(Hoog)Begaafde leerlingen
|
|
|
- Adriana de Vries
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 (Hoog)Begaafde leerlingen Kerkstraat 60 Postadres: Postbus AD DONGEN Tel: Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 1
2 Inhoud Beleidsplan... 4 Inleiding Doelstelling Hoogbegaafdheid Wat is hoogbegaafdheid? Werken aan talent Hoogbegaafdheid in de schoolpraktijk Signalering Doelstelling Procedure Wanneer? Tijdstip Verantwoordelijkheid Vervolgtraject Verslaglegging Diagnostiek Doelstelling Procedure Wanneer? Verantwoordelijkheid Vervolgtraject Verslaglegging Verwijzing van extern onderzoek Leerlingbegeleiding Opstellen individueel handelingsplan Compacting van de reguliere leerstof Richtlijnen Verantwoordelijkheid Verrijkingsaanbod Keuze materiaal Orthotheek Begeleiding in groep DHH Compacting Verrijkingsaanbod Planning leerstof Pedagogische begeleiding Vervroegde doorstroming Criteria Sociaal-emotionele ontwikkeling Besluitvorming Voorbereiding Nazorg Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 2
3 5.8 Begeleiding onderpresteerders Definitie Signalering en diagnostiek Begeleiding Randvoorwaarden begeleiding Planning leerstof Begeleiding Vermelding op rapport Registratie Coördinatie Verslaglegging Verrijking en verdieping op de J.J. Anspachschool Drie niveaus van verrijking en verdieping Plusgroep 'De Breinbrekers' en De Smarties Theorie De taxonomie van Bloom TASC model In de praktijk Selectieprocedure Opzet van de plusklas Contacten met de groepsleerkrachten Contacten met ouders Verrijking voor de kleutergroepen Peuterplusgroep Evaluatie Team Ouders Leerling Bijlagen Beleidsplan Hoogbegaafdheid Bijlage 1: Model van Gagné Bijlage 2: Kenmerken van begaafdheid Bijlage 2a Profielen van Betts & Neihart (2010) Bijlage 3: Positieve en negatieve kenmerken onderpresteren Bijlage 4: Beoordelingscriteria omgaan met verrijkingsmateriaal Bijlage 5: Tasc model Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 3
4 Beleidsplan Inleiding De laatste jaren is er in Nederland sprake van een toenemende aandacht voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen. Ook op de J.J.Anspachschool is het besef aanwezig dat hoogbegaafde kinderen een specifiek onderwijsaanbod nodig hebben. Met het vaststellen van een beleid ten aanzien van hoogbegaafde kinderen willen we proberen een algemeen beleid te realiseren dat duidelijk en haalbaar is voor alle leerkrachten, kinderen en ouders. De Wet op het Basisonderwijs schrijft in artikel 8 voor dat het onderwijs zodanig ingericht dient te worden dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het onderwijs moet afgestemd worden op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. In het kader van Weer Samen Naar School hebben basisscholen de opdracht om kinderen met leer- en/of gedragsproblemen binnen de school zorg op maat te bieden. Hiermee wordt bedoeld het aanbieden van leerstof op het niveau dat de kinderen aankunnen, rekening houdend met de verschillende manieren waarop kinderen leren en voor een deel aansluitend bij de interesse van de kinderen. 1. Doelstelling Op de J.J.Anspachschool willen wij dat er voor alle kinderen in zowel onderwijsinhoudelijk als pedagogisch didactisch opzicht een passend onderwijsaanbod gerealiseerd wordt, waarbij rekening wordt gehouden met onderlinge verschillen. In onze visie op onderwijs staat dat we alle kinderen op onze school een goede basis geven waardoor ze in staat zijn hun eigen leven en ontwikkeling vorm te geven. We kijken naar de totale ontwikkeling van het kind, wat inhoudt dat we streven naar een optimale ontwikkeling voor ieder kind op alle gebieden, te weten de cognitieve ontwikkeling, ontwikkeling tot zelfstandigheid en innerlijke ontplooiing, sociale ontwikkeling en expressieve- en esthetische ontwikkeling. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat kinderen met plezier leren en naar school gaan. De problematiek die eigen is aan een bepaalde groep leerlingen wordt altijd serieus genomen. Dit geldt voor kinderen die minder begaafd zijn en kinderen met gedragsproblemen, maar ook voor kinderen die meer aankunnen dan de gemiddelde leerstof, de (hoog) begaafde kinderen. Een belangrijke keuze die gemaakt moet worden bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen is of we de kinderen versneld door de leerstof laten gaan en dus een eigen, veelal zelfstandige leerlijn volgen, of dat we de kinderen laten compacten. Compacten houdt in dat de kinderen de basisstof in hetzelfde tempo volgen als de rest van de groep, maar dat zowel de instructietijd als de verwerkingstijd korter is. Daardoor werkt het kind niet geheel individueel omdat het de (verkorte) instructie blijft volgen. Bij versnellen zullen de kinderen eerder de einddoelen van de basisschool behalen. Vragen die dan gaan spelen is of het kind eerder naar een volgende groep gaat. Sociaalemotioneel is dit lang niet altijd wenselijk om een kind in een groep te plaatsen waarin zich oudere kinderen bevinden, die sociaal-emotioneel in een andere fase zitten. Daarbij vinden we het voor de ontwikkeling van alle kinderen positief dat ze in principe deel uit blijven Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 4
5 maken van de eigen groep. Zo leren kinderen met elkaar om te gaan en te accepteren dat iedereen verschillend kan zijn in zijn kwaliteiten. Het schooljaar is de J.J.Anspachschool begonnen met een plusgroep. Onderwijs aan hoogbegaafde kinderen vraagt namelijk om een andere aanpak, omdat deze kinderen een andere manier van denken hebben. Aandacht voor hoogbegaafde kinderen is nodig, om ze het gevoel te geven dat ze iets leren op school en daarom met plezier naar school gaan. Wij willen een school zijn die het vanzelfsprekend vindt dat kinderen onderwijs wordt geboden dat afgestemd is op hun verschillende mogelijkheden en behoeften. Wij verwachten veel van kinderen, maar kinderen mogen ook van ons verwachten dat we het meest uitdagende en stimulerende aanbod in activiteiten geven. Onze school kiest er voor om de begeleiding t.a.v. kinderen die behoefte hebben aan een meer dan gemiddeld leerstofaanbod, vast te leggen in een beleid. Er zijn grote verschillen in begaafdheid, tempo en belangstelling bij kinderen. 2. Hoogbegaafdheid Onze school richt zich met dit beleidsplan op leerlingen die behoefte hebben aan een aangepast leerstofaanbod, omdat het reguliere leerstofaanbod hen te weinig uitdaging biedt. In dit beleidsplan gaan we verder niet in op leerlingen binnen deze doelgroep waarbij sprake is van specifieke problematiek (zoals o.a. faalangst, sociaal-emotionele problematiek) of leerproblemen (zoals o.a. dyslexie, ADHD en een disharmonisch ontwikkelingsprofiel). Voor deze leerlingen wordt individueel bekeken welke maatregelen noodzakelijk zijn, eventueel in overleg met een externe deskundige. 2.1 Wat is hoogbegaafdheid? Weschler (1958, in Gerven, 2009) definieerde: "Intelligentie is een globaal concept dat betrekking heeft op het vermogen van het individu om gericht te handelen, rationeel te denken en effectief om te gaan met de omgeving." (pp ). Op deze definitie van intelligentie is de in Nederland meest gebruikte intelligentietest gebaseerd, de WISC-III. De test geeft een indicatie van het algemene intelligentieniveau van een kind en geeft een indruk van de cognitieve vaardigheden waar het kind over beschikt. Met deze test kan men er achter komen of er sprake is van hoogbegaafdheid Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van hoogbegaafdheid. De minimale definitie is, dat hoogbegaafde mensen een TIQ hebben van 130 en hoger. Ongeveer ± 2,5% van de bevolking heeft een zo n hoog IQ. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 5
6 Toch mag het duidelijk zijn dat begaafdheid meer is dan alleen een normering die weergeven wordt in een IQ waarde. Mönks (1985) stelt dat IQ een normatief begrip is dat verwijst naar waarneembaar gedrag. Sterberg en Zhang (1995) noemen het onderscheid tussen het gedrag van begaafden ten opzichte van gemiddeld of laag begaafden een verwijzing naar de maatschappelijke waarde die aan gedrag wordt toegekend. Zij gaan uit van een Pentagonale impliciete theorie over hoogbegaafdheid. Hierin zijn 5 criteria met elkaar verbonden om tot een definitie met betrekking tot hoogbegaafdheid te komen. Het eerste criterium is excellentie. Dit verwijst naar een vaardigheid die in vergelijking met leeftijdsgenoten zeldzaam is. De leerling is ten minste op een of meer domeinen superieur aan zijn leeftijdsgenoten. Om begaafd genoemd te worden, moet een mens dus extreem goed zijn in iets Een excellente prestatie wordt alleen maar gezien als een uiting van begaafdheid als deze presentatie zeldzaam is. De zeldzame excellente prestatie moet door de leerling productief gemaakt kunnen worden. Dit moet aantoonbaar gemeten kunnen worden in 1 of meer toetsen. Als laatste criterium moet de superieure prestatie door de samenleven als waardevol beschouwd worden. Zo is de bijdrage van een brandkastkraker maatschappelijk niet zo waardevol maar de bijdrage van Einstein wel. In 1985 schreef Gagné: Begaafdheid correspondeert met prestaties die duidelijk bovengemiddeld zijn in een of meer domeinen Later scherpt hij de definitie nog verder aan tot het bezit en gebruik van ongetrainde en spontaan tot uiting gekomen natuurlijke capaciteiten in ten minste één domein zodanig dat het individu zich kan meten met de beste 10 procent van zijn ontwikkelingsgelijken Hij definieert talent als de superieure beheersing van systematisch ontwikkelde vermogens in ten minste één domein van menselijke activiteit waardoor het individu tot de top van 10 procent van zijn leeftijdsgenoten behoort die actief zijn binnen dat domein (Gagné 1985; 2000) Het is duidelijk dat het hier gaat om concreet waarneembaar gedrag en prestaties. Talent en begaafdheid zijn termen die vaak hand in hand gebruikt worden terwijl er volgens Gagné wel verschillen zijn. Begaafdheid is de aanlegfactor, talent is de output daarvan. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 6
7 Differentiatiemodel van Begaafdheid en Talent (DMGT) van Gagné (Gagné 2000) overgenomen uit Gerven (2009) Volgens het model van Gagné is er in aanleg een potentie aanwezig die gerelateerd is aan intelligentie, creativiteit, sociaal emotionele stabiliteit en senso-motorisch vermogen die aan de basis liggen van een ontwikkelingsproces dat garant staat voor (in)formeel leren en oefenen. De persoonlijkheidsfactoren zoals nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, motivatie, zelfstandigheid en de omgevingsfactoren zoals mensen (stimulansen door en voorbeelden in gezin, school, vriendjes, rolmodellen), fysieke omgeving hebben een grote invloed op een succesvol ontwikkelingsproces. Waarna de uitingsvorm van de begaafdheid te zien is in systematisch ontwikkelde vaardigheden. Op dit hele proces is nog 1 factor van invloed: toeval. Een kind kan in potentie alles in zich hebben om te komen tot prestaties op begaafd niveau, maar een dosis toeval (geluk) kan een belangrijke rol spelen. In de definities die Gagné geeft over begaafdheid en talent zien we dat begaafdheid kan bestaan zonder dat er sprake is van leren- het gaat immer om spontaan tot uiting komende capaciteit-, maar dat talent niet kan ontstaan zonder een leerproces. Voor ons onderwijs is de invloed van het individuele leerproces van een leerling om van begaafdheid tot talent te komen de grootste uitdaging. Op de J.J.Anspachschool werken we vanuit de visie van Gagné. We maken het onderscheid tussen hoog intelligente kinderen en hoogbegaafde leerlingen. Waarbij we bij hoog intelligente kinderen spreken over meerbegaafde leerlingen die in Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 7
