Welstandsnota gemeente Hulst
|
|
|
- Adam van der Horst
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Welstandsnota gemeente Hulst 1
2 Welstandsnota gemeente Hulst 2
3 Voorwoord In de nieuwe Woningwet is onderkend dat welstandszorg als middel tot sturing van de ruimtelijke kwaliteit onontbeerlijk is. Tegelijkertijd is ook geconstateerd dat er kritiek is op de wijze waarop welstandszorg tot nu toe wordt uitgeoefend. De werkwijze van de commissie om, in beslotenheid en zonder vooraf geformuleerde criteria, adviezen uit te brengen met verstrekkende gevolgen voor de burger, is achterhaald. Tegen deze achtergrond heeft de Rijksoverheid in de nieuwe Woningwet voorstellen opgenomen om de welstandsadvisering te vermaatschappelijken en te baseren op vooraf geformuleerde criteria. Aan de gemeenten de taak om deze criteria voor de welstandsbeoordeling vast te stellen. Wat beoogt de gemeente met de nieuwe nota? Iedereen die in onze gemeente rondkijkt zal zo zijn oordeel hebben over mooi en lelijk. Dat blijft een persoonlijke zaak. Toch valt er op twee aspecten winst te behalen als het om de gebouwde omgeving gaat, en wel op het gebied van de kwaliteit van het woonmilieu en de verbetering van het inzicht in de beoordeling van bouwplannen. De kwaliteit van het woon- en leefmilieu is altijd voor verbetering vatbaar, op de ene plaats wat meer dan op de andere. In de nota is hierop ingespeeld door die delen van de gemeente aandacht te geven, die dat wat meer nodig hebben. Zo zal een historisch waardevolle omgeving aan hogere kwaliteitseisen worden getoetst dan een industrieterrein. Ook binnen woonwijken kan onderscheid aangebracht worden tussen de toe te passen welstandscriteria afhankelijk van de na te streven verbetering. Om dit te bereiken is in de wet de zogenaamde gebiedsgericht aanpak geïntroduceerd. Zonder expliciete criteria is de welstandsbeoordeling voor de burger nauwelijks voorspelbaar. In de nota wordt daarom aangegeven aan welke criteria de plannen getoetst worden en op welke accenten er in bepaalde gebieden of bij bijzondere objecten specifiek wordt gelet. Op deze manier wordt de helderheid en de openheid bij de beoordeling door de welstandscommissie vergroot. De gemeente Hulst heeft dit serieus aangepakt. Wij hebben getracht door met medewerking van een klankbordgroep tot een degelijk en een door partijen gedragen beleid te komen. Het was prettig om met deze klankbordgroep samen te werken en naar oplossingen te zoeken. Ik ben ervan overtuigd, dat deze welstandsnota een positieve bijdrage levert aan de bevordering van het begrip tussen planindiener en welstandscommissie en daarmee aan de versoepeling van de beoordeling van bouwplannen in onze gemeente. Ik dank allen die aan het tot stand komen van deze nota hebben gewerkt. E.A.A.M. de Deckere Wethouder volkshuisvesting Gemeente Hulst Maart
4 Plangebied Gemeente Hulst 4 Welstandsnota gemeente Hulst
5 Inhoudsopgave Voorwoord Plangebied Inhoudsopgave Artikel A: beleidsregels 1 Welstandsbeleid 1.1 Introductie Relatie met andere beleidsterreinen Vaststelling en evaluatie van het welstandsbeleid Handhaving welstandstoezicht 15 2 Procedures en werkwijze bij welstandsbeoordeling 2.1 Wettelijke basis voor welstandstoezicht De welstandscommissie De welstandscriteria Het welstandsadvies Afwijking van het advies en de criteria Welstandsbeoordeling in geval van monumenten en 28 beschermde stads- en dorpsgezichten 2.7 Welstandsbeoordeling bij (her)ontwikkelingsprojecten Excessenregeling 30 3 Ruimtelijke analyse, gebiedsindeling en welstandsniveaus 3.1 Toelichting Ruimtelijke analyse Landschapsvorming en ontwikkeling Landschapsanalyse Functies en verstedelijking Kernen Ruimtelijke visie Gebiedsindeling Welstandsniveaus 75 4 Algemene welstandscriteria 4.1 Toelichting Beoordelingscriteria 92 5 Gebiedsgerichte welstandscriteria 5.1 Toelichting Beoordelingscriteria Vesting Hulst Stadsentrees Dorpslinten Gedifferentieerde linten Poldergebied Planmatige woongebieden Vrije sector woongebieden Bedrijventerreinen Grootschalige voorzieningen Sport, recreatie en overige groengebieden Bosgebieden 141 5
6 Welstandsnota gemeente Hulst 6 Welstandscriteria voor specifieke objecten 6.1 Toelichting Beoordelingscriteria Monumenten Reclame-uitingen Dakopbouwen Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken 7.1 Toelichting Beoordelingscriteria Aan- en uitbouwen Bijgebouwen en overkappingen Kozijn- en gevelwijzigingen Dakkapellen Erf- en perceelsafscheidingen Rolhekken, luiken en rolluiken 184 Artikel B: overgangsbepaling Bijlagen 1.Straatnamenregister 2. Monumentenregister 3. Beoordelingsaspecten nader toegelicht 4. Begrippenlijst 5. Reglement van Orde 6. Het Beeld van de binnenstad Colofon 6
7 Beleidsregels Artikel A De raad der gemeente Hulst, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d., gelet op artikel 9.1 tweede lid, van de gemeentelijke Bouwverordening, en gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet, besluit: een welstandsnota vast te stellen, inhoudende de volgende beleidsregels die burgemeester en wethouders toepassen: 7
8 Welstandsnota gemeente Hulst 8
9 1 Welstandsbeleid 9
10 Welstandsnota gemeente Hulst 10
11 1.1 Introductie Aanleiding Welstandstoezicht werd ooit ingesteld om te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte zouden ontsieren. Nog steeds wordt bij iedere aanvraag voor een bouwvergunning beoordeeld of het betreffende bouwwerk niet in strijd is met 'redelijke eisen van welstand'. De welstandsbeoordeling is volgens artikel 12 van de Woningwet, gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk. Het bouwwerk moet zowel op zichzelf als ook in zijn omgeving worden beoordeeld, waarbij ook verwachte veranderingen van die omgeving een rol kunnen spelen. Door de oneindige hoeveelheid combinaties van bouwwerk en omgeving maakt duidelijk dat de welstandsbeoordeling een complex gebeuren is, waarbij deskundigheid en kennis van de omgeving vereist is. Toch vraagt de samenleving om meer zekerheid en meer openheid rondom de welstandsbeoordeling. De meeste inwoners van Hulst willen best meewerken aan het instandhouden en bevorderen van de schoonheid van hun leefomgeving, mits vroegtijdig duidelijk wordt gemaakt wat dat betekent als zij met bouwplannen rondlopen. Veel irritaties over het welstandstoezicht worden weggenomen als vooraf wordt aangegeven welke zaken een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Modernisering en vermaatschappelijking van het welstandstoezicht is dan ook een belangrijke doelstelling van de per 1 januari 2003 in werking getreden herziening van de Woningwet. In de discussie rondom deze wetswijziging tussen VROM, de Federatie Welstand, VNG en diverse andere partijen heeft staatssecretaris Remkes in maart 2001 een gewijzigd wetsvoorstel aan de Tweede Kamer voorgelegd. Het wetsvoorstel voor een gewijzigde Woningwet is samen met de AMvB bouwvergunningvrije en licht-vergunningplichtige categorieën bouwwerken ondertussen aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer en per 1 januari 2003 in werking getreden. Belangrijkste wijziging in de Woningwet is de bepaling dat de welstandsbeoordeling alleen nog maar kan worden gebaseerd op door de gemeenteraad in een welstandsnota vastgestelde welstandscriteria. Daarbij dient men te beseffen dat de dynamiek van ruimtelijke kwaliteitszorg niet te vangen is in een handboek vol met regelgeving. Ook met behulp van deze nota zullen zich incidenten voor blijven doen die niet door een veelheid van regeltjes te ondervangen zijn. Wel kan de gemeentelijke ambities en de welstandscriteria in deze welstandsnota behulpzaam zijn bij communicatie en discussie over ruimtelijke kwaliteit. 11
12 Welstandsnota gemeente Hulst Om elkaar (bouwaanvrager/opdrachtgever, gemeente en welstandscommissie) bij het interpreteren en beoordelen van bouwaanvragen te kunnen begrijpen is een handzame en zo concreet mogelijke welstandsnota van belang. Mede hierom dient de nota vooral te enthousiasmeren om draagvlak te verkrijgen en meer continuïteit mogelijk te maken. Gedetailleerdheid en volledigheid is daarbij minder van belang dan voorlichting en communicatie over het onderwerp. Doel van welstandstoezicht en welstandsbeleid Het welstandsbeleid voor Hulst is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dienen te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het welstandstoezicht is bedoeld om, in alle openheid, een bijdrage leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van Hulst. Het doel van het welstandsbeleid is: Door het ontwikkelen van een zowel intern als extern samenhangend stelsel van beleidsregels voor de welstandsbeoordeling zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Het hebben van een stelsel met welstandscriteria biedt vooraf informatie en inzicht over de wijze waarop de welstandscommissie een bouwplan zal adviseren. De bouwplanprocedure die uitmondt in een door het college te verstrekken bouwvergunning wordt daardoor beter voorspelbaar. Het functioneren van het welstandsbeleid zal jaarlijkse door de gemeenteraad worden geëvalueerd, waar nodig zal het worden aangevuld en bijgesteld. Natuurlijk is hiermee niet alle weerstand tegen de overheidsinterventie bij bouwinitiatieven opgelost, maar wel kan zo tegemoet gekomen worden aan de gerechtvaardigde eis van de burger om dit ingrijpen te onderbouwen en te legitimeren vanuit het algemeen belang en dit beleid vooraf kenbaar te maken. Daarmee is de belangrijkste doelstelling van de wijziging van de Woningwet voor wat betreft welstand, namelijk het creëren van een groter maatschappelijk draagvlak voor welstandszorg, binnen handbereik. 'Een effectief, controleerbaar en klantvriendelijk welstandstoezicht in te richten en opdrachtgevers en ontwerpers in een vroeg stadium te informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen'. 12
13 1.2 Relatie met andere beleidsterreinen Voor een effectief en praktisch hanteerbaar kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. Van elk instrument moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is en hoe het is verweven met andere beleidsinstrumenten. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. In de welstandsnota kan worden verwezen naar welstandscriteria die zijn opgenomen in andere beleidsdocumenten, zoals de beleidsnotitie Het beeld van de Binnenstad en beeldkwaliteitplannen zoutendijk en De Grote Kreek. Dergelijke documenten worden daardoor geacht deel uit te maken van de welstandsnota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de welstandsnota: vaststelling in de vorm van beleidsregels conform artikel 12 van de Woningwet door de gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die 'zo veel mogelijk' zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en de relatie met de omgeving. Beeldkwaliteitplannen vormen daardoor een onderdeel van het welstandsbeleid in de gemeente en worden gebruikt in het kader van de welstandsbeoordeling. 13
14 Welstandsnota gemeente Hulst 1.3 Vaststelling en evaluatie van het welstandsbeleid Vaststelling De gemeenteraad van Hulst stelt het welstandsbeleid vast. Na vaststelling van de welstandsnota door de gemeenteraad kan de welstandsbeoordeling alleen nog maar worden gebaseerd op de criteria die in de welstandsnota zijn genoemd. De criteria in de welstandsnota moeten zo concreet mogelijk zijn en zo veel mogelijk zijn toegespitst op het individuele bouwwerk, de relatie met de omgeving en specifieke aspecten van het bouwwerk. De welstandscriteria zijn in tegenstelling tot de criteria die voorheen in de bouwverordening waren opgenomen niet langer algemeen bindend. Ze vormen een stelsel van beleidsregels waarbinnen burgemeester en wethouders het welstandstoezicht moeten uitvoeren. Dit geeft onder meer de mogelijkheid om de welstandscriteria per gebied op maat te snijden. Het blijft bij het welstandstoezicht gaan om redelijke eisen van welstand, maar de vraag wat precies 'redelijk' is wordt per gebied ingevuld. Evaluatie en aanpassingen Na vaststelling van de welstandsnota zal de werking ervan jaarlijks in de gemeenteraad worden geëvalueerd, aan de hand van het jaarverslag van de welstandscommissie en een rapportage van burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan het welstandstoezicht. Deze evaluatie is wettelijk verplicht (artikel 12B lid 3 en 12C Ww). Het jaarlijkse verslag van burgemeester en wethouders, ter uitvoering van artikel 12C Ww 2002, heeft betrekking op de wijze waarop zij met hun verantwoordelijkheid voor het uitoefenen van het welstandstoezicht zijn omgegaan. De rapportage over het voorgaande jaar is uiterlijk gereed in juli van het volgende jaar. In de rapportage komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: - De wijze waarop burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de welstandsadviezen. - In welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de welstandscommissie hebben voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de welstandscriteria. - In welke categorieën van gevallen zij tot aanschrijving op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand (artikel 19 Ww) zijn overgegaan en of zij na die aanschrijving zijn overgegaan tot bestuursdwang. Ook wordt in dit verslag melding gemaakt van het aantal malen dat burgemeester en wethouders gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn te verdagen (Ww 2002 artikel 46 lid 8). Het verslag van deze evaluatie wordt ter kennisname aan de welstandscommissie gebracht. Naar aanleiding van dit verslag vindt er bij voorkeur eenmaal per jaar overleg plaats tussen de verantwoordelijke portefeuillehouder en de welstandscommissie. Naar aanleiding van de evaluatie kan de gemeenteraad besluiten dat aanpassing van de welstandsnota noodzakelijk is. Voor dergelijke aanpassingen is de gemeentelijke inspraakverordening van kracht. Bij een evaluatiegesprek kunnen burgers of vertegenwoordigers van maatschappelijke groeperingen worden betrokken. 14
15 Tussentijdse aanpassingen aan de welstandsnota Na vaststelling van de welstandsnota kan de gemeenteraad ook tussentijds aanvullingen op de welstandsnota vaststellen. Dit is vooral het geval bij de grotere nieuwe bouwprojecten waarvoor de welstandscriteria in het kader van de stedenbouwkundige planvoorbereiding worden opgesteld (zie paragraaf 2.7 Welstandsbeoordeling bij (her)ontwikkelingsprojecten). Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Daarnaast dienen de voor de nieuwbouw gehanteerde criteria uit het beeldkwaliteit- of stedenbouwkundig plan worden verwerkt en vastgesteld als welstandscriteria in de welstandsnota ten behoeve van het beheer. 15
16 Welstandsnota gemeente Hulst 1.4 Handhaving welstandstoezicht De gemeente geeft met deze welstandsnota regels voor het welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. De gemeente heeft een Handhavingsplan (27 november 2003) met voorschriften hoe de gemeente omgaat met bouwwerken die strijdig zijn met het bestemmingsplan of illegale bouwwerken. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen bouwvergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de tekeningen waarop de bouwvergunning is afgegeven, krijgt de eigenaar de gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als deze bouwvergunning moet worden geweigerd, vanwege een negatief welstandsadvies, dan zal de eigenaar de situatie moeten veranderen. Burgemeester en wethouders kunnen dan degene die tot het opheffen van de situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepalen termijn de strijdigheid op te heffen (artikel 19 Ww). Ook voor vergunningvrije bouwwerken kan tot aanschrijving worden besloten indien er sprake is van ernstige mate van strijdigheid met redelijk eisen van welstand (zie paragraaf 2.8 Excessenregeling). 16
17 2 Procedures en werkwijze bij welstandsbeoordeling 17
18 Welstandsnota gemeente Hulst 18
19 2.1. Wettelijke basis voor welstandstoezicht Artikel 12 van de Ww luidt: Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in art. 12a, eerste lid, onderdeel a. uiterlijk en plaatsing Er dient niet alleen te worden gekeken naar de vormgeving van het object, maar ook naar de situering: Staat het op logische wijze op het kavel gesitueerd? Past de plaatsing van het object in deze omgeving of in de ontwikkeling van die omgeving? bouwwerk of standplaats Bij een woonwagen is geen sprake van een bouwwerk in de zin van de Woningwet. Toch is het plaatsen van een woonwagen van invloed op de welstand. De situering en de inrichting van de standplaats vallen door deze formulering toch binnen de reikwijdte van het welstandsadvies. op zichzelf, in verband met de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan De kern van welstandszorg ligt in het feit dat bouwen een handeling is die de leef- en werkomgeving beïnvloedt. Het particuliere belang kruist daarbij vrijwel altijd het algemene of maatschappelijke belang. Elke burger mag van de overheid verwachten dat zij een zorgvuldige afweging van belangen maakt bij het verlenen van vergunningen. Het is in het algemeen belang dat onze leef- en werkomgeving een verzorgd en samenhangend karakter vertoont. Vandaar dat de welstandsadvisering zich niet kan beperken tot de verschijningsvorm van het bouwwerk op zich, maar ook de relatie van dat bouwwerk met zijn omgeving dient te onderzoeken. De invloed van bouwen op de omgeving is bovendien vrijwel altijd van lange duur. Het is daarom ook belangrijk een inschatting te maken van de te verwachten ontwikkelingen van de omgeving. Ook de samenhang van verschillende bouwplannen onderling moet kunnen worden beoordeeld. Deze plannen vormen immers elkaars toekomstige omgeving. redelijke eisen van welstand Met redelijk bedoelt de wetgever aan te geven dat plannen getoetst worden op eisen die men redelijkerwijs mag verwachten. Redelijk is dus geen absoluut begrip en heeft niet de betekenis van middelmatig. Of de eisen hoog, gemiddeld of laag zullen zijn, is afhankelijk van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Zoals in paragraaf 2.5 wordt uitgelegd kan van een plan dat zich onderscheidt van zijn omgeving in redelijkheid verwacht worden dat het aan hoge architectonische en stedenbouwkundige eisen voldoet. Het ambitieniveau wordt door de initiatiefnemer van het bouwplan dan zelf al hoog gelegd. 19
20 Welstandsnota gemeente Hulst beoordeeld naar de criteria, bedoeld in art. 12a, eerste lid, onderdeel a Deze zinsnede is toegevoegd aan de oorspronkelijke wetstekst, en vormt de basis voor deze welstandsnota. Gemeenten worden hiermee verplicht de criteria voor de welstandsadvisering vast te leggen in een gemeentelijke beleidsnota. Artikel 12 a, lid 1, onderdeel a luidt immers: De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand. 20
21 2.2. De welstandscommissie De welstandscommissie is volgens artikel 1 lid 1r Ww een door de gemeenteraad benoemde commissie van onafhankelijke deskundigen. De gemeenteraad maakt al jaren gebruik van de overkoepelende welstandsorganisatie Dorp, Stad en Land. De gemeenteraad benoemt DSL als zijnde haar onafhankelijk en deskundige adviescommissie. De leden van de welstandscommissie worden op voordracht van burgemeester en wethouders door de raad benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging van nog eens drie jaar. In de Bijlage is het Reglement van Orde van de welstandscommissie opgenomen. Voor verdere toelichting van de samenstelling en benoeming van de welstandscommissie wordt hiernaar verwezen. 21
22 Welstandsnota gemeente Hulst 2.3. De welstandscriteria Een gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in die gemeente worden getoetst. Als het gaat om de karakteristieken die Hulst haar eigen identiteit verlenen is dat een goede zaak. Het specifieke karakter van de gemeente is echter vaak gerelateerd aan bijzondere en karakteristieke gebieden, structuren, gebouwen en/of ensembles. Een groot deel van het grondgebied omvat bebouwing zonder bijzondere en karakteristieke kenmerken. Voorts bestaat het bouwen in Hulst voor een groot deel uit kleine bouwplannen: verbouwingen en uitbreidingen, waarvoor een maatschappelijk geaccepteerd scala aan oplossingen en vormen is ontwikkeld, en waarvoor objectieve, meetbare criteria kunnen worden opgesteld. Het is dus logisch dat de welstandsnota een samenhangend stelsel van criteria zal bevatten onderverdeeld in vier hoofdgroepen: -. algemene welstandscriteria -. gebiedsgerichte welstandscriteria -. welstandscriteria voor specifieke objecten -. welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen De algemene welstandscriteria en de criteria voor specifieke objecten of kleine bouwplannen behandelen aspecten die niet gebiedsgebonden zijn, terwijl de gebiedscriteria zijn gekoppeld aan specifieke gebiedseigen kenmerken en eigenschappen. Met de vaststelling van de welstandscriteria zal de welstandstoetsing objectiever worden. Echter niet alle aspecten van het bouwen zijn op basis van volledig geobjectiveerde criteria toetsbaar. Architectuur laat zich niet vangen in louter meetbare eigenschappen. Vandaar dat de toetsing van bouwplannen ook in de toekomst door een onafhankelijke commissie moet plaatsvinden. De beoordeling wordt wel inzichtelijker gemaakt door de in deze nota opgenomen welstandscriteria. Algemene welstandscriteria Deze algemene architectonische aspecten worden toegepast in het geval een plan niet of niet volledig voldoet of kan voldoen aan de gebiedscriteria. Gebiedsgerichte welstandscriteria en de criteria voor specifieke objecten Met welke gebiedsgebonden aspecten moet bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden en hoeveel vrijheid is er om daarvan af te wijken? Een criterium is de beschrijving van een vergelijking van een beeldaspect met hoedanigheid van de overeenkomstige karakteristiek en gewenste ontwikkelingen van een gebied of specifiek object. Bij de beoordeling wordt getoetst of het beeldaspect voldoet aan die vergelijking. Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen (zogenaamde sneltoetscriteria) Het gaat hier om meetbare welstandscriteria die de planindiener vooraf zoveel mogelijk duidelijkheid dienen te geven. Wanneer een bouwplan aan de sneltoetscriteria voldoet kan de vergunning binnen zeer korte termijn worden verleend. Er zijn sneltoetscriteria opgesteld voor aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen, erfafscheidingen en rolhekken, luiken en rolluiken. 22
23 2.4. Het welstandsadvies De welstandscommissie brengt over alle regulier-vergunningplichtige bouwplannen advies uit. Daarnaast brengt de welstandscommissie tevens adviezen uit met betrekking tot een monumentenvergunning (artikel 15 van de Monumentenwet 1988). Licht-vergunningplichtige bouwwerken die voldoen aan de sneltoetscriteria worden direct ambtelijk afgehandeld. In geval van twijfel of capaciteitsprobleem kan de gemandateerde van de welstandscommissie worden ingeschakeld. Ook uit oogpunt van continuïteit en het oplossen van specifieke problemen wordt de gemandateerde bij voorkeur ook voor deze categorie ingeschakeld. In het geval dat een lichtvergunningplichtig bouwplan niet voldoet aan de sneltoetscriteria, maar het plan toch een kwalitatief goede aanvulling op de bestaande situatie lijkt te vormen, wordt het eveneens ter advisering voorgelegd aan de welstandscommissie. Vorm en inhoud van een welstandsadvies Het advies van de commissie geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Als de planbeoordeling openbaar heeft plaatsgevonden is ook het schriftelijke advies van de welstandscommissie openbaar. Het bestemmingsplan prevaleert boven het welstandsadvies: datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt kan niet door het welstandsadvies worden tegengehouden. Het welstandsadvies kan wel gericht zijn op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwvergunning wordt aangevraagd en het plan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. 23
24 Welstandsnota gemeente Hulst Uiteraard moet de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren, de welstandscriteria moeten waar nodig dus de ruimte die het bestemmingsplan biedt, invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het advies van de welstandscommissie wordt altijd schriftelijk vastgelegd in de vorm van vergaderingnotulen. Het welstandsadvies (met uitzondering van het akkoordstempel) bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten, uitmondend in een integraal advies. Steeds moet de motivatie op grond waarvan het advies wordt gegeven, duidelijk zijn. De welstandsadvisering is niet gericht op zaken die geen betrekking hebben op het welstandstoezicht zoals bedoeld in de Woningwet. Het welstandsadvies kan wel suggesties bevatten voor beleid of procedurele zaken die naar mening van de commissie in acht genomen zouden moeten worden, maar kan een welstandsadvies daarop niet baseren. In een enkel geval zal de welstandscommissie willen proberen de planindiener te enthousiasmeren voor zaken die het plan op een nog hoger niveau kunnen tillen. Deze 'puntjes op de i' worden als vrijblijvende suggestie genoemd en zijn duidelijk losgekoppeld van de welstandsadvies zelf. De welstandsadviezen mogen nooit zodanig zijn geformuleerd dat één der betrokkenen zich daardoor beledigd of in goede naam of eer aangetast kan voelen. Als een plan naar mening van de welstandscommissie volgens de welstandscriteria voldoet aan redelijke eisen van welstand wordt een positief advies gegeven aan burgemeester en wethouders. Op initiatief van de welstandscommissie of op verzoek van burgemeester en wethouders kan een positief advies schriftelijk worden gemotiveerd. Dit gebeurt in ieder geval bij bijzondere situaties waarbij wordt geadviseerd om een plan in afwijking van de gebiedsgerichte c.q. objectgerichte welstandscriteria goed te keuren. Soms is een plan naar mening van de welstandscommissie in strijd met de redelijke eisen van welstand, tenzij het op ondergeschikte punten wordt aangepast. Deze punten worden ondubbelzinnig genotuleerd of op de tekening aangegeven. Indien het plan wordt aangepast aan deze opmerkingen wordt daarna het positieve welstandsadvies gegeven. Als een plan naar mening van de welstandscommissie volgens de welstandscriteria niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, volgt een negatief advies. Dit betekent dat ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. Een negatief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd door de commissie. Binnen de wettelijke beslistermijnen kan de commissie het welstandsadvies aanhouden, indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper wenselijk is of om de ontwerper de gelegenheid te geven zijn plan aan te passen. Gezien de korte afhandelingtermijn van licht vergunningplichtige plannen zal het in praktijk niet mogelijk zijn deze plannen aan te houden. 24
25 Mondelinge toelichting op het welstandsadvies In principe moeten de welstandsadviezen zo begrijpelijk en duidelijk zijn dat nadere uitleg overbodig is. Indien de ontwerper of de planindiener een mondelinge toelichting op het welstandsadvies wenst wordt dit in eerste instantie gegeven door het gemandateerde commissielid, met uitzondering van licht vergunningplichtige bouwwerken. Indien betrokkenen vervolgens een nadere toelichting wensen kan een afspraak worden gemaakt met de commissie. Na hoor en wederhoor kan de commissie als zij daartoe aanleiding ziet, het advies herzien. Deze herziening wordt in het advies gemotiveerd. Het indienen van bezwaar Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar indienen tegen de beslissing van burgemeester en wethouders op de aanvraag voor een bouwvergunning, hierbij zijn de voorschriften van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. Belanghebbenden zijn in de regel de planindiener en de direct omwonenden. In de bezwaarschriftprocedure heroverwegen burgemeester en wethouders het besluit. Belanghebbenden worden in dat geval uitgenodigd om tijdens een hoorzitting hun standpunten nader toe te lichten. Binnen tien weken nemen burgemeester en wethouders daarna een beslissing op het bezwaar. De belanghebbenden die het met de heroverweging niet eens zijn kunnen hiertegen in beroep gaan. De afdeling vergunningen team bouwen kan informatie over de procedure geven. Als een bezwaar te maken heeft met het welstandsoordeel, richt de belanghebbende zich dus nadrukkelijk op het oordeel van burgemeester en wethouders en niet op het advies van de welstandscommissie. Dat is immers alleen een advies aan burgemeester en wethouders. De welstandscommissie zelf kent daarom geen bezwaarprocedure voor belanghebbenden. Natuurlijk kunnen de ontwerper en eventueel de planindiener wel een toelichting op een uitgebracht advies vragen. Na hoor en wederhoor kan de commissie als zij daartoe aanleiding ziet, het advies herzien. Deze herziening wordt in het advies gemotiveerd. 25
26 Welstandsnota gemeente Hulst 2.5. Afwijking van het advies en de criteria Afwijking van het welstandsadvies Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden: Afwijken van het advies op inhoudelijke grond / second-opinion: Burgemeester en wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie indien zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Indien burgemeester en wethouders bij een reguliere bouwvergunningaanvraag op inhoudelijke grond tot een ander oordeel komen dan de welstandscommissie staan 2 mogelijkheden ter beschikking. Afwijken van het advies om andere redenen Burgemeester en wethouders krijgen volgens artikel 44 lid 1d Ww 2002 de mogelijkheid om bij het in strijd zijn van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de bouwvergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Burgemeester en wethouders van de gemeente zullen uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen. Enerzijds kan burgemeester en wethouders de commissie vragen om een heroverweging. Dit gebeurt in incidentele gevallen waarbij aanvullende planinformatie beschikbaar komt. Anderzijds kunnen zij voordat het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen, binnen de daarvoor geldige afhandelingtermijn, een second-opinion aanvragen bij een andere onafhankelijke welstandscommissie. Het advies van deze tweede commissie speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en wethouders. Indien het advies van de welstandscommissie en de second-opinion tegengesteld zijn en burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. 26
27 Afwijken van de criteria De welstandscriteria in deze nota vormen in de eerste plaats een vangnet en dienen om bouwplannen die het aanzien niet waard zijn, uit Hulst te weren. Dat is primair de bedoeling van het welstandstoezicht. Maar veel liever zien we bouwplannen, waarbij de welstandscriteria worden gebruikt als opstapje, als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Het wordt dan ook gestimuleerd om naast de aangegeven welstandscriteria per bouwplan na te denken over de vormgeving en de relatie met de omgeving. Het kan dus voorkomen dat de welstandscriteria ontoereikend zijn. In deze bijzondere situaties kan het nodig zijn expliciet terug te vallen op de algemene welstandscriteria en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria worden beargumenteerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggevallen op de algemene welstandscriteria (hoofdstuk 4). Het is begrijpelijk dat er bij het gebruik van de hardheidsclausule hogere eisen worden gesteld aan het bouwplan. Ook de welstandscommissie zelf kan bij haar advisering afwijken van de welstandscriteria. Dit kan gebeuren op basis van een gemotiveerd positief welstandsadvies bij plannen die weliswaar strijdig zijn met enige welstandscriteria, maar niet strijdig zijn met redelijke eisen van welstand, dit te beoordelen aan de hand van de algemene welstandscriteria. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning eveneens gemotiveerd. Afwijkingen van het beleid vragen om een bestuurlijk draagvlak. Wanneer de welstandscommissie voor een bepaald plan aanleiding ziet tot afwijken van het beleid, zal zij het college van burgemeester en wethouders in haar advies daarover informeren. Burgemeester en wethouders beslissen bij het wel of niet verlenen van een vergunning om de hardheidsclausule wel of niet toe te passen. Het ligt voor de hand om afwijkingen van structurele aard jaarlijks bij de evaluatie in de nota te verwerken. Het is ondoenlijk om een limitatieve opsomming in de welstandsnota op te nemen wanneer de hardheidsclausule van toepassing zou kunnen worden verklaard. Beter ware het om de objectiviteit die nodig is bij het hanteren van de hardheidsclausule neer te leggen in een zorgvuldige procedureafwikkeling en de welstandscommissie daarbij te betrekken. De welstandscommissie dient daarbij per beoordelingsaspect te motiveren waarom en welke afwijking van het gestelde criterium verantwoordelijk is te achten. 27
28 Welstandsnota gemeente Hulst 2.6. Welstandsbeoordeling in geval van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten Voor bouwplannen op, aan of nabij monumenten vormt de redengevende beschrijving van het monument het welstandscriterium. Monumenten vormen niet zelden een uitzondering in hun omgeving. Ze hebben vaak specifieke vorm- en stijlkenmerken, die afwijken van de gebiedskarakteristiek. Beschermde stads- en dorpsgezichten, zoals de binnenstad, wordt als een apart gebied beschreven en valt onder het hoogste welstandsniveau. Voor monumenten en van Rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten geldt bovendien dat alle vergunningvrije bouwwerken zoals genoemd in de AMvB licht-vergunningplichtig zijn. Dat houdt in dat kleine bouwplannen die normaal gesproken vergunningvrij zijn toch getoetst worden aan redelijke eisen van welstand. 28
29 2.7. Welstandsbeoordeling bij (her)ontwikkelingsprojecten De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten wordt voortaan een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door de stedenbouwkundige of de supervisor, in overleg met de welstandscommissie. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De welstandscriteria moeten zijn vastgesteld voordat de planvorming van de concrete bouwplannen start en worden bekend gemaakt aan alle potentiële opdrachtgevers in het gebied. 29
30 Welstandsnota gemeente Hulst 2.8. Excessenregeling Ook bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning hoeft te worden aangevraagd moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens artikel 19 Ww kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de welstandsnota zijn opgenomen. Deze excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. De gemeente Hulst hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: - het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; - het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; - armoedig materiaalgebruik; - toepassing van felle of contrasterende kleuren; - te opdringerige reclames, of - een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria). Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand. 30
31 3 Ruimtelijke analyse, gebiedsindeling en welstandsniveaus 31
32 Welstandsnota gemeente Hulst 32
33 3.1 Toelichting Om een gebiedsgericht welstandsbeleid op te stellen, is het van belang om te beschikken over een gedegen analyse en inventarisatie van de verschillende beeldkwaliteiten die te vinden zijn in de gemeente Hulst. Dit hoofdstuk is bedoeld om een integrale visie te geven op de beeldkwaliteit van het gemeentelijk grondgebied van Hulst en de vertaling hiervan naar een gebiedsgerichte en selectief welstandsbeleid voor Hulst, conform de Woningwet. Bij de beleidsvertaling is selectiviteit het belangrijkste begrip: in welk gebied moet de lat hoger liggen of kan de lat juist lager liggen als het gaat om het beoordelen van bouw- of inrichtingsinitiatieven. Het is van groot belang onderscheid te maken in gebieden die bescherming verdienen en gebieden waar meer ruimte bestaat of de opnamecapaciteit groter is voor het toevoegen van nieuwe elementen. Daarom maakt de welstandsnota een onderverdeling in welstandsniveaus: zeer waardevolle, bijzondere en reguliere welstandsgebieden. Deze gradaties vormen het ambitieniveau van de gemeente ten aanzien van het ruimtelijke kwaliteits- en welstandsbeleid, waaraan in het welstandsbeleid, in de vorm van gebieds- en objectgerichte welstandscriteria, invulling wordt gegeven. 3.2 Ruimtelijke analyse Om een indruk te krijgen hoe de bebouwde kernen van Hulst aansluiten op de omgeving, zal in dit hoofdstuk nader gekeken worden naar de oude en bestaande structuren van het landschap. Het landschap vormt als het ware de ruggengraat van de bebouwingsconcentratie en het verkavelingpatroon van het stedelijk gebied. De analyse vormt de basis van de gebiedsdifferentiatie en de waardebepaling van de verschillende gebieden. De analyses met betrekking tot het landschap bestaan uit: - Landschapsvorming en -ontwikkeling: De ontstaansgeschiedenis van de omgeving wordt nader onderzocht. Aan de orde komen onder andere bodem- en ontginningseigenschappen en hun invloed op de landschapsvorming. - Landschapstructuur en morfologie: Behandeling van de landschappelijke elementen aan de hand van historie, functie en verschijningsvorm. Daarnaast wordt de invloed van landschap en morfologie op de ruimtelijke inrichting en het grondgebruik beschreven in deze paragraaf. - Functies en verstedelijking: Beschrijving van bebouwing, situering van verschillende gebieden en functies binnen het landschap. Vervolgens wordt in de daarop volgende paragraaf de kernen in de gemeente Hulst geanalyseerd: - Kernen: Een nadere beschrijving van de opbouw, stedenbouwkundige structuur en ruimtelijke verschijningsvorm van de kernen met een diversiteit aan functiegebieden, bebouwing, bebouwingseigenschappen en architectuur. 33
34 Welstandsnota gemeente Hulst Landschapsvorming en ontwikkeling Het landschappelijk beeld van de gemeente Hulst wordt bepaald door een weids zeekleilandschap dat gevormd is door een lappendeken van kleine polders. De bedijking van Zeeuws-Vlaanderen was belangrijk voor de landwinning en de zeewering. Zeeuws-Vlaanderen bestaat voor het grootste gedeelte uit Nieuwland. Dit betekent dat het om polders gaat die na 1200 zijn ingepolderd, meestal als aanwas bedijkt langs stroomgeulen. Na 1550 zijn vooral heel grote polders ingedijkt met een rechthoekige verkaveling en een orthogonaal wegenpatroon. Uitzondering op de rechte verkaveling is het oude krekenpatroon dat met grote kronkels dwars door de verkaveling loopt. Kreken en welen zijn de binnenwateren van het Zeeuwse polderland. Kreken zijn of resten van oude getijdenstromen die zijn ingedijkt of ze zijn ontstaan bij dijkdoorbraken. Welen zijn kolkgaten die bij een dijkdoorbraak zijn ontstaan. Het zijn ronde plassen waar de herstelde dijk met een boog omheen is gelegd. Door de inpoldering van Zeeuws-Vlaanderen zijn kreken, dijken en de typische dijkbegroeiing, zoals de coulissen van populieren, herkenbare landschapselementen geworden. Daarnaast wordt het zuidelijke deel van de gemeente Hulst bepaald door een aantal dekzandruggen met een besloten karakteristiek en een verkaveling loodrecht op deze ruggen. Een aantal kernen zoals Sint Jansteen en Kloosterzande hebben zich in de loop van de tijd ontwikkeld als autonome kernen. De overige dorpen en gehuchten hebben een mindere stedelijke ontwikkeling gekend en kunnen beschouwd worden als een kleine dorpjes in het polderlandschap. Bebouwing in de gemeente Hulst concentreerde zich in eerste instantie hoofdzakelijk binnen de vesting van Hulst en als lintbebouwing langs de dijken en belangrijke routes op de hoger liggende dekzandruggen in het landelijk gebied. Door de samenkomst van verschillende routes of dijken met lintbebouwing zijn op een aantal van deze 'kruispunten' kleine kernen ontstaan. Herkenbaar zijn de centrale ligging van de kerken en de nog aanwezige historische bebouwing binnen deze dorpjes. Gemeente Hulst omstreeks
35 3.2.2 Landschapsanalyse Structuur Door de ligging van de gemeente Hulst in het zeekleilandschap op de rand van de dekzandruggen zijn landschappelijk gezien een drietal zones te herkennen. Buitendijks, tussen het land en de Westerschelde, ligt een open natuurgebied van slikken en schorren. Direct achter de zeedijk is het open polderlandschap gelegen. Dit wordt gekenmerkt door een lappendeken aan polders met een rechtlijnige verkaveling en een daarop afgestemde rationele ontsluitingsstructuur, van elkaar gescheiden door dijken begroeid met populieren die coulissen in het landschap vormen. Ten zuiden van de kern Hulst liggen dekzandruggen in het landschap die in tegenstelling tot de poldergebieden een meer kleinschalige, complexe en besloten karakteristiek kennen. Daarnaast zijn het de lintbebouwing, de ecologische structuur van de kreken, de oude militaire verdedigingswerken en de herkenbare ligging van de kernen, die bepalend zijn voor de omgeving. De bebouwing is geconcentreerd in de hoofdkern Hulst. Deze is opgebouwd rond de historische binnenstad omringd door de cultuurhistorisch waardevolle vestingwerken van wallen, poorten en de vest. In het landschappelijk beeld van Hulst vormen de torens van de Basiliek en het stadhuis een belangrijk onderdeel. Deze zijn van grote afstand zichtbaar en zijn daardoor oriëntatiepunten voor de omgeving. Vanaf de vesting tekent de Liniedijk zich aan de noordoostzijde scherp af in het landschap. Aan de noord- en zuidzijde van de historische binnenstad zijn in de loop van de tijd planmatige uitbreidingen gepleegd, waardoor de kern Sint Jansteen tegenwoordig zo goed als vastgegroeid is aan Hulst. Ten zuiden van Hulst zijn de dorpen Clinge en Heikant gelegen. De lintbebouwing van deze dorpen is karakteristiek voor de dekzandruggen omdat wegen en bebouwing op de hoger liggende ruggen gesitueerd werden. In principe is dus de situering van de dekzandruggen herkenbaar aan de lintbebouwing. Verspreid door het polderlandschap in het noorden en oosten van de gemeenten zijn langs dijken, routes of op kruispunten daarvan een aantal kleinere kernen gesitueerd, met Kloosterzande als belangrijkste kern in het noordelijk deel van het gebied. De kerktorens in deze kernen vormen vaak de bakens in het landschap. Verder zijn in het gemeentelijk grondgebied kleine buurtschappen en boerderij clusters te vinden. Infrastructuur De Hoofdontsluiting van de gemeente Hulst wordt gevormd door de Rijksweg N60, die vanaf de veerhaven Perkpolder tot Kuitaart vierbaans is en als tweebaans weg verder langs Hulst de verbinding met Sint-Niklaas/België vormt. Vanaf de N60 loopt de N61 ter hoogte van Terhole richting Terneuzen en de N258 ter hoogte van Hulst richting Axel/Gent. Daarnaast wordt het gebied ontsloten door een tal van secundaire wegen, die de kernen onderling verbinden. N61 N258 N60 Infrastructuur 35
