SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
|
|
|
- Leo Claes
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/29 KG De voorzitter van het Scheidsgerecht, mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. M. Middeldorp, griffier, heeft op 13 juli 2010 het navolgende arbitraal vonnis in kort geding gewezen in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiseres, gemachtigde: mr. H.J. Funke tegen: de besloten vennootschap B. B.V. gevestigd te Y., verweerster, gemachtigde: mr. C. Grondsma 1. De procedure 1.1 Eiseres heeft bij memorie van eis in kort geding de voorzitter van het Scheidsgerecht verzocht verweerster (hierna ook: het ziekenhuis) te gebieden om haar in de gelegenheid te stellen al haar werkzaamheden voortvloeiende uit de functie van Medisch Manager Psychiater, zoals eiseres deze functie tot 20 mei 2010 bekleedde, met alle bijbehorende taken en bevoegdheden te verrichten op straffe van verbeurte van een dwangsom en verweerster te veroordelen in de kosten van het geding. 1.2 Verweerster heeft op 1 juli 2010 een memorie van antwoord ingediend waarin zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen en tot veroordeling van eiseres in de kosten van de procedure. Voorts heeft verweerster in reconventie een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend. 1.3 Op 2 juli 2010 heeft verweerster een tweetal aanvullende producties in het geding gebracht en op 5 juli 2010 heeft eiseres een vijftal producties toegestuurd. Tegen deze laatste producties heeft verweerster bezwaar gemaakt. 1.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 7 juli Eiseres is verschenen met haar gemachtigde en diens kantoorgenote. Namens verweerster zijn verschenen drs. C., lid
2 Raad van Bestuur en D., directeur P&O, bijgestaan door haar gemachtigde. De wederzijdse standpunten zijn toegelicht aan de hand van pleitnota s. 1.5 Ter zitting is het bezwaar tegen de op 5 juli 2010 toegestuurde producties ingetrokken. Voorts is besproken dat het voorwaardelijk ontbindingsverzoek niet (in reconventie) in kort geding kan worden behandeld en dat over de behandeling van dit verzoek nader zal worden bericht nadat in het kort geding vonnis is gewezen. 2. Samenvatting van het geschil 2.1 Eiseres is op 1 januari 1997 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) verweerster in de functie van psychiater. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Ziekenhuizen en de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten van toepassing. Per 1 januari 2005 is eiseres Hoofd Behandeling Ziekenhuispsychiatrie geworden. Begin 2010 is met terugwerkende kracht tot 1 juli 2009 de arbeidsovereenkomst van eiseres aangepast van 36 naar 45 uur en is de functienaam gewijzigd in Medisch Manager Psychiater. Zij oefent haar functie uit binnen het Centrum Psychiatrie van het ziekenhuis. 2.2 Eiseres is lange tijd gedetacheerd geweest bij (de rechtsvoorganger van) GGZ X.. De detachering van eiseres bij GGZ X. is geëindigd op 1 april 2009 in verband met een wijziging in de financieringsstroom van de ziekenhuispsychiatrie. Vanaf 1 april 2009 is eiseres uitsluitend werkzaam voor het ziekenhuis en wel als Hoofd Psychiatrie, Hoofd van het Centrum voor Chronische Pijn en (later mede) als Medisch Manager Psychiater van het na te noemen Somatisch en Psychiatrisch Centrum. 2.3 Eiseres is vanaf 2006 doende geweest met de voorbereidingen voor het opzetten van het Somatisch en Psychiatrisch Centrum, aanvankelijk het E. geheten (hierna SPC). In het SPC werken somatisch artsen en psychiaters nauw samen en ontwikkelen zij innovatieve zorg. Naast eiseres was een tweetal somatisch artsen nauw betrokken bij de opzet van het SPC. De zorgverzekeraar heeft uiteindelijk 3,5 miljoen ter beschikking gesteld voor het ontwikkelen van het SPC mits binnen het SPC protocollair gewerkt zou worden en aan een aantal voorwaarden zou worden voldaan. In 2008 is met de directie van verweerster gesproken over het feit dat het SPC zou moeten worden bestuurd volgens het zogeheten RACI-model. RACI staat voor Responsible, Accountable, Consulted en Informed en dit model houdt een taakverdeling en bevoegdheidsverdeling in die ten grondslag liggen aan de door eiseres in haar dissertatie ontwikkelde visie die aan de werkwijze van het SPC en de daarin verleende zorg ten grondslag ligt. Eiseres heeft daardoor als leidinggevende verdergaande bevoegdheden en taken dan binnen B. gebruikelijk is. Eiseres heeft het RACI-model gepropageerd omdat binnen het SPC sprake is van een bijzondere samenwerking tussen psychiaters en somatisch artsen ten aanzien van een groep zeer kwetsbare patiënten. 