ECLI:NL:RBDHA:2017:2607

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBDHA:2017:2607"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBDHA:2017:2607 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16_8226 IBPVV Belastingrecht Eerste aanleg - enkelvoudig Eiseres is ten aanzien van haar salaris vrijgesteld van inkomstenbelasting en nietpremieplichtig voor de volksverzekeringen. In geschil is of eiseres recht heeft op uitbetaling van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen. De toets die moet worden aangelegd is of eiseres recht heeft op uitbetaling van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen indien zij premieplichtig zou zijn. Gelet op de achtergrond van de heffingskortingen moet daarbij volgens de rechtbank het vrijgestelde salaris van eiseres in aanmerking worden genomen. Nu eiseres met haar salaris van de volledige heffingskorting reeds zou effectueren, bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen recht op uitbetaling van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen. Beroep ongegrond. Vindplaatsen Rechtspraak.nl FutD Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 16/8226 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2017 in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. drs. Grotendorst), en de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren, dienstverlening en bezwaar, kantoor [kantoorplaats], verweerder.

2 Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2012 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (de aanslag) opgelegd naar een bedrag aan te betalen belasting van Tevens is bij beschikking een bedrag van 64 aan belastingrente in rekening gebracht. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 september 2016 de aanslag gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft schriftelijk gerepliceerd. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.A.E.M. Meulendijks, mr. W.C. van der Well en [persoon 1]. Overwegingen Feiten 1. Eiseres is gehuwd met [persoon 2] (de partner). Gedurende geheel 2012 was zij inwoner van Nederland en werkzaam bij het European Police Office (Europol). 2. Het salaris dat eiseres in 2012 als werknemer van Europol heeft genoten bedraagt Eiseres is daarmee de minstverdienende partner. 3. Eiseres is als werknemer van Europol met betrekking tot haar salaris vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing. Zij is niet-premieplichtig voor de volksverzekeringen. 4. Eiseres heeft voor het jaar 2012 aangifte inkomstenbelasting gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van 0 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van Daarbij heeft zij aangegeven te voldoen aan de voorwaarden voor uitbetaling van de algemene heffingskorting. 5. De aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van 0 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van Bij het vaststellen van het te betalen bedrag aan belasting is een bedrag van 359 aan heffingskortingen voor de inkomstenbelasting (het belastingdeel van de heffingskortingen) in aanmerking genomen. De heffingskortingen voor de

3 volksverzekeringen (het premiedeel van de heffingskortingen) zijn niet in aanmerking genomen. Geschil 6. In geschil is of de aanslag tot een juist bedrag is vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het premiedeel van de heffingskortingen terecht niet in aanmerking is genomen. 7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat ook het premiedeel van de heffingskortingen in aanmerking moet worden genomen. Subsidiair stelt eiseres dat de forfaitaire rendementsheffing van box 3 in strijd is met het in artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). 8. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het premiedeel van de heffingskortingen bij het vaststellen van de aanslag terecht niet in aanmerking is genomen en de forfaitaire rendementsheffing van box 3 niet in strijd is met het EP en het EVRM. Beoordeling van het geschil Uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen 9. Artikel 12, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) luidt: 1. De heffingskorting voor de volksverzekeringen is de som van: a. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering; b. indien betrokkene premieplichtig is voor de nabestaandenverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de nabestaandenverzekering; c. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. 10. Artikel 8.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 luidt, voor zover hier van belang: 1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ( ) b. gecombineerde inkomensheffing: het gezamenlijke bedrag, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, van de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning, de belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang, de belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen en de volgens ( ) de Wet financiering sociale verzekeringen berekende premie voor de volksverzekeringen. ( ) d. gecombineerde heffingskorting: het gezamenlijke bedrag van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting, de heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering, de heffingskorting voor de nabestaandenverzekering en de heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. ( ).

