Rapport. Datum: 18 maart 1999 Rapportnummer: 1999/114
|
|
|
- Camiel ter Linde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 18 maart 1999 Rapportnummer: 1999/114
2 2 Klacht Op 21 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Hoofddorp, met een klacht over een gedraging van de gemeente Haarlemmermeer. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, werd een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Haarlemmermeer hem niet vooraf heeft geïnformeerd over de verkoop van een stuk openbaar groen ("snippergroen"), gelegen voor zijn woning. Een en ander heeft er volgens verzoeker toe geleid dat zijn uitzicht na het optrekken van een schutting door de koper ernstig wordt belemmerd. Achtergrond Woningwet (Wet van 29 augustus 1991, Stb. 439) artikel 43, eerste lid, onder j (deel uitmakend van hoofdstuk IV) "In afwijking van artikel 40, eerste lid, is voorts geen bouwvergunning vereist voor: (...) j. het plaatsen van een erf- of terreinafscheiding waarvan de hoogte van de voet af gemeten niet meer is dan 2 m, met dien verstande dat van een erf- of terreinafscheiding die vóór de voorgevelrooilijn wordt geplaatst, de hoogte niet meer mag zijn dan 1 m, mits wordt gebouwd overeenkomstig de bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften." artikel 122 "De gemeente kan geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht verrichten ten aanzien van de onderwerpen waarin bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2, en in hoofdstuk IV van deze wet is voorzien." Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de gemeente Haarlemmermeer verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De gemeente Haarlemmermeer deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. Verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: A. Feiten
3 3 1. Op 19 april 1998 vernam verzoeker - woonachtig te Hoofddorp aan de S(...) 75 - van zijn overbuurvrouw (woonachtig aan de S(...) 77) dat zij een groenstrook naast haar woning en tuin had gekocht van de gemeente Haarlemmermeer. Tevens liet zij weten dat een schutting zou worden geplaatst op de grens van de voormalige groenstrook met het openbare fietspad dat is gelegen tussen verzoekers woning en de woning van de overbuurvrouw. Voor een goed begrip van de situatie ter plaatse wordt verwezen naar de als BIJLAGE 1 bijgevoegde plattegrond. 2. Verzoekers pogingen op 19 en 20 april 1998 om zijn overbuurvrouw ervan te overtuigen dat de schutting een ernstige inbreuk op zijn woongenot zou maken, in verband met het uitzicht vanuit zijn woonkamer, hadden geen succes. De heer B. van het rayonbeheer van de Dienst Openbare Werken van de gemeente (DOW) liet volgens verzoeker op 20 april 1998 weten dat er conform het groenstructuurplan was gehandeld. De heer B. deelde nog mee dat ook een gedeelte van de brugleuning van het aanpalend fietsbruggetje (zie foto 1 op BIJLAGE 2) dat zich langs de verkochte groenstrook bevond, zou worden verwijderd. Verzoeker werd verwezen naar de afdeling Vastgoed van de gemeente. 3. Nog diezelfde dag nam verzoeker telefonisch contact op met de afdeling Vastgoed. De heer D. van die afdeling vertelde dat de opdracht/toestemming om de brugleuning te verwijderen was gegeven door de rayonbeheerder de heer G. Tevens was door de rayonbeheerder toestemming gegeven om het stuk van het talud van de tocht dat grenst aan de te verkopen groenstrook mee te verkopen. De afdeling Vastgoed kon verder niets voor verzoeker doen. 4. Op 23 april 1998 vroeg verzoeker de heer L. van de afdeling Vastgoed telefonisch om de door verzoeker als onrechtvaardig ervaren gang van zaken voor hem "op enigerwijze positief te beïnvloeden". Op diezelfde dag kwamen vervolgens - aldus verzoeker - "een aantal heren en een dame" langs om de situatie te bekijken. Na een gesprek met de overbuurvrouw van verzoeker trokken zij volgens verzoeker de conclusie dat er niets meer aan te doen was. 5. De overbuurvrouw van verzoeker plaatste nadien de schutting (zie foto 2. op BIJLAGE 2). Verzoeker diende op 5 juli 1998 een klacht in bij de gemeente Haarlemmermeer. Hij stelde dat gelet op de beschikbare ruimte het openbare groen nooit in aanmerking had mogen komen voor verkoop. De direct belanghebbenden waren voorts nooit persoonlijk ingelicht over zo'n belangrijk besluit. Voorts kon hij het verwijderen van het stuk brugleuning en de verkoop van het stuk talud niet waarderen. Hij sprak van onbehoorlijk bestuur en achtte zich ernstig gedupeerd door de affaire. 6. De gemeentesecretaris reageerde op 22 juli 1998 als volgt op verzoekers klacht: "...De verkoop van de strook grond aan mevrouw W., wonende S(...) 77, past binnen het in 1994 vastgelegde groenstructuurplan en groenuitgifteplan. Anders dan bij besluiten waar een overheid haar taak uitoefent op grond van een wettelijke bevoegdheid, is de gemeente net als iedere andere burger niet gehouden om bij het verkopen van grond omwonenden van te voren op de hoogte te stellen. Het beleid, dat de gemeente bij groenuitgifte hanteert is, dat er getoetst wordt of het verzoek valt binnen bovengenoemde plannen. Deze
4 4 plannen zijn in het openbaar vastgesteld door de gemeenteraad en de terinzagelegging is gepubliceerd. Binnen dit beleid past ook, dat omwonenden alleen worden benaderd als er aanknopingspunten zijn, dat er zwaarwegende bezwaren zijn. Naar de inschatting van de afdeling vastgoed is de situering van uw berging en die van uw buren en uw coniferenhaag zodanig, dat de verkoop van de grond slechts op een geringe wijze invloed heeft op uw uitzicht. U denkt daar, getuige uw brief, geheel anders over. De afwikkeling van de verkoop is als volgt verlopen. Naar aanleiding van het verzoek van mevrouw W. is haar eerst de strook aangeboden naast haar gevel en tuin. Het talud is pas aangeboden toen bleek, dat er van de zijde van het buurtbeheer voor het onderhoud van de nabijgelegen brug geen bezwaren waren tegen de verkoop van ook dit stukje. In de contacten is ook het verzoek om een deel van de brugleuning te verwijderen door haar naar voren gebracht. De afdeling vastgoed heeft deze vraag doorgespeeld naar het buurtbeheer en die hadden geen bezwaar. Ik stel vast, dat de afdeling vastgoed bij de verkoop gehandeld heeft conform het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Bij de verkoop is bekeken of er aanknopingspunten waren, dat omwonenden zwaarwegende problemen zouden kunnen hebben. Ik kan mij vinden in de conclusie van de afdeling, dat bezwaren niet te verwachten waren. Omdat het wettelijk ook niet mogelijk is om de verkoop via een bezwaarschriftprocedure te heroverwegen, is de verkoop een feit. Ik constateer alles overziende, dat uw klacht zich niet zozeer richt tegen een verkeerd optreden van de ambtelijke organisatie maar een oordeel is over het gemeentelijk beleid. Daarom zal ik wethouder (...) van Openbare werken via een kopie uw brief en mijn antwoord op de hoogte stellen van uw bezwaar tegen het groenuitgiftebeleid..." B. Standpunt verzoeker Voor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtformulering onder KLACHT. Daarnaast liet verzoeker in reactie op het gestelde in de brief van 22 juli 1998 van de gemeentesecretaris weten dat de vaststelling door de gemeentesecretaris dat er was gehandeld conform het geldende beleid niet correct was. Het niet verwachten van bezwaren door omwonenden achtte hij merkwaardig als op geen enkele manier door "buurtbeheer" overleg was gevoerd met omwonenden. Hij had op geen enkele wijze kunnen reageren. C. Standpunt gemeente Haarlemmermeer De gemeente Haarlemmermeer gaf het volgende commentaar op de klacht: "...In de brief van 22 juli jl. is het beleid ten aanzien van groenuitgifte in het algemeen en de gang van zaken met betrekking tot de onderhavige grondtransactie uiteengezet. Wij hebben nogmaals nagegaan of in dit geval correct is gehandeld. De onderhavige groenstrook is uitgeefbaar op grond van het groenstructuurplan en het groenuitgifteplan. Beide plannen zijn gepubliceerd. Ten aanzien van het groenuitgifteplan zijn in de betrokken wijken, ook in de wijk waarin S. is gelegen, inspraakavonden georganiseerd. Het is bovendien gebruik om in het kader van de behandeling van een aanvraag om groenuitgifte omwonenden te raadplegen als daartoe specifieke aanleiding bestaat. Naar onze mening is het laatste in dit geval terecht achterwege gelaten, omdat de woning van klager op circa twaalf meter afstand is gesitueerd van de uit te geven groenstrook en het uitzicht al grotendeels is belemmerd door een berging in de voortuin van de heer B. en
5 5 diens eigen coniferenhaag. Met betrekking tot de verkoop van een deel van het talud merken wij op, dat zulks niet in strijd is met beide genoemde plannen. Omdat een klein gedeelte van het talud in het verlengde ligt van de uit te geven groenstrook is dit gedeelte om praktische redenen meeverkocht. Om dezelfde reden is een stukje brugleuning verwijderd..." Daarnaast verstrekte de gemeente nog het "groenstructuurplan Hoofddorp; uitgangspunt van beleid tot het jaar 2000" (vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 mei 1993), de bijbehorende groenuitgiftekaart, een uittreksel uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan (Uitwerkingsplan Hoofddorp-Bornholm) en een kopie van de concept-akte van levering van de betreffende groenstrook met bijbehorende situatieschets. Uit deze stukken blijkt dat: - de verkochte groenstrook en het aangrenzende stukje talud behoren tot de gronden die op grond van het groenstructuurplan en de groenuitgiftekaart in beginsel in aanmerking komen voor verkoop aan particulieren; - de betreffende groenstrook en het aangrenzende stukje talud volgens het ter plekke geldende bestemmingsplan en de daarbij behorende kaart de bestemming "groenvoorzieningen" (art. 13 van het bestemmingsplan) hebben, terwijl de tuin waarbij de strook nu is getrokken de bestemming "tuinen en erven" (art. 16 van het bestemmingsplan) heeft, en; - in de akte van levering uitdrukkelijk is opgenomen dat de grond wordt gekocht "voor tuinuitbreiding". Daarnaar gevraagd liet de gemeente nog weten dat op grond van artikel 122 Woningwet jo. art 43, eerste lid onder j Woningwet (zie ACHTERGROND) het de gemeente niet vrijstond om in de koopcontracten met burgers het (ketting)beding op te nemen dat op de betreffende aangekochte grond geen schuttingen mogen worden geplaatst. Beoordeling 1. Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Haarlemmermeer hem niet vooraf heeft geïnformeerd over de verkoop van een groenstrook en het daaraan grenzende stukje talud aan zijn overbuurvrouw. Hij is nu - zonder dat hij zijn bedenkingen ook maar heeft kunnen uiten - geconfronteerd met een inbreuk op zijn uitzicht, door de schutting die de overbuurvrouw heeft geplaatst. 2. De gemeente Haarlemmermeer voert in haar reactie op de klacht aan dat het in het kader van de behandeling van een aanvraag om groenuitgifte gebruik is om omwonenden te raadplegen als daartoe specifieke aanleiding bestaat. De gemeente achtte in dit geval geen specifieke aanleiding aanwezig omdat de woning van verzoeker op circa twaalf meter van de groenstrook is gesitueerd en bovendien het uitzicht al grotendeels wordt belemmerd door verzoekers berging en zijn coniferenhaag. Voor het overige concludeert de gemeente dat de betreffende gronduitgifte niet in strijd is met het groenstructuurplan en het groenuitgifteplan. 3. Het is juist dat betreffende gronduitgifte niet in strijd is met het (gepubliceerde) groenstructuurplan dan wel het groenuitgifteplan. Op de desbetreffende kaart bevindt de onderhavige groenstrook zich in een gebied waarin in beginsel gronduitgifte aan
6 6 particulieren is toegestaan. 4. Voorts verzet artikel 122 van de Woningwet zich ertegen dat de gemeente in koopcontracten als hierbedoeld (ketting)bedingen omtrent het al dan niet oprichten van een schutting opneemt, nu het plaatsen van een schutting in hoofdstuk IV van de Woningwet wordt geregeld. De gemeente valt dan ook niet te verwijten dat zij een dergelijk beding niet in het koopcontract heeft opgenomen. 5. De gemeente kan voorts worden gevolgd in haar standpunt dat er in dit specifieke geval geen aanleiding was om omwonenden te raadplegen alvorens over te gaan tot verkoop van de groenstrook. De woningen van verzoeker en zijn buren liggen immers op twaalf meter afstand van de groenstrook, terwijl het zicht vanuit verzoekers woning al werd ontnomen door zijn berging en coniferenhaag en zijn buren voor een belangrijk deel reeds aankeken tegen de zijkant van de woning van de overbuurvrouw (zie BIJLAGEN 1 en 2). Daar komt bij dat ook wanneer de omwonenden wel tevoren zouden zijn geïnformeerd over de voorgenomen verkoop, dat geen betekenis zou hebben gehad voor het besluit van de overbuurvrouw om na de koop een schutting te plaatsen. 6. De onderzochte gedraging is behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de gemeente Haarlemmermeer, die wordt aangemerkt als een gedraging van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, is niet gegrond.
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489
Rapport Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Tilburg zijn verzoek om vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt in verband met een verstopping
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092
Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295
Rapport Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295 2 Klacht Op 11 februari 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift, gedateerd 10 februari 2000, van mevrouw C. te Krimpen a/d IJssel,
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hem
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente).
Rapport Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente). Datum: 16 februari 2011 Rapportnummer: 2011/051 2 Klacht
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097
Rapport Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097 2 Klacht Verzoeker kan zijn Nederlandse rijbewijs in Spanje niet omwisselen
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Rapport. Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247
Rapport Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft geweigerd zijn schriftelijke aangifte van 17 oktober 2000
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438
Rapport Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 2 Klacht Op 24 december 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Hengelo, ingediend door Thuiszorg Centraal Twente
Rapport. Datum: 6 juni 2007 Rapportnummer: 2007/109
Rapport Datum: 6 juni 2007 Rapportnummer: 2007/109 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf in zijn persbericht van 13 april 2006 stelt de bevindingen
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011. Rapportnummer: 2011/366
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011 Rapportnummer: 2011/366 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst weigert
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft
Rapport. Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens. Datum: 29 december Rapportnummer: 2011/368
Rapport Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens Datum: 29 december 2011 Rapportnummer: 2011/368 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College bescherming persoonsgegevens
