GEZONDHEIDSENQUETE 2013
|
|
|
- Margaretha Koster
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL
2 Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat 14 B-1050 Brussel [email protected] Depotnummer: D/2014/2505/69 Intern referentienummer PHS Report
3 9. Mondgezondheid AUTEUR Johan VAN DER HEYDEN
4 Gelieve bij het verwijzen naar resultaten van dit hoofdstuk de volgende referentie te gebruiken: Van der Heyden J. Mondgezondheid. In: Gisle L, Demarest S (ed.). Gezondheidsenquête Rapport 2: Gezondheidsgedrag en leefstijl. WIV-ISP, Brussel, 2014
5 INHOUDSTAFEL Samenvatting Inleiding Vragen Indicatoren Resultaten Personen zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen Tandvervangende prothese Moeilijkheden bij het kauwen van hard voedsel Tanden poetsen Bespreking Bibliografie Tabellen MONDGEZONDHEID Inhoudstafel 643
6
7 SAMENVATTING Een gezondheidsenquête leent zich niet om directe indicatoren van de mondgezondheid (zoals bijvoorbeeld de prevalentie van tandcariës in de bevolking) in te schatten, maar kan aan de hand van enkele indirecte indicatoren toch een globaal beeld schetsen van de mondgezondheid van de algemene bevolking en de determinanten die hierbij een rol spelen. Zo rapporteert 11,4% van de bevolking van 15 jaar en ouder geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben, geeft 16,3% aan dat ze moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel en verklaart 35,0% een tandvervangende prothese te hebben. Uiteraard situeren deze problemen zich vooral op oudere leeftijd. Toch blijkt al 7,2 % van de 45 tot 54-jarigen geen eigen natuurlijke gebitselementen meer te hebben, heeft 11,1% van deze leeftijdsgroep al moeilijkheden bij het kauwen van hard voedsel en heeft 36,6% een tandvervangende prothese. Hoewel we niet voor alle enquêtejaren vergelijkbare gegevens hebben voor elk van de indicatoren, tekent zich toch een zekere trend af. Zo noteren we de afgelopen jaren een daling van het aantal mensen dat helemaal geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft en een daling van het aantal personen met een tandvervangende prothese. Deze evolutie wijst wellicht in de eerste plaats op een verbetering van de mondhygiëne in het verleden, maar geeft geen informatie geeft over recente evoluties in de mondhygiëne. 57,0% van de bevolking geeft aan minstens 2 keer per dag de tanden te poetsen. Aangezien het om zelfgerapporteerde gegevens gaat, en personen in een interview de neiging kunnen hebben om sociaal wenselijke antwoorden te geven, kunnen we er van uitgaan dat het aantal personen dat effectief twee of meer keer per dag de tanden poetst in werkelijkheid een stuk lager is. Toch is het bemoedigend dat dit percentage sinds de vorige enquête in 2008 sterk is toegenomen. Vrouwen poetsen frequenter hun tanden dan mannen. Opmerkelijk is dat in Vlaanderen in stedelijke gemeenten beter gepoetst wordt dan in landelijke gemeenten, en dat Brussel hiervoor beter scoort dan de andere gewesten. Voor alle indicatoren stellen we belangrijke socio-economische verschillen vast. Lager opgeleiden hebben vaker geen eigen natuurlijke gebitselementen meer, hebben frequenter een tandvervangende prothese, hebben meer kauwproblemen en poetsen minder vaak hun tanden. Verschillen in voedingsgewoonten, gebruik van preventieve tandzorg en inzichten in het belang van een goed gebit en hygiëne kunnen deze socio-economische ongelijkheden wellicht verklaren. Mondhygiëne blijft zeker en vast één van de domeinen waarin ongelijkheden in gezondheid het meest uitgesproken zijn. MONDGEZONDHEID Samenvatting 645
8
9 1. INLEIDING Een gezonde mond is belangrijk en dit niet alleen omwille van de essentiële functie bij het eten en spreken. Er is ook een belangrijk esthetisch en sociaal aspect. Problemen met de mondgezondheid hangen vaak samen met andere gezondheidsproblemen. Onderzoek toonde een samenhang aan tussen tandproblemen en arthritis, hart- en vaatziekten, diabetes, longemfyseem, hepatitis C infectie, zwaarlijvigheid en beroerte [1]. Maatregelen om mondaandoeningen te voorkomen of te controleren zijn (1) het sensibiliseren van het publiek en de beroepsgroepen voor georganiseerde acties; (2) het promoten van praktijken die een betere mondgezondheid met zich mee brengen, zoals verminderde inname van geraffineerde suikers, minstens tweemaal per dag de tanden poetsen met een fluoridehoudende tandpasta, stoppen met roken en minder alcohol gebruiken; (3) een optimale blootstelling verzekeren aan fluoride en (4) de toegankelijkheid verzekeren tot een doeltreffende preventieve en curatieve mondzorg. Zowel de dagelijkse mondhygiëne als de professionele tandheelkundige zorg zijn belangrijk voor de preventie en de behandeling van mondaandoeningen. In deze module hebben we het over mondhygiëne. Contacten met tandartsen worden behandeld in een volgend rapport van deze gezondheidsenquête. Het is duidelijk dat een gezondheidsenquête maar een beperkte bijdrage kan leveren tot gezondheidsinformatie over mondhygiëne. De meest voorkomende mondgezondheidsproblemen zijn caries (aandoening van tanden en kiezen, die gepaard gaat met verlies van hard tandweefsel), peridontitis (ontsteking van het wortelvlies van een tand) en tanderosie (oplossen van tandglazuur door inwerking van zuur). Om zicht te hebben op de omvang van deze problemen in een populatie is het nodig om een gezondheidsonderzoek uit te voeren door professionele zorgverleners. Dit laat toe om op een aantal indicatoren van de mondgezondheid te berekenen op basis van klinische gegevens [2]. De meeste bekende van deze indicatoren is de DMFT-index, die opgenomen is in de Health For All-indicatoren van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), de OESO gezondheidsindicatoren en de European Community Health Indicators (ECHI) 1. De DMFT-index is de optelsom van de door cariëslaesies aangedane elementen in het gebit. Hierbij worden het aantal gebitselementen ( tooth, T) met een caviteit ( decayed, D), met een of meerdere vullingen ( filled, F), en gebitselementen die door cariës verloren gingen ( missing, M) opgeteld. Toch kan ook een gezondheidsenquête zonder onderzoekscomponent enige informatie over mondgezondheid opleveren. Zo kan een gezondheidsenquête peilen naar het aantal mensen dat geen eigen gebitselementen meer heeft, problemen heeft met kauwen, een tandprothese heeft en regelmatig de tanden poetst. Deze indicatoren maken deel uit van een uitgebreide lijst van essentiële mondgezondheidsindicatoren in Europa die in 2004 door een expertgroep werd samengesteld [3]. MONDGEZONDHEID 1. Inleiding
10
11 2. VRAGEN De eerste 5 vragen in deze module zijn enkel voor personen van 15 jaar en ouder. DE01. DE02. DE03. DE04. DE05. Heb u nog eigen tanden, ook al is het er maar één? (1.Ja / 2.Neen) Hebt u een uitneembare prothese? (1.Ja / 2.Neen) Gaat het om een 1.volledige prothese / 2.gedeeltelijke prothese? Hebt u een vaste gebitsprothese, meer bepaald een kroon of een brug? (1.Ja / 2.Neen) Kunt u hard voedsel, zoals b.v. een appel, bijten en kauwen? (1.Ja, zonder moeite / 2.Ja, maar met enige moeite / 3.Ja, maar met heel wat problemen / 4.Neen, dat kan ik niet) Een laatste vraag is voor iedereen van 6 maanden en ouder. DE06. Hoe vaak poetst u gewoonlijk uw tanden? 1. Meer dan twee keer per dag 2. Twee keer per dag 3. Eén keer per dag 4. Minder dan één keer per dag 5. Nooit MONDGEZONDHEID 2. Vragen 649
12
13 3. INDICATOREN Vier indicatoren worden in deze module voorgesteld: DE01_1 DE_1 DE05_1 DE06_1 het percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat rapporteert geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer te hebben; het percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen een gedeeltelijke uitneembare prothese (DE_2), een volledige uitneembare prothese (DE_3) en een niet-uitneembare prothese (DE04_1); het percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel; het percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of een nietuitneembare tandprothese dat minstens twee keer per dag de tanden poetst; dit is de frequentie die in gezondheidsaanbevelingen doorgaans vermeld wordt. MONDGEZONDHEID 3. Indicatoren 651
14
15 4. RESULTATEN 4.1. PERSONEN ZONDER EIGEN (NATUURLIJKE) GEBITSELEMENTEN BELGIË 11,4 % van de bevolking van 15 jaar en ouder geeft aan geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben. Analyse volgens geslacht en leeftijd Na correctie voor leeftijd blijkt dit in gelijke mate het geval te zijn voor vrouwen en mannen. Er is wel een sterk verband met de leeftijd. Van de 75-plussers heeft 43,4% geen eigen gebitselementen meer. Figuur 1 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Ook na correctie voor leeftijd en geslacht zien we voor deze indicator belangrijke verschillen in functie van het opleidingsniveau. Hoe lager de opleiding, hoe vaker mensen aangeven over geen eigen gebitselementen meer te beschikken. Slechts 4,4% van de personen (van 15 jaar en ouder) met een diploma hoger onderwijs heeft geen eigen tanden meer. Bij personen met een diploma hoger middelbaar bedraagt dit percentage 6,6%, bij personen met een diploma lager middelbaar 10,1% en bij personen met geen diploma of enkel een diploma lager onderwijs 13,4%. MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 653 Verschillen in functie van de urbanisatiegraad van de gemeente waarin de personen wonen worden niet waargenomen. Evolutie over de tijd Het percentage personen (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft is tussen 2001 en 2008 gedaald van 15,9 % naar 11,4%. Deze daling is sterk significant, ook na correctie voor leeftijd en geslacht. Tussen 2008 en 2013 is dit percentage echter stabiel gebleven (Figuur 2).
16 Figuur 2 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft, per jaar en per gewest, Gezondheidsenquête, België, 2013 MONDGEZONDHEID 4. Resultaten GEWESTEN Het percentage personen van 15 jaar en ouder zonder eigen gebitselementen is lager in het Brussels Gewest dan in het Vlaams en Waals Gewest. Dit verschil is sterk significant, ook na correctie voor leeftijd en geslacht. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest geeft 11,9% van de bevolking van 15 jaar en ouder aan geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 3), opleidingsniveau, urbanisatiegraad en enquêtejaar is in het Vlaams Gewest gelijkaardig aan wat wordt geobserveerd voor België in zijn geheel. Figuur 3 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest 654
17 Brussels Gewest In het Brussels Gewest geeft 7,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder aan geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 4), opleidingsniveau en enquêtejaar is in het Brussels Gewest gelijkaardig aan wat wordt geobserveerd voor België in zijn geheel. Figuur 4 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebits-elementen meer heeft, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Waals Gewest In het Waals Gewest geeft 12,0% van de bevolking van 15 jaar en ouder aan geen eigen, natuurlijke gebitselementen meer te hebben. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 5), opleidingsniveau, urbanisatiegraad en enquêtejaar is in het Waals Gewest gelijkaardig aan wat wordt geobserveerd voor België in zijn geheel. Figuur 5 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 655
18 4.2. TANDVERVANGENDE PROTHESE BELGIË 35,0% van de bevolking van 15 jaar en ouder verklaart een tandvervangende prothese te hebben. Meer specifiek geeft 13,2% van de bevolking aan over een uitneembare deelprothese te beschikken, 10,8% over een uitneembare volledige prothese en 15,8% over een niet-uitneembare prothese. Sommigen hebben zowel een uitneembare als een niet-uitneembare prothese, waardoor de som van de percentages voor de afzonderlijke soorten protheses hoger is dan 35,0%. De verdere resultaten hebben betrekking op een tandvervangende prothese zonder onderscheid te maken tussen de 3 categorieën protheses. Analyse volgens geslacht en leeftijd Vrouwen hebben vaker een tandvervangende prothese dan mannen, ook na correctie voor leeftijd. Uiteraard stijgt het percentage personen met een tandvervangende prothese sterk in functie van de leeftijd. Toch meldt reeds 16,2% van de 35 tot 44 jarigen dat ze een tandvervangende prothese hebben (Figuur 6). Figuur 6 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 656 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Hoe lager het opleidingsniveau, hoe meer kans op een tandvervangende prothese. Het percentage personen met een tandvervangende prothese bedraagt 61,0% bij personen met geen diploma of enkel een diploma lager onderwijs en daalt tot 25,4% bij personen met een diploma hoger onderwijs. Zelfs al kunnen deze verschillen gedeeltelijk verklaard worden door verschillen in de geslachts- en leeftijdsdistributie tussen de verschillende opleidingsklassen, ook na correctie voor leeftijd en geslacht vinden we nog significante verschillen tussen de twee laagste opleidingsklassen en de hoogste. Het percentage personen met een tandvervangende prothese hangt niet samen met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont.
19 Evolutie over de tijd Het percentage personen met een tandvervangende prothese is tussen 2004 en 2008 gedaald van 37,6% naar 35,7%. In 2013 zien we een verdere, maar veel beperktere daling tot 35,0% (Figuur 7). Opmerkelijk is dat deze daling vooral toe te schrijven is aan een afname van het aantal mensen met een uitneembare tandprothese. Het aantal personen met een niet-uitneembare tandprothese steeg tussen 2008 en 2013 zelfs van 10,4% tot 15,8. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit echter te maken met een wijziging in de vraagstelling. In 2004 en 2008 werd de vraag gesteld: Hebt u een niet-uitneembare tandprothese? In 2013 werd deze vraag specifieker gesteld: Hebt u een vaste gebitsprothese, meer bepaald een kroon of een brug?. Wellicht gaf een aantal respondenten in 2004 en 2008 er zich geen rekenschap van dat een kroon en een brug ook vaste gebitsprothesen zijn, waardoor het percentage personen met een vaste gebitsprothese in deze enquêtes dus onderschat werd. De daling van het aantal personen met een tandvervangende prothese (zowel uitneembaar als niet-uitneembaar) tussen 2008 en 2013 is dus wellicht nog meer uitgesproken dan de cijfers weergeven. Figuur 7 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, per jaar en per gewest, Gezondheidsenquête, België, GEWESTEN MONDGEZONDHEID 4. Resultaten Het percentage personen met een tandvervangende prothese is hoger in het Vlaams Gewest dan in het Waals en Brussels Gewest. Het verschil tussen het Vlaams Gewest en het Waals Gewest is significant na correctie voor leeftijd en geslacht; voor het verschil tussen het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest is dit niet het geval. 657 Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest heeft 37,9% van de bevolking van 15 jaar en ouder een tandvervangende prothese. De analyse in functie van leeftijd (Figuur 8), opleidingsniveau, urbanisatiegraad en enquêtejaar is in het Vlaams Gewest grotendeels gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. Na correctie voor leeftijd is er voor deze indicator in het Vlaams Gewest echter geen significant verschil tussen mannen en vrouwen.
20 Figuur 8 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest heeft 28,5% van de bevolking van 15 jaar en ouder een tandvervangende prothese. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 9) en opleidingsniveau is in het Brussels Gewest grotendeels gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. Na correctie voor leeftijd en geslacht is er in het Brussels Gewest geen significante daling tussen 2008 en 2013, maar gezien de wijziging van de vraagstelling over de vaste tandprothese tussen deze twee enquêtejaren, moet dit met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Figuur 9 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 658
21 Waals Gewest In het Waals Gewest heeft 32,0% van de bevolking van 15 jaar en ouder een tandvervangende prothese. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 10) en opleidingsniveau en enquêtejaar is in het Waals Gewest grotendeels gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. In het Waals Gewest blijkt het percentage personen met een tandvervangende prothese na correctie voor leeftijd en geslacht significant hoger te liggen in landelijke gemeenten dan in steden. Figuur 10 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandvervangende prothese, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 4.3 MOEILIJKHEDEN BIJ HET KAUWEN VAN HARD VOEDSEL 16,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder geeft aan moeilijkheden te ondervinden bij het kauwen van hard voedsel, zoals b.v. een appel BELGIË Analyse volgens geslacht en leeftijd Vrouwen lijken op het eerste zicht vaker moeilijkheden te hebben met kauwen dan mannen, maar dit verschil is niet significant na correctie voor leeftijd. Ook voor deze indicator is de leeftijd de belangrijkste determinant (Figuur 11). Het percentage jongeren met kauwproblemen is zeer klein. Vanaf de leeftijdsgroep jaar heeft al een aanzienlijk deel (19,8%) van de bevolking kauwproblemen. Bij 75-plussers gaat het om 56,6% van de bevolking. MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 659
22 Figuur 11 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met kauwproblemen, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 660 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken De analyse volgens opleidingsniveau geeft gelijkaardige resultaten als voor de 2 vorige indicatoren: naarmate het opleidingsniveau daalt, zien we een toenemend percentage personen met kauwproblemen: 46,8% bij lager opgeleiden tegenover 7,7% bij mensen met een diploma hoger onderwijs. Na correctie voor leeftijd en geslacht verminderen de verschillen, maar blijft de socio-economische gradiënt sterk significant. In halfstedelijke gemeenten is het percentage mensen met kauwproblemen na correctie voor leeftijd en geslacht significant lager dan in landelijke gemeenten. Het percentage ligt er ook lager dan in de steden, maar dit verschil is niet significant. Evolutie over de tijd Na correctie voor leeftijd en geslacht zien we tussen 1997 en 2008 een significante daling van het aantal personen met kauwproblemen. Tussen 2008 en 2013 zien we terug een stijging (Figuur 12). Ook hier moet de vraag gesteld worden of dit niet kan te maken hebben met methodologische redenen. Tot 2008 maakte de vraag over kauwproblemen deel uit van de module functionele beperkingen, die in het begin van de vragenlijst staat. In 2013 werd de module functionele beperkingen grondig hervormt. Daarbij werd beslist om de vraag over kauwproblemen op te nemen in de module mondgezondheid, die later in de vragenlijst aan bod komt. Het zou kunnen dat dit een impact gehad heeft op de antwoorden.
23 Figuur 12 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met kauwproblemen, per jaar en per gewest, Gezondheidsenquête, België, GEWESTEN Het percentage personen van 15 jaar en ouder met kauwproblemen is hoger in het Waals Gewest dan in het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest. Na correctie voor leeftijd en geslacht is enkel het verschil tussen het Waals Gewest en het Vlaams Gewest significant. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest bedraagt het percentage personen van 15 jaar en ouder met kauwproblemen 15,8%. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 13) en opleiding en enquêtejaar geeft hetzelfde resultaat als wat we vonden op het Belgisch niveau. In het Vlaams Gewest is het percentage personen met kauwproblemen na correctie voor leeftijd en geslacht significant hoger in landelijke gemeenten dan in steden en halfstedelijke gemeenten. Figuur 13 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met kauwproblemen, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Vlaams Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 661
24 Brussels Gewest In het Brussels Gewest bedraagt het percentage personen van 15 jaar en ouder met kauwproblemen 14,2%. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 14), opleidingsniveau en enquêtejaar geeft hetzelfde resultaat als wat we vonden op het Belgisch niveau. Figuur 14 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met kauwproblemen, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Brussels Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten Waals Gewest In het Waals Gewest bedraagt het percentage personen van 15 jaar en ouder met kauwproblemen 18,0%. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 15), opleidingsniveau en enquêtejaar geeft hetzelfde resultaat als wat we vonden op het Belgisch niveau. Na correctie voor leeftijd en geslacht is het percentage personen met kauwproblemen in het Waals Gewest significant hoger in stedelijke gemeenten dan in landelijke gemeenten. 662
25 Figuur 15 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met kauwproblemen, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Waals Gewest 4.4. TANDEN POETSEN Voor deze indicator bestaat de doelgroep uit de bevolking van 6 maanden en ouder met eigen tanden en/of een vaste tandvervangende prothese. Ook waar dit niet specifiek vermeld wordt, gaat het dus om deze doelgroep. 8,1% van de bevolking geeft aan meer dan 2 keer per dag de tanden de poetsen, voor 48,9% is dit twee keer per dag, voor 37,3% één keer per dag, voor 4,4% minder dan één keer per dag en 1,3% verklaart nooit de tanden te poetsen; 57,0% van de bevolking geeft dus aan minstens 2 keer per dag de tanden te poetsen BELGIË Analyse volgens geslacht en leeftijd Het percentage vrouwen dat minstens twee keer per dag de tanden poetst ligt significant hoger dan het percentage mannen, ook na correctie voor leeftijd. Het hoogste percentage wordt genoteerd in de leeftijdsgroep jaar. Naarmate de leeftijd toeneemt zien we een geleidelijke daling van dit percentage met de leeftijd (Figuur 16). MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 663
26 Figuur 16 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 MONDGEZONDHEID 4. Resultaten Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Personen met enkel een diploma lager onderwijs of geen diploma rapporteren slechts in 42,7% van de gevallen dat ze de tanden tweemaal of vaker per dag poetsen. Naarmate het opleidingsniveau stijgt, stijgt ook dit percentage. Bij personen met een hoger diploma poetst 64,5% de tanden minstens tweemaal per dag. Deze socio-economische gradiënt blijft sterk significant na correctie voor leeftijd en geslacht. In stedelijke gemeenten wordt blijkbaar beter gepoetst dan in landelijke gemeenten en dit verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd Reeds tussen 2004 en 2008 was het aantal personen dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst licht gestegen. Tussen 2008 en 2013 noteren we een nog veel sterkere stijging: van 52,0% naar 57,0% (Figuur 17). Deze stijging is sterk significant na correctie voor leeftijd en geslacht. 664
27 Figuur 17 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, per jaar en per gewest, Gezondheidsenquête, België, GEWESTEN In het Brussels Gewest is het percentage personen dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst significant hoger dan in het Waals Gewest, waar dit percentage dan weer significant hoger is dan het Vlaams Gewest. De verschillen zijn ook significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest verklaart 53,4% van de bevolking minstens twee keer per dag de tanden te poetsen. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 18), en opleidingsniveau, urbanisatiegraad en enquêtejaar is in het Vlaams Gewest gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 665
28 Figuur 18 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Vlaams Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest rapporteert 69,8% van de bevolking minstens twee keer per dag de tanden te poetsen. Dit is significant hoger dan in het Vlaams en Waals Gewest, ook na correctie voor leeftijd en geslacht. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 19), en opleidingsniveau en enquêtejaar is in het Brussels Gewest gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. Figuur 19 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Brussels Gewest 666
29 Waals Gewest In het Waals Gewest verklaart 58,8% van de bevolking minstens twee keer per dag de tanden te poetsen. De analyse in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 20), en opleidingsniveau en enquêtejaar is in het Waals Gewest gelijkaardig aan wat geobserveerd wordt voor België in zijn geheel. In tegenstelling tot wat we vinden in het Vlaams Gewest vinden we in het Waals Gewest geen verschillen in de poetsfrequentie volgens de urbanisatiegraad. Figuur 20 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Waals Gewest MONDGEZONDHEID 4. Resultaten 667
30
31 5. BESPREKING In deze module bespreken we 4 indicatoren die weliswaar geen gedetailleerd informatie geven over de mondgezondheid, maar er wel, als oorzaak of als gevolg, rechtstreeks mee te maken hebben. Hoewel we niet voor alle enquêtejaren vergelijkbare gegevens hebben voor elk van de indicatoren, tekent zich toch een relatief positieve trend af. Zo noteren we de afgelopen jaren een daling van het aantal mensen dat helemaal geen eigen (natuurlijke) gebitselementen meer heeft, en een daling van het aantal personen met een tandvervangende prothese. Ook stellen we tussen 2008 en 2013 een sterke toename vast van het aantal personen dat minstens twee keer per dag de tanden poetst, een indicator waarvoor vooral het Brussels Gewest goed scoort. Voor wat de indicator omtrent tanden poetsen betreft, is het belangrijk aan te geven dat het om zelfgerapporteerde gegevens gaat. Aangezien personen in een interview soms de neiging hebben om sociaal wenselijke antwoorden te geven, kunnen we er van uitgaan dat het aantal personen dat effectief twee of meer keer per dag de tanden poetst in werkelijkheid wellicht een stuk lager is. Voor alle indicatoren stellen we belangrijke socio-economische verschillen vast. Lager opgeleiden hebben vaker geen eigen natuurlijke gebitselementen meer, hebben frequenter een tandvervangende prothesen, hebben meer kauwproblemen en poetsen minder vaak hun tanden. Verschillen in voedingsgewoonten, gebruik van preventieve tandzorg, inzichten in het belang van een goed gebit en hygiëne in het algemeen kunnen deze socio-economische ongelijkheden wellicht verklaren. Mondhygiëne blijft zeker en vast één van de domeinen waarin ongelijkheden in gezondheid het meest uitgesproken zijn. Een beleid dat socio-economische ongelijkheden wil aanpakken moet hier zeker oog voor hebben. MONDGEZONDHEID 5. Bespreking 669
32
33 6. BIBLIOGRAFIE (1) Griffin SO, Barker LK, Griffin PM, Cleveland JL, Kohn W. Oral health needs among adults in the United States with chronic diseases. J Am Dent Assoc 2009; 140(10): (2) Jakobsen JR, Hunt RJ. Validation of oral status indicators. Community Dent Health 1990; 7(3): (3) University of Granada. Selecting Essential Oral Health Indicators in Europe. Report of the Consensus Workshop. European Commission Health and Consumer Protection Directorate-General, editor MONDGEZONDHEID 6. Bibliografie 671
34
35 7. TABELLEN Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6 Tabel 7 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een nietuitneembare tandprothese, België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, België Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, België..681 Tabel 8 Tabel 9 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Tabel 13 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een nietuitneembare tandprothese, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Vlaams Gewest MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Tabel 14 Tabel 15 Tabel 16 Tabel 17 Tabel 18 Tabel 19 Tableau 14. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région flamande Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 1 jaar en ouder) met een nietuitneembare tandprothese, Brussels Gewest
36 Tabel 20 Tabel 21 Tabel 22 Tabel 23 Tabel 24 Tabel 25 Tabel 26 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Brussels Gewest Tableau 21. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région bruxelloise Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een nietuitneembare tandprothese, Waals Gewest MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Tabel 27 Tabel 28 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Waals Gewest Tableau 28. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région wallonne
37 Tabel 1 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, België DE01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 10,4 (9,2-11,7) 6,7 (5,4-8,2) 4342 Vrouwen 12,3 (11,1-13,6) 6,7 (5,6-7,9) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,6-2,7) 1,7 (0,9-3,1) ,8 (0,6-3,1) 1,8 (0,9-3,6) ,6 (1,5-3,7) 2,6 (1,7-3,9) ,2 (5,2-9,2) 7,2 (5,4-9,5) ,6 (13,0-18,2) 15,6 (13,2-18,3) ,4 (18,0-24,8) 21,4 (18,2-25,0) ,4 (39,1-47,6) 43,3 (39,1-47,7) 993 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 33,3 (28,9-37,7) 13,4 (10,7-16,6) 1032 Lager secundair 19,1 (16,0-22,1) 10,1 (8,0-12,5) 1291 Hoger secundair 9,3 (7,8-10,8) 6,6 (5,3-8,2) 2886 Hoger onderwijs 5,3 (4,2-6,3) 4,4 (3,4-5,6) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 10,4 (9,2-11,7) 6,1 (5,0-7,4) 4632 Halfstedelijk gebied 13,0 (11,0-15,0) 7,4 (5,9-9,2) 1973 Landelijk gebied 11,3 (9,5-13,2) 6,9 (5,5-8,6) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 11,9 (10,5-13,3) 6,7 (5,5-8,1) 2991 Brussels Gewest 7,3 (6,1-8,6) 5,1 (4,0-6,4) 2531 Waals Gewest 12,0 (10,4-13,5) 7,3 (6,0-8,9) 3589 JAAR ,9 (14,9-16,9) 9,9 (9,0-10,9) ,7 (13,7-15,6) 8,8 (8,0-9,6) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,4 (10,5-12,4) 5,9 (5,3-6,5) ,4 (10,5-12,4) 5,7 (5,0-6,4) 9111 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
38 Tabel 2 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, België DE_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 31,7 (29,8-33,6) 24,9 (22,2-27,8) 4343 Vrouwen 38,1 (36,1-40,0) 29,2 (26,3-32,3) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,5-3,9) 2,2 (1,0-4,8) ,3 (5,3-9,3) 7,3 (5,5-9,6) ,2 (13,7-18,6) 16,2 (13,9-18,8) ,6 (33,2-40,0) 36,5 (33,2-40,1) ,0 (52,5-59,5) 56,0 (52,5-59,5) ,1 (66,8-75,4) 71,1 (66,6-75,2) ,5 (76,4-82,6) 79,1 (75,8-82,1) 994 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 61,0 (56,5-65,5) 34,0 (29,0-39,5) 1032 Lager secundair 49,1 (45,1-53,0) 34,2 (29,7-39,0) 1291 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Hoger secundair 33,4 (30,9-36,0) 28,1 (25,0-31,5) 2886 Hoger onderwijs 25,4 (23,4-27,4) 22,5 (19,6-25,8) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 32,5 (30,5-34,4) 25,0 (22,2-28,0) 4633 Halfstedelijk gebied 38,9 (35,8-42,0) 29,9 (26,1-34,1) 1973 Landelijk gebied 34,8 (31,9-37,6) 27,2 (24,1-30,5) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 37,9 (35,7-40,1) 29,1 (26,0-32,5) 2991 Brussels Gewest 28,5 (26,3-30,6) 25,8 (22,7-29,1) 2531 Waals Gewest 32,0 (29,8-34,2) 23,8 (21,2-26,6) 3590 JAAR ,6 (36,2-39,0) 32,5 (30,7-34,4) ,7 (34,2-37,2) 28,2 (26,5-30,0) ,0 (33,5-36,5) 26,7 (25,0-28,5) 9112 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
39 Tabel 3 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), België DE_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 11,9 (10,6-13,2) 5,4 (4,3-6,8) 4343 Vrouwen 14,4 (13,0-15,9) 6,3 (5,0-7,8) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,0-0,4) 0,2 (0,0-0,6) ,2 (0,4-1,9) 1,2 (0,6-2,2) ,4 (3,0-5,7) 4,4 (3,2-6,0) ,1 (9,9-14,3) 12,1 (10,1-14,4) ,6 (22,3-28,8) 25,6 (22,5-29,0) ,8 (29,5-38,2) 33,7 (29,5-38,2) ,9 (22,1-29,7) 25,5 (21,9-29,5) 994 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 21,6 (17,3-25,9) 6,4 (4,6-8,8) 1032 Lager secundair 22,0 (18,8-25,2) 8,5 (6,4-11,1) 1291 Hoger secundair 13,8 (12,0-15,7) 6,9 (5,4-8,7) 2886 Hoger onderwijs 8,0 (6,8-9,3) 4,2 (3,3-5,4) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,5 (10,1-12,9) 5,2 (4,1-6,5) 4633 Halfstedelijk gebied 14,6 (12,5-16,8) 6,2 (4,9-8,0) 1973 Landelijk gebied 14,3 (12,2-16,5) 6,5 (5,1-8,4) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 14,9 (13,3-16,5) 6,5 (5,2-8,1) 2991 Brussels Gewest 8,8 (7,4-10,1) 4,6 (3,5-5,9) 2531 Waals Gewest 11,8 (10,3-13,4) 5,2 (4,1-6,6) 3590 JAAR ,2 (15,2-17,3) 8,8 (7,9-9,8) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,2 (14,1-16,2) 7,8 (6,9-8,7) ,2 (12,2-14,3) 6,5 (5,7-7,3) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
40 Tabel 4 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), België DE_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 9,0 (7,9-10,0) 3,3 (2,4-4,6) 4343 Vrouwen 12,4 (11,2-13,7) 4,0 (2,9-5,5) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,0. 0,2 (0,1-0,8) ,4 (0,0-1,1) 0,5 (0,1-2,1) ,5 (0,6-2,4) 1,5 (0,8-2,8) ,2 (3,6-6,8) 5,2 (3,8-7,0) ,6 (13,0-18,2) 15,6 (13,1-18,3) ,2 (19,7-26,7) 23,1 (19,8-26,7) ,6 (40,4-48,9) 44,1 (39,8-48,4) 994 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 33,3 (29,2-37,5) 7,6 (5,2-10,9) 1032 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 20,6 (17,5-23,7) 6,6 (4,4-9,7) 1291 Hoger secundair 9,3 (7,8-10,7) 4,0 (2,9-5,6) 2886 Hoger onderwijs 3,3 (2,6-4,0) 1,6 (1,1-2,4) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 9,1 (7,9-10,2) 3,0 (2,2-4,1) 4633 Halfstedelijk gebied 12,7 (10,8-14,7) 4,2 (3,0-6,0) 1973 Landelijk gebied 11,3 (9,5-13,1) 4,1 (2,9-5,7) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 11,5 (10,1-12,8) 0,7 (0,5-1,0) 2991 Brussels Gewest 6,4 (5,2-7,5) 0,5 (0,3-0,7) 2531 Waals Gewest 11,0 (9,5-12,4) 0,7 (0,5-1,0) 3590 JAAR ,7 (11,8-13,6) 5,0 (4,2-5,9) ,7 (10,7-12,6) 4,1 (3,4-4,9) ,8 (9,9-11,7) 3,6 (3,0-4,3) 9112 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
41 Tabel 5 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een niet-uitneembare tandprothese, België DE04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 14,6 (13,1-16,0) 11,9 (10,3-13,7) 4343 Vrouwen 17,0 (15,5-18,4) 13,6 (11,8-15,6) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,3-3,8) 2,1 (0,9-4,7) ,5 (4,6-8,4) 6,5 (4,8-8,7) ,5 (9,4-13,6) 11,5 (9,6-13,8) ,6 (19,6-25,6) 22,5 (19,6-25,7) ,9 (20,8-26,9) 23,8 (21,0-27,0) ,3 (22,2-30,3) 26,2 (22,3-30,5) ,9 (17,2-24,6) 20,5 (17,1-24,5) 994 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 14,8 (11,5-18,2) 8,6 (6,5-11,4) 1032 Lager secundair 14,6 (11,7-17,4) 9,7 (7,6-12,4) 1291 Hoger secundair 16,0 (14,1-18,0) 13,2 (11,3-15,4) 2886 Hoger onderwijs 16,3 (14,6-18,0) 14,5 (12,4-16,9) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 15,7 (14,2-17,3) 13,1 (11,4-15,0) 4633 Halfstedelijk gebied 17,8 (15,4-20,3) 14,0 (11,6-16,8) 1973 Landelijk gebied 13,9 (12,0-15,7) 11,0 (9,3-13,0) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 17,5 (15,8-19,2) 13,9 (12,0-16,1) 2991 Brussels Gewest 15,5 (13,7-17,2) 14,1 (12,2-16,2) 2531 Waals Gewest 12,9 (11,4-14,4) 10,3 (8,8-11,9) 3590 JAAR ,2 (9,4-11,1) 8,5 (7,6-9,4) ,4 (9,5-11,4) 8,6 (7,7-9,5) 9156 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,8 (14,7-16,9) 13,2 (12,1-14,4) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
42 Tabel 6 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, België DE05_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 14,2 (12,8-15,7) 10,7 (9,2-12,3) 4343 Vrouwen 18,3 (16,7-19,8) 12,2 (10,7-13,9) 4769 LEEFTIJDSGROEP ,2 (1,1-5,3) 3,2 (1,6-6,0) ,6 (2,3-5,0) 3,6 (2,5-5,2) ,3 (4,6-7,9) 6,3 (4,8-8,2) ,1 (9,0-13,2) 11,1 (9,2-13,4) ,8 (16,9-22,8) 19,8 (17,1-22,9) ,5 (27,3-35,7) 31,4 (27,4-35,8) ,6 (52,2-60,9) 56,1 (51,8-60,4) 994 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 46,8 (42,0-51,5) 25,1 (20,3-30,6) 1032 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 23,2 (19,9-26,5) 14,1 (11,5-17,2) 1291 Hoger secundair 14,8 (13,0-16,7) 12,2 (10,4-14,2) 2886 Hoger onderwijs 7,7 (6,5-8,8) 6,9 (5,8-8,2) 3801 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 16,7 (15,1-18,3) 12,0 (10,5-13,7) 4633 Halfstedelijk gebied 14,9 (12,7-17,2) 9,5 (7,7-11,7) 1973 Landelijk gebied 17,2 (14,9-19,5) 12,6 (10,7-14,9) 2506 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 15,8 (14,1-17,5) 10,3 (8,8-12,1) 2991 Brussels Gewest 14,2 (12,5-15,8) 12,1 (10,3-14,0) 2531 Waals Gewest 18,0 (16,1-19,8) 13,2 (11,5-15,1) 3590 JAAR ,2 (13,9-16,5) 13,4 (12,2-14,8) ,2 (15,1-17,2) 10,9 (10,0-11,9) ,5 (13,5-15,4) 9,5 (8,7-10,3) ,2 (12,2-14,2) 7,8 (7,1-8,6) ,3 (15,2-17,5) 10,1 (9,1-11,2) 9112 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
43 Tabel 7 Percentage van de bevolking (van 6 maanden en ouder) met eigen tanden of vaste tandprothese dat minstens tweemaal per dag de tanden poetst, België DE06_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 49,7 (47,4-51,9) 47,9 (45,6-50,1) 4028 Vrouwen 65,9 (63,8-68,0) 65,7 (63,5-67,9) 4422 LEEFTIJDSGROEP ,6 (58,0-67,2) 63,3 (58,4-68,0) ,4 (62,4-70,4) 66,8 (62,6-70,8) ,2 (60,7-67,8) 64,9 (61,2-68,5) ,5 (56,8-64,2) 60,7 (56,9-64,4) ,6 (49,8-57,4) 53,8 (49,9-57,6) ,9 (37,9-47,9) 42,3 (37,3-47,5) ,8 (34,8-44,7) 37,4 (32,6-42,4) 693 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 43,3 (37,9-48,7) 47,4 (41,7-53,3) 788 Lager secundair 45,8 (41,2-50,3) 46,7 (41,9-51,5) 1143 Hoger secundair 55,2 (52,2-58,1) 54,0 (50,9-57,0) 2720 Hoger onderwijs 66,3 (63,6-68,9) 64,7 (61,8-67,5) 3702 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 63,8 (61,5-66,2) 63,3 (60,8-65,8) 4352 Halfstedelijk gebied 52,3 (48,7-56,0) 51,2 (47,3-55,0) 1809 Landelijk gebied 55,2 (51,8-58,5) 54,1 (50,6-57,5) 2289 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 53,6 (51,0-56,3) 52,9 (50,1-55,7) 2745 Brussels Gewest 72,7 (70,2-75,2) 71,5 (68,8-74,1) 2429 Waals Gewest 60,8 (58,2-63,4) 60,0 (57,2-62,6) 3276 JAAR ,6 (50,9-54,3) 50,8 (49,1-52,6) 8906 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,1 (51,3-54,8) 51,8 (50,0-53,6) ,1 (56,3-59,8) 57,5 (55,6-59,3) 8450 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
44 Tabel 8 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Vlaams Gewest DE01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 10,8 (8,9-12,7) 5,9 (4,1-8,4) 1444 Vrouwen 12,9 (11,0-14,8) 6,1 (4,4-8,3) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,6 (0,0-1,6) 0,6 (0,1-2,8) ,8 (0,0-4,0) 1,8 (0,5-5,8) ,0 (1,3-4,8) 3,0 (1,7-5,3) ,6 (3,6-9,6) 6,6 (4,2-10,3) ,4 (12,6-20,1) 16,4 (12,9-20,5) ,0 (16,3-25,8) 21,0 (16,7-26,1) ,6 (37,6-49,5) 43,5 (37,7-49,5) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 36,5 (29,4-43,5) 11,9 (7,9-17,4) 288 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 22,2 (17,3-27,1) 9,1 (6,1-13,2) 389 Hoger secundair 10,0 (7,9-12,2) 6,2 (4,2-9,1) 1086 Hoger onderwijs 5,2 (3,6-6,7) 4,0 (2,7-5,8) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,3 (9,0-13,5) 5,5 (3,7-8,1) 944 Halfstedelijk gebied 13,0 (10,8-15,2) 6,5 (4,6-9,1) 1326 Landelijk gebied 10,7 (7,9-13,5) 5,6 (3,8-8,3) 721 JAAR ,2 (13,7-16,7) 7,9 (6,7-9,4) ,4 (15,0-17,9) 8,6 (7,3-10,0) ,1 (10,7-13,5) 5,0 (4,2-6,0) ,9 (10,5-13,3) 4,6 (3,7-5,7) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
45 Tabel 9 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Vlaams Gewest DE_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 35,1 (32,2-38,0) 27,9 (24,0-32,1) 1444 Vrouwen 40,5 (37,6-43,4) 31,5 (27,4-35,9) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,4 (0,2-6,5) 3,4 (1,3-8,4) ,7 (4,3-11,1) 7,7 (4,9-11,8) ,9 (12,4-19,4) 15,9 (12,7-19,7) ,3 (34,2-44,5) 39,3 (34,2-44,6) ,1 (56,1-66,1) 61,2 (56,1-66,0) ,8 (63,4-76,1) 69,8 (63,0-75,8) ,2 (78,0-86,4) 82,0 (77,4-85,8) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 70,9 (63,8-78,0) 42,9 (33,9-52,4) 288 Lager secundair 59,2 (53,1-65,3) 39,7 (32,4-47,4) 389 Hoger secundair 36,7 (33,0-40,3) 30,7 (26,4-35,3) 1086 Hoger onderwijs 25,8 (22,8-28,9) 23,9 (19,8-28,6) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 36,8 (33,1-40,5) 29,0 (24,1-34,5) 944 Halfstedelijk gebied 39,8 (36,3-43,3) 31,1 (26,7-36,0) 1326 Landelijk gebied 35,9 (31,4-40,4) 28,0 (23,7-32,8) 721 JAAR ,3 (37,3-41,4) 34,4 (31,8-37,0) ,1 (35,8-40,3) 30,0 (27,3-32,8) ,9 (35,7-40,1) 28,7 (26,0-31,5) 2991 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 683
46 Tabel 10 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Vlaams Gewest DE_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 14,1 (12,0-16,2) 6,0 (4,2-8,3) 1444 Vrouwen 15,6 (13,5-17,7) 6,3 (4,5-8,8) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,0-0,5) 0,2 (0,0-1,2) ,1 (0,0-2,3) 1,1 (0,4-3,1) ,0 (2,1-5,9) 4,0 (2,5-6,4) ,7 (9,4-16,0) 12,7 (9,7-16,4) ,9 (25,9-35,9) 31,0 (26,2-36,2) ,5 (29,3-41,6) 35,5 (29,6-41,8) ,3 (20,9-31,7) 26,2 (21,1-31,9) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 25,0 (18,3-31,7) 7,2 (4,4-11,6) 288 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 28,2 (22,6-33,7) 9,6 (6,3-14,4) 389 Hoger secundair 15,9 (13,2-18,6) 7,3 (5,2-10,2) 1086 Hoger onderwijs 8,2 (6,3-10,1) 4,2 (2,9-6,0) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 13,6 (10,8-16,4) 5,6 (3,8-8,2) 944 Halfstedelijk gebied 15,3 (12,9-17,7) 6,2 (4,4-8,7) 1326 Landelijk gebied 15,7 (12,2-19,1) 6,7 (4,6-9,7) 721 JAAR ,4 (15,9-18,9) 8,6 (7,1-10,4) ,0 (14,4-17,6) 7,3 (6,0-8,8) ,9 (13,3-16,5) 6,4 (5,3-7,9) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
47 Tabel 11 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Vlaams Gewest DE_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 9,5 (7,9-11,1) 3,6 (2,3-5,6) 1444 Vrouwen 13,4 (11,5-15,3) 4,6 (3,0-7,0) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,0. 0,2 (0,0-1,7) ,7 (0,0-2,0) 0,7 (0,1-4,6) ,9 (0,4-3,3) 1,8 (0,8-4,0) ,2 (3,0-7,5) 5,2 (3,4-8,0) ,4 (12,5-20,3) 16,4 (12,8-20,6) ,3 (16,5-26,1) 21,2 (16,8-26,4) ,9 (39,9-51,8) 45,2 (39,2-51,2) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 39,3 (32,8-45,8) 9,7 (5,8-15,7) 288 Lager secundair 25,1 (20,2-30,1) 7,9 (4,6-13,1) 389 Hoger secundair 9,7 (7,6-11,8) 4,5 (2,9-6,8) 1086 Hoger onderwijs 3,1 (2,1-4,1) 1,8 (1,1-3,0) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 9,5 (7,4-11,5) 3,1 (1,9-5,0) 944 Halfstedelijk gebied 12,8 (10,6-15,0) 4,5 (2,9-6,9) 1326 Landelijk gebied 11,8 (9,0-14,6) 4,6 (2,9-7,3) 721 JAAR ,1 (11,8-14,5) 5,3 (4,1-6,8) ,2 (10,8-13,6) 4,2 (3,2-5,5) ,5 (10,1-12,8) 3,7 (2,8-4,8) 2991 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 685
48 Tabel 12 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een niet-uitneembare tandprothese, Vlaams Gewest DE04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 16,0 (13,7-18,2) 13,2 (10,8-15,9) 1444 Vrouwen 19,0 (16,7-21,3) 15,5 (12,9-18,4) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,1-6,3) 3,2 (1,2-8,3) ,1 (3,8-10,5) 7,1 (4,4-11,2) ,5 (8,4-14,6) 11,5 (8,8-15,0) ,4 (20,7-30,0) 25,3 (20,9-30,3) ,4 (20,9-29,8) 25,4 (21,2-30,0) ,1 (21,2-33,0) 27,0 (21,5-33,3) ,2 (17,8-28,6) 22,8 (17,9-28,5) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 19,8 (14,0-25,7) 11,9 (8,1-17,3) 288 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 17,4 (12,6-22,2) 11,1 (7,8-15,7) 389 Hoger secundair 18,2 (15,3-21,1) 15,1 (12,4-18,3) 1086 Hoger onderwijs 16,5 (14,0-19,1) 15,1 (12,2-18,5) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 19,0 (16,0-22,0) 16,1 (13,0-19,7) 944 Halfstedelijk gebied 18,4 (15,7-21,1) 14,8 (12,0-18,1) 1326 Landelijk gebied 14,2 (11,2-17,1) 11,2 (8,8-14,3) 721 JAAR ,7 (9,4-11,9) 8,8 (7,7-10,1) ,5 (10,0-13,1) 9,4 (8,0-10,9) ,5 (15,8-19,2) 14,5 (12,8-16,5) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
49 Tabel 13 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Vlaams Gewest DE05_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 14,1 (12,0-16,3) 9,9 (7,8-12,4) 1444 Vrouwen 17,4 (15,2-19,6) 10,8 (8,7-13,2) 1547 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,0-7,5) 3,7 (1,4-9,8) ,3 (1,2-5,4) 3,3 (1,7-6,2) ,4 (2,4-6,4) 4,4 (2,8-6,9) ,5 (6,4-12,5) 9,5 (6,8-13,0) ,9 (13,6-22,2) 17,9 (14,0-22,6) ,9 (23,2-34,6) 28,9 (23,5-34,9) ,2 (50,0-62,5) 56,0 (49,7-62,1) 377 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 52,3 (44,8-59,9) 26,3 (18,3-36,2) 288 Lager secundair 26,2 (20,8-31,6) 13,7 (9,8-18,7) 389 Hoger secundair 13,8 (11,3-16,4) 10,9 (8,6-13,6) 1086 Hoger onderwijs 6,4 (4,7-8,1) 6,0 (4,5-7,9) 1217 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 15,1 (12,2-17,9) 9,4 (7,2-12,2) 944 Halfstedelijk gebied 14,7 (12,3-17,2) 9,0 (6,9-11,8) 1326 Landelijk gebied 18,7 (15,0-22,5) 13,9 (10,8-17,6) 721 JAAR ,1 (11,4-14,8) 11,6 (9,9-13,5) ,0 (13,4-16,5) 9,8 (8,5-11,3) ,5 (12,1-14,9) 8,4 (7,3-9,6) ,2 (10,9-13,6) 6,7 (5,7-7,7) 3386 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,8 (14,1-17,5) 8,9 (7,5-10,5) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
50 Tabel 14 Tableau 14. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région flamande DE06_1 Taux brut (%) IC 95% brut Taux stand* IC 95% stand N SEXE Homme 45,7 (42,3-49,1) 43,9 (40,6-47,2) 1523 Femme 60,7 (57,5-63,9) 60,4 (57,0-63,7) 1634 GROUPE D AGE ,1 (51,2-62,9) 57,5 (51,4-63,5) ,4 (50,0-64,7) 58,0 (50,2-65,5) ,9 (55,4-68,3) 62,0 (55,3-68,2) ,0 (56,5-67,5) 62,4 (56,6-67,9) ,2 (50,5-61,8) 56,2 (50,5-61,7) ,5 (41,8-53,1) 47,6 (42,1-53,2) ,4 (28,0-42,7) 34,8 (28,0-42,4) ,8 (21,1-34,6) 26,0 (20,1-33,0) 224 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 688 NIVEAU D INSTRUCTION Primaire/sans diplôme 34,1 (25,2-43,0) 40,1 (30,8-50,2) 202 Secondaire inférieur 35,2 (27,2-43,3) 38,1 (29,9-47,0) 345 Secondaire supérieur 48,7 (44,5-52,8) 47,6 (43,2-52,0) 1133 Enseignement supérieur 62,7 (58,7-66,7) 60,6 (56,3-64,8) 1462 DEGRE D URBANISATION Zone urbaine 59,9 (55,4-64,4) 59,4 (54,4-64,1) 1005 Zone semi-urbaine 50,9 (46,8-54,9) 49,5 (45,2-53,8) 1370 Zone rurale 49,6 (43,9-55,3) 48,5 (42,8-54,2) 782 ANNEE ,0 (45,4-50,7) 45,9 (43,2-48,6) ,8 (47,1-52,4) 48,4 (45,7-51,1) ,4 (50,7-56,1) 52,8 (50,0-55,6) 3157 Source: Enquête de Santé, Belgique, 2013 *Correction pour âge et/ou sexe sur base d un modèle de régression logistique (Population belge de 2013 comme référence)
51 Tabel 15 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Brussels Gewest DE01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 7,0 (5,2-8,7) 6,1 (4,5-8,3) 1177 Vrouwen 7,7 (6,0-9,4) 5,6 (4,2-7,3) 1354 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,0-3,7) 1,7 (0,6-5,2) ,5 (0,9-4,1) 2,5 (1,3-4,6) ,7 (1,1-4,4) 2,7 (1,5-4,9) ,6 (3,2-10,1) 6,6 (3,9-11,0) ,0 (3,8-10,2) 7,0 (4,4-11,0) ,5 (13,1-25,9) 19,6 (13,9-26,8) ,9 (25,4-40,4) 33,1 (26,0-41,1) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 16,5 (11,4-21,5) 11,0 (7,7-15,5) 298 Lager secundair 13,2 (7,6-18,8) 10,0 (6,2-15,8) 342 Hoger secundair 6,6 (4,5-8,8) 6,0 (4,2-8,5) 692 Hoger onderwijs 4,0 (2,6-5,4) 3,3 (2,2-5,1) 1146 JAAR ,9 (12,3-15,5) 10,5 (9,1-12,2) ,7 (8,5-10,9) 7,2 (6,1-8,4) ,3 (6,2-8,3) 5,2 (4,4-6,2) ,3 (6,1-8,6) 5,7 (4,6-6,9) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 689
52 Tabel 16 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Brussels Gewest DE_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 24,5 (21,7-27,4) 20,8 (17,5-24,4) 1177 Vrouwen 32,2 (29,2-35,2) 27,0 (23,5-30,8) 1354 LEEFTIJDSGROEP ,9 (0,2-1,6) 0,9 (0,4-1,9) ,5 (6,4-12,5) 9,4 (6,8-12,8) ,4 (13,9-22,9) 18,4 (14,4-23,3) ,1 (31,1-43,2) 37,2 (31,3-43,4) ,7 (41,9-55,5) 48,5 (41,9-55,2) ,6 (59,1-74,1) 66,4 (58,5-73,4) ,5 (66,7-80,2) 72,8 (65,5-79,0) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 39,6 (33,4-45,7) 30,0 (23,2-37,7) 298 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 39,0 (32,4-45,6) 32,7 (26,1-40,1) 342 Hoger secundair 25,5 (21,7-29,3) 23,1 (18,9-27,9) 692 Hoger onderwijs 25,0 (21,9-28,1) 20,9 (17,5-24,9) 1146 JAAR ,3 (30,2-34,3) 29,0 (26,7-31,5) ,5 (27,4-31,6) 26,0 (23,6-28,6) ,5 (26,3-30,6) 26,4 (24,0-29,0) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 690
53 Tabel 17 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Brussels Gewest DE_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 6,8 (5,2-8,3) Vrouwen (0,0-0,4) (0,0-0,9) 0,9 0,9 510 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,0-0,4) 0,1 (0,0-0,9) ,9 (0,1-1,8) 0,9 (0,4-2,2) ,6 (2,8-8,3) 5,5 (3,4-8,9) ,8 (6,7-14,9) 10,7 (7,3-15,4) ,9 (11,2-20,5) 15,6 (11,5-20,8) ,6 (17,0-30,2) 23,0 (17,3-30,0) ,5 (18,9-32,1) 24,4 (18,6-31,2) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 17,8 (12,5-23,0) 9,0 (5,5-14,3) 298 Lager secundair 16,8 (11,3-22,3) 9,2 (5,8-14,4) 342 Hoger secundair 8,3 (6,0-10,6) 5,1 (3,4-7,7) 692 Hoger onderwijs 4,8 (3,5-6,1) 2,7 (1,8-4,0) 1146 JAAR ,4 (11,0-13,7) 8,2 (7,0-9,7) ,9 (11,4-14,3) 8,7 (7,4-10,3) ,8 (7,4-10,1) 5,9 (4,9-7,1) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 691
54 Tabel 18 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Brussels Gewest DE_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 5,3 (3,8-6,7) 2,0 (1,2-3,3) 1177 Vrouwen 7,4 (5,8-9,0) 2,4 (1,4-4,0) 1354 LEEFTIJDSGROEP ,0. 0,3 (0,0-2,2) ,0. 0,2 (0,0-1,7) ,2 (0,0-0,5) 0,2 (0,1-0,8) ,5 (1,7-7,2) 4,5 (2,4-8,2) ,6 (5,9-13,3) 9,5 (6,4-13,8) ,5 (15,8-29,2) 22,3 (16,4-29,6) ,4 (26,8-42,0) 33,9 (26,7-42,0) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 15,1 (10,3-19,9) 0,6 (0,4-1,0) 298 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 12,8 (7,4-18,1) 0,6 (0,4-1,2) 342 Hoger secundair 5,7 (3,8-7,5) 0,3 (0,2-0,6) 692 Hoger onderwijs 2,9 (1,7-4,0) 0,1 (0,1-0,2) 1146 JAAR ,9 (7,7-10,1) 3,6 (2,7-5,0) ,8 (5,8-7,7) 2,6 (2,0-3,5) ,4 (5,2-7,5) 2,7 (2,0-3,7) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 692
55 Tabel 19 Percentage van de bevolking (van 1 jaar en ouder) met een niet-uitneembare tandprothese, Brussels Gewest DE04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 13,7 (11,4-16,0) 11,2 (9,2-13,7) 1177 Vrouwen 17,1 (14,7-19,5) 13,9 (11,8-16,4) 1354 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,1-1,4) 0,8 (0,4-1,8) ,5 (5,6-11,5) 8,5 (6,0-11,9) ,7 (9,6-17,8) 13,7 (10,2-18,3) ,0 (19,5-30,5) 25,0 (19,8-30,9) ,8 (20,5-31,1) 25,6 (20,7-31,2) ,4 (20,1-34,7) 27,1 (20,4-35,1) ,5 (14,5-26,5) 19,9 (14,8-26,3) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 9,0 (5,5-12,6) 6,4 (4,2-9,7) 298 Lager secundair 13,1 (8,4-17,8) 9,7 (6,5-14,2) 342 Hoger secundair 13,8 (10,5-17,1) 12,0 (9,3-15,4) 692 Hoger onderwijs 18,9 (16,1-21,7) 15,9 (13,2-19,0) 1146 JAAR ,5 (11,1-13,9) 10,9 (9,6-12,4) ,7 (10,2-13,2) 10,2 (8,8-11,8) ,5 (13,7-17,2) 13,8 (12,2-15,6) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 693
56 Tabel 20 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Brussels Gewest DE05_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 11,4 (9,3-13,6) 10,5 (8,5-12,9) 1177 Vrouwen 16,7 (14,4-19,1) 14,2 (11,9-16,9) 1354 LEEFTIJDSGROEP ,0 (1,2-4,8) 3,0 (1,7-5,4) ,5 (2,5-6,6) 4,5 (2,8-7,0) ,4 (3,8-9,0) 6,4 (4,2-9,5) ,8 (10,7-21,0) 15,8 (11,3-21,7) ,3 (17,0-27,6) 22,0 (17,2-27,8) ,4 (22,2-36,7) 29,0 (22,4-36,6) ,8 (43,0-58,5) 49,7 (41,9-57,5) 220 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 36,7 (30,2-43,1) 31,7 (25,5-38,7) 298 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 694 Lager secundair 22,0 (16,1-27,9) 18,1 (12,8-24,9) 342 Hoger secundair 11,5 (8,8-14,2) 10,7 (8,3-13,8) 692 Hoger onderwijs 8,2 (6,3-10,2) 7,4 (5,7-9,5) 1146 JAAR ,3 (13,9-18,7) 13,6 (11,6-16,0) ,3 (12,8-15,9) 10,5 (9,1-12,0) ,1 (11,7-14,5) 9,9 (8,6-11,3) ,8 (10,5-13,2) 9,0 (7,8-10,3) ,2 (12,5-15,8) 12,0 (10,4-13,8) 2531 Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
57 Tabel 21 Tableau 21. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région bruxelloise DE06_1 Taux brut (%) IC 95% brut Taux stand* IC 95% stand N SEXE Homme 61,3 (57,8-64,8) 59,8 (56,2-63,4) 1342 Femme 77,8 (75,1-80,6) 77,5 (74,5-80,2) 1486 GROUPE D AGE ,1 (52,8-65,4) 59,6 (53,1-65,7) ,2 (68,8-81,6) 75,9 (69,1-81,6) ,3 (71,6-80,9) 76,9 (72,0-81,1) ,9 (67,8-78,0) 74,2 (68,7-79,1) ,9 (69,4-80,5) 75,8 (69,7-81,0) ,4 (59,7-75,1) 67,9 (60,3-74,6) ,1 (51,4-70,8) 61,0 (50,7-70,4) ,9 (51,2-68,6) 57,3 (47,9-66,2) 153 NIVEAU D INSTRUCTION Primaire/sans diplôme 63,7 (56,2-71,3) 64,4 (56,5-71,6) 282 Secondaire inférieur 68,2 (61,2-75,2) 68,5 (60,8-75,4) 384 Secondaire supérieur 68,1 (63,1-73,0) 67,1 (61,9-72,0) 787 Enseignement supérieur 72,2 (68,6-75,9) 72,2 (68,1-75,8) 1314 ANNEE ,9 (61,2-66,6) 63,3 (60,5-66,1) ,4 (64,0-68,7) 66,1 (63,6-68,5) ,8 (67,3-72,3) 69,3 (66,6-71,8) 2828 Source: Enquête de Santé, Belgique, 2013 *Correction pour âge et/ou sexe sur base d un modèle de régression logistique (Population belge de 2013 comme référence) MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 695
58 Tabel 22 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) zonder eigen (natuurlijke) gebitselementen, Waals Gewest DE01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 11,0 (9,1-12,9) 7,2 (5,3-9,7) 1721 Vrouwen 12,9 (10,8-15,0) 7,0 (5,4-9,1) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,6-5,8) 3,2 (1,4-7,0) ,5 (0,1-2,9) 1,5 (0,6-3,8) ,8 (0,5-3,1) 1,8 (0,9-3,7) ,5 (5,3-11,6) 8,5 (5,8-12,2) ,5 (12,6-20,5) 16,5 (13,0-20,8) ,6 (17,1-28,2) 22,6 (17,6-28,6) ,7 (38,5-52,8) 45,8 (38,8-52,9) 396 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 34,1 (27,1-41,1) 14,3 (10,2-19,8) 446 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 16,4 (12,0-20,7) 10,2 (7,3-14,0) 560 Hoger secundair 8,6 (6,3-10,9) 6,2 (4,4-8,7) 1108 Hoger onderwijs 6,1 (4,3-7,8) 4,7 (3,1-7,0) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,8 (9,4-14,1) 6,6 (4,8-9,0) 1157 Halfstedelijk gebied 12,9 (8,8-16,9) 8,2 (5,4-12,2) 647 Landelijk gebied 12,0 (9,6-14,3) 7,3 (5,4-9,8) 1785 JAAR ,8 (16,2-19,4) 12,5 (10,9-14,3) ,0 (11,5-14,5) 8,4 (7,2-9,7) ,5 (10,1-13,0) 6,8 (5,8-8,0) ,0 (10,4-13,5) 6,9 (5,8-8,3) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
59 Tabel 23 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een tandprothese, Waals Gewest DE_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 28,0 (25,3-30,8) 19,8 (16,4-23,7) 1722 Vrouwen 35,6 (32,7-38,6) 24,6 (20,8-28,8) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,9 (0,0-2,0) 0,9 (0,3-2,9) ,6 (3,3-7,8) 5,5 (3,7-8,3) ,8 (11,5-20,0) 15,7 (11,9-20,4) ,5 (26,7-36,2) 31,4 (26,8-36,3) ,9 (43,6-54,1) 48,9 (43,7-54,1) ,8 (69,4-80,3) 74,8 (69,0-79,8) ,6 (70,2-81,0) 75,0 (69,1-80,1) 397 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 54,1 (46,5-61,6) 23,9 (18,2-30,8) 446 Lager secundair 38,0 (32,3-43,8) 26,3 (20,7-32,8) 560 Hoger secundair 29,3 (25,6-33,1) 23,2 (19,0-28,0) 1108 Hoger onderwijs 24,7 (21,8-27,7) 19,2 (15,6-23,4) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 30,1 (26,7-33,4) 18,7 (15,5-22,4) 1158 Halfstedelijk gebied 33,2 (27,6-38,8) 24,2 (18,5-30,9) 647 Landelijk gebied 33,6 (30,1-37,1) 25,2 (20,9-29,9) 1785 JAAR ,2 (33,9-38,5) 30,0 (27,0-33,2) ,3 (31,0-35,5) 25,4 (23,0-27,8) ,0 (29,8-34,2) 23,0 (20,8-25,4) 3590 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 697
60 Tabel 24 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (deelprothese), Waals Gewest DE_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 9,8 (8,1-11,5) 4,7 (3,3-6,7) 1722 Vrouwen 13,7 (11,5-16,0) 6,3 (4,5-8,7) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,0-0,4) 0,1 (0,0-0,9) ,4 (0,2-2,7) 1,4 (0,6-3,5) ,5 (1,9-7,2) 4,5 (2,5-7,9) ,5 (8,6-14,4) 11,4 (8,8-14,6) ,7 (14,7-22,7) 18,6 (15,0-22,9) ,2 (26,3-40,2) 33,0 (26,5-40,1) ,0 (19,1-31,0) 24,2 (19,0-30,4) 397 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 18,2 (11,1-25,3) 4,9 (2,9-8,3) 446 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 15,0 (11,6-18,3) 6,5 (4,4-9,5) 560 Hoger secundair 11,3 (8,9-13,8) 6,1 (4,1-8,9) 1108 Hoger onderwijs 9,0 (7,1-10,9) 4,8 (3,4-6,8) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,1 (9,0-13,3) 4,9 (3,4-6,9) 1158 Halfstedelijk gebied 10,3 (7,0-13,6) 4,7 (3,0-7,3) 647 Landelijk gebied 13,0 (10,5-15,5) 6,3 (4,4-9,0) 1785 JAAR ,3 (13,7-16,9) 8,7 (7,3-10,3) ,4 (12,9-16,0) 8,0 (6,6-9,5) ,8 (10,3-13,4) 6,1 (5,0-7,4) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
61 Tabel 25 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een uitneembare tandprothese (volledige prothese), Waals Gewest DE_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 9,4 (7,7-11,1) 3,0 (1,9-4,6) 1722 Vrouwen 12,4 (10,4-14,4) 3,3 (2,2-5,0) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,0. 0,1 (0,0-0,9) ,2 (0,0-0,5) 0,2 (0,0-1,1) ,5 (0,2-2,8) 1,5 (0,6-3,6) ,4 (2,8-8,1) 5,4 (3,3-8,8) ,7 (11,9-19,5) 15,7 (12,3-19,9) ,0 (21,1-32,9) 26,9 (21,5-33,2) ,9 (38,0-51,9) 44,6 (37,9-51,6) 397 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 30,8 (24,1-37,5) 5,6 (3,2-9,4) 446 Lager secundair 16,6 (12,3-20,9) 5,3 (3,2-8,7) 560 Hoger secundair 9,5 (7,1-11,8) 3,6 (2,3-5,5) 1108 Hoger onderwijs 3,8 (2,7-4,9) 1,4 (0,9-2,3) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 10,6 (8,4-12,8) 2,8 (1,8-4,3) 1158 Halfstedelijk gebied 12,7 (8,6-16,9) 4,2 (2,3-7,4) 647 Landelijk gebied 10,8 (8,6-13,0) 3,2 (2,1-5,0) 1785 JAAR ,1 (11,6-14,5) 4,7 (3,7-6,0) ,3 (10,8-13,8) 4,2 (3,3-5,2) ,0 (9,5-12,4) 3,4 (2,7-4,3) 3590 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 699
62 Tabel 26 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met een niet-uitneembare tandprothese, Waals Gewest DE04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 12,4 (10,3-14,4) 9,3 (7,4-11,5) 1722 Vrouwen 13,3 (11,4-15,3) 9,7 (7,8-11,9) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,8 (0,0-1,8) 0,9 (0,3-2,8) ,4 (2,5-6,3) 4,4 (2,9-6,8) ,6 (7,1-14,1) 10,6 (7,6-14,7) ,8 (13,0-20,6) 16,8 (13,4-20,9) ,7 (16,1-25,2) 20,7 (16,5-25,6) ,4 (18,4-30,5) 24,4 (18,9-30,9) ,5 (11,3-21,7) 16,2 (11,6-22,2) 397 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 9,8 (5,5-14,1) 4,8 (2,8-8,0) 446 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen Lager secundair 11,2 (7,6-14,7) 7,3 (4,9-10,6) 560 Hoger secundair 12,4 (9,7-15,0) 9,4 (7,2-12,2) 1108 Hoger onderwijs 14,8 (12,3-17,3) 11,7 (9,2-14,9) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,8 (9,6-14,1) 8,5 (6,7-10,7) 1158 Halfstedelijk gebied 14,2 (10,4-18,1) 10,4 (7,5-14,4) 647 Landelijk gebied 13,5 (11,2-15,8) 10,2 (8,1-12,9) 1785 JAAR ,7 (7,3-10,0) 7,0 (5,7-8,5) ,0 (6,7-9,2) 6,4 (5,4-7,6) ,9 (11,4-14,4) 10,4 (9,1-11,9) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
63 Tabel 27 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat moeilijkheden heeft bij het kauwen van hard voedsel, Waals Gewest DE05_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand N GESLACHT Mannen 15,4 (13,2-17,5) 11,7 (9,8-13,9) 1722 Vrouwen 20,4 (17,8-23,0) 13,8 (11,5-16,6) 1868 LEEFTIJDSGROEP ,4 (0,9-3,9) 2,4 (1,3-4,5) ,7 (1,7-5,8) 3,7 (2,1-6,4) ,5 (5,7-13,3) 9,5 (6,3-14,0) ,7 (9,6-15,9) 12,7 (9,9-16,2) ,6 (18,4-26,9) 22,6 (18,6-27,2) ,2 (30,1-44,2) 37,0 (30,4-44,2) ,7 (52,5-65,0) 58,1 (51,9-64,2) 397 OPLEIDINGSNIVEAU Lager/geen diploma 42,3 (34,9-49,7) 20,7 (15,9-26,6) 446 Lager secundair 19,5 (15,0-23,9) 13,3 (10,0-17,5) 560 Hoger secundair 17,7 (14,5-21,0) 15,0 (11,9-18,8) 1108 Hoger onderwijs 9,9 (7,9-11,9) 8,2 (6,6-10,2) 1438 URBANISATIEGRAAD Stedelijk gebied 20,7 (17,8-23,6) 14,7 (12,1-17,6) 1158 Halfstedelijk gebied 16,4 (12,2-20,6) 12,0 (8,9-16,1) 647 Landelijk gebied 15,7 (12,9-18,5) 11,1 (8,9-13,6) 1785 JAAR ,8 (16,3-21,2) 16,4 (14,2-18,8) ,0 (17,3-20,7) 12,7 (11,3-14,4) ,6 (15,1-18,2) 10,9 (9,6-12,4) ,4 (13,8-17,0) 9,4 (8,2-10,6) 3366 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen ,0 (16,1-19,8) 11,3 (9,8-12,9) Bron: Gezondheidsenquête, België, 2013 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
64 Tabel 28 Tableau 28. Pourcentage de la population (de 6 mois et plus) avec ses propres dents ou une prothèse dentaire fixe qui se brosse les dents au moins deux fois par jour, Région wallonne DE06_1 Taux brut (%) IC 95% brut Taux stand* IC 95% stand N SEXE Homme 52,0 (48,5-55,4) 50,6 (47,1-54,1) 1828 Femme 65,4 (62,2-68,7) 65,1 (61,8-68,2) 1894 GROUPE D AGE ,8 (46,7-60,9) 54,3 (46,8-61,6) ,3 (58,9-71,7) 65,7 (59,1-71,7) ,7 (62,3-75,1) 69,3 (62,5-75,3) ,0 (58,7-69,3) 64,4 (58,9-69,6) ,9 (56,5-67,4) 62,0 (56,4-67,2) ,1 (48,0-60,1) 54,1 (47,9-60,2) ,2 (36,2-52,1) 43,9 (35,7-52,5) ,1 (34,5-51,6) 41,1 (33,1-49,6) 236 MONDGEZONDHEID 7. Tabellen 702 NIVEAU D INSTRUCTION Primaire/sans diplôme 45,8 (36,4-55,1) 49,6 (40,1-59,1) 329 Secondaire inférieur 47,7 (40,7-54,7) 46,9 (39,9-53,9) 527 Secondaire supérieur 59,8 (55,0-64,6) 58,4 (53,2-63,5) 1180 Enseignement supérieur 64,2 (60,4-68,0) 63,6 (59,6-67,5) 1649 DEGRE D URBANISATION Zone urbaine 58,5 (54,3-62,8) 58,3 (53,8-62,7) 1179 Zone semi-urbaine 59,9 (53,0-66,9) 59,2 (52,0-66,1) 682 Zone rurale 58,8 (55,0-62,7) 57,7 (53,7-61,6) 1861 ANNEE ,0 (48,5-53,5) 49,5 (46,9-52,1) ,1 (48,6-53,7) 49,6 (47,0-52,2) ,8 (56,2-61,5) 58,2 (55,4-60,9) 3722 Source: Enquête de Santé, Belgique, 2013 *Correction pour âge et/ou sexe sur base d un modèle de régression logistique (Population belge de 2013 comme référence)
65
66 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid OPERATIONELE DIRECTIE VOLKSGEZONDHEID EN SURVEILLANCE Juliette Wytsmanstraat Brussel België Verantwoordelijke uitgever: Dr. Johan Peeters Depotnummer: D/2014/2505/69
Leefstijl en preventie
Leefstijl en preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 59 Bestudeerde indicatoren... 61 1. Voedingsgewoonten.... 61 3. Gebruik
Klassiek wordt de mate van cariës voorgesteld door een cariës-index (DMFT-index = gemiddeld aantal gecarieerde, afwezige of gevulde tanden).
5.6.1. Inleiding Tandcariës is een ziekte waarbij de gemineraliseerde tandweefsels vernietigd worden als gevolg van zuurvorming die ontstaat bij de fermentatie van koolhydraten door bacteriën in de mond.
Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest
Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Analyse indicatoren Gezond leven Analyse van de gezondheidsenquête in opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Door Sabine
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 1: GEZONDHEID EN WELZIJN Johan Van Der Heyden, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.
Contacten met de tandarts
Contacten met de tandarts Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
Vaccinatie. Jean Tafforeau
Vaccinatie Jean Tafforeau Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71 E-mail : [email protected]
Het gebruik van tabak
Het gebruik van tabak Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : [email protected]
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Deel 5 Medische Consumptie IPH/EPI REPORTS nr 2002-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 1050 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail :
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat
Inleiding. Johan Van der Heyden
Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]
Belangrijkste resultaten
Belangrijkste resultaten Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Belangrijkste resultaten Subjectieve gezondheid De subjectieve gezondheid is een globale maatstaf
Contacten met paramedische zorgverstrekkers
Contacten met paramedische zorgverstrekkers Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57
Contacten met de huisarts
Contacten met de huisarts Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail
Patiëntentevredenheid
Patiëntenheid Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]
Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997
6.2.1. Inleiding Binnen de verschillen factoren van risico gedrag heeft alcoholverbruik altijd al de aandacht getrokken van de verantwoordelijken voor Volksgezondheid. De WGO gebruikt de term "Ongeschiktheid
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat
Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997
6.7.4.1. Inleiding Er werd reeds vroeger bewezen dat een prematuur respiratoir systeem een oorzaak was voor wiegendood. Het gevaar bestond vooral tijdens de slaap. Met de huidige kennis van zaken zijn
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.
AFWEZIGHEID VAN HET WERK
LEVENSSTIJL EN CHRONISCHE ZIEKTEN AFWEZIGHEID VAN HET WERK Gezondheidsenquête 2018 _ STEFAAN DEMAREST FINABA BERETE RANA CHARAFEDDINE JOHAN VAN DER HEYDEN 2 Sciensano Epidemiologie en volksgezondheid -
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZODHEIDSEQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZODHEIDSGEDRAG E LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 1: GEZONDHEID EN WELZIJN Johan Van Der Heyden, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.
Opname in het ziekenhuis
Opname in het ziekenhuis Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail :
Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.
Methodologie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Inleiding Om sociale ongelijkheden in gezondheid in kaart te brengen en om mogelijke trends in de
Voedingsgewoonten. Sabine Drieskens
Voedingsgewoonten Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail : [email protected]
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
BEREIDINGS- EN CONSUMPTIETIJD VAN MAALTIJDEN. AUTEUR Sarah BEL
BEREIDINGS- EN CONSUMPTIETIJD VAN MAALTIJDEN AUTEUR Sarah BEL Dankwoord Dit werk kon niet worden gerealiseerd zonder de medewerking van een aantal personen. Onze bijzondere dank gaat uit naar: De deelnemers
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 4: FYSIEKE EN SOCIALE OMGEVING Rana Charafeddine, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
Preventie van wiegendood bij zuigelingen
Preventie van wiegendood bij zuigelingen Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71
Leefstijl en Preventie
Leefstijl en Preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 87 Inleiding... 89 1. Lichaamsbeweging... 91 Globale lichaamsbeweging...
Chronische Aandoeningen
Chronische Aandoeningen Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]
