Verplaatsing van de eigen woning naar box 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verplaatsing van de eigen woning naar box 3"

Transcriptie

1 30 juli 2010 Bachelor Fiscale Economie Universiteit van Amsterdam Faculteit der Economie en Bedrijfskunde mr. F.F.G. Schut Verplaatsing van de eigen woning naar box 3 Kevin de Jong

2 2 Inhoud 1 Inleiding Het huidige eigenwoningregime Inkomen uit werk en woning Aftrekbare kosten Bijleenregeling Argumenten voor verandering huidig systeem Inkomensverdeling Woningmarkt Overheidsfinanciën Deelconclusie Verplaatsen eigen woning naar box Vergelijking met box Varianten verplaatsen eigen woning naar box Partiële vrijstelling met flankerende maatregelen Verlaging forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning Procentuele vrijstelling in box Beoordeling varianten Partiële vrijstellingsvariant Variant verlaging forfaitair rendement eigen woning Procentuele vrijstellingsvariant Conclusie Bibliografie... 24

3 3 1 Inleiding In februari van dit jaar is het vierde kabinet Balkenende gevallen. Inmiddels zijn er nieuwe verkiezingen geweest, die gewonnen zijn door de VVD. Een belangrijk punt voor deze partij is dat de hypotheekrenteaftrek blijft bestaan, hoewel veel andere partijen vinden dat het huidige beleid omtrent de eigen woning aan vernieuwing toe is. Volgens Vereniging Eigen Huis 1 is voor de woningbezitters en huurders een verandering van het systeem niet onbespreekbaar. Men ziet liever dat de overheid bespaart op hypotheekrenteaftrek, dan op zaken als AOW, gezondheidszorg of onderwijs. De hypotheekrenteaftrek is na de Tweede Wereldoorlog ingesteld om het eigenwoningbezit te bevorderen. Dit is succesvol geweest, want in 2008 bestond 53,3% van de totale woningvoorraad uit eigen woningen. Dit is een opmerkelijk hoog percentage in vergelijking met het aantal eigen woningen in het buitenland 2. Echter lijkt de faciliteit zijn doel voorbij te zijn gestreefd. Tegenwoordig leidt deze vooral tot inkomensherverdeling en hoge kosten voor de overheid. De afgelopen kabinetten Balkenende durfden het nog niet aan de renteaftrekmogelijkheid af te schaffen of te beperken, terwijl steeds meer deskundigen zeggen dat het een onhoudbaar systeem is. Het afgelopen kabinet heeft wel voor een aantal wijzigingen gezorgd omtrent de eigen woning. Zo is het plafond van het eigenwoningforfait opgeheven en wordt het forfait voor woningen met een waarde boven een miljoen euro tussen 2010 en 2016 verhoogd van 0,55% naar 2,35%. Het eigenwoningforfait is een regeling in de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), die men verplicht om een bepaald percentage van de WOZ-waarde van een woning bij het inkomen uit werk en woning (box 1) te tellen. Daarnaast is de aftrekbaarheid van de hypotheekrente beperkt tot een maximumtermijn van 30 jaar. Ook is in 2004 de bijleenregeling ingesteld. Deze regeling houdt in dat bij verkoop van een woning, en aankoop van een nieuwe woning, je wordt geacht om de overwaarde te gebruiken ter financiering van de aanschaf van een nieuwe woning. Om deze gevolgen van het huidig eigen woningsysteem in te perken zijn in de afgelopen jaren al verschillende alternatieven naar voren gebracht. Er zijn auteurs die voorstellen de eigen woning volledig te defiscaliseren, een maximumbedrag aftrekbaar te stellen of het eigenwoningforfait te verhogen. Zoals reeds genoemd is er met de laatste al een begin gemaakt. Een ander voorstel is het verplaatsen van de eigen woning van box 1 naar box 3 van de Wet IB In deze scriptie ga ik dieper op dit alternatief in. Om deze manier van aanpassing van het huidige systeem te onderzoeken, heb ik de volgende centrale vraag opgesteld. 1 Vereniging Eigen Huis (2010). Peiling hypotheekrenteaftrek. 2 CBS (2009)

4 4 Op welke manier kan de eigen woning het best van box 1 naar box 3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 worden verplaatst? De opbouw van de scriptie is als volgt. Allereerst komt in hoofdstuk 2 het huidige eigenwoningregime aan de orde. In dit hoofdstuk komen ook argumenten voor verandering van de huidige situatie aan bod. In hoofdstuk 3 wordt een drietal varianten beschreven waarop de woning naar box 3 kan worden verplaatst. Ook worden de verschillende varianten beoordeeld in dit hoofdstuk. Voor de beoordeling heb ik drie toetsingscriteria opgesteld, die gelden voor een goed belastingsysteem: doelmatigheid, rechtvaardigheid en eenvoud. Tot slot volgt de conclusie waarin ik een aanbeveling geef om te kiezen voor een van de drie varianten. 2 Het huidige eigenwoningregime In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van het huidige eigenwoningregime. Er zal eerst een beschrijving volgen van de eigen woning in box 1. Ook de bijleenregeling en het eigen woningforfait komen aan de orde. In de tweede paragraaf worden de drie belangrijkste argumenten beschreven om het huidige systeem te veranderen. Hierbij kijk ik naar de woningmarkt, inkomensverdeling en de overheidsfinanciën. 2.1 Inkomen uit werk en woning Als men de hypotheekrente wil aftrekken van het box 1-inkomen zal er sprake moeten zijn van een eigen woning. Men spreekt over een eigen woning als een gebouw, of een gedeelte van een gebouw, met de daartoe behorende aanhorigheden, voor zover dat de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van eigendom of recht van vruchtgebruik, bewoning of gebruik verkregen krachtens erfrecht. Onder woning kan ook, onder voorwaarden, worden verstaan een woonwagen of een duurzaam aan een plaats gebonden schip 3. Het is alleen mogelijk om de hypotheekrente van de eerste eigen woning af te trekken 4. Kleine uitzonderingen zijn hier wel opgemaakt. Als er is sprake van een woning die verlaten is maar nog te koop staat of als de woning is gekocht maar nog niet betrokken vanwege bijvoorbeeld 3 art , lid 1 Wet IB art , lid 8 Wet IB 2001

5 5 verbouwing, is de hypotheekrente ook aftrekbaar. Ook in geval van echtscheiding zijn er uitzonderingen mogelijk 5. Het box 1-inkomen van de Wet IB 2001 bestaat uit inkomen uit werk en woning. Dit impliceert dat er een inkomen wordt genoten, of voordelen worden behaald, uit de eigen woning. Deze voordelen ontstaan door het eigenwoningforfait en de uitkering van de kapitaalsverzekering eigen woning. Het eigenwoningforfait wordt gesteld op een bepaald percentage van de WOZ-waarde van de woning 6. Tot euro bedraagt dit percentage maximaal 0,55% van de WOZ-waarde. Woning met een hogere waarde worden voor het bedrag dat zij boven euro komen belast tegen een tarief van 0,80%. Dit tarief zal stapsgewijs oplopen tot 2,35% in Een plafond is sinds 2009 niet meer van toepassing. De waarde van het eigenwoningforfait dient bij het box 1 inkomen te worden geteld en leidt dus tot een voordeel Aftrekbare kosten Het belastbaar inkomen uit eigen woning ontstaat door de genoemde voordelen minus de kosten eigen woning. De aftrekbare kosten eigen woning 7 worden grotendeels gevormd door de hypotheekrenteaftrek: het gezamenlijk bedrag van de renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigen woningschuld en de periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal of beklemmingen met betrekking tot de eigen woning. Over de vraag hoe hoog de rente mag zijn heeft de Hoge Raad besloten dat dit hetgeen is dat partijen overeengekomen zijn als vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom 8. Daarnaast moet deze schuld zijn aangegaan ter aanschaf, verbetering of onderhoud van de eigen woning. Ook kunnen eenmalig, in het jaar van aankoop, de financieringskosten afgetrokken worden. Hieronder worden verstaan de kosten die verband houden met het verkrijgen van geldleningen, notariskosten en boeterente. Andere kosten omtrent de eigen woning, zoals bijvoorbeeld onderhoudskosten, zijn in beginsel niet aftrekbaar. Deze zijn al opgenomen in het eigenwoningforfait. In de inleiding is al genoemd dat er een termijn van 30 jaar is ingesteld om de rentekosten af te trekken 9. Hierbij moet opgemerkt worden dat het kan zijn dat een lening uit meerdere delen bestaat. Dit kan ontstaan door bijvoorbeeld verhuizing. Als men verhuist naar een duurder huis kan er sprake van zijn dat een deel bij geleend moet worden. Het oude deel van de lening behoudt de 5 art , lid 2/3/5/6 Wet IB art , lid 1 Wet IB art Wet IB HR BNB 1980/315, 15 juli art , lid 2/3 Wet IB 2001