2.4 Op 2 december 2009 is een overeenkomst ondertekend ( Managementcontract directie B. en het E ) waarin de plaats van het SPC binnen de organisatie van verweerster, de taken en bevoegdheden van de directie en de leiding, de projectopzet en de communicatiestructuur zijn verwoord. De leiding van het SPC berust bij de Medisch Manager Psychiatrie (eiseres), de Medisch Manager Somatiek en de Centrum Manager (die pas in maart 2010 is aangesteld). Dit Managementteam wordt ook aangeduid met de kerngroep. De directieverantwoordelijk voor het SPC berust bij drs. C., lid van de directie B. en lid van de raad van bestuur F.. 2
3 2.5 In november 2009 is in samenspraak met verweerster en het Bestuur van de Medische Staf (BMS) besloten het SPC van start te laten gaan. Na een half jaar zou de gang van zaken geëvalueerd worden waarbij met name ook de betrokkenheid van de Vakgroep Psychologie en het BMS onderwerp van gesprek zou zijn. Deze hadden beide aangegeven moeite te hebben met de opzet van het SPC vanwege de afwijkende organisatiestructuur. Voor de Vakgroep Psychologie was onder meer pijnpunt de werving van psychologen op basis van een door het SPC zelf opgesteld functieprofiel. 2.6 Begin april 2010 heeft de directie van verweerster een vergadering aangekondigd met de kerngroep en het BMS op 20 april Onderwerp van gesprek zou zijn dat de structuur van het SPC geen draagvlak had en dat er maatregelen moesten worden genomen. De kerngroep heeft verweerster vervolgens om voorafgaand overleg buiten aanwezigheid van het BMS verzocht. Tijdens dat overleg, op 20 april 2010, is eiseres in kennis gesteld van het voorgenomen besluit om eiseres als voorzitter van het Managementteam/Medisch Manager van het SPC van haar taken te ontheffen. De directie van verweerster heeft eiseres medegedeeld dat het voorgenomen besluit zou worden voorgelegd aan het BMS. 2.7 Op 29 april 2010 heeft het BMS geadviseerd om een ervaren manager te benoemen die tezamen met het kernteam kan optreden. Verweerster heeft vervolgens contact opgenomen met G, een zelfstandige aanbieder van psychiatrische hulp, die ook aan bedrijfsvoering en projectmanagement doet. Eiseres en een collega uit het kernteam hebben op 12 mei 2010 met G. gesproken en hebben daarna aan verweerster laten weten geen vertrouwen te hebben in een samenwerking met G.. De kerngroep stelde voor dat eiseres zou aanblijven, dat een intermediair wordt aangesteld en dat daarna wordt gewerkt aan een onderzoek naar de consequenties van een mogelijke samenwerking met G.. Aan de verwijzers van patiënten stuurde het kernteam een brief dat het SPCproject on hold gaat. Over deze brief vond geen overleg plaats met de directie van verweerster. 2.8 Op 20 mei 2010 stelde de directie van het ziekenhuis eiseres in kennis van het feit dat zij bij het voorgenomen besluit blijft: Dit betekent dat uw managementtaken bij het SPC/IGG (inclusief de ziekenhuispsychiatrie en Centrum voor Chronische Pijn) met onmiddellijke ingang worden beëindigd. De redenen die hebben geleid tot dit besluit, zijn uitgebreid met u besproken op 12 mei Het managementcontract van 2 december 2009 is hiermee met onmiddellijke ingang ontbonden, dan wel opgezegd. 2.9 Partijen en hun gemachtigden hebben vervolgens op 2 juni 2010 met elkaar gesproken. In dit gesprek zijn de beweegredenen van verweerster om eiseres haar managementtaken te ontzeggen toegelicht Eiseres stelt dat de directie van het ziekenhuis geen goede redenen had voor het besluit. Zij bestrijdt dat aan haar ter zake van haar wijze van leidinggeven enig verwijt te maken valt. Voorts heeft verweerster zich niet als een goed werkgever gedragen door niet eerst met eiseres te bespreken dat er bezwaren tegen haar bestonden, althans tegen de wijze waarop zij zich van de managementtaak kweet, door haar geen herkansingsmogelijkheid te geven en door eenzijdig de arbeidsovereenkomst te wijzigen Verweerster stelt zich op het standpunt dat zij goede gronden had voor het besluit. Daartoe heeft verweerster aangevoerd dat sprake was van een conflict tussen eiseres en een tweetal psychiaters, tussen eiseres en de directie van verweerster, tussen eiseres en het BMS en de Vakgroep Psychologie, terwijl eiseres ook wordt verweten dat zij teveel bevoegdheden aan zich wilde trekken 3