4 11. Artikel 8.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 luidt: De gecombineerde heffingskorting bedraagt maximaal het bedrag van de gecombineerde inkomensheffing. 12. Artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 luidt, voor zover hier van belang: 1. Indien de gecombineerde heffingskorting door artikel 8.8 wordt beperkt tot een bedrag beneden het niveau van 73 1/3% van de algemene heffingskorting vermeerderd met de voor de belastingplichtige geldende arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting en ouderschapsverlofkorting (toetsniveau) wordt, indien de belastingplichtige in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden dezelfde partner heeft, de gecombineerde heffingskorting daarna verhoogd tot het toetsniveau. De verhoging bedraagt echter maximaal het bedrag van de door de partner verschuldigde gecombineerde inkomensheffing verminderd met zijn gecombineerde heffingskorting. ( ). 13. Artikel 8.9a van de Wet inkomstenbelasting 2001 luidt: 1. De bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting geldt voor de belastingplichtige die recht heeft op de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9, maar die deze verhoging als niet-premieplichtige niet-inwoner niet volledig kan effectueren. De bijzondere verhoging geldt uitsluitend voor inwoners van een andere lidstaat van de Europese Unie, van de BES eilanden of van een bij ministeriële regeling aangewezen andere mogendheid waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen die voorziet in de uitwisseling van inlichtingen. 2. De bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting is gelijk aan de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, voorzover de belastingplichtige daarop als nietpremieplichtige niet-inwoner geen recht heeft, maar hij daarop wel recht zou hebben indien hij premieplichtig inwoner van Nederland zou zijn. 3. De bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting is echter niet hoger dan het gezamenlijke bedrag van de belasting na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, en de premie voor de volksverzekeringen die zijn partner is verschuldigd over het belastbare inkomen uit werk en woning, verminderd met zijn gecombineerde heffingskorting. Deze bepaling is ingevoerd in reactie op het arrest van het Hof van Justitie van 16 mei 2000 in de zaak Zurstrassen (zaak C-87/99). Uit de parlementaire behandeling volgt dat de wetgever de heffingskorting ziet als een instrument om de subjectieve draagkracht op gezinsniveau te beïnvloeden (Tweede Kamer, 2000/01, , nr. 3, blz. 75). 14. Vanaf 1 januari 2013 is de voorwaarde dat sprake moet zijn van een niet-inwoner niet langer in artikel 8.9a van de Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen. In de wetsgeschiedenis is over die wijziging het volgende opgemerkt. Op grond van dit wetsvoorstel krijgen ook inwoners van Nederland die niet in Nederland premieplichtig zijn, onder bepaalde voorwaarden het recht op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen. Onder de uitbreiding vallen diegenen die in Nederland wonen, niet in Nederland sociaal verzekerd zijn vanwege werkzaamheden in het buitenland, maar met die werkzaamheden geen of een gering inkomen genieten. Zij worden hiermee gelijkgesteld met niet-inwoners die eveneens onder bepaalde voorwaarden het recht hebben op de uitbetaling van dat deel van de heffingskortingen. Niet-inwoners hebben onder twee voorwaarden recht op uitbetaling van de heffingskorting (bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting). In de eerste plaats moeten zij fiscaal partner zijn van iemand die voldoende inkomensheffing in Nederland is verschuldigd. In de tweede plaats is vereist dat deze niet-inwoners recht zouden hebben gehad op de

5 uitbetaling van dit deel van de heffingskorting als niet- of weinig verdienende partner in het geval zij wel in Nederland premieplichtig zouden zijn geweest. Het gaat derhalve om een in de praktijk weinig voorkomende situatie. (MvT, Kamerstukken II 2012/2013, , nr. 3, p. 2.) en Bij de totstandkoming van de wetgeving is er geen rekening mee gehouden dat in uitzonderlijke gevallen ook sprake zou kunnen zijn van inwoners die niet in Nederland premieplichtig zijn, maar toch recht op de uitbetaling van de heffingskorting zouden hebben als zij wel premieplichtig zouden zijn. Het betreft inwoners die in het buitenland werken en daarom daar verzekerd zijn, en in dat buitenland een gering (in het buitenland belast) inkomen verdienen. Nu aan niet-inwoners met geen of een gering inkomen en een in Nederland belastingplichtige partner, de mogelijkheid wordt geboden om onder de genoemde voorwaarden de heffingskortingen uitbetaald te krijgen, valt niet te rechtvaardigen dat deze mogelijkheid aan niet-premieplichtige inwoners in een overigens gelijke situatie wordt onthouden. (MvT, Kamerstukken II 2012/2013, , nr. 3, p. 18.) 15. Gelet op de achtergrond van de wetswijziging, het voorkomen van discriminatie, acht de rechtbank het inwonerschap van eiseres geen beletsel voor toepassing van artikel 8.9a van de Wet IB 2001 in het onderhavige jaar. 16. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:782) geoordeeld (aangaande het jaar 2008): De bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting waarop belanghebbende als niet-premieplichtige niet-inwoner recht heeft, is op grond van artikel 8.9a, lid 2, Wet IB 2001 gelijk aan de verhoging van de gecombineerde heffingskorting voor zover belanghebbende daarop als nietpremieplichtig niet-inwoner geen recht heeft, maar zij daarop wel recht zou hebben indien zij premieplichtig inwoner van Nederland zou zijn. Bij de bepaling van het recht op en de omvang van die bijzondere verhoging moet ook rekening worden gehouden met de premie volksverzekeringen die belanghebbende in dat denkbeeldige geval verschuldigd zou zijn. Deze uitleg van het tweede lid van artikel 8.9a Wet IB 2001 is in overeenstemming met de bewoordingen daarvan. Ook sluit deze uitleg aan bij het doel van deze bepaling, namelijk om een belastingplichtige die niet in Nederland woont en hier niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen, op het punt van de verhoging van de heffingskorting gelijk te behandelen met een belastingplichtige die wel in Nederland woont, en daardoor wel premieplichtig is voor de volksverzekeringen. ( ) 17. De toets die moet worden aangelegd is dus of eiseres recht zou hebben op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskorting indien zij premieplichtig zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank dient bij deze toets het vrijgestelde salaris van eiseres in aanmerking te worden genomen. Dit volgt uit de achtergrond van de heffingskorting (instrument om de subjectieve draagkracht op gezinsniveau te beïnvloeden), het hiervoor genoemde arrest en het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AE0466). Indien dit anders zou zijn, zou eiseres ten onrechte worden bevoordeeld ten opzichte van anderen die een zelfde inkomen genieten dat niet is vrijgesteld. 18. In geval eiseres premieplichtig zou zijn, zou zij met een belastbaar inkomen uit werk en woning van een bedrag van aan inkomstenbelasting en een bedrag van aan premie volksverzekeringen verschuldigd zijn. Het premiedeel van de heffingskortingen zou voor het jaar bedragen ( algemene heffingskorting arbeidskorting inkomensafhankelijke combinatiekorting korting maatschappelijke beleggingen). Van uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen zou dan geen sprake zijn aangezien eiseres reeds de volledige heffingskorting zou effectueren. Eiseres heeft derhalve geen recht op de bijzondere verhoging van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting. Strijdigheid van de forfaitaire rendementsheffing met artikel 1 EP 19. De forfaitaire rendementsheffing is slechts dan in strijd met artikel 1 EP indien zou komen vast te

6 staan dat het destijds door de wetgever voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van vier procent voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is en belastingplichtigen zouden worden geconfronteerd met een buitensporige last (vgl. Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1129 en Hoge Raad 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:812). Eiseres heeft niet onderbouwd dat dit voor haar het geval is. Het beroep op strijdigheid met artikel 1 EP faalt dan ook. Belastingrente 20. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft eiseres geen afzonderlijke gronden aangevoerd. Gesteld noch gebleken is dat de belastingrente naar een onjuist bedrag of in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht in rekening is gebracht. 21. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de aanslag tot een juist bedrag vastgelegd en dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Proceskosten 22. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2016:2318

ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 ECLI:NL:RBNNE:2016:2318 Instantie Datum uitspraak 26-04-2016 Datum publicatie 09-06-2016 Zaaknummer 15/2853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:4777

ECLI:NL:GHARL:2017:4777 ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614 ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0614 Instantie Datum uitspraak 25-07-2007 Datum publicatie 08-02-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage AWB 06/8362 IB/PVV Belastingrecht

Nadere informatie

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

Uitspraak. Afname (F)OR voor lijfrentepremie beïnvloedt vermogenstoets (F)OR niet ECLI:NL:RBZWB:2015:1978. Instantie. Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Uitspraak. Afname (F)OR voor lijfrentepremie beïnvloedt vermogenstoets (F)OR niet ECLI:NL:RBZWB:2015:1978. Instantie. Rechtbank Zeeland-West-Brabant Afname (F)OR voor lijfrentepremie beïnvloedt vermogenstoets (F)OR niet ECLI:NL:RBZWB:2015:1978 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:6941

ECLI:NL:RBGEL:2016:6941 ECLI:NL:RBGEL:2016:6941 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 27-12-2016 Datum publicatie 27-12-2016 Zaaknummer AWB - 16 _ 3964 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218

ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00218 ECLI:NL:GHAMS:2017:789 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer 16/00218 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:9611

ECLI:NL:GHARL:2017:9611 ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

Advocaatkosten tot behoud van toekomstige uitkeringen uit lijfrentepolis aftrekbaar

Advocaatkosten tot behoud van toekomstige uitkeringen uit lijfrentepolis aftrekbaar Advocaatkosten tot behoud van toekomstige uitkeringen uit lijfrentepolis aftrekbaar ECLI:NL:GHARL:2016:7882 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 04-10-2016 Datum publicatie 07-10-2016

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2017:3691

ECLI:NL:RBZWB:2017:3691 ECLI:NL:RBZWB:2017:3691 Instantie Datum uitspraak 15-06-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 16 _ 2238 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2015:8725

ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 Instantie Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 12-04-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 3746 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1911

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1911 ECLI:NL:RBARN:2010:BM1911 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 23-02-2010 Datum publicatie 22-04-2010 Zaaknummer AWB 09/1433 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387

ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 ECLI:NL:RBNNE:2015:4387 Instantie Datum uitspraak 10-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Awb 15/1167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017:849. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/04545

ECLI:NL:HR:2017:849. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/04545 ECLI:NL:HR:2017:849 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-05-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 15/04545 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:118,

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14 _ 4451. Belastingrecht

Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14 _ 4451. Belastingrecht ECLI:NL:RBGEL:2015:1431 http://d Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie