SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
|
|
|
- Cornelia Desmet
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 06/09 Arbitraal vonnis in de zaak van: de Stichting A., gevestigd te Z., eiseres, gemachtigde: mr. R. Olde tegen B. wonend te IJ, verweerder, gemachtigde: mr. H.D. van der Schaar 1. De procesgang 1.1 De Raad van Toezicht van de Stichting A., verder aan te duiden als eiseres, heeft bij inleidend schrijven van 29 juni 2006 een geschil tussen haar en de algemeen directeur/bestuurder van de Stichting, B., verder verweerder te noemen, aanhangig gemaakt. 1.2 Op 27 juli 2006 heeft eiseres een memorie van eis ingediend, voorzien van producties 1 t/m 12, waarbij het Scheidsgerecht wordt verzocht de arbeidsovereenkomst met verweerder op zo kort mogelijke termijn te ontbinden, zonder toekenning van enige vergoeding. 1.2 Verweerder heeft bij memorie van antwoord van 20 september 2006, met producties 1 t/m 20, verweer gevoerd en concludeert tot referte ten aanzien van de verzochte ontbinding met het verzoek tot toekenning van een tegemoetkoming ter hoogte van één bruto jaarsalaris alsmede ,-- als vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, vermeerderd met rente tot een totaalbedrag van , De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 oktober Verschenen zijn namens eiseres, de voorzitter van de raad van toezicht, mw. C., en de heer D., lid van de raad van toezicht, en de heer E., oud-lid van de raad van toezicht, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Olde, en verweerder en zijn gemachtigde mr. Van der Schaar. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities.
2 2. De samenvatting van het geschil 2.1 Op 29 juni 2001 is tussen partijen een arbeidsovereenkomst gesloten, aangevuld met een addendum op 7 februari Verweerder, die is geboren op 4 september 1946, is krachtens deze overeenkomst per 1 augustus 2001 bij de dr. F. Stichting, de rechtsvoorgangster van eiseres, in dienst getreden als algemeen directeur/ bestuurder. De aanstelling was voor onbepaalde tijd en full-time (36 uur). Zijn laatste salaris bedroeg 9.272,88 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag. 2.2 De dr. F. Stichting is per 1 januari 2004 gefuseerd met een aantal andere stichtingen, waaruit de Stichting A. is ontstaan. Verweerder is op 18 juni 2003 benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van de Stichting A Eind 2003 wordt verweerder door zijn behandelend artsen dringend geadviseerd zijn werkzaamheden als directeur/bestuurder te staken vanwege zijn gezondheidstoestand. Dit advies wordt door verweerder niet direct opgevolgd, maar wel bespreekt hij eind januari 2004 de situatie telefonisch met de voorzitter van de raad van toezicht. Een en ander leidt begin februari 2004 tot een voorstel van de zijde van verweerder aan de raad van toezicht, strekkend tot het sluiten van een overeenkomst tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een financiële vergoeding, waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat verweerder volledig en blijvend arbeidsongeschikt zal zijn. 2.4 Partijen spreken in de daarop volgende maanden met elkaar over een mogelijke overeenkomst tot ontbinding, waarbij partijen niet tot overeenstemming komen, omdat samengevat eiseres zich niet zonder meer in het door verweerder gekozen uitgangspunt kan vinden. 2.5 Inmiddels is verweerder vanaf 19 april 2004 ziek. Eiseres stelt zich op het standpunt dat mogelijkheden voor reïntegratie onderzocht en waar mogelijk benut moeten worden. In juni 2005 oordeelt de door eiseres ingeschakelde deskundige dat de reïntegratie-inspanningen van eiseres conform de richtlijnen zijn en de aangeboden werkzaamheden als passend kunnen worden beschouwd. Daarna heeft verweerder gedurende korte tijd passende werkzaamheden uitgevoerd. Vaststaat dat verweerder na medio november 2005 geen werkzaamheden meer heeft verricht. Op 3 maart 2006 is verweerder volledig arbeidsongeschikt verklaard. Vanaf 17 april is verweerder een IVA-uitkering ter hoogte van 70% van zijn WIA-maandloon toegekend. 2.6 Thans stelt eiseres zich op het standpunt dat nu verweerder twee jaar arbeidsongeschikt is en er geen zicht bestaat op herstel, bovendien ook geen vertrouwen meer bestaat in een geslaagde reïntegratie, de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Eiseres ziet geen aanleiding voor een financiële tegemoetkoming nu de arbeidsongeschiktheid geen verband houdt met de door hem verrichte werkzaamheden en zij zich als werkgever op juiste en correctie wijze heeft ingespannen om tot reïntegratie te komen. 2.7 Verweerder refereert zich aan het verzoek tot ontbinding, maar ziet wel gronden voor een financiële tegemoetkoming. Daartoe voert hij het volgende aan.
3 2.8 De situatie van Stichting A. was bij zijn aantreden zeer zorgelijk. Er was sprake van een chaotische situatie, bedreiging van de continuïteit en instabiliteit van het topmanagement. Nadat de laatste interim-directeur een begin had gemaakt met het orde op zaken stellen, heeft verweerder deze taak verder ter hand genomen. Hij heeft de organisatie zowel intern als extern in het goede spoor weten te brengen, waardoor er weer perspectieven ontstonden. Dit is een zeer intensief proces geweest. 2.9 Juist in de periode dat de rust enigszins weerkeerde, ontving verweerder bericht van zijn behandelend arts over zijn medische toestand. Het advies om met het oog op zijn eigen gezondheid zo spoedig mogelijk zijn functie neer te leggen, heeft hij niet willen opvolgen met het oog op het belang van de organisatie. Eén van die belangen was een bestuurder die niet, zoals in voorgaande jaren, na een jaar vertrok. Met het oog daarop, zo stelt verweerder, heeft hij zijn toestand besproken met de voorzitter van de raad van toezicht, gevolgd door een voorstel aan die raad. Dit voorstel voorzag in het bereiken van overeenstemming over de voorwaarden van ontbinding van de arbeidsovereenkomst en vertrek van verweerder, zodat eiseres niet langdurig in onzekerheid zou verkeren over de leiding Dit voorstel leek naar het gevoelen van verweerder positief ontvangen te worden door de raad van toezicht en uit de berichten die hem bereikten, leidde hij af dat overeenstemming zou kunnen worden bereikt, zij het dat geen sprake zou zijn van een suppletie tot 100% van zijn salaris, maar 10 à 15% minder. De onderhandelingen kenden echter een minder positief verloop Nadat verweerder zich ziek had gemeld, heeft eiseres naar de opvatting van verweerder teveel accent gelegd op de formele werkgeversverplichtingen. Dit terwijl verweerder destijds bepaald niet als een gewone werknemer was binnengehaald en de verhoudingen zo waren dat maatwerk de voorkeur zou hebben boven een standaardtraject van reïntegratie. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat voor verweerder, gelet op de mededelingen van zijn artsen, van meet af aan duidelijk was dat van terugkeer in deze functie blijvend geen sprake zou kunnen zijn. Pogingen van zijn kant om op bestuursniveau passende werkzaamheden te verrichten, waartoe hij bereid was, strandden Verweerder weerspreekt nadrukkelijk dat hij zich zou hebben laten leiden door zekerheid en eigenbelang. Hij heeft bij aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid begin 2004 een langdurig slepend proces willen voorkomen en daartoe direct het eerdergenoemde voorstel gedaan. Dat de verhoudingen nadien zijn verslechterd, wijt verweerder vooral aan de houding en opstelling van de zijde van de raad van toezicht Verweerder stelt zich op het standpunt dat de toezegging van de raad van toezicht bereid te zijn tot suppletie van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering gestand moet worden gedaan nu de oorspronkelijke motieven daarvoor nog onverkort gelden. Daarbij wijst hij erop dat hij indertijd, overigens geheel vrijwillig, genoegen heeft genomen met een lager salaris dan gebruikelijk in de sector en dat hij zich voor de belangen van eiseres bijzonder hard heeft ingespannen, mogelijk ten koste van zijn gezondheid. Volgens verweerder behoort ten slotte ook mee te wegen dat de raad van toezicht zich had moeten onthouden van bemoeienis met de reïntegratie en dat de verhoudingen mede daardoor verstoord zijn geraakt.
4 3. De bevoegdheid van het Scheidsgerecht De bevoegdheid van het Scheidsgerecht om in dit geschil bij arbitraal vonnis te beslissen berust op artikel 14 van de arbeidsovereenkomst. 4. De beoordeling van het geschil 4.1 Nu verweerder zich te dien aanzien heeft gerefereerd aan het oordeel van het Scheidsgerecht, moet worden aangenomen dat een wijziging van omstandigheden is opgetreden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Vast staat dat verweerder inmiddels langdurig arbeidsongeschikt is en dat geen vooruitzicht bestaat dat hij zijn werkzaamheden op afzienbare termijn kan hervatten. In het midden kan blijven of de verhouding tussen hem en de raad van toezicht verstoord is geraakt, omdat deze reden niet aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag is gelegd. Het geschil gaat nog slechts over een al dan niet aan verweerder naar billijkheid toe te kennen vergoeding. 4.2 Tussen partijen is geen overeenstemming bereikt over een dergelijke vergoeding. De door verweerder aangevoerde omstandigheden kunnen ook niet tot de conclusie leiden dat de onderhandelingen daarover zover waren gevorderd dat verweerder erop mocht vertrouwen dat zij tot een bepaald resultaat zouden leiden of dat eiseres naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zich daaruit niet meer mocht terugtrekken en gehouden was alsnog een voorstel aan verweerder te doen. Op de voorstellen van verweerder is mogelijk aanvankelijk welwillend gereageerd, hoewel daarvan niets is komen vast te staan, maar inmiddels is geruime tijd verstreken en zijn de omstandigheden veranderd. Verweerder heeft ter zitting ook erkend dat hem geen enkele toezegging is gedaan waaraan eiseres gebonden is. Eiseres heeft per brief van 5 juli 2004 bericht dat zij de ziekmelding van verweerder volgens de normale procedure zou behandelen en daarmee onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat zij niet een financiële regeling met verweerder wilde overeenkomen. Er is geen enkele aanwijzing dat eiseres op dit standpunt is teruggekomen. 4.3 Aan verweerder is gedurende twee jaar nadat hij arbeidsongeschikt is geworden zijn volledige salaris betaald. De IVA-uitkering van verweerder zal via de voor hem gesloten PGGM-verzekering tot 70% van zijn laatstverdiende salaris worden aangevuld. Aldus heeft eiseres zich de belangen van verweerder voldoende aangetrokken en heeft hij in de gegeven omstandigheden voldoende compensatie gekregen voor de financiële gevolgen van zijn arbeidsongeschiktheid en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het Scheidsgerecht acht deze uitkomst billijk. 4.4 Daarbij valt in aanmerking te nemen dat het dienstverband van verweerder slechts korte tijd heeft geduurd en dat hij effectief minder dan drie jaar bij eiseres of haar rechtsvoorgangster heeft gewerkt, alsmede dat de arbeidsongeschiktheid geen verband houdt met zijn werkzaamheden. Dit laatste staat vast op grond van een door verweerder zelf opgestelde en door hem als productie 4 overgelegde notitie waaruit blijkt dat zijn klachten aan hem persoonlijk zijn gerelateerd en niet zijn veroorzaakt tijdens of door zijn werk. Wel heeft hij ondanks ernstige aandoeningen enige tijd
5 doorgewerkt, doch dit kan op geen enkele wijze aan eiseres worden verweten. Eiseres heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aan haar verplichting tot reïntegratie heeft voldaan. Volgens verweerder had de raad van toezicht zich niet hiermee mogen bezighouden, doch dit standpunt berust op, naar het oordeel van het Scheidsgerecht, de zonder meer onjuiste opvatting dat de werkgeversrol aan de raad van bestuur, en niet aan de raad van toezicht, zou toekomen. Overigens doet al hetgeen verweerder in dit verband verder nog heeft aangevoerd niet ter zake, omdat eiseres de verplichting had reïntegratie te beproeven en daaraan niet kon ontkomen, terwijl inmiddels ook vaststaat dat iedere vorm van reïntegratie tot mislukken gedoemd was. 4.5 De overige omstandigheden die verweerder heeft aangevoerd leiden niet tot een andere uitkomst. Zij komen ook niet voor risico van eiseres. Dat verweerder zich bijzonder voor eiseres heeft ingespannen, wordt door haar erkend, maar is geen reden voor een vergoeding in het kader van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook de door eiseres uitdrukkelijk betwiste omstandigheid dat verweerder bij zijn indiensttreding vrijwillig heeft afgezien van een hoger salaris, is in dit verband niet van enige betekenis. 4.6 Het Scheidsgerecht ziet evenmin grond voor een vergoeding van de kosten van juridische bijstand, nu de noodzaak en de redelijkheid daarvan niet zijn gebleken. De kosten van deze procedure zullen tussen partijen worden verdeeld als hierna te vermelden. 4.7 Nu aan verweerder geen vergoeding wordt toegekend, bestaat geen aanleiding aan eiseres een termijn te gunnen om haar verzoek in te trekken. 5. Beslissing Het Scheidsgerecht wijst het navolgende arbitraal vonnis: 5.1 De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt met ingang van 1 december 2006 ontbonden. 5.2 De kosten van het Scheidsgerecht, vastgesteld op 5.199,00, komen voor rekening van eiseres en zullen worden verrekend met het door eiseres betaalde voorschot. 5.3 Ieder van de partijen draagt voor het overige de eigen kosten. 5.4 Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Dit vonnis is gewezen te Utrecht op 27 oktober 2006 door mr. A. Hammerstein, voorzitter, prof. mr. dr. drs. J.E.M. Akveld en mr. H. Bijleveld, arbiters, met bijstand van mr. A.C. de Die, griffier.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder
Bij deze memorie zijn acht producties (genummerd 1-8) gevoegd.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Arbitraal vonnis van 6 november 2013 Kenmerk: 13/34 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te Den Haag, voorzitter, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/23 Arbitraal vonnis in de gevoegd behandelde zaken van: drs. A. wonende te Z., eiser in de loonvorderingsprocedure, verweerder in de voorwaardelijke ontbindingsprocedure,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk 08/18KG en BP Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van: Dr. A., wonende te Z. eiser in kort geding verweerder in de bodemprocedure gemachtigde:
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling Klager, een NVM-makelaar, dient een klacht in tegen zijn voormalige kantoorgenoot, eveneens NVM-makelaar
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. J.W.M. Pothof; tegen: de stichting
ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, M. V., hierna te noemen: opdrachtgeefster,
No. 29.632 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, e i s e r e s gemachtigde: mr. P.J.A. Vis, werkzaam bij Actio
het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/05 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde mr. R.P.B. Caubo tegen De stichting B., gevestigd te Z., verweerster, gemachtigde mr.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/12 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, ir. N. Bomer, wonende te Heeze, dr. P.D.J. Vegt, wonende te
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING.
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING. Het Scheidsgerecht gaat er van uit dat verweerder gebruik zal maken van de OBU-regeling. Verweerder krijgt, mede gelet op het bepaalde
NR. 4. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. WACHTGELD. FICTIEVE OPZEGTERMIJN. KOSTEN VAN RECHTSBIJSTAND.
NR. 4. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. WACHTGELD. FICTIEVE OPZEGTERMIJN. KOSTEN VAN RECHTSBIJSTAND. Het Scheidsgerecht weegt bij zijn oordeel dat de houding van de Raad van Toezicht ten
SAMENVATTING Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO
SAMENVATTING 105154 - Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO Het taakbelastingsbeleid van de opleiding is van toepassing op de personeelsleden en heeft gevolgen voor
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.
107289 UITSPRAAK in het geding tussen: A, wonende te B, verzoeker, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. S.L. Knols en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen worden hierna aangeduid als X, A en het Vereveningsfonds.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/08 Arbitraal vonnis in de zaak van : DR. X, wonende te Y, eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr.z, tegen 1. de stichting A gevestigd
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 14/09 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. drs. L.E. Garmers, wonende te Haarlem, en mr. E.J. Rutters,
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 080.00 ingediend door: tegen: hierna te noemen klager`, hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft
Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie.
Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. De huurster van een horecagelegenheid heeft een geschil met de verhuurder over de huursom. In dat kader wordt
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/36 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te s-gravenhage, voorzitter, mr. drs. H.H. Stad, wonende te Rotterdam, arbiter, R.A.
