Date de réception : 29/11/2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Date de réception : 29/11/2011"

Transcriptie

1 Date de réception : 29/11/2011

2 0-, /._,-", I. i._ I Itnl,." 2 i ';".' 'f ";.~'1! "j~j- lu! i..., ::.:::J Hoge Raad der Nederlanden I Derde Kamer Nr. 09/ september 2011 Ingeschreven in het register van het Hof van Justitie onder nr 11.R1=.f2..'i~_._.;._ Luxemburg, De Griffier, ~ 41 I1.Q,.2aM ttt~ N I d111 U\ :),,1, Maria Manuela Ferreira.eerge eg op:jx..~.mi.ofm& Hoofdadministrateur Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiên tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 6 november 2009, nr. ÁWB 09/7005, betreffende aan Codirex Expeditie B.V. te Rotterdam (hierna: belanghebbende) uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting. 1. Het geding in feitelijke instantie Belanghebbende is bij één aanslagbilj et van 3 juli 2008 uitgenodigd tot betaling van douanerechten en omzetbelasting. De uitnodigingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd. De Rechtbank heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de uitnodigingen tot betaling " IIIIIIm 1II1

3 Nr. 09/ vernietigd. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Minister van Financiën heeft een conclusie van repliek ingediend. De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 30 september 2010 geconcludeerd tot gegrond verklaren van het beroep in cassatie. De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan Op 6 november 2007 heeft belanghebbende op elektronische wij ze aangifte gedaan tot plaatsing onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer van een zich in een container bevindende partij gekoeld rundvlees. De aangifte is op dezelfde dag om uur op het douanekantoor Rotterdam Seaport ontvangen. De douaneautoriteiten hebben deze aangifte direct aanvaard. De container, waarop de aangifte betrekking had, bevond zich op dat moment op het terrein van de containerterminal van Seaport International (hierna: Seaport). De container was daarvóór vanuit Brazilië naar Nederland verscheept, door Seaport van het schip gelost en op haar terrein neergezet in afwachting van het

4 , Nr. 09/ verkrijgen van een douanebestenuning voor de zich in de container bevindende goederen. De goederen hadden op het tijdstip waarop de hiervoor vermelde douaneaangifte voor de regeling douanevervoer werd gedaan de status van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het communautair douanewetboek (hierna: het CDW) De douaneautoriteiten hebben op 7 november 2007 om 9.00 uur de container vrijgegeven, direct nadat zij deze hadden voorzien van een douaneverzegeling. De container is nog dezelfde dag over de opènbare weg vervoerd naar degene voor wie het rundvlees was bestemd, Eurofrigo B.V., gevestigd op de Maasvlakte. Laatstgenoemde beschikte over een zogeheten vergunning toegelaten geadresseerde. Bij aankomst van de container heeft dit bedrij f vastgesteld dat de douaneverzegeling nog intact was. Vervolgens heeft zij bij de lossing geconstateerd dat de container 2. colli rundvlees minder bevatte dan volgens de douaneaangifte aanwezig zouden zijn geweest. De container vertoonde volgens Eurofrigo B.V. geen sporen van braak Omdat de douaneautoriteiten van het douanekantoor Rotterdam Seaport geen bevestiging ontvingen van de aankomst van de goederen bij Eurofrigo B.V., hebben zij een onderzoek ingesteld. Op 27 december 2007 hebben zij kennis gekregen van de hiervoor in weergegeven bevindingen van Eurofrigo B.V. De douaneautoriteiten hebben belanghebbende in haar hoedanigheid van aangever op 19 februari 2008 van deze bevindingen op de hoogte gesteld en haar de gelegenheid geboden nadere informatie te verstrekken over de ontbrekende goederen. Belanghebbende heeft niet

5 Nr. 09/ gereageerd, waarna de douaneautoiteiten belanghebbende hebben uitgenodigd tot betaling van douanerechten en omzetbelasting Voor de Rechtbank was niet in geschil dat het vermis van de twee colli rundvlees niet was ontstaan tijdens het vervoer van de container van het terrein van Seaport naar de bedrijfsvestiging van Eurofrigo. Uitgaande van het vermoeden dat het vermis van de twee colli moet zijn ontstaan voorafgaand aan het aanbrengen van de douaneverzegeling van de container, was voor de Rechtbank in geschil of belanghebbende als aangever voor de regeling douanevervoer aansprakelij k kan worden gehouden voor een vermis waarvan vermoed moet worden dat dit is ontstaan tussen het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor douanevervoer en het tijdstip van het aanbrengen van de douaneverzegeling op de container met aansluitend de vrijgave van de goederen voor douanevervoer De Rechtbank heeft geoordeeld dat nietcommunautaire goederen die het douanegebied zijn binnengebracht, bij de douane zijn aangebracht en vervolgens zijn aangegeven voor plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer, de status van 'goederen in tijdelijke opslag' behouden tot het moment waarop de douane de goederen vrij geeft, zodat de bepalingen die gelden voor de douaneregeling douanevervoer belanghebbende niet kunnen worden tegengeworpen. De Rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat belanghebbende gedurende de periode van de tijdelijke opslag tot het moment waarop de douaneautoriteiten de goederen hebben vrijgegeven voor douanevervoer, niet als.1.

6 J Nr. 09/ douane schuldenaar in de zin van artikel 203, lid 3, vierde gedachtestreepje, van het CDW kan worden aangemerkt. Daartoe overwoog de Rechtbank dat, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 september 2005, United Antwerp Maritime Agencies NV, C-140/04, punten 35 tot en met 39, Douanerechtspraak 2005/101 - belanghebbende gedurende die periode niet de goederen in haar feitelijke macht had en evenmin onder zich had om deze te verplaatsen of op te slaan In het tweede onderdeel van het middel wordt betoogd dat ook indien de goederen na aanvaarding van de douaneaangifte voor de regeling douanevervoer de status tijdelij ke opslag behouden tot het tijdstip waarop de douaneautoriteiten de goederen hebben vrijgegeven, de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende niet als douane schuldenaar in de zin van artikel 203, lid 3, vierde gedachtestreepje, van het CDW kan worden aangemerkt. Dit middelonderdeel faalt. Het hiervoor in als tweede vermelde oordeel van de Rechtbank geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelij ke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk gemotiveerd Het eerste middelonderdeel bestrijdt het hiervoor in als eerste vermelde oordeel van de Rechtbank met het betoog dat door de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing onder de douanerege1ing douanevervoer de goederen de status 'goederen in tijdelijke opslag' hebben verloren en dat alsdan een aansprakelijkheid voor de goederen ontstaat voor de

7 Nr. 09/ persoon die de verplichtingen, welke voortvloeien uit het gebruik van de douaneregeling douanevervoer, dient na te komen. In het onderhavige geval was daarom na aanvaarding van de douaneaangifte voor de regeling douanevervoer niet Seaport maar belang~ebbende in zijn hoedanigheid van aangever van het douanevervoer de aangewezen persoon die op de voet van artikel 203, lid 3, vierde gedachtestreepje, van het CDW verantwoordelijk kon worden gehouden voor een vermis van de goederen, aldus nog steeds het eerste middelonderdeel Met betrekking tot het eerste middelonderdeel wordt het volgende vooropgesteld. Op grond van artikel 50 van het CDW behouden bij de douane aangebrachte goederen de status van goederen in tijdelijke opslag tot het tijdstip waarop zij een douanebestemming krijgen. Onder 'douanebestemming van goederen' wordt ingevolge artikel 4, lid 15, letter a, van het CDW verstaan de plaatsing van goederen onder een douaneregeling. Ingevolge artikel 59, lid 1, van het CDW moet voor goederen die zijn bestemd om onder een douaneregeling te worden geplaatst, een aangifte tot plaatsing onder deze regeling worden gedaan De vraag rijst wat precies het in artikel 50 van het CDW vermelde tijdstip is, waarop goederen in tijdelijke opslag een douanebestemming krijgen en (daarmee) de status van goederen in tijdelij ke opslag verliezen. Uit de douanewetgeving kan dat niet eenduidig worden afgeleid. Het middel voert aan dat het gaat om het tijdstip waarop de aangifte voor een douaneregeling wordt aanvaard. In artikel 67 van het CDW is bepaald dat de

8 Nr. 09/ datum van aanvaarding van de aangifte in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van alle bepalingen welke gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen zijn aangegeven. Gelet op de bedoeling van deze bepaling wordt onder 'datum' verstaan een dag van 24 uur, van 0.00 uur tot en met uur. Het is daarom de vraag of artikel 67 van het CDW van belang is voor het antwoord op de vraag op welk (op de seconde bepaalde) tijdstip goederen in tijdelij ke opslag een douanebestemming krijgen. Niettemin zou uit artikel 67 van het CDW kunnen worden afgeleid dat met de aanvaarding van de aangifte voor een douaneregeling de bepalingen gaan gelden, die verbonden zijn aan een douaneregeling. Als daarbij het precieze tijdstip van belang is, moet dus worden uitgegaan van het tijdstip van de aanvaarding. Uit de artikelen 73 en 74, lid 2, van het CDW kan echter worden afgeleid dat bes.lissend is het moment waarop de douaneautoriteiten de goederen vrijgeven, omdat deze vrijgave niet eerder mag plaatsvinden dan wanneer is voldaan aan de voorwaarden voor de plaatsing van de goederen onder de betrokken regeling en de vrijgave van goederen in het geval van de regeling douanevervoer waarvoor het stellen van een zekerheid wordt geëist, niet eerder kan worden toegestaan dan nadat deze zekerheid is gesteld. Tot het moment van vrijgave door de douaneautoriteiten blijven dan de bepalingen en de aansprakelij kheid gelden zoals die voortvloeien uit de daaraan voorafgaande tijdelijke opslag van de goederen. Voor deze laatste zienswijze is onder meer steun te vinden in Duitse literatuur {zie de onderdelen , en van de conclusie van de Advocaat-

9 Nr. 09/ Generaal) en in de zogenoemde Transit Manual van de Europese Cormnissie (TAXUO/A3/0007 /2010, blz. 35 en 36; zie de onderdelen 7.24 en 7.25 van de conclusie van de Advocaat-Generaal) Gelet op het hiervoor in 3.4 overwogene zal de Hoge Raad op de voet van artikel 267 VWEU een vraag voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de uitlegging van unierecht. 4. Beslissing De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vraag: Wat is het tijdstip waarop niet-cormnunautaire goederen een douanebestermning verkrijgen in de zin van artikel 50 van het CDW, in een geval waarin goederen met de status \in tijdelij ke opslag' zijn aangegeven voor plaatsing onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer? De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president o. G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck, E.N. Punt, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, e~~:penbaar uitgesproken

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 C-9/-14-1 Luxembcurg l i!frp Hoge Raad der Nederlanden Entree 1 3 JAN. 201~ --------- Derde Kamer Nr. 12/02305 13 december 2013 Arrest Ingeschreven in het register

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 15 september 2005 *

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 15 september 2005 * ARREST VAN 15. 9. 2005 ZAAK C-140/04 ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 15 september 2005 * In zaak C-140/04, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

Hoge Raad der N ederlanden

Hoge Raad der N ederlanden Hoge Raad der N ederlanden derde kamer Nr. 35.363 19 april 2000 BB ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link:

ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link: ECLI:NL:HR:2017:130 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2017:130 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10 02 2017 Datum publicatie 10 02 2017 Zaaknummer 16/02729 Formele

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 , C-'1O/-14- Luxembourg Entrée 1 3 JAN. 2014 Hoge Raad der Nederlanden. \)C(=, C-l/o/1 C( Derde Kamer Nr. 12/02502 20 december 2013 Ingeschreven Luxemburg, in het

Nadere informatie

CASUS DEEL 2 Supersauna (20 vragen)

CASUS DEEL 2 Supersauna (20 vragen) CASUS DEEL 2 Supersauna (20 vragen) Casus Supersauna is een handelsonderneming voor sauna s en toebehoren van sauna s. Supersauna heeft in Indonesië 50 handgemaakte hardhouten sauna s gekocht. Deze worden

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 OKTOBER 2015 P.14.1783.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1783.N I BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

CENTRALE RAAD VAN BEROEP CENTRALE RAAD VAN BEROEP KBW 1994/1 U I T S P R A A K in het geding tussen: het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A., wonende te B., gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 09/06/2015

Datum van inontvangstneming : 09/06/2015 Datum van inontvangstneming : 09/06/2015 Vertaling C-204/15-1 Datum van indiening: 4 mei 2015 Verwijzende rechter: Zaak C-204/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Augstākā tiesa (Letland) Datum van

Nadere informatie

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1327, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1327, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan ECLI:NL:HR:2015:3425 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 11-12-2015 Datum publicatie 11-12-2015 Zaaknummer 14/02510 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:91, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:3990, Bekrachtiging/bevestiging

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:91, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:3990, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:HR:2016:2786 Permanente link: Instantie via rechtsspraak.nl Hoge Raad Datum uitspraak 09-12-2016 Datum publicatie 09-12-2016 Zaaknummer 15/00148 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

VRAGEN ALGEMEEN EN WETGEVING Oefenvragen

VRAGEN ALGEMEEN EN WETGEVING Oefenvragen VRAGEN ALGEMEEN EN WETGEVING Oefenvragen Vraag 1 Wie zijn in Nederland aangewezen als douaneautoriteiten? Zoek ook in de nationale wetgeving. Motiveer uw antwoord. Vraag 2 Geef aan wat de status is van

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen: '"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2010:BO2558

ECLI:NL:HR:2010:BO2558 ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3016

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3016 ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3016 Instantie Datum uitspraak 19-04-2011 Datum publicatie 02-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 09-6342 WWB Bestuursrecht

Nadere informatie