36 Landschapsstructuur gemeente Hulst Welstandsnota gemeente Hulst Buitendijksgebied Zeekleilandschap Dekzandruggen Kernen Zeedijk Polderdijk N Belangrijkste infrastructuur Vestingwerken 36
37 Ecologische structuur De ecologische structuur wordt in hoofdzaak gevormd door de kreken en kreekrestanten ontstaan als restanten van oude getijdenstromen of bij dijkdoorbraken. De meest herkenbare zijn de Vogel, de Oude Haven, het Groot Eiland, de Oude Vaart en de Moerschans met daartussen de grachten en groenzone van de verdedigingswallen rond Hulst, de Vlaamsche Kreek en de Graauwse Kreek. Daarnaast zijn twee natuurreservaten binnen het gemeentelijk grondgebied gelegen. Buitendijks in het noordoosten ligt Het Verdronken Land van Saeftinge en ten oosten van de kern Hengstdijk is het natuurreservaat De Grote Putting gelegen. Maar ook de open gebieden en graslandgebieden ecologische waarden, als foerageergebied voor ganzen of voor weidevogels. Naast de open ecologisch waardevolle gebieden zijn aan de oost- en zuidoostzijde van Hulst een aantal loofbossen gesitueerd. Ecologisch waardevol liniegebied Kreekrestant 'De Vogel' Buitendijkse slikken en schorren 37
38 Ecologische structuur gemeente Hulst Welstandsnota gemeente Hulst N Natuurgebieden Weidegronden Kreken en kreekrestanten 38
39 Morfologie Het gemeentelijk grondgebied van Hulst bestaat grofweg uit een patroon van water, polders, dekzandruggen en verspreid liggende bebouwde kernen en bospercelen. Openheid en beslotenheid wisselen elkaar hierin af. Als typering van het landschap kan men de volgende kenmerkende gebieden onderscheiden; - Open en onbebouwde polders; Hierbinnen liggen ecologische verbindingszones met kreekrestanten en natuurgebieden centraal. Door de aanwezigheid van deze grillige landschapselementen hebben de open en onbebouwde polders een kleinschalig karakter ten opzichte van de grootschalige polders in de directe nabijheid. - Open polders met kenmerkend polderbebouwing; Kenmerkend voor deze polders is de rechtlijnige grootschalige verkaveling en het rationele wegenpatroon met verspreid liggende concentraties van boerderijen, dijkbebouwing en straatdorpen. - Besloten, onbebouwde gebieden; Dit landschapstype behelst voornamelijk beboste gebieden, waarin nauwelijks bebouwing aanwezig is. - Besloten gebieden met een gemengd functiepatroon; Deze gebieden zijn sterk gerelateerd aan de stedelijke gebieden en worden gekenmerkt door een combinatie van agrarische functies zoals akkerland en fruiteelt met meer stedelijke functies. - Besloten stedelijke gebieden; Gebieden waar stedelijke functies overheersen en de bebouwing tamelijk gesloten structuren vormt. - Open buitendijksgebied; Het buitendijksgebied bestaat uit water, kale zandplaten en slikken en begroeide schorren, ontstaan door de werking van rivier- en getijdenstromingen (Land van Saeftinge). Grootschalige open polder Vrijstaande dijkbebouwing Besloten stedelijk gebied 39
40 Morfologie gemeente Hulst Welstandsnota gemeente Hulst Buitendijksgebied Open met kenmerkende polderbebouwing Open, onbebouwde polders Besloten gebied met gemend functiepatroon N Besloten, onbebouwde gebieden Besloten stedelijke gebieden 40
41 3.2.3 Functies en verstedelijking Het grondgebied van de gemeente Hulst is op te delen in een aantal verschillende gebieden met een gevarieerde ruimtelijke verschijningsvorm en functie. De kuststrook herbergt een drietal functies. De Westerschelde vormt de vaarroute van de haven van Antwerpen naar de Noordzee. Daarnaast herbergt de kuststrook een beperkte recreatieve functies in de vorm van jachthaventjes en verspreid enkele strandjes en vertegenwoordigen slikken en schorren natuurgebieden. Grenzend aan de kuststrook ligt het open poldergebied met kenmerkende polderbebouwing. Deze polders zijn grotendeels ingericht als akkerland afgewisseld met boomgaarden, weidegronden en kreken. Verspreid door de polders zijn dorpen, buurtschappen en boerderijclusters gesitueerd. Tevens ligt aan de Vogel ten zuiden van Hengstdijk een camping en twee ten westen van Ossenisse. Het gebied rondom de kern Hulst is wordt gekenmerkt door een grote functiedifferentiatie. De historische binnenstad van Hulst vormt het voorzieningen centrum voor de regio. Hier wordt woningbouw voornamelijk afgewisseld met detailhandel. In de omliggende bebouwde gebieden overheerst de woonfunctie. In het aangrenzende landelijk gebied worden akkerland en weilanden afgewisseld met besloten bospercelen en bebouwde kernen. Grootschalige bedrijven zijn hoofdzakelijk geconcentreerd op het bedrijventerrein ten westen van Hulst langs de rijksweg N60 en een aantal kleinschaligere bedrijventerreinen aan Kloosterzande, Vogelwaarde en Walsoorden. Historische binnenstad Woongebieden Bedrijventerrein Akkerbouwland 41
42 Functies gemeente Hulst Welstandsnota gemeente Hulst Historisch stadscentrum Woongebieden Bedrijventerreinen Recreatiegebieden Bosgebieden en parken Boomgaarden Natuurgebieden Grasland en groengebieden N Akkerbouwland Water 42
43 3.2.4 Kernen In deze paragraaf wordt vanaf het schaalniveau van het landschap nader ingezoomd op de kernen in de gemeenten. Per kern wordt de stedenbouwkundige ontwikkeling en de ruimtelijke structuur geanalyseerd. Vervolgens wordt de bebouwing en beeldbepalende gevelkarakteristieken in samenhang met de aangrenzende openbare ruimte gekenschetst. Op basis van deze analyses worden kansen en bedreigingen voor de verschillende kernen geformuleerd. 43
44 Hulst Welstandsnota gemeente Hulst Stedenbouwkundige ontwikkeling Hulst is een vestingstad, en wat betreft de stedelijke ontwikkeling heeft het tot na de tweede wereldoorlog geduurd voordat de grote ontwikkelingen buiten de vesting plaatsvonden. De wijk genaamd 'Nieuw Hulst' en de groei van de bebouwing langs de Abdaalseweg en de Steensedijk (rond het oude treinstation), vormen het begin van de ontwikkeling van Hulst buiten de vesting. Uitbreidingen binnen de wallen Aan het eind van de 19 de eeuw werden binnen de wallen de open groengebieden bestraat en bebouwd. Toch werd destijds het agrarische karakter gehandhaafd doordat er tot 1930 een aantal boerderijen bleven staan. In de jaren twintig vond uitbreiding plaats in het zuidwestelijk stadsdeel, waardoor langs de F. Van Waesberghestraat, de Vestdijkstraat en het Houtenkwartier woningbouw werd gerealiseerd. In het noordelijke gedeelte is veel bebouwing vervangen. Het gebied tussen de Walmolenstraat en de Zomerstraat zijn voorbeelden waar nieuwbouw binnen de wallen is gerealiseerd, waardoor de historische structuur enigszins aangetast is. Na de eerste wereldoorlog kwam de toename van de bevolking steeds meer op gang, waardoor langs de toegangswegen buurtjes met arbeidswoningen ontstonden, afgewisseld met middenstandswoningen en villabouw. Aan de Tivoliweg ontstonden vooral vrijstaande middenstandswoningen in de interbellumstijl, waarbij ook een middelbare school tot stand kwam. Aparte benoeming verdient het gebied rond de Carmelweg. Hier werd in 1910 een Kloostercomplex met een boerderij gebouwd, waarbij een klein seminarie werd gesticht. Na de tweede wereldoorlog werd Hulst uitgebreid met de meer grootschalige woonwijken in noordelijke en oostelijke richting. De laatste ontwikkeling op stedelijk gebied zijn de 'Tragel', een woonwijk met voornamelijk vrijstaande woningen en twee onder-één-kap-woningen, en 'Moerschans', waarbinnen de exploitatie van De Linie de woningbouw in 1998 is afgerond. Groote Kreek is de nieuwste planontwikkeling ten oosten van de kern. Buiten de omwalling Door de aanleg van een spoorlijn tussen Mechelen en Terneuzen in 1871, vonden er uitbreidingen plaats ten zuiden van de kern, waar een station werd gesitueerd. Hieromheen werd een klein centrum ontwikkeld, met hotels en bedrijvigheid. Tot de eerste wereldoorlog vonden er weinig uitbreidingen plaats. In 1910 werd aan de Steensedijk een bierbrouwerij (later textielfabriek) gebouwd, waarbij de directiewoningen nog steeds een opvallende plaats innemen. Rond 1920 werd bij de Gentse poort, t.b.v. de verkeersafwikkeling een doorbraak van de historische wallen gerealiseerd. Steenstraat vanaf de Grote Markt omstreeks Toren van de Basiliek vormt een oriëntatiepunt voor de omgeving. 44
45 Stedenbouwkundige ontwikkeling Hulst tot ca Historische routes Na-oorlogse wijken Recente ontwikkelingen 45
46 Welstandsnota gemeente Hulst Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van Hulst wordt bepaald door de oude stadskern als geheel met zijn wallen, zijn bolwerken en de stadsgracht die de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en ruimtelijke structuren omsluiten. Binnen deze historische binnenstad zijn op de structuurkaart diverse oriëntatiepunten aangegeven, waarvan de torens van de Basiliek en die van het stadhuis belangrijke oriëntatiepunten voor de wijde omgeving zijn. In de ruimtelijke structuur van Hulst is de vrij autonome ligging van de vesting tussen de omliggende stadsgedeeltes een kenmerkend aspect. De historische binnenstad is bereikbaar via een drietal entrees, de Bagijne poort, Gentse poort en de Dubbele poort. Hier vanuit vormen de Absdaalseweg, de Steensedijk, Van de Maelstedeweg en de Tivoliweg de historische routes naar het omliggende landelijk gebied, waarlangs begin vorige eeuw de eerste uitbreidingen buiten de omwalling werden gerealiseerd. Rondom de binnenstad is een afwisselende waaier van woonwijken, bedrijventerreinen en groengebieden te herkennen. De aan de noordzijde gelegen woonwijken worden gescheiden door een multifunctionele groenzone met daarin bospercelen, weidegronden en een begraafplaats. Hierin zijn twee grootschalige voorzieningen gesitueerd, het verzorgingshuis De Blaauwe Hoeve en het Reynaertcollege. Aan de oost- en westzijde lopen de wallen en binnen- en buitenvest over in het aangrenzende ecologische zone met daarin de Oude Vaart en de Berriekreek. Ten zuiden van de vesting vinden de meest recente uitbreiding van de kern Hulst plaats in de vorm van het bedrijventerrein Hogeweg en woonwijk Groote Kreek. Deze structuur van lijnen en vlakken wordt gedragen door de infrastructuur waarin de Rijksweg N60 aan de westkant van Hulst de belangrijkste ontsluitingsweg vormt. Vanaf deze weg zorgt de Grote Kreekweg die uitloopt tot de Koolstraat, Glacisweg en Tivoliweg samen met de Absdaalseweg voor de interne ontsluitingsroutes van de kern. De kruisingen van deze wegen met de Rijksweg zijn belangrijke verkeersknooppunten. Planmatige woningbouw in de binnenstad. Nieuwbouw t.h.v. het vml. ziekenhuis Tivoliweg historische route naar de binnenstad. Zicht vanaf de wallen op de stadsentree aan de dubbele poort. 46
47 Structuurkaart Hulst 47
48 Welstandsnota gemeente Hulst Bebouwing en beeld De beeldkaart is opgebouwd uit een achttal beeldelementen. In de grafische weergave ervan wordt onderscheid gemaakt tussen zwakke en sterke beeldelementen. In de beeldkaart wordt de karakteristiek van de straatwanden door middel van het tekenen van de bebouwing meer of minder nadrukkelijk tot uitdrukking gebracht, waarbij de dikte van de lijnen de hoogte of opvallendheid van de bebouwing aangeeft. Het beeld van Hulst wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van landschaps- en historische elementen rond de kern. De oude kreekrestanten, verdedigingswerken, open landschappen ten oosten en westen van de oude kern, bevestigen de zelfstandige ligging van de oude kern. Waarbij de nieuwe wijken op enige afstand als een soort satellieten er omheen liggen. Opvallend is de open ruimte in de Carmelzone, waarbij de Zandstraat landschappelijk is ingericht met veel groen. De zuidelijke toegang via de Steensedijk en de Abdaalseweg is daarentegen bebouwd, waarbij de Steensedijk bestaat uit geschakelde woningen aan weerszijde en de Abdaalseweg meer uit vrijstaande elementen. Opvallende bebouwingselementen zijn de oude directiewoningen van de voormalige bierbrouwerij (later textielfabriek) aan de Steensedijk, de basiliek in de kern, het stadhuis, het verzorgingstehuis 'De Blaauwe Hoeve', het pater klooster en de gevel van de voormalige middelbare school in de interbellumstijl aan de Tivoliweg. De bebouwing binnen de wallen bestaat voornamelijk uit geschakelde bouwblokken, daarnaast is nieuwbouw binnen de wallen aanwezig langs de Lange Bellingstraat, Zomerstraat en Moervaartstraat. De laatste maakt onderdeel uit van het plan Gildenkwartier, waarbinnen ongeveer 100 woningen zijn gelegen De meer 'beeldneutrale' buurten zijn aangegeven d.m.v. een raster voor overwegend woonbebouwing. Met deze rastering wordt overigens niet bedoeld dat er hier sprake zou zijn van beeldongevoelige omgeving. Vanuit elke toegang is de kerk, en vaak ook het stadhuis, goed zichtbaar. Opvallende groenelementen zijn vooral langs de verdedigingswerken herkenbaar, maar ook in de verschillende woonwijken zijn groenelementen gesitueerd, zoals het Vosplantsoen (Dullaertstraat), langs de Leharstraat (de Tragel) en in de nieuwe wijk 'de Moerschans'. Vanaf de vesting is, op het achtererf van een particulier pand aan de Gentsestraat, een aanzienlijk groenelement zichtbaar. Daar dit gebied volledig is afgesloten door bebouwing wordt de parkachtige kwaliteit hiervan in het straatbeeld van het centrum gemist. Kijken we gedetailleerder naar de kern van Hulst dan valt op dat deze bestaat uit een aantal stadsblokken, die ieder kenmerkende architectonische en ruimtelijke eigenschappen hebben. Sommige stadsblokken hebben grote binnenplaatsen, waar de bomen boven de panden uitsteken. Maar niet alle blokken zijn gesloten. Regelmatig worden deze historisch waardevolle blokken onderbroken door nieuwbouw. Door de gebogen straten, de geschakelde bebouwing en de geslotenheid wordt de kern gekenmerkt als binnenstedelijk gebied. Alleen aan de noordzijde wordt deze structuur doorbroken door de half-open nieuwbouwblokken. Kenmerkend zijn de randzones, waar de achterkanten van woningen (erfscheidingen) vanaf de vesting in principe als voorkant worden waargenomen en daarom ook als zodanig dienen te worden behandeld. 48
49 Beeldkaart Hulst 1.begrenzingen: min of meer gesloten ruimtelijke beeindigingen. Een begrenzing is hier niet zozeer fysiek bedoeld (een kanaal, een druke verkeersweg), maar vooral visueel (een gesloten gevelwand, wallen). 2.groenelementen allerlei zachte elementen die een betekenis voor dorp of landschap hebben (singel, bomenrijen). 3.waterkanten en oevers 4.stedelijke ruimten: duidelijk door gebouwen en/of groen gevormde ruimten, die een betekenisvolle bijdrage leveren aan de structuur van stad of dorp. 5.gevelkarakteristiek: de wijze waarop een gevelwand is samengesteld: aaneengesloten en groot van maat of aaneengesloten en opgebouwd uit kleinere zelfstandig vormgegeven panden of opgebouwd uit losse elementen, al dan niet verschillend van maat of versprongen t.o.v. de rooilijn. 6.autonoom gebouw: een gebouw dat zich door afmetingen, vormgeving of situering min of meer verzelfstandigt t.o.v. zijn omgeving en zo een rol speelt in de structuur en beeld van een stad of dorp. 7.as-werking: een denkbeeldige lijn die kan worden opgeroepen door een duidelijk vormgegeven ruimte of massa (bijv. als gevolg van sterke symmetrie). 8.richting en orientatie: een denkbeeldige lijn die een richtingverandering binnen een bepaalde structuur aangeeft. Door een teveel aan richtingen in een bepaald gebied kan desorientatie ontstaan. 9.zichtlijnen: denkbeeldige lijnen die kunnen worden opgeroepen naar aanleiding van een orientatiepunt dat van afstand te zien is. Bedrijfsterrein Woonwijken 10.samenhangende bebouwing/buurten: gebieden die een zekere mate van interne samenhang vertonen, bijv. in stedebouwkundig of architectonisch opzicht. Naast situering en vormgeving zal in dit verband vooral de functie een belangrijke rol spelen. 49
50 Kloosterzande Welstandsnota gemeente Hulst Stedenbouwkundige ontwikkeling Het huidige dorp Kloosterzande is ontstaan uit de kernen Kloosterzande en Groenendijk. Het oude Kloosterzande heeft zich in de afgelopen eeuwen ontwikkeld rondom het Hof te Zande, een vroegere kloosterboerderij en als lintbebouwing langs de Hulsterweg, de vroegere doorgaande route naar het veer in Walsoorden. Groenendijk heeft zich als kern ontwikkeld op de scheidingsdijk tussen de Zandepolder en Mariapolder. In de loop van de tijd groeiden deze twee kernen langs de Cloosterstraat naar elkaar toe en uiteindelijk aan elkaar. Na de tweede wereldoorlog is het gebied tussen de Groenendijk, Cloosterstraat en Hulsterweg volgebouwd met planmatige woningbouw. De meest recente ontwikkelingen zijn in de vorm van voornamelijk vrijstaande vrije sector woningen ten zuiden van de Groenendijk gesitueerd. Tussen de Hulsterweg en de Rijksweg N60 wordt ten zuiden van Kloosterzande het bedrijventerrein Hulsterweg ontwikkeld. Oorspronkelijke kern Historische routes Na-oorlogse wijken Recente ontwikkelingen Kloosterzande ontstaan rondom 'Hof te Zande'. Lintbebouwing aan begin van Groenendijk. 50
51 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van de kern Kloosterzande is als het ware opgehangen aan de historische routes Hulsterweg, Cloosterstraat en Groenendijk. Deze straten vormen een tangentstructuur die zorgt voor de ontsluiting van de kern en voor de aansluiting op de Rijksweg N60. Binnen dit ruimtelijk carré zijn de planmatige woonwijken ontwikkeld en is in het midden een grootschalig sportterrein gesitueerd. De oude dorpskern van Kloosterzande is aan de zuidkant gelegen rondom het knooppunt van Hulsterweg en Cloosterstraat.en is aan deze zijde de entree van het huidige dorp. Aan de noordkant is de afrit van de Rijksweg de belangrijkste dorpsentree. De molen op Groenendijk, gesitueerd op een molenberg op het knooppunt van drie straten vormt samen met de kerk oriëntatiepunten voor de omgeving. Bedrijven zijn aan de rand van de kern gesitueerd. Lintbebouwing aan Cloosterstraat. Hulsterweg met op de achtergrond het gemeentehuis. 51
52 Welstandsnota gemeente Hulst Bebouwing en beeld De beeldkaart geeft informatie over de belangrijkste beeldbepalende elementen. De bebouwing is getekend als er sprake is van karakteristieke of beeldbepalende bebouwing. De dikt van de lijnvoering illustreert hierbij de betekenis van de gebouwen die door hoogte, massa of door de locatie een bijzondere positie innemen binnen de kern. Binnen de kern Kloosterzande is deze karakteristieke bebouwing terug te vinden als lintbebouwing langs Groenendijk, Cloosterstraat, Hulsterweg en de Willem Alexanderstraat en als individuele bebouwing als onderdeel van de stedelijke ruimten Hof te Zandeplein en Pastoor Versterplein. De lintbebouwing aan de Cloosterstraat bestaat zowel uit vrijstaande als geschakelde bebouwing die regelmatig verspringt ten opzichte van de rooilijn en waarin kleinschalige woningen worden afgewisseld met grootschalige bedrijfspanden. Groenendijk kent een meer besloten profiel met geschakelde bebouwing direct aan het trottoir gesitueerd, veelal opgebouwd uit 1 of 2 bouwlagen en een kap. Hierin vormt de gevel van het Bejaardentehuis met 4 bouwlagen een uitzondering. Aan het Hof te Zandeplein overlopend in de Hulsterweg zijn individuele grootschalige bebouwingselementen gesitueerd met een gevarieerde vormgeving en architectuur. Samenhang in het gevelbeeld wordt verkregen door eenduidige positionering in de rooilijn en afstemming bouwhoogte en massa. Verder langs de Hulsterweg zijn voornamelijk geschakelde woningblokken gesitueerd. Het Pastoor Versterplein wordt gedomineerd door de gevel van het bejaardentehuis St. Antonius en de kerk. Het gevelbeeld in deze gebieden wordt gekenmerkt door een gedifferentieerde vormgeving en bouwstijl, traditionele gevels worden geregeld afgewisseld met cultuurhistorisch waardevolle gevels in fraaie gevelarchitectuur en detaillering, het kleur- en materiaalgebruik is overwegend donker metselwerk en rode of donkere dakpannen. Beeldbepalend in Kloosterzande is tevens het groengebied t Laantje achter het Hof te Zandeplein met daarin de Nederlands Hervormde kerk. Gebieden die voor het dorpsbeeld als neutraal zijn te typeren worden door middel van een raster weergegeven. In Kloosterzande betreft het de planmatige woonwijken in het carré van de ontsluitingswegen en het bedrijventerrein aan zuidzijde langs de Hulsterweg. Vrijstaande villabebouwing langs de Hulsterweg. Verspringingen t.o.v. de rooilijn. Fraaie gevelarchitectuur en detaillering. Gesloten gevelwand met diversiteit in vormgeving en kleur- en materiaal. 52
53 Beeldkaart Kloosterzande 1.begrenzingen: min of meer gesloten ruimtelijke beeindigingen. Een begrenzing is hier niet zozeer fysiek bedoeld (een kanaal, een druke verkeersweg), maar vooral visueel (een gesloten gevelwand, wallen). 2.groenelementen allerlei zachte elementen die een betekenis voor dorp of landschap hebben (singel, bomenrijen). 3.waterkanten en oevers 4.stedelijke ruimten: duidelijk door gebouwen en/of groen gevormde ruimten, die een betekenisvolle bijdrage leveren aan de structuur van stad of dorp. 5.gevelkarakteristiek: de wijze waarop een gevelwand is samengesteld: aaneengesloten en groot van maat of aaneengesloten en opgebouwd uit kleinere zelfstandig vormgegeven panden of opgebouwd uit losse elementen, al dan niet verschillend van maat of versprongen t.o.v. de rooilijn. 6.autonoom gebouw: een gebouw dat zich door afmetingen, vormgeving of situering min of meer verzelfstandigt t.o.v. zijn omgeving en zo een rol speelt in de structuur en beeld van een stad of dorp. 7.as-werking: een denkbeeldige lijn die kan worden opgeroepen door een duidelijk vormgegeven ruimte of massa (bijv. als gevolg van sterke symmetrie). 8.richting en orientatie: een denkbeeldige lijn die een richtingverandering binnen een bepaalde structuur aangeeft. Door een teveel aan richtingen in een bepaald gebied kan desorientatie ontstaan. 9.zichtlijnen: denkbeeldige lijnen die kunnen worden opgeroepen naar aanleiding van een orientatiepunt dat van afstand te zien is. Bedrijfsterrein Woonwijken 10.samenhangende bebouwing/buurten: gebieden die een zekere mate van interne samenhang vertonen, bijv. in stedebouwkundig of architectonisch opzicht. Naast situering en vormgeving zal in dit verband vooral de functie een belangrijke rol spelen. 53
54 Sint Jansteen Welstandsnota gemeente Hulst Stedenbouwkundige ontwikkeling Sint Jansteen is gevormd rond de kruising van een aantal historische routes, Oude Drijdijck, Hoofdstraat, Brouwerijstraat en de Wilhelminastraat. Langs deze routes zijn nog enkele resten van de historische bebouwing zichtbaar. Het historische straatbeeld wordt echter nagenoeg bepaald door na-oorlogse bebouwing. De gebieden achter deze historische routes zijn voornamelijk na de tweede wereldoorlog volgebouw met planmatige woonwijken. De meest recente ontwikkelingen hebben plaatsgevonden aan de noordkant van de kern waar een nieuwe woonwijk en bedrijfsbebouwing aansluiten aan de rijksweg. Oorspronkelijke kern Historische routes Na-oorlogse wijken Recente ontwikkelingen 54
55 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van de kern Sint Jansteen wordt voornamelijk gekenmerkt door de samenkomst van de historische routes Wilhelminastraat, Brouwerijstraat, en Hemelstraat/Hoofdstraat in het hart van het dorp. Deze historische routes met kenmerkende lintbebouwing vormen de kapstok waaraan latere planmatige uitbreidingen zijn opgehangen. Vanaf de routes is de kerktoren een oriëntatiepunt voor het centrum van Sint Jansteen. De ontsluitingsstructuur van de kern is gebaseerd op de Rijksweg N60 gelegen aan de noordzijde en omgeven door groen. De kruising met De Verrekijker, de entree van het dorp, is een belangrijk knooppunt. Via de Geslechtendijk, welke een breed en groen profiel kent, wordt aangesloten op historische ontsluitingsstructuur en het centrum. De entree van Sint Jansteen wordt bepaald door een spie met bedrijfsbebouwing waarin het distributiecentrum van Neckerman, door het grootschalig karakter en lichte kleur een opvallende bouwmassa vormt.. 55
56 Welstandsnota gemeente Hulst Bebouwing en beeld De beeldkaart geeft informatie over de belangrijkste beeldbepalende elementen. De bebouwing is getekend als er sprake is van karakteristieke of beeldbepalende bebouwing. De dikt van de lijnvoering illustreert hierbij de betekenis van de gebouwen die door hoogte, massa of door de locatie een bijzondere positie innemen binnen de kern. In Sint Jansteen is deze hoofdzakelijk gesitueerd langs de historische routes en de dorpsentree. De gevelkarakteristiek langs de hoofdroutes in Sint Jansteen kent weinig samenhang en bestaat voornamelijk, op de Hoofdstraat na, uit vrijstaande elementen. De Hoofdstraat heeft een breed profiel, waaraan de centrumfuncties gesitueerd zijn. De bebouwing langs de Hoofdstraat kent weinig verspringingen t.o.v. de rooilijn. Langs de Heerstraat daarentegen bestaat de bebouwing juist wel uit losse elementen met veel verspringingen t.o.v. de rooilijn. Langs de Hoofdstraat is de bebouwing kleinschalig met voornamelijk kappen evenwijdig aan de straat. Opvallende beeldelementen zijn de kerk, de bedrijvigheid langs de Geslechtendijk, De Verrekijker, en de groenzone langs de Rijksweg N60 ten noorden van de Nieuwbouwwijk 'De Oversprong'. Qua architectuur kent Sint Jansteen een verscheidenheid aan stijlen. Kenmerkend daarbij is de bebouwing naast de kerk (aan beide kanten) en het voormalig gemeentehuis daar tegenover. Het materiaal- en kleurgebruik van de bebouwing langs de hoofdroutes bestaat voornamelijk uit rood-bruine bakstenen, met hier en daar een wit geverfde gevel. Een aantal opvallende elementen zijn de groenzone langs de Rijksweg ter hoogte van de wijk 'Tragel', en de kleinere ruimtes met landschappelijke kenmerken in de nieuwbouwwijken. De groenzone langs de Rijksweg is opgezet als bufferzone voor geluidsoverlast, maar ook om de scheiding van het stedelijk gebied tussen Hulst en Sint Jansteen te markeren. Gebieden die voor het dorpsbeeld als neutraal zijn te typeren worden door middel van een raster weergegeven. In Sint Jansteen betreft het de planmatige woonwijken achter de historische routes naar het dorpscentrum. 56
57 Beeldkaart Sint Jansteen 1.begrenzingen: min of meer gesloten ruimtelijke beeindigingen. Een begrenzing is hier niet zozeer fysiek bedoeld (een kanaal, een druke verkeersweg), maar vooral visueel (een gesloten gevelwand, wallen). 2.groenelementen allerlei zachte elementen die een betekenis voor dorp of landschap hebben (singel, bomenrijen). 3.waterkanten en oevers 4.stedelijke ruimten: duidelijk door gebouwen en/of groen gevormde ruimten, die een betekenisvolle bijdrage leveren aan de structuur van stad of dorp. 5.gevelkarakteristiek: de wijze waarop een gevelwand is samengesteld: aaneengesloten en groot van maat of aaneengesloten en opgebouwd uit kleinere zelfstandig vormgegeven panden of opgebouwd uit losse elementen, al dan niet verschillend van maat of versprongen t.o.v. de rooilijn. 6.autonoom gebouw: een gebouw dat zich door afmetingen, vormgeving of situering min of meer verzelfstandigt t.o.v. zijn omgeving en zo een rol speelt in de structuur en beeld van een stad of dorp. 7.as-werking: een denkbeeldige lijn die kan worden opgeroepen door een duidelijk vormgegeven ruimte of massa (bijv. als gevolg van sterke symmetrie). 8.richting en orientatie: een denkbeeldige lijn die een richtingverandering binnen een bepaalde structuur aangeeft. Door een teveel aan richtingen in een bepaald gebied kan desorientatie ontstaan. 9.zichtlijnen: denkbeeldige lijnen die kunnen worden opgeroepen naar aanleiding van een orientatiepunt dat van afstand te zien is. Bedrijfsterrein Woonwijken 10.samenhangende bebouwing/buurten: gebieden die een zekere mate van interne samenhang vertonen, bijv. in stedebouwkundig of architectonisch opzicht. Naast situering en vormgeving zal in dit verband vooral de functie een belangrijke rol spelen. 57
58 Vogelwaarde Welstandsnota gemeente Hulst Stedenbouwkundige ontwikkeling Onder deze naam is Vogelwaarde een jong dorp. Toen in 1970 gemeente Vogelwaarde samengevoegd werd met Hontenisse kregen de dorpen Boschkapelle en Rapenburg samen die naam, opdat Vogelwaarde behouden zou blijven. Beide dorpen kennen hun oorsprong na 1645 toen de Stoppeldijkpolder was bedijkt. Boschkapelle werd midden in die polder gesticht met een kerk en een school. Rapenburg ontstond als buurtschap op een hoek van de Ser Pauluspolder. Toen in 1814 het gemeentehuis van de gemeente stoppeldijk in Rapenburg werd gesitueerd kwam deze buurtschap tot bloei. In het begin van de vorige eeuw breidde de bebouwing zich hoofdzakelijk uit met lintbebouwing langs de historische routes vanuit de dorpscentra. Na de tweede wereldoorlog zijn deze twee dorpen langs de Bossestraat naar elkaar toegegroeid en zijn aan de noordzijde hiervan planmatige woonwijken ontwikkeld. De meest recente ontwikkelingen vinden plaats in de uitbreidingswijk Vogelwaarde-Noord met voornamelijk vrijstaande vrije sector woningen en het bedrijventerrein ten oosten daarvan. Oude Raadhuis van Rapenburg beeldbepalend. De kerk van het voormalige 'Boschkapelle'. Oorspronkelijke kern Historische routes Na-oorlogse wijken Recente ontwikkelingen 58
59 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van Vogelwaarde is gebaseerd op het ontstaan van het dorp uit twee kernen Boschkapelle en Rapenburg. In de omgeving van de kerken deze twee oorspronkelijk dorpen ontwikkelde zich in de loop van de tijd een dorpscentrum met historische bebouwing en een aantal verschillende functies. De historische routes naar deze twee dorpscentra vormen de basis voor de structuur van de huidige kern Vogelwaarde. Met de éénwording van de kern Vogelwaarde is het gebied tussen deze twee dorpscentra verdicht met planmatige woonwijken. Hierdoor zijn de oorspronkelijke dorpen Boschkapelle en Rapenburg nog nauwelijks te herkennen als aparte kernen en herinneren enkel de twee kerken als oriëntatiepunten voor de omgeving aan vroegere tijden. Opvallend zijn de relatief omvangrijke parken en sportterreinen tussen de woonwijken. De Bossestraat vormt in de ruimtelijke structuur van Vogelwaarde de belangrijkste verbindingsweg. De hoofdentrees zijn gelegen aan de zuidkant van de kern aan de Schoolstraat en Rapenburg. Kerk Rapenburg oriëntatiepunt. Bossestraat als verbinding tussen de vroegere dorpen. Landelijk karakter westzijde Bossestraat. 59
60 Welstandsnota gemeente Hulst Bebouwing en beeld De gevelkarakteristiek bestaat voornamelijk uit lintbebouwing gesitueerd aan de Bossestraat en Rapenburg en rondom de kerk van Boschkapelle. De Bossestraat wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door vrijstaande woonbebouwing uit verschillende tijdsperioden met gevarieerde vormgeving en bouwstijlen. De woningen zijn veelal in de rooilijn gepositioneerd, waarbij de bebouwingsdichtheid varieert. Voornamelijk aan de westzijde is de bebouwing op ruime onderlinge afstand gesitueerd waardoor een open bebouwingsbeeld ontstaat. De lintbebouwing langs Rapenburg is veelal geschakeld, kent weinig verspringingen t.o.v. de rooilijn en is direct aan het trottoir gesitueerd. Slechts op een aantal plaatsen is er sprake van teruggelegen bebouwing met een voortuin waardoor er sprake is van een besloten karakteristiek. Aan Rapenburg zijn het voormalige raadhuis en de kerk door hun fraaie bouwstijl en positionering twee zeer beeldbepalende panden. Opvallend voor het beeld in de kern zijn de relatief grootschalige groengebieden, het park ten zuiden van de Bossestraat, de door dichte begroeiing omgeven sportterreinen tussen de woonwijken en de afschermende groenstrook aan de rand van het bedrijventerrein. Er zijn een tweetal stedelijke ruimten terug te vinden in de kern. Het parkeerterrein bij het dorpshuis en de basisschool en het pleintje achter de kerk aan Rapenburg. Gebieden die voor het dorpsbeeld als neutraal zijn te typeren worden door middel van een raster weergegeven. In Vogelwaarde betreft het de planmatige woonwijken ten noorden van de Bossestraat en het bedrijventerrein aan de noordoost rand. Vrijstaande lintbebouwing verspringend t.o.v. de rooilijn in Bossestraat. Eenzijdige lintbebouwing aan begin Bossestraat. Fraaie cultuurhistorisch waardevolle gevels. Gesloten gevelwand met kleinschalige bebouwing aan Rapenburg. 60
61 Beeldkaart Vogelwaarde 1.begrenzingen: min of meer gesloten ruimtelijke beeindigingen. Een begrenzing is hier niet zozeer fysiek bedoeld (een kanaal, een druke verkeersweg), maar vooral visueel (een gesloten gevelwand, wallen). 2.groenelementen allerlei zachte elementen die een betekenis voor dorp of landschap hebben (singel, bomenrijen). 3.waterkanten en oevers 4.stedelijke ruimten: duidelijk door gebouwen en/of groen gevormde ruimten, die een betekenisvolle bijdrage leveren aan de structuur van stad of dorp. 5.gevelkarakteristiek: de wijze waarop een gevelwand is samengesteld: aaneengesloten en groot van maat of aaneengesloten en opgebouwd uit kleinere zelfstandig vormgegeven panden of opgebouwd uit losse elementen, al dan niet verschillend van maat of versprongen t.o.v. de rooilijn. 6.autonoom gebouw: een gebouw dat zich door afmetingen, vormgeving of situering min of meer verzelfstandigt t.o.v. zijn omgeving en zo een rol speelt in de structuur en beeld van een stad of dorp. 7.as-werking: een denkbeeldige lijn die kan worden opgeroepen door een duidelijk vormgegeven ruimte of massa (bijv. als gevolg van sterke symmetrie). 8.richting en orientatie: een denkbeeldige lijn die een richtingverandering binnen een bepaalde structuur aangeeft. Door een teveel aan richtingen in een bepaald gebied kan desorientatie ontstaan. 9.zichtlijnen: denkbeeldige lijnen die kunnen worden opgeroepen naar aanleiding van een orientatiepunt dat van afstand te zien is. Bedrijfsterrein Woonwijken 10.samenhangende bebouwing/buurten: gebieden die een zekere mate van interne samenhang vertonen, bijv. in stedebouwkundig of architectonisch opzicht. Naast situering en vormgeving zal in dit verband vooral de functie een belangrijke rol spelen. 61
62 Clinge Welstandsnota gemeente Hulst Stedenbouwkundige ontwikkeling De kern Clinge is ontstaan als lintdorp in de Clingepolder. De eerste verdichting van bebouwing langs de 's-gravenstraat ontstond ter hoogte van de kruising met de Kerkstraat aan weerszijden van de kerk. De lintbebouwing met bestaat voornamelijk uit een vermenging van historische bedrijfs- en woonbebouwing, nieuwbouw en uitbouwen. Er is daarom qua bebouwing weinig historische herkenbaarheid meer. Alleen de kerk, het klassieke witte huis, het voormalig gemeentehuis en de oudere boerderijtjes met hun stallen, hebben nog een bepaalde historische waarde. Dit geldt ook voor de Kerkstraat en de Molenstraat. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn aan de westzijde achter de lintbebouwing drie planmatige woonwijken gerealiseerd, de laatste aan de noordzijde met hoofdzakelijk vrijstaande vrije sector woningen. Oorspronkelijke kern Historische routes Na-oorlogse wijken Recente ontwikkelingen Pleinruimte voor de kerk met op de achtergrond het oude raadhuis. s-gravenstraat historische route in Clinge. 62
63 Ruimtelijke structuur Clinge kenmerkt zich door de structuur van typische lintbebouwing, loodrecht op de verkavelingstructuur. De stedelijke uitbreidingen zijn opvallende elementen ten opzichte van de lintbebouwing, zoals de buurten ten noorden en zuiden van de Kerkstraat, die abrupt eindigt in het landschap van de Clingepolder. Naast de 's-gravenstraat, is ook de Molenstraat met zijn lintbebouwing een duidelijke structuurdrager. Alleen de kerktoren in het dorpscentrum vormt een oriëntatiepunt voor de omgeving. Relatief groot van omvang maar weinig bepalend voor de structuur van de kern Clinge is de paviljoenbebouwing van De Sterre omgeven door bospercelen aan de oostzijde van het dorp achter de lintbebouwing. De verkeersstructuur wordt bepaald door de s- Gravenstraat met knooppunten op de kruisingen met de Molenstraat (richting N60), met de Clingeweg en met de Woestijnestraat (richting Nieuw-Namen). Waarbij de kruising van de 's-gravenstraat met de Clingeweg kenmerkend is als beëindiging van de kern 'Clinge'. Kenmerkend omdat er een contrast in zicht en beeld ontstaat tussen open polderlandschap en geschakelde lintbebouwing. Kerk achter de lintbebouwing oriëntatiepunt voor de omgeving. Lineaire structuur van de kern versterkt door de langgerekte 's- Gravenstraat. 63
64 Welstandsnota gemeente Hulst Bebouwing en beeld Clinge bevat zoals eerder vermeld typische lintbebouwing langs de 's- Gravenstraat en de Molenstraat. De dichtheid en geslotenheid van bebouwing neemt af naarmate men in noordelijke richting de 's- Gravenstraat afgaat. Waarbij men ter hoogte van de kruising met de Clingeweg een goed overzicht heeft op het open polderlandschap tot aan de kern van Hulst. De lintbebouwing Langs de 's-gravenstraat kent weinig tot geen samenhang. De geschakelde bebouwing wordt vaak onderbroken en afgewisseld met vrijstaande bebouwing, waarbij een diversiteit in positionering, bouwhoogte en massa, vormgeving en kleur- en materiaalgebruik te herkennen is. De continuïteit wordt voornamelijk gewaarborgd door de doorgaande route. Doordat langs deze route weinig tot geen groenelementen aanwezig zijn, heeft de openbare ruimte een stedelijk uiterlijk. Aan het einde van de s-gravenstraat (ten noorden) vervalt de geschakelde bebouwing in vrijstaande elementen met relatief grote verspringingen ten opzichte van de rooilijn. Kenmerkend voor deze straat zijn door de transparantie tussen de lintbebouwing de zichtbaarheid van de opvallend gekleurde boerderijen. Een zelfde gevelbeeld is te herkennen in de Molenstraat en Kerkstraat. Deze laatste eindigt abrupt in het open polderlandschap het geen een open beeld geeft. De losse bebouwingselementen ten oosten van Clinge is de psychiatrische inrichting 'De Sterre'. Voor het beeld in het landschap zijn deze elementen samen met de begroeiing als één geheel herkenbaar. Gebieden die voor het dorpsbeeld als neutraal zijn te typeren worden door middel van een raster weergegeven. In Clinge betreft het de planmatige woonwijken ten westen van de s-gravenstraat. Hierin vormt de Kennedylaan, ingericht met het breed profiel van gescheiden rijbanen en een brede middenberm met solitairen, een stedelijke ruimte die de lintbebouwing verbindt met de achterliggende planmatige wijken. Veelal aardkleurige metselwerk en donkere of rode dakpannen. Achterliggende boerderijen zichtbaar tussen de lintbebouwing. Vrijstaande lintbebouwing gevarieerd in vormgeving en bouwstijl. Geschakelde lintbebouwing. 64
65 Beeldkaart Clinge 1.begrenzingen: min of meer gesloten ruimtelijke beeindigingen. Een begrenzing is hier niet zozeer fysiek bedoeld (een kanaal, een druke verkeersweg), maar vooral visueel (een gesloten gevelwand, wallen). 2.groenelementen allerlei zachte elementen die een betekenis voor dorp of landschap hebben (singel, bomenrijen). 3.waterkanten en oevers 4.stedelijke ruimten: duidelijk door gebouwen en/of groen gevormde ruimten, die een betekenisvolle bijdrage leveren aan de structuur van stad of dorp. 5.gevelkarakteristiek: de wijze waarop een gevelwand is samengesteld: aaneengesloten en groot van maat of aaneengesloten en opgebouwd uit kleinere zelfstandig vormgegeven panden of opgebouwd uit losse elementen, al dan niet verschillend van maat of versprongen t.o.v. de rooilijn. 6.autonoom gebouw: een gebouw dat zich door afmetingen, vormgeving of situering min of meer verzelfstandigt t.o.v. zijn omgeving en zo een rol speelt in de structuur en beeld van een stad of dorp. 7.as-werking: een denkbeeldige lijn die kan worden opgeroepen door een duidelijk vormgegeven ruimte of massa (bijv. als gevolg van sterke symmetrie). 8.richting en orientatie: een denkbeeldige lijn die een richtingverandering binnen een bepaalde structuur aangeeft. Door een teveel aan richtingen in een bepaald gebied kan desorientatie ontstaan. 9.zichtlijnen: denkbeeldige lijnen die kunnen worden opgeroepen naar aanleiding van een orientatiepunt dat van afstand te zien is. Bedrijfsterrein Woonwijken 10.samenhangende bebouwing/buurten: gebieden die een zekere mate van interne samenhang vertonen, bijv. in stedebouwkundig of architectonisch opzicht. Naast situering en vormgeving zal in dit verband vooral de functie een belangrijke rol spelen. 65
66 Overige kernen Welstandsnota gemeente Hulst Ruimtelijke structuur In de ruimtelijke opbouw van de overige kleinere kernen zijn twee verschillende types te onderscheiden. Ten eerste kernen met een radiale structuur, waarbij op de samenkomst van verschillende ontsluitingswegen een dorp is ontstaan Dit zijn Lamswaarde, Hengstdijk, Nieuw- Namen, Graauw, Ossenisse en Paal. Daarnaast zijn er kernen met een sterke lineaire structuur te herkennen. Deze dorpen zijn ontstaan als lintbebouwing aan een weg of dijk. Dit zijn Heikant, Terhole, Walsoorden, Kapellebrug en Kuitaart. Nieuw-Namen Op de kruising van wegen van uit Nederland en Belgie is het grensdorp Nieuuw-Namen/Kieldrecht ontstaan. In de totale structuur van het grensdorp vormt de grensovergang met het grenskantoor het centrale punt. De Hulsterloostraat met karkteristieke lintbebouwing vormt de centrale ruimte op Nederlands gedeelte van de kern. Vanuit de Woestijnestraat krijgt men op afstand een fraai landschappelijk beeld van Nieuw Namen, waarbij de centraal liggende kerk als oriëntatiepunt herkenbaar is. Radiale structuur Lamswaarde Lamswaarde is ontstaan op de kruising van de Fred. Hendrikstraat, Dreef en J. de Waalstraat. De kerk gelegen aan de J. de Waalstraat vormt een oriëntatiepunt voor de omgeving. Ten zuidoosten van deze kruising achter de lintbebouwing van de Dreef hebben verdichtingen met woningbouw plaatsgevonden. Hengstdijk Hengstdijk is ontstaan aan de oevers van de kreek De Vogel rondom de samenkomst van de Sint Jozefstraat en de Hengstdijkse kerkstraat, waaraan de kerk is gesitueerd. Ten westen van de kern ligt de Hengstdijksestraat, die de verbinding met Kloosterzande en Vogelwaarde vormt. Rondom het dorpshart is kleinschalig planmatige woningbouw gesitueerd. Het recreatiegebied de Vogel ligt ten zuiden van het dorp aan de oever van de kreek en is wat omvang betreft bijna even groot als het dorp zelf. Gesloten gevelwanden en kerk als oriëntatiepunt. 66 Gevarieerde bouw- en goothoogte, kleur- en materiaalgbruik. Lintbebouwing verspringend t.o.v. de rooilijn.
67 Graauw Vanaf Zandberg vormt de Zandbergsestraat de zuidelijke toegang van Graauw, waarna deze overgaat in de Dorpstraat. Samen met de Graauwse dijk, kunnen deze twee elementen gekenmerkt worden als de structuurdragers van Graauw, waarbij de kruising van deze structuurdragers een knooppunt vormt. In de oksel van deze twee linten is de kern de afgelopen decennia uitgebreid met woningbouw. Ossenisse De kerk, een oriëntatiepunt voor de omgeving, ligt centraal in Ossenisse. Het dorp is langs de straten er omheen, de Dorpsstraat, Kipstraat en Lageweg in de loop van de tijd organisch gegroeid. Paal Langs de zeedijk is Paal ontstaan als vissersdorp. Het dorp is opgebouwd uitverschillende lagen. Buitendijks is aan het verdronken land van Saeftinghe de kleine jachthaven gesitueerd. Direct achter de dijk staat de eerste lintbebouwing, die met de achterzijde is georiënteerd op de rest van het dorp, wat enkele meters lager is gelegen. Belangrijk in Paal zijn achterzijdes en dakvlakken van de kleinschalige dorpsbebouwing die van hoger of lager gelegen gedeelten duidelijk zichtbaar zijn. Lineaire structuur Heikant Vanuit Sint Jansteen loopt de Wilhelminastraat door tot in Heikant. Ook langs deze route ontwikkelde zich in de loop van de tijd een lintbebouwing. Bij "t Hoekje" en bij de kerk aan de Julianastraat vindt enige verdichting plaats. Even voorbij "t Hoekje" opent de ruimte zich weer naar het landschap en de kerktoren komt in beeld als oriëntatiepunt in het landschap. Terhole Langs de rijksweg N60 die de oorspronkelijke verbinding tussen Hulst en het veer bij Walsoorden vormde is als lintbebouwing het dorp Terhole ontstaan. In de loop van de tijd is de kern vanaf de Hulsterweg langs de Notendijk de polder in gegroeid. Hieraan hebben aan weerszijden verdichtingen met woningbouw plaatsgevonden. Kenmerkend voor Terhole is de lagere ligging van de kern ten opzichte van de lintbebouwing aan de Hulsterweg. De kerk vormt op de kruising van de wegen een oriëntatiepunt voor de omgeving. Bebouwing beneden de dijk in Paal. Achterzijdes en dakvlakken lager gelegen bebouwing duidelijk zichtbaar. Vrijstaande lintbebouwing gevarieerd in vormgeving en bouwstijl. Lintbebouwing in Terhole langs de Hulsterweg. 67
68 Welstandsnota gemeente Hulst Walsoorden Het dorp is ontstaan ten noorden van het haventje en bestaat uit de organisch gegroeide lintbebouwing langs de Walsoordensestraat. De zeedijk op de kop van dit lint vormt de visuele begrensing ervan. Ten zuiden van deze straat ligt het bedrijventerrein dat enkele malen groter is dan Walsoorden zelf. Kapellebrug Kapellebrug is een kleine kern langs de Rijksweg N60. De N60 en de route naar Sint Jansteen (Brouwerijstraat) kruisen elkaar op het centrale punt van dit dorpje, bij het kapelletje. De Rijksweg en de parallel lopende Sint Janstraat vormen samen de ontsluiting van dit typisch Belgisch georiënteerde dorp. Kuitaart Kuitaart is net als Terhole ontstaan als lintbebouwing langs de rijksweg N60 en is nooit verder ontwikkeld. De kreek De Vogel verdeelt het dorp in twee delen. De molen in het zuidelijk deel vormt een oriëntatiepunt voor de omgeving. 68 Vrijstaande lintbebouwing gevarieerd in positionering en bouwsmassa en -hoogte. Gesloten gevelbeel met kleinschalige lintbebouwing.
69 Bebouwing en beeld De bebouwing in deze kleinere kernen bestaat uit lintbebouwing en meer recente planmatige en vrije sector woonbebouwing. De lintbebouwing vertoont grote verschillen voor wat betreft bebouwingsdichtheid, bouwmassa s, positionering en functies. In de kernen met een radiale ruimtelijke structuur en het dorp Walsoorden is in de oorspronkelijke straten sprake van gesloten gevelwanden, bestaande uit vrijstaande kleinschalige woningen met weinig verspringingen ten opzichte van de rooilijn. Deze gevelwanden vertonen een grote variatie voor wat betreft bouw- en goothoogte, kapvorm en richting, gevelindeling en vormgeving. De woningen zijn hoofdzakelijk opgebouwd uit aardkleuring metselwerk en een dakbedekkikng van donkere of rode dakpannen. De overige kernen, Heikant, Terhole, Kapellebrug en Kuitaart kenmerken zich in de morfologie voornamelijk door de losse, vrijstaande bebouwingsmassa's langs de hoofdroutes. Er is sprake van lintbebouwing, maar de bebouwing is minder aaneengeschakeld zoals in de overige kernen. Ook voor wat betreft positionering, vormgeving en kleur en materiaalgebruik is er sprake van een grote variatie. Gesloten gevelbeel met kleinschalige lintbebouwing. Vrijstaande bebouwing op of beneden dijk gesitueerd. Verspringingen t.o.v. de rooilijn. Opvallend kleurgebruik Geschakelde bebouwing met gevarieerde bouwhoogten. Gebogen lintstructuur met fraai pand in de bocht. 69
70 Welstandsnota gemeente Hulst 3.3 Ruimtelijke visie Voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente Hulst vormen de aanwezige waardevolle landschappelijke karakteristieken en cultuurhistorische kwaliteiten binnen van de vesting van Hulst en de verschillende dorpskernen het uitgangspunt. Landschap De landschappelijke kwaliteiten zijn terug te vinden in de opbouw en differentiatie van het landschap. Kenmerkend voor het grootste gedeelte van het grondgebied van Hulst is het als een lappendeken opgebouwde polderlandschap met weidse, open en rationeel verkavelde polders van elkaar gescheiden door middel van polderdijken met hoog opgaande rijen populieren. In dit waardevolle coullisselandschap is de bebouwing geconcentreerd in dorpskernen of verspreid langs polderdijken of als vrijstaande boerederijen in de polders gesitueerd. Door het open karkater van het landschap zijn de dorpsranden en verschillende bebouwingselementen van afstand duidelijk waarneembaar. Het is daarom van belang om ruime aandacht te besteden aan de positionering en massa van de bebouwing en het kleur- en materiaalgebruik. In en aangrenzend aan het polderlandschap liggen drie ecologische zones, buitendijks het verdronken land van Saeftinghe, rondom kreekrestant De Vogel en de zone langs de vesting van Hulst. Deze zones zijn vrijwel gevrijwaard van bebouwing en vertegenwoordigen grote natuurlijke waarden. Deze ruimtelijke kwaliteiten dienen bij toekomstige ontwikkelingen behouden te blijven Het zuidelijke gedeelte van de gemeente is veel beslotener van aard. Het ruimtelijk beeld wordt hier gekarakteriseerd door de afwisseling van dorpskernen en besloten bospercelen gesitueerd op dekzandgronden. Het is van belang dat de ruimtelijke diversiteit in bebouwing en beplanting behouden en waar mogelijk wordt versterkt. Kernen De vestingstad Hulst vertegenwoordig grote cultuurhistorische waarden. De oude verdedigingswerken van wallen en vest zijn nog grotendeels intact. De historische stedenbouwkundige structuur en bebouwing daarbinnen vertegenwoordigd een grote beeldkwaliteit. Het is heel belangrijk deze ruimtelijke karakteristiek te behouden en waar mogelijk binnen de historische stedenbouwkundige structuur in samenhang met de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te versterken of te vernieuwen. Binnen de kleinere dorpskernen verspreid in het landschap zijn de historische routes of ruimten duidelijk herkenbaar. De hier aan gesitueerde (lint)bebouwing bestaat voornamelijk uit een vermenging van historische bedrijfs- en woonbebouwing, nieuwbouw en uitbouwen. Wat betreft bebouwing is er weinig historische herkenbaarheid. Veelal hebben enkel de kerk, het voormalig raadhuis, enkele klassieke huizen en een aantal oudere boerderijtjes met hun stallen een bepaalde historische waarde. Het is daarom van belang in deze beeldbepalende gebieden deze aanwezige cultuurhistorisch waardevolle elementen te behouden en bij nieuwe ontwikkelingen te streven naar kwalitatief hoogwaardige invullingen. 70
71 Ruimtelijke visie 71
72 Welstandsnota gemeente Hulst 3.4 Gebiedsindeling Uit de analyse en de ruimtelijke visie is gebleken dat de gemeente Hulst zich voornamelijk laat karakteriseren door een coulisselandschap van open polders begrensd door polderdijken met hoogopgaande rijen populieren en verspreid liggende boerderijen. In het zuidelijk deel wordt dit beeld afgewisseld met een open vrijwel onbebouwde ecologische zone en besloten bospercelen. De bebouwingsconcentraties zijn terug te vinden in de grootste kern, de historische vestingstad Hulst en in de verspreid over het gemeentelijk grondgebied liggende kleinere dorpen opgebouwd uit lintstructuren met daaraan kleinschalige planmatige uitbreidingen. Typerend hierbij is de diversiteit aan bouwstijlen, massa s en dichtheden in de dorpskernen en linten. De indeling en samenhang van gebieden wordt daarom met name bepaald door de dynamiek, functie en landschappelijke en/of historische betekenis van de verschillende ruimtelijke elementen en gebieden. Met dit als uitgangspunt kan worden samengevat dat Hulst uit de volgende gebiedscategorieën bestaat. Vesting Hulst Dit deelgebied omvat de vestingstad Hulst. Dat wil zeggen de vestingwerken, wallen en Binnenvest, en de daarbinnen gelegen cultuurhistorisch waardevolle stedenbouwkundige structuren en bebouwing. Tevens ligt in dit gebied het beschermd stadsgezicht Hulst. Dorpskernen en lintstructuren Deze gebiedscategorie bestaat uit drie ruimtelijk en functioneel van elkaar verschillende gebieden of structuren. De historische routes Steensedijk/Absdaalseweg/Maelstedeweg, de Zoutestraat en de Tivoliweg, vormen de stadsentrees van de vesting Hulst. Daarnaast zijn in alle kleinere kernen de oorspronkelijke straten te herkennen waaraan deze kernen zijn ontstaan. Deze straten worden veelal gekenmerkt door kleinschalige en relatief gesloten gevelkarakteristieken. De gedifferentieerde lintstructuren van Heikant en Kapellebrug vormen hierop een uitzondering. Deze linten hebben door hun diversiteit in bouwmassa s, positionering en functies andere beeldkwaliteitsaspecten dan de overige dorpslinten. Woongebieden De gebiedscategorie woongebieden is onder te verdelen in twee soorten woonwijken, de planmatige en vrije sector wijken. De planmatige woonwijken kennen een gestructureerde opbouw met veelal rijenwoningen in een strokenverkaveling met een eigen tijdsbeeld in stedenbouwkundige structuur en bebouwingstypologie. De vrije sector wijken hebben een gedifferentieerde opbouw bestaande uit vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen, die enkel samenhang vertonen in bouwhoogte, positionering en soms kleur- en materiaalgebruik. Bedrijventerreinen Tot deze gebiedcategorie behoren de gebieden die een grote functionele samenhang kennen. In de gemeente Hulst is enkel een aantal kleinere bedrijventerreinen te herkennen. Deze zijn ingericht met grootschalige vrijstaande bedrijfspanden, waarbij veelal vormgeving en detaillering ondergeschikt is aan de bedrijfsvoering. 72
73 Sport- en recreatiegebieden Onder sport- en recreatiegebieden vallen sportvelden, campings en parkgebieden, welke voornamelijk aan de rand van de verschillende kernen en langs de zeedijk zijn gesitueerd. Deze gebieden worden veelal omgeven door een afschermende groenstrook. Besloten, onbebouwde gebieden Deze gebiedscategorie bestaat uitsluitend uit bospercelen, die in tegenstelling tot het polderlandschap gekenmerkt worden door een grote mate aan beslotenheid en sporadische bebouwing. Poldergebied Het grootste gedeelte van de gemeenten is poldergebied. Kenmerkende rationeel verkavelde open polders begrensd door dijken met rijen populieren zorgen voor schijnbaar willekeurige onderverdeling van het landschap. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande dijkbebouwing of verspreid liggende boerderijen, die door het open karakter van het poldergebied van afstand waarneembaar zijn. Ecologische zones In de gebiedscategorie ecologische zones zijn de gebieden opgenomen die gekenmerkt worden door de natuurlijke en landschappelijke waarden, zoals het verdronken land van Saeftinghe en de gebieden rondom De Vogel en langs de vesting van Hulst. Dit resulteert in een heel open ruimtelijk beeld, voornamelijk ingericht met grasland, weinig opgaande begroeiing en slecht sporadisch bebouwing in de vorm van een boerderij. 73
74 Gebiedsindeling Welstandsnota gemeente Hulst Vesting Hulst Dorpskernen en lintstructuren Woongebieden Bedrijventerreinen Sport- en recreatiegebieden Besloten, onbebouwde gebieden Poldergebied Open ecologische zones Westerschelde 74
75 3.5 Welstandsniveaus De essentie van een gebiedsgericht welstandsbeleid is een zorgvuldige gebiedsindeling en een hierop afgestemd selectief beleid. In de ruimtelijke analyse en visie is een beschrijving en een ontwikkelingsrichting geschetst met betrekking tot de belangrijkste ruimtelijke eigenschappen en beeldkwaliteitsaspecten van de gemeente Hulst. Op basis daarvan is het gemeentelijk grondgebied opgedeeld in ruimtelijk/morfologisch of functioneel samenhangende deelgebieden. Afhankelijk van de waarde en de gevoeligheid van het gebied en de betekenis voor het collectieve beeld van de gemeente is voor elk deelgebied een welstandsniveau vastgesteld. Hierbij is onderscheid gemaakt in de volgende vierdeling: - Niveau 1 : Zeer waardevolle welstandsgebieden (extra bescherming gericht op consolidatie van de historische context) - Niveau 2 : Bijzondere welstandsgebieden (extra inspanning tot voordeel van de ruimtelijke kwaliteit) - Niveau 3 : Reguliere welstandsgebieden (normale inspanning met als uitgangspunt het handhaven van de basis kwaliteit) - Niveau 4 : Welstandsvrije gebieden (geen welstandstoetsing) Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden Zeer waardevolle welstandsgebieden worden slechts aangewezen als er sprake is van zeer hoge cultuurhistorische, architectonische en/of stedenbouwkundige kwaliteiten en het gebied van cruciale betekenis is voor het totaalbeeld van de kernen en/of het landschap. In deze welstandsgebieden zal de welstandscommissie de gebiedsgerichte welstandscriteria zeer nauwgezet toepassen gericht op het behoud van de bestaande cultuurhistorisch waardevolle omgeving. De historische vesting van Hulst en het daarin gelegen beschermde stadsgezicht is aangewezen als zeer waardevol welstandsgebied. Ook individuele monumenten vallen hieronder, ongeacht het welstandsniveau van het gebied waarin ze liggen. 1. Vesting Hulst Het welstandsniveau bepaalt de aard en de intensiteit waarmee de bouwplannen aan de diverse welstandscriteria zullen worden getoetst. Afhankelijk van het welstandsniveau worden de beoordelingsaspecten streng, kritisch, licht of niet gehanteerd.op deze manier worden de gebiedseigen waarden met betrekking tot beeldkwaliteit doeltreffend beschermd en/of versterkt. In het algemeen geldt: hoe waardevoller de gebiedskarakteristiek, hoe hoger het welstandsniveau. 75
76 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden Onder dit welstandsniveau vallen de gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Deze bijzondere welstandsgebieden zijn cultuurhistorisch, landschappelijk en/of stedenbouwkundig gezien beeldbepalend voor de kernen of het landschap binnen de gemeente. Nieuwe ingrepen dienen daarbij extra zorgvuldig binnen de bestaande context te worden beoordeeld. Het gaat hierbij om de historische routes naar de vesting van Hulst, de stadsentrees, de oorspronkelijke dorpslinten waaraan de verschillende kleinere kernen zijn ontstaan evenals de gedifferentieerde linten van de kernen Kapellebrug en Heikant. Daarnaast is het kenmerkende coulisselandschap beeldbepalend voor grootste deelgebied van de gemeente, het poldergebied. 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden Onder dit niveau vallen de gebieden die om een normale en zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Deze gebieden kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De gemeente stelt geen specifieke eisen aan de ruimtelijke kwaliteit en de welstandsbeoordeling heeft als uitgangspunt het handhaven van de basiskwaliteit. Voor Hulst betreft dit alle planmatige en vrije sector woongebieden, bedrijventerreinen en grootschalige voorzieningenlocaties, sport-, recreatie en overige groengebieden en bosgebieden. 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied Welstandsniveau 4 Welstandsvrije gebieden Welstandsvrije gebieden zijn volgens artikel 12 van de Woningwet, gebieden die uit oogpunt van bescherming van de visuele kwaliteit als ongevoelig kunnen worden aangemerkt. In deze gebieden worden bouwaanvragen dan ook niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Op basis van de aanwezige ruimtelijke karakteristieken en het vigerend gemeentelijk beleid wordt het aanwijzen van welstandvrije gebieden in de gemeente Hulst niet wenselijk geacht. De gemeente gaat er vanuit dat de uitbreiding van het aantal vergunningvrije bouwwerken in de nieuwe Woningwet reeds in voldoende mate welstandsvrijheid zal verschaffen. 76
77 Welstandsniveaus landschap Welstandsniveau 1 : Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Welstandsniveau 2 : Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 : Reguliere welstandsgebieden 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied Kernen 77
78 Welstandsniveaus kernen Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden Hulst 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied 78
79 Sint Jansteen Kloosterzande 79
80 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Vogelwaarde Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied 80
81 Clinge Graauw 81
82 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied Heikant 82
83 Kapellebrug Lamswaarde 83
84 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied Nieuw-Namen 84
85 Hengstdijk Kuitaart Paal 85
86 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau 1 Zeer waardevolle welstandsgebieden 1. Vesting Hulst Ossenisse Welstandsniveau 2 Bijzondere welstandsgebieden 2. Stadsentrees 3. Dorpslinten 4. Gedifferentieerde linten 5. Poldergebied Welstandsniveau 3 Reguliere welstandsgebieden 6. Planmatige woongebieden 7. Vrije sector woongebieden 8. Bedrijventerreinen 9. Grootschalige voorzieningen 10. Sport-, recreatie en overige groengebieden 11. Bosgebied 86
87 Terhole Walsoorden 87
88 Welstandsnota gemeente Hulst 88
89 4 Algemene welstandscriteria 89
90 Welstandsnota gemeente Hulst 90
91 4.1. Toelichting In dit hoofdstuk worden de algemene welstandscriteria genoemd, die bij iedere welstandsbeoordeling worden gehanteerd. Deze criteria zijn gebaseerd op de notitie 'Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid', van Prof. Ir. Tj. Dijkstra (1985, herzien en opnieuw uitgegeven in 2001), die mede aanleiding is geweest voor de nieuwe Woningwet. De algemene welstandscriteria die in deze paragraaf worden genoemd richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. Hoewel dit gebruik van de hardheidsclausule betekend dat de welstandscommissie elke valide argumentatie kan aanvoeren om het plan te beoordelen, zal dit in de praktijk betekent dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van 'redelijke eisen van welstand' ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te vallen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggevallen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. 91
92 Welstandsnota gemeente Hulst 4.2. Beoordelingscriteria Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Hierbij kan men denken aan het realiseren van beeldende kunst in de openbare ruimte. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden ver wacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen. 92
93 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te 'begrijpen' als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. 93
94 Welstandsnota gemeente Hulst Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst. 94
95 Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat. 95
96 Welstandsnota gemeente Hulst 96
97 5 Gebiedsgerichte welstandscriteria 97
98 Welstandsnota gemeente Hulst 98
99 5.1. Toelichting De gebiedsgerichte uitwerkingen dienen gezien te worden als een beoordelingskader gerelateerd aan de bestaande ruimtelijke context. Een beoordelingskader omvat het beeld dat een beoordelaar nodig heeft voor toetsing van bouwplannen en dat een ontwerper gebruikt om een context gerelateerd ontwerp te vervaardigen, wat een meerwaarde vormt in zijn omgeving. De mate van uitwerking is in eerste plaats gerelateerd aan het welstandsniveau wat geldt voor het betreffende gebied. Daarnaast zijn ook de aanwezige kwaliteiten, de kwetsbaarheid, de omvang en de te verwachten ontwikkelingen op diverse schaalniveaus van invloed op de mate van uitwerking. In beginsel vormt de bestaande situatie het uitgangspunt voor welstandsbeoordeling, maar incidentele eigentijdse invulling dient, uiteraard goed beargumenteerd, ook mogelijk te zijn. In dergelijke gevallen zal de welstandscommissie teruggrijpen naar de algemene welstandscriteria (hoofdstuk 4). Een gebiedsgericht beoordelingskader bestaat uit de volgende onderdelen: Gebiedsbeschrijving De gebiedsbeschrijving bestaat uit een algemene beschrijving van de ligging en de cultuurhistorische betekenis, de begrenzingen van het welstandsgebied, de stedenbouwkundige structuur en de bouwstijl en de architectonische principes. Een gebiedsbeschrijving vormt hiermee een wezenlijk onderdeel van een gebiedsuitwerking en daarmee van de beoordeling van bouwaanvragen. Bij de welstandstoetsing dient namelijk niet alleen gekeken te worden naar de beeldkwaliteit van het te realiseren bouwwerk maar ook naar de relatie van het bouwwerk met zijn omgeving en de gewenste ontwikkelingen van die omgeving. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid Per gebied is op basis van de ruimtelijke en beleidsanalyse aangegeven wat de waardebepaling, eventuele ontwikkelingen en beleidsintenties zijn voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij worden aandachtspunten voor welstandstoetsing aangegeven en wordt veelal verwezen naar gerelateerde beleidsplannen (beeldkwaliteitplan, stedenbouwkundige visie, bestemmingsplan). Met name voor gebieden waar het ambitieniveau ten aanzien van de verschijningsvorm hoog ligt zal de gemeente een integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid voeren. Het gaat dan niet alleen om de welstandsbeoordeling van bouwwerken, maar ook om de afstemming met bijvoorbeeld de inrichting van de openbare ruimte. 99
100 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau Voor elk gebied is het gewenste welstandsniveau vastgesteld (hoofdstuk 3). Alle bouwplannen in een gebied zullen op het vastgestelde welstandsniveau aan de gebiedsgerichte criteria worden getoetst. In de volgende gevallen zal altijd op het hoogste welstandsniveau (gelijk aan het welstandsniveau van (cultuurhistorisch) zeer waardevolle gebieden) worden getoetst: - Verbouwingen en uitbreidingen van of grenzend aan monumenten en beeldbepalende panden (omschreven in Monumenteninventarisaties of bestemmingsplannen). - Bouwen of verbouwen in de onmiddellijke nabijheid van monumenten en beeldbepalende panden. - Plannen die niet passen binnen de gebieds- of objectgerichte beoordelingskaders maar wel voldoen aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld aan de hand van de algemene welstandscriteria (hardheidsclausule). - Plannen die een uniciteit / bijzondere betekenis hebben voor de gemeente of de directe omgeving (winkelcentra, schouwburgen e.d.). Welstandscriteria De gebiedsgerichte welstandscriteria geven aan hoe een bouwwerk zich moet gedragen en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden meegenomen/gebruikt. De criteria dienen dan ook gebaseerd te zijn op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Dat betekent overigens niet dat om een imitatie van historische of andere bestaande elementen wordt gevraagd, juist een eigentijdse vormgeving kan de karakteristieken benadrukken. De criteria kunnen beschouwd worden als een kader voor de welstandscommissie waarbinnen getoetst moet worden. Daarnaast vormen de criteria discussiepunten waarmee de welstandscommissie een dialoog kan aangaan met de ontwerper/aanvrager. Voldoet een bouwaanvraag niet aan redelijke eisen van welstand dan kan op basis van argumentatie voortvloeiende uit het beoordelingskader een negatief welstandsoordeel gegeven worden. Naast een toetsende functie hebben de criteria ook een stimulerende werking. Door vooraf aangeven van de belangrijkste beoordelingsaspecten en de gewenste kwaliteit in een gebied kan de aanvrager en/of ontwerper daarmee rekening houden en gestimuleerd worden. 100
101 Bij het opstellen van de gebiedsgerichte welstandscriteria zijn de onderstaande beoordelingsaspecten behandeld. Hoe hoger de bestaande of gewenste beeldkwaliteit in een gebied is gewaardeerd, des te gedetailleerder zullen alle of specifieke beoordelingsaspecten worden behandeld. In gebieden waar meer vrijheid wordt voorgestaan zullen voor sommige aspecten geen of in beperkte mate welstandscriteria worden opgesteld: Situering: In deze categorie komt de situering van een gebouw aan de orde. De positie van het gebouw/bouwwerk in relatie tot de belendingen, stedenbouwkundige opzet en de publieke ruimte. Onderdelen: positie onderling, afstand onderling, plaatsing op kavel, bouwrichting, herhaling/ritmiek. Massa en vorm: Het gaat hier om de hoofdvorm en massa van een gebouw in relatie tot of met de omgeving. In de ruimtelijke verschijningsvorm is de massa en de vorm van het gebouw het intermediair tussen stedenbouwkundige en architectonische beeldaspecten. Onderdelen: opbouw hoofdmassa, profiel ruimte, samenstelling massa, kapvorm en richting, relatieve omvang, vormbehandeling. Gevelkarakteristiek: Het gaat hier om de karakteristieken die invulling geven aan de verschijningsvorm en aanzichten van een gebouw of bouwwerk. Naast de relatie met de omgeving wordt hier met name de karakteristiek van het gebouw als object behandeld en gewaardeerd. Onderdelen: gerichtheid en oriëntatie, geleding, indeling en plasticiteit. Detaillering, kleur en materiaal: Het gaat hier om de helderheid en variaties van de kleurtoepassingen en het materiaalgebruik. Kleur en materiaal zijn zeer beeldbepalend voor de verschijningsvorm van een gebouw, straat en/of gebied. Onderdelen: gaafheid/oorspronkelijkheid, materiaalgebruik, kleurtoon en toepassing, decoraties en ornamenten. De gebiedsgerichte welstandscriteria dienen gericht te zijn op een bepaalde mate aan afstemming van de hiervoor genoemde aspecten van een gebouw of bouwwerk op de bestaande of gewenste gebiedskarakteristiek. Bij het formuleren van criteria is rekening gehouden met de hardheid van de criteria. Strenge criteria bieden weinig ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en hebben vaak een behoudende werking. Voor gebieden met een hoge beeldkwaliteit zijn behoudende criteria zeer geschikt. Zo zullen in de historische binnenstad hardere eisen worden gesteld aan de gevelaanzichten dan bijvoorbeeld in woongebieden van na Sturende en ruim te interpreteren welstandscriteria bieden meer flexibiliteit en ontwikkelingsvrijheid waarvan adviserende criteria de meeste speelruimte leveren. Om de interpretatiemogelijkheden en prioriteitsstelling van de beoordelingsaspecten te vertalen in de welstandscriteria is gebruik gemaakt van de termen behouden, interpreteren, wenselijk, verplicht veranderen of uitsluiten. De term behouden is gericht op dwingend handhaven en wenselijk is bedoeld als sturend ontwikkelen. Op deze manier wordt voor elk van belang zijnde kenmerk of eigenschap aangegeven hoe hiermee, in relatie tot de bestaande context, om dient te worden gegaan. 101
102 Welstandsnota gemeente Hulst Behouden: behouden in de zin van handhaven van bestaande beeldaspecten bij (vervangende) nieuwbouw, renovatie en verbouwingen. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat men nauwgezet dezelfde eigenschappen in zijn oorspronkelijke vorm in een ontwerp dient te verwerken, maar wel dat in verre mate gestreefd dient te worden naar een gelijkende vormgeving. De afwijkingsmogelijkheden ten opzichte van de bestaande context zijn beperkt. Interpreteren: interpretatie in de zin van het benaderen van een beeldaspect bij (vervangende) nieuwbouw, renovatie en verbouwingen. Benaderen houdt in dat een vertaling of bewerking van bestaande beeldaspecten naar een meer eigentijdse vormentaal mogelijk is met respect voor de bestaande context. Interpreteren geeft daarmee meer vrijheid dan bedoeld met de term behouden, voor wat betreft vormgeving, detaillering, profielen en kleur- en/of materiaalgebruik. (Gericht) veranderen: veranderen in de zin van doelbewust vernieuwen of het uitdrukkelijk afwijken van beeldaspecten bij (vervangende) nieuwbouw, renovatie en verbouwingen. Het gaat hierbij om het inzetten van ontwikkelingen ter verbetering van de bestaande beeldkwaliteit. Dit betekent dat een verandering mogelijk is mits deze past binnen de gewenste ontwikkeling. Deze verandering/afwijking zal in de criteria concreet worden aangegeven. Wensen: veranderen in de zin van vrijblijvend behouden of vernieuwen door het toevoegen van nieuwe beeldaspecten bij (vervangende) nieuwbouw, renovatie en verbouwingen. Het gaat hierbij om aanbevelingen vanuit de gemeente om richting te geven aan ontwikkelingen ter verbetering van de bestaande beeldkwaliteit. Vrijgeven: vrijgeven in de zin van volledige welstandsvrijheid om het betreffende beeldaspect te veranderen bij (vervangende) nieuwbouw, renovatie en verbouwingen. Uiteraard kan de commissie een initiatiefnemer altijd vrijblijvend adviseren. Welstandsvrije beeldaspecten worden niet als zodanig benoemd, dat betekent dus ook dat het aspect ook niet beoordeeld wordt. Uiteraard kan de commissie aan een initiatiefnemer altijd vrijblijvend advies geven. Naast de genoemde opties kan er sprake zijn van situaties waarin de bestaande beeldkwaliteit door bepaalde ontwikkelingen kan worden aangetast of reeds is aangetast. Het kan dus voorkomen dat bepaalde niet passende, ongewenste of beeldverstorende kenmerken en eigenschappen verplicht dienen te worden veranderd of expliciet worden uitgesloten. In deze termen zit uiteraard een bepaalde reikwijdte en overlapping, die alleen per situatie (bouwplan en context) nader geïnterpreteerd kan worden. Alleen in samenhang met alle onderdelen van een bouwplan kan de relevantie van afzonderlijke criteria bepaald worden. In de gebiedsgerichte welstandscriteria wordt daarnaast regelmatig verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken en welstandscriteria voor specifieke type bouwwerken. Deze criteria dienen altijd in samenhang met de gebiedsgerichte uitwerkingen te worden gehanteerd. 102
103 5.2 Beoordelingscriteria Vesting Hulst Gebiedsbeschrijving De vesting van Hulst wordt gekarakteriseerd door een brede groene gordel, gevormd door de oude omwalling met bolwerken en ravelijnen en de binnen en buitenvest, rondom een cultuurhistorisch waardevol binnenstedelijk gebied. De binnenstad van Hulst heeft een belangrijke centrumfunctie, waar de commerciële dienstverlening (detailhandel en horeca), woonfunctie (wel of niet gemengd met commerciële dienstverlening), bestuursfunctie, maatschappelijke functies, verkeersfunctie (wegen en parkeren) en een aantal cultuurhistorische elementen, geconcentreerd liggen binnen de oude verdedigingswerken. Toegang tot de vesting wordt verschaft door drie stadspoorten; Bagijne Poort, Gentse Poort en de Dubbele Poort. De St. Willibrordus kerk, het stadhuis, het streekmuseum, s Landshuis, de Nederlandshervormde kerk en de molen op de wallen zijn beeldbepalende gebouwen in het centrum van Hulst. De torens van een aantal van deze gebouwen dienen samen met de molen als oriëntatiepunten voor de wijde omgeving. De bebouwing in de overige delen van de vesting bestaat uit een aantal gesloten stadsblokken, die ieder kenmerkende stedenbouwkundige en architectonische eigenschappen hebben. Sommige oudere stadsblokken zijn voorzien van grote binnentuinen, waardoor monumentale bomen boven de bebouwing uitsteken. Kenmerkend voor de binnenstad zijn daarnaast een aantal beeldbepalende pleinvormige open ruimtes, zoals het s Gravenhofplein, Vismarkt en de Paardenmarkt. Een opmerkelijk detail is de kleur van pannen van de verschillende voorkomende gebouwtypen. Van oudsher worden de statige en monumentale panden voorzien van de kostbaardere zwart gekleurde pannen en de kleinere panden met de goedkopere rode pannen. Hierdoor ontstaat een kenmerkend kleurverschil tussen de verscheidene hiërarchische straten en panden. De vesting heeft door de historische stedenbouwkundige structuur van gebogen straten met relatief korte zichtlijnen, begeleid door geschakelde bebouwing en gesloten gevelwanden een besloten binnenstedelijke karakteristiek. De stedenbouwkundige structuur wordt bepaald door een aantal hoofddragers, die samen tevens aangewezen zijn als beschermd stadsgezicht. Het gaat hierbij om de Steenstraat, de Gentsestraat, de ruimte begrensd door de gevelwanden rondom de basiliek en de Grote Markt en de Houtmarkt. 103
104 Welstandsnota gemeente Hulst Steenstraat De Steenstraat heeft een prominente betekenis in de binnenstad van Hulst. Vanaf de kerk gezien heeft de straat een statig karakter met een breed profiel dat voornamelijk wordt begeleid door grote statige monumentale panden. Vanaf de basiliek wordt de Steenstraat gekenmerkt door een hoekpand met een sterk sprekende daklijst door het grote overstek. Door zijn afwijkend profiel, zijn grotere hoogte en zijn expressievere detaillering domineert dit hoekpand sterk in het straatbeeld. Opvallend is de versiering in het metselwerk. Het straatbeeld van de westwand van de Steenstraat wordt hier bepaald door een wisselend beeld van topgevels en langsgevels. De grote panden kondigen de prominente betekenis van de Steenstraat aan. Voorbij de Kl. Zwanenstraat en de Piersensstraat worden de panden aanmerkelijk groter. De gevels zijn in hoofdzaak opgebouwd uit 2 bouwlagen met schilddaken en zadeldaken uitgevoerd in donkere of rode dakpannen met de noklijn veelal evenwijdig aan de straat. Er is voornamelijk sprake van een verticale gevelgeleding met verticale gevelopeningen met t-ramen, bovenlicht, natuurstenen omlijsting of rolbogen. De straat vertoont grote samenhang ondanks de wisseling in het toegepaste gevelmateriaal van baksteen en stucwerk. Kenmerkend zijn daarnaast natuurstenen plinten, forse dakoverstekken met versieringen in de vorm van gootklossen. Gentsestraat De Gentsestraat profileert zich als de belangrijkste winkelstraat binnen de vesting. Vanaf de kerk gezien verbreedt het profiel van de straat zich geleidelijk. Aan de noordzijde is vanaf nr. 2 in het straatbeeld een relatief grote samenhang te zien tot aan het pand nr. 34. Dit komt vooral door de min of meer gelijke goothoogte, de lichtkleurige gevels en de in het merendeel van de gevels voorkomende verticale raamopeningen op de verdieping. Daarna wordt het straatbeeld meer wisselend met verschillende goothoogtes, geveltypen en materialen en kleurtoepassingen. Aan de zuidzijde is dit over de gehele lengte het geval. Voornamelijk de toepassing van winkelpuien welke los van de verdiepingen zijn gerealiseerd, waardoor deze als het ware komen te zweven, vormen verstoringen in het gevelbeeld. De reclametoepassingen zijn op een aantal plaatsen overmatig. Tegenover de van Waesberghestraat ligt de Gentse Poort. De Gentse Poort vormt de oorspronkelijke doorgang terzijde van het voormalige Oranje Bolwerk. Ter hoogte van de kruising met de Van Waesberghestraat krijgt de straat een ander karakter. Het straatbeeld wordt hier gedomineerd door een groot winkelpand met een architectonische uitwerking die geen recht doet aan de positie in het gevelbeeld van de straat en op de kop van de Vismarkt. Het straatprofiel wordt smaller en de begeleidende bebouwing is kleinschaliger met een grotere variatie aan bouw- en goothoogte, vormgeving en architectuur en verspringingen ten opzichte van de voorgevellijn, het geen niet in de aard van het straatbeeld past. 104 Monumentale bebouwing aan de Lange Bellingstraat. Beeld van het stadhuis, een combinatie van historische en moderne elementen.
105 De wallen worden gekenmerkt door groen en lange zichtlijnen. Binnen de vesting zijn er duidelijke doorzichten naar de wallen. Veel bebouwing is met de achterkant naar de wallen gesitueerd. Moderne bebouwing met historische elementen rondom het stadhuis. De kerktorens en het gevarieerde dakenlandschap zijn beeldbepalend. Gevarieerd gevelbeeld van de Bagijne straat. Vesting Hulst De stedenbouwkundige structuur van de historische vesting van Hulst is opgebouwd uit gebogen straten met relatief korte zichtlijnen, begeleid door geschakelde samenhangende gevelwanden. Deze structuur wordt bepaald door een aantal hoofddragers die het beschermd stadsgezicht vormen, met daarachter gesloten stadsblokken. Grote verscheidenheid in gevelindeling en -toevoegingen. De Sint Willibrordus basiliek, met fraaie luchtbogen en pinakels. 105
106 Welstandsnota gemeente Hulst Pleinruimte tussen basiliek en stadhuis De basiliek en het stadhuis vormen door hun omvang en historische uitstraling twee beeldbepalende elementen in het hart van Hulst. De open ruimte tussen deze twee dominante bouwwerken kan dan ook gekenmerkt worden als de centrale plek binnen de vesting. De basiliek vormt met zijn afwijkende diagonaalsgewijze positionering in een ommuurde groene ruimte een beeldbepalend element voor de gehele binnenstad. De gevelwanden van de Grote Markt zijn opgebouwd uit een zeer gevarieerd gevelbeeld, met een sterke verticale geleding waarin individuele gevels duidelijk herkenbaar zijn. Naast grote monumentale panden, zoals het stadhuis en het bankgebouw, zijn er panden met een bescheidener breedte. Het gevarieerde gevelbeeld vormt een samenhangend geheel door ongeveer gelijke bouw- en goothoogte en positionering in de voorgevellijn. Bebouwing is voornamelijk opgebouwd uit twee bouwlagen van aardkleurig metselwerk of wit pleisterwerk in verschillende kleurnuances en een kap met donkere of rode dakpannen, zowel zadeldaken met de noklijn evenwijdig aan de weg als topgevels komen voor. De geveldetailleringen in de vorm van geaccentueerde gootlijsten, natuurstenen plinten, speklagen, rolbogen en ramen met roedeverdeling zijn beeldbepalend voor het gevelbeeld. De gevelwanden achter de Basiliek zijn opgebouwd uit geschakelde bebouwingsclusters gepositioneerd in de voorgevellijn van 1 à 2 bouwlagen met verschillende goothoogte en veelal een zadeldak met de noklijn evenwijdig aan de straat. Er is sprake van een verticale geleding waardoor individuele panden,mede door verschillend kleur- en materiaalgebruik, duidelijk herkenbaar zijn. Op sommige plaatsen wordt het gevelbeeld hier verstoord door storende winkelpuien of een overdaad aan reclame-toepassingen. Houtmarkt De Houtmarkt is kleinschaliger van karakter maar heeft door de ligging in de nabijheid van de basiliek, in het verlengde van de Gentsestraat en de Grote markt, een aantrekkende betekenis in de binnenstad van Hulst. Aan dit driehoekige pleintje vormen kerk en toren van de Nederlands-hervormde kerk een belangrijk accent in het straatbeeld. De ruimtelijke verschijningsvorm wordt daarnaast voornamelijk bepaald door de historische panden met een ruime verscheidenheid aan functies. Het materiaalgebruik voor de gevels is nogal wisselend, rode baksteen en licht pleisterwerk. Ondanks grote verschillen, wordt samenhang op dit pleintje onder andere verkregen door de eenduidigheid in de toepassing van het bestratingmateriaal en wordt door bomen en bestrating voldoende duidelijk de hoofdroute aangegeven. 106 Beeld van de gedifferentieerde bebouwing aan de Steenstraat. Grote verscheidenheid aan kleuren materiaalgebruik rondom de kerk. Bebouwing aan de Steenstraat overwegend voorzien van een zadeldak evenwijdig aan de straat. Contrasterende bebouwing door gevelindeling, massa en kleur- en materiaalgebruik.
107 Het beeld van de gevels aan de Vismarkt is zeer verscheiden, zowel door de verschillende profielen van de bebouwing als door de grote verscheidenheid in gevelinrichting. Bijzonder op dit plein is het pand nr. 7. Het pand heeft zowel art deco als modernistische trekken. Het ruimtelijk beeld van het s Gravenhofplein wordt bepaald door de inrichting als parkeerterrein met solitairen en de vormgeving van de gevelwanden als achterzijden opgebouwd uit garageboxen en blinde gevels. Ook de Paardenmarkt kent, zei het in beperkte mate, een dergelijke uitstraling. De stadsblokken uit verschillende bouwperioden gelegen tussen de hoofddragers en wallen hebben een gesloten karakteristiek, veelal opgebouwd uit kleinschalige geschakelde woningen gepositioneerd in de voorgevellijn. De gevelwanden van de stadsblokken uit het begin van vorige eeuw vertonen een verticale geleding, waarin individuele gevels herkenbaar zijn, met een grote variatie aan bouwmassa en hoogte, veelal opgebouwd uit 1 à 2 bouwlagen met een kap, zowel langsgevels als topgevels komen in gevelbeelden voor. Het materiaalgebruik is veelal aardkleurige baksteen of licht stucwerk. De stadsblokken van meer recentere datum, zijn niet altijd gesloten opgebouwd maar hebben, zoals de bouwblokken aan de noordzijde, een halfopen bebouwingsstructuur. De bouwblokken vertonen een grote samenhang in het gevelbeeld, door geschakelde woningen die één stedenbouwkundig geheel vormen, met een zelfde bouw- en goothoogte, pandbreedte en gevelindeling. De woningen zijn opgetrokken in 1 à 2 bouwlagen in lichte baksteen en een zadeldak evenwijdig aan de straat met donkere dakpannen. Het uniforme kleurgebruik draagt bij aan de soms wat sobere samenhang. De Gentsestraat bestaat uit monumentale bebouwing. Fraaie detaillering rondom de bovendorpel. De vestingwerken vormen een kunstmatig vormgegeven groenvoorziening. Eenvoudig vormgegeven woningen met afwijkend materiaalgebruik. 107
108 Welstandsnota gemeente Hulst Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De vesting van Hulst is een cultuurhistorisch zeer waardevol gebied en beeldbepalend voor het totaalbeeld van de gemeente Hulst. De torens van de basiliek en het gemeentehuis vormen oriëntatiepunten voor de omgeving. De historische stedenbouwkundige structuur is opgebouwd rondom de hoofdstraten, Steenstraat en Gentsestraat, en twee pleinruimtes, de Grote Markt tussen de basiliek en het gemeentehuis en de spievormige Houtmarkt. Deze straten en pleinruimtes met de aangrenzende cultuurhistorisch waardevolle bebouwing vormen het beschermd stadsgezicht van Hulst zoals opgenomen in het bestemmingsplan (het door het rijk aangeven beschermd stadsgezicht heeft betrekking op de gehele vesting van Hulst). Hier omheen liggen stadsblokken uit verschillende bouwperioden die voornamelijk een woonfunctie hebben. Het is van belang om het gave beeld van de gehele vesting te behouden en waar mogelijk te versterken. De F.V.Waesberghestraat, gelegen tussen Vestdijkstraat en het Houtenkwartier, bestaat uit waardevolle gevelwanden van naoorlogse bebouwing. Deze gesloten gevelwanden van haaks op de straat georiënteerde woningen met verschillende kapvormen, zoals mansardekappen en zadeldaken, worden gekarakteriseerd door metselwerkgevels met verbijzonderingen in de architectuur. Opvallend detail zijn de voorkomende teruggelegen entreepartijen. Het welstandsbeleid dient erop gericht te zijn deze beeldkwaliteit te behouden en het pleisteren van gevels met een karakteristieke en waardevolle materialisering en detaillering te voorkomen. Een deel van de binnenstad is in het bestemmingsplan Binnenstad Hulst (5 april 1995) als beschermd stadsgezicht aangewezen. Op gronden met de bestemmingen beschermd stadsgezicht mag een bouwvergunning slechts worden verleend indien geen evenredige schade wordt toegebracht aan, dan wel herstel verzekerd is van het historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd stadsgezicht en nadat de Rijksdienst voor de monumentenzorg is gehoord. In dit gebied geldt tevens dat alle vergunningvrije bouwwerken altijd licht vergunningplichtig zijn en dus preventief getoetst worden op redelijke eisen van welstand. Het welstandsbeleid dient er op gericht te zijn het cultuurhistorisch zeer waardevolle karakter van het hele gebied binnen de stadswallen en stadsgracht. De kwetsbaarheid van het beschermd stadsgezicht ligt in vervangende nieuwbouw, gevelveranderingen en het aanbrengen van reclame-uitingen en andere toevoegingen aan de gevels. In de beleidsnotitie Het beeld van de Binnenstad zijn welstandscriteria geformuleerd voor reclame, gevelveranderingen en overige toevoegingen aan de gevel in de binnenstad van Hulst. Met betrekking tot de toetsing van bouwaanvragen betreffende bouwwerken die vallen binnen deze categorieën bouwwerken wordt verwezen naar de toetsingscriteria in deze beleidsnotitie. Deze notitie is/zal als bijlage van de welstandsnota conform art. 12a van de woningwet worden vastgesteld. In de gebieden rondom het beschermd stadsgezicht ligt de nadruk voornamelijk op de zorgvuldige inpassing binnen de historische context van een vestingstad met een kleinschalige en besloten stedenbouwkundige structuur en gevelbeelden. 108
109 Welstandsniveau De vesting van Hulst is vanwege de grote cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten aangewezen als zeer waardevol welstandsgebied. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Cultuurhistorische en monumentale waarden behouden - Relatie met omliggende vestingwerken (wallen, poorten en vest) - Besloten straatbeeld - Diversiteit en kleinschaligheid in gesloten gevelwanden - Bouwstijl en architectuur - Gevelopbouw en detaillering van gevelvlak - Materialen en kleuren - Reclametoepassingen Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van bestaande cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon en bebouwingstypologie van direct omliggende kavels en bebouwing. - Behouden van plaatsing in de bestaande voorgevellijn of verspringingen binnen de uitersten van de belendingen. - Behouden van gesloten gevelwanden. Massa en vorm - Interpreteren van maat en schaal van de omliggende bebouwing. - Behouden van goot- en nokhoogte binnen de marges van de belendingen. - Behouden van gevarieerde kapvorm en richting. - Een volwaardige kapvorm is gewenst. - Bij woonbebouwing een volwaardige kapvorm toepassen Gevelkarakteristiek - Aanwezige cultuurhistorische en monumentale architectuur van bebouwing en ensembles behouden en bij nieuwbouw interpreteren. - Behouden van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving van panden in een gesloten straatwand. - Behouden van verticale geleding van gevels en straatwanden. - Interpreteren van oorspronkelijke vensterindeling en kozijnprofielen. - Behouden van naar de straat gekeerde voorgevel. - Uitsluiten van blinde gevels aan straat- of pleinzijde. Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving is wenselijk. - Achter- en zijgevels zichtbaar vanaf de openbare ruimte (vestingwerken) behandelen als voorgevel. - Wenselijk dat buitenruimten aan voorgevels middels inpandige balkons of loggia s worden gerealiseerd. - Technische installaties die het oorspronkelijke gevelbeeld verstoren uitsluiten. 109
110 Welstandsnota gemeente Hulst Detaillering, kleur en materiaal - Behouden van gevels met aardkleurige baksteen of pleister/stucwerk in wit of een kleurnuance daarvan. - Behoud van dakbedekking met rode, zwarte of donkergrijze keramische dakpannen. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. - Interpreteren van de aanwezige cultuurhistorische ornamenten en decoraties. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van luifels, zonweringen en markiezen, uitstallingen en terrassen wordt verwezen naar de beleidsnotitie Het beeld van de Binnenstad. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken(in dit geval ook vergunningvrije bouwwerken) wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk 7. Voor de in het bestemmingsplan aangegeven beschermd stadsgezicht zijn nadere criteria opgesteld voor deze kleine bouwwerken. 110
111 5.2.2 Stadsentrees Hulst Gebiedsbeschrijving Tot de gebiedscategorie stadsentrees behoren de Tivoliweg, de Zoutestraat en Steensedijk/Absdaalseweg/Maelstedeweg. Deze vertegenwoordigen als historische verbindingsroutes van de vesting met het omliggende gebied een grote cultuurhistorische waarde in de stedenbouwkundige structuur van Hulst. Deze straten zijn in de loop van de jaren ingekapseld door de uitbreidingen van de stad buiten de vestingwallen in de vorm van bedrijventerreinen en woonwijken. Tivoliweg De Tivoliweg vormt de noordwestelijke entree van de vesting. Deze stadsentree loopt vanaf de N60 tot de vest bij de Dubbele Poort. Het stedenbouwkundig patroon wordt bepaald door een rechte brede rijbaan met voornamelijk betonplaten bestrating aan weerszijden begeleid door een betontegel trottoir, gedeeltelijk eenzijdig een bomenrij en ruime voortuinen. Aan het begin van de straat is het ruimtelijk beeld door ruime kavels terugliggende vrijstaande bebouwingselementen en een benzinestation open en enigszins rommelig. De overige aangrenzende gevelwanden zijn voornamelijk opgebouwd uit terugliggende vrijstaande eengezinswoningen, verspringend ten opzichte van de voorgevellijn gepositioneerd en op de weg georiënteerd. Hierdoor ontstaat een groen straatbeeld met relatief gesloten en samenhangende straatwanden en een duidelijke oriëntatie naar de vesting. Recent is er een complex van gestapelde woningen gerealiseerd. De architectuur wordt gekenmerkt door 1 à 2 bouwlagen met een kap bij de eengezinswoningen. Voorkomende kapvormen zijn zadeldak, mansardekap en schilddak, met de noklijn wisselende haaks of evenwijdig aan de straat, waardoor zowel kop- en langsgevels voorkomen in het gevelbeeld. De gestapelde woningen zijn opgebouwd uit 3 bouwlagen en een (samengesteld) schilddak evenwijdig aan de straat. Deze gevels hebben een sterke verticale geleding en een grote mate aan plasticiteit. De organisch gegroeide bebouwing varieert in bouwstijl, gevelopbouw en gevelindeling. De woningen zijn veelal opgebouwd uit aardkleurig metselwerk en een dakbedekking van donkere of rode dakpannen. Voornamelijk de woonbebouwing uit het begin van de vorige eeuw is opgebouwd uit fraaie detailleringen in de vorm van natuurstenen plinten, daklijsten met overstek, verticale gevelopeningen met bovenlicht, rolbogen en speklagen. Lange voortuinen en opgaande begroeiing aan de Tivoliweg. Vrijstaande woningen met overeenkomend materiaalgebruik. Hoeksituatie aan de Tivoliweg met duidelijk vormgegeven dakvlak. Lange zichtlijnen vanaf de stadsentrees naar de basiliek. 111
112 Welstandsnota gemeente Hulst Zoutestraat De stadsentree Zoutestraat vormt de noordoostelijke entree van de vesting van Hulst. Deze entree loopt vanaf de Truffinoweg tot de vest bij de Bagijne Poort. De stedenbouwkundige structuur wordt gekenmerkt door een licht gebogen brede rijbaan met klinkerbestrating aan weerszijden begeleid door een betontegeltrottoir. De straat grotendeels enkelzijdig bebouwd. De onbebouwde zone aan de westzijde is ingericht met bospercelen en weiden. Door het onbebouwde gedeelte nabij de vesting ontstaat een lange zichtlijn en duidelijke oriëntatie naar de stad. De gevelwanden zijn opgebouwd uit vrijstaande woningen in verschillende dichtheden, verspringend ten opzichte van de voorgevellijn gepositioneerd, zowel direct aan het trottoir als terugliggend en door het gebogen straatverloop veelal licht gedraaid ten opzichte van de weg georiënteerd. De samenhangende gevelwanden zijn wandvormend en zorgen voor een duidelijke begeleiding van de weg. De architectuur wordt gekenmerkt door 1 à 2 bouwlagen met een kap. Voorkomende kapvormen zijn zadeldak en mansardekap, met de noklijn wisselend haaks of evenwijdig aan de straat, waardoor zowel kopen langsgevels voorkomen in het straatbeeld. Bouwstijlen, gevelopbouw en gevelindeling zijn gevarieerd. De woningen zijn veelal opgebouwd uit aardkleurig metselwerk en een dakbedekking van donkere of rode dakpannen. Steensedijk/Absdaalseweg/Maelstedeweg Deze drie straten vormen de stadsentrees aan de zuidzijde van de vesting. De wegen lopen allen vanaf de rondwegen van Hulst naar het kruispunt bij de Buitenvest en verder over de stationstraat naar de vesting bij de Gentse Poort. De stedenbouwkundige structuur wordt bepaald door doorgaande rechte wegen met een breed straatprofiel, ingericht met een rijbaan van asfalt of klinkerbestrating, begeleid door betontegel trottoirs en op sommige plaatsen een fietsstrook. De v/d Maelstedeweg en Stationstraat grenzen aan de Buitenvest. Daardoor zijn deze straten (gedeeltelijk) aan één zijde bebouwd, hebben fraaie uitzichten over het water naar de vestingwallen en zijn deze gevelwanden in sterke mate beeldbepalend aan de zuidzijde van de stad. De oriëntatie binnen de stadsentrees wordt versterkt door zichtlijnen op grootschalige representatieve bebouwingselementen op de kop van de straat. De gevelwanden, opgebouwd uit vrijstaande, geschakelde en gestapelde woningbouw afgewisseld met vrijstaande bedrijfspanden of dichte begroeiing, zijn relatief gesloten en zorgen voor begeleiding van de entrees. De bebouwing is veelal in de voorgevellijn gepositioneerd, zowel direct aan het trottoir als terugliggend op de kavel, met gevarieerde onderlinge afstand. 112 Fraaie combinatie van metselwerk en pleisterwerk aan de Zoutestraat. Kenmerkende rode baksteen en dakpan langs de Zoutestraat. Opvallend gepositioneerde lintbebouwing, met afwijkend kleurgebruik. Beeld vanaf de Absdaalseweg richting de buitenste vestingwerken.
113 Behouden van samenhang bij geschakelde bebouwing. Zoutestraat Tivoliweg Gesloten gevelwand bestaande uit verschilend vormgegeven bebouwing. Fraai zicht op de Gentse Poort. Steensedijk, Absdaalseweg en Maelstedeweg Stadsentrees Hulst Stadsentrees worden gekenmerkt door vrijstaande, geschakelde en gestapelde woningen afgewisseld met bedrijfspanden, veelal verspringend ten opzichte van de rooilijn gepositioneerd, met een gevarieerde bouwmassa en - hoogte, gevelopbouw, vormgeving en architectuur. Gedifferentieerd bebouwingsbeeld van de Stationsweg. 113
114 Welstandsnota gemeente Hulst De architectuur wordt gekenmerkt door een wisselende bouw- en goothoogte van 1 tot 4 bouwlagen en een kap met de noklijn gevarieerd haaks of evenwijdig aan de weg. De bebouwing is gedifferentieerd voor wat betreft bouwmassa, vormgeving en architectuur. Voornamelijk de vrijstaande (bedrijfs)bebouwing aan de Absdaalseweg, afgewisseld met groene ruimten vertoont een grote variatie in positionering, bouwmassa en hoogte, vormgeving en architectuur. Gevelwanden hebben een verticale geleding waardoor individuele gevels herkenbaar zijn. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid Het is van belang de autonome ligging en herkenbare ruimtelijke karakteristiek van de organisch gegroeide bebouwingslinten tussen planmatige uitbreidingen te behouden. Het karakter van de linten wordt bepaald door een ruim straatprofiel met relatief gesloten gevelwanden met gedifferentieerde geschakelde, vrijstaande en gestapelde bebouwing. De gevoeligheden binnen de stadsentrees liggen dan ook in contextloze vervangende nieuwbouw. De oorspronkelijke diversiteit van de vaak vrijstaande individuele panden in het gevelbeeld vormt een belangrijk aandachtspunt voor het welstandsbeleid. Hierin is het mogelijk om met respect voor de bestaande straatbeeld, gericht nieuwe elementen toe te voegen, rekening houdend met mogelijke accenten in hoogte en vormgeving op stedenbouwkundige geëigende locaties. Reclame-uitingen zijn in het gevelbeeld van een aantal stadsentrees beeldbepalend, waarvoor extra aandacht gewenst is. Welstandsniveau Stadsentrees zijn door de beeldbepalende functie als entree van de vesting Hulst en het gedifferentieerde bebouwingbeeld met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aangewezen als bijzondere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Cultuurhistorische herkenbaarheden - As-werking, continuïteit en zichtlijnen - Positionering - Samenhang versus diversiteit in gevelwanden - Functiemenging - Massa en maatvoering - Bouwstijl en architectuur - Materialen en kleuren - Reclametoepassingen 114
115 Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden autonome ligging en uitstraling van de stadsentrees tussen planmatige uitbreiding. - Behouden van bestaand verkavelingpatroon van vrijstaande of geschakelde bebouwing, waarbij nieuwbouw binnen de voorgevellijnen van de belendende bebouwing dient te passen. - Behouden/versterken van de aanwezige zichtlijnen, zorgt voor continuïteit en as-werking in de entree. - Behouden van plaatsing in de bestaande voorgevellijn of verspringingen binnen de uitersten van de belendingen. - Interpreteren begeleidende karakteristiek in straatwanden door ritmiek van vrijstaande objecten of juist gesloten wanden. Massa en vorm - Interpreteren van maat en schaal van de omliggende bebouwing. - Behouden van goot- en nokhoogte binnen de marges van de belendingen. - Interpreteren van gevarieerde kapvorm en richting. - Accentuering van stedenbouwkundig geëigende situaties is wenselijk. Gevelkarakteristiek - Representatieve eigentijdse architectuur is mogelijk. - Interpreteren van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving van panden. - Uitsluiten van blinde gevels aan straat- of pleinzijde. Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving is wenselijk. - Achter- en zijgevels zichtbaar vanaf de openbare ruimte behandelen als voorgevel. Kleur en materiaal - Interpreteren van de aanwezige kleur- en materiaaltoepassingen. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. - Gebruik van eigentijdse materialen is mogelijk. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
116 Welstandsnota gemeente Hulst Dorpslinten Gebiedsbeschrijving Tot de gebiedscategorie dorpslinten behoren de organisch gegroeide linten in de kernen: Kloosterzande :Groenendijk, Cloosterstraat en Hof te Zandeplein e.o. St. Jansteen :Hoofdstraat, Brouwerijstraat, Wilhelminastraat,Heerstraat en de Hemelstraat Vogelwaarde: :Rapenburg en Bossestraat Clinge : s-gravenstraat, Molenstraat Graauw :Dorpsstraat, Graauwsedijk en Oude Kaai Lamswaarde :Fred. Hendrikstraat, J. de Waalstraat en Dreef Nieuw-Namen :Hulsterloostraat e.o. Kuitaart :Hulsterweg Hengstdijk :Hengstdijkse kerkstraat, Plevierstraat Paal :Gehele dorpskern Ossenisse :Gehele dorpskern Terhole :Hulsterweg en Notendijk Walsoorden :Walsoordenstraat De dorpslinten vormen de organisch gegroeide historische routes waaraan de dorpen zijn ontstaan. De stedenbouwkundige structuur in de dorpslinten wordt bepaald door relatief gesloten gevelwanden, opgebouwd uit kleinschalige vrijstaande en geschakelde bebouwing met een verspringende voorgevellijn. In de dorpscentra waar de dorpslinten omgeven zijn door planmatige uitbreidingen is de bebouwingsdichtheid met kleine onderlinge afstand, naar de dorpsranden toe worden tussen ruimten breder en de relatie met het aangrenzende poldergebied groter. In de dorpskern van Paal en aan de Oude Kaai in Graauw is daarnaast de situering van bebouwing beneden of op de dijk zeer kenmerkend voor het gevelbeeld, omdat hierdoor achterkanten of dakvlakken duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. De lintbebouwing bestaat voornamelijk uit een vermenging van historische bedrijfs- en woonbebouwing, nieuwbouw en uitbouwen. Er is qua bebouwing weinig historische herkenbaarheid meer. Deze beperkt zich veelal tot enkele beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle bebouwingselementen, zoals de kerk en een voormalig raadshuis, die veelal oriëntatiepunten voor de omgeving vormen. In de kernen met een radiale ruimtelijke structuur en het dorp Walsoorden is in de oorspronkelijke straten sprake van gesloten gevelwanden, bestaande uit vrijstaande kleinschalige woningen met weinig verspringingen in de voorgevellijn. De organisch gegroeide bebouwing is overwegend opgebouwd uit 1 à 2 bouwlagen met een zadeldak met de noklijn haaks of evenwijdig aan de straat. Deze gevelwanden vertonen een grote variatie voor wat betreft bouw- en goothoogte, kapvorm en richting, gevelindeling en vormgeving. Individuele bebouwing is duidelijk herkenbaar in het totale gevelbeeld en hoofdzakelijk opgebouwd uit aardkleuring metselwerk en een dakbedekking van donkere of rode dakpannen. De kernen Terhole en Kuitaart kenmerken zich in de morfologie voornamelijk door de losse, vrijstaande bebouwingsmassa's langs de hoofdroutes. Er is sprake van lintbebouwing, maar de bebouwing is minder aaneengeschakeld zoals in de overige kernen, met grotere tussen ruimten die uitzicht over het achterliggende landschap verschaffen. Ook voor wat betreft positionering, vormgeving en kleur en materiaalgebruik is er sprake van een grote variatie. 116
117 Achterzijdes en dakvlakken duidelijk zichtbaar. Geschakelde woningen in dorpslinten. Lintbebouwing gevarieerd in vormgeving en bouwstijl. Achterzijdes zichtbaar vanuit het poldergebied. Voorbeeld Lamswaarde Gesloten gevelbeeld met kleinschalige lintbebouwing. Gevarieerde kapvorm en -richting. DorpsLinten Dorpslinten worden gekenmerkt door kleinschalige vrijstaande en geschakelde woningen, veelal verspringend ten opzichte van de rooilijn gepositioneerd, met een gevarieerde bouwhoogte, kapvorm en richting, gevelopbouw en indeling en kleur- en materiaalgebruik. Geschakelde bebouwing met gevarieerde bouwhoogten. Grootschalige vrijstaande bebouwing in dorpslinten. 117
118 Welstandsnota gemeente Hulst Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De ruimtelijke karakteristiek van de dorpslinten wordt gekenmerkt door relatief gesloten gevelwanden opgebouwd uit vrijstaande kleinschalige lintbebouwing. Gevelwanden vertonen een grote variatie voor wat betreft bouw- en goothoogte, kapvorm- en richting, bouwstijl en gevelopbouw. De gevoeligheden binnen de dorpslinten liggen in vervangende nieuwbouw en toevoegingen aan de bebouwing die het gevelbeeld verstoren. Het welstandsbeleid is erop gericht te zorgen voor een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwingselementen passend binnen de bestaande omgeving. Welstandsniveau De dorpslinten zijn als beeldbepalende historische dorpsstructuur met gedifferentieerde organisch gegroeide lintbebouwing aangewezen als bijzondere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met het aangrenzende landschap - As-werking, continuïteit en zichtlijnen - Positionering en oriëntatie - Openheid/beslotenheid straatwanden - Diversiteit in gevelwanden - Massa en maatvoering - Bouwstijl - Gevelkenmerken en opbouw - Materialen en kleuren - Reclametoepassingen Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden autonome ligging en uitstraling van de dorpslinten tussen planmatige uitbreiding. - Behouden/versterken van de aanwezige zichtlijnen zorgt voor continuïteit en as-werking en versterkt de verweving van het lint met het poldergebied. - Behouden van bestaand verkavelingpatroon van vrijstaande bebouwing, waarbij nieuwbouw binnen de voorgevellijnen van de belendende bebouwing dient te passen. - Behoud tussenruimten en doorzichten naar achterliggende gebieden. - Behouden van plaatsing in de bestaande voorgevellijn of verspringingen binnen de uitersten van de belendingen. - Interpreteren begeleidende karakteristiek in straatwanden door ritmiek van vrijstaande objecten of juist gesloten wanden. Massa en vorm - Interpreteren van maat en schaal van de omliggende bebouwing, veelal kleinschalig, divers en besloten. - Nastreven van gevarieerde kapvorm en richting. - Accentuering van stedenbouwkundig geëigende situaties is mogelijk, met name bij verdichting rondom dorpskernen. 118
119 Gevelkarakteristiek - Interpreteren van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving van panden. - Behouden van naar de straat gekeerde voorgevel. - Uitsluiten van blinde gevels aan straat- of pleinzijde. Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving is wenselijk. - Interpreteren van verticale geleding van gevels door verticale raamopeningen. Kleur en materiaal - Behoud van gevels met aardkleurige baksteen of pleister/stucwerk in wit of een kleurnuance daarvan. - Behoud van dakbedekking met rode, zwarte of donkergrijze dakpannen. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. - Bij nieuwbouw interpreteren of afleiden van de bestaande detaillering en ornamenten van de omliggende bebouwing. Het (dorpse) karakteristieke gevelbeeld prevaleert in ieder geval boven de herkenbaarheid van de functie van het gebouw in het ontwerp. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
120 Welstandsnota gemeente Hulst Gedifferentieerde linten Gebiedsbeschrijving Onder dit deelgebied vallen de linten van Heikant en Kapellebrug. De stedenbouwkundige structuur van deze gedifferentieerde linten wordt gekenmerkt door een breed straatprofiel met een geasfalteerde rijbaan. De straatwanden worden gekenmerkt door een grote mate aan variatie in functie, bebouwingskenmerken, massa en vormgeving. De bebouwing is verspringend gepositioneerd ten opzichte van de rooilijn met wisselende onderlinge afstand en oriëntatie. Door het brede straatprofiel en de sterke zichtrelaties met het achterliggende open poldergebied is er sprake van een open karakteristiek in deze linten. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid Het gevelbeeld wordt vooral gekenmerkt door een grote mate aan variatie in bebouwingsdichtheid, bouwmassa en hoogte, verspringingen ten opzichte van de rooilijn, vormgeving en functiemenging. Deze bebouwingslinten hebben op sommige plaatsen een duidelijke relatie met het achterliggende landschap door middel van doorzichten tussen de bebouwingselementen. Het welstandsbeleid is er op gericht de gedifferentieerde karakteristiek van deze linten te waarborgen met ruimte voor nieuwe inpassingen van woon- en bedrijfsbebouwing in relatie tot het aangrenzende landschap en de karakteristiek van het bebouwingslint. De geschakelde of vrijstaande woonbebouwing is gelegen op ruime kavels en opgebouwd uit 1 à 2 bouwlagen van aardkleurig metselwerk met een kap met dakbedekking van rode of donkere pannen. De kapvorm en richting is gevarieerd. Deze woonbebouwing wordt afgewisseld met agrarische bedrijven of andere (grootschalige) bedrijfspanden. De opbouw en vormgeving van de bedrijfsmatige bebouwing varieert van historische boerderijen met schuren van metselwerk of donker gepotdekseld hout met een rieten wolfdak, tot grootschalige loodsen met een plat dak en gesloten gevelwanden uitgevoerd in lichte gevelbeplating. In het lint Kapellebrug bepalen daarnaast een aantal benzinestations het gevelbeeld. Door de grote mate aan functiemenging met gevarieerde positionering, oriëntatie, bouwmassa en hoogte, gevelopbouw, vormgeving en kleur en materiaalgebruik van de bebouwing en de afwisseling met open of dicht begroeide tussenruimten is er sprake van een zeer gedifferentieerde gevelkarakteristiek. Welstandsniveau De gedifferentieerde linten van Heikant en Kapellebrug zijn door de beeldbepalende karakteristiek van gevarieerde bebouwing en aangewezen als bijzonder welstandsgebied. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met het aangrenzende landschap - As-werking, continuïteit en zichtlijnen - Positionering verspringend t.o.v. de rooilijn - Openheid versus beslotenheid straatwanden - Diversiteit in gevelwanden - Herkenbaarheid functie en identiteit van het gebouw - Massa en maatvoering - Bouwstijl - Gevelkenmerken en opbouw - Materialen en kleuren 120
121 Voorbeeld Kapellebrug Hoeksituatie in Heikant met een samengesteld dakvlak. geschakelde individuele panden met afwijkend kleurgebruik. Samengestelde bouwmassa met zadeldak evenwijdig aan de weg. Onderbreking kleinschalige bebouwing door overkapping tankstation. Direct achter het lint gesitueerde lintbebouwing. Gedifferentieerde Linten Gedifferentieerde linten worden gekenmerkt door een grote mate aan functiemenging. Hierdoor is een gevelkarakteristiek ontstaan waarin bebouwingselementen sterk van elkaar variëren met betrekking tot positionering, bouwmassa en hoogte, gevelopbouw, vormgeving en kleur en materiaalgebruik. Hoekbebouwing bestaande uit mansardekap en witgepleisterde l Wi l i d b b i Vanaf het lint zijn er duidelijke zichtlijnen richting het landschap. het lint wordt begeleid door een verspringende rooilijn. 121
122 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden/versterken van de aanwezige zichtlijnen zorgt voor continuïteit en as-werking en versterkt de verweving van het lint met het poldergebied. - Behouden van verkavelingspatroon van vrijstaande bebouwing. - Bij positionering bebouwing interpreteren van (verspringende) rooilijn belendende bebouwing. - Behouden van doorzichten en tussenruimten naar achterliggende gebieden. - Respecteren van gedifferentieerd bebouwingsbeeld. Massa en vorm - Interpreteren van de maat en schaal van de bebouwing gerelateerd aan omliggende bebouwing, veelal divers en kleinschalig. - Interpreteren van nieuwbouw vormgegeven als een op zichzelf staande hoofdmassa met eigen vormgeving en architectuur. - behouden gevarieerde kapvorm en richting - Accentuering van stedenbouwkundig geëigende situaties is wenselijk. Gevelkarakteristiek - Behouden van diversiteit in straatbeeld door individueel vormgeving panden. - Verticale gevelgeleding is wenselijk. - Variatie in gevelopbouw en indeling is wenselijk. - Behouden van naar straat gekeerde voorgevel. Kleur en materiaal - Behouden van dakbedekking met rode, zwarte of donkergrijze dakpannen. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. - Bij nieuwbouw interpreteren of afleiden van de bestaande detaillering en ornamenten van de omliggende bebouwing. Het (dorpse) karakteristieke gevelbeeld prevaleert in ieder geval boven de herkenbaarheid van de functie van het gebouw in het ontwerp. - Behoud van gevels met aardkleurige baksteen of een kleurnuance daarvan. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
123 5.2.5 Poldergebied Gebiedsbeschrijving Het ruimtelijk beeld in het open polderlandschap wordt gekenmerkt door een lappendeken van polders die van elkaar gescheiden zijn door dijken begroeid met populieren, die coulissen in het landschap vormen. De verkavelingstructuur is rechtlijnige met een daarop afgestemde rationele ontsluitingsstructuur. Deze polders zijn grotendeels ingericht als akkerland afgewisseld met boomgaarden, weidegronden en kreken.verspreid door de polders zijn dorpen, buurtschappen en boerderijenclusters gesitueerd. Het beeld is open met weidse vergezichten die worden beëindigd door hoog opgaande populieren op de polderdijken, een bebouwingscluster in de vorm van een dorp of boomgaarden die besloten elementen in het landschap vormen. De bebouwing in de polders bestaat uit vrijstaande boerderijen en kleinschalige dijkbebouwing die tegen en op de polderdijken zijn gesitueerd. Positionering en oriëntatie van de bebouwing is gerelateerd aan de dijk, weg of kavelrichting en wordt veelal omgeven door opgaande erfbeplanting. De veelal kleinschalige dijkbebouwing is hoofdzakelijk opgebouwd uit 1 bouwlaag van aardkleurig metselwerk, soms wit geschilderd, met een zadeldak van rode of donkere dakpannen en zijn soms voorzien van fraaie detailleringen. Het gehele open agrarische gebied wordt gekenmerkt door cultuurhistorisch waardevolle boerderijen. Deze zijn veelal opgebouwd uit een woonhuis met bijbehorende schuren. Het woonhuis bestaat uit 1 bouwlaag van metselwerk in aardkleurige baksteen of ijsselsteentjes voorzien van een natuurstenen plint, kroonlijst en verticale gevelopeningen eventueel voorzien van rolbogen met sluitstenen en bovenlicht. De kap is vaak een zadeldak met de noklijn evenwijdig aan de voorgevel, bedekt met (kruis)pannen. De oorspronkelijke schuren zijn opgebouwd uit baksteen of gepotdekseld donker hout met een wolfdak bedekt met riet of (kruis)pannen. Door schaalvergroting in de landbouw zijn steeds meer eigentijds vormgegeven agrarische bedrijfscomplexen zichtbaar in het open agrarisch gebied. Opvallend zijn universeel vormgegeven loodsen/stallen met een flauw hellend zadeldak opgebouwd uit baksteen en/of donker groen damwandprofiel, lichte silo s en woningen opgebouwd in metselwerk in lichte tinten en dakbedekking van donkere dakpannen. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De bebouwing in het poldergebied is grotendeels geconcentreerd langs polderwegen of dijken of als solitaire boerderijen in de polders gelegen. De gevoeligheden binnen het poldergebied liggen voornamelijk in de openheid van het landschap en daarmee de zichtbaarheid vanaf grote afstand op bebouwingselementen. Het welstandsbeleid is daarom gericht op handhaving van de oorspronkelijke karakteristiek van de boerderijen en woonbebouwing en op een zorgvuldige inpassing van bebouwingselementen in het omliggende landschap met betrekking tot positionering, massa en vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Welstandsniveau Het poldergebied van de gemeente Hulst heeft een landschappelijk en cultuurhistorische waardevol landschapsbeeld. Door de kwaliteiten en kwetsbaarheden van het landschap met betrekking tot de openheid en de daarmee duidelijke waarneembaarheid van de bebouwingselementen, is het poldergebied aangewezen als bijzonder welstandsgebied. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met het omliggende landschap - Positionering en oriëntatie - Massa en maatvoering - Bouwstijl en architectuur - Materialen en kleuren 123
124 Welstandsnota gemeente Hulst Vrijstaande kleinschalige dijkbebouwing. Poldergebied Het open poldergebied is opgebouwd volgens een lappendeken van polders die van elkaar gescheiden zijn door polderdijken met hoog opgaande boombegroeiing. De bebouwing bestaat uit dijkbebouwing, solitaire historische boerderijen en eigentijdse agrarische bedrijven die in het open landschap gelegen zijn. Ingetogen kleuren bij grootschalige stallen. Gevarieerde dijkbebouwing van 1 laag en een kap. Wit geschilderde gevel opvallend van grote afstand. Lichte baksteen en donkere dakpannen bij nieuwbouw. Lichte kleuren zeer opvallend in open poldergebied. Coulisselandschap met grote mate aan openheid. Opgaande begroeiing ontneemt zicht op storende elementen. 124
125 Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van een positionering afgestemd op het ensemble van bebouwingselementen waartoe het bouwwerk behoort. - Behouden van oorspronkelijke gevarieerde positionering van dijkbebouwing. - Behouden van waardevolle zichtlijnen en oriëntatiemogelijkheden. - Alle gevels die een directe visuele relatie hebben met het landschap of openbare ruimte hebben een zelfde welstandsbelang. - Relatie met open landschappelijke omgeving door natuurlijke vormgegeven erfafscheidingen is wenselijk. Massa en vorm - Cultuurhistorische waarden van bebouwing en boerderijen behouden. - Afstemmen van (vervangende) nieuwbouw op de bebouwingshoogte en massa en de kapvorm van de omliggende bebouwing of het ensemble van gebouwen als geheel. - Behouden van een gevarieerd en kleinschalig bebouwingsbeeld aan of op de polderdijken. - Boogconstructies in het buitengebied zijn niet toegestaan. Gevelkarakteristiek - Respecteren van de oorspronkelijke gevelopbouw en karakteristieke gevelindeling bij renovatie of verbouwing. Kleur en materiaal - Bedrijfsbebouwing in aardkleurig metselwerk, donker gepotdekseld hout of staalprofiel. Regulier damwandprofiel enkel uitgevoerd in een donkere kleur. Betonnen gevelplaten alleen toepassen in donkere kleur. - Het dakvlak van woonbebouwing uitvoeren in donkere of rode dakpannen - Uitsluiten van sterk met de omgeving contrasterende kleuren of reflecterende materialen. - Het dakvlak van bedrijfsbebouwing uitvoeren in donkere kleur en met golfprofiel of damwandprofiel Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
126 Welstandsnota gemeente Hulst Planmatige woongebieden Gebiedsbeschrijving Bijna alle kernen in de gemeente Hulst herbergen in meer of mindere mate planmatige uitbreidingen. De stedenbouwkundige en architectonische structuur van deze wijken wordt sterk bepaald door de periode waarin ze zijn gebouwd. Voor alle wijken geldt dat ze een gestructureerde opbouw hebben met overwegend strokenverkaveling en rijen woningen. Planmatige uitbreidingen in de gemeente Hulst zijn op verschillende schaalgrootte toegepast. De autonome stedenbouwkundige structuur ligt vlak tegen de historische kern aan en vormt veelal het beeld van de kern vanaf het open polder landschap. Grotendeels herbergen de planmatige woongebieden dezelfde ruimtelijke eigenschappen, de verschillen tussen de gebieden zijn voornamelijk ontstaan door de verschillende periodes waarin ze zijn gebouwd. In de kleinere dorpen komen vaak kleinere clusters van woningen voor, in rechte straten of voortbordurend op het bestaande verkavelingspatroon dat is afgeleid van aanwezige landschapsstructuren. De architectuur bestaat uit bouwblokken van drie of meer woningen met een eenvoudige vormgeving. Het karakteristieke beeld van de woningen staat vaak onder druk door de behoefte aan modernisering en vergroting van de woningen. De samenhang binnen de straten of bouwblokken kan worden aangetast wanneer woningen individueel worden gerenoveerd of gewijzigd. De woonwijken die gestructureerd zijn rond woonerven hebben een grilliger stratenpatroon met weinig hiërarchie of doorgaande wegen. In deze wijken is het onderscheid tussen voor- en achterkanten vaak moeilijk zichtbaar. De belangrijkste kwaliteit van deze wijken is te vinden in de gelijkvormigheid en herhaling. Hoeksituaties zijn duidelijk gemarkeerd door het grote onderscheid tussen voor- en zijkant. Verstoringen in het straatbeeld ontstaan vooral door aanbouwen, bijgebouwen en erfafscheidingen aan de voor- of zijkant van bouwblokken. De architectonische samenhang binnen een straat of wijk verdwijnt dan langzamerhand. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De planmatige uitbreidingen hebben een overwegend grootschalige structuur en bestaan uit een aantal buurten, die door onderlinge variatie aan verschijningsvormen als aparte ruimtelijke eenheden te onderscheiden zijn. De stedenbouwkundige structuur, het verkavelingspatroon en de tijdsbeelden binnen de wijken zorgen voor eenheid en samenhang op het niveau van de buurt en het bouwblok. Het in stand houden van de aanwezige kwaliteit is vooral toegespitst op het behouden van de eenheid in vorm, kleur en materiaal gebruik. Dissidenten binnen een bouwblok of wijk verstoren de ruimtelijke eenheid. Verschillende toevoegingen aan dakvlakken en gevels zorgen ervoor dat het ensemble van samenhangende bouwblokken uit elkaar kan vallen. Plaatsing en vormgeving van nieuwe toevoegingen dienen afgestemd te worden op reeds bestaande en gerealiseerde toevoegingen. Zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte is hierbij een belangrijke graadmeter. Dakkapellen, - opbouwen en/of nokverhogingen op woonblokken, die een stedenbouwkundige geheel vormen, dienen dus eenduidig uitgevoerd te worden met een gelijke maatvoering, vormgeving en dakhelling. 126
127 Planmatige woongebieden Planmatige woongebieden worden gekenmerkt door een gestructureerde opbouw met veelal rijenwoningen in een blokverkaveling met een eigen tijdsbeeld in stedenbouwkundige structuur en bebouwingstypologie. Planmatige uitbreidingen uitgevoerd in een enkele bouwlaag met zadeldak. Hoge erfafscheiding aan de openbare ruimte. Voorbeeld Kloosterzande Gedifferentieerd gevelbeeld van eenvormige bouwblokken. Eenduidig vormgegeven woningen in grootschalig bouwblok. Kenmerkend beeld van de eerste planmatige uitbreidingen. Beeld van afwijkend kleurgebruik bij gelijke gevelindeling Ongestructureerde erfafscheiding aan de openbare ruimte. 127
128 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau Bouwkundige toevoegingen kunnen binnen de planmatige woongebieden goed worden verdragen mits er afstemming plaatsvindt met precedenten en de vormgeving van het bouwblok. Planmatige woongebieden vallen onder de reguliere welstandsgebieden waarbij de aanwezige kwaliteit gehandhaafd dient te blijven. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Continuïteit en zichtlijnen - Positionering in de rooilijn - Samenhang in gevelwanden - Gevelkenmerken en opbouw - Materialen en kleuren - Toevoegingen aan hoofdgebouw (voornamelijk aan voor- en zijgevels) Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Massa en vorm - Binnen een samenhangende ruimtelijke eenheid (bouwblok, buurt e.d.) bebouwing afstemmen op belendende panden; - Afstemmen van de kapvorm en richting op de belendende bebouwing Gevelkarakteristiek - Afstemmen van gevelkenmerken, -geleding en opbouw op de architectonische vormgeving van de betreffende samenhangende ruimtelijke eenheid. - Uitsluiten van gesloten gevels aan straatzijde. Kleur en materiaal - Binnen een stedenbouwkundig en/of architectonisch eenheid dienen de materialen en kleuren van gevels, daken, kozijnen, ramen en deuren, evenals aangebouwde gedeeltes op elkaar te worden afgestemd. Situering - Behouden van bestaand verkavelingspatroon van blokverkaveling waarbij nieuwbouw binnen de voorgevelrooilijnen van de belendende bebouwing dient te passen. - Vormgeving van de dorpsranden in relatie tot het omliggende landschap Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
129 5.2.7 Vrije sector woongebieden Gebiedsbeschrijving Aan vrijwel elke kern in de gemeente Hulst zijn één of meerdere woongebieden met vrije sector woningen gerealiseerd. Deze woongebieden worden gekarakteriseerd door individuele woningbouw in een ruime groene setting met een lage woningdichtheid en ruime kavels. Het openbaar groen bestaat veelal uit grasgazons en vijverpartijen. Doorzichten en zichtrelaties naar en met het aangrenzende landschap zijn kenmerkend. De openbare ruimte kenmerkt zich door eenvoudig ingerichte straatprofielen met een open groene uitstraling, wat mede te danken is aan de verschijningsvorm van de tuinen. De bebouwing bestaat uit vrijstaande gevarieerde (soms twee-onderéén-kap) woningen op ruime kavels, hoofdzakelijk met de voorgevel georiënteerd op de straatzijde. De woningen zijn veelal gepositioneerd in de rooilijn, vaak is dit ontstaan door het streven naar een zo groot mogelijke achtertuin. De woningen bestaan over het algemeen uit één of twee bouwlagen voorzien van een vaak samengestelde kapvorm. De bouwstijlen zijn zeer divers en veelal gedetailleerd. Op deze manier zijn traditionele (verwerken en opnieuw interpreteren van vormen en waarden uit het verleden) tot modernistische (rationalisme, waarbij strakke lijnen en het platte dak centraal staan) architectuur alsmede zogenaamde eigentijdse cataloguswoningen herkenbaar binnen één wijk. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid In het bestemmingsplan zijn veelal voorschriften omtrent positionering, bouw- en goothoogte vastgesteld waardoor er enigszins sprake is van stedenbouwkundige samenhang. Samen met de ruime kavels en groen inrichting is de bebouwing in mindere mate beeldbepalend. Als er voldoende ruimte tussen de woningen aanwezig is, wordt de diversiteit aan bebouwing als niet storend ervaren. Indien de kavels kleiner zijn en de ruimten tussen de woningen minimaal, dient meer afstemming op belendingen te worden gezocht met betrekking tot vormgeving en kleur en materiaalgebruik. Het straatbeeld wordt sterk bepaald door de positionering en hoofdvorm van de woning. Het bestemmingsplan heeft voor het straatbeeld dus een belangrijke sturende rol. Het welstandsbeleid in deze wijken is voornamelijk gericht op toevoegingen aan bestaande bebouwing en de afstemming daarvan op het hoofdgebouw en belendende bebouwing. Welstandsniveau Vrije sector woongebieden zijn vanwege de grote mate aan vrijheid met betrekking tot bouwstijl, gevelopbouw en kleur- en materiaalgebruik aangewezen als reguliere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Continuïteit en zichtlijnen - Positionering in de rooilijn - Samenhang in gevelwanden - Gevelkenmerken en opbouw - Materialen en kleuren - Toevoegingen aan hoofdgebouw (voornamelijk aan voor- en zijgevels) 129
130 Welstandsnota gemeente Hulst Twee-onder-één-kap woning met zeer gedifferentieerd gevelbeeld. Vrije sector woongebieden Vrije sector woongebieden worden gekenmerkt door een grote mate aan variatie in bouwstijlen, vormgeving en kleuren materiaalgebruik. Samenhang in het straatbeeld wordt verkregen door eenduidige positionering en bouw- en goothoogte. Twee-onder-één-kap woningen georiënteerd op groen voorziening. Voorbeeld Sint Jansteen Vrijstaande woningen met individuele vormgeving Grootschalige individuele woningen met dominerende kapvorm. Bouwmassa voorzien van groot aantal bouwkundige toevoegingen. Samengestelde bouwmassa met fraaie erf begrenzing. Verschillend georiënteerde woningen met verschillend vormgegeven erf begrenzing.
131 Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van bestaand verkavelingspatroon van vrijstaande bebouwing, waarbij nieuwbouw binnen de voorgevelrooilijnen van de belendende bebouwing dient te passen. - Behouden van een gevarieerde karakteristiek in de straatwanden. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk 7. Massa en vorm - Nieuwbouw vormgeven als een vrijstaande hoofdmassa, met een eigen vormgeving en architectuur, variatie is wenselijk. - Gevarieerde kapvorm en richting is mogelijk. - Gevarieerde vormbehandeling is mogelijk Gevelkarakteristiek - Variatie in gevelopbouw en indeling is mogelijk - Uitsluiten van gesloten gevels aan straatzijde. Kleur en materiaal - Variatie in kleur en materiaal is mogelijk. 131
132 Welstandsnota gemeente Hulst Bedrijventerreinen Gebiedsbeschrijving In de volgende kernen komen gebieden voor die gerekend worden tot de gebiedscategorie bedrijventerreinen ; Kloosterzande, Walsoorden, Sint. Jansteen, Hulst en Clinge Op deze bedrijventerreinen zijn zowel kleinschalige bedrijven met verschillende functies gevestigd als grootschalige fabrieks- en bedrijfspanden. Tol-Morres en Stationsplein zijn voornamelijk ingericht met winkelfuncties en hebben daardoor een meer representatieve uitstraling. De Havenstraat bij Walsoorden wordt daarnaast voornamelijk gekenmerkt door de veelvormigheid van de onderdelen van de betonfabriek. De openbare ruimte is veelal eenvoudig en samenhangend ingericht. De vormbehandeling van deze bebouwing is gevarieerder en ook de gevelopbouw en indeling is verder uitgewerkt. Het kleur- en materiaalgebruik op de bedrijventerreinen is wisselend. Daarnaast zijn de relatief grote open terreinen aan of zichtbaar vanaf de openbare weg veelal ingericht als parkeer- en/of opslagterrein waardoor het straatbeeld op sommige plaatsen een rommelig karakter heeft. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De bebouwing op de bedrijventerreinen vertoont grote variatie. Naar mate onderlinge afstand van de bebouwing geringer is, wordt een grotere afstemming op belendingen gewenst voor wat betreft positionering, maatvoering en vormgeving. De vrijstaande bebouwing is veelal verspringend ten opzichte van de rooilijn gepositioneerd en georiënteerd op de weg met variërende open tussenruimten. Bouwmassa s en hoogten zijn net als de architectonische uitwerking gedifferentieerd. De vormgeving van de bebouwingselementen is veelal eenvoudig en sober en loopt uiteen van gesloten bedrijfsloodsen van betonplaten of damwandprofiel tot meer representatieve kantoorpanden en showrooms. De relatieve omvang van bedrijfsloodsen is grootschalig met een gelaagdheid van één bouwlaag met een platdak of licht hellend zadeldak met de noklijn zowel haaks als evenwijdig aan de weg. De representatieve bebouwing is veelal op de kop van de kavel gesitueerd, opgebouwd uit 1 à 2 bouwlagen van metselwerk of hoogwaardige materialen en voor wat betreft bouwmassa en hoogte ondergeschikt aan de bedrijfsloodsen. Bij de bedrijventerreinen is voornamelijk de uitstraling naar de omliggende gebieden of het open poldergebied van belang. Voornamelijk voor de Tol-Morres, Hogeweg en Verrekijker is de uitstraling naar de doorgaande weg de N60 van belang. Randen van bedrijventerreinen aan het open poldergebied dienen gevrijwaard te blijven van sterk contrasterende kleuren en reflecterende materialen. Een afschermende groenstrook kan hierop een goede aanvulling vormen. Het zwaartepunt met betrekking tot de beoordelingsaspecten ligt op situering en massa en vorm en het kleur en materiaal. Het welstandsbeleid is op de bedrijventerreinen dan ook gericht op het kleur- en materiaalgebruik aan de randen, de afstemming van bebouwingselementen in positionering, bouwmassa en vormgeving ten opzichte van elkaar ten einde een relatief samenhangend gevelbeeld te waarborgen. 132
133 Bedrijventerreinen Bedrijven worden gekenmerkt door vrijstaande grootschalige bebouwing met veelal sobere, eenvoudige vormgeving en ingetogen materiaalgebruik. Bouwmassa en hoogte zijn net als de architectonische uitwerking gedifferentieerd. Welstandshalve is met name de uitstraling van de terreinen naar de aangrenzende gebieden van belang. Voorbeelden Tol-Morres en Hogeweg. Grootschalige loodsen en reclameborden domineren het beeld van de N60. Bedrijventerrein bij Kloosterzande, eenvoudige bouwmassa's vervaardigt uit industriële materialen. Op de kop van de Geslechtendijk is een grootschalige loods gepositioneerd. Representatieve voorkant uitgevoerd in moderne materialen. 133
134 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandsniveau De bedrijventerreinen zijn door de aanwezige kwaliteiten van de bedrijfspanden en de functionele karakteristiek ervan aangewezen als reguliere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met omliggende landschappelijke, stedelijke of groengebieden - Positionering - Samenhang en diversiteit in gevelwanden - Herkenbaarheid functie en identiteit van het gebouw - Massa en maatvoering - Materialen en kleuren - Reclametoepassingen Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Positionering in de rooilijn is wenselijk. - Streven naar oriëntatie en ontsluiting op de belangrijkste aangrenzende openbare ruimte. - Relatie met open landschappelijke omgeving door natuurlijke vormgegeven erfafscheidingen is wenselijk. Massa en vorm - Afstemmen van maat en schaal op belendende bebouwing. - Herkenbaarheid van individuele gevels en functies in het totale gevelbeeld is wenselijk. - Eenduidige en eenvoudige vormbehandeling is wenselijk. Gevelkarakteristiek - Streven naar transparante gevels aan straatzijde. - Een naar de straat gekeerde voorgevel is wenselijk. - Afstemmen van verticale of horizontale gevelgeleding en indeling op hoofdvorm van de bebouwing. Kleur en materiaal - Beperkte variatie in kleurgebruik is wenselijk. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en reflecterende materialen aan de rand van het bedrijventerrein. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
135 5.2.9 Grootschalige voorzieningen Gebiedsbeschrijving Tot de gebiedscategorie grootschalige voorzieningen behoren: Kloosterzande : Antoniusstraat Vogelwaarde : Populierenstraat en Meidoornstraat Clinge : Kapelledreef en Sterredreef Hulst : Truffinoweg, Carmelweg, Sportlaan, Timmermansstraat en de Vondelstraat Binnen Hulst, Kloosterzande en Vogelwaarde zijn er een aantal grootschalige bebouwingsmassa s te vinden die op beperkte afstand liggen van de bebouwing. Doordat deze gebouwen zijn opgenomen in de totale context van de kernen is de relatie met het omliggende landschap van minder belang. Met name het uitsluiten van grote gesloten geveloppervlakken is van belang. Het gebied tussen de Carmelweg en de Truffinoweg zorgt voor open zichtlijnen waarbij voornamelijk de architectuur van het Reynartcollege een opvallende kwaliteit. Dit rijk gedetailleerde gebouw met monumentale gevelindeling vormt een contrast met de horizontale geleding van de gebouwen aan de Truffinoweg. Grootschalige voorzieningen hebben als belangrijkste karakteristiek de vrijstaande situering van bouwmassa s en hebben dus een alzijdige orientatie. Hierdoor ontstaat een directe relatie met het omliggende landschap. In Clinge is een grootschalig gebied gelegen met vrijstaande bebouwing en een alzijdige karakteristiek. Het gebied rond de Kapelledreef is een parkachtige omgeving met een vrijstaande situering van diverse grootschalige bouwmassa s. De openbare ruimte bestaat uit grasvelden met boomgroepen en rijen. Kenmerkend voor de vrijstaande complexen is hun veelvormigheid in bouwmassa en gevelindeling. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid Door de grootschalige massa s zijn deze gebieden beeldbepalend voor de directe omgeving. De ruimtelijke kwaliteit is vaak ondergeschikt aan de functionaliteit of gebruikswaarde van de bebouwing ondanks dat de gebouwen vaak een overgang zijn van kern naar poldergebied. Kenmerkend is de alzijdige oriëntatie en de rechthoekige vormgeving met een eenvoudige detaillering en horizontale geleding. Bij nieuwbouw is eigentijdse representatieve vormgeving het streven. Welstandsniveau Grootschalige zijn door de aanwezige kwaliteiten van de bebouwing aangewezen als reguliere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met omliggende landschappelijke, stedelijke of groengebieden - Positionering en veelzijdige oriëntatie - Herkenbaarheid functie en identiteit van het gebouw - Bouwstijl en architectuur - Gevelkenmerken en opbouw - Toevoegingen aan hoofdgebouw 135
136 Welstandsnota gemeente Hulst Beeld van grootschalige nieuwbouw aan de Truffino weg. Grootschalige voorzieningen Grootschalige voorzieningen worden gekenmerkt door vrijstaande grootschalige bebouwing met veelal een gedifferentieerde massaopbouw en gevelindeling. Welstandshalve is met name de uitstraling van de terreinen naar de aangrenzende gebieden van belang. Horizontale geleding van een grootschalig zorgcomplex. Vrijstaande situering van Schoolgebouw zorgt voor oriëntatiepunt. Voorbeeld Clinge 136
137 Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van de alzijdige uitstraling van de bebouwing. - Bij (vervangende nieuwbouw) dient de positie en oriëntatie te worden afgestemd op de bebouwing in de omgeving. - Bij nieuwe ontwikkelingen de bestaande (zicht)relaties met aangrenzende groengebieden niet verstoren, waar mogelijk versterken. Kleur en materiaal - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en reflecterende materialen. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk 7. Massa en vorm - Bij verbouwing, renovatie of uitbreiding dient de vormgeving en materialisering afgestemd te worden op de bouwstijl en het materiaal- en kleurgebruik van het hoofdgebouw - Bij samenhangende complexen dienen de bouwmassa en dakvormen afgestemd te zijn, zodat de hoofdvormen gelijk zijn - Op zichtlocaties dient er gestreefd te worden naar loodsen met een zadeldakconstructie. Gevelkarakteristiek - Streven naar transparante gevels aan straatzijde. - Streven naar eenheid in architectuur van de bouwmassa op zich. - Afstemmen van verticale of horizontale gevelgeleding en indeling op hoofdvorm van de bebouwing. 137
138 Welstandsnota gemeente Hulst Sport, recreatie en overige groengebieden Gebiedsbeschrijving Sportparken komen in de verscheidene kernen van de gemeente Hulst veelvuldig voor. Deze sport- en recreatieve terreinen liggen grotendeels langs de randen van de kernen, met een duidelijke afscheiding door middel van opgaande begroeiing. De grote functioneel ingerichte ruimten met beperkte bebouwing, zijn overwegend ingericht met voetbal en/of tennisvelden. De bebouwing op deze complexen bestaat overwegend uit bebouwing met één bouwlaag en platdak. Doordat de gebouwen in grote openruimte zijn gepositioneerd hebben ze een alzijdige oriëntatie. De gevelinvulling bestaat uit grote glasoppervlakken en gesloten gevels. Deze tegenstelling komt voort uit de meerdere functies die zijn ondergebracht in de complexen. De permanente bebouwing bestaat grotendeels uit kleedlokalen, sanitaire voorzieningen, sporthallen, tribunes en kantines. Bij Hengstdijk is sprake van een grootschalig recreatiegebied met camping en recreatiewoningen. Het gebied is afgeschermd van het omliggende landschap door hoog opgaande begroeiing waardoor contrasten met het open poldergebied beperkt blijven. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De grote open ruimtes en groene omlijstingen bepalen voor een groot deel het beeld van de diverse sportparken en voorzieningen. De bebouwing is ondergeschikt aan de landschappelijke invulling van deze terreinen. Voor de gevels die direct grenzen aan de openbare ruimte geldt dat er extra aandacht dient te worden geschonken aan de indeling en materialisering. Ook met kleurgebruik is het belangrijk om opvallende en contrasterende kleuren te vermijden. Het zwaartepunt met betrekking tot de beoordelingscriteria ligt op situering en massa en vorm van de bebouwing. Welstandstoezicht is gericht op afstemming van toevoegingen of uitbreiding op het hoofdgebouw. Welstandsniveau De sport, recreatie en overige groengebieden zijn door de aanwezige kwaliteiten van de gebouwen en de functionele karakteristiek ervan, evenals de afschermende functie van opgaande begroeiing aangewezen als reguliere welstandsgebieden. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met omliggende landschappelijke en stedelijke gebieden - Positionering en veelzijdige oriëntatie - Herkenbaarheid functie en identiteit van het gebouw - Massa en maatvoering - Materialen en kleuren 138
139 Sportgebouw sluit goed aan op de omgeving door zadeldakconstructie. Gesloten gevels van sportbebouwing heeft een negatieve uitstraling. Beeldbepalend zijn de parkeerplaatsen met opgaande begroeiing. Sport, recreatie en overige groengebieden. Sport, recreatie en overige groengebieden worden gekenmerkt door open zichtlijnen met een duidelijke afbakening en beperkte bebouwing. Welstandshalve is voornamelijk de uitstraling van de terreinen naar de aangrenzende gebieden van belang. Voorbeeld Kloosterzande Hoge lichtmasten dienen als oriëntatiepunt voor de omgeving. 139
140 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van de alzijdige uitstraling van de bebouwing. - Indien er sprake is van clustering van gebouwen dient het gebouw zich te voegen naar de bestaande stedenbouwkundige structuur. - Bij (vervangende) nieuwbouw dient het ensemble van alle gebouwen in de directe omgeving, positie en oriëntatie van oorspronkelijke bebouwing gerespecteerd te worden. - Nastreven van uniformiteit in erfafscheiding voor het gehele complex of erf. Massa en vorm - Nastreven van een maximale bouwhoogte van twee lagen met een eenvoudig zadeldak. - Bij (vervangende) nieuwbouw is vrijheid bij de invulling van de bouwstijl en de architectonische karakteristiek van het gebouw toegestaan. - Bij recreatiewoningen dient de vormgeving afgestemd te worden op de landelijke omgeving Gevelkarakteristiek - Streven naar transparante gevels aan straatzijde. - Streven naar eenheid in architectuur van de bouwmassa op zich. - Afstemmen van verticale of horizontale gevelgeleding en indeling op hoofdvorm van de bebouwing. Kleur en materiaal - Streven naar uniformiteit in kleur- en materiaalgebruik per complex. - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en reflecterende materialen. - Beperkte variatie in kleurgebruik is wenselijk. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
141 Bosgebieden Gebiedsbeschrijving Bosgebieden komen alleen in het zuiden van de gemeente Hulst voor. De beslotenheid van dit gebied zorgt ervoor dat bebouwingselementen een beperkte invloed hebben op de ruimtelijke beleving van het buitengebied. Met name langs de randen van bosgebieden dient er extra aandacht te worden geschonken aan bebouwingselementen. Het bosgebied ten noordoosten van Hulst vormt de overgang tussen het open polderlandschap en de beslotenheid van de woongebieden die tegen de oude kern van Hulst zijn gebouwd. Kenmerkend voor dit bosgebied is de verweving met vrijstaande woonhuizen. Het grillig gevormde bosgebied wordt afgewisseld met grootschalige agrarische gronden, sporadisch komen hierop boerderijen voor die aan de rand van het bos zijn gelegen. De beslotenheid van de bossen zorgt ervoor dat opvallend gekleurde of gevormde bebouwing in beperkte mate contrasteert met de natuurlijke waarden van het bos. Een opmerkelijk element is de lange uitloper langs de liniedijk met opgaande begroeiing aan de westkant van de weg aangevuld met driehoekig gevormde verdikkingen. Deze oude overblijfselen van verdedigingswerken zijn kenmerkend voor het gebied rondom Hulst en verbinden de vestingwerken met het omliggende landschap. Ten oosten van de kern Sint Jansteen, tussen de Verrekijker en de Waterstraat, ligt eveneens bosgebied. Dit gebied wordt gekenmerkt door dichte bebossing met weinig tot geen bebouwing, afgewisseld met grote infrastructurele lijnen die voor lange zichtlijnen door het besloten bosgebied zorgen. Deze als landbouwkavels gevormde bossen vormen een visuele begrenzing van stedelijk en landelijk gebied. Het bosgebied ten westen van Kapellebrug en ten oosten van Clinge wordt gekenmerkt door een verzameling van kleinschalige bospartijen afgewisseld met agrarisch ingerichte gebieden. In deze verzameling van open en gesloten gebieden komt in beperkte mate bebouwing voor. Voornamelijk in Clinge lopen er stukken bos over in de bebouwing achter de dorpskern. Verstorende elementen zijn hierdoor vanaf de belangrijke verkeersaders niet waar te nemen. Tussen Clinge en Kapellebrug ligt een grootschalig bosgebied waardoor een aantal belangrijke recreatieve routes lopen. De natuurlijke waarden van dit gebied zijn voornamelijk belangrijk door het gebrek aan verstorende bebouwingselementen en de grootschaligheid van het gebied. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid Voor zover er ruimte is binnen het bestemmingsplan dienen de toekomstige bouwkundige toevoegingen niet te contrasteren met de directe omgeving van het bos. De natuurlijke waarden van dit gebied zijn beeldbepalend en indien er bebouwing wordt toegepast dient er voornamelijk aan de randen van deze gebieden extra aandacht te worden besteed aan de vormgeving, kleur en materialisering. Welstandsniveau Wegens de besloten karakteristiek en beperkte visuele relaties met het omliggende landschap is het bosgebied aangewezen als regulier welstandsgebied. Aandachtspunten voor welstandstoezicht - Relatie met het omliggende landschap - Positionering en oriëntatie - Massa en maatvoering - Bouwstijl en architectuur - Materialen en kleuren 141
142 Welstandsnota gemeente Hulst Vanaf de doorgaande routes vormen de bossen een duidelijke begrenzing. Overgang van bosgebied naar woongebied rond Clinge. De natuurbeleving is de belangrijkste eigenschap van de bosgebieden. Bosgebied Het bosgebied in de gemeente Hulst is te vinden rondom de kernen; Hulst, Kapellebrug, Sint jansteen en Clinge. De sporadisch voorkomende bebouwing heeft door de beslotenheid van dit gebied een weinig contrasterende uitstraling. De randen van dit gebied dienen met extra aandacht behandeld te worden. Tijdelijke bebouwingselementen aan de randen van het bosgebied. 142
143 Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering - Behouden van het bestaande gespreide bebouwingspatroon. - Bij nieuwe ontwikkelingen de bestaande (zicht)relaties met aangrenzende groengebieden niet verstoren, waar mogelijk versterken. - Bij (vervangende) nieuwbouw dient het ensemble van alle gebouwen in de directe omgeving, positie en oriëntatie van oorspronkelijke bebouwing gerespecteerd te worden. - Behouden van waardevolle zichtlijnen en oriëntatiemogelijkheden. Massa en vorm - Bij verbouwing, renovatie of uitbreiding dient de vormgeving en materialisering afgestemd te worden op de bouwstijl en het materiaal- en kleurgebruik van het hoofdgebouw Gevelkarakteristiek - Uitsluiten van sterk contrasterende gevels aan op visueel gevoelige locaties. - Streven naar eenheid in architectuur van de bouwmassa op zich. - Afstemmen van verticale of horizontale gevelgeleding en indeling op hoofdvorm van de bebouwing. - Alle gevels die een directe visuele relatie hebben met het landschap of openbare ruimte hebben een zelfde welstandsbelang. Kleur en materiaal - Uitsluiten van het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en reflecterende materialen. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in hoofdstuk 6. - Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk
144 Welstandsnota gemeente Hulst 144
145 6 Welstandscriteria voor specifieke objecten 145
146 Welstandsnota gemeente Hulst 146
147 6.1 Toelichting In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze staan of worden geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. De opzet van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met die van de gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om relatieve welstandscriteria. De bouwplannen worden altijd aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan (dit in tegenstelling tot de criteria voor de kleine bouwplannen in de volgende paragraaf, die vrijwel absoluut zijn, waardoor ambtelijke beoordeling mogelijk is). 6.2 Beoordelingscriteria Een uitwerking van een object bestaat uit een objectbeschrijving, een waardebepaling, ontwikkeling en beleid, het welstandsniveau en de welstandscriteria. De welstandscriteria voor objecten zijn op dezelfde wijze opgebouwd als voor de gebiedsgerichte welstandscriteria. Ook hier zijn voor plaatsing, massa en vorm, gevelkarakteristiek en detaillering, kleur en materiaalgebruik criteria opgesteld. In de bijlage is de welstandsnotitie Het Beeld van de Binnenstad opgenomen. De criteria die hierin zijn opgenomen voor de binnenstad van Hulst, zijn complementair aan de criteria gesteld in de welstandsnota. Ook voor de specifieke bouwwerken is het vaststellen van het welstandsniveau van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie zijn voor de specifieke bouwwerken vier welstandsniveaus mogelijk: de beschermde objecten, dat wil zeggen de door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen monumenten, de bijzondere welstandsobjecten waarbij extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is, de reguliere welstandsobjecten waarbij de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd en de welstandsvrije objecten. Voor de volgende drie objecten zijn uitwerkingen opgenomen: - Monumenten - Reclame-uitingen - Dakopbouwen 147
148 Welstandsnota gemeente Hulst Monumenten Objectbeschrijving Een monument is een gebouw of terrein dat van algemeen belang is door schoonheid of geschiedenis, belangrijk is voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde heeft. Een monument is dus veel meer dan een groot oud gebouw. Het kan symbool staan voor een bepaalde periode of gezien worden als eerste of meest belangrijke verbeelding van een kunststroming. Monumenten worden volgens een aanwijzingsprocedure formeel vastgesteld door het Rijk, de provincie en/of de gemeente. Het gaat alleen om de onroerende zaken. De gebouwen en terreinen zijn divers van karakter en hebben elk bepaalde bijzonderheden in cultuurhistorische, architectonische en/of stedenbouwkundige zin. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De gemeente voert een actief monumentenbeleid en beschikt over een monumenteninventarisatie. Daarnaast is het bestemmingsplan binnenstad Hulst voorzien van een cultuurhistorische paragraaf. Doelstelling van het gemeentelijk monumentenbeleid is; Het op zodanige wijze instandhouden van de historische waardevolle elementen in de stad, dat deze zowel een functie kunnen blijven vervullen in het stedelijk leven, als blijvend een waardevol belevingsaspect vormen voor huidige en toekomstige generaties. Het gaat daarbij primair om de zorg voor behoud en versterking van de historische continuïteit en kwaliteit van Hulst. De binnenstad van Hulst is bij ministeriële beschikking aangewezen als beschermd stadsgezicht. In het verlengde daarvan is een deel van de binnenstad in het bestemmingsplan Binnenstad Hulst (5 april 1995) als beschermd stadsgezicht aangewezen. 148
149 Welstandsniveau Beschermde objecten (monumenten) De gebouwen en terreinen hebben met name een cultuurhistorische en/of architectuurhistorische waarde en dienen dan welstandshalve ook als zodanig behandeld te worden. Voor monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten geldt bij de beoordeling van verbouwingen in beginsel de stelregel dat bescherming en instandhouding van de oorspronkelijke architectuur voorop staat. De algemene en de gebiedsgerichte welstandscriteria zijn altijd van toepassing, maar worden aangevuld met de hierna volgende specifieke criteria die zijn gericht op het behouden en versterken van het karakter van het gebouw in hoofdlijnen. De criteria hebben betrekking op vastgestelde en voorgedragen monumenten. In de nieuwe Woningwet is bepaald dat het vergunningvrij bouwen in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988, niet van toepassing is. Dat wil zeggen dat ook voor een vergunningvrij bouwwerk, naast een monumentenvergunning, ook een bouwvergunning nodig is. In de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen zijn hiervoor criteria opgenomen. Welstandscriteria Onderstaande criteria komen voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken van het object en het gewenste beeld. De criteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied, gehanteerd te worden. Het gaat hier om de welstandscriteria voor een advies van de bouwvergunningaanvraag conform artikel 12 van de Woningwet. Voor een advies voor het verlenen van een Monumentenvergunning kunnen ook andere criteria en/of richtlijnen gehanteerd worden. Situering - Bij (vervangende) nieuwbouw, verbouwingen of renovatie dient men aan te sluiten op de verkaveling, positie en oriëntatie van de oorspronkelijke of reeds aanwezige bebouwing. - De gebouwen zijn als zelfstandige eenheden herkenbaar en dienen ook als architectonische eenheid behouden te blijven. Massa en vorm - Bij (vervangende) nieuwbouw, verbouwingen of renovatie dient men aan te sluiten op de bouwmassa en hoofdvorm van de oorspronkelijke of reeds aanwezige bebouwing. - Bij verbouwingen dienen de contouren en het silhouet van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw zichtbaar te blijven. 149
150 Welstandsnota gemeente Hulst Gevelkarakteristiek - Bij (vervangende) nieuwbouw, verbouwingen of renovatie dient men aan te sluiten op de gevelkarakteristiek van de oorspronkelijke of reeds aanwezige bebouwing. - De gevelindeling en geleding behouden. Detaillering, kleur en materiaal - Bij (vervangende) nieuwbouw, verbouwingen of renovatie dient men aan te sluiten op de detaillering, kleur- en materiaalgebruik van de oorspronkelijke of reeds aanwezige bebouwing. - Detaillering in harmonie met gebouw en omgeving behouden, gevarieerd en zorgvuldig. - Dakkapellen, kroonlijsten, erkers en dergelijke moeten worden vormgegeven als zelfstandige elementen. - Bij renovatie, aan- of verbouw de stijl aanpassen aan het bestaande gebouw, waarbij een hedendaagse interpretatie op de historische kenmerken mogelijk is. - Behouden van materiaalgebruik gelijk aan of vergelijkbaar met het bestaande context. Géén kunststoftoepassingen. - Kleurgebruik aansluiten bij de aard en het (historische) karakter van het gebouw. - Technische installaties die het oorspronkelijke gevelbeeld verstoren uitsluiten. Overige - Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke typen bouwwerken in paragraaf Criteria voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken - Toevoegingen moeten worden vormgegeven als zelfstandige elementen. - De contouren en het silhouet van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw dienen zichtbaar te blijven. - Vormgeving en detaillering dienen passend te zijn in het architectuurbeeld en de bouwstijl van het hoofdgebouw, waarbij een hedendaagse interpretatie op de historische kenmerken mogelijk is. - Detaillering moet in harmonie zijn met gebouw en omgeving, gevarieerd en zorgvuldig. - Het te gebruiken materiaal moet gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die van het bestaande hoofdgebouw. Kunststoftoepassingen zijn niet toegestaan. - Het kleurgebruik moet aansluiten bij de aard en het (historische) karakter van het gebouw. - In plaats van dakkapellen is het plaatsen van dakramen een betere optie voor daglichttoetreding, tenzij de dakkapel in authentieke staat wordt vormgegeven. - Zonnepanelen of collectoren op het voordakvlak of zijdakvlak indien dit zichtbaar is vanaf de weg of openbaar groen zijn niet toegestaan. - Erfafscheidingen dienen een sterke samenhang met de bestaande architectuur van het hoofdgebouw te tonen. Grootte, vormgeving, materialisering en detaillering van erfafscheidingen worden hier kritischer beoordeeld. 150
151 Reclame-uitingen Objectbeschrijving Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames vragen vanuit hun doelstelling aandacht en vormen hiermee een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en kunnen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving verhogen, hoewel daar een kritische grens aan verbonden is. Evenals bij een gebouw speelt ook bij een reclame de relatie met de (stedenbouwkundige) situatie waarin deze wordt geplaatst alsmede het karakter van die situatie een belangrijke rol. Een reclame is geslaagd wanneer deze een volledig geïntegreerd onderdeel van het totale architectonische concept uitmaakt. Blijft de zorg voor een goede inpassing van een reclame in zijn omgeving achterwege dan wordt de reclame ervaren als een verstoring van de visuele kwaliteit van de omgeving en kan zelfs agressief overkomen. In gebieden waar geen sprake is van commerciële functies zijn reclame-uitingen ongewenst. Welstandsniveau Afhankelijk van het gebied waar de reclame-uiting betrekking op heeft. Voor welstandsniveaus van de gebieden zie hoofdstuk 3. Het plaatsen van een reclame-uiting kan een ingrijpende verandering zijn, waarbij het straatbeeld makkelijk kan worden aangetast. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen reclame-uitingen, is het zinvol onderscheid te maken tussen de verschillende gebiedstypen. Een woonwijk vraagt een andere benadering dan een winkelgebied, een beschermd stadsgezicht, maar ook het buitengebied, kan aangetast worden bij plaatsing van reclametekens die op een bedrijventerrein gebruikelijk zijn. In de welstandscriteria is daarom onderscheid gemaakt naar verschillende gebiedstypen. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft de gemeente een vergunningplicht voor reclame-uitingen geregeld. Onderdeel daarvan is een welstandsadvies. Een aanvraag voor een reclame-uiting wordt aan de welstandscommissie voor advies voorgelegd. 151
152 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria In het algemeen geldt dat reclametekens alleen aanvaardbaar zijn indien zij een directe relatie hebben met de gekozen situering, de afmetingen en kleuren afgestemd zijn op het karakter van de directe omgeving en zij niet groter zijn dan voor een goede leesbaarheid voor die situering noodzakelijk is. De reclametekens dienen qua afmetingen en plaatsing op de gevelopzet afgestemd te worden. De hierna te noemen maten dienen in dit licht bezien te worden; er zullen zich situaties voordoen waarbij ook deze maximummaten de welstand nog te zeer zullen verstoren. Het toepassen van losse letters en aanlichten van reclameteksten verdient de voorkeur boven het toepassen van lichtbakken. Bij lichtbakken is het raadzaam een donkere achtergrond te kiezen met heldere letters, ook i.v.m. de verkeersveiligheid (verblindingeffecten). Aanvullende welstandsnotities m.b.t. reclame-uitingen Voor Hulst is er een welstandsnotitie vastgesteld Het Beeld van de Binnenstad.. Middels deze welstandsnotitie geeft de gemeente Hulst aan welk beleid zij voorstaat ten aanzien van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de binnenstad van Hulst. Vergunningaanvragen voor reclame-uitingen in dit gebied zullen op basis van de eisen in de welstandsnotitie en de in deze paragraaf opgenomen criteria beoordeeld worden. De criteria zijn dus complementair opgesteld. De welstandsnotitie Het Beeld van de Binnenstad is als bijlage behorende bij voorliggende welstandsnota vastgesteld conform artikel 12a eerste lid van de nieuwe Woningwet. Bij het opstellen van nieuwe beeldkwaliteitplannen, waarin nadere eisen aan reclame-uitingen worden opgenomen, zal rekening worden gehouden met de normen die in deze paragraaf zijn aangegeven. Aanvullingen en/of afwijkingen zal in het beeldkwaliteitplan expliciet worden aangegeven. Het beeldkwaliteitplan kan vervolgens als bijlage behorende bij voorliggende welstandsnota worden vastgesteld conform artikel 12a eerste lid van de nieuwe Woningwet. De welstandscriteria dienen altijd bezien te worden met inachtneming van de gebiedsgerichte criteria, de criteria voor specifieke bouwwerken en de algemene welstandscriteria. 152
153 Reclame-uitingen in woongebieden In een gebied dat hoofdzakelijk is ingericht voor woondoeleinden passen geen reclametekens. Er ontbreekt immers een relatie tussen het woonmilieu en reclame-uitingen. Een uitzondering hierop vormen woningen met een praktijkruimte voor het uitoefenen van een vrij beroep, zoals bijvoorbeeld een arts, architect of verzekeringsadviseur. In dergelijke gevallen is een bescheiden aanduidieng aanvaardbaar. Plaatsing en aantal - Eén reclame-uiting per woning, dus ook niet één uiting aan de gevel en één uiting in de tuin. - Bevestiging tegen gevel t.p.v. de bedrijfstoegang. - Bij aanwezigheid van voortuinen is plaatsing van een bord in de tuin denkbaar, mits zorgvuldig (als tuinmeubel) vormgegeven, geintegreerd in het tuinontwerp. Het toepassen van lichtbakken is dan niet toelaatbaar, beperkte aanlichting wel. Totaalhoogte maximaal 1.00 m. Maatvoering - Maximale oppervlakte 0.50 m 2. - Alleen naam en aard van het bedrijf met eventueel openingstijden, en/of een vignet (in woongebieden met woonbestemming geen merkreclames!). Criteria voor bedrijfsbebouwing (met een goedgekeurde bestemming) in een woonomgeving: - Alleen aanduidingen die betrekking hebben op naam en aard van het bedrijf zijn toelaatbaar. Het voeren van grotere merkreclameobjecten dient beperkt te blijven tot maximaal twee reclameuitingen. In andere gevallen zal al snel door een te veel aan reclames een onrustig totaalbeeld ontstaan. - Tot 10 meter en vervolgens voor elke 10 meter gevelbreedte aan straatzijde is 1 m 2 reclame mogelijk. Per gebouw dient in principe niet meer dan 1 reclame-uiting gelijktijdig zichtbaar te zijn. Uitzondering hierop kan gemaakt worden voor gebouwen die gevels aan meer dan één straat hebben. Het aantal tekens blijft dan 1 per naar de straat gekeerde gevel. - De reclame-uitingen aan de gevel dienen te worden aangebracht op begane grond nivo, in ieder geval onder de verdiepingsramen. - Het integreren van vrijstaande bescheiden reclametekens in de voortuin is denkbaar mits plaats, vormgeving en kleur worden afgestemd op de omgeving. Het toepassen van lichtbakken is dan niet toelaatbaar, beperkte aanlichting wel. De maximale hoogte van een dergelijk element is sterk afhankelijk van de situatie, doch mag de 2.25 m niet overschrijden. Vormgeving - Kleuren dienen terughoudend gekozen te worden. Dus geen contrasterende en felle fluorescerende kleuren Overige - De reclame-uiting voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor reclame-uitingen in de gebieds- of objectgerichte beoordelingskaders. 153
154 Welstandsnota gemeente Hulst Reclame-uitingen in winkelgebieden In gebieden met een uitgesproken winkelkarakter zijn de mogelijkheden tot reclamevoering ruimer dan in woongebieden. Algemeen kan gesteld worden dat de reclames op winkelniveau, d.w.z. het begane grond niveau geplaatst dienen te worden, zodat er een directe en logische relatie tussen het reclameteken en de functie ontstaat en de overlast voor eventuele bovenwoningen beperkt wordt. Voor de binnenstad zijn in de welstandsnotitie Het beeld van de binnenstad welstandscriteria opgenomen. Plaatsing en aantal - Het aan de gevel aanbrengen van reclameborden, geschilderde of losse tekens/letters (ev. in neon), vlaggen, banieren zijn toelaatbaar. Geen lichtbakken. - Geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie, tenzij in de woning een praktijkruimte voor het uitoefenen van een vrij beroep zit. - Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren. - Maximaal twee reclame-uitingen per gevel. - Reclame(vlaggen) en banieren, indien minder dan 1 per 4.00 m gevellengte, zijn toelaatbaar. Maatvoering van reclames loodrecht op de gevel - Niet hoger aangebracht dan de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. (let op verkeer: hoogte minimaal 2.20 m boven het trottoir en tenminste 4.20 m boven de rijweg). Bij luifels de reclame-uitingen alleen op of onder de luifel plaatsen. - Ten hoogste 70 cm (inclusief bevestiging) buiten het gevelvlak stekend. - Niet groter dan 1.00 m 2. Maatvoering van gevelreclames evenwijdig aan de gevel - Gecentreerd aangebracht op de borstwering van de eerste verdieping, onder de onderzijde van de raamdorpels op de eerste verdieping. Bij luifels de reclame-uitingen alleen op of onder de luifel plaatsen. - Niet breder dan 70% van de gevelbreedte. - Niet hoger dan 0.75 m. Vormgeving - In voorgevel reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de maatvoering en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel. - In voorgevel samenhang en ritmiek van de straatwand niet verstoren. - Reclame integreren in de architectuur en beperken tot het hoogst noodzakelijke. - Geen mechanisch bewegende delen. - Geen lichtcouranten of lichtreclame met veranderlijk of - knipperend licht. - Geen daglichtreflecterende reclame. - Niet uitgevoerd zijn in felle kleuren. - Indien er sprake is van meerdere reclame-uitingen op een gevel dan dienen deze in een eenduidige vormgeving uitgevoerd te worden. Overige - De reclame-uiting voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor reclame-uitingen in de gebieds- of objectgerichte beoordelingskaders. - Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. 154
155 Reclame-uitingen op bedrijventerreinen Gezien de grotere schaal van de gebouwen en het utilitaire karakter, is een grotere hoeveelheid reclame denkbaar. Uitgangspunt blijft dat de reclame op een logische plaats tegen het gebouw aangebracht dient te worden, b.v. bij de entree, en afgestemd dient te zijn op de massa c.q. gevelopzet. Indien plaatsing tegen een gevel niet mogelijk is, b.v. bij glasvliesgevels, dient de reclametekst boven of in de buurt van de entree aangebracht te worden. Een gezamenlijke presentatie bij de entree van het bedrijventerrein of routeborden zijn denkbaar eventueel in combinatie met een plattegrond en routebeschrijving. Een zorgvuldige vormgeving is dan essentieel. Per terrein zal één uniform kader moeten worden ontwikkeld en vormgegeven. Alleen naamsaanduidingen van het bedrijf en branche, c.q. beroepsaanduiding toelaten. Plaatsing en aantal - In beginsel geen reclame-uitingen op een plat dak, tenzij bij plaatsing op de dakrand wordt uitgegaan van losse letters. - Maximaal vier reclame-uitingen per gebouw en maximaal twee reclame-uitingen aan een gevel zijn toelaatbaar. Vormgeving - Reclametoepassingen dienen ondergeschikt te zijn t.o.v het hoofdgebouw en bij voorkeur meegenomen worden in het ontwerp. - In de voorgevel reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de plaatsbepaling is afgestemd op en in verhouding is met de oorspronkelijke gevel. - Gevelreclames evenwijdig aan de gevel uitgevoerd in open of losse letters en tekens is wenselijk; - Aan randen van bedrijventerreinen uitsluiten van lichtbakken of felle kleuren. Overige - Vrijstaande reclamezuilen niet hoger dan 6.00 m of niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende erf gesitueerde hoofdgebouw. - De reclame-uiting voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor reclame-uitingen in de gebieds- of objectgerichte beoordelingskaders. - Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. Maatvoering - Gevelreclames evenwijdig aan de gevel of op de dakrand niet breder dan 70 % van de gevelbreedte en de hoogte in verhouding met hoogte van het gebouw tot maximaal 0.75 m. - Gevelreclames loodrecht op de gevel maximaal 1.0 x 1.0 x 0.25 m. 155
156 Welstandsnota gemeente Hulst Reclame-uitingen in het buitengebied Reclameborden, aankondigingen en verwijzingsborden horen niet thuis in het buitengebied. Ze passen slecht bij het karakter van de omgeving en vormen een visuele vervuiling. Zeker nu het recreatieve karakter van het buitengebied meer aandacht krijgt, is het van belang het karakterverschil tussen de bebouwingskernen en het buitengebied te bewaren c.q. te versterken. Gebieden die een bijzondere landschappelijke kwalificatie in het bestemmingsplan of streekplan toegekend hebben gekregen zijn in principe niet geschikt om enige vorm van reclame toe te laten. Ter bescherming van het landschapsschoon en ter behoud van het specifieke karakter van deze gebieden is een zeer terughoudend beleid noodzakelijk. Lichtreclames in het buitengebied zullen met name 's avonds als zeer opzichtig ervaren worden. Daarom is het plaatsen van lichtreclames in het buitengebied niet toelaatbaar. Verwijsborden zijn in beginsel niet toegestaan evenals niet perceelsgebonden reclameborden en algemene merktekens. De vormgeving, kleurstelling en plaatsing dienen in harmonie met de omgeving te zijn. Dus geen felle kleurwisselingen en schreeuwende kleurcombinaties. Ten aanzien van reclame-uitingen in het buitengebied van de gemeente Hulst geldt de provinciale landschapsverordening. Vrijstaand op een bebouwd perceel: - Slechts één vrijstaande reclame-uiting per positief bestemd bedrijf (kan tweezijdig) met een direct visueel verband tussen het bord en (de toegang van) het bedrijf. - Maximale afmetingen 0.50 m 2 en geen grotere afmeting in één richting hebben dan 1,50 meter. - Geen lichtreclame of aanlichting. Op of aan een gebouw: - Eén naamsaanduiding aan een gevel van een bedrijfsbebouwing per perceel/bedrijf is mogelijk. - Maximale afmetingen van de naamsaanduiding is 3% van de geveloppervlakte met een maximum van 2.5 m 2 (maximaal 1 m 2 aangelicht). - De reclame-uiting dient niet geheel of gedeeltelijk boven de dakgoot uit te komen. - De naamsaanduiding op een logische wijze plaatsen; dat wil zeggen op een gevel grenzend aan het erf bij de toegang van het bedrijf en integreren met de gevelopzet. - De opschriften dienen te zijn opgenomen in de architectonische opbouw van de gevel en daaraan zo mogelijk bij te dragen. Plaats, afmeting en kleur worden mede daardoor bepaald. Overige - Geen reclame toegestaan op een onbebouwd perceel. - De reclame-uiting voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor reclame-uitingen in de gebieds- of objectgerichte beoordelingskaders. - Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. 156
157 Dakopbouwen Objectbeschrijving De woonruimtebehoefte is in de laatste decennia steeds groter geworden. Dit betekent niet alleen dat er tegenwoordig grotere woningen worden gebouwd, maar ook dat de behoefte om bestaande woningen uit te breiden groter wordt. Bepaalde typen woningen lenen zich echter minder goed voor de meest voor de hand liggende en weinig ingrijpende kleine bouwwerken die tot de categorie licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken behoren. Een dakkapel is bijvoorbeeld niet voor ieder type woning geschikt. Voor dergelijke woningen is het creëren van extra ruimte binnen het bestaande grondoppervlak soms wel mogelijk door het bouwen van een dakopbouw. Om aan de ruimtebehoefte van bewoners van dergelijke woningen tegemoet te komen worden in deze paragraaf uitgangspunten en welstandscriteria gegeven voor het bouwen van een dakopbouw. Aan het begrip dakopbouw kan op meerdere manieren invulling worden gegeven. Voor de welstandstoetsing is het van belang dat er een duidelijke afbakening is van het begrip dakopbouw, om misverstanden te voorkomen. Voor welstandstoetsing wordt onder het plaatsen van een dakopbouw daarom verstaan: Het aanbrengen van een verdieping op een pand, waarbij een niet eerder bestaande ruimte wordt gecreëerd of een reeds bestaande ruimte wordt vergroot. Dit resulteert in het ingrijpend wijzigen van de vorm en het profiel van het dak, de bestaande goothoogte en/of nokhoogte worden hierbij meestal verhoogd. Het verschil met dakkapellen zit voornamelijk in het feit dat dakkapellen geen grote gevolgen hebben voor de hoofdvorm en het profiel van het gebouw. Een dakopbouw is veel groter van schaal en heeft veel meer invloed op het profiel, beeld en aanzicht van de bebouwing. Een dakopbouw is niet zomaar voor iedere dakvorm geschikt. Zeker waar het meer complexe dakvormen betreft zal een dakopbouw een grote afbreuk doen aan het silhouet van het bouwblok. De vorm van de dakopbouw in relatie tot de vorm van het dak en de vorm van het gebouw is daarom zeer belangrijk. In feite kan gesteld worden dat een dakopbouw alleen geschikt is voor eenvoudige kapvormen. Dit betekent dat een dakopbouw alleen mogelijk is op een plat dak of op een zadelkap. Omdat het bouwen van een dakopbouw een erg ingrijpende verandering is van het bouwwerk is dit op zadeldaken in beginsel alleen aan de achterzijde wenselijk. Hierdoor blijft het aanzicht van het gebouw vanaf de openbare weg zo veel mogelijk onaangetast. Hooguit een doorgetrokken dakvlak door een nokverhoging zal dan zichtbaar zijn. Voor platte daken betekent dit dat de opbouw bij voorkeur terugliggend ten opzichte van de voorgevellijn wordt gepositioneerd. Ook hierdoor blijft het oorspronkelijke gevelaanzicht zo minimaal mogelijk aangetast. 157
158 Welstandsnota gemeente Hulst Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het plaatsen van een dakopbouw is een ingrijpende veranderingen aan een bouwwerk die het straatbeeld makkelijk kan aantasten. Daarom zijn dakopbouwen in sterk openbare gebieden (bijv. langs hoofdontsluiting en pleinen) minder wenselijk dan in meer besloten woongebieden. Daarnaast is het voor gebieden die een hoge cultuurhistorische, architectonische of stedenbouwkundige kwaliteit of samenhang vertonen belangrijk zorgvuldig om te gaan met dakopbouwen. Welstandsniveau Afhankelijk van het gebied waar de dakopbouwen betrekking op heeft. Voor welstandsniveaus van de gebieden zie hoofdstuk 3 Welstandscriteria Indien in het bestemmingsplan voorschriften zijn opgenomen die in strijd zijn met onderstaande welstandscriteria prevaleert het bestemmingsplan boven de welstandscriteria. Indien het bestemmingsplan ruimte laat voor interpretatie van de voorschriften vormen de criteria een aanvulling op het bestemmingsplan. Welstandscriteria voor dakopbouwen in het algemeen In de gevallen waar in het verleden reeds vergunning is verleend voor een individuele dakopbouw in een samenhangend bouwblok kan eveneens medewerking worden verleend aan dakopbouwen, mits die in dezelfde vorm, grootte en stijl worden gerealiseerd als het eerder goedgekeurde exemplaar. Hierdoor kan de reeds verstoorde samenhang op termijn worden hersteld. - Een dakopbouw mag nooit uit meer dan één bouwlaag bestaan. - Een dakopbouw is alleen toegestaan op het hoofdgebouw. - Op dakopbouwen zijn geen dakkapellen toegestaan. Daglichttoetreding dient te geschieden door gevelvensters of dakramen. - Bij woningen met een vliering onder de kap worden in beginsel geen dakopbouwen toegestaan. - Op een dakvlak van een woning(-blok) waar reeds dakkapellen zijn aangebracht zijn dakopbouwen niet meer mogelijk. - Op een dakvlak van een woning(-blok) waar reeds eerder dakopbouwen zijn aangebracht conform deze nota, gelden deze als te volgen precedent. In beginsel geldt voor heel Hulst dat dakopbouwen niet zijn toegestaan, tenzij het bestemmingsplan het toestaat en aan alle onderstaande criteria wordt voldaan. Deze welstandscriteria dienen altijd bezien te worden met inachtneming van de gebiedsgerichte criteria, de criteria voor specifieke bouwwerken en de algemene welstandscriteria. 158
159 Dakopbouw op een plat dak Plaatsing - Bij dakopbouwen uitgevoerd met een plat dak of licht hellend lessenaarsdak, dient de voor- of achterzijde minimaal 1 m terug te liggen van de voor- of achtergevel - Bij een dakopbouw met een zadeldak dient de gevel verlengd te worden tot de opbouw. Maatvoering - Hoogte van opbouw niet meer dan 3 m. Vormgeving - Een opbouw in de vorm van een kap is mogelijk. De noklijn van de dakopbouw kan zowel evenwijdig aan de voorgevel als haaks daarop liggen. De kapvorm en nokrichting van de belendende bebouwing zijn daarbij richtinggevend. - Oorspronkelijke goten en daklijsten dienen bij positionering van dakopbouw gelijk aan het bestaande gevelvlak te worden behouden. - Detaillering, materiaal en kleur afgestemd op, of in contrast met het hoofdgebouw vormgeven. 159
160 Welstandsnota gemeente Hulst Dakopbouw door nokverhoging Plaatsing - Alleen op kappen waar de dakhelling gelijk of minder dan 30 bedraagt. In andere gevallen biedt het plaatsen van een dakkapel voldoende mogelijkheden. - Alleen dakopbouw mogelijk bij minimale vrije hoogte onder de nok van 2.00 m. - Nokverhoging vindt plaats door het verlengen van het voordakvlak, waardoor de nok naar achter verschuift. (dakopbouw gericht op achterzijde) - Bij tussenwoningen moet de nokverhoging van scheidende bouwmuur tot bouwmuur lopen. - Bij een hoeksituatie dient de dakopbouw minimaal 1 m. terug te liggen ten opzichte van de zijgevel. - Eventuele schoorstenen op woningscheiding respecteren en mee optrekken. - Hellingshoek dakopbouw gelijk aan bestaande dakhellingshoek. Bij meerdere dakopbouwen regelmatige rangschikking op horizontale lijn en overeenkomstige vormgeving. Maatvoering - Kozijnhoogte dakopbouw maximaal 0.90 m. - Bovenkant kozijn dient altijd onder bestaande nokhoogte te blijven. Vormgeving - Kleur- en materiaalgebruik in overeenstemming met de gevel, kozijnen en het dakvlak van de woning. 160 Niet passende positionering en vormgeving volgens welstandscriteria. Visueel acceptabele dakopbouw middels een doorgetrokken dakvlak.
161 7 Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken 161
162 Welstandsnota gemeente Hulst 162
163 7.1 Toelichting Ten behoeve van de toetsing van de licht-bouwvergunningplichtige bouwplannen (1) zijn zogenaamde sneltoetscriteria geformuleerd. Het gaat hier om objectieve welstandscriteria die de planindiener vooraf zoveel mogelijk duidelijkheid dienen te geven. Bij de lichte bouwvergunningprocedure mag de afhandeling maximaal 6 weken duren. Er zijn sneltoetscriteria opgesteld voor: - Aan- en uitbouwen - Bijgebouwen en overkappingen - Kozijn- en gevelwijzigingen - Dakkapellen - Erf- en perceelsafscheidingen - Rolhekken, luiken en rolluiken Welstandstoetsing van licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken Bij de lichte bouwvergunningsprocedure hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid om zelf te toetsen aan redelijke eisen van welstand zonder advies te vragen aan de welstandscommissie. Het gemeentebestuur is van mening dat alle bouwwerken die zichtbaar zijn vanaf de weg, openbaar groen of water bepalend zijn voor het straatbeeld en dus met zorg beoordeeld moeten worden op redelijke eisen van welstand. Licht-bouwvergunningplichtige plannen aan de voorkant worden voor advies aan de welstandscommissie voorgelegd. Hiervoor volgt de gemeente de voor- en achterkantbenadering zoals omschreven in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. De welstandscommissie kan in dergelijke gevallen ook gebruik maken van de gebiedsgerichte, objectgerichte en algemene welstandscriteria. 1 Wat precies licht-vergunningplichtig is, is vastgelegd in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken. 163
164 Welstandsnota gemeente Hulst Toetsing bij beschermde gezichten en monumenten Bij Algemene Maatregel van Bestuur is bepaald dat het bouwvergunningsvrij bouwen in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of in een beschermd stadsof dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988, niet van toepassing is. Bouwvergunningsvrij wordt dan licht bouwvergunningplichtig. In deze gevallen zal de bouwaanvraag altijd voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. 164
165 Voor- en achterkant benadering (AMvB) De voor- en achterkant benadering houdt in dat er met het oog op stedenbouw en welstand in een aantal gevallen verschil moet worden gemaakt tussen het bouwen aan de voorkant of aan de achterkant van een bouwwerk. Vanuit welstandsoptiek is het bouwen aan de voorkant in het algemeen van grotere invloed dan het bouwen aan de achterkant. Onder voorkant wordt in dit verband verstaan de voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Onder achterkant wordt in dit verband verstaan de achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Het begrip weg wordt nader verklaard in de Wegenverkeerswet. Bij het begrip openbaar groen moet worden uitgegaan van het geen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken plantsoenen en speelveldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek toegankelijk zijn. Gekeerd naar de weg of het openbaar groen impliceert dat tussen het gebouw of het erf en de weg of het openbaar groen een directe feitelijke relatie is. Die relatie is er niet wanneer zich tussen het gebouw of het erf en de weg of het openbaar groen andere begrenzende elementen aanwezig zijn, zoals het erf van de buren, bos, (bij)gebouwen of water. 165
166 Welstandsnota gemeente Hulst Dit betekent dat bijvoorbeeld bij een sloot als scheidend element de zijkant gekeerd naar de weg of het openbaar groen een achterkant wordt in plaats van een voorkant. Met het oog op behoud van kwaliteit worden bouwwerken aan de voorkant altijd kritischer beoordeeld. In de sneltoetscriteria is daarom voor een aantal bouwwerken onderscheid gemaakt tussen bouwwerken aan de voorkant en aan de achterkant. Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en dakkapellen is in de welstandcriteria onderscheid gemaakt in criteria voor de voor- en achterkant, zoals deze begrippen door de AMvB zijn vastgelegd. 7.2 Beoordelingscriteria Een bouwplan is niet strijdig met redelijke eisen van welstand als het bouwwerk voldoet aan de door de gemeente vastgestelde sneltoetscriteria zoals die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Een bouwplan is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als: - het bouwwerk bij vervanging qua plaatsing en vormgeving identiek is aan het oorspronkelijke bouwwerk, of; - het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving identiek is aan een in het betreffende bouwblok of straat eerder als zodanig door de welstandscommissie goedgekeurd exemplaar (bij gelijkvormige kapvorm/woningtype), of; - het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving voldoet aan een door een architect vooraf, voor een bepaalde woonwijk, ontworpen en door de gemeente geaccepteerde optionele toevoeging of wijziging. 166
167 Bijzondere gevallen Als er voor een bepaald type licht-bouwvergunningplichtig bouwplan geen sneltoetscriteria zijn opgenomen zal het bouwplan door de welstandscommissie getoetst worden aan redelijke eisen van welstand op basis van de gebiedsgerichte, objectgerichte en/of de algemene welstandscriteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Hierbij geldt het uitgangspunt dat hetgeen bouwvergunningsvrij in ieder geval niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit geldt niet voor de gevallen waar het bouwwerk geplaatst wordt op, in of bij een (voorgedragen) monument of beschermd stads- of dorpsgezicht. Wanneer er sprake is van een bijzondere situatie en er gerede twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria, kan een bouwaanvraag alsnog aan de welstandscommissie worden voorgelegd. De welstandscommissie baseert haar advies in dergelijke gevallen behalve op de sneltoetscriteria ook op de gebiedsgerichte, objectgerichte en algemene welstandscriteria. Het kan voorkomen dat een bouwwerk in strijd is met de criteria maar wel een waardevolle en/of kwalitatieve toevoeging vormt voor het hoofdgebouw of de omgeving. Daarnaast kan het voorkomen dat juist het hoofdgebouw of de omgeving zich niet leent voor het voorgestelde bouwwerk. Om dit soort situaties te voorkomen kan de welstandscommissie teruggrijpen naar de algemene criteria. Hiermee kan door de welstandscommissie afgeweken worden op de sneltoetscriteria. Hierbij dient wel deugdelijk gemotiveerd te worden waarom er een uitzondering wordt gemaakt op de opgestelde sneltoetscriteria. Maten en meten Tenzij anders is aangegeven, worden de afstanden loodrecht en maten buitenwerks (buitenzijde gebouw) gemeten vanaf de oorspronkelijke gevel of het aansluitend terrein. 167
168 Welstandsnota gemeente Hulst Aan- en uitbouwen [bij woningen of woongebouwen] Omschrijving en uitgangspunten Een aan- of uitbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Het bestemmingsplan treedt bij de bouwvergunningplichtige aan- en uitbouwen in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Aan- en uitbouwen worden in grote aantallen gerealiseerd. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een aan- of uitbouw aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er bij de mogelijke toepassing van aan- en uitbouwen aan de voorkant een bufferzone aanwezig te zijn tussen gevel en straat. De gemeente streeft in gebieden naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren die passen bij het karakter van de straat en de gebouwen. Belangrijk is dat de contour en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw of bouwblok zichtbaar blijven en dat de aan- of uitbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw. Aan- of uitbouwen aan de achtergevel van meerdere geschakelde woningen kunnen door een diversiteit aan toegepaste vormgeving, kleuren materiaalgebruik een storend beeld opleveren. Door het toepassen van een gelijkvormige muurdam blijft de samenhang door ordening enigszins gewaarborgd zonder de individuele vrijheid in de vormgeving van de aan- of uitbouw te belemmeren. Bij hoekaanbouwen dienen de gevels van de achter- en zijaanbouw gelijk te lopen, waardoor een aaneensluitende hoekoplossing ontstaat. Een aan- of uitbouw bij niet-woongebouwen wordt altijd aan de welstandscommissie voorgelegd. Niet passend door positionering. Niet passend door afwijkend kleuren materiaalgebruik. Niet passend door hoogte. Passende zijaanbouw. 168
169 Welstandscriteria voor aan- en uitbouwen aan de voorkant Algemeen - De aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. - Geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aan- of uitbouw). - Er is geen andere aan- of uitbouw aan de voor- of zijgevel aanwezig. Plaatsing - Afstand tot voorgevellijn van een aan- of uitbouw aan de zijgevel minimaal 3.00 m. - Afstand tot zijerfgrens van een aan- of uitbouw aan de zijgevel minimaal 2.00 m. - Afstand tot voorerfgrens minimaal 3.00 m. - De achtergevel van de aan- of uitbouw aan de zijgevel dient bijvoorkeur niet gelijk te lopen met de achtergevellijn van hoofdgebouw, maar juist te verspringen. Vormgeving - Architectuur passend bij de architectuur van hoofdgebouw. In incidentele gevallen, waarbij sprake is van een bijzonder architectonisch ontwerp op een stedenbouwkundig geëigende locatie, is een contrast in vormgeving denkbaar. - Hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond afgedekt met een plat dak. - Gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van hoofdgebouw. - Indeling en profielen van kozijnen afgestemd op die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. - Zijgevels van erkers voorzien van raamopeningen. - Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en ornamenten. - Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen afgestemd op gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. - Geen serres. Maatvoering - (Goot)hoogte maximaal tot vloer 1 ste bouwlaag m. - Breedte aan de voorgevel tot maximaal 75% de oorspronkelijke breedte van de voorgevel, met een maximum van 3.50 m. - Breedte aan de zijgevel tot maximaal 100% van de oorspronkelijke breedte van de zijgevel. - Diepte aan voorgevel maximaal 1.00 meter - Diepte aan de zijgevel maximaal 3.00 m. - Oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk zijof voorerf is bebouwd. - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. 169
170 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria voor aan- en uitbouwen aan de achterkant Algemeen - De aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. - Geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aan- of uitbouw). - Er is geen andere aan- of uitbouw aan de achter- of zijgevel aanwezig. Plaatsing - Afstand tot voorgevellijn minimaal 1.00 m. - Afstand tot zijerfgrens minimaal 0.50 m. - De achtergevel van de aan- of uitbouw aan de zijgevel dient bijvoorkeur niet gelijk te lopen met de achtergevellijn van hoofdgebouw, maar juist te verspringen. Vormgeving - Architectuur passend bij de architectuur van hoofdgebouw. Afwijkende vormgeving is mogelijk indien bij tussenwoningen sprake is van een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam). - Hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond afgedekt met een plat dak of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting - Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen afgestemd op gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. - Serres zijn mogelijk. Maatvoering - Goothoogte maximaal tot vloer 1 ste bouwlaag m. - Nokhoogte maximaal 4.50 m. - Breedte tot maximaal 100% van de oorspronkelijke breedte van de achter- of zijgevel. - Diepte maximaal 3.00 m. - Oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk zijof achtererf is bebouwd. - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. 170
171 7.2.2 Bijgebouwen en overkappingen [bij woningen of woongebouwen] Omschrijving en uitgangspunten Een bijgebouw of overkapping is een grondgebonden gebouw van één bouwlaag al of niet voorzien van een kap. Een bijgebouw staat los op het erf van het hoofdgebouw en is meestal bedoeld als schuur, tuinhuis, of garage. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport of luifel boven een deur of raampartij. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een bijgebouw of overkapping aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Bij overlapping van voor- en zijerf zijn de criteria met betrekking tot het voorerf bepalend. Bij overlapping van achter- en zijerf zijn de criteria met betrekking tot het zijerf bepalend. Een bijgebouw of overkapping bij niet-woongebouwen wordt altijd aan de welstandscommissie voorgelegd. De gemeente streeft in principe naar een bescheiden uiterlijk van de bijgebouwen en overkappingen: materialen en kleuren van gevels en dakvlakken afgestemd op die van het hoofdgebouw, eenvoudige kapvorm en geen onnodig grote dakoverstekken of versieringen. Bijgebouwen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het oorspronkelijke hoofdgebouw en afgestemd worden op het karakter van het hoofdgebouw of de erfinrichting. Een belangrijk kenmerk van een overkapping is de transparantie. Overkappingen mogen niet met wanden worden dichtgezet. Niet passend door hoogte. Niet passend door omvang, materiaal- en kleurgebruik. Niet passend door afwijkende kapvorm. Passend bijgebouw. 171
172 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de voorkant Algemeen - Het bijgebouw of de overkapping is een ondergeschikte toevoeging bij het hoofdgebouw. - Er is geen ander bijgebouw en/of overkapping op het voor- of zijerf aanwezig. Plaatsing - Afstand van overkapping tot voorgevellijn minimaal 1.00 m. en van bijgebouw tot voorgevellijn minimaal 3.00 m. (dus alleen plaatsing op zijerf mogelijk) - Afstand tot zijerfgrens minimaal 1.00 m. (vanaf erfafscheiding), tenzij bijgebouw/overkapping wat betreft materialisering en kleur is geïntegreerd in erfafscheiding. - Afstand tot gevels minimaal 2.00 m. voor bijgebouwen. - Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open. Vormgeving - Architectuur passend bij de architectuur van hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout). - Hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond afgedekt met een plat dak. - Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en ornamenten. - Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw. Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen. Bij integratie met erfafscheiding materiaal- en kleurgebruik afgestemd op erfafscheiding. Maatvoering - Goothoogte maximaal 3.00 m. - Oppervlakte maximaal 15 m 2,tot in totaal 50% van het oorspronkelijk voor- of zijerf is bebouwd. - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. 172
173 Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de achterkant Algemeen - Het bijgebouw of de overkapping is een ondergeschikte toevoeging bij het hoofdgebouw. - Er is geen ander bijgebouw en/of overkapping op het achter- of zijerf aanwezig. Plaatsing - Afstand tot voorgevellijn minimaal 1.00 m. - Afstand tot gevels minimaal 2.00 m. voor bijgebouwen. - Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open. Vormgeving - Architectuur passend bij de architectuur van hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout). - Hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond afgedekt met een plat dak of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting - Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en ornamenten. - Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw. Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen. Maatvoering - Goothoogte maximaal 3.00 m. - Nokhoogte maximaal 4.50 m. - Oppervlakte maximaal 30 m 2, tot in totaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd. - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. 173
174 Welstandsnota gemeente Hulst Kozijn- en gevelwijzigingen [bij woningen of woongebouwen of bijbehorend bijgebouw] Omschrijving en uitgangspunten Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. Omdat de opbouw en indeling van de gevel een belangrijk onderdeel is van de architectonische vormgeving van het gebouw en/of de straatwand moeten ook de kozijn- of gevelwijzigingen zorgvuldig worden ingepast. In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoort door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar groen vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw en de karakteristiek van de omgeving. Een naoorlogse woning vraagt bijvoorbeeld om andere vormgeving dan een historisch pand uit de 19 de eeuw. Het uitgangspunt van de sneltoetscriteria is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval niet strijdig is met redelijke eisen van welstand. Belangrijke te handhaven kenmerken daarbij zijn de maatvoering van de negge en profilering van het kozijn en het raamhout. De materialisering en (mate aan) detaillering is voornamelijk afhankelijk van het architectuur/bouwstijl waar de wijziging betrekking op heeft. Deze is veelal terug te vinden in de beschrijving van de gebiedskarakteristieken. Een kozijn- of gevelwijziging bij niet-woongebouwen wordt altijd aan de welstandscommissie voorgelegd. Niet passend door afwijkende indeling. Niet passend door afwijkend materiaal- en kleurgebruik. Passende gevelindeling, afgestemd op oorspronkelijke indeling en belendende bebouwing. 174
175 Welstandscriteria voor kozijn- en gevelwijzigingen aan de voorkant Binnenstad van Hulst Voor de binnenstad van Hulst is er een welstandsnotitie vastgesteld Het beeld van de Binnenstad. Middels deze welstandsnotitie geeft de gemeente Hulst aan welk beleid zij voorstaat ten aanzien van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de binnenstad Hulst. Vergunningaanvragen voor kozijn- en gevelwijzigingen in dit gebied zal op basis van de eisen in de welstandsnotitie en de in deze paragraaf opgenomen criteria beoordeeld worden. De criteria zijn dus complementair opgesteld. De welstandsnotitie Het beeld van de Binnenstad is als bijlage behorende bij voorliggende welstandsnota vastgesteld conform artikel 12a eerste lid van de nieuwe Woningwet. Algemeen - Kozijnen zijn per architectonische eenheid gelijk. - Samenhang en ritmiek van de straatwand niet verstoren. Maatvoering - Diepte van negge afgestemd op bestaande situatie. - De oorspronkelijke profielafmetingen van het kozijn en/of het raamhout behouden. Vormgeving - Gevelwijziging blijft in overeenstemming met architectuurbeeld/ bouwstijl van de oorspronkelijke gevel. - Een individuele wijziging leidt niet tot een wijziging van de oorspronkelijke hoofdindeling, geleding en indeling van de gehele gevel, m.a.w. verticale of horizontale indeling van gevel handhaven. - De gevel van begane grond en verdieping(en) blijft samenhangend. - Toegevoegde of vervangende draaiende of schuivende delen is mogelijk. - Bestaande lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en/of rollagen in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met de vormentaal van andere in de gevel voorkomende lateien, onderdorpels en/of raamlijsten. - Materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig de reeds aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw. - Stalen kozijn en stalen raamhout mogen uitsluitend worden vervangen door aluminium. - Houten kozijnen mogen worden vervangen door kunststof kozijnen mits aan alle bovenstaande criteria wordt voldaan. - Geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik. - Gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of schilderwerk. - Ventilatieroosters en suskasten verbergen (plaatsen in bovendorpel) 175
176 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria voor kozijn- en gevelwijzigingen aan de achterkant Binnenstad van Hulst Voor de binnenstad van Hulst is er een welstandsnotitie vastgesteld Het beeld van de Binnenstad. Middels deze welstandsnotitie geeft de gemeente Hulst aan welk beleid zij voorstaat ten aanzien van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de binnenstad Hulst. Vergunningaanvragen voor gevelwijzigingen in dit gebied zal op basis van de eisen in de welstandsnotitie en de in deze paragraaf opgenomen criteria beoordeeld worden. De criteria zijn dus complementair opgesteld. De welstandsnotitie Het beeld van de Binnenstad is als bijlage behorende bij voorliggende welstandsnota vastgesteld conform artikel 12a eerste lid van de nieuwe Woningwet. Algemeen - Kozijnen zijn per architectonische eenheid gelijk. Maatvoering - Oorspronkelijke maatvoering van kozijnen en ramen behouden. Vormgeving - Geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik. - Gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of schilderwerk. 176
177 7.2.4 Dakkapellen [op alle gebouwen] Omschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Een dakopbouw is geen dakkapel. Er is sprake van een dakopbouw bij een verhoging van de nok. Dakopbouwen zijn regulier bouwvergunningplichtig. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom naar een dakkapel aan de achterkant (op het achter- of zijdakvlak als het zijerf ofgevel niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen) In plaats van een dakkapel kunnen ook dakramen worden aangebracht. Deze zijn minder dominant in het straatbeeld. Ook voor dakramen geldt het streven naar herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Het plaatsen van dakkapellen is sterk afhankelijk van de kapvorm. Mede daarom zijn per kapvorm aanvullende voorwaarden gesteld voor het plaatsen van een dakkapellen. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het plaatsen van een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de karakteristiek van de kapvorm. Daarom mag een dakkapel nooit domineren in het silhouet van het dak en moet de noklijn van het dak, afhankelijk van straatprofiel, vanaf de weg zichtbaar blijven. Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur-/bouwstijl) kan rust en samenhang brengen. Niet passend door te hoge positionering. Niet passend door afwijkend materiaal- en kleurgebruik. Niet passend door vorm (toepassing kap) Passende dakkapel. 177
178 Welstandsnota gemeente Hulst Welstandscriteria voor dakkapellen aan de voorkant Algemeen - Er moet sprake zijn van voldoende stahoogte in de kap. - De dakkapel voldoet aan de aanvullende sneltoetscriteria voor dakkapellen per kapvorm. - De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. - Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw. - Er is geen andere dakkapel op het betreffende dakvlak aanwezig. Plaatsing - Bij meerdere dakkapellen op meerdere woningen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn. - Bij individuele hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel. - Afstand tot goot minimaal 0.50 m. en maximaal 1.00 m. - Afstand tot nok minimaal 0.50 m. of minimaal drie rijen dakpannen (bij aangekapte dakkapel gemeten vanaf de aansluiting van de aankapping aan het dakvlak). - Afstand tot zijkant dakvlak minimaal 1.00 m. gemeten tot midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). 178
179 Welstandscriteria voor dakkapellen aan de achterkant Maatvoering - Hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.50 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. - Breedte maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3.00 m. (gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel, bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. Vormgeving - Plat afgedekt of indien passend in architectuurbeeld/bouwstijl en bij een dakhelling groter dan 45 een aangekapte dakkapel met een dakhelling van minimaal Gevelgeleding, indeling en profielen van kozijnen afgestemd op hoofdgebouw. - Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en ornamenten. - Materiaal- en kleurgebruik kozijnen en profielen afgestemd op kozijnen en profielen hoofdgebouw. - Voorvlak grotendeels gevuld met glas, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken beperkte toepassing van dichte panelen. Zijwanden dakkapel in een in het dakvlak wegvallende kleur of donkere neutrale tint. - Zink als afwerking van de zijwanden van dakkapellen is mogelijk. Algemeen - De dakkapel voldoet aan de aanvullende sneltoetscriteria voor dakkapellen per kapvorm. - De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. - Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw. - Er is maximaal één andere dakkapel op het betreffende dakvlak aanwezig. Plaatsing - Bij meerdere dakkapellen op meerdere woningen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn. - Bij individuele hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding achtergevel. - Afstand tot goot minimaal 0.50 m. en maximaal 1.00 m. - Afstand tot nok minimaal 0.50 m. of minimaal drie rijen dakpannen (bij aangekapte dakkapel gemeten vanaf de aansluiting van de aankapping aan het dakvlak). - Afstand tot zijkant dakvlak minimaal 0.50 m. gemeten tot midden bouwmuren of eindgevels (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). - Afstand tot voorgevellijn bij plaatsing op zijdakvlak minimaal 1.00 m. (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van dakkapel) - Afstand tussen twee dakkapellen minimaal 1.00 m. (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel) 179
180 Welstandsnota gemeente Hulst Maatvoering - Hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.75 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. - Breedte maximaal 75% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4.00 m. (gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels en aan de bovenzijde van de dakkapel, bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). - Hoogte boeiboord maximaal 0.25 m. Vormgeving - Plat afgedekt of indien passend in architectuurbeeld/bouwstijl en bij een dakhelling groter dan 45 een aangekapte dakkapel met een dakhelling van minimaal Gevelgeleding, indeling en profielen van kozijnen afgestemd op hoofdgebouw. - Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en ornamenten. - Materiaal- en kleurgebruik kozijnen en profielen afgestemd op kozijnen en profielen hoofdgebouw. - Voorvlak grotendeels gevuld met glas, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken beperkte toepassing van dichte panelen. Zijwanden dakkapel in een in het dakvlak wegvallende kleur of donkere neutrale tint. - Zink als afwerking van de zijwanden van dakkapellen is mogelijk. Aanvullende welstandscriteria per kapvorm Zadeldak met hellingshoek <30 Soms geeft een zadeldak door de flauwe helling weinig tot geen gelegenheid om een dakkapel toe te passen. Door de flauwe helling wordt de bovenzijde van de dakkapel namelijk (nagenoeg) gelijk met de nok. Hierdoor worden het dakvlak en het silhouet te sterk aangetast, daarom is het plaatsen van een dakkapel op een zadeldak met een helling kleiner dan 30 welstandshalve ongewenst. Als de vrije hoogte onder de nok tenminste 2.00 meter bedraagt, kan soms een oplossing worden gevonden door de nok te verplaatsen en te verhogen. Dan spreken we van een dakopbouw. 180
181 Zadeldak met vliering De basismaat van de vliering is doorgaans te gering om een dakkapel te realiseren. Plaatsing hoog in het dakvlak geeft een onevenwichtig beeld. Bij deze dakvorm dus in principe geen dakkapellen op dakvlak. Indien een dakkapel onder in het dakvlak toch voldoende stahoogte biedt, gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken. Zadeldak met wolfseind De beperkte maat van het wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdakvlakken zijn hiervoor meer geschikt, en dienen behandeld te worden als het zadeldak. Hierbij dienen de wolfseinden gerespecteerd te worden. Dakopbouwen zijn daarom niet gewenst. Schild-, tent- of piramidedak Het karakter van deze kapvormen, met naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afmeting van de dakkapel. Bij situering van de dakkapel dient respect te zijn voor de hoekkepers en dient minimaal een meter dakvlak vrij te blijven, gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel. Lessenaardak Voor dakkapellen op lessenaardaken gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken. Afhankelijk van de hoek van het dak en de nok- en goothoogte gelden verschillende regels. Wanneer de hoek kleiner is dan 30 is een dakkapel welstandshalve niet wenselijk. Bij een hoek kleiner dan 45 is een dakkapel aanvaardbaar wanneer de hoogte onder de nok meer dan 2.70 m meet. Asymmetrisch dak Een dakkapel hoog in het dakvlak geeft bij een asymmetrisch dakvlak een onevenwichtig beeld en is welstandshalve niet gewenst. Het advies hier is omzetten naar het andere dakvlak. In het algemeen worden dakkapellen onder in het dakvlak toegepast. Door de grootte van het dakvlak ontstaat hiermee een goed en evenwichtig beeld. Door de hoogte van het dakvlak is hier een dakkapel met een inwendige hoogte tot de verdiepingsvloer voorstelbaar. Mansardedak Een daktoevoeging aan de achterkant is toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een schuin afgedekte dakkapel en een dakkapel met plat dak. In beide gevallen dient de bovenaansluiting met het dakvlak op de knik van het dakvlak plaats te vinden. Zadeldak < 30 Lessenaarsdak< 30 Wolfseind Mansardedak Vliering Schilddak Asymmetrisch dak 181
182 Welstandsnota gemeente Hulst Erf- en perceelsafscheidingen Omschrijving en uitgangspunten Een erf- of perceelsafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Een erf- of perceelsafscheiding tussen buren moet in de eerste plaats door beide kanten worden gewaardeerd. Indien aan deze voorwaarde wordt voldaan zal de gemeente zich terughoudend opstellen. Afscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan afscheidingen te voorkomen. Vooral in nieuwbouwwijken is dit een belangrijk punt, omdat het groen hier de eerste jaren nog niet volgroeid is. Erf- of perceelsafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving. Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere afscheidingen dan de woongebieden. Afscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting in diverse kleuren en materialen kan het straatbeeld verstoren. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een open en vriendelijke uitstraling. Welstandscriteria voor erf- en perceelsafscheidingen aan de voor- en achterkant Algemeen - Extra aandacht voor erfafscheidingen op hoeklocaties. Maatvoering - Op het voorerf en het zijerf gekeerd naar de weg of openbaar groen tot 1 meter achter de voorgevellijn maximaal 1.00 meter hoog. - Op het zijerf gekeerd naar de weg of openbaar groen vanaf 1.00 meter achter de voorgevellijn maximaal 2.00 meter hoog, mits vanaf 1.00 m. hoog de afscheiding een open en eventueel begroeide constructie heeft. - Op het achtererf of zijerf niet gekeerd naar de weg of openbaar groen vanaf 1.00 meter achter de voorgevellijn maximaal 2.00 meter hoog. Niet passend door hoogte en afstemming materiaal en kleurgebruik. Niet passend door afwijkend materiaal- en kleurgebruik. Niet passend door diversiteit aan materiaal- en kleurgebruik. Passend door hoogte en afstemming materiaal en kleurgebruik. 182
183 Vormgeving algemeen - Vormgeving, kleur- en materiaalgebruik afgestemd op erfafscheiding van belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde sneltoetscriteria voor erf- en perceelafscheidingen. - Vormgeving, kleur- en materiaalgebruik afgestemd op hoofdgebouw. - Voorkeur voor haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken, volledig te begroeien hekwerken, of ander natuurlijk materiaal. - Aan de voorkant rechte vormgeving, geen toogvormen. - Geen toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen. - Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren. Vormgeving in stads-, dorpskernen en woongebieden - Geplaatst vanaf 1.00 meter achter de voorgevellijn als deze gekeerd is naar de weg of openbaar groen: houtwerk om en om aangebracht, of metselwerk conform het hoofdgebouw, of metselwerk waarboven mogelijk metalen stijlen in donkere kleur, schotten van houten planken of begroeid hekwerk tussen gemetselde penanten. Vormgeving in kantoren-, bedrijven-, sport- en recreatieterreinen - Erfafscheidingen zoals hekwerken in een neutrale onopvallende kleur. - Hoogte aan voorkant tot 1.00 m. op erfgrens. Bij plaatsing op 1.00 meter afstand vanaf de erfgrens is een hoogte van 2.00 meter mogelijk. Het heeft dan de aanbeveling de ontstane ruimte van 1.00 meter verzorgd in te richten met groenvoorzieningen. - Bij sport- en recreatieterreinen streven naar gebruik van begroeiing als erfafscheiding. Vormgeving in het buitengebied - Streven naar gebruik van begroeiing als erfafscheiding. Zeker bij grotere moderne agrarische bedrijfsbebouwing kan begroeiing het aanzicht verzachten. In ieder geval natuurlijke materialen toepassen (hout of baksteen). 183
184 Welstandsnota gemeente Hulst Rolhekken, luiken en rolluiken [bij andere gebouwen dan woningen of woongebouwen] Omschrijving en uitgangspunten Rolhekken, luiken en rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig aanzien geven. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen. Voor woningen is het toepassen van rolhekken, luiken en rolluiken bouwvergunningsvrij gesteld. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti-inbraak en vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden. Binnenstad van Hulst Voor de binnenstad van Hulst is er een welstandsnotitie vastgesteld Het beeld van de Binnenstad. Middels deze welstandsnotitie geeft de gemeente Hulst aan welk beleid zij voorstaat ten aanzien van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de binnenstad Hulst. Vergunningaanvragen voor rolhekken, luiken en rolluiken in dit gebied zal op basis van de eisen in de welstandsnotitie en de in deze paragraaf opgenomen criteria beoordeeld worden. De criteria zijn dus complementair opgesteld. De welstandsnotitie Het beeld van de Binnenstad is als bijlage behorende bij voorliggende welstandsnota vastgesteld conform artikel 12a eerste lid van de nieuwe Woningwet. 184
185 Welstandscriteria voor rolhekken, luiken en rolluiken aan de voorkant Algemeen - Luiken aan de gevel dienen alleen voor het afsluiten van één kozijngat, en mogen niet de gehele gevel of meerdere kozijnen overspannen. Plaatsing en vormgeving - Minimaal 2.00 meter teruggelegen van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), of; - Aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits: voor minimaal 80% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen, waarbij het gedeelte aan de onderzijde tot een hoogte van 0,50 m. boven de vloer/trottoir niet wordt meegerekend, ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met interieur/gevel. - of aan de buitengevel, mits: plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is, voor minimaal 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen, rolkasten, geleidingen en rolhekken worden in de gevel ingepast, binnen de neggen van de vensters, waarbij de bak van de rolkast bovendien van beperkte afmetingen moet zijn en slechts voor een klein deel buiten de gevel mag steken. ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met de gevel. 185
186 Overgangsbepaling Artikel B Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente Hulst, d.d....
187
188 Bijlage 1: Straatnamenregister Clinge Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Aelbert Cuypstraat Vrije sector woongebieden 7 Beatrixstraat Vrije sector woongebieden 7 Beukelzstraat Vrije sector woongebieden 7 Bisschoppendreef Bosgebied 11 Blomweg Poldergebied 5 Bospad Bosgebied 11 Clingeweg Poldergebied 5 Clitexweg Bedrijventerreinen 8 Ferdinand Bolstraat Vrije sector woongebieden 7 Frans Halsstraat Vrije sector woongebieden 7 driedeling (5,6) Grensstraat Dorpslinten 3 Hoogegeeststraat Bosgebied 11 Hoogestraat Poldergebied 5 Jac. Jordaensstraat Vrije sector woongebieden 7 Kapelledreef Grootschalige voorzieningen 9 Kennedylaan Vrije sector woongebieden 7 Kerkstraat Vrije sector woongebieden 7 Kielweg Poldergebied 5 Kijkuitstraat Poldergebied 5 Klinkerstraat Vrije sector woongebieden 7 Knolweg Poldergebied 5 Koningin Julianastraat Vrije sector woongebieden 7 Koremansplein Bedrijventerreinen 8 Malpertuuslaan Sport-, recreatie en overige groengebieden 10 tweedeling (3) Molenstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5)
189 Polenstraat Dorpslinten 3 Prins Bernhardstraat Vrije sector woongebieden 7 Rembrandtstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Ruysdaelstraat Vrije sector woongebieden 7 's-gravenstraat Dorpslinten 3 Statenboomweg Poldergebied 5 Sterredreef Grootschalige voorzieningen 9 Teerlingstraat Dorpslinten 3 tweedeling (11) Tiberghienweg Bedrijventerreinen 8 Vermeerplein Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Waterstraat Poldergebied 5 Woestijneplein Bosgebied 11 Woestijnestraat Bosgebied 11 Grauw Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Achtereindstraat Dorpslinten 3 Dorpsplein Dorpslinten 3 Dorpsstraat Dorpslinten 3 Duivenhoeksestraat Poldergebied 5 Dwarsstraat Poldergebied 5 Graauwse Kreekweg Poldergebied 5 Graauwsedijk Dorpslinten 3 Havenstraat Poldergebied 5 Irenestraat Planmatig woongebieden 6 tweedeling (7) Irisstraat Vrije sector woongebieden 7 Jacintaplein Planmatig woongebieden 6 Jacintastraat Planmatig woongebieden 6 tweedeling (7)
190 Kortestraat Dorpslinten 3 Langendamsedijk Poldergebied 5 Liniedijk Poldergebied 5 Meloweg Poldergebied 5 Middelweg Poldergebied 5 Noordstraat Poldergebied 5 Oude Graauwsedijk Poldergebied 5 Oude Kaai Dorpslinten 3 Paalseweg Poldergebied 5 Polvisstraat Poldergebied 5 Roverbergschedijk Poldergebied 5 Roverbergschestraat Poldergebied 5 Rozenstraat Schenkeldijk Vrije sector woongebieden 7 Theenaertstraat Poldergebied 5 Tulpstraat Vrije sector woongebieden 7 Willem Hendrikstraat Poldergebied 5 Zandbergsestraat Poldergebied 5 Zeestraat Poldergebied 5 Zoutestraat Poldergebied 5 Heikant Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Axelsestraat Poldergebied 5 Driehoefijzersstraat Poldergebied 5 Ellendijk Poldergebied 5 tweedeling (4) Ellestraat Gedifferentieerde linten 4 tweedeling (5) Emmabaan Gedifferentieerde linten 4
191 Groenstraat Poldergebied 5 Heidestraat Poldergebied 5 Heuvelstraat Poldergebied 5 Julianastraat Gedifferentieerde linten 4 Kerkdreef Gedifferentieerde linten 4 Lekestraat Poldergebied 5 Magdalenastraat Gedifferentieerde linten 4 Margrietstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Nieuwe Ellestraat Poldergebied 5 Oud Ferdinandusdijk Poldergebied 5 Pastoor Doensstraat Planmatige woongebieden 6 Polenlaan Gedifferentieerde linten 4 Roterij Gedifferentieerde linten 4 Schooldreef Gedifferentieerde linten 4 Schoolstraat Gedifferentieerde linten 4 Vlasbloem Vrije sector woongebieden 7 Vlasstraat Gedifferentieerde linten 4 Vylainlaan Gedifferentieerde linten 4 Wildelandenplein Vrije sector woongebieden 7 Wildelandenstraat Vrije sector woongebieden 7 Hengstdijk Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Bergeendstraat Vrije sector woongebieden 7 Dijk van de Kleine Hengstdijkpolder Poldergebied 5 Heernissekerkpad Poldergebied 5 Hengstdijkse Kerkstraat Dorpslinten 3 Hengstdijksekeiweg Poldergebied 5
192 Hengstdijksestraat Poldergebied 5 Karnemelkstraat Poldergebied 5 Kerkweg Poldergebied 5 Kievitstraat Vrije sector woongebieden 7 Koningsdijk Poldergebied 5 Margaretsedijk Poldergebied 5 Meerkoetstraat Vrije sector woongebieden 5 tweedeling (10) Norbertijnenstraat Planmatige woongebieden 6 driedeling (3,7) Oude Havendijk Poldergebied 5 Plattedijk Poldergebied 5 Plevierstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Polderweg Poldergebied 5 Ravensweg Poldergebied 5 Reygerskreek Sport-, recreatie en overige groengebieden 10 Rummersdijkstraat Poldergebied 5 Ser Paulusstraat Poldergebied 5 Sint Josephstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Vogeldijk Poldergebied 5 Vogelfort Poldergebied 5 Vogelweg Poldergebied 5 tweedeling (3) Zuiddijk Poldergebied 5 Zuidweg Poldergebied 5 Hulst Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Abdijstraat Planmatige woongebieden 6 Abel Tasmanlaan Vrije sector woongebieden 7 Absdaalseweg Stadsentrees 2 driedeling (5,8)
193 Afrikaweg Bedrijventerreinen 8 Akkerwinde Vrije sector woongebieden 7 Amerikaweg Bedrijventerreinen 8 Amundsunstraat Vrije sector woongebieden 7 Antarticaweg Bedrijventerreinen 8 Asscheboomgaard Vesting Hulst 1 Asschepoort Vesting Hulst 1 Australiëweg Bedrijventerreinen 8 Axelplein Vrije sector woongebieden 7 Aziëweg Bedrijventerreinen 8 Bachlaan Vrije sector woongebieden 7 Bagijnesteeg Vesting Hulst 1 Bakkersstraat Vesting Hulst 1 Baljuwstraat Planmatige woongebieden 6 Bartolomeus Diazstraat Vrije sector woongebieden 7 Basiliekstraatje Vesting Hulst 1 Baudeloo Vesting Hulst 1 Beenhouwersstraat Vesting Hulst 1 Beestenmarkt Vesting Hulst 1 Beethovenstraat Vrije sector woongebieden 7 Bellinghof Vesting Hulst 1 Bellinistraat Vrije sector woongebieden 7 Beneluxweg Bedrijventerreinen 8 Beringstraat Vrije sector woongebieden 7 Bierkaaistraat Vesting Hulst 1 Binnenhof Vesting Hulst 1 Blaauwe Hofke Grootschalige voorzieningen 9 Bolstrastraat Vrije sector woongebieden 7 Bontehondstraat Vesting Hulst 1
194 Brahmsstraat Vrije sector woongebieden 7 Broodmarkt Vesting Hulst 1 Brouwersplein Vesting Hulst 1 Calandlaan Planmatige woongebieden 6 Carlosstraat Vrije sector woongebieden 7 Carmelweg Grootschalige voorzieningen 9 tweedeling (7) Chopinstraat Vrije sector woongebieden 7 Churchillweg Planmatige woongebieden 6 Clausstraat Vrije sector woongebieden 7 Clingeplein Vrije sector woongebieden 7 Columbuslaan Vrije sector woongebieden 7 Cornelis de Vosplein Vesting Hulst 1 Cromhoutstraat Vrije sector woongebieden 7 Cruquiusstraat Vrije sector woongebieden 7 de Butstraat Planmatige woongebieden 6 de Casembrootweg Vrije sector woongebieden 7 de Genestetplantsoen Vesting Hulst 1 De Rape Bosgebied 11 de Ruyterlaan Planmatige woongebieden 6 de Vosplantsoen Planmatige woongebieden 6 den Waghemakerestraat Planmatige woongebieden 6 Donizettistraat Vrije sector woongebieden 7 Dubbele Poort Vesting Hulst 1 Dullaertstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Emmalaan Vrije sector woongebieden 7 Ernest Claesstraat Vrije sector woongebieden 7 Europaplein Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Evenaar Bedrijventerreinen 8 Felix Timmermansstraat Grootschalige voorzieningen 9 tweedeling (6)
195 Frans Snijdersplantsoen Planmatige woongebieden 6 Frans van Waesberghestraat Vesting Hulst 1 Fransestraat Poldergebied 5 Frederik Hendriklaan Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Frisostraat Vrije sector woongebieden 7 Fruiteniersplein Vesting Hulst 1 Galgenveld Poldergebied 5 Gentse Poort Vesting Hulst 1 Gentsestraat Vesting Hulst 1 Gerstweg Poldergebied 5 Gildenstraat Planmatige woongebieden 6 Glacisweg Vesting Hulst 1 vierdeling (2,5,7) Godsplein Vesting Hulst 1 Graauwplein Vrije sector woongebieden 7 Groot Eiland Poldergebied 5 Grote Bagijnestraat Vesting Hulst 1 Grote Kreekweg Poldergebied 5 tweedeling (10) Grote Markt Vesting Hulst 1 Grote Zwanenstraat Vesting Hulst 1 Guido Gezellelaan Vrije sector woongebieden 7 Händelstraat Vrije sector woongebieden 7 Hattingalaan Planmatige woongebieden 6 Havendijk Poldergebied 5 Havenfort Bedrijventerreinen 8 Havikdijk Poldergebied 5 Haydnstraat Vrije sector woongebieden 7 Heijdenskwartier Vesting Hulst 1 Hendrik Casimirlaan Planmatige woongebieden 6 Hoefblad Vrije sector woongebieden 7
196 Hogeweg Bedrijventerreinen 8 Hontenisseplein Planmatige woongebieden 6 Hontenissestraat Poldergebied 5 Hoogendijkstraat Vrije sector woongebieden 7 Houtenkwartier Vesting Hulst 1 Houtmanstraat Vrije sector woongebieden 7 Houtmarkt Vesting Hulst 1 Hoveniersstraat Vesting Hulst 1 Hulster Nieuwlanddijk Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (5) Hulster Nieuwlandweg Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (1) Hulsterweg Poldergebied 5 Ijzerenhandstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (2) Industrieweg Bedrijventerreinen 8 Ir Lelystraat Vrije sector woongebieden 7 Ir van Diggelenstraat Vrije sector woongebieden 7 Jacob Catslaan Planmatige woongebieden 6 Jacob van Lennepstraat Planmatige woongebieden 6 James Cookstraat Vrije sector woongebieden 7 Jan de Munckstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Jan Pieterszoon Coenlaan Vrije sector woongebieden 7 Janseniuslaan Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Julianalaan Vrije sector woongebieden 7 Kamillestraat Vrije sector woongebieden 7 Kanaalweg Poldergebied 5 Keizersdijkdreef Bosgebied 11 tweedeling (2) Keldermanstraat Planmatige woongebieden 6 Kievitstraat Vrije sector woongebieden 7 Klaproos Vrije sector woongebieden 7 Klaver Vrije sector woongebieden 7
197 Klein Cambrondijk Poldergebied 5 Kleine Bagijnestraat Vesting Hulst 1 Kleine Zwanenstraat Vesting Hulst 1 Kloostergang Vesting Hulst 1 Koekoeksbloem Vrije sector woongebieden 7 Koolstraat Poldergebied 5 Korenbloem Vrije sector woongebieden 7 Korte Bellingstraat Vesting Hulst 1 Korte Nieuwstraat Vesting Hulst 1 Kreekzoom Sport-, recreatie en overige groengebieden 10 Kreupelstraat Vesting Hulst 1 Kruideniersplein Vesting Hulst 1 Kruisstraat Vesting Hulst 1 Lange Bellingstraat Vesting Hulst 1 Lange Nieuwstraat Vesting Hulst 1 Leeghwaterstraat Vrije sector woongebieden 7 Leeuwerikstraat Vrije sector woongebieden 7 Leharstraat Vrije sector woongebieden 7 Liduinapark Vrije sector woongebieden Liniedijk Bosgebied 11 Liniestraat Planmatige woongebieden 6 Livingstonestraat Vrije sector woongebieden 7 Lorentzstraat Vrije sector woongebieden 7 Lyceumstraat Marco Pololaan Vrije sector woongebieden 7 Marijkestraat Vrije sector woongebieden 7 Mauritslaan Planmatige woongebieden 6 Meeuwstraat Vrije sector woongebieden 7 Meistraat Poldergebied 5
198 Merelstraat Vrije sector woongebieden 7 Milockstraat Vrije sector woongebieden 7 Minderbroedersstraat Vesting Hulst 1 Minnebrugstraat Vesting Hulst 1 Mispad Poldergebied 5 Moerschansstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Moersluisstraat Vrije sector woongebieden 7 Moervaartstraat Vesting Hulst Moormanstraat Vrije sector woongebieden 7 Mostaertstraat Planmatige woongebieden 6 Mozartstraat Vrije sector woongebieden 7 Mulderstraat Poldergebied 5 Nicolaas Beetsstraat Planmatige woongebieden 6 Nieuweweg Vesting Hulst 1 Noppenstraat Vrije sector woongebieden 7 Oranjebolwerk Vesting Hulst 1 Oud Ferdinandusdijk Poldergebied 5 Oude Hogeweg Poldergebied 5 Oude Polderstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Oude Zoutdijk Stadsentrees 2 Overdamstraat Vesting Hulst 1 Overslagplein Planmatige woongebieden 6 P.C. Hooftstraat Planmatige woongebieden 6 Paardenmarkt Vesting Hulst 1 Paganinistraat Vrije sector woongebieden 7 Parallelweg West Poldergebied 5 Pastoor Koopmansstraat Vrije sector woongebieden 7 Patrijzendijk Poldergebied 5 Phillipineplein
199 Pierssensstraat Planmatige woongebieden 6 Piet Heinstraat Vrije sector woongebieden 7 Kloosterzande Plaatstraat Poldergebied 5 Plataanstraat Dorpslinten 3 Vogelwaarde Plattendijk Poldergebied 5 Polderstraat Poldergebied 5 Poorterslaan Planmatige woongebieden 6 Pottebakkersplein Vesting Hulst 1 Pottersstraat Vesting Hulst 1 Princebolwerk Vesting Hulst 1 Puccinistraat Vrije sector woongebieden 7 Rederijkersstraat Planmatige woongebieden 6 Refugium Vesting Hulst 1 Reinaertsteeg Vesting Hulst 1 Riet- en Wulfsdijkweg Poldergebied 5 Rietstraat Poldergebied 5 Rooseveltweg Planmatige woongebieden 6 Rossinistraat Vrije sector woongebieden 7 Rubensstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Sas van Gentplein Planmatige woongebieden 6 Sasdijk Poldergebied 5 Saxhavenstraat Vrije sector woongebieden 7 Scarlattistraat Vrije sector woongebieden 7 Schoutstraat Planmatige woongebieden 6 Schumannstraat Vrije sector woongebieden 7 Schuttershof Vesting Hulst 1 Scottstraat Vrije sector woongebieden 7 Seerattstraat Vrije sector woongebieden 7 's-gravenhofplein Vesting Hulst 1
200 's-gravenhofstraat Vesting Hulst 1 Smedenplein Vesting Hulst 1 Spoorwaterstraat Planmatige woongebieden 6 Sportlaan Vrije sector woongebieden 7 driedeling (6,9) St. Jansteenplein Planmatige woongebieden 6 Standertmolenstraat Poldergebied 5 Stanleystraat Vrije sector woongebieden 7 Stationsplein Bedrijventerreinen 8 Stationsweg Bedrijventerreinen 8 Steenpit Vesting Hulst 1 Steensedijk Stadsentrees 2 Steenstraat Vesting Hulst 1 Stellestraat Poldergebied 5 Stijn Streuvelsstraat Vrije sector woongebieden 7 driedeling (6,9) Strausslaan Vrije sector woongebieden 7 Stuyvesantlaan Vrije sector woongebieden 7 Sweelinckhof Vrije sector woongebieden 7 Tabakstraat Vrije sector woongebieden 7 Tarweweg Poldergebied 5 Tegelberglaan Planmatige woongebieden 6 Tivoliweg Stadsentrees 2 Tolweg Poldergebied 5 Torellistraat Vrije sector woongebieden 7 Traverse Bedrijventerreinen 8 Truffinoweg Grootschalige voorzieningen 9 Trumanlaan Planmatige woongebieden 6 Tuinstraat Vesting Hulst 1 van Ceulenplein Planmatige woongebieden 6 van der Leijenlaan Planmatige woongebieden 6
201 van der Maelstedeweg Stadsentrees 2 van Dijkstraat Planmatige woongebieden 6 van Dortmontlaan Planmatige woongebieden 6 van Foreeststraat Vrije sector woongebieden 7 van Lansberghelaan Planmatige woongebieden 6 van Ossstraat Vrije sector woongebieden 7 van Riebeecklaan Vrije sector woongebieden 7 van Sassenstraat Planmatige woongebieden 6 van Vollenhovenstraat Vrije sector woongebieden 7 Vasco da Gamastraat Vrije sector woongebieden 7 Veldstraat Poldergebied 5 Verbindingsstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Verdistraat Vrije sector woongebieden 7 Vestdijkstraat Vesting Hulst 1 Vierambachtenstraat Planmatige woongebieden 6 Vinkstraat Vrije sector woongebieden 7 Vismarkt Vesting Hulst 1 Vivaldistraat Vrije sector woongebieden 7 Vogelwaardeplein Poldergebied 5 Vondelstraat Planmatige woongebieden 6 Wagnerstraat Vrije sector woongebieden 7 Walmolenstraat Vesting Hulst 1 Westdorpeplein Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Wilhelminalaan Vrije sector woongebieden 7 Willem Alexanderstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (10) Willem Barentszlaan Vrije sector woongebieden 7 Willem de Zwijgerlaan Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Zandstraat Vrije sector woongebieden 7 driedeling (9,10) Zeildijk Bosgebied 11
202 Zoetevaart Vrije sector woongebieden 7 Zomerstraat Vesting Hulst 1 Zoutestraat Stadsentrees 2 driedeling (6,9) Zoutziedersstraat Vrije sector woongebieden 7 Zwaluwstraat Vrije sector woongebieden 7 Kapellebrug Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Brouwerijstraat Gedifferentieerde linten 4 tweedeling (3) Gentsevaart Gedifferentieerde linten 4 Roskamstraat Gedifferentieerde linten 4 Sint Janstraat Gedifferentieerde linten 4 Stroperstraat Gedifferentieerde linten 4 tweedeling (11) van Hogendorplaan Bosgebied 11 Kloosterzande Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Anemoonstraat Planmatige woongebieden 6 Anjerstraat Planmatige woongebieden 6 Antoniusstraat Grootschalige voorzieningen 9 Beatrixstraat Dorpslinten 3 tweedeling (6) Brouwerijstraat Planmatige woongebieden 6 Churchillhof Vrije sector woongebieden 7 Cloosterstraat Dorpslinten 3 Crocusstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Dahliastraat Planmatige woongebieden 6 Duivenhoeksestraat Poldergebied 5
203 Duivenhoekseweg Eisenhowersingel Vrije sector woongebieden 7 Emmastraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (10) Ericaplein Planmatige woongebieden 6 Europlein Planmatige woongebieden 6 Geraniumstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (3) Groenendijk Dorpslinten 3 Hoek en Bosch Bedrijventerreinen 8 Hof te Zandeplein Dorpslinten 3 Hulsterweg Dorpslinten 3 driedeling (7,8) Hyacintstraat Planmatige woongebieden 6 Irenestraat Dorpslinten 3 tweedeling (6) John F. Kennedysingel Vrije sector woongebieden 7 Karel Doormanstraat Vrije sector woongebieden 7 driedeling (6,8) Kerklaan Grootschalige voorzieningen 9 tweedeling (3) Kruisdorpsedijk Poldergebied 5 Kruisdorpstraat Poldergebied 5 Kruispolderkaai Poldergebied 5 Kruisstraat Poldergebied 5 Kwikstraat Poldergebied 5 Lange Munt Vrije sector woongebieden 7 Lange Nieuwstraat Poldergebied 5 Leliestraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Lepelstraat Bedrijventerreinen 8 Maczekhof Vrije sector woongebieden 7 Margrietstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Marijkeplein Dorpslinten 3 Michiel de Ruijterstraat Planmatige woongebieden 6 Montgomerysingel Vrije sector woongebieden 7
204 Narcisstraat Vrije sector woongebieden 7 Oosthof Vrije sector woongebieden 7 Ooststraat Poldergebied 5 Oudeweg Bedrijventerreinen 8 Parallelweg Poldergebied 5 Pastoor Smuldersstraat Dorpslinten 3 tweedeling (6) Pastoor Versterplein Dorpslinten 3 Plattedijk Poldergebied 5 Poolsplein Dorpslinten 3 President Rooseveltstraat Dorpslinten 3 Rozenhof Planmatige woongebieden 6 Rozenstraat Planmatige woongebieden 6 Schapersdijk Poldergebied 5 Scheldeweg Poldergebied 5 Tasdijk Poldergebied 5 Trompstraat Planmatige woongebieden 6 Tulpstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) van Speijkstraat Vrije sector woongebieden 7 Willem Alexanderstraat Dorpslinten 3 Willem de Zwijgerlaan Dorpslinten 3 Zeedijk Poldergebied 5 Zoutedijk Dorpslinten 3 tweedeling (5) Zoutelandsedijk Poldergebied 5 Kuitaart Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Cathelijneweg Dorpslinten 3 Frederik Hendrikstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5)
205 Grootmoedersdijk Poldergebied 5 Hoefkensdijk Poldergebied 5 Hulsterweg Dorpslinten 3 Koedamstraat Poldergebied 5 Meerdijk Poldergebied 5 Mispad Poldergebied 5 Molenstraat Poldergebied 5 Vitshoekdijk Poldergebied 5 Lamswaarde Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Achterstraat Dorpslinten 3 Boudeloodijk Poldergebied 5 Dreef Dorpslinten 3 Eeckenisseweg Poldergebied 5 Frederik Hendrikstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Jacobus de Waalstraat Dorpslinten 3 Kapitein R. Fassaertstraat Vrije sector woongebieden 7 Pastoor Knipscheerstraat Vrije sector woongebieden 7 Pastoor Willemsstraat Planmatige woongebieden 6 Roverbergsedijk Poldergebied 5 Roverbergsepad Dorpslinten 3 tweedeling (10) Roverbergsestraat Poldergebied 5
206 Nieuw Namen Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Arenbergstraat Poldergebied 5 Arnoutstraat Vrije sector woongebieden 7 Cantecleerplein Dorpslinten 3 Cuwaertstraat Vrije sector woongebieden 7 Emmaweg Poldergebied 5 Engelbertstraat Poldergebied 5 Engelbertusstraat Poldergebied 5 Grimbeertplein Vrije sector woongebieden 7 Hermelijnstraat Vrije sector woongebieden 7 Hombachstraat Dorpslinten 3 tweedeling (7) Hulsterloostraat Dorpslinten 3 Kapelleberg Dorpslinten 3 Kauterstraat Vrije sector woongebieden 7 Kerkpad Dorpslinten 3 Kieldrechtse Molenstraat Poldergebied 5 Kielweg Poldergebied 5 Koninginnestraat Poldergebied 5 Langestraat Poldergebied 5 Louisastraat Poldergebied 5 Nieuw Kieldrechtdijk Poldergebied 5 Nobelplein Vrije sector woongebieden 7 Nobelstraat Vrije sector woongebieden 7 Parallelweg Poldergebied 5 Petrusstraat Poldergebied 5 Reijnaerstraat Dorpslinten 3
207 Schelpstraat Poldergebied 5 Smetstraat Dorpslinten 3 Tybaertstraat Dorpslinten 3 Van Alsteindijk Poldergebied 5 Veerstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Verboomstraat Dorpslinten 3 Vercauterenweg Poldergebied 5 Vosstraat Dorpslinten 3 Willemstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (3) Woestijnestraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Zeedijk van de Prosperpolder Poldergebied 5 Zorgdijk Poldergebied 5 Ossenisse Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Dorpsstraat Dorpslinten 3 Grindweg naar Hontenisse Poldergebied 5 Hooglandsedijk Poldergebied 5 Kanaaldijk Poldergebied 5 Kipstraat Dorpslinten 3 Knuitershoek Poldergebied 5 Koningsdijk Poldergebied 5 Lageweg Dorpslinten 3 Langeweg Poldergebied 5 Molenpad Dorpslinten 3 tweedeling (5) Oostdijk Poldergebied 5 Polderdijk Poldergebied 5 Westdijk Poldergebied 5
208 Weststraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Weverstraat Poldergebied 5 Zeedorp Poldergebied 5 Zeestraat Poldergebied 5 Sint Jansteen Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Acacia Vrije sector woongebieden 7 Aida Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (5) Alexanderstraat Vrije sector woongebieden 7 Badhuisweg Vrije sector woongebieden 7 driedeling (3,10) Barbogaart Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Baronieplein Planmatige woongebieden 6 Berkenstraat Planmatige woongebieden 6 Beukenlaan Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Brouwerijstraat Dorpslint 3 Burgemeester Geirnaerdtstraat Planmatige woongebieden 6 Burgemeester Ijsebaertstraat Vrije sector woongebieden 7 Burggraaf Planmatige woongebieden 6 Clingedijk Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (5) De Verrekijker Poldergebied 5 tweedeling (8) Den Walhoeck Planmatige woongebieden 6 Eikenlaan Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Elzenstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Esdoorn Vrije sector woongebieden 7 Geslechtendijk Planmatige woongebieden 6 driedeling (3,8) Heerlijkheid Vrije sector woongebieden 7 Heerstraat Dorpslint 3
209 Hemelstraat Dorpslint 3 Henri Dunantstraat Vrije sector woongebieden 7 Hoofdstraat Dorpslint 3 Inghelosenberghe Planmatige woongebieden 6 Jos Everaardstraat Vrije sector woongebieden 7 Kastanjelaan Vrije sector woongebieden 7 La Traviata Vrije sector woongebieden 7 Lijsterbes Vrije sector woongebieden 7 Linde Vrije sector woongebieden 7 Martje van Wardje Dorpslint 3 Maximiliaanstraat Vrije sector woongebieden 7 Meidoornstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Oude Drydijck Vrije sector woongebieden 7 driedeling (6,10) Oude Galgenstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Pastoor Mertensstraat Planmatige woongebieden 6 Pastoor Schetsstraat Planmatige woongebieden 6 Plein de Mate Vrije sector woongebieden 7 Populierenstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Prins Hendrikstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Puttingstraat Planmatige woongebieden 6 Rond de Boom Planmatige woongebieden 6 Roskamstraat Vrije sector woongebieden 7 driedeling (5,6) Sint Antoniusdreef Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (3) Tempelier Planmatige woongebieden 6 Ter Steene Vrije sector woongebieden 7 Tosca Vrije sector woongebieden 7 Tragel Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (5) van der Heydenstraat Planmatige woongebieden 6 Van Hovestraat Planmatige woongebieden 6
210 Verdunlaan Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Vinkebroeksestraat Poldergebied 5 Visserijstraat Planmatige woongebieden 6 Vrijheer Planmatige woongebieden 6 Warandastraat Poldergebied 5 Wilgenstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Wilhelminastraat Dorpslinten 3 Woutersstraat Planmatige woongebieden 6 Zegerstraat Vrije sector woongebieden 7 Zustersstraat Vrije sector woongebieden 7 Terhole Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Havendijk Poldergebied 5 Hoofstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (6) Hulsterweg Dorpslinten 3 Notendijk Dorpslinten 3 Notendijksepad Poldergebied 5 Notenhof Vrije sector woongebieden 7 Pastoor Boumanstraat Vrije sector woongebieden 7 Rietstraat Poldergebied 5 Vlietstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (7) Zeildijk Poldergebied 5
211 Vogelwaarde Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Acaciastraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Amberboomstraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (10) Azaleastraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (3) Bernhardstraat Planmatige woongebieden 6 Beukenstraat Vrije sector woongebieden 7 Bossepad Dorpslinten 3 Bossestraat Dorpslinten 3 Cambronsestraat Poldergebied 5 Campensedijk Poldergebied 5 Cederstraat Vrije sector woongebieden 7 Copwijkseweg Poldergebied 5 Dorpspad Dorpslinten 3 tweedeling (5) Drie Gezustersdijk Poldergebied 5 Eikenhof Vrije sector woongebieden 7 Elzenstraat Vrije sector woongebieden 7 Esdoornstraat Dorpslinten 3 Grafelijkheid Poldergebied 5 Groot Cambrondijk Poldergebied 5 Hazelaarstraat Planmatige woongebieden 6 Iepenhof Vrije sector woongebieden 7 Julianastraat Planmatige woongebieden 6 Kastanjestraat Vrije sector woongebieden 7 tweedeling (3) Kerkdreef Dorpslinten 3 Kerkhofpad Poldergebied 5 tweedeling (3) Kerkstraat Dorpslinten 3
212 Lindenstraat Planmatige woongebieden 6 Meidoornstraat Grootschalige voorzieningen 9 Mgr. F. Janssenstraat Vrije sector woongebieden 7 Mgr. L. Dobbelaarstraat Vrije sector woongebieden 7 Middelweg van de Cambron Poldergebied 5 Olmenstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (7) Patrijzendijk Poldergebied 5 Populierenstraat Vrije sector woongebieden 7 vierdeling (5,6,10) Provincialeweg Poldergebied 5 Rapenburg Dorpslinten 3 tweedeling (5) Rechtepad Poldergebied 5 tweedeling (10) Sasdijk Poldergebied 5 Sasdijkweg Poldergebied 5 Schakeldreef Vrije sector woongebieden 7 Schapershoekpad Poldergebied 5 Schoolstraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Wilgenstraat Planmatige woongebieden 6 tweedeling (3) Wilhelminastraat Planmatige woongebieden 6
213 Walsoorden Straat Gebiedstypering gebiedsnr. opmerking Doorndijk Poldergebied 5 Drogendijk Poldergebied 5 Eeckseweg Poldergebied 5 Havenstraat Bedrijventerreinen 8 Haventerrein Bedrijventerreinen 8 Kalverdijk Poldergebied 5 Mariadijk Bedrijventerreinen 8 driedeling (3,5) Molenweg Poldergebied 5 Noorddijksedijk Poldergebied 5 Noordstraat Poldergebied 5 Oudelandsedijk Poldergebied 5 Parallelweg Poldergebied 5 Perkpolderhaven Poldergebied 5 Perkstraat Poldergebied 5 Stoofstraat Dorpslinten 3 Walsoordensestraat Dorpslinten 3 tweedeling (5) Waterstraat Poldergebied 5 Zeedijk Dorpslinten 3 tweedeling (5)
214 Bijlage 2: Monumentenregister Beschermde monumenten als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 Monument nr adres (alfabetisch) korte omschrijving CLINGE s-gravenstraat 167 pastorie s-gravenstraat 167 tuin bij pastorie s-gravenstraat bij 167 baarhuisje s-gravenstraat 169 kerk GRAAUW Dorpsstraat 50 kerk Oude Graauwsedijk 25 Zwaantjeshof HEIKANT Julianastraat 16 kerk Julianastraat bij 16 processiegang Julianastraat 18 pastorie HENGSTDIJK Kerkstraat 6 kerk HULST Broodmarkt 4 breed dwarspand met gevel onder zadeldak Carmelweg 2 klooster Gentsestraat 1 pand onder zadeldak Gentsestraat 3 dubbelbeukig pand Gentsestraat 6 pand Gentsestraat 10 pand Gentsestraat 12 pand Gentsestraat 14 pand
215 22746 Gentsestraat 18 pand Gentsestraat 20 pand Gentsestraat 21 pand Gentsestraat 22 pand met rechte gevel Gentsestraat 24 pand met rechte gevel Gentsestraat 28 dubbelbeukig gebouw Grote Markt 2 hoekpand Grote Markt 4 fors dwarspand Grote Markt 6 hoekpand Grote Markt 11 stadsvilla Grote Markt 14 pand Grote Markt 15 refugiehuis Baudelo Grote Markt 21 raadhuis Grote Markt 24 zeer breed onderkelderd pand Houtmarkt 9 dwarspand met rechte gevel Korte Nieuwstraat 5 onderkelderd dwarspand Korte Nieuwstraat 7 onderkelderd dwarspand met hoge pui Lange Bellingstraat 2 fors onderkelderd pand Lange Bellingstraat 4 verdiepingloos dwarspand Lange Nieuwstraat 30 fors hoekpand met dwarspand Steenstraat 1 onderkelderd pand met trapgevel Steenstraat 2 RK kerk H. Willibrordus Steenstraat 3 pand met trapgevel Steenstraat 5 onderkelderd dwarspand Steenstraat 7 onderkelderd pand Steenstraat 9 dwarspand Steenstraat 11 dwarspand Steenstraat 14 hoekpand Steenstraat 19 pand Steenstraat 20 pand
216 22781 Steenstraat 22 pand Steenstraat 23 dwarspand Steenstraat 24 pand Steenstraat 25 pand Steenstraat 26 dwarspand Steenstraat 27 huis Steenstraat 28 pand refugie Ter Duinen Steenstraat 29 pand Steenstraat 30 pand Steenstraat 31 pand Steenstraat 33 dwarspand Steenstraat 37 landhuis Tolweg 115 boerenhoeve Zoutestraat bij 45 begraafplaats Zoutestraat bij 45 grafmonument Zoutestraat bij 45 begraafplaats Zoutestraat bij 45 toegangshek begraafplaats n.v.t. Bolwerkspoort n.v.t. Begijnepoort n.v.t. Dubbele poort n.v.t. Gentsepoort n.v.t. stadsmolen op een van de noordelijke bastions n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. vestingwal verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel n.v.t. perceel vm. verdedigingsstelsel
217 KLOOSTERZANDE Groenendijk kerk en pastorie, bestaande uit en open standerdmolen Groenendijk 38 rk-pastorie Groenendijk 40 rk-kerk met fronttoren Hof te Zandeplein 1 gemeentehuis met dienstwoning Hof te Zandeplein 11 pand Hof te Zandeplein 11 fragmenten tombe in muur Hof te Zandeplein ong. inrijhek Hof te Zandeplein ong. vm. koetshuis Hof te Zandeplein ong. pomp Willem de Zwijgerlaan 2 NH Kerk KUITAART Frederik Hendrikstraat 75 molen Frederik Hendrikstraat 75a maalderij en smalspoor bij molen Vogelzicht Meerdijk 5 huis Lettenburg LAMSWAARDE complex van klooster, kleuterschool en lagere school voor meisjes, bestaande uit nrs en Achterstraat 25 lagere school voor meisjes Achterstraat 27 en 27a klooster (Theresiagesticht) en kleuterschool Jacobus de Waalstraat 8 boerenhoeve Jacobus de Waalstraat 8 bakhuis Jacobus de Waalstraat 23 kerk en toren Roverbergsedijk 19 schuur
218 OSSENISSE Pastorie c.s., bestaande uit en Dorpsstraat 10 rk-pastorie Dorpsstraat 10 klein houten bijenhuis SINT JANSTEEN Hoofdstraat 4 kerk H. Johannes de Doper Hoofdstraat 6 pastorie VOGELWAARDE Rapenburg 49 kerk Sasdijkweg 7 villa bij boerderij (Pauwhof) WALSOORDEN Eeckseweg 3 sluis in dijk opmaakdatum: 10 juli 2003.
219
220 Bijlage 3: Beoordelingsaspecten nader toegelicht Hieronder zijn alle behandelde beoordelingsaspecten nader toegelicht en gevisualiseerd. Plaatsing In de deze categorie komt de situering van een gebouw aan de orde. De positie van het gebouw in relatie tot de belendingen en de publieke ruimte. Verkavelingtype: Beschrijft de type verkaveling van de gebouwen. Het gaat hierbij om de typologie, oriëntatie en de relatie tussen gebouwen, gerelateerd de onderliggende stedenbouwkundige opzet. Mogelijke variaties zijn: geschakeld, twee-onder-één-kap, vrijstaand, gesloten bouwblok, (half)open bouwblok, strokenverkaveling, e.d.
221 Positie onderling: Beschrijft de onderlinge plaatsing van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de diepte van de kavel en betreft de wandvorming in de daarvoor bestemde zone. De wandvorming is optimaal bij gebruik van rooilijnen en minder groot bij rangschikking die volgen uit de toepassing van marges of andersoortige differentiaties. Mogelijke variaties zijn: in de rooilijn, wisselend, trapsgewijs, vaste marges, gevarieerd, e.d. Afstand onderling: Beschrijft de onderlinge tussenafstand van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de breedte van de kavel en betreft de onderlinge aansluiting van de gebouwen c.q. de beslotenheid of doorzichtigheid van de ruimtevormende wand in relatie tot de kavel- en gebouwbreedte. Mogelijke variaties zijn: gesloten, halfgesloten, vrijstaand, open, gevarieerd e.d
222 Plaatsing op kavel: Het gaat hierbij om de plaatsing van het gebouw in relatie tot de kavel waarop het gebouw gesitueerd wordt. Mogelijke variaties zijn gehele breedte, links, midden of rechts op kavel Richting: Beschrijft de opstellingsrichting van een gebouw. Het gaat hierbij om de hoofdrichting van het gebouw of de richting van de hoofdvorm in de zone van de ruimtevormende wand. Mogelijke variaties zijn: evenwijdig of dwars aan de weg, wisselend met een bepaalde ordening of gevarieerd, e.d.
223 Herhaling, ritmiek: Beschrijft de mate aan samenhang door herhaling of ritmiek van een verzameling gebouwen. Het gaat hier om de herhaling van gebouwen of onderdelen daarvan in een bepaalde ordening of systematiek, waardoor een samenhang ontstaat. Mogelijke variaties zijn: samenhangend, onsamenhangend. Opbouw hoofdmassa: Beschrijft de combinatie van opstandhoogte en bovenbelijning van een gebouw. Met betrekking tot gebouwen gaat hier om de hoogte van het gevelwandvlak en de belijning van de bovenbegrenzing door bijvoorbeeld een kap. Mogelijke variaties zijn: één, twee, drie of meerdere bouwlagen met of zonder kap. Massa en vorm Het gaat hier om de hoofdvorm en massa van een gebouw in relatie tot of met de omgeving. In de ruimtelijke verschijningsvorm is de massa en de vorm van het gebouw het intermediair tussen stedenbouwkundige en architectonische beeldaspecten.
224 Profiel ruimte: Beschrijft het dwarsprofiel van de ruimte. Het gaat hier om de karakteristiek van het dwarsprofiel van een ruimte en de daarin /-naast gelegen bebouwing. Mogelijke variaties zijn smal, breed, symmetrisch, asymmetrisch, homogeen, gevarieerd Samenstelling massa: Beschrijft de compositie en samenstelling van de hoofdvolumes cq. de plasticiteit van de bebouwing. Het gaat hierbij om de afstemming tussen hoofd-, aan-, en bijgebouwen. Gebouwen kunnen hierdoor hoofdzakelijk enkelvoudig of samengesteld van samenstelling en homogeen of gevarieerd van vorm zijn. Mogelijke variaties zijn: enkelvoudig of samengesteld, homogeen of gevarieerd
225 Kapvorm en richting: Het gaat hierbij om de vorm en richting van de kap. Mogelijke variaties zijn: plat, zadel, schild, mansarde, lessenaar, samengesteld, langs, dwars, divers. Relatieve omvang: Beschrijft de verhoudingen van de hoofdafmetingen van een gebouw. Het gaat hier om de onderlinge verhoudingen tussen de driedimensionale afmetingen van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: klein, middelgroot, groot, zeer grootschalig
226 Vormbehandeling: Beschrijft de modellering of aard van de vorm. Het gaat dan om de kenmerken die de weergave zijn van een vormkarakteristiek. Mogelijke variaties zijn: eenvoudig, gevarieerd, kantig, vloeiend, thematisch, experimenteel, gevarieerd Gevelkarakteristiek Het gaat hier om de verschijningsvorm en/of aanzichten van een gebouw. Naast de relatie met de omgeving wordt hier met name de karakteristiek van het gebouw als object beschreven en gewaardeerd. Gerichtheid en oriëntatie: Beschrijft de zijde(n) die voor een gebouw gezichtsbepalend en bezien vanaf de publieke ruimte beeldbepalend zijn. Het gaat hierbij om de wisselwerking tussen het gebouw en de (publieke) ruimte. Mogelijke variaties zijn: gericht op publieke ruimte, privé-ruimte, twee- of meerzijdig, gevarieerd e.d.
227 Geleding: Beschrijft inzake belijning en/of reliëf het hoofdaccent van de gevelindeling. Mogelijke variaties zijn: verticaal, horizontaal, evenwichtig, figuratief of experimenteel, gevarieerd e.d. Indeling: Beschrijft de vorm en indeling van de gesloten en open vlakken zoals ramen en deuren. Het gaat hierbij om vormen en maatverhoudingen van de gevelindeling en de relatie ervan met het gehele gebouw. Mogelijke variaties zijn: traditioneel, gestileerd, neutraal en geordend, gevarieerd en chaotisch e.d.
228 Plasticiteit: Beschrijft de mate aan dieptewerking door het reliëf van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen ten opzichte van de gevel zelf. Het gaat hierbij om reliëf, vormen, maatverhoudingen van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen en de relatie ervan met de gehele gevel. Mogelijke variaties zijn: veel/weinig schaduwwerking, vlak, ongelijk, rijk aan dieptewerking, e.d. Topgevel: Beschrijft de typering van topgevels. Mogelijke variaties zijn: (versierde) tuitgevel, (verhoogde) halsgevel, trapgevel en klokgevel e.d. Detaillering, kleur en materiaal Het gaat hier om de karakteristieken die invulling geven aan de verschijningsvorm van een gebouw. Ten opzicht van de hiervoor genoemde beoordelingsaspecten zijn deze aspecten bepaald niet ondergeschikt. Juist kleur en materiaal zijn zeer beeldbepalend voor de verschijningsvorm van een gebouw, straat en/of gebied. Gaafheid en oorspronkelijkheid: Beschrijft de mate aan oorspronkelijkheid van een bestaand gebouw. Het gaat hierbij om mogelijke vernieuwende of juist verouderde elementen die het (gewenste) straatbeeld verstoren of juist versterken. Mogelijke variaties zijn: verstoord, vernieuwd, herkenbaar, hoofdzakelijk origineel, oorspronkelijk, samenhangend, gevarieerd e.d.
229 Materiaalgebruik: Beschrijft de aard en stofuitdrukking van het materiaalgebruik. Het gaat hierbij om de stofuitdrukking van de aan de buitenkant van een gebouw toegepaste materialen t.a.v. de expressie van het gebouw en haar omgeving. Mogelijke variaties zijn: steenachtig, metaal, kunststof, hout, coatings, keramische tegels, glas, glanzend, dof, gevarieerd e.d. Decoraties en ornamenten: Beschrijft constructieve details, ornamenten en decoraties. Het gaat hierbij om de bijzondere verrijking die ruimte en bebouwing ondervindt van (constructieve) details en bijzondere ornamentiek. Mogelijke variaties zijn: eventuele kenmerkende ornamenten en decoraties eventueel gecombineerd met de toevoeging fijn, matig, grof, weinig of gecombineerd met gelijkvormig, gevarieerd. Kleurtoon en toepassing: Beschrijft de specifieke kleurtoepassing en/of kleurtoon van het kleurgebruik. Het gaat hierbij om de helderheid van de kleurtoepassingen en het typerende kleurgebruik of variaties met betrekking tot de expressie van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: donker, middentoon, licht of in de vorm van een gerichte omschrijving/ uniform, gevarieerd, ingetogen, contrasterend.
230 Bijlage 4: Begrippenlijst A Aanbouwen: Aangekapt: Aardtinten: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Met kap bevestigd aan dakvlak. Natuurlijke tinten; meestal rood, bruin of groen. Achtergevellijn: Denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een gebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen Achterkant: Afdak: Afstemmen: Asymmetrische kap: Authentiek: De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen. Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen. In overeenstemming brengen met. Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken, ongelijkheid mogelijk in hellingshoek en in lengte van het dakvlak. Overeenstemmend met het oorspronkelijke; ook wel origineel, eigen kenmerken dragend of oorspronkelijk. B Bakgoot: Band: Bebouwing: Bebouwingsblok: Beschot: Bedrijfsbebouwing: Behouden: Belendende: Beuk: Bijgebouwen: Blinde wand, muur of gevel: Goot, voor de gevel aangebracht, bestaande uit een bodem en opstanden aan binnen- en buitenzijde; meestal van hout. Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen. Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. Meerdere panden vormgegeven als één samenhangend geheel. Houten bekleding van een muur; meestal niet tot de volle hoogte. Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter. Handhaven, bewaren, in stand houden. Naastgelegen, (direct) grenzend aan. Romp of lichaam van een gebouw; gebruikt ter onderscheiding van verschillende gebouwdelen. Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op de kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage. Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
231 Boeiboord: Boerderij: Boog: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal. Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis. Een gebogen constructie, meestal in baksteen, om de drukkracht boven een opening op te vangen. Bouwwerk: Bovenbouw: Bovenlicht: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels. Raam boven de voordeur. Boogveld: Bordes: Het vlak dat wordt begrensd door de binnenzijde van een boog en de (denkbeeldige) horizontale lijn die de aanzetten ervan verbindt. Verhoogd platform dat uitspringt voor de ingang van een gebouw, bereikbaar over een aantal treden; meestal van natuursteen. Buitenplaats: Bungalow: Buitenverblijf met herenhuis (kasteel of landhuis) met bijgebouwen en omringende privé-tuin of park, meestal met specifiek ontworpen aanleg; voornamelijk in de 17 e en 18 e eeuw gesticht. Meestaal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd. Borstwering: Gedeelte van de muur tussen vloer en onderzijde van een venster. Bouwblok: Een geheel van geschakelde bebouwing. Bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Bouwlaag: Gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren, met uitzondering van souterrain of zolder. Bouwvergunning: Vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet. Bouwperceel: Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.
232 C Carport: Classicisme: Conformeren: Context: Contrasteren: Cul-de-sac: Cultuurhistorische waarde: Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning. Stroming in de bouwkunst, bouwstijl. Zich voegen naar, gelijkvorming maken aan, aanpassen aan of afstemmen op. Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken. Een tegenstelling vormen. Een doodlopende straat, eindigend in een lus. De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. D Dak: Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak. Dakafdekking: Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht. Dakhelling: Dakkapel: Daklijst: Dakopbouw: Dakoverstek: De hoek van het dakvlak ten opzichte van de vloer. Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Lijst tussen de bovenkant van de gevel en de voet van het dakvlak; meestal van steen of hout. Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert. Het ten opzichte van de gevel uitstekende deel van het dak. Dakpan (beton): Een cementstenen tegel ter bedekking van het dak; in vrijwel alle kleuren mogelijk. Dakpan (gebakken): Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; roodkleurig. Dakpan (geglazuurd): Dakpan (gesmoord): Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak, voorzien van glazuurlaag; meestal in de kleuren zwart, rood, geel of groen. Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; door rooktoevoeging tijdens het bakproces grijskleurig.
233 E Dakraam: Daktrim: Raam in een dak. Afwerking aan de bovenzijde van de dakrand ten behoeve van waterkering. Ensemble: Entree: Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel. Ingang van een gebouw. Dakvlak: Een vlak van het dak/kap. Damwandprofiel:Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering. Detail: Detaillering: Diversiteit: Donjon: Drager en invulling: Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam. Kleine toevoegingen aan een gebouw ter decoratie. Verscheidenheid, afwisseling, variatie. De woontoren van een burcht; doorgaans zonder entree of ramen op de begane grond. De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden). Erf: Voorerf: Achtererf: Zijerf: Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst. (Artikel 1 Woningwet) Gedeelte van het erf tussen de voorgevellijn en de aan de voorkant van die lijn gelegen perceelsgrens. Gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelsgrens. Gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens. Erfafscheiding: Een bouwwerk bedoeld om het erf of perceel af te bakenen van een buurerf of de openbare ruimte. Erker: Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas.
234 F G Flat: Fronton: Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt eveneens flat/flatjes genoemd. Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan. Galerij: Gebouw: Gepotdekseld: Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen. Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken). Gevel: Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen. Geveldetaillering: Geheel van onderdelen van een gevel die samen het totaalbeeld van de gevel bepalen. (Gevel)geleding: Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, inspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen. Gevelsteen: Golfprofiel: Goot(hoogte): Gootklossen: Gootlijn: Een stenen plaat of blok in de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen. Regelmatige profilering van een vlakke plaat waardoor de sterkte toeneemt en bovendien schaduwwerking ontstaat. Horizontale waterafvoer; meestal tussen gevel en dakvlak. Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van goten. Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen.
235 H K Halsgevel: Een gevel waarvan het middendeel hoger is opgetrokken tot een rechthoekige hals. Kap: Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt. Hardsteen: Verzamelnaam voor verschillende soorten blauwgrijze, fossielenrijke natuursteen. Kaprichting: Hoofdrichting van het dakvlak, meestal bepaald door de richting van de nok. Hoekaanbouw: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw. Hoekkeper: Hoofdgebouw: Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar buiten gerichte hoek. Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. Kavel: Kerkring: Kern: Kilkeper: Grondstuk, kadastrale eenheid. Terrein rond een (dorps)kerk, meestal door een kerkgracht, straat en bebouwingswand omgeven. Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad. Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar binnen gerichte hoek. I Industriebebouwing: Inbreiding: Bebouwing met een industriële bestemming. Nieuwbouw op een reeds bestaande open ruimte binnen de bebouwde kom. Klokgevel: Klossen: Komvorming: Een gevel waarvan de top de vorm van de doorsnede van een klok of bel heeft. Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten. De verdichting van bebouwing op een bepaalde locatie, waaruit een nederzetting ontstaat; meestal op een kruispunt van routes. Koofbord: Gebogen vlak dat de overgang vormt van een vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur. Kop: In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
236 Kopgevel: Kroonlijst: De gevel aan de smalle zijde van een bebouwingsblok. Een uitdrukkelijk geprofileerde of geornamenteerde lijst. L Lak: Afwerklaag van schilderwerk. Landschappelijke De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt waarde: door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur. Langsgevel: Latei: Een gevel zonder top of lijst; meestal in de lange zijde van een bebouwingsblok. Draagbalk boven gevelopening. Lessenaarsdak: Dak met één hellend, niet onderbroken dakvlak. Lichtkoepel: Lijst: Lijstgevel: Lineair: Raamconstructie in de vorm van een koepel; meestal in een plat dak. Een versierde en/of geprofileerde rand of strook; meestal als bekroning van de bovenzijde van een gevel of omtrekking van een opening. Een gevel die aan de bovenzijde wordt beëindigd door een lijst. Rechtlijnig, langgerekt. Lint(bebouwing):Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding. Luifel: Een meestal plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
237 M N Maaiveld: Makelaar: Mansardekap: Markies: Massa: Metselverband: Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht. Decoratieve bekroning van een geveltop, aangebracht als verbinding tussen de afzonderlijke delen van de daklijst. Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak. Opvouwbaar zonnescherm. Zichtbaar volume van bebouwing. Het zichtbare patroon van metselwerk. Natuurlijke waarde: Natuursteen: Negge: Nok: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Steen die in de aardbodem gevonden wordt als oergesteente of sedimentgesteente; meestal gebruikt in bestrating, geveldetaillering of gevelbeplating. Het vlak dat wordt bepaald door de aanwezige ruimte tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn. Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak. Middenstijl: Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn. Monument: Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet Muuranker: Muurdam: Een ijzeren penconstructie waarmee houten balken aan een muur bevestigd worden, om deze voor uitwijken te behoeden. Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur. Muurplaquette: Een plaat op de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen.