6 6 oude termijn en voor het nieuwe deel gaat een nieuwe termijn in. Na afloop van de termijn valt de woning niet meer onder het inkomen van box 1, maar verplaatst deze naar de vermogensrendementsheffing van box Bijleenregeling In 2004 is de bijleenregeling ingesteld. Deze is bedoeld om de aftrekbaarheid van rente over de overwaarde, die vrijkomt bij verkoop van de woning, te beperken. Men wordt door deze regeling geacht om de volledige overwaarde te gebruiken ter financiering van de nieuwe woning. Gebeurt dat niet, dan is er geen renteaftrek mogelijk over het leningbedrag ter grootte van die overwaarde. Dit deel van de lening verhuist naar box 3. De regeling is ingesteld om te voorkomen dat de overwaarde wordt aangewend voor consumptie of beleggingen in box 3. Het gevolg zou zijn dat men voor het nieuwe gedeelte van de belegging aftrek geniet in box 1, terwijl het rendement maar belast wordt tegen het lage tarief van box Argumenten voor verandering huidig systeem Onze Wet Inkomstenbelasting is gebaseerd op het draagkrachtbeginsel; de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Dus hoe hoger het inkomen, hoe meer belasting men procentueel moet betalen. De eigen woning lijkt echter een uitzondering te zijn op dit beginsel. Zoals in de inleiding al genoemd leidt de hypotheekrenteaftrek tot een inkomensherverdeling. Toen de renteaftrekmogelijkheid werd ingevoerd, na de Tweede Wereldoorlog, had men de intentie om de aanschaf van koopwoningen te stimuleren. Tegenwoordig is de subsidie zijn doel voorbijgestreefd, immers komt de regeling vooral ten goede aan de mensen die deze het minst nodig hebben. Ook zorgt de hypotheekrenteaftrek voor steeds zwaardere lasten voor de overheid Inkomensverdeling Nederland kent een progressief belastingstelsel. Dit zorgt ervoor dat zodra men meer verdient, men meer moet afdragen aan de fiscus. Aan de andere kant zorgt dit progressieve systeem ervoor dat men bij een hoger inkomen meer voordeel heeft van de aftrekpost eigen woning. Dit voordeel is over het algemeen groter dan het nadeel, het eigenwoningforfait. Stel dat een grootverdiener en een kleinverdiener woonachtig zijn in eenzelfde soort woning met dezelfde prijs en dat ze een gelijke hypotheekschuld hebben. De grootverdiener valt met zijn inkomen in de hoogste belastingschijf en 10 Stevens, L.G.M. (2008). Fiscale beleidsnotities Weekblad Fiscaal Recht, 2008/1021

7 7 kan dus zijn betaalde hypotheekrente aftrekken tegen het maximale tarief in de inkomstenbelasting. De armere belastingplichtige, die in een lagere schijf valt, kan in dit geval zijn hypotheekrente tegen een lager tarief aftrekken 11. Dus, beiden hebben evenveel rentelasten, maar degene met het hogere inkomen heeft meer voordeel van de aftrekmogelijkheid. Opmerkelijk is dat de personen met de hogere inkomens vaak zelfs in duurdere huizen wonen en op die manier een nog groter voordeel halen uit deze regeling Woningmarkt Kranendonk en Verbruggen 12 stellen, na empirisch onderzoek, dat de huizenprijzen in Nederland gemiddeld genomen in % overgewaardeerd waren. In 2007 was de overwaardering van de huizenmarkt echter alweer geslonken tot 0%. Toch concluderen ze dat, ondanks de slechte economische omstandigheden, het geringe aanbod van woningen, de relatief lage rentestand en de voordelige fiscale behandeling van de eigen woning zorgen voor hoge huizenprijzen. De rentestand van de afgelopen jaren is historisch laag. Een lage rentestand heeft tot gevolg dat men meer kan lenen, omdat bij een lage rente de hypotheeklasten lager zijn en dus een hoger bedrag geleend kan worden. Kopen blijkt hierdoor zeer aantrekkelijk geworden, mede doordat de huurprijzen wel gestegen zijn. De gemiddelde huizenprijzen zijn, door deze toegenomen vraag naar koopwoningen, enorm gestegen. Sinds 1996 zijn eengezinswoningen bijna drie keer zo duur geworden. De prijzen van appartementen zijn de afgelopen twaalf jaar zelfs bijna verviervoudigd 13. Een groep die de dupe is van de hoge huizenprijzen is die van de starters op de woningmarkt. Voor deze groep mensen ligt prijs van een huis vaak te hoog en zij betrekken sneller een huurwoning in plaats van een koopwoning 14. Verder zorgt de hypotheekrenteaftrek voor een grotere vraag naar huizen vanwege het substitutie-effect, omdat een beperking in de rentekosten leidt tot een relatieve kostendaling van de eigenwoningconsumptie ten opzichte van andersoortige consumptie. Daarnaast leidt de belastingdaling door de renteaftrekmogelijkheid tot een positief inkomenseffect. De hypotheekrente 11 art Wet IB Kranendonk, H., J. Verbruggen (2008). Is de huizenprijs in Nederland overgewaardeerd? Centraal Planbureau Memorandum, Atwaroe, P. (2009). Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Masterthesis, Erasusmus Universiteit Rotterdam. 14 Ewijk, C. van, B. Jacobs, R. de Mooij (2006). Doelmatigheidswinst van minder hypotheekrenteaftrek. Economische Statistische Berichten, 30 juni 2006.

8 8 maakt het namelijk goedkoper voor potentiële huiseigenaren om een woning aan te schaffen en heeft daarmee een verhogend effect op de woningprijzen Overheidsfinanciën Het begrotingsbeleid van de overheid zal moeten worden aangepast als gevolg van de financiële crisis 16. De betaalbaarheid van het huidige eigen woningregime komt onder druk te staan. Niet alleen de financiële crisis, maar ook vergrijzing en toenemende wereldwijde concurrentie zorgen hiervoor. Voor de kabinetsperiode van wordt een gemiddelde economische groei van 1,75% verwacht 17. Daarnaast zal de regering 29 miljard euro moeten bezuinigen op de begroting om de staatsschuld niet nog verder op te laten lopen. Als gevolg van de kredietcrisis is het BBP 5% gekrompen, maar met de geschatte gemiddelde economische groei zal dit geen grote problemen opleveren. Een groter probleem is de opgelopen staatsschuld. Vooral de kosten van zorg en de vergrijzing zorgen voor een onhoudbare situatie zonder aanpassing in het beleid 18. Om dit tekort op te vangen zal de overheid in de komende periode moeten bezuinigen, maar ook een lastenverzwaring is niet uitgesloten. Daarnaast komen door de kredietcrisis bestaande problemen van het eigenwoningregime aan het licht. Omdat de risico s voor de banken zijn toegenomen, is de hypotheekrente aan het stijgen. De aftrekbaarheid van de hypotheekrente zorgt zo voor stijgende kosten voor de overheid. Dit kan oplopen tot miljarden extra kosten. Indien de hypotheekrente met 1% zou stijgen leidt dit tot een extra opbrengstderving van 2,2 miljard euro op jaarbasis 19. In 2006 werden de opbrengsten uit eigen woning voor de overheid geschat op 5 miljard euro. Daarentegen werden de kosten van de hypotheekrenteaftrek geschat op 26 miljard 20. Dit leidt per saldo tot een lagere belastinggrondslag van 21 miljard euro. Bij een gemiddeld tarief van 42% komt dit neer op een derving van inkomstenbelasting van 8,8 miljard euro. De huidige fiscale behandeling van de eigen woning levert naar schatting een belastingderving op van ongeveer 10 miljard 21. Dit bedrag is berekend op basis van een volledige defiscalisering van de eigen woning. Indien rekening wordt gehouden met een box 3-heffing over de overwaarde van de eigen woning en de overdrachtsbelasting bedraagt de derving 15 miljard. 15 Atwaroe, P. (2009). Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Masterthesis, Erasusmus Universiteit Rotterdam. 16 Stevens, L.G.M. (2008). Fiscale beleidsnotities Weekblad Fiscaal Recht, 2008/ CPB (2010) 18 Ibid. 19 Stevens, L.G.M. (2008). Fiscale beleidsnotities Weekblad Fiscaal Recht, 2008/ Bruijsten, C., M.L.A. van Rij (2007). Hypotheekrenteaftrek: verleden, heden en toekomst. Weekblad Fiscaal Recht, 2007/ Studiecommissie belastingstelsel (2010). Continuïteit en vernieuwing. Een visie op het belastingstelsel.

9 9 Opmerkelijk is dat in % van dit fiscale voordeel terechtkwam bij 30% van de woningbezitters; degene die in de hogere inkomensklassen zaten Deelconclusie In deze paragraaf zijn een aantal argumenten genoemd om het huidige eigenwoningregime te veranderen. Wat betreft de particulieren kunnen we stellen dat de hypotheekrenteaftrek leidt tot een inkomensherverdeling door ons progressieve belastingstelsel. De renteaftrekmogelijkheid komt zo vooral de mensen met de hoogste inkomens toe. Een ander issue is de invloed die het huidige systeem heeft op de woningmarkt. Een gering aanbod van woningen, een relatief lage rentestand en de voordelige fiscale behandeling van de eigen woning zorgen voor hoge huizenprijzen. De hypotheekrenteaftrek zorgt voor een substitutie-effect en een positief inkomenseffect, waardoor men meer geld over heeft voor de eigen woning. Tot slot is er gekeken naar de overheidsfinanciën. Het kabinet zal flink moeten bezuinigen in de komende periode. Er moet immers 29 miljard euro bezuinigd worden op de begroting. Daarnaast zorgt een stijgende rente alleen maar voor extra opbrengstderving. Deze werd deze in 2009 zelfs geschat op 9,6 miljard euro. Gezien de genoemde argumenten om het huidige beleid te veranderen lijkt het logisch om te kijken naar alternatieven om de renteaftrek te beperken. 3 Verplaatsen eigen woning naar box 3 In dit hoofdstuk wordt eerst een vergelijking gemaakt tussen de woning in box 1 en de woning in box 3. Vervolgens komt een drietal varianten aan bod waarop de woning verplaatst kan worden naar box 3. Daarna worden de gevolgen van deze varianten beoordeeld. 3.1 Vergelijking met box 1 Onder box 3 valt het inkomen uit sparen en beleggen. Er moet belasting worden betaald over een forfaitair rendement. Dit rendement wordt gesteld op 4 procent. Hierover moet vervolgens 30 procent belasting betaald worden. Deze rekensom vindt plaats op basis van het gemiddeld vermogen in een jaar. Opmerkelijk is dat de werkelijke inkomsten uit sparen en beleggen niet van belang zijn. 22 Camida, K. (1999). Aftrekpost eigen woning: wie profiteert in welke mate? Department of Economics Research Memorandum,

10 10 De grondslag van deze vermogensrendementsheffing is het gehele vermogen tegen de waarde in het economische verkeer, of de WOZ-waarde in het geval van woningen die in belangrijke mate ter beschikking staan aan de belastingplichtige 23. Onder dit vermogen vallen bijvoorbeeld (verhuurde) onroerende zaken, bouwgronden en tweede woningen. Hier worden de schulden, die niet in box 1 of box 2 vallen, van afgetrokken. In beginsel zijn alle schulden aftrekbaar. Er geldt wel een drempel van 2900 euro voor alleenstaanden en 5800 euro voor partners 24. De grondslag mag naar eigen voorkeur verdeeld worden over de partners 25. In box 3 is er geen negatief inkomen mogelijk en er is dus geen mogelijkheid tot het verrekenen met een ander inkomen en over jaren. Voor de vermogensrendementsheffing gelden een aantal objectieve vrijstellingen. Er geldt voor iedereen een vermogensvrijstelling van euro. Fiscaal partners kunnen deze vrijstelling optellen. Als men het gezag heeft over een minderjarig kind kan een bedrag van 2762 extra buiten de heffing worden gelaten 26. Ook kan men aanspraak maken op een ouderentoeslag als men de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt 27. Veel auteurs zijn van mening dat de eigen woning niet thuishoort in box 1. Een aantal van hen vindt bijvoorbeeld dat de eigen woning volledig gedefiscaliseerd moet worden. Anderen vinden dat de woning verplaatst moet worden naar box 3. Toch bestaan er verschillen tussen de meningen van de schrijvers over de vraag hoe deze verplaatsing naar box 3 ingevuld moet worden. Vanuit de systematiek van de wet zou de woning niet passen in box 1. Naar mijn mening past de eigen woning beter in box 3. Toch is de eigen woning in box 1 terechtgekomen. Dit komt door de overheid die vond dat de mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek behouden moest blijven. Immers dient de eigen woning een belangrijke maatschappelijke functie. Hiermee verschafte de overheid rechtszekerheid en continuïteit Varianten verplaatsen eigen woning naar box 3 In deze paragraaf zal ik drie varianten beschrijven waarop de woning kan worden verplaatst naar box 3. Als eerste beschrijf ik een partiële vrijstellingsvariant, vervolgens een variant waarbij het forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning wordt verlaagd en tot slot een procentuele vrijstellingsvariant. 23 art. 5.20, lid 1 Wet IB art. 5.3, lid 3 Wet IB art. 2.17, lid 2 Wet IB art. 5.5, lid 1/2/4 Wet IB art. 5.6 Wet IB Stevens, L.G. M. (2001). Varianten in de eigenwoningdiscussie. Economische Statistische Berichten, jaargang 86, nr

11 11 Ter verduidelijking maak ik gebruik van drie fictieve personen en kijk ik naar de gevolgen die zij zullen ondervinden na invoering een nieuw systeem. De eerste persoon,piet, heeft een modaal inkomen van euro. Hij heeft zijn woning van euro voor 100% gefinancierd met vreemd vermogen. Hij betaald 6% rente. De personen Kees en Jan hebben een hoger inkomen en hebben de woning voor minder dan 100% gefinancierd met vreemd vermogen. Zij hebben een hypotheek met een lager rentepercentage. De personen dienen alleen om de verschillende systemen te illustreren. De resultaten zijn echter bij voorbaat moeilijk te vergelijken met de werkelijkheid, omdat rentepercentages en financiering kunnen verschillen. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk de werkelijkheid te benaderen. Hieronder zijn de gegevens van de drie personen weergegeven en daarnaast het voordeel dat de Piet, Kees en Jan hebben in het huidige systeem. Voorbeeldpersonen Piet Belastbaar inkomen WOZ-waarde woning Hypotheekschuld Rente 6% Kees Belastbaar inkomen WOZ-waarde woning Hypotheekschuld Rente 5% Jan Belastbaar inkomen WOZ-waarde woning Hypotheekschuld Rente 4% Huidig systeem Piet Rentekosten 7200 Eigenwoningforfait (0,55%) 660 Hypotheekrenteaftrek 6540 Voordeel 9,16% 6540*0,42= 2746,8 2746,8/30.000= 0,09156 Kees Rentekosten Eigenwoningforfait (0,55%) 2475 Hypotheekrenteaftrek Voordeel 8,97% *0,52= /90.000= 0,0897 Jan Rentekosten Eigenwoningforfait (5555+( *0,008)) 7155 Hypotheekrenteaftrek Voordeel 3,50% *0,52= 8759,4 8759,4/ = 0,0350 Er is te zien dat grootverdiener Jan maar een relatief klein voordeel heeft bij het huidige beleid. Dit is te wijden aan het feit dat hij zijn woning maar voor de helft heeft gefinancierd met vreemd

12 12 vermogen. Dit komt mogelijk doordat hij een deel van zijn hypotheek al heeft afgelost en/of door stijging van de waarde van zijn woning. Tevens dient Jan relatief meer te betalen aan het eigenwoningforfait, omdat de waarde van zijn woning boven de miljoen ligt. De hoogte van de hypotheekschuld van Kees is ook lager dan de waarde van de woning, toch komt hij, net als Piet, op een voordeel van ongeveer 9%. Dit gelijke voordeel komt omdat Kees zijn hypotheekrente kan aftrekken tegen het maximale tarief, terwijl Piet zijn hypotheekrente aftrekt tegen 42%. Dit illustreert goed waarom het huidig beleid ingaat tegen de wetsystematiek Partiële vrijstelling met flankerende maatregelen De eerste manier om de eigen woning te verplaatsen naar box 3 is door middel van een partiële vrijstelling van de eigen woning in te voeren 29. Hierbij wordt de gehele eigen woning, inclusief de financieringsschuld, verplaatst naar box 3 en wordt een partiële vrijstelling van euro ingevoerd. Deze vrijstelling is qua systematiek vergelijkbaar met de bestaande vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen 30. Daarnaast wordt de mogelijkheid ingevoerd om een negatief inkomen in box 3 te hebben, waardoor teruggaaf of verrekening met het box 1 inkomen mogelijk is bij een negatieve aanslag. Hierdoor ontstaat een duidelijk zichtbare belastingsubsidie en hangt deze niet af van de mate waarin de woning is gefinancierd met vreemd vermogen. Hoge en lage inkomens profiteren in gelijke mate van de subsidie. De vrijstelling fungeert eigenlijk als het huidige eigenwoningforfait, maar is deze variant herkenbaarder en eenvoudiger. Daarnaast blijft stimulering van het eigen woningbezit mogelijk. Op deze manier ontstaat een rechtvaardig, effectief en eenvoudig systeem. Dit systeem moet op een geleidelijke manier worden ingevoerd, opdat inkomens- en vertrouwensschokken vermeden worden. Dit kan het best bereikt worden door een gewenningstoeslag van euro bovenop het vrijstellingsbedrag te geven en deze toeslag vervolgens af te bouwen in bijvoorbeeld vijftien jaar. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een extra vrijstelling in te voeren voor starters, zodat zij minder nadeel ondervinden van de afschaffing van het oude systeem 31. Om de gevolgen van het invoeren van het systeem heeft Stevens een tabel gemaakt waaruit blijkt wat de inkomenseffecten zijn. Deze tabel is hieronder weergegeven en laat de gevolgen in procenten zien voor de genoemde varianten. Hij is uitgegaan van een eigenwoningbezitter, waarbij 29 Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr Atwaroe, P. (2009). Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Masterthesis, Erasusmus Universiteit Rotterdam 31 Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr. 4455

13 13 de WOZ-waarde viermaal het inkomen bedraagt. De hypothecaire schuld is 100% van de WOZwaarde, het rentepercentage 6% en er vinden geen tussentijdse aflossingen plaats. Tabel 1. Inkomensgevolgen box 3-variant. In de tabel is te zien dat het huidige voordeel voor gezinsinkomens varieert tussen 9,07% en 11.23%. Als de box 3-variant wordt ingevoerd daalt dit voordeel echter tot 4,80% voor de lagere inkomens en 1,44% voor de hoge inkomens. Indien rekening wordt gehouden met de voorgestelde gewenningsvrijstelling zien we dat dit iets gunstiger uitpakt voor de hogere inkomens. Bij een financiering van de woning met 75% vreemd vermogen dan zwakken de inkomenseffecten logischerwijs af. De budgettaire meeropbrengst van de overstap van de bestaande situatie op de box 3- variant (met gewenningsvrijstelling) wordt geschat op 6,5 miljard euro 32. Er zijn echter ook flankerende maatregelen gewenst, omdat de inkomensachteruitgang onaanvaardbaar zou zijn. Een flankerende maatregel is het verhogen van de heffingskorting met een bedrag van 500 euro per persoon. Een dergelijke verhoging zou naar schatting 6 miljard euro kosten en zou vooral de lagere inkomens ten gunste komen. Om de inkomensachteruitgang voor de hogere inkomens te dempen stelt Stevens voor om het toptarief in de inkomstenbelasting te verlagen van 52% naar 48%. Deze verlaging zou naar schatting zo een 0,7 miljard euro kosten. Als men deze flankerende maatregelen 32 Ibid.

14 14 zou invoeren, tegelijkertijd met de stelselwijziging omtrent de eigen woning, blijven de inkomenseffecten beperkt tot maximaal 5,5% per gezin. De gevolgen van de flankerende maatregelen zijn weergegeven in de laatste kolom van de bovenstaande tabel 33. Stevens 34 heeft zelf al de gevolgen van de invoering voor verschillende bevolkingsgroepen beschreven in de tabel. Echter geldt deze tabel alleen als de inkomensgroepen hun eigen woning volledig hebben gefinancierd met vreemd vermogen en is de waarde van de woning vier maal het inkomen. In mijn voorbeeld is dit anders. Hieronder zijn de effecten voor Piet, Kees en Jan weergegeven. Partiële vrijstellingsvariant Piet Vermogen 0 ( < ) Forfaitaire rente 4800 ( *4%) Voordeel 1440 (4800*30%) 4,80% (1440/30.000) Kees Vermogen ( ) Forfaitaire rente ( *4%) Nadeel 1800 ( *1,2%) Voordeel 2520 ( ) 2,8% Jan Vermogen ( ) Forfaitaire rente ( *4%) Nadeel ( *1,2%) Voordeel ( ) -1,44% Wat als eerste opvalt is dat de het voordeel dat de personen hebben van hun eigen woning achteruitgaat. Piet levert 4,2% in, Kees 6,2% en Jan bijna 5%. Voor Jan leidt dit systeem zelfs toe dat het nadeel dat hij heeft groter is dan het voordeel en dus moet bijbetalen. Er moet wel worden opgemerkt dat er geen rekening is gehouden met de voorgestelde gewenningsvrijstelling en het voorgestelde flankerende beleid. 33 Ibid 34 Ibid

15 Verlaging forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning Vording, Goudswaard en Caminada 35 meenden voor de invoering van de nieuwe Wet Inkomstenbelasting in 2001 al dat de eigen woning in box 3 geplaatst zou moeten worden. Ook zij menen dat de verplaatsing van de eigen woning te grote negatieve inkomenseffecten met zich mee zal brengen en stellen de nodige aanpassingen voor. Er zou rekening moeten worden gehouden met het bestedingsaspect, waardoor het forfaitair rendement in box 3 met betrekking tot de eigen woning verlaagd moet worden van 4% naar 1,25%. Bavinck 36 sluit zich hier deels bij aan. Hij vindt zelfs dat dit forfaitair rendement verlaagd moet worden naar 0,8%. In het geval van een tweede woning vindt hij dat het forfaitair rendement wel 4% zou moeten bedragen. De schrijvers twisten over de aftrek van rente. De een vindt dat er een forfaitair percentage aftrekbaar zou moeten zijn, de ander vindt dat de werkelijk betaalde rente aftrekbaar zou moeten zijn. De opbrengst die dit met zich met zich meebrengt zal moeten worden gebruikt om de tarieven van box 1 te verlagen, opdat de koopkrachteffecten beperkt blijven. Volgens de auteurs 37 zou het hoogste tarief in box 1 van de inkomstenbelasting zou 45% moeten worden en het tarief in de op een na hoogste schijf zou ongeveer 37% moeten zijn. Waar Stevens 38 komt op een achteruitgang van maximaal 5,5%, zijn bij Vording, Goudswaard en Caminada de effecten maximaal 3%. In het volgende voorbeeld met Piet, Kees en Jan kies ik voor het voorstel van Bavinck. Ik ga dus uit van een forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning van 0,8% en een forfaitair rentepercentage van 4%. 35 Vording, H., K.P. Goudswaard, C.L.J. Caminada (1999). De eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 1999/ Bavinck, C.B. (2006). Voorstel voor overheveling van de eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 2006/ Vording, H., K.P. Goudswaard, C.L.J. Caminada (1999). De eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 1999/ Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr. 4455

16 16 Verlaging forfaitair rendement m.b.t. de eigen woning Piet Vermogen Forfaitair rendement 960 Forfaitaire rente 4800 ( * 4%) Nadeel 288 (960 * 30%) Voordeel 1152 (30% * 4800) ,84% Kees Vermogen Forfaitair rendement 3600 Forfaitaire rente ( * 4%) Nadeel 1080 (3600 * 30%) Voordeel ,6% Jan Vermogen Forfaitair rendement 9600 Forfaitaire rente ( * 4%) Nadeel 2880 (9600 * 30%) Voordeel 4320 ( ) 1,73% In dit voorbeeld zie je weer dat de voordelen voor de personen aardig achteruitgaat in vergelijking met het huidige beleid. In vergelijking met de partiële vrijstellingsvariant gaat Piet er een procent meer op achteruit, terwijl Kees en Jan er minder op achteruit gaan. Desalniettemin heeft Piet het grootste voordeel bij dit woningbeleid. Wederom moet gezegd worden dat hier ook weer flankerend beleid wordt gevoerd en de inkomenseffecten moeilijk te zeggen zijn Procentuele vrijstelling in box 3 Koning, Nistal en Ebregt 39 hebben ook onderzoek gedaan naar de effecten van de afschaffing van hypotheekrenteaftrek op de woningmarkt. Bij de variant die zij voorstellen blijft het eigen vermogen buiten de heffing in box 3. Zij hebben de gemiddelde leenquote gebruikt om te kijken wat gemiddeld de verhouding is tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen, dat men heeft gebruikt ter financiering van de woning. Voor het deel dat men heeft gefinancierd met eigen vermogen geldt er 39 Koning, M., R. Nistal, J. Ebregt (2006) Woningmarkteffecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. CPB document 128

17 17 een vrijstelling. Om deze vrijstelling te berekenen gebruiken wordt de leenquote gebruikt. Met gebruik van deze leenquote zou het neerkomen op een vrijstelling van 56% van de waarde van de eigen woning in box 3. Als we de belaste overige 44% vermenigvuldigen met de effectieve vermogensrendementsheffing komt dit afgerond op 0,5%. In feite maak je dus een speciale heffing binnen box 3 voor de eigen woning. De heffing op de woning bedraagt dan dus 0,5% in plaats van 1,2%. De netto subsidie op wonen daalt met 7 miljard euro, op basis van de gegevens in Daarnaast zullen de huizenprijzen dalen van 4,5% tot 13,5%. De totale voorraad van woningen zal afnemen met 3,5% tot 10,5%. Om deze gevolgen te beperken stellen ze voor om maatregel alleen toe te passen op nieuwe leningen. Hierdoor behouden de bestaande huizenbezitters hun voordeel. Van Ewijk, Koning, Lever en De Mooij 41 sluiten zich aan bij deze berekeningen. Zij stellen een heffing op de eigen woning van 0,5% voor, in plaats van 1,2%. Zij vinden wel dat de hypotheekschuld volledig tegen 1,2% aftrekbaar zou moeten zijn. Dit komt overeen met de procentuele vrijstellingsvariant 42. Daarnaast wordt de overdrachtsbelasting afgeschaft en het inkomstenbelastingtarief met 2,75% verlaagd als flankerende maatregelen. Belangrijk zijn vooral de effecten van hun variant op de welvaart, woningmarkt en inkomen 43. Door de hypotheekrenteaftrek is er een overconsumptie van wonen ontstaan. Men besteedt meer aan wonen dan efficiënt is op basis van hun voorkeuren. Daarnaast is de huidige situatie nadelig voor de werkgelegenheid, omdat het efficiënter is om de middelen in te zetten voor verlaging van de lasten op arbeid dan op het woningbezit van huishoudens. Ook belemmert het huidige systeem de vrije huursector. Door de voorgestelde variant 44 zou de welvaart in ruime zin toenemen met 0,2% van het BBP. Vermindering van de fiscale subsidie op de eigen woning met 7 miljard zal op de woningmarkt leiden tot lagere prijzen en op termijn ook tot minder investeringen in woningen, zowel in aantallen als in kwaliteit ervan. De prijsdaling kan uiteenlopen van 4% tot 14%. Het volume van woonconsumptie daalt op termijn met 3% tot 11%. Hierbij moet worden vermeld dat er bij deze 40 Koning, M., R. Nistal, J. Ebregt (2006) Woningmarkteffecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. CPB document Ewijk, C. van, M. Koning, M. Lever, R. de Mooij (2006). Economische effecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. Centraal Planbureau, No Koning, M., R. Nistal, J. Ebregt (2006) Woningmarkteffecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. CPB document Ewijk, C. van, M. Koning, M. Lever, R. de Mooij (2006). Economische effecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. Centraal Planbureau, No Ibid

18 18 berekeningen wordt rekening gehouden met de terugsluis via de inkomstenbelasting waardoor huishoudens er gemiddeld niet op achteruit gaan. Voor de inkomensverdeling heeft de hervorming van de fiscale behandeling van de eigen woning onvermijdelijke gevolgen. Binnen de groep van eigenwoningbezitters bestaat er een aanzienlijke spreiding in inkomenseffecten, vooral als gevolg van verschillen in de omvang van de hypotheek en de waarde van de woning per huishouden. Gemiddeld hebben beginnende woningbezitters hogere hypotheeklasten in vergelijking met hun inkomen. Voor hen kan het verlies aan hypotheekrenteaftrek relatief zwaar wegen, vooral in de eerste jaren. Voor huishoudens aan het eind van de cyclus is de hypotheekrenteaftrek minder belangrijk. Voor hen kan de waardedaling van de woning zwaar wegen. Aanstaande kopers van een eigen woning profiteren van de lage huizenprijzen, gemiddeld gaan kopers van woningen er 0,5% op vooruit. Ik heb ook voor deze procentuele vrijstellingsvariant berekend wat de gevolgen zijn voor de drie personages. De uitkomsten zijn hieronder weergegeven. Procentuele vrijstellingsvariant Piet Vermogen Forfaitair rendement 600 ( *0,5%) Forfaitaire rente 4800 ( *4%) Voordeel 840 ((30%*4800) 600) 2,80% Kees Vermogen Forfaitair rendement 2250 ( *0,5%) Forfaitaire rente ( *4%) Voordeel 2070 ( ) 2,30% Jan Vermogen Forfaitair rendement 6000 ( *0,5%) Forfaitaire rente ( *4%) Voordeel 1200 ( ) 0,48% Vergeleken met de andere varianten en met het huidig beleid gaan bijna alle drie de personages er meer op achteruit bij deze procentuele vrijstellingsvariant. Toch garanderen de schrijvers dat door flankerend beleid de woningbezitters er niet op achteruitgaan.

19 Beoordeling varianten In deze paragraaf zal ik per variant beoordelen wat de gevolgen zijn bij invoering van de voorgestelde varianten. Ook zal ik de varianten toetsen aan een aantal basisbeginselen van belastingheffing: rechtvaardigheid, doelmatigheid en eenvoud. Als het gaat over een rechtvaardig belastingstelsel, wordt er gekeken naar horizontale en verticale gelijkheid. Dit komt er op neer dat gelijke gevallen een gelijke behandeling verdienen en dat dus ongelijke gevallen ongelijk behandeld moeten worden. Een doelmatig belastingstelsel zorgt ervoor dat de belastingbetaler en de fiscus zo min mogelijk tijd en geld kwijt zijn om het beoogde doel te bereiken. Met eenvoud doelt men op zo laag mogelijke administratiekosten en kosten om belastingontduiking tegen te gaan Partiële vrijstellingsvariant De partiële vrijstellingsvariant is volgens Stevens 45 de manier om de eigen woning te verplaatsen naar box 3 en zo de in hoofdstuk 2 genoemde tekortkomingen met betrekking tot de inkomensverdeling, de woningmarkt en de overheidsfinanciën te verhelpen. In het huidige beleid wordt de inkomensverdeling zo beïnvloed dat de hoogste inkomens het meest profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Dit komt niet overeen met het progressieve belastingstelsel dat wij kennen. De manier die Stevens heeft om dit issue te ondervangen is de eigen woning verplaatsen naar box 3 door middel van het instellen van een partiële vrijstelling met flankerende maatregelen. Op deze manier ondervinden de lage en midden inkomens maar weinig nadeel van de verplaatsing. Zij kunnen rekenen op een maximale inkomensachteruitgang, bij een 100% financiering met vreemd vermogen, van 0,94% tot 3,38%. Echter de hogere inkomens worden harder geraakt. Zij moeten rekening houden met een maximale inkomensachteruitgang van 5,50%. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat een gewenningsvrijstelling onderdeel uitmaakt van de flankerende maatregelen. Het is de bedoeling dat deze gewenningsvrijstelling wordt afgebouwd. Wat dan de gevolgen voor de inkomensverdeling dan zullen zijn heeft Stevens niet berekend en acht ik onzeker. Op de korte termijn zal er geen budgettair voordeel optreden voor de overheid. De voordelen worden namelijk door het flankerende beleid teruggesluisd naar een verlaging van het tarief in box 1. De voordelen voor de overheid ontstaan pas op de langere termijn als de arbeidsparticipatie toeneemt en de gewenningsvrijstelling wordt afgebouwd. Naar mijn mening is de partiële vrijstelling met flankerende maatregelen een goede variant om de eigen woning te verplaatsen. Het komt namelijk redelijk overeen met de gestelde criteria voor een 45 Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr. 4455

20 20 goed belastingstelsel. Het systeem is namelijk doelmatig, omdat er geen grote inkomenseffecten zullen optreden. Zeker als men zorgt dat het systeem geleidelijk wordt ingevoerd en de gewenningsvrijstelling heel geleidelijk wordt afgebouwd. Ik denk hierbij aan een periode van vijftien tot twintig jaar. Daarnaast is het systeem rechtvaardig te noemen, omdat het de rekening houdt met het draagkrachtbeginsel, in tegenstelling tot het huidige systeem. Echter moet worden opgemerkt dat hoge inkomensgroepen zonder (grote) hypotheekschuld zullen profiteren. Door de flankerende maatregelen ontstaat er ook voor deze groep een tariefsverlaging in box 1. Ook is deze variant relatief eenvoudig en zou de verplaatsing zonder grote problemen moeten kunnen plaatsvinden Variant verlaging forfaitair rendement eigen woning In deze variant wordt de eigen woning naar box 3 verplaatst en het forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning verlaagd. De schrijvers verschillen echter van mening over de hoogte van het te stellen forfait en over de rente die afgetrokken zou mogen worden. 46 Als we kijken naar de invloed van een dergelijke variant op de inkomensverdeling, denk ik, dat deze kleiner zal zijn dan bij de partiële vrijstellingsvariant 47. Daarbij is namelijk een vrijstelling van euro voorgesteld. Op die manier zal het voordeel voor de mensen met lagere inkomens relatief groter zijn. Ook mijn voorbeelden met de fictieve personages tonen dit aan. In het voorstel van Bavinck 48 is de rente aftrekbaar tegen een forfaitair percentage. Voor de huizenbezitter lijkt mij dit geen goed voorstel. Wanneer de werkelijke rente boven het forfaitair percentage uitkomt dan is dit min of meer een lastenverzwaring. Echter valt er ook wat te voor zeggen, omdat op deze manier de kosten voor de overheid constanter zijn. In deze lijkt mij het voorstel van Vording 49 beter, die vinden dat de werkelijke rente aftrekbaar moet zijn. Zij stellen de huizenbezitter minder bloot aan de risico s van rentewijzigingen. Op de wijze van de invoering van deze variant verschillen de ideeën ook. Bavinck pleit voor een geleidelijke invoering in 15 jaar, terwijl Vording voorstelt om de stelselwijziging direct in te voeren. Daarentegen voert Bavinck geen flankerende maatregelen in, terwijl Vording de meeropbrengst wil terugbrengen in een verlaging van het box 1-tarief. Bavinck denkt dat door de 46 Vording, H., K.P. Goudswaard, C.L.J. Caminada (1999). De eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 1999/1694 Bavinck, C.B. (2006). Voorstel voor overheveling van de eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 2006/ Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr Bavinck, C.B. (2006). Voorstel voor overheveling van de eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 2006/ Vording, H., K.P. Goudswaard, C.L.J. Caminada (1999). De eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 1999/1694

21 21 overgangsregeling en de lagere bijtelling van 0,8% er geen andere maatregelen nodig zijn om de inkomensachteruitgang te beperken. Als we deze variant toetsen aan de hand van de beoordelingscriteria, komen we tot een ander beeld in vergelijking met de partiële vrijstellingsvariant 50. Wanneer het gaat over rechtvaardigheid, dan denk ik dat de variant waarbij het forfaitair rendement wordt verlaagd, minder scoort dan de variant met de vrijstelling. Immers leidt de vrijstellingsvariant duidelijk tot een inkomensherverdeling en is het effect van de variant met een verlaagde forfait op de inkomensverdeling minder groot. Daarnaast zou er een inkomenseffect kunnen optreden wanneer niet de werkelijke rente maar een forfaitair rentepercentage aftrekbaar zou zijn, in verband met rentefluctuaties. Op het gebied van doelmatigheid scoort deze variant beter. Er wordt verwacht dat door het lage forfaitaire rendement de inkomensachteruitgang minimaal zal zijn. Daarnaast kan er nog gebruik worden gemaakt van flankerende maatregelen of een geleidelijk overgangstraject voor. Echter vraag ik mij af of het forfaitaire rendement op de eigen woning van 0,8% of 1,25% hoog genoeg is. Het zal naar mijn idee de problemen omtrent de overheidsfinanciën geen oplossing bieden. Uiteraard zou dit forfaitair rendement na een aantal jaar verhoogd kunnen worden. Gezien de eenvoud van het invoeren van een nieuw systeem haalt deze procentuele vrijstellingsvariant weinig punten. Ik denk dat het vooral administratieve problemen zal opleveren, omdat, tijdens het overgangstraject, een deel van de eigenwoningschuld nog in box 1 zit en een ander deel wel al in box 3 zit Procentuele vrijstellingsvariant Voor de procentuele vrijstellingsvariant geldt dat de heffing op de woning 0,5% bedraagt en er kan worden afgetrokken tegen 1,2%. 51 Als we deze cijfers vergelijken met de hiervoor besproken variant, dan kunnen we stellen dat het verschil niet zo groot is. Immers zou de bijtelling in deze variant 1,7% (0,005/0,30= 0,017) bedragen. Dit is dus iets hoger dan in de tweede variant. Verder is onderzocht wat de effecten zullen zijn op de inkomensverdeling. Ze stellen dat er onvermijdelijke gevolgen zullen zijn voor de mensen met een hoge hypotheek en mensen aan het einde van de levenscyclus, vanwege de waardedaling van de woningen. Echter betwijfel ik of mensen dit echt hard zal raken als er wordt gekozen voor een zeer geleidelijke inbreng. Tevens betwijfel ik of 50 Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr Koning, M., R. Nistal, J. Ebregt (2006) Woningmarkteffecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. CPB document 128 Ewijk, C. van, M. Koning, M. Lever, R. de Mooij (2006). Economische effecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. Centraal Planbureau, No 62.

22 22 de waardedaling van de woningen zo groot zal zijn als door velen gedacht. De beperking van de hypotheekrenteaftrek zit namelijk al voor een deel in de prijs van de woningen verwerkt. Daarnaast geldt ook voor deze variant dat er wordt gekozen voor een terugsluis van de opbrengsten in de vorm van tariefsverlaging in box 1. Als we kijken naar de doelmatigheid, rechtvaardigheid en eenvoud van dit systeem, kunnen we concluderen dat deze variant veel overeenkomsten vertoont met de tweede variant. De doelmatigheid is namelijk groot, omdat er maar kleine inkomenseffecten optreden. De rechtvaardigheid scoort bij deze procentuele vrijstellingsvariant minder. Het effect op de inkomensverdeling is wel aanwezig, maar kleiner dan bij de partiële vrijstellingsvariant. Het systeem is naar mijn idee relatief eenvoudig in te voeren. 4 Conclusie In hoofdstuk twee van deze scriptie hebben we gezien dat het verstandig is om het huidige beleid omtrent de eigen woning te veranderen. Deze conclusie heb ik getrokken op basis van drie elementen. Als eerste heb ik gekeken naar de inkomensverdeling. Het huidige beleid leidt tot een inkomensherverdeling, die ingaat tegen ons progressieve belastingsysteem. Vervolgens heb ik de woningmarkt onderzocht. Het geringe aanbod van woningen, de relatief lage rentestand en de voordelige fiscale behandeling van de eigen woning zorgen voor hoge huizenprijzen. Tot slot kwamen de overheidsfinanciën aan bod. De overheid kampt met een tekort van 29 miljard. De opbrengstderving door de hypotheekrenteaftrek werd in 2009 zelfs geschat op 9,6 miljard euro. Op basis van deze drie argumenten heb ik geconcludeerd dat het systeem van hypotheekrenteaftrek aan verandering toe is. De optie die ik in hoofdstuk 3 heb onderzocht is de verplaatsing van de woning naar box 3. Er zijn echter verschillende manieren om aan deze optie invulling te geven. Er kan worden gekozen voor de partiële vrijstellingsvariant, een verlaging van het forfaitair rendement met betrekking tot de eigen woning of de procentuele vrijstellingsvariant. In deze conclusie zal ik duidelijk maken welke van de drie varianten naar mijn mening de beste is en op die manier antwoord geven op de gestelde centrale vraag. De partiële vrijstellingsvariant is volgens mij de beste manier om de eigen woning naar box 3 over te hevelen. Deze variant komt het best overeen met de drie gestelde criteria voor een goed belastingstelsel. De inkomenseffecten zijn minimaal, er wordt rekening gehouden met het draagkrachtbeginsel en de variant is redelijk eenvoudig in te voeren. Wel moet worden opgemerkt

23 23 dat dit alleen kan werken als er gebruik wordt gemaakt van flankerende maatregelen, zoals het verlagen van de tarieven in box 1, en een gewenningsvrijstelling, die langzaam wordt afgebouwd. Als we de variant verlaging forfaitair rendement eigen woning vergelijken met de partiële vrijstellingsvariant kunnen we zeggen dat deze een minder grote invloed heeft op de inkomensverdeling. Immers is bij die variant een vrijstelling van euro voorgesteld. Op die manier zal het voordeel voor de mensen met lagere inkomens relatief groter zijn. Dit sluit beter aan op ons progressieve belastingsysteem. Daarnaast is deze variant niet gemakkelijk in te voeren omdat mogelijk, tijdens het overgangstraject, een deel van de woning in box 1 zit en een ander deel in box 3. Tot slot de procentuele vrijstellingsvariant. Deze vertoont veel overeenkomsten met de tweede variant, omdat de bijtelling uiteindelijk maar iets hoger is dan bij die variant. Het enige verschil komt tot uitdrukking bij de eenvoud. Bij dit systeem zijn er minder aanpassingen nodig in de Wet IB Om het bovenstaande duidelijk te maken heb ik een overzicht gemaakt waarin makkelijk te zien is welke variant de beste is om de eigen woning naar box 3 te verplaatsen en dus mogelijk het beste alternatief is voor het huidig systeem. In dit overzicht zie je duidelijk dat de partiële vrijstellingsvariant het best scoort. Partiële vrijstellingsvariant Doelmatigheid + Geen grote negatieve inkomenseffecten Variant verlaging forfaitair rendement ++ Minimale inkomensachteruitgang Procentuele vrijstellingsvariant ++ Minimale inkomensachteruitgang Rechtvaardigheid ++ Sluit goed aan bij draagkrachtbeginsel Eenvoud + Relatief eenvoudig in te voeren +/- Relatief kleine gevolgen voor inkomensverdeling - Administratieve problemen +/- Relatief kleine gevolgen voor de inkomensverdeling +/- Relatief eenvoudig in te voeren

24 24 5 Bibliografie Atwaroe, P. (2009). Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Masterthesis, Erasusmus Universiteit Rotterdam. Bavinck, C.B. (2006). Voorstel voor overheveling van de eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 2006/879. Bruijsten, C., M.L.A. van Rij (2007). Hypotheekrenteaftrek: verleden, heden en toekomst. Weekblad Fiscaal Recht, 2007/119. Camida, K. (1999). Aftrekpost eigen woning: wie profiteert in welke mate? Department of Economics Research Memorandum, Cnossen, S. (2007). Huurwaarde eigen woning: inkomen en consumptie! Weekblad Fiscaal Recht, 2007/171. CPB (2010). Economische Verkenning Centraal Planbureau, document 203. Ewijk, C. van, B. Jacobs, R. de Mooij (2006). Doelmatigheidswinst van minder hypotheekrenteaftrek. Economische Statistische Berichten, 30 juni Ewijk, C. van, M. Koning, M. Lever, R. de Mooij (2006). Economische effecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. Centraal Planbureau, No 62. Koning, M., R. Nistal, J. Ebregt (2006) Woningmarkteffecten van aanpassing fiscale behandeling eigen woning. CPB document 128 Kranendonk, H., J. Verbruggen (2008). Is de huizenprijs in Nederland overgewaardeerd? Centraal Planbureau Memorandum, 199. Kuipers, B., S. Schuller, O. Steenbeek (2006). Lage inkomens en jongeren profiteren van hypotheekrenteaftrek. Economische Statistische Berichten, jaargang 91, nr Stevens, L.G. M. (2001). Varianten in de eigenwoningdiscussie. Economische Statistische Berichten, jaargang 86, nr Stevens, L.G. M. (2005). Naar een nieuw eigenwoningregime. Economische Statistische Berichten, jaargang 90, nr Stevens, L.G.M. (2008). Fiscale beleidsnotities Weekblad Fiscaal Recht, 2008/1021. Stiglitz, J.E. (2000). Economics of the public sector. Norton and Company, 3rd edition, USA. Studiecommissie belastingstelsel (2010). Continuïteit en vernieuwing. Een visie op het belastingstelsel. Vereniging Eigen Huis (2010). Peiling hypotheekrenteaftrek. ( Peiling_hypotheekrenteaftrek)

25 Vording, H., K.P. Goudswaard, C.L.J. Caminada (1999). De eigen woning naar box 3. Weekblad Fiscaal Recht, 1999/

De toekomst van het Nederlands woonbeleid (deel 2)

De toekomst van het Nederlands woonbeleid (deel 2) De toekomst van het Nederlands woonbeleid (deel 2) Fiscale behandeling eigen woning Nederland kent een lange traditie van woonbeleid. Betaalbaarheid (prijs), beschikbaarheid (aanbod, volume) en kwaliteit

Nadere informatie

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld

Nadere informatie

Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt

Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt BIJLAGE C Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt 1. Eigen woning als beleggingsgoed (variant 1) Wat verandert er? In deze variant wordt de eigen woning beschouwd als vermogen

Nadere informatie

Om de bijleenregeling uit te leggen worden de volgende termen gebruikt:

Om de bijleenregeling uit te leggen worden de volgende termen gebruikt: De bijleenregeling: Deze regeling is in werking getreden per 1 januari 2004. Door deze regeling wordt het voor huiseigenaren ongunstig om de overwaarde te gaan gebruiken voor andere zaken dan de financiering

Nadere informatie

17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001

17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001 Onderwerpen: Korte uitleg heffingssysteem inkomstenbelasting Korte uitleg heffingssysteem vennootschapsbelasting Vrijstellingen en heffingskortingen Aflossen eigenwoningschuld Familielening eigen woning

Nadere informatie

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.3.30 verwachte wijzigingen Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning bronnen Informatieblad Woningmarkt 18.9.2012 Vragen en antwoorden over

Nadere informatie

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013 Oktober 2012 Nieuws hypotheekrenteaftrek Zoals het er nu voorstaat zal er vanaf 2013 alleen aftrek worden genoten voor hypotheekrente bij minimaal een annuïtaire aflossing. Op dit moment mag je nog de

Nadere informatie

Algemene informatie hypotheken (starter)

Algemene informatie hypotheken (starter) Algemene informatie hypotheken (starter) Wij zetten de belangrijkste begrippen voor u op een rijtje: Hypotheekvormen... 2 Annuïteitenhypotheek... 2 Lineaire hypotheek... 2 Leningvormen... 2 Doorlopend

Nadere informatie

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was 11 IB 174-1T11FD Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was Had u of uw fiscale partner in 2011 een eigen woning? Dan mag u bepaalde kosten voor uw eigen woning aftrekken,

Nadere informatie

Checklist Eigen woning Van aankoop tot verkoop

Checklist Eigen woning Van aankoop tot verkoop Checklist Eigen woning Van aankoop tot verkoop 1. Aankoop van de eigen woning De inkomstenbelasting heeft een speciale fiscale regeling voor eigenwoningbezitters (de zogenoemde eigenwoningregeling). Men

Nadere informatie

Je eigen woning en de Belastingdienst in 2012

Je eigen woning en de Belastingdienst in 2012 Je hypotheek en de belasting in 2012 Hier vind je een toelichting op het jaaroverzicht van je SNS Hypotheek. Ook lees je hier de belangrijkste fiscale regels die in 2012 gelden voor de eigen woning, hypotheek,

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie I

Eindexamen vwo economie I Opgave 1 1 maximumscore 1 Uit het antwoord moet blijken dat de hoogte van de arbeidsinkomensquote 0,7 / 70% is. 2 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat als b 1 daalt, het inkomen na belastingheffing

Nadere informatie

De eigen woning anders belast

De eigen woning anders belast De eigen woning anders belast 2221 woorden Koen Caminada, Kees Goudswaard en Henk Vording De auteurs zijn werkzaam aan de Rechtenfaculteit, Fiscaal-economisch Departement, Universiteit Leiden Waneer de

Nadere informatie

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was 10 IB 174-1T01FD Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was Had u of uw fiscale partner in 2010 een eigen woning? Dan mag u bepaalde kosten voor uw woning aftrekken,

Nadere informatie

U of uw fiscale partner verkoopt een eigen woning of heeft een eigenwoningreserve

U of uw fiscale partner verkoopt een eigen woning of heeft een eigenwoningreserve UW WONING EN DE FISCUS U koopt een woning 2e woning Rente en kosten voor de eigenwoningschuld Niet aftrekbaar zijn: Eenmalig aftrekbare kosten Inkomsten Eigen Woning U sluit een spaar-, leven- of beleggingshypotheek

Nadere informatie

Toelichting jaaropgave hypotheken

Toelichting jaaropgave hypotheken Toelichting jaaropgave hypotheken U heeft de jaaropgave(n) van uw hypotheek over 2014 ontvangen. Maar welke informatie vindt u eigenlijk op deze jaaropgave? En hoe zit het met de aftrek van de hypotheekrente?

Nadere informatie

Budgettaire, koopkracht- en arbeidsmarkteffecten van herziening belastingstelsel Op verzoek van de JOVD

Budgettaire, koopkracht- en arbeidsmarkteffecten van herziening belastingstelsel Op verzoek van de JOVD CPB Notitie 3 mei 2011 Budgettaire, koopkracht- en arbeidsmarkteffecten van herziening belastingstelsel Op verzoek van de JOVD. CPB Notitie Aan: JOVD Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 056 Voorstel van wet van het lid Hillen, houdende wijziging van de Wet Inkomstenbelasting 2001, inzake afbouw eigenwoningforfait bij aflossing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 209 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, ter zake van het bevorderen van de financiering van de eigen woning met eigen middelen (materiële

Nadere informatie

Het einde van een tijdperk: voorbij de hypotheekrenteaftrek

Het einde van een tijdperk: voorbij de hypotheekrenteaftrek Het einde van een tijdperk: voorbij de hypotheekrenteaftrek Britt van der Deen Albert Cuypstraat 216-1 1073 BM Amsterdam UvA student nummer: 5829488 Opleiding: Bachelor Fiscale economie Universiteit van

Nadere informatie

Uw hypotheek en de belasting in 2014

Uw hypotheek en de belasting in 2014 Uw hypotheek en de belasting in 2014 Hier vindt u een toelichting op het jaaroverzicht van uw BLG Hypotheek. Ook leest u hier de belangrijkste fiscale regels die in 2014 gelden voor de eigen woning, hypotheek,

Nadere informatie

Grip op uw Vermogen. Aflossen, waarom goed voor u?

Grip op uw Vermogen. Aflossen, waarom goed voor u? Aflossen, waarom goed voor u? Agenda 1. Even voorstellen 2. Aanleiding presentatie 3. Hypotheken: hoe zit het ook alweer? 4. Waarom aflossen? - Voor uzelf - Voor uw kinderen - Voor later 5. Hoe werkt aflossen?

Nadere informatie

Grootverdiener zwaarder belast

Grootverdiener zwaarder belast 4 september 2009 Grootverdiener zwaarder belast AMSTERDAM - De PvdA zint op de terugkeer van een toptarief van 60 procent in de inkomstenbelasting. Het toptarief is nu 52 procent. Acht jaar geleden was

Nadere informatie

Als u een woning koopt

Als u een woning koopt 2004 Als u een woning koopt Als u een woning koopt, heeft dat gevolgen voor uw belasting. Meestal levert het een belastingvoordeel op, omdat u de rente en een aantal andere kosten kunt aftrekken. Tegenover

Nadere informatie

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25%

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Inleiding Deze bijlage bevat de effecten van een mogelijke verhoging van de energiebelasting (EB) op aardgas in de

Nadere informatie

Actualiteiten rond de eigen woning. Erasmus Universiteit Rotterdam 12 februari 2014 Alumni Mfp [email protected]

Actualiteiten rond de eigen woning. Erasmus Universiteit Rotterdam 12 februari 2014 Alumni Mfp jelle@duoberg.nl Actualiteiten rond de eigen woning Erasmus Universiteit Rotterdam 12 februari 2014 Alumni Mfp [email protected] 1 Belastbare inkomsten uit eigen woning Voordeel uit eigen woning Aftrekbare kosten (-/-)

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM Data & Research 2 april 2012 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Inleiding: beschrijving van de gebruikte betaalbaarheidsindicatoren en grafieken...

Nadere informatie

Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning

Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning Second Home juni 2015 - Antwerpen Maurice De Clercq - Niek Op den Kamp - Harjit Singh ESJ Accountants & Belastingadviseurs Agenda 1. Een tweede woning

Nadere informatie

Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen. Herman M. Kappelle. 1. Wat wilde de wetgever bereiken?

Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen. Herman M. Kappelle. 1. Wat wilde de wetgever bereiken? Vijf jaar Wet IB 2001; Kapitaalverzekeringen Herman M. Kappelle 1. Wat wilde de wetgever bereiken? Terzake van de wijzigingen van het fiscale regime van de kapitaalverzekeringen in de Wet IB 2001, had

Nadere informatie

Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013

Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013 Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013 Op basis van de vandaag beschikbare kennis delen wij met u de aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van

Nadere informatie

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar

Nadere informatie

Informatiewijzer Jaaropgave 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015

Informatiewijzer Jaaropgave 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015 Particulier Hypotheken Informatiewijzer Jaaropgave 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015 U heeft de jaaropgave van uw hypotheek van RegioBank over 2015 ontvangen. In deze informatiewijzer geven we

Nadere informatie

HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 2

HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 2 Inkomstenbelasting NW 2 programma Belastbare inkomsten uit eigen woning Eigen woning en eigenwoningforfait; Kapitaalverzekering eigen woning; Eigenwoningschuld en eigenwoningreserve; Aftrekbare kosten;

Nadere informatie

Uw hypotheek en de belasting in 2015

Uw hypotheek en de belasting in 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015 Hieronder vindt u een toelichting op het jaaroverzicht van uw BLG Hypotheek. Ook leest u hier de belangrijkste fiscale regels die in 2015 gelden voor een eigen woning,

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2012

COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2012 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden Faculteit

Nadere informatie

Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? Miljoenennota 2013

Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? Miljoenennota 2013 Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? - Een economisch perspectief - Miljoenennota 213 Scheveningen, 2 oktober 212 Prof. dr. Barbara Baarsma Vanaf 213: voor nieuwe hypotheken alleen recht op renteaftrek

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2010

COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met gemeenten in de regio COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met

Nadere informatie

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek Ontwerp power point; Henk Douna De grootste financiële beslissing in een mensenleven 2 520.000.000.000,- ( 520 mrd) Totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens

Nadere informatie

Je hypotheek en de belasting in 2015

Je hypotheek en de belasting in 2015 8.4360.0 (24-12-2013) Je hypotheek en de belasting in 2015 Hier vind je een toelichting op het jaaroverzicht van je SNS Hypotheek. Ook lees je hier de belangrijkste fiscale regels die in 2015 gelden voor

Nadere informatie

[pag. 33 uit Bruggen Slaan, Regeerakkoord VVD PvdA, 29 oktober 2012]

[pag. 33 uit Bruggen Slaan, Regeerakkoord VVD PvdA, 29 oktober 2012] [pag. 33 uit Bruggen Slaan, Regeerakkoord VVD PvdA, 29 oktober 2012] X. Woningmarkt De woningmarkt zit op slot. Dat is slecht voor onze economie en buitengewoon belemmerend voor mensen die willen kopen,

Nadere informatie

Administratiekantoor Koch & Zn. - Fiscale tips Aftrek lijfrentepremie in 2014: betaal ook in 2014! Als u in uw aangifte inkomstenbelasting 2014 premies voor lijfrente als aftrekpost op wilt nemen, moet

Nadere informatie

Inkomenseffecten van het basisinkomen 2.0

Inkomenseffecten van het basisinkomen 2.0 Inkomenseffecten van het basisinkomen 2.0 Effect van de invoering van het basisinkomen op het inkomen van een aantal voorbeeldhuishoudens Jasja Bos, Marjan Verberk-De Kruik Inkomenseffecten van het basisinkomen

Nadere informatie

Wat kunt u wanneer als aftrekposten voor uw huis opvoeren? En wat niet?

Wat kunt u wanneer als aftrekposten voor uw huis opvoeren? En wat niet? CHECKLIST: AFTREKBARE KOSTEN EIGEN WONING Wat kunt u wanneer als aftrekposten voor uw huis opvoeren? En wat niet? Ooit, in een nog niet eens zo ver verleden, waren hypotheekrente en bijbehorende kosten

Nadere informatie

De fiscale hoog / laag constructie met banksparen.

De fiscale hoog / laag constructie met banksparen. De fiscale hoog / laag constructie met banksparen. Een hoog / laag constructie is interessant voor mensen die van fiscaal voordeel willen profiteren. Wanneer er eigen vermogen is kan dit vermogen rendement

Nadere informatie

Het rapport van de commissie van Dijkhuizen "Naar een activerender belastingstelsel".

Het rapport van de commissie van Dijkhuizen Naar een activerender belastingstelsel. Het rapport van de commissie van Dijkhuizen "Naar een activerender belastingstelsel". Conclusies na analyse en doorrekenen van de adviezen: -- De adviezen van de Commissie van Dijkhuizen leiden tot een

Nadere informatie

[FA 01-26 stenen] huis & hypotheek. Help, mijn geld zit in de stenen!

[FA 01-26 stenen] huis & hypotheek. Help, mijn geld zit in de stenen! [FA 01-26 stenen] huis & hypotheek Help, mijn geld zit in de stenen! Als uw spaargeld vooral in de stenen van uw huis zit, is het niet altijd even gemakkelijk om het er weer uit te halen. Maar met wat

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM Data & Research 15 januari 2015 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het vierde kwartaal van 2014 nog steeds een opwaartse

Nadere informatie

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was

Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was IB 174-1T23FD 12 Inkomsten Saldo van inkomsten en aftrekposten van de eigen woning die uw hoofdverblijf was Had u of uw fiscale partner in 2012 een eigen woning? Dan mag u bepaalde kosten voor uw eigen

Nadere informatie

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek.

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Inleiding: De genoemde vormen zijn voor starters de enige vormen die sinds 01-01-2013 leiden tot renteaftrek. Andere vormen,

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Advies

Persoonlijk Financieel Advies Persoonlijk Financieel Advies Suzan van Lierop Inhoudsopgave Basisgegevens Inkomens- en vermogensplanning Specificatie vaste lasten Grafiek inkomens- en vermogensplanning Onderneming B.V. Toelichting Basisgegevens

Nadere informatie

Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek

Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek Uitstel van executie Prawesh Atwaroe Fiscale Economie Erasmus Universiteit Rotterdam Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek Uitstel van executie Prawesh Atwaroe

Nadere informatie

Informatiedocument De Erfpachter BV

Informatiedocument De Erfpachter BV Informatiedocument De Erfpachter BV U staat op het punt om een woning te kopen. De Erfpachter BV. wil u via dit Informatieboek informeren over De Erfpachter BV. Hieronder zetten we graag voor u uiteen

Nadere informatie

special MILJOENENNOTA 2014 uitgaven 267,0 miljard inkomsten 249,1 miljard De miljoenennota en uw portemonnee.

special MILJOENENNOTA 2014 uitgaven 267,0 miljard inkomsten 249,1 miljard De miljoenennota en uw portemonnee. MILJOENENNOTA 2014 special De miljoenennota en uw portemonnee. inkomsten 249,1 miljard uitgaven 267,0 miljard Het kabinet heeft op Prinsjesdag bekend gemaakt hoe de begroting, met daarin het bezuinigingspakket

Nadere informatie

Belastingcijfers 2015

Belastingcijfers 2015 Belastingcijfers 2015 Box 1 - inkomen uit werk en woning Schijventarief voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd: Belastbaar inkomen doch niet belastingtarief tarief premie volksverzekeringen

Nadere informatie

Als u een woning koopt

Als u een woning koopt 2008 Als u een woning koopt Als u een woning koopt, heeft dat gevolgen voor uw belasting. Meestal levert het een belastingvoordeel op, omdat u de rente en een aantal andere kosten kunt aftrekken. Tegenover

Nadere informatie

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken.

Te weinig verschil Verschil tussen de hoogte van uitkeringen en loon is belangrijk. Het moet de moeite waard zijn om te gaan werken. Hoofdstuk 4 Inkomen Paragraaf 4.1 De inkomensverschillen Waardoor ontstaan inkomens verschillen. Inkomensverschillen ontstaan door: Opleiding Verantwoordelijkheid Machtspositie Onregelmatigheid of gevaar

Nadere informatie

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren. Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de

Nadere informatie

Verantwoord lenen bij OHRA

Verantwoord lenen bij OHRA OHRA Hypotheken 2 Verantwoord lenen bij OHRA Inhoud 1. Belastingregels 5 2. Wilt u meer zekerheid over het terugbetalen? 7 2.1 Een deel van uw lening eerder terugbetalen 8 2.2 Een andere aflosvorm kiezen

Nadere informatie

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen CPB Notitie 4 mei 2011 Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen Op verzoek van het Ministerie van Financiën, Directie Algemene Financiële

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2011

COELO Woonlastenmonitor 2011 COELO Woonlastenmonitor 2011 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2011 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden Faculteit

Nadere informatie

Beter Belast Voorstellen voor een doordachtere en eerlijkere fiscale behandeling van het eigen huis

Beter Belast Voorstellen voor een doordachtere en eerlijkere fiscale behandeling van het eigen huis Beter Belast Voorstellen voor een doordachtere en eerlijkere fiscale behandeling van het eigen huis Beter Belast Voorstellen voor een doordachtere en eerlijkere fiscale behandeling van het eigen huis Jona

Nadere informatie

UIT inkomstenbelasting

UIT inkomstenbelasting De inkomstenbelasting, box 1. De inkomstenbelasting box 1, is het systeem van belasten van inkomen uit arbeid. Ook het huis waar men woont wordt in dit systeem belast. Box 1 bestaat uit drie onderdelen:

Nadere informatie

Wat is de essentie van het 6 miljard pakket? Waarom is er besloten om te bezuinigen? Wordt de economie kapot bezuinigd?

Wat is de essentie van het 6 miljard pakket? Waarom is er besloten om te bezuinigen? Wordt de economie kapot bezuinigd? Wat is de essentie van het 6 miljard pakket? Er is een pakket van 6 miljard euro aan aanvullende bezuinigingen overeenkomen. De bezuinigingen worden hoofdzakelijk gevonden via uitgavenbeperkingen binnen

Nadere informatie

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen.

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. Hypotheekgids 2014 Inleiding Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. De wijzigingen op het gebied van hypotheek en wonen zijn

Nadere informatie

Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning

Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning IB 291 1T11FD BUI (2565) Verkocht u of uw fiscale partner in 2011 een? Had deze woning overwaarde? En kocht u een andere? Dan hebt u te maken met de bijleenregeling. Daardoor is uw (hypotheek)renteaftrek

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

Iedereen betaalt btw. Daarnaast betaalt iedereen die werkt ook loon- of inkomstenbelasting.

Iedereen betaalt btw. Daarnaast betaalt iedereen die werkt ook loon- of inkomstenbelasting. Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a b c Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar vaste

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2009

COELO Woonlastenmonitor 2009 COELO Woonlastenmonitor 2009 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden coelo, Groningen 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie