SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
|
|
|
- Emilie Wouters
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde: mr. K.P.D. Vermeulen 1. De procesgang 1.1 Eiser heeft bij memorie van eis d.d. 5 september 2005 het Scheidsgerecht verzocht verweerster te veroordelen: - tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te voldoen de somma van ,00; - aan eiser een correcte berekening te verstrekken van het wachtgeld over de gehele periode vanaf 1 september 2002 tot aan het einde van de wachtgeldperiode, en zulks binnen veertien dagen na het in deze te wijzen bindend advies, met veroordeling van de Stichting om, indien zij in gebreke blijft, te bepalen dat zulks dient te geschieden op verbeurte van een dwangsom van 500,00 per dag; - in de kosten van deze procedure. 1.2 Verweerster heeft bij memorie van antwoord d.d. 13 oktober 2005 primair geconcludeerd dat het Scheidsgerecht niet bevoegd is te beslissen c.q. te adviseren op de door eiser ingestelde vorderingen. Subsidiair heeft verweerster geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van eiser met veroordeling van eiser in de kosten van de onderhavige procedure. 1.3 Eiser heeft op 23 december 2005 een akte genomen. Bij akte van 11 januari 2006 heeft verweerster geantwoord. 1.4 Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling en de enkelvoudige kamer van het Scheidsgerecht verzocht schriftelijk uitspraak te doen.
2 2. De samenvatting van het geschil 2.1 Eiser is bij een voorganger van verweerster in dienst geweest als Hoofd Administratieve Dienst. Bij beschikking van 8 augustus 2002 van het Scheidsgerecht is de arbeidsovereenkomst van eiser ontbonden op grond van gewichtige redenen. Bij die ontbinding is onder meer bepaald dat aan eiser wachtgeld toekomt. 2.2 Verweerster acht het Scheidsgerecht niet bevoegd, nu de onderhavige procedure slechts ziet op kosten rechtsbijstand. Dit staat in geen enkele relatie meer met de inmiddels ontbonden arbeidsovereenkomst. Bij antwoordakte stelt verweerster bovendien dat eiser niet ontvankelijk is in zijn vorderingen. Eiser verwerpt het beroep van verweerster op de onbevoegdheid van het Scheidsgerecht. De onderhavige vordering is zeer nauw verwant aan de arbeidsovereenkomst tussen partijen en ook met de procedure die voor het Scheidsgerecht is gevoerd. Voorts verwijst eiser naar het bepaalde in artikel 6:96 BW. 2.4 Eiser onderbouwt zijn vorderingen zakelijk weergegeven als volgt. Verweerster heeft vanaf het begin de wachtgeldregeling onjuist toegepast. Na herhaalde protesten zag eiser zich genoodzaakt juridische bijstand te zoeken. Uiteindelijk heeft de raadsman van eiser het Scheidsgerecht verzocht bij bindend advies de juiste interpretatie van de wachtgeldregeling te geven en te verklaren voor recht dat de wachtgeldregeling bij verweerster onjuist werd toegepast. Dit heeft geleid tot het bindend advies van 22 augustus Vervolgens interpreteerde verweerster het begrip loon, als genoemd in de wachtgeldregeling, onjuist. Zij rekende ten onrechte niet al hetgeen onder de dagloonregelingen viel, de dertiende maand en de jaarlijkse indexering, mee. Wederom moest eiser zijn juridisch adviseur inschakelen. 2.5 Uiteindelijk heeft verweerster, die overigens ook gebruik maakte van rechtsbijstand, de interpretatie van eiser aanvaard. Verweerster weigert de kosten van deze juridisch adviseur, begroot op 9.500,00, voor haar rekening te nemen. Eiser begroot de kosten van juridische bijstand in de onderhavige procedure verder op 5.000,00. Daar verweerster nog steeds fouten maakt in de toepassing van de wachtgeldregeling heeft eiser gevraagd om een herberekening van zijn wachtgeld, rekening houdend met de beschikking van het Scheidsgerecht ten aanzien van de interpretatie van het risico van de fictieve opzegtermijn en de interpretatie van het begrip dagloon. Deze is door verweerster niet afgegeven. 