1 e wijziging welstandsnota Gemeente Montferland
|
|
|
- Joke Meijer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1 e wijziging welstandsnota Gemeente Montferland
2
3 1 e wijziging welstandsnota Gemeente Montferland Vastgesteld op 27 november 2008
4 INHOUDSOPGAVE Blz. 4.2 Waardering gebieden De gebiedscriteria 37 1 INLEIDING Welstandsnota Inhoud van de nota 1 2 WELSTANDSBELEID Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Werkwijze welstandscommissies Het gemeentebestuur en welstand De commissie nieuwe stijl Openbaarheid Handhaving 9 3 CRITERIA VOOR KLEINE PLANNEN Bouwen met en zonder vergunning Aan- en uitbouwen Bijgebouwen en overkappingen Dakkapellen Dakramen Kozijn- en gevelwijzigingen Zonnepanelen en collectoren Spriet, -staaf- en schotelantennes Erfafscheidingen Rolhekken, luiken en rolluiken 30 5 BIJZONDERE OBJECTEN ALGEMENE CRITERIA Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Relatie tussen bouwwerk en omgeving Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Associatieve betekenissen Schaal en maatverhoudingen Materiaal, textuur, kleur en licht CRITERIA VOOR PROJECTEN 106 PROJECTEN VASTGESTELD DOOR DE RAAD 108 KAARTBIJLAGEN Kaart welstandsgebieden Kaart representatieve zones Kaart waarderingen Kaart kernen cultuurhistorische waarde en historische kern 's-heerenberg 4 GEBIEDSCRITERIA Gebiedsindeling 33
5
6 1 1 INLEIDING 1.1 Welstandsnota Welstandstoezicht is altijd al een veelbesproken onderwerp geweest. Begonnen in het eind van de negentiende eeuw als initiatief van welgestelden om de waarde van hun eigendom te beschermen als het pand van de buurman er goed uitziet, behoudt mijn eigen gebouw zijn waarde - is het welstandstoezicht in de ogen van velen verworden tot de karikatuur van een elitair clubje architecten dat in achterkamertjes naar willekeur oordeelt over bouwplannen die afgekeurd worden terwijl, de buurman twee maanden eerder wél goedkeuring heeft gekregen voor hetzelfde plan. Op feestjes is vaak het verhaal te horen van een plan dat eerst afgekeurd is, vervolgens drie maal aangepast is en waarna het uit balorigheid ingediende eerste plan zonder problemen een positief advies krijgt. Kortom: welstand lééft in Nederland. Architectuur heeft in ons land ook een rijke traditie. Een traditie die tot uitdrukking komt in hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit, ontwerpen die tot ver over de grens bekend zijn, Nederlandse architecten die naam maken in het buitenland, buitenlandse architecten die graag in ons land willen werken. Toch moet het welstandstoezicht anders. Ondanks die hoogwaardige kwaliteit is het niet meer van deze tijd dat bouwplannen pas getoetst worden als ze klaar zijn. Vooraf moet duidelijk zijn waaraan bouwplannen getoetst zullen gaan worden. In de Woningwet is deze verplichting opgenomen: geen welstandsnota, geen welstandstoetsing. In de welstandsnota kunnen gemeenten zelf hun eigen welstandsbeleid formuleren. Dat beleid komt democratisch tot stand en kan ook democratisch aangepast worden. De gemeente, de welstandscommissie én de initiatiefnemers van bouwwerken zijn gebonden aan dat beleid. Ruimtelijke kwaliteit houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Waar buitengebieden aan elkaar grenzen heeft de bebouwing dezelfde eigenschappen. Achterhoekse dorpen verschillen wel van Groningse, maar niet van elkaar. Die overeenkomsten in combinatie met de gemeentelijke herindeling was voor de gemeente Montferland aanleiding om een welstandsnota op te stellen. 1.2 Inhoud van de nota Welstandbeleid staat niet op zich. Zonder andere ruimtelijke plannen kan welstandtoezicht niet functioneren. De relatie met de overige ruimtelijke plannen, de werkwijze van de welstandscommissie nieuwe stijl, de taken van de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders in relatie tot welstand, het in de openbaarheid vergaderen van de welstandscommissie en de handhaving van het welstandsbeleid worden beschreven in hoofdstuk 2. In Nederland worden drie verschillende categorieën bouwwerken onderscheiden: vergunningsvrije, licht-vergunningplichtige en (regulier) vergunningplichtige bouwwerken. De woningwet en het daarop gebaseerde besluit Bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken geven aan dat voor bepaalde bouwwerken geen bouwvergunning meer nodig is. Voor de licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken kan volstaan worden met een ambtelijke beoordeling van de bouwaanvraag: de vergunning kan dan heel snel verleend worden. Naar verwachting behoort ongeveer 80 procent van alle plannen tot deze categorie. De welstandscriteria voor deze licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken worden beschreven in hoofdstuk 3.
7 2 Gebouwen in het buitengebied hebben andere architectonische kenmerken dan woningen in een uitbreidingsgebied. Elk gebied binnen een gemeente vraagt derhalve zijn eigen criteria. Die criteria kunnen worden uitgebreid naarmate de waardering voor het gebied groter is. De gemeentelijke ambitie in het ene gebied kan daarnaast ook anders zijn dan in een ander gebied. De gebiedsindeling, de waardering van de gebieden en de gebiedscriteria worden beschreven in hoofdstuk 4. De criteria in deze gebieden zijn van toepassing op de (regulier) vergunningplichtige bouwwerken en worden getoetst door de welstandscommissie Het kan voorkomen dat de criteria voor de licht-vergunningplichtige bouwwerken of de gebiedscriteria (voor de regulier vergunningplichtige bouwwerken) niet toereikend zijn voor de toetsing. De criteria zijn te ruim of te beperkend. Het kan ook voorkomen dat de bouw van vergunningvrije bouwwerken leidt tot excessen: aanstootgevende beeldvorming. Voor die gevallen zijn algemene criteria opgenomen. Algemene criteria zijn universele kwaliteitsprincipes, die voor elk bouwwerk gelden. Ze zijn beschreven in hoofdstuk 5. Tenslotte wordt opgemerkt dat de wereld voortdurend verandert. Opvattingen over architectuur gaan in dit proces mee. Het is niet altijd mogelijk nu al criteria op te stellen voor projecten die over tien jaar gebouwd zullen worden. In deze gevallen zullen de criteria in het kader van het project opgesteld worden. De handelwijze wordt beschreven in hoofdstuk 6.
8 3 2 WELSTANDSBELEID 2.1 Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Het welstandstoezicht is het sluitstuk van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeenten. Als schakel in een keten van ruimtelijke plannen is het welstandstoezicht in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van andere ruimtelijke plannen. Dit hoofdstuk gaat in op de verschillende ruimtelijke plannen en de relatie van die plannen met het welstandsbeleid. Ruimtelijk beleid De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente is vastgelegd in ISV-nota s en structuurplannen en visies. In een toenemend aantal delen van de gemeente wordt een actief ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevoerd waarbij instrumenten als het beeldkwaliteitplan wordt ingezet. In de gemeente gelden veel bestemmingsplannen, die in omvang en actualiteit sterk variëren. De kleinste bestemmingsplannen buiten beschouwing gelaten, heeft de gemeente circa 115 plannen. Voor het buitengebied heeft Montferland met drie andere gemeenten gezamenlijk een bestemmingsplan en een beeldkwaliteitplan opgesteld. Voor de kom van Zeddam is een nieuw plan in procedure. In Didam is de afgelopen jaren een inhaalslag uitgevoerd. Vrijwel alle plannen zijn dan ook jonger dan tien jaar. Bestemmingsplannen die gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe functies zijn vaak voorzien van een beeldkwaliteitplan, notitie of -criteria. Een enkel beheersplan, zoals het bestemmingsplan voor Zeddam, bevat een beeldkwaliteitparagraaf. Over de inhoud ervan heeft overleg plaatsgevonden met de rayonarchitect van de welstandscommissie. Stedebouwkundige plannen worden voorbereid in samenwerking met externe bureaus. De stedebouwkundige plannen liggen ten grondslag aan de bestemmingsplannen en worden door de welstandscommissie gebruikt bij de plantoetsing. Over de inhoud van de stedebouwkundige plannen vindt in toenemende mate (voor-) overleg plaats met de welstandscommissie of de rayonarchitect. Voor het buitengebied van de gemeente Montferland is een beeldkwaliteitplan opgesteld, alsmede voor het bedrijventerrein Kollenburg. Monumentenbeleid De meeste in de gemeenten aanwezige monumenten liggen verspreid in het buitengebied. Het gaat dan meestal om karakteristieke boerderijtypen. (T-boerderij en hallehuisboerderij) Ook in de kernen komen monumenten voor, vaak zijn dat kerken en molens. De meeste monumenten dateren uit de negentiende eeuw. Montferland heeft 49 rijksmonumenten, waarvan de helft in de historische kern van s Heerenberg ligt. Het aantal gemeentelijke monumenten bedraagt 134. Ca. 40 objecten zijn genomineerd voor aanwijzing als gemeentelijk monument. Het monumentenbeleid in de gemeente is gericht op behoud van cultuurhistorische waarden en versterken van de historische identiteit. Dat gebeurt op grond van de Monumentenwet 1988 en de plaatselijke Monumentenverordeningen. Voor restauratiesubsidies wordt gebruik gemaakt van het besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM) en de locale subsidieverordeningen. De monumentencommissie in de gemeente adviseert gevraagd en ongevraagd het gemeentebestuur, vooral over wijzigingen aan Rijks- en gemeentelijke monumenten. Daarnaast adviseert de commissie over allerlei beleidszaken met betrekking tot de gemeentelijke monumentenzorg, zoals het selecteren en beoordelen van potentiële objecten voor de gemeentelijke monumentenlijst.
9 4 Landschap Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het buitengebied is neergelegd in het bestemmingsplan, het landschapsbeleidsplan van de voormalige gemeente Didam en in het beeldkwaliteitplan Buitengebied voor de voormalige gemeente Bergh. Vooral het beeldkwaliteitplan is een veel gebruikt toetsingskader voor de welstandscommissie. Daarbij gaat het om het toetsen van de gebouwen en de landschappelijke inpassing. worden voor de welstandstoetsing van bouwaanvragen. Een bestemmingsplan mag immers niet ingaan op de architectonische vormgeving. Een beeldkwaliteitplan voor de welstandstoetsing heeft uitsluitend betrekking op de architectonische vormgeving van bouwwerken in het gebied. De daarin opgenomen criteria dienen met de inwerkingtreding van de nieuwe Woningwet onderdeel te zijn van de welstandsnota of daaraan gekoppeld te worden. Aansluiting welstandsnota en ander ruimtelijk beleid Het is van belang dat alle schakels van het ruimtelijk beleid goed op elkaar aansluiten. Van elk instrument moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is en hoe het verweven is met ander beleid. Vooral de relatie tussen het bestemmingsplan en de welstandscriteria is van belang. Bij het beeldkwaliteitplan is het van belang of het is gekoppeld aan een bestemmingsplan of de welstandsnota. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Datgene wat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. De welstandsnota doet daar uitspraken over. De ruimte die het bestemmingsplan biedt kan door de welstandscriteria gebruikt worden ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Als een bouwplan voldoet aan het bestemmingsplan, maar het ontwerp te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het gebied, kan een negatief welstandsadvies gegeven worden. Voorwaarde is dan wel dat de welstandsnota daartoe de argumenten levert. Een beeldkwaliteitplan kan zowel een functie hebben voor de toetsing in het kader van het bestemmingsplan als van het welstandstoezicht. Een beeldkwaliteitplan dat is gekoppeld aan een bestemmingsplan richt zich op de stedebouwkundige vormgeving van een gebied en kan niet gebruikt 2.2 Werkwijze welstandscommissies De gemeente Montferland voert al lange tijd welstandstoezicht uit. Vanaf 1992 zijn hiervoor algemene welstandscriteria opgenomen in de (model- )bouwverordening. Het gaat dan om: De aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte, het landschap dan wel de stedebouwkundige context; Massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; Samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft de onderlinge relatie tussen de samenstellende delen ervan. Daarnaast is het mogelijk specifiek beleid te voeren op het vlak van welstandstoezicht. De gemeenteraad formuleert daartoe beleid voor de visuele kwaliteit van de gebouwde omgeving in de vorm van planologische maatregelen, beleidsnota s en deelnotities. Van deze mogelijkheid is vooral de laatste jaren gebruik gemaakt in de vorm van beeldkwaliteitplannen en welstandscriteria. Voorbeelden zijn criteria voor fase 3 van het woongebied De Heegh III in Didam en het Beeldkwaliteitplan Buitengebied voor vier voormalige gemeenten Gendringen, Bergh, Didam en Wehl. De gemeente laat zich bij de afgifte van bouwvergunningen adviseren door de Welstandscommissie. De Commissie bestaat uit een voorzitter, enkele externe deskundigen en een rayonarchitect van het Gelders Genootschap. De commissie vergadert één maal per twee weken, vanaf 1 januari 2003 in het openbaar.
10 5 De commissie heeft de advisering over plannen waarvan de mening van de commissie bekend mag worden verondersteld, gemandateerd aan de rayonarchitect. 2.3 Het gemeentebestuur en welstand De gemeenteraad De welstandsnota is een voorwaarde voor het uitvoeren van welstandstoezicht. De nota moet vastgesteld worden door de gemeenteraad. Na vaststelling kan welstandbeoordeling alleen worden gebaseerd op de criteria die in de welstandsnota worden genoemd. De criteria moeten zo concreet mogelijk zijn en zoveel mogelijk toegespitst zijn op het individuele bouwwerk. De welstandcriteria zijn niet langer algemeen verbindend, omdat ze niet meer zijn opgenomen in de bouwverordening. Ze vormen een stelsel van beleidsregels waarbinnen burgemeester en wethouders het welstandstoezicht moeten uitvoeren. Dat biedt de mogelijkheid van maatwerk van de welstandscriteria per gebied. De werking van de welstandsnota moet jaarlijks in de gemeenteraad worden geëvalueerd. Dat gebeurt aan de hand van het jaarverslag van de welstandscommissie en de rapportage van het college van Burgemeester en Wethouders over de wijze waarop uitvoering gegeven is aan het welstandstoezicht. De evaluatie kan tot gevolg hebben dat aanpassing van de welstandsnota noodzakelijk is. De gemeentelijke inspraakverordening is daarop van toepassing. Aanpassing van de nota kan ook tussentijds plaatsvinden. Dat is het geval bij de grotere projecten waarvoor de welstandscriteria voortaan in het kader van de stedebouwkundige planvoorbereiding worden opgesteld. De inspraak op het stedebouwkundige plan en op de wijziging van de welstandsnota worden dan aan elkaar gekoppeld. Het college van Burgemeester en Wethouders Het college van Burgemeester en Wethouders is verantwoordelijk voor de afgifte van bouwvergunningen. Het college laat zich daarbij adviseren door een onafhankelijke en deskundige welstandscommissie. Alvorens een bouwaanvraag in te dienen is het mogelijk vooroverleg te voeren met de welstandscommissie over de interpretatie van de welstandscriteria. Het schetsontwerp wordt dan als principeplan ingediend bij de gemeente. De commissie brengt een advies uit over het plan en geeft daarbij aan of de definitieve aanvraag in de commissie of bij mandaat beoordeeld wordt. Een reguliere bouwvergunningaanvraag wordt altijd ter advies voorgelegd aan de commissie, tenzij vaststaat dat de vergunning op andere gronden moet worden geweigerd. Als de vergunning op verzoek van de planindiener wordt gefaseerd, vindt welstandsbeoordeling in de eerste fase plaats. Na goedkeuring krijgt de indiener de gelegenheid het plan bouwtechnisch verder uit te werken. Als de tweede fase een ingrijpende wijziging van het plan inhoudt kan de planindiener worden verzocht om een gewijzigde aanvraag voor de eerste fase in te dienen, die dan opnieuw wordt getoetst. Een aanvraag voor een lichte bouwvergunning kan worden afgedaan door de afdeling die toeziet op bouwen en wonen. Als het bouwplan niet aan de criteria voor een lichte bouwvergunning voldoet wordt het in de welstandscommissie behandeld als een reguliere aanvraag. Het college volgt in de regel het advies van de welstandscommissie, maar kan er ook van afwijken in de volgende gevallen: Afwijken op inhoudelijke grond, als het college van oordeel is dat de commissie de welstandscriteria niet juist heeft geïnterpreteerd of dat niet de juiste criteria zijn toegepast. In een dergelijke situatie vraagt het college een second opinion aan een andere provinciale commissie; Afwijken om andere redenen, als het college van oordeel is dat redenen van maatschappelijke of economische aard een afwijking rechtvaardigen. Deze mogelijkheid is in artikel 44 lid 1d van de Woningwet opgenomen.
11 6 Tegen een beslissing van burgemeester en wethouders op de aanvraag voor een bouwvergunning kunnen belanghebbenden bezwaar indienen. Dit kan alleen indien een bouwvergunning is verleend waarvoor geen ontheffing is verleend van het bestemmingsplan. Is er bouwvergunning verleend met toepassing van een binnenplanse of een buitenplanse ontheffing dan kunnen belanghebbenden rechtstreeks in Beroep bij de Rechtbank. Belanghebbenden zijn in de regel de planindiener en de direct omwonenden. In de bezwaarschriftprocedure heroverweegt het college het besluit, na advies van de Commissie Bezwaarschriften. Tegen het heroverwogen besluit is beroep mogelijk bij de rechtbank. Bezwaar en beroep richten zich op de beslissing van burgemeester en wethouders, en niet op het advies van de welstandscommissie. Artikel 12c van de Woningwet verplicht het college tot het opstellen van een jaarlijkse rapportage over de uitvoering van het welstandstoezicht. Die rapportage gaat in ieder geval over: De wijze waarop het college is omgegaan met de welstandsadviezen; In welke categorieën van gevallen de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de welstandscommissie is voorgelegd en hoe in die gevallen toepassing gegeven is aan de welstandscriteria; In welke categorieën van gevallen tot aanschrijving op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand (excessen, art 19 Woningwet) is overgegaan en of die aanschrijving gevolgd is door bestuursdwang. 2.4 De commissie nieuwe stijl De commissie heeft twee wettelijke taken: het uitbrengen van adviezen en het opstellen van een jaarlijks verslag van de werkzaamheden voor de gemeenteraad. Daarnaast heeft de commissie een aantal niet-wettelijke taken. Ook de samenstelling, het vooroverleg, het mandaat komen aan de orde. Het uitbrengen van adviezen Het advies van de welstandscommissie geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Beoordeling vindt plaats aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Advisering kan alleen plaatsvinden als tenminste drie leden, waaronder de rayonarchitect, aanwezig zijn. Het advies van de welstandscommissie wordt altijd schriftelijk vastgelegd. In minimale vorm kan dat door middel van een ondertekend akkoordstempel, maar ook in de vorm van goedgekeurde vergaderingsnotulen of een brief aan burgemeester en wethouders. Een negatief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd. Het welstandsadvies bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de planbeoordeling. Het advies kan de volgende uitkomsten hebben: Akkoord. De commissie adviseert de vergunning te verlenen. Het advies kan schriftelijk worden gemotiveerd. In bijzondere situaties waarbij op grond van de hardheidsclausule wordt geadviseerd om een plan, in afwijking van de gebieds- en specifieke criteria, goed te keuren middels toetsing aan de algemene criteria, moet het advies in ieder geval schriftelijk onderbouwd zijn. De commissie is dan van oordeel dat het
12 7 plan wél voldoet aan redelijke eisen van welstand en beoordeelt dat aan de hand van de algemene welstandscriteria; Akkoord onder voorwaarden. Dit is alleen mogelijk bij vooroverlegplannen. De commissie adviseert het plan te laten aanpassen omdat het plan volgens de welstandscriteria op een aantal punten nog niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Deze punten worden duidelijk genotuleerd en in het advies opgenomen. De voorwaardelijkheid vervalt als het plan conform het advies van de commissie is aangepast; Niet akkoord. De commissie adviseert de bouwaanvraag te weigeren omdat het plan volgens de welstandscriteria niet voldoet aan redelijke eisen van welstand en de commissie van oordeel is dat het bouwplan ingrijpend moet worden aangepast. Een negatief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd door de welstandscommissie. Als de ontwerper of de planindiener een mondelinge toelichting wensen op het welstandsadvies, wordt deze in eerste instantie gegeven door de ambtelijke medewerker die als toelichter bij de commissievergadering aanwezig is geweest. Als betrokkenen vervolgens een nadere toelichting wensen kan een afspraak gemaakt worden met een daartoe gemandateerd lid van de welstandscommissie. Opstellen van het jaarverslag De welstandscommissie stelt één maal per jaar een verslag op van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag geeft de commissie aan hoe zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria. Ten behoeve van het jaarverslag vindt een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de welstandscommissie. Niet-wettelijke taken Naast de reguliere taken voert de welstandscommissie ook de volgende taken uit: Beoordeling van aanvragen voor reclames inzake de gemeentelijke APV; Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen; Desgevraagd advies uitbrengen aan het college van B. en W. over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde ruimtelijke plannen; Desgevraagd adviseren over stedebouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeenten; Desgevraagd adviseren in het geval van excessen; Voorlichting geven over ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraden, de colleges en de inwoners. Samenstelling De gemeente heeft het Gelders Genootschap aangewezen om naast welstandsaspecten van bouwplannen ook te adviseren over wijzigingsplannen voor monumenten. Dit vindt plaats door een integrale welstands- en monumentencommissie. Deze commissie bestaat uit een bestuurlijk voorzitter, de rayonarchitect, tenminste één monumentendeskundige van het Gelders Genootschap en tenminste twee externe deskundigen. De rayonarchitect is tevens secretaris van de commissie. In de welstandscommissie hebben geen burgers zitting. De integrale welstandscommissie kan zich laten bijstaan door extra deskundigen uit disciplines als cultuur- en bouwhistorie en landschapsarchitectuur. De extra deskundigen nemen deel aan de vergadering, maar hebben geen stemrecht. De commissie brengt bij wijzigingsplannen voor monumenten een advies uit waarin zowel de aspecten op grond van de Woningwet 2002 (welstandsbeleid) als de monumentenaspecten worden betrokken. In het geïn-
13 8 tegreerde advies komt helder tot uitdrukking welke aspecten betrekking hebben op de welstandsnota en welke aspecten betrekking hebben op de monumentenvergunning. De commissie formuleert één gezamenlijke conclusie.
14 9 Vooroverleg De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid om een nog niet ingediend bouwplan in een vooroverleg met de welstandscommissie toe te lichten en te bespreken. Van dat overleg wordt een verslag gemaakt. Dat verslag wordt openbaar als het bouwplan formeel wordt ingediend. Gemandateerde behandeling De rayonarchitect behandelt in de regel om elke week op locatie de bouwplannen. Hij heeft het mandaat van de commissie om zelfstandig plannen af te handelen. Het mandaat heeft betrekking op plannen van een relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waarvan de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel legt de rayonarchitect het bouwplan voor aan de welstandscommissie. De rayonarchitect heeft voor vergunningplichtige plannen alleen het mandaat om positieve adviezen uit te brengen. Opdrachtgevers en ontwerpers worden in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen en het plan toe te lichten. De commissie is eindverantwoordelijk voor het welstandsadvies. Regelmatig, maar tenminste één keer per jaar vindt overleg plaats tussen de rayonarchitect en de welstandscommissie over het mandaat. 2.5 Openbaarheid De welstandscommissie vergadert in de regel één keer in de twee weken op een vaste locatie in het rayon. Bij de behandeling van belangrijke bouwplannen kan, op verzoek van de gemeente, worden besloten in de eigen gemeente te vergaderen. De vergadering is openbaar. Tijdstip en plaats van de vergadering wordt gepubliceerd. De agenda voor de commissievergadering wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd en gepubliceerd op de gemeentelijke websites. In gevallen als bedoeld in art 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur (bijvoorbeeld ter eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of ter voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokken personen of derden) is de vergadering, of een deel daarvan, niet openbaar. Tijdens de vergadering wordt alleen opdrachtgevers en hun ontwerpers gelegenheid geboden tot spreekrecht. Ook de behandeling van de bouwplannen onder mandaat is openbaar. De agenda voor de behandeling wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website. Ook hier hebben alleen opdrachtgevers en hun ontwerpers gelegenheid tot spreekrecht. 2.6 Handhaving De gemeente geeft met de welstandsnota regels voor het welstandstoezicht en zullen de naleving ervan handhaven. De gemeente zal prioriteit geven aan het handhavingsbeleid. Op 28 april 2005 heeft de raad van de gemeente Monterland een "Beleidsnota integrale handhaving gemeente Montferland" vastgesteld. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen vergunning is aangevraagd of als het bouwwerk na realisering afwijkt van de vergunningstekening, krijgt de eigenaar alsnog gelegenheid een vergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk, mits het kan worden gelegaliseerd. Als de vergunning moet worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies, dan zal de eigenaar de situatie moeten veranderen. Het college kan dan de eigenaar aanschrijven om binnen een bepaalde termijn de strijdigheid op te heffen. Ook vergunningsvrije plannen moeten aan welstandseisen voldoen. Volgens artikel 19 van de Woningwet kan het college de eigenaar van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Het gaat dan om excessen, dat wil zeggen buitensporigheden die ook voor niet-deskundigen evident zijn, zoals armoedig materiaalgebruik, toepassing van felle kleuren, opdringerige reclames en dergelijke. De criteria hiervoor zijn in de welstandsnota opgenomen.
15 10
16 11 De route van het bouwplan Vergunningplichtig? nee Vergunningvrij Bouwen! ja Bouwplan weigeren Niet bouwen Past het binnen het bestemmingsplan? nee Bestemmingsplan wijzigen Bouwplan aanpassen ja Regulier bouwplan? nee Indien licht bouwplan: Past het plan binnen de criteria kleine plannen? nee Bouwen! ja Past het plan binnen: Algemene criteria Gebiedscriteria nee Bouwplan weigeren Bouwplan aanpassen Niet bouwen Specifieke criteria ja Bouwen!
17 12 3 CRITERIA VOOR KLEINE PLANNEN 3.1 Bouwen met en zonder vergunning Voor lang niet alle bouwwerken is een vergunning nodig. Het besluit Bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken geeft een opsomming van het bouwen van beperkte betekenis, waarvoor zonder vergunning gebouwd kan worden. Dergelijke vergunningvrije bouwwerken behoeven ook geen toetsing aan het bestemmingsplan en aan de redelijke eisen van welstand. Als bouwplannen verder gaan dan de criteria voor vergunningvrije bouwwerken toelaten, is een lichte of een reguliere vergunning vereist. In die gevallen is wel toetsing aan het bestemmingsplan en aan andere regelgeving nodig. Vergunningvrij Geen toets Licht-vergunningplichtig Toets BWT Kleine bouwplannen Vergunningplichtig Toets commissie Gebiedscriteria Algemene criteria: bij excessen bij afwijkingen De criteria voor kleine plannen hebben betrekking op veel voorkomende kleine bouwplannen (licht-vergunningplichtige plannen) voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dit in tegenstelling tot de gebiedscriteria, die uitsluitend van toepassing zijn op de gebieden waarvoor ze opgesteld zijn. De gebiedscriteria komen aan de orde in hoofdstuk 4. De gemeenteraad van de gemeente Montferland heeft op 20 december 2007 besloten om bouwwerken bij-, op- en/of aan- bestaande woningen op een zij- en/of achtererf, niet zijnde woongebouwen of monumenten, en gesitueerd ten minste 3 meter achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn, niet te toetsen aan de redelijke eisen van welstand. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de historische kern van s-heerenberg en de cultuurhistorische waarden van de kernen. Dit gebied is dus niet welstandsvrij. Ongeacht vorenstaande dienen dakkapellen in het naar de weg gekeerd dakvlak te voldoen aan redelijke eisen van welstand. De voorgevelrooilijn is een de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, beide gevels. Dus het bouwwerk dat geplaatst wordt buiten het welstandsvrije vlak dient te voldoen aan de redelijke eisen van welstand ongeacht of er sprake is van een achtererf/zijerf (achterkant/zijkant) bij een woning. openbare weg voorgevelrooilijn woonbebouwing
18 13 De criteria voor kleine, licht-vergunningplichtige plannen zijn van toepassing op aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen 1, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen, dakramen, zonnepanelen en collectoren, spriet, -staaf- en schotelantennes, erfafscheidingen en rolhekken, luiken en rolluiken. In de volgende paragrafen worden deze kleine vormen van bouwplannen nader toegelicht. De criteria zijn gebaseerd op het rapport Sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen van Bureau Schout in opdracht van Stad en Land en het Gelders Genootschap, Als er voor een bepaald type licht-vergunningplichtig bouwplan geen criteria in de welstandsnota zijn opgenomen, zal het bouwplan door de welstandscommissie getoetst worden aan redelijke eisen van welstand. In die situatie zal de welstandscommissie het kleine bouwplan beoordelen op basis van de gebieds- en/ of de algemene welstandscriteria. Een klein bouwplan is in ieder geval niet strijdig met redelijke eisen van welstand als: Het bouwwerk voldoet aan de criteria voor kleine plannen, of; Het bouwwerk bij vervanging qua plaatsing en vormgeving identiek is aan het oorspronkelijke bouwwerk, mits de vervanging geen gevolg is van repressief welstandstoezicht, of; Het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving identiek is aan een in het betreffende bouwblok of straat eerder (afgelopen 3 jaar) als zodanig door de welstandscommissie goedgekeurd exemplaar (bij gelijkvormige kapvorm/ woningtype), of; Het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving voldoet aan een door een architect vooraf ontworpen en door de gemeente geaccepteerde optionele toevoeging of wijziging voor een woonwijk. Het kan voorkomen dat het voorgenomen kleine bouwwerk in strijd is met de criteria die in de welstandsnota zijn opgenomen, maar wel een waardevolle en/ of kwalitatieve toevoeging vormt voor het hoofdgebouw of de omgeving. 1 Voor zover deze niet onder de vergunningvrije criteria vallen Daarnaast kan het voorkomen dat juist het hoofdgebouw, horende bij het kleine bouwwerk, of de omgeving zich niet leent voor het voorgestelde kleine bouwwerk. Om dit soort situaties te voorkomen is een vangnet gebruikt door het toevoegen van de regel: Deze welstandscriteria gelden tenzij er sprake is van een bijzondere situatie en er gerede twijfel mag bestaan aan de toepasbaarheid van de genoemde criteria. Bij het gebruik van dit vangnet dient deugdelijk gemotiveerd te worden waarom er een uitzondering wordt gemaakt op de opgestelde criteria. Deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 4:84 van de Algemene Wet Bestuursrecht. 3.2 Aan- en uitbouwen Omschrijving en uitgangspunten Een aan- of uitbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Het bestemmingsplan treedt bij de vergunningplichtige aan- en uitbouwen in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Aan- en uitbouwen worden in grote aantallen gerealiseerd. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een aan- of uitbouw aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er bij de mogelijke toepassing van aan- en uitbouwen aan de voorkant een bufferzone aanwezig te zijn tussen gevel en straat. De gemeente streeft in gebieden naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren die passen bij het karakter van de straat en de gebouwen. Belangrijk is dat zowel de contour als het silhouet van het oorspronkelijke gebouw of bouwblok zichtbaar blijft en dat de aan- of uitbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw. Ten behoeve van de aanbouw dient de overgang naar/ scheiding tussen de naastliggende hoofdbebouwing met aanbouw gelijkvormig en duidelijk aangegeven te worden (bijvoorbeeld door een gemetselde muurdam).
19 14 Bij hoekaanbouwen dienen de gevels van de achter- en zijaanbouw gelijk te lopen, waardoor een aaneensluitende hoekoplossing ontstaat. Aan- of uitbouwen aan de voorgevel, zoals erkers, en aan- en uitbouwen die contrasteren met het hoofdgebouw zullen altijd aan de welstandscommissie worden voorgelegd. Welstandscriteria voor aan- en uitbouwen aan de voor- en zijkant Een aan- of uitbouw aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een aan- of uitbouw niet aan de criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of is er gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal ook altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. Een aan- of uitbouw aan de voorgevel is altijd van grote invloed op het straatbeeld. Deze aan- of uitbouwen zullen dan ook altijd aan de welstandscommissie worden voorgelegd. algemeen: de aan- of uitbouw voldoet aan de (gebieds)criteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden de aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aanof uitbouw) plaatsing en aantal: geen aan- of uitbouw aan de voorgevel (voor advies naar de welstandscommissie) afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 3.00 m. de aan- of uitbouw aan de voorgevel mag de zijgevellijn niet overschrijden, geen hoekaanbouw de achtergevel van de aan- of uitbouw aan de zijgevel dient niet gelijk te lopen met de achtergevellijn van hoofdgebouw, maar juist te verspringen afstand van de aan- of uitbouw aan zijgevel tot zijerfgrens minimaal 2.00 m. er is geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig maatvoering: hoogte niet hoger dan eerste bouwlaag / vloer 1 ste verdieping van hoofdgebouw breedte maximaal 75% van de breedte van de oorspronkelijke zijgevel diepte maximaal 3.00 m. gemeten vanaf oorspronkelijke zijgevel oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk zijerf is bebouwd vormgeving: vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond plat afgedekt gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw
20 15 indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw aan- of uitbouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/ glasvlak bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam) of m.b.v. scheidende penant Welstandscriteria voor aan- en uitbouwen aan de achterkant Een aan- of uitbouw aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een aan- of uitbouw niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. plaatsing en aantal: afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 3.00 m. aan- of uitbouw aan de achtergevel mag de zijgevellijn niet overschrijden, tenzij er sprake is van een hoekaanbouw (geen hoekaanbouw als zijerf grens aan weg of openbaar groen) bij een hoekaanbouw dient de achter- en zijaanbouw op elkaar aan te sluiten er is geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig maatvoering: hoogte in ieder geval niet hoger dan eerste bouwlaag / vloer 1 ste verdieping van hoofdgebouw breedte maximaal 100% van de breedte oorspronkelijke achter- of zijgevel van hoofdgebouw diepte maximaal 3.00 m. gemeten vanaf oorspronkelijke gevel oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk voor- of zijerf is bebouwd algemeen: de aan- of uitbouw voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden de aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan bestaande aan- of uitbouw)
21 16 vormgeving: vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting geen doorgetrokken dakvlak van hoofdgebouw over aan- of uitbouw gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw aan- of uitbouw aan de zijgevel bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/ glasvlak bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam) of m.b.v. scheidende penant. 3.3 Bijgebouwen en overkappingen Omschrijving en uitgangspunten Een bijgebouw of overkapping is een grondgebonden gebouw van één bouwlaag. Een bijgebouw staat los op het erf van het hoofdgebouw en is meestal bedoeld als schuur, tuinhuis, of garage. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport of luifel boven een deur of raampartij. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een bijgebouw of overkapping aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). De gemeente streeft in principe naar een bescheiden uiterlijk van de bijgebouwen en overkappingen: materialen en kleuren van gevels en dakvlakken afgestemd op die van het hoofdgebouw, eenvoudige kapvorm en geen onnodig grote dakoverstekken of versieringen. Bijgebouwen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het oorspronkelijke hoofdgebouw en afgestemd worden op het karakter van het hoofdgebouw of de erfinrichting. Een belangrijk kenmerk van een overkapping is de transparantie. Overkappingen mogen niet met wanden worden dichtgezet. Bijgebouwen of overkappingen die contrasteren met het hoofdgebouw zullen altijd aan de welstandscommissie worden voorgelegd. Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de voorkant Een bijgebouw of overkapping aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. Een bijgebouw of overkapping op het voorerf is altijd van grote invloed op het straatbeeld. Deze bijgebouwen of overkappingen zullen dan ook altijd aan de welstandscommissie worden voorgelegd. algemeen: bijgebouw of overkapping voldoet aan gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) plaatsing en aantal: geen bijgebouw of overkapping op het voorerf (voor advies naar de welstandscommissie) afstand tot voorgevellijn minimaal 3.00 m.
22 17 afstand tot erfgrens minimaal 0.50 m. (achter erfafscheiding) tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk) afstand tot gevels minimaal 2.00 m. voor bijgebouwen niet meer dan twee bijgebouwen en/of overkappingen op het gehele erf geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout). Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen. bij integratie met erfafscheiding materiaal en kleurgebruik gelijk aan erfafscheiding bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/ glasvlak Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de achterkant Een bijgebouw of overkapping aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommis- maatvoering: hoogte maximaal 2.70 m. gemeten vanaf het aansluitend terrein oppervlakte maximaal 10 m 2 tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd vormgeving: vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open. plat afgedekt gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw
23 18 sie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. algemeen: bijgebouw of overkapping voldoet aan gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) plaatsing en aantal: afstand van tot voorgevellijn minimaal 3.00 m. afstand tot erfgrens minimaal 0.50 m. (achter erfafscheiding) tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk) afstand tot gevels minimaal 2.00 m. voor bijgebouwen niet meer dan twee bijgebouwen en overkappingen op het gehele erf maatvoering: hoogte maximaal 3.25 m. gemeten vanaf het aansluitend terrein bij toepassing van kap goothoogte maximaal 2.70 m. en nokhoogte maximaal 5.00 m. gemeten vanaf het aansluitend terrein oppervlakte maximaal 30 m 2 tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd vormgeving: vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open. plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout). Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/ glasvlak 3.4 Dakkapellen Omschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom naar een dakkapel aan de achterkant (op het achter- of zijdakvlak als het zijerf of zijgevel niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het plaatsen van een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de karakteristiek van de kapvorm. Daarom mag een dakkapel nooit domineren in het silhouet van het dak en moet de noklijn van het dak, afhankelijk van straatprofiel, vanaf de weg zichtbaar blijven. Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur/ bouwstijl) kan rust en samenhang brengen.
24 19 Welstandscriteria voor dakkapellen die niet zijn gesitueerd binnen het welstandsvrijevlak Een dakkapel aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een dakkapel niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. plaatsing en aantal: bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt bij individuele hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel minimaal 1.00m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ dakvoet van de dakkapel) niet meer dan één dakkapel per woning op het betreffende dakvlak maatvoering: hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.30m gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim breedte in totaal maximaal 30% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2.00m. gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ dakvoet van de dakkapel) algemeen: een dakkapel voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden de dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok de dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw vormgeving: plat afgedekt of, bij een dakhelling groter dan 45 en een traditioneel vormgegeven bouwmassa, desgewenst een aangekapte dakkapel met een minimale dakhelling van 25 en een dak dat kleiner is dan de afstand tussen de nok en het dak van de dakkapel gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw
25 20 beperkte toepassing van dichte panelen in het voorvlak, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak Welstandscriteria voor dakkapellen aan de achterkant Een dakkapel aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een dakkapel niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. algemeen: de dakkapel voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden de dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok de dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw plaatsing en aantal: bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt bij individuele woning/ pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel minimaal 0.50m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ dakvoet van de dakkapel) bij meerdere dakkapellen/ dakramen een tussenruimte van minimaal 1.00 m. niet meer dan twee dakkapellen per woning op het betreffende dakvlak maatvoering: hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.65m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3.00m. gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ dakvoet van de dakkapel)
26 21 vormgeving: plat afgedekt of, bij een dakhelling groter dan 45 en een traditioneel vormgegeven bouwmassa, desgewenst een aangekapte dakkapel met een minimale dakhelling van 25 en een dak dat kleiner is dan de afstand tussen de nok en het dak van de dakkapel gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten materiaal en kleur: materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw materiaal- en kleurgebruik van kap bij aangekapte dakkapel gelijk aan kap hoofdgebouw voorvlak grotendeels gevuld met glas, beperkte toepassing van dichte panelen zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak. Soms geeft een zadeldak door de flauwe helling weinig tot geen gelegenheid om een dakkapel toe te passen. Door de flauwe helling wordt de bovenzijde van de dakkapel namelijk (nagenoeg) gelijk met de nok. Hierdoor worden het dakvlak en het silhouet te sterk aangetast, daarom is het plaatsen van een dakkapel op een zadeldak met een helling kleiner dan 30 welstandshalve ongewenst. Een reguliere dakkapel is hier dus niet goed mogelijk. Als de vrije hoogte onder de nok tenminste 2.00 meter bedraagt kan soms een oplossing worden gevonden door de nok te verplaatsen en te verhogen. Dan spreken we van een dakopbouw. Plaatsing valt dan onder een reguliere vergunningsprocedure en zal door de welstandscommissie worden getoetst op redelijke eisen van welstand. Zadeldak met hellingshoek > 30 De algemene sneltoetscriteria voor dakkapellen zijn hier van toepassing. Hiervoor gelden derhalve geen aanvullende sneltoetscriteria. Zadeldak met wolfseind De beperkte maat van het wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdakvlakken zijn hiervoor meer geschikt, en dienen behandeld te worden als het zadeldak. Hierbij dienen de wolfseinden gerespecteerd te worden. Dakopbouwen zijn daarom niet gewenst. Aanvullende criteria voor dakkapellen per kapvorm Bij een aantal afwijkende kapvormen zijn naast bovenstaande criteria voor de voor- en achterkant een aantal aanvullende welstandscriteria van toepassing. In geval van combinaties van verschillende dakvormen zal door de welstandscommissie per situatie een afweging gemaakt worden van de toelaatbare uitbreidingen. Zadeldak met hellingshoek <30
27 22 Zadeldak met vliering De basismaat van de vliering is te gering om een dakkapel of -opbouw te realiseren. Plaatsing hoog in het dakvlak geeft een onevenwichtig beeld. Bij deze dakvorm dus geen dakkapellen op dakvlak. Een daktoevoeging aan de achterkant is toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een schuin afgedekte dakkapel en een dakkapel met plat dak. In beide gevallen dient de bovenaansluiting met het dakvlak op de knik van het dakvlak plaats te vinden. Schild-, tent- of piramidedak Het karakter van deze kapvormen, met naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afmeting van de dakkapel. Bij situering van de dakkapel dient respect te zijn voor de hoekkepers en dient minimaal een meter dakvlak vrij te blijven, gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel. Lessenaardak Voor dakkapellen op lessenaardaken gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken. Afhankelijk van de hoek van het dak en de nok- en goothoogte gelden verschillende regels. Wanneer de hoek kleiner is dan 30 is een dakkapel welstandshalve niet wenselijk. Bij een hoek kleiner dan 45 is een dakkapel aanvaardbaar wanneer de hoogte onder de nok meer dan 2.70m meet. Asymmetrisch dak Een dakkapel hoog in het dakvlak geeft bij een asymmetrisch dakvlak een onevenwichtig beeld en is welstandshalve niet gewenst. Het advies hier is omzetten naar het andere dakvlak. In het algemeen worden dakkapellen onder in het dakvlak toegepast. Door de grootte van het dakvlak ontstaat hiermede een goed en evenwichtig beeld. Door de hoogte van het dakvlak is hier een dakkapel met een inwendige hoogte tot de verdiepingsvloer voorstelbaar. 3.5 Dakramen Mansardedak Omschrijving en uitgangspunten Een dakraam is een raam dat is aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden is gebleven en de dakbedekking rondom nog steeds aanwezig is. Dakramen zijn niet erg dominant in het
28 23 straatbeeld, maar kunnen door verschil in grootte en plaatsing binnen één dakvlak toch storend zijn. Dakramen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het plaatsen van een dakraam mag dus niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Bij meerdere dakramen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Daarbij moet de ruimte tussen het dakraam en de goot of de nok voldoende zijn. Ook de onderlinge afstand tussen verschillende dakramen moet voldoende zijn om het dakvlak als eenheid te respecteren. Welstandscriteria voor dakramen Een dakraam is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een dakraam niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. maximaal twee dakramen op voordakvlak en vier dakramen op achteren zijdakvlak tot in totaal maximaal 50% van het oppervlak van het betreffende dakvlak is bebouwd. maatvoering: oppervlakte maximaal 2.00 m 2 per dakraam bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden vormgeving: eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden kozijn en profielen materiaal en kleur: eenvoudig en bescheiden kleurgebruik, geen opvallend en/ of contrasterend kleurgebruik algemeen: het dakraam voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar het dakraam geplaatst gaat worden plaatsing en aantal: bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus in beginsel niet boven elkaar gerangschikt bij individuele woning/ pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel minimaal 0.50 m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van het dakraam, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van het dakraam (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ voet van de dakkapel) bij meerdere dakramen een tussenruimte van minimaal 0.50 m.
29 Kozijn- en gevelwijzigingen Omschrijving en uitgangspunten Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. Omdat de opbouw en indeling van de gevel een belangrijk onderdeel is van de architectonische vormgeving van het gebouw en/of de straatwand moeten ook de kozijn- of gevelwijzigingen zorgvuldig worden ingepast. In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoort door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar groen vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw en de karakteristiek van de omgeving. Een naoorlogse woning vraagt bijvoorbeeld om andere vormgeving dan een historisch pand uit de 19 de eeuw. Het uitgangspunt van de criteria is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval niet strijdig is met redelijke eisen van welstand. Belangrijke te handhaven kenmerken daarbij zijn de maatvoering van de negge en profilering van het kozijn en het raamhout. De materialisering en (mate aan) detaillering is voornamelijk afhankelijk van het gebiedsgerichte beoordelingskader. Wijzigingen in de gevel die contrasteren met het hoofdgebouw of de directe omgeving zullen altijd aan de welstandscommissie voorgelegd. Welstandscriteria voor kozijn- of gevelwijzigingen Een kozijn- of gevelwijziging is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een kozijn- of gevelwijziging niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. Wijzigingen aan de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of openbaar groen zijn de veranderingen altijd van grote invloed op het straatbeeld. Dergelijke kozijn- of gevelwijziging zullen dan ook altijd aan de welstandscommissie worden voorgelegd. algemeen: de kozijn- of gevelwijziging voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar de verandering of wijziging betrekking op heeft plaatsing en aantal: niet aan voorgevel of zijgevel als zijerf/ zijgevel gekeerd is naar de weg of openbaar groen maatvoering: oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen behouden diepte van negge gelijk aan bestaande situatie de oorspronkelijke profielafmetingen van het kozijn en/ of het raamhout behouden
30 25 vormgeving: gevelwijziging blijft in overeenstemming met de architectuur/ tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel een individuele wijziging leidt niet tot een wijziging van de oorspronkelijke geleding en indeling van de gehele gevel, m.a.w. verticale of horizontale indeling van gevel handhaven samenhang en ritmiek van de straatwand worden niet verstoord de gevel van begane grond en verdieping(en) blijft samenhangend de hoofdindeling komt overeen met de oorspronkelijke indeling indeling raamhout behouden eventuele roedeverdeling alleen met authentieke roedes en niet door op de ruit bevestigde imitatieroedes toegevoegde of vervangende draaiende of schuivende delen is mogelijk gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of schilderwerk bestaande lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en/of rollagen in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met op de vormentaal van andere in de gevel voorkomende lateien, onderdorpels en/ of raamlijsten materiaal en kleur: materiaal- en kleurgebruik overeenkomstig de reeds aanwezige materialen en kleuren van het hoofdgebouw stalen kozijn en raamhout vervangen door aluminium, alleen aluminium kan de dimensionering en profilering van staal benaderen zeer terughoudend met de toepassing van kunststof bij vervanging van houten kozijnen, en zo ja, verdiept of oorspronkelijk profiel van houten kozijn toepassen geen opvallend en/ of contrasterend kleurgebruik
31 Zonnepanelen en collectoren Omschrijving en uitgangspunten Een zonnepaneel dient voor energieopwekking en een zonnecollector voor warmteopwekking. Deze voorzieningen worden in toenemende mate ontwikkeld en toegepast. Inmiddels is er zodanig ervaring mee opgedaan dat een zorgvuldige vormgeving en plaatsing mogelijk zijn. Zonnecollectoren of panelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied hebben weinig ontsierende invloed. De situering van zonnepanelen of -collectoren wordt echter bepaald door de optimale stand ten opzichte van de zon. Voorkeur van de gemeente voor situering aan de achterzijde kan daarom niet van doorslaggevende aard zijn bij de beoordeling van dergelijke bouwaanvragen. Alleen in beschermde stads- en dorpsgezichten, op monumenten of beeldbepalende panden lijkt een alternatieve situering aan minder belangrijke zijden of op tuinbergingen een voor de hand liggend alternatief. Zonnecollectoren of -panelen kunnen in het ontwerp van een gebouw worden geïntegreerd. Als losse toevoeging kunnen ze echter heel storend werken. Bij meerdere collectoren/ panelen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Welstandscriteria voor zonnepanelen of collectoren Een zonnepaneel of collector dat niet in het welstandsvrije vlak is gesitueerd is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een zonnepaneel of collector niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van deze criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstands-commissie om advies worden gevraagd. algemeen: paneel/ collector voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden op het dakvlak zijn geen dakramen of kapellen gesitueerd plaatsing en aantal: bij meerdere panelen/ collectoren regelmatige rangschikking op horizontale of verticale lijn in een bepaalde ordening op schuine daken: geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak op platte daken: geheel is gelegen binnen een hoek van 15 graden vanaf de dakrand vormgeving: paneel/ collector integraal opgenomen in het ontwerp van het bouwwerk paneel/ collector vormt een geheel met de installatie voor het opslaan van water of voor de opwekking van elektriciteit, zo niet dan is de installatie in het bouwwerk geplaatst materiaal en kleur: de kleur overeenkomstig met het achterliggende dakvlak of anders zwart, antraciet of donker grijs
32 Spriet, -staaf- en schotelantennes Omschrijving en uitgangspunten Het gaat hier om antennes die van wezenlijk belang zijn voor het kunnen zenden en/ of ontvangen van radio-, televisie- en andere communicatiesignalen. Onder spriet- of staafantennemast worden niet begrepen calamiteitensirenes en antenne-installaties ten behoeve van mobiele telefonie. Antennes kenmerken zich door een zeer eigen technische vormgeving die vooral aan de voorzijde storend kan zijn voor het straatbeeld. De gemeente streeft dan ook naar plaatsing van antennes achter het hoofdgebouw, in ieder geval onzichtbaar vanaf de weg of openbaar groen. Antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op/ aan een bouwwerk worden aangebracht. Een antenne dient een ondergeschikt element te blijven ten opzichte van de omringende bebouwing. Als losse toevoeging kunnen ze storend werken op het uiterlijk van een gebouw. Met name de hoogte, de bouwkundige uitwerking en detaillering van antennes mogen geen zwaar stempel op de omgeving drukken. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Het heeft de voorkeur een antenne achter het hoofdgebouw en in ieder geval achter de voorgevellijn te plaatsen. Daarnaast is de maatvoering en een zorgvuldige kleurkeuze van belang. De antenne dient altijd ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw of het erf waarop deze geplaatst wordt en in ieder geval niet de boventoon te voeren. bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. algemeen: de antenne voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar de antenne geplaatst gaat worden plaatsing en aantal: antennes bij voorkeur aan een achtergevel bevestigt, in ieder geval achter de voorgevellijn geplaatst niet aangebracht aan monumenten of beeldbepalende panden bij gestapelde woningbouw op het platte dak bij gestapelde woningbouw op of aan het balkon geplaatst binnen het verticale en horizontale vlak van het balkon en niet aan de gevel of kozijn maximaal één spriet-, staaf- of schotelantenne aan, op of bij een woning/ pand Welstandscriteria voor spriet-, staaf- en schotelantennes Een spriet-, staaf- of schotelantenne dat niet in het welstandsvrije vlak is gesitueerd is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een spriet-, staaf- of schotelantenne niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de
33 28 maatvoering: hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing op erf maximaal 5.00 m. hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen bijzondere beeldbepalende gebieden zoals een dorpskern of centrumgebied maximaal 3.00 m. vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak hoogte spriet- of staafantenne bij plaatsing aan gevel binnen overige gebieden zoals een bedrijventerrein, sportcomplex of woonwijk maximaal 5.00 m. vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak hoogte schotelantenne maximaal 3.00 m. gemeten vanaf de voet van de antenne(drager) doorsnede schotel maximaal 2.00 m.
34 29 vormgeving: antenne en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden etc) als één geheel vormgegeven indien zichtbaar vanaf de weg of het openbaar groen zo onzichtbaar mogelijk (een minimum aan dwarssprieten kan hiertoe bijdragen) beperken van aantal tuidraden. Bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit wordt behaalt uit de bevestiging aan de gevel) geperforeerde schotel materiaal en kleur: materiaal en kleur onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving, geen felle, contrasterende kleuren maar antraciet of donker grijs 3.9 Erfafscheidingen Omschrijving en uitgangspunten Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Een erfafscheiding tussen buren moet in de eerste plaats door beide kanten worden gewaardeerd. Indien aan deze voorwaarde wordt voldaan zal de gemeente zich terughoudend opstellen. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Vooral in nieuwbouwwijken is dit een belangrijk punt, omdat het groen hier de eerste jaren nog niet volgroeid is. Welstandscriteria voor erfafscheidingen Het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding dat niet in het welstandsvrije vlak is gesitueerd is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een erf- of perceelafscheiding niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. algemeen: de erf- of perceelafscheiding voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar de erf- perceelafscheiding geplaatst gaat worden maatvoering: hoogte maximaal 1.00m. als erfafscheiding wordt geplaatst voor de voorgevellijn hoogte maximaal 2.00m. als erfafscheiding wordt geplaatst achter de voorgevellijn Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving. Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere erfafscheidingen dan de woongebieden. Erfafscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting wekt bij velen het gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een open en vriendelijke uitstraling.
35 30 vormgeving: vormgeving afgestemd op erfafscheiding van belendend perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken, volledig te begroeien gazen hekwerken, of ander natuurlijk materiaal geleding houten erfafscheiding afgestemd op erfafscheiding van belendend perceel of reeds bestaande erfafscheiding in de omgeving rechte vormgeving, geen toogvormen materiaal en kleur: kleur en materiaal aansluitend op erfafscheiding van naburig perceel, tenzij deze niet voldoet aan de hier genoemde criteria voor erf- en perceelafscheidingen geplaatst achter de doorgetrokken voorgevellijn op de zij- of achtererfgrens als deze niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen, houtwerk om en om aangebracht metselwerk conform het hoofdgebouw, waarboven mogelijk metalen stijlen in donkere kleur of schotten van houten planken tussen gemetselde penanten geen toepassing van beton, kunststof, staal, golfplaat, damwandprofielen, rietmatten of vlechtschermen geen felle contrasterende kleuren 3.10 Rolhekken, luiken en rolluiken Omschrijving en uitgangspunten Rolhekken, luiken en rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig aanzien geven. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen. Voor woningen is het toepassen van rolhekken, luiken en rolluiken vergunningvrij gesteld. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze antiinbraak en vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden. Welstandscriteria voor rolhekken of (rol)luiken Een rolhek, luik of rolluik is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Voldoet een rolhek, luik of rolluik niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd. algemeen: rolhek, luik of rolluik voldoet aan de gebiedscriteria van het gebied waar deze geplaatst gaat worden
36 31 plaatsing: minimaal 2.00 meter teruggelegen van de uitwendige scheidingsconstructie (pui) aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits: voor minimaal 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met interieur/ gevel aan de buitengevel, mits: plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is voor minimaal 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met gevel.
