Bedieningshandleiding
|
|
|
- Elisabeth van de Velden
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedieningshandleiding az ZA-M 1500 Profis Kunstmeststrooier met weegtechniek MG 1638 BAG Printed in Germany Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor verder gebruik!
2 Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkent niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen, over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz ZA-M BAG
3 Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens in van de machine. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Serienummer: (tien posities) Type: ZA-M Bouwjaar: Basisgewicht kg: Toegestaan totaal gewicht kg: Maximium laadvermogen kg: Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Onderdelenbestelling AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Onderdelencatalogus -Online: Bij het bestellen van onderdelen altijd het serienummer (tien posities) van de machine vermelden. Gegevens over de bedieningshandleiding Documentnummer: MG 1638 Datum uitgifte: Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2005 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, alleen toegestaan met toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG. ZA-M BAG
4 Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft voor een product gekozen uit het omvangrijke leveringsprogramma van de AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij dank u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij in ontvangst nemen van de machine of er geen transportschade is opgetreden of delen ontbreken! Controleer aan de hand van de afleveringsbon of de machine inclusief extra toebehoren compleet is afgeleverd. Alleen onmiddellijke reclame geeft recht op schadevergoeding! Lees voor het in bedrijfstellen de gebruiksaanwijzing en schenk bijzondere aandacht aan de veiligheidsaanwijzingen. Pas na zorgvuldig lezen kunt u de maximale voordelen uit uw nieuw aangeschafte machine halen. Zie er op toe, dat medegebruikers van de machine ook de bedieningshandleiding lezen voordat ze ermee gaan werken. Bij eventuele vragen of problemen, kijk eerst in de bedieningshandleiding of bel ons eenvoudig op. Regelmatig onderhoud en tijdige vervanging van slijtdelen of defecte onderdelen verhoogt de levensduur van uw machine. Boordeling door eindgebruikers Geachte lezer, onze bedieningshandleidingen worden regelmatig geactualiseerd. Met uw verbeteringsvoorstellen helpt u ons een gebruiksvriendelijke handleiding samen te stellen. Stuur uw opmerkingen per fax naar ons toe. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] 4 ZA-M BAG
5 Inhoudsopgave 1 Gebruikersadvies Doel van het document Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Gebruikte afbeeldingen Algemene veiligheidsaanwijzingen Verplichtingen en aansprakelijkheid Weergave van de veiligheidsaanwijzingen -Symbolen Organisatorische maatregelen Veiligheids- en bescherminrichtingen Informele veiligheidsmaatregelen Opleiding van personen Veiligheidsmaatregelen onder normale omstandigheden Gevaar door resterende energie Onderhoud, service en verhelpen van storingen Constructieve veranderingen...14 Onderdelen en slijtdelen en hulpstoffen Reinigen en afvoeren Werkplek van de chauffeur Veiligheidsvoorzieningen en overige kentekenen op de machine...16 Plaats van de waarschuwingstekens en overige bemerkingen Gevaren bij niet in acht nemen van de veiligheidsaanwijzingen Veiligheidsbewust werken Veiligheidsaanwijzingen voor de persoon die de machine bedient Algemene veiligheids- en ongevallen preventieregels Hydraulisch systeem Elektrische installatie Gebruik van de aftakas Tijdens het strooien Reinigen, onderhoud en reparatie Opladen en afladen Productbeschrijving Overzicht bouwgroepen Veiligheidsinrichtingen en beschermkappen Overzicht verzorgingsleidingen tussen tractor en machine Verkeerstechnische uitrusting Doelgericht gebruik Gevarenzones en gevaarlijke plaatsen Typeplaatje en CE-markering Technische gegevens Conformiteit Eisen aan de tractor Gegevens over de geluidsontwikkeling Opbouw en werking Functie Koppelingsas Koppelingsas aankoppelen Koppelingsas afkoppelen Hydrauliek-aansluitingen Hydraulische slangleidingen aankoppelen Hydraulische slangleidingen afkoppelen Strooischotels...44 ZA-M BAG
6 Inhoudsopgave Aanbevelingen voor de strooischotels OM en OM Roerwerk Sluitschuiven en doseerschuiven Weeginrichting Grens- of kantstrooien Boordcomputer Beschermroosters in de trechters Transport- en wegzet unit (afneembaar) (extra uitvoering) Beschermbeugel (extra uitvoering) Afdekkleed (extra uitvoering) Opzetranden (extra uitvoering) Tweewegeenheid (extra uitvoering) Driewegeenheid (extra uitvoering) Koppelingsas met slipkoppeling (extra uitvoering) In bedrijf stellen Geschiktheid van de tractor controleren Berekening van de werkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belasting van de tractorassen en het draagvermogen van de banden, evenals het minimaal vereiste contragewicht Montage van de koppelingsas Lengte van de koppelingsas aan de tractor aanpassen Tractor / machine beveiligen tegen onverwacht starten en wegrollen Stelbout voor de systeemkeuze op het stuurventielenblok instellen Machine aan- en afkoppelen Machine aankoppelen Machine afkoppelen Instellingen Instellen van de aanbouwhoogte Basisbemesting Bijbemesting Instellen van de strooihoeveelheid Controle van de strooihoeveelheid Controle van de strooihoeveelheid zonder weegtechniek Instellen van de werkbreedte Instellen van de stand van de strooischoepen Controle van de werkbreedte met mobiele testbaan (extra uitvoering) Kant- en randstrooien Grens- en kantstrooien met kantstrooischerm Limiter M Grens- en kantstrooien met kantstrooischotel Tele-Set Transportritten Werken met de machine Centrifugaalstrooier vullen Het strooien Verwisselen van de strooischotels Aanbevelingen voor het strooien van de wendakker Advies voor het strooien van slakkenkorrels (bv. Mesurol) Combinatiematrix voor centrifugaalstrooiers voor het uitbrengen van slakkenkorrels Storingen Storingen, oorzaak en oplossing Storingen in de elektronica ZA-M BAG
7 Inhoudsopgave 12 Reinigen, onderhoud en reparatie Reinigen Doorsmeervoorschrift Smeermiddelen Koppelingsas smeren Overzicht van service en onderhoudsintervallen Breekboutbeveiliging voor aftakas- en roeras aandrijving Slipkoppeling luchten Controle van het hydraulische oliefilter Magneetkleppen schoonmaken Ingaande aandrijfkast en haakse aandrijving Vervangen van de strooischoepen en zwenkvleugels Vervangen van de strooischoepen Vervangen van de zwenkschoepen Horizontale stand van de bladveren en lager-blokken controleren Speling van de begrenzingsbouten instellen Tarreren van de strooier Calibreren van de strooier Hydraulisch systeem Kenmerking van hydraulische slangleidingen Service-intervallen Criteria voor de inspectie van hydraulische slangleidingen Monteren en demonteren van hydrauliekslangen Demontage van de koppelingsas Elektrische verlichtingsinstallatie Pennen van topstang en hefarmen Hydraulisch schema Aantrekkoppel van de bouten ZA-M BAG
8 Gebruikersadvies 1 Gebruikersadvies Het hoofdstuk gebruikersadviezen geeft informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document De hier voorliggende bedieningshandleiding beschrijft het bedienen van en het onderhoud aan de machine. geeft belangrijke aanwijzingen voor veilig en efficiënt gebruik van de machine. is een bestanddeel van de machine en moet altijd bij de machine of in de cabine van de tractor aanwezig zijn. voor toekomstige gebruikers bewaren. 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle richtingsaanduidingen in deze bedieningshandleiding zijn altijd gezien in de rijrichting. 1.3 Gebruikte afbeeldingen Het registreren van opmerkingen Voor degene die de machine bedienen is de wijze van registreren van de uit te voeren handelingen wordt puntsgewijs voorgesteld. De volgorde van de stappen moet worden aangehouden. Commentaar op de bedieningshandleiding worden met een pijl aangegeven: 1. Commentaar op de bediening stap 1 Reactie van de machine op stap 1 2. Commentaar op de bediening stap 2 Optelling Optellingen zonder noodzakelijke volgorde worden als puntenlijst weergegeven. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers en afbeeldingen Cijfers tussen haakjes verwijzen naar de positiegetallen in de afbeelding. Voorbeeld (Fig. 3/6) Afbeelding 3 Positie 6 8 ZA-M BAG
9 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2 Algemene veiligheidsaanwijzingen Dit hoofdstuk bevat belangrijke aanwijzingen om met de machine veilig om te gaan. 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid Aanwijzingen in de bedieningshandleiding opvolgen Kennis van de basis veiligheidsaanwijzingen en veiligheidsvoorschriften vormen het uitgangspunt voor veilig en storingvrij gebruik van de machine. Verplichtingen van de gebruiker De bestuurder verplicht zich alleen personen aan of met de machine te laten werken, met de basisveiligheidsvoorschriften en de ARBO-voorschriften bekend zijn. over het werk aan/met de machine geïnformeerd zijn. deze bedieningshandleiding gelezen en begrepen hebben. De gebruiker verplicht zich alle waarschuwingstekens op de machine in leesbare toestand te houden. beschadigde waarschuwingstekens te vervangen. Wendt u zich met vragen tot de fabrikant/dealer. Verplichtingen van de persoon die de machine bedient Alle personen, die de opdracht hebben met/aan de machine te werken, verplichten zich voor aanvang van de werkzaamheden: de basisvoorschriften over werkveiligheid en ongevallenpreventie in acht te nemen, het hoofdstuk over veiligheid en gevarentekens in deze handleiding op te lezen en op te volgen. het hoofdstuk "Waarschuwingstekens en overige aanduidingen op de machine in deze bedieningshandleiding moeten worden gelezen en de veiligheidsaanwijzingen bij het gebruik van de machine worden opgevolgd. u zich met de machine vertrouwt maakt. de hoofdstukken in deze bedieningshandleiding te lezen, die voor het uitvoeren van de werkzaamheden van belang zijn. Constateert degene die de machine bedient, dat een onderdeel niet aan de veiligheidstechnische eisen voldoet, dan moet deze tekortkoming onmiddellijk worden gerepareerd. Behoort dit niet tot de competentie van de persoon die de machine bedient of beschikt hij niet over de vereiste kennis, dan moet hij deze tekortkoming aan zijn meerdere (eigenaar) melden. ZA-M BAG
10 Algemene veiligheidsaanwijzingen Gevaren door omgang met de machine De machine is volgens de laatste stand van de techniek en volgens de erkende veiligheidstechnische regels gebouwd. Desondanks kunnen bij het gebruik van de machine gevaren en belemmeringen ontstaan voor lijf en leden van de bestuurder of voor derden, voor de machine zelf, en aan andere goederen. Gebruikt u de machine alleen in perfecte veilige staat. voor het doel waarvoor ze ontworpen is. Verhelp onmiddellijk de storingen die de veiligheid in gevaar kunnen brengen. Garantie en aansprakelijkheid Principieel gelden onze "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Hierover kan de eigenaar na het sluiten van de handelsovereenkomst beschikken. Aanspraak op garantie of aansprakelijkheid voor schade aan personen of zaken zijn uitgesloten, indien deze op een of meerdere van de volgende oorzaken terug te voeren zijn: niet doelgericht gebruik van de machine. ondeskundig monteren, in bedrijfstellen, bedienen en onderhouden van de machine. met de machine werken met defecte veiligheidsinrichtingen of niet volgens voorschrift gemonteerde veiligheids- en beschermvoorzieningen. het niet opvolgen van de aanwijzingen in de bedieningshandleiding betreffende het in gebruikstellen, het werken met de machine en tijdens het onderhoud. eigenmachtige veranderingen aan de machine. gebrekkige controle van machinedelen, die aan slijtage onderhevig zijn. onvakkundig uitgevoerde reparaties. catastrofale ongevallen door inwerking van vreemde voorwerpen of veel geweld. 10 ZA-M BAG
11 2.2 Weergave van de veiligheidsaanwijzingen -Symbolen Algemene veiligheidsaanwijzingen De veiligheidsaanwijzingen zijn gekenmerkt door een symbool en omschrijving. De omschrijving geeft de ernst van het dreigende gevaar aan. De afzonderlijke symbolen hebben de volgende betekenis: GEVAAR Onmiddellijk dreigend gevaar met verhoogd risico voor het leven en gezondheid van personen (zware verwondingen of dood). Het negeren van deze aanwijzingen kan ernstige schadelijke uitwerking op de gezondheid, tot levensbedreigende verwondingen tot gevolg hebben (verlies van ledematen of langdurige handicap). WAARSCHUWING Mogelijkerwijs dreigend gevaar met groot risico voor het leven en gezondheid van personen. Het negeren van deze aanwijzingen kan ernstige schadelijke uitwerking op de gezondheid, tot (levensbedreigende) verwondingen tot gevolg hebben. VOORZICHTIG Mogelijk gevaarlijke situatie (lichte verwonding of beschadiging). Het niet opvolgen van deze aanwijzing kan lichte verwonding tot gevolg hebben of tot beschadiging van goederen leiden. BELANGRIJK Verplichting tot speciaal gedrag of handeling voor de doelgerichte omgang met de machine. Het niet opvolgen van deze aanwijzing kan tot storingen aan de machine of de omgeving leiden. ADVIES Gebruiktips en nuttige informatie. Deze adviezen helpen u om alle functies op de machine zo optimaal mogelijk te gebruiken. ZA-M BAG
12 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.3 Organisatorische maatregelen De eigenaar moet aan de uitvoerende personen beschermende bekleding aanbieden, zoals: beschermbril, veiligheidsschoenen, werkoverall, huidcrème, etc. De bedieningshandleiding altijd bij de machine bewaren! moet te allen tijde voor de chauffeurs en onderhoudsmonteurs ter beschikking zijn! Controleer regelmatig alle aanwezige veiligheidsinrichtingen! 2.4 Veiligheids- en bescherminrichtingen Voor iedere keer dat met de machine wordt gewerkt, controleren of alle veiligheids- en bescherminrichtingen doelmatig zijn aangebracht en functioneren. Alle veiligheids- en bescherminrichtingen regelmatig controleren. Defecte veiligheidsvoorzieningen Door defecte of gedemonteerde veiligheids- en bescherminrichtingen kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. 2.5 Informele veiligheidsmaatregelen Houd naast alle veiligheidsaanwijzingen in deze bedieningshandleiding ook rekening met de algemeen geldende en plaatselijke regels voor ongevallen en milieupreventie. Volg de verkeersvoorschriften op tijdens het vervoer over openbare wegen en transport naar het veld. 12 ZA-M BAG
13 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.6 Opleiding van personen Alleen geschoolde en onderrichte personen mogen met/aan de machine werken. Duidelijk vastleggen welke personen voor strooien en voor onderhoud verantwoordelijk zijn. Een leerling mag onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. Beroep Personen Speciaal opgeleid persoon Geïnstrueerde bediener Personen met specifieke vakopleiding (Mechanica/elektrotechniek) Verladen/Transport X X X In bedrijfstellen -- X -- Inrichten, ombouwen X Bedrijf -- X -- Onderhoud X Storingen zoeken en oplossen X -- X Afvoeren X Legenda: X. toegestaan --. niet toegestaan 1) 2) Een persoon, die een specifieke opdracht in behandeling kan nemen en deze voor een overeenkomstige gekwalificeerde firma kan uitvoeren. Als geschoold persoon wordt aangemerkt, diegene die voor de specifieke opdracht en de mogelijke gevaren is opgeleid en op de hoogte is van de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen. 3) Personen met een specifieke vakopleiding gelden als deskundige (vakman). Zij kunnen vanwege hun specifieke opleiding en kennis van de desbetreffende bepalingen, de opgedragen werkzaamheden beoordelen en de mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Vakkennis kan naast een specifieke vakopleiding ook verkregen zijn door jarenlange ervaring in de betreffende branche. Alleen een gespecialiseerd mechanisatiebedrijf mag de service en reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoeren, indien deze werkzaamheden met het kenmerk werkplaats worden aangeduid. Het personeel van een gespecialiseerd mechanisatiebedrijf beschikt over de noodzakelijke kennis evenals de geschikte hulpmiddelen (speciaal gereedschap, hef- en ondersteuningsinrichtingen) voor het vakkundig en veilig uitvoeren van service en reparatie aan de machine. ZA-M BAG
14 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.7 Veiligheidsmaatregelen onder normale omstandigheden Alleen met de machine werken indien alle veiligheids- en bescherminrichtingen doelmatig zijn aangebracht. Controleer minstens een keer per dag of uiterlijk herkenbare schade is opgetreden aan de machine en alle veiligheids- en bescherminrichtingen functioneren. 2.8 Gevaar door resterende energie Let op het optreden van mechanische, hydraulische, pneumatische en elektrische / elektronische krachten en spanningen, veroorzaakt door restanten van energie op de machine. Tref hiervoor de geëigende maatregelen voor instructie van het personeel. Gedetailleerde aanwijzingen worden nogmaals in de betreffende hoofdstukken van de bedieningshandleiding gegeven. 2.9 Onderhoud, service en verhelpen van storingen Zorg er voor, dat u de voorgeschreven instel-, service- en inspectiewerkzaamheden tijdig uitvoert. Zorg er voor, dat externe hulpmiddelen zoals perslucht en hydraulische systemen niet per ongeluk kunnen worden ingeschakeld. Bevestig en beveilig grote onderdelen bij vervanging zorgvuldig aan de hefwerktuigen. Controleer de boutverbindingen. Na de onderhoudswerkzaamheden de veiligheidsinrichting op goede werking controleren Constructieve veranderingen Zonder toestemming van de AMAZONEN-WERKE mogen geen veranderingen, aan- of ombouw aan de machine worden uitgevoerd. Dit geldt ook voor laswerkzaamheden aan dragende delen. Alle ombouw of aanbouw maatregelen vereisen een schriftelijke toestemming van de AMAZONEN-WERKE. Gebruik uitsluitend door de firma AMAZONEN-WERKE vrijgegeven ombouwdelen en toebehoren, opdat de internationale en nationale voorschriften geldig blijven. Voertuigen, die in een bepaalde uitvoering met toebehoren zijn gekeurd moeten zich in de staat bevinden waarin de keuring werd uitgevoerd. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, stoten, snijden, gegrepen en meegetrokken worden door breuk van dragende onderdelen. In principe is verboden het boren in frame of onderstel. het opboren van bestaande gaten in het frame of onderstel. het lassen aan dragende delen. 14 ZA-M BAG
15 Algemene veiligheidsaanwijzingen Onderdelen en slijtdelen en hulpstoffen Machineonderdelen, die niet meer betrouwbaar functioneren meteen. vervangen. Gebruik uitsluitend originele-amazone-onderdelen en slijtdelen of onderdelen die door de AMAZONEN-WERKEN zijn toegestaan, waardoor de functionaliteit volgens landelijke en internationale voorschriften gewaarborgd blijft. Het gebruik van imitatie onderdelen en slijtdelen is niet gegarandeerd, dat zij geconstrueerd en gemaakt zijn volgens veiligheids- en belastingsnormen. De AMAZONEN-WERKE zijn niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het gebruik van niet vrijgegeven onderdelen en slijtdelen of hulpstoffen Reinigen en afvoeren Gebruikte stoffen en materialen vakkundig opbergen en afvoeren vooral bij bij werkzaamheden aan smeersystemen en smeerinrichtingen en bij het reinigen met oplosmiddelen Werkplek van de chauffeur De machine mag slechts door een persoon vanaf de tractor worden bediend. ZA-M BAG
16 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.13 Veiligheidsvoorzieningen en overige kentekenen op de machine Houdt alle waarschuwingstekens op de machine schoon en in goed leesbare staat. Onleesbare waarschuwingsstickers vervangen. Nieuwe pictogrammen bestellen bij uw AMAZONE-dealer afbeelding nr. (bijv. MD075 = bestelnummer. Waarschuwingspictogram- opbouw Waarschuwingstekens geven de gevaarlijke plaatsen op de machine aan en attenderen op bijkomende gevaren. Op deze plaatsen kunnen permanent of onverwachte gevaarlijke situaties voor komen. Een waarschuwingspictogram bestaat uit twee kaders: Kader 1 toont illustratief de aard van de gevaarlijke situatie en is omgeven door een driehoekig veiligheidssymbool. Kader 2 geeft illustratief aanwijzing om het gevaar te vermijden. Waarschuwingsteken - toelichting In de kolom bestelnummer en toelichting staat de omschrijving van het nevenstaande gevarenteken. De omschrijving is altijd in dezelfde volgorde opgebouwd: 1. Omschrijving van het gevaar. Voorbeeld: Gevaar voor snijwonden of amputatie! 2. De gevolgen door negeren van de aanwijzing(en) ter voorkoming van ongelukken. Voorbeeld: Veroorzaakt zware verwondingen aan vingers of hand. 3. De aanwijzing(en) ter voorkoming van gevaarlijke situaties. Voorbeeld: machinedelen pas aanraken, wanneer ze volledig tot stilstand zijn gekomen. 16 ZA-M BAG
17 Algemene veiligheidsaanwijzingen Bestelnummer en toelichting Waarschuwingsteken MD 075 Gevaar voor snijwonden of amputatie van vingers of hand door ronddraaiende machinedelen! Dit gevaar veroorzaakt zeer ernstig letsel met verlies van lichaamsdelen aan vingers of hand. Grijp nooit in de gevaarlijke plaats, zolang de motor van de tractor nog loopt met ingeschakelde aftakas / hydraulische installatie. Raak de machinedelen pas aan, wanneer ze volledig tot stilstand zijn gekomen. MD 078 Gevaar voor kneuzingen van vingers of hand door open machinedelen, die in beweging zijn! Dit gevaar veroorzaakt ernstige verwondingen met risico van amputatie van hand of vingers. Grijp nooit binnen het bereik waar u zich kunt beknellen, zolang de motor van de tractor loopt met ingeschakelde aftakas/hydraulische aandrijving. MD 079 Gevaar door weggeslingerde of uit de machine weggeworpen strooimateriaal of vreemde voorwerpen! Dit gevaar veroorzaakt ernstige verwondingen aan het gehele lichaam. Let erop, dat omstanders zich op voldoende afstand buiten de gevarenzone van de machine bevinden, zolang de motor van de tractor loopt. MD 083 Gevaar door naar binnen getrokken of gegrepen te worden aan arm of bovenlichaam door aangedreven onbeschermde machinedelen! Dit gevaar veroorzaakt zeer zware verwondingen aan arm of bovenlichaam. Nooit beschermkappen van aangedreven machinedelen openen of verwijderen, zolang de motor van de tractor loopt met ingeschakelde aftakas / hydro- aandrijving. ZA-M BAG
18 Algemene veiligheidsaanwijzingen MD 089 Gevaar! Beknellingsgevaar onder opgeheven last / machinedelen! Dit gevaar veroorzaakt zeer ernstig lichamelijk letsel met gevaar voor dodelijke afloop. Het is verboden zich onder zwevende last / machinedelen op te houden. Houd voldoende veilige afstand tot zwevende last / machinedelen. Let erop, dat omstanders op voldoende veilige afstand van zwevende last/ / machinedelen staan. Personen uit de gevarenzone van zwevende last /machinedelen wegsturen. MD 093 Gevaar door onbeschermde aandrijfassen gegrepen en meegesleurd te worden! Dit gevaar veroorzaakt ernstige verwondingen aan het gehele lichaam met risico op dodelijke. Nooit beschermkappen van aangedreven assen openen of verwijderen, zolang de motor van de tractor loopt met ingeschakelde aftakas / hydroaandrijving. MD 095 Voor ingebruikname de bedieningshandleiding en veiligheidsaanwijzingen lezen en in acht nemen! MD 096 Infectiegevaar door uittredende vloeistoffen, die onder hoge druk staan (hydrauliekolie)! Veroorzaakt ernstige verwondingen aan het lichaam, wanneer onder hoge druk staande vloeistoffen uittreden en door de huid het lichaam binnendringen. Probeer nooit, een lekkende hydrauliekslang met de hand of vingers af te dichten. Lees en volg de aanwijzingen in het technische handboek op, voor dat u onderhoud en reparatiewerkzaamheden gaat uitvoeren. Bij verwondingen door hydraulische olie onmiddellijk naar de doktor gaan. 18 ZA-M BAG
19 Algemene veiligheidsaanwijzingen MD 097 Beknellingsgevaar voor het bovenlichaam binnen het hefbereik van driepuntsophanging door beperking van de vrije ruimte tijdens het heffen! Dit gevaar veroorzaakt zeer ernstig letsel met risico op dodelijke afloop. Tijdens het bedienen van de driepunts hefinrichting mag zich niemand binnen het hefbereik ophouden. Bedien de instelhendels van de hefinrichting alleen vanuit de voorgeschreven werkplek. nooit, wanneer u zich binnen de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. MD 100 Dit pictogram geeft de plaats aan voor bevestiging van de kraanhaken voor het verladen van de machine. MD 102 Gevaar voor onbedoeld starten en wegrollen van de machine bij ingrepen aan de machine, zoals monteren, instellen, opheffen van storingen, schoonmaken, onderhoud en reparatie. Dit gevaar veroorzaakt zeer ernstige verwondingen aan het lichaam met risico op dodelijke afloop. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen, voordat er werkzaamheden worden uitgevoerd. Lees en volg de aanwijzingen in de bedieningshandleiding op voordat u de werkzaamheden uitvoert. ZA-M BAG
20 Algemene veiligheidsaanwijzingen MD 115 De maximale werkdruk van het hydraulische systeem bedraagt 200 bar. MD 116 Nominaal toerental (540 1/min) en draairichting van de aandrijfas van de machine MD 145 Het CE-teken op de machine geeft aan dat de machine voldoet aan de actuele EUmachinerichtlijnen! 20 ZA-M BAG
21 Algemene veiligheidsaanwijzingen Plaats van de waarschuwingstekens en overige bemerkingen Waarschuwingstekens De volgende afbeeldingen geven de plaatsen aan waar de waarschuwingstekens zijn aangebracht. Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3 Fig. 4 ZA-M BAG
22 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.14 Gevaren bij niet in acht nemen van de veiligheidsaanwijzingen Het niet in acht nemen van de veiligheidsaanwijzingen kan zowel het in gevaar brengen van personen als ook van het milieu en van de machine ten gevolge hebben. kan leiden tot het verlies van alle aanspraken op schadevergoeding. Concreet kan het niet in acht nemen van de veiligheidsaanwijzingen bijvoorbeeld de volgende gevaren veroorzaken: In gevaar brengen van personen door niet afgeschermde werkbreedte. Onwerkzaamheid van belangrijke functies van de machine. Het niet toepassen van de voorgeschreven methoden voor onderhoud en afstelling van de machine. Het in gevaar brengen van personen door mechanische en chemische oorzaken. Het verontreinigen van het milieu door lekkage van hydrauliekolie Veiligheidsbewust werken Naast de veiligheidsaanwijzingen dient u de nationale, algemeen geldige wet- en regelgeving over veiligheid en ongevallenpreventie in acht te nemen. Vooral de geldende ARBO-wetgeving De op de machinestickers aangegeven veiligheidsaanwijzingen moeten worden opgevolgd. Als de machine op de openbare weg wordt vervoerd dient u zich te houden aan de nationale verkeersvoorschriften. 22 ZA-M BAG
23 Algemene veiligheidsaanwijzingen 2.16 Veiligheidsaanwijzingen voor de persoon die de machine bedient WAARSCHUWING Gevaar voor kneuzen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onvoldoende verkeers- en bedrijfsveiligheid. Telkens voor het gebruik machine en trekker controleren op verkeersen gebruiksveiligheid! Algemene veiligheids- en ongevallen preventieregels Neem naast de in deze gebruikshandleiding genoemde aanwijzingen bovendien de algemene regels voor veiligheid en ongevallenpreventie in acht! De aangebrachte waarschuwingen en aanwijzingen geven belangrijke aanwijzingen voor een ongevaarlijk gebruik. De naleving dient uw eigen veiligheid! Voor het wegrijden en voor het begin van het werk de omgeving controleren (kinderen)! Let op voldoende uitzicht! Meerijden op de machine tijdens het werk of het transport is niet toegestaan! Pas u rijgedrag dusdanig aan, dat de tractor met aangekoppelde of aangehangen machine onder alle omstandigheden kunt beheersen. Houd rekening met uw persoonlijke rijvaardigheid, de toestand van de wegen en het verkeer, zicht en weersomstandigheden, de rijeigenschappen van de tractor evenals de beïnvloeding van het rijgedrag door de aangekoppelde / aangehangen machine. Aan- en afkoppelen van de machine De machine alleen aan hiervoor geschikte tractoren koppelen en transporteren. Bij het aankoppelen van de machine aan de tractor moet de categorie van de driepuntshydrauliek en de aankoppelpunten met de machine overeen stemmen. Machine volgens de voorschriften aankoppelen en uitsluitend aan de voorgeschreven elementen bevestigen en borgen! Door het aankoppelen van de machine aan de hefinrichting voor of achter moet rekening worden gehouden met het toelaatbare totale gewicht van de tractor het maximale draagvermogen van de assen van de tractor het toegestane draagvermogen van de gemonteerde banden Beveilig tractor en machine tegen onverwacht in beweging komen, voordat u de machine aan- of afkoppelt. Het is verboden tussen de tractor en machine te gaan staan, wanneer de tractor achteruit rijdt om de machine aan te koppelen. Aanwezige personen mogen tijdens het manoeuvreren alleen aanwijzingen geven naast de machine, pas wanneer de machine stil staat mogen zij zich tussen tractor en werktuig begeven. ZA-M BAG
24 Algemene veiligheidsaanwijzingen Voor dat U de machine aan de driepuntshefinrichting aankoppelt of los maakt moet het bedieningshendel van de hefinrichting worden geblokkeerd, zodat onverwacht heffen of zakken is uitgesloten.! Bij het aan- en afkoppelen van de machine de steunelementen in de juiste stand brengen (stabiele stand)! Bij het bedienen van de steunelementen bestaat gevaar voor beknellen en snijwonden! Wees bij het aan- en afkoppelen van de machine zeer voorzichtig! Tussen tractor en werktuig bevinden zich gevaarlijke plaatsen waar u zich kunt snijden of beknellen aan de aankoppelpunten. Bij het bedienen van de hydraulische hefinrichting is het verboden tussen tractor en werktuig te gaan staan! Aangesloten verzorgingsleidingen ο moeten alle bewegingen bij het nemen van bochten zonder spannen, knikken of wrijving kunnen volgen. ο mogen nergens tegen aan schuren. De ontkoppeltouwen van de snelkoppelhaken moeten los hangen en mogen in de onderste stand niet uit zichzelf ontkoppelen! De afgekoppelde machine altijd goed afsteunen! Werken met de machine Maakt U zich voor het begin van de werkzaamheden vertrouwd met alle inrichtingen, bedieningselementen en hun functies. Tijdens het werk is het daarvoor te laat! De kleding van de gebruiker dient zo strak mogelijk te zijn. Vermijd los gedragen kleding! Machine alleen gebruiken als alle beschermende delen aangebracht en in positie zijn! Houd rekening met het maximale laadvermogen van de aangekoppelde/aangehangen machine en de toegestane asbelasting en oplegdruk van de tractor. Rijdt desnoods met een gedeeltelijk gevulde voorraadtrechter. Het is verboden zich binnen het werkbereik van de machine op te houden! Het is verboden zich binnen het draai- en zwenkbereik van de machine te bevinden! Bij machinecomponenten die extern worden bediend (bijv. met hydrauliek) bevinden zich gevaarlijke plaatsen, waaraan u zich kunt verwonden! Machinecomponenten, die door externe kracht worden aangedreven mogen alleen worden bediend wanneer personen zich op voldoende veilige afstand van de machine bevinden! Zorg ervoor, dat de tractor niet onbedoeld kan starten of wegrollen voor dat u de tractor verlaat. Hiervoor ο ο de machine laten zakken op de grond de handrem aantrekken 24 ZA-M BAG
25 Algemene veiligheidsaanwijzingen ο ο de motor van de tractor stilzetten de contactsleutel verwijderen Transporteren van de machine Bij het rijden op openbare wegen dient U zich aan de geldende verkeersvoorschriften te houden! Controleer voor begin van de rit, ο ο ο ο ο de voorgeschreven aansluiting van de verzorgingsleidingen de verlichting op beschadiging, werking en zichtbaarheid de rem en hydraulische installatie op opvallende gebreken of de handrem volledig los is de werking van de reminstallatie Let er op, dat de tractor voldoende remvermogen heeft en veilig stuurt.! Aan een tractor aangebouwde werktuigen en ballastgewichten beïnvloeden het rijgedrag, evenals het stuur- en remvermogen van de tractor! Indien nodig frontgewichten aanbrengen. De vooras van de tractor moet altijd met minstens 20% van het eigengewicht van de tractor zijn belast, zodat de besturing voldoende gewaarborgd is. Bevestig de frontgewichten of ballastgewichten achter aan de voorgeschreven bevestigingspunten! Houd rekening met het maximale laadvermogen van de aangekoppelde/aangehangen machine en de toegestane asbelasting en oplegdruk van de tractor! De tractor moet in beladen toestand aan de vereiste remvertraging voldoen (geldt voor tractor met aangebouwde of aangehangen machine). Controleer de werking van te remmen voor dat U weg rijdt! Bij het nemen van bochten met getrokken of gedragen werktuigen rekening houden met uitzwaaien en de middelpuntvliedende kracht! Wanneer de machine in de driepuntshydrauliek of aan de treklatten is bevestigd, moet tijdens transportritten de trekstangen voldoende zijdelings gestabiliseerd zijn! Tijdens transport moeten de beweegbare onderdelen van de machine in de transportsteunen worden vergrendeld, zodat ze niet kunnen losraken Tijdens transportritten het bedieningshendel van de hefinrichting vergrendelen, zodat de opgeheven machine niet onverwacht kan zakken! Controleer voor het rijden op de weg of alle transportuitrustingen op de juiste wijze aan de machine gemonteerd zijn, zoals verlichtingsbalk, markeringsborden en beschermkappen. Controleer visueel voor het transport of insteekpennen van topstang en hefarmen geborgd zijn met overslagpennen. Pas de rijsnelheid aan de plaatselijke omstandigheden aan. Voor bergaf rijden een lagere versnelling kiezen. ZA-M BAG
26 Algemene veiligheidsaanwijzingen Tijdens transportritten de rempedalen altijd koppelen Hydraulisch systeem Het hydraulische systeem staat onder hoge druk! Zorg er voor, dat de hydrauliekslangen op de juiste wijze worden aangesloten! Bij de aankoppeling van de hydrauliekslangen aan het hydraulische systeem van de trekker, moet erop worden gelet, dat zowel de trekker- als de machinehydrauliek drukloos is! De stuurventielen van de tractor mogen niet worden vergrendeld, indien met deze ventielen hydraulische of elektrische machinefuncties rechtstreeks worden uitgevoerd, zoals het in- en uitklappen, zwenken, heffen en zakken. De betreffende functie moet automatisch stoppen. zodra het bedieningshendel wordt losgelaten. Dit geldt niet voor bewegingen, die ο ο ο permanent worden uitgevoerd automatisch geregeld zijn, of door hun functie in zweefstand of onder druk moeten staan. Alvorens aan het hydraulische systeem werkzaamheden te verrichten ο ο machine laten zakken, systeem drukloos maken, en motor afzetten. handrem aantrekken de contactsleutel verwijderen Hydraulische slangleidingen minstens een keer per jaar op werkveiligheid door een vakman laten controleren! Beschadigde en verouderde slangen vervangen. Gebruik uitsluitend originele -AMAZONE hydrauliekslangen! De gebruiksduur van de slangleidingen mag niet meer zijn dan 6 jaar, inclusief een eventuele opslagtijd van hoogstens 2 jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan een natuurlijke veroudering. Daardoor is hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. Afwijkend hiervan kan de gebruiksduur in overeenstemming met de ervaringswaarden, in het bijzonder met in acht neming van het potentiële gevaar, worden vastgelegd. Voor slangen en slangleidingen van thermoplasten kunnen andere richtwaarden gelden. Probeer nooit een lek in de hydrauliekslang met de hand of vingers af te dichten. Onder hoge druk ontsnappende vloeistoffen (hydrauliekolie) kunnen door de huid dringen en zware verwondingen veroorzaken! Bij verwondingen onmiddellijk een arts bezoeken wegens infectiegevaar! Bij het opsporen van lekkages wegens gevaar voor verwondingen geschikte hulpmiddelen gebruiken! 26 ZA-M BAG
27 Algemene veiligheidsaanwijzingen Elektrische installatie Bij het werken aan de elektrische installatie altijd de accukabel (minpool) losmaken! Alleen de voorgeschreven zekeringen gebruiken. Met te zware zekeringen wordt de installatie overbelast - brandgevaar! Zorg voor een correcte aansluiting - eerst de pluspool en de minpool aansluiten! - Afkoppelen in omgekeerde volgorde! Pluspool altijd voorzien van de bijbehorende beschermkap. Door kortsluiting kan gevaar voor explosie ontstaan! Gevaar voor explosie! Vorming van vonken en open vuur in de buurt van de accu voorkomen! De machine kan worden uitgerust met elektronische componenten en onderdelen, waarvan de functie kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling van andere apparaten. Door dergelijke invloeden kunnen personen in gevaar komen, wanneer de navolgende veiligheidsaanwijzingen niet worden opgevolgd Bij installatie van elektrische en elektronische apparaten en / of componenten in de machine die aan het elektrische systeem worden aangesloten, moet de gebruiker zelf vaststellen of de installatie storingen veroorzaakt in de elektronica of andere componenten van het voertuig. Men moet er vooral op letten, dat de achteraf geïnstalleerde elektrische en elektronische componenten voldoen aan de EG machinerichtlijn EMV- 89/336/EWG en voorzien zijn van het CE- kenteken Gebruik van de aftakas Volg de aanwijzingen op in de handleiding van de fabrikant van de koppelingsas! Beschermbuizen en beschermtrechters van de koppelingsas moeten onbeschadigd zijn. De afdekkap van de aftakas van tractor en machine moeten gemonteerd zijn en in zich in de voorgeschreven toestand bevinden! Het is verboden met beschadigde beschermdelen te werken! U mag de koppelingsas alleen monteren of demonteren, wanneer ο ο de aftakas is uitgeschakeld de motor van de tractor stil staat aangetrokken handrem de contactsleutel is verwijderd Let altijd op correcte montage en borging van de koppelingsas! Bij het gebruik van een groothoekkoppelingsas, het groothoekkruisstuk altijd op het draaipunt bevestigen! Meedraaien van de beschermbuis voorkomen door vasthaken van de kettingen! Bij koppelingsassen letten op de voorgeschreven overlapping van de aftakaspijpen en beschermbuizen in transport- en werkstand! (Handleiding van de fabrikant van de koppelingsas opvolgen!) ZA-M BAG
28 Algemene veiligheidsaanwijzingen Bij het nemen van bochten rekening houden met de toegestane draaihoek en het schuifbereik! Voordat u de aftakas inschakelt altijd controleren of het gekozen aftakastoerental van de tractor overeenkomt met het toegestane aandrijftoerental van de machine. Iedereen uit de gevarenzone van de machine verwijderen, voor dat u de aftakas inschakelt. Tijdens het werken met de aftakas mag niemand zich in het bereik van de draaiende aftakas of koppelingsas ophouden. De aftakas nooit inschakelen wanneer de motor van de tractor stil staat! Aftakas altijd uitschakelen als de koppelingsas een te grote hoek met de aftakas dreigt te maken, of als hij niet nodig is! Na het uitschakelen van de aftakas gevaar door nalopende machinedelen! Gedurende die tijd niet te dicht bij de machine komen! Pas als hij geheel stil staat mag eraan worden gewerkt! Zorg er voor, dat de tractor niet onbedoeld kan starten of wegrollen, voordat u de aftakasaangedreven machine schoon maakt, doorsmeert of instelt. Afgekoppelde koppelingsas op de daarvoor bedoelde houder leggen! Beschadigingen onmiddellijk herstellen, voordat met de machine verder wordt gewerkt! Houd er rekening mee, dat bij gebruik van een rijafhankelijke aftakas het aftakastoerental afhankelijk is van de rijsnelheid en de draairichting bij het achteruitrijden omkeert. 28 ZA-M BAG
29 Algemene veiligheidsaanwijzingen Tijdens het strooien Het is verboden zich binnen het werkgebied van de strooier op te houden! Gevaar door weggeslingerde kunstmestdeeltjes. Voor dat u met strooien begint, iedereen uit de werpzone van de kunststrooier wegsturen. Niet in de buurt van de roterende strooischotels komen. De kunststrooier pas vullen indien de motor van de tractor stil staat, de contactsleutel is verwijderd en de vulzeven gesloten zijn. Geen vreemde voorwerpen in de trechters leggen! Bij de afdraaiproef rekening houden met de gevaarlijke plaatsen door roterende machinedelen! Kunstmeststrooier nooit in gevulde toestand afkoppelen of verplaatsen! Bij het kantstrooien van perceelgrenzen, oppervlaktewater of wegen, de kantstrooi-inrichting gebruiken. Voor ieder gebruik van de machine, controleren of alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht, let vooral op de bevestiging van de strooischotels en schoepen Reinigen, onderhoud en reparatie Werkzaamheden voor reinigen, onderhoud en reparatie alleen uitvoeren met ο uitgeschakelde aandrijving, stilstaande motor uitgenomen contactsleutel afgekoppelde machinestekker van de boordcomputer Regelmatig controleren of moeren en bouten nog vast zitten en zo nodig natrekken! De opgeheven machine beveiligen tegen onverwacht zakken, voor dat u de machine schoon maakt, onderhoudt of repareert. Gebruik bij het vervangen van scherpe machinedelen het geschikte gereedschap en draag werkhandschoenen. Olie, vet en filters op milieuverantwoorde wijze afvoeren. Voor dat U aan de tractor en aangekoppelde machine elektrisch gaat lassen, eerst de pluskabel bij de dynamo en accu van de tractor losmaken! Reserve onderdelen moeten minstens aan de door de fabrikant van de machine vastgelegde technische eisen voldoen! Daarom uitsluitend originele AMAZONE-onderdelen gebruiken! ZA-M BAG
30 Opladen en afladen 3 Opladen en afladen Verladen met een kraan: Gevaar! Bij het op- of afladen van de machine met een kraan moeten de hijsbanden bij de aangegeven bevestigingspunten worden vast gemaakt! Gevaar! De minimale treksterkte van iedere hijsband moet 300 kg bedragen! Voordat de machine wordt verladen, het opklapbare afdekkleed opklappen. Fig. 4 In de voorraadtrechter bevindt zich aan de vooren achterkant een bevestigingspunt (Fig. 4/1). 30 ZA-M BAG
31 Productbeschrijving 4 Productbeschrijving Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid overzicht over de opbouw van de machine. geeft de benaming van de afzonderlijke bouwgroepen en stelelementen. Lees dit hoofdstuk indien mogelijk direct bij de machine. Zo kunt u zich optimaal vertrouwd maken met de machine. 4.1 Overzicht bouwgroepen (1) Frame (2) Voorraadbak (3) Omnia-Set strooischotels (4) Stelhendel van de doseerschuif (5) Kantstrooi-inrichting Limiter (6) Koppelingsas (7) Opvangbak voor strooihoeveelheidscontrole (8) Weegframe (9) AMATRON + (10) Kabelkast met machinecomputer ZA-M BAG
32 Productbeschrijving 4.2 Veiligheidsinrichtingen en beschermkappen (11) Kettingkast van de roerasaandrijving (12) Bescherming van de aandrijfas tussen middelste haakse aandrijfkast (13) Koppelingasbescherming (14) Beschermpijpbeugelframe te gebruiken met strooischotels OM (15) Beschermrooster in de trechters (16) Veiligheidssymbolen en waarschuwingstekens 4.3 Overzicht verzorgingsleidingen tussen tractor en machine 1. hydrauliekslangen afhankelijk van de uitvoering: 2. aansluiting verlichtingskabel 3. computerkabel met machinestekker 4.4 Verkeerstechnische uitrusting Fig. 5/... (1) 2 achterlichten (2) 2 remlichten (3) 2 richtingaanwijzers (verplicht wanneer de richtingaanwijzer van de tractor is afgedekt) (4) 1 kentekenplaathouder met verlichting (verplicht indien kentekenplaat van de tractor door machine wordt afgedekt). (5) 2 rode retroreflectoren (6) 2 markeringsborden achter Fig. 5 Verlichtingsinstallatie voor, nodig bij bakopzetstuk markeringsborden voor breedtelichten rechts en links 32 ZA-M BAG