2.6 Naar het oordeel van verweerster dient de vordering van eiser beoordeeld te worden aan de hand van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Zij stelt dat kosten rechtsbijstand eerst voor vergoeding in aanmerking komen als is voldaan aan een dubbele redelijkheidstoets. Zowel het maken van de kosten als de omvang van de kosten dient redelijk te zijn. Verweerster betwist dat het noodzakelijk was dat eiser een juridisch gemachtigde inschakelde, subsidiair betwist zij de hoogte van de kosten van deze gemachtigde. Eiser laat na inzichtelijk te maken op welke werkzaamheden en op welke periode de gestelde kosten rechtsbijstand betrekking hebben. Verweerster verwijst naar het rapport Voor-Werk II. Voor zover de door eiser genoemde kosten betrekking zouden hebben op de periode tot het tweede bindend advies, worden deze kosten geacht verdisconteerd te zijn in de in dit bindend advies genoemde proceskosten. Deze zijn door verweerster voldaan. Onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad stelt verweerster zich op het
3 standpunt dat alle gevorderde kosten anders wel vallen onder de proceskostenregeling voor de onderhavige procedure, althans eerdere procedures. Verder stelt verweerster dat eiser diverse procedures heeft gevoerd tegen het UWV en dat niet duidelijk is of de kosten rechtsbijstand wellicht ook daarmee te maken hebben. Verweerster wijst erop dat zij een voorstel tot minnelijke regeling heeft gedaan, waarbij ook een (aanmerkelijk lager) bedrag voor kosten rechtsbijstand werd voorgesteld. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Verweerster wijst er tot slot op dat zij na maart 2005 een herberekening heeft verstrekt. 3. De bevoegdheid van het Scheidsgerecht 3.1 De Stichting heeft de bevoegdheid van het Scheidsgerecht betwist, omdat deze procedure slechts ziet op kosten van rechtsbijstand en niet langer verband houdt met de arbeidsovereenkomst die tussen eiser en de rechtsvoorganger van de Stichting heeft bestaan en de daaruit voortvloeiende verplichting van de Stichting tot betaling van wachtgeld en/of andere (aanvullende) uitkeringen. Het Scheidsgerecht verwerpt dit beroep op onbevoegdheid. Het onderhavige geschil dat betrekking heeft op kosten die door eiser (zouden) zijn gemaakt in verband met de uitleg van een eerdere beslissing van het Scheidsgerecht en de wijze van tenuitvoerlegging ervan, vloeit voort uit de arbeidsovereenkomst en de daarover gerezen eerdere geschillen en valt onder de overeengekomen bevoegdheid van het Scheidsgerecht daarover te beslissen. 4. De beoordeling van het geschil 4.1 De eerste vordering van eiser strekt tot vergoeding van gemaakte kosten van rechtsbijstand. Volgens eiser heeft hij deze kosten gemaakt, omdat de Stichting de wachtgeldregeling verkeerd heeft uitgelegd en onjuiste betalingen heeft gedaan. Eiser heeft zich in verband daarmee van rechtsbijstand moeten voorzien. Zijn raadsman heeft hem te dezer zake 9.500,-- in rekening gebracht. Met betrekking tot de onderhavige procedure vordert hij nog eens een bedrag van 5.000,--. Eiser voert daarbij onder meer aan dat het gebruikelijk is dat het Scheidsgerecht een vergoeding toekent voor kosten van rechtsbijstand. De Stichting voert hiertegen een aantal verweren. In de eerste plaats acht zij de grondslag van de vordering niet duidelijk. Voorts wijst zij erop dat kosten van rechtsbijstand pas voor vergoeding in aanmerking komen als is voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 onder c B.W. Voor zover de kosten tot de proceskosten gerekend moeten worden, komen zij niet voor vergoeding in aanmerking. Eiser heeft geen specificatie van de kosten gegeven, zodat onduidelijk is op welke werkzaamheden en op welke periode zij betrekking hebben. Ten slotte betwist de Stichting dat eiser gedwongen was kosten van rechtsbijstand te maken. Het Scheidsgerecht oordeelt hierover als volgt. 4.2 Vergoeding van kosten van rechtsbijstand op grond van een gebruik, is niet een deugdelijke grondslag. Van een dergelijk gebruik is het Scheidsgerecht ook niets bekend. Indien eiser door een onjuiste uitleg van de wachtgeldregeling en een gebrekkige tenuitvoerlegging van de beslissingen van het Scheidsgerecht genoodzaakt is geweest de bijstand van een raadsman in te roepen, is dat op zichzelf voldoende grondslag voor
4 toewijzing van een vergoeding van deze kosten. De Stichting verlangt echter terecht van eiser dat hij deze kosten aantoont aan de hand van een deugdelijke specificatie. Bovendien moet komen vast te staan dat deze kosten redelijk zijn. Eiser kan zich niet aan zijn stelplicht onttrekken met een beroep op de relatie advocaat-cliënt. De omvang en de aard van de werkzaamheden vallen immers niet onder de door eiser bedoelde vertrouwelijkheid die alleen betrekking heeft op hetgeen tussen eiser en zijn cliënt is besproken. Nu eiser niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, kan reeds op deze grond zijn vordering niet worden toegewezen behoudens een klein gedeelte ervan. Tussen partijen staat immers vast dat de Stichting ook na de uitspraak die daarover aan het Scheidsgerecht is gevraagd, de wachtgeldregeling niet juist heeft uitgelegd en dat vervolgens ook enkele malen onjuiste betalingen zijn gedaan. Het ligt voor de hand dat eiser toen een beroep op zijn raadsman heeft gedaan. Te dier zake zal het Scheidsgerecht in redelijkheid een bedrag van 1.000,-- toewijzen. Nu eiser niet heeft aangetoond dat meer of andere kosten nodig en redelijk waren in verband met het gerezen geschil, wordt zijn vordering voor het overige afgewezen. 4.3 De vordering van eiser tot verstrekking van een correcte berekening van het wachtgeld over de periode vanaf 1 september 2002 tot aan het einde van de wachtgeldperiode op straffe van een dwangsom, is niet toewijsbaar. Allereerst heeft eiser geen deugdelijke grondslag voor toewijzing van deze vordering aangevoerd. Voorts is de strekking van de vordering kennelijk niet (alleen) het verstrekken van de berekening als zodanig die eiser immers zelf ook wel kan maken maar dient deze vordering ook ertoe het geschil over de hoogte van het wachtgeld opnieuw aan de orde te stellen. In de vordering is immers uitdrukkelijk opgenomen dat het een correcte berekening moet zijn. Het belang van eiser is dan gelegen in de toewijzing van de dwangsom met betrekking tot de nakoming. Daartoe leent deze vordering zich echter door haar onduidelijkheid en onbepaaldheid niet. Ten slotte heeft eiser kennelijk in verband met deze vordering aangevoerd dat de Stichting nog altijd de wachtgeldregeling niet juist toepast. De eventuele onjuiste toepassing van de wachtgeldregeling is echter geen onderdeel van deze procedure en kan niet worden opgelost door toewijzing van de onderhavige vordering. 4.4 Bij al het voorgaande neemt het Scheidsgerecht nog in aanmerking dat de Stichting onweersproken heeft gesteld dat zij bij brief van 24 mei 2005 aan eiser een voorstel heeft gedaan tot regeling van het geschil (waarbij zij aan eiser mede een bedrag van 1.500,-- ter dekking van de kosten van rechtsbijstand heeft aangeboden) en dat eiser daarop in het geheel niet heeft gereageerd. Eiser heeft dat ook in dit geding niet gedaan. Onweersproken is dus gebleven dat de Stichting aan eiser een redelijk voorstel heeft gedaan ter afdoening van het geschil buiten rechte. 4.5 Op grond van het vorenstaande behoren de kosten van het Scheidsgerecht geheel voor rekening van eiser te blijven, terwijl ieder van partijen voor het overige de eigen kosten moet dragen. Hierin ligt besloten dat de vordering van eiser tot vergoeding van deze kosten tot een bedrag van 5.000,-- wordt afgewezen. 5. Beslissing Het Scheidsgerecht wijst het navolgende bindend advies:
5 5.1 De Stichting betaalt binnen twee na dagtekening van dit bindend advies een bedrag van 1.000,00 (zegge: duizend euro) aan eiser. 5.2 Wijst voor het overige de vorderingen van eiser af. 5.3 Bepaalt dat de kosten van het Scheidsgerecht, vastgesteld op een bedrag van 1.160,00 voor rekening komen van eiser en zullen worden verhaald op het door eiser gestorte voorschot. 5.4 Bepaalt dat ieder der partijen voor het overige de eigen kosten draagt. Dit bindend advies is gewezen te Arnhem op 2 februari 2006 door mr. A. Hammerstein, voorzitter, met bijstand van mr. A.T.B. de Vries, griffier.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/12 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, ir. N. Bomer, wonende te Heeze, dr. P.D.J. Vegt, wonende te
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: drs. A., wonende te Z., eiser in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde: mr. J.W.M. Pothof; tegen: de stichting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk 08/18KG en BP Arbitraal vonnis in kort geding en bodemprocedure in de zaak van: Dr. A., wonende te Z. eiser in kort geding verweerder in de bodemprocedure gemachtigde:
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/25 Arbitraal vonnis in de zaak van: DRS. A. wonende te Z., eiser, tegen CENTRUM B., gevestigd te Y., verweerster, gemachtigde: mr. M. Ambags 1. De procesgang
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder
Scheidsgerecht gezondheidszorg. Kenmerk: 04/04. Arbitraal vonnis in de zaak van:
1 Scheidsgerecht gezondheidszorg Kenmerk: 04/04 Arbitraal vonnis in de zaak van: 1. A. 2. Mw B., beiden wonende te Z., eisers, gemachtigde: eerst mr. N.A.M. Fouchier, later mr M.K. Struwe; tegen: de stichting
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678
ECLI:NL:RBAMS:2016:1678 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 24-03-2016 Datum publicatie 29-03-2016 Zaaknummer KK EXPL 16-200 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBLIM:2017:3845
ECLI:NL:RBLIM:2017:3845 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 26042017 Datum publicatie 27042017 Zaaknummer 5494929 \ CV EXPL 1610633 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/23 Arbitraal vonnis in de gevoegd behandelde zaken van: drs. A. wonende te Z., eiser in de loonvorderingsprocedure, verweerder in de voorwaardelijke ontbindingsprocedure,
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/14 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., oogarts, wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen de stichting B. Ziekenhuis, gevestigd
ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-295 d.d. 25 oktober 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw mr. L.T.A.
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265
ECLI:NL:RBOVE:2014:1265 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 06-03-2014 Datum publicatie 14-03-2014 Zaaknummer C-08-152106 - KG ZA 14-59 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort
ANONIEM BINDEND ADVIES
ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : De heer A te B, vertegenwoordigd door de heer C te D, tegen E te F en G te H Zaak : Schadevergoeding, wettelijke rente Zaaknummer : 2012.03079 Zittingsdatum : 11 september
vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...
Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBNNE:2016:4508 Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer CV EXPL
ECLI:NL:RBNNE:2016:4508 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 06-09-2016 Datum publicatie 11-10-2016 Zaaknummer 4888855 CV EXPL 16-3386 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Op
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 10/36 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. H.F.M. Hofhuis, wonende te s-gravenhage, voorzitter, mr. drs. H.H. Stad, wonende te Rotterdam, arbiter, R.A.
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/29 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, G.R de Zeeuw, wonende te Dordrecht, dr. B.J.N. Schreuder, wonende
prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.
GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie
ECLI:NL:RBROT:2016:3340
ECLI:NL:RBROT:2016:3340 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20042016 Datum publicatie 03052016 Zaaknummer 4878125 VV EXPL 1612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Arbeidsrecht
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG
SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 14/09 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. drs. L.E. Garmers, wonende te Haarlem, en mr. E.J. Rutters,
SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen. 1. A., 2. MEVROUW B., hierna te noemen opdrachtgevers,
Nr. 31.391 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen 1. A., 2. MEVROUW B., hierna te noemen opdrachtgevers, e i s e r s, gemachtigde: mr. H.V. Wobben, jurist bij Stichting Univé Rechtshulp
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 23-06-2015 Datum publicatie 04-09-2015 Zaaknummer CV EXPL 14-22777 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. M.G. de Vries, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-106 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. M.G. de Vries, secretaris) Klacht ontvangen op : 6 januari 2015 Ingesteld door : Consument Tegen
ter zake van een geschil tussen VvE H., hierna te noemen de VvE, de besloten vennootschap H. B.V., voorheen I. B.V., hierna te noemen onderneemster,
No. 27.704 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen VvE H., hierna te noemen de VvE, e i s e r e s, gemachtigde: mr. D.A.B. Cox, jurist bij DAS Rechtsbijstand te s-hertogenbosch, en de
ECLI:NL:GHDHA:2014:3834
ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 28-10-2014 Datum publicatie 27-11-2014 Zaaknummer 200.140.914/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-80 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting
Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd
pagina 1 van 5 (http://stichtingpiv.nl/) Inloggen PIV-Kennisnet(http://stichtingpiv.nl/inloggen) JURISPRUDENTIE Bron: Hof Amsterdam 3 februari 2016 Publicatie nummer: (nog) niet gepubliceerd Zaaknummer:
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBMID:2007:BB8676
ECLI:NL:RBMID:2007:BB8676 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 21-11-2007 Datum publicatie 26-11-2007 Zaaknummer 37277 HA ZA 03-51 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBROT:2016:229
ECLI:NL:RBROT:2016:229 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 06-01-2016 Datum publicatie 07-01-2016 Zaaknummer C/10/475943 / HA ZA 15-510 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND.
NR. 12. SCHORSING VAN MEDISCH SPECIALIS NIET RECHTMATIG. REHABILITATIE. VERGOEDING VAN IMMATERIËLE SCHADE EN KOSTEN VAN EXTRAJUDICIËLE RECHTSBIJSTAND. Gelet op de ernst van de maatregel van schorsing kan
Wederindiensttredingsvoorwaarde Ontslagbesluit; zzp'er; stageovereenkomst
ECLI:NL:RBNNE:2013:6766 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 12-11-2013 Datum publicatie 13-11-2013 Zaaknummer KG-2442504 - CV EXPL 13-8338-L Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100
ECLI:NL:RBDHA:2016:14100 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10112016 Datum publicatie 22112016 Zaaknummer 5138842/1616752 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. R.G. de Kruif, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-264 (mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. R.G. de Kruif, secretaris) Klacht ontvangen op : 27 juli 2017 Ingediend door : Consument Tegen
ECLI:NL:RBLIM:2017:4418
ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 04052017 Datum publicatie 15052017 Zaaknummer C/03/232895 / KG ZA 17112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBNNE:2017:2980
ECLI:NL:RBNNE:2017:2980 Instantie Datum uitspraak 08-08-2017 Datum publicatie 08-08-2017 Zaaknummer 5520151 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Civiel recht Eerste
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 01032017 Datum publicatie 27032017 Zaaknummer 316395 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding
ECLI:NL:RBROT:2016:665
ECLI:NL:RBROT:2016:665 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20012016 Datum publicatie 28012016 Zaaknummer C/10/473480 / HA ZA 15333 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 Instantie Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 24-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie - Vindplaatsen Uitspraak Gerechtshof
LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:
LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 225359 Datum uitspraak: 15-02-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 17-02-2012 Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: In deze zaak
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBAMS:2014:6139 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 19-09-2014 Zaaknummer HA ZA 14-295 Rechtsgebieden Civiel
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Klacht ontvangen op : 24 april 2012 Ingediend door : de heer wonende te, verder te noemen Consument Tegen : Dexia Nederland B.V, gevestigd te Amsterdam,
ECLI:NL:RBAMS:2014:290
ECLI:NL:RBAMS:2014:290 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 21012014 Datum publicatie 29012014 Zaaknummer 2410815 \ CV EXPL 1325156 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
Samenvatting. 1. Procedure
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-251 d.d. 20 augustus 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Aansprakelijkheidsverzekering,
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414
ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 Instantie Datum uitspraak 16-06-2014 Datum publicatie 13-11-2014 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 2896454 CV EXPL 14-830 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 06-01-2014 Zaaknummer 200.121.491-01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
