SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
|
|
|
- Nele Segers
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/29 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, G.R de Zeeuw, wonende te Dordrecht, dr. B.J.N. Schreuder, wonende te Oldebroek, arbiters, bijgestaan door mr. M. Middeldorp, griffier, heeft op 8 december 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van: De stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis; tegen: B., wonende te Y., verweerder in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. D.A. Witberg. Partijen worden aangeduid als de stichting en de arts. 1. Procesverloop 1.1 De stichting heeft bij memorie van eis, gedateerd 7 oktober 2011, het Scheidsgerecht verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang dan wel op een in goede justitie te bepalen termijn te ontbinden op grond van gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel Arbeidsvoorwaardenregeling Medische Specialisten respectievelijk artikel 7:685 BW, met een redelijke verdeling dan wel veroordeling van partijen in de proceskosten. Bij de memorie van eis zijn zeven producties gevoegd. 1.2 De arts heeft bij memorie van antwoord, gedateerd 28 oktober 2011, verweer gevoerd. Hij heeft in conventie primair geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van de stichting en subsidiair verzocht in geval ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding toe te kennen gelijk aan het (resterende) salaris over de periode tot 1 juni 2012, een bedrag van 2.534,05 voor kosten van juridische bijstand en een vergoeding van ,-- ter zake van immateriële schade, althans een zodanige voorziening als het Scheidsgerecht zal menen te behoren. De arts heeft in (voorwaardelijke) reconventie gevorderd dat de stichting wordt veroordeeld tot betaling aan hem van een bedrag van 5.436,12 en tot herberekening van de diensten
2 in verband met de inconveniëntentoeslag uitgaande van 7% in plaats van 2%, waarbij de stichting binnen veertien dagen na de datum van het arbitrale vonnis gespecificeerde rekeningen aan de arts dient toe te zenden, met veroordeling van de stichting in de door de arts gemaakte buitengerechtelijke kosten ten bedrage van 2.534,05, in alle gevallen met veroordeling van de stichting in de kosten van de procedure. Bij deze memorie zijn vijftien producties gevoegd. 1.3 De stichting heeft bij (voorwaardelijke) memorie van antwoord in reconventie de vorderingen van de arts bestreden en twee producties overgelegd. 1.4 De gemachtigde van de stichting heeft bij brief van 25 november 2011 twee aanvullende producties overgelegd. De gemachtigde van de arts heeft bij brieven van 24 en 29 november 2011 aanvullende producties overgelegd. 1.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Den Haag op 2 december Aan de zijde van de stichting waren daarbij aanwezig drs. C., P&O adviseur sr., dr. D. en drs. E., respectievelijk lid/opleider en voorzitter van de maatschap KNO, bijgestaan door haar gemachtigde. De arts was in persoon aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. De gemachtigden van partijen hebben aan de hand van pleitnota s de wederzijdse standpunten nader toegelicht. 2. Samenvatting van het geschil 2.1 De arts, geboren in 1964, is sinds 1 juni 2010 in dienst van de stichting als chef de clinique KNO. Hij is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan, voor de duur van twee jaar. Zijn brutosalaris bedraagt 8.192,-- per maand, exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. De arbeidsovereenkomst bepaalt in artikel 6 dat de toeslag voor frequentie van diensten 2% is, in artikel 7 dat voor werkelijk gemaakte persoonlijke kosten een budget van ten hoogste 5.344,-- beschikbaar is, en in artikel 13 dat tussentijdse opzegging van de overeenkomst mogelijk is waarbij voor de werkgever een termijn van één maand geldt. 2.2 De arts heeft in de periode van 1 februari 2005 tot 1 januari 2006 op basis van een reintegratieplaats in het ziekenhuis van de stichting gewerkt bij de afdeling KNO. Hij is daarna in andere ziekenhuizen werkzaam geweest. Bij het aangaan van zijn huidige dienstverband is hem meegedeeld dat hem geen plaats in de maatschap KNO zou worden aangeboden. De arts heeft in een van 6 april 2010 aan een van de leden van de maatschap de gemaakte afspraken bevestigd. Deze is daarmee volgens een e- mail van 7 april 2010 akkoord gedaan. Een van de afspraken luidde: Als speerpunt otologische chirurgie. Volgens de arts hield deze afspraak in dat hij zich zou toeleggen op dit soort van operaties, maar de stichting meent dat de afspraak inhield dat de arts hierin verder wilde worden opgeleid wegens tekortschietende expertise. 