238 O P Ondergeschikt: Onderbouw: Ontsluiting: Voert niet de boventoon. Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen. De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein. Palissade: Paneel: Penant: Omheining van palen, ter bescherming en verdediging aangebracht. Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting. Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen. Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek. Oorspronkelijke gevel: Organische groei: Ornament: Ornamentiek: Orthogonaal: Oriëntatie: Overstek: Gevel van een gebouw zoals deze als nieuw is gebouwd. Geleidelijke en individuele ontwikkeling van gebouwen binnen bestaande structuren.. Een element zonder constructieve functie dat is aangebracht ter verfraaiing van een bouwwerk. Mate waarin een bouwwerk is verfraait. Rechthoekig. De hoofdrichting van een gebouw. Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel. Pilaster: Plaatmateriaal: Planmatige uitbreiding: Plasticiteit: Pleisterlaag: Plint: Portiek: Positionering: Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen. Plaat van kunststof, staal of hout; meestal ten behoeve van gevelbekleding. Gelijktijdige en gezamenlijke ontwikkeling van gebouwen. De mate aan dieptewerking door het reliëf in de gevel, bijvoorbeeld door kozijnen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen; veroorzaakt lichten schaduwwerking in de gevel. Een laag mortel die het oorspronkelijke bouwmateriaal bedekt, waardoor een gladde afwerking ontstaat. Een duidelijk te onderscheiden horizontale band aan de onderzijde van een gebouw; oorspronkelijk als stootlijst. Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur. Plaats van een bouwwerk op de kavel.
239 Pui: Punt-, piramideof tentdak: De ondergevel van een gebouw; meestal door materiaalgebruik of invulling afwijkend van bovengevel. Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen. R Raamdorpel: Raamlijst: Horizontal stenen element onder onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd. Een lijst die een raamopening omtrekt. Puntgevel: Gevel eindigend met een driehoekig bovendeel, overeenkomend met de vorm van het aansluitende zadeldak. Radialen: Wegen die vanuit het centrum naar buiten lopen; meestal gecombineerd met een ringstructuur. Referentiekader: Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden. Renovatie: Respecteren: Vernieuwing. Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen. Rijenwoningen: Geschakelde eengezinswoningen in een rij. Ritmiek: Regelmatige herhaling. Roedeverdeling: De verdeling van horizontale en verticale latten (roeden) die de verschillende kleine ruitjes binnen één kozijn op hun plaats houden. Rolboog: Rolkast: Rollaag: Rolluik: Rooilijn: S Een gebogen constructie in baksteen, om de drukkracht boven een opening op te vangen. Kast waarin een rolluik wordt opgerold. Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale rij stenen boven gevelopening of aan bovenzijde van gemetselde wand. Oprolbaar vensterluik van smalle latjes. Denkbeeldige lijn die aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.
240 Schilddak: Selectiviteit: Sieranker: Situering: Speklaag: Steunbeer: Stijl: Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige schilden aan de lange zijde. Waarde als onderscheidingsmiddel, uitkiezend. Sierlijk gesmeed of gietijzeren muuranker. Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving. Lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen. Massieve verticale steun voor een muur; gebruikt om zijwaartse druk op te vangen. Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming. Tactiel: Tegelwerk: Tent-, punt- of piramidedak: Textuur: Timpaan: Topgevel: Trapgevel: Met de tastzin verbonden. Wandbekleding van tegels, meestal van gebakken klei. Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen. De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk). In een fronton besloten veld. Gevel met een bekroning aan de korte zijde van het gebouw. De gevellijn volgt daarbij in grote lijnen het min of meer driehoekige dak. Hiertoe behoren de hals-, klok-, punt-, schouder-, trap- en tuitgevel. Een gevel waarvan de top trapsgewijs smaller wordt. Stoep: Geplaveide strook langs een straat, behorend bij het aangrenzende gebouw; meestal in hardsteen. Travee: Het geveldeel dat zich tussen twee verticale elementen bevindt. Stoephek: Hek als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; meestal van smeedijzer. Tuitgevel: Een puntgevel waarvan de top eindigt in een smalle rechthoekige hals. Stoeppaal: Hardstenen of ijzeren paal als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; tussen de stoeppalen zijn meestal kettingen of stangen bevestigt. T-venster: Een venster waarvan het onderste gedeelte van een middenstijl is voorzien en waarin de roeden een T- vorm maken. Straatprofiel: De verticale doorsnede van een straat, gezien van gevel tot gevel. Straatwand: De fysieke ruimtelijke beëindiging van een straat; meestal door bebouwing, soms ook door andere objecten. T Tableau: Een gevelvlak waarin een afbeelding is opgenomen.
241 U Uitbouw: Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is. W Wandwerking: De mate waarin een gebouw of aantal gebouwen als straatwand fungeren. V Vensterluik: Een draaibaar houten schot of paneel waarmee een venster aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk kan worden bedekt. Windveer: Woning: Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand, meestal van decoratief houtsnijwerk. Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding. Verdichten: Vestingstad: Het steeds verder invullen van open ruimtes met bebouwing. Een met verdedigingswerken versterkte stad, doorgaans omringd door verdedigingswallen en grachten. Wolfdak: Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind). Vista: Vleugelstuk: Uitzicht, zichtlijn, uitzichtpunt. Een houten of stenen klauw dat gewoonlijk ter verfraaiing paarsgewijs aan weerskanten van een geveltop of dakkapel is geplaatst. Z Zadeldak: Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel. Volant: Strook stof als onderste beëindiging en versiering van zonnescherm of markies. Zijgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak langs de zijgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen. Voorgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen. Voorkant: De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde gekeerd is naar de weg of openbaar groen.
242 Bijlage 5: Reglement van orde van de welstandscommissie 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure 1.2 Samenstelling welstandscommissie 2. Taakomschrijving 2.1 Taakomschrijving welstandscommissie Wettelijke taken Niet wettelijk verplichte taken 2.2 Taakomschrijving commissieleden Taken van de gemandateerde architect Taken van de voorzitter Taken van de architect-secretaris 4.4 Het welstandsadvies 4.5 Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria Second opinion 5. Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota 5.1 Jaarverslag B&W 5.2 Jaarverslag welstandscommissie 3. Werkwijze Bouw- en Woningtoezicht 4. Werkwijze van de welstandscommissie 4.1 Vooroverleg over bouwplannen 4.2 Gemandateerde behandeling Mandaat kleine commissie Het mandaatadvies Openbaarheid gemandateerde behandeling Toelichting opdrachtgever/ontwerper Spreekrecht 4.3 Openbare commissievergadering Locatie vergadering Publicatie agenda Toelichting opdrachtgever/ontwerper Spreekrecht
243 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure De gemeenteraad wijst op voordracht van het college van B&W de vereniging Dorp, Stad & Land (DSL) aan als de welstandscommissie. DSL legt de gemeente een lijst voor met de beoogde commissieleden. Dit betreft de voorzitter, de architect-secretaris, de gemandateerde architect(en) en hun plaatsvervangers. Indien gewenst, vindt overleg plaats tussen DSL en de gemeente. Voor de benoeming van burgerleden en hun plaatsvervangers geldt een afwijkende procedure. De gemeente kan burgerleden voordragen ter benoeming. Alvorens dit te doen, kunnen B&W overleggen met DSL over het gewenste profiel van het burgerlid of de burgerleden. DSL stelt u voor, ingeval B&W daartoe besluit, het aantal burgerleden te beperken tot twee. Burgerleden ontvangen via de gemeente een onkostenvergoeding. Alle leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar. Bij afwezigheid van de voorzitter of de leden van de commissie, treden plaatsvervangers op in de commissievergadering. Het gemandateerde commissielid kan zich door een collega laten vervangen. De voorzitter, de architect-secretaris de gemandateerde commissieleden, de externe deskundigen, het burgerlid/de burgerleden en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid. De commissie streeft naar voortdurende afstemming met het beleid inzake de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. 1.2 Samenstelling van de commissie De advieswerkzaamheden van de welstandscommissies van DSL zijn georganiseerd in drie stappen. De grote en overkoepelende commissie; de standaard commissies per regio (en/of per stad) en de gemandateerde architecten namens de standaardcommissies. De grote commissie komt ten minste 4 keer per jaar bijeen. Deze commissie heeft als voornaamste doel de deskundigheidsbevordering van de commissieleden. Het feitelijke advieswerk wordt verricht via standaardcommissies. a. Standaardcommissie. De welstandscommissie bestaat uit tenminste 3 deskundige leden. Een deskundig voorzitter, de architect-secretaris en het gemandateerde commissielid. De commissieleden zijn deskundig op het terrein van architectuur, stedenbouw en aanverwante vakgebieden. De welstandscommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur- en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente. De standaardcommissie van DSL is in de regio s actief als commissie voor meerdere kleinere gemeenten en als stadscommissie. a1: In de standaard-welstandscommissie hebben geen burgers zitting.
244 De gemeente wijst DSL aan om naast welstandsaspecten van bouwplannen ook te adviseren inzake wijzigingsplannen voor monumenten. Dit vindt plaats door een integrale welstands- en monumentencommissie. Deze commissie bestaat uit een deskundig voorzitter, de architectsecretaris, de gemandateerde en tenminste één monumentendeskundige van DSL. Ook deze integrale welstands- en monumentencommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur- en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente. b1: In de integrale welstands- en monumentencommissie hebben geen burgers zitting. De integrale commissie brengt bij wijzigingsplannen voor monumenten een advies uit, waarin zowel de aspecten op grond van de Woningwet 2002 (welstandsbeleid), als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen worden betrokken. In het geïntegreerde advies komt duidelijk naar voren welke aspecten betrekking hebben op de welstand en welke op de aanvraag om monumentenvergunning. De commissie formuleert één gezamenlijke conclusie. De integrale commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste drie leden aanwezig zijn (waaronder de gemandateerde architect en de architect-secretaris of zijn/haar vervanger, de monumentendeskundige of zijn/haar vervanger) en waarvan tenminste twee leden deskundig zijn op het gebied van welstand. Voor de behandeling van monumentenplannen is daarnaast altijd de aanwezigheid van de monumentendeskundige vereist. 2. Taakomschrijving 2.1 Taakomschrijving welstandscommissie De welstandscommissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijke taken van de (integrale) welstands- en monumentencommissies van DSL worden uitgevoerd op grond van de Woningwet 2002, de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota Wettelijke taken 1. Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De commissie is bevoegd om B&W te adviseren over de welstandsaspecten van reguliere en gefaseerde aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in artikel 44, lid 1 van de Woningwet Regulier vergunningplichtige bouwaanvragen worden in de regel binnen twee dagen na behandeling van een welstandsadvies voorzien. 2. Toetsing van licht-vergunningplichtige bouwwerken. De commissie is bevoegd om B&W te adviseren over de welstandsaspecten van aanvragen om een lichte bouwvergunning als bedoeld in artikel 44, lid 2 van de Woningwet De licht-vergunningplichtige bouwaanvragen worden in de regel tijdens het commissieoverleg geadviseerd of bij voorkeur uiterlijk binnen twee dagen na behandeling. a:de gemeente legt licht-vergunningplichtige bouwaanvragen voor aan het gemandateerde commissielid van Dorp, Stad & Land.
245 3. Jaarverslag welstandscommissie. De welstandscommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria. Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de welstandscommissie. 4. Toetsing van monumentenaanvragen door de integrale welstandsen monumentencommissie. Een integrale commissie adviseert inzake wijzigingsplannen voor monumenten en de directe omgeving (zie verder onder 1. Benoeming en samenstelling) Niet wettelijk verplichte taken De welstandscommissie krijgt de opdracht om naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te voeren: a. Beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de gemeentelijke APV). b. Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen. c. Desgevraagd adviezen uitbrengen aan B&W over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken. d. Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. e. Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor nietdeskundigen evident zijn. f. Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, B&W en burgers. g. Desgevraagd beheren en actualiseren van de gemeentelijke welstandsnota (digitale Beeld- en Geobank). 2.2 Taakomschrijving commissieleden Taken van de gemandateerde architect De gemandateerde architect(en) van DSL heeft/hebben namens de commissie iedere 14 dagen zitting in de gemeente. Hij/zij voert als gemandateerd lid van de welstandscommissie de eerste gesprekken het vooroverleg - met de gemeente, planindieners, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van bouwplannen in de welstandscommissie voor. De plannen waarvoor de gemandateerde architect een mandaat heeft, worden door hem/haar van een advies voorzien (Zie verder 4.2 Gemandateerde behandeling). De gemandateerde architect stelt met de architect-secretaris en de behandelend ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht de agenda voor de commissievergadering op. Tijdens de commissievergadering introduceert de gemandateerde architect de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of gebied. De gemandateerde architect werkt op verzoek de beraadslaging en conclusie over een bouwplan uit in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen twee dagen na de commissievergadering na een eindcontrole door de secretaris, verzonden wordt.
246 2.2.2 Taken van de voorzitter De voorzitter van de welstandscommissie wordt in principe gerecruteerd uit ervaren praktijkarchitecten en/of stedenbouwkundigen. Hij/zij is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid. Tijdens de openbare vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/-vrouw voor alle aanwezigen. Hij/zij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van de aanwezigen bij een bepaald plan wil inspreken. Indien een plan in het vooroverleg is besproken, geeft de voorzitter, de architect-secretaris (of de gemandateerde architect) een korte samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces besproken is Taken van de architect-secretaris De architect-secretaris van de welstandscommissie draagt er zorg voor dat de hem/haar aangeboden grotere bouwplannen op het secretariaat worden ingeboekt en van een dossiernummer worden voorzien. Na behandeling van de adviesaanvragen in de commissies zorgt hij/zij voor een snelle administratieve adviesverwerking door het secretariaat. De adviezen worden door hem/haar ondertekend en met de afgestempelde tekeningen retour gezonden naar de gemeente. De voorzitter leidt de discussie en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren te brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat na een inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag een voor alle aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt gegeven. De voorzitter bewaakt verder de voortgang van de agenda. Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) en met de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijks verslag van de welstandscommissie.
247 3. Werkwijze Bouw- en Woningtoezicht De welstandsprocedure begint met een selectie van bouwplannen bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht in licht- en reguliervergunningplichtige aanvragen. Bouw- en Woningtoezicht toetst een bouwplan eerst op de vereisten in het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen. Welke gegevens nodig zijn, is vastgelegd in de Besluit Indieningsvereisten Aanvraag Bouwvergunning en in de gemeentelijke bouwverordening. 4. Werkwijze van de welstandscommissie 4.1 Vooroverleg over bouwplannen De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid, om een nog niet formeel aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de welstandscommissie toe te lichten en te bespreken. De gemandateerde architect maakt altijd een verslag van het vooroverleg. Dit verslag wordt openbaar als het bouwplan formeel aan de commissie wordt voorgelegd. Vooroverleg vindt in principe in het openbaar plaats. Hiervan kan worden afgeweken na overleg tussen de gemeente, de aanvrager en de welstandscommissie. 4.2 Gemandateerde behandeling De gemandateerde architect behandelt in de regel om de twee weken op locatie de bouwplannen. Hij/zij heeft een mandaat van de standaard welstandscommissie om zelfstandig bouwplannen af te handelen. Het uitgangspunt voor de mandaatverlening is dat de gemandateerde architect alleen de plannen beoordeelt van een relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel legt de gemandateerde architect het bouwplan voor aan de commissie. De gemandateerde architect heeft voor vergunningplichtige plannen alleen het mandaat om positieve adviezen uit te brengen. Bij licht-vergunningplichtige plannen mag de gemandateerde architect ook negatief adviseren. De commissie zelf is eindverantwoordelijk voor het welstandsadvies. Tenminste één keer per jaar vindt overleg plaats tussen de gemandateerde architect en de welstandscommissie over het mandaat.
248 4.2.1 Mandaat kleine commissie De gemandateerde architect wordt op verzoek van de welstandscommissie, de gemeente of op eigen verzoek bijgestaan door een ander commissielid. Deze kleine commissie beschikt over hetzelfde mandaat als de gemandateerde architect Het mandaatadvies De gemandateerde architect brengt welstandsadviezen uit aan B&W over de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet is strijd is met redelijke eisen van welstand (art. 12 lid 1 Ww 2002). Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een positief mandaat-welstandsadvies wordt uitgebracht door een stempel op de tekening te plaatsen en het paraferen van het adviesformulier. Een negatief mandaatadvies (alleen bij licht-vergunningplichtige plannen) wordt schriftelijk gemotiveerd met een verwijzing naar de relevante criteria uit de welstandsnota Openbaarheid gemandateerde behandeling a. De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.de agenda wordt op de volgende manier gepubliceerd a1. Ter inzage leggen van agenda. Via het huis-aan-huis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van tijdstip en plaats van de gemandateerde behandeling. De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd Toelichting opdrachtgever/ontwerper Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de gemandateerde behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen Spreekrecht a. Tijdens de gemandateerde behandeling wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden. a1. Zowel opdrachtgevers/ontwerpers als direct belanghebbenden hebben spreekrecht. 4.3 Openbare commissievergadering De welstandscommissie vergadert in de regel één keer per twee weken. De gemandateerde architect behandelt in de tussenliggende periode de kleinere bouwplannen (zie t/m voor taken gemandateerde architect, voorzitter en architect-secretaris) Locatie vergadering a. De welstandscommissie vergadert roulerend in de aangesloten gemeenten in de regio. Bij de behandeling van belangrijke bouwplannen kan op verzoek van de gemeente worden besloten om in de eigen gemeente te vergaderen.
249 4.3.2 Publicatie agenda De agenda voor de commissievergadering wordt op de volgende manier gepubliceerd: a. Ter inzage leggen van agenda. Via het huis-aan-huis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van het tijdstip en plaats van de commissievergadering. De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De openbaarheid geldt voor de beraadslaging over bouwplannen, de beoordeling daarvan en voor de adviezen. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in art. 10, eerste lid, van de Wet Openbaarheid van Bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in art. 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen Toelichting opdrachtgever/ontwerper Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen Spreekrecht Tijdens de openbare vergadering wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden. a. Zowel opdrachtgevers/ontwerpers als direct belanghebbenden hebben spreekrecht. 4.4 Het welstandsadvies De welstandscommissie brengt heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan B&W over de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand (art. 12 lid 1 Ww 2002). Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben: Niet strijdig De welstandscommissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk. Niet strijdig mits De welstandscommissie adviseert iets niet strijdig met een mits aan B&W omdat het plan volgens de van kracht zijnde welstandscriteria niet strijdig is met redelijke eisen van welstand maar er ontbreekt uit oogpunt van welstand nog een ondergeschikt onderdeel. Formeel is het bouwplan daarmede niet strijdig. Het mits wordt in de praktijk in enkele gevallen gehanteerd om aanvullende bemonstering in later stadium af te spreken of een nadere detailtekening te leveren. Mits is bedoeld om de planprocedures niet onnodig op te houden. Het mits kan niet als voorwaarde worden opgenomen in de bouwvergunning.
250 Strijdig De commissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat een bouwplan ingrijpend moet worden gewijzigd. Adviseert de commissie strijdig, dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten Second opinion Alvorens een second opinion te vragen, bieden B&W eerst de vaste welstandscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de welstandscommissie. Bij een second opinion wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan een andere commissie dan DSL. Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Welstand. Strijdig tenzij De welstandscommissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand uit de gemeentelijke welstandsnota. De strijdigheid is beperkt en is in goed overleg met de aanvrager vastgesteld. De strijdigheid wordt nauwkeurig geformuleerd. B&W kunnen deze, om redenen van efficiency, als voorwaarde(n) opnemen in de bouwvergunning 4.5 Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria B&W hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere dan welstandsgronden, af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking moeten bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld. B&W kunnen, eventueel op advies van de welstandscommissie, gemotiveerd (op welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria zelf. Dat kan bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél aan redelijke eisen van welstand. B&W verwijzen in dat geval naar de algemene criteria in de welstandsnota.
251 5. Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota 5.1 Jaarverslag B&W B&W leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzetten: - Op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie; - In welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de welstandscommissie hebben voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de welstandscriteria. - In welke categorieën van gevallen: a. zij tot aanschrijving op grond van art. 19 Ww 2002 zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk of de standplaats binnen de door hen te bepalen termijn, en b. zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 19 Ww 2002 zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 26 Ww Jaarverslag welstandscommissie Zie onder punt 2.1.1
252 Bijlage 6: Het Beeld van de Binnenstad De welstandsnotitie Het Beeld van de Binnenstad vormt onderdeel van de welstandsnota en is hiermee vastgesteld als onderdeel van het welstandsbeleid. Bouwaanvragen die betrekking hebben op de binnenstad van Hulst dienen daarbij complementair getoetst te worden aan de criteria die voortvloeien vanuit deze externe welstandsnotitie.
253
254 Colofon In opdracht van Stichting Dorp, Stad & Land Groothandelsgebouw Stationplein 45 Postbus GC Rotterdam T E [email protected] Gemeente Hulst Grote Markt EA HULST T E [email protected] Inhoud SCHOUT, ruimtelijke vormgeving en beleid SH-GROEP WIJNSTRAAT 96-F 3011 TR ROTTERDAM J.C.C.M. van Jole M. Hamerslag T E [email protected]
255
Inhoudsopgave DEEL C - PROCEDURE 1
DEEL C - PROCEDURE . Inhoudsopgave pagina DEEL C - PROCEDURE 1 9. WELSTANDSPROCEDURE 1 9.1 De status van de welstandsnota 1 9.2 Organisatie van welstand 1 9.3 De welstandsprocedure 1 9.4 Nieuwe bouwprojecten
VOORWOORD EN INLEIDING
VOORWOORD EN INLEIDING Inhoudsopgave pagina VOORWOORD EN INLEIDING VOORWOORD 1. INLEIDING 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Het doel en de reikwijdte van deze welstandsnota 1 1.3 Leeswijzer 2 Inhoudsopgave Voorwoord
Welstandsnota. Gemeente Gilze en Rijen. SCHOUT rv&b
Welstandsnota Gemeente Gilze en Rijen 1 SCHOUT rv&b 2 Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de nieuwe Welstandsnota van de gemeente Gilze en Rijen. Het woord nieuwe is eigenlijk niet terecht, want er is geen
Aanvullingen Welstandsnota
Aanvullingen Welstandsnota INHOUD 1.3 B & W VOEREN HET WELSTANDSTOEZICHT UIT... 3 1.8 HANDHAVING... 6 2 1.3 B & W VOEREN HET WELSTANDSTOEZICHT UIT De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van
Welstandsnota Roosendaal
Welstandsnota Roosendaal Deel A: Algemene beleidsregels projectnr. 1907-170726 revisie 05 september 2008 Opdrachtgever Postbus 5000 4700 KA ROOSENDAAL Datum vrijgave Beschrijving revisie 05 goedkeuring
Jaarverslag Welstandstoezicht 2014. : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet
Jaarverslag Welstandstoezicht 2014 Opgesteld door In kader van Aangeboden aan : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet : Gemeenteraad van Velsen Juni 2015
Jaarverslag Welstandstoezicht 2010
Jaarverslag Welstandstoezicht 2010 Opgesteld door In kader van Aangeboden aan : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet : Gemeenteraad van Velsen December
Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Venray 2009
2 februari 2010 Jaarverslag Burgemeester en Wethouders Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Venray 2009 Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray Samengesteld door Ir. D. Danckaert Inhoud 1. Inleiding
Welstandsjaarverslag 2006
Welstandsjaarverslag 2006 Burgemeester en wethouders van Beemster 13 november 2007. 1. Doelstelling en wettelijk kader Sinds 1 januari 2003 bepaalt de Woningwet, in artikel 12c, dat burgemeester en wethouders
Partiële herziening Welstandsnota gemeente Oud-Beijerland. Maart 2014
Partiële herziening Welstandsnota gemeente Oud-Beijerland Maart 2014 Herziening vastgesteld Februari 2015 Voorwoord Voor u ligt de herziene welstandsnota van de gemeente Oud-Beijerland. De basis van deze
Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Venray 2016
22-03-2017 Jaarverslag Burgemeester en Wethouders Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Venray 2016 Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray Samengesteld door Ir. D. Danckaert Inhoud 1. Inleiding
1 Inleiding. Aanleiding. 1.1 Aanleiding
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Per januari 2003 is de gewijzigde Woningwet in werking getreden. In de Woningwet is vastgelegd dat bouwaanvragen getoetst moeten worden aan redelijke eisen van welstand. Gemeenten
3 Woningwet en Welstand
Schema welstandstoets 3-1 HOOFDSTUK 3 WONINGWET EN WELSTAND 3.1 Inleiding De Woningwet kent per 1 januari 2003 drie categorieën bouwwerken: - bouwvergunningvrij - licht-bouwvergunningplichtig - regulier
Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Bunnik
Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Bunnik 1 Inhoudsopgave van het Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit 1. Benoeming en samenstelling van de commissie
5.5 Blokverkavelingen 83. 5.6 Woonerven 86. 5.7 Thematische woonwijken 90. 5.8 Individuele woningbouw 93
Voorwoord Inhoudsopgave Hoe werkt de welstandsnota? 1. Inleiding 1 1.1 Introductie 2 1.2 Relatie met andere beleidsterreinen 4 1.3 Vaststelling en evaluatie van het welstandsbeleid 5 1.4 Handhaving welstandstoezicht
Onderwerp: Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013. Het vaststellen van de Welstandsnota gemeente Voerendaal 2013.
Raadhuisplein 1 T 045-575 33 99 6367 ED Voerendaal F 045-575 11 95 Postbus 23000 E [email protected] 6367 ZG Voerendaal W voerendaal.nl \ raadsvoorstel Voerendaal, d.d. 28 maart 2013 Nummer: 2013/5/ Portefeuillehouder:
Welstandsnota gemeente Korendijk e
Welstandsnota gemeente Korendijk e 1 P P herziening November 2008 Voorwoord Voor u ligt de herziene welstandsnota van de gemeente Korendijk. Het doet mij genoegen u deze herziene nota te kunnen voorleggen.
Krimpen aan den IJssel
leeswijzer vaststelling handhaving deel A algemene bepalingen procedures advies welstandsnota Krimpen aan den IJssel bezwaren welstandsniveau s juli 2004 beoordelingsaspecten Welstandsnota Gemeente Krimpen
Inhoud presentatie. Inleiding. Opbouw van de welstandsnota. Beoordelingskader. 2 voorbeelduitwerkingen. Procedure
WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN 16 februari 2004 Inhoud presentatie Inleiding Opbouw van de welstandsnota Beoordelingskader 2 voorbeelduitwerkingen Procedure Inleiding Aanleiding welstandsnota Welstandsnota
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2014
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2014 Voorwoord Naast een zelfstandig jaarverslag van de onafhankelijke welstandscommissie verlangt de Woningwet (Ww) ook van het College van B&W om eenmaal per jaar aan de gemeenteraad
Scenario's welstandsbeleid Hollands Kroon 25 april 2013. Portefeuillehouder L. Franken 17
Onderwerp Vergadering van Scenario's welstandsbeleid Hollands Kroon 25 april 2013 Portefeuillehouder Nummer L. Franken 17 Contact en vragen via [email protected] Voorstel Een keuze te maken
Bijlage 1. Voorgestelde wijzingen
Bijlage 1. Voorgestelde wijzingen Wijzigingen hoofdstuk 2. Inleiding: - Bouwvergunning wijzigen in: omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. - In de praktijk zal de welstandsnota waarschijnlijk nauwelijks
Nota van B&W. Inleiding
gemeente Haarlemmermeer Nota van B&W Onderwerp Jaarverslag welstandsverantwoording 201 0 Portefeuillehouder J.J. Nobel Collegevergadering 10 mei 2011 Inlichtingen mw. mr. J.M. Metselaar (023-567 3528)
Welstandsnota Gemeente Strijen 2012
Welstandsnota Gemeente Strijen 2012 Voorwoord Voor u ligt de herziende Welstandsnota van de gemeente Strijen. Alle gemeenten in de Hoekse Waard hebben gezamenlijk hun bestaande nota s geëvalueerd en aangepast.
1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Reglement op de welstandscommissie in Oldebroek 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure 1.2 Samenstelling
Betreft achtste serie wijzigingen van de Bouwverordening gemeente Stein 1999
Stein 22 oktober 2002 Gemeenteblad Afdeling A 2002, no. 97 Agendapunt 9a Bijlagen 1 Aan De Raad Betreft achtste serie wijzigingen van de Bouwverordening gemeente Stein 1999 Inleiding Zoals wellicht bekend
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure De gemeenteraad wijst op voordracht van het college de vereniging
Reglement van orde van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie 1 Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure 1.2 Samenstelling welstandscommissie 2. Taakomschrijving 2.1 Taakomschrijving
Bijlage 9 Reglement van orde welstand
Bijlage 9 Reglement van orde welstand [In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale) welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een universeel toepasbare
Beeldkwaliteitsplan. Denekamp 't Pierik fase 2
Beeldkwaliteitsplan Denekamp 't Pierik fase 2 Govert Flinckstraat 31 - postbus 1158-8001 BD Zwolle 038-4216800 13 november 2008 2 Beeldkwaliteitsplan Denekamp t Pierik fase 2 1. Inleiding 1.1 Aanleiding
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2013
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2013 Voorwoord Naast een zelfstandig jaarverslag van de onafhankelijke welstandscommissie verlangt de Woningwet (Ww) ook van het College van B&W om eenmaal per jaar aan de gemeenteraad
Reglement van orde van de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Reglement op de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in Mook en Middelaar 1. Benoeming en samenstelling
4. Zeekleilandschap Zeekleilandschap. Gebiedsbeschrijving
4. Zeekleilandschap 4.1. Zeekleilandschap Gebiedsbeschrijving Structuur Het zeekleilandschap is een vlak en open weidegebied, met percelen van wisselende grootte. De erfbeplanting bestaat voornamelijk
WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN
WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN ALGEMEEN DEEL Ontwerp 17-03-2004 Welstandsnota gemeente Heusden 1 Algemeen deel Welstandsnota gemeente Heusden Welstandsnota gemeente Heusden 2 Inleiding De voorliggende
behoort bij besluit van de raad van de gemeente Bronckhorst van 23 september 2010, nr. 100923/16
Bouwvergunning - bijlagen Bijlagen 1 tot en met 6, bijlage 8 en bijlagen 10 tot en met 12 (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage
3. Stuwwallandschap van het land van Vollenhove
3. Stuwwallandschap van het land van Vollenhove 3.4. Sint Jansklooster Gebiedsbeschrijving Structuur Aan de oostelijke rand van de stuwwal is de lintbebouwing van Sint Jansklooster uitgegroeid tot een
Nota Welstandsbeleid Woudrichem
Nota Welstandsbeleid Woudrichem Nota welstandsbeleid Woudrichem 1 Voorwoord In de nieuwe Woningwet is onderkend dat welstandszorg als middel tot sturing van de ruimtelijke kwaliteit onontbeerlijk is. Tegelijkertijd
VOORWOORD EN INLEIDING
VOORWOORD EN INLEIDING Inhoudsopgave pagina VOORWOORD EN INLEIDING VOORWOORD 1. INLEIDING 7 1.1 Aanleiding 7 1.2 Het doel en de reikwijdte van deze welstandsnota 7 1.3 Leeswijzer 8 Inhoudsopgave Voorwoord
Welstand. of welstandsvrij in de gemeente Gorinchem?
Welstand of welstandsvrij in de gemeente Gorinchem? Huidige beleid gehele grondgebied welstandsplichtig alle type bouwwerken welstandsplichtig iedere aanvraag voorleggen aan welstandscommissie Huidige
Erfafscheidingen. Gemeente Zeewolde, juni 2011
Erfafscheidingen Gemeente Zeewolde, juni 2011 Versie augustus 2016 2 1. Inleiding Iedereen wenst zijn/ haar perceel op een goede manier met de buren of het openbaar gebied te scheiden. Wanneer hiervoor
Reglement van orde op de welstandscommissie voor de gemeente Beemster
Reglement van orde op de welstandscommissie voor de gemeente Beemster Inleiding In dit Reglement van orde op welstandscommissie van de gemeente Beemster worden de instelling van de welstandscommissie voor
criteria 7 schotel-, spriet- en staafantennes Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 7 schotel-, spriet- en staafantennes 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 7 - schotel-, spriet- en staafantennes
WELSTANDSNOTA GEMEENTE BERNHEZE ALGEMEEN DEEL BEBOUWINGSTYPEN
WELSTANDSNOTA GEMEENTE BERNHEZE ALGEMEEN DEEL BEBOUWINGSTYPEN 2.2 Welstandsniveaus Aan elk gebied in de gemeente Bernheze is een welstandsniveau toegekend. De basis voor het welstandsniveau is gelegen
Gemeente Olst-Wijhe. bestemmingsplan Noorder Koeslag partiële herziening regels
Gemeente Olst-Wijhe bestemmingsplan Noorder Koeslag partiële herziening regels Olst-Wijhe, 7 augustus 2009 Planidentificatienummer: NL.IMRO.1773.BP2009004002-0301 Toelichting augustus 2009 NL.IMRO.1773.BP2009004002-0301
GEMEENTE ZUNDERT WELSTANDSNOTA Deel III: Ambtelijke toetsingscriteria
telefoon fax email internet kvk Breda Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35-37 4811 GB Breda 076 5225262 076 5213812 [email protected] www.c5s.nl 20083802 GEMEENTE ZUNDERT WELSTANDSNOTA 2014 Deel III: Ambtelijke
Raadsvoorstel 2004/167
Raadsvoorstel 2004/167 Onderwerp Portefeuillehouder drs. M.J. Bezuijen Commissie Ruimte en Economie/Wonen en Werken d.d. 17 mei 2004 Datum 27 april 2004 Raadsvergadering 27 mei 2004 Samenvatting Voor de
1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese
1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese 1.5. Steenwijkerwold Gebiedsbeschrijving Structuur Steenwijkerwold is centraal gelegen op de stuwwal en is ontstaan als gevolg van het samengroeien van de
Welstandsnota Gemeente Vlissingen
Welstandsnota Gemeente Vlissingen 2006 Welstandsnota 2006 Vastgesteld in de vergadering van de gemeente raad d.d. 1 juni 2006 Mij bekend, De voorzitter, De griffier, Welstandsnota 2 Architectenbureau
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 8. ROLHEKKEN, LUIKEN EN ROLLUIKEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen
Jaarverslag Welstand 2013 Gemeente Schinnen
Jaarverslag Welstand 2013 Gemeente Schinnen Inleiding Conform de Woningwet ligt voor u het jaarverslag Welstand 2013 van de Gemeente Schinnen. Teneinde het welstandstoezicht binnen de gemeente inzichtelijk
Welstandsnota gemeente Zwartewaterland, versie Deelgebied Naoorlogse woonwijken
5.4.8. Deelgebied Naoorlogse woonwijken Algemene kenmerken Het beeld van de naoorlogse woonwijken wordt hoofdzakelijk bepaald door woonblokken onder één kap met voortuin. De hoofdvorm bestaat uit woningen
Omgevingsvergunningsvrije gebouwen: beïnvloedingsmogelijkheden
Omgevingsvergunningsvrije gebouwen: beïnvloedingsmogelijkheden In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht is een tweetal categorieën opgenomen voor vergunningsvrije bouwwerken: I het regime voor kleine
reclamebeleid Hellendoorn
reclamebeleid Hellendoorn reclamenota Inleiding p.1 1 Algemene reclamecriteria p.3 2 Specifieke reclamecriteria p.4 3 Objectgerichte criteria p.5 4 Algemene aanbevelingen p.6 Inleiding Deze reclamenota
3 Reglement van orde van de welstandscommissie
3 Reglement van orde van de welstandscommissie Artikel 3.1 Aanwijzing van de commissie De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders
Visbuurt, Sluisdijkbuurt en Boatex. Versie 1: 15 maart 2011 Versie 2: 04 april 2011 Versie 3: 12 april 2011
Notitie Dakterrassen: Stadshart, Van Galenbuurt, Visbuurt, Sluisdijkbuurt en Boatex Versie 1: 15 maart 2011 Versie 2: 04 april 2011 Versie 3: 12 april 2011 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Aanleiding...
GEMEENTEBESTUUR UITGEEST
GEMEENTEBESTUUR UITGEEST Nota / advies van: Patrick Monincx Behandelende afdeling: Publiekszaken/ Vergunningen Datum: 07-05-2015 NR. TITEL: Maatwerk voor erkers/woninguitbreiding aan de voorzijde, die
WELSTANDSNOTA UDEN 2013 GEMEENTE UDEN
WELSTANDSNOTA UDEN 2013 GEMEENTE UDEN Gemeente Uden Welstandsnota Uden Uden oktober 2013 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 1 1 INLEIDING 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Aanleiding voor de ontwikkeling van welstandsbeleid
Hoofdstuk 7. Reclame. 7.1 Uitgangspunten. 7.2 Algemene criteria voor reclame
Hoofdstuk 7 Reclame 7.1 Uitgangspunten Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, spandoeken en vlaggen bepalen in hoge mate de beleving
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Doel en uitgangspunten welstandsnota 1.3 Leeswijzer
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Doel en uitgangspunten welstandsnota 1.3 Leeswijzer 2. RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID APPINGEDAM 2.1 Welstandszorg in de oude situatie 2.2 Monumentenzorg 2.3 Ruimtelijk
BIJLAGE 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Heiloo
BIJLAGE 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Heiloo Inhoud 1. Advisering door de welstandscommissie 2. Samenstelling van de welstandscommissie 3. Benoeming en zittingsduur 4. Jaarlijkse verantwoording
Voorbeeld sneltoetscriteria
Welstandsnota gemeente Dordrecht Voorbeeld sneltoetscriteria (algemeen en aan- en uitbouwen) 2. Sneltoetscriteria 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden Sneltoetscriteria gegeven voor, aan- en uitbouwen,
Reglement van orde op de welstandscommissie van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude
Reglement van orde op de welstandscommissie van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude Inleiding In dit Reglement van orde op de welstandscommissie van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude worden
1 2 3 4 B B B 5 B B B A C B B B 6 7 A 8 D K 9 K K K 10 N K 11 E L G K L F L 12 H K 13 K M 14 K M I 15 H J 16 17 18 19 20 21
1 2 3 4 5 6 C 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Welstandsnota Enschede ouwen aan identiteit Algemene brochure A A D N F E G H I H J November 2006 L L L M M Ontwerp nota: Landscape Architects for
Welstandsnota (2004) Gemeente Maasdonk. file:///g:/welstandsnota%20(2004).html. Wetstechnische informatie. Tekst van de regeling.
pagina 1 van 62 Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Maasdonk Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op [email protected]! Welstandsnota (2004) Wetstechnische informatie Gegevens van de
Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning
BIJLAGEN Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1 en 3.1 Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 4. ZONNEPANELEN EN -COLLECTOREN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen
criteria 1 kozijn- en gevelwijzigingen Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 1 kozijn- en gevelwijzigingen 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 1 - kozijn- en gevelwijzigingen dorp stad & land
Gelselaar beschermd dorpsgezicht Wat betekent dat?
Gelselaar beschermd dorpsgezicht Wat betekent dat? Het duurt niet lang meer of Gelselaar krijgt de status van beschermd dorpsgezicht. Het zal het tweede beschermde gezicht zijn in de gemeente Berkelland.
Inleiding. 1.1 Wat is de omgevingsvergunning?
1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat deel met een korte bespreking wat een omgevingsvergunning is en wat vergunningsvrij bouwen is. De achtergrond en doelstellingen van de belangrijkste regelingen (de Wet algemene
Memo dakkapellen - welstand
Memo dakkapellen - welstand Datum: 9 september 2014 Afdeling: Ruimte Probleemstelling Het plan bestaat om in 2015 de huidige welstandsnota te vervangen door een sterk vereenvoudigde versie. De vergunningenpraktijk
Oplegnotitie nieuw Welstandsbeleid voor de Gemeente Oss
Oplegnotitie nieuw Welstandsbeleid voor de Gemeente Oss Inleiding Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid neemt een belangrijke plaats in binnen de gemeente Oss. De gemeente zorgt samen met de onafhankelijke
Welstandsbeleid gemeente Asten
Welstandsbeleid gemeente Asten 2 Inhoudsopgave 1. WELSTANDSBELEID...6 1.1. Doel van de nota...7 1.2. Leeswijzer...7 1.3. Gebruik van de nota...8 1.4. Relatie met andere beleidsterreinen...9 1.4.1. Algemeen...9
ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING
ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING voor: Plaatsen schutting activiteiten: bouwen van een bouwwerk gebruik in strijd met het bestemmingsplan verleend aan: De heer A.A. van der Griend locatie: Aurorastraat 6, 9635
Beeldkwaliteitsplan. Beers, Elstweg 5
Beeldkwaliteitsplan Beers, Elstweg 5 gemeente Cuijk Concept In opdracht van: Ariëns groep Door: HSRO Stedenbouw en Ruimtelijke ontwikkeling April 2016 Beeldkwaliteitsplan Beers, Elstweg 5 gemeente Cuijk
2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne
2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne 2.3. Kallenkote Gebiedsbeschrijving Structuur Op de overgang van het beekdal van de Steenwijker Aa en de noordelijke rand van de oostelijke
Verslag ambtelijke welstandstoets van d.d. 20 mei 2015
Verslag ambtelijke welstandstoets van d.d. 20 mei 2015 Aanwezig : M. Kavsitli, M.Overbeeke, W. Crusio en J. van Bergen REGULIERE AANVRAGEN OMGEVINGSVERGUNNING 1. WABO/2015/80 Rabobank Bouwadres Lange Zelke
VOORWOORD. Namens het college van burgemeester en wethouders, Jacob Ouderkerken (wethouder)
VOORWOORD Namens het college van burgemeester en wethouders bied ik hierbij met plezier de nieuwe editie aan van de welstandsnota Prachtig dorp in het groen. De aanpassingen komen voort uit aanscherpingen
Inspraaknota Nota Ruimtelijke Kwaliteit
Inspraaknota Nota Ruimtelijke Kwaliteit Van 10 december 2015 tot en met 13 januari 2016 heeft het ontwerp van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit ter inzage gelegen. Gedurende voornoemde periode zijn in totaal
Technische vragen. Onderwerp: Welstandsnota Ongewenste trendsetter. Agendapunt: Welstandsnota 2016 Datum: Voorronde 6 juni 2016
Technische vragen Onderwerp: Welstandsnota 2016 Agendapunt: Welstandsnota 2016 Datum: Voorronde 6 juni 2016 Vragen: Proces Afwijkingen De welstandsnota geeft ruimte voor afwijkingen, zoals bij de gewijzigde
(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING
(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING Burgemeester en wethouders van Moerdijk hebben op 19 december 2013 een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
JAARVERSLAG WELSTAND GEMEENTE NEDERWEERT
JAARVERSLAG WELSTAND GEMEENTE NEDERWEERT 2015-2016 Welstandsvrij bouwen in Nederweert INHOUDSOPGAVE Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------ 01 - Voorwoord
De Tuinen II. Beeldkwaliteitsplan juni 2010
De Tuinen II Beeldkwaliteitsplan 267.00.01.40.02 1 juni 2010 Beeldkwaliteitsplan De Tuinen II 267.00.01.40.02 1 juni 2010 Inhoud 1.0 Doel en status 07 2.0 Karakterschets van het gebied 09 3.0 Beeldkwaliteitscriteria
Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo)
Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo) Versie: vastgesteld Gemeente Landsmeer, januari 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding...
Onderwerp Aanpassing welstandsnota ten behoeve van de ontwikkeling van de Ronerborg-locatie te Roden, inspraak
Aan de gemeenteraad Agendapunt Documentnr.: RV15.0786 Roden, 2016 Onderwerp Aanpassing welstandsnota ten behoeve van de ontwikkeling van de Ronerborg-locatie te Roden, inspraak Onderdeel programmabegroting:
