Datum van inontvangstneming : 17/02/2014
|
|
|
- Klaas van Doorn
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Datum van inontvangstneming : 17/02/2014
2 C-9/-14-1 Luxembcurg l i!frp Hoge Raad der Nederlanden Entree 1 3 JAN. 201~ Derde Kamer Nr. 12/ december 2013 Arrest Ingeschreven in het register van het Hof van Justitie onder nr...9..s::4...o_~... Luxemburg, 1 ~ ~ De Griffier, ~ 1\ /1_.. y\ooydçze Fax I ...,..c:::::- ~fm., À 3. rv,i/~maria Manuela Ferreira Neergelegd op~.i...~rlf.:l':1. Hoofdadministrateur gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van.23 maart 2012', ' nr. 11/0056.7, betreffende een aan D.G. Kieback te Radebeul, Duitsland, domicilie gekozen hebbende te Amsterdam, (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. De Rechtbank te Breda (nr. AWB 09/1465) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard,
3 ,. Nr. 12/ de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd. De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal R.E.e.M. Niessen heeft op 6 maart 2013 geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna': het Hof v~n 'Justitie). De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan Belanghebbende heeft de Duitse nationaliteit. Hij woonde in het onderhavige jaar 2005 tot en met 31 maart in Duitsland. Hij was in die periode in dienstbetrekking werkzaam bij het Academisch Ziekenhuis Maastricht en heeft in loon ontvangen van dit ziekenhuis. Vanaf 1 april 2005 woont belanghebbende in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: de VS). Sindsdien is hij in Nederland en Duitsland niet meer
4 Nr. 12/ belastingplichtig. Na zijn emigratie naar de VS heeft belanghebbende daar gewerkt bij het Baylor College of Medicine. Hij heeft v.an die instelling in loon ontvangen Belanghebbende had in het onderhavige jaar tot 20 juni een woning in Aken, Duitsland (hierna ook: de woning). De woning was een eigen woning in de zin van artikel van de Wet IB Indien belanghebbende gedurende de periode 1 januari tot en met 31 maart 2005 ingezetene van Nederland was geweest, zouden de in die periode genoten voordelen uit zijn eigen woning tot zijn belastbare inkomen uit werk en woning zijn gerekend, en had de door hem in die periode ter zake van de eigen woning betaalde hypotheekrente daarop in mindering gebracht kunnen worden. De in die periode genoten voordelen uit de woning, die een waarde heeft van ' zouden dan op '....' grond van artikel van de Wet IS 2001 zijn gesteld op 0,60 percent van maal 3/12, derhalve op Belanghebbende heeft in de eerste drie maanden van 2005 ter zake van de woning een bedrag van aan hypotheekrente betaald. Als hij in de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2005 in Nederland had gewoond, had daarom een bedrag van = als negatieve inkomsten uit eigen woning in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van zijn belastbare inkomen uit werk en woning. Voor een ingezetene bestaat de mogelijkheid om een dergelijk negatief inkomen uit eigen woning over een gedeelte van het jaar in aanmerking te nemen ook indien hij in de loop van het jaar, na afloop van die periode,
5 Nr. 12/ in een ander land is gaan wonen en daardoor niet langer belastingplichtig is in Nederland ,. Op grond van de toepasselij ke Nederlandse nationale wetgeving heeft belanghebbende als buitenlands belastingplichtige daarentegen geen recht op aftrek van negatieve inkomsten uit de woning Het geschil betreft de vraag of belanghebbende, hoewel hij geen ingezetene was, niettemin op grond van de regels over het vrij e verkeer van werknemers binnen de Europese Unie op gelijke voet als een ingezetene recht heeft op aftrek van het hiervoor in onderdeel genoemde bedrag van aan negatieve inkomsten uit zijn in Duitsland gelegen eigen woning in de periode 1 januari tot en met 31 maart Het Hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord onder verwij zing naar het arrest Renneberg van het Hof van Justitie van 16 oktober 2008, C~52?/06, BNB, 2009/50,....' Jur. 2008, blz. I Het Hof heeft daartoe overwogen dat belanghebbende niet of nauwelijks inkomen had in zijn woonland Duitsland en dat artikel 39 EG (thans: artikel 45 VWEU) daarom in beginsel eist dat de negatieve inkomsten uit zijn eigen woning door de belastingautoriteiten van Nederland in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de grondslag voor de belastingheffing over het inkomen in Nederland. Het Hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat belanghebbende door zijn emigratie naar de VS tevens ophield in Duitsland belastingplichtig te zijn. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende daarom op één lijn moet worden gesteld met een inwoner van Nederland van wie de belastingplicht door emigratie naar de VS eindigt.