33 Productbeschrijving 4.5 Doelgericht gebruik De AMAZONE-centrifugaalstrooier ZA-M 1500 Profis dient uitsluitend voor landbouwdoeleinden voor het strooien van droge, gegranuleerde, geprilleerde en kristalvormige meststoffen zoals slakkenkorrels of zaadgoed. wordt aan de hefinrichting van tractor met cat. II bevestigd en wordt door een persoon bediend. hoeven alleen aan een tractor te worden aangebouwd en niet op bv. een hulpframe te worden gemonteerd.. De volgende hellingpercentages kunnen worden genomen Schuinte in rijrichting linksom 15 % in rijrichting rechtsom 15 % Helling bergop 15 % bergaf 15 % Tot het doelgerichte gebruik behoort ook: het opvolgen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding. het aanhouden van de inspectie- en servicewerkzaamheden. het uitsluitend gebruik van originele- - onderdelen. Andere toepassingen dan hierboven genoemd zijn verboden en gelden als niet doelgericht. Voor schade veroorzaakt door niet doelgericht gebruik draagt de bestuurder alleen zelf de verantwoording, en is de fabrikant op geen enkele wijze aansprakelijk. 4.6 Gevarenzones en gevaarlijke plaatsen De gevarenzone is de omgeving van de machine, waar binnen personen in aanraking kunnen komen door bewegende delen van de in werking zijnde machine en machinecomponenten door de machine weggeworpen materiaal of vreemde voorwerpen u door onbedoeld zakken van opgeheven machinedelen door onbedoeld wegrollen van tractor en machine Binnen de gevarenzone van de machine bevinden zich gevaarlijke plaatsen, waar permanent of onverwachte gevaren kunnen optreden. Waarschuwingstekens geven deze gevaarlijke plaatsen aan en waarschuwen voor het aanwezende gevaar wat constructief niet te voorkomen is. Hier gelden speciale veiligheidsvoorschriften die in de betreffende hoofdstukken worden beschreven. Binnen de gevarenzone van de machine mag zich niemand ophouden, zolang de motor van de tractor loopt met aangesloten ZA-M BAG
34 Productbeschrijving koppelingsas / hydro-aandrijving. zolang tractor en machine niet tegen onbedoeld starten en onbedoeld wegrollen beveiligd zijn. De persoon die de machine bedient, mag de machine alleen in beweging zetten of de machinewerktuigen van transport- in werkstand en van werk- in transportstand zetten of aandrijven, wanneer zich niemand binnen de gevarenzone van de machine ophoudt. Gevaarlijke plaatsen bevinden zich: tussen trekker en machine, vooral tijdens het aan- en afkoppelen machinecomponenten: ο ο ο ο draaiende strooischotels met werpschoepen draaiende roeras en aandrijving van de roeras hydraulische bediening van de hoofdschuiven elektrische bediening van de doseerschuiven door op de machine te klimmen onder een geheven en niet geborgde machine of machinedelen tijdens het strooien binnen het bereik van de strooivakken door rondvliegende kunstmestkorrels. 4.7 Typeplaatje en CE-markering Op het typeplaatje is aangegeven: Serienummer: Type max. draagvermogen in kg Toegestaan totaal gewicht kg Bouwjaar Werk De volgende afbeelding toont de plaatsen waar het typeplaatje(fig. 6/1) en de CE-markering (Fig. 6/2) is aangebracht. Fig ZA-M BAG
35 Productbeschrijving 4.8 Technische gegevens Typ ZA-M 1500 Profis Trechterinhoud (liter) Nuttige last (kg Gewicht (kg) Vulhoogte (m) Vulbreedte (m) Totale breedte (m) Totale breedte (m) ,12 2,15 2,30 1,35 +S ,26 2,06 2,35 1,40 +2xS ,40 2,06 2,35 1,40 + L ,39 2,75 2,89 1,40 Werkbreedte: 10 m - 36 m, afhankelijk van de strooischijf Afstand tussen het midden van de hefkogel en het zwaartepunt van de aanbouwmachine / ballast achter D = 0,62 m 4.9 Conformiteit Richtlijnen / normaanduiding De machine voldoet aan de: machinerichtlijnen 98/37/EG EMV- richtlijn 89/336/EWG ZA-M BAG
36 Productbeschrijving 4.10 Eisen aan de tractor Om de machine doelgericht te kunnen gebruiken moet de tractor aan de onderstaande eisen voldoen: Motorvermogen van de tractor Trechterinhoud: 1500 l vanaf 65 kw (90 pk) 2500 l vanaf 112 kw (150 pk) Elektrische installatie Accuspanning: 12 V (Volt) Verlichtingstekker: 7-polig Hydrauliek Maximale werkdruk: 200 bar Pompopbrengst van de tractor: minstens 15 l/min bij 150 bar Hydrauliekolie van de machine: transmissie-/hydrauliekolie Otto SAE 80W API GL4 De transmissie-/hydrauliekolie van de machine is geschikt voor de gecombineerde hydrauliek-/transmissie oliecircuits van alle gangbare tractormerken. Stuurventielen ten minste 2 regeleenheden (afhankelijk van de uitrusting enkelvoudig of dubbel werkend) 4.11 Gegevens over de geluidsontwikkeling Bij de in werking zijnde machine bedraagt emissiewaarde (geluidsniveau) 74 db(a), gemeten in bedrijf met gesloten cabine en op oorhoogte van de bestuurder van de tractor. Meettoestel: OPTAC SLM 5. De geluidsbelasting is belangrijke mate van het gebruikte type voertuig afhankelijk. 36 ZA-M BAG
37 Opbouw en werking 5 Opbouw en werking Het volgende hoofdstuk geeft u informatie over de opbouw van de machine en de werking van de afzonderlijke componenten. 5.1 Functie Fig. 7 De centrifugaalstrooier AMAZONE ZA-M is uitgerust met twee trechterpunten en verwisselbare strooischotels (Fig. 7/1), die in rijrichting gezien, tegengesteld van binnen naar buiten draaien en met een korte (Fig. 7/2) en een lange strooischoep (Fig. 7/3) zijn uitgerust. De kunstmest wordt door de roeras gelijkmatig vanuit de bak op de strooischijven gestort. De kunstmest wordt langs de strooiplaat naar buiten geleid en bij een strooischijftoerental van 720 min -1 verspreid. Voor het instellen van de kunstmeststrooier op de te verspreiden mest moet de strooitabel worden geraadpleegd. Vóór het gebruik van de kunstmeststrooier moet de hoeveelheid strooigoed worden gecontroleerd. De ZA-M Profis heeft een voorzetframe met geïntegreerde weegtechniek. Hiermee kan de hoeveelheid strooigoed op eenvoudige wijze worden gecontroleerd tijdens het gebruik en kan op de boordcomputer de inhoud van de zaadtank worden afgelezen. Fig. 8 Fig. 9 ZA-M BAG
38 Opbouw en werking 5.2 Koppelingsas De koppelingsas zorgt voor de krachtoverbrenging tussen tractor en machine. koppelingsas serie (810 mm) koppelingsas met slipkoppeling (optie, 760 mm) slipkoppeling altijd aan de kant van de machine monteren! koppelingsas Telespace (optie, 810 mm, telescopeerbaar) WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen tractor en machine door onbedoeld starten en onbedoeld wegrollen van tractor en machine! De koppelingsas alleen van de tractor aan- of afkoppelen, wanneer tractor en machine beveiligd zijn tegen onbedoeld starten en onbedoeld wegrollen. WAARSCHUWING Gevaar door vastgegrepen en meegesleurd te worden door onbeveiligde koppelingsas of beschadigde bescherminrichtingen! Gebruik de koppelingsas nooit zonder bescherminrichting of beschadigde beschermkap of zonder correcte bevestiging van de vastzet- kettinkjes. Controleer voor gebruik of alle bescherminrichtingen van de koppelingsas gemonteerd zijn en naar behoren functioneren. Bevestig de vastzetkettinkjes (niet nodig bij volledig afgedekte koppelingsas) zodanig, dat het zwenkbereik onder alle bedrijfsomstandigheden gegarandeerd is. De vastzetkettinkjes mogen niet kunnen vasthaken aan delen van de tractor of machine. Beschadigde of ontbrekende delen van de koppelingsas onmiddellijk vervangen de originele fabrieksonderdelen. Houd er rekening mee, dat alleen een geautoriseerde werkplaats koppelingsassen mag repareren. 38 ZA-M BAG
39 Opbouw en werking WAARSCHUWING Gevaar door gegrepen en meegesleurd te worden door onafgeschermde delen van de koppelingsas bij de krachtoverbrenging tussen tractor en aangedreven machine! Deze gevaren veroorzaken ernstige verwondingen met kans op dodelijke afloop. werk uitsluitend met volledig afgeschermde aandrijving tussen tractor en aangedreven machine. De onbeveiligde delen van de koppelingsas moeten altijd met een beschermkap aan de tractor en beschermtrechter aan de machinezijde worden afgedekt. Controleer of de beschermkap aan de tractor en de beschermtrechter aan de machine de beschermpijpen van de uitgeschoven koppelingsas elkaar tenminste 50 mm overlappen. Indien dit niet zo is, mag u de machine niet met deze koppelingsas aandrijven. Gebruik alleen de meegeleverde koppelingsas of het meegeleverde type koppelingsas. Lees de bedieningshandleiding van de koppelingsas en volg de aanwijzingen op. Alleen doelgericht gebruik en onderhoud van de koppelingsas behoedt u voor ernstige ongelukken. Volg voor het aankoppelen van de koppelingsas de aanwijzingen in de handleiding van de fabrikant op. Let op voldoende bewegingsvrijheid in het zwenkbereik van de koppelingsas. Door te weinig bewegingsruimte wordt de koppelingsas beschadigd. Let op het maximale aandrijftoerental van de machine. Indien de koppelingsas is uitgerust met een slip- of vrijloopkoppeling, moet deze altijd aan de kant van de machine worden gemonteerd. Let op, dat u de koppelingsas in de voorgeschreven stand monteert. De koppelingsas moet het tractorsymbool op de beschermpijp van de koppelingsas op de tractor worden aangesloten. Voor dat de aftakas inschakelt, lees eerst de veiligheidsaanwijzingen voor gebruik van de aftakas in het hoofdstuk Veiligheidsaanwijzingen voor de chauffeur op bladzijde 27. ZA-M BAG
40 Opbouw en werking Koppelingsas aankoppelen 1. Maak eerst de aftakas van de tractor en ingaande as van machine schoon en vet ze in. 2. Koppel de machine aan de tractor. 3. Zorg ervoor, dat de tractor niet onbedoeld kan starten en wegrollen. 4. Controleer of de aftakas is uitgeschakeld. 5. Verbindt de koppelingsas met de aftakas van de tractor. Volg bij het aankoppelen de aanwijzingen van de fabrikant van de koppelingsas op en houdt rekening met het toegestane aandrijftoerental van de machine. Het tractorsymbool op de beschermpijp van de koppelingsas geeft de aansluiting op de aftakas van de tractor aan. 6. Borg de beschermkap tegen meedraaien met de vastzetkettinkjes. 6.1 Bevestig de vastzetkettinkjes indien mogelijk haaks op de koppelingsas. 6.2 Bevestig de vastzetkettinkjes dusdanig, zodat de koppelingsas nog voldoende vrij kan bewegen onder alle bedrijfsomstandigheden. De vastzetkettinkjes mogen niet achter delen van de tractor en machine kunnen vasthaken. 40 ZA-M BAG
41 Opbouw en werking Koppelingsas afkoppelen VOORZICHTIG Gevaar voor verbranden door hete delen van de koppelingsas! Dit gevaar kan lichte tot zware brandwonden aan de handen veroorzaken. Raak geen sterk verhitte delen van de koppelingsas aan (vooral geen koppelingen) Leg de afgekoppelde koppelingsas in de voorgeziene houder. Zo zal de koppelingsas niet beschadigen of vuil worden. Hang de afgekoppelde koppelingsas nooit aan de vastzetkettinkjes op. Voor langere tijd van stilstand, de koppelingsas schoonmaken en smeren. 1. Schakel de aftakas uit. 2. Zet de machine op de grond. 3. Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en onbedoeld wegrollen. 4. Trek de koppelingsas van de aftakasaansluiting van de tractor. 5. Leg de koppelingsas in de daarvoor bestemde houder. Fig. 10 ZA-M BAG
42 Opbouw en werking 5.3 Hydrauliek-aansluitingen WAARSCHUWING Infectiegevaar door ontsnapte hydrauliekolie, die onder hoge druk staat! Zorg er bij het aan- en afkoppelen van de hydrauliekslangen voor, dat het hydraulische systeem zowel van de tractor als de machine drukloos. Bij verwondingen door hydrauliekolie onmiddellijk naar de dokter gaan. Alle hydraulische slangleidingen zijn voorzien van gekleurde merktekens, om de betreffende hydrauliekfunctie van de persleiding aan een stuurventiel van de tractor te koppelen. tractor stuurventiel functie slangmarkering 1 enkelwerkend Sluit-schuif links geel 1 doppeltwirkend (Option) Sluit-schuif links openen sluiten 1 x geel 2 x geel 2 enkelwerkend Sluit-schuif rechts groen 2 doppeltwirkend (Option) Sluit-schuif rechts openen sluiten 1 x groen 2 x groen 3 enkelwerkend Limiter M (optie) blauw Machine met Comfort-pakket: 4 enkelwerkend oliecircuit alle functies worden met de AMATRON + bediend. rood 5 vrije retour 2 x rood Maximale toegestane druk in retourleiding: 10 bar De retourleiding daarom niet op een (dubbelwerkend)stuurventiel aansluiten, doch op een vrije, drukloze leiding met grote snelkoppeling. WAARSCHUWING Gebruik voor de retourleiding alleen DN 16 pijp, met een zo kort mogelijke lengte Hydraulisch systeem pas op druk zetten, wanneer de vrije retour correct is aangesloten. De meegeleverde snelkoppelmof op de vrije retourleiding aansluiten. 42 ZA-M BAG
43 Opbouw en werking VOORZICHTIG Bij ondichte stuurventielen en/of langere pauzes, bv. transportritten, voorkomt sluiten van de kogelkranen het zelfstandig opengaan van gesloten schuiven. Kogelkraan gesloten (Fig. 12/A). Kogelkraan geopend (Fig. 12/B). Fig Hydraulische slangleidingen aankoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, vastgegrepen en meegesleurd worden door verkeerd bediening van hydraulische functies wegens foutief aangesloten hydrauliekslangen! Let bij het aankoppelen van de hydrauliekslangen op de gekleurde markering bij de insteekkoppelingen. Controleer of de hydraulische olie van tractor en machine elkaar verdragen, voordat u het hydraulische systeem van de machine op uw tractor aansluit. Geen minerale olie met biologisch afbreekbare olie vermengen! Let op de maximaal toegestane hydraulische werkdruk van 200 bar. Aan schoongemaakte insteekkoppelingen aansluiten. Steek de insteekkoppeling zover in de aansluitmof, tot de insteekkoppeling(en) merkbaar vergrendelen. Controleer of de koppelingen van de hydrauliekslangen op de juiste wijze zijn aangesloten en lekvrij zijn. 1. Zet de bedieningshendel van het stuurventiel in de tractor in de zweefstand (neutrale stand). 2. Maak de insteekkoppelingen schoon, voor dat u de hydrauliekslangen aan de tractor koppelt. 3. Koppel de hydrauliekslang(en) aan het(de) stuurventiel(en) van de tractor. ZA-M BAG
44 Opbouw en werking Hydraulische slangleidingen afkoppelen 1. Zet de bedieningshendel van het stuurventiel van de tractor in de zweefstand (neutrale stand). 2. Trek de insteekkoppeling uit de aansluitmof. 3. Bescherm de insteekkoppelingen en de koppelmoffen tegen indringen van vuil met de stofkappen. 4. Leg de hydrauliekslangen in de slanghouders. 5.4 Strooischotels In rijrichting gezien: linker strooischijf (Fig. 13/1) met markering L. rechter strooischijf (Fig. 13/2) met markering R. Strooiplaat: Lang (Fig. 13/3) - waarden van de instelschaal tussen 35 en 55. Kort (Fig. 13/4) waarden van de instelschaal tussen 5 en 28. Fig. 13 De U-vormige strooiplaten zijn zodanig gemonteerd, dat de open zijden in draairichting wijzen en de kunstmest opnemen. Bij gebruik van de OM strooischotels (Fig. 14) kunnen werkbreedten traploos worden ingesteld door de strooischoepen op de strooischotels te verdraaien.. De strooischotels OM zijn voor werkbreedten van meter r. De strooischotels OM zijn voor werkbreedten van meter. De strooischotels OM zijn voor werkbreedten van meter. De strooischotels OM zijn voor werkbreedten van meter. Instellen volgens gegevens uit de strooitabel. De controle van de ingestelde werkbreedte kan eenvoudig met de mobiele testbaan (optie) worden uitgevoerd. Fig. 14 Bij de ZA-M worden de strooischotels en het roermechanisme aangedreven met de koppelingsas. 44 ZA-M BAG
45 Opbouw en werking Aanbevelingen voor de strooischotels OM en OM De strooischotel OM is speciaal ontwikkeld voor gebruikers die, Rijsporen aanleggen op afstanden van10 resp.12 m (Fig. 14, Fig. 15). Problemen hebben met het kantstrooien. De meervoudige overlapping door de OM De werpbreedte van de OM bedraagt ca. 24 m, d.w.z. een dubbele overlapping bij 12 m werkbreedte. Bij de OM bedraagt de werpbreedte ca. 36 m (volgens fig. 4.4). Daardoor ontstaan bij werkbreedten van 15, 16 en 18 m gebieden met een grote overlapping die voor een gelijkmatige kunstmestafgifte gewenst zijn. Bij een werkbreedte van 10 of 12 m werkt deze grote werpbreedte eerder nadelig en in het bijzonder als er een kantstrooiplaat gebruikt wordt. Het kantstrooien (met de kantstrooiplaat) op 1,5 m afstand van de perceelgrens en een rijspoorafstand van 18m gaat goed, omdat er geen korrels over de perceelgrens geworpen worden. Indien echter met dezelfde stand van de schuiven (bij sommige kunstmestsoorten zoals KAS, is het mogelijk met dezelfde stand van de schuiven een optimale dwarsverdeling van 10 tot 18 m te verkrijgen) op 12 m of op 10 m rijspoorafstand gestrooid wordt met de OM 10-18, worden bij terugrijden aanzienlijke hoeveelheden kunstmest (ongeveer 4,5 tot 6,5 m ver) over de perceelgrens geworpen (zie Fig. 14). Omdat volgens de milieunorm niet over de perceelgrens mag worden bemest, kan dit voorschrift in de hierboven genoemde situatie alleen worden voldaan, indien men met de OM strooischotels werkt (zie Fig. 14). Bij het gebruik van de kantstrooischotel TS 5-9 op 5 m grensafstand, werpt de OM eveneens ca. 3 m over de rand van het veld, zodat ook hier de OM moet worden toegepast. Fig. 14 Fig. 15 ZA-M BAG
46 Opbouw en werking 5.5 Roerwerk Het spiraalvormige roerwerk in de trechterpunten (Fig. 16/1) zorgt voor een gelijkmatige toevoer van de kunstmest naar de strooischotels. De langzaam draaiende roerspiralen transporteren de kunstmest gelijkmatig naar de betreffende uitloopopening. Fig Sluitschuiven en doseerschuiven Doseerschuiven De strooihoeveelheid instellen gebeurt elektronisch met de boordcomputer. Hierbij wordt de doorlaatopening (Fig. 17/4) van de doseerschuiven (Fig. 17/2) met elektrische stappenmotoren (Fig. 17/1) ingesteld. Sluitschuif Het openen en sluiten van de doorlaatopeningen wordt door twee andere schuiven (Fig. 18/3) geregeld. Schuif sluiten: hydraulisch (Fig. 18/5) Schuif openen: met trekveer (Fig. 18/6) Wanneer de stang van de schuif (Fig. 18/1) uitgeschoven is, staat de schuif open. Fig. 17 Fig ZA-M BAG
47 Opbouw en werking 5.7 Weeginrichting De kunstmeststrooier ZA-M 1500 profis biedt de mogelijkheid met behulp van de weeginrichting, de gestrooide hoeveelheid nauwkeurig te registreren. Bovendien kan met de ZA-M 1500 profis de strooihoeveelheid exact worden gedoseerd zonder een afdraaiproef uit te voeren. ZA-M 1500 profis is uitgerust met een hulpframe (Fig. 19/1), wat zich voor de strooier bevindt en waarin de weegcel (Fig. 20/1) is opgenomen. Aan het weegframe (Fig. 19/1) s de strooier in een parallellogramconstructie met boven twee bladveren (Fig. 19/2 u. Fig. 21/3) en onder twee lagerblokken (Fig. 19/3) bevestigd. De bladveren en de lagerblokken nemen alle horizontale krachten op, terwijl de verticale kracht (het gewicht van de strooier) door de meetbout (Fig. 20/1) wordt opgenomen, die zich in de weegcel (Fig. 20/2 u. Fig. 21/2) bevindt. Fig. 19 Voor een nauwkeurige weging is het van groot belang dat de bladveren en lagerblokken zich in een horizontale stand bevinden. Voor het strooibegin wordt een calibratiefactor voor de betreffende kunstmest ingevoerd. Voor onbekende meststoffen kan bovendien een afdraaiproef stilstaand worden uitgevoerd. Nadat de calibratiefactor is ingevoerd, kan met de calibratierit worden begonnen. Hiervoor wordt op het veld de calibratieprocedure, wanneer de machine nog stilstaat, met de boordcomputer AMATRON + opgestart. Nadat tenminste 200 kg kunstmest is gestrooid wordt met stilstaande machine de calibratieprocedure met de AMATRON + afgesloten. Deze heeft dan een nieuwe calibratiefactor berekend waarmee exact de gewenste hoeveelheid kunstmest kan worden gestrooid. Fig. 20 Voor verschillende meststoffen moeten verschillende calibratiefactoren worden vastgesteld. ZA-M BAG
48 Opbouw en werking Links en rechts aan het frame van de kunstmeststrooier ZA-M bevindt zich een begrenzingsbout (Fig. 21/1 u. Fig. 22/1), die met 2 mm speling ten opzichte van het weegframe is ingesteld. Deze bouten voorkomen dat het strooigedeelte van het weegframe loskomt op ongelijk terrein. Wanneer de bouten zonder speling zijn ingesteld, wordt het weegresultaat verstoord. Fig. 21 Fig Grens- of kantstrooien Limiter M (extra uitvoering) Bevindt het eerste rijspoor zich op de halve werkbreedte van de perceelgrens, dan kan met de op afstand bediende Limiter M (extra uitvoering) naar de perceelgrens (kant-toe) worden gestrooid. Fig ZA-M BAG
49 Opbouw en werking Voor comfortabele bediening van de Limiter en voor het ongewild zakken van het kantstrooischerm door inwendige lekkage van de stuurventielen van de tractor (hiervoor is een afzonderlijk dubbelwerkend stuurventiel nodig). Fig. 24 De kantstrooischotel "Tele-Set" (extra uitvoering): Kan vanuit het spuitspoor kant-toe worden gestrooid, indien gewenst met instelling volgens de milieunorm. TS 5-9 voor afstanden van 5 bis 9 m tot de perceelrand. TS voor afstanden van 10 bis 14 m tot de perceelrand TS voor afstanden van 15 bis 18 m tot de perceelrand Kantstrooiplaat (extra uitvoering) Fig. 25 Wordt het eerste rijspoor direct naast de perceelgrens aangelegd, dan kan met de kantstrooiplaat (extra uitvoering) eenzijdig in het perceel (kant-af) worden gestrooid. Fig. 26 ZA-M BAG
50 Opbouw en werking 5.9 Boordcomputer Voor het gebruik van de ZA-M met boordcomputer AMATRON + moet u beslist de bedieningshandleiding van de AMATRON + raadplegen! Met de boorcomputer (extra uitvoering) AMATRON + kan de ZA-M kunstmeststrooier comfortabel worden aangestuurd, bediend en gecontroleerd. De instelling van de strooihoeveelheid gebeurt elektronisch. De stand van de doseerschuiven voor de gewenste afgifte wordt met een kalibratierit vastgesteld. Comfort-uitrusting (optie) Continue toevoer van hydraulische olie naar het hydraulische blok (oliecircuit). Met het Comfort-pakket worden de hydraulische functies door de Amatron + bediend. Openen en sluiten van de hoofdschuiven. In en uitschakelen van de Limiter M. Fig ZA-M BAG
51 Opbouw en werking 5.10 Beschermroosters in de trechters De opklapbare beschermroosters dekken de gehele voorraadtrechter af en dienen als bescherming voor het in aanraking komen met de draaiende roerspiralen. als bescherming tijdens het vullen voor vreemde voorwerpen en kluiten meststof. Fig. 28/... (1) beschermrooster (2) handgreep met vergrendeling van het zeef (3) vastzethaak van geopend beschermrooster (4) opklapsteun Fig. 28 Voor reiniging, service of reparatie kan het beschermrooster in de voorraadtrechter met behulp van de vastzetsteun worden opgeklapt. Opklapsteun in: (Fig. 29/1): parkeerstand (standaard positie) (Fig. 30/1): vastzetstand om het beschermrooster op te klappen Beschermrooster openen: 1. opklapsteun vanuit de parkeerstand in de vastzetstand steken. 2. bij de handgreep vastpakken en de opklapsteun met de handgreep verdraaien (Fig. 30). de vergrendeling van het beschermrooster is los. 3. Klap het rooster zo ver omhoog dat de vergrendeling aan de rand van de bak vastklikt. 4. vastzetsteun weer in parkeerstand brengen. Fig. 29 Fig. 30 WAARSCHUWING Opklapsteun alleen voor het openen van de voorraadtrechter uit de parkeerstand losmaken. Voor het sluiten van het beschermrooster, de vergrendeling naar beneden drukken (Fig. 31). beschermrooster vergrendelt automatisch tijdens het sluiten. Fig. 31 ZA-M BAG
52 Opbouw en werking 5.11 Transport- en wegzet unit (afneembaar) (extra uitvoering) Met de afneembare transport- en wegzetinrichting (Fig. 32) kan men de strooier op eenvoudige wijze aan de driepunts-hefinrichting van de trekker aankoppelen wordt het verplaatsen op het erf en in de gebouwen gemakkelijker. Om wegrijden van de kunstmeststrooier te voorkomen, zijn de 2 rollen voorzien van een vastzetsysteem (Fig. 32/1). WAARSCHUWING Kunstmeststrooier uitsluitend met niet gevulde trechter wegzetten of verrollen (kipgevaar!) Fig Beschermbeugel (extra uitvoering) Verplichte bescherminrichting bij het gebruik van de strooischotels OM Dient als botsbeveiliging ter voorkoming van ongevallen bij draaiende strooischotels. Fig Afdekkleed (extra uitvoering) Een opklapbaar afdekkleed garandeert ook bij nat weer, droge strooimiddelen in de trechter. Bij het vullen wordt het afdekkleed eenvoudig omhoog geklapt. Fig ZA-M BAG
53 Opbouw en werking 5.14 Opzetranden (extra uitvoering) smalle opzetrand: S500 brede opzetrand: L1000 De opzetranden kunnen met elkaar worden gecombineerd, zodat de trechterinhoud tot 2500 liter l kan worden vergroot (zie technische gegevens). Fig. 35/... (1) opzetrand S (2) opzetrand L Fig. 35 ZA-M BAG
54 Opbouw en werking 5.15 Tweewegeenheid (extra uitvoering) De tweewegeenheid is noodzakelijk om de doseerschuiven afzonderlijk kunnen bedienen bij trekkers die slechts een enkelwerkende hydraulische aansluiting hebben. Fig. 36 Kogelkraan gesloten. Fig. 37 Kogelkraan geopend. Eenzijdig strooien met tweewegeenheid: De volgende handelingen moeten bij eenzijdig of bij het volvelds strooien van het land, voor het onafhankelijk open of sluiten van de schuiven worden uitgevoerd: Eenzijdig openen van de rechter doseerschuif, bv. bij links kantstrooien met de kantstrooiplaat: 1. Beide schuiven sluiten. 2. Kogelkraan van hydraulische cilinder, voor de linker trechterpunt sluiten. 3. Bij bedienen van het stuurventiel wordt nu alleen de rechter doseerschuif geopend en gesloten, de linker blijft gesloten. Eenzijdig sluiten van de rechter doseerschuif tijdens het strooien: 1. Beide schuiven geopend. 2. Kogelkraan voor hydraulische cilinder van de linker trechterpunt sluiten. 3. Stuurventiel op heffen en daarmee de rechter schuif sluiten. Wisselen van eenzijdig naar volveldsstrooien, bijv. door activeren van de linker schuif: 1. rechter schuif is geopend (linker schuif met kogelkraan afgesloten). 2. kogelkraan voor de hydrauliekcilinder van de linker trechterpunt open zetten. 3. stuurventiel op "zakken" waardoor beide schuiven open gaan. Fig. 36 Fig ZA-M BAG
55 Opbouw en werking 5.16 Driewegeenheid (extra uitvoering) De driewegeenheid is noodzakelijk voor afzonderlijke bediening van de sluitschuiven en het gebruik van de Limiter M bij tractoren die slechts met één enkelwerkend stuurventiel zijn uitgerust. Fig Koppelingsas met slipkoppeling (extra uitvoering) Wanneer de breekbout tussen de aansluitgaffel en de flens op de ingaande aandrijfas regelmatig afbreekt en bij tractoren waarvan de aftakaskoppeling agressief inschakelt adviseren wij u de Walterscheid-koppelingsas met slipkoppeling te monteren (Fig. 39). Montage: 1. standaard koppelingsas demonteren. 2. beschermtrechter op de hals van de aandrijfkast losmaken en wegnemen. 3. verdraaibeveiliging opheffen. 4. haakse aandrijving verdraaien en beschermtrechter eraf trekken. WAARSCHUWING De beschermtrechter vervangen door de meegeleverde verlengde beschermtrechter (ongevallenpreventie)! Fig gaffelflens demonteren van de ingaande as van de aandrijfkast 6. ingaande aandrijfas reinigen. 7. contramoer (Fig. 39/1) in aansluitgaffel van de slipkoppeling losdraaien (tot het draadeinde niet meer buiten de contramoer uitsteekt), inbus draadstift (Fig. 39/2) er uit draaien en controleren of de aansluitgaffel gemakkelijk op de aandrijfas kan worden geschoven. ZA-M BAG
56 Opbouw en werking 8. aansluitgaffel weer van de ingaande aandrijfas af trekken. 9. beschermtrechter op de hals van de aandrijfkast schuiven en door verdraaien vastzetten. 10. aansluitgaffel (Fig. 39/3) met vet tot de aanslag op de ingaande as van de aandrijfkast (Fig. 39/4) schuiven. Let er op, dat de inlegspie (Fig. 39/5) volledig wordt afgedekt! 11. de speciale koppelingsas borgen, zodat deze niet axiaal kan verschuiven. Stelschroef met binnenzeskant met een inbussleutel goed vastzetten en contramoer (Fig. 39/1) borgen. Demontage: 1. contramoer (Fig. 39/1) in de aansluitgaffel van de slipkoppeling losdraaien. Inbusdraadeinde (Fig. 39/2) losdraaien. 2. De aansluitgaffel met een vlakke spiedrijver door de gleuf in de achterkant van de beschermtrechter (aan de onderkant van de trechter) van de aandrijfas slaan. Werking onderhoud van de slipkoppeling De slipkoppeling vangt de pieken in het draaimoment op vanaf ca. 400 Nm, die bij het inschakelen van de aftakas kunnen optreden. De slipkoppeling voorkomt beschadiging aan de koppelingsas en de aandrijfcomponenten. Daarom moet de slipkoppeling altijd goed functioneren. Door vastplakken van de frictieplaten wordt de werking van slipkoppeling geblokkeerd. 56 ZA-M BAG
57 In bedrijf stellen 6 In bedrijf stellen In dit hoofdstuk krijgt u informatie over het in bedrijfstellen van uw machine. hoe u kunt controleren of uw tractor geschikt is voor het aanbouwen/aanhangen van de kunstmeststrooier. Voor het in bedrijfstellen van de machine moet de bediener de bedieningshandleiding hebben gelezen en begrepen. Volg de aanwijzingen op in het hoofdstuk "Veiligheidsaanwijzingen voor de chauffeur op pagina 23 bij ο ο het aan- en afkoppelen transport van de machine werken met de machine de machine uitsluitend aan een tractor koppelen en transporteren die hiervoor geschikt is! tractor en machine moeten voldoen aan de nationale wegenverkeersvoorschriften. De eigenaar van het voertuig (exploitant) evenals de chauffeur (persoon die de machine bedient) zijn verantwoordelijk voor het naleven van de wettelijke bepalingen van de nationale wegenverkeersvoorschriften. WAARSCHUWING Gevaar voor kneuzen, snijden, stoten, vastgegrepen en meegesleurd worden binnen het bereik van hydraulisch of elektrisch bediende bouwelementen. Blokkeer op de tractor nooit de instelhendels, waarmee hydraulische of elektrische bewegingen van de bouwelementen worden uitgevoerd, zoals het in- en uitklappen, zwenken en verschuiven. De betreffende beweging moet automatisch stoppen zodra de bedieningshendel wordt losgelaten. Dit geldt niet voor het bewegen van inrichtingen, die continue of automatisch geregeld zijn of vanwege hun werking in zweefstand of onder druk moeten staan. De strooischotels controleren op de voorgeschreven montage. In rijrichting gezien: linker strooischotel "L" en rechter strooischotel "R". Controleer ook of de schaalverdelingen op de strooischotels op de juiste wijze zijn aangebracht. De schaalverdeling met de cijfers 5 tot 28 zijn voor de korte strooischoepen en de schaalverdeling met de cijfers 35 tot 55 behoren bij de lange strooischoepen. ZA-M BAG
58 In bedrijf stellen 6.1 Geschiktheid van de tractor controleren WAARSCHUWING Ongelukken door breuk tijdens het werken, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende remvermogen en bestuurbaarheid van de tractor behoren niet tot het doelgerichte gebruik van de tractor! controleer of uw tractor voor de machine geschikt is, voordat u deze aan de tractor koppelt. u mag de machine alleen aan tractoren aankoppelen of aanhangen, die hiervoor geschikt zijn. voer een remmentest uit om te controleren of de tractor ook met aangebouwde of getrokken machine nog voldoende remvertraging bereikt. Voorwaarden die de geschiktheid van de tractor bepalen zijn vooral: het toegestane totale gewicht de toegestane belastring van de assen de toegestane oplegdruk op het aankoppelpunt van de tractor het draagvermogen van de gemonteerde banden de toegestane sleeplast mag niet worden overschreden deze gegevens vindt u op het typeplaatje, op het gelijkvormigheids attest of in de bedieningshandleiding van de tractor De vooras van de tractor moet tenminste met 20% van het eigengewicht van de tractor zijn belast De tractor moet ook met aangebouwde of aangehangen werktuig de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging behalen Berekening van de werkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belasting van de tractorassen en het draagvermogen van de banden, evenals het minimaal vereiste contragewicht Het toegestane totale gewicht van de tractor, dat in de documenten is aangegeven, moet groter zijn dan de som uit eigengewicht van de tractor, totaal van de hulpgewichten, totale gewicht van de aangebouwde machine of oplegdruk van de aangehangen machine. deze opmerking geldt alleen voor Duitsland: Indien niet kan worden voldaan aan de gestelde eisen ten aanzien van de asbelasting en toegestane totale gewicht, waarbij alle redelijke mogelijkheden zijn benut, kan op grond van de toelating door een wettelijk erkende deskundige van de wegenverkeersdienst en met instemming van de tractorfabrikant volgens het door overheidswege ingestelde uitzonderingsclausule volgens 70 StVZO evenals de noodzakelijke toelating volgens 29 Absatz 3 StVO van toepassing zijn. 58 ZA-M BAG
59 In bedrijf stellen Benodigde gegevens voor de berekening Fig. 40 T L [kg] Eigengewicht van de tractor T V [kg] Voorasbelasting van de lege tractor T H [kg] Achterasbelasting van de lege tractor Zie bedieningshandleiding van de tractor / keuringsbrief G H [kg] Totaalgewicht van de aangehangen machine of gewicht achter Zie technische gegevens van de machine of gewicht achter G V [kg] Totaalgewicht van de front aanbouwmachine of het frontgewicht a [m] Afstand tussen zwaartepunt front aanbouwmachine of frontgewicht en midden van de vooras (som a 1 + a 2 ) a 1 [m] Afstand midden van het aansluitpunt van de trekstang tot zwaartepunt van het frontgewicht (zwaartepuntafstand) Zie technische gegevens front aanbouwmachine of frontgewicht Zie technische gegevens tractor en front aanbouwmachine of frontgewicht of opmeten Zie bedieningshandleiding van de tractor of opmeten a 2 [m] Wielbasis van de tractor zie technische gegevens front aanbouwmachine of frontgewicht of opmeten b [m] Afstand tussen midden van de achteras tot midden aansluitpunt van de trekstangen c [m] Afstand midden van de vooras tot midden van de aansluiting van de trekstangen d [m] afstand tussen hart bevestigingskogels van de hefarmen en zwaartepunt van de driepuntsmachine / ballast achter Zie bedieningshandleiding van de tractor / keuringsbrief of opmeten Zie bedieningshandleiding van de tractor / keuringsbrief of opmeten zie technische gegevens van de machine ZA-M BAG
60 In bedrijf stellen Berekening van het vereiste minimale ballastgewicht voor G V min om de bestuurbaarheid te waarborgen G V min G = H ( c + d) T b + 0,2 T b V L a + b Noteer het getal voor het berekende minimale ballastgewicht G V min, dat aan de voorzijde van de tractor nodig is, in de tabel (op pagina 61) Berekening van de werkelijke voorasbelasting T V tat T V tat G = V ( a + b) + T b G ( c + d) V H b Noteer het getal voor de berekende werkelijke voorasbelasting en in de handleiding van de tractor aangegeven toegestane belasting van de vooras in de tabel (op pagina 61) Berekening van het werkelijke totale gewicht van de tractor-machine combinatie G = G + T + G tat V L H Noteer het getal voor het berekende totale gewicht en in de bedieningshandleiding van de tractor aangegeven toegestane totale gewicht van de tractor, in de tabel (op pagina 61) Berekening van de werkelijke belasting van de achteras T H tat T H tat = G tat T V tat Noteer het getal voor de berekende werkelijke achterasbelasting en in de bedieningshandleiding van de tractor aangegeven toegestane belasting van de achteras, in de tabel (op pagina 61) Draagvermogen van de banden Noteer de dubbele waarde (voor twee banden) van het toegestane draagvermogen van de band ( zie documentatie van de banden fabrikant) in de tabel (op pagina 61). 60 ZA-M BAG
61 In bedrijf stellen Tabel Werkelijke waarde volgens berekening Toegestane waarde volgens handleiding van de tractor Dubbel toegestaan draagvermogen (twee banden) Minimaal ballastgewicht Voor/ Achter / kg Totale gewicht kg kg -- Voorasbelasting kg kg kg Achterasbelasting kg kg kg Neem uit de keuringspapieren van uw tractor de toegestane waarden voor totale gewicht, de asbelasting en het draagvermogen van de banden over. De werkelijke berekende waarde moet kleiner of gelijk ( ) zijn aan de toegestane waarde! WAARSCHUWING Gevaar voor kneuzen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd worden door onvoldoende stabiliteit en onvoldoende remvermogen en bestuurbaarheid van de tractor. Het is verboden de machine aan de tractor te koppelen, waarop de berekening van toepassing is, indien slechts een van de berekende waarden groter is dan de toegestane waarde aan de tractor geen frontgewichten (indien vereist) kunnen worden gehangen voor het minimale extra contragewicht voor (G V min ). Verzwaar uw tractor met een frontgewicht of een gewicht achter, wanneer de asbelasting van de tractor slechts op één as wordt overschreden. Uitzonderingen: ο ο Bereikt u met het gewicht van de front aanbouwmachine (G V niet het vereiste minimale gewicht op de vooras (G V min ), dan moet de front aanbouwmachine met extra frontgewichten worden verzwaard! Bereikt u met het gewicht van de aangekoppelde machine achter (G H ) niet de vereiste minimale belasting van de achteras (G H min ), dan moet de machine achter met extra hulpgewichten worden verzwaard! ZA-M BAG
62 In bedrijf stellen 6.2 Montage van de koppelingsas VOORZICHTIG Allen door de fabrikant voorgeschreven koppelingsas gebruiken. De koppelingsas aan de strooier bevestigen wanneer deze leeg is en niet aan de trekker hangt. 1. Blokkeerbout (Fig. 41/1) er uit draaien. 2. Beschermtrechter (Fig. 42/1) in de montagestand (Fig. 42./2) draaien. 3. Bermhoes (Fig. 42/3) lostrekken 4. Ingaande aandrijfas schoonmaken en invetten. 5. Smeernippel (Fig. 43/1) verwijderen en koppelingsas (Fig. 43/2) opsteken. 6. Aansluitgaffel (Fig. 43/3) met breekbout (Fig. 43/4) bevestigen. 7. Smeernippel (Fig. 43/1) indraaien. 8. Beschermpijphelft (Fig. 44/1) opschuiven en beschermhoes (Fig. 44/2) in montagepositie draaien. 9. Borgboutje (Fig. 44/3) ) indraaien Fig. 41 Fig. 42 Fig. 43 Fig ZA-M BAG
63 In bedrijf stellen 6.3 Lengte van de koppelingsas aan de tractor aanpassen WAARSCHUWING Gevaar voor ongelukken door beschadigde en/of vernielde, weggeslingerde onderdelen ontstaat, wanneer de koppelingsas bij het heffen/zakken tussen de tractor en gekoppelde machine opgestuikt of uit elkaar getrokken wordt, omdat de lengte van de koppelingsas niet correct is aangepast! Laat de lengte van de koppelingsas door een gespecialiseerde werkplaats voor alle bedrijfssituaties controleren en zonodig aanpassen, voordat u de koppelingsas voor de eerste keer aan uw tractor koppelt. Zo voorkomt u, dat de koppelingsas opstuikt of onvoldoende overlapping heeft. Deze aanpassing van de koppelingsas geldt alleen voor het huidige type tractor. Wanneer u de machine aan een andere tractor koppelt, moet de lengte van de koppelingsas waarschijnlijk opnieuw worden aangepast. Bij het aanpassen van de koppelingsas beslist de voorschriften van de fabrikant van de koppelingsas opvolgen. WAARSCHUWING Gevaar voor gegrepen of meegesleurd te worden wegens foutieve montage of ontoelaatbare constructieve veranderingen van de koppelingsas! Alleen een gespecialiseerde werkplaats mag constructieve veranderingen aan de koppelingsas uitvoeren. Hierbij moeten de aanwijzingen in de bedieningshandleiding van de fabrikant in acht worden genomen. Lengteaanpassing van de koppelingsas is alleen toegestaan mits de minimale overlapping van de schuifprofielen gewaarborgd is. Constructieve veranderingen aan de koppelingsas zijn niet toegestaan, indien ze niet in de handleiding worden beschreven. WAARSCHUWING Beknellingsgevaar tussen de achterkant van de tractor en de machine bij het heffen en zakken voor het vaststellen van de minimale en maximale lengte van de koppelingsas! Bedien de instelhendels van de driepuntshefinrichting van de tractor alleen vanuit de daarvoor bestemde werkplek. nooit, wanneer u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. ZA-M BAG
64 In bedrijf stellen WAARSCHUWING Beknellingsgevaar door onverwacht wegrollen van de tractor met aangekoppelde machine! zakken van de opgeheven machine! Zorg ervoor, dat de tractor niet onverwacht kan starten, onverwacht kan wegrollen en de opgeheven machine niet onverwacht kan zakken wanneer u zich voor het aanpassen van de lengte van de koppelingsas in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. De lengte van de koppelingsas is het kortste wanneer de koppelingsas horizontaal ligt. De grootste lengte ontstaat wanneer de machine volledig is opgeheven. 1. Koppel de tractor aan de machine (koppelingsas niet aansluiten). 2. zet de tractor op de handrem. 3. bepaal de hefhoogte van de machine met de koppelingsas in de langste en kortste stand. 3.1 de machine met de driepuntshefinrichting van de tractor heffen en zakken bedien hiervoor de instelknoppen voor hefinrichting met de buitenbediening op het spatbord of vanuit de tractorcabine 4. zorg ervoor, dat de opgeheven machine op de vastgestelde hefhoogte niet onverwacht kan zakken (ondersteunen of aan een takel bevestigen) 5. beveilig de tractor tegen onverwacht starten, voordat u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine begeeft 6. volg de aanwijzingen in de bedieningshandleiding van de fabrikant van de koppelingsas op voor het bepalen van de lengte en het inkorten van de koppelingsas. 7. schuif de ingekorte ashelften weer in elkaar 8. smeer vet op de aftakas van de tractor en de ingaande as van de aandrijfkast van de machine, voordat u de koppelingsas monteert. het tractorsymbool op de beschermpijp geeft aan waar de koppelingsas op de tractor moet worden aangesloten. 64 ZA-M BAG
65 In bedrijf stellen 6.4 Tractor / machine beveiligen tegen onverwacht starten en wegrollen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen opgestroopt en meegesleurd te worden wegens ingrepen aan de machine door onverwacht zakken machine, die door de hefinrichting van de tractor onbeveiligd is opgeheven onverwacht zakken van opgeheven onbeveiligde machinedelen onverwacht starten en onverwacht wegrollen van de tractormachine combinatie beveilig tractor en machine tegen onverwacht starten en onverwacht wegrollen, voor dat u aan de machine gaat werken. het is verboden ingrepen aan de machine uit te voeren, zoals montage, instellen, opheffen van storingen, schoonmaken, onderhoud en reparatie, ο wanneer de machine wordt aangedreven ο ο ο zolang de motor van de tractor met aangesloten koppelingsas / hydro-aandrijving nog loopt wanneer de contactsleutel zich nog in het contactslot van de tractor bevindt en de motor van de tractor met aangesloten koppelingsas / hydro-aandrijving onbedoeld kan worden gestart wanneer tractor en machine niet op de handrem staan of met stopwiggen tegen onverwacht wegrollen zijn geborgd ο wanneer beweegbare delen niet tegen onverwachte bewegingen zijn geblokkeerd Vooral bij dergelijke werkzaamheden bestaat gevaar contact met onbeveiligde componenten. 1. Laat de opgeheven, onbeveiligde machinedelen zakken zo voorkomt u onverwacht zakken. 2. Zet de motor van de tractor stil. 3. Verwijder de contactsleutel. 4. Zet de tractor op de handrem. 5. Beveilig de machine tegen onverwacht wegrollen (alleen aangehangen machines) ο op vlakke ondergrond met de handrem (indien aanwezig) of met stopwiggen ο op een helling met handrem en stopwiggen. ZA-M BAG
66 In bedrijf stellen 6.5 Stelbout voor de systeemkeuze op het stuurventielenblok instellen Alleen voor Comfort-pakket! Fig. 45/... (1) Systeemomschakelbout (1) Aansluiting LS voor Load-Sensingregelleiding Fig. 46/... (1) Tractor-aansluiting Load-Sensingregelleiding (2) Tractor-aansluiting Load-Sensingdrukleiding (3) Tractor-aansluiting drukloze retourleiding De stand van de stelbout (Fig. 45/1) op het stuurventielenblok (Fig. 45/2) is afhankelijk van het hydraulisch systeem van de trekker. Afhankelijk van het hydraulisch systeem de stelbout voor systeemkeuze tot de aanslag uitdraaien (fabrieksinstelling) bij trekkers met ο ο Open-Center- systeem (constant opbrengst-syteem, hydraulische tandwielpomp). Pomp met instelbare olie-opname via regeleenheid tot de aanslag indraaien (tegenovergesteld aan de fabrieksinstelling) bij trekkers met ο ο Closed-Center- systeem (constant druk-systeem, op druk geregelde verstelbare pomp) Load-Sensing- systeem (op druk en opbrengst geregelde verstelbare pomp) met directe aansluiting op de load-sensing pomp en regelleiding. De benodigde volumestroom wordt geregeld door de hydraulische pomp van de tractor. Stelbout voor systeemkeuze instellen: ο ο ο contramoer losdraaien, systeemkeuze stelbout tot de aanslag uitdraaien (fabrieksinstelling) of indraaien, contramoer weer vastzetten. Fig. 45 Fig. 46 De instelling mag alleen in drukloze toestand plaatsvinden! 66 ZA-M BAG
67 Machine aan- en afkoppelen 7 Machine aan- en afkoppelen Volg bij het aan- en afkoppelen van de machine de aanwijzingen op van hoofdstuk "Veiligheidsaanwijzingen voor de chauffeur", bladzijde 23. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken door onverwacht starten en onverwacht wegrollen van tractor en machine tijdens het aan- en afkoppelen van de! Zorg ervoor, dat de tractor niet onverwacht kan starten en tractor en machine niet onverwacht kunnen wegrollen, wanneer u bij het aanen afkoppelen binnen de gevarenzone tussen tractor en machine gaat staan, zie bladzijde 65. WAARSCHUWING Beknellingsgevaar tussen de achterzijde van de tractor en bij de machine bij het aan- en afkoppelen van de machine! Bedien de instelknoppen van de driepuntshefinrichting van de alleen vanuit de voorgeziene werkplek nooit, wanneer u zich binnen de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. VOORZICHTIG Kunstmeststrooier alleen in onbeladen toestand aan- en afkoppelen. Kiepgevaar! 7.1 Machine aankoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor ongelukken door breuk tijdens het werk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende remvermogen en bestuurbaarheid van de tractor omdat de tractor niet aan de gestelde eisen voldoet! U mag de machine alleen aan die tractoren bevestigen of aanhangen, die hiervoor geschikt zijn. Zie hiervoor hoofdstuk "Geschiktheid van de tractor controleren", op bladzijde 58. WAARSCHUWING Beknellingsgevaar bij het aankoppelen van de machine tussen tractor en machine! Voordat u de machine aan de tractor koppelt, moet iedereen zich buiten de gevarenzone bevinden, voor dat u naar de machine rijdt. Aanwezige helpers mogen alleen aanwijzingen geven naast de tractor en pas bij volledige stilstand tussen de voertuigen gaan staan. ZA-M BAG
68 Machine aan- en afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten en gegrepen en meegesleurd te worden ontstaan voor personen, wanneer de machine onverwacht van de tractor los schiet.! Gebruik de voorgeschreven inrichtingen voor het aankoppelen van de machine aan de tractor volgens voorschrift. Voor het aankoppelen van de machine aan de driepuntshefinrichting van de tractor moeten de aanbouwcategorieën van de tractor en machine beslist overeenkomen. Wanneer uw tractor met cat. III hefinrichting is uitgerust moeten de bevestigingspennen van de hefarmen en topstang beslist met verloopbussen voor cat. II worden uitgerust. Gebruik uitsluitend de meegeleverde topstangpen en pennen voor de onderste hefarmen voor het aankoppelen van de machine. Controleer de pennen van topstang en hefarmen op in het oog vallende gebreken. Vervang de pennen indien zij slijtage vertonen. Controleer of de aankoppelpennen van de driepuntshefinrichting boven en onder met overslagpennen correct zijn geborgd. WAARSCHUWING Gevaar door uitval van de energievoorziening tussen tractor en machine door beschadigde verzorgingsleidingen! Schenk extra aandacht aan het verloop van de verzorgingsleidingen bij het aankoppelen van de machine. De verzorgingsleidingen moeten bij alle bewegingen van de aangekoppelde of aangehangen machine kunnen meegeven en niet vastlopen, knikken of klemmen. mogen niet tegen vreemde delen schuren. 1. De kogelkoppen aan de pennen van de topstang en hefarmen (Fig. 47/1,2) vastmaken en aan de ophangpunten van het driepuntsframe bevestigen. Cat. II topstangpen en pennen van de onderste hefarmen van de machine met behulp van verloopbussen naar cat. III ombouwen, wanneer uw tractor met een cat. III hefinrichting is uitgerust 2. Bouten van de topstang en de trekstang altijd met overslagpen borgen tegen onverwacht loslopen. Topstangpen borgen. Fig ZA-M BAG
69 Machine aan- en afkoppelen 3. Voordat u naar de machine rijdt, iedereen uit de gevarenzone tussen tractor en machine wegsturen. 4. Maak eerst de koppelingsas en de verzorgingsleidingen vast, voordat u de machine aan de tractor koppelt. 4.1 Rij de tractor zo dicht mogelijk naar de machine, zodat er nog een vrije ruimte van ca 25 cm tussen tractor en machine overblijft. 4.2 Beveilig de tractor tegen onverwacht starten en wegrollen. 4.3 Controleer of de aftakas van de tractor is uitgeschakeld. 4.4 Koppel de koppelingsas en de verzorgingsleidingen aan de tractor. 4.5 Richt de vanghaken van de hefarmen in lijn met de aankoppelpunten van de machine. 5. Rij met de tractor achteruit naar de machine, waarbij de vanghaken van de hefarmen van de tractor automatisch vasthaken aan de hefkogels in de bevestigingspunten van de machine. De vanghaken van de hefarmen vergrendelen automatisch. 6. Koppel de topstang vanaf de tractorzitting met de vanghaak aan de topstangbevestiging van het aanbouwframe. De haak van de topstang vergrendelt automatisch. 7. Controleer visueel of de topstanghaak en de vanghaken van de onderste hefarmen correct vergrendeld zijn, voordat u wegrijdt. ZA-M BAG
70 Machine aan- en afkoppelen 7.2 Machine afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onvoldoende stabiliteit en omkippen van de afgekoppelde machine! Zet de lege machine op een horizontale vlakke en harde ondergrond weg. Bij het afkoppelen van de machine moet er altijd zog zoveel vrije ruimte voor de machine over blijven, zodat de tractor bij het opnieuw aankoppelen in een rechte lijn naar de machine kan rijden. 1. Zet de machine op een horizontal, vlakke en harde ondergrond weg. 2. Koppel de machine van de tractor af. 2.1 Zorg dat de machine niet onverwacht kan wegrollen. Zie hiervoor bladzijde ontspan de topstang. 2.3 Ontgrendel de topstang en maak deze vanaf de tractorzitting. 2.4 Ontlast de onderste hefarmen. 2.5 Ontgrendel en maak de vanghaken vanaf de tractorzitting los. 2.6 Rij de tractor ongeveer 25 cm vooruit. De ontstane vrije ruimte tussen tractor en machine geeft meer toegang voor het afkoppelen van de koppelingsas en verzorgingsleidingen. 2.7 Beveilig de tractor en machine tegen onverwacht starten en onverwacht wegrollen. 2.8 Maak de koppelingsas bij de tractor los. 2.9 Leg de koppelingsas in de daarvoor bestemde houder Maak de verzorgingsleidingen los Bevestig de insteekkoppelingen in de bijbehorende opbergbeugels. Fig ZA-M BAG
71 Instellingen 8 Instellingen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen meegesleurd te worden door onbedoeld zakken van de opgeheven machine in de driepuntshefinrichting van de tractor. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde machinedelen. onbedoeld starten en onbedoeld wegrollen van de tractormachine combinatie. Beveilig uw tractor en machine zodat deze niet per ongeluk kan starten en onverwacht kan wegrollen, voordat u de machine instelt. Alle instellingen aan de centrifugaalstrooier AMAZONE ZA-M uitvoeren volgens opgave uit de strooitabel. Alle gebruikelijke soorten kunstmest zijn in de strooihal van AMAZONE uitvoerig getest en de hierbij verkregen afstelgegevens zijn de strooitabel opgenomen. De soorten kunstmest, die in de strooitabel zijn opgenomen, bevonden zich tijdens het testen in goede staat. Als gevolg van de verschillende toestand van de kunstmest door: weersinvloeden en/of ongunstige opslag omstandigheden, schommelingen van de fysische eigenschappen - ook binnen de gelijke soorten en merken veranderingen in de strooi-eigenschappen van de meststof, kan van de instelgegevens uit de strooitabel moeten worden afgeweken om de gewenste afgifte en werkbreedte te bereiken. Een garantie, dat uw kunstmest, zelfs met dezelfde naam en van dezelfde fabrikant, dezelfde strooi-eigenschappen heeft als de geteste kunstmest, kan niet worden gegeven. Wij wijzen er nadrukkelijk op, dat er geen claims voor gevolgschade kunnen worden ingediend tengevolge van strooifouten. Alle instellingen zorgvuldig uitvoeren. Afwijkingen van de optimale instelling kunnen het strooibeeld negatief beïnvloeden. De instelwaarden uit de strooitabel kunnen slechts als richtwaarden worden beschouwd, omdat de strooieigenschappen van de kunstmest aan veranderingen onderhevig kunnen zijn, waardoor de instellingen moeten worden aangepast. De opgegeven adviezen voor het instellen van de dwarsverdeling (werkbreedte) hebben uitsluitend betrekking op de gewichtsverdeling en niet op de verdeling van de voedingstoffen. Bij onbekende meststoffen of voor een algehele controle van de ingestelde werkbreedte wordt een praktijkproef met de mobile testbaan (extra uitvoering) geadviseerd ZA-M BAG
72 Instellingen 8.1 Instellen van de aanbouwhoogte Kan de kunstmest niet zonder meer onder de betreffende soort in de strooitabel worden gerangschikt, dan levert de AMAZONEkunstmest-service U vrijwel direct telefonisch of na het opsturen van een kleine testhoeveelheid kunstmest (3 kg) de adviezen voor het afstellen van de strooier. AMAZONE- kunstmest-service 05405/ GEVAAR Bij het instellen van de aanbouwhoogte personen uit de gevarenzone achter en onder de machine wegsturen, omdat de machine achterover kan slaan, wanneer de topstanghelften per vergissing uit elkaar gedraaid worden of uit elkaar worden getrokken. De aanbouwhoogte van de machine volgens opgave in de strooitabel exact, op het veld, met gevulde trechter instellen. Gemeten wordt aan de voor- en achterzijde van de strooischotel, altijd vanaf de grond (Fig. 49) Basisbemesting De opgegeven aanbouwhoogte, in de regel horizontaal 80/80 cm, geldt voor de basisbemesting. Bij de voorjaarsbemesting, wanneer het plantenbestand reeds een hoogte van cm heeft, dan dient de helft van de groeihoogte bij de aangegeven aanbouwhoogte (bv. 80/80) te worden opgeteld. Zo zal bij een gewashoogte van 30 cm - de aanbouwhoogte op 95/95 worden ingesteld. Staat het plantenbestand hoger, dan volgens opgave voor de bijbemesting (Kap.8.1.2) instellen. Bij dichte bestanden (koolzaad) de centrifugaalstrooier met de opgegeven aanbouwhoogte (bv. 80/80) boven het plantenbestand instellen. Is dit, bij grotere hoogte van het gewas niet meer mogelijk, dan de strooier volgens de opgave voor het bijbemesten instellen. Fig ZA-M BAG
73 Instellingen Bijbemesting De strooischotels zijn standaard uitgerust met strooischoepen, waarmee behalve de basisbemesting ook bijbemesting kan worden uitgevoerd in graan in een bestand tot 1 m hoogte. De aanbouwhoogte van de strooier met behulp van driepuntshefinrichting van de trekker zo hoog instellen, dat de ruimte tussen de graantoppen en de strooischotels ca. 5 cm bedraagt. Indien nodig de bevestigingspennen van de hefarmen in de onderste gaten van de aanspanplaten bevestigen (Fig. 50). Fig Instellen van de strooihoeveelheid Zie bedieningshandleiding van de AMATRON +. De vereiste stand van de doseerschuiven voor de gewenste strooihoeveelheid wordt met de beide doseerschuiven elektronisch ingesteld. Nadat de gewenste strooihoeveelheid is ingevoerd in de AMATRON + [gewenste hoeveelheid in kg/ha] moet de kunstmestcalibratiefactor worden berekend (controle van de afgifte). Deze is bepalend voor het regelgedrag van de AMATRON Controle van de strooihoeveelheid Controle van de strooihoeveelheid uitvoeren: na iedere verandering van de soort kunstmest. verandering van de afgifte. wijziging van de werkbreedte. De hoeveelheid strooigoed wordt gecontroleerd aan het begin van het strooien (de kalibratiefactor wordt bij het verspreiden van de eerste 200 kg kunstmest bepaald); continu tijdens het strooien (onlinekalibratie); Fig. 51 zie bedieningshandleiding AMATRON + / hfdst. kunstmest calibreren - Fig. 51/1. ZA-M BAG
74 Instellingen Controle van de strooihoeveelheid zonder weegtechniek. zie bedieningshandleiding AMATRON + / hfdst. kunstmest calibreren - Fig. 51/ Voorbereidingen voor de afdraaiproef 1. de doseerschuif op de stand voor de gewenste strooihoeveelheid instellen voor de linker trechterpunt, 2. linker strooischotel demonteren 2.1 vleugelmoer (Fig. 52/1) voor bevestiging van de linker strooischotel losdraaien en de strooischotel wegnemen, 2.2 vleugelmoer weer in het gat van de aandrijfas draaien (opdat geen kunstmest in het draadstuk valt), 3. afdraai-emmer (Fig. 52/2) met de beugel (Fig. 52/3) aan de achterste haak (Fig. 52/4 en Fig. 52/5) en aan de voorste haak van het frame ophangen. Fig ZA-M BAG
75 Instellingen 8.4 Instellen van de werkbreedte De werkbreedte (afstand tussen de rijsporen) is binnen het strooibereik van het betreffende paar Omia-Set (OM) strooischotels instelbaar (bij het strooien van slakkenkorrels kunnen echter afwijkingen voorkomen) Voor de gewenste strooibreedte de bijbehorende strooischotel gebruiken. werkbreedte 10 12m 10 16m 18 24m 24 36m strooischotel OM OM OM OM De werkbreedte voor het normale strooibeeld wordt ingesteld met de stand van de schoepen op de strooischotels. De strooi-eigenschappen van de kunstmest hebben een grote invloed op de werkbreedte en het strooibeeld. De belangrijkste factoren die de strooi-eigenschappen beïnvloeden zijn: korrelgrootte soortelijk gewicht oppervlakte ruwheid vochtigheidsgraad. Wij adviseren daarom alleen goed gestructureerde kunstmest van bekende leveranciers te gebruiken en met de mobile testbaan de ingestelde werkbreedte te controleren Instellen van de stand van de strooischoepen De stand van de strooischoepen is afhankelijk van de werkbreedte en de soort kunstmest Voor het exact, zonder gereedschap, instellen van de afzonderlijke strooischoepen, is iedere strooischotel voorzien van twee verschillende, niet verwisselbare schaalverdelingen (Fig. 53/1 en Fig. 53/2). Fig. 53 ZA-M BAG
76 Instellingen Voor de korte schoep (Fig. 53/3) geldt de schaalverdeling (Fig. 53/1) met de getallen 5 tot 28 en voor de lange schoep (Fig. 53/4) de schaalverdeling (Fig. 53/2) met de getallen van 35 tot 55. Door de strooischoepen naar een hoger getal op de schaalverdelingen (Fig. 53/1 of Fig. 53/2) te verdraaien, wordt de werkbreedte groter. De korte strooischoep verdeelt de kunstmest hoofdzakelijk in het middengedeelte van het strooibeeld, terwijl de lange schoep voornamelijk in het buitenste gedeelte strooit. De strooischoepen als volgt op de strooischotels verstellen: 1. Vleugelmoer onder de strooischotel losdraaien. Om de vleugelmoer los te draaien, de strooischotel zover ronddraaien, tot de vleugelmoer gemakkelijk bereikbaar is. 2. De gewenste stand van de korte strooischoep in de strooitabel opzoeken. 3. Het getal voor de instelling van de korte schoep op de schaalverdeling (Fig. 53/1) opzoeken. 4. Afleeskant (Fig. 53/5) van de korte schoep (Fig. 53/3) naar het betreffende getal op de schaalverdeling draaien en de vleugelmoer weer stevig aandraaien. 5. Het getal voor de instelling van de lange schoep op de schaalverdeling (Fig. 53/2) opzoeken. 6. Afleeskant (Fig. 53/6) van de lange schoep naar het betreffende getal op de schaalverdeling draaien en de vleugelmoer weer stevig aandraaien. Kunstmestsoort Schoepenstand bij werkbreedte KAS 27%N gekorreld, BASF (wit); Hydro; DSM; Kemira, Agrolinz 10m 12m 15m 16m kunstmestgroep 1 20/50 20/50 20/50 20/50 Voorbeeld: Kunstmestsoort: Gewenste werkbreedte: Schoepenstand: KAS 27%N gegranuleerd kunstmestgroep 1 12m 20 (korte schoep) 50 (lange schoep). 76 ZA-M BAG
77 Instellingen Controle van de werkbreedte met mobiele testbaan (extra uitvoering) De instelwaarden van de strooitabel zijn richtwaarden, daar de strooi-eigenschappen van de kunstmest aan verandering onderhevig zijn. Daarom adviseren wij de ingestelde werkbreedte van de werpstrooier met de mobiele testbaan (Fig. 54) (extra uitvoering) te controleren. Voor verdere gegevens hierover, zie gebruiksaanwijzing mobiele testbaan Fig Kant- en randstrooien Kantstrooien volgens de milieunorm (Fig. 55): Het aangrenzende perceel is een weg of oppervlakte water. Volgens de milieunorm mogen geen kunstmestkorrels over de perceelgrens vallen moet het uitspoelen en vermengen (bv. met oppervlakte water) worden voorkomen. Om te voorkomen, dat binnen het perceel teveel kunstmest wordt gestrooid, moet de strooihoeveelheid naar de grens van het perceel gereduceerd worden. Voor de perceelgrens wordt dan in geringe mate onderbemest. handmatige instelling van de doseerschuif: de stand van de doseerschuif aan de kant van de perceelgrens enkele deelstrepen verder dichtzetten zoals aangegeven in de strooitabel (lagere positie). elektrische schuifbediening: op de boorcomputer de toets 10% indrukken. Dit kantstrooisysteem voldoet aan de eisen van de milieuverordening. Fig. 55 Symbolen voor kantstrooien: Er mag geen kunstmest over de perceelgrens worden geworpen. ZA-M BAG
78 Instellingen Randstrooien (Fig. 56): Het aangrenzende perceel wordt voor landbouwdoeleinden gebruikt. Hierbij is het toegestaan dat een geringe hoeveelheid kunstmest over de perceelgrens wordt geworpen. De verdeling van de kunstmest in het veld is ook op de rand van het perceel nagenoeg gelijk aan de ingestelde afgifte. Een geringe hoeveelheid kunstmest wordt over de grens van het perceel geworpen. Symbool voor randstrooien: (tenminste 80% van de ingestelde hoeveelheid moet tot de rand gestrooid worden) Fig. 56 Het werkelijke strooibeeld kan afwijken van het afgebeelde strooibeeld Grens- en kantstrooien met kantstrooischerm Limiter M De stand van de Limiter is afhankelijk van de afstand tot de rand van het perceel, de soort kunstmest en of er tot de kant of langs de rand wordt gestrooid. De betreffende instelling in de strooitabel (Fig. 57) opzoeken. De afstelgegevens in de strooitabel zijn slechts richtwaarden, omdat de toestand van de kunstmest kan variëren. Indien nodig de Limiter bijstellen. 78 ZA-M BAG
79 Instellingen Fig. 57 (1) Afstand tot perceel grens/kant (halve werkbreedte) (2) Kantstrooien (3) Randstrooien (4) Gemonteerde strooischotel Voor instellen op een bepaald cijfer, het lamellenblok over de geleidebeugel verschuiven. 1. De klembeugel (Fig. 58/1) losdraaien. 2. Indien de handgreep van de klembeugel niet ver genoeg kan draaien, de handgreep optillen, terugdraaien en weer naar beneden drukken om verder te draaien. 3. Het lamellenblok op de geleidebeugel (Fig. 59/1) zover verschuiven tot de wijzer (Fig. 59/2) op het in te stellen cijfer uit de strooitabel (Fig. 57) staat. De klembeugel weer aandraaien. Fig. 58 Fig. 59 ZA-M BAG
80 Instellingen Bij overbemesten wordt het strooischerm op halve hoogte ingesteld (Fig. 60). Het scherm laten zakken. Hiervoor het lamellenblok volledig laten zakken. Aan de bovenkant van het lamellenblok bevinden zich zowel links als rechts een instelpal (Fig. 61). 1. De moeren van de instelpallen losdraaien. 2. Het scherm met de hand optillen. 3. De instelpallen tot de aanslag naar buiten draaien en de pallen stevig vastzetten. 4. Het scherm laten zakken. Fig. 60 Fig Grens- en kantstrooien met kantstrooischotel Tele-Set Voor het grensstrooien (volgens de milieunorm) (Fig. 55) of het kantstrooien (naast eigen, op dezelfde wijze te behandelen percelen) (Fig. 56) het kant-toe strooien, de linkse Omnia-Set strooischotel (normaal aan de linker zijde perceelranden strooien), in rijrichting gezien, vervangen door de bijbehorende kantstrooischotel Tele-Set. Voor het rechtsom kantstrooien is een speciale kantstrooischotel leverbaar. De kantstrooischotel Tele-Set levert een strooibeeld met steil afvallende strooiflank langs de perceelrand. Bij gebruik van de kantstrooischotel Tele-Set, de strooischotel Omnia-Set aan de zijkant van de strooier (Fig. 62) bevestigen. Met zwenkbare telescoopschoepen kan de werpwijdte tot de rand van het veld worden ingesteld. Fig ZA-M BAG
81 Instellingen Instellen van de kantstrooischotel volgens de milieunorm De kantstrooischotel: - TS TS TS wordt met de telescoopschoepen (Fig. 63/1), afhankelijk van de te strooien kunstmestsoort en de afstand van het eerste rijspoor tot aan de perceelrand volgens opgave van de strooitabel, volgens als volgt ingesteld: afstand tot perceelgrens kantstrooischotel 5-9 m TS m TS m TS Telescoopschoep (Fig. 63/1) op de strooischotel na het losdraaien van de betreffende klemmoer binnen het bereik van de schaalverdeling (Fig. 63 /2) verdraaien. Betreffende waarde op de afleeskant (Fig. 63 /3) instellen en de klemmoer weer vastdraaien. Werking: Telescoopschoepen naar hogere instelwaarde van de schaalverdeling draaien: strooibreedte groter, strooiflank steiler. Radiaal verstelbaar buitenste gedeelte van de schoep (Fig. 63/4), na het losdraaien van de moeren (Fig. 63/5) op een hogere letterwaarde op de schaalverdeling (Fig. 63/6) instellen. De ingestelde stand van het buitendeel van de schoep aan de afleeskant (Fig. 63/7) op de schaalverdeling aflezen. Werking: buitendeel van de schoep op de schaalverdeling naar een hogere instelwaarde uitschuiven: strooibreedte groter, strooiflank vlakker. Fig. 63 Voor het instellen van de telescoopschoepen worden de soorten kunstmest in 6 groepen ingedeeld: Groep I: gekorreld product met goede doorstroming en een soortelijk gewicht van ca. 1,0 kg/l, bv. KAS, NP- of NPK-soorten. Groep II: fijne prills, product met goede doorstroming en een stortgewicht tot ca. 1,0 kg/l, bv. KAS, NP- of NPK-soorten. Groep III: gekorrelde, stompe en ruwe, niet goed doorstomende producten met een stort gewicht van meer dan 1,05 kg/l, bv. fosfor- en kali-soorten. Groep IV: gekorrelde, stompe en ruwe, niet goed doorstomende producten met een stortgewicht van minder dan 1,05 kg/l, bv. DAP-, MAP-soorten. Groep V: ureum gekorreld met een stortgewicht tot ca. 0,8 kg/l. Groep VI: ureum prills met een stortgewicht tot ca. 0,8 kg/l. ZA-M BAG
82 Instellingen Kunstmestsoort Tele-Set schoep KAS - en NPKsoorten gekorreld Ι ΙΙ 5 6 7, B C48 C49 C49 D D45 E45 E42 E42 F46 Uittreksel uit de strooitabel TS Voorbeeld: Afstand van het eerste rijspoor 9m (TS 5-9) Kunstmestsoort: KAS 27% N gekorreld, BASF (wit), (Groep I) Opgave uit de strooitabel of bovenstaande tabel: D 50/ F Afleeskant (Fig. 64/7) van de schoep "I" op letter "D" instellen en buitenste gedeelte van de schoep vastzetten. Schoep "I" naar cijfer "50" verdraaien en vastzetten. 2. Afleeskant (Fig. 64/7) van de schoep "II" van de schoep "F" instellen en buitenste gedeelte van de schoep vastzetten. Schoep "II" naar cijfer "46" verdraaien en vastzetten. Fig. 64 Kunstmestsoort Tele-Set schoep KAS - en NPKsoorten gekorreld Ι B 51 C 52 C 53 ΙΙ E 42 F 42 H 42 Uittreksel uit de strooitabel TS ZA-M BAG
83 Instellingen 2. Voorbeeld: Afstand van het eerste rijspoor:15 m (TS 15-18) Kunstmestsoort: KAS 27 % N gekorreld, BASF (wit), (Groep I) Opgave uit de strooitabel of bovenstaande tabel: B 51/ E Afleeskant (Fig. 65/7) ) van de schoep "I" op letter "B" instellen en buitenste gedeelte van de schoep vastzetten. Schoep "I" naar cijfer "51" verdraaien en vastzetten. 2. Afleeskant (Fig. 65/7) van de schoep "II" op letter "E" instellen en buitenste gedeelte van de schoep vastzetten. Schoep "II" naar cijfer "42" verdraaien en vastzetten. Fig. 65 Bijzonderheden bij het strooien van perceelranden met 5 of 6 m afstand van het eerste rijspoor tot de perceelrand Bij sommige soorten kunstmest moet het aftakastoerental van 540 t/min tot 400 t/min worden gereduceerd, omdat anders de aan de perceelzijde gemonteerde Omnia-Set strooischotel ongeveer 8 m voorbij het midden van de trekker naar de perceelrand strooit (dat wil zeggen 2 tot 3 m over de perceelgrens) (let op aanwijzing in de strooitabel). ZA-M BAG
84 Transportritten 9 Transportritten Tijdens transportritten rekeningen houden met hoofdstuk Veiligheidsaanwijzingen voor de chauffeur, op bladzijde 25. Controleer voor dat u gaat rijden, ο ο ο ο ο of de verzorgingsleiding volgens voorschrift zijn aangesloten de verlichtingsinstallatie op beschadiging, werking en reinheid de rem- en hydraulische installatie op in het oog springende gebreken of de handrem ontspannen is de werking van het remsysteem. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onverwacht losraken van de aangebouwde / aangehangen machine! Controleer visueel voor aanvang van de transportrit of de topstangpen en de pennen van de onderste hefarmen met overslagpennen zijn geborgd. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onvoldoende stabiliteit en omvallen. Stel uw rijgedrag er op in, dat u de tractor met aangebouwde of aangehangen machine onder alle omstandigheden onder controle houdt. Houd hierbij rekening met uw persoonlijke vaardigheid, de toestand van de rijbaan, het verkeer, het uitzicht en de weersomstandigheden, evenals de invloeden op de rijeigenschappen van de tractor door de aangebouwde of aangehangen machine. Voor dat u gaat rijden de stabilisatiekettingen of -stangen van de onderste hefarmen vastzetten om heen en weer slingeren van de aangebouwde of aangehangen machine te voorkomen. WAARSCHUWING Gevaar voor breuk tijdens het werk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende rem- en stuurvermogen van de tractor door het inzetten van een ondoelmatige tractor! Deze gevaarlijke situatie kan ernstige verwondingen veroorzaken met kans op dodelijke afloop. Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangehangen machine en de toegestane belasting van de assen en oplegdruk van de tractor. Rij desnoods met gedeeltelijk gevulde voorraadtrechter. 84 ZA-M BAG
85 Transportritten WAARSCHUWING Niemand mag op de machine meerijden, gevaar van de machine af te vallen! Het is verboden op de machine mee te rijden en/of op een draaiende machine te klimmen. WAARSCHUWING De centrifugaalstrooier tijdens vervoer op de weg slechts zo hoog opheffen, dat de bovenkant van de achterlichten zich niet meer dan 900 mm boven de rijbaan bevinden. Tijdens transportritten de machine vergrendelen tegen onverwacht zakken! Bij het opheffen van de centrifugaalstrooier wordt de vooras van de tractor, afhankelijk van de grootte van de tractor, verschillend ontlast. De belasting van de vooras van de tractor moet minimaal 20% van het eigengewicht van de tractor bedragen! ZA-M BAG
86 Werken met de machine 10 Werken met de machine Wanneer u met de machine gaat werken, let dan op de aanwijzingen in de hoofdstukken: "Waarschuwingstekens en overige kentekenen op de machine" en "Veiligheidsaanwijzingen voor de chauffeur", vanaf bladzijde 23 Het opvolgen van deze aanwijzingen dient voor uw veiligheid. WAARSCHUWING Gevaar voor breuk tijdens het werk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende rem- en stuurvermogen van de tractor door het inzetten van een ondoelmatige tractor! Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangehangen machine en de toegestane belasting van de assen en oplegdruk van de tractor. Rij desnoods met gedeeltelijk gevulde voorraadtrechter. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onvoldoende stabiliteit en omvallen van de tractor / de aangehangen machine. Stel uw rijgedrag er op in, dat u de tractor met aangebouwde of aangehangen machine onder alle omstandigheden onder controle houdt. Houd hierbij rekening met uw persoonlijke vaardigheid, de toestand van de rijbaan, het verkeer, het uitzicht en de weersomstandigheden, evenals de invloeden op de rijeigenschappen van de tractor door de aangebouwde of aangehangen machine. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegesleurd te worden door onverwacht losraken van de aangebouwde / aangehangen machine! Controleer visueel voor aanvang van de transportrit of de topstangpen en de pennen van de onderste hefarmen met overslagpennen zijn geborgd. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, stoten, gegrepen worden door de machine weggeslingerde, kapotte delen of vreemde voorwerpen! Houd rekening met het toegestane aandrijftoerental van de machine, voordat u de aftakas van de tractor inschakelt. 86 ZA-M BAG
87 Werken met de machine WAARSCHUWING Gevaar voor gegrepen en meegesleurd te worden en gevaar door weggeslingerde losse delen, die door de aangedreven aftakas worden gegrepen.! Controleer voor ieder gebruik van de machine of de veiligheidsvoorzieningen en beschermkappen van de koppelingsas nog volledig aanwezig zijn. Laat beschadigde veiligheidsvoorzieningen en beschermkappen van de koppelingsas door een gespecialiseerde werkplaats onmiddellijk vervangen. Controleer of de beschermpijpen van de koppelingsas met de vastzetkettinkjes tegen meedraaien zijn geborgd. Houdt u zich op voldoende veilige afstand van de aangedreven koppelingsas.. Niemand ma zich binnen de gevarenzone van de koppelingsas ophouden. Bij dreigend gevaar de motor van de tractor direct stilzetten. VOORZICHTIG Gevaar voor breuk tijdens het werk wanneer de overbelastingskoppeling aanslaat.! De aftakas van de tractor onmiddellijk uitschakelen wanneer de slipkoppeling aanslaat. Zo voorkomt u beschadiging van de slipkoppeling. VOORZICHTIG Gevaar voor breken van de koppelingsas door te grote hoekverdraaiing van de aangedreven koppelingsas! Let op de maximale hoek die de koppelingsas mag maken wanneer de machine wordt opgeheven. Te grote hoekverdraaiing van de aangedreven koppelingsas leidt tot voortijdige slijtage of directe schade aan de koppelingsas. De aftakas van de tractor onmiddellijk uitschakelen wanneer de opgeheven machine onrustig loopt. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, gegrepen en meegetrokken worden door werken met een machine zonder de voorgeschreven bescherminrichtingen! Alleen met de machine werken wanneer alle beschermkappen gemonteerd zijn. WAARSCHUWING Gevoor beknellen, gestoten of gegrepen te worden door voorwerpen die uit de lopende machine geslingerd worden! Iedereen uit de gevarenzone van de machine wegsturen alvorens u de aftakas inschakelt. ZA-M BAG
88 Werken met de machine WAARSCHUWING Nooit in de rondraaiende roerspiralen grijpen! Nimmer met hulpmiddelen in de kunstmest prikken, wanneer de roerspiralen draaien! Nooit in de voorraadtrechter gaan staan als de roerspiralen nog draaien! Beschermpijpbeugel (veiligheidsvoorziening) gebruiken voor ο ZA-M 1500 met OM Ongevallenpreventie! Versleten strooischoepen en zwenkvleugels tijdig vervangen! Gevaar door weggeslingerde zwenkvleugels en brokstukken van de strooischoepen! Bij ondichte stuurventielen en/of langere pauzes, bv. tijdens transportritten, wordt door het sluiten van de kogelkraan voorkomen dat de schuiven zelfstandig open gaan. Bij een nieuwe machine na 3 4 trechtervullingen de boutverbindingen controleren en eventueel natrekken. Alleen goed gekorrelde kunstmest gebruiken en allen de soorten die in de strooitabel voor komen. Voor onbekende meststoffen de dwarsverdeling voor de ingestelde werkbreedte met de mobiele testbaan controleren. Bij het strooien van gemengde kustmest er op letten, dat ο ο de afzonderlijke soorten ook verschillende vliegeigenschappen kunnen hebben. er ontmenging van de samengestelde kunstmest kan optreden. Na ieder gebruik de eventueel aangekleefde kunstmest van de strooischoepen verwijderen! 88 ZA-M BAG
89 Werken met de machine 10.1 Centrifugaalstrooier vullen VOORZICHTIG De kunstmeststrooier alleen vullen als deze aan de tractor is aangekoppeld! De kunstmeststrooier nooit in gevulde toestand wegzetten of wegrijden (met transportinrichting). Kiepgevaar! Voor het vullen controleren of er geen residuen of vreemde voorwerpen in de trechter zijn achtergebleven. Tijdens het vullen de opklapbare beschermrooster gebruiken. Tijdens het vullen er op letten, dat er zich geen vreemde voorwerpen in de kunstmest bevinden. Rekening houden met het nuttige laadvermogen van de strooier (zie technische gegevens) en de asbelasting van de trekker. Alleen met gesloten doseerschuiven de trechters vullen! VOORZICHTIG Bij het opheffen van de strooier wordt de vooras van de trekker, afhankelijk van de grootte van de tractor, ontlast. Zorg dat bij het vullen van de centrifugaalstrooier de voorgeschreven belasting van de vooras van de tractor (20% van het eigengewicht van de tractor) wordt gehandhaafd! Lees ook de bedieningshandleiding van de tractor. Eventueel frontgewichten gebruiken. VOORZICHTIG Beslist de veiligheidsaanwijzingen van de fabrikant van de kunstmest opvolgen! ZA-M BAG
90 Werken met de machine 10.2 Het strooien WAARSCHUWING Niet in de buurt van de draaiende strooischotels komen, gevaar voor verwondingen! Gevaar door weggeslingerde kunstmestkorrels. Personen uit de werpzone van de strooier wegsturen! VOORZICHTIG Bij het strooien van perceelgrenzen moet u er op letten, dat door ongecontroleerde kunstmestkorrels niemand in gevaar kan komen of onnodig wordt belast geen voorwerpen worden beschadigd. Eventueel aftakastoerental van de tractor verlagen, afgifte reduceren of de Limiter anders instellen! De kunstmeststrooier wordt bediend via de AMATRON +! zie bedieningshandleiding AMATRON + De kunstmeststrooier is aan de trekker gekoppeld en de hydrauliekslangen zijn aangesloten. De machine is correct ingesteld. 1. Aftakas bij een laag toerental van de trekkermotor inschakelen Beide sluitschuiven pas openen bij voorgeschreven toerental van de aftakas! Stel voor het toerental van de aftakas 540 min -1 in, tenzij anders aangegeven in de strooitabel. Bij het begin van het strooien de hoeveelheid strooigoed controleren of de online-kalibratie inschakelen! Zie bedieningshandleiding van AMATRON+! ZA-M met comfort-uitrusting: tractor-regeleenheid 1 bedienen en de toevoer van hydraulische olie van het regelblok inschakelen! 2. Hoofdschuiven hydraulisch openen en wegrijden. 3. Voor het kantstrooien: Limiter hydraulisch laten zakken of kantstrooischotel Tele-Set monteren. 4. Na het strooien: 4.1 schuiven dichtzetten 4.2 aftakas bij een laag toerental van de trekkermotor uitschakelen. 4.3 ZA-M met comfort-uitrusting: tractor-regeleenheid 1 bedienen en de toevoer van hydraulische olie van het regelblok uitschakelen! 90 ZA-M BAG
91 Werken met de machine Na lange transportritten met volle voorraadtrechters, bij het begin van het strooien controleren of de afgifte correct is. Constant toerental van de strooischotels en constante rijsnelheid aanhouden. De technische staat van de strooischoepen heeft een wezenlijke invloed op de gelijkmatige dwarsverdeling in het veld (strooibanen). Gaan bij dezelfde stand van de doseerschuiven de beide trechterpunten ongelijkmatig leeg, dan de basisinstelling van de doseerschuiven controleren. De levensduur van de strooischoepen is afhankelijk van de soort kunstmest, de gebruiksduur en de strooihoeveelheden. Sommige strooimiddelen zoals kieseriet, Excello-granulaten en magnesiumsulfaat veroorzaken een hogere slijtage van de strooischoepen (als extra uitvoering worden slijtvaste schoepen aangeboden) Verwisselen van de strooischotels WAARSCHUWING Tractor / machine beveiligen, zodat deze niet per ongeluk kan starten en onverwacht kan wegrollen. 1. Vleugelmoer (Fig. 67/1) verwijderen. 2. Strooischotel dusdanig verdraaien, dat het boorgat van ø 8 mm (Fig. 68/1) in de schotel naar het midden van de machine is gericht. 3. Strooischotel van de aandrijfas afnemen. 4. Andere strooischotel bevestigen. 5. Strooischotel door aandraaien van de vleugelbout vastzetten. Bij het monteren, de strooischotels "links" en "rechts" niet verwisselen. Fig. 67 ο ο Strooischijf rechts met gravure R Strooischijf links met gravure L De rechtse aandrijfas heeft een borgspie. Hier altijd de rechtse strooischotel met de twee spiebanen monteren. Indien de strooier met Job- computer is uitgerust, voor het verwisselen van de strooischotels de doseerschuiven geheel open zetten. Fig. 68 ZA-M BAG
92 Werken met de machine 10.4 Aanbevelingen voor het strooien van de wendakker Wanneer het eerste rij(spuit)spoor goed is aangelegd, kan exact langs de perceelranden of grenzen worden gewerkt. Bij gebruik van de kantstrooischerm Limiter of kantstrooischotel wordt het eerste rijspoor (Fig. 68/T1) normaal gesproken altijd op de halve afstand van de breedte tussen de rijsporen tot de perceelrand aangelegd. Op de kopakker wordt een dergelijk rijspoor op dezelfde wijze aangelegd. Voor een goede oriëntatie is een tweede rijspoor (gestippelde lijnen) op de kopakker zeer nuttig.- op volle afstand van de werkbreedte, Op het veld bij het afrijden van het eerste rijspoor altijd bij rechtsom rijden, de Limiter links monteren) linksom rijden, de Limiter rechts monteren Na deze eerste ronde het kantstrooischerm Limiter weer buiten werking stellen (opklappen). Omdat centrifugaalstrooiers de kunstmest ook ver naar achteren wegwerpen, moet voor een nauwkeurige verdeling op de wendakker het volgende in acht worden genomen: De schuiven bij het heenrijden (rijsporen T1, T2 enz.) en het terugrijden (rijsporen T3 enz.) op verschillende afstanden vanaf de perceelrand openen en sluiten. OPENEN van de doseerschuiven bij de "heenrit" ongeveer op punt P1 (Fig. 69), wanneer de trekker het 2e rijspoor (gestippelde lijnen) van de kopakker is gepasseerd. SLUITEN van de schuiven bij de "terugritten" op punt P2 (Fig. 69), wanneer zich de strooier op de hoogte van het eerste rijspoor op de wendakker bevindt. Fig. 68 Fig. 69 Door toepassen van de omschreven methode voorkomt u kunstmestverlies, onder- of overbemesting en werkt u bovendien milieubewust 92 ZA-M BAG
93 Werken met de machine 10.5 Advies voor het strooien van slakkenkorrels (bv. Mesurol) Zie bedieningshandleiding AMATRON +, hoofdstuk Kalibreren van slakkenkorrels! De centrifugaalstrooiers AMAZONE ZA-M kunnen in standaarduitvoering ook breedwerpig slakkenkorrels strooien. De slakkenkorrels (bv. Mesurol) wordt in palletvorm of gelijksoortige korrels geleverd en wordt in relatief kleine hoeveelheden (b.v.3 kg/ha) gedoseerd VOORZICHTIG Bij het vullen van de centrifugaalstrooier, het inademen van productstof voorkomen en direct contact met de huid vermijden (handschoenen dragen). Na het gebruik de handen en alle betreffende huiddelen grondig met water en zeep wassen. GEVAAR Slakkenkorrels kunnen voor kinderen en huisdieren zeer gevaarlijk zijn. Bewaar ze op een plaats die voor kinderen en huisdieren niet toegankelijk is! Lees altijd de gebruiksvoorschriften van de fabrikant! Verder wijzen wij, bij het gebruik van de slakkenkorrels, op de aanwijzingen van de fabrikant en op de algemene voorzorgsmaatregelen bij de omgang met gewasbeschermingsmiddelen. Bij het strooien van slakkenkorrels er op letten, dat de doseeropeningen altijd met strooimiddel bedekt zijn en dat met een constant toerental van de strooischotels wordt gereden. Een resthoeveelheid van ca. 0,7 kg per trechterpunt kan niet meer naar behoren worden verdeeld. Voor het leegmaken van de strooier de doseerschuiven openzetten en het uitstromend strooimiddel op een kleed opvangen. Voor het instellen van de strooier gebruikt u de speciale strooitabel voor het zaaien van groenbemesting, graan en slakkenkorrels (extra uitvoeringen). Deze opgaven dienen als richtwaarden. Voor het gebruik een afdraaiproef uitvoeren. Slakkenkorrels mogen niet met kunstmest of met andere stoffen worden gemengd om eventueel met de strooier op een andere werkbreedte te kunnen werken Combinatiematrix voor centrifugaalstrooiers voor het uitbrengen van slakkenkorrels Typ AMAZONE ZA-M Strooischotels OM OM Keuze uitrusting S 500 L X X X 34 X X X ZA-M BAG
94 Storingen 11 Storingen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, stoten, gegrepen en meegetrokken worden door onverwacht zakken van de opgeheven machine in de driepuntshefinrichting van de tractor onverwacht zakken van opgeheven, onbeveiligde onverwacht starten en onverwacht wegrollen van de tractormachine combinatie Beveilig de tractor zodat deze niet onverwacht kan starten en onverwacht kan wegrollen, voordat u storingen aan de machine gaat oplossen, zie hiervoor bladzijde 65. Wacht tot de machine volledig tot stilstand is gekomen, voordat u zich binnen de gevarenzone van de machine begeeft Storingen, oorzaak en oplossing Storing Oorzaak Oplossing Ongelijkmatige dwarsverdeling van de kunstmest Teveel kunstmest in het trekkerspoor Teveel kunstmest in de overlappingzone Bij gelijke stand van de schuiven gaan de trechterpunten niet gelijktijdig leeg Kunstmest aangekoekt op de strooischotels en strooischoepen. Schuiven gaan niet volledig open Het voorgeschreven toerental van de strooischotels wordt niet bereikt Strooischoepen en uitlopen defect of versleten Het strooibeeld van uw kunstmest wijkt af van de strooiresultaten die voor het samenstellen van de strooitabel voor deze meststof zijn vastgesteld Het voorgeschreven toerental van de strooischotels is te hoog Het strooibeeld van uw kunstmest wijkt af van de strooiresultaten die voor het samenstellen van de strooitabel voor deze meststof zijn vastgesteld Brugvorming van de meststof. Veerbelaste pen in de roerspiraal is door overbelasting afgescheurd. Basisinstelling van de schuiven is niet gelijk Strooischotels en strooischoepen schoonmaken. Toerental van de trekkermotor verhogen Strooischoepen uitlopen controleren. Defecte of versleten onderdelen meteen vervangen Bel met de AMAZONE Kunstmest- Service Toertal van de trekkermotor verminderen. Bel met de AMAZONE Kunstmest Service Oorzaak van de brugvorming opheffen. Veerbelaste pen vernieuwen. Basisinstelling van de doseerschuiven controleren. 94 ZA-M BAG
95 Storingen Storingen, oorzaak en oplossing voor de ZA-M met Comfort-pakket Storing Oorzaak Oplossing Hydrauliekcilinders gaan niet open of dicht Olietoevoer van de trekker is niet Olietoevoer van de trekker ingeschakeld Bij een trekker met constant volume systeem (met tandwielpomp) wordt de hydraulische olie te warm Spanningsverzorging naar het stuurblok is onderbroken Oliefilter verstopt. Magneetklep vervuild. Instelschroef voor de systeemkeuze is niet volledig tot de aanslag uitgedraaid. (fabrieksinstelling) Defecte snelkoppelingen Defect stuurventiel van de trekker Bij een trekker met constant Instelschroef voor systeemkeuze druksysteem (gedeeltelijk oudere op het stuurblok is niet volledig typen John Deere trekkers) wordt tegen de aanslag ingedraaid de hydraulische olie te warm (/geen fabrieksinstelling) Bij een trekker met loadsensing en aansluiting op het tractorstuurventiel wordt de olie te heet. Defecte snelkoppelingen Defect stuurventiel van de trekker Instelschroef voor de systeemkeuze op het stuurblok niet tot de aanslag uitgedraaid. (fabrieksinstelling) Kabels, stekkers en contacten controleren Oliefilter vervangen / reinigen. (op bladzijde 92) Magneetklep doorspoelen (op bladzijde 92) Instelschroef voor systeemkeuze geheel tot de aanslag uitdraaien. Snelkoppelingen controleren zonodig repareren of vervangen Tractorstuurventiel controleren zonodig repareren of vervangen Instelschroef op stuurblok tot de aanslag volledig indraaien /zie hiervoor. Snelkoppelingen controleren zonodig repareren of vervangen Tractorstuurventiel controleren zonodig repareren of vervangen Instelschroef voor systeemkeuze geheel tot de aanslag uitdraaien. Doorstoomcapaciteit van het Doorstoomcapaciteit van het tractorstuurventiel niet voldoende stuurventiel verminderen. gereduceerd Defecte snelkoppelingen Snelkoppelingen controleren zonodig repareren of vervangen Defect stuurventiel van de tractor Tractorstuurventiel controleren zonodig repareren of vervangen Bij een tractor met loadsensing met directe olieaansluiting en een stuurleiding wordt de olie te heet Instelschroef voor systeemkeuze van het stuurblok is niet volledig tegen de aanslag ingedraaid (geen fabrieksinstelling) Defecte snelkoppelingen Instelschroef op stuurblok tot de aanslag volledig indraaien. Snelkoppelingen controleren zonodig repareren of vervangen. ZA-M BAG
96 Reinigen, onderhoud en reparatie 11.2 Storingen in de elektronica Indien er storingen optreden aan de boordcomputer of de elektrische stappenmotoren, die niet meteen verholpen kunnen worden, kan desondanks met de machine verder worden gewerkt (zie handleiding van de boordcomputer). 12 Reinigen, onderhoud en reparatie WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, afsnijden, stoten, gegrepen en meegetrokken worden door onverwacht zakken van de opgeheven machine in de driepuntshefinrichting van de tractor onverwacht zakken van opgeheven, onbeveiligde onverwacht starten en onverwacht wegrollen van de tractormachine combinatie Beveilig de tractor zodat deze niet onverwacht kan starten en onverwacht kan wegrollen, voordat u aan de machine gaat werken voor het reinigen, onderhoud of reparatie, zie hiervoor bladzijde 65. WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, snijden, afsnijden, stoten, gegrepen en meegetrokken worden door niet afgeschermde gevaarlijke plaatsen! monteer de bescherminrichtingen, die u voor het schoonmaken, onderhoud of reparatie heeft verwijderd. defecte bescherminrichtingen door nieuwe vervangen 12.1 Reinigen Controleer de rem-, lucht- en hydrauliekleidingen bijzonder zorgvuldig! De rem-, lucht- en hydrauliekleidingen nooit met benzine petroleum of minerale olie behandelen. Na het schoonmaken de machine doorsmeren, vooral nadat de machine met een hogedrukreiniger/stoomcleaner of vetoplosmiddelen is schoon gemaakt. Volg de voorgeschreven regels op voor het omgaan en afvoeren van schoonmaakmiddelen op. 96 ZA-M BAG
97 Reinigen, onderhoud en reparatie Reiniging met hogedrukreiniger/stoomcleaner Wanneer u de machine met een hogedrukreiniger of stoomcleaner schoon maakt, houd dan regeling met de volgende punten: geen elektrische componenten schoonmaken. geen verchroomde delen reinigen. de straal van de spuitlans van de hogedrukreiniger of stoomcleaner nooit rechtstreeks op lagers en smeerpunten richten. Spuit met het hogedrukpistool altijd op minstens 30 cm afstand van componenten of onderdelen van de machine. Volg de veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van een hogedrukreiniger op. Machine na gebruik met een normale waterstraal schoonmaken (geoliede machines alleen op een wasplaats met vetafscheider reinigen). Uitloopopeningen en schuiven zeer zorgvuldig schoonmaken. Verwijder vastgekoekte kunstmest van de strooischijven en de strooiplaten. Droge machine met een anti-roestmiddel behandelen (alleen biologisch afbreekbare conserveringsmiddelen gebruiken). Machine met geopende schuiven wegzetten ZA-M BAG
98 Reinigen, onderhoud en reparatie 12.2 Doorsmeervoorschrift Alle smeernippels doorsmeren (afdichtingen schoon houden). De machine in de aangegeven intervallen doorsmeren / invetten. De smeerpunten aan de machine zijn met een sticker (Fig. 70) gemerkt. Smeerpunten en vetspuit voor het smeren zorgvuldig schoonmaken, zodat er geen vuil in der lagers wordt geperst. Het vervuilde vet volledig uit de lagers persen tot het nieuwe vet naar buiten komt! Fig Smeermiddelen Gebruik voor het doorsmeren een multipurpose smeervet op lithiumbasis met EP- additieven. Merk Naam smeermiddel normale werkomstandigheden extreme werkomstandigheden ARAL Aralub HL 2 Aralub HLP 2 FINA Marson L2 Marson EPL-2 ESSO Beacon 2 Beacon EP 2 SHELL Ratinax A Tetinax AM Koppelingsas smeren Gedurende de winterperioden moeten de beschermbuizen ingevet worden om vastvriezen te voorkomen. Volg ook de montage en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant van de koppelingsas op. Deze staan op de formulieren die aan de koppelingsas zijn bevestigd Fig ZA-M BAG
99 Reinigen, onderhoud en reparatie 12.3 Overzicht van service en onderhoudsintervallen De servicebeurten uitvoeren zodra de eerste termijn is bereikt. De service-intervallen of voorgeschreven aantal draaiuren volgens meegeleverde aanvullende documentatie hebben altijd voorrang. Dagelijks Bouwelement Servicewerkzaamheden zie pagina werkplaats Strooischoepen toestand controleren 102 Om de 50 draaiuren Bouwelement Servicewerkzaamheden zie pagina werkplaats Hydraulisch systeem toestand controleren 105 X Breekpenbeveiliging aandrijving roeras Hydrauliek oliefilter (Comfort-pakket) controleren 100 controleren 101 X Indien nodig Bouwelement Servicewerkzaamheden zie pagina werkplaats Magneetkleppen (Comfort-pakket) schoonmaken 101 X Strooischoepen vervangen 102 Basisinstelling doseerschuiven Controleren 108 X Elektrische wegverlichting controleren en eventueel vervangen 108 ½ jaar Bouwelement Servicewerkzaamheden zie pagina werkplaats Koppelingsas met slipkoppeling slipkoppeling luchten 100 X ZA-M BAG
100 Reinigen, onderhoud en reparatie 12.4 Breekboutbeveiliging voor aftakas- en roeras aandrijving De los meegeleverde bouten 8x30, DIN 931, 8.8 zijn extra breekbouten voor bevestiging van de aftakasgaffel aan de flens op de ingaande aandrijfas. De aftakas altijd met vet op de ingaande as van de aandrijfkast monteren. De roeras wordt geborgd met de veerclip van de roerspiraal (Fig. 73/1) Fig. 72 Fig Slipkoppeling luchten Slipkoppeling na lange periode van stilstand en voor het in bedrijfstellen als volgt luchten : 1. Slipkoppeling demonteren van de ingaande aandrijfas. 2. Verenpakket (Fig. 74/1) door losdraaien van de moeren (Fig. 74/2) ontspannen. 3. Koppeling met de hand doordraaien. Hierdoor komen vastgeplakte plekken door roest of vocht tussen de frictieplaten los. 4. Moeren weer zover aandraaien tot de lengte van het verenpakketten a = 26,5 mm bedragen. 5. Slipkoppeling op de ingaande as van de aandrijfkast schuiven en vastzetten. De slipkoppeling mag nu weer worden gebruikt. Hoge luchtvochtigheid, sterke vervuiling of de machine schoonmaken met een hogedrukspuit bevorderen het gevaar dat de frictieplaten aan elkaar vastplakken. Fig ZA-M BAG
101 Reinigen, onderhoud en reparatie 12.6 Controle van het hydraulische oliefilter Voor ZA-M met Comfort-pakket: Onder het werk kan de werking van het hydrauliekfilter op regelblok worden gecontroleerd (Fig. 75/1). Aanduiding in het controlevenster (Fig. 75/2): Groen: Filter in goede staat Rood: Filter vervangen/reinigen Voor demontage van het filterelement het deksel van het filterhuis losdraaien en het filter er uitnemen. VOORZICHTIG Van tevoren het hydraulische systeem drukloos maken! Fig Magneetkleppen schoonmaken Voor ZA-M met Comfort-pakket: Voor het verwijderen van verontreiniging in de magneetkleppen moeten deze worden doorgespoeld. Dit kan nodig zijn indien door afzetting van vuil de schuiven niet meer volledig open en dicht gaan. 1. Kap van de magneet (Fig. 75/1) losdraaien. 2. Magneetspoel verwijderen (Fig. 75/2). 3. Plunjer met klepzittingen eruit draaien en met perslucht of hydrauliekolie schoonmaken (Fig. 75/3). Van tevoren het hydraulische systeem drukloos maken! 12.8 Ingaande aandrijfkast en haakse aandrijving De ingaande- en haakse aandrijvingen zijn bij normaal gebruik onderhoud vrij. De aandrijfkasten worden af fabriek met voldoende cardanolie afgevuld. Olie bijvullen is meestal niet nodig. Externe waarneming, bv. verse olie op de opgestelde plaats of aan de machinedelen en/of geluidsontwikkelingen duiden echter op olielekkage van de aandrijfkast. Oorzaken onderzoeken, repareren en olie bijvullen Olie vulhoeveelheid: Ingaande aandrijfkast: Haakse aandrijvingen: 0,4 l SAE 90 cardanolie ieder 0,15 l SAE 90 cardanolie ZA-M BAG
102 Reinigen, onderhoud en reparatie 12.9 Vervangen van de strooischoepen en zwenkvleugels De technische toestand van de strooischoepen inclusief hun zwenkvleugels draagt in belangrijke mate bij tot een gelijkmatige dwarsverdeling van de kunstmest op het land. (strooibanen). De strooischoepen zijn van speciaal slijtvast en roestvrij staal gemaakt. Ondanks dat wordt er op gewezen, dat het bij de strooischoepen en de zwenkvleugels om slijtdelen gaat. De strooischoepen of zwenkvleugels vervangen, zodra ze doorgesleten zijn Vervangen van de strooischoepen 1. Zelfborgende moeren (Fig. 76/1). 2. Verwijder de onderlegring (Fig. 76/2) en de vlakke ronde bout (Fig. 76/3). 3. De vleugelmoer losdraaien (Fig. 76/4) en de strooischoep uitwisselen. 4. De montage van de strooischoepen gaat in omgekeerde volgorde. 5. De zelfborgende moeren (Fig. 76/1) zo vast aandraaien, dat de strooischoepen nog met de hand verstelbaar zijn. Let U op de juiste montage van de strooischoepen. De open zijde van de U-vormige strooischoep wijst in de draairichting (Fig. 76/5). Fig Vervangen van de zwenkschoepen 1. Zelfborgende moer (messing CuZn) (Fig. 77/6) losdraaien en samen met schotelveer (Fig. 77/7) verwijderen. 2. Zwenkvleugels (Fig. 77/8) uitwisselen Op de kunststofring (Fig. 77/9) tussen de strooischoep en de zwenkvleugel letten. 3. schotelveren afwisselend op elkaar schikken (niet stapelen). 4. Zelfborgende messing moer (Fig. 77/6) met draaimoment van 6-7 Nm aandraaien, zodat de zwenkvleugel nog met de hand kan worden bewogen, doch in gebruik, niet zelfstandig naar boven kan gaan. Fig ZA-M BAG
103 Reinigen, onderhoud en reparatie Horizontale stand van de bladveren en lager-blokken controleren De bladveren (Fig. 78/1) en lagerblokken (Fig. 78/2) moeten zich in een horizontale stand bevinden omdat anders het weegresultaat wordt verstoord. Reeds op de fabriek zijn de bladveren en lagerblokken in de juiste horizontale stand gemonteerd. Nadat dat ongeveer kg kunstmest is gestrooid, kan de meetbout (Fig. 79/1) zich hebben gezet of is in het steunblok (Fig. 79/2) ingeslagen. Hierdoor kan de horizontale stand van de bladveren afwijken. Is dit het geval, dan de meetbout opnieuw instellen tot de bladveren en de lagerblokken weer exact horizontaal staan Bij bediening van de schuiven niet in de doorlaatopening grijpen! Gevaar voor ongelukken! Fig. 78 De meetbout (Fig. 80/1) bevindt in het midden onder het frame van de strooier en is in de weegcel geschroefd. Hiervoor: 1. Contramoer (Fig. 80/2) losdraaien. 2. Meetbout (Fig. 80/1) afstellen. 3. Contramoer (Fig. 80/2) weer vastdraaien. Na afstelwerkzaamheden aan de meetschroef van de weegcel: Strooier kalibreren (zie bedieningshandleiding van AMATRON + ). Speling met de begrenzingsbouten instellen. Fig. 79 Fig. 80 ZA-M BAG
104 Reinigen, onderhoud en reparatie Speling van de begrenzingsbouten instellen De begrenzingsbouten (Fig. 80/3) Zij bevinden zich links en rechts aan het frame van de strooier. Hiervoor: 1. Contramoer (Fig. 80/4) losdraaien. 2. Begrenzingsbout (Fig. 80/3) instellen. 3. Contramoer (Fig. 80/4) weer vastdraaien. Deze instelling met een lege strooier uitvoeren Tarreren van de strooier Calibreren van de strooier Geeft de AMATRON + bij een lege strooier geen 0 kg (+/- 5 kg) vulgewicht aan, dan moet de strooier opnieuw worden getarreerd (zie bedieningshandleiding AMATRON + ). Dit kan bijvoorbeeld ook noodzakelijk zijn na montage van extra toebehoren. Geeft de opnieuw getarreerde strooier na het vullen met kunstmest niet het juiste gewicht aan, dan moet de strooier opnieuw worden gecalibreerd (zie hiervoor bedieningshandleiding AMATRON + ). 104 ZA-M BAG
105 Reinigen, onderhoud en reparatie Hydraulisch systeem WAARSCHUWING Gevaar voor infecties door onder hoge druk staande hydrauliekolie uit het hydraulisch systeem door de huid kan binnendringen! Alleen een gespecialiseerde werkplaats mag werkzaamheden aan de hydraulische installatie uitvoeren! Maak het systeem drukloos, voordat u aan de hydraulische installatie gaat werken! Gebruik de geschikte hulpmiddelen voor het opsporen van lekkages! Probeer nooit een lek in de hydrauliekslang met de vingers of hand te af te dichten. Vloeistof, die onder hoge druk uittreedt (hydrauliekolie) kan door de huid het lichaam binnendringen en veroorzaakt ernstige verwondingen! Bij verwondingen door hydrauliekolie meteen naar de dokter gaan. Gevaar voor infecties! Zorg dat bij aansluiting op het hydraulische systeem van de tractor, zowel de hydrauliek van de tractor als van de machine drukloos is! Let op, dat de Hydrauliekslang op de juiste wijze worden aangesloten. Inspecteer de hydraulische slangleidingen en koppelingen regelmatig op beschadiging en verontreiniging. Laat de hydraulische slangleidingen tenminste een keer per jaar door een deskundige op werkveiligheid controleren! Hydraulische slangleidingen vervangen bij beschadiging of veroudering! Gebruik uitsluitend originele AMAZONE - hydrauliekslangen! De gebruiksduur van hydraulische slangleidingen bedraagt zes jaar, inclusief een eventuele opslagperiode van hoogstens twee jaar. Ook bij verantwoorde opslag en toegestane belasting zijn de slangen aan een natuurlijk verouderingsproces onderhevig. Daardoor is de houdbaarheid en gebruiksduur begrensd. In afwijking hiervan kan de gebruiksduur aan de hand van ervaringswaarden en rekening houdend met het potentiële gevaar, worden vastgelegd. Voor slangen en slangleidingen uit thermoplastisch materiaal kunnen andere richtwaarden gelden. Afgewerkte volgens voorschrift verwijderen. Bespreek het afvoerprobleem van afgewerkte olie moet uw olieleverancier. Hydrauliekolie buiten bereik van kinderen! Zorg ervoor, dat er geen olie in de grond of oppervlaktewater komt! ZA-M BAG
106 Reinigen, onderhoud en reparatie Kenmerking van hydraulische slangleidingen Aanduidingen op de slang: Fig. 81/... (1) Naam van de producent/leverancier (A1HF) (2) Productidentificatie van de producent/leverancier (02 04 = Februari 2004) (3) Maximaal toegestane werkdruk (210 BAR). Fig Service-intervallen Na de eerste 10 draaiuren en vervolgens om de Alle hydraulische componenten op lekkage controleren. 2. Indien nodig de schroefkoppelingen natrekken. Voor het spuiten 1. De hydraulische slangleidingen op in het oog springende fouten controleren. 2. Slangen en leidingen die ergens tegenaan schuren vrij maken. 3. Versleten of beschadigde hydrauliekslangen en leidingen meteen vervangen Criteria voor de inspectie van hydraulische slangleidingen Bij de inspectie dient met de onderstaande criteria rekening te houden! Vervang de hydraulische slangleiding wanneer u bij de inspectie het volgende heeft vastgesteld: beschadiging van de buitenste laag tot op de staalmantel (bijv. doorgeschuurde plekken, scheuren, insnijdingen) verpulveren van de buitenmantel (scheurvorming in de buitenste afdeklaag) vervormingen, die niet in overeenstemming zijn met de natuurlijke vorm van de slang of slangleiding. Zowel drukloos als onder werkdruk of bij buiging (bijv. loslaten van de lagen, blaasvorming, platdrukken of knikken) ondichte plaatsen beschadiging of deformatie van de slangverbinding (verminderde afdichtfunctie) naar buiten komen van de slangtule roestvorming op de slangverbinding, waardoor werking en materiaalsterkte verminderen niet volgens voorschrift aangebouwd. 106 ZA-M BAG
107 Reinigen, onderhoud en reparatie De gebruiksduur van zes jaar is overschreden. Bepalend hiervoor is de datum waarop de slangleiding op de slangverbinding is geperst plus 6 jaar. Bedraagt de op de armatuur ingeslagen productiedatum "2004", eindigt de gebruiksduur in februari Zie hiervoor Kenmerking van hydraulische slangleidingen Monteren en demonteren van hydrauliekslangen Volg bij het monteren en demonteren van de hydrauliekslangen beslist de volgende aanwijzingen op: Gebruik uitsluitend originele-amazone hydrauliekslangen Zorg voor een schone werkomgeving. U moet de hydrauliekslang zo inbouwen, dat onder alle bedrijfsomstandigheden ο ο ο geen trekbelasting optreedt, behalve door het eigengewicht van de slang bij korte slanglengte de slang niet gestuikt wordt van buiten komende mechanische inwerking op de hydrauliekslang wordt vermeden de slangen niet tegen machinedelen of tegen elkaar kunnen schuren. Zorg dat de slangen doelmatig worden aangelegd en met slangbeugels bevestigd en beveilig de slangen met een beschermhuls. Dek scherpe kanten af van machinedelen waar langs de slangen lopen. de buigradius mag niet te klein zijn. Bij het aansluiten van een hydrauliekslang op een bewegend onderdeel moet de slanglengte zo worden gekozen, dat over het gehele bewegingstraject de buiging niet kleiner is dan de minimaal toegestane buigradius en/of de slang niet op trek kan worden belast. Bevestig de hydrauliekslang aan de voorgeschreven ophangpunten. Geen bevestigingsbeugels aanbrengen op plaatsen, die de natuurlijke beweging en lengteverandering van de slang verhinderen en/of de slang op trek belasten bij de kleinste buigradius. Hydraulische slangleidingen mogen niet geverfd of gespoten worden! ZA-M BAG
108 Reinigen, onderhoud en reparatie Demontage van de koppelingsas 1. De kegelsmeernippel in de aansluitgaffel van de koppelingsas door de opening in de onderkant van de beschermtrechter. 2. Verwijder de breekbout tussen de gaffelflens van de aftakas en de flens van de ingaande aandrijfas. 3. De aansluitgaffel met een plat ijzer aan de achterkant door de gleuf in de beschermtrechter (aan de onderkant) van de ingaande as van de aandrijfkast slaan. Bij losslaan van de aansluitgaffel van de ingaande aandrijfas, de koppelingsas steeds een stukje verdraaien. Fig Elektrische verlichtingsinstallatie WAARSCHUWING Defecte gloeilampen meteen vervangen, zodat u andere verkeersdeelnemers niet in gevaar brengt! Vervangen van gloeilampen: 1. Beschermglas afnemen. 2. Defecte lamp losdraaien. 3. Nieuwe lamp monteren (let op de juiste spanning en aantal Watts). 4. Beschermglas er weer opzetten en vastschroeven Pennen van topstang en hefarmen WAARSCHUWING Gevaar voor beknellen, stoten, gegrepen en meegesleurd worden ontstaat voor omstanders wanneer de machine onverwacht van de tractor los komt! Controleer telkens de bevestigingspennen van de topstang en hefarmen wanneer u de machine aan de tractor koppelt. Vervang de pennen van topstang en hefarmen wanneer zij duidelijk slijtage vertonen. 108 ZA-M BAG
109 Reinigen, onderhoud en reparatie Hydraulisch schema Fig. 83/... (1) Aansluiting op regeleenheid 1 (slangmarkering geel) (2) Aansluiting op regeleenheid 2 (slangmarkering groen) (3) Aansluiting op regeleenheid 3 (slangmarkering blauw) (4) Kogelkraan (5) Kogelkraan (6) Kogelkraan (7) Smoorklep Fig. 83 Optie dubbel werkende hydraulische cilinder Fig. 84/... (1) Aansluiting op regeleenheid 1 (slangmarkering 2x geel) (2) Aansluiting op regeleenheid 1 (slangmarkering 1x geel) (3) Aansluiting op regeleenheid 2 (slangmarkering 1x groen) (4) Aansluiting op regeleenheid 2 (slangmarkering 2x groen) Fig. 84 Hydraulisch systeem comfort-blok Fig. 85/... (1) Aansluiting op regeleenheid 1 (slangmarkering 1x rood) (2) Aansluiting op drukloze retourleiding (slangmarkering 2x rood) (3) Oliefilter (4) Comfort-blok (5) Smoorklep (LS) Aansluiting voor Load-Sensing-regelleiding (P) Aansluiting voor Load-Sensing-drukleiding (T) Aansluiting voor drukloze retourleiding Fig. 85 ZA-M BAG
110 Reinigen, onderhoud en reparatie Aantrekkoppel van de bouten Draad Sleutelmaat Aantrekkoppel [Nm] afhankelijk van de kwaliteitsklasse moer/bout M M 8x M (17) M 10x M (19) M 12x1, M M 14x1, M M 16x1, M M 18x1, M M 20x1, M M 22x1, M M 24x M M 27x M M 30x ZA-M BAG
111 H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen-Gaste Germany Tel.: + 49 (0) Telefax: + 49 (0) [email protected] BBG Bodenbearbeitungsgeräte Leipzig GmbH & Co.KG Rippachtalstr. 10 D Leipzig Germany Nevenbedrijven in: D Hude D Leipzig F Forbach. Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrikant van minerale kunstmeststrooiers, veldspuiten, zaaimachines, grondbewerkingsmachines universele opslaghallen en tuin & park machines
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding D] &HQLXV VSHFLDOVXSHU Stoppelcultivator MG1098 BAG 0008.0 03.05 Printed in Germany Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az ZG-TS 5500 ZG-TS 8200 Kunstmeststrooier MG5043 BAG0102.7 10.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Voor uw veiligheid. Het apparaat is uitsluitend geconstrueerd voor de normale toepassing bij agrarische werkzaamheden (reglementair gebruik).
Voor uw veiligheid Dit supplement bij de handleiding bevat algemene gedragsregels voor het reglementaire gebruik van het apparaat en tevens veiligheidstechnische instructies die u omwille van uw eigen
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 3001 4001 Super / Special Mulchcultivator MG3050 BAG0069.1 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 4001-2 5001-2 Super / Special Mulchcultivator MG 2694 BAG 0070.0 07.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Verklaring van de symbolen (pictogrammen)
Verklaring van de symbolen (pictogrammen) Waarschuwingssymbolen verwijzen naar mogelijke gevaren: zij geven aanwijzingen voor de veilige bediening van de machine. Zorg dat de waarschuwingssymbolen altijd
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding AMAz AMACO Hectareteller MG3732 BAG0028.0 04.06 Printed in Germany nl Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor verder
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cenius 4003-2TX Cenius 5003-2TX Cenius 6003-2TX Cenius 7003-2TX Stoppelcultivator MG5116 BAG0112.6 11.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door
Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Tijdschakelklok Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten,
Bedieningshandleiding ZA-M 1500 profis
$0$=21( Bedieningshandleiding ZA-M 1500 profis MG 911 DB 568 (NL) 08.03 Printed in Germany a Voor in bedrijfstellen de bedieningshandleiding veiligheidsaanwijzingen lezen en opvolgen! 2 Voorwoord Geachte
Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00
OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Fronttank FRU 104 FPU 104 MG5244 BAH0084.1 06.16 Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor verder gebruik! nl Het
Rotorkopeggen KE 3 Rotorkopfrezen KG 2
Gebruikshandleiding Rotorkopeggen KE 3 Rotorkopfrezen KG 2 MG 525 B 44- NL 06.99 Printed in Germany Voor de ingebruikname de gebruikshandleiding en veiligheidsaanwijzingen lezen en in acht nemen! Copyright
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Microgranulaatstrooier pneumatisch Microgranulaatstrooier mechanisch Voor ED 02 MG3786 BAG0009.0 04.05 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) , , ,2
1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) 1097.0,75 1097.1,25 8718.0,2 Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen
JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding
Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling)
1. GEBRUIKERSGROEPEN Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) NL Dommekracht Type 11.1,5 11.3 11.5 11.10
Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen
AANHANGWAGEN TRACTOR 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Aanhangwagens al dan niet voorzien
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING NL DRAAITAFEL DT-1000 / DT-1200 / DT-1500 INOX/ALU handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions
Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL
Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks
Gebruikershandleiding Hijsframe t.b.v. trapgat Versie 1, 02-2007
Pagina : 1 van 5 Gebruikershandleiding Hijsframe t.b.v. trapgat Versie 1, 02-2007 Smit Polyweb Boerkensleen 23 b 4705 RL Roosendaal The Netherlands T +31 (0)165-544770 F +31 (0)165-565244 Pagina : 2 van
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft
Aanbouw- en bedieningshandleiding
Aanbouw- en bedieningshandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met ISOBUScabinecontactdoos Stand: V1.20150220 30322575-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor
Adapters en verloopmoeren van metaal
Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Routetrein CX T. Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies. vandetrekkercxt 51048070051 NL - 02/2012
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Routetrein CX T Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies vandetrekkercxt 1050 51048070051 NL - 02/2012 Inhoudsopgave g 1 Voorwoord Informatie over de documentatie...
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS150.2450 Geachte klant, U hebt een product van KS Tools via Beneparts BVBA gekocht. Bedankt voor uw aankoop en vertrouwen. In deze gids vindt u al het nodige terug voor een veilig
Hefbrugkriks hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch
s hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch nl/ta-bjxxxx -1 INHOUDSOPGAVE pagina 1 Inleiding 02 2 Gebruik van de handleiding 02 3 Beschrijving van de hefbrugkrik 02 4 Veiligheid 02 5 Technische specificaties
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Sulky Line Painter 1200
Form No. 3355 9 Rev C Sulky Line Painter 00 Modelnr. 403 6000000 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.toro.com Vertaling van de oorspronkelijke instructies (NL) Inhoud Blz. Inleiding....................................
Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.
Woord vooraf Handleiding Het doel van deze handleiding is de gebruiker een inzicht te geven in de werking, montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. Voordat u begint met de plaatsing
RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL
ROLLENBAAN RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL NL ROLLENBAAN handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions bvba en heeft tot doel om u zo goed mogelijk te helpen zo veilig en doeltreffend
HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies
HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5
BOXER KUNSTMEST - ZOUTSTROOIER KMS & TS 250
BOXER KUNSTMEST - ZOUTSTROOIER KMS & TS 250 GEBRUIKERSHANDLEIDING BOXER AGRICULTURE EQUIPMENT Stougjesdijk 153 3271 KB Mijnsheerenland Holland Tel.: +31 (0) 186-612333 Fax: +31 (0) 186-610442 E-mail: [email protected]
Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3
OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR
Aanvullende bladen bij de bedieningshandleiding Optie af fabriek NL OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR Optie af fabriek: verhoogde sensorspanning voor MIG/MAG-stroombronnen Algemene aanwijzingen
Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies
1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding Hoekschaar AK 150 VERSIE 07-2006 AK 150 pagina 1 / 8 1 Inleiding Geachte klant, Wij waarderen het dat u een product van onze firma hebt gekozen. Deze bedieningshandleiding is speciaal
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling)
1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) NL Dommekracht Type 11.1,5 11.3 11.5 11.10 1188.1,5 1188.3 1188.5 1188.10 Aanbouwen, slopen,
AMAZONE. Bedieningshandleiding compacte schijveneg CATROS 5500 CATROS MG1180 KGB (NL) Printed in Germany
AMAZONE Bedieningshandleiding compacte schijveneg CATROS 5500 CATROS 7500 MG1180 KGB 328.1 (NL) 10.05 Printed in Germany Voor in bedrijfstellen bedieningshandleiding en veiligheidsvoorschriften lezen en
HANDLEIDING VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD EN VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN versie 2.0
HANDLEIDING VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD EN VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN versie 2.0 QMAC VEEGMACHINES TRACTOR: 1.50 1.75-2.25-2.70 LEPELINSTEEK: 1.50 1.75 2.25 INHOUD 1. Constructie pag. 3 1.a. Beschrijving 1.b.
Bedieningshandleiding CATROS 5501-T CATROS 7501-T
Bedieningshandleiding az CATROS 5501-T CATROS 7501-T Compacte schijveneg MG 1793 BAG0046.0 01.07 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
DL 26 NDT. Manual /30
DL 26 NDT Manual 9000-608-32/30 2 9000-608-32/30 2008/12/10 Inhoud Belangrijke informatie 1. Algemeen...4 1.1 Richtlijnen...4 1.2 Algemene aanwijzingen...4 1.3 Verwijdering van het apparaat als afval...4
HANDLEIDING. MULTIDISC is een geregistreerde merknaam waarvan het uitsluitend gebruiksrecht toekomt aan ondernemingen van het TULIP-concern.
HANDLEIDING MULTIDISC is een geregistreerde merknaam waarvan het uitsluitend gebruiksrecht toekomt aan ondernemingen van het TULIP-concern. 2004. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
TE DRS 4-A Nederlands
TE DRS 4-A Nederlands 1 Informatie over documentatie 1.1 Over deze documentatie Lees voor ingebruikname deze documentatie door. Dit is vereist voor veilig werken en storingsvrij gebruik. De veiligheidsinstructies
ZA-X Perfect ZA Z - A X - Perfect X Perfect
ZA-X Perfect AMAZONE ZA-X Perfect kunstmeststrooiers, zoals klanten nauwkeurig, betrouwbaar en voordelig AMAZONE heeft de ontwikkeling van de bemestingstechniek gericht op de optimalisering van de toediening
Tweeassige trekkers juli 2008
Tweeassige trekkers juli 2008 Inhoud Inleiding 5 1 Veiligheid en milieu 1.1 Lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof 1.2 Wettelijke regels 7 7 7 2 Starten, wegrijden en stoppen 2.1 Starten 2.2 Wegrijden
E X T R A C T O R S QS-2115N
E X T R A C T O R S QS-2115N Extractor QS-2115N 1. Algemene veiligheidsvoorschriften N.B.: Lees de handleiding zorgvuldig door teneinde problemen te voorkomen. Zoals bij alle machines zijn ook aan deze
Glijringpakking RG-4 stationair, enkelwerkend
Serie SCK MONTAGE- EN GEBRUIKSAANWIJZING Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Glijringpakking RG-4 stationair, enkelwerkend Bewaren voor toekomstig gebruik! Deze gebruiksaanwijzing voor
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Zaaimachines D9 2500/3000 Special D9 3000/3500/4000 Super MG3970 BAH0041-3 08.14 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V8.20161221 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator
Bestnr. 53 73 73 Toerentalregelaar voor ventilator Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar
ULA Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing...
5 6 7 4 ULA 14.4-18 3 2 1 Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing... 8 NL NEDERLANDS Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 1 Algemene veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING Lees ter vermindering van het risico
Gebruikershandleiding.
Gebruikershandleiding. Fabrikant: Gispen International BV Parallelweg west 23 Postbus 30 NL 4100 AA Culemborg Holland. Type aanduiding: IC 2007 Elektrisch Hoogteverstelbare tafel. Bouwjaar: 2013 Versie
Gebruikershandleiding Pneumatische slagmoersleutel EG1460 (1/2 )
Gebruikershandleiding Pneumatische slagmoersleutel EG1460 (1/2 ) Beste Klant, Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u toont met de aankoop van uw nieuwe Eagle luchtgereedschap. Elk Eagle luchtgereedschap
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az GRASSHOPPER JUMBO GHS-150, 180, 210 & KMLS-150, 180, 210 MG2746 BAF0008.0 06.09 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.
Handleiding mobiele hogedrukreiniger 200 bar, 15 l/min., 1.140 l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport. Inhoud 1. Veiligheidsinstructies...
MIDDENSPANNINGSBORD HET MODULAIR CONCEPT
MIDDENSPANNINGSBORD HET MODULAIR CONCEPT Hijs- & transporthandleiding MEDIUM VOLTAGE SWITCHGEAR, BUILT TO LAST SGC nv - SwitchGear Company - Moorstraat 24 - B-9850 Nevele, BELGIE Tel: +32 (0)9/321.91.12
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen. Veilige reparatie en controle van WABCO componenten
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Algemene Reparatie- en Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Uitgave 2 Deze brochure
Van n Bike draagsysteem
GEBRUIKSAANWIJZING EN MONTAGE HANDLEIDING Van n Bike draagsysteem VAN N BIKE BVBA Kortestraat 12 2980 Zoersel BE 0661.987.683 DEEL I : GEBRUIKSAANWIJZING Van n Bike DRAAGSYSTEEM vanaf model 2018 1. INFORMATIE
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Lees en volg deze bedieningshandleiding op.
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V7.20160628 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Bestnr Module SMD- Servotester
Bestnr. 19 01 51 Module SMD- Servotester Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar gemaakt,
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Fabrikant: Gispen Parallelweg West 23 Postbus 30 NL 4100 AA Culemborg Holland. Type aanduiding: Gispen TM elektrisch hoogte verstelbare tafel (met het bedieningspaneel in het tafelblad)
Gebruikershandleiding.
Gebruikershandleiding. Fabrikant: Gispen International BV Parallelweg west 23 Postbus 30 NL 4100 AA Culemborg Holland. Type aanduiding: IC 2007 Elektrisch Hoogteverstelbare tafel. Bouwjaar: 2007 Versie
Alarmsirene. Bestnr.: 75 00 08 75 00 09 75 01 36. Omwille van het milieu 100% recyclingpapier
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 75 00 08 75 00 09 75 01 36 Alarmsirene Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave
TM 3215/3265. Uw professionele veelzijdige partner
TM 3215/3265 Uw professionele veelzijdige partner Krachtig & betrouwbaar Bij de tractoren van Iseki zit al het vakmanschap in één enkele machine: de ISEKI TM serie bestaat uit twee modellen met hydrostatische
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Pantera 4001 Zelfrijdende veldspuit MG4268 BAG0093.7 02.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Hefbrugkriks hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch
s hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch nl/ta- -1 INHOUDSOPGAVE pagina 1 Inleiding 02 2 Gebruik van de handleiding 02 3 Beschrijving van de hefbrugkrik 02 4 Veiligheid 03 5 Installatie 03 6 Bediening
Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG
Overstapbordes t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie VEILIG WERKEN OP HOOG Skyworks B.V. Hoofdkantoor: Postbus 38 2650 AA Berkel en Rodenrijs tel. 010-514 00 50 fax 010-514 00 55 e-mai: [email protected]
CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding
CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 S SVENSKA 1 2 3 4 5 7 A B 6 SVENSKA 8 9 X Z S Y W V 10 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en
Gebruikershandleiding Pneumatische slagmoersleutel EG1662C (1")
Gebruikershandleiding Pneumatische slagmoersleutel EG1662C (1") Beste Klant, Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u toont met de aankoop van uw nieuwe Eagle luchtgereedschap. Elk Eagle luchtgereedschap
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais
Aanbouwhandleiding ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais Stand: V5.20190206 30322574-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik
KLEPELMAAIER PERUZZO PUMA
KLEPELMAAIER PERUZZO PUMA 1200 1400 1600 1800 GEBRUIKERSHANDLEIDING Hermans Tuinmachines b.v.b.a. Iz. De Meiren Beersebaan 71 Tel. +32 (0)3/340.04.96 B-2310 RIJKEVORSEL Fax +32 (0)3/340.04.97 GEBRUIKERSHANDLEIDING
2 Soorten trekkers Indeling van trekkers Afsluiting Algemene bouw Hoofdonderdelen Afsluiting 32
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Veiligheidsvoorschriften 11 1.1 Veiligheidsvoorschriften 11 1.2 Veiligheidsvoorschriften voor het werken met de aftakas 16 1.3 Afsluiting 20 2 Soorten trekkers 21 2.1 Indeling
De elektrische laadlift
Art-Lift De elektrische laadlift 1 Lees deze bedienings- en gebruikshandleiding nauwkeurig door, voordat u de laadlift in gebruik neemt. Neem deze handleiding goed door en zorg ervoor dat u de informatie
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V
Aanbouwhandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V4.20160503 30322554-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding
MAAIOPRAAPWAGEN. Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen). 112 en leidinggevende verwittigen.
MAAIOPRAAPWAGEN 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen). 112 en leidinggevende verwittigen. OPGEPAST Zware machines, die in aandrijving
Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen
OPRAAPWAGEN 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Zware machines, die in aandrijving grote
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az CATROS 7501-2T CATROS + 7501-2T Compacte schijveneg MG2956 BAG0046.7 03.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Gebruikershandleiding Mini pneumatische polijstmachine EG1062
Gebruikershandleiding Mini pneumatische polijstmachine EG1062 Beste Klant, Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u toont met de aankoop van uw nieuwe Eagle luchtgereedschap. Elk Eagle luchtgereedschap
Nederlandse handleiding Bellon Mario cyclomaaier in verstek
Nederlandse handleiding Bellon Mario cyclomaaier in verstek L1000 L1150 L1350 B E L L O N - M A R I O Beschrijving en positionering van de symbolen De waarschuwingsstickers en positionering hiervan worden
Gebruikershandleiding Reactieloze pneumatische ratel EG554A (3/8 ) EG554B (1/2 )
Gebruikershandleiding Reactieloze pneumatische ratel EG554A (3/8 ) EG554B (1/2 ) Beste Klant, Hartelijk dank voor het vertrouwen dat u toont met de aankoop van uw nieuwe Eagle luchtgereedschap. Elk Eagle
Bedienings- en Onderhoudshandleiding
Bedienings- en Onderhoudshandleiding Sloop en sorteergrijper: S 400-D Inhoudsopgave Pagina Voorkant 1 Inhoudsopgave 2 CE Verklaring 3 EG Verklaring 4 Garantievoorwaarden 5 Voorwoord 6 Algemene veiligheidsvoorschriften