4 waardoor andere specialisten, onder wie de psychologen, zich buiten spel gezet voelden. Daarnaast wordt eiseres verweten de relatie met ketenpartner GGZ op het spel te hebben gezet, haar zin te hebben doorgedrukt wat de naamgeving van het project betreft, terwijl ook de resultaten van het SPC zodanig teleurstellend zouden zijn dat het project heroverwogen zou moeten worden Eiseres heeft erop gewezen dat deze verwijten deels in de procedure voor het eerst zijn genoemd en in elk geval nooit met haar zijn besproken als probleempunten die aandacht behoefden. Zij werd in een aantal opzichten juist gesteund door verweerster, waaronder in het door verweerster aangehaalde conflict met twee psychiaters. Eiseres heeft bovendien geen signalen gekregen dat de aan haar wel bekende problematiek (zoals de opstelling van het BMS en de psychologen) terug te voeren zou zijn op haar persoon en niet op de gehele kerngroep van het SPC. Deze kerngroep en andere SPC-collega s steunen eiseres. Eiseres vindt de verwijten gezocht, mede gegeven het feit dat in november 2009 besloten is tot een proefperiode van een half jaar voor het SPC terwijl in december 2009 het managementcontract is overeengekomen Ter zitting heeft het ziekenhuis desgevraagd toegelicht dat het besluit van verweerster uitsluitend ziet op de managementtaken van eiseres voor het SPC in engere zin en derhalve niet op haar bevoegdheden als hoofd van de Vakgroep Psychiatrie of hoofd van het Centrum voor Chronische Pijn. Verweerster is van mening dat de vordering van eiseres hoe dan ook niet kan worden toegewezen omdat die vordering te algemeen is gesteld en direct zou leiden tot executieproblemen. Daarbij heeft verweerster gewezen op haar eindverantwoordelijkheid voor het SPC. Als het Scheidsgerecht tot toewijzing van de vordering zou besluiten, dan zal verweerster alsnog de ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoeken, hetgeen in de beleving van verweerster een ultimum remedium zou zijn, omdat zij liever met eiseres tot een vergelijk zou willen komen over het overdragen van zekere managementtaken. 3. De bevoegdheid van het Scheidsgerecht 3.1 De bevoegdheid van het Scheidsgerecht volgt uit artikel 10 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen en staat tussen partijen niet ter discussie. 4. Beoordeling van het geschil 4.1 De gronden die verweerster in dit geding aanvoert ter ondersteuning van haar stelling dat zij geen vertrouwen meer heeft in eiseres als leidinggevende van het SPC zijn slechts gedeeltelijk aan het voorgenomen besluit van 20 april 2010 ten grondslag gelegd. Ze zijn niet voorafgaand aan dit voorgenomen besluit met eiseres besproken in dier voege dat eiseres zich daartegen toen met het oog op de voor haar daaruit voortvloeiende consequenties behoorlijk heeft kunnen verweren. Aan eiseres is op 19 april 2010 in een gesprek met twee leden van de directie B. meegedeeld dat zij van haar managementtaken zou worden ontheven. Kennelijk stond dit bij brief van 20 mei 2010 nog eens bevestigde besluit al vast en heeft de bespreking op 2 juni 2010 van de gronden waarop het is genomen alleen ten doel gehad, het besluit nader toe te lichten. Voorshands moet ook worden vastgesteld dat de aan eiseres gemaakte verwijten grotendeels nieuw zijn of in elk geval nooit behoorlijk met haar zijn besproken. In zoverre heeft verweerster ten opzichte van eiseres onzorgvuldig gehandeld. 4
5 4.2 Met betrekking tot een aantal van deze gronden staat vooralsnog geenszins vast dat de door verweerster aan eiseres gemaakte verwijten gerechtvaardigd zijn. Het door verweerster breed uitgemeten conflict met twee vertrokken psychiaters is daarvan een voorbeeld. Verweerster heeft erkend dat eiseres over het besluit de relatie met beide psychiaters te beëindigen met de directie overleg heeft gevoerd en dat dit besluit is genomen met goedkeuring van de directie. In dit geding wordt zonder behoorlijke motivering aangevoerd dat het vertrek van beide psychiaters een gevolg is van de conflictueuze wijze van leidinggeven van eiseres zonder dat voldoende wordt ingegaan op de door eiseres gestelde concrete feiten en omstandigheden die volgens haar tot het door verweerster onderschreven besluit te dezer zake hebben geleid. Niet gesteld of gebleken is dat verweerster dit verwijt ooit eerder op duidelijke wijze aan eiseres heeft voorgehouden. Hetzelfde geldt voor de aan eisers verweten breuk tussen GGZ X. en B.. Verweerster gaat er geheel aan voorbij dat de opzegging van deze samenwerking een gevolg is van, naar eiseres onbetwist heeft gesteld, een directiebesluit. Niet in te zien valt overigens waarom deze kwestie die zich in 2008 heeft afgespeeld en nimmer reden voor een gebrek aan vertrouwen in eiseres is geweest, thans grond kan zijn aan eiseres eigenmachtig optreden te verwijten. 