2.3 Op verzoek van de arts heeft op 1 februari 2011 een evaluatiegesprek plaatsgevonden met de feitelijke leidinggevende (de voorzitter van de maatschap KNO). Volgens de arts is hem toen kenbaar gemaakt dat hij goed functioneerde, doch de stichting heeft gesteld dat de arts in voldoende mate functioneerde gezien zijn beperkte inzetbaarheid. De arts en de stichting zijn het erover eens dat de snelheid van werken punt van aandacht is geweest in dier voege dat de arts te langzaam was bij het 2
3 uitvoeren van operatieve ingrepen. Volgens de stichting heeft de arts geen ooroperaties mogen uitvoeren, welke stelling door de arts gemotiveerd is weersproken. Hij heeft erop gewezen dat hij al dan niet onder supervisie een aantal operatieve ingrepen heeft verricht, ook van meer ingrijpende aard en omvang. 2.4 In maart 2011 heeft de maatschap anesthesiologie over het functioneren van de arts geklaagd bij de maatschap KNO in het ziekenhuis van de stichting. De klachten gingen over de samenwerking met en de wijze van communiceren van de arts. Daarbij werden ook problemen genoemd met betrekking tot de kwaliteit van zijn werk, in het bijzonder bij ATE s/kinderkno. De arts heeft volgens de stichting enige tijd de kinderoperaties onder supervisie uitgevoerd. Volgens de arts heeft hij slechts een kort gesprek gehad met de voorzitter van de maatschap over een incident bij een kind dat heeft plaatsgevonden in februari De anesthesist heeft toen een patiëntje geïntubeerd. De arts ontkent dat hij van het kinderprogramma is afgehaald en dat over de kwaliteit van zijn werk is geklaagd. 2.5 De Stichting heeft gesteld dat op 29 juni 2011 een ernstig incident heeft plaatsgevonden tijdens de operatie van een jonge patiënte. De arts heeft van het incident melding gemaakt bij van 29 juni 2011 aan de voorzitter van de maatschap KNO. Bij het uitnemen van de mondklem zijn twee melktanden losgeraakt. Op 30 juni 2011 heeft de arts hierover met de voorzitter een gesprek gehad. Deze heeft aan de arts toen meegedeeld dat de betrokken anesthesist erg geschrokken was en overwoog geen anesthesie meer te verlenen bij door de arts uit te voeren operatieve ingrepen. Volgens de voorzitter was er ook bij het OK-personeel bezorgdheid over de kwaliteit van de prestaties van de arts. 2.6 Op 4 juli 2011 is aan de arts per (productie 3 van de stichting) de inhoud van het gesprek bevestigd en is hem meegedeeld dat hij voorlopig geen operaties meer mocht uitvoeren. Volgens de stichting moesten eerst de emoties tot bedaren komen en zou worden onderzocht of nog voldoende vertrouwen bestond in het functioneren van de arts. De arts heeft hierop gereageerd per van 8 juli 2011 (productie 4 van de stichting). Hij schrijft dat hij ook zelf geschrokken is van het incident ( dat niet had mogen gebeuren ) en dat hij begrijpt dat dit ook bij anderen het geval is geweest. Hij verzoekt voorbeelden te geven van zijn niet vlekkeloos functioneren omdat hij zich graag wil verbeteren. 2.7 Op 22 juli 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen een P&O adviseur van de stichting, de voorzitter en een lid/opleider van de maatschap KNO enerzijds en de arts anderzijds. Daarin is hem meegedeeld dat de stichting en de maatschap de samenwerking met hem willen beëindigen, omdat zij het niet langer verantwoord achten hem werkzaamheden in het ziekenhuis te laten verrichten. Het door de arts gedane verzoek (om voorbeelden te geven) werd niet gehonoreerd, omdat geen vertrouwen meer in hem bestond. De arts is vrijgesteld van werkzaamheden. Tussen partijen zijn tevergeefs onderhandelingen gevoerd over een minnelijke regeling. Omdat de arts de gronden voor een beëindiging van de arbeidsverhouding betwistte, heeft de stichting verklaringen laten opstellen door de poli-zusters, de drie OKassistenten en de maatschap anesthesiologie waarin wordt bevestigd dat en waarom geen vertrouwen meer in samenwerking met de arts bestaat. 3
4 3. De bevoegdheid van het Scheidsgerecht De bevoegdheid van het Scheidsgerecht volgt uit artikel 18 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, en staat tussen partijen niet ter discussie. Partijen zijn het erover eens dat het Scheidsgerecht zal beslissen bij wege van arbitraal vonnis. 4. Beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie 4.1 Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat door het wederzijds ontbreken van vertrouwen de basis voor verdere samenwerking is weggevallen. Dit levert een verandering van omstandigheden op die een gewichtige reden is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het Scheidsgerecht zal de ontbinding uitspreken per 1 januari 2012 op voorwaarde dat de stichting geen gebruik maakt van haar bevoegdheid de vordering in te trekken, nu aan de arts ter zake van de ontbinding de hierna te bespreken vergoeding wordt toegekend. 4.2 Met betrekking tot de aan de arts toe te kennen vergoeding oordeelt het Scheidsgerecht als volgt. De stichting heeft aan haar verzoek tot ontbinding niet ten grondslag gelegd dat de arts in de uitoefening van de hem opgedragen werkzaamheden verwijtbare fouten heeft gemaakt. Wel heeft de stichting aangevoerd dat de samenwerking met de arts zodanig is bemoeilijkt dat voortzetting daarvan redelijkerwijze niet van haar kan worden gevergd, derhalve een reden als bedoeld in artikel AMS. Volgens de stichting zou bij voortzetting de goede patiëntenzorg in gevaar komen. Hoewel het Scheidsgerecht op grond van wat bij de mondelinge behandeling naar voren is gebracht er niet aan twijfelt dat dit de oprechte overtuiging is van de leden van de maatschap KNO en dat die overtuiging ook door andere in het ziekenhuis van de stichting werkzame betrokkenen wordt gedeeld, kan van de juistheid van het standpunt van de stichting niet worden uitgegaan. De stichting heeft immers naar het functioneren van de arts niet volgens de daarvoor geldende professionele maatstaven deugdelijk onderzoek doen instellen dat is uitgemond in een behoorlijk gemotiveerd rapport. Weliswaar berust volgens de stichting de aan de arts op 22 juli 2011 gedane mededeling op de uitkomst van een door een commissie ingesteld onderzoek, doch niet is gebleken dat: i) aan de arts is meegedeeld dat een commissie is ingesteld voor het doen van onderzoek naar zijn functioneren; ii) de samenstelling van de commissie en de aan de commissie verleende opdracht aan hem zijn bekend gemaakt; iii) hem gelegenheid is gegeven aan de voormelde commissie zijn visie kenbaar te maken en zo nodig verweer te voeren tegen dan wel commentaar te leveren op de in het onderzoek aan het licht gekomen standpunten en de tijdens het onderzoek afgelegde verklaringen; iv) een rapport is opgemaakt van de bevindingen van de commissie waarin aan de arts en aan andere betrokkenen duidelijk wordt gemaakt hoe de commissie aan haar conclusies is gekomen en waarop die conclusies zijn gebaseerd. Bij een zo fundamenteel gebrek aan deugdelijk en controleerbaar onderzoek moet aan de stellingen van de stichting op dit punt worden voorbijgegaan. Wel wordt in aanmerking genomen dat de arts zijn werkzaamheden al sinds eind juli 2011 niet meer heeft behoeven te verrichten, dat ook hij erkent dat een onwerkbare situatie is ontstaan en dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds mede op die grond opzegbaar was. Het is aannemelijk dat de arts niet gemakkelijk ander werk zal kunnen 4
5 vinden en, mede door de beëindiging van dit dienstverband, mogelijk zelfs geruime tijd zonder werk als KNO-arts kan komen te zitten. Op grond van dit een en ander wordt een vergoeding toegekend op basis van factor C=1 in de gebruikelijke kantonrechtersformule. Deze vergoeding is gelijk aan drie maanden salaris, inclusief vakantietoeslag en andere vaste toeslagen. 4.3 De arts heeft vergoeding van immateriële schade gevorderd. Het is niet aannemelijk dat de arts enig ander nadeel heeft geleden van het feit dat hij vanaf 22 juli 2011 feitelijk geen werk meer in het ziekenhuis van de stichting heeft verricht. De verstoring van de arbeidsverhouding is niet (in overwegende mate) te wijten aan gedragingen van de stichting die grond voor een dergelijke vergoeding zouden kunnen opleveren. De arts heeft ook niet aangetoond dat zijn reputatie is beschadigd door nodeloos grievende of belastende mededelingen van de zijde van de stichting. Voor toekenning van een vergoeding ter zake van immateriële schade acht het Scheidsgerecht geen enkele grond aanwezig, zodat de desbetreffende vordering van de arts wordt afgewezen. 4.4 De overige (voorwaardelijk reconventionele) vorderingen van de arts komen wegens ongegrondheid niet voor toewijzing in aanmerking. De stichting heeft wat de verhoging van de intensiteitstoeslag betreft onweersproken aangevoerd dat de overeengekomen toeslag overeenstemt met de in haar ziekenhuis voor alle soortgelijke functies gehanteerde hoogte daarvan. De door de arts opgestelde berekening is door de stichting terecht betwist, nu de daarin gehanteerde uitgangspunten en maatstaven ondeugdelijk zijn en de noodzakelijke specificaties ontbreken. De arts heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat voldoende aanleiding bestaat voor een aanpassing van de in de arbeidsovereenkomst afgesproken 2%, laat staan dat hij heeft aangetoond dat deze op 7% moeten worden bepaald. Wat de vergoeding van de kosten van een coach en de daarbij behorende reiskosten betreft, stuit de vordering van de arts reeds hierop af dat hij zonder enig overleg tot het volgen van coaching heeft besloten en dat de stichting aan de arts al in september 2010 desgevraagd heeft meegedeeld niet tot het vergoeden van deze kosten bereid te zijn. Voor zover deze kosten al voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen, had de arts zich volgens de onvoldoende weersproken stelling van de stichting in elk geval eerst tot de maatschap KNO moet richten. Dat heeft hij echter nimmer gedaan. De stichting stelt zich terecht op het standpunt dat de arts niet heeft aangetoond dat deze kosten vallen onder de kosten als bedoeld in artikel 7 van de arbeidsovereenkomst. 4.5 Het Scheidsgerecht ziet in de uitkomst van deze procedure reden de stichting te veroordelen tot betaling van de kosten van het Scheidsgerecht, met bepaling dat partijen voor het overige zowel in conventie als in reconventie de eigen kosten moeten dragen. Voor een afzonderlijke toekenning van een vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan de arts, ziet het Scheidsgerecht geen grond, zodat ook die vordering wordt afgewezen. 4.6 De stichting krijgt de gelegenheid tot het intrekken van haar vordering tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en wel tot uiterlijk 23 december Ook in dat geval geldt de beslissing over de kosten als overwogen onder
6 5. Beslissing Het Scheidsgerecht wijst het navolgende arbitrale vonnis in conventie en in reconventie. 5.1 Indien de stichting haar desbetreffende vordering niet uiterlijk op 23 december 2011 heeft ingetrokken, wordt de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 januari De stichting is in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst gehouden aan de arts een vergoeding te betalen gelijk aan het bedrag van drie maanden brutosalaris, inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. 5.3 De kosten van het Scheidsgerecht, bepaald op een bedrag van 5.945,--, komen voor rekening van de stichting en worden verhaald op het door haar betaalde voorschot. 5.4 Voor het overige dienen partijen ieder de eigen kosten te dragen. 5.5 Het over en weer anders of meer gevorderde wordt afgewezen. Dit vonnis is gewezen te Utrecht en op 8 december 2011 naar partijen verstuurd. 6
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/12 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, ir. N. Bomer, wonende te Heeze, dr. P.D.J. Vegt, wonende te
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. J.W.M. Pothof; tegen: de stichting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk 08/18KG en BP Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van: Dr. A., wonende te Z. eiser in kort geding verweerder in de bodemprocedure gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/23 Arbitraal vonnis in de gevoegd behandelde zaken van: drs. A. wonende te Z., eiser in de loonvorderingsprocedure, verweerder in de voorwaardelijke ontbindingsprocedure,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen worden hierna aangeduid als X, A en het Vereveningsfonds.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/08 Arbitraal vonnis in de zaak van : DR. X, wonende te Y, eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr.z, tegen 1. de stichting A gevestigd
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 06/21 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser, gemachtigden: mr. A.J.H.W.M. Versteeg en mr. W.D. Kweekel tegen: de Stichting B., gevestigd
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/14 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., oogarts, wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen de stichting B. Ziekenhuis, gevestigd
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND.