8 sterke mate beschikken over leereigenschappen die kenmerkend zijn voor kinderen met een hoge intelligentie. Deze hoge intelligentie kan zich afspelen binnen 1 leergebied. Bij hoogbegaafde leerlingen is er sprake van de definitie zoals eerder beschreven door Gagné. 2.2 Werken aan talent Op de J.J.Anspachschool wordt ook gewerkt vanuit Meervoudige Intelligentie. Howard Gardner stelt dat een persoon meer dan alleen cognitief intelligent kan zijn. De intelligenties van Gardner (Gardner, 1983) zijn niet specifiek meetbaar en bevinden zich niet allemaal op het cognitieve vlak. Hierdoor spreken we eerder over talenten op onderstaande gebieden. Het betreft hier ook vaak leerstijlen die aangeven op welke wijze een leerling het grootste rendement in zijn leerproces kan behalen. Dit kan door in het leerproces gebruik te maken van de intelligentie die het beste bij de leerling past. Onderstaande lijst geeft daarvan een summier overzicht. Het gaat hierbij niet om: Hoe knap ben jij? Maar Hoe ben jij knap? 1. verbaal/linguïstische intelligentie (woordknap) 2. logisch/mathematische intelligentie (rekenknap) 3. visueel/ruimtelijke intelligentie (beeldknap) 4. muzikaal/ritmische intelligentie (muziekknap) 5. lichamelijke/kinesthetische intelligentie (beweegknap) 6. interpersoonlijke intelligentie (mensknap) 7. intrapersoonlijke intelligentie (zelfknap) 8. natuurgerichte intelligentie (natuurknap) 2.3 Hoogbegaafdheid in de schoolpraktijk In de schoolpraktijk gaat het bij hoogbegaafdheid om de groep kinderen die meer aankunnen dan het gemiddelde niveau in de groep. Deze groep kinderen moet lesstof aangeboden krijgen die een beroep doet op hun bovengemiddelde niveau van begaafdheid. Grofweg bestaat deze groep uit 2 % van de leerlingen (gemiddeld één per twee klassen). Binnen de school is het niet mogelijk om bij alle kinderen een intelligentieonderzoek uit te voeren. Het oordeel van ouders, leerkrachten en schoolresultaten zijn daarom belangrijk bij het vaststellen van hoogbegaafdheid. Uiteraard kunnen ouders zelf ervoor kiezen hun kind te laten testen op hoogbegaafdheid. Voor goed presterende, intelligente, leerlingen bieden de methodes die wij op school gebruiken extra verrijkende leerstof. Vaak zal dit voldoende zijn om deze kinderen uit te dagen. Hoogbegaafde kinderen hebben behoefte aan meer, zij hebben een aangepast en uitgebreider schoolprogramma nodig op zowel cognitief als sociaal emotioneel gebied. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 8
9 Niet alle kinderen die hoogbegaafd zijn laten dit zien door hun schoolresultaten. We hebben dan te maken met onderpresteerders. Binnen de doelgroep van hoogbegaafde kinderen zijn verschillende profielen te herkennen. Door Betts & Neihart (1988, 2010) is een indeling gemaakt van deze profielen van hoogbegaafde leerlingen. Deze indeling is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in begeleiding van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs. In hun omschrijving geven Betts & Neihart niet alleen aan welk gedrag kenmerkend is voor de betreffende categorie, maar ook welke begeleiding van school uit gegeven zou moeten worden. Zij komen tot zes typische profielen. Deze profielen zijn slechts handreikingen in het (h)erkennen van begaafde leerlingen en hun leerbehoefen. In bijlage 2a vindt u een uitgebreide beschrijving. 3. Signalering Signaleren kan omschreven worden als: de kennis en vaardigheid om een bepaalde ontwikkeling op te merken of waar te nemen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de signalering op de J.J.Anspachschool verloopt. 3.1 Doelstelling Doelstelling van signalering is het opsporen van leerlingen die in aanmerking komen voor verder onderzoek naar hun mogelijkheden om te komen tot prestaties op begaafd niveau. Wij vinden het belangrijk om (hoog)begaafde leerlingen zo vroeg mogelijk te signaleren. Door leerlingen in een vroegtijdig stadium op te sporen, kan er vanaf het begin worden ingespeeld op de mogelijkheden van deze leerlingen en kunnen problemen zoveel mogelijk voorkomen worden. 3.2 Procedure Wij volgen binnen onze school voor de signalering de procedure die gehanteerd wordt in het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. Allereerst wordt de Quickscan afgenomen, waarna eventueel het stappenplan in werking treedt. De quickscan wordt afgenomen: zes weken na instroom in groep 1; zes weken na instroom van groep 3 Daarnaast kan hij afgenomen worden aan het eind van groep 5 bij leerlingen die nog niet eerder een signaleringstraject voor doorlopen is. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 9
10 Stappenoverzicht: 1. Algemene indruk leerkracht 2. Signaleringslijst leerkracht 3. Algemene indruk ouders 4. Signaleringslijst ouders 5. Didactische gegevens 6. Overige bronnen 7. Interpretatie signaleringsprocedure Notabene: stap 2, 4 en 5 zijn noodzakelijk om de richtlijn van het protocol te kunnen volgen. Als afsluiting van de signaleringsfase dient stap 7 doorlopen te worden. Ad punt 5 Huidige didactische gegevens: Groep 1-2: o eerste intakegesprek met ouders/verzorgers 2 weken voor de eerste schooldag met de ontvangende leerkracht o informatieformulier vanuit de peuterspeelzaal o de ouders vullen bij start in groep 1 het entree-formulier in. Bij bijzonderheden volgt na ongeveer 6 weken een gesprek tussen leerkracht en ouders aan de hand van dit ingevulde formulier. o als het kind 4;6 jaar is, vindt de eerste registratie plaats m.b.v. het observatiesysteem KIJK. De leerkracht maakt een inschatting van het ontwikkelingsniveau van de leerling op de verschillende ontwikkelingsgebieden. De leerkracht kan gebruik maken van de Quickscan zoals deze wordt aangereikt in het DHH. Hierin worden indicatoren vermeld die passend zijn bij kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Groep 3-8: De leerkracht noteert de resultaten van de laatst afgenomen toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS). o Technisch lezen (AVI, DMT) o Taalvaardigheden (LWT, WS) o Spelling (SVS) o Begrijpend Lezen o Rekenen/wiskunde (Re/Wi) Voor de leerstofgebieden waar geen toetsen voor worden afgenomen, geeft de leerkracht een inschatting van het niveau van de leerling op grond van prestaties van de leerling op de methodegebonden toetsen. Hierbij wordt de volgende beoordeling gehanteerd: D/E zwak tot zeer zwak C beneden gemiddeld; Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 10
11 B gemiddeld; A goed; A+ zeer goed; 3.3 Wanneer? De signalering vindt plaats bij : de instroom van leerlingen in groep 1-2 de instroom van nieuwe leerlingen groep 3-8 wanneer daar aanleiding toe is. wanneer er tijdens de schoolloopbaan een duidelijk signaal is, wordt in de meeste gevallen direct overgegaan tot de module diagnostiek. Na afname van de quickscan welke gepland staat aan het eind van groep 5 voor leerlingen waar nog niet eerder een traject van signalering voor is doorlopen. Signalering bij instroom groep 1 of bij instroom nieuwe leerlingen in groep 2-8: De signaleringsprocedure wordt uitgevoerd bij een beperkte groep kinderen op grond van een aantal signalen. Aanleiding om signaleringsprocedure op te starten signaal uit intakeprocedure; observatie leerkracht van kenmerken van begaafdheid; signaal naar aanleiding van ontwikkelingsvoorsprong van meer dan 6 maanden op meerdere ontwikkelingsgebieden in het ontwikkelingsprofiel van KIJK en/ of goede didactische resultaten (A-scores op meerdere leerstofgebieden); problemen die mogelijk het gevolg zijn of samenhangen met begaafdheid. Bij de intakeprocedure (intakegesprek met ouders/verzorgers, informatieformulier vanuit de peuterspeelzaal, entree-formulier) worden in ieder geval de volgende vragen meegenomen: Heeft u de indruk dat er bij uw kind sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong? Heeft uw kind speciale interesses of hobby s? Zijn er bijzonderheden te melden ten aanzien van de ontwikkeling van uw kind? Signalering verderop in de schoolloopbaan: Nadat de eerste signalering heeft plaatsgevonden in groep 1-2 kan het zijn dat er aanleiding is om verderop in de schoolloopbaan opnieuw te kijken naar een leerling. Bij een signaal van de volgende bronnen: Leerkracht: observatie van kenmerken die duiden op begaafdheid; bij problemen die mogelijk verband kunnen houden met begaafdheid. Ouders: signaal van ouders; Didactische gegevens: leerlingen die overwegend scoren op A-niveau; wisselende schoolprestaties; Zowel de ouders als de leerkracht geven met behulp van een signaleringsvragenlijst hun indruk weer over het functioneren en welzijn van de leerling. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 11
12 De resultaten van de signaleringslijst in combinatie met de interpretatie van de didactische scorelijst geven een indicatie of het wenselijk is om door te gaan naar de diagnosticeringsfase. 3.4 Tijdstip Er zijn diverse mogelijkheden waarop een signaleringsfase opgestart kan worden: o n.a.v. intakegesprek in groep 1, op school met de ontvangende leerkracht 2 weken voor eerste schooldag. o aan het eind van groep 5. o elk ander moment waarop de leerkracht, dan wel ouders het als wenselijk ervaren om de signalering te starten. 3.5 Verantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor het opstarten van de signaleringsprocedure ligt bij de leerkracht. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de leerkracht zorgvuldig de verzamelde gegevens bekijkt en eventueel in overleg met de interne begeleider tot een oordeel komt of verder onderzoek wenselijk is met behulp van de richtlijn van het DHH. 3.6 Vervolgtraject Er is een indicatie voor verder onderzoek wanneer uit minimaal twee bronnen (leerkracht, didactische gegevens of ouders) een positief signaal komt. De leerkracht meldt leerlingen die positief uit de procedure komen aan bij de interne begeleider. De leerkracht heeft daarna samen met de zorgcoördinator HB/ interne begeleider een gesprek met de ouders over de uitkomsten van de signaleringsprocedure. De diagnoticeringssprocedure van het DHH wordt gestart. Bij het vermoeden van onderpresteren, leerstoornissen of ernstige gedragsproblematiek wordt geadviseerd om de fase signalering over te slaan en direct over te gaan naar de fase van diagnostiek. 3.7 Verslaglegging Het door de computer gegenereerde verslag naar aanleiding van de signaleringsprocedure wordt opgenomen in het leerlingdossier eventueel aangevuld met aantekeningen van de leerkracht of aanvullende informatie van derden. 4. Diagnostiek 4.1 Doelstelling Doelstelling van de procedure van diagnostiek is een intern onderzoek om meer duidelijkheid te krijgen over de begaafdheid van de leerling en het verzamelen van gegevens die nodig zijn voor het opstellen van een handelingsplan. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 12
13 4.2 Procedure Wij volgen binnen onze school voor de diagnostiek de procedure zoals die gehanteerd wordt in het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid. Vanaf groep 5 wordt ook de leerlingvragenlijst afgenomen. Stappenoverzicht 1. Leerkrachtvragenlijst 2. Oudervragenlijst 3. Didactische gegevens 4. Leerlingvragenlijst (vanaf groep 5) 5. Overige bronnen (o.a. observatiegegevens, gegevens van derden) 6. Uitprinten computergegenereerde verslag 7. Samenstellen gespreksformulier 8. Eindverslag schrijven 9. Advies vervolgtraject Notabene: stap 1, 2, 3 en 8 zijn noodzakelijk om een advies over het vervolgtraject te krijgen. Ad punt 3 Huidige didactische gegevens: Voor het stellen van de diagnose door de computer zijn alleen de huidige didactische gegevens nodig. Deze worden automatisch overgenomen uit de signaleringsfase. Doortoetsen met toetsen van het LVS: Doortoetsen vindt plaats met de beschikbare toetsen van het LVS tenminste op drie vakgebieden: spelling, begrijpend lezen en rekenen. Er wordt begonnen met de eerstvolgende toetsen volgens het toetsschema en er wordt doorgetoetst zolang de leerling op A-niveau scoort. Ook al heeft een leerling bij het doortoetsen op A-niveau gescoord, dan maakt hij deze toets opnieuw wanneer deze volgens het toetsschema moet maken. Dit is nodig om de didactische ontwikkeling te kunnen volgen. De leerkracht bespreekt aan de hand van het door de computer gegenereerde verslag de uitkomsten van de diagnostiekprocedure met de zorgcoördinator HB/ interne begeleider. groep 1-2: o Taal voor Kleuters o Rekenen voor Kleuters groep 3-8: o Technisch lezen (AVI, DMT) o Taalvaardigheden (LWT, WS) o Spelling (SVS) o Begrijpend lezen ) o Rekenen/wiskunde (Re/Wi) Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 13
14 4.3 Wanneer? In principe doen we verder onderzoek bij alle leerlingen waarbij het DHH na de signaleringsprocedure aangeeft dat verder onderzoek wenselijk is en bij leerlingen waarbij de leerkracht, in overleg met de Interne Begeleider ondanks een negatief advies van het DHH het wenselijk vindt om verder onderzoek te doen. 4.4 Verantwoordelijkheid Doortoetsen wordt in overleg met de zorgcoördinator HB/ interne begeleider gedaan. De leerkracht zorgt voor het verzamelen van de gegevens en bespreekt het door de computer gegenereerde verslag met de Interne Begeleider. Het interpreteren van de gegevens die worden verzameld in de fase van diagnostiek valt onder de verantwoordelijkheid van de zorgcoördinator HB /interne begeleider. De zorgcoördinator HB /interne begeleider bepaalt in overleg met de leerkracht het vervolgtraject. Het is de bedoeling dat er een zorgvuldige analyse plaatsvindt van alle verzamelde gegevens en dat de richtlijnen van het DHH hierbij als ondersteuning gebruikt worden. 4.5 Vervolgtraject Nadat de diagnostiekfase is doorlopen, wordt voor de leerlingen die deel uitmaken van de doelgroep een handelingsplan opgesteld. Bij de keuze van het vervolgtraject wordt uitgegaan van de richtlijnen die gegeven worden door het DHH. Besluiten worden genomen door de zorgcoördinator HB /Interne Begeleider. Wanneer een leerling een didactische voorsprong heeft van minimaal zes maanden op meerdere leerstofgebieden, maakt de leerling deel uit van de doelgroep van het DHH. De leerkracht heeft samen met de leerkracht, zorgcoördinator HB en/of Interne Begeleider een gesprek met de ouders naar aanleiding van het intern onderzoek. Wanneer er sprake is van vervroegde doorstroming wordt dit besluit altijd in overleg met het zorgteam genomen. 4.6 Verslaglegging Het door de computer gegenereerde verslag naar aanleiding van het intern onderzoek wordt samen met het door de zorgcoördinator HB/ Interne Begeleider geschreven eindverslag, opgenomen in het leerlingdossier. 4.7 Verwijzing van extern onderzoek In de volgende gevallen kan extern onderzoek wenselijk zijn: er is geen eenduidige conclusie mogelijk op grond van de gegevens uit het intern onderzoek van het DHH; er zijn tegenstrijdige gegevens; Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 14
15 bij het vermoeden van onderpresteren, leerstoornissen of ernstige gedragsproblematiek na een negatief advies van het DHH (handelingsverlegenheid van de school). De zorgcoördinator HB/ Interne Begeleider meldt de leerling aan voor verder onderzoek bij het zorgteam van de school. Het kan zijn, dat ouders zelf initiatief nemen tot een onderzoek. De school zal in dat geval de uitkomsten van het externe onderzoek serieus nemen en haar handelen afstemmen op de uitkomsten van het onderzoek. Adviezen van externe deskundigen worden opgevolgd, voor zover ze niet in strijd zijn met het door de school gevoerde beleid. 5. Leerlingbegeleiding In dit deel van het beleidsplan wordt aangegeven welke begeleidingsmogelijkheden er op onze school zijn voor (hoog)begaafde leerlingen. 5.1 Opstellen individueel handelingsplan Nadat het traject diagnostiek is doorlopen, wordt indien dit voor de leerling gewenst is, een individueel handelingsplan opgesteld. Dit kan een handelingsplan zijn op pedagogische gronden dan wel op didactische gronden. Deze handelingsplannen worden opgenomen in het DHH. Ook worden voor de leerling in het groepsplan aangepaste doelen vermeld die aansluiten bij de behoefte van deze leerling. Het groepsplan wordt opgesteld door de leerkracht in overleg met de Interne Begeleider. 5.2 Compacting van de reguliere leerstof Richtlijnen Het eindverslag van DHH kan aangeven dat een leerling wordt ingedeeld in de eerste of tweede leerlijn. De eerste leerlijn is voor de intelligente en begaafde kinderen (ongeveer 10% van alle kinderen). Deze lijn is ook geschikt voor kinderen die in één vak uitblinken. De herhalingsstof wordt sterk verminderd en er wordt extra stof aangeboden, uit de methode of speciaal ontwikkeld voor de betere leerlingen. De tweede leerlijn is voor de hoogintelligente en hoogbegaafde kinderen (ongeveer 2-3% van alle kinderen). Deze kinderen krijgen alleen de instructie bij nieuwe onderdelen in de leerstof met een minimum aan oefenstof en zonder herhalingen. Bij de verrijking krijgen zij leerstof die speciaal ontwikkeld is voor hoogbegaafden op het gebied van rekenen en taal, en verder extra vakken of verrijkingsprojecten Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 15
16 Rekenen: De methode Wereld in Getallen biedt verrijkingsstof aan die door de meerbegaafde leerling verwerkt wordt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid de rekenstof te compacten. In de groepen 3 en 4 wordt met name gewerkt aan een stuk basisverkenning en in trainen van basisvaardigheden. Een vaardigheid die meerbegaafde leerlingen vaak al op jonge leeftijd beheersen. Compacten in deze groepen is dan ook een van de eerste stappen. Hierbij wordt de methodetoets eerst afgenomen en aan de hand van de resultaten van deze toets wordt besloten welke leerstof door de leerling met de groep meegedaan wordt en op welke momenten hij in staat is om aan verdiepingswerk te werken. Compacten in de groepen 3 t/m 8 vindt plaats aan de hand van de compactingrichtlijnen van het DHH of SLO, waarbij de leerkracht een aanvulling kan geven wanneer nieuwe leerstof aangeboden wordt die niet vermeld staat in de routeboekjes. Meerbegaafde leerlingen maken vaak gebruik van zelf ontdekte strategieën. Deze strategieën voldoen bij het verwerken bij de rekenlessen, maar kunnen er ook voor zorgen dat de leerling niet in aanraking komt met mogelijk effectievere oplossingsstrategieën. Om deze reden is het de taak van de leerkracht om de meerbegaafde leerling bij het aanbod van nieuwe leerstof bij de instructie te betrekken. Technisch lezen De methode Estafette die op de J.J. Anspachschool gebruikt wordt voorziet in een methode schrift voor leerlingen met een hoog technisch leesniveau, de zgn Estafetteloper. Dit stelt leerlingen in staat om op autonome wijze de leerstof van de groep te volgen met de verdieping die voor de doelgroep zo belangrijk is. Taal Voor de methode Taal in Beeld is een routeboekje beschikbaar dat ingezet kan worden om de leerstof te compacten. Spelling De spellingsmethode Spelling in Beeld wordt door alle leerlingen gevolgd in verband het inprenten van de juiste toepassing van de spellingsregels. Door het gebruik van het IGDI model verwerken leerlingen die zich in de doelgroep van meerbegaafdheid bevinden, de leerstof zelfstandig. Begrijpend lezen: De methode Tekstverwerken biedt strategieën aan die alle leerlingen als basiskennis moeten verwerven. Voor meerbegaafde kinderen zijn deze strategieën van groot belang, omdat ze ook zelfstandig ingezet moeten kunnen worden. Naast de methode Tekstverwerken biedt Nieuwsbegrip actuele begrijpend lezen teksten aan op verschillende niveaus. In de praktijk blijkt dat het mogelijk is om dezelfde tekst te verwerken als de groep, maar dan op een hoger technisch niveau. De aangeboden verwerkingen bij Nieuwsbegrip zijn veelzijdig en doen een beroep op het creatief inzetten van het intelligente vermogen van de leerling. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 16
17 Wereld oriëntatie De orthotheek geeft een gevarieerd aanbod lesmateriaal voor de groepen 1-8. Leerkrachten kunnen deze projecten inzetten in het verrijkingsaanbod voor meerbegaafde leerlingen Verantwoordelijkheid De leerkracht is verantwoordelijk voor de verdeling van de leerstof in bijvoorbeeld een taakbrief. Een taakbrief vergroot het overzicht op de leerstof voor de leerkracht. Door te werken met een taakbrief is het inzetten van een individuele leerlijn mogelijk. De Intern Begeleider heeft de eindverantwoording in het aansturen van deze leerlijn. 5.3 Verrijkingsaanbod In de tijd die vrijkomt door compacting wordt verrijkingsstof aangeboden. Er zijn twee vormen om verrijkingsstof aan te bieden: - verdieping; hierbij volgt de leerling de lesstof van de groep, al dan niet in geminimaliseerde vorm, daarnaast wordt er een keur aan verrijkingsstof aangeboden die buiten de reguliere lesstof staat. - versnelling; hiervoor wordt gekozen wanneer een leerling een didactische voorsprong heeft van > 12 maanden en er gekozen is voor het versneld doorgaan naar een volgende leergroep. 5.4 Keuze materiaal Leerlingen die gebruik maken van de 1 e of 2 e leerlijn krijgen bij rekenen en taal Rekenmeesters en Taalmeesters aangeboden. De leerkracht kan indien nodig bij het onderdeel Suggesties voor verrijking van het DHH een keuze maken uit aanvullende materialen voor verrijking per groep, per vakgebied en per leerlijn. Daarnaast is er een orthotheek beschikbaar Orthotheek De materialen die kunnen worden ingezet voor meerbegaafde leerlingen zijn te vinden in de orthotheek. Leerkrachten kunnen materialen die bestemd zijn voor hun groep gebruiken. De orthotheek beschikt ook over literatuur en boeken die betrekking hebben op Hoogbegaafdheid. 5.5 Begeleiding in groep DHH In groep 1-2 wordt de quickscan afgenomen door de leerkracht. Uit de resultaten van de quickscan wordt een advies gegenereerd. Verdere signalering en diagnosticeren kan hierbij geadviseerd worden. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 17
18 5.5.2 Compacting In de groepen 1 en 2 wordt gewerkt vanuit de visie van basisontwikkeling. Voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong wordt bij de thema s een aanbod verzorgd in de zone van naaste ontwikkeling. We hanteren de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen bij de beschrijvende richtlijnen voor compacting in groep 1-2 van het DHH. De belangrijkste punten zijn: Er wordt met de opdrachten en werkjes aangesloten bij de zone van naaste ontwikkeling van de leerling. Er worden grotere leerstappen genomen, opdrachten met een gelijke inhoud en/of doelstelling worden zoveel mogelijk vermeden (herhalen). Per thema wordt bekeken welke opdrachten zinvol zijn voor kinderen uit de doelgroep. Bij de voorbereiding van de thema's wordt gezorgd er opdrachten zijn die een beroep doen op het hogere orde denken volgens de Taxonomie van Bloom. Hierbij worden de verschillende leerstijlen van Kolb als leidraad genomen. Op deze wijze wordt structureel aanbod voor kinderen met een ontwikkelingsvoorspong gewaarborgd Verrijkingsaanbod Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Vanaf het moment dat duidelijk is dat er sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong, wordt gestart met het aanbieden van verrijkingsopdrachten en verrijkingsmateriaal. Er wordt verrijking aangeboden op zoveel mogelijk verschillende ontwikkelingsgebieden, dus zo breed mogelijk Per thema wordt gezocht naar verrijkingsmogelijkheden bij de verschillende onderdelen die aan bod komen Er wordt verrijking gezocht die aansluit bij de verschillende manieren van leren die passen bij kinderen in deze leeftijdsfase (spelend leren, handelingsgericht leren, methodisch leren) Er wordt aangesloten bij de diverse werkvormen die gehanteerd worden (werken met ontwikkelingsmateriaal, spelen in hoeken, methodisch materiaal), hierbij wordt rekening gehouden met de intelligenties zoals Gardner die beschreven heeft. Er wordt ingespeeld op de ontwikkeling op het gebied van lezen en rekenen. De verrijkingsopdrachten worden met behulp van een taakbrief aangeboden Planning leerstof In groep 1-2 maakt de leerkracht per project een planning van de opdrachten en activiteiten die aan de orde zullen komen. Vervolgens wordt per thema bepaald welke opdrachten en activiteiten individuele kinderen gaan doen. Bij kinderen uit de doelgroep wordt bij het inplannen van opdrachten en activiteiten rekening gehouden met het niveau van de leerling en zullen naast reguliere opdrachten en activiteiten ook verrijkingsopdrachten ingepland worden. Alle verrijkingsopdrachten worden verzamelend in een portfolio. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 18
