GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEZONDHEIDSENQUETE 2013"

Transcriptie

1 GEZODHEIDSEQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZODHEIDSGEDRAG E LEEFSTIJL

2 Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat 14 B-1050 Brussel [email protected] Depotnummer: D/2014/2505/69 Intern referentienummer PHS Report

3 3. Alcoholgebruik AUTEUR Lydia GISLE

4 Gelieve bij het verwijzen naar resultaten van dit hoofdstuk de volgende referentie te gebruiken: Gisle L. Alcoholgebruik. In: Gisle L, Demarest S (ed.). Gezondheidsenquête Rapport 2: Gezondheidsgedrag en leefstijl. WIV-ISP, Brussel, 2014

5 IHOUDSTAFEL Samenvatting Inleiding Vragen Indicatoren Resultaten Alcoholgebruik Dagelijks alcoholgebruik Hoeveelheid alcohol die wordt gedronken en overmatig alcoholgebruik Hyperalcoholisatie en piekdrinken Leeftijd waarop men regelmatig alcohol is beginnen drinken Problematisch alcoholgebruik Bespreking Bibliografie Tabellen ALCOHOLGEBRUIK Inhoudstafel 29

6

7 SAMEVATTIG Het gebruik van alcohol is inherent aan onze Europese cultuur, maar blijft, zelfs soms bij matig gebruik, gevaarlijk voor de gezondheid. De schade aangericht door alcohol, voor de gebruiker maar ook voor zijn omgeving en de samenleving in zijn geheel, is afhankelijk van de mate van het gebruik, van het gebruikspatroon en/of de chroniciteit van het alcoholgebruik. Onaangepast alcoholgebruik draagt ook bij tot niet verwaarloosbare gezondheids- en economische kosten. Om al deze redenen zijn er vanwege de overheid beschermende maatregelen nodig (1). Kennis van de gebruiksgewoonten van de bevolking is nuttig voor het bevorderen van gerichte preventieve acties en de uitbouw van aangepaste zorg- en hulpfaciliteiten op maat van alle burgers en slachtoffers. De indicatoren die in dit hoofdstuk worden besproken, beschrijven voor een deel het consumptiepatroon van alcohol in de Belgische bevolking. De meerderheid van de Belgische bevolking (van 15 jaar en ouder) gebruikt alcohol; in 2013 ging het om 82% van de bevolking. Dit cijfer blijft sinds de eerste enquête van 1997 stabiel. Verder blijkt dat 13% van de bevolking nog nooit alcohol gebruikte; voor 5% is dit al langer dan 12 maanden geleden. De gemiddelde leeftijd waarop men alcohol begint te drinken blijft tussen 2008 en 2013 constant en is ongeveer 18 jaar en 4 maanden. In België gebruikt de helft (51%) van de bevolking minstens één keer per week alcohol. Bij wekelijkse drinkers bedraagt het gemiddeld alcoholgebruik 11 glazen per week; dit is van dezelfde grootteorde als in Sinds de eerste enquête is de proportie dagelijkse gebruikers echter bijna verdubbeld: van 8% in 1997 naar 14% in Daarentegen blijkt overmatig alcoholgebruik, meer bepaald een overschrijding van de aanbevelingen van de WGO, die stellen dat gezondheidsrisico s optreden boven een drempel van 14 glazen per week bij vrouwen en 21 glazen per week bij mannen, op de terugweg. Uitgaande van deze drempel stellen we vast dat in % van de bevolking de neiging had tot overmatig alcoholgebruik; in 2001 was dit 8% en in %. Een ander gedrag dat gevaarlijk is voor de gezondheid betreft het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, ook wel hyperalcoholisatie genoemd. Op het niveau van België is het percentage alcoholgebruikers bij wie dit minstens één keer per week voorkomt sinds 2008 niet toegenomen; het gaat om 8% van de alcoholgebruikers. Voor het benaderen van het concept dat in de Angelsaksische terminologie «binge drinking» genoemd wordt en in het ederlands als «piekdrinken» of «comazuipen» wordt aangegeven, werd in de Gezondheidsenquête 2013 rekening gehouden met de tijdspanne waarbinnen 6 glazen alcohol werden gedronken. «Piekdrinken» wordt hier gedefinieerd als het drinken van 6 glazen alcohol binnen de 2 uur. Van de personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête 6 glazen alcohol of meer gedronken hadden bij dezelfde gelegenheid was de gemiddelde tijdspanne waarbinnen dit gebeurde ongeveer 5 uur, terwijl 1 persoon op 10 (11%) aangaf 6 glazen te hebben gedronken in 2 uur of minder. ALCOHOLGEBRUIK Samenvatting Tenslotte stellen we vast dat de toename van het percentage personen met een problematisch alcoholgebruik (neiging tot afhankelijkheid) in 2013 iets is afgenomen. Daar waar dit percentage tussen 2001 (7%) en 2008 (10%) lineair was toegenomen, blijft dit in 2013 op 10.5%. 31 Op basis van de informatie in de Gezondheidsenquête kan dus besloten worden dat de situatie met betrekking tot het gebruik van alcohol niet verslechterd is in vergelijking met de vorige enquêtes. Toch blijft het nodig dat de overheid verdere inspanningen doet om onaangepast en schadelijk alcoholgebruik aan te pakken bij bepaalde bevolkings- en risicogroepen. Sociodemografische determinanten Risicogedrag met betrekking tot het gebruik van alcohol komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Meer mannen dan vrouwen gebruiken alcohol (87% tegenover 78%), drinken dagelijks (19% tegenover 10%), drinken grotere hoeveelheden (13 glazen per week tegenover 8) of vertonen overmatig alcoholgebruik (8% tegenover 5%). Mannen rapporteren ook vaker dan vrouwen dat ze wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid (13% tegenover 4%), vertonen vaker piekdrinken (15% tegen-

8 over 4%) en hebben vaker een problematisch alcoholgebruik (15% tegenover 6%). Tenslotte blijkt dat mannen op een jongere leeftijd beginnen drinken dan vrouwen. Het consumptieprofiel hangt ook samen met de leeftijd. Voor een aantal indicatoren worden hogere prevalenties gevonden in de actieve bevolking (vooral de leeftijdsgroep jaar). Dit is het geval voor alcoholgebruik (in het algemeen), de gemiddelde hoeveelheid alcohol gebruikt per week, overmatig alcoholgebruik (op weekbasis) en problematisch alcoholgebruik. Dagelijks alcoholgebruik neemt toe met de leeftijd (1% bij de jongsten, 25% in de leeftijdsgroep jaar). Voor andere indicatoren wellicht de meest alarmerende zijn de meest getroffen leeftijdsgroepen vooral (of eveneens) de jongeren van 15 tot 24 jaar, en daarbij gaat het in de eerste plaats om jonge mannen. Dit is het geval voor overmatig alcoholgebruik (14%), het wekelijks drinken van minstens 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid (14%) en piekdrinken (20% van deze laatste groep). Samengevat, jongeren hebben de neiging om veel te drinken, op bepaalde dagen, en op korte tijd waarschijnlijk wanneer ze uitgaan -, terwijl het alcoholgebruik van volwassenen op rijpere leeftijd meer gespreid is over verschillende dagen van de week, eventueel zelfs alle dagen. ALCOHOLGEBRUIK Samenvatting Alcoholgebruik is ook sterk geassocieerd met de socio-economische status. Zowel alcoholgebruik (in het algemeen) als dagelijks alcoholgebruik nemen toe met het opleidingsniveau. Daarentegen is de hoeveelheid alcohol die men gebruikt en de prevalentie van overmatig alcoholgebruik hoger bij de laagst opgeleiden dan bij de hoger opgeleiden. Het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid en piekdrinken hangt niet samen met het opleidingsniveau. De indicatoren van alcoholgebruik variëren weinig in functie van de urbanisatiegraad. Er zijn wel regionale verschillen, die verder in dit hoofdstuk worden toegelicht. 32

9 1. ILEIDIG Alcoholgebruik is een schadelijk gezondheidsgedrag waaraan de overheid en de internationale instanties meer dan ooit aandacht besteden. Dit is vooral zo omdat de nadelige effecten van onaangepast alcoholgebruik op de gezondheid, en de sociale en economische gevolgen hiervan, meervoudig, zichtbaar, dramatisch, maar vooral vermijdbaar zijn. Uiteraard treden de complicaties als gevolg van alcoholgebruik op naarmate het gebruik toeneemt en/of verdergaat. In feite wordt de impact van alcoholgebruik op chronische en acute gezondheidsproblemen, op de omgeving en op de samenleving in zijn geheel, bepaald door twee verschillende, maar gerelateerde aspecten van het alcoholgebruik, meer bepaald de totale hoeveelheid alcohol die gebruikt wordt en de manier waarop dit gebeurt (2). Volgens het laatste rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (2) zou schadelijk alcoholgebruik jaarlijks wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 3,3 miljoen doden, meer bepaald 5,9% van de overlijdens, voor een groot deel jongeren. Alcoholgebruik ligt inderdaad aan de basis van overlijdens en beperkingen in capaciteit die relatief vroeg in het leven optreden. Zo is bijna 25% van het aantal overlijdens bij 20 tot 39-jarigen te wijten aan alcohol. Alcoholgebruik is bovendien wereldwijd opgeklommen tot de derde belangrijkste risicofactor voor ziekte en is een oorzakelijke factor in niet minder dan 200 ziekten en traumata. Er is een verband met het risico op heel wat gezondheidsproblemen, zoals psychische en gedragsproblemen (waaronder alcoholafhankelijkheid), niet overdraagbare aandoeningen zoals levercirrose, kankers en hart- en vaataandoeningen, alsook traumata als gevolg van agressie en verkeersongevallen (3). Tot slot werd ook een oorzaak en gevolg effect vastgesteld tussen alcoholgebruik en de incidentie van infectieuze aandoeningen zoals tuberculose en HIV/aids. Alcoholgebruik bij vrouwen kan leiden tot het foetaal alcohol syndroom. Geschat wordt dat in Europa 7,4% van de vroegtijdige overlijdens te wijten is aan alcohol. Gevaarlijk alcoholgebruik wordt gedefinieerd als een mate of een manier van alcoholgebruik dat, indien persisterend, waarschijnlijk leidt tot schadelijke effecten (4); Er is echter geen consensus over de mate van alcoholgebruik die als gevaarlijk moet beschouwd worden. Eerder heeft de WGO aanbevelingen geformuleerd voor een veiliger alcoholgebruik (wat niet wil zeggen een veilig alcoholgebruik). Daarbij werd de drempelwaarde voor volwassenen die regelmatig alcohol gebruiken vastgelegd op 14 glazen per week voor vrouwen en 21 glazen per week voor mannen, met minstens één alcoholvrije dag per week. Dit komt overeen met maximum twee glazen alcohol per dag voor vrouwen en drie glazen voor mannen. In geval van «occasioneel» alcoholgebruik wordt aanbevolen niet meer dan vier glazen alcohol te gebruiken bij dezelfde gelegenheid. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs van een duidelijke limiet voor alcoholgebruik, zeker niet voor jongeren, die hier een zeer kwetsbare groep vormen. Bovendien is de tolerantie en kwetsbaarheid voor alcohol sterk individueel bepaald. Sommige personen kunnen ook bij een lager gebruik dan wat hierboven is aangegeven pathologieën ontwikkelen. In ieder geval mag alcohol nooit gebruikt worden tijdens de zwangerschap, bij kinderen, bij het besturen van een voertuig, bij gebruik van een gevaarlijke machine, voor taken waarvoor waakzaamheid vereist is, wanneer men geneesmiddelen neemt, bij acute of chronische ziekten (epilepsie, pancreatitis, hepatitis, cirrose, enz.) of alcoholafhankelijkheid in het verleden (hoewel er hiervoor behandelingen bestaan waarbij volledige geheelonthouding niet vereist is). ALCOHOLGEBRUIK 1. Inleiding 33 In het kader van het streven naar «gezondheid voor allen» en het ontwikkelen van strategieën om dit te bereiken vinden we op de website van de WGO 1 de volgende verklaring terug: «In 2010 heeft de Wereldgezondheidsraad een resolutie goedgekeurd die een wereldwijde strategie onderschrijft om het schadelijk gebruik van alcohol te verminderen en landen dringend uit te nodigen om de nationale aanpak van de problemen van de volksgezondheid veroorzaakt door schadelijk alcoholgebruik te versterken. Deze wereldwijde strategie vertegenwoordigt een collectief engagement van de WGO-lidstaten voor een volgehouden actie om de morbiditeit als gevolg van schadelijk alcoholgebruik terug te dringen. Zij omvat beleidsmaatregelen en interventies, gebaseerd op waarschijnlijke bewijzen ( ) om de gezondheid te beschermen en levens te redden». 1

10 De vragen over alcoholgebruik in de Gezondheidsenquête zijn een belangrijk instrument om het profiel van alcoholgebruik in de algemene bevolking in te schatten en de evolutie van onaangepast alcoholgebruik op te volgen. De gegevens van de Gezondheidsenquête hebben het voordeel op andere gegevens (verkoops- en producentengegevens) dat ze de mogelijkheid bieden om niet alleen de gebruikers in een bevolking te identificeren, maar ook zicht te krijgen op de bevolkingsgroepen met een risicogedrag in functie van hun consumptieprofiel en kenmerken zoals de leeftijd, het geslacht en de socio-economische groep. In de Gezondheidsenquête 2013 wordt informatie verzameld over het aantal alcoholgebruikers en geheelonthouders (tijdens het ganse leven of in het afgelopen jaar) in de bevolking, de frequentie en de hoeveelheid van het alcoholgebruik per week, de frequentie van het drinken van 6 glazen alcohol of meer, hetzij 60 gram pure alcohol, bij dezelfde gelegenheid en van piekdrinken (drinken van 6 glazen alcohol binnen de 2 uur), en verder over problemen als gevolg van een belangrijk chronisch alcoholgebruik (problematisch alcoholgebruik). Binnen het kader van de Gezondheidsenquête is het echter niet mogelijk om het thema alcoholgebruik op een meer exhaustieve manier te benaderen, met vragen over de context van het alcoholgebruik, attitudes t.o.v. het preventiebeleid, alcoholafhankelijkheid, enz., wat wel kan in een geïsoleerde enquête (cf. SMART, in het project RARHA 2 ). Belangrijk in de Gezondheidsenquête is echter de periodiciteit, die er voor zorgt dat de evolutie van indicatoren over de tijd kan gevolgd worden. Tenslotte moet opgemerkt worden dat gegevens die via een vragenlijst verzameld worden het werkelijk alcoholgebruik van gebruikers onderschatten, en dit vooral bij personen die veel alcohol drinken. Dit heeft te maken met het sociaal stigma dat met een hoog alcoholgebruik gepaard gaat, maar ook met een ontkenningsfenomeen bij personen met alcoholafhankelijkheid. ALCOHOLGEBRUIK 1. Inleiding

11 2. VRAGE Voor het meten van alcoholgebruik is het niet makkelijk om een instrument te vinden dat tegelijkertijd aan alle wetenschappelijke (validiteit, betrouwbaarheid, precisie, multi-culturaliteit, ) en praktische (lengte van de vragenlijst, cognitieve belasting voor de respondenten met betrekking tot de verstaanbaarheid van de vragen, aanvaardbare herinneringsperiode, correcte inschattingen,..) vereisten voldoet. Meer dan een halve eeuw intensief onderzoek in dit domein heeft niet geleid tot een consensus over een algemeen aanvaard of ideaal meetinstrument, en de recente pogingen om dergelijk instrument te ontwikkelen (SMART, EHIS) stuiten op dezelfde moeilijkheden als in het verleden. In vergelijking met de vorige jaren ( en 2008) hebben de vragen over alcoholgebruik in de Gezondheidsenquête 2013 terug een substantiële verandering ondergaan, ook al laten de indicatoren die werden berekend toe om dezelfde aspecten van alcoholgebruik in de bevolking te meten, met name de frequentie van het gebruik, de hoeveelheid, het gebruiksprofiel (overmatig alcoholgebruik, risicovol alcoholgebruik, piekdrinken), de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken en problematisch alcoholgebruik (chronisch gebruik of alcoholafhankelijkheid). De keuze van de vragenlijst drong zich op om te beantwoorden aan een Europese Regelgeving 3 die een geharmoniseerde aanpak voorstelt voor het meten van alcoholgebruik in de EU lidstaten. Dit was ook het geval voor de vragenlijst van de Gezondheidsenquête 2008, maar de implementatie van deze vragenlijst bleek om verschillende redenen moeilijk te verlopen, vandaar het gebruik van een nieuw Europees instrument in Toch moet worden opgemerkt dat de meerderheid van de vragen, antwoordcategorieën en filters als gevolg van de sprongen in de vragenlijst in vergelijking met de vorige enquêtes zijn gewijzigd wat de vergelijkbaarheid in de tijd beperkt of tenminste tot voorzichtigheid moet aanmanen bij de interpretatie van evoluties over de tijd. De vragen over alcoholgebruik maken deel uit van de schriftelijke vragenlijst, in te vullen door deelnemers van 15 jaar en ouder. De eerste zes vragen (AL.01-AL.06) zijn afkomstig van de Europese EHIS vragenlijst, tweede golf 4 (5). Vraag AL.07, over de gemiddelde tijdspanne waarbinnen 6 glazen alcohol gewoonlijk gedronken worden is afkomstig van de SMART vragenlijst 5 (6) en is gerechtvaardigd door het feit dat het drinken van 6 glazen alcohol of meer bij dezelfde gelegenheid moet geëvalueerd worden in functie van de snelheid van het alcoholgebruik. De volgende vragen (AL.08-AL.12), over de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken en problematisch alcoholgebruik (CAGE vragenlijst) (7), werden behouden en kunnen vergeleken worden over de tijd, al moet wel worden opgemerkt dat de CAGEvragen in de vorige edities enkel waren bedoeld voor regelmatige alcoholgebruikers, terwijl deze vragen in 2013 ook werden gesteld aan onregelmatige drinkers (minder dan een keer per maand) en vroegere drinkers (die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête geen alcohol gebruikten). De vragen m.b.t. de frequentie en de hoeveelheid van het alcoholgebruik in de EHIS-2 zijn de volgende: ALCOHOLGEBRUIK 2. Vragen AL.01. Hoe vaak hebt u de afgelopen 12 maanden eender welke alcoholische drank (zoals bier, wijn, cider, aperitief, cocktails, breezers, likeur, zelfgemaakt alcohol...) gedronken? 35 Respondenten kunnen de frequentie van hun alcoholgebruik aangeven aan de hand van 9 antwoordmogelijkheden. Wekelijkse drinkers gaan door met vraag AL.02, terwijl minder frequente drinkers (minder dan één keer per week) doorgaan naar vraag AL.06 en vroegere drinkers (die al alcohol gedronken hebben, maar niet in de afgelopen 12 maanden) naar vraag AL.08 gaan. Personen die aangeven nog nooit alcohol te hebben gedronken gaan onmiddellijk door naar de volgende module (over voedingsgewoonten). Personen die op vraag AL.01 hebben geantwoord dat ze 1 tot 2 dagen per week drinken, of frequenter, beantwoorden de volgende vragen: 3 Commission Regulation (EU) o 141/2013 of 19 Feb 2013 implementing Regulation o 1338/

12 AL.02. AL.03. AL.04. AL.05. Van maandag tot donderdag, op hoeveel van die 4 dagen drinkt u gewoonlijk alcoholische dranken? Van maandag tot donderdag, als u alcohol drinkt, hoeveel glazen drinkt u gemiddeld op één dag? Van vrijdag tot zondag, op hoeveel van die 3 dagen drinkt u gewoonlijk alcoholische dranken? Van vrijdag tot zondag, als u alcohol drinkt, hoeveel glazen drinkt u gemiddeld op één dag? De vragen over het drinken van 6 of meer glazen alcohol tijdens een relatief korte tijdspanne (< 3 uur) worden gesteld aan alle personen die ooit in hun leven alcohol hebben gedronken: AL.06. AL.07. AL.08. Hoe vaak hebt u de afgelopen 12 maanden 6 of meer glazen alcohol gedronken bij eenzelfde gelegenheid? (Bijvoorbeeld wanneer u uitging, op een feestje, bij een maaltijd, met vrienden of alleen bij u thuis...) In hoeveel tijd (uur) drinkt u doorgaans 6 glazen alcohol bij eenzelfde gelegenheid? De kleine slokjes niet meegerekend, hoe oud was u toen u alcoholische dranken begon te drinken? ALCOHOLGEBRUIK 2. Vragen De vier volgende vragen zijn afkomstig van de «CAGE» vragenlijst (7) en laten toe om een problematisch alcoholgebruik in te schatten. Deze vragen (evenals AL.07 over de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken) zijn bestemd voor personen die aangeven in de afgelopen 12 maanden alcohol te hebben gebruikt, evenals zij die gestopt zijn met drinken, d.w.z. die ooit alcohol hebben gebruikt, maar niet in de afgelopen 12 maanden. AL.09. AL.10. AL.11. AL.12. Hebt u ooit het gevoel gehad te moeten minderen met drinken? Hebt u zich ooit geïrriteerd gevoeld door kritiek op uw drinken? Hebt u zich ooit schuldig gevoeld over uw drinken? Hebt u ooit direct na het opstaan alcohol gedronken om echt wakker te worden of van een kater af te komen? 36

13 3. IDICATORE In dit hoofdstuk is het de bedoeling om een globaal beeld te schetsen van het alcoholgebruik in de Belgische bevolking, ook al is alcoholgebruik dikwijls sterk individueel bepaald, fluctueert het in de tijd, en kan het samenhangen met korte periodes, zoals seizoenen. Vanuit het punt van de volksgezondheid is het nochtans zinvol om specifieke informatie te verzamelen over de prevalentie van alcoholgebruik, de hoeveelheid die gebruikt wordt, maar ook het type of het gebruiksprofiel, en dit in relatie tot verschillende sociodemografische kenmerkten van de bevolking. In de Gezondheidsenquête 2013 werden aan de hand van de vragen vermeld in punt 2. van dit hoofdstuk verschillende indicatoren berekend. Een aantal daarvan, de meest courant gebruikte, worden in detail beschreven in punt 4., waar de resultaten worden voorgesteld. Andere komen enkel aan bod in de basistabellen op het eind van dit hoofdstuk, met resultaten voor België en de drie gewesten. De lijst van de verschillende indicatoren (en de vragen waarvan ze zijn afgeleid) is de volgende. AL01_1 (gebaseerd op AL.01) identificeert de personen die recent alcohol gebruikten, d.w.z. in de 12 maanden voorafgaand aan de gegevensverzameling versus de «geheelonthouders», d.i. diegenen die tijdens deze periode geen alcohol gebruikten (maar dit misschien ooit wel deden) AL01_2 AL01_3 AL01_4 AL01_5 (gebaseerd op AL.01) beschrijft de verdeling van de recente gebruikers (in %) volgens de frequentie van alcoholgebruik in de afgelopen 12 maanden (gaande van «minder dan één keer per maand» tot «alle dagen»). (gebaseerd op AL.01) betreft de prevalentie van dagelijks alcoholgebruik in de bevolking. (gebaseerd op AL.01) geeft informatie over de personen die nog nooit in hun leven alcohol hebben gedronken (levenslang-geheelonthouders) (gebaseerd op AL.01) verwijst naar de proportie «vroegere drinkers» in de bevolking, met name de personen die al alcohol hebben gebruikt, maar dit niet deden in de afgelopen 12 maanden. AL03_1 (gebaseerd op AL.03) geeft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties weer op een drinkdag in de week (van maandag tot donderdag) bij personen die hebben aangegeven tijdens de week te drinken. AL03_2 (gebaseerd op AL.02 en AL.03) geeft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties weer tijdens de 4 weekdagen (van maandag tot donderdag) bij personen die hebben aangegeven tijdens de week te drinken. ALCOHOLGEBRUIK 3. Indicatoren 37 AL05_1 (gebaseerd op AL.05) geeft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties weer op een drinkdag in het weekend (van vrijdag tot zondag) bij personen die hebben aangegeven te drinken tijdens het weekend. AL05_2 AL_35 AL_7 (gebaseerd op AL.02 en AL.03) geeft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties op een dag in het weekend (van vrijdag tot zondag) bij personen die hebben aangegeven te drinken tijdens het weekend (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) betreft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties in een week tijd (7 dagen) (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) geeft het gemiddeld aantal alcoholische consumpties per dag bij wekelijkse drinkers, waarbij alle dagen van de week in aanmerking worden genomen

