme set groep te selecteren. USER: User PRST: Preset CARD: Geheugenkaart GM: Preset GM (GM2) XP-A-D: Wave uitbreidingskaarten geïnstalleerd in EXP-A-D gleuven 5. Druk op om de cursor te verplaatsen naar het ritme set nummer. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het ritme set nummer te selecteren. 7. Als u een ritme set heeft geselecteerd voor de Pad Part, speelt u de Pads om het geluid te horen. Als u een ritme set heeft geselecteerd voor de keyboard Part, dient u het keyboard te bespelen om het geluid te horen. U kunt favoriete ritme sets op dezelfde manier selecteren als de wijze, waarop u patches selecteert. Bekijk Favoriete patches selecteren voor details over deze werkwijze (p.28). 52

53 In Patch modus spelen Een ritme set spelen 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch play venster te komen en druk dan op [F6]. Het Patch Play venster wisselt. 2. Druk op [F7 (Part Kbd)] of [F8 (Part Pad)] om de Part te selecteren. Selecteer de ritme set die u wenst te spelen. 3. Druk op een toets of Pad op het keyboard om een percussie instrument te spelen. Onder de ritme set naam geeft het venster de noot naam aan van de toets die u ingedrukt heeft, en de naam van het percussie instrument (naam van de ritme toon) die toegekend is aan die toets. fig e Noot naam Ritme toon naam 53

54 In Piano modus spelen De Fantom-X heeft een Piano modus waarbij het instrument als een echte piano gebruikt kan worden. In dit hoofdstuk worden de procedures die gebruikt worden in Piano modus, en de functies van de parameters uitgelegd. Waarschuwingen voor Piano modus Als u een patch wilt bewerken, moet u naar Patch modus overgaan. Als u een Hold pedaal gebruikt, adviseren we u dat u een Roland DP-8 gebruikt. Als de DP-8 gebruikt wordt, kunt u de hoeveelheid resonantie bepalen door de mate waarin het pedaal ingedrukt wordt. Uit het Patch List venster selecteren U kunt een lijst van piano patches laten weergeven en een patch uit die lijst selecteren. 1. Druk op [F1 (List)] in het Piano modus venster. fig _50 Piano modus selecteren 1. Druk op [PIANO MODE]. Het Piano modus venster verschijnt. fig _50 2. Druk op of om de patch te selecteren. 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om de gewenste categorie te selecteren. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] en dan op [F8 (Select) om die patch te selecteren. Door op [F7 (Preview)] te drukken, kunt u een patch proef laten spelen door een voorgeselecteerde frase die geschikt is voor dat type (categorie) of patch (Phrase Preview) te gebruiken. Een Patch selecteren In Piano modus kunt u piano-achtige geluiden selecteren. 1. Druk op of om de cursor naar de patch naam te verplaatsen. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de patch te selecteren. In Piano modus kunt u geen patches uit de GM groep selecteren. Patches per categorie selecteren De Fantom-X levert een Patch Search functie (Patch Finder) die u de mogelijkheid geeft om een type (categorie) patch te specificeren, zodat u de gewenste patch snel kunt vinden. Door op [F6 (System Write)] te drukken, kunt u de patch die op dat moment geselecteerd is, registreren als de patch die de eerstvolgende keer dat u op [PIANO MODE] drukt om in Piano modus te komen, als eerste geselecteerd zal worden. Akoestische piano geluiden spelen Wanneer u akoestische piano selecteert, zal de multi-effect instelling 78: SYMPATHETIC RESONANCE zijn. De Keyboard Touch aanpassen (Key Touch) U kunt de aanlsggevoeligheid van het keyboard aanpassen, wanneer u op de toetsen speelt. 1. Druk op [F2 (Key Touch)] in het Piano modus venster. 1. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de patch categorie. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de patch categorie te selecteren. U kunt kiezen uit twee categorieën: PNO (akoestische piano) en EP (elektrische piano). 54

55 In Piano modus spelen fig _50 1. Druk op [F4 (Resonance)] uit het Piano modus venster. fig _50 2. Gebruik de VALUE draaischijf of [DEC][INC] om de gewenste aanslag te selecteren. Light: Dit stelt het keyboard in op een lichte aanslag. U kunt fortissimo (ff) bereiken met een minder krachtige aanslag dan gewoonlijk, zodat het keyboard lichter aanvoelt. Deze instelling maakt het gemakkelijker voor kinderen om te spelen, wiens handen minder kracht hebben. Medium: Dit stelt het keyboard in op de standaard aanslag. U kunt spelen met het meest natuurlijke gevoel. Deze instelling komt het meest dichtbij de respons van een akoestische piano. Heavy: Dit stelt het keyboard in op een harde aanslag. U moet het keyboard krachtiger bespelen dan gewoonlijk om fortissimo (ff) te spelen, zodat de keyboard aanslag zwaarder aanvoelt. Deze instelling geeft u de mogelijkheid om meer expressie toe te voegen, wanneer dynamisch gespeeld wordt. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om de waarde in te stellen. Elektrische piano geluiden spelen Elektrische piano effecten selecteren Het piano geluid veranderen (Open/Close) 1. Druk op [F3 (Open/Close)] om in het Piano modus venster te komen. fig _50 U kunt op een knop [F4]-[F8] drukken om toegang te krijgen tot multi-effecten die vaak gebruikt worden bij elektrische piano s. Knoppen 1-4 die weergegeven worden in het venster corresponderen met de REALTIME CONTROL knoppen 1-4. [F4 (Tremolo)]: Tremolo [F5 (Chorus)]: Chorus [F6 (Phaser)]: Phaser [F7 (EQ)]: Equalizer [F8 (Speaker SIM)]: Speaker simulator 2. Gebruik de VALUE draaischijf of [DEC][INC] om de instelling te veranderen, nabootsend hoe het geluid verandert wanneer u de klep van een vleugel opent of sluit. Waarde: 1-6 De diepte van resonantie aanpassen (Resonance) Wanneer u het demper pedaal van een akoestische piano ingedrukt houdt, zullen door de snaren (noten) die u speelt de andere snaren mee resoneren, waardoor een rijke en ruimtelijke resonantie gecreëerd wordt. Een geluid opslaan (Patch) Wijzigingen, die u aanbrengt in geluidsinstellingen, zijn tijdelijk, en zullen verloren gaan als u het apparaat uitschakelt of een ander geluid selecteert. Als u het gewijzigde geluid wilt bewaren, dient u het in de interne USER groep (gebruikersgeheugen) op te slaan. Bekijk Patches opslaan die u gecreëerd hebt (Write) (p.59). 55

56 Een patch creëren Met de Fantom-X heeft u de beschikking over een grote verscheidenheid aan instellingen. Ieder item, dat ingesteld kan worden, noemen we een parameter. Wanneer u de waarden van de parameters verandert, bent u aan het editen (bewerken). In dit hoofdstuk komt de werkwijze aan bod die gebruikt wordt bij het creëren van patches en worden de functies van de patch parameters uitgelegd. Hoe maakt u Patch instellingen Als u een patch vanuit het niets wilt creëren (liever dan met een bestaande patch te beginnen), moet u de Initialize handeling uitvoeren (p.57). 2. Druk op [PATCH EDIT]. Het Patch Edit venster verschijnt. fig _50 Begin met een bestaande patch en bewerk deze om zo een nieuwe patch te creëren. Aangezien een patch een combinatie is van maximaal vier tonen, zult u moeten luisteren naar de afzonderlijke tonen voor u gaat bewerken. Vier tips voor het bewerken van patches Selecteer een patch die ongeveer hetzelfde is als het geluid, dat u wilt creëren (p.39). Het is moeilijk om een nieuw geluid te creëren dat precies is zoals u in gedachten heeft, wanneer u alleen een patch selecteert en de parameters van de patch willekeurig verandert. Het is logischer om te beginnen met een patch, waarvan het geluid lijkt op datgene wat u in gedachten heeft. Beslis welke tonen te horen zullen zijn (p.46). Wanneer u een patch creëert, is het belangrijk om te besluiten welke tonen u zult gebruiken. Stel Tone Switch 1-4 in het Patch Edit venster in om te specificeren, welke toon te horen zal zijn (aan) en welke niet (uit). Het is ook belangrijk om ongebruikte tonen uit te zetten en te voorkomen, dat stemmen verspild worden, wat het aantal gelijktijdige noten die gespeeld kunnen worden onnodig reduceert. Controleer de Structure instelling (p.63). De belangrijke Structure parameter bepaalt, hoe de vier tonen gecombineerd worden. Voordat u nieuwe tonen selecteert, dient u er zeker van te zijn dat u begrijpt, hoe de op dat moment geselecteerde tonen elkaar beïnvloeden. Effecten uitzetten (p.206). Omdat de effecten van de Fantom-X zo n diepgaande invloed op de geluiden hebben, kunt u ze uitzetten om te luisteren naar het oorspronkelijke geluid zodat u de wijzigingen beter kunt beoordelen. Aangezien u het originele geluid van de patch zelf kunt horen wanneer de effecten uitgezet zijn, zult u de resultaten van uw wijzigingen gemakkelijker kunnen horen. In feite kan het veranderen van de effecten instellingen soms het gezochte geluid geven. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en patch, waarvan u de instellingen wilt bewerken (p.39). U kunt de patches in de GM2 groep bewerken. 3. De parameters worden georganiseerd in verschillende bewerkingsgroepen. Druk op [F1 ( )] of [F2 ( )] om de tab te selecteren voor de bewerkingsgroep die de parameter bevat die u wilt bewerken. zie: Bekijk Patch parameter (p.255) voor details over de manier waarop parameters gegroepeerd worden. Om de Part die u wilt bewerken te veranderen, dient u op [F7 (Part Select)] te drukken. 4. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de parameter die u wenst te veranderen. 5. Druk op [F8 (Tone Sw/Sel)] om de toon te selecteren, die u wilt bewerken. Het Tone Sw Select venster verschijnt. fig _50 Druk op één van de [F5 (Tone Select)]-[F8 (Tone Select)] knoppen om de toon te selecteren die u wilt bewerken. Gelijktijdig dezelfde parameter bewerken voor meerdere tonen Om de tonen te selecteren, die u op hetzelfde moment wilt bewerken, moet u gelijktijdig twee of meer van de [F5 (Tone Select)]-[F8 (Tone Select)] knoppen indrukken. Ze worden dan lichtrood. Een toon aan/uitzetten Druk op de [F1 (Tone Sw)]-[F4 (Tone Sw)] knop om de corresponderende toon aan/uit te zetten. * U kunt de toon ook selecteren door op of te drukken. 56

57 Een patch creëren 6. Druk op [EXIT], wanneer u uw selectie heeft gemaakt. 7. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de gewenste waarde te krijgen. Als u twee of meer tonen heeft geselecteerd, zullen uw bewerkingen de parameter waarden voor alle geselecteerde tonen met dezelfde hoeveelheid aanpassen. 8. Herhaal stappen 5-7 om elke parameter, die u wilt bewerken, in te stellen. 9. Als u de wijzigingen die u gemaakt hebt op wilt slaan, dient u op [WRITE] te drukken (p.59). Als u de wijzigingen niet op wilt slaan, kunt u op [EXIT] drukken om terug te keren naar het Patch play venster. Als u terugkeert naar het Patch play venster zonder op te slaan, zal een * links van het patch nummer weergegeven worden, wat aangeeft dat de patch instellingen bewerkt zijn. Als u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert terwijl de display * aangeeft, zal uw bewerkte patch verloren gaan. In plaats van [F1] of [F2] te gebruiken in het Patch edit venster, kunt u ook de bewerkingsgroep selecteren door [SHIFT] ingedrukt te houden en op of te drukken. Het is gemakkelijk om deze optie te gebruiken, wanneer de Tone SW/ Select weergegeven wordt. Bewerken in een grafische display (Zoom Edit) U kunt bewerken, terwijl u een grafische display met de meest frequent gebruikte parameters bekijkt. Parameter pag. Parameter pag. Pitch Envelope p. 68 Structure Type p. 63 TVF p. 69 LFO 1/2 p. 74 TVF Envelope p. 71 Step LFO p. 74 TVA Envelope p Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen, en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en patch die u wilt bewerken. 2. Druk op [PATCH EDIT] en dan op [F3 (Zoom Edit)]. Het Zoom Edit venster verschijnt. fig _50 3. De parameters zijn in verschillende bewerkingsgroepen georganiseerd. Druk op [F1]-[F4] om de tab te selecteren voor de parameters, die u wilt bewerken. Druk op [F6] om de parameter te veranderen die u wilt bewerken. Druk op [F7 (Part Select)] om naar een andere Part voor bewerking te gaan. Druk op [F8 (Tone Sw/Sel)] om een toon te selecteren om te bewerken of een toon aan/ uit te zetten. 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter die u wilt bewerken. U kunt de realtime control knop gebruiken om de waarde in te stellen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om de waarde te veranderen. 6. Druk op [EXIT], wanneer u met bewerken klaar bent. Patch instellingen initialiseren (Init) Initialiseren staat voor het terugbrengen van de instellingen van het op dat moment geselecteerde geluid naar een standaard instelling van waarden. De Initialiseer handeling zal alleen invloed hebben op het op dat moment geselecteerde geluid; de geluiden die opgeslagen zijn in het gebruikersgeheugen zullen niet beïnvloed worden. Als u alle instellingen van de Fantom-X terug wilt brengen naar de fabrieksinstellingen, dient u een Factory Reset uit te voeren (p.235). 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en patch die u wilt initialiseren (p.39). 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1 (Init)]. Een bericht zal om uw bevestiging vragen. 3. Druk op [F8 (Echec)]. De intialisatie zal uitgevoerd worden en u keert terug naar het voorgaande venster. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 57

58 Een patch creëren Patch (Toon) instellingen kopiëren (Copy) Met deze handeling kopieert u de instellingen van elke gewenste patch naar de op dat moment geselecteerde patch. U kunt deze mogelijkheid ook gebruiken om het bewerkingsproces sneller en gemakkelijker te laten verlopen. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het Patch Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) die u wilt bewerken en de kopieer-bestemming patch (p.39). 2. Druk op [PATCH EDIT]. 3. Druk op [F5 (Tone Copy)]. Het Patch Copy venster verschijnt. fig _50 4. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen, selecteer de Source (kopieer-bestemming) bank en de Source patch/toon/nummer. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om instellingen te maken. 6. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen en selecteer het Destination (kopieer-bestemming) patch/ toon/nummer. 7. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om instellingen te maken. 8. Druk op [F8 (Echec)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 9. Druk op [F8 (Echec)] om terug te keren naar het Patch Edit venster. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. De Compare functie Waarschuwingen wanneer u een Waveform selecteert De geluiden van de Fantom-X zijn gebaseerd op complexe Waveforms. Als u instellingen wilt proberen te maken die tegengesteld zijn aan het type van de originele Waveform, zullen de resultaten niet zijn zoals u verwacht. De interne Waveforms van de Fantom-X vallen uiteen in de volgende twee groepen. One-shot:Deze Waveforms bevatten geluiden die korte decays hebben. Een one-shot Waveform neemt de eerste stijging en daling van het geluid op. Een aantal van de one-shot Waveforms van de Fantom-X zijn geluiden die op zichzelf compleet zijn, zoals percussie instrument geluiden. De Fantom-X bevat ook vele andere one-shot Waveforms die componenten zijn van andere geluiden. Deze omvatten dynamische componenten, zoals piano-hammer en gitaar fret geluiden. Looped:Deze Waveforms bevatten geluiden met zowel lange decays als aangehouden geluiden. Loop Waveforms spelen herhaaldelijk (loopen) het gedeelte van de Waveform terug, nadat het geluid stopt. De herhaalde Waveforms van de Fantom-X bevatten ook componenten van andere geluiden, zoals de resonerende trillingen van een pianosnaar en de holle geluiden van blaasinstrumenten. De volgende tekening laat een voorbeeld van geluid (elektrisch orgel) zien, die one-shot en geloopte Waveforms combineert. fig e TVA Env voor geloopte orgel waveform (sustain portion) Niveau Note off Tijd TVA Env voor one-shot toets -click waveform (attack portion) + = Resulterende TVA ENV verandering Waarschuwingen wanneer u een one-shot Waveform gebruikt Note off Het is niet mogelijk om de envelope te gebruiken om een one-shot Waveform te wijzigen teneinde een decay te creëren, die langer is dan de originele Waveform of om het in een aanhoudend geluid te veranderen. Als u een dergelijke envelope zou programmeren, zou u een poging doen om een gedeelte van het geluid te vormen, dat eenvoudigweg niet bestaat, en zal de envelope geen effect hebben. Voor de Patch Effect Copy en Patch Tone Copy handelingen, kunt u de Compare functie gebruiken. Druk op [F6 (Compare)] als u de copysource patch wilt gebruiken. De functie zal rood worden. Nu kunt u de copy-source patch vanaf het keyboard of Pads spelen. De patch, die proef gespeeld is, waarbij gebruik is gemaakt van de Compare functie, zal een beetje anders klinken dan wanneer het normaal gespeeld wordt. 58

59 Een patch creëren Waarschuwingen wanneer u een Loop Waveform gebruikt Met veel akoestische instrumenten als piano en sax, doen zich extreme timbrale veranderingen voor gedurende de eerste momenten van elke noot. Deze eerste Attack is wat het meeste van het karakter van het instrument definieert. Voor dergelijke Waveforms is het het beste om de complexe tonale veranderingen van het Attack gedeelte van de Waveform te gebruiken, en de envelope alleen te gebruiken om het decay gedeelte te veranderen. Als u de envelope probeert te gebruiken om ook het Attack gedeelte aan te passen, kan het karakteristieke geluid van de originele Waveform verhinderen, dat u het geluid krijgt dat u in gedachten had. fig e Niveau Toonverandering opgeslagen met de wave Envelope voor het TVF filter Geloopt gedeelte Tijd Patches opslaan die u gecreëerd heeft (Write) Veranderingen, die u aanbrengt in geluidsinstellingen, zijn tijdelijk en zullen verloren gaan, wanneer u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert. Als u het gewijzigde geluid wilt behouden, moet u het opslaan in de interne USER groep (gebruikersgeheugen). Wanneer u de patch instellingen bewerkt, zal een * verschijnen in het Patch play venster. Wanneer u de procedure voor opslaan uitvoert, zal de data die zich eerder bevond in de opslag bestemming verloren gaan. 1. Zorg ervoor dat de patch, die u wilt bewaren, geselecteerd is. 2. Druk op [WRITE]. Het Write menu venster verschijnt. fig _50 Resulterende toonverandering 3. Druk op [F2 (Patch/Rhythym)]. * Als alternatief kunt u of gebruiken om Patch/Rhythm te selecteren en dan op [ENTER] drukken. Het Patch Write venster verschijnt. fig _50 4. Wijs een naam toe aan de patch. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toekennen van namen. 5. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster waarbij u de mogelijkheid heeft om de schrijf bestemming patch te selecteren, verschijnt. 59

60 Een patch creëren 6. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] en [F2 ][F3 ] om de schrijf bestemming en het patch nummer te selecteren. De schrijf bestemming kan zowel het interne gebruikersgebied (User) of een geheugenkaart (Card) zijn. Door op [F6 (Compare)] te drukken kunt u de opslag bestemming patch controleren (Compare functie). 7. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl data wordt opgeslagen. 8. Druk op [F8 (Exec)] om het opslaan uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om de handeling te annuleren. De opslag bestemming patch vergelijken (Compare) Voordat u een patch opslaat, kunt u de patch die zich op dat moment in de opslag bestemming bevindt vergelijken, om er zeker van te zijn dat het er één is waarvan u het niet erg vind dat deze overschreven wordt. Hiermee kan voorkomen worden, dat belangrijke patches toevallig overschreven worden en daarmee verloren gaan. 1. Volg de werkwijze in Patches opslaan die u gecreëerd hebt (Write), en selecteer in stap 6 de opslag bestemming. Functies van patch parameters In dit gedeelte worden de functies, die de verschillende patch parameters hebben, uitgelegd en de samenstelling van deze parameters verklaard. Parameters die met een aangeduid worden, kunnen bediend worden door gespecificeerde MIDI boodschappen te gebruiken (Matrix Control). Instellingen in het Control venster zullen bepalen hoe deze parameters bestuurd worden (p.80). Als een getal wordt weergegeven voor de naam van de parameter ( 1, 2, 3, 4 ), kunt u de realtime controller knop van het corresponderende getal gebruiken (de meest linkse knop is nummer 1, de meest rechtse knop is nummer 4) om de waarde in te stellen. Wanneer u in het Patch Play venster komt, zal de indicator rechts van de realtime control knoppen uitgaan en kunnen de realtime control knoppen gebruikt worden om de parameters van de patch of ritme set te bewerken. Als u nog een keer drukt op de knop, die zich rechts van de Realtime Control knoppen bevindt om de indicator op te laten lichten, zullen de knoppen hun originele functies uitvoeren. Wanneer u het Patch edit venster verlaat, zal de indicator automatisch terugkeren naar de oorspronkelijke, verlichte staat. fig Druk op [F6 (Compare)], zodat dit rood wordt. fig e Opslag bestemming patch U kunt dezelfde knoppen gebruiken om de waarden in het Zoom Edit venster te bewerken. 3. Speel het keyboard of Pad om de opslag bestemming te beluisteren en ga na of u deze werkelijk wilt overschrijven. Algemene instellingen voor de hele patch (General) fig _50 De patch die proef gespeeld wordt waarbij gebruik gemaakt is van de Compare functie, zal iets anders klinken dan wanneer het normaal gespeeld wordt. 4. Herspecificeer de opslag bestemming patch door of te gebruiken als u de opslag bestemming wilt veranderen. 5. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 6. Druk wederom op [F8 (Exec)] om het opslaan uit te voeren. zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. 60

61 Een patch creëren Patch categorie Specificeert het type (categorie) van de patch. Bepaalt ook de frase, die te horen zal zijn, wanneer de Phrase Preview functie gebruikt wordt. zie: Bekijk (p.40) voor details over mogelijke categorie namen. Patch Level 1 Specificeert het volume van de patch. Waarde: Patch Pan 2 Specificeert de pan van de patch. L64 is helemaal links, 0 is het midden en 63R is helemaal rechts. Waarde: L R Patch prioriteit Dit bepaalt hoe noten bestuurd zullen worden, wanneer de maximum polyfonie overschreden wordt (128 stemmen). Waarde LAST: De laatstgespeelde stemmen zullen prioriteit krijgen en de noten die op dat moment te horen zijn zullen in volgorde uitgezet worden, beginnend met de eerstgespeelde noot. LOUDEST: De stemmen met het meest krachtige volume zullen prioriteit krijgen en noten die op dat moment te horen zijn zullen uitgezet worden, beginnend met de klank met het minste volume. Octave Shift Past de toonhoogte van het geluid van de patch naar boven of naar beneden aan in eenheden van één octaaf (+/-3 octaven). Waarde: Patch Coarse Tune Past de toonhoogte van het geluid van de patch naar boven of naar beneden aan in halve stappen (+/-4 octaven). Waarde: Patch Fine Tune 3 Past de toonhoogte van het geluid van de patch naar boven of naar beneden aan in stappen van 1- cent (+/-50 cents). Waarde: Eén cent is 1/100 ste van een halve toon. Stretch Tune Depth Deze instelling geeft u de mogelijkheid om stretched tuning toe te passen op de patch. (Stretched tuning is een systeem waarmee een akoestische piano gewoonlijk gestemd wordt, waarbij het lagere bereik lager wordt en het hogere bereik hoger dan de mathematische klank verhouding anders voor zou schrijven). Met de OFF instelling zal het stemmen van de patch een standaard temperatuur geven. Een instelling van 3 zal het grootste verschil produceren in de toonhoogte van laag naar hoog bereik. Waarde: OFF,1-3 De tekening geeft de toonhoogte verandering aan die betrekking heeft op standaard temperatuur dat in het lage en hoge bereik voor zal komen. Deze instelling zal een subtiel effect hebben op de manier waarop de snaren zullen resoneren. fig e Toonhoogte verschil van gelijkwaardige temperatuur OFF Lage noot bereik Analoog gevoel (Analog Feel Depth) Specificeert de diepte van 1/f modulatie die wordt toegepast op de patch. (1/f modulatie is een plezierig en natuurlijk overkomende ratio van modulatie die voorkomt in een kabbelend beekje of ruisende wind.) Door deze 1/f modulatie toe te voegen, kunt u de kenmerkende natuurlijke instabiliteit van een analoge synthesizer nabootsen. Waarde: Cutoff Offset Parameter waarde Cutoff Frequency Offset wijzigt de cutoff frequentie van de gehele patch, terwijl de betrekkelijke verschillen tussen de cutoff frequentie waarden die ingesteld zijn in de Cutoff Frequency parameters, behouden blijven (p.69). Bereik: OFF Hoge noot bereik 4 Deze waarde is toegevoegd aan de cutoff frequentie waarde van een toon, dus als de cutoff frequentie waarde van iedere toon al op 127 ingesteld staat (maximum), zullen positieve + instellingen hier geen verandering produceren. 61

62 Een patch creëren Resonance Offset Resonance Offset wijzigt de resonantie van de gehele patch, terwijl de betrekkelijke verschillen tussen de resonantie waarden voor iedere toon in de Resonance parameter behouden blijven (p.69). Bereik: * Resonantie: Legt de nadruk op de boventonen in de regio van de cutoff frequentie, waardoor karakter aan het geluid gegeven wordt. toon al op +63 ingesteld staat (maximum), zullen positieve + instellingen hier geen verandering produceren. Waveforms wijzigen (Wave) fig _50 Deze waarde wordt toegevoegd aan de resonantie waarde van een toon, dus als de resonantie waarde van iedere toon al op 127 ingesteld staat (maximum), zullen positieve + instellingen hier geen verandering produceren. Attack Time Offset Attack Time Offset wijzigt de Attack tijd van de gehele patch, terwijl de betrekkelijke verschillen tussen de Attack tijd waarden set voor iedere toon in de A-Env Time 1 parameters (p.73) en F-Env Time 1 parameters (p.71) behouden blijven. Bereik: * Attack Time: De benodigde tijd voor een geluid om het maximum volume te bereiken, nadat de toets ingedrukt en het geluid begonnen is. Deze waarde is toegevoegd aan de Attack tijd waarde van een toon, dus als de Attack tijd waarde van iedere toon al op 127 ingesteld staat (maximum), zullen positieve + instellingen hier geen verandering produceren. Release Time Offset Release Time Offset wijzigt de release tijd van de gehele patch, terwijl de betrekkelijke verschillen tussen de release tijd waarden set voor iedere toon in de A-Env Time 4 parameters (p.73) en F-Env Time 4 parameters (p.71) behouden blijven. Bereik: * Release Time: De tijd tussen het moment dat u uw vinger van de toets haalt tot wanneer het geluid uitgedoofd is. Deze waarde is toegevoegd aan de release tijd waarde van een toon, dus als de release tijd waarde van iedere toon al op 127 ingesteld staat (maximum), zullen positieve + instellingen hier geen verandering produceren. Velocity Sens Offset (Velocity Sensitivity Offset) Velocity Sensitivity Offset wijzigt de aanslaggevoeligheid van de gehele patch, terwijl de betrekkelijke verschillen tussen de aanslaggevoeligheid waarden voor iedere toon in de onderstaande parameters behouden blijven. Cutoff V-Sens parameter (p.70) Level V-Sens parameter (p.71) Bereik: Velocity: Kracht waarmee de toets ingedrukt wordt. Deze waarde is toegevoegd aan de aanslaggevoeligheid waarde van een toon, dus als de aanslaggevoeligheid waarde van iedere zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Wave groep Selecteert de groep voor de Waveform die de basis moet vormen voor de toon. Waarde INT: Waveforms intern opgeslagen EXP: Waveform opgeslagen in een Wave uitbreidingskaart (SRX serie) geïnstalleerd in EXP gleuven. SAMP: Sample Waveforms MSAM: Multisample Waveforms U kunt geen Waveform groep van een Wave uitbreidingskaart selecteren als deze niet geïnstalleerd is. Wave Bank Selecteert de wave bank. Waarde Wanneer de wave groep EXP is: Wanneer de wave groep SAMP is: Wanneer de wave groep MSAM is: A-D PRST, USER, CARD USER, CARD Wave nr. L (Mono) (Wave nummer L (Mono) Wave nr. R (Wave nummer R) Selecteert de basis Waveform voor een toon. Naast het Wave nummer zal de Wave naam in het onderste gedeelte van de display verschijnen. Wanneer in mono modus, is alleen de linkerzijde (L) gespecificeerd. Wanneer in stereo, is ook de rechterzijde (R) gespecificeerd. Waarde:, (de bovengrens zal afhangen van de wavegroep) Als u een linker/rechter paar Waves wilt selecteren, dient u het linker (L) Wave nummer te selecteren en dan op [F6 (Set Stereo)] te drukken; de rechter (R) (Wave) zal dan opgeroepen worden. * Wanneer u een multisample in stereo gebruikt, dient u hetzelfde nummer voor L en R te vermelden. 62

63 Een patch creëren Wave Gain 1 Stelt de gain (versterking) in van de Waveform. De waarde verandert in stappen van 6 db (decibel)-een vergroting van 6 DB verdubbelt de winst van de Waveform. Als u van plan bent om de Booster te gebruiken om het geluid van de Waveform te vervormen, moet u deze parameter op de hoogste waarde instellen (p.65). Waarde: -6,0, +6, +12 FXM FXM (Frequency Cross Modulatie) gebruikt een gespecifieerde Waveform om frequentie modulatie toe te passen op de op dat moment geselecteerde Waveform, waarbij complexe boventonen gecreëerd worden. Dit is handig voor het creëren van dramatische geluiden of geluidseffecten. Wave Tempo Sync Wanneer u een Phrase Loop met de klok (tempo) samen wilt laten lopen, dient u deze in te stellen op ON. Dit is alleen mogelijk wanneer een apart verkrijgbaar Wave uitbreidingskaart geïnstalleerd is, en een Waveform die aangeeft dat een tempo (BPM) geselecteerd is als sample voor een toon. Waarde: OFF, ON Als een Waveform van een Wave uitbreidingskaart geselecteerd is voor de toon, zal het aanzetten van de Wave Tempo Sync parameter ( ON ) ervoor zorgen dat toonhoogte gerelateerde instellingen (p.67) en FXM gerelateerde instellingen (p.63) genegeerd worden. Als een sample voor een toon geselecteerd is, moet u eerst de BPM (tempo) parameter van de sample instellen. Als een sample voor een toon geselecteerd is, zal de Wave Tempo Sync twee keer het normale aantal stemmen nodig hebben. Wanneer de Wave Tempo Sync parameter is ingesteld op ON, dient u de Delay Time parameter (p.79) op 0 in te stellen. Met andere instellingen zal een delay effect toegepast worden en zult u niet op de manier kunnen spelen als u verwacht. FXM Color Specificeert hoe FXM frequentie modulatie uit zal voeren. Hogere instellingen resulteren in een wat korrelig geluid, terwijl lagere instellingen resulteren in een metaalachtig geluid. Waarde: 1-4 FXM Depth Specificeert de diepte van de modulatie geproduceerd door FXM. Waarde: 0-16 Veranderen hoe een toon klinkt (TMT) U kunt de kracht waarmee toetsen gespeeld worden of MIDI berichten gebruiken om de manier, waarop iedere Toon gespeeld wordt, te regelen. Hier wordt aan gerefereerd als de Tone Mix Table (TMT). fig _ Phrase Loop Phrase Loop refereert aan het herhaaldelijk terugspelen van een frase die uit een song gehaald is (bijvoorbeeld m.b.v. een sampler). Eén techniek die het gebruik van Phrase Loops met zich meebrengt is de ontlening van een Phrase aan een al bestaande song in een bepaald genre, bijvoorbeeld Dance muziek, en daarmee dan een nieuwe song te creëren met die Phrase als basismotief. Dit is ook bekend als Break Beats. Realtime Time Stretch Als de wave groep SAMP of MSAM is en de Wave Tempo Sync parameter staat op ON, kunt u variëren in de afspeelsnelheid van de Waveform zonder invloed te hebben op de toonhoogte. FXM switch 2 Met deze switch kan ingesteld worden of de FXM gebruikt zal worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Structuur type 1 & 2, 3 &4 Bepaalt hoe toon 1 en 2 of toon 3 en 4 verbonden zijn. Waarde: 1-10 De volgende 10 verschillende Types combinaties zijn beschikbaar. fig TYPE 1 TONE 1 (3) WG TVF TVA TONE 2 (4) WG TVF TVA Met dit type zijn tonen 1 en 2 (of 3 en 4) onafhankelijk. Gebruik dit type, wanneer u PCM geluiden wilt behouden of geluiden wilt creëren en combineren voor iedere toon. 63

64 Een patch creëren fig TYPE 2 TONE 1 (3) WG TVA TVF TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type stapelt de twee filters op elkaar om het karakter van de filters te intensiveren. De TVA voor toon 1 (of 3) regelt de volumebalans tussen de twee tonen. fig TYPE 3 TONE 1 (3) WG TVA TVF B TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type mixt het geluid van toon 1 (3) en toon 2 (4), past een filter toe en past dan een booster toe om de Waveform te vervormen. fig TYPE 4 TONE 1 (3) WG TVA TVF B TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type past een booster toe om de Waveform te vervormen en combineert dan de twee filters. De TVA voor toon 1 (of 3) regelt de volumebalans tussen de twee tonen en past het booster niveau aan. fig TYPE 5 TONE 1 (3) WG TVA TVF R TONE 2 (4) WG TVF TVA toon 2 (4) om nieuwe boventonen te creëren. fig TYPE 8 TONE 1 (3) WG TVF TVA R TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type zendt de gefilterde toon 1 (3) en toon 2 (4) door een ring modulator en mixt dan het geluid van toon 2 (4) in en past een filter toe op het resultaat. fig TYPE 9 TONE 1 (3) WG TVF TVA R TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type trekt het gefilterde geluid van elke toon door een ring modulator om nieuwe boventonen te creëren. De toon 1 (3) TVA zal de volumebalans van de twee tonen regelen, waarbij de diepte van de ring modulator aangepast wordt. fig TYPE 10 TONE 1 (3) WG TVF TVA R TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type trekt het gefilterde geluid van elke toon door een ring modulator om nieuwe boventonen te creëren en mixt ook het geluid van toon 2 (4) in. Aangezien het ring-gemoduleerde geluid met toon 2 (4) gemixt kan worden, kan toon 1 (3) TVA de hoeveelheid van het ring-gemoduleerde geluid aanpassen. Dit type gebruikt een ring modulator om nieuwe boventonen te creëren en combineert de twee filters. De toon 1 (3) TVA zal de volumebalans van de twee tonen regelen, waarbij de diepte van de ring mudulator aangepast wordt. fig TYPE 6 TONE 1 (3) WG TVA TVF R TONE 2 (4) WG TVF TVA Dit type gebruikt een ring modulator om nieuwe boventonen te creëren, en mixt bovendien het geluid in van toon 2 (4) en stapelt de twee filters op. Aangezien het ring-gemoduleerde geluid met toon 2 (4) gemixt kan worden, kan toon 1 (3) TVA de hoeveelheid van het ringgemoduleerde geluid aanpassen. fig Als u een toon selecteert, terwijl u zich in het Structure venster bevindt, zal de toon die een paar vormt met de geselecteerde toon ook geselecteerd worden. Wanneer TYPE 2-10 geselecteerd is en één toon van een paar staat uitgeschakeld, zal de andere toon klinken als TYPE 1 ongeacht de weergegeven instelling. Als u het keyboard gebied waarin de toon zal klinken begrenst (Keyboard bereik, p.65) of het bereik van de aanslag waarin het zal klinken begrenst (Velocity Range, p.66), is het resultaat in de gedeelten of gebieden waarin de toon niet klinkt, alsof de toon uitgeschakeld is. Dit betekent dat wanneer TYPE 2-10 geselecteerd is en u een keyboard gebied of aanslagbereik creëert, waarin één toon van een paar niet klinkt, noten gespeeld in dat gedeelte of gebied door de andere toon als TYPE 1 zullen klinken, ongeacht de weergegeven instelling. TYPE 7 TONE 1 (3) TONE 2 (4) WG TVF TVA R WG TVF TVA Dit type past een filter toe op toon 1 (3) en ring-moduleert het met 64

65 Een patch creëren Booster 1&2, 3&4 (Booster Gain) Wanneer een Structure Type van TYPE 3 of TYPE 4 geselecteerd is, kunt u de diepte van de booster aanpassen. De booster vergroot het input signaal teneinde het geluid te vervormen. Dit creëert het vervormingseffect, dat vaak bij elektrische gitaren gebruikt wordt. Hogere instellingen zullen meer vervorming produceren. Waarde: 0, , +18 Booster De Booster wordt gebruikt om het inkomende signaal te vervormen. fig e Booster niveau Ring Modulator Een ring modulator vermenigvuldigt de Waveform van twee tonen met elkaar, waardoor vele nieuwe boventonen gecreëerd worden (in harmonische delen) die niet aanwezig waren in beide Waveforms.(Behalve wanneer één van de Waveforms een sinus wave is, zullen gelijkmatig verspreide frequentie componenten meestal niet gegenereerd worden.) Aangezien het toonhoogte verschil tussen de twee Waveforms de harmonische structuur verandert, zal het resultaat een monotoon metaalachtig geluid zijn. Deze functie is geschikt voor het creëren van metaalachtige geluiden, zoals een bel. fig Behalve dat u dit kunt gebruiken om vervorming te creëren, kunt u de Waveform (WG1) van één van de tonen gebruiken als een LFO die de andere Waveform (WG2) naar boven of naar beneden verplaatst om modulatie te creëren die gelijkvormig is aan PWM (pulse width modulatie). Deze parameter werkt het beste wanneer hij samen met de Wave Gain parameter gebruikt wordt (p.63). fig e Gebruikt WG1 als LFO WG1 WG2 WG2 TVA Voegt toe aan WG 1 Past WG1 output aan Booster Vervormd gebied uit de Waveform veranderingen Key Fade Lower (Keyboard Fade Width Lower) Dit bepaalt, wat er zal gebeuren met het toonniveau, wanneer een noot gespeeld wordt die lager is dan het gespecificeerde keyboard bereik van de toon. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u de toon helemaal niet wilt laten klinken, wanneer een noot onder het keyboard bereik gespeeld wordt, moet u deze parameter op 0 instellen. Waarde: Key Range Lower (Keyboard Range Lower) 1 Specificeert de laagste noot voor elke toon. Waarde: C-1-UPPER Key Range Upper (Keyboard Range Upper) 2 Specificeert de hoogste noot voor elke toon. Waarde: LOWER-G9 Verplaatst in waveform door WG 1 65

66 Een patch creëren Key Fade Upper (Key Fade Width Upper) Dit bepaalt wat er zal gebeuren met het toonniveau wanneer een noot gespeeld wordt die hoger is dan het gespecificeerde keyboard bereik van die toon. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u de toon helemaal niet wilt laten klinken wanneer een noot onder het keyboard bereik gespeeld wordt, moet u deze parameter instellen op 0. Waarde: fig e Niveau Toonhoogte Velo Range Upper (Velocity Range Upper) 4 Dit stelt de hoogste aanslagsterkte in waarin de toon zal klinken. Maak deze instellingen als u verschillende tonen wilt laten klinken, wanneer toetsen op verschillende sterkten gespeeld worden. Waarde: LOWER-127 Als u probeert om de Lower velocity grens boven de Upper velocity grens in te stellen of de Upper onder de Lower in te stellen, zal de andere waarde automatisch aan dezelfde instelling aangepast worden. Fade lager Bereik lager Fade hoger Bereik hoger Wanneer u de Matrix Control gebruikt om verschillende tonen te laten spelen, moet u de laagste waarde (Lower) en de hoogste waarde (Upper) van de waarde van het gebruikte MIDI bericht instellen. TMT Velocity Control (TMT Velocity Control Switch) TMT Velocity Control bepaalt of een andere toon gespeeld wordt (ON) of niet (OFF), afhankelijk van de kracht waarmee de toets gespeeld wordt (velocity). Wanneer ingesteld op RANDOM, zullen de samengestelde tonen van de patch willekeurig klinken. Wanneer ingesteld op CYCLE, zullen de samengestelde tonen van de patch samenhangend klinken. Waarde: OFF,ON, RANDOM, CYCLE In plaats van aanslaggevoeligheid te gebruiken, kunt u ook tonen laten vervangen door de Matrix Control (p.66). De aanslaggevoeligheid en de Matrix Control kunnen echter niet gelijktijdig gebruikt worden om verschillende geluiden te spelen. Wanneer u de Matrix Control gebruikt om tonen te verwisselen, dient u de Velocity Control parameter op OFF te zetten. Velo Fade Lower (Velocity Fade Width Lower) Dit bepaalt wat er zal gebeuren met het toonniveau, wanneer een noot gespeeld wordt die lager is dan het gespecificeerde keyboard bereik van die toon. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u de toon helemaal niet wilt laten klinken wanneer een noot onder het keyboard bereik gespeeld wordt, moet u deze parameter instellen op 0. Waarde: Velo Range Lower (Velocity Range Lower) Dit stelt de laagste aanslagsterkte in waarin de toon zal klinken. Maak deze instellingen als u verschillende tonen wilt laten klinken, wanneer toetsen op verschillende sterkten gespeeld worden. Waarde: 1-UPPER 3 Velo Fade Upper (Velocity Fade Width Upper) Dit bepaalt, wat er zal gebeuren met het toonniveau, wanneer een noot gespeeld wordt die hoger is dan het gespecificeerde keyboard bereik van die toon. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u de toon helemaal niet wilt laten klinken wanneer een noot onder het keyboard bereik gespeeld wordt, moet u deze parameter instellen op 0. Waarde: fig e Niveau Toonhoogte Fade lager Fade hoger Bereik lager Range hoger TMT Control Sw (TMT Control Switch) Gebruik de Matrix Control om het mogelijk (ON) of onmogelijk (OFF) te maken om verschillende geluiden te spelen. Waarde: OFF, ON U kunt er ook voor zorgen, dat verschillende tonen te horen zijn wanneer toetsen op verschillende sterkte gespeeld worden op het keyboard (p.66). Het keyboard aanslag en de Matrix Control kunnen echter niet gelijktijdig gebruikt worden om verschillende geluiden te laten spelen. Wanneer u de Matrix Control gebruikt om tonen te verwisselen, dient u de Velocity Control parameter (p.66) op OFF te zetten. 66

67 Een patch creëren Pitch wijzigen (Pitch/Pitch Env) fig _50 zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Pitch Key follow 4 Dit specificeert de hoeveelheid toonhoogte verandering die zich voor zal doen wanneer u een toets één octaaf hoger speelt (d.w.z. 12 toetsen naar rechts op het keyboard). Als u wilt dat de toonhoogte met één octaaf omhoog gaat net als bij een conventionele keyboard, dient u dit op +100 in te stellen. Als u wilt dat de toonhoogte met twee octaven omhoog gaat, dient u dit op +200 in te stellen. Omgekeerd kunt u dit op een negatieve waarde instellen als u de toonhoogte naar beneden wilt laten gaan. Met een instelling van 0 zullen alle toetsen dezelfde toonhoogte produceren. Waarde: -200, -190, -180, -170, -160, -150, -140, -130, -120, -110, -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100, +110, +120, +130, +140, +150, +160, +170, +180, +190, +200 fig e Toonhoogte Pitch +50 stone Coarse Tune 1 0 Past de toonhoogte van het geluid van de toon naar boven of naar beneden aan in halve stappen (+/-4 octaven). Waarde: Tone Fine Tune 2 Past de toonhoogte van het geluid van de toon naar boven of beneden aan in stappen van 1/100 (+ /-50/100). Waarde: /100 is 1/100ste van een halve toon. Random Pitch Depth 3 Dit specificeert de breedte van Random Pitch afwijking die zich elke keer als op een toets wordt gedrukt, voor zal doen. Als u niet wilt dat de toonhoogte willekeurig gaat veranderen, stelt u dit in op 0. Deze waarden zijn in eenheden van honderd (1/100 ste van een halve toon). Waarde: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90,100, 200, 300, 400, 50, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100, C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Toets Bend range Up (Pitch Bend Range Up) Specificeert de mate van toonhoogte verandering in halve tonen, wanneer de Pitch Bend Lever helemaal naar rechts staat. Als deze parameter bijvoorbeeld ingesteld is op 12, zal de toonhoogte met één octaaf omhoog gaan wanneer de Pitch Bend Lever naar de meest rechtse positie wordt verplaatst. Waarde: Bend Range Down (Pitch Bend Range Down) Specificeert de mate van toonhoogte verandering in halve tonen wanneer de Pitch Bend Lever helemaal naar links staat. Als deze parameter bijvoorbeeld ingesteld is op -48, en u de Pitch Bend Lever helemaal naar links verplaatst, zal de toonhoogte met vier octaven naar beneden gaan. Waarde: P-Env V Sens (Pitch Envelope Velocity Sensitivity) De speeldynamiek van het keyboard kan gebruikt worden om de diepte van de Pitch Envelope te regelen. Als u wilt dat de Pitch Envelope meer effect heeft voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter in te stellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat de Pitch Envelope minder effect heeft voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter in te stellen op een negatieve (-) waarde. Waarde:

68 Een patch creëren P-Env T1 V-Sens (Pitch Envelope Time 1 Velocity Sensitivity) Dit staat de keyboard dynamiek toe om de Time 1 van de Pitch Envelope te beïnvloeden. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter in te stellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat het langzamer gaat, dient u deze parameter op een negatieve (-) waarde in te stellen. P-Env T4 V-Sens (Pitch Envelope Time 4 Velocity Sensitivity) Gebruik deze parameter, wanneer u wilt dat de aanslag snelheid invloed heeft op de Time 4 waarde van de Pitch Envelope. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u deze parameter in te stellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat het langzamer gaat, dient u deze parameter op een negatieve (-) waarde in te stellen. Waarde: P-Env Time KF (Pitch Envelope Time Key Follow) Gebruik deze instelling als u wilt dat de Pitch Envelope times (Time 2-Time 4) beïnvloed worden door de keyboard locatie. Gebaseerd op de Pitch Envelope times voor de C4 toets zullen positieve (+) instellingen tot gevolg hebben dat noten hoger dan C4 een steeds kortere tijd zullen hebben, en negatieve (-) instellingen zullen tot gevolg hebben dat ze een steeds langere tijd hebben. Ruimere instellingen zullen een grotere verandering veroorzaken. Waarde: -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 fig e Tijd Pitch Env P-Env Depth (Pitch Envelope Depth) 1, 2, 4 Past het effect van de Pitch Envelope aan. Hogere instellingen zullen ervoor zorgen dat de Pitch Envelope grotere veranderingen gaat produceren. Negatieve (-) instellingen zullen de vorm van de envelope omkeren. Waarde: P-Env Time 1 4 (Pitch Envelope Time 1 4) 3 Specificeert de Pitch Envelope tijden (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen resulteren in een langere tijd, totdat de volgende toonhoogte is bereikt. (Time 2 is bijvoorbeeld de tijd waarin de toonhoogte verandert van Level 1 naar Level 2.) Waarde: fig e Toonhoogte L0 L1 Note on T1 T2 T3 T4 T: Tijd L: Niveau L2 P-Env Level 0 4 (Pitch Envelope Level 0 4) Specificeert de Pitch Envelope Levels (Level 0-Level 4). Het bepaalt hoeveel de toonhoogte van de referentie toonhoogte (de waarde ingesteld m.b.v. Coarse Tune of Fine Tune in het Pitch venster) afwijkt op elk punt. Positieve (+) instellingen zullen ervoor zorgen dat de toonhoogte hoger wordt dan de standaard toonhoogte en negatieve (-) instellingen zullen ervoor zorgen dat deze lager wordt. Waarde: L3 Note off L4 Tijd +100 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Toets 68

69 Een patch creëren De helderheid van een geluid veranderen m.b.v. een filter (TVF / TVF Env) dezelfde TVF Envelope instellingen. Als u LPF2 of LPF3 instelt, zal de instelling voor de Resonance parameter genegeerd worden (p.69). fig _50 Cutoff Frequency 1 TVF zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Filter type 3 Selecteert het type filter. Een filter snijdt in een specifiek frequentie gebied of stimuleert een specifiek frequentie gebied om de helderheid, dichtheid of andere kwaliteiten van een geluid te veranderen. Waarde OFF: Er wordt geen filter gebruikt. LPF: Low Pass Filter. Dit reduceert het volume van alle frequenties boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) om af te ronden of het geluid minder helder te maken. Dit is het meest gangbare filter in synthesizers. BPF: Band Pass Filter. Dit laat alleen de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Freq) over, en laat de rest weg. Dit kan bruikbaar zijn, wanneer u kenmerkende geluiden wilt creëren. HPF: High Pass Filter. Dit snijdt de frequenties in de regio onder de cutoff frequentie (Cutoff Freq) eruit. Dit is geschikt voor het creëren van percussiegeluiden, waarbij de nadruk op de hogere tonen gelegd wordt. PKG: Peaking Filter. Dit legt de nadruk op de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Freq). U kunt dit gebruiken om wah-wah effecten te creëren door een LFO te gebruiken om de cutoff frequenctie cyclisch te veranderen. LPF2: Low Pass Filter 2. Hoewel frequentie bestanddelen boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) wggesneden zijn, is de gevoeligheid van dit filter de helft van de LPF. Dit maakt het een relatief warmere low pass filter. Dit filter is goed te gebruiken met nagebootste instrumentgeluiden, zoals de akoestische piano. LPF3: Low Pass Filter 3. Hoewel frequentie bestanddelen boven de cutoff frequentie(cutoff Freq) weggesneden zijn, verandert de gevoeligheid van dit filter afhankelijk van de cutoff frequentie. Terwijl dit filter ook geschikt is voor gebruik met nagebootste akoestische instrumentgeluiden, verschilt de nuance die het vertoont met dat van de LPF2, zelfs met Selecteert de frequentie waarop het filter een effect op de frequentie bestanddelen van de Waveform begint te krijgen. * Cutoff Frequency: De frequentie, waarbij het filter een effect op de frequentie bestanddelen van de Waveform begint te krijgen. Waarde: Met LPF/LPF2/LPF3 geselecteerd voor de Filter Type parameter, zullen lagere cutoff frequentie instellingen de hogere harmonie van een toon reduceren tot een ronder, warmer geluid. Hogere instellingen maken het geluid helderder. Als BPF geselecteerd is, zullen harmonische bestanddelen veranderen afhankelijk van de TVF Cutoff Frequency instelling. Dit kan handig zijn wanneer u kenmerkende, onderscheidende geluiden wilt creëren. Met PKG geselecteerd zal de harmonie waarop de nadruk komt te liggen variëren, afhankelijk van de Cutoff Frequency instelling. Om de gehele patch te bewerken en toch de betrekkelijke verschillen in de Cutoff Frequency waarden, die ingesteld zijn voor iedere toon te behouden, dient u de Cutoff Offset parameter (p.61) in te stellen. Resonance 2 Legt de nadruk op het gedeelte van het geluid in de regio van de cutoff frequentie, waarmee karakter aan het geluid wordt toegevoegd. Extreem hoge instellingen kunnen trillingen produceren, waardoor het geluid vervormd wordt. Waarde: Om de gehele patch te bewerken en toch de betrekkelijke verschillen in de Cutoff Frequency waarden, die ingesteld zijn voor iedere toon te behouden, dient u de Cutoff Offset parameter (p.61) in te stellen. fig e LPF BPF HPF PKG Niveau Hoog Frequentie Cutoff frequentie parameter waarde Laag 69

70 Een patch creëren Cutoff Key follow Gebruik deze parameter als u de cutoff frequentie wilt veranderen overeenkomstig de toets, die ingedrukt wordt. Met betrekking tot de cutoff frequentie op de C4 toets (center C) zullen positieve(+) instellingen tot gevolg hebben dat de cutoff frequentie voor noten hoger dan C4 zullen stijgen en negatieve(-) instellingen zullen tot gevolg hebben, dat de cutoff frequentie voor noten hoger dan C4 zullen dalen. Grotere instellingen zullen een grotere verandering produceren. Waarde: -200, -190, -180, -170, -160, -150, -140, -130, -120, -110, -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100, +110, +120, +130, +140, +150, +160, +170, +180, +190, +200 fig e Cutoff V-Curve (Cutoff Frequency Velocity Curve) Selecteert één van de volgende zeven curves, die bepalen op welke manier de keyboard speeldynamiek (velocity) invloed heeft op de cutoff frequentie. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat de cutoff frequentie door de keyboard aanslagsterkte beïnvloed wordt. Waarde: FIXED, 1-7 fig Cutoff frequentie (Octaaf) o C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Toets Cutoff V-Sens (Cutoff Velocity Sensitivity) Gebruik deze parameter, wanneer u de cutoff frequentie verandert die toegepast moet worden als resultaat van de wijzigingen in aanslagsterkte. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten de cutoff frequentie omhoog doen gaan, moet u voor deze parameter positieve (+) instellingen maken. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten de cutoff frequentie omlaag doen gaan, moet u voor deze parameter negatieve (-) instellingen maken. Waarde: Resonance V-Sens (Resonance Velocity Sensitivity) Dit geeft keyboard aanslagsterkte de mogelijkheid om de hoeveelheid Resonance te veranderen. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten een groter Resonance effect hebben, moet u voor deze parameter positieve (+) instellingen maken. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten minder Resonance hebben, moet u voor deze parameter negatieve (-) instellingen maken. Waarde: F-Env V-Curve (TVF Envelope Velocity Curve) Selecteert één van de volgende zeven curves, die bepalen hoe de keyboard speeldynamiek invloed heeft op de TVF envelope. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat de TVF envelope beïnvloed wordt door de keyboard aanslagsterkte. Waarde: FIXED, 1-7 fig F-Env V-Sens (TVF Envelope Velocity Sensitivity) Specificeert op welke manier keyboard speeldynamiek invloed zal hebben op de diepte van de TVF envelope. Positieve(+) instellingen zullen tot gevolg hebben, dat de TVF envelope een groter effect heeft op krachtig gespeelde noten en negatieve(-) instellingen zullen tot gevolg hebben dat het effect minder is. Waarde: F-Env T1 V-Sens (TVF Envelope time 1 Velocity Sensitivity) Dit staat de keyboard dynamiek toe om invloed uit te oefenen op de Time 1 van de TVF envelope. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter een positieve(+) waarde te geven. Als u wilt dat deze langzamer wordt, moet u een negatieve(-) waarde instellen. Waarde: F-Env T4 V-Sens (TVF Envelope time 4 Velocity Sensitivity) Dit is de parameter, die u moet gebruiken, wanneer u wilt dat de key release speed de Time 4 value van de TVF envelope regelt. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u deze parameter een positieve(+) waarde te geven. Als u wilt dat deze langzamer wordt, moet u een negatieve(-) waarde instellen. Waarde: Om de gehele patch te bewerken en toch de betrekkelijke verschillen in de Cutoff Frequency waarden, die ingesteld zijn voor iedere toon te behouden, dient u de Cutoff Offset parameter (p.61) in te stellen. Deze instelling wordt echter gedeeld met de Level V-Sens parameter (p.71). 70

71 Een patch creëren TVF ENV F-Env Depth (TVF Envelope Depth) Specificeert de diepte van de TVF Envelope. Hogere instellingen zullen tot gevolg hebben dat de TVF envelope een grotere verandering produceren. Negatieve(-) instellingen zullen de vorm van de envelope omkeren. Waarde: evenredig aan de standaard cutoff frequentie (de cutoff frequentie waarde gespecificeerd in het TVF venster). Waarde: Het Volume aanpassen (TVA/TVA Env) fig _50 F-Env Time KF (TVF Envelope Time Key Follow) Gebruik deze instelling als u wilt, dat de TVA envelope tijden (Time 2 Time 4) beïnvloed worden door de keyboard locatie. Gebaseerd op de TVF envelope tijden voor de C4 toets (center C), zullen positieve(+) instellingen tot gevolg hebben dat noten hoger dan C4 steeds korter hoorbaar zijn, en negatieve(-) instellingen zullen tot gevolg hebben dat noten hoger dan C4 steeds langer hoorbaar zijn. Grotere instellingen zullen een grotere verandering produceren. Waarde: -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 fig e Tijd F-Env Time 1 4 (TVF Envelope Time 1 4) 1, 2, 4 Specifieert de TVF envelope tijden (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen de tijd, die het duurt totdat het volgende cutoff frequentie niveau bereikt is, verlengen. (Bijvoorbeeld: Time 2 is de tijd die het duurt voordat Level 1 zal wijzigen in Level 2). Waarde: fig e +100 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Cutoff Frequentie T1 T2 T3 T4 L0 L1 Note on L2 L3 Note off L4 Toets Tijd TVA zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Tone Level 1 Stelt het volume van de toon in. Deze instelling wordt primair gebruikt voor het aanpassen van de volumebalans tussen tonen. Waarde: Level V-Curve (TVA Level Velocity Curve) U kunt uit zeven curves kiezen die bepalen in hoeverre de kracht, waarmee het keyboard bespeeld wordt, invloed zal hebben op het volume. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat het volume van de toon beïnvloed wordt door de kracht waarmee u speelt. Waarde: FIXED, 1-7 fig Level V-Sens (TVA Level Velocity Sensitivity) Stel dit in, wanneer u het volume van de toon wilt veranderen, afhankelijk van de kracht waarmee u de toetsen bespeelt. Stel dit in op een positieve(+) waarde om grotere veranderingen in het toon volume te krijgen, wanneer toetsen krachtiger bespeeld worden. Om de toon zachter te laten klinken als u krachtiger speelt, dient u een negatieve(-) waarde in te voeren. Waarde: T: Tijd L: Niveau F-Env Level 0 4 (TVF Envelope Level 0 4) 3 Specificeert de TVF envelope levels (Level 0-4). Deze instellingen specificeren hoe de cutoff frequentie op ieder punt zal veranderen, Als u aanpassingen aan de gehele patch wenst te maken en toch de betrekkelijke verschillen van de TVA Level Velocity Sensitivity tussen tonen wilt behouden, dient u de Velocity Sens Offset parameter (p.62) aan te passen. Deze instelling wordt echter gedeeld met de Cutoff V-Sens parameter (p.70). 71

72 Een patch creëren Bias Bias heeft tot gevolg dat het volume door de toetsen beïnvloed wordt. Dit is handig voor het veranderen van het volume d.m.v. de positie van de toetsen als akoestische instrumenten bespeeld worden. fig e LOWER UPPER Niveau + Niveau 0 Toets Bias Position C-1 G9 Bias Position C-1 G9 0 + Toets dat noten hoger dan de C4 toets (Centrum C) naar links gepand worden. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen tot gevolg hebben. Waarde: fig e Pan R o 0 LO&UP Niveau + 0 Bias Position C-1 G9 0 + ALL Niveau 0 Toets Bias Position + C-1 G9 Bias Level Past de hoek van de volume verandering aan die zich voor zal doen in de geselecteerde Bias Direction. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen opleveren. Negatieve(-) waarden zullen de richting omkeren. Waarde: -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 Bias Position Specificeert de toets waarvan het volume gewijzigd kan worden. Waarde: C-1-G9 Bias Direction Selecteert de richting waarin verandering zich voor zal doen, beginnend bij de Bias Position. Waarde LOWER: Het volume zal voor het keyboard gebied onder het Bias punt veranderd worden. UPPER: Het volume zal voor het keyboard gebied boven het Bias punt veranderd worden. LO&UP: Het volume zal symmetrisch naar links en rechts van het Bias punt veranderd worden. ALL: Het volume verandert lineair met het Bias punt bij het centrum. Tone Pan 2 Stelt de pan van de toon in. L64 is helemaal links, 0 is het centrum en 63R is helemaal rechts. Waarde: L R Pan Key Follow 3 Gebruik deze parameter als u wilt dat de toets positie invloed heeft op de panning. Positieve(+) instellingen zullen tot gevolg hebben dat noten hoger dan de C4 toets (Centrum C) steeds meer naar rechts gepand worden, en negatieve(-) instellingen zullen ervoor zorgen 0 + Toets L -100 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Random Pan Depth Gebruik deze parameter wanneer u wilt dat de stereo locatie elke keer als u op een toets drukt, willekeurig verandert. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen tot gevolg hebben. Waarde: 0-63 Alter Pan Depth (Alternate Pan Depth) Deze instelling veroorzaakt dat de panning tussen links en rechts, elke keer wanneer op een toets gedrukt wordt, afgewisseld wordt. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen tot gevolg hebben. L of R instellingen zullen de volgorde waarin de pan tussen links en rechts zal afwisselen omdraaien. Wanneer twee tonen bijvoorbeeld respectievelijk ingesteld zijn op L en R, dan zal de panning van de tonen iedere keer wisselen als ze gespeeld worden. Waarde: L R Wanneer een waarde van Type 2-10 geselecteerd is voor de Structure parameter in de pan KF, Rnd Pan Depth, Alter Pan Depth parameter instellingen, zal de output van tonen 1 en 2 en de output van tonen 3 en 4 samenkomen in toon 4. Om deze reden zal toon 1 de instellingen van toon 2 volgen en toon 3 de instellingen van toon 4 (p.63). TVA Env 4 A-Env T1 V-Sens (TVA Envelope Time 1 Velocity Sensitivity) Dit geeft keyboard dynamiek de mogelijkheid om de Time 1 van de TVA envelope te beïnvloeden. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeelde noten, dient u een positieve(+) waarde voor de parameter in te stellen. Als u wilt dat dit langzamer wordt, stelt u een negatieve(-) waarde in. Waarde: A-Env T4 V-Sens (TVA Envelope Time 4 Velocity Sensitivity) Deze parameter gebruikt u, wanneer de snelheid waarmee een toets -50 Toets 72

73 Een patch creëren losgelaten wordt, de Time 4 waarde van de TVA envelope regelt. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u een positieve(+) waarde voor de parameter in te stellen. Als u wilt dat dit langzamer wordt, stelt u een negatieve(-) waarde in. Waarde: A-Env Time KF (TVA Envelope Time Key Follow) Gebruik deze instelling wanneer u wilt dat de TVA envelope times (Time 2-Time 4) beïnvloed worden door de keyboard locatie. Gebaseerd op de TVF envelope tijden voor de C4 toets (center C) zullen positieve(+) instellingen tot gevolg hebben dat noten hoger dan C4 steeds kortere tijden zullen hebben en negatieve(-) instellingen zullen tot gevolg hebben dat noten hoger dan C4 steeds langere tijden zullen hebben. Grotere instellingen zullen een grotere verandering produceren. Waarde: -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 fig e Tijd A-Env Time 1 4 (TVA Envelope Time 1 4) 1, 2, 4 Specifieert de TVF envelope times (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen de tijd die het duurt, totdat het volgende volume niveau bereikt is, verlengen. (Bijvoorbeeld: Time 2 is de tijd die het duurt voordat Level 1 over zal gaan in Level 2). Waarde: A-Env Level 1-3 (TVA Envelope Level 1-3) Specificeert de TVA envelope levels (Level 1-Level 3). Deze instellingen specificeren hoe het volume op ieder punt zal veranderen, evenredig aan het standaard volume(de Tone Level waarde gespecificeerd in het TVF venster). Waarde: fig e +100 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Niveau T1 T2 T3 T4 L1 L2 Note on T: Tijd L: Niveau L3 Note off Toets 3 Tijd Output Specificeert hoe het directe geluid van iedere patch uitgevoerd wordt. Waarde: MFX: Output in stereo met multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het signaal dat door de multi-effector loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effector te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effector te lopen. TONE: Output volgens de instellingen voor elke toon. * Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. * Als de Mix/Parallel parameter ([MENU]/System/General) ingesteld is op MIX, worden alle geluiden in stereo geleid naar de OUTPUT A (MIX) jacks (p.230). Tone Out Assign Specificeert hoe het directe geluid van iedere toon geleid wordt. Waarde: MFX: Output in stereo met multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effector loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effector te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effector te lopen. * Als de Patch Output Assign op iets anders ingesteld is dan TONE, dan zullen deze instellingen genegeerd worden. * Wanneer de Structure parameter een instelling van Type 2-10 heeft, zal de output van tonen 1 en 2 gecombineerd worden met toon 2 en de output van tonen 3 en 4 gecombineerd worden in toon 4. Om deze reden zal toon 1 de instellingen van toon 2 volgen en toon 3 de instellingen van toon 4 (p.63). * Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. * Als de Mix/Parallel parameter ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). * Als u Tone Out Assign ingesteld heeft op MFX, dient u de MFX Output Assign parameter (p.208) in te stellen om de uitvoerbestemming van het geluid, dat door de multi-effector is gepasseerd, te specificeren. * De uitvoer-bestemming van het signaal, nadat het door de chorus is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Chorus Output Select (p.209) en de Chorus Output Assign (p.209). * De uitvoer-bestemming van het signaal, nadat het door de reverb is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Reverb Output Select (p.209). 73

74 Een patch creëren Tone Out Level Stelt het niveau van het signaal in dat verzonden is naar de uitvoerbestemming gespecificeerd door Tone Output Assign. Waarde: Tone Chorus Send (Send Level (Output=MFX)) 1 Specificeert voor iedere toon het niveau van het signaal dat verzonden is naar de chorus, indien de toon verzonden is door MFX. Waarde: Tone Reverb Send (Send Level (Output=MFX)) 2 Specificeert het niveau van het signaal dat verzonden is naar de reverb, indien de toon verzonden is door MFX. Waarde: Tone Chorus Send (Send Level (Output=non- MFX)) 3 Specificeert voor iedere toon het niveau van het signaal dat verzonden is naar chorus, indien de toon niet verzonden is door MFX. Waarde: Tone Reverb Send (Send Level (Output=non- MFX)) 4 Specificeert het niveau van het signaal dat verzonden is naar de reverb, indien de toon niet verzonden is door MFX. Waarde: Geluiden moduleren (LFO) fig _50 LFO 1/2 Waveform (geluidsgolf) (LFO1/LFO2 Waveform) Selecteert de Waveform van de LFO. Waarde SIN: Sine wave TRI: Triangle wave SAW-U: Sawtooth wave SAW-D: Sawtooth wave (negatieve polariteit) SQR: Square wave RND: Random wave BND-U: Zodra de Attack van de Waveform output door de LFO toegestaan wordt om zich op een standaard klank te ontwikkelen, zal de Waveform continueren zonder verdere wijzigingen. BND-D: Zodra de decay van de Waveform output door de LFO toegestaan wordt om zich op een standaard manier te ontwikkelen, zal de Waveform continueren zonder verdere wijzigingen. TRP: Trapezoidal wave S&H: Sample & Hold wave (één tijd per cyclus, LFO waarde is veranderd) CHAOS: Chaos wave Als u dit instelt op BD-U of BD-U moet u de 1: /2: Key Trigger parameter op ON zetten. Als dit OFF staat, zal het geen effect hebben. LFO Rate (LFO1/LFO2 Rate) Past het modulatie tempo of de snelheid van de LFO aan. Waarde: 0-127, Note LFO Rate stelt de lengte van de beat in omdat het tempo gesynchroniseerd is met de tempo instelling van een sequencer. (Voorbeeld) Voor een tempo van 120 (er komen 120 kwart noten in 1 minuut voor (60 seconden)). 1 Instelling (halve noot) (kwart noot) (achtste noot) LFO Rate 1 seconde (60 /60= 1 (seconde)) 0,5 seconde (60 /120= 0,5 (seconde)) 0,25 seconde (60 /240= 0,25 (seconde)) zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Deze instelling zal als de Waveform parameter ingesteld staat op CHAOS genegeerd worden. Een LFO (Low Frequency Oscillator) veroorzaakt verandering over een cyclus in een geluid. Elke toon heeft twee LFO s (LFO1/LFO2) en deze kunnen worden gebruikt om de toonhoogte, cutoff frequency en het volume cyclisch te wijzigen om modulatie-achtige effecten te creëren, zoals vibrato, wah en tremolo. Beide LFO s hebben dezelfde parameters, dus één uitleg volstaat. 74

75 Een patch creëren Rate Detune (LFO1/LFO2 Rate Detune) LFO Rate Detune maakt subtiele veranderingen in de LFO cyclus snelheid (1:/2:Rate parameter), iedere keer dat een toets ingedrukt wordt. Grotere instellingen zullen een grotere verandering produceren. Deze parameter werkt niet, wanneer Rate ingesteld staat op note. Waarde: Offset (LFO1/LFO2 Offset) fig e Tijd Doet de LFO Waveform omhoog of omlaag gaan in verhouding tot de centrale waarde (toonhoogte of cutoff frequency). Positieve(+) instellingen zullen de Waveform verplaatsen, zodat modulatie zich voordoet vanuit de centrale waarde naar boven. Negatieve (-) instellingen zullen de Waveform verplaatsen, zodat modulatie zich voordoet vanuit de centrale waarde naar beneden. Waarde: -100, -50, +50, +100 Delay Time (LFO1/LFO2 Delay Time) Delay Time (LFO Delay Time) specificeert de verlopen tijd, voordat het effect toegepast wordt (het effect duurt voort) nadat de toets is ingedrukt (of losgelaten). Waarde: zie: Nadat u Hoe past u de LFO toe (p.76) hebt bekeken, kunt u de instelling veranderen totdat het gewenste effect bereikt is. Wanneer u een viool, blaas of bepaalde andere instrumentgeluiden in een Performance gebruikt, kan het effectief zijn om de vibrato toe te voegen nadat de noot iets uitgetrokken is i.p.v. de vibrato toe te voegen direct nadat de geluiden gespeeld zijn. Als u de Delay tijd instelt samen met de Pitch Depth parameter en Rate parameter, zal de vibrato na een kleine tussenpauze automatisch toegepast worden nadat de toets is ingedrukt. Dit effect heet Delayed Vibrato. Delay Time KF (LFO1/LFO2 Delay Time Key Follow) Past de waarde voor de Delay Time parameter aan, afhankelijk van de positie van de toets met betrekking tot de C4 toets (centrum C4). Om de tijd, die verstrijkt voordat het LFO effect wordt toegepast (het effect duurt voort), korter te maken met iedere hogere toets die in de hogere registers wordt ingedrukt, moet u een positieve waarde selecteren. Om de verstreken tijd te verlengen dient u een negatieve waarde te selecteren. Grotere instellingen zullen een grotere verandering produceren. Als u niet wilt dat de verstreken tijd voordat het LFO effect is toegepast (het effect duurt voort) verandert, afhankelijk van de toets die wordt ingedrukt, stelt u dit in op 0. Waarde: -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 Toets Fade Mode (LFO1/LFO2 Fade Mode) Specificeert hoe de LFO toegepast zal worden. Waarde: ON <, ON >, OFF <, OFF > zie: Nadat u Hoe past u de LFO toe (p.76) hebt bekeken, kunt u de instelling veranderen, totdat het gewenste effect bereikt is. Fade Time (LFO1/LFO2 Fade Time) 3 Specificeert de tijd waarin de LFO amplitude het maximum (minimum) zal bereiken. Waarde: zie: Nadat u Hoe past u de LFO toe (p.76) hebt bekeken, kunt u de instelling veranderen, totdat het gewenste effect bereikt is. Key Trigger (LFO1/LFO2 Key Trigger) Dit specificeert of de LFO cyclus gesynchroniseerd zal worden aan het begin, wanneer de toets is ingedrukt (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Pitch Depth (LFO1/LFO2 Pitch Depth) 4 Specificeert hoe diep de LFO effect zal hebben op de toonhoogte. Waarde: TVF Depth (LFO1/LFO2 TVF Depth) Specificeert hoe diep de LFO effect zal hebben op de cutoff frequentie. Waarde: TVA Depth (LFO1/LFO2 TVA Depth) Specificeert hoe diep de LFO effect zal hebben op het volume. 75

76 Een patch creëren Pan Depth (LFO1/LFO2 Pan Depth) Specificeert hoe diep de LFO effect zal hebben op de pan. Waarde: Positieve(+) en negatieve(-) instellingen voor de Depth parameter resulteren in verschillende verandering in toonhoogte en volume. Als u bijvoorbeeld de Depth parameter instelt op een positieve(+) waarde voor één toon en een andere toon instelt op dezelfde nummerieke waarde, maar het negatief (-) maakt, zal de modulatie fase voor de twee tonen tegengesteld aan elkaar zijn. Dit geeft u de mogelijkheid om heen en weer te bewegen tussen twee tonen of het te combineren met de Pan instelling om de locatie van het geluidsbeeld cyclisch te veranderen. Wanneer een waarde van Type 2-10 voor de Structure parameter geselecteerd is, zal de output van tonen 1 en 2 gecombineerd worden in toon 2 en de output van tonen 3 en 4 gecombineerd worden in toon 4. Om deze reden zal toon 1 de instellingen van toon 2 volgen en toon 3 de instellingen van toon 4 (p.63). Step LFO LFO Step Type (LFO Step Type) Wanneer een LFO Waveform gegenereerd wordt uit de data, gespecificeerd in LFO Step 1-16, dient u te specificeren of het niveau bij iedere stap abrupt moet veranderen of dat het lineair verbonden dient te worden. Waarde: TYPE 1 (trapsgewijze verandering), TYPE 2 (lineaire verandering) Step 1-16 (LFO Step 1-16) Specificeert de data voor de Step LFO. Als de LFO Pitch Depth +63 is, correspondeert iedere +1 eenheid van de step data met een toonhoogte van +50/100. Waarde: Hoe past u de LFO toe fig e Pas de LFO geleidelijk toe, nadat u de toets hebt ingedrukt hoog (meer) Toonhoogte Cutoff Frequency Niveau Pan Delay tijd Note on Fade tijd Diepte fig e fig e fig e Pas de LFO onmiddellijk toe, wanneer de toets wordt ingedrukt en begin dan geleidelijk het effect te verkleinen hoog (meer) Toonhoogte Cutoff Frequency Niveau Pan laag (minder) Fade Mode: ON > Delay Time: Hoe lang de LFO door zal gaan, nadat het keyboard bespeeld is. Fade Time: De tijd waarin de LFO amplitude het maximum zal bereiken, nadat de Delay Time verstreken is. Pas de LFO geleidelijk toe nadat u de toets hebt ingedrukt hoog (meer) Toonhoogte Cutoff Frequency Niveau Pan laag (minder) Fade Mode: Delay Time: Fade Time: Note on OFF< De tijd die ligt tussen het moment dat het keyboard is losgelaten en het moment waarop de LFO toegepast gaat worden. De tijd waarin de LFO amplitude het maximum zal bereiken nadat de Delay Time verstreken is. Pas de LFO toe tussen het moment dat de toets ingedrukt en weer losgelaten wordt en begin dan geleidelijk het effect te verkleinen wanneer de toets losgelaten wordt. hoog (meer) Toonhoogte Cutoff Frequency Niveau Pan laag (minder) Note on Note on Delay tijd Note off Delay tijd Note off Fade tijd Delay tijd Fade tijd Fade tijd Diepte Diepte Diepte Fade Mode: OFF > Delay Time: Hoe lang de LFO voort zal duren nadat het keyboard bespeeld is. Fade Time: De tijd waarin de LFO amplitude het minimum zal bereiken nadat de Delay Time verstreken is. laag (minder) Fade Mode: Delay Time: Fade Time: ON< De tijd die ligt tussen het spelen op het keyboard en het moment waarop de LFO amplitude toegepast wordt. De tijd waarin de LFO amplitude het maximum zal bereiken, nadat de Delay Time verstreken is. 76

77 Een patch creëren Pas Portamento of Legato toe op het geluid (Solo/Porta) Solo/Portamento fig _50 Laten we zeggen dat de Legato Switch ingesteld staat op ON en de Legato Retrigger op OFF. Wanneer u probeert een legato te laten klinken (door op een toets hoger te drukken, terwijl u een lagere toets vast blijft houden) kan de toonhoogte soms de voorgenomen toonhoogte niet helemaal bereiken (en in plaats daarvan op een tussenliggende toonhoogte stoppen). Dit kan zich voordoen, omdat de limiet van de toonhoogte stijging, zoals bepaald op het wave niveau, overstegen is. Als bovendien verschillende toonhoogte limieten gebruikt worden voor de waves van een Patch met meerdere tonen, kan het zijn dat het niet meer in MONO te horen is. Wanneer u grote toonhoogte veranderingen maakt, dient u de Legato Retrigger op ON in te stellen. Portamento Switch zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Mono/Poly Specificeert of de patch polyfonisch (POLY) of monofonisch (MONO) zal spelen. De MONO instelling is effectief, wanneer een solo-instrument patch, zoals een sax of fluit, gespeeld wordt. Waarde MONO: Alleen de laatstgespeelde noot zal te horen zijn. POLY: Twee of meer geluiden kunnen gelijktijdig gespeeld worden. Legato Switch (Legato Switch) Legato Switch is nuttig, wanneer de Mono/Poly parameter is ingesteld op MONO. Deze instelling specificeert of de Legato Switch gebruikt zal worden (ON) of niet (OFF). Met de Legato Switch parameter ON, zal het drukken op een toets, terwijl ook nog steeds op de voorgaande toets gedrukt wordt, ervoor zorgen dat de toonhoogte van de noot in de toonhoogte van de meest recentelijk ingedrukte toets zal veranderen. Dit creëert een soepele overgang tussen noten, wat effectief is wanneer u de hammering-on en pulling-off technieken, die gebruikt worden door gitaristen, wilt nabootsen. Waarde: OFF, ON Legato Retrigger (Legato Retrigger Switch) De Legato Retrigger is bruikbaar, wanneer de Mono/Poly parameter ingesteld is op MONO en de Legato Switch parameter ingesteld is op ON. De instelling bepaalt of geluiden nogmaals gespeeld worden (ON) of niet (OFF) wanneer legato wordt uitgevoerd. Normaalgesproken houdt u deze parameter op ON. Wanneer de parameter op OFF staat en één toets wordt vastgehouden en een andere toets wordt daarna ingedrukt, verandert alleen de toonhoogte zonder dat de Attack van de laatste toets hoorbaar is. Stel dit in op OFF, wanneer blaas en snaren frases uitgevoerd worden of wanneer modulatie met het mono synth keyboard geluid gebruikt wordt. Waarde: OFF, ON Specificeert of het portamento effect toegepast zal worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Portamento Portamento is een effect, waarbij de toonhoogte soepel verandert van de eerstgespeelde toets naar de daarop volgende gespeelde toets. Door portamento toe te passen, wanneer de Mono/Poly parameter op MONO staat, kunt u slide Performance technieken op een viool of gelijksoortig instrument Portamento modus Specificeert de uitvoeringscondities waarin portamento toegepast zal worden. Waarde NORMAL: Portamento zal altijd toegepast worden. LEGATO: Portamento zal alleen toegepast worden, wanneer u legato speelt (d.w.z. wanneer u op de volgende toets drukt, voordat u de voorgaande toets los heeft gelaten). Portamento Type Specificeert het type portamento effect. Waarde RATE: De lengte in tijd zal afhangen van de afstand tussen de twee toonhoogtes. TIME: De lengte in tijd zal constant zijn, onafhankelijk van hoe ver de toonhoogte van de noten uit elkaar liggen. 77

78 Een patch creëren Portamento Start Wanneer een andere toets ingedrukt wordt tijdens een toonhoogte verandering geproduceerd door portamento, zal een nieuwe toonhoogte verandering beginnen. Waarde PITCH: Begint een nieuwe portamento wanneer een andere toets wordt ingedrukt, terwijl de toonhoogte aan het veranderen is. fig e Meerdere instellingen (Misc) fig _50 Toonhoogte C5 NOTE: fig e D4 C4 Druk op C4 toets Druk op C5 toets Druk op D4 toets Tijd Portamento zal opnieuw beginnen vanaf de toonhoogte waar de actuele verandering zou eindigen. Tone Delay Mode Selecteert het type toon vertraging(delay). Waarde NORM: De toon begint te spelen, nadat de tijd, gespecificeerd in de Delay Time parameter, verstreken is. fig e Geen klank Delay Toonhoogte C5 Delay tijd D4 C4 Druk op C4 toets Druk op C5 toets Druk op D4 toets Tijd Note on HOLD: Note off Hoewel de toon begint te spelen, nadat de tijd gespecificeerd in de Delay Time parameter verstreken is, is het zo dat als de toets losgelaten wordt, voordat de tijd gespecificeerd in de Delay Time parameter verstreken is, de toon niet gespeeld wordt. Portamento Time fig e Wanneer portamento gebruikt wordt, specificeert dit de tijd waarover de toonhoogte zal veranderen. Hogere instellingen zullen tot gevolg hebben dat de toonhoogte verandering naar de volgende noot langer duurt. Waarde: Delay tijd Geen geluid gespeeld Note on Note off 78

79 Een patch creëren OFF-N: fig e Note on OFF-D: fig e Note on Eerder dan de toets is ingedrukt, zal de toon beginnen te spelen op het moment dat de tijd, gespecificeerd is in de Delay Time parameter, verstreken is, na het loslaten van de toets. Dit is effectief in situaties, waarin geluiden van gitaren en andere instrumenten nagebootst worden. Delay tijd Note off Eerder dan de toets is ingedrukt, zal de toon beginnen te spelen op het moment dat de tijd, gespecificeerd is in de Delay Time parameter, verstreken is, na het loslaten van de toets. Hier beginnen veranderingen echter in de TVA Envelope, wat in veel gevallen betekent dat alleen het geluid van het release gedeelte van de envelope gehoord wordt. Delay tijd Note off Tone Delay Time Specificeert de tijd van het moment dat de toets is ingedrukt (of als de Delay Mode parameter is ingesteld op OFF-N of OFF-D, de tijd vanaf het moment dat de toets is losgelaten) tot wanneer de toon klinkt. Waarde: 0-127, Noot Tone Delay Time specificeert de lengte van de beat voor het gesynchroniseerde tempo, wanneer het tempo dat de verstreken tijd totdat de toon te horen is (Patch Tempo) specificeert, gesynchroniseerd wordt met de tempo set in een sequencer. (Voorbeeld) Voor een tempo van 120 ( er komen 120 kwart noten voor in 1 minuut (60 seconden)) Instelling Delay time (halve noot) 1 seconde (60 /60 = 1 (seconde)) (kwart noot) 0.5 seconde (60 / 120= 0.5 (seconde)) (achtste noot) 0.25 seconde (60 / 240= 0.25 (seconde)) Tone Env Mode (Tone Envelope Mode) Wanneer een loop Waveform (p.59) is geselecteerd, zal het geluid normaliter continueren zolang de toets ingedrukt is. Als u wilt dat het geluid natuurlijk wegsterft, zelfs wanneer u de toets ingedrukt blijft houden, dient u dit in te stellen op NO SUS. Bereik: NO SUS, SUST Als u een Waveform heeft geselecteerd dat een decay geluid weergeeft (d.w.z. een geluid dat op een natuurlijke wijze wegsterft, zelfs wanneer de toets niet losgelaten is), kan het selecteren van OFF-N of OFF-D tot gevolg hebben dat het geluid helemaal niet te horen is. Tone Delay Dit produceert een tijdsvertraging tussen het moment dat een toets is ingedrukt (of losgelaten) en het moment dat de toon echt begint te klinken. U kunt ook instellingen maken, waarbij de timing verschuift waarin elke toon klinkt. Dit verschilt van de Delay in de interne effecten, in die zin dat u met het veranderen van de geluidskwaliteiten van de vertraagde tonen en het veranderen van de toonhoogte voor iedere toon, ook arpeggioachtige frases kunt uitvoeren door slechts op één toets te drukken. U kunt ook de tone delay tijd synchroniseren met het tempo van de sequencer. Als u de Tone Delay niet gaat gebruiken, dient u de Delay Mode parameter in te stellen op NORM en de Delay Time parameter op 0. Wanneer een waarde van Type 2-10 geselecteerd is voor de Structure parameter, zal de output van tonen 1 en 2 gecombineerd worden in toon 2 en de output van tonen 3 en 4 gecombineerd worden in toon 4. Om deze reden zal toon 1 de instellingen van toon 2 volgen en toon 3 de instellingen van toon 4 (p.63). Zelfs als een one-shot type Wave geselecteerd is, zal het niet aanhouden, zelfs wanneer de parameter ingesteld is op SUST. Tone Rx Bender (Tone Received Pitch Bend Switch) Specificeer voor iedere toon of MIDI Pitch Bend berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Tone Rx Expression (Tone Receive Expression Switch) Specificeer voor iedere toon of MIDI Expression berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Tone Rx Hold-1 (Tone Receive Hold Switch) Specificeer voor iedere toon of MIDI Hold-1 berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Als NO SUS geselecteerd is voor Env Mode Parameter, zal deze instelling geen effect hebben. 79

80 Een patch creëren Tone Rx Pan Mode Specificeert hoe pan berichten voor iedere toon ontvangen zullen worden. Waarde CONT: Wanneer pan berichten ontvangen worden, zal de stereo positie van de toon veranderd worden. K-ON: De pan van de toon zal alleen veranderd worden, wanneer de volgende toon gespeeld wordt. Als een pan berichten ontvangen is, terwijl een noot klinkt, zal de panning niet veranderen totdat de volgende toets is ingedrukt. Matrix Control instellingen (Ctrl 1-4) fig _50 De kanalen kunnen niet zodanig ingesteld worden, dat ze geen Pan berichten kunnen ontvangen. Tone Redamper Sw (Tone Redamper Switch) U kunt op individuele klankbasis specificeren of het geluid wel of niet zal worden aangehouden wanneer een Hold 1 bericht ontvangen is nadat een toets is losgelaten, maar voordat de klank wegsterft. Als u wilt dat de toon aanhoudt, dient u dit op ON in te stellen. Wanneer u deze functie gebruikt, dient u de Rx-Hold parameter op ON in te stellen. Deze functie is bruikbaar voor pianogeluiden. Waarde: OFF, ON zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Matrix Control Normaliter zult u System Exclusive berichten moeten verzenden- MIDI berichten speciaal ontworpen voor de Fantom-X, als u de toon parameters wilt veranderen m.b.v. een extern MIDI apparaat. System Exclusive berichten zijn echter vaak gecompliceerd en de hoeveelheid data dat overgebracht moet worden kan vrij groot zijn. Om die reden is een aantal van de meer typische toon parameters van de Fantom-X zo ontworpen, dat ze het gebruik van Control Change (of andere) MIDI berichten accepteert met het doel om veranderingen in de waarden te maken. Dit geeft u een variatie aan middelen om de manier waarop patches gespeeld worden te veranderen. U kunt bijvoorbeeld de Pitch Bend hendel gebruiken om de LFO ratio te wijzigen of de aanraking van het keyboard gebruiken om een filter te openen of te sluiten. De functie die u toestaat om MIDI berichten te gebruiken deze veranderingen in realtime voor de toon parameters te maken, heet de Matrix Control. Maximaal vier Matrix Controls kunnen gebruikt worden in één enkele patch. Om de Matrix Control te gebruiken, dient u te specificeren welk MIDI bericht (Source parameter) gebruikt wordt voor welke parameter (Destination parameter) en hoe sterk (Sns parameter) en de toon waarop het effect toegepast wordt (Tone parameter). 80

81 Een patch creëren Matrix Control 1-4 Source Stelt de MIDI boodschappen in die gebruikt zijn om de Tone parameter m.b.v. de Matrix Control te veranderen. Waarde OFF: Matrix Control zal niet gebruikt worden. CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Voor meer informatie over Control Change boodschappen, kunt u MIDI uitvoering bekijken (p.298). PITCH BEND: Pitch Bend AFTERTOUCH: Aftertouch SYS CTRL-SYS CTRL4: MIDI berichten gebruikt als gewone matrix controls. VELOCITY: Velocity (kracht waarmee u een toets indrukt) KEY FOLLOW: KToest opeenvolging (keyboard positie met C4 als 0) TEMPO: Het gespecificeerde tempo (sequencer tempo) van het tempo van een externe MIDI sequencer. LFO1: LFO1 LFO2: LFO2 PITCH ENV: Pitch envelope TVF ENV: TVF envelope TVA ENV: TVA envelope Velocity en Key follow corresponderen met Note berichten. Hoewel er geen MIDI berichten voor LFO 1 via TVA envelope zijn, kunnen ze gebruikt worden als Matrix Control. In dit geval kunt u de tooninstellingen in realtime veranderen door het spelen van patches. Als u gewone controllers voor de gehele Fantom-X wilt gebruiken, dient u SYS CTRL1 - SYS CTRL4 te selecteren. MIDI berichten gebruikt als System Control 1-4 zijn ingesteld m.b.v. de System Ctrl 1-4 Source parameters (p.233). Er zijn parameters die bepalen of Pitch Bend, Controller nummer 11 (Expression) en Controller nummer 64 (Hold 1) ontvangen worden of niet (p.79). Wanneer deze instellingen op ON staan en de MIDI berichten ontvangen worden, dan zullen, wanneer enige verandering aangebracht wordt in de instellingen van de gewenste parameter, de Pitch Bend, Expression en Hold 1 instellingen ook gelijktijdig veranderen. Als u alleen de gewenste parameters wilt veranderen, dient u deze op OFF in te stellen. Er zijn parameters die u de mogelijkheid geven om te specificeren of specifieke MIDI berichten voor elk kanaal in een Performance (p.112) ontvangen worden. Wanneer een patch met Matrix Control instellingen is toegewezen aan een Part, dient u te bevestigen dat de MIDI berichten gebruikt voor de Matrix Control ontvangen zullen worden. Als de Fantom-X zodanig is ingesteld, dat ontvangst van MIDI berichten niet mogelijk is, zal de Matrix Control niet functioneren. CTRL Destination 1-4 (Matrix Control Destination 1-4) Matrix Control Destination selecteert de toon parameter die bestuurd moet worden, wanneer de Matrix Control gebruikt wordt. De volgende parameters kunnen bestuurd worden. Wanneer parameters niet bestuurd worden door de Matrix Control, dient u dit op OFF te zetten. Er kunnen maximaal vier parameters gespecificeerd worden voor iedere Matrix Control en gelijktijdig bestuurd worden. In deze handleiding worden parameters, die bestuurd kunnen worden door de Matrix Control, aangemerkt met een. Openen en sluiten van een filter CUTOFF: RESONANCE: Verandert de cutoff frequentie. Legt de nadruk op de boventonen in de regio van de cutoff frequentie, en voegt daarmee karakter toe aan het geluid. Het volume, de Pan en de Pitch veranderen LEVEL: Verandert het volume niveau. PAN: Verandert de pan. PITCH: Verandert de toonhoogte. Verandering in hoe de effecten toegepast worden OUTPUT LEVEL: Verandert het volume van output niveaus. CHORUS SEND: Verandert de hoeveelheid chorus. REVERB SEND: Verandert de hoeveelheid reverb. LFO toepassen om geluiden te moduleren LFO1/LFO1 PCH DEPTH: Verandert de diepte van vibrato. LFO1/LFO2 TVF DEPTH: Verandert de diepte van de wah. LFO1/LFO2 TVA DEPTH: Verandert de diepte van tremolo. LFO1/LFO2 PAN DEPTH: Verandert het effect dat de LFO op de pan zal hebben. LFO1/LFO2 RATE: Verandert de LFO cyclus snelheid. Verandert de snelheid van de LFO cycles. * De snelheid zal niet veranderen als de LFO Rate staat ingesteld op note. De Pitch envelope veranderen PIT ENV A-TIME: Verandert de Env Time 1 parameter van de Pitch Envelope. PIT ENV D-TIME: Verandert de Env Time 2 en Env Time 3 parameters van de Pitch Envelope. PIT ENV R-TIME: Verandert de Env Time 4 parameter van de Pitch Envelope. DE TVF Envelope veranderen TVF ENV A-TIME: Verandert de Env Time 1 parameter van de TVF envelope TVF ENV D-TIME: Verandert de Env Time 2 en Env Time 3 parameters van de TVF envelope. TVF ENV R-TIME: Verandert de Env Time 4 parameter van de TVF envelope. 81

82 Een patch creëren Gespeelde, gesplitste klanken TMT Als de Matrix Control wordt gebruikt om tonen te splitsen, moet de TMT Vel Control parameter ingesteld worden op OFF en de TMT Control Switch parameter op ON (p. 66, p.66). Als de Matrix Control gebruikt wordt om tonen te splitsen, adviseren we u om de Matrix Control Sens op +63 in te stellen. Een lagere waarde instellen, kan voorkomen dat de tonen gewisseld worden. Als u bovendien het tegenovergestelde effect wilt bereiken, moet u de waarde op -63 instellen. Als u de matrix control wilt gebruiken om tonen te wisselen, dient u de Velo Fade Lower en de Velo Fade Upper parameters in te stellen (p.66). Hoe hoger de ingestelde waarden, hoe soepeler de overgang tussen de tonen. De diepte van frequentie modulatie voor FXM veranderen Waarde OFF: ON: REVS: Het effect zal niet toegepast worden. Het effect zal toegepast worden. Het effect zal omgekeerd toegepast worden. Effecten instellen voor een Patch (Effecten/MFX/MFX Control/ Chorus/Reverb) zie: Voor details betreffende effecten instellingen kunt u de pagina s hieronder bekijken: Effecten instellingen maken (p.206) Multi-effecten instellingen maken (MFX1-3) (p.213) Chorus instellingen maken (Chorus) (p.215) Reverb instellingen maken (Reverb) (p.216) FXM DEPTH De hoeveelheid realtime stretch/shrink regelen TIME Dit zal geen effect hebben als Realtime Time Stretch (p.63) niet geselecteerd is. Als matrix control gevoeligheid ingesteld staat op +, zal de stretch/shrink tijd korter worden en als dit op - ingesteld staat zal de tijd langer worden. Specifieke Multi-Effecten parameters veranderen MFX CTRL1-4: Wijzigt de parameter die gespecificeerd was door MFX Control 1-4 Assign parameter. Als u niet de benodigde instellingen voor het gebruiken van het multi-effect heeft gemaakt, zal het multi-effect niet toegepast worden, zelfs niet als u probeert om het te besturen als een Matrix Control bestemming. CTRL Sens 1-4 (Matrix Control Sens 1-4) Stelt de hoeveelheid van het effect van de Matrix Control in, dat is toegepast. Als u de geselecteerde parameter wenst te wijzigen in positieve(+) richting- d.w.z. een hogere waarde, naar rechts of sneller etc.- van de huidige instelling, dient u een positieve(+) waarde te selecteren. Als u de geselecteerde parameter wenst te wijzigen in negatieve(-) richting- d.w.z. een lagere waarde, naar links of langzamer etc.- van de huidige instelling, dient u een negatieve(-) waarde te selecteren. Voor zowel positieve als negatieve instellingen, zullen grotere absolute waarden een grotere verandering teweegbrengen. Stel dit in op 0 als u het effect niet toe wilt passen. Waarde: CTRL Tone 1-4 (Tone Control Switch 1-4) Matrix Control Tone selecteert de toon, waarop het effect toegepast wordt wanneer de Matrix Control gebruikt wordt. 82

83 Een Ritme set creëren Met de Fantom heeft u totale controle over een grote variatie aan instellingen. Ieder item, dat ingesteld kan worden, noemen we een parameter. Wanneer u de waarden van de parameters verandert, bent u aan het bewerken. Dit hoofdstuk verklaart de werkwijze die gebruikt wordt bij het creëren van ritme sets en de functies van de ritme set parameters. 5. Druk op [F8 (Wave Sw/Sel)] om de wave te selecteren die u wilt bewerken. Het Wave Sw/Select venster verschijnt. fig _50 Hoe maakt u Ritme set instellingen Begin met een bestaande ritme set en bewerk deze om een nieuwe ritme set te krijgen. Ritme sets zijn gecreëerd uit een verzameling van meerdere ritme tonen (percussie instrumenten). U kunt de opdrachten van de ritme tonen voor iedere toets veranderen met Rhythm Set Edit. De ritme toon, die toegewezen is aan iedere toets, bestaat uit maximaal vier waves. Ritme tonen en waves zijn op dezelfde manier gerelateerd aan elkaar als patches en tonen. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het PATCH Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en ritme set, waarvan u de instellingen wilt bewerken (p.52). U kunt de ritme sets niet in de GM groep bewerken. Als u een ritme set vanuit het niets wilt creëren (liever dan te beginnen met een bestaande ritme set), dient u de Initialize handeling uit te voeren (p.84). 2. Druk op [PATCH EDIT]. Het Rhythm Edit venster verschijnt. fig _50 Druk op één van de [F5 (Wave Select)]-[F8 (Wave Select4)] knoppen om de wave die u wilt bewerken te selecteren. Gelijktijdig dezelfde parameter voor multiple waves bewerken Om de tonen te selecteren, die u gelijktijdig wilt bewerken, dient u op twee of meer van de [F5 (Wave Sw4)]-[F8 (Wave Select4)] knoppen te drukken, waardoor ze lichtrood kleuren. Om een wave aan/uit te zetten Druk op [F1 (Wave Sw1)]-[F4 (Wave Select1)] knop om de corresponderende wave aan/uit te zetten. * U kunt de tonen ook selecteren door op of te drukken. 6. Wanneer u uw selectie heeft gemaakt, kunt u op [EXIT] drukken. 7. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om een waarde in te stellen. Om de Part die u wilt bewerken te veranderen, Druk op [F7 (Part Select)]. 8. Herhaal stappen 5-7 om elke parameter die u wilt bewerken in te stellen. 3. Deze parameters zijn georganiseerd in verschillende bewerkingsgroepen. Druk op [F1 ( )] of [F2 ( )] om de tab te selecteren voor de bewerkingsgroep met de parameter die u wilt bewerken. zie: Bekijk Ritme set parameter (p.259) voor details over hoe de parameters gegroepeerd zijn. 9. Als u de gemaakte veranderingen wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken om het op te slaan (p.86). Als u de veranderingen niet op wilt slaan, kunt u op [EXIT] drukken om terug te keren naar het Patch Play venster. Als u terugkeert naar het Patch Play venster zonder op te slaan, zal een * links van het ritme set nummer weergegeven worden, wat aangeeft dat de ritme set instellingen bewerkt zijn. Als u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert, terwijl de display * aangeeft, zal uw bewerkte ritme set verloren gaan. 4. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wenst te veranderen. 83

84 Een Ritme set creëren Een grafische display bewerken (Zoom Edit) U kunt bewerken, terwijl u een grafische weergave van de meest gebruikte belangrijke parameters bekijkt. Zoom Edit geeft u de mogelijkheid de volgende parameters te bewerken: Parameter pagina Pitch Envelope p. 91 TVF p. 92 TVF Envelope p. 93 TVA Envelope p Druk op [PATCH/RHTHYM] om in het PATCH Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en ritme set, waarvan u de instellingen wilt bewerken. 2. Druk op [PATCH EDIT] en dan op [F3 (Zoom Edit)]. Het Zoom Edit venster verschijnt. fig _50 De Initialize handeling zal alleen invloed hebben op het op dat moment geselecteerde geluid. De geluiden die opgeslagen zijn in het gebruikersgeheugen, zullen niet beïnvloed worden. Als u alle instellingen van de Fantom naar de fabrieksinstellingen terug wilt zetten, moet u een Factory Reset (p.235) doen. 1. Druk op [PATCH/RHTHYM] om in het PATCH Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en ritme set, waarvan u de instellingen wilt bewerken. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1 (Init)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 3. Druk op [F8 (Echec)]. De initialisatie zal uitgevoerd worden en u zult terugkeren naar het voorgaande scherm. Om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Alleen één specifieke toets initialiseren Zo initialiseert u een geselcteerde toetrs uit een ritme set. 1. Druk op [PATCH/RHYTHM] om in het PATCH Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en ritme set, waarvan u de instellingen wilt bewerken (p.52). 2. Druk op [PATCH EDIT]. Druk op toetsen om de toets te specificeren (A0-C8) die geïnitialiseerd moet worden. 3. Deze parameters zijn georganiseerd in verschillende bewerkingsgroepen. Druk op [F1]- [F4] om de tab te selecteren voor de parameters die u wilt bewerken. Om een Wave te selecteren voor bewerken of een Wave aan/uit te zetten Druk op [F8 (Wave Sw/Sel)]. Om over te gaan naar een andere Part Druk op [F7 (Part Select)]. 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter die u wenst te veranderen. U kunt de realtime control knop gebruiken om de waarde in te stellen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de waarde te veranderen. 6. Wanneer u klaar bent met bewerken, kunt u op [EXIT] drukken. Ritme set instellingen initialiseren (Init) Initialize betekent het terugzetten van de instellingen van het op dat moment geselecteerde geluid naar een standaardinstelling van waarden of naar de fabrieksinstelling. 3. Druk op [F4 (Init)]. Selecteer het type initialisatie. ALL: Alle toetsen van de ritme set zullen geïnitialiseerd worden. (Dit is hetzelfde als de ritme set initialisatie procedure hierboven beschreven.) KEY: Eén toets zal geïnitialiseerd worden. 4. Druk op [F8 (Select)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 5. Druk op [F8 (Exec)]. De initialisatie wordt uitgevoerd en u zult naar het voorgaande scherm terugkeren. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Ritme toon instellingen kopiëren (Copy) Deze operatie kopieert de instellingen van elke gewenste ritme set naar de op dat moment geselecteerde ritme set. U kunt deze functie gebruiken om het bewerkingsproces sneller en gemakkelijker te laten verlopen. Basisprocedure voor het kopiëren van een Ritme toon 1. Druk op [PATCH/RHTHYM] om in het PATCH Play venster te komen en selecteer de Part (keyboard Part of Pad Part) en 84

85 Een Ritme set creëren ritme set, waarvan u de instellingen wilt bewerken. 2. Druk op [PATCH EDIT]. 3. Druk op [F5 (Tone Copy)]. Het Rhythm Copy venster verschijnt. fig _50 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen, selecteer de Source (copy-source) bank en het Source nummer met de ritme toon. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 6. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen, selecteer de Destination (kopieer-bestemming) rhythm tone number. 7. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 8. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 9. Druk op [F8 (Exec)] om terug te keren naar het Rhythm Edit venster. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. De Compare functie Voor de Rhythm Tone Copy handelingen kunt u de Compare functie gebruiken. Als u de copy-source patch wilt spelen, dient u op [F6 (Compare)] te drukken om het lichtrood te maken. Nu kunt u de copy-source ritme set vanaf het keyboard of de Pads spelen. fig _50 onderverdeeld worden in de volgende twee groepen: One-shot: Deze Waveforms bevatten geluiden die korte decays hebben. Een one-shot Waveform neemt de eerste stijging en daling van het geluid op. Enkele van de one-shot Waveforms van de Fantom zijn geluiden die op zichzelf al volledig zijn, zoals percussie instrumenten. De Fantom bevat ook vele andere one-shot Waveforms die elementen zijn van andere geluiden. Deze omvatten Attack componenten zoals piano aanslag geluiden en gitaar geluiden. Looped: Deze Waveforms bevatten geluiden met zowel lange decays als aangehouden klanken. Loop Waveforms spelen herhaaldelijk het gedeelte van de Waveform terug (loop), nadat het geluid een betrekkelijk stationaire toestand heeft bereikt. De geloopte Waveforms van de Fantom bevatten ook componenten van andere geluiden, zoals resonerende pianosnaren en de holle geluiden van blaasinstrumenten. Waarschuwingen wanneer u een One-Shot Waveform gebruikt Het is niet mogelijk de envelope te gebruiken om een one-shot Waveform te veranderen en een decay te creëren, die langer is dan de originele wavform of om het in een aanhoudend geluid te veranderen. Als u een dergelijke envelope zou programmeren, zou u in feite een poging doen om een gedeelte van het geluid te produceren dat simpelweg niet bestaat en de envelope zou geen effect hebben. Waarschuwingen wanneer u een Loop Waveform gebruikt Bij veel akoestische instrumenten, zoals een piano of een sax, kunnen extreme timbrale veranderingen voorkomen gedurende de eerste momenten van elke noot. Deze eerste Attack is wat een groot gedeelte van het karakter van het intrument definieert. Voor dergelijke Waveforms is het het beste om de complexe tonale veranderingen van het Attack gedeelte te gebruiken, en de envelope slechts te gebruiken om het decay gedeelte te veranderen. Als u probeert de envelope te gebruiken om ook het Attack gedeelte te wijzigen, kunnen de kenmerken van de originele Waveform voorkomen, dat u het beoogde geluid krijgt. fig e Niveau Toonverandering opgeslagen met de wave Geloopt gedeelte Tijd De ritme set, die proefgespeeld wordt met gebruikmaking van de Compare functi,e kan iets anders klinken dan wanneer het normaal gespeeld wordt. Envelope voor het TVF filter Waarschuwingen wanneer u een Waveform selecteert De geluiden van de Fantom zijn gebaseerd op complexe PCM Waveforms en als u probeert om instellingen te maken die tegengesteld zijn aan het type van de originele Waveform zullen de resultaten niet zijn zoals u verwacht. De interne Waveforms van de Fantom kunnen Resulterende toonverandering 85

86 Een Ritme set creëren Ritme sets opslaan die u gecreëerd heeft (Write) De schrijf-bestemming kan zich in de Fantom-X in het interne gebruikersgeheugen (User) of op de geheugenkaart (Card) bevinden. fig _50 Veranderingen, die u maakt in geluidsinstellingen, zijn tijdelijk en zullen verloren gaan als u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert. Als u het gewijzigde geluid wilt behouden, moet u het opslaan in het interne gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart. Wanneer u de patch instellingen bewerkt, zal een * in het Patch Play venster verschijnen. Wanneer u opslaan uitvoert, zal de data die zich daarvoor in de opslag bestemming bevond, verloren gaan. 1. Zorg ervoor dat de ritme set, die u wenst op te slaan, geselecteerd is. 2. Druk op [WRITE]. Het WRITE menu venster verschijnt. fig _50 Door op [F6 (Compare)] te drukken, kunt u de opgeslagen ritme set (Compare functie) controleren. 7. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl data opgeslagen wordt. Druk op [F8 (Exec)] om het opslaan uit te voeren. Om de handeling te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. De opgeslagen ritme set op proef spelen (Compare) 3. Druk op [F2 (Patch/Rhythm)]. * Druk op of om Rhythm Edit te selecteren, en druk dan op [ENTER]. Het Rhythm Set Name venster verschijnt. fig _50 Voordat u een ritme set opslaat, kunt u de ritme set die zich op dat moment in de opslag-bestemming bevindt op proef spelen om er zeker van te zijn dat het er één is waarvan u het niet erg vindt dat deze overschreven wordt. Dit kan helpen voorkomen, dat belangrijke ritme sets per ongeluk overschreven worden en dus verloren gaan. 1. Volg de procedure in Ritme sets opslaan die u gecreëerd heeft (Write) tot aan stap 5 om een bestemming te selecteren. 2. Druk op [F7 (Compare)] zodat het rood wordt. Het Rhythm Compare venster verschijnt, waardoor het mogelijk wordt om de op dat moment geselecteerde opgeslagen ritme set te horen. fig e Opgeslagen ritme set 4. Wijs een naam toe aan de ritme set. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. 5. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster verschijnt waarin u de schrijf-bestemming van de ritme set kunt selecteren. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] en [F2 ( )] [F3 ( )] om de schrijf-bestemming en het ritme set nummer te selecteren. 3. Bespeel het keyboard of Pad om de opgeslagen ritme set te horen, en controleer dan of u deze daadwerkelijk wilt overschrijven. De ritme set die op proef gespeeld is m.b.v. de Compare functie kan iets anders klinken dan wanneer het normaal gespeeld wordt. 86

87 Een Ritme set creëren 4. Als u de opslag-bestemming wilt veranderen, dient u de opgeslagen ritme set opnieuw te specificeren door of te gebruiken. 5. Druk op [F7 (Write)]. Ritme volume (Rhythm Set Level) Stelt het volume in van de ritme set. Waarde: Druk nog een keer op [F8 (Exec)] om het opslaan uit te voeren. Functies van ritme set parameters Dit gedeelte legt de functies die de verschillende ritme set parameters hebben uit, alsmede de compositie van deze parameters. Als er een nummer weergegeven wordt voor de naam van de parameter, ( 1, 2, 3, 4 ) dan kunt u de Realtime controller knop van het corresponderende nummer gebruiken (de meest linkse knop is nummer 1, de meest rechtse knop is nummer 4) om de waarde in te stellen. Wanneer u in het Rhythm Edit venster komt, zal de indicator rechts van de Realtime control knoppen uitgaan, en kunnen de Realtime control knoppen gebruikt worden om de parameters van de patch of ritme set te bewerken. Als u nog een keer op de knop drukt, die zich rechts van de Realtime control knoppen bevindt om de indicator te laten branden, zullen de knoppen hun originele functies weer uitoefenen. Wanneer u het Rhythm Edit venster verlaat, zal de indicator automatisch naar zijn voorgaande verlichte toestand terugkeren. fig fig _50 1 zie: Algemene instellingen voor de hele ritme set (General) Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Ritme volume wordt toegepast op de hele Ritme set. De andere parameters worden afzonderlijk ingesteld voor iedere ritme toon. De volume niveaus van de tonen waaruit de ritme set is opgebouwd is ingesteld m.b.v. de Tone Level parameter (p.94). De volume niveaus van de Waves, waaruit de ritme set is opgebouwd, is ingesteld m.b.v. de Wave Level parameter (p.90). Toon naam (Rhythm Tone Name) U kunt een naam bestaande uit maximaal 12 tekens aan de ritme toon toewijzen. Waarde: spatie, A-Z, a-z, 0-9,! " # $ % & ' ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. Type toewijzen (Assign Type) Assign Type stelt de manier in, waarop geluiden gespeeld worden wanneer dezelfde toets meerdere keren wordt ingedrukt. Waarde MULTI: Het geluid van dezelfde toetsen in lagen aanmaken. Zelfs bij onafgebroken geluiden waarbij de geluiden voor een uitgebreide tijd spelen, zoals met crash cymbals, zijn de geluiden gelaagd, zonder dat daarvoor gespeelde geluiden verwijderd worden. SINGLE: Er kan slechts één geluid gespeeld worden, wanneer dezelfde toets ingedrukt wordt. Met onafgebroken geluiden waarbij de geluiden voor een langere tijd hoorbaar zijn, zal het voorafgaande geluid stoppen wanneer het volgende geluid gespeeld wordt. Mute group Op een echte akoestische drum set, kunnen een open en een gesloten hi-hat nooit gelijktijdig klinken. Om de realiteit van deze situatie te reproduceren, kunt u een Mute Group instellen. De Mute group functie geeft u de mogelijkheid om twee of meer ritme tonen aan te wijzen, die niet gelijktijdig mogen klinken. Er kunnen maximaal 31 Mute groepen gebruikt worden. Ritme tonen, die niet bij één van deze groepen behoren, moeten ingesteld worden op OFF. Waarde: OFF, 1-31 Tone Env Mode (Rhythym Tone Envelope Mode) Wanneer een loop Waveform (p.85) is geselecteerd, zal het geluid normaalgesproken doorgaan zo lang de toets is ingedrukt. Als u wilt dat het geluid op natuurlijke wijze uitdooft, zelfs als de toets wordt vastgehouden, dient u dit op NO SUS in te stellen. Waarde: NO-SUS, SUSTAIN Als een one-shot type Wave geslecteerd is (p.85), zal de klank niet aanhouden, zelfs als deze parameter op SUST is ingesteld. 87

88 Een Ritme set creëren Tone Pitch Bend Range (Rhythm Tone Pitch Bend Range) Specificeert de hoeveelheid toonhoogte verandering in halve tonen (4 octaven) die voor zal komen, wanneer de Pitch Bend Lever verplaatst is. De hoeveelheid verandering, wanneer de hendel schuin staat, is ingesteld op dezelfde waarde voor zowel de linker- als de rechterkant. Waarde: 0-48 Waveforms veranderen (Wave) fig _50 Tone Receive Expression (Rhythm Tone Receive Expression Switch) Specificeer of MIDI Expression boodschappen voor iedere ritme toon ontvangen (ON) zullen worden of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Tone Receive Hold-1 (Rhythm Tone Receive Hold-1 Switch) Specificeer of MIDI Hold-1 berichten voor iedere ritme toon ontvangen (ON) zullen worden of niet (OFF). Als NO SUS is geselecteerd voor de Env Mode parameter (p.87), zal deze instelling geen effect hebben. Tone Receive Pan Mode (Rhythm Tone Receive Pan Mode) Specificeer hoe pan berichten voor iedere ritme toon ontvangen zullen worden. Waarde CONTINUOUS:Wanneer Pan berichten ontvangen worden, zal de stereo positie van de toon veranderen. KEY-ON: De pan van de toon zal alleen veranderen wanneer de volgende noot gespeeld wordt. Als een pan bericht ontvangen wordt, terwijl een noot klinkt, zal de panning niet veranderen, totdat de volgende toets wordt ingedrukt. De kanalen kunnen niet zodanig ingesteld worden, dat er geen Pan berichten ontvangen kunnen worden. One shot Mode Het geluid zal terugspelen tot het einde van de Waveform (of het einde van de envelope, welke het eerste komt). Het resultaat zal hetzelfde zijn, wanneer de Tone Env Mode parameter van de envelope (p.87) ingesteld is op NO-SUS. Als u Wave Group (p.88) ingesteld hebt op Sample, zal de loop instelling gedwongen ONE SHOT worden. Waarde: OFF, ON Aftertouch Time Ctrl Sens (Sensitivity) zie: Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Bij ritme tonen worden geluiden gecreëerd door maximaal vier Waves te combineren (acht voor stereo). Tips voor het creëren van een ritme toon De Waves voor de basdrum, snaredrum, hi-hat, handtrom en andere percussie instrumenten worden allemaal toegewezen aan één ritme toon. Wanneer u 3D effecten aan het geluid toevoegt, dient u de Pan instellingen voor iedere ritme toon afzonderlijk te maken. Wave Group Selecteert de groepen die de Waves omvatten die de ritme toon bevat. Waarde INT: Waveforms opgeslagen in het interne geheugen EXP: Waveform opgeslagen in een Wave uitbreidingskaart (SRX serie) geïnstalleerd in EXP gleuven. SMAP: Sample Waveforms MSAM: Multisample Waveforms U kunt geen Waveform groep van een Wave uitbreidingskaart selecteren, die niet geïnstalleerd is. Wave Bank Selecteer de wave bank. Waarde Wanneer de wave groep EXP is: A-D Wanneer de wave groep SAMP is: PRST, USER, CARD Wanneer de wave groep MSAM is: USER, CARD Als Wave group ingesteld is op SAMPLE en Tempo Sync staat ON, zal de aftertouch de hoeveelheid time stretching/shrinking veroorzaakt door Time Stretch regelen. Als Time Stretch niet toegepast wordt, zal er niets gebeuren. Als de stretch/shrink time korter wordt en ingesteld is op -, zal de tijd langer worden. Waarde:

89 Een Ritme set creëren Wave nr. L (Mono) (Wave nummer L (Mono)) Wave nr. R (Wave nummer R) Dit selecteert de Waves, die de ritme toon bevatten. Naast het Wave nummer zal de Wave naam onderaan de display verschijnen. Wanneer in mono modus, zal alleen de linkerkant (L) gespecificeerd worden. Wanneer in stereo zal ook de rechterkant (R) gespecificeerd worden. Waarde:, (de bovengrens zal afhangen van de wave groep.) Als u een linker/rechter paar Waves wilt selecteren, dient u het linker (L) Wave nummer te selecteren en dan op [F6 (Set Stereo)] te drukken; de rechter (R) Wave zal geactiveerd worden. * Wanneer u een multisample in stereo gebruikt, dient u hetzelfde nummer voor L en R te specificeren. Wave Tempo Sync 1 Wanneer u een Phrase Loop met het tempo samen wilt doen vallen, dient u deze in te stellen op ON. Dit is alleen mogelijk, wanneer een apart verkrijgbare Wave uitbreidingskaart geïnstalleerd is, en een Waveform die aangeeft dat een tempo (BPM) geselecteerd is als de sample voor een toon. Waarde: OFF, ON Als een Waveform van een Wave uitbreidingskaart geselecteerd is voor de toon, zal het aanzetten van de Wave Tempo Sync parameter ( ON ) ervoor zorgen, dat toonhoogte- gerelateerde instellingen (p.91) en FXM gerelateerde instellingen (p.89) genegeerd worden. Als een sample voor een toon geselecteerd is, moet u eerst de BPM (tempo) parameter van de sample instellen. Als een sample voor een toon geselecteerd is, zal de Wave Tempo Sync twee keer het normale aantal stemmen nodig hebben. db (decibel) stappen- een vermeerdering van 6 db verdubbelt de versterking van de Waveform. Waarde: -6, 0, +6, +12 FXM Switch Met deze schakelaar kan de FXM aan (ON) of uit (OFF) gezet worden. Waarde: OFF, ON FXM FXM Color Specificeert, hoe FXM frequentie modulatie uit zal voeren. Hogere instellingen resulteren in een korreliger geluid, terwijl lagere instellingen resulteren in een metaalachtig geluid. Waarde: 1-4 FXM Depth Specificeert de diepte van de modulatie geproduceerd door FXM. Waarde: 0-16 Wanneer de Tempo Sync parameter ingesteld staat op ON, zijn instellingen gerelateerd aan Pitch (p.91) en FXM (p.89) uitgeschakeld. Ritme toon klank veranderen (WMT) De WMT (Wave Mix Tabel) gebruikt toetsaanslag om de vier Waveforms, die toegewezen zijn aan de ritme toon, te besturen. fig _50 2 FXM (Frequency Cross Modulatie) gebruikt een gespecifieerde Waveform om frequentie modulatie toe te passen op de op dat moment geselecteerde Waveform, waarbij complexe boventonen gecreëerd worden. Dit is handig voor het creëren van dramatische geluiden of geluidseffecten. 3 4 Phrase Loop Phrase Loop refereert aan het herhaaldelijk terugspelen van een frase die uit een song gehaald is (bijvoorbeeld m.b.v. een sampler). Eén techniek die het gebruik van Phrase Loops met zich meebrengt, is de ontlening van een Phrase aan een al bestaande song in een bepaald genre, bijvoorbeeld dance muziek, en daarmee dan een nieuwe song creëren met die Phrase als basismotief. Dit is ook bekend als Break Beats. Realtime Time Stretch Als de wave groep SAMP of MSAM is en de Wave Tempo Sync parameter staat op ON, kunt u in de afspeelsnelheid van de Waveform variëren zonder de toonhoogte te beïnvloeden. Wave Gain 1 Stelt de versterking in van de Waveform. De waarde verandert in 6 zie: Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Wave Coarse Tune 1 Past de toonhoogte van het geluid van de Waveform naar boven of naar beneden aan in halve stappen (+/-4 octaven). Waarde:

90 Een Ritme set creëren Wave Fine Tune Past de toonhoogte van het geluid van de Waveform naar boven of naar beneden aan in stappen van 1-cent (+/-50 honderdste). Waarde: cent is 1/100 van een halve toon. De Fine Tune van de hele ritme toon wordt ingesteld door de Tone Fine Tune parameter (p.91). Wave Level U kunt het volume van de Waveform instellen. Waarde: Het volumeniveau van elke ritme toon wordt ingesteld m.b.v. de Tone Level parameter; de volumeniveaus van de hele ritme set wordt ingesteld door de Rhythm Level parameter (p.87). Wave Pan Dit specificeert de pan van de Waveform. L64 is helemaal links, 0 is het centrum en 63R is helemaal rechts. Waarde: OFF, ON, RANDOM WMT Velocity Control (Velocity Control Switch) WMT Velocity Control bepaalt of een andere toon gespeeld wordt (ON) of niet (OFF), afhankelijk van de kracht, waarmee de toets gespeeld wordt (velocity). Wanneer ingesteld op RND, zullen de samengestelde tonen van de patch willekeurig klinken, ongeacht of er Velocity berichten zijn. Wanneer ingesteld op CYCLE, zullen de samengestelde tonen van de patch samenhangend klinken. Waarde: OFF,ON, RANDOM Wave Rnd Pan Sw (Wave Random Pan Switch) Gebruik deze instelling zodat de panning van de Waveform willekeurig verandert telkens als een toets ingedrukt wordt (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF,ON * Het bereik van de panning verandering wordt ingesteld door de Rnd Pan Depth parameter (p.94). Wave Alter Pan Sw (Wave Alternate Pan Switch) Deze instelling zorgt ervoor dat panning van de Waveform afgewisseld wordt tussen links en rechts iedere keer als een toets wordt ingedrukt. Stel Alternate Pan Switch in op ON om de Wave te pannen volgens de Alter Pan Depth parameter (p.94) instellingen of stel dit in op REV, wanneer u wilt dat de panning omgekeert. Als u niet wilt dat de panning iedere keer verandert als een toets ingedrukt wordt, moet u dit op OFF instellen. Bereik: OFF, ON, REV Velo Fade Lower (Velocity Fade Width Lower) Dit bepaalt wat er zal gebeuren met het toonniveau wanneer een noot gespeeld wordt met een aanslagsterkte lager dan de gespecificeerde aanslagsterkte bereik van de toon. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u noten die buiten de gespecificeerde aanslagsterkte gespeeld worden helemaal niet wilt laten klinken, moet u deze parameter instellen op 0. Waarde: Velo Range Lower (Velocity Range Lower) Dit stelt de laagste aanslagsterkte in, waarop de Waveform zal klinken. Maak deze instellingen, wanneer u verschillende Waveforms wilt horen in respons op noten die gespeeld worden met meer/minder kracht. Waarde: 1-UPPER Velo Range Upper (Velocity Range Upper) Dit stelt de hoogste aanslagsterkte in, waarin de Waveform zal klinken. Maak deze instellingen, wanneer u verschillende Waveforms wilt horen in respons op noten die gespeeld worden met meer/minder kracht. Waarde: LOWER-127 Als u de Lower velocity grens boven de Upper of de Upper onder de Lower wilt instellen, zal de andere waarde automatisch aangepast worden aan dezelfde instelling. Velo Fade Upper (Velocity Fade Width Upper) Dit bepaalt wat er zal gebeuren met het toonniveau, wanneer de toon gespeeld wordt met een aanslagsterkte die hoger ligt dan de gespecificeerde aanslagsterkte. Hogere instellingen produceren een meer geleidelijke verandering in volume. Als u noten die gespeeld worden buiten de gespecificeerde key aanslagsterkte helemaal niet wilt laten klinken, moet u dit instellen op 0. Waarde: fig e Niveau Toonhoogte Fade lager Fade hoger Bereik lager Range hoger Pitch veranderen (Pitch/Pitch Env) fig _50 90

91 Een Ritme set creëren zie: Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Pitch Tone Coarse Tune (Rhythm Tone Coarse Tune) 1 Selecteert de toonhoogte waarop een ritme toon klinkt. Waarde: C-1-G9 Stel een globale stemming in voor Waves die de ritme tonen bevatten m.b.v. de Wave Coarse Tune parameter (p.89). Tone Fine Tune (Rhythm Tone Fine Tune) 2 Past de toonhoogte van het geluid van de ritme toon naar boven of naar beneden aan in één cent stappen (+/-50/100). Waarde: Eén cent is 1/100 ste van een halve toon. Stel de fine tuning in voor Waves die de ritme tonen bevatten m.b.v. de Wave Fine Tune parameter (p.90). Tone Random Pitch Depth 3 Dit specificeert de breedte van willekeurige toonhoogte afwijking die zich elke keer als op een toets wordt gedrukt, voor zal doen. Als u niet wilt dat de toonhoogte willekeurig verandert, dient u dit op 0 in te stellen. Deze waarden zijn in eenheden van één cent (1/100 ste van een halve toon). Waarde: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 200, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100, 1200 Pitch Env P-Env T1 V-Sens (Pitch Envelope Time 1 Velocity Sensitivity) Dit staat de keyboard dynamiek toe om de Time 1 van de Pitch envelope te beïnvloeden. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeelde noten, moet u deze parameter instellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat Time 1 vertraagd wordt, moet u deze parameter op een negatieve (-) waarde instellen. Value: P-Env T4 V-Sens (Pitch Envelope Time 4 Velocity Sensitivity) Gebruik deze parameter, wanneer u wilt dat de key release snelheid invloed heeft op de Time 4 waarde van de Pitch Envelope. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u deze parameter in te stellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat Time 1 vertraagd wordt, moet u deze parameter op een negatieve (-) waarde instellen. Waarde: P-Env Time 1-4 (Pitch Envelope Time 1-4) 1, 2, 4 Specificeert de Pitch Envelope times (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen resulteren in een langere tijd, totdat de volgende toonhoogte is bereikt. (Time 2 is bijvoorbeeld de tijd, waarin de toonhoogte verandert van Level 1 naar Level 2.) Waarde: P-Env Level 0 4 (Pitch Envelope Level 0 4) Specificeert de Pitch Envelope levels (Level 0-Level 4). Het bepaalt hoeveel de toonhoogte afwijkt van de referentie toonhoogte (de waarde ingesteld met Coarse Tune of Fine Tune in het Pitch venster) op elk punt. Positieve (+) instellingen zullen ervoor zorgen, dat de toonhoogte hoger wordt dan de standaard toonhoogte en negatieve (-) instellingen zullen ervoor zorgen dat deze lager wordt. Waarde: fig e T1 T2 T3 T4 3 P-Env Depth (Envelope Depth) Past het effect van de Pitch Envelope aan. Grotere instellingen zullen ervoor zorgen dat de Pitch Envelope een grotere verandering gaat produceren. Negatieve(-) instellingen zullen de vorm van de envelope omkeren. Waarde: Toonhoogte L0 L1 Note on L2 L3 Note off L4 Tijd P-Env V Sens (Pitch Envelope Velocity Sensitivity) T: Tijd L: Niveau De speeldynamiek van het keyboard kan gebruikt worden om de diepte van de Pitch Envelope te regelen. Als u wilt dat de Pitch Envelope meer effect heeft voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter in te stellen op een positieve (+) waarde. Als u wilt dat de Pitch Envelope minder effect heeft voor krachtig gespeelde noten, dient u deze parameter in te stellen op een negatieve (-) waarde. Waarde:

92 Een Ritme set creëren De helderheid van een geluid aanpassen met een filter (TVF/TVF Env) fig _50 TVF zie: Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Filter Type 3 Selecteert het type filter. Een filter snijdt of stimuleert een specifiek frequentie gebied om de helderheid, dichtheid of andere kwaliteiten van een geluid te veranderen. Waarde OFF: Er wordt geen filter gebruikt. LPF: Low Pass Filter. Dit reduceert het volume van alle frequenties boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) teneinde af te ronden of het geluid minder helder te maken. Dit is het meest gangbare filter dat in synthesizers wordt gebruikt. BPF: Band Pass Filter. Dit laat alleen de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Freq)over, en laat de rest weg. Dit kan bruikbaar zijn, wanneer u kenmerkende geluiden wilt creëren. HPF: High Pass Filter. Dit snijdt de frequenties in de regio onder de cutoff frequentie (Cutoff Freq) eruit. Dit is geschikt voor het creëren van percussie geluiden, waarbij de nadruk op de hogere tonen gelegd wordt. PKG: Peaking Filter. Dit legt de nadruk op de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Freq). U kunt dit gebruiken om wah-wah effecten te creëren door een LFO te gebruiken om de cutoff frequntie cyclisch te veranderen. LPF2: Low Pass Filter 2. Hoewel frequentie bestanddelen boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) wggesneden zijn, is de gevoeligheid van dit filter de helft van de LPF. Dit maakt het tot een relatief warmer low pass filter. Dit filter is goed te gebruiken met nagebootste instrumentgeluiden, zoals de akoestische piano. LPF3: Low Pass Filter 3. Howel frequentie bestanddelen boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) wggesneden zijn, verandert de gevoeligheid van dit filter afhankelijk van de cutoff frequntie. Terwijl dit filter ook geschikt is voor gebruik met nagebootste akoestische instrumentgeluiden, verschilt de nuance die het vertoont van dat van de LPF2, zelfs met dezelfde TVF Envelope instellingen. Als u LPF2 of LPF3 instelt, zal de instelling voor de Resonance parameter genegeerd worden (p.69). Cutoff Frequency Selecteert de frequentie, waarbij het filter een effect op de frequentie bestanddelen van de Waveform begint te krijgen. Waarde: Met LPF/LPF2/LPF3 geselecteerd voor de Filter Type parameter, zullen lagere cutoff frequentie instellingen de hogere harmonie van een toon reduceren voor een ronder, warmer geluid. Hogere instellingen maken het geluid helderder. Als BPF geselecteerd is, zullen harmonische bestanddelen veranderen afhankelijk van de TVF Cutoff Frequency instelling. Dit kan bruikbaar zijn, wanneer u kenmerkende, onderscheidende geluiden wilt creëren. Met PKG geselecteerd zal de harmonie, waarop de nadruk komt te liggen variëren, afhankelijk van de Cutoff Frequency instelling. TIP Om de gehele patch te bewerken en toch de betrekkelijke verschillen in de Cutoff Frequency waarden, die ingesteld zijn voor iedere toon te behouden, dient u de Cutoff Offset parameter (p.61) in te stellen. Resonance Legt de nadruk op het gedeelte van het geluid in de regio van de cutoff frequentie, waarmee karakter aan het geluid wordt toegevoegd. Extreem hoge instellingen kunnen trillingen produceren, waardoor het geluid vervormd wordt. Waarde: fig e Cutoff V-Curve (Cutoff Frequency Velocity Curve) Selecteert één van de volgende zeven verbuigingen die bepalen hoe de keyboard speeldynamiek (velocity) invloed heeft op de cutoff frequentie. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat de cutoff frequentie beïnvloed wordt door de aanslaggevoeligheid. Waarde: FIXED, 1-7 fig LPF BPF HPF PKG Niveau Hoog parameter waarde Laag Frequentie Cutoff frequentie

93 Een Ritme set creëren Cutoff V-Sens (Cutoff Velocity Sensitivity) Gebruik deze parameter, wanneer u de cutoff frequentie toegepast als resultaat van wijzigingen in aanslagsterkte, verandert. Als u wilt dat bij krachtig gespeelde noten de cutoff frequentie omhoog gaat, moet u voor deze parameter positieve (+) instellingen maken. Als u wilt dat bij hard gespeelde noten de cutoff frequentie verlaagt, moet u deze parameter negatief (-) instellen. Waarde: Resonance V-Sens (Resonance Velocity Sensitivity) Dit zorgt dat keyboard aanslag de hoeveelheid Resonance verandert. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten een groter Resonance effect hebben, moet u voor deze parameter positieve (+) instellingen maken. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten minder Resonance hebben, moet u voor deze parameter negatieve (-) instellingen maken. Waarde: TVF Env F-Env Depth (TVF Envelope Depth) Specificeert de diepte van de TVF envelope. Grotere instellingen zullen ervoor zorgen, dat de TVF envelope een grotere verandering zal produceren. Negatieve(-) instellingen zullen de vorm van de envelope omkeren. Waarde: F-Env T4 V-Sens (TVF Envelope time 4 Velocity Sensitivity) Dit is de parameter die de snelheid waarmee de toets losgelaten wordt de Time 4 waarde van de TVF envelope regelt. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u deze parameter een positieve(+) waarde te geven. Als u wilt dat deze vertraagd wordt, moet u een negatieve(-) waarde instellen. Waarde: F-Env Level 1 4 (TVF Envelope Level 1 4) 1, 2, 4 Specificeert de TVF envelope levels (Level 0-Level 4). Deze instellingen specificeren, hoe de cutoff frequentie op elk punt zal veranderen, overeenkomstig de standaard cutoff frequentie (de cutoff frequentie waarde gespecificeerd in het TVF venster). Waarde: F-Env Time 1-4 (TVF Envelope Time 1-4) Specifieert de TVF envelope times (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen de tijd die het duurt, totdat het volgende cutoff frequentie niveau bereikt is, verlengen. (Bijvoorbeeld: Time 2 is de tijd die het duurt voordat Level 1 zal wijzigen in Level 2). Waarde: fig e T1 T2 T3 T4 3 F-Env V-Curve (TVF Envelope Velocity Curve) Selecteert één van de volgende zeven verbuigingen die bepalen hoe de keyboard speeldynamiek invloed heeft op de TVF evelope. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat de TVF envelope beïnvloed wordt door de aanslaggevoeligheid. Waarde: FIXED, 1-7 fig Cutoff Frequentie L0 L1 Note on L2 T: Tijd L: Niveau L3 Note off L4 Tijd F-Env V-Sens (TVF Envelope Velocity Sensitivity) Specificeert op welke manier keyboard speeldynamiek invloed zal hebben op de diepte van de TVF envelope. Positieve(+) instellingen zullen tot gevolg hebben dat de TVF envelope een groter effect heeft op krachtig gespeelde noten en negatieve(-) instellingen zullen tot gevolg hebben dat het effect minder is. Waarde: F-Env T1 V-Sens (TVF Envelope time 1 Velocity Sensitivity) Dit staat de keyboard dynamiek toe om invloed uit te oefenen op de Time 1 van de TVF envelope. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeeld noten, dient u deze parameter een positieve(+) waarde te geven. Als u wilt dat deze vertraagd wordt, moet u een negatieve(-) waarde instellen. Waarde:

94 Een Ritme set creëren Het volume aanpassen (TVA/TVA Env) fig _50 Random Pan Depth 3 Gebruik deze parameter wanneer u wilt dat de stereo locatie, elke keer als u op een toets drukt, willekeurig verandert. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen tot gevolg hebben. Waarde: 0-63 Dit zal alleen invloed hebben op de waves, waarvan de Wave Rnd Pan Sw parameter (p.90) op ON staat. Alternate Pan Depth 4 TVA zie: Bekijk Hoe maakt u Patch instellingen (p.56) voor details over deze instellingen. Tone Level (RHYTHM TONE LEVEL) 1 Stelt het volume van de toon in. Gebruik deze parameter voor het aanpassen van de volumebalans tussen tonen. Waarde: De volumeniveaus van de Waves waaruit de ritme toon is opgebouwd wordt ingesteld m.b.v. de WMT 1-4 Wave Level parameter (p.90). Level V-Curve (TVA Level Velocity Curve) U kunt uit zeven verbuigingen kiezen, die bepalen in hoeverre de kracht waarmee het keyboard bespeeld wordt invloed zal hebben op het volume. Stel dit in op FIXED als u niet wilt dat het volume van de toon beïnvloed wordt door de kracht waarmee u speelt. Waarde: FIXED, 1-7 fig Level V-Sens (TVA Level Velocity Sensitivity) Stel dit in, wanneer u het volume van de toon wilt veranderen, afhankelijk van de kracht waarmee u de toetsen bespeelt. Stel dit in op een positieve(+) waarde om grotere veranderingen in het toon volume te krijgen, wanneer toetsen krachtiger bespeeld worden. Om de toon zachter te laten klinken als u krachtiger speelt, dient u een negatieve(-) waarde in te voeren. Waarde: Tone Pan (Rhythm Tone Pan) 2 Stelt de pan voor de ritme toon in. L64 is helemaal links, 0 is het centrum en 63R is helemaal rechts. Deze instelling veroorzaakt dat de panning elke keer, wanneer op een toets gedrukt wordt, tussen links en rechts afgewisseld wordt. Grotere instellingen zullen grotere veranderingen tot gevolg hebben. L of R instellingen zullen de volgorde waarin de pan zal afwisselen tussen links en rechts omkeren. Wanneer twee tonen bijvoorbeeld respectievelijk ingesteld zijn op L en R, dan zal de panning van de tonen iedere keer afwisselen als ze gespeeld worden. Waarde: L R Dit zal alleen invloed hebben op de waves waarvan de Wave Alter Pan Sw parameter (p.90) op ON of REV staat. TVA Env A-Env T1 V-Sens (TVA Envelope Time 1 Velocity Sensitivity) Dit geeft keyboard dynamiek de mogelijkheid om de Time 1 van de TVA envelope te beïnvloeden. Als u wilt dat Time 1 versneld wordt voor krachtig gespeelde noten, dient u een positieve(+) waarde voor de parameter in te stellen. Als u wilt dat dit langzamer wordt, stelt u een negatieve(-) waarde in. Waarde: A-Env T4-Sens (TVA Envelope Time 4 Velocity Sensitivity) Deze parameter wordt gebruikt, wanneer u wilt dat de snelheid waarmee een toets losgelaten wordt de Time 4 waarde van de TVA envelope regelt. Als u wilt dat Time 4 versneld wordt voor snel losgelaten noten, dient u een positieve(+) waarde voor de parameter in te stellen. Als u wilt dat dit vertraagd wordt, stelt u een negatieve(-) waarde in. Waarde: A-Env Time 1-4 (TVA Envelope Time 1-4) 1, 2, 4 Specifieert de TVA envelope times (Time 1-Time 4). Hogere instellingen zullen de tijd die het duurt totdat het volgende volume niveau bereikt is, verlengen. (Bijvoorbeeld: Time 2 is de tijd die het duurt voordat Level 1 zal wijzigen in Level 2). Waarde: De volumeniveaus van de Waves waaruit de ritme toon is opgebouwd wordt ingesteld m.b.v. de WMT1-4 Wave Level parameter (p.90).

95 Een Ritme set creëren A-Env Level 1-3 (TVA Envelope Level 1-3) 3 Specificeert de TVA envelope levels (Level 1-Level 3). Deze instellingen specificeren hoe het volume zal veranderen op elk punt, overeenkomstig het standaardvolume(de Rhythm Tone Level waarde gespecificeerd in het TVA venster). Waarde: fig e T1 T2 T3 T4 Tone Out Assign Specificeert hoe het directe geluid voor iedere toon uitgevoerd wordt. Waarde: MFX: Output in stereo d.m.v. multi-effector. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effector loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in zonder de multi-effecten te passeren. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder de multi-effecten te passeren. Niveau L1 L2 Note on T: Tijd L: Niveau L3 Note off Tijd Als de Rhythm Output Assign op iets anders dan TONE is ingesteld, dan zullen deze instellingen genegeerd worden. Output instellingen (Output) fig _50 zie: Bekijk Hoe maakt u Ritme set instellingen (p.83) voor details over deze instellingen. Rhythm Out Assign Specificeert hoe het directe geluid voor iedere ritme set uitgevoerd wordt. Waarde: MFX: Output in stereo d.m.v. multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effector loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder de multi-effecten te passeren. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder de multi-effecten te passeren. Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. Als de Mix/Parallel parameter ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. * Als de Mix/Parallel parameter ([MENU]/System/General) ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). * Als u Tone Out Assign ingesteld heeft op MFX, dient u de MFX Output Assign parameter (p.208) in te stellen om de output bestemming van het geluid dat door de multi-effector is gepasseerd, te specificeren. * Chorus en reverb worden altijd in mono uitgevoerd. * De output bestemming van het signaal, nadat het door de chorus is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v.de Chorus Output Select (p.209) en de Chorus Output Assign (p.209). * De output bestemming van het signaal, nadat het door de reverb is gepasseerd, wordt ingesteld m.b.v. de Reverb Output Select (p.209). Tone Out Level Stelt het niveau van het signaal in, dat verzonden is naar de output bestemming gespecificeerd door Patch/Tone Output Assign. Waarde: Tone Chorus Send (Send Level (Send Level (Output=MFX)) 1 Specificeert voor iedere toon het niveau van het signaal, dat verzonden is naar de chorus, indien de toon verzonden is door MFX. Waarde: Tone Reverb Send (Send Level (Output=MFX)) 2 Specificeert het niveau van het signaal dat verzonden is naar de reverb, indien de toon verzonden is door MFX. Waarde:

96 Een Ritme set creëren Tone Chorus Send (Send Level (Output=non- MFX)) 3 Specificeert voor iedere toon het niveau van het signaal dat verzonden is naar chorus, indien de toon niet verzonden is door MFX. Waarde: Tone Reverb Send (Send Level (Output=non MFX)) 4 Specificeert voor iedere toon het niveau van het signaal dat verzonden is naar, indien de toon niet verzonden is door MFX. Waarde: Effecten instellen voor een Ritme set (Effecten/MFX/MFX Control/ Chorus/Reverb) zie: Voor details betreffende effecten instellingen kunt u de pagina s hieronder bekijken. Effecten toepassen in Patch modus (p.207) Multi-effecten instellingen maken (MFX1-3) (p.213) Chorus instellingen maken (Chorus) (p.215) Reverb instellingen maken (Reverb) (p.216) 96

97 In Performance modus spelen Een Performance bevat instellingen, die van toepassing zijn op ieder afzonderlijk gedeelte, zoals de patch (ritme set) die toegewezen is aan iedere Part en zijn volume en pan. Simpel gezegd, bestaat Performance modus uit twee vensters: het Layer venster en het Mixer venster. Gebruik het Layer venster, wanneer u meerdere geluiden wilt combineren (patches of ritme sets) om complexe geluiden te creëren. Dit geeft u de mogelijkheid om patches samen te spelen ( layer ) of verschillende patches in afzonderlijke gebieden van het keyboard te spelen ( split ). Gebruik het Mixer venster, wanneer u de geluiden wilt mixen door het niveau en de pan voor elk van de 16 Parts aan te passen. Wanneer u het keyboard wilt bespelen, zult u de huidige Part en de Parts waarvan de keyboard switch een vinkje heeft, horen. Behalve de instellingen voor elke Part, kunnen de volgende instellingen ook opgeslagen worden voor iedere Performance: Controller instellingen zoals de D Beam, realtime control knoppen, voetschakelaars en Pads Arpeggio en akkoord geheugen instellingen Ritme groep nummer Performance Layer venster weergeven Performance Mixer venster weergeven Om in het Performance Mixer venster te komen, dient u de volgende procedure te volgen. 1. Druk op PERFORMANCE [MIXER]. U zult in Perfomance modus terecht komen en het Mixer venster verschijnt. fig _50 2. Druk op [F6] om de pagina te verwisselen. fig _50 Om in het Performance Layer venster te komen, dient u de volgende procedure te volgen. 1. Druk op PERFORMANCE [LAYER/SPLIT]. U zult in Performance modus terecht komen en het Layer venster verschijnt. fig _50 97

98 In Performance modus spelen Functies in het PERFORMANCE Layer/Mixer venster fig e MIXER1 scherm LAYER scherm MIXER2 scherm Stelt het volume [LEVEL], pan [PAN], reverb [REV], chorus (CHO), Mute Sw (M) en Solo Sw (S) van de part in. Het instellingen venster is verdeeld in twee vensters, u kunt op de functieknop [F6] drukken om tussen beide te wisselen. 10 Geeft aan of de keyboard Switch aan/uit staat. 1 Geeft de actuele geluidsgenerende stand aan 2 4 Geeft de naam van de op dat moment geselecteerde song aan, de maat locatie, de Time Signature en de sequencer status 3 Geeft de Octave Shift (Oct) en de Transpose (Trans) aan. 5 Geeft aan of multi-effecten (MFX), chorus (CHO), reverb (REV) en mastering (MASTER) aan of uit staan. Geeft het tempo aan waarin de song, arpeggio of ritme patroon wordt gespeeld.geeft aan of de Loop Play aan/uit staat (LOOP). 11 Springt naar het instellingen venster van de weergegeven parameter. 12 Wisselt tussen MIXER venster 1 en Scrollt door de instellingen van parts Selecteer een part. De op dat moment geselecteerde part wordt omgeven door een lichtblauwe rand. U kunt de knoppen gebruiken om de vier parts, (inclusief de op dat moment geselecteerde part) omgeven door het lichtgroene kader, te besturen. Gebruik [CURSOR] ( ot ) om te selecteren wat bestuurd dient te worden. Geeft de functies aan die toegekend zijn aan elke realtime controller knop ( ) en toekenbare schakelaar (assignable switch) ( ). 6 7 MIXER venster: Geeft de groep, nummer en naam aan van de geselecteerde performance. LAYER venster: Selecteert de groep en het nummer van de geselecteerde perfomance. LAYER venster: Geeft de patches die toegewezen zijn aan de parts weer. Wanneer u de actuele part wisselt, zal het nummer van de part ook veranderen. 8 Geeft de actuele part aan Geeft de functies aan die toegekend zijn aan de D Beam controller en de respons status van de D Beam controller. Geeft de key range aan, waarin u de keyboard of ritme sets kunt spelen. Stel de Part Course Tune (Key), Output Assign, Keyboard Sw (K) reverb (REV), Arpeggio Part (A) en Pad Part (P) van de part in. Het instellingen venster is verdeeld in twee vensters en u kunt op de functieknop [F6] drukken om tussen beiden te wisselen. 98

99 In Performance modus spelen Een Performance selecteren De Fantom-X heeft twee Performance groepen, inclusief de User groep en Preset groepen, waarbij iedere groep 64 performances op kan slaan, in totaal dus 128 performances. USER Dit is de groep binnen de Fantom-X, die herschreven kan worden. Performances, die u zelf creëert, kunnen in deze groep opgeslagen worden. De Fantom-X bevat 64 preset performances. Performances uit een lijst selecteren U kunt een lijst met performances weergeven en een Performance selecteren uit die lijst. 1. Druk op [LAYER/SPLIT] of [MIXER]. 2. Druk op [F5 (Perf List)]. Het Performance List venster verschijnt. fig _50 PRST (Preset) Dit is de groep binnen de Fantom-X, die niet herschreven kan worden. U kunt echter de instellingen van de op dat moment geselecteerde Performance veranderen en de gewijzigde Performance opslaan in het gebruikersgeheugen (User memory). De Fantom-X bevat 64 preset performances. CARD (Geheugenkaart) Dit geeft u de mogelijkheid om patches te gebruiken die opgeslagen zijn op een geheugenkaart die aan de achterkant van het paneel in een sleuf is gestoken. Omdat de data in deze groep herschreven kan worden, kunt u deze groep gebruiken om patches op te slaan die u gecreëerd hebt. 1. Druk op [LAYER/SPLIT]. 2. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de Performance groep. fig e Performance group Performance number 3. Draai aan de VALUE draaischijf en druk op [INC]/[DEC] om een Performance groep te selecteren. USER: User PRST: Preset CARD: Geheugenkaart 3. Om van Performance groep te wisselen, dient u op [F1 ( )] [F2 ( )] te drukken om de cursor te verplaatsen naar de Performance groep tab en druk op or om de Performance te selecteren. 4. Druk op [F8 (Select)] om het Performance List venster te sluiten. Een lijst van frequent gebruikte Patches en Performances creëren (Live Setting function) U kunt een lijst van veelvuldig gebruikte geluiden creëren en deze direct oproepen. Aangezien u Patches, ritme sets of Performances kunt registreren, kunt u elk type geluid dat u nodig heeft direct oproepen, ongeacht de modus waarin u zich bevindt. Bekijk p.42 voor details. 4. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar het Performance nummer. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het Performance nummer te selecteren. 99

100 In Performance modus spelen Favoriete Performances selecteren 3. Druk op [F3 (Favorite)]. Het Favorite List venster verschijnt. fig _50 U kunt uw favoriete en meest frequent gebruikte performances samenbrengen op één plek door ze te registreren in de Favoriete Performance. Door deze functie te gebruiken, kunt u snel favoriete performances selecteren. zie: Bekijk Favoriete Performances registreren (p.100) voor instructies omtrent het registreren naar de favoriete Performance. 1. Druk op [LAYER/SPLIT] of [MIXER]. 2. Druk op [F5 (Perf List)] en dan op [F3 (Favorite)]. Het Favorite List verschijnt. fig _50 4. Druk op [F1 ( )] [F2 ( )] om de bank te selecteren, waarin u de Performance wilt registreren. 5. Druk op of om het nummer te selecteren, waarop u wilt registreren. Het getal dat u hier selecteert correspondeert met [F1]-[F8]. 6. Druk op [F6 (Regist)] om de registratie uit te voeren. * Druk op [EXIT] om te annuleren. Door op [F5 (Remove)] te drukken, kunt u de Performance registratie, die geselecteerd is in het Favorite List venster, annuleren. 3. Druk op of om een Performance nummer te selecteren. Druk op [F1 (PIJLTJE BOVEN)] [F7 ] om banks te wisselen. Druk op [F8 (Select)] om de patch te selecteren. Een Favoriete Performance registreren U kunt uw favoriete en meest frequent gebruikte Performances samenbrengen op één plek door ze te registreren in de Favoriete Performance. Door deze functie te gebruiken, kunt u snel favoriete Performances selecteren vanuit het Preset/User/Card gebied of een Wave uitbreidingskaart. U kunt in totaal 64 geluiden (48 geluiden x 8 banken) registreren als favoriete Performance. Het Layer venster gebruiken Een Part selecteren De op dat moment geselecteerde Part heet de current Part. 1. Gebruik of in het Layer venster om de Part te selecteren. fig _50 De geselecteerde Part wordt aangegeven met. zie: Bekijk Favoriete Performances registreren (p.100) voor details omtrent het selecteren van een favoriete Performance. 1. Selecteer de Performance, die u wilt registreren (p.99). 2. Druk op [F5 (Perf List)]. 100

101 In Performance modus spelen De Part selecteren die u wilt laten klinken (Keyboard Switch) Hier laten we u zien hoe u de Parts kunt selecteren, waarvan patch of ritme set te horen zullen zijn. Gebruik de check box voor elke Part om te specificeren of die Part gespeeld zal worden vanaf het keyboard. Dit noemen we de keyboard switch. 1. Gebruik [CURSOR] in het Layer venster om de cursor te verplaatsen naar KBD, en druk dan op [INC] om een vinkje (VINKJE) toe te voegen aan KBD. Wanneer u het keyboard bespeelt, zult u de huidige Part en de Parts met een vinkje horen. fig _50 Het geluid voor een Part selecteren Als u niet tevreden bent met de patch, die toegewezen is aan een Part, is het gemakkelijk om de patch te wisselen. Uit een lijstweergave selecteren 1. Selecteer de Part waarvan u het geluid wilt wisselen. 2. Duk op [F1 (Patch List)]. Het Patch List venster verschijnt. fig _50 * Druk op [EXIT] om te annuleren. Over de keyboard switch Gebruik de keyboard switch wanneer u meerdere geluiden die samen gelaagd zijn (Layer) wilt spelen of wanneer u verschillende geluiden aan verschillende gebieden van het keyboard toe wilt kennen (Split). Omgekeerd kunt u alle keyboard switches uitzetten, wanneer u data aan het creëren bent. 3. Gebruik of om een patch te selecteren. Als u op [F4 (Patch Categ)] drukt, zal de lijst de categorieën tonen. Als u op [F5 (Patch)] of [F6 (RHYTHM)] drukt, zal de lijst de patch groepen weergeven. fig _50 Om tussen groepen te wisselen, dient u op [F1 ( )] [F2 ( )]te drukken. Door op [F7 (Preview)] te drukken kunt u een patch proef laten spelen door gebruik te maken van een voorgeselecteerde frase die geschikt is voor dat type (categorie) patch (Phrase Preview). 4. Druk op [F8 (Select)] om de patch te selecteren. 101

102 In Performance modus spelen Geluiden combineren en samen spelen (Layer) In Performance modus kunt u de geluiden van alle Parts waarvan de Internal Switch aanstaat, en alle aangesloten Parts spelen. De Parts combineren zal een dikker, vetter geluid opleveren. fig e Part 1 (Rx ch.1) Part 2 (Rx ch.2) Part 15 (Rx ch.15) Part 16 (Rx ch.16) Een split Performance is één toepassing van een layer. Het veranderen van het toonbereik van iedere Part in de layer resulteert in een split. 1. Druk op [LAYER/SPLIT] om in het Layer venster te komen. 2. Druk op of om de Part te selecteren, die u wilt spelen. 3. Druk op [F3 (Key Range)]. 4. Druk op [F3 (KBD)], verplaats de cursor naar de keyboard switch en druk op [INC] om de keyboard switch die aangesloten is op de Part die u wilt horen, aan te zetten. KBD Switch: On 1 (Tx ch.1) 2 (Tx ch.2) Rx ch.: Receive Channel Tx ch.: Transmit Channel 15 (Tx ch.15) 16(Tx ch.16) 1. Druk op [LAYER/SPLIT] om in het Layer venster te komen. 2. Gebruik of om de Part te selecteren, die u wil spelen. Het Performance Edit venster verschijnt. 5. Om de lagere grens van het bereik in te stellen, dient u [F4 (Lower)] te gebruiken om de cursor naar de Key Range Lower te verplaatsen. Om de hogere grens van het bereik in te stellen, kunt u [F5 (Upper)] gebruiken om de cursor te verplaatsen naar Key Range Upper. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het bereik te specificeren. De balk boven het keyboard geeft het volledige toonbereik van de toetsen aan. Als u de Lower grens boven de Upper of de Upper limit onder de Lower grens in probeert te stellen, zal de andere waarde met dezelfde waarde veranderen. fig _50 3. Druk op [INC] om een vinkje toe te voegen aan de Part, die u wilt laten klinken. U kunt het vinkje verwijderen door op [DEC] te drukken. De balk, die boven het keyboard wordt weergegeven, geeft het bereik van de geselecteerde toetsen aan. Wanneer u het keyboard bespeelt, zult u de actuele Part en de Parts waarvan de keyboard switch een vinkje heeft horen. 4. Herhaal stappen om de Internal Switch aan te zetten voor alle Parts die aangesloten zijn op de Parts die u wilt spelen. Waarde: Key Range Lower: C-1 UPPER Key Range Upper: LOWER G9 Verschillende geluiden in verschillende gebieden van het keyboard spelen (Split) In Performance modus kunt u het keyboard verdelen en in elk gebied een andere patch spelen (dit heet split ). Aangezien het noot bereik die iedere Part speelt afzonderlijk gespecificeerd kan worden, kunt u het keyboard splitsen in maximaal 16 gedeelten. U kunt bijvoorbeeld snaren in het lagere bereik, piano in het hogere bereik en beide geluiden in het midden bereik spelen. fig e Door secties te specificeren voor verschillende Parts, zodat ze elkaar overlappen, kunt u twee of meer Parts alleen in een specifiek gedeelte combineren. 6. Wanneer u met het maken van de instellingen klaar bent, kunt u op [F8 (Close)] drukken om terug te keren naar het Performance Layer venster en beginnen met spelen. Part 1: Strijkers Part 1 + Part 2: (Strijkers + Piano) Part 2: Piano 102

103 In Performance modus spelen Het Mixer venster gebruiken Een Part selecteren De op dat moment geselecteerde Part heet de current Part. 1. Gebruik [F7 ( )] or [F8 ( )] in het Mixer 2 venster om de Part te selecteren. fig Huidige Part Het geluid voor een Part selecteren U kunt de patch, die toegewezen is aan een Part, wisselen. Uit een lijstweergave selecteren 1. Selecteer de Part waarvan u het geluid wilt wisselen. 2. Druk op [F1 (Patch List)]. Het Patch List venster verschijnt. fig _50 * Gebruik [CURSOR] om de Part te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] [DEC] om de Part te selecteren. U kunt ook meerdere Parts in het Mixer venster selecteren. 2. Druk op om de cursor te verplaatsen naar de onderkant van het scherm. * Druk op [EXIT] om te annuleren. 3. Gebruik of om een patch te selecteren. Als u op [F4 (Patch Categ)] drukt, zal de lijst de categorieën tonen. Als u op [F5 (Patch)] of [F6 (RHYTHM)] drukt, zal de lijst de patch groepen weergeven. fig _50 3. Druk op [INC] om KBD weer te laten geven en selecteer de Part die u wilt laten klinken. Wanneer u het keyboard bespeelt, zult u de Part op dat moment en de Parts waarvan de keyboard switch een vinkje heeft, horen. fig _50 Om tussen groepen te wisselen, dient u op [F1 ( )] [F2 ( )] te drukken. Door op [F7 (Preview)] te drukken, kunt u een patch proef laten spelen door gebruik te maken van een voorgeselecteerde frase die geschikt is voor dat type (categorie) patch (Phrase Preview). 4. Druk op [F8 (Select)] om de patch te selecteren. Over de keyboard switch Gebruik de keyboard switch, wanneer u meerdere geluiden die samen gelaagd zijn (Layer) wilt spelen of wanneer u verschillende geluiden aan verschillende gebieden van het keyboard toe wilt kennen (Split). Aan de andere kant kunt u alle keyboard switches uitschakelen, wanneer u data aan het creëren bent. 103

104 In Performance modus spelen In het Mixer venster selecteren 1. Druk op [MIXER] om in het MIXER venster te komen en gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar het patch nummer. fig De Part instellingen bewerken In het Mixer venster kunt u de volgende parameters voor iedere Part instellen. Performance Mixer1 venster Parameter Part Level (p. 108) Part Pan (p. 108) Part Reverb Send (p. 108) Part Chorus Send (p. 108) Solo Switch (p. 105) Mute Switch (p. 105) Weergegeven in het Mixer venster als Level Pan Rev Cho S M 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om een patch te selecteren. De ritme set selecteren 1. Druk op [MIXER] om in het Mixer venster te komen en gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de volgende locatie. fig Performance Mixer2 venster Parameter Keyboard Switch (p. 110) Arpeggio Part (p. 130) Pad Part (p. 161) Part Coarse Tune (p. 109) Output Assign (p. 108) Weergegeven in het Mixer venster als K A P Key Output Assign 1. Druk op [MIXER]. Het Performance Mixer1 venster verschijnt. * Druk op [F6] om tussen vensters te wisselen, wanneer u de parameters van het Performance Mixer2 venster wilt bewerken. fig _50 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om R te selecteren. De ritme set zal geselecteerd worden. 2. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de parameter die u wilt bewerken. 3. Gebruik of ([F7 ( )] of [F8 ( )]) om de cursor te verplaatsen naar de Part die u wilt bewerken. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de gewenste waarde in te stellen. De groene rand, die de vier Parts omkadert, correspondeert met de REALTIME CONTROL knoppen. 104

105 In Performance modus spelen Een Part selecteren om afzonderlijk te spelen (Solo) Wanneer u een song terugspeelt, kunt u ervoor kiezen om alleen een specifiek gedeelte ten gehore te brengen. 1. Druk op [MIXER] om in het Mixer venster te komen. 2. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de solo switch. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de SOLO switch aan/uit te zetten. fig _50 Het spelen van een specifieke Part dempen (Mute) Wanneer u met een song meespeelt, kunt u Parts die u niet wilt horen, wegdraaien (d.w.z. dempen). Dit geeft u de mogelijkheid om de melodie uit te zetten voor karaoke toepassingen of om het gedempte gedeelte te oefenen. 1. Druk op [MIXER] om in het Mixer venster te komen. 2. Gebruik om de cursor te verplaatsen naar de MUTE schakelaar. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om de MUTE schakelaar aan/uit te zetten. fig a_50 Deze instelling is gelinkt aan de Solo Part Select parameter (Part View venster) en kan opgeslagen worden als een Performance instelling. Part Mute zet de MIDI ontvangst schakelaar niet uit; in plaats daarvan wordt het volume op het laagste niveau ingesteld om het geluid te dempen. Om die reden kunnen MIDI berichten nog steeds ontvangen worden. Part Mute zet de MIDI ontvangst schakelaar niet uit; in plaats daarvan wordt het volume op het laagste niveau ingesteld om het geluid te dempen. Om die reden kunnen MIDI berichten nog steeds ontvangen worden. Pads gebruiken om Parts te dempen U kunt de Pads gebruiken om Part muting aan/uit te zetten. Pad nummer 1-16 corresponderen met Part nummers Druk op [MIXER] om in het Mixer venster te komen. 2. Druk op [F3 (Mute)]. De Muting Parts zullen met het Dynamic Pads venster verschijnen. Op dat moment zullen de Pads functioneren als mute aan/ uit knoppen. Iedere keer dat u op een Pad drukt, zal de muting aan of uitgeschakeld worden. Pad verlicht: gedempt Pad niet verlicht: niet gedempt Door op [F6 (All Mute)] te drukken worden alle Parts gedempt. Op [F7 (All Off)] drukken, zal er juist voor zorgen dat alle Parts niet gedempt worden. 105

106 In Performance modus spelen De Part instellingen in een lijst bekijken (Performance Part View) In Performance modus kunt u de Part instellingen in een lijst bekijken. Dit wordt het Part View venster genoemd. In dit venster kunt u een lijst bekijken, die direct de instellingen voor alle Parts laat zien, zoals de patch toegewezen aan iedere Part, en de volume en pan instellingen. U kunt deze instellingen hier bewerken en gedetailleerde instellingen maken, die niet in het Layer venster of Mixer venster gemaakt kunnen worden. 1. Ga naar het Performance Layer of Mixer venster. 2. Druk op [F2 (Part View)]. Het Part View venster verschijnt. Bekijk De Part instellingen in een lijst bekijken (Performance Part View) (p.107) voor details over deze instelling. fig _50 MIDI berichten bekijken voor iedere Part (Part Information) De ontvangststatus van MIDI boodschappen, die verschillende onderdelen besturen, kunnen voor iedere Part in Performance modus bekeken worden. Dit is handig, wanneer u wilt controleren of de geluidsgenerator correct reageert op het keyboard of op handelingen van een externe MIDI controller. 1. Ga naar het Performance Layer of Mixer venster (p.97). 2. Houd [SHIFT] ingedrukt, en druk op [F2 (Part Info)]. Het Part Information venster verschijnt. fig _50 3. Druk op [F1 (Level/Pan)]-[F8 (MIDI Filter)] om het venster te selecteren. 4. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Layer of Mixer venster. Uitvoeren met de Arpeggio/ Ritme functie Bekijk Arpeggio s spelen (p.128) en Ritmes spelen (p.135) voor details over het gebruik van Arpeggio en ritme functies. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC][DEC] om het bericht, dat u wilt controleren, te selecteren. Modulation: Modulatie berichten Breath: Breath berichten Foot Type: Foot type berichten Volume: Volume berichten Panpot: Panpot berichten Expression: Expressie berichten Hold 1: Hold 1 berichten Pitch Bend: Pitch Bend berichten Aftertouch: Aftertouch berichten Voices: Stemmen berichten (Het aantal stemmen gebruikt) 4. Druk op [F8 (Close)] om het venster te sluiten. Uitvoeren met de Realtime Controllers en D Beam controller Bekijk Instellingen maken voor de Realtime Controllers en D Beam controller (Ctrl) (p.114) voor details over deze instelling. 106

107 Een Performance creëren Met de Fantom heeft u totale controle over een grote variatie aan instellingen. Elk item, dat ingesteld kan worden, noemen we een parameter. Wanneer u de waarden van de parameters verandert, bent u aan het bewerken. Dit hoofdstuk verklaart de werkwijze die gebruikt wordt bij het creëren van performances en de functies van de Performance parameters. fig _50 De Part instellingen in een lijst bekijken (Performance Part View) In Performance modus kunt u de Part instellingen in een lijst bekijken. Dit wordt het Part View venster genoemd. In dit venster kunt u een lijst bekijken, waarin direct de instellingen voor alle Parts wordt weergegeven, zoals de patch toegewezen aan iedere Part, en de volume en pan instellingen. U kunt deze instellingen hier bewerken en gedetailleerde instellingen maken die niet in het Layer venster of Mixer venster gemaakt kunnen worden. 1. Ga naar het Performance Layer of Mixer venster. 2. Druk op [F2 (Part View)]. Het Part View venster verschijnt. fig _50 3. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wilt veranderen. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde in te stellen. * De naam van de parameter bij de cursor locatie wordt weergegeven in de onderste regel van het Part View venster. [F1 (Level/Pan)] Patch Type Stelt de toekenning van een patch (Patch) of ritme set (Rhythm) in voor iedere Part. Patch Bank 3. Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen, dient u op [EXIT] te drukken om terug te keren naar de LAYER/ SPLIT of het Mixer venster. Wanneer de cursor bij een patch groep of patch nummer staat, kunt u op [ENTER] drukken om het Patch Lijst venster te openen en een patch te kiezen uit de lijst (p.41). De parameters van iedere Part aanpassen 1. Ga naar het Part View venster. 2. Druk op [F1 (Level/Pan]-[F8 (MIDI Filter)] om de parameter te selecteren. Selecteert de groep waar de gewenste patch of ritme set bij hoort. Waarde USER: User(Gebruiker) PRA-H: Preset A-H GM: GM (GM2) CARD: Card (geheugenkaart) XP-A-D: Wave uitbreidingskaarten geïnstalleerd in EXP-A-D gleuven Patch nummer Selecteert de gewenste patch of ritme set op nummer. Waarde: 001- Keyboard Switch Specificeert voor iedere Part of de keyboard controller sectie aangesloten wordt op de interne geluidsgenerator of niet. Waarde: OFF,ON ( ) Solo Switch Vink deze instelling aan als u de Part zelf wilt horen spelen. Dit wordt solo spelen genoemd. Waarde: OFF, ON ( ) Mute Switch Dempt ( ) Parts of juist niet (OFF). Gebruik deze instelling, wanneer u het instrument bijvoorbeeld voor karaoke wilt gebruiken en de Part die de melodie speelt wilt dempen of wanneer u iets wilt spelen en daarbij gebruik maakt van een afzonderlijke geluidsmodule. Waarde: OFF, ON ( ) 107

108 Een Performance creëren De Mute Switch parameter zet de Part niet uit, maar stelt het volume in op een minimum zodat het geluid niet te horen is. Om die reden kunnen MIDI berichten nog steeds ontvangen worden. Part Level Past het volume van iedere Part aan. Het hoofddoel van deze instelling is het aanpassen van de volumebalans tussen twee Parts. Waarde: Part Pan Past de pan voor iedere Part aan. L64 bevindt zich helemaal links, 0 in het centrum en 63R helemaal rechts. Waarde: L R [F2 (Output Effect)] fig _50 Als de Mix/Parallel parameter ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). Als u Tone Out Assign ingesteld heeft op MFX, dient u de MFX Output Assign parameter (p.208) in te stellen om de output bestemming van het geluid dat door de multi-effecten is gepasseerd, te specificeren. Chorus en reverb worden altijd in mono uitgevoerd. De output bestemming van het signaal nadat het door de chorus is gepasseerd wordt ingesteld met de Chorus Output Select (p.209) en de Chorus Output Assign (p.209). De output bestemming van het signaal nadat het door de reverb is gepasseerd, wordt ingesteld met de Reverb Output Select (p.209). Part Output MFX Select (Part Output Muti- Effects Select) Van de drie types multi-effecten, die gelijktijdig gebruikt kunnen worden, kunt u specificeren welke multi-effecten gebruikt zullen worden. Waarde: 1-3 (MFX-1-MFX-3) Part Output Level Stelt het niveau van het signaal in dat naar de output bestemming gestuurd wordt, gespecificeerd door Part Output Assign. Waarde: zie: De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. Part Out Assign Specificeert voor iedere Part hoe het directe geluid uitgevoerd zal worden. Waarde MFX: Output in stereo door d.m.v. multi-effecten U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effecten heen loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effecten heen te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effecten heen te lopen. PAT: De output bestemming van de Part wordt bepaald door de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Part. Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. Part Chorus Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat voor iedere Part naar chorus gestuurd wordt. Waarde: Part Reverb Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat voor iedere Part naar reverb gestuurd wordt. Waarde: MFX1-3 Source Chorus Source Reverb Source De instellingen van een specifieke patch kunnen gebruikt worden als de instellingen voor MFX(1)-MFX3(3), chorus (C) en reverb (R). Deze instelling specificeert de Part waar deze patch aan toegekend is. Als er geen Part geselecteerd is, zullen de instellingen van de Performance gebruikt worden. Voor de volgende parameters kunnen instellingen afzonderlijk gemaakt worden voor alle multi-effecten (MFX1-MFX3) geselecteerd in Part Output MFX Select. 108

109 Een Performance creëren [F3 (Pitch)] fig _50 Eén cent is 1/100 ste van een halve toon. Part Mono/Poly Stel deze parameter in op MONO, wanneer de patch toegekend aan de Part monofonisch gespeeld moet worden of op POLY wanneer de patch polyfonisch gespeeld dient te worden. Als u de Mono/Poly instelling van de patch, die toegekend is aan de Part (p.77) wilt gebruiken, dient u dit in te stellen op PAT. Waarde: MONO, POLY, PAT zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. Part Octave Shift Past de toonhoogte van het geluid van de Part naar boven of naar beneden aan in eenheden van een octaaf (+/-3 octaven). Waarde: : Houd er rekening mee, dat wanneer een ritme set is toegekend aan een Part, indien de Octave Shift parameter wordt ingesteld, de ritme toon ook verandert. Part Coarse Tune Past de toonhoogte van het geluid van de Part naar boven of naar beneden aan in halve stappen (+4/-4 octaven). Waarde: Coarse Tune en Octave Shift De Coarse Tune en Fine Tune Parameters doen, samen met de Octave Shift parameter, allemaal hetzelfde voor het geluid, namelijk de toonhoogte van het geluid veranderen. Als bijvoorbeeld C4 (Midden C) gespeeld wordt m.b.v. de Coarse Tune parameter ingesteld op +12, zal de noot die geproduceerd wordt een C5 zijn (één octaaf boven C4). Als bijvoorbeeld C4 (Midden C) gespeeld wordt met de Octave Shift parameter ingesteld op +1, zal de geproduceerde noot ook een C5 zijn (één octaaf boven C4). Ze functioneren intern echter zeer verschillend. Wanneer de Coarse Tune parameter ingesteld is op +12, zal de toonhoogte zelf met één octaaf omhoog gaan. Aan de andere kant, wanneer de Octave Shift parameter ingesteld is op +1, is dat hetzelfde als de toetsen één octaaf hoger indrukken. Met andere woorden, gebruik de Coarse Tune parameter, wanneer u de toonhoogte aan het veranderen bent en de Octave Shift parameter, wanneer u de hele keyboard wilt aanpassen, bijvoorbeeld wanneer het aantal toetsen onvoldoende is. Part Fine Tune Past de toonhoogte van het geluid van de Part naar boven of naar beneden aan in stappen van 1 cent (+/-50 cents). Waarde: Deze instelling gaat niet op voor Parts, waaraan een ritme set is toegewezen. Part Legato Switch U kunt legato toevoegen wanneer u in mono aan het uitvoeren bent. De term legato refereert aan een speelstijl, waarin noten soepel verbonden zijn teneinde een vloeiend gevoel te creëren. Dit creëert een gelijkmatige overgang tussen noten, wat effectief is wanneer u de hammering-on en pulling-off technieken, die gebruikt worden door gitaristen, na wilt bootsen. Zet deze parameter op ON wanneer u de Legato functie wilt gebruiken en op OFF wanneer u dat niet wilt. Als u de Legato Switch instelling van de patch die toegekend is aan de Part wilt gebruiken (p.77), dient u dit op PAT in te stellen. Waarde: OFF, ON, PAT Deze instelling gaat niet op voor Parts waaraan een ritme set is toegewezen. Part Pitch Bend Range Specificeert de hoeveelheid toonhoogte verandering in halve tonen (2 octaven), die voor zal komen wanneer de Pitch Bend Lever verplaatst wordt. De hoeveelheid verandering wanneer de hendel schuin staat is ingesteld op dezelfde waarde voor zowel de linkerals de rechterkant. Als u de Pitch Bend Range instelling van de patch, die toegekend is aan de Part (p.67) wilt gebruiken, dient u dit op PAT in te stellen. Waarde: 0-24, PAT Part Portamento Switch Specificeert of portamento toegepast zal worden. Zet deze parameter op ON, wanneer u Portamento toe wilt passen en op OFF wanneer u dat niet wilt. Als u de Portamento Switch instelling van de patch, die toegekend is aan de Part (p.77) wilt gebruiken, dient u dit op PAT in te stellen. Waarde: OFF, ON, PAT Part Portamento Time Wanneer Portamento gebruikt wordt, specificeert dit de tijd, waarin de toonhoogte zal veranderen. Hogere instellingen zullen ervoor zorgen dat de toonhoogte verandering naar de volgende noot langer duurt. Als u de Portamento Time instelling van de patch, die toegekend is aan de Part (p.78), wilt gebruiken, dient u dit op PAT in te stellen. Waarde: 0-127, PAT 109

110 Een Performance creëren Deze instelling gaat niet op voor Parts waaraan een ritme set is toegewezen. [F4 (Offset)] fig _50 Release Time Offset van de patch en de Release Time Offset van de Part. Als de Time 4 parameter van de toon op 127 (maximum) staat ingesteld, zal er geen verandering geproduceerd worden in de Release time Offset, zelfs niet wanneer dit wordt ingesteld op een positieve waarde. Hetzelfde geldt voor de TVF envelope. Part Decay Time Offset Past de TVA /TVF Envelope Decay Time voor de patch of ritme set toegewezen aan een Part, aan. Waarde: [F5 (Key Range)] fig _50 zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. Part Cutoff Offset Past de cutoff frequentie voor de patch of ritme set toegewezen aan een Part, aan. Waarde: Patches hebben ook een Cutoff Offset instelling (p.61). De laatste Cutoff frequentie waarde is het totaal van de toon Cutoff Frequency waarde en de patch en Part Cutoff Offset waarden. Als de cutoff frequentie van de toon al op 127 (maximum) staat, zal er geen verandering geproduceerd worden wanneer de Cutoff Offset op een positieve waarde wordt ingesteld. Part Resonance Offset Past de Resonance voor de patch of ritme set toegewezen aan een Part, aan. Waarde: Patches beschikken ook over de Attack Time Offset instelling (p.62). De laatste TVA Envelope Attack time waarde is derhalve het totaal van de TVA Envelope Time 1 instelling van de toon, de Attack Time Offset van de patch en de Attack Time Offset van de Part. Als de Time 1 parameter van de toon al op 127 (maximum) staat ingesteld, zal er geen verandering geproduceerd worden als de Attack time Offset wordt ingesteld op een positieve waarde. Hetzelfde geldt voor de TVF envelope. Part Release Time Offset Past de TVA /TVF Envelope Release Time voor de patch of ritme set toegewezen aan een Part, aan. Waarde: Patches bevatten ook een Release Time Offset instelling (p.62). De laatste TVA Envelope release time waarde is daardoor het totaal van de TVA envelope Time 4 instelling van de toon, de zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. Specificeert of de controller (keyboard) sectie aangesloten zal worden op de interne geluidsgenerator en MIDI OUT, ongeacht de actuele Part. Normaalgesproken zult u dit uit hebben staan, maar u kunt het aanzetten, wanneer u geluiden in lagen (Layer) wilt spelen. Waarde: ON, OFF Keyboard Switch Specifieert, voor iedere Part of de keyboard controller sectie op de interne geluidsgenerator aangesloten zal worden. Waarde: ON, OFF Keyboard Range Lower (Part Keyboard Range Lower) Specificeert de laagste noot, waarin de toon voor iedere Part zal klinken. Waarde: C-1-UPPER Keyboard Range Upper (Part Keyboard Range Upper) Specificeert de hoogste noot, waarin de toon zal klinken voor iedere Part. Waarde: LOWER-G9 Wanneer het toonbereik (p.65) is ingesteld voor iedere afzonderlijke toon in een patch, worden geluiden geproduceerd in het gebied waar het toonbereik van elke toon en de het toonbereik voor de Part elkaar overlappen. 110

111 Een Performance creëren fig e Toonbereik voor Performance Toonbereik voor de Patch Het gebied waarin noten zullen spelen Als u de lagere toets boven de hogere toets probeert te zetten of de hogere toets onder de lagere toets, zal de andere waarde automatisch naar dezelfde waarde veranderen. Voice Reserve Deze instelling specificeert het aantal stemmen, dat gereserveerd zal worden voor elke Part, wanneer meer dan 128 stemmen gelijktijdig gespeeld worden. Waarde: 0-63, FUL Het totaal van de instellingen voor alle Parts mag nooit hoger zijn dan 128. Het resterende aantal beschikbare stemmen zal weergegeven worden op (rest=). Houd hier rekening mee als u Voice Reserve instellingen maakt. Part Velocity Sensitivity Offset Dit verandert het volume en cutoff frequentie voor elke Part afhankelijk van de snelheid, waarmee de toetsen worden ingedrukt. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten tot gevolg hebben dat de volume/ cutoff frequentie stijgt, dient u positieve(+) instellingen te maken voor deze parameter. Als u wilt dat krachtig gespeelde noten tot gevolg hebben dat de volume/cutoff frequentie daalt, dient u negatieve(-) instellingen te maken. Stel Velocity Sensitivity in op 0, wanneer u wilt dat geluiden spelen op een vaststaand volume en cutoff frequentie, ongeacht de kracht waarmee de toetsen worden bespeeld. Waarde: Patches bevatten ook een Velocity Sensitivity Offset instelling (p.62). De uiteindelijke Velocity Sensitivity Offset waarde is het totaal van de Velocity Sensitivity Offset parameter van de Part en Velocity Sensitivity Offset parameter van de patch. Bijgevolg, als de Velocity Sensitivity Offset parameter ingesteld is op 127 (maximum), zal er geen verandering in de Velocity Sensitivity Offset van de Part optreden, zelfs wanneer dit op een positieve waarde wordt ingesteld. Het aantal stemmen dat gebruikt wordt berekenen De Fantom-X kan maximaal 128 stemmen gelijktijdig spelen. De polyfonie of het aantal stemmen (geluiden) refereert niet alleen aan het aantal geluiden dat gespeeld wordt, maar verandert afhankelijk van het aantal tonen dat gebruikt wordt in de patches en het aantal waves die gebruikt wordt in de tonen. De volgende methode wordt gebruikt om het aantal geluiden te berekenen dat gebruikt wordt om één patch te spelen. (Aantal geluiden dat gespeeld wordt) x (Aantal tonen dat gebruikt wordt door Patches die gespeeld worden) x (Aantal waves gebruikt in de tonen). Realtime Stretch vereist twee keer de normale polyfonie. [F6 (Scale Tune)] fig _50 Part Vibrato Rate Past de vibrato snelheid (de snelheid, waarmee de toonhoogte gemoduleerd wordt) aan voor iedere Part. De toonhoogte zal sneller gemoduleerd worden bij hogere instellingen en langzamer bij lagere instellingen. Waarde: Part Vibrato Depth Past de diepte van het vibrato effect (de diepte, waarmee de toonhoogte gemoduleerd wordt) aan voor iedere Part. De toonhoogte zal krachtiger gemoduleerd worden bij hogere instellingen en langzamer bij lagere instellingen. Waarde: Part Vibrato Delay Past de tijd delay aan, totdat het vibrato (toonhoogte modulatie) effect begint. Hogere instellingen zullen een langere delay tijd geven, voordat vibrato begint, terwijl lagere instellingen een kortere tijd opleveren. Waarde: zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. Part Scale Tune (schaalstemming) C-B Maak scale tune instellingen voor iedere Part. Waarde: zie: Scale Tune wordt aan/uitgeschakeld d.m.v. de Scale Tune Switch parameter (p.232). 111

112 Een Performance creëren Receive switch Equal Temperament (standaard temperatuur) Dit afstellen verdeelt de octaaf in 12 gelijkwaardige Parts en is de meest gebruikte temperatuur methode gebruikt in westerse muziek. De Fantom-X gebruikt standaard temperatuur wanneer de Scale Tune Switch op OFF is ingesteld. Just Temperament (Tonic of C) (vals temperatuur) Vergelijkbaar met standaard temperatuur, met zuivere triolen in deze stemming. Deze stemming wordt echter alleen met één toets bereikt, en de drieklanken zullen dubbel klinken als u transponeert. Arabische toonladder In deze schaal zijn E en B een kwart noot lager en C#, F# eng# een kwart noot hoger vergeleken met standaard temperatuur. De tussenpauze tussen G en B, C en E, F en G#, Bb en C# en Eb en F# hebben een natuurlijke derde- de interval tussen een derde majeur en een derde mineur. Bij de Fantom-X kunt u Arabian temperatuur gebruiken bij de drie toetsen van G, C en F. <Voorbeeld> Noot naam Standaard temperatuur [F7 (External)] Vals temperatuur (tonische C C C# D Eb E F F# G G# A Bb B Arabische toonladder Specificeer voor iedere Part of MIDI berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Als dit op OFF staat, zal de Part niet reageren. Normaalgesproken zult u dit op ON laten staan, maar u kunt het op OFF zetten, wanneer u niet wilt dat een specifieke Part speelt tijdens het afspelen van de song. Waarde: OFF, ON Receive Channel Specificeert het MIDI ontvangstkanaal voor iedere Part. Waarde: 1-16 Ext Bank Select MSB (External Bank Select MSB) Als u een Bank Select nummer MSB (controller nummer 0) ook wilt overbrengen, wanneer u tussen Performances wiselt, dient u de waarde te specificeren (0-127) voor iedere Part. Als u niet wilt dat deze boodschap overgebracht wordt, moet u dit op OFF zetten. Waarde: 0-127, OFF De data van de Part, waarvoor de keyboard switch uitgeschakeld staat, zal niet overgebracht worden. Ext Bank Select LSB (External Bank Select LSB) Als u een Bank select nummer LSB (controller nummer 32) ook wilt overbrengen, wanneer u tussen Performances wisselt, dient u de waarde te specificeren (0-127) voor iedere Part. Waarde: 0-127, OFF De data van de Part, waarvoor de keyboard switch uitgeschakeld staat, zal niet overgebracht worden. Ext Program nummer (External Program Change Number) Als u een Program Change nummer ook wilt overbrengen wanneer u tussen Performances wisselt, dient u de waarde te specificeren (0-128) voor iedere Part. Als u niet wilt dat deze boodschap overgebracht wordt, moet u dit op OFF zetten. Waarde: 0-128, OFF fig _50 De data van de Part, waarvoor de keyboard switch uitgeschakeld staat, zal niet overgebracht worden. Ext Level (External Level) Als u Volume berichten ook wilt overbrengen, wanneer u een Performance selecteert, dient u de gewenste waarde (0-127) te specificeren voor de Part. Als u niet wilt dat dit bericht overgebracht wordt, moet u dit op OFF zetten. Waarde: 0-127, OFF zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. De data van de Part, waarvoor de keyboard switch uitgeschakeld staat, zal niet overgebracht worden. 112

113 Een Performance creëren Ext Pan (External Pan) Als u Pan berichten ook wilt overbrengen, wanneer u een Performance selecteert, dient u de gewenste waarde (L R) te specificeren. Als u niet wilt dat dit bericht overgebracht wordt, moet u dit op OFF zetten. Waarde: L R, OFF Deze berichten zullen niet overgebracht worden door Parts waarvan de keyboard Switch uitstaat. [F8 (MIDI Filter)] fig _50 Polyphonic Key Pressure (Receive Polyphonic Key Pressure Switch) Specificeer of MIDI Polyphonic Key Pressure berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Modulation (Receive Modulation Switch) Specificeer of MIDI Modulation berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Volume (Receive Volume Switch) Specificeer of MIDI Volume berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Pan (Receive Pan Switch) zie: Bekijk De parameters van iedere Part aanpassen (p.107) voor details over deze instellingen. MIDI filter Program Change (Receive Program Change Switch) Specificeer of MIDI Program Change berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Bank Select (Receive Bank Select Switch) Specificeer of MIDI Bank Select berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Pitch Bend (Receive Pitch Bend Switch) Specificeer of MIDI Pitch Bend berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken, en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Channel Pressure (Receive Channel Pressure Switch) Specificeer of MIDI Channel Pressure berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Specificeer of MIDI Pan berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Expression (Receive Expression Switch) Specificeer of MIDI Expression berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Hold-1 (Receive Hold 1 Switch) Specificeer of MIDI Hold 1 berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF) voor ieder MIDI kanaal. Een vinkje toekennen ( ) zal ontvangst mogelijk maken en het vinkje verwijderen zal ontvangst onmogelijk maken. Phase Lock (Phase Lock Switch) Stel Phase Lock in op (ON), wanneer u de discrepanties in timing van Parts, die gespeeld worden op hetzelfde MIDI kanaal, wilt onderdrukken. Wanneer de Phase Lock parameter ingesteld is op ON, worden Parts van hetzelfde MIDI kanaal in een toestand geplaatst waarin timing in overeenstemming gebracht wordt, wat de mogelijkheid geeft om gelijktijdig gespeeld te worden. Bijgevolg kan een zekere hoeveelheid tijd ontstaan tussen ontvangst van de noot berichten en het spelen van de geluiden. Zet deze instelling alleen op ON als het nodig is. Velocity Curve Velocity Curve selecteert voor ieder MIDI kanaal één van de volgende vier Velocity Curve types die het beste passen bij de aanraking van de aangesloten MIDI keyboard. Stel dit in op OFF als u de eigen aanslagsterkte curve van de MIDI keyboard gebruikt. 113

114 Een Performance creëren Waarde: OFF, 1-4 fig De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om de parameters toe te kennen, die beïnvloed worden wanneer u de realtime control knoppen, voetschakelaars, D Beam, Pitch Bend of modulatie hendel gebruikt. Dit geeft u de mogelijkheid om het geluid, door gebruik te maken van de controllers, op verschillende manieren te veranderen. bewaren, kunt u op [EXIT] drukken om terug te keren naar het Performance Layer of Mixer venster. Als u terugkeert naar het Performance PLAY venster zonder op te slaan, zal de display een * aangeven en u eraan herinneren dat de Performance instellingen gewijzigd zijn. Als u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert, terwijl de display * aangeeft, zal uw bewerkte Performance verloren gaan. Instellingen maken voor de Realtime Controllers en de D Beam controller (Ctrl) fig _50 1. Ga naar de Performance Layer of het Mixer venster en selecteer de Performance, waarvan u de instellingen wilt veranderen (p.99). Als u een Performance vanuit het niets wilt creëren (liever dan te beginnen met een al bestaande Performance), dient u de Initialize handeling uit te voeren (p.119). 2. Druk op [F4 (Ctrl Setting)]. Het Control Setting (Performance) venster verschijnt. fig _50 zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. D Beam (Pad Trigger) In plaats van zelf op de Pads te slaan, kunt u ook de D Beam controller gebruiken om het geluid van de Pads te regelen. 3. De parameters zijn georganiseerd in diverse bewerkingsgroepen. Druk op [F1 ( )] [F2 ( )] om de tab voor de bewerkingsgroep te selecteren die de parameter bevat die u wenst te bewerken. 4. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wilt veranderen. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de gewenste waarde te krijgen. 6. Herhaal stappen 3-5 om elke parameter die u wilt bewerken, in te stellen. 7. De instellingen voor de Solo Synth worden bewaard voor de systeeminstellingen. Druk op [F8 (System Write)] om het wegschrijven uit te voeren. 8. De instellingen in het Control Setting venster worden onafhankelijk van elke Performance opgeslagen. Als u de wijzigingen die u gemaakt heeft wilt opslaan, dient u op [WRITE] te drukken (p.120). Als u de veranderingen niet wilt PAD trigger instellingen worden afzonderlijk opgeslagen voor iedere Performance als onderdeel van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren waarbij doeltreffend gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. Pad number Specificeert het Pad nummer dat beïnvloed wordt door de D Beam. Wanneer de cursor zich bij deze parameter bevindt, kunt u deze instelling ook maken door op de gewenste Pad te slaan. Waarde: 0-16 Pad velocity Specificeert de kracht van het Pad geluid gespeeld door de D Beam controller. Waarde: Pad Control Mode Dit specificeert hoe de D Beam zich zal gedragen, wanneer het geblokkeerd wordt. Als dit ingesteld is op MOMENTARY, zal de parameter alleen aan gaan als de D Beam geblokkeerd wordt, de 114

115 Een Performance creëren parameter zal uitgaan wanneer u stopt met blokkeren. Als dit ingesteld is op LATCH, zal de parameter afwisselend aan/uit geschakeld worden iedere keer wanneer u de D Beam blokkeert. Waarde: MOMENTARY, LATCH D Beam (Solo Synth) U kunt de D Beam controller gebruiken om op een vergelijkbare manier te spelen als bij mono synth. fig _50 OSC 1 /2 Fine Tune Past de toonhoogte van de klank naar boven of naar beneden aan in stappen van 1 cent. Waarde: OSC2 Level Past het OSC2 niveau aan. Waarde: OSC Sync Switch Door deze knop aan te zetten kan een complex geluid met veel harmonie geproduceerd worden. Dit is effectief, wanneer de OSC1 toonhoogte hoger is dan de OSC2 toonhoogte. Waarde: OFF,ON Filter Type zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. Wanneer u op [F7 (Panel View)] drukt, zal het Panel View venster verschijnen, die de bovenstaande parameters op een grafische manier weergeeft en daarmee een analoge synthesizer nabootsen. In het Panel View venster kunt u op [F2 (Image View)] drukken om het Image View venster te openen, waar u een grafische indicatie van de D Beam output waarde kunt bekijken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Control Setting venster. Instellingen voor de Solo Synth worden opgeslagen voor systeeminstellingen. OSC 1 /2 Waveform Selecteer de Waveform. SAW is een sawtooth wave, en SQR is een square wave. Waarde: SAW, SQR OSC 1 /2 Pulse Width Specificeert de pulse width van de Waveform. Door de pulse width cyclisch te veranderen, kunt u subtiele veranderingen in de toon creëren. * De Pulse Width is geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met OSC 1/2 Waveform. Waarde: OSC 1 /2 Coarse Tune Past de toonhoogte van de klank naar boven of naar beneden aan in halve stappen. (-4 /+4 octaven). Waarde: Selecteert het type filter. OFF: Er wordt geen filter gebruikt. LPF: Low Pass filter. Dit reduceert het volume van alle frequenties boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) om af te ronden of het geluid minder helder te maken. Dit is het meest algemene filter dat gebruikt wordt in synthesizers. BPF: Band Pass Filter. Dit laat alleen de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) staan en snijdt de rest eruit. Dit kan nuttig zijn, wanneer u kenmerkende geluiden wilt produceren. HPF: High Pass Filter. Dit snijdt de frequenties in de regio onder de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) eruit. Dit is geschikt voor het creëren van percussie geluiden, waarbij de nadruk ligt op de hogere tonen. PKG: Peaking Filter. Dit legt de nadruk op de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency). U kunt dit ook gebruiken om wah-wah effecten te creëren door een LFO te gebruiken om de cutoff frequentie cyclisch te veranderen. Cutoff Selecteert de frequentie, waarop het filter een effect begint te hebben op de frequentie componenten van de Waveform. Waarde: Resonance Legt de nadruk op het gedeelte van het geluid in de regio van de cutoff frequentie, waardoor karakter aan het geluid wordt toegevoegd. Extreem hoge instellingen kunnen trillingen veroorzaken waardoor het geluid vervormd wordt. Waarde: Level Stelt het volume in. Waarde: Chorus Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar chorus. Waarde:

116 Een Performance creëren Reverb Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar reverb. Waarde: LFO Rate Past de modulatie snelheid aan van de LFO. Waarde: LFO OSC 1 Pitch Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de OSC 1 pitch zal moduleren. Waarde: LFO Osc 2 Pitch Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de OSC 2 pitch zal moduleren. Waarde: LFO Osc 1 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de pulse width van de OSC1 wavevorm zal moduleren. * De pulse width wordt geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met OSC1/2 Waveform. Waarde: LFO Osc 2 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de pulse width van de OSC2 wavevorm zal moduleren. * De pulse width wordt geactiveerd wanneer SQR geselecteerd is met OSC1/2 Waveform. Waarde: Range (Solo synth range) Specificeert het bereik waarin de toonhoogte van de solo synth zal variëren. Waarde: 2 OCTAVEN, 4 OCTAVEN, 8 OCTAVEN D Beam (assignable) Door een variatie aan functies aan de D Beam controller toe te kennen, kunt u verschillende effecten op het geluid in real time toepassen. fig _50 De instellingen voor de ASSIGNABLE worden onafhankelijk voor iedere Performance als Part van de Performance instellingen opgeslagen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, die effectief gebruik maken van controller instellingen. Type (Assignable Type) Specificeert de functie geregeld door de D Beam controller. Waarde CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change boodschappen. Bend up: Verhoogt de toonhoogte in halve stappen (tot vier octaven hoger). Bend Down: Verlaagt de toonhoogte in halve stappen (tot vier octaven lager). Start/stop: Start/stopt de sequencer. TAP Tempo: Tap tempo (een tempo gespecificeerd door de tussentijd waarin u uw hand over de D Beam controller beweegt). Arp Grid: Arpeggio Grid Arp Duration: Past de duur van iedere gearpeggieerde noot aan. Arp Motif: Arpeggio patroon Arp Oct Up: Het bereik waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omhoog gaan (maximaal 3 octaven). Arp Oct Down: Het bereik waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omlaag gaan (maximaal 3 octaven). Range Min (D Beam Range Lower) Specificeert de ondergrens van het bereik van de D Beam controller. Waarde: Range Max (D Beam Range Upper) Specificeert de bovengrens van het bereik van de D Beam controller. Door Range Max onder Range Min in te stellen, kunt u de volgorde van verandering omdraaien. Waarde: zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. 116

117 Een Performance creëren Knob fig _50 Switch fig _50 zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. Knob parameters zijn alleen geldig, wanneer de REALTIME CONTROL knop ingesteld is op ASSIGNABLE. Knob assign 1-4 (Realtime Control Knob Assign1-4) Specificeert de functies, die door de [ ] knoppen bestuurd zullen worden. Waarde CC01-31, 33-95:Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. Pitch Bend: Pitch Bend Aftertouch: Aftertouch Arp Style: Arpeggio Stijl Arp Grid: Arpeggio schema Arp Duration: Past de tijdsduur van elke gearpeggieerde noot aan Arp Motif: Arpeggio patroon Chord Form: Akkoord vorm Master Level: Het volume van de hele Fantom-X. * Master Level past het volume van zowel de OUTPUT A jacks als de DIGITAL OUT jack aan. De VOLUME knop aan de voorkant van het paneel past alleen het volume van de OUTPUT A jacks aan. zie: Bekijk De parameter selecteren die geregeld wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. Switch 1 /2 (Toekenbare switch 1-2) Specificeer de functies die bestuurd worden m.b.v. [ ]/[ ] knoppen. Waarde Transpose Down: Verlaagt het toonbereik in halve stappen (tot 5 halve tonen lager). Transpose Up: Verhoogt het toonbereik in halve stappen (tot 6 halve tonen hoger). Tap Tempo: Tap Tempo (een tempo gespecificeerd door de interval, waarin u de knop indrukt). Mono/Poly: Ingedrukt om tussen het polyfonisch (POLY) en monofonisch (MONO) spelen van een patch te wisselen. Portamento: Portamento aan/uit Hold: Hold play aan/uit MFX1-3 Sw: Multi-effect 1-3 schakelaar Chorus Sw: Chorus schakelaar Reverb Sw: Reverb schakelaar Mastering Sw: Mastering schakelaar Loop: Loop play aan/uit Rhythm Start/Stop: Ritme patroon terugspelen aan/uit 117

118 Een Performance creëren Tempo fig _50 Control Switch instellingen (Ctrl Switch) U kunt controller switch aan/uit instellingen veranderen voor elke patch of Performance. 1. Druk op [F7 (Ctrl Switch)] in het Control Setting (Performance) venster. fig _50 zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. Aanbevolen tempo Als u het sequencer tempo wilt veranderen, wanneer u Performances wisselt, dient u het tempo te specificeren dat op deze verandering moet volgen. Deze instelling is bruikbaar wanneer de Seq Tempo Override parameter op ON staat. Om deze instelling aan te zetten, dient u de tempo Override parameter (p.227) aan te zetten. Waarde: * Deze waarde wordt onafhankelijk voor iedere Performance gespecificeerd. Dit betekent dat wanneer u tussen performances wisselt, de tempo instelling van de Fantom-X zal veranderen. * Het sequencer tempo zal overschreven worden door het nieuwe tempo, wanneer u tussen performances wisselt. MFX Ctrl Ch fig _50 2. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wilt veranderen. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de gewenste waarde te krijgen. 4. Herhaal stappen 2-3 om iedere parameter in te stellen, die u wilt bewerken. 5. Druk op [F8 (EXIT)] om terug te keren naar het voorgaande venster. Control Bender (Control Pitch Bend Switch) Specificeer of MIDI Pitch Bend boodschappen overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Control Aftertouch (Control Aftertouch Switch) Specificeer of MIDI Aftertouch boodschappen overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Control Modulation (Control Modulation Switch) zie: Bekijk De parameter selecteren die bestuurd wordt door de Realtime Controllers of de D Beam controller (Control setting) (p.114) voor details over deze instelling. MFX 1-3 Control Channel Selecteer het kanaal, waarop het multi-effect toegepast zal worden. Verander hier de multi-effect parameters in realtime, wanneer de MFX1-3 Source parameter ingesteld is op Prf. Stel dit in op OFF, wanneer de Multi-effects Control niet gebruikt wordt. Waarde: 1-16, OFF Specificeer of MIDI modulatie boodschappen overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Control Hold Pedal (Control Hold Pedal Switch) U kunt specificeren of Control berichten van een pedaal aangesloten op de HOLD PEDAL jacks, overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Control Pedal (Control Pedal Switch) U kunt specificeren of Control berichten van een pedaal aangesloten is de CONTROL PEDAL jacks, overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON 118

119 Een Performance creëren Control D Beam (Control D Beam Switch) Specificeert of elke Part door de D Beam bestuurd zal worden. Waarde: OFF, ON Control Knob (Control Knob Switch) Specificeert of elke Part door de Control knop bestuurd zal worden. Waarde: OFF, ON Effecten instellen voor een Performance (Effecten/MFX/MFX Control/Chorus/Reverb) zie: Voor details betreffende effecten instellingen kunt u de pagina s hieronder bekijken: Effecten toepassen in Performance modus (p.210) Multi-effecten instellingen maken (MFX1-3) (p.213) Chorus instellingen maken (Chorus) (p.215) Reverb instellingen maken (Reverb) (p.216) De instellingen van de Patch toegekend aan een Part veranderen Wanneer patches in Performance modus gebruikt worden, zullen sommige instellingen, zoals de effecten instellingen, beïnvloed worden door Performance instellingen. Als u een patch wilt bewerken, terwijl u beluistert hoe het in de Performance zal klinken, dient u deze procedure te gebruiken: * Hier leggen we uit hoe u de instelling van een patch die toegewezen is aan een Part kunt veranderen. De procedure voor het veranderen van instellingen van ritme sets is hetzelfde. Vervang dan ritme set voor patch. 1. Zorg ervoor, dat de Performance modus geselecteerd is. 2. Druk op [PATCH EDIT]. De patch, die toegekend is aan de Part, wordt weergegeven in het Patch Edit venster. fig _50 Performance instellingen initialiseren (Init) Initialiseren staat voor het terugbrengen van de instellingen van het op dat moment geselecteerde geluid naar een standaard instelling. De Initialize handeling zal alleen invloed hebben op het op dat moment geselecteerde geluid. De geluiden die opgeslagen zijn in het gebruikersgeheugen zullen niet beïnvloed worden. Als u alle instellingen van de Fantom-X terug wilt brengen naar de fabrieksinstellingen, dient u een Factory Reset uit te voeren (p.235). 1. Selecteer de Performance, die u wilt initialiseren (p.99). 2. Houd [SHIFT] ingedrukt, en druk op [F1 (Init)]. Het Performance Initialize venster verschijnt. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op of om het initialisatie type te selecteren. DEFAULT: Stelt de op dat moment geselecteerde Performance in het tijdelijk geheugen terug naar de standaardwaarden. Gebruik deze instelling, wanneer u een geluid vanuit het niets wilt creëren. SOUND CONTROL: Initialiseert de waarden van de volgende Part parameters. Cutoff Reset, Resonance Offset, Attack Time Offset, Release Time Offset, Decay Time Offset, Vibrato Rate, Vibrato, Depth, Vibrato Delay. 4. Druk op [F8 (Select)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 5. Druk op [F8 (Exec)]. De initialisatie zal uitgevoerd worden en u keert terug naar het voorgaande scherm. Om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 3. De rest van de procedure is hetzelfde als wanneer u veranderingen in Patch modus maakt (p.56). 119

120 Een Performance creëren Een Performance die u gecreëerd hebt opslaan (Write) Veranderingen, die u aanbrengt in geluidsinstellingen, zijn tijdelijk en zullen verloren gaan wanneer u het apparaat uitzet of een ander geluid selecteert. Als u het gewijzigde geluid wilt behouden, moet u het opslaan in het interne user gebied (gebruikersgeheugen) of op een geheugenkaart. Wanneer u de instellingen van een Performance verandert, zal het Performance Layer venster * aangeven. Op het moment dat u de Performance in het gebruikersgeheugen opslaat, gaat het * weg. Wanneer u de procedure voor opslaan uitvoert, zal de data die zich eerder bevond in de opslag bestemming verloren gaan. 1. Zorg ervoor dat de patch die u wilt bewaren geselecteerd is. 2. Druk op [WRITE]. Het Write menu venster verschijnt. fig _50 5. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, kunt u op [F8(Write)] drukken. Er verschijnt een venster dat u de mogelijkheid geeft om de schrijf bestemming Patch te selecteren. fig _50 6. Druk op [F1 ( )] or [F2 ( )] om de schrijf bestemming te selecteren. Draai dan aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om het Performance nummer te selecteren. De schrijf bestemming kan zich zowel de interne user area (User) als op een geheugenkaart (Card) bevinden. 7. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. Zet de Fantom-X nooit uit terwijl data wordt opgeslagen. 8..Druk op [F8 (Exec)] om de het opslaan uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om de handeling te annuleren. Wanneer de instellingen voor de patch of ritme set toegewezen aan een Part in een Performance veranderd worden 3. Druk op [F1 (Perf)]. * Als alternatief kunt u of gebruiken om Performance te selecteren en dan op [ENTER] drukken. Het Performance Write venster verschijnt. fig _50 Als u een patch of ritme set toegewezen aan een Part in een Performance heeft bewerkt en dan probeert om de Performance op te slaan zonder eerst de bewerkte patch of ritme set op te slaan, zal het volgende bericht verschijnen. fig _50 In zulke gevallen dient u eerst de patches en ritme sets op te slaan, en dan pas de Performance op te slaan. 4. Ken een naam toe aan de Performance. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toekennen van namen. 120

121 Het geluid in real time veranderen U kunt de D Beam controller, realtime controllers, voetschakelaars of een pedaal gebruiken om het geluid te veranderen terwijl u aan het uitvoeren bent. 4. Om de D Beam controller uit te zetten, dient u nogmaals op de knop te drukken, die u in stap 2 heeft ingedrukt, zodat de indicator uitgaat. Hier zullen we de procedures en instellingen voor het gebruik van deze functies in Patch modus uitleggen. De handelingen zijn hetzelfde als in Performance modus. Uw hand over de D Beam controller bewegen om het geluid te veranderen (D Beam controller) De D Beam controller kan gebruikt worden door uw hand er simpelweg over heen te bewegen. Hiermee kunt u verschillende effecten toepassen, afhankelijk van de functie die eraan toegekend is. U kunt ook effecten creëren, waarin het geluid onmiddellijk verandert, op een manier die niet mogelijk zou zijn als u een knop of de hendel zou gebruiken. Bij de Fantom-X kan de D Beam controller niet alleen gebruikt worden om de geluiden die toegekend zijn aan de Keyboard Part of Pad Part te veranderen, maar ook om de toonhoogte van een mono (solo) synthesizer geluid te regelen. 1. Ga naar het Patch Play venster (p.38). Het volgende gebied van het venster is het D Beam controller display gebied. fig Als Performance modus geselecteerd is, wordt de D Beam controller aan/uit instelling opgeslagen voor iedere Performance als onderdeel van de Performance instellingen. Het bruikbare gebied van de D Beam controller fig De volgende tekening geeft het bruikbare gebied van de D Beam controller aan. Uw hand bewegen buiten dit gebied zal geen effect hebben. De respons van de D Beam controller kan ook in het D Beam gebied van de display bekeken worden. Dit wordt grafisch weergegeven als een balk die langer wordt als uw hand dichter bij komt en korter wanneer u uw hand verder weg haalt. fig Het bruikbare gebied van de D Beam controller zal extreem klein worden, wanneer het gebruikt wordt in direct, sterk zonlicht. Wees hier a.u.b. attent op, wanneer u de D Beam controller buiten gebruikt. 2. Druk op de D Beam [PAD TRIGGER], [SOLO SWITCH] of [ASSIGNABLE] knop om de D Beam controller aan te zetten. fig De gevoeligheid van de D Beam controller zal veranderen afhankelijk van de hoeveelheid licht in de nabijheid van het apparaat. Als het niet functioneert zoals u verwacht, dient u de gevoeligheid aan te passen, die past bij de lichtomstandigheden van uw locatie. Deze waarde vergroten zal de gevoeligheid verhogen (p.226). ASSIGNABLE knop: Regelt de functie toegekend aan de D Beam controller. PAD TRIGGER knop: Gebruik de D Beam controller om geluiden te spelen i.p.v. op de Pads te slaan. SOLO SYNTH knop: Geeft u de mogelijkheid om de D Beam als een mono synthesizer te gebruiken. 3. Terwijl u het keyboard of Pads bespeelt om geluid te produceren, plaatst u uw hand over de D Beam controller en beweegt u deze langzaam heen en weer. Een effect zal op het geluid toegepast worden, afhankelijk van de functie die toegekend is aan de D Beam controller. 121

122 Het geluid in real time veranderen Instellingen maken voor de D Beam controller Toekenbaar U kunt verschillende functies toekennen aan de D Beam controller en een grote hoeveelheid effecten op het geluid in real time toepassen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op D BEAM [ASSIGNABLE]. Het Assignable venster verschijnt. fig _50 Range Min (D Beam Range Lower) Specificeert de ondergrens van het bereik van de D Beam controller. Waarde: Range Max (D Beam Range Upper) Specificeert de bovengrens van het bereik van de D Beam controller. Door Range Max onder Range Min in te stellen, kunt u de volgorde van verandering omdraaien. Waarde: De instellingen voor de ASSIGNABLE worden onafhankelijk voor iedere Performance opgeslagen als Part van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, waarbij effectief gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. Als Patch modus geselecteerd is, wordt dit opgeslagen als deel van de systeeminstellingen. Als u de instellingen wilt opslaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. 2. Verplaats de cursor naar de parameter die u wilt instellen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 3. Druk op [EXIT]. Het Assignable venster zal sluiten. Type Specificeert de functie geregeld door de D Beam controller. Waarde CC01-31, 33-95:Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. Bend up: Regelt de toonhoogte zoals gespecificeerd door de Pitch Bend Range Up instelling (p.67). Bend Down: Regelt de toonhoogte zoals gespecificeerd door de Pitch Bend Range Down instelling (p.67). Start/stop: Start/stopt de sequencer. TAP Tempo: Tap tempo (een tempo gespecificeerd door de tussentijd waarin u uw hand over de D Beam controller beweegt). Arp Grid: Arpeggio spoor Arp Duration: Past de duur van iedere gearpeggieerde noot aan. Arp Motif: Arpeggio patroon Arp Oct Up: Het bereik waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omhoog gaan (maximaal 3 octaven). Arp Oct Down: Het bereik waarin de arpeggio te horen zal zijn, zal in stappen van één octaaf omlaag gaan (maximaal 3 octaven). Arp Step: Regelt de afspeelpositie van het arpeggio patroon. Aftertouch: Aftertouch Pad Trigger (Pad-gerelateerde instellingen) U kunt de D Beam controller gebruiken om de Pads te besturen als alternatief voor het slaan op de Pads zélf. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op D Beam [PAD TRIGGER]. Het Pad Trigger venster verschijnt. fig _50 2. Verplaats de cursor naar de parameter die u wilt instellen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 3. Druk op [EXIT]. Het Pad Trigger venster zal sluiten. Pad number Specificeert het Pad nummer, dat beïnvloed wordt door de D Beam. Wanneer de cursor zich bij deze parameter bevindt, kunt u deze instelling ook maken door op het gewenste Pad te slaan. Waarde: 0-16 Pad velocity Specificeert de kracht van het Pad geluid gespeeld door de D Beam controller. Waarde:

123 Het geluid in real time veranderen Pad Control Mode Dit specificeert, hoe de D Beam zich zal gedragen, wanneer het geblokkeerd wordt. Als dit ingesteld is op MOMENTARY zal de parameter alleen aan gaan als de D Beam geblokkeerd wordt, de parameter zal uitgaan wanneer u stopt met blokkeren. Als dit ingesteld is op LATCH, zal de parameter afwisselend aan/uit geschakeld worden iedere keer wanneer u de D Beam verspert. Waarde: MOMENTARY, LATCH PAD trigger instellingen worden onafhankelijk voor iedere Performance opgeslagen als Part van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, waarbij effectief gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. Als Patch modus geselecteerd is, wordt dit opgeslagen als deel van de systeeminstellingen. Als u de instellingen wilt opslaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. Solo Synth Op de Fantom-X kunt u een mono synthesizer bespelen, waarvan de toonhoogte door de D Beam geregeld wordt. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op D Beam [SOLO SYNTH]. Het Solo Synth venster verschijnt. fig _50 OSC 1 /2 Waveform Selecteer de Waveform. SAW is een sawtooth wave, en SQR is een square wave. Waarde: SAW, SQR OSC 1 /2 Pulse Width Specificeert de pulse width van de Waveform. Door de pulse width cyclisch te veranderen, kunt u subtiele veranderingen in de toon creëren. * De Pulse Width is geactiveerd wanneer SQR geselecteerd is met OSC 1/2 Waveform. Waarde: OSC 1 /2 Coarse Tune Past de toonhoogte van het toongeluid naar boven of naar beneden aan in halve stappen. (-4 /+4 octaven). Waarde: OSC 1 /2 Fine Tune Past de toonhoogte van het toongeluid naar boven of naar beneden aan in stappen van 1 cent. Waarde: OSC2 Level Past het OSC2 niveau aan. Waarde: OSC1 Sync Switch Door deze knop aan te zetten, kan een complex geluid met veel harmonie geproduceerd worden. Dit is effectief wanneer de OSC1 toonhoogte hoger is dan de OSC2 toonhoogte. Waarde: OFF,ON Filter Type Wanneer u op [F6 (Panel View)] drukt, zal het Panel View venster verschijnen, die de bovenstaande parameters op een grafische manier weergeeft en daarmee een analoge synthesizer nabootst. In het Panel View venster kunt u op [F2 (Image View)] drukken om het Image View venster te openen, waar u een grafische indicatie van de D Beam output waarde kunt bekijken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Control Setting venster. 2. Verplaats de cursor naar de parameter die u wilt instellen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 3. Als u de instellingen op wilt slaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. 4. Als u op [EXIT] drukt zal het Assignable venster sluiten. Instellingen voor de Solo Synth worden opgeslagen voor systeeminstellingen. Selecteert het type filter. OFF: Er wordt geen filter gebruikt. LPF: Low Pass filter. Dit reduceert het volume van alle frequenties boven de cutoff frequentie (Cutoff Freq) om af te ronden of het geluid minder helder te maken. Dit is de meest algemene filter die in synthesizers gebruikt wordt. BPF: Band Pass Filter. Dit laat alleen de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) staan en snijdt de rest eruit. Dit kan nuttig zijn, wanneer u kenmerkende geluiden wilt produceren. HPF: High Pass Filter. Dit snijdt de frequenties in de regio onder de cutoff frequentie (Cutoff Frequency) eruit. Dit is geschikt voor het creëren van percussie geluiden, waarbij de nadruk ligt op de hogere tonen. PKG: Peaking Filter. Dit legt de nadruk op de frequenties in de regio van de cutoff frequentie (Cutoff Frequency). U kunt dit ook gebruiken om wah-wah effecten te creëren door een LFO te gebruiken om de cutoff frequentie cyclisch te veranderen. 123

124 Het geluid in real time veranderen Cutoff Selecteert de frequentie, waarop het filter een effect begint te krijgen op de frequentie componenten van de Waveform. Waarde: Resonance Legt de nadruk op het gedeelte van het geluid in de regio van de cutoff frequentie, waarmee karakter aan het geluid toegevoegd wordt. Extreem hoge instellingen kunnen trillingen veroorzaken, waardoor het geluid wordt vervormd. Waarde: Level Stelt het volume in. Waarde: Chorus Send Level Knoppen gebruiken om het geluid te veranderen (Realtime Controller) U kunt de REALTIME CONTROL en ASSIGNABLE SW knoppen gebruiken om het geluid in realtime te veranderen. 1. Ga naar het Patch Play venster (p.38). Het Realtime Control gebied laat de functie zien die toegekend is aan iedere realtime controller knop. [ ] geeft de funtcie van de vier knoppen aan en [ ], [ ] geeft de twee knoppen aan. fig e Toestand van de controller instellingen De controller wordt toegepast op de Part, waarvan de display zichtbaar is Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar chorus. Waarde: Reverb Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat gestuurd is naar reverb. Waarde: LFO Rate Past de modulatiesnelheid aan van de LFO. Waarde: LFO OSC 1 Pitch Depth Specificeert de diepte waarin de LFO de OSC 1 pitch zal moduleren. Waarde: LFO Osc 2 Pitch Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de OSC 2 pitch zal moduleren. Waarde: LFO Osc 1 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de pulse width van de OSC1 wavevorm zal moduleren. * De pulse width wordt geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met OSC1/2 Waveform. Waarde: LFO Osc 2 Pulse Width Depth Specificeert de diepte, hoe de LFO de pulse width van de OSC2 wavevorm zal moduleren. * De pulse width wordt geactiveerd, wanneer SQR geselecteerd is met OSC1/2 Waveform. Waarde: Parameters, die zullen veranderen, wanneer u aan een realtime controller knop draait Parameters, die zullen veranderen, wanneer u op een toewijsbare schakelaar drukt. 2. U kunt de functie van de knoppen selecteren door op een knop te drukken, die zich rechts van de realtime control knoppen bevindt. De parameter display onderin het venster zal ook veranderen. Als de FILTER/ENV indicator brandt Door aan de knoppen te draaien kunt u de Cutoff, Resonance, Attack en Release regelen. Als de ARP/RHY indicator brandt Door aan de knoppen te draaien, kunt u de arpeggio parameters Range en Accent en de ritme parameters Accent Rate en Tempo regelen. Als de ASSIGNABLE indicator brandt Door aan de knoppen te draaien, kunt u de toegekende parameters regelen. U kunt vrijelijk parameters toewijzen. 3. Terwijl u het keyboard bespeelt of op de Pads drukt om geluid te produceren, kunt u de REALTIME CONTROL knoppen en ASSIGNABLE SW knoppen bedienen. Het geluid zal veranderen, overeenkomstig de functie die toegekend is aan iedere knop. Range (Solo synth range) Specificeert het bereik waarin de toonhoogte van de solo synth zal variëren. Waarde: 2 OCTAVEN, 4 OCTAVEN, 8 OCTAVEN 124

125 Het geluid in real time veranderen Realtime Controller instellingen veranderen Realtime Controller knop instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en roteer één van de REALTIME CONTROL knoppen. Het Knob venster verschijnt. fig _50 DIGITAL IN: Input niveau van DIGITAL IN. Voetschakelaar instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op één van de ASSIGNABLE SW knoppen. Het Switch venster verschijnt. fig _50 2. Verplaats de cursor naar de parameter, die u wilt instellen, en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 3. Als u de instellingen op wilt slaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. Realtime controller instellingen worden onafhankelijk voor iedere Performance opgeslagen als Part van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, waarbij effectief gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. Knob assign 1-4 (Realtime Control Knob Assign 1-4) Specificeert de functies die geregeld zullen worden door de [ ] knoppen. Waarde CC01-31, 33-95:Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. Pitch Bend: Pitch Bend Aftertouch: Aftertouch Arp Style: Arpeggio Stijl Arp Grid: Arpeggio spoor Arp Duration: Past de tijdsduur van elke gearpeggieerde noot aan Arp Motif: Arpeggio patroon Chord Form: Akkoord vorm van de Chord Memory functie Master Level: Het volume van de hele Fantom-X. * Master Level past het volume van zowel de OUTPUT A jacks als de DIGITAL OUT jack aan. De VOLUME knop aan de voorkant van het paneel past alleen het volume van de OUTPUT A jacks aan. ARP STEP: Regelt de afspeelpositie van het arpeggio patroon. 2. Verplaats de cursor naar de parameter die u wilt instellen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 3. Als u de instellingen op wilt slaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. Realtime controller instellingen worden onafhankelijk voor iedere Performance opgeslagen als Part van de Performance instellingen. Dit geeft u de mogelijkheid om performances te creëren, waarbij effectief gebruik gemaakt wordt van controller instellingen. Switch Assign Specificeert de functie die geregeld zal worden door de voetschakelaar. Waarde TRANSPOSE DOWN: Verlaagt het toonbereik in halve stappen (tot 5 halve tonen lager). TRANSPOSE UP: Verhoogt het toonbereik in halve stappen (tot 6 halve tonen hoger). TAP TEMPO: Tap Tempo (een tempo gespecificeerd door de tussentijd waarin u de knop indrukt). MONO/POLY: Ingedrukt om de verbinding te maken tussen het polyfonisch (POLY) en monofonisch (MONO) spelen van een patch. PORTAMENTO: Portamento aan/uit HOLD: Hold play aan/uit MFX1-3 SW: Multi-effect 1-3 schakelaar CHORUS SW: Chorus schakelaar REVERB SW: Reverb schakelaar MASTERING SW: Mastering schakelaar LOOP: Loop play aan/uit RHY START/STOP: Ritme patroon afspelen aan/uit Als Patch modus geselecteerd is, zijn voetschakelaars beschikbaar, wanneer het keyboard Part geselecteerd is. 125

126 Het geluid in real time veranderen Een pedaal gebruiken om het geluid te veranderen (Control Pedal) U kunt het geluid veranderen door op een pedaal te drukken die aangesloten is op de PEDAL HOLD jack of PDAL CONTROL jack aan de achterkant van het paneel. Pedalen, zoals expressiepedalen (DP-8; apart verkrijgbaar), voetpedalen (DP serie; apart verkrijgbaar) of voetschakelaars (BOSS FSU; apart verkrijgbaar) kunnen aangsloten worden op de Fantom-X. 1. Ga naar het Patch Play venster (p.38). 2. Terwijl u het keyboard bespeelt om geluid te produceren, dient u een pedaal te bedienen. Het geluid zal veranderen, afhankelijk van de functie die toegewezen is aan dhet pedaal. Pedaal instellingen maken 1. Druk op [MENU]. 2. Gebruik of om System te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het System Setup venster verschijnt. 3. Druk op [F1 ( )] or [F2 ( )] om Pedal/Dserie Beam te selecteren. Een venster zoals hieronder verschijnt. fig _50 BEND DOWN: AFTERTOUCH: OCT UP: OCT DOWN: START/STOP: PUNCH IN/OUT: TAP TEMPO: PROG UP: PROG DOWN: FAVORITE UP: FAVORITE DOWN: ARP SW: RHY START/STOP: CHORD SW: LIVE SET UP: LIVE SET DOWN: LOOP: (p.67). Regelt de toonhoogte zoals gespecificeerd door de Pitch Bend Range Down instelling (p.67). Aftertouch Elke druk op het pedaal verhoogt het toonbereik in stappen van één octaaf (maximaal 3 octaven hoger). Elke druk op het pedaal verlaagt het toonbereik in stappen van één octaaf (maximaal 3 octaven lager). De sequencer start/stopt. Handmatige punch-in/out opnamen zullen starten/stoppen. Tap tempo (een tempo gespecificeerd door de interval waarin u op het pedaal drukt). Het volgende geluid nummer zal geselecteerd worden. Het vorige geluid nummer zal geselecteerd worden. De favoriete patch/performance van het volgende nummer of de volgende bank zal geselecteerd worden. De favoriete patch/performance van het vorige nummer of de vorige bank zal geselecteerd worden. Schakelt de Arpeggio/Ritme functie aan/ uit. Schakelt ritme patroon afspelen aan/uit. Schakelt de akkoord functie aan/uit. Gaat naar de volgende stap in een Live Setting lijst. Gaat naar de vorige stap in een Live Setting lijst. Loop play aan/uit Control Pedal Polarity 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 5. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het Patch Play venster. Control Pedal Assign Dit specificeert de functie van iedere pedaal, aangesloten op de PEDAL CONTROL jacks. Waarde CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. BEND UP: Regelt de toonhoogte zoals gespecificeerd door de Pitch Bend Range Up instelling Selecteert de polariteit van het pedaal. Bij sommige pedalen is de elektrische signaal output van het pedaal wanneer deze wordt ingedrukt of losgelaten, het tegenovergestelde van andere pedalen. Als uw pedaal een effect heeft, die tegengesteld is aan uw verwachting, kunt u deze parameter op REVERSE zetten. Als u een Roland pedaal gebruikt (die geen polariteitsschakelaar heeft), dient u deze parameter op STANDARD in te stellen. Waarde: STANDARD, REVERSE Hold Pedal Polarity Selecteert de polariteit van het pedaal. Bij sommige pedalen is de elektrische signaal output van het pedaal wanneer deze wordt ingedrukt of losgelaten het tegenovergestelde van andere pedalen. Als uw pedaal een effect heeft die tegengesteld is aan uw verwachting, kunt u deze parameter op REVERSE zetten. Als u een Roland pedaal gebruikt (die geen polariteitsschakelaar heeft), dient u deze parameter op STANDARD in te stellen. Waarde: STANDARD, REVERSE 126

127 Het geluid in real time veranderen Continuous Hold Pedal Deze instelling bepaalt of de HOLD PEDAL jack ondersteuning voor half-pedaling (deels gebruik) (ON) zal bieden of niet (OFF). Wanneer dit ingesteld is om het gebruik van half-pedaling technieken te ondersteunen, kunt u een expressiepedaal naar keuze (DP-8 etc.) aansluiten en pedaal werk gebruiken om nog fijnere besturing te bereiken in performances, waarin pianotonen gebruikt worden. Waarde: OFF, ON 127

128 Arpeggio s spelen Over Arpeggio De Arpeggio functie van de Fantom-X zorgt ervoor, dat u automatisch arpeggio s kunt produceren. Houd simpelweg een paar toetsen ingedrukt en de corresponderende arpeggio wordt automatisch gespeeld. Behalve het spelen van de door de fabriek ingestelde Arpeggio Stijlen, die bepalen hoe de arpeggio gespeeld wordt, kunt u ook onbelemmerd Stijlen herschrijven en uw eigen originele arpeggio s uitvoeren. Een Arpeggio Stijl is geen deel van een Performance, maar eerder onafhankelijke data. U kunt tot 128 Arpeggio Stijlen opslaan. Om die reden kunt u één enkele Arpeggio Stijl in verschillende Patches en Performances gebruiken. Arpeggio instellingen kunnen afzonderlijk voor iedere Performance. Ze kunnen echter niet als onderdeel van een patch opgeslagen worden. U kunt ook in ensemble uitvoeren en gebruik maken van deze arpeggio s en ritme patronen (p.135). * U kunt de arpeggio niet vanaf de Pads spelen. Arpeggio s spelen Arpeggio aan/uitzetten 1. Druk op [ARPEGGIO] om het aan te zetten. Het knopje zal oplichten. fig Het tempo bepalen voor Arpeggio Performances Dit stelt het arpeggio tempo in. U kunt de arpeggio tempo instellingen afzonderlijk in elke Patch, Ritme set of Performance opslaan. 1. Druk op [TEMPO]. De tempo waarde van dat moment verschijnt in de display. fig _50 2. Druk op de VALUE draaischijf of [INC], [DEC] om de tempo waarde (5-300) in te stellen of stel de waarde in door een paar keer in hetzelfde ritme te tappen [(F6(Tap)] (Tap Tempo). * Als u op [F7 (Click)] drukt om het rood te laten worden, zal de click te horen zijn. 3. Wanneer u de instelling heeft gemaakt, dient u op [F8 (Close)] te drukken. Een controller gebruiken om het afspeeltempo aan te passen Omdat tempo control aan één van de realtime control knoppen van de Fantom-X is toegekend, is het gemakkelijk om het tempo aan te passen terwijl u arpeggio s speelt. fig Speel een akkoord op het keyboard. De Fantom-X zal een arpeggio spelen, afhankelijk van de noten die het akkoord vormen dat u zojuist heeft gespeeld. 3. Om te stoppen met het spelen van arpeggio s, dient u weer op [ARPEGGIO] te drukken om het uit te zetten. Bij arpeggio instellingen is de Stijl (Arpeggio Stijl) (p.129) erg belangrijk. Het afspeelpatroon van de arpeggio wordt voornamelijk d.m.v. deze selectie bepaald. zie: Bekijk Arpeggio instellingen (p.129) voor details betreffende elke parameter. Gebruiken in combinatie met de Chord Memory functie Wanneer u met de Arpeggio speelt, kunt u deze ook samen met de Chord Memory functie (p.133) gebruiken. Nadat u eerst complexe Chord Forms in het geheugen heeft opgeslagen, kunt u ze weer oproepen, wanneer de Arpeggio functie aanstaat, en kunt u met gemak complexe arpeggio geluiden spelen door slechts één enkele toets in te drukken. Tempo 1. Druk op de RALTIME CONTROL knop, zodat de ARP/ RHY indicator brandt. 2. Speel een arpeggio en draai aan de realtime control knop. Een Arpeggio vasthouden Door de volgende methode te gebruiken kunt u arpeggio s produceren, zelfs zonder te blijven drukken op het keyboard. 1. Druk op [ARP HOLD]. De indicator zal beginnen te knipperen. 2. Speel een akkoord op het keyboard. 3. Als u een andere akkoord of noten speelt, terwijl de arpeggio wordt vastgehouden, zal de arpeggio mee veranderen. 4. Om Arpeggio Hold op te heffen, dient u weer op [ARP HOLD] te drukken. 128

129 Arpeggio s spelen Wanneer u een hold pedaal gebruikt Als u een arpeggio speelt, terwijl u de hold pedaal indrukt, zal de arpeggio, zelfs wanneer u het akkoord los heeft gelaten, door blijven spelen. 1. Sluit een voetpedaal naar keuze (DP serie etc.) op de HOLD PEDAL jack aan. 2. Druk op [ARPEGGIO] om arpeggio aan te zetten. 3. Speel een akkoord terwijl u op de hold pedaal drukt. Over Arpeggio Stijlen Een Arpeggio Stijl is een serie data voor standaard arpeggio patronen en akkoord stijlen, opgenomen in de vorm van een spoor bestaande uit een maximum van 32 stappen x 16 toonsoorten. fig Note 16 HOOG 4. Als u een ander akkoord of noten speelt terwijl de arpeggio wordt vastgehouden, zal de arpeggio mee veranderen. Arpeggio s met de sequencer meespelen Note 06 Note 05 Note 04 Note 03 Note 02 Note 01 STAP Wanneer u arpeggio s gebruikt, terwijl de sequencer speelt of wanneer u arpeggio s op wilt nemen in de sequencer in real time, kunt u de arpeggio synchroniseren met de start/stop timing van de sequencer. Bekijk Arpeggio/Rhthm Sync Switch (p.227) voor details. Arpeggio instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [ARPEGGIO]. Een venster, zoals hieronder, verschijnt. Als Performance modus geselecteerd is, zal (Performance) rechts van Arpeggio verschijnen. fig _50 2. Druk op [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar elke parameter en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] of [DEC] om de instelling te maken. 3. Wanneer u de instelling heeft gemaakt, kunt u op [EXIT] drukken. Stijlen selecteren voor Arpeggio Performances (Arpeggio Style) Dit selecteert de standaard Performance Style van de arpeggio. De arpeggio stijlen worden in het preset geheugen en het gebruikersgeheugen opgeslagen. Waarde: U (User), P (Preset) Elk schema bevat één van de volgende soorten data: ON: Note On (met Velocity data) TIE: Tie (vasthouden van de voorgaande noot) Rest Rest (er wordt geen geluid gespeeld) Vanaf de ingang worden de ingedrukte toetsen en de volgorde gezien bij aanslag als laagste noot. Zodoende kunt u één enkele Arpeggio Stijl op hetzelfde moment in verschillende Patches en Performances gebruiken. Een Arpeggio Stijl is geen deel van een patch of Performance, het is eerder onafhankelijke data. U kunt maximaal 64 Arpeggio Stijlen opslaan. De Beat en Shuffle veranderen (Arp/Rhythm Grid) Dit stelt de particular note division en resolutie in één enkel spoor gebruikt bij het creëren van de arpeggio in een Arpeggio Stijl en stelt in hoeveel shuffle syncopation erop (spoor type) toegepast moet worden (geen/zwak/sterk). * Spoor instellingen worden met het ritme patroon gedeeld. Waarde: 1/4: Kwart noot (één spoor sectie = één beat) 1/8: Achtste noot (twee spoor secties = één beat) 1/8L: Achtste noot shuffle Light (twee spoor secties = één beat, met een light shuffle) 1/8H: Achtste noot shuffle Heavy (twee spoor secties = één beat, met een heavy shuffle) 1/12: Achtste noot trio (drie spoor secties = één beat) 1/16: Zestiende noot (vier spoor secties = één beat) 1/16L: Zestiende noot shuffle Light (vier spoor secties = één beat, met een light shuffle) 1/16H: Zestiende noot shuffle Heavy (vier spoor secties = één beat, met een heavy shuffle) 1/24: Zestiende noot trio (zes spoor secties = één beat) 129

130 Arpeggio s spelen Staccato en Tenuto toepassen (Arp/Rhythm Duration) Deze instelling (duur) bepaalt of de geluiden staccato (kort en geknipt) of tenuto (helemaal uitgerekt) worden gespeeld. * Spoor instellingen worden met het ritme patroon gedeeld. Waarde: 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100,120, Full : Wanneer bijvoorbeeld ingesteld op 30, dan is de lengte van de noot in een spoor (of wanneer een serie sporen verbonden is met verbindingen, het laatste schema) 30% van de volledige lengte van de notenset in het spoor type. FULL (Full): Zelfs als het gekoppelde spoor niet verbonden is met een verbinding, blijft dezelfde noot aanhouden tot het punt waarop het volgende geluid gespecifieerd wordt. Stijgende/dalende variaties selecteren (Verschillende manieren van geluiden spelen) (Arp Motif) Dit selecteert de methode, die gebruikt wordt om geluiden te spelen (motif), wanneer u een groter aantal noten heeft dan voor de Arpeggio Stijl geprogrammeerd is. Wanneer het aantal toetsen, dat gespeeld wordt minder is dan dan het aantal noten in de Style, wordt bij gebrek de hoogst ngedrukte toetsen gespeeld. Waarde: UP (L): Alleen de laagste van de ingedrukte toetsen klinkt telkens, en de noten spelen in volgorde van de laagste van de ingedrukte toetsen. UP (L&H): Noten van zowel de laagste als de hoogst ingedrukte toetsen klinken iedere keer, en de noten spelen in volgorde van de laagste van de ingedrukte toetsen. UP ( _ ): De noten spelen in volgorde van de laagste van de ingedrukte toetsen. Geen enkele noot zal iedere keer gespeeld worden. DOWN (L): Alleen de laagste van de ingedrukte toetsen klinkt iedere keer, en de noten spelen in volgorde van de hoogste van de ingedrukte toetsen. DOWN (L&H): Noten van zowel de laagste als de hoogst ingedrukte toetsen klinken iedere keer, en de noten spelen in volgorde van de hoogste van de ingedrukte toetsen. DOWN ( _ ): De noten spelen in volgorde van de hoogste van de ingedrukte toetsen. Geen enkele noot zal iedere keer gespeeld worden. UP&DOWN (L): Noten zullen klinken van de laagste naar de hoogste toets, en dan weer terug naar de laagste toets die u indrukt, waarbij alleen de laagste toets iedere keer klinkt. UP&DOWN (L& H):Noten van zowel de laagste als de hoogst ingedrukte toetsen klinken iedere keer, en de noten spelen in volgorde van de laagste van de ingedrukte toetsen, en dan weer terug in de tegenovergestelde richting. UP&DOWN ( _ ): De noten spelen in volgorde van de laagste van de ingedrukte toetsen, en dan weer terug in de tegenovergestelde richting. Geen enkele noot zal iedere keer gespeeld worden. RANDOM (L): Noten zullen willekeurig klinken voor de toetsen die u indrukt, waarbij alleen de laagste toets iedere keer klinkt. RANDOM ( _ ): Alleen de laagste van de ingedrukte toetsen klinkt iedere keer en de noten, die u indrukt zullen willekeurig klinken. Geen enkele noot zal iedere keer gespeeld worden. PHRASE: Door slechts één toets in te drukken, zal een frase gebaseerd op de toonhoogte van die toets, gespeeld worden. Als u meer dan één toets indrukt, zal de toets die u als laatste heeft ingedrukt, gebruikt worden. <Voorbeeld> Actie van een Stijl beginnend bij de laagste noot, wanneer de toetsen C-D-E-F-G gespeeld worden Wanneer UP (L) geselecteerd is als het motief: C-D-E-D-> C-E-F-E-> C-F-G-F (-> herhaald) Wanneer UP ( _ ) geselecteerd is als het motief: C-D-E-D-> D-E-F-E-> E-F-G-F (-> herhaald) Wanneer UP&DOWN ( L&H) geselecteerd zijn als het motief: C-D-G-D-> C-E-G-E-> C-F-G-F-> C-E-G-E (-> herhaald) De aanslagsterkte van de Arpeggio aanpassen (Arp Velocity) Specificeert de kracht van de noten die u speelt. Als u wilt dat de aanslagsterkte van iedere noot afhangt van de kracht, waarmee u het keyboard bepeelt, dient u deze parameter op REAL in te stellen. Als u wilt dat iedere noot een vaste aanslagsterkte heeft, ongeacht de hoeveelheid kracht waarmee u het keyboard bespeelt, dient u deze parameter op de gewenste waarde (1-127) in te stellen. Waarde: REAL, De Part selecteren die Arpeggio s gaat spelen in Performance modus (Arp Part) Hier laten we u zien hoe u de Part kunt specificeren, die de arpeggio in Performance modus zal gaan gebruiken. U kunt slechts één Part specificeren voor het spelen van arpeggio s. Als een ritme set aan een Part in Performance modus toegewezen is, kunt u samen met de arpeggio s een ritme patroon spelen. De partt, die u hier selecteert, functioneert voor zowel de arpeggio als de chord menory functies. Waarde: Part 1-16 De accent sterkte veranderen (Arp Accent) Wanneer u arpeggio s speelt, zal de aanslagsterkte van iedere gearpeggieerde noot bepaald worden door de aanslagsterkte van de noten die in de arpeggio stijl geprogrammeerd zijn. U kunt de hoeveelheid ( spreiden ) van deze dynamische variatie aanpassen. Met 130

131 Arpeggio s spelen een instelling van 100%, hebben de gearpeggieerde noten de velocities die geprogrammeerd zijn door de arpeggio stijl. Met een instelling van 0% zullen alle gearpeggieerde noten met een vaste aanslagsterkte klinken. Waarde: 0-100% fig _50 U kunt ook een REALTIME CONTROL knop gebruiken om dit te regelen. Het bereik van de arpeggio instellen (Oct Range) Dit voegt een effect toe, waarbij arpeggio s één cyclus per keer in octaaf eenheden (octave range) worden verplaatst. U kunt het shift bereik naar boven of naar beneden instellen (maximaal drie octaven omhoog of omlaag). Waarde: U kunt ook een REALTIME CONTROL knop gebruiken om dit te regelen. De Realtime Control knoppen gebruiken om de Arpeggio instellingen te bewerken U kunt de realtime control knoppen gebruiken om de arpeggio instellingen te veranderen door de parameters in realtime te bewerken. 1. Speel arpeggio s. 2. Druk op de REALTIME CONTROL knop om ARP/RHY te selecteren. De ARP/RHY indicator zal oplichten. fig Octave Range Accent Rate Tempo 3. Draai aan de REALTIME CONTROL knoppen. Terwijl arpeggio s spelen, kunt u de knoppen gebruiken om de volgende parameters te besturen. Het bereik van de arpeggio instellen (Oct Range) (p.131) De accent sterkte veranderen (Arp Accent) (p.130) Een Arpeggio Stijl creëren (Arpeggio Style Edit) IBuiten gebruik maken van de ingebouwde arpeggio stijlen, bent u vrij om uw eigen stijlen te creëren. Nadat u een originele arpeggio stijl heeft gemaakt, kunt u deze in het interne gebruikersgeheugen opslaan. In ruime zin zijn er twee manieren om een arpeggio stijl te creëren. Step-opname In deze methode kunt u het keyboard en Pads gebruiken om uw arpeggio stapsgewijs op te nemen. Telkens wanneer u een noot invoert, zult u voortgaan naar de volgende stap. Deze methode is handig wanneer u een arpeggio vanuit het niets wilt creëren gebruikmakend van een Stijl die geen data bevat. Als u vanuit het niets wilt creëren, dient u de stijl te initialiseren. In het Arpeggio Style Edit venster dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op [F1 (Init)] te drukken. U wordt gevraagd of u wilt initialiseren ; druk op [F8 (Exec)] om de initialisatie uit te voeren. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [ARPEGGIO]. 2. Druk op [F7 (Edit)]. Het Arpeggio Style Edit venster verschijnt. 3. Druk op [F1 (Arp Setup)]. Het Arpeggio Setup venster verschijnt. 4. Verplaats de cursor naar End Step en specificeer het aantal stappen voor de arpeggio stijl die u wilt creëren. 5. Verplaats de cursor naar Input Velocity en specificeer de aanslagsterkte instelling voor de data die u in wilt voeren. Met de Real instelling zal de aanslagsterkte afhangen van de kracht waarmee u het keyboard of Pads bespeelt. Met een numerieke instelling van zal de data altijd ingevoerd worden met de gespecificeerde aanslagsterkte, ongeacht hoe krachtig u het keyboard of Pads bespeelt. Maak de gewenste instelling en druk dan op [F8 (Close)] om het Arpeggio Setup venster te sluiten. 6. Druk op [F8 (Step Rec)] zodat het rood oplicht. Nu bent u er klaar voor om stapsgewijs op te nemen. Bespeel het keyboard of Pads om noten in te voeren. * Om een verbinding in te voeren, dient u op [F2 (TIE)] te drukken. * Om een rust in te voeren, dient u op [F3 (Rest (Clear))] te drukken. * U kunt [F4 (Zoom In)]/[F5 (Zoom Out)] gebruiken om in/uit te zoomen op de display. * U kunt [F6 (Preview)] gebruiken om de stijl die u ingevoerd heeft, proef te spelen. 131

132 Arpeggio s spelen De draaischijf of [INC] [DEC] gebruiken om waarden in te voeren In deze methode zult u de cursor gebruiken om de step of toonhoogte, die u in wilt voeren, te specificeren en de draaischijf of [INC][DEC] gebruiken om waarden in te voeren. Deze methode is handig, wanneer u eerder ingevoerde data wilt bewerken of veranderen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [ARPEGGIO]. 2. Druk op [F7 (Edit)]. Het Arpeggio Style Edit venster verschijnt. 3. Druk op [F1 (Arp Setup)]. Het Arpeggio Setup venster verschijnt. 4. Verplaats de cursor naar End Step en specificeer het aantal stappen voor de arpeggio stijl die u wilt creëren. Maak de gewenste instelling en druk dan op [F8 (Close)] om het Arpeggio Setup venster te sluiten. 5. Gebruik [CURSOR] om de stap of toonhoogte die u in wilt voeren, te specificeren. * Wanneer u deze manier van invoeren gebruikt, kunt u het keyboard gebruiken om de toonhoogte van de noot te specificeren. (Anders dan bij step-opname, wordt hier geen noot ingevoerd als u een toets op het keyboard indrukt). 6. Voer de aanslagsterkte in, door gebruik te maken van de VALUE draaischijf of [INC][DEC]. U kunt een verbinding invoeren door de VALUE draaischijf helemaal naar rechts te draaien of [INC] te gebruiken om de waarde te laten stijgen). * Om een verbinding in te voeren, dient u op [F2 (TIE)] te drukken. De stijlen die u heeft gecreëerd opslaan (Write) De stijlen, die u creëert zijn tijdelijk. Ze worden gewist zodra u het apparaat uitzet of een andere Stijl selecteert. U kunt maximaal 128 arpeggio stijlen in het gebruikersgeheugen opslaan. Arpeggio stijl instellingen worden opgeslagen als onafhankelijke data, niet als gedeelte van de data voor iedere patch. De instellingen in Patch modus, het is niet mogelijk om arpeggio parameters op te slaan (zoals arpeggio stijl, spoor type, motief, duur, octave range). Het kan naar individueel opgeslagen worden in Performance modus. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken en de Performance op te slaan. 1. Bevestig dat de Stijl van dat moment, de stijl is die u wilt bewaren. 2. Druk op [F3 (Arp)]. 3. Druk op [F8 (Write)]. Het Arpeggio naam invoer venster verschijnt (p.36). 4. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster waarin u de bestemming voor het wegschrijven kunt selecteren, verschijnt. fig _50 * Om een rust in te voeren, dient u op [F3 (Rest (Clear))] te drukken. * U kunt [F4 (Zoom In)]/[F5 (Zoom Out)] gebruiken om in/uit te zoomen op de display. * U kunt [F6 (Preview)] gebruiken om de stijl die u ingevoerd heeft, proef te spelen. * Wanneer u deze methode van invoeren gebruikt, kunt u de Pads gebruiken om de aanslagsterkte te specificeren en uw input af te maken; nadat u de stap en toonhoogte die ingevoerd moeten worden heeft gespecificeerd, dient u op een Pad te slaan om het in te voeren. (Pads met een hoger nummer produceren hogere velocity waarden; door op Pad 1 te slaan wordt bijvoorbeeld een velocity waarde van 8 gespecificeerd, terwijl op Pad 16 slaan een velocity waarde van 127 geeft.) 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om de schrijf bestemming te selecteren. 6. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 7. Om data weg te schrijven, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl u data aan het opslaan bent. * Druk op [F7 (cancel)]om te annuleren. Een maximum van zestien noot nummers (toonhoogtes) kan in één enkele stijl gebruikt worden. 132

133 De Chord Memory functie gebruiken (Chord Memory) Over de Chord Memory functie Chord Memory is een functie, waarbij u akkoorden kunt spelen die gebaseerd zijn op voorgeprogrammeerde Chord Forms, door op één enkele toets van het keyboard te drukken. De Fantom-X kan 64 preset akkoordvormen en 64 user akkoord vormen opslaan. Als u wilt, kunt u elk van de 64 user (door de fabriek ingestelde) akkoord vormen overschrijven. De chord memory functie opereert in de arpeggio Part van Performance modus. Als een ritme set voor die Part geselecteerd is, kunt u dit ook gebruiken om ritmes te spelen. Uitvoeren met de Chord Memory functie De Chord Memory functie aan/ uitzetten 1. Druk op [CHORD MEMORY] om het aan te zetten. De knop zal oplichten. fig * U kunt de chord memory functie niet samen met de Pads gebruiken. Wanneer u de Chord Memory functie gebruikt met een toon waarvoor de Mono/Poly parameters (p.77) op Mono staan, zal slechts één geluid in het akkoord gespeeld worden. Wanneer u de Chord Memory functie gebruikt om Poly de Mono/Poly parameters aan te zetten. Gebruiken in combinatie met de Arpeggio functie Wanneer u met de Chord Form speelt, kunt u deze ook samen met de Arpeggio functie (p.133) gebruiken. Nadat u eerst complexe Chord Forms in het geheugen heeft opgeslagen, kunt u ze weer oproepen wanneer de Arpeggio functie aanstaat en kunt u met gemak complexe arpeggio geluiden spelen door slechts één enkele toets in te drukken. 2. Bespeel het keyboard. Een akkoord, afhankelijk van de op dat moment geselecteerde akkoord vorm, zal klinken. Wanneer u op de C4 toets drukt (Centrum C), zal het akkoord gespeeld worden die de exacte akkoord structuur, opgenomen in de Chord Form, gebruikt. Dit wordt verwezen naar de C4 toets. Parallelle akkoorden worden gespeeld door op andere toetsen te drukken. 3. Om te stoppen met het spelen van arpeggio s, dient u weer op [CHORD MEMORY] te drukken om het uit te zetten. Akkoord vormen selecteren Het veranderen van de akkoord vorm zal de noten in het akkoord veranderen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [CHORD MEMORY]. Het volgende venster verschijnt. Als Performance modus geselecteerd is, zal (Performance) rechts van Chord Form verschijnen. fig _50 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om een Chord Form nummer te selecteren. De noten van het akkoord zullen weergegeven worden. 3. Wanneer u klaar bent met het selecteren van een Chord Form, kunt u op [EXIT] drukken. 133

134 De Chord Memory functie gebruiken (Chord Memory) Een akkoord in de volgorde van zijn noten laten klinken (Rolled Chord) Dit heeft tot gevolg dat de noten van een akkoord achtereenvolgens klinken, i.p.v. gelijktijdig. Omdat de snelheid van afspelen zal veranderen afhankelijk van de kracht, waarmee u het keyboard bespeelt, kunt u variatie aanbrengen in uw speeldynamiek teneinde gitaarspel op een realistische manier na te bootsen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [CHORD MEMORY]. Het chord memory venster verschijnt. 2. Druk op [F1 (Rolled Chord)], zodat het rood oplicht. Met deze instelling zullen de noten van het akkoord achter elkaar te horen zijn, wanneer u het keyboard bespeelt. De volgorde waarin de noten klinken veranderen U kunt de volgorde, waarin de noten van een akkoord klinken, veranderen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [CHORD MEMORY]. Het chord memory venster verschijnt. 2. Gebruik of om Rolled Chord Type te selecteren. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC]/[DEC] om een waarde te veranderen. Waarde UP: Noten zullen in de volgorde van onder naar boven klinken. DOWN: Noten zullen in de volgorde van boven naar onder klinken. ALTERNATE: De volgorde zal iedere keer veranderen als u het keyboard gebruikt. Uw eigen akkoord vormen creëren U kunt niet alleen de geprepareerde interne Chord Forms gebruiken, u kunt ze ook vrijelijk creëren en overschrijven. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [CHORD MEMORY]. Wanneer u op een toets drukt, zal de noot in het venster toegevoegd worden. Als u per ongeluk een noot invoert, dient u op [F5 (Del Note)] te drukken. U kunt ook een noot die u heeft ingevoerd verwijderen door op dezelfde toets te drukken. U kunt op [F6 (Preview)] drukken om het akkoord, dat u aan het invoeren bent, te horen. 5. Als u de akkoord vorm die u gecreëerd heeft op wilt slaan, dient u naar stap 3 van De akkoord vormen die u gecreëerd heeft opslaan te gaan. Als u de akkoord vorm niet op wilt slaan, kunt u op [F7 (Exit)] te drukken. De akkoord vormen die u gecreëerd heeft opslaan De Chord Form die u creëert is tijdelijk. Ze wordt gewist zodra u het apparaat uitzet of een andere Stijl selecteert. Als u een akkoord vorm die u gecreëerd heeft wilt bewaren, dient u het op te slaan in het gebruikersgeheugen van de Fantom-X. Een akkoord vorm is geen deel van een patch of Performance, maar onafhankelijke data. Om die reden kunt u één enkele akkoord vorm in verschillende patches en performances gebruiken. In Performance modus kunt u deze instellingen afzonderlijk opslaan voor iedere Performance. Deze instellingen kunnen niet opgeslagen worden in een patch. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken en de Performance op te slaan. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [CHORD MEMORY]. Bevestig dat u deze akkoord vorm wilt bewaren. 2. Druk op [F8 (Write)]. Het Chord Form naam invoer venster verschijnt (p.36). 3. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster dat u de mogelijkheid geeft om de schrijf bestemming te selecteren, verschijnt. fig _50 2. Draai aan de VALUE draaischijf om een akkoord vorm te selecteren. 3. Druk op [F7 (Edit)]. Het Chord Form Edit venster verschijnt. fig _50 4. Gebruik of om de schrijf bestemming te selecteren. 5. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 4. Gebruik het keyboard om het akkoord dat u wilt spelen in te voeren Om de akkoord vorm op te slaan, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl u data aan het opslaan bent. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren.

135 Ritmes spelen Over ritme patronen De Fantom-X bevat 256 preset ritme patronen. U kunt een variatie aan ritme patronen spelen, simpelweg door op de Pads te drukken. Buiten het gebruik van deze ingebouwde ritme patronen, kunt u ook uw eigen ritme patronen creëren. De 256 ritme patronen worden gehandhaafd als onafhankelijke data. Ze maken geen deel uit van de data van een Performance. Dit betekent dat elke ritme patroon gedeeld kan worden door verscheidene ritme sets of performances. In Performance modus kan een nummer, waarmee een ritme patroon opgeroepen wordt, als één van de parameters van de Performance opgeslagen worden. Dit getal of nummer kan niet opgeslagen worden in Patch modus. Ritme patronen en Ritme groepen In de Fantom-X wordt een set ritme patroon nummers, percussie instrument geluiden en een ritme set toegewezen aan de zestien Pads, opgeslagen als een Ritme groep. Ritme spelen Ritme aan/uitzetten 1. Druk op [RHYTHM] om het aan te zetten. De knop zal oplichten. fig Speel een Pad (9-16). Afhankelijk van de Pad die u ingedrukt heeft, zal het toegewezen ritme patroon beginnen te spelen. Het volume van het ritme patroon zal ook veranderen afhankelijk van de kracht, waarmee u op de Pad slaat. fig e Ritme Rhythm patroon pattern nummer number Ritme groepen gebruiken Een groep bestaat uit instellingen voor elk van de zestien Pads, waarmee het patroon gespecificeerd wordt dat elke Pad zal spelen. De ritme set die gebruikt wordt door die groep wordt ook opgeslagen als onderdeel van de instellingen. fig e Ritme Rhythm patroon Tone Een patroon zal beginnen met spelen, wanneer u op één van de Pads 9-16 drukt, die niet verlicht zijn. Een ritme toon zal klinken wanneer u op een Pad drukt die knippert. Het patroon of ritme toon dat te horen is via elke Pad kan gespecificeerd worden in Rhythm Group Edit (p.139). * U kunt het afspelen stoppen door op een knipperende Pad te drukken. Ritme Rhythm patroon pattern nummer number Ritme Rhythm patroon Tone * U bent vrij om te veranderen op welke manier ritme patroon nummers en ritme geluiden zijn toegewezen. Ritme groep gegevens maken geen deel uit van een ritme set of Performance. De 32 groepen worden gehandhaafd als onafhankelijke data. Dit betekent dat iedere ritme groep gedeeld kan worden door verschillende patches of performances. Behalve gebruik maken van de ingebouwde ritme groepen, kunt u ook uw eigen ritme groepen creëren. Ritme groep instellingen kunnen onafhankelijk voor iedere Performance opgeslagen worden. Ze kunnen echter niet opgeslagen worden als Part van een patch. * Om ritme patroon afspelen te stoppen, dient u nog een keer op [RHYTHM] te drukken, zodat de indicator uitgaat. Het tempo voor ritme patroon performances bepalen Dit stelt het ritme patroon tempo in. Specificeer het tempo van het ritme patroon. 1. Speel een ritme patroon (p.135). 2. Druk op [TEMPO]. De actuele tempo waarde verschijnt in de display. fig _50 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC], [DEC] om de tempo waarde in te stellen (5-100),of stel de waarde in door [F6 (Tap)] een aantal keren in hetzelfde ritme te tikken (Tap Tempo). * Wanneer u op [F7 (Click)] drukt om het rood op te laten lichten, zult u de klik horen. 4. Wanneer u de instelling heeft gemaakt, dient u op [F8 (Close)] te drukken. 135

136 Ritmes spelen Een controller gebruiken om het afspeeltempo aan te passen Aangezien tempo control toegewezen is aan één van de realtime control knoppen van de Fantom-X, is het gemakkelijk om het tempo, waarin het ritme patroon af zal spelen, aan te passen. fig Ritme patroon instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 2. Druk op [F2 (Rhythm)]. Een venster zoals hieronder verschijnt. Als Performance modus geselecteerd is, zal (Performance) rechts van Rhythm Pattern verschijnen. fig _50 Tempo 1. Druk op de REALTIME CONTROL knop, zodat de ARP/ RHY indicator gaat branden. 2. Speel een ritme patroon en draai aan de realtime control knop. Selecteer de Ritme groep 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 2. Druk op [F1 (Rhythm group)]. Een venster zoals hieronder wordt weergegeven. Als Performance modus geselecteerd is, zal (Performance) rechts van Rhythm Group verschijnen. fig _50 3. Druk op of om de cursor naar iedere parameter te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] of [DEC] om de instelling te maken. U kunt het ritme patroon proef laten spelen door op [F6 (Preview)] te drukken waardoor het rood oplicht. Wanneer u klaar bent met het proef spelen van het patroon, dient u nogmaals op [F6 (Preview)] te drukken om te stoppen. 4. Wanneer u de instelling heeft gemaakt, kunt u op [EXIT] drukken. Ritme patronen selecteren * Wanneer u de Ritme groep selecteert, is de meest geschikte ritme set toegewezen aan de Pad Part. (In dit venster wordt dit aangegeven door Recommended Rhy (Recommended Rhythm set). ) Selecteer de basisspeelstijl van het ritme. Dit selecteert de basis Performance stijl van het ritme. Waarde: P (Preset), U (User) 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC] of [DEC] om de instelling te maken. Dit selecteert de basis Performance stijl van de Ritme groep. Waarde: P01-32 (Preset), U01-32 (User) 4. Wanneer u de instelling heeft gemaakt, kunt u op [EXIT] drukken. 136

137 Ritmes spelen De Beat en Shuffle veranderen (Arp/Rhythm Grid) Dit zet de specifieke noot splitsing en resolutie op één enkel spoor, gebruikt bij het creëren van de arpeggio in een Arpeggio Stijl, en stelt in hoeveel shuffle syncopatie erop (spoor type) toegepast moet worden (geen/zwak/sterk). * Spoor instellingen worden gedeeld met de arpeggio. Waarde: 1/4: Kwart noot (één spoor sectie = één beat) 1/8: Achtste noot (twee spoor secties = één beat) 1/8L: Achtste noot shuffle Light (twee spoor secties = één beat, met een light shuffle) 1/8H: Achtste noot shuffle Heavy (twee spoor secties = één beat, met een heavy shuffle) 1/12: Achtste noot trio (drie spoor secties = één beat) 1/16: Zestiende noot (vier spoor secties = één beat) 1/16L: Zestiende noot shuffle Light (vier spoor secties = één beat, met een light shuffle) 1/16H: Zestiende noot shuffle Heavy (vier spoor secties = één beat, met een heavy shuffle) 1/24: Zestiende noot trio (zes spoor secties = één beat) Staccato en Tenuto toepassen (Arp/Ritme duur) De accent sterkte veranderen (Arp Accent) Wanneer u ritme patronen speelt, zal de aanslagsterkte van iedere noot bepaald worden door de aanslagsterkte van de noten die geprogrammeerd zijn in de arpeggio stijl. U kunt de hoeveelheid ( spreiden ) van deze dynamische variëteit aanpassen. Met een instelling van 100%, zullen de noten de aanslagsterkte hebben die geprogrammeerd zijn door het ritme patroon. Met een instelling van 0% zullen alle noten op een vaste aanslagsterkte klinken. Waarde: 0-100% U kunt ook een REALTIME CONTROL knop gebruiken om dit te regelen. De Realtime Control knoppen gebruiken om het ritme te regelen U kunt de realtime control knoppen gebruiken om het ritme in real time te regelen door de ritme parameters aan te passen. 1. Speel een ritme. 2. Druk op de REALTIME CONTROL knop om ARP/RHY te selecteren. De ARP/RHY indicator zal oplichten. fig Deze instelling (duur) bepaalt of de geluiden staccato (kort en geknipt) of tenuto (helemaal uitgerekt) worden gespeeld. * Spoor instellingen worden gedeeld met het ritme patroon. Waarde: 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100,120, Full : Wanneer ingesteld op bijvoorbeeld 30, dan is de lengte van de noot in een spoor (of wanneer een serie sporen verbonden is met verbindingen, het laatste schema) 30% van de volledige lengte van de notenset in het spoor type. FULL (Full): Zelfs al het gekoppelde spoor niet verbonden is, blijft dezelfde noot aanhouden tot het punt, waarop het volgende nieuwe geluid gespecifieerd wordt. Tempo Ritme accent 3. Draai aan de REALTIME CONTROL knoppen. Terwijl het ritmepatroon speelt, kunt u de knoppen gebruiken om de volgende parameters te besturen. Rhythm Accent Rate-> p.137 TEMPO-> p.135 Dit heeft geen effect als de Tone Env Mode parameter (p.87) ingesteld staat op No Sus. De aanslagsterkte van het ritme patroon aanpassen (Rhythm Pattern Velocity) Dit specificeert de kracht, waarmee de Pads die u indrukt, zullen klinken. Als u wilt dat de aanslagsterkte verandert overeenkomstig de kracht waarmee u de Pads indrukt, dient u dit op REAL in te stellen. Als u wilt dat de aanslagsterkte een vaste waarde is, ongeacht de kracht waarmee u de op de Pads drukt, dient u de de gewenste waarde (1-127) te specificeren. Waarde: REAL,

138 Ritmes spelen Een ritme patroon creëren (Rhythm Pattern Edit) Behalve het gebruik maken van de ingebouwde ritme patronen, bent u ook vrij om uw eigen ritme patronen te creëren. Nadat u een originele ritme patroon heeft gemaakt, kunt u deze in het interne gebruikersgeheugen opslaan. Normaalgesproken zijn er twee manieren om een ritme patroon te creëren. fig _50 het keyboard of Pads om noten in te voeren. * Om een verbinding in te voeren, dient u op [F2 (TIE)] te drukken. * Om een rust in te voeren, dient u op [F3 (Rest (Clear))] te drukken. * U kunt [F4 (Zoom In)]/[F5 (Zoom Out)] gebruiken om in/uit te zoomen op de display. * U kunt [F6 (Preview)] gebruiken om de stijl die u ingevoerd heeft, proef te spelen. De draaischijf of [INC] [DEC] gebruiken om waarden in te voeren In deze methode zult u de cursor gebruiken om de step of toonhoogte die u in wilt voeren, te specificeren en de draaischijf of [INC][DEC] gebruiken om waarden in te voeren. Deze methode is handig wanneer u eerder ingevoerde data wilt bewerken of veranderen. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 2. Druk op [F7 (Edit)]. Het Rhythm Pattern Edit venster verschijnt. Step-opname In deze methode kunt u het keyboard en Pads gebruiken om uw ritme patroon stapsgewijs op te nemen. Telkens wanneer u een noot invoert, zult u voortgaan naar de volgende stap. Deze methode is handig wanneer u een ritme patroon vanuit het niets wilt creëren, gebruikmakend van een Stijl die geen data bevat. Als u vanuit het niets wilt creëren, dient u de stijl te initialiseren. In het Rhythm Pattern Edit venster dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op [F1 (Init)] te drukken. Een bericht vraagt of u wilt initialiseren. Druk op [F8 (Exec)] om de initialisatie uit te voeren. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 2. Druk op [F2 (Rhythm)]. 3. Druk op [F7 (Edit)]. Het Rhythm Pattern Edit venster verschijnt. 4. Druk op [F1 (Rhythm Setup)]. Het Rhythm Setup venster verschijnt. 5. Verplaats de cursor naar End Step en specificeer het aantal stappen voor het ritme patroon dat u wilt creëren. 6. Verplaats de cursor naar Input Velocity en specificeer de aanslagsterkte instelling voor de data die u in wilt voeren. Met de Real instelling zal de aanslagsterkte afhangen van de kracht waarmee u het keyboard of Pads bespeelt. Met een numerieke instelling van zal de data altijd ingevoerd worden met de gespecificeerde aanslagsterkte, ongeacht hoe krachtig u het keyboard of Pads bespeelt. Maak de gewenste instelling en druk dan op [F8 (Close)] om het Rhythm Setup venster te sluiten. 7. Druk op [F8 (Step Rec)] zodat het rood oplicht. Nu bent u er klaar voor om te stapsgewijs op te nemen. Bespeel 3. Druk op [F1 (Rhythm Setup)]. Het Rhythm Setup venster verschijnt. 4. Verplaats de cursor naar End Step en specificeer het aantal stappen voor het ritme patroon dat u wilt creëren. Maak de gewenste instelling en druk dan op [F8 (Close)] om het Rhythm Setup venster te sluiten. 5. Gebruik [CURSOR] om de stap of toonhoogte die u in wilt voeren, te specificeren. * Wanneer u deze manier van invoeren gebruikt, kunt u het keyboard gebruiken om de toonhoogte van de noot te specificeren. (Anders dan bij bij stapsgewijs opnemen, wordt geen noot ingevoerd als u op een toets van het keyboard drukt). 6. Voer de aanslagsterkte in, door gebruik te maken van de VALUE draaischijf of [INC][DEC]. U kunt een verbinding invoeren door de VALUE draaischijf helemaal naar rechts te draaien of [INC] te gebruiken om de waarde te laten stijgen. * Om een verbinding in te voeren, dient u op [F2 (TIE)] te drukken. * Om een rust in te voeren, dient u op [F3 (Rest (Clear))] te drukken. * U kunt [F4 (Zoom In)]/[F5 (Zoom Out)] gebruiken om in/uit te zoomen op de display. * U kunt [F6 (Preview)] gebruiken om de stijl die u ingevoerd heeft, proef te spelen. * Wanneer u deze methode van invoeren gebruikt, kunt u de Pads gebruiken om de aanslagsterkte te specificeren en uw invoer af te maken; nadat u de stap en toonhoogte die ingevoerd moeten worden heeft gespecificeerd dient u op een Pad te slaan om het in te voeren. (Pads met een hoger nummer produceren hogere aanslagsterkte; door op Pad 1 te slaan wordt bijvoorbeeld een aanslagsterkte van 8 gespecificeerd, terwijl op Pad 16 slaan een aanslagsterkte van 127 geeft.) Een maximum van zestien noot nummers (pitches) kan in één enkele stijl gebruikt worden. 138

139 Ritmes spelen De Patronen die u heeft gecreëerd opslaan (Write) De ritme patronen die u creëert zijn tijdelijk. Ze worden gewist, zodra u het apparaat uitzet of andere ritme patronen selecteert. U kunt maximaal 256 ritme patronen in het gebruikersgeheugen opslaan. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 2. Druk op [F1 (Rhythm Group)]. Selecteer een ritme groep die u wilt bewerken. 3. Druk op [F7 (Edit)]. Het Rhythm Group venster verschijnt. fig _50 Ritme patroon instellingen worden opgeslagen als onafhankelijke data, niet als gedeelte van de data voor iedere patch. De instellingen in Patch modus; het is niet mogelijk om de rhythm pattern parameters op te slaan (zoals patroon, spoor type). Het kan individueel opgeslagen worden in Performance modus. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken en de Performance op te slaan. 1. Bevestig dat het Patroon op dat moment het patroon is, dat u wilt bewaren. 2. Druk op [F2 (Rhythm)] in het Rhythm Pattern venster. 3. Druk op [F8 (Write)]. Het naam invoer venster verschijnt (p.36). 4. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster waarin u de bestemming voor het wegschrijven kunt selecteren, verschijnt. fig _50 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik, om de schrijf bestemming te selecteren. 6. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 7. Om data weg te schrijven, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl u data aan het opslaan bent. * Druk op [F7 (cancel)] om te annuleren. Uw eigen stijlen creëren (Rythm Group Edit) U kunt niet alleen de geprepareerde interne Rhythm Groups (Ritme groepen) die bepalen hoe ritme gespeeld wordt gebruiken, u kunt ze ook zelf creëren. Op deze manier kunt u genieten van het uitvoeren van uw eigen originele ritme groep. 4. Gebruik [CURSOR] om een parameter te selecteren en draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] om de waarde in te stellen. PAD Selecteer de Pad waarvoor u instellingen wilt maken. U kunt ook de Pad kiezen, die u in wilt stellen door op die Pad te drukken. Recommended Rhy (Recommended Rhythm Set) Specificeert welke ritme set gebruikt zal worden. Pad Mode Specificeert of een ritme toon of ritme patroon nummer toegewezen zal worden aan een Pad. Bereik: Pattern, Note, Off Rhythm Pattern (Rhythm Pattern Number) Als Pad Mode geselecteerd is op Pattern, specificeert dit het patroon nummer dat zal klinken wanneer u op de Pad drukt. Bereik: U , P Rhythm Pattern Velocity Specificeert de aanslagsterkte van het ritme patroon wanneer de Pad modus staat ingesteld op Pattern. Bereik: REAL, Pad Note Als Pad Mode ingesteld staat op Note, specificeert dit het noot nummer dat zal klinken wanneer u op de Pad drukt. Bereik: C-1-G9 Pad Velocity Specificeert de sterkte van het geluid dat u hoort wanneer u op een Pad slaat. Als dit ingesteld staat op REAL kunt u dynamiek toevoegen door te variëren in de kracht, waarmee u slaat. Bereik: REAL, Als u de ritme groep die u gecreëerd heeft op wilt slaan, dient u naar stap 4 van De Ritme groep die u gecreëerd heeft opslaan (Write) (p.140). Als u dit niet op wilt slaan, dient u op [F7 (Exit)] te drukken. 139

140 Ritmes spelen De Ritme Groep die u gecreëerd heeft opslaan De Ritme groepen die u creëert zijn tijdelijk. Ze worden gewist, zodra u het apparaat uitzet of een andere Stijl selecteert. U kunt maximaal 32 Ritme groepen opslaan in het gebruikersgeheugen. Ritme groep instellingen worden opgeslagen als onafhankelijke data, niet als gedeelte van de data voor iedere patch. De instellingen in Patch modus, het is niet mogelijk om Ritme groep instellingen op te slaan (zoals arpeggio stijl, spoor type, motief, duur, octaaf bereik). Het kan naar individueel opgeslagen worden in Performance modus. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken en de Performance op te slaan. 1. Bevestig dat de Ritme groep op dat moment de groep is, die u wilt bewaren. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RHYTHM]. 3. Druk op [F1 (Rhythm Group)]. 4. Druk op [F8 (Write)]. Het naam invoer venster verschijnt (p.36). 5. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [WRITE] te drukken. Een venster waarin u de bestemming voor het wegschrijven kunt selecteren, verschijnt. fig _50 6. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik, om de schrijf bestemming te selecteren. 7. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 8. Om data weg te schrijven, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl u data aan het opslaan bent. * Druk op [F7 (cancel)] om te annuleren. 140

141 Sampling De Fantom-X geeft u de mogelijkheid audio bronnen, zoals een audio apparaat, microfoon of CD te samplen. In deze sectie leggen we de sampling procedure en wat de parameters doen uit. Externe input aan/ uitschakelen 1. Druk op [MIX IN] om het aan te zetten. De knop zal oplichten. fig Input Select Specificeert de input bron van het geluid dat gesampled moet worden. Waarde DIGITAL IN: DIGITAL IN aansluiting LINE IN L/R: INPUT jacks L /R (stereo) LINE IN L: INPUT jack L (mono) MICROPHONE: INPUT jack L (mono, microfoon niveau) Digital Input Level Als u Input Select ingesteld heeft op DIGITAL IN, zal dit het input niveau van de DIGITAL IN aansluiting aanpassen. Waarde: Om uit te zetten, dient u weer op [MIX IN] te drukken. Input Source instellingen maken (Input Setting) 1. Sluit uw CD speler, microfoon of andere audio bron aan op de AUDIO INPUT jacks of op de DIGITAL IN aansluiting die zich aan de achterkant van het paneel bevindt. Waarschuwingen wanneer u een microfoon gebruikt Feedback zou geproduceerd kunnen worden afhankelijk van de locatie van de microfoons t.o.v. de speakers. Dit kan opgelost worden door: 1. De locatie van de microfoon(s) veranderen. 2. De microfoon of microfoons op een grotere afstand van de speakers zetten. 3. Volumeniveaus verlagen. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [MIX IN]. fig _50 3. Druk op of om de parameter te selecteren, die u in wilt stellen. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde in te stellen. U kunt de Digital Input Level ook besturen door een toekenbare knop (assignable switch) te gebruiken (p.125). Input Effect Type Selecteert het type effect dat toegepast zal worden op de externe input bron. Waarde: EQ, ENHANCER, COMPRESSOR, LIMITER, NOISE SUP, C CANCELLER Wanneer u op [F8 (In FX Setup)] drukt, zal het parameter instellingen venster voor het op dat moment geselecteerde input effect, weergegeven worden Input Source instellingen maken (Input Setting) (p.141). Mix In Output Asgn (Mix In Output Assign) Output bestemming van het externe input geluid dat erin gemixt is. Waarde Value DRY: Output naar OUTPUT (A) jacks zonder door effecten te lopen MFX: Output door multi-effecten Wanneer u MFX selecteert, selecteert dit welke van de drie multi-effecten (1-3) gebruikt zal worden. Mix In Output Level Volumeniveau van het externe input geluid. Waarde: Mix In Chorus Send Level Past de diepte van de chorus, die toegepast zal worden op de externe input bron, aan. Stel dit in op 0 als u geen chorus toe wilt passen. Waarde: Mix In Reverb Send Level De diepte van reverb toegepast op het externe input geluid. Stel dit in op 0 als u geen reverb toe wilt passen. Waarde: Input Effect SW Specificeert of het externe input geluid door de effecten processor gestuurd zal worden (Input Effect). U kunt deze functie aanzetten door op [F7 (In FX Sw)] te drukken zodat het rood oplicht. Druk er nogmaals op om het uit te zetten. Waarde: ON, OFF 5. Speel de externe input bron af. 141

142 Sampling 6. Draai, indien u AUDIO INPUT gebruikt, aan de EXT SOURCE LEVEL knop om het volume aan te passen. * Als u DIGITAL IN gebruikt, is deze aanpassing niet nodig. fig Parameter Uitleg 6: Center Canceler Verwijdert de geluiden die in het centrum van de stereo input gelokaliseerd zijn. Dit is een handige manier om een stem te elimineren. In dit instellingen venster kunt u parameters bewerken voor het input effect dat u heeft geselecteerd. * Als het volume van de externe bron te hoog staat, zal de PEAK indicator gaan branden. Als dit gebeurt moet u de LEVEL knop omlaag draaien tot de PEAK indicator niet meer brandt. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. Input Effect Setup instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [MIX IN]. 2. Druk op [F8 (In FX Setup)]. Het Input Effect Setup venster verschijnt. fig _50 Wanneer u in het Input Effect Setup venster komt, zal de indicator rechts van de realtime control knoppen uitgaan en kunnen de realtime control knoppen gebruikt worden om de MFX parameters te bewerken. Als u nogmaals op de knop drukt, die zich rechts van de realtime control knoppen bevindt, zodat de indicator brandt, zullen de knoppen hun eigen originele functies weer uitvoeren. Wanneer u het Input Effect setup venster verlaat, zal de indicator automatisch weer gaan branden. 5. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. Voor details over de parameters die bewerkt kunnen worden, dient u de sectie Input Effect Parameters (p.294) te bekijken. Sampling werkwijze 1. Druk op [SAMPLING] om in het Sampling Menu venster te komen. fig Druk op of om de cursor te verplaatsen. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde in te stellen. Type (Input Effect Type) Selecteert het input effect type. fig _50 Parameter Uitleg 1: Equalizer Past de toon van de lage frequentie en hoge frequenties aan. 2: Enhancer Verandert de harmonische inhoud van de hoge frequentie aan om een sprankel toe te voegen aan het geluid. 3: Compressor Nivelleert hoge niveaus en krikt lage niveaus op om het volume over het geheel consistenter te maken. 4: Limiter Comprimeert het geluid, wanneer het een gespecificeerd volume overschrijdt, om vervorming te voorkomen. 5: Noise Suppressor Onderdrukt geluid gedurende periodes van stilte. Het bovenste gedeelte van het venster zal de hoeveelheid vrij geheugen weergeven. Als het vrije geheugen nabij de 0% komt, is verder samplen niet mogelijk. 2. Druk op [F1 (Sampling)]-[F5 (SOLO)] om de Sample modus te selecteren. Het sampling-modus-by venster verschijnt. Druk op [F8 (Exit)] om te annuleren. * U kunt het geluid niet samplen dat uitgevoerd wordt door de OUTPUT B jacks. U zult een aantal dingen zo in moeten stellen, dat het geluid dat u wilt samplen uitgevoerd wordt door de OUTPUT A (MIX) jacks. 142

143 Sampling Sample modus Sampling:[F1 (Sampling)] Sample een geluid van een externe input bron. * Door het keyboard, Pads of sequencer te gebruiken, zal de interne geluidsgenerator niet gaan spelen. Re-Sampling: [F2 (Re-Sample)] Resample het geluid van de interne geluidsgenerator. Het geluid van de externe input is niet hoorbaar. * Het volume van een frase die u opnieuw samplet kan lager zijn dan het volume van de originele frase. Mocht het nodig zijn, dan kunt u de Normalize opdracht uitvoeren (p.156) om het volume te verhogen. Mix Sampling: [F3 (Mix)] Sample de gecombineerde geluiden van de interne geluidsgenerator en een externe input bron. Audio divide sampling: [F4 (Auto Divide)] Sample een gesplitste bron en verdeel deze automatisch in verschillende samples in stille regio s. Als de sample een leeg deel bevat, zal het op dat punt verdeeld worden, en het daarop volgende gedeelte zal aan het volgende sample nummer toegewezen worden. * Door het keyboard, Pads of sequencer te gebruiken, zal de interne geluidsgenerator niet gaan spelen. Solo Sampling: [F5 (Solo)] Terwijl u de interne geluidsgenerator, zoals gewoonlijk speelt, dient u alleen het geluid van de externe input te samplen. * Effecten kunnen niet op het externe input geluid toegepast worden. fig _50 3. Maak de instellingen voor zaken als de input bron van het geluid, dat gesampled moet worden, en Triggering. Input Select Specificeert de input bron van het geluid dat gesampled moet worden. Waarde DIGITAL IN: DIGITAL IN aansluiting LINE IN L/R: INPUT jacks L /R (stereo) LINE IN L: INPUT jack L (mono) MICROPHONE: INPUT jack L (microfoon niveau) Dit kan niet ingesteld worden, wanneer u opnieuw samplet. Stereo Switch Specificeert of het geluid in stereo of in mono gesampled zal worden. Mono sampling gebruikt de helft van het geheugen. Waarde MONO: Het geluid zal als één wave gesampled worden. Als het geluid stereo is, zullen de signalen links en rechts gemixt worden. STEREO: Het geluid zal gesampled worden als twee waves, L en R. Pre Sample Time De lengte van geluid dat voorafgaat aan het moment waarop sampling, met de hand of automatisch, geïnitieerd werd, zal worden vastgehouden in de sample. Dit stelt u in staat te verhinderen, dat het Attack gedeelte van het geluid weggelaten wordt uit de sample. Waarde: ms Stop Trigger Specificeert hoe sampling zal eindigen. Waarde MANUAL: Doorgaan met samplen tot u op [STOP] drukt. BEAT: Stop met samplen na het gespecificeerde aantal beats in het tempo op dat moment (BPM). TIME: Sample de gespecificeerde tijdsduur. Sampling Length U kunt dit specificeren als STOP TRIGGER op BEAT of TIME staat. Waarde Sampling Length Wanneer Stop Trigger op BEAT : staat: aantal Beats om door te gaan met samplen Wanneer Stop Trigger op TIME : staat: tijdsduur om door te gaan met samplen Auto Trigger Level Specificeert het volume, waarop sampling zal beginnen als u op [F2 (Auto Trig)] heeft gedrukt om Auto Trig aan (ON) te zetten. Waarde: 0-7 (Een instelling van 0 is het minimum.) Gap Time Specificeert de lengte van de stiltes, waarop de sample verdeeld zal worden als de Sampling Mode ingesteld staat op Auto Divide. Wanneer er een stille regio is, die langer duurt dan de gespecificeerde tijd, zal de sample verdeeld worden op één punt, en het volgende sample nummer zal toegewezen worden aan het geluid dat erop volgt. Waarde: 500, 1000, 1500, 2000 ms * Deze parameter is alleen bruikbaar, wanneer u Auto Divide Sampling gebruikt. Input Setting: [F1 (INPUT SETTING)] Maakt instellingen voor de externe input (p.141). Auto Trigger: [F2 (AUTO TRIG)] Als dit aanstaat, zal sampling automatisch beginnen wanneer het input geluid geselecteerd is. Voordat u Auto Trig aanzet, dient u stappen 4 en 5 uit te voeren om het input niveau in te stellen. Trim Sw: [F3 (TRIM SW)] Als dit aanstaat, zullen de Startpunt- en Eindpunt instellingen (p.149) automatisch aangepast worden, nadat sampling uitgevoerd is, zodat enige stille delen aan het begin of einde van het gesamplede geluid buitengesloten worden. 4. Speel de externe input bron. 143

144 Sampling 5. In de EXT SOURCE sectie van het paneel dient u de LEVEL knop te gebruiken om het input niveau van de externe bron aan te passen. * Als u DIGITAL IN gebruikt, is deze aanpassing niet nodig. fig * Als het volume van de externe bron te hoog is, zal de PEAK indicator gaan branden. Als dit gebeurt, dient u de LEVEL knop omlaag te draaien, totdat de PEAK indicator niet meer brandt. * Als het niveau van het geluid dat gesampled moet worden te hoog is, zal het woord CLIP rechts van de niveaumeter in het venster verschijnen. * Een verbindingskabel gebruiken die weerstand bevat, kan veroorzaken dat het geluidsniveau laag wordt. Gebruik een verbindingskabel zonder weerstand. 6. Druk op [F8 (start)] om te beginnen met samplen. 7. Als Stop Trigger ingesteld staat op MANUAL, dient u op [F7 (Stop)] te drukken om te stoppen met samplen. Het Sample Edit (p.148) venster verschijnt. 8. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het venster, waar u zich bevond, voordat u het het Sampling venster binnenkwam. Een Sample verdelen tijdens sampling 1. Druk op [F8 (Divide)] tijdens sampling. De sample zal verdeeld worden op het moment, dat u op de knop drukte, en het daarop volgende materiaal zal gesampled worden als een sample van het volgende nummer. * Wanneer u in mono samplet, kunt u het materiaal in een maximum van 256 samples verdelen. Wanneer u in stereo samplet, kunt u het materiaal in een maximum van 128 samples (L/R totaal 256 samples) verdelen. Sample tijd De Fantom-X bevat 32 MB geheugen, dat de mogelijkheid geeft om ongeveer 6 minuten in mono en 3 minuten in stereo te samplen. Als u langer wilt samplen, dient u apart verkrijgbaar geheugen (DIMM) te installeren (p.244, p.246). * Bekijk p.146 als u de sample wilt bewerken. fig _50 Wanneer u klaar bent met samplen, zal de sample automatisch toegevoegd worden aan de sample lijst. Druk op [SAMPLE LIST] om de sample lijst te bekijken. Samples, die u opneemt, zullen verloren gaan als u het apparaat uitzet. Als u uw sample wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken om het op te slaan (p.159). Samples die aangegeven worden als NEW in de sample lijst zijn nog niet opgeslagen. fig _50 144

145 Sampling Eerder in de tijd samplen (Skip Back Sampling) Soms wilt u misschien een aardige frase bewaren, die u wat eerder gespeeld heeft. In zulke gevallen kunt u de Skip Back Sampling functie gebruiken om geluiden te samplen, die op een eerder tijdstip gespeeld werden. Wanneer u skip-back sampling uitvoert, worden verschillende beats van een eerdere Performance opgeslagen als sample. U kunt deze sample toewijzen aan een Pad en opnieuw spelen. fig Druk op [F8 (Exec)]. Nu kunt u de sample vanaf de Pad spelen. Als u het gesamplede geluid wilt bewerken of spelen vanaf het keyboard, dient u op [SAMPLE EDIT] te drukken om in het Sample Edit venster te komen. Druk op [F3 (Sample Modify)] om de sample te bewerken (p.155 en daarop volgende pagina s) Druk op [F6 (Assign KB/Pad)] om de sample toe te wijzen aan een keyboard Part (p.152). U kunt specificeren, hoe ver terug sampling plaats zal vinden, wanneer u skip-back sampling uitvoert (5-40 seconden). Met de fabrieksinstellingen is dit ingesteld op 10 seconden. Knop aan: Knop uit: Knop knippert: Skip-back sampling kan uitgevoerd worden in deze staat. Skip-back sampling kan niet uitgevoerd worden. Werkt niet. U kunt skip-back sampling niet gebruiken als er onvoldoende vrij geheugen is. Het volgende venster verschijnt, en Skip Back sampling zal uitgevoerd worden. Samples, vastgehouden door Skip Back Sampling, zullen verloren gaan wanneer u het apparaat uitzet. Als u de sample wilt houden, dient u het opslaan uit te voeren (p.159). 1. Bepeel het keyboard of de Pads van de Fantom-X of sluit een instrument of ander apparaat aan op de AUDIO IN jacks of DIGITAL IN, en voer geluiden of frases in. 2. Druk op [SKIP BACK SAMPLING]. Het volgende venster verschijnt en Skip Back sampling zal uitgevoerd worden. fig _50 Wanneer Skip Back sampling eindigt, zal het Assign to Pad venster verschijnen. Nu kunt u een Pad specificeren dat dit geluid zal spelen. 3. Specificeer een Pad. U kunt aan de VALUE draaischijf draaien of [INC][DEC] gebruiken om het Pad nummer te selecteren of simpelweg op de gewenste Pad slaan. Als u de sample wilt Time-stretchen om het tempo te evenaren, dient u op [F1 (Tempo Sync)] te drukken. 145

146 Een sample bewerken In deze sectie wordt uitgelegd hoe u een sample kunt bewerken die u gesampled/geïmporteerd heeft. Bewerkingen worden uitgevoerd in sample geheugen een geheugen speciaal voor samples. (p. 32). Een sample selecteren (Sample List) De sample lijst geeft de actuele toestand van de samples aan fig Selecteer een sample uit de lijst. Een sample selecteren 1. Druk op [SAMPLE LIST]. De Sample List weergave verschijnt. fig _50 2. Specificeer de groep, waaruit u de sample wilt selecteren. [F1 (Preset)]: Selecteer uit de preset samples [F2 (User)]: Selecteer uit de gebruikerssamples [F3 (Card)]: Selecteer uit de samples, die op een geheugenkaart opgeslagen zijn. * Preset samples kunt u niet bewerken. 3. Gebruik de VALUE draaischijf, [INC][DEC] of om een sample te selecteren. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt, terwijl u bovenstaande knppen bedient, zal het sample nummer in stappen van tien veranderen. U kunt op [F8 (Preview)] drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. NEW: Dit is een sample die u gesampled heeft. Het is niet opgeslagen en zal verloren gaan, wanneer u het apparaat uitzet. Hetzelfde geldt voor samples die geïmporteerd zijn als WAV/AIFF. UNLOAD: De sample is opgeslagen, maar niet in het sample geheugen geladen. EDIT: Dit is een sample die u geladen of gesampled heeft en aan het bewerken bent. Uw bewerkingen zullen verloren gaan, wanneer u het apparaat uitzet. Als u ze wilt behouden, dient u de sample weg te schrijven (Write). Sla deze data op, mocht dat nodig zijn. De Fantom-X heeft een parameter (Load User Samples at Startup, (p.234)) dat specificeert of de samples in gebruikersgeheugen, de samples op de geheugenkaart of de preset samples automatisch in het sample geheugen geladen zullen worden als u het apparaat aanzet. Indien Load User Samples at Startup uitstaat, zullen samples niet in het sample geheugen geladen worden als u het apparaat aanzet. In dit geval zult u de samples zelf in het geheugen moeten laden. Als u een sample uit het geheugen hebt geladen, dient u het ook opnieuw te laden voordat u de sample weer kunt selecteren. 4. Druk op [ENTER]. Het Sample Edit venster verschijnt. 146

147 Een sample bewerken Een sample laden Hier laten we u zien, hoe u een sample uit het gebruikersgeheugen, een geheugenkaart of preset geheugen kunt laden naar sample geheugen. 1. Druk op [SAMPLE LIST]. De Sample List weergave verschijnt. 2. Selecteer de bank die de gewenste sample bevat uit [F1 (Preset)]. 3. Gebruik de VALUE draaischijf, [INC][DEC] of om een sample te selecteren. Als u twee of meer samples wilt laden, dient u op [F5 (Mark Set) te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de samples, die u wilt selecteren. Om het vinkje te verwijderen, moet u op [F4 (Mark Clear)] drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All) drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle samples uit de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd worden van alle geselecteerde samples. Het edit venster voor de geselecteerde sample verschijnt. 4. Druk op [F7 (Load Utility)] en dan op [F7 (Load)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 5. Druk op [F8 (Exec)] om de sample te laden. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. * U kunt deze handeling ook uitvoeren vanuit het Sample Edit of Sample List venster door op [MENU] te drukken en Load Sample te selecteren. Alle samples laden Hier laten we u zien, hoe alle samples in het gebruikersgeheugen en de geheugenkaart geladen kunnen worden. Wanneer u Load All Samples uitvoert, zullen alle nietopgeslagen samples gewist worden. Als de totale grootte van de data in de user bank en card bank de hoeveelheid geheugen overschrijdt, zullen de samples uit de user bank als eerste geladen worden. Daarna worden zoveel mogelijk card bank samples geladen, te beginnen met de sample met het laagste nummer. 1. Druk op [MENU] uit het Sample List venster of Sample Edit venster. 2. Druk op of om Load All Samples te selecteren en dan op [ENTER]. Een bericht vraagt om bevestiging. * Als u op [SAVE/LOAD] en dan op [F7 (Load All Smpl)] drukt i.p.v. stap 1 en 2 uit te voeren, zal hetzelfde configuratiebericht verschijnen. 3. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. * U kunt deze handeling ook uitvoeren vanuit het Sample Edit of Sample List venster door op [MENU] te drukken en Load All Samples te selecteren. Een sample uitladen Hier laten we u zien hoe u een sample uit het sample geheugen kunt laden. Het opgeslagen sample bestand zal niet gewist worden. 1. In het weergegeven Sample List venster, dient u op [F1 (Preset)]-[F3 (Card)] te drukken om de groep te selecteren mey de sample die u wilt wissen. 2. Gebruik de VALUE draaischijf, [INC][DEC] of om een sample te selecteren. Als u twee of meer samples wilt wissen, dient u op [F5 (Mark Set) te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de geselecteerde samples. Om het vinkje te verwijderen, moet u op [F4 (Mark Clear)] drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All) drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle samples uit de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd worden van alle geselecteerde samples. Het edit venster voor de geselecteerde sample verschijnt. U kunt op [F8 (Preview)] drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. 3. Druk op [F7 (Load Utility)] en dan op [F6 (Unload)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 4. Druk op [F8 (Exec)] om de sample uit te laden. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. * U kunt deze handeling ook uitvoeren vanuit het Sample Edit venster door op [MENU] te drukken en Unload Sample te selecteren. Een sample wissen In deze sectie laten we u zien, hoe u een sample bestand kunt wissen. * U kunt de preset samples niet wissen. 1. In het Sample List venster weergegeven, dient u op [F2 (User)]-[F3 (Card)] te drukken om de groep te selecteren die met sample, die u wilt wissen. 2. Gebruik de VALUE draaischijf of druk op of om een sample te selecteren. Als u twee of meer samples wilt wissen, dient u op [F5 (Mark Set) te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de samples die u wilt selecteren. Om het vinkje te verwijderen, moet u op [F4 (Mark Clear)] drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All) drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle samples uit de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd worden van alle geselecteerde samples. Het edit venster voor de geselecteerde sample verschijnt. U kunt op [F8 (Preview)] drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. 3. Druk op [F7 (Load Utility)] en dan op [F5 (Delete Sample)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 4. Druk op [F8 (Exec)] om de sample te wissen. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. * U kunt deze handeling ook uitvoeren vanuit het Sample Edit of Sample List venster door op [MENU] te drukken en Delete Sample File te selecteren. 147

148 Een sample bewerken Een audio bestand importeren fig _50 Hier laten we u zien, hoe een audiobestand in het geheugen geladen kan worden als sample. Plaats de audiobestanden in de TMP/AUDIO_IMPORT map in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart. Bekijk p.218 voor details over hoe u uw computer kan gebruiken om een bestand te kopiëren naar het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart. 1. Druk op [MENU] uit het Sample List of sample Edit venster (p.148) om Import Audio te selecteren en druk dan op [ENTER]. * U kunt hetzelfde resultaat krijgen door eerst op [SAVE/LOAD] en dan op [F8 (Import Audio)] te drukken i.p.v. stap 1 uit te voeren. 2. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om te selecteren uit welk deel u wilt importeren. User: Selecteer een bestand uit het gebruikersgeheugen. Card: Selecteer een bestand van de geheugenkaart. 3. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar TMP/ AUDIO_IMPORT. 4. Druk op of, selecteer dan het bestand dat u wilt importeren. Als u twee of meer samples wilt wissen, dient u op [F5 (Mark Set) te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de bestanden die u wilt selecteren. Om het vinkje te verwijderen, moet u p [F4 (Mark Clear)] drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All) drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle bestanden uit de geselecteerde map. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes van alle geselecteerde bestanden verwijderd worden. 5. Druk op [F8 (Import Audio)]. Een bericht vraagt om om bevestiging. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Het bestand zal geïmporteerd worden en het Sample List venster verschijnt. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Het geïmporteerde bestand zal toegevoegd worden aan de sample lijst als een sample. Deze sample is tijdelijk en zal verloren gaan, wanneer u het aparaat uitzet. Als u het wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken om de data op te slaan. Het Sample Edit venster weergeven Samples die u bewerkt zullen verloren gaan als u het apparaat uitzet. Als u ze wilt behouden, zult u ze op moeten slaan (p.159). De Waveform display vergroten/ verkleinen (Zoom In/Out) Hier laten we u zien, hoe u de grootte van de sample display kunt veranderen. 1. Druk op [F7 (Zoom In/Out)] in het Sample Edit venster. Het Zoom In/Out sub-venster verschijnt. fig _50 2. Gebruik [CURSOR] om de grootte van de display te veranderen. Horizontale axis (tijd axis): 1/1-1/65536 Druk op om de display grootte te vergroten. Druk op om de display grootte te verkleinen. * Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om de instelling aan te passen. Verticale axis (Waveform amplitude axis): 1/1-1/65536 Druk op om de display grootte te vergroten. Druk op om de display grootte te verkleinen. 3. Druk op [F8 (Close)] om het sub-venster te sluiten. Zelfs zonder het Zoom In/Out sub-venster weer te geven, kunt u op CURSOR drukken om de horizontale axis te vergroten/verkleinen of [SHIFT] ingedrukt houden en op CUR- SOR drukken om de verticale axis te vergroten/ verkleinen. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] in de sampling sectie. Het Sample Edit venster verschijnt. 148

149 Een sample bewerken De Start/Eindpunten van de sample instellen U kunt het gedeelte van de sample specificeren, dat uiteindelijk te horen zal zijn. U kunt ook de regio specificeren, die gelooped moet worden. 1. Druk op [SAMPLE LIST] en selecteer de sample die u wilt bewerken (p.146). 2. Druk op [SAMPLE EDIT]. fig _50 van één beat door op [F4 ( )] of [F5 ( )] te drukken. De preset samples kunnen niet verplaatst worden. Naat u het startpunt en het eindpunt gespecificeerd heeft, kunt u Truncate (p.155) uitvoeren om ongewenste delen aan het begin en het einde van een sample te wissen. Over de beat Samples bevatten data. Maximaal 100 beat locaties zijn voor één sample gespecificeerd. Als de sample meer dan 100 beats bevat, zullen vijftig beat locaties gespecifieerd worden uit het begin en einde van de sample, respectievelijk. * De preset samples bevatten geen beat data. Wanneer u de beat indicatie opnieuw in wilt stellen (Reset Grid functie) * Bekijk Sample List (p.146) voor details over het selecteren van een sample. 3. Gebruik of om het punt te selecteren dat u in wilt stellen. Startpunt: Dit is het punt, waarop het afspelen zal beginnen. Stel dit zo in, dat alle ongewenste delen aan het begin van de sample overgeslagen worden, en het geluid zal op het gewenste moment beginnen. Loop start: Dit is het punt, waarop loop afspelen (tweede en daarop volgende keren) zal beginnen. Stel dit in als u het geluid vanaf een ander punt dan het startpunt wilt loopen. Eindpunt: Dit is het punt, waarop het afspelen zal eindigen. Stel dit zo in dat alle ongewenste delen aan het einde van de sample niet hoorbaar zullen zijn. Door op [F8 (Preview)] te drukken, kunt u de regio tussen het startpunt en edit punt proef spelen. Als u [F8 (Preview)] ingedrukt houdt en het start/loop/ eindpunt bewerkt, zal de sample zichzelf herhalen. Aangezien het geluid in de regio herhaaldelijk zal spelen, is dit een handige manier om uw instelling te controleren. (In- of uitzoomen op de Waveform zal de regio, die gelooped wordt, veranderen.) 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om het punt te verplaatsen zodat het zich daar bevindt waar u wilt. U zult het handig vinden om in te zoomen, wanneer u kleine aanpassingen maakt, en uit te zoomen wanneer u grote aanpassingen maakt (p.148). U kunt het punt verplaatsen in eenheden U kunt het sample spoor opnieuw toewijzen, afhankelijk van het gespecificeerde startpunt en BPM. In het Sample Edit venster dient u het startpunt van de sample te specificeren en op [F2 (Sample Param)] te drukken om in het Sample Prm venster te komen. In het Sample Prm venster dient u de BPM te specificeren en op [F7 (Reset Grid)] te drukken. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. Handelingen, waarbij een sample veranderd wordt (Chop, Normalize etc.) worden op de hele sample toegepast. Zelfs als u een startpunt of eindpunt specificeert, zullen deze genegeerd worden. Als u de handeling alleen op de regio tussen het starten eindpunt toe wilt passen, dient u Truncate te gebruiken om ongewenste delen van de sample te wissen en dan de sample aanpassing uit te voeren. De knoppen gebruiken om de punten te bewerken U kunt de knoppen gebruiken om ieder punt te bewerken. De knoppen zijn handig, wanneer u grote veranderingen in de waarde aan wilt brengen. 1. Zorg ervoor dat de indicator knoppen rechts van de REALTIME CONTROL knoppen uitstaan. Als ze branden, dient u op de knop te drukken, zodat de indicator uit gaat. 2. Gebruik de REALTIME CONTROL knoppen om de volgende bewerkingspunten te specificeren. Gezien vanaf links hebben de knoppen de volgende functies: 149

150 Een sample bewerken fig a fig Start P. Loop Start P. Eind P : Startpunt : Loop Start : Eindpunt : Zoom-in/zoom-out de horizontale axis van de display Hier laten we u zien, hoe u verschillende instellingen voor de sample kunt maken. 1. Druk op [SAMPLE LIST] en selecteer de sample, die u wilt bewerken (p.146). 2. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen, en dan op [F2 (Sample Param)]. fig _ Instellingen maken voor een sample (Sample parameters) fig fig REV (Reverse) Wanneer de sample afgespeeld is van het Eindpunt naar het Startpunt, zal het herhaaldelijk afgespeeld worden in tegenovergestelde richting, van het Loop Startpunt naar het Startpunt. Start P. REV-ONE (Reverse One-shot) De sample zal slechts één keer afgespeeld worden, van het Eindpunt naar het Startpunt in tegenovergestelde richting. Start P. Loop Start P. Eind P. Loop Start P. Eind P. Loop tune Specificeert de toonhoogte van de loop regio. Waarde: Druk op of om een parameter te selecteren. 4. Gebruik de VALUE draaischijf of [INC], [DEC] om de waarde te bewerken. Loop Mode Specificeert, hoe de sample gespeeld zal worden. Waarde FWD (Forward) Nadat de sample is afgespeeld van het Startpunt naar het Eindpunt, zal het herhaaldelijk voorwaarts afgespeeld worden, van het Loop Startpunt tot het Eindpunt. fig Start P. Loop Start P. Eind P. ONE-SHOT De sample zal slechts één keer afgespeeld worden, van het Startpunt tot het Eindpunt. * Maak kleine aanpassingen in one-cent (1/100 semitone) stappen. Original Key Noot nummer die de sample zal spelen in de toonhoogte, waarin het gesampled werd. Waarde: 0(C-1)-127(G9) BPM (TEMPO) Specificeert het originele tempo van de sample. Waarde: * Om het tempo te synchroniseren, moet de Wave Temp Sync (p.63) aanstaan. * Wanneer u de BPM (tempo) waarde instelt, kunt u [SHIFT] ingedrukt houden en aan de VALUE draaischijf draaien of [INC] [DEC] gebruiken om het cijfer rechts van de decimale punt aan te passen. Time Stretch Type Specificeert hoe het tempo gesynchroniseerd zal worden. De waarde verkleinen zal het geluid optimaliseren voor snellere frases en de waarde vergroten zal het geluid optimaliseren voor langzame frases. Waarde: TYPE01-TYPE10 Start Fine Kleine aanpassingen van het Startpunt. Waarde: Loop Start Fine Kleine aanpassingen van het Loop Startpunt. Waarde:

151 Een sample bewerken Loop End Fine Kleine aanpassingen van het Eindpunt. Waarde: * Door op [F7 (Reset Grid)] te drukken, kunt u het sample spoor opnieuw toewijzen, afhankelijk van het gespecificeerde startpunt en BPM. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. 5. Druk op [EXIT] wanneer u klaar bent. Samples toewijzen aan een Pad (Assign To Pad) Hier laten we u zien hoe u samples toekent als de ritme tonen van een ritme set. U kunt bijvoorbeeld een originele ritme set creëren door bepaalde tonen van een preset ritme set te vervangen door andere samples. * Vanuit het Sample List venster kunt u ook op [F7 (Load Utility)]-> [F2 (Assign to Pad)] drukken om Assign to Pad uit te voeren. * U kunt dit niet met meer dan één geselecteerde sample uitvoeren. Vanuit Patch modus 1. Druk op [SAMPLE LIST] om een sample te selecteren en dan op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. gespecificeerde Pad. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. Vanuit Performance modus Voordat u verder gaat met de procedure hieronder, dient u er zeker van te zijn dat u zich in Performance modus bevindt en de patch of ritme set te selecteren, waar u een sample aan toe wilt wijzen. 1. Druk op [SAMPLE LIST] om een sample te selecteren en druk dan op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F6 (Assign KB/Pad)]. Het Assign to Kbd /Pad venster verschijnt. 3. Druk op [F7 (Assign to Pad)]. Het Assign to Pad venster verschijnt. Als een ritme set niet toegewezen is aan de geselecteerde Part zal een bericht verschijnen Change into Rhythm and Initialize?, dat u vraagt of u een geïnitialiseerde ritme set wilt toewijzen aan de geselecteerde Part. fig _50 2. Druk op [F6 (Assign Kb/Pad). Het Assign to Kbd/Pad venster verschijnt. fig _50 3. Druk op [F7 (Assign to Pad)]. Het Assign to Pad venster verschijnt. fig _50 4. Selecteer de gewenste Pad door er direct op te drukken. Als u op [F1 (Tempo Sync)] drukt om het rood te laten oplichten, zal de Wave Tempo Sync parameter (p.63) op ON gaan voor de ritme toon die toegekend is. 5. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 6. Druk op [F8 (Exec)] om Assign to Pad uit te voeren. De sample zal toegewezen worden (als ritme toon) aan de gespecificeerde Pad. Druk op [F7 (Cancel)] on te annuleren. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. 4. Selecteer de gewenste Pad door er direct op te drukken. Als u op [F1 (Tempo Sync)] drukt om het rood te laten oplichten, zal de Wave Tempo Sync parameter (p.89) op ON gaan voor de toegekende ritme toon is. Als u een ander ritme set selecteert, zal de ritme set die u toegewezen hebt vervangen worden door die patch. Als u de patch, die u gecreëerd hebt wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken en het op te slaan. 5. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 6. Druk op [F8 (Exec)] om Assign to Pad uit te voeren. De sample zal toegewezen worden (als een ritme toon) aan de 151

152 Een sample bewerken Een sample toewijzen als Patch aan een Part (Assign to Keyboard) Hier laten we u zien, hoe u de op dat moment geselecteerde sample kunt gebruiken om een patch te creëren en deze aan een keyboard Part toe te wijzen. * Vanuit het Sample List venster kunt u ook op [F7 (Load Utility)] )]-> [F2 (Assign to Pad)] drukken om Assign to Pad uit te voeren. * U kunt dit niet uitvoeren met meer dan één geselecteerde sample. Vanuit Patch modus 1. Druk op [SAMPLE LIST] om een sample te selecteren en druk dan op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F6 (Assign KB/Pad)]. Het Assign to Kbd /Pad venster verschijnt. fig _50 fig _50 4. Druk op of om de Part te specificeren, waar de nieuwe patch aan toegewezen zal worden, en druk dan op [F8 (Select)]. Het Assign to Keyboard venster verschijnt, en u kunt de opdracht voor de Part verifiëren. Als u op [F2 (Tempo Sync)] drukt om het rood op te laten lichten, zal de Wave Tempo Sync parameter (p.63) op ON gaan voor de patch die toegewezen is. 5. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 6. Druk op [F8 (Exec)]. De sample zal toegewezen worden (als patch) aan de gespecificeerde Part. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. 3. Druk op [F6 (Assign to Kbd)]. Het Assign to Keyboard venster verschijnt, en u kunt de opdracht voor het keyboard Part verifiëren. Als u op [F2 (Tempo Sync)] drukt om het rood op te laten lichten, zal de Wave Tempo Sync parameter (p.63) op ON gaan voor de patch die toegewezen is. 4. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 5. Druk op [F8 (Exec)]. De sample zal toegewezen worden (als patch) aan de gespecificeerhet keyboard Part. Druk op [F7 (Cancel)] on te annuleren. Vanuit Performance modus 1. Druk op [SAMPLE LIST] om een sample te selecteren en druk dan op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F6 (Assign KB/Pad)]. Het Assign to Kbd /Pad venster verschijnt. fig _50 3. Druk op [F6 (Assign to Kbd)]. Het Assign to Keyboard venster verschijnt. Als u een andere patch selecteert, zal de patch die u toegewezen hebt vervangen worden door die patch. Als u de patch die u gecreëerd hebt wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken en het op te slaan. Een Ritme set creëren (Create Rhythm) Hier laten we u zien, hoe u de sample(s) kunt gebruiken om een ritme set te creëren. Deze handeling wordt Create Rhythm genoemd. Wanneer u Create Rhythm uitvoert, zal de sample als ritme set omgezet en aan een Part toegewezen worden. U zou bijvoorbeeld een sample op kunnen nemen, de Chop functie kunnen gebruiken om het te verdelen, en dan deze Create Rhythm handeling kunnen gebruiken om de samples toe te kennen aan een Part als ritme set. Of u kunt een teken aan twee of meer samples in de sample lijst toewijzen, en Create Rhythm uitvoeren om de samples in een Part als ritme set om te zetten. De samples zullen opeenvolgend toegegewezen worden vanaf de C2 toets. 1. Druk op [SAMPLE LIST] om in het Sample List venster te komen. 2. Selecteer de samples. Als u twee of meer samples wilt selecteren, dient u op [F5 (Mark Set)] te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de samples die u wilt selecteren. Om het vinkje te verwijderen, dient u op [F4 (Mark Clear)] te drukken. U kunt op [F8 (Preview)]drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. 3. Druk op [F7 (Load Utility)] en dan op [F4 (Create Rhythm)]. Het Create Rhythm venster verschijnt. 152

153 Een sample bewerken Patch modus fig _50 Een multisample creëren (Create Multisample) Twee of meer samples toegewezen aan verschillende toetsen worden samen een multisample genoemd. Eén multisample kan maximaal 128 samples toekennen, verdeeld ( split ) over de noten van het keyboard. Een geheugenkaart kan 128 multisamples opslaan. Performance modus fig _50 Om een multisample te horen, dient u het toe te wijzen aan een Part als Patch. Kies de gewenste samples om de multisample te creëren, en wijs het dan toe als patch aan een keyboard Part voor gebruik. fig e Multisample Multisample No.128 Multisample No.001 Een multisample is verdeeld in 128 sample No.001 sample No.002 sample No.003 sample No.127 sample No.128 Nummer in de sample lijst 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om de Part te selecteren die u toe wilt wijzen. 5. Druk op [F8 (Select)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 6. Druk op [F8 (Exec)]. De sample zal toegewezen worden (als een patch) aan de gespecificeerde Part. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. * Als u een andere ritme set selecteert, zal de ritme set die u toegewezen heeft, vervangen worden door die ritme set. Als u de ritme set wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken en deze op te slaan. * De geluiden zullen in volgorde toegewezen worden, beginnend bij de C2 toets. Als bijvoorbeeld slechts één noot (het geluid van de C4 toets) gesampled is uit een instrument met groot bereik als een piano, en toegekend is aan volledige toetsenbord zal het onnatuurlijk klinken, wanneer het beduidend onder of boven zijn originele toonhoogte wordt gespeeld. Als het instrument op verschillende toonhoogtes gesampled wordt en toegewezen is aan verschillende delen van het toetsenbord, kan dit onnatuurlijke effect geminimaliseerd worden. fig e sample No.001 originele toets C3 Multisample 128 split (128 toetsen) sample No.002 originele toets C4 split punt split punt sampleno.003 originele toets C5 : originele toets Wanneer u een multisample creëert, worden de split punten automatisch bepaald, afhankelijk van de originele toets van iedere sample.voordat u dit proces begint, zult u de originele toets van iedere sample in moeten stellen naar het gebied, waaraan u wilt dat het toegewezen wordt. Een multisample aan de gewenste toetsen toewijzen (p.154) Een sample zal niet te horen zijn bij een toonhoogte hoger dan één octaaf boven de originele toets. 153

154 Een sample bewerken 1. Druk op [SAMPLE LIST] om in het Sample List venster te komen en selecteer de sample(s) die u wilt gebruiken in uw nieuwe multisample. Selecteer de samples. Als u twee of meer samples wilt selecteren, dient u op [F5 (Mark Set)] te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan iedere sample. Om het vinkje te verwijderen, dient u op [F4 (Mark Clear)] te drukken. U kunt op [F8 (Preview)]drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. Als het totale aantal tekens boven de 128 uitkomt, zal de multisample gecreëerd worden uit de 128 laagstgenummerde samples. U kunt geen multisample creëren, wanneer u samples uit meer dan één bank gebruikt. 2. Druk op [F7 (Load Utility)] en druk dan op [F3 (Create Multisample). Het Create Multisample venster verschijnt. fig.15-xxx_50 8. Wanneer de data weggeschreven is, zal het Assign to Keyboard venster verschijnen. fig b 9. Als u de multisample als een patch wilt gebruiken, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Druk op [F7 (Cancel)] als u besluit om te annuleren. Zet het apparaat nooit uit, terwijl data weggeschreven wordt. * U kunt niet naar een multisample luisteren, tenzij deze toegewezen is aan een Part als patch. Als u dan op [F7 (Cancel)] drukt, zal de multisample opgeslagen worden, maar zult u de toegevoegde stap voor het toewijzen van de opgeslagen multisample naar het keyboard uit moeten voeren om het daadwerkeleijk te kunnen spelen (p.152). Een multisample aan de gewenste toetsen toewijzen 3. Ken een naam toe. zie: Bekijk voor details over het toewijzen van namen Assigning a Name (p.36) 4. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (Write)] te drukken. Een venster verschijnt, waarin u de mogelijkheid krijgt om een bestemming te selecteren voor het wergschrijven. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om de schrijf bestemming te selecteren. Multisamples die bestaan uit gebruikerssamples, zullen weggeschreven worden naar User, en multisamples, die uit kaartsamples bestaan zulen weggeschreven worden naar Card. 6. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 7. Als u er zeker van bent dat u de multisample weg wilt schrijven, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Druk op [F7 (Cancel)] als u besluit te annuleren. Zet de Fantom-X nooit uit, terwijl data opgeslagen wordt. Om een multisample aan de gewenste toetsen toe te wijzen, dient u de originele toets (Original Key) van iedere sample in te stellen voor de juiste toetsen. Wanneer u dan de Create Multisample handeling uitvoert, zal de Fantom-X de samples toewijzen aan het keyboard en de split punten automatisch instellen. 1. Druk op [SAMPLE LIST] om in het Sample List venster te komen en selecteer de sample(s) die u wilt gebruiken in uw nieuwe multisample. 2. Druk op de [SAMPLE EDIT] knop om in het Sample Edit venster te komen. 3. Druk op [F2 (Sample Param)] om in het Sample Param venster te komen. 4. Stel de originele toets (Original Key) in op het noot nummer van de toets waaraan u de sample toe wilt wijzen. 5. Druk op de [SAMPLE EDIT] knop om terug te keren naar het Sample Edit venster en stel de originele toets (Original Key) voor de andere samples op dezelfde manier in. Wanneer u een multisample creëert, zult u de Original Key voor meer dan één sample moeten veranderen. Nadat u de instelling voor de eerste sample heeft gemaakt, kunt u simpelweg op [SAMPLE LIST] drukken om in het Sample List venster te komen, een andere sample selecteren en op [ENTER] drukken om direct naar het Sample Param venster te gaan. 6. Wanneer u klaar bent met het instellen van de Original Key voor alle samples, kunt u de multisample creëren, zoals beschreven in Een multisample creëren (p.153). 154

155 Een sample bewerken Een sample uitladen (Unload) In het sample Edit venster kunt u op [F1 (Unload)] drukken om de op dat moment geselecteerde sample uit te laden, en terug te keren naar het voorgaande venster. Ongewenste delen van een sample verwijderen (Truncate) Deze handeling snijdt de delen uit de sample die zich voor het Startpunt en na het Loop Eindpunt bevinden. * U kunt dit niet uitvoeren, wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op of om de parameter te selecteren. Startpunt: Specificeert het sample startpunt. Eindpunt: Specificeert het sample eindpunt. Het hoge frequentie bereik van de sample opkrikken of begrenzen (Emphasis) In sommige gevallen zal de audio kwaliteit verbeteren als u het hoge frequentie bereik van een geïmporteerde sample opkrikt. Er kan ook extra nadruk gelegd worden op het hoge frequentie bereik van de sample wanneer u een sampler gebruikt die gemaakt is door een andere fabrikant. In dit geval kunt u de tonale verandering minimaliseren door het hoge frequentie bereik te verminderen. * U kunt dit niet uitvoeren wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 3. Druk op [F2 (Emphasis)]. fig _50 3. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om de waarde in te stellen. 4. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 5. Druk op [F1 (Truncate)]. fig _50 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC],[DEC] om het emphasis type te selecteren. PreEmphasis: Legt de nadruk op het hoge frequentie bereik. DeEmphasis: Vermindert het hoge frequentie bereik. 5. Als u de huidige sample wilt vervangen door de opgelichte sample, dient u op [F6 (Over Writer)] te drukken om het symbool weer te geven. 6. Als u de huidige sample wilt vervangen met de truncated sample, dient u op [F6 (Over Writer)] te drukken om het symbool weer te geven. 7. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 7. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 8. Om de Truncate handeling uit te voeren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] als u wilt annuleren zonder uit te voeren. 155

156 Een sample bewerken Het volume van een sample maximaliseren (Normalize) fig _50 Deze handeling doet het niveau van de gehele sample zoveel mogelijk stijgen zonder het maximumniveau te overstijgen. In sommige gevallen zal het volume van de frase die u geresampled heeft (p.143) lager zijn dan het volume van de originele frase. In dat geval is het een goed idee om het volume op te krikken door de Normalize handeling uit te voeren. * U kunt dit niet uitvoeren, wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 3. Druk op [F3 (Normalize)]. fig _50 4. Als u de huidige sample wilt vervangen door de genormaliseerde sample, dient u op [F6 (Over Writer)] te drukken om het symbool weer te geven. 5. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 6. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Amp Met deze handeling wordt een envelope (time-variant change) toegepast op het volume van de sample. * U kunt dit niet uitvoeren, wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 3. Druk op [F4 (Amp)]. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC],[DEC] om de waarde in te stellen. Rate 1-4: Specificeert de snelheid van de volumestijging. Dit specificeert hoeveel stijging met betrekking tot tot het huidige volume toegepast zal worden. De hele sample zal opgekrikt worden. Waarde: 0-400% 5. Als u een punt wilt specificeren, dient u op [F5 (Point)] te drukken, zodat deze rood wordt. Druk op of om een parameter te selecteren en gebruik de VALUE draaischijf of [INC], [DEC] om de waarde in te stellen. Current Point: Specificeert het op dat moment geselecteerde punt. Te beginnen bij het startpunt, zullen de punten 1, 2, 3 of 4 genummerd worden. Point 1-4: Locatie van het huidige punt. Rate 1-4: versterking van het huidige punt. Specificeert hoe het volume van ieder punt in relatie tot de huidige waarde opgekrikt gaat worden. Waarde: 0-400% 6. Als u de huidige sample wilt vervangen door de bewerkte sample, dient u op [F6 (Over Writer)] te drukken om het teken weer te geven. 7. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 8. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Een sample uitrekken of krimpen (Time Stretch) Deze handeling rekt de sample uit of krimpt de sample om de lengte of het tempo te veranderen. U kunt de sample uitrekken of doen krimpen met een factor van 1/2 tot twee keer de originele lengte. * U kunt dit niet uitvoeren, wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 156

157 Een sample bewerken 3. Druk op [F5 (Time Strtch)]. fig _50 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 3. Druk op [F3 (Chop)]. fig _50 4. Druk op of om de parameter te selecteren. Edit Time Stretch BPM: Verander de BPM van de sample naar de BPM die u specificeert. Time: Specificeer de lengte van de sample als een tijdswaarde. Rate: Specificeer de lengte in relatie tot de huidige lengte van de sample. Waarde: % Type Lagere instellingen van deze waarde zullen het geluid geschikter maken voor snellere frases en hogere instellingen zullen het geluid geschikter maken voor langzamere frases. Waarde: TYPE 01-TYPE 10 Quality Adjust Maak kleine aanpassingen aan de tonale kwaliteit van de Time Stretch. Waarde: Gebruik de VALUE draaischijf of [INC/DEC] om de tempo/ lengte te specificeren. Wanneer u de BPM (tempo) waarde instelt, kunt u [SHIFT] ingedrukt houden en aan de VALUE draaischijf draaien of [INC] [DEC] gebruiken om de waarde rechts van het decimale punt aan te passen. 6. Druk op [F8 (Exec)]. De lengte van de sample zal, zoals gespecificeerd, veranderd worden. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Een sample in noten verdelen (Chop) De chop functie verdeelt een sample Waveform in afzonderlijke noten. * De Create Rhythm functie (p.152) maakt het gemakkelijk om een ritme set te creëren van een in stukjes gehakte sample. * U kunt dit niet uitvoeren, wanneer meer dan één sample geselecteerd is. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. Werkwijze voor het verdelen van een sample U kunt vrijelijk het punt/de punten specificeren, waarop de sample verdeeld moet worden. 4. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar Current Adress. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om het punt te verplaatsen. 6. Op de plaats waar u de sample wilt verdelen, dient u op [F4 (Add Point)] te drukken. De huidige locatie zal het verdeel punt worden. 7. Herhaal stappen 5 en 6 om andere verdeel punten, die u wenst aan te brengen, te specificeren. U kunt maximaal 15 locaties specificeren waarop u de sample kunt verdelen, d.w.z. dat de sample in maximaal 16 stukjes verdeeld zal worden. 8. Beluister de sample, zoals beschreven in de sectie De verdeelde samples proef spelen Als u de instellingen opnieuw wilt maken, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken en het punt te verplaatsen of te wissen (p.158). 9. Druk p [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 10. Om de verdeling uit te voeren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Wanneer u de Chop handeling uitvoert, zal een bericht u vragen of u Create Rhythm uit wilt voeren. * De verdeelde samples zullen aan de sample lijst toegevoegd worden. 11. Als u Create Rhythm uit wilt voeren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. Bekijk Een Ritme set creëren (p.152) voor de rest van de procedure. 12. Als u Create Rhythm niet uit wilt voeren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 157

158 Een sample bewerken Automatisch een sample verdelen (Auto Chop) Hier laten we u zien, hoe u automatisch de punten kunt selecteren, waarop de sample verdeeld moet worden en dan de sample kunt verdelen. 1. Vanaf stap 3 op p.157, drukt u op [F6 (Auto Chop)]. Het Auto Chop sub-venster verschijnt. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC],[DEC] om de methode te selecteren waarmee de sample verdeeld dient te worden. Chop Type Specificeer hoe de sample verdeeld gaat worden. Waarde Level: Verdeel overeenkomstig het volume. Beat: Verdeel op beats gebaseerd op de BPM (p.150) van de sample. Level: Verdeel in x aantal gelijke lengten. 3. Druk op. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om de waarde in te stellen. Level (Als het Chop Type Level is) Niveau waarop de sample verdeeld moet worden. Lagere instellingen van deze waarde zullen ervoor zorgen dat de sample fijner verdeeld wordt. Waarde: 1-10 Beat (Als het Chop Type Beat is) Beat interval waarop de sample verdeeld moet worden. Waarde: 1/32,1/16T,1/16,1/8T,1/8,1/4T,1/4,1/2,1/1,2 /1 Times (Als het Chop Type Divide x is) Aantal samples waarin de sample verdeeld moet worden. Waarde: Druk op [F8 (Exec)]. De sample zal automatisch verdeeld worden, overeenkomstig uw instellingen, en de punten zullen gespecificeerd worden. Een maximum van 15 verdeel punten zal ingesteld worden (16 regio s). Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 6. Beluister de sample, zoals beschreven in de sectie Automatisch een sample verdelen (Auto Chop) (p.158) Als u de instellingen opnieuw wilt maken, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken en het punt te verplaatsen of te wissen Een verdeel punt verplaatsen (p.158). 7. Druk op [F8 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 8. Om de verdeling uit te voeren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Wanneer u de Chop handeling uitvoert, zal een bericht u vragen of u Create Rhythm uit wilt voeren. Bekijk Een Ritme set creëren (Create Rhythm) (p.152) voor de rest van de procedure. * De verdeelde samples zullen toegevoegd worden aan de sample lijst. 10. Als u Create Rhythm niet uit wilt voeren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. U zult terugkeren naar het Sample Edit venster. De verdeelde samples proef spelen Nadat de sample verdeeld is, kunt u op de Velocity Pads drukken om de verdeelde samples proef te laten spelen.vanaf de sample het dichtst bij het Startpunt, zullen de samples gespeeld worden door Pads [1], [2],...[16] Een verdeel punt verplaatsen 1. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar Point No. 2. Draai aan de VALUE draaischijf om het punt te selecteren dat u wilt verplaatsen. In volgorde vanaf het startpunt zullen de punten 1, 2,...15 genummerd worden. 3. Druk op. 4. Draai aan de VALUE draaischijf om het verdeel punt te verplaatsen. Een verdeel punt wissen 1. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar Point No. 2. Draai aan de VALUE draaischijf om het punt dat u wilt wissen, te selecteren. 3. Druk op [F5 (Clear Point). Het verdeel punt zal gewist worden. Twee of meer samples samenvoegen (Combine) Deze handeling combineert meerdere samples in één enkele sample. U kunt maximaal zestien samples combineren. U kunt ook rustpunten tussen de samples plaatsen. 1. Druk op [SAMPLE EDIT] om in het Sample Edit venster te komen. 2. Druk op [F3 (Sample Modify)] om in het Sample Modify venster te komen. 3. Druk op [F7 (Combine)]. 9. Als u Create Rhythm uit wilt voeren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. 158

159 Een sample bewerken fig _50 worden van alle geselecteerde samples. Het edit venster voor de geselecteerde sample verschijnt. U kunt op [F8 (Preview) drukken om de geselecteerde sample proef te spelen. 4. Druk op [WRITE]. Het Write Menu verschijnt. Zorg ervoor dat Sample gemarkeerd is. fig _50 4. Gebruik de VALUE draaischijf of gebruik [INC], [DEC] om de waarde in te stellen. 1-16: De sample of stilte die gecombineerd moet worden TYPE Waarde Sample: sample, Time: stille regio (gespecificeerd als tijd), Beat: stille regio (gespecificeerd als een noot waarde) BANK (Bank die de sample bevat) Waarde U: user, C: card * Dit zal alleen weergegeven worden als TYPE ingesteld is op Sample. PRM (Sample nummer of de duur/noot waarde van de stille regio) Waarde: ms (als TYPE ingesteld is op Time), noot Waarde: 1/32,1/16T,1/16,1/8T,1/8,1/4T,1/4,1/2,1 (als TYPE ingesteld is Beat) De noot waarde is gebaseerd op de BPM van de sample. 5. Gebruik [CURSOR] om een parameter te selecteren en herhaal stap 4. U kunt op [F6 (Preview)] drukken om de sample te spelen. 6. Druk op [F6 (Exec)]. Een bericht vraagt om bevestiging. 7. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel) om te annuleren. Een sample opslaan Een nieuw geladen sample en alle veranderingen die u gemaakt heeft in de instellingen gaan verloren, zodra u het apparaat uitzet. Als u dergelijke data wilt bewaren, dient u het als volgt op te slaan: 1. Druk op [SAMPLE EDIT]. 2. Druk op [F1 (Sample List)]. Samples weergegeven als NEW of EDIT zijn nog niet opgeslagen. 3. Selecteer de sample die u wilt opslaan. Als u twee of meer samples wilt selecteren, dient u op [F5 (Mark Set)] te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan iedere sample. Om het vinkje te verwijderen, dient u op [F4 (Mark Clear)] te drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All)] drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle samples van de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd 5. Druk op [F3 (Sample)] of [ENTER]. fig _50 Als u meer dan één sample geselecteerd hebt, zal een bericht u vragen om het wegschrijven te bevestigen. Samples zullen weggeschreven worden naar het identieke nummer dat correspondeert met iedere bank van de sample lijst. Sample namen zullen automatisch toegekend worden. Voor het opslaan van samples drukt u op [F8 (Exec)]. Druk op [F7 (Cancel) om te annuleren. 6. Wijs een naam toe aan de sample. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. 7. Wanneer u klaar bent met het invoeren van de naam, dient u op [F8 (write)] te drukken. Een venster verschijnt, waarin u de mogelijkheid heeft om de schrijf bestemming te selecteren. 8. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC][DEC] of of om de schrijf bestemming en het sample nummer te selecteren. De schrijf bestemming kan zich in het interne gebruikersgeheugen (User) of op een geheugenkaart (Card) bevinden. 9. Druk op [F8 (Write)]. Een bericht vraagt om bevestiging. Zet de Fantom-X nooit uit terwijl data opgeslagen wordt. 10. Druk op [F8 (exec)] om het opslaan uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om de handeling te annuleren. 159

160 De Pads gebruiken De Pads van de Fantom-X functioneren op dezelfde manier als het keyboard en kunnen ook gebruikt worden om RPS en ritme patronen te spelen. U kunt dynamiek toevoegen aan het geluid door te variëren in de kracht, waarmee u op de Pads slaat. De Hold functie gebruiken om een geluid vast te houden U kunt de Hold functie gebruiken om het geluid voort te laten duren, zelfs nadat u uw vinger van de Pad heeft gehaald. Dit is handig, wanneer u een geluid, zoals een geloopte (herhalende) frase, continu wilt laten spelen. Andere geluiden spelen, terwijl een geluid vastgehouden wordt De Roll functie gebruiken om geluiden te spelen U kunt de Roll functie gebruiken om een roll te spelen (herhaalde noten in kleine tussenpauzes), zo lang u de Pad ingedrukt blijft houden. 1. Houd [ROLL} ingedrukt en druk op een Pad. * Als u alleen op [ROLL] drukt, zal een roll voor alle 16 Pads continu klinken. * Als u alleen op [ROLL] drukt, zal de Roll functie aangaan voor alle zestien Pads. fig Houd een Pad ingedrukt en druk op [HOLD]. fig In deze toestand zal een roll gespeeld worden, zolang u een Pad ingedrukt houdt. 2. Haal uw hand van de Pad, en het geluid zal stoppen. De [HOLD] en de Pad zullen gaan knipperen. Hold zal aangaan en de sample zal continu te horen zijn, zelfs als u uw vinger van de Pad haalt. Wanneer u op een andere Pad drukt, zal de sample die daaraan toegewezen is, slechts zo lang als u op de Pad drukt, te horen zijn. 2. Wanneer u nogmaals de knipperende [PAD] of [HOLD] indrukt, zal het geluid stoppen. Twee of meer samples vasthouden 1. Druk op [HOLD] zodat de Pad gaat branden. 2. Druk op een Pad. De sample, waarvan de Pad knippert, zal continu klinken. Als u op een andere Pad drukt, zal de sample, die daaraan toegewezen is, ook continu te horen zijn. * De resolutie van de roll wordt ingesteld door de Roll Resolution parameter (p.162), die weergegeven wordt, terwijl u [PAD SETTING] ingedrukt houdt. * U kunt de dynamiek variëren door de druk op de Pad te wijzigen. * Als u Multi-Velo geselecteerd heeft in Pad Setting Quick Setup, zal die instelling gebruikt worden (p.161). De Roll functie zal in de volgende gevallen niet werken: Wanneer u instellingen heeft gemaakt waarbij een patroon gespeeld wordt wanneer u op een Pad drukt. Wanneer RPS aanstaat (p.203) Dit kan niet gebruikt worden om via V-Link tussen beelden te switchen. 3. Het geluid zal stoppen, wanneer u op een opgelichte Pad drukt. Wanneer u op [HOLD] drukt, zullen alle sample klanken stoppen. De Hold functie zal in de volgende gevallen niet werken: Wanneer RPS aanstaat (p.203) Wanneer de Tone Env parameter (p.87) ingesteld staat op NO- SUS Wanneer de One Shot parameter (p.88) aanstaat 160

161 De pads gebruiken Instellingen maken voor de Pads (Pad Setting) Hier kunt u verschillende instellingen maken om de Pads te bespelen, bijvoorbeeld het noot nummer dat iedere Pad naar de geluidsgenerator sectie zal sturen, de Pad gevoeligheid en de Aftertouch gevoeligheid. 1. Druk op [PAD SETTING]. Het Pad Setting venster verschijnt. fig e Patch/ Ritme Set Type Patch/Ritme Set Groep Patch/Ritme Set Nummer cursor naar Pad Number in het venster verplaatsen en de Pad, die u wilt bewerken, selecteren. Note (Pad Note) Specificeert het noot nummer, overgebracht door de geselecteerde Pad. Velocity (Pad Velocity) Specificeert de kracht van het geluid, wanneer u op de Pad slaat. Met de COMMON instelling, zal de Pad Common Sens (de algehele aanslagsterkte instelling voor alle Pads) gebruikt worden. Met een instelling van 1-127, zal voor de geluidsgenerator die aanslagsterkte gelden. Waarde: COMMON, Instellingen die van toepassing zijn op alle Pads Quick Setup Pad Part 2. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de gewenste parameter. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om Pad instellingen te maken. Specificeer de op dat moment gebruikte geluidsgenerator U kunt de actuele geluidsgenerator modus (Patch of Performance) selecteren in dit venster. Pad Part Specificeert de Part die gespeeld zal worden m.b.v. de Pad. Deze parameter is alleen beschikbaar in Performance modus. Waarde: 1-16 * Als u deze instelling maakt, zal een indicatie van PAD verschijnen onder het Part nummer in de Performance Layer en Mixer vensters. Patch /Ritme Set Type Specificeert of Patch of Ritme instellingen gebruikt zullen worden voor de Pad Part. Waarde: Patch, Rhythm Patch /Ritme Set Groep Specificeert de patch of ritme set groep. Waarde: USER, PR-A-H, GM, CARD, (XP-A-D) Patch/Ritme Set Nummer Selecteert de patch of het ritme set nummer. Instellingen, die u voor iedere Pad kunt maken Dit geeft u de mogelijkheid basisinstellingen te maken. Voor het grootste rendement dient u Quick Setup te gebruiken om de instellingen te kiezen, die het dichtst bij uw wensen liggen. Maak dan de benodigde veranderingen voor iedere Pad. 1. In het Pad Setting venster, dient u op [F7 (Quick Setup)] te drukken. Het Quick Setup venster verschijnt. * Dit zal niet werken als de Rhythm Pattern functie aanstaat. Om deze instellingen te maken, zult u op [RHYTHM] moeten drukken om de Rhythm Pattern functie uit te zetten. 2. Verplaats de cursor en maak instellingen. Template Set Waarde Note: De zestien opeenvolgende noot nummers, beginnend bij de Base Note, zullen automatisch aan de Pads worden toegewezen. Rhythm: De noot nummers zullen op een passende manier voor het spelen van een ritme set gerangschikt worden. Multi Velo: Multi-Velocity is een speciale instelling die precies hetzelfde noot nummer toewijst aan een elk van de zestien Pads- maar met andere velocities. Dit is handig als u nauwkeurige controle wilt hebben over de aanslagsterkte waarmee u speelt. Base Note (Pad Base Note) Maak deze instelling als u Note of Multi Velo als de Template Set instelling heeft geselecteerd. Als u Note geselecteerd heeft, specificeert dit de locatie waar de opeenvolgende noot nummers zullen beginnen (d.w.z. de laagste noot). Als u Multi Velo gespecificeerd heeft, specificeert dit het noot nummer dat alle Pads zullen spelen. Waarde: C-1-G9 Selecteer eerst de Pad, waarvoor u instellingen wilt maken. Wanneer u op een Pad slaat, zullen zijn parameters verschijnen. Of u kunt de 161

162 De pads gebruiken De aanslagsterkte direct voor alle zestien Pads instellen Gebruik dit, wanneer u een gemeenschappelijke aanslagsterkte voor alle zestien Pads wilt specificeren. Als de Pad velocity instelling (van iedere Pad) echter ingesteld is op een andere instelling dan Common, zullen die instellingen gebruikt worden. Pad Common Velo (Pad Common Velocity) Voor alle zestien Pads specificeert dit de aanslagsterkte (kracht) die geproduceerd wordt wanneer u op een Pad slaat. Met de REAL instelling, zult u in staat zijn om dynamiek te produceren door in de kracht waarmee u op de Pads slaat te variëren. Met een instelling van 1-127, zullen de Pads de gespecificeerde aanslagsterkte produceren, ongeacht de kracht waarmee u slaat. Waarde: REAL, De Pad gevoeligheid aanpassen Pad Sens (Pad Sensitivity) Specificeert de relatie tussen de kracht waarmee u slaat en de aanslagsterkte die geproduceerd wordt. Waarde LIGHT: Het zal gemakkelijk zijn om de maximum aanslagsterkte te produceren zonder dat u heel hard hoeft te slaan. MEDIUM: Dit is de standaard Pad sensitivity instelling. HEAVY: U zult behoorlijk hard moeten slaan om de maximum aanslagsterkte te produceren. De Aftertouch Sensitivity aanpassen Aftertouch Sens (Aftertouch Sensitivity) Aftertouch betekent bijkomende druk die u toepast op een Pad, nadat u erop geslagen heeft. Deze instelling past de aftertouch gevoeligheid aan. Hogere instellingen maken het gemakkelijker om aftertouch toe te passen. Normaalgesproken zult u dit op een instelling van 100 laten staan. Waarde: Instellingen voor de ROLL knop Roll Resolution Specificeert de snelheid van de herhaalde slagen wanneer u een Pad gebruikt om een roll te spelen. De Pad instellingen wegschrijven U kunt één set instellingen opslaan als Systeem instellingen voor Patch modus. Druk op [F8 (System Write)] om de instellingen op te slaan. Als u instellingen in Performance modus maakt, zullen de Pad instellingen ook opgeslagen worden, wanneer u de Performance opslaat. Dit betekent dat u in Performance modus afzonderlijke Pad instellingen voor iedere Performance kunt hebben. Bekijk Een Performance die u gecreëerd hebt opslaan (Write) (p.120) voor details over het opslaan van een Performance. Hier laten we u zien hoe u het geluid van twee geselecteerde Pads uit kunt wisselen. * Deze instelling wisselt de noot nummers uit, die door de Pads overgebracht worden. Dit betekent dat, zelfs als u deze functie uitvoert, er geen noodzaak is om een zelfde soort verandering te maken voor de geluidsgenerator instellingen. 1. Druk op [F6 (Pad Exchg)]. 2. Selecteer het nummer van een Pad, die u uit wilt wisselen. Gebruik de VALUE draaischijf of [INC] [DEC] of sla direct op een Pad om uw selectie te maken. fig e Mode Parameter Schrijf procedure Performance mode Patch mode Pad Common Velo Pad Sens Aftertouch Sens Roll Resolution Pad instellingen anders dan bovenstaande Alle Pad instellingen Het geluid van twee Pads uitwisselen (Pad Exchange) Druk op [F8 (System Write)] Opslaan als Systeem parameters. Druk op [WRITE] Opgeslagen als Performance parameters. Druk op [F8 (System Write)]. Opgeslagen als Systeem parameter. Waarde:,,,,,,, 3. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Als u besluit om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 162

163 De pads gebruiken Een patroon aan een Pad toewijzen (RPS Function) De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om een eerder opgenomen frase toe te wijzen aan een Pad als een patroon, en dit te spelen door op die Pad te drukken. Bekijk Met één vingeraanraking een frase spelen (RPS functie) (p.203). De Pads gebruiken om ritmes te spelen De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om ritme patronen en/of ritme geluiden toe te wijzen aan de Pads en ze te spelen vanaf de Pads. Bekijk Ritmes spelen (p.135) voor details. 163

164 Een song afspelen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de sequencer van de Fantom-X kunt gebruiken om een song af te spelen. Wanneer u een song afspeelt, raden we u aan om de geluidsgenerator in Performance mode te gebruiken. In Performance modus kunnen tot zestien verschillende geluiden afzonderlijk gespeeld worden door de zestien Parts, wat de modus uitermate geschikt maakt voor het spelen van songs die multi-instrument ensembles zijn zoals drums, bas, piano etc. worden SMF: Alleen standaard MIDI bestanden zullen weergegeven worden MRC: Alleen MRC bestanden zullen weergegeven worden 3. Druk op [PLAY] om afspelen te starten. Wanneer de song klaar is met spelen, zal het automatisch stoppen. Als u het afspelen halverwege de song wilt stoppen, dient u op [STOP] te drukken. Een song onmiddellijk spelen (Quick Play) De Fantom-X is in staat om een song uit het gebruikersgeheugen en de geheugenkaart direct te spelen, zonder eerst de song in de Temporary Area te hoeven laden. Dit wordt de Quick Play functie genoemd. Quick Play kan gebruikt worden met MRC Pro songs (extensie:.svq) en standaard MIDI bestanden (extensie:.mid). 1. Druk op [SEQUNCER). Het Song Play venster verschijnt. fig Als u het afspelen van een song hebt onderbroken, kan er een + rechts van het maatnummer weergegeven worden. Dit geeft aan dat de song midden in de maat gestopt is. Er zal geen geluid zijn als samples niet geladen zijn voor de patches gebruikt in de song. U moet de benodigde sample van te voren laden (p.202). Songs achtereenvolgens afspelen (Chain Play) De Chain Play functie geeft u de mogelijkheid songs in het gebruikersgeheugen en de geheugenkaart achtereenvolgens af te spelen in de volgorde, die u specificeert. 1. Druk op [MENU] om in de Menu venster te komen. 2. Gebruik of om Chain Play te selecteren en selecteer dan [ENTER]. Het Chain Play venster verschijnt. fig _50 2. Druk op [F1 (Song List)] Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de song te selecteren. fig _50 3. Druk op [F1 (User)] als u wilt kiezen uit het gebruikersgeheugen of druk op [F2 (Card)] als u van de geheugenkaart wilt kiezen. U kunt USER songs en CARD songs niet combineren. [F1 (User)]: Songs in gebruikersgeheugen [F2 (Card)]: Songs op gebruikerskaart * Door op of te drukken in bovenstaand venster, kunt u het type songs specificeren dat weergegeven zal worden. Als verschillende typen songs samen opgeslagen zijn, zal het gemakkelijker zijn om de gewenste song te vinden wanneer u de weergegeven bestandstypen op deze manier beperkt. VIEW ALL: Alle songs zullen weergegeven worden SVQ ONLY: Alleen SVQ bestanden zullen weergegeven Door [SHIFT] ingedrukt te houden en op of te drukken, kunt u naar het begin of einde van de song list springen. Als u herhaaldelijk Chain Play uit wilt voeren, dient u op [F7 (Repeat All)] te drukken om het rood te laten worden. Als u op [F6 (Auto Step)] drukt en dit rood wordt, zal het afspelen eindigen en zal de volgende song automatisch beginnen te spelen. 164

165 Een song afspelen 4. Druk op [PLAY] om Chain Play te starten. Begin met de song van stap 1. Als u het afspelen wilt stoppen, voordat de song geëindigd is, dient u op [STOP] te drukken. Als u het afspelen halverwege wilt laten beginnen, dient u of te gebruiken om de gewenste stap te verplaatsen en dan op [PLAY] te drukken. 5. Wanneer u klaar bent met Chain Play, dient u op [STOP] te drukken. Chain Play kan niet gestart of gestopt worden door een Start of Stop bericht van een extern MIDI apparaat. Noch zullen MIDI Continue, Song Position Pointer, Song Select of klok berichten ontvangen worden. Verschillende afspeelmethodes Fast-Forward en Rewind tijdens afspelen Fast-forward, rewind en jump kunnen tijdens het afspelen uitgevoerd worden, evenals wanneer er niet afgespeeld wordt. Gebruik de volgende werkwijzen voor iedere handeling: Vooruit spoelen: Druk op [FWD]. Continu vooruitspoelen: Druk op [FWD] en houd vast. Snel vooruit spoelen: Druk op [FWD] en dan op [BWD]. Achteruit spoelen: Druk op [BWD]. Continu achteruit spoelen:druk op [BWD] en houd vast. Snel achteruit spoelen: Druk op [BWD] en dan op [FWD]. Naar de vorige locatie positie springen:druk op [SHIFT] en dan op [FWD]. Naar de volgende locatie positie springen:houd [SHIFT] ingedrukt en druk dan op [FWD]. Naar het begin van de song springen: Druk op [RESET]. Correct afspelen vanuit het midden van de song (MIDI Update) Wanneer u vanuit het midden van een song afspeelt, bijvoorbeeld na fast-forward of rewind, is de correcte patch misschien niet geselecteerd of kan de toonhoogte incorrect zijn. Dit gebeurt omdat de MIDI berichten in het gebied dat u overgeslagen hebt, niet overgebracht zijn naar de geluidsgenerator. In zulke gevallen kunt u de Midi Update functie gebruiken. Wanneer u MIDI Update uitvoert, zullen de MIDI berichten (anders dan Note berichten) van het begin van de song tot de locatie, waar u naartoe verplaatst, overgebracht worden naar de geluidsgenerator, waardoor u er zeker van kunt zijn dat de geluidsgenerator in de juiste modus staat om afspelen te hervatten. 1. Zorg ervoor dat het afspelen van de song gestopt is. Het is niet mogelijk om MIDI Update uit te voeren, terwijl de song speelt. 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [PLAY]. Deze display zal MIDI Update... aangeven, terwijl de bewerking plaatsvindt. Wanneer dit klaar is, wordt Completed aangegeven. Een specifiek instrument bij het afspelen dempen Als u een specifiek instrument bij het afspelen wilt dempen, kunt u de phrase track, die de sequencer data voor dat instrument bevat, dempen. zie: Bekijk Het afspelen van een track dempen (Mute) (p.178) voor details over de procedure. Fast-forward, rewind of jump tijdens Quick Play kan een tijdje duren. Het afspelen van een song zal onderbroken worden als u naar het begin of einde van een song springt, terwijl de song aan het spelen is. 165

166 Een song afspelen Het afspeeltempo van een song veranderen Het tempo, waarin een song zal spelen, is opgenomen op zijn tempo track, maar het tempo van de gehele song kan aangepast worden tijdens het afspelen. Het tempo, waarin de song daadwerkelijk afspeelt, wordt playback tempo genoemd. Playback tempo (afspeeltempo) is een tijdelijke instelling. Het zal verloren gaan als u naar een andere song overschakelt of het apparaat uitzet. Als u wilt dat de song altijd op dit tempo afspeelt, dient u de song opnieuw op te slaan op disk (p.198). 1. Druk op [TEMPO]. Het Tempo venster verschijnt. fig _50 2. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het afspeeltempo in te stellen. Als u op [F7 (Click)] drukt en het rood wordt, zal er een klik te horen zijn op het gespecificeerde tempo. Dit zal iedere keer, dat u op de knop drukt, aan/uitgeschakeld worden. Door op [F6 (Tap)] te drukken kunt u het tempo instellen op de timing, waarop u op de knop drukt (Tap Tempo). Druk drie of meer keer op de knop in kwart noot intervallen van het gewenste tempo. 3. Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen, dient u op [F8 (Close)] te drukken. Een controller gebruiken om het afspeeltempo te veranderen Aangezien tempo control toegewezen is aan de realtime control knop van de Fantom-X, is het gemakkelijk om het afspeeltempo van de song te veranderen. fig Tempo 1. Druk op de REALTIME CONTROL knop zodat de ARP/ RHY indicator brandt. Een song op een vast tempo afspelen (Tempo Track dempen) Als het tempo verandert, terwijl een song afgespeeld wordt, gebeurt dat omdat deze tempoveranderingen opgenomen zijn in de Tempo Track. Als u deze tempo veranderingen te niet wilt doen en op een vast tempo af wilt spelen, kunt u de Tempo track dempen. zie: Bekijk Het afspelen van een track dempen (Mute) (p.178) voor details over de procedure. Een S-MRC formaat song afspelen De Fantom-X kan S-MRC formaat songs, die gecreëerd zijn op de MC-50 op dezelfde manier als MRC Pro songs of standaard MIDI bestanden, afspelen. S-MRC formaat songs kunnen echter niet snel afgespeeld worden. U moet ze eerst in het tijdelijk geheugen (Temporary Area) laden en converteren naar MRC formaat, voordat u ze gaat spelen. zie: Bekijk Een song laden (Load) (p.201) voor details over de procedure. Een song herhaaldelijk afspelen (Loop Play) Gebruik de Loop functie, wanneer u herhaaldelijk een hele song of alleen een gespecificeerd stukje van een song, af wilt spelen. 1. Druk op [SEQUENCER]. 2. Druk op [F4 (Loop)]. Het Loop venster verschijnt. 3. Druk op [F7 (Loop)] zodat dit rood wordt. De Loop switch zal aangezet worden. Nu zal het afspelen loopen afhankelijk van de regio, en het aantal keren dat gespecificeerd is in het Loop venster. Om de Loop switch uit te zetten, dient u weer op [F7 (Loop)] te drukken. zie: Bekijk Het gedeelte van een song specificeren dat herhaald zal worden (Loop Points) (p.179) voor details over het maken van instellingen in het Loop venster. 4. Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen, dient u op [F8 (Close)] te drukken om het Loop venster te sluiten. 2. Speel de song af en draai aan de realtime control knop. U bent ook vrij om de Tempo Control functie toe te wijzen aan de volgende controllers. Bekijk de pagina s, waarin de controllers besproken worden voor details over deze instelling. D Beam controller (p.122) 166

167 Een song afspelen De D Beam controller gebruiken om song playback te starten/ stopppen U kunt song playback starten/stoppen door uw hand over de D Beam controller te bewegen. 1. Selecteer de song die u wenst af te spelen (p.164). 2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op D BEAM [ASSIGNABLE]. Het D Beam Assignable venster verschijnt. fig _50 3. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar Type. 4. Gebruik de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om dit op START/STOP in te stellen. 5. Druk op de D Beam [ASSIGNABLE] om de D Beam controller aan te zetten. 6. Wanneer u uw hand over de D Beam controller beweegt, zal het afspelen van de song beginnen. Wanneer u uw hand er opnieuw overheen beweegt, zal het afspelen stoppen. U kunt song playback ook starten/stoppen door een pedaal te gebruiken, die aangesloten is op de PEDAL CONTROL jack (p.226). 167

168 Songs opnemen In dit hoofdstuk wordt de procedure voor het gebruik van de sequencer van de Fantom-X om een song op te nemen, uitgelegd. Voordat u met deze procedure begint, moet u de geluidsgenerator in Performance modus zetten. Normaliter, wanneer u een song opneemt of afspeelt, zult u de geluidsgenerator in Performance mode zetten. De reden hiervoor is, dat in deze modus alleen het geluid van het gespecificeerde MIDI kanaal gehoord zal worden, wanneer u opneemt, terwijl u het keyboard van de Fantom-X bespeelt, en dat wanneer de song afgespeeld wordt de Parts afzonderlijk tot zestien verschillende geluiden kunnen spelen. Aldus is Performance modus geschikt voor het opnemen en afspelen van een song die een ensemble van meerdere intrumenten gebruikt, zoals drums, bas en piano. In Perfomance modus raden we u aan om de keyboard schakelaars (p.101) uit te zetten (unchecked). Als enige andere keyboard schakelaars aanstaan (checked), zullen buiten de Part van dat moment ook andere Parts te horen zijn, terwijl u het keyboard bespeelt. U zult dit waarschijnlijk niet willen, wanneer u een song aan het creëren bent. Twee opnamemethoden U kunt één van de twee methoden opnamemethoden gebruiken: realtime opname of step opname. Selecteer de methode die geschikt is voor uw situatie. Realtime opname (p.170) Realtime opname is de opnamemethode, waarin het spelen op de keyboard en controller handelingen precies zo opgenomen worden als u ze uitvoert. Step opname (p.174) Step opname is de opnamemethode, waarbij u noten en pauzes één voor één in kunt voeren. Deze methode is geschikt voor het invoeren van drums of bas zonder precieze timing. Behalve het gebruik van noten kunt u ook een song creëren door patronen samen te voegen. Voordat u een nieuwe song creëert Overzicht van het opnameproces De procedure voor het opnemen van een nieuwe song is als volgt: 1. Selecteer het geluid voor de opname. 2. Wis de Temporary song 3. Specificeer de maat indeling van de song (p.169) 4. Gebruik realtime opname (p.170) of step opname (p.174) om op te nemen. 5. Gebruik track edit (p.180) of micro edit (p.192) om de song te bewerken Met de fabrieksinstellingen zullen demo song gegevens automatisch in Temporary Area geladen worden wanneer de Fantom-X aanstaat. Hier laten we u zien hoe u deze instelling kunt veranderen, zodat er niet automatisch geladen wordt (d.w.z. het song geheugen blijft leeg). 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om System te selecteren en druk dan op [ENTER]. 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om Startup te selecteren. 4. Druk op [CURSOR] om Load Demo Song at Startup te selecteren en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het op OFF te zetten. Het geluid selecteren, dat gebruikt gaat worden voor de opname Voordat u een song opneemt, moet u het geluid selecteren dat u wilt gebruiken voor de opname. Selecteer de opnamemethode, die geschikt is voor uw situatie. Performance Selecteer een Performance, wanneer u een ensemble perfomance waarbij gebruik gemaakt wordt van meerdere instrumenten, op wilt nemen. Wanneer u een song opneemt, raden we u Normaalgesproken aan om een Performance te selecteren. Patch/Ritme set Selecteer een patch of ritme set als u één enkele patch of ritme set wilt gebruiken om uw spel op te nemen. De Song/Patroon uit Temporary Song wissen (Song Clear) Wanneer u een song opneemt, worden de sequencer gegevens tijdelijk opgenomen in de Temporary Area. Als u een nieuwe song op wilt nemen, dient u alle bestaande sequencer gegevens te wissen uit Temporary Song. Als Temporary Song een belangrijke song bevat, die u wilt bewaren, moet u deze song eerst op een geheugenkaart opslaan (p.198). 1. Druk op [SONG EDIT] om in het Song Play venster te komen. 2. Druk op [F3 (Song Clear)]. Het Song Clear venster verschijnt. 3. Druk op [F8 (Exec)] om de handeling uit te voeren. Wanneer de handeling uitgevoerd is, zal de display Completed aangeven.. Druk op [F7 (cancel)] om te annuleren. 6. Bewaar de song in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart (p.198) 168

169 Songs opnemen De maat instelling(en) specificeren Voordat u een nieuwe song opneemt, dient u de maat instelling te specificeren. Een signatuur van 4/4 is echter automatisch gespecificeerd wanneer u de Song Initialize handeling uitvoert of wanneer de stroomtoevoer aanstaat, dus u zult deze instelling alleen moeten maken als u een nieuwe song in een andere maat instelling op wilt nemen. 1. Druk op [SONG EDIT] om in het Song Play venster te komen. 2. Druk op [F8 (Micro edit)]. Het Microscope venster verschijnt. 3. Druk op [F7 (Trk/Ch)]. Het Trc/Ch Select venster verschijnt. 4. Druk op of om de cursor naar Track te verplaatsen. 5. Selecteer BEAT (Beat track). Het Microscope venster voor de Beat Track verschijnt. fig _50 De maat instelling van een patroon specificeren Ieder patroon heeft een Pattern Beat instelling die de maat instelling van dat patroon beheert. De Pattern Beat gedraagt zich als een gids wanneer het patroon gespeeld of opgenomen wordt, en wordt onafhankelijk van de maat instelling van de song (d.w.z. de maat instelling in de beat track) bediend. De pattern beat is normaliter ingesteld op 4/4, maar u kunt deze instelling wijzigen wanneer een song een andere maat instelling als 4/4 heeft of wanneer u een patroon op wilt nemen met een maat instelling die verschilt van die van de song. Slechts één pattern beat instelling kan aan het begin van ieder patroon gespecificeerd worden. Dit betekent dat het niet mogelijk is om maat instellingen halverwege een patroon te veranderen. 1. Druk op [SONG EDIT] om in het Song Play venster te komen. 2. Druk op [F2 (Ptn)] zodat dit rood wordt. Het Pattern play venster verschijnt. 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het patroon te selecteren. 4. Druk op [F5 (Ptn Beat)]. fig _50 5. Verplaats de cursor en stel de maat instelling in. 6. Verplaats de cursor naar Beat Change en specificeer de maat instelling. zie: Bekijk De maat instelling halverwege de song veranderen (p.196) als u maat instellingen halverwege de song wilt veranderen. 7. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. zie: Bekijk Uw Performance opnemen, terwijl u aan het spelen bent (Realtime Opname) (p.170). 169

170 Songs opnemen Uw Performance opnemen terwijl u aan het spelen bent (Realtime Opname) Realtime Opname is de opnamemethode, waarbij uw keyboard spel en controller handelingen precies zo opgenomen worden als u ze uitvoert. Gebruik deze opnamemethode, wanneer u de nuances in uw eigen Performance wilt behouden. Basishandelingen voor Realtime Opname 1. Zorg ervoor, dat de voorbereidingen voor u gaat opnemen zoals beschreven in Voordat u een nieuwe song opneemt (p.168), uitgevoerd zijn. Als u in een bestaande song op wilt nemen, dient u de gewenste song in Temporary Song te laden (p.177). Dan moet u op [FWD] of [BWD] drukken om de maat te specificeren, waarin u wilt beginnen met opnemen. De maat, waarin de opname zal beginnen, wordt aangegeven met M= in het bovenste gedeelte van ieder PLAY venster. 2. Druk op [REC]. De [REC] indicator zal gaan knipperen en het Realtime Rec Standby venster verschijnt. fig _50 Dit venster geeft u de mogelijkheid verschillende parameters voor realtime opname in te stellen. Rec Mode (Opname Mode) Selecteer hoe het opnemen dient te gebeuren. Waarde MIX: Mix-opname zal uitgevoerd worden. Normaliter zult u gebruik maken van deze methode om op te nemen. Als een Performance al op een opname spoor opgenomen is, zal uw nieuw opgenomen Performance toegevoegd worden aan de bestaande Performance zonder deze te wissen. Door dit samen met loop-opname te gebruiken, kunt u herhaaldelijk over een gespecificeerd gebied opnemen zonder de eerder opgenomen Performance te wissen. Dit is bijvoorbeeld een handige manier om een drum uitvoering stap voor stap op te nemen; bas drum- >snaar drum->hi-hat etc. REPLACE: Replace-opname zal uitgevoerd worden. Als een Performance al op de opname spoor is opgenomen, zal het gewist worden wanneer u uw nieuwe Performance opneemt. Gebruik dit wanneer u opnieuw op wilt nemen. Count In Selecteer hoe de opname moet beginnen. Waarde OFF: Opnemen zal direct beginnen, wanneer u op [PLAY] drukt. 1 MEAS: Wanneer u op [PLAY] drukt, zal aftelling (afspelen) één maat voor de opname beginnen. 2 MEAS: Wanneer u op [PLAY] drukt, zal aftelling (afspelen) twee maten voor de opname beginnen. WAIT NOTE: Als een alternatief voor het drukken op [PLAY] kunt u het keyboard bespelen, op een Pad slaan of op de Hold pedal drukken om opnemen te starten. 4. Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen in het Realtime Rec Standby venster, dient u op [PLAY] of [F8 (Start)] te drukken. Het Realtime Standby venster zal sluiten, de [REC] indicator zal stoppen met knipperen en oplichten. De opname zal beginnen. Wanneer het opnemen begint, zal het Realtime Opname venster verschijnen. fig _50 Als u een patroon op wilt nemen, dient u in het Song Edit venster op [F2 (Ptn)] te drukken, zodat het rood wordt en dan op [REC] te drukken. 3. Specificeer de volgende drie parameters als basisinstellingen. Gebruik [CURSOR] om de cursor naar elke parameter te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. Rec Track Specificeer de phrase track of het patroon, waarop u op wilt nemen. * U kunt ook instellingen maken, waarbij de phrase track met hetzelfde nummer als de Part op dat moment, automatisch geselecteerd zal worden. Dit is handig wanneer u slechts één Part op iedere track op wilt nemen. Bekijk p.234 voor details over het maken van deze instelling. Waarde: TRK 1-TRK 16, PTN001-PTN100 (* wanneer op een patroon opgenomen wordt) In dit venster kunt u de volgende handelingen uitvoeren. Specificeer de punch-in/out punten (Punch In, p.171) Realtime Erase (Erase, p.173) Rehearsal functie (Rehearsal, p.173) Bekijk de toegewezen pagina s voor details over deze handelingen. Om het Realtime Opname venster te sluiten, dient u op [F8 (Close)] of [PLAY] te drukken. Om het weer te openen, kunt u op [PLAY] drukken. 5. Wanneer u klaar bent met opnemen, dient u op [STOP] te drukken. De [REC] indicator zal uitgaan. Als u niet tevreden bent met de realtime reording, die u zojuist gemaakt heeft, kunt u op [MENU] drukken en vanuit het [MENU] venster Undo/Redo selecteren, om terug te keren naar de toestand voor het opnemen (Undo/Redo). Nadat u 170

171 Songs opnemen Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de vooraaande situatie. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo uitvoeren door bovenstaande procedure nogmaals uit te voeren. Het opnemen van tempoveranderingen in een song (Tempo Opname) Als u het tempo wilt veranderen tijdens een song, kunt u deze tempoveranderingen opnemen in een Tempo track. Als tempoveranderingen al in de tempo track opgenomen zijn, zullen ze herschreven worden. Stel de volgende opname parameters in bovenop de basisinstellingen die beschreven zijn in stap 3 van Basishandelingen voor Realtime Opname (p.170). Tempo Rec Sw (Tempo Opname Switch) Specificeer of tempoveranderingen opgenomen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON U kunt de realtime control knop bewegingen gebruiken ([ ]) om het tempo gemakkelijk te regelen (p.140). Loop Opname en Punch-In opname U kunt herhaaldelijk over een gespecificeerd gebied opnemen (Loop Opname) of alleen dat gebied opnieuw opnemen (Punch-in opname). Stel de volgende opname parameters in bovenop de basisinstellingen die beschreven zijn in stap 3 van Basishandelingen voor Realtime Opname (p.142). Loop/Punch Specificeer hoe loop opname of punch-in opname plaats moet vinden. Waarde OFF:Loop opname of punch-in opname zal niet voorkomen. LOOP (POINT): Opnemen vindt herhaaldelijk plaats, afhankelijk van de loop point instellingen. LOOP (1 MEAS): Eén maat, dat begint bij de opname zal herhaaldelijk opgenomen worden. LOOP (2 MEAS): Twee-maat, dat begint bij de opname zal herhaaldelijk opgenomen worden. LOOP (4 MEAS): Vier-maat, dat begint bij de opname zal herhaaldelijk opgenomen worden. LOOP (8 MEAS): Acht-maat, dat begint bij de opname zal herhaaldelijk opgenomen worden. LOOP (16 MEAS): Zestien-maat, dat begint bij de opname zal herhaaldelijk opgenomen worden. LOOP SONG ALL: De hele song, van begin tot einde, zal herhaaldelijk opgenomen worden. AUTO PUNCH: Auto punch-in opname zal uitgevoerd worden. U moet het gebied (punch punten) waarin de opname plaats moet vinden van te voren specificeren. Dit is handig, wanneer u over een vergissing op wilt nemen. De song zal afspelen, wanneer u begint met opnemen. Wanneer u het punch-in punt bereikt, zal het afspelen overgaan in opnamestand. MANUAL PUNCH: Handmatige punch-in opname zal uitgevoerd worden. Opnemen vindt plaats (de bestaande gegevens worden gewist) in het gebied dat u specificeert door te drukken op een pedaal of knop. Dit is handig, wanneer u over meerdere locaties waarin u een vergissing heeft gemaakt, op wilt nemen. De song zal afspelen wanneer u begint met opnemen. Wanneer u op een pedaal of knop drukt, zal het afspelen overgaan in de opnamestand en weer teruggaan naar de play modus wanneer u opnieuw op het pedaal of knop drukt. Door op het pedaal of knop te drukken, kunt u switchen tussen de opname- en play modi. Start Point Specificeer de maat en beat waarop loop opname of auto punch-in opname moet beginnen. Het is niet mogelijk om de Tick te specificeren. End Point Specificeer de maat en beat waarop loop opname of auto-punch opname moet stoppen. Het is niet mogelijk om de Tick te specificeren. De minimum loop lengte is 4 kwart noten. Auto punch-in opname gebruiken 1. In het Realtime Rec Standby venster, dient u de Loop/ Punch parameter op AUTO PUNCH in te stellen. 2. Stel de Start Point/End Point parameters in op de gewenste punch punten. 3. Ga naar een maat voor het gespecificeerde Startpunt en druk op [PLAY]. De song zal beginnen te spelen, opnemen begint op een locatie die gespecificeerd is door de Start Point parameter. Afspelen zal hervatten op de locatie, die gespecificeerd is door de End Point parameter. 4. Druk op [STOP] om het afspelen te stoppen. Handmatige punch-in opname gebruiken Als u een pedaal, dat aangesloten is op de PEDAL CONTROL jack, wilt gebruiken om het gebied voor opname te specificeren, dient u eerst Pedaal 1 of 2 Assign parameter op PUNCH 1/0 (p.226) in te stellen. 1. In het Realtime Rec Standby venster, dient u de Loop/ Punch parameter op MANUAL PUNCH in te stellen. 2. Druk op [PLAY]. Song playback zal beginnen en het Realtime Opname venster verschijnt. fig _50 3. Op het punt, waarop u wilt beginnen met opnemen, dient u op [F5 (Punch In)] te drukken of op het pedaal te stappen. Playback zal naar opnamestand switchen. 171

172 Songs opnemen 4. Op het punt, waarop u wilt stoppen met opnemen, dient u weer op [F5 (PUNCH OUT)] te drukken of op het pedaal te stappen. U zult terugkeren naar playback modus. 5. Druk op [STOP] om het afspelen te stoppen. De timing van uw spel corrigeren terwijl u aan het opnemen bent (Opname Quantize) De Quantize functie corrigeert automatisch onnauwkeurigheden in de timing van uw keyboard of Pad Performance, waarbij de noten gesynchroniseerd worden op nauwkeurige tijd intervallen. Gedurende realtime opname kunt u op maat afstellen, terwijl u aan het opnemen bent. Stel de volgende opname parameters in bovenop de basisinstellingen die beschreven zijn in stap 3 van Basishandelingen voor Realtime Opname (p.170). Input Quantize Specificeer of u op maat wilt afstellen tijdens het opnemen. Waarde OFF: Quantize zal niet toegepast worden, terwijl opgenomen wordt. GRID: Grid Quantize zal toegepast worden terwijl opgenomen wordt. Gebruik dit, wanneer een nauwkeurige timing belangrijk is, als u drums of bas opneemt. fig e Grid quantize met resolutie = Shuffle Resolution Wanneer u Shuffle Quantize gebruikt, kunt u deze instelling maken om de noot waarde gespecificeerd voor quantization, te specificeren. Waarde:, Rate (Shuffle Quantize Rate) Maak deze instelling wanneer u Shuffle Quantize gebruikt. Het specificeert de mate waarin de backbeat afgescheiden zal worden van de downbeat, gespecificeerd door de Shuffle Resolution parameter. Met een instelling van 50% zal de backbeat exact tussen de aangrenzende downbeats liggen. Met een instelling van 0% zal de backbeat verplaatst worden naar dezelfde timing als de voorgaande downbeat. Met een instelling van 100% zal de backbeat verplaatst worden naar dezelfde timing als de volgende downbeat. Waarde: Het selecteren van de sequencer gegevens, die opgenomen zullen worden (Opname Select) Wanneer u realtime opname gebruikt, zullen al uw sequencer gegevens normaliter opgenomen worden. Als u wilt voorkomen dat u een specifiek type data opneemt, dient u deze Opname Select instelling op OFF te zetten. 1. Druk op [REC]. 2. Druk op [F7 (Rec Select)]. Het Opname Select venster verschijnt. fig _50 SHUFFLE: fig e Shuffle Quantize wordt toegepast, terwijl u opneemt. Gebruik dit, wanneer u het ritme een shuffle of swing karakter wilt geven. Shuffle quantize met snelheid= 75% Grid resolution Maak deze instelling wanneer u Grid Quantize gebruikt. Specificeer de quantization interval in termen van een noot waarde. Selecteer de kortste noot waarde die voor zal komen in het bereik waarop Grid Quantize toegepast zal worden. Waarde:,,,,,, Strength (Grid Quantize Strength) Maak deze instelling, wanneer u Grid Quantize gebruikt. Het specificeert de mate waarin noten aangepast zullen worden, gespecificeerd door de Grid Resolution parameter. Met een instelling van 100% zullen de noten precies op de timing van de Grid Resolution parameter gecorrigeerd worden. Als u deze instelling verlaagt, zal de noot timing in mindere mate gecorrigeerd worden en met een instelling van 0% zal de timing helemaal niet aangepast worden. Waarde: Gebruik of om de sequencer gegevens (MIDI berichten) te selecteren die opgenomen zullen worden. Note: Noot berichten. Deze MIDI berichten vertegenwoordigen noten. Poly Aftertouch: Polyfonische aftertouch. Deze MIDI berichten passen aftertouch toe op afzonderlijke toetsen. Control Change: Control change berichten. Deze MIDI berichten passen verschillende effecten toe, zoals modulatie of expressie. Program Change: Program Change berichten. Deze MIDI berichten selecteren geluiden. Channel Aftertouch: Channel Aftertouch berichten. Deze MIDI berichten passen aftertouch toe op een compleet MIDI kanaal. Pitch Bend: Pitch Bend berichten. Deze MIDI berichten veranderen de toonhoogte. System Exclusive: System exclusive berichten. Deze MIDI berichten worden gebruikt om instellingen te maken die uniek zijn voor de Fantom-X, zoals geluid parameters. 172

173 Songs opnemen 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om een vinkje toe te voegen. De berichten zullen opgenomen worden als u een vinkje ( ) toekent, en zullen niet opgenomen worden als u het vinkje verwijdert. Als u op [F6 (All Off)] drukt, zullen er geen sequencer gegevens opgenomen worden. Als u op [F7 (All On)] drukt, zullen alle sequencer gegevens opgenomen worden. 5. Druk op [F8 (Close)] om het Opname Select venster te sluiten. Ongewenste data wissen, terwijl u opneemt (Realtime Erase) Realtime Erase is een functie, waarbij ongewenste data tijdens realtime opname gewist wordt. Dit is vooral handig gedurende loop opname, aangezien het de mogelijkheid biedt om data te wissen zonder dat opnemen wordt gestopt. Realtime Erase kan alleen uitgevoerd worden als de Opname Mode ingesteld staat op MIX. Het opnemen van arpeggio s die gesynchroniseerd zijn met de maten van de sequencer Wanneer u arpeggio s in real time opneemt, kunt u de arpeggio synchroniseren m.b.v. de start/stop timing van de sequencer. Bekijk Arpeggio/Rhythm Sync schakelaar (p.227) voor details. Geluiden of frases proef spelen, terwijl u opneemt (Rehearsal functie) De Rehearsal functie geeft u de mogelijkheid om tijdelijk het opnemen tijdens realtime opname uit te stellen. Dit is handig, wanneer u het geluid dat u daarna zult gebruiken, proef wilt spelen of om de frase te oefenen die u daarna op gaat nemen. 1. Begin realtime opname (p.170). Het Realtime Opname venster verschijnt. fig _50 U kunt ook de data van een specifiek kanaal wissen. 1. Begin realtime opname (p.170). Het realtime opname venster verschijnt. fig _50 2. Druk op [F6 (Erase)]. Het Realtime Erase venster verschijnt. fig _50 2. Druk op [F7 (Rehearsal)] of [REC]. De [REC] indicator zal knipperen, waarmee aangegegeven wordt dat u zich in rehearsal modus bevindt. In deze toestand zal niets opgenomen worden wanneer u op het keyboard speelt. 3. Om terug te keren naar de opnamestand, dient u nogmaals op [F7 (Rehearsal)] of [REC] te drukken. 3. Wis ongewenste data. Om alle data te wissen (Behalve Pattern Call berichten), dient u op [F7 (Erase All)] te drukken. Data zal gewist worden, zolang u de knop ingedrukt houdt. Om noten van een specifieke toets te wissen, dient u die toets ingedrukt te houden. Gegegevens voor die noot zullen gewist worden, zolang u de knop ingedrukt houdt. Om noten van een specifiek toonbereik te wissen, dient u de bovenste en onderste toetsen van dat gebied ingedrukt te houden. Gegegevens voor dat gebied zullen gewist worden, zolang u deze toetsen ingedrukt houdt. 4. Druk op [F8 (Close)] om het Realtime Erase venster te sluiten. U zult terugkeren naar de opname. * U kunt ook de data van een specifiek kanaal wissen. 173

174 Songs opnemen Data stap voor stap invoeren (Step Opname) Step opname is de methode van het afzonderlijk invoeren van noten en pauzes, alsof u ze op een muzikale notenbalk schrijft. Behalve voor het invoeren van noten, kan deze methode ook gebruikt worden om een song te creëren door patronen samen te voegen. Specificeer de locatie (maat-beat-tick,) waarop het opnemen zal beginnen. 4. Druk op [F8 (Note)] of [PLAY]. De [REC] indicator zal gaan branden en het Step Rec (Note) venster verschijnt. fig _50 Noten en pauzes invoeren 1. Zorg ervoor, dat de voorbereidingen voor het opnemen uitgevoerd zijn zoals is beschreven in Voordat u een nieuwe song creëert (p.168). Als u in een bestaande song op gaat nemen, moet u de gewenste song in Temporary Song (p.177) laden. Gebruik dan [FWD] of [BWD] om de maat te specificeren, waarop u met opnemen wilt beginnen. De opname-start maat wordt aangegeven met M= bovenin ieder PLAY venster. 2. Druk op [REC] en dan op [F6 (Step Rec)]. De [REC] indicator zal gaan knipperen en het Step Opname Standby venster verschijnt. fig _50 3. Maak instellingen voor step opname. Gebruik [CURSOR] om de cursor naar de gewenste parameter te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het in te stellen. Rec Tracks Specificeer de phrase track of het patroon, waarop u op wilt nemen. * U kunt ook instellingen maken, zodat de phrase track met hetzelfde nummer als de actuele Part, automatisch geselecteerd zal worden. Dit is handig, wanneer u slechts één Part op iedere track opneemt. Bekijk p.234 voor details over het maken van deze instelling. Waarde: TRK 1-TRK 16, PTN0001-PTN100 (* wanneer op een patroon opgenomen wordt) Rec Mode (Opname Mode) Selecteer hoe opnemen plaats moet vinden. Waarde MIX: Mix-opname zal uitgevoerd worden. Normaliter zult u deze methode bij het manen van opnames gebruiken. Als een Performance al opgenomen is op de opname-bestemming track, zal uw nieuw opgenomen Performance toegevoegd worden aan de bestaande Performance zonder het te wissen. REPLACE: Replace-opname zal uitgevoerd worden. Als een Performance al opgenomen is op de opname-bestemming track, zal het gewist worden als u uw nieuwe Performance opneemt. Gebruik dit, wanneer u opnieuw op wilt nemen. Startpunt 5. Specificeer de noot, die u in wilt voeren. Gebruik of om de gewenste parameter te selecteren. Note Type Specificeer de lengte van de noten die u in wilt voeren in termen van een noot waarde. De lengte van de noot waarde geeft de lengte van de ene noot naar de andere noot aan. Waarde:,,,,,,,,,,,,,,,,, Gate Time Specificeer de verhouding van de Gate tijd met betrekking tot het Note Type. De Gate tijd is de tijdsuur tussen Note-on en Note-off. Specificeer een lagere waarde als u de noten staccato wilt spelen of een hogere waarde als u de noten tenuto of slepend wilt spelen. Normaliter zult u dit op ongeveer 80% instellen. Waarde: 1-100% Input Velo Specificeer de kracht, waarmee de noot gespeeld zal worden. Als u dit op de sterkte wilt, waarmee u de toets heeft ingedrukt, dient u REAL te selecteren. Gebruik anders de instellingen van p (piano)=60, mf (mezzo forte)=90 of f (forte)=120 als algemene richtlijnen. Waarde: Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. 7. Druk op [F7 ( )] of [F8 ( )] om de gewenste invoerlocatie te verplaatsen en druk op een toets op het keyboard of een Pad. Wanneer u op een toets of Pad drukt, zal de invoerlocatie vooruitgaan met de waarde van het Noot type dat u gespecificeerd hebt. De snelheden worden weergegeven als een grafiek. fig _50 174

175 Songs opnemen U kunt de functieknoppen [F1][F2][F3][F4][F5] gebruiken om de volgende handelingen uit te voeren. Step Back Annuleer de eerder ingevoerde noot. Tie Verleng de duur van de eerder ingevoerde noot met de instelling van dat moment. Rest Voegt een pauze in. Stel de Note Type parameter eerst in op een tijdsduur die dezelfde is als de rust die u in wilt voeren, en druk dan op [F3 (Rest)]. Zoom In Zoom in op het gebied van noten dat in de display is weergegeven. Gebruik dit, wanneer u bepaalde noten vergroot wilt bekijken. Zoom Out Vergroot het gebied van noten dat in de display is weergegeven. Gebruik dit, wanneer u wilt bekijken welke noten ingevoerd zijn. 8. Herhaal bovenstaande stappen om verder te gaan met invoeren. De voorgaande waarde van iedere parameter wordt onthouden. Dit betekent dat als u dezelfde instellingen als de eerder ingevoerde noot wilt gebruiken, het niet nodig is om de instellingen te veranderen. Wanneer u de Gate tijd parameter en Input Velocity parameter eenmaal ingesteld heeft, is het normaliter niet nodig om ze te wijzigen, dus is alles wat u te doen staat het instellen van de Step Time parameter en het specificeren van de toonhoogte van iedere noot. De noot zal niet afgerond worden, zolang u de toets ingedrukt houdt. Dit betekent dat u de verschillende parameters van de noot kunt veranderen (Step Time, Gate Ratio, Velocity). 9. Wanneer u klaar bent met step opname, dient u op [STOP] te drukken. De [REC] indicator zal uitgaan. Op [F7 ( )] drukken, zal de input locatie naar achteren verplaatsen met de Note Type waarde van dat moment. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F8 ( )] om de input locatie met één stap naar voren te laten gaan. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F7 ( )] om de input locatie met één stap naar achteren te laten gaan. De display regio verplaatsen Op of drukken zal het weergegeven gebied noten naar boven of naar beneden verplaatsen. De relatie tussen Note Value Length en Gate Time De relatie tussen de lengte van de noot waarde en de Gate tijd wordt hieronder aangegeven. Aangezien de sequencer van de Fantom-X een TPQN gebruikt (Ticks Per Quarter Note; d.w.z. resolutie) van 480, is een quarter note Gate tijd 480 tikken. Note Gate tijd Als u niet tevreden bent met de resultaten van voorgaande step opname, kunt u op [MENU] drukken en vanuit het [MENU] venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand voor de opname (Undo/Redo). Nadat u Undo hebt uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te gaan naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo uitvoeren door bovenstaande procedure nogmaals uit te voeren. De Gate tijd, die opgenomen is in step opname, zal de originele Gate tijd waarde vermenigvuldigd met de waarde van de Gate Ratio parameter zijn. Als de Gate Ratio parameter bijvoorbeeld ingesteld staat op 80%, zal een kwart noot invoeren betekenen dat de Gate tijd 480 x 0.8 = 384 is. Een akkoord invoeren Druk op het akkoord. De cursor zal zich verplaatsen naar de volgende stap, wanneer u alle toetsen en Pads loslaat. De invoerlocatie verplaatsen Op [F8 ( )] drukken zal de input locatie naar voren verplaatsen met de Note Type waarde van dat moment. 175

176 Songs opnemen Een patroon aan een phrase track toekennen U kunt een song creëren door eerder opgenomen patronen te combineren. Zorg er echter voor dat de patronen zelf niet in de phrase track geplaatst zijn. Liever worden Pattern Call messages geplaatst in de phrase track om te specificeren welk patroon afgespeeld zou moeten worden. Dit betekent dat als u later de inhoud van een patroon wilt veranderen, het afspelen van de song ook beïnvloed zal worden. Wanneer u een patroon toewijst aan een phrase track, zal zijn patroon beat genegeerd worden en zal het patroon de maat instelling van de beat track gebruiken. Als de patroon beat en de beat track verschillende instellingen hebben, zal de lengte van de maten niet overeenkomen en de playback zal mogelijk niet synchroon lopen. Als dit voorkomt, dient u de maat instelling van de beat track te herspecificeren (p.169). 1. Zorg ervoor dat de voorbereidingen voordat u gaat opnemen uitgevoerd zijn, zoals beschreven in Voordat u een nieuwe song opneemt (p.168). 2. Druk op [REC] en dan op [F6 (Step Rec)]. De [REC] indicator zal gaan knipperen en het Step Rec Standby venster verschijnt. fig _50 3. Maak instellingen voor step opname. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de gewenste parameter en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het in te stellen. Rec Track Specificeer de phrase track of patroon, waarop u op wilt nemen. TRK verschijnt als u op [F1 (Song List)] en PTN verschijnt als u op [F2 (PTN)] drukt. Waarde: AUTO, TRK1-TRK16 Rec Mode (Opname Mode) Selecteer hoe het opnemen plaats moet gaan vinden. Waarde MIX: Mix-opname zal uitgevoerd worden. Normaliter zult u deze methode gebruiken, wanneer u opneemt. Als een Performance al opgenomen is op de opnamebestemming track, zal uw nieuw opgenomen Performance toegevoegd worden aan de bestaande Performance zonder het te wissen. REPLACE:Replace-opname zal uitgevoerd worden. Als een Performance al opgenomen is op de opnamebestemming track, zal het gewist worden als u uw nieuwe Performance opneemt. Gebruik dit wanneer u opnieuw op wilt nemen. Startpunt Specificeer de locatie (maat-beat-tick), waarop opnemen zal beginnen. 4. Druk op [F7 (Ptn Call)]. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om het patroon nummer (1-100) te selecteren dat u aan de phrase track wilt toewijzen. De patroon naam van het geselecteerde patroon wordt weergegeven in Pattern. Length geeft het aantal maten in het patroon aan. 6. Druk op [F8 (Put Ptn)]. Een Pattern Call bericht voor het patroon, dat door de Pattern parameter geselecteerd is, zal opgenomen worden. Het patroom geeft het vervolg in maatlengte aan. Als u het verkeerde patroon invoert, kunt u op [BWD] of [F1 (step Back)] drukken om het eerder ingevoerde Pattern Call bericht te wissen. 7. Herhaal bovenstaande stappen om extra patronen toe te wijzen. 8. Wanneer u klaar bent met step opname, dient u op [EXIT] of [STOP] te drukken. De [REC] indicator zal uitgaan. Als u niet tevreden bent met de step opname die u zojuist heeft uitgevoerd, kunt u op [MENU] drukken en vanuit het [MENU] venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand voor de opname (Undo/Redo). Nadat u Undo hebt uitgevoerd kunt u Redo gebruiken om terug te gaan naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo uitvoeren door bovenstaande procedure nogmaals uit te voeren. 176

177 Songs bewerken In dit hoofdstuk wordt de werkwijze voor het bewerken van songs uitgelegd. De song laden die u wilt bewerken Wanneer u een song bewerkt, wijzigt u een song die al opgenomen is in Temporary Song. Wanneer u een song gaat bewerken, die opgeslagen is in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart, dient u deze eerst te laden in de Temporary Area. De Temporary Song zal verloren gaan als u het apparaat uitzet of een andere song in Temporary Area laadt. Als Temporary Area een song bevat die u graag wilt behouden, dient u die song op te slaan in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart (p.198). 1. Druk op [SONG EDIT]. Het Song Edit venster verschijnt. fig eps_50 4. Gebruik of om de song te selecteren die u wilt bewerken. 5. Druk op [F8 (Load)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Wanneer de song klaar is met laden, zal de Performance data van de geladen song weergegeven worden in het Song Edit venster. fig e Track nummer Maat nummer Output bestemming van iedere track Status van iedere track Geeft de naam aan van de op dat moment geselecteerde song, de maat locatie, de time signature en de sequencer status. Geeft aan of Loop Play en Loop Recording aan/uit staan (LOOP). Geeft het afspeeltempo van de song aan. Maten die sequencer data bevatten Maten die geen sequencer data bevatten Als u de song afspeelt, terwijl het Song Edit venster wordt weergegeven, zal het venster scrollen waardoor u de song playback locatie kunt blijven volgen. 2. Druk op [F1 (Song List)]. Het Song List venster verschijnt. fig _50 * Door op of in het bovenstaande venster te drukken, kunt u het type song specificeren dat weergegeven zal worden. Wanneer verschillende typen songs samen opgeslagen zijn, zal het gemakkelijker zijn om de gewenste song te vinden als u de weergegeven bestandstypen op deze manier beperkt. VIEW ALL: alle songs zullen worden weergegeven SVQ ONLY: alleen SVQ bestanden zullen worden weergegeven SMF: alleen Standaard MIDI bestanden zullen worden weergegeven MRC: alleen MRC bestanden zullen worden weergegeven 3. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om de laad bestemming te selecteren. 177

178 Songs bewerken De data in een track bekijken De Fantom-X kan data voor meerdere MIDI kanalen opnemen in één enkele track. Vanuit het Song Edit venster dient u op [F6 (Track View)] te drukken om te bekijken welke kanalen data in iedere track gevonden worden. Dit venster geeft op een grafische wijze de noot gegevens van ieder kanaal weer. De hoogte van de balk geeft de toonhoogte van de noot aan en de lengte van de balk geeft de duur aan. Druk weer op [F6] om terug te keren naar het voorgaande venster. fig a.e 3. Stel de waarde in door aan de VALUE draaischijf te draaien of op [INC]/[DEC] te drukken. OFF: De track zal niet te horen zijn. INT: De track zal te horen zijn via de interne geluidsgenerator van de Fantom-X. MIDI: De track zal te horen zijn via een externe geluidsgenerator die aangesloten is op de MIDI OUT aansluiting. BOTH: De track zal te horen zijn via zowel de interne als de externe geluidsgeneratoren. Afzonderlijke Tracks/Patronen van song data laden Geeft de track aan waarvan de inhoud wordt weergegeven. Geeft de patch aan die toegewezen is aan iedere part. Als u een songbestand heeft geselecteerd (extensie.svq ) of standaard MIDI bestand (extensie.mid ), kunt u afzonderlijke phrase tracks of patronen laden. 1. Na stap 4 van De song laden die u wilt bewerken, dient u op [F7 (Load Track)] te drukken. Het Load Track venster verschijnt. 2. Verplaats de cursor links van Source (load source) en selecteer de track (TRK 1-16) of het patroon (PTN ) dat u wilt laden. * Als u van een standaard MIDI bestand laadt, is het niet mogelijk om patronen te selecteren (PTN ). Ook als u laadt uit een Format 0 Standard Midi File, zal dit vastgesteld staan op TRK ALL, en kunnen afzonderlijke tracks niet geselecteerd worden. 3. Verplaats de cursor rechts van Destination (laad-bestemming) en selecteer de laad-bestemming track (TRK 1-16) of patroon (PTN ). 4. Druk op [F8 (Exec)] om de handeling uit te voeren. Door de output bestemming voor iedere track te specificeren, kunt u een variatie aan geluidsgeneratoren gebruiken, wanneer u een song afspeelt. 1. Druk op [SONG EDIT]. Geeft de data voor iedere part weer. Verschillende geluidsgeneratoren gebruiken voor iedere track Het afspelen van een track dempen (Mute) Als u de specifieke track tijdens het afspelen wilt dempen, kunt u de betreffende Phrase track dempen die deze sequencer data bevat. 1. Druk op [SONG EDIT] om in het Song Edit venster te komen. 2. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de track, die u wilt dempen. fig Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen voor de track, waarvan u de output bestemming wilt specificeren. fig Tracks waarin geen sequencer data is opgenoemen, worden weergegeven als. 178

179 Songs bewerken 3. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [DEC] om MUTE te selecteren. Houd er rekening mee, dat wanneer u een song opslaat met een gedempte Phrase track in het standaard MIDI bestandsformaat, de data van die Phrase track niet opgeslagen zal worden. Als u een song opslaat die een gedempte Phrase track in het MRC Pro song formaat bevat, zal de gedempte ( mute ) status van die track ook opgeslagen worden. Naar een Locate position gaan Gebruik de volgende procedure om de song locatie te veranderen in een Locate Position. 1. Ga naar het Locate venster. 2. Als [F7 (Set) rood gemarkeerd is, dient u erop te drukken om dit uit te laten gaan. 3. Druk op [F3 (Jump1)] [F6 (Jump4)]. Als u de tempo track (Tempo) Status op Mute instelt, zal de tempo track gedempt worden. Als tempo veranderingen in een song opgeslagen zijn, maar u de song op een vastgesteld tempo wilt spelen, kunt u de tempo track dempen. Markers (Locate Positions) toewijzen aan een song Markers kunnen toegewezen worden aan iedere locatie in een song. Zij worden Locate Positions genoemd. Normaliter worden locaties in een song aangegeven als measure-beat-tick, maar locatie positie wordt ook weergegeven als een absolute tijd van uren: minuten:seconden:frames. U kunt [SHIFT] ingedrukt houden en op [BWD] drukken om naar de voorgaande locatie positie te gaan of [SHIFT] ingedrukt houden en op [FWD] drukken om naar de volgende locatie positie te gaan. Het gedeelte van een song specificeren dat herhaald zal worden (Loop Points) Wanneer u Loop Play of Loop opname gebruikt, kunt u de Loop punten die u hier specificeert gebruiken om het herhalende gebied te specificeren, als alternatief voor het herhalen van het gespecificeerde aantal maten. Het is niet mogelijk om een locatie positie aan een patroon toe te voegen. Een locatie positie toewijzen Er kunnen maximaal vier locatie posities toegewezen worden in iedere song. 1. Druk op [SONG EDIT]. Het is niet mogelijk om een loop punt aan een patroon toe te wijzen. 1. Druk op [SONG EDIT]. 2. Druk op [F5 (Loop/Locate)]. Het Loop venster verschijnt. fig _50 2. Druk op [F5 (Loop/Locate)]. Het Loop venster verschijnt. fig _50 3. Druk op [F2 (Locate)]. Het Locate venster verschijnt. 4. Druk op [F7 (Set)]; druk dan op [F3 (Set1)] [F6 (Set4)] om de huidige locatie van de song toe te wijzen als locatie positie. U kunt op deze manier een locatie positie toewijzen, zelfs terwijl u naar de song aan het luisteren bent. * U kunt de locatie positie ook aanpassen door de cursor te verplaatsen naar de measure of beat waarde van het locatie nummer en aan de VALUE draaischijf draaien of op [INC]/[DEC] drukken om elke waarde in te stellen. 3. Verplaats de cursor naar de gewenste parameter, en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. Repeat Selecteer het aantal herhalingen (1-99). Als u wilt dat de herhalingen doorgaan, totdat u op [STOP] drukt, dient u dit in te stellen op INF. Start Point Specificeer de locatie waar herhaling moet beginnen. Als u op [F5 (Set Start)] drukt, zal de huidige locatie van de song ingesteld worden als de startlocatie. End Point Specificeer de locatie waar herhaling zal moeten eindigen. De locatie die u hier specificeert zal niet ingesloten worden bij het herhaalde gebied. Als u op [F6 (Set End)] drukt, zal de huidige locatie van de song ingesteld worden als de eindlocatie. 4. Als u op [F7 (Loop)] drukt om het rood te markeren, zal looping aangezet worden. 179

180 Songs bewerken Sequencer data bewerken over het gespecificeerde bereik (Track Edit) Track Edit geeft u de mogelijkheid sequencer data te bewerken die u specificeert. Basishandelingen voor Track Editing 1. Ga naar het Song Edit venster en laad dan de song die u wilt bewerken (p.177). fig e Terwijl u een patroon bewerkt, dient u op [SONG EDIT] en dan op [F2 (PTN)] te drukken om in het Pattern Edit venster te komen. zie: Als het Song Edit venster QUICK PLAY weergeeft, is de song niet geladen. Als u deze song wilt bewerken, dient u op [F8 (Load)] te drukken om de song te laden. * Druk op [F7 (Temp Song)] om terug te keren naar de tijdelijke song display. 2. Druk op [SONG EDIT] en dan op [F8 (Track Edit)]. Het Track Edit venster verschijnt. fig _50 Geeft de naam van de op dat moment geselecteerde song aan, de measure location, de maat instelling en de sequencer status. Maat nummer Huidige locatie Geeft aan of de Loop Play en Loop Recording aan/uit staat (LOOP). Geeft het afspeeltempo van de song aan. Maten, die sequencer data bevatten Maten, die geen sequencer data bevatten 3. Gebruik de cursorknoppen om de gewenste functie te slecteren. * U kunt ook een functie selecteren door op een Pad te drukken. Quantize->p. 181 Erase->p. 183 Delete->p. 184 Copy->p. 184 Insert Measure->p. 185 Transpose->p. 185 Change Velocity->p. 186 Change Channel->p. 186 Change Duration->p. 187 Merge->p. 188 Extract->p. 188 Shift Clock->p. 189 Data Thin->p. 190 Exchange->p. 191 Time Fit->p. 191 Truncate->p. 191 zie: Voor details over de instellingen venstertjes van iedere track editing functie, kunt u de volgende uitleg voor iedere functie bekijken. 4. Stel de parameters voor iedere functie in. Gebruik [CUR- SOR] om de cursor te verplaatsen naar de gewenste parameter, en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/ [DEC] om de waarde in te stellen. Check eerst de regio die aangedaan zal worden door de bewerking en maak vervolgens correcties als u het wilt veranderen. 5. Druk op [F8 (Exec)] om de handeling uit te voeren. Wanneer de operatie is voltooid, zal de display snel even Completed! aangeven. Als u besluit om de handeling niet uit te voeren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van de functie, kunt u op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, Undo Track Edit selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. 180

181 Songs bewerken De timing van een song synchroniseren (Quantize) IIn het hoofdstuk Songs opnemen (p.168) legden we Opname Quantize uit, dat u de mogelijkheid geeft om tijdens realtime opname te synchroniseren. Het is ook mogelijk om een song te synchroniseren die al opgenomen is. De Fantom-X heeft een Preview functie die het mogelijk maakt de resultaten van een Quantize handeling af te spelen, terwijl u nog parameters aan het instellen bent (dus voor de eigenlijke uitvoering). Dit helpt om optimale Quantize instellingen te maken. Quantize Type Specificeert de Quantize range. Waarde GRID: Grid Quantize zal op de opname toegepast worden. Aangezien de noten aangepast zullen worden aan de timing van de gespecificeerde noot waarde, kunt u dit gebruiken wanneer u wilt dat drums of bas (bijvoorbeeld) in een nauwgezet ritme spelen. fig e Grid quantize met resolutie = De Quantize handeling zal alleen de timing, waarop toetsen ingedrukt (Note-on) en losgelaten (Note-off) werden, corrigeren, maar zal geen andere sequencer gegevens corrigeren. Dit betekent dat als u MIDI boodschappen, zoals bend range of modulatie samen met noten opneemt, quantization tot gevolg kan hebben, waardoor de noten niet meer synchroon lopen met de MIDI boodschappen en timing verdraaid wordt. Om dergelijke problemen te vermijden, is het beter om non-keyboard data erna op te nemen, gebruikmakend van mix opname. fig _50 SHUFFLE: fig e TEMPLATE: Shuffle Quantize zal op de opname toegepast worden. Gebruik dit wanneer u een shuffle of swing gevoel wilt produceren. Shuffle quantize met snelheid= 75% De Fantom-X beschikt over 71 quantize templates. Deze templates bevatten verschillende quantize instellingen om het ritmische gevoel van vele verschillende muzikale categorieën toe te passen. Selecteer de template voor synchronisatie. zie: Bekijk Basishandeling voor Track Editing (p.180) voor details omtrent deze instellingen. Track /Pattern Stelt de phrase track of het patroon in die gesynchroniseerd moet worden. Waarde TRK ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16:De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100:Het gespecificeerde patroon Ch /Part Specificeert de MIDI kanalen van de noten die gesynchroniseerd moeten worden. Als u alle noten wilt synchroniseren, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de noten van een specifiek MIDI kanaal synchroniseert, moet u dat kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik in van de maten die gesynchroniseerd moeten worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. * Als uw sequencer data noten zich te ver van de juiste tijd vandaan bevinden, zal Template Quantize misschien niet zo efficiënt werken, zodat u de gewenste resultaten niet bereikt. Als dit het geval is, dient u eerst Grid Quantize toe te passen op uw sequencer data teneinde foutjes in timing te voorkomen. Resolutie (Grid Quantize Resolution) Deze parameter wordt gebruikt, wanneer Grid Quantize geselecteerd is. Specificeert quantization time interval als een noot waarde. Kies een resolutie die past bij de kleinste noot in het gebied dat u synchroniseert. Waarde:,,,,,, Strength (Grid Quantize Strength) Deze parameter wordt gebruikt, wanneer Grid Quantize is geselecteerd. Deze parameter specificeert een percentage van hoe note timing gecorrigeerd zal worden richting de timing interval, die gespecificeerd is door de Resolution parameter. Met een instelling van 100% zal de noot helemaal naar de dichtstbijzijnde timing interval van de Grid Resolution instelling verplaatsen. Een instelling van 0% zal de timing van de noot helemaal niet veranderen. Resolution (Shuffle Quantize Resolution) Deze parameter wordt gebruikt wanneer Shuffle Quantize geselecteerd is. Specificeert quantization time interval als een noot waarde. Waarde:, 181

182 Songs bewerken Rate (Shuffle Quantization snelheid) Deze parameter wordt gebruikt, wanneer Shuffle Quantize geselecteerd is. Specificeert hoe ver verwijderd u een down-beat, gespecificeerd door de Shuffle Resolution parameter, wilt hebben van de upbeat die er direct op volgt. Door de timing van een up-beat te verplaatsen, kunt u een swing gevoel creëren. Een instelling van 50% zal de timing van de up-beat noot exact in het midden tussen de down-beat en de volgende down-beat plaatsen. Een timing van 0% zal de up-beat noot naar dezelfde timing als de voorgaande downbeat verplaatsen. Een instelling van 100% zal deze naar dezelfde timing als de volgende down-beat verplaatsen. Waarde: 0-100% fig e Originele performance data Rate= 25% Rate= 50% Rate= 75% Rate=100% Up beat Up beat Up beat Up beat Quantize Template (Quantize Template) Specificeert de template die u wilt gebruiken. Hier volgt een lijst met voorgeprogrammeerde groove templates. 001 Dance (geringe dynamiek) 002 Dance (veel dynamiek) 003 Dance (lichte swing) 004 Dance (stevige swing) 005 Dance (slepende beats, geringe dynamiek) 006 Dance (slepende beats, veel dynamiek) 007 Dance (slepende beats, lichte swing) 008 Dance (slepende beats, stevige swing) 009 Dance (stotende beats, geringe dynamiek) 010 Dance (stotende beats, veel dynamiek) 011 Dance (stotende beats, lichte swing) 012 Dance (stotende beats, stevige swing) 013 Fusion (geringe dynamiek) 014 Fusion (veel dynamiek) 015 Fusion (lichte swing) 016 Fusion (stevige swing) 017 Fusion (slepende beats, geringe dynamiek) 018 Fusion (slepende beats, veel dynamiek) 019 Fusion (slepende beats, lichte swing) 020 Fusion (slepende beats beats, stevige swing) 021 Fusion (stotende beats, geringe dynamiek) 022 Fusion (stotende beats, veel dynamiek) 023 Fusion (stotende beats, lichte swing) 024 Fusion (stotende beats, stevige swing) 025 Reggae (geringe dynamiek) 026 Reggae (veel dynamiek) 027 Reggae (lichte swing) 028 Reggae (stevige swing) 029 Reggae (slepende beats beats, geringe dynamiek) 030 Reggae (slepende beats, veel dynamiek) 031 Reggae (slepende beats, lichte swing) 032 Reggae (slepende beats, stevige swing) 033 Reggae (stotende beats, geringe dynamiek) 034 Reggae (stotende beats, veel dynamics) 035 Reggae (stotende beats, lichte swing) 036 Reggae (stotende beats, stevige swing) 037 Pops (geringe dynamiek) 038 Pops (veel dynamiek) 039 Pops (lichte swing) 040 Pops (stevige swing) 041 Pops (slepende beats, geringe dynamiek) 042 Pops (slepende beats, veel dynamiek) 043 Pops (slepende beats, lichte swing) 044 Pops (slepende beats, stevige swing) 045 Pops (stotende beats, geringe dynamiek) 046 Pops (stotende beats, geringe dynamiek) 047 Pops (stotende beats, lichte swing) 048 Pops (stotende beats, stevige swing) 049 Rhumba (geringe dynamiek) 050 Rhumba (stevige dynamiek) 051 Rhumba (lichte swing) 052 Rhumba (stevige swing) 053 Rhumba (slepende beats, geringe dynamiek) 054 Rhumba (slepende beats, veel dynamiek) 055 Rhumba (slepende beats, lichte swing) 056 Rhumba (slepende beats, stevige swing) 057 Rhumba (stotende beats, geringe dynamiek) 058 Rhumba (stotende beats, geringe dynamiek) 059 Rhumba (stotende beats, lichte swing) 060 Rhumba (stotende beats, stevige swing) 061 Samba (voor Pandeiro, etc.) 062 Samba (voor Surdo, Timbale) 063 Axe (voor Caixa) 064 Axe (voor Surdo) 065 Salsa (voor Cascala) 066 Salsa (voor Conga) 067 Triplets 068 Quintuplets 069 Sextuplets 070 Septuplets over twee maten 071 Vertraagde triolen * De templates zijn ontworpen voor een 4/4 maat instelling. Templates toepassen op een Performance met een andere maat instelling dan deze, zal misschien niet het gewenste resultaat opleveren. * De stijl namen die hier weergegeven zijn, zijn er alleen voor uw gemak; ze zijn er niet om te impliceren dat de templates alleen voor de genoemde stijl gebruikt dient te worden. U kunt ze wel degelijk uitproberen met andere muziekstijlen. Timing (Quantize Timing) Dit specificeert in hoeverre een noot in de richting van de timing interval van de template verplaatst. Met een instelling van 100% zal de noot perfect met de template getimed worden. Met een instelling van 0% zal de noot helemaal niet verplaatsen. 182

183 Songs bewerken Range (bereik) min, Range max Specificeert het bereik van noot nummers die gesynchroniseerd moeten worden. Als u bijvoorbeeld het bereik tussen C3 en C4 wilt synchroniseren, dient u Note Min op C3 in te stellen en Note Max op C4. U kunt het toonbereik ook specificeren door de toetsen op het toetsenbord in te drukken. Preview functie De Preview functie geeft u de mogelijkheid te horen hoe quantization zal functioneren, terwijl u nog Quantize parameters aan het instellen bent (voor u de handeling uitgevoerd heeft). Dit wordt de Preview functie genoemd. Als u de parameter waarden verandert tijdens preview, zullen de laatstgemaakte wijzigingen in de volgende preview zijn ingesloten. Probeer diverse parameter instellingen uit om uit te vinden wat het beste werkt. Pattern Call events toegewezen aan een phrase track of gedempte ( muted ) phrase tracks kunnen niet vooraf bekeken worden. Als u op [PLAY] drukt wanneer het Track Edit (Quantize) venster is weergegeven, wordt de Preview modus geselecteerd. De twee maten van de huidige locatie van de song zullen herhaaldelijk afspelen. De preview start locatie kan ook gespecificeerd worden door op [FWD] of [BWD] te drukken. Om Preview modus te verlaten, dient u op [STOP] te drukken. Ongewenste Performance data wissen (Erase) Deze functie wist alle sequencer data binnen het gespecificeerde gebied. Terwijl de gewiste data door rusten vervangen worden, zullen de originele maten blijven. fig _50 Ch /Part Specificeert de MIDI kanalen van de data die gewist moet worden. Wanneer u alle sequencer data wilt wissen, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de sequencer data van één specifiek MIDI kanaal wilt wissen, moet u dat kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Als u de Track parameter op TEMPO instelt of als de Status parameter ingesteld staat op System Exclusive, Tune Request of Pattern Call, zal de Channel parameter niet beschikbaar zijn. Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik in van de maten die gewist moeten worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Status Selecteert het type data dat gewist dient te worden. Waarde ALL NOTE Poly Aftertouch Control Change Program Change Channel Aftertouch Pitch Bend System Exclusive Tune Request Pattern Call Als de Track parameter op TEMPO ingesteld staat, zal de Status parameter niet beschikbaar zijn. Range Min, Range Max Als u de Status parameter op NOTE, P.AFT, C.C, of PROG ingesteld heeft, dient u het bereik te specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het bereik. zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern Specificeert de track(s) of het patroon, dat gewist dient te worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16, de Beat track en de Tempo track TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Om alle noten of polyfonische aftertouch data te wissen, dient u Range Min op C-1 en Range Max op C-4 in te stellen. Om C3 door C4 te laten wissen, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om alle controller nummers te wissen, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om alle programmanummers te wissen, dient u Range Min op 1 in te stellen en Range Max op 128. Om nummer 4 te wissen, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 door 14 te laten wissen, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op

184 Songs bewerken Ongewenste berichten wissen (Delete) Deze functie wist een gespecifieerd gebied sequencer data en verplaatst de daarop volgende data om het gat te vullen. Het resultaat is dat de duur van de maat door het aantal gewiste maten verkort zal worden. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern Specificeert de track(s) of het patroon dat gewist dient te worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16, de Beat track en de Tempo track TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik in van de maten die gewist moeten worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Frases kopiëren (Copy) Deze functie kopieert een gespecificeerd gebied sequencer data. Deze functie is handig, wanneer dezelfde frase een aantal keer herhaald moet worden. U kunt ook patronen naar een phrase track kopiëren of data van een phrase track naar een patroon kopiëren. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Src Track /Pattern (Source Track /Pattern) Specificeert de copy-source track(s) of patroon. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16, de Beat track en de Tempo track TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part Selecteert het MIDI kanaal van de data die gekopieerd moet worden. Wanneer u alle sequencer data wilt kopiëren, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de sequencer data van één specifiek MIDI kanaal wilt kopiëren, moet u dat kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Als u de source track op TEMPO instelt of als de Status parameter ingesteld staat op System Exclusive, Tune Request of Pattern Call, zal de Channel parameter niet beschikbaar zijn. Src Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik in van copy-source maten. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Dst Track/Pattern (Destination Track/Pattern) Check/verander de kopieer-bestemming track of het kopieerbestemming patroon. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16, de Beat track en de Tempo track TRK 1-TRK 16:De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100:Het gespecificeerde patroon Als u de source track op ALL instelt, kan de bestemmingstrack zowel op ALL als op PTN0001-PTN100 ingesteld staan. Als u PTN001-PTN100 selecteert, zal de data van de 16 phrase tracks samensmelten terwijl het gekopieerd wordt. Als TEMPO geselecteerd wordt als de source track, kan alleen Tempo geselecteerd worden als bestemmingstrack. Dst Measure (Destination Measure) Specificeert de kopieer-bestemming maat. Als u de kopieer-bestemming direct na de laatste maat van een song wilt hebben, dient u deze parameter op END in te stellen. Copy modus Specificeert of u de bestaande data wilt behouden in de kopieerbestemming wanneer u aan het kopiëren bent. Waarde MIX: Combineert de data van de copy-source met de bestaande data in de kopieer-bestemming. REPLACE: Muzikale data in de kopieer-bestemming zal gewist (d.w.z. overschreven) worden wanneer het kopiëren plaatsvindt. Alleen de sequencer data van de MIDI kanalen gespecificeerd door de Channel parameter zal overschreven worden, data van andere MIDI kanalen blijft behouden. Copy Times Specificeert het aantal keren, dat de data gekopieerd zal worden naar de kopieer-bestemming. 184

185 Songs bewerken Status Selecteert het type data dat gekopieerd moet worden. Waarde ALL NOTE Poly Aftertouch Control Change Program Change Channel Aftertouch Pitch Bend System Exclusive Tune Request Pattern Call Als de source track ingesteld staat op TEMPO, is de Status parameter niet beschikbaar. Range Min, Range Max Als u NOTE, P.AFT, C.C, of PROG geselecteerd heeft voor de Status parameter, dient u het bereik te specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het bereik. Om alle noten of polyfonische aftertouch data te wissen, dient u Range Min op C-1 en Range Max op C-4 in te stellen. Om C3 door C4 te laten wissen, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om alle controller nummers te wissen, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om alle programmanummers te wissen, dient u Range Min op 1 in te stellen en Range Max op 128. Om nummer 4 te wissen, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 door 14 te laten wissen, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op 14. Een lege maat invoeren (Insert) Deze functie voegt lege maten in een gespecificeerde song positie in. Net zoals u de maat instelling van de lege maten kunt instellen, is dit handig wanneer u een frase invoegt die in het midden van de song een andere maat instelling heeft. fig _50 ALL: Phrase tracks 1-16, de Beat track en de Tempo track TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Measure, For (Edit Range) Specificeert de maat locatie van de maat onmiddellijk, voordat invoeging van de lege maten gebruikt zal worden. Beat Over het alegemeen zal de maat instelling van de maat onmiddellijk voor invoeging gebruikt worden voor de lege maten. Om de maat instelling van de lege maten die ingevoegd moeten worden te veranderen, dient u de Beat parameter te gebruiken. Beat kan alleen gespecificeerd worden wanneer u de Track parameter op ALL heeft ingesteld. De toets transponeren (Transpose) Dit transponeert de toonhoogte van noten in een gespecificeerd gebied, in een bereik van halve tonen van +/ Gebruik deze functie om van de ene toets naar de andere te moduleren in een song of om de hele song te transponeren. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon dat getransponeerd dient te worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s) of het patroon waar lege maten bij ingevoegd zullen worden.. Waarde Selecteert het MIDI kanaal/kanalen van de noten die getransponeerd moet worden. Wanneer u alle noten wilt transponeren, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de noten van één specifiek MIDI kanaal wilt transponeren, moet u dat MIDI kanaal selecteren door gebruik te maken van deze parameter. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik van maten in die getransponeerd moeten worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. 185

186 Songs bewerken Range Min, Range Max PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Specificeert het bereik van noot nummers in die getransponeerd gaan worden. Als u bijvoorbeeld noten in het bereik van C3 door C4 wilt transponeren, dient u Range Min op C3 in te stellen en Range Max op C4. U kunt het toonbereik ook specificeren door de toetsen van het keyboard in te drukken. Bias Specificeert het transponeren in halve stappen. Stel een + (positieve) waarde in om de toonhoogte omhoog te laten gaan of een - (negatieve) waarde om de toonhoogte omlaag te laten gaan. Als u niet wilt transponeren, stelt u dit in op 0. Waarde: Als u het basgeluid met één octaaf omlaag wilt laten gaan... Als uw bas één octaaf hoger wordt gespeeld dan in de notenbalk aanduiding, kunt u de Transpose functie gebruiken om het basgeluid met één octaaf omlaag te laten gaan. Om het basgeluid met één octaaf omlaag te laten gaan, dient u het bereik parameter op Lowest-Highest in te stellen voor de bas Part en de Bias parameter op -12 te zetten. Wanneer u percussiegeluiden wilt veranderen U kunt de Transpose functie ook gebruiken om percussiegeluiden te veranderen. Stel dat u een conga wilt veranderen in een trommel. Als het congageluid toegewezen is aan de D4 toets en het tromgeluid is toegekend aan de C3 toets, dient u het bereik parameter op D4- D4 in te stellen en de Bias parameter op -14. De aanslagsterkte veranderen (Volume) (Change Velocity) Deze functie wijzigt het keyboard speeldynamiek (velocity) van een gespecificeerd noten gebied. fig _50 Ch /Part Selecteert het MIDI kanaal/kanalen van de noten, waarvan de aanslagsterkte aangepast zal worden. Wanneer u de aanslagsterkte voor alle noten wilt veranderen, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u de aanslagsterkte alleen voor de noten van een specifiek MIDI kanaal wilt veranderen, moet u dat MIDI kanaal selecteren door gebruik te maken van deze parameter. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Measure, For (Edit Range) Specificeert het bereik van maten, waarvan de aanslagsterkte veranderd zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Bias Gebruik deze parameter om een vaststaande hoeveelheid bias aan alle aanslagsterktes toe te voegen. Als u de aanslagsterkte wilt vergroten met 10, dient u dit in te stellen op +10. Waarde: Magnify (Vergroten) Stel deze parameter in als vergrotingen of verkleiningen in aanslagsterkte variaties gewenst zijn. Voor minder variatie in de aanslagsterkte, dient u instellingen van 99% of minder te maken. Voor meer variatie in de aanslagsterkte, dient u dit op 101 of hoger in te stellen. Met een instelling van 100%, zullen velocity waarden niet veranderen. Waarde: 0-200% Range Min, Range Max Specificeert het bereik van noot nummers, waarvan de aanslagsterkte veranderd zal worden. Als u bijvoorbeeld de aanslagsterkte van noten in het bereik van C3 door C4 wilt veranderen, dient u Range Min op C3 in te stellen en Range Max op C4. U kunt het toonbereik ook specificeren door de toetsen van het keyboard in te drukken. Het MIDI kanaal veranderen (Change Channel) Deze functie brengt het MIDI kanaal van een gespecificeerd gebied sequencer data naar een een ander MIDI kanaal. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon, waarvan de aanslagsterkte aangepast zal worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. 186

187 Songs bewerken Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon waarin het MIDI kanaal veranderd zal worden. Waarde ALL: Phrase Tracks 1-16 TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon De lengte van de noten veranderen (Change Duration) Deze functie verandert de tijdsduur (tijd tussen Note-on en Note-off) van noten in een gespecificeerd gebied. Afhankelijk van de instelling kunt u ook staccato of tenuto creëren. fig _50 Measure, For (Edit Range) Stelt het bereik van maten in waarin het MIDI kanaal veranderd zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Status Selecteert het type data, waarvoor u het MIDI kanaal wilt veranderen. Waarde ALL NOTE Polyphonic Aftertouch Control Change Program Change Channel Aftertouch Pitch Bend Range Min, Range Max Als u de Status parameter op NOTE, P.AFT, C.C, of PROG ingesteld heeft, kunt u het data bereik specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het bereik. Om het MIDI kanaal van alle noten of polyfonische aftertouch data te wissen, dient u Range Min op C-1 en Range Max op G-9 in te stellen. Om het MIDI kanaal van C4 te veranderen, dient u Range Min en Range Max op C4 in te stellen. Om C3 door C4 te veranderen, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om het MIDI kanaal van alle controller nummers te wissen, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om het MIDI kanaal van alle programmanummers te wijzigen, dient u Range Min op 1 in te stellen en Range Max op 128. Om nummer 4 te wijzigen, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 door 14 te veranderen, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op 14. Src Channel, Dst Channel (MIDI kanaal) Stel Src Channel in op het MIDI kanaal dat u wilt veranderen en stel Dst Channel in op het MIDI kanaal waarin het zal veranderen. Als u ALL heeft geselecteerd als source MIDI kanaal, zal de sequencer data van alle MIDI kanalen samengevoegd worden in het destination MIDI kanaal. Waarde: ALL, 1-16 Het is niet mogelijk om ALL te selecteren voor het destination MIDI kanaal. zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon waarvan de duur aangepast zal worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16 De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part Specificeert het MIDI kanaal/kanalen van de noten, waarvan de duur aangepast zal worden. Wanneer u de duur voor de noten van alle MIDI kanalen wilt veranderen, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u de duur alleen voor de noten van een specifiek MIDI kanaal wilt veranderen, dient u dat MIDI kanaal te selecteren door gebruik te maken van deze parameter. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Measure, For (Edit Range) Specificeert het bereik van maten waarvan de duur veranderd zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Bias Stel deze parameter in als u de duur van alle noten wilt verlengen of verkorten met een vaststaande hoeveelheid. Als u de duur van alle noten wilt vergroten met 10, dient u dit in te stellen op +10. Waarde: Magnify (Vergroten) Stel deze parameter in als u de duur d.m.v. een gespecificeerde ratio wilt verlengen of verkorten. Met een instelling van 100%, zullen er geen veranderingen plaatsvinden. Een waarde van 101% of hoger verlengt de duur; waarden van 99% of lager doen de duur verkorten. Om bijvoorbeeld de duur te halveren, dient u deze parameter op 50% in te stellen. Om de duur te verdubbelen, dient u de parameter op 200% in te stellen. Waarde: 0-200% 187

188 Songs bewerken Range Min, Range Max Specificeert het bereik van noot nummers waarvan de duur gewijzigd zal worden. Als u bijvoorbeeld de duur van noten in het bereik van C3 door C4 wilt veranderen, dient u Range Min op C3 in te stellen en Range Max op C4. U kunt het toonbereik ook specificeren door de toetsen van het keyboard in te drukken. Twee phrase tracks of patronen samenvoegen in één (Merge) De sequencer data van twee phrase tracks of patronen zal samengevoegd worden in één. fig _50 Een gedeelte uit de sequencer data selecteren en verplaatsen (Extract) Deze functie haalt een gespecificeerd gebied sequencer data uit een phrase track of patroon en verplaatst dit naar dezelfde Song positie van een andere phrase track of patroon. Bovendien kunt u, net als bij Standard Midi File Format 0, ook één MIDI kanaal aan één phrase track toewijzen, wanneer sequencer data vanuit meerdere MIDI kanalen opgenomen is op één track. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Src Track /Src Pattern (Source Track) Specificeert de phrase track of het patroon, dat samengevoegd moet worden. Nadat de Merge handeling is uitgevoerd, zal zich geen sequencer data meer bevinden in deze track. Waarde TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Dst Track /Pattern (Destination Track /Pattern) Specificeert de merge-bestemming phrase track of patroon. Nadat de Merge handeling is uitgevoerd, zal de sequencer data samengevoegd worden in deze track. Waarde TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Src Track /Src Pattern (Source Track) Specificeert de phrase track of het patroon, waar de sequencer data uit gehaald zal worden. Nadat de Extract handeling is uitgevoerd, zal de geselecteerde sequencer data zich niet meer bevinden in deze phrase track of patroon. Waarde TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part Specificeert het MIDI kanaal/kanalen van de data die geselecteerd dient/dienen te worden. Wanneer u alle sequencer data wilt extraheren, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Om alleen de sequencer data van een specifiek MIDI kanaal te veranderen, moet u dat MIDI kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Als u de Status parameter op System Exclusive, Tune Request of Pattern Call instelt, zal de Channel parameter niet meer beschikbaar zijn. Measure, For (Edit Range) Specificeert het bereik van maten waar de sequencer data uitgehaald zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Dst Track /Pattern (Destination Track /Pattern) Specificeert de verplaats-bestemming track of patroon. Waarde ALL: Afhankelijk van zijn MIDI kanaal, zal de sequencer data verdeeld worden over phrase tracks TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon 188

189 Songs bewerken Extract Mode Specificeert of u de sequencer data op de bestemming wilt behouden. Waarde MIX: De data op de bestemming zal samengevoegd worden met de geselecteerde data. REPLACE: De data op de bestemming zal gewist en vervangen worden door de geselecteerde data. Performance data naar voren en naar achteren verschuiven (Shift Clock) Deze functie verschuift de timing van sequencer data naar achteren of naar voren binnen een gespecificeerd gebied in stappen van 1 tick. Kleine verschuivingen in timing kunnen een Performance sneller doen gaan of juist afremmen. Als u REPLACE selecteert, zal alleen de sequencer data op het MIDI kanaal gespecificeerd d.m.v. de Channel parameter, object van handeling zijn. Sequencer data van alle andere MIDI kanalen zullen niet aangedaan worden. Status Selecteert het type data dat geëxtraheerd dient te worden. Waarde ALL NOTE Poly Aftertouch Control Change Program Change Channel Aftertouch Pitch Bend System Exclusive Tune Request Pattern Call Range Min, Range Max Als u de Status parameter op NOTE, P.AFT, C.C, of PROG ingesteld heeft, kunt u het data bereik specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het data bereik. Om alle noten of polyfonische aftertouch data te extraheren, dient u Range Min op C-1 en Range Max op G-9 in te stellen. Om C4 te extraheren, dient u Range Min en Range Max op C4 in te stellen. Om C3 door C4 te extraheren, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om alle controller nummers te extraheren, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om alle programmanummers te extraheren, dient u Range Min op 1 in te stellen en Range Max op 128. Om nummer 4 te extraheren, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 door 14 te extraheren, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op 14. Wanneer deze functie wordt uitgevoerd, zal data die naar een punt vóór het begin van de song verplaatst zou worden, automatisch verplaatst worden naar het begin van de song. Als data naar een punt voorbij het einde van de song verplaatst zou worden, zullen nieuwe maten automatisch gecreëerd worden mocht dat nodig zijn. De maat instelling van de nieuw gecreëerde maten zullen dezelfde zijn als de maat instelling van de maat die er direct aan vooraf gaat. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon, waarvan de sequencer data in eenheden van één tick verplaatst zal worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part Selecteert het MIDI kanaal van de data die in tijd verplaatst dient te worden. Om de ticks van alle sequencer data verschuiven, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de sequencer data tick van slechts één specifiek MIDI kanaal wilt veranderen, moet u dat MIDI kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Als u de Status parameter op System Exclusive, Tune Request of Pattern Call instelt, zal de Channel parameter niet meer beschikbaar zijn. Measure, For (Edit Range) Specificeert het bereik van maten waarin de sequencer data in eenheden van één tick verplaatst zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. 189

190 Songs bewerken Bias Specificeer de hoeveelheid (het aantal ticks) waarmee de sequencer data verplaatst zal worden. Waarde: Status Selecteert het type data dat in tijd verplaatst moet worden. Waarde ALL NOTE Polyphonic Aftertouch Control Change Program Change Channel Aftertouch Pitch Bend System Exclusive Tune Request Pattern Call Als de Track parameter ingesteld staat op TEMPO, zal de Status parameter niet beschikbaar zijn. Range Min, Range Max Als u de Status parameter op NOTE, P.AFT, C.C, of PROG instelt, kunt u het data bereik specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het data bereik. Om alle noten of polyfonische aftertouch data te verschuiven, dient u Range Min op C-1 en Range Max op G-9 in te stellen. Om C4 te verschuiven, dient u Range Min en Range Max op C4 in te stellen. Om C3 naar C4 te verschuiven, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om alle controller nummers te verschuiven, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om alle programmanummers te verschuiven, dient u Range Min op 1 in te stellen en Range Max op 128. Om nummer 4 te verschuiven, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 naar 14 te verplaatsen, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op 14. De sequencer data uitdunnen (Data Thin) Controllers, die continu variabel zijn, zoals aftertouch, Pitch Bend en expression hebben de neiging om onverwacht grote hoeveelheden data te creëren, wanneer ze bediend worden. Data Thin zal overtollige data verwijderen, teneinde de hoeveelheid geheugen die beschikbaar is voor de sequencer, te vergroten. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de track(s)of het patroon waarvan de sequencer data uitgedund zal worden. Waarde ALL: Phrase tracks 1-16 TRK 1-TRK 16: De gespecificeerde phrase track, de beat track en de tempo track PTN001-PTN100: Het gespecificeerde patroon Ch /Part Selecteert het MIDI kanaal, waarvan de data uitgedund moet worden. Om alle sequencer data uit te dunnen, dient u deze parameter op ALL in te stellen. Wanneer u alleen de sequencer data van slechts één specifiek MIDI kanaal uit wilt dunnen, moet u dat MIDI kanaal selecteren. Waarde: ALL, Ch1-Ch16 Measure, For (Edit Range) Specificeert het bereik van maten waarvan de sequencer data uitgedund zal worden. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Data Thin Value Voor het uitdunnen van gegevens die snelle veranderingen bevatten, dient u hogere instellingen te gebruiken. Als u niet zoveel data uit wilt dunnen, zelfs wanneer het onderhevig is aan snelle verandering, dient u lagere instellingen te gebruiken. Data Thin Time Als u data uitdunt, die geleidelijk in tijd verandert, dient u hogere instellingen te gebruiken. Als u niet zoveel data uit wilt dunnen, zelfs wanneer veranderingen geleidelijk zijn, dient u lagere instellingen te gebruiken. 190

191 Songs bewerken Status Selecteert het type data dat uitgedund moet worden. Waarde ALL Polyphonic Aftertouch Control Change Channel Aftertouch Pitch Bend Range Min, Range Max Als u de Status parameter op NOTE, P.AFT, C.C, of PROG instelt, kunt u het data bereik specificeren. Stel Range Min in op de laagste waarde van het bereik en Range Max op de hoogste waarde van het bereik. Om alle noten of polyfonische aftertouch data uit te dunnen, dient u Range Min op C-1 en Range Max op G-9 in te stellen. Om C4 uit te dunnen, dient u Range Min en Range Max op C4 in te stellen. Om C3 door C4 uit te laten dunnen, dient u Range Min op C3 en Range Max op C4 in te stellen. Om alle controller nummers uit te dunnen, dient u Range Min op 0 en Range Max op 127 in te stellen. Om nummer 4 uit te dunnen, dient u Range Min en Range Max op 4 in te stellen. Om nummer 3 door 14 uit te laten dunnen, dient u Range Min op 3 in te stellen en Range Max op 14. Twee phrase tracks of patronen verwisselen (Exchange) De phrase tracks of patronen zullen in hun geheel veranderd worden. Waarde TRK 1-TRK 16:De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100:Het gespecificeerde patroon fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. De afspeeltijd van de song aanpassen (Time Fit) Deze functie berekent de afspeeltijd van een song of geeft u de mogelijkheid om de tempo track data te veranderen, zodat de song in een gespecificeerde tijd af kan spelen. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Measure, For (Edit Range) Meet de afspeeltijd of check/wijzig het bereik in maten die aangepast moeten worden.. Als u For instelt op ALL, zullen alle maten gespecificeerd worden. Time H/M /S De afspeeltijd zal weergegeven worden. Van links naar rechts zal de tijd display hours: minutes: seconds weergeven. Time Original H /M /S De huidige afspeeltijd zal weergegeven worden. Lege maten wissen (Truncate) Kopiëren of samenvoegen kan soms lege maten creëren aan het begin van een phrase track of patroon. Truncate wist stille gedeelten uit het begin van de gespecificeerde phrase track tot de eerste Noteon. Als andere sequencer gegevens (zoals programma veranderingen of Control veranderingen) zijn opgenomen tussen het begin en de eerste noot van de gespecificeerde phrase track, zal alleen de laatste data toepassing van elk type geplaatst worden. fig _50 zie: Bekijk Basishandelingen voor Track Editing (p.180) voor details over de instellingen. Track /Pattern (Source Track) Specificeert de phrase track of het patroon waaruit lege maten gewist zullen worden. Waarde TRK 1-TRK 16:De gespecificeerde phrase track PTN001-PTN100:Het gespecificeerde patroon Onder de Track parameter wordt de locatie van het begin van de gespecificeerde track weergegeven en de positie van de eerste Noteon. 191

192 Songs bewerken Afzonderlijke items sequencer data bewerken (Micro Edit) Micro Edit geeft u de mogelijkheid afzonderlijke items binnen de sequencer data opgenomen in een song te bewerken, zoals MIDI berichten en tempo gegevens. Sequencer data bewerken (Basisprocedure in de microscope) Ga naar het Microscope venster, wanneer u de sequencer data opgenomen in een song wilt bekijken. Elke regel geeft de locatie aan (maat-beat-tick), waarop de sequencer data is opgenomen en de data die opgenomen is op die locatie. 1. Laad de song die de sequencer data bevat die u wilt bekijken/bewerken (p.177). 2. Druk op [F8 (Micro Edit)]. Het Microscope venster verschijnt. Druk op of om de sequencer data te bekijken. fig e Selecteer de track of patroon Geeft de parameter data op de cursor locatie weer MIDI kanaal Sequencer data die wordt bediend door een phrase track/ patroon hieronder te bekijken. 5. Verplaats de cursor naar Ch/Part en selecteer het MIDI kanaal van de sequencer data dat u wilt bekijken. 6. Druk op [F8 (Close)] om het venster te sluiten. 7. Druk op of om de Performance data die u wilt bewerken te selecteren. 8. Druk op of om de parameter die u wilt bewerken te selecteren. 9. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde in te stellen. Wanneer u het Noot Nummer van een noot of polyfonische aftertouch data bewerkt of de On Velocity of Off velocity van een noot bewerkt, kunt u de waarde ook specificeren door op een toets op het keyboard te spelen. Wanneer u op [ENTER] drukt, zal de sequencer data die op dat moment bij het weergegeven wordt, overgebracht worden via de MIDI OUT aansluiting. In het geval van een noot bericht, zal de noot klinken wanneer u op [ENTER] drukt. (SYMBOOLTJE cf.) Als u een system exclusive bericht wilt bewerken, dient u Een System Exclusive bericht bewerken hieronder te bekijken. 10. Herhaal stappen 3-6 om iedere parameter die u wilt bewerken, in te stellen. 11. Om het Microscope venster te sluiten, dient u op [EXIT] te drukken. Een System Exclusive bericht bewerken Sequencer data Locatie van de sequencer data (maat-beat-tick) 3. Druk op [F6] om het venster te wisselen. Iedere keer als u op [F6] drukt, zult u tussen de twee vensters schakelen. 4. Druk op [F7 (Trk/Ch Select)] om de cursor te verplaatsen naar Track, en selecteer de track of het patroon, waarvan u de sequencer data wilt bekijken/bewerken. TRK 1-TRK 16:De gespecificeerde phrase track TEMPO: Tempo track BEAT: Beat track PTN001-PTN100:Het gespecificeerde patroon (alleen patroon modus) Om efficiënt gebruik te maken van de ruimte in het venster, is er meestal geen weergave voor locaties, waarin geen sequencer data is opgenomen. zie: Voor een uitleg over elk type sequencer data, dient u 1. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de locatie van het system exclusive bericht dat u wilt bewerken. 2. Druk op. Het System Exclusive venster verschijnt. fig _50 3. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de data die u wilt bewerken. 4. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde te bewerken. Als u data toe wilt voegen tussen F0: en :F7, dient u de cursor te verplaatsen naar die locatie en op [F3 (Insert)] te drukken. Een waarde van 00 zal ingevoegd worden. Verander dit in de gewenste waarde. Om data te wissen, dient u de cursor te ver- 192

193 Songs bewerken plaatsen naar de relevante locatie en op [F2 (Delete)] te drukken. 5. Wanneer u klaar bent met bewerken, dient u op [F8 (Exec)] te drukken om de waarden van de system exclusive berichten af te werken. Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Als u besluit om de veranderingen, die u heeft gemaakt toch niet uit te voeren, en terug wilt keren naar het Microscope venster, dient u op [EXIT] te drukken. In het geval van een Roland type IV system exclusive bericht, kan de checksom automatisch uitgerekend worden, wanneer u de waarden afrond. Als u de checksom niet automatisch uit wilt rekenen, dient u op [F1 (Auto Sum)] te drukken om het uit te doen. Wanneer u op [F4 (Test)] drukt, zal het system exclusive bericht dat u aan het bewerken bent overgebracht worden via de MIDI OUT aansluiting. Sequencer data die wordt bediend door een phrase track/patroon Phrase tracks of patronen kunnen de volgende negen typen sequencer data opnemen. De opgenomen locatie (maat-beat-tick) wordt helemaal links van ieder data item weergegeven en het MIDI kanaal nummer staat ernaast. Note Deze MIDI berichten vertegenwoordigen noten. Vanaf links zijn de parameters Note Number, welke de naam van de noot aangeeft; On Velocity, welke de kracht waarmee een toets wordt bespeeld specificeert; Duration, welke de duur van de noot specificeert; en Off Velocity, welke de snelheid waarmee de toets wordt losgelaten, bepaalt. Program Change Dit MIDI bericht verwisselt geluiden. Het programmanummer (PC#) selecteert het geluid. Control Change Dit MIDI bericht past verschillende effecten toe, zoals modulatie of expressie. Het controller nummer (CC#) selecteert de functie en Waarde specificeert de diepte van het effect. zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor de functie die correspondeert met ieder controller nummer. Pitch Bend Dit MIDI bericht wijzigt de toonhoogte. De waarde specificeert de hoeveelheid toonhoogte verandering. Polyphonic Aftertouch Deze MIDI berichten passen aftertouch toe op een afzonderlijke noot. Vanaf links zijn de parameters Note Number, welke de toets specificeert en Value, dat de diepte van de aftertouch specificeert. Channel Aftertouch Dit MIDI bericht past aftertouch toe op een compleet MIDI kanaal. Waarde specificeert de diepte van de aftertouch. System Exclusive berichten Dit zijn MIDI berichten die gebruikt worden om instellingen te maken die uniek zijn voor de Fantom-X, zoals geluidsinstellingen. Voer de data tussen F0 en F7 in. zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor details over system exclusive berichten. Tune Request Dit MIDI bericht zorgt ervoor dat een analoge synthesizer zichzelf gaat stemmen. Ptn (Pattern Call message) Dit is data, die ervoor zorgt dat een patroon afgespeeld wordt. Gebruik de Number parameter om het patroonnnummer te selecteren. De patroon naam wordt tussen haakjes ( ) weergegeven en de locatie waarop het patroon zal ophouden te spelen wordt rechts van het -> symbool weergegeven. Als het patroon, opgeroepen door het Pattern Call bericht, zich voorbij de laatste maat van de song uitstrekt, zal afspelen van het patroon op dat moment onderbroken worden. Er kan slechts één patroon tegelijk gespeeld worden d.m.v. Pattern Call berichten in een gegeven phrase track. Dit betekent dat als een Pattern Call bericht wordt opgenomen op een locatie voordat het voorgaande patroon klaar is met spelen, het patroon dat aan het spelen was onderbroken zal worden en het volgende patroon zal beginnen te spelen. Al meer dan één Pattern Call bericht opgenomen wordt op dezelfde locatie, zal het bericht dat in het Microscope venster als laatste weergegeven wordt, gespeeld worden. Ook al is het mogelijk om Pattern Call berichten in een patroon op te nemen, zullen ze niet gespeeld worden. Als u de data van een patroon in een ander patroon wilt plaatsen, kunt u Track Edit gebruiken om de data te kopiëren. Data bediend door de Tempo Track De Tempo Track neemt tempo data op voor de song. Tempo Change Deze data specificeert het tempo. De song zal afspelen, afhankelijk van de Waarde van de tempoverandering. De waarde weergegeven in =** is het tempo waarin de song eigenlijk zal spelen (het afspeeltempo) en kan alleen veranderd worden in het PLAY venster van iedere modus. Als de tempo verandering waarde verschilt van het afspeeltempo, betekent dit dat het afspeeltempo tijdelijk gewijzigd is. Met andere woorden, aangezien de tempo verandering waarde niet overschreven is, zal deze instelling verloren gaan als u een andere song selecteert of het apparaat uitzet. Als u de volgende keer ook op dit tempo af wilt spelen, moet u de song opnieuw op disk opslaan. Dit zal de tempo verandering waarde herschrijven, 193

194 Songs bewerken zodat het overeenkomt met het afspeeltempo. Data bediend door de Beat Track De Beat track neemt maat instelling data op. Beat Change Dit specificeert de maat instelling (Beat). Sequencer data bekijken (View) Aangezien een phrase track of patroon een grote hoeveelheid sequencer data bevat, is de display misschien erg rommelig en daardoor moeilijk leesbaar. Om deze reden geeft de Fantom-X u de mogelijkheid het type/de typen sequencer data die weergegeven zal worden in het venster, te specificeren. Dit is handig wanneer u alleen een specifiek type sequencer data wilt checken of bewerken. 1. Ga naar het Microscope venster. 2. Druk op [F8 (View)]. Het View Select venster verschijnt. fig _50 4. Druk op [INC] of [DEC] om te wisselen. Het bericht zal weergegeven worden als het vinkje ( ) toegewezen is, en zal niet weergegeven worden als het vinkje verwijderd is. Als u op [F6 (ALL OFF)] drukt, zal geen van de sequencer data weergegeven worden. Als u op [F7 (ALL ON)] drukt, zal alle sequencer data weergegeven worden. 5. Druk op [F8 (Close)] om het View Select venster te sluiten. Sequencer data invoegen (Create) U kunt nieuwe sequencer data invoegen op een gewenste locatie van een phrase track of patroon. zie: Bekijk Sequencer data die wordt bediend door een phrase track/patroon (p.193) voor details over de sequencer data die ingevoegd kan worden. 1. Ga naar het Microscope venster voor de track of het patroon waarvan u de sequencer data in wilt voegen (p.192). 2. Druk op [F1 (CREATE)]. Het Create Event venster verschijnt. fig _50 3. Gebruik of om de sequencer data die weergegeven zal worden te selecteren. Note: Noot berichten. Deze MIDI berichten stellen noten voor. Poly Aftertouch: Polyfonische aftertouch. Deze MIDI berichten passen aftertouch toe op afzonderlijke noten. Control Change: Control change berichten. Deze MIDI berichten passen verschillende effecten toe, zoals modulatie of expressie. Program Change: Program change berichten. Deze MIDI berichten selecteren geluiden. Channel Aftertouch: Channel aftertouch berichten. Deze MIDI berichten passen aftertouch toe op een compleet MIDI kanaal. Pitch Bend: Pitch bend berichten. Deze MIDI berichten wijzigen de toonhoogte. System Exclusive: System exclusive berichten. Deze MIDI berichten worden gebruikt om instellingen te maken die uniek zijn voor de Fantom-X, zoals voor de sound parameters. Pattern Call: Pattern Call berichten. Dit is data die ervoor zorgt dat een patroon afgespeeld wordt. Tune Request: Dit MIDI bericht zorgt ervoor dat een analoge synthesizer zichzelf gaat stemmen. 3. Druk op of om de sequencer data te selecteren die ingevoegd dient te worden. 4. Druk op [F8 (Exec)] om de Performance data in te voegen. 5. De sequencer data die ingevoegd werd, zal de standaard parameter waarden hebben, dus bewerk deze zoals u wenst. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling, kunt u vanuit het Song Edit venster, op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. 194

195 Songs bewerken Sequencer data wissen (Erase) Als u dat wilt, kunt u ook slechts een afzonderlijk geval sequencer data wissen. U kunt dezelfde handeling ook gebruiken om afzonderlijke items data uit de tempo track of beat track te wissen. Het is niet mogelijk om de tempo verandering, die zich bevindt aan het begin van de tempo track, de beat verandering die zich bevindt aan het begin van de beat track of de patroon beat, te wissen. 1. Ga naar het Microscope venster voor de track of het patroon waarvan u sequencer data wilt wissen (p.192). 2. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de sequencer data die u wilt wissen. Om meerdere achtereenvolgende data te wissen, dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op of te drukken om de sequencer data te selecteren. 3. Druk op [F2 (Erase)] om de sequencer data te wissen. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling kunt u vanuit het Song Edit venster, op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. Sequencer data verplaatsen (Move) U kunt een afzonderlijk item sequencer data naar een andere locatie verplaatsen. Data opgenomen in de tempo track of beat track kunnen ook op dezelfde manier verplaatst worden. fig _50 4. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de measure, beat, en tick, velden. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de locatie te specificeren, waarnaar de data verplaatst moet worden. 6. Druk op [F8 (Exec)] om de sequencer data te verplaatsen. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling kunt u vanuit het Song Edit venster, op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. Sequencer data kopiëren (Copy) Sequencer data kan naar de gewenste locatie gekopieerd worden. Dit is handig, wanneer u dezelfde sequencer data op meerdere locaties wilt gebruiken. Data opgenomen op de tempo track of beat track kan ook op deze manier gekopieerd worden. 1. Ga naar het Microscope venster voor de track of het patroon waarvan u de data wilt kopiëren (p.192). 2. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de sequencer data die u wilt kopiëren. 3. Druk op [F3 (COPY)]. 4. Druk op [F4 (PLACE)]. Het Place Event venster verschijnt. fig _50 Het is niet mogelijk om de tempo verandering, die zich bevindt aan het begin van de tempo track, de beat verandering en toonsoort die zich bevindt aan het begin van de beat track of de patroon beat, te wissen. 1. Ga naar het Microscope venster voor de track of het patroon waarvan u de data wilt verplaatsen (p.192). 2. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de sequencer data die u wilt wissen. 5. Druk op of om de cursor te verplaatsen naar de measure, beat, en tick, velden. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de locatie te specificeren waarnaar de data gekopieerd moet worden. 7. Druk op [F8 (Exec)] om de data in te plakken. Om meerdere achtereenvolgende data te wissen, dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op of te drukken om de sequencer data te selecteren. 3. Druk op [F3 (Move)]. Het Move Event venster verschijnt. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling kunt u vanuit het Song Edit venster, op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te 195

196 Songs bewerken keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. Het tempo halverwege de song veranderen Als u het tempo halverwege de song wilt veranderen, dient u een nieuwe Tempo Change in te voegen in de tempo track. De song zal afspelen op het tempo, vanaf de locatie waarop de tempo verandering is ingevoegd. Als u echter geleidelijke tempo veranderingen wilt creëren, zoals ritardando of accelerando, is het handiger om Tempo Opname (p.171) te gebruiken. Als u de hele song sneller of langzamer wilt maken, dient u het afspeeltempo in één van de PLAY vensters te wijzigen. 1. Ga naar het Microscope venster (p.192). Druk op [F7 (Trk/Ch Select)] en selecteer TEMPO, op Track. 2. Druk op [F1 (Create)]. Het Create Event venster verschijnt. fig _50 De maat instelling halverwege de song veranderen Als u de maat instelling halverwege de song wilt veranderen, dient u een nieuwe Beat Change in te voegen. De song zal afspelen en gebruik maken van die maat instelling die volgen op de ingevoegde beat verandering. Het is niet mogelijk om de maat instelling halverwege een maat te veranderen. U moet de maat instelling aan het begin van een maat veranderen. Als de maat instelling van de beat track verschilt van de pattern beat (p.169) instelling, zal de instelling van de beat track gebruikt worden. Als bijvoorbeeld een patroon met een 3 /4 maat instelling toegekend is halverwege een 4 /4 song, zal het patroon niet synchroon lopen met de andere phrase tracks. Om dit correct af te spelen, dient u een 3 /4 beat verandering in te voegen in de beat track. Om de maat instelling terug te laten keren naar 4 /4, dient u een 4 /4 beat verandering in te voegen op de maat die volgt op de laatste maat van het patroon. Als u de maat instelling van een maat die later komt dan het einde van de song of als het goed is om de lengte van de song te veranderen, zult u het handiger vinden om de Track Edit Insert Measure functie (p.185) te gebruiken. 1. Ga naar het Microscope venster (p.192). Druk op [F7 (Trk/Ch Select)] en selecteer BEAT op Track. 3. Druk op [F8 (Exec)]. Het Create Position venster verschijnt. 2. Druk op [F1 (create)]. Het Create Event venster verschijnt. fig _50 4. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de measure, beat, en tick velden, 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de locatie te specificeren, waarop de data ingevoegd moet worden. 6. Druk op [F8 (Exec)] om de tempo change data in te voegen. 7. De ingevoegde tempo verandering zal een standaard waarde hebben, dus verander dit, mocht u dat nodig vinden. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling, kunt u vanuit het Song Edit venster op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. 3. Druk op [F8 (exec)]. Het Create Position venster verschijnt. 4. Gebruik of om de cursor te verplaatsen naar de measure, beat, en tick velden, 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de locatie te specificeren, waarop de data ingevoegd zal moeten worden. 6. Druk op [F8 (OK)] om de beat change data in te voegen. 7. De ingevoegde beat verandering zal de standaard waarden hebben, dus u kunt dit bewerken mocht u dat nodig vinden. Als u niet tevreden bent met de resultaten van de uitvoering van deze handeling kunt u vanuit het Song Edit venster, op [MENU] drukken en vanuit het Menu venster dat verschijnt, 196

197 Songs bewerken Undo/Redo selecteren om terug te keren naar de toestand vóór het uitvoeren van de functie (Undo/Redo). Nadat u Undo heeft uitgevoerd, kunt u Redo gebruiken om terug te keren naar de voorgaande toestand. Nadat u Undo uitgevoerd heeft, kunt u Redo gebruiken door bovenstaande procedure opnieuw uit te voeren. Een naam aan een song toewijzen (Song Name) U kunt een songnaam aan een song toekennen of de songnaam bewerken. Deze songnaam is onafhankelijk van de toegekende bestandsnaam, wanneer u een song in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart opslaat. Ook al bent u niet verplicht om een songnaam toe te wijzen, kunt u er één toekennen door maximaal 15 tekens te gebruiken, en u zult het wellicht handig vinden om een titel of memo op te slaan om zo uw songs te ordenen. Sommige commercieel verkrijgbare Standard Midi Files bevatten copyright data. Het is niet mogelijk om de songnaam voor dergelijke songs te bewerken of toe te wijzen. 1. Ga naar het Song Edit venster en laad dan de song, waar u een songnaam aan toe wilt wijzen (p.177). 2. Druk op [F4 (Song Name)]. Het Song Name venster verschijnt. fig _50 3. Wijs een songnaam toe aan de song (maximaal 15 tekens). zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. 4. Nadat u een naam heeft toegekend, dient u op [WRITE] te drukken. Druk op [F7 (Cancel)], als u besluit om te annuleren. 197

198 Een song laden/opslaan (Save/Load) Songs die u opneemt worden in eerste instantie in Temporary Area bewaard. Een song in Temporary Area zal verloren gaan wanneer u het apparaat uitzet of wanneer u een andere song laadt. Als u de song wilt bewaren, dient u het op te slaan in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart. Omgekeerd, als u een song wilt bewerken (p.177), dient u deze eerst te laden in de Temporary Area. Een song opslaan (Save) Data samen met een song opgeslagen De performances, patches en systeem setup, die u op dat moment gebruikt, worden samen met de sequencer data opgeslagen. De performances en patches die samen met de song opgeslagen worden zijn speciale data om de song te reproduceren. Ze zijn afgescheiden van de gebruikers perfomances en gebruikers patches. Basisprocedure 1. Druk op [SAVE/LOAD]. Het Save/Load Menu venster verschijnt. fig _50 * Als u deze performances of patches wilt gebruiken in een volgende song of zonder verwijzing naar een song, zult u ze op moeten slaan in het gebruikersgebied. * Mastering Effect instellingen zijn niet ingesloten in de gegevens van de song. Om de manier waarop de song afspeelde toen het opgeslagen werd exact te reproduceren, dient u ook de mastering instellingen te controleren. Parameters ingesloten in System Setup 2. Druk op [F1 (Save S+S)]-[F3 (Save AllSmpl)] om het formaat, waarin u de song wilt bewaren, te selecteren. Save Song + Samples: De Temporary Song zal opgeslagen worden in MRC Pro song formaat. De bestandsnaam extensie.svq zal automatisch toegevoegd worden aan de song. De song zal de data van de temporary area bevatten. Alle samples in het sample geheugen worden opgeslagen. Save Song: De Temporary Song zal opgeslagen worden in MRC Pro song formaat. De bestandsnaam extensie.svq zal automatisch toegevoegd worden aan de song. Save All Samples: Alle samples in het sample geheugen zullen opgeslagen worden. Geluidsgenerator modus (Patch/Performance) en Patch/ Performance nummers MFX1-3/Chorus/Reverb switch Selecteren of Patch modus chorus/reverb de geluidsinstellingen van het keyboard of de Pads zal gebruiken Transpose en Octave Shift waarden De selectie van de functie bestuurd door D Beam Alle instellingen in het Arpeggio venster en de Arpeggio aan/ uit instelling Alle instelingen in het Rhythm Group venster en de Rhythm Pattern on/off instelling Alle instellingen in het Chord Memory venster en de Chord Memory aan/uit instelling Selecteren of de bender, modulatie, D Beam en knoppen met het keyboard of met de Pads gebruikt zullen worden. Parameter Song Save Song+Samples [F1] Save Song [F2] Save all Samples [F3] Functieknoppen ALL- Samples : Opslaan is mogelijk 198

199 Een song laden/opslaan (Save/Load) Een song met samples opslaan (Save Song +Samples) Hier laten we u zien, hoe u de Temporary Song, samen met alle samples in het sample geheugen en de op dat moment geslecteerde geluidsgenerator instellingen, op kunt slaan. 1. Vanuit het Save/Load Menu venster, dient u op [F1 (SaveS+S)] te drukken. Het Song File Name venster verschijnt. fig _50 sample lijst. De samples zullen opgeslagen worden met een bestandsnaam van Smpl****.wav (aif) in de Roland/Smpl folder van het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart. Het nummer van de bestandsnaam zal corresponderen met het nummer in de sample lijst. Bestandsnaam en song naam MRC Pro Songs en Standard MIDI bestanden hebben een song naam bovenop een bestandsnaam. De bestandsnaam wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen bestanden, en moet toegewezen worden, wanneer u een bestand opslaat. Het zal u helpen songs te beheren als u de bestandsnaam gebruikt om onderscheid te maken tussen types song, en de song naam gebruikt om een titel toe te kennen. Gebruik het Song Name venster om een song naam toe te wijzen (p.197). 2. Wijs een bestandsnaam toe aan de song (maximaal 8 tekens). Een bestandsnaam extensie van.svq zal automatisch aan de song toegevoegd worden. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. Als u een bestandsnaam toewijst, die identiek is aan een bestandsnaam, die al bestaat in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart en dit probeert op te slaan, zal er een bericht File **** Already Exists! Over Write OK? verschijnen, waarin u om bevestiging gevraagd wordt. Als het goed is om het bestaande bestand te overschrijven, dient u op [F8 (OK)] te drukken. Als u besluit om het opslaan te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Als u probeert om data op te slaan in geheugen dat niet door de Fantom-X geformatteerd is, zal het bericht Unformatted! (geheugenkaart is niet geformatteerd) verschijnen. Formatteer a.u.b. de geheugenkaart op de Fantom- X (p.224). Song namen mogen geen kleine letters of bepaalde symbolen bevatten ( * +,. / : ; < = >? [ \ ] ). 3. Nadat u een naam hebt toegewezen, dient u op [F8 (Write)] te drukken. fig _50 Een song opslaan (Save Song) Hier leggen we u uit, hoe u de Temporary Song samen met de geluidsinstellingen, op kunt slaan. 1. Druk op [F2 (Save Song)] vanuit het Save/Load Menu venster. Het Song File Name venster verschijnt. 2. Wijs een naam toe aan de song (maximaal 8 tekens). Een betsandsnaam extensie.svq zal automatisch aan de song toegevoegd worden. zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. 4. Druk op [F1 (User)] (User memory) of [F2 (Card)] (Memory card) om de locatie te selecteren, waarin u de song op wilt slaan. Als u besluit om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 5. Druk op [F8 (Save)]. Een venster zal u om bevestiging vragen. Songbestand namen mogen geen kleine letters of bepaalde symbolen bevatten ( * +,. /: ; < = >? [ \ ] ). 3. Nadat u een naam hebt toegewezen, dient u op [F8 (Write)] te drukken. 6. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Wanneer samples opgeslagen worden, zullen ze automatisch overschreven worden over dezelfde nummers van dezelfde bank in de 199

200 Een song laden/opslaan (Save/Load) fig _50 Een song als een SMF bestand opslaan (Save as SMF) Hier leggen we u uit, hoe u een Temporary Song naar een SMF bestand kunt converteren en op kunt slaan. 1. Druk op [F4 (Save as SMF)] vanuit het Save/Load Menu venster. Het Save as SMF venster verschijnt. 4. Druk op [F1 (User)] (User memory) of [F2 (Card)] (Memory card) om de locatie te selecteren, waarin u de song op wilt slaan. Als u besluit om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 5. Druk op [F8 (Save)]. Een venster zal u om bevestiging vragen. Als u besluit te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 6. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. Zelfs als u uw song opslaat en gebruik maakt van Save, kan deze niet afgespeeld worden door een andere sequencer dan de eigen sequencer van de Fantom-X. Als u uw song af wilt spelen op een andere sequencer dan die van de Fantom-X, dient u de song als een SMF bestand op te slaan. Op dat moment moet u ook de bijbehorende bank selecties en programmanummers opnemen, zodat de juiste geluiden gespeeld worden. De Performance instellingen zullen opgeslagen worden in de staat waarin ze waren toen u opslaan uitvoerde. Dit betekent, dat wanneer de perfomance tijdens de song veranderd is, en u de song heeft opgeslagen de staat waarin de song zich bevond toe u begon met opnemen, niet opgeslagen zal zijn. Met andere woorden, als u de song vanaf het begin afspeelt, zal deze starten met de Performance geluiden die gebruikt werden op het moment dat u opsloeg. Als u de Performance tijdens de song verandert, dient u het Microscope venster te gebruiken om de juiste bank selectie en programmanummers aan het begin van de song in te voegen om de Performance te specificeren (p.192). Samples opslaan (Save All Samples) Hier leggen we u uit, hoe u alle samples uit het sample geheugen in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart op kunt slaan. 1. Druk op [F3 (Save All Smpl)] vanuit het Save/Load Menu venster. Een bericht vraagt om bevestiging. Als u besluit te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 2. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * Wanneer samples opgeslagen worden, zullen ze automatisch over hetzelfde nummer van dezelfde bank in de sample lijst geschreven worden. 2. Wijs een bestandsnaam toe aan de song zie: Bekijk Een naam toekennen (p.36) voor details over het toewijzen van namen. Songbestand namen mogen geen kleine letters of bepaalde symbolen bevatten ( * +,. /: ; < = >? [ \ ] ). 3. Nadat u een naam hebt toegewezen, dient u op [F8 (Write)] te drukken. 4. Druk op [F1 (User)] (gebruikersgeheugen) of [F2 (Card)] (Geheugenkaart) om de opslag-bestemming te selecteren. fig _50 5. Druk op [F5 (Format 0)] of [F6 (Format 1)] om het formaat voor opslaan te selecteren. Format 0: Converteer de song naar een Format 0 Standard MIDI bestand (alle Performance data wordt opgeslagen in één phrase track) en sla het op disk op. De extensie.mid zal automatisch toegevoegd worden. Format 1: Converteer de song naar een Format 1 Standard MIDI bestand (Performance data wordt op meer dan één phrase track opgeslagen) en sla het op disk op. De extensie.mid zal automatisch toegevoegd worden. 6. Druk op [F8 (Save As SMF)]. Een venster zal u om bevestiging vragen. 7. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. * De bestandsnaam extensie zal.mid zijn, ongeacht of u Save SMF (Format 0) of Save SMF (Format 1) selecteert. Die twee kunnen niet op een andere manier onderscheiden worden. 200

201 Een song laden/opslaan (Save/Load) Wanneer u data in SMF formaat opslaat, zal de geluid setup data niet opgeslagen worden. Om er zeker van te zijn dat de correcte geluiden gespeeld worden, dient u de juiste bank selectie en programmanummers op te nemen (p.192). Als u een bestandsnaam toewijst, die identiek is aan een bestandsnaam die al in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart bestaat en dit probeert op te slaan, zal er een bericht File **** Already Exists! Over Write OK? verschijnen, waarin u om bevestiging gevraagd wordt. Als het goed is om het bestaande bestand te overschrijven, dient u op [F8 (OK)] te drukken. Als u besluit om het opslaan te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Als u probeert om data op te slaan op een geheugenkaart, die niet geformatteerd is door de Fantom-X, zal het bericht Unformatted! (geheugenkaart is niet geformatteerd) verschijnen. Formatteer de geheugenkaart op de Fantom- X (p.224). * Een song die is opgeslagen op de Fantom-X (.SVQ) bevat ook de data voor de Temporary Area van de geluidsgenerator. Een song met samples laden (Load Song+Samples) Hier laten we u zien hoe u een song in de Temporary Area en alle samples in het sample geheugen kunt laden. 1. Vanuit het Save/Load Menu venster, dient u op [F5 (Load S+S)] te drukken. fig _50 Een song laden (Load) Basisprocedure 1. Druk op [SAVE/LOAD]. Het Save/Load Menu venster verschijnt. fig _50 * Door op of in het bovenstaande venster te drukken, kunt u het type songs specificeren, dat weergegeven zal worden. Als verschillende songs samen opgeslagen zijn, zal het gemakkelijker zijn om de weergegeven bestanden types op deze manier te beperken. VIEW ALL: Alle songs zullen weergegeven worden SVQ ONLY: Alleen SVQ bestanden zullen weergegeven worden SMF: Alleen Standard MIDI bestanden zullen weergegeven worden MRC: Alleen MRC bestanden zullen weergegeven worden 2. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om de laad bestemming te selecteren en gebruik of om een song te slecteren. 3. Als u besluit te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. Druk op [F8 (Load)]. Een venster zal u om bevestiging vragen. 2. Druk op [F5 (Load S+S)]-[F7 (Load AllSmpl)] om het formaat waarin u de song wilt laden, te selecteren. Load Song +Samples: Laadt een song in de Temporary Area. Alle samples zullen geladen worden in het sample geheugen. Load Song: Laadt een song in de Temporary Area. Load All Samples: Laadt alle samples in het sample geheugen. 4. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. Parameter Song Load Song+Samples [F5] Load Song [F6] Load all Samples [F7] Functieknoppen ALL- Samples : Laden is mogelijk 201

202 Een song laden/opslaan (Save/Load) Een song laden (Load Song) Hier leggen we u uit, hoe u een song kunt laden in de Temporary Area. 1. Vanuit het Save/Load Menu venster, dient u op [F6 (Load Song)] te drukken. fig _50 Een WAV/AIFF bestand importeren Hier laten we u zien, hoe u een audio bestand (WAV/AIFF) in het sample geheugen als sample kunt laden. Om de audio data te importeren, moet de data (WAV/AIFF) zich in de volgende locatie van het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart bevinden. /TMP/AUDIO_ IMPORT folder * / geeft een directory level aan. Gebruik USB opslag modus (p.219) om de bestanden van de computer in bovenstaande locatie te plaatsen. Of u kunt de data op een geheugenkaart zetten en een kaartlezer gebruiken. * Door op of in het bovenstaande venster te drukken, kunt u het type songs specificeren. Als verschillende typen songs samen opgeslagen zijn, zal het gemakkelijker zijn om de weergegeven bestanden types op deze manier te beperken. VIEW ALL:Alle songs zullen weergegeven worden SVQ ONLY:Alleen SVQ bestanden zullen weergegeven worden SMF: Alleen Standard MIDI bestanden zullen weergegeven worden MRC: Alleen MRC bestanden zullen weergegeven worden 2. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om de laad bestemming te selecteren en gebruik of om een song te slecteren. Als u besluit te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 3. Druk op [F8 (Load)]. Een venster zal u om bevestiging vragen. 4. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. Samples laden (Load All Samples) Hier laten we u zien, hoe u alle samples uit het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart kunt laden in het sample geheugen. 1. Druk op [F7 (Load All Smpl)] vanuit het Save/Load Menu venster. Een bericht vraagt om bevestiging. Als u besluit te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 2. Druk op [F8 (Exec)] om uit te voeren. 1. Druk op [Save/Load)]. 2. Druk op [F8 (Import Audio)]. 3. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om het import bestemmingsgebied te selecteren. [F1 (User)]: Importeer uit gebruikersgeheugen. [F2 (Card)]: Importeer van de geheugenkaart. 4. Druk op of, en selecteer dan het bestand dat u wilt importeren. Als u twee of meer samples wilt selecteren, dient u op [F5 (Mark Set)] te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan iedere sample. Om het vinkje te verwijderen, dient u op [F4 (Mark Clear)] te drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All)] drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle samples van de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd worden van alle geselecteerde samples. 5. Druk op [F8 (Import)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Het bestand zal geïmporteerd worden en een Sample List venster verschijnt. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Het geïmporteerde bestand zal als sample toegevoegd worden aan de sample lijst. Deze sample is tijdelijk en zal verloren gaan, zodra u het apparaat uitzet. Als u het wilt bewaren, dient u op [WRITE] te drukken om de data op te slaan. 202

203 Met één vinger een frase spelen (RPS functie) De RPS (Realtime Phrase Sequence) functie geeft u de mogelijkheid patronen toe te wijzen aan het keyboard of Pad en een patroon te spelen door op één enkele toets te drukken. Een complexe frase die Normaalgesproken moeilijk zou zijn om live te spelen kan bijvoorbeeld toegewezen worden aan een toets op het keyboard en op het juiste moment met één vinger gespeeld worden. Aangezien maximaal acht patronen tegelijk gespeeld kunnen worden, kunt u patronen creëren voor afzonderlijke instrumenten zoals drums, bas en keyboard en ze combineren om een nieuwe song te creëren. Deze Performance kan ook opgenomen worden, wat u de mogelijkheid geeft om het op een manier te gebruiken die veel weg heeft van phrase sampling. fig e Song Phrase track 2 Phrase track 1 Phrase track 16 Phrase track 15 Instellingen voor de RPS functie U kunt een patroon aan iedere noot van het keyboard toewijzen en specificeren, hoe het patroon gespeeld moet worden. Deze instellingen worden onafhankelijk voor iedere song gemaakt, en zullen opgeslagen worden als u de song in MRC Pro Song formaat opslaat. Om RPS instellingen te kunnen maken, dient u eerst een song in de Temporary Area te laden. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RPS]. Het RPS Setup venster verschijnt. fig _50 Pattern track Pattern 1 Pattern 2 Pattern 99 Pattern 100 In dit venster kunt u verschillende parameters die betrekking hebben op de RPS functie, instellen. Voordat u de RPS functie gebruikt 2. Gebruik [CURSOR] om de cursor naar iedere parameter te verplaatsen en draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de instelling te maken. Een patroon opnemen Voordat u de RPS functie gebruikt, dient u de gewenste frase op een patroon op te nemen. Bekijk Uw Performance opnemen, terwijl u aan het spelen bent (Realtime Opname) (p.170) of Data stap voor stap invoeren (Step Opname) (p.174) voor details over opnemen. Alleen note berichten zouden in een patroon opgenomen moeten worden. Als een grote hoeveelheid MIDI data opgenomen is in een patroon, kan het gebruiken van RPS om het patroon af te spelen, ertoe leiden dat noten vertraagd worden. MIDI berichten, anders dan note berichten, zouden in een phrase track opgenomen moeten worden. Pattern parameter, Playback Mode parameter en Mute Group parameter worden voor iedere toets ingesteld. Ook al heeft de Fantom-X6 een keyboard met 61 toetsen en de Fantom-X7 een keyboard met 76 toetsen, u kunt ook instellingen voor alle toetsen maken binnen het bereik van E0 tot G9. Instellingen voor de Trigger Quantize parameter en de Velocity Sens parameter zijn voor de hele song. Trigger Quantize Deze parameter specificeert, hoe het afspelen van een patroon zal beginnen, wanneer een toets wordt ingedrukt tijdens het afspelen van een song of tijdens het opnemen. Waarde REAL: Het patroon zal beginnen op het moment dat u p een toets drukt. BEAT: Als de song gespeeld of opgenomen wordt, zal het patroon beginnen te spelen aan het begin van de volgende beat als u in het midden van de beat op de toets drukt. MEASURE: Als de song gespeeld of opgenomen wordt, zal het patroon aan het begin van de volgende maat als u in het midden van de maat op de toets drukt beginnen met spelen. 203

204 Met één vinger een frase spelen (RPS functie) Velocity Sens (Velocity Sensitivity) Zet dit op OFF als u wilt dat het patroon afspeelt op het volume, waarin het werd opgenomen. Als u in het afspeelvolume van het patroon wilt variëren afhankelijk van de kracht, waarmee u op de toets heeft gedrukt, dient u LOW, MID of HIGH te selecteren. Waarde: OFF, LOW, MID, HIGH PAD Number Specificeer het Pad nummer waar het patroon aan toegekend dient te worden. U kunt ook een Pad specificeren door er direct op te drukken. Keyboard Note Specificeer de toets waar het patroon aan toegekend zal worden. U kunt dit ok specificeren door direct op een toets op het keyboard te drukken. KBD/PAD Pattern Selecteer het patroonnummer dat toegewezen zal worden aan de toets/pad. De naam van het geselecteerde patroon zal onder het patroonnummer weergegeven worden. Selecteer OFF voor toetsen, waar u geen patroon aan toe wilt wijzen. Als u STOP selecteert, wordt die toets een Stop Trigger toets/pad, die de patronen die op dat moment spelen, zal stoppen. Wanneer u een nummer aan een Pad toewijst, dient u simpelweg op PAD te drukken en de cursor zal naar Pattern verplaatst worden. Geldige instellingen: STOP, OFF, PTN0001-PTN100 KBD/PAD Playback modus Specificeer, hoe het patroon gespeeld zal worden. Waarde LOOP1: Zolang de toets ingedrukt blijft, zal het patroon herhaaldelijk afgespeeld worden. LOOP2: Het patroon zal herhaaldelijk afspelen.om het afspelen te stoppen, dient u op een STOP Trigger toets te drukken of nogmaals op dezelfde toets te drukken. ONCE: Het patroon zal één keer afspelen. KBD/PAD Mute Group Met deze functie kunt u voorkomen, dat patronen uit dezelfde groep gelijktijdig klinken. Een Fill-in en Bridge bijvoorbeeld, zouden nooit gelijktijtijdig gespeeld moeten worden. Om er zeker van te zijn dat dit niet gebeurt, kunt u de Fill-in en Bridge op hetzelfde mute group nummer instellen. Er kunnen 31 mute groepen gespecificeerd worden. Selecteer OFF als u geen mute groep voor een patroon wilt gebruiken. Waarde: OFF, Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen, dient u op [F8 (Exit)] te drukken om naar het Song Play venster terug te keren. De RPS functie gebruiken terwijl u aan het uitvoeren bent Normaalgesproken, wanneer patronen afzonderlijk afspelen, moet de song die de patronen bevat, in de Temporary Area geladen worden. Wanneer u echter de RPS functie gebruikt om patronen af te spelen, kunt u Quick Play gebruiken. 1. Zorg ervoor, dat de voorbereidingen voor het gebruik van de RPS functie, correct uitgevoerd zijn. 2. Ga naar het PLAY venster voor de modus, waarin u wilt uitvoeren. 3. Druk op [RPS] zodat de knop aan gaat. De RPS functie zal aangezet worden, en u zult in staat zijn om met RPS af te spelen. fig Als u de song in MRC Pro Song formaat opslaat, wanneer de RPS functie aanstaat, zal deze toestand ook opgeslagen worden. Dit betekent, dat u altijd in staat zult zijn om met RPS af te spelen, simpelweg door die song te selecteren. 4. Druk op [PLAY] om de song af te spelen. U moet de song afspelen als u wilt dat patronen synchroon met de song afspelen of als u meerdere patronen synchroon wilt spelen. Als de song niet speelt, zal het patroon beginnen te spelen op het moment dat u op de knop drukt, ongeacht de Trigger Quantize parameter instelling. Het patroon zal naar gelang de maat instelling van de song (beat track) afgespeeld worden. Dit betekent dat als de phrase track geen sequencer data bevat, de song niet zal spelen en het niet mogelijk zal zijn om patronen synchroon af te laten spelen. In zulke gevallen kunt u verschillende lege maten in een phrase track invoegen en ze als een loop spelen. 5. Druk op een toets of Pad, waar een patroon aan toe is gewezen, waardoor het patroon gaat spelen. Als u het afspelen halverwege het patroon wilt stoppen, dient u op de Stop Trigger toets te drukken. Of, als de Playback Mode parameter ingesteld staat op LOOP2, kunt u het afspelen van het patroon laten stoppen door nogmaals op dezelfde knop te drukken. Maximaal acht patronen kunnen gelijktijdig afgespeeld worden. 204

205 Met één vinger een frase spelen (RPS functie) Een Performance opnemen, terwijl u gebruik maakt van de RPS functie Een Performance, waarbij de RPS functie gebruikt wordt, kan op dezelfde manier als een conventionele Performance in real time opgenomen worden. Dit voorziet in een gemakkelijke manier om patronen te remixen en een song te creëren. Als u de RPS functie tijdens realtime opname gebruikt, zal de patroon Performance opgenomen worden. 1. Zorg ervoor, dat de voorbereidingen voor het gebruik van de RPS functie, correct uitgevoerd zijn. 2. Ga naar het PLAY venster voor de modus, waarin u wilt uitvoeren. 3. Druk op [RPS] om de RPS functie aan te zetten. 4. Druk op [REC]. De [REC] indicator zal knipperen en het Realtime Standby venster verschijnt. In dit venster kunt u verschillende instellingen voor realtime opname maken. fig _50 5. Specificeer, hoe de opname plaats moet gaan vinden. zie: Bekijk Uw Performance opnemen, terwijl u aan het spelen bent (Realtime Opname) (p.170). 6. Druk op [PLAY]. Het Opname Standby venster zal sluiten, de [REC] indicator zal ophouden met knipperen en aangaan. De opname kan beginnen. 7. Druk op een toets of Pad, waar een patroon aan toe is gewezen. De toegewezen patronen zullen afhankelijk van de toetsen of Pads die u indrukt, worden afgespeeld en deze performances zullen opgenomen worden. Als de Count In parameter ingesteld staat op WAIT NOTE in het Opname Standby venster, zal opnemen niet beginnen als u op een toets drukt die toegewezen is aan een patroon of op een toets die toegekend is als Stop Trigger toets. 8. Wanneer u klaar bent met opnemen, dient u op [STOP] te drukken. De [REC] indicator zal uitgaan. 205

206 Effecten toevoegen In deze sectie worden de procedures en instellingen voor het toepassen van effecten in iedere modus uitgelegd. zie: Bekijk Over de ingebouwde effecten (p.29) voor details over de ingebouwde effecten van de Fantom-X. 4. Druk op [F8 (Close)] om terug te keren naar het voorgaande venster. Wanneer u terugkeert naar het Play venster, zullen de instellingen in het volgende gebied weergegeven worden. fig Effecten aan- en uitzetten De ingebouwde effecten van de Fantom-X kunnen in hun geheel aan of uitgezet worden. Zet deze instellingen op OFF, wanneer u naar het onverwerkte geluid wilt luisteren, terwijl u een geluid creëert of wanneer u de externe processoren i.p.v. de ingebouwde effecten wilt gebruiken. Effect ON/OFF instellingen zijn algemene Fantom-X instellingen. Deze instellingen kunnen niet voor iedere Patch of Performance afzonderlijk gemaakt worden. 1. Druk op [EFFECTS] om in het Effecten venster te komen. fig _50 Effect instellingen maken 1. Selecteer het geluid, waarop u effecten toe wilt passen in de juiste modus. 2. Druk op [EFFECTS] om in het Effecten venster te komen. 3. Druk op één van de [F1 (Routing)]-[F7 (Mastering)] tabs om het effect te selecteren, dat u wilt bewerken. * U kunt dit ook doen door op [MENU] in het Effecten venster te drukken. fig _50 2. Druk op [F8 (Effect Sw)]. Het Effect Sw venster verschijnt. fig _50 In Performance modus zal ieder keer, dat u op de [F3 (MFX)] knop drukt, dit afwisselen tussen 1, 2 en 3. Iedere keer dat u op de [F3 (MFX1/2)] knop drukt in Patch modus, zal dit alterneren tussen 1 en Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wilt veranderen. 3. Gebruik [F1 (MFX1)]-[F6 (Master)] om het effect van elke schakelaar aan/uit te zetten. De schakelaar zal iedere keer als u op de knop drukt, aan/uitgeschakeld worden. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde te krijgen die u wilt. 6. Druk op [EXIT] om terug te keren naar het voorgaande venster. * U kunt de effect instellingen voor patches uit de PM groep niet bewerken. 206

207 Effecten toevoegen Effecten in Patch modus toepassen Signal Flow Diagram en Parameters In Patch modus kunt u twee multi-effecten (MFX1, MFX2), één fig chorus en één reverb gebruiken. Multi-Effect 1 (MFX1) zal van kracht zijn, afhankelijk van de effecten instellingen van de patch of ritme set toegekend aan de Keyboard Part. Multi-effect 2 (MFX2) zal van kracht zijn afhankelijk van de effect instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Pad Part. Chorus en Reverb zullen beiden van kracht zijn afhankelijk van de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Keyboard Part of de Pad Part Specificeren hoe het geluid verwerkt wordt (Routing) Hiermee kunt u algemene instellingen voor effecten, de output 6 bestemming en het niveau van ieder signaal maken. fig _50 1 Part Select Selecteert de Part waarvoor u de instellingen wilt maken. Waarde: KBD, PAD 1 Tone Select Selecteer de toon waarvoor u de instellingen wilt maken. Waarde: 1-4 zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen * Deze parameter wordt Rhythm Key Select, wanneer een ritme set wordt geselecteerd. U kunt de ritme toon (A0-C8) selecteren, waarvoor u instellingen wilt maken. 2 Patch Output Assign Specificeert, hoe het directe geluid van iedere patch uitgevoerd wordt. Waarde: : MFX: Output in stereo d.m.v. multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effecten loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effecten te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effecten te lopen. TONE: Output volgens de instellingen voor elke toon. Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. Deze parameter wordt Rhythm Output Assign wanneer een ritme set wordt geselecteerd. U kunt voor iedere ritme set specificeren hoe het directe geluid uitgevoerd zal worden. 207