4.3 De belangrijkste grond voor de beslissing om eiseres van haar managementtaken met betrekking tot het SPC te ontheffen is naar bij de mondelinge behandeling is gebleken dat verweerster bij nader inzien het in het SPC gehanteerde RACI-model niet meer aanvaardbaar vindt. Verweerster acht het wenselijk dat de aansturing van het SPC in overeenstemming wordt gebracht met de wijze waarop dit in het B. pleegt te geschieden (een duale aansturing onder eindverantwoordelijkheid van de directie), in het bijzonder omdat het bestuur anders geen eindverantwoordelijkheid voor het SPC kan dragen. Eiseres kan zich daarmee in het geheel niet verenigen en acht een ander model dan het RACI model onbespreekbaar omdat dit niet past in de filosofie van het SPC. Daarmee is de onoplosbaarheid van het thans ontstane conflict gegeven. 4.4 Beide partijen hebben dit conflict geplaatst in de sleutel van een wijziging van de arbeidsovereenkomst en de juridische merites daarvan uitvoerig besproken. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter is echter geen sprake van een wijziging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Verweerster heeft duidelijk te kennen gegeven dat zij daarin op zichzelf verder geen wijziging wil aanbrengen, doch aan eiseres niet langer de leiding wil toevertrouwen van het SPC. Het bestuur van verweerster is bij verschil van inzicht over de wijze van aansturing van een onderdeel van haar organisatie zonder meer bevoegd aan eiseres nadat deze daarover is gehoord en haar mening voldoende heeft kunnen kenbaar maken een besluit te dier zake op te leggen. Nu vaststaat dat eiseres zich niet wil neerleggen bij de door de directie van het ziekenhuis gekozen beleidslijn, kan van verweerster hoe dan ook niet worden verlangd dat zij eiseres zonder meer in staat moet stellen haar functie te bekleden met alle bijbehorende taken en bevoegdheden. Over de uitoefening van deze bevoegdheden zijn partijen het immers juist fundamenteel oneens. Het gevolg daarvan is dat tussen eiseres en de bestuurder geen vruchtbaar overleg mogelijk is en dat de directie haar eindverantwoordelijkheid niet kan uitoefenen. Hoewel eiseres in beginsel, naar voorshands valt aan te nemen, terecht aanvoert dat aan het SPC een bepaalde visie ten grondslag ligt die niet zonder meer kan worden verlaten, ligt de bevoegdheid om daarover te beslissen bij verweerster, die bij verschil van inzicht de vrijheid heeft aan eiseres haar managementtaak te ontnemen, waarbij tijdens de mondelinge behandeling duidelijk is geworden dat de bedoeling is dat eiseres haar overige leidinggevende taken behoudt. Uit de overgelegde stukken blijkt dat het besluit van verweerster ook op tegenstand stuit en dat mogelijkerwijs de toekomst van het SPC op het spel staat, doch daarover en over de juistheid van tal van verwijten aan het adres van eiseres kan in dit kort geding niet worden geoordeeld. 5
6 4.5 De vordering van eiseres is zowel bij een afweging van de wederzijdse belangen als op grond van haar door de onbepaaldheid ervan ontoelaatbare onduidelijkheid ten aanzien van de directiebevoegdheid niet toewijsbaar. Gelet op de onzorgvuldigheid waarmee verweerster haar besluit heeft genomen, is er reden voor na te melden beslissing over de kosten. 5. Beslissing De voorzitter van het Scheidsgerecht wijst het navolgende vonnis in kort geding: 5.1 de vorderingen van eiseres worden afgewezen; 5.2 verweerster wordt in de kosten van het Scheidsgerecht, vastgesteld op 2.617,-- veroordeeld. Deze kosten zullen worden verhaald op het door eiseres betaalde voorschot ad 3.250,--. Verweerster wordt veroordeeld om aan eiseres een bedrag van 2.617,-- te betalen. Het Scheidsgerecht zal aan eiseres een bedrag van 633,-- restitueren; 5.3 voor het overige draagt iedere partij de eigen kosten. Dit vonnis is gewezen te Utrecht op 13 juli 2010 en op die datum aan partijen verzonden. 6