6 . Nr. 12/ Tegen dit oordeel richt zich het middel. Het betoogt dat op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie de toekenning aan een niet-ingezetene van fiscale voordelen die verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie, op gelijke voet als aan ingezetenen, slechts geboden is indien ten minste 90 percent van het wereldinkomen van de betrokkene in zijn werkstaat aan belasting is onderworpen, en dat deze 90t-norm in de werkstaat moet worden getoetst op jaarbasis. Een anders lu i dend oordeel stuit op principiële en uitvoeringstechnische bezwaren, aldus het middel. In de toelichting op het middel wordt verder betoogd dat de verplichting rekening te houden met de persoonlijke en gezinsomstandigheden van belanghebbende naar de "nieuwe" werkstaat verschuift indien hij in een andere werkstaat dan Duitsland of Nederland alsnog voldoende inkomen verwerft. Dit geldt ook wanneer, belanqbebbende zijn werkzaamheden verplaatst naar een niet-lidstaat, aldus deze toelichting Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie voor de toepassing van artikel 39 EG de situatie van een niet-ingezetene verschilt van die van een ingezetene, aangezien in de regel het belangrijkste deel van het inkomen is geconcentreerd in de woonstaat van een belastingplichtige en deze staat het beste rekening kan houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de betrokkene. Dit is echter anders indien de belastingplichtige zijn inkomen geheel of nagenoeg geheel verwerft in de werkstaat, en de woonstaat vanwege onvoldoende belastinggrondslag geen rekening kan houden
7 Nr. 12/ met de persoonlijke en gezinssituatie. In die gevallen dient de werkstaat deze omstandigheden in aanmerking te nemen. Daartoe behoort ook de aftrek van negatieve inkomsten uit een eigen woning, aangezien ook daarbij sprake is van belastingvoordelen die verband houden met de fiscale draagkracht van de belastingplichtige (zie de punten 63 tot en met 68 van het arrest Renneberg) In het onderhavige geval woonde belanghebbende binnen het belastingjaar 2005 aanvankelijk in een lidstaat van de Europese Unie (Duitsland) en werkte hij toen in een andere lidstaat (Nederland). Vervolgens verhuisde hij naar een staat die geen deel uitmaakt van de Europese Unie (de VS) en ging hij aldaar de rest van het jaar werken. Het is de vraag hoe de voormelde vaste rechtspraak van het Hof van justitie in een dergelijk geval moet worden uitgelegd en toegepast Betoogd zou kunnen wo~de~, zoals door de Staatssecretaris wordt verdedigd, dat (ook) in eén dergelijk geval het inkomen dat gedurende het gehele belastingjaar wordt verworven maatgevend is. Aangezien belanghebbende niet het grootste deel van zijn jaarinkomen in zijn aanvankelijke werkstaat (Nederland) verwierf, wordt in deze benadering niet voldaan aan de voorwaarden waaronder die werkstaat rekening dient te houden met zijn persoonlijke en gezinssituatie. Daarbij past de kanttekening dat de aanvankelijke woonstaat van belanghebbende (Duitsland) vanwege onvoldoende belastinggrondslag geen rekening kon houden met zijn persoonlijke en gezinssituatie, terwijl ook niet vaststaat dat de nieuwe woon- en werkstaat (de VS) negatieve inkomsten uit de eigen woning van
8 " Nr. 12/ belanghebbende in aanmerking neemt met betrekking tot een periode waarin hij in die staat niet belastingplichtig was, De Advocaat-Generaal heeft in onderdeel 7.12 van zijn conclusie opgemerkt dat een dergelijk derde land op geen enkele wijze is betrokken bij de vraag welke staat de persoonlijke aftrekposten in aanmerking moet nemen over een periode voordat de belastingplichtige in dat land is gaan wonen en werken. De Advocaat-Generaal merkt aldaar verder op dat dit derde land, uitgaande van de volkenrechtelijke gewoontes op dit terrein, niet gehouden en naar nationaal recht niet bij machte is om aftrek te verlenen voor uitgaven die zijn gedaan in een periode waarin de belanghebbende naar het recht van dat derde land noch onbeperkt noch beperkt belastingplichtig was Ook zou, in navolging van het Hof en van de conclusie van de Advocaat-Generaal (onderdeel' 7.10), kunnen worden betoogd dat de bedoelde. vaste r~chtspraak... ~. van het Hof van Justitie aldus moet worden uitgelegd, dat in een geval als het onderhavige voor beantwoording van de vraag of de belastingplichtige zijn inkomen geheel of nagenoeg geheel in 'de werkstaat verwerft, niet de situatie die gedurende het gehele belastingj aar bestaat van belang.ls, maar slechts die gedurende de periode waarin belanghebbende in een lidstaat van de Europese Unie (Duitsland) woont en in een andere lidstaat (Nederland) werkt. Indien deze benadering zou worden gevolgd is voor de beslissing relevant de periode in 2005 tot 1 april. Aangezien belanghebbende in die periode nagenoeg zijn gehele inkomen in Nederland verwierf, zou het negatieve inkomen uit de eigen woning dan door
9 Nr. 12/ a - Nederland als werkstaat in aanmerking moeten worden genomen Deze laatste benadering lijkt de Hoge Raad meer voor de hand te liggen. Zoals de Advocaat-Generaal heeft opgemerkt in onderdeel 7.10 van zijn conclusie, kan de inkomenstoets slechts worden aangelegd voor die periode waarin de betrokken werknemer buitenlands belastingplichtig is in de werkstaat en binnenlands belastingplichtig in de woonstaat Of deze interpretatie de juiste is, staat echter niet buiten twijfel, gelet op de Aanbeveling van de Commissie van 21 december 1993 betreffende de belastingen op bepaalde inkomsten die door nietingezetenen verworven zijn in een andere Lid-Staat dan waarvan zij ingezetene zijn (94/79/EG, Pb. 1994, nr. L 39, blz. 22). In'artikel 2, lid 2, van die aanbeveling wordt aangeknoopt bij het totale ~el~stbare inkomen in een belastingjaar De bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie biedt onvoldoende aanknopingspunten om deze twijfel weg te nemen Gelet op het voorgaande zal de Hoge Raad op de voet van artikel 267 VWEU prejudiciële vragen voorleggen aan het Hof van Justitie met betrekking tot de uitlegging van het recht van de Europese Unie. 4. Beslissing De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vragen: 1. Moet artikel 39 EG in die zin worden uitgelegd dat de lidstaat waar een belastingplichtige werkzaamheden
10 Nr. 12/ in loondienst uitoefent, bij de heffing van inkomstenbelasting rekening dient te houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de betrokkene in een geval waarin (i) deze belastingplichtige slechts gedurende een deel van het belastingjaar in die lidstaat heeft gewerkt terwijl hij toen in een andere lidstaat woonde, (ii) hij zijn inkomen gedure~de die periode geheel of nagenoeg geheel heeft verworven in die werkstaat, (iii) hij in de loop van het betrokken jaar is gaan wonen en werken in een andere staat, en (iv) hij over het gehele belastingjaar beschouwd zijn inkomen niet geheel of nagenoeg geheel in de eerstbedoelde werkstaat heeft verworven? 2. Maakt het voor het antwoord op de eerste vraag verschil of de staat waar de werknemer in de loop van het belastingj aar is gaan wonen en wez:ken,al dan. niet een lidstaat van de Europese Unie is? De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan. _-_ Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.
Datum van inontvangstneming : 10/06/2014
Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart
De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,
Datum van inontvangstneming : 17/07/2015
Datum van inontvangstneming : 17/07/2015 '~---r/~ v cr -1 22 mei 2015, nr. 13/03468 Ingeschreven in het register van bet Hof van Justitie onder nr. Luxemburg 12. 06. 2015 22~.:ls>J._. Arrest gewezen op
ECLI:NL:HR:2017:849. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/04545
ECLI:NL:HR:2017:849 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-05-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 15/04545 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:118,
Datum van inontvangstneming : 08/04/2014
Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 , C-'1O/-14- Luxembourg Entrée 1 3 JAN. 2014 Hoge Raad der Nederlanden. \)C(=, C-l/o/1 C( Derde Kamer Nr. 12/02502 20 december 2013 Ingeschreven Luxemburg, in het
Date de réception : 29/11/2011
Date de réception : 29/11/2011 0-, /._,-", I. i._ I Itnl,." 2 i ';".' 'f ";.~'1! "j~j- lu! i..., ::.:::J Hoge Raad der Nederlanden I Derde Kamer Nr. 09/05101 30 september 2011 Ingeschreven in het register
1 Het geding in feitelijke instanties
Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.
Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk
AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Den Haag, J A N 2014 Kenmerk: DGB 2014-20 X Beroepschrift in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 4 december 2013, nr. 12/04836, op een beroepschrift van H i H n N M te «(Duitsland)
ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link:
ECLI:NL:HR:2017:130 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2017:130 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10 02 2017 Datum publicatie 10 02 2017 Zaaknummer 16/02729 Formele
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen
HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:
ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging
Inleiding. Passenheim-van Schoot
Kijk op NLFiscaal voor online versie NLF 2017/2539 Verlengde navorderingstermijn; navorderingsaanslag niet voortvarend opgelegd (1) HR, 13 oktober 2017, 17/00228, ECLI:NL:HR:2017:2602 SAMENVATTING In deze
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.
Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,
Datum van inontvangstneming : 08/04/2014
Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 7' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer Nr. 12/04717 Ingeschreven in het register van het Hof van Justitie onder nr.9..~4.a.b.4. 20 december 2013 Luxemburg, 1
Hoge Raad der N ederlanden
Hoge Raad der N ederlanden derde kamer Nr. 35.363 19 april 2000 BB ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4
Datum van inontvangstneming : 15/09/2017
Datum van inontvangstneming : 15/09/2017 Samenvatting C-480/17-1 Zaak C-480/17 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering
Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl
ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op
Uitspraak 12 april 2013 nr. 10/02941
Uitspraak 12 april 2013 nr. 10/02941 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 1 juni 2010, nr. BK-09/00802,
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 Instantie Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 12-04-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 3746 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
ECLI:NL:HR:2015:472 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 27-02-2015 Datum publicatie 27-02-2015 Zaaknummer 14/03069 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op :
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1327, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
ECLI:NL:HR:2015:3425 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 11-12-2015 Datum publicatie 11-12-2015 Zaaknummer 14/02510 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999,
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste
de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,
Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
f,r'- J Wop uitspraak RECHTBAN ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) VM 1 o HAART 2008 inzake \f de erven van
Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M
Inkomstenbelasting. Keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaal - en terugnameregeling bij negatieve inkomsten uit eigen woning en belastingvermindering bij keuzerecht Directoraat-generaal
2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter
GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987
GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00546
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 16/00546 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen
Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak
Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK
Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid
ECLI:NL:GHARL:2017:9611
ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging
Hoge Raad der Nederlanden
'" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx
pagina 1 van 6 LJN: BW3384, Gerechtshof Arnhem, 11/00577, 11/00578 en 11/00579 Datum 03-04-2012 uitspraak: Datum 20-04-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Inkomstenbelasting.
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015
