Barometer Internationale Samenwerking 2006
|
|
|
- Melissa van der Heijden
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 bezoekadres Marnixkade ZL Amsterdam postadres Postbus MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0) F +31 (0) W Barometer Internationale Samenwerking 2006 Trends en ontwikkelingen NCDO Rapportage Amsterdam, oktober 2006 Projectnummer: L0566 drs. Martijn Lampert drs. Bram van der Lelij drs. Celina de Kamps drs. Sander van Duijn Bankrelatie: Rabobank , IBAN: NL77 RABO , BIC/SWIFT: RABONL2U. Dossiernummer Motivaction International B.V. bij KvK Amsterdam: Prijsopgaven en leveringen geschieden conform de Leveringsvoorwaarden gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam.
2 Dit rapport is opgesteld door Motivaction International B.V. Wij verzoeken de opdrachtgever bij publicatie Motivaction als bron te vermelden. Voor de opdrachtgever is een exemplaar van de bij dit onderzoek gehanteerde vragenlijst op aanvraag verkrijgbaar.
3 Inhoudsopgave 1 Samenvatting en conclusies Achtergrond Methode van onderzoek Samenvatting en conclusies Draagvlak onder de Nederlandse bevolking Moderne burgerij Opwaarts mobielen Postmaterialisten Nieuwe conservatieven Traditionele burgerij Kosmopolieten Postmoderne hedonisten Gemaksgeoriënteerden Aanbevelingen 17 2 Inleiding Achtergrond van het onderzoek Doelstelling en probleemstelling Methode van onderzoek Leeswijzer 25 3 Draagvlak onder de Nederlandse bevolking Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Geloof in de werking van ontwikkelingssamenwerking Budget ontwikkelingssamenwerking Enkele actuele issues Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Bekendheid en slagingskans millenniumdoelen Waardering ontwikkelingshulp/samenwerking via diverse kanalen Rol van de gemeenten Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Vrije wereldhandel, handelsbarrières en importheffingen Dreiging andere landen eigen leefwereld 42 4 Mentality-milieus Moderne burgerij Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Opwaarts mobielen Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Postmaterialisten 49
4 4.3.1 Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Nieuwe conservatieven Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Traditionele burgerij Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Kosmopolieten Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Postmoderne hedonisten Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Gemaksgeoriënteerden Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Samenvatting Mentality-milieus 65 5 NCDO-doelgroepen opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten 69 Bijlage 1 Achtergrond Mentality 72 Bijlage 2 Responsoverzicht 75 Bijlage 3 Weegspecificatie 76 Bijlage 4 Scores op items: rechte tellingen en per Mentality-milieu 78 Bijlage 5 Mentality milieuplaatjes 92
5 1 Samenvatting en conclusies In opdracht van NCDO heeft Motivaction International B.V. onderzoek uitgevoerd naar onderdelen van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking en internationale samenwerking. Het onderzoek vormt het startpunt van een jaarlijks onderzoek naar draagvlak onder de Nederlandse bevolking en de verschillende Mentality-milieus. Omdat niet alle onderdelen van het draagvlak onderzocht kunnen worden door middel van publiek opinieonderzoek verzamelt NCDO aanvullende data op andere manieren; deze gegevens zijn niet in dit rapport opgenomen Achtergrond De missie van NCDO kan als volgt worden omschreven: het maatschappelijke en politieke draagvlak in Nederland voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling handhaven en versterken (Beleidskader ). De doelstelling van het onderzoek is: Kennis en inzicht geven in de publieke opinie betreffende onderwerpen van internationale samenwerking die deel uitmaken van het draagvlak voor internationale samenwerking. Op basis van deze inzichten kunnen NCDO en andere belanghebbenden het draagvlak zo effectief mogelijk onderhouden en versterken. De probleemstelling is drieledig en luidt: In welke mate en op welke manier is de Nederlandse bevolking betrokken bij ontwikkelingssamenwerking? Welke opvattingen bestaan er over de manier waarop ontwikkelingssamenwerking vorm moet krijgen en de rol van de overheid daarin? Welke opvattingen bestaan er over internationale samenwerking? Welke opvattingen en houding hebben de verschillende Mentalitymilieus? 1.2 Methode van onderzoek Gekozen is voor een mixed mode opzet, waaraan zowel respondenten hebben meegedaan uit het webpanel van Motivaction (StemPunt.nu) als respondenten die eerder hebben geparticipeerd in schriftelijke Mentality-metingen. Na weging is een representatieve steekproef uit de bevolking tussen 15 en 80 jaar gerealiseerd van n= Dit rapport bevat gegevens met betrekking tot 6 indicatoren voor draagvlak, in totaal heeft NCDO er 15 gedefinieerd. 5
6 Tevens is een extra steekproef (boost) van NCDO-doelgroepen opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten van n=1.178 in het onderzoek betrokken. 2 Samen met de 344 opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten uit de steekproef 'Nederland representatief' bedraagt de totale n voor deze groepen dus Deze doelgroepen zullen in de komende jaren extra aandachtig worden gevolgd met als doel door NCDO beoogde vergrotingen in het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking onder deze doelgroepen vast te kunnen stellen. 1.3 Samenvatting en conclusies In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten van de Barometer Internationale Samenwerking Allereerst wordt ingegaan op het draagvlak in de hele Nederlandse bevolking. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan bod: Betrokkenheid en informatie Overheid en beleid Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp De belangrijkste resultaten worden puntsgewijs weergegeven en steeds ingeleid met een conclusie. Vervolgens worden per Mentality-milieu de opvattingen beschreven die typerend zijn voor dit segment. Hierbij wordt kort vermeld waar elk milieu relatief hoog of laag op scoort in vergelijking met het gemiddelde. De score hoeft niet per se in absolute zin hoog te zijn Draagvlak onder de Nederlandse bevolking Betrokkenheid en informatie Betrokkenheid bij ontwikkelingslanden vooral geuit door geld geven aan goed doel Vier op de tien Nederlanders zegt de afgelopen 12 maanden iets gedaan te hebben voor mensen in ontwikkelingslanden. Meest genoemde activiteiten zijn: geld geven aan een goed doel (79%) tv programma's kijken of lezen over leven ontwikkelingslanden (38%) producten kopen in wereldwinkels of fair trade winkels (31%) 55% van de Nederlanders heeft de afgelopen 12 maanden niets gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden. Het vaakst als reden wordt gegeven: geen/ te weinig geld (35%) wordt gedaan door/moet gedaan worden door regering (16%) denk niet dat ik iets kan doen, helpt toch niet (15%) 2 Het totaal aantal respondenten in dit onderzoek is dus n=
7 Helft van de Nederlanders (49%) heeft in 2005 geld gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. 3 Het gemiddeld gedoneerd bedrag van deze groep is 111 euro 32% is van mening dat men goed op de hoogte is van wat er in ontwikkelingslanden gebeurt 15% denkt dat de informatie over ontwikkelingslanden op de Nederlandse televisie meestal correct is Overheid en beleid: werking ontwikkelingssamenwerking Geloof in principe van ontwikkelingssamenwerking maar velen betwijfelen of overheidsbudget goed wordt besteed 43% van de Nederlanders denkt dat de situatie van mensen ter plekke verbetert als geld aan ontwikkelingshulp goed wordt besteed 15% denkt dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking merendeels goed wordt besteed, 37% denkt dat het merendeels slecht wordt besteed De helft van alle Nederlanders noemt corruptie als mogelijke reden waarom geld niet goed wordt besteed Overheid en beleid: budget ontwikkelingssamenwerking Circa helft Nederlanders steunt huidige budget overheid voor ontwikkelingssamenwerking 63% is tegen verlaging van het huidige budget: hiervan vindt 46% dat de Nederlandse ontwikkelingshulp gelijk moet blijven en 17% wil een ruimer budget. 37% wil juist minder geld. Van degenen die een groter budget wensen, is de grootste groep (37%) voor circa 10% verhoging; van degenen die een lager budget wensen, is de grootste groep (32%) voor circa een halvering 37% staat achter het huidige beleid van relatief veel geld geven, 45% vindt dat Nederland evenveel aan ontwikkelingssamenwerking moet gaan uitgeven als andere landen 47% van de Nederlanders schat dat de overheid jaarlijks tussen de 2 en 6 miljard besteedt aan ontwikkelingssamenwerking Er is een aantal vragen voorgelegd waarbij het budget voor ontwikkelingssamenwerking is vergeleken met andere bedragen op de Rijksbegroting. Een meerderheid van de bevolking maakt de juiste inschatting dat de Nederlandse overheid jaarlijks meer uitgeeft aan de EU (76%) en aan bijstandsuitkeringen (55%) dan aan ontwikkelingssamenwerking (76%) Een meerderheid van de bevolking maakt de juiste inschatting dat de Nederlandse overheid meer inkomsten heeft uit aardgas (71%) dan uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking 3 Dit is een hoger percentage dan de 40% die zegt de afgelopen 12 maanden iets gedaan te hebben voor mensen in ontwikkelingslanden. Kennelijk is er een groep mensen die niet hetzelfde verstaat onder 'iets doen voor ontwikkelingslanden' en het 'geven van geld'. De vragen zijn bovendien niet geheel vergelijkbaar omdat er wordt gevraagd naar gedrag in verschillende perioden: in de ene vraag het jaar 2005 en de andere vraag de afgelopen 12 maanden. 7
8 Een meerderheid van de bevolking maakt de onjuiste inschatting dat de Nederlandse overheid meer inkomsten heeft uit wegenbelasting (66%) dan uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking Overheid en beleid: enkele actuele beleidsissues Steun voor meer samenwerking overheid en bedrijfsleven bij besteding ontwikkelingsbudget 59% van de Nederlanders voelt ervoor dat de overheid een deel van het budget voor ontwikkelingssamenwerking geeft aan bedrijven ter investering in ontwikkelingslanden 60% vindt het een vorm van ontwikkelingssamenwerking als mensen in Nederland, die afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden, geld of goederen sturen naar hun familie in het land van herkomst 25% vindt dat er in volgende regering een minister voor ontwikkelingssamenwerking moet komen, 44% vindt dat het ook een staatssecretaris mag zijn Overheid en beleid: rol gemeenten Draagvlak voor actieve betrokkenheid gemeenten bij ontwikkelingssamenwerking 32% vindt dat het bestuur van de gemeente waar men woont iets moet doen aan ontwikkelingssamenwerking, voor 48% is dat niet nodig 49% wil dat hun eigen gemeente een samenwerkingsverband aangaat met een gemeente in een ontwikkelingsland om de situatie daar te verbeteren. 4 Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp: millenniumdoelen Millenniumdoelen zijn niet erg bekend en het doel 'halvering aantal mensen onder armoedegrens' wordt niet haalbaar geacht 26% van de bevolking heeft mogelijk van de millenniumdoelen gehoord: hiervan geeft 10% aan ervan te hebben gehoord en 16% gelooft er van te hebben gehoord. 69% heeft er niet van gehoord Van de 26% die (misschien) van deze doelen heeft gehoord, kan 53% geen juiste doelstellingen noemen. Van de 47% die wel een juist doel noemt, noemt 59% de armoede halveren en minder mensen honger en 30% elk kind naar school Slechts 1% gelooft in een grote kans van slagen van het doel om tot 2015 het aantal mensen onder de armoedegrens te halveren, 57% gaat uit van een kleine kans van slagen, 25% geeft dit doel helemaal geen kans 4 Dit percentage is hoger dan het percentage dat vindt dat het bestuur van de gemeente waar men woont iets moet doen aan ontwikkelingssamenwerking. Mogelijk krijgen initiatieven van het gemeentebestuur minder steun dan initiatieven waarbij gemeente en bestuur niet direct gekoppeld zijn. Dit zou aansluiten bij het lage vertrouwen van burgers in de overheid in het algemeen. 8
9 Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp: Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Nederlanders hebben meer vertrouwen in ontwikkelingshulp via professionele ontwikkelingsorganisaties dan rechtstreeks via de overheid Zeer geschikt voor het geven van ontwikkelingshulp vinden Nederlanders professionele ontwikkelingsorganisaties (45%), gevolgd door kleine vrijwilligersorganisaties (37%) en de VN (29%) Minder vaak als zeer geschikt kanaal aangemerkt worden de Nederlandse overheid (rechtstreeks naar ontwikkelingslanden, 20%) en de EU (11%); circa een derde vindt dit ronduit ongeschikte kanalen 29% van de bevolking vindt dat de Nederlandse overheid meer geld moet geven aan de WHO, gevolgd door Unicef (26%), Unesco (12%), VN (6%), Wereldbank (5%), NAVO (3%) en Europese Unie (2%). 19% vindt dat er meer Nederlanders topfuncties moeten krijgen bij de Europese Unie; organisaties waarvoor dit iets minder vaak wordt gewenst, zijn WHO, VN, Unicef, NAVO, Wereldbank en UNESCO 38% vindt dat Nederland meer te zeggen moet krijgen bij de Europese Unie, gevolgd door VN (31%), NAVO (27%), WHO (26%), Unicef (24%), Wereldbank (22%) en UNESCO (20%) Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp: draagvlak vrije wereldhandel Groot draagvlak voor handelsbarrières en importheffingen in Europa onder Nederlanders 61% vindt dat ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa 49% vindt dat de EU importbelemmeringen die de eigen economie beschermen moet handhaven 36% is van mening dat de EU handelsbarrières en importheffingen die Europese werknemers beschermen moet handhaven, 24% is voor het opheffen daarvan 47% vindt het terecht dat de EU de import van schoenen uit China wil verbieden als maximum hoeveelheden worden overschreden 54% vindt het terecht dat de EU de import van schoenen uit China wil beperken om de werkgelegenheid in schoenenfabrieken in landen als Italië, Portugal en Spanje te beschermen 54% vindt het onterecht als deze beperkende maatregelen ertoe leiden dat ze in de winkel méér moeten betalen voor schoenen Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp: relatie gebieden en eigen leefwereld Zowel moslimlanden als VS als bedreigend ervaren voor eigen manier van leven Aan respondenten is de volgende kwestie voorgelegd: ' Ontwikkelingen in sommige landen kunnen (in de toekomst) van invloed zijn op uw manier van leven. Sommigen zien dat als positief, anderen vinden het een bedreiging'. Voor de volgende gebieden kon men aangeven of zij dit gebied als bedreiging voor hun eigen manier van leven zien: 63% ziet moslimlanden als een bedreiging voor zijn of haar eigen manier van leven 45% ziet de VS als een bedreiging voor de eigen levenswijze 33% vindt de EU bedreigend voor de eigen levenswijze 9
10 29% ziet China als een bedreiging voor de eigen levenswijze Moderne burgerij Dit milieu is te omschrijven als de conformistische, statusgevoelige burgerij die een evenwicht zoekt tussen traditie en moderne waarden, als consumeren en genieten. Betrokkenheid en informatie Onder moderne burgers is relatief weinig draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Men onderneemt dan ook niet veel actie ten behoeve van mensen in ontwikkelingslanden, tenzij dit een eigen voordeel oplevert. Zo doen moderne burgers wel relatief vaak mee aan loterijen met een goed doel. Moderne burgers zijn min of meer slecht geïnformeerd over ontwikkelingssamenwerking. Men geeft vaker aan slecht op de hoogte te zijn van wat er in ontwikkelingslanden gebeurt. Daarnaast is men minder vaak op vakantie naar een ontwikkelingsland geweest. Overheid en beleid Men is relatief negatief over de werking van ontwikkelingssamenwerking. Zo geven moderne burgers vaker aan dat de situatie in ontwikkelingslanden niet verbetert als gevolg van ontwikkelingshulp en denkt men vaker dat het overheidsgeld slecht wordt besteed. Moderne burgers zijn slecht op de hoogte van het overheidsbudget voor ontwikkelingshulp en schatten dit vaker te hoog. Men is vaker van mening dat het budget moet worden verminderd. Moderne burgers zien ontwikkelingssamenwerking niet primair als overheidstaak. Ze zijn vaker van mening dat er geen minister en ook geen staatssecretaris nodig is voor ontwikkelingssamenwerking. Men vindt het ook niet nodig dat gemeenten activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking ondernemen. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Wat betreft vrije wereldhandel en de relatie van gebieden tot de eigen leefwereld heeft de moderne burger geen eenduidige mening. Men is tegen vrije wereldhandel als het de Europese werkgelegenheid zou aantasten, maar men is voor vrije wereldhandel indien dit goedkopere producten in winkels tot gevolg heeft, zoals schoenen uit China. Moderne burgers zijn minder bekend met de millenniumdoelen. Men heeft geen mening over bedreiging van de eigen levenswijze door andere landen en/of gebieden. De moslimlanden vormen echter hierop een uitzondering, deze ervaart de moderne burger wel als een bedreiging. Conclusie Kort samengevat is de moderne burger niet veel bezig met ontwikkelingssamenwerking tenzij dit gepaard gaat met persoonlijke voordelen zoals loterijen voor het goede doel of goedkope schoenen. 10
11 1.3.3 Opwaarts mobielen Dit milieu is te omschrijven als carrièregerichte individualisten met een uitgesproken fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning. Betrokkenheid en informatie Het draagvlak onder opwaarts mobielen is gemiddeld. Enerzijds heeft dit milieu weinig vertrouwen in ontwikkelingssamenwerking en denkt men vaak dat het geld niet goed terecht komt of aan de strijkstok blijft hangen. Anderzijds lijkt men wel meer dan gemiddeld aan organisaties voor ontwikkelingshulp te doneren. Overheid en beleid Over de werking van ontwikkelingssamenwerking zijn opwaarts mobielen minder positief. Men geeft minder aan dat als gevolg van ontwikkelingshulp de situatie in ontwikkelingslanden verbetert en dat het overheidsbudget hiervoor goed wordt besteed. Typische waarden voor opwaarts mobielen zijn: praktisch, optimistisch, ondernemend, resultaatgericht en zakelijk. Men vindt het dan ook vaker een goed idee om een gedeelte van het overheidsbudget voor ontwikkelingshulp te geven aan bedrijven die dat investeren in ontwikkelingslanden. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Opwaarts mobielen vinden professionele ontwikkelingsorganisaties minder vaak geschikt voor het geven van ontwikkelingshulp. Wel vinden zij de Europese Unie vaker een geschikte organisatie voor het geven van ontwikkelingshulp. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de meer zakelijke uitstraling van deze organisatie in vergelijking met de softere uitstraling van ontwikkelingsorganisaties. Opwaarts mobielen zijn verder relatief optimistisch over het millenniumdoel om over 25 jaar het aantal mensen dat onder armoedegrens te halveren. Men geeft vaker aan dat de kans hierop 50% of zelfs groter is. Conclusie Kortom onder opwaarts mobielen bestaat gemiddeld draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Hierbij heeft een bedrijfsmatige aanpak de voorkeur Postmaterialisten Dit milieu is te omschrijven als maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen ontplooien, stelling nemen tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu. Betrokkenheid en informatie Onder postmaterialisten bestaat het meeste draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Zo is men zelf het meest actief op dit gebied (zoals onder meer in doneren, kopen van fair-trade producten, steunen van persoonlijke initiatieven en deelnemen aan debatten over ontwikkelingslanden) Daarnaast is dit milieu geïnteresseerd en (naar eigen zeggen) goed geïnformeerd over de situatie in ontwikkelingslanden. Postmaterialisten vinden ontwikkelingssamenwerking nuttig. Men is vaker van mening dat ontwikkelingshulp, indien goed besteed, de 11
12 situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert. Wel is men (door hun kritische opstelling) vaak van mening dat het geld even vaak goed als slecht wordt besteed. Overheid en beleid Postmaterialisten zijn van mening dat ontwikkelingshulp meer een overheidstaak is dan een taak voor het bedrijfleven. Men vindt het vaker geen goed idee om een deel van het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking te geven aan bedrijven. Postmaterialisten zouden het overheidsbudget voor ontwikkelingshulp het liefst verhogen. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Postmaterialisten zijn het meest bekend met de millenniumdoelen. Onder hen bestaat ook veel draagvlak voor vrije wereldhandel. Men is meer van mening dat Europa de handelsbarrières moet opheffen zodat arme landen kunnen meeprofiteren van vrije wereldhandel. Men wil ook best extra betalen voor producten ter verbetering van de arbeidspositie van werknemers elders in de wereld. Het gaat de postmaterialist niet (alleen) om zijn eigen geld, maar om het welzijn van anderen en rechtvaardigheid. Over het algemeen ervaren de postmaterialisten geen dreiging van andere landen en/of gebieden voor hun eigen leefwereld. Een uitzondering hierop vormt hun houding ten opzichte van de Verenigde Staten, men ziet de VS vaker de als bedreiging voor de eigen levenswijze. Dit is het enige Mentality-milieu waarbij een serieuze meerderheid aangeeft de Verenigde Staten als een bedreiging te ervaren. Conclusie Samengevat bestaat onder postmaterialisten veel draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Men is vaker zelf actief op dit gebied, ziet ontwikkelingshulp als overheidstaak en is voorstander van vrije wereld handel ten behoeve van de armere landen Nieuwe conservatieven Dit milieu is te omschrijven als de liberaalconservatieve maatschappelijke bovenlaag, die alle ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar tegenstander is van sociale en culturele vernieuwing. Betrokkenheid en informatie Onder nieuwe conservatieven bestaat gemiddeld draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Men is niet meer dan gemiddeld actief, maar men heeft het afgelopen jaar wel meer dan gemiddeld gedoneerd aan organisaties voor ontwikkelingshulp. Daarnaast is men meer op de hoogte van ontwikkelingssamenwerking. Nieuwe conservatieven staan echter relatief wantrouwend tegenover informatie over ontwikkelingslanden op de Nederlandse televisie. 12
13 Overheid en beleid Nieuwe conservatieven zijn er niet helemaal van overtuigd dat ontwikkelingshulp de situatie in ontwikkelingslanden verbetert. Iets minder dan de helft geeft aan dat het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft merendeels slecht wordt besteed en dat corruptie daar de reden van is. Nieuwe conservatieven zien ontwikkelingssamenwerking niet zo zeer als overheidstaak. Men geeft minder vaak aan dat een minister of staatsecretaris verantwoordelijk zou moeten zijn voor ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast vindt men ook minder vaak dat gemeentes activiteiten op het gebied van ontwikkelingshulp zouden moeten ontplooien. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Nieuwe conservatieven hebben een voorkeur voor marktwerking en zijn dan ook voorstander van vrije wereldhandel. Men is vaker van mening dat de EU de importbelemmeringen die er voor dienen de eigen economie te beschermen moet opheffen. Men ziet China, de EU en de Verenigde Staten minder vaak als bedreigend voor de eigen manier van leven. Waarschijnlijk ligt de filosofie van de EU en de VS dichtbij de levenswijze van de nieuwe conservatieven en ziet men in China een interessante handelspartner. Conclusie Samengevat heerst onder nieuwe conservatieven gemiddeld draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Men is wel bereid te doneren, maar ziet ontwikkelingshulp niet als prioriteit voor de overheid 5. Men heeft een internationale instelling en vooral wanneer dit vrije handel betreft. Op deze manier kunnen ontwikkelingslanden zelf verantwoordelijkheid nemen en zich op een positieve manier ontwikkelen Traditionele burgerij Dit milieu is te omschrijven als de moralistische, plichtsgetrouwe en op de status-quo gerichte burgerij, die vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen. Betrokkenheid en informatie Onder traditionele burgers is met name draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking die tasbaar is, zoals kinderen adopteren, kleding of voedselpakketten sturen. Men staat minder positief tegenover meer abstracte vormen van ontwikkelingssamenwerking, zoals geld geven aan een goed doel of stemmen op politici die voor ontwikkelingssamenwerking zijn. Het is voor dit milieu van belang dat men een goede voorstelling kan maken bij de hulp die men kan bieden. Traditionele burgers staan dan ook zeer positief tegenover Unicef. Wel hebben traditionele burgers het afgelopen jaar relatief vaak persoonlijk geld gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Traditionele burgers zijn gevoelig voor 'collectief ervaren' en een speciale inzamelingsactie voor 5 Mentality-meting voor NCDO,
14 steun na een natuurramp zou daarom bij deze groep goed kunnen aanslaan. Wellicht hebben veel traditionele burgers het afgelopen jaar aan een dergelijke actie mee gedaan. Overheid en beleid Dit milieu is niet zo overtuigd dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking goed wordt besteed. Men is dan ook vaker van mening dat dit budget moet worden verlaagd. Traditionele burgers vinden het schenken van overheidsgeld aan het bedrijfsleven ter investering in ontwikkelingslanden geen goed idee. Naast dat men het onprettig vindt geen goed zicht te hebben op wat deze bedrijven dan precies doen in het buitenland, heerst binnen dit milieu ook een bepaald wantrouwen ten opzichte van het bedrijfsleven. Traditionele burgers geloven niet dat binnen 25 jaar het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, is gehalveerd. Men geeft vaker aan dat deze doelstelling geen kans van slagen heeft. De Nederlandse overheid hoeft van de traditionele burgerij niet zo zeer een actieve rol te spelen als het gaat om internationale samenwerking inzake ontwikkelingssamenwerking. Zo geeft men vaker aan de Nederlandse overheid minder geld moet schenken aan de diverse organisaties en Nederlanders ook minder topfuncties moeten bekleden bij deze organisaties. Hierbij vormt de organisatie Unicef een uitzondering. Een mogelijke verklaring ligt in de sfeer van het concrete werk dat deze organisatie doet, waarbij de traditionele burger zich een betere voorstelling kan maken. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Traditionele burgers zijn meer dan gemiddeld van mening dat de Europese werkgelegenheid gewaarborgd moet worden. Voor het opheffen van handelsbarrières of importheffingen voelt de traditionele burger dan ook weinig. Europa moet deze handelsbarrières juist handhaven. De traditionele burger vindt het dan ook vaker terecht om meer voor de schoenen te betalen als gevolg van het tegenhouden van schoenenimport uit China. Dreiging van andere landen en/of gebieden voor hun eigen leefwereld is het meest aanwezig onder traditionele burgers. Dit heeft te maken met de lokale oriëntatie van dit milieu. Men geeft vaker aan dat men in China, de EU en de moslimlanden een bedreiging voor de eigen manier van leven ziet. Conclusie Kort samengevat zijn traditionele burgers meer gevoelig voor 'tastbare' vormen van ontwikkelingshulp en collectieve acties en minder voor grote overkoepelende organisaties die zich hiermee bezig houden. Een bedrijfsmatige aanpak spreekt minder aan. Men is gericht op bescherming van de eigen levenswijze en voelt zich bedreigd door de globalisering. 14
15 1.3.7 Kosmopolieten Dit milieu bestaat uit open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden vertegenwoordigen zoals ontplooien en beleven en deze integreren met moderne waarden als maatschappelijk succes, materialisme en genieten. Betrokkenheid en informatie Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking onder kosmopolieten is relatief hoog. Men is maatschappelijk betrokken, mondiaal ingesteld en vaker op een actieve manier betrokken bij ontwikkelingswerk. Zo heeft men het afgelopen jaar vaker geld gegeven aan een goed doel, voorlichting gegeven aan mensen in ontwikkelingslanden en deelgenomen aan debatten over ontwikkelingslanden. Men geeft ook vaker aan goed geïnformeerd te zijn over ontwikkelingssamenwerking. Overheid en beleid Kosmopolieten zien ontwikkelingshulp als nuttig. Men geeft vaker aan dat indien ontwikkelingshulp goed wordt besteed, de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert. Ook over de rol van de Nederlandse overheid zijn kosmopolieten positief. Men is relatief goed op de hoogte van het overheidsbudget voor ontwikkelingsamenwerking en vindt dat dit budget gelijk moet blijven of worden verhoogd. Hiernaast zijn kosmopolieten vaker van mening dat gemeenten een samenwerkingsverband moeten aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Wat betreft internationale samenwerking vinden kosmopolieten (als enige milieu) het vaker geschikt om via professionele ontwikkelingsorganisaties ontwikkelingshulp te geven. Ze geven verder minder vaak aan dat halvering van het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft geen kans van slagen heeft. Kosmopolieten zijn internationaal georiënteerd en het is daarom niet vreemd dat binnen dit milieu weinig angst voor globalisering bestaat. Kosmopolieten geven dan ook minder vaak aan de moslimlanden als een bedreiging voor de eigen manier van leven te ervaren. Conclusie Kortom de kosmopoliet is betrokken bij en staat achter ontwikkelingssamenwerking. Men vindt het belangrijk dat de overheid actief is op dit gebied en men heeft vertrouwen in de grote internationale organisaties zoals de VN, WHO en de Wereldbank Postmoderne hedonisten Dit milieu omvat de pioniers van de beleveniscultuur, waarin experiment en het breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn. Betrokkenheid en informatie Postmoderne hedonisten zijn gemiddeld betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Men is gemiddeld actief op dit gebied. Het enige punt waarop postmoderne 15
16 hedonisten hoger scoren dan gemiddeld is het kopen van 'eerlijke' producten zoals Max Havelaar-koffie. Overheid en beleid Men is wel overtuigd van de werking van ontwikkelingssamenwerking. Zo geeft men vaker aan dat de situatie in ontwikkelingslanden verbetert als gevolg van ontwikkelingshulp en dat het merendeel van het overheidsbudget goed wordt besteed. Ook hecht men belang aan overheidsactiviteiten op dit gebied. Men geeft dan ook vaker aan dat het overheidsbudget moet worden verhoogd en dat gemeenten activiteiten moeten ontplooien op het gebied van ontwikkelingshulp. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Bij internationale samenwerking komt de individualistische, autonome instelling van de postmoderne hedonist tot uitdrukking. Men vindt namelijk vaker dat kleinere vrijwilligersorganisaties zeer geschikt zijn voor het geven van ontwikkelingshulp. Daarnaast zijn postmoderne hedonisten van alle milieus het meest voorstander van vrije wereldhandel en het opheffen van de Europese handelsbarrières. Bovendien zijn zij relatief goed op de hoogte van de millenniumdoelen. Postmoderne hedonisten zien in China, de EU en de moslimlanden vaker geen bedreiging voor de eigen manier van leven. Conclusie Samengevat bestaat onder dit milieu een gemiddeld draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Enerzijds zijn postmoderne hedonisten niet meer dan gemiddeld persoonlijk actief op dit gebied. Anderzijds is men wel overtuigd van de werking, wenst men een actieve overheid en heeft men een internationale oriëntatie met een voorkeur voor vrije wereldhandel en weinig angst dat andere landen en/of gebieden de eigen leefwereld bedreigen Gemaksgeoriënteerden Dit milieu bestaat uit impulsieve en passieve consumenten die in de eerste plaats streven naar een onbezorgd, plezierig en comfortabel leven. Betrokkenheid en informatie Gemaksgeoriënteerden staan nogal onverschillig tegenover ontwikkelingshulp. Dit milieu heeft men het afgelopen jaar het minst voor mensen in ontwikkelingslanden gedaan. Als reden hiervoor geeft men het meest aan hier gewoonweg te weinig geld voor te hebben. Ook zijn gemaksgeoriënteerden naar eigen zeggen slecht geïnformeerd over ontwikkelingssamenwerking. Overheid en beleid Gemaksgeoriënteerden hebben geen uitgesproken mening als het gaat om de werking van ontwikkelingssamenwerking of de rol van de overheid hierbij. Zij schatten het ODA-budget vaak te hoog in vergelijking met andere overheidsuitgaven en -inkomsten. 16
17 Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Inzake internationale samenwerking zijn gemaksgeoriënteerden van mening dat Nederland meer geld moet geven aan de NAVO. De verklaring hiervoor is wellicht dat gemaksgeoriënteerden een sterk gevoel van onveiligheid hebben (zowel lokaal als internationaal). Gemaksgeoriënteerden zijn lokaal georiënteerd en gericht op de eigen directe leefomgeving. Dit komt onder andere tot uiting in hun visie ten opzichte van vrije wereldhandel. Men heeft hier eigenlijk geen mening over tenzij het dicht in de buurt komt. Gemaksgeoriënteerden vinden het onterecht meer te betalen voor schoenen als gevolg van het tegenhouden van goedkope schoenen uit China. Ze zijn verder slecht op de hoogte van de millenniumdoelen. Conclusie Onder gemaksgeoriënteerden is relatief weinig draagvlak voor ontwikkelingshulp. Men is hier niet in geïnteresseerd, tenzij het gevolgen heeft voor de directe leefomgeving. 1.4 Aanbevelingen Op basis van dit onderzoek heeft Motivaction een aantal kansen en bedreigingen geformuleerd ten aanzien van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. De kans en bedreigingen worden per subthema onderscheiden en gevolgd door een of meerdere aanbevelingen. We sluiten de paragraaf af met enkele aanbevelingen voor doelgroepgerichte beleidsmarketing en communicatie. 17
18 Figuur 1.1 Kansen, bedreigingen en aanbevelingen 1/3 Kansen ODA-budget vaker te hoog dan te laag ingeschat Meer draagvlak voor verlaging dan verhoging ODA-budget Bedreigingen Aanbevelingen Betrokkenheid en informatie Groot deel bevolking betrokken bij OS vooral door donaties en giften Informatie ontwikkelingslanden op tv vaak gewantrouwd Onderzoek oorzaken wantrouwen informatie ontwikkelingslanden op tv Veel kritiek op manier waarop ODA-budget wordt besteed Corruptie vaak gezien als oorzaak Bevorder effectieve besteding ODAbudget Bevorder accountability bestedingen en meet resultaten Bevorder communicatie over behaalde resultaten Werking ontwikkelingssamenwerking OS in principe gezien als effectief Budget ontwikkelingssamenwerking Groot deel bevolking steunt ODA-budget Minderheid vindt dat Nederland tot top van donorlanden moet behoren Vraag je af of pleidooi/lobby verhoging ODA-budget zinvol is (ben je bewust van mogelijke averechtse gevolgen) Communiceer dat een meerderheid tegen verlaging van het budget is (en noem dit budget) ODA: Official Development Aid OS: Ontwikkelingssamenwerking 18
19 Figuur 1.2 Kansen, bedreigingen en aanbevelingen 2/3 Beleidsissues Rol gemeenten Millenniumdoelen Kansen Draagvlak voor samenwerking gemeenten Nederland en ontwikelingslanden Bedreigingen Gering geloof in haalbaarheid armoedereductiedoelstelling. Informeer meer en beter over millenniumdoelen en behaalde resultaten. Aanbevelingen Steun voor bedrijfsleven bij besteding ODA-budget Vervanging minister door staatssecretaris OS acceptabel Betrek bedrijfsleven meer bij besteding ODA-budget Bevorder deze samenwerking gemeenten en breng daarmee het abstracte OS terug tot meer menselijke maat (Zie ook aanbeveling 'mobiliteit' uit rapport Ontwikkelingen in de wereld en het buitenlandbeleid, 2006) Onbekendheid met millenniumdoelen Houd met formuleren communicatiedoelstellingen rekening met verschil in bekendheid tussen millenniumdoelen 19
20 Figuur 1.3 Kansen, bedreigingen en aanbevelingen 3/3 Multilaterale organisaties Vrije wereldhandel Bedreiging eigen levenswijze door andere landen Kansen Vertrouwen in professionele ontwikkelingsorganisaties en kleine vrijwilligersorganisaties voor OS Verzet tegen prijsverhoging door handelsbarrières China meestal niet gezien als bedreiging voor eigen manier van leven Bedreigingen Meer financiële steun gewenst voor WHO en Unicef Rechtstreekse hulp via overheid en EU minder geschikt gevonden voor OS Groot draagvlak handelsbarrières en importheffingen EU Moslimlanden en VS als bedreiging gezien voor eigen manier van leven Minder financiële steun gewenst voor EU, NAVO, VN en Wereldbank Aanbevelingen Meer zeggenschap gewenst van NL in EU en VN Maak inzichtelijk hoe het ODA-budget ten goede komt aan professionele ontwikkelingsorganisaties en vrijwilligersorganisaties Benadruk belang voor eigen portemonnee om importbelemmeringen ontwikkelingslanden te versoepelen Communiceer hoe OS bij kan dragen aan reductie van spanningen tussen de VS (en de hele westerse wereld) en moslimlanden 20
21 Figuur 1.4 Aanbevelingen doelgroepgerichte beleidsmarketing en communicatie Sociale milieus Vaste achterban Postmaterialisten Kosmopolieten Potentiële achterban Segment 1: Nieuwe conservatieven en traditionele burgerij Buitenstaanders Moderne burgerij Gemaksgeoriënteerden Strategie Goede relatie onderhouden en bewaken Segment 2: Postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen Stimuleren latente interesse en betrokkenheid Interesse en betrokkenheid creëren Communicatieaanpak Informeren en toelichten Aanknopingspunten ontwikkelingssamenwerking Accountability OS vergroten Segment 1: dichtbij brengen, vertalen naar persoonlijke context Segment 2: kernachtig informeren Segment 1: tastbaar maken, (tv)acties, vrijwilligerswerk, kleinschalig, concreet, persoonlijk Segment 2: Bedrijfsmatige aanpak, OS accountable maken Eigen belang centraal stellen (what's in it for me) Functie OS benadrukken in wegnemen internationale spanningen en dreiging moslimlanden Persoonlijk maken, eigen belang raken, confronteren, amuseren en verleiden Informeren over millenniumdoelen Inzicht geven in omvang ODA-budget in verhouding tot andere overheidsbedragen Betrekken bij samenwerking gemeenten NL en ontwikkelingslanden Eigen belang centraal stellen (what's in it for me) bijvoorbeeld in de vorm van loterijen en goedkope uit OS-landen geïmporteerde producten Inzet internet Actief betrekken: zichtbaar zijn op locaties waar ze komen zoals binnensteden, treinstations, dance feesten, festivals; flyeren voor en door hen Functie OS benadrukken in wegnemen internationale spanningen en dreiging moslimlanden 21
22 2 Inleiding In opdracht van NCDO heeft Motivaction International B.V. onderzoek uitgevoerd naar onderdelen van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking en internationale samenwerking. Het onderzoek vormt het startpunt van een jaarlijk onderzoek naar draagvlak onder de Nederlandse bevolking en de verschillende Mentality-milieus. Omdat niet alle onderdelen van het draagvlak onderzocht kunnen worden door middel van publiek opinieonderzoek verzamelt NCDO aanvullende data op andere manieren; deze gegevens zijn niet in dit rapport opgenomen. 2.1 Achtergrond van het onderzoek De missie van NCDO kan als volgt worden omschreven: "NCDO heeft ten doel het maatschappelijke en politieke draagvlak in Nederland voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling te handhaven en te versterken. NCDO geeft uitvoering aan haar doelstelling door brede publiekscommunicatie en voorlichting, door investeringen in publieke meningsvorming, door (mede-) financiering van activiteiten waarmee burgers vanuit eigen kracht en motivatie hun verantwoordelijkheid nemen, en door publieksonderzoek en publicaties. NCDO stimuleert de betrokkenheid van burgers bij, en participatie in, beleid van de Nederlandse overheid. Vanaf 2007 gaat NCDO communiceren over resultaten van inspanningen van overheid en burgers en, in verbinding daarmee, over het Europese internationale beleid. In dit onderzoek zijn ook vragen ter voorbereiding op het nieuwe beleidskader gesteld. Door genoemde doelstellingen na te streven draagt NCDO bij aan de realisatie van de doelen zoals geformuleerd in de VN Millenniumverklaring van New York 2000." 6 Om inzicht te krijgen in het maatschappelijke draagvlak voor ontwikkelingshulp en internationale samenwerking en aanknopingspunten te verkrijgen voor handhaving en versterking hiervan, peilt NCDO regelmatig het draagvlak door middel van grootschalig, empirisch onderzoek onder de bevolking. In 2006 is ervoor gekozen een nieuw, uitgebreider instrument te ontwikkelen om draagvlak te meten. Er zal niet meer alleen zoals voorheen gekeken worden naar het percentage van de bevolking dat het huidige overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking (ODA) steunt en het bedrag aan giften, maar ook andere indicatoren zullen onder de loep worden genomen. In onderling overleg hebben Motivaction en NCDO enkele van deze indicatoren geoperationaliseerd en is de vragenlijst zoals die voorheen werd gebruikt, hierop aangepast. De meting van 2006 geldt als nulmeting voor de periode NCDO Beleidskader
23 Een andere wijziging is dat ditmaal gebruik is gemaakt van het online panel van Motivaction ("StemPunt.nu"), aangevuld met schriftelijke vragenlijsten. Voorheen werd gebruik gemaakt van telefonische enquêtes. Naast de rechte tellingen zijn in dit onderzoek voor het eerst resultaten van draagvlak uitgesplitst naar Mentality-milieus. NCDO gebruikt het segmentatiemodel Mentality om invulling te geven aan haar gedifferentieerde doelgroepbenadering. 2.2 Doelstelling en probleemstelling De doelstelling van het onderzoek is: Kennis en inzicht geven in de publieke opinie betreffende onderwerpen van internationale samenwerking die deel uitmaken van het draagvlak voor internationale samenwerking. Op basis van deze inzichten kunnen NCDO en andere belanghebbenden het draagvlak zo effectief mogelijk onderhouden en versterken. De probleemstelling is vierledig en luidt: In welke mate en op welke manier is de Nederlandse bevolking betrokken bij ontwikkelingssamenwerking? Welke opvattingen bestaan er over de manier waarop ontwikkelingssamenwerking vorm moet krijgen en de rol van de overheid daarin? Welke opvattingen bestaan er over internationale samenwerking? Welke opvattingen en houding hebben de verschillende Mentalitymilieus? NCDO wil door middel van de draagvlakmonitor 2006 inzicht verkrijgen in onder meer de volgende vraagstukken: Betrokkenheid en informatie In hoeverre is de bevolking betrokken bij ontwikkelingslanden? Wat zijn de uitingsvormen van deze betrokkenheid? In welke mate zijn Nederlanders naar hin eigen mening op de hoogte van wat er in ontwikkelingslanden gebeurt? Hoe betrouwbaar vindt men informatie over ontwikkelingslanden op televisie? Overheid en beleid Wat is de werking van ontwikkelingssamenwerking? Heeft men er vertrouwen in dat het overheidsbudget aan ontwikkelingshup goed wordt besteed? Hoeveel draagvlak is er voor het huidige ODA-budget. Hoe goed schat men dit budget? Hoe denkt men over remittances? Is er steun voor meer samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven bij besteding van het ontwikkelingsbudget? In hoeverre is het gewenst dat gemeenten een actievere rol op zich nemen bij ontwikkelingssamenwerking? Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Hoe bekend zijn de millenniumdoelen onder Nederlanders? In welke type multilaterale organisaties hebben Nederlanders het meeste vertrouwen? Hoeveel geld moet er de beschikbaar worden gesteld voor deze organisaties? Hoe kijkt men 23
24 aan tegen handelsbarrières en importheffingen? Welke landen en/of gebieden worden ervaren als een bedreiging voor de eigen leefwereld? 2.3 Methode van onderzoek Dit is de nulmeting van enkele van de door NCDO onderscheiden draagvlakindicatoren voor internationals samenwerking. NCDO is voornemens dit onderzoek jaarlijks te herhalen. Er zijn twee steeproeven getrokken: Nederland representatief en een 'boost'. Nederland representatief, mixed mode Gekozen is voor een mixed mode opzet. Enerzijds zijn er respondenten tussen de jaar via een webmeting in het StemPunt.nu-Panel van Motivaction benaderd. Om ook oudere respondenten, die niet goed zijn vertegenwoordigd in internetpanels, voldoende te kunnen betrekken in het onderzoek is er een aanvullende, schriftelijke meting gedaan. Hierbij zijn jarigen benaderd. In totaal hebben respondenten tussen 15 en 80 jaar deelgenomen aan het onderzoek 'Nederland representatief'. Van alle respondenten waren zowel sociodemografische kenmerken als Mentality-milieus al bekend. Boost postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen Een specifieke wens van NCDO is de komende jaren speciaal aandacht te besteden aan het draagvlak onder de NCDO-doelgroepen opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten. NCDO streeft ernaar het draagvlak onder deze doelgroepen jaarlijks met 2% te doen stijgen. Om een dergelijke ambitieuze maar statistisch gezien erg kleine toename vast te kunnen stellen, dient een extra grote steekproef onder deze doelgroepen te worden getrokken. Om een toename van bijvoorbeeld 70 naar 72% als statistisch significant te kunnen aanmerken, dient de steekproef minimaal te zijn. Een jaarlijkse steekproef van postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen zal erg kostbaar worden. Om de kosten beperkt te houden en toch iets zinnigs te kunnen zeggen over de ontwikkeling van draagvlak onder deze milieus, hebben we ten eerste besloten dit niet te toetsen onder postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen apart maar onder deze groepen samen genomen. Ten tweede hebben we besloten niet elk jaar 2% groei te toetsen maar na 2 jaar 4% groei, na 3 jaar 6% en na 4 jaar 8%. Het is namelijk makkelijker met een beperkte steekproef vast te stellen of een groot verschil significant is dan een klein verschil. Aangezien na meerdere jaren het verschil dat we verwachten steeds groter wordt, wordt het met de jaren makkelijker een significant verschil vast te stellen. Om een statistische significante toename vast te kunnen stellen is er een aparte boost met een n van tenminste 905 nagestreefd voor postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen samen, zodat de totale n voor deze groepen uitkomt op tenminste Doordat de boost hoger is uitgevallen (n=1.178) dan gepland is de uiteindelijke gerealiseerde steekproef onder deze twee milieus n=
25 Weging Er is een weging uitgevoerd om de data zo representatief mogelijk te maken voor de Nederlandse bevolking. Tevens is een aparte weging uitgevoerd voor NCDOdoelgroep postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen tezamen. Bij de weging is gebruik gemaakt van een Propensity-weging om te corrigeren voor de invloed van internetpanel steekproeven. De volgende weegvariabelen zijn gehanteerd: geslacht, leeftijd, opleiding, Nielsen-regio en Mentality. In de bijlagen zijn zowel de weegspecificatie van de steekproef voor Nederland representatief als voor de boost opgenomen. 2.4 Leeswijzer In dit rapport worden de resultaten van de nulmeting 'Barometer Internationale Samenwerking 2006' beschreven. In hoofdstuk 3 gaan we in op de resultaten van het onderzoek over de gehele bevolking. In hoofdstuk 4 worden voor elk milieu afzonderlijk de significante verschillen beschreven. In hoofdstuk 5 wordt kort ingegaan op de resultaten onder de NCDO-doelgroep opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten. Significante verschillen worden in het rapport met een kleur aangeven. Hierbij geldt: rood is meer dan het gemiddelde, blauw is minder dan het gemiddelde. 25
26 3 Draagvlak onder de Nederlandse bevolking In dit hoofdstuk worden alleen de onderzoeksresultaten voor de gehele Nederlandse bevolking beschreven. In paragraaf 3.1 worden de betrokkenheid bij en informatie over ontwikkelingssamenwerking behandeld. Paragraaf 3.2 behandelt de resultaten rondom overheid en beleid. Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp komen in paragraaf 3.3 aan de orde. 3.1 Betrokkenheid en informatie Vier op de tien Nederlanders heeft de afgelopen 12 maanden iets gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden, 55% niet. Tabel 3.1 Heeft u de afgelopen 12 maanden iets gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden? ja 40 nee 55 weet niet/geen mening 5 De groep die aangeeft iets te hebben gedaan ten behoeve van ontwikkelingsamenwerking noemt de volgende activiteiten het meest 7 : geld geven/sturen ten behoeve van een goed doel (79%) tv programma's kijken of lezen over het leven in ontwikkelingslanden (38%) producten kopen in wereldwinkels of fair trade winkels (31%) het kopen van Max Havelaar koffie/thee of andere eerlijke producten (22%) Relatief weinig worden activiteiten genoemd als een kind uit ontwikkelingsland adopteren/pleeggezin zijn (4%) informatie verzamelen over ontwikkelingslanden (4%) zelf acties opzetten voor ontwikkelingslanden (3%) deelnemen aan debatten en lezingen over ontwikkelingslanden (2%) voorlichting geven aan mensen in ontwikkelingslanden (1%) in Nederland mensen uit ontwikkelingslanden opleiden (1%) meespelen in loterij met goed doel (1%). 7 De antwoordcategorieën van deze vraag zijn overgenomen uit een vorig onderzoek. In dit vorige onderzoek betrof dit een open vraag. Overwogen wordt om deze vraag in de toekomst weer als open vraag te stellen. 26
27 Zo'n 55% van de Nederlanders geeft aan de afgelopen 12 maanden niets te hebben gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden. Met een open vraag is nagegaan welke reden men hiervoor heeft. Het vaakst worden redenen genoemd als: het hebben van geen of weinig geld (35%) wordt gedaan of zou moeten worden gedaan door de regering (16%) denk niet dat ik iets kan doen, helpt toch niet (15%) geen interesse (8%) De helft van de Nederlanders (49 procent) zegt in 2005 een donatie te hebben gedaan aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Dit percentage ligt iets hoger dan de 40% die aangeeft de afgelopen 12 maanden iets te hebben gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden. Een verklaring voor dit verschil is dat men geld doneren aan ontwikkelingslanden in eerste instantie niet ziet als persoonlijk iets doen voor ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast wordt er bij de ene vraag gerefereerd naar een tijdpad van de afgelopen 12 maanden en bij de andere vraag naar het jaar Van deze groep van 49% is het gemiddeld gedoneerde bedrag in 2005, 111 euro procent zegt vorig jaar niets gegeven te hebben. Twee op de tien mensen geven een bedrag van meer dan 100 euro, de hoogte van deze bedragen trekt het gemiddeld gedoneerde bedrag omhoog. 17% geeft tussen de 51 en 100 euro. Een op de drie mensen geeft tussen de 20 en 50 euro en een even zo grote groep geeft minder dan 20 euro. Tabel 3.2 Hoeveel euro's heeft u vorig jaar (2005) ongeveer persoonlijk gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden? Ongeveer euro <=20 euro t/m 50 euro t/m 100 euro 17 >100 euro 20 8 Dit is een relatief hoog bedrag per persoon. Enerzijds is de oorzaak zijn dat er een kleine groep respondenten is die een zeer hoog bedrag noemt waardoor het gemiddelde bedrag per persoon sterk stijgt. Anderzijds kan de neiging tot sociaalwenselijke antwoorden een rol spelen: men zegt meer geld te doneren dan men daadwerkelijk doet. 27
28 Drie op de tien Nederlanders is van mening dat men goed op de hoogte is wat er in ontwikkelingslanden gebeurt, 58% geeft aan slecht op de hoogte te zijn. Tabel 3.3 Hoe goed bent u naar uw mening op de hoogte van wat er in ontwikkelingslanden gebeurt? goed 32 slecht 58 weet niet 9 15% denkt dat de informatievoorziening omtrent ontwikkelingslanden op de Nederlandse televisie meestal correct is. 9 procent denkt dat het meestal onjuist is. De grootste groep, 66%, heeft het idee dat de berichtgeving soms correct maar ook soms onjuist is. Uit de resultaten blijkt dat de betrokkenheid bij ontwikkelingslanden vooral tot uiting komt in het geven van geld aan een goed doel. De helft van de Nederlanders heeft in 2005 gedoneerd aan ontwikkelingslanden. Op het gebied van informatievoorziening over ontwikkelingslanden, zegt eenderde goed op de hoogte te zijn van wat er gebeurt in ontwikkelingslanden. 3.2 Overheid en beleid Geloof in de werking van ontwikkelingssamenwerking Vier op de tien Nederlanders gelooft dat indien ontwikkelingshulp goed wordt besteed de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert. Zo'n 34% denkt dat hulp soms de situatie wel verbetert en soms niet. Tabel 3.4 Stel dat ontwikkelingshulp altijd goed wordt besteed, denkt u dat dan de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert? ja, situatie verbetert 43 tussenin 34 nee, situatie verbetert niet 23 15% denkt dat het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingshulp over het algemeen goed wordt besteed. Vier op de tien Nederlanders denkt dat het even vaak goed als slecht wordt besteed, 37% denkt dat het merendeels slecht wordt besteed. 28
29 Tabel 3.5 Denkt u dat het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingshulp over het algemeen goed wordt besteed? ja, merendeels goed besteed 15 even vaak goed als slecht besteed 41 nee, merendeels slecht besteed 37 weet niet/geen mening 8 Als mogelijke redenen dat geld aan ontwikkelingshulp niet goed wordt besteed, wordt in een open vraag corruptie verreweg het meest genoemd (50%). Men gelooft in het principe van ontwikkelingssamenwerking. Of het overheidsbudget altijd goed wordt besteed, wordt betwijfeld. Een op de twee Nederlanders noemt corruptie als mogelijke reden dat het geld niet op de juiste plek aankomt Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Men is gevraagd een schatting te maken (open vraag) hoeveel miljard euro de Nederlandse overheid jaarlijks uitgeeft aan ontwikkelingshulp, het zogenaamde ODA-budget. Zo'n 47% van de Nederlanders schat dat de overheid jaarlijks tussen de 2 en 6 miljard besteedt aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is tussen de 50% en 150% van het werkelijke budget (4 miljard). 9 19% van de Nederlanders schat dat er minder dan 2 miljard aan ontwikkelingshulp wordt besteed, als laagst genoemde bedrag wordt 0 miljard genoemd. 34% denkt dat er meer dan 6 miljard wordt besteed, het hoogst geschatte bedrag is 1000 miljard. Het gemiddeld geschatte bedrag binnen de groep die denkt dat er meer dan 6 miljard wordt besteed is 43,6 miljard. Tabel 3.6 Hoeveel miljard euro denkt u dat de Nederlandse overheid jaarlijks ongeveer uitgeeft aan ontwikkelingshulp? te laag (<2 mld euro) 19 goed (2-6 mld euro) 47 te hoog (>6 mld euro) 34 Een andere manier om te achterhalen hoe goed men op de hoogte is van de omvang van het ODA-budget is door het te vergelijken met andere bedragen op de Rijksbegroting: De volgende drie bedragen zijn hoger dan het ODA-budget, namelijk tussen de 5 en 6 miljard euro: bijstandsuitkeringen inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting 9 In de online vragenlijst zijn op het laatste moment nog aanpassingen gemaakt, terwijl de schriftelijke vragenlijst al was verstuurd. We rapporteren hier alleen de schattingen zoals die uit het online onderzoek naar voren komen. Bij een volgende meting zal weer uitgegaan moeten worden van één vraagstelling. 29
30 inkomsten uit aardgas Het volgende bedrag ligt tussen de 2,5 en 3 miljard en is daarmee lager dan het ODA-budget: inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting De uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking worden lager geschat dan die aan een tweetal andere beleidsterreinen. Drie op de vier Nederlanders denkt terecht dat de overheid meer geld uitgeeft aan de Europese Unie dan aan ontwikkelingssamenwerking. Een kleine meerderheid (55%) van de Nederlanders denkt terecht dat de Nederlandse overheid meer uitgeeft aan bijstandsuitkeringen dan aan ontwikkelingssamenwerking. Tabel 3.7 Geeft de Nederlandse overheid volgens u meer geld uit aan ontwikkelingssamenwerking of aan afdrachten aan de Europese Unie? meer aan afdrachten aan de Europese Unie 76 meer aan ontwikkelingssamenwerking 24 Tabel 3.8 Geeft de Nederlandse overheid volgens u meer geld uit aan ontwikkelingssamenwerking of aan bijstandsuitkeringen in Nederland? meer aan bijstandsuitkeringen 55 meer aan ontwikkelingssamenwerking 45 Volgens tweederde van de Nederlanders (66%) zijn de inkomsten van de overheid uit wegenbelasting groter dan de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking. Dit is een onjuiste inschatting. De opbrengsten van aardgas worden tevens hoger geschat dan de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking (71%). Dit is wel weer een juiste inschatting. 30
31 Tabel 3.9 Wat is volgens u een hoger bedrag, de inkomsten van de overheid uit wegenbelasting of de uitgaven van de overheid aan ontwikkelingssamenwerking? hoger zijn de inkomsten uit wegenbelasting 66 hoger zijn de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking 34 Tabel 3.10 Wat is volgens u een hoger bedrag, de inkomsten van de overheid uit aardgas of de uitgaven van de overheid aan ontwikkelingsssamenwerking? hoger zijn de inkomsten uit aardgas 71 hoger zijn de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking 29 Steun budget Bijna tweederde steunt het huidige budget van de overheid voor ontwikkelingssamenwerking of vindt dat er meer moet worden besteed. Zo'n 46% geeft aan dat het huidige budget in de toekomst gelijk kan blijven. En 17 % is voor een verhoging van dat budget. 37% is voor een vermindering van het budget. Tabel 3.11 Moet de Nederlandse ontwikkelingshulp vergroot worden, gelijk blijven of verminderd worden? vergroot worden 17 gelijk blijven 46 verminderd worden 37 Aan de groep die aangeeft een verhoging te willen, is gevraagd hoeveel meer de ontwikkelingshulp zou moeten zijn. Men geeft het meest (37%) een verhoging van 10% aan. Een op de vier mensen stelt een budgetverhoging van 25% voor. Tabel 3.12 U heeft aangegeven dat Nederland meer geld aan ontwikkelingshulp moet besteden. Hoeveel meer zou het volgens u ongeveer moeten zijn? echt klein, ongeveer 3% erbij 5 iets groter, ongeveer 10% erbij 37 vrij groot, een kwart erbij 26 groot, de helft erbij 7 zeer groot, een verdubbeling 14 weet niet/geen mening 11 Zo'n 37% geeft aan dat het budget moet worden verlaagd. Daarvan geeft eenderde aan dat het bedrag gehalveerd moet worden. Een kwart van de Nederlanders vindt dat het budget met een kwart moet worden verlaagd. 31
32 Tabel 3.13 U heeft aangegeven dat Nederland minder geld aan ontwikkelingshulp moet besteden. Hoe groot moet de verlaging volgens u zijn? echt klein, ongeveer 3% eraf 6 iets groter, ongeveer 10% eraf 16 vrij groot, een kwart eraf 25 groot, de helft eraf 32 zeer groot, niets meer geven 15 weet niet/geen mening 6 Het percentage mensen die het budget willen verlagen is groter dan de groep die voor verhoging is. Bovendien willen zij verhoudingsgewijs grotere verlagingen dan de groep die voor budgetverhoging is. Men geeft relatief het meest (32%) aan dat het ODA-budget moet worden gehalveerd. Zo'n 37% van de mensen steunt dat Nederland - in vergelijking met andere landen - relatief veel geld uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. 45% is van mening dat Nederland in de toekomst evenveel geld moet gaan uitgeven als andere landen. Terwijl 18% vindt dat Nederland relatief weinig moet besteden aan ontwikkelingssamenwerking en minder moet gaan geven dan andere landen. Tabel 3.14 In vergelijking met de meeste andere landen geeft Nederland relatief veel geld uit aan ontwikkelingsamenwerking. Vindt u dat het zo moet blijven of moeten we evenveel uitgeven als andere landen of minder? evenveel als meeste andere landen 45 moet zo blijven (relatief veel geven) 37 minder dan meeste andere landen (relatief weinig geven) Enkele actuele issues Bedrijfsleven Mogelijke samenwerkingsvormen tussen de overheid en bedrijfsleven bij besteding ontwikkelingsbudget vinden positief gehoor in Nederland. Zes op de tien Nederlanders (59 procent) vindt het een goed idee als de overheid een gedeelte van het budget voor ontwikkelingssamenwerking geeft aan bedrijven die dat investeren in ontwikkelingslanden. Een kwart (27 procent) van de Nederlanders is hier niet enthousiast over. Geld- en goederenstroom van migranten Veel mensen in Nederland, die afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden, sturen geld of goederen naar hun familie in het land van herkomst. 60% vind dit een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Een derde (34 procent) vind dit geen vorm van ontwikkelingssamenwerking 32
33 Minister of staatssecretaris Een ander issue is of er in de volgende regering een minister voor ontwikkelingssamenwerking moet komen of dat men vindt dat het ook een staatsecretaris kan zijn. Hierbij is vermeld dat een minister meer invloed heeft dan een staatsecretaris. Volgens 44% van de Nederlanders mag dit ook een staatssecretaris zijn. Een kwart van de Nederlanders (25 procent) vindt dat het een minister moet zijn, terwijl 15% vindt dat het geen minister en ook geen staatssecretaris hoeft te zijn. 3.3 Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Bekendheid en slagingskans millenniumdoelen Een kwart van de Nederlanders geeft aan (wel eens) gehoord te hebben van de millenniumdoelen. Zeven op de tien Nederlanders geeft aan hier niet van te hebben gehoord. Tabel 3.15 Heeft u wel eens van de millenniumdoelen gehoord? ja 10 geloof van wel 16 nee 69 weet niet/geen mening 6 Op de vraag 'Heeft u wel eens van de millenniumdoelen gehoord?' geeft 26% aan 'ja' of 'geloof van wel'. Aan hen is gevraagd één of meerdere doelen te noemen. Middels open antwoorden weet 47% een juist millenniumdoel te noemen, 53% niet. Tabel 3.16 Een goed milleniumdoel genoemd niet 53 wel 47 33
34 Onder de 47% die daadwerkelijk een goed millenniumdoel noemt, is het millenniumdoel 'armoede halveren en minder mensen honger' het meest bekend. 59% noemt dit doel. Ongeveer drie op de tien mensen noemt het doel 'elk kind naar school' en 'bestrijding van HIV/AIDS. Het verbeteren van de gezondheid van moeders staat nog niet op de publieke agenda, het wordt geen enkele keer genoemd. Tabel 3.17 (basis=47% die een goed millennium doel noemt) Kunt u hieronder één of meer millenniumdoelen noemen? De armoede halveren en minder mensen honger 59% Elk kind naar school 30% Bestrijding van HIV/AIDS, malaria en andere dodelijke ziektes 28% Iedereen schoon drinkwater en minder mensen in sloppenwijken 18% Mannen en vrouwen gelijkwaardig 9% Minder kindersterfte 9% Toegang tot betaalbare medicijnen en een eerlijk handelssysteem, minder schulden voor ontwikkelingslanden 8% Verbetering van de gezondheid van moeders 0% Op de vraag over of het haalbaar is dat over 25 jaar het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, is gehalveerd, schat slechts 1% dat dit doel een hoge slagingskans heeft. De meerderheid (57%) schat de slagingskans laag in. Een kwart van de mensen denkt zelfs dat er geen kans van slagen is. Tabel 3.18 Een internationale doelstelling is dat in een periode van 25 jaar (tussen 1990 en 2015) het aantal mensen in de wereld dat onder de armoedegrens leeft, is gehalveerd. Hoe groot denkt u dat de kans van slagen is? geen kans van slagen 25 kleine kans van slagen 57 50/50 16 grote kans 1 slaagt zeker 0 34
35 3.3.2 Waardering ontwikkelingshulp/samenwerking via diverse kanalen Onder een groot deel van de Nederlandse bevolking bestaat meer vertrouwen in ontwikkelingshulp via professionele ontwikkelingsorganisaties dan rechtstreeks via de overheid Men vindt professionele ontwikkelingsorganisaties (45%), kleine vrijwilligersorganisaties (37%) en de VN (29%) zeer geschikt voor het geven van ontwikkelingshulp. Minder vaak als zeer geschikt kanaal aangemerkt worden de Nederlandse overheid (rechtstreeks naar ontwikkelingslanden, 20%) en de EU (11%). Tabel 3.19 Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? zeer geschikt via professionele ontwikkelingsorganisaties 45 via kleinere vrijwilligersorganisaties 37 via Verenigde Naties of VN-organisaties 29 van de Nederlandse overheid rechtstreeks naar de ontwikkelinslanden 20 via Europese Unie 11 niet geschikt van de Nederlandse overheid rechtstreeks naar de ontwikkelinslanden 37 via Europese Unie 32 via Verenigde Naties of VN-organisaties 21 via kleinere vrijwilligersorganisaties 18 via professionele ontwikkelingsorganisaties Rol van de gemeenten Er is draagvlak voor actieve betrokkenheid van gemeenten bij ontwikkelingssamenwerking. Eén op de drie mensen vindt ook dat het bestuur van de gemeente waar ze wonen iets moet doen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Zo'n 48% geeft aan dit niet verwachten van het gemeentebestuur. Tabel 3.20 Vindt u dat het bestuur van de gemeente waar u woont iets moet doen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking? ja 32 nee 48 weet niet/geen mening 20 De helft van de Nederlanders vindt dat hun gemeente een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om de situatie daar te verbeteren. Dit is een hoger percentage dan de groep die vindt dat het bestuur van de gemeente waar men woont iets moet doen aan ontwikkelingssamenwerking. Kennelijk krijgen initiatieven van het gemeentebestuur meer 35
36 steun dan initiatieven waarbij gemeente en bestuur niet direct gekoppeld is. Dit past in het algemene beeld van minder vertrouwen in de overheid. Tabel 3.21 Kunt u aangeven in hoeverre u het eens bent met de volgende stelling.mijn gemeente moet een samenwerkingsverband aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om de situatie daar te verbeteren. oneens 51 eens Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Ongeveer een op de drie Nederlanders vindt dat de overheid meer geld moet geven aan de WHO, gevolgd door Unicef (26%), Unesco (12%), VN (6%), Wereldbank (5%), NAVO (3%) en Europese Unie (2%). In verhouding is er een grotere groep Nederlanders die vindt dat er in de toekomst evenveel of zelfs minder geld aan deze partijen moet worden besteed. 36
37 Tabel 3.22 Vindt u dat de Nederlandse overheid in de toekomst meer, evenveel of minder geld moet geven aan deze organisaties? meer aan Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 29 Unicef 26 UNESCO 12 Verenigde Naties 6 Wereldbank 5 NAVO 3 Europese Unie 2 evenveel aan Unicef 49 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 48 UNESCO 47 Verenigde Naties 43 Wereldbank 40 NAVO 33 Europese Unie 29 minder aan Europese Unie 56 NAVO 51 Verenigde Naties 37 Wereldbank 35 UNESCO 22 Unicef 14 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 12 Twee op de tien mensen vindt dat Nederlanders in de toekomst meer topfuncties moeten krijgen bij de Europese Unie. Minder vaak wordt dit gewenst bij de organisaties WHO (18%), VN (16%), Unicef (15%), NAVO (13%), de Wereldbank (12%) en UNESCO (11%). In verhouding is er een grote groep mensen die vindt dat het huidige aantal topfuncties voor Nederlanders in de toekomst kan worden gehandhaafd of verkleind. 37
38 Tabel 3.23 Vindt u dat in de toekomst meer, evenveel of minder Nederlanders topfuncties moeten hebben bij deze organisaties? meer aan Europese Unie 19 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 18 Verenigde Naties 16 Unicef 15 NAVO 13 Wereldbank 12 UNESCO 11 evenveel aan UNESCO 37 Unicef 37 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 36 Wereldbank 36 Verenigde Naties 34 NAVO 33 Europese Unie 32 minder aan NAVO 25 Europese Unie 21 Verenigde Naties 21 Wereldbank 21 UNESCO 20 Unicef 18 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 17 Ongeveer vier op de tien Nederlanders vindt dat Nederland meer te zeggen moet krijgen bij de Europese Unie, gevolgd door VN (31%), NAVO (27%), WHO (26%), Unicef (24%), Wereldbank (22%) en UNESCO (20%). Nog iets vaker vindt men over het algemeen dat Nederland evenveel moet kunnen blijven zeggen. 38
39 Tabel 3.24 Vindt u dat Nederland in de toekomst meer, evenveel of minder te zeggen moet krijgen bij deze organisaties? meer aan Europese Unie 38 Verenigde Naties 31 NAVO 27 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 26 Unicef 24 Wereldbank 22 UNESCO 20 evenveel aan Unicef 48 UNESCO 47 Wereldbank 46 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 46 NAVO 43 Verenigde Naties 41 Europese Unie 35 minder aan NAVO 8 UNESCO 7 Wereldbank 7 Verenigde Naties 7 Europese Unie 6 Unicef 6 Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 6 Bovenstaande drie vragen gaan over de mate waarin de bevolking voorstander is van actieve betrokkenheid van Nederland bij multilaterale organisaties die een belangrijke rol spelen in armoedebestrijding. Op de vraag of de Nederlandse overheid in de toekomst, meer, evenveel of minder geld moet geven aan opgegeven multilaterale organisaties, blijkt dat er in verhouding een grotere groep is die vindt dat er evenveel en zelfs minder moet worden besteed, dan meer. Hetzelfde geldt voor de vraag of Nederlanders meer topfuncties moeten krijgen. Ook daarbij is de groep voor handhaving of vermindering van het huidige aantal posities het grootst. Wellicht speelt het feit dat Nederland momenteel een aantal hoge posities heeft bij sommige multilaterale organisaties een rol. Er is relatief veel behoefte aan dat Nederland meer inspraak krijgt bij de EU en de VN. Mogelijk heeft dit ermee te maken dat de bevolking denkt dat Nederlandse belangen sterk in het geding zijn bij deze organisaties in verband met bijvoorbeeld betalingen aan de EU en inzet van Nederlandse troepen voor vredesmissies. 39
40 3.3.5 Vrije wereldhandel, handelsbarrières en importheffingen De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Als deze opgeheven worden kunnen ontwikkelingslanden zonder belemmeringen naar Europa exporteren waardoor zij mogelijk minder armoede hebben. Dit kan daarentegen betekenen dat Europese boeren failliet kunnen gaan of ontslagen kunnen vallen in Europese bedrijven. Aan de hand van dit dilemma en een actuele case over het tegenhouden van schoenen uit China hebben Nederlanders hun mening gegeven over vrije wereldhandel en handelsbarrières. Zo'n 61% vindt dat ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa. Tabel 3.25 Vindt u dat ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa? ja 61 nee 28 weet niet/geen mening 11 De EU hanteert importbelemmeringen om de eigen economie te beschermen, 49% vindt dat deze moeten worden gehandhaafd, 30% vindt dat ze moeten worden opgeheven. Bij de vorige vraag 'Vindt u dat ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa', gaf 61% aan het hiermee eens te zijn. Als er echter wordt aangegeven waarom de EU importbelemmeringen heeft (namelijk om de eigen economie te beschermen), dan neemt de steun voor het opheffen van handelsbarrières af. Tabel 3.26 Vindt u dat de Europese Unie importbelemmeringen, die dienen om de eigen economie te beschermen, moet handhaven of opheffen? handhaven 49 opheffen 30 weet niet/geen mening 20 Zo'n 36% is van mening dat de EU handelsbarrières en importheffingen die Europese werknemers beschermen moet handhaven. Een kwart van de Nederlanders is voor het opheffen daarvan ten gunste van het verminderen van armoede in ontwikkelingslanden De volledige vraag is als volgt 'De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Als deze opgeheven worden kunnen ontwikkelingslanden zonder belemmeringen naar Europa exporteren waardoor zij minder armoede hebben. Dit betekent wel dat Europese boeren failliet kunnen gaan of ontslagen kunnen vallen in Europese bedrijven. Kunt u op onderstaande schaal aangeven of u het meer eens bent met het handhaven of opheffen van deze handelsbarrières en importheffingen.' De schaal die hiervoor is gebruikt is een semantische differentiaal met bipolaire 40
41 Tabel 3.27 De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Bent u het meer eens met het handhaven of opheffen van deze handelsbarrières en importheffingen. Handhaven: beschermen Europese werknemers 36 Opheffen:verminderen armoede ontwikkelingslanden 24 Op het moment dat maximum hoeveelheden worden overschreden, vindt 47% het terecht dat de EU de import van schoenen uit China wil verbieden, 40% vindt dit onterecht. Tabel 3.28 De Europese Unie wil de import van schoenen uit China verbieden als maximum hoeveelheden worden overscheden. Vindt u deze beperking die de Europese Unie stelt terecht, of vindt u dat China vrij moet kunnen exporteren? ja, beperking terecht 47 nee, China moet vrij kunnen exporteren 40 weet niet/geen mening 13 54% van de Nederlanders vindt het terecht dat de EU de werkgelegenheid beschermt in schoenenfabrieken in landen als Italië, Portugal en Spanje door de import van schoenen uit China te beperken. Hieruit blijkt dat indien het gaat om bescherming van de werkgelegenheid van mensen binnen de EU, men minder vaak voorstander is van vrije handel. Tabel 3.29 De Europese Unie wil de import van schoenen uit China beperken om de werkgelegenheid in schoenenfabrieken in landen als Italië, Spanje en Portugal te beschermen. Vindt u dat terecht? ja 54 nee 34 weet niet/geen mening 12 uiteinden. Dit betekent dat twee tegenstellingen zijn gebruikt en tevens geen middencategorieën dus alleen 1 handhaven en 5 opheffen zijn benoemd. De scores 1 en 2 zijn samengevoegd tot handhaven en 4 en 5 tot opheffen, de middencategorie is neutraal. Apart is de keuzemogelijkheid 'weet niet' gegeven. 41
42 Men is echter relatief weinig bereid zelf de tol van importheffingen op schoenen uit China te betalen. 54% vindt het onterecht als deze beperkende maatregelen ertoe leiden dat ze in de winkel méér moeten betalen voor schoenen. 11 Tabel 3.30 Het tegenhouden van deze schoenenimporten kan ertoe leiden dat u in de winkel méér moet betalen voor schoenen. Vindt u dat terecht? ja 38 nee 54 weet niet/geen mening 8 Samenvattend kan gesteld worden dat het merendeel van de bevolking vindt dat ontwikkelingslanden de kans moeten krijgen vrij te exporteren. Er is echter veel draagvlak voor handelsbarrières en importheffingen binnen Europa zodra argumenten worden genoemd dat dit dient om de economie binnen Europa te beschermen Er is minder animo voor importheffingen op bijvoorbeeld schoenen als daardoor de verkoopprijs stijgt Dreiging andere landen eigen leefwereld Respondenten is het volgende voorgelegd: ontwikkelingen in sommige landen kunnen (in de toekomst) van invloed zijn op uw manier van leven, sommigen zien dat als positief, anderen vinden het een bedreiging. Vervolgens is van een aantal landen of gebieden (China, moslimlanden, EU en de VS) gevraagd of men denkt dat deze een bedreiging zijn voor de eigen manier van leven. Een op de drie Nederlanders ervaart China als een bedreiging voor de eigen manier van leven, 62% is het hiermee oneens. Men ervaart moslimlanden relatief vaak (63%) als een bedreiging voor de eigen manier van leven. Een op de drie Nederlanders ziet de EU als een bedreiging voor de eigen leefstijl. Zo'n 45% ziet de VS als een bedreiging voor de eigen levenswijze 11 Mensen kunnen inconsequent zijn in hun opinies: men wil de import van schoenen uit China aan banden leggen maar niet zelf de prijs voor duurdere schoenen betalen. 42
43 Tabel 3.31 Denkt u dat China een bedreiging is voor uw manier van leven? ja 29 nee 62 weet niet 9 Denkt u dat de moslimlanden een bedreiging zijn voor uw manier van leven? ja 63 nee 30 weet niet 7 Denkt u dat de Europese Unie een bedreiging is voor uw manier van leven? ja 33 nee 58 weet niet 8 Denkt u dat de Verenigde Staten een bedreiging zijn voor uw manier van leven? ja 45 nee 47 weet niet 8 Men geeft relatief het meest aan moslimlanden te zien als een bedreiging voor hun eigen manier van leven. Vermoedelijk speelt de associatie van islamitische landen met terrorisme een rol en tevens de grote kloof tussen de westerse en islamitische cultuur. Ook de VS wordt relatief vaak als bedreiging voor de eigen leefwereld ervaren. De grote rol van de VS in de oorlog met Irak kan hierbij van invloed zijn. 43
44 4 Mentality-milieus In dit hoofdstuk worden de resultaten naar Mentality-milieu beschreven. Hierbij worden alleen significante verschillen vermeld. Er worden geen percentages genoemd. Deze zijn in de tabellen in de bijlage opgenomen. Het hoofdstuk begint met een korte inleiding in het Mentality-model. Vervolgens wordt per Mentalitymilieu een profielschets gegeven van de attitude ten opzichte van ontwikkelingssamenwerking. Hierbij wordt dezelfde indeling naar onderwerpen gehanteerd als in hoofdstuk Moderne burgerij Betrokkenheid en informatie Moderne burgers zijn relatief weinig betrokken bij ontwikkelingsamenwerking. Zo geven moderne burgers relatief vaak aan het afgelopen jaar niets voor mensen in ontwikkelingslanden te hebben gedaan. Specifiek scoren moderne burgers significant lager op: stemmen op partijen/ politici die voor ontwikkelingssamenwerking zijn; het kopen van producten in wereldwinkels of fairtrade-winkels; het kopen van Max Havelaar of andere 'eerlijke' producten; het steunen van persoonlijke initiatieven of eigen initiatieven van mensen in ontwikkelingslanden; het zich verdiepen in ontwikkelingslanden; het zien hoe mensen leven in ontwikkelingslanden indien men daar op vakantie is. Het enige punt waar de moderne burger relatief hoog op scoort is het meedoen aan loterijen met een goed doel. Blijkbaar is deze groep relatief meer gevoelig voor de combinatie van een mogelijk eigen voordeel met het steunen van ontwikkelingssamenwerking. Op de vraag waarom men de afgelopen 12 maanden niets voor mensen in ontwikkelingslanden heeft gedaan hebben moderne burgers eigenlijk geen antwoord. De groep scoort namelijk relatief hoog op de antwoordcategorie 'weet niet'. Een verklaring hiervoor is dat het waarschijnlijk geen weloverwogen keuze is. De moderne burger is zich over het algemeen minder bewust van de motieven van het eigen gedrag. Moderne burgers geven ook vaak aan in 2005 geen donatie te hebben gedaan aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Gemiddeld geeft de moderne burger ongeveer 77 aan organisaties of acties voor ontwikkelingshulp; in vergelijking met het totaal gemiddelde ( 111) is dat een laag bedrag. Dit verschil is echter niet significant. Naast het feit dat moderne burgers relatief weinig betrokken zijn, zijn ze ook min of meer slecht geïnformeerd over ontwikkelingssamenwerking naar eigen zeggen. Men geeft vaker aan slecht op de hoogte te zijn van wat er in ontwikke- 44
45 lingslanden gebeurt en heeft er eigenlijk geen mening over of informatie over ontwikkelingslanden die hen via de televisie bereikt correct is Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Moderne burgers zijn relatief negatief over de werking van ontwikkelingshulp. Men geeft vaker aan dat: de situatie in ontwikkelingslanden niet verbetert als gevolg van ontwikkelingshulp; het geld dat de Nederlands overheid uitgeeft aan ontwikkelinghulp merendeel slecht wordt besteed. De moderne burger staat in algemene zin nogal negatief tegenover overheid en politiek. Het is mede daarom niet verwonderlijk dat moderne burgers relatief pessimistisch zijn over de rol van de overheid en het beleid met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking. Opvallend is dat moderne burgers relatief vaak geen reden aandragen voor de slechte besteding van het geld voor ontwikkelingshulp. Op de redenen 'corruptie', 'te veel bureaucratie' en 'lastig te controleren', scoort deze groep zelfs relatief laag. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat moderne burgers relatief slecht geïnformeerd zijn. Het lijkt er op dat men simpelweg niet zo geïnteresseerd is in ontwikkelingssamenwerking. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis De moderne burgerij is relatief slecht op de hoogte van het budget dat de Nederlandse overheid jaarlijks aan ontwikkelingshulp besteedt. Men schat dit budget significant minder vaak goed (40%) dan de gemiddel de Nederlander (47%). De moderne burgerij schat het overheidsbudget van alle milieus het hoogst in. De groep geeft vaker (ten onrechte) aan dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking hoger is dan: het geld dat de Nederlandse overheid afdraagt aan EU; de inkomsten uit aardgaswinning. Steun De moderne burgerij is relatief het meest van mening dat de uitgaven van de Nederlandse overheid aan ontwikkelingshulp verminderd moeten worden. Op de vraag in welke mate de uitgaven verminderd moeten worden, vertoont de moderne burger geen significante verschillen met het gemiddelde. Men vindt vaker dat de Nederlandse overheid evenveel of zelfs minder dan andere landen moet uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Enkele actuele beleidsissues De relatief lage betrokkenheid en kennis van moderne burgers komen duidelijk naar voren in hun attitude ten opzichte van de verschillende actuele beleidsissues. Moderne burgers hebben relatief vaak (het meest van alle milieus) geen mening bij de vragen: of de overheid een gedeelte van het budget beschikbaar moet stellen aan bedrijven die investeren in ontwikkelingslanden; 45
46 of het sturen van geld naar familieleden in het (ontwikkelings)land van herkomst een vorm van ontwikkelingssamenwerking is; of er in de volgende regering een minister voor ontwikkelingssamenwerking moet komen of dat het ook een staatsecretaris mag zijn. Op deze laatste vraag antwoorden moderne burgers ook relatief vaak dat er wat hen betreft geen minister en ook geen staatsecretaris van ontwikkelingssamenwerking hoeft te zijn. Men heeft minder vaak een uitgesproken mening hier over. Een verklaring hiervoor is dat het waarschijnlijk geen weloverwogen keuze is. Rol van de gemeenten Moderne burgers geven relatief minder vaak aan dat de gemeente iets moet doen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Ook hebben moderne burgers hier vaker geen mening over. Moderne burgers zijn het vaker oneens met de stelling dat de gemeente een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om de situatie daar te verbeteren Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Moderne burgers geven vaker aan niet gehoord te hebben van de zogenaamde millenniumdoelen. Op de open vraag 'Kunt u hieronder één of meer millenniumdoelen noemen?' geeft de moderne burger relatief vaak een onjuist antwoord. Binnen de groep moderne burgers die een juist millenniumdoel noemt is gekeken welke antwoorden relatief vaker/minder vaak worden genoemd: Minder vaak wordt het volgende millenniumdoel genoemd: 'Bestrijding van HIV/AIDS, malaria en andere dodelijke ziektes. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Moderne burgers staan vaker negatief tegenover de relatie van Nederland met multilaterale organisaties. Zo vindt men vaker dat: het niet geschikt is ontwikkelingshulp te geven via kleine vrijwilligersorganisaties; de Nederlandse overheid minder geld moet geven aan Unicef en WHO (World Health Organization); in de toekomst bij geen enkele organisatie voor ontwikkelingssamenwerking meer Nederlanders topfuncties moeten hebben; in de toekomst minder Nederlanders topfuncties moeten hebben bij Unicef; Nederland in de toekomst bij geen enkele organisatie voor ontwikkelingssamenwerking meer invloed moet krijgen; Nederland in de toekomst minder invloed moet krijgen bij de WHO. Draagvlak vrije wereldhandel De moderne burger heeft geen eenduidige mening over vrije wereld handel. Men is minder voor opheffing van Europese importheffingen en handelsbarrières die de eigen economie beschermen en armoede in de derde wereld verminderen. Op de vraag ' De Europese Unie wil de import van schoenen uit China beperken om 46
47 de werkgelegenheid in schoenenfabrieken in landen als Italië, Spanje en Portugal te beschermen. Vindt u dat terecht?', antwoordt men minder vaak dat dit onterecht is. De inconsequentie in hun mening is echter dat men zelf niet meer wil betalen voor schoenen ten gevolge van de importbeperking. Kortom zodra het gaat om de eigen portemonnee (goedkope producten) zijn moderne burgers wel in voor vrije wereld handel. Dreiging andere landen eigen leefwereld De lokale oriëntatie van de moderne burger komt tot uitdrukking in hun antwoorden op vragen over globalisering. De moderne burger beantwoordt alle vragen over bedreiging van de eigen manier van leven door andere landen relatief vaak met 'weet niet/geen mening'. De moderne burger is hier blijkbaar niet zo mee bezig. Echter, men geeft wel vaker aan moslimlanden als een bedreiging voor de eigen manier van leven te zien. 4.2 Opwaarts mobielen Betrokkenheid en informatie Opwaarts mobielen zijn net als moderne burgers minder betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Zo geven opwaarts mobielen vaker aan het afgelopen jaar niets voor mensen in ontwikkelingslanden te hebben gedaan en koopt men minder producten in wereld- of fairtrade-winkels. Opwaarts mobielen hebben relatief meer dan andere milieus een wantrouwende houding ten opzichte van ontwikkelingssamenwerking. Men geeft significant vaker aan niet aan ontwikkelingshulp te doen omdat het geld niet goed terecht komt of aan de strijkstok blijft hangen. Het gemiddelde bedrag dat opwaarts mobielen het afgelopen jaar hebben gegeven aan acties of organisaties voor ontwikkelingshulp bedraagt 125. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 111 (, hoewel statistisch niet significant). Dit is gezien de lagere betrokkenheid opmerkelijk. Het is mogelijk dat opwaarts mobielen sneller geld geven aan uit een soort van statusgevoeligheid. Door geld te geven aan goede doelen kun je ook laten zien dat je wel geld hebt. Opwaarts mobielen vertonen geen significante afwijkingen van het gemiddelde op vragen over informatie over ontwikkelingssamenwerking Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Ook op vragen met betrekking tot de werking van ontwikkelingssamenwerking zijn opwaarts mobielen niet erg positief. Men is relatief minder vaak van mening dat de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert als gevolg van ontwikkelingshulp. Opwaarts mobielen geven relatief weinig aan, dat het geld dat de Nederlandse overheid besteedt aan ontwikkelingssamenwerking merendeels goed wordt besteed. 47
48 Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Opwaarts mobielen zijn slecht op de hoogte van het budget dat de Nederlandse overheid aan ontwikkelingssamenwerking besteedt. Men schat het budget vaker te hoog. Op de overige vragen scoren opwaarts mobielen niet afwijkend ten opzichte van het gemiddelde. Steun Steun voor ontwikkelingssamenwerking is onder opwaarts mobielen niet heel groot. Men geeft vaker aan dat de Nederlandse ontwikkelingshulp moet worden verminderd en vindt dat de Nederlandse overheid evenveel geld moet uitgeven aan ontwikkelingshulp als de meeste andere landen. Enkele actuele beleids issues Wat betreft de mening over actuele beleidsissues wijken opwaarts mobielen niet veel af van het gemiddelde. Men vindt het (als enige Mentality-milieu) vaker een goed idee om een gedeelte van het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking te geven aan bedrijven die dat investeren in ontwikkelingslanden. Een mogelijke verklaring hiervoor is de algemene prestatie- en ondernemingsgerichte houding van opwaarts mobielen. Hiernaast zijn opwaarts mobielen minder vaak van mening dat er in de volgende regering een minister verantwoordelijk moet zijn voor ontwikkelingssamenwerking. Rol van de gemeenten Opwaarts mobielen vinden niet dat hun gemeente iets moet doen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Opwaarts mobielen wijken niet significant af op de vragen over millenniumdoelen. Ondanks dat opwaarts mobielen weinig vertrouwen hebben in ontwikkelingshulp, zijn ze relatief optimistisch over een van de millenniumdoelen. Opwaarts mobielen geven relatief het meest aan dat de kans 50% of zelfs groot is dat over 25 jaar het aantal mensen dat onder armoedegrens leeft is gehalveerd. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Opwaarts mobielen vinden professionele ontwikkelingsorganisaties minder vaak geschikt voor het geven van ontwikkelingshulp. Wel vinden zij relatief vaak de Europese Unie een geschikte organisatie voor het geven van ontwikkelingshulp. Een mogelijke verklaring is dat opwaarts mobielen eerder voor grote organisaties met een zakelijke uitstraling gaan omdat ze daar meer vertrouwen in hebben. Van deze groep is in het algemeen bekend dat men zich aangetrokken voelt tot professionaliteit en zakelijkheid. Wat betreft de Nederlandse bijdrage aan verschillende organisaties verschillen opwaarts mobielen over het algemeen niet veel van het gemiddelde. Echter men geeft wel vaker aan dat in de toekomst meer Nederlanders een topfunctie moeten bekleden in de NAVO. Een verklaring hiervoor is dat status en macht hen 48
49 aanspreekt en mogelijk beseffen ze niet dat de secretaris-generaal van de NAVO uit Nederland komt. Draagvlak vrije wereldhandel Opwaarts mobielen zijn het vaker oneens met de stelling dat ontwikkelingslanden hun producten zonder belemmering moeten kunnen exporteren naar Europa. Op de overige vragen over vrije wereld handel verschillen opwaarts mobielen niet significant van het gemiddelde. Dreiging andere landen eigen leefwereld Wat betreft globalisering zien opwaarts mobielen meer dan gemiddeld de Verengde Staten niet als een bedreiging voor de eigen manier van leven. Dat is ook niet verwonderlijk omdat de Amerikaanse cultuur gericht op prestatie en carrière maken goed aansluit bij de (levens)opvatting die opwaarts mobielen hebben. Opwaarts mobielen zien de moslimlanden wel als bedreiging voor hun eigen levenswijze. 4.3 Postmaterialisten Betrokkenheid en informatie Van alle Mentality-milieus zijn de postmaterialisten over het algemeen het meest betrokken bij maatschappij, overheid en het beschermen van de zwakkeren in de samenleving of in de wereld. Deze groep heeft dan ook het vaakst het afgelopen jaar iets voor mensen in ontwikkelingslanden gedaan. Zo hebben postmaterialisten meer dan gemiddeld: geld gegeven of naar een goed doel gestuurd; gestemd op een partij of politici die voor ontwikkelingssamenwerking zijn; producten gekocht in wereld- of fair trade winkels; eerlijke producten gekocht zoals Max Havelaar koffie; persoonlijke projecten of initiatieven van mensen in ontwikkelingslanden gesteund; zich verdiept in het leven in ontwikkelingslanden; tv-programma's gekeken of gelezen over ontwikkelingslanden; deelgenomen aan debatten over ontwikkelingslanden; op vakantie in ontwikkelingslanden gekeken hoe de mensen leven. Postmaterialisten hebben het afgelopen jaar ook gemiddeld het meeste uitgegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. De postmaterialist gaf het afgelopen jaar gemiddeld ongeveer 143 uit aan ontwikkelingshulp. Dit is beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde van ongeveer 111 (maar overigens niet significant). Wat opvalt is dat de postmaterialisten die hebben aangegeven het afgelopen jaar niets te hebben gedaan voor ontwikkelingslanden, vaker aangeven geen of te weinig geld hiervoor te hebben. Postmaterialisten zijn intrinsiek gemotiveerd om zichzelf goed te informeren om zo een kritische mening te kunnen vormen over maatschappelijke thema's. Deze 49
50 motivatie komt ook tot uitdrukking bij het thema ontwikkelingssamenwerking; postmaterialisten geven vaker aan goed op de hoogte zijn van wat er in ontwikkelingslanden gebeurd Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Postmaterialisten zijn het meest positief over de werking van ontwikkelingssamenwerking. Men is vaker van mening dat ontwikkelingshulp, indien goed besteed, de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert. Wel is men vaker van mening dat het geld even vaak goed als slecht wordt besteed. Als verklaring voor slechte besteding noemt men vaker slecht beleid en slechte uitvoering van projecten. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Postmaterialisten zijn gemiddeld op de hoogte van het budget dat de Nederlandse overheid aan ontwikkelingssamenwerking besteedt. Ook binnen dit milieu wordt dit budget beduidend hoger geschat dan het in werkelijkheid is. Men maakt wel de juiste inschatting dat de Nederlandse overheid meer geld uitgeeft aan afdrachten aan de Europese unie en aan bijstandsuitkeringen dan aan ontwikkelingssamenwerking. Men is terecht ook vaker van mening dat de inkomsten uit aardgaswinning hoger zijn dan de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking. Men schat ten onrechte echter ook de inkomsten uit wegenbelasting hoger in. Steun Vanuit de betrokken en maatschappelijk bewuste houding van postmaterialisten gezien is het niet verwonderlijk dat zij vaker dan gemiddeld vinden dat het overheidsbudget moet worden verhoogd. Zij die voor verhoging zijn, vinden relatief vaak dat het budget voor ontwikkelingshulp verdubbeld moet worden. Daarnaast vinden postmaterialisten vaker dat Nederland in vergelijking met andere landen relatief veel moet blijven uitgeven aan ontwikkelingshulp. Enkele actuele beleidsissues Postmaterialisten vinden het vaker geen goed idee om een deel van het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking te geven aan bedrijven. Waarschijnlijk hebben postmaterialisten meer vertrouwen in overheidsinstanties dan in het bedrijfsleven omdat overheden minder commerciële belangen hebben dan bedrijven. Postmaterialisten zijn ook relatief vaak van mening dat er in de volgende regering een minister verantwoordelijk moet zijn voor ontwikkelingssamenwerking. Waarschijnlijk vinden postmaterialisten ontwikkelingssamenwerking zo belangrijk dat zij het liefst zien dat dit thema ondergebracht wordt bij iemand met zo veel mogelijk invloed. Rol van de gemeenten Niet verwonderlijk is dat de postmaterialisten vaker dan gemiddeld aangeven dat het gemeentebestuur van hun gemeente iets moet doen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Deze houding past bij hun lokale en internationale betrokkenheid. Men is het ook het meest eens met de stelling dat de gemeente 50
51 een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om de situatie daar te verbeteren Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Postmaterialisten geven relatief vaak aan wel eens van millenniumdoelen te hebben gehoord. Op de open vraag 'Kunt u hieronder één of meer millenniumdoelen noemen?' noemen zij relatief vaak doelen die daadwerkelijk millenniumdoelen zijn. Binnen de groep postmaterialisten die juiste millenniumdoelen noemen, worden de volgende relatief vaker genoemd: De armoede halveren en mensen minder honger; Elk kind naar school; Mannen en vrouwen gelijkwaardig; Minder kindersterfte; Bestrijding van HIV/AIDS, malaria en andere dodelijke ziektes; Iedereen schoon drinkwater en minder mensen in sloppenwijken. Op de vraag over de kans van slagen van de doelstelling dat over 25 jaar het aantal mensen in de wereld dat onder de armoedegrens leeft is gehalveerd, antwoorden postmaterialisten relatief vaak dat deze doelstelling zeker behaald kan worden. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Postmaterialisten vinden meer dan gemiddeld de volgende vormen geschikt voor het geven van ontwikkelingshulp: van de Nederlandse overheid rechtstreeks naar de ontwikkelingslanden via de VN via kleinere vrijwilligersorganisaties Het is niet verrassend dat postmaterialisten meer dan gemiddeld de voorkeur hebben dat Nederland een actieve rol speelt op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Postmaterialisten hebben immers een grote internationale maatschappelijke betrokkenheid en een progressieve houding. Zo vindt men vaker dat de Nederlandse overheid meer geld moet geven aan Unicef, WHO en Unesco. Postmaterialisten zijn echter vaker van mening dat de Nederlandse overheid minder geld moet geven aan de NAVO. Wellicht dat de organisatie NAVO door postmaterialisten minder wordt gezien als een organisatie die zich richt op zwakken, maar meer als een militaire organisatie die iets met oorlog en wapens van doen heeft. Ook zijn postmaterialisten vaker van mening dat in de toekomst meer Nederlanders topfuncties moeten bekleden bij de volgende organisaties: Unicef, WHO, Unesco en de Wereldbank. Postmaterialisten zijn ook het meest van mening dan Nederland in de toekomst meer te zeggen moet krijgen bij de VN. Draagvlak vrije wereldhandel Postmaterialisten zijn meer van mening dat Europa zijn handelsbarrières moet opheffen zodat arme landen kunnen meeprofiteren van vrije wereldhandel. Men vindt het dan ook vaker niet terecht dat de EU de schoenenimport uit China wil 51
52 beperken om zo de werkgelegenheid in schoenfabrieken als Italië, Spanje en Portugal te beschermen. Hieruit blijkt de internationale oriëntatie, wereldlijke verbondenheid en aandacht voor rechtvaardigheid van postmaterialisten. Blijkbaar vinden zij vaker dat mensen in China deze handel en werkgelegenheid beter kunnen gebruiken dan de Zuideuropese landen. De maatschappijkritische postmaterialist vindt het bovendien vaker geen probleem om meer te betalen voor zijn schoenen. Kortom hij/zij wil best extra betalen voor verbetering van de arbeidspositie van werknemers elders in de wereld. Het gaat de postmaterialist niet om zijn eigen geld, maar wel om het welzijn van anderen en rechtvaardigheid. Dreiging andere landen eigen leefwereld Postmaterialisten zien minder vaak een bedreiging voor de eigen leefwijze van China, Europa en de moslimlanden. Postmaterialisten zien echter vaker de Verenigde Staten als bedreiging voor de eigen levenswijze. Dit is het enige Mentality-milieu waarbij een serieuze meerderheid aangeeft de Verenigde Staten als een bedreiging te ervaren. Kortom men is niet zo zeer bang voor verschillende landen en culturen. Hieruit blijkt nogmaals de rechtvaardige oriëntatie van de postmaterialist. 4.4 Nieuwe conservatieven Betrokkenheid en informatie Nieuwe conservatieven zijn gemiddeld betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Op geen van de vragen over of men het afgelopen jaar iets heeft gedaan voor mensen in ontwikkelinglanden wijken de nieuwe conservatieven significant af van het gemiddelde. In ieder geval lijkt geld geen belemmering voor de nieuwe conservatieven, de mensen die het afgelopen jaar niets hebben gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden geven minder vaak aan dat een gebrek aan geld hier de reden voor is. Nieuwe conservatieven hebben het afgelopen jaar gemiddeld ongeveer 137 uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Dat is een hoger dan het landelijk gemiddelde van 111 (maar statistisch niet significant). Hierbij moet worden opgemerkt dat nieuwe conservatieven ook relatief vaak hogere inkomens hebben. Wat opvalt, is dat nieuwe conservatieven vaker aangeven goed op de hoogte te zijn van wat er in ontwikkelingslanden gebeurt. Men is relatief ook vaker naar een ontwikkelingsland op vakantie geweest. Nieuwe conservatieven staan echter meer dan gemiddeld wantrouwend tegenover informatie over ontwikkelingslanden op de Nederlandse televisie. Men geeft significant vaker aan dat deze informatie meestal onjuist is Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking De mening van nieuwe conservatieven over de werking van ontwikkelingssamenwerking wijkt ook niet veel af van het gemiddelde. Het eerder genoemde 52
53 'wantrouwen' blijkt ook op dit punt aanwezig. Nieuwe conservatieven geven significant vaker aan (het meest van alle milieus) corruptie als reden te zien dat het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingshulp niet goed wordt besteed. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Nieuwe conservatieven zijn gemiddeld op de hoogte van het bedrag dat aan ontwikkelingssamenwerking wordt besteed. Op vragen over vergelijking van het budget voor ontwikkelingssamenwerking met uitgaven aan de EU, bijstandsuitkering of inkomsten uit aardgaswinning of wegenbelasting vertonen nieuwe conservatieven ook geen significante verschillen met het gemiddelde. Steun Ook de steun van nieuwe conservatieven wijkt niet erg af van het gemiddelde. Wel is men minder vaak van mening dat het Nederlandse budget moet worden vergroot. Enkele actuele beleidsissues Het enige actuele beleidsissue waarop nieuwe conservatieven afwijken van het gemiddelde is de vraag of in de volgende regering een minister of een staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking moet zijn. Meer nieuwe conservatieven zijn van mening dat een staatssecretaris verantwoordelijk mag zijn voor de ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast geeft men vaker aan liever zowel geen minister als geen staatssecretaris van ontwikkelingssamenwerking in de volgende regering te hebben. Hieruit blijkt dat nieuwe conservatieven ontwikkelingssamenwerking waarschijnlijk niet zo veel prioriteit geven als overheidstaak. Rol van de gemeenten De attitude van nieuwe conservatieven ten opzichte van de rol van de gemeente inzake ontwikkelingshulp is in lijn met het bovenstaande. Men is namelijk vaker van mening dat eigen gemeente geen activiteiten hoeft te ontplooien op het gebied van ontwikkelingswerk. Men is het dan ook vaker (het meest van alle milieus) oneens met de stelling dat de eigen gemeente een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om daar de situatie te verbeteren Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Nieuwe conservatieven geven relatief vaak aan dat men gelooft wel eens van de millenniumdoelen te hebben gehoord. Nieuwe conservatieven kunnen niet vaker of minder vaak dan gemiddeld een juist millenniumdoel noemen.. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Wat betreft de verschillende vormen van ontwikkelingssamenwerking zijn nieuwe conservatieven vaker van mening dat de VN of kleinere vrijwilligersorganisaties hiervoor geschikt zijn. Men is minder vaak van mening dat het geschikt is als de Nederlandse overheid rechtstreeks ontwikkelingshulp geeft aan 53
54 de ontwikkelingslanden. Het kan zijn dat de eerder genoemde wantrouwen en de angst voor corruptie hier aan ten grondslag ligt. De nieuwe conservatieven kiezen voor zekerheid en degelijkheid en hebben daarom waarschijnlijk meer vertrouwen in een gevestigde organisatie als de VN of in de vrijwilligers die direct in het veld opereren. Daarnaast zien nieuwe conservatieven ontwikkelingssamenwerking minder als overheidstaak maar meer als een taak van civil society en filantropie. Nieuwe conservatieven zijn niet van mening dat de Nederlandse overheid meer geld moet geven aan de verschillende organisaties die zich met ontwikkelingssamenwerking bezig houden. Men is meer behoudend ingesteld en vindt vaker dat de Nederlandse overheid evenveel geld moet besteden aan: Unicef WHO Wereldbank Daarentegen vinden nieuwe conservatieven vaker dat de Nederlandse overheid minder geld moet geven aan de EU en Unesco. Wat betreft Nederlanders in topfuncties en de Nederlandse invloed bij de verschillende organisaties wijken nieuwe conservatieven nauwelijks af van het gemiddelde. Desondanks geeft men vaker aan dat Nederlanders in de toekomst evenveel topfuncties zouden moeten bekleden bij de VN en de NAVO. Kortom voor nieuwe conservatieven is de betrokkenheid van Nederland bij internationale organisaties voor ontwikkelingssamenwerking niet heel belangrijk. Draagvlak vrije wereldhandel Nieuwe conservatieven zijn relatief wat vaker voorstanders van vrije wereldhandel. Zo vindt men het vaker onterecht van dat de EU de import van schoenen uit China wil inperken om daarmee de werkgelegenheid in de Zuid-Europese landen te beschermen. Daarnaast is men vaker van mening dat de EU de importbelemmeringen die er voor dienen de eigen economie te beschermen moet opheffen. Dit is verklaarbaar uit het feit dat nieuwe conservatieven een grote voorkeur hebben voor marktwerking. Dreiging andere landen eigen leefwereld Nieuwe conservatieven ervaren relatief weinig dreiging van andere landen en/of gebieden voor hun eigen leefwereld. Men ziet in China, de EU en de Verenigde Staten minder vaak een bedreiging voor de eigen manier van leven. Waarschijnlijk ligt de filosofie van de EU en de VS dichtbij de levenswijze van de nieuwe conservatieven en ziet men in China een interessante handelspartner. Wat betreft de ervaren bedreiging door de moslimlanden wijken nieuwe conservatieven niet af van het gemiddelde. 4.5 Traditionele burgerij Betrokkenheid en informatie Traditionele burgers zijn gemiddeld betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Op de vraag of men het afgelopen jaar iets voor mensen in ontwikkelingslanden 54
55 heeft gedaan wijkt deze groep niet af van het gemiddelde. Traditionele burgers scoren vaker hoog in de wat meer 'tastbare' vormen van ontwikkelingshulp zoals zelf voedsel, kleding of hulpgoederen sturen of een kind uit een ontwikkelingsland adopteren. Daarentegen scoren zij weer lager op de meer abstracte vormen zoals, geld geven aan een goed doel of stemmen op partijen of politici die voor ontwikkelingssamenwerking zijn. Blijkbaar is het voor de traditionele burger van belang dat men zich gemakkelijk een voorstelling kan maken van de hulp die men kan bieden. Traditionele burgers die het afgelopen jaar niets hebben gedaan voor mensen in ontwikkelingslanden geven vaker als reden aan dat zij vinden dat de regering daarvoor verantwoordelijk is en omdat het geld naar hun mening niet goed terecht komt of aan de strijkstok blijft hangen. Wat opvalt is dat traditionele burgers wel relatief vaak aangeven het afgelopen jaar persoonlijk geld te hebben gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Dit is in tegenstelling met het eerder beschreven feit dat traditionele burgers lager scoren op 'geld geven of sturen aan een goed doel'. Een mogelijk verklaring kan het verschil in vraagstelling zijn. In de laatste vraag wordt het woord 'acties' gebruikt. Het is bekend dat traditionele burgers gevoelig zijn voor het collectief ervaren van gebeurtenissen. Een speciale inzamelingsactie voor steun na een natuurramp zou daarom bij deze groep goed kunnen aanslaan. Wellicht hebben veel traditionele burgers het afgelopen jaar aan een dergelijke actie mee gedaan, maar hebben zij niet zomaar geld overgemaakt naar een algemene organisatie voor een goed doel. Ook speelt mogelijk een rol dat traditionele burgers geld geven aan ontwikkelingslanden niet als hetzelfde zien als iets doen voor mensen in ontwikkelingslanden. Gemiddeld heeft de traditionele burger het afgelopen jaar 105 gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Dat is iets lager dan het gemiddelde van 111, maar niet significant lager Traditionele burgers wijken niet af van het gemiddelde wat betreft informatie over ontwikkelingssamenwerking. Men geeft wel significant minder vaak aan wel eens op vakantie te zijn geweest in een ontwikkelingsland. Zoals eerder aangegeven is de traditionele burgerij behoudend ingesteld en lokaal georiënteerd en men zal daarom waarschijnlijk niet snel zo'n verre en uitdagende reis maken Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking De mening van de traditionele burgerij over de werking van ontwikkelingssamenwerking wijkt nauwelijks af van het gemiddelde. Het enige punt waarop men afwijkt is hoe men denkt over de besteding van het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. Traditionele burgers geven namelijk relatief minder vaak aan dat dit geld goed wordt besteed. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Traditionele burgers zijn over het algemeen gemiddeld op de hoogte van het budget dat de Nederlandse overheid besteedt aan ontwikkelingssamenwerking. 55
56 Ruim een derde van de traditionele burgers schat dit bedrag wel (veel) hoger in dan het in werkelijkheid is. Steun Onder traditionele burgers is in relatieve zin wat minder steun voor het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking. Onder dit milieu wordt vaker aangegeven dat de Nederlandse ontwikkelingshulp verminderd moet worden. Een mogelijke verklaring voor dit resultaat is de lokale oriëntatie van traditionele burgers die wellicht liever zien dat meer geld in de Nederlandse samenleving wordt gestoken in plaats van in het buitenland. In de mate van vermindering zijn de traditionele burgers wel behouden. Men geeft relatief vaak aan dat de vermindering echt klein moet zijn, iets van 3% eraf. Enkele actuele beleidsissues Over de actuele beleidsissues hebben traditionele burgers over het algemeen geen afwijkende mening van de gemiddelde Nederlander. Men geeft echter wel significant minder vaak aan het een goed idee te vinden om een gedeelte van het geld van de overheid te geven aan bedrijven die dat investeren in ontwikkelingslanden. Waarschijnlijk vinden traditionele burgers het onprettig dat men niet zo'n goed zicht heeft op wat deze bedrijven dan precies doen in het buitenland. Men heeft een wantrouwende houding richting het bedrijfsleven. Rol van de gemeenten Ook over de rol van de gemeente inzake ontwikkelingshulp vertonen de traditionele burgers geen afwijkende mening van het gemiddelde Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Op de vraag 'Heeft u wel eens van de millenniumdoelen gehoord?', wijkt de traditionele burger qua antwoord niet af van het gemiddelde. Traditionele burgers die aangeven van de millenniumdoelen te hebben gehoord, is de open vraag gesteld of ze er een aantal kunnen noemen. Men geeft relatief vaak een onjuist antwoord. De volgende doelen millenniumdoelen worden minder vaak genoemd: De armoede halveren en mensen minder honger; Elk kind naar school. De traditionele burgerij is meer pessimistisch ingesteld als het gaat om de doelstelling om binnen 25 jaar het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft te halveren. Zij geven namelijk (als enige milieu) vaker aan dat deze doelstelling geen kans van slagen heeft. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Over het algemeen vinden traditionele burgers weinig instanties geschikt voor het verlenen van ontwikkelingshulp. Met name de grotere instanties zoals de EU of de VN noemen zij minder vaak als zeer geschikt voor het verlenen van ontwikkelingshulp. Daarnaast vinden zij de VN en professionele vrijwilligersorganisaties zelfs vaker niet geschikt voor het verlenen van ontwikkelingshulp. De 56
57 mogelijke verklaring ligt in de sfeer van de onoverzichtelijke werkzaamheden van deze organisaties. De meer negatieve houding van traditionele burgers ten opzichte van multilaterale organisaties blijkt ook duidelijk uit het feit dat zij vaker aangeven dat Nederland in de toekomst minder geld moet geven aan: VN EU NAVO Wereldbank Daarnaast geeft men vaker aan dat Nederlanders in de toekomst minder topfuncties moeten bekleden bij alle organisaties, behalve Unicef. Een mogelijke verklaring ligt weer in de sfeer van het concrete werk dat deze organisatie doet. Unicef is een bekend organisatieonderdeel van de VN dat zich richt op het welzijn van kinderen. Hierbij is voor hen makkelijker een voorstelling te maken dan bij organisaties als NAVO, VN of EU. Wat betreft Nederlandse invloed bij de verschillende organisaties zijn traditionele burgers verdeeld. Zo geven zij significant minder vaak aan dat de invloed van Nederland bij de verschillende organisaties in de toekomst evenveel moet blijven. Daarnaast geven zij vaker aan dat Nederland in de toekomst meer invloed moet krijgen bij Unicef, de EU en de WHO. Tegelijkertijd geven zij ook meer dan gemiddeld aan dat Nederland in de toekomst minder invloed moet krijgen bij Unicef, VN, EU, NAVO, WHO en de Wereldbank. Dit resultaat klinkt tegenstrijdig maar dat is het niet. De groep traditionele burgers is op dit onderwerp meer gepolariseerd dan andere milieus. Men scoort significant minder in de antwoordcategorie 'evenveel invloed' en significant hoger op de antwoordcategorieën 'meer invloed' en 'minder invloed'. Het is in dit kader van belang te benadrukken dat het telkens om relatieve verschillen gaat waarbij de scores van traditionele burgers zijn afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Draagvlak vrije wereldhandel Wat betreft vrije wereldhandel heeft de traditionele burgerij een consequente mening. Men is meer dan gemiddeld van mening dat de Europese werkgelegenheid gewaarborgd moet worden. Voor het opheffen van handelsbarrières of importheffingen voelt de traditionele burger dan ook weinig. Europa moet deze handelsbarrières juist handhaven. De traditionele burger vindt het dan ook vaker terecht om meer voor de schoenen te betalen als gevolg van het tegenhouden van schoenenimport uit China; men is hierin consequent. Deze resultaten vallen wederom precies in lijn met de lokale oriëntatie van de traditionele burger. Dreiging andere landen eigen leefwereld Eerder is al aangegeven dat de traditionele burgers een sterk lokale oriëntatie hebben en zich niet zo zeer gericht zijn op de rest van de wereld. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat traditionele burgers zich het meest bedreigd voelen in hun leefwijze door andere landen en/of gebieden. Zo geeft men (als enige Mentality-milieu) vaker aan dat men in China en de EU een bedreiging voor de eigen manier van leven ziet. Daarnaast geeft men (net als moderne burgers en opwaarts mobielen) ook vaker aan in de moslimlanden een bedreiging voor de eigen manier van leven te zien. 57
58 4.6 Kosmopolieten Betrokkenheid en informatie Kosmopolieten zijn over het algemeen maatschappelijk betrokken en daarnaast ook sterk mondiaal ingesteld. Deze houding is terug te vinden in de betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. Kosmopolieten geven bijvoorbeeld vaker aan het afgelopen jaar: geld te hebben gegeven of te gestuurd aan een goed doel; voorlichting te hebben geven aan mensen in ontwikkelingslanden; deel te hebben genomen aan debatten of lezingen over ontwikkelingslanden Ook geven kosmopolieten meer aan het afgelopen jaar persoonlijk geld te hebben gegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Gemiddeld hebben kosmopolieten ongeveer 119 euro aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden gegeven. Dat bedrag ligt hoger dan het landelijk gemiddelde van 111 euro (hoewel niet significant). Hierbij dient te worden opgemerkt dat kosmopolieten gemiddeld vaker een hoger inkomen hebben. Kosmopolieten kenmerken zich door hun maatschappijkritische houding. Men is onder andere geïnteresseerd in politiek, economie, wetenschap en wereldlijke problemen. Het is daarom niet vreemd dat kosmopolieten vaker aangeven goed geïnformeerd te zijn over ontwikkelingssamenwerking. Ondanks hun kritische houding geven kosmopolieten relatief vaak aan dat men denkt dat de informatie over ontwikkelingslanden op de Nederlandse televisie meestal correct is Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Over de werking van ontwikkelingshulp zijn kosmopolieten vaker positief gestemd. Men geeft vaker aan dat indien ontwikkelingshulp goed wordt besteed, de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert. Ook over de rol van de Nederlandse overheid zijn kosmopolieten positief. Zij geven namelijk vaker aan het gevoel te hebben dat het geld dat de Nederlandse overheid aan ontwikkelingssamenwerking uitgeeft, goed wordt besteed. Als reden voor een slechte besteding van het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking noemen kosmopolieten: teveel bureaucratie, betrokken partijen en tussenpersonen; slecht beleid en slechte uitvoering van projecten. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Kosmopolieten zijn relatief vaak goed op de hoogte van het budget dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. Echter ook bij de 58
59 kosmopolieten is de gemiddelde schatting veel hoger dan het bedrag dan Nederland in werkelijkheid uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. Op de vragen over of het budget van ontwikkelingssamenwerking hoger of lager is van de inkomsten uit aardgaswinning, wegenbelasting of de uitgaven aan uitkeringen of de Europese Unie wijken kosmopolieten nauwelijks af van de gemiddelde Nederlander. Steun Over het algemeen is onder kosmopolieten relatief veel steun voor het geven van ontwikkelingshulp door de Nederlandse regering. Kosmopolieten geven relatief vaak aan dat de Nederlandse ontwikkelingshulp gelijk moet blijven of worden verhoogd. Op de vraag over hoeveel geld de Nederland dan meer moet besteden aan ontwikkelingshulp, geven kosmopolieten relatief vaak aan, dat de toename in het budget iets groter hoeft te zijn, zo'n 10% erbij. Men geeft ook vaker aan dat het budget dat de Nederland uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking zo moet blijven, waarmee we in vergelijking met andere landen relatief veel uitgeven. Samengevat bestaat onder kosmopolieten relatief veel steun voor het budget voor ontwikkelingswerking. Deze groep neigt relatief wat meer naar verhoging van het budget. Over de mate van verhoging heeft de kosmopoliet wel een gematigde mening: niet teveel verhoging. Enkele actuele beleidsissues Wat betreft enkele actuele beleidsissues wijken kosmopolieten niet veel af van het gemiddelde. Het enige punt waarop de kosmopolieten wel verschillen is dat zij vaker aangeven dat ook een staatssecretaris verantwoordelijk mag zijn voor ontwikkelingssamenwerking in plaats van een minister. Rol van de gemeenten Kosmopolieten zijn vaker van mening dat de gemeente waar zij wonen een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland om te helpen de situatie daar te verbeteren. Aan de andere kant vinden zij niet dat het gemeentebestuur iets moet doen op het gebied van ontwikkelingswerk. Hieruit kan worden opgemaakt dat kosmopolieten internationale samenwerking wel zien zitten, maar dat zij niet persé vinden dat de gemeente activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking hoeft te ontplooien Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Kosmopolieten geven vaker aan dat ze denken van millenniumdoelen te hebben gehoord. Ze kunnen echter niet vaker een juist antwoord noemen. Wat betreft de slagingskans van het doel om binnen 25 jaar het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft te halveren, zijn de kosmopolieten redelijk optimistisch. Men geeft relatief weinig aan dat dit doel geen kleine kans van slagen heeft. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking 59
60 Wat betreft de meest geschikte vormen voor het geven van ontwikkelingshulp geven kosmopolieten (als enige milieu) vaker 'via professionele ontwikkelingsorganisaties' aan. Daarnaast geeft men minder vaak aan kleinere vrijwilligers organisaties niet geschikt te vinden. Kosmopolieten zijn vaker van mening dat de Nederlandse overheid meer geld moet geven aan: VN WHO Wereldbank Over het algemeen vinden kosmopolieten vaker dat het huidige aantal Nederlanders in topfuncties bij de verschillende ontwikkelingsorganisaties voldoende is. Men geeft bij bijna alle organisaties vaker aan hier in de toekomst evenveel Nederlanders in topfuncties te willen. Wat betreft de invloed van Nederland bij de verschillende organisaties wijken kosmopolieten niet erg af van het gemiddelde. Wel geven zij minder vaak aan dat Nederland in de toekomst minder invloed moet hebben bij Unicef, VN, EU, WHO en de Wereldbank. Draagvlak vrije wereldhandel Het draagvlak voor vrije wereldhandel onder kosmopolieten wijkt niet veel van het gemiddelde. Wat opvalt is dat kosmopolieten vaker aangeven geen mening te hebben over of men het terecht vindt om meer geld voor de eigen schoenen te betalen als gevolg van het tegenhouden van schoenen uit China. Wellicht dat kosmopolieten het lastig vinden om te kiezen voor enerzijds de werkgelegenheid in Zuid-Europa en anderzijds die in China. Daarnaast geven kosmopolieten minder vaak aan dat de EU de handelsbarrières en importheffingen moet opheffen om de eigen economie te beschermen. Dreiging andere landen eigen leefwereld Zoals eerder vermeld hebben kosmopolieten een open en internationale instelling. Het is daarom niet vreemd dat binnen dit milieu weinig angst voor globalisering bestaat. Kosmopolieten geven dan ook minder vaak aan de moslimlanden als een bedreiging voor de eigen manier van leven te ervaren. 4.7 Postmoderne hedonisten Betrokkenheid en informatie Qua betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking wijken de postmoderne hedonisten nauwelijks af van het landelijk gemiddelde. Het enige punt waarop postmoderne hedonisten hoger scoren dan gemiddeld is het kopen van eerlijke producten zoals Max Havelaar-koffie. Postmoderne hedonisten die het afgelopen jaar niets voor mensen in ontwikkelingslanden hebben gedaan, geven vaker aan dat men het idee heeft niets te kunnen doen en dat het toch niet helpt. 60
61 De gemiddelde postmoderne hedonist heeft het afgelopen jaar 122 uitgegeven aan organisaties of acties voor ontwikkelingslanden. Dat is iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 111 (statistisch is dit echter niet significant) Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Postmoderne hedonisten zijn over het algemeen vaker positief over de werking van ontwikkelingssamenwerking. Men geeft vaker aan dat: als het geld voor ontwikkelingshulp altijd goed wordt besteed, de situatie van mensen in ontwikkelingslanden verbetert; het merendeel van het geld dat de Nederlandse overheid uitgeeft aan ontwikkelingshulp goed wordt besteed. Als redenen voor een slechte besteding van het budget voor ontwikkelingssamenwerking noemen postmoderne hedonisten vaker: teveel bureaucratie, betrokken partijen en tussenpersonen; gevaarlijke situaties te plekke, oorlogen. Kortom de postmoderne hedonist staat positief tegenover ontwikkelingssamenwerking, maar ziet wel obstakels in bureaucratie en situaties in ontwikkelingslanden zelf, zoals oorlogen. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis Postmoderne hedonisten wijken qua kennis over het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet af van het gemiddelde. Men maakt echter wel vaker de juiste inschatting dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking lager is dan de afdrachten aan de EU en het geld dat de overheid uitkeert voor bijstandsuitkeringen. Steun Onder postmoderne hedonisten is relatief veel steun voor het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking. Zo geeft men vaker aan dat dit budget moet worden verhoogd. De positieve houding van postmoderne hedonisten ten aanzien van het budget komt ook tot uitdrukking in de vergelijking hiervan met het budget van andere landen. Men is vaker van mening dat Nederland in vergelijking met andere landen relatief veel geld beschikbaar moet stellen voor ontwikkelingshulp. Postmoderne hedonisten die voor een verlaging van het overheidsbudget zijn, vinden vaker dan gemiddeld dat dit budget met ongeveer een kwart moet worden verminderd en minder vaak dat dit moet worden gehalveerd. Relatief zijn ze dus vaker voor een kleinere verlaging van het budget. Enkele actuele beleidsissues Wat betreft de actuele beleidsissues vertonen postmoderne hedonisten geen opvallende verschillen met het gemiddelde. Echter men heeft wel vaker de voorkeur voor een minister van ontwikkelingssamenwerking in het volgende kabinet. Het lijkt erop dat de postmoderne hedonist zich op zich niet zo veel bezig houdt met ontwikkelingssamenwerking, maar hier toch wel veel belang aan 61
62 hecht gezien de steun voor het budget en de voorkeur voor een minister van ontwikkelingssamenwerking. Rol van de gemeenten Postmoderne hedonisten zijn vaker van mening dat hun eigen gemeentebestuur activiteiten moet ontplooien op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Op de vraag of de eigen gemeente een samenwerkingsverband moet aangaan met een gemeente in een ontwikkelingsland, vertonen de postmoderne hedonisten geen opvallende verschillen ten opzichte van het gemiddelde Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Postmoderne hedonisten geven vaker dan gemiddeld aan dat men van de millenniumdoelen heeft gehoord. De open vraag 'Kunt u hieronder één of meer millenniumdoelen noemen?', beantwoordt men vaker met een juist doel. Relatief vaak wordt het volgende millenniumdoel genoemd: Verbetering van de gezondheid van moeders. Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Bij de houding van postmoderne hedonisten ten opzichte van multilaterale organisaties komt een van de meest typerende waarden van de postmoderne hedonist tot uiting. Dat is de individualistische instelling en het belang van onafhankelijkheid. Postmoderne hedonisten vinden namelijk vaker dat kleinere vrijwilligersorganisaties zeer geschikt zijn voor ontwikkelingshulp. Op de overige vormen verschillen postmoderne hedonisten nauwelijks van het gemiddelde. Postmoderne hedonisten geven vaker aan dat de Nederlandse overheid evenveel geld moet geven aan: EU NAVO Unesco Wereldbank Daarnaast vindt men vaker dat de Nederlandse overheid meer geld moet geven aan: VN Wereldbank Wat betreft de invloed van Nederland binnen de verschillende organisaties of het aantal topfunctionarissen daarbij in dienst verschillen postmoderne hedonisten nauwelijks van het gemiddelde. Het lijkt erop dat posmoderne hedonisten min of meer tevreden zijn met de huidige situatie aangaande de relatie tussen Nederland en de verschillende multilaterale organisaties. Nederland hoeft wat betreft de postmoderne hedonisten niet echt een actievere rol te spelen in dit veld. 62
63 Draagvlak vrije wereldhandel Van alle milieus zijn postmoderne hedonisten het meest voor vrije wereldhandel. Men geeft namelijk vaker aan dat: ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa; Europa de handelsbarrières en importheffingen moet opheffen; Europa de handelsbarrières moet opheffen om de armoede in ontwikkelingslanden te verminderen. het onterecht is dat de EU de import van schoenen uit China wil beperken en dat China vrij moet kunnen exporteren; het onterecht is de schoenen import van China te beperken om werkgelegenheid in de Zuideuropese landen te beschermen; Er zijn twee mogelijke verklaringen voor deze positieve houding ten opzicht van vrije wereldhandel. Dat is enerzijds de hoge waarde die postmoderne hedonisten hechten aan vrijheid en anderzijds de internationale oriëntatie en wereldlijke verbondenheid. Dreiging andere landen eigen leefwereld De postmoderne hedonist wil graag de wereld zien. Verre reizen, andere culturen behoren tot zijn interesseveld. Het is daarom niet verwonderlijk dat de angst dat andere landen en/of gebieden de eigen leefwereld bedreigen onder postmoderne hedonisten niet zo aanwezig is. Men ziet in China, de EU en de moslimlanden vaker minder vaak eeen bedreiging voor de eigen manier van leven. Wat betreft de bedreiging vanuit de VS verschillen postmoderne hedonisten niet erg van het gemiddelde (de helft ziet in de VS geen bedreiging). 4.8 Gemaksgeoriënteerden Betrokkenheid en informatie Gemaksgeoriënteerden zijn over het algemeen weinig betrokken bij zaken die verder reiken dan de directe leefomgeving, zoals de eigen buurt, familie en vrienden. Op basis hiervan is te verwachten dat deze groep ook niet zo betrokken is bij ontwikkelingssamenwerking. Binnen dit milieu heeft men het afgelopen jaar het minst voor mensen in ontwikkelingslanden gedaan. Als reden hiervoor geeft men het meest aan hier geen of te weinig geld voor te hebben. Het gemiddelde bedrag dat de gemaksgeoriënteerde het afgelopen jaar aan ontwikkelingssamenwerking heeft uitgegeven is ongeveer 67. Dat is een stuk lager dan het landelijk gemiddelde van 111 (hoewel niet significant). Hierbij dient te worden opgemerkt dat de gemaksgeoriënteerden ook het minst draagkrachtige Mentality-milieu zijn. Gemaksgeoriënteerden noemen zichzelf vaker slecht geïnformeerd over ontwikkelingssamenwerking. Dit is niet verwonderlijk omdat dit nu eenmaal buiten hun interesseveld ligt. Hiernaast geven zij vaker aan geen mening te hebben over of de informatie over ontwikkelingssamenwerking die hen bereikt via de televisie correct is of niet. Vanwege de matige interesse kijkt men hier wellicht ook minder kritisch naar. 63
64 4.8.2 Overheid en beleid Werking ontwikkelingssamenwerking Wat betreft de werking van ontwikkelingssamenwerking wijken gemaksgeoriënteerden nauwelijks af van het gemiddelde. Het enige punt waarop men afwijkt, is dat men vaker aangeeft geen redenen te weten waarom het geld voor ontwikkelingshulp niet goed wordt besteed. Dit heeft wederom te maken met de matige interesse, maar ook met het hierboven beschreven gebrek aan kennis en informatie over ontwikkelingssamenwerking. Budget ontwikkelingssamenwerking Kennis De gemaksgeoriënteerden verschillen qua kennis van het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking ook niet veel van het gemiddelde. Wel denkt men ten onrechte dat de uitgaven van de overheid aan ontwikkelingshulp hoger zijn dan: de afdrachten aan de EU de uitgaven aan bijstandsuitkeringen de inkomsten uit aardgaswinning Steun De steun van gemaksgeoriënteerden voor het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking komt overeen met de gemiddelde steun die hier in de Nederlandse samenleving voor is. Op geen van de vragen hierover scoren de gemaksgeoriënteerden afwijkend ten opzichte van het gemiddelde. Enkele actuele beleidsissues De gemaksgeoriënteerden verschillen ook niet van de gemiddelde Nederlander wat betreft de houding ten opzichte van de verschillende actuele beleidsissues. Rol van de gemeenten Ook wat betreft de rol van de gemeente verschillen gemaksgeoriënteerden niet of nauwelijks van de gemiddelde Nederlander. Hierbij geeft een kleine meerderheid aan niet veel in gemeentelijke activiteiten op het gebied ontwikkelingssamenwerking te zien Internationale samenwerking en ontwikkelingshulp Millenniumdoelen Zoals te verwachten op basis van de geringe interesse in ontwikkelingssamenwerking geven gemaksgeoriënteerden vaker aan niet van de millenniumdoelen te hebben gehoord. De genoemde doelen op de open vraag of men millenniumdoelen kan noemen, zijn vaker onjuist. Men geeft minder vaak het volgende doel aan: De armoede halveren en minder mensen honger. 64
65 Nederland en multilaterale instellingen op het terrein van internationale samenwerking Ook over de relatie van Nederland met de multilaterale organisaties voor ontwikkelingswerk hebben gemaksgeoriënteerden geen uitgesproken mening. Men verschilt nauwelijks van het gemiddelde voor wat betreft de geschiktheid van verschillende organisaties voor ontwikkelingshulp, de invloed die Nederland in dit soort organisaties in de toekomst moet hebben en het aantal Nederlandse topfunctionarissen binnen deze organisaties. Het enige waarin gemaksgeoriënteerden verschillen is dat men vaker aangeeft dat Nederland meer geld moet geven aan de NAVO. Dit is te verklaren uit het feit dat gemaksgeoriënteerden een sterker gevoel van onveiligheid hebben (zowel lokaal als internationaal). Vandaar dat een organisatie die de veiligheid van de EU en Nederland beschermt op meer steun binnen dit milieu kan rekenen. Draagvlak vrije wereldhandel Gemaksgeoriënteerden hebben ten aanzien van vrije wereldhandel geen uitgesproken mening. Dat is toch een beetje ver van huis en dus niet binnen het gezichtsveld van deze groep. Men geeft vaker aan geen mening te hebben over het handhaven of opheffen van de Europese handelsbarrières en importheffingen. Een illustratie van de gerichtheid op het hier en nu van deze groep is dat zodra de complexiteit van vrije wereldhandel dicht bij huis komt (in de eigen schoenenwinkel), men wel een mening heeft. Men vindt het namelijk vaker onterecht dat, als gevolg van het tegenhouden van goedkope Chinese schoenen, men meer moet betalen voor schoenen in de winkel. Dreiging andere landen eigen leefwereld Vanwege de gerichtheid op het hier en nu van gemaksgeoriënteerden zou je misschien verwachten dat men vaker bang is dat andere landen en/of gebieden de eigen leefwereld bedreigen. Dit is echter niet het geval. De gemaksgeoriënteerde is eerder wat onverschilliger ten opzichte van andere landen en/of gebieden. Gemaksgeoriënteerden hebben er daarom ook vaker geen mening over of andere landen en/of gebieden een bedreiging vormen voor de eigen manier van leven. Waarschijnlijk voelt de gemaksgeoriënteerde weinig behoefte om zich voor te stellen wat de gevolgen van internationale ontwikkelingen zijn voor de eigen levenswijze. 4.9 Samenvatting Mentality-milieus Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de Mentality-milieus allemaal een andere kijk hebben op ontwikkelingssamenwerking, de rol van de Nederlandse overheid, het budget en internationale samenwerking. Hieronder worden deze verschillen schematisch en met kernwoorden weergeven. Hierbij geven de rode letters een positieve houding aan, de groene letters een neutrale houding en de blauwe letters een negatieve houding ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking. 65
66 Figuur 4.1 Betrokkenheid en informatie Hoog Midden Gemiddeld betrokken Hoge donatie Nieuwe conservatieven Goed geïnformeerd Traditionele burgerij Lage betrokkenheid Lage donatie Moderne burgerij Slecht geïnformeerd Hoge betrokkenheid/actief Hoge donatie Kosmopolieten Goed geïnformeerd Opwaarts mobielen Lage betrokkenheid Hoge donatie Gemiddeld geïnformeerd Hoge betrokkenheid/actief Goed geïnformeerd Gemiddeld betrokken Postmoderne Hoge donatie hedonisten Gemiddeld geïnformeerd Gemiddeld betrokken Donatie gemiddeld Gemiddeld geïnformeerd Laag Lage betrokkenheid Gemaksgeoriënteerden Lage donatie Slecht geïnformeerd status waarden Traditioneel Modern Postmodern Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven Uit bovenstaande figuur wordt duidelijk dat kosmopolieten en postmaterialisten het meest betrokken en het best geïnformeerd zijn. De moderne burgers en gemaksgeoriënteerden zijn het minst betrokken en geïnformeerd. Figuur 4.2 Werking, overheid, budget Hoog Midden Corruptie Nieuwe conservatieven Staatssecretaris OS Traditionele burgerij Weinig vertrouwen in goede besteding Verlaging budget Geen geld naar bedrijven Laag Pessimistisch Moderne burgerij OS niet nuttig Slechte besteding Budget verlagen OS nuttig Kosmopolieten Merendeel goed besteed Slechte besteding Verhoging Budget Opwaarts mobielen OS niet nuttig Verlaging budget Gemaksgeoriënteerden OS nuttig Hoge Post- donatie materialisten Postmaterialisten Geld voor bedrijven die investeren OS nuttig Neutraal, geen mening Verhoging budget Minister voor OS Postmoderne hedonisten Merendeel goed besteed Verhoging budget Minister voor OS status status waarden Traditioneel Modern Postmodern Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 66
67 Bovenstaande figuur laat een duidelijke scheiding zien tussen de meer postmoderne milieus en de overige milieus. Hierbij zijn de postmoderne milieus (kosmopolieten, postmaterialisten en postmoderne hedonisten) meer positief ten opzichte van de werking van ontwikkelingssamenwerking en de rol die de Nederlandse overheid hierin heeft. Deze milieus zijn ook allemaal vaker voor een verhoging van het overheidsbudget. Wat opvalt is de onverschillige houding van gemaksgeoriënteerden, die eigenlijk geen duidelijke mening hebben over de werking van ontwikkelingssamenwerking, de rol van de overheid en het overheidsbudget dat hieraan moet worden besteed. Wat ook opvalt, is dat nieuwe conservatieven en opwaarts mobielen relatief veel geld uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking maar relatief negatief staan tegenover de werking van ontwikkelingshulp, de rol van de overheid en het budget. De verklaring voor deze tegenstrijdigheid ligt in het feit dat deze milieus (met name de nieuwe conservatieven) over het algemeen relatief veel geld te besteden hebben, waardoor de persoonlijke uitgaven aan ontwikkelingshulp wellicht wat hoger uitvallen. Bovendien zien zij meer in particulier initiatief dan in de initiatieven van de overheid. Figuur 4.3 Internationale samenwerking (IS) en ontwikkelingshulp Positief t.o.v IS (via Hoog professionele organisaties) Kosmopolieten Via VN en kleine Vrije wereldhandel dilemma Postitief t.o.v. IS vrijwilligersorganisaties Geen globaliseringangst Meer geld, invloed en Tegen geldstroom Nieuwe van Nl. topfunctionarissen Postmaterialistenorganisaties bij overheid conservatieven naar overheid internationale ontwikkelingsland Minder bij NAVO Via VN Voor vrije wereldhandel Opwaarts Voor vrije wereld handel Moslimlanden mobielen als bedreiging VS als bedreiging Midden Negatief Moderne t.o.v. IS Tegen vrije wereldhandel burgerij Negatief t.o.v. grote Onverschillig vrije Postmoderne organisaties wereldhandel Voorkeur hedonisten voor kleine Traditionele Positief t.o.v. Unicef vrijwilligersorganisaties burgerij Moslimlanden als bedreiging Tegen vrije wereldhandel Voor vrije wereldhandel (bescherming Europese werkgelegenheid) Geen mening Geen globaliseringangst Globaliseringangst Gemaksgeoriënteerden Meer steun voor NAVO Laag status us waarden Onverschillig vrije wereldhandel, tenzij het geld kost Traditioneel Modern Postmodern Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 67
68 Wat betreft de houding ten opzichte van internationale samenwerking is wederom een duidelijks scheiding te zien tussen de meer postmoderne milieus en de meer traditionele milieus. De postmoderne milieus hebben een internationale oriëntatie en zijn daardoor meer positief ten opzichte van internationale samenwerking. Binnen de postmoderne milieus bestaan wel verschillen. Zo hebben kosmopolieten meer voorkeur voor (grote) professionele organisaties en zijn postmoderne hedonisten positiever over kleinere vrijwilligersorganisaties. De postmaterialisten zien in de Verenigde Staten een bedreiging voor de eigen levenswijze, terwijl de kosmopolieten en postmoderne hedonisten hier geen bedreiging in zien. De postmaterialisten en postmoderne hedonisten zijn voor vrije wereldhandel, terwijl bij de kosmopolieten hier verdeeldheid over is. De traditionele burgerij en moderne burgerij zijn meer lokaal georiënteerd en behoudend ingesteld. Deze houding resulteert in minder steun voor internationale samenwerking, minder voorkeur voor vrije wereldhandel en meer angst dat andere landen en/of gebieden de eigen leefwereld bedreigen. De nieuwe conservatieven en opwaarts mobielen laten beide geen eenduidig beeld zien in hun houding ten opzichte van internationale samenwerking. Zo zijn nieuwe conservatieven meer tegen rechtstreekse geldstromen van de Nederlandse overheid aan overheden van ontwikkelingslanden, maar zijn zij daarentegen wel voor ontwikkelingshulp via de VN en kleine vrijwilligers organisaties. Daarnaast zijn nieuwe conservatieven ook voor vrije wereldhandel vanwege hun geloof in marktwerking, wat blijkt uit hun algemene waardeprofiel. Opwaarts mobielen hebben wel meer vertrouwen in ontwikkelingshulp via de VN, maar zien ook moslimlanden als bedreiging, en zijn geen voorstanders van vrije wereldhandel. Kortom voor beide milieus geldt dat zij geen uniforme visie hebben op internationale samenwerking wat betreft ontwikkelingssamenwerking. Gemaksgeoriënteerden hebben geen uitgesproken mening ten opzichte van internationale samenwerking inzake ontwikkelingshulp, vrije wereldhandel of invloed van andere landen en/of gebieden op de eigen leefwijze. Zoals eerder beschreven is dit milieu lokaal georiënteerd en simpelweg minder geïnteresseerd in ontwikkelingssamenwerking. 68
69 5 NCDO-doelgroepen opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van de NCDO doelgroepen opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten. In deze analyses is ook een boost (aanvullende steekproef) onder deze doelgroepen verwerkt, zodat uitspraken gebaseerd zijn op in totaal respondenten waarvan 830 opwaarts mobielen en 692 postmoderne hedonisten. Hieronder worden alleen tabellen gepresenteerd van de resultaten die meetellen bij het bepalen van draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking, zoals door NCDO opgesteld. Deze resultaten fungeren als een nulmeting. Volgend jaar kan een vergelijking gemaakt worden op deze indicatoren voor deze voor NCDO belangrijke doelgroep. Dit jaar beperken we ons daarom tot een schematische weergave van resultaten. Indicator: percentage OM en PH dat minimaal één van de VN millenniumdoelen kent Tabel 5.1 Heeft u wel eens van de millenniumdoelen gehoord? % ja 11 geloof van wel 18 nee 65 weet niet/geen mening 7 Totaal 100 Hieruit blijkt dat 29% van deze groepen (gelooft) wel eens van de millenniumdoelen gehoord te hebben. Tabel 5.2 Een goed milleniumdoel genoemd niet 61 wel 39 Van de groep (29%) die wel eens van de millenniumdoelen gehoord heeft, kan 39% procent een juist doel noemen. 69
70 Tabel 5.3 Kunt u hieronder één of meer millenniumdoelen noemen? De armoede halveren en minder mensen honger 58% Elk kind naar school 34% Iedereen schoon drinkwater en minder mensen in slopp 30% Toegang tot betaalbare medicijnen en een eerlijk hande 12% Bestrijding van HIV/AIDS, malaria en andere dodelijke z 10% Mannen en vrouwen gelijkwaardig 7% Minder kindersterfte 6% Verbetering van de gezondheid van moeders 2% Hieruit blijkt dat het millenniumdoel 'Armoede halveren en minder mensen honger' het meest bekend is en door 58% wordt genoemd. Indicator: percentage OM en PH dat het ODA budget van de Nederlandse overheid kan schatten tussen 50% en 150% van het werkelijke budget Tabel 5.4 Hoeveel miljard euro denkt u dat de Nederlandse overheid jaarlijks ongeveer uitgeeft aan ontwikkelingshulp? Als u het niet weet, wilt u dan een schatting maken? % te laag (<2 mld euro) 20 goed (2-6 mld euro) 47 te hoog (>6 mld euro) 33 Totaal 100 Hieruit blijkt dat 47 procent van deze groep het juiste antwoord kon geven. Het gemiddelde geschatte bedrag door deze groep is 388 miljard. 12 Indicator: percentage OM en PH dat voorstander is van vrije wereldhandel en het afbouwen van handelsbarrières in Europa voor de import van goederen uit ontwikkelingslanden Tabel 5.5 Vindt u dat ontwikkelingslanden zonder belemmeringen moeten kunnen exporteren naar Europa? % ja 61 nee 28 weet niet / geen mening 11 Totaal Het gemiddeld geschatte bedrag in de categorie boven de 6 miljard is relatief hoog (388 miljard), in vergelijking met 'Nederland representatief' (44 miljard). Het laagst opgegeven bedrag in de categorie beneden de 2 miljard euro is 0 miljard. De hoogste schatting in de categorie boven de 6 miljard euro is miljard. Door deze extreem hoge schatting wordt het gemiddelde sterk omhoog getrokken. Het is niet met zekerheid te zeggen of dit een vergissing is geweest of serieuze schatting. Aangezien wij het voorstelbaar vinden dat sommige mensen werkelijk denken dat dit soort bedragen worden uitgegeven aan ontwikkelingshulp hebben wij het bedrag binnen de analyses gehouden. 70
71 Tabel De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Bent u het meer eens met het handhaven of opheffen van deze handelsbarrières en importheffingen? % handhaven 33 neutraal 25 opheffen 28 weet niet/geen mening 14 Totaal 100 Indicator: percentage OM en PH dat voorstander is van een actieve rol van de eigen gemeente op het terrein van internationale samenwerking Tabel 5.7 Vindt u dat het bestuur van de gemeente waar u woont iets moet doen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking? % ja 29 nee 52 weet niet/geen mening 20 Totaal 100 Indicator: percentage OM en PH dat voorstander is van actieve betrokkenheid van Nederland bij multilaterale organisaties die een belangrijke rol spelen in ontwikkelingssamenwerking Tabel 5.8 Vindt u dat de Nederlandse overheid in de toekomst meer, evenveel of minder geld moet geven aan deze organisaties? (in %) meer evenveel minder weet niet/ geen mening Totaal Unicef Verenigde Naties Europese Unie NAVO Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) UNESCO Wereldbank De volledige vraag is als volgt 'De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Als deze opgeheven worden kunnen ontwikkelingslanden zonder belemmeringen naar Europa exporteren waardoor zij minder armoede hebben. Dit betekent wel dat Europese boeren failliet kunnen gaan of ontslagen kunnen vallen in Europese bedrijven. Kunt u op onderstaande schaal aangeven of u het meer eens bent met het handhaven of opheffen van deze handelsbarrières en importheffingen.' De schaal die hiervoor is gebruikt is een semantische differentiaal met bipolaire uiteinden. Dit betekent dat twee tegenstellingen zijn gebruikt en tevens geen middencategorieën dus alleen 1 handhaven en 5 opheffen zijn benoemd. De scores 1 en 2 zijn samengevoegd tot handhaven en 4 en 5 tot opheffen, de middencategorie is neutraal. Apart is de keuzemogelijkheid 'weet niet' gegeven. 71
72 Bijlage 1 Achtergrond Mentality Mentality: waarden en leefstijl Mentality is de naam van het waarden- en leefstijlmodel dat Motivaction op eigen initiatief en in samenwerking met buitenlandse partnerbureaus sinds 1997 uitvoert. Normen en waarden vormen de sleutel die toegang geeft tot de belevingswereld en de leefstijl van de hedendaagse Nederlander. Ze maken inzichtelijk waarom mensen ambiëren wat ze ambiëren, kopen wat ze kopen, eten wat ze eten, zien wat ze zien en lezen wat ze lezen. Het Mentality-model is vertrouwelijk en blijft eigendom van Motivaction. In de afgelopen eeuw is de invloed van sociale en demografische kenmerken op de opvattingen en het gedrag van mensen sterk verminderd. Afkomst, sociale klasse, opleiding, leeftijd, geslacht en woonplaats bepaalden grotendeels hoe mensen in het leven stonden en welke keuzes zij maakten. Door de individualisering en democratisering van de samenleving hebben deze factoren aan betekenis verloren. In plaats van een hiërarchische samenleving die bestaat uit vaste sociale lagen en algemeen geaccepteerde normen en waarden leven we tegenwoordig eerder in dynamische, gefragmenteerde netwerken van mensen. De mensen zijn in deze netwerken veel vrijer en onafhankelijker geworden in het bepalen hoe ze willen leven en daarbij spelen hun normen en waarden een beslissende rol. Consumenten kopen bijvoorbeeld niet meer een product met een jeugdige uitstraling, omdat ze zelf jong zijn, maar omdat ze zich jong voelen een belangrijke waarde vinden. Om een ander voorbeeld te noemen: het consumeren van luxe producten om op te vallen ( conspicious consumption ) is geen uiting meer van een rijke maatschappelijke bovenlaag, maar van segmenten die luxe een belangrijke waarde vinden. Sociale milieus Op basis van kwalitatieve diepte-interviews en grootschalig kwantitatief onderzoek (schriftelijk en via een webpanel) heeft Motivaction een segmentatie ontwikkeld van de bevolking op basis van normen en waarden: sociale milieus. De sociale milieus zijn groepen van mensen die op een vergelijkbare manier in het leven staan: zij hebben vergelijkbare waarden en normen ten aanzien van maatschappelijke kwesties, werk, consumeren, esthetiek, sociale relaties en tonen overeenkomstige ambities en aspiraties. Uit empirisch onderzoek over meerdere jaren is gebleken dat de sociale milieus een stabiele, consistente en praktisch bruikbare segmentatie vormen. Zij maken sterke differentiatie mogelijk in talloze beleidsvelden en markten, zoals auto s, media, mobiliteit, financiële dienstverlening, natuur- en milieubeleving, persoonlijke verzorging, bier, roken en charitas. Mentality beschikt over een database met circa respondenten die zijn ingedeeld naar sociaal milieu en enkele duizenden hiermee samenhangende variabelen. Ook de respondenten uit het webpanel zijn ingedeeld naar sociaal milieu. 72
73 Wij onderscheiden de volgende milieus: traditionele burgerij (18%) moderne burgerij (22%) opwaarts mobielen (13%) postmaterialisten (10%) postmoderne hedonisten (10%) kosmopolieten (10%) gemaksgeoriënteerden (9%) nieuwe conservatieven (8%) De verschillende sociale milieus met hun eigen karakteristieke waardeprofielen kunnen globaal worden ingedeeld aan de hand van drie waardenoriëntaties: een traditionele waardenoriëntatie gekenmerkt door de waarde behouden een moderne waardenoriëntatie gekenmerkt door de waarden bezitten en verwennen of genieten een postmoderne waardenoriëntatie gekenmerkt door de waarden ontplooien en beleven Deze drie waardenoriëntaties zijn bij de schematische weergave van de sociale milieus als uitgangspunt genomen en zijn bepalend voor de horizontale as van de milieu-index. De verticale as van de milieu-index is samengesteld op basis van sociaal-economische status. Figuur Sociale milieus in Nederland Nederlandse bevolking van jaar (Mentality 2005) Hoog Kosmopolieten Nieuwe conservatieven 8% 10% Postmaterialisten Midden Traditionele burgerij Moderne burgerij 22% Opwaarts mobielen 13% 10% 10% 18% Postmoderne hedonisten 9% Laag Gemaksgeoriënteerden Mentality status waarden Traditioneel Modern Postmodern Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 73
74 Een korte typering van de milieus is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel Kernprofiel en enkele toepassingen van de 8 Mentality-milieus Traditionele burgerij Gemaksgeoriënteerden Moderne burgerij Nieuwe Conservatieven Kernwaarden Idealen Vrije tijd - behoudend - plichtsgetrouw - moralistisch - vrij, gemakkelijk en zorgeloos leven - balans tussen traditie en vernieuwing - conformistisch - statusgevoelig - hiërarchisch - technologische vernieuwing - sociaal-cultureel conservatisme - sterke familiebanden - liefdevol leven - je thuis voelen - rechtvaardige wereld - comfortabel leven - altijd jong blijven - spannend leven - rijk zijn - gelukkig gezinsleven - rijk zijn - nooit meer werken - regelmatig leven - gelukkig gezinsleven - levenswijsheid - de top bereiken - intelligent zijn - boek lezen - een tochtje maken op de fiets - vrijwilligerswerk - tuinieren - thuis muziek luisteren - winkelen - sportwedstrijd bezoeken - videofilm bekijken - familie bezoeken/ontvangen - sportwedstrijd bezoeken - tuinieren - videofilm bekijken - tijdschrift lezen - vrijwilligerswerk - krant lezen - tuinieren Kosmopolieten Opwaarts mobielen Postmaterialisten Postmoderne hedonisten - integratie van materiële en immateriële waarden - carrièregericht - individualistisch - statusgevoelig - maatschappelijk nut - immateriële waarden - vrijheid - experiment - vernieuwing - de wereld zien - iets bijdragen aan de maatschappij - anders dan anderen zijn - spannend leven - rijk zijn - altijd jong blijven - de wereld zien - gewaardeerd worden - innerlijke harmonie - zinvol leven - iets bijdragen aan de maatschappij - de wereld zien - de wereld zien - spannend leven - onafhankelijk zijn - anders dan anderen zijn - boek lezen - sport beoefenen - niets doen - videofilm bekijken - winkelen - sportwedstrijd bezoeken - videofilm bekijken - vrienden bezoeken - boek lezen - wandelen - vrijwilligerswerk - krant lezen - vrienden bezoeken - sport beoefenen - niets doen - popconcert bezoeken 74
75 Bijlage 2 Responsoverzicht Webonderzoek invitations completes incompletes respons (uitnodigingen to gestart) respons (uitnodigingen to completes) Schriftelijk onderzoek Verstuurd: n= 440 Terug ontvangen: n=225 (51%) Voor deadline ontvangen en verwerkt: n=220 (50%) 75
76 Bijlage 3 Weegspecificatie Nederland Representatief Weegspecificatie Representatief voor: Weegsoort: Weegvariabelen: Mentality NCDO 0-meting Nederlandse bevolking jaar Propensity-weging (5 categorieen) Ja (mentalit) Leeftijd 1 '15 t/m 24' 2 '25 t/m 34' 3 '35 t/m 44' 4 '45 t/m 54' '55 t/m 65' '66 t/m 80'. Opleiding Nielsen Hoog (WO/HBO), Midden (HAVO/VWO/MBO/MAVO), Laag (LBO/Basisonderwijs/Geen Opleiding) ja Geslacht Interacties Ja Ja Minimum en maximum weegfactoren 0,45-2,89 Efficientie: 66% (N voor weging: 1512, effectieve N na weging: 998) Het aantal behaalde completes is
77 Postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen 15 Weegspecificatie Representatief voor: Weegsoort: Weegvariabelen: Mentality NCDO 0-meting PH OM Postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen jaar Propensity-weging (5 categorieen) Ja (mentalit) postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen Leeftijd 1 '15 t/m 24' 2 '25 t/m 34' 3 '35 t/m 44' 4 '45 t/m 54' '55 t/m 65' '66 t/m 80'. Opleiding Nielsen Hoog (WO/HBO), Midden (HAVO/VWO/MBO/MAVO), Laag (LBO/Basisonderwijs/Geen Opleiding) ja Geslacht Interacties Ja Ja Minimum en maximum weegfactoren 0,45-2,57 Efficientie: 71% (N voor weging: 1522 effectieve N na weging: 1099) Opmerkingen: 15 Deze cijfers hebben betrekking op alle postmoderne hedonisten en opwaarts mobielen in het onderzoek, dus zowel de boost van n=1.178 als de groep opwaarts mobielen en postmoderne hedonisten uit de steekproef 'Nederland representatief' van n=
78 Bijlage 4 Scores op items: rechte tellingen en per Mentality-milieu 78
79 79
80 80
81 81
82 82
83 83
84 84
85 Een goed millenniumdoel genoemd MB OM PM NC TB KP PH GG Totaal niet wel
86 86
87 87
88 88
89 89
90 90
91 91
92 Bijlage 5 Mentality milieuplaatjes Moet de Nederlandse ontwikkelingshulp vergroot worden, gelijk blijven of verminderd worden? Vergroot worden (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 41 Nieuwe conservatieven 157 Kosmopolieten 62 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 17,3% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 68 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven Moet de Nederlandse ontwikkelingshulp vergroot worden, gelijk blijven of verminderd worden? Gelijk blijven/vergroten samen (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 89 Nieuwe conservatieven 127 Kosmopolieten 86 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 63,1% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 104 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 92
93 De Europese Unie wil de import van schoenen uit China verbieden als maximum hoeveelheden worden overschreden. Vindt u deze beperking die de Europese Unie stelt terecht, of vindt u dat China vrij moet kunnen exporteren? Ja, beperking terecht (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 90 Nieuwe conservatieven 98 Kosmopolieten 106 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 46,8% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 90 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven Het tegenhouden van deze schoenenimporten kan ertoe leiden dat u in de winkel méér moet betalen voor schoenen. Vindt u dat terecht? Ja, beperking terecht (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 116 Nieuwe conservatieven 106 Kosmopolieten 85 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 38,1% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 58 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 93
94 De Europese Unie heeft handelsbarrières en importheffingen opgesteld om haar eigen economie te beschermen. Bent u het meer eens met het handhaven of opheffen van deze handelsbarrières en importheffingen? Opheffen (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 114 Nieuwe conservatieven 115 Kosmopolieten 80 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 24,3% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 78 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? Van de Nederlandse overheid rechtstreeks naar de ontwikkelingslanden (zeer geschikt) (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog 92 Nieuwe conservatieven 98 Kosmopolieten 73 Postmaterialisten Relatief hoog (significant bij α =.05) Midden Moderne burgerij Opwaarts mobielen Gemiddeld 19,9% Traditionele burgerij Postmoderne hedonisten Relatief laag (significant bij α =.05) 95 Laag status Gemaksgeoriënteerden Mentality Traditioneel Modern Postmodern Mentality waarden Behouden Bezitten Verwennen Ontplooien Beleven 94
95 Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? Via de Europese unie (zeer geschikt) (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog Kosmopolieten 108 Nieuwe conservatieven Opwaarts mobielen Moderne burgerij Relatief hoog Postmaterialisten (significant bij α =.05) 74 Gemiddeld 11,0% 92 Midden Traditionele burgerij 115 Relatief laag Postmoderne hedonisten 63 (significant bij α =.05) 104 Gemaksgeoriënteerden Laag Mentality Mentality status waarden Traditioneel Behouden Modern Bezitten Postmodern Verwennen Beleven Ontplooien Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? Via Verenigde Naties of VN-organisaties (zeer geschikt) (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog Kosmopolieten 114 Nieuwe conservatieven Moderne burgerij Opwaarts mobielen Relatief hoog Postmaterialisten 131 Midden (significant bij α =.05) Gemiddeld 29,1% 104 Traditionele burgerij 88 Relatief laag Postmoderne hedonisten 71 (significant bij α =.05) 97 Gemaksgeoriënteerden Laag Mentality Mentality status waarden Traditioneel Behouden Modern Bezitten Postmodern Verwennen Ontplooien Beleven 95
96 Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? Via professionele ontwikkelingsorganisaties (zeer geschikt) (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog Kosmopolieten 130 Nieuwe conservatieven Opwaarts mobielen Moderne burgerij Relatief hoog Postmaterialisten 112 Midden (significant bij α =.05) Gemiddeld 44,6% 113 Traditionele burgerij 84 Relatief laag Postmoderne hedonisten 95 (significant bij α =.05) 105 Gemaksgeoriënteerden Laag Mentality Mentality status waarden Traditioneel Behouden Modern Bezitten Postmodern Verwennen Ontplooien Beleven Wilt u voor elk van deze vormen aangeven hoe geschikt u deze over het algemeen vindt voor het geven van ontwikkelingshulp? Via kleinere vrijwilligersorganisaties (zeer geschikt) (totaalgemiddelde geïndexeerd op 100) Hoog Kosmopolieten 103 Nieuwe conservatieven Moderne burgerij Relatief hoog Postmaterialisten Opwaarts mobielen 148 Midden (significant bij α =.05) Gemiddeld 37,0% 131 Traditionele burgerij 73 Relatief laag Postmoderne hedonisten 106 (significant bij α =.05) 70 Gemaksgeoriënteerden Laag Mentality Mentality status waarden Traditioneel Behouden Modern Bezitten Postmodern Verwennen Ontplooien Beleven 96
Doelgroepen voor duurzame energie. Kennismaking Mentality 22-5-2013 1
Doelgroepen voor duurzame energie Kennismaking Mentality 22-5-2013 1 Waarden versus sociodemografie 1975 Amsterdam Tv-presentatrice 1975 Amsterdam Tv-presentatrice Eva Jinek Sophie Hilbrand Kennismaking
Doelgroepen voor duurzame energie
Doelgroepen voor duurzame energie Apeldoorn, 15 januari Jorrit Hoekstra Sander Metaal Duurzame Energie Mentality 24-1-2013 1 Tijden veranderen Duurzame Energie Mentality 24-1-2013 2 Waarden versus sociodemografie
Tussen dromen en daden. het perspectief van de consument op duurzame financiële dienstverlening
Tussen dromen en daden het perspectief van de consument op duurzame financiële dienstverlening Vertrouwen in bedrijven neemt af Ik wantrouw de goede bedoelingen van bedrijven. Q 05 3,5 36 33 4 5 Q 04 3,4
Op weg naar 2030: verandering in waarden vormt de toekomst
Regiobureau Alblasserwaard Vijfheerenlanden / P.1 / 22-6-2011 / P.1 Op weg naar 2030: verandering in waarden vormt de toekomst Presentatie 21 juni 2011 Projectnummer
Onderzoeksdoelstelling en probleemstelling
Nieuwe doelgroep klassieke muziek / januari 2010 / P.1 Onderzoeksdoelstelling en Het doel van het onderzoek is: De oplevering van een gedetailleerde doelgroepomschrijving voor een nieuw aanbod van klassieke
Motivaction ConceptScore. Onderzoek nieuwe methoden boodschappen doen
Motivaction ConceptScore Onderzoek nieuwe methoden boodschappen doen Thuisbezorging en Pick Up Points winnen aan populariteit Hoe vaak laat jij de dagelijkse boodschappen thuisbezorgen of haal je deze
Barometer Internationale Samenwerking 2009 NCDO Onderzoeksrapport
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Barometer Internationale Samenwerking
Draagvlak participatiesamenleving is geen garantie voor toename vrijwilligerswerk
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 W www.motivaction.nl Factsheet Draagvlak participatiesamenleving is geen
Rapport enquête Vissenbescherming en Dierenbescherming Amsterdam
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 W www.motivaction.nl Rapport enquête Vissenbescherming en Dierenbescherming
Doelgroepen. Kennismaking Mentality
Doelgroepen Kennismaking Mentality 19-11-2013 1 Tijden veranderen Kennismaking Mentality 19-11-2013 2 Waarden versus sociodemografie 1975 Amsterdam Tv-presentatrice 1975 Amsterdam Tv-presentatrice Eva
Segmenteren, Doelgroep Bepalen, Positioneren. Het afstemmen van een product of dienst op de behoefte vanuit de markt.
Segmenteren, Doelgroep Bepalen, Positioneren Het afstemmen van een product of dienst op de behoefte vanuit de markt. Segmentatie Discriminatie in de marketing Doel van segmentatie Inzicht krijgen in mogelijkheden
Zonnepanelen in Nederland
bezoekadres Marnixkade 1015 ZL Amsterdam 109 postadres Postbus 1001 E T [email protected] MG 15262 F Amsterdam W +31 www.motivaction.nl (0)20 589 83 83 00 Zonnepanelen in Nederland Draagvlak en gebruik
Crowdfunding vertrouwen in de economie
& Crowdfunding vertrouwen in de economie Dit rapport is opgesteld door Douw&Koren en Motivaction en gepubliceerd op 8 oktober 2013. Copyright Douw&Koren en Motivaction Alle rechten voorbehouden. Niets
Social intelligence sleutel tot duurzaamheidsdoorbraak in Nederland
PERSBERICHT Utrecht, 11 oktober 2013 Social intelligence sleutel tot duurzaamheidsdoorbraak in Nederland Motivaction presenteert onderzoek naar rol duurzaamheidsprofessionals Een duurzaamheidsdoorbraak
Steeds meer mensen zijn bewust flexitariër
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Steeds meer mensen zijn bewust
PKN in contact met Nederland: kijk op het leven en kijk op geloven
Protestantse Kerk Nederland / 27-8-2015 / P.1 PKN in contact met Nederland: kijk op het leven en kijk op geloven Presentatie 27 januari 2011 Peter Jobsen Protestantse Kerk Nederland / 27-8-2015 / P.2 Aanleiding
Politiek en Sociaal vertrouwen & Internationale Samenwerking
Politiek en Sociaal vertrouwen & Internationale Samenwerking NCDO heeft in de Barometer 2011 1 een aantal vragen opgenomen over sociaal en politiek vertrouwen. Het vermoeden bestaat dat er een relatie
Leefstijlen en betrokkenheid Provincie Flevoland
Leefstijlen en betrokkenheid Provincie Flevoland Presentatie Pieter Paul Verheggen & Willemijn Bot Motivaction 1 Anders naar burgers kijken: waarden versus sociodemografie 1978 Vrouw Hoog opgeleid Amsterdam
Conclusies: leefstijlscore
Nationale Leefstijlbarometer / P.8 : Veenbrand speelt een rol bij de hele bevolking Bij iets meer dan de helft van de bevolking is er sprake van een veenbrand van slechte leefgewoonten: een opeenstapeling
Opiniepeiling: Polen thuis in Nederland?
Marnixkade 109 Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Opiniepeiling: Polen thuis in Nederland? Meningen van Polen in Nederland
De Toekomst van Vrijwilligerswerk Cecilia Keuchenius MSc. Research manager
De Toekomst van Vrijwilligerswerk Cecilia Keuchenius MSc. Research manager [email protected] 020 58 98 270 Circa 4 á 5 op de 10 Nederlanders doen vrijwilligerswerk Hoog opgeleid Gemiddeld inkomen
Mening over sparen en beleggen van pensioenpremie
Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen - Pensioenvertrouwen ad hoc oktober 2009/ 11-1-2010 / P.1 / 11-1-2010 / P.1 Mening over sparen en beleggen van pensioenpremie Onderzoeksrapportage
Mentality model. Achtergrond. Leefstijlscore. Subjectieve gezondheidsbeleving. Motivaties en omgevingsfactoren. Mentality. Verdieping leefstijlscore
Nationale Leefstijlbarometer / P.64 Achtergrond Conclusies Leefstijlscore Verdieping leefstijlscore Subjectieve gezondheidsbeleving Motivaties en omgevingsfactoren Mentality model Mentality Nationale Leefstijlbarometer
Terugkoppeling resultaten peiling levensstijl
Terugkoppeling resultaten peiling levensstijl Peiling EnschedePanel december 2009 30 maart 2010 In december 2009 hebben alle panelleden een vragenlijst ontvangen over levenswaarden/levensinstelling. In
Wat is er aan de hand?
Even voorstellen 2 Wat is er aan de hand? 3 De media zijn verdeeld 4 De bevolking is verdeeld 5 De bevolking is verdeeld 6 Verdeling Nederlanders 15-80 jaar (13 mln) 7 Waarden versus Sociodemografie. Amsterdam
Rapportage omnibusvragen
Rapportage omnibusvragen Input voor Week van Zorg en Welzijn 2017 Lonneke Gijsbers 10-3-2017 Projectnummer Z8318 Inhoudsopgave Achtergrond, methode en opzet 3 Opvallende bevindingen Resultaten 4 6 Bijlage
De economische situatie
1. In hoeverre bent u tevreden over uw huidige persoonlijke leefsituatie? U kunt uw tevredenheid uitdrukken door middel van een cijfer van 1 tot en met 100. (100 is zeer tevreden, 50 is neutraal en 1 is
Opinieonderzoek Klimaatakkoord
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 W www.motivaction.nl Opinieonderzoek Klimaatakkoord Beknopt rapport Natuur
Ouders leren kinderen voor zichzelf opkomen Zelfbeheersing is nog belangrijker. De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl - Factsheet opinieonderzoek
Doelgroep-denken; zet je leden centraal. Presentatie Motivaction Congres SportService Zwolle 1
Doelgroep-denken; zet je leden centraal Presentatie Motivaction Congres SportService Zwolle 1 Wie zijn wij? Ik squash, omdat ik dan kan spelen wanneer ik wil en het is een lekkere adrenalinekick. Ik heb
Hout stoken: lust of last? Milieu Centraal Rapportage Auteurs: Ikrame Azaaj, Jasper Visscher, Sibolt Mulder Project Z6422
Hout stoken: lust of last? Milieu Centraal Rapportage Auteurs: Ikrame Azaaj, Jasper Visscher, Sibolt Mulder Project Z6422 20-7-2015 Inhoudsopgave Achtergrond, doel- en probleemstelling Pagina 3-4 Conclusies
Mentaliteitstrends 2013
Mentaliteitstrends 2013 Motivaction-trendmeting: basics De basis: Motivaction meet sinds 1998 sociaal-culturele onderstromen in de samenleving Jaarlijks steekproef schriftelijke vragenlijst aan huis Nederlandse
Onderzoek duurzaam gedrag
Onderzoek duurzaam gedrag Factsheet Projectnummer B3797 Datum 8 februari 2019 Auteurs: André Kamphuis Roos Thijssen Postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83
Marketing voor energiecoöperaties. Juriaan Jansen, Servicepunt Hier Opgewekt Milieufederatie Noord-Holland
Marketing voor energiecoöperaties Juriaan Jansen, Servicepunt Hier Opgewekt Milieufederatie Noord-Holland Marketing Wat is marketing? Welke strategie is kansrijk? Wie is mijn doelgroep? Wat is mijn boodschap?
Betaalbaarheid van pensioen in de toekomst
Betaalbaarheid van pensioen in de toekomst Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen Jubileum / 21-4-2010 / P.1 / 21-4-2010 / P.1 Onderzoeksrapportage Amsterdam April 2010
Samenvatting onderzoeksresultaten 2012
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Samenvatting onderzoeksresultaten
Flitspeiling NAVO. Opinieonderzoek naar het draagvlak voor de NAVO onder het Nederlands publiek. Ministerie van Defensie
Flitspeiling NAVO Opinieonderzoek naar het draagvlak voor de NAVO onder het Nederlands publiek Inleiding en onderzoeksverantwoording Op verzoek van het ministerie van Defensie heeft Veldkamp een flitspeiling
Ray Anderson-lezing, MVO Nederland en Interface Door: Martijn Lampert, research director Motivaction
Koploper op doodlopende weg of trending topic? Social intelligence essentieel voor duurzaamheidsdoorbraak in Nederland Duurzaamheidsvoorhoede blijft achter als change maker Dit is de samenvatting van de
Monitor Steun en Draagvlak
Bezoekadres: Alexanderkazerne Van Alkemadelaan 357 Postadres: MPC 58 A Postbus 90701 2509 LS Den Haag Nederland Monitor Steun en Draagvlak Steller: Drs. A.J.V.M. Vos Februari 2008 Rapportnummer GW-08-022A
Een onderzoek autoverzekeringen. Pricewise 26-11-2014. Rapportage Auteurs: Yvette Randsdorp, Rob Doornbos Project Z5003
Een onderzoek autoverzekeringen Pricewise Rapportage Auteurs: Yvette Randsdorp, Rob Doornbos Project Z5003 26-11-2014 Inhoudsopgave Achtergrond, doel- en probleemstelling Pagina 3 Conclusies Pagina 4 Methode
Rapportage Auteurs: Jeroen Bruin & Karin Lammers Project Z6360. Effect toiletreclame Vodafone
Rapportage Auteurs: Jeroen Bruin & Karin Lammers Project Z6360 Effect toiletreclame Vodafone Achtergrond, doel- en probleemstelling In opdracht van Altermedia, in naam van Oskar van Son, heeft Motivaction
Factsheet Maatschappelijke Barometer: vrijheid van meningsuiting, uitzending 2 november 2005
Factsheet Maatschappelijke Barometer: vrijheid van meningsuiting, uitzending 2 november 2005 Achtergrond Maatschappelijke Barometer In samenwerking met actualiteitenprogramma Netwerk voert Motivaction
De beleving van armoede door de Nederlandse bevolking
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Stichting Levi Lassen De beleving
Werkdruk of werkgeluk? Ester Koot Jorn Lingsma Eric-Jan Klöne Thomas Vrakking
Werkdruk of werkgeluk? Ester Koot Jorn Lingsma Eric-Jan Klöne Thomas Vrakking Werkdruk of werkgeluk? De werkdrukmeter: hoe werkt het? Voelen uw medewerkers zich gelukkig, energiek en vitaal? Of dreigen
Effect toiletreclame Vodafone Altermedia
Effect toiletreclame Vodafone Altermedia Rapportage Auteurs: Jeroen Bruin & Karin Lammers Project Z6360 Inhoudsopgave Achtergrond, doel- en probleemstelling Pagina 3 Methode en opzet Pagina 4/5 Resultaten
Effect toiletreclame Ziggo. Altermedia Rapportage Auteurs: Jeroen Bruin, Daan Damen en Jeroen Senster Project Z4778
Effect toiletreclame Ziggo Altermedia Rapportage Auteurs: Jeroen Bruin, Daan Damen en Jeroen Senster Project Z4778 Achtergrond, doel- en probleemstelling In opdracht van Altermedia, in naam van Oskar van
NEDERLANDERS & OVERHEIDSBUDGET ONTWIKKELINGS- SAMENWERKING ONDERZOEKSREEKS
NEDERLANDERS & OVERHEIDSBUDGET ONTWIKKELINGS- SAMENWERKING 3 ONDERZOEKSREEKS NCDO is het Nederlandse kennis- en adviescentrum voor burgerschap en internationale samenwerking. NCDO bevordert het publiek
Betere samenleving vraagt om andere opvoeding
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Betere samenleving vraagt om
Nederlanders & Overheidsbudget Ontwikkelingssamenwerking. onderzoeksreeks
Nederlanders & Overheidsbudget Ontwikkelingssamenwerking 3 onderzoeksreeks NCDO is het Nederlandse kennis- en adviescentrum voor burgerschap en internationale samenwerking. NCDO bevordert het publiek bewustzijn
Zijn Nederlanders klaar voor de participatiesamenleving en zelfzorgstaat? - Factsheet publieksonderzoek -
Zijn Nederlanders klaar voor de participatiesamenleving en zelfzorgstaat? - Factsheet publieksonderzoek - Amsterdam, 24 oktober 2014 drs. Bram van der Lelij Samenvatting De Nederlandse verzorgingsstaat
Wat vinden Nederlanders van belastingontwijking door grote bedrijven?
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 W www.motivaction.nl Wat vinden Nederlanders van belastingontwijking door
Belastingontwijking en brievenbusfirma s
Belastingontwijking en brievenbusfirma s Een onderzoek onder het Nederlands publiek Rapportage Auteurs: Femke Konings en Bram van der Lelij Project Z8590 29-12-2016 Conclusies Achtergrond van het onderzoek
De Begroting van het Volk 2012
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl De Begroting van het Volk 2012
Het bestaansrecht van de glastuinbouwsector. Onderzoek naar het imago van de glastuinbouwsector PT 2008-15. Glastuinbouw
Het bestaansrecht van de glastuinbouwsector Onderzoek naar het imago van de glastuinbouwsector PT 2008-15 Glastuinbouw 1 Leeswijzer Dit rapport bevat de resultaten van het imago-onderzoek naar de glastuinbouwsector,
Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 40 t/m 51. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.
Rapport monitor Opvang asielzoekers week 40 t/m 51 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 27 december 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten
Marian Spier. Docent Interna,onal coördinator SBC Afstudeerbegeleider
Goedemorgen Marian Spier Docent Interna,onal coördinator SBC Afstudeerbegeleider Studie Communica,e en designmanagement Didac,ek, pedagogiek Organisa,epsychologie Werk Communica,e adviseur Manager interac,ve
Management summary Energiezuinig wonen in de Biezenakker
Management summary Energiezuinig wonen in de Biezenakker Aanleiding van het traject Bij de ontwikkeling van de nieuwe wijk de Biezenakker in Ulft heeft de Gemeente Oude IJsselstreek als doelstelling om
Opvattingen over de figuur Zwarte Piet
Opvattingen over de figuur Zwarte Piet Een opinieonderzoek onder het Nederlandse publiek, met uitsplitsingen naar autochtone Nederlanders en Surinaamse- en Antilliaanse-Nederlanders meting 4 November 2017
Gebiedsanalyse gemeente Den Haag
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Gebiedsanalyse gemeente Den
Bekendheid Overijsselse regio s. Rapportage meting 4 (december 2012)
Bekendheid Overijsselse regio s Rapportage meting 4 (december 202) NBTCNIPO Research Postadres Postbus 63470 2502 JL Den Haag Bezoekadres Prinses Catharina Amaliastraat 5, Den Haag Grote Bickersstraat
Welkom in mijn achtertuin. Burgerschapsstijlen en voorzieningen voor dak- en thuislozen. Presentatie. Leeuwarden 19 Maart 2010
Welkom in mijn achtertuin 21-03-2010 / P.1 Welkom in mijn achtertuin Presentatie Burgerschapsstijlen en voorzieningen voor dak- en thuislozen Leeuwarden 19 Maart 2010 Welkom in mijn achtertuin 21-03-2010
Kwantitatief onderzoek naar de houding en opvattingen van Turkse en Marokkaanse jongeren jegens het conflict in de Gazastrook 1-meting Factsheet
bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E [email protected] T +31 (0)20 589 83 83 W www.motivaction.nl Kwantitatief onderzoek naar de houding en opvattingen
Meting september 2013
Meting september 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl Donateursvertrouwen daalt in tegenstelling tot consumentenvertrouwen
Wat vindt Nederland van elektrisch rijden?
bezoekadres Marnixkade 1015 ZL Amsterdam 109 postadres Postbus 1001 E T [email protected] MG 15262 W +31 www.motivaction.nl (0)20 Amsterdam 5898383 Wat vindt Nederland van elektrisch rijden? Een onderzoek
Kennis over kosten en opbrengsten van het pensioensysteem
Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen - Pensioenvertrouwen ad hoc september 2009/ 19-10-2009 / P.1 / 19-10-2009 / P.1 Kennis over kosten en opbrengsten van het pensioensysteem
Het EnschedePanel over duurzaamheid
Het EnschedePanel over duurzaamheid Resultaten peiling EnschedePanel 7 april 2010 Over dit onderzoek De leden van het EnschedePanel zijn enkele vragen voorgelegd over het stimuleren van duurzaam gedrag.
EDM. Peter Weyers. Van data naar daden. Mentality ijkpersonen Nijmegen Standvast Wonen
EDM Peter Weyers Van data naar daden Zorgmijders Wat is Wijk in Beeld? WiB en Zorgmijders Van data naar daden Zorgmijders zijn: Sociaal kwetsbare mensen die vanuit de optiek van professionele hulpverleners
Meerderheid kent het EKO-keurmerk Onderzoek naar de waarde van het EKO-keurmerk onder Nederlandse boodschappers
Meerderheid kent het EKO-keurmerk Onderzoek naar de waarde van het EKO-keurmerk onder Nederlandse boodschappers Tim de Broekert MSc, Research Consultant Imre van Rooijen MSc, Research Consultant december
80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,
Meting juni 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl 80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, AL ZIEN MINDER
+,)%-(%#'%,,$%.#%/,$.0
!"#$%"&&'()#**#$! +,)%-(%#'%,,$%.#%/,$.0 " De media zijn verdeeld 4 De bevolking is verdeeld 5 De bevolking is verdeeld 6 8,,'% 9,,'&2% 8#$),*-):0 & !#$%6&')#%7#(;/-#.#$-(#'.#*-$7%?#.#'*,$.#'(%@ABCD%4,,'%E@F%2*$G
Groene Lunch, MediaGroen. Gerard van der Werf Daan Damen
Groene Lunch, MediaGroen Gerard van der Werf Daan Damen Wat is er aan de hand? 2 De media zijn verdeeld 3 De bevolking is verdeeld 4 De bevolking is verdeeld 5 Verdeling Nederlanders 15-80 jaar (13 mln)
FORMELE GESPREKKEN, REGELDRUK EN REGELRUIMTE. Analyse op basis van het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek mei 2016
ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers FORMELE GESPREKKEN, REGELDRUK EN REGELRUIMTE Analyse op basis van het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek 2014 mei 2016 1 Arbeidsmarktplatform
FinQ Monitor van financieel bewustzijn en financiële vaardigheden van Nederlanders. Auteurs Jorn Lingsma Lisa Jager
FinQ 2018 Monitor van financieel bewustzijn en financiële vaardigheden van Nederlanders Auteurs Jorn Lingsma Lisa Jager 14-1-2019 Projectnummer B3433 Achtergrond van de FinQ monitor Nederlanders in staat
Ouderen en nieuwe technologie
Ouderen en nieuwe technologie Mature Market Monitor 2: rapportage Peter Jobsen [email protected] Pieter Paul Verheggen [email protected] Edgar Keehnen [email protected] Ouderen positief
Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland
Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland In april 2013 heeft TNS NIPO in opdracht van Thuiswinkel.org een herhalingsonderzoek uitgevoerd naar
ANALYSE FORUM VOOR DEMOCRATIE
ANALYSE FORUM VOOR DEMOCRATIE Vervolganalyse Peiling september 2017 1. Belangrijkste uitkomsten 1.1 Electoraal speelveld Forum voor Democratie is een geduchte concurrent van 50 Plus en PVV en ook van VVD,
Introductie. 1. Uw persoonlijke situatie. Voorbeeldvragenlijst COB-kwartaalenquête 2011
Introductie Dit onderzoek vindt plaats in opdracht van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Met de resultaten wil het bureau het kabinet en de politiek in het algemeen informeren over zorgen en wensen