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk 08/18KG en BP Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van: Dr. A., wonende te Z. eiser in kort geding verweerder in de bodemprocedure gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. J.W.M. Pothof; tegen: de stichting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/23 Arbitraal vonnis in de gevoegd behandelde zaken van: drs. A. wonende te Z., eiser in de loonvorderingsprocedure, verweerder in de voorwaardelijke ontbindingsprocedure,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/14 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., oogarts, wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen de stichting B. Ziekenhuis, gevestigd
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/29 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, G.R de Zeeuw, wonende te Dordrecht, dr. B.J.N. Schreuder, wonende
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 14/09 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. drs. L.E. Garmers, wonende te Haarlem, en mr. E.J. Rutters,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/12 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, ir. N. Bomer, wonende te Heeze, dr. P.D.J. Vegt, wonende te
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen worden hierna aangeduid als X, A en het Vereveningsfonds.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/08 Arbitraal vonnis in de zaak van : DR. X, wonende te Y, eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr.z, tegen 1. de stichting A gevestigd
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 06/21 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser, gemachtigden: mr. A.J.H.W.M. Versteeg en mr. W.D. Kweekel tegen: de Stichting B., gevestigd
Scheidsgerecht gezondheidszorg. Kenmerk: 04/04. Arbitraal vonnis in de zaak van:
1 Scheidsgerecht gezondheidszorg Kenmerk: 04/04 Arbitraal vonnis in de zaak van: 1. A. 2. Mw B., beiden wonende te Z., eisers, gemachtigde: eerst mr. N.A.M. Fouchier, later mr M.K. Struwe; tegen: de stichting
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 01032017 Datum publicatie 27032017 Zaaknummer 316395 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 24-03-2016 Datum publicatie 29-03-2016 Zaaknummer KK EXPL 16-200 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
Scheidsgerecht Gezondheidszorg (prof. mr. T.A.W. Sterk, voorzitter, met bijstand van mevrouw mr. M.E. Biezenaar als griffier)
NR. 13. OPHEFFING VAN OP NON-ACTIEF STELLING VAN DIRECTEUR. Blijkens artikel 16, lid 1, van de arbeidsovereenkomst kan de directeur op non-actief worden gesteld indien de voortgang van de werkzaamheden,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/05 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde mr. R.P.B. Caubo tegen De stichting B., gevestigd te Z., verweerster, gemachtigde mr.
ECLI:NL:RBALM:2010:BN8235
ECLI:NL:RBALM:2010:BN8235 Instantie Rechtbank Almelo Datum uitspraak 22-09-2010 Datum publicatie 24-09-2010 Zaaknummer 113824 / KG ZA 10-207 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 06-03-2014 Datum publicatie 14-03-2014 Zaaknummer C-08-152106 - KG ZA 14-59 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort
ECLI:NL:RBOVE:2014:3241
ECLI:NL:RBOVE:2014:3241 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 05062014 Datum publicatie 16062014 Zaaknummer C/08/156166 / KG ZA 14182 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
ECLI:NL:RBOVE:2016:286
ECLI:NL:RBOVE:2016:286 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 18012016 Datum publicatie 29012016 Zaaknummer C/08/179852 / KG ZA 15391 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van
Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer
Scheidsgerecht Gezondheidszorg ( prof. mr. T.A.W. Sterk, voorzitter, met bijstand van mevrouw mr. M. Middeldorp als griffier)
NR. 7. OPHEFFING VAN SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIST IN DIENSTVERBAND. WIJZE VAN AANZEGGEN EN VERLENGEN VAN SCHORSING. Partijen zijn het er over eens dat de schorsing in de namiddag van 13 maart 2000
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10112016 Datum publicatie 22112016 Zaaknummer 5138842/1616752 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste
12-53 RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM
12-53 RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Gedeeltelijk onvoldoende belangenbehartiging bij verkoop. Geen onderzoek gedaan naar bijzondere
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND.
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND. Gelet op de ernst van de maatregel van schorsing kan
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105659 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking/gewichtige reden; De werknemer kan na een periode van detachering niet terugkeren in zijn oude functie van manager bedrijfsvoering.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/36 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te s-gravenhage, voorzitter, mr. drs. H.H. Stad, wonende te Rotterdam, arbiter, R.A.
Bij deze memorie zijn acht producties (genummerd 1-8) gevoegd.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Arbitraal vonnis van 6 november 2013 Kenmerk: 13/34 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te Den Haag, voorzitter, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
ECLI:NL:RBAMS:2017:1537
ECLI:NL:RBAMS:2017:1537 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 13-03-2017 Zaaknummer KK EXPL 17-174 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING.
NR. 17. ONTBINDING VAN ARBEIDSOVEREENKOMST VAN DIRECTEUR. VERGOEDING. Het Scheidsgerecht gaat er van uit dat verweerder gebruik zal maken van de OBU-regeling. Verweerder krijgt, mede gelet op het bepaalde
Zoekresultaat inzien document. ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: Uitspraak
Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/ Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20 08 2012 Datum publicatie 23 08 2012 Zaaknummer
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 Instantie Datum uitspraak 16-06-2014 Datum publicatie 13-11-2014 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 2896454 CV EXPL 14-830 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
ECLI:NL:RBOVE:2017:2573
ECLI:NL:RBOVE:2017:2573 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 23062017 Datum publicatie 26062017 Zaaknummer C/08/201386 / KG ZA 17141 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:RBAMS:2016:6651
ECLI:NL:RBAMS:2016:6651 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-10-2016 Datum publicatie 18-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie EA VERZ 16-968/16-1002/16-1126/C104420
ECLI:NL:RBROT:2016:3340
ECLI:NL:RBROT:2016:3340 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20042016 Datum publicatie 03052016 Zaaknummer 4878125 VV EXPL 1612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Arbeidsrecht
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 06/09 Arbitraal vonnis in de zaak van: de Stichting A., gevestigd te Z., eiseres, gemachtigde: mr. R. Olde tegen B. wonend te IJ, verweerder, gemachtigde: mr. H.D.
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling Klager, een NVM-makelaar, dient een klacht in tegen zijn voormalige kantoorgenoot, eveneens NVM-makelaar
1.2 A heeft bij nadere memorie van eis, voorzien van producties, gevorderd dat het Scheidsgerecht:
NR. 2. OPZEGGING VAN TOELATINGSOVEREENKOMST VAN CARDIOLOOG. KANTONRECHTERSFORMULE NIET VAN TOEPASSING. ONDER OMSTANDIGHEDEN EEN BEPERKTE VERGOEDING. GARANTIE VOOR GOODWILL. De rechtsgeldigheid van de opzegging
ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303
ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-04-2010 Datum publicatie 15-04-2010 Zaaknummer 198015 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.2385 (062.02), ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht
ECLI:NL:RBAMS:2017:2065
ECLI:NL:RBAMS:2017:2065 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 21-03-2017 Datum publicatie 31-03-2017 Zaaknummer KK EXPL 17-154 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBARN:2010:BO4467
ECLI:NL:RBARN:2010:BO4467 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 01-11-2010 Datum publicatie 19-11-2010 Zaaknummer 710236 VV Expl. 10-8085 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
CENTRAAL TUCHTCOLLEGE
C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,
DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding
Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam
28/07 ECLI:NL:TNOKROT:2008:YC0459 KAMER VAN TOEZICHT Beslissing in de zaak onder nummer van: 28/07 Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam Reg.nr. 28/07 Beslissing op