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND. Gelet op de ernst van de maatregel van schorsing kan
Scheidsgerecht gezondheidszorg. Kenmerk: 04/04. Arbitraal vonnis in de zaak van:
1 Scheidsgerecht gezondheidszorg Kenmerk: 04/04 Arbitraal vonnis in de zaak van: 1. A. 2. Mw B., beiden wonende te Z., eisers, gemachtigde: eerst mr. N.A.M. Fouchier, later mr M.K. Struwe; tegen: de stichting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober
Bij deze memorie zijn acht producties (genummerd 1-8) gevoegd.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Arbitraal vonnis van 6 november 2013 Kenmerk: 13/34 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te Den Haag, voorzitter, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 14/09 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. drs. L.E. Garmers, wonende te Haarlem, en mr. E.J. Rutters,
Nr. 13. ONTBINDING VAN TOELATINGSOVEREENKOMST MET TOEKENNING VAN SCHADEVERGOEDING
Nr. 13. ONTBINDING VAN TOELATINGSOVEREENKOMST MET TOEKENNING VAN SCHADEVERGOEDING Tekortkomingen van anesthesist bestaande in gevallen van onbereikbaarheid na waarschuwingen en onvoldoende functioneren
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/36 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te s-gravenhage, voorzitter, mr. drs. H.H. Stad, wonende te Rotterdam, arbiter, R.A.
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING.
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING. Het Scheidsgerecht gaat er van uit dat verweerder gebruik zal maken van de OBU-regeling. Verweerder krijgt, mede gelet op het bepaalde
Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.
Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 06/09 Arbitraal vonnis in de zaak van: de Stichting A., gevestigd te Z., eiseres, gemachtigde: mr. R. Olde tegen B. wonend te IJ, verweerder, gemachtigde: mr. H.D.
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10112016 Datum publicatie 22112016 Zaaknummer 5138842/1616752 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 14/27 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, voorzitter, dr. C.H.R. Bosman, wonende te Wassenaar, en mr. R.P.D. Kievit,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/08 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, drs. R.V.W.M. Lantain, wonende te Velp, dr. T.C.A.M. van Woerkom,
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/28 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: Mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te s-gravenhage, voorzitter, Drs. E.G. Coerkamp, wonende te s-gravenhage Drs. R.V.W.M.
vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
ECLI:NL:RBROT:2016:3340
ECLI:NL:RBROT:2016:3340 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20042016 Datum publicatie 03052016 Zaaknummer 4878125 VV EXPL 1612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Arbeidsrecht
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/05 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde mr. R.P.B. Caubo tegen De stichting B., gevestigd te Z., verweerster, gemachtigde mr.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: DRS. A. wonende te Z., eiser, tegen CENTRUM B., gevestigd te Y., verweerster, gemachtigde: mr. M. Ambags 1. De procesgang
1.2 A heeft bij nadere memorie van eis, voorzien van producties, gevorderd dat het Scheidsgerecht:
NR. 2. OPZEGGING VAN TOELATINGSOVEREENKOMST VAN CARDIOLOOG. KANTONRECHTERSFORMULE NIET VAN TOEPASSING. ONDER OMSTANDIGHEDEN EEN BEPERKTE VERGOEDING. GARANTIE VOOR GOODWILL. De rechtsgeldigheid van de opzegging
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/29 KG De voorzitter van het Scheidsgerecht, mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. M. Middeldorp, griffier, heeft op 13 juli 2010 het navolgende
ECLI:NL:RBOVE:2017:2573
ECLI:NL:RBOVE:2017:2573 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 23062017 Datum publicatie 26062017 Zaaknummer C/08/201386 / KG ZA 17141 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8462
ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8462 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-12-2011 Datum publicatie 16-12-2011 Zaaknummer CV 11-26226 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste
ECLI:NL:RBOVE:2014:3241
ECLI:NL:RBOVE:2014:3241 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 05062014 Datum publicatie 16062014 Zaaknummer C/08/156166 / KG ZA 14182 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. College van Arbiters. ARBITRAAL VONNIS nr. 1258 d.d. 3 september 2009 in de zaak van:
Koninklijke Nederlandse Voetbalbond College van Arbiters ARBITRAAL VONNIS nr. 1258 d.d. 3 september 2009 in de zaak van: R.P.M. Kers, wonende te Maarssen, verzoeker, gemachtigde: Ph. Huisman tegen: Vereniging
ECLI:NL:RBAMS:2017:3179
ECLI:NL:RBAMS:2017:3179 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 10-04-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer EA VERZ 17-179 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBNNE:2016:4508 Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer CV EXPL
ECLI:NL:RBNNE:2016:4508 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 06-09-2016 Datum publicatie 11-10-2016 Zaaknummer 4888855 CV EXPL 16-3386 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Op
ter zake van een geschil tussen M.M., hierna te noemen: opdrachtgever, de besloten vennootschap D. B.V., hierna te noemen: aanneemster,
No. 29.235 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen M.M., hierna te noemen: opdrachtgever, e i s e r, gemachtigde: mr. R.S. Levenga, werkzaam bij de Stichting Univé Rechtshulp te Assen
ECLI:NL:RBAMS:2016:6651
ECLI:NL:RBAMS:2016:6651 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-10-2016 Datum publicatie 18-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie EA VERZ 16-968/16-1002/16-1126/C104420
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 Instantie Datum uitspraak 16-06-2014 Datum publicatie 13-11-2014 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 2896454 CV EXPL 14-830 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:RBARN:2011:BU7634
ECLI:NL:RBARN:2011:BU7634 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 21-11-2011 Datum publicatie 22-12-2011 Zaaknummer 762448 CV Expl. 11-6301 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
NR. 4. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. WACHTGELD. FICTIEVE OPZEGTERMIJN. KOSTEN VAN RECHTSBIJSTAND.
NR. 4. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. WACHTGELD. FICTIEVE OPZEGTERMIJN. KOSTEN VAN RECHTSBIJSTAND. Het Scheidsgerecht weegt bij zijn oordeel dat de houding van de Raad van Toezicht ten
ECLI:NL:RBOBR:2016:1526
ECLI:NL:RBOBR:2016:1526 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbobr:2016:1526 Instantie Rechtbank Oost Brabant Datum uitspraak 09 03 2016 Datum publicatie 04 04 2016 Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-10-2016 Datum publicatie 21-10-2016 Zaaknummer 200.181.474/01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 06-03-2014 Datum publicatie 14-03-2014 Zaaknummer C-08-152106 - KG ZA 14-59 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling Klager, een NVM-makelaar, dient een klacht in tegen zijn voormalige kantoorgenoot, eveneens NVM-makelaar
Commissie van Beroep BVE
SAMENVATTING 105083 De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet op correcte wijze had ziek gemeld, omdat hij ondanks deze ziekmelding en zonder toestemming op studiereis naar Londen is
ECLI:NL:RBROT:2006:AX9306
ECLI:NL:RBROT:2006:AX9306 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 15-06-2006 Datum publicatie 26-06-2006 Zaaknummer 709062 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