208 Effecten toevoegen Als de Mix/Parallel parameter ([MENU]/System/General) ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). 5 Tone Chorus Send Level Stelt het niveau in van het signaal dat verzonden is naar de chorus voor iedere toon. Waarde: Tone Output Assign Specificeert hoe het directe geluid van iedere toon uitgevoerd zal worden. Waarde: MFX: Output in stereo d.m.v. multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effecten loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effecten te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effecten te lopen. 6 7 Tone Reverb Send Level Stelt het niveau in van het signaal dat verzonden is naar de reverb voor iedere toon. Waarde: MFX Type (Multi-Effects Type) Gebruik deze parameter om één van de 78 beschikbare multieffecten te selecteren. Bekijk Multi-effecten parameters (p.270) voor detail over multi-effecten parameters. Waarde: 0 tot 78 Als de Patch Output Assign ( 2 ) op iets anders is ingesteld dan TONE, dan zullen deze instellingen genegeerd worden. Wanneer de Structure parameter een instelling van Type 2-10 heeft, zal de output van tonen 1 en 2 gecombineerd worden met toon 2 en de output van tonen 3 en 4 gecombineerd worden in toon 4. Om deze reden zal toon 1 de instellingen van toon 2 volgen en toon 3 de instellingen van toon 4 (p.63). Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen plug in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. Als de Mix/Parallel parameter ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). Als u Tone Out Assign ingesteld heeft op MFX, dient u de MFX Output Assign parameter ( 11 ) in te stellen om de output bestemming van het geluid, dat door de multi-effecten is gepasseerd, te specificeren. Chorus en reverb worden altijd in mono uitgestuurd. De output bestemming van het signaal, nadat het door de chorus is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Chorus Output Select ( 13 ) en de Chorus Output Assign ( 15 ). De output bestemming van het signaal, nadat het door de reverb is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Reverb Output Select ( 18 ). 4 Tone Output Level Stelt het niveau van het signaal in dat verzonden is naar de output bestemming gespecificeerd door Output Assign ( 2, 3 ). Waarde: MFX Output Level (Multi-Effects Output Level) Past het volume van het geluid aan, dat door de multi-effecten gepasseerd is. Waarde: MFX Chorus Send Level (Multi-Effects Chorus Send Level) Past de hoeveelheid chorus aan voor het geluid, dat door de multi-effecten passeert. Als u het chorus effect niet toe wilt voegen, dient u dit op 0 in te stellen. Waarde: MFX Reverb Send Level (Multi-Effects Reverb Send Level) Past de hoeveelheid reverb aan voor het geluid, dat door de multi-effecten passeert. Als u het reverb effect niet toe wilt voegen, dient u dit op 0 in te stellen. Waarde: MFX Output Assign (Multi-Effects Output Assign) Past de output bestemming van het geluid aan, dat door de multi-effecten passeert. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. Als de Mix/Parallel parameter op MIX ingesteld staat, worden alle geluiden in stereo uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks (p.230). 12 Chorus Type Selecteert chorus of delay. Waarde 0 (Off): Zowel chorus als delay worden niet gebruikt. 208

209 Effecten toevoegen 1 (Chorus): Chorus wordt gebruikt. 2 (Delay): Delay wordt gebruikt. 3 (GM2 Chorus): General MIDI 2 chorus 13 Chorus Output Select Specificeert, hoe het geluid dat door de chorus loopt, uitgevoerd zal worden. Waarde MAIN: Uitvoer via de OUTPUT jacks in stereo. REV: Uitvoer via reverb in mono. M+R: Uitvoer via de OUTPUT jacks in stereo, en via reverb in mono. Wanneer ingesteld op MAIN of M+R, zal de OUPUT jack waardoor het geluid uitgevoerd wordt, ingesteld worden op Chorus Output Assign ( 15 ) 14 Chorus Level Past het volume aan van het geluid dat door de chorus gepasseerd is. Waarde: Chorus Output Assign Selecteert het paar OUTPUT jacks waar het chorus geluid doorheen loopt wanneer Chorus Output Select ( 13 ) ingesteld staat op MAIN of M+R. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. gepasseerd is. Waarde: Reverb Output Assign Specificeert hoe het geluid dat door reverb loopt, uitgevoerd zal worden. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. Als de Mix/Parallel parameter op MIX ingesteld staat, worden alle geluiden in stereo uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks (p.230). 19 Chorus Source Selecteert chorus parameter instellingen. Als u de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Keyboard Part wilt gebruiken, dient u KBD te selecteren. Als u de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Pad Part wilt gebruiken, dient u PAD te selecteren. Waarde: KBD, PAD 20 Reverb Source Selecteert reverb parameter instellingen. Als u de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Keyboard Part wilt gebruiken, dient u KBD te selecteren. Als u de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Pad Part wilt gebruiken, dient u PAD te selecteren. Waarde: KBD, PAD Wanneer Chorus Output Select ( 13 ) ingesteld staat op REV, zal deze instelling geen effect hebben. 16 Reverb Type Selecteert het type reverb. Waarde 0 (Off): Reverb wordt niet gebruikt. 1 (Reverb): Normale reverb 2 (SRV Room): Deze reverb simuleert typische kamer akoestiek weerkaatsing. 3 (SRV Hall): Deze reverb simuleert de typische akoestische weerkaatsing in een concertzaal. 4 (SRV Plate): Deze reverb simuleert een reverb plate, een populair type kunstmatige reverb unit dat zijn geluid verkrijgt d.m.v. de vibratie van een metalen plaat. U kunt ook ongewoon metaalachtig klinkende reverbs bereiken door SRV Plate te gebruiken. 5 (GM2 Reverb): Algemene MIDI 2 reverb 17 Reverb Level Past het volume aan van het geluid, dat door de reverb 209

210 Effecten toevoegen Effecten in Performance modus toepassen In Performance stand kunt u drie multi-effecten (MFX1, MFX2, MFX3), één chorus en één reverb gebruiken. Voor elk van de drie multi-effecten, de chorus en de reverb kunt u specificeren of het zal werken volgens de effect instellingen van de performance of overeenkomstig de effect instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de part die u specificeert. De drie multi-effecten kunnen afzonderlijk gebruikt worden of u kunt twee of drie van hen verbinden in series. Specificeren hoe het geluid uitgevoerd zal worden (Routing) Hiermee kunt u algemene instellingen voor effecten, de output bestemming en het niveau van ieder signaal maken. fig eps_50 2 Part Output Assign Specificeert voor iedere Part hoe het directe geluid uitgevoerd wordt. Waarde MFX: Output in stereo d.m.v. multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid dat door de multi-effecten loopt. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effecten te lopen. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door multi-effecten te lopen. PAT: De output bestemming van de Part wordt bepaald door de instellingen van de patch of ritme set toegewezen aan de Part. Als u instellingen gemaakt heeft en de geluiden worden apart verzonden naar de INDIVIDUAL 1 jack en INDIVIDUAL 2 jack, maar er bevindt zich geen stekker in de INDIVIDUAL 2 jack, dan zullen de geluiden die verzonden worden naar INDIVIDUAL 1 en INDIVIDUAL 2 gemixt en uitgevoerd worden via de INDIVIDUAL 1 jack. Als de Mix/Parallel parameter ([MENU]/System/General) ingesteld is op MIX, worden alle geluiden uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.230). fig zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen Signal Flow Diagram en Parameters Part Select Selecteert de Part waarvoor u de instellingen wilt maken. Waarde: Als u Tone Out Assign ingesteld heeft op MFX, dient u de MFX Output Assign parameter ( 11 ) in te stellen om de output bestemming van het geluid dat door de multi-effecten is gepasseerd, te specificeren. Chorus en reverb worden altijd in mono uitgevoerd. De output bestemming van het signaal nadat het door de chorus is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Chorus Output Select ( 13 ) en de Chorus Output Assign ( 15 ). De output bestemming van het signaal nadat het door de reverb is gepasseerd wordt ingesteld m.b.v. de Reverb Output Select ( 18 ). 3 Part Output MFX Select (Part Output Multi- Effects Select) Van de drie systemen multi-effecten die gelijktijdig gebruikt kunnen worden, dient u te specificeren welke multi-effecten gebruikt dienen te worden. Waarde: 1-3 (MFX-1-MFX-3) 4 Part Output Level Stelt het niveau van het signaal in dat verzonden is naar de output bestemming gespecificeerd door Part Output Assign ( 2 ). Waarde:

211 Effecten toevoegen 5 Part Chorus Send Level Stelt het niveau in van het signaal dat verzonden is naar de chorus voor iedere Part. Waarde: Bij sommige instellingen van de MFX Structure zal het geluid dat door het multi-effect passeert, naar een ander multi-effect gestuurd worden en zal de MFX Output Assign instelling genegeerd worden. 6 Part Reverb Send Level Stelt het niveau van het signaal in dat verzonden is naar de reverb voor iedere Part. Waarde: Voor de volgende parameters 7 11 kunnen afzonderlijk instellingen voor de drie systeem multi-effecten (MFX1-MFX3) gemaakt worden. 7 MFX Type (Multi-Effects Type) Gebruik deze parameter om één van de 78 beschikbare multieffecten te selecteren. Bekijk Multi-effecten parameters (p.270) voor details over multi-effecten parameters. Waarde: 0 tot 78 8 MFX Output Level (Multi-Effects Output Level) Past het volume van het geluid aan dat door de multi-effecten gepasseerd is. Waarde: MFX Chorus Send Level (Multi-Effects Chorus Send Level) Past de hoeveelheid chorus aan voor het geluid dat door de multi-effecten loopt. Als u het chorus effect niet toe wilt voegen, dient u dit op 0 in te stellen. Waarde: MFX Reverb Send Level (Multi-Effects Reverb Send Level) Past de hoeveelheid reverb aan voor het geluid dat door de multi-effecten loopt. Als u het Reverb effect niet toe wilt voegen, dient u dit op 0 in te stellen. Waarde: MFX Output Assign (Multi-Effects Output Assign) Past de output bestemming van het geluid aan dat door de multi-effecten passeert. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. 12 Chorus Type Selecteert chorus of delay. Waarde 0 (Off): Zowel chorus als delay worden niet gebruikt. 1 (Chorus): Chorus wordt gebruikt. 2 (Delay): Delay wordt gebruikt. 3 (GM2 Chorus): General MIDI 2 chorus 13 Chorus Output Select Specificeert hoe het geluid dat door de chorus loopt uitgevoerd zal worden. Waarde MAIN: Uitvoer via de OUTPUT jacks in stereo. REV: Uitvoer via reverb in mono. M+R: Uitvoer via de OUTPUT jacks in stereo, en via reverb in mono. Wanneer ingesteld op MAIN of M+R, zal de OUTPUT jack waardoor het geluid uitgevoerd wordt, ingesteld worden op Chorus Output Assign ( 15 ) 14 Chorus Level Past het volume aan van het geluid dat door de chorus gepasseerd is. Waarde: Chorus Output Assign Selecteert de OUTPUT jacks waar het chorus geluid doorheen loopt, wanneer Chorus Output Select ( 13 ) op MAIN of M+R ingesteld staat. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. Wanneer Chorus Output Select ( 13 ) ingesteld staat op REV, zal deze instelling geen effect hebben. Als de Mix/Parallel parameter op MIX ingesteld staat, worden alle geluiden in stereo uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks (p.230). Als de Mix/Parallel parameter ingesteld staat op MIX, worden alle geluiden in stereo uitgevoerd via de OUTPUT A (MIX) jacks (p.230). 211

212 Effecten toevoegen 16 Reverb Type 20 Chorus Source Selecteert het type reverb. Waarde 0 (Off): Reverb wordt niet gebruikt. 1 (Reverb): Normale reverb 2 (SRV Room): Deze reverb simuleert typische kamer akoestiek weerkaatsing. 3 (SRV Hall): Deze reverb simuleert de typische akoestische weerkaatsing in een concertzaal. 4 (SRV Plate): Deze reverb simuleert een reverb plate, een populair type kunstmatige reverb unit dat zijn geluid verkrijgt door de vibratie van een metalen plaat. U kunt ook ongewoon metaalachtig klinkende reverbs bereiken, door SRV Plate te gebruiken. 5 (GM2 Reverb): Algemene MIDI 2 reverb 17 Reverb Level Past het volume aan van het geluid dat door de reverb gepasseerd is. Waarde: Reverb Output Assign Specificeert hoe het geluid dat door reverb loopt, uitgevoerd zal worden. Waarde A: Uitvoer naar de OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: Uitvoer naar de OUTPUT B jacks in stereo. Selecteert de chorus parameter instellingen, die gebruikt zullen worden door de Performance. Als u de Performance instellingen wilt gebruiken, dient u PRF te selecteren. Als u de instellingen van de patch/ritme set toegewezen aan één van de Parts wilt gebruiken, dient u het Part nummer te selecteren. Waarde: PRF, P1-P16 Wanneer Patch of Ritme set instellingen geselecteerd zijn Wanneer de multi-effecten instellingen van de patch of ritme set geselecteerd zijn, worden deze instellingen weergegeven in elk van multi-effecten instellingen vensters. De instellingen kunnen dan ook veranderd worden. Wijzigingen aan multi-effect parameter instellingen van een patch of ritme set gaan verloren, wanneer een andere patch of ritme set geselecteerd wordt. Om de gewijzigde instellingen te behouden, dient u de patch/ritme set instellingen op te slaan (p.59, p.86). 21 Reverb Source Selecteert de reverb parameter instellingen, die gebruikt zullen worden door de Performance. Als u de Performance instellingen wilt gebruiken, dient u PRF te selecteren. Als u de instellingen van de patch/ritme set toegewezen aan één van de Parts wilt gebruiken, dient u het Part nummer te selecteren. Waarde: PRF, P1 P16 19 MFX1 3 Source (Multi-Effects 1 Source) Selecteert de multi-effecten parameter instellingen, die door de Performance gebruikt zullen worden. Als u de Performance instellingen wilt gebruiken, dient u PRF te selecteren. Als u de instellingen van de patch/ritme set toegewezen aan één van de Parts wilt gebruiken, dient u het Part nummer te selecteren. Waarde: PRF, P1-P16 Wanneer Patch of Ritme set instellingen geselecteerd zijn Wanneer Patch of Ritme set instellingen geselecteerd zijn Wanneer de multi-effecten instellingen van de patch of ritme set geselecteerd zijn, worden deze instellingen weergegeven in elk van multi-effecten instellingen vensters. De instellingen kunnen dan ook veranderd worden. Wijzigingen aan multi-effect parameter instellingen van een patch of ritme set gaan verloren, wanneer een andere patch of ritme set geselecteerd wordt. Om de gewijzigde instellingen te behouden, dient u de patch/ritme set instellingen op te slaan (p.59, p.86). Wanneer de multi-effecten instellingen van de patch of ritme set geselecteerd zijn, worden deze instellingen weergegeven in elk van multi-effecten instellingen vensters. De instellingen kunnen dan ook veranderd worden. Wijzigingen aan multi-effect parameter instellingen van een patch of ritme set gaan verloren, wanneer een andere patch of ritme set geselecteerd wordt. Om de gewijzigde instellingen te behouden, dient u de patch/ritme set instellingen op te slaan (p.59, p.86). 212

213 Effecten toevoegen Multi-effecten instellingen maken (MFX1-3) Hier zullen we u uitleggen, hoe u multi-effect instellingen in Performance modus kunt maken. fig _50 Multi-Effecten instellingen maken (MFX Control) fig _50 Iedere keer dat u op de [F3 (MFX1/2/3)] knop drukt, wordt afgewisseld tussen 1, 2 en 3. zie: Bekijk Effecten instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Type (Multi-Effects Type) Gebruik deze parameter om één van de 78 beschikbare multieffecten te selecteren. Bekijk Multi-effecten parameters (p.270) voor details over multi-effecten parameters. Waarde: 00 THROUGH- 78 SYNPATHETIC RESONANCE In dit instelling venster kunt u de parameters van de multi-effecten, geselecteerd m.b.v. het Multi-effects Type instelling, bewerken. Bekijk Multi-Effecten parameter (p.270) voor details omtrent de parameters die bewerkt kunnen worden. U kunt de REALTIME CONTROL knoppen gebruiken om tot vier van de belangrijkste parameters te bewerken, die elk voorgeselecteerd zijn voor ieder type multi-effect. De knoppen weergegeven in het venster corresponderen met de Realtime Control knoppen. Wanneer u in het MFX1-3 venster terecht komt, zal de indicator rechts van de Realtime Control knoppen uitgaan en kunnen de Realtime Control knoppen gebruikt worden om de MFX parameters te bewerken. Als u nogmaals op de knop rechts van de Realtime Control knoppen drukt, zodat de indicator brandt, zullen de knoppen hun originele functies weer uitvoeren. Wanneer u het MFX1-3 venster verlaat, zal de indicator naar zijn voorgaande staat automatisch terugkeren. Parameters, gemarkeerd met een kunnen geselecteerd worden als een multi-effect control destination parameter (p.214). In Patch modus kan de Keyboard Part MFX1, en de Pad Part MFX2 gebruiken. zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Source 1-4 (Multi-Effects Control Source 1-4) Stelt het MIDI bericht in, dat gebruikt is om de multi-effecten parameter te veranderen m.b.v. de multi-effecten control. Waarde OFF: Multi-effecten control zal niet gebruikt worden. CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Bekijk Midi uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. PITCH BEND: Pitch Bend AFTERTOUCH: Aftertouch SYS CTRL1-SYS CTRL4: MIDI berichten gebruikt als algemene multi-effecten controls. Als u voor de hele Fantom-X algemene controllers wilt gebruiken, dient u SYS CTRL 1 - SYS CTRL 4 te selecteren. MIDI berichten, die als System Control 1-4 worden gebruikt, zijn ingesteld m.b.v. de Sys Ctrl 1-4 Source parameters (p.233). In Patch/Ritme set modus zijn parameters die voor elke toon/ ritme toon bepalen of er wel of geen Pitch Bend, Controller nummer 11 (Expression) en Controller nummer 64 (Hold 1) ontvangen worden (p.79).wanneer deze instellingen op ON staan en de MIDI berichten ontvangen worden, zullen wanneer enige verandering aangebracht wordt in de instellingen van de gewenste parameter, de Pitch Bend, Expression en Hold1 instellingen ook gelijktijdig veranderen. Als u alleen de beoogde parameters wilt veranderen, dient u deze op OFF in te stellen. Er zijn parameters, die bepalen of specifieke MIDI berichten wel/niet voor ieder MIDI kanaal ontvangen worden (p.79). Wanneer u de multi-effecten control gebruikt, dient u te er zeker van te zijn dat de MIDI berichten die gebruikt zijn voor de MIDI Effecten control, ontvangen zullen worden. Als de Fantom-X zodanig ingesteld is dat het ontvangen van MIDI 213

214 Effecten toevoegen berichten niet mogelijk is, zal de multi-effecten control niet functioneren. Destination 1-4 (Multi-Effects Control Destination 1-4) Stelt de multi-effecten parameters in die m.b.v. de multi-effecten control, bediend moeten worden. De multi-effect parameters die beschikbaar zijn zullen afhangen van het type multi-effecten. Bekijk Multi-effecten parameter (p.270) voor details. Sens 1-4 (Multi-Effects Control Sensitivity 1-4) Stelt de hoeveelheid in van het multi-effecten control effect. Om de op dat moment geselecteerde waarde te vergroten (om hogere waarden te krijgen, dient u naar rechts te gaan, waarden te vergroten) dient u een positieve waarde te selecteren; om de op dat moment geselecteerde waarde te verlagen (Om lagere waarden te krijgen dient u naar links te gaan, waarden te verlagen), dient u een negatieve waarde te selecteren. Grotere absolute waarden zullen voor zowel positieve als negatieve instellingen een grotere verandering teweegbrengen. Stel dit in op 0 als u het effect niet toe wilt passen. Waarde: MFX Control Channel (Multi-Effects Control Channel) Dit bepaalt het kanaal dat gebruikt zal worden wanneer u de Multi- Effects control gebruikt om multi-effecten parameters in real time te veranderen, wanneer de MFX1-3 Source parameter (p.212) ingesteld staat op PRF. Stel dit in op OFF, wanneer de Multi-Effects control niet gebruikt wordt. Waarde: 1-16, OFF * Deze parameter is niet beschikbaar in Patch modus. Multi-Effects Control Als u het volume van multi-effecten, de Delay time enz. zou willen veranderen, gebruik makend van een extern MIDI apparaat, zult u System Exclusive berichten MIDI berichten die speciaal voor de Fantom-X ontworpen zijn- moeten versturen. System Exclusive berichten zijn veelal echter gecompliceerd en de hoeveelheid data, die overgebracht moet worden, kan vrij groot zijn. Om die reden zijn een aantal van de typische multi-effect parameters van de Fantom-X zo ontworpen dat ze het gebruik van Control Change (of andere) MIDI berichten met als doel het maken van veranderingen in hun waarden, ondersteunen. U kunt bijvoorbeeld de Pitch Bend hendel gebruiken om de hoeveelheid vervorming aan te passen of de aanraking van het keyboard gebruiken om de delay time te veranderen. De parameters, die veranderd kunnen worden, zijn voorbestemd voor ieder type multi-effect. Onder de parameters beschreven in Multi Effecten parameters (p.270) worden zij aangegeven met een #. In het multi-effect instellingsvenster zal een c symbooltje links van de parameter weergegeven worden. De functie, die u de mogelijkheid geeft MIDI berichten te gebruiken om deze veranderingen in realtime in de multi-effecten parameters aan te brengen, wordt de Multi- Effecten Control genoemd. Maximaal vier multi-effecten kunnen gebruikt worden in één enkele patch/ritme set/ Performance. Wanneer de multi-effecten wordt gebruikt, kunt u de hoeveelheid diepte (Sens parameter) die wordt toegepast, de geselecteerde parameter (Destination parameter) en het gebruikte MIDI bericht (Source parameter) selecteren. Door de Matrix Control i.p.v. de Multi-effecten Control te gebruiken, kunt u ook de parameters van een aantal populaire multi-effecten in realtime veranderen (p.80). 214

215 Effecten toevoegen De Multi-effect structuur specificeren (MFX Structuur) In dit gedeelte leert u, hoe u kunt specificeren hoe MFX1-3 aangesloten dient te worden. * Deze parameter is niet beschikbaar in Patch modus. fig _50 Chorus instellingen maken (Chorus) Hier leggen we uit, hoe u chorus instellingen in Performance modus kunt maken. Deze procedure is dezelfde als wanneer u instellingen in Patch modus maakt. fig _50 zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Structure Type Specificeer hoe MFX1-3 aangesloten zal worden. Waarde: Type 01-Type 16 MFX1-3 TYPE Selecteert het type multi-effect van MFX1-3. Waarde: 0 tot 78 zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Type (Chorus Type) Selecteert chorus of delay. Waarde 0 (Off): Zowel chorus als delay worden niet gebruikt. 1 (Chorus): Chorus wordt gebruikt. 2 (Delay): Delay wordt gebruikt. 3 (GM2 Chorus): General MIDI 2 chorus * In dit instellingen venster kunt u de parameters van chorus/delay bewerken die geselecteerd zijn m.b.v. de Chorus Type instelling. Bekijk Chorus Parameters (p.293) voor details omtrent de parameters die bewerkt kunnen worden. Als een getal ( ) weergegeven wordt voor een parameter in het venster, kunt u de corresponderende realtime control knop gebruiken (de knop helemaal links is de knop helemaal rechts is ) om de waarde van die parameter aan te passen. Wanneer u het Chorus venster betreedt, zal de indicator rechts van de realtime control knoppen uitgaan, en kunnen de Realtime control knoppen gebruikt worden om de Chorus parameters te bewerken. Als u nogmaals op de knop rechts van de Realtime control knoppen drukt zodat de indicator gaat branden, zullen de knoppen hun originele functies uitvoeren. Wanneer u het Chorus venster verlaat, zal de indicator automatisch terugspringen naar zijn voorgaande, brandende toestand. 215

216 Effecten toevoegen Reverb instellingen maken (Reverb) automatisch terugspringen naar zijn voorgaande, brandende toestand. Hier leggen we uit hoe u reverb instellingen in Performance modus kunt maken. Deze procedure is dezelfde als wanneer u instellingen in Patch modus maakt. fig _50 zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Type (Reverb Type) Selecteert het type Reverb. Waarde 0 (Off): Reverb wordt niet gebruikt. 1 (Reverb): Normale reverb 2 (SRV Room): Deze reverb simuleert typische kamer akoestiek weerkaatsing. 3 (SRV Hall): Deze reverb simuleert de typische akoestische weerkaatsing in een concertzaal. 4 (SRV Plate): Deze reverb simuleert een reverb bplate, een populair type kunstmatige reverb unit dat zijn geluid verkrijgt door de vibratie van een metalen plate. U kunt ook ongewoon metaalachtig klinkende reverbs bereiken, door SRV Plate te gebruiken. 5 (GM2 Reverb): Algemene MIDI 2 reverb * In dit instellingen venster kunt u de parameters van de reverb bewerken die geslecteerd zijn m.b.v. de Reverb Type instelling. Bekijk Reverb Parameters (p.294) voor details omtrent de parameters die bewerkt kunnen worden. Als een getal ( ) weergegeven wordt voor een parameter in het venster, kunt u de corresponderende realtime control knop gebruiken (de knop helemaal links is de knop helemaal rechts is ) om de waarde van die parameter aan te passen. Wanneer u het Chorus venster betreedt, zal de indicator rechts van de realtime control knoppen uitgaan, en kunnen de Realtime control knoppen gebruikt worden om de Chorus parameters te bewerken. Als u nogmaals op de knop rechts van de Realtime control knoppen drukt zodat de indicator gaat branden, zullen de knoppen hun originele functies uitvoeren. Wanneer u het Chorus venster verlaat, zal de indicator 216

217 Effecten toevoegen Mastering Effect Dit is een stereo compressor die wordt toegepast op de uiteindelijke output van de Fantom-X. Het bevat onafhankelijke high, mid en low instelling. Onafhankelijk voor de hoog, midden of lage frequentie wordt elk geluid gecomprimeerd dat het gespecificeerde niveau overstijgt, waardoor het volume consistenter wordt. Of u nu mixt naar MD of DAT of als u uw eigen originele audio CD produceert, dit stelt u in staat om op geoptimaliseerd niveau te masteren. * Mastering effect instellingen gelden voor de hele Fantom-X. Deze instellingen zijn er niet voor afzonderlijke patches of performances. * Het mastering effect wordt toegepast op het geluid dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT A (MIX) jacks. Het zal niet toegepast worden op het geluid dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT B jacks. fig _50 ATTACK Tijd tussen het moment dat het volume over het drempelniveau gaat tot het moment dat het compressor effect toe wordt gepast Waarde: ms RELEASE Tijd tussen het moment dat het volume onder het drempelniveau valt tot het moment dat het compressor effect niet meer toe wordt gepast Waarde: ms THRESHOLD Volumeniveau. waarop compressie begint Waarde: db RATIO Compressie ratio Waarde: 1.00:1-INF:1 (INF: oneindigheid) LEVEL Output volume Waarde: 0-24 db Split Frequency High zie: Bekijk Effect instellingen maken (p.206) voor details over deze instellingen. Functieknoppen Uitleg [F1] [F5] Preset instellingen voor elk type [F6 (User)] Opgeslagen gebruikersinstellingen oproepen [F7 (System Write)] Sla de instellingen van dat moment op als gebruikersinstellingen. Slechts één set gebruikersinstellingen kan opgeslagen worden. [F8 (Effect Sw] U kunt hierop drukken om het Effect Sw venster te openen en elk effect aan/uit te zetten. Zet [F6 (Mastering Sw)] aan/uit om het resultaat van het mastering effect te beluisteren. Frequentie waarop de high-frequentie (HI) en mid-frequentie (MID) banden gesplitst worden. Waarde: Hz Split Frequency Low Frequentie waarop de low-frequentie (LO) en mid-frequentie (MID) banden gesplitst worden. Waarde: Hz Over THRESHOLD en RATIO Zoals weergegeven in de diagram hieronder, bepalen deze parameters hoe het volume gecomprimeerd wordt. fig e 1:1 RATIO Output niveau 2:1 4:1 INF:1 THRESHOLD Input niveau 217

218 Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) Over USB functies De Fantom-X heeft twee modi USB: de Storage mode voor het overdragen van bestanden en MIDI mode voor het sturen en ontvangen van MIDI berichten. U moet switchen tussen deze twee modi in de Fantom-X; ze kunnen niet gelijktijdig gebruikt worden. (Storage Mode) (p.219) voor details over de werkwijze in USB opslag modus. MIDI modus selecteren U moet de USB opslag modusaanzetten, voordat u de Fantom-X en uw computer met een USB kabel aansluit. De USB modus (bestand overdragen/midi communicatie) moet aanstaan, voordat u de Fantom-X op uw computer aansluit. Elke modus kan m.b.v. de volgende bedieningssystemen gebruikt worden. Besturingssysteem Strage Mode MIDI Mode Windows XP/2000/Me of later Windows 98/98SE Niet ondersteund Mac OS 9 (9.04 of later) Mac OS X Wisselen tussen de USB modus en MIDI modus USB opslag modus selecteren U moet de USB opslag modus aanzetten, voordat u de Fantom- X en uw computer met een USB kabel aansluit. 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om System te selecteren en dan op [ENTER] drukken. 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om USB te selecteren. Het USB venster verschijnt. 4. Druk op of om USB Mode te selecteren. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om STORAGE te selecteren. Een dialoogvenster, waarin u om bevestiging wordt gevraagd, verschijnt. Als u USB MIDI modus heeft geselecteerd, kan niets ontvangen worden via de MIDI IN aansluiting. 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om System te selecteren en dan op [ENTER] drukken. 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om USB te selecteren. Het USB venster verschijnt. 4. Druk op of om USB Mode te selecteren. 5. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om MIDI te selecteren. Een dialoogvenster, waarin u om bevestiging wordt gevraagd, verschijnt. 6. Om van USB modus te wisselen, dient u op [F8 (OK)] te drukken. Als u besluit om niet te wisselen, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. MIDI modus zal geselecteerd worden. 7. Druk op of om USB MIDI-Thru te selecteren. 8. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om instellingen te maken voor USB-MIDI Thru schakelaar. Deze schakelaar specificeert of MIDI berichten ontvangen via de USB aansluiting of de MIDI IN aansluiting, opnieuw overgebracht zullen worden via de USB aansluiting of de MIDI OUT aansluiting (ON) of niet (OFF). 9. Als u wilt dat de Fantom-X de volgende keer, dat hij opstart aanvangt in MIDI modus, dient u op [F8 (System Write)] te drukken om de Systeeminstellingen op te slaan. zie: Voor details over het opslaan in MIDI modus, dient u MIDI berichten uitwisselen met uw computer (MIDI Mode) (p.222) te bekijken.. 6. Om van USB modus te wisselen, dient u op [F8 (OK)] te drukken. Als u besluit om niet te wisselen, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. USB opslag modus zal geselecteerd worden. 7. Als u wilt dat de Fantom-X de volgende keer, dat hij opstart aanvangt in USB opslag modus, dient u op [F8 (System Write)] te drukken om de Systeeminstellingen op te slaan. zie: Bekijk Bestanden van of naar uw computer overdragen 218

219 Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) Bestanden van of naar uw computer overdragen (Storage Mode) Door de Fantom-X met uw computer te verbinden via een USB kabel, kunt u bestanden uit het interne gebruikersgebied of geheugenkaart van en naar de harddisk of andere media in uw computer overbrengen, teneinde een back-up van uw data te maken. U kunt software op uw computer gebruiken om wave data, die u op de Fantom-X gecreëerd heeft, te bewerken. Aan de andere kant kan wave data, die u gecreëerd heeft op uw omputer, gebruikt worden op de Fantom-X. Op deze manier geeft USB opslag modus u de mogelijkheid om bestanden, zoals een patch en waves, naar uw computer en vanuit uw computer over te brengen. Sluit de USB kabel alleen aan of haal de kabel er alleen uit, wanneer de Fantom-X uitstaat. Sluit de USB kabel nooit aan, haal de kabel er nooit uit of zet het apparaat nooit uit, terwijl deze in USB modus staat of terwijl data overgebracht wordt. De aansluitbestemming specificeren Wanneer de Fantom-X is op uw computer aangesloten, kunt u het gebied van de Fantom-X selecteren, waarmee een verbinding gemaakt dient te worden; het interne gebruikersgebied of de geheugenkaart. 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om USB te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het USB venster verschijnt. * Als USB niet op opslag modus ingesteld staat, zal de waarschuwing The USB is in MIDI Mode!! verschijnen, wanneer u in stap 2 op [ENTER] drukt. Druk op [F8 (Exec)] als u naar USB opslag modus wilt schakelen (het USB instellingen venster verschijnt). Druk op [F7 (Cancel)] als u besluit om te annuleren. fig _50 Aansluitingen 1. Start uw computer op, zonder dat de Fantom-X er op aangesloten is. 2. Gebruik een USB kabel om de Fantom-X op uw computer aan te sluiten. 3. Zet de stroomtoevoer (POWER switch) van de Fantom-X aan. 3. Druk op F3(Internal)] of [F6 (Memory Card)] om aan te sluiten op uw computer. [F3 (Internal)]: Aansluiten op het gebruikersgeheugen [F6 (Memory Card)]: Aansluiten op de geheugenkaart * Om de verbinding te annuleren, dient u op [EXIT] te drukken. 4. De display zal, afhankelijk van de computer die u gebruikt, als volgt verschillen. Windows Me/2000/XP gebruikers Een drive genaamd Removable disk zal binnen My Computer weergegeven worden. Onder die drive zullen zich mappen genaamd ROLAND en TMP bevinden. Macintosh gebruikers Een drive icoontje gemaamd FANX USER zal op het bureaublad verschijnen. Als een geheugenkaart aangesloten is, zal de volume naam van de geheugenkaart weergegeven worden. Eronder bevinden zich mappen met de namen ROLAND en TMP. 219

220 Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) Waarschuwingen betreffende mappen en bestanden U dient de volgende punten in aanmerking te nemen wanneer de Fantom-X aangesloten is op uw computer via USB. Gebruik uw computer niet om mappen binnen de Fantom-X te verplaatsen of wissen. Gebruik uw computer niet om het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart van de Fantom-X te formatteren of optimaliseren of om handelingen als Scan Disk mee uit te voeren. De Fantom-X kan alleen bestandsnamen bestaande uit singlebyte alfanumerieke tekens hanteren. Alleen de volgende bestanden types kunnen tussen de Fantom- X en uw computer uitgewisseld worden. Song bestanden (.SVQ) (MRC PRO songs) Standaard MIDI bestanden Audiobestanden (.WAV/AIFF) Bitmap bestanden (.BPM)(320 x240 pixels) Tekstbestand (.TXT) Om deze bestanden te kunnen benutten, dient u de juiste methode, zoals hier onder beschreven, te gebruiken. Macintosh gebruikers 1. Sleep het drive icoontje van de Fantom-X naar de prullenbak. Voorbeelden van het gebruik van Storage mode Een audiobestand importeren (Import Audio) Hier leggen we u uit hoe u een audiobestand (WAV/AIFF) kunt importeren. Om een bestand te importeren, dient het zich in het volgende bestand op uw computer te bevinden. Windows Me/2000/XP gebruikers Removable disk/tmp/audio_import bestand Macintosh gebruikers FANS USER/TMP/AUDIO_IMPORT bestand * / geeft een directory niveau aan. Song bestanden, Standaard MIDI bestanden Audiobestanden MPM bestanden Tekstbestanden Plaats de bestanden in de volgende map. ROLAND/SEQ/SNG Wanneer u de bestanden van uw computer haalt, dient u ze in de volgende locatie te plaatsen. TMP/AUDIO_IMPORT map. Importeer dan de audiobestanden. Indien u de computer wilt gebruiken om samples te lezen die door de Fantom-X zijn geschreven, dient u de bestanden uit de ROLAND/SMPL map in uw computer te laden. Wanneer u de bestanden van uw computer haalt, dient u ze in de volgende locatie te plaatsen TMP/BMP map Wanneer u de bestanden van uw computer haalt, dient u ze in de volgende map te plaatsen. TMP/TEXT map Importeer dan het tekstbestand. 1. Druk op [Save/Load]. 2. Druk op [F8 (Import Audio)]. 3. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om de import bestemming te selecteren. [F1 (User)]: Importeer uit gebruikersgeheugen. [F2 (CARD)]: Importeer van een geheugenkaart. 4. Druk op of, selecteer dan het bestand dat u wilt importeren. Als u twee of meer samples wilt selecteren, dient u op [F5 (Mark Set)] te drukken om een vinkje ( ) toe te voegen aan de bestanden die u wilt selecteren. Om het vinkje te verwijderen, dient u op [F4 (Mark Clear)] te drukken. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All)] drukt, zal een vinkje toegevoegd worden aan alle bestanden van de geselecteerde bank. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen vinkjes verwijderd worden van alle geselecteerde bestanden. Gebruik uw via USB aangesloten computer niet om bestanden die in de ROLAND/SND map geplaatst zijn, te wissen of herschrijven. USB communicatie annuleren Windows Me/2000/XP gebruikers 1. Gebruik de eject knop van het apparaat weergegeven in de takenbalk rechtsonder uw computerscherm, om de verbinding met de Fantom-X te annuleren. 2. Druk op de [F8 (Exit)] knop van de Fantom-X. 5. Druk op [F8 (Import Audio)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. * Om te annuleren, dient u op [F7 (Cancel)] te drukken. 6. Druk op [F8 (Exec)]. Het bestand zal geïmporteerd worden en het Sample List venster verschijnt. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Het geïmporteerde bestand zal aan de sample lijst als sample toegevoegd worden. Deze sample is tijdelijk en zal verloren gaan wanneer u het apparaat uitzet. Als u het wilt behouden, dient u op [WRITE] te drukken om de data op te slaan. 220

221 Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) Een bitmap bestand gebruiken als achtergrond in de display U kunt bijvoorbeeld een favoriet bitmap bestand in de Fantom-X importeren en dit gebruiken als achtergrond in het weergave venster. * De enige bestanden die tussen de Fantom-X en uw computer uitgewiseld kunnen worden zijn bitmaps (320 x 240 samples). Om een bestand te importeren, dient het zich in het volgende bestand op uw computer te bevinden. Windows Me/2000/XP gebruikers Removable disk/tmp/audio_import bestand Macintosh gebruikers FANS USER/TMP/AUDIO_IMPORT bestand * / geeft een directory niveau aan. Een bitmap bestand importeren (Import BMP) Hier laten we u zien hoe u een gekopieerd bestand kunt importeren en als achtergrond kunt gebruiken in de display van de Fantom-X. 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om System te selecteren en dan op [ENTER] drukken. 3. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om Background te selecteren. fig _50 * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 9. Druk op [EXIT]. * Het geïmporteerde bestand is tijdelijk en zal verloren gaan, zodra u het apparaat uitzet. Als u het wilt behouden, dient u op [F8 (System Write)] te drukken om de data op te slaan. Tekst memo s in het Live Setting venster weergeven (Import Text) U kunt een tekstbestand op uw computer creëren en dit weergeven in het Live Setting venster (p.42). Aangezien dit u de mogelijkheid geeft om een notitie aan iedere bank toe te voegen, is het een handige manier om u van herinneringen, zoals een uitleg van ieder venster, te voorzien. 1. Creëer een tekstbestand op uw computer en sla het op met de bestandsnaam extensie.txt. 2. Plaats het bestand, dat u in stap 1 gecreëerd heeft, in de volgende locatie van de Fantom-X. Windows Me/2000/XP gebruikers Removable Disk/ROLAND/SNG map Macintosh gebruikers FANX USER/ROLAND/SNG map * / geeft de niveaus van de directory structuur aan. * Alleen alfabetische tekst kan worden weergegeven. 3. Voer Importing TEXT uit. Bekijk Een tekstbestand importeren (Import Text) (p.43) voor details over importeren. De Fantom-X heeft 16 vensters, waarin een achtergrond wordt weergegeven. Het geïmporteerde bestand zal het op dat moment geselecteerde venster overschrijven. 4. Druk op [F7 (Import BMP)]. 5. Druk op [F1 (User)] of [F2 (Card)] om de import bestemming (gebruikersgeheugen of kaart) te selecteren. 6. Druk op of en selecteer dan het bestand dat u wilt importeren. 7. Druk op [F8 (Import BMP)]. Het bestand, dat u wilt importeren, wordt weergegeven. 8. Druk op [F8 (Exec)]. Het bestand zal geïmporteerd worden. 221

222 Aansluiten op uw computer via USB (USB mode) MIDI berichten uitwisselen met uw computer (MIDI Mode) Driver installatie en instellingen Om de Fantom-X als een USB MIDI toepassing van uw computer te gebruiken, dient u eerst de USB MIDI driver te installeren. De USB MIDI driver staat op de ingesloten Fantom-X Driver CD-ROM. Om de USB in MIDI modus te gebruiken, dient u de driver van de ingesloten CD-ROM op uw computer te installeren. De correcte driver en de installatie procedure zal afhangen van uw systeem en de andere gebruikte programma s. Zorg ervoor dat u het Readme bestand op de CD-ROM leest voordat u gaat installeren. Wat is de USB MIDI Driver? De USB MIDI Driver is software, die data uitwisselt tussen de Fantom-X en de toepassing (sequencer software etc.) die op de op USB aangesloten computer loopt. De USB MIDI Driver stuurt data van de toepassing naar de Fantom-X en geeft data van de Fantom-X door aan de toepassing. fig _50 Toepassing USB Driver USB aansluiting Windows XP/2000 \Win2kXP\Readme_e.htm Windows Me/98/98SE \Win98Me\Readme_e.htm Mac OS 9 (9.04 of later) \ Fantom-X Driver OS9 (J) \Readme_e.htm Mac OS X \ Fantom-X Driver OSX \Readme_e.htm Computer USB aansluiting USB kabel Waarschuwing wanneer u de USB kabel losmaakt U moet uw computer uitzetten, voordat u de USB kabel eruit haalt. De kabel eruit halen, terwijl uw computer aanstaat, kan de werking ervan destabiliseren. Fantom-X 222

223 Bestandsgerelateerde functies (File Utility) Hier kunt u een variatie aan handelingen, gerelateerd aan de bestanden, die opgeslagen zijn in het gebruikersgeheugen van de Fantom- X en op geheugenkaarten, uitvoeren. U kunt kopiëren, wissen of bestanden verplaatsen en ook geheugenkaarten formatteren. De mappenstructuur van het gebruikersgebied en de geheugenkaart is als volgt. fig (User, Card) ROLAND TMP PNL SEQ SMPL SND SNG AUDIO_IMPORT BMP TEXT Basisprocedure 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om File Utility, te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het File Utility venster verschijnt. fig _50 U dient de volgende punten in aanmerking te nemen, wanneer de Fantom-X aangesloten is op uw computer via USB. Gebruik uw computer niet om mappen binnen de Fantom-X te verplaatsen of wissen. Gebruik uw computer niet om het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart van de Fantom-X te formatteren of optimaliseren of om handelingen als Scan Disk mee uit te voeren. De Fantom-X kan alleen bestandsnamen bestaande uit single-byte alfanumerieke tekens hanteren. Gebruik uw computer niet om de bestanden, die zich in de ROLAND/SND map bevinden, te wissen of overschrijven. Wanneer u bestanden vanuit uw computer naar het gebruikersgeheugen of de geheugenkaart van de Fantom-X kopieert, dient u ze in de volgende mappen te plaatsen: Computer SONG bestand (.SVQ) (MRC PRO song) Standard MIDI bestand (SMF formaat 1) Audiobestand (WAV/AIFF) Bitmap bestand (320 x 240 pixels) Tekstbestand (.TXT) Fantom-X ROLAND/SEQ/SNG ROLAND/SEQ/SNG TMP/AUDIO_IMPORT map TMP/BMP TMP/TEXT Plaats geen mappen van een ander formaat in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart. 3. Druk op de functieknoppen om de handeling te selecteren, die u uit wilt voeren. [F1 (User)]: Selecteer een bestand in gebruikersgeheugen. [F2 (Card)]: Selecteer een bestand op de geheugenkaart. [F3 (Card Format)]:Formatteer een geheugenkaart. [F4 (Mark Clear)]: Verwijder de vinkjes van de bestanden. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F4 (Mark Clr All)] drukt, zullen de vinkjes van alle bestanden verwijderd worden. [F5 (Mark Set)]: Als u twee of meer bestanden wilt selecteren, dient u een vinkje ( ) toe te voegen aan de bestanden. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5 (Mark Set All)] drukt, zullen vinkjes toegevoegd worden aan alle bestanden. [F6 (Delete)]: Wis een geselecteerd bestand of bestanden met vinkjes. [F7 (Move)]: Verplaats een bestand of bestanden met vinkjes naar een andere map. [F8 (Copy)]: Kopieer een bestand of bestanden met vinkjes naar een andere map., : Selecteer de map., : Beweeg tussen mappenniveaus. 223

224 Bestandsgerelateerde functies (File Utility) Een bestand kopiëren (Copy) Hier laten we u zien, hoe u een bestand naar een andere map kunt kopiëren. 1. Selecteer het bestand dat u wilt verplaatsen zoals beschreven in de basisprocedure. [F1 (User)] [F2 (Card)]:Selecteer het geheugen, : Selecteer de map, : Beweeg tussen mappenniveaus 2. Druk op [F8 (Copy)]. Een venster verschijnt, waarin u de mogelijkheid krijgt om de map te selecteren, waar het bestand naartoe gekopieerd dient te worden. 3. Bekijk de inhoud van de kopieer-bestemming map. [F1 (User)] [F2 (Card)]:Selecteer het geheugen, : Selecteer de map, : Beweeg tussen mappenniveaus 4. Om het bestand te kopiëren, dient u op [F8 (Exec) te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Een bestand wissen (Delete) Hier laten we u zien, hoe u een ongewenst bestand uit een map kunt wissen. 1. Selecteer het bestand dat u wilt verplaatsen zoals beschreven in de basisprocedure. [F1 (User)] [F2 (Card)]:Selecteer het geheugen, : Selecteer de map, : Beweeg tussen mappenniveaus 2. Druk op [F6 (Delete)]. Een bericht vraagt om bevestiging. Een bestand verplaatsen (Move) Hier laten we u zien, hoe u een bestand naar een andere map kunt verplaatsen. 1. Selecteer het bestand dat u wilt verplaatsen zoals beschreven in de basisprocedure. [F1 (User)] [F2 (Card)]: Selecteer het geheugen, :Selecteer de map, : Beweeg tussen mappenniveaus 2. Druk op [F7 (Move)]. Een venster verschijnt, waarin u de mogelijkheid krijgt om de map te selecteren waar het bestand naartoe verplaatst dient te worden. 3. Bekijk de inhoud van de kopieer-bestemming map. [F1 (User)] [F2 (Card)]:Selecteer de kopieer-bestemming., : Selecteer de map, : Beweeg tussen mappenniveaus 4. Om het bestand te verplaatsen, dient u op [F8 (Exec) te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. Een geheugenkaart initialiseren (Card Format) Hier leggen we u uit hoe u een geheugenkaart kunt formatteren. Wanneer u de Format handeling uitvoert, zal de inhoud van de geheugenkaart volledig gewist worden. 1. Druk op [F3 (Card Format)] uit het Utility venster. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 2. Om de kaart te formatteren, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 3. Om het bestand te wissen, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel) om te annuleren. 224

225 Algemene modus instellingen (System Function) Aan instellingen die van toepassing zijn op de algemene werking van de Fantom-X, zoals afstemmen en MIDI bericht ontvangst, wordt ook wel gerefereerd als System Functions. In deze sectie wordt uitgelegd, hoe u instellingen moet maken voor de Systeem functies en worden de functies van de verschillende Systeem parameters uitgelegd. Hoe maakt u Systeemfunctie instellingen 1. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 2. Druk op of om System te selecteren en druk dan op [ENTER]. Het System Setup venster verschijnt. fig _50 De Systeem instellingen opslaan (System Write) Wijzigingen, die u in de Systeem functie instellingen aanbrengt, zijn slechts tijdelijk- ze zullen opzij gezet worden op het moment dat het apparaat uitgezet wordt. Als u de veranderingen wilt behouden die u in de systeeminstellingen heeft gemaakt, dient u ze in het interne systeem geheugen op te slaan. Wanneer u het opslaan uitvoert, zal de data die daarvoor in de opslag bestemming zat, verloren gaan. De fabrieksinstellingsgegevens kunnen echter teruggekregen worden door de Factory Reset procedure uit te voeren. 1. Verander de systeemfunctie instellingen en druk op [F8 (System Write)]. fig _50 3. Druk op de Functieknop [F3], [F4] om de tab van de bewerkingsgroep te selecteren. [F3 (Setup)] Stel systeem parameters in (p.226). [F4 (Info)] Bekijk systeeminformatie (p.234). De display zal System Write Completed! aangeven. De data zal opgeslagen worden, en u keert terug in het System Setup venster. 4. De parameters zijn georganiseerd in verschillende bewerkingsgroepen. Gebruik [F1 ( )][F2 ( )] om tabs te wisselen. 5. Gebruik [CURSOR] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wenst te veranderen. Wanneer de cursor zich bij een parameter waarde bevindt, kunt u op [ENTER] drukken om een venster binnen te komen voor het instellen van een waarde. Wanneer alle parameters niet in één enkel instellingen venster weergegeven kunnen worden, zal een scroll balk aan de rechterkant van het venster weergegeven worden. In dergelijke gevallen dient u op te drukken om benedenwaarts door het venster heen te scrollen. 6. Draai aan de VALUE draaischijf of druk op [INC]/[DEC] om de waarde te krijgen die u wilt. 7. Herhaal stappen 4-6 om elke Systeem parameter die u wilt bewerken, in te stellen. 8. Om de instellingen, die u gewijzigd heeft op te slaan, dient u op [F8 (System Write)] te drukken en de Write handeling uit te voeren. Als u niet op wilt slaan, dient u op [EXIT] te drukken om terug te keren naar het voorgaande venster. 225

226 Algemene modus instellingen (System Function) Functies van Systeem parameters In dit gedeelte wordt uitgelegd wat de verschillende Systeem parameters doen, en hoe deze parameters georganiseerd zijn. zie: Bekijk Hoe maakt u Systeemfunctie instellingen (p.225). Pedal/D Beam D Beam Sens (D Beam Sensitivity) Hiermee stelt u de gevoeligheid van de D Beam controller in. Hoe hoger de ingestelde waarde, hoe gevoeliger de D Beam controller functioneert. Waarde: Control Pedal Assign Dit specificeert de functie van iedere pedaal, aangesloten op de PEDAL CONTROL jacks. Waarde CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over Control Change berichten. BEND UP: Verhoogt de toonhoogte iedere keer als u op het pedaal drukt in halve stappen (maximaal 4 octaven). BEND DOWN: Verlaagt de toonhoogte iedere keer als u op het pedaal drukt in halve stappen (maximaal 4 octaven). AFTERTOUCH: Aftertouch OCT UP: Verhoogt het toonbereik in octaven iedere keer als u op het pedaal drukt (maximaal 3 octaven hoger). OCT DOWN: Verlaagt het toonbereik in octaven iedere keer als u op het pedaal drukt (maximaal 3 octaven lager). START/STOP: Start/stopt de sequencer. PUNCH IN/OUT: Handmatige punch-in/out opname zal starten/ stoppen. TAP TEMPO: Tap tempo (een tempo gespecificeerd door de interval waarin u op het pedaal drukt). PROG UP: Het volgende geluid nummer zal geselecteerd worden. PROG DOWN: Het voorgaande geluid nummer zal geselecteerd worden. FAVORITE UP: De favoriete patch/performance van het volgende nummer of de volgende bank zal geselecteerd worden. FAVORITE DOWN: De favoriete patch/performance van het voorgaande nummer of de voorgaande bank zal geselecteerd worden. ARP SW: Zet de Arpeggio/Ritme functie aan/uit. RHY START/STOP: Zet afspelen van het ritme patroon aan/uit. CHORD SW: Akkoord functie aan/uit. LIVE SET UP: Gaat naar de volgende stap in een Live Setting lijst. LIVE SET DOWN: Gaat naar de vorige stap in een Live Setting lijst. LOOP: Loop Play aan/uit. Control Pedal Polarity Selecteert de polariteit van het pedaal. Bij sommige pedalen is het elektrische signaal dat uitgevoerd wordt door het pedaal wanneer deze ingedrukt of losgelaten wordt, het tegenovergestelde van andere pedalen. Als uw pedaal een tegenovergesteld effect heeft dan u verwacht, dient u deze parameter op REVERSE in te stellen. Als u een ROLAND pedaal gebruikt (die geen polariteitsschakelaar heeft), dient u dit op STANDARD in te stellen. Waarde: STANDARD, REVERSE Hold Pedal Polarity Selecteert de polariteit van de Hold pedaal. Bij sommige pedalen is het elektrische signaal dat uitgevoerd wordt door het pedaal, wanneer deze ingedrukt of losgelaten wordt, het tegenovergestelde van andere pedalen. Als uw pedaal een tegenovergesteld effect heeft dan u verwacht, dient u deze parameter op REVERSE in te stellen. Als u een ROLAND pedaal gebruikt (die geen polariteitsschakelaar heeft), dient u dit op STANDARD in te stellen. Waarde: STANDARD, REVERSE Continuous Hold Pedal Deze instelling bepaalt of de HOLD PEDAL jack ondersteuning voor Half-Pedaling (ON) zal bieden of niet (OFF). Wanneer dit zo is ingesteld dat Half-Pedaling ondersteund wordt, kunt u een expressie pedaal (DP-8, etc) naar keuze aansluiten en een pedaal gebruiken om een nog fijnere beheersing in performances te verkrijgen waarin pianotonen gebruikt worden. Waarde: OFF, ON Keyboard Keyboard Velocity Specificeert de aanslagsterkte die overgebracht zal worden wanneer u op het keyboard speelt. Als u de werkelijke keyboard aanslagsterkte over wilt brengen, dient u dit op REAL in te stellen. Als u een vaststaande aanslagsterkte over wilt brengen, ongeacht de manier waarop u speelt, dient u de gewenste waarde te specificeren (1-127). Waarde: REAL, Keyboard Sens (Keyboard Sensitivity) Past de gevoeligheid van het keyboard aan. Waarde LIGHT: Als lichtgewicht synthesizer keyboard MEDIUM: Standaard HEAVY: Nabootsing van een akoestische piano Aftertouch Sens (Aftertouch Sensitivity) Specificeert de Aftertouch gevoeligheid. Hogere waarden zullen ervoor zorgen dat de Aftertouch gemakkelijker wordt toegepast. Normaliter zult u dit op 100 laten staan. Waarde: 0-100% 226

227 Algemene modus instellingen (System Function) Sync/Temp Sync modus Specificeer het synchronisatie bericht, dat de sequencer van de Fantom-X voor het functioneren zal gebruiken. Waarde MASTER: De Fantom-X zal de master zijn. Kies deze instelling, wanneer u de Fantom-X zelf, zonder te synchroniseren met een ander apparaat, gebruikt of wanneer u andere MIDI apparaten wilt synchroniseren met de Fantom-X. SLAVE-MIDI: De Fantom-X zal slaaf zijn. Kies deze instelling wanneer u de Fantom-X wilt synchroniseren met MIDI klokberichten, die ontvangen zijn via een ander MIDI apparaat. SLAVE-MIDI: De Fantom-X zal slaaf zijn. Kies deze instelling wanneer u de Fantom-X wilt synchroniseren met MTC(MIDI Time Code), ontvangen via een extern apparaat. REMOTE: Gebruik deze instelling wanneer u wilt dat een extern MIDI apparaat van een afstand de start/stop functie kan bedienen. Het tempo zal in overeenstemming zijn met wat ingesteld is op de Fantom-X. MIDI klok en MTC MIDI klok en MTC (MIDI Time Code) zijn beide berichten, die gebruikt worden voor synchronisatie. Selecteer één van beide, afhankelijk van de toepassing. MIDI klok geleidt en synchroniseert handelingen tot een Performance tempo van de sequencer, terwijl MTC handelingen tussen apparaten synchoniseert op basis van een absolute tijd. Aangezien de Roland VS Serie werkstations eigenlijk harddisk recorders zijn, kunnen ze geen MIDI klok sturen. Om die reden is het gebruik van een MTC handig voor synchronisatie van de harddisk recorder en de Fantom-X. VS Serie apparaten hebben echter ook gespecialiseerde tracks voor MIDI klok opname, dus als de MIDI klok van de Fantom-X op deze manier is opgenomen beschikken we over een andere synchronisatie techniek waarin het lijkt alsof het VS apparaat MIDI klok stuurt (terwijl het eigenlijk tracks afspeelt waarop MIDI klok is opgenomen). Aangezien het tempo echter van tevoren op de VS Sync track opgenomen dient te worden, is MTC alleen handig voor het synchroniseren van songs, die geen grote hoeveelheden tempo data bevatten. Sync Output (Sync Output Switch) Stel deze parameter in op ON wanneer u aan synchronisatie gerelateerde MIDI berichten (MIDI klok, Start, Stop, Song Position Pointer en Song Select) over wilt brengen naar een extern MIDI apparaat. Als dit niet het geval is, dient u het op OFF te zetten. Waarde: OFF, ON Tempo Override (OFF) wanneer u van Performance wisselt. Waarde: OFF, ON Arpeggio/Rhythm Sync schakelaar Specificeert of de arpeggio of het ritme patroon in synchronisatie met de sequencer zal starten/stoppen. Deze parameter doet niets, wanneer de sequencer gestopt is. Waarde OFF: Start/stop zal niet synchroon lopen met de synthesizer. ON: Terwijl de sequencer loopt, zal de arpeggio aan het begin van de volgende maat starten. Wanneer u de sequencer stopt, zullen de arpeggio s ook stoppen. MMC modus Wanneer u de Fantom-X met een harddisk recorder synchroniseert, zoals één uit de Roland VS serie, dient u te specificeren welk synchronisatie signaal de sequencer van de Fantom-X zal gebruiken voor de uitvoering. Waarde MASTER: De Fantom-X zal de master zijn. Gebruik deze instelling, wanneer u wilt dat andere apparaten de uitvoering van de Fantom-X volgen. SLAVE: De Fantom-X zal slaaf zijn. Gebruik deze instelling wanneer u wilt dat de Fantom-X MMC (MIDI Machine Control) ontvangt via een extern apparaat en overeenkomstig functioneert. MMC (MIDI Machine Control) is een specificatie die toestaat dat MIDI berichten door andere apparaten, zoals taperecorders, VTR s en digitale opname systemen, gebruikt worden. Er zijn 37 MMC commando s beschikbaar, inclusief Stop en Play. MMC Output (MMC Output Switch) Zet dit op ON als u met een harddisk recorder wilt synchroniseren, zoals één van de Roland VS Serie. Wanneer ingesteld op ON, zullen aan MMC (MIDI Machine Control) gerelateerde commando s (Play, Stop en Locate) overgebracht worden. Waarde: OFF, ON MTC Sync Output (MTC Output Switch) Stel deze parameter in op ON wanneer u wilt dat de MTC (MIDI Time Code) overgebracht wordt naar een extern MIDI apparaat. Als u dit niet wilt, dient u dit op OFF in te stellen. Waarde: OFF, ON MTC Frame Rate Specificeer de MTC Frame Rate. Zorg ervoor dat zowel master als slave apparaten in dezelfde modus staan. Waarde 24: 24 frames per seconde. 25: 25 frames per seconde. 29N: 29 frames per seconde. 29D: 29 frames per seconde. 30: 30 frames per seconde. Specificeer of het sequencer tempo moet veranderen (ON) of niet 227

228 Algemene modus instellingen (System Function) MTC Offset Time Second Wanneer u synchroniseert met een harddisk recorder zoals de Roland VS serie, is iedere Frame Rate geschikt- zo lang de instelling overeenkomt met die van de Fantom-X. Echter, wanneer u synchronisatie met video apparatuur uitvoert, zoals videorecorders en de Frame Rate van de video staat vast, dient de instelling van de Fantom-X te corresponderen met die frame rate. MTC types De MTC typen die geselecteerd kunnen worden door de Fantom-X zijn hieronder weergeven. Selecteer dezelfde Frame Rate als die voor het externe apparaat is ingesteld. Wanneer u geen video apparaat gebruikt, kan elke Frame Rate geselecteerd worden, zo lang de rates hetzelfde zijn voor beide apparaten die gesynchroniseerd worden. 30: Dit zijn 30 frames per seconde, non-drop formaat. Dit wordt gebruikt door apparaten zoals analoge taperecorders en NTSC formaat zwart-wit video (gebruikt in Japan en de V.S.). 29N: Dit zijn frames per seconde, non-drop formaat. Dit wordt gebruikt voor NTSC formaat kleurenvideo (gebruikt in Japan en de V.S.). 29D: Dit zijn frames per seconde, drop formaat. Dit wordt gebruikt voor NTSC formaat kleurenvideo (gebruikt in Japan en de V.S.). 25: 25 frames per seconde frame rate. Dit wordt gebruikt voor SECAM of PAL formaat video, audio-apparatuur en film (gebruikt in Europa e.a.). 24: 24 frames per seconde frame rate. Dit wordt gebruikt voor video, audio-apparaten en film in de V.S. Non-drop formaat en Drop formaat Er zijn twee soorten formaat, die gebruikt worden door NTSC video cassette recorders, non-drop en drop. Non- drop formaat levert een doorlopende tijdscode, terwijl in drop formaat, dat gebruikt wordt voor NTSC kleurenvideo formaat, de eerste twee frames van elke minuut vervallen, behalve voor die op tussenpauzes op tien minuten. In de meeste video en audio producties wordt over het algemeen non-drop gebruikt, aangezien formaten met doorlopende frames gemakkelijker zijn om mee te werken. Dit in tegenstelling tot situaties zoals bij uitzendingen, waarin de tijdscode overeen moet komen met de eigenlijke klok time; daar wordt drop time gebruikt. MTC Offset Time Hour Coördineert de afspeeltijd van de Fantom-X en het externe apparaat in eenheden van een uur. Waarde: uren MTC Offset Time Minute Coördineert de afspeeltijd van de Fantom-X en het externe apparaat in eenheden van een minuut. Waarde: minuten Coördineert de afspeeltijd van de Fantom-X en het externe apparaat in eenheden van een seconde. Waarde: seconden MTC Offset Time Frame Coördineert de afspeeltijd van de Fantom-X en het externe apparaat in eenheden van een frame. Waarde: frames MTC Error Level Bepaalt hoe vaak de ontvangststatus gecontroleerd wordt, wanneer MTC via een extern apparaat ontvangen wordt. Stop met synchroniseren, wanneer een probleem geconstateerd wordt tijdens de controle. Waarde: 0-10 (de controle interval zal langer zijn voor grotere waarden) In stricte termen geldt: hoe lager de numerieke waardenset, des te accurater de controle is. Afspelen zal echter te vaak gestopt worden als een te rigoreuze controle uitgevoerd wordt, en dit wordt snel onhandig. Door de Error Level instelling hoger in te stellen zal synchronisatie door kunnen gaan, zelfs wanneer problemen met het ontvangen van MTC aan de orde zijn, zo lang zulke problemen op een niveau blijven, waarin geen ongepaste problemen veroorzaakt worden. Metronoom Metronome Mode Specificeert, wanneer u de metronoom wilt laten klinken. * Als [F7 (Click)] in het Tempo venster, dat verschijnt wanneer u op [TEMPO] drukt, rood oplicht, zal de metronoom altijd te horen zijn. Waarde OFF: Zal niet klinken. PLAY ONLY: Zal alleen gedurende afspelen klinken. REC ONLY: Metronoom zal alleen met opnemen klinken. PLAY&REC: Metronoom zal met afspelen en opnemen klinken. ALWAYS: Metronoom zal altijd klinken. Metronome Level U kunt het volume van de metronoom aanpassen. Waarde: 0-10 Metronome Sound Selecteert het metronoom geluid. Waarde TYPE 1: Een conventioneel metronoom geluid zal te horen zijn. Een bel zal bij de eerste beat klinken. TYPE 2: Kliks zullen hoorbaar zijn. TYPE 2: Blieps zullen hoorbaar zijn. TYPE 2: Een koebel zal hoorbaar zijn. Beat Indicator modus U kunt specificeren, hoe de beat indicator in het paneel zal knipperen. 228

229 Algemene modus instellingen (System Function) Waarde ALWAYS (knippert altijd op het gespecificeerde tempo) PLAY&REC (knippert alleen tijdens afspelen en opnemen) Geluid Local Switch De Local Switch bepaalt of de interne geluidsgenerator wordt afgesloten (OFF) van de controller sectie (keyboard, Pad, Pitch Bend/modulatie hendel, knoppen, D Beam controller, pedaal); of aangesloten (ON). Normaalgesproken staat dit op ON, maar als u het keyboard en controllers van de Fantom-X wilt gebruiken om externe geluidsmodules te besturen, dient u dit op OFF te zetten. Waarde: OFF, ON Hoe pas ik het volume aan? MASTER LEVEL past het volume van zowel de OUTPUT A jacks en de DIGITAL OUT jack aan. De volumeknop op het voorpaneel past alleen het volume van de OUTPUT A jacks aan. Hier volgt een uitleg over wat u nodig hebt om aan te passen, afhankelijk van de output jacks. fig _50 Geluidsgenerator (OUTPUT A in het Routing venster) Digitaal niveau / Master niveau Volumeknop De Local Switch gebruiken Wanneer u de Fantom-X met externe sequencer software gebruikt, dient u de Local Switch uit te zetten. Lees het volgende voor details. De Fantom-X op een externe sequencer aansluiten fig b_50 Fantom-X Keyboard Het is logisch, dat dingen aan elkaar gekoppeld zijn, zodat de data zich als volgt verplaatst: het keyboard van de Fantom-X uw externe sequencer software de geluidsgenerator van de Fantom-X. Normaliter is het keyboard sectie intern verbonden met zijn geluidsgenerator sectie. Deze interne aansluiting wordt bediend door de Local Switch. Als u de Local Switch uitzet, zullen het keyboard en geluidsgenerator secties onafhankelijk zijn, wat u de mogelijkheid geeft om de connectie die hierboven beschreven is, te gebruiken in combinatie met uw externe sequencer software. Maste Tune Past de stemming van de Fantom-X over het geheel aan. De display geeft de frequentie van de A4 noot weer (centrum A). Waarde: Hz Master Level Local Off (Externe) Sequencer Past het volume van de hele Fantom-X aan. Waarde: Fantom-X geluidsgenerator DIGITAL OUT OUTPUT A (MIX)/PHONES Wanneer u de OUTPUT A jacks gebruikt: Pas aan door de volumeknop te gebruiken De VOLUME knop op het voorpaneel regelt het volume van de OUTPUT A jacks. Dit betekent dat als u via de OUTPUT A jacks uitvoert, de gemakkelijkste manier is om het Master niveau vastgesteld op 127(de fabrieksinstelling), te verlaten en de VOLUME knop te gebruiken om het volume te regelen. Wanneer u de DIGITAL OUT jack gebruikt: Pas aan door Master Level te gebruiken Master Level regelt zowel de OUTPUT A jacks als de DIGITAL OUT jack. Dit betekent dat als u via DIGITAL OUT uitvoert, u Master Level dient te gebruiken om het volume aan te passen. Het Master Level aanpassen: methode 1 1. In het Patch of Performance venster, dient u [SHIFT] ingedrukt te houden en op [F3 (Master Level)] te drukken. Het Master Level venster verschijnt. 2. Draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [DEC][INC] om het master level aan te passen. Het Master level aanpassen: methode 2 Met de fabrieksinstellingen kan Master level bestuurd worden door de REALTIME CONTROL ASSIGNABLE knop nummer 1 (p.122). Dit maakt het gemakkelijk om het niveau m.b.v. de knop, aan te passen. * Door de opdracht te veranderen, kunt u elke ASSIGNABLE knop 1-4 gebruiken om Master level te besturen (p.122). De Master niveau instelling is tijdelijk en zal verloren gaan zodra u het apparaat uitzet. Als u de Master Level instelling die u bewerkt heeft wilt houden, dient u het master level in het interne systeemgeheugen op te slaan. De Systeem instellingen opslaan (System Write) (p.225) 229

230 Algemene modus instellingen (System Function) Output Gain Dit past de Output Gain van de Analog Out en Digital Out aan. Wanneer er bijvoorbeeld betrekkelijk weinig stemmen te horen zijn, kan het opkrikken van de Output Gain ervoor zorgen, dat u het meest geschikte output niveau voor opnemen en andere doeleinden bereikt. Waarde: Mix/Parallel Specificeert hoe het geluid van de hele Fantom-X uitgevoerd zal worden. Waarde MIX: Stel dit in om de collectieve output van alle geluiden via de OUTPUT A (MIX) jacks uit te voeren. Wanneer u het afgeronde, totale geluid dat uitgevoerd wordt wilt controleren, dient u dit op MIX in te stellen. Geluiden die in de Output Assign ingesteld zijn via de INDIVIDUAL 3 jack om uitgevoerd te worden, zijn hoorbaar via de linker OUTPUT A (MIX) jack. Geluiden die ingesteld zijn om uitgevoerd te worden via de INDIVIDUAL 4 jack zijn hoorbaar via de rechter OUTPUT A (MIX) jack. Geluiden, uitgevoerd via de PHONES jack zijn hetzelfde als de geluiden, die hoorbaar zijn via de OUTPUT A (MIX) jack. Om die reden worden geluiden ingesteld m.b.v. Output Assign via de OUTPUT B jacks, die niet via de PHONES jack hoorbaar zijn. Wees er zeker van, dat ieder geluid dat u via de koptelefoon wilt horen, op MIX ingesteld staat. PARALLEL: Output hangt af van de Output Assign instellingen. Master Key Shift Verplaatst de over het geheel genomen toonhoogte van de Fantom-X in halve stappen. Waarde: Patch Remain (Patch Remain Switch) Specificeert of noten, die op dat moment te horen zijn, nog steeds zullen klinken wanneer een andere patch of ritme set geselecteerd is (ON) of niet (OFF). Ook is het zo dat wanneer dit op ON staat, veranderingen geproduceerd door inkomende MIDI berichten zoals Volume of Pan (CC5, 7, 10, 65, 68, 71-74, RPN 0, 1, 2, MONO ON, POLY ON) alsmede toon kwaliteit en volumeveranderingen geproduceerd door de verschillende controllers, overgenomen zullen worden. Waarde: OFF, ON Effecten instellingen veranderen, zodra u naar een nieuwe patch of ritme set gaat, zonder beïnvloed te worden door de Patch Remain instelling. Hierdoor kunnen effecten instellingen ervoor zorgen, dat noten die tot dat moment te horen waren ineens niet meer te horen zijn, zelfs als Patch Remain aan staat. MIDI Device ID (Device ID Number) Wanneer u System Exclusive berichten wilt overbrengen of ontvangen, dient u deze parameter in te stellen om dit in overeenstemming te brengen met het Device ID nummer van het andere MIDI apparaat. Waarde: Performance Control Channel Performance Ctrl Ch selecteert het MIDI ontvangstkanaal, dat gebruikt wordt gedurende het wisselen van performances, wanneer MIDI berichten (Program Change Bank Select) via een extern MIDI apparaat verstuurd worden. Stel dit in op OFF als performances niet gewisseld mogen worden via een extern MIDI apparaat. Waarde: 1-16, OFF Als alleen een programmaverandering ontvangen wordt, en de Performance Ctrl Ch parameter instelling valt samen met het MIDI ontvangstkanaal van een Part, zal prioriteit gegeven worden aan het wisselen van de Performance. Kbd Patch Rx/Tx Ch (Keyboard Patch Receive Transmit Channel) Specificeert het kanaal dat gebruikt wordt om MIDI berichten voor de Keyboard Part in Patch modus, over te brengen en te ontvangen. Waarde: 1-16 Pad Patch Rx/Tx Ch (Pad Patch Receive/ Transmit Channel) Specificeert het kanaal dat gebruikt wordt om MIDI berichten voor de Pad Part in Patch modus, over te brengen en te ontvangen. Waarde: 1-16 Transmit Program Change (Transmit Program Change Switch) Specificeert of Program Change berichten overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Transmit Bank Select (Transmit Bank Select Switch) Specificeert of Bank Select berichten overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Transmit Active Sensing (Transmit Active Sensing Switch) Specificeert of Active Sensing berichten overgebracht zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Transmit Edit Data (Transmit Edit Data Switch) Specificeert of veranderingen die u maakt in de instellingen van een patch of Performance overgebracht zullen worden als system 230

231 Algemene modus instellingen (System Function) exclusive berichten (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Soft Through (Soft Through Switch) De Thru functie brengt alle berichten, die bij de MIDI IN aansluiting ontvangen zijn, naar de MIDI OUT aansluiting opnieuw over, zonder ze op enige wijze te veranderen. Waarde: OFF, ON Remote Keyboard Sw (Remote Keyboard Switch) Zet deze parameter ON wanneer u een extern MIDI apparaat wilt gebruiken i.p.v. het keyboard van de Fantom-X. In dit geval kan het MIDI verzend kanaal van de externe MIDI keyboard op ieder kanaal ingesteld worden. Normaliter zult u deze parameter op OFF laten staan. Waarde: OFF, ON Stel dit in op ON wanneer u de Fantom-X via een extern MIDI apparaat wilt bedienen, wanneer de Arpeggio of RPS functie uitgevoerd wordt. Receive Program Change (Receive Program Change Switch) Specificeert of Program Change berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Receive Bank Select (Receive Bank Select Switch) USB USB modus Selecteert de modus, waarin de USB aansluiting gebruikt zal worden. Waarde: Storage: Opslag modus. Selecteer dit als u bestanden wilt verplaatsen. MIDI: MIDI modus. Selecteer dit als u MIDI berichten uit wilt wisselen met een sequencer of een ander programma. U moet de USB modus veranderen, voordat u de Fantom-X op uw computer via de USB kabel aansluit. Als u deze instelling verandert, terwijl de Fantom-X aangesloten wordt, herkent de computer de Fantom-X mischien niet. zie: Voor details over aansluitingen op uw computer in elke USB modus, dient u Aansluitingen (p.219) te bekijken. USB-MIDI Thru Sw (USB-MIDI Thru Switch) Wanneer de USB modus op MIDI ingesteld staat, specificeert deze schakelaar of MIDI berichten ontvangen bij de MIDI aansluiting opnieuw overgebracht zullen worden via de MIDI OUT aansluiting (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Specificeert of Bank Select berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Receive Exclusive Specificeert of System Exclusive berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Receive GM System On (Receive GM System ON Switch) Specificeert of General MIDI System On berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Receive GM2 System On (Receive GM2 System ON Switch) Specificeert of General MIDI 2 System On berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Receive GS Reset (Receive GS Reset Switch) Specificeert of GS Reset berichten ontvangen zullen worden (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON 231

232 Algemene modus instellingen (System Function) Standaard stemming Standaard stemming schakelaar Zet dit aan wanneer u een andere stemming dan standaard temperatuur (stemming) wilt gebruiken. Waarde: OFF, ON Eén set stemmingen kan in Patch modus gecreëerd worden. In Performance modus kan dit voor iedere Part van de Performance ingesteld worden (p.111). In Patch modus is dit alleen geldig voor het keyboard Part. De Fantom-X geeft u de mogelijkheid om het keyboard te bespelen, waarbij andere temperaturen gebruikt worden dan standaard temperatuur. De toonhoogte wordt gespecificeerd in eenheden van 1/100 overeenkomstig de standaard toonhoogte. One-cent is 1/100 ste van een halve toon. De geselecteerde schaal geldt voor MIDI berichten ontvangen via een extern MIDI apparaat. Patch Scale Tune voor C-B Maak scale tune instellingen voor Patch modus. Waarde: Preview Preview Mode SINGLE: De noten, gespecificeerd door de Note Number 1-4 parameters, zullen achtereenvolgens te horen zijn. CHORD: De noten, gespecificeerd door de Note Number 1-4 parameters, zullen gelijktijdig te horen zijn. PHRASE: De frase, gelijk aan het patch type/categorie, wordt gespeeld. Preview 1-4 Note Number Specificeer de toonhoogte van de vier noten die te horen zullen zijn wanneer de Preview Mode parameter ingesteld staat op SINGLE of CHORD. Waarde: C-1-G9 Equal Temperament (standaard temperatuur) Dit afstellen verdeelt de octaaf in 12 gelijkwaardige Parts en is de meest gebruikte temperatuur methode gebruikt in westerse muziek. De Fantom-X gebruikt standaard temperatuur wanneer de Scale Tune Switch op OFF is ingesteld. Just Temperament (Tonic of C) (vals temperatuur) Vergelijkbaar met standaard temperatuur, met zuivere triolen in deze stemming. Deze stemming wordt echter alleen met één toets bereikt, en de drieklanken zullen dubbel klinken als u transponeert. Als PHRASE voor de Preview Mode parameter ingesteld staat, zullen deze instellingen geen effect hebben. Preview 1-4 Velocity Specificeer de aanslagsterkte van de hoorbare vier noten wanneer de Preview Mode parameter ingesteld staat op SINGLE of CHORD. Waarde: Als PHRASE geselecteerd is vor de Preview Mode parameter, zullen deze instellingen geen effect hebben. Arabische toonladder In deze schaal zijn E en B een kwart noot lager en C#, F# eng# een kwart noot hoger vergeleken met standaard temperatuur. De tussenpauze tussen G en B, C en E, F en G#, Bb en C# en Eb en F# hebben een natuurlijke derde- de interval tussen een derde majeur en een derde mineur. Bij de Fantom-X kunt u Arabian temperatuur gebruiken bij de drie toetsen van G, C en F. <Voorbeeld> Noot naam Standaard temperatuur Vals temperatuur Arabische toonladder (tonische C C C# D Eb E F F# G G# A Bb B

233 Algemene modus instellingen (System Function) System Ctrl Sys Ctrl 1 4 Source System Control Assign selecteert het MIDI bericht gebruikt als de System Control. System Control Deze functie, die afwijkt van eerder gebruikte methoden, en in plaats daarvan u in staat stelt om MIDI berichten te gebruiken om tooninstellingen in realtime te veranderen, wordt de Matrix Control (p.80) genoemd. De functie die u toestaat MIDI berichten te gebruiken om multi-effecten instellingen in realtime te veranderen lijkt hierop. Deze wordt de Multi-Effects Control (p.214) genoemd. Normaliter wordt de Matrix Control gebruikt voor het maken van van patch instellingen en de Multi-Effects Control voor het maken van instellingen voor patches, ritme sets en performances. Als u echter de MIDI berichten, gebruikt voor matrix control of multi-effecten control, niet voor iedere patch/ ritme set/performance hoeft te veranderen of als u een specifiek bericht voor matrix control of multi-effecten control wilt gebruiken, zult u gebruik willen maken van System Control. Met andere woorden, u zou de System Controls globale Matric Control/Multi-Effects Control voor de hele Fantom-X kunnen instellen. U kunt maximaal vier System Controls gebruiken. VWaarde OFF: De systeem controleknop zal niet gebruikt worden. CC01-31, 33-95: Controller nummers 1-31, zie: Voor details over control change berichten dient u MIDI uitvoering (p.298). PITCH BEND: Pitch Bend AFTERTOUCH: Aftertouch Background Background Picture Selecteer het bestand, dat als achtergrond in het venster weergegeven dient te worden. Waarde: 1-16 Screen Saver Screen Saver Type Selecteer het type screensaver. Waarde: 1-16 Sampling Default File Type Specificeert het type bestandsformaat, dat gebruikt wordt, wanneer u een sample opslaat. Waarde: WAV, AIFF Pre Sample Time De lengte van het geluid, voorafgaand aan het moment waarop sampling met de hand of automatisch gestart werd, zal in de sample vast worden gehouden. Hiermee kunt u voorkomen dat de Attack van het geluid weggelaten wordt uit de sample. Waarde: ms Trigger Level Het volumeniveau, waarop sampling zal beginnen, wanneer Auto Trig op ON staat. Een instelling van 0 is het minimum. Waarde: 0-7 Gap Time Lengte van de stilte, waarop de sample verdeeld zal worden. Wanneer een stille regio voorkomt, die langer duurt dan de gespecificeerde tijd, zal de sample op dat punt verdeeld worden en zal het volgende sample nummer toegewezen worden aan het geluid dat erop volgt. Deze parameter werkt alleen als u Auto Divide sampling gebruikt. Waarde: 500, 100, 1500, 2000 ms Input Select Input bron van het externe input geluid. Waarde DIGITAL IN: DIGITAL INPUT jack LINE-L-R: INPUT jacks L/R (stereo) LINE-L: INPUT jack L (mono) MIC: INPUT jack (mono, microfoon niveau) Trimming Switch Als dit aanstaat, zullen de Start Point en End Point instellingen automatisch aangepast worden nadat sampling is uitgevoerd, dus stille gedeelten aan het begin of eind van een sample worden weggelaten. Waarde: OFF, ON Skip Back Time Specificeert hoeveel eerder in de tijd u sampling plaats wilt laten vinden wanneer u Skip Back Sampling gebruikt. Als OFF is geselecteerd, kan Skip Back Sampling niet uitgevoerd worden. Waarde: OFF, 5s-40s Screen Saver Time Stel de tijdsduur (in minuten) in tot de screensaver begint te werken. Als dit op OFF staat, zal de screensaver niet verschijnen. Waarde: OFF, 5-60 minuten. 233

234 Algemene modus instellingen (System Function) Opstarten Load Preset Samples at Startup Specificeert of de preset samples geladen zullen worden in het geheugen als de Fantom-X aangezet wordt (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Load User Samples at Startup Specificeert of de samples uit het gebruikersgebied en van de geheugenkaart in het geheugen geladen zullen worden als de Fantom-X aangezet wordt (ON) of niet (OFF). Waarde: OFF, ON Load Demo Song at Startup Specificeert of de demo geladen zal worden in het tijdelijk gebied, wanneer u de Fantom-X aanzet (ON) of niet geladen zal worden (OFF). Rec Track Select (Opname Track Select) Systeeminformatie zie: Bekijk Hoe maakt u Systeemfunctie instellingen (p.225) voor details omtrent systeemfunctie instellingen. Features Geeft de hoofdkenmerken van de Fantom-X weer. Memory Info (Memory Information) Geeft de hoeveelheid geïnstalleerd geheugen weer. SRX Info (SRX Information) Geeft de naam van het Wave uitbreidingskaart weer dat geïnstalleerd is. Version Info (Version Information) Geeft de versie van de Fantom-X weer. Dit specificeert of track selectie automatisch of met de hand zal gaan, wanneer u opneemt op de sequencer. Waarde Manual: U kunt het track nummer met de hand selecteren. Dit is handig, wanneer u een Performance op wilt nemen die uit meer dan één kanaal bestaat. Auto: De phrase track met hetzelfde nummer als de huidige Part zal geselecteerd worden. Dit is handig, wanneer u slechts één kanaal wilt opnemen. Power Up Mode Deze instelling stelt u in staat de modus te kiezen, waarin u wilt dat de Fantom-X zich bevindt, wanneer u het apparaat aanzet. Waarde PATCH: De Fantom-X zal in Patch modus staan, wanneer u het apparaat aanzet. PERFORMANCE: De Fantom-X zal in Performance modus staan, wanneer u het apparaat aanzet. 234

235 Data management functies terugzetten naar de fabrieksinstellingen (Factory Reset) Basisprocedure 1. Druk op [MENU]. 2. Druk op of om Utility te selecteren. 3. Druk op [ENTER]. Het Utility menu venster verschijnt. fig _50 * Om User Backup uit te voeren, moet de geheugenkaart ongeveer 32 MB of meer vrije ruimte hebben. 1. Steek een geheugenkaart in de sleuf. 2. In het Utility venster, dient u op [F1 (User Backup)] te drukken. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 3. Om de reservekopie te maken, dient u op [F8 (Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. User data, waarvan u een reservekopie heeft gemaakt herstellen (User Restore) 4. Druk op [F1]-[F4] om de functie, die u uit wilt voeren, te selecteren. [F1 (User Backup)] Sla user data op een geheugenkaart op. [F2 (User Restre)] Laad user data vanaf een geheugenkaart. [F2 (Factry Reset)] Herstel de fabrieksinstellingen. [F4 (Librarian)] Wanneer u de ingesloten Librarian software wilt gebruiken of wanneer u system exclusive berichten uit een extern apparaat wilt ontvangen om het gebruikersgeheugen te herschrijven, dient u op [F4 (Librarian)] te drukken om de Fantom-X in Librarian modus te zetten. * Over het gebruik van de Librarian van de Fantom-X, dient u De Fantom-X Librarian gebruiken (p.236) te bekijken. Een reservekopie van user data maken (User Backup) Hier laten we zien hoe alle user data in het gebruikersgeheugen op een geheugenkaart opgeslagen kan worden. De volgende user data kan opgeslagen worden. Performances Patches Rhythm sets Rhythm Patterns Rhythm Groups Multisamples Songs Samples Pattern sets RPS sets Arpeggio styles Chord forms System settings Hier leggen we u uit hoe u user data, die opgeslagen is op een geheugenkaart m.b.v. de User Backup handeling, kunt herladen in het gebruikersgeheugen van de Fantom-X. Wanneer u User Restore uitvoert, zal de actuele inhoud van het gebruikersgebied compleet gewist worden. 1. Steek de geheugenkaart, waarop user data is opgeslagen in de sleuf. 2. Druk op [F2 (User Restre)] in het Utility venster. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 3. Om verder te gaan met het herstellen, dient u op [Exec)] te drukken. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 4. Wanneer de display Please Power Off aangeeft, dient u het apparaat uit en dan weer aan te zetten. Factory Reset Hiermee zet u alle data in de Fantom-X terug naar de fabrieksinstelling (Factory Reset). Belangrijke gegevens, die u gecreëerd heeft en opgeslagen zijn in het gebruikersgeheugen van de Fantom-X, zullen weggegeooid worden, wanneer u een Factory Reset uitvoert (de data uit het interne gebruikersgeheugen zal verloren gaan). Als u de bestaande data wilt behouden, dient u het op een geheugenkaart op te slaan (p.235) of de data via USB op uw computer op te slaan (De Fantom-X Librarian gebruiken (p.236)). 1. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 2. Druk op of om Utility te selecteren en druk daarna op [ENTER]. 3. Druk op [F3 (Factry Reset)]. Een bericht zal u om bevestiging vragen. 4. Druk op [F8 (Exec)] om de Factory Reset uit te voeren. * Druk op [F7 (Cancel)] om te annuleren. 5. Wanneer de display Please Power Off aangeeft, dient u het apparaat uit en dan weer aan te zetten. 235

236 De Fantom-X Editor gebruiken Om u nog meer voordeel te laten halen uit zijn functionaliteit, komt de Fantom-X met Fantom-X Editor software. Fantom-X Editor wijst parameters toe aan sliders en knoppen in het computervenster, waardoor u de mogelijkheid heeft om efficiënt te werken in een grafische editing omgeving. Fantom-X Editor op uw computer installeren Gedetailleerde instructies omtrent het installeren van de software kunt u vinden in de online handleiding, die zich op de Fantom-X Editor CD-ROM bevindt. Windows gebruikers Op de Fantom-X Editor CD-ROM, dient u de Readme_E.txt te openen. Macintosh gebruikers Open de Readme(English).txt op de Fantom-X Editor CD-ROM. Aansluitingen maken De Fantom-X bibliotheek gebruiken Fantom-X Librarian is software, die u de mogelijkheid geeft om bibliotheken met Fantom-X parameter data op uw computer te beheren. Het voorziet in een efficiënte manier om patch, ritme set en Performance data te besturen. Om de bibliotheek, ingesloten bij de Fantom-X Editor CD-ROM, te gebruiken, dient u de Fantom-X in Librarian modus te zetten. * Hetzelfde principe gaat op, wanneer u een apart verkrijgbare bibliothecaris wilt gebruiken. 1. Druk op [MENU]. 2. Gebruik of om Utility te selecteren en druk dan op [ENTER]. 3. Druk op [F4 (Librarian)]. fig _50 1. Zorg ervoor, dat de System USB instelling ingesteld staat op MIDI. Bekijk Selecting MIDI Mode (p.218). * Als dit op Storage ingesteld staat, kunt u de editor niet via een USB aansluiting gebruiken. 2. Om de Fantom-X te kunnen gebruiken, dient u de Fantom-X en uw computer m.b.v. een USB kabel (apart verkrijgbaar) aan te sluiten. fig Als uw computer geen USB aansluiting heeft, dient u een apart verkrijgbare MIDI interface, zoals de UM-1, te gebruiken. Fantom-X Librarian modus zal geslecteerd worden. In Librarian modus kunnen system write berichten, die door een extern MIDI apparaat verstuurd zijn, de instellingen in het gebruikersgeheugen overschrijven. U zult dan niet in staat zijn om het paneel van de Fantom-X te bedienen. 4. Druk op [EXIT] of [F8 (EXIT)] om Librarian modus te verlaten, en terug te keren naar de normale toestand. USB USB Windows Macintosh 236

237 De Fantom-X Editor gebruiken Fantom-X Editor systeemeisen Systeemeisen (Windows) Besturingssysteem Microsoft Windows XP Microsoft Windows Me Microsoft Windows 2000 Professional Microsoft Windows 98 CPU/Klok Pentium /Celeron (SYMBOOLTJE TM) processor 400 MHz of hoger Pentium III 500 MHz of hoger (aanbevolen) Geheugen (RAM) 128 M bytes of meer 256 M bytes of meer (aanbevolen) Display/Kleuren 800 x 600 of hoger/65, 536 kleuren (16 bit High Color) of meer 1024 x 768 of hoger (aanbevolen) Harddisk 120 Mb of meer 204 Systeemeisen (Mac OS) Besturingssysteem Mac OS (Classic) 8.6 en 9.x Mac OS (X) 10.2 of later CPU/Klok Power PC G3 233 MHz of hoger (Classic) Power PC G3 500 MHz of hoger (Mac OS X) Geheugen (RAM) 128 MB of meer 256 MB of meer (aanbevolen) Display/Kleuren 800 x 600 of hoger/ kleuren of meer 1024 x 768 of hoger (aanbevolen) harddisk 120 Mb of meer Andere OMS 2.0 of later (Classic) * Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. * MacOS is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. * OMS is een geregistreerd handelsmerk van Opcode Systems, Inc. * Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. * Windows staat officeel bekend als: Microsoft Windows operating system. * Pentium is een geregistreerd handelsmerk van Intel Corporation. 237

238 Over V-Link Wat is V-LINK? V-LINK ( ) is een functie, die u voor het spelen van muziek- en videomateriaal kunt gebruiken. Door V-LINK compatibele video apparatuur te gebruiken kunnen visuele effecten verbonden worden met, en deel uitmaken van de expressieve elementen van een Performance. (Voorbeelden) Door de Fantom-X en de Endirol DV-7PR samen te gebruiken kunt u: Edirol DV-7PR afspeel instellingen maken door de Fantom-X. De sequencer van de Fantom-X gebruiken om gesynchroniseerde muziek en video te gebruiken. De velocity Pads van de Fantom-X gebruiken om beelden van de Edirol DV-7PR (clips/paletten) te wisselen. De knoppen van de Fantom-X gebruiken om de helderheid van de kleur van het beeld aan te passen. * Om V-LINK samen met de Fantom-X en Edirol DV-7PR te gebruiken, zult u nieuwe connecties moeten maken waarbij u gebruik dient te maken van een Edirol UM1/UM-1S (apart verkrijgbaar). Aansluit voorbeelden Gebruik een UM-1 om de MIDI OUT aansluiting van de Fantom-X op de remote jack van de DV-7PR aan te sluiten. De V-LINK aan/uitzetten 1. Druk op [V-LINK] links van het paneel, zodat de indicator brandt. De V-LINK knop zal oplichten en de V-LINK instelling wordt aangezet. In deze toestand kunt u de velocity Pads en draaitafel emulation slider gebruiken om beelden, synchroon met het afspelen van de Fantom-X, te manipuleren. Elke modus zal, zelfs als de V-LINK aanstaat, zoals gewoonlijk functioneren. 2. Druk nogmaals op [V-LINK]. De V-LINK knop zal uitgaan en de V-LINK instelling wordt uitgezet. V-LINK instellingen 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [V-LINK] om in het V-LINK SETUP venster te komen. 2. Druk op [CURSOR] om de cursor naar een parameter te verplaatsen, en draai aan de VALUE draaischijf of gebruik [INC] [DEC] om de waarde in te stellen. fig _50 fig e Voordat u dit apparaat aansluit op andere apparaten, dient u de stroomtoevoer naar alle apparaten uit te schakelen. Dit zal een slecht functioneren en /of schade aan speakers of andere apparaten helpen voorkomen. Fantom-X * Specificeer de Pad Mode door op [F1 (Clip)] of [F2 (Palet)] te drukken. MIDI OUT 3. Als u uw instellingen wilt bewaren, dient u op [F8 (System Write)] te drukken. 4. Druk op [F7 (Exit)] of [EXIT]. U zult terugkeren naar het voorgaande venster. Edirol UM-1 REMOTE Edirol DV-7PR Projector Display 238

239 Over V-Link V-LINK Parameters Note Tx Ch Waarde: 1-16 MIDI kanaal dat de Edirol DV-7PR clips/paletten zal wisselen, en desolve time regelt. Clip 1 Note No. PADS 1-16 corresponderen met Edirol DV-7PR clips (of paletten). We adviseren u om op [PAD SETTING] te drukken om in het Pad setting venter te komen, en om Pad Set op Note in te stellen en Clip 1 Note No. op dezelfde instelling te zetten als de Pad Base Note instelling. Waarde: 0(C-1)-127(G9) Dissolve Time Control change nummer dat de dissolve time (hoe lang het duurt tot een beeld wisselt) regelt. Waarde: OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71-74, CC91-93, Channel Aftertouch Ctrl Tx Ch MIDI kanaal dat de Edirol DV-7PR color Cb/Cr helderheid en video effect switching regelt. Waarde: 1-16 Play Speed Ctrl Bereik van video playback snelheid. De drie waarden zijn de playback snelheden (meervoud van normale snelheid) links, in het midden en rechts van de Pitch Bend. Waarde: , , , , , , , , , , , , , , , Color Cb Ctrl Control change nummer dat de Cb kleur van het beeld regelt. Color Cr Ctrl Control change nummer dat de Cr kleur van het beeld regelt. Brightness Ctrl Control change nummer dat de helderheid van het beeld regelt. VFX1-4 Ctrl PAD MODE Selecteert of de Pads clips of paletten zal wisselen. Waarde: CLIP, PALETT Druk op [F1 (Clip)]: wissel clips Druk op [F2 (Palett)]: wissel paletten Local Sw Specificeert of de interne geluidsgenerator is afgesloten (OFF) van de Pads of niet (ON). Procedure: Druk op [F5 (Local Sw)]. Waarde: OFF, ON Clip Filter (check box 1-32) Clips die gecontroleerd zijn kunnen gewisseld worden. Maakt wisselen voor iedere clip mogelijk/niet mogelijk. Waarde: OFF, ON De Clip Filter gebruiken Stelt u voor, dat van de ritme set, die u ingevoerd heeft in de Part, gebruikt voor V-Link (d.w.z. de Part met hetzelfde nummer als de Note Tx Channel), u alleen de kick en snare clips wilt laten wisselen. In zo n geval dient u alleen de clips te controleren die corresponderen met de noot nummers van de kick en snare. De clips zullen wisselen, wanneer de kick of snare speelt. Het beeld resetten Clip Reset Zet het beeld uit (volledig zwart). Procedure: Druk op [F3 (Clip Reset)]. All Reset Het effect dat op het beeld toegepast wordt, zal opnieuw ingesteld worden en helderheid, kleurverschil, etc. zal allemaal naar de fabrieksinstelling teruggezet worden. Procedure: Druk op [F4 (All Reset)]. * Bekijk de Edirol DV-7PR handleiding voor details over clips/paletten, dissolve time en kleurverschil signalen (Cb/Cr). De Fantom-X ondersteunt de duale stream mode van de Edirol DV-7PR niet. Control change nummer dat het video effect regelt. * VFX2-4 worden niet door de Edirol DV-7PR ondersteund. Fade Ctrl Control change nummer dat de output fade regelt. Waarde: OFF, CC1, CC5, CC7,CC10, CC11, CC71-74, CC91-93, Channel Aftertouch 239

240 De Wave uitbreidingskaart installeren Er kunnen maximaal vier Wave uitbreidingskaarten (SRX Serie; apart verkrijgbaar) naar keuze op de Fantom-X geïnstalleerd worden. Wave uitbreidingskaarten slaan Wave data, patches en ritme sets op, en door de Fantom-X met deze boards uit te rusten, kunt u uw geluidspalet aanzienlijk vergroten. Waarschuwingen bij installatie van een Wave Expanion Board 901 Houd a.u.b. rekening met de volgende zaken, wanneer u de board hanteert, teneinde het risico van schade aan interne componenten, die veroorzaakt kan worden door statische elektriciteit, te vermijden. Voordat u de board aanraakt, dient u altijd eerst een metalen object vast te pakken (zoals een waterleiding), zodat u er zeker van bent, dat enige statische elektriciteit die u misschien bij u droeg, wordt ontladen. Wanneer u de board hanteert, dient u deze bij de hoeken vast te pakken. Vermijd het aanraken van één van de elektronische componenten of aansluitingen. Bewaar de verpakking, waarmee de board werd geleverd, en doe de board erin terug, wanneer u de board op moet slaan of gaat transporteren. Gebruik een Philips schroevendraaier die geschikt is voor de grootte van de schroef (een nummer 2 schroevendraaier, alleen Fantom-X6/X7). Als een incorrecte schroevendraaier gebruikt wordt, bestaat het risico dat de kop van de schroef verwijderd wordt. Om een schroef te verwijderen, dient u de schroevendraaier tegen de klok in te draaien. Om de schroeven vast te draaien, dient u de schroevendraaier met de klok mee te draaien. fig e Installeer alleen het gespecificeerde circuit board (SRX Serie). Verwijder alleen de gespecificeerde schroeven. Hoe installeert u een Wave uitbreidingskaart? Installeer de Wave uitbreidingskaarten, nadat u de paneelcover hebt verwijderd. Boards kunnen in de EXP A-EXP D gleuven geïnstalleerd worden. Deze boards corresponderen met de Wave uitbreidingskaart groepen (XP-A-XP-D), wanneer de expansion Wave, patches en ritme sets gebruikt worden. 1. Voordat u de Wave uitbreidingskaart installeert, dient u stroomtoevoer naar de Fantom-X en alle aangesloten apparaten uit te zetten en alle kabels, inclusief de stroomkabel uit de Fantom-X te halen. 2. Verwijder van de Fantom-X alleen de schroeven, weergegeven in de volgende tekening, en haal de cover eraf. Op de Fantom-X6/X7 bevindt de cover zich op het onderste paneel. Bij de Fantom-X8 bevindt de cover zich aan de voorkant van het paneel. * Bij de Fantom-X8 is een inbussleutel ingesloten. Wanneer u schroeven verwijdert, dient u deze inbussleutel te gebruiken. fig e Fantom-X6/X7: onderkant Schroeven die verwijderd dienen te worden. fig e vastdraaien losdraaien Fantom-X8 : Voorkant Schroeven die verwijderd dienen te worden. Verwijder alleen de gespecificeerde schroeven, wanneer u de Wave uitbreidingskaarten installeert. Wees voorzichtig dat de schroeven, die u losdraait, niet in het binnenste gedeelte van de Fantom-X terecht komen. Zorg ervoor, dat het onderste gedeelte niet lang onbeschermd blijft. Als installatie van de Fantom-X afgerond is, dient u de cover er weer op te zetten. Zorg ervoor, dat u uw hand niet openhaalt aan de opening voor het installeren van de board. Raak geen van de geprinte circuitpaden of verbindingsuitgangen aan. Gebruik nooit extreem veel kracht, wanneer u het circuit board installeert. Als de board niet goed past bij de eerste poging, kunt u deze beter verwijderen en het nogmaals proberen. Wanneer u klaar bent met het installeren van het circuit board, dient u nogmaals te controleren of u alles goed gedaan hebt. Zet het apparaat altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact, voordat u het circuit board (SRX Serie) gaat installeren. 5mm inbussteutel Wanneer u het apparaat op zijn kop zet, moet u een stapeltje tijdschriften of kranten pakken en deze onder de vier hoeken of op beide uiteinden plaatsen om schade aan de knoppen en controls te voorkomen. U dient het apparaat eigenlijk zo te plaatsen, dat er geen knoppen of controls beschadigd kunnen worden. Wanneer u het apparaat op zijn kop zet, dient u voorzichtig te zijn om het niet te laten vallen. 240

241 De Wave uitbreidingskaart installeren fig De geïnstalleerde Wave uitbreidingskaarten controleren 3. Intern bevinden zich vier gleuven. Zoals weergegeven in de volgende illustratie, dient u de aansluiting (aansluitklem) van de Wave uitbreidingskaart in de aansluiting van de desbetreffende sleuf te steken en tegelijkertijd de board houder door het gat van de Wave uitbreidingskaart te steken. fig e Wave uitbreidingskaart (SRX serie) 1. Zet de stroomtoevoer aan, zoals beschreven in De stroomtoevoer aanzetten (p.21). 2. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 3. Druk op of om System te selecteren en druk dan op [ENTER]. 4. Druk op [F4 (System Info)]. 5. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om SRX Info te selecteren. Het System venster verschijnt. Verifieer of de naam van de geïnstalleerde Wave uitbreidingskaart weergegeven wordt. fig _50 Kaarthouder Plaats deze, zoals aangegeven voordat u de kaart installeert Sleuf Als u expansion boards van hetzelfde type installeert, zal slechts één board ontdekt worden. 4. Gebruik het installatie gereedschap, dat met de Wave uitbreidingskaart geleverd is, om de houders in de LOCK richting te draaien, zodat de board goed vastzit. fig e Als de indicatie NOT INSTALLED verschijnt voor een sleuf, waarin u een Wave uitbreidingskaart heeft geïnstalleerd, is het mogelijk dat de board niet herkend wordt. Installeer de Wave uitbreidingskaart opnieuw, zodat deze herkend wordt. 6. Druk op [EXIT] om het System Menu venster te verlaten. Installatie gereedschap LOCK 5. Gebruik de schroeven, die u in stap 2 verwijderd hebt om de cover terug te plaatsen. 241

242 Installation de la carte d expansion Wave Un maximum de trois cartes d expansion Wave (quatre cartes SRX) peuvent être installées dans le Fantom-X. Les cartes d expansion Wave emmagasinent des données Wave, correctifs et rythmes, et en ajoutant ces cartes au Fantom-X, il est possible d élargir considérablement la palette de sons. Précautions à prendre lors de l installation d une carte d expansion Wave 901 Veuillez suivre attentivement les instructions suivantes quand vous manipulez la carte afin d éviter tout risque d endommagement des pièces internes par l électricité statique. 1 Toujours toucher un objet métallique relié à la terre (comme un tuyau par exemple) avant de manipuler la carte pour vous décharger de l électricité statique que vous auriez pu accumuler. 2 Lorsque vous manipulez la carte, la tenir par les côtés. Évitez de toucher aux composants ou aux connecteurs. 5 Conservez le sachet d origine dans lequel était la carte lors de l envoi et remettez la carte dedans si vous devez la ranger ou la transporter. Utilisez un tournevis de type Philips de la taille adaptée à celle des vis (tournevis numéro 2, Fantom-X6/X7 uniquement). Un tournevis inadéquat peut endommager la tête de la vis. Pour retirer une vis, tourner le tournevis dans le sens contraire des aiguilles d une montre. Pour serrer les vis, tourner le tournevis dans le sens des aiguilles d une montre. fig f Installation d une carte d expansion Wave Avant d installer la carte d expansion Wave, retirez le panneau inférieur. Les cartes peuvent être installées dans les emplacements SRX-A SRX-D. Ces fentes correspondent aux groupes de cartes d expansion Wave (XP-A XP-D) lorsque l expansion Wave, les correctifs et rythmes sont utilisés. 1. Avant d installer la carte d expansion Wave, coupez l alimentation du Fantom-X et de tous les appareils branchés, et débranchez tous les câbles du Fantom-X, y compris le câble d alimentation. 2. Sur les modèles Fantom-X, retirer uniquement les vis illustrées dans le schéma ci-dessous et retirer le couvercle. Sur le modèle Fantom-X6/X7, le couvercle est situé sur le panneau inférieur. Sur le modèle Fantom-X8, il est placé sur le panneau avant. * Une clé hexagonale est fournie avec le Fantom-X8. Il faut utiliser cette clé pour retirer les vis. fig f Fantom-X6/X7 : Panneau inférieur Vis à enlever desserrer resserrer Pour installer les cartes d expansion Wave, retirer uniquement les vis mentionnées. Assurez-vous que les vis retirées ne tombent pas dans le Fantom-X. Ne pas laisser le panneau de protection avant detache. S assurer de l avoir rattacher apres avoir installe le disque dur. Faites attention de ne pas vous couper sur l ouverture d installation de la carte. 911(F) Ne pas toucher aux circuits imprimés ou aux connecteurs. 912(F) Ne jamais forcer lors de l installation de la carte de circuits imprimés. Si la carte s ajuste mal au premier essai, enlevez la carte et recommencez l installation. 913(F) Quand l installation de la carte de circuits imprimés est terminée, revérifiez si tout est bien installé. 914(F) Toujours éteindre et débrancher l appareil avant de commencer l installation de la carte. (SRX series). 915(F) N installez que les cartes de circuits imprimes spécifiées (SRX series). Enlevez seulement les vis indiquées. fig f Fantom-X8 : Panneau avant Vis à enlever Clé hexagonale 5 mm Lorsque vous déposez le Fantom-X face vers le bas, placez des piles de journaux ou de magazines sous les quatre coins (ou des deux côtés) pour le soutenir. Ainsi, les boutons, manettes et autres pièces ne seront pas endommagés. En plaçant l appareil sens dessus dessous, manipulez-le avec soin pour éviter de l échapper, de le laisser tomber ou de se renverser. 242

243 Installation de la carte d expansion Wave fig Vérification des cartes d extension audio aprés installation 3. Il y a quatre emplacements à l intérieur. Comme le montre l illustration ci-dessous, branchez le connecteur de la carte d expansion Wave dans la fente appropriée et, en même temps, insérez le support de carte de circuits imprimés dans l ouverture de la carte d expansion Wave. fig f Carte d extension Wave (serie SRX) Lorsque l installation des cartes d extension audio est terminée, procéder à une vérification pour s assurer que l ordinateur les identifie correctement. 1. Mettre sous tension de la façon décrite sous Turning On the Power (p. 21). 2. Appuyez sur la touche [MENU] pour ouvrir la fenêtre Menu. 3. Appuyer sur ou sur pour sélectionner System et appuyer ensuite sur [ENTER]. 4. Appuyer sur [F4 (System Info)]. Support à carte 5. Appuyer sur [F1 ( )] ou sur [F2 ( )] pour sélectionner SRX Info. L écran System Edit s affiche. Vérifiez que le nom de la carte d expansion Wave installeé s est affiché. fig _50 Avant l installation, orienter les supports à carte tel qu indiqué sur le schéma. Connecteur Si plusieurs cartes d expansion du même type sont installées, une seule sera détectée. 4. Utilisez l outil d installation fourni avec la carte d expansion Wave pour tourner les supports en position LOCK (verrouillé) afin de retenir la carte en place. fig f Si NOT CONNECTED est affiché à côté du nom de la fente dans laquelle la carte est installée, il est possible que la carte d extension audio installée ne soit pas reconnue correctement. Réinstaller correctement la carte d extension audio. Outil d installation LOCK 6. Appuyer sur [EXIT] pour quitter la fenêtre du menu du système. 5. Remettez le couvercle en place à l aide des vis retirées à l étape

244 Het geheugen uitbreiden De Fantom-X komt met 32 MB geheugen, waarin audio samples geladen kunnen worden. In sommige gevallen zal 32 MB te weinig zijn. In zo n geval zult u apart verkrijgbaar geheugen (DIMM) toe moeten voegen. Geheugen kan met 64/128/256/512 MB uitgebreid worden. Waarschuwingen voor het uitbreiden van geheugen 901 Houd rekening met de volgende zaken, wanneer u de kaart hanteert teneinde het risico van schade aan interne componenten die door statische elektriciteit veroorzaakt kan worden, te vermijden. Voordat u de kaart aanraakt, dient u altijd eerst een metalen object vast te pakken, zodat u er zeker van bent dat enige statische elektriciteit wordt ontladen. Wanneer u de kaart hanteert, dient u deze bij de hoeken vast te pakken. Vermijd het aanraken van één van de elektronische componenten of aansluitingen. Bewaar de verpakking waarmee de kaart werd geleverd en doe de kaart erin terug wanneer u de kaart op moet slaan of gaat transporteren. Gebruik een 4-blad schroevendraaier die geschikt is voor de grootte van de schroef (een nummer 2 schroevendraaier, alleen Fantom-X6/X7). Als een incorrecte schroevendraaier gebruikt wordt, bestaat het risico dat de kop van de schroef beschadigd wordt. Om een schroef te verwijderen, dient u de schroevendraaier tegen de klok in te draaien. Om de schroeven vast te draaien, dient u de schroevendraaier met de klok mee te draaien. Hoe breidt u het geheugen uit? Installeer de geheugen module, nadat u de onderste paneel cover hebt verwijderd. 1. Voordat u het geheugen uit gaat breiden, dient u stroomtoevoer naar de Fantom-X en alle aangesloten apparaten uit te zetten en alle kabels uit de Fantom-X te halen. 2. Verwijder van de Fantom-X alleen de schroeven weergegeven in de volgende tekening en haal de cover eraf. Op de Fantom-X6/X7 bevindt de cover zich op het onderste paneel. Bij de Fantom-X8 bevindt de cover zich aan de voorkant van het paneel. * Bij de Fantom-X8 is een inbussleutel ingesloten. Wanneer u schroeven verwijdert, dient u deze inbussleutel te gebruiken. fig e Fantom-X6/X7: onderkant Schroeven die verwijderd dienen te worden. fig e Fantom-X8 : Voorkant Schroeven die verwijderd dienen te worden. Losdraaien Vastdraaien Wees voorzichtig dat de schroeven die u losdraait niet in het binnenste gedeelte van de Fantom-X terechtkomen. Zorg ervoor, dat u uw hand niet openhaalt aan de opening voor het installeren van de kaart. Raak geen van de printplaten of verbindingsuitgangen aan. Gebruik nooit extreem veel kracht, wanneer u de kaart installeert. Als de kaart niet goed past bij de eerste poging, kunt u deze beter verwijderen en het nogmaals proberen. Wanneer u klaar bent met het installeren, dient u nogmaals te controleren of u alles goed hebt uitgevoerd. Zet het apparaat altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact voor installatie van nieuwe geheugenkaarten. Installeer alleen het gespecificeerde geheugen DIMM kaart. Verwijder alleen de gespecificeerde schroeven. Wanneer u het apparaat op zijn kop zet, moet u een stapeltje tijdschriften of kranten pakken en deze onder de vier hoeken of op beide uiteinden plaatsen om schade aan de knoppen te voorkomen. U dient het apparaat eigenlijk zo te plaatsen, dat er geen knoppen beschadigd kunnen worden. Wanneer u het apparaat op zijn kop zet, dient u voorzichtig te zijn het niet te laten vallen. Zorg ervoor, dat het onderste gedeelte niet lang onbeschermd blijft. Als installatie van de Fantom-X afgerond is, dient u de cover er weer op te zetten. fig Druk de witte clips aan beide uiteinden van de houder naar buiten, zodat deze zich in benedenwaartse positie bevinden. fig mm inbussteutel 244

245 Het geheugen uitbreiden 4. Let op de locatie van de inkeping op de geheugen module, en plaats het verticaal aan beide kanten van de houder. fig Controleren of geheugen correct is geïnstalleerd 1. Zet de stroomtoevoer aan, zoals beschreven in De stroomtoevoer aanzetten (p.21). 2. Druk op [MENU] om het Menu venster te openen. 3. Druk op of om System te selecteren. 4. Druk op [ENTER]. 5. Druk op [F4 (System Info)]. Als u moeite hebt met het insteken van een geheugen module, kunt u proberen het iets schuin te houden en proberen om één uiteinde tegelijk in te voegen. 6. Druk op ([F1 ( )] of [F2 ( )]) om SRX Info te selecteren. Verifieer of het venster de juiste hoeveelheid geheugen weergeeft. fig _50 5. Verschuif de witte clips naar boven en druk erop, totdat de geheugen module op zijn plek vastzit. fig Druk op [EXIT] om het System Menu venster te verlaten. 6. Gebruik de schroeven, die u in stap 2 hebt verwijderd om de cover terug te plaatsen. Het geheugen verwijderen Om de geheugen module te verwijderen, dient u de installatieprocedure omgekeerd uit te voeren. 1. Druk de witte clips aan de uiteinden van de sleuf gelijktijdig naar buiten. fig * Als de juiste hoeveelheid geheugen niet weergegeven wordt, is het mogelijk dat het geheugen niet goed herkend wordt. Zet de stroomtoevoer uit, zoals beschreven in De stroomtoevoer uitzetten (p.22) en installeer het geheugen opnieuw, op correcte wijze. Specificaties voor het extra geheugen (DIMM) dat gebruikt kan worden Aantal pins: 168-pin Snelheid: 100 MHz (PC100 CL=2) 133 MHz (PC133 CL=3) Voltage: 3.3 V Capaciteit: 64/128/256/512 MB Board hoogte: 38 mm of minder De Fantom-X kan met standaardgeheugen, die aan de bovenstaande specificaties voldoet, functioneren. We kunnen echter niet garanderen, dat alle geheugen met deze specificaties correct zullen functioneren. Wees er op bedacht dat verschillen in het ontwerp van de geheugen module of de condities voor gebruik kunnen betekenen dat een geheugen module misschien niet bruikbaar is. 2. Verwijder de geheugen module van de sleuf. 245

246 Ajouter de la mémoire (French Language for Canadian Safety Standard) Le Fantom-X est livré avec une mémoire de 32 Mo dans laquelle les échantillons audio peuvent être chargés. Toutefois, dans certains cas, une mémoire de 32 Mo sera insuffisante pour charger de grandes quantités de données. Il faudra alors ajouter des modules de mémoire vendus séparément (DIMM). La mémoire est extensible jusqu à 64/128/256/512 Mo. Avant d ajouter de la mémoire, consulter le détaillant, le centre de service Roland le plus proche ou un distributeur autorisé Roland. Précautions à prendre lors de l ajout de mémoire fig.french-csa 901 (F) Veuillez suivre attentivement les instructions suivantes quand vous manipulez la carte afin d éviter tout risque d endommagement des pièces internes par l électricité statique. 1 Toujours toucher un objet métallique relié à la terre (comme un tuyau par exemple) avant de manipuler la carte pour vous décharger de l électricité statique que vous auriez pu accumuler. 2 Lorsque vous manipulez la carte, la tenir par les côtés. Évitez de toucher aux composants ou aux connecteurs. 5 Conservez le sachet d origine dans lequel était la carte lors de l envoi et remettez la carte dedans si vous devez la ranger ou la transporter. Utilisez un tournevis de type Philips de la taille adaptée à celle des vis (tournevis numéro 2, Fantom-X6/X7 uniquement). Un tournevis inadéquat peut endommager la tête de la vis. Pour retirer une vis, tourner le tournevis dans le sens contraire des aiguilles d une montre. Pour serrer les vis, tourner le tournevis dans le sens des aiguilles d une montre. fig f desserrer resserrer Installation du module de mémoire Installez le module de mémoire après avoir retiré le couvercle inférieur. 1. Avant d installer la mémoire additionnelle, mettez hors tension le Fantom-X et tous les périphériques connectés et débranchez tous les câbles, y compris le câble d alimentation du Fantom-X. 2. Sur les modèles Fantom-X, retirer uniquement les vis illustrées dans le schéma ci-dessous et retirer le couvercle. Sur le modèle Fantom-X6/X7, le couvercle est situé sur le panneau inférieur. Sur le modèle Fantom-X8, il est placé sur le panneau avant. * Une clé hexagonale est fournie avec le Fantom-X8. Il faut utiliser cette clé pour retirer les vis. fig f Fantom-X6/X7 : Panneau inférieur Vis à enlever fig f Fantom-X8 : : Panneau Voorkantavant Vis Schroeven à enleverdie verwijderd dienen te worden. Assurez-vous que les vis que vous retirez ne tombent pas à l intérieur du Fantom-X. Faites attention de ne pas vous couper sur le bord du couvercle ou de l ouverture lorsque vous retirez le couvercle. 911(F) Ne pas toucher aux circuits imprimés ou aux connecteurs. 912(F) Ne jamais forcer lors de l installation de la carte de circuits imprimés. Si la carte s ajuste mal au premier essai, enlevez la carte et recommencez l installation. 913(F) Quand l installation de la carte de circuits imprimés est terminée, revérifiez si tout est bien installé. 914(F-Modified) Avant de procéder à l installation d un module DIMM, il faut toujours mettre l unité hors tension et débrancher le câble d alimentation. 915(F-Modified) Installez uniquement le module DIMM spécifié. Retirez uniquement les vis spécifiées. 928(F) Lorsque vous déposez le Fantom-X face vers le bas, placez des piles de journaux ou de magazines sous les quatre coins (ou des deux côtés) pour le soutenir. Ainsi, les boutons, manettes et autres pièces ne seront pas endommagés. 929(F) En plaçant l appareil sens dessus dessous, manipulez-le avec soin pour éviter de l échapper, de le laisser tomber ou de se renverser. Une fois l installation du module terminée, remettez le couvercle en place. 3. Appuyez sur les clips blancs à l extrémité de la prise qui devraient être orientés vers le bas. fig Clé 5mm hexagonale inbussteutel 5 mm 246

247 Ajouter de la mémoire 4. Prenez bien note de l emplacement et de l orientation de l encoche du module de mémoire et insérez-le verticalement à l intérieur des guides qui se trouvent de chaque côté de la prise. fig Vérifier que la mémoire est installée correctement 1. Mettre sous tension de la façon décrite sous Turning On the Power (p. 21). 2. Appuyez sur la touche [MENU] pour ouvrir la fenêtre Menu. 3. Appuyer sur ou sur pour sélectionner System et appuyer ensuite sur [ENTER]. 4. Appuyer sur [ENTER]. 5. Appuyer sur [F4 (System Info)]. * Si vous éprouvez de la difficulté à insérer le module de mémoire, inclinez-le légèrement et insérez une extrémité à la fois. 5. Ramenez les clips blancs vers le haut et appuyez dessus jusqu à ce que le module de mémoire soit verrouillé en place. fig Appuyer sur [F1 ( )] ou sur [F2 ( )] pour sélectionner SRX Info. S assurer de lire dans la fenêtre la taille de la mémoire que vous avez installée. fig _50 7. Appuyer sur [EXIT] pour quitter la fenêtre du menu du système. 6. À l aide des vis retirées à l étape 2, remettez le couvercle en place. Retrait du module de mémoire Pour retirer le module de mémoire, procédez à l inverse de la procédure d installation. 1. Appuyez simultanément, vers l extérieur, sur les clips blancs situés aux extrémités de la prise. fig * Si la taille de la mémoire dans la fenêtre n est pas exacte, il est possible que la mémoire n ait pas été détectée correctement. Éteindre tel que décrit sous Turning Off the Power (p. 22), et réinstaller la mémoire conformément aux instructions. Spécifications des modules de mémoire (DIMM) qui peuvent être utilisés Nombre de broches: Vitesse: Tension: Capacité: Hauteur de la carte: 168-pin 100 MHz (PC100 CL=2) 133 MHz (PC133 CL=3) 3.3 V 64/128/256/512 MB 38 mm ou moins 2. Retirez le module de mémoire de la prise. Il a été confirmé que le Fantom-X fonctionne avec la mémoire standard possédant les spécifications ci-dessus. Nous ne pouvons toutefois pas certifier que toutes les mémoires possédant ces spécifications fonctionneront correctement. Il faut se rappeler que même si les spécifications sont identiques, des différences dans la conception du module de mémoire ou les conditions d utilisation peuvent faire en sorte qu il n est pas possible d utiliser le module de mémoire. 247

248 Een geheugenkaart gebruiken De Fantom-X bevat een PC kaartsleuf, waarmee u niet alleen PCtype geheugenkaarten kunt gebruiken, maar ook andere types, zoals CompactFlash en Smart Media, via de juiste PC kaart adapter. Voordat u de geheugenkaart gebruikt Zorg ervoor, dat de correcte zijde van de kaart boven ligt en steek de kaart in de PC kaart sleuf van de Fantom-X. Wanneer u de kaart moet verwijderen, dient u op de ejectknop, die zich naast de kaart bevindt, te drukken. fig.31a-001 Ejectknop De PC kaart beschermer installeren De Fantom-X levert een PC kaart beschermer om diefstal van de geheugenkaart te voorkomen. Om de PC kaart beschermer te installeren, dient u de volgende procedure te volgen. 1. Gebruik een schroevendraaier om beide schroeven aan de onderkant van de PC CARD sleuf te verwijderen. 2. Steek de geheugenkaart in de PC CARD kaartsleuf. 3. Gebruik de schroeven om de PC kaart beschermer, zoals hieronder weergegeven, vast te zetten. fig.31a-002 PC kaart Achterkant paneel Fantom-X geheugen kaart Data wegschrijven naar de kaart PC kaart beschermer Patches, ritme sets, performances, samples en song data kunnen naar de kaart weggeschreven worden. Voor details omtrent de wegschrijfprocedure, dient u de uitleg voor de corresponderende parameters te bekijken. 248

249 Problemen oplossen Als de Fantom-X niet functioneert op de manier die u verwacht, dient u eerst de volgende punten te controleren. Als hiermee het probleem niet wordt opgelost, dient u uw verkoper of het dichtstbijzijnde Roland Service Station te consulteren. * Als er tijdens een handeling een bericht in het venster wordt weergegeven, dient u Fout berichten (p.296) te bekijken. Problemen, die de hele Fantom-X aangaan Het apparaat gaat niet aan. Zorg ervoor dat het stroomsnoer van de Fantom-X correct is aangesloten op dhet stopcontact en het apparaat (p.19). Geluidsgerelateerde issues Aan de VOLUME knop draaien heeft niet tot gevolg dat het volume verandert. Als u de DIGITAL OUT gebruikt, zal de VOLUME knop het volume niet veranderen. Pas het Master Level (p.229) aan. Er is geen geluid. Controleer de volgende punten: Is de stroomtoevoer voor aangesloten versterkers en speakers aangesloten? Is het volume helemaal naar beneden gedraaid? Is de VOLUME knop helemaal naar beneden gedraaid? Zijn verbindingen/aanluitingen op de juiste manier gemaakt? Kunt u iets door de koptelefoon horen? Als er geluid is in de koptelefoon, is het mogelijk dat de verbindingskabels stuk zijn of dat uw versterker/mixer slecht heeft gefunctioneerd. Controleer uw kabels/mixer systeem nogmaals. Als u geen geluid hoort, terwijl u het keyboard bespeelt, dient u te controleren of de Local Switch op OFF staat. Zorg ervoor, dat de Local Switch aanstaat (p.229). Staan alle tonen in de patch uit? Zet Tone Switch aan. De Part Level instellingen staan misschien te laag. Ga naar de Level parameter en controleer het niveau van elke Part (p.108). Zijn de Effect instellingen correct gemaakt? Controleer de Effect instellingen ON of OFF, de Effect Balance of Level (p.206). Zijn de instellingen voor de output bestemming juist? Controleer de verschillende Output Assign instellingen (p.108). Is de Wave uitbreidingskaart correct geïnstalleerd? Wanneer u de instellingen selecteert, die het gebruik van EXP-A-D waves, Patches of Ritme sets vaststellen, dient u te controleren of de gespecificeerde Wave uitbreidingskaart op correcte wijze in de gespecificeerde sleuf geïnstalleerd is (p.240, p.242). Is het volume lager door pedaalhandelingen of door MIDI berichten (volumeberichten of expressieberichten) ontvangen via een extern MIDI apparaat? Zijn de samples op de juiste manier geladen? (p.201) Een specifieke Part is niet hoorbaar. Controleer de volgende punten: Is het volumeniveau van de Part naar beneden gezet? Pas de Level parameter aan om het volume van de Part die niet te horen is, te verhogen (p.108). Wordt de Part gedempt (muted)? Stel de Mute Switch parameter in op OFF (p.107). Een specifiek toonbereik is niet hoorbaar. Is een beperkend bereik voor noten ingesteld? Als een specifiek nootbereik niet hoorbaar is, dient u de toonbereik instellingen voor de Patch Tone en de Performance Part te controleren. Tone Key Range Toonbereik Lower/Upper parameter (p.65) Part Key Range Toonbereik Lower/Upeer parameter (p.111) Het geluid is vervormd. Controleer de volgende punten: Wordt er een vervormend effect toegepast op het geluid? Als het geluid voor een specifieke patch of Part vervormd is, dient u het volumeniveau van die Part aan te passen. Als alle geluiden vervormd zijn, dient u de VOLUME knop te gebruiken om het volumeniveau naar beneden te draaien. Gebruik de Sound Parameter in System om de Output Gain lager te zetten. Pitch is incorrect. Controleer de volgende punten: Gebeurt het stemmen van de Fantom-X op incorrecte wijze? Controleer de Master Tune parameter instelling (p.229). Is de toonhoogte veranderd door pedaalhandelingen of door Pitch Bend berichten ontvangen via een extern MIDI apparaat? In het geval van Performance modus kunnen de waarden van Pitch Bend berichten (Pitch Bend) bekeken worden in het Part Information venster (p.106). Zijn de Coarse Tune of Fine Tune parameters ingesteld voor specifieke Parts? Controleer de Coarse Tune parameter en Fine Tune parameter instellingen (p.109). In het geval van Performance modus kunnen de waarden van de volumeberichten (Volume) en expressieberichten (Expression) in het Part Information venster bekeken worden (p.106). 249

250 Problemen oplossen Het geluid wordt onderbroken. Geluiden zullen onderbroken worden als meer dan 128 stemmen gelijktijdig gebruikt worden. Verminder het aantal Tonen, dat u gebruikt. Vergroot de Voice Reserve instelling voor Parts, die niet weg mogen vallen. (p.111) Wanneer ik het keyboard bespeel, stoppen de noten niet. Is het pedaal polariteit van de Hold Pedal omgedraaid? Controleer de Hold Pedal Polarity parameter instelling (p.226). Wanneer ik op een Pad druk, stopt het geluid niet meer. Brandt de [HOLD] Pad? Druk op de [HOLD] Pad, zodat deze niet meer opgelicht is. Het geluid stopt, wanneer ik van Patch wissel in Patch modus. Hoewel u een grote variëteit aan multi-effecten toe kunt passen m.b.v. de multi-effecten van de Fantom-X, zal het wisselen van de Patch ook het type multi-effecten veranderen. In dergelijke gevallen kunnen discrepanties tussen het geproduceerde geluid en het type multi-effecten ontstaan, wat kan resulteren in het anders klinken van geluiden dan de bedoeling was; geluiden geproduceerd wanneer Patches gewisseld worden, worden wellicht gedempt wanneer de fabrieksinstellingen aanstaan. In zulke situaties, wanneer geen multi-effecten gebruikt worden die een grote invloed hebben op het geluid, dient u te onthouden om de Patch Remain parameter (p.230) op ON te zetten, zodat u Patches kunt wisselen zonder dat geluiden gedempt worden. Wanneer u Patches in Patch modus wisselt, wordt het volume en andere parameters, die ingesteld waren m.b.v. Control Changes, weer opnieuw ingesteld. Stel de Patch Remain parameter (p.230) op ON. Zelfs als ze Patches gewisseld hebben, zullen ontvangen Control Change berichten uitgevoerd worden, dus zelfs wanneer u een Patch wisselt, waarvan het niveau helemaal naar beneden is gedraaid d.m.v. een Control Change volume bericht, zal het niveau onveranderd blijven. Als de Tone Delay tijd waarde op de noot is ingesteld, verandert de delay tijd dan niet als deze een vaststgestelde tijdsduur overschrijdt, wanneer het tempo langzamer wordt? Er is een maximum toestaanbare waarde voor de Delay Time parameter (p.75). Als de tijdsinstelling dus gespecificeerd is in termen van een noot waarde en het tempo wordt langzamer, zal deze maximum toestaanbare waarde bereikt worden en kan deze niet verder vergroot worden. De bovengrens voor elk is de maximumwaarde, anders dan de numerieke waarde voor de beat, die ingesteld kan worden. effecten heeft toegepast op een Patch, zult u nog steeds geluiden van het effect via het ander kanaal kunnen horen. Soms, wanneer legato gespeeld wordt, zal de toonhoogte niet omhoog gaan. Hoe komt dit? Wanneer de Legato Switch parameter (p.77) op ON staat en de Legato Retrigger parameter (p.77) staat op OFF en u houdt toetsen in het hoge register ingedrukt om legato te spelen, kan de bovenste toonhoogte grens overschreden worden, zodat de toonhoogte niet zoveel stijgt als verwacht, maar op een bepaald punt ophoudt te stijgen. Bovendien, als verschillende grenzen gebruikt worden voor de waves van een patch die meerdere tonen gebruikt, is het mogelijk niet meer hoorbaar in MONO. Wanneer u grote toonhoogte veranderingen maakt, dient u de Legato Retrigger parameter op ON in te stellen. De noten klinken vreemd in de bovenste registers van het keyboard. Soms kan het zijn, dat wanneer u de toetsen bespeelt in het bovenste gedeelte van het keyboard van de Fantom-X, het geluid stopt, de toonhoogte niet meer verder stijgt of bij bepaalde toetsen een onderbrekend geluid optreedt. Dit gebeurt vooral wanneer de bovenste toonhoogte grens van de Fantom-X overstegen wordt, dus deze kwestie gaat niet op voor het bereik dat normaal gebruikt worden. In ieder geval duidt het niet op een slecht functioneren. Ook al is dezelfde patch geselecteerd, toch klinkt het anders wanneer ik het in de Performance modus beluister. De parameters van iedere Part van de Performance kunnen verdere wijzigingen op parameters zoals pan, octave en filter toepassen in Performance modus, evenredig aan de instellingen die gespecificeerd zijn door de patch. Daardoor klinken Patches in een Performance wellicht anders dan, wanneer u ze beluistert in Patch modus. Om deze instellingen terug te zetten naar hun originele staat, dient u de Patch te selecteren, nadat u Factory Reset Temporary voor de Performance heeft uitgevoerd. (p.235) Bovendien, ofschoon een Patch tonen kan bevatten, die gecreëerd zijn m.b.v. het gebruik van multi-effecten, kunnen de gebruikte multi-effecten in de Performance verschillen van de multi-effecten geselecteerd door de patch. Controleer de multieffect instellingen van de Performance. Doe hetzelfde voor de Chorus en Reverb instellingen. Het volumeniveau van het instrument, dat aangesloten is op de Fantom-X, is te laag. Kan het zo zijn dat u een verbindingskabel gebruikt met een weerstand? Gebruik een verbindingskabel die geen weerstand bevat. Zelfs als ik de Pan voor een Patch helemaal aan één kant instel, komt er nog steeds geluid uit het andere kanaal. De interne effecten van de Fantom-X zijn in stereo, dus als u 250

251 Problemen oplossen Effect gerelateerde onderwerpen Effecten worden niet toegepast. Controleer de volgende punten: De MFX, CHO, REV, of MASTER effect knoppen, die zich bovenin het PLAY venster bevinden, kunnen uitgeschakeld zijn. Druk op [EFFECTS]/[F8 (Effect Sw)] om ze aan te zetten. Zijn de verschillende effecten instellingen juist? (p.206) Als het send niveau van ieder effect op 0 is ingesteld, zal het effect niet worden toegepast. Controleer de instellingen. Zelfs als de send niveaus bij ieder effect op 0 ingesteld zijn, worden effecten niet toegepast als de Multi-Effects Output Level, de Chorus Level of de Reverb Level op 0 ingesteld staan. Controleer iedere instelling. Als Output Assign op iets anders dan MFX ingesteld staat, zal het Multi-Effecten geluid niet uitgevoerd worden. Als Output Assign ingesteld staat op PATCH voor iedere Part van de Perfomance, zal het geluid uitgevoerd worden overeenkomstig de Output Assign instellingen van de Patch (voor elke Toon) welke toegewezen is aan die Parts. Dit betekent dat als Output Assign voor de Patch (elke Toon) op iets anders dan MFX ingesteld staat, het Multi-effecten geluid niet uitgevoerd zal worden. De modulatie of andere controller staat altijd aan. Controleer de Matrix Controller instellingen. (p.80) De Fantom- X geeft u de mogelijkheid om de Matrix Control te gebruiken om Patches in real time te besturen. De Matrix Control functioneert als de besturingsbron voor de Control Change en andere door de Fantom-X ontvangen MIDI berichten en maakt wijzigingen aan de verschillende Patch parameters gebaseerd op deze berichten. Afhankelijk van deze instellingen kan de Fantom-X reageren op MIDI berichten die verstuurd zijn via externe MIDI apparaten en kan het resultaat zijn dat de Patches anders klinken dan de bedoeling was. Het chorus of reverb send niveau hoger zetten voor iedere Part van een Performance heeft nog steeds niet tot gevolg, dat het effect voldoende toegepast wordt. Hoewel u Send Level instellingen voor de Chorus en Reverb voor iedere afzonderlijke Part in een Performance kunt maken, wordt met deze waarden alleen de bovengrens van de Chorus en Reverb Send Levels voor de gebruikte Patch ingesteld. Bijgevolg zal er geen effect zijn als het Send niveau verlaagd wordt in de gebruikte Patch, zelfs als de waarde op het maximum van 127 is ingesteld. Bovendien kunnen verschillende Patch Chorus en Reverb Send niveau instellingen gebruikt worden afhankelijk van of de multi-effecten wel of niet gebruikt worden. waarbij het volumeniveau aan de linker- en rechterzijde veranderdt, zal de snelheid van panning ruis veroorzaken. Multi-effect 43:TAP DELAY of een andere delay time waarde is ingesteld op de noot en het tempo wordt langzamer, verandert de delay time niet als deze over een vastgestelde tijdsduur heengaat? Dergelijke Delay time instellingen hebben een bovengrens, dus als de bovengrens van een waarde set ingesteld voor de noot overstegen wordt wanneer het tempo langzamer wordt, kan die bovenste waarde niet verder stijgen. De bovenste tijdsgrens is de maximumwaarde, anders dan de numerieke waarde waarde voor de beat, die ingesteld kan worden. IOnderwerpen, die gerelateerd zijn aan het opslaan van data De Performance klinkt anders dan toen het weggeschreven werd. Controleer de volgende punten: Als u de instellingen van een patch gebruikt door een Performance hebt veranderd of als de tijdelijke patch of Performance gewijzigd is door een extern MIDI apparaat, moeten deze patches ook opgeslagen worden. Als patches gebruikt door een Performance bewerkt zijn, wanneer u de Performance wegschrijft, zal de Fantom-X een bericht weergeven waarin u gevraagd wordt of u deze patches wilt verwerpen. In dergelijke gevallen dient u de patch (p.59) of ritme set (p.86) eerst op te slaan en dan de Performance opnieuw op te slaan (p.120). Het kan zijn dat de Mastering Effect instellingen veranderd zijn. (Deze instellingen worden niet opgeslagen als deel van een Performance). Patches klinken anders dan toen ze weggeschreven werden. Wegschrijven kan niet gebruikt worden om Patches op te slaan als ze in Patch modus, met gebruikmaking van Control Change berichten van een extern MIDI apparaat, veranderd zijn. zie: Bekijk MIDI uitvoering (p.298) voor meer informatie over de Control Change berichten die ontvangen worden. De Arpeggio en D Beam controller instellingen in de Performance zijn anders dan die voor de Patch. Aangezien de Fantom-X arpeggio en D Beam controller instellingen voor iedere Performance opslaat, zal het overeenkomstig de arpeggio en D Beam controller instellingen die voor iedere Performance gespecificeerd zijn, functioneren Door de Matrix Control of een soortgelijke functie te gebruiken, worden de LFO resultaten op het moment dat de Pan abrupt verandert anders. Verlaag de verandering in snelheid (LFO Rate). Als gevolg van de gespecialiseerde werkwijze, die gebruikt wordt voor de Pan, 251

252 Problemen oplossen Onderwerpen, gerelateerd aan de sequencer Song data wordt niet correct afgespeeld Controleer de volgende punten: Staat de Receive General MIDI/General MIDI 2 System ON Switch op ON? Stel de Rx GM System ON/Rx GM2 System ON parameter (SYSTEM/MIDI) op ON (p.231). Probeert u afspelen halverwege de song te starten? Het begin van een GM score song bevat een General MIDI/General MIDI 2 System On bericht. In sommige gevallen kan een GM Score niet correct afgespeeld worden tenzij dit bericht wordt ontvangen. Probeert u song data ontworpen voor het GS Formaat te spelen? Wanneer de Fantom-X een GS Reset bericht ontvangt, wordt de Fantom-X gemachtigd voor het GS formaat. Dit staat het afspelen van muzikale data dat het GS logo (GS muzikale data) draagt, toe. Gegevens die exlusief voor de Sound Canvas Serie gecreëerd zijn, kunnen echter misschien niet correct afgespeeld worden op de Fantom-X. Na opname is de song niet te horen, wanneer ik deze afspeel. Zijn de tracks gedempt? Zet muting (p.107) uit. Het tempo is anders dan de laatste keer toen ik de song afspeelde. Als een song wordt afgespeeld, nadat het tempo is veranderd, zal het nieuwe tempo niet opgeslagen worden tenzij de song is opgeslagen in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart. Omgekeerd zal het voorgaande tempo gewist worden, wanneer u de song opslaat. Wanneer u songs opslaat, dient u er goed op te letten wat het actuele tempo is. Puntinstellingen (Locate point) ingesteld in de song zijn verdwenen. Controleer de volgende punten: Is de disk opgeslagen in een ander formaat dan MRC-Pro formaat (SMF 0 of 1)? Locate posities worden alleen samen met de song data opgeslagen als er wordt opgeslagen op MRC-Pro formaat. Gebruikt u Quick Play? Om de Locate posities te gebruiken, dient de song geladen te worden in de Fantom-X. Sound Devices Tones worden willekeurig gewisseld. Gebruik de Microscope (p.192) om de volgende punten te controleren. In er een niet noodzakelijke programma verandering ingevoerd? Of zijn er dubbele programma veranderingen? Zijn er fouten gemaakt bij het instellen van de data MIDI kanalen toen Program Change berichten ingevoerd werden? Data,die aanwezig zou moeten zijn, verschijnt niet in Microscope. Controleer de volgende punten: Zijn de verkeerde tracks geselecteerd? In View Select (p.194), is bij bepaalde data ingesteld, dat deze niet mag worden weergegeven? Nadat ik gebruik heb gemaakt van een MIDI sequencer om een song te spelen, stopten geluiden met spelen en geen geluid klinkt, zelfs niet wanneer Program Changes gestuurd worden. Het zou kunnen, dat een Bank Select in de song data, die niet gespecificeerd is door de Fantom-X, gevonden is in de song. Er wordt geen enkel geluid gespeeld als de Tone groep er niet één is die aangewezen is door de Fantom-X m.b.v. Bank Select MSB/LSB. Merk op dat als u de Bank Select weglaat en alleen de Program Change stuurt, de toon in de op dat moment geselecteerde groep die het gespecificeerde Program Change nummer heeft, zal spelen. Probeer de toon opnieuw te selecteren met gebruikmaking van de panel controls. Verder dient u er zeker van te zijn, dat u de Bank Select MSB/LSB en de Program Change als één enkele set stuurt voor betrouwbare reproduductie, wanneer u tonen selecteert uit een extern MIDI apparaat. Eerst de MSB en LSB sturen (de volgorde waarin deze gestuurd worden maakt niet uit), gevolgd door de Program Change. zie: Voor meer informatie over de relatie tussen de Bank Select MSB/LSB en corresponderende Tone groepen, dient u <Bank Select en Program Change Correspondence overzicht> (p.330) te bekijken. In sommige gevallen bent u misschien niet in staat om enig geluid te horen nadat u de laatste song gespeeld heeft die langzaam uitgedoofd (faded-out) werd. Dit kan het geval zijn omdat het volume is verlaagd door volumeberichten of expressieberichten. Controleer de waarden van deze berichten en stel deze in op de juiste waarden. Performances zijn langzaam of hebben onderbrekingen. Problemen met langzame en onderbroken performances kunnen zich heel gemakkelijk voordoen wanneer de sequencer of geluidsgenerator gebruikt voor de Performance, veel zware data te verwerken heeft. Hoofdoorzaken en mogelijke correcties worden hieronder behandeld. Spelen er meer dan 128 stemmen tegelijkertijd? Verminder het aantal stemmen. De compositie van Fantom-X Patches is zo, dat er maximaal acht Waves gebruikt mogen worden voor één Patch. Wanneer u zulke Patches gebruikt en zelfs als u maar één geluid hoort, worden er dus eigenlijk acht geluiden tegelijkertijd gespeeld. Bovendien is bij bepaalde geluiden, zoals aanhoudende geluiden met een lange release, zelfs als het geluid niet hoorbaar is voor u, verwerking voor het spelen van het geluid nog onderweg en ook in deze gevallen kan de Performance data dus verschillen van het eigenlijke aantal stemmen dat gespeeld wordt. In het Part Informatie venster kunt u het aantal noten controleren binnen de klank (p.106). Gebruikt u een Patch die veel LFO gebruikt? 252

253 Problemen oplossen Probeer een andere Patch te gebruiken. Het verwerken van LFO is voor de machine vaak erg zwaar, dus veelvuldig gebruik van de LFO maakt het verwerkingsproces voor de Fantom-X in zijn geheel langzamer, wat tot gevolg kan hebben dat de expressie van geluiden zelf aangetast wordt. Is de data geconcentreerd aan het begin van de beats in de sequencer data? Voorkom het overlappen van data met dezelfde timing door in plaats daarvan een offset van 1-2 klokken te maken. Data kan gemakkelijk erg geconcentreerd worden aan het begin van de beats in de song data, wanneer bijvoorbeeld de song data ingevoerd wordt met gebruikmaking van Step opname of als de data gesynchroniseerd wordt, nadat deze met een keyboard in real time is ingevoerd. Hierdoor worden grote hoeveelheden data naar de Fantom-X gestuurd en de verwerking voor het uitvoeren van geluiden raakt verstopt. Is er een Program Change op het punt, waarop de song Performance langzaam is? Verander de positie van de Program Change. Wanneer Program Changes in songs ingevoegd worden, wordt de verwerkingstijd voor het wisselen van patches groter, waardoor de Performance welllicht langzamer gaat spelen. Is er een System Exclusive bericht op het punt, waarop de song Performance langzaam is? Verplaats de positie van de data. System Exclusive berichten bevatten grote hoeveelheden data, en plaatsen derhalve een zware last op sequencers en geluidsmodules. Probeer data te herpositioneren en System exclusive berichten te veranderen in Control Changes voor de gegevens die ook door Control Changes vervangen kunnen worden. Is er een Aftertouch of een ander soort grote Control Change op het punt waar de song Performance langzaam is? Verplaats de locatie van de data. Als de data niet langer benodigd is, dient u deze te wissen. In sommige gevallen kunt u, wanneer u een keyboard gebruikt die aftertouch gebruikt om data in te voeren, grote hoeveelheden data invoeren, voordat u zich realiseert dat dit gebeurt. Dergelijke grote hoeveelheden data plaatsen een zware last op uw sequencer en geluidsmodule. U kunt de Track Edit handeling Data Thin gebruiken (p.190) om ongewenste berichten uit te dunnen. Onderwerpen gerelateerd aan MIDI en externe apparaten Er komt geen geluid uit het aangesloten MIDI apparaat. Controleer de volgende punten: Is het instrument ingesteld om MIDI berichten over te brengen? In Patch Mode Kbd Patch Rx/Tx Channel parameter (Keyboard Part) (p.230) Kbd Patch Rx/Tx Channel parameter (Pad Part) (p.230) In Performance Mode KBD switch -> Performance Layer, Mixer venster/kbd Exclusive berichten worden niet ontvangen. Controleer de volgende punten: Is het instrument ingesteld om Exclusive berichten te ontvangen? Stel de Rx Exclusive parameter op ON (p.231). Komt het Device ID nummer van het overbrengende apparaat overeen met het Device ID nummer van de Fantom-X? Controleer de Device ID parameter (p.230). Probeert u naar de User area (gebruikersgebied) weg te schrijven? Data kan alleen in Bibliotheek modus naar het gebruikersgebied weggeschreven worden. Ik heb een externe sequencer of MIDI keyboard aangesloten op de MIDI IN aansluiting en geprobeerd om een Fantom-X ritme set te spelen, maar er was geen geluid. Waarom niet? Zorg ervoor, dat het MIDI verzend kanaal van het externe MIDI apparaat en het MIDI Receive kanaal van de Fantom-X overeenkomen. Het MIDI Receive kanaal gebruikt door de Fantom-X in Patch modus is ingesteld m.b.v. de Kbd Patch RX/TX Channel parameter (keyboard Prt) en de Pad Patch RX/TX Channel parameter (Pad Part). Ritme set Performance data wordt over het algemeen ontvangen op MIDI kanaal 10. Berichten van MIDI IN worden niet ontvangen. De MIDI IN aansluiting kan niet gebruikt worden als de USB modus (p.218) ingesteld staat op MIDI. Stel de USB modus in op Storage. Wanneer ik sequencing software gebruik, heeft het bedienen van de knoppen of ander controls geen invloed op het geluid. Bij sommige sequencing programma s worden System Exclusive berichten niet overgebracht via de Thru functie. Als u dergelijke sequencer software gebruikt en system exclusive berichten op wilt nemen, dient u de volgende parameters aan te zetten. In Patch Mode Local Switch parameter (p.229) In Performance Mode KBD switch (p.101). Wanneer de Bend Range voor een patch vergroot wordt (48), stijgt de toonhoogte niet voldoende, zelfs wanneer een MIDI Pitch Bend bericht is ontvangen. Ook al kunnen Pitch Bend Ranges tussen 0 en 48 ingesteld worden, als er bepaalde Waves, waarvan de toonhoogte veranderd is (in de + richting) gebruikt worden, zal de toonhoogte misschien op een vastgesteld punt ophouden te stijgen. Ook al is een waarde van 12 verzekerd voor de bovengrens van gestegen toonhoogtes, dient u toch voorzichtig te zijn, wanneer u de Bend Range boven dit getal instelt. 253

254 Problemen oplossen Onderwerpen, gerelateerd aan sampling Het externe input geluid is niet hoorbaar/het volume is te laag. Controleer de volgende punten: Staat [MIX IN] misschien uit? Druk op [MIX IN], zodat dit oplicht. Het niveau van de externe input is misschien lager gezet. Wanneer u samplet, dient u de EXT SOURCE VOLUME knop te gebruiken om het niveau zoals gewenst aan te passen. Controleer de [INPUT SETTING] Level instelling. Het volume van het apparaat dat aangesloten is op de AUDIO INPUT is misschien lager gezet. Pas het aan naar het gewenste niveau. Zijn de audiokabels correct aangesloten? Controleer de aansluitingen. Een audiokabel is wellicht gebroken. Gebruikt u misschien een audiokabel met ingebouwde weerstand? Gebruik een verbindingskabel zonder weerstand (d.w.z. Roland PCS Serie). Extern input geluid is niet stereo/niet mono Controleer de volgende punten: De Stereo Switch parameter (p.143) is misschien ingesteld op mono (stereo). Is de Input Select parameter misschien ingesteld op LINE IN L of Microphone? Druk op [INPUT SETTING] en stel dit in op LINE IN L/R. Het microfoongeluid wordt niet uitgevoerd/is te zwak Controleer de volgende punten: Is de microfoonkabel correct aangesloten? Controleer de aansluiting. De microfoonkabel is misschien gebroken. De input bron is misschien op iets anders dan mic ingesteld. Druk op EXT SOURCE [INPUT SETTING] om Microphone te selecteren. Het microfoon niveau is misschien verlaagd. Wanneer u aan het samplen bent, dient u de EXT SOURCE LEVEL knop te gebruiken om het niveau zoals gewenst aan te passen. Het gesamplede geluid bevat buitensporige ruis of vervorming Controleer de volgende punten: Is het invoerniveau correct? Als het invoerniveau te hoog is, zal het gesamplede geluid vervormd worden. Als dit te laag is, zal de ruis hoorbaar zijn. Wanneer u aan het samplen bent, dient u aan de LEVEL knop te draaien in het Sampling Standby venster (p.142) om het niveau aan te passen, terwijl u de niveaumeter weergegeven in het bovenste gedeelte van de display kunt bekijken. Pas het niveau zo aan dat de CLIP indicatie rechts bovenin het venster niet verschijnt. Zijn de effect instellingen juist gemaakt? Sommige effecttypes kunnen ervoor zorgen dat het niveau luider is dan de originele sample of het geluid misschien met opzet vervormen. Zet effecten tijdelijk uit en controleer of de sample zelf ruis of vervorming bevat. Pas daarna de effecten instellingen aan. Worden meerdere samples gelijktijdig gespeeld? Zelfs als het niveau van elke afzonderlijke sample correct is ingesteld, kan het gelijktijdig spelen van meerdere samples veroorzaken, dat het globale niveau buitensporig hoog wordt en daarmee vervorming tot gevolg hebben. Verlaag het niveau van iedere sample opdat het geluid niet vervormd wordt. Poblemen met een geheugenkaart Ik kan geen data selecteren van een geheugenkaart Controleer de volgende punten: Is de geheugenkaart correct ingevoerd? Zet de stroomtoevoer uit, verwijder de geheugenkaart en voer dan de geheugenkaart correct in. Is de geheugenkaart een geschikt type? De Fantom-X kan type PC kaart geheugenkaarten of een ander type geheugenkaart via een PC kaart adapter gebruiken. Ik kan geen geheugenkaart gebruiken. Is de geheugenkaart geformatteerd? Een niet-geformatteerde floppy disk kan niet gebruikt worden. Voer de Format procedure uit. Ik kan geen sample opnemen. Controleer de volgende punten: Is er genoeg geheugencapaciteit? Als er onvoldoende geheugencapaciteit is, zal het bericht Sample Memory Full! verschijnen, wanneer u probeert te samplen (p.147). Wis samples, die u niet nodig heeft om de hoeveelheid vrije ruimte te vergroten. Als er nog steeds niet genoeg ruimte is, dient u extra geheugen (DIMM modules) te installeren. (p.244, p.246) 254

255 Parameter lijst Parameter lijst Patch Parameter General Group (P.60) Parameter Waarde Patch Name * Specify when writing. space, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Patch Category Patch Level Patch Pan L R Patch Priority LAST, LOUDEST Octave Shift Patch Coarse Tune Patch Fine Tune Stretch Tune Depth OFF, 1 3 Analog Feel Analog Feel Depth Cutoff Offset Resonance Offset Attack Time Offset Release Time Offset Velocity Sens Offset Wave Group (P.62) Parameter Wave Group Wave Bank TMT Group (P.63) Waarde INT, EXP, SAMP, MSAM When the wave group is INT: A or B, EXP: A D, When the wave group is SAMP: PRST, USER, CARD, When the wave group is MSAM: USER, CARD Wave No. L (Mono) Wave Number L (Mono) ----, (The upper limit will depend on the wave group.) Wave No. R Wave Number R ----, (The upper limit will depend on the wave group.) Wave Gain -6, 0, +6, +12 Wave Tempo Sync OFF, ON FXM Switch OFF, ON FXM Color 1 4 FXM Depth 0 16 Parameter Waarde Structure Type 1 & 2, 3 & Booster 1 & 2, 3 & 4 Booster Gain 1 & 2, 3 & 4 0, +6, +12, +18 Key Fade Lower Keyboard Fade Width Lower Key Bereik Lower Keyboard Bereik Lower C-1 UPPER Key Bereik Upper Keyboard Bereik Upper LOWER G9 Key Fade Upper Keyboard Fade Width Upper TMT Velocity Control TMT Velocity Control Switch OFF, ON, RANDOM, CYCLE Velo Fade Lower Velocity Fade Width Lower Velo Bereik Lower Velocity Bereik Lower 1 UPPER Velo Bereik Upper Velocity Bereik Upper LOWER 127 Velo Fade Upper Velocity Fade Width Upper TMT Control Sw TMT Control Switch OFF, ON 255

256 Parameter lijst Pitch Group (P.67) Parameter Waarde Tone Coarse Tune Tone Fine Tune Random Pitch Depth 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 200, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100, 1200 Pitch Key Follow -200, -190, -180, -170, -160, -150, -140, -130, -120, -110, -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100, +110, +120, +130, +140, +150, +160, +170, +180, +190, +200 Bend Bereik Up Pitch Bend Bereik Up Bend Bereik Down Pitch Bend Bereik Down P-Env V-Sens Pitch Envelope Velocity Sensitivity P-Env T1 V-Sens Pitch Envelope Time 1 Velocity Sensitivity P-Env T4 V-Sens Pitch Envelope Time 4 Velocity Sensitivity P-Env Time KF Pitch Envelope Time Key Follow -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 Pitch Env Group (P.68) Parameter Waarde P-Env Depth Pitch Envelope Depth P-Env Time1 4 Pitch Envelope Time P-Env Level0 4 Pitch Envelope Level TVF Group (P.69) Parameter Waarde Filter Type OFF, LPF BPF, HPF, PKG, LPF2, LPF3 Cutoff Frequency Resonance Cutoff Key Follow Cutoff Frequency Key follow -200, -190, -180, -170, -160, -150, -140, -130, -120, -110, -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100, +110, +120, +130, +140, +150, +160, +170, +180, +190, +200 Cutoff V-Curve Cutoff Frequency Velocity Curve FIXED, 1 7 Cutoff V-Sens Cutoff Velocity Sensitivity Resonance V-Sens Resonance Velocity Sensitivity F-Env V-Curve TVF Envelope Velocity Curve FIXED, 1 7 F-Env V-Sens TVF Envelope Velocity Sensitivity F-Env T1 V-Sens TVF Envelope Time 1 Velocity Sensitivity F-Env T4 V-Sens TVF Envelope Time 4 Velocity Sensitivity TVF Env Group (P.71) Parameter Waarde F-Env Depth TVF Envelope Depth F-Env Time KF TVF Envelope Time Key Follow -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 F-Env Time1 4 TVF Envelope Time F-Env Level 0 4 TVF Envelope Level TVA Group (P.71) Parameter Waarde Tone Level Level V-Curve TVA Level Velocity Curve FIXED, 1 7 Level V-Sens TVA Level Velocity Sensitivity Bias Level -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 Bias Position C-1 G9 Bias Direction LOWER, UPPER, LO&UP, ALL Tone Pan L R Pan Key follow Random Pan Depth 0 63 Alter Pan Depth Alternate Pan Depth L R 256

257 Parameter lijst TVA Env Group (P.72) Parameter Waarde A-Env T1 V-Sens TVA Envelope Time 1 Velocity Sensitivity A-Env T4 V-Sens TVA Envelope Time 4 Velocity Sensitivity A-Env Time KF TVA Envelope Time Key Follow -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 A-Env Time1 4 TVA Envelope Time A-Env Level1 3 TVA Envelope Level Output Group (P.73) Parameter Waarde Patch Out Assign Patch Output Assign MFX, A, B, 1 4, TONE Tone Out Assign Tone Output Assign MFX, A, B, 1 4 Tone Out Level Tone Output Level Tone Chorus Send (Send Level Tone Chorus Send Level (Output=MFX)) Tone Reverb Send (Send Level Tone Reverb Send Level (Output=MFX)) Tone Chorus Send (Send Level Tone Chorus Send Level (Output=non MFX)) Tone Reverb Send (Send Level (Output=non MFX)) Tone Reverb Send Level LFO1/2 Group (P.74) Parameter Waarde Waveform LFO1/LFO2 Waveform SIN, TRI, SAW-U, SAW-D, SQR, RND, BND-U, BND-D, TRP S&H, CHAOS, VSIN, STEP Rate LFO1/LFO2 Rate 0 127, Note Rate Detune LFO1/LFO2 Rate Detune Offset LFO1/LFO2 Offset -100, -50, 0, +50, +100 Delay Time LFO1/LFO2 Delay Time Delay Time KF LFO1/LFO2 Delay Time Key Follow -100, -90, -80, -70, -60, -50, -40, -30, -20, -10, 0, +10, +20, +30, +40, +50, +60, +70, +80, +90, +100 Fade Mode LFO1/LFO2 Fade Mode ON <, ON >, OFF <, OFF > Fade Time LFO1/LFO2 Fade Time Key Trigger LFO1/LFO2 Key Trigger OFF, ON Pitch Depth LFO1/LFO2 Pitch Depth TVF Depth LFO1/LFO2 TVF Depth TVA Depth LFO1/LFO2 TVA Depth Pan Depth LFO1/LFO2 Pan Depth Step LFO Group (P.76) Parameter Waarde Step Type LFO Step Type TYPE 1, TYPE 2 Step 1 16 LFO Step Solo/Porta Group (P.77) Parameter Waarde Mono (Solo) /Poly MONO (SOLO), POLY Legato Switch OFF, ON Legato Retrigger Legato Retrigger Switch OFF, ON Portamento Switch OFF, ON Portamento Mode NORMAL, LEGATO Portamento Type RATE, TIME Portamento Start PITCH, NOTE Portamento Time

258 Parameter lijst Misc Group (P.78) Parameter Waarde Tone Delay Mode NORM, HOLD, OFF-N, OFF-D Tone Delay Time 0 127, Note Tone Env Mode NO SUS, SUST Tone Rx Bender Tone Receive Pitch Bend Switch OFF, ON Tone Rx Expression Tone Receive Expression Switch OFF, ON Tone Rx Hold-1 Tone Receive Hold Switch OFF, ON Tone Rx Pan Mode Tone Receive Pan Mode CONT, K-ON Tone Redamper Sw Tone Redamper Switch OFF, ON CTRL 1 4 Group (P.81) Parameter Matrix Control 1 4 Source Effect Group (P.207) Waarde OFF, CC01 31, 33 95, PITCH BEND, AFTERTOUCH, SYS CTRL1 SYS CTRL4, VELOCITY, KEYFOLLOW, TEMPO, LFO1, LFO2, PITCH ENV, TVF ENV, TVA ENV CTRL Destination 1 4 Matrix Control Destination 1 4 OFF, PITCH, CUTOFF, RESONANCE, LEVEL, PAN, OUTPUT LEVEL, CHORUS SEND, REVERB SEND, LFO1 PITCH DEPTH, LFO2 PITCH DEPTH, LFO1 TVF DEPTH, LFO2 TVF DEPTH, LFO1 TVA DEPTH, LFO2 TVA DEPTH, LFO1 PAN DEPTH, LFO2 PAN DEPTH, LFO1 RATE, LFO2 RATE, PIT ENV A-TIME, PIT ENV D-TIME, PIT ENV R-TIME, TVF ENV A-TIME, TVF ENV D-TIME, TVF ENV R-TIME, TVA ENV A-TIME, TVA ENV D-TIME, TVA ENV R-TIME, TMT, FXM DEPTH, MFX CTRL1, MFX CTRL2, MFX CTRL3, MFX CTRL4, TIME CTRL Sens 1 4 Matrix Control Sens CTRL Switch 1 4 Tone Control Switch 1 4 OFF, ON, REVERSE Parameter Waarde MFX Type Multi-Effects Type 00 THROUGH 78 SYMPATHETIC RESONANCE MFX Output Level Multi-Effects Output Level MFX Chorus Send Level Multi-Effects Chorus Send Level MFX Reverb Send Level Multi-Effects Reverb Send Level MFX Output Assign Multi-Effects Output Assign A, B Source 1 4 Multi-Effects Control Source 1 4 OFF, CC01 31, 33 95, PITCH BEND, AFTERTOUCH, SYS CTRL1 SYS CTRL4 Destination 1 4 Multi-Effects Control Destination 1 4 Sens 1 4 Multi-Effects Control Sens Chorus Chorus Type 0 (Off), 1 (Chorus), 2 (Delay), 3 (GM2 Chorus) Chorus Output Select MAIN, REV, M+R Chorus Level Chorus Output Assign A, B Reverb Reverb Type 0 (Off), 1 (Reverb), 2 (SRV Room), 3 (SRV Hall), 4 (SRV Plate), 5 (GM2 Reverb) Reverb Level Reverb Output Assign A, B 258

259 Parameter lijst Ritme set Parameter General Group (P.87) Parameter Waarde Rhythm Set Name * Specify when writing. space, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Rhythm Tone Name space, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Rhythm Level Rhythm Set Level Assign Type MULTI, SINGLE Mute Group OFF, 1 31 Tone Env Mode Rhythm Tone Envelope Mode NO-SUS, SUSTAIN Tone Pitch Bend Bereik Rhythm Tone Pitch Bend Bereik 0 48 Tone Receive Expression Rhythm Tone Receive Expression Switch OFF, ON Tone Receive Hold-1 Rhythm Tone Receive Hold-1 Switch OFF, ON Tone Receive Pan Mode Rhythm Tone Receive Pan Mode CONTINUOUS, KEY-ON One Shot Mode OFF, ON Aftertouch Time Ctrl Sens Aftertouch Time Control Sensitivity Wave Group (P.88) Parameter Wave Group Wave Bank WMT Group (P.89) Pitch Group (P.91) Waarde INT, EXP, SAMP, MSAM When the wave group is INT: A or B, EXP: A D, When the wave group is SAMP: PRST, USER, CARD, When the wave group is MSAM: USER, CARD Wave No. L (Mono) Wave Number L (Mono) ----, (The upper limit will depend on the wave group.) Wave No. R Wave Number R ----, (The upper limit will depend on the wave group.) Wave Gain -6, 0, +6, +12 Wave Tempo Sync OFF, ON FXM Switch OFF, ON FXM Color 1 4 FXM Depth 0 16 Parameter Waarde Wave Coarse Tune Wave Fine Tune Wave Level Wave Pan L R Wave Rnd Pan Sw Wave Random Pan Switch OFF, ON Wave Alter Pan Sw Wave Alternate Pan Switch OFF, ON, REVS WMT Velocity Control Velocity Control Switch OFF, ON, RANDOM Velo Fade Lower Velocity Fade Width Lower Velo Bereik Lower Velocity Bereik Lower 1 UPPER Velo Bereik Upper Velocity Bereik Upper LOWER 127 Velo Fade Upper Velocity Fade Width Upper Parameter Waarde Tone Coarse Tune Rhythm Tone Coarse Tune C-1 G9 Tone Fine Tune Rhythm Tone Fine Tune Tone Random Pitch Depth 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 200, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100,

260 Parameter lijst Pitch Env Group (P.91) Parameter Waarde P-Env Depth Pitch Envelope Depth P-Env V-Sens Pitch Envelope Velocity Sensitivity P-Env T1 V-Sens Pitch Envelope Time 1 Velocity Sensitivity P-Env T4 V-Sens Pitch Envelope Time 4 Velocity Sensitivity P-Env Time1 4 Pitch Envelope Time P-Env Level 0 4 Pitch Envelope Level TVF Group (P.92) Parameter Waarde Filter Type OFF, LPF BPF, HPF, PKG, LPF2, LPF3 Cutoff Frequency Resonance Cutoff V-Curve Cutoff Frequency Velocity Curve FIXED, 1 7 Cutoff V-Sens Cutoff Velocity Sensitivity Resonance V-Sens Resonance Velocity Sensitivity TVF Env Group (P.93) Parameter Waarde F-Env Depth TVF Envelope Depth F-Env V-Curve TVF Envelope Velocity Curve FIX, 1 7 F-Env V-Sens TVF Envelope Velocity Sensitivity F-Env T1 V-Sens TVF Envelope Time 1 Velocity Sensitivity F-Env T4 V-Sens TVF Envelope Time 4 Velocity Sensitivity F-Env Time1 4 TVF Envelope Time F-Env Level0 4 TVF Envelope Level TVA Group (P.94) Parameter Waarde Tone Level Rhythm Tone level Level V-Curve Level Velocity Curve FIXED, 1 7 Level V-Sens Level Velocity Sensitivity Tone Pan Rhythm Tone Pan L R Random Pan Depth 0 63 Alternate Pan Depth L R TVA Env Group (P.94) Parameter Waarde A-Env T1 V-Sens TVA Envelope Time 1 Velocity Sensitivity A-Env T4 V-Sens TVA Envelope Time 4 Velocity Sensitivity A-Env Time1 4 TVA Envelope Time A-Env Level1 3 TVA Envelope Level Output Group (P.95) Parameter Waarde Rhythm Out Assign Rhythm Output Assign MFX, A, B, 1 4, TONE Tone Out Assign Tone Output Assign MFX, A, B, 1 4 Tone Out Level Tone Output Level Tone Chorus Send (Send Level Tone Chorus Send Level (Output=MFX)) Tone Reverb Send (Send Level Tone Reverb Send Level (Output=MFX)) Tone Chorus Send (Send Level Tone Chorus Send Level (Output=non MFX)) Tone Reverb Send (Send Level (Output=non MFX)) Tone Reverb Send Level

261 Parameter lijst Effect Group (P.207) Parameter Waarde MFX Type Multi-Effects Type 00 THROUGH 78 SYMPATHETIC RESONANCE MFX Output Level Multi-Effects Output Level MFX Chorus Send Level Multi-Effects Chorus Send Level MFX Reverb Send Level Multi-Effects Reverb Send Level MFX Output Assign Multi-Effects Output Assign A, B Source 1 4 Multi-Effects Control Source 1 4 OFF, CC01 31, 33 95, PITCH BEND, AFTERTOUCH, SYS CTRL1 SYS CTRL4 Destination 1 4 Multi-Effects Control Destination 1 4 Sens 1 4 Multi-Effects Control Sens Chorus Chorus Type 0 (Off), 1 (Chorus), 2 (Delay), 3 (GM2 Chorus) Chorus Output Select MAIN, REV, M+R Chorus Level Chorus Output Assign A, B Reverb Reverb Type 0 (Off), 1 (Reverb), 2 (SRV Room), 3 (SRV Hall), 4 (SRV Plate), 5 (GM2 Reverb) Reverb Level Reverb Output Assign A, B 261

262 Parameter lijst Performance Parameter General Group (P.120) Parameter Waarde Performance Name * Specify when writing. space, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Part View Group (P.107) Parameter Waarde [F1 (Level/Pan)] Patch Type Patch, Rhythm Patch Bank USER, PRST, GM, CARD, XP-A D Patch Number 001 Keyboard Switch OFF, ON Solo Switch OFF, ON Mute Switch OFF, ON Part Level Part Pan L R [F2 (Output Effect)] Part Output Assign MFX, A, B, 1 4, PATCH Part Output MFX Select 1 3 (MFX-1 MFX-3) Part Output Level Part Chorus Send Level Part Reverb Send Level MFX1 3 Source OFF, ON Chorus Source OFF, ON Reverb Source OFF, ON [F3 (Pitch)] Part Octave Shift Part Coarse Tune Part Fine Tune Part Mono/Poly MONO, POLY, PATCH Part Legato Switch OFF, ON, PATCH Part Pitch Bend Bereik 0 24, PATCH Part Portamento Switch OFF, ON, PATCH Part Portamento Time 0 127, PATCH [F4 (Offset)] Part Cutoff Offset Part Resonance Offset Part Attack Time Offset Part Release Time Offset Part Decay Time Offset [F5 (Key Bereik)] Keyboard Switch OFF, ON Keyboard Bereik Lower C-1 UPPER Keyboard Bereik Upper LOWER G9 Part Velocity Sens Offset Part Vibrato Rate Part Vibrato Depth Part Vibrato Delay Voice Reserve 0 63, FULL [F6 (Scale Tune)] C B Part Scale Tune C B [F7 (External)] Receive Switch OFF, ON Receive Channel 1 16 External Bank Select MSB 0 127, OFF External Bank Select LSB External Program Number External Program Change Number 1 128, OFF External Level 0 127, OFF External Pan L R, OFF 262

263 Parameter lijst Parameter Waarde [F8 (MIDI Filter)] Program Change Receive Program Change Switch OFF, ON Bank Select Receive Bank Select Switch OFF, ON Pitch Bend Receive Pitch Bend Switch OFF, ON Polyphonic Key Pressure Receive Polyphonic Key Pressure Switch OFF, ON Channel Pressure Receive Channel Pressure Switch OFF, ON Modulation Receive Modulation Switch OFF, ON Volume Receive Volume Switch OFF, ON Pan Receive Pan Switch OFF, ON Expression Receive Expression Switch OFF, ON Hold-1 Receive Hold 1 Switch OFF, ON Phase Lock Phase Lock Switch OFF, ON Velocity Curve OFF, 1 4 Control Setting Group (P.114) Parameter Waarde Ctrl Switch Control Bender Control Pitch Bend Switch OFF, ON Control Aftertouch Control Aftertouch Switch OFF, ON Control Modulation Control Modulation Switch OFF, ON Control Hold Pedal Control Hold Pedal Switch OFF, ON Control Pedal Control Pedal Switch OFF, ON Control D Beam Control D Beam Switch OFF, ON Control Knob 1 4 Control Knob Switch OFF, ON D Beam (Pad Trigger) Pad Number 1 16 Pad Velocity Pad Control Mode MOMENTARY, LATCH D Beam (Assignable) Type Assignable Type CC01 31, 33 95, Bend Up, Bend Down, Start/Stop, Tap Tempo, Arp Grid, Arp Duration, Arp Motif, Arp Octave Up, Arp Octave Down, Arp Step, Aftertouch Bereik Min Bereik Max Knob Knob 1 4 Assign Realtime Control Knob Assign 1 4 CC01 31, 33 95, Pitch Bend, Aftertouch, Arp Style, Arp Grid, Arp Duration, Arp Motif, Chord Form, Master Level Switch Switch 1/2 Assign Assignable Switch 1/2 Transpose Down, Transpose Up, Tap Tempo, Mono (Solo) /Poly, Portamento, Hold, MFX1 3 Sw, Chorus Sw, Reverb Sw, Mastering Sw, Loop, Rhythm Start/ Stop, Arp Step, Digital IN Tempo Recommended Tempo MFX Ctrl Ch MFX1 3 Control Channel 1 16, OFF Pad Setting Group (P.161) Parameter Waarde Note Pad Note C-1 G9 Velocity Pad Velocity COMMON, Pad Common Velo Pad Common Velocity REAL, Pad Sens Pad Sensitivity LIGHT, MEDIUM, HEAVY Aftertouch Sens Aftertouch Sensitivity Roll Resolution 1/4 ( ), 1/6 ( ), 1/8 ( ), 1/12 ( ), 1/16 ( ), 1/24 ( ), 1/32 ( ), 1/48 ( ) Quick Setup Template Set Note, Rhythm, Multi Velo Base Note Pad Base Note C-1 G9 263

264 Parameter lijst Arpeggio Group (P.128) Parameter Waarde Arp Switch Arpeggio Switch OFF, ON Arp Grid Arpeggio Grid 1/4 ( ), 1/8 ( ), 1/8 ( ) L, 1/8 ( ) H, 1/12 ( ), 1/16 ( ), 1/16 ( ) L, 1/16 ( ) H, 1/24 ( ) Arp Duration Arpeggio Duration 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90,100, 120, FULL Arpeggio Switch OFF, ON Arpeggio Hold OFF, ON Arpeggio Style U001 U128, P001 P128 Arpeggio Motif Up (L), Up (L&H), Up (_), Down (L), Down (L&H), Down (_), Up&Down, Up&Down (L&H), Up&Down (_), Random (L), Random (_), Phrase Arpeggio Velocity REAL, Arpeggio Part 1 16 Arpeggio Octave Bereik Arpeggio Accent Rate Rhythm Group (P.135) Parameter Waarde Rhy Switch Rhythm Switch OFF, ON Rhythm Pattern Grid 1/4 ( ), 1/8 ( ), 1/8 ( ) L, 1/8 ( ) H, 1/12 ( ), 1/16 ( ), 1/16 ( ) L, 1/16 ( ) H, 1/24 ( ) Rhythm Pattern Duration 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 120, FULL Rhythm Pattern Switch OFF, ON Rhythm Pattern Velocity REAL, Rhythm Pattern Accent Rate Rhythm Group Number U01 U32, P01 P32 Chord Memory Group (P.133) Parameter Chord Switch Chord Form Rolled Chord Switch Rolled Chord Type Waarde OFF, ON U01 U64, P01 P64 OFF, ON UP, DOWN, ALTENATE Effect Group (P.210) Parameter Waarde MFX Structure Type 1 16 MFX Type Multi-Effects Type 0 78 MFX Output Level Multi-Effects Output Level MFX Chorus Send Level Multi-Effects Chorus Send Level MFX Reverb Send Level Multi-Effects Reverb Send Level MFX Output Assign Multi-Effects Output Assign A, B Source 1 4 Multi-Effects Control Source 1 4 OFF, CC01 31, 33 95, PITCH BEND, AFTERTOUCH, SYS CTRL1 SYS CTRL4 Destination 1 4 Multi-Effects Control Destination 1 4 Sens 1 4 Multi-Effects Control Sens MFX Control Channel Multi-Effects Control Channel 1 16, OFF MFX-1 3 Source Multi-Effects 1 3 Source PRF, P1 P16 Chorus Chorus Type 0 (Off), 1 (Chorus), 2 (Delay), 3 (GM2 Chorus) Chorus Output Select MAIN, REV, MAIN+REV Chorus Level Chorus Output Assign A, B Chorus Source PRF, P1 P16 Reverb Reverb Type 0 (Off), 1 (Reverb) 2 (SRV Room), 3 (SRV Hall) 4 (SRV Plate), 5 (GM2 Reverb) Reverb Level Reverb Output Assign A, B Reverb Source PRF, P1 P16 264

265 Parameter lijst Ritme groep Parameter Rhythm Group Group (P.139) Parameter Waarde Recommended Rhy Recommended Rhythm Set USER, PRST, GM, CARD, XP-A D Pad Mode OFF, NOTE, PATTERN Rhy Ptn Number Rhythm Pattern Number U001 U256, P001 P256 Rhy Ptn Velocity Rhythm Pattern Velocity REAL, Pad Note C-1 G9 Pad Velocity REAL, Sample Parameters Sample Group (P.150) Parameter Waarde Sample Name space, A Z, a z, 0 9,! # $ % & ( ) * +, -. / : ; < = [ \ ] ^ _ ` { } Loop Mode FWD, ONE-SHOT, REV, REV-ONE Loop Tune Original Key 0 (C-1) 127 (G9) BPM tempo Time Stretch Type TYPE01 TYPE10 Start Fine Loop Start Fine Loop End Fine

266 Parameter lijst System Parameters Pedal/D Beam Group (P.226) Parameter Waarde D Beam Sens D Beam Sensitivity Control Pedal Assign CC01 31, 33 95, BEND-UP, BEND-DOWN, AFTER- TOUCH, OCT UP, OCT DOWN, START/STOP, PUNCH IN/OUT, TAP TEMPO, PROG UP, PROG DOWN, FAVORITE UP, FAVORITE DOWN, ARP / RHY SW, RHY START/STOP, CHORD SW, LIVE SET UP, LIVE SET DOWN, LOOP Control Pedal Polarity STANDARD, REVERSE Hold Pedal Polarity STANDARD, REVERSE Continuous Hold Pedal OFF, ON Keyboard Group (P.226) Parameter Waarde Keyboard Velocity REAL, Keyboard Sens Keyboard Sensitivity LIGHT, MEDIUM, HEAVY Aftertouch Sens Aftertouch Sensitivity Sync/Tempo Group (P.227) Parameter Waarde Sync Mode MASTER, SLAVE-MIDI, SLAVE-MTC, REMOTE Sync Output Sync Output switch OFF, ON Tempo Override OFF, ON Arp/Rhythm Sync Switch Arpeggio/Rhythm Sync Switch OFF, ON MMC Mode MASTER, SLAVE MMC Output MMC Output switch OFF, ON MTC Sync Output MTC Sync Output switch OFF, ON MTC Frame Rate 24, 25, 29N, 29D, 30 MTC Offset Time Hour 0 23 hours MTC Offset Time Minute 0 59 minutes MTC Offset Time Second 0 59 seconds MTC Offset Time Frame 0 29 frames MTC Error Level 0 10 Metronome Group (P.228) Parameter Metronome Mode Sound (P.229) Waarde OFF, PLAY-ONLY, REC-ONLY, PLAY&REC, ALWAYS Metronome Level 0 10 Metronome Sound TYPE 1, TYPE 2, TYPE 3, TYPE 4 Beat Indicator Mode REC&PLAY, ALWAYS Parameter Waarde Local Switch OFF, ON Master Tune Hz Master Level Output Gain db Mix/Parallel MIX, PARALLEL Master Key Shift Patch Remain Patch Remain Switch OFF, ON 266

267 Parameter lijst MIDI Group (P.230) Parameter Waarde Device ID Device ID Number Performance Control Channel 1 16, OFF Kbd Patch Rx/Tx Ch Keyboard Patch Receive/Transmit Channel 1 16 Pad Patch Rx/Tx Ch Pad Patch Receive/Transmit Channel 1 16 Transmit Program Change Transmit Program Change Switch OFF, ON Transmit Bank Select Transmit Bank Select Switch OFF, ON Transmit Active Sensing Transmit Active Sensing Switch OFF, ON Transmit Edit Data Transmit Edit Data Switch OFF, ON Soft Through Soft Through Switch OFF, ON Remote Keyboard Sw Remote Keyboard Switch OFF, ON Receive Program Change Receive Program Change Switch OFF, ON Receive Bank Select Receive Bank Select Switch OFF, ON Receive Exclusive Receive System Exclusive Switch OFF, ON Receive GM System On Receive GM System On Switch OFF, ON Receive GM2 System On Receive GM2 System On Switch OFF, ON Receive GS Reset Receive GS Reset Switch OFF, ON USB (P.231) Parameter USB Mode USB-MIDI Thru Waarde MIDI, STORAGE OFF, ON Scale Tune Group (P.232) Parameter Waarde Scale Tune Switch OFF, ON Patch Scale Tune for C B Preview Group (P.232) Parameter Waarde Preview Mode SINGLE, CHORD, PHRASE Preview 1 4 Note Number C-1 G9 Preview 1 4 Velocity OFF, System Ctrl Group (P.233) Parameter Waarde Sys Ctrl 1 4 Source System Control1 4 Source OFF, CC01 31, 33 95, BEND, AFT Background Group (P.233) Parameter Waarde Background Picture 1 16 Screen Saver Group (P.233) Parameter Waarde Screen Saver Type 1 16 Screen Saver Time OFF, 5 60 min Sampling Group (P.233) Parameter Waarde Default File Type WAV, AIFF Pre Sample Time ms Trigger Level 0 7 Gap Time 500, 1000, 1500, 2000 ms Input Select DIGITAL LINE-L-R, LINE-L, MIC Trimming Switch OFF, ON Skip Back Time 5s 40s 267

268 Parameter lijst Startup Group (P.234) Parameter Load Preset Samples at Startup Load User Samples at Startup Load Demo Song at Startup Rec Track Sellect Power Up Mode Waarde OFF, ON OFF, ON OFF, ON Manual, Auto PATCH, PERFORMANCE System Information Group (P.234) Parameter Features Memory Info SRX Info Version Info Displays the main features of the Fantom-X. Memory Information SRX Information Version Information D Beam (Solo Synth) Group (P.123) Parameter Waarde OSC1/2 Waveform SAW, SQR OSC1/2 Pulse Width OSC1/2 Coarse Tune OSC1/2 Fine Tune OSC2 Level OSC Sync Switch OFF, ON Filter Type OFF, LPF, BPF, HPF, PKG Cutoff Resonance Level Chorus Send Level Reverb Send Level LFO Rate LFO Osc 1 Pitch Depth LFO Osc 2 Pitch Depth LFO Osc 1 Pulse Width Depth LFO Osc 2 Pulse Width Depth Bereik Solo Synth Bereik 2 OCTAVE, 4 OCTAVE, 8 OCTAVE Mastering Effect Group (P.217) Parameter HIGH/MID/LOW ATTACK HIGH/MID/LOW RELEASE HIGH/MID/LOW THRESHOLD HIGH/MID/LOW RATIO HIGH/MID/LOW LEVEL Split Frequency High Split Frequency Low Waarde ms ms db 1.00:1 INF:1 (INF: Infinity) 0 24 db Hz Hz Input Setting Group (P.141) Parameter Waarde Input Select DIGITAL IN, LINE IN L/R, LINE IN L, MICROPHONE Mix-In ON, OFF Mix In Output Assign DRY, MFX Mix In Output Level Mix In Chorus Send Level Mix In Reverb Send Level Input Effect Switch ON, OFF Input Effect Type EQ, ENHANCER, COMP, LIMITER, NOISE SUP, C CANCELER 268

269 V-LINK Group (P.239) Parameter Waarde Note Tx Ch Note Transmit Channel 1 16 Clip 1 Note No. Clip 1 Note Number 0 (C-1) 127 (G9) Play Speed Ctrl Play Speed Control , , , , , , , , , , , , , , , Dissolve Time OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71 74, CC91 93, Channel Aftertouch Ctrl Tx Ch Control Transmit Channel 1 16 Color Cb Ctrl Color Cb Control OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71 74, CC91 93, Channel Aftertouch Color Cr Ctrl Color Cr Control OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71 74, CC91 93, Channel Aftertouch Brightness Ctrl Brightness Control OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71 74, CC91 93, Channel Aftertouch VFX Ctrl VFX Control OFF, CC1, CC5, CC7, CC10, CC11, CC71 74, CC91 93, Channel Aftertouch PAD MODE CLIP, PALETT Local Sw Local Switch OFF, ON CLIP FILTER 1 32 OFF, ON D Beam (Assignable) Group (P.50) * If Patch mode is selected, this is saved as part of the system settings. Parameter Waarde Type Assignable Type CC01 31, 33 95, Bend Up, Bend Down, Start/Stop, Tap Tempo, Arp Grid, Arp Duration, Arp Motif, Arp Octave Up, Arp Octave Down Bereik Min Bereik Max Knob Group (P.51) * If Patch mode is selected, this is saved as part of the system settings. Parameter Waarde Knob 1 4 Assign Realtime Control Knob Assign 1 4 CC01 31, 33 95, Pitch Bend, Aftertouch, Arp Style, Arp Grid, Arp Duration, Arp Motif, Chord Form, Master Level Switch Group (P.51) * If Patch mode is selected, this is saved as part of the system settings. Parameter Waarde Switch 1/2 Assign Assignable Switch 1/2 Transpose Down, Transpose Up, Tap Tempo, Mono (Solo)/Poly, Portamento, Hold, MFX1 3 Sw, Chorus Sw, Reverb Sw, Mastering Sw, Loop, Rhythm Start/ Stop Pad Setting Group (P.161) Parameter Waarde Pad Common Velo Pad Common Velocity REAL, Pad Sens Pad Sensitivity LIGHT, MEDIUM, HEAVY Aftertouch Sens Aftertouch Sensitivity Roll Resolution 1/4 ( ), 1/6 ( ), 1/8 ( ), 1/12 ( ), 1/16 ( ), 1/24 ( ), 1/32 ( ), 1/48 ( ) * If Patch mode is selected, this is saved as part of the system settings. Parameter Waarde Pad Set User, Note, Rhythm Base Pad Base Note C-1 G9 Note Pad Note C-1 G9 Velocity Pad Velocity REAL,

270 Effecten lijst Effecten lijst Multi-Effecten parameter De multi-effecten voorzien in 78 verschillende effecten. Sommige effecten bevatten twee of meer verschillende effecten die in serie verbonden zijn. Parameters gemarkeerd met een # kunnen m.b.v. een gespecificeerde controller bediend worden (Twee instellingsitems zullen gelijktijdig voor #1 en #2 in de plaats komen). FILTER (10 types) 01 EQUALIZER P SPECTRUM P ISOLATOR P LOW BOOST P SUPER FILTER P STEP FILTER P ENHANCER P AUTO WAH P HUMANIZER P SPEAKER SIMULATOR P.273 MODULATION (12 types) 11 PHASER P STEP PHASER P MULTI STAGE PHASER P INFINITE PHASER P RING MODULATOR P STEP RING MODULATOR P TREMOLO P AUTO PAN P STEP PAN P SLICER P ROTARY P VK ROTARY P.276 CHORUS (12 types) 23 CHORUS P FLANGER P STEP FLANGER P HEXA-CHORUS P TREMOLO CHORUS P SPACE-D P D CHORUS P D FLANGER P D STEP FLANGER P BAND CHORUS P BAND FLANGER P BAND STEP FLANGER P.280 DYNAMICS (8 types) 35 OVERDRIVE P DISTORTION P VS OVERDRIVE P VS DISTORTION P GUITAR AMP SIMULATOR P COMPRESSOR P LIMITER P GATE P.282 DELAY (13 types) 43 DELAY P LONG DELAY P SERIAL DELAY P MODULATION DELAY P TAP PAN DELAY P TAP PAN DELAY P MULTI TAP DELAY P REVERSE DELAY P SHUFFLE DELAY P D DELAY P TIME CTRL DELAY P LONG TIME CTRL DELAY P TAPE ECHO P.286 LO-FI (5 types) 56 LOFI NOISE P LOFI COMPRESS P LOFI RADIO P TELEPHONE P PHONOGRAPH P.287 PITCH (3 types) 61 PITCH SHIFTER P VOICE PITCH SHIFTER P STEP PITCH SHIFTER P.288 REVERB (2 types) 64 REVERB P GATED REVERB P.289 COMBINATION (12 types) 66 OVERDRIVE CHORUS P OVERDRIVE FLANGER P OVERDRIVE DELAY P DISTORTION CHORUS P DISTORTION FLANGER P DISTORTION DELAY P ENHANCER CHORUS P ENHANCER FLANGER P ENHANCER DELAY P CHORUS DELAY P FLANGER DELAY P CHORUS FLANGER P PIANO (1 type) 78 SYMPATHETIC RESONANCE P.292 Over Note Sommige effect parameters, zoals Rate of Delay Time, kunnen in termen van een noot waarde ingesteld worden. Zulke parameters hebben een num/note schakelaar die u de mogelijkheid geeft de waarde als een noot waarde te specificeren of als een numerieke waarde in te stellen. Als u Rate (Delay Time) als een numerieke waarde in wilt stellen, dient u de num/note switch op Hz ( msec ) in te stellen. Als u dit als een noot waarde in wilt stellen, dient u de num/note schakelaar op NOTE in te stellen. num/note schakelaar Als een parameter waarvan de num/note schakelaar ingesteld staat op NOTE gespecificeerd is als een bestemming voor 270

271 Effecten lijst multi-effecten control, zult u niet in staat zijn multi-effecten control te gebruiken om die parameter te bedienen. 01: EQUALIZER Dit is een vier-bands stereo equalizer (low, mid x 2, high). fig.mfx-01 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Low Freq 200, 400 Hz Frequentie van het lage gebied Low Gain # db Gain van het lage gebied Mid1 Freq Hz Frequentie van het midden gebied 1 Mid1 Gain db Gain van het midden gebied 1 Mid1 Q 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Breedte van het middelste gebied 1 Stel een hogere waarde voor Q in om het gebied te verkleinen. Mid2 Freq Hz Frequentie van het midden gebied 2 Mid2 Gain db Gain van het midden gebied 2 Mid2 Q 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Breedte van het midden gebied 2 Stel een hogere waarde voor Q in om het gebied dat wordt aangedaan, te verkleinen. High Freq 2000, 4000, 8000 Hz Frequentie van het hoge gebied High Gain # db Gain van het hoge gebied Level # Output niveau 02: SPECTRUM Dit is een stereo spectrum. Spectrum is een filter dat het timbre verandert door het niveau bij specifieke frequenties te boosten (op te krikken) of juist af te zwakken. fig.mfx-02 L in R in 4-Band EQ 4-Band EQ Spectrum Spectrum L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Band1 (250Hz) db Gain van elke frequentie band Band2 (500Hz) Band3 (1000Hz) Band4 (1250Hz) Band5 (2000Hz) Band6 (3150Hz) Band7 (4000Hz) Band8 (8000Hz) Q 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Past gelijktijdig de breedte van de aangepaste gebieden voor alle frequentie banden aan. Level # Output niveau 03: ISOLATOR Dit is een equalizer die aanzienlijk in het volume snijdt, en u daarmee de mogelijkheid geeft om een speciaal effect toe te voegen aan het geluid door het volume in verschillende gebieden af te zwakken. fig.mfx-03 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Boost/ Cut Low # Boost/ Cut Mid # Boost/ Cut High # Anti Phase OFF, ON Low Sw Anti Phase Low Level Anti Phase Mid Sw Anti Phase Mid Level 04: LOW BOOST Boost het volume van het lagere gebied, en creëert daarmee diepe lage geluiden. fig.mfx db Deze boosten en kappen elk van de hoge, midden en lage frequentie gebieden af. Op -60 db wordt het geluid hoorbaar. 0dB is equivalent aan het input niveau van het geluid. Zet de Anti-Phase functie aan en uit voor lage frequentie gebieden. Wanneer deze aanstaat, zal het tegenkanaal in stereo omgekeerd en toegevoegd worden aan het signaal Past de niveau instellingen voor de lage frequentie gebieden aan. Dit niveau voor bepaalde frequenties aanpassen geeft u de mogelijkheid om nadruk op specifieke delen te leggen (dit is alleen effectief voor de stereo bron.) OFF, ON Instellingen van de Anti-Phase functie voor de middelste frequentie gebieden. De parameters zijn dezelfde als voor de lage frequentie gebieden. Low Boost Sw OFF, ON Zet Low Booster aan /uit. Dit legt de nadruk op het lage deel om een zwaar basgeluid te creëren. Low Boost Level Deze waarde verhogen geeft u een dieper laag. * Afhankelijk van de Isolator en filter instellingen kan dit effect misschien moeilijk te onderscheiden zijn. Level Output niveau L in R in Isolator Isolator Low Boost Low Boost Low Boost Low Boost 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Boost Frequency # Hz Midden frequentie waarop het lagere gebied opgekrikt zal worden. Boost Gain # db Hoeveelheid waarmee het lagere gebied opgekrikt zal worden. Boost Width WIDE, MID, NARROW Breedte van het lagere gebied dat opgekrikt zal worden. Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied. High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Level Output niveau 271

272 Effecten lijst 05: SUPER FILTER Dit is een filter met een extreem scherpe afvlakking. De cutoff frequentie kan cyclisch gevarieerd worden. fig.mfx-05 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Filter Type LPF, BPF, HPF, NOTCH Filter type Frequentie gebied, dat ieder filter zal passeren. LPF: frequenties onder de cutoff BPF: frequenties in de regio van de cutoff HPF: frequenties boven de cutoff NOTCH: andere frequenties dan de regio van de cutoff Filter Slope -12, -24, -36 db Hoeveelheid afvlakking per octaaf -36 db: zeer sterk -24 db: sterk -12 db: zacht Filter Cutoff # Filter Resonance # Super Filter Super Filter Cutoff frequentie van de filter. Deze waarde vergroten zal de cutoff frequentie doen laten stijgen Filter resonantie niveau. Door deze waarde te vergroten zal de nadruk gelegd worden op de regio vlakbij de cutoff frequentie. Filter Gain db Hoeveelheid boost voor de filter output. Modulation Sw OFF,ON Aan/uit knop voor cyclische verandering. Modulation Wave TRI, SQR, SIN, SAW1, SAW2 SAW1 L out R out Hoe de cutoff frequentie gemoduleerd zal worden. TRI: triangel wave SQR: square wave SIN: sine wave SAW1: sawtooth wave (naar boven) SAW2: sawtooth wave (naar beneden) SAW2 Rate # Hz, Mate van modulatie note Depth Diepte van modulatie Attack # Snelheid, waarmee de cutoff frequentie zal veranderen. Dit is effectief als de Modulation Wave SQR, SAW1 of SAW2 is. Level Output niveau 06: STEP FILTER Dit is een filter, waarvan de cutoff frequentie in stappen gemoduleerd kunnen worden. U kunt het patroon specificeren, waarvan de cutoff frequentie zal veranderen. fig.mfx-06 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Step Cutoff frequentie bij iedere stap. Rate # Hz, Mate van modulatie. note Attack # Snelheid, waarmee de cutoff frequentie verandert tussen stappen. Filter Type LPF, BPF, HPF, NOTCH Filter type. Frequentie gebied dat ieder filter zal passeren. LPF: frequenties onder de cutoff BPF: frequenties in de regio van de cutoff HPF: frequenties boven de cutoff NOTCH: andere frequenties dan de regio van de cutoff Filter Slope -12, -24, -36 db Hoeveelheid verdunning per octaaf. -12 db: zwak -24 db: sterk -36 db: zeer sterk Filter Resonance # 07: ENHANCER Regelt de boventonale structuur van de hoge frequenties, waarmee een glashelder en strak geluid wordt toegevoegd. fig.mfx Filter resonantie niveau. Door deze waarde te verhogen zal de nadruk komen te liggen op de regio vlakbij de cutoff frequentie. Filter Gain db Hoeveelheid boost voor de filter output. Level Output niveau L in R in Enhancer Enhancer Step Filter Step Filter Mix Mix 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Sens # Gevoeligheid van de enhancer Mix # Niveau van de boventonen gegenereerd door de enhancer Low Gain db Gain van het lage bereik High Gain db Gain van het hoge bereik Level Output niveau 272

273 Effecten lijst 08: AUTO WAH Beheert een filter om cyclische verandering in timbre te creëren. fig.mfx-08 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Filter Type LPF, BPF Type filter. LPF: Het wah effect zal toegepast worden op een breed frequentie gebied. BPF: Het wah effect zal toegepast worden op een smal frequentie gebied. Manual # Past de midden frequentie waarover het effect wordt toegepast aan. Peak Past de hoeveelheid van het wah-effect aan dat zich voor zal doen in het gebied van de midden frequentie. Stel een hogere waarde voor Q in om het gebied te verkleinen. Sens # Past de gevoeligheid aan, waarmee het filter gecontroleerd wordt. Polarity UP, DOWN Stelt de richting, waarin de frequentie zal veranderen in, wanneer de autowah gemoduleerd wordt. UP: Het filter zal in de richting van een hogere frequentie veranderen. DOWN: Het filter zal in de richting van een lagere frequentie veranderen. Rate # Hz, Frequentie van modulatie. note Depth # Diepte van modulatie. Phase # deg Past de mate van phase shift van de geluiden links en rechts aan wanneer het wah-effect wordt toegepast. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied. Level Output niveau. 09: HUMANIZER Voegt een vocaal karakter toe aan het geluid, waardoor het lijkt op een menselijke stem. fig.mfx-09 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Drive Sw OFF, ON Zet Drive aan/uit. Drive # Mate van vervorming. Verandert ook het volume. Vowel1 a, e, i, o, u Selecteert de klinker. Vowel2 a, e, i, o, u Rate # Hz, note Frequentie waarop twee klinkers wisselen. Depth # Effect diepte Input Sync Sw Auto Wah Auto Wah Overdrive 2-Band EQ 2-Band EQ Formant L out R out 2-Band EQ L out Pan L Pan R R out OFF, ON Bepaalt of de LFO voor het wisselen van de klinkers opnieuw door het input signaal wordt ingesteld (ON) of niet (OFF) Volumeniveau waarop opnieuw instellen (reset) wordt toegepast. Input Sync Threshold Manual # Punt waarop klinker 1/2 wisselen. 49 of minder: Klinker 1 zal langer duren. 50: Klinker 1 en 2 zullen even lang duren. 51 of meer: Klinker 2 zal langer duren. Low Gain db Toename van het lage frequentiegebied. Parameter Waarde Omschrijving High Gain db Toename van het hoge frequentiegebied. Pan # L64 63R Stereo locatie van de output. Level Output niveau. 10: SPEAKER SIMULATOR Simuleert het speaker type en de microfoon instellingen, die gebruikt zijn om het speakergeluid op te nemen. fig.mfx-10 L in R in Speaker Speaker L out R out Parameter Waarde Omschrijving Speaker Type (Zie de tabel rechts) Type speaker. Mic Setting 1, 2, 3 Past de locatie van de microfoon aan, die het geluid van de speaker opneemt. Dit kan in drie stappen aangepast worden, waarbij de microfoon steeds verder weg komt te staan in de volgorde 1, 2 en 3. Mic Level # Volume van de microfoon. Direct Level # Volume van het directe geluid. Level # Output niveau. Specificaties voor elk speaker type De speaker kolom geeft de diameter van elke speaker eenheid (in inches) en het aantal aan. Type Luidsprekerkast L.spreker Microfoon SMALL 1 Kleine kast met open achterkant 10 dynamisch SMALL 2 Kleine kast met open achterkant 10 dynamisch MIDDLE Kast met open achterkant 12 x 1 dynamisch JC-120 Kast met open achterkant 12 x 2 dynamisch BUILT-IN 1 Kast met open achterkant 12 x 2 dynamisch BUILT-IN 2 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 3 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 4 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 5 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BG STACK 1 Gesloten kast 12 x 2 condensator BG STACK 2 Grote gesloten kast 12 x 2 condensator MS STACK 1 Grote gesloten kast 12 x 4 condensator MS STACK 2 Grote gesloten kast 12 x 4 condensator METAL STACK Grote dubbele stack 12 x 4 condensator 2-STACK Grote dubbele stack 12 x 4 condensator 3-STACK Grote driedubbele stack 12 x 4 condensator 273

274 Effecten lijst 11: PHASER Een in fase verschoven geluid wordt toegevoegd aan het originele geluid en gemoduleerd. fig.mfx-11 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Mode 4-STAGE, 8- Aantal stadia van de phaser. STAGE, 12- STAGE Manual # Past de basisfrequentie aan waarvan het geluid gemoduleerd zal worden. Rate # Frequentie van modulatie. Hz, note Depth Diepte van modulatie. Polarity INVERSE, SYNCHRO Selecteert of de phase links en rechts van de modulatie hetzelfde zullen zijn of tegenovergesteld. INVERSE: De linker- en rechter phase zullen tegengesteld zijn. Wanneer u een mono signaal gebruikt, dient u het geluid te spreiden. SYNCHRO: De phase links en rechts zijn hetzelfde. Selecteer dit,wanneer u een stereo spreiden aan het invoeren bent. Resonance # Hoeveelheid feedback Cross Feedback 12: STEP PHASER Het phaser effect zal geleidelijk veranderen. fig.mfx-12 Phaser Phaser Mix Mix 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out % Past de proportie van het phaser geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. Mix # Niveau van het phase-shifted geluid Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Level Output niveau L in R in Step Phaser Step Phaser Mix Mix 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out Parameter Waarde Omschrijving Resonance # Hoeveelheid feedback Cross Feedback % Past de proportie van het phaser geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. Step Rate # Hz, note Mate van de stapsgewijze verandering in het phaser effect Mix # Niveau van het phase-shifted geluid Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Level Output niveau 13: MULTI STAGE PHASER Extreem hoge instellingen van het fase verschil produceren een diep phaser effect. fig.mfx-13 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Mode 4-STAGE, 8- Aantal stadia in de phaser STAGE, 12-STAGE, 16- STAGE, 20- STAGE, 24-STAGE Manual # Past de basisfrequentie aan waarvan het geluid gemoduleerd zal worden. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Resonance # Hoeveelheid feedback Mix # Niveau van het in fase verschoven geluid Pan # L64 63R Gain van het lage gebied Low Gain db Gain van het hoge gebied High Gain db Output niveau Level Aantal stadia in de phaser 14: INFINITE PHASER Een phaser die continu de frequentie waarop het geluid gemoduleerd wordt verhoogd/verlaagd. fig.mfx-14 L in R in Multi Stage Phaser Resonance Infinite Phaser Mix 2-Band EQ 2-Band EQ L out Pan L Pan R R out L out Pan L Pan R R out Parameter Waarde Omschrijving Mode 4-STAGE, 8- Aantal stadia in de phaser. STAGE, 12- STAGE Manual # Past de basisfrequentie aan, waarvan het geluid gemoduleerd zal worden. Rate # Frequentie van modulatie. Hz, note Depth Diepte van modulatie. Polarity INVERSE, SYNCHRO Selecteert of de fase links en rechts van de modulatie hetzelfde zullen zijn of tegenovergesteld. INVERSE: De linker- en rechter phase zullen tegengesteld zijn. Wanneer u een mono signaal gebruikt, dient u het geluid te spreiden. SYNCHRO: De phase links en rechts zijn hetzelfde. Selecteer dit, wanneer u een stereo signaal aan het invoeren bent. Parameter Bereik Omschrijving Mode 1, 2, 3, 4 Hogere waarden zullen een dieper phaser effect produceren. Speed # Snelheid waarop de frequentie waarop het geluid gemoduleerd wordt verhoogd of verlaagd dient te worden. (+: omhoog /-: omlaag) Resonance # Hoeveelheid feedback Mix # Volume van het in fase verschoven geluid Pan # L64 63R Panning van het uitgevoerde (output) geluid Low Gain db Hoeveelheid boost /cut voor het lage frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost /cut voor het hoge frequentie gebied Level Output volume 274

275 Effecten lijst 15: RING MODULATOR Dit is een effect, dat amplitude modulatie (AM) toepast op het ingevoerde (input) signaal, waarmee bel-achtige geluiden geproduceerd worden. U kunt de modulatie frequentie ook veranderen in reactie op veranderingen in het volume van het geluid, dat naar het effect wordt gestuurd. fig.mfx-15 Parameter Waarde Omschrijving Mod Wave TRI, SQR, SIN, SAW1, SAW2 Modulatie Wave TRI: triangel wave SQR: square wave SIN: sine wave SAW1/2: sawtooth wave SAW1 SAW2 L in Ring Mod 2-Band EQ L out R in Parameter Waarde Omschrijving Frequency # Past de frequentie aan, waarop modulatie wordt toegepast. Sens # Past de hoeveelheid toegepaste frequentie modulatie aan. Polarity UP, DOWN Bepaalt of de frequentie modulatie zich richting hogere frequenties (UP) verplaatst of richting lagere frequenties (DOWN). Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het effectgeluid (W) Level Output niveau 16: STEP RING MODULATOR Dit is een ring modulator, die een 16-staps sequence gebruikt om te variëren in de frequentie, waarop modulatie wordt toegepast. fig.mfx-16 L in Ring Mod Step Ring Mod 2-Band EQ 2-Band EQ R out L out Rate # Hz, note Frequentie van de verandering Depth # Diepte tot waarin het effect wordt toegepast Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Level Output niveau 18: AUTO PAN Moduleert de stereo locatie van het geluid cyclisch. fig.mfx-18a L in R in Auto Pan Auto Pan Parameter Waarde Omschrijving Mod Wave TRI, SQR, SIN, SAW1, SAW2 Modulatie Wave TRI: triangel wave SQR: square wave SIN: sine wave SAW1/2: sawtooth wave SAW1 R 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out SAW2 R R in Step Ring Mod 2-Band EQ R out Parameter Bereik Omschrijving Step Frequentie van ring modulatie bij iedere stap Rate # Hz, note Mate waarin de 16-staps sequence zal ronddraaien Attack # Snelheid waarop de modulatie frequentie verandert tussen stappen Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het lage frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het effectgeluid (W) Level Output volume Rate # Hz, note Frequentie van de verandering Depth # Diepte tot waarin het effect wordt toegepast Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Level Output niveau 19: STEP PAN Dit gebruikt een 16-staps opeenvolging om te variëren in de panning van het geluid. fig.mfx-19 L in L Step Pan L L out 17: TREMOLO R in Step Pan R out Moduleert het volume cyclisch om een tremolo effect (trilling) op het geluid toe te passen. fig.mfx-17a L in Tremolo 2-Band EQ L out R in Tremolo 2-Band EQ R out Parameter Bereik Omschrijving Step L64 63R Pan bij iedere stap Rate # Hz, note Mate waarin de 16-staps opeenvolging zal ronddraaien Attack # Snelheid waarop de pan verandert tussen stappen Input Sync Sw OFF, ON Specificeert of een ingevoerde noot tot gevolg zal hebben dat de opeenvolging vanaf de eerste stap van de sequence hervat wordt (ON) of niet (OFF). Input Sync Threshold Volume waarop een ingevoerde noot ontdekt zal worden Level Output volume 275

276 Effecten lijst 20: SLICER Door achtereenvolgens signaal af te kappen, verandert dit effect van een conventioneel geluid in een geluid dat lijkt alsof het als een achtergrondfrase gespeeld wordt. Dit is met name effectief, wanneer het op aanhoudende geluiden toegepast wordt. fig.mfx-20 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Step L64 63R Pan bij iedere stap Rate # Hz, note Mate waarin de 16-staps sequence zal ronddraaien Attack # Snelheid waarop het niveau verandert tussen stappen Input Sync Sw OFF, ON Specificeert of een ingevoerde noot tot gevolg zal hebben dat de indeling vanaf de eerste stap van de indeling hervat wordt (ON) of niet (OFF). Input Sync Threshold Volume waarop een ingevoerde noot ontdekt zal worden Mode 21: ROTARY Het Rotary effect simuleert het geluid van de draaiende speakers, die vaak gebruikt werden met de vintage elektrische orgels. Aangezien de verplaatsing van de hoge tonen en lage tonen afzonderlijk ingesteld kunnen worden, kan het unieke type modulatie die zo karakteristiek is voor deze speakers vrij accuraat nagebootst worden. Dit effect is vooral geschikt voor elekrische orgel stukken. fig.mfx-21 Slicer Slicer LEGATO, SLASH L out R out Stelt de manier in waarop het volume verandert als een stap overgaat in de volgende. LEGATO: De verandering in volume als de ene stap overgaat in de volgende, blijft hetzelfde. Als het niveau van een volgende stap hetzelfde is als het niveau van de stap die eraan vooraf ging, is er geen verandering in het volume. SLASH: Het niveau is momenteel ingesteld op 0 voordat naar het niveau van de volgende stap gegaan wordt. De verandering in volume doet zich zelfs voor als het niveau van de volgende stap hetzelfde is als van de stap die eraan vooraf ging. Shuffle # Timing van volume verandert in niveaus voor stappen met even getallen (stap 2, stap 4, stap 6...) Hoe hoger de waarde, hoe later de beat door zal gaan. Level Output niveau L in R in Rotary L out R out Parameter Waarde Omschrijving Speed # SLOW, FAST Wisselt gelijktijdig de rotatiesnelheid van de lage frequentie rotor en hoge frequentie rotor. SLOW: Verlaagt de rotatie naar de Slow Rate. FAST: Versnelt de rotatie naar de Fast Rate. Parameter Waarde Omschrijving Woofer Slow Speed Hz Slow speed (SLOW) van de lage frequentie rotor. Woofer Fast Speed Hz Fast speed (FAST) van de lage frequentie rotor. Woofer Acceleration 0 15 Past de tijd die de lage frequentie rotor nodig heeft aan om de nieuw geselecteerde snelheid te bereiken wanneer u van fast naar slow (of slow naar fast ) gaat. Lagere waarden zullen een langere tijd nodig hebben. Woofer Level Volume van de lage frequentie rotor Tweeter Slow Speed Tweeter Fast Hz Hz Instellingen van de hoge frequentie rotor. De parameters zijn dezelfde Speed Tweeter 0 15 als voor de lage frequentie rotor. Acceleration Tweeter Level Separation Ruimtelijke verstrooïïng van het geluid Level # Output niveau 22: VK ROTARY Dit effcect geeft een gewijzigde reactie voor de rotary speaker, waarbij het lage einde verder versterkt wordt. Dit effect heeft dezelfde specificaties als de ingebouwde VK-7 rotary speaker. fig.mfx-22 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Speed # SLOW, FAST Draaisnelheid van de roterende speaker Brake # OFF, ON Wisselt de rotatie van de rotary speaker. Wanneer dit aangezet wordt, zal de rotatie geleidelijk stoppen. Wanneer dit uitgezet wordt, zal de rotatie geleidelijk hervat worden. Woofer Slow Speed Hz Lage snelheid rotatiesnelheid van de woofer Woofer Fast Speed Hz Hoge snelheid rotatiesnelheid van de woofer Woofer Trans Up Woofer Trans Down Rotary 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out Past de mate aan, waarmee de woofer rotatie versneld wordt wanneer de rotatie van Slow in Fast overgaat Past de mate aan, waarmee de woofer rotatie versneld wordt wanneer de rotatie van Fast in Slow overgaat. Woofer Level Volume van de woofer Tweeter Slow Speed Tweeter Fast Hz Hz Instellingen van de tweeter. De parameters zijn dezelfde als voor de woofer. Speed Tweeter Trans Up Tweeter Trans Down Tweeter Level Spread 0 10 Stelt het rotary speaker stereo beeld in. Hoe hoger de ingestelde waarde, des te verder het geluid verspreid wordt. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Level # Output niveau 276

277 Effecten lijst 23: CHORUS Dit is een stereo chorus. Dit is voorzien van een filter, waarmee u het timbre van het chorus geluid aan kunt passen. fig.mfx-23 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # 24: FLANGER Dit is een stereo flanger (De LFO heeft dezelfde fase voor links en rechts). Het produceert een metaalachtige resonantie, die stijgt en daalt, ongeveer net zoals een vliegtuig tijdens opstijgen en dalen. Een filter wordt geleverd, zodat u het timbre van het flanged geluid aan kunt passen. fig.mfx-24 D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in Chorus Chorus Flanger Balance D Feedback Feedback Flanger Balance D Balance D Balance D Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ L out R out Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Parameter Waarde Omschrijving Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Feedback # % Past de proportie aan van het flanger geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # 25: STEP FLANGER Dit is een flanger waarin de flanger toonhoogte in stappen verandert. De snelheid, waarmee de toonhoogte verandert, kan ook gespecificeerd worden in termen van een noot waarde met een gespecificeerd tempo. fig.mfx-25 D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in Step Flanger Feedback Feedback Balance D Step Flanger Balance D Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ L out R out Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Feedback # % Past de proportie aan van het flanger geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de phase omkeren. Step Rate # Hz, note Mate (periode) van toonhoogte verandering Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau 277

278 Effecten lijst 26: HEXA-CHORUS Gebruikt een 6 fase chorus (zes lagen chorused geluid) om volheid en ruimtelijke verstrooïïng aan het geluid te geven. fig.mfx-26 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Pre Delay Deviation 0 20 Past de verschillen in Pre Delay tussen elk chorus geluid aan. Depth Deviation 27: TREMOLO CHORUS Dit is een chorus effect met toegevoegde Tremolo (cyclische modulatie van volume). fig.mfx-27 28: SPACE-D Past de verschillen in modulatie diepte tussen elk chorus geluid aan. Pan Deviation 0 20 Past het verschil in stereo locatie aan tussen elk chorus geluid. 0: Alle chorus geluiden zullen zich in het centrum bevinden. 20: Elk chorus geluid zal zich op 60 graden intervallen ruimte van elkaar bevinden, gerekend vanaf het centrum. Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau L in R in Balance D Hexa Chorus Balance D Balance D Tremolo Chorus Balance D L out Balance W Balance W R out L out Balance W Balance W R out Parameter Waarde Omschrijving Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Chorus Rate # Hz, note Modulatie frequentie van het chorus effect Chorus Depth Modulatie diepte van het chorus effect Tremolo Rate # Hz, note Modulatie frequentie van het tremolo effect Tremolo Separation Spreiding van het tremolo effect Tremolo Phase deg Spreiding van het tremolo effect Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau Dit is een multiple chorus, die 2-fase modulatie in stereo toepast. Het geeft geen indruk van modulatie, maar produceert een transparant chorus effect. fig.mfx-28 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau 29: 3D CHORUS Dit past een 3D effect toe op het chorus geluid. Het chorus geluid zal op 90 graden links en 90 graden rechts gepositioneerd worden. fig.mfx-29 L R Space D Space D Balance D Balance D 3D Chorus Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Modulatie diepte van het chorus effect Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Output Mode SPEAKER, PHONES Past de methode aan die gebruikt zal worden om het geluid te horen dat hoorbaar wordt via de OUTPUT jacks. Het optimale 3D effect zal bereikt worden als u SPEAKER selecteert wanneer u speakers gebruikt of PHONES, wanneer u een koptelefoon gebruikt. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau 278

279 Effecten lijst 30: 3D FLANGER Dit past een 3D effect toe op het flanger geluid. Het flanger geluid zal op 90 graden links en 90 graden rechts gepositioneerd worden. fig.mfx-30 L R Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het flanger geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Feedback # % Past de proportie aan van het flanger geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de phase omkeren. Output Mode SPEAKER, PHONES Past de methode aan die gebruikt zal worden om het geluid te horen dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT jacks. Het optimale 3D effect zal bereikt worden als u SPEAKER selecteert wanneer u speakers gebruikt of PHONES wanneer u een koptelefoon gebruikt. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau 31: 3D STEP FLANGER Dit past een 3D effect toe op het step flanger geluid. Het flanger geluid zal op 90 graden links en 90 graden rechts gepositioneerd worden. fig.mfx-31 L R 3D Flanger 3D Step Flanger 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Parameter Waarde Omschrijving Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het flanger geluid gehoord wordt. Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke spreiding van het geluid Feedback # % Past de proportie aan van het flanger geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de phase omkeren. Step Rate # Hz, note Verandering van toonhoogte stappen Output Mode SPEAKER, PHONES Past de methode aan die gebruikt zal worden om het geluid te horen dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT jacks. Het optimale 3D effect zal bereikt worden als u SPEAKER selecteert wanneer u speakers gebruikt of PHONES wanneer u een koptelefoon gebruikt. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output niveau 32: 2BAND CHORUS Een chorus effect dat u in staat stelt een effect toe te voegen, onafhankelijk van de lage frequentie en hoge frequentie gebieden. fig.mfx-32 L in R in Split Split High Band Chorus Low Band Chorus High Band Chorus Low Band Chorus L out R out Parameter Bereik Omschrijving Split Freq Hz Frequentie waarop de lage en hoge gebieden verdeeld zullen worden. Low Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het lage gebied chorus geluid klinkt Low Rate # Hz, note Mate waarin het low-range chorus geluid gemoduleerd wordt Low Depth Modulatie diepte voor het low-range chorus geluid Low Phase deg Ruimtelijkheid van het low-range chorus geluid High Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het high-range chorus geluid klinkt High Rate # Hz, note Mate waarin het low-range chorus geluid gemoduleerd wordt High Depth Modulatie diepte voor het highrange chorus geluid High Phase deg Ruimtelijkheid van het high-range chorus geluid Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output volume 279

280 Effecten lijst 33: 2BAND FLANGER Een flanger, die u in staat stelt een effect toe te voegen, onafhankelijk van de lage frequentie en hoge frequentie gebieden. fig.mfx-33 L in R in Parameter Bereik Omschrijving Split Freq Hz Frequentie waarop de lage en hoge gebieden verdeeld zullen worden. Low Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het lage gebied flanger geluid klinkt Low Rate # Hz, note Mate waarin het low-range chorus geluid gemoduleerd wordt Low Depth Modulatie diepte voor het low-range flanger geluid Low Phase deg Ruimtelijkheid van het lowrange flanger geluid Low Feedback # % Proportie van het low-range flanger geluid dat terug gaat naar de input (negatieve waarden keren de fase om) High Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het high-range flanger geluid klinkt High Rate # Hz, note Mate waarin het high-range flanger geluid gemoduleerd wordt High Depth Modulatie diepte voor het high-range flanger geluid High Phase deg Ruimtelijkheid van het highrange flanger geluid High Feedback # Split Split High Band Flanger High Band Feedback Low Band Flanger Low Band Feedback High Band Feedback High Band Flanger Low Band Feedback Low Band Flanger % Proportie van het high-range flanger geluid dat terug gaat naar de input (negatieve waarden keren de phase om) Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output volume 34: 2BAND STEP FLANGER L out R out Een step flanger, die u in staat stelt een effect toe te voegen, onafhankelijk van de lage frequentie en hoge frequentie gebieden. fig.mfx-34 L in R in Parameter Bereik Omschrijving Split Freq Hz Frequentie waarop de lage en hoge gebieden verdeeld zullen worden. Low Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het lage gebied flanger geluid klinkt Low Rate # Hz, note Mate waarin het low-range chorus geluid gemoduleerd wordt Low Depth Modulatie diepte voor het low-range flanger geluid Low Phase deg Ruimtelijkheid van het lowrange flanger geluid Low Feedback # Low Step Rate # 35: OVERDRIVE Creëert een zachte vervorming, die lijkt op het geluid dat geproduceerd wordt met een buizenversterker. fig.mfx % Proportie van het low-range flanger geluid dat terug gaat naar de input (negatieve waarden keren de fase om) Hz, note Snelheid waarmee de stappen worden doorlopen voor het low-range flanger geluid High Pre Delay ms Delay tijd van het moment dat het originele geluid gehoord wordt tot het moment waarop het high-range flanger geluid klinkt High Rate # Hz, note Mate waarin het high-range flanger geluid gemoduleerd wordt High Depth Modulatie diepte voor het high-range flanger geluid High Phase deg Ruimtelijkheid van het highrange flanger geluid High Feedback # High Step Rate # Split Split High Band Step Flanger High Band Feedback Low Band Step Flanger Low Band Feedback High Band Feedback High Band Step Flanger Low Band Feedback Low Band Step Flanger L out R out % Proportie van het high-range flanger geluid dat terug gaat keren naar de input (negatieve waarden keren de fase om) Hz, note Snelheid waarmee de stappen worden doorlopen voor het high-range flanger geluid Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output volume L in R in Over drive Amp Simulator 2-Band EQ L out Pan L Pan R R out 280

281 Effecten lijst Parameter Waarde Omschrijving Drive # Mate van vervorming. Verandert ook het volume. Amp Type 36: DISTORTION Produceert een meer intense vervorming dan Overdrive. De parameters zijn dezelfde als voor 35: OVERDRIVE. fig.mfx-36 37: VS OVERDRIVE Dit is een overdrive die voor zware vervorming zorgt. fig.mfx-37 38: VS DISTORTION Dit is een vervormingseffect dat voor zware vervorming zorgt. De parameters zijn dezelfde als voor 37: VS OVERDRIVE. fig.mfx-38 SMALL, BUILT-IN, 2-STACK, 3-STACK Type gitaarversterker SMALL: kleine versterker BUILT-IN: combo versterker 2-STACK: grote dubbele stack versterker 3-STACK: grote drie-dubbele stack versterker Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Pan # L64 63R Stereo locatie van het uitgevoerde (output) geluid Level Output niveau L in R in L in R in Parameter Waarde Omschrijving Drive # Mate van vervorming. Verandert ook het volume. Tone # Geluidskwaliteit van het Overdrive effect Amp Sw OFF, ON Zet de Amp Simulator aan/uit. Amp Type Distortion Overdrive SMALL, BUILT-IN, 2-STACK, 3-STACK Amp Simulator Amp Simulator 2-Band EQ 2-Band EQ L out Pan L Pan R R out L out Pan L Pan R R out Type gitaarversterker SMALL: kleine versterker BUILT-IN: combo versterker 2-STACK: grote dubbele stack versterker 3-STACK: grote driedubbele stack versterker Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Pan # L64 63R Stereo locatie van het uitgevoerde (output) geluid Level Output niveau L in R in Distortion Amp Simulator 2-Band EQ L out Pan L Pan R R out 39: GUITAR AMP SIMULATOR Dit is een effectdat het geluid van een gitaarversterker nabootst. fig.mfx-39 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Pre Amp Sw OFF, ON Zet de amp schakelaar aan/uit. Pre Amp JC-120, CLEAN TWIN, Type gitaarversterker Type MATCH DRIVE, BG LEAD, MS1959I, MS1959II, MS1959I+II, SLDN LEAD, METAL5150, METAL LEAD, OD-1, OD-2 TURBO, DISTORTION, FUZZ Pre Amp Volume # Volume en hoeveelheid vervorming van de versterker Pre Amp Master # Volume van de gehele voorversterker Pre Amp Gain LOW, MIDDLE, HIGH Hoeveelheid voorversterker vervorming Pre Amp Bass Pre Amp Middle Pre Amp Treble Pre Amp Presence Pre Amp Bright Pre Amp Toon van het bas/mid /treble frequentie gebied * Middle kan niet ingesteld worden als Match Drive geslecteerd is als type voorversterker (MATCH DRIVE: ) OFF, ON Speaker L out Pan L Pan R R out Toon voor het uiterst hoge frequentiegebied Dit op On zetten produceert een scherper en helderder geluid. * Deze parameter is van toepassing op het JC-120, Clean Twin, en BG Lead type voorversterker. Speaker Sw OFF, ON Bepaalt of het signaal door de speaker passeert (ON) of niet (OFF). Speaker (Zie de tabel Type speaker Type hieronder.) Mic Setting 1, 2, 3 Past de locatie vande microfoon aan die het geluid van de speaker vasthoudt. * Dit kan aangepast worden in drie stappen, van één tot drie, waarbij de microfoon steeds meer afstand inneemt naarmate de waarde groter wordt. Mic Level Volume van de microfoon Direct Level Volume van het directe geluid Pan # L64 63R Stereo locatie van de output Level # Output niveau Specificaties voor elk speaker type De speaker kolom geeft de diameter aan van elke speaker eenheid (in inches) en het aantal speakers. Type Luidsprekerkast L.spreker Microfoon SMALL 1 Kleine kast met open achterkant 10 dynamisch SMALL 2 Kleine kast met open achterkant 10 dynamisch MIDDLE Kast met open achterkant 12 x 1 dynamisch JC-120 Kast met open achterkant 12 x 2 dynamisch BUILT-IN 1 Kast met open achterkant 12 x 2 dynamisch BUILT-IN 2 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 3 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 4 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BUILT-IN 5 Kast met open achterkant 12 x 2 condensator BG STACK 1 Gesloten kast 12 x 2 condensator BG STACK 2 Grote gesloten kast 12 x 2 condensator MS STACK 1 Grote gesloten kast 12 x 4 condensator MS STACK 2 Grote gesloten kast 12 x 4 condensator METAL STACK Grote dubbele stack 12 x 4 condensator 281

282 Effecten lijst Type Luidsprekerkast L.spreker Microfoon 2-STACK Grote dubbele stack 12 x 4 condensator 3-STACK Grote driedubbele stack 12 x 4 condensator 40: COMPRESSOR Vervlakt hoge niveaus en krikt lage niveaus op, en strijkt daarmee fluctuaties in volume glad. fig.mfx-40 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Attack # Stelt de snelheid in waarop compressie begint Threshold # Past het volume aan waarop compressie begint Post Gain db Past de toename in output aan. Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Level # Output niveau 41: LIMITER Comprimeert signalen die een gespecificeerd volumeniveau overstijgen, en voorkomt daar vervorming mee. fig.mfx-41 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Release # Past de tijd aan nadat het signaal volume onder het Threshold niveau valt, totdat compressie niet langer toegepast wordt. Threshold # Past het volume aan waarop compressie begint. Ratio 1.5:1, 2:1, 4:1, Compressie ratio 100:1 Post Gain db Past de toename in output aan. Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Level # Output niveau 42: GATE Snijdt in de delay van de reverb overeenkomstig het volume van het geluid dat gestuurd is naar het effect. Gebruik dit wanneer u een kunstmatig klinkende afname in de decay van de reverb wilt creëren. fig.mfx-42 L in R in Compressor Compressor Limiter Limiter Gate Gate 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Threshold # Volumeniveau waarop de gate begint te sluiten. Parameter Waarde Omschrijving Mode GATE, DUCK Type gate GATE: De gate zal sluiten, wanneer het volume van het originele geluid afneemt, en snijden in het originele geluid. DUCK (Ducking): De gate zal niet sluiten wanneer het volume van het originele geluid toeneemt, en snijden in het originele geluid. Attack Past de tijd aan die het duurt, voordat de gate volledig open is nadat deze in beweging gebracht is. Hold Past de tijd aan die het duurt, voordat de gate begint te sluiten nadat het brongeluid onder het Threshold niveau is gedaald. Release Past de tijd aan die het duurt voordat de gate na de hold time helemaal gesloten is. Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) Level Output volume 43: DELAY Dit is een stereo delay. Wanneer Feedback modus op NORMAL staat: fig.mfx-43a L in R in Wanneer Feedback modus op CROSS staat: fig.mfx-43b L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay Left ms, Past de tijd aan, totdat het delay geluid te Delay Right note horen is. Phase Left NORMAL, INVERSE Fase van het delay geluid Phase Right Feedback Mode Delay Feedback Feedback Delay Delay Feedback Feedback Delay NORMAL, CROSS Balance D Balance D Balance D Balance D 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ L out R out L out R out Selecteert de manier, waarop delay geluid wordt teruggevoerd naar het effect (Zie de illustraties hierboven.) Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau 282

283 Effecten lijst 44: LONG DELAY Een delay, die voorziet in een lange delay tijd. fig.mfx-44 L in R in Parameter Bereik Omschrijving Delay Time ms, note Delay tijd vanaf het moment dat het originele geluid te horen is tot het moment waarop het delay geluid klinkt. Phase NORMAL, INVERSE Phase van de delay (NOR- MAL: niet omgekeerd, INVERT: omgekeerd) Feedback # % Proportie van het delay geluid dat terug gaat keren naar de input (negatieve waarden keren de phase om) 45: SERIAL DELAY Deze vertraging verbindt twee delay eenheden in serie. Feedback kan onafhankelijk toegepast worden op elke delay eenheid, wat u in staat stelt om complexe delay geluiden te creëren. fig.mfx-45 HF Damp Hz, BYPASS Frequentie waarop de hoge frequentie inhoud van het vertraagde geluid weggesneden zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Pan # L64 63R Panning van het delay geluid Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans van het originele geluid (D) en delay geluid (W) Level Output volume L in R in Parameter Bereik Omschrijving Delay1 Time ms, note Delay tijd vanaf het moment dat geluid is ingevoerd op delay 1 tot het moment dat het delay geluid klinkt Delay1 Feedback # Delay1 HF Damp Long Delay Feedback Delay 1 Feedback % Proportie van het delay geluid dat terug gaat keren naar de input van delay 1(negatieve waarden keren de phase om) Hz, BYPASS Pan L Pan R Delay 2 Feedback 2 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out Pan L Pan R L out R out Frequentie waarop de hoge frequentie inhoud van het vertraagde geluid van delay 1 weggesneden zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Delay2 Time ms, note Delay tijd vanaf het moment dat geluid is ingevoerd op delay 2 tot het moment dat het delay geluid klinkt Parameter Bereik Omschrijving Delay2 Feedback # % Proportie van het delay geluid dat terug gaat keren naar de input van delay 2(negatieve waarden keren de phase om) Delay2 HF Damp 46: MODULATION DELAY Voegt modulatie toe aan het vertraagde geluid. Wanneer Feedback modus op NORMAL staat: fig.mfx-46a Wanneer Feedback modus op CROSS staat: fig.mfx-46b Hz, BYPASS Frequentie waarop de hoge frequentie inhoud van het vertraagde geluid van delay 2 weggesneden zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Pan # L64 63R Panning van het delay geluid Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het lage frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans van het originele geluid (D) en delay geluid (W) Level Output volume L in R in L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay Left ms, note Delay Right Feedback Mode Delay Feedback Feedback Delay Delay Feedback Feedback Delay NORMAL, CROSS Past de tijd aan, totdat het delay geluid te horen is. Selecteert de manier, waarop delay geluid wordt teruggevoerd naar het effect (Zie de illustraties hierboven.) Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS Balance D Modulation Modulation Balance D Balance D Modulation Modulation Balance D 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ L out R out L out R out Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Frequentie van modulatie Rate # Hz, note Depth Diepte van modulatie Phase deg Ruimtelijke verspreiding van het geluid Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W Volumebalans tussen het directe geluid D0:100W (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau 283

284 Effecten lijst 47: 3TAP PAN DELAY Past de tijd aan, totdat het delay geluid te horen is. fig.mfx-47 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay Left/ Right/Center ms, note Past de tijd aan totdat het delay geluid te horen is. Center Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS 48: 4TAP PAN DELAY Dit effect heeft vier delays. fig.mfx-48a Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Left/Right/ Volume van elke delay Center Level Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau L in R in 1 L Parameter Delay 1 4 Time Delay 1 Feedback # Triple Tap Delay Feedback 2 3 Feedback Waarde HF Damp Hz, BYPASS Left Tap Right Tap Delay 1 Balance D Center Tap Quadruple Tap Delay R 4 Delay 4 Balance D Delay 2 Delay 3 fig.mfx-48b Stereo locatie van elke delay Omschrijving 2-Band EQ Balance W Balance D Balance W 2-Band EQ Balance D L out R out L out Balance W Balance W R out ms, Past de tijd aan totdat het delay geluid te note horen is % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Delay Volume van elke delay Level Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Parameter Waarde Omschrijving Level Output niveau 49: MULTI TAP DELAY Dit effect voorziet in vier delays. Elk van deze Delay tijd parameters kunnen ingesteld worden op een noot lengte, die gebaseerd is op het geselecteerde tempo. U kunt de panning en het niveau van elk delay geluid ook instellen. fig.mfx-49 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay 1 4 Time ms, note Past de tijd aan totdat Delays 1-4 te horen zijn. Delay 1 Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS 50: REVERSE DELAY Dit is een omgekeerde ( reverse ) delay, met een tegengesteld en vertraagd geluid. Een tap delay volgt direct na de omgekeerde delay. fig.mfx-50 Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd.. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Delay 1 4 L64 63R Stereo locatie van Delays 1-4 Pan Delay Output niveau van Delays 1-4 Level Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau L in R in Parameter Bereik Omschrijving Threshold Volume waarop de omgekeerde delay toegepast zal gaan worden Rev Delay Time Rev Delay Feedback # Rev Delay HF Damp Feed back Multi Tap Delay Feedback Delay 1 Delay 2 Rev. Delay Delay 3 Delay ms, note Delay tijd vanaf het moment dat geluid is ingevoerd naar de reverse delay tot het moment dat het delay geluid klinkt % Proportie van het delay geluid dat terug gaat keren naar de input van de reverse delay (negatieve waarden keren de phase om) Hz, BYPASS Balance D Balance D Rev D1 Delay D2 D3 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out Frequentie waarop de hoge frequentie inhoud van het omgekeerd vertraagde geluid weggesneden zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) 284

285 Effecten lijst Parameter Bereik Omschrijving Rev Delay Pan L64 63R Panning van het omgekeerde delay geluid Rev Delay Level Volume van het omgekeerde delay geluid Delay 1 3 Time ms, note Delay tijd vanaf het moment dat geluid is ingevoerd naar de tap delay tot het moment dat het delay geluid klinkt Delay 3 Feedback # % Proportie van het delay geluid dat terug gaat keren naar de input van de tap delay (negatieve waarden keren de phase om) Delay HF Damp Delay 1 Pan, Delay 2 Pan Delay 1 Level, Delay 2 Level 51: SHUFFLE DELAY Voegt een shuffle toe aan het delay geluid, wat het geluid een verend delay effect en daarmee schwung geeft. fig.mfx Hz, BYPASS L64 63R 52: 3D DELAY Frequentie waarop de lage frequentie inhoud van het tap delay geluid weggesneden zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Panning van de tap delay geluiden Volume van de tap delay geluiden Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het lage frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans van het originele geluid (D) en delay geluid (W) Level Output volume L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay Time # ms, note Past de tijd aan totdat het delay geluid te horen is. Shuffle Rate # % Past de ratio (als een percentage) aan van de tijd die verstrijkt voordat het Delay B geluid klinkt, evenredig aan de tijd die verstrijkt voordat de Delay A klinkt. Indien ingesteld op 100%, blijven de delay tijden hetzelfde. Acceleration 0 15 Past de tijd aan waarin de Delay Time verandert van de huidige instelling naar zijn gespecificeerde nieuwe instelling. Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Feedback Delay Delay A Delay B Hz, BYPASS 2-Band EQ 2-Band EQ Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Pan A/B Stereo locatie van Delay A /B Level A/B Volume van delay A /B Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau Dit past een 3D effect toe op het delay geluid. Het delay geluid zal op 90 graden links en 90 graden rechts gepositioneerd worden. A B L out R out fig.mfx-52 L R Parameter Waarde Omschrijving Delay Left ms, note Delay Right Delay Center Center Feedback # HF Damp Hz, BYPASS 53: TIME CTRL DELAY Een stereo delay waarin de delay tijd soepel gevarieerd kan worden. fig.mfx-53 Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het delay geluid gehoord wordt % Past de proportie aan van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Left Level Output niveau van het delay geluid Right Level Center Level Output Mode SPEAKER, PHONES Past de methode aan die gebruikt zal worden om het geluid te horen dat uitgevoerd wordt via de OUTPUT jacks. Het optimale 3D effect zal bereikt worden als u SPEAKER selecteert wanneer u speakers gebruikt of PHONES wanneer u een koptelefoon gebruikt. Gain van het lage frequentie gebied Low Gain db High Gain Gain van het hoge frequentie gebied db Balance # D100:0W Volumebalans tussen het directe geluid D0:100W (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau L in R in 3D Delay L 3D Delay C Feedback 3D Delay R Time Ctrl Delay Feedback Feedback Time Ctrl Delay Parameter Waarde Omschrijving Delay Time # ms, note Past de tijd aan totdat het delay geluid te horen is. Acceleration 0 15 Past de tijd aan waarin de Delay Time verandert van de huidige instelling naar zijn gespecificeerde nieuwe instelling. De mate van verandering voor de Delay Time heeft invloed op de mate van pitch verandering. Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS Level Pan L Pan R 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out L out R out R out Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. 285

286 Effecten lijst Parameter Waarde Omschrijving Low Gain Gain van het lage frequentie gebied db High Gain Gain van het hoge frequentie gebied db Balance # D100:0W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) D0:100W Level Output niveau 54: LONG TIME CTRL DELAY Een delay, waarin de delay tijd subtiel gevarieerd kan worden, en een uitgestrekte delay kan worden geproduceerd. fig.mfx-54 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Delay Time # ms, note Past de tijd aan totdat het delay geluid te horen is. Acceleration 0 15 Past de tijd aan waarin de Delay Time verandert van de huidige instelling naar zijn gespecificeerde nieuwe instelling. De mate van verandering voor de Delay Time heeft invloed op de mate van toonhoogte verandering. Feedback # % Past de hoeveelheid van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. HF Damp Hz, BYPASS Past de frequentie aan, waarboven de klank, voordat deze naar het effect terugkeert, wordt gefilterd. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Pan # L64 63R Stereo locatie van de delay Low Gain db Gain van het lage frequentie gebied High Gain db Gain van het hoge frequentie gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau 55: TAPE ECHO Een virtuele tape echo die een realistisch tape delay geluid produceert. Dit simuleert de tape echo sectie van een Roland RE-201 Space Echo. fig.mfx-55 L in R in Parameter Waard e Mode S, M, L, S+M, S+L, M+L, S+M+L Repeat Rate # Feedback Balance D Time Control Delay Tape Echo Direct Level Direct Level Balance D Omschrijving Echo Level Echo Level 2-Band EQ Balance W Balance W L out R out 2-Band EQ Combinatie van afspeelkoppen die u kunt gebruiken. Selecteer uit drie verschillende afspeelkoppen met verschillende delay tijden. S: short M: middle L: long Tape snelheid Deze waarde vergroten zal de ruimte tussen de vertraagde geluiden verkleinen. Intensity # Hoeveelheid delay herhalingen L out R out Parameter Waard Omschrijving e Bass db Boost/cut voor het onderste gebied van het echo geluid Treble db Boost/cut voor het bovenste gebied van het echo geluid Head S Pan L64 63R Onafhankelijke panning voor de short, middle Head M Pan en long afspeelkoppen Head L Pan Tape Distortion Wow/Flutter Rate 56: LOFI NOISE Behalve het lo-fi effect, voegt dit verschillende soorten Noise toe zoals White Noise en plaat ruis. fig.mfx Hoeveelheid tape-afhankelijke vervorming die toegevoegd dient te worden. Dit simuleert de kleine tonale veranderingen die ontdekt kunnen worden m.b.v. signaal analyse apparatuur. Deze waarde vergroten zal de vervorming vergroten Snelheid van wow/flutter (complexe variatie in toonhoogte veroorzaakt door tape slijtage en onregelmatigheden bij het roteren) Diepte van wow/flutter Wow/Flutter Depth Echo Level # Volume van het echo geluid Direct Level Volume van het originele geluid # Level Output niveau L in R in Parameter Waarde Omschrijving LoFi Type 1 9 Vermindert de geluidskwaliteit. De geluidskwaliteit wordt slechter als deze waarde vergroot wordt. Post Filter Type Post Filter Cutoff W/P Noise Type W/P Noise LPF W/P Noise Level # Disc Noise Type Disc Noise LPF Disc Noise Level # Hum Noise Type Hum Noise LPF Lo-Fi Noise Gen. Lo-Fi OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Midden frequentie van het filter Hz WHITE, Wissel tussen White Noise en Pink Noise PINK Midden frequentie van de low pass filter Hz, toegepast op de White/pink Noise BYPASS (BYPASS: niet wegsnijden) Volume van de White Noise en Pink Noise LP, EP, SP, RND Hz, BYPASS Type record noise De frequentie waarop het geluid te horen is hangt af van het geselecteerde type. Past de cutoff frequentie van de low pass filter toegepast op het opgenomen geluid, aan. Als u geen hoge frequenties uit wilt filteren, dient u deze parameter op BYPASS te zetten Volume van het opgenomen geluid 50 Hz, 60 Hz Hz, BYPASS 2-Band EQ 2-Band EQ Frequentie van de ruis L out R out Midden frequentie van de low pass filter toegepast op de ruis (BYPASS: niet wegsnijden) 286

287 Effecten lijst Parameter Waarde Omschrijving Hum Noise Volume van de ruis Level # Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau Parameter Waarde Omschrijving Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level Output niveau 59: TELEPHONE (telefoon) fig.mfx-59 57: LOFI COMPRESS L in Telephone L out Dit is een effect, waarbij de geluidskwaliteit opzettelijk wordt verminderd voor creatieve doeleinden. fig.mfx-57 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Pre Filter Type 1 6 Selecteert het type filter dat toegepast wordt op het geluid, voordat het door het Lo-Fi effect passeert. LoFi Type 1 9 Vermindert de geluidskwaliteit. De geluidskwaliteit wordt slechter als deze waarde vergroot wordt. Post Filter Type 58: LOFI RADIO Behalve het Lo-Fi effect, genereert dit effect ook radio ruis. fig.mfx-58 OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit. Post Filter Hz Basisfrequentie van het Post Filter Cutoff Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het decay geluid (W) Level # Output niveau L in R in Parameter Waarde Omschrijving LoFi Type 1 9 Vermindert de geluidskwaliteit. De geluidskwaliteit wordt slechter als deze waarde vergroot wordt. Post Filter Type Post Filter Cutoff Radio Detune # Radio Noise Level # Compressor Compressor Radio Lo-Fi Lo-Fi OFF, LPF, HPF Lo-Fi Lo-Fi 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt. LPF: snijdt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq eruit. HPF: snijdt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq eruit Hz Basisfrequentie van het Post Filter L out R out Simuleert het afstemgeluid van een radio. Als deze waarde verhoogd wordt, wordt de afstemming vager Volume van de radio ruis R in Parameter Waarde Omschrijving Voice 0 15 Audiokwaliteit van de telefoon Quality # Treble db Bandbreedte van de teefoon Balance # D100:0 D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het effect geluid (W) Level Output niveau 60: PHONOGRAPH (platenspeler) Simuleert een geluid dat is opgenomen van een analoge langspeelplaat en afgespeeld wordt op een platenspeler. Dit effect simuleert ook de verschillende geluiden die typerend zijn voor een langspeelplaat en zelfs de onregelmatigheden in geluid die bij het draaien van een oude platenspeler voor kan komen. fig.mfx-60 L in R in Telephone Phonograph Phonograph Balance D Balance D Balance W Balance W R out L out R out Parameter Waarde Omschrijving Signal Diepte van vervorming Distortion Frequency Bereik Frequentie reactie van het afspeelsysteem. Deze waarde verlagen zal de indruk van een oud systeem met een slechte frequentie reactie geven. Disc Type LP, EP, SP Rotatie snelheid van de platenspeler. Dit zal invloed hebben op de frequentie van het scratch geluid. Scratch Noise Level Hoeveelheid geluid veroorzaakt door stof op de plaat Dust Noise Level Volume van het geluid veroorzaakt door stof op de plaat Hiss Noise Volume van aanhoudende hiss Level Total Noise Volume van het totale geluid Level # Wow Diepte van lange rotatie onregelmatigheden Flutter Diepte van korte rotatie onregelmatigheden Random Diepte van onbeperkte rotatie onregelmatigheden Total Wow/ Flutter # Diepte van totale rotatie onregelmatigheden Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het effect geluid (W) Level Output niveau 287

288 Effecten lijst 61: PITCH SHIFTER (Feedback Pitch Shifter) Een stereo pitch shifter. fig.mfx-61 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Coarse # semi Past de toonhoogte van het geluid aan in halve stappen. Fine # cent Past de toonhoogte van het geluid aan in 2-cent stappen. Delay Time ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het geluid gehoord wordt. Feedback # % Past de proportie van het geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het geluid (W) Level Output niveau 62: 2VOICE PITCH SHIFTER Verplaatst de toonhoogte van het originele geluid. Deze 2-stemmige pitch shifter heeft twee pitch shifters en kan twee geluiden aan het originele geluid toevoegen. fig.mfx-62 L in R in Pitch Shifter Pitch Shifter Level 1 Pan 1 R 2Voice Pitch Shifter Pan 2 L Level 1 2-Band EQ 2-Band EQ Balance D Pan 1 L Pan 2 R Balance D L out R out L out Balance W Balance W R out Parameter Waarde Omschrijving Pitch 1: Coarse # semi Past de toonhoogte van Pitch Shift 1 aan in halve stappen. Pitch 1:Fine # cent Past de toonhoogte van Pitch Shift 1 Pitch 1 aan in 2-cent stappen. Pitch 1:Delay ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat Pitch Shift 1 gehoord wordt. Pitch 1:Feedback # % Past de proportie van het geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen keren de fase om. Pitch 1:Pan # L64-63R Stereo locatie van het Pitch Shift 1 geluid Pitch 1:Level Volume van het Pitch Shift 1 geluid Pitch 2: Coarse #2 Pitch 2:Fine # semi cent Instellingen van het Pitch Shift 2 geluid. De parameters zijn dezelfde als Pitch 2:Delay ms, note voor het Pitch Shift 1 geluid. Pitch 2:Feedback % # Pitch 2:Pan # L64-63R Pitch 2:Level Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Parameter Waarde Omschrijving Level Balance A100:0B- A0:100B Volumebalans tussen de Pitch Shift 1 en Pitch Shift 2 geluiden Balance D100:0W- D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het geluid (W) Level Output niveau 63: STEP PITCH SHIFTER Een pitch shifter, waarin gevarieerd wordt in de hoeveelheid pitch verschuiving door een 16-step verdeling. fig.mfx-63 L in R in Parameter Bereik Omschrijving Step semi Hoeveelheid toonhoogte verschuiving bij iedere stap (halve eenheden) Rate # Hz, note Tempo waarin de 16-staps verdeling zal draaien Attack # Snelheid waarin de hoeveelheid toonhoogte verschuiving verandert tussen stappen Gate Time # Duur van het geluid bij iedere stap Fine cent Pitch shift aanpassing voor alle stappen (2-cent eenheden) Delay Time ms, note Delay tijd van het originele geluid, totdat het nieuwe geluid gehoord wordt Feedback # % Proportie van het nieuwe geluid, dat teruggevoerd wordt naar de input. (Negatieve waarden keren de fase om.) Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het lage frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor het hoge frequentie gebied Balance # 64: REVERB Voegt nagalm toe aan het geluid, waarmee een akoestische ruimte nagebootst wordt. fig.mfx-64 D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het originele geluid (D) en het nieuwe geluid (W) Level Output volume L in R in Step Pitch Shifter Step Pitch Shifter Balance D Reverb Balance D 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ 2-Band EQ 2-Band EQ L out R out L out R out 288

289 Effecten lijst Parameter Waarde Omschrijving Type ROOM1, ROOM2, STAGE1, STAGE2, HALL1, HALL2 Type reverb ROOM1: Dichte reverb met korte decay ROOM2: magere reverb met korte decay STAGE1: reverb met grotere late nagalm HALL1: reverb met zuivere nagalm HALL2: reverb met rijke nagalm Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het reverb geluid gehoord wordt Time # Tijdsduur van reverb (nagalm/ weerkaatsing) HF Damp 65: GATED REVERB Dit is een speciaal type reverb waarin het nagalmende geluid voortijdig afgekapt wordt. fig.mfx Hz, BYPASS Past de frequentie aan, waarboven het weerkaatsende geluid afgekapt zal worden. Als de frequentie lager is ingesteld zullen de hogere frequenties weggesneden worden, wat resulteeert in een zachter en meer gedempte nagalm. Als u de hoge frequenties niet weg wilt snijden, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het reverb geluid (W) Level Output niveau L in R in Balance D Gated Reverb Balance D 2-Band EQ Balance W Balance W 2-Band EQ L out R out Parameter Waarde Omschrijving Type NORMAL, REVERSE, SWEEP1, SWEEP2 Type reverb NORMAL: conventionele gated reverb REVERSE: tegengestelde reverb SWEEP1: het weerkaatsende geluid verplaatst zich van rechts naar links SWEEP2: het weerkaatsende geluid verplaatst zich van links naar rechts Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het reverb geluid gehoord wordt Gate Time ms Past de tijd aan vanaf het moment dat de reverb is gehoord totdat deze verdwijnt. Low Gain db Gain van het lage gebied High Gain db Gain van het hoge gebied Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het reverb geluid (W) Level # Output niveau 66: OVERDRIVE CHORUS fig.mfx-66 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Overdrive Drive # Mate van vervorming. Verandert ook het volume. Overdrive Pan # L64 63R Stereo locatie van het overdrive geluid Chorus Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het chorus geluid gehoord wordt. Chorus Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Chorus Depth Diepte van modulatie Chorus Balance # 67: OVERDRIVE FLANGER fig.mfx-67 D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in Past de volumebalans tussen het geluid, dat door de chorus is gestuurd (W) en het geluid, dat niet door de chorus is gestuurd (D). Parameter Waarde Omschrijving Overdrive Drive # Mate van vervorming. Verandert ook het volume. Overdrive Pan # L64 63R Stereo locatie van het overdrive geluid Flanger Pre Delay ms Past de delay tijd van het moment dat het directe geluid begint, totdat het flanger geluid gehoord wordt. Flanger Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Flanger Depth Diepte van modulatie Flanger Feedback # Flanger Balance # Overdrive Overdrive Balance D Chorus Balance D Balance D Feedback Flanger Balance D % Past de proportie van het flanger geluid aan, dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. D100:0W D0:100W Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de flanger is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de flanger is gestuurd (D). Level Output niveau L out Balance W Balance W R out L out Balance W Balance W R out 289

290 Effecten lijst 68: OVERDRIVE DELAY fig.mfx-68 L in Balance D Overdrive Delay Feedback R in Balance D L out Balance W Balance W R out OD Drive Dist Drive, OD Pan Dist Pan fig.mfx-71 L in Balance D Distortion Delay Feedback R in Balance D L out Balance W Balance W R out Parameter Waarde Omschrijving Overdrive Drive # Mate van vervorming Verandert ook het volume. Overdrive Pan L64 63R Stereo locatie van het overdrive geluid # Delay Time ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan, totdat het delay geluid gehoord wordt. Delay Feedback # Delay HF Damp Hz, BYPASS Delay Balance # 69: DISTORTION CHORUS De parameters zijn in principe hetzelfde als in 66: OVERDRIVE CHORUS, met uitzondering van de volgende twee: OD Drive Dist Drive, OD Pan Dist Pan fig.mfx-69 70: DISTORTION FLANGER De parameters zijn in principe hetzelfde als in 67: OVERDRIVE FLANGER, met uitzondering van de volgende twee: OD Drive Dist Drive, OD Pan Dist Pan fig.mfx % Past de proportie van het delay geluid, aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in L in R in Distortion Distortion 71: DISTORTION DELAY Past de frequentie aan, waarboven geluid dat teruggevoerd is naar het effect afgekapt zal worden. Als u geen hoge frequenties af wilt kappen, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de delay is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de delay is gestuurd (D). Balance D Chorus Balance D Balance D Feedback Flanger Balance D L out Balance W Balance W R out L out Balance W Balance W R out De parameters zijn in principe hetzelfde als in 68: OVERDRIVE DELAY, met uitzondering van de volgende twee: 72: ENHANCER CHORUS fig.mfx-72 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Enhancer Sens # Gevoeligheid van de enhancer Enhancer Mix # Niveau van de boventonen gegenereerd door de enhancer Chorus Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Chorus Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Chorus Depth Diepte van modulatie Chorus Balance # 73: ENHANCER FLANGER fig.mfx-73 D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de chorus is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de chorus is gestuurd (D). Parameter Waarde Omschrijving Enhancer Sens # Gevoeligheid van de enhancer Enhancer Mix # Niveau van de boventonen gegenereerd door de enhancer Flanger Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het flanger geluid gehoord wordt. Flanger Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Flanger Depth Diepte van modulatie Flanger Feedback # Flanger Balance # Enhancer Enhancer Enhancer Enhancer Mix Mix Mix Mix % Past de proportie aan van het flanger geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. D100:0W D0:100W Balance D Chorus Balance D Balance D Feedback Flanger Balance D Level Output niveau L out Balance W Balance W R out L out Balance W Balance W R out Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de flanger is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de flanger is gestuurd (D). 290

291 Effecten lijst 74: ENHANCER DELAY fig.mfx-74 L in Enhancer Mix Balance D Delay Feedback R in Enhancer Mix Balance D L out Balance W Balance W R out 76: FLANGER DELAY fig.mfx-76 Balance D L in Feedback Balance W Flanger Balance W R in Balance D Balance D Delay Feedback Balance D L out Balance W Balance W R out Parameter Waarde Omschrijving Enhancer Sens # Gevoeligheid van de enhancer Enhancer Mix # Niveau van de boventonen gegenereerd door de enhancer Delay Time Delay Feedback # Delay HF Damp Delay Balance # 75: CHORUS DELAY fig.mfx ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het delay geluid gehoord wordt % Past de proportie aan van het delay geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de phase omkeren Hz, BYPASS D100:0W D0:100W Level Output niveau L in R in Balance D Balance W Chorus Balance W Balance D Past de frequentie aan waarboven geluid dat teruggevoerd is naar het effect afgekapt zal worden. Als u geen hoge frequenties weg wilt snijden, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de delay is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de delay is gestuurd (D). Balance D Delay Feedback Balance D L out Balance W Balance W R out Parameter Waarde Omschrijving Flanger Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het flanger geluid gehoord wordt. Flanger Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Flanger Depth Diepte van modulatie Flanger Feedback # Flanger Balance # % Past de proportie aan van het flanger geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het flanger geluid (W) Delay Time ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het delay geluid gehoord wordt. Delay Feedback # Delay HF Damp Delay Balance # % Past de proportie aan van het delay geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren Hz, BYPASS D100:0W D0:100W Level Output niveau Past de frequentie aan waarboven geluid dat teruggevoerd is naar het effect afgekapt zal worden. Als u geen hoge frequenties weg wilt snijden, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de delay is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de delay is gestuurd (D). Parameter Waarde Omschrijving Chorus Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Chorus Rate # Hz, note Frequentie van modulatie Chorus Depth Diepte van modulatie Chorus Balance # D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het geluid chorus geluid (W) Delay Time ms, note Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het delay geluid gehoord wordt. Delay Feedback # Delay HF Damp Delay Balance # % Past de proportie aan van het delay geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren Hz, BYPASS D100:0W D0:100W Level Output niveau Past de frequentie aan waarboven geluid dat teruggevoerd is naar het effect wggesneden zal worden. Als u geen hoge frequenties af wilt kappen, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de delay is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de delay is gestuurd (D). 291

292 Effecten lijst 77: CHORUS FLANGER fig.mfx-77 L in R in Parameter Waarde Omschrijving Chorus Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Chorus Rate # Hz, note Modulatie frequentie van het chorus effect Chorus Depth Modulatie frequentie van het chorus effect Chorus Balance # Flanger Pre Delay 78: SYMPATHETIC RESONANCE Op een akoestische piano zal het ingedrukt houden van het demper pedaal andere snaren in staat stellen om samen met de noten die u speelt te resoneren, waardoor een rijke en ruimtelijke resonantie gecreëerd wordt. Met dit effect bootst u deze harmonische resonanties na. fig.mfx-78 D100:0W D0:100W Volumebalans tussen het directe geluid (D) en het chorus geluid (W) ms Past de delay tijd aan van het moment dat het directe geluid begint totdat het flanger geluid gehoord wordt. Flanger Rate # Hz, note Modulatie frequentie van het flanger effect Flanger Depth Modulatie diepte van de flanger Flanger Feedback # Flanger Balance # Balance D Balance W Chorus Balance W Balance D Balance D Feedback Flanger Balance D % Past de proportie aan van het flanger geluid dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren. D100:0W D0:100W Past de volumebalans aan tussen het geluid dat door de flanger is gestuurd (W) en het geluid dat niet door de flanger is gestuurd (D). Level Output niveau L in 3-Band EQ L out Balance W Balance W R out L out Parameter Bereik Omschrijving Peaking Q 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Breedte van de frequentie regio opgekrikt/afgekapt door de Peaking Gain parameter (grotere waarden maken de regio smaller) HF Damp LF Damp Hz, BYPASS BYPASS, Hz Frequentie, waarop de hoge frequentie inhoud van het resonerende geluid afgekapt zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Frequentie waarop de lage frequentie inhoud van het resonerende geluid afgekapt zal worden (BYPASS: niet wegsnijden) Lid 1 6 Dit simuleert de eigenlijke veranderingen in geluid die voorkomen wanneer de klep van een vleugel is ingesteld op verschillende hoogten. EQ Low Freq 200, 400 Hz Frequentie van de low- range EQ EQ Low Gain db Hoeveelheid low- range boost/cut EQ Mid Freq Hz Frequentie van de mid-range boost/ cut EQ Mid Gain db Hoeveelheid mid- range boost/cut EQ Mid Q 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Breedte van midrange (grotere waarden maken de regio smaller) EQ High Freq 2000, 4000, Frequentie van de high-range EQ 8000 Hz EQ High Gain db Hoeveelheid high- range boost/cut Level Output niveau Wanneer u 3D effecten gebruikt De volgende 3D effecten gebruiken RSS (Roland Sound Space) technologie om een ruimtelijkheid te creëren, die niet door effecten als delay, reverb of chorus geproduceerd kan worden. 52: 3D DELAY 29: 3D CHORUS 30: 3D FLANGER 31: 3D STEP FLANGER Wanneer u deze effecten gebruikt, adviseren we u om uw speakers als volgt neer te zetten. Zorg er ook voor, dat de speakers op voldoende afstand van de muren staan. fig Syn. Resonance R in Parameter Bereik Omschrijving Depth # Diepte van het effect Damper # Hoe diep de demper pedaal is ingedrukt (controleert het resonerende geluid) Pre LPF Pre HPF Hz, BYPASS BYPASS, Hz 3-Band EQ R out Frequentie van het filter dat de hoge frequentie inhoud van het input geluid afkapt (BYPASS: niet wegsnijden) Frequentie van het filter dat de lage frequentie inhoud van het input geluid afkapt (BYPASS: niet wegsnijden) Peaking Freq Hz Frequentie van het filter dat een specifieke frequentie regio van het input geluid opkrikt/wegsnijdt Peaking Gain db Hoeveelheid boost/cut geproduceerd door het filter bij de gespecificeerde frequentie regio van het input geluid Als de linker- en rechter speaker te ver uit elkaar staan of als er teveel weerkaatsing is, kan het volledige 3D effect wellicht niet tot uiting komen. Elk van deze effecten heeft een Output Mode parameter. Als het geluid van de OUTPUT jacks gehoord dient te worden via de speakers, dient u deze parameter op SPEAKER te zetten. Als het geluid door een koptelefoon gehoord dient te worden, dient u dit op PHONES in te stellen. Dit zorgt ervoor, dat het optimale 3D effect gehoord wordt. Als de parameter niet correct is ingesteld, kan het 3D effect misschien niet volledig tot uiting komen. 292

293 Effecten lijst Over de STEP RESET functie 06: STEP FILTER 16: STEP RING MODULATOR 19: STEP PAN 20: SLICER 63: STEP PITCH SHIFTER De bovenstaande vijf typen bevatten een zestien-staps sequencer. Voor deze typen kunt u een multi-effect control gebruiken om de sequence opnieuw in te stellen zodat deze vanaf de eerste stap speelt. Om dit te doen, dient u de multi-effecten control instelling op Step Reset te zetten. Als u bijvoorbeeld de modulatie hendel gebruikt om het effect te besturen, zult u de volgende instellingen moeten maken. Source: CC01: MODULATION Destination: Step Reset Sens: +63 Met deze instellingen zal de sequence vanaf het begin afspelen wanneer u de modulatie hendel gebruikt. noot: fig.mfx-note2.e_88 (64ste triool), (64ste noot), (32ste triool), (32ste noot), (16e triool), (Gepuncteerde 32ste noot), (16e noot), (8ste triool), (Gepuncteerde 16e noot), (8ste noot), (Kwartentriool), (Gepuncteerde 8ste noot), (Kwartnoot), (Halve triool), (Gepuncteerde kwartnoot), (Halve noot), (Hele noot triool), (Gepuncteerde halve noot), (Hele noot), (Dubbele noot triool), (Gepuncteerde hele noot), (Dubbele noot) Chorus parameters De Chorus effect eenheid van de Fantom-X kan ook gebruikt worden als een stereo delay eenheid. Deze instellingen geven u de mogelijkheid om chorus of delay en de karakteristieken van het geselecteerde effecten type te selecteren. Parameter Waarde Omschrijving Feedback Past de hoeveelheid van het chorus geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter OFF: er wordt geen filter gebruikt LPF: kapt het frequentie gebied boven de Cutoff Freq af HPF: kapt het frequentie gebied onder de Cutoff Freq af Cutoff Freq Hz Basis frequentie van het filter Phase Ruimtelijke verstrooïïng van het geluid Type: 2 (DELAY) Delay Left ms, note Past de delay tijd van het directe Delay Right Delay Center Center Feedback HF Damp noot: fig.mfx-note2.e geluid aan totdat het delay geluid gehoord wordt % Past de proportie van het delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect. Negatieve (-) instellingen zullen de fase omkeren Hz, BYPASS Past de frequentie aan waarboven geluid dat teruggevoerd is naar het effect afgekapt zal worden. Als u geen hoge frequenties af wilt kappen, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Left Level Volume van elk delay geluid Right Level Center Level Type: 3 (GM2 CHORUS) Pre-LPF 0 7 Kapt het hoge frequentie gebied van het geluid dat in de chorus terechtkomt, af. Hogere waarden zullen meer van de hoge frequenties afkappen. Level Volume van het chorus geluid Feedback Past de hoeveelheid chorus geluid aan dat naar het effect is teruggevoerd. Delay Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. Rate Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Send Level To Reverb Past de hoeveelheid chorus geluid aan dat door de reverb gestuurd zal worden. (64ste triool), (64ste noot), (32ste triool), (32ste noot), (16e triool), (Gepuncteerde 32ste noot), (16e noot), (8ste triool), (Gepuncteerde 16e noot), (8ste noot), (Kwartnoot), (Hele noot triool), (Kwartentriool), (Halve triool), (Gepuncteerde halve noot), (Gepuncteerde 8ste noot), (Gepuncteerde kwartnoot), (Hele noot), (Halve noot), Parameter Waarde Omschrijving Chorus Type 0 (OFF), 1 (CHORUS), 2 (DELAY), 3 (GM2 CHORUS) Selecteert Chorus of Delay. 0 (OFF): Noch Chorus, noch Delay wordt gebruikt. 1 (CHORUS): Chorus wordt gebruikt. 2 (DELAY): Delay wordt gebruikt. 3 (GM2 CHORUS): GM2 Chorus wordt gebruikt. Type: 1 (CHORUS) Rate Hz, note Frequentie van modulatie Depth Diepte van modulatie Pre Delay ms Past de delay tijd van het directe geluid aan totdat het chorus geluid gehoord wordt. (Dubbele noot triool), (Gepuncteerde hele noot), (Dubbele noot) 293

294 Effecten lijst Reverb parameters Deze instellingen stellen u in staat om het gewenste type reverb en de karakteristieken van dit type te selecteren. Parameter Waarde Omschrijving Reverb Type 0 (OFF), 1 (REVERB), 2 (SRV ROOM), 3 (SRV HALL), 4 (SRV PLATE), 5 (GM2 REVERB) Type: 1 (REVERB) Type ROOM1, ROOM2, STAGE1, STAGE2, HALL1, HALL2, DELAY, PAN-DELAY Type reverb 0 (OFF): Reverb wordt niet gebruikt 1(REVERB): Normale Reverb 2 (SRV ROOM): Dit simuleert typische kamer akoestiek. 3 (SRV HALL): Dit simuleert typische concertzaal akoestiek. 4 (SRV PLATE): Dit simuleert een reverb plate, een populair type kunstmatige reverb plaat, die zijn geluid verkrijgt via de trilling van een metalen plaat. 5 (GM2 REVERB): GM2 Reverb Type reverb/delay ROOM1: reverb met korte decay ROOM2: magere reverb met korte decay STAGE1: reverb met grotere late nagalm STAGE2: reverb met sterke vroege terugkaatsing HALL1: reverb met zuivere nagalm HALL2: rijke reverb DELAY: conventioneel delay effect PAN-DELAY: delay effect met echo s die links en rechts pannen Time Tijdsduur van weerkaatsing (Type: ROOM1- HALL2) Delay tijd (Type: DELAY, PAN-DELAY) HF Damp Delay Feedback Hz, BYPASS Past de frequentie aan, waarboven de hoge frequentie component van het reverb geluid wordt afgekapt of gedempt. Als u de hoge frequenties niet af wilt kappen, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen Past de hoeveelheid delay feedback aan wanneer de Type instelling op DELAY of PAN- DELAY staat. Type: 2 (SRV ROOM)/3 (SRV HALL)/4 (SRV PLATE) Pre Delay ms Past de delay tijd aan van het directe geluid totdat het reverb geluid wordt gehoord. Time Tijdsduur van reverb Size 1 8 Grootte van de gesimuleerde kamer of zaal High Cut 160 Hz 12.5 khz, BYPASS Past de frequentie aan waarboven de hoge frequentie inhoud van de reverb gereduceerd zal worden. Als u de hoge frequenties niet wilt reduceren, dient u deze parameter op BYPASS in te stellen. Density Dichtheid van reverb Diffusion Past de verandering in dichtheid van de reverb over time aan. Hoe hoger de waarde, hoe meer de dichtheid met de tijd vergroot wordt. (het effect van deze instelling is het meest uitgesproken bij lange reverb tijden.) LF Damp Freq LF Damp Gain HF Damp Freq HF Damp Gain Hz Past de frequentie aan, waaronder de lage frequentie inhoud van het reverb geluid gereduceerd of gedempt zal worden db Past de hoeveelheid demping aan toegepast op het frequentie gebied dat geselecteerd is m.b.v. LF Damp. Met een instelling van 0, zal er geen reductie van de lage frequentie inhoud van de reverb zijn Hz 12.5 khz Past de frequentie aan, waarboven de hoge frequentie inhoud van het reverb geluid gereduceerd of gedempt zal worden db Past de hoeveelheid demping aan toegepast op het frequentie gebied dat geselecteerd is m.b.v. HF Damp. Met een instelling van 0, zal er geen reductie van de hoge frequentie inhoud van de reverb zijn. Type: 5 (GM2 REVERB) Character 0 7 Type of reverb 0 5: reverb 6, 7: delay Pre-LPF 0 7 Kapt het hoge frequentie gebied van het geluid dat in de reverb komt, weg. Hogere waarden zullen meer van de hoge frequenties afkappen. Parameter Waarde Omschrijving Level Output niveau van de reverb (weerkaatsing) Time Tijdsduur van de reverb Delay Feedback Past de hoeveelheid delay geluid aan dat teruggevoerd wordt naar het effect wanneer de Reverb Character instelling 6 of 7 is. Input Effect parameters Selecteert het type dat toegepast zal worden op de externe input bron. 01: EQUALIZER Past de toon van de lage en hoge frequentie gebieden aan. Parameter Bereik Omschrijving Low Freq 200, 400 Hz Midden frequentie van het lage frequentie gebied. Low Gain db Hoeveelheid boost/cut voor de lage frequentie High Freq 2000, 4000, 8000 Hz Midden frequentie van het hoge frequentie gebied High Gain db Hoeveelheid boost/cut voor de hoge frequentie 02: ENHANCER Verandert de harmonische inhoud van het hoge frequentie gebied om een schittering aan het geluid toe te voegen. Parameter Bereik Omschrijving Sens Diepte van het Enhancer effect Mix Volume van de harmonische tonen die gegenereerd worden 03: COMPRESSOR Houdt hoge niveaus in bedwang en krikt lage niveaus op om het volume over het geheel consistenter te maken. Parameter Bereik Omschrijving Attack Tijd vanaf wanneer de input daalt tot onder de Threshold totdat compressie ophoudt Threshold Volume niveau waarop compressie zal beginnen Post Gain db Niveau van het output geluid 04: LIMITER Comprimeert het geluid wanneer het gespecificeerde volume overstegen wordt, om vervorming te voorkomen. Parameter Bereik Omschrijving Release Tijd vanaf wanneer de input (invoer) zakt tot onder de Threshold, totdat compressie stopt Threshold Volumeniveau, waarop compressie zal beginnen Post Gain db Niveau van het uitgevoerde geluid 294

295 Effecten lijst 05: NOISE SUPPRESSOR Onderdrukt ruis gedurende periodes van stilte. Parameter Bereik Omschrijving Threshold Volume waarop onderdrukking van geluid zal beginnen Release Tijd vanaf wanneer het onderdrukken van geluid begint, totdat het volume het nulpunt bereikt. 06: CENTER CANCELER Verwijdert de geluiden die zich bevinden in het centrum van de stereo input. Dit is een handige manier om een stem te verwijderen. Parameter Bereik Omschrijving Ch Balance Volumebalans van de L (linker) en R (rechter) kanalen voor het verwijderen van het geluid Bereik Low Hz Lagere frequentie grens van de te verwijderen band Bereik High Hz1 Hogere frequentie grens van de te verwijderen band 295

296 Foutberichten Indien een incorrecte handeling wordt uitgevoerd of als verwerking niet uitgevoerd kon worden zoals u gespecificeerd had, zal er een fout bericht verschijnen. Bekijk de uitleg betreffende het fout bericht dat verschijnt, en ga over tot de juiste handeling. Bericht Betekenis Handeling Cannot Edit Preset Sample! Dit is een vooraf ingestelde sample, en kan om die reden niet bewerkt worden. Card Not Ready! Er is geen geheugenkaart in de sleuf gestoken. Voeg een geheugenkaart in de sleuf. Data not found De data voor plaatsing is niet gespecificeerd. Empty Pattern Het Patroon bevat geen data, zodat het Pattern Call bericht niet opgenomen kan worden in Step Opname. Empty Sample! De sample bevat geen data. Selecteer een sample die data bevat. Empty Song! De song is niet opgenomen, en kan daardoor niet afgespeeld Selecteer een song die data bevat. worden. File Name Duplicate Een bestand met dezelfde naam bestaat reeds. Wis het bestand met dezelfde naam van de disk en als u overschrijft en de data opslaat, dient u alleen het bestand op te slaan. Als u het bestand met dezelfde naam niet wilt wissen van de disk, dient u het bestand onder een andere naam op te slaan. Illegal File! De Fantom-X kan dit bestand niet gebruiken. Memory Damaged! De inhoud van het geheugen kan beschadigd zijn. Voer de Factory Reset handeling uit. Als hiermee het probleem niet opgelost is, dient u contact op te nemen met uw verkoper of het dichtstbijzijnde Roland Service centrum. Memory Full! Opslaan is niet mogelijk, omdat er onvoldoende ruimte is Wis onnodige gegevens. in het gebruikersgeheugen of op de geheugenkaart. MIDI Offline! Er is een probleem met de MIDI kabel aansluiting. Controleer of de MIDI kabel niet kapot of er uit getrokken is. No More Note Numbers! Een maximum van 16 verschillende noot nummers kan in Wis ongewenste noten. één stijl van de arpeggio/ritme functie gebruikt worden. No More Sample Numbers! De sample kan niet verder verdeeld worden. Wis onnodige samples om 256 of meer achtereenvolgende Aangezien minder dan 256 achtereenvolgende sample nummers leeg zijn, is verder samplen niet mogelijk. sample nummers toe te kunnen wijzen. No More Song Numbers! Er kunnen geen songs meer opgeslagen worden. Er kan Wis niet-benodigde songs. een maximum van 256 songs tegelijkertijd gebruikt worden voor zowel de gebruikersbank als de kaart bank. Now Playing! Aangezien de Fantom-X speelt, kan deze handeling niet Stop afspelen, voordat u de handeling uitvoert. uitgevoerd worden. Permission Denied! Het bestand is beschermd. Playback Tempo Bereik Over Tempo waarden overschrijden de toegestane limiet, en data wordt gecreëerd, waarbij de dichtstbijzijnde tijd beschikbaar binnen het toegestane gebied, gespecificeerd wordt. Opname Parameter Error U tracht met opnemen te beginnen na een gelooped segment. U probeert het opnemen te starten binnen of net voor een gelooped segment. Rec Over Flow Aangezien een grote hoeveelheid opgenomen data tegelijk Reduceer de hoeveelheid opgenomen data. ingevoerd werd, kon het niet correct verwerkt worden. Sample Length Too Short! De sample is te kort en kan niet correct bewerkt worden. Als de sample extreem kort is, geeft bewerken wellicht niet het beoogde resultaat. Sample Memory Full! Aangezien er niet voldoende sample geheugen is, is verder Wis ongewenste samples. samplen of sample bewerking niet mogelijk. Song Full Aangezien het maximum aantal noten dat opgenomen kan worden in een song of patroon overschreden is, is verder opnemen/bewerken niet mogelijk. Gebruik de track edit Delete of Erase commando s om niet-benodigde data van de song/het patroon dat u aan het opnemen/bewerken bent, te verplaatsen. Song Format Error Deze song is beschadigd. Deze song kan niet gebruikt worden. Song Not Found De geselecteerde song kan niet worden gevonden. Too Many Sample Selected! De handeling kan niet uitgevoerd worden, aangezien Verwijder de tekens of markeer slechts één sample. tekens zijn toegewezen aan meer dan één sample. Unformatted! De geheugenkaart is in een formaat dat niet ondersteund Formatteer de geheugenkaart. wordt. You Cannot Assign De sample kan niet toegewezen worden aan een Pad. Assign to Pad eist dat alle Pads een ritme set spelen. Wijs een ritme set toe aan de Pad Part. Zet de RPS functie uit. Zet de ritme schakelaar uit. Zet de ARPEGGIO/RHYTHM functie uit. You Cannot Copy This Message Dit bericht kan niet gekopieerd worden. You Cannot Erase This Message Dit bericht kan niet gewist worden. You Cannot Move This Message Dit bericht kan niet verplaatst worden. You Cannot Quick Play S-MRC Song Dit is een SuperMRC song. Hij kan niet in Quick Play afgespeeld worden. Sla de data op als een MRC Pro song. Rhythm Note Bereik Over! De Pad geselecteerd voor Assign To Pad ligt buiten het bereik van de ritme set. Selecteer een Pad die zich binnen het gebied van de ritme set bevindt. 296

297 Over MIDI MIDI (Musical Instruments Digital Interface) is een standaard toepassing die u in staat stelt om muzikale data uit te wisselen tussen elektronische muziekinstrumenten en computers. Met een MIDI kabel die MIDI apparaten apparaten verbindt, toegerust met MIDI aansluitingen, kunt u meerdere instrumenten met één enkele keyboard bespelen, meerdere MIDI instrumenten als een ensemble uit laten voeren, de instellingen zo programmeren dat ze automatisch veranderen om de perfomance te evenaren, terwijl de song verder gaat, en meer. Als u de Fantom-X voornamelijk gebruikt als op zichzelf staande keyboard, hoeft u misschien niet zoveel te weten over MIDI. De volgende MIDI- gerelateerde informatie wordt echter geleverd zodat u de Fantom-X als een extern MIDI apparaat kunt bespelen of andere geavanceerde technieken kunt gebruiken. Over MIDI aansluitingen De Fantom-X is voorzien van drie typen MIDI aansluitingen, waarvan elke anders werkt. fig fig e Station C De TV is ingesteld op het kanaal van het station, dat u wilt bekijken. MIDI gebruikt zestien kanalen; 1 tot 16. Stel het ontvangstapparaat zo in, dat het alleen het kanaal zal ontvangen dat het hoort te ontvangen. Voorbeeld: Stel de Fantom-X in om Kanaal 1 en Kanaal 2 te sturen, en stel dan geluidsmodule A in om alleen Kanaal 1 en geluidsmodule B in om alleen Kanaal B te ontvangen. Met deze setup kunt een Ensemble Performance verkrijgen met bijvoorbeeld een gitaargeluid van geluidsmodule A en bas van geluidsmodule B. fig e Station A Station B De kabel van de antenne draagt het TV signaal van vele uitzendstations. MIDI OUT MIDI IN MIDI THRU Verzendkanaal: 1, 2 Geluidsmodule A Ontvangstkanaal: 1 MIDI IN aansluiting Deze aansluiting ontvangt MIDI berichten, die overgebracht zijn via externe MIDI apparaten. De Fantom-X kan deze berichten ontvangen om noten te spelen of geluiden te selecteren. MIDI OUT aansluiting Deze aansluiting brengt MIDI berichten over naar externe MIDI apparaten. De MIDI OUT aansluiting van de Fantom-X wordt gebruikt om zowel Performance data van de keyboard controller sectie als data gebruikt voor het opslaan van verschillende instellingen en patronen te versturen. MIDI THRU aansluiting MIDI berichten ontvangen bij MIDI IN worden onveranderd opnieuw overgebracht via deze verbinding naar een extern MIDI apparaat. Gebruik dit in situaties, wanneer u meerdere MIDI apparaten gelijktijdig gebruikt. MIDI kanalen en multi-timbrale geluidsgeneratoren MIDI brengt vele typen data over via één enkele MIDI kabel. Dit is mogelijk gemaakt door het concept van MIDI kanalen. MIDI kanalen stellen u in staat berichten bedoeld voor een bepaald instrument te onderscheiden van berichten die bedoeld zijn voor een ander instrument. In sommige gevallen lijken MIDI kanalen op televisiekanalen. Door het kanaal op een televisietoestel te veranderen, kunt u de programma s bekijken die door verschillende stations worden uitgezonden. Op dezelfde manier stelt MIDI een ander apparaat ook in staat om de informatie bedoeld voor dat apparaat te selecteren uit de verscheidenheid van informatie, die erdoor heen gestuurd wordt. MIDI keyboard Geluidsmodule Ontvangstkanaal: 2 MIDI IN B Wanneer gebruikt als geluidsmodule, kan de Fantom-X maximaal zestien MIDI kanalen ontvangen. Geluidsmodules zoals de Fantom- X die meerdere MIDI kanalen gelijktijdig kunnen ontvangen om verschillende geluiden op ieder kanaal te spelen, worden multi-timbrale geluidsmodules genoemd. General MIDI General MIDI is een set aanbevelingen, die een manier zoekt om de beperkingen van gepatenteerde ontwerpen voorbij te streven en het MIDI vermogen van geluidsgenerende apparaten te standaardiseren. Geluidsgenererende apparaten en muziekbestanden die aan de General MIDI standaard voldoen dragen het General MIDI logo ( ). Muziekbestanden die het General MIDI logo dragen, kunnen m.b.v. een ander General MIDI geluidsgenerend apparaat afgespeeld worden om in essentie dezelfde muzikale Performance te produceren. General MIDI 2 De opwaarts compatibele General MIDI 2 ( ) aanbevelingen vertrekken waar de originele General MIDI is gebleven, en bieden verbeterde expressieve vermogens en nog grotere compatibiliteit. Onderwerpen die niet gedekt werden door de General MIDI, zoals hoe geluiden bewerkt dienen te worden en hoe effecten gebruikt moeten worden, zijn nu precies gedefinieerd. Bovendien zijn de beschikbare geluiden uitgebreid. General MIDI 2 geluidsgenerators zijn in staat om muziekbestanden die het General MIDI of General MIDI 2 logo dragen, betrouwbaar af te spelen. In sommige gevallen wordt aan het conventionele logo van General MIDI, die de nieuwe verbeteringen niet bevat, gerefereerd als General MIDI 1 als een manier om het te onderscheiden van General MIDI

298 MIDI Implementatie 1. Receive Data (Sound Source Section) Channel Voice Messages * Not received in Performance mode when the Receive Switch parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. Note off Status 2nd byte 3rd byte 8nH kkh vvh 9nH kkh 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = note off velocity: 00H - 7FH (0-127) * Not received when the Envelope Mode parameter (PATCH/GENERAL and RHYTHM/ GENERAL) is NO-SUS. Note on Status 2nd byte 3rd byte 9nH kkh vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = note on velocity: 01H - 7FH (1-127) Polyphonic Key Pressure Status 2nd byte 3rd byte AnH kkh vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = Polyphonic Key Pressure: 00H - 7FH (0-127) * Not received in Performance mode when the Receive Poly Key Pressure parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. Control Change * If the corresponding Controller number is selected for the Patch Control Source 1, 2, 3 or 4 parameter (PATCH/CTRL1-4), the corresponding effect will occur. * If a Controller number that corresponds to the System Control Source 1, 2, 3 or 4 parameter (SYSTEM/SYSTEM CONTROL) is selected, the specified effect will apply if Patch Control Source 1, 2, 3 or 4 parameter (PATCH/CTRL1 4) is set to SYS-CTRL1, SYS-CTRL2, SYS-CTRL3 or SYS-CTRL4. Bank Select (Controller number 0, 32) Status 2nd byte 3rd byte BnH 00H mmh BnH 20H llh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = Bank number: 00 00H - 7F 7FH (bank.1 - bank.16384) * Not received in Performance mode when the Receive Bank Select (PERFORM/MIDI) is OFF. * The Performances, Patches, and Rhythms corresponding to each Bank Select are as follows. * The SRX series corresponding to each Bank Select are to see the SRX series owner s manual. BANK SELECT PROGRAM GROUP NUMBER MSB LSB NUMBER GM Patch : GM Patch User Performance Card Performance Preset Performance User Rhythm Card Rhythm Preset Rhythm User Patch User Patch Card Patch Card Patch Preset Patch A Preset Patch B : : SRX Rhythm : : SRX Patch : : GM Rhythm GM Patch Modulation (Controller number 1) Status 2nd byte 3rd byte BnH 01H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Modulation depth: 00H - 7FH (0-127) * Not received in Performance mode when the Receive Modulation parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. Breath type (Controller number 2) Status 2nd byte 3rd byte BnH 02H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) Foot type (Controller number 4) Status 2nd byte 3rd byte BnH 04H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) Portamento Time (Controller number 5) Status 2nd byte 3rd byte BnH 05H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Portamento Time: 00H - 7FH (0-127) * In Performance mode the Part Portament Time parameter (PERFORM/PART) will change. Data Entry (Controller number 6, 38) Status 2nd byte 3rd byte BnH 06H mmh BnH 26H llh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = the value of the parameter specified by RPN/NRPN mm = MSB, ll = LSB Volume (Controller number 7) Status 2nd byte 3rd byte BnH 07H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Volume: 00H - 7FH (0-127) * Not received in Performance mode when the Receive Volume parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. * In Performance mode the Part Level parameter (PERFORM/PART) will change. Balance (Controller number 8) Status 2nd byte 3rd byte BnH 08H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Balance: 00H - 7FH (0-127) Panpot (Controller number 10) Status 2nd byte 3rd byte BnH 0AH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Panpot: 00H - 40H - 7FH (Left - Center - Right), * Not received in Performance mode when the Receive Pan parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. * In Performance mode the Part Pan parameter (PERFORM/PART) will change. Expression (Controller number 11) Status 2nd byte 3rd byte BnH 0BH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Expression: 00H - 7FH (0-127) * Not received when Tone Receive Expression parameter (PATCH/GENERAL or RHYTHM/GENERAL) is OFF. * Not received in Performance mode when Receive Expression parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. 298

299 MIDI Implementatie Hold 1 (Controller number 64) Status 2nd byte 3rd byte BnH 40H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON Cutoff (Controller number 74) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4AH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Cutoff value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) * Not received when Tone Receive Hold-1 parameter (PATCH/GENERAL or RHYTHM/ GENERAL) is OFF. * Not received in Performance mode when Receive Hold-1 parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. Portamento (Controller number 65) Status 2nd byte 3rd byte BnH 41H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON * In Performance mode the Part Portamento Switch parameter (PERFORM/PART) will change. Sostenuto (Controller number 66) Status 2nd byte 3rd byte BnH 42H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON Soft (Controller number 67) Status 2nd byte 3rd byte BnH 43H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON Legato Foot Switch (Controller number 68) Status 2nd byte 3rd byte BnH 44H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON * In Performance mode the Part Legato Switch parameter (PERFORM/PART) will change. Hold-2 (Controller number 69) Status 2nd byte 3rd byte BnH 45H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) * A hold movement isn t done. Resonance (Controller number 71) Status 2nd byte 3rd byte BnH 47H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv= Resonance value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ), * In Performance mode the Part Resonance Offset parameter (PERFORM/PART) will change. Release Time (Controller number 72) Status 2nd byte 3rd byte BnH 48H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Release Time value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ), * In Performance mode the Part Cutoff Offset parameter (PERFORM/PART) will change. Decay Time (Controller number 75) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4BH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Decay Time value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) * In Performance mode the Part Decay Time Offset parameter (PERFORM/PART) will change. Vibrato Rate (Controller number 76) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4CH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Vibrato Rate value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) * In Performance mode the Part Vibrato Rate parameter (PERFORM/PART) will change. Vibrato Depth (Controller number 77) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4DH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Vibrato Depth Value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) * In Performance mode the Part Vibrato Depth parameter (PERFORM/PART) will change. Vibrato Delay (Controller number 78) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4EH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Vibrato Delay value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) * In Performance mode the Part Vibrato Delay parameter (PERFORM/PART) will change. General Purpose Controller 5 (Controller number 80) Status 2nd byte 3rd byte BnH 50H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) * The Tone Level parameter (PATCH/TVA) of Tone 1 will change. General Purpose Controller 6 (Controller number 81) Status 2nd byte 3rd byte BnH 51H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) * The Tone Level parameter (PATCH/TVA) of Tone 2 will change. General Purpose Controller 7 (Controller number 82) Status 2nd byte 3rd byte BnH 52H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) * In Performance mode the Part Release Time Offset parameter (PERFORM/PART) will change. Attack time (Controller number 73) Status 2nd byte 3rd byte BnH 49H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Attack time value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ), * In Performance mode the Part Attack Time Offset parameter (PERFORM/PART) will change. * The Tone Level parameter (PATCH/TVA) of Tone 3 will change. General Purpose Controller 8 (Controller number 83) Status 2nd byte 3rd byte BnH 53H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) * The Tone Level parameter (PATCH/TVA) of Tone 4 will change. 299

300 MIDI Implementatie Portamento control (Controller number 84) Status 2nd byte 3rd byte BnH 54H kkh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = source note number: 00H - 7FH (0-127) * A Note-on received immediately after a Portamento Control message will change continuously in pitch, starting from the pitch of the Source Note Number. * If a voice is already sounding for a note number identical to the Source Note Number, this voice will continue sounding (i.e., legato) and will, when the next Note-on is received, smoothly change to the pitch of that Note-on. * The rate of the pitch change caused by Portamento Control is determined by the Portamento Time value. Effect 1 (Reverb Send Level) (Controller number 91) Status 2nd byte 3rd byte BnH 5BH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Reverb Send Level: 00H - 7FH (0-127) * In Performance mode the Part Reverb Send Level parameter (PERFORM/PART) will change. Effect 3 (Chorus Send Level) (Controller number 93) Status 2nd byte 3rd byte BnH 5DH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Chorus Send Level: 00H - 7FH (0-127) Program Change Status 2nd byte CnH pph n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) pp = Program number: 00H - 7FH (prog.1 - prog.128) * Not received in Performance mode when the Receive Program Change parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. Channel Pressure Status 2nd byte DnH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Channel Pressure: 00H - 7FH (0-127) * Not received in Performance mode when the Receive Channel Pressure parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. Pitch Bend Change Status 2nd byte 3rd byte EnH llh mmh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = Pitch Bend value: 00 00H H - 7F 7FH ( ) * Not received when the Tone Receive Bender parameter (PATCH/GENERAL) is OFF. * Not received in Performance mode when the Receive Pitch Bend parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. * In Performance mode the Part Chorus Send Level parameter (PERFORM/PART) will change. RPN MSB/LSB (Controller number 100, 101) Status 2nd byte 3rd byte BnH 65H mmh BnH 64H llh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm = upper byte (MSB) of parameter number specified by RPN ll = lower byte (LSB) of parameter number specified by RPN <<< RPN >>> Control Changes include RPN (Registered Parameter Numbers), which are extended. When using RPNs, first RPN (Controller numbers 100 and 101; they can be sent in any order) should be sent in order to select the parameter, then Data Entry (Controller numbers 6 and 38) should be sent to set the value. Once RPN messages are received, Data Entry messages that is received at the same MIDI channel after that are recognized as changing toward the value of the RPN messages. In order not to make any mistakes, transmitting RPN Null is recommended after setting parameters you need. This device receives the following RPNs. RPN Data entry MSB, LSB MSB, LSB Notes 00H, 00H mmh, llh Pitch Bend Sensitivity mm: 00H - 18H (0-24 semitones) ll: ignored (processed as 00H) Up to 2 octave can be specified in semitone steps. * In Performance mode, the Part Bend Range parameter (PERFORM/PART) will change. 00H, 01H mmh, llh Channel Fine Tuning mm, ll: 20 00H H H (-4096 x 100 / x 100 / 8192 cent) * In Performance mode, the Part Fine Tune parameter (PERFORM/PART) will change. 00H, 02H mmh, llh Channel Coarse Tuning mm: 10H - 40H - 70H ( semitones) ll: ignored (processed as 00H) * In Performance mode, the Part Coarse Tune parameter (PERFORM/PART) will change. 00H, 05H mmh, llh Modulation Depth Range mm, ll: 00 00H H ( *600 / cent) * Not received in Patch mode. 7FH, 7FH ---, --- RPN null RPN and NRPN will be set as unspecified. Once this setting has been made, subsequent Parameter values that were previously set will not change. mm, ll: ignored 300

301 MIDI Implementatie Channel Mode Messages * Not received in Performance mode when the Receive Switch parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. All Sounds Off (Controller number 120) Status 2nd byte 3rd byte BnH 78H 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) * When this message is received, all notes currently sounding on the corresponding channel will be turned off. Reset All Controllers (Controller number 121) Status 2nd byte 3rd byte BnH 79H 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) * When this message is received, the following controllers will be set to their reset values. Controller Reset value Pitch Bend Change +/-0 (center) Polyphonic Key Pressure 0 (off) Channel Pressure 0 (off) Modulation 0 (off) Breath Type 0 (min) Expression 127 (max) However the controller will be at minimum. Hold 1 0 (off) Sostenuto 0 (off) Soft 0 (off) Hold 2 0 (off) RPN unset; previously set data will not change NRPN unset; previously set data will not change All Notes Off (Controller number 123) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7BH 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) * When All Notes Off is received, all notes on the corresponding channel will be turned off. However, if Hold 1 or Sostenuto is ON, the sound will be continued until these are turned off. OMNI OFF (Controller number 124) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7CH 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) System Realtime Message Active Sensing Status FEH * When Active Sensing is received, the unit will begin monitoring the intervals of all further messages. While monitoring, if the interval between messages exceeds 420 ms, the same processing will be carried out as when All Sounds Off, All Notes Off and Reset All Controllers are received, and message interval monitoring will be halted. System Exclusive Message Status Data byte Status F0H iih, ddh,...,eeh F7H F0H: System Exclusive Message status ii = ID number: an ID number (manufacturer ID) to indicate the manufacturer whose Exclusive message this is. Roland s manufacturer ID is 41H. ID numbers 7EH and 7FH are extensions of the MIDI standard; Universal Non-realtime Messages (7EH) and Universal Realtime Messages (7FH). dd,...,ee = data: 00H - 7FH (0-127) F7H: EOX (End Of Exclusive) Of the System Exclusive messages received by this device, the Universal Non-realtime messages and the Universal Realtime messages and the Data Request (RQ1) messages and the Data Set (DT1) messages will be set automatically. Universal Non-realtime System Exclusive Messages Identity Request Message Status Data byte Status F0H 7EH, dev, 06H, 01H F7H Byte Explanation F0H Exclusive status 7EH ID number (Universal Non-realtime Message) dev Device ID (dev: 10H - 1FH, 7FH) 06H Sub ID#1 (General Information) 01H Sub ID#2 (Identity Request) F7H EOX (End Of Exclusive) * When this message is received, Identity Reply message (P.306) will be transmitted. GM1 System On Status Data byte Status F0H 7EH, 7FH, 09H, 01H F7H * The same processing will be carried out as when All Notes Off is received. OMNI ON (Controller number 125) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7DH 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) Byte F0H 7EH 7FH 09H 01H F7H Explanation Exclusive status ID number (Universal Non-realtime Message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (General MIDI Message) Sub ID#2 (General MIDI 1 On) EOX (End Of Exclusive) * The same processing will be carried out as when All Notes Off is received. OMNI ON will not be turned on. MONO (Controller number 126) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7EH mmh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm = mono number: 00H - 10H (0-16) * The same processing will be carried out as when All Notes Off is received. * In Performance mode, the Part Mono/Poly parameter (PERFORM/PART) will change. POLY (Controller number 127) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7FH 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) * The same processing will be carried out as when All Notes Off is received. * In Performance mode, the Part Mono/Poly parameter (PERFORM/PART) will change. * When this messages is received, this instrument will turn to the Performance mode. * Not received when the Receive GM1 System On parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. GM2 System On Status Data byte Status F0H 7EH 7FH 09H 03H F7H Byte Explanation F0H Exclusive status 7EH ID number (Universal Non-realtime Message) 7FH Device ID (Broadcast) 09H Sub ID#1 (General MIDI Message) 03H Sub ID#2 (General MIDI 2 On) F7H EOX (End Of Exclusive) * When this messages is received, this instrument will turn to the Performance mode. * Not received when the Receive GM2 System On parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. 301

302 MIDI Implementatie GM System Off Status Data byte Status F0H 7EH, 7F, 09H, 02H F7H Byte F0H 7EH 7FH 09H 02H F7H Explanation Exclusive status ID number (Universal Non-realtime Message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (General MIDI Message) Sub ID#2 (General MIDI Off) EOX (End Of Exclusive) * When this messages is received, this instrument will return to the Performance mode. Universal Realtime System Exclusive Messages Master Volume Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 04H, 01H, llh, mmh F7H Byte F0H 7FH 7FH 04H 01H llh mmh F7H Explanation Exclusive status ID number (universal realtime message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (Device Control) Sub ID#2 (Master Volume) Master Volume lower byte Master Volume upper byte EOX (End Of Exclusive) * The lower byte (llh) of Master Volume will be handled as 00H. * The Master Level parameter (SYSTEM/SOUND) will change. Master Fine Tuning Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 04H, 03H, llh, mmh F7H Byte F0H 7FH 7FH 04H 03H llh mmh F7H Explanation Exclusive status ID number (universal realtime message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (Device Control) Sub ID#2 (Master Fine Tuning) Master Fine Tuning LSB Master Fine Tuning MSB EOX (End Of Exclusive) mm, ll: 00 00H H - 7F 7FH ( [cents]) * The Master Tune parameter (SYSTEM/SOUND) will change. Master Coarse Tuning Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 04H, 04H, llh, mmh F7 Byte F0H 7FH 7FH 04H 04H llh mmh F7H Explanation Exclusive status ID number (universal realtime message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (Device Control) Sub ID#2 (Master Coarse Tuning) Master Coarse Tuning LSB Master Coarse Tuning MSB EOX (End Of Exclusive) llh: ignored (processed as 00H) mmh: 28H - 40H - 58H ( [semitones]) * The Master Key Shift parameter (SYSTEM/SOUND) will change. Global Parameter Control * Not received in Patch mode and Piano mode. Reverb Parameters Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 04H, 05H, 01H, 01H, F7H 01H, 01H, 01H, pph, vvh Byte Explanation F0H Exclusive status 7FH ID number (universal realtime message) 7FH Device ID (Broadcast) 04H Sub ID#1 (Device Control) 05H Sub ID#2 (Global Parameter Control) 01H Slot path length 01H Parameter ID width 01H Value width 01H Slot path MSB 01H Slot path LSB (Effect 0101: Reverb) pph Parameter to be controlled. vvh Value for the parameter. pp=0 Reverb Type vv = 00H Small Room vv = 01H Medium Room vv = 02H Large Room vv = 03H Medium Hall vv = 04H Large Hall vv = 08H Plate pp=1 Reverb Time vv = 00H - 7FH F7H EOX (End Of Exclusive) Chorus Parameters Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 04H, 05H, 01H, 01H, F7H 01H, 01H, 02H, pph, vvh Byte Explanation F0H Exclusive status 7FH ID number (universal realtime message) 7FH Device ID (Broadcast) 04H Sub ID#1 (Device Control) 05H Sub ID#2 (Global Parameter Control) 01H Slot path length 01H Parameter ID width 01H Value width 01H Slot path MSB 02H Slot path LSB (Effect 0102: Chorus) pph Parameter to be controlled. vvh Value for the parameter. pp=0 Chorus Type vv=0 Chorus1 vv=1 Chorus2 vv=2 Chorus3 vv=3 Chorus4 vv=4 FB Chorus vv=5 Flanger pp=1 Mod Rate vv= 00H - 7FH pp=2 Mod Depth vv = 00H - 7FH pp=3 Feedback vv = 00H - 7FH pp=4 Send To Reverb vv = 00H - 7FH F7H EOX (End Of Exclusive) 302

303 MIDI Implementatie Channel Pressure Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 09H, 01H, 0nH, pph, rrh F7H Key-based Instrument Controllers Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 0AH, 01H, 0nH, kkh, nnh, vvh F7H Byte Explanation F0H Exclusive status 7FH ID number (universal realtime message) 7FH Device ID (Broadcast) 09H Sub ID#1 (Controller Destination Setting) 01H Sub ID#2 (Channel Pressure) 0nH MIDI Channel (00-0F) pph Controlled parameter rrh Controlled range pp=0 Pitch Control rr = 28H - 58H [semitones] pp=1 Filter Cutoff Control rr = 00H - 7FH [cents] pp=2 Amplitude Control rr = 00H - 7FH 0-200% pp=3 LFO Pitch Depth rr = 00H - 7FH [cents] pp=4 LFO Filter Depth rr = 00H - 7FH [cents] pp=5 LFO Amplitude Depth rr = 00H - 7FH 0-100% F7H EOX (End Of Exclusive) Controller Status Data byte Status F0H 7FH, 7FH, 09H, 03H, 0nH, cch, pph, rrh F7H Byte Explanation F0H Exclusive status 7FH ID number (universal realtime message) 7FH Device ID (Broadcast) 09H Sub ID#1 (Controller Destination Setting) 03H Sub ID#2 (Control Change) 0nH MIDI Channel (00-0F) cch Controller number (01-1F, 40-5F) pph Controlled parameter rrh Controlled range pp=0 Pitch Control rr = 28H - 58H [semitones] pp=1 Filter Cutoff Control rr = 00H - 7FH [cents] pp=2 Amplitude Control rr = 00H - 7FH 0-200% pp=3 LFO Pitch Depth rr = 00H - 7FH [cents] pp=4 LFO Filter Depth rr = 00H - 7FH [cents] pp=5 LFO Amplitude Depth rr = 00H - 7FH 0-100% F7H EOX (End Of Exclusive) Scale/Octave Tuning Adjust Status Data byte Status F0H 7EH, 7FH, 08H, 08H, ffh, ggh, hhh, ssh... F7 Byte Explanation F0H Exclusive status 7EH ID number (Universal Non-realtime Message) 7FH Device ID (Broadcast) 08H Sub ID#1 (MIDI Tuning Standard) 08H Sub ID#2 (scale/octave tuning 1-byte form) ffh Channel/Option byte 1 bits 0 to 1 = channel 15 to 16 bit 2 to 6 = Undefined ggh Channel byte 2 bits 0 to 6 = channel 8 to 14 hhh Channel byte 3 bits 0 to 6 = channel 1 to 7 ssh 12 byte tuning offset of 12 semitones from C to B 00H = -64 [cents] 40H = 0 [cents] (equal temperament) 7FH = +63 [cents] F7H EOX (End Of Exclusive) Byte Explanation F0H Exclusive status 7FH ID number (universal realtime message) 7FH Device ID (Broadcast) 0AH Sub ID#1 (Key-Based Instrument Control) 01H Sub ID#2 (Controller) 0nH MIDI Channel (00-0FH) kkh Key Number nnh Control Number vvh Value nn=07h Level vv = 00H - 7FH 0-200% (Relative) nn=0ah Pan vv = 00H - 7FH Left - Right (Absolute) nn=5bh Reverb Send vv = 00H - 7FH (Absolute) nn=5d Chorus Send vv = 00H - 7FH (Absolute) : : F7 EOX (End Of Exclusive) * This parameter affects drum instruments only. Data Transmission This instrument can use exclusive messages to exchange many varieties of internal settings with other devices. The model ID of the exclusive messages used by this instrument is 00H 6BH. Data Request 1 RQ1 This message requests the other device to transmit data. The address and size indicate the type and amount of data that is requested. When a Data Request message is received, if the device is in a state in which it is able to transmit data, and if the address and size are appropriate, the requested data is transmitted as a Data Set 1 (DT1) message. If the conditions are not met, nothing is transmitted. Status data byte status F0H 41H, dev, 00H, 6BH, 11H, aah, bbh, cch, F7H ddh, ssh, tth, uuh, vvh, sum Byte F0H 41H dev 00H 6BH 11H aah bbh cch ddh ssh tth uuh vvh sum F7H Remarks Exclusive status ID number (Roland) device ID (dev: 10H - 1FH, 7FH) model ID #1 (Fantom-X6/X7/X8) model ID #2 (Fantom-X6/X7/X8) command ID (RQ1) address MSB address address address LSB size MSB size size size LSB checksum EOX (End Of Exclusive) * The size of data that can be transmitted at one time is fixed for each type of data. And data requests must be made with a fixed starting address and size. Refer to the address and size given in Parameter Address Map (P.311). * For the checksum, refer to P.329. * Not received when the Receive Exclusive parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. 303

304 MIDI Implementatie Data set 1 DT1 Status Data byte Status F0H 41H, dev, 00H, 6BH, 12H, aah, bbh, F7H cch, ddh, eeh,... ffh, sum Byte Explanation F0H Exclusive status 41H ID number (Roland) dev Device ID (dev: 00H - 1FH, 7FH) 00H Model ID #1 (Fantom-X6/X7/X8) 6BH Model ID #2 (Fantom-X6/X7/X8) 12H Command ID (DT1) aah Address MSB: upper byte of the starting address of the data to be sent bbh Address: upper middle byte of the starting address of the data to be sent cch Address: lower middle byte of the starting address of the data to be sent ddh Address LSB: lower byte of the starting address of the data to be sent. eeh Data: the actual data to be sent. Multiple bytes of data are transmitted in order starting from the address. : : ffh Data sum Checksum F7H EOX (End Of Exclusive) * The amount of data that can be transmitted at one time depends on the type of data, and data will be transmitted from the specified starting address and size. Refer to the address and size given in Parameter Address Map (P.311). * Data larger than 256 bytes will be divided into packets of 256 bytes or less, and each packet will be sent at an interval of about 20 ms. * Regarding the checksum, please refer to P.329. * Not received when the Receive Exclusive parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. Status Data byte Status F0H 41H, dev, 42H, 12H, aah, bbh, cch, F7H ddh,... eeh, sum Byte Explanation F0H Exclusive status 41H ID number (Roland) dev Device ID (dev: 10H - 1FH, 7FH) 42H Model ID (GS) 12H Command ID (DT1) aah Address MSB: upper byte of the starting address of the transmitted data bbh Address: middle byte of the starting address of the transmitted data cch Address LSB: lower byte of the starting address of the transmitted data ddh Data: the actual data to be transmitted. Multiple bytes of data are transmitted starting from the address. : : eeh Data sum Checksum F7H EOX (End Of Exclusive) * The amount of data that can be transmitted at one time depends on the type of data, and data will be transmitted from the specified starting address and size. Refer to the address and size given in Parameter Address Map (P.311). * Data larger than 256 bytes will be divided into packets of 256 bytes or less, and each packet will be sent at an interval of about 20 ms. * Regarding the checksum, please refer to P.329. * Not received when the Receive Exclusive parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. 2. Data Transmission Channel Voice Messages Note off Status 2nd byte 3rd byte 8nH kkh vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = note off velocity: 00H - 7FH (0-127) Note on Status 2nd byte 3rd byte 9nH kkh vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = note on velocity: 01H - 7FH (1-127) Polyphonic Key Pressure Status 2nd byte 3rd byte AnH kkh vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = note number: 00H - 7FH (0-127) vv = Polyphonic Key Pressure: 00H - 7FH (0-127) Control Change * By selecting a controller number that corresponds to the setting of parameters of controllers (REALTIME CONTROL knob, and so on), the Fantom-X can transmit any control change message. Bank Select (Controller number 0, 32) Status 2nd byte 3rd byte BnH 00H mmh BnH 20H llh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = Bank number: 00 00H - 7F 7FH (bank.1 - bank.16384) * These messages are transmitted when Patch, Rhythm Set or Performance is selected. But not transmitted when Transmit Program Change or Transmit Bank Select parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. * In Performance mode, these messages are not transmitted when External Bank Select MSB or External PC Number parameter (PERFORMANCE/PART) is OFF. * Although with the Fantom-X you can select the Bank Select messages to be transmitted, be sure to refer to the Program Change Map on P.330 for the Bank Select messages transmitted when the Fantom-X is select a Patch, Rhythm Set or Performance. * The Bank Select Numbers corresponding to SRX series should be referred to the SRX series owner s manual. Modulation (Controller number 1) Status 2nd byte 3rd byte BnH 01H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Modulation depth: 00H - 7FH (0-127) Breath type (Controller number 2) Status 2nd byte 3rd byte BnH 02H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) Portamento Time (Controller number 5) Status 2nd byte 3rd byte BnH 05H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Portamento Time: 00H - 7FH (0-127) Data Entry (Controller number 6, 38) Status 2nd byte 3rd byte BnH 06H mmh BnH 26H llh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = the value of the parameter specified by RPN/NRPN mm = MSB, ll = LSB 304

305 MIDI Implementatie Volume (Controller number 7) Status 2nd byte 3rd byte BnH 07H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Volume: 00H - 7FH (0-127) * In Performance mode, these messages are not transmitted when External Level parameter (PERFORMANCE/PART) is OFF. Panpot (Controller number 10) Status 2nd byte 3rd byte BnH 0AH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Panpot: 00H - 40H - 7FH (Left - Center - Right), * In Performance mode, these messages are not transmitted when External Pan parameter (PERFORMANCE/PART) is OFF. Expression (Controller number 11) Status 2nd byte 3rd byte BnH 0BH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Expression: 00H - 7FH (0-127) Hold 1 (Controller number 64) Status 2nd byte 3rd byte BnH 40H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON * When Continuous Hold Pedal parameter (SYSTEM/PEDAL) is OFF, just only 00H (0FF) and 7FH (0N) can be send as the control value. Portamento (Controller number 65) Status 2nd byte 3rd byte BnH 41H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 0-63 = OFF, = ON Resonance (Controller number 71) Status 2nd byte 3rd byte BnH 47H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv= Resonance value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) Release Time (Controller number 72) Status 2nd byte 3rd byte BnH 48H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Release Time value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) Attack time (Controller number 73) Status 2nd byte 3rd byte BnH 49H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Attack time value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) Cutoff (Controller number 74) Status 2nd byte 3rd byte BnH 4AH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Cutoff value (relative change): 00H - 40H - 7FH ( ) General Purpose Controller 5 (Controller number 80) Status 2nd byte 3rd byte BnH 50H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) General Purpose Controller 7 (Controller number 82) Status 2nd byte 3rd byte BnH 52H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) General Purpose Controller 8 (Controller number 83) Status 2nd byte 3rd byte BnH 53H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) Portamento control (Controller number 84) Status 2nd byte 3rd byte BnH 54H kkh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) kk = source note number: 00H - 7FH (0-127) Program Change Status 2nd byte CnH pph n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) pp = Program number: 00H - 7FH (prog.1 - prog.128) * These messages are transmitted when Patch, Rhythm Set or Performance is selected. But not transmitted when Transmit Program Change parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. * In Performance mode, these messages are not transmitted when External PC Num parameter (PERFORMANCE/PART) is OFF. Channel Pressure Status 2nd byte DnH vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Channel Pressure: 00H - 7FH (0-127) Pitch Bend Change Status 2nd byte 3rd byte EnH llh mmh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm, ll = Pitch Bend value: 00 00H H - 7F 7FH ( ) Channel Mode Messages MONO (Controller number 126) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7EH mmh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) mm = mono number: 00H - 10H (0-16) POLY (Controller number 127) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7FH 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) System Realtime Messages Active Sensing Status FEH * This message is transmitted at intervals of approximately 250 msec. * This message is not sent when Transmit Active Sensing parameter (SYSTEM/MIDI) is OFF. General Purpose Controller 6 (Controller number 81) Status 2nd byte 3rd byte BnH 51H vvh n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1-16) vv = Control value: 00H - 7FH (0-127) 305

306 MIDI Implementatie System Exclusive Messages Universal Non-realtime System Exclusive Message and Data Set 1 (DT1) are the only System Exclusive messages transmitted by the Fantom-X. Universal Non-realtime System Exclusive Message Identity Reply Message (Fantom-X6) Receiving Identity Request Message, the Fantom-X6 send this message. Status Data byte Status F0H 7EH, dev, 06H, 02H, 41H, 6BH, 01H, F7H 00H, 01H, 00H, 03H, 00H, 00H Byte Explanation F0H Exclusive status 7EH ID number (Universal Non-realtime Message) dev Device ID (dev: 10H - 1FH) 06H Sub ID#1 (General Information) 02H Sub ID#2 (Identity Reply) 41H ID number (Roland) 6BH 01H Device family code 00H 01H Device family number code 00H 03H 00H 00H Software revision level F7H EOX (End of Exclusive) Identity Reply Message (Fantom-X7) Receiving Identity Request Message, the Fantom-X7 send this message. Status Data byte Status F0H 7EH, dev, 06H, 02H, 41H, 6BH, 01H, F7H 00H, 01H, 01H, 03H, 00H, 00H Byte Explanation F0H Exclusive status 7EH ID number (Universal Non-realtime Message) dev Device ID (dev: 10H - 1FH) 06H Sub ID#1 (General Information) 02H Sub ID#2 (Identity Reply) 41H ID number (Roland) 6BH 01H Device family code 00H 01H Device family number code 01H 03H 00H 00H Software revision level F7H EOX (End of Exclusive) Data Transmission Data set 1 DT1 Status Data byte Status F0H 41H, dev, 00H, 6BH, 12H, aah, bbh, F7H cch, ddh, eeh,... ffh, sum Byte Explanation F0H Exclusive status 41H ID number (Roland) dev Device ID (dev: 00H - 1FH, 7FH) 00H Model ID #1 (Fantom-X6/X7/X8) 6BH Model ID #2 (Fantom-X6/X7/X8) 12H Command ID (DT1) aah Address MSB: upper byte of the starting address of the data to be sent bbh Address: upper middle byte of the starting address of the data to be sent cch Address: lower middle byte of the starting address of the data to be sent ddh Address LSB: lower byte of the starting address of the data to be sent. eeh Data: the actual data to be sent. Multiple bytes of data are transmitted in order starting from the address. : : ffh Data sum Checksum F7H EOX (End Of Exclusive) * The amount of data that can be transmitted at one time depends on the type of data, and data will be transmitted from the specified starting address and size. Refer to the address and size given in Parameter Address Map (P.311). * Data larger than 256 bytes will be divided into packets of 256 bytes or less, and each packet will be sent at an interval of about 20 ms. Identity Reply Message (Fantom-X8) Receiving Identity Request Message, the Fantom-X8 send this message. Status Data byte Status F0H 7EH, dev, 06H, 02H, 41H, 6BH, 01H, F7H 00H, 01H, 02H, 03H, 00H, 00H Byte F0H 7EH dev 06H 02H 41H 6BH 01H 00H 01H 02H 03H 00H 00H F7H Explanation Exclusive status ID number (Universal Non-realtime Message) Device ID (dev: 10H - 1FH) Sub ID#1 (General Information) Sub ID#2 (Identity Reply) ID number (Roland) Device family code Device family number code Software revision level EOX (End of Exclusive) 306

307 MIDI Implementatie 3. Data reception (Sequencer Section) 3.1 Messages recorded during opname Channel Voice Messages Note Off Status 2nd byte 3rd byte 8nH kkh vvh 9nH kkh 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) kk=note number: 00H - 7FH (0-127) vv=note off velocity: 00H - 7FH (0-127) * Not received when the Note parameter(opname Select window) is OFF. Note on Status 2nd byte 3rd byte 9nH kkh vvh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) kk=note number: 00H - 7FH (0-127) vv=note on velocity: 01H - 7FH (1-127) * Not received when the Note parameter(opname Select window) is OFF. Polyphonic Aftertouch Status 2nd byte 3rd byte AnH kkh vvh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) kk=note number: 00H - 7FH (0-127) vv=polyphonic Aftertouch: 00H - 7FH (0-127) * Not received when the Poly Afertouch parameter(opname Select window) is OFF. Control Change Status 2nd byte 3rd byte BnH kkh vvh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) kk=control number: 00H - 78H (0-120) vv=value: 00H - 7FH (0-127) * Not received when the Control Change parameter(opname Select window) is OFF. Channel Mode messages All Sound Off (Controller number 120) Status 2nd byte 3rd byte BnH 78H 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) Reset All Controller (Controller number 121) Status 2nd byte 3rd byte BnH 79H 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) Omni Off (Controller number 124) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7CH 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) * The same processing will be done as when an All Note Off message is received. Omni On (Controller number 125) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7DH 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) * The same processing will be done as when an All Note Off message is received. Mono (Controller number 126) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7EH mmh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) mm=mono number: 00H - 10H (0-16) * The same processing will be done as when an All Note Off message is received. Poly (Controller number 127) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7FH 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) * The same processing will be done as when an All Note Off message is received. Program Change Status 2nd byte CnH pph n=midi channel number: pp=program number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) 00H - 7FH (prog.1 - prog.128) * Not received when the Program Change parameter(opname Select window) is OFF. Channel Aftertouch Status 2nd byte DnH vvh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) vv=channel Aftertouch: 00H - 7FH (0-127) * Not received when the Channel Aftertouch parameter(opname Select window) is OFF. Pitch Bend Change Status 2nd byte 3rd byte EnH llh mmh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) mm, ll=pitch Bend value: 00 00H H - 7F 7FH ( ) * Not received when the Pitch Bend parameter (Opname Select window) is OFF. 307

308 MIDI Implementatie System Exclusive Messages Status Data byte Status F0H iih, ddh,..., eeh F7H F0H: System Exclusive message status ii=id number: This is the ID number (manufacturer ID) that specifies the manufacturer whose exclusive message this is. Roland s manufacturer ID is 41H. ID numbers 7EH and 7FH are defined in an expansion of the MIDI standard as Universal Non-real-time messages (7EH) and Universal Realtime Messages (7FH). dd,..., ee = data: 00H - 7FH (0-127) F7H: EOX (End of System Exclusive) * Not received when the System Exclusive parameter (Opname Select window) is OFF. * MIDI Machine Control and MIDI Time code is not recorded. (Refer to 1.3 Messages acknowledged for synchronization ) 3.2 Messages not recorded during opname Channel mode messages Local On/Off (Controller number 122) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7AH vvh n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) vv=value: 00H, 7FH (Local Off, Local On) All notes off (Controller number 123) Status 2nd byte 3rd byte BnH 7BH 00H n=midi channel number: 0H - FH (ch.1 - ch.16) * When an All Note Off message is received, all notes of the corresponding channel that are on will be sent Note Off s, and the resulting Note Off messages will be recorded. 3.3 Messages acknowledged for synchronization System Common messages Tune Request Status F6H MIDI Time Code Quarter Frame Messages MIDI Time Code Quarter Frame Messages can be transmitted while the sequencer is running (Playing or Opname) if the Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is MASTER and MTC Sync Output parameter (System/Sync/Tempo) is ON. The transmitted time counts are summed to MTC Offset Time parameter (System/Sync/Tempo) as the song top is 00:00:00:00. The sequencer synchronizes with the time counts which are summed to MTC Offset Time parameter (System/Sync/Tempo) as the song top is 00:00:00:00 if the Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is SLAVE(MTC). Status Second F1H mmh (= 0nnndddd) nnn = Message type : 0 = Frame count LS nibble 1 = Frame count MS nibble 2 = Seconds count LS nibble 3 = Seconds count MS nibble 4 = Minutes count LS nibble 5 = Minutes count MS nibble 6 = Hours count LS nibble 7 = Hours count MS nibble dddd = 4 bit nibble data : h - FH (0-15) Bit Field is assigned as follows. Frame Count xxxyyyyy xxx Reserved (000) yyyyy Frame No.(0-29) Seconds Count xxyyyyyy xx Reserved (00) yyyyyy Seconds (0-59) Minutes Count xxyyyyyy xx Reserved (00) yyyyyy Minutes (0-59) Hours Count xyyzzzzz x Reserved (0) yy Time Code type 0 = 24 Frames / Sec 1 = 25 Frames / Sec 2 = 30 Frames / Sec (Drop Frame) 3 = 30 Frames / Sec (Non Drop Frame zzzzz Hours (0-23) Song Position Pointer Status 2nd byte 3rd byte F2H mmh llh mm, ll=value: 00 00H - 7F 7FH ( ) 308

309 MIDI Implementatie System Realtime Messages Timing Clock Status F8H * Received when Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is set to SLAVE-MIDI. Start Status FAH * Received when Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is set to SLAVE-MIDI or REMOTE. Continue Status FBH * Received when Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is set to SLAVE-MIDI or REMOTE. System Exclusive Message MIDI Machine Control (MMC) * Received when the MMC Mode parameter (System/Sync/Tempo) is SLAVE. STOP (MCS) Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 01H F7H Byte Remarks F0H Exclusive status 7FH Universal System Exclusive Realtime Header 7FH Device ID 06H MMC command message 01H STOP (MCS) F7H EOX (End of Exclusive) DEFERRED PLAY (MCS) Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 03H F7H Stop Status FCH * Received when Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is set to SLAVE-MIDI or REMOTE. Byte F0H 7FH 7FH 06H 03H F7H Remarks Exclusive status Universal System Exclusive Realtime Header Device ID MMC command message DEFERRED PLAY (MCS) EOX (End of Exclusive) LOCATE (MCP) Format2---LOCATE [TARGET] Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 44H, 06H, 01H, F7H hrh, mnh, sch, frh, ffh Byte F0H 7FH 7FH 06H 44H 06H 01H hrh mnh sch frh ffh F7H Remarks Exclusive status Universal System Exclusive Realtime Header Device ID MMC command message LOCATE (MCP) Byte count TARGET sub-command Standard Time Specification with subframes (typeff) EOX (End of Exclusive) 309

310 MIDI Implementatie 4. Data transmission (Sequencer Section) 4.1 Messages transmitted during playing Recorded messages are transmitted during playback. 4.2 Soft Thru setting Messages (except System Common and System Realtime Messages) that are received are then sent out when Soft Thru parameter (System/Sync/Tempo) is switched to ON. 4.3 Messages that are generated and transmitted Messages Appearing When Synchronizing with Other Devices System Common Messages * Sent when Sync Output parameter (System/Sync/Tempo) is set to ON. Song Position Pointer Status 2nd byte 3rd byte F2H mmh llh mm, ll=value: 00 00H - 7F 7FH ( ) System Realtime Messages * Sent when Sync Output parameter (System/Sync/Tempo) is set to ON. Timing Clock Status F8H Start Status FAH Continue Status FBH Stop Status FCH Quarter Frame Messages Status F1H 2nd byte mmh (= 0nnndddd) * Sent when Sync Mode parameter (System/Sync/Tempo) is set to MASTER and MTC Sync Output parameter (System/Sync/Tempo) is set to ON. Furthermore, sending a Quarter Frame Message with 00h00m00s00f00 at the beginning of the song adds the MTC Offset Time parameter (System/Sync/Tempo). System Exclusive Message MIDI Time code Full Message Full Messages are used, which encode the complete time into a single message. This message transmitted when the song position moves. Status Data Byte Status F0H, 7FH xxh, 01H, 01H, hrh, mnh, sch, frh F7H F0H, 7FH : Realtime Universal System Exclusive Header xxh : 7F (Device ID) 01H : sub-id #1 (MIDI Time code) 01H : sub-id #2 (Full Message) hrh : hours and type: 0 yy zzzzz yy type: 00 = 24 Flame/sec 01 = 25 Flame/sec 10 = 30 Flame/sec 11 = 30 Flame/sec zzzzz : Hours (00-23) mnh : Minutes (00-59) sch : Seconds (00-59) frh : Frames (00-29) F7H : EOX (End of Exclusive) MIDI Machine Control (MMC) * Not received when the MMC Mode parameter (System/Sync/Tempo) is Master. STOP (MCS) Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 01H F7H Byte Remarks F0H Exclusive status 7FH Universal System Exclusive Realtime Header 7FH Device ID 06H MMC command message 01H STOP (MCS) F7H EOX (End of Exclusive) DEFFERRED PLAY (MCS) Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 03H F7H Byte Remarks F0H Exclusive status 7FH Universal System Exclusive Realtime Header 7FH Device ID 06H MMC command message 03H DEFERRED PLAY (MCS) F7H EOX (End of Exclusive) LOCATE (MCP) Format2---LOCATE [TARGET] Status Data byte Status F0H 7FH, dev, 06H, 44H, 06H, 01H, hrh, mnh, sch, frh, ffh F7H Byte F0H 7FH 7FH 06H 44H 06H 01H hrh mnh sch frh ffh F7H Remarks Exclusive status Universal System Exclusive Realtime Header Device ID MMC command message LOCATE (MCP) Byte count TARGET sub-command Standard Time Specification with subframes (typeff) EOX (End of Exclusive) 310

311 MIDI Implementatie 5. Parameter Address Map * Transmission of # marked address is diviedd to some packets. For example, ABH in hexadecimal notation will be divied to 0AH and 0BH, and is sent/received in this order. * <*> marked adddress or parameters are ignored when the Fantom-X6/X7/X8 received them. 1. Fantom-X6/X7/X8 (ModelID = 00H 6BH) + + Start Address Description Setup System Temporary Performance Temporary Patch/Rhythm (Performance Mode Part 1) Temporary Patch/Rhythm (Performance Mode Part 2) : Temporary Patch/Rhythm (Performance Mode Part 16) 1E Temporary Rhythm Pattern 1E Temporary Arpeggio (Performance Mode) 1E Temporary Chord (Performance Mode) 1E Temporary Rhythm Group (Performance Mode) 1E Temporary Arpeggio (Patch Mode) 1E Temporary Chord (Patch Mode) 1E Temporary Rhythm Group (Patch Mode) 1F Temporary Patch/Rhythm (Patch Mode Part 1) 1F Temporary Patch/Rhythm (Patch Mode Part 2) + + System + + Offset Address Description System Common System Mastering System External Input System Controller + + Temporary Patch/Rhythm + + Offset Address Description Temporary Patch Temporary Rhythm + + Performance + + Offset Address Description Performance Common Performance Common MFX Performance Common Chorus Performance Common Reverb Performance Common MFX2 00 0A 00 Performance Common MFX Performance MIDI (Channel 1) Performance MIDI (Channel 2) : 00 1F 00 Performance MIDI (Channel 16) Performance Part (Part 1) Performance Part (Part 2) : 00 2F 00 Performance Part (Part 16) Performance Zone (Channel 1) Performance Zone (Channel 2) : 00 5F 00 Performance Zone (Channel 16) Performance Controller + + Patch + + Offset Address Description Patch Common Patch Common MFX Patch Common Chorus Patch Common Reverb Patch TMT (Tone Mix Table) Patch Tone (Tone 1) Patch Tone (Tone 2) Patch Tone (Tone 3) Patch Tone (Tone 4) + + Rhythm + + Offset Address Description Rhythm Common Rhythm Common MFX Rhythm Common Chorus Rhythm Common Reverb Rhythm Tone (Key # 21) Rhythm Tone (Key # 22) : 01 3E 00 Rhythm Tone (Key # 108) + + Arpeggio + + Offset Address Description Arpeggio Common Arpeggio Pattern (Note 1) Arpeggio Pattern (Note 2) : 00 1F 00 Arpeggio Pattern (Note 16) + + Chord + + Offset Address Description Chord Pattern + + Rhythm Group + + Offset Address Description Rhythm Group + + Setup + + Offset Address Description aaa Sound Mode (0-5) PATCH, PERFORM, GM1, GM2, GS, PIANO<*> aaa aaaa Performance Bank Select MSB (CC# 0) (0-127) aaa aaaa Performance Bank Select LSB (CC# 32) (0-127) aaa aaaa Performance Program Number (PC) (0-127) aaa aaaa Kbd Patch Bank Select MSB (CC# 0) (0-127) aaa aaaa Kbd Patch Bank Select LSB (CC# 32) (0-127) aaa aaaa Kbd Patch Program Number (PC) (0-127) aaa aaaa Pad Patch Bank Select MSB (CC# 0) (0-127) aaa aaaa Pad Patch Bank Select LSB (CC# 32) (0-127) aaa aaaa Pad Patch Program Number (PC) (0-127) A a MFX1 Switch (0-1) BYPASS, ON 00 0B a MFX2 Switch (0-1) BYPASS, ON 00 0C a MFX3 Switch (0-1) BYPASS, ON 00 0D a Chorus Switch (0-1) 00 0E a Reverb Switch (0-1) 00 0F a Input Effect Switch (0-1) a Patch Mode Chorus Source (0-1) KBD, PAD a Patch Mode Reverb Source (0-1) KBD, PAD aaaa Transpose Value (59-70) aaa Octave Shift (61-67) aaa D Beam Select (0-3) OFF, PAD-TRIG, SOLO-SYN, ASGN aa Knob Select (0-3) OFF, FLT-ENV, ARP-RHY, ASGN a (reserve) <*> aaa aaaa Arp/Ptn Grid (0-8) 04_, 08_, 08L, 08H, 08t, 16_, 16L, 16H, 16t aaa aaaa Arp/Ptn Duration (0-9) 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 120, FUL a Arpeggio Switch (0-1) 00 1A 0aaa aaaa Arpeggio Bank (0-1) USER, PRESET 00 1B 0aaa aaaa Arpeggio Style (0-127) C 0aaa aaaa Arpeggio Motif (0-11) UP/L, UP/H, UP/_, dn/l, dn/h, dn/_, Ud/L, Ud/H, Ud/_, rn/l, rn/_, PHRASE 00 1D aaa Arpeggio Octave Range (61-67) E a Arpeggio Hold (0-1) 00 1F 0aaa aaaa Arpeggio Accent Rate (0-100) aaa aaaa Arpeggio Velocity (0-127) REAL, a Rhythm Pattern Switch (0-1) aaa aaaa Rhythm Pattern Bank (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Rhythm Pattern Style (0-255) a Rhythm Pattern Group Bank (0-1) USER, PRESET aaa aaaa Rhythm Pattern Group Number (0-31) aaa aaaa Rhythm Pattern Accent Rate (0-100) aaa aaaa Rhythm Pattern Velocity (0-127) REAL, a Chord Switch (0-1) 00 2A 0aaa aaaa Chord Bank (0-1) USER, PRESET 00 2B 00aa aaaa Chord Form (0-63) C a Bender and Modulation Part Select (0-1) KBD, PAD 00 2D a Beam Part Select (0-1) KBD, PAD 00 2E a Knob Part Select (0-1) KBD, PAD F a Pad 16 Velo Switch (0-1) aaa aaaa Pad 16 Velo Note Number (0-127) C-1 - G a Rolled Chord (0-1) aa Rolled Chord Type (0-2) UP, DOWN, ALTERNATE aa aaaa Arpeggio Step (0-32) AUTO, Total Size + + System Common + + Offset Address Description + # aaaa 0000 dddd Master Tune ( ) [cent] 311

312 MIDI Implementatie aa aaaa Master Key Shift (40-88) aaa aaaa Master Level (0-127) a Scale Tune Switch (0-1) a Patch Remain (0-1) a Mix/Parallel (0-1) MIX, PARALLEL a aaaa Performance Control Channel (0-16) 1-16, OFF 00 0A 0000 aaaa Kbd Patch Rx/Tx Channel (0-15) B 0000 aaaa Pad Patch Rx/Tx Channel (0-15) C 0aaa aaaa Patch Scale Tune for C (0-127) D 0aaa aaaa Patch Scale Tune for C# (0-127) E 0aaa aaaa Patch Scale Tune for D (0-127) F 0aaa aaaa Patch Scale Tune for D# (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for E (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for F (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for F# (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for G (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for G# (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for A (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for A# (0-127) aaa aaaa Patch Scale Tune for B (0-127) aaa aaaa System Control 1 Source (0-97) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT aaa aaaa System Control 2 Source (0-97) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT 00 1A 0aaa aaaa System Control 3 Source (0-97) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT 00 1B 0aaa aaaa System Control 4 Source (0-97) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT C a Receive Program Change (0-1) 00 1D a Receive Bank Select (0-1) E Total Size + + System Mastering + + Offset Address Description a Mastering Switch (0-1) aaa aaaa Low band Attack time (0-100) aaa aaaa Low band Release time (0-100) aa aaaa Low band Threshold (0-36) -36, -35, -34, -33, -32, -31, -30, -29, -28, -27, -26, -25, -24, -23, -22, -21, -20, -19, -18, -17, -16, -15, -14, -13, -12, -11, -10, -9, -8, -7, -6, -5, -4, -3, -2, -1, 0 [db] aaaa Low band Ratio (0-13) 1:1.0, 1:1.1, 1:1.2, 1:1.4, 1:1.6, 1:1.8, 1:2.0, 1:2.5, 1:3.2, 1:4.0, 1:5.6, 1:8.0, 1:16, 1:INF a aaaa Low band Level (0-24) 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24 [db] aaa aaaa Mid band Attack time (0-100) aaa aaaa Mid band Release time (0-100) aa aaaa Mid band Threshold (0-36) -36, -35, -34, -33, -32, -31, -30, -29, -28, -27, -26, -25, -24, -23, -22, -21, -20, -19, -18, -17, -16, -15, -14, -13, -12, -11, -10, -9, -8, -7, -6, -5, -4, -3, -2, -1, 0 [db] aaaa Mid band Ratio (0-13) 1:1.0, 1:1.1, 1:1.2, 1:1.4, 1:1.6, 1:1.8, 1:2.0, 1:2.5, 1:3.2, 1:4.0, 1:5.6, 1:8.0, 1:16, 1:INF 00 0A 000a aaaa Mid band Level (0-24) 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24 [db] 00 0B 0aaa aaaa High band Attack time (0-100) 00 0C 0aaa aaaa High band Release time (0-100) 00 0D 00aa aaaa High band Threshold (0-36) -36, -35, -34, -33, -32, -31, -30, -29, -28, -27, -26, -25, -24, -23, -22, -21, -20, -19, -18, -17, -16, -15, -14, -13, -12, -11, -10, -9, -8, -7, -6, -5, -4, -3, -2, -1, 0 [db] 00 0E 0000 aaaa High band Ratio (0-13) 1:1.0, 1:1.1, 1:1.2, 1:1.4, 1:1.6, 1:1.8, 1:2.0, 1:2.5, 1:3.2, 1:4.0, 1:5.6, 1:8.0, 1:16, 1:INF 00 0F 000a aaaa High band Level (0-24) 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24 [db] aaa Split Freq Low (0-6) 200, 250, 315, 400, 500, 630, 800 [Hz] aaa Split Freq High (0-6) 2000, 2500, 3150, 4000, 5000, 6300, 8000 [Hz] Total Size + + System External Input + + Offset Address Description aaa aaaa External Dry Send Level (0-127) aaa aaaa External Chorus Send Level (0-127) aaa aaaa External Reverb Send Level (0-127) aaaa External Output Assign (0-1) MFX, DRY aa External Output MFX Select (0-2) MFX1, MFX2, MFX aaaa Input Effect Type (1-6) + + # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 1 ( ) # 00 0A 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 2 ( ) # 00 0E 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 3 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 5 ( ) # 00 1A 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 6 ( ) # 00 1E 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 7 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 9 ( ) # 00 2A 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 10 ( ) # 00 2E 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 11 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 13 ( ) # 00 3A 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 14 ( ) # 00 3E 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 15 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 17 ( ) # 00 4A 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 18 ( ) # 00 4E 0000 aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 19 ( ) # aaaa 0000 dddd Input Effect Parameter 20 ( ) Total Size + + System Controller + + Offset Address Description a Transmit Program Change (0-1) a Transmit Bank Select (0-1) aaa aaaa Keyboard Velocity (0-127) REAL, aa Keyboard Sens (0-2) LIGHT, MEDIUM, HEAVY aaa aaaa Aftertouch Sens (0-100) aaa Hold Pedal Polarity (0-1) STANDARD, REVERSE 312

313 MIDI Implementatie a Continuous Hold Pedal (0-1) aaa aaaa Pedal Assign (0-111) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND-UP, BEND-DOWN, AFT, OCT-UP, OCT-DOWN, START/STOP, PUNCH-I/O, TAP-TEMPO, PROG-UP, PROG-DOWN, FAV-UP, FAV-DOWN, ARP-RHY-SW, RHY-START/STOP, CHD-SW, AFAV-UP, AFAV-DOWN, SEQ-LOOP aaa Pedal Polarity (0-1) STANDARD, REVERSE aaaa Beam Sens (1-10) 00 0A 0aaa aaaa Beam Assign (0-104) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND-UP, BEND-DOWN, START/STOP, TAP-TEMPO, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, ARP-OCT-UP, ARP-OCT-DW, ARP-STEP, AFT 00 0B 0aaa aaaa Beam Range Lower (0-127) 00 0C 0aaa aaaa Beam Range Upper (0-127) 00 0D 0000 aaaa Beam Trigger Pad (0-15) E 0aaa aaaa Beam Trigger Velo (1-127) 00 0F 0aaa aaaa Beam Trigger Mode (0-1) MOMENTARY, LATCH aaa aaaa Knob 1 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Knob 2 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Knob 3 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Knob 4 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Switch 1 Assign (0-13) TRNS-DW, TRNS-UP, TAP-TEMPO, MONO/POLY, PORTAMENTO, HOLD1, MFX1-SW, MFX2-SW, MFX3-SW, CHO-SW, REV-SW, MAS-SW, SEQ-LOOP, RHY-START/STOP aaa aaaa Switch 2 Assign (0-13) TRNS-DW, TRNS-UP, TAP-TEMPO, MONO/POLY, PORTAMENTO, HOLD1, MFX1-SW, MFX2-SW, MFX3-SW, CHO-SW, REV-SW, MAS-SW, SEQ-LOOP, RHY-START/STOP aaa aaaa Pad Velocity (0-127) REAL, aa Pad Sens (0-2) LIGHT, MEDIUM, HEAVY aaa aaaa Pad Aftertouch Sens (0-100) aaaa Pad Roll Resolution (0-7) A 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 1B 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 1C 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 1D 0aaa aaaa Pad 1 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 1E 0aaa aaaa Pad 1 Velocity (0-127) REAL, F 0aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 2 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 2 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 3 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 3 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 4 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 4 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 5 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 2A 0aaa aaaa Pad 5 Velocity (0-127) REAL, B 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 2C 0aaa aaaa Pad 6 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 2D 0aaa aaaa Pad 6 Velocity (0-127) REAL, E 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 2F 0aaa aaaa Pad 7 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 7 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 8 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 8 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 9 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 9 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 10 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 10 Velocity (0-127) REAL, A 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 3B 0aaa aaaa Pad 11 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 3C 0aaa aaaa Pad 11 Velocity (0-127) REAL, D 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 3E 0aaa aaaa Pad 12 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 3F 0aaa aaaa Pad 12 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 13 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 13 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 14 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 14 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 15 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 15 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> 00 4A 0aaa aaaa Pad 16 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 4B 0aaa aaaa Pad 16 Velocity (0-127) REAL, C Total Size + + Performance Common + + Offset Address Description aaa aaaa Performance Name 1 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 2 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 3 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 4 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 5 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 6 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 7 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 8 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 9 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Performance Name 10 (32-127) [ASCII] 00 0A 0aaa aaaa Performance Name 11 (32-127) [ASCII] 00 0B 0aaa aaaa Performance Name 12 (32-127) [ASCII] C 00aa aaaa Solo Part Select (0-16) OFF, D 000a aaaa MFX1 Control Channel (0-16) 1-16, OFF 00 0E a (reserve) <*> (1-0) 00 0F a (reserve) <*> (1-0) aaa aaaa Voice Reserve 1 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 2 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 3 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 4 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 5 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 6 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 7 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 8 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 9 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa Voice Reserve 10 (0-64) 0-63, FULL 00 1A 0aaa aaaa Voice Reserve 11 (0-64) 0-63, FULL 00 1B 0aaa aaaa Voice Reserve 12 (0-64) 0-63, FULL 00 1C 0aaa aaaa Voice Reserve 13 (0-64) 0-63, FULL 00 1D 0aaa aaaa Voice Reserve 14 (0-64) 0-63, FULL 00 1E 0aaa aaaa Voice Reserve 15 (0-64) 0-63, FULL 00 1F 0aaa aaaa Voice Reserve 16 (0-64) 0-63, FULL aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2A 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2B 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2C 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2D 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2E 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) 00 2F 0aaa aaaa (reserve) <*> (0-64) aa aaaa MFX1 Source (0-16) PERFORM, aa aaaa MFX2 Source (0-16) PERFORM, aa aaaa MFX3 Source (0-16) PERFORM, aa aaaa Chorus Source (0-16) PERFORM, aa aaaa Reverb Source (0-16) PERFORM, aa aaaa MFX2 Control Channel (0-16) 313

314 MIDI Implementatie 1-16, OFF aa aaaa MFX3 Control Channel (0-16) 1-16, OFF aaaa MFX Structure (0-15) Total Size + + Performance Common MFX + + Offset Address Description aaa aaaa MFX Type (0-78) aaa aaaa MFX Dry Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Chorus Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Reverb Send Level (0-127) aa MFX Output Assign (0-3) A, B, ---, aaa aaaa MFX Control 1 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 1 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 2 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 2 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 3 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0A 0aaa aaaa MFX Control 3 Sens (1-127) B 0aaa aaaa MFX Control 4 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0C 0aaa aaaa MFX Control 4 Sens (1-127) D 000a aaaa MFX Control Assign 1 (0-16) OFF, E 000a aaaa MFX Control Assign 2 (0-16) OFF, F 000a aaaa MFX Control Assign 3 (0-16) OFF, a aaaa MFX Control Assign 4 (0-16) OFF, 1-16 # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 2 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 3 ( ) # 00 1D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 6 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 7 ( ) # 00 2D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 10 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 11 ( ) # 00 3D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 14 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 15 ( ) # 00 4D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 18 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 19 ( ) # 00 5D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 20 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 21 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 22 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 23 ( ) # 00 6D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 24 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 25 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 26 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 27 ( ) # 00 7D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 28 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 29 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 30 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 31 ( ) # 01 0D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 32 ( ) Total Size + + Performance Common Chorus + + Offset Address Description aaaa Chorus Type (0-3) aaa aaaa Chorus Level (0-127) aa Chorus Output Assign (0-3) A, B, ---, aa Chorus Output Select (0-2) MAIN, REV, MAIN+REV + + # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 2 ( ) # 00 0C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 3 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 6 ( ) # 00 1C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 7 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 9 ( ) # aaaa 314

315 MIDI Implementatie 0000 dddd Chorus Parameter 10 ( ) # 00 2C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 11 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 14 ( ) # 00 3C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 15 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 18 ( ) # 00 4C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 19 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 20 ( ) Total Size + + Performance Common Reverb + + Offset Address Description aaaa Reverb Type (0-5) aaa aaaa Reverb Level (0-127) aa Reverb Output Assign (0-3) A, B, ---, # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 2 ( ) # 00 0B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 3 ( ) # 00 0F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 6 ( ) # 00 1B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 7 ( ) # 00 1F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 10 ( ) # 00 2B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 11 ( ) # 00 2F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 14 ( ) # 00 3B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 15 ( ) # 00 3F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 18 ( ) # 00 4B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 19 ( ) # 00 4F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 20 ( ) Total Size + + Performance MIDI + + Offset Address Description a Receive Program Change (0-1) a Receive Bank Select (0-1) a Receive Bender (0-1) a Receive Polyphonic Key Pressure (0-1) a Receive Channel Pressure (0-1) a Receive Modulation (0-1) a Receive Volume (0-1) a Receive Pan (0-1) a Receive Expression (0-1) a Receive Hold-1 (0-1) A a Phase Lock (0-1) 00 0B aaa Velocity Curve Type (0-4) OFF, C Total Size + + Performance Part + + Offset Address Description aaaa Receive Channel (0-15) a Receive Switch (0-1) (reserve) <*> (1-0) (reserve) <*> (1-0) aaa aaaa Patch Bank Select MSB (CC# 0) (0-127) aaa aaaa Patch Bank Select LSB (CC# 32) (0-127) aaa aaaa Patch Program Number (PC) (0-127) aaa aaaa Part Level (CC# 7) (0-127) aaa aaaa Part Pan (CC# 10) (0-127) L64-63R aaa aaaa Part Coarse Tune (RPN# 2) (16-112) A 0aaa aaaa Part Fine Tune (RPN# 1) (14-114) B aa Part Mono/Poly (MONO ON/POLY ON) (0-2) MONO, POLY, PATCH 00 0C aa Part Legato Switch (CC# 68) (0-2) OFF, ON, PATCH 00 0D 000a aaaa Part Pitch Bend Range (RPN# 0) (0-25) 0-24, PATCH 00 0E aa Part Portamento Switch (CC# 65) (0-2) OFF, ON, PATCH # 00 0F 0000 aaaa 0000 bbbb Part Portamento Time (CC# 5) (0-128) 0-127, PATCH aaa aaaa Part Cutoff Offset (CC# 74) (0-127) aaa aaaa Part Resonance Offset (CC# 71) (0-127) aaa aaaa Part Attack Time Offset (CC# 73) (0-127) aaa aaaa Part Release Time Offset (CC# 72) (0-127) aaa Part Octave Shift (61-67) aaa aaaa Part Velocity Sens Offset (1-127) aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa (reserve) <*> 00 1A 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 1B a Mute Switch (0-1) OFF, MUTE C 0aaa aaaa Part Dry Send Level (0-127) 00 1D 0aaa aaaa Part Chorus Send Level (CC# 93) (0-127) 00 1E 0aaa aaaa Part Reverb Send Level (CC# 91) (0-127) 00 1F 0000 aaaa Part Output Assign (0-13) MFX, A, B, ---, ---, 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, ---, PATCH aa Part Output MFX Select (0-2) MFX1, MFX2, MFX aaa aaaa Part Decay Time Offset (CC# 75) (0-127)

316 MIDI Implementatie aaa aaaa Part Vibrato Rate (CC# 76) (0-127) aaa aaaa Part Vibrato Depth (CC# 77) (0-127) aaa aaaa Part Vibrato Delay (CC# 78) (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for C (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for C# (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for D (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for D# (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for E (0-127) A 0aaa aaaa Part Scale Tune for F (0-127) B 0aaa aaaa Part Scale Tune for F# (0-127) C 0aaa aaaa Part Scale Tune for G (0-127) D 0aaa aaaa Part Scale Tune for G# (0-127) E 0aaa aaaa Part Scale Tune for A (0-127) F 0aaa aaaa Part Scale Tune for A# (0-127) aaa aaaa Part Scale Tune for B (0-127) Total Size + + Performance Zone + + Offset Address Description a aaaa (reserve) <*> a Zone Switch (0-1) a (reserve) <*> + + # aaaa 0000 bbbb External Bank Select MSB (CC# 0) (0-128) 0-127, NO-SEND aaa aaaa External Bank Select LSB (CC# 32) (0-127) # aaaa 0000 bbbb External Program Number (PC) (0-128) 0-127, NO-SEND # aaaa 0000 bbbb External Level (CC# 7) (0-128) 0-127, NO-SEND # 00 0A 0000 aaaa 0000 bbbb External Pan (CC# 10) (0-128) L64-63R, NO-SEND C 0aaa aaaa Keyboard Range Lower (0-127) C-1 - UPPER 00 0D 0aaa aaaa Keyboard Range Upper (0-127) LOWER - G E a Control Bender (0-1) 00 0F a Control Aftertouch (0-1) a Control Modulation (0-1) a Control Hold Pedal (0-1) a Control Pedal (0-1) a (reserve) <*> a Control D Beam (0-1) a Control Knob 1 (0-1) a Control Knob 2 (0-1) a Control Knob 3 (0-1) a Control Knob 4 (0-1) a (reserve) <*> 00 1A a (reserve) <*> B Total Size + + Performance Controller + + Offset Address Description a (reserve) <*> aaa aaaa Beam Assign (0-104) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND-UP, BEND-DOWN, START/STOP, TAP-TEMPO, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, ARP-OCT-UP, ARP-OCT-DW, ARP_STEP, AFT aaa aaaa Beam Range Lower (0-127) aaa aaaa Beam Range Upper (0-127) aaaa Beam Trigger Pad (0-15) aaa aaaa Beam Trigger Velo (1-127) aaa aaaa Beam Trigger Mode (0-1) MOMENTARY, LATCH aaa aaaa Knob 1 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Knob 2 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN aaa aaaa Knob 3 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN 00 0A 0aaa aaaa Knob 4 Assign (0-103) CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, ARP-STYLE, ARP-GRID, ARP-DUR, ARP-MOTIF, CHORD-FORM, MASTER-LEVEL, ARP-STEP, DIGI-IN B 0aaa aaaa Switch 1 Assign (0-13) TRNS-DW, TRNS-UP, TAP-TEMPO, MONO/POLY, PORTAMENTO, HOLD1, MFX1-SW, MFX2-SW, MFX3-SW, CHO-SW, REV-SW, MAS-SW, SEQ-LOOP, RHY-START/STOP 00 0C 0aaa aaaa Switch 2 Assign (0-13) TRNS-DW, TRNS-UP, TAP-TEMPO, MONO/POLY, PORTAMENTO, HOLD1, MFX1-SW, MFX2-SW, MFX3-SW, CHO-SW, REV-SW, MAS-SW, SEQ-LOOP, RHY-START/STOP D a (reserve) <*> 00 0E 0aaa aaaa Arp/Ptn Grid (0-8) 04_, 08_, 08L, 08H, 08t, 16_, 16L, 16H, 16t 00 0F 0aaa aaaa Arp/Ptn Duration (0-9) 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 120, FUL a Arpeggio Switch (0-1) aaa aaaa Arpeggio Bank (0-1) USER, PRESET aaa aaaa Arpeggio Style (0-127) aaa aaaa Arpeggio Motif (0-11) UP/L, UP/H, UP/_, dn/l, dn/h, dn/_, Ud/L, Ud/H, Ud/_, rn/l, rn/_, PHRASE aaa Arpeggio Octave Range (61-67) a Arpeggio Hold (0-1) aaa aaaa Arpeggio Accent Rate (0-100) aaa aaaa Arpeggio Velocity (0-127) REAL, aaaa Arpeggio Zone Number (0-15) ZONE1 - ZONE a Rhythm Pattern Switch (0-1) 00 1A 0aaa aaaa Rhythm Pattern Group Bank (0-1) USER, PRESET 00 1B 0aaa aaaa Rhythm Pattern Group Number (0-31) C 0aaa aaaa Rhythm Pattern Accent Rate (0-100) 00 1D 0aaa aaaa Rhythm Pattern Velocity (0-127) REAL, E a Chord Switch (0-1) 00 1F 0aaa aaaa Chord Group (0-1) USER, PRESET aa aaaa Chord Form (0-63) aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa (reserve) <*> a aaaa Pad Transmit Channel (0-15) aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 1 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 1 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 2 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 2 Velocity (0-127) REAL, A 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 2B 0aaa aaaa Pad 3 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 2C 0aaa aaaa Pad 3 Velocity (0-127) REAL, D 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 2E 0aaa aaaa Pad 4 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 2F 0aaa aaaa Pad 4 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 5 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 5 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 6 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 6 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 7 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 7 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> 00 3A 0aaa aaaa Pad 8 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 3B 0aaa aaaa Pad 8 Velocity (0-127) REAL, C 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 3D 0aaa aaaa Pad 9 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 3E 0aaa aaaa Pad 9 Velocity (0-127) REAL, F 0aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 10 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 10 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 11 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 11 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 12 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 12 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 13 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 4A 0aaa aaaa Pad 13 Velocity (0-127) REAL, B 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 4C 0aaa aaaa Pad 14 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 4D 0aaa aaaa Pad 14 Velocity (0-127) REAL, E 0aaa aaaa (reserve) <*> 00 4F 0aaa aaaa Pad 15 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 15 Velocity (0-127) REAL, aaa aaaa (reserve) <*> aaa aaaa Pad 16 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 16 Velocity (0-127) REAL,

317 MIDI Implementatie # aaaa 0000 bbbb Recommended Tempo (20-250) a Rolled Chord (0-1) aa Rolled Chord Type (0-2) UP, DOWN, ALTERNATE Total Size + + Arpeggio Common + + Offset Address Description + # aaaa 0000 bbbb End Step (1-32) aaa aaaa Arpeggio Name 1 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 2 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 3 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 4 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 5 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 6 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 7 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 8 (32-127) 00 0A 0aaa aaaa Arpeggio Name 9 (32-127) 00 0B 0aaa aaaa Arpeggio Name 10 (32-127) 00 0C 0aaa aaaa Arpeggio Name 11 (32-127) 00 0D 0aaa aaaa Arpeggio Name 12 (32-127) 00 0E 0aaa aaaa Arpeggio Name 13 (32-127) 00 0F 0aaa aaaa Arpeggio Name 14 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 15 (32-127) aaa aaaa Arpeggio Name 16 (32-127) Total Size + + Arpeggio Pattern + + Offset Address Description + # aaaa 0000 bbbb Original Note (0-128) + + # aaaa 0000 bbbb Step1 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step2 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step3 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step4 Data (0-128) # 00 0A 0000 aaaa 0000 bbbb Step5 Data (0-128) # 00 0C 0000 aaaa 0000 bbbb Step6 Data (0-128) # 00 0E 0000 aaaa 0000 bbbb Step7 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step8 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step9 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step10 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step11 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step12 Data (0-128) # 00 1A 0000 aaaa 0000 bbbb Step13 Data (0-128) # 00 1C 0000 aaaa 0000 bbbb Step14 Data (0-128) # 00 1E 0000 aaaa 0000 bbbb Step15 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step16 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step17 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step18 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step19 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step20 Data (0-128) # 00 2A 0000 aaaa 0000 bbbb Step21 Data (0-128) # 00 2C 0000 aaaa 0000 bbbb Step22 Data (0-128) # 00 2E 0000 aaaa 0000 bbbb Step23 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step24 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step25 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step26 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step27 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step28 Data (0-128) # 00 3A 0000 aaaa 0000 bbbb Step29 Data (0-128) # 00 3C 0000 aaaa 0000 bbbb Step30 Data (0-128) # 00 3E 0000 aaaa 0000 bbbb Step31 Data (0-128) # aaaa 0000 bbbb Step32 Data (0-128) Total Size + + Chord Pattern + + Offset Address Description a Chord Note1 (0-1) a Chord Note2 (0-1) a Chord Note3 (0-1) a Chord Note4 (0-1) a Chord Note5 (0-1) a Chord Note6 (0-1) a Chord Note7 (0-1) a Chord Note8 (0-1) a Chord Note9 (0-1) a Chord Note10 (0-1) 00 0A a Chord Note11 (0-1) 00 0B a Chord Note12 (0-1) 00 0C a Chord Note13 (0-1) 00 0D a Chord Note14 (0-1) 00 0E a Chord Note15 (0-1) 00 0F a Chord Note16 (0-1) a Chord Note17 (0-1) a Chord Note18 (0-1) a Chord Note19 (0-1) a Chord Note20 (0-1) a Chord Note21 (0-1) a Chord Note22 (0-1) a Chord Note23 (0-1) a Chord Note24 (0-1) a Chord Note25 (0-1) a Chord Note26 (0-1) 00 1A a Chord Note27 (0-1) 00 1B a Chord Note28 (0-1) 00 1C a Chord Note29 (0-1) 00 1D a Chord Note30 (0-1) 00 1E a Chord Note31 (0-1) 00 1F a Chord Note32 (0-1) a Chord Note33 (0-1) a Chord Note34 (0-1) a Chord Note35 (0-1) a Chord Note36 (0-1) a Chord Note37 (0-1) a Chord Note38 (0-1) a Chord Note39 (0-1) a Chord Note40 (0-1) a Chord Note41 (0-1) a Chord Note42 (0-1) 00 2A a Chord Note43 (0-1) 00 2B a Chord Note44 (0-1) 00 2C a Chord Note45 (0-1) 00 2D a Chord Note46 (0-1) 00 2E a Chord Note47 (0-1) 00 2F a Chord Note48 (0-1) a Chord Note49 (0-1) a Chord Note50 (0-1) a Chord Note51 (0-1) a Chord Note52 (0-1) a Chord Note53 (0-1) a Chord Note54 (0-1) a Chord Note55 (0-1) a Chord Note56 (0-1) a Chord Note57 (0-1) a Chord Note58 (0-1) 00 3A a Chord Note59 (0-1) 00 3B a Chord Note60 (0-1) 00 3C a Chord Note61 (0-1) 00 3D a Chord Note62 (0-1) 00 3E a Chord Note63 (0-1) 00 3F a Chord Note64 (0-1) a Chord Note65 (0-1) a Chord Note66 (0-1) a Chord Note67 (0-1) a Chord Note68 (0-1) a Chord Note69 (0-1) 317

318 MIDI Implementatie a Chord Note70 (0-1) a Chord Note71 (0-1) a Chord Note72 (0-1) a Chord Note73 (0-1) a Chord Note74 (0-1) 00 4A a Chord Note75 (0-1) 00 4B a Chord Note76 (0-1) 00 4C a Chord Note77 (0-1) 00 4D a Chord Note78 (0-1) 00 4E a Chord Note79 (0-1) 00 4F a Chord Note80 (0-1) a Chord Note81 (0-1) a Chord Note82 (0-1) a Chord Note83 (0-1) a Chord Note84 (0-1) a Chord Note85 (0-1) a Chord Note86 (0-1) a Chord Note87 (0-1) a Chord Note88 (0-1) a Chord Note89 (0-1) a Chord Note90 (0-1) 00 5A a Chord Note91 (0-1) 00 5B a Chord Note92 (0-1) 00 5C a Chord Note93 (0-1) 00 5D a Chord Note94 (0-1) 00 5E a Chord Note95 (0-1) 00 5F a Chord Note96 (0-1) a Chord Note97 (0-1) a Chord Note98 (0-1) a Chord Note99 (0-1) a Chord Note100 (0-1) a Chord Note101 (0-1) a Chord Note102 (0-1) a Chord Note103 (0-1) a Chord Note104 (0-1) a Chord Note105 (0-1) a Chord Note106 (0-1) 00 6A a Chord Note107 (0-1) 00 6B a Chord Note108 (0-1) 00 6C a Chord Note109 (0-1) 00 6D a Chord Note110 (0-1) 00 6E a Chord Note111 (0-1) 00 6F a Chord Note112 (0-1) a Chord Note113 (0-1) a Chord Note114 (0-1) a Chord Note115 (0-1) a Chord Note116 (0-1) a Chord Note117 (0-1) a Chord Note118 (0-1) a Chord Note119 (0-1) a Chord Note120 (0-1) a Chord Note121 (0-1) a Chord Note122 (0-1) 00 7A a Chord Note123 (0-1) 00 7B a Chord Note124 (0-1) 00 7C a Chord Note125 (0-1) 00 7D a Chord Note126 (0-1) 00 7E a Chord Note127 (0-1) 00 7F a Chord Note128 (0-1) aaa aaaa Chord Pattern Name 1 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 2 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 3 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 4 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 5 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 6 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 7 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 8 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 9 (32-127) aaa aaaa Chord Pattern Name 10 (32-127) 01 0A 0aaa aaaa Chord Pattern Name 11 (32-127) 01 0B 0aaa aaaa Chord Pattern Name 12 (32-127) 01 0C 0aaa aaaa Chord Pattern Name 13 (32-127) 01 0D 0aaa aaaa Chord Pattern Name 14 (32-127) 01 0E 0aaa aaaa Chord Pattern Name 15 (32-127) 01 0F 0aaa aaaa Chord Pattern Name 16 (32-127) Total Size + + Rhythm Group + + Offset Address Description aaa aaaa Rhythm Group Name 1 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 2 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 3 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 4 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 5 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 6 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 7 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 8 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 9 (32-127) aaa aaaa Rhythm Group Name 10 (32-127) 00 0A 0aaa aaaa Rhythm Group Name 11 (32-127) 00 0B 0aaa aaaa Rhythm Group Name 12 (32-127) 00 0C 0aaa aaaa Rhythm Group Name 13 (32-127) 00 0D 0aaa aaaa Rhythm Group Name 14 (32-127) 00 0E 0aaa aaaa Rhythm Group Name 15 (32-127) 00 0F 0aaa aaaa Rhythm Group Name 16 (32-127) aaa aaaa Recommended Rhythm Bank Select MSB (0-127) aaa aaaa Recommended Rhythm Bank Select LSB (0-127) aaa aaaa Recommended Rhythm Program Number (0-127) aaa aaaa Pad 1 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 1 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 1 Velocity (0-127) REAL, a Pad 1 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 1 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 2 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 1A 0aaa aaaa Pad 2 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 1B 0aaa aaaa Pad 2 Velocity (0-127) REAL, C a Pad 2 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 1D 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 2 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 1F 0aaa aaaa Pad 3 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 3 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 3 Velocity (0-127) REAL, a Pad 3 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 3 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 4 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 4 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 4 Velocity (0-127) REAL, a Pad 4 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 4 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 2B 0aaa aaaa Pad 5 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 2C 0aaa aaaa Pad 5 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 2D 0aaa aaaa Pad 5 Velocity (0-127) REAL, E a Pad 5 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 2F 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 5 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 6 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 6 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 6 Velocity (0-127) REAL, a Pad 6 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 6 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 7 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 7 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 7 Velocity (0-127) REAL, A a Pad 7 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 3B 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 7 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 3D 0aaa aaaa Pad 8 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 3E 0aaa aaaa Pad 8 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 3F 0aaa aaaa Pad 8 Velocity (0-127) REAL, a Pad 8 Rhythm Pattern Group (0-1) 318

319 MIDI Implementatie USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 8 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 9 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 9 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 9 Velocity (0-127) REAL, a Pad 9 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 9 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 10 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 4A 0aaa aaaa Pad 10 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 4B 0aaa aaaa Pad 10 Velocity (0-127) REAL, C a Pad 10 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 4D 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 10 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 4F 0aaa aaaa Pad 11 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 11 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 11 Velocity (0-127) REAL, a Pad 11 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 11 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 12 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 12 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 12 Velocity (0-127) REAL, a Pad 12 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 12 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 5B 0aaa aaaa Pad 13 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 5C 0aaa aaaa Pad 13 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 5D 0aaa aaaa Pad 13 Velocity (0-127) REAL, E a Pad 13 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 5F 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 13 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 14 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 14 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 14 Velocity (0-127) REAL, a Pad 14 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 14 Rhythm Pattern Number (0-255) aaa aaaa Pad 15 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN aaa aaaa Pad 15 Note Number (0-127) C-1 - G aaa aaaa Pad 15 Velocity (0-127) REAL, A a Pad 15 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # 00 6B 0000 aaaa 0000 bbbb Pad 15 Rhythm Pattern Number (0-255) 00 6D 0aaa aaaa Pad 16 Mode (0-2) OFF, NOTE, PTN 00 6E 0aaa aaaa Pad 16 Note Number (0-127) C-1 - G9 00 6F 0aaa aaaa Pad 16 Velocity (0-127) REAL, a Pad 16 Rhythm Pattern Group (0-1) USER, PRESET # aaaa 0000 bbbb Pad 16 Rhythm Pattern Number (0-255) Total Size + + Patch Common + + Offset Address Description aaa aaaa Patch Name 1 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 2 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 3 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 4 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 5 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 6 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 7 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 8 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 9 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Patch Name 10 (32-127) [ASCII] 00 0A 0aaa aaaa Patch Name 11 (32-127) [ASCII] 00 0B 0aaa aaaa Patch Name 12 (32-127) [ASCII] 00 0C 0aaa aaaa Patch Category (0-127) D a (reserve) <*> E 0aaa aaaa Patch Level (0-127) 00 0F 0aaa aaaa Patch Pan (0-127) L64-63R a Patch Priority (0-1) LAST, LOUDEST aaa aaaa Patch Coarse Tune (16-112) aaa aaaa Patch Fine Tune (14-114) aaa Octave Shift (61-67) aa Stretch Tune Depth (0-3) OFF, aaa aaaa Analog Feel (0-127) a Mono/Poly (0-1) MONO, POLY a Legato Switch (0-1) a Legato Retrigger (0-1) a Portamento Switch (0-1) 00 1A a Portamento Mode (0-1) NORMAL, LEGATO 00 1B a Portamento Type (0-1) RATE, TIME 00 1C a Portamento Start (0-1) PITCH, NOTE 00 1D 0aaa aaaa Portamento Time (0-127) 00 1E a (reserve) <*> # 00 1F 0000 aaaa 0000 bbbb (reserve) <*> a (reserve) <*> aaa aaaa Cutoff Offset (1-127) aaa aaaa Resonance Offset (1-127) aaa aaaa Attack Time Offset (1-127) aaa aaaa Release Time Offset (1-127) aaa aaaa Velocity Sens Offset (1-127) aaaa Patch Output Assign (0-13) MFX, A, B, ---, ---, 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, ---, TONE a TMT Control Switch (0-1) aa aaaa Pitch Bend Range Up (0-48) 00 2A 00aa aaaa Pitch Bend Range Down (0-48) B 0aaa aaaa Matrix Control 1 Source (0-109) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4, VELOCITY, KEYFOLLOW, TEMPO, LFO1, LFO2, PIT-ENV, TVF-ENV, TVA-ENV 00 2C 00aa aaaa Matrix Control 1 Destination 1 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 2D 0aaa aaaa Matrix Control 1 Sens 1 (1-127) E 00aa aaaa Matrix Control 1 Destination 2 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 2F 0aaa aaaa Matrix Control 1 Sens 2 (1-127) aa aaaa Matrix Control 1 Destination 3 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 1 Sens 3 (1-127) aa aaaa Matrix Control 1 Destination 4 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 1 Sens 4 (1-127) aaa aaaa Matrix Control 2 Source (0-109) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4, VELOCITY, KEYFOLLOW, TEMPO, LFO1, LFO2, PIT-ENV, TVF-ENV, TVA-ENV aa aaaa Matrix Control 2 Destination 1 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 2 Sens 1 (1-127) aa aaaa Matrix Control 2 Destination 2 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 2 Sens 2 (1-127) aa aaaa Matrix Control 2 Destination 3 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 319

320 MIDI Implementatie 00 3A 0aaa aaaa Matrix Control 2 Sens 3 (1-127) B 00aa aaaa Matrix Control 2 Destination 4 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 3C 0aaa aaaa Matrix Control 2 Sens 4 (1-127) D 0aaa aaaa Matrix Control 3 Source (0-109) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4, VELOCITY, KEYFOLLOW, TEMPO, LFO1, LFO2, PIT-ENV, TVF-ENV, TVA-ENV 00 3E 00aa aaaa Matrix Control 3 Destination 1 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 3F 0aaa aaaa Matrix Control 3 Sens 1 (1-127) aa aaaa Matrix Control 3 Destination 2 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 3 Sens 2 (1-127) aa aaaa Matrix Control 3 Destination 3 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 3 Sens 3 (1-127) aa aaaa Matrix Control 3 Destination 4 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 3 Sens 4 (1-127) aaa aaaa Matrix Control 4 Source (0-109) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4, VELOCITY, KEYFOLLOW, TEMPO, LFO1, LFO2, PIT-ENV, TVF-ENV, TVA-ENV aa aaaa Matrix Control 4 Destination 1 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME aaa aaaa Matrix Control 4 Sens 1 (1-127) aa aaaa Matrix Control 4 Destination 2 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 4A 0aaa aaaa Matrix Control 4 Sens 2 (1-127) B 00aa aaaa Matrix Control 4 Destination 3 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 4C 0aaa aaaa Matrix Control 4 Sens 3 (1-127) D 00aa aaaa Matrix Control 4 Destination 4 (0-34) OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, TIME 00 4E 0aaa aaaa Matrix Control 4 Sens 4 (1-127) F Total Size + + Patch Common MFX + + Offset Address Description aaa aaaa MFX Type (0-127) aaa aaaa MFX Dry Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Chorus Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Reverb Send Level (0-127) aa MFX Output Assign (0-3) A, B, ---, aaa aaaa MFX Control 1 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 1 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 2 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 2 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 3 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0A 0aaa aaaa MFX Control 3 Sens (1-127) B 0aaa aaaa MFX Control 4 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0C 0aaa aaaa MFX Control 4 Sens (1-127) D 000a aaaa MFX Control Assign 1 (0-16) OFF, E 000a aaaa MFX Control Assign 2 (0-16) OFF, F 000a aaaa MFX Control Assign 3 (0-16) OFF, a aaaa MFX Control Assign 4 (0-16) OFF, 1-16 # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 2 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 3 ( ) # 00 1D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 6 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 7 ( ) # 00 2D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 10 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 11 ( ) # 00 3D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 14 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 15 ( ) # 00 4D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 18 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 19 ( ) # 00 5D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 20 ( ) 320

321 MIDI Implementatie # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 21 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 22 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 23 ( ) # 00 6D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 24 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 25 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 26 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 27 ( ) # 00 7D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 28 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 29 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 30 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 31 ( ) # 01 0D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 32 ( ) Total Size + + Patch Common Chorus + + Offset Address Description aaaa Chorus Type (0-3) aaa aaaa Chorus Level (0-127) aa Chorus Output Assign (0-3) A, B, ---, aa Chorus Output Select (0-2) MAIN, REV, MAIN+REV + + # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 2 ( ) # 00 0C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 3 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 6 ( ) # 00 1C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 7 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 10 ( ) # 00 2C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 11 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 14 ( ) # 00 3C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 15 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 18 ( ) # 00 4C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 19 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 20 ( ) Total Size + + Patch Common Reverb + + Offset Address Description aaaa Reverb Type (0-5) aaa aaaa Reverb Level (0-127) aa Reverb Output Assign (0-3) A, B, ---, # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 2 ( ) # 00 0B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 3 ( ) # 00 0F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 6 ( ) # 00 1B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 7 ( ) # 00 1F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 10 ( ) # 00 2B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 11 ( ) # 00 2F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 14 ( ) # 00 3B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 15 ( ) # 00 3F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 16 ( ) # aaaa 321

322 MIDI Implementatie 0000 dddd Reverb Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 18 ( ) # 00 4B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 19 ( ) # 00 4F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 20 ( ) Total Size + + Patch TMT (Tone Mix Table) + + Offset Address Description aaaa Structure Type 1 & 2 (0-9) aa Booster 1 & 2 (0-3) 0, +6, +12, +18 [db] aaaa Structure Type 3 & 4 (0-9) aa Booster 3 & 4 (0-3) 0, +6, +12, +18 [db] aa TMT Velocity Control (0-3) OFF, ON, RANDOM, CYCLE a TMT1 Tone Switch (0-1) aaa aaaa TMT1 Keyboard Range Lower (0-127) C-1 - UPPER aaa aaaa TMT1 Keyboard Range Upper (0-127) LOWER - G aaa aaaa TMT1 Keyboard Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa TMT1 Keyboard Fade Width Upper (0-127) 00 0A 0aaa aaaa TMT1 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER 00 0B 0aaa aaaa TMT1 Velocity Range Upper (1-127) LOWER C 0aaa aaaa TMT1 Velocity Fade Width Lower (0-127) 00 0D 0aaa aaaa TMT1 Velocity Fade Width Upper (0-127) E a TMT2 Tone Switch (0-1) 00 0F 0aaa aaaa TMT2 Keyboard Range Lower (0-127) C-1 - UPPER aaa aaaa TMT2 Keyboard Range Upper (0-127) LOWER - G aaa aaaa TMT2 Keyboard Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa TMT2 Keyboard Fade Width Upper (0-127) aaa aaaa TMT2 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER aaa aaaa TMT2 Velocity Range Upper (1-127) LOWER aaa aaaa TMT2 Velocity Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa TMT2 Velocity Fade Width Upper (0-127) a TMT3 Tone Switch (0-1) aaa aaaa TMT3 Keyboard Range Lower (0-127) C-1 - UPPER aaa aaaa TMT3 Keyboard Range Upper (0-127) LOWER - G9 00 1A 0aaa aaaa TMT3 Keyboard Fade Width Lower (0-127) 00 1B 0aaa aaaa TMT3 Keyboard Fade Width Upper (0-127) 00 1C 0aaa aaaa TMT3 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER 00 1D 0aaa aaaa TMT3 Velocity Range Upper (1-127) LOWER E 0aaa aaaa TMT3 Velocity Fade Width Lower (0-127) 00 1F 0aaa aaaa TMT3 Velocity Fade Width Upper (0-127) a TMT4 Tone Switch (0-1) aaa aaaa TMT4 Keyboard Range Lower (0-127) C-1 - UPPER aaa aaaa TMT4 Keyboard Range Upper (0-127) LOWER - G aaa aaaa TMT4 Keyboard Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa TMT4 Keyboard Fade Width Upper (0-127) aaa aaaa TMT4 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER aaa aaaa TMT4 Velocity Range Upper (1-127) LOWER aaa aaaa TMT4 Velocity Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa TMT4 Velocity Fade Width Upper (0-127) Total Size + + Patch Tone + + Offset Address Description aaa aaaa Tone Level (0-127) aaa aaaa Tone Coarse Tune (16-112) aaa aaaa Tone Fine Tune (14-114) a aaaa Tone Random Pitch Depth (0-30) 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 200, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100, aaa aaaa Tone Pan (0-127) L64-63R a aaaa Tone Pan Keyfollow (54-74) aa aaaa Tone Random Pan Depth (0-63) aaa aaaa Tone Alternate Pan Depth (1-127) L63-63R a Tone Env Mode (0-1) NO-SUS, SUSTAIN aa Tone Delay Mode (0-3) NORMAL, HOLD, KEY-OFF-NORMAL, KEY-OFF-DECAY # 00 0A 0000 aaaa 0000 bbbb Tone Delay Time (0-149) 0-127, MUSICAL-NOTES C 0aaa aaaa Tone Dry Send Level (0-127) 00 0D 0aaa aaaa Tone Chorus Send Level (MFX) (0-127) 00 0E 0aaa aaaa Tone Reverb Send Level (MFX) (0-127) 00 0F 0aaa aaaa Tone Chorus Send Level (non MFX) (0-127) aaa aaaa Tone Reverb Send Level (non MFX) (0-127) aaaa Tone Output Assign (0-12) MFX, A, B, ---, ---, 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, a Tone Receive Bender (0-1) a Tone Receive Expression (0-1) a Tone Receive Hold-1 (0-1) a Tone Receive Pan Mode (0-1) CONTINUOUS, KEY-ON a Tone Redamper Switch (0-1) aa Tone Control 1 Switch 1 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 1 Switch 2 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 1 Switch 3 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1A aa Tone Control 1 Switch 4 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1B aa Tone Control 2 Switch 1 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1C aa Tone Control 2 Switch 2 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1D aa Tone Control 2 Switch 3 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1E aa Tone Control 2 Switch 4 (0-2) OFF, ON, REVERSE 00 1F aa Tone Control 3 Switch 1 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 3 Switch 2 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 3 Switch 3 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 3 Switch 4 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 4 Switch 1 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 4 Switch 2 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 4 Switch 3 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Tone Control 4 Switch 4 (0-2) OFF, ON, REVERSE aa Wave Group Type (0-3) INT, SRX, SAMPLE, MULTISAMPLE # aaaa 0000 dddd Wave Group ID ( ) OFF, # 00 2C 0000 aaaa 0000 dddd Wave Number L (Mono) ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd Wave Number R ( ) OFF, aa Wave Gain (0-3) -6, 0, +6, +12 [db] a Wave FXM Switch (0-1) aa Wave FXM Color (0-3) a aaaa Wave FXM Depth (0-16) a Wave Tempo Sync (0-1) aa aaaa Wave Pitch Keyfollow (44-84) A 000a aaaa Pitch Env Depth (52-76) B 0aaa aaaa Pitch Env Velocity Sens (1-127) C 0aaa aaaa Pitch Env Time 1 Velocity Sens (1-127) D 0aaa aaaa Pitch Env Time 4 Velocity Sens (1-127) E 000a aaaa Pitch Env Time Keyfollow (54-74) F 0aaa aaaa Pitch Env Time 1 (0-127) aaa aaaa Pitch Env Time 2 (0-127) aaa aaaa Pitch Env Time 3 (0-127) aaa aaaa Pitch Env Time 4 (0-127) aaa aaaa Pitch Env Level 0 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 1 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 2 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 3 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 4 (1-127) aaa TVF Filter Type (0-6) OFF, LPF, BPF, HPF, PKG, LPF2, LPF aaa aaaa TVF Cutoff Frequency (0-127) 00 4A 00aa aaaa TVF Cutoff Keyfollow (44-84) B aaa TVF Cutoff Velocity Curve (0-7) FIXED, C 0aaa aaaa TVF Cutoff Velocity Sens (1-127) D 0aaa aaaa TVF Resonance (0-127) 00 4E 0aaa aaaa TVF Resonance Velocity Sens (1-127) F 0aaa aaaa TVF Env Depth (1-127) aaa TVF Env Velocity Curve (0-7) FIXED, aaa aaaa TVF Env Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVF Env Time 1 Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVF Env Time 4 Velocity Sens (1-127) a aaaa TVF Env Time Keyfollow (54-74) aaa aaaa TVF Env Time 1 (0-127) aaa aaaa TVF Env Time 2 (0-127) aaa aaaa TVF Env Time 3 (0-127) aaa aaaa TVF Env Time 4 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 0 (0-127) 00 5A 0aaa aaaa TVF Env Level 1 (0-127) 00 5B 0aaa aaaa TVF Env Level 2 (0-127) 00 5C 0aaa aaaa TVF Env Level 3 (0-127) 00 5D 0aaa aaaa TVF Env Level 4 (0-127) 322

323 MIDI Implementatie E 000a aaaa Bias Level (54-74) F 0aaa aaaa Bias Position (0-127) C-1 - G aa Bias Direction (0-3) LOWER, UPPER, LOWER&UPPER, ALL aaa TVA Level Velocity Curve (0-7) FIXED, aaa aaaa TVA Level Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVA Env Time 1 Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVA Env Time 4 Velocity Sens (1-127) a aaaa TVA Env Time Keyfollow (54-74) aaa aaaa TVA Env Time 1 (0-127) aaa aaaa TVA Env Time 2 (0-127) aaa aaaa TVA Env Time 3 (0-127) aaa aaaa TVA Env Time 4 (0-127) 00 6A 0aaa aaaa TVA Env Level 1 (0-127) 00 6B 0aaa aaaa TVA Env Level 2 (0-127) 00 6C 0aaa aaaa TVA Env Level 3 (0-127) D 0000 aaaa LFO1 Waveform (0-12) SIN, TRI, SAW-UP, SAW-DW, SQR, RND, BEND-UP, BEND-DW, TRP, S&H, CHS, VSIN, STEP # 00 6E 0000 aaaa 0000 bbbb LFO1 Rate (0-149) 0-127, MUSICAL-NOTES aaa LFO1 Offset (0-4) -100, -50, 0, +50, aaa aaaa LFO1 Rate Detune (0-127) aaa aaaa LFO1 Delay Time (0-127) a aaaa LFO1 Delay Time Keyfollow (54-74) aa LFO1 Fade Mode (0-3) ON-IN, ON-OUT, OFF-IN, OFF-OUT aaa aaaa LFO1 Fade Time (0-127) a LFO1 Key Trigger (0-1) aaa aaaa LFO1 Pitch Depth (1-127) aaa aaaa LFO1 TVF Depth (1-127) aaa aaaa LFO1 TVA Depth (1-127) A 0aaa aaaa LFO1 Pan Depth (1-127) B 0000 aaaa LFO2 Waveform (0-12) SIN, TRI, SAW-UP, SAW-DW, SQR, RND, BEND-UP, BEND-DW, TRP, S&H, CHS, VSIN, STEP # 00 7C 0000 aaaa 0000 bbbb LFO2 Rate (0-149) 0-127, MUSICAL-NOTES 00 7E aaa LFO2 Offset (0-4) -100, -50, 0, +50, F 0aaa aaaa LFO2 Rate Detune (0-127) aaa aaaa LFO2 Delay Time (0-127) a aaaa LFO2 Delay Time Keyfollow (54-74) aa LFO2 Fade Mode (0-3) ON-IN, ON-OUT, OFF-IN, OFF-OUT aaa aaaa LFO2 Fade Time (0-127) a LFO2 Key Trigger (0-1) aaa aaaa LFO2 Pitch Depth (1-127) aaa aaaa LFO2 TVF Depth (1-127) aaa aaaa LFO2 TVA Depth (1-127) aaa aaaa LFO2 Pan Depth (1-127) aaaa LFO Step Type (0-1) 01 0A 0aaa aaaa LFO Step1 (28-100) B 0aaa aaaa LFO Step2 (28-100) C 0aaa aaaa LFO Step3 (28-100) D 0aaa aaaa LFO Step4 (28-100) E 0aaa aaaa LFO Step5 (28-100) F 0aaa aaaa LFO Step6 (28-100) aaa aaaa LFO Step7 (28-100) aaa aaaa LFO Step8 (28-100) aaa aaaa LFO Step9 (28-100) aaa aaaa LFO Step10 (28-100) aaa aaaa LFO Step11 (28-100) aaa aaaa LFO Step12 (28-100) aaa aaaa LFO Step13 (28-100) aaa aaaa LFO Step14 (28-100) aaa aaaa LFO Step15 (28-100) aaa aaaa LFO Step16 (28-100) A Total Size + + Rhythm Common + + Offset Address Description aaa aaaa Rhythm Name 1 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 2 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 3 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 4 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 5 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 6 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 7 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 8 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 9 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Rhythm Name 10 (32-127) [ASCII] 00 0A 0aaa aaaa Rhythm Name 11 (32-127) [ASCII] 00 0B 0aaa aaaa Rhythm Name 12 (32-127) [ASCII] C 0aaa aaaa Rhythm Level (0-127) 00 0D a (reserve) <*> # 00 0E 0000 aaaa 0000 bbbb (reserve) <*> a (reserve) <*> aaaa Rhythm Output Assign (0-13) MFX, A, B, ---, ---, 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, ---, TONE Total Size + + Rhythm Common MFX + + Offset Address Description aaa aaaa MFX Type (0-127) aaa aaaa MFX Dry Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Chorus Send Level (0-127) aaa aaaa MFX Reverb Send Level (0-127) aa MFX Output Assign (0-3) A, B, ---, aaa aaaa MFX Control 1 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 1 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 2 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS aaa aaaa MFX Control 2 Sens (1-127) aaa aaaa MFX Control 3 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0A 0aaa aaaa MFX Control 3 Sens (1-127) B 0aaa aaaa MFX Control 4 Source (0-101) OFF, CC01 - CC31, CC33 - CC95, BEND, AFT, SYS1 - SYS4 00 0C 0aaa aaaa MFX Control 4 Sens (1-127) D 000a aaaa MFX Control Assign 1 (0-16) OFF, E 000a aaaa MFX Control Assign 2 (0-16) OFF, F 000a aaaa MFX Control Assign 3 (0-16) OFF, a aaaa MFX Control Assign 4 (0-16) OFF, 1-16 # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 2 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 3 ( ) # 00 1D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 6 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 7 ( ) # 00 2D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 10 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 11 ( ) # 00 3D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 14 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 15 ( ) 323

324 MIDI Implementatie # 00 4D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 18 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 19 ( ) # 00 5D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 20 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 21 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 22 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 23 ( ) # 00 6D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 24 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 25 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 26 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 27 ( ) # 00 7D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 28 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 29 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 30 ( ) # aaaa 0000 dddd MFX Parameter 31 ( ) # 01 0D 0000 aaaa 0000 dddd MFX Parameter 32 ( ) Total Size + + Rhythm Common Chorus + + Offset Address Description aaaa Chorus Type (0-3) aaa aaaa Chorus Level (0-127) aa Chorus Output Assign (0-3) A, B, ---, aa Chorus Output Select (0-2) MAIN, REV, MAIN+REV + + # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 2 ( ) # 00 0C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 3 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 6 ( ) # 00 1C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 7 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 10 ( ) # 00 2C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 11 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 14 ( ) # 00 3C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 15 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 18 ( ) # 00 4C 0000 aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 19 ( ) # aaaa 0000 dddd Chorus Parameter 20 ( ) Total Size + + Rhythm Common Reverb + + Offset Address Description aaaa Reverb Type (0-5) aaa aaaa Reverb Level (0-127) aa Reverb Output Assign (0-3) A, B, ---, # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 1 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 2 ( ) # 00 0B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 3 ( ) # 00 0F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 4 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 5 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 6 ( ) # 00 1B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 7 ( ) # 00 1F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 8 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 9 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 10 ( ) # 00 2B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 11 ( ) # 00 2F 0000 aaaa 324

325 MIDI Implementatie 0000 dddd Reverb Parameter 12 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 13 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 14 ( ) # 00 3B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 15 ( ) # 00 3F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 16 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 17 ( ) # aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 18 ( ) # 00 4B 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 19 ( ) # 00 4F 0000 aaaa 0000 dddd Reverb Parameter 20 ( ) Total Size + + Rhythm Tone + + Offset Address Description aaa aaaa Tone Name 1 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 2 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 3 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 4 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 5 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 6 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 7 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 8 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 9 (32-127) [ASCII] aaa aaaa Tone Name 10 (32-127) [ASCII] 00 0A 0aaa aaaa Tone Name 11 (32-127) [ASCII] 00 0B 0aaa aaaa Tone Name 12 (32-127) [ASCII] C a Assign Type (0-1) MULTI, SINGLE 00 0D 000a aaaa Mute Group (0-31) OFF, E 0aaa aaaa Tone Level (0-127) 00 0F 0aaa aaaa Tone Coarse Tune (0-127) C-1 - G aaa aaaa Tone Fine Tune (14-114) a aaaa Tone Random Pitch Depth (0-30) 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 200, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100, aaa aaaa Tone Pan (0-127) L64-63R aa aaaa Tone Random Pan Depth (0-63) aaa aaaa Tone Alternate Pan Depth (1-127) L63-63R a Tone Env Mode (0-1) NO-SUS, SUSTAIN aaa aaaa Tone Dry Send Level (0-127) aaa aaaa Tone Chorus Send Level (0-127) aaa aaaa Tone Reverb Send Level (0-127) aaa aaaa Tone Chorus Send Level (non MFX) (0-127) 00 1A 0aaa aaaa Tone Reverb Send Level (non MFX) (0-127) 00 1B 0000 aaaa Tone Output Assign (0-12) MFX, A, B, ---, ---, 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, C 00aa aaaa Tone Pitch Bend Range (0-48) 00 1D a Tone Receive Expression (0-1) 00 1E a Tone Receive Hold-1 (0-1) 00 1F a Tone Receive Pan Mode (0-1) CONTINUOUS, KEY-ON aa WMT Velocity Control (0-2) OFF, ON, RANDOM a WMT1 Wave Switch (0-1) aa WMT1 Wave Group Type (0-3) INT, SRX, SAMPLE, MULTISAMPLE # aaaa 0000 dddd WMT1 Wave Group ID ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT1 Wave Number L (Mono) ( ) OFF, # 00 2B 0000 aaaa 0000 dddd WMT1 Wave Number R ( ) OFF, F aa WMT1 Wave Gain (0-3) -6, 0, +6, +12 [db] a WMT1 Wave FXM Switch (0-1) aa WMT1 Wave FXM Color (0-3) a aaaa WMT1 Wave FXM Depth (0-16) a WMT1 Wave Tempo Sync (0-1) aaa aaaa WMT1 Wave Coarse Tune (16-112) aaa aaaa WMT1 Wave Fine Tune (14-114) aaa aaaa WMT1 Wave Pan (0-127) L64-63R a WMT1 Wave Random Pan Switch (0-1) aa WMT1 Wave Alternate Pan Switch (0-2) OFF, ON, REVERSE aaa aaaa WMT1 Wave Level (0-127) 00 3A 0aaa aaaa WMT1 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER 00 3B 0aaa aaaa WMT1 Velocity Range Upper (1-127) LOWER C 0aaa aaaa WMT1 Velocity Fade Width Lower (0-127) 00 3D 0aaa aaaa WMT1 Velocity Fade Width Upper (0-127) 00 3E a WMT2 Wave Switch (0-1) 00 3F aa WMT2 Wave Group Type (0-3) INT, SRX, SAMPLE, MULTISAMPLE # aaaa 0000 dddd WMT2 Wave Group ID ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT2 Wave Number L (Mono) ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT2 Wave Number R ( ) OFF, C aa WMT2 Wave Gain (0-3) -6, 0, +6, +12 [db] 00 4D a WMT2 Wave FXM Switch (0-1) 00 4E aa WMT2 Wave FXM Color (0-3) F 000a aaaa WMT2 Wave FXM Depth (0-16) a WMT2 Wave Tempo Sync (0-1) aaa aaaa WMT2 Wave Coarse Tune (16-112) aaa aaaa WMT2 Wave Fine Tune (14-114) aaa aaaa WMT2 Wave Pan (0-127) L64-63R a WMT2 Wave Random Pan Switch (0-1) aa WMT2 Wave Alternate Pan Switch (0-2) OFF, ON, REVERSE aaa aaaa WMT2 Wave Level (0-127) aaa aaaa WMT2 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER aaa aaaa WMT2 Velocity Range Upper (1-127) LOWER aaa aaaa WMT2 Velocity Fade Width Lower (0-127) 00 5A 0aaa aaaa WMT2 Velocity Fade Width Upper (0-127) 00 5B a WMT3 Wave Switch (0-1) 00 5C aa WMT3 Wave Group Type (0-3) INT, SRX, SAMPLE, MULTISAMPLE # 00 5D 0000 aaaa 0000 dddd WMT3 Wave Group ID ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT3 Wave Number L (Mono) ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT3 Wave Number R ( ) OFF, aa WMT3 Wave Gain (0-3) -6, 0, +6, +12 [db] 00 6A a WMT3 Wave FXM Switch (0-1) 00 6B aa WMT3 Wave FXM Color (0-3) C 000a aaaa WMT3 Wave FXM Depth (0-16) 00 6D a WMT3 Wave Tempo Sync (0-1) 00 6E 0aaa aaaa WMT3 Wave Coarse Tune (16-112) F 0aaa aaaa WMT3 Wave Fine Tune (14-114) aaa aaaa WMT3 Wave Pan (0-127) L64-63R a WMT3 Wave Random Pan Switch (0-1) aa WMT3 Wave Alternate Pan Switch (0-2) OFF, ON, REVERSE aaa aaaa WMT3 Wave Level (0-127) aaa aaaa WMT3 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER aaa aaaa WMT3 Velocity Range Upper (1-127) LOWER aaa aaaa WMT3 Velocity Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa WMT3 Velocity Fade Width Upper (0-127) a WMT4 Wave Switch (0-1) aa WMT4 Wave Group Type (0-3) INT, SRX, SAMPLE, MULTISAMPLE # 00 7A 0000 aaaa 0000 dddd WMT4 Wave Group ID ( ) OFF, # 00 7E 0000 aaaa 0000 dddd WMT4 Wave Number L (Mono) ( ) OFF, # aaaa 0000 dddd WMT4 Wave Number R ( ) OFF, aa WMT4 Wave Gain (0-3) 325

326 MIDI Implementatie -6, 0, +6, +12 [db] a WMT4 Wave FXM Switch (0-1) aa WMT4 Wave FXM Color (0-3) a aaaa WMT4 Wave FXM Depth (0-16) 01 0A a WMT4 Wave Tempo Sync (0-1) 01 0B 0aaa aaaa WMT4 Wave Coarse Tune (16-112) C 0aaa aaaa WMT4 Wave Fine Tune (14-114) D 0aaa aaaa WMT4 Wave Pan (0-127) L64-63R 01 0E a WMT4 Wave Random Pan Switch (0-1) 01 0F aa WMT4 Wave Alternate Pan Switch (0-2) OFF, ON, REVERSE aaa aaaa WMT4 Wave Level (0-127) aaa aaaa WMT4 Velocity Range Lower (1-127) 1 - UPPER aaa aaaa WMT4 Velocity Range Upper (1-127) LOWER aaa aaaa WMT4 Velocity Fade Width Lower (0-127) aaa aaaa WMT4 Velocity Fade Width Upper (0-127) a aaaa Pitch Env Depth (52-76) aaa aaaa Pitch Env Velocity Sens (1-127) aaa aaaa Pitch Env Time 1 Velocity Sens (1-127) aaa aaaa Pitch Env Time 4 Velocity Sens (1-127) aaa aaaa Pitch Env Time 1 (0-127) 01 1A 0aaa aaaa Pitch Env Time 2 (0-127) 01 1B 0aaa aaaa Pitch Env Time 3 (0-127) 01 1C 0aaa aaaa Pitch Env Time 4 (0-127) 01 1D 0aaa aaaa Pitch Env Level 0 (1-127) E 0aaa aaaa Pitch Env Level 1 (1-127) F 0aaa aaaa Pitch Env Level 2 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 3 (1-127) aaa aaaa Pitch Env Level 4 (1-127) aaa TVF Filter Type (0-6) OFF, LPF, BPF, HPF, PKG, LPF2, LPF aaa aaaa TVF Cutoff Frequency (0-127) aaa TVF Cutoff Velocity Curve (0-7) FIXED, aaa aaaa TVF Cutoff Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVF Resonance (0-127) aaa aaaa TVF Resonance Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVF Env Depth (1-127) aaa TVF Env Velocity Curve Type (0-7) FIXED, A 0aaa aaaa TVF Env Velocity Sens (1-127) B 0aaa aaaa TVF Env Time 1 Velocity Sens (1-127) C 0aaa aaaa TVF Env Time 4 Velocity Sens (1-127) D 0aaa aaaa TVF Env Time 1 (0-127) 01 2E 0aaa aaaa TVF Env Time 2 (0-127) 01 2F 0aaa aaaa TVF Env Time 3 (0-127) aaa aaaa TVF Env Time 4 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 0 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 1 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 2 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 3 (0-127) aaa aaaa TVF Env Level 4 (0-127) aaa TVA Level Velocity Curve (0-7) FIXED, aaa aaaa TVA Level Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVA Env Time 1 Velocity Sens (1-127) aaa aaaa TVA Env Time 4 Velocity Sens (1-127) A 0aaa aaaa TVA Env Time 1 (0-127) 01 3B 0aaa aaaa TVA Env Time 2 (0-127) 01 3C 0aaa aaaa TVA Env Time 3 (0-127) 01 3D 0aaa aaaa TVA Env Time 4 (0-127) 01 3E 0aaa aaaa TVA Env Level 1 (0-127) 01 3F 0aaa aaaa TVA Env Level 2 (0-127) aaa aaaa TVA Env Level 3 (0-127) a One Shot Mode (0-1) aaa aaaa Aftertouch Time Ctrl Sens (1-127) Total Size GS (Model ID = 42H) System Parameter + + Start Address Description + # aaaa 0000 dddd Master Tune ( ) [cent] aaa aaaa Master Volume (0-127) aaa aaaa Master Key Shift (40-88) [semitone] aaa aaaa Master Pan (1-127) L63-63R F 0aaa aaaa Mode Set (0, 127) GS-RESET, GS-EXIT + Common Parameter + + Start Address Description aaa aaaa Voice Reserve 1 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 2 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 3 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 4 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 5 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 6 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 7 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 8 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 9 (0-24) aaa aaaa Voice Reserve 10 (0-24) A 0aaa aaaa Voice Reserve 11 (0-24) B 0aaa aaaa Voice Reserve 12 (0-24) C 0aaa aaaa Voice Reserve 13 (0-24) D 0aaa aaaa Voice Reserve 14 (0-24) E 0aaa aaaa Voice Reserve 15 (0-24) F 0aaa aaaa Voice Reserve 16 (0-24) aaa aaaa Reverb Macro (0-7) aaa aaaa Reverb Character (0-7) aaa aaaa Reverb Pre-LPF (0-7) aaa aaaa Reverb Level (0-127) aaa aaaa Reverb Time (0-127) aaa aaaa Reverb Delay Feedback (0-127) aaa aaaa Reverb Send Level to Chorus<*> (0-127) aaa aaaa Chorus Macro (0-7) aaa aaaa Chorus Pre-LPF (0-7) A 0aaa aaaa Chorus Level (0-127) B 0aaa aaaa Chorus Feedback (0-127) C 0aaa aaaa Chorus Delay (0-127) D 0aaa aaaa Chorus Rate (0-127) E 0aaa aaaa Chorus Depth (0-127) F 0aaa aaaa Chorus Send Level to Reverb (0-127) + Part Parameter + + Start Address Description + # 40 1x 00 0aaa aaaa Tone Number CC#00 Value (0-127) 0aaa aaaa Tone Number PC Value (0-127) x 02 0aaa aaaa Rx. Channel (0-16) 1-16, OFF 40 1x a Rx. Pitch Bend (0-1) 40 1x a Rx. Channel Pressure (0-1) 40 1x a Rx. Program Change (0-1) 40 1x a Rx. Control Change (0-1) 40 1x a Rx. Poly Pressure (0-1) 40 1x a Rx. Note Message (0-1) 40 1x a Rx. RPN (0-1) 40 1x 0A a Rx. NRPN (0-1) 40 1x 0B a Rx. Modulation (0-1) 40 1x 0C a Rx. Volume (0-1) 40 1x 0D a Rx. Panpot (0-1) 40 1x 0E a Rx. Expression (0-1) 40 1x 0F a Rx. Hold-1 (0-1) 40 1x a Rx. Portamento (0-1) 40 1x a Rx. Sostenuto (0-1) 40 1x a Rx. Soft (0-1) x 13 0aaa aaaa Mono / Poly Mode (0-1) MODE, POLY 40 1x 14 0aaa aaaa Assign Mode<*> (0-2) SINGLE, LIMITED-MULTI, FULL-MULTI 40 1x 15 0aaa aaaa Use for Rhythm Part (0-2) OFF, MAP1, MAP x 16 0aaa aaaa Pitch Key Shift (40-88) [semitone] # 40 1x aaaa 0000 bbbb Pitch Offset Fine (8-248) [Hz] 40 1x 19 0aaa aaaa Part Level (CC# 7) (0-127) 40 1x 1A 0aaa aaaa Velocity Sens Depth (0-127) x 1B 0aaa aaaa Velocity Sens Offset (0-127) x 1C 0aaa aaaa Part Panpot (CC# 10) (0-127) RANDOM, L63-63R 40 1x 1D 0aaa aaaa Keyboard Range Low (0-127) 40 1x 1E 0aaa aaaa Keyboard Range High (0-127) 40 1x 1F 0aaa aaaa CC1 Controller Number (0-95) 40 1x 20 0aaa aaaa CC2 Controller Number (0-95) 40 1x 21 0aaa aaaa Chorus Send Level (CC# 93) (0-127) 40 1x 22 0aaa aaaa Reverb Send Level (CC# 93) (0-127) 40 1x a Rx. Bank Select<*> (0-1) 40 1x a Rx. Bank Select LSB<*> (0-1) x 30 0aaa aaaa Tone Modify 1 (Vibrato Rate) (0-127) x 31 0aaa aaaa Tone Modify 2 (Vibrato Depth) (0-127) x 32 0aaa aaaa Tone Modify 3 (TVF Cutoff Freq.) (0-127) x 33 0aaa aaaa Tone Modify 4 (TVF Resonance) (0-127) x 34 0aaa aaaa Tone Modify 5 (TVF&TVA Env. Attack) (0-127) x 35 0aaa aaaa Tone Modify 6 (TVF&TVA Env. Decay) (0-127) x 36 0aaa aaaa Tone Modify 7 (TVF&TVA ENv. Release) (0-127) x 37 0aaa aaaa Tone Modify 8 (Vibrato Delay) (0-127) x 40 0aaa aaaa Scale Tuning C (0-127) [cent] 40 1x 41 0aaa aaaa Scale Tuning C# (0-127) [cent] 40 1x 42 0aaa aaaa Scale Tuning D (0-127) [cent] 40 1x 43 0aaa aaaa Scale Tuning D# (0-127) [cent] 40 1x 44 0aaa aaaa Scale Tuning E (0-127) [cent] 40 1x 45 0aaa aaaa Scale Tuning F (0-127) [cent] 40 1x 46 0aaa aaaa Scale Tuning F# (0-127) 326

327 MIDI Implementatie [cent] 40 1x 47 0aaa aaaa Scale Tuning G (0-127) [cent] 40 1x 48 0aaa aaaa Scale Tuning G# (0-127) [cent] 40 1x 49 0aaa aaaa Scale Tuning A (0-127) [cent] 40 1x 4A 0aaa aaaa Scale Tuning A# (0-127) [cent] 40 1x 4B 0aaa aaaa Scale Tuning B (0-127) [cent] x 00 0aaa aaaa Mod Pitch Control (40-88) [semitone] 40 2x 01 0aaa aaaa Mod TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 02 0aaa aaaa Mod Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 03 0aaa aaaa Mod LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 04 0aaa aaaa Mod LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 05 0aaa aaaa Mod LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 06 0aaa aaaa Mod LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 07 0aaa aaaa Mod LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 08 0aaa aaaa Mod LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 09 0aaa aaaa Mod LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 0A 0aaa aaaa Mod LFO2 TVA Depth (0-127) [%] x 10 0aaa aaaa Bend Pitch Control (64-88) 0-24 [semitone] 40 2x 11 0aaa aaaa Bend TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 12 0aaa aaaa Bend Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 13 0aaa aaaa Bend LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 14 0aaa aaaa Bend LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 15 0aaa aaaa Bend LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 16 0aaa aaaa Bend LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 17 0aaa aaaa Bend LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 18 0aaa aaaa Bend LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 19 0aaa aaaa Bend LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 1A 0aaa aaaa Bend LFO2 TVA Depth (0-127) [%] x 20 0aaa aaaa CAf Pitch Control (40-88) [semitone] 40 2x 21 0aaa aaaa CAf TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 22 0aaa aaaa CAf Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 23 0aaa aaaa CAf LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 24 0aaa aaaa CAf LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 25 0aaa aaaa CAf LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 26 0aaa aaaa CAf LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 27 0aaa aaaa CAf LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 28 0aaa aaaa CAf LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 29 0aaa aaaa CAf LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 2A 0aaa aaaa CAf LFO2 TVA Depth (0-127) [%] x 30 0aaa aaaa PAf Pitch Control (40-88) [semitone] 40 2x 31 0aaa aaaa PAf TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 32 0aaa aaaa PAf Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 33 0aaa aaaa PAf LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 34 0aaa aaaa PAf LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 35 0aaa aaaa PAf LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 36 0aaa aaaa PAf LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 37 0aaa aaaa PAf LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 38 0aaa aaaa PAf LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 39 0aaa aaaa PAf LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 3A 0aaa aaaa PAf LFO2 TVA Depth (0-127) [%] x 40 0aaa aaaa CC1 Pitch Control (40-88) [semitone] 40 2x 41 0aaa aaaa CC1 TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 42 0aaa aaaa CC1 Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 43 0aaa aaaa CC1 LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 44 0aaa aaaa CC1 LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 45 0aaa aaaa CC1 LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 46 0aaa aaaa CC1 LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 47 0aaa aaaa CC1 LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 48 0aaa aaaa CC1 LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 49 0aaa aaaa CC1 LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 4A 0aaa aaaa CC1 LFO2 TVA Depth (0-127) [%] x 50 0aaa aaaa CC2 Pitch Control (40-88) [semitone] 40 2x 51 0aaa aaaa CC2 TVF Cutoff Control (0-127) [cent] 40 2x 52 0aaa aaaa CC2 Amplitude Control (0-127) [%] 40 2x 53 0aaa aaaa CC2 LFO1 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 54 0aaa aaaa CC2 LFO1 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 55 0aaa aaaa CC2 LFO1 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 56 0aaa aaaa CC2 LFO1 TVA Depth (0-127) [%] 40 2x 57 0aaa aaaa CC2 LFO2 Rate Control (0-127) [Hz] 40 2x 58 0aaa aaaa CC2 LFO2 Pitch Control (0-127) [cent] 40 2x 59 0aaa aaaa CC2 LFO2 TVF Depth (0-127) [cent] 40 2x 5A 0aaa aaaa CC2 LFO2 TVA Depth (0-127) [%] + + x: BLOCK NUMBER (0-F) Part 1 (MIDI ch = 1) x = 1 Part 2 (MIDI ch = 2) x = 2 : : : Part 9 (MIDI ch = 9) x = 9 Part10 (MIDI ch = 10) x = 0 Part11 (MIDI ch = 11) x = A Part12 (MIDI ch = 12) x = B : : : Part16 (MIDI ch = 16) x = F Drum Setup Parameter + + Start Address Description + 41 m0 00 0aaa aaaa Drum Map Name 1 (32-127) [ASCII] 41 m0 01 0aaa aaaa Drum Map Name 2 (32-127) [ASCII] 41 m0 02 0aaa aaaa Drum Map Name 3 (32-127) [ASCII] 41 m0 03 0aaa aaaa Drum Map Name 4 (32-127) [ASCII] 41 m0 04 0aaa aaaa Drum Map Name 5 (32-127) [ASCII] 41 m0 05 0aaa aaaa Drum Map Name 6 (32-127) [ASCII] 41 m0 06 0aaa aaaa Drum Map Name 7 (32-127) [ASCII] 41 m0 07 0aaa aaaa Drum Map Name 8 (32-127) [ASCII] 41 m0 08 0aaa aaaa Drum Map Name 9 (32-127) [ASCII] 41 m0 09 0aaa aaaa Drum Map Name 10 (32-127) [ASCII] 41 m0 0A 0aaa aaaa Drum Map Name 11 (32-127) [ASCII] 41 m0 0B 0aaa aaaa Drum Map Name 12 (32-127) [ASCII] m1 rr 0aaa aaaa Play Note Number (0-127) 41 m2 rr 0aaa aaaa Level (0-127) 41 m3 rr 0aaa aaaa Assign Group Number (0-127) NON, m4 rr 0aaa aaaa Panpot (0-127) RAMDOM, L63-63R 41 m5 rr 0aaa aaaa Reverb Send Level (0-127) m6 rr 0aaa aaaa Chorus Send Level (0-127) m7 rr a Rx. Note Off (0-1) 41 m8 rr a Rx. Note On (0-1) + m: Map number (0 = MAP1, 1 = MAP2) rr: drum Part note number (00H-7FH) 327

328 MIDI Implementatie 6. Aanvullend materiaal Decimale en hexadecimale tabel (Een H wordt toegevoegd aan het einde van getallen in hexadecimale notatie.) In MIDI documentatie worden data waarden en adressen/grootte van Exclusive berichten uitgedrukt als hexadecimale waarden voor elke 7 bits. De volgende tabel geeft weer hoe deze corresponderen met decimale getallen D H D H D H D H H 32 20H 64 40H 96 60H 1 01H 33 21H 65 41H 97 61H 2 02H 34 22H 66 42H 98 62H 3 03H 35 23H 67 43H 99 63H 4 04H 36 24H 68 44H H 5 05H 37 25H 69 45H H 6 06H 38 26H 70 46H H 7 07H 39 27H 71 47H H 8 08H 40 28H 72 48H H 9 09H 41 29H 73 49H H 10 0AH 42 2AH 74 4AH 106 6AH 11 0BH 43 2BH 75 4BH 107 6BH 12 0CH 44 2CH 76 4CH 108 6CH 13 0DH 45 2DH 77 4DH 109 6DH 14 0EH 46 2EH 78 4EH 110 6EH 15 0FH 47 2FH 79 4FH 111 6FH 16 10H 48 30H 80 50H H 17 11H 49 31H 81 51H H 18 12H 50 32H 82 52H H 19 13H 51 33H 83 53H H 20 14H 52 34H 84 54H H 21 15H 53 35H 85 55H H 22 16H 54 36H 86 56H H 23 17H 55 37H 87 57H H 24 18H 56 38H 88 58H H 25 19H 57 39H 89 59H H 26 1AH 58 3AH 90 5AH 122 7AH 27 1BH 59 3BH 91 5BH 123 7BH 28 1CH 60 3CH 92 5CH 124 7CH 29 1DH 61 3DH 93 5DH 125 7DH 30 1EH 62 3EH 94 5EH 126 7EH 31 1FH 63 3FH 95 5FH 127 7FH D: decimaal H: hexadecimaal * Decimale waarden, zoals MIDI kanaal, bank select en program change worden vermeld als één waarde groter dan de waarden gegeven in bovenstaande tabel. * Een 7-bit byte kan data in het gebied van 128 stappen uitdrukken. Voor data waarbij een grotere precisie is vereist, moeten we twee of meer bytes gebruiken. Bijvoorbeeld, twee hexadecimale nummers aabbh die twee 7-bit bytes uitdrukken, zouden een waarde van aa x bb betekenen. * In het geval van waarden die een a + /- teken hebben, is 00H = -64, 40H = +/-0 en 7FH = +63, zodat de decimale uitdrukking 64 minder dan de waarde in bovenstaand overzicht zal zijn. In het geval van twee typen, 00 00H = -8192, 40 00H = +/-0 en 7F 7FH = Als aa bbh bijvoorbeeld als decimaal uitgedrukt zou worden, zou dit aa bbh 40 00H = aa x 128+bb 64 x 128 worden. * Data gemarkeerd als Use nibbled data wordt uitgedrukt in hexadecimale 4-bit eenheden. Een waarde uitgedrukt als een 2-byte nibble 0a 0bH heeft de waarde van a x 16 +b. <Voorbeeld 1> Wat is de decimale uitdrukking van 5AH? In de voorgaande tabel, 5AH = 90 <Voorbeeld 2> Wat is de decimale uitdrukking van de waarde 12 34H gegeven als hexadecimaal voor elke 7 bits? In de voorgaande tabel, aangezien 12H = 18 en 34 H = 52 is 18 x = 2536 <Voorbeeld 3> Wat is de decimale uitdrukking van de verkleinde waarde 0A D? In de voorgaande tabel, aangezien 0AH = 10, 03H =3, 09H = 9, 0DH =13 (10 x 16 +3) x =41885 <Voorbeeld 4> Wat is de verkleinde waarde van de decimale waarde 1258? 16 ) ) ) Voorbeelden van eigenlijke MIDI berichten <Voorbeeld 1> 92 3 E 5F 9n is de Note-on status, en n is het MIDI kanaal nummer. Aangezien 2H = 2, 3EH = 62 en 5FH = 95, is dit een Note-on bericht met MIDI CH = 3, noot nummer 62 (noot naam is D4) en velocity 95. <Voorbeeld 2> CE 49 CnH is de Program Change status en n is het MIDI kanaal nummer. Aangezien EH = 14 en 49H = 73, is dit een Program Change bericht met MIDI CH = 15, programmanummer 74. <Voorbeeld 3> EA EnH is de Pitch Bend Change status, en n is het MIDI kanaal nummer. De 2-e byte (00H = 0) is de LSB en de 3-e byte (28H = 40) is de MSB, maar Pitch Bend waarde is een getekend nummer waarin 40 00H (= 64 x = 8192) 0 is, dus is de Pitch Bend waarde 28 00H 40 00H = 40 x (64 x ) = = Als de Pitch Bend Sensitivity ingesteld staat op 2 halve tonen, zal (00 00H) tot gevolg hebben dat de toonhoogte -200 cents verandert, dus in dit geval wordt -200 x (-3072) é (- 8192) = -75 cents van Pitch Bend toegepast op MIDI kanaal 11. <Voorbeeld 4> B C F 65 7F BnH is de Control Change status en n is het MIDI kanaal nummer. Voor Control Changes is de 2-e byte het control nummer en de 3-de byte de waarde. In een geval, waarin twee of meer berichten achtereenvolgende berichten dezelfde status hebben, heeft MIDI een voorziening genaamd running status, waarbij de status byte van de 2-e en daaropvolgende berichten weggelaten kunnen worden. Derhalve hebben bovenstaande berichten de volgende betekenis. B MIDI ch.4, lagere byte van RPN RPN parameter nummer: 00H (B3) (MIDI ch.4) hogere byte van RPN parameter nummer: 00H (B3) 06 0C (MIDI ch.4) hogere byte van parameter waarde: 0CH (B3) (MIDI ch.4) lagere byte van RPN parameter waarde: 00H (B3) 64 7F (MIDI ch.4) lagere byte van RPN RPN parameter nummer:7fh (B3) 65 7F (MIDI ch.4) hogere byte van RPN parameter nummer: 7FH Met andere woorden, bovenstaande berichten specificeren een waarde van 0C 00H voor RPN parameter nummer 00 00H op MIDI kanaal 4, en stellen dan het parameter nummer in op 7F 7FH. Het RPN parameter nummer 00 00H is Pitch Bend Sensitivity en de MSB van de waarde geeft halve eenheden aan, dus een waarde van 0CH = 12 stelt de maximum pitch bend range in op +/-12 halve tonen (1 octaaf). (Bij GS geluidsgeneratoren wordt de LSB of Pitch Bend Sensitivity genegeerd, maar de LSB zal toch overgebracht moeten worden (met een waarde van 0) zodat de operatie correct zal zijn voor ieder apparaat.) Op het moment dat het parameter nummer gespecificeerd is voor RPN of NRPN zullen alle Data Entry berichten die overgebracht zijn op datzelfde kanaal geldig zijn, dus nadat de gewenste waarde is overgebracht is het een goed idee om het parameternummer op 7F 7Fh in te stellen teneinde ongelukken te voorkomen. Dit is de reden voor de (B3) 64 7F (B3) 65 7F aan het einde. Het is niet gewenst, dat Performance data (zoals Standard MIDI File data) meerdere gebeurtenissen met een lopende status bevatten, zoals aangegeven in <Voorbeeld 4>. Dit omdat, als het afspelen gestopt wordt tijdens de song en er dan teruggespoeld of vooruit gespoeld wordt, de sequencer wellicht niet in staat is om de correcte status over te brengen en de geluidsgenerator de data dan onjuist zal interpreteren. Zorg ervoor, dat u elke gebeurtenis zijn eigen status geeft. Het is ook noodzakelijk dat de RPN of NRPN parameter nummer instelling en de waarde instelling in de juiste volgorde gemaakt worden. Bij sommige sequencers kunnen gebeurtenissen, die op hetzelfde (of daaropvolgend) tijdstip voorkomen, overgebracht worden in een volgorde, die anders is dan de volgorde waarin ze ontvangen werden. Daarom is het een goed idee om de tijd van elke gebeurtenis een beetje te verdraaien (ongeveer 1 tick voor TPQN = 96, en ongeveer 5 ticks voor TPQN = 480). * TPQN: Ticks per kwart noot. Aangezien uit de voorgaande tabel blijkt dat 0 = 00H, 4 = 04H, 14 =OEH, 10 = OAH, is het resultaat OE OAH. 328

329 MIDI Implementatie Voorbeeld van een Exclusive bericht en een controlesom berekenen Roland Exclusive berichten (RQ1, DT1) worden overgebracht met een controlesom aan het einde (voor F7) om er zeker van te zijn dat het bericht goed is ontvangen. De waarde van de controlesom wordt bepaald door het adres en de data (of grootte) van het overgebrachte Exclusive bericht. Hoe berekent u de controlesom (hexadecimale nummers worden aangegeven met een H ) De controlesom is een waarde die tot modus is gekomen door het adres, grootte en de controlesom zelf toe te voegen en de lagere 7 bits om te keren. Hier volgt een voorbeeld van de manier waarop de controlesom wordt berekend. We zullen ervan uitgaan dat we in het Exclusive bericht overbrengen, het adres is aabbccddh en de data of grootte is eeffh. aa + bb + cc + dd +ee +ff = som som = quotiënt restant 128 restant = controlesom <Voorbeeld > Instelling CHORUS TYPE of PERFORMANCE COMMON voor DELAY (DT1) Volgens de Parameter Adress Map (p.311) is het startadres van de Temporary Performance H, het offset adres van CHORUS bij PERFORMANCE COMMON is 04 00H en het adres van CHORUS TYPE is 00 00H. Daardoor is het adres van CHORUS TYPE of PERFORMANCE COMMON; DELAY heeft de waarde van 02H. Dus het system exclusive bericht dat verstuurd zou moeten worden is; H 04 00H +) 00 00H H DELAY heeft de waarde van 02H. Dus het system exclusive bericht dat verstuurd zou moeten worden is; F B ?? F7 (1) (2) (3) (4) (5) adres data controlesom (6) (1) Exclusive Status (2) ID (Roland) (3) Device ID (17) (4) Model ID (Fantom-X6/X7/X8) (5) Command ID (DT1) (6) End of Exclusive Bereken dan de controlesom. 10H + 00H + 04H + 00H + 02H = = 22 (sum) 22 (som) 128 = 0 (quotiënt) (restant) controlesom = (restant) = 106 = 6AH Dit betekent dat F B A F7 het bericht is dat verstuurd zou moeten worden. De Scale Tune Feature (adres: 40 1 x 40) De scale tune feature geeft u de mogelijkheid om de afzonderlijke pitch van de noten van C door B fijntjes aan te passen. Hoewel de instellingen gemaakt worden, terwijl gewerkt wordt met één octaaf, zullen de verfijnde aanpassingen effect hebben op alle octaven. Door de juiste Scale Tune instellingen te maken krijgt u een grote variatie aan stemmethoden die anders is dan standaard temperatuur. Als voorbeeld worden drie mogelijke typen scale instellingen hieronder uitgelegd. * (*)De scale tune waarde ontvangen door Part 1 wordt gebruikt in Patch modus en Piano modus. Equal Temperament Deze stemmethode verdeelt de octaaf in 12 gelijke delen. Het is op dit moment de meest gangbare vorm van stemmen, vooral in westerse muziek. Op de Fantom produceren de fabrieksinstellingen standaard temperatuur voor de Scale Tune. Just Temperament (Tonic of C) De voornaamste drieklank weerkaatst veel mooier dan met standaard temperatuur, maar dit voordeel kan alleen verkregen worden met één toets. Indien getransponeerd, hebben de akkoorden de neiging om dubbelzinnig te worden. Het gegeven voorbeeld bevat instellingen voor een toets waarvan C de basisnoot is. Arabian Scale Door de instelling voor Scale Tune te veranderen, kunt u een variatie aan andere stemmingen verkrijgen, die geschikt zijn voor etnische muziek. De instellingen bijvoorbeeld die hieronder geïntroduceerd worden, zullen het apparaat instellen om de Arabian Scale te gebruiken. Voorbeelden van instellingen Noot naam Equal Temperament Just Temperament (Key-tone C) Arabian Scale C C# D Eb E F F# G G# A Bb B De waarden in de tabel worden in cents gegeven. Converteer deze waarden naar hexadecimale waarden, en breng ze over als Exclusive data. Om bijvoorbeeld de stemming (C-B) van Part 1 Arabian Scale in te stellen, dient u de volgende data te versturen: F A 6D 3E 34 0D 38 6B 3C 6F F 76 F7 ASCII Code tabel De Patch naam en Performance naam etc. van MIDI data worden beschreven in de ASC11 code in de tabel hieronder D H Char D H Char D H Char H SP H ` 33 21H! 65 41H A 97 61H a 34 22H " 66 42H B 98 62H b 35 23H # 67 43H C 99 63H c 36 24H $ 68 44H D H d 37 25H % 69 45H E H e 38 26H & 70 46H F H f 39 27H ` 71 47H G H g 40 28H ( 72 48H H H h 41 29H ) 73 49H I H i 42 2AH * 74 4AH J 106 6AH j 43 2BH BH K 107 6BH k 44 2CH, 76 4CH L 108 6CH l 45 2DH 77 4DH M 109 6DH m 46 2EH. 78 4EH N 110 6EH n 47 2FH / 79 4FH O 111 6FH o 48 30H H P H p 49 31H H Q H q 50 32H H R H r 51 33H H S H s 52 34H H T H t 53 35H H U H u 54 36H H V H v 55 37H H W H w 56 38H H X H x 57 39H H Y H y 58 3AH : 90 5AH Z 122 7AH z 59 3BH ; 91 5BH [ 123 7BH { 60 3CH < 92 5CH \ 124 7CH 61 3DH = 93 5DH ] 125 7DH } 62 3EH > 94 5EH ^ FH? 95 5FH _ D: decimaal H: hexadecimaal * SP staat voor space (ruimte). 329

330 MIDI Implementatie <Bank Select en Program Change Correspondence kaart> Patch Groep Nummer Bank Select Programmanummer MSB LSB USER CARD PR-A PR-B PR-C PR-D PR-E PR-F PR-G PR-H GM(2) XP-A (SRX-01) (SRX-02) : : : 0 1 : 1 1 : XP-B XP-C XP-D (SRX-01) (SRX-02) : (SRX-01) (SRX-02) : (SRX-01) (SRX-02) : *De XP groepen variëren afhankelijk van de Wave uitbreidingskaart(en), die u geïnstalleerd heeft. Voor informatie omtrent een SRX Serie board dient u de bijgeleverde gebruikershandleiding te bekijken. Rhythm Set *De XP groepen variëren afhankelijk van de Wave uitbreidingskaart(en), die u geïnstalleerd heeft. Voor informatie omtrent een SRX Serie board, dient u de bijgeleverde gebruikershandleiding te bekijken. Performance : : : : : : *Om multitimbres te wisselen, dient het verzend kanaal van het externe MIDI apparaat in overeenstemming gebracht te worden met het Control kanaal van de Fantom-X. (p.230). 0 1 : 0 1 : 0 1 : 1 1 : 1 1 : 1 1 : Groep Nummer Bank Select Programmanummer MSB LSB USER CARD PRST GM(2) XP-A (SRX-01) (SRX-02) : : : 0 1 : 1 1 : XP-B XP-C XP-D (SRX-01) (SRX-02) : (SRX-01) (SRX-02) : (SRX-01) (SRX-02) : : : : : : : 0 1 : 0 1 : 0 1 : 1 1 : 1 1 : 1 1 : Groep Nummer Bank Select Programmanummer MSB LSB USER CARD PRST

331 (Sound Generator Section) Model Fantom-X6/X7/X8 Versie : 1.00 MIDI Implementatie kaart Functie... Verzonden Herkend Opmerkingen Basic Channel Default Changed Memorized Mode Default Messages Altered Mode 3 Mono, Poly ************** Mode 3 Mode 3, 4 (M = 1) * 2 Note Number : True Voice ************** Velocity Note On Note Off O O O O After Touch Key s Channel s O O O *1 O *1 Pitch Bend O O *1 Control Change 0, , , , , 101 O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O X X *1 O O O O O O O X O O X X X X O O O O O O X O O O O O O O O O (Tone 1 Level) O (Tone 2 Level) O (Tone 3 Level) O (Tone 4 Level) O O (Reverb) X O (Chorus) X X O X O *1 *1 *1 *1 *1 *1 Bank select Modulation Breath type Foot type Portamento time Data entry Volume Balance Panpot Expression General purpose controller 1 General purpose controller 2 General purpose controller 3 General purpose controller 4 Hold 1 Portamento Sostenuto Soft Legato foot switch Hold 2 Sound variation Resonance Release time Attack time Cutoff Decay time Vibrato rate Vibrato depth Vibrato delay General purpose controller 5 General purpose controller 6 General purpose controller 7 General purpose controller 8 Portamento control General purpose effects 1 Tremolo General purpose effects 3 Celeste Phaser Pedal, Knob, D Beam NRPN LSB, MSB RPN LSB, MSB Program Change : True Number O *1 ************** O * Program No System Exclusive O O *1 System Common : Song Position : Song Select : Tune Request X X X X X X System Real Time : Clock : Commands X X X X Aux Messages Notes : All Sound Off : Reset All Controllers : Local On/Off : All Notes Off : Active Sensing : System Reset Mode 1 : OMNI ON, POLY Mode 3 : OMNI OFF, POLY X O *3 X O *3 O *1 X O O X O ( ) O X * 1 O X is selectable. * 3 Transmitted only when V-LINK is ON. * 2 Recognized as M=1 even if M 1. Mode 2 : OMNI ON, MONO Mode 4 : OMNI OFF, MONO O : Ja X : Nee 331

332 (Sequencer Section) MIDI Implementatie kaart Model Fantom-X6/X7/X8 Versie : 1.00 Functie... Verzonden Herkend Opmerkingen Basic Channel Default Changed All channel X All channel 1 16 There is no specific basic channel. Mode Default Messages Altered X X ************** X X Note Number : True Voice ************** Velocity Note On Note Off O O O O After Touch Key s Channel s O O O *1 O *1 Pitch Bend O O * O O *1 Control Change Program Change : True Number O ************** O * System Exclusive System Common System Real Time : Quarter Frames : Song Position : Song Select : Tune Request : Clock : Commands O O *1 O *1 X O O *1 O *1 O *1 O *2 O *1 X O O *1 O *1 Aux Messages Notes : All Sound Off : Reset All Controllers : Local On/Off : All Notes Off : Active Sensing : System Reset Mode 1 : OMNI ON, POLY Mode 3 : OMNI OFF, POLY O O X *2 O *3 O X O O X O ( ) *3 O X *1 O X is selectable. *2 Not stored/transmitted when received, but can be created and transmitted using Microscope. *3 Mode Messages ( ) are recorded and transmitted, after all currently sounding notes are turned off. The All Note Message itself is not recorded or transmitted. However, it can be created in Microscope and transmitted. Mode 2 : OMNI ON, MONO Mode 4 : OMNI OFF, MONO O : Ja X : Nee 332

333 Specificaties Fantom-X6/X7/X8: Synthesizer Keyboard (General MIDI 2 System) Keyboard [X6] 61 toetsen (met Velocity en Channel Aftertouch) [X7] 76 toetsen (met Velocity en Channel Aftertouch) [X8] 88 toetsen (progressief Hammer actie en Channel aftertouch) Geluidsgenerator sectie Maximum polyfonie 128 stemmen (gedeeld met de sampling sectie) Parts 16 Parts Wave geheugen 128 M bytes (16-bit lineair equivalent) Waveforms 1,480 Preset geheugen Patches: 1, (GM2) Ritme sets: (GM2) Performances: 64 Gebruikersgeheugen Patches: 256 Ritme sets: 32 Performances: 64 Kaartgeheugen (PC kaart) Patches: 256 Ritme sets: 32 Performances: 64 Effecten: Multi-effecten: 3 systemen, 78 typen Chorus: 3 typen Reverb: 5 typen Input effecten: 6 typen Mastering effecten: 3-band compressor Sampling sectie Data formaat 16-bit lineair (bestandstype:.wav /.AIFF) Sample frequentie 44.1 khz (stabiel) Maximum sampling tijd Wanneer sampling geheugen niet is uitgebreid (32 MB) mono: ongeveer 360 sec., stereo: ongeveer 180 sec. Wanneer sampling geheugen is uitgebreid met DIMM (544 MB) mono: ongeveer 108 min., stereo: ongeveer 54 min. Aantal samples Gebruikersgeheugen: (maximum totaal ongeveer 32 MB) Kaartgeheugen: (PC kaart) Sequencer sectie Tracks Phrase tracks (16 MIDI kanalen per track): 16 Tempo track: 1 Beat track: 1 Patronen 100 Resolutie 480 TPQN Tempo Noot capaciteit ongeveer. 400,000 noten Song lengte 9,998 maten Opnamemethode Realtime opname, Step opname Andere Arpeggio Preset: 128 User: 128 Ritme patroon Preset: User: 256 (32 groepen) 256 (32 groepen) 333

334 Specificaties Akkoord geheugen Display (scherm) Grafisch 320 x 420 dots backlit LCD (Kleur) Pads 16 Pads, Velocity en Aftertouch gevoelig Controllers Pitch Bend/Modulatie hendel Controller knop x 4 Expressiepedaal x 2 D Beam controller Aansluitingen Koptelefoon jack A (MIX) OUTPUT jacks (L/MONO, R): 1/4 inch TRS koptelefoon type B Output jacks (L, R): 1/4 inch koptelefoon type Input jacks (L/MONO/MIC, R): 1/4 inch koptelefoon type Hold Pedal jack Control Pedal jack MIDI aansluitingen (IN, OUT, THRU) USB aansluiting (ondersteunt mass storage class en MIDI) Digitale Audio Interface (COAXIAL INPUT/OUTPUT) Stroomaansluiting Accessoires Handboek Gebruikershandleiding Sample Data (Audio) CD CD-ROM (editor, USB MIDI driver) CD-ROM (Sample data convert tool) Sticker PC kaart beschermer Elektriciteitssnoer Opties Wave uitbreidingskaart: SRX Serie Keyboard standaard: [X6] [X7] KS-12 /[X8] KS-17 Voetpedaal: DP Serie Voetschakelaar: BOSS FS-5U Expressie pedaal: EV-5 * In het belang van productverbetering zijn de specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat onderhevig aan verandering zonder voorafgaand bericht. Expansie gleuven Uitbreiding van Waveforms en patches voor de interne geluidsgenerator SRX expansion boards: 4 gleuven Uitbreiding van sampling geheugen DIMM: 1 sleuf (ondersteunt 128 MB, 256 MB, 512 MB (3,3V)) Externe opslag toepassing PC kaart: 1 sleuf (ondersteunt SmartMedia en CompactFlash met gebruikmaking van een PC kaart adapter) Stroomtoevoer AC 117 V, AC 230 V, AC 240 V (50/60 Hz) AC 220 V (60 Hz) Stroomverbruik 17 W Afmetingen [X6] [X7] [X8] 1,050 (W) x 358 (D) x 125 (H) mm 1,262 (W) 358 (D) x 125 (H) mm 1,408 (W) 455 (D) x 165 (H) mm Gewicht [X6] [X7] [X8] 12.5 kg 14.5 kg 29.5 kg 334

335 Index Symbolen +OCT/-OCT BMP MID SVQ... 31, 223.TXT , 223.WAV , 202, 220, 223 A Aanbevolen Tempo Aansluiten Amp and Speaker System Aantal stemmen Aan/Uit Akkoord geheugen Effecten Ritme Schakelen externe input V-LINK A-Env Level 1 3 Patch Ritme set A-Env T1 V-Sens Patch Ritme set A-Env T4 V-Sens Patch Ritme set A-Env Time 1 4 Patch Ritme set A-Env Time KF Afspelen Demo Song Aftertouch Aftertouch Sens , 226 Aftertouch Time Ctrl Sens AIFF , 202, 220, 223 Akkoord Step Opname Algemeen Patch...60 Ritme Set...87 Alternate Pan Depth Patch Ritme set All Reset Amp Analog Feel Arabian Scale Performance Systeem Functie Arp Accent , 130 Arp Motif Arp Part Arp Range Arp Velocity Arp/Rhythm Duration Arp/Rhythm Grid Arpeggio Aan/Uit Vasthouden (Holding) Arpeggio Style Arpeggio Style Edit , 138 Arpeggio/Rhythm Sync Switch Assign to Keyboard Assign To Pad Assign Type Assignable Control Setting D Beam... 50, 116, 122 Assignable Sw Assignable Switches Attack , 217 Attack Time Offset Auto Chop Auto Divide Sampling Auto Punch-In Auto Trigger Auto Trigger Level B Background Background Picture Base Note Beat Auto Chop Track Edit Beat Track Bend Range Down Bend Range Up Bestand Bestandsnaam Bewerken Micro Edit Patch Performance Rhythm Group Sample Song Track Edit Bias Patch Track Edit , 190 Bias Direction Bias Level Bias Position Bitmap Bestand BMP Bookmark Booster 1&2, 3& BPM Sample Brightness Ctrl

336 Index C Categorie Ch/Part Change Duration Change Velocity Copy Data Thin Erase Extract Quantize Shift Clock Transpose Chain Play Change Channel Change Duration Change Velocity Chop Chop Type Chord Form Chord Memory Chorus... 29, 215 Chorus Level , 211 Chorus Output Assign , 211 Chorus Output Select , 211 Chorus Send Level... 49, 115, 124 Chorus Source , 209, 212 Chorus Type , 211 Clip 1 Note No Clip Filter Clip Filter Gebruiken Clip Reset Color Cb Ctrl Color Cr Ctrl Combine Compare Patch Ritme Set Compare Functie Ritme Set Continuous Hold Pedal , 226 Control Aftertouch Control Bender Control D Beam Control Hold Pedal Control Knob Control Modulation Control Pedal... 25, 118, 126 Control Pedal Assign , 226 Control Pedal Polarity , 226 Control Setting... 47, 114 Controller Sectie Copy , 224 Patch (Tone) Instelling Phrases Rhythm Tone Instelling Copy Mode Copy Times Copying File Patch (Tone) Instelling Rhythm Tone Instelling Count In Create Create Multisample Create Rhythm Ctrl CTRL Destination CTRL Sens Ctrl Switch CTRL Tone Ctrl Tx Ch Ctrl Current Part Cursor Cutoff... 49, 115, Cutoff Frequency Patch Ritme Set Cutoff Key follow Cutoff Offset Cutoff V-Curve Patch Ritme Set Cutoff V-Sens Patch Ritme Set D D Beam Assignable... 50, 116 Pad Trigger... 48, 114 Solo Synth... 49, 115 D Beam Controller D Beam Sens Data Thin Data Thin Time Data Thin Value DEC Default File Type Delay Time Delay Time KF Delete , 224 Deleting Bestand verdeel punt Measure Sample Demo Song Destination Device ID Digital Input Level Dissolve Time Drop Format Dst Dst Measure

337 Index Dst Track / Pattern Track Edit , 188 Duration E Editor Effect... 29, 206 Patch modus Performance modus Emphasis End Point Loop Point Punch-In Opname Selecteren Envelope Equal Temperament Performance Systeem Functie Erase Song Exchange Ext Bank Select LSB Ext Bank Select MSB Ext Level Ext Pan Ext Program Number Extract F Factory Reset Fade Ctrl Fade Mode Fade Time Fantom-X Editor Fantom-X Librarian Favorite Patch Features F-Env Depth Patch Ritme set F-Env Level 0 4 Patch F-Env Level 1 4 Ritme set F-Env T1 V-Sens Patch Ritme set F-Env T4 V-Sens Patch Ritme set F-Env Time 1 4 Patch Ritme set F-Env Time KF F-Env V-Curve Patch Ritme set F-Env V-Sens Patch Ritme set File Utility Filter Filter Type... 49, 115, 123 Patch Ritme set Functieknop FXM... 63, 89 FXM Color Patch Ritme set FXM Depth Patch Ritme set FXM Switch Patch Ritme set G Gap Time , 233 Gate Time Gebruikersgeheugen... 29, 31 Geheugen... 28, 244 Geheugenkaart... 29, 31, 52, 248 Patch Performance Geheugen Info Gelijktijdige Polyfonie Geluidsgenerator Sectie GM Patch Ritme set GM2 Patch Ritme set Grid Grid Resolution H Herhalen Hold Hold Pedal Hold Pedal Polarity Control Pedal Systeem Parameter I Import Audiobestand Tekstbestand Import Audio , 202, 220 Import BMP... 43, 221 Import Text Importeren Audiobestand Tekstbestand WAV/AIFF bestand

338 Index INC Initialiseren Geheugenkaart Patch Instelling Performance Instelling Ritme Set Instellingen Input Effect Input Effect Setup Input Effect SW Input Effect Type Input Quantize Input Select , 143, 233 Input Setting , 143 Input Source Input Velo Insert J Just Temperament Systeem Functie K Kaart Bestand Formaat Patch Performance Sample Song Storage USER Kaart Formaat Kbd Patch Rx/Tx Ch KBD/PAD Mute Group KBD/PAD Pattern KBD/PAD Playback Mode Key Fade Lower Key Fade Upper Key Range Lower Key Range Upper Key Touch Key Trigger Keyboard Keyboard Note Keyboard Range Lower Keyboard Range Upper Keyboard Sens Keyboard Switch , 103, 107, 110 Keyboard Velocity Knop... 47, 51, 117, Arpeggio Toekennen Effect Ritme patroon Selecteren Knob Assign , 117, 125 L Layer (Laag)... 33, 97, 100, 102 LCD Contrast Legato Retrigger Legato Switch Level Auto Chop D Beam... 49, 115, 124 Level V-Curve Patch Ritme Set Level V-Sens Patch Ritme Set LFO... 27, 124 LFO 1/ LFO Osc 1 Pitch Depth... 49, 115, 124 LFO Osc 1 Pulse Width Depth... 50, 116, 124 LFO Osc 2 Pitch Depth... 50, 116, 124 LFO Osc 2 Pulse Width Depth... 50, 116, 124 LFO Rate... 49, 74, 115, 124 LFO Step Type Librarian Live Setting Live Setting function Load Load All Samples Load Demo Song Load Preset Sample at Startup Load Song Load Song+Samples Load User Samples at Startup Loading Sample , 202 Song , Song met Samples Local Switch , 239 Locate Position Loop End Fine Loop Mode Loop Play Loop Point Loop Opname Loop Start Loop Start Fine Loop Tune Loop/Punch Low Frequency Oscillator M Maat instelling , 196 Manual Punch-In Master Key Shift Master Level Master Tune Mastering

339 Index Mastering Effect... 29, 217 Matrix Control Matrix Control 1 4 Source Measure, For Change Channel Change Duration Change Velocity Data Thin Delete Erase Extract Insert Quantize Shift Clock Time Fit Transpose Memo Live Setting Venster Merge Metronoom Metronome Level Metronome Mode Metronome Sound MFX HUMANIZER RING MODULATOR MFX 1 3 Control Channel MFX Chorus Send Level , 211 MFX Control MFX Control Channel MFX Ctrl Ch MFX Output Assign , 211 MFX Output Level , 211 MFX Reverb Send Level , 211 MFX Structure MFX Type , 211 MFX MFX1 3 Source , 212 MFX1 3 TYPE MIDI , 230 MIDI Kanaal Change Duration Change Velocity Copy Data Thin Erase Extract Quantize Shift Clock Transpose MIDI klok MIDI Mode , 222 MIDI Update Misc Mix In Chorus Send Level Mix In Output Asgn Mix In Output Level Mix In Reverb Send Level Mix Sampling Mix/Parallel Mixer... 33, 97, 103 MMC Mode MMC Output Mode (Stand) Modulation Lever Mono Mono/Poly Move , 224 MTC MTC Error Level MTC Frame Rate MTC Offset Time Frame MTC Offset Time Hour MTC Offset Time Minute MTC Offset Time Second MTC Sync Output Multi Multi-Effecten... 29, 213 Multi-Effects 1 Source Multi-Effects Chorus Send Level , 211 Multi-Effects Control Multi-Effects Control Channel Multi-Effects Output Assign , 211 Multi-Effects Output Level , 211 Multi-Effects Reverb Send Level , 211 Multi-Effects Structure Multi-Effecten Type , 211 Multisample... 32, 153 Mute , 178 Mute Group Mute Part Mute Switch Muting Tempo Track N Naam Bestandsnaam Songnaam Naam toekennen Bestandsnaam Rhythm Tone Name Non-Drop Formaat Normalize Note Note Tx Ch Note Type O Oct Oct Range Octave Shift... 24, 45, 61 One Shot Mode Open/Dicht

340 Index Opnemen RPS Opname Song Opslaan Arpeggio stijl Akkoord vorm Patch Piano stand Ritme groep Ritme patroon Ritme set Sample , 200 Song Systeem Functie Systeem Instellingen Original Key OSC 1/2 Coarse Tune... 49, 115, 123 OSC 1/2 Fine Tune... 49, 115, 123 OSC 1/2 Pulse Width... 49, 115, 123 OSC 1/2 Waveform... 49, 115, 123 OSC Sync Switch OSC1 Sync Switch , 123 OSC2 Level... 49, 115, 123 Output Output Gain P Pad , 160 Mute Part Ritme patroon RPS Sample Pad Common Velo Pad Control Mode... 48, 114, 123 PAD MODE PAD Number Pad Number... 48, 114, 122 Pad Part Pad Patch Rx/Tx Ch Pad Sens Pad Setting Pad Trigger Pad Velocity... 48, 114, 122 Pan Depth Pan Key Follow Patch Part Part Attack Time Offset Part Chorus Send Level , 210 Part Coarse Tune Part Cutoff Offset Part Decay Time Offset Part Fine Tune Part Information Part Legato Switch Part Level Part Mono/Poly Part Octave Shift Part Output Assign , 210 Part Output Level , 210 Part Output MFX Select , 210 Part Pan Part Pitch Bend Range Part Portamento Switch Part Portamento Time Part Release Time Offset Part Resonance Offset Part Reverb Send Level , 211 Part Select , 210 Part Velocity Sensitivity Offset Part Vibrato Delay Part Vibrato Depth Part Vibrato Rate Patch Card GM GM Geheugenkaart PR-A H Preset A H USER Wave uitbreidingskaart XP-A D Patch Bank Patch Categorie Patch Coarse Tune Patch Finder Patch Fine Tune Patch Level Patch modus Patch Number Patch Out Assign Patch Output Assign Patch Pan Patch Parameter Patch Play Screen Patch Prioriteit Patch Remain Patch Scale Tune for C B Patch Type Patch/Ritme Set Groep Patch/Ritme Set Nummer Patch/Ritme Set Type Patches Patroon PC Kaartbeschermer PC Kaartsleuf Pedal/D Beam P-Env Depth Patch Ritme Set P-Env Level 0 4 Patch Ritme Set P-Env T1 V-Sens 340

341 Index Patch Ritme Set P-Env T4 V-Sens Patch Ritme Set P-Env Time 1 4 Patch Ritme Set P-Env Time KF P-Env V-Sens Patch Ritme Set Performance Kaart Geheugenkaart Preset PRST USER Performance Control Channel Performance Layer venster Performance Mixervenster Performance modus Performance Part View Phase Lock Phrase Loop... 63, 89 Phrase Preview Phrase Track Piano modus Pitch Patch Ritme Set Pitch Bend Pitch Depth Pitch Env Patch Ritme Set Play Speed Ctrl Portamento... 47, 77 Portamento Stand Portamento Start Portamento Switch Portamento Time Portamento Type Proef spelen Patch Power Up Mode PR-A H Pre Sample Time , 233 Preset Performance Preset A H Patch Preset Geheugen Preview Preview 1 4 Note Number Preview 1 4 Velocity Preview Functie Preview Mode PRST Performance Punch-In Opname Q Quantize Quantize Template Quantize Type Quick Play R Random Pan Depth Patch Ritme set Random Pitch Depth Range... 50, 116, 124 Range Max... 50, 116, 122 Range Min... 50, 116, 122 Range Min, Range Max , , Rate Detune RATIO Realtime Control Knop Arpeggio Effect Ritme Patroon Toekennen Selecteren Realtime Controller Realtime Controller Knop Realtime Erase Realtime Opname Realtime Time Stretch... 63, 89 Rec Stand Realtime Opname Step Opname , 176 Rec Track Realtime Opname Step Opname , 176 Receive Bank Select MIDI Filter Systeem Functie Receive Channel Receive Channel Pressure Receive Exclusive Receive Expression Receive GM System On Receive GM2 System On Receive GS Reset Receive Hold Receive Modulation Receive Pan Receive Pitch Bend Receive Polyphonic Key Pressure Receive Program Change , 231 Receive Switch Receive Volume Opname Quantize Opname Select

342 Index Rehearsal Functie Release , 217 Release Time Offset Remote Keyboard Switch Re-Sampling Reservekopie Maken User Data Reset Grid functie Resolutie Resonance D Beam... 49, 115, 124 Patch Piano Stand Ritme Set Resonance Offset Resonance V-Sens Patch Ritme Set Rest Reverb... 29, 216 Reverb Level , 212 Reverb Output Assign , 212 Reverb Send Level... 49, 115, 124 Reverb Source , 209, 212 Reverb Type , 212 Rhy Accent Rhythm Accent Rhythm Group Edit Ritme Groepen Rhythm Level Rhythm Out Assign Ritme Patroon Ritme Set GM USER Rhythm Pattern Velocity Wave uitbreidingskaart XP-A D Ritme Set Parameter Ritme Sets Ring Modulator Roll Functie Roll Resolution Rolled Chord Routing , 210 RPS Functie S Sample Sample Edit Venster Sample Lijst Sample Parameters Sampling... 32, 141 Systeem Sampling Length Sampling modus Save Save All Samples Save as SMF Save Song Save Song+Samples Scale Tune , 232 Scale Tune Switch Screen Saver Screen Saver Time Screen Saver Type Selecteren Ritme Groep Ritme Patroon Sample Selecteren Bewerken Patch , 44 Performance Ritme Set TONE Sens Sequencer Sequencer Sectie Shift Clock Shuffle Resolution Skip Back Sampling Skip Back Time S-MRC Formaat Snelheid , 182 Soft Through Solo Solo sampling Solo Switch Solo Synth Solo/Portamento Song Song Spelen Song Clear Song Bestand Song Naam , 199 Source Split... 33, 97, 102 Split Frequency High Split Frequency Low Src Channel, Dst Channel Src Measure, For Src Track / Pattern Copy Src Track / Src Pattern Extract Merge SRX Info Standaard Standaard MIDI Bestand Start Fine Start Point , 171, 176, 179 Step Opname Start up Status 342

343 Index Change Channel Copy Data Thin Erase Extract Shift Clock Step Step Back Step LFO Step Opname Invoeren Stereo Switch Stop Trigger Storage Mode Strength Quantize Opname Quantize Stretch Tune Depth Stroomtoevoer Structure Type Structure Type 1 & 2, 3 & SVQ... 31, 223 Switch Performance Switch 1/ Patch Switch Assign Sync Mode Sync Output Sync/Temp Sys Ctrl 1 4 Source System Control System Ctrl System Exclusive Bericht Systeem Functie Systeem Informatie Systeem Geheugen Systeem Parameter System Write T Tap Tempo Arpeggio Ritme Patroon Song Template Set Tempo , 128 Ritme Patroon Ritme Set Song , 196 Tempo Override Tempo Rec Sw Tempo Opname Tempo Track Temporary Area The Compare Functie Patch The Sampler sectie THRESHOLD Tie Time Fit Time H/M/S Time Original H/M/S Time Stretch Time Stretch Type Time Variant Amplifier Time Variant Filter Times Timing TMT TMT Control Sw TMT Velocity Control Tone Chorus Send Patch Ritme Set Tone Chorus Send Level Tone Coarse Tune Ritme Set Tone Delay Tone Delay Mode Tone Delay Time Tone Env Stand Patch Ritme Set Tone Fine Tune Patch Ritme Set Tone Level Patch Ritme Set Toon Naam Tone Out Assign Patch Ritme Set Tone Out Level Patch Ritme Set Tone Output Assign Tone Output Level Tone Pan Patch Ritme Set Tone Pitch Bend Range Tone Random Pitch Depth Tone Receive Expression Tone Receive Hold Tone Receive Pan Mode Tone Redamper Sw Tone Reverb Send Patch Ritme Set Tone Reverb Send Level Tone Rx Bender Tone Rx Expression Tone Rx Hold Tone Rx Pan Mode

344 Index Tone Select Tonen Track Track / Patroon Change Channel Change Duration Change Velocity Data Thin Delete Erase Insert Quantize Shift Clock Transpose Truncate Trans Transmit Active Sensing Transmit Bank Select Transmit Edit Data Transmit Program Change Transponeren... 25, 46, 185 Trigger Level Trigger Quantize Trim Sw Trimming Switch Truncate , 191 TVA Patch Ritme Set TVA Depth TVA Env Patch Ritme Set TVF Patch Ritme Set TVF Depth TVF Env Patch Ritme Set TXT , 223 Type Chorus D Beam... 50, 116, 122 Input Effect Type Multi-Effects Reverb U Uitbreiden Geheugen Unload Sample , 155 USB , 231 Fantom-X Editor USB Mode USB Storage Mode USB-MIDI Thru Sw USER Kaart Patch Performance Ritme Set User Backup User Restore V VALUE Draaischijf Velo Fade Lower Patch Ritme Set Velo Fade Upper Patch Ritme Set Velo Range Lower Patch Ritme Set Velo Range Upper Patch Ritme Set Velocity... 24, 161 Velocity Curve Velocity Sens Velocity Sens Offset Vergroten Verplaatsen verdeel punt Bestand Versie Info VFX1 4 Ctrl View V-LINK Voice Reserve... 28, 111 Volume W WAV , 202, 220, 223 Wave Patch Wave Alter Pan Sw Wave Bank Patch Ritme Set Wave Coarse Tune Wave uitbreidingskaart Patch Ritme Set Wave Fine Tune Wave Gain Patch Ritme Set Wave Generator Wave Groep Patch Ritme Set Wave Level

345 Index Wave No. L (Mono) Patch Ritme Set Wave No. R Patch Ritme Set Wave Pan Wave Rnd Pan Sw Wave Tempo Sync Patch Waveform WG Venster WMT WMT Velocity Control Wegschrijven Patch Performance Ritme Set X XP-A D Patch Ritme Set Z Zoom Edit Patch Ritme Set Zoom In Zoom In/Out Zoom Out

346 Voor EU-Landen Dit product voldoet aan de voorwaarden van Europese Richtlijnen EMC 89/336/EEC en LVD 73/23/EEC. FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT For the USA This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation. This equipment generates, uses, and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following measures: Reorient or relocate the receiving antenna. Increase the separation between the equipment and receiver. Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected. Consult the dealer or an experienced radio/tv technician for help. This device complies with Part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions: (1) This device may not cause harmful interference, and (2) This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation. Unauthorized changes or modification to this system can void the users authority to operate this equipment. This equipment requires shielded interface cables in order to meet FCC class B Limit. NOTICE This Class B digital apparatus meets all requirements of the Canadian Interference-Causing Equipment Regulations. AVIS For Canada Cet appareil num rique de la classe B respecte toutes les exigences du R glement sur le mat riel brouilleur du Canada.

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland Fantom-Xa. 201a Lees, voordat u dit apparaat in gebruik, neemt de hoofdstukken BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES en HET APPARAAT OP EEN

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland Fantom-XR. Lees, voordat u dit apparaat in gebruik neemt, de hoofdstukken BELANGRIJKE VEILIG- HEIDSINSTRUCTIES (pag. 2) en HET APPARAAT OP

Nadere informatie

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 1 DAISYSPELER PLEXTALK PTN1 Korte inleiding: Wij hopen dat u plezier zult beleven aan het beluisteren van de digitale boeken. Dit document beschrijft de hoofdfuncties

Nadere informatie

Controlelijst bij het uitpakken

Controlelijst bij het uitpakken Onderdeelnummer: 67P4583 Controlelijst bij het uitpakken Hartelijk gefeliciteerd met uw nieuwe IBM ThinkPad X Series computer. Controleer of u alle items in deze lijst hebt ontvangen. Mocht een van de

Nadere informatie

SNELLE START. Hoe gebruikt u deze handleiding? Hartelijk dank en gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland /

SNELLE START. Hoe gebruikt u deze handleiding? Hartelijk dank en gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland / SNELLE START Hartelijk dank en gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland /. Lees voor het gebruik van dit instrument aandachtig de volgende hoofdstukken: BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (Gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Informatie voor de gebruiker: HD (High Definition) en HFR (High Frame Rate) video-opname apparaten, zijn een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van de gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 )

HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 ) 1 HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 ) ::: DMC2 Handleiding ::: Deze handleiding geeft uitleg hoe u de Numark DMC2 controller snel kunt aansluiten en bedienen. Neem svp een paar minuten de tijd om deze handleiding

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland MC-808 Sampling Groovebox. 201a Voordat u dit apparaat in gebruik neemt, leest u de secties getiteld HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

Bediening van de Memory Stick-speler

Bediening van de Memory Stick-speler Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren

Nadere informatie

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO Wat u met de combinatie FC-300/GT-PRO kunt doen U kunt GT-PRO Patch wijzigingen aanbrengen. Nadat u gereed bent met Instellingen voor de FC-300 maken (Voorbereidingen voor het gebruik van de combinatie),

Nadere informatie

De informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.

De informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. i -1 Opmerking De informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. DE FABRIKANT OF DE VERDELER IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR FOUTEN OF OMISSIES IN DEZE HANDLEIDING

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND PM-30

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND PM-30 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

NOVANEX G22 GEBRUIKSHANDLEIDING

NOVANEX G22 GEBRUIKSHANDLEIDING NOVANEX G22 GEBRUIKSHANDLEIDING BELANGRIJK! Lees de instructies aandachtig voordat u de versterker de eerste keer gebruikt. Bewaar deze instructies voor de toekomst. VERSTERKER EIGENSCHAPPEN - Volledig

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Gebruiksaanwijzing GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Lees de handleiding goed door vóór gebruik en bewaar hem goed voor later gebruik Mill HT5512 Gebruiksaanwijzing Belangrijke veiligheidsinformatie Wanneer u elektrische

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Gebruiksaanwijzing GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Lees de handleiding goed door vóór gebruik en bewaar hem goed voor later gebruik. Mill HT600 Gebruiksaanwijzing Belangrijke veiligheidsinformatie Wanneer u elektrische

Nadere informatie

3.5'' Digitale Fotolijst

3.5'' Digitale Fotolijst 3.5'' Digitale Fotolijst PL-DPF 351B User Manual Dank u voor het kiezen en kopen van deze digitale fotolijst. Leest u vooral eerst deze ebruikershandleiding zorgvuldig door, zodat mogelijke fouten en storingen

Nadere informatie

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding EnVivo EZ Converter Gebruikershandleiding op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE... 4 OPMERKINGEN... 4 FUNCTIES... 5 SPECIFICATIES... 5 SYSTEEMEISEN... 5 INHOUD VAN DE VERPAKKING

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Inhoudsopgave 02 INHOUDSOPGAVE 03 INFORMATIE 04 OVERZICHT FRONTPANEEL 06 OVERZICHT ACHTERPANEEL 08 BEDIENING VAN DE R5 08 WEKKERINSTELLINGEN 09 SLEEP TIMER INSTELLINGEN 09 DIM 09

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over Smart Pianist

Veelgestelde vragen over Smart Pianist Veelgestelde vragen over Smart Pianist Hieronder vindt u een lijst met veelgestelde vragen en de antwoorden. Meer informatie over het instrument en gebruiksinstructies vindt u in de gebruikershandleiding.

Nadere informatie

Byzoo Sous Vide Hippo

Byzoo Sous Vide Hippo Byzoo Sous Vide Hippo handleiding 220-240V, 50Hz 800W BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE 1 Lees alle instructies zorgvuldig voor

Nadere informatie

PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252

PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 NL HANDLEIDING NL HANDLEIDING WAARSCHUWING: OM HET RISICO OP BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE REDUCEREN, STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT. LET OP Het

Nadere informatie

Handleiding MP Soundblaster

Handleiding MP Soundblaster Handleiding MP Soundblaster MP3-speler met krachtige luidspreker Leer de bedieningselementen op uw speler kennen Item Omschrijving Item Omschrijving 1 Luidspreker 7 (Afspelen / Pauzeren / AAN/UIT) 2 LED

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de SJ4000 WIFI Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

SONOS DOCK Productgids AVL DESCHAMPS - Benedictijnenstraat 34-8970 Poperinge - T. 0475/97 90 20 - E. [email protected] - W. www.avldeschamps.

SONOS DOCK Productgids AVL DESCHAMPS - Benedictijnenstraat 34-8970 Poperinge - T. 0475/97 90 20 - E. stephan@avldeschamps.be - W. www.avldeschamps. SONOS DOCK Productgids DIT DOCUMENT BEVAT INFORMATIE DIE ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING KAN WORDEN GEWIJZIGD. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of overgedragen in enige vorm of via enige

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

MultiSport DV609 Nederlands

MultiSport DV609 Nederlands MultiSport DV609 Nederlands! Kennisgeving: High-definition video-opnameapparatuur met hoge beeldfrequentie vormt een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van uw instellingen wordt aanbevolen

Nadere informatie

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing CECH-ZHD1 7020228 Compatibele hardware PlayStation 3-systeem (CECH-400x-serie) Voorzorgsmaatregelen Lees om veilig gebruik van dit product te garanderen

Nadere informatie

DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu

DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu Dutch V1.0 1 Waarschuwingen Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Alleen voor gebruik binnenshuis Stel het apparaat niet bloot aan vocht of

Nadere informatie

HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO

HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO HANDLEIDING ICR-232 WEKKERRADIO www.-ices-electronics.com VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Uitleg van symbolen: Dit symbool geeft aan dat er belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies zijn opgenomen in de

Nadere informatie

I. Specificaties. II Toetsen en bediening

I. Specificaties. II Toetsen en bediening I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z)

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z) Gebruiksaanwijzing NL OV-BaseCore7(Z) Belangrijke veiligheidsinstructies Waarschuwing: Om het risico op elektrische schokken te beperken, mag u de behuizing of de achterkant niet verwijderen. Alle onderdelen

Nadere informatie

Hoofdkenmerken. Snelle, gemakkelijk en unieke manier van samplen! U kunt bijna alles samplen! Spelen met killer Realtime effecten!

Hoofdkenmerken. Snelle, gemakkelijk en unieke manier van samplen! U kunt bijna alles samplen! Spelen met killer Realtime effecten! Hoofdkenmerken Snelle, gemakkelijk en unieke manier van samplen! Sample op eenvoudige wijze naar de Pads of gebruik LOOP CAPTURE voor creatieve sound-onsound sampling. U kunt bijna alles samplen! U kunt

Nadere informatie

Handleiding. Versie 2.0 www.qwiek.nl

Handleiding. Versie 2.0 www.qwiek.nl Handleiding Versie 2.0 www.qwiek.nl Onverhoopt problemen met uw Qwiek.melody? www.qwiek.eu/faq Lees deze voorschriften voor het aansluiten en gebruiken van de Qwiek.up aandachtig door. Algemeen Lees deze

Nadere informatie

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe Bedankt voor het aanschaffen van het SingStar Microphone Pack. Lees voor u dit product gaat gebruiken

Nadere informatie

Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding. Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.

Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding. Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. NL Gebruiksaanwijzing TOETS AANDUIDINGEN 9 1 3 2 5 6 4 8 7 1 Vermogen AAN/UIT

Nadere informatie

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand About This Plug-in VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en is plug-in software die toelaat om de Cakewalk V-Studio 20 (hierna kortweg de VS-20 genoemd) te gebruiken met de muziekproductiesoftware Logic

Nadere informatie

Action Cam FullHD 1080P Wifi Action Cam FullHD 1080p. Handleiding HANDLEIDING 1

Action Cam FullHD 1080P Wifi Action Cam FullHD 1080p. Handleiding HANDLEIDING 1 Action Cam FullHD 1080P Wifi Action Cam FullHD 1080p Handleiding HANDLEIDING 1 Voorwoord Hartelijk dank voor uw aankoop van deze Wifi Action Cam. Lees voordat u dit product gaat gebruiken deze handleiding

Nadere informatie

Handleiding GuardCam-LED

Handleiding GuardCam-LED Handleiding GuardCam-LED Stap 1. Plaatsen / verwijderen SD kaart Stap 2. Installeren GuardCam LED Stap 3. Monteren GuardCam LED Stap 4. Aanpassen instellingen Stap 5. Instellen datum, tijd en video mode

Nadere informatie

HET MODELNUMMER FIESTA2. Mp3 speler met luidspreker. Instructiehandleiding

HET MODELNUMMER FIESTA2. Mp3 speler met luidspreker. Instructiehandleiding Mp3 speler met luidspreker HET MODELNUMMER FIESTA2 Instructiehandleiding Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. NL Gebruiksaanwijzing TOETS AANDUIDINGEN 9 1 3 2

Nadere informatie

Byzoo Sous Vide Turtle

Byzoo Sous Vide Turtle Byzoo Sous Vide Turtle ZAT01 Handleiding 220-240V, 50Hz 1300W BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE Bij het gebruik van elektrische

Nadere informatie

Nederlands. Geheugen. AppleCare. Instructies voor vervanging

Nederlands. Geheugen. AppleCare. Instructies voor vervanging Nederlands Instructies voor vervanging Geheugen AppleCare Volg de instructies in dit document nauwgezet. Als u dit niet doet, kan uw apparatuur beschadigd raken en de garantie komen te vervallen. Opmerking

Nadere informatie

Aanvullende handleiding

Aanvullende handleiding MUSIC SYNTHESIZER Aanvullende handleiding Inhoud Nieuwe functies in MODX versie 1.10... 2 Play/Rec... 3 Part Edit (Edit)... 4 Utility... 5 Dialoogvenster Control Assign... 6 Functie Panel Lock... 7 NL

Nadere informatie

Digitale Video. Gebruikershandleiding

Digitale Video. Gebruikershandleiding Digitale Video Gebruikershandleiding Nl 2 Inhoud Aan de slag Kennismaken met uw digitale video... 3 Het paneel gebruiken... 4 Aan-/uitzetten... 5 Modi... 6 Modusschakelaar... 7 Modus Movie Films opnemen...

Nadere informatie

ATA-kabel. Opmerking: U kunt instructies op het internet vinden op http://www.apple.com/support/doityourself/.

ATA-kabel. Opmerking: U kunt instructies op het internet vinden op http://www.apple.com/support/doityourself/. Nederlands Instructies voor vervanging ATA-kabel AppleCare Volg de instructies in dit document nauwgezet. Als u dit niet doet, kan de apparatuur beschadigd raken en de garantie komen te vervallen. Opmerking:

Nadere informatie

Veiligheidsvoorschrift

Veiligheidsvoorschrift Waarschuwing Om schade aan de kaart of het toestel te voorkomen, moet u de stroom uitschakelen voor u de kaart verwijderd of plaatst Veiligheidsvoorschrift 1) Gebruik een 12V DC stroom adapter. 2) Zorg

Nadere informatie

Register your product and get support at. www.philips.com/welcome DS1150/12. NL Gebruiksaanwijzing

Register your product and get support at. www.philips.com/welcome DS1150/12. NL Gebruiksaanwijzing Register your product and get support at www.philips.com/welcome DS1150/12 NL Gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave 1 Belangrijk 4 Veiligheid 4 Kennisgeving 5 2 Uw stationsluidspreker 6 Inleiding 6 Wat zit

Nadere informatie

DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO

DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO WAARSCHUWING STEL DIT APPARAAT NOOIT BLOOT AAN REGEN OF VOCHT, OM HET ONTSTAAN VAN BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VOORKOMEN. BELANGRIJK

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET HERCULES DJCONTROLWAVE EN DJUCED DJW

AAN DE SLAG MET HERCULES DJCONTROLWAVE EN DJUCED DJW AAN DE SLAG MET HERCULES DJCONTROLWAVE EN DJUCED DJW HERCULES DJCONTROLWAVE OVERZICHT De Hercules DJControlWave is een 2-decks DJ-controller met Bluetooth draadloze technologie. Hiermee kunt u uiterst

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED INSTALLATIE Plaats de cd. Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies. De applicaties DJUCED en VirtualDJ LE zijn op uw system geïnstalleerd. 1 7 8 2

Nadere informatie

BLUETOOTH DOUCHE LUIDSPREKER

BLUETOOTH DOUCHE LUIDSPREKER ENVIVO BLUETOOTH DOUCHE LUIDSPREKER GEBRUIKERSHANDLEIDING INHOUDSOPGAVE PRODUCT OVERZICHT... 4 KNOPPEN... 6 BLUETOOTH MODUS... 6 Bluetooth Paren... 6 Muziek afspelen in Bluetooth modus...10 Handenvrij

Nadere informatie

ipod tower 1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu

ipod tower 1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu ipod tower 1 GEBRUIKERSHANDLEIDING Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu VOORWOORD DANK Beste klant, Wij willen van de gelegenheid gebruik maken om u te bedanken voor de aankoop van deze speler.

Nadere informatie

U heeft zowel een icast Zender als een icast Ontvanger nodig om een compleet SoundCast icast systeem te vormen!

U heeft zowel een icast Zender als een icast Ontvanger nodig om een compleet SoundCast icast systeem te vormen! Dank U voor de aankoop van een SoundCast draadloos systeem. SoundCast producten staan garant voor de beste kwaliteit in draadloze transmissie van een geluidsbron, vrij van storingen. U heeft zowel een

Nadere informatie

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1 DMX ADRES INSTELLINGEN 1 Freekie Nederlandse handleiding Iedere fixture dat verbonden is met serial link moet voorzien worden van een DMX startadres, welke het eerste kanaal is dat de controller gebruikt

Nadere informatie

Handleiding Blackview Dual Dashcam GPS dashcam

Handleiding Blackview Dual Dashcam GPS dashcam Handleiding Blackview Dual Dashcam GPS dashcam Gefeliciteerd met de aankoop van uw dashcam! U heeft hiermee een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u, mits u de dashcam verantwoord gebruikt, nog vele jaren

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TAB-11C006-232 Gefeliciteerd met de aankoop van uw Tablet PC. Deze gebruikershandleiding bevat veiligheids- en operationele informatie voor het voorkomen van ongelukken! Gelieve de

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Bedrade afstandsbediening MWR-VH02 ENERGIE RECOVERY VENTILATIE (ERV wtw ventilatie) Ne DB98-30694A(1) Veiligheidsmaatregelen Lees deze instructies aandachtig door voordat u deze bedrade

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Gebruiksaanwijzing GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Lees de handleiding goed door vóór gebruik en bewaar hem goed voor later gebruik. Belangrijke veiligheidsinformatie Wanneer u elektrische producten gebruikt,

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Samsung PV 210 Tablet PC. Inhoudsopgave

Gebruiksaanwijzing Samsung PV 210 Tablet PC. Inhoudsopgave Gebruiksaanwijzing Samsung PV 210 Tablet PC Inhoudsopgave 1 Introductie van uw TABLET...2 2 Accu...2 4 Interface en applicaties...4 5 HDMI & Host...5 6 Taal & keyboard...6 7 Beheren van Applicaties...7

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Draadloze USB video-ontvanger. Model BRD10

Gebruikershandleiding. Draadloze USB video-ontvanger. Model BRD10 Gebruikershandleiding Draadloze USB video-ontvanger Model BRD10 Inleiding Gefeliciteerd met uw aankoop van de Extech BRD10 Draadloze USB video-ontvanger voor gebruik met het assortiment van Extech Boroscopen.

Nadere informatie

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan.

Cijfers 1 t/m 4,8,16 hiermee kunt u van kanaal wisselen. Gebruik deze iconen om naar een split screen terug te gaan. Inhoudsopgave 1. Belangrijke veiligheidsinstructies... 2 2. Mee geleverde producten voor de DVR... 2 3. Uitleg bedieningspaneel... 2 4. Uitleg afstandsbediening... 3 5. Aan de slag met de DVR... 3 5.1

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Veiligheid bij het gebruik van elektriciteit. Phaser 7750-kleurenlaserprinter

Gebruikersveiligheid. Veiligheid bij het gebruik van elektriciteit. Phaser 7750-kleurenlaserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

TRUST WIRELESS AUDIO / VIDEO TRANSMITTER 100V

TRUST WIRELESS AUDIO / VIDEO TRANSMITTER 100V 1 Inleiding Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers van de TRUST WIRELESS AUDIO / VIDEO TRANSMITTER 100V. De WIRELESS AUDIO / VIDEO TRANSMITTER 100V kan gebruikt worden voor het draadloos door sturen

Nadere informatie

2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING

2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING 2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING Inhoudsopgave Veiligheidsinstructies... 27 Beschrijving van onderdelen... 28 Afstandsbediening & installatie...

Nadere informatie

MP001/MP002/MP003/MP004 Sweex Black Sea MP3 Player 128 MB/256 MB/512 MB/1GB

MP001/MP002/MP003/MP004 Sweex Black Sea MP3 Player 128 MB/256 MB/512 MB/1GB MP001/MP002/MP003/MP004 Sweex Black Sea MP3 Player 128 MB/256 MB/512 MB/1GB Inleiding Allereerst hartelijk dank voor de aanschaf van deze Sweex MP3-speler. Met deze compacte MP3-speler kun je overal genieten

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

Draadloze Muziekontvanger

Draadloze Muziekontvanger Draadloze Muziekontvanger ENV-1295 Gebruikershandleiding De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut 1 De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut 2 INHOUD INSTALLATIE... 7 Functies... 8 Aansluiten... 9 Paren

Nadere informatie

SPORTCAM HANDLEIDING. Lees en volg deze instructies voordat u het apparaat gebruikt.

SPORTCAM HANDLEIDING. Lees en volg deze instructies voordat u het apparaat gebruikt. SPORTCAM 300 - HANDLEIDING Lees en volg deze instructies voordat u het apparaat gebruikt. www.lenco.com Functies Bedankt voor de aanschaf van deze camera! Dit product kan high-definition videos met een

Nadere informatie

MP300011/MP Sweex MP3 Player 128 MB/256 MB

MP300011/MP Sweex MP3 Player 128 MB/256 MB MP300011/MP300021 Sweex MP3 Player 128 MB/256 MB Voordelen FM Radio FM opname Flash Geheugen Spraakopname - Luister naar uw favoriete radiostation. - Neem tijdens het luisteren uw favoriete song op in

Nadere informatie

Handleiding voor Smart Pianist

Handleiding voor Smart Pianist Handleiding voor Smart Pianist Smart Pianist is een speciale app voor smartapparaten en biedt diverse muziekfuncties voor verbonden compatibele muziekinstrumenten. LET OP Als u Smart Pianist activeert

Nadere informatie

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen Deze bijlage bij de handleiding van de FR-8x beschrijft de verbeteringen die aangebracht zijn met Versie 2.0 van de software. New 11. Drum Edit Drum Setupparameters toegevoegd Versie 2.0 voegt nieuwe Drum

Nadere informatie

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc. STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE Rev D Firmware Version 1.20 Addendum 2013 Line 6, Inc. Inhoudsopgave Appendix D: Fader View... D 1 Fader View Werkbalk...D 2 Menu voor het toewijzen van Faders...D 3 Menu

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding CAUTION RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN ATTENTION: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR WAARSCHUWING: VERWIJDER HET DEKSEL (OF DE ACHTERKANT) NIET, OM HET RISICO OP EEN ELEKTRISCHE

Nadere informatie

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing CDN35 Professionele CD Speler Quick Start Gebruiksaanwijzing DOOS INHOUD CD SPELER TRANSPORT UNIT CD SPELER CONTROL UNIT IEC STROOMSNOER RCA CINCH AANSLUISNOEREN (2 paar) MINI DIN CONTROLE SNOER Kenmerken

Nadere informatie

Ga voor registratie van uw product en ondersteuning naar TCP320/00. Gebruiksaanwijzing

Ga voor registratie van uw product en ondersteuning naar   TCP320/00. Gebruiksaanwijzing Ga voor registratie van uw product en ondersteuning naar www.philips.com/welcome TCP320/00 Gebruiksaanwijzing 1 Belangrijk Veiligheid Belangrijke veiligheidsinstructies Lees deze instructies. Volg alle

Nadere informatie

Batterij. Een platte, plastic schroevendraaier om de batterij uit de houder te halen

Batterij. Een platte, plastic schroevendraaier om de batterij uit de houder te halen Nederlands Instructies voor vervanging Batterij AppleCare Volg de instructies in dit document nauwgezet. Als u dit niet doet, kan uw apparatuur beschadigd raken en de garantie komen te vervallen. Opmerking

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen ' Bij dit praktijkvoorbeeld leer je hoe je midi informatie kunt opnemen in Sonar. Aan bod komt ondermeer: - de metronoom - Midi sporen opnemen - Loop recording - punch in en punch out Nieuw Project: Voordat

Nadere informatie

Welkom bij de Picture Package Producer 2

Welkom bij de Picture Package Producer 2 Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap

Nadere informatie

IDPF-700 HANDLEIDING

IDPF-700 HANDLEIDING IDPF-700 HANDLEIDING Kenmerken product: Resolutie: 480x234 pixels Ondersteunde media: SD/ MMC en USB-sticks Fotoformaat: JPEG Foto-effecten: kleur, mono, en sepia Zoomen en draaien van afbeeldingen Meerdere

Nadere informatie

Montagebeugel voor harde schijf Gebruiksaanwijzing

Montagebeugel voor harde schijf Gebruiksaanwijzing Montagebeugel voor harde schijf Gebruiksaanwijzing CECH-ZCD1 7020229 Compatibele hardware PlayStation 3-systeem (CECH-400x-serie) Voorzorgsmaatregelen Lees om veilig gebruik van dit product te garanderen

Nadere informatie

Nederlandse versie. Inleiding. Software installatie. MP502FM / MP504FM Sweex Black Onyx MP4 Player

Nederlandse versie. Inleiding. Software installatie. MP502FM / MP504FM Sweex Black Onyx MP4 Player MP502FM / MP504FM Sweex Black Onyx MP4 Player Inleiding Stel de Sweex Black Onyx MP4 Player niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de dichte nabijheid van

Nadere informatie

MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING

MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING KEYBOARD FOR COMPUTER MUSIC PITCH BEND MODULATION OF F ON MIN MA WHEEL ASSIGN. VEL. C UR VE BA NK L BA NK M RESET-A C G M -RESET CHANNEL PROGRAM ME MO RY 'POS ER OCTAVE MULTI DISPLAY 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Nadere informatie

Handleiding Monty-alarmzender

Handleiding Monty-alarmzender Handleiding Monty-alarmzender Voorwoord Hartelijk dank voor het gebruik van de Monty-alarmzender. Wij hebben met de grootste zorg deze applicatie en het device ontwikkeld, om u in staat te stellen alarm

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing OV-NewBase www.overmax.nl

Gebruiksaanwijzing OV-NewBase www.overmax.nl Gebruiksaanwijzing OV-NewBase www.overmax.nl Snel Start Batterij management en opladen Voordat u het toestel in gebruik neemt, dient u de accu eerst geheel op te laden. Stop de lader in het toestel en

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP

Nadere informatie

CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding

CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter

Nadere informatie

Register your product and get support at. SPA7380. Gebruiksaanwijzing

Register your product and get support at.  SPA7380. Gebruiksaanwijzing Register your product and get support at www.philips.com/welcome SPA7380 Gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave 1 Belangrijk 2 Veiligheid 2 Kennisgeving 2 2 Uw multimedialuidspreker 4 3 Installatie 5 4 Aan

Nadere informatie

GIDS VOOR DE GEBRUIKER

GIDS VOOR DE GEBRUIKER GIDS VOOR DE GEBRUIKER Aangekoppelde Afstandsbediening MWR-TH00 MWR-TH01 Airconditioner Ne DB98-26319A(1) Veiligheidsvoorschriften Voordat u de aangekoppelde afstandsbediening gebruikt, leest u best deze

Nadere informatie