37 32
38 33 4 GEBIEDSCRITERIA In dit hoofdstuk worden de criteria gepresenteerd die van toepassing zijn op de regulier vergunningplichtige bouwwerken. Tevens worden deze gebruikt indien een licht-vergunningplichtig bouwwerk, zoals in hoofdstuk 3 weergegeven, niet beoordeeld kan worden aan de hand van de ook in hoofdstuk 3 genoemde criteria. Het tot stand brengen van gebiedscriteria geschiedt in drie stappen. Allereerst zijn de gebieden waarbinnen de criteria zullen gelden nader bepaald. Vervolgens zijn de gebieden gewaardeerd: het gewicht van de welstandstoetsing is vastgelegd. Tenslotte zijn de verschillende gebieden beschreven en van criteria voorzien. Ongeacht het vorenstaande heeft de gemeenteraad van de gemeente Montferland op 20 december 2007 besloten om bouwwerken bij-, op- en/of aan- bestaande woningen op een zij- en/of achtererf, niet zijnde woongebouwen of monumenten, en gesitueerd ten minste 3 meter achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn, niet te toetsen aan de redelijke eisen van welstand. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de historische kern van s-heerenberg en de cultuurhistorische waarden van de kernen. Dit gebied is dus niet welstandsvrij. Ongeacht vorenstaande dienen dakkapellen in het naar de weg gekeerd dakvlak te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Tevens heeft de gemeenteraad van de gemeente Montferland heeft op 20 december 2007 besloten om bouwwerken bij-,op- en/of aan- bestaande bedrijven niet zijnde monumenten op een zij- en/of achtererf, en gesitueerd achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn en aangeduid als werkgebied op de bij de welstandsnota behorende kaart welstandsgebieden, welstandsvrij te verklaren. Het oprichten van bouwwerken achter de voorgevelrooilijn bij bestaande bedrijven is dus welstandsvrij. De voorgevelrooilijn is de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, beide gevels. Welstandvrij is het gebied dat achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn ligt. Dus het bouwwerk dat geplaatst wordt buiten het welstandsvrije vlak dient te voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Tevens is door de gemeenteraad besloten om bouwwerken bij-,op- en/of aan- bestaande bedrijven niet zijnde monumenten op een zij- en/of achtererf, en gesitueerd achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn en aangeduid als werkgebied op de bij de welstandsnota behorende kaart welstandsgebieden, welstandsvrij te verklaren. 4.1 Gebiedsindeling Om te komen tot een gebiedsgerichte toetsing van bouwplannen is het nodig de betreffende gebieden nader te bepalen. Het gaat dan om gebieden met een samenhang in de verschijningsvorm in de bebouwing. Voor de kernen worden de volgende gebiedstypologieën onderscheiden: Linten De linten zijn de eerste gebieden die door de mens in gebruik zijn genomen. Ze liggen op de randen van de stuwwal en op oude stroomruggen die in het verre verleden door de rivieren en beken gevormd zijn. Door eeuwenlange afzettingen van grond als gevolg van wisselende waterstanden zijn mede onder invloed van de wind hoger liggende delen ontstaan. Op deze hoge en droge stroomruggen hebben zich de eerste mensen gevestigd. Veel paden tussen de nederzettingen hebben de loop van de stroomruggen gevolgd en zijn nog steeds in het landschap herkenbaar in het wegenstelsel. Bebouwingslinten komen zowel in als buiten de kernen voor. De linten in de kernen be-
39 34 staan uit bebouwing uit verschillende perioden. Elke periode heeft zijn eigen stijlkenmerken, waardoor een divers bebouwingsbeeld ontstaan is. Alle kernen zijn gevormd langs en rond de linten. Elke kern heeft zijn eigen kenmerkende beelden van zijn lint(en). Aan die beelden ontlenen de kernen hun specifieke karakter en hun eigen herkenbaarheid. Kenmerkend voor de linten is ook de groene context die op veel plaatsen nog in het lint aanwezig is Centrumgebieden De centrumgebieden zijn ontstaan waar land- (en water)wegen elkaar kruisten. De gebieden danken hun huidige verschijningsvorm door verdichting van de bebouwing en door de diversiteit van functies: winkels, woningen, bedrijven en voorzieningen komen door en naast elkaar voor en zijn gebouwd in verschillende perioden. Het zijn gebieden met een grote dynamiek: de vele veranderingen zijn zichtbaar in de architectuur van de gebouwen. Centrumgebieden in het kader van de welstandsnota zijn de binnenstad van s-heerenberg en het dorpscentrum van de kern Didam. Woongebieden De woongebieden zijn ontstaan achter de linten en zijn planmatig opgezet. De eerste (vooroorlogse) woongebieden waren kleinschalig van opzet, omvatten kleine bedrijven en vormen door hun ligging op de stroomrug een vanzelfsprekende toevoeging op het lint. De latere uitbreidingen waren groter van omvang en hebben een zelfstandige opzet die een relatie met de wordingsgeschiedenis van het landschap vaak mist. Vooral de latere woongebieden bestaan louter uit woningen, al dan niet aangevuld met voorzieningen als scholen e.d. Alle kernen hebben planmatig opgezette woongebieden met verschillende omvang en karakter. Bedrijventerreinen Scheiding van ruimtelijke functies was de oorzaak van het ontwikkelen van zelfstandige bedrijventerreinen aan de rand van de bebouwde kernen. Net als de woongebieden zijn er bedrijventerreinen in maten en soorten. De gunstigste plaats om een bedrijventerrein te ontwikkelen was aanvankelijk de spoorweg, maar later hebben locaties langs verbindingswegen die positie overgenomen. De bedrijventerreinen in deze nota zijn Goor I en II en het Euregionaal Bedrijventerrein in s-heerenberg, Matjeskolk in Loerbeek en de Fluun, Kollenburg en Hengelder bij Didam. Ook in het landelijk gebied is gebouwd. Aanvankelijk lagen boerderijen langs de wegen op de stroomruggen en de hogere dekzandruggen, later een enkel landgoed (de Bijvank bij Beek) en nieuwe boerderijen door voortschrijdende technische mogelijkheden aan de andere wegen en weer later recreatieve voorzieningen en instellingen als Stichting Fatima bij Nieuw Wehl (gemeente Wehl). Door functieverandering zijn veel boerderijen en landarbeiderswoningen nu in gebruik als burgerwoning. Dat alles vindt een plaats in het buitengebied met de volgende gebiedstypologieën: Besloten en open gebieden Het besloten gebied omvat de kampenlandschappen en het boslandschap. De beslotenheid vindt zijn oorzaak in het voorkomen van veel opgaande beplanting en de als gevolg daarvan kleine schaal van de ruimten. Bebouwing komt verspreid voor (kampenlandschap) of ontbreekt nagenoeg (boslandschap). Besloten gebieden in het kader van deze welstandsnota zijn het Montferland in de gemeente Bergh en de Nevelhorst, Greffelkamp en het Holthuizenseveld bij de kern Didam. Tot het open gebied behoren de essen, het rivierenlandschap, het kommenlandschap en het ontginningslandschap. Deze landschappen kenmerken zich door het nagenoeg ontbreken van beplanting, de verspreid staande bebouwing, rationele verkavelingen en de grote schaal van de ruimten. De van oorsprong agrarische bebouwing ligt vaak enigszins van de weg af of geconcentreerd aan de benedenrand van de es. Alle gebieden niet zijnde de hierboven aangegeven besloten gebieden, behoren tot de open gebieden.
40 35 Landgoederen Een bijzondere vorm van een besloten gebied is het landgoed. In een van oorsprong boslandschap is een lanenstelsel aangelegd. Verder is een sterke ruimtelijke afwisseling aangebracht. De bebouwing is nietagrarisch en monumentaal. De landgoederen binnen het welstandsnotagebied zijn Huize Bijvank bij Beek en de Padevoort bij Zeddam. Recreatieve voorzieningen Met de toename van de vrije tijd groeit ook de behoefte aan recreatieve voorzieningen. Dat Montferland een aantrekkelijk gebied is komt tot uitdrukking in het aantal en de diversiteit van de voorzieningen. Naast de horeca in de kernen liggen in het buitengebied recreatievoorzieningen als campings en dagrecreatiecentra. In het gebied van de welstandsnota liggen campings bij Beek, Stokkum en Braamt, allen in de gemeente Bergh. Stroombroek is het recreatiegebied met een regionale betekenis. De gebiedsindelingen zijn als bijlage toegevoegd aan deze Welstandsnota (kaart Welstandsgebieden). 4.2 Waardering gebieden Nu er een indruk is van de indeling van de gebieden is een onderscheid gemaakt in vier welstandsniveaus. Dit onderscheid hangt samen met de mate waarin de bouwaanvragen op redelijke eisen van welstand getoetst worden. De welstandsniveaus variëren in aard van welstandsvrij tot bijzonder. In een welstandsvrij gebied (niveau 4) is geen welstandsbeleid geformuleerd. Het beleid in een welstandsluw gebied (niveau 3) is gericht op het consolideren van de basiskwaliteit van het gebied. In een gangbaar gebied (niveau 2)is het beleid gericht op het voorkomen van de aantasting van ruimtelijke karakteristieken en het versterken van de bestaande kwaliteit. In een bijzonder gebied (niveau 1) tenslotte gaat het om handhaven, herstellen en versterken van de ruimtelijke karakteristiek en de samenhang van het gebied. Bij de waardering kunnen de volgende overwegingen een rol spelen: Welstandsvrij gebied (niveau 4) In een welstandsvrij gebied is een welstandstoets niet noodzakelijk of niet gewenst. Niet noodzakelijk als de ervaring van de bouwplantoetsing uitwijst dat de ingediende plannen moeiteloos door de welstandscommissie komen, bijvoorbeeld als de commissie altijd positieve adviezen uitbrengt. Er is vertrouwen in het kwaliteitsbesef van de initiatiefnemers. Ook zonder welstandstoezicht is het niveau kennelijk acceptabel. Niet gewenst als het gemeentelijk beleid erop gericht is bepaalde delen van het grondgebied te vrijwaren van overheidsbemoeienis, bijvoorbeeld om ruimte te geven voor experimenten, als er geen behoefte is om ruimtelijke kwaliteit te regelen of om het gemeentelijk apparaat te ontlasten. Door ruimte te geven aan welstandsvrij bouwen kan de eigen verantwoordelijkheid voor ruimtelijke kwaliteit ontwikkeld worden ( van de gemeente hoeft het niet, maar we zorgen er zelf wel voor dat het er netjes uitziet ). Het ambitieniveau in welstandsvrije gebieden is over het algemeen laag. Welstandsluw gebied (niveau 3) Een welstandsluw gebied is een gebied met een zekere basiskwaliteit. Die basiskwaliteit staat niet onder druk. Bij welstandstoetsing (aan de balie van Bouw- en Woningtoezicht in het vooroverleg en de welstandsadviezen) in het recente verleden kon volstaan worden met licht corrigerend optreden. Die correcties zijn zonder grote problemen opgevolgd. Er is geen tendens van achteruitgang van de basiskwaliteit. De welstandstoetsing is soepel en richt zich op het handhaven van de basiskwaliteit in het gebied. Daarbij wordt vooral gekeken naar de situering
41 36 en de massa en de vorm van het bouwwerk. De criteria zijn daarop afgestemd. Het ambitieniveau van de gemeente om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren is daarbij hoog. Welstandsluwe gebieden hebben een redelijk gemeentelijk ambitieniveau. De dynamiek in deze gebieden is laag. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet te verwachten. De gemeente richt zich op een goed beheer van de openbare ruimte. Gangbaar welstandsgebied (niveau 2) In een gangbaar gebied is er zorg voor het handhaven van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Dat is het geval als het gebied een publiek belang heeft. Zo n gebied is vaak het visitekaartje van de kern. De gebruikers van dat gebied zijn niet alleen de eigen bewoners en ondernemers, maar er zijn ook mensen te gast. Het bezoek kan van langere duur zijn, bijvoorbeeld in winkelgebieden, maar ook bij vluchtiger passages is er vaak sprake van indrukken van ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld langs doorgaande wegen en bij toegangen van kernen. Het kan ook zo zijn dat het handhaven van de kwaliteit moeite kost. Indicaties zijn overtreding van het bestemmingsplan, veel negatieve welstandsadviezen, slechte acceptatie van welstandsadviezen, beroepsprocedures tegen geweigerde bouwvergunningen, sterk individueel optreden en ontbreken van een collectief gevoel, weerstand tegen gemeentelijke verbeteringsplannen, zwak besef van ruimtelijke kwaliteit. De welstandstoetsing in een gangbaar welstandsgebied is zorgvuldig en is gericht op het verbeteren van de basiskwaliteit in het gebied. Vooral de situering, de massa en de vorm en de gevels van het bouwwerk zijn aandachtpunten in de toetsing. De criteria zijn daarop afgestemd. Als er sprake is van een neergaande spiraal kan die tendens omgebogen worden door meer aandacht aan het gebied te besteden. Over het algemeen is de dynamiek in de gangbare gebieden beperkt. Ruimtelijke veranderingen kunnen echter wel forse gevolgen hebben voor de beeldvorming. Bijzonder welstandsgebied (niveau 1) Een bijzonder gebied is een gebied met een cruciale betekenis voor het totaalbeeld van stad, dorp en landschap. Deze gebieden hebben bijzondere cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke en stedenbouwkundige karakteristieken. De welstandstoetsing is streng en richt zich op handhaving, herstel en versterking van de gewenste ruimtelijke karakteristiek en op de samenhang binnen het gebied. De criteria zijn afgestemd op toetsing van alle aspecten: de situering, de massa en de vorm, de gevels van het bouwwerk, de detaillering en de materialisering. Bijzondere gebieden zijn kwetsbaar door de aanwezige waarden. Die kwetsbaarheid wordt alleen nog maar vergroot als die waarden niet beschermd zijn, bijvoorbeeld als beschermd stadsgezicht. De dynamiek in bijzondere gebieden is doorgaans groot, vooral waar verschillende functies door en naast elkaar voorkomen en de commerciële functies regelmatig in omvang en vormgeving aan de eisen des tijd aangepast worden. Het ambitieniveau van de gemeente om de bijzondere gebieden aantrekkelijk te houden, is daarbij zeer hoog. Het bovenstaande in onderstaand schema kort samengevat: naam gebied toetsing op en in mindere welstandsvrij gebied welstandsluw gebied gangbaar mate op gericht op niet nvt bij excessen voorkomen soepel ten welstandgezorgvuldig situering, massa en vorm situering, massa en vorm, gevels gevels detaillering, materialen excessen handhaving basiskwalitei- verbeteren basiskwaliteit
42 37 bied bijzonder welstandsgebied streng situering, massa en vorm, gevels, detaillering, materialen stimuleren ruimtelijke kwaliteit Uit het bovenstaande blijkt dat de waardering van welstandsgebieden niet zo zeer een zaak is van mooi of lelijk, maar dat de recente ervaringen met welstandstoezicht, het onderling corrigerend vermogen van de bewoners, strategisch beleid van de gemeente, op- of neergaande trends ook een rol spelen bij de waardering van de gebieden. Ook de relatie met andere ruimtelijke plannen is van invloed: het heeft geen zin een gebied met een bestemmingsplan uit 1966 als bijzonder te waarderen. Omgekeerd past het ook niet een gebied waar de ruimtelijke kwaliteit gestimuleerd wordt met een beeldkwaliteitplan als welstandsvrij te betitelen. Er is dus een relatie tussen de ambitie en de waardering. Bij de gebiedscriteria zal dan ook het gemeentelijke ambitieniveau ten aanzien van het gebied betrokken worden. Waardering van de gebieden heeft geleid tot het volgende: In het plangebied komen een tweetal gebieden voor die zijn aangewezen als welstandsvrije gebieden (niveau 4). Het betreft hier het gebied Zinderberg in Kilder en het bedrijventerrein Matjeskolk in Loerbeek. Als welstandluwe gebieden (niveau 3) worden aangemerkt de bedrijventerreinen, de recreatieterreinen en de woongebieden. Deze woongebieden hebben veel gemeenschappelijke kenmerken. Volstaan kan worden met toetsing op verstoring van het gebied en globale toetsing op de invloed op de omgeving en architectonische uitwerking van het bouwplan. De gangbare welstandsgebieden (niveau 2) zijn over het algemeen de linten, de zones langs belangrijke straten en wegen, de toegangen van de kernen en het buitengebied. In deze gebieden komen naast de dagelijkse gebruikers ook bezoekers en passanten. De ruimtelijke inrichting heeft hier veelal een representatieve functie, reden om extra aandacht te besteden aan de vormgeving. De representatieve zones zijn op kaart als bijlage toegevoegd aan deze Welstandsnota (kaart Representatieve zones). Het vastgestelde beeldkwaliteitplan voor bedrijventerrein Kollenburg in Didam rechtvaardigt behandeling als gangbaar welstandsgebied. Bijzondere gebieden (niveau 1) zijn de centra van s-heerenberg en Didam. De Julianawijk in Didam heeft als woongebied cultuurhistorische waarde. Hetzelfde geldt voor de landgoederen die aangewezen zijn als monument. De waardering van de verschillende gebieden is als bijlage toegevoegd aan deze Welstandsnota (kaart Waarderingen). 4.3 De gebiedscriteria De onderscheiden gebieden worden alle beschreven, gewaardeerd en van criteria voorzien. Het gebied waarop deze welstandsnota betrekking heeft, bestaat uit 31 gebieden. 5 Gebieden zijn als bijzonder welstandsgebied aangewezen, 9 gebieden als gangbaar, 16 gebieden als welstandsluw en 2 gebieden als welstandsvrij. Kleine gedeeltes binnen de welstandsluwe gebieden kunnen echter als gangbaar aangewezen worden. In welstandsvrije gebieden is repressieve (toetsing aan welstand achteraf) toetsing van vergunningvrije bouwwerken uitgesloten. In de bijzondere, gangbare en welstandsluwe gebieden is deze toetsing achteraf wel mogelijk. De gebieden zijn: Naam kern Omschrijving deelgebied Waardering 1 Azewijn Azewijn woongebied welstandsluw 2 Beek 2a Beek lintbebouwing gangbaar 2b Beek woongebied welstandsluw 2c Loerbeek woongebied gangbaar 2d Loerbeek Matjeskolk werkge- welstandsvrij
43 38 bied 2e Beek landgoed Bijvank bijzonder 13 Buitengebied 13 gangbaar Naam kern Omschrijving deelgebied Waardering 3 Braamt Braamt woongebied welstandsluw 4 Didam 4a Didam centrum bijzonder 4b Didam lintbebouwing gangbaar 4c Didam woongebieden welstandsluw 4d Didam Julianawijk bijzonder 4e Didam werkgebieden welstandsluw en welstandsvrij 5 's-heerenberg 5a 's-heerenberg centrum bijzonder 5b 's-heerenberg lintbebouwing gangbaar 5c 's-heerenberg woongebieden welstandsluw 5d 's-heerenberg werkgebieden welstandsluw en welstandsvrij 6 Kilder 6a Kilder lintbebouwing gangbaar 6b Kilder woongebied welstandsluw 6c Kilder Zinderberg welstandsvrij 7 Lengel Lengel woongebied welstandsluw 8 Loil 8a Loil lintbebouwing gangbaar 8b Loil woongebied welstandsluw 9 Nieuw-Dijk 9a Nieuw-Dijk lintbebouwing gangbaar 9b Nieuw-Dijk woongebied welstandsluw 10 Stokkum Stokkum woongebied welstandsluw 11 Zeddam 11a Zeddam lintbebouwing gangbaar 11b Zeddam woongebieden welstandsluw 11c Zeddam Padevoort bijzonder 12 Recreatiegebieden 12a Stroombroek welstandsluw 12b Campings welstandsluw
44 39 1 Azewijn woongebied Gebiedsbeschrijving Azewijn is gebouwd op een stroomrug in een landschap dat gevormd is door de sterk wisselende waterstanden van de rivieren. De Laak is nog een restant van een kreek. Rond de kerk is aan straten die het beloop van de stroomrug volgen geleidelijk aan één (Marssestraat, Laakweg) of aan twee zijden (Leppestraat, Den Dam) gebouwd. Later is op zeer kleine schaal planmatig uitgebreid aan de Aswijnstraat en de Laakweg. In de meeste gevallen is sprake van vrijstaande woningen op grote percelen, maar ook andere functies komen er voor. De gebouwen hebben flinke voortuinen en ruime onderlinge afstanden. De voorgevels liggen niet strikt in de rooilijn, maar grote sprongen in de gevellijn komen niet voor. De gebouwen staan afwisselend langs of haaks op de weg. De bebouwing heeft in hoofdzaak één laag met een kap, maar woningen in twee lagen komen ook wel voor. De woningen hebben vele kleine verschillen in de vormen, zijn dan ook individueel in de straatwand herkenbaar en hebben een kleine korrelmaat. De oudere woningen hebben een duidelijk onderscheid in hoofd- en bijgebouwen. Bij de nieuwere woningen, met veel aangekapte bijgebouwen, is dat niet altijd het geval. De woningen zijn met hun voorzijde naar de straat gericht. Verticale elementen overheersen in de gevels, die relatief kleine openingen hebben. De gebouwen zijn doorgaans gebouwd van baksteen in verschillende tinten en de daken zijn gedekt met pannen. De kleurtoon is overwegend donker, maar de kleuren van het schilderwerk zijn daarentegen licht. Afgezien van de bouw van enkele woningen zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te verwachten. Welstandsniveau Azewijn is aangewezen als welstandsluw gebied. Dat betekent dat bij de welstandsbeoordeling vooral getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren. De dorpsentrees bij de Pastoor Meursstraat, de Marssestraat en de Leppestraat zijn gangbare welstandsgebieden. Daar wordt getoetst op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is gericht op het behoud van de architectonische waarden in Azewijn. In het dorp zijn vijf objecten, waaronder de kerk en de pastorie, als (gemeentelijk) monument aangewezen. Zonder de overige gebouwen zou het dorp zijn eigen sfeer echter niet hebben. De open ruimte ziet er verzorgd uit en het onderhoud aan de panden is over het algemeen goed.
45 40 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herkenbaar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlin ge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duide lijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anders zins; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is licht van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een gesloten karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte;
46 41 2a Beek lintbebouwing Gebiedsbeschrijving Beek is ontstaan op de flank van het Montferland als esdorp op de dekzandgordel die langs de stuwwal loopt. Aanvankelijk ging het om verspreide agrarische bebouwing. Na de bouw van de kerk met pastorie en een school verdichtte de bebouwing zich langs enkele straten: St.Martinusstraat, Weemstraat, St.Jansgildestraat en de Peeskesweg. In het gebied rond de kerk ontwikkelde zich later het centrum van het dorp met winkels, horeca en het VVV-kantoor. Kenmerk van het lint is dat de bebouwing uit verschillende perioden is waardoor elk gebouw een eigen architectonische uitdrukking heeft. De bebouwing is niet altijd in de rooilijn gebouwd maar grote sprongen in de rooilijn komen niet voor. De panden vormen een halfopen gevelwand, die naar de randen van het dorp steeds meer openheid heeft. De gebouwen staan over het algemeen dwars op de straat. De bebouwing bestaat voornamelijk uit één laag met een kap, maar bebouwing in twee lagen, met en zonder kap komt ook voor. De woningen hebben vele kleine verschillen in de vormgeving, vaak veroorzaakt door tussentijdse functieverandering, bijvoorbeeld van boerderij tot woning, en verbouwingen om het wooncomfort te verbeteren. In de gebouwen is de menselijke maat echter steeds terug te vinden. Alle gebouwen richten zich op de weg. De gevel heeft voornamelijk verticale openingen die in oppervlakte beperkt zijn ten opzichte van het gehele gevelvlak. De meeste gebouwen zijn gebouwd van baksteen, maar gepleisterde gevels komen ook wel voor. De kappen zijn met pannen gedekt. De kleurtoon van de gevels is zeer divers, het schilderwerk van de kozijnen is over het algemeen licht van kleur. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het beleid richt zich op behoud en versterking van de karakteristieke architectonische waarden. De kerk, pastorie en het Heilig Hartbeeld zijn aangewezen als rijksmonument. De voormalige pastorie, nu woonhuis, aan de St. Martinusstraat is een gemeentelijk monument. Ook de gebouwen die geen status hebben als monument dragen echter bij aan het karakter van Beek. De inwoners onderkennen dat, getuige de zorg die besteed wordt aan beheer en onderhoud van de open ruimte en de gebouwen. In het lint zijn geen nieuwe ontwikkelingen op handen. Welstandsniveau De lintbebouwing van Beek is aangewezen als gangbaar welstandsgebied. Dat betekent dat bij de welstandsbeoordeling vooral getoetst wordt op aspecten van situering, vorm en massa en gevelindeling. In mindere mate vindt toetsing plaats op materialen, kleuren en detailleringen.
47 42 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing staat overwegend los van elkaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing;
48 43 2b Beek woongebied Gebiedsbeschrijving De groeiende woningvraag was de aanleiding voor planmatige uitbreidingen. Aanvankelijk aansluitend aan het bebouwingslint en aan bestaande wegen, later als zelfstandige eenheid, groeide Beek uit tot het huidige dorp. In die uitbreidingen, steeds beperkt van omvang, is de tijdgeest van de architectuur nog steeds herkenbaar. De bebouwing laat zich typeren als dorpsbebouwing. De panden zijn in de rooilijn geplaatst en bestaan voornamelijk uit rijenwoningen. Vrijstaande en halfvrijstaande woningen komen echter ook veel voor. De straatwanden vormen een gesloten structuur en de woningen zijn vooral met hun langsrichting naar de straat gericht. De bebouwing bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap. De korrel van de bebouwing is niet groot, ook niet bij de rijenwoningen omdat daar niet meer dan vier woningen aaneen gebouwd zijn. De woningen hebben een duidelijk onderscheid in het hoofdgebouw en de bijgebouwen, die doorgaans op enige afstand van de voorgevel liggen. Alle woningen zijn met hun voorzijde naar de straat gericht. Bij veel vrijstaande en halfvrijstaande woningen zitten de voordeuren echter in de zijgevels. De gevels hebben grote openingen die over het algemeen een horizontaal geledingsbeeld oproepen. De gebouwen zijn voornamelijk in rode baksteen gebouwd. Incidenteel worden houten rabatdelen als gevelmateriaal gebruikt. De kozijnen zijn over het algemeen licht van kleur, de kappen zijn meestal gedekt met grijze pannen. Details in de architectuur beperken zich tot het verbijzonderen van de entreezone van de woningen in de vorm van dakjes boven de voordeur en tot het gebruik van verschillende kleuren gevelstenen. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van het huidige dorpse woonmilieu. Voor het architectuurbeleid betekent dit dat gestreefd wordt naar behoud van de aanwezige waarden. In het woongebied van Beek komen geen monumenten voor, maar de gebouwde en ongebouwde omgeving ziet er verzorgd uit doordat de bewoners zich voldoende daarvoor verantwoordelijk voelen. Nieuwe ingrijpende ontwikkelingen zijn niet aanstaande. Welstandsniveau Een aanwijzing als welstandsluw gebied is dan ook op zijn plaats. Bij de welstandsbeoordeling vindt vooral toetsing plaats op aspecten van situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren. De zone langs de Arnhemseweg is een gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie daar op materialen, details en kleuren.
49 44 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De kappen zijn in dwarsrichting georiënteerd. De daken zijn gedekt met grijze pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in rode baksteen, hout of andere steenachtige materialen;
50 45 2c Loerbeek woongebied Gebiedsbeschrijving Loerbeek is gevormd door verdichting van agrarische bebouwing langs de St. Jansgildestraat en de Didamseweg. Op enkele plaatsen zijn achter het lint woningen gebouwd, aan de meester Vermeulenstraat en aan de Komperwijkweg. Van enige kernvorming is echter geen sprake. De bebouwing bestaat uit een mengeling van woningen, boerderijen en bedrijven en is als geconcentreerde landelijke bebouwing te typeren, met een grote verscheidenheid van stijlen. Over het algemeen zijn de gebouwen in de rooilijn gebouwd en is er sprake van grote voor- en zijtuinen, waardoor de structuur een groen karakter heeft door de veel voorkomende bomen en struiken in de tuinen. De hoofdbebouwing staat meestal dwars op de weg, maar het is vooral het groen dat het beeld bepaalt en de bebouwing aan het zicht onttrekt. De bebouwing bestaat uit één laag met een kap en is kleinschalig door de grote onderlinge tussenafstanden van de gebouwen. De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm zonder veel aan- en uitgebouwde delen aan de wegzijde. De gebouwen zijn met hun voorzijde naar de weg gericht. De gevels zijn afwisselend horizontaal en verticaal geleed. De gevelvlakken hebben een compositie met verhoudingsgewijs grote openingen. De gebouwen zijn gebouwd in rode en lichte baksteen en hebben daken die gedekt zijn met pannen in verschillende tinten. De gebruikte kleuren van het schilderwerk zijn over het algemeen licht. Opvallende details en ornamenten ontbreken. Welstandsniveau De wegen van Loerbeek hebben een zekere verbindende functie, reden om het gebied te duiden als een gangbaar welstandsgebied. Het accent van de welstandtoetsing ligt dan op aspecten van situering, vorm en massa en gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op de materialen, details en kleuren. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijke beleid voor Loerbeek is gericht op het handhaven van de bestaande karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen worden niet voorzien.
51 46 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duidelijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anders zins. Evt. aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in lichte baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte;
52 47 2d Loerbeek Matjeskolk Gebiedsbeschrijving De oorsprong van het bedrijventerrein Loerbeek ligt aan de Didamseweg waar achter de bestaande woningen bedrijfspanden zijn gebouwd. Later zijn ook aan de Zuidermarkweg bedrijven met bedrijfswoningen gebouwd. Het kwadrant werd gesloten door de bouw van bedrijven aan de Matjeskolk die ook de centrale hoofdontsluiting van het terrein is geworden. Door de bedrijfswoningen heeft het terrein een zekere kleinschaligheid aan de randen. In het midden liggen de grotere gebouwen. Doordat er gespreid in de tijd gebouwd is komen verschillende architectuurstijlen door elkaar voor. De woningen zijn van het boerderijachtige type, de bedrijfspanden stralen een grote functionaliteit uit. De inrichting van de straten is eenvoudig en gericht op een goede aan- en afvoer van goederen. De tuinen van de woningen zorgen voor enig groen in het straatbeeld. De zuid- en de westzijde van het terrein worden met een groenstrook begrensd. De gebouwen zijn over het algemeen in de rooilijn gebouwd. Waar sprake is van bedrijfswoningen liggen de bedrijfsgebouwen naar achteren ten opzichte van de woning. De straatwanden hebben een open beeld met zicht op de achtergelegen percelen. De gebouwen staan meestal dwars op de weg. Alle gebouwen richten zich op de straat. De gevelopeningen van de woningen zijn doorgaans verticaal geleed, die van de bedrijfsgebouwen horizontaal. De woningen zijn gebouwd van baksteen in aardkleuren en gedekt met pannen en in een enkel geval met riet. Het schilderwerk is overwegend licht van kleur. Details en ornamenten ontbreken. De bedrijfsgebouwen bestaan uit zeer licht geschilderd plaatmateriaal met kleine accenten in signaalkleuren. Ook hier ontbreken details en ornamenten. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van de aanwezige functionele kwaliteit. Uitbreiding van het terrein is niet aan de orde. Het welstandsbeleid is gebaseerd op het bieden van optimale vrijheid bij het vormgeven van de bebouwing. Welstandsniveau Het gebied is aangewezen als welstandsvrij gebied. Er vindt geen welstandstoetsing plaats. De woningen hebben één laag met kap en zijn betrekkelijk kleinschalig in hun omgeving. De woningen hebben een duidelijke hoofdvorm zonder veel aanbouwen en naar verhouding grote kappen. De bedrijfsgebouwen zijn zo n 6m hoog en zijn voorzien van een flauwe kap. Door hun grote afmetingen zijn ze fors van schaal. De plastiek van de gebouwen is zeer beperkt.
53 48 2e Beek landgoed de Bijvank Gebiedsbeschrijving Huize de Bijvank ligt op een open plek in het bos ten westen van de kern Beek. Via een rechte beukenlaan, de Kerkdijk, is het landhuis verbonden met de kerk van Beek, ruim anderhalve kilometer verderop. Welstandsniveau Het gebied is aangewezen als bijzonder welstandsgebied. De welstandscommissie toetst op alle aspecten: situering, vorm en massa, gevelindeling, kleuren, materialen en details. Het bos vormde oorspronkelijk onderdeel van het foreest, het koningsbos behorend tot het kroondomein van Karel de Grote. Tegenwoordig bestaat het landgoed uit naald- en loofbos en wat bouwland. Door de vereniging tot behoud van Natuurmonumenten worden delen van het bos met jong naaldhout omgevormd tot natuurlijk bos. In het bos staat een boom waarop een afbeelding van de heilige maagd Maria is aangebracht. Huize de Bijvank is in 1780 gebouwd door Joannes Nepomucemus Heuvel, ambtenaar van Huis Bergh. Het wapen van zijn schoonzoon ridder Hendrik Anton van de Renne staat op de zuidoostgevel van het landhuis. Het landhuis bestaat uit een L-vormig hoofdgebouw van twee hoge bouwlagen met een kap. De gevelindeling wordt gekenmerkt door regelmatig in de gevel geplaatste ramen met roedenverdeling en luiken. Het gebouw heeft twee aan- en uitbouwen in dezelfde bouwstijl. Daarnaast liggen aan beide zijden van het gebouw diverse bijgebouwen in verschillende bouwstijlen en uit verschillende bouwperioden. Bijzonder in het beeld van het landgoed is een grote treurwilg. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van landgoed de Bijvank is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2000 door de dubbelbestemming Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden en Landgoed. Huize de Bijvank is aangewezen als rijksmonument. Het welstandsbeleid is gericht op handhaving en ontwikkeling van de aanwezige waarden.
54 49 Welstandscriteria Situering Het landhuis is als zelfstandig gebouw herkenbaar; Zichtassen van en naar het landhuis blijven vrij van bebouwing; De andere gebouwen staan vrij van het landhuis met een wisselende oriëntatie De andere gebouwen worden per stijlperiode geclusterd. Vorm en massa Het landhuis is herkenbaar als de voornaamste bouwmassa; De andere gebouwen zijn ondergeschikt aan het landhuis en hebben een eenvoudige hoofdvorm; Alle gebouwen zijn voorzien van een zadeldak. Gevelindeling De oorspronkelijke gevelindeling van het landhuis blijft gehandhaafd; De gevels van de gebouwen hebben een gesloten karakter; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details De kleuren, materialen en details van het landhuis blijven gehandhaafd; De kleuren, materialen en details van de andere gebouwen zijn terughoudend ten opzichte van het landhuis; Gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren wordt tegengegaan; Gevelbepalende ornamenten en daklijsten worden behouden; Detaillering van de oorspronkelijke historische bebouwing met rolbogen, sluitstenen, speklagen e.d. houdt grote aandacht.
55 50 3 Braamt woongebied Gebiedsbeschrijving Braamt kenmerkt zich door veel naoorlogse bouw. In tegenstelling tot de kernen in het Montferland ligt Braamt in vlak gebied. Ruimtelijk wordt het dorp door de Langestraat gescheiden in twee delen: in het noorden de dorpsuitbreiding vanaf de jaren 80 en een ouder deel in het zuiden. Braamt bestaat uitsluitend uit woongebied, lintbebouwing komt niet voor. De voorzieningen, de kerk en de pastorie, de supermarkt, dorpshuis t Braempt en de cafés, liggen aan de Langestraat. De bebouwing aan de Langestraat vertoont de meeste variatie in het dorp. Veel woningen zijn vrijstaand gesitueerd. De woningen zijn gebouwd in verschillende stijlen, desondanks is van een lintbebouwing met woningen uit verschillende perioden geen sprake. De woningen in het noordelijke deel zijn voornamelijk eengezinswoningen in rijtjes, met een overwegende hoogte van twee lagen met een kap. Aanbouwen komen aan de voorkant van de woning nauwelijks voor. Vrijwel alle woningen in dit deel van het dorp zijn gebouwd in baksteen in lichte kleuren en voorzien van een donkergrijs zadeldak. De woningen liggen aan hofjes. De meeste hofjes zijn echter niet afgebouwd en eindigen in een doodlopende straat. In tegenstelling tot het zuidelijke deel van het dorp zijn de voortuinen klein en oogt de buurt stenig. De meeste woningen staan in de rooilijn. Opvallend zijn de grote voortuinen en het ruime profiel van de straten met veel openbaar groen. De straten zijn veelal gebogen. De meeste woningen staan in de rooilijn. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is gericht op het behoud van de architectonische waarden in Braamt. In het dorp zijn twee woonhuizen als (gemeentelijk) monument aangewezen. Zonder de overige gebouwen zou het dorp zijn eigen sfeer echter niet hebben. De open ruimte ziet er verzorgd uit en het onderhoud aan de panden is over het algemeen goed. Afgezien van de bouw van enkele woningen zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te verwachten. Welstandsniveau Braamt is aangewezen als welstandsluw gebied. Dat betekent dat bij de welstandsbeoordeling vooral getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren. De dorpsentree aan de Langestraat en de zone langs de Wijnbergseweg zijn gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren. De woningen in het zuidelijke deel van Braamt zijn overwegend van het type twee-onder-één-kap of vrijstaand met een hoogte van een á twee lagen met een kap. De hoofdvorm is eenvoudig, aan- en uitbouwen en bijgebouwen komen aan de voorzijde van de woning nauwelijks voor. Aan de rand van het dorp is op diverse plekken bijzonder doorzicht mogelijk naar het achterliggende buitengebied. Vrijwel alle woningen zijn gebouwd in rode baksteen en voorzien van een zadeldak in rood of herfsttinten.
56 51 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlin ge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duidelijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anderszins. Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehand haafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte;
57 52 4a Didam Centrum Gebiedsbeschrijving Het centrum van Didam, gevormd door het gebied rond de Wilhelminastraat, Raadhuisstraat en Kerkstraat, bevat de essentiële voorzieningen van Didam: winkels, gemeentehuis, postkantoor bibliotheek, de twee kerken, bedrijven, horeca en het park bij de Onze Lieve Vrouwekerk. Daarnaast komen veel woningen in het gebied voor. Het centrum is het oudste gedeelte van Didam, maar het gebied heeft zo veel dynamiek dat veel oude bebouwing inmiddels vervangen is. Het oude marktgebouw is een karakteristiek pand. De openbare ruimte heeft in de straten een sterk stenig karakter. Het park bij de kerk vormt daar een plezierig contrast mee. De gebouwen zijn alle in de rooilijn geplaatst, vormen zeer gesloten straatwanden en zijn doorgaans met hun smalle zijde naar de weg gericht. De bebouwing bestaat uit twee en drie lagen met of zonder kap. In die grote verscheidenheid overheerst het beeld van kleinschalige bebouwing, maar panden met grote gevelvlakken komen ook voor. De panden in de winkelstraten hebben een grote plastiek door de aangebrachte luifels en reclame-uitingen, waardoor in het gebouw een tweedeling ontstaat in een begane grondlaag en de erboven gelegen verdiepingen. Die plastiek wordt met name in de Wilhelminastraat nog versterkt door terugliggende geveldelen en veel verschillende dakvlakken. licht van kleur. Details en ornamenten komen bij de oudere bebouwing voor. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van de gemeente is erop gericht in te spelen op de aanwezige dynamiek van het centrum. Dat komt tot uitdrukking in de voorbereiding en uitvoering van een aantal projecten: herinrichting van de Morrenlocatie (nieuwbouw bank, winkelruimte appartementen), plan Staring (winkels en appartementen), project Kwadrant (ca 100 appartementen) en herbestemming Piuscomplex (restauratie en verbouw tot woonappartementen en herstel voormalige kloostertuin). De Onze Lieve Vrouwekerk is aangewezen als rijksmonument, verder staan vijf objecten in het centrum op de gemeentelijke monumentenlijst. Een beeldkwaliteitplan voor het centrum is in voorbereiding. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven, versterken en ontwikkelen. Het centrum van Didam is dan ook aangemerkt als bijzonder welstandsgebied. De toetsing omvat beoordeling op situering, massa en vorm, de gevelindeling en detaillering, materialen en kleur. De gebouwen zijn op de straat gericht en hebben overwegend verticale hoofdaccenten in de gevelindeling. De gevels van de winkels bestaan uit open vlakken met veel glas. In de gevels van de andere functies overheersen in de compositie de gesloten vlakken met kleine raamopeningen. De gebouwen zijn gebouwd in baksteen in aardkleuren met pannendaken in overwegend grijze tinten. Het schilderwerk van kozijnen is overwegend
58 53 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De bebouwing is georiënteerd op de openbare ruimte; Bedrijfsbebouwing staat op het achtererf. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onder linge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiën teerd. Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel Herhalingen in gevelritmiek en dakopbouwen van een gebouw blijven gehandhaafd; Luifels aan gevels van winkels zijn niet gewenst; Reclame is een integraal onderdeel van het ontwerp, is ondergeschikt aan de architectuur en past in het beeld van de omgeving. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materia len; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling Bij veranderingen in de gevel is de oorspronkelijke architectuur het uit gangspunt; De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing;
59 54 4b Didam lintbebouwing Gebiedsbeschrijving De lintbebouwing van Didam ligt langs de Wilhelminastraat en de Spoorstraat/ Dijksestraat, de oude routes naar Zevenaar, s Heerenberg en het buurtschap Dijk. De Wilhelminastraat is daarnaast ook nog de verbinding naar het centrum. De bebouwing aan de linten is zeer divers en van alle tijden. Woonhuizen, winkels en andere voorzieningen komen naast en door elkaar voor. De woonfunctie overheerst echter. De straten zijn ingericht als verbindingsroute naar het centrum en hebben een functionele, eenvoudige inrichting met de rijbaan in het midden en trottoir aan weerszijden. De lintbebouwing ligt op grote kavels in de rooilijn. De breedte van de kavels geeft aan de gevelwand een relatief open karakter. De panden liggen over het algemeen haaks op de weg. De bebouwing bestaat uit één en twee lagen met een kap. Tegen het centrum aan komt wel drielaagse bebouwing voor. De gebouwen zijn kleinschalig en hebben een eenvoudige vorm met een duidelijk onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen, die veelal naar achteren zijn geplaatst. Een uitzondering is het complex van het Liemerscollege aan de Dijksestraat. Het oorspronkelijke gebouw ligt sterk naar achteren ten opzichte van de aangrenzende woningen. De uitbreiding van de school verschilt in schaal en architectuurstijl sterk van het hoofdgebouw. Het schilderwerk van de kozijnen is meestal zeer licht van toon. De wat oudere panden hebben details in de vorm van bijzonder metselwerk, gootklossen en entreezones. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van de bebouwingsplinten is vastgelegd in de bestemmingsplannen Molenwijk (1997), de Kom (1997), de Fluun (1997) en de Ziep (1995) en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet voorzien. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. De gebouwen zijn gericht op de straat en hebben overwegend verticale hoofdaccenten in de gevelindeling. De gevels worden verlevendigd met erkers, terugliggende geveldelen en dakoverstekken. Ze hebben een gesloten karakter door de kleine openingen in verhouding tot de grote gemetselde vlakken. De gebouwen zijn opgetrokken in steen en gedekt met pannendaken. Aardkleuren overheersen, maar lichte gevels komen ook voor.
60 55 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onder linge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiën teerd. Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materia len; Schuine daken zijn gedekt met pannen; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bo vengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing;
61 56 4c Didam woongebieden Gebiedsbeschrijving De woongebieden liggen als een schil rond het centrum van Didam. Na de tweede wereldoorlog zijn de gebieden tussen de linten planmatig bebouwd met woonbuurten, waarbij de ruimtelijke kenmerken van die tijd zichtbaar zijn in de stedenbouwkundige structuur en de architectuur van de gebouwen. Om de verkeersafwikkeling te verbeteren is aan de west- en de noordzijde van Didam de rondweg aangelegd. De aanliggende buurten zijn vanaf deze rondweg toegankelijk via rotondes en ervan gescheiden door een geluidswal. De nieuwste woonbuurt is de Heegh aan de westzijde van de kern. De woongebieden bestaan in hoofdzaak uit woningen, maar ook voorzieningen als scholen, winkels en groen- en speelplaatsen maken er deel van uit. De woningen liggen aan een eenvoudig stratenpatroon van lanen, straten en pleintjes. De openbare ruimte is eenvoudig maar doelmatig ingericht, met ruimte voor parkeren en spelen. De woningen zijn gebouwd in open bouwblokken als rijen- halfvrijstaande en vrijstaande woningen. Ze hebben ruime, groene voortuinen waarvan de inrichting bijdraagt aan het groene karakter van de buurten. De buurten hebben een gevarieerd bebouwingsbeeld doordat de woningen in kleine series gebouwd zijn, of zelfs als particuliere woningen. In die verscheidenheid hebben de woningen wel een groot aantal gemeenschappelijke kenmerken waardoor een totaalbeeld opgeroepen wordt van een dorps woonmilieu. De woningen zijn in de rooilijn gebouwd en vormen een halfopen straatwand. De rijenwoningen en de halfvrijstaande woningen staan langs de straat, de vrijstaande afwisselend langs of haaks op de straat. De woningen hebben één of twee lagen met een kap en zijn kleinschalig van opzet. De rijenwoningen met hun korte bloklengte passen in de opzet. De woningen hebben meestal een duidelijk herkenbare hoofdvorm, waaraan de aanbouwen ondergeschikt zijn. Dat geldt niet voor enkele projecten van woningen uit de jaren tachtig met (aangekapte) aanbouwen die voor de voorgevel liggen. Bijzondere wooncomplexen, bijvoorbeeld voor senioren, wijken af van het algemene beeld. Ze bestaan uit drie lagen en zijn wat groter van schaal, zonder dat het stoort in het dorpsbeeld. In de meest recente woonbuurten zien we een trend om woningen te voorzien van grote aanbouwen aan de zijkant, erkers en forse dakkapellen. Deze toevoegingen gaan vaak ten koste van de herkenbaarheid van de hoofdvorm. De woningen richten zich op de straat en hebben gevels die overwegend horizontale hoofdaccenten in de gevelindeling hebben. De openingen in de gevels zijn bij de woningen uit de zestiger jaren vrij groot, waarbij de ramen van de begane grond en de verdieping met een gevelvulling van hout of kunststof tot één geheel worden samengevoegd. Bij de later gebouwde woningen zijn de gevelopeningen naar verhouding weer kleiner. Voor de gevelmaterialen is meestal gekozen voor baksteen in aardkleuren. Lichte en donkerder tinten komen naast en door elkaar voor. Ook gevelbekleding van hout of kunststof worden toegepast. De daken zijn gedekt met grijze en rode gebakken of betonnen pannen. Veel woningen uit de jaren vijftig en zestig zijn gebouwd in twee kleuren metselwerk en hebben subtiele versieringen in de gevels: gestucte deurlijsten, kleine details in het metselwerk, doorgemetselde muurdammen en dergelijke. Zeer lichte gevels en horizontale stroken metselwerk in een afwijkende kleur (speklagen) komen veel voor bij woningen uit de jaren negentig. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid voor de woongebieden is opgenomen in diverse actuele bestemmingsplannen (De Hoevert 1995, De Heegh 1995, De Ziep 1995, De Lokhorst 1996, Meursweg 1997, Molenwijk 1997en De Kom 1997). Deze plannen hebben een conserverend karakter. Nieuwbouw vindt plaats in uitbreidingsplan De Heegh. Voor de derde fase van De Heegh III zijn in 1997 welstandscriteria vastgesteld.
62 57 Er zijn plannen voor doortrekking van de rondweg in zuidelijke richting waardoor de zuidelijke dorpsrand van karakter zal veranderen. De korenmolens St. Martinus en de Korenbloem zijn aangewezen als rijksmonument en worden door de monumentenwet beschermd. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. De woongebieden zijn dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De randen langs de rondweg en de spoorlijn zijn gangbare welstandsgebieden. In de welstandsluwe gedeelten vindt de toetsing in hoofdzaak plaats op situering en massa en vorm. De gevelindeling, detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. In de gangbare gedeelten wordt in hoofdzaak getoetst op situering, massa en vorm en de gevelindeling, en in mindere mate op, detaillering, materialen en kleur. Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlin ge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duide lijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anders zins. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; Aan de straat of de openbare ruimte liggen gen blinde gevels; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehand haafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in lichte of donkere baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met rode of grijze pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw.
63 58 4d Didam Julianawijk Gebiedsbeschrijving De Julianawijk in Didam is staat symbool voor de wederopbouw na de tweede wereldoorlog. In de periode werd direct buiten het dorp een complex van 87 woningen gebouwd in de kenmerkende stijl van de wederopbouwperiode, geënt op de opvattingen van de Delftse School. De woningen liggen aan enkele straten, zijn van het type vrijstaand en tweeonder-één-kap en liggen op zeer grote percelen. Ondanks die grote percelen zijn de voortuinen beperkt van grootte. De achtertuinen zijn bewust groot gemaakt om de bewoners gelegenheid te bieden hun eigen groente te verbouwen en kleinvee te houden. De straten hebben een eenvoudig profiel, maar de Julianastraat is bijzonder door het plantsoen met speelgelegenheid. Het straatbeeld wordt bepaald door de steeds terugkerende dakkapellen, die de buurt als geheel een zekere herkenbaarheid geven. De woningen zijn gebouwd in de rooilijn die niet altijd evenwijdig aan de straat ligt. De onderlinge afstanden tussen de woningen zijn zo groot dat op veel plaatsen zicht op de achtergelegen tuinen mogelijk is. De bijgebouwen zijn duidelijk ondergeschikt aan de hoofdmassa en liggen vaak los ervan. De woningen bestaan alle uit één laag met een kap. De woningen van het wederopbouwproject hebben alle schilddaken. Aansluitend op het project is een kleine serie woningen met overeenkomstige kenmerken gebouwd, maar met zadeldaken. De woningen kenmerken zich door relatief kleine gevelopeningen van verschillende grootte. Het deurkozijn ligt iets terug ten opzichte van de voorgevel. Onder de goot is een fijne detaillering in het metselwerk aangebracht. De goot zelf heeft zeer bescheiden proporties. Van oudsher bestond de overgang van privé naar openbaar uit (strak geschoren) ligusterhagen. Deze zijn in de loop der tijd op veel plaatsen vervangen door bescheiden- hekwerken van ijzer en hout in uiteenlopende kleuren. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het bestemmingsplan Molenwijk uit 1997 bepaalt de bebouwingsmogelijkheden van het gebied. Het beleid op het vlak van welstandstoezicht is gericht op het zoveel mogelijk handhaven van de oorspronkelijke karakteristiek van het gebied. Die karakteristiek is onder druk komen te staan door toevoegingen als rolluiken en vervanging van de hagen door hekjes van metaal en hout. Het gebied zelf heeft vooral architectuurhistorische waarden, die overigens nog niet zijn vastgelegd in een beschermd dorpsgezicht. Welstandsniveau De Julianawijk wordt aangemerkt als bijzonder welstandsgebied. De toetsing is gericht op behoud en herstel van karakteristieke waarden en omvat beoordeling op situering, massa en vorm, de gevelindeling en detaillering, materialen en kleur.
64 59 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in langsrichting georiënteerd; Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in donkere baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met rode pannen; Materialen en kleuren van woningen zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een gesloten karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; De aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd.
65 60 4e Didam werkgebieden Gebiedsbeschrijving bedrijventerrein de Fluun De aanleg van de spoorlijn bood gunstige voorwaarden voor de vestiging van bedrijven in Didam. Aan weerszijden ven het spoor werden achtereenvolgens de Fluun I, II en III ontwikkeld aan wegen die in hoofdzaak evenwijdig aan de spoorlijn gelegd zijn. Aan die wegen liggen de grootste bedrijven. De Bievankweg is tegelijkertijd dorpsentree en toegang tot het bedrijventerrein vanaf de snelweg. Aan de Bievankweg en aan de randen liggen de kleinere bedrijven. Op veel plaatsen zijn de randen afgeschermd met groen. Het grote bedrijf aan de Beekseweg is de uitzondering op die regel en ligt prominent aan de weg. De bedrijfsgebouwen zijn in de rooilijn geplaatst. De grotere gebouwen zijn door hun omvang zelfstandige eenheden in het werklandschap en liggen midden in het gebied. De kleinere liggen aan de rand en zorgen voor een geleidelijke overgang naar de omgeving. De gebouwen liggen langs de weg en vormen door de geringe afstanden tot de perceelsgrenzen gesloten wanden. De hoogte van de gebouwen is sterk uiteenlopend. De gemiddelde hoogte is zo n 6m, maar hogere accenten komen ook voor. De gebouwen hebben duidelijke vormen waar de functie eenvoudig vanaf te lezen is. Het gaat dan om doosvormige volumes van grote afmetingen en met zeer weinig openingen. Het zijn vaak de regenwaterafvoeren die voor enige geleding in de bouwmassa zorgen. De kantoorgedeelten onderscheiden zich van de hallen door ander materiaal en kleurgebruik en meer openingen in de gevels. De entrees hebben in veel gevallen een representatief karakter. De gebruikte materialen voor de kantoren zijn metselwerk en glas, in lichte en donkere tinten. De hallen zijn bekleed met stalen profielplaten in koele tinten. De kleuren grijs en blauw komen veel voor, signaalkleuren worden gebruikt voor accenten (deur- en raampartijen). Gebiedsbeschrijving bedrijventerrein Hengelder Bedrijventerrein Hengelder is gesitueerd aan de rijksweg A12 en ligt gedeeltelijk in Zevenaar en gedeeltelijk in Didam. Ruimtelijk en functioneel is sprake van één bedrijventerrein. Door de ligging aan de A12 zijn op het bedrijventerrein veel transportbedrijven en logistiek afhankelijke bedrijven, zoals aannemers, gevestigd. Hengelder is helder en rationeel verkaveld in blokken. De stedenbouwkundige opzet bestaat uit twee hoofdstraten met verschillende zijstraten. Opvallend in de verkaveling zijn de brede groenstroken met waterbergingssloten. Op het bedrijventerrein is weinig eenheid in vormgeving en kleurgebruik van de bebouwing. De vorm van de bebouwing en de situering van de massa op het perceel is functioneel en wordt ingegeven door het productieproces. Bij de afzonderlijke bedrijfspanden is wel aandacht besteed aan de verschijningsvorm Het bedrijventerrein oogt daardoor verzorgd. De bebouwing aan de hoofdstraten is grootschalig. In de bebouwing is onderscheid zichtbaar tussen de kantoorruimte en de opslag/ productieruimte. De opslag/ productieruimte is veelal een hoge loods (8 á 10 meter) zonder kap. Aan de buitenzijde is niet zichtbaar welk proces zich binnen afspeelt. De grootschaligheid van de loods wordt doorbroken door kleurgebruik en details als regenpijpen. De kantoren onderscheiden zich van de loodsen, ze worden gekenmerkt door meer variatie in materialen, kleurgebruik en gevelindeling met ramen. De hoogte van de kantoren is hoofdzakelijk één á twee lagen met een plat dak. De zijstraten hebben kleinschaliger bebouwing en kleinschaliger bedrijven met een overwegende bouwhoogte van één á twee lagen. Af en toe worden de bedrijven afgewisseld door een bedrijfswoning met een hoogte van twee lagen met een kap. Uitzondering op bovenstaande vormt de meubelboulevard aan de Edisonstraat. De winkels zijn gesitueerd rond een parkeerplein en presenteren
66 61 zich eenduidig. De gebruikte materialen en kleuren zijn met elkaar in overeenstemming. Gebiedsbeschrijving bedrijventerrein Kollenburg Tussen de bebouwde kom van Didam en de rijksweg A12 is bedrijventerrein Kollenburg opgericht. opgericht. Op Kollenburg is hoofdzakelijk schone bedrijvigheid gevestigd met een representatief karakter. Het bedrijventerrein wordt gekenmerkt door grote eenheid in uitstraling van de openbare ruimte en de gebouwen. Met name voor de randen van Kollenburg en voor de centrale as door het gebied geldt dat gestreefd is naar eenduidige beeldkwaliteit. Het resultaat is een rustig, eenduidig beeld. De gebouwen zijn in de rooilijn gebouwd, 5 meter achter de perceelsgrens. De hoofdbebouwing bestaat overwegend uit lichtgele baksteen. In de gevelindeling wordt gebruik gemaakt van verticale accenten. Details zijn vormgegeven in antraciet, rood, geel, staal of glas. De bebouwing is maximaal 10 meter hoog. Het binnengebied van Kollenburg, tussen de randen en de centrale ontsluitingsroute, is aan minder eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit gebonden. Hier zijn de minder representatieve bedrijven gevestigd, zoals bedrijven die gebruik maken van opslagloodsen. De maximale bouwhoogte is ook hier 10 meter. Naast de eerder genoemde kleurstelling van lichtgele baksteen met accenten wordt ook gebruik gemaakt van donkergroen schilderwerk. meer of mindere mate criteria gelden ter stimulering van de gewenste beeldkwaliteit. Welstandsniveau Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van de functionele en ruimtelijke kwaliteiten in de vier gebieden. De werkgebieden, met uitzondering van Kollenburg, zijn dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing vindt in hoofdzaak plaats op situering en massa en vorm. De gevelindeling, detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. Kollenburg en de randen langs de snelweg, de rondweg en de spoorlijn zijn gangbare welstandsgebieden, alwaar in hoofdzaak getoetst wordt op situering, massa en vorm en de gevelindeling, en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. Bouwwerken bij-,op- en/of aan- bestaande bedrijven niet zijnde monumenten op een zij- en/of achtererf, en gesitueerd achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn en aangeduid als werkgebied op de bij de welstandsnota behorende kaart welstandsgebieden, zijn door de gemeenteraad welstandsvrij verklaard. Beleid, waarden en ontwikkelingen De bouwmogelijkheden zijn geregeld in de geldende recente bestemmingsplannen de Fluun, Hengelder en Kollenburg. Voor Kollenburg is bovendien in 1998 een beeldkwaliteitplan vastgesteld 2. In het beeldkwaliteitplan zijn randvoorwaarden gesteld, waaraan de openbare ruimte, de indeling van de percelen en de bebouwing (hoogte, materialen, kleurstelling) moeten voldoen. Kollenburg is opgedeeld in vijf delen waarvoor in
67 62 Welstandscriteria Situering De bebouwing is georiënteerd op de weg; De representatieve functies zijn gesitueerd aan de wegzijde; De gebouwen staan geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst; Bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw; Aan de voorzijde worden geen goederen opgeslagen. Kozijnen, daklijsten, regenpijpen e.d. zijn eenvoudig maar zorgvuldig gedetailleerd; Verschillende onderdelen van het gebouw worden door verschillen in materiaalkeuze geaccentueerd; Materialen met structuur als steen, hout, panelen of geprofileerde staalplaat worden toegepast; Er worden gedekte kleuren toegepast. Vorm en massa De vorm en massa van de gebouwen sluiten aan op die van de gebouwen in de omgeving; De hoofdmassa is eenvoudig en gedifferentieerd; Elk gebouw heeft in zichzelf een heldere en eenvoudige compositie van herkenbare volumes; Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De gebouwen bestaan uit eenvoudige hoofdvolumes met kleine accenten en geledingen. Gevelindeling De gevels van representatieve ruimten hebben een open karakter; De verschillende hoofdfuncties zijn herkenbaar door architectonische accenten en geledingen; Zeer grote lengten van gebouwen zijn in verticale zin geleed; Blinde straatwanden worden vermeden; Reclame-uitingen zijn sterk ondergeschikt aan de gebouwafmetingen, vormen een integraal onderdeel van het gebouw en worden aan de wegzijde aangebracht. Kleuren, materialen en details Bij verbouwing wordt het oorspronkelijke materiaalgebruik toegepast;
68 63 5a s-heerenberg centrum Gebiedsbeschrijving De ontwikkeling van s Heerenberg hangt nauw samen met de aanwezigheid van Huis Bergh. Dit waterkasteel uit de dertiende eeuw werd beschermd door een gracht, een muur en een wal. Die bescherming ging verder dan het kasteel zelf. Ook de erbij behorende nederzetting, nu begrensd door de Stadswal, Walsteeg, s-gravenwal en de Muntwal lag binnen de wallen. De eerste uitbreiding buiten de wallen vond plaats in de omgeving van de Molenpoort en de Emmeriksepoort. De stadswal tussen die poorten werd geslecht en de wijze waarop het functioneren van het centrum nu ervaren wordt omvat het gebied aan de westzijde van de Touwslagersbaan. Daar liggen aan de straten en aan het Stadsplein niet alleen de winkels maar ook de andere gebouwen die voor het functioneren van de stad belangrijk zijn. De openbare ruimte die bestaat uit een stelsel van straten, stegen en pleinen is eenvoudig en doelmatig, dwz afgestemd op zijn functie, ingericht. Opmerkelijk is dat de overgang van openbare naar particuliere ruimten heel erg scherp is: voortuinen ontbreken vrijwel overal en waar ze wel aanwezig zijn worden ze gemarkeerd met een hek of een muurtje. De gebouwen zijn alle in de rooilijn geplaatst en vormen gezamenlijk zeer gesloten straatwanden. De panden zijn in de meeste gevallen met hun smalle zijden naar de weg gekeerd en bestaan uit twee en drie lagen, met en zonder kap. De bebouwing is over het algemeen kleinschalig van opzet. Uitzondering vormen de relatief grote winkeleenheden aan de oostzijde van het centrum. Aan de straatzijde hebben de individuele panden eenvoudige vormen met geringe plastiek, maar door de grote verscheidenheid is toch sprake van interessante straatbeelden. In de winkelstraten is die plastiek groter door de aangebrachte luifels en reclame-uitingen. De architectonische uitdrukking van de begane grond en de erboven gelegen verdiepingen bij de winkels verschillen van elkaar. De gebouwen zijn op de straat gericht en hebben overwegend verticale hoofdaccenten in de gevelindeling. De gevels van de winkels hebben veel open glasvlakken, dit in tegenstelling tot de gevels van de andere functies waar sprake is van gesloten gevelvlakken met kleine raamopeningen. De gebouwen zijn gebouwd van steenachtige materialen. Naast baksteen komt ook wel stucwerk voor. Het kleurenpalet is divers. De hellende daken zijn gelegd met pannen in verschillende kleuren. Het schilderwerk van de kozijnen is overwegend licht van kleur. Details en ornamenten, passend bij de tijd waarin gebouwd is, komen veelvuldig voor. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het centrum van s Heerenberg is vastgelegd in het bestemmingsplannen. Een ontwikkelingsvisie voor het centrum is in voorbereiding en zal zijn vertaling krijgen in een nieuw bestemmingsplan. Hieraan ligt het Masterplan ten grondslag. Het centrum heeft maar liefst 45 Rijks- en gemeentelijke monumenten, variërend van bijzondere gebouwen (kerken, pastorie, gasthuis, muntgebouw, wachttoren) tot woonhuizen en ongebouwde objecten (de begraafplaats en de wal) Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de aanwezige kwaliteiten. Het centrum is dan ook aangemerkt als bijzonder welstandsgebied. De toetsing omvat beoordeling op alle aspecten: situering, massa en vorm, gevelindeling, detaillering, materialen en kleur.
69 64 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De bebouwing is georiënteerd op de openbare ruimte; Bedrijfsbebouwing staat op het achtererf. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De afzonderlijke gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel; Herhalingen in gevelritmiek en dakopbouwen van een gebouw blijven gehandhaafd; Luifels aan gevels van winkels zijn niet gewenst; Reclame is een integraal onderdeel van het ontwerp, is ondergeschikt aan de architectuur en past in het beeld van de omgeving. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling Bij veranderingen in de gevel is de oorspronkelijke architectuur het uitgangspunt; De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing;
70 65 5b s-heerenberg lintbebouwing Gebiedsbeschrijving De bebouwingslinten van s-heerenberg liggen aan de Zeddamseweg, Lengelseweg en de Emmeriksestraat. De namen verwijzen al naar de plaatsen waar de wegen naartoe leiden. De linten hebben alle een eigen karakter. De Zeddamseweg bij het Kruisstuk heeft aan één zijde een gesloten gevelwand, die overgaat in een transparantere bebouwing en in noordelijke richting grenst aan een uitloper van het Bergherbos. Aan de Lengelseweg liggen aan weerszijden vooral vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Aan de Emmerikseweg liggen de oude marechausseekazerne en het voormalig jezuïetenklooster Gouden Handen, nu in gebruik als recreatiecentrum. De openbare ruimte in de Zeddamseweg en de Lengelseweg is als route van en naar het centrum eenvoudig ingericht en bestaat uit een rijbaan met aan weerszijden trottoirs. In de Emmerikseweg ontbreken de trottoirs. De bebouwing aan de Zeddamseweg, de Lengelseweg en de Emmerikseweg (het gedeelte tegen het centrum) ligt, enkele uitzonderingen daargelaten, op grote kavels in de rooilijn. De kavels zijn op veel plaatsen zo breed dat ze doorzichten bieden op het achtergelegen gebied. De gevelwand heeft een open karakter en kenmerkt zich door een grote diversiteit in architectuur: identieke gebouwen komen haast niet voor. De meeste panden liggen haaks op de weg, maar de uitzonderingen die langs de weg georiënteerd zijn, versterken het karakter als lint. De gebouwen bestaan uit één en twee lagen met een kap. Ze zijn kleinschalig en hebben eenvoudige vormen met een duidelijk onderscheid in hoofd- en bijgebouwen. De bijgebouwen liggen naar achteren ten opzichte van de voorgevel. De gebouwen zijn met hun voorgevels gericht naar de straat. De gevelopeningen aan de straatzijde zijn overwegend verticaal in de gevel geplaatst en ze zijn relatief klein in verhouding tot de gesloten gevelvlakken. Daardoor krijgen de gevels een gesloten karakter. Vooral bij de wat oudere bebouwing worden de gevels verlevendigd met detailleringen als erkers, terugliggende geveldelen, siermetselwerk en dakoverstekken. De bebouwing is gebouwd in steen en gedekt met pannendaken. De kleuren ervan variëren, waarbij aardtinten overheersen en lichte gepleisterde gevels ook voorkomen. Het schilderwerk van de kozijnen is meestal licht van toon. De forse bebouwing aan de Emmerikseweg is geheel anders van aard. De gebouwen van Gouden Handen en de oude marechausseekazerne liggen op afstand van de weg en geven gezicht aan de entree van de stad. Beide complexen zijn zeer monumentaal in hun architectuur. De gebouwen liggen midden op de kavel, liggen evenwijdig aan de weg en bestaan uit twee zeer hoge lagen met kap. Het zijn grootschalige gebouwen maar de grote plasticiteit in de gevel maakt de menselijke schaal zichtbaar. De gebouwen richten zich op de weg en hebben een verticale gevelgeleding. Er is een zorgvuldig ontworpen balans tussen de open en gesloten vlakken in de gevel. De gebouwen zijn opgetrokken in baksteen en gedekt met gebakken pannen. Aardkleuren overheersen. Het schilderwerk van de kozijnen is licht van toon. De gebouwen zijn rijkelijk voorzien van details en ornamenten. Aanwijzing als rijksmonument is dan ook terecht. De terreininrichting is minimaal en doet geen recht aan de monumentale betekenis van de gebouwen op zich en de betekenis voor de entree van de stad in het algemeen. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het bebouwingslint is vastgelegd in het bestemmingsplan Kom s-heerenberg 1985 en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn wel voorzien, grotendeels neergelegd in masterplan. De woningen aan de Zeddamseweg en aan de Emmerikseweg zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Ook de oude marechausseekazerne heeft die status. Gouden handen en de windkorenmolen aan de Zeddamseweg zijn rijksmonumenten.
71 66 Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend georiënteerd. De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing; Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst;
72 67 5c s-heerenberg woongebieden Gebiedsbeschrijving De Bergse woongebieden liggen alle aan de noord- en oostzijde van het centrum. De oorzaak hiervan ligt in het kwetsbare landschap aan de andere zijden. De eerste planmatige woongebieden werden direct tegen het centrum aangebouwd, gevolgd door de omgeving van de Stokkumseweg. De verdere ontwikkeling verliep in oostelijke richting en werd een halt toegeroepen door de bebouwing van Lengel. De laatste uitbreidingen vinden plaats in de omgeving van Gouden Handen. De woongebieden bestaan naast woningen uit voorzieningen als kerken, het zwembad, scholen, winkels en sportvelden. De gebouwen liggen in een openbare ruimte die bij het centrum stenig is en in de richting van Lengel toe steeds groener van karakter wordt door de aanwezigheid van openbaar groen. Dat betekent niet dat de westelijke buurten niet groen zijn. Daar zorgen de grote voortuinen voor het groene karakter. De meeste woningen liggen in straten die een regelmatig patroon hebben en daarbij oude lijnen en hoogteverschillen in het landschap volgen. In de buurten de Hangaarts en de Tijger liggen veel woningen aan hofjes. Opmerkelijk is de doorsnijding van de woongebieden door de Drieheuvelenweg. De weg ligt hier verdiept en de woonbuurten zijn met viaducten met elkaar verbonden. Hier liggen ook enkele complexen gestapelde bebouwing. Over het algemeen hebben de woningen twee lagen met een kap en zijn ze in de rooilijn gebouwd. Ze zijn gebouwd als vrijstaande, halfvrijstaande en woningen in rijen van vier tot acht woningen. Ze dateren uit alle perioden na de oorlog en hebben ook de architectonische kenmerken van die perioden. De rijen- en de halfvrijstaande woningen vormen gesloten gevelwanden en liggen langs de straat, dit in tegenstelling tot de vrijstaande woningen die open straatwanden vormen en die langs en haaks op de weg staan. De woningen hebben een schaal die past bij de menselijke maat. De hoofdmassa van de woning onderscheidt zich meestal van de aan- en bijgebouwen. De woningen zijn gericht op de straat en hebben afwisselend horizontale en verticale hoofdaccenten in de gevelindeling. De gevels bestaan uit een evenwichtig samenspel van gesloten en open (glas-)vlakken. De woningen zijn gebouwd in baksteen in verschillende kleuren, met daken die gedekt zijn met rode en grijze pannen. Bij de huizen uit de zestiger jaren komt veelal gevelbeplating in doorlopende puien voor, waar individuele wijzigingen in dergelijke puien vaak een rommelig aanzicht geven. Het schilderwerk van de kozijnen is overwegend licht van kleur. Grotere houten gevelelementen, veel toegepast bij woningen uit de jaren zeventig en tachtig, zijn vaak donker van toon. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid voor de woongebieden in s-heerenberg ligt vast in diverse bestemmingsplannen en is gericht op het handhaven van de aanwezige kwaliteiten. Voor de ontwikkeling van het nieuwste woongebieden zijn beeldkwaliteitplannen opgesteld, bijvoorbeeld voor gouden Handen II. (Gemeentelijke) monumenten komen voor aan de Oude Doetinchemseweg en aan de Plantsoensingel Zuid en Midden. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. De woongebieden zijn dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm. De gevelindeling en detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. De zone langs de Lengelseweg is een gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren.
73 68 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duidelijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anderszins. Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd;
74 69 5d s-heerenberg werkgebieden Gebiedsbeschrijving De Berghse werkgebieden beslaan een oppervlakte die vrijwel even groot is als de omvang van de woongebieden. Het Grenskanaal is de natuurlijke en administratieve begrenzing aan de zuidzijde. Het complex van de Grenskantoren aan De Immenhorst is een opmerkelijke functie in het gebied, dat verder vooral gekenmerkt wordt door grootschalige bedrijven, gericht op expeditie en transport. De wegen in het gebied lopen in hoofdzaak van oost naar west en het gebied wordt ontsloten vanaf de Immenhorst en de Lengelseweg. De bedrijfsgebouwen zijn in de rooilijn geplaatst. De grotere gebouwen zijn door hun omvang zelfstandige eenheden in het werklandschap en liggen midden in het gebied. De kleinere liggen aan de rand en zorgen voor een geleidelijke overgang naar de omgeving. De gebouwen liggen langs de weg en vormen door de geringe afstanden tot de perceelsgrenzen gesloten wanden. De hoogte van de gebouwen is sterk uiteenlopend. De gemiddelde hoogte is zo n 6m, maar hoogten van 12m. en meer komen ook voor. De gebouwen hebben duidelijke vormen waar de functie eenvoudig vanaf te lezen is. Het gaat dan om doosvormige volumes van grote afmetingen en met zeer weinig openingen. Het zijn vaak de regenwaterafvoeren die voor enige geleding in de bouwmassa zorgen. De kantoorgedeelten onderscheiden zich van de hallen door ander materiaal en kleurgebruik en meer openingen in de gevels. De entrees hebben in veel gevallen een representatief karakter. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid ligt vast in verouderde bestemmingsplannen. Een nieuw plan is echter in voorbereiding. Dat plan voorziet ook in de uitbreiding van het bedrijventerrein in zuidelijke richting. In het gebied zijn geen architectonische, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. De werkgebieden zijn dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm. De gevelindeling en detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. De zone langs de Lengelseweg is een gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren. Tevens is door de gemeenteraad besloten om bouwwerken bij-,op- en/of aan- bestaande bedrijven niet zijnde monumenten op een zij- en/of achtererf, en gesitueerd achter de doorgetrokken voorgevelrooilijn en aangeduid als werkgebied op de bij de welstandsnota behorende kaart welstandsgebieden, welstandsvrij te verklaren De gebruikte materialen voor de kantoren zijn metselwerk en glas, in lichte en donkere tinten. De hallen zijn bekleed met stalen profielplaten in koele tinten. De kleuren grijs en blauw komen veel voor, signaalkleuren worden gebruikt voor accenten (deur- en raampartijen).
75 70 Welstandscriteria Situering De bebouwing is georiënteerd op de weg; De representatieve functies zijn gesitueerd aan de wegzijde; De gebouwen staan geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst; Bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw; Aan de voorzijde worden geen goederen opgeslagen. Vorm en massa De vorm en massa van de gebouwen sluiten aan op die van de gebouwen in de omgeving; De hoofdmassa is eenvoudig en gedifferentieerd; Elk gebouw heeft in zichzelf een heldere en eenvoudige compositie van herkenbare volumes; Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De gebouwen bestaan uit eenvoudige hoofdvolumes met kleine accenten en geledingen. Kleuren, materialen en details Bij verbouwing wordt het oorspronkelijke materiaalgebruik toegepast; Kozijnen, daklijsten, regenpijpen e.d. zijn eenvoudig maar zorgvuldig gedetailleerd; Verschillende onderdelen van het gebouw worden door verschillen in materiaalkeuze geaccentueerd; Materialen met structuur als steen, hout, panelen of geprofileerde staalplaat worden toegepast; Er worden gedekte kleuren toegepast. Gevelindeling De gevels van representatieve ruimten hebben een open karakter; De verschillende hoofdfuncties zijn herkenbaar door architectonische accenten en geledingen; Zeer grote lengten van gebouwen zijn in verticale zin geleed; Blinde straatwanden worden vermeden; Reclame-uitingen zijn sterk ondergeschikt aan de gebouwafmetingen, vormen een integraal onderdeel van het gebouw en worden aan de wegzijde gesitueerd.
76 71 6a Kilder lintbebouwing Gebiedsbeschrijving Kilder is ontstaan aan de weg van s-heerenberg naar Wehl, bij de kruising met de weg van Beek naar Doetinchem. Aan de Hoofdstraat is de eerste bebouwing gesitueerd als aanzet voor de huidige lintbebouwing. Het lint bestaat uit verschillende functies: kerk, winkel, hotel, zaal en vooral woningen, gebouwd in verschillende perioden. De Hoofdstraat is een rechte weg die het dorp in tweeën deelt, ingericht als doorgaande route. Bij de kerk is een aantal oude grote bomen gespaard gebleven. De bebouwing aan het lint ligt niet in de rooilijn, op grote diepe kavels. De kavels zijn op veel plaatsen zo breed dat ze doorzichten bieden op het achtergelegen gebied. De gevelwand heeft een open karakter en kenmerkt zich door een grote diversiteit in architectuur: gelijke gebouwen komen haast niet voor. De meeste panden liggen haaks op de weg, maar de uitzonderingen die langs de weg georiënteerd zijn, versterken het dorpse karakter van Kilder. De gebouwen bestaan uit één en twee lagen met een kap. Ze zijn kleinschalig en hebben eenvoudige vormen met een duidelijk onderscheid in hoofd- en bijgebouwen. De bijgebouwen liggen naar achteren ten opzichte van de voorgevel. Een uitzondering is het hotel dat verschillende bouwdelen heeft, die samen het grote bouwvolume terugbrengen tot dorpse proporties. De bebouwing is gebouwd in steen en gedekt met pannendaken. De kleuren ervan variëren, waarbij aardtinten overheersen en lichte gepleisterde gevels ook voorkomen. Het schilderwerk van de kozijnen is meestal licht van toon. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het bebouwingslint is vastgelegd in het bestemmingsplan Kom Kilder 1985 en Viki-terrein 1997, nieuwe ontwikkeling herziening kernen en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet voorzien. De kerk, de pastorie en de aan de overzijde van de Hoofdstraat gelegen voormalige onderwijzerswoning staan op de gemeentelijke monumentenlijst. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. De gebouwen zijn met hun voorgevels gericht naar de straat. De gevelopeningen aan de straatzijde zijn overwegend verticaal in de gevel geplaatst en ze zijn relatief klein in verhouding tot de gesloten gevelvlakken. Daardoor krijgen de gevels een besloten karakter. Vooral bij de wat oudere bebouwing worden de gevels verlevendigd met detailleringen zoals erkers, terugliggende geveldelen, siermetselwerk en dakoverstekken.
77 72 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in de straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel.
78 73 6b Kilder woongebied Gebiedsbeschrijving De woongebieden van Kilder liggen aan weerszijden van de Hoofdstraat. De eerste dorpsuitbreidingen zijn aan de zuidzijde gebouwd, later is daar een vervolg aan gegeven aan de noordzijde. De woningen liggen aan straten die in een regelmatig patroon aangelegd zijn. In de noordelijke buurt zijn naast de straten een drietal woonhofjes gemaakt. De inrichting van de openbare ruimte is eenvoudig en functioneel: een rijbaan, al dan niet voorzien van trottoirs en parkeergelegenheid. In de noordelijke buurt is ook speelgelegenheid aangelegd. De bebouwing laat zich typeren als dorpsbebouwing. De panden zijn in de rooilijn geplaatst en bestaan voornamelijk uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Rijenwoningen komen echter ook wel voor, vooral aan de Schoolstraat en de Pastoor Bluemersstraat. De straatwanden vormen een open structuur en de woningen zijn vooral met hun langsrichting naar de straat gericht. De bebouwing bestaat voornamelijk uit twee lagen met een kap. De korrel van de bebouwing is niet groot, ook niet bij de rijenwoningen omdat daar niet meer dan vier woningen aaneen gebouwd zijn. De woningen hebben een duidelijk onderscheid in het hoofdgebouw en de bijgebouwen, die doorgaans op enige afstand van de voorgevel liggen. Alle woningen zijn met hun voorzijde naar de straat gericht. Bij veel vrijstaande en halfvrijstaande woningen zitten de voordeuren echter in de zijgevels. De gevels hebben grote openingen die over het algemeen horizontaal in de gevel liggen. De gebouwen zijn voornamelijk in rode baksteen gebouwd. Incidenteel worden houten rabatdelen als gevelmateriaal gebruikt. De kozijnen zijn over het algemeen licht van kleur, de kappen zijn meestal gedekt met grijze pannen. Veel nieuwere huizen zijn in lichtere baksteen gebouwd. Details in de architectuur beperken zich tot het verbijzonderen van de entreezone van de woningen in de vorm van dakjes boven de voordeur en tot het gebruik van verschillende kleuren gevelstenen. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het geldende bestemmingsplan Kom Kilder 1985 en Molenveld 1991, Molenweg 1996 en is gericht op handhaving van het huidige dorpse woonmilieu. Voor het architectuurbeleid betekent dit dat gestreefd wordt naar behoud van de aanwezige waarden. In het woongebied van Kilder komen geen monumenten voor, maar de gebouwde en ongebouwde omgeving ziet er verzorgd uit. Welstandsniveau Een aanwijzing als welstandsluw gebied is hier dan ook op zijn plaats. Bij de welstandsbeoordeling vindt vooral toetsing plaats op aspecten van situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren.
79 74 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in langsrichting georiënteerd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met grijze pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd.
80 75 6c Kilder Zinderberg Gebiedsbeschrijving In overleg met de provincie is de locatie Zinderberg in de kern Kilder naar voren gekomen als een zogenaamde voorfinancieringslocatie. Hier worden in het kader van de Ruimte voor Ruimte benadering een zestal woningen gebouwd. Voor die extra woningen is ook extra contingent beschikbaar. Daarnaast wordt een deel van de voormalige agrarische bebouwing aan de Molenweg 17 gesloopt, te weten de stallen waar voorheen de intensieve veehouderijtak gehuisvest was. In ruil voor de sloop van deze bebouwing mag één woning gerealiseerd worden op het terrein van de voorfinancieringslocatie. In totaal komen er dus een zevental nieuwe woningen binnen het plangebied te liggen. De Zinderberg is gelegen aan de noordrand van Kilder en is driehoekig van vorm. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een rij vrijstaande en halfvrijstaande woningen aan Het Wijde Veld. De nieuwe woningbouwlocatie vormt niet alleen de afronding van de kom van Kilder, maar moet ook goed aansluiten op de bebouwing aan de noordzijde. Daarnaast liggen er kansen om een goede overgang te maken met het aangrenzende agrarische landschap. Het profiel van de Zinderberg blijft uit respect met de landelijke context ongewijzigd: een smalle weg met grasbermen. De zijweggetjes hebben eenzelfde profiel. In het plan zijn zeven woningen opgenomen op grote kavels met een groen karakter. De ligging aan de dorpsrand rechtvaardigt woningen met een behoorlijke omvang. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het bestemmingsplan Zinderberg en is gericht op de toekomstige inrichting van dit gebied. Het welstandsbeleid is gericht op het bieden van optimale vrijheid in de keuze van de architectuur, waarbij een appel gedaan wordt op eigen verantwoordelijkheid van de bewoners. Welstandsniveau Het gebied is aangewezen als welstandsvrij gebied. Er vindt geen welstandstoetsing plaats. Het ontwerp gaat uit van nieuwe woningen die zich met hun voorzijde orienteren op de Zinderberg. Eén zijweg (nieuw gedeelte van de weg Zinderberg) ontsluit de woningen op de oostzijde van de locatie. Een wandelpad, naar analogie van de in het gebied voorkomende kerkepaden, verbindt niet alleen Het Wijde Veld met de kruising Zinderberg- Molenweg, maar zorgt er tevens voor dat de nieuwe woonstraten niet als doodlopende weg ervaren worden. Het wandelpad komt te liggen in een strook met aan weerszijden een haag. Deze strook groen vormt een zachte overgang tussen de nieuwe woningen en het agrarisch gebied.
81 76 7 Lengel woongebied Gebiedsbeschrijving Lengel is ontstaan uit verdichting van verspreide agrarische bebouwing langs de Antoniusstraat. De oprukkende woningbouw van s-heerenberg is Lengel tot op korte afstand genaderd. De sportvelden en het groene gebied aan de oostzijde van de Trambaan vormen een groene scheiding met 's-heerenberg. De woningen in Lengel liggen aan eenvoudige, licht slingerende straten die voorzien zijn van smalle trottoirs. De woningen liggen op grote diepe kavels en niet in de rooilijn. De kavels zijn op de meeste plaatsen zo breed dat ze doorzichten bieden op het achtergelegen gebied. De straatwand heeft een open karakter en kenmerkt zich door een grote diversiteit in architectuur: identieke gebouwen komen niet voor. De meeste panden liggen haaks op de weg, maar de uitzonderingen die langs de weg georiënteerd zijn, versterken het landelijke karakter. De meeste woningen bestaan uit één laag met een kap. Ze zijn kleinschalig en hebben eenvoudige vormen met een duidelijk onderscheid in hoofd- en bijgebouwen. De bijgebouwen liggen naar achteren ten opzichte van de voorgevel. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het bebouwingslint is vastgelegd in het bestemmingsplan Lengel-Uitbreiding s-heerenberg 1990 en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet aan de orde. Het trafohuisje aan de Antoniusstraat en de krukboerderij aan de 's- Heerenbergseweg zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven. Een aanwijzing als welstandsluw gebied is dan ook op zijn plaats. Bij de welstandsbeoordeling vindt vooral toetsing plaats op aspecten van situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren. De zone langs de s-heerenbergseweg is een gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren De gebouwen zijn met hun voorgevels gericht naar de straat. De gevelopeningen aan de straatzijde zijn verticaal in de gevel geplaatst en ze zijn relatief klein in verhouding tot de dichte geveldelen. Daardoor krijgen de gevels een gesloten karakter. De bebouwing is gebouwd in steen en gedekt met grijze pannendaken. De kleuren variëren, waarbij aardtinten overheersen en lichte gepleisterde gevels ook voorkomen. Het schilderwerk van de kozijnen en gevelbetimmeringen is licht van toon.
82 77 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herkenbaar; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting georiënteerd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen, hout of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met grijze pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een gesloten karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd.
83 78 8a Loil lintbebouwing Gebiedsbeschrijving Loil heeft van oorsprong een agrarisch karakter. Door verdichting van agrarische bebouwing langs de Wehlseweg ontstond in een lange reeks van jaren het huidige lint met voornamelijk woningen, maar ook andere functies komen in het lint voor, vooral tussen de Weemstraat en de Kloosterstraat, waar de kerk het beeld bepaalt. Het lint heeft twee kanten: aan de noordzijde ligt het open landschap met hier en daar verrassende doorzichten tussen de woningen door; aan de zuidzijde zijn na de oorlog de uitbreidingen van Loil tot stand gekomen. De Wehlseweg is een eenvoudig ingerichte straat die door zijn licht slingerende karakter steeds weer wisselende beelden geeft op de eraan liggende bebouwing. Het gebied rond de kerk geeft een groen accent in het lint. De bebouwing aan het lint ligt op grote diepe kavels in de rooilijn. De kavels zijn op de meeste plaatsen zo breed dat ze doorzichten bieden op het achtergelegen gebied. De gevelwand heeft een open karakter en kenmerkt zich door een grote diversiteit in architectuur: identieke gebouwen komen haast niet voor. De meeste panden liggen haaks op de weg, maar de uitzonderingen die langs de weg georiënteerd zijn, versterken het dorpse karakter van Loil. De gebouwen bestaan uit één en twee lagen met een kap. Ze zijn kleinschalig en hebben eenvoudige vormen met een duidelijk onderscheid in hoofd- en bijgebouwen. De bijgebouwen liggen naar achteren ten opzichte van de voorgevel. De gebouwen zijn met hun voorgevels gericht naar de straat. De gevelopeningen aan de straatzijde zijn overwegend verticaal in de gevel geplaatst en ze zijn relatief klein in verhouding tot de gesloten gevelvlakken. Daardoor krijgen de gevels een gesloten karakter. Vooral bij de wat oudere bebouwing worden de gevels verlevendigd met detailleringen als erkers, terugliggende geveldelen, siermetselwerk en dakoverstekken. De bebouwing is gebouwd in steen en gedekt met pannendaken. De kleuren ervan variëren, waarbij aardtinten overheersen en lichte gepleisterde gevels ook voorkomen. Het schilderwerk van de kozijnen is meestal licht van toon. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het bebouwingslint is vastgelegd in het bestemmingsplan Loil uit 1995 en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet voorzien. De kerk en de pastorie staan op de gemeentelijke monumentenlijst. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur.
84 79 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving;
85 80 8b Loil woongebied Gebiedsbeschrijving Het woongebied van Loil ligt aan de zuidzijde van de Wehlseweg en westelijk van de Kloosterstraat. In de tijd gezien is de ontwikkeling van oost naar west gegaan tussen de Wehlseweg en de Kapelstraat, en recent in zuidelijke richting. Over het algemeen zijn de huizen gebouwd aan woonstraten, maar er wordt ook aan een tweetal hofjes gewoond. Molen de Korenbloem, lange tijd ver buiten de bebouwing gelegen, komt door de gestaag ontwikkelende woningbouw aan de rand van het dorp te liggen en heeft door zijn molenbiotoop invloed op de hoogte van de woningen. Bij de opzet van de nieuwe dorpsuitbreidingen is rekening gehouden met zicht op de molen, groene openbare ruimten, straten met begeleiden bomenrijen en diverse woningtypen. De woningen liggen op kavels van verschillende grootte en in de rooilijn. De grote voortuinen geven de straten een groen karakter. Omdat vrijstaande en rijen woningen door elkaar voorkomen heeft het straatbeeld nu eens een open en dan weer een gesloten karakter. Die afwisseling wordt nog eens versterkt doordat de rijenwoningen met de kap langs de straat liggen en de kappen van de vrijstaande huizen meestal dwars op de straat. De bebouwing bestaat uit één en twee lagen met een kap, is kleinschalig en heeft een eenvoudige hoofdvorm met een duidelijk onderscheid tussen de hoofdbebouwing en de bijgebouwen. De bijgebouwen liggen op enige afstand van de rooilijn. De woningen zijn met hun voorgevels gericht op de straat. De openingen in de gevels liggen meestal horizontaal in de gevel. Op enkele plaatsen wordt de gevel verlevendigd met erkers en verbijzonderingen van bij de voordeur. Door de in verhouding grote ramen hebben de gevels een open karakter. De huizen zijn gebouwd in baksteen en de daken zijn gedekt met pannen. Bij de wat oude woningen zijn rode en bruine stenen toegepast, de nieuwere hebben meer lichtere kleuren. Het schilderwerk is over het algemeen licht van toon. Vooral de oudere woningen hebben kleine details die bij de architectuur van hun bouwperiode horen zoals subtiele versieringen in het metselwerk, de gootklossen en bij de voordeuren. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van de woongebieden is vastgelegd in de bestemmingsplannen Loil (1995)en Loil, uitbreiding 2 (1993) en Loil, uitbreiding 3, 1 e fase(2002) en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek en het ontwikkelen van een nieuw woongebied. Voor dat nieuwe woongebied is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Korenmolen de Korenbloem is een rijksmonument en wordt door de monumentenwetgeving beschermd. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. De woongebieden zijn dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm. De gevelindeling en detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. De zuidelijke dorpsentree is een gangbaar welstandsgebied waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren
86 81 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herken baar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is licht van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd.
87 82 9a Nieuw Dijk lintbebouwing Gebiedsbeschrijving Ruimtelijk gezien bestaat Nieuw Dijk uit drie delen: het groene gebied de Meikamer, de Smallestraat en het woongebied aan de noordzijde van de Smallestraat. De Meikamer is het restant van een groot bosgebied waarin rond 1850 de Koningshofstede lag. Nu is het Meikamerbos één van de elementen waaraan Nieuwe Dijk zijn karakter ontleent. De Smallestraat is van oorsprong één van de lanen door de Meikamer en daarmee het oudste deel van het huidige dorp. Aan weerszijden van de straat zijn vooral woningen, maar ook de kerk, winkels, bedrijven en andere voorzieningen gebouwd. Door die gevarieerde bebouwing en het kaarsrechte karakter wordt de Smallestraat herkend als de centrale ruimte in het dorp. De lintbebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen op grote kavels. De gebouwen staan in de rooilijn en meestal met hun korte zijde naar de straat. Door de breedte van de kavels heeft de straatwand een open karakter met, aan de zuidzijde, aardige doorzichten naar het achterliggende open landschap. De bebouwing bestaat uit één en twee lagen met een kap en is klein van schaal. Alle woningen zijn in particulier opdrachtgeverschap gebouwd en verschillen alle van elkaar. Die verscheidenheid bepaalt, meer dan de architectuur van de woningen apart, de ruimtelijke kwaliteit van de Smallestraat. De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm die zich duidelijk onderscheidt van de aanbouwen. Die aanbouwen liggen doorgaans naar achteren ten opzichte van het hoofdgebouw. Erkers en serres zijn beperkt van omvang. Alle gebouwen hebben pannendaken en zijn gebouwd in baksteen binnen een breed spectrum van aardkleuren. Het schilderwerk van de kozijnen is meestal licht van toon, gevelbetimmeringen zijn doorgaans donker geschilderd. Veel woningen hebben aardige details als versieringen in het metselwerk, gootklossen en dergelijke. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van de bebouwingslinten is vastgelegd in het bestemmingsplan Nieuw-Dijk uit 1996 en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien aan de zuidzijde van de Smallestraat. Het structuurplan merkt dit gebied aan als een potentiële woningbouwlocatie. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet voorzien. De Heilige Antonius van Paduakerk uit 1910 staat op de gemeentelijke monumentenlijst. De pastorie, de Mariakapel en de panden Smallestraat 39 en 46 staan op de nominatie om als monument aangewezen te worden. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. Alle gebouwen zijn met hun voorgevel gericht op de straat. De openingen in de gevels (ramen en deuren) liggen verticaal in de gevel. Door hun beperkte afmetingen ten opzichte van de gemetselde gevelvlakken hebben de gevels een gesloten karakter.
88 83 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing; Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel.
89 84 9b Nieuw Dijk woongebied Gebiedsbeschrijving Het woongebied ligt tussen de Smallestraat en de Bosstraat, een weg waarlangs al 150 jaar geleden gebouwen stonden. Vooral na de tweede wereldoorlog is het gebied in een laag tempo bebouwd met woningen. In eerste instantie werd aan weerszijden van de Liemersweg gebouwd, later zijn de gebieden tot aan de Bosstraat bebouwd. Stedenbouwkundig kenmerk van de bebouwing is dat de straten zich op meerdere plaatsen verbreden tot pleintjes. De pleinruimte in de Liemersweg is langwerpig, de andere zijn vierkant van vorm. Het woongebied bestaat voornamelijk uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Ze liggen in de rooilijn op kavels die kleiner zijn dan aan de Smallestraat. Door de kleine afstanden tussen de woningen is een betrekkelijk gesloten straatwand ontstaan. De panden liggen afwisselend haaks op en evenwijdig aan de straat. De woningen hebben één of twee lagen met een kap en zijn veelal in particulier opdrachtgeverschap gebouwd waardoor een gevarieerd beeld ontstaan is. De bebouwing is kleinschalig en heeft een eenvoudige hoofdvorm met een duidelijk onderscheid tussen de hoofdbebouwing en de bijgebouwen. De bijgebouwen liggen op enige afstand van de rooilijn. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid van het woongebied is vastgelegd in het bestemmingsplan Nieuw-Dijk uit 1996 en is gericht op het handhaven van de bestaande ruimtelijke karakteristiek. Nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien aan de Bosstraat, zuidzijde en ten zuiden van de Smallestraat. De plannen voor de eerste locatie zijn in voorbereiding. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. Het woongebied is dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm. De gevelindeling en detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. De dorpsentrees vanaf de Beekseweg zijn gangbare welstandsgebieden waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren De gebouwen zijn met hun voorzijde naar de straat gericht. De raamopeningen in de gevels zijn meestal horizontaal van vorm en relatief groot waardoor de gevels een open karakter hebben. De woningen zijn gebouwd van baksteen en hebben pannendaken. De oudere woningen hebben aardkleuren in de wat donkerder tinten, de nieuwe woningen zijn vaak lichter van toon. De kozijnen zijn in lichte kleuren geschilderd.
90 85 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte: het plein of de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herkenbaar Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duidelijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anders zins. Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen; Materialen en kleuren van woningen binnen één blok zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte;
91 86 10 Stokkum woongebied Gebiedsbeschrijving Stokkum is ontstaan op de flank van de Hulzenberg, aan de noordkant van de weg van s-heerenberg naar Elten. Langs de oude route zijn echter weinig panden gebouwd: restaurant het Klaphek, enkele woningen en de school. Van lintvorming is echter geen sprake. Al rond 1850 was er al gebouwd in het gebied tussen de Eltenseweg en de huidige Pastoor van Sonsbeekstraat. Aan die laatste straat is later de kerk gebouwd. De hoogteverschillen zijn karakteristiek voor het dorp en doen haast buitenlands aan. Markant zijn ook de doorzichten op het omringende landschap met beelden op de Hulzenberg en op de korenmolen Duffels M ll. De openbare ruimte bestaat uit gebogen straten zonder veel openbaar groen. Het is aan de diepe voortuinen te danken dat het dorp een groen karakter heeft. Op enkele plaatsen is speel- en gebruiksgroen aangebracht. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. Het woongebied is dan ook aangemerkt als welstandsluw gebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm. De gevelindeling en detaillering, materialen en kleur worden minder in de welstandsbeoordeling betrokken. De dorpsentrees aan de Pastoor van Sonsbeekstraat en de Eltenseweg zijn een gangbare welstandsgebieden waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren. De woningen zijn, op een enkel rijtje na, van het type twee-onder-één-kap of vrijstaand met een hoogte van een á twee lagen met een kap. De hoofdvorm is eenvoudig, aan- en uitbouwen en bijgebouwen komen aan de voorzijde van de woning nauwelijks voor. Vrijwel alle woningen zijn gebouwd in rode baksteen en voorzien van een zadeldak in rood of herfsttinten. De meeste woningen staan in de rooilijn. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid voor Stokkum is opgenomen in het bestemmingsplan Komplan Stokkum 1985 ontwerp herziening kernen en is gericht op het handhaven van de aanwezige kwaliteiten. Dorpsuitbreiding vindt plaats aan de St. Isidoriusstraat, waar ook enkele woningen in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling worden gebouwd. Monumenten komen voor aan de Pastoor van Sonsbeekstraat ( de kerk, pastorie en een voormalige boerderij op nr. 48)en de voormalige onderwijzerswoning aan de Eltenseweg.
92 87 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herkenbaar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met rode pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte; Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd.
93 88 11a Zeddam lintbebouwing Gebiedsbeschrijving Zeddam is ontstaan op de flank van de Galgenberg, op de overgang naar het lager gelegen Vinkwijkse Broek. Aanvankelijk vormde zich lintbebouwing langs de Benedendorpsstraat en de Bovendorpsstraat. Aan de weg van Doetinchem naar s-heerenberg de huidige Oude Doetinchemsewegdie langs het dorp en haaks op het lint liep, bevond zich rond 1850 nog geen bebouwing. Een nieuw lint ontstond door de latere bouw van hotels, winkels en woningen aan de huidige s-heerenbergseweg- Kilderseweg. Die verscheidenheid en de functie als doorgaande route voor auto s geven de s-heerenbergseweg- Kilderseweg het karakter van een (nieuw) lint. In de beeldvorming van de openbare ruimte verschillen de beide linten aanzienlijk van elkaar. De Benedendorpsstraat en de Bovendorpsstraat hebben een smal profiel, waar voortuinen ontbreken. De Bovendorpssstraat gaat vanaf de kruising met de s-heerenbergsestraat sterk omhoog en heeft mooie doorzichten op de kerk en de molen. De s-heerenbergseweg- Kilderseweg is ingericht als doorgaande route met een veel bredere rijbaan met trottoirs aan weerszijden en bij de panden behorende voorruimten. Het oude lint aan de Benedendorpsstraat en de Bovendorpsstraat bestaat uit gebouwen die in de rooilijn liggen en door hun geringe onderlinge afstanden een gesloten straatwand vormen. De gebouwen zijn met hun smalle zijden naar de weg gekeerd en bestaan uit één en twee lagen met kap. De woonbebouwing is kleinschalig, dit in tegenstelling tot het bedrijf en de kerk aan de Bovendorpsstraat en het hotel aan de Benedendorpsstraat, die een grotere schaal hebben en zich daardoor van de woningen onderscheiden. Elk pand heeft zijn eigen expressie, maar alle panden bij elkaar vormen een geheel dat karakteristiek is voor Zeddam. Alle gebouwen zijn gericht op de straat en hebben overwegend verticale hoofdaccenten in de gevels die relatief kleine raamopeningen hebben. Het bedrijf in de Bovendorpsstraat onderscheidt zich van de andere door horizontaal geplaatste gevelopeningen en grotere glasvlakken. De gebouwen zijn gebouwd in baksteen in verschillende tinten en gedekt met rode of grijze pannen. Ook hier is het bedrijf in de Bovendorpsstraat de uitzondering: het gebouw is bekleed met gevelelementen van kunststof in signaalkleuren en van gewassen beton. Het schilderwerk van de kozijnen is overwegend licht van kleur. Bij de oudere bebouwing komen vaak subtiele details en ornamenten voor. Het nieuwe lint van de s-heerenbergseweg- Kilderseweg bestaat in hoofdzaak uit vrijstaande woningen in één en twee lagen, maar het karakteristieke beeld wordt bepaald door de voorkomende pensions en hotels en in mindere mate door de winkels. De panden zijn in de rooilijn gebouwd, op enige afstand van de weg. Ter hoogte van de Benedendorpsstraat vernauwt het profiel zich: daar liggen bijzondere functies als de VVV en hotel Aaldering. De woningen en de kleinere pensions zijn kleinschalig maar enkele horecagelegenheden zijn uitgegroeid tot grote complexen waarin de menselijke schaal overigens herkenbaar blijft. De gebouwen zijn gericht op de straat en hebben zowel horizontale en verticale accenten in de gevelindeling. De raam- en deuropeningen zijn bescheiden van afmetingen. De gebouwen zijn gebouwd in baksteen in verschillende tinten. De daken zijn gedekt met rode en grijze pannen. De kozijnen zijn meestal in lichte kleuren geschilderd. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het geldende beleid is vastgelegd in een bestemmingsplan uit Ongewenste ontwikkelingen, zoals de bouw van appartementen op verkeerde plaatsen en een te hoog woningbouwtempo, zijn aanleiding dit plan te herzien. Het herziene bestemmingsplan is in procedure. Aan beeldkwaliteit wordt in het nieuwe plan aandacht besteed. Het plan geeft ruimte aan nieuwe ontwikkelingen voor woningbouw op het Europaplein. Het beleid is gericht op het handhaven en versterken van de aanwezige kwaliteiten.
94 89 In de linten komt een breed scala van bijzondere cultuurhistorische waarden voor: de toren- en de rosmolen, museum, de kerken, woon- en winkelhuizen. De meeste liggen aan de Bovendorpsstraat. Ze zijn als Rijksen gemeentelijk monument aangewezen. Belangrijk voor de leefbaarheid in het dorp is de aanleg van de rondweg aan de oostzijde van het dorp in De overlast van het doorgaand verkeer over de s-heerenbergseweg en de Kilderseweg is daarmee voorbij. Welstandsniveau Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De lintbebouwing is dan ook aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand De bebouwing staat overwegend los van elkaar; Vrijstaande gebouwen zijn als individuele panden herkenbaar; De bebouwing is georiënteerd op de straat. Vorm en massa Het gebouw sluit voor wat betreft massa, vorm en kapvorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn individueel herkenbaar; De individualiteit van het gebouw wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn afwisselend in dwarsrichting en langsrichting georiënteerd. Gevelindeling De gevelopeningen zijn per pand verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; De vormgeving van de onderpui vormt een eenheid met die van de bovengevel; Glaspuien van winkels zijn geplaatst op een plint; De gevels aan de straat of de openbare ruimte hebben openingen; De individualiteit van panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft gehandhaafd bij splitsing; Bij toepassing van een plat dak is sprake van een duidelijke horizontale beëindiging van de gevel. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen zijn in harmonie met de omgeving; De panden zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; Schuine daken zijn gedekt met pannen, of met riet; Het schilderwerk van de kozijnen is per pand gelijk van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw.
95 90 11b Zeddam woongebieden Gebiedsbeschrijving De woongebieden in Zeddam zijn vooral na de oorlog gebouwd. Het gaat steeds om uitbreidingen in de oksels van de linten en van wisselende omvang waardoor de dorpsrand geleidelijk naar buiten is opschoven. Hierbij zijn in de loop van de tijd een aantal bedrijven in het dorp komen te liggen. Recent zijn ook enkele bedrijven beëindigd of verplaatst waardoor een mozaïek ontstaan is van oudere en nieuwe woningen, met elk hun eigen bouwstijl. Veel woningen zijn in opdracht van de (eerste) bewoner gebouwd. Dat geeft een ruimtelijk beeld met veel variatie. Die variatie zorgt voor het dorpse karakter van Zeddam. Ook de aanwezigheid van diepe, groene voortuinen draagt daaraan bij. De woningen liggen doorgaans aan eenvoudig ingerichte straten. Uitzondering is de Padevoortse Allee waar de woningen aan een bomenrijke laan met een zichtas naar Huize Padevoort liggen. De gebouwen zijn in de rooilijn geplaatst. Tussen de gebouwen liggen vaak behoorlijke tussenruimten waardoor de groene achtertuinen zichtbaar zijn. De kappen van de gebouwen liggen wisselend langs of haaks op de straat. Die woningen zijn meestal van het type vrijstaand of twee-onder-één kap, maar rijen komen ook wel voor. Ze zijn afwisselend in één of twee lagen met kap gebouwd, in een kleine korrelmaat. Bijzondere woongebouwen zoals de Vinkhof zijn grootschaliger van aard. Over het algemeen zijn de woningen naar de weg gekeerd. Gebouwen met een horizontale en verticale geleding komen door elkaar voor. De gevels hebben over het algemeen kleine openingen. Vrijwel alle woningen zijn gebouwd in baksteen en hebben pannendaken. De kleur van de gevels en de daken heeft een grote variatie. De detaillering van de onderdelen is eenvoudig. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het geldende beleid is vastgelegd in een bestemmingsplan uit Ongewenste ontwikkelingen, zoals de bouw van appartementen op verkeerde plaatsen en een te hoog woningbouwtempo, zijn aanleiding dit plan te herzien. Het herziene bestemmingsplan is in procedure. Aan beeldkwaliteit wordt in het nieuwe plan aandacht besteed. Het plan geeft ruimte aan nieuwe ontwikkelingen op het vlak van de bouw van nieuwe woningen op de vrijkomende locaties van Ditshuizen, Vink en LHNO. Het beleid is gericht op het handhaven van de aanwezige kwaliteiten. In de woonbuurten komen bijzondere cultuurhistorische waarden voor. Molen de Volharding en de voormalige boerderij aan Vinkwijkseweg zijn aangewezen als monument. Welstandsniveau De woongebieden in Zeddam worden voor de welstandstoetsing aangemerkt als welstandsluw gebied. Daarbij wordt gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Het accent van de toetsing ligt op de situering van de gebouwen en de massa en de vorm ervan. Op gevelindeling, kleuren en details wordt minder getoetst. De dorpsentrees en de zone langs de Terborgseweg en de Beekseweg zijn gangbare welstandsgebieden waar getoetst wordt op de aspecten situering, vorm en massa en de gevelindeling. In mindere mate toetst de commissie op materialen, details en kleuren.
96 91 Welstandscriteria Situering Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bebouwing in dezelfde straatwand; De woning is met de voorgevel georiënteerd op de straat. Vorm en massa De woning sluit voor wat betreft massa en vorm aan op de gebouwen in de omgeving; Per kavel is er één herkenbare hoofdmassa; De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De verschillende gebouwen in een straat zijn elk als eenheid herkenbaar: vrijstaande woningen hebben een individueel karakter, de woning binnen de rij is deel van het geheel; Bij veranderingen aan de bestaande bebouwing is de karakteristiek van het oorspronkelijke straatbeeld het uitgangspunt; De individualiteit van de woning wordt uitgedrukt door geringe onderlinge verschillen in vorm en massa; De kappen zijn in dwarsrichting óf in langsrichting georiënteerd; Bij toepassing van een plat dak wordt de bovenste bouwlaag als duidelijke eindlaag vormgegeven door een terugliggend geveldeel of anderszins. Eventueel aanwezige symmetrie in de gevelindeling wordt gehandhaafd; Bij de rijenwoningen blijft de herhaling in gevelritmiek gehandhaafd. Kleuren, materialen en details De kleuren en materialen komen overeen met die in de omgeving; De gevels zijn gebouwd in baksteen of andere steenachtige materialen; De daken zijn gedekt met pannen of met riet; Materialen en kleuren van woningen binnen één rij zijn aan elkaar gelijk; Het schilderwerk van de kozijnen is licht van kleur; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is gelijk aan dat van het hoofdgebouw; De detaillering van dakkapellen, erkers en serres is afgestemd op de vormgeving van het hoofdgebouw. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere woningen in dezelfde straatwand; De gevelopeningen zijn per gebouw verticaal óf horizontaal in de gevel geplaatst; Geen blinde gevels aan de straat of de openbare ruimte;
97 92 11c Zeddam de Padevoort Gebiedsbeschrijving De Padevoort wordt wel een havezate genoemd, maar is eigenlijk van oorsprong een edelmanswoning. Het landgoed wordt al vermeld in de 13e eeuw en ligt nu aan de rand van de bebouwde kom van Zeddam. Vanaf de s-heerenbergseweg loopt de 700m lange Padevoortseallee naar de Padevoort, die naast de woning ook nog een voormalige school, nu in gebruik als stal, omvat. Het huis wordt omgeven door een gracht en een beplantingsstrook. De gebouwen vormen samen met gracht en beplanting een mooi ensemble. Het huis ligt midden op het perceel in de as van de Padevoortseallee. Het huis heeft een eenvoudige hoofdvorm en richt zich op de entree van het perceel waar het toegangshek de monumentaliteit ervan ondersteunt. Het huis zelf is een eenvoudig vierkant gebouw met een zadeldak, gevat tussen twee trapgevels. De ingangspartij is zwaar uitgevoerd ten opzichte van de twee eenvoudige vensters ter weerszijden en de vijf ramen daarboven. De openingen hebben verticale accenten in de gevel en zijn fijn gedetailleerd met roeden en luiken. Het huis heeft twee verdiepingen, een grote zolderverdieping en kelderruimten. De voordeur wordt bereikt via een brug over de gracht. Het huis is gebouwd in rode baksteen en gedekt met een grijs dak. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid voor De Padevoort is neergelegd in het bestemmingsplan Buitengebied uit Het huis en de stal zijn resp. aangewezen als Rijks- en gemeentelijk monument. Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven en versterken van de aanwezige kwaliteiten. Welstandsniveau De Padevoort is vanwege de monumentale waarde dan ook aangewezen als bijzonder welstandsgebied. De welstandstoetsing richt zich dan op alle aspecten: situering, vorm en massa, gevelindeling, en materialen, kleuren en details. De bij het huis behorende stal en de aan de overzijde van de Padevoortseallee gelegen boerderij onderstrepen het monumentale karakter van De Padevoort. De stal ligt op enige afstand van de weg, die daar begeleid wordt door een dubbele bomenrij. Het gebouw zelf bestaat uit één laag met een kap. Het gebouw heeft een eenvoudige hoofdvorm, die verbijzonderd wordt door de in het midden van de aanwezige gevel geplaatste trapgevel. De gevelopeningen staan verticaal in de gevels. Het gebouw is gebouwd in rode baksteen met gele speklagen en gedekt met een grijs pannendak. Het schilderwerk is wit.
98 93 Welstandscriteria Situering Het landhuis is als zelfstandig gebouw herkenbaar; Zichtassen van en naar het landhuis blijven vrij van bebouwing; De andere gebouwen staan vrij van het landhuis met een wisselende oriëntatie; Vorm en massa Het landhuis is herkenbaar als de voornaamste bouwmassa; De andere gebouwen zijn ondergeschikt aan het landhuis en hebben een eenvoudige hoofdvorm; Alle gebouwen zijn voorzien van een zadeldak. Gevelindeling De oorspronkelijke gevelindeling van het landhuis blijft gehandhaafd; De gevels van de gebouwen hebben een gesloten karakter; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details De kleuren, materialen en details van het landhuis blijven gehandhaafd; De kleuren, materialen en details van de andere gebouwen zijn terughoudend ten opzichte van het landhuis; Gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren wordt tegengegaan; Gevelbepalende ornamenten en daklijsten worden behouden; Detaillering van de oorspronkelijke historische bebouwing met rolbogen, sluitstenen, speklagen e.d. houdt grote aandacht.
99 94 12a Recreatiegebied Stroombroek Gebiedsbeschrijving Ten noorden van Braamt ligt het recreatiegebied Stroombroek. Het recreatiegebied bestaat uit een recreatieplas, horecagelegenheid Palestra, een bungalowpark en speelpark Het Land van Jan Klaassen. Rondom de recreatieplas liggen diverse stranden met kleinschalige sanitaire voorzieningen en een patat- en snoepkraam. De gebouwen bestaan uit één bouwlaag met een kap en zijn van geringe afmetingen. Grenzend aan het water ligt op een kunstmatige verhoging in het landschap horecagelegenheid Palestra. Palestra is een groot strandpaviljoen met een bouwhoogte van één laag met een grote kap. Achter Palestra ligt het vakantiepark. Hier staan woningen van variabele grootte, tot een hoogte van twee bouwlagen met een kap. De woningen zijn alle gebouwd in lichtkleurige baksteen en voorzien van een pannendak. Bijgebouwen komen niet voor. De paden zijn onverhard. Het Land van Jan Klaassen is een speelpark voor kinderen in de leeftijd van één tot acht jaar. In het speelpark staan diverse soorten speeltoestellen en kleine attracties, zoals skelters. Ook bevindt zich op het park een droogweeraccommodatie. Welstandsniveau Stroombroek is aangewezen als welstandsluw gebied. Dat betekent dat bij de welstandsbeoordeling vooral getoetst wordt op aspecten van situering en vorm en massa. In mindere mate vindt toetsing plaats op gevelindeling, materialen, kleuren en detailleringen. Voor Palestra, het bungalowpark en Het Land van Jan Klaassen geldt dat ze gedurende het gehele jaar geopend zijn, het hoogseizoen is echter van april tot en met september. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het ruimtelijk beleid zoals vastgelegd in het bestemmingsplan bepaalt de bouwmogelijkheden van Stroombroek. Geregistreerde monumenten zijn niet aanwezig. Het welstandsbeleid is gericht op behoud van de aanwezige waarden in het gebied door terughoudende, bescheiden architectuur van de recreatiewoningen toe te staan.
100 95 Welstandscriteria Situering Het strandpaviljoen is herkenbaar als voornaamste gebouw; Elke kavel heeft één bouwmassa; De gebouwen richten zich op de openbare ruimte. Vorm en massa Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Het strandpaviljoen is in omvang de grootste bouwmassa; De recreatiebungalows hebben onderling grote overeenkomsten in vorm en massa. Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op die van andere gebouwen in dezelfde gevelwand; De gevelopeningen zijn horizontaal in de gevel geplaatst; De gevels hebben een open karakter. Kleuren, materialen en details De recreatiebungalows zijn gebouwd in lichte baksteen en zijn voorzien van een grijs pannendak.
101 96 12b Campings Gebiedsbeschrijving Camping de Bijvank, Beek Camping de Bijvank ligt ten zuidwesten van de kern Beek tussen de Steegse Weg en de Melkweg. De entree en de hoofdbebouwing zijn gesitueerd aan de Melkweg. In de hoofdgebouwen zijn de voorzieningen gevestigd, zoals receptie en horeca. De hoofdbebouwing bestaat uit één bouwmassa, die echter oogt als twee gebouwen. Het eerste deel is van witte baksteen, een houten dak met een groene omlijsting. De bouwhoogte is één bouwlaag met een kap. Het tweede deel bestaat ook uit één bouwlaag, maar heeft een hoge kap, waardoor de bouwhoogte circa 8 meter bedraagt. Het gebouw bestaat uit lichtgele baksteen, wit hout, grijs pannendak en heeft rode details. Voor de entree van de camping ligt een grote vijver, waarvan de oevers beplant zijn met riet. De camping bestaat, naast de hoofdbebouwing bij de entree van de camping, voor een belangrijk deel uit vakantiehuisjes. Daarnaast zijn er plekken voor stacaravans aanwezig en enkele velden ten behoeve van kamperen. De verschillende kavels zijn van elkaar gescheiden door boombeplanting en hagen. De paden zijn onverhard, maar kuilen zijn dicht gestort met puin. De vakantiehuisjes zijn van lichtbruine baksteen met een pannendak dwars op de straat. De huizen hebben een eenvoudige hoofdmassa in één bouwlaag met een kap en geen bijgebouwen. Aan de randen van de camping zijn de tuinen groter en worden de vakantiehuizen aangewend. Gebiedsbeschrijving Natuurcamping t Peeske, Beek In het Bergherbos ligt op een stuwwal een aaneengesloten bosgebied, omgeven door akkers, weilanden en dorpen. Op de droge gronden zijn van oudsher akkers en dorpen ontstaan, op de nattere vlakten graasde het vee. De toppen van de stuwwal was niet geschikt voor landbouw en werd daarom aangewend voor bosbouw. In het kwelbrongebied 't Peeske bij Beek ligt de gelijknamig natuurcamping met een theehuis/ informatiecentrum. De camping bestaat uitsluitend uit een open plek in de bossen achter het theehuis. De voorzieningen voor de camping zijn minimaal en worden ondergebracht bij het theehuis. Op dit moment wordt het theehuis gerestaureerd en uitgebreid. In de nieuwe situatie bestaat theehuis t Peeske uit hoofdbebouwing van één bouwlaag met een kap met twee bijgebouwen, waaronder een serre, in dezelfde bouwstijl. Gebiedsbeschrijving Camping landgoed Brockhausen/ minicamping de Boswachter, Stokkum Aan de voet van de Hulzenberg, aan de rand van het Bergherbos ligt camping Brockhausen. De receptie van de camping is gevestigd in een container. De sanitaire voorzieningen zijn verzameld in een rood bakstenen gebouw met streekeigen kenmerken en een rieten wolfskap, waarin zonnepanelen zijn opgenomen. De camping oogt zeer verzorgd. Behalve kampeerplekken heeft de camping ook staanplaatsen met stacaravans. De stacaravans ogen als vakantiehuisjes, tussen de verschillende caravans is weinig eenheid in kleurstelling. Direct grenzend aan camping landgoed Brockenhaus ligt minicamping de Boswachter. Op de minicamping zijn vier kampeerplekken aanwezig voor tenten, toercaravans of campers. De enige bebouwing van de camping bestaat uit een kleine, sanitaire unit. Beleid, waarden en ontwikkelingen De ontwikkelingsmogelijkheden van de campings zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan Buitengebied Het gemeentelijk beleid is erop gericht recreatiemogelijkheden te bieden zonder de landschappelijke waarden al te zeer geweld aan te doen.
102 97 Het welstandsbeleid is gericht op behoud van de aanwezige waarden in het gebied door terughoudende, bescheiden vormgeving van de bebouwing toe te staan. Het gaat dan vooral om de facilitaire gebouwen. De beheerders hebben er belang bij dat die er goed verzorgd en representatief uitzien. Welstandsniveau Een aanwijzing als welstandsluw gebied is dan ook op zijn plaats. Bij de welstandsbeoordeling vindt vooral toetsing plaats op aspecten van situering, vorm en massa. In mindere mate toetst de commissie op de gevelindeling, materialen, details en kleuren. Welstandscriteria Situering Hoofdbebouwing ligt bij de entree van het complex; Ondergeschikte bebouwing ligt aan of op de kruising van hoofdassen van het complex; Het bos is het decor voor de gebouwen. Vorm en massa Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; Van gebouwen met schuine dakvlakken is de kap het meest in het oog springende deel. Gevelindeling Alle gevels van het gebouw zijn gelijkwaardig aan elkaar. Kleuren, materialen en details De gebouwen zijn gebouwd van hout of steen, in aardkleuren; Schuine daken zijn gedekt met donkere pannen; Het schilderwerk van grote vlakken is donker van kleur.
103 98 13 Landelijk gebied Gebiedsbeschrijving De landschapsstructuur van het landelijk gebied van Bergh en Didam wordt bepaald door de stuwwal van het Montferland, het dekzandgebied met een onderverdeling in ruggen en laagten en de rivierafzettingsgebieden. Landschappelijk gezien is er een onderscheid tussen open en besloten landschappen. De open landschappen bestaan uit de rivierafzettingsgebieden (kommen, oeverwallen, stroomruggen en rivierduinen) en de lage delen van het dekzandgebied (de broekontginningen). De besloten landschappen bestaan uit de hogere delen van het dekzandgebied (het kampenlandschap), boslandschap (Bergherbos, het bos ten westen van Wehl) en het landgoederenlandschap (Stilli Wald, de Bijvanck, de Plantage bij Huis Bergh). Van oudsher komen in het gebied boerderijen voor (het Liemers Hallehuis, de T-boerderij en het Hallehuis) en woningen voor landarbeiders. Als gevolg van schaalvergroting en intensivering van de landbouw is geleidelijk steeds meer en grotere bebouwing op de erven verschenen, volgens de dan geldende bouwtrends en de eisen die een goede bedrijfsvoering stellen. Ook verschenen burgerwoningen, kleine niet agrarisch gebonden bedrijvigheid en tweede woningen op boerenerven. Gevolg is een sterk genivelleerd beeld van bebouwing en erven, waarin de streekeigen kenmerken vaak niet meer afleesbaar zijn. Veel markante details in de architectuur zijn verloren gegaan. Dat neemt niet weg dat het buitengebied veel visuele kwaliteiten heeft. Het gaat dan om vier typologieën: de traditionele boerderij, de moderne boerderij, woningen en bedrijven. De traditionele boerderij Er is sprake van een traditionele boerderij als het hoofdgebouw van het agrarisch bedrijf vóór 1940 tot stand is gekomen en het boerderijcomplex wordt gekenmerkt door een oorspronkelijke karakteristiek, in bouwvorm of in uitvoering (materiaal, kleur en detaillering). De streekeigen bebouwing, gebouwd in donkere steen, wordt gekenmerkt door de toepassing van vaste maatverhoudingen. Dat leidde tot compacte, hoge boerderijen met de kap als het meest markante element. De afwerking van de dakranden en topgevels bestonden uit houtconstructies, al dan niet geschilderd. Het streekeigene werd ook gevormd door details en versieringen zoals wolfeinden, schoorstenen, windveren, gedeelde deuren, roedenverdelingen en luiken. De moderne boerderij Er is sprake van een moderne boerderij als de kenmerken van een traditionele boerderij niet aanwezig zijn. De vormgeving van de moderne boerderij is vooral ingegeven door doelmatige bedrijfsprocessen en bouwwijzen. Woning en bedrijfsgedeelte zijn van elkaar losgekoppeld. Loodsen van grote afmetingen in beton en staal zijn in het open landschap van verre te zien. In veel gevallen is het de erf In de open landschappen komt veel bebouwing voor, geclusterd in bouwblokken. Opvallend is dat de bebouwingsdichtheid in de kommen ten noorden van Didam en ten oosten van Zeddam veel lager is. In de besloten landschappen komt veel minder bebouwing voor, en dan met name in het kamenlandschap.
104 99 Woningen in het buitengebied De oudere woningen zijn van de boerderijen afgeleid en hebben in grote lijnen dezelfde kenmerken. De nieuwere woningen hebben de kenmerken van de tijd waarin ze gebouwd zijn. In de meeste gevallen gaat het om woningen in één laag met een kap, gericht op de weg, met verticaal geplaatste gevelopeningen en licht schilderwerk. Bij de nieuwste woningen is een trend waarneembaar om voor een vormgeving te kiezen die geïnspireerd is op de traditionele boerderij. Bedrijven in het buitengebied De bedrijven in het buitengebied zijn van oorsprong vaak gerelateerd aan de agrarische sector: melkfabrieken, boerenbondgebouwen, kaasmakerijen. Door de teruglopende betekenis van de agrarische sector hebben veel bedrijven zich in de vrijkomende boerderijen gevestigd. In enkele gevallen is een nieuwe typologie toegevoegd: de bebouwing van de grenskantoren is daar een voorbeeld van. De bebouwingskenmerken van de bedrijven zijn zeer divers. Beleid, waarden en ontwikkelingen Het buitengebied wordt gewaardeerd. Dat komt mede tot uitdrukking in het grote aantal monumenten: boerderijen, molens, woonhuizen, maar ook hagelkruizen, kapellen en zelfs trafohuisjes. Ontwikkelingen op macroniveau tot schaalvergroting in de landbouw en zal het aantal bedrijven verder afnemen. Het beleid speelt daarop in. Voor het buitengebied van Bergh is dan ook in 2000 een bestemmingsplan vastgesteld. Een daaraan gekoppeld beeldkwaliteitplan waarborgt de visuele kwaliteiten. Het bestemmingsplan voor het buitengebied van Didam dateert uit 1997 Welstandsniveau Het buitengebied wordt aangemerkt als gangbaar welstandsgebied. Het welstandsbeleid is erop gericht de aanwezige waarden en kwaliteiten te handhaven en te versterken. De toetsing omvat in hoofdzaak beoordeling op situering, massa en vorm en de gevelindeling en in mindere mate op detaillering, materialen en kleur. Welstandscriteria De criteria zijn mede ontleend aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied (8 november 1999) dat meer informatie over de achtergronden van de criteria. Criteria voor de traditionele boerderij Situering De bebouwing wordt compact geclusterd op het bouwperceel; Het woonhuis richt zich op de weg; Nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen worden achter het woonhuis gebouwd; Nieuwe bebouwing volgt de kavelrichting; Nieuwe bebouwing heeft een voelbare functionele relatie met de andere bebouwing op het erf. Vorm en massa Bij vervangende nieuwbouw wordt de oorspronkelijke hoofdvorm van de boerderij aangehouden. De verhouding van de plattegrond van de opstallen varieert van vierkant tot 2:3; Bij renovatie is de originele vorm het uitgangspunt; Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm met een lage goot en forse kappen; De kapvorm bestaat uit een zadeldak of een afgeleide van dit type. De hellingshoek van zadeldaken varieert van 40-60º; Grote ingrepen worden op één punt, bij voorkeur aan de achterzijde, geconcentreerd.
105 100 Gevelindeling De gevelindeling sluit aan op de karakteristiek van de oorspronkelijke traditionele boerderij; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details Kleur- en materiaalgebruik zijn afgestemd op de karakteristiek van het landschap; Gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen staan voorop. Criteria voor de moderne boerderij Situering De bebouwing wordt compact geclusterd op het bouwperceel; Het woonhuis richt zich op de weg; Nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen worden achter het woonhuis gebouwd; Nieuwe bebouwing volgt de kavelrichting; Nieuwe bebouwing heeft een voelbare functionele relatie met de andere bebouwing op het erf. Vorm en massa De verhouding van de plattegrond van de opstallen varieert van vierkant tot 2:3; Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm met een lage goot en forse kappen; De kapvorm bestaat uit een zadeldak of een afgeleide van dit type. De hellingshoek van zadeldaken varieert van 40-60º. Gevelindeling Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt de oorspronkelijke gevelopbouw gerespecteerd; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik gerespecteerd; Gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen staan voorop; Grote vlakken vertonen geen sterke kleurcontrasten. Criteria voor de bedrijven in het buitengebied Situering De hoofdbebouwing is met de voorzijde naar de weg gericht; Representatieve functies zijn naar de straat gericht; Bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw; Bij (vervangende) nieuwbouw wordt rekening gehouden met het karakter van het gebied en het landschapstype. Vorm en massa Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; De vorm van de bijgebouwen is ondergeschikt aan die van de hoofdbebouwing. Gevelindeling Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt de oorspronkelijke gevelopbouw gerespecteerd; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik gerespecteerd; Gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen staan voorop; Grote vlakken vertonen geen sterke kleurcontrasten.
106 101 Criteria voor de woningen in het buitengebied Situering De woning is met de voorzijde naar de weg gericht; Bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw; Bij (vervangende) nieuwbouw wordt rekening gehouden met het karak ter van het gebied en het landschapstype. Vorm en massa Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm; De woning is duidelijk herkenbaar als het voornaamste gebouw. Alle gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm met een lage goot en grote kappen; De kapvorm bestaat uit een zadeldak of een afgeleide van dit type. De hellingshoek van zadeldaken varieert van 40-60º. Gevelindeling Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt de oorspronkelijke gevelopbouw gerespecteerd; De gevelopeningen zijn verticaal in de gevel geplaatst. Kleuren, materialen en details Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw wordt het oorspronkelijke kleur-en materiaalgebruik gerespecteerd; Gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen staan voorop.
107 102
108 103 5 BIJZONDERE OBJECTEN Beschrijving Verspreid over de gemeenten komen bijzondere objecten voor die op zichzelf staan. Het gaat om de school en de kerk, horeca etc. De gebouwen hebben soms een openbaar karakter en bepalen (mede) de uitstraling van de woonomgeving. Ze geven een zeer verzorgde indruk en zijn soms mooie voorbeelden van architectuur uit hun tijd. De bijzondere objecten zijn uniek. Ze onttrekken zich aan de kenmerken van de overige bebouwing in de omgeving. De gebouwen die bij deze groep horen zijn direct herkenbaar. Deze groep is niet nader gedefinieerd. Vanwege deze overeenkomst kunnen ze als groep worden aangemerkt. Verbouwingen, aanbouwen en nieuwbouw zullen vanwege de diversiteit in de groep per object apart beoordeeld moeten worden. Gevelindeling Bij veranderingen (symmetrie in de gevel, hoogte-breedteverhouding van geveluitsnijdingen e.d.) worden de stijlkenmerken van het oorspronkelijke gebouw toegepast; Bij nieuwbouw worden in de gevels de eigentijdse stijlkenmerken gebruikt. Materialen, kleuren en details Bij veranderingen ( maatvoering van lijsten en overstekken, erkers en dakkapellen, profielen van ramen, kozijnen en neggen) worden de stijlkenmerken en kleuren van het oorspronkelijke gebouw toegepast; Aanbouwen hebben de stijlkenmerken van het hoofdgebouw of vormen een duidelijk contrast daarmee; Nieuwbouw heeft een eigentijdse vormgeving maar is in materiaal, kleur en detail in harmonie met de bebouwing in de omgeving. Beleid, waarden en ontwikkelingen De gemeenten vinden het belangrijk dat de huidige kwaliteiten gehandhaafd worden. Het welstandsbeleid is daar dan ook op gericht. De bijzondere objecten worden door de welstandscommissie intensief getoetst (welstandsniveau 1). De toetsing omvat beoordeling op alle aspecten: situering, massa en vorm, gevelindeling, detaillering, materialen en kleur. Welstandscriteria Situering De bebouwing is georiënteerd op de (belangrijkste) openbare ruimte. Massa en vorm De objecten hebben een korrelgrootte die aansluit bij hun functie; Aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
109 104 6 ALGEMENE CRITERIA Er zijn situaties dat de gebieds- en de specifieke criteria ontoereikend zijn om bouwplannen verantwoord te toetsen. Dat is het geval als de criteria weliswaar zijn vertaald in een bouwplan maar dat het vakmanschap dat van een architect verwacht mag worden niet terug te vinden is in het bouwwerk. Architectuur is immers meer dan een optelsom van criteria. Ook kan het voorkomen dat een bouwplan sterk afwijkt van zijn omgeving en dus strijdig is met de criteria- maar door zijn bijzondere schoonheid wél een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit. In dit soort situaties is het nodig terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Deze criteria richten zich op het vakmanschap van het architectonisch ontwerp, zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes en zijn impliciet de grondslag van elke planbeoordeling. De gebiedsen de specifieke criteria zijn dan ook afgeleid van de algemene welstandscriteria zoals ze in de traditie van het welstandstoezicht toegepast zijn. In deze gevallen kan de welstandscommissie burgemeester en wethouders adviseren gebruik te maken van de hardheidsclausule en af te wijken van de gebieds- en de specifieke criteria. Het bouwplan moet dan uiteraard wel voldoen aan redelijke eisen van welstand. Naarmate het bouwplan zich sterker onderscheidt van zijn omgeving ligt het niveau van de redelijke eisen van welstand ook hoger. De hieronder beschreven algemene welstandscriteria zijn afgeleid van de notitie Architectonische kwaliteit van voormalig rijksbouwmeester T. Dijkstra. Een bouwwerk is bedoeld om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm niet los gezien worden van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie vormen de basis voor iedere vorm. Dat wil niet zeggen dat de vorm ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Doorgaans wordt het begrip architectuur met de compositorische kwaliteit van gebouwen geassocieerd. Een vorm zonder betekenis verliest zijn begrijpelijkheid. Het gaat dus om de evenwichtige samenhang tussen vorm, gebruik en constructie Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedebouwkundige en landschappelijke) ruimte. Een stad is meer dan een losse verzameling van gebouwen in de ruimte. De openbare ruimte wordt door de gebouwen begrensd en gevormd. Het gebouw is een particulier object in een openbare context. Het bestaansrecht van het gebouw ligt niet alleen in het eigen functioneren, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke en landschappelijke omgeving. Zoals de omgeving een bijdrage hoort te leveren aan de kwaliteit van de gebouwen, moet het gebouw een positieve invloed hebben op de kwaliteit van de omgeving. Het gaat dus om een evenwichtig samenspel van gebouw en omgeving. 6.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is. 6.3 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
110 105 Een belangrijke eis die aan het ontwerp van een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritmiek, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de waarnemer mogelijk een grote hoeveelheid visuele informatie te reduceren tot een bevattelijk beeld. Daar staat tegenover dat een bouwwerk de waarnemer moet blijven prikkelen en intrigeren. Een te eenduidig beeld leidt al gauw tot verveling en desinteresse. Om dat te voorkomen zijn complexe vormen nodig. Het gaat dus om een zorgvuldig evenwicht van structuur en complexiteit. 6.4 Associatieve betekenissen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat associaties zorgvuldig worden gebruikt zodat er concepten ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Vormen ontstaan in eerste aanleg vaak als gevolg van de functie die ze te vervullen hebben. Ze worden sterk bepaald door de kenmerken van het materiaal waarvan ze zijn gemaakt. Als vormen veelvuldig en langdurig in een bepaald verband zijn waargenomen dan krijgen ze een associatieve betekenis die de vorm een eigen leven doet leiden. Ook in de architectuur wordt gebruik gemaakt van associaties. Zo roepen gevels van glas en metaal associaties op van techniek en vooruitgang. Verkeerd gebruik van associaties kan echter leiden tot het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden zonder dat ze bruikbaar zijn als verbeelding van nieuwe maatschappelijke oriëntaties en realiteiten. Het gaat er dus om bij nieuwe plannen zorgvuldig om te gaan met oude stijlvormen. 6.5 Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Maatverhoudingen zijn van essentiële betekenis voor de kwaliteit van een compositie. Dé juiste verhoudingen zijn niet langs theoretische weg vast te stellen. Vaak blijkt dat verschillende mensen tot een zelfde waardering komen. Uit ervaring blijkt dat bepaalde verhoudingen goed zijn, maar niet waarom. De kracht van een compositie is groter naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Het bepalen van de juiste verhoudingen is een kwestie van oefenen, bewust kijken, ervaringen uitwisselen en zelf ontwerpen. Het gaat dus om een samenhangend stelsel van maatverhoudingen. 6.6 Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichtval wordt een bouwwerk uiteindelijk zichtbaar en voelbaar. Bij de keuze van materialen en kleuren zijn in de huidige tijd de technische mogelijkheden vrijwel onbeperkt. Die keuzevrijheid maakt het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als de materialen en de kleuren los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Het gaat dus om een evenwichtige toepassing van materialen, kleuren en lichtval.
111 106 7 CRITERIA VOOR PROJECTEN Bij het opstellen van welstandscriteria is in grote lijnen een driedeling aangebracht, gebaseerd op de aard van de ingrepen: 1. de veelal voorkomende kleine aanpassingen en veranderingen van en bij bestaande bouwwerken, waarin het hoofdstuk criteria voor kleine plannen voorziet; 2. a. de veelal kleine en meestal middelgrote projecten, die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van het betreffende gebied. Het hoofdstuk gebiedscriteria stelt regels voor het betreffende gebied; b. de veelal kleine en meestal middelgrote projecten die zich niet voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van het betreffende gebied. Het hoofdstuk algemene criteria wordt gehanteerd. 3. de grote ontwikkelingsprojecten, die dieper ingrijpen in, of totaal afwijken van de bestaande ruimtelijke structuur. Ad 1. Bestaande bouwwerken Voor kleine aanpassingen en veranderingen van en bij bestaande bouwwerken,die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristieken niet doorbreken, zijn de criteria voor kleine plannen van toepassing. Deze criteria hebben betrekking op veel voorkomende kleine bouwplannen (lichtvergunningplichtige plannen) voor het gehele grondgebied van de gemeente. Als er voor een bepaald type lichtvergunningplichtig bouwplan geen criteria in de welstandsnota zijn opgenomen, zal het bouwplan door de welstandscommissie getoetst worden aan de gebiedscriteria. inbreidingslocatie of (her)ontwikkeling betreft worden de algemene criteria in de welstandsnota gehanteerd. Deze criteria richten zich op het vakmanschap van het architectonische ontwerp, zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes en zijn impliciet de grondslag van elke planbeoordeling. Door het hanteren van de algemene criteria, versnelt het proces voor het bouwen, want de criteria hoeven niet via raad vastgesteld te worden. Ad 3. Grote ontwikkelingsprojecten Voor de grote ontwikkelingsprojecten, uitbreidingslocaties, die dieper ingrijpen in, of totaal afwijken van de bestaande ruimtelijke structuur, worden welstandscriteria opgesteld door de stedenbouwkundige, in overleg met de welstandscommissie, en vastgesteld door de gemeenteraad en deze vormen een onderdeel van het stedenbouwkundige plan, zoals nu in alle gevallen gedaan wordt. Het accent in de welstandsnota ligt op het geven van welstandscriteria voor de veel voorkomende kleine bouwplannen en de veelal kleine en meestal middelgrote projecten, die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur. De welstandscriteria voor deze ingrepen zijn met name gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit, zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. Voor projecten die aansluiten op de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek is het niet nodig criteria op te stellen. Voor die projecten geldt het hoofdstuk Gebiedscriteria. Ad 2. Kleine en middelgrote projecten a. Voor de veelal kleine en meestal middelgrote projecten, die aansluiten op de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristieken is het niet nodig criteria op te stellen. b. Voor kleine en middelgrote projecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristieken doorbreken en indien het een
112 107 Projecten Welstandscriteria vastgesteld door de raad op: Azewijn Brummelhof 30 augustus 2005 Didam Kerkwijk 13 maart 2008 Politiekantoor 5 juni 2008 's-heerenberg Klinkerstraat 29 juni 2006 Touwslagersbaan 29 juni 2006 De Poort 6 april 2006 Stadspark 2 november 2006 Stadsplein 8 maart 2007 Plantsoensingel Zuid 20 september 2007 Loil Loil 1 november 2007
Voorbeeld sneltoetscriteria
Welstandsnota gemeente Dordrecht Voorbeeld sneltoetscriteria (algemeen en aan- en uitbouwen) 2. Sneltoetscriteria 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden Sneltoetscriteria gegeven voor, aan- en uitbouwen,
criteria 5 bijbehorende bouwwerken Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 5 bijbehorende bouwwerken 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 5 - bijbehorende bouwwerken dorp stad & land Inleiding
Omschrijving en uitgangspunten
2.5 Dakkapellen Omschrijving en uitgangspunten Een dakkapel dient een bescheiden uitbouw in de kap te zijn, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbare oppervlak te vergroten. Dakkapellen
DAKKAPELLEN. Beschrijving en uitgangspunten welstandsbeleid
DAKKAPELLEN Beschrijving en uitgangspunten welstandsbeleid Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen
criteria 2 dakkapellen Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 2 dakkapellen 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 2 - dakkapellen dorp stad & land Inleiding Deze notitie is een
Verslag ambtelijke welstandstoets van d.d. 20 mei 2015
Verslag ambtelijke welstandstoets van d.d. 20 mei 2015 Aanwezig : M. Kavsitli, M.Overbeeke, W. Crusio en J. van Bergen REGULIERE AANVRAGEN OMGEVINGSVERGUNNING 1. WABO/2015/80 Rabobank Bouwadres Lange Zelke
Dakkapel. Voldoet uw bouwplan aan de vergunningvrije criteria op grond van de Woningwet? Zie ook folder van VROM
Dakkapel Voldoet uw bouwplan aan de vergunningvrije criteria op grond van de Woningwet? Zie ook folder van VROM ja nee U kunt direct gaan bouwen. De bouw moet veilig (bijv. stevige constructie) en gezond
4 Loketcriteria. Welstandsnota gemeente Woudenberg Deel B Hoofdstuk 4 Loketcriteria 17
4 Loketcriteria Zoals in deel A van deze nota is uiteengezet, verplicht het nieuwe artikel 12a van de woningwet de gemeenteraad om een welstandsnota vast te stellen waarin criteria zijn opgenomen die worden
Als aan deze criteria wordt voldaan, behoeft het bouwplan niet meer te worden voorgelegd aan de welstandscommissie.
welstand voor lichte bouwvergunning Algemeen In de Woningwet is de bepaling opgenomen dat het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving
- 346 - Hoofdstuk 9 Sneltoetscriteria Voor veel voorkomende kleine bouwplannen
- 346 - Hoofdstuk 9 Sneltoetscriteria Voor veel voorkomende kleine bouwplannen 9. Sneltoetscriteria 9.1. Toepassing In veruit de meeste gevallen komen mensen via de bouwvergunningsaanvraag of in het voortraject
GRONINGEN, EEN PRONKJUWEEL MET WELSTAND
GRONINGEN, EEN PRONKJUWEEL MET WELSTAND SNELTOETS- CRITERIA DAKKAPELLEN DEEL 4. VERSNELLING: DE SNELTOETS- CRITERIA 1. DAKKAPELLEN 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDINGEN ROND DAKTERRASSEN 3. DAKRAMEN EN ANDERE
criteria 7 schotel-, spriet- en staafantennes Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 7 schotel-, spriet- en staafantennes 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 7 - schotel-, spriet- en staafantennes
1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Reglement op de welstandscommissie in Oldebroek 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure 1.2 Samenstelling
2 Loketcriteria. Welstandsnota gemeente Amersfoort maart 2008 H2 Loketcriteria
2 Loketcriteria Zoals in deel A van de bijlage van deze nota is uiteengezet, verplicht het nieuwe artikel 12a van de Woningwet de gemeenteraad om een welstandsnota vast te stellen, waarin criteria zijn
deel C Welstandsnota Baarle-Nassau sneltoetscriteria februari 2004 1
deel C sneltoetscriteria Welstandsnota Baarle-Nassau februari 2004 1 Voorwoord Voorliggende notitie biedt de gemeente gestandaardiseerde welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen, als
Bijlage 9 Reglement van orde welstand
Bijlage 9 Reglement van orde welstand [In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale) welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een universeel toepasbare
criteria 1 kozijn- en gevelwijzigingen Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 1 kozijn- en gevelwijzigingen 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 1 - kozijn- en gevelwijzigingen dorp stad & land
Reglement van orde van de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Reglement op de welstandscommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in Mook en Middelaar 1. Benoeming en samenstelling
5 WELSTANDSCRITERIA. 5.1 Loketcriteria (sneltoetscriteria) Zoals in deel A van deze nota is uiteengezet, verplicht het nieuwe artikel 12a
5 WELSTANDSCRITERIA 5.1 Loketcriteria (sneltoetscriteria) Zoals in deel A van deze nota is uiteengezet, verplicht het nieuwe artikel 12a van de woningwet de gemeenteraad om een welstandsnota vast te stellen
Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Bunnik
Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Bunnik 1 Inhoudsopgave van het Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit 1. Benoeming en samenstelling van de commissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie 1. Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure De gemeenteraad wijst op voordracht van het college de vereniging
GEMEENTE HEERENVEEN SNEL- TOETSCRITERIA. voor veel voorkomende kleine bouwplannen
1 GEMEENTE HEERENVEEN SNEL- TOETSCRITERIA voor veel voorkomende kleine bouwplannen Voorwoord 2 Sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen Voorliggende notitie is een notitie met welstandscriteria
7 Objectgerichte criteria
HOOFDSTUK 7 OBJECTGERICHTE TOETSINGSCRITERIA Inleiding 7.1 Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen Het werken met gestandaardiseerde toetsingscriteria (sneltoetscriteria) voor kleinere
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 4. ZONNEPANELEN EN -COLLECTOREN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen
Jaarverslag Welstandstoezicht 2014. : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet
Jaarverslag Welstandstoezicht 2014 Opgesteld door In kader van Aangeboden aan : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet : Gemeenteraad van Velsen Juni 2015
BIJGEBOUW OF OVERKAPPING OP ZIJ OF ACHTER ERF
SNELTOETSCRITERIA BIJGEBOUW OF OVERKAPPING OP ZIJ OF ACHTER ERF De afstand tot de voorgevel moet ongeveer 3m zijn. Indien het zij- en/of achtererf grenst aan de weg of een openbaar pad dan dient de afstand
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 1. DAK- KAPELLEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen worden afgehandeld
WELSTANDSNOTA NOORDENVELD 2008 Bijlage Loketcriteria ideeën- en voorbeeldenboek
WELSTANDSNOTA NOORDENVELD 2008 Bijlage Loketcriteria ideeën- en voorbeeldenboek Roden/Assen Plannummer: 160.00.01.15.00 Vastgesteld: 18 december 2008 WELSTANDSNOTA NOORDENVELD 2008 Bijlage Loketcriteria
Wanneer een bouwplan niet aan de loketcriteria voldoet of wanneer er sprake is van een bijzondere situatie, waarbij twijfel bestaat aan de
Welstandsnota gemeente 8 Loketcriteria Dit hoofdstuk behandelt gestandaardiseerde welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Deze criteria dienen als basis voor het gemeentelijk welstandsbeleid
GEMEENTE ZUNDERT WELSTANDSNOTA Deel III: Ambtelijke toetsingscriteria
telefoon fax email internet kvk Breda Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35-37 4811 GB Breda 076 5225262 076 5213812 [email protected] www.c5s.nl 20083802 GEMEENTE ZUNDERT WELSTANDSNOTA 2014 Deel III: Ambtelijke
2.4 CRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN
2.4 CRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN In artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht staat dat Burgemeester en Wethouders een aanvraag om vergunning moeten toetsen aan redelijke
Reglement van orde van de welstandscommissie
Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie 1 Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie 1.1 Benoemingsprocedure 1.2 Samenstelling welstandscommissie 2. Taakomschrijving 2.1 Taakomschrijving
behoort bij besluit van de raad van de gemeente Bronckhorst van 23 september 2010, nr. 100923/16
Bouwvergunning - bijlagen Bijlagen 1 tot en met 6, bijlage 8 en bijlagen 10 tot en met 12 (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage
7 Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken
7 Welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken 225 7.1 Toelichting Ten behoeve van de toetsing van de kleinere bouwplannen (1) zijn zogenaamde sneltoetscriteria geformuleerd. Het gaat hier
2 KLEINE BOUWPLANNEN CRITERIA
2 KLEINE BOUWPLANNEN CRITERIA 2.1 Inleiding Waarom criteria voor kleine bouwplannen De gemeente Smallingerland heeft voor veel voorkomende kleine bouwplannen, waarvoor een vergunning nodig is heldere en
LOKETCRITERIA VOOR LICHTVERGUNNINGPLICHTIGE BOUWWERKEN
LOKETCRITERIA VOOR LICHTVERGUNNINGPLICHTIGE BOUWWERKEN 3. BIJGEBOUWEN Datum: 19 december 2003 In werking getreden: 22 april 2004 Inleiding: Bijgebouwen zoals schuurtjes, garages, dierenverblijven, tuinhuisjes
Hoofdstuk 5 Standaard sneltoetscriteria
Hoofdstuk 5 Standaard sneltoetscriteria Voor veel voorkomende kleine bouwplannen 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk is grotendeels gebaseerd op de gestandaardiseerde welstandscriteria voor veel voorkomende kleine
Actualisatie Welstandsnota (Digitale versie = verkorte versie ten opzichte van analoge versie)
Actualisatie Welstandsnota (Digitale versie = verkorte versie ten opzichte van analoge versie) Welstandscriteria gebied 1 t/m 16 (als voorbeeld in deze versie alleen gebied 6) Pagina s met de definitieve
3 Woningwet en Welstand
Schema welstandstoets 3-1 HOOFDSTUK 3 WONINGWET EN WELSTAND 3.1 Inleiding De Woningwet kent per 1 januari 2003 drie categorieën bouwwerken: - bouwvergunningvrij - licht-bouwvergunningplichtig - regulier
Hoofdstuk 6 Sneltoetscriteria
Hoofdstuk 6 Sneltoetscriteria HOOFDSTUK 6 Sneltoetscriteria Sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen Algemeen In dit hoofdstuk worden sneltoetscriteria gegeven voor ondermeer aanen uitbouwen,
7. SNELTOETSCRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN
7. SNELTOETSCRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN 7.1 TOEPASSING In veruit de meeste gevallen komen mensen via de bouwvergunning s- aanvraag of in het voortraject daarvan met welstand in aanraking.
GEMEENTE VALKENSWAARD
GEMEENTE VALKENSWAARD OBJECTCRITERIA voor veel voorkomende kleine bouwplannen Welstandsnota gemeente Valkenswaard Bijlage B: objectcriteria versie 1.1 1 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Algemeen
Jaarverslag Welstandstoezicht 2010
Jaarverslag Welstandstoezicht 2010 Opgesteld door In kader van Aangeboden aan : het college van burgemeester en wethouders van Velsen : artikel 12 c van de Woningwet : Gemeenteraad van Velsen December
Inhoudsopgave DEEL C - PROCEDURE 1
DEEL C - PROCEDURE . Inhoudsopgave pagina DEEL C - PROCEDURE 1 9. WELSTANDSPROCEDURE 1 9.1 De status van de welstandsnota 1 9.2 Organisatie van welstand 1 9.3 De welstandsprocedure 1 9.4 Nieuwe bouwprojecten
WELSTANDSZORG NOORD-BRABANT
WELSTANDSZORG NOORD-BRABANT SNELTOETSCRITERIA voor veel voorkomende kleine bouwplannen 1 Sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen 2 Voorwoord Deze notitie biedt de gemeente gestandaardiseerde
Gemeente Heumen. Welstandsnota/ wijziging 2007
Gemeente Heumen Welstandsnota/ wijziging 2007 Hoofdstuk 5/ Licht-vergunningsplichtige bouwwerken Standaard sneltoetscriteria, voor veel voorkomende kleine bouwplannen (versie oktober 2006) 5.1 Inleiding
DE SNELTOETS- CRITERIA 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDIN- GEN ROND DAKTERRASSEN
DE SNELTOETS- CRITERIA 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDIN- GEN ROND DAKTERRASSEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen
14 Op de grond staand bouwwerk van beperkte omvang 24
Sneltoetscriteria welstand Inhoudsopgave Inleiding 2 1 Welstandstoezicht 3 2 Voor- en Achterkantbenadering 3 3 Uitgangspunten Welstandstoezicht 4 4 Aan- en Uitbouwen 5 5 Bijgebouwen en Overkappingen 8
In geval van een beschermd monument of een beschermd stadsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd.
15 HOOFDSTUK 3 SNELTOETSCRITERIA Sneltoetscriteria Licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken zijn in strijd met redelijke eisen van de welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Wanneer
Bijlage 9 Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit Toelichting
Bijlage 9 Reglement van orde van de commissie ruimtelijke kwaliteit In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale) welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk
DE SNELTOETS- CRITERIA 3. DAGLICHT- VOORZIENINGEN IN EEN DAK
DE SNELTOETS- CRITERIA 3. DAGLICHT- VOORZIENINGEN IN EEN DAK Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk
Bijlage 9 Bouwverordening. Reglement Integrale Kwaliteits Commissie. Gemeente Gennep. Inhoudsopgave
Bijlage 9 Bouwverordening Reglement Integrale Kwaliteits Commissie Gemeente Gennep Inhoudsopgave 1. Benoeming en samenstelling van de IKC 1.1 Begripsbepaling 1.2 Benoemingsprocedure 1.3 Samenstelling IKC
t w e e d e w i j z i g i n g Welstandsnota g e m e e n t e M o n t f e r l a n d
t w e e d e w i j z i g i n g Welstandsnota g e m e e n t e M o n t f e r l a n d tweede wijziging Welstandsnota gemeente Montferland 16 oktober 2012 gemeente Montferland Correspondentieadres: Postbus
WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN SNELTOETSCRITERIA 2007
WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN SNELTOETSCRITERIA 2007 Sneltoetscriteria Welstandsnota gemeente Heusden Vastgesteld: 11 september 2007 (ter vervanging van de versie van 2004) Indeling welstandsnota Gemeente
Aanvullingen Welstandsnota
Aanvullingen Welstandsnota INHOUD 1.3 B & W VOEREN HET WELSTANDSTOEZICHT UIT... 3 1.8 HANDHAVING... 6 2 1.3 B & W VOEREN HET WELSTANDSTOEZICHT UIT De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van
criteria 3 erfafscheidingen Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
criteria 3 erfafscheidingen 2013 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon 2 criteria 3 - erfafscheidingen dorp stad & land Inleiding Deze notitie
Bij een zijerf grenzend aan de weg of openbaar groen overlapt de achterkant de voorkant. Bij twijfel of overlapping is de term voorkant bepalend.
Sneltoetscriteria 1. Algemeen Voor kleinere bouwwerken gelden sneltoetscriteria. Anders dan bij de relatieve criteria voor aangewezen gebieden gaat het hier om vrijwel objectieve criteria die planindieners
Hoofdstuk 5 WELSTANDSCRITERIA OBJECTEN. bebouwing achterkant voorkant
WELSTANDSCRITERIA OBJECTEN Hoofdstuk 5 De gemeente streeft ernaar veel voorkomende (kleine) objecten effectief te beoordelen om zo de burger tegemoet te komen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en
GEMEENTE WOENSDRECHT. Sneltoetscriteria
GEMEENTE WOENSDRECHT N o t a W e l s t a n d s b e l e i d Sneltoetscriteria Voor veel voorkomende kleine bouwplannen Versie 01 juli 2007 1 2 Voorwoord Deze notitie biedt de gemeente gestandaardiseerde
Welstandsnota gemeente Cromstrijen
Welstandsnota gemeente Cromstrijen 130 6. Objectgerichte welstandscriteria 6.1 Toelichting In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat
VOOR LICHTVERGUNNINGPLICHTIGE BOUWWERKEN
LOKETCRITERIA VOOR LICHTVERGUNNINGPLICHTIGE BOUWWERKEN 1. DAKKAPELLEN Datum: 25 februari 2004 In werking getreden: 22 april 2004 Inleiding: Een dakkapel is een uitspringend dakvenster, aangebracht op het
SNELTOETSCRITERIA voor veel voorkomende kleine bouwplannen
voor veel voorkomende kleine bouwplannen Inleiding Sneltoetscriteria zijn objectgerichte criteria (kortweg objectcriteria) die zo concreet zijn dat toetsing daaraan op ambtelijk niveau kan plaatsvinden.
Sneltoetscriteria. Voor veel voorkomende kleine bouwwerken Onderdeel van de welstandsnota van de gemeente Súdwest-Fryslân
Sneltoetscriteria Voor veel voorkomende kleine bouwwerken Onderdeel van de welstandsnota van de gemeente Súdwest-Fryslân Vastgesteld door de gemeenteraad 10 september 2015 1 Inhoudsopgave Inleiding...3
Dakkapellen. (op alle bestaande gebouwen)
Dakkapellen (op alle bestaande gebouwen) Omschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.
GEMEENTE HEUSDEN SNELTOETSCRITERIA. voor veel voorkomende kleine bouwplannen. d.d. 13 januari 2004 ontwerpexemplaar 1
GEMEENTE HEUSDEN SNELTOETSCRITERIA voor veel voorkomende kleine bouwplannen d.d. 13 januari 2004 ontwerpexemplaar 1 Indeling welstandsnota Gemeente Heusden Gemeente Heusden ALGEMEEN DEEL SNELTOETSCRITERIA
Welstandsnota. Algemene criteria voor kleine, veel voorkomende bouwwerken
Welstandsnota Algemene criteria voor kleine, veel voorkomende bouwwerken Croonen Adviseurs b.v. strategie, ordening & vorm COLOFON Projectnummer: Word bestand: BOE01-HEL00010-03A WSN01-HEL00010-02B Datum:
WELSTANDSNOTA GEMEENTE OSS
WELSTANDSNOTA GEMEENTE OSS SNELTOETSCRITERIA (gewijzigd per raadsbesluit 25 juni 2009) Sneltoetscriteria Welstandsnota Oss, gewijzigd per raadsbesluit 25 juni 2009 1/28 MODEL- SNELTOETSCRITERIA WZNB MOOI
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 8. ROLHEKKEN, LUIKEN EN ROLLUIKEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen
Rapport. 2^1 kapwoning. voorbeeld-document bouwmogelijkheden
Rapport 2^1 kapwoning voorbeeld-document bouwmogelijkheden 1 INHOUDSOPGAVE 3 Bestemmingsplan 1996 2 4 Toelichting bestemmingsplan 5 Vergunningsvrij bouwen 7 Bouwmogelijkheden 9 Welstandsbeleid 10 Overzichtstabel
Notitie reclame-uitingen
Notitie reclame-uitingen In de commisise Omgeving van september 2004 is gesproken over de Welstandsnota. Daarbij is de afspraak gemaakt dat de commissie in oktober zou terugkomen op het onderdeel reclame-uitingen
Kozijn- of gevelwijziging
Kozijn- of gevelwijziging (aan bestaande woningen of woongebouwen of aan bijgebouwen bij bestaande woningen of woongebouwen) Omschrijving en uitgangspunten Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij
DE SNELTOETS- CRITERIA
DE SNELTOETS- CRITERIA 6. KOZIJN- EN GEVEL- WIJZIGINGEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen
AANGEPASTE TEKST WELSTANDSNOTA, DECEMBER 2005: WELSTAND DIEMEN
Sneltoetscriteria Voor veelvoorkomende kleine bouwplannen houden we de aanvraagprocedure graag zo eenvoudig en snel mogelijk. Daarom geldt hiervoor een ambtelijke sneltoets, op basis van sneltoetscriteria.
Bijlage bij Welstandsnota Diemen 2012, GR 07-06-2012, besluit nr.12-32 CONSEQUENTIES
CONSEQUENTIES Onderstaand zijn per thema het huidige beleid, het nieuwe beleid en de voordelen en nadelen worden weergegeven wat de consequenties zijn voor de aanpassing van het beleid. Hiermee kunt u
Bijlage 1. Voorgestelde wijzingen
Bijlage 1. Voorgestelde wijzingen Wijzigingen hoofdstuk 2. Inleiding: - Bouwvergunning wijzigen in: omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. - In de praktijk zal de welstandsnota waarschijnlijk nauwelijks
GEMEENTEBESTUUR UITGEEST
GEMEENTEBESTUUR UITGEEST Nota / advies van: Patrick Monincx Behandelende afdeling: Publiekszaken/ Vergunningen Datum: 07-05-2015 NR. TITEL: Maatwerk voor erkers/woninguitbreiding aan de voorzijde, die
WELSTANDSNOTA NIEUWEGEIN 2010
BIJLAGE D: ALGEMENE LOKETCRITERIA Raadsnummer 2010-045 INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN 2 2. AAN- EN UITBOUWEN 3 3. BIJGEBOUWEN EN OVERKAPPINGEN 5 4. DAKKAPELLEN 7 5. KOZIJN EN GEVELWIJZIGINGEN
SNELTOETSCRITERIA WOL-gemeenten
SNELTOETSCRITERIA WOL-gemeenten Per 1 januari 2003 is de Woningwet wat betreft de welstandstoezicht herzien. In artikel 48 van de Woningwet staat dat Burgemeester en Wethouders een aanvraag om een reguliere
3 Reglement van orde van de welstandscommissie
3 Reglement van orde van de welstandscommissie Artikel 3.1 Aanwijzing van de commissie De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders
Sittard-Geleen WELSTANDSNOTA GEMEENTE SITTARD-GELEEN MEI 2004 SNELTOETSCRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN. Gemeente
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Bibliotheek WELSTANDSNOTA GEMEENTE SITTARD-GELEEN SNELTOETSCRITERIA VOOR VEEL VOORKOMENDE KLEINE BOUWPLANNEN MEI 2004 Gemeente Sittard-Geleen Opmerking vooraf In de
Welstandsjaarverslag 2006
Welstandsjaarverslag 2006 Burgemeester en wethouders van Beemster 13 november 2007. 1. Doelstelling en wettelijk kader Sinds 1 januari 2003 bepaalt de Woningwet, in artikel 12c, dat burgemeester en wethouders
Jaarverslag Welstand 2013 Gemeente Schinnen
Jaarverslag Welstand 2013 Gemeente Schinnen Inleiding Conform de Woningwet ligt voor u het jaarverslag Welstand 2013 van de Gemeente Schinnen. Teneinde het welstandstoezicht binnen de gemeente inzichtelijk
Objectcriteria welstandsnota 2 e wijziging
Afdeling Veiligheid, Vergunningverlening en Handhaving Objectcriteria welstandsnota 2 e wijziging Vastgesteld. Gepubliceerd. Pagina 1 van 24 Pagina 2 van 24 December 2013 OBJECT December 2013 I. Criteria
Loketcriteria welstandsnota gemeente De Ronde Venen, december 2012
Loketcriteria welstandsnota gemeente De Ronde Venen, december 2012 Inhoud : Pagina : Aan- en uitbouwen 2 Bijgebouw of overkapping 3 Dakkapellen 4 Gevelwijzigingen 5 Erf- of perceelsafscheiding 6 Reclame
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2014
B&W VERSLAG WELSTANDSBELEID 2014 Voorwoord Naast een zelfstandig jaarverslag van de onafhankelijke welstandscommissie verlangt de Woningwet (Ww) ook van het College van B&W om eenmaal per jaar aan de gemeenteraad
Welstand. of welstandsvrij in de gemeente Gorinchem?
Welstand of welstandsvrij in de gemeente Gorinchem? Huidige beleid gehele grondgebied welstandsplichtig alle type bouwwerken welstandsplichtig iedere aanvraag voorleggen aan welstandscommissie Huidige
DAKKAPELLEN. k4-1. Ontwerpwelstandsparagraaf kleine plannen
DAKKAPELLEN Beschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Voor dakkapellen worden