14 AL05_3 AL05_4 AL05_5 (gebaseerd op AL02 tot AL.05) geeft het percentage personen volgens het aantal alcoholische consumpties per week, op het niveau van de algemene bevolking (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) deelt de wekelijkse gebruikers in volgends de definitie van de WGO voor overmatig alcoholgebruik, met name meer dan 14 glazen alcohol per week voor vrouwen en meer dan 21 glazen alcohol per week bij mannen. (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) onderscheidt bij de wekelijkse drinkers diegenen die een risicovol alcoholgebruik vertonen volgens meer recente normen 6 vastgelegd in het kader van het ECHIM project van de Europese Commissie (2005), met name het equivalent van meer dan 20 g ethanol per dag bij de vrouwen en meer dan 40 g ethanol per dag bij de mannen. AL05_6 (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) heeft zoals AL05_5 betrekking op risicovol alcoholgebruik, maar ditmaal voor de totale bevolking (van 15 jaar en ouder). AL05_7 (gebaseerd op AL.02 tot AL.05) heeft zoals AL05_5 betrekking op risicovol alcoholgebruik, maar ditmaal voor personen die dagelijks alcohol gebruiken ALCOHOLGEBRUIK 3. Indicatoren AL06_1 AL06_2 AL07_1 AL07_2 AL08_1 AL_1 (gebaseerd op AL.06) betreft de verdeling van de totale bevolking (in %) naargelang de frequentie van het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, zonder daarbij rekening te houden met de tijdspanne (gebaseerd op AL.06) geeft de proportie personen aan in de algemene bevolking die minstens één keer per week 6 of meer glazen alcohol drinken (gebaseerd op AL.07) laat toe de personen die 6 of meer glazen alcohol drinken tijdens één gelegenheid in te delen volgens de tijdspanne waarin dit gebeurt. Indien dit plaatsvindt binnen de 2 uur spreekt men van «piekdrinken» (gebaseerd op AL.07) geeft de gemiddelde tijdspanne aan waarbinnen 6 glazen alcohol worden gedronken bij dezelfde gelegenheid, bij personen die deze hoeveelheid gebruiken. (gebaseerd op AL.08) geeft de gemiddelde leeftijd aan waarop men is beginnen alcohol drinken (de kleine slokjes niet meegerekend) (gebaseerd op AL.09 tot AL.12) betreft problematisch alcoholgebruik bij personen die ooit in hun leven alcohol hebben gebruikt. Alcoholgebruik wordt als problematisch beschouwd als de persoon positief geantwoord heeft op minsten twee van de vier CAGE vragen (7) Kilpeläinen, Aromaa and the ECHIM Core Group, 2008:

15 4. RESULTATE 4.1. ALCOHOLGEBRUIK In dit onderdeel bespreken we hoofdzakelijk de indicator «recent alcoholgebruik», d.i. het gebruik van alcohol in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête versus «recente geheelonthouding», maar ook levenslange geheelonthouding en vroeger alcoholgebruik komen aan bod. In dit laatste geval gaat het om personen die al ooit alcohol gebruikten, maar dit niet deden in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête. De laatste twee indicatoren worden niet systematisch in de tekst besproken, maar zijn wel terug te vinden in de tabellen op het eind van dit hoofdstuk BELGIË In 2013 heeft 82% van de bevolking van 15 jaar en ouder in België alcohol gebruikt in de afgelopen 12 maanden; dit betekent dus dat één persoon op vijf (18%) tijdens deze periode geheelonthouder was (AL01_1). In feite heeft de meerderheid van deze geheelonthouders nog nooit in zijn leven alcohol gebruikt. Het betreft 13% van de totale bevolking. Vroegere alcoholgebruikers, d.i. diegenen die ooit al alcohol gebruikten, maar dit niet deden in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête, vormen 5% van de bevolking. Analyse volgens geslacht en leeftijd Alcoholgebruik komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (87% tegenover 78%). Daarentegen zijn dubbel zoveel vrouwen (17%) als mannen (9%) levenslang-geheelonthouder. Deze verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd. Alcoholgebruik in het afgelopen jaar hangt samen met de leeftijd. De verdeling van het percentage alcoholgebruikers volgens leeftijd (Figuur 1) vertoont een «paraplu-vormige» curve, maar de verschillen zijn vrij beperkt: dit percentage neemt toe van 77% bij jongeren tussen 15 en 24 jaar tot 88% bij volwassenen van jaar (90% van de mannen in deze leeftijdsgroep!), om daarna af te nemen tot 65% bij personen van 75 jaar en ouder. Figuur 1 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 39

16 We stellen dus vast dat alcohol in alle leeftijdsgroepen (vanaf de leeftijd van 15 jaar tot 75 jaar) duidelijk aanwezig is in onze samenleving. Opmerkelijk is dat het verschil in recent alcoholgebruik tussen mannen en vrouwen het meest uitgesproken is rond de pensioenleeftijd (65 jaar en ouder). Het percentage levenslang-geheelonthouders is het hoogst (23%) bij 75-plussers. Ook hier rapporteren vrouwen relatief vaker dan mannen dat ze nooit alcohol hebben gebruikt (respectievelijk 33% tegenover 10%). Wellicht heeft dit te maken met een generatie-effect. Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Alcoholgebruik hangt sterk samen met socio-economische status, en de verschillen lijken toe te nemen sinds Zo komt alcoholgebruik voor bij 55% (65% in 2008) van de laagst opgeleiden en neemt dit toe tot 90% (88% in 2008) bij de hoogst opgeleiden. De samenhang tussen alcoholgebruik en opleidingsniveau is significant na correctie voor leeftijd en geslacht, maar eveneens na controle voor nationaliteit. Ook het percentage levenslang- geheelonthouders is hoger bij de laagst opgeleiden (34%) dan bij de hoogst opgeleiden (7%). Het percentage alcoholgebruikers is kleiner in steden (78%) dan in halfstedelijke (86%) en landelijke (83%) gemeenten. Het verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Als men ook corrigeert voor nationaliteit, blijft enkel het verschil tussen het percentage alcoholgebruikers in steden en halfstedelijke gemeenten significant. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Evolutie over de tijd Het percentage recente (in de afgelopen 12 maanden) alcoholgebruikers is identiek in 1997 en 2004 (84%), iets kleiner in 2001 en 2008 (80,5%) en situeert zich er tussenin in 2013 (82%). Deze verschillen kunnen te maken hebben met een methodologisch artefact: vraag AL.01 over alcoholgebruik werd niet op dezelfde manier gesteld in 1997 en 2004 als in 2001 en 2008, en in Men kan dus niet besluiten dat de kleine verschillen die we tussen de enquêtejaren observeren te maken hebben met gedragswijzigingen. Een statistische analyse, waarbij gecorrigeerd wordt voor leeftijd en geslacht, geeft aan dat het percentage alcoholgebruikers tussen 1997 en 2013 constant bleef, wat ook blijkt uit Figuur 2. Figuur 2 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, volgens Gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België,

17 GEWESTE Zoals dit ook al het geval was in het verleden verschilt het percentage recente (in de afgelopen 12 maanden) alcoholgebruikers naargelang het gewest; deze verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. In het Vlaams Gewest (84%) is dit percentage hoger dan in het Waals Gewest (80%) en veel hoger dan in het Brussels Gewest (74%). Alle verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht, maar het verschil in het percentage recente alcoholgebruikers tussen Vlaanderen en Wallonië is niet langer statistisch significant na correctie voor de nationaliteit. Vlaams Gewest In het Vlaams gewest bedraagt het aantal alcoholgebruikers 84%. Dit percentage is hoger bij mannen (88%) dan bij vrouwen (80%). Bij jongeren van 15 tot 24 jaar is al 84% alcoholgebruiker (82% in 2008), wat hoger is dan in de andere gewesten (63% in Brussel, 69% in Wallonië). Voor de rest is de verdeling volgens geslacht en leeftijd gelijkaardig voor Vlaanderen als voor België in zijn geheel (Figuur 3). Figuur 3 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten De prevalentie van alcoholgebruik hangt samen met het opleidingsniveau: bij de laagst opgeleiden is dit 54% (69% in 2008), bij de hoogst opgeleiden 92% (89% in 2008). Dezelfde lineaire relatie wordt geobserveerd voor het percentage levenslang-geheelonthouders, dat hoogst is bij de laagst opgeleiden (36%) en bij de hoogst opgeleiden slechts 6% bedraagt. De verschillen volgens opleiding zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. 41 In tegenstelling tot wat we observeren op nationaal niveau is er in Vlaanderen geen samenhang tussen het percentage recente alcoholgebruikers en levenslang-geheelonthouders en de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. Tussen 1997 en 2013 gaat het aantal alcoholgebruikers in Vlaanderen licht op en neer. Een globale trendanalyse, waarbij gecorrigeerd wordt voor leeftijd en geslacht, wijst echter op een stabiel percentage over de tijd.

18 Brussels Gewest Van de drie gewesten is Brussel het gewest met het laagste percentage recente alcoholgebruikers (74%) en het hoogste percentage levenslang-geheelonthouders (21% tegenover 12-14% in de andere gewesten). Dit verschil zou kunnen te maken hebben met het groter aantal niet-europese migranten en de slechtere socio-economische situatie in de hoofdstad. Hoewel deze twee factoren ongetwijfeld een rol spelen om de verschillen te verklaren, vinden we na correctie voor leeftijd en geslacht, en een bijkomende correctie voor nationaliteit en equivalent huishoudinkomen, toch nog een significant hoger aantal alcoholgebruikers in Brussel dan in de twee andere gewesten. Recent (in de afgelopen 12 maanden) alcoholgebruik komt iets vaker voor bij mannen (76%) dan bij vrouwen (73%), maar in tegenstelling tot wat het geval is in de andere twee gewesten is dit verschil niet significant na correctie voor leeftijd. Dit wijst erop dat verschillen in het percentage recente alcoholgebruikers tussen de gewesten zich vooral situeren bij mannen, en minder bij vrouwen. In het Brussels Gewest is het percentage alcoholgebruikers bij jongeren tussen 15 en 24 jaar (63%) minder groot dan in Wallonië (69%) en Vlaanderen (84%). Recent alcoholgebruik neemt toe met de leeftijd, wat niet het geval is in de andere gewesten (Figuur 4). Zo is er inderdaad een toename vanaf de leeftijd van 65 jaar (85%). Ander onderscheid met de andere twee gewesten: het percentage recente alcoholgebruikers is soms groter en soms kleiner bij vrouwen dan bij mannen, met een groter percentage bij vrouwen in de leeftijdsgroepen jaar en jaar. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Figuur 4 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 42 Zoals in de andere gewesten vinden we ook in Brussel een opleidingsgradiënt van het percentage alcoholgebruikers, gaande van 36% bij de laagst opgeleiden tot 83% bij de hoogst opgeleiden. Een omgekeerde gradiënt wordt geobserveerd voor het percentage levenslang-geheelonthouders, dat 60% bedraagt bij de laagst opgeleiden en 13% bij de hoogst opgeleiden. Het percentage alcoholgebruikers varieert nauwelijks tussen 1997 en 2013 (respectievelijk 73% en 74%). a correctie voor leeftijd en geslacht blijkt dit percentage constant te blijven over de tijd.

19 Waals Gewest Zoals in Vlaanderen is het percentage alcoholgebruikers in Wallonië hoger bij mannen dan bij vrouwen (85% tegenover 75%, een significant verschil). De verdeling van deze indicator volgens de leeftijd vertoont, net zoals in Vlaanderen, maar verschillend van in Brussel, een «parapluvormig» verloop. Van de jongeren van 15 tot 24 jaar geeft 69% aan in het afgelopen jaar alcohol te hebben gebruikt, terwijl 28% nog nooit alcohol heeft gedronken; dat is dubbel zo veel als in Vlaanderen (14%). Figuur 5 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Waals Gewest Er is een progressieve toename van het percentage alcoholgebruikers naarmate het opleidingsniveau stijgt, gaande van 59% bij de laagst opgeleiden tot 90% bij de hoogst opgeleiden (significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht). De prevalentie van levenslang-geheelonthouders vertoont een omgekeerde opleidingsgradiënt. De urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont, hangt samen met het aantal alcoholgebruikers. In Wallonië is het percentage personen dat in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête alcohol gebruikte kleiner in de stad (75%) dan in halfstedelijke gemeeneten (81%) en landelijke gemeenten (85%). Het verschil in dit percentage tussen de stad en de landelijke gemeenten is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Voor de indicator m.b.t. de levenslang-geheelonthouders stellen we het omgekeerde vast. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 43 Hoewel het percentage alcoholgebruikers sinds 1997 licht op en neer gaat en in 2013 (80%) wat is gestegen t.o.v (78%) duidt een statistische trendanalyse, waarbij wordt gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht, op een lichte lineaire afname van het percentage alcoholgebruikers sinds 1997 (84%) 4.2. DAGELIJKS ALCOHOLGEBRUIK De tabel met de frequentie van alcoholgebruik in de afgelopen 12 maanden (AL01_2) bij recente gebruikers van 15 jaar en ouder is te vinden op het eind van dit hoofdstuk en omvat de volgende categorieën: 1. Dagelijks alcoholgebruik; 2. Wekelijks alcoholgebruik (1 tot 6 dagen per week); 3 Maandelijks alcoholgebruik (1 tot 3 keer per maand); 4. Alcoholgebruik minder dan één keer per maand. Het gaat om cijfers die betrekking hebben op de personen die hebben aangegeven in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête alcohol te hebben gebruikt. De resultaten in dit onderdeel betreffen daarentegen de prevalentie van dagelijkse alcoholgebruikers (AL01_3) in de totale bevolking van 15 jaar en ouder.

20 BELGIË In België geeft 14% van de bevolking van 15 jaar en ouder aan dagelijks alcohol te gebruiken; 37% doet dit minstens één keer per week (maar niet dagelijks). M.a.w., de helft van de bevolking (51%) gebruikt regelmatig alcohol. Analyse volgens geslacht en leeftijd Dagelijks alcoholgebruik komt vaker voor bij mannen (19%) dan bij vrouwen (10%), een verschil dat significant is na correctie voor leeftijd. De proportie dagelijkse drinkers neemt significant toe met de leeftijd: het gaat om 1% van de jongeren van jaar; dit percentage neemt gradueel toe om 25% te bereiken in de leeftijdsgroep jaar (bij mannen in deze leeftijdsgroep: 30% tot 35%, bij vrouwen 16% tot 20%) (Figuur 6). Op te merken is dat de proportie dagelijkse drinkers bij mannen slechts vanaf 75 jaar begint te dalen, terwijl dit bij vrouwen vanaf 65 jaar het geval is. Figuur 6 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikt, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 44 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Dagelijks alcoholgebruik varieert niet spectaculair in functie van het opleidingsniveau, maar het verschil tussen de hoogste en laagste opleidingscategorie is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Meer bepaald is de proportie dagelijkse drinkers lager bij de laagst opgeleiden (12%) dan bij de personen met een opleiding hoger secundair onderwijs of hoger (15%). Dagelijks alcoholgebruik komt in gelijke mate voor in de steden (15%) als in minder verstedelijkte gemeenten (13-14%, geen significante verschillen na correctie voor leeftijd en geslacht). Evolutie over de tijd Het percentage dagelijkse drinkers neemt toe met de tijd en stijgt van 8% in 1997, over ongeveer 9% in 2001 en 2004 en 12% in 2008 naar 14% in 2013 (Figuur 7). Deze lineaire toename wordt bevestigd in een trendanalyse waarbij wordt gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht (significante verschillen). Toch moet er op gewezen worden dat de vraag (AL.01) van 2004, 2008 en 2013, waarop deze resultaten zijn gebaseerd, verschilde van de ene tot de andere enquête, wat de resultaten kan hebben beïnvloed.

21 Figuur 7 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikt, volgens Gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België, GEWESTE Figuur 7 toont aan dat de toename van het percentage dagelijkse alcoholgebruikers tussen 2008 en 2013 wordt geobserveerd in alle gewesten. Trendanalyses waarbij wordt gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht geven een significant lineaire toename aan sinds 1997 in Vlaanderen en Wallonië; in Brussel treedt er na een sterke stijging tussen 1997 en 2001 een stabilisatie van deze indicator op. Dagelijks alcoholgebruik komt na correctie voor leeftijd en geslacht significant vaker voor in het Waals Gewest (16%) dan in de andere twee gewesten (13% in beide). Vlaams Gewest Zoals dit het geval is voor België in zijn geheel, hangt het dagelijks alcoholgebruik in Vlaanderen (13%) samen met het geslacht (18% bij mannen; dit is tweemaal zo frequent als bij vrouwen), de leeftijd (met een piek (23-25%) tussen 55 en 74 jaar) (Figuur 8) en het opleidingsniveau (een verdubbeling van dit percentage bij de hoogst opgeleiden (15%) t.o.v. de laagst opgeleiden (8%)). In Vlaanderen is er een samenhang tussen dagelijks alcoholgebruik en urbanisatiegraad: in steden en halfstedelijke gemeenten (14-15%) is het percentage dagelijkse drinkers hoger dan in landelijke gemeenten (10%), verschillen die significant zijn na correctie voor leeftijd en geslacht. Het percentage dagelijkse alcoholgebruikers neemt na correctie voor leeftijd en geslacht tussen 1997 en 2013 op lineaire wijze toe. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 45

22 Figuur 8 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikt, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest bedraagt het percentage dagelijkse alcoholgebruikers 13% en, zoals elders, is dit percentage hoger bij mannen (16%) dan bij vrouwen (10%). De analyse per leeftijd toont bij mannen een lineaire toename van het percentage dagelijkse gebruikers met de leeftijd, tot 50% in oudste leeftijdsgroep (75-plussers). Bij vrouwen wordt het hoogste percentage bereikt in de leeftijdsgroep jaar (Figuur 9). Figuur 9 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikt, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 46 De hoogst opgeleide Brusselaars gebruiken het vaakst dagelijks alcohol (12% tot 14%). Bij de laagst opgeleiden is dit slechts 3%. Het verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht.

23 In Brussel blijft het aantal dagelijkse alcoholgebruikers sinds 2001 vrij stabiel. a correctie voor leeftijd en geslacht zijn er voor deze indicator geen significante verschillen tussen de vier laatste enquêtejaren. Waals Gewest In het Waals Gewest noteren we het grootst aantal dagelijkse alcoholgebruikers (16%); het gaat om 21% van de mannen en 12% van de vrouwen. Verschillen in functie van de leeftijd tonen bij mannen een toename van het dagelijks alcoholgebruik tot de leeftijd van jaar (ongeveer 36% dagelijkse gebruikers). Bij vrouwen zien we een progressieve toename van het aantal dagelijkse gebruikers tot 20% in de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder. Figuur 10 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikt, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, Waals Gewest De verschillen voor deze indicator in functie van opleiding en urbanisatiegraad die we terugvinden in de andere gewesten zijn na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant in Wallonië. Wel is er een lineaire stijging van het percentage dagelijkse alcoholgebruikers met de tijd, van 10% in 1997 tot 16% in 2013, en deze toename is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 4.3. HOEVEELHEID ALCOHOL DIE WORDT GEDROKE E OVERMATIG ALCOHOLGEBRUIK Aan de hand van de gegevens van de Gezondheidsenquête 2013 is het mogelijk om heel wat indicatoren te construeren over de hoeveelheid alcohol die gewoonlijk wordt gedronken. Het gaat daarbij om het aantal glazen alcohol gedronken op een gewone weekdag (maandag-donderdag: AL03_1) of op een dag in het weekend (vrijdag-zondag: AL05_1), het aantal glazen alcohol gedronken tijdens de 4 dagen van de week (maandag-donderdag: AL03_2) of tijdens de 3 dagen van het weekend (vrijdag-zondag: AL05_2), het aantal glazen alcohol gedronken tijdens de volledige week (7 dagen: AL_35) of gemiddeld per dag (AL_7=AL_35/7). Deze indicatoren kunnen allemaal worden teruggevonden in de tabellen op het eind van dit hoofdstuk. 47 Andere indicatoren geven de hoeveelheid alcohol die wordt gedronken weer in verschillende categorieën, zoals bijvoorbeeld de proportie van de bevolking volgens de hoeveelheid alcohol die gedronken wordt (AL05_3: 1-7 glazen per week, 8-14 glazen per week, enz.); of de proportie wekelijkse alcoholgebruikers die een overmatige hoeveelheid alcohol drinken (AL05_4: meer dan 14 glazen alcohol per week voor vrouwen, meer dan 21 glazen alcohol per week voor mannen). Deze laatste indicator wordt meer in

24 detail beschreven hieronder, omdat hij al sinds 1997 bestaat. ochtans is er een andere, ietwat verschillende classificatie waarover een internationale consensus bereikt werd. De hierop gebaseerde indicator wordt voorgesteld in de tabellen op het eind van dit hoofdstuk (enkel voor 2013): risicovol alcoholgebruik (d.w.z. alcoholgebruik waarvan wordt aangenomen dat het schadelijk is voor de gezondheid), gedefinieerd als een gemiddelde inname van meer dan 20 gram zuivere alcohol (ethanol) per dag bij de vrouwen (overeenkomend met twee aardglazen per dag) en 40 gram zuivere alcohol (ethanol) per dag bij mannen (overeenkomend met 4 aardglazen per dag). Drie series tabellen stellen het alcoholgebruik voor in verschillende studiepopulaties: AL05_5 is gebaseerd op de wekelijkse drinkers; AL05_6 betreft de totale bevolking (van 15 jaar en ouder); en AL05_7 betreft enkel de dagelijkse gebruikers. Deze indicatoren belichten telkens het risicovol alcoholgebruik in deze populaties (totale bevolking, wekelijkse drinkers, dagelijkse drinkers), die vanuit het punt van de volksgezondheid alle drie interessant zijn BELGIË ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten In België gebruikt de helft van de bevolking van 15 jaar en ouder (49%) geen of niet elke week alcohol; 27% drinkt 1 tot 7 glazen per week, 13% tussen de 8 en 14 glazen, 6% tussen de 15 en 21 glazen en 5% meer dan 21 glazen per week, wat dus overeenkomt met gemiddeld meer dan 3 glazen per dag. We noteren een zekere verbetering in vergelijking met 2008, vooral dan omdat er in 2013 minder wekelijks alcoholgebruikers zijn dan in 2008 (51% in 2013 tegenover 59% in 2008). Overmatig alcoholgebruik (meer dan 14 glazen alcohol per dag bij vrouwen, meer dan 21 glazen alcohol per dag bij mannen) komt voor bij 6% van de totale bevolking van 15 jaar en ouder (Tabel niet weergegeven) en 13% van de wekelijkse alcoholgebruikers. Wekelijkse alcoholgebruikers drinken gemiddeld 11 glazen alcohol per week. Analyse volgens geslacht en leeftijd Vrouwen die wekelijks alcohol gebruiken, drinken gemiddeld 8 glazen alcohol per week; bij mannen is dit 13 glazen. Overmatig alcoholgebruik komt iets frequenter voor bij mannen (13%) dan bij vrouwen (12%), maar het verschil is niet significant na correctie voor leeftijd. Bij de interpretatie van deze cijfers moet ermee rekening gehouden worden dat de drempel voor overmatig drankgebruik verschillend is bij mannen (22 of meer glazen alcohol per week) en vrouwen (15 of meer glazen alcohol per week); Het gemiddeld aantal alcoholische consumptie bij wekelijkse drinkers is 8 tot 14 glazen per week, naargelang de leeftijd. Dit aantal is al vrij hoog bij jonge drinkers van 15 tot 34 jaar (gemiddeld ongeveer 10 glazen per week) en is maximaal bij personen van 55 tot 64 jaar (gemiddeld 14 glazen per week) (Figuur 11a). In deze leeftijdsgroep ligt het gemiddelde op 10 glazen per week bij vrouwen en glazen per week bij mannen. De vorm van de curve van het gemiddeld aantal glazen alcohol per week in functie van de leeftijd is gelijkaardig bij mannen en vrouwen, maar de aantallen zijn bij vrouwen minder hoog. 48 Het percentage wekelijkse drinkers met een overmatig alcoholgebruik is vrij hoog bij jongeren van jaar (14%, met namen 17% bij jongens/mannen en 9% meisjes/vrouwen) en personen in de leeftijdsgroep jaar (17% tot 20% naargelang de leeftijdsgroep, maar weinig verschil tussen mannen en vrouwen).

25 Figuur 11a Gemiddeld aantal glazen alcohol per week bij wekelijkse gebruikers (van 15 jaar en ouder), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Figuur 11b Percentage van de wekelijkse alcoholgebruikers (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen: > 14 glazen/week; mannen: > 21 glazen/week), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 49 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken De gemiddelde hoeveelheid alcohol die wekelijkse gebruikers tijdens een week innemen hangt samen met het opleidingsniveau: een groter gemiddeld aantal alcoholische consumpties en een hoger percentage personen met overmatig alcoholgebruik wordt teruggevonden in de twee laagste opleidingsgroepen (respectievelijk gemiddeld glazen/week, en 18-19% personen met overmatig alcoholgebruik) dan in de twee hoogste opleidingsgroepen (respectievelijk gemiddeld glazen/week, en 10-13% personen met overmatig alcoholgebruik). Zowel de verschillen in het gemiddeld aantal glazen alcohol als de prevalentie van overmatig alcoholgebruik zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht.

26 De urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont, is niet geassocieerd met de gemiddelde hoeveelheid alcohol die men wekelijks gebruikt, noch met overmatig alcoholgebruik, en dit na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd Hoewel de indicator berekend in 2013 niet helemaal vergelijkbaar is met deze van de vorige enquêtes lijkt het er op dat het gemiddeld aantal alcoholische consumpties per week sinds 2004 vrij stabiel gebleven is, meer bepaald 10,6 glazen per week. Zoals blijkt uit Figuur 12a is het percentage wekelijkse gebruikers met overmatig alcoholgebruik (vrouwen > 14 glazen/week; mannen > 21 glazen/week) beginnen dalen vanaf 2001 (16,1% in 2001; 14.4% in 2004; 13.5% in 2008; 12.7% in 2013) zodat in 2013 terug ongeveer het cijfer van 1997 (12,0%) werd bereikt. Een statistisch model bevestigt dat deze trend na correctie voor leeftijd en geslacht significant is. Figuur 12a Percentage van de wekelijkse alcoholgebruikers (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen/week; mannen >21 glazen/week), volgens Gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten GEWESTE 50 Het gemiddeld aantal alcoholische consumpties bij wekelijkse alcoholgebruikers is hoger in het Waals en Brussels Gewest (11 per week) dan in het Vlaams Gewest, maar het verschil is niet significant na correctie voor leeftijd en geslacht (Figuur 12b). Wel is er een significant verschil als we kijken naar het percentage wekelijkse drinkers met overmatig alcoholgebruik (Figuur 12a): dit percentage is lager in het Vlaams Gewest (12%) dan in het Brussels (14%) en Waals Gewest (15%) en de verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht.

27 Figuur 12b Gemiddeld aantal glazen alcohol per week bij wekelijkse gebruikers (van 15 jaar en ouder), per gewest, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest De resultaten in het Vlaams Gewest zijn gelijkaardig aan wat we vinden in België in zijn geheel, maar de cijfers liggen iets lager. Zo blijkt dat in Vlaanderen mannen die wekelijks alcohol drinken gemiddeld meer drinken dan vrouwen die wekelijks alcohol drinken, maar is er na correctie voor leeftijd geen verschil tussen mannen en vrouwen voor wat betreft het overmatig alcoholgebruik (Figuur 13a et 13b). Figuur 13a Gemiddeld aantal glazen alcohol per week bij wekelijkse gebruikers (van 15 jaar en ouder), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 51

28 Figuur 13b Percentage van de wekelijkse alcoholgebruikers (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen: > 14 glazen/week; mannen: > 21 glazen/week), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 52 Voor wat betreft de verschillen in functie van de leeftijd vinden we ook hier dat het hoogste gemiddelde alcoholgebruik en het grootste percentage personen met een overmatig alcoholgebruik onder de wekelijks alcoholgebruikers zich situeert in de leeftijdsgroepen jaar en jaar. De hoeveelheid alcohol die gebruikt wordt en het percentage wekelijkse gebruikers met overmatig alcoholgebruik hangen na correctie voor leeftijd en geslacht niet samen met het opleidingsniveau, noch met de urbanisatiegraad. Het gemiddeld alcoholgebruik komt ongeveer overeen met de resultaten van de vorige enquêtes (10 glazen alcohol per week in 2004, 10,2 glazen in 2008). Het percentage wekelijkse gebruikers met overmatig alcoholgebruik is sinds 2001 gedaald (17% in 2001, 14% in 2004, 13% in 2008 en 12% in 2013) en dit na correctie voor leeftijd en geslacht. Brussels Gewest In Brussel drinken personen die wekelijks alcohol gebruiken gemiddeld 14 glazen per week. Bij mannen (13 glazen per week) is dit meer dan bij vrouwen (9 glazen per week), maar na correctie voor leeftijd is er geen significant verschil in het percentage personen met overmatig alcoholgebruik tussen mannen (13%) en vrouwen (16%). Tussen 45 en 54 jaar drinken wekelijkse alcoholgebruikers doorgaans het meeste alcohol (gemiddeld 13 glazen per week) en het is ook in deze leeftijdsgroep dat men het grootste aantal personen met overmatig drankgebruik vindt (22%), net zoals in de leeftijdsgroep jaar (20%, met een oververtegenwoordiging van vrouwen (Figuur 14b). Van de jarige Brusselaars die wekelijks drinken vertoont slechts (in vergelijking met de andere gewesten) 7% een overmatig alcoholgebruik (vrouwen > 14 glazen/week; mannen > 21 glazen/week). Er is voor wat betreft deze indicatoren na correctie voor leeftijd en geslacht geen samenhang met opleidingsgraad (behalve voor de categorie zonder diploma of enkel een diploma lager onderwijs).

29 Figuur 14a Gemiddeld aantal glazen alcohol per week bij wekelijkse gebruikers (van 15 jaar en ouder), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Figuur 14b Percentage van de wekelijkse alcoholgebruikers (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen: > 14 glazen/week; mannen: > 21 glazen/week), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 53 Het gemiddeld alcoholgebruik bij wekelijkse gebruikers is tussen 2001 en 2008 gedaald (van 13 naar 10 glazen per week, een significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht), en is in 2013 terug licht gestegen (naar 11 glazen per week). Dit is ook zo voor het aantal wekelijkse gebruikers met overmatig alcoholgebruik in Brussel, dat in 2001 nog 19% bedroeg om daarna te dalen (15% in 2004; 13% in 2008; 14% in 2013). Het verschil tussen deze laatste drie resultaten is na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant.

30 Waals Gewest In het Waals Gewest is het gemiddeld alcoholgebruik bij wekelijkse gebruikers 11 glazen per week (14 bij mannen, 8 bij vrouwen, een significant verschil na correctie voor leeftijd). Het percentage wekelijkse alcoholgebruikers met een overmatig alcoholgebruik is er 16% bij mannen en 13% bij vrouwen (een verschil dat niet significant is na correctie voor leeftijd); Figuur 15a Gemiddeld aantal glazen alcohol per week bij wekelijkse gebruikers (van 15 jaar en ouder), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Figuur 15b Percentage van de wekelijkse alcoholgebruikers (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen: > 14 glazen/week; mannen: > 21 glazen/week), volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 54 Het hoogste gemiddelde alcoholgebruik bij wekelijkse gebruikers vinden we bij de jarigen (13-14 glazen/week) (Figuur 15a). Het is ook in deze leeftijdsgroep dat wekelijkse gebruikers vrij frequent een overmatig alcoholgebruik (19%) vertonen, hoewel dit ook het geval is bij de jarigen (22%). Jonge Waalse mannen van jaar hebben trouwens het record voor overmatig alcoholgebruik (ook als we

31 vergelijken met de jonge mannen in de andere gewesten): 25% van de wekelijkse gebruikers drinkt meer dan 21 glazen per week (Figuur 15b). In het Waals Gewest is er een opleidingsgradiënt voor wat betreft het aantal alcoholische consumpties bij wekelijks gebruikers: het gemiddeld gebruik is hoger bij laag opgeleiden (18 glazen per week, tegenover 9 glazen per week bij hoogopgeleiden, een significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht). Hetzelfde geldt voor de proportie wekelijkse drinkers met overmatig drankgebruik (23% bij personen zonder diploma of enkel een diploma lager onderwijs, tegenover 11% bij personen met een diploma hoger onderwijs; significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht). och het gemiddeld aantal alcoholische consumpties, noch het percentage personen met een overmatig alcoholgebruik hangen samen met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. De indicatoren met betrekking tot de hoeveelheid alcohol die wordt gebruikt, lijken tussen 2001 en 2013 stabiel te zijn gebleven (het gaat om gemiddeld 11 glazen per week). Ditzelfde geldt voor het percentage wekelijkse gebruikers met overmatig alcoholgebruik, dat tussen 2001 en 2013 varieert van 14% tot 16%. Deze waarden verschillen wel van het resultaat van de Gezondheidsenquête 1997, waar dit percentage 11% bedroeg HYPERALCOHOLISATIE E PIEKDRIKE Met «hyperalcoholisatie» wordt hier bedoeld: inname van minstens 60 gram zuivere alcohol (ethanol) bij dezelfde gelegenheid, wat in België overeenstemt met ongeveer 6 aard glazen alcohol. Deze definitie sluit nauw aan bij wat in de Angelsaksische literatuur «binge drinking» wordt genoemd, en in het ederlands met de termen «piekdrinken» of «comazuipen» wordt aangeduid, wat overeenkomt met de inname van grote hoeveelheden alcohol binnen een bepaalde tijd, leidend tot een intoxicatie. Om deze tijdsfactor in rekening te brengen werd in de Gezondheidsenquête 2013 een vraag toegevoegd die betrekking heeft op de tijdspanne waarbinnen de (eerste) 6 glazen alcohol doorgaans gedronken worden. Indicator AL06_1 (zie tabellen op het eind van dit hoofdstuk) geeft de verdeling van de bevolking weer volgens de frequentie van het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid en geeft zowel informatie over of dit al dan niet voorkomt, als over hoe vaak dit voorkomt. In deze bespreking hebben we het over de proportie personen in de bevolking van 15 jaar en ouder die minstens één keer per week 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid (indicator AL06_1). Verder bespreken we indicator AL07_1, die onder de personen die 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid aangeeft welk percentage aan piekdrinken doet, meer bepaald deze hoeveelheid alcohol inneemt binnen de 2 uur. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten BELGIË Van de totale bevolking van 15 jaar en ouder in België gebruikt 19% geen alcohol (meer) en geeft 35% aan nog nooit of althans niet in de afgelopen 12 maanden 6 glazen alcohol te hebben gedronken bij dezelfde gelegenheid. Dit betekent dus dat het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid bij 54% van de bevolking (van 15 jaar en ouder) niet voorkomt. Bij 19% komt dit occasioneel voor, d.i. één keer per maand tijdens een periode van 12 maanden. Daarentegen drinkt 19% van de bevolking één tot verschillende keren per maand 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, 7% doet dit één tot verschillende keren per week en 1% dagelijks. Bij 8% van de bevolking (van 15 jaar en ouder) komt het drinken van 6 of meer glazen bij dezelfde gelegenheid dus minstens één keer per week voor. 55 Los van de frequentie is de gemiddelde tijdspanne voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegen 5 uur. 54% van de personen die 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid, doet er langer dan 5 uur over, maar 11% hiervan doet aan piekdrinken (drinkt dus 6 glazen alcohol binnen de 2 uur).

32 Analyse volgens geslacht en leeftijd Het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid komt niet voor bij 41% van de mannen en 65% van de vrouwen. Frequent (minstens een keer per week) 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid komt driemaal zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen (13% tegenover 4%). Mannen drinken deze hoeveelheid gemiddeld in 4,5 uur, vrouwen in 6 uur. Bovendien drinkt 15% van de mannen die 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid, 6 glazen binnen de 2 uur; bij vrouwen is dit 4%. Figuur 16 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid komt vaker voor bij jongeren van jaar: 17% van de jongeren gebruikt alcohol, maar heeft nooit 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid gedronken; bij 14% komt dit echter wekelijks voor (maar 0% dagelijks). Het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid bij jarigen is vooral een mannelijk fenomeen (Figuur 16) (1 op 5 mannen in deze leeftijdsgroep drinkt deze hoeveelheid wekelijks), hoewel het bij vrouwen vaker (8%) voorkomt in deze leeftijdsgroep dan op oudere leeftijd (< 6%). 56 Verschillen in het voorkomen van het wekelijks het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid in functie van de leeftijd duiden op een daling van de frequentie met de leeftijd (van 14% in de jongste naar 3% in de oudste leeftijdsgroep), behalve voor de leeftijdsroep jaar waarin dit bij 11% van de personen voorkomt. Het is ook in deze leeftijdsgroep dat het dagelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid voorkomt (4%), wat wellicht wijst op een alcoholafhankelijkheid. De gemiddelde tijdsduur van het drinken van 6 glazen bij dezelfde gelegenheid is korter bij jongeren van jaar (4,2 uur) dan bij personen van rijpere leeftijd (gemiddeld ongeveer 5 tot 6 uur). Bij personen die 6 of meer glazen drinken bij dezelfde gelegenheid komt piekdrinken (6 glazen binnen de 2 uur) vaker voor bij jongeren van jaar (20%) dan bij jarigen (13%). Merkwaardig genoeg komt piekdrinken ook voor bij 15% van de 75-plussers die 6 of meer glazen drinken bij dezelfde gelegenheid (17% van de mannen en 11% van de vrouwen). Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken 40% van de hoogst opgeleiden gebruikt alcohol, maar heeft nooit 6 of meer glazen gedronken bij dezelfde gelegenheid; bij lager opgeleiden (van geen diploma tot hoogstens een diploma hoger secundair) is dit 30%. Wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid komt even vaak

33 voor bij de laagst opgeleiden (6%) als bij de hoogst opgeleiden (8%; het verschil is niet significant na correctie voor leeftijd en geslacht). Het hoogste percentage wordt teruggevonden bij personen met een diploma lager secundair onderwijs (10%) en het verschil met hoger opgeleiden (8%) is na correctie voor leeftijd en geslacht significant. De gemiddelde tijd om 6 glazen alcohol te drinken varieert weinig in functie van de opleiding en hetzelfde geldt voor de proportie piekdrinkers. Wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid vertoont geen samenhang met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. Bij personen die 6 of meer glazen alcohol dringen bij dezelfde gelegenheid komt piekdrinken echter vaker voor in landelijke gemeenten (15%) dan in stedelijke (10%) en halfstedelijk (9%) gemeenten. De verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd Daar de indicator over het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid in 2008 en 2013 niet dezelfde antwoordcategorieën had, kan enkel het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid over de tijd vergeleken worden. Uit Figuur 17 blijkt dat het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid op het niveau van België sinds 2008 niet is toegenomen. Ook na correctie voor leeftijd en geslacht is er geen significant verschil. Figuur 17 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, volgens Gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België, 2013 ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten GEWESTE Daarentegen zijn er wel verschillen in de evolutie van het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid tussen de gewesten (Figuur 17). De verschillen die eerder geobserveerd werden in 2008 tussen Vlaanderen de andere twee gewesten zijn verdwenen. In 2013 komt wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid voor bij 9% van de inwoners van Vlaanderen en Brussel en 8% van de inwoners van Wallonië (geen significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht). Piekdrinken bij personen die wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid komt vaker voor in het Waals Gewest (12%) dan in het Vlaams gewest (10%; geen significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht)en in het Brussels Gewest (8%; significant verschil na correctie voor leeftijd en geslacht).

34 Vlaams Gewest Zoals elders is ook in het Vlaams Gewest het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid (9%) een fenomeen dat vooral voorkomt bij mannen (14% tegenover 4% bij vrouwen) en jongeren (15% bij jarigen tegenover maximum 12% (55-64 jarigen) in de andere leeftijdsgroepen) (Figuur 18). Verder vertoont 15% van de mannen en 3% van de vrouwen die wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid, piekdrinken, d.i. het drinken van 6 glazen alcohol binnen de 2 uur. In de leeftijdsgroepen jaar, jaar en jaar komt piekdrinken voor bij 15% van diegenen die wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid. Bij 75-plussers is dit zelfs 19%, maar dit cijfer moet met omzichtigheid worden geïnterpreteerd vanwege het klein aantal personen in deze categorie. Figuur 18 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 58 Voor wat betreft het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid is er (na correctie voor leeftijd en geslacht) enkel een significant verschil tussen personen met een diploma lager secundair onderwijs (12%) en personen met een diploma hoger onderwijs (7%). Het percentage personen (van diegenen die 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid) dat piekdrinken vertoont is hoger bij de laagst en hoogst opgeleiden (11 tot 12%), maar de verschillen met de groepen er tussenin zijn na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant. och het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, noch piekdrinken hangen samen met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont (verschillen niet significant na correctie voor leeftijd en geslacht). In het Vlaams Gewest is het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid niet veranderd tussen 2008 en 2013 (Figuur 17). Brussels Gewest In Brussel bedraagt het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid 9%; dit percentage is hoger bij mannen (12%) dan bij vrouwen (5%) en hoger bij jongeren van jaar (17%) dan in de oudere leeftijdsgroepen (maximum 11%, bij jarigen) (Figuur 19). In Brussel is het percentage jonge vrouwen (15-24 jaar) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid (16%) het hoogst in vergelijking met de twee andere gewesten (9% in Vlaanderen; 7% in Wallonië). De betrouwbaarheidsintervallen rond deze percentages zijn echter hoog; men moet dus voorzichtig zijn bij de interpretatie. Piekdrinken (drinken van 6 glazen alcohol in minder dan 2 uur) komt meer voor bij jarigen (10%) dan bij jongeren (5%), maar bij deze laatsten komt het vaker (54%) voor dat ze 6 glazen drinken in een tijdspanne van 3-4 uur.

35 Figuur 19 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest a correctie voor leeftijd en geslacht is er geen verband tussen het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid en het opleidingsniveau. Voor piekdrinken, daarentegen, zijn er wel verschillen volgens de opleiding, met hogere percentages bij de lager opgeleiden: 24% bij personen met een diploma lagere secundair, 10% bij personen met een diploma hoger secundair en 5% bij personen met een hogere opleiding. Het verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. In Brussel is het percentage personen dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid tussen 2008 en 2013 toegenomen van 6% naar 9% en dit verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Waals Gewest In het Waals Gewest drinkt 8% van de bevolking 6 glazen of meer alcohol bij dezelfde gelegenheid en dit is meer het geval voor mannen (13%) dan voor vrouwen (4%). Ook piekdrinken is een typisch mannelijk verschijnsel: van diegenen die 6 glazen of meer alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid, doet 17% van de mannen dit binnen de 2 uur; bij vrouwen is dit slechts 6%. Bij mannen komt het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid vaker voor in de leeftijdsgroep jaar (12% bij jonge mannen, 18% bij jonge vrouwen, Figuur 20) en wordt een tweede piek gezien tussen 55 en 64 jaar (11%). Piekdrinken komt vooral voor bij jongeren van jaar (29% van diegenen die 6 glazen of meer alcohol drinken bij dezelfde gelegenheid, tegenover 10% tot 13% in de andere leeftijdsgroepen, behalve in de leeftijdsgroep waar dit percentage slechts 5% bedraagt). ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 59 In het Waals Gewest variëren het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid en piekdrinken niet in functie van het opleidingsniveau, noch in functie van de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont, dit na correctie voor leeftijd en geslacht. Het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid blijft tussen 2008 (7%) en 2013 (8%) vrij stabiel; het verschil is na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant.

36 Figuur 20 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat wekelijks 6 of meer glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 4.5. LEEFTIJD WAAROP ME REGELMATIG ALCOHOL IS BEGIE DRIKE Deze indicator betreft de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken, de kleine slokjes niet meegerekend. De cijfers hebben betrekking op de bevolking die ooit alcohol hebben gebruikt (ook indien dit niet in de laatste 12 maanden was) BELGIË Analyse volgens geslacht en leeftijd In België begint men gemiddeld alcohol te drinken op de leeftijd van 18 jaar en 4 maanden. Jongens beginnen vroeger (rond 17 jaar en 4 maanden) dan meisjes (rond 19 jaar en 5 maanden), een verschil dat significant is na correctie voor de leeftijd van de respondenten op het moment van de bevraging. Alcoholgebruik heeft dus essentieel zijn ankerpunt tijdens de adolescentie, wat bevestigd wordt door het feit dat 75% van de gebruikers alcohol zijn beginnen drinken vóór de leeftijd van 19 jaar. 60 Er is een duidelijke samenhang tussen de huidige leeftijd van de respondent en de gemiddelde leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken. Deze gemiddelde leeftijd neemt toe van 15 jaar en 7 maanden (bij jongeren tussen 15 en 24 jaar) tot 20 jaar en 7 maanden (bij 75-plussers). Bij mannen ligt de gemiddelde leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken in functie van de huidige leeftijd tussen de 15 en 18 jaar; bij vrouwen is dit tussen de 15 en 23 jaar. In de jongste leeftijdsgroep (15-24 jaar) is de leeftijd waarop vrouwen alcohol zijn beginnen drinken dezelfde als bij mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen voor wat betreft de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken, neemt toe met de huidige leeftijd, en dit is vooral het geval vanaf de leeftijdsgroep jaar. Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken a correctie voor leeftijd en geslacht is er geen significante samenhang tussen de leeftijd waarop men alcohol is beginnen drinken en het opleidingsniveau. Ook de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont, lijkt niet samen te hangen met de gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken.

37 Evolutie over de tijd De gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken blijft tussen de enquêtejaren 2008 en 2013 stabiel (ongeveer 18 jaar en 4 maanden) GEWESTE In Vlaanderen begint men gemiddeld één jaar vroeger alcohol te drinken (18 jaar) dan in de andere twee gewesten (18 jaar en 7 maanden in Wallonië: 18 jaar en 11 maanden in Brussel). De verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Vlaams Gewest In Vlaanderen is de gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken 18 jaar. Zoals op nationaal niveau beginnen mannen vroeger te drinken (17 jaar) dan vrouwen (19 jaar en 2 maanden) en stijgt de leeftijd waarop men beginnen drinken is met de leeftijdscohorte, gaande van gemiddeld 15 tot 23 jaar bij vrouwen en van 15 tot 17 jaar bij mannen. De omgekeerde lineaire trend tussen opleiding en leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken is na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant. Er is na correctie voor leeftijd en geslacht ook geen samenhang met de urbanisatiegraad. Er is geen verschil in de leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken tussen de twee enquêtejaren; zowel in 2008 als in 2013 is dit 18 jaar. Brussels Gewest In het Brussels Gewest is de gemiddelde leeftijd waarop mannen beginnen alcohol te drinken 18 jaar en 4 maanden, tegenover 19 jaar en 7 maanden bij vrouwen. De leeftijd waarop men beginnen drinken is neemt toe met de leeftijdscohorte, gaande van gemiddeld 16 tot 22 jaar bij vrouwen en van 15 tot 19 jaar bij mannen. In tegenstelling tot wat gevonden wordt in de andere gewesten, observeren we hier wel dat de gemiddelde leeftijd waarop men beginnen drinken is samenhangt met de opleiding: personen met een diploma lager secundair en hoger secundair zijn later (op ongeveer 19 jaar en maanden) beginnen alcohol drinken dan personen zonder diploma of enkel een diploma lager onderwijs (17 jaar en 11 maanden) of personen met een diploma hoger onderwijs (18 jaar en 6 maanden). Het verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Anderzijds is de gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant verschillend tussen 2008 (19 jaar en 2 maanden) en 2013 (18 jaar en 11 maanden). ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Waals Gewest In het Waals Gewest is de gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen alcohol drinken 18 jaar en 6 maanden (17 jaar en 6 maanden bij mannen, 19 jaar en 11 maanden bij vrouwen). De gemiddelde leeftijd waarop men is beginnen drinken evolueert met de leeftijd van de respondenten, zowel bij vrouwen (16 tot 22 jaar) als bij mannen (15 tot 17 jaar). 61 De gemiddelde leeftijd waarop men in Wallonië is beginnen alcohol drinken hangt samen met het opleidingsniveau: er is een daling van 19 jaar en 5 maanden bii de laagst opgeleiden tot 17 jaar en 11 maanden bij diegenen met een diploma hoger onderwijs. Het verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Er is geen samenhang met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. Tenslotte is de gemiddelde leeftijd waarop men in Wallonië is beginnen alcohol drinken tussen 2008 (18 jaar en 5 maanden) en 2013 (18 jaar en 7 maanden) niet geëvolueerd (niet significant na correctie voor leeftijd en geslacht).

38 4.6. PROBLEMATISCH ALCOHOLGEBRUIK Indicator AL_1 geeft de prevalentie van problematisch alcoholgebruik weer, gebaseerd op de CAGE vragenlijst. Daarbij wordt alcoholgebruik als problematisch bestempeld indien minstens 2 van de 4 vragen positief beantwoord werden. De problematiek waar het volgens de auteurs van de CAGE om gaat is alcoholafhankelijkheid. Sommige wetenschappers zijn echter van mening dat dit meetinstrument eerder betrekking heeft op chronisch overmatig alcoholgebruik dan op een alcoholafhankelijkheid. Daarom geven we er de voorkeur aan om we hier de term «problematisch alcoholgebruik» of «problemen verbonden aan alcohol» te gebruiken dan «alcoholafhankelijkhed». Deze indicator wordt berekend voor personen die geantwoord hebben dat ze ooit alcohol hebben gebruikt (maar niet noodzakelijk in de laatste 12 maanden) BELGIË In België rapporteert één persoon van 15 jaar en ouder op tien (10.5%) van diegenen die ooit alcohol hebben gebruikt problemen die te maken hebben met dit gebruik. Analyse volgens geslacht en leeftijd Problematisch alcoholgebruik komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (15% tegenover 6%) en dit verschil is significant na correctie voor leeftijd. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Problemen die te maken hebben met alcohol variëren met de leeftijd: bij jongeren van jaar vertoont 6% al een problematisch gebruik, maar dit percentage is dubbel zo hoog bij volwassen tussen 35 en 64 jaar (12 tot 13% volgens de leeftijd). Problematisch alcoholgebruik daalt vervolgens tot 4% bij 75-plussers. De resultaten volgens geslacht en leeftijd (Figuur 24) geven aan dat problematisch alcoholgebruik bij mannen vooral voorkomt in de arbeidsactieve leeftijd (16 tot 17% bij mannen tussen 25 en 64 jaar). Bij vrouwen wordt problematisch alcoholgebruik vooral gerapporteerd in de leeftijdsgroep jaar (8%). Figuur 21 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België,

39 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Opleidingsniveau hangt niet samen met problematisch alcoholgebruik, en dit wordt bevestigd door statistische analyses gecorrigeerd voor leeftijd gen geslacht. Problematisch alcoholgebruik komt vaker voor bij inwoners van steden (12%) dan inwoners van landelijke gemeenten (9%). Dit verschil is significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd Problematisch alcoholgebruik stijgt lineair en op een statistisch significante manier sinds 2001; van 7% in dat jaar, over 8% in 2004 en 10% in 2008 naar 11% in 2013 (Figuur 22). a correctie voor leeftijd en geslacht is er echter geen significant verschil tussen 2008 en 2013, wat wijst op een stabilisatie van problematisch alcoholgebruik tussen deze twee enquêtejaren. Figuur 22 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik, volgens Gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België, GEWESTE Van alle personen die ooit in hun leven alcohol gedronken hebben zijn er in het Brussels Gewest 16% die problemen hebben doorgemaakt die te maken hadden met dat alcoholgebruik; in het Vlaams en Waals Gewest is dit 10%. Deze verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten 63 Vlaams Gewest Zoals dit ook het geval is in Wallonië, hebben in Vlaanderen mannen meer kans om een problematisch alcoholgebruik te vertonen dan vrouwen (15% tegenover 5%). Dit verschil wordt geobserveerd voor alle leeftijdsgroepen (Figuur 23), behalve bij jongeren (5% van de jonge mannen en jonge vrouwen). De verschillen in functie van de leeftijd zijn dezelfde als voor België in zijn geheel. a correctie voor leeftijd en geslacht hangt problematisch alcoholgebruik niet samen met opleidingsniveau, noch met de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. a een sterke toename van problematisch alcoholgebruik in 2008 (10%), in vergelijking met (5-6%) is er in 2013 (10%) na correctie voor leeftijd en geslacht eerder een stabilisatie.