ter zake van een geschil tussen 1. A. P., 2. T. P., hierna te noemen opdrachtgevers, e i s e r s,
Nr. 30.858 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen 1. A. P., 2. T. P., hierna te noemen opdrachtgevers, e i s e r s, gemachtigde: mr. A.J.B. van Walsem, advocaat te Amersfoort, en de
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/29 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, G.R de Zeeuw, wonende te Dordrecht, dr. B.J.N. Schreuder, wonende
1. Procedure. 2. Feiten
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 153 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie
ECLI:NL:RBAMS:2017:3179
ECLI:NL:RBAMS:2017:3179 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 10-04-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer EA VERZ 17-179 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 01032017 Datum publicatie 27032017 Zaaknummer 316395 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 24-03-2016 Datum publicatie 29-03-2016 Zaaknummer KK EXPL 16-200 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBOBR:2016:1526
ECLI:NL:RBOBR:2016:1526 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbobr:2016:1526 Instantie Rechtbank Oost Brabant Datum uitspraak 09 03 2016 Datum publicatie 04 04 2016 Zaaknummer
SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer F
SAMENVATTING 105474 - Geschil over toepassing van art. H-60 CAO BVE Werknemer heeft jarenlang gewerkt als docent maar is, na een periode van arbeidsongeschiktheid, werkzaam als onderwijsassistent. De werkgever
Commissie van beroep vo
107458 - Een zij-instromer die per eerste schooldag ná 1-8-2014 is benoemd en het hele schooljaar les gaf, heeft redelijkerwijze recht op het entreerecht. in het geding tussen: UITSPRAAK de heer A, wonende
Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd
pagina 1 van 5 (http://stichtingpiv.nl/) Inloggen PIV-Kennisnet(http://stichtingpiv.nl/inloggen) JURISPRUDENTIE Bron: Hof Amsterdam 3 februari 2016 Publicatie nummer: (nog) niet gepubliceerd Zaaknummer:
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 Instantie Datum uitspraak 16-06-2014 Datum publicatie 13-11-2014 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 2896454 CV EXPL 14-830 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding
Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)
Nalevingsgeschil; als MR-leden weigeren af te treden, kan een bevoegd gezag niet de MR ontbinden en eigenmachtig MR-verkiezingen organiseren.
108524 - Nalevingsgeschil; als MR-leden weigeren af te treden, kan een bevoegd gezag niet de MR ontbinden en eigenmachtig MR-verkiezingen organiseren. UITSPRAAK in het geding tussen: de medezeggenschapsraad
Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar.
Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. In het kader van het uit elkaar gaan van klager en zijn partner moet de gemeenschappelijke woning getaxeerd
ECLI:NL:RBAMS:2017:2065
ECLI:NL:RBAMS:2017:2065 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 21-03-2017 Datum publicatie 31-03-2017 Zaaknummer KK EXPL 17-154 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie.
Geschillenreglement VViN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de volgende definities: 1. Eiser: de partij die een verzoek tot beslechting als bedoeld in lid 7 van dit artikel met inachtneming
Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.
Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop
CENTRAAL TUCHTCOLLEGE
C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,
SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen. 1. A., 2. MEVROUW B., hierna te noemen opdrachtgevers,
Nr. 31.391 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen 1. A., 2. MEVROUW B., hierna te noemen opdrachtgevers, e i s e r s, gemachtigde: mr. H.V. Wobben, jurist bij Stichting Univé Rechtshulp
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis.
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis. Klaagster is met haar broer en zus erfgenaam van een boedel waarin zich een recreatiewoning
Scheidsgerecht Gezondheidszorg (prof. mr. T.A.W. Sterk, voorzitter, met bijstand van mevrouw mr. M.E. Biezenaar als griffier)
NR. 13. OPHEFFING VAN OP NON-ACTIEF STELLING VAN DIRECTEUR. Blijkens artikel 16, lid 1, van de arbeidsovereenkomst kan de directeur op non-actief worden gesteld indien de voortgang van de werkzaamheden,
Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. College van Arbiters. ARBITRAAL VONNIS nr. 1258 d.d. 3 september 2009 in de zaak van:
Koninklijke Nederlandse Voetbalbond College van Arbiters ARBITRAAL VONNIS nr. 1258 d.d. 3 september 2009 in de zaak van: R.P.M. Kers, wonende te Maarssen, verzoeker, gemachtigde: Ph. Huisman tegen: Vereniging
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Niet-ontvankelijkheid klager. Al eerder over feiten geoordeeld. Tijdsverloop van acht
DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM geeft de volgende uitspraak in de zaak van:
Ontvankelijkheid. Verjaring. Klaagster heeft in 2007 een appartement gekocht waarbij beklaagde optrad als verkopend makelaar. In 2016 heeft klaagster, nadat zij had besloten het appartement te verkopen,
SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen
Nr. 32.458 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen 1. A., 2. B. en C., 3. D. en E., 4. de erven van F. en G., zijnde a. H.; b. I.; c. J. en d. K., 5. L. en M., 6. N. en O., 7. P., 8.
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND.
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND. Gelet op de ernst van de maatregel van schorsing kan
1. Procedure. 2. Feiten
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 122 d.d. 1 juli 2010 (mr. J. Wortel, voorzitter, en de heren R.H.G. Mijné en de heer H. Mik RA) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming
De partijen worden hierna opnieuw aangeduid als eiser en de stichting.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Arbitraal vonnis van 29 juni 2015 Kenmerk: 14/25 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende Den Haag, voorzitter, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