19 5.6 Pedagogische begeleiding Naast de didactische aanpassingen zijn er leerlingen die ook begeleiding nodig hebben op pedagogische gebied. Via de vragenlijst die door ouders en leerkracht is ingevuld in de diagnostiekfase kan bekeken worden op welke gebieden zich eventueel problemen voordoen. Wanneer uit de resultaten van het DHH naar voren komt dat begeleiding op pedagogische gronden gewenst is, wordt dit in het eindverslag benoemd. Vervolgens kan voor het betreffende onderdeel gezocht worden naar suggesties voor de begeleiding bij het onderdeel Pedagogische handelingssuggesties van het DHH. 5.7 Vervroegde doorstroming Criteria Na de fase van diagnostiek wordt voor een aantal leerlingen eerst het adviestraject vervroegde doorstroming van het DHH doorlopen. Notabene: voor leerlingen die het adviestraject vervroegde doorstroming gaan doorlopen, moet de volledige diagnostiekfase zijn afgerond, inclusief het doortoetsen. Dit geldt voor leerlingen die voldoen aan de volgende criteria: De leerling behoort tot de doelgroep van dit protocol, dit komt naar voren uit de fase van diagnostiek of uit extern onderzoek; De leerling heeft een didactische voorsprong van meer dan 6 maanden tot bijna een jaar of meer op meerdere leerstofgebieden. Groep 1-2: Er moet sprake zijn van een brede ontwikkelingsvoorsprong, dat wil zeggen op minimaal 9 van 15 gebieden in de fase diagnostiek (grove en fijne motoriek tellen hierbij niet mee). Verder moet er bij het doortoetsen sprake zijn van een didactische voorsprong van minimaal een half jaar tot een jaar of meer. Groep 3-8: Er moet tijdens het didactische onderzoek in de fase diagnostiek een didactische voorsprong zijn van minimaal 7 maanden tot een jaar of meer op de belangrijkste leerstofgebieden Sociaal-emotionele ontwikkeling De school hanteert de volgende instrumenten om de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart te brengen: Groep 1-2: KIJK (1-2), ZIEN (als aanvulling indien dit door de leerkracht gewenst is). Groep 3-8: De J.J.Anspachschool heeft de beschikking over verschillende instrumenten die gebruikt kunnen worden om de sociale-emotionele ontwikkeling in groep 3-8 in kaart te brengen. Het gaat hierbij om ZIEN, CBSK. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 19
20 Verder kan er extra geobserveerd worden en er kan eventueel extern advies aangevraagd worden. Op de J.J.Anspachschool is een beleidstuk in gebruik dat richtlijnen aangeeft voor een doorstroming van de zgn herfstkinderen. Wanneer de leerkracht twijfels heeft over de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling waarbij een vervroegde doorstroming overwogen wordt, wordt de leerkracht gevraagd om aan te geven (liefst in een verslag) welke problemen hij ervaart in het functioneren van de leerling. Dit verslag wordt besproken in het zorgteam Besluitvorming De leerkracht doorloopt het adviestraject vervroegde doorstroming van DHH en bespreekt de uitkomst met de Intern Begeleider. Er vindt een bespreking plaats in het zorgteam samen met de ouders, de huidige leerkracht, de zorgcoördinator HB/ intern begeleider en eventueel de toekomstige leerkracht (wanneer deze bekend is). In dit gesprek wordt de definitieve beslissing omtrent de vervroegde doorstroming genomen. De school heeft de beslissende stem bij de besluitvorming. Wanneer er sprake is van vervroegde doorstroming, dan wordt met alle betrokkenen bekeken welk moment het meest wenselijk is Voorbereiding Aan de hand van de punten die eventueel naar voren zijn gekomen naar aanleiding van het adviestraject vervroegde doorstroming wordt bekeken welke aandachtspunten er zijn bij de voorbereiding op de vervroegde doorstroming. Aandachtspunten: Sociaal-emotioneel: Kennismaken in de volgende groep. Didactisch: Tijdstip: Wat heeft het kind nodig om een goede overstap naar de volgende groep te maken. Welke leerstofonderdelen hebben nog extra aandacht nodig. Het is de bedoeling dat het kind na geruime tijd start in de leerlijn waar het thuishoort (compacten en verrijken). Nader overeen te komen Nazorg Wanneer ouders ondanks een positief advies van de school een vervroegde doorstroming niet wenselijk vinden, dan wordt de leerling in principe ingedeeld in de tweede leerlijn. Mocht er sprake zijn van een grote didactische voorsprong en de school acht een vervroegde doorstroming niet wenselijk, dan kan in overleg met de Intern Begeleider besloten worden tot een individueel traject voor de leerling. In principe starten leerlingen die vervroegd zijn doorgestroomd na enkele weken weer met een aangepast programma. Bij twijfel kan in overleg met de Intern Begeleider bekeken worden of een leerling start in de eerste of de tweede leerlijn. Mocht de leerkracht denken dat een aangepast leerstofaanbod op dat moment nog niet wenselijk is, dan wordt contact opgenomen met de Intern Begeleider. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 20
21 5.8 Begeleiding onderpresteerders Definitie Model onderpresteren Onderpresteren is langdurig minder presteren dan op grond van iemands capaciteiten verwacht mag worden (Kaufman, 1991) Zie bijlage 3: positieve en negatieve kenmerken Vicieuze cirkel onderpresteren m Inadequaat leerstofaanbod Houding t.o.v. school Leerkrachtattitude Onderpresteren: Wisselend foutenpatroon vooral bij schriftelijke prestaties Demotivatie: Zeer laag werktempo Slechte concentratie Signalering en diagnostiek Adviesbureau voor hoogbegaafde kinderen in het basisonderwijs Drs. S. Drent Bij leerlingen waarvan het vermoeden bestaat dat ze onderpresteren wordt eerst een volledig intern onderzoek volgens het DHH gedaan, zodat er duidelijkheid is over de mogelijke aanwezigheid om te komen tot prestaties op begaafd niveau. Bij vermoedelijk onderpresteren wordt altijd doorgetoetst, ook als het kind geen A+-scores heeft. Mocht er daarna nog onvoldoende duidelijkheid zijn over de begaafdheid van de leerling, dan is extern onderzoek wenselijk. Soms geeft het DHH bij de factor onderpresteren aan dat er een gevaar is voor onderpresteren of vertoont de leerling uitval op meerdere clusters van de vragenlijst. Wanneer dit het geval is en de leerling valt buiten het protocol, dan wordt aangeraden om extern onderzoek te laten doen. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 21
22 5.8.3 Begeleiding Bij leerlingen die onderpresteren is het belangrijk om ze ondanks hun huidige prestaties, in te delen in een leerlijn (1 of 2). Daarnaast is de pedagogische begeleiding van deze leerlingen essentieel om een gedragsverandering teweeg te brengen. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de pedagogische handelingssuggesties voor het omgaan met onderpresteren uit het DHH. Mocht er na het toepassen van de handelingssuggesties na enige tijd nog geen verbetering optreden in de situatie van de leerling, dan is het wenselijk om de leerling aan te melden bij het zorgteam. 5.9 Randvoorwaarden begeleiding Planning leerstof Het voor deze leerlingen aangepast programma komt op een weektaak te staan. Dit geeft overzicht voor de leerkracht en verhoogt de zelfstandigheid van de leerling. De weektaak wordt opgesteld door de leerkracht, hiervoor wordt door alle leerkrachten dezelfde taakbrief gehanteerd. Bij jonge kinderen kan uit de weektaak een dagtaak worden gehaald. Langzamerhand kan op een weektaak worden overgegaan Begeleiding Uitgangspunt hierbij is dat het vooral bij verrijkingswerk erg belangrijk is om het leerproces van de leerling te bewaken en dat verrijkingsmateriaal zich minder goed leent om het door de leerling zelf na te laten kijken, gezien de aard van het materiaal. Wanneer het niet mogelijk is om al het werk van de leerling door de leerkracht na te laten kijken, gaan we ervan uit dat er minimaal 1x per week van ieder verrijkingsonderdeel een gedeelte door de leerkracht wordt nagekeken. Deze opdracht(en) worden ook beoordeeld door de leerkracht volgens een procesgerichte benadering en wordt weergegeven in een woordbeoordeling (onvoldoende-voldoende-goed) of cijfer. De leerkracht bespreekt de nagekeken opdrachten vervolgens ook na met de leerling Vermelding op rapport Op het moment dat besloten is dat een leerling gebruik gaat maken van de 1 e of 2 e leerlijn, zal dit op het rapport vermeld worden. Op het klassenrapport wordt naast een beoordeling voor de reguliere leerstof ook een beoordeling gegeven voor het verrijkingsmateriaal waar de leerling aan gewerkt heeft Registratie Bij de overgang naar een volgende groep wordt bij de overdracht een speciaal registratieformulier (opgeslagen in het digitaal zorgdossier) ingevuld waarop wordt aangegeven aan welke verrijkingsstof de leerling gewerkt heeft en hoe ver hij gekomen is met de verschillende materialen. (zie bijlage 8) Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 22
23 5.9.5 Coördinatie De coördinatie van de zorg voor hoogbegaafde leerlingen ligt bij de Intern Begeleider in samenwerking met de leden van het zorgteam Verslaglegging De verslagen van de quickscan, signalerings- en diagnostiekfase worden opgenomen in het digitaal leerling-dossier. Hierin zijn ook de eventueel aanwezige handelingsplannen opgenomen. Speciale begeleiding en evaluatie wordt opgenomen in het groepsplan. 6. Verrijking en verdieping op de J.J. Anspachschool 6.1 Drie niveaus van verrijking en verdieping De J.J. Anspachschool kent drie niveaus van verrijking en verdieping. Niveau 1 Verdieping in de groep In alle klassen krijgt een leerling, wanneer blijkt dat de leerling verdieping nodig heeft, de mogelijkheid om aan Plusopdrachten te werken zoals deze binnen de methode aangeboden worden. Daarnaast is er een aanbod vanuit de orthotheek mogelijk. De leerling mag werken met het Pluskastje. Een uitdagende opdracht die een beroep doet op het creatief denkvermogen. Niveau 2 Breinplein Verdieping wordt aangeboden buiten de groep Wat : verdiepen in wereldoriëntatie onderwerpen. Wanneer : maandagochtend uur Wie : voor leerlingen die de reguliere leerstof met zeer goed gevolg doorlopen en behoefte hebben aan verdieping. De leerling beschikt over een zelfstandige werkhouding De leerkracht heeft de selectieprocedure doorlopen en overleg gehad met de Intern Begeleider/ HB coördinator. Niveau 3 Peergroup onderwijs Peuterplusgroep (3-jarigen) Wat : ontmoeten van ontwikkelingsgelijken een leeftijdsgelijken Leren leren Leren denken Leren leven Leren doorzetten Ontwikkelen van denkstrategieën Wanneer : woensdagochtend Wie : kinderen van 3 jaar die meer uitdaging nodig hebben en in hun ontwikkeling voorlopen. De aanmelding is besproken met en goedgekeurd door de locatieleider Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 23
24 Smarties (groep 3-4) Wat : ontmoeten van ontwikkelingsgelijken Leren leren Leren denken Leren leven Leren doorzetten Ontwikkelen en uitbouwen van adequate leer- en werk strategieën Wanneer : 1 ½ uur per week De leerling krijgt opdrachten mee om in de klas aan te werken Wie : voor leerlingen die een aantoonbare didactische voorsprong hebben van minimaal 8-12 maanden De leerkracht heeft het volledige Digitaal Handelingsprotocol (hoog) begaafdheid doorlopen. De aanmelding is besproken met en goedgekeurd door de Intern Begeleider/ HB coördinator Breinbrekers (groep 4-8) Wat : ontmoeten van ontwikkelingsgelijken Leren leren Leren denken Leren leven Leren doorzetten Ontwikkelen en uitbouwen van adequate leer- en werk strategieën Wanneer : 1 dagdeel per week De leerling krijgt in de lesweek minimaal 60 minuten extra werktijd om aan zijn opdrachten te werken Wie : voor leerlingen die een aantoonbare didactische voorsprong hebben van minimaal 8-12 maanden De leerkracht heeft het volledige Digitaal Handelingsprotocol (hoog) begaafdheid doorlopen. De aanmelding is besproken met en goedgekeurd door de Intern Begeleider/ HB coördinator. 6.2 Plusgroep 'De Breinbrekers' en De Smarties Waarom de plusklas? In de plusklas verzorgen we onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen voor wie meer uitdaging naast de reguliere lessen nodig is.(hoog)begaafde kinderen denken anders, leren anders, redeneren anders. Naast uitdaging op cognitief gebied hebben zij behoefte aan contacten met ontwikkelingsgelijken. In de plusklas wordt aan deze behoefte tegemoet gekomen. Naast de ontmoeting met ontwikkelingsgelijken is het belangrijk dat zij in hun eigen schoolomgeving blijven functioneren en met de reguliere maatschappij leren omgaan. Dit is een belangrijke reden waarom de J.J.Anspachschool voor een plusklas-vorm kiest en niet voor een vorm, waarbij (hoog)begaafde kinderen fulltime in een hoogbegaafde klas in een aparte school zitten. Het kind blijft voor het grootste deel in de eigen leefomgeving, de eigen groep; toch krijgt het extra uitdaging aangeboden en heeft het contact met ontwikkelingsgelijken. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 24
25 Met dit beleid wil de J.J.Anspachschool (hoog)begaafde kinderen voorzien in hun onderwijsbehoeften. Naast het werken aan opdrachten op een aansluitend cognitief niveau ligt de nadruk ook op het pedagogische vlak. Belangrijke leerpunten voor hoogbegaafden zijn: kunnen samenwerken en afstemmen met anderen, plannen en organiseren, zich kunnen inleven in anderen, herkennen en hanteren van eigen gevoelens of omgaan met de eigen begaafdheid en leren omgaan met faalervaringen. Zij moeten vaak leren hoe leren gaat en daarover kunnen reflecteren. Hierbij komen in De Smarties leerlingen van groep 3 en 4 samen en is De Breinbrekers gericht op groep 5 tot en met Theorie Leren lijkt een eenvoudige taak voor meerbegaafde leerlingen. Maar in de praktijk blijkt dit niet altijd zo te wezen. Leren is een vak op zich en ook dat moet je leren. Kinderen met een hoge intelligentie beschikken over een aantal leereigenschappen die hen zouden moeten helpen om een voorspoedige schoolcarrière te doorlopen. Ze zijn snel van begrip, hebben een goed geheugen een hoog leertempo en beschikken over een groot probleemoplossend vermogen. Daarnaast helpen de persoonlijkheidseigenschappen zoals creativiteit, een groot associatief vermogen en doorzettingsvermogen hen om de leereigenschappen op een juiste wijze in te zetten. In de praktijk is te zien dat niet alle meerbegaafde leerlingen de aanwezigheid van bovenstaande kenmerken ook op een handige wijze inzetten. Tijdens hun schoolperiode lopen deze leerlingen niet of nauwelijks aan tegen een niveau van leerstofaanbod dat een beroep doet op de goede leer- en persoonlijkheidseigenschappen. Het gevolg is dat de leerlingen niet leren hoe je een leertaak moet aanpakken. De Russische onderwijspsycholoog Vygotski heeft al 25 jaar geleden benadrukt dat kinderen het beste leren als ze de nieuwe kennis in verband brengen met reeds verworven kennis. Sternbergs theorie over intellectuele ontwikkeling beschrijft een vergelijkbaar mechanisme. In de dagelijkse onderwijspraktijk zien we de theorieën van Vygotski en Sternberg terugkomen in het IGDI instructiemodel, waarbij eerst een beroep gedaan wordt op het activeren van voorkennis, daarna wordt de nieuwe stof aangeboden die de leerling in de derde fase gaat inoefenen. Vygotski geeft leren de volgende inhoud: de overgang van het feitelijke niveau naar het gewenste niveau. Het uitgangspunt is hier altijd bij dat de leerstof wordt aangeboden volgens de methode van basisontwikkeling: in de zone van naaste ontwikkeling. Bij meerbegaafde leerlingen sluit het reguliere lesstof aanbod niet aan bij de zone van hun naaste ontwikkeling. Ook de eerste fase: activeren van voorkennis, bevindt zich vaak op een ander niveau dan daar waar het reguliere aanbod in voorziet De taxonomie van Bloom. Leerlingen leren op verschillende niveaus. De onderstaande indeling staat bekend onder Booms Taxonomy en verdeelt het cognitief denken in een aantal leerdoelen die oplopen van simpel tot complex. Hieruit is het denkniveau van een leerling te herleiden. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 25
26 In het onderwijs wordt een beroep gedaan op meerdere niveaus van de denkorde, waarbij ook elk vak, elke vraagtelling weer aansluit bij een van onderstaande niveaus. Elke stap verder betekent beheersing van de vorige stap. Bloom's Taxonomy of Learning Domains. We onderscheiden: Herinneren begrijpen toepassen analyseren evalueren creëren 1. Herinneren De leerling herinnert zich. Activiteiten van de leerlingen: Herinneren, benoemen, opnoemen, definiëren, opzoeken, beschrijven, aanwijzen, reproduceren. Vraag: Kunnen de leerlingen zich informatie herinneren? 2. Begrijpen De leerling geeft weer, vertaalt en vat samen Activiteiten van de leerlingen: Samenvatten, een verklaring geven, in eigen woorden weergeven, een tekening maken van, voorspellen, voorbeelden geven, uitleggen, selecteren, grote lijnen aangeven. Vraag: Kunnen de leerlingen hun kennis uitleggen? Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 26
27 3. Toepassen De leerling gebruikt informatie in een onbekende situatie en lost een probleem op. Activiteiten van leerlingen: Een plan ontwikkelen, een oplossing voorstellen, aantonen dat, laten zien hoe, kennis gebruiken in een situatie die. Vraag: Kunnen de leerlingen kennis en inzicht gebruiken? 4. Analyseren De leerling breekt de informatie open en brengt de onderdelen met elkaar in verband. Activiteiten van de leerlingen: In delen splitsen, patroon beschrijven, bewijzen voor conclusies aangeven, classificeren, onderzoeken. Vraag: Kunnen de leerlingen verbanden aanbrengen tussen delen van kennis? 5. Creëren De leerling brengt de onderdelen samen tot iets nieuws. Activiteiten van leerlingen: Ontwerpen, scheppen, samenstellen, schrijven, bouwen, ontwikkelen. Vraag: Kunnen de leerlingen creatief omgaan met kennis en inzichten? 6. Evaluatie De leerling geeft een beargumenteerd oordeel en heeft een standpunt. Activiteiten van leerlingen: Concluderen, beargumenteren, de waarde aangeven, bekritiseren, kiezen en de keuze rechtvaardigen, besluiten Vraag: Kunnen de leerlingen een beargumenteerd standpunt innemen? Een meerbegaafde leerling is in staat om te komen tot een hogere denkorde. De aanwezigheid van het vermogen om te komen tot een hogere denkorde, is nog geen garantie voor het daadwerkelijk in kunnen zetten van dit vermogen. In de plusgroep wordt er aangesloten bij dit bovenstaande vermogen en worden handvatten aangereikt om deze in de praktijk toe te passen TASC model Om aan te sluiten bij de behoefte van de meerbegaafde leerlingen wordt er in de plusklas gebruik gemaakt van het TASC (thinking Actively in a Social Context) model van Belle Wallace. Hierin zijn de verschillende niveaus van de taxonomie van Bloom opgenomen. Het TASC model gaat ervan uit dat een meerbegaafd kind al bij de beginsituatie op een juiste wijze ingeschat kan worden. Het model probeert kinderen te leren zicht te krijgen op werkvoorbereiding, werkuitvoering en evaluatie als onderdeel van het leerproces. Het model bestaat uit 8 stappen. 1. Wat weten we er al van? De voorkennis van de kinderen moet in kaart worden gebracht. Dit kan door middel van een mindmap. Kennis wordt opgehaald en met elkaar in verband gebracht. Als leraar kun je zien welke kinderen meer weten over een onderwerp. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 27
28 2. Wat willen we bereiken? De taak moet voor de kinderen duidelijk worden. Het kan zijn dat de leerkracht de opdracht bepaalt maar de kinderen kunnen dit ook. Als het maar duidelijk is. Ook de beoordelingscriteria moeten duidelijk worden. Mogelijke toekomstige problemen worden besproken zodat leerkrachten tijdens het werk niet de hele tijd extra instructie moeten geven. 3. Welke manieren zijn er? Hoe kunnen we de opdracht doen? Ook hier kan weer gebruik worden gemaakt van een mindmap. Alle ideeën worden opgeschreven zodat kinderen worden aangemoedigd om creatief te zijn. Kinderen moeten begrijpen dat het goed is om eerst na te denken voordat je begint. 4. Welk idee is het beste? De ideeën uit de vorige fase worden besproken, de voor- en nadelen. Door de kinderen zelf hun aanpak te laten kiezen, krijgen ze tevens meer verantwoordelijkheidsgevoel voor het probleem. 5. Doen en hoe gaat het? Dit is vooral de fase van de uitvoering. Kinderen zien dat een taak op verschillende manieren kan worden uitgevoerd en welke voor- en nadelen er voor elke manier zijn. 6. Hoe is het bij jou gegaan? Kinderen reflecteren op hun eigen handelen. Hebben ze voldaan aan de criteria? Is het resultaat naar wens? Als dit laatste niet het geval is kan er besproken worden of er een andere manier is om een gewenst resultaat te bereiken. Hierdoor leren de kinderen dat fouten maken mag. 7. We vertellen het aan anderen. In deze fase praten de kinderen met elkaar. Wat was jouw resultaat, hoe heb je het gedaan en wat ging er goed? Op die manier wordt het werk van de kinderen als belangrijk gezien, ze hebben wat bereikt. Het praten met de andere kinderen is goed voor de sociale vaardigheden. 8. Wat hebben we geleerd? Hierin wordt besproken wat de kinderen hebben geleerd van de opdracht. Was de gekozen strategie de juiste? Hoe ging het in vergelijking met andere keren? Ook wordt er besproken of de gekozen strategie eventueel ook voor andere taken bruikbaar zou zijn. Zo is de leeropbrengst voor de kinderen optimaal. Bij de invulling van de Plusklas gaan we uit van de interessegebieden van de leerling. Binnen dit interessegebied werken we aan de hulpvraag van de leerling via het TASC model en de taxonomie van Bloom. Op deze wijze sluiten we aan bij de onderwijsbehoefte van de meerbegaafde leerling. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 28
29 6.4 In de praktijk Selectieprocedure Zes weken voor de start van een nieuwe plusgroepperdiode selecteren de leerkrachten van groep 3 tot en met 8 de leerlingen die eventueel voor de plusklas in aanmerking komen. Hierbij wordt rekening gehouden met de selectiecriteria zoals die opgesteld zijn door de J.J.Anspachschool. De leerlingen worden door de intern begeleider, plusgroepleerkracht en de groepsleerkracht gescreend. Daarna wordt besloten welke kinderen in aanmerking komen voor de plusklas. Mocht de procedure ergens niet in voorzien dan ligt de beslissing bij de intern begeleider. Selectiecriteria A+ score op rekenen, technisch lezen en begrijpend lezen voor 2 meetmomenten. Dan wel 1x A+ en 2x A score. In de groep is er al sprake van compacten en verrijken. De aangeboden verrijking is niet genoeg voor deze leerling. DHH is gevolgd en geeft als advies een eerste / tweede leerlijn te volgen. Individuele afgenomen intelligentietest geeft inzicht in het IQ profiel met een TIQ boven 125. Voor leerlingen die een enkelvoudig begaafdheidprofiel laten zien in hun prestaties, kan in overleg met de Intern Begeleider een plaatsing plaatsvinden. Er wordt een hulpvraag opgesteld door: leerkracht ouder leerling Voor deze hulpvraag wordt een handelingsplan opgesteld. Deze hulpvraag zal centraal staan in de periode dat de leerling in de plusklas plaatsneemt. In de projecten waar de leerling aan gaat werken, zal rekening gehouden worden met de individuele hulpvraag. Er zijn twee Plusklasperiodes in een jaar: start schooljaar tot kerst januari tot einde schooljaar Elke periode is nieuwe instroom en uitstroom mogelijk. Een plaatsing in de plusgroep is geen permanente plaatsing. Per periode wordt gekeken of het wenselijk is dat de leerling in de plusgroep geplaatst wordt/ blijft. Dit gebeurt in overleg met de Intern Begeleider, plusklasleerkracht en de groepsleerkracht. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 29
30 6.4.2 Opzet van de plusklas De opzet van de plusklas in de praktijk De leerlingen komen elke week gedurende 1 dagdeel samen. De inhoud van het dagdeel verloopt bestaat uit een grote variëteit van activiteiten Filosoferen en inventariseren van de leergebieden Werken aan projecten in groepjes of individueel Uitwisselen van ervaringen. Eigen onderzoek Debat Denktank, waarin een praktische oplossing voor een probleem wordt onderzocht Gastlessen Leerlingen worden in de gelegenheid gesteld om extra werktijd bij de groepsleerkracht aan te vragen. Dit dient een dag van te voren aan gevraagd te worden zodat de leerkracht rekening kan houden met het lesprogramma dat de leerling meedoet. Zo bepaalt de leerkracht of het aantal gewenste extra werkuren ook tot de mogelijkheid behoren in combinatie met het klassenprogramma Contacten met de groepsleerkrachten De plusgroepleerkracht onderhoudt contacten met de leerkrachten van de leerlingen. Hierbij is een belangrijk doel het welbevinden van de leerling, zijn motivatie in de groep en wordt eventueel zijn verdiepings- en verbredingswerk besproken. Een belangrijk bespreekpunt is de leerhouding van de leerling en zijn resultaten. Deze mogen niet ten koste van de plaatsing in de plusgroep zijn. Wanneer signalen worden waargenomen waaruit blijkt dat het wenselijker is om de leerling op dat moment terug te plaatsen in zijn eigen groep, dan wordt dit met de Intern Begeleider besproken Contacten met ouders Twee maal per jaar worden ouders in de gelegenheid gesteld om door middel van een 15 minuten gesprek kennis te nemen van de voortgang van hun kind. De leerlingen maken een woordrapport waarin zij een reflectie schrijven op hun periode in de plusgroep. Ook de plusgroepleerkracht schrijft een woordrapport met daarin een beoordeling van de inzet en voortgang van de leerling. Dit woordrapport staat centraal bij de contact momenten met ouders. Het is wenselijk dat de leerlingen zelf bij dit gesprek aanwezig zijn. 6.5 Verrijking voor de kleutergroepen Daar waar er bij kleuters gesproken wordt over een ontwikkelingsvoorsprong en niet van begaafdheid, is ook hier het aansluiten op de ontwikkeling van een kleuter met een Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 30
31 ontwikkelingsvoorsprong wenselijk en mogelijk. Hierbij stemmen de leerkrachten het aanbod af op het thema dat op dat moment in de kleutergroepen centraal staat Ook de HB coördinator bezoekt de groepen en verzorgt hier een verrijkingsaanbod voor de leerlingen die door de leerkracht aangemeld zijn. 6.6 Peuterplusgroep Met ingang van januari 2013 voorziet de J.J.Anspachschool in een voorschoolse peutergroep. De voorschool op de J.J. Anspachschool is een zogenaamde plusgroep. Deze richt zich voornamelijk op kinderen die qua ontwikkeling behoefte hebben aan meer en uitdagender aanbod dan de reguliere peuterspeelzaal kan bieden. Om dit te realiseren wordt een intensieve samenwerking met de kleutergroep(en) nagestreefd. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 31
32 7. Evaluatie 7.1 Team Hulpverlening in één oogopslag: Signalen vanuit gegeven onderwijs problemen ja nee Geven van extra instructie (evt. hp) vooruitgang ja nee Blijvende signalen vanuit gegeven onderwijs (dieper analyseren, ll n bespr.) vooruitgang ja nee Opstellen groeps- of handelingsplan, bespr. met ouders Uitvoeren, tussentijds evalueren en aanpassen vooruitgang ja nee Evalueren groeps- of handelingsplan met IB er en/of RT er in l.l. bespr./groepsbespr. vooruitgang ja nee consultatie zorgteam WSNS Aanpassen groeps- of handelingsplan vooruitgang ja nee Consultatie zorgteam wellicht Psychologisch onderzoek vooruitgang ja nee Evalueren vooruitgang ja nee Aanmelding PCL / RVC Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 32
33 7.2 Ouders Wanneer een kind n.a.v. het DHH in een aparte leerlijn wordt geplaatst, wordt dit vermeld in het groepsplan. Regelmatig (om de 6-8 weken) vinden er met de ouders evaluatiegesprekken plaats. Wanneer de afstemming naar tevredenheid verloopt en er geen grote aanpassingen meer nodig zijn, wordt de evaluatie gekoppeld aan de 10-minuten gesprekken (3x per jaar). Op langere termijn (na 4-6 maanden) kan er eventueel voor gekozen worden om de vragenlijsten uit de diagnostiekfase nog eens opnieuw in te vullen (hiervoor wordt gebruik gemaakt van de vragenlijsten die zijn opgenomen in module 4 evaluatie lange termijn met ouders). Op deze manier kan bekeken worden of de aanpak ook geleid heeft tot een ander beeld bij ouders en leerkracht. 7.3 Leerling Het is belangrijk om regelmatig even kort te evalueren met de leerling, zodat de leerkracht zicht houdt op het leerproces van de leerling. De leerkracht kan zelf bepalen hoe hij dit wil vormgeven, hierbij kan gebruik worden gemaakt van de suggesties van het DHH voor evaluatie op korte termijn met de leerling. Vanaf groep 5 laat de leerkracht voorafgaand aan de rapportgesprekken van oktober en maart de leerling de leerlingvragenlijst invullen die deel uitmaakt van module 4 van het DHH. Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 33
34 Bijlagen Beleidsplan Hoogbegaafdheid Bijlage 1: Model van Gagné Bijlage 2: Kenmerken van begaafdheid Bijlage 2a: Profielen van Betts & Neihart (2010) Bijlage 3: Positieve en negatieve kenmerken onderpresteren Bijlage 4: Beoordelingscriteria omgaan met verrijkingsmateriaal Bijlage 5: Tasc model Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 34
35 Bijlage 1: Model van Gagné Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 35
36 Bijlage 2: Kenmerken van begaafdheid Leereigenschappen - is snel van begrip - maakt grote denk- en leerstappen - beschikt over een goed geheugen - heeft een brede algemene interesse en kennis - beschikt over een groot probleemoplossend vermogen - is in staat verworven kennis toe te passen - is in staat nieuwe kennis te integreren met oude kennis - beschikt over een groot analytisch vermogen Persoonseigenschappen - is taalvaardig en kan spelen met taal - komt met creatieve oplossingen - is geestelijk vroegrijp - houdt van uitdagingen - beschikt over een groot doorzettingsvermogen - is op een gezonde manier perfectionistisch ingesteld - is veelal een intuïtieve denker - heeft behoefte aan een hoge mate van autonomie - beschikt over het vermogen tot (zelf)reflectie - is sociaal competent Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 36
37 Bijlage 2a Profielen van Betts & Neihart (2010) Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 37
38 Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 38
39 Bijlage 3: Positieve en negatieve kenmerken onderpresteren Positief o Begrijpt en onthoudt moeilijke informatie wanneer het wel geïnteresseerd is. o Kan grote denk- en leerstappen maken. o Leest veel of verzamelt in zijn vrije tijd op andere manieren veel informatie. o Presteert significant beter op mondelinge dan op schriftelijke overhoringen. o Kent veel feiten en heeft een grote algemene ontwikkeling. o Komt goed uit de verf bij individueel onderwijs op maat. o Is creatief en heeft een levendige verbeelding. o Ontwikkelt thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten. o Heeft een brede belangstelling en vindt het leuk om dingen te onderzoeken. o Is gevoelig. Negatief o Presteert op school redelijk tot slecht (soms alleen onder het eigen niveau). o Heeft zijn huiswerk niet af of slecht gemaakt. o Is vaak ontevreden over zijn eigen prestatie. o Heeft een hekel aan automatiseren. o Vermijdt nieuwe leeractiviteiten uit angst om te mislukken. o Heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn. o Doet niet graag mee aan groepsactiviteiten, heeft het gevoel dat niemand hem mag. o Is minder populair bij leeftijdsgenootjes. Zoekt vrienden onder gelijkgestemden. o Stelt doelen te hoog of te laag. o Is snel afgeleid en impulsief. o Staat afwijzend of onverschillig tegenover de school. o Wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn. o Neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen. o Verzet zich tegen autoriteit. (Bron: Nelissen & Span, 1999; als signaleringslijst in bijlage 6, Van Gerven & Drent, 2000.) Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 39
40 Bijlage 4: Beoordelingscriteria omgaan met verrijkingsmateriaal Bij het beoordelen van verrijkingsopdrachten kan onder andere gelet worden op de volgende aspecten: Hoe was de inzet van de leerling? Kan de leerling op een zelfstandige manier omgaan met de opdrachten? Is de leerling in staat om zelf tot oplossingsstrategieën te komen? Is de leerling in staat om samen met anderen tot een oplossing te komen (indien van toepassing)? Is het werk binnen de gestelde tijd afgemaakt? Voldoet het eindresultaat aan de verwachtingen? Pakt de leerling eventuele aanwijzingen van de leerkracht goed op? Is de leerling in staat tot zelfreflectie? Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 40
41 Bijlage 5: Tasc model Belle Wallace
Beleidsplan. Meerbegaafdheid
Beleidsplan Meerbegaafdheid 1 St. Jozefschool 1. Doelstelling Wij als jenaplanschool gaan er van uit dat ieder kind uniek is met zijn eigen kwaliteiten en beperkingen en moet kunnen functioneren op zijn
Beleid. (hoog)begaafde leerlingen
Beleid (hoog)begaafde leerlingen Stichting Primair Onderwijs Venray Schooljaar 2008-2009 Doelstelling Uitgangspunt is dat ieder kind recht heeft op passend onderwijs, waarbij tegemoet gekomen wordt aan
Meerbegaafden protocol
Meerbegaafden protocol Kardinaal de Jongschool 1. Doelstelling Er zijn grote verschillen in begaafdheid, tempo en belangstelling van kinderen. Naast zorg voor kinderen die minder snel mee kunnen meekomen,
Beleidsplan (hoog)begaafdheid
1 Inhoudsopgave 1. Doelstelling 2. Doelgroep 3. Signalering 3.1 Doelstelling 3.2 Procedure 3.3 Verantwoordelijkheid 3.4 Wanneer? 3.5 Verslaglegging 3.6 Communicatie met ouders 4. Diagnostiek 4.1 Doelstelling
Beleid voorsprongleerlingen/excellente leerlingen Juni 2014
Beleid voorsprongleerlingen/excellente leerlingen Juni 2014 Inhoudsopgave: 1. Inleiding 2. Doelgroep:2.1. Wat zijn excellente leerlingen 2.2 Definitie die we hanteren 2.3 Excellente leerlingen in de schoolpraktijk
Beleid (hoog)begaafdheid. Hoe gaan we om met begaafde en hoogbegaafde kinderen op De Krommen Hoek
Beleid (hoog)begaafdheid Hoe gaan we om met begaafde en hoogbegaafde kinderen op De Krommen Hoek Uitgangspunt missie en visie n Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken
Protocol Meer - en Hoogbegaafdheid Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster
Protocol Meer - en Hoogbegaafdheid 1 Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster De missie van de Nutsscholen en de NHJ-Poolster Op de Nutsscholen geven wij eigentijds onderwijs, passend bij wat de leerlingen
Protocol hoogbegaafdheid Protocol Hoogbegaafdheid
Protocol hoogbegaafdheid 21-04-2016 Protocol Hoogbegaafdheid Inhoudsopgave 1. Inleiding... blz. 3 2. Onze doelgroep... blz. 4 3. Procedure... blz. 5 4. Signalering en diagnostiek... blz. 6 5. Begeleiding...
Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen. Beleidsplan. (hoog)begaafde leerlingen. Basisschool Klimop 2012-2016
Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen 1 1. Doelstelling Onze school kiest ervoor om de begeleiding t.a.v. leerlingen, die behoefte hebben aan een meer dan gemiddeld leerstofaanbod, vast te leggen in een
Maart 2012. Protocol (Hoog)begaafdheid. Doel van het protocol.
Maart 2012 Protocol (Hoog)begaafdheid Doel van het protocol. In dit protocol vinden leerkrachten handreikingen om (hoog)begaafde leerlingen (we noemen deze kinderen pluskinderen) te signaleren en te begeleiden.
Beleid VPCO-Plusklas
Beleid VPCO-Plusklas Versie 14-07-2014 Inleiding Beide scholen van VPCO Rhenen hebben hun eigen Beleidsplan Meerbegaafdheid. Dit document is een bijlage bij deze school-specifieke beleidsplannen en omschrijft
Meer- of Hoogbegaafdheidsprotocol
Meer- of Hoogbegaafdheidsprotocol Het opzetten van een beleid voor hoogbegaafde kinderen vraagt kennis over wat hoogbegaafdheid is. Het moet onderscheid kunnen maken tussen een slim kind en een hoogbegaafd
Beleid VPCO - Plusklas
Beleid VPCO - Plusklas Versie 24-09- 2015 07 Inleiding Beide scholen van VPCO Rhenen hebben hun eigen Beleidsplan Meerbegaafdheid. Dit document is een bijlage bij deze school-specifieke beleidsplannen
OBS De Hobbitstee Leerdam
BELEIDSPLAN PLUSKLAS OBS De Hobbitstee Leerdam INHOUDSOPGAVE KORTE INLEIDING pagina 3 1. OMSCHRIJVING pagina 4 2. DOELEN pagina 5 3. BELEID pagina 6 3.1 Signalering 3.2 Kerndoelen 3.3 Verrijkingswerk 4.
KINDEREN DIE MEER KUNNEN
KINDEREN DIE MEER KUNNEN INLEIDING Op de IJwegschool staat het kind centraal. Het onderwijs wordt aangepast aan het kind en niet andersom. Doordat de leerkrachten handelingsgericht werken waarbij de onderwijsbehoeften
Protocol Hoogbegaafdheid
Protocol Hoogbegaafdheid De RK Daltonbasisschool St. Plechelmus hanteert het Protocol Hoogbegaafdheid van haar bestuur de Dr. Schaepmanstichting. Dit protocol is in 2009 gemaakt en binnen het bestuur is
Beleidsplan. Begaafde leerlingen. Bs Het Venster
Beleidsplan Begaafde leerlingen Inhoudsopgave 1. Bovenschoolse uitgangspunten beleid 2. Doelstelling 3. Doelgroep 4. Screening-signalering 4.1 Screening groep 4.2 Signalering 5. Diagnostiek 6. Leerlingbegeleiding
Protocol: Hoogbegaafdheid: Samenvatting protocol en ouderbrief
Protocol: Hoogbegaafdheid: Samenvatting protocol en ouderbrief Doelgroep: Hoogbegaafde leerlingen: Leerlingen die regelmatig en gedurende langere tijd op een hoog niveau prestaties leveren. Hierbij moet
(Hoog)begaafde protocol OBS Prins Claus
(Hoog)begaafde protocol OBS Prins Claus Linschoten juli 2017 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Visie... 3 Doelgroep... 3 Signaleren... 4 Onderpresteerders... 4 Onderwijsbehoeften... 4 Begeleiding...
Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado
Protocol (Hoog)begaafdheid B.S. Mikado 0 Inhoudsopgave: 1. Inleiding... blz. 2 2. Doelstelling... blz. 3 3. Doelgroepen... blz. 3 4. Signalering... blz. 4 5. Diagnostische fase... blz. 5 6. Overwegingen
Beleidsplan cognitief getalenteerde leerlingen
Beleidsplan Cognitief getalenteerde leerlingen 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Doelstelling 3. Doelgroep 4. Signalering 4.1 Doelstelling 4.2 Doelgroep 4.3 Procedure 4.4 Wanneer? 4.5 Verantwoordelijkheid
Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen
Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen Inhoud Doelgroep 3 Signalering en diagnosticering 3 Het vertrekpunt 3 Onderwijskundige maatregelen 4 Verrijken en
Samenvatting Protocol Excellente leerlingen
Samenvatting Protocol Excellente leerlingen Visie In de visie van onze school staat dat wij streven naar een optimale ontwikkeling van ieder kind. Het uitgangspunt Voor leerlingen die een ontwikkelingsvoorsprong
Protocol leertijdverkorting
Marsstraat 2, 1716 WH Opmeer Postbus 53, 1715 ZH Spanbroek Tel: 0226 352552 [email protected] R.K. Basisschool t Ruimteschip www.bsruimteschip.nl Protocol leertijdverkorting Doel:
- school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs
- school de Ontmoeting Jenaplanschool voor basisonderwijs Beleidsplan hoogbegaafdheid 2016 1 2 Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen Doel Op onze school stemmen we ons onderwijs zodanig op de behoeften
(Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool.
(Hoog)begaafdenwijzer Lorentzschool. (Ontdek-boek over hoogbegaafdheid door Wendy Lammers van Toorenburg) 1 januari 2014 1. (Hoog)begaafdenbeleid op de Lorentzschool. In het hedendaagse onderwijs is omgaan
Beleidsplan (hoog)begaafde leerlingen
1 Inhoud (Hoog) begaafdheid blz: 1 Doelgroep 4 2 Signalering 5 2.1 Doelstelling 5 2.2 Procedure 5 2.3 Wanneer? 6 2.4 Tijdstip 6 2.5 Verantwoordelijkheid 6 2.6 Vervolgtraject 7 2.7 Verslaglegging 7 3. Diagnostiek
Visie en beleid ten aanzien van beter presterende leerlingen
Visie en beleid ten aanzien van beter presterende leerlingen Inleiding Eén van de profielpijlers van De Duif is presteren. We proberen uit alle leerlingen te halen wat er in zit. Ons doel is om voor alle
Protocol (Hoog) Begaafdheid
Protocol (Hoog) Begaafdheid 1 Inhoudsopgave: 1. Inleiding blz. 3 2. Doelstelling. blz. 3 3. Doelgroepen blz. 3 4. Signalering.. blz. 4 5. Diagnose fase blz. 5 6. Overwegingen bij het plan van aanpak. blz.
Den Dolder, 2011-2015. Beleidsplan meer- en hoogbegaafde kinderen bijgesteld november 2013
Den Dolder, 2011-2015 Beleidsplan meer- en hoogbegaafde kinderen bijgesteld november 2013 1 "...Wijsheid is te weten dat uiteindelijk de kinderen zelf de weg naar de toekomst in handen hebben..." 1 www.wijswijzer.nl
Richtlijnen voor de overgang naar de volgende groep. Doubleren of Versnellen; te nemen stappen
Richtlijnen voor de overgang naar de volgende groep Doubleren of Versnellen; te nemen stappen Interne begeleiding Mei 2017 Wat zijn de criteria voor overgang naar de volgende groep en de te nemen stappen
Protocol begaafdheid op de Curtevenne
Parklaan 3, Kortenhoef Postbus 118, 1243 ZJ Kortenhoef (035) 656 10 19 info@curtevennesc hool.nl www.curtevennesch ool.nl Protocol begaafdheid op de Curtevenne Ieder kind uniek en toch lekker samen Niet
Met ingang van het schooljaar hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid.
Beleid rond begaafdheid voor leerlingen van De Vosseschans Met ingang van het schooljaar 2009-2010 hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid. Dit wil niet zeggen dat
Plusklas PWA Beusichem
Plusklas PWA Beusichem Beleidsnotitie juni 2017 1 Inhoud Inleiding 3 Aanleiding tot het vormen van een plusklas 3 Doel van de plusklas 4 Doelgroep en toelating 4 Organisatie en werkwijze plusklas 5 De
Beleid Meer - en Hoogbegaafdheid NUT Periode januari 2014 t/m januari 2016
Beleid Meer - en Hoogbegaafdheid NUT Periode januari 2014 t/m januari 2016 1 vastgesteld dd. 22 april 2014 door MT De missie Op de Nutsscholen geven wij eigentijds onderwijs, passend bij wat de leerlingen
Beleidsstuk. Beleidsstuk Meer- en hoogbegaafdheid
Beleidsstuk Beleidsstuk Meer- en hoogbegaafdheid Alle kinderen hebben recht op een stimulerende onderwijsomgeving om te leren. Elk kind met zijn eigen leerstijl en zijn eigen onderwijsbehoeften. Bij kleuters
Protocol doubleren en versnellen (def. versie 5/1/2015)
Protocol doubleren en versnellen (def. versie 5/1/2015) Op Daltonschool Neptunus willen we elk kind het onderwijs bieden dat het nodig heeft. Wij vormen ons onderwijs voor elk kind zo optimaal mogelijk,
COMPACTEN & VERRIJKEN GROEP 9
COMPACTEN & VERRIJKEN en GROEP 9 in de midden- en bovenbouw De Nobelaer Inleiding Dit jaar starten we met een nieuwe aanpak voor leerlingen die meer aankunnen dan de reguliere lesstof. We vinden het belangrijk
Aloysiusschool Amersfoort Datum: Status: definitief voor schooljaar
Protocol hoogbegaafde en hoogintelligente kinderen Aloysiusschool Amersfoort Datum: 4-3-2010 Status: definitief voor schooljaar 2009-2010 Inhoud protocol. 1. Inleiding 2. Doelstelling 3. Doelgroepen 4.
Vragenlijst Excellentieregeling Basisonderwijs
Vragenlijst Excellentieregeling Basisonderwijs De lijst bestaat uit 114 vragen (stellingen) en kan in 30 minuten worden ingevuld. De lijst bestaat uit vier onderdelen: 1. Visie, draagvlak en kennis 2.
VALCKESTEYN Beleid Doubleren of Versnellen
Openbare basisschool VALCKESTEYN Beleid Doubleren of Versnellen Januari 2013 Doel van dit protocol Het vaststellen van de criteria op grond waarvan een leerling al dan niet doubleert of versnelt naar een
Algemene inleiding. Twee voorbeelden van definities:
Protocol hoogbegaafdheid Rotterdamse Montessorischool December 2017 Inhoud Algemene inleiding... 3 Doel van het protocol... 4 Signalering... 5 Onderbouw... 5 Midden- en bovenbouw... 5 Kerndoelen en verrijking...
Beleidsplan Begaafdheid
Beleidsplan Begaafdheid 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 1. Inleiding...3 1.1 Passend onderwijs bieden...3 2. Wat is hoogbegaafdheid...4 2.1 De omschrijving...4 2.2 Ontwikkelingsvoorsprong...4 2.3 De
Behandeld met HB specialist in de periode september november Besproken in pedagogisch team d.d Kwaliteitszorg Notitie Nobel
Pcb De Hoeksteen Kwaliteitszorg Notitie Nobel Kwaliteitszorg Notitie Nobel Behandeld met HB specialist in de periode september november 2013 Besproken in pedagogisch team d.d. 19 11 2013 Vastgesteld d.d.
Groep 1 t/m 8 Prins Mauritsschool Delft
Protocol Overgang Groep 1 t/m 8 Prins Mauritsschool Delft Vooraf In de wet op het onderwijstoezicht wordt aangegeven dat het onderwijs moet worden afgestemd op de onderwijsbehoeften van de leerling. Hierbij
Protocol begaafdheid op de Curtevenne
Parklaan 3, Kortenhoef Postbus 118, 1243 ZJ Kortenhoef (035) 656 10 19 [email protected] www.curtevenneschool.nl Protocol begaafdheid op de Curtevenne Ieder kind is uniek en toch lekker samen. en
DE PLUSBUS. Informatiebrochure voor ouders
Informatiebrochure voor ouders DE PLUSBUS In deze brochure vindt u algemene & praktische informatie over de plusklas De Plusbus. De Plusbus is onderdeel van Stichting Palludara. Inhoud Hoogbegaafd, nou
Doelgroep en toelatingscriteria Plusklassen Samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland
Doelgroep en toelatingscriteria Plusklassen Samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland Doelgroep De leerlingen binnen de Plusklassen zijn hoogbegaafd. Ze hebben een hoge intelligentie (hoger dan 130) en
het fundament christelijke basisschool genderen Protocol Leerlingenzorg Speciale Leergroep ~ huidige situatie ~
het fundament christelijke basisschool genderen Protocol Leerlingenzorg Speciale Leergroep ~ huidige situatie ~ Visie Christelijke basisschool Het Fundament wil een school zijn: - waar ieder kind uniek
plusbeleid CBS de Vrijenburg inhoud
plusbeleid CBS de inhoud - inleiding blz. 2 - definitie plus-leerling blz. 3 selectiecriteria totaal-plus-leerling & vak-plus-leerling blz. 3 onderpresteren blz. 5 - aanpak kleuters blz. 7 borging blz.
Protocol doubleren en versnellen
CBS Merula email: [email protected], website: www.merula.nl Bloemendaele 4, 3218 XA Heenvliet tel.: 0181-662551 fax.: 0181-665617 Protocol doubleren en versnellen CBS Merula is één van de scholen van www.vcodekring.nl
Talent is wie je bent. Protocol (Hoog)begaafdheid Stichting Openbaar Onderwijs Westland
Talent is wie je bent Protocol (Hoog)begaafdheid Stichting Openbaar Onderwijs Westland maart 2010 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Visie op (hoog)begaafdheid 4 3. Doelgroep 6 4. Signalering 7 5. Diagnostiek
Protocol Hoogbegaafdheid
Protocol Hoogbegaafdheid Protocol Hoogbegaafdheid 1. Wat is hoogbegaafdheid? Om over hoogbegaafdheid te kunnen spreken, moeten er drie kenmerken aanwezig zijn. -hoge intelligentie -grote creativiteit -grote
Meer- en hoogbegaafde en (hoog)intelligente leerlingen
Protocol Meer- en hoogbegaafde en (hoog)intelligente leerlingen 1 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 DHH - Signalering... 3 1.1 Groepssignalering (Quickscan)... 3 1.2 Individuele signalering... 3 2 DHH - Diagnostiek...
Opzet Beleidsplan Basisschool H.Henricus Hippolytushoef
Opzet Beleidsplan Basisschool H.Henricus Hippolytushoef Visie We zien als school dat er een groep leerlingen is die op bovengemiddeld of (zeer)begaafd niveau presteert, deze leerlingen hebben specifieke
Protocol Begaafdheid
Protocol Begaafdheid 1. De visie met betrekking tot begaafdheid De ontwikkeling van talenten Onze school wil zich niet alleen richten op kinderen die extra ondersteuning verdienen, omdat zij bepaalde onderdelen
Passend Onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen in Noord- Nederland
Passend Onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen in Noord- Nederland Uitkomsten enquête Praktijk Liberi Datum: 27 januari 2013 Plaats: Aldeboarn www.praktijkliberi.nl [email protected] Inhoudsopgave
Protocol begaafdheid
Protocol begaafdheid Inhoudsopgave 1. De doelgroep 1.1 Om welke leerlingen gaat het bij ons op school? 1.2 Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong 1.3 Talent op één gebied Beleid op de KWS 2. Leerlingbegeleiding
Protocol Plusklas. Aanleiding
Protocol Plusklas Aanleiding In het schooljaar 2014-2015 heeft BBS Antonius zich tot doel gesteld een schoolbreed aanbod te bieden voor een leeftijdsheterogene groep meer- en hoogbegaafde leerlingen. Met
Protocol zittenblijven/doubleren
Protocol zittenblijven/doubleren Doel van dit protocol Kan een kind overgaan naar een volgende groep of blijft het zitten? Met dit protocol willen we ouder(s)/verzorger(s) informeren hoe wij als school
Beleidsplan Meer- en Hoogbegaafdheid
Beleidsplan Meer- en Hoogbegaafdheid 2015-2019 Inhoudsopgave Inleiding 2 Hoofdstuk: 1- Het bepalen van de doelgroep 3 2- Signalering en diagnostiek 4 3- Vervroegde doorstroming 6 4- Aanpassen leerstofaanbod
Plusgroep op De Zaaier Presenta1e aan ouders, september 2014
Plusgroep op De Zaaier Presenta1e aan ouders, september 2014 Wat ging er aan vooraf? Kennis opdoen Visie (meerbegaafden protocol) Signaleren (m.b.v. criteria uit het protocol, signaleringslijst gr. 1-2
Doublure protocol Groep 1 t/m 8
Doublure protocol Groep 1 t/m 8 Protocol Om tot een verantwoorde beslissing te komen ten aanzien van al of niet bevorderen volgen wij voor deze procedure onderstaand stappenplan: o De groepsleerkracht
Beleidsplan hoogbegaafdheid. openbare basisschool voor Daltononderwijs De Meent en openbare basisschool de Merseberch
Beleidsplan hoogbegaafdheid openbare basisschool voor Daltononderwijs De Meent en openbare basisschool de Merseberch september 2010 1 Inleiding... 4 1. De doelgroep en hoogbegaafdheid... 6 1.1 Wat is hoogbegaafdheid...
Efficiënt werken met het DHH
Efficiënt werken met het DHH 16 februari 2017 Sylvia Drent Adviesbureau hoogbegaafde kinderen Dashboard 1 Gebruik instrumenten Screening hele groep Screening individuele leerlingen Diagnostiek individuele
Protocol Doublure. Doublure protocol Basisschool De Zonnewijzer Diepenveen
Protocol Doublure 1.Inleiding Het doel van doublure is in eerste instantie dat een opgelopen achterstand het komende schooljaar wordt ingehaald zodat het kind in ieder geval de minimumdoelen van de basisschool
Beleid inzake meer- en hoogbegaafde leerlingen Agatha Snellenschool juni 2012
Beleid inzake meer- en hoogbegaafde leerlingen Agatha Snellenschool juni 2012 1. Inleiding Lange tijd leefde het idee dat meer- en hoogbegaafde leerlingen nauwelijks begeleiding nodig hebben. Hun begaafdheid
Overgangsprotocol OPO Ameland Groep 1 tot en met 4
Overgangsprotocol OPO Ameland Groep 1 tot en met 4 januari 2010 5 januari 2011 informeren MT 26 januari 2011 informeren teams 10 maart 2011 voornemen besluit BC 22 maart 2011 besluitvormend GMR 21 april
Protocol Doubleren 1
Protocol Doubleren 1 Protocol: Doubleren. Inleiding Bij Basisschool Aventurijn kan het voorkomen dat kinderen niet altijd goed presteren. Er zijn situaties waardoor kinderen niet kunnen overgaan maar dat
Werken in het Lab Beleid verrijkingsklassen Stichting KBO Haarlem-Schoten (concept 2 oktober 2015)
Werken in het Lab Beleid verrijkingsklassen Stichting KBO Haarlem-Schoten (concept 2 oktober 2015) 2015 1. Inhoud 1. Inhoud... 1 2. Woord vooraf... 2 3. Doelstelling van het Lab... 3 3.1. Visie... 3 3.2.
Protocol. verlengen - doubleren - versnellen
Protocol verlengen - doubleren - versnellen 0 Protocol verlengen - doubleren - versnellen Vooraf In de wet op het onderwijstoezicht wordt gesteld dat het onderwijs afgestemd moet worden op de voortgang
Protocol overgang (2/3 en verder) obs De Barkentijn. Beschrijving van afspraken rondom overgang, doubleren en versnellen
Protocol overgang (2/3 en verder) obs De Barkentijn Beschrijving van afspraken rondom overgang, doubleren en versnellen 10-2-2017 Inhoudsopgave 1. Inleiding blz 3 2. Overgang kleuters blz 4 3. Overgang
Protocol schoolverlenging en schoolversnelling
Protocol schoolverlenging en schoolversnelling OBS Herman Gorter Schooljaar 2012-2013 Inleiding Elk leerjaar kijken we of de leerlingen zich voldoende hebben ontwikkeld om door te kunnen stromen naar een
In dit document gaan we nader in op het schoolspecifieke beleid rondom meer- en hoogbegaafdheid. Allereerst bepalen we wat wij hieronder verstaan:
Inleiding In dit document gaan we nader in op het schoolspecifieke beleid rondom meer- en hoogbegaafdheid. Allereerst bepalen we wat wij hieronder verstaan: Alle leerlingen die boven het gemiddelde niveau
2. Definitie. Inhoud. 1. Visie op het kind 2. Definitie 3. Doelgroep 4. Selectie&voortgang 5. Verantwoordelijkheid&communicatie
Beleidsprotocol Plusklas Dit protocol beschrijft kort en bondig onze visie op hoogbegaafdheid, de mogelijkheden die wij kunnen bieden aan de doelgroep en de vertaling naar de dagelijkse praktijk in school.
Protocol doubleren en versnellen
Protocol doubleren en versnellen Omnis school T Opstapje Van Tilburghstraat 41 4438 AJ Driewegen tel: +31 - (0)113-653010 e-mail: tel. directeur S. Meulblok : 06-10730662 Vooraf In de wet op het onderwijstoezicht
Beleidsplan plusklas OBS de Botter Ridderkerk
Beleidsplan plusklas OBS de Botter Ridderkerk Versie 2016-2017 1 Inhoud: Inleiding 3 Doelstelling 3 Visie van de school 4-5 Definiëring van de doelgroep 6-7 Selectiecriteria in de praktijk 8 Beschrijving
Beleidsplan. Hoogbegaafdheid. Mei 2007. Beleidsplan hoogbegaafdheid
Beleidsplan Hoogbegaafdheid Mei 2007. 1 2. Doelgroep Tot de doelgroep van het beleid voor hoogbegaafde leerlingen verstaan wij die leerlingen waarbij door psycho-diagnostisch onderzoek een intelligentiequotiënt
Hoofdstuk 2 Begripsformulering doorstroming, doublure en versnelling... 5. Hoofdstuk 5 Doorstroming in de kleuterbouw 6
Doorstroom Protocol Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Uitgangspunten met betrekking tot doorstroming... 4 Hoofdstuk 2 Begripsformulering doorstroming, doublure en versnelling... 5 Hoofdstuk 3 De betrokkenen...
Hoogbegaafdenbeleid op de Waterspiegel
Hoogbegaafdenbeleid op de Waterspiegel september 2012 Intro Ieder kind heeft van God gaven en talenten gekregen: voor ieder kind op zijn eigen niveau. In ons onderwijs willen we die verscheidenheid waarderen.
PROTOCOLLEN. Stappenplan t.a.v. doubleren Bij de besluitvorming over een doublure worden de volgende stappen genomen:
Doel van dit protocol Kan een kind overgaan naar een volgende groep of blijft het zitten? Met dit protocol willen we ouders informeren hoe wij als school omgaan met de beslissing om een leerling al dan
Elk kind recht heeft op een doorgaande lijn van ontwikkeling in het onderwijs.
Meer- en hoogbegaafheid (juni 2017) Visie: Elk kind recht heeft op een doorgaande lijn van ontwikkeling in het onderwijs. Missie: We spreken kinderen aan op hun sterke kanten, hun begaafdheidsdomeinen,
Compacten bij rekenen
Compacten bij rekenen Kinderen die hoog scoren op de methode toetsen en op de Citotoetsen komen in aanmerking de oefenstof te compacten. Scores van 4.4 en hoger geven een A+ score aan. Deze kinderen hebben
C:\Users\admin\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Internet Files\Content.Outlook\DY4SI3QT\Zorgstructuur de Reuzepas.doc
De zorgstructuur op de Reuzepas Het team van de Reuzepas heeft voor zichzelf de volgende missie geformuleerd: De Reuzepas biedt onderwijs, dat kinderen in een sociale, veilige en uitdagende leeromgeving
Beide manieren van signaleren kunnen aanleiding zijn om een aanbod te genereren dat beter aansluit bij de onderwijsbehoeften van het kind.
Voorwoord Voor u ligt een routeboekje waarin we u als ouder informeren over de manier waarop het onderwijs aan begaafde- en hoogbegaafde kinderen bij ons op school geregeld is. Het boekje is opgedeeld
Wij geven het kind de ruimte. om hun talenten te ontwikkelen.
Wij geven het kind de ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Het is fantastisch om veel verschillende kinderen om je heen te hebben in een klas. Elk kind heeft een andere behoefte om te spelen en te leren.
PROTOCOL DOUBLEREN & VERSNELLEN. Julianaschool Rijnsburg
PROTOCOL DOUBLEREN & VERSNELLEN Julianaschool Rijnsburg Inhoudsopgave: Woord vooraf: uitgangspunten doubleren of versnellen blz 3 Doublure blz 4 Procedure en tijdpad doubleren groep 1 (geen herfstkinderen)
(Hoog)begaafden protocol. Koningin Julianaschool Barneveld
(Hoog)begaafden protocol Koningin Julianaschool Barneveld Inhoudsopgave Inleiding 1 1. Visie op (hoog)begaafdheid 1.1 Definities (hoog)begaafdheid 2 2 1.2 Wat houdt (hoog)begaafdheid in? 2 1.3 Doelgroep
Beleid hoog- en meerbegaafde leerlingen
Beleid hoog- en meerbegaafde leerlingen 1 Inleiding Dit beleid is op Het Kompas bestemd voor de volgende doelgroepen: - Hoogbegaafde leerlingen; dit zijn leerlingen die gediagnosticeerd zijn en een IQ
Locatie Sprang-Capelle Rembrandtlaan ES Sprang-Capelle T Locatie Landgoed Driessen Burgemeester van Casterenstraat GA
SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL Koningsschool Wat is het schoolondersteuningsprofiel en waar dient het voor? Het schoolondersteuningsprofiel beschrijft welke ondersteuning wij kinderen kunnen bieden die op