40 Figuur 23 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest komt problematisch alcoholgebruik (16%) vaker voor dan in de andere twee gewesten. Problemen die te maken hebben met alcoholgebruik worden gerapporteerd bij 19% van de mannen en 14% van de vrouwen: dit verschil is niet significant na correctie voor leeftijd. Figuur 24 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 64 Problematisch alcoholgebruik neemt toe met de leeftijd (Figuur 24) tot 28% bij mannen van jaar en 25% bij de vrouwen van jaar. Problematisch alcoholgebruik betreft 9% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar, wat een verbetering betekent t.o.v. de vorige enquête (15% in 2008).

41 In Brussel is er een sociale gradiënt voor wat betreft problemen die te maken hebben met alcoholgebruik (van 8% bij de laagst geschoolden tot 17 bij de hoogst geschoolden), maar de verschillen zijn niet significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Hoewel het verschil in de prevalentie van problematisch alcoholgebruik tussen 2008 en 2013 na correctie voor leeftijd en geslacht niet significant is, noteren we in Brussel een significante lineaire stijging van het problematisch alcoholgebruik sinds 2001 (9% in 2001, 11% in 2004, 14% in 2008 en 16% in 2013). Waals Gewest De prevalentie van problematisch alcoholgebruik is in Wallonië (10%) gelijkaardig als in Vlaanderen. Ook hier hebben mannen meer kans op een problematisch alcoholgebruik (13% tegenover 7%). Dit verschil wordt teruggevonden voor alle leeftijden (Figuur 25), behalve voor de jongeren (7% van de jonge mannen en jonge vrouwen). De resultaten per leeftijd en geslacht nemen toe bij mannen tot de leeftijd van jaar om daarna terug te vallen (5% bij 75-plussers). De kritische leeftijd voor alcoholproblemen bij vrouwen situeert zich tussen 45 en 64 jaar (9%-10%) Figuur 25 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik, volgens geslacht en leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest ALCOHOLGEBRUIK 4. Resultaten et zoals in het Vlaams Gewest is er in het Waals Gewest na correctie voor leeftijd en geslacht geen samenhang met het opleidingsniveau of de urbanisatiegraad. 65 Sinds 2001 is de prevalentie van problematisch alcoholgebruik in Wallonië vrij stabiel gebleven (9% in 2001, 11% in 2004 en 2008 en 10% in De cijfers van 2013 tonen, na correctie voor leeftijd en geslacht geen significante verschillen met deze van de vorige jaren.

42

43 5. BESPREKIG Waarom vormt alcoholgebruik een probleem? Europa is het werelddeel waar het alcoholgebruik het hoogst is, meer bepaald tweemaal hoger dan het wereldwijd gemiddelde (2). In België wordt het jaarlijks alcoholgebruik voor de periode geschat op 11,0 liter per persoon van 15 jaar en ouder (Europees is dit voor deze periode gemiddeld 10,9 7 ); volgens de laatste cijfers van de OESO 8 ging het in 2013 om 9,8 liter, wat een daling in de tijd betekent. De WGO geeft aan dat «alcohol deel uitmaakt van het dagelijks leven in talrijke regio s in Europa. Alcoholgebruik wordt als positief ervaren om verschillende redenen: het draagt bij tot gezelligheid, maakt deel uit van ons voedingspatroon, markeert een symbolisch rustpunt, en ontspant in het licht van de verantwoordelijkheden van elke dag.» Alcoholgebruik wordt beschouwd als iets vertrouwd, wat samenhorigheid geeft, maar op het gebied van volksgezondheid moeten de nodige maatregelen genomen worden om de schade die alcohol kan berokkenen te voorkomen en beperken. Want inderdaad, zoals experten van de WGO in hun technisch rapport van aangeven : «alcohol heeft toxische effecten die schadelijk kunnen zijn voor nagenoeg elk stelsel of orgaan van het organisme; het kan psychische en fysieke stoornissen verergeren; het kan op een ongewenste manier interageren met andere voorgeschreven geneesmiddelen of illegale drugs; als substantie die intoxicatie veroorzaakt is het geassocieerd met een groot aantal zowel intentionele als niet-intentionele traumatische letsels; het kan leiden tot een syndroom van afhankelijkheid, en een potentieel misbruik dat vergelijkbaar is met dit van andere verslavende middelen die internationaal gecontroleerd worden.» Afgezien van de nadelen voor de gebruiker en de impact op de morbiditeit en de mortaliteit, erkent het expertencomité van de WGO ook dat de meeste ongewenste gevolgen van alcoholgebruik voor niet-gebruikers niet in de courante schattingen zijn opgenomen. «Het gaat om familiale en relationele problemen, professionele problemen, geweldpleging en andere delicten en sociale marginalisatie. De manier waarop een individu met alcoholgebruik omgaat, kan ongewenste effecten hebben op het eigen leven, echtelijk relaties en het gezinsleven ontwrichten, leiden tot het verlies van werk en werkloosheid ( ) iemand op straat zetten of op een andere manier in de marginalisatie of stigmatisatie drukken. Alcoholgebruik bij een persoon kan ook een effect hebben op anderen. De levenskwaliteit van de gezinsleden kan sterk dalen; op het werk moet de afwezigheid van een collega met een kater opgevangen worden en agressie als gevolg van dronkenschap maakt slachtoffers. aast deze relationele problemen kan alcoholgebruik ook ongewenste effecten hebben op grotere sociale groepen of de globale samenleving». Tenslotte is het zo dat «de gevolgen van alcoholgebruik ook ontastbare kosten met zich meebrengt, met name de pijn en het lijden die een drinker bij zijn gezin aanricht en de vrees en het lijden dat voorkomt uit delicten of geweldpleging te wijten aan alcohol. Deze kosten voor de gezinsleden (en de vrienden) zijn nog niet berekend.» Wat is volgens de Gezondheidsenquête 2013 de situatie in België? De Gezondheidsenquête laat toe om het profiel van het alcoholgebruik in België periodisch in te schatten. De beperkingen van de gegevens zijn een onderschatting van het werkelijk gebruik, dat te maken heeft met de sociale wenselijkheid, een vertekening door geheugeneffecten, ontkenning, niet-deelname van grote gebruikers of het niet beantwoorden van de vragen over alcoholgebruik. Het voordeel van een enquête is echter de mogelijkheid om het profiel van de gebruikers te bestuderen in functie van sociodemografische en regionale factoren. De gegevens van de Gezondheidsenquête 2013 laten ook meer diepgaande analyses toe dan wat hier wordt voorgesteld, vandaar dat het gegevensbe ter ALCOHOLGEBRUIK 5. Bespreking WHO en?ispartof=/content/indicatorgroup/1c4df204-en OECD WHO expert Committee on problems related to alcohol consumption (WHO Technical Report Series 944; no. 944), WHO Geneva, October 2006: pdf?ua=1

44 beschikking gesteld wordt van onderzoeksgroepen die hiervoor interesse hebben 10. Wat de preliminaire analyses betreft, deze leverden de volgende resultaten op: De meerderheid (82%) van de Belgische bevolking van 15 jaar en ouder gebruikt alcohol. Gebaseerd op de enquêtes die sinds 1997 worden uitgevoerd, blijft dit percentage relatief stabiel over de tijd. De gemiddelde leeftijd waarop men alcohol begint te drinken is in vergelijking met 2008 constant, rond 18 jaar en 4 maanden. Wekelijkse alcoholgebruikers drinken gemiddeld 11 glazen per week, een cijfer dat in vergelijking met 2008 niet veranderd is. Wekelijks overmatig alcoholgebruik (meer dan 14 glazen per week bij vrouwen en meer dan 21 glazen per week bij mannen) komt voor bij 13% van de wekelijkse drinkers en 6% van de totale bevolking van 15 jaar en ouder en daalt geleidelijk (respectievelijk 14% en 8% in 2008). Ook de evolutie van het relatief aantal problematische alcoholgebruikers (met een neiging tot alcoholafhankelijkheid) is in 2013 (10,5%) gestabiliseerd t.o.v (10%). De proportie dagelijks alcoholgebruikers is daarentegen gestegen sinds de vorige enquête, van 12% in 2008 naar 14% in Een belangrijke proportie van de dagelijkse gebruikers (27%) heeft een risicovol alcoholgebruik (ECHOM indicator, AL07_2: meer dan 20 g alcohol per dag voor vrouwen en meer dan 40 g per dag voor mannen) en verdient de nodige aandacht. ALCOHOLGEBRUIK 5. Bespreking 68 Tenslotte is het wekelijks drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid stabiel gebleven bij alcoholgebruikers in het algemeen (8,5%), maar bij jongeren tussen 15 en 24 jaar lijkt dit te zijn toegenomen (van 12% in 2008 naar 14% in 2013). Bij personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête 6 of meer glazen alcohol dronken bij dezelfde gelegenheid is de gemiddelde tijd om 6 glazen alcohol te drinken ongeveer 5 uur (bij jongeren tussen 15 en 24 jaar is dit gemiddeld 4 uur); 11% drinkt van deze personen drinkt 6 glazen binnen de 2 uur (19% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar). In het kader van een bewustmaking van de risico s die hiermee gepaard gaan en van preventie is voor deze problematiek specifieke aandacht nodig. De studie van het profiel van het risicogebruik in functie van sociodemografische variabelen biedt de mogelijkheid van een gericht gezondheidsbeleid. Zo stellen we vast dat risicovol alcoholgebruik vaker voorkomt bij mannen. Jongeren tussen 15 en 24 jaar, en vooral jonge mannen, vormen een belangrijke risicogroep, naar wie acties prioritair moeten uitgaan. Het drinken van 6 of meer glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid en het piekdrinken (6 glazen alcohol binnen de 2 uur) is een typisch gedrag in deze leeftijdsgroep, net zoals de frequentie van het alcoholgebruik. Het is dan ook geen toeval dat slechts 17% van de jongeren aangeeft nog nooit deze hoeveelheid alcohol te hebben gebruikt bij dezelfde gelegenheid (tegenover 27% bij de jarigen en meer dan 32% in de oudere leeftijdsgroepen) en dat 42% aangeeft dit minstens eenmaal per maand te doen! Bovendien moet opgemerkt worden dat het gemiddeld aantal glazen alcohol dat wekelijks gedronken wordt bij jongeren van jaar (10 glazen) ongeveer hetzelfde is als bij volwassenen op rijpere leeftijd (45-74 jaar), terwijl ze wel minder vaak dagelijks drinken. Anders gezegd, jongeren drinken op enkele dagen tijd dezelfde hoeveelheid als oudere personen de hele week. Trouwens, het gemiddeld aantal glazen alcohol dat wordt gedronken op een dag in het weekend is bij jongeren van jaar vijf glazen, terwijl dit bij jarigen vier is en bij jarigen drie. De resultaten van de Gezondheidsenquête bevestigen de noodzaak om bij jongeren acties te ondernemen om de schade veroorzaakt door een massief alcoholgebruik met het doel zich te intoxiceren te stoppen. Een belangrijke strategie daarbij is om de beschikbaarheid van alcohol te verminderen (beperking van het aantal verkoopplaatsen, vastleggen van een minimum prijs, ) Eerder dan het opleggen van verbodsmaatregelen voor alcoholgebruik tot de leeftijd van 18 of 21 jaar wat enkel de nieuwsgierigheid van jongeren stimuleert, de zin naar alcohol doet toenemen en het probleem uitstelt kan het opportuun zijn om bijvoorbeeld publiciteit voor alcoholische drinken te verbieden en marketingstrategieën (bijvoorbeeld het sponsoren van sportieve of culturele evenementen) die de alcoholindustrie opzet om vooral de jonge bevolking aan te zetten tot alcoholgebruik af te blokken. 10 Website van de Gezondheidsenquête, België, toegang tot gegevens: gegevens.aspx

45 Tot slot stellen we vast dat alcoholgebruik, risicovol drinken en problemen die te maken hebben met alcohol zich vooral beginnen voordoen bij veertigers en dit tot ongeveer de leeftijd van 65 jaar. Het treft ook alle sociale lagen van de samenleving. Een doelmatig sensibiliseringsbeleid dat oog heeft voor de risico s verbonden aan alcohol en schadelijk alcoholgebruik komt dus ten goede van de gehele bevolking. Ook het probleem van alcoholgebruik bij vrouwen mag niet verwaarloosd worden, vooral in het kader van de bescherming van het kind: het gaat daarbij om alcoholgebruik tijdens de zwangerschap en de borstvoeding, geweld door alcohol, alcoholgebruik in monoparentale gezinnen, enz. (deze laatste beschouwingen gelden uiteraard evenzeer voor mannen). Hoe problemen die te maken hebben met een schadelijk alcoholgebruik onder controle houden? Om de schade die alcohol in onze samenleving aanricht in te dijken moet het preventiebeleid zich op twee pijlers richten: een vermindering van het gemiddeld alcoholgebruik aanmoedigen en een reductie van risicodrinken en problematisch alcoholgebruik stimuleren (2). Er is een internationale consensus (WGO) over de methodes die hun doelmatigheid voor het terugdringen van het alcoholgebruik op het niveau van de samenleving bewezen hebben. Vooreerst zijn er sterke bewijzen dat beleidsmaatregelen die de alcoholmarkt reguleren effectief werken (9) 11. De voornaamste maatregelen betreffen een verhoging van de alcoholprijs (taxatie, dat vooral een impact heeft op problematisch alcoholgebruik bij jongeren) of het opleggen van een minimumprijs, de regeling of het verbod op publiciteit of sponsoring, expliciete waarschuwingen over gezondheidsrisico s op de verpakking en het etiket van de producten, of minstens een indicatie over de samenstelling en de nutritionele waarde hiervan, gezondheidsinformatie en gezondheidsopvoeding via diverse kanalen, ondersteuning van personen die hun alcoholgebruik verminderen of proberen om dit binnen een termijn te realiseren (de impact van korte interventies om risicovol alcoholgebruik de verminderen heeft vooral in de primaire gezondheidszorg zijn efficaciteit bewezen), alcoholcontroles op de weg, Om een werkelijk effect te hebben op het niveau van de bevolking moeten deze maatregelen gecombineerd worden, continu zijn, en volgehouden worden op lange termijn. De volgende documenten geven pistes aan voor een geïntegreerd volksgezondheidsbeleid: Global strategy to reduce the harmful use of alcohol. WHO, 2010: The European status report on alcohol and health 2014: Reducing the negative consequences of drinking and alcohol intoxication (OMS, 2014): data/assets/pdf_file/0004/244903/reducing-the-negativeconsequences-of-drinking-and-alcohol-intoxication.pdf?ua=1 The WHO global status report on alcohol and health, 2014: Alcohol in the European Union: Consumption, harm and policy approaches. Edited by: Peter Anderson, Lars Møller and Gauden Galea. WHO, data/assets/pdf_file/0003/160680/e96457.pdf?ua=1 The WHO European action plan to reduce the harmful use of alcohol : data/assets/pdf_file/0008/178163/e96726.pdf The WHO Status report on alcohol and health in 35 European countries, 2013: data/assets/pdf_file/0017/190430/status-report-on-alcohol-and- Health-in-35-European-Countries.pdf The WHO European Union Information System on Alcohol and Health (EUSAH): EC - DG SACO Alcohol policy: ALCOHOLGEBRUIK 5. Bespreking Rapport aan de Europese Commissie: Anderson P. & Baumberg B.: content_en.pdf

46

47 6. BIBLIOGRAFIE (1) Anderson P, Møller L, Galea G. Alcohol in the European Union, consuption, harm and policy approaches. Denmark: WHO Regional Office for Europe; (2) Global status report on alcohol and health ed. Luxembourg: World Health Organization; (3) Room R, Babor T, Rehm J. Alcohol and public health. Lancet 2005 Feb 5;365(9458): (4) Lexicon of alcohol and drug terms. England: World Health Organization; (5) European Health Interview Survey (EHIS wave 2). Methodological manual. Luxembourg: Publications Office of the European Union; (6) Moskalewicz J, Sierolawski J. Drinking population surveys - guidance document for a ardized approach. Warsaw: Institute of Psychiatry and eurology; (7) Mayfield D, McLeod G, Hall P. The CAGE questionnaire: validation of a new alcoholism screening instrument. American Journal of Psychiatry 131[19], (8) Rehn, Room R, Edwards G. Alcohol in the European Region - consumption, harm and policies. WHO; (9) Anderson P, Baumberg B. Alcohol in Europe. A public health perspective. London, UK: Institute of Alcohol Studies; ALCOHOLGEBRUIK 6. Bibliografie 71

48

49 7. TABELLE Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, België...77 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslang-geheelonthouder), België...78 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, België...79 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, België...80 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, België...81 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, België...82 Tabel 7 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, België...83 Tabel 8 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, België...84 Tabel 9 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, België...85 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Tabel 13 Tabel 14 Tabel 15 Tabel 16 Tabel 17 Tabel 18 Tabel 19 Tabel 20 Tabel 21 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), België...86 Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België...87 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België...88 Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België...89 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, België...90 tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, België...91 Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, België...92 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), België Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Vlaams Gewest...94 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslang-geheelonthouder), Vlaams Gewest...95 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Vlaams Gewest...96 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Vlaams Gewest

50 Tabel 22 Tabel 23 Tabel 24 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Vlaams Gewest...98 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Vlaams Gewest...99 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Vlaams Gewest Tabel 25 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Vlaams Gewest Tabel 26 Tabel 27 Tabel 28 Tabel 29 Tabel 30 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Vlaams Gewest Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest Tabel 31 Tabel 32 Tabel 33 Tabel 34 Tabel 35 Tabel 36 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Vlaams Gewest tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Vlaams Gewest Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Vlaams Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslang-geheelonthouder), Brussels Gewest Tabel 37 Tabel 38 Tabel 39 Tabel 40 Tabel 41 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Brussels Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Brussels Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Brussels Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Brussels Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Brussels Gewest Tabel 42 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Brussels Gewest Tabel 43 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Brussels Gewest...119

51 Tabel 44 Tabel 45 Tabel 46 Tabel 47 Tabel 48 Tabel 49 Tabel 50 Tabel 51 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Brussels Gewest Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Brussels Gewest tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Brussels Gewest Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Brussels Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Brussels Gewest Tabel 52 Tabel 53 Tabel 54 Tabel 55 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslang-geheelonthouder), Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Waals Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Waals Gewest Tabel 56 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Waals Gewest Tabel 57 Tabel 58 Tabel 59 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Waals Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Waals Gewest Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Waals Gewest Tabel 60 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Waals Gewest Tabel 61 Tabel 62 Tabel 63 Tabel 64 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Waals Gewest Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest...140

52 Tabel 65 Tabel 66 Tabel 67 Tabel 68 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Waals Gewest tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Waals Gewest Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Waals Gewest Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Waals Gewest

53 Tabel 1 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, België AL01_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 86,5 (84,8-88,1) 86,5 (84,8-88,1) 2916 Vrouwen 77,6 (75,6-79,5) 78,1 (76,0-79,9) 3239 LEEFTIJDSGROEP ,3 (72,6-82,0) 77,7 (72,6-82,2) ,6 (79,0-86,1) 83,1 (79,1-86,4) ,8 (80,9-86,8) 84,1 (81,0-86,9) ,7 (85,4-90,1) 88,1 (85,6-90,3) ,3 (83,5-89,1) 86,6 (83,6-89,2) ,7 (76,6-84,8) 81,1 (76,8-84,8) ,2 (60,0-70,4) 66,7 (61,3-71,7) 612 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 55,1 (49,0-61,2) 56,6 (49,9-63,0) 525 Lager secundair 70,2 (65,8-74,5) 70,0 (65,2-74,4) 853 Hoger secundair 82,1 (79,8-84,5) 82,6 (80,1-84,9) 1959 Hoger onderwijs 90,3 (88,8-91,8) 90,8 (89,2-92,2) 2761 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 78,2 (76,1-80,3) 79,1 (76,8-81,2) 2841 Halfstedelijk gebied 85,6 (83,2-87,9) 86,5 (84,1-88,7) 1541 Landelijk gebied 82,7 (79,9-85,5) 83,1 (80,1-85,7) 1773 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 84,0 (82,1-85,8) 84,8 (82,8-86,5) 2390 Brussels Gewest 74,0 (70,7-77,3) 74,4 (70,6-77,8) 1292 Waals Gewest 79,6 (77,2-82,0) 80,4 (77,9-82,7) 2473 JAAR ,1 (82,9-85,3) 84,0 (82,7-85,2) ,5 (79,3-81,7) 81,2 (80,0-82,3) ,2 (83,1-85,3) 84,9 (83,7-85,9) ,4 (79,1-81,8) 81,2 (79,8-82,6) ,8 (80,5-83,2) 82,8 (81,4-84,2) 6155 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

54 Tabel 2 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslanggeheelonthouder), België AL01_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 8,8 (7,4-10,3) 8,8 (7,4-10,3) 2916 Vrouwen 17,2 (15,4-19,0) 16,8 (15,1-18,7) 3239 LEEFTIJDSGROEP ,6 (16,2-25,0) 19,9 (15,8-24,9) ,4 (10,2-16,5) 12,7 (9,9-16,2) ,0 (9,4-14,5) 11,5 (9,3-14,2) ,5 (6,5-10,5) 8,0 (6,3-10,2) ,3 (7,0-11,6) 8,9 (6,9-11,4) ,2 (8,5-15,8) 11,6 (8,6-15,5) ,3 (18,5-28,2) 21,5 (17,3-26,4) 612 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 34,2 (28,2-40,2) 35,1 (28,6-42,2) 525 Lager secundair 20,0 (16,2-23,9) 20,2 (16,4-24,6) 853 Hoger secundair 13,0 (11,0-15,1) 12,0 (10,1-14,1) 1959 Hoger onderwijs 7,2 (5,9-8,4) 6,3 (5,2-7,6) 2761 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 16,5 (14,6-18,4) 15,6 (13,7-17,6) 2841 Halfstedelijk gebied 10,3 (8,2-12,4) 9,3 (7,5-11,5) 1541 Landelijk gebied 11,9 (9,5-14,3) 11,2 (9,0-13,8) 1773 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 11,8 (10,1-13,4) 11,0 (9,5-12,7) 2390 Brussels Gewest 21,5 (18,4-24,6) 20,6 (17,3-24,2) 1292 Waals Gewest 13,9 (11,8-16,0) 12,9 (11,0-15,1) 2473 JAAR ,2 (12,0-14,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

55 Tabel 3 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, België AL01_3 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 19,0 (17,2-20,9) 13,9 (12,0-16,1) 2916 Vrouwen 9,8 (8,4-11,2) 6,6 (5,5-7,8) 3239 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,2-1,9) 1,0 (0,4-2,1) ,1 (3,0-7,1) 4,8 (3,2-7,1) ,8 (7,2-12,4) 9,1 (6,9-11,9) ,0 (12,1-17,8) 14,3 (11,7-17,3) ,5 (21,7-29,3) 24,6 (20,8-28,8) ,0 (21,0-28,9) 24,2 (20,4-28,4) ,2 (14,3-22,1) 18,6 (14,8-23,0) 612 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 12,2 (8,3-16,2) 5,4 (3,7-7,9) 525 Lager secundair 14,0 (10,6-17,4) 7,2 (5,3-9,7) 853 Hoger secundair 13,5 (11,4-15,7) 9,0 (7,2-11,1) 1959 Hoger onderwijs 15,3 (13,4-17,3) 11,5 (9,7-13,6) 2761 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 14,9 (13,0-16,8) 10,1 (8,6-11,9) 2841 Halfstedelijk gebied 14,4 (12,0-16,8) 9,6 (7,7-11,9) 1541 Landelijk gebied 13,2 (10,9-15,5) 8,8 (7,0-11,0) 1773 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 13,3 (11,6-15,0) 8,6 (7,3-10,3) 2390 Brussels Gewest 13,0 (10,8-15,2) 9,7 (7,8-12,0) 1292 Waals Gewest 16,4 (14,2-18,6) 11,4 (9,5-13,7) 2473 JAAR ,7 (6,8-8,6) 6,5 (5,7-7,4) ,6 (8,8-10,4) 7,6 (6,9-8,3) ,2 (8,4-10,0) 7,1 (6,4-7,9) ,0 (11,0-13,1) 9,3 (8,4-10,3) ,2 (13,0-15,5) 10,7 (9,7-11,8) 6155 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

56 Tabel 4 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, België AL03_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 2,5 (2,3-2,7) 2,5 (2,4-2,7) 1424 Vrouwen 1,9 (1,8-2,0) 1,9 (1,8-2,1) 917 LEEFTIJDSGROEP ,0 (2,3-3,7) 2,9 (2,3-3,6) ,1 (1,9-2,4) 2,0 (1,7-2,2) ,1 (1,8-2,4) 2,0 (1,7-2,3) ,4 (2,1-2,6) 2,3 (2,1-2,5) ,7 (2,3-3,0) 2,6 (2,2-2,9) ,0 (1,8-2,2) 1,9 (1,8-2,1) ,7 (1,5-1,9) 1,7 (1,5-1,8) 230 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,1 (2,2-3,9) 3,3 (2,5-4,1) 137 Lager secundair 2,8 (2,2-3,3) 2,8 (2,3-3,3) 247 Hoger secundair 2,3 (2,1-2,5) 2,3 (2,0-2,5) 684 Hoger onderwijs 2,1 (1,9-2,2) 2,0 (1,9-2,2) 1256 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,3 (2,1-2,4) 2,3 (2,1-2,4) 1109 Halfstedelijk gebied 2,4 (2,1-2,6) 2,3 (2,0-2,6) 581 Landelijk gebied 2,2 (2,0-2,4) 2,1 (1,9-2,3) 651 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 2,3 (2,1-2,4) 2,2 (2,0-2,4) 905 Brussels Gewest 2,4 (2,1-2,6) 2,4 (2,2-2,6) 520 Waals Gewest 2,3 (2,1-2,5) 2,2 (2,0-2,4) 916 JAAR ,3 (2,2-2,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag

57 Tabel 5 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, België AL03_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 6,8 (6,2-7,5) 6,5 (5,9-7,0) 1424 Vrouwen 4,6 (4,3-5,0) 4,1 (3,8-4,5) 917 LEEFTIJDSGROEP ,2 (3,4-5,1) 4,0 (3,1-4,9) ,0 (3,4-4,5) 3,4 (2,9-4,0) ,6 (3,8-5,5) 4,3 (3,5-5,1) ,7 (5,7-7,6) 6,4 (5,5-7,3) ,4 (6,9-9,9) 8,1 (6,7-9,6) ,9 (5,1-6,7) 5,6 (4,9-6,4) ,0 (4,4-5,7) 4,9 (4,3-5,5) 230 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 9,9 (6,2-13,5) 9,4 (5,9-12,9) 137 Lager secundair 8,1 (6,4-9,9) 7,1 (5,5-8,7) 247 Hoger secundair 5,9 (5,2-6,6) 5,1 (4,4-5,8) 684 Hoger onderwijs 5,2 (4,7-5,8) 4,7 (4,2-5,2) 1256 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,2 (5,5-6,9) 5,6 (5,0-6,2) 1109 Halfstedelijk gebied 5,9 (5,0-6,9) 5,2 (4,4-6,0) 581 Landelijk gebied 5,7 (5,0-6,4) 4,9 (4,2-5,6) 651 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 5,7 (5,1-6,3) 5,0 (4,5-5,4) 905 Brussels Gewest 5,9 (5,2-6,5) 5,7 (5,1-6,3) 520 Waals Gewest 6,6 (5,8-7,4) 5,8 (5,1-6,6) 916 JAAR ,0 (5,5-6,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 81

58 Tabel 6 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, België AL05_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 3,6 (3,4-3,8) 3,6 (3,5-3,8) 1718 Vrouwen 2,4 (2,3-2,5) 2,5 (2,4-2,6) 1233 LEEFTIJDSGROEP ,1 (4,5-5,7) 5,0 (4,4-5,6) ,6 (3,2-4,0) 3,4 (3,1-3,7) ,9 (2,6-3,1) 2,7 (2,4-3,0) ,0 (2,8-3,3) 2,9 (2,7-3,2) ,0 (2,7-3,3) 2,9 (2,6-3,2) ,4 (2,2-2,6) 2,3 (2,1-2,5) ,9 (1,7-2,1) 1,9 (1,6-2,1) 238 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,1 (2,4-3,8) 3,8 (3,1-4,5) 158 Lager secundair 3,5 (3,0-3,9) 3,7 (3,3-4,1) 314 Hoger secundair 3,3 (3,0-3,6) 3,2 (2,9-3,4) 861 Hoger onderwijs 2,9 (2,7-3,0) 2,8 (2,6-2,9) 1592 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,0 (2,8-3,2) 3,1 (2,9-3,3) 1341 Halfstedelijk gebied 3,1 (2,8-3,3) 3,0 (2,8-3,2) 728 Landelijk gebied 3,2 (2,9-3,4) 3,1 (2,9-3,3) 882 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 3,1 (2,9-3,3) 3,0 (2,9-3,2) 1168 Brussels Gewest 3,0 (2,7-3,3) 3,0 (2,7-3,3) 607 Waals Gewest 3,1 (2,9-3,3) 3,2 (2,9-3,4) 1176 JAAR ,1 (2,9-3,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag

59 Tabel 7 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, België AL05_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 7,6 (7,1-8,1) 7,6 (7,2-8,1) 1717 Vrouwen 4,7 (4,5-5,0) 4,8 (4,5-5,0) 1233 LEEFTIJDSGROEP ,5 (7,1-10,0) 8,3 (6,9-9,6) ,9 (6,1-7,8) 6,4 (5,6-7,2) ,4 (4,8-6,0) 5,1 (4,4-5,7) ,7 (6,0-7,4) 6,5 (5,8-7,1) ,3 (6,3-8,2) 7,0 (6,1-7,9) ,5 (4,9-6,2) 5,3 (4,6-5,9) ,2 (3,6-4,9) 4,1 (3,5-4,8) 238 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 7,3 (5,0-9,5) 8,0 (5,9-10,2) 158 Lager secundair 7,5 (6,3-8,8) 7,4 (6,2-8,6) 314 Hoger secundair 6,6 (6,0-7,2) 6,2 (5,6-6,8) 860 Hoger onderwijs 6,0 (5,6-6,4) 5,8 (5,4-6,2) 1592 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,6 (6,1-7,1) 6,4 (5,9-6,9) 1341 Halfstedelijk gebied 6,3 (5,7-6,9) 6,0 (5,4-6,6) 727 Landelijk gebied 6,3 (5,7-6,9) 6,1 (5,5-6,6) 882 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 6,4 (5,9-6,8) 6,1 (5,6-6,5) 1168 Brussels Gewest 6,2 (5,5-6,8) 6,1 (5,4-6,7) 607 Waals Gewest 6,6 (6,0-7,1) 6,5 (5,9-7,0) 1175 JAAR ,4 (6,1-6,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 83

60 Tabel 8 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, België AL_35 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 12,6 (11,6-13,5) 12,4 (11,5-13,2) 1783 Vrouwen 7,8 (7,3-8,3) 7,5 (7,1-8,0) 1274 LEEFTIJDSGROEP ,3 (8,6-11,9) 9,8 (8,3-11,4) ,6 (8,5-10,6) 8,7 (7,7-9,7) ,5 (7,3-9,7) 7,9 (6,7-9,1) ,5 (10,2-12,8) 11,1 (9,8-12,3) ,9 (11,8-16,0) 13,4 (11,4-15,5) ,4 (9,1-11,6) 9,9 (8,6-11,1) ,0 (6,8-9,1) 7,7 (6,6-8,9) 266 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 14,1 (9,1-19,1) 14,2 (9,3-19,1) 171 Lager secundair 13,1 (10,7-15,4) 12,0 (9,8-14,2) 331 Hoger secundair 10,6 (9,7-11,6) 9,6 (8,6-10,6) 902 Hoger onderwijs 9,8 (9,1-10,6) 9,3 (8,5-10,0) 1627 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,2 (10,2-12,2) 10,5 (9,6-11,4) 1388 Halfstedelijk gebied 10,5 (9,2-11,7) 9,7 (8,6-10,8) 759 Landelijk gebied 10,1 (9,0-11,1) 9,3 (8,3-10,3) 910 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 10,3 (9,4-11,1) 9,5 (8,7-10,2) 1210 Brussels Gewest 10,9 (9,7-12,0) 10,7 (9,6-11,9) 625 Waals Gewest 11,3 (10,2-12,5) 10,6 (9,6-11,7) 1222 JAAR ,6 (10,0-11,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

61 Tabel 9 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, België AL_7 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 1,8 (1,7-1,9) 1,8 (1,6-1,9) 1783 Vrouwen 1,1 (1,0-1,2) 1,1 (1,0-1,1) 1274 LEEFTIJDSGROEP ,5 (1,2-1,7) 1,4 (1,2-1,6) ,4 (1,2-1,5) 1,2 (1,1-1,4) ,2 (1,0-1,4) 1,1 (1,0-1,3) ,6 (1,5-1,8) 1,6 (1,4-1,8) ,0 (1,7-2,3) 1,9 (1,6-2,2) ,5 (1,3-1,7) 1,4 (1,2-1,6) ,1 (1,0-1,3) 1,1 (0,9-1,3) 266 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,0 (1,3-2,7) 2,0 (1,3-2,7) 171 Lager secundair 1,9 (1,5-2,2) 1,7 (1,4-2,0) 331 Hoger secundair 1,5 (1,4-1,7) 1,4 (1,2-1,5) 902 Hoger onderwijs 1,4 (1,3-1,5) 1,3 (1,2-1,4) 1627 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,6 (1,5-1,7) 1,5 (1,4-1,6) 1388 Halfstedelijk gebied 1,5 (1,3-1,7) 1,4 (1,2-1,5) 759 Landelijk gebied 1,4 (1,3-1,6) 1,3 (1,2-1,5) 910 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 1,5 (1,3-1,6) 1,4 (1,2-1,5) 1210 Brussels Gewest 1,6 (1,4-1,7) 1,5 (1,4-1,7) 625 Waals Gewest 1,6 (1,5-1,8) 1,5 (1,4-1,7) 1222 JAAR ,5 (1,4-1,6) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 85

62 Tabel 10 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), België AL05_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 13,3 (11,3-15,2) 11,9 (10,1-13,9) 1783 Vrouwen 11,8 (9,3-14,2) 10,3 (8,3-12,6) 1274 LEEFTIJDSGROEP ,2 (8,4-19,9) 14,0 (9,2-20,6) ,8 (4,8-10,8) 7,6 (5,1-11,1) ,4 (3,3-7,5) 5,3 (3,6-7,8) ,8 (12,6-21,1) 16,6 (12,7-21,3) ,8 (15,3-24,4) 19,5 (15,3-24,6) ,7 (9,1-16,4) 12,5 (9,3-16,6) ,4 (4,2-10,7) 7,4 (4,7-11,4) 266 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 17,9 (9,2-26,6) 17,0 (10,2-27,1) 171 Lager secundair 18,9 (12,9-24,8) 15,9 (11,3-22,0) 331 Hoger secundair 13,5 (10,6-16,5) 11,3 (8,8-14,3) 902 Hoger onderwijs 10,5 (8,4-12,5) 9,5 (7,8-11,5) 1627 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 13,9 (11,4-16,3) 12,3 (10,2-14,9) 1388 Halfstedelijk gebied 10,8 (7,7-13,9) 9,2 (6,9-12,2) 759 Landelijk gebied 13,1 (10,2-16,0) 11,4 (8,9-14,4) 910 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 11,5 (9,3-13,7) 9,8 (8,1-11,9) 1210 Brussels Gewest 14,3 (11,1-17,6) 13,8 (10,8-17,5) 625 Waals Gewest 14,7 (11,9-17,5) 12,9 (10,4-15,9) 1222 JAAR ,0 (10,6-13,4) 11,2 (9,9-12,6) ,1 (14,7-17,6) 15,2 (13,8-16,6) ,4 (13,1-15,7) 13,6 (12,3-14,9) ,5 (12,0-14,9) 12,5 (11,2-14,0) ,7 (11,1-14,3) 11,5 (10,1-13,1) 3057 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

63 Tabel 11 Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België AL05_5 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 8,4 (6,8-10,1) 7,3 (5,9-9,0) 1783 Vrouwen 11,8 (9,3-14,2) 10,1 (8,2-12,4) 1274 LEEFTIJDSGROEP ,3 (4,0-12,7) 8,5 (4,9-14,2) ,4 (2,8-8,0) 5,7 (3,5-9,0) ,3 (2,3-6,2) 4,4 (2,8-6,9) ,1 (9,3-16,9) 13,4 (10,0-17,7) ,2 (11,9-20,6) 16,6 (12,5-21,5) ,3 (6,9-13,7) 10,5 (7,5-14,5) ,1 (3,1-9,1) 6,1 (3,7-10,0) 266 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 16,5 (7,8-25,3) 15,3 (8,6-25,7) 171 Lager secundair 13,8 (8,5-19,1) 11,8 (7,7-17,6) 331 Hoger secundair 10,8 (8,1-13,4) 9,2 (6,9-12,0) 902 Hoger onderwijs 7,8 (6,0-9,6) 7,1 (5,6-8,9) 1627 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,2 (9,1-13,4) 10,1 (8,2-12,5) 1388 Halfstedelijk gebied 8,6 (5,7-11,6) 7,4 (5,3-10,2) 759 Landelijk gebied 9,1 (6,7-11,5) 7,9 (5,9-10,6) 910 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 9,2 (7,2-11,2) 8,0 (6,4-9,9) 1210 Brussels Gewest 11,7 (8,6-14,8) 11,3 (8,5-14,8) 625 Waals Gewest 10,6 (8,2-12,9) 9,2 (7,2-11,7) 1222 JAAR ,8 (8,3-11,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 87

64 Tabel 12 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België AL05_6 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 5,3 (4,3-6,4) 4,4 (3,6-5,5) 2843 Vrouwen 4,7 (3,6-5,7) 3,9 (3,2-4,8) 3148 LEEFTIJDSGROEP ,3 (1,6-4,9) 3,2 (1,9-5,5) ,2 (1,2-3,3) 2,2 (1,4-3,6) ,3 (1,3-3,4) 2,3 (1,5-3,7) ,3 (5,1-9,4) 7,3 (5,4-9,8) ,9 (7,1-12,6) 9,9 (7,4-13,0) ,9 (3,9-7,8) 5,9 (4,2-8,1) ,5 (1,2-3,7) 2,5 (1,5-4,2) 583 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,1 (2,2-8,1) 4,6 (2,5-8,1) 509 Lager secundair 5,6 (3,3-7,9) 4,2 (2,7-6,4) 813 Hoger secundair 5,3 (3,9-6,6) 4,3 (3,2-5,6) 1913 Hoger onderwijs 4,6 (3,5-5,7) 4,0 (3,2-5,0) 2700 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,7 (4,6-6,8) 4,9 (4,0-6,0) 2774 Halfstedelijk gebied 4,4 (2,8-6,0) 3,6 (2,6-5,0) 1498 Landelijk gebied 4,6 (3,4-5,9) 3,7 (2,8-5,0) 1719 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 4,7 (3,7-5,8) 3,9 (3,1-4,9) 2330 Brussels Gewest 5,8 (4,2-7,4) 5,3 (3,9-7,1) 1264 Waals Gewest 5,2 (4,0-6,4) 4,3 (3,4-5,6) 2397 JAAR ,0 (4,2-5,7) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

65 Tabel 13 Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), België AL05_7 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 22,5 (18,2-26,8) 22,9 (17,7-29,0) 571 Vrouwen 36,1 (28,7-43,6) 37,3 (28,5-47,1) 309 LEEFTIJDSGROEP ,2 (3,2-57,3) 63,7 (26,5-89,5) ,6 (4,4-28,9) 20,3 (10,0-36,7) ,2 (7,7-24,8) 17,6 (10,1-29,0) ,4 (25,6-45,2) 38,3 (29,1-48,4) ,2 (27,5-45,0) 38,0 (29,2-47,7) ,6 (14,5-28,8) 23,2 (16,4-31,9) ,3 (7,6-21,0) 14,4 (8,7-23,1) 125 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 39,2 (21,6-56,8) 51,1 (32,6-69,4) 67 Lager secundair 34,4 (21,7-47,0) 40,8 (26,7-56,5) 115 Hoger secundair 24,7 (17,8-31,6) 26,4 (18,3-36,6) 262 Hoger onderwijs 24,9 (19,4-30,5) 27,4 (20,8-35,2) 432 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 31,2 (25,4-37,1) 34,9 (26,8-44,1) 424 Halfstedelijk gebied 23,9 (15,3-32,5) 26,4 (17,9-37,2) 215 Landelijk gebied 24,6 (17,8-31,5) 26,9 (18,9-36,6) 241 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 27,1 (21,1-33,2) 26,5 (19,6-34,8) 312 Brussels Gewest 36,5 (27,7-45,2) 38,8 (29,0-49,5) 185 Waals Gewest 25,3 (19,5-31,0) 24,7 (18,3-32,4) 383 JAAR ,1 (23,1-31,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 89

66 Tabel 14 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, België AL06_2 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 13,4 (11,8-15,0) 12,5 (11,0-14,2) 2843 Vrouwen 3,8 (2,9-4,7) 3,5 (2,8-4,5) 3124 LEEFTIJDSGROEP ,0 (10,1-18,0) 12,3 (8,9-16,7) ,8 (6,4-11,2) 7,4 (5,6-9,8) ,5 (4,6-8,5) 5,4 (3,9-7,3) ,9 (5,8-10,0) 6,7 (5,1-8,9) ,3 (8,6-13,9) 9,4 (7,4-12,0) ,4 (5,1-9,7) 6,1 (4,3-8,6) ,6 (1,2-3,9) 2,3 (1,4-3,8) 568 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 6,3 (3,6-9,0) 6,6 (4,2-10,2) 503 Lager secundair 10,1 (7,4-12,9) 8,6 (6,4-11,3) 809 Hoger secundair 9,2 (7,5-10,9) 6,9 (5,5-8,6) 1898 Hoger onderwijs 7,8 (6,4-9,1) 5,9 (4,8-7,1) 2702 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 8,3 (7,0-9,7) 6,6 (5,5-8,0) 2755 Halfstedelijk gebied 9,0 (7,1-10,9) 7,2 (5,7-9,1) 1496 Landelijk gebied 8,0 (6,5-9,6) 6,1 (5,0-7,6) 1716 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 8,7 (7,3-10,0) 6,9 (5,8-8,2) 2312 Brussels Gewest 8,6 (6,6-10,7) 6,9 (5,3-9,0) 1260 Waals Gewest 8,0 (6,6-9,4) 6,2 (5,1-7,6) 2395 JAAR ,1 (7,2-9,0) 6,3 (5,5-7,2) ,5 (7,5-9,4) 6,7 (5,9-7,6) 5967 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

67 Tabel 15 tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, België AL07_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 4,5 (4,4-4,7) 4,6 (4,4-4,7) 1578 Vrouwen 5,9 (5,8-6,1) 6,0 (5,8-6,2) 1012 LEEFTIJDSGROEP ,2 (3,9-4,4) 4,3 (4,0-4,5) ,2 (4,9-5,5) 5,4 (5,1-5,7) ,9 (4,6-5,2) 5,1 (4,9-5,4) ,4 (5,1-5,6) 5,5 (5,3-5,8) ,4 (5,1-5,7) 5,6 (5,4-5,9) ,3 (4,9-5,7) 5,6 (5,2-6,0) ,7 (4,9-6,4) 5,9 (5,1-6,6) 81 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,5 (4,7-6,3) 5,4 (4,7-6,1) 109 Lager secundair 5,2 (4,8-5,5) 5,3 (5,0-5,7) 293 Hoger secundair 5,1 (4,9-5,4) 5,4 (5,2-5,6) 872 Hoger onderwijs 4,9 (4,8-5,1) 5,3 (5,1-5,5) 1295 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,2 (5,0-5,4) 5,4 (5,2-5,6) 1088 Halfstedelijk gebied 5,2 (4,9-5,4) 5,4 (5,2-5,7) 674 Landelijk gebied 4,8 (4,6-5,0) 5,1 (4,9-5,3) 828 VERBLIJFPLAATS 5,1 (4,9-5,3) 5,4 (5,2-5,6) 983 Vlaams Gewest Brussels Gewest 5,2 (5,0-5,4) 5,4 (5,1-5,6) 476 Waals Gewest 5,0 (4,8-5,2) 5,3 (5,1-5,4) 1131 JAAR ,1 (4,9-5,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 91

68 Tabel 16 Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, België AL08_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 17,2 (17,0-17,4) 17,2 (17,0-17,3) 2398 Vrouwen 19,4 (19,0-19,7) 19,4 (19,1-19,7) 2342 LEEFTIJDSGROEP ,6 (15,5-15,8) 15,6 (15,4-15,9) ,7 (16,4-17,0) 16,7 (16,4-17,1) ,8 (17,5-18,1) 17,9 (17,6-18,1) ,5 (18,1-19,0) 18,6 (18,2-19,0) ,6 (19,1-20,2) 19,7 (19,2-20,3) ,6 (19,0-20,3) 19,8 (19,2-20,4) ,6 (19,4-21,7) 20,5 (19,4-21,6) 371 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,4 (18,6-20,2) 18,2 (17,3-19,0) 275 Lager secundair 19,0 (18,3-19,7) 18,5 (17,9-19,2) 549 Hoger secundair 18,4 (18,0-18,8) 18,5 (18,1-18,9) 1484 Hoger onderwijs 17,8 (17,6-18,1) 18,1 (17,8-18,3) 2387 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 18,6 (18,3-18,9) 18,6 (18,3-18,8) 2079 Halfstedelijk gebied 18,2 (17,8-18,6) 18,2 (17,8-18,6) 1242 Landelijk gebied 17,9 (17,6-18,2) 18,1 (17,8-18,3) 1419 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 18,0 (17,7-18,3) 18,0 (17,8-18,3) 1896 Brussels Gewest 18,9 (18,6-19,3) 19,0 (18,7-19,3) 913 Waals Gewest 18,6 (18,3-19,0) 18,7 (18,3-19,0) 1931 JAAR ,2 (18,0-18,4) 18,4 (18,2-18,6) ,3 (18,1-18,5) 18,3 (18,1-18,5) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

69 Tabel 17 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), België AL_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 14,6 (12,7-16,4) 13,1 (11,5-15,0) 2592 Vrouwen 6,3 (5,2-7,5) 5,7 (4,7-7,0) 2554 LEEFTIJDSGROEP ,1 (3,3-9,0) 5,7 (3,5-9,1) ,8 (7,7-13,9) 10,0 (7,5-13,2) ,3 (9,5-15,0) 11,2 (8,8-14,1) ,9 (9,3-14,5) 11,0 (8,8-13,6) ,0 (10,0-16,1) 11,9 (9,3-15,1) ,1 (7,1-13,0) 8,9 (6,6-12,0) ,7 (1,9-5,5) 3,4 (2,1-5,6) 456 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 9,6 (5,5-13,6) 10,0 (6,5-15,0) 351 Lager secundair 8,7 (5,9-11,5) 7,3 (5,2-10,1) 634 Hoger secundair 10,8 (8,7-12,9) 8,7 (6,9-10,8) 1619 Hoger onderwijs 10,8 (9,1-12,5) 8,7 (7,3-10,4) 2494 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,9 (10,0-13,8) 9,8 (8,2-11,8) 2253 Halfstedelijk gebied 10,6 (8,4-12,8) 8,8 (7,2-10,9) 1347 Landelijk gebied 8,7 (6,8-10,5) 7,0 (5,5-8,9) 1546 VERBLIJFPLAATS 10,1 (8,4-11,7) 8,3 (6,9-9,9) 2039 Vlaams Gewest Brussels Gewest 16,3 (13,4-19,2) 13,9 (11,3-17,0) 975 Waals Gewest 10,1 (8,5-11,7) 8,3 (6,9-9,9) 2132 JAAR ,6 (5,9-7,4) 5,4 (4,8-6,1) ,8 (7,0-8,6) 6,5 (5,8-7,3) ,2 (9,2-11,3) 8,7 (7,8-9,7) ,5 (9,4-11,7) 8,9 (7,9-10,0) 5146 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

70 Tabel 18 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Vlaams Gewest AL01_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 88,4 (86,2-90,6) 88,9 (86,4-90,9) 1160 Vrouwen 79,8 (77,1-82,5) 80,8 (78,1-83,3) 1230 LEEFTIJDSGROEP ,6 (77,1-90,0) 84,0 (76,6-89,4) ,4 (81,5-91,3) 86,9 (81,1-91,2) ,3 (81,2-89,3) 85,6 (81,2-89,2) ,8 (87,9-93,6) 91,1 (87,9-93,6) ,8 (84,1-91,5) 88,1 (84,0-91,3) ,1 (74,2-86,0) 80,5 (74,0-85,6) ,7 (57,7-71,7) 66,2 (58,9-72,8) 271 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 54,4 (45,7-63,1) 58,7 (48,4-68,3) 206 Lager secundair 72,1 (65,9-78,3) 72,7 (65,7-78,8) 310 Hoger secundair 85,5 (82,5-88,5) 85,8 (82,5-88,5) 851 Hoger onderwijs 91,7 (89,7-93,7) 92,1 (89,9-93,9) 1014 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 83,1 (79,8-86,3) 84,9 (81,2-87,9) 703 Halfstedelijk gebied 86,2 (83,7-88,8) 87,8 (85,1-90,1) 1081 Landelijk gebied 81,0 (76,6-85,4) 81,1 (76,5-85,1) 606 JAAR ,0 (84,4-87,7) 85,6 (83,7-87,2) ,0 (80,3-83,8) 82,9 (81,2-84,4) ,4 (85,0-87,9) 87,4 (85,9-88,8) ,0 (81,1-84,9) 84,1 (82,1-86,0) ,0 (82,1-85,8) 85,5 (83,6-87,3) 2390 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

71 Tabel 19 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslanggeheelonthouder), Vlaams Gewest AL01_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 7,3 (5,5-9,2) 7,0 (5,4-9,2) 1160 Vrouwen 15,9 (13,5-18,4) 15,1 (12,9-17,7) 1230 LEEFTIJDSGROEP ,5 (8,7-20,3) 13,8 (8,9-20,6) ,6 (6,3-15,0) 9,9 (6,3-15,1) ,0 (7,5-14,5) 10,4 (7,5-14,4) ,2 (3,8-8,6) 5,7 (3,8-8,5) ,5 (5,7-11,4) 8,1 (5,7-11,3) ,7 (8,3-19,1) 13,1 (8,8-19,0) ,0 (18,4-31,5) 22,9 (17,4-29,7) 271 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 35,7 (27,1-44,3) 33,3 (23,8-44,5) 206 Lager secundair 18,1 (12,7-23,5) 17,7 (12,9-23,9) 310 Hoger secundair 10,6 (8,0-13,2) 9,8 (7,6-12,6) 851 Hoger onderwijs 6,3 (4,7-8,0) 5,6 (4,2-7,5) 1014 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 13,0 (10,1-15,9) 11,3 (8,7-14,6) 703 Halfstedelijk gebied 10,0 (7,8-12,3) 8,6 (6,7-11,0) 1081 Landelijk gebied 13,5 (9,8-17,2) 12,9 (9,7-17,0) 606 JAAR ,8 (10,1-13,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 95

72 Tabel 20 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Vlaams Gewest AL01_3 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 18,2 (15,7-20,8) 12,2 (9,6-15,5) 1160 Vrouwen 8,6 (6,8-10,5) 5,3 (4,0-7,0) 1230 LEEFTIJDSGROEP ,6 (0,0-1,4) 0,5 (0,1-2,0) ,4 (2,1-8,6) 5,0 (2,7-9,0) ,9 (4,7-11,1) 7,3 (4,8-10,9) ,9 (9,9-17,8) 13,1 (9,7-17,4) ,1 (19,8-30,4) 24,0 (18,9-29,9) ,3 (18,0-28,7) 22,2 (17,3-27,9) ,8 (10,1-19,5) 14,8 (10,6-20,3) 271 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 8,5 (3,9-13,1) 3,2 (1,7-6,1) 206 Lager secundair 14,0 (8,9-19,2) 6,0 (3,7-9,6) 310 Hoger secundair 11,9 (9,4-14,5) 6,9 (5,1-9,5) 851 Hoger onderwijs 15,2 (12,4-18,0) 10,8 (8,3-14,0) 1014 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 15,4 (12,1-18,6) 9,3 (7,0-12,4) 703 Halfstedelijk gebied 13,9 (11,3-16,6) 8,6 (6,5-11,4) 1081 Landelijk gebied 9,9 (6,9-12,9) 5,8 (4,0-8,4) 606 JAAR ,5 (5,3-7,7) 5,2 (4,3-6,3) ,5 (7,4-9,6) 6,4 (5,5-7,4) ,1 (7,0-9,3) 5,9 (5,0-7,0) ,3 (9,9-12,8) 8,3 (7,2-9,7) ,3 (11,6-15,0) 9,5 (8,2-10,9) 2390 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

73 Tabel 21 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Vlaams Gewest AL03_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 2,5 (2,3-2,7) 2,5 (2,3-2,8) 580 Vrouwen 1,8 (1,6-2,0) 1,8 (1,6-2,1) 325 LEEFTIJDSGROEP ,2 (2,2-4,3) 3,2 (2,2-4,2) ,9 (1,7-2,2) 1,8 (1,5-2,0) ,1 (1,6-2,6) 1,9 (1,5-2,4) ,3 (2,0-2,5) 2,2 (2,0-2,4) ,7 (2,2-3,2) 2,6 (2,2-3,1) ,0 (1,8-2,3) 1,9 (1,7-2,2) ,5 (1,3-1,7) 1,5 (1,3-1,7) 90 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,6 (1,7-3,6) 3,0 (2,1-3,8) 45 Lager secundair 2,8 (2,0-3,7) 2,8 (2,0-3,7) 90 Hoger secundair 2,3 (2,1-2,6) 2,2 (1,9-2,5) 299 Hoger onderwijs 2,1 (1,9-2,3) 2,0 (1,8-2,2) 470 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,3 (2,0-2,5) 2,3 (2,0-2,5) 286 Halfstedelijk gebied 2,3 (2,0-2,7) 2,3 (2,0-2,6) 397 Landelijk gebied 2,1 (1,9-2,2) 1,9 (1,7-2,1) 222 JAAR ,3 (2,1-2,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 97

74 Tabel 22 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Vlaams Gewest AL03_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 6,6 (5,7-7,4) 6,2 (5,5-7,0) 580 Vrouwen 4,2 (3,7-4,7) 3,7 (3,2-4,1) 325 LEEFTIJDSGROEP ,3 (3,1-5,6) 4,0 (2,7-5,4) ,5 (3,0-4,0) 2,8 (2,3-3,4) ,2 (2,9-5,5) 3,7 (2,6-4,9) ,1 (5,0-7,2) 5,8 (4,8-6,8) ,6 (6,5-10,7) 8,3 (6,3-10,3) ,8 (4,6-6,9) 5,4 (4,3-6,6) ,2 (3,5-5,0) 4,0 (3,3-4,7) 90 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 7,7 (3,3-12,1) 7,2 (3,5-11,0) 45 Lager secundair 7,9 (5,2-10,6) 6,7 (4,3-9,1) 90 Hoger secundair 5,4 (4,6-6,2) 4,5 (3,6-5,4) 299 Hoger onderwijs 5,3 (4,5-6,2) 4,7 (4,0-5,5) 470 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,1 (5,0-7,3) 5,4 (4,4-6,5) 286 Halfstedelijk gebied 5,9 (4,8-6,9) 5,1 (4,2-6,0) 397 Landelijk gebied 4,8 (4,2-5,4) 3,8 (3,2-4,4) 222 JAAR ,7 (5,1-6,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 98

75 Tabel 23 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Vlaams Gewest AL05_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 3,6 (3,3-3,8) 3,6 (3,4-3,9) 720 Vrouwen 2,3 (2,2-2,5) 2,4 (2,2-2,5) 448 LEEFTIJDSGROEP ,0 (4,2-5,8) 4,8 (4,1-5,6) ,4 (3,0-3,8) 3,2 (2,8-3,6) ,8 (2,4-3,2) 2,6 (2,3-3,0) ,0 (2,7-3,4) 2,9 (2,7-3,2) ,1 (2,7-3,5) 2,9 (2,6-3,3) ,5 (2,1-2,9) 2,4 (2,0-2,7) ,9 (1,6-2,2) 1,7 (1,4-2,1) 91 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,7 (1,9-3,5) 3,2 (2,6-3,9) 50 Lager secundair 3,4 (2,8-4,1) 3,6 (3,0-4,2) 120 Hoger secundair 3,4 (3,1-3,7) 3,2 (2,9-3,5) 384 Hoger onderwijs 2,9 (2,7-3,1) 2,7 (2,5-2,9) 609 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,1 (2,8-3,4) 3,0 (2,8-3,3) 363 Halfstedelijk gebied 3,0 (2,8-3,3) 2,9 (2,7-3,2) 503 Landelijk gebied 3,2 (2,8-3,6) 3,0 (2,7-3,4) 302 JAAR ,1 (2,9-3,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 99

76 Tabel 24 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Vlaams Gewest AL05_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 7,5 (6,9-8,2) 7,5 (6,9-8,1) 720 Vrouwen 4,6 (4,3-5,0) 4,6 (4,2-4,9) 448 LEEFTIJDSGROEP ,3 (6,4-10,3) 8,1 (6,2-9,9) ,4 (5,4-7,3) 5,8 (4,9-6,7) ,3 (4,3-6,3) 4,9 (4,0-5,9) ,6 (5,8-7,4) 6,3 (5,6-7,1) ,5 (6,2-8,7) 7,1 (6,0-8,3) ,8 (4,8-6,9) 5,5 (4,5-6,4) ,9 (3,0-4,8) 3,6 (2,6-4,5) 91 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,8 (3,2-8,4) 6,3 (4,0-8,6) 50 Lager secundair 7,5 (5,8-9,1) 7,2 (5,7-8,8) 120 Hoger secundair 6,7 (5,9-7,5) 6,1 (5,3-6,9) 384 Hoger onderwijs 6,1 (5,5-6,7) 5,7 (5,1-6,3) 609 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,8 (5,9-7,6) 6,4 (5,6-7,3) 363 Halfstedelijk gebied 6,2 (5,6-6,9) 5,9 (5,3-6,5) 503 Landelijk gebied 6,2 (5,4-7,0) 5,7 (4,9-6,4) 302 JAAR ,4 (5,9-6,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 100

77 Tabel 25 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Vlaams Gewest AL_35 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 12,2 (10,9-13,4) 11,9 (10,7-13,0) 749 Vrouwen 7,4 (6,7-8,0) 7,0 (6,4-7,6) 461 LEEFTIJDSGROEP ,7 (7,6-11,9) 9,4 (7,3-11,4) ,7 (7,5-10,0) 7,8 (6,7-9,0) ,0 (6,2-9,8) 7,3 (5,6-9,1) ,8 (9,4-12,2) 10,3 (9,0-11,6) ,3 (11,3-17,3) 13,8 (10,9-16,6) ,5 (8,6-12,5) 9,9 (8,0-11,8) ,0 (5,5-8,4) 6,5 (5,0-7,9) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 11,0 (5,1-16,8) 10,8 (5,5-16,0) 57 Lager secundair 12,8 (9,4-16,2) 11,5 (8,4-14,6) 126 Hoger secundair 10,1 (8,9-11,4) 8,9 (7,7-10,2) 403 Hoger onderwijs 9,9 (8,7-11,1) 9,2 (8,1-10,3) 619 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,2 (9,6-12,8) 10,3 (8,8-11,8) 375 Halfstedelijk gebied 10,2 (8,9-11,6) 9,4 (8,2-10,6) 524 Landelijk gebied 9,3 (8,1-10,5) 8,2 (7,0-9,3) 311 JAAR ,3 (9,4-11,1) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 101

78 Tabel 26 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Vlaams Gewest AL_7 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 1,7 (1,6-1,9) 1,7 (1,5-1,9) 749 Vrouwen 1,1 (1,0-1,1) 1,0 (0,9-1,1) 461 LEEFTIJDSGROEP ,4 (1,1-1,7) 1,3 (1,0-1,6) ,2 (1,1-1,4) 1,1 (1,0-1,3) ,1 (0,9-1,4) 1,0 (0,8-1,3) ,5 (1,3-1,7) 1,5 (1,3-1,7) ,0 (1,6-2,5) 2,0 (1,6-2,4) ,5 (1,2-1,8) 1,4 (1,1-1,7) ,0 (0,8-1,2) 0,9 (0,7-1,1) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,6 (0,7-2,4) 1,5 (0,8-2,3) 57 Lager secundair 1,8 (1,3-2,3) 1,6 (1,2-2,1) 126 Hoger secundair 1,4 (1,3-1,6) 1,3 (1,1-1,5) 403 Hoger onderwijs 1,4 (1,2-1,6) 1,3 (1,2-1,5) 619 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,6 (1,4-1,8) 1,5 (1,3-1,7) 375 Halfstedelijk gebied 1,5 (1,3-1,7) 1,3 (1,2-1,5) 524 Landelijk gebied 1,3 (1,2-1,5) 1,2 (1,0-1,3) 311 JAAR ,5 (1,3-1,6) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 102

79 Tabel 27 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Vlaams Gewest AL05_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 12,0 (9,4-14,5) 9,9 (7,7-12,5) 749 Vrouwen 10,8 (7,3-14,3) 8,5 (6,0-11,8) 461 LEEFTIJDSGROEP ,5 (5,5-19,5) 12,3 (7,0-20,9) ,7 (1,1-8,3) 4,5 (2,1-9,6) ,7 (1,2-6,2) 3,6 (1,8-7,0) ,5 (10,1-21,0) 15,3 (10,5-21,7) ,3 (13,9-26,7) 20,0 (14,3-27,2) ,0 (5,8-16,2) 10,8 (6,7-16,9) ,7 (2,2-11,2) 6,6 (3,3-12,7) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 14,6 (1,5-27,7) 12,4 (5,0-27,7) 57 Lager secundair 17,5 (9,0-26,1) 13,1 (7,7-21,5) 126 Hoger secundair 12,3 (8,6-16,0) 9,1 (6,2-13,1) 403 Hoger onderwijs 9,7 (6,9-12,5) 8,2 (6,0-11,1) 619 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 13,9 (10,0-17,7) 11,2 (8,0-15,4) 375 Halfstedelijk gebied 10,2 (6,8-13,6) 8,1 (5,7-11,3) 524 Landelijk gebied 11,1 (7,0-15,1) 8,7 (5,8-12,8) 311 JAAR ,1 (10,1-14,1) 11,2 (9,4-13,2) ,7 (14,6-18,8) 15,5 (13,6-17,7) ,5 (11,8-15,2) 12,7 (11,1-14,4) ,8 (10,9-14,7) 11,8 (10,1-13,7) ,5 (9,3-13,7) 10,4 (8,5-12,5) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

80 Tabel 28 Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest AL05_5 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 8,1 (5,9-10,4) 6,6 (4,8-8,8) 749 Vrouwen 10,8 (7,3-14,3) 8,5 (6,1-11,8) 461 LEEFTIJDSGROEP ,7 (2,9-14,5) 8,8 (4,4-16,9) ,9 (0,7-7,2) 4,1 (1,8-9,1) ,1 (0,7-5,5) 3,2 (1,5-6,7) ,6 (7,5-17,7) 12,8 (8,5-18,9) ,5 (10,4-22,6) 16,8 (11,4-24,2) ,0 (4,2-13,9) 9,3 (5,4-15,4) ,6 (0,6-8,6) 4,7 (1,9-10,9) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 14,6 (1,5-27,7) 13,1 (5,1-29,6) 57 Lager secundair 10,1 (2,8-17,4) 7,6 (3,6-15,5) 126 Hoger secundair 10,7 (7,2-14,3) 8,2 (5,4-12,2) 403 Hoger onderwijs 7,6 (5,1-10,2) 6,6 (4,7-9,2) 619 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 12,4 (8,7-16,0) 10,3 (7,2-14,5) 375 Halfstedelijk gebied 8,1 (4,8-11,4) 6,5 (4,4-9,6) 524 Landelijk gebied 7,4 (4,1-10,6) 5,9 (3,7-9,4) 311 JAAR ,2 (7,2-11,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 104

81 Tabel 29 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest AL05_6 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 5,3 (3,8-6,7) 4,1 (3,0-5,5) 1134 Vrouwen 4,2 (2,8-5,7) 3,3 (2,4-4,6) 1196 LEEFTIJDSGROEP ,0 (1,4-6,7) 4,0 (2,1-7,6) ,7 (0,3-3,1) 1,7 (0,7-3,8) ,7 (0,4-2,9) 1,6 (0,8-3,5) ,4 (4,3-10,5) 7,3 (4,8-11,1) ,1 (6,1-14,0) 10,0 (6,7-14,7) ,8 (2,3-7,3) 4,8 (2,8-8,0) ,7 (0,2-3,2) 1,7 (0,7-4,1) 259 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,8 (0,1-7,4) 3,6 (1,3-9,4) 200 Lager secundair 4,4 (1,1-7,7) 3,0 (1,4-6,4) 291 Hoger secundair 5,3 (3,5-7,2) 3,8 (2,5-5,8) 834 Hoger onderwijs 4,6 (3,0-6,2) 3,7 (2,6-5,3) 997 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,7 (4,7-8,8) 5,4 (3,8-7,6) 684 Halfstedelijk gebied 4,2 (2,4-5,9) 3,2 (2,1-4,7) 1051 Landelijk gebied 3,7 (2,0-5,3) 2,7 (1,7-4,3) 595 JAAR ,7 (3,7-5,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 105

82 Tabel 30 Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Vlaams Gewest AL05_7 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 21,9 (15,7-28,2) 22,5 (14,9-32,4) 223 Vrouwen 38,9 (27,0-50,8) 38,6 (24,6-54,8) 89 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,0-100,0) 77,3 (22,0-97,6) ,1 (0,0-26,4) 13,7 (3,3-42,7) ,5 (0,9-30,1) 17,8 (6,4-40,9) ,8 (21,9-51,7) 40,3 (26,9-55,4) ,1 (25,0-49,2) 38,9 (26,8-52,6) ,2 (7,8-28,6) 20,6 (11,2-35,0) ,6 (2,5-22,8) 13,1 (5,5-28,2) 42 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 40,2 (8,6-71,9) 55,5 (24,9-82,4) 19 Lager secundair 31,1 (11,2-50,9) 38,2 (17,6-64,2) 38 Hoger secundair 24,1 (14,2-34,0) 26,1 (13,6-44,2) 100 Hoger onderwijs 26,7 (18,2-35,1) 29,0 (19,0-41,6) 155 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 39,5 (28,9-50,0) 44,6 (28,9-61,4) 106 Halfstedelijk gebied 22,3 (12,5-32,2) 25,4 (15,4-38,9) 137 Landelijk gebied 19,5 (8,9-30,0) 19,2 (10,2-33,4) 69 JAAR ,1 (21,1-33,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 106

83 Tabel 31 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Vlaams Gewest AL06_2 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 14,0 (11,7-16,3) 12,9 (10,7-15,3) 1136 Vrouwen 3,5 (2,2-4,8) 3,2 (2,2-4,6) 1176 LEEFTIJDSGROEP ,7 (9,0-20,5) 12,6 (7,8-19,7) ,5 (5,8-13,2) 7,9 (5,3-11,6) ,2 (3,7-8,7) 4,9 (3,1-7,6) ,5 (5,6-11,5) 7,0 (4,8-10,2) ,7 (7,9-15,4) 9,4 (6,7-13,1) ,6 (4,4-10,9) 6,0 (3,7-9,6) ,9 (0,3-3,4) 1,6 (0,7-3,6) 253 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,3 (1,4-9,3) 6,5 (3,0-13,4) 193 Lager secundair 11,6 (7,3-15,8) 9,9 (6,7-14,4) 293 Hoger secundair 9,9 (7,5-12,3) 6,8 (4,9-9,3) 828 Hoger onderwijs 7,4 (5,6-9,3) 5,1 (3,8-6,9) 989 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 9,0 (6,6-11,4) 6,7 (4,9-9,2) 677 Halfstedelijk gebied 8,8 (6,7-10,9) 6,7 (5,0-8,8) 1046 Landelijk gebied 8,1 (5,8-10,4) 5,7 (4,1-7,8) 589 JAAR ,9 (7,5-10,2) 6,7 (5,6-8,0) ,7 (7,3-10,0) 6,7 (5,6-8,0) 2312 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 107

84 Tabel 32 tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Vlaams Gewest AL07_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 4,5 (4,3-4,7) 4,5 (4,3-4,7) 630 Vrouwen 6,1 (5,8-6,3) 6,1 (5,8-6,4) 353 LEEFTIJDSGROEP ,3 (3,9-4,7) 4,4 (4,0-4,7) ,3 (4,9-5,8) 5,5 (5,1-6,0) ,9 (4,4-5,3) 5,1 (4,7-5,5) ,4 (5,0-5,8) 5,6 (5,3-6,0) ,4 (5,0-5,8) 5,7 (5,3-6,1) ,1 (4,6-5,7) 5,5 (5,0-6,0) ,1 (3,9-6,3) 5,4 (4,2-6,7) 25 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,9 (4,2-7,6) 5,8 (4,3-7,3) 26 Lager secundair 5,2 (4,7-5,7) 5,5 (4,9-6,0) 104 Hoger secundair 5,2 (4,9-5,5) 5,4 (5,1-5,7) 390 Hoger onderwijs 4,9 (4,7-5,2) 5,2 (5,0-5,5) 459 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,3 (5,0-5,7) 5,5 (5,2-5,9) 283 Halfstedelijk gebied 5,1 (4,9-5,4) 5,4 (5,1-5,7) 446 Landelijk gebied 4,7 (4,4-5,1) 5,1 (4,8-5,4) 254 JAAR ,1 (4,9-5,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 108

85 Tabel 33 Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Vlaams Gewest AL08_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 17,0 (16,8-17,2) 16,9 (16,7-17,1) 990 Vrouwen 19,1 (18,7-19,6) 19,2 (18,7-19,6) 906 LEEFTIJDSGROEP ,5 (15,2-15,7) 15,5 (15,2-15,7) ,6 (16,1-17,1) 16,6 (16,1-17,1) ,6 (17,3-18,0) 17,7 (17,3-18,1) ,1 (17,6-18,6) 18,1 (17,6-18,6) ,1 (18,5-19,8) 19,3 (18,6-19,9) ,4 (18,6-20,2) 19,6 (18,8-20,4) ,6 (18,9-22,3) 20,6 (18,9-22,2) 156 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,5 (18,3-20,7) 18,0 (16,6-19,4) 103 Lager secundair 18,6 (17,5-19,6) 17,9 (16,9-18,9) 204 Hoger secundair 18,0 (17,6-18,5) 18,2 (17,7-18,7) 685 Hoger onderwijs 17,7 (17,4-18,0) 18,0 (17,6-18,3) 898 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 18,2 (17,8-18,7) 18,1 (17,6-18,5) 546 Halfstedelijk gebied 18,1 (17,7-18,6) 18,2 (17,7-18,6) 870 Landelijk gebied 17,5 (17,2-17,8) 17,8 (17,5-18,2) 480 JAAR ,0 (17,8-18,3) 18,2 (18,0-18,5) ,0 (17,7-18,3) 18,1 (17,8-18,3) 1896 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 109

86 Tabel 34 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Vlaams Gewest AL_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 14,9 (12,2-17,5) 13,2 (10,8-16,0) 1055 Vrouwen 5,1 (3,5-6,6) 4,5 (3,2-6,2) 984 LEEFTIJDSGROEP ,5 (1,7-9,4) 4,8 (2,3-9,8) ,5 (5,8-15,1) 9,4 (6,0-14,5) ,5 (8,4-16,5) 10,8 (7,6-15,2) ,9 (7,4-14,5) 9,5 (6,8-13,2) ,8 (8,4-17,2) 11,0 (7,6-15,7) ,5 (5,7-13,4) 7,8 (5,0-11,8) ,0 (0,6-5,3) 2,6 (1,2-5,6) 192 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 9,3 (3,2-15,5) 10,2 (5,2-18,8) 133 Lager secundair 7,9 (3,8-11,9) 6,3 (3,6-10,7) 240 Hoger secundair 11,2 (8,2-14,1) 8,4 (6,0-11,5) 730 Hoger onderwijs 9,8 (7,4-12,1) 7,1 (5,3-9,5) 929 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,1 (7,7-14,4) 8,5 (5,9-12,0) 582 Halfstedelijk gebied 10,4 (7,9-12,8) 8,1 (6,3-10,4) 936 Landelijk gebied 8,5 (5,6-11,4) 6,1 (4,1-9,1) 521 JAAR ,2 (4,1-6,2) 3,9 (3,2-4,8) ,9 (4,9-6,9) 4,6 (3,8-5,5) ,5 (8,1-11,0) 7,8 (6,6-9,1) ,1 (8,4-11,7) 8,2 (6,9-9,7) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

87 Tabel 35 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Brussels Gewest AL01_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 75,7 (70,9-80,5) 76,9 (71,7-81,4) 580 Vrouwen 72,5 (68,6-76,4) 73,2 (69,1-77,0) 712 LEEFTIJDSGROEP ,8 (51,4-74,2) 63,0 (51,3-73,4) ,7 (66,2-79,3) 73,0 (66,0-79,0) ,8 (62,8-76,7) 69,6 (62,2-76,1) ,5 (67,6-81,4) 74,5 (67,0-80,8) ,4 (64,5-86,3) 75,5 (62,8-84,9) ,9 (78,0-91,8) 85,0 (76,9-90,6) ,0 (77,9-92,1) 85,3 (77,2-90,9) 108 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 36,2 (18,8-53,6) 34,0 (19,5-52,3) 67 Lager secundair 55,7 (45,6-65,8) 55,6 (45,0-65,8) 162 Hoger secundair 69,0 (63,2-74,8) 71,4 (65,3-76,8) 353 Hoger onderwijs 83,2 (78,9-87,5) 85,3 (80,2-89,3) 685 JAAR ,0 (69,8-76,3) 74,4 (71,1-77,5) ,3 (70,8-75,8) 74,4 (71,9-76,8) ,5 (71,8-77,3) 75,7 (72,8-78,3) ,6 (67,8-73,3) 71,5 (68,6-74,1) ,0 (70,7-77,3) 74,5 (70,9-77,7) 1292 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 111

88 Tabel 36 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslanggeheelonthouder), Brussels Gewest AL01_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 18,9 (14,2-23,5) 17,1 (13,1-22,0) 580 Vrouwen 23,8 (20,1-27,5) 22,4 (18,8-26,5) 712 LEEFTIJDSGROEP ,3 (24,1-46,4) 34,9 (24,8-46,5) ,9 (16,7-29,0) 22,4 (16,8-29,2) ,1 (19,5-32,8) 26,4 (20,3-33,5) ,0 (12,9-25,0) 18,9 (13,6-25,6) ,1 (9,9-32,2) 20,9 (11,6-34,7) ,1 (4,4-15,7) 9,9 (5,6-16,7) ,7 (2,9-14,6) 8,3 (4,2-15,7) 108 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 60,4 (43,0-77,8) 62,8 (44,0-78,4) 67 Lager secundair 36,5 (27,0-45,9) 35,6 (26,5-45,9) 162 Hoger secundair 25,4 (19,9-31,0) 21,9 (16,9-27,8) 353 Hoger onderwijs 13,4 (9,3-17,5) 10,8 (7,2-15,9) 685 JAAR ,5 (18,4-24,6) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 112

89 Tabel 37 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Brussels Gewest AL01_3 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 16,0 (12,6-19,4) 13,5 (10,1-17,6) 580 Vrouwen 10,3 (7,6-13,0) 8,1 (5,7-11,5) 712 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,0-4,2) 1,6 (0,4-7,0) ,8 (1,2-6,3) 3,8 (1,9-7,3) ,8 (5,8-15,8) 10,2 (6,3-16,1) ,9 (8,8-22,9) 15,5 (9,7-23,9) ,9 (11,4-22,4) 16,6 (11,7-23,0) ,0 (19,3-36,6) 27,9 (19,9-37,5) ,3 (19,3-39,3) 30,4 (21,6-40,9) 108 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,2 (0,0-7,5) 1,7 (0,4-6,5) 67 Lager secundair 11,9 (5,3-18,5) 6,7 (3,7-12,1) 162 Hoger secundair 12,0 (8,1-15,8) 8,5 (5,7-12,6) 353 Hoger onderwijs 14,1 (10,9-17,3) 10,2 (7,1-14,5) 685 JAAR ,6 (7,1-10,1) 7,7 (6,3-9,3) ,0 (11,3-14,7) 11,4 (9,8-13,2) ,7 (10,1-13,3) 10,4 (8,9-12,0) ,4 (9,8-13,0) 10,2 (8,6-11,9) ,0 (10,8-15,2) 11,2 (9,2-13,4) 1292 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 113

90 Tabel 38 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Brussels Gewest AL03_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 2,6 (2,2-2,9) 2,6 (2,3-3,0) 291 Vrouwen 2,1 (1,9-2,3) 2,1 (1,9-2,4) 229 LEEFTIJDSGROEP ,0 (2,2-3,8) 3,0 (2,3-3,8) ,3 (1,4-3,3) 2,3 (1,4-3,1) ,3 (2,0-2,7) 2,3 (1,9-2,6) ,5 (2,0-2,9) 2,4 (2,0-2,8) ,3 (2,0-2,6) 2,3 (1,9-2,6) ,2 (1,9-2,5) 2,2 (1,9-2,5) ,2 (1,8-2,6) 2,2 (1,8-2,5) 55 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,5 (0,9-2,1) 1,6 (1,2-2,0) 12 Lager secundair 3,1 (2,2-4,0) 3,2 (2,3-4,0) 40 Hoger secundair 2,3 (2,0-2,6) 2,3 (2,0-2,5) 118 Hoger onderwijs 2,4 (2,0-2,7) 2,4 (2,1-2,7) 338 JAAR ,4 (2,1-2,6) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 114

91 Tabel 39 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Brussels Gewest AL03_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 6,4 (5,4-7,3) 6,4 (5,5-7,4) 291 Vrouwen 5,2 (4,4-5,9) 5,2 (4,5-5,9) 229 LEEFTIJDSGROEP ,4 (2,7-6,1) 4,4 (2,8-6,0) ,2 (2,3-6,1) 4,1 (2,3-5,9) ,4 (4,2-6,5) 5,2 (4,0-6,4) ,5 (5,5-9,5) 7,4 (5,4-9,3) ,5 (5,1-7,9) 6,4 (5,1-7,8) ,6 (5,3-8,0) 6,5 (5,2-7,9) ,5 (4,8-8,2) 6,5 (4,8-8,1) 55 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,7 (1,7-3,7) 2,5 (1,8-3,3) 12 Lager secundair 9,8 (5,9-13,7) 9,3 (5,6-13,0) 40 Hoger secundair 5,8 (4,8-6,8) 5,6 (4,7-6,5) 118 Hoger onderwijs 5,6 (4,8-6,4) 5,6 (4,9-6,4) 338 JAAR ,9 (5,2-6,5) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 115

92 Tabel 40 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Brussels Gewest AL05_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 3,4 (2,9-3,9) 3,5 (3,0-3,9) 326 Vrouwen 2,5 (2,2-2,7) 2,5 (2,3-2,7) 281 LEEFTIJDSGROEP ,4 (2,6-6,2) 4,4 (2,8-6,0) ,3 (2,5-4,1) 3,3 (2,5-4,0) ,0 (2,4-3,6) 2,9 (2,4-3,5) ,0 (2,5-3,5) 3,0 (2,5-3,4) ,5 (2,2-2,9) 2,5 (2,1-2,8) ,4 (2,1-2,7) 2,3 (2,0-2,6) ,3 (1,9-2,7) 2,2 (1,9-2,6) 54 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,2 (0,9-1,6) 1,7 (1,3-2,0) 12 Lager secundair 3,6 (2,5-4,6) 3,7 (2,7-4,7) 47 Hoger secundair 2,8 (2,5-3,2) 2,8 (2,5-3,1) 140 Hoger onderwijs 3,0 (2,6-3,4) 3,0 (2,6-3,4) 395 JAAR ,0 (2,7-3,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 116

93 Tabel 41 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Brussels Gewest AL05_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 7,1 (6,1-8,2) 7,1 (6,1-8,1) 326 Vrouwen 5,0 (4,4-5,5) 5,0 (4,4-5,6) 281 LEEFTIJDSGROEP ,6 (3,8-7,3) 5,6 (3,9-7,2) ,9 (4,4-9,5) 6,8 (4,4-9,2) ,0 (5,0-7,0) 5,8 (4,8-6,8) ,3 (5,7-8,9) 7,2 (5,6-8,8) ,4 (4,4-6,5) 5,3 (4,3-6,3) ,5 (4,5-6,5) 5,4 (4,4-6,4) ,6 (4,4-6,9) 5,5 (4,4-6,7) 54 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,6 (1,2-2,1) 2,2 (1,5-2,8) 12 Lager secundair 7,7 (4,8-10,6) 7,3 (4,6-9,9) 47 Hoger secundair 5,5 (4,8-6,3) 5,5 (4,7-6,2) 140 Hoger onderwijs 6,4 (5,5-7,3) 6,2 (5,4-6,9) 395 JAAR ,2 (5,5-6,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 117

94 Tabel 42 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Brussels Gewest AL_35 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 12,5 (10,7-14,3) 12,5 (10,8-14,2) 334 Vrouwen 8,9 (7,7-10,1) 8,9 (7,8-10,1) 291 LEEFTIJDSGROEP ,9 (6,1-11,7) 8,9 (6,2-11,6) ,4 (6,3-14,4) 10,1 (6,3-13,9) ,0 (8,2-11,8) 9,6 (7,8-11,5) ,4 (10,1-16,7) 13,3 (10,0-16,5) ,0 (8,8-13,2) 10,8 (8,6-13,0) ,2 (9,1-13,3) 11,0 (8,8-13,2) ,6 (7,9-13,4) 10,6 (8,0-13,1) 62 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 4,0 (2,7-5,3) 4,1 (2,7-5,5) 13 Lager secundair 15,4 (9,3-21,4) 14,6 (9,0-20,2) 49 Hoger secundair 10,1 (8,6-11,6) 9,9 (8,5-11,4) 146 Hoger onderwijs 10,9 (9,4-12,4) 10,7 (9,4-12,1) 404 JAAR ,9 (9,7-12,0) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 118

95 Tabel 43 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Brussels Gewest AL_7 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 1,8 (1,5-2,0) 1,8 (1,5-2,0) 334 Vrouwen 1,3 (1,1-1,4) 1,3 (1,1-1,4) 291 LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,9-1,7) 1,3 (0,9-1,7) ,5 (0,9-2,1) 1,4 (0,9-2,0) ,4 (1,2-1,7) 1,4 (1,1-1,6) ,9 (1,4-2,4) 1,9 (1,4-2,4) ,6 (1,3-1,9) 1,5 (1,2-1,9) ,6 (1,3-1,9) 1,6 (1,3-1,9) ,5 (1,1-1,9) 1,5 (1,1-1,9) 62 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,6 (0,4-0,8) 0,6 (0,4-0,8) 13 Lager secundair 2,2 (1,3-3,1) 2,1 (1,3-2,9) 49 Hoger secundair 1,4 (1,2-1,7) 1,4 (1,2-1,6) 146 Hoger onderwijs 1,6 (1,3-1,8) 1,5 (1,3-1,7) 404 JAAR ,6 (1,4-1,7) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 119

96 Tabel 44 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Brussels Gewest AL05_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 13,0 (9,1-16,8) 11,9 (8,5-16,4) 334 Vrouwen 16,0 (10,5-21,5) 14,8 (10,1-21,1) 291 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,0-16,2) 7,0 (1,9-22,2) ,7 (3,2-16,2) 9,8 (4,9-18,6) ,0 (4,2-19,9) 12,3 (6,3-22,5) ,1 (10,5-33,8) 22,2 (12,9-35,6) ,4 (9,7-25,0) 17,5 (11,1-26,4) ,3 (11,9-28,7) 20,4 (13,3-30,0) ,9 (2,5-15,3) 8,9 (4,3-17,3) 62 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0-0,0 (0,0-0,0) Lager secundair 22,6 (9,3-36,0) 21,7 (11,5-37,2) 49 Hoger secundair 12,4 (6,9-17,9) 11,8 (7,7-17,6) 146 Hoger onderwijs 14,8 (10,5-19,2) 13,7 (9,7-18,9) 404 JAAR ,8 (12,3-17,2) 14,5 (12,2-17,2) ,4 (16,7-22,1) 18,9 (16,3-21,8) ,0 (12,5-17,5) 14,5 (12,2-17,1) ,1 (10,7-15,4) 12,8 (10,6-15,4) ,3 (11,1-17,6) 13,9 (11,0-17,4) 625 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

97 Tabel 45 Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest AL05_5 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 8,2 (5,0-11,4) 7,6 (5,0-11,5) 334 Vrouwen 16,0 (10,5-21,5) 15,1 (10,4-21,3) 291 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,0-16,2) 6,6 (1,8-21,1) ,9 (1,6-14,2) 7,8 (3,3-17,2) ,2 (1,8-16,5) 9,3 (4,2-19,6) ,4 (6,0-28,7) 17,1 (8,8-30,7) ,6 (7,5-21,6) 14,5 (8,7-23,3) ,7 (8,8-24,6) 16,6 (10,3-25,5) ,0 (1,9-14,1) 7,7 (3,6-15,8) 62 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0-0,0 (0,0-0,0) 13 Lager secundair 21,6 (8,4-34,8) 22,1 (11,0-39,3) 49 Hoger secundair 9,9 (4,9-14,9) 9,2 (5,7-14,6) 146 Hoger onderwijs 11,9 (7,7-16,0) 10,9 (7,4-15,7) 404 JAAR ,7 (8,6-14,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 121

98 Tabel 46 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest AL05_6 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 4,7 (2,8-6,6) 4,4 (2,8-6,7) 568 Vrouwen 6,8 (4,3-9,3) 6,5 (4,3-9,5) 696 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,0-6,9) 2,9 (0,8-9,9) ,2 (0,6-5,8) 3,1 (1,3-7,1) ,5 (0,8-8,2) 4,5 (2,0-9,9) ,9 (2,4-13,4) 7,8 (3,9-14,9) ,5 (3,7-11,3) 7,3 (4,4-12,1) ,4 (6,4-18,3) 12,0 (7,4-18,9) ,8 (1,1-8,4) 4,5 (2,1-9,4) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0-0,0 (0,0-0,0) 66 Lager secundair 6,6 (2,3-10,9) 5,8 (2,8-11,3) 160 Hoger secundair 4,4 (2,2-6,6) 4,1 (2,5-6,6) 346 Hoger onderwijs 6,9 (4,4-9,5) 6,6 (4,4-9,7) 667 JAAR ,8 (4,2-7,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 122

99 Tabel 47 Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Brussels Gewest AL05_7 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 25,4 (16,1-34,6) 26,6 (16,6-39,8) 109 Vrouwen 52,8 (38,8-66,9) 54,8 (37,3-71,2) 76 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,0-100,0) 55,8 (6,7-95,7) ,4 (2,1-72,6) 43,6 (16,1-75,7) ,2 (2,8-47,6) 27,8 (10,7-55,4) ,2 (21,1-71,4) 49,9 (29,1-70,7) ,8 (23,6-56,0) 41,3 (25,0-59,8) ,8 (29,7-64,0) 45,6 (30,3-61,9) ,1 (3,8-30,5) 17,9 (8,3-34,5) 30 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0-0,0 (0,0-0,0) 2 Lager secundair 57,2 (23,9-90,5) 77,1 (46,8-92,8) 19 Hoger secundair 33,0 (17,7-48,3) 37,6 (22,2-55,9) 48 Hoger onderwijs 35,9 (24,0-47,8) 37,2 (23,1-53,8) 112 JAAR ,5 (27,7-45,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 123

100 Tabel 48 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Brussels Gewest AL06_2 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 12,2 (8,7-15,6) 12,0 (9,1-15,8) 570 Vrouwen 5,4 (3,3-7,5) 5,2 (3,6-7,5) 690 LEEFTIJDSGROEP ,0 (6,1-27,9) 16,6 (8,2-30,5) ,5 (3,7-11,4) 7,3 (4,4-12,1) ,8 (2,4-9,1) 5,1 (2,8-8,9) ,4 (3,4-13,5) 7,8 (4,2-13,8) ,4 (4,3-12,5) 7,7 (4,6-12,7) ,3 (4,2-18,5) 10,7 (5,6-19,7) ,8 (0,8-8,8) 4,8 (2,0-10,9) 97 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,4 (0,0-12,4) 4,5 (1,1-17,2) 65 Lager secundair 7,2 (2,7-11,7) 6,8 (3,6-12,6) 155 Hoger secundair 8,3 (4,8-11,8) 7,2 (4,4-11,4) 346 Hoger onderwijs 9,1 (6,0-12,1) 8,5 (6,1-11,7) 671 JAAR ,2 (4,8-7,5) 5,5 (4,3-6,9) ,6 (6,6-10,7) 7,9 (6,2-10,0) 1260 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 124

101 Tabel 49 tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Brussels Gewest AL07_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 4,7 (4,5-5,0) 4,9 (4,6-5,2) 274 Vrouwen 5,8 (5,4-6,2) 5,9 (5,5-6,3) 202 LEEFTIJDSGROEP ,6 (4,0-5,3) 4,6 (4,1-5,2) ,0 (4,5-5,4) 5,1 (4,7-5,5) ,1 (4,6-5,6) 5,2 (4,8-5,7) ,2 (4,5-5,8) 5,2 (4,6-5,9) ,7 (5,0-6,4) 5,8 (5,1-6,4) ,8 (5,1-6,5) 5,9 (5,2-6,6) ,3 (5,0-7,6) 6,2 (5,0-7,3) 20 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 6,2 (3,5-9,0) 5,8 (3,4-8,2) 11 Lager secundair 5,1 (3,9-6,3) 5,1 (4,1-6,1) 42 Hoger secundair 5,1 (4,6-5,5) 5,3 (4,8-5,8) 121 Hoger onderwijs 5,2 (4,9-5,5) 5,5 (5,2-5,8) 293 JAAR ,2 (5,0-5,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 125

102 Tabel 50 Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Brussels Gewest AL08_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 18,2 (17,8-18,6) 18,3 (17,9-18,7) 436 Vrouwen 19,6 (19,1-20,2) 19,7 (19,2-20,2) 477 LEEFTIJDSGROEP ,0 (15,4-16,5) 15,9 (15,4-16,4) ,3 (16,9-17,7) 17,2 (16,8-17,7) ,7 (18,0-19,4) 18,8 (18,1-19,5) ,3 (19,3-21,4) 20,3 (19,3-21,3) ,0 (19,1-21,0) 20,0 (19,1-21,0) ,1 (19,1-21,1) 20,1 (19,2-21,1) ,0 (19,4-22,7) 20,9 (19,3-22,5) 81 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 17,9 (15,8-20,0) 16,8 (14,7-18,9) 20 Lager secundair 19,9 (18,8-21,0) 19,4 (18,2-20,5) 85 Hoger secundair 19,8 (19,0-20,6) 19,9 (19,2-20,6) 228 Hoger onderwijs 18,5 (18,1-19,0) 18,7 (18,3-19,2) 560 JAAR ,1 (18,7-19,4) 19,3 (18,9-19,7) ,9 (18,6-19,3) 19,0 (18,7-19,4) 913 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 126

103 Tabel 51 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Brussels Gewest AL_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 18,9 (14,6-23,2) 17,1 (13,3-21,8) 473 Vrouwen 13,7 (9,8-17,6) 12,9 (9,5-17,4) 502 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,3-16,7) 8,6 (3,2-21,1) ,9 (8,3-19,5) 13,9 (9,2-20,4) ,4 (13,8-29,0) 20,8 (14,3-29,2) ,0 (15,2-32,9) 23,7 (16,0-33,6) ,5 (11,5-25,6) 18,4 (12,3-26,6) ,3 (4,8-17,9) 11,1 (6,1-19,4) ,2 (2,1-14,4) 8,3 (3,9-16,7) 89 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 8,0 (0,0-20,5) 9,4 (2,1-34,1) 23 Lager secundair 12,8 (5,0-20,6) 11,0 (5,9-19,6) 91 Hoger secundair 14,9 (9,8-20,1) 13,5 (9,0-19,8) 248 Hoger onderwijs 17,3 (13,3-21,2) 16,0 (12,4-20,4) 592 JAAR ,4 (7,8-11,1) 8,2 (6,7-9,9) ,4 (9,5-13,3) 9,9 (8,4-11,8) ,4 (12,2-16,7) 12,6 (10,6-14,9) ,3 (13,4-19,2) 14,5 (11,9-17,5) 975 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 127

104 Tabel 52 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Waals Gewest AL01_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 85,3 (82,5-88,1) 85,3 (82,3-87,9) 1176 Vrouwen 74,5 (71,1-77,8) 74,8 (71,3-78,0) 1297 LEEFTIJDSGROEP ,4 (61,9-76,8) 69,9 (61,7-77,0) ,1 (72,6-85,7) 79,5 (72,3-85,2) ,9 (79,7-90,0) 85,4 (79,7-89,7) ,3 (79,8-88,9) 85,0 (79,9-88,9) ,6 (81,1-90,1) 86,0 (80,9-89,9) ,9 (75,4-86,4) 81,7 (75,8-86,4) ,4 (53,7-71,0) 64,5 (55,3-72,7) 233 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 58,8 (50,0-67,7) 59,7 (50,2-68,5) 252 Lager secundair 69,9 (63,0-76,8) 70,7 (63,0-77,4) 381 Hoger secundair 77,6 (73,1-82,0) 78,2 (73,6-82,3) 755 Hoger onderwijs 89,8 (87,2-92,4) 90,5 (87,8-92,7) 1062 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 74,6 (70,8-78,5) 75,3 (71,2-79,0) 846 Halfstedelijk gebied 80,6 (74,5-86,7) 81,4 (74,0-87,1) 460 Landelijk gebied 84,9 (81,7-88,1) 85,9 (82,5-88,8) 1167 JAAR ,2 (82,2-86,2) 84,4 (82,1-86,3) ,7 (77,8-81,6) 80,5 (78,5-82,3) ,6 (80,6-84,5) 83,3 (81,2-85,2) ,1 (75,9-80,2) 78,9 (76,7-81,0) ,6 (77,2-82,0) 80,5 (78,0-82,8) 2473 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

105 Tabel 53 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat nog nooit alcohol gebruikte (levenslanggeheelonthouder), Waals Gewest AL01_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 9,4 (6,9-11,8) 9,0 (6,9-11,6) 1176 Vrouwen 18,0 (15,1-21,0) 17,4 (14,7-20,6) 1297 LEEFTIJDSGROEP ,1 (20,8-35,5) 27,5 (20,5-35,8) ,8 (8,9-20,6) 14,3 (9,6-20,9) ,9 (6,1-13,8) 9,4 (6,2-14,0) ,1 (7,0-15,2) 10,4 (7,0-15,3) ,3 (4,4-12,1) 7,9 (4,9-12,5) ,5 (5,3-13,7) 8,9 (5,7-13,6) ,6 (14,5-30,6) 20,4 (13,9-29,0) 233 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 28,1 (19,6-36,6) 29,7 (21,2-39,8) 252 Lager secundair 20,0 (13,5-26,4) 18,4 (12,9-25,6) 381 Hoger secundair 15,9 (12,0-19,8) 14,3 (11,0-18,5) 755 Hoger onderwijs 6,8 (4,7-8,8) 5,6 (4,1-7,7) 1062 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 18,1 (14,7-21,6) 17,0 (13,9-20,6) 846 Halfstedelijk gebied 11,9 (6,2-17,6) 10,7 (6,2-17,8) 460 Landelijk gebied 9,8 (7,1-12,5) 8,6 (6,4-11,5) 1167 JAAR ,9 (11,8-16,0) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 129

106 Tabel 54 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat dagelijks alcohol gebruikte in de afgelopen 12 maanden, Waals Gewest AL01_3 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 21,4 (18,4-24,5) 16,8 (13,6-20,6) 1176 Vrouwen 11,9 (9,5-14,3) 8,3 (6,4-10,7) 1297 LEEFTIJDSGROEP ,8 (0,0-3,8) 1,6 (0,5-5,0) ,0 (2,3-7,7) 4,6 (2,7-7,9) ,1 (7,7-18,5) 12,5 (8,1-18,8) ,0 (12,7-21,4) 16,5 (12,6-21,3) ,1 (21,8-34,4) 27,3 (21,3-34,1) ,6 (20,9-34,4) 27,4 (21,1-34,6) ,5 (15,6-31,5) 24,5 (17,1-33,9) 233 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,7 (12,1-27,3) 10,2 (6,2-16,2) 252 Lager secundair 14,3 (9,6-18,9) 9,0 (6,1-13,1) 381 Hoger secundair 17,3 (12,7-21,8) 13,1 (9,5-17,8) 755 Hoger onderwijs 16,0 (13,0-19,0) 12,5 (9,7-16,0) 1062 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 15,3 (12,1-18,6) 10,9 (8,4-13,9) 846 Halfstedelijk gebied 17,4 (12,2-22,6) 12,4 (8,6-17,6) 460 Landelijk gebied 17,4 (13,8-21,0) 12,7 (9,6-16,7) 1167 JAAR ,6 (7,7-11,4) 8,3 (6,8-10,3) ,6 (9,2-12,0) 8,5 (7,4-9,9) ,6 (9,1-12,1) 8,5 (7,2-9,9) ,7 (11,9-15,5) 10,9 (9,4-12,6) ,4 (14,2-18,6) 12,8 (11,0-14,9) 2473 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

107 Tabel 55 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in de week* bij huidige drinkers, Waals Gewest AL03_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 2,5 (2,2-2,8) 2,5 (2,2-2,7) 553 Vrouwen 1,9 (1,8-2,1) 2,0 (1,7-2,2) 363 LEEFTIJDSGROEP ,4 (1,6-3,2) 2,3 (1,5-3,1) ,4 (1,9-2,9) 2,3 (1,7-2,8) ,1 (1,8-2,4) 2,0 (1,7-2,3) ,6 (2,1-3,1) 2,5 (2,0-3,0) ,6 (2,0-3,1) 2,5 (2,0-3,0) ,9 (1,6-2,1) 1,8 (1,6-2,0) ,9 (1,5-2,3) 1,9 (1,5-2,2) 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,6 (2,1-5,1) 3,8 (2,4-5,3) 80 Lager secundair 2,7 (2,1-3,2) 2,6 (2,1-3,2) 117 Hoger secundair 2,3 (2,0-2,6) 2,3 (1,9-2,6) 267 Hoger onderwijs 1,9 (1,8-2,1) 1,9 (1,7-2,1) 448 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,2 (1,9-2,5) 2,2 (1,8-2,5) 303 Halfstedelijk gebied 2,4 (2,0-2,8) 2,2 (1,9-2,6) 184 Landelijk gebied 2,3 (2,0-2,6) 2,3 (1,9-2,6) 429 JAAR ,3 (2,1-2,5) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 131

108 Tabel 56 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 4 weekdagen*, Waals Gewest AL03_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 7,5 (6,4-8,6) 7,0 (6,1-8,0) 553 Vrouwen 5,2 (4,6-5,9) 4,7 (4,0-5,4) 363 LEEFTIJDSGROEP ,0 (2,5-5,5) 3,6 (2,1-5,0) ,1 (3,7-6,5) 4,4 (3,0-5,9) ,3 (4,1-6,5) 5,0 (3,8-6,3) ,9 (5,7-10,0) 7,5 (5,5-9,6) ,3 (6,1-10,5) 8,1 (5,9-10,2) ,9 (4,9-6,9) 5,7 (4,7-6,6) ,2 (4,7-7,7) 6,2 (4,8-7,7) 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 12,8 (6,5-19,1) 12,5 (6,3-18,6) 80 Lager secundair 8,2 (6,1-10,3) 7,3 (5,3-9,4) 117 Hoger secundair 7,0 (5,7-8,3) 6,2 (5,0-7,5) 267 Hoger onderwijs 4,9 (4,4-5,5) 4,5 (3,8-5,1) 448 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,5 (5,3-7,7) 5,8 (4,6-6,9) 303 Halfstedelijk gebied 6,6 (4,9-8,2) 5,4 (3,9-7,0) 184 Landelijk gebied 6,7 (5,4-8,0) 6,1 (4,8-7,3) 429 JAAR ,6 (5,8-7,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Weekdagen = van maandag tot donderdag 132

109 Tabel 57 Gemiddeld aantal glazen alcohol op een drinkdag in het weekend* bij huidige drinkers, Waals Gewest AL05_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 3,6 (3,3-3,9) 3,8 (3,4-4,1) 672 Vrouwen 2,4 (2,2-2,6) 2,7 (2,5-2,9) 504 LEEFTIJDSGROEP ,8 (4,5-7,1) 5,6 (4,4-6,8) ,2 (3,4-5,0) 3,9 (3,2-4,7) ,0 (2,5-3,5) 2,9 (2,4-3,3) ,0 (2,5-3,5) 2,9 (2,5-3,4) ,9 (2,5-3,4) 2,9 (2,4-3,3) ,1 (1,9-2,4) 2,1 (1,8-2,3) ,9 (1,6-2,2) 1,9 (1,6-2,2) 93 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,6 (2,4-4,9) 4,6 (3,4-5,8) 96 Lager secundair 3,5 (2,8-4,3) 3,9 (3,2-4,6) 147 Hoger secundair 3,2 (2,7-3,6) 3,3 (2,8-3,7) 337 Hoger onderwijs 2,8 (2,6-3,1) 2,8 (2,6-3,1) 588 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,0 (2,7-3,4) 3,2 (2,8-3,6) 371 Halfstedelijk gebied 3,3 (2,6-4,1) 3,4 (2,8-4,1) 225 Landelijk gebied 3,1 (2,8-3,4) 3,2 (2,9-3,5) 580 JAAR ,1 (2,9-3,3) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 133

110 Tabel 58 Gemiddeld aantal glazen alcohol tijdens de 3 dagen van het weekend*, Waals Gewest AL05_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 7,9 (7,1-8,7) 8,1 (7,3-8,9) 671 Vrouwen 4,8 (4,3-5,2) 5,2 (4,7-5,7) 504 LEEFTIJDSGROEP ,3 (8,4-12,1) 9,8 (8,1-11,5) ,2 (6,2-10,2) 7,7 (5,7-9,6) ,4 (4,7-6,2) 5,1 (4,4-5,9) ,9 (5,4-8,4) 6,6 (5,2-8,0) ,2 (5,7-8,6) 7,0 (5,6-8,4) ,1 (4,3-5,9) 4,9 (4,1-5,7) ,5 (3,6-5,5) 4,7 (3,8-5,6) 93 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 9,1 (5,3-12,9) 10,6 (6,8-14,3) 96 Lager secundair 7,6 (5,5-9,7) 7,8 (5,8-9,8) 147 Hoger secundair 6,8 (5,8-7,7) 6,7 (5,7-7,7) 336 Hoger onderwijs 5,8 (5,3-6,3) 5,7 (5,3-6,2) 588 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,7 (5,7-7,6) 6,7 (5,7-7,6) 371 Halfstedelijk gebied 6,9 (5,4-8,4) 6,8 (5,4-8,1) 224 Landelijk gebied 6,4 (5,6-7,2) 6,6 (5,8-7,3) 580 JAAR ,6 (6,0-7,1) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) * Dagen in het weekend = van vrijdag tot zondag 134

111 Tabel 59 Gemiddeld aantal glazen alcohol per week, Waals Gewest AL_35 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 13,5 (11,9-15,1) 13,4 (11,9-14,9) 700 Vrouwen 8,3 (7,4-9,2) 8,3 (7,4-9,2) 522 LEEFTIJDSGROEP ,4 (10,3-14,5) 11,7 (9,7-13,6) ,1 (8,8-13,3) 10,0 (7,8-12,3) ,0 (7,6-10,5) 8,5 (7,0-10,0) ,0 (9,8-16,2) 12,5 (9,4-15,6) ,7 (10,4-16,9) 13,3 (10,1-16,4) ,9 (8,2-11,5) 9,4 (7,8-11,1) ,1 (6,8-11,3) 9,4 (7,2-11,5) 101 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 17,9 (9,2-26,6) 19,1 (10,4-27,7) 101 Lager secundair 13,2 (9,9-16,6) 12,3 (9,0-15,6) 156 Hoger secundair 11,9 (10,0-13,7) 11,1 (9,3-13,0) 353 Hoger onderwijs 9,4 (8,6-10,2) 8,9 (8,1-9,8) 604 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,4 (9,7-13,1) 10,7 (9,1-12,4) 388 Halfstedelijk gebied 12,2 (9,5-14,9) 11,2 (8,7-13,7) 235 Landelijk gebied 11,0 (9,3-12,7) 10,7 (9,1-12,4) 599 JAAR ,3 (10,2-12,5) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 135

112 Tabel 60 Gemiddeld aantal glazen alcohol per dag, Waals Gewest AL_7 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 1,9 (1,7-2,2) 1,9 (1,7-2,1) 700 Vrouwen 1,2 (1,1-1,3) 1,2 (1,1-1,3) 522 LEEFTIJDSGROEP ,8 (1,5-2,1) 1,7 (1,4-1,9) ,6 (1,3-1,9) 1,4 (1,1-1,8) ,3 (1,1-1,5) 1,2 (1,0-1,4) ,9 (1,4-2,3) 1,8 (1,3-2,2) ,0 (1,5-2,4) 1,9 (1,4-2,3) ,4 (1,2-1,6) 1,3 (1,1-1,6) ,3 (1,0-1,6) 1,3 (1,0-1,6) 101 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,6 (1,3-3,8) 2,7 (1,5-4,0) 101 Lager secundair 1,9 (1,4-2,4) 1,8 (1,3-2,2) 156 Hoger secundair 1,7 (1,4-2,0) 1,6 (1,3-1,9) 353 Hoger onderwijs 1,3 (1,2-1,5) 1,3 (1,2-1,4) 604 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,6 (1,4-1,9) 1,5 (1,3-1,8) 388 Halfstedelijk gebied 1,7 (1,4-2,1) 1,6 (1,2-2,0) 235 Landelijk gebied 1,6 (1,3-1,8) 1,5 (1,3-1,8) 599 JAAR ,6 (1,5-1,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 136

113 Tabel 61 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met overmatig alcoholgebruik (vrouwen >14 glazen; mannen > 21 glazen), Waals Gewest AL05_4 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 16,2 (12,6-19,8) 15,6 (12,3-19,6) 700 Vrouwen 12,6 (8,7-16,4) 12,2 (9,0-16,3) 522 LEEFTIJDSGROEP ,1 (9,5-34,7) 21,3 (11,7-35,7) ,9 (6,9-20,9) 13,1 (7,8-21,2) ,1 (3,0-11,3) 6,9 (3,8-12,2) ,9 (11,3-26,5) 18,4 (12,2-26,9) ,3 (12,4-26,2) 18,8 (12,8-26,9) ,7 (7,7-19,8) 13,4 (8,5-20,4) ,4 (2,7-14,1) 8,5 (4,2-16,3) 101 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 22,5 (9,8-35,2) 25,0 (13,6-41,4) 101 Lager secundair 20,6 (11,9-29,4) 19,1 (11,9-29,1) 156 Hoger secundair 16,5 (10,9-22,0) 15,5 (10,8-21,6) 353 Hoger onderwijs 10,7 (7,5-14,0) 9,9 (7,2-13,6) 604 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 13,6 (9,1-18,1) 12,6 (8,8-17,8) 388 Halfstedelijk gebied 15,6 (8,9-22,3) 13,7 (8,8-20,8) 235 Landelijk gebied 15,6 (11,3-19,8) 14,8 (10,9-19,6) 599 JAAR ,1 (9,0-13,2) 9,9 (8,1-12,0) ,0 (12,0-16,1) 12,8 (10,9-14,9) ,2 (13,8-18,6) 15,0 (12,7-17,6) ,2 (12,6-17,8) 13,8 (11,5-16,4) ,7 (11,9-17,5) 13,0 (10,6-15,9) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

114 Tabel 62 Percentage wekelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest AL05_5 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 9,2 (6,6-11,8) 8,2 (6,0-11,2) 700 Vrouwen 12,6 (8,7-16,4) 11,2 (8,1-15,3) 522 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,3-14,7) 7,8 (2,9-19,1) ,7 (2,2-13,1) 8,1 (4,0-15,7) ,5 (1,7-9,2) 5,6 (2,8-10,8) ,6 (7,9-19,2) 13,8 (9,1-20,6) ,0 (9,5-22,4) 16,2 (10,7-23,9) ,7 (5,2-16,2) 10,8 (6,4-17,7) ,4 (2,7-14,1) 8,2 (4,0-16,0) 101 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,6 (7,0-32,3) 19,4 (9,3-35,9) 101 Lager secundair 19,1 (10,4-27,8) 17,8 (10,3-29,0) 156 Hoger secundair 11,0 (6,6-15,4) 10,2 (6,8-15,1) 353 Hoger onderwijs 6,7 (4,5-8,9) 6,2 (4,4-8,9) 604 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 9,3 (5,8-12,9) 8,6 (5,7-12,7) 388 Halfstedelijk gebied 12,8 (6,4-19,2) 11,2 (6,8-17,9) 235 Landelijk gebied 11,2 (7,6-14,8) 10,2 (7,1-14,5) 599 JAAR ,6 (8,2-12,9) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 138

115 Tabel 63 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest AL05_6 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 5,6 (4,0-7,2) 4,7 (3,4-6,5) 1141 Vrouwen 4,9 (3,3-6,5) 4,1 (3,0-5,7) 1256 LEEFTIJDSGROEP ,9 (0,1-3,8) 1,9 (0,7-5,0) ,9 (0,8-5,0) 2,9 (1,4-5,8) ,1 (0,9-5,2) 3,1 (1,5-6,1) ,9 (4,0-9,9) 6,9 (4,5-10,5) ,0 (5,8-14,2) 10,0 (6,5-15,0) ,6 (3,2-9,9) 6,6 (3,9-10,8) ,8 (1,2-6,4) 3,8 (1,9-7,6) 221 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 8,1 (2,5-13,7) 6,5 (3,1-13,0) 243 Lager secundair 7,2 (3,6-10,9) 5,8 (3,2-10,1) 362 Hoger secundair 5,4 (3,1-7,6) 4,6 (3,1-7,0) 733 Hoger onderwijs 3,8 (2,5-5,0) 3,3 (2,3-4,7) 1036 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 4,4 (2,7-6,1) 3,7 (2,5-5,5) 826 Halfstedelijk gebied 6,3 (3,0-9,5) 5,1 (3,1-8,5) 447 Landelijk gebied 5,9 (3,9-7,9) 5,0 (3,4-7,3) 1124 JAAR ,2 (4,0-6,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 139

116 Tabel 64 Percentage dagelijkse drinkers (van 15 jaar en ouder) met risicovol alcoholgebruik (vrouwen > 20g/d, mannen > 40g/d), Waals Gewest AL05_7 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 23,0 (16,5-29,4) 23,9 (16,0-34,2) 239 Vrouwen 29,1 (19,0-39,2) 31,5 (20,1-45,6) 144 LEEFTIJDSGROEP ,0-50,9 (8,1-92,5) ,0 (1,9-48,2) 26,4 (10,4-52,6) ,0 (3,7-26,3) 15,4 (7,3-29,7) ,3 (17,9-44,8) 32,8 (21,0-47,2) ,1 (20,8-47,5) 35,3 (23,1-49,9) ,9 (11,1-32,6) 22,4 (13,4-34,9) ,7 (4,7-26,7) 15,6 (7,4-30,1) 53 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 39,3 (17,1-61,5) 49,2 (26,4-72,4) 46 Lager secundair 35,8 (18,9-52,8) 39,3 (22,0-59,9) 58 Hoger secundair 24,3 (13,7-35,0) 26,3 (15,4-41,3) 114 Hoger onderwijs 18,2 (12,1-24,3) 21,6 (13,2-33,3) 165 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 19,5 (11,0-27,9) 19,6 (11,2-31,9) 133 Halfstedelijk gebied 32,6 (17,3-47,9) 32,0 (18,3-49,6) 78 Landelijk gebied 29,0 (19,7-38,2) 32,0 (20,9-45,6) 172 JAAR ,3 (19,5-31,0) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 140

117 Tabel 65 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) dat minstens één keer per week 6+ glazen alcohol drinkt bij dezelfde gelegenheid, Waals Gewest AL06_2 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 12,5 (10,0-15,0) 11,8 (9,6-14,4) 1137 Vrouwen 3,9 (2,6-5,2) 3,7 (2,7-5,2) 1258 LEEFTIJDSGROEP ,2 (6,7-17,7) 10,8 (6,8-16,8) ,8 (4,6-11,1) 6,6 (4,3-10,1) ,4 (3,8-11,1) 6,4 (3,9-10,3) ,4 (3,6-9,3) 5,7 (3,6-8,9) ,0 (7,2-14,8) 9,6 (6,6-13,8) ,9 (2,7-9,2) 5,2 (2,9-9,3) ,7 (0,9-6,4) 3,5 (1,7-7,3) 218 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 8,0 (4,0-12,0) 7,4 (4,3-12,4) 245 Lager secundair 8,5 (4,8-12,2) 7,2 (4,5-11,3) 361 Hoger secundair 7,9 (5,4-10,3) 6,4 (4,6-8,9) 724 Hoger onderwijs 8,0 (5,8-10,2) 6,5 (4,8-8,8) 1042 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 7,4 (5,2-9,6) 6,2 (4,5-8,4) 818 Halfstedelijk gebied 10,2 (6,4-14,0) 8,6 (5,7-12,8) 450 Landelijk gebied 8,0 (6,0-10,1) 6,6 (5,0-8,6) 1127 JAAR ,0 (5,7-8,3) 5,6 (4,6-6,9) ,0 (6,6-9,4) 6,4 (5,3-7,8) 2395 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 141

118 Tabel 66 tijd voor het drinken van 6 glazen alcohol bij dezelfde gelegenheid, Waals Gewest AL07_2 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 4,6 (4,3-4,8) 4,7 (4,4-4,9) 674 Vrouwen 5,7 (5,4-6,0) 5,8 (5,5-6,1) 457 LEEFTIJDSGROEP ,9 (3,4-4,3) 3,9 (3,6-4,3) ,0 (4,5-5,4) 5,2 (4,7-5,6) ,9 (4,5-5,4) 5,1 (4,7-5,5) ,3 (4,8-5,7) 5,4 (5,0-5,8) ,4 (5,0-5,8) 5,5 (5,1-5,9) ,5 (4,9-6,2) 5,7 (5,0-6,4) ,1 (5,1-7,2) 6,3 (5,3-7,3) 36 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 5,0 (4,4-5,7) 5,0 (4,4-5,7) 72 Lager secundair 5,2 (4,6-5,7) 5,3 (4,8-5,8) 147 Hoger secundair 5,1 (4,8-5,4) 5,3 (5,0-5,7) 361 Hoger onderwijs 4,9 (4,6-5,2) 5,2 (5,0-5,5) 543 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,0 (4,7-5,3) 5,3 (4,9-5,6) 329 Halfstedelijk gebied 5,3 (4,7-5,8) 5,6 (5,2-6,1) 228 Landelijk gebied 4,9 (4,6-5,2) 5,2 (4,9-5,4) 574 JAAR ,0 (4,8-5,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 142

119 Tabel 67 Average age at start of drinking alcohol among drinkers aged 15 year and over, Waals Gewest AL08_1 (Ruw) gemid (Corr*) GESLACHT Mannen 17,5 (17,1-17,8) 17,4 (17,1-17,8) 972 Vrouwen 19,9 (19,3-20,4) 19,8 (19,3-20,3) 959 LEEFTIJDSGROEP ,0 (15,7-16,2) 16,0 (15,6-16,3) ,7 (16,3-17,1) 16,9 (16,5-17,3) ,9 (17,5-18,3) 18,0 (17,6-18,4) ,2 (18,3-20,1) 19,2 (18,4-20,1) ,6 (19,3-21,8) 20,6 (19,4-21,9) ,0 (18,8-21,1) 20,0 (18,9-21,2) ,3 (19,2-21,5) 20,3 (19,1-21,4) 134 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,4 (18,4-20,4) 18,5 (17,5-19,4) 152 Lager secundair 19,6 (18,6-20,5) 19,2 (18,3-20,0) 260 Hoger secundair 19,1 (18,2-19,9) 19,2 (18,4-19,9) 571 Hoger onderwijs 17,9 (17,5-18,4) 18,1 (17,7-18,6) 929 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 18,9 (18,3-19,6) 18,9 (18,4-19,5) 620 Halfstedelijk gebied 18,5 (17,6-19,4) 18,5 (17,7-19,4) 372 Landelijk gebied 18,4 (17,9-18,9) 18,4 (17,9-18,8) 939 JAAR ,4 (18,1-18,7) 18,6 (18,2-18,9) ,6 (18,3-19,0) 18,7 (18,3-19,0) 1931 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 143

120 Tabel 68 Percentage van de bevolking (van 15 jaar en ouder) met problematisch alcoholgebruik (gebaseerd op de CAGE, 2+), Waals Gewest AL_1 % (Ruw) ruw % (Corr*) GESLACHT Mannen 13,0 (10,5-15,5) 12,0 (9,7-14,6) 1064 Vrouwen 7,2 (5,5-8,9) 6,7 (5,1-8,6) 1068 LEEFTIJDSGROEP ,0 (2,3-11,7) 6,7 (3,4-12,9) ,3 (6,3-14,3) 9,5 (6,4-14,0) ,9 (6,4-13,4) 9,5 (6,6-13,4) ,7 (8,1-15,2) 11,2 (8,2-15,2) ,6 (8,6-16,7) 12,0 (8,7-16,5) ,8 (5,3-16,2) 10,3 (6,2-16,6) ,1 (0,9-7,3) 4,1 (1,9-8,6) 175 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 10,1 (5,1-15,1) 9,8 (5,8-16,1) 195 Lager secundair 9,4 (5,4-13,4) 8,2 (5,3-12,5) 303 Hoger secundair 9,1 (6,5-11,8) 7,9 (5,7-10,7) 641 Hoger onderwijs 10,9 (8,5-13,4) 9,6 (7,5-12,4) 973 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 10,7 (8,1-13,3) 9,3 (7,2-12,1) 696 Halfstedelijk gebied 12,1 (8,0-16,3) 10,6 (7,5-14,9) 411 Landelijk gebied 8,9 (6,8-11,0) 8,0 (6,1-10,4) 1025 JAAR ,6 (7,2-9,9) 7,4 (6,2-8,7) ,7 (9,0-12,3) 9,3 (7,8-10,9) ,7 (9,1-12,3) 9,3 (7,9-10,9) ,1 (8,5-11,7) 8,8 (7,4-10,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)

121

122 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid OPERATIOELE DIRECTIE VOLKSGEZODHEID E SURVEILLACE Juliette Wytsmanstraat Brussel België Verantwoordelijke uitgever: Dr. Johan Peeters Depotnummer: D/2014/2505/69

Leefstijl en preventie

Leefstijl en preventie Leefstijl en preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 59 Bestudeerde indicatoren... 61 1. Voedingsgewoonten.... 61 3. Gebruik

Nadere informatie

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 6.2.1. Inleiding Binnen de verschillen factoren van risico gedrag heeft alcoholverbruik altijd al de aandacht getrokken van de verantwoordelijken voor Volksgezondheid. De WGO gebruikt de term "Ongeschiktheid

Nadere informatie

Het gebruik van tabak

Het gebruik van tabak Het gebruik van tabak Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest

Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Analyse indicatoren Gezond leven Analyse van de gezondheidsenquête in opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Door Sabine

Nadere informatie

Alcoholgebruik: omvang in de regio

Alcoholgebruik: omvang in de regio Alcoholgebruik: omvang in de regio Schadelijk alcoholgebruik in de regio Het alcoholgebruik(1) onder volwassenen (tot 65 jaar) in Zuid-Limburg is 85%. Van de ouderen (65+) geeft 75% aan alcohol te drinken.

Nadere informatie

Vaccinatie. Jean Tafforeau

Vaccinatie. Jean Tafforeau Vaccinatie Jean Tafforeau Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

Klassiek wordt de mate van cariës voorgesteld door een cariës-index (DMFT-index = gemiddeld aantal gecarieerde, afwezige of gevulde tanden).

Klassiek wordt de mate van cariës voorgesteld door een cariës-index (DMFT-index = gemiddeld aantal gecarieerde, afwezige of gevulde tanden). 5.6.1. Inleiding Tandcariës is een ziekte waarbij de gemineraliseerde tandweefsels vernietigd worden als gevolg van zuurvorming die ontstaat bij de fermentatie van koolhydraten door bacteriën in de mond.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 1: GEZONDHEID EN WELZIJN Johan Van Der Heyden, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie

Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.

Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Inleiding Om sociale ongelijkheden in gezondheid in kaart te brengen en om mogelijke trends in de

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997 6.7.4.1. Inleiding Er werd reeds vroeger bewezen dat een prematuur respiratoir systeem een oorzaak was voor wiegendood. Het gevaar bestond vooral tijdens de slaap. Met de huidige kennis van zaken zijn

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997 7.1.1. Inleiding De huisarts vervult een essentiële rol binnen het geheel van de gezondheidszorg. Deze rol is bovendien in volle evolutie. Thema s zoals het globaal medisch dossier en de echelonnering

Nadere informatie

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting Verschillende internationale studies toonden socio-economische verschillen in gezondheid aan, zowel in mortaliteit als morbiditeit. In bepaalde westerse landen bleek dat, ondanks de toegenomen welvaart,

Nadere informatie

Inleiding. Johan Van der Heyden

Inleiding. Johan Van der Heyden Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Voedingsgewoonten. Sabine Drieskens

Voedingsgewoonten. Sabine Drieskens Voedingsgewoonten Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage

Nadere informatie

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

tot 24 jaar Monitor jongeren 12 Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Factsheet alcohol. Think Before You Drink

Factsheet alcohol. Think Before You Drink Factsheet alcohol Think Before You Drink Jongeren drinken te vroeg, te veel en te vaak. Ook in West-Brabant is dit het geval. Bovendien tolereren veel ouders dat hun kinderen onder de 16 jaar alcohol drinken.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

FACTS & FIGURES Trends in museum- en tentoonstellingsbezoek ( ) Mathijs De Baere

FACTS & FIGURES Trends in museum- en tentoonstellingsbezoek ( ) Mathijs De Baere Inleiding In deze fiche zal het museum- en tentoonstellingsbezoek van de Vlamingen in kaart gebracht worden op basis van de participatiesurveygegevens van 2004 (n=2849), 2009 (n=3144) en 2014 (n=3965).

Nadere informatie

Contacten met de huisarts

Contacten met de huisarts Contacten met de huisarts Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail

Nadere informatie

Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid

Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid 1 Samenvatting van de IMA-studie Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid Het aantal arbeidsongeschikten alsook de betaalde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid

Nadere informatie

Preventie van wiegendood bij zuigelingen

Preventie van wiegendood bij zuigelingen Preventie van wiegendood bij zuigelingen Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie

Opname in het ziekenhuis

Opname in het ziekenhuis Opname in het ziekenhuis Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail :

Nadere informatie

Patiëntentevredenheid

Patiëntentevredenheid Patiëntenheid Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]

Nadere informatie

Leefstijl en Preventie

Leefstijl en Preventie Leefstijl en Preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 87 Inleiding... 89 1. Lichaamsbeweging... 91 Globale lichaamsbeweging...

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997 Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie