Uitzondering op 90%-eis voor kwalificerend buitenland
|
|
|
- Ida Koning
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Uitzondering op 90%-eis voor kwalificerend buitenland belastingplichtige Kabinet zegde toe uitwerking te geven aan een uitzonderingsbepaling (art. 7.8 WetIB 2001) op het 90% inkomenscriterium voor kwalificerende buitenlandse Belastingplichtigen. Dit is gedaan door in het uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting te bepalen: Artikel 21bis Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen 1. Als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 van de wet wordt mede aangemerkt een buitenlandse belastingplichtige die: a. pensioen, lijfrente of een soortgelijke uitkering geniet: b. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de aanhef en het slot van de eerste volzin van artikel 7.8, zesde lid, van de wet; en c. aannemelijk maakt dat hij wegens de geringe hoogte van zijn inkomen in het woonland geen inkomstenbelasting is verschuldigd. 2. Een buitenlandse belastingplichtige die in een kalenderjaar voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b en het slot van de eerste volzin van artikel 7.8, zesde lid, van de wet, en die gedurende een deel van dat kalenderjaar als inwoner van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Zwitserland of de BES eilanden in de belastingheffing van die staat of op de BES eilanden wordt betrokken, wordt voor dat deel van het kalenderjaar aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. 3. Voor de inkomensverklaring, bedoeld in artikel 7.8, zesde lid, van de wet, wordt gebruikgemaakt van een door de inspecteur vastgestelde modelverklaring. Toelichting Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Ingevolge het Belastingplan 2014 treedt per 1 januari 2015 de nieuwe regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen in werking. Deze regeling vervangt de huidige keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen. Met dit besluit vervallen in het UBIB 2001 de bepalingen die nadere uitvoering geven aan genoemde keuzeregeling. Daarnaast wordt op enige onderdelen een nadere invulling gegeven aan de nieuwe regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Ten eerste wordt uitvoering gegeven aan de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) in de zaak Commissie v. Estland1. In dit arrest heeft het HvJ EU bepaald dat niet-ingezeten gepensioneerden die wegens de geringe hoogte van hun pensioen krachtens de belastingwetgeving van de lidstaat van de woonplaats aldaar niet worden belast, niet mogen worden uitgesloten van bepaalde voordelen in de bronstaat. Ten tweede kunnen buitenlandse belastingplichtigen die slechts een deel van het jaar wonen binnen de landenkring voor de nieuwe regeling (dat zijn landen die deel uitmaken van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland en de BES-eilanden), voor dat deel van het jaar aangemerkt worden als kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten zij in het betreffende kalenderjaar wel hun gehele inkomen of nagenoeg hun gehele inkomen in Nederland verdienen. 1
2 Ten slotte wordt bepaald dat voor de inkomensverklaring van het woonland gebruikgemaakt moet worden van een door de inspecteur vastgestelde modelverklaring. In het UBIB 2001 zijn onder meer regels gesteld die betrekking hebben op het verstrekken van inlichtingen en gegevens door bepaalde administratieplichtigen aan de Belastingdienst. Met ingang van 1 januari 2015 worden de reeds bestaande regels aangevuld met regels die betrekking hebben op het verstrekken van gegevens in het kader van de invoering van de netto lijfrente en het netto pensioen. De nadere uitwerking van de renseigneringsstromen wordt door de Belastingdienst vastgesteld in handleidingen na overleg met de administratieplichtigen. EU-aspecten In dit besluit wordt onder meer uitvoering gegeven aan de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Commissie v. Estland4 betreffende niet-ingezeten gepensioneerden die wegens de geringe hoogte van hun pensioen krachtens de belastingwetgeving van de lidstaat van de woonplaats aldaar niet worden belast. Voorts maakt het vervallen van de keuzeregeling het noodzakelijk een regeling te treffen voor buitenlandse belastingplichtigen die slechts een deel van het jaar wonen binnen de landenkring voor de nieuwe regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen, dit om te voorkomen dat zij gediscrimineerd worden ten opzichte van binnenlandse belastingplichtigen die slechts een deel van het jaar in Nederland ingezetene zijn. Artikel I, onderdeel B (artikelen 2 tot en met 10 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001) In verband met de invoering van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen in artikel 7.8 van de Wet IB 2001 per 1 januari 2015, zoals geregeld in het Belastingplan 2014, en het gelijktijdig vervallen van de keuzeregeling van artikel 2.5 van de Wet IB 2001, vervallen de op artikel 2.5 van de Wet IB 2001 gebaseerde artikelen 2 tot en met 10 van het UBIB 2001 en wordt in het UBIB 2001 een artikel ingevoegd dat is gebaseerd op artikel 7.8 van de Wet IB 2001 (zie artikel I, onderdeel E). Artikel I, onderdeel E (artikel 21bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001) Artikel 21bis, eerste lid, van het UBIB 2001 geeft uitvoering aan de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Commissie v. Estland7. Omdat de Europese jurisprudentie over de fiscale behandeling van buitenlandse belastingplichtigen die hun inkomen niet geheel of nagenoeg geheel in een bronstaat verdienen nog niet volledig is uitgekristalliseerd, is er vooralsnog voor gekozen om zo dicht mogelijk bij genoemde uitspraak te blijven. Dit betekent dat de bepaling alleen van toepassing is op gepensioneerde buitenlandse belastingplichtigen met een klein pensioen (of een kleine lijfrente dan wel andere oudedagsvoorziening, zoals een staatspensioen). Indien zij wegens de geringe hoogte van hun inkomen geen belasting verschuldigd zijn in hun woonland, worden zij aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen, mits ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Aan voornoemde eis wordt voldaan indien het wereldwijde inkomen van de buitenlandse belastingplichtige dermate laag is dat in het woonland geen inkomstenbelasting verschuldigd is als gevolg van regelingen van dat land die als doel hebben om een bepaald minimuminkomen buiten de belastingheffing te laten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een belastingvrije som. Onder de bepaling valt niet de situatie waarin de belastingplichtige in het woonland geen belasting is verschuldigd door de toepassing 2
3 van regels ter voorkoming van dubbele belasting, terwijl zonder de toepassing van deze regels wel belasting verschuldigd zou zijn. Artikel 21bis, tweede lid, van het UBIB 2001 regelt dat buitenlandse belastingplichtigen die slechts een deel van het jaar binnen de landenkring van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen wonen, maar wel over het gehele kalenderjaar bezien hun gehele of nagenoeg gehele inkomen in Nederland verdienen, voor dat deel van het jaar worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen, mits ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Dat betekent dat die belastingplichtigen niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen gedurende het deel van het jaar dat ze niet binnen genoemde landenkring wonen. Met deze wijziging worden buitenlandse belastingplichtigen die gedurende het kalenderjaar in een land buiten de landenkring gaan wonen en die vergelijkbaar zijn met binnenlandse belastingplichtigen, namelijk omdat ze in het betreffende kalenderjaar hun gehele of nagenoeg hun gehele inkomen in Nederland verdienen, hetzelfde behandeld als binnenlandse belastingplichtigen die gedurende het kalenderjaar in een land buiten de landenkring gaan wonen. Artikel 21bis, derde lid, van het UBIB 2001 bepaalt dat voor de inkomensverklaring van het woonland die is vereist om als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige te kunnen worden aangemerkt gebruik moet worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst ter beschikking stelt op de website. Vanaf het moment dat de aangifte in het woonland is ingediend, kan dit formulier worden ingevuld. De fiscus van het woonland dient vervolgens de juistheid van de ingevulde gegevens te bevestigen. Dit kan ook inhouden dat de buitenlandse fiscus bevestigt dat de ingevulde gegevens overeenkomen met de aldaar ingediende aangifte. Kritiek: is de uitzondering toch te beperkt? De buitenlands belastingplichtige die door het vervallen van de keuzeregeling en de nieuwe regels niet langer kwalificeert, lijkt door een zéér strikte uitleg van Europese jurisprudentie buiten de boot te vallen. Op EUrechterlijk niveau zijn er echter weldegelijk mogelijkheden om alsnog te kwalificeren als buitenlands belastingplichtige. Dat komt omdat de nationale wetgeving op minimaal een tweetal punten niet voldoet. Dat zegt Niek de Haan, partner International Tax Services bij BDO. Tweede kwalificatiecriterium Sinds 1 januari van dit jaar geldt er een nieuwe kwalificatieregeling voor de buitenlands belastingplichtige. Volgens de nieuwe regels kwalificeert kort gezegd de hier werkzame maar in een ander EU-land woonachtige belastingplichtige automatisch voor binnenlandse belastingplicht als hij voldoet aan het 90%-inkomenscriterium. De buitenlands belastingplichtige die hier niet aan voldoet kan toch worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als Nederland volgens het Unierecht de persoonlijke- en gezinssituatie in aanmerking moet nemen. Het heeft lang geduurd voordat uiteindelijk nadere invulling is gegeven aan dit tweede kwalificatiecriterium. Strikte uitleg Pas met het verzamelbesluit van 17 december 2014 werd duidelijk dat voor dit crite- 3
4 rium alleen in aanmerking komt de gepensioneerde buitenlands belastingplichtige met een klein pensioen (of een kleine lijfrente dan wel een andere oudedagsvoorziening, zoals een staatspensioen). Financiën geeft hiermee uitvoering aan de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Commissie versus Estland. Uit de nota van toelichting bij het verzamelbesluit blijkt dat men vooralsnog heeft gekozen om zo dicht mogelijk bij deze uitspraak te blijven en wel om de volgende reden: de Europese jurisprudentie over de fiscale behandeling van buitenlandse belastingplichtigen die hun inkomen niet geheel of nagenoeg geheel in een bronstaat verdienen, is nog niet volledig uitgekristalliseerd. Bij navraag krijgt de redactie van TaxLive van Financiën het antwoord dat men niet wil vooruitlopen op komende EU-jurisprudentie en dat beleid in deze ook wetgeving is. Er worden geen andere of ruimere criteria gehanteerd. Pas als EU-jurisprudentie daartoe aanleiding geeft, zal worden bezien of verdere wijzigingen van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen noodzakelijk zijn. Mismatch beleid en wetgeving De Haan vindt het antwoord van Financiën opmerkelijk. Noch in de parlementaire behandeling van de nieuwe regeling voor buitenlands belastingplichtigen, noch in de wettekst zelf wordt het tweede kwalificatiecriterium beperkt tot alleen de buitenlands belastingplichtige die een pensioen, lijfrente of soortgelijke uitkering geniet. Financiën staat dus in zijn uitvoeringspositie een beperktere uitleg toe dan de wet toestaat. Daarin gaat het ministerie wat De Haan betreft te ver. Beleidsbesluiten zijn bedoeld als verduidelijking, als een toelichting en eventueel als een versoepeling van regels opgenomen in de wet. Beleidsbesluiten kunnen niet een beperktere toepassing van de wet creëren zonder wettelijke basis. Omdat beleidsbesluiten geen onderdeel zijn van parlementaire goedkeuring, mag men hier stellen dat een buitenlands belastingplichtige hier niet door wordt beperkt en dat hij kan uitgaan van hetgeen in de Wet inkomstenbelasting 2001 staat. Is Nederland volgens het Unierecht gehouden om de persoonlijke- en gezinssituatie van de buitenlandse belastingplichtige in aanmerking te nemen, dan kwalificeert deze belastingplichtige dus. Bovendien, zo geeft De Haan aan, wordt in de literatuur aangenomen dat de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Commissie versus Estland ziet op een bredere toepassing dan alleen pensioengerechtigden. Op basis van het Europese recht schiet het beleid van Financiën dus tekort. Men kiest wel om niet verder te gaan dan hetgeen de uitspraak minimaal toe verplicht, maar het is wachten totdat er een nieuwe zaak komt, waaruit blijkt dat de casus Commissie versus Estland, toch ruimer moet worden uitgelegd. De buitenlands belastingplichtige die voldoet aan het tweede kwalificatiecriterium kan zich dan ook rechtstreeks beroepen op het Europese recht. Ook partner telt mee! Het tweede punt waarop de kwalificatieregeling voor buitenlandse belastingplicht niet voldoet betreft de ontbrekende partner. Voor het 90%-inkomenscriterium telt het inkomen van de partner mee. In geval van het tweede kwalificatiecriterium wordt echter niet gekeken naar de partner. Deze ontbreekt wellicht onbewust in de regeling. De Haan wees in een eerder artikel voor TaxLive al op de vergeten partner. Bij navraag krijgt de redactie van TaxLive geen antwoord van Financiën waarom voor 4
5 het tweede kwalificatiecriterium de partner niet meetelt. De antwoorden spitsen zich alleen toe op de rol van de partner voor het 90%-inkomenscriterium. Volgens De Haan is het niet meenemen van de partner in het tweede kwalificatiecriterium in strijd met Europees recht. Zelfs als het tweede kwalificatiecriterium is beperkt tot pensioengerechtigden, dan nog verplicht het Unierecht dat de partner moet worden meegenomen voor de vraag of er gezamenlijk voldoende inkomen is om eventuele aftrekposten in het woonland ten gelde te maken. Zo niet dan moet het (voormalig) werkland hierin tegemoet komen. Een en ander is al duidelijk sinds het arrest Zurstrassen uit het jaar Uit dit arrest volgt namelijk onomstotelijk dat ook de niet-verdienende partner van een buitenlands belastingplichtige in aanmerking moet komen voor dezelfde aftrekposten als binnenlands belastingplichtigen in een vergelijkbare gezinssituatie. Door hier bij het tweede kwalificatiecriterium geen rekening mee te houden kan de kwalificerende buitenlands belastingplichtige niet volledig zijn aftrekposten effectueren en dat is in strijd met het vrije verkeer van werknemers binnen de EU. Het lijkt me dat indien het resultaat zou zijn dat de woonstaat onvoldoende inkomsten belast om voldoende rekening te houden met de persoonlijke draagkracht van de betrokkene (en diens gezin, waaronder dus begrepen de indirecte effecten op heffing inkomen van de fiscale partner), de herkomststaat alsnog moet bijspringen in het verlenen van fiscale voordelen die in beginsel gehouden waren aan de woonstaat krachtens de Schumacker-doctrine. Punt 101 van arrest De Groot wijst in die richting. Jan de Voogd, 4 augustus 2015 (eerder gepubliceerd op Forum Zorgverzekering Buitenland) Ga hier naar de VBNGB website pagina waar alle Columns van Jan op staan. Lees hier het bericht van de redactie van TaxLive Met deze kritiek ben ik het eens. 5
Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M
Inkomstenbelasting. Keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaal - en terugnameregeling bij negatieve inkomsten uit eigen woning en belastingvermindering bij keuzerecht Directoraat-generaal
Belastingverdrag Nederland- Duitsland. Kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Belastingverdrag Nederland- Duitsland Kwalificerende buitenlandse belastingplicht mr. Dick de Ruiter RB 6 april 2017 Belastingplicht: waar? De meesten van ons worden m.i.v. 1 januari 2017 aangemerkt als
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015 Nicole MSH Janssen Team GWO Inhoud presentatie Belastingverdrag tot en met 2015 Werken in Nederland Uitkering uit Nederland Fiscaal partnerschap (fp)
Wonen in Duitsland 2016
Wonen in Duitsland 2016 Team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO) Nicole Janssen Inhoud presentatie Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting NL-D: Uitkeringen in belastingverdrag tot en met
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M
Actualiteiten internationaal belastingrecht en sociale zekerheid
Actualiteiten internationaal belastingrecht en sociale zekerheid ITEM/Team GWO Informatiesessie 11 oktober 2018 Carlo Douven Belastingplan 2019 De looptijd van de 30%-regeling beperkt tot 5 jaar Beperking
Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland
Vakblad Grensoverschrijdend Werken nr. 20, februari 2019 www.grensoverschrijdendwerken.nl Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland Auteur: Nicole M.S.H. Janssen, werkzaam
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht artikel 7.8 Wet IB 2001
Kwalificerende buitenlandse belastingplicht artikel 7.8 Wet IB 2001 Naam: Omar El Jerrari Studie: Fiscale Economie Administratienummer: 755186 Datum: 01-02-2017 Examencomissie: R.R. Zablowskaja D.S. Smit
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 615 Goedkeuring van het op 12 april 2012 te Berlijn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland
Gedeeltelijke afschaffing afrekenverplichting voor bepaalde saldolijfrenten
Gedeeltelijke afschaffing afrekenverplichting 31-12-2020 voor bepaalde saldolijfrenten 1. Inleiding Op 17 september 2019 is het pakket Belastingplan 2020 ingediend bij de Tweede Kamer. Een van de voorgestelde
Valt er nog wat te kiezen? Vergelijking keuzeregeling en de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen
Valt er nog wat te kiezen? Vergelijking keuzeregeling en de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen Naam: J.W. Hopmans Studentennummer: 324784 Opleiding: Erasmus School of Economics
Berekening inkomsten naar Duitse fiscale maatstaven
Inkomstenbelasting. Loonbelasting. Onbeperkte belastingplicht in Duitsland. Gebruik formulier Bescheinigung EU/EWR. Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit Mededeling van 1 december 2015,
Inkomstenbelasting. Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning. Overgangsrecht KEW.
Inkomstenbelasting. Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning. Overgangsrecht KEW. Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 27 juni
van harte welkom op deze informatieavond
De Rabobank en KroeseWevers heten u van harte welkom op deze informatieavond Hengelo, dinsdag 28 oktober 2014 KroeseWevers Belastingadviseurs BV Wie zijn wij 7 vestigingen 270 medewerkers German Desk -
Pensioen uit Nederland. Nieuw verdrag vs. Kwalificerende Buitenlandse Belastingplicht. 22 maart 2016
Pensioen uit Nederland Nieuw verdrag vs. Kwalificerende Buitenlandse Belastingplicht 22 maart 2016 Inhoud Kwalificerende Buitenlandse belastingplicht Belastingverdrag Nieuw belastingverdrag Voorbeelden
AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Den Haag, J A N 2014 Kenmerk: DGB 2014-20 X Beroepschrift in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 4 december 2013, nr. 12/04836, op een beroepschrift van H i H n N M te «(Duitsland)
Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.
33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen Artikel XII Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
22-12-2011. Wijziging per 2012 ARTIKEL X. Het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:
22-12-2011 Wijziging per 2012 ARTIKEL X A Het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd: In artikel 1, eerste lid, wordt «de Wet van 30 september 1986 (Stb. 479)» vervangen door:
138 De Pensioenwereld in 2014
17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen
Is de ingehouden dividendbelasting verrekenbaar? Inwoner van Nederland
Is de ingehouden dividendbelasting verrekenbaar? Inwoner van Nederland SynVest is als fiscale beleggingsinstelling verplicht om 15% dividendbelasting in te houden op uitgekeerd dividend en dit af te dragen
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2017)
34 552 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2017) DERDE NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 In artikel I worden na onderdeel D drie
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen Dit document bevat vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. ib 801-1z*1fd INKOMSTENBELASTING
ECLI:NL:RBDHA:2017:2607
ECLI:NL:RBDHA:2017:2607 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 01-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16_8226 IBPVV Belastingrecht
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38029 30 december 2014 Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Wijziging van het besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M,
Suggesties voor het Belastingplan 2016
Suggesties voor het Belastingplan 2016 Het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) heeft het afgelopen jaar met waardering kennis genomen van de verschillende fiscale maatregelen die het kabinet heeft
Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO. 16 november 2016
Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO 16 november 2016 Inleiding Verdrag gesloten 12 april 2012 in Berlijn Duitse en Nederlands parlement hebben verdrag aangenomen In werking treding 1 januari 2016
De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met enkele aanpassingen inzake de fiscale eenheid (Wet aanpassing fiscale eenheid) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze
Concept uitvoeringsbesluiten informatieverplichting. Artikel I (artikel 12bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001)
Concept uitvoeringsbesluiten informatieverplichting Artikel I (artikel 12bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001) I. Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 12bis Belastbare
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,
Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 De Staatssecretaris van Financiën; Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Uw Belgisch of Duits pensioen in uw aangifte inkomstenbelasting
Uw Belgisch of Duits pensioen in uw aangifte inkomstenbelasting 1. Inleiding In Nederland wonen veel pensioengenieters die een deel van hun ouderdomspensioen ontvangen uit het buitenland. Genieters van
Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011
Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 Inhoud Voorwoord 9 Lijst van afkortingen 11 1 Het verdragsbeleid op hoofdlijnen 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Kerninzet 14 1.2.1 Hoofddoelen
Compensatieregelingen Nederland met België en Nederland met Duitsland
Compensatieregelingen Nederland met België en Nederland met Duitsland Inhoud Compensatieregelingen... 2 Algemeen... 2 Doel... 2 Duitsland... 4 Wat moet u doen om de compensatie te ontvangen?... 4 Hoe wordt
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 260 Besluit van 24 mei 2011, houdende vaststelling van het Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen 0 Wij Beatrix,
Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer
Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij
Factsheet: Regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht (verkort) 1. Situatie
Factsheet: Regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht (verkort) 1. Situatie De regeling kwalificerende buitenlandse belastingplicht (kbb), ingegaan op 1 januari 2015, vervangt het keuzerecht
Datum 16 april 2012 Betreft Opzet aanpassing Bvdb 2001 (voorkoming dubbele bankenbelasting) en tweede Nota van wijziging bankenbelasting
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s GRAVENHAGE Directie Internationale Fiscale Zaken Korte Voorhout 7 2511 CW Den
Memorandum RECENTE BELASTINGONTWIKKELINGEN MET BETREKKING TOT DE FISCALE EENHEID
Memorandum REENTE ELASTINGONTWIKKELINGEN MET ETREKKING TOT DE FISALE EENHEID Op 6 juni 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën het wetsvoorstel Wet spoedreparatie fiscale eenheid gepubliceerd. In
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 360 Besluit van 29 augustus 2000, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw in verband met voortzetting ziekenfondsverzekering
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie
Bronlandheffing op pensioenen in belastingverdragen: enkele details - Deel II
Bronlandheffing op pensioenen in belastingverdragen: enkele details - Deel II Uit secundaire regelgeving zijn nadere details af te leiden over bijzondere situaties waarin Nederland geacht wordt pensioenen
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 27.3.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0820/2011, ingediend door J. A. A. Huijsman (Nederlandse nationaliteit), over recht op
Datum van inontvangstneming : 17/02/2014
Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 C-9/-14-1 Luxembcurg l i!frp Hoge Raad der Nederlanden Entree 1 3 JAN. 201~ --------- Derde Kamer Nr. 12/02305 13 december 2013 Arrest Ingeschreven in het register
INKOMSTENBELASTING. Inkomstenbelasting Art. 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen.
I INKOMSTENBELASTING Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001), Stb. 2000, 215, zoals laatstelijk gewijzigd op 30 december 2014, Stb. 2014, 196
LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:
LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:
Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 1. Besluit van 15 december 2006, nr. CPP2006/1461M, Stcrt. nr. 249
Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs 1 Loonheffingen. Inkomstenbelasting. Heffingsaspecten stagiairs Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven
Bronlandheffing op pensioenen in belastingverdragen: enkele details - Deel II
Bronlandheffing op pensioenen in belastingverdragen: enkele details - Deel II Uit secundaire regelgeving zijn nadere details af te leiden over bijzondere situaties waarin Nederland geacht wordt pensioenen